Page 1

Nr 6 | Lokaal is het magazine van de lokale besturen en verschijnt 2 x per maand 20 x per jaar | VVSG vzw, Paviljoenstraat 9, 1030 Brussel | Afgiftekantoor Kortrijk Masspost | P2A9746

Lokaal

Meer bruto lokaal geluk met dienstencentra


Met ons klantbegeleidingssysteem kiest u voor tevredenheid Klanttevredenheid is een groot goed. Niet alleen in commerciĂŤle omgevingen, maar ook als het gaat om de manier waarop gemeenten omgaan met hun burgers. Met het oog hierop biedt JCC Software een beproefd en zeer efficiĂŤnt klantbegeleidingssysteem: G-BOS.

Klantbegeleidingssysteem G-BOS G-BOS is erop gericht bezoekers van het gemeentehuis te begeleiden van het onthaal tot en met de afhandeling aan het loket. Het systeem stroomlijnt het hele proces. Wachtrijen worden tot een minimum gereduceerd en bezoekers krijgen vanaf hun binnenkomst via narrowcasting heldere informatie, zodat eventuele wachttijden ook echt als minimaal worden ervaren. Met als gevolg: tevreden klanten en minder werkdruk (dus meer werkplezier) voor uw onthaal- en loketbedienden. Daar kiest u toch ook voor?

Uitgebreide informatie en klantverhalen? Kijk op www.jccsoftware.be

De voordelen op een rij Snellere en professionelere dienstverlening Minimale wachtbeleving Hogere klanttevredenheid Meer werkplezier Overzichtelijke rapportages en processtatistieken


Lokaal is het magazine van de lokale besturen

Redactiesecretariaat Inge Ruiters, T 02‑211 55 44

5 opinie – Daar zijn de asielzoekers weer!

6 nieuws – print & web, perspiraat, Triljoen

bestuurskracht 12 Gemeente en OCMW spreken met één stem 15 Van uren tellen tot vorming met passie 19 Praktijk in Kortrijk – Gratis infolijn en meldpunt

Illustraties Bart Lasuy, Stefan Dewickere, Layla Aerts (fotografen), Nix (cartoonist)

20 De beleids- en beheerscyclus: de eerste ervaringen De nieuwe beleids- en beheerscyclus vergt een hele aanpassing in het denken. Gelukkig waren de raadsleden van de gemeente Mol, het OCMW van Opwijk en de gemeente en het OCMW van De Pinte dankzij informatiesessies goed voorbereid op de overstap.

Vormgeving Ties Bekaert

24 Praktijk in Staden – College: van bevoegdheden

Columnisten Johan Ackaert, Pieter Bos

Drukwerk Schaubroeck (Nazareth) Regie advertenties Cprojects&Advertising, Peter De Vester, T 03 326 18 92, media@cprojects.be Regie vacatures Nicole Van Wichelen, nicole.vanwichelen@vvsg.be T 02-211 55 43 Abonnementen Nicole Van Wichelen, nicole.vanwichelen@vvsg.be T 02-211 55 43 VVSG-leden: 80 euro, vanaf 10 ex. 67 euro; niet-leden: 150 euro VVSG-bestuur Luc Martens, voorzitter Sas van Rouveroij, voorzitter raad van bestuur Theo Janssens, voorzitter afdeling OCMW’s Ondertekende artikels verbinden alleen de auteurs. Reacties zijn welkom. De redactie zal deze naar eigen inzicht al dan niet opnemen, inkorten of er melding van maken. Niets uit deze uitgave mag gereproduceerd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, elektronische drager of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Met de steun van Dexia en Ethias, partners van de VVSG Verantwoordelijk uitgever Mark Suykens, directeur VVSG Lokaal wordt gedrukt op Circle Silk, een 100% gerecycleerd papier.

layla aerts

Redactie Marleen Capelle, Pieter Plas, Inge Ruiters, Jan Van Alsenoy, Bart Van Moerkerke

12

naar projecten 25 Lokale raad – Hoeveel gemeenteraden moeten er jaarlijks zijn? 26 De raad van Diepenbeek – Een politieke veldslag

werkveld 28 Interview – Erwin Brys en Frank Vervaet ‘Lokale dienstencentra verhogen het bruto lokaal geluk.’ Het dienstencentrum is een aanspreekpunt en informatiekanaal dat ook activiteiten organiseert en voor dienstverlening zorgt. Maar de lokale dienstencentra in Puurs en Gent zijn ook knooppunten voor de sociale samenhang in een buurt.

stefan dewicikere

Hoofdredacteur Marlies van Bouwel, marlies.vanbouwel@vvsg.be T 02-211 55 46

kort lokaal

28

32 Praktijk in Ieper – Sociaal huis rijdt voor bij dorpelingen 33 Lokale raad – Mag een politiezone persoonlijke gegevens van haar wijkagenten op de website plaatsen? 34 Izegem dimt de lichten In een wijk met een oudere bevolking wordt het licht gedimd vanaf 22 uur, elders kan dat een uur later zijn. Het dimmen gebeurt ook in stappen. Dertien procent van de lichten in Izegem zijn ondertussen dimbaar wat jaarlijks een besparing oplevert van meer dan 30.000 euro. stefan dewicikere

Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw Paviljoenstraat 9, 1030 Brussel T 02-211 55 00 • F 02-211 56 00 lokaal@vvsg.be www.vvsg.be

inhoud

37 Praktijk in Diksmuide – Landbouwwegen 38 Graskracht 40 Het papierfonds en de folderbelasting

geregeld 43 wetmatig – berichten 45 agenda – studiedagen, opleidingen en evenementen 46 column – Pieter Bos

34 Op de cover Roland (70) en Albert (71) amuseren zich al jaren in het Gentse lokale dienstencentrum de Vlasschaard. De ene dag repareren ze rieten stoelen, op een andere dag maken ze zelf een rad van fortuin.

Lokaal I 1 april2011 I 3


De VVSG ondersteunt het OCMW met publicaties op maat

Het OCMW-decreet ontleed Een team van VVSG-stafmedewerkers zet de implicaties van het OCMW-decreet haarfijn uiteen. Alles wat u over het decreet moet weten, vindt u in deze beknopte gids, opgesteld in vraag- en antwoordvorm. Ook wordt duidelijk aangegeven welke artikelen wanneer in werking treden. Deze 3de herziene editie verscheen n.a.v. de nieuwe rechtspositieregeling voor het OCMW-personeel en de nakende invoering van de beleids- en beheerscyclus. Auteurs: Katleen Janssens, Jan Leroy, Pieter Vanderstappen, Piet Van Schuylenbergh

HANDBOEK VOOR DE SOCIALE DIENST VAN HET OCMW

HANDBOEK VOOR DE SOCIALE DIENST VAN HET OCMW

Nieuwe editie maart 2011

HANDBOEK VOOR DEHANDBOEK VOOR DE SOCIALE DIENST SOCIALE DIENST VAN HET OCMW VAN HET OCMW

De OCMW-codex Teksten én vakkundig commentaar De OCMW-codex bestaat uit twee ringbanden met ongeveer 700 blz. en een cd-rom, met daarop de codex in elektronisch formaat. Uniek aan de OCMW-codex is de toevoeging van wetskennis én praktijkervaring per wetsartikel. U vindt dus precies die verwijzingen of commentaren die u nodig heeft om het artikel correct toe te passen. Waar nodig wordt ook de integrale tekst van de uitvoeringsbesluiten weergegeven. De OCMW-codex bevat bovendien een uitgebreid trefwoordenregister dat uw opzoekwerk vergemakkelijkt. Hoofdredacteur van de OCMW-codex is Piet Van Schuylenbergh, directeur afdeling OCMW’s van de VVSG. Het updaten van de codex gebeurt in samenwerking met Inforum.

Handboek voor de sociale dienst van het OCMW Met het ‘Handboek voor de sociale dienst van het OCMW’ wil VVSG zijn steentje bijdragen tot het ondersteunen en professionaliseren van de sociale diensten van de OCMW’s.

Dit handboek wil een bruikbaar instrument zijn voor de OCMW-maatschappelijk werkers in hun dagelijkse praktijk. Het handboek bevat geen grote traktaten met allerlei theoretische beschouwingen en inzichten, maar wel bruikbare informatie die onmiddellijk toepasbaar is op de werkvloer. Auteurs van het handboek zijn VVSG-stafmedewerkers en externe auteurs. Redactieraad: Piet Van Schuylenbergh, Mattie Jacobs, Freddy Langenus, Raf De Bruycker, Katleen Mariën , Roos Van Kerckvoorde,...

Instrument voor de berekening van aanvullende steun Omdat mensen met een laag inkomen niet altijd een menswaardig bestaan kunnen leiden, geven OCMW’s aanvullende steun. De VVSG ontwikkelde een instrument waarmee OCMW’s aanvullende steun kunnen toekennen volgens eenzelfde achterliggende visie en systematiek met respect voor de lokale autonomie. De inhoud van deze pocket is ook opgenomen in het Handboek voor de sociale dienst van het OCMW. Auteur: Veerle Cortebeeck

Bestelkaart Politeia // Ravensteingalerij 28 // 1000 Brussel // Fax: 02 289 26 19 // Tel: 02 289 26 10. Of bestel via www.politeia.be // e-mail: info@politeia.be

Ja, ik bestel

....... ex. van Het OCMW-decreet ontleed - 3de editie VVSG-leden 25 euro*, niet-leden: 29 euro*. ....... ex. van De OCMW-Codex (2 delen incl. cd-rom)** VVSG-leden: 99 euro*, niet-leden: 129 euro*. ....... ex. van Handboek voor de sociale dienst van het OCMW (2 delen incl. cd-rom)** VVSG-leden: 69 euro, niet-leden: 79 euro ....... ex. van Instrument voor de berekening van aanvullende steun (incl. cd-rom)* VVSG-leden: 29 euro, niet-leden 32 euro*

Organisatie/bestuur: ...........................................................................................................................

Datum en handtekening

Naam: ................................................................................................................................................ Functie: .............................................................................................................................................. Tel. : ............................................................ E-mail: .......................................................................... Adres: ................................................................................................................................................. BTW: ................................................................................................................................................... * Prijzen incl. BTW maar excl. verzendingskosten. Prijzen geldig t.e.m. 31 december 2011. Kijk voor exacte prijzen altijd op onze website www.politeia.be ** De bijwerkingen worden mij automatisch opgestuurd tegen 0,49 euro/blz, (update cd-rom 29 euro) tot schriftelijke wederopzegging. Uw gegevens worden door ons in een bestand bijgehouden en niet aan derden doorgegeven. Overeenkomstig de Wet op de privacy heeft u inzage- en correctierecht.


kort lokaal opinie

Daar zijn de asielzoekers weer!

H

et probleem was even naar de achtergrond verschoven, maar binnenkort is het weer zover. Het opvangnetwerk voor asielzoekers zit zo goed als vol. Ondanks alle maatregelen die voor het jaareinde genomen werden: extra noodopvang in kazernes en op militaire sites, extra plaatsen in de lokale opvanginitiatieven (LOI’s) van de OCMW’s, extra personeel voor de vluchtelingeninstanties om meer dossiers te kunnen verwerken. Too little and too late, zo blijkt nu. Nog steeds bedraagt de gemiddelde behandelingstijd van een asieldossier vijftien maanden, terwijl de opvangwet maximaal een jaar voorziet. Nog steeds gebruiken vindingrijke advocaten achterpoortjes om de zaak te rekken. Nog steeds bedraagt het aantal asielaanvragen zo’n 1800 per maand (of bijna zoveel als Duitsland dat acht keer meer inwoners dan België heeft) terwijl we met al die extra maatregelen maar 1500 dossiers per maand aankunnen en de achterstand in behandeling dus blijft groeien. De voorstellen die opnieuw circuleren om de zaak onder controle te krijgen getuigen van weinig originaliteit en leggen de bal opnieuw in het kamp van de lokale besturen: terug overschakelen op financiële OCMW-steun. Het verleden heeft nochtans bewezen dat dit zowat het Zolang men de instroom slechtste is wat je kunt doen: in plaats van kwalitatieve opvang en begeleiding krijgen asielzoekers niet onder controle krijgt een cheque en worden ze bij hun zoektocht naar onen de uitstroom niet derdak overgeleverd aan huisjesmelkers. Bovendien aanpakt, blijft het dweilen creëer je hierdoor een aanzuigeffect op nieuwkomers. met de kraan open en Er moet dringend uit een ander vaatje getapt worden. Zolang men de instroom niet onder controle kunnen we nog tot aan krijgt en de uitstroom niet aanpakt, blijft Sint-Juttemis bijkomende het dweilen met de kraan open en kunopvangplaatsen voorzien. nen we nog tot aan Sint-Juttemis bijkomende opvangplaatsen creëren. Voor het eerste is een korte en waterdichte procedure nodig, met garanties voor de rechten van de verdediging en met een beroepsmogelijkheid, maar zonder uitwijkmogelijkheden: geen tweede asielaanvraag voor iemand wiens aanvraag een eerste maal afgewezen werd, geen asielaanvragen voor onderdanen uit andere EU-landen, geen ontsnappingsroutes zoals de regularisatie om medische redenen. Voor het tweede is een begeleide terugkeer nodig van diegenen wiens asielaanvraag definitief afgewezen werd, vrijwillig als het kan, gedwongen als het moet. Tijdens de asielprocedure moeten asielzoekers terecht kunnen in een opvangcentrum. In België zijn er 120 zogenaamd witte gemeenten met weinig armoedeproblemen, weinig vreemdelingen op hun grondgebied en een gemiddelde of hoge fiscale draagkracht, die geen LOI of een ander opvangcentrum voor asielzoekers op hun grondgebied hebben. Wellicht moeten deze gemeenten en hun OCMW’s aangespoord worden om ook hun deel van de verantwoordelijkheid op te nemen.

Piet Van Schuylenbergh is directeur van de VVSG-afdeling OCMW’s

Lokaal I 1 april2011 I 5


kort lokaal nieuws

stefan dewickere

Gemeenten en OCMW’s die de beleids- en beheerscyclus toepassen, leveren automatisch ook de voor Europa noodzakelijke rapportering.

Stop schaduwboksen over saldi In maart dit jaar was het weer zo ver. De ontslagnemende federale regering vond dat de lokale besturen momenteel met te hoge begrotingstekorten kampen. Die zouden 1,2 miljard hoger zijn dan toegelaten. Nochtans zit de betrouwbaarheid van deze cijfers nauwelijks boven het nulpunt. De spanning stijgt nu België tegen eind april de begrotingsvooruitzichten voor dit en volgend jaar bij Europa moet verdedigen. Dit zogenaamde Europese semester is er gekomen na de zware problemen in onder meer Griekenland en Ierland. De landen van de Eurozone hebben samen afgesproken nauwer toe te kijken op elkaars overheidsschuld en -tekort. We weten intussen dat de financiële markten landen met slechte of onbetrouwbare cijfers via een hogere

85-plus

6 I 1 april2011 I Lokaal

rente zwaar kunnen afstraffen. Dat diezelfde financiële markten voor een deel mee aan de basis liggen van de achteruitgang van de overheidsfinanciën (de reddingsoperaties van een reeks banken slorpten miljarden aan belastinggelden op), laten we hier verder buiten beschouwing. De cijfers die België bij Europa moet verdedigen, gelden voor de hele overheid: het federale niveau, de sociale zekerheid, de gemeenschappen en gewesten en de lokale besturen. Bij

die laatste horen de gemeenten, de OCMW’s, de politiezones en de provincies. Het gaat in totaal om bijna 1400 besturen, verspreid over drie gewesten met zeer uiteenlopende begrotings- en boekhoudsystemen. Het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR - een samenwerkingsverband van onder meer de Nationale Bank en het Planbureau) is belast met de verzameling van de gegevens. Voor de gemeenten werkt het INR op basis van een steekproef van 2004 over de jaren 2001 tot en met 2003. Voor de OCMW’s ligt de basis zelfs eind jaren negentig. Op die cijfers worden allerlei correcties toegepast, bijvoorbeeld over de centraal geïnde aanvullende personenbelasting, de bedragen van het Gemeentefonds, enkele verkopen van participaties in de energiesector, bepaalde gegevens van Dexia. Voorts weet het INR dat de investeringen van lokale besturen tegen het einde van een legislatuur hoger zijn dan in andere jaren. De eerder voorbereide dossiers zijn dan immers klaar voor uitvoering en lokale verkozenen trekken uiteraard niet graag met lege handen naar de kiezer. Hoe goed bedoeld ook, de methode van het INR om het vorderingensaldo (tekort) van de lokale besturen te berekenen, is niet meer dan veredeld

Van de 85-plussers in het Vlaamse Gewest zijn er 60.586 mensen die via de zorgverzekering een forfaitaire financiële tussenkomst krijgen voor niet-medische kosten. Daarvan zijn er 26.605 met thuis- en mantelzorg en 33.981 met residentiële zorg. Voor Vlaanderen betekent dit 51% van alle 85-plussers. In Heusden-Zolder gaat het om 75,1% van de 85-plussers en in Ham zelfs 80,2%. Het laagste aandeel 85-plussers dat een uitkering van de zorgverzekering ontvangt, vinden we in Wezembeek-Oppem (28,2%) en Kraainem (16,4%). www.lokalestatistieken.be


print & web

Eurostat tikt België op de vingers In 2008 en 2010 bracht Eurostat een bezoek aan ons land in verband met de cijfers over de overheidsfinanciën. Het INR zei toen aan Eurostat dat er in Wallonië en Brussel geen systematische digitale gegevens over de lokale financiën bestaan. In zijn rapport uitte Eurostat daarop scherpe kritiek over de wijze waarop België de gegevens over de lokale besturen presenteert: ‘Eurostat is zich bewust van de complexiteit van de federale staatsstructuur in België. Toch stelt het al jaren geen vooruitgang vast in de beschikbaarheid van betrouwbare data over de financiën van de lokale besturen. Eurostat vindt dit bijzonder verontrustend. Voor de toekomst kan Euronattevingerwerk. De Vlaamse overheid beschikt intussen wel over zo goed als volledige gemeentelijke rekeningencijfers van 2009 (en betrouwbare ramingen voor 2010 en 2011). Het INR wil die echter niet gebruiken, omdat dergelijke data

stat geen genoegen nemen met onvolledige gegevens die slechts twee jaar na de feiten bekend zouden worden. De Belgische statistische overheden krijgen de vraag zo snel mogelijk voor gedetailleerde gegevens over de lokale financiën te zorgen.’ (eigen vertaling uit het Engels). In het najaar van 2010 bracht Eurostat een nieuw bezoek aan België. Een officieel verslag hiervan is er vandaag nog niet, maar het zou ons verwonderen dat er betekenisvolle vooruitgang werd gemaakt. JL epp.eurostat.ec.europa.eu, knop Government finance statistics, Eurostat EDP visits to Member States

gevens. Integendeel, de federale regering gebruikt de cijfers om een deel van de ‘schuld’ van zich af te schuiven: het tekort van de totale Belgische overheid ligt voor een belangrijk deel aan de lokale besturen en zij zullen dus moeten sane-

De federale regering gebruikt de cijfers om een deel van de ‘schuld’ van zich af te schuiven. voor de andere gewesten en de andere types lokale besturen niet beschikbaar zijn. Of Eurostat, de instantie die de gegevens land per land onderzoekt, dat zal blijven aanvaarden, is zeer de vraag. De Belgische regering doet al jaren alsof er geen twijfels bestaan over de gegevens in verband met de lokale financiën. De opeenvolgende premiers en ministers van begroting presenteren op regelmatige basis gegevens over de Belgische overheidsfinanciën. Daarin wordt telkens zonder enig voorbehoud geschermd met een verwacht saldo van de lokale besturen. Nooit krijgen we iets te horen over het bedenkelijke karakter van die ge-

ren. De gewesten zouden dat dan als toezichthouder nauwlettend moeten opvolgen. Wie echter gegevens per gewest opvraagt, krijgt te horen dat ze niet eens bestaan. De VVSG roept de federale overheid op dit spelletje schaduwboksen stop te zetten. De centrale overheden zouden de energie die in de gratuite beschuldigingen richting lokale sector kruipt, beter investeren in een snel en betrouwbaar systeem van gegevensverzameling over de financiën van de lokale besturen. Vlaanderen is daarmee alvast begonnen: de gemeenten, OCMW’s en provincies die de beleidsen beheerscyclus toepassen, zullen automatisch ook de

voor Europa noodzakelijke rapportering afleveren. Nu maar hopen dat de andere gewesten en de federale overheid (voor de politiezones) gelijkaardige initiatieven nemen. Tot slot de vraag van 1 miljoen: is er dan helemaal geen probleem met de lokale financiën? Toch wel, er komen steeds meer aanwijzingen dat besturen het almaar moeilijker krijgen om de eindjes aan elkaar te knopen. De eerder dan verwachte indexering van de lonen en de enorme stijging van de pensioenuitgaven die op komst is, zijn hiervan maar enkele oorzaken. Maar ook in het verleden zijn lokale besturen erin geslaagd financieel het hoofd boven water te houden, ook al betekende dit snoeien in dienstverlening of meer belastingen optrekken. Het feit dat de gemeenten, OCMW’s, politiezones en provincies met een aandeel van bijna 50% van de overheidsinvesteringen toch maar goed zijn voor ongeveer 5% van de totale Belgische overheidsschuld, is het beste bewijs dat ze op het vlak van de budgettaire orthodoxie van niemand lessen moeten ontvangen. jan leroy

Online: nieuwe ideeën voor groene steden en gemeenten Wilt u graag weten waar Treewear voor staat en wat een Boatanic is? Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) wil steden en gemeenten inspireren en aanzetten tot meer groen in de stad. De grote Vlaamse steden als groene metropolen op de internationale kaart zetten is een van de uitdagingen voor het Agentschap. De bestaande ideeën worden verzameld en nieuwe concepten worden ontwikkeld rond de problematiek ‘Groen in de stad’. Dat nieuwe perspectief moet helpen om frisse stadsprojecten op te zetten in de centrumsteden. Het resultaat moet een inspirerend boek worden dat tegen de Dag van het Park (29 mei) bij de gemeenten belandt. www.natuurenbos.be, knop Thema’s: Groen, Nieuws

Vernieuwde website VREG De vernieuwde website van de Vlaamse Regulator voor de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) brengt consumenten sneller bij de juiste informatie aan de hand van een aantal sleutelthema’s: aansluiting op het net, energiecontract, energiefactuur, verbruik en meteropname, bescherming van de consument, en zonnepanelen. U kunt de V-test doen om uit te maken wie uw ideale elektriciteits- of gasleverancier is. U kunt opzoeken wie uw netbeheerder is, of waar u terechtkunt met een klacht. De VREG biedt ook informatie aan de energiesector zelf (leveranciers, netbeheerders, producenten van groene stroom en warmtekrachtkoppeling) en heeft nu een aparte persrubriek. Ook een mobiele applicatie werd online gezet. www.vreg.be

Lokaal I 1 april2011 I 7


kort lokaal nieuws

Minister van Pensioenen moedigt VVSG-initiatief tweede pensioenpijler aan bij de overheid In een opmerkelijke persconferentie van 3 maart heeft federaal minister van Pensioenen Michel Daerden een warm pleidooi gehouden voor een tweede pensioenpijler voor contractuele medewerkers. Volgens hem is een tweede pijler onontbeerlijk voor de overheidssector. Al 460 Vlaamse lokale besturen doen mee aan het systeem van de tweede pensioenpijler.

DANIËL GEERAERTS

De minister verwees daarbij naar de groepsverzekering bij de Vlaamse lokale besturen waar de groepsverzekeraar, het consortium Dexia Insurance Belgium/ Ethias Lokale Contractanten, samenwerkt met de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Plaatselijke en Provinciale Overheidsdiensten (RSZPPO). De tweede pensioenpijler in Vlaanderen is opgericht op initiatief van de sociale partners, de VVSG en de drie representatieve vakbonden ACV-Openbare Diensten, ACOD en VSOA. Minister Daerden prees deze tweede pensioenpijler omdat het een zeer pragmatisch systeem is, binnen de wet, met betrouwbare en professionele partners, en bovendien gevalideerd en uitgeprobeerd door 460 Vlaamse lokale besturen (gemeenten, OCMW’s, autonome gemeentebedrijven of intercommunales). De kostprijs is bekend en een bestuur kiest zelf of

het instapt en hoeveel het bijdraagt. 72% van de besturen kiezen voor een bijdragepercentage van 1%. 20% van de besturen opteren voor 2%. De overige 8% hebben bijdragevoeten van 2,5 tot 4%. 12% van de aangesloten besturen heeft gekozen voor een inhaalbijdrage (via diverse formules). In totaal zijn meer dan 50.000 contractuele medewerkers van de lokale besturen betrokken bij dit stelsel. Minister Daerden zou al enige tijd een wetsontwerp klaar hebben dat de com-

binatie van een vaste benoeming met contractuele jaren regelt. Maar helaas verhindert de huidige impasse bij de federale regeringsvorming hem om het te realiseren. De persconferentie vond plaats een dag nadat zijn eigen gemeente, Ans, als eerste Waalse gemeente tot de tweede pensioenpijler toegetreden was. marijke de lange

Meer informatie over lokale pensioenen op www.vvsg.be, knop werking & organisatie, personeel, pensioen

Overlastboetes: nog meer gemeenten maken er gebruik van In Lokaal 5 van 16 maart 2011 konden we u meedelen dat vandaag zowat driekwart van de Vlaamse steden en gemeenten overlastboetes kunnen opleggen. Dat kunnen ze onder meer voor zwerfvuil, hondenpoep, geluidsoverlast of klein vandalisme. Dat het artikel en het bijgevoegde kaartje nuttige informatie bevat voor iedereen die op gemeentelijk, intergemeentelijk of provinciaal niveau aandacht

8 I 1 april2011 I Lokaal

heeft voor lokale handhaving, konden we afleiden uit de vele interessante reacties op dit artikel. Enkele gemeenten uit Limburg en West-Vlaanderen lieten ons bovendien weten dat ook zij vrij recent van start zijn gegaan met het opleggen van overlastboetes op basis van hun lokale politieverordening. Daardoor komt het aantal gemeenten met GAS op 77,92% in Vlaanderen. Onder meer Heuvelland en de

gemeenten uit de politiezone MIDOW (Meulebeke, Ingelmunster, Dentergem, Oostrozebeke en Wielsbeke) maken gebruik van de gemeentelijke administratieve sancties, net als de Limburgse gemeenten van de politiezone Kanton Borgloon (Heers Borgloon, Alken, Kortessem en Wellen). Uit uw reacties konden we ook afleiden dat de invoering van deze sancties gepaard moet gaan met een strikt vervol-

gingsbeleid, zodat het instrument volledig tot zijn recht kan komen. Op basis van deze informatie werd ons eerdere kaartje aangepast. U kunt een volledig geüpdate kaart, samen met een aangepaste analyse per provincie, terugvinden op onze website. Bijkomende reacties zijn uiteraard welkom. tom de schepper en marlies van bouwel

www.vvsg.be, knop veiligheid, GAS en handhaving


print & web

Aquafin vraagt aandacht voor riooldeksels bij asfaltwerken Bij overlaging van het wegdek worden de riooldeksels in de weg vaak gedeeltelijk mee geasfalteerd. Voor de rioolbeheerder veroorzaakt dit extra werk en kosten wanneer hij de volgende keer het deksel moet openen. Na het afschrapen van de toplaag steken de riooldeksels enkele centimeters boven het straatoppervlak uit. Om snel te kunnen werken wordt het nieuwe asfalt daarna met een vaste dikte aangebracht en gaat de machine in één beweging mee over het riooldeksel. Het gevolg is dat de naden en de openingen van het riooldeksel hierdoor dikwijls dichtgewalst worden. Bij zijn volgende inspectie- of onderhoudsronde heeft de rioolbeheerder dan de grootste moeite om het deksel los te krijgen. ‘Het is niet alleen veel meer werk, maar ook onveilig werk,’ schetst Jan Swankaert, hoofd Preventie en Bescherming van Aquafin. ‘Onze medewerkers moeten midden in het verkeer

werken, weliswaar binnen een afgebakende zone. Bovendien moeten ze veel kracht gebruiken om het deksel te openen. Want als ook de openingen in het deksel dicht zitten, is er geen verluchting meer in de put. Het deksel wordt dan extra aangezogen door de onderdruk die ontstaan is door de niveauschommelingen in de riool. In het verleden leidden die grote krachtinspanningen zelfs al tot een arbeidsongeval bij Aquafin.’ Ideaal zou zijn dat gemeenten de rioolbeheerder vooraf verwittigen van geplande asfaltwerken. Zo kan hij ze meteen opvolgen en ervoor zorgen dat het deksel vrij blijft. Een groot asfaltbedrijf raadt aan om het riooldekgf sel voor het asfalteren te bedekken Deze deksels opnieuw openen vereist nogal wat met een laagje krachtinspanningen. grof rijnzand. Dat voorkomt dat het asfalt aan het deksel kleeft en nadien kan het zand makkelijk weggeveegd worden. Ook bij asfaltwerken op gewestwegen kampen de gemeenten of gemeentelijke rioolbeheerders soms met gelijkaardige problemen. Ook dan zou het ideaal zijn als de gewestwegbeheerder de gemeente en/of rioolbeheerder vooraf op de hoogte brengt. anja de wit, adviseur communicatie, aquafin nv

Tot 30 april Prijs Bouwmeester 2011 De Vlaamse Bouwmeester wil een hoogstaand stedenbouwkundig, landschappelijk en architecturaal kwaliteitsbeleid bij overheden aanmoedigen. Met de Prijs Bouwmeester wil hij opdrachtgevers bekronen die door hun doordachte aanpak en zin voor vernieuwing uitmuntende kwaliteit vooropstellen. Realiseerde uw bestuur in de voorbije drie jaar een nieuw cultuurcentrum, bouwde het een brug of vormde het een leegstaand gebouw om tot een multifunctionele site? Ding dan mee naar deze prijs en dien uw kandidaatsdossier in. www.vlaamsbouwmeester.be

Gezinshereniging: twee nieuwe publicaties De Koning Boudewijnstichting bracht recent twee nieuwe publicaties uit over gezinshereniging. Zowel in België als in andere Europese lidstaten is gezinshereniging veruit de omvangrijkste vorm van legale migratie geworden. In Gezinshereniging in België, de mythe ontcijferd schetsen Ina Lodewycks, Chris Timmerman en Johan Wets een statistisch beeld van gezinshereniging aan de hand van administratieve databestanden zoals de visagegevens, het aantal uitgereikte verblijfsvergunningen, de Kruispuntbank Sociale Zekerheid en het Rijksregister. De onderzoekers trachten een aantal belangrijke trends te identificeren met betrekking tot de instroom van huwelijksmigranten naar België. Vervolgens gaan ze dieper in op het socio-economische profiel van de betrokkenen evenals de gezinssituatie waarin zij terechtkomen. In de studie Gezinshereniging op de kruising tussen het Europees en het Belgisch recht onderzoeken Philippe De Bruycker en Yves Pascouau het juridische kader van gezinshereniging. Ze verduidelijken hoe de materie op het Europese niveau heen en weer wordt geslingerd tussen de zorg van de lidstaten voor een betere regeling van gezinshereniging, en een beschermende rechtspraak. Voor wat betreft het Belgische juridische kader bespreken de auteurs de kenmerkende complexiteit van de bepalingen van de wet van 15 december 1980, waarin talrijke wijzigingen werden aangebracht. Beide publicaties zijn gratis te downloaden op onderstaande site. Gezinshereniging in België, de mythe ontcijferd, en Gezinshereniging op de kruising tussen het Europees en het Belgisch recht, www.kbs-frb.be,knop publicaties

Lokaal I 1 april2011 I 9


kort lokaal perspiraat

“Overheidsinfrastructuur en gemeenschapsvoorzieningen door private instellingen laten bouwen is niet zomaar een onschuldige tendens. De commercieel interessantste private partner krijgt dan ruime inspraak in de toekomst van onze steden, onze infrastructuur, onze scholen, onze woningen en onze gezondheidszorg. Het ambitieniveau tussen de partners moet daarom uitvoerig besproken worden aan het begin van een proces.” Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen over PPS – De Tijd 18/3 “Een skyline moet voortdurend veranderen. De skyline is het gezicht van een stad. Als dat gezicht er al vijftig jaar hetzelfde uitziet, is dat een signaal dat het niet goed gaat met de stad.” Architect-ingenieur en professor Leo Van Broeck (KULeuven) – Het Belang Van Limburg 19/3 “De minister ziet er geen graten in om de lokale besturen meer verantwoordelijkheid over onroerend erfgoed te geven.” Mark Andries, kabinetchef van minister Geert Bourgeois over de voorbereiding van het nieuwe erfgoeddecreet – Het Nieuwsblad 21/3 “Gemeenten en provincies leggen bedrijven geen lasten meer op en in de administratieve rompslomp om een bedrijf op te richten wordt sterk gesnoeid.” Waals minister-president Rudy Demotte (PS) over het Waalse Marshallplan – De Standaard 17/3 “De mensen zijn vandaag veel mobieler dan twintig, dertig jaar geleden. Vandaar ook de verschraling van het aanbod in dorpskernen: we winkelen veel minder onder de kerktoren. De concurrentie van de perifere grootschalige detailhandel weegt onmiskenbaar op de winkelactiviteit in stadskernen.” Mia Vancompernolle van Unizo – Trends 17/2 “We brengen de dorpen opnieuw naar de steden.” Boris Johnson, burgemeester van Londen, promoot het kleinschalig leven in bloeiende wijken in de grote stad, op de Europese vastgoedbeurs Mipim – De Tijd 15/3

10 I 1 april2011 I Lokaal

Europese week over Duurzame Energie en Covenant of Mayors De Europese week van 11 tot 15 april wordt georganiseerd door de Europese Commissie, met de DirectoratenGeneraal voor Energie en Innovatie als

trekkers. Naast de vele workshops en debatten in Brussel kunnen steden en gemeenten hun eigen initiatieven voor duurzame energie kenbaar maken via de website van de Commissie die per land de initiatieven bundelt. Voor België zijn er al enkele vermeld. Tegelijk wordt tijdens deze Europese week bijzondere aandacht besteed aan de Covenant of Mayors, het gekende initiatief waarbij steden en gemeenten een convenant afsluiten met de Europese Com-

missie inzake klimaatmaatregelen. Voor België zijn er negen steden die hieraan meedoen, waaronder vijf uit Vlaanderen (Antwerpen, Genk, Gent, Hasselt, Oostende). Op 14 april gaan de thematische discussiegroepen voor de Covenant of Mayors van start, met webinars, vernieuwende en interactieve methodes om ervaring uit te wisselen. Drie discussiegroepen bijten de spits af: over resultaten en succesfactoren bij kleine en middelgrote gemeenten, bij grotere gemeenten en agglomeraties, bij netwerken. betty dewachter

Meer informatie vindt u op www.eusew.eu en www.eumayors.eu.

Deense campagne tegen stress op het werk Gedurende het hele jaar zet onze Europese koepel, CEMR, in het kader van haar 60-jarige jubileum elke week één van haar leden in de spotlights. Het succes-

verhaal van de Deense vereniging van lokale besturen ging over een campagne tegen stress op het werk. Als werkgeversfederatie was de Deense vereniging enkele jaren geleden nauw betrokken bij een kaderovereenkomst over stress op het werk. Na het sociaal overleg werd die overeenkomst ook toegepast in de hele overheidssector in Denemarken. ‘De

voorbije jaren is de aanpak van stress op de werkvloer een prioriteit geweest in het HRM-beleid van de gemeenten’, zegt Peter Gorm Hansen, de directeur van de Deense vereniging. De vereniging heeft daarom een brede campagne gelanceerd en een publicatie gemaakt over de ervaringen van de laatste vijf jaar. betty dewachter

Campagne-informatie www.kl.dk/English Elke week staat een vereniging van lokale besturen in de kijker www.ccre.org, weekly focus


Het industriële erfgoed van de oude mijnsite wordt in C-Mine gerespecteerd.

gf

gf

nieuws

Ook de tuin van de bibliotheek van Dendermonde valt in de smaak.

C-Mine wint Belgian Building Award Met de Belgian Building Awards lauwert Batibouw samen met de Orde van Architecten, de Confederatie Bouw, Trends Top Bouw en de Bouwkroniek realisaties van architecten, bouwheren, studiebureaus en aannemingsbedrijven. In de categorie niet-residentieel gebouw van de Architectuur Awards 2011 koos de jury het Genkse project C-Mine als winnaar. De Brusselse architecten van 51N4E bouwden de oude energiegebouwen van de mijn van Winterslag om tot een polyvalent cultuur- en evenementencomplex.

Ze respecteerden het industriële erfgoed, maar activeerden het tegelijk met een compleet nieuwe functie. Het respect voor het erfgoed tonen de architecten niet in het kopiëren van de oude materialen of stijlvormen, maar wel in het voortbouwen op de intrinsieke kwaliteiten van het oorspronkelijke gebouw. De bibliotheek in Dendermonde van BOB361 kreeg een eervolle vermelding van de jury in dezelfde categorie.

Tot 19 mei: Verkeersveilige initiatieven voor kinderen De Prijs Dominique De Graeve bekroont initiatieven in verband met de veiligheid van kinderen tot twaalf jaar in het verkeer. Het Fonds wil sensibilisering en vorming ondersteunen via lokale partnerschappen ten behoeve van de veiligheid van kinderen. In 2011 richt de oproep zich tot alle kleuter- en lagere scholen en ouderverenigingen van de verschillende schoolnetten. Het project moet uitgevoerd worden of is in uitvoering tijdens het schooljaar 2010-2011.

inge ruiters

www.kbs-frb.be, knop projecten,

www.roularta.be, T 02‑702 71 58

oproepen

nix

Lokaal I 1 april2011 I 11


bestuurskracht samenwerking OCMW-gemeente

Gemeente en OCMW spreken met één stem Gemeenten en OCMW’s werken steeds vaker en nauwer samen. In tijden van crisis kunnen schaalvoordelen een doorslaggevend argument zijn om de ondersteunende diensten van beide besturen samen te voegen. Steeds meer gemeenten en OCMW’s besluiten dan ook hun krachten te bundelen voor communicatie. tekst dorien baens beeld gemeenten zwijndrecht en mol

O

p 28 januari sloten de gemeente en het OCMW Zwijndrecht een beheersovereenkomst af waarin ze een kader uittekenen voor een nauwere samenwerking tussen beide besturen op het vlak van communicatie. Tegen 2012 zullen ze een gezamenlijke communicatiedienst op poten zetten, waarin één persoon de functie van communicatieambtenaar voor zowel gemeente als OCMW zal bekleden. Zwijndrecht is niet de eerste gemeente die de voordelen van gezamenlijke communicatie inziet. Tijdens de lopende bestuursperiode namen al verschillende gemeenten en OCMW’s initiatieven op dit vlak, de een al met meer succes dan de ander. Het OCMW en de stad Mol zijn een mooi voorbeeld van een succesvolle samenwerking. In 2009 richtten zij een gemeenschappelijke communicatiediensten. Hiervoor hebben ze een extra kracht aangeworven die zich, binnen de gemeenschappelijke dienst, hoofdzakelijk bezighoudt met de communicatie-initiatieven vanuit het OCMW. Sinds december 2010 neemt Astrid Vrolix deze functie waar. ‘Met de komst van Astrid krijgt de samenwerking nu alle ruimte,’ zegt Roland

12 I 1 april2011 I Lokaal

Kortleven, communicatieambtenaar van de gemeente Mol. Schaalvoordeel De motieven voor samenwerking op het vlak van communicatie liggen vaak voor de hand. De besturen kunnen expertise en kennis uitwisselen, waardoor ze op termijn beter en efficiënter kunnen functioneren. ‘Onze gemeente kan nog iets leren van het OCMW op het vlak van informatieveiligheid, maar grafisch staan wij dan weer sterker,’ zegt Marc van Daele, communicatieambtenaar van de gemeente Zwijndrecht. Ook in Mol profiteren beide besturen van elkaars expertise. ‘Er wordt enorm veel van elkaar geleerd en met elkaar gedeeld.’ Daarenboven bieden de gegenereerde schaalvoordelen het bestuur de mogelijkheid hun communicatie te professionaliseren. Zo is het personeelsblad van Zwijndrecht kunnen evolueren tot een echt magazine: in kleur en met veel foto’s. Maar volgens Marc van Daele liggen de voordelen van de samenwerking niet enkel bij de besturen. ‘Ook de burgers winnen erbij: hun lokale overheid gaat nu met één stem spreken. De burger hoeft eigenlijk niet meer te weten of een bepaalde dienstverlening nu door de gemeente of door het OCMW

wordt aangeboden.’ Roeland Kortleven geeft aan dat de samenwerking in Mol zelfs initieel opgezet werd in functie van de burger. ‘Heel die gedachte van samenwerking is puur bekeken vanuit het belang van de burger. Wat moet die weten om zijn rechten voluit te benutten om in Mol te wonen, te leven, te werken, te recreëren, te sporten en te genieten? En daarin zijn de gemeente en het OCMW partnerorganisaties.’ Sinds vorig jaar betrekt de gemeente Zwijndrecht ook het OCMW bij haar informatieblad, waardoor beide besturen nu effectief met één stem spreken. ‘Zwijndrecht Info is geen informatieblad meer van de gemeente alleen, maar van de hele lokale overheid Zwijndrecht.’ In de praktijk ontstaat er vaak een nauwere samenwerking tussen gemeente en OCMW vanuit het gezamenlijke gebruik van de gemeentelijke informatiekanalen, zo ook in Mol. ‘In de loop der jaren kwamen er regelmatig vragen van het OCMW om gebruik te maken van de communicatiekanalen die het gemeentebestuur had ontwikkeld. Van daaruit is de samenwerking gegroeid en zo werd de gemeentelijke communicatiedienst ook een beetje de externe communicatiedienst voor het OCMW.’ Wat de inter-


Zwiepers

personeelsblad gemeente - ocmw - politie

lsblad! personee Een nieuw nt n fietstale Verborge uinig r energiez Politiekantoo ioen pens Met

OCMWZWIJNDRECHT

januari 2011

NUMMER 38

Driemaandelijks tijdschrift - Jaargang 10

informatieblad

maart 2011

p. 20-21 |

p. 18-19 |

Maak van kinderen je werk

p. 6 | Heeft je kind al een Kids-ID?

Begin dit jaar startte Zwiepers, een gemeenschappelijk personeelsblad voor gemeente, OCMW en politie van Zwijndrecht. Via het gemeenteblad van Mol kan het OCMW ook zijn informatie verspreiden.

ne communicatie betreft behouden het OCMW en de gemeente Mol hun eigen kanalen zoals de nieuwsbrief en het intranet. In Zwijndrecht zal ook de interne communicatie van gemeente en OCMW in de toekomst gelijklopen. ‘Begin dit jaar zijn we al gestart met een gemeenschappelijk personeelsblad, Zwiepers,

Er zijn gemeenten waar de samenwerking tussen gemeentebestuur en OCMW faliekant is afgelopen door te strikte regels over het tijdsgebruik van de communicatieambtenaar. voor de gemeente, het OCMW en de lokale politiezone. Op die manier leren de mensen uit verschillende besturen elkaar kennen, wat een effectieve samenwerking op termijn gemakkelijker maakt.’ Pragmatische aanpak In de meeste gevallen heeft een gemeente meer ervaring met communiceren en is zij technisch beter uitgerust dan een OCMW. Bijgevolg haalt het OCMW dikwijls het meeste voordeel uit de samen-

Unieke plek voor en door senioren

p. 12 | Armoe Troef!

p. 15 | Mol-in-Scène leeft!

p. 16 | Natuurlijk Postel

werking. Zo kan het OCMW van Mol gratis gebruik maken van de gemeentelijke informatiekanalen zoals het jaarverslag, de website en het informatieblad. Belangrijk is echter dat het OCMW geen te hoge verwachtingen koestert van het samenwerkingsproject. Dit leidde in het verleden al tot problemen bij andere gemeenten die een samenwerking op poten zetten. Daarnaast is het belangrijk dat bij een beslissing om met één communicatieambtenaar in zee te gaan, zijn of haar functie goed gedefinieerd en afgelijnd wordt. In Zwijndrecht zal Marc van Daele de communicatie van beide besturen voor zijn rekening nemen. ‘Mijn opdracht gaat dan wel een stuk veranderen. Het coördinerende luik van mijn functie zal veel belangrijker worden. Het uitvoerende luik zal flink afnemen.’ Duidelijke afspraken hierover zijn een must. Al mogen die afspraken volgens Roeland Kortleven ook niet te gedetailleerd zijn. ‘Er zijn gemeenten waar de samenwerking tussen gemeentebestuur en OCMW faliekant is afgelopen als gevolg van te strikte regels over onder andere het tijdsgebruik van de communicatieambtenaar. Daarom hebben wij gekozen voor een pragmatische aanpak, voor duidelijkheid. Astrid werkt voor het ge-

Lokaal I 1 april2011 I 13


bestuurskracht samenwerking OCMW-gemeente

meentebestuur, maar in haar functieprofiel staat duidelijk dat zij in praktijk de communicatie van het OCMW ontwikkelt. Binnen deze krijtlijnen leggen wij de nodige flexibiliteit aan de dag.’ Een andere mogelijke valkuil bij de samenwerking is het vrijmaken van middelen. In het verleden bleek al dat wanneer een gemeentelijke communicatieambtenaar er zonder meer de communicatie van het OCMW bij moet nemen, dit uiteindelijk nefast uitdraait. De gemeente en het OCMW moeten de nodige middelen en ondersteuning bieden, zoals extra personeel. Daarvan is ook de gemeente Zwijndrecht zich bewust. ‘We gaan ervan uit dat de samenwerking initieel meer zal kosten. Maar op lange termijn zal het minder kosten dan wanneer beide besturen de kwaliteitsverbetering zelf hadden moeten doorvoeren.’ In beide besturen aanwezig Wat de samenstelling van de gemeenschappelijke communicatiedienst betreft, kan het een keuze zijn medewerkers uit beide besturen in dezelfde dienst onder te brengen. De gemeente en het OCMW Mol hebben echter voor een nieuwe aanwerving binnen het gemeentebestuur geopteerd. Wat de besturen ook beslissen, het is belangrijk dat er voor de medewerkers van zowel het OCMW als de gemeente een aanspreekpunt is voor communicatie. ‘Voor de komst van Astrid kwam het OCMW veel te weinig naar buiten met zijn initiatieven. Nu is dat enorm aan het groeien. Dit komt zonder twijfel het imago van het OCMW ten goede,’ aldus Roeland

Kortleven. Daarnaast moet de communicatiemedewerker in het OCMW geïntegreerd zijn om proactief op initiatieven te kunnen inspelen. Voor Mol was het dan ook belangrijk dat Astrid in beide besturen fysiek aanwezig is. ‘Om de samenwerking zo gemakkelijk mogelijk te maken zit ik in de voormiddag op het OCMW en in de namiddag op de gemeente. Ik vind dit erg belangrijk. Op die manier leer ik de sfeer in beide organisa-

iemand binnen het OCMW, die daarvoor input krijgt van mij.’ In Mol werkt de hele communicatiedienst, dus ook Astrid Vrolix, in principe voor het gemeentebestuur. ‘Officieel gezien is Astrid niet de communicatieambtenaar van het OCMW, maar zij wordt wel zo genoemd om dat verhaal zowel intern als extern een gezicht te geven.’ Roeland Kortleven, als diensthoofd communicatie, zal dus instaan voor haar evaluatie. ‘Maar het

De samenwerking moet gebaseerd zijn op wederzijds vertrouwen en een open dialoog. ties kennen en is er een aanspreekpunt voor de OCMW-medewerkers,’ vertelt Astrid Vrolix. Al werd zo’n regeling door andere gemeenten eerder als ‘onpraktisch’ ervaren. Naast deze praktische beslissingen moeten er ook enkele zaken juridisch verankerd worden bij het opzetten van een samenwerking: door wie worden die communicatiemedewerkers bijvoorbeeld aangestuurd? En hoe zal de communicatieambtenaar, die in principe voor beide besturen werkt, geëvalueerd worden? Wat de eerste vraag betreft schrijft het Gemeentedecreet voor dat een gemeentelijk (communicatie)ambtenaar geen OCMW-medewerkers kan aansturen. Volgens Marc van Daele is het echter niet uitgesloten dat ‘iemand van het OCMW bij de gemeentelijke communicatiedienst komt werken. En dat hij of zij, onofficieel, mijn autoriteit als diensthoofd aanvaardt. De evaluatie van deze medewerker zou dan gebeuren door

spreekt voor zich dat er vooraf overleg is over haar werking binnen het OCMW.’ De evaluatie van de communicatieambtenaar zelf, zal in Zwijndrecht in principe door de gemeentesecretaris gebeuren. ‘Maar het OCMW kan naar de geschillenregeling in de overeenkomst grijpen wanneer het niet akkoord gaat met de invulling die door de gemeente aan de overeenkomst wordt gegeven,’ zegt van Daele. Toch is het niet ondenkbaar dat er binnen het OCMW frustraties zullen ontstaan omdat zij de communicatieambtenaar niet rechtstreeks kunnen evalueren. In andere samenwerkende gemeenten liep onder andere vanwege deze frustratie de gehele samenwerking spaak. Uiteindelijk komt het erop neer dat samenwerking gebaseerd moet zijn op wederzijds vertrouwen en een open dialoog. Dorien Baens is stagiaire redacteur van Lokaal

Afwegingskader voor samenwerking tussen gemeente en OCMW De voorbije jaren kreeg de VVSG veel vragen over de samenwerking tussen gemeente en OCMW op het vlak van de ondersteunende diensten. Ze gaan zowel over technische aspecten als over bestuurlijke aangelegenheden. Stafmedewerkers van de VVSG verzamelden vragen en antwoorden over deze vormen van samenwerking. Daarnaast heeft de VVSG ook een afwegingskader opgesteld voor deze samenwerking. Hiermee reiken we een denkmethode aan die helpt om lokaal een succesvol proces op te zetten met het oog op de optimale organisatie van de ondersteunende diensten. Samenwerking is daarbij één van de mogelijkheden die een antwoord kunnen bieden op effectiviteits- en efficiëntieproblemen van ondersteunende diensten. Gegeven de bestuurlijke en procesmatige gevoeligheden die verbonden zijn aan dit soort processen, willen we via dit instrument bijdragen tot de transparantie van de discussie en van het proces. www.vvsg.be, knop werking en organisatie, samenwerking voor de vragen en antwoorden en het afwegingskader. Reacties zijn welkom bij peter.sels@vvsg.be

14 I 1 april2011 I Lokaal


Start in oktober!

Word personeelsdeskundige voor lokale besturen 6 dagen In 6 dagen de regelgeving van statutair en contractueel tewerkstelling. Deze modulaire opleiding omvat: Algemene principes begin en einde tewerkstelling in de publieke sector halve dag

Toelagen, vergoedingen en sociale voordelen bij lokale besturen halve dag

Arbeidsduur in de publieke sector: arbeidswet versus arbeidstijdwet halve dag

De verschillende pensioendossiers halve dag Loonbeslag halve dag

De loonbrief in detail bekeken in de publieke sector volledige dag

Sociaal overleg in de publieke sector halve dag

Vakantie bij lokale besturen volledige dag

1 maand gratis gebruik van JA Public

Verloven en afwezigheden in de publieke sector volledige dag

1 gratis proefsessie Workshops sociaaljuridische actualiteit overheid

Deelnemersprijs: 2.048 EUR (+BTW) Elke module kan afzonderlijk gevolgd worden.

➜

Ga naar www.sdworx.be/lokalebesturen en schrijf nu in!


bestuurskracht personeelsbeleid

Van uren tellen tot vorming met passie Met de invoering van de rechtspositieregeling voor het OCMWpersoneel zetten de OCMW’s definitief een punt achter het optellen van vormingsuren voor de functionele loopbaan. Elk individueel bestuur concretiseert volgens eigen inzichten en ambities het vormingsrecht en de vormingsplicht in een vormingsreglement. Welke plaats geven lokale besturen anno 2011 aan vorming? Is de ontkoppeling van vorming en de functionele loopbaan een reden om de engagementen op het vlak van vorming af te zwakken? Of heeft dit juist een nieuw elan gegeven? tekst mattie jacobs beeld adina balog

Mechelen, 3 mei Van leren naar veranderen Inspiratiedag voor leidinggevenden en vormingsverantwoordelijken. De VVSG nodigt uit om mee na te denken over een stimulerend leerbeleid dat het beste in medewerkers naar boven haalt. Deze inspiratiedag bewandelt een dubbel spoor. De workshops bieden rijke mogelijkheden om kennis te maken met nieuwe inzichten en ervaringen uit te wisselen met zowel collega’s als experts. Tegelijk is het de uitdrukkelijke bedoeling om ook input te geven voor het vormingsaanbod van de VVSG en het Vormingscentrum voor de OCMW’s in het bijzonder. Deelnemen is gratis.

16 I 1 april2011 I Lokaal

‘De ontkoppeling van vorming en de functionele loopbaan had een directe weerslag,’ zegt Martine Daemen, bestuurssecretaris op de personeelsdienst van Mol. ‘Met het wegvallen van de verplichte vormingsuren verdween de structurele aandacht en kwam het initiatief te liggen bij de individuele werknemer. Vooral de hoger opgeleiden maakten er nog gebruik van, medewerkers op niveau E en D participeerden quasi niet.’ Daarop reageerde het bestuur met een betere communicatie over het vormingsaanbod. Elke verantwoorde vormingsvraag kan gehonoreerd worden want er is voldoende budget. Tegelijk zette Mol een meer proactieve aanpak in gang en is het bestuur volop bezig met het actualiseren van de functiebeschrijvingen en competentieprofielen van alle medewerkers. Dit moet de basis leggen om op een meer systematische manier actie te ondernemen op het vlak van vorming. ‘De vroegere verplichte vormingsuren werkten een formalistische benadering in de hand,’ zegt Kristel Marchand, personeelsverantwoordelijke van het OCMW van Poperinge: ‘Het vormingsbeleid werd ingekleurd met het optellen van vormingsuren. Die benadering hebben we achter ons gelaten, de ambitie is dat elke medewerker een persoonlijk ontwikkelingsplan heeft met de functiekaart als referentiepunt.’ De besluiten uit de jaar-

lijkse functioneringsgesprekken komen terecht in dit persoonlijke ontwikkelingsplan: aan welke knelpunten moet nog gewerkt worden, met welke acties, welke specifieke ambities wil de medewerker realiseren. Zowel de werknemer als de leidinggevende engageren zich om dit plan in praktijk te zetten. Maar Kristel Marchand vindt het nog te vroeg om het project te kunnen evalueren: ‘Ik heb wel de indruk dat de medewerkers deze investeringen in hun ontwikkeling appreciëren en dat die lonend zijn voor het bestuur. De opbrengst van deze inspanningen kan men als bestuur zelf positief beïnvloeden.’ Wie in het OCMW Poperinge deelneemt aan een vorming op kosten van het bestuur aanvaardt meteen de opdracht om een evaluatie te maken van wat hij of zij met het geleerde kan aanvangen op de werkplek en welke suggesties er te doen zijn voor de organisatie. Dit komt op de teamvergadering ook aan bod, want wie zaait moet ook oogsten. Gestructureerde vrijheid In het OCMW van Roeselare is het opleidingsbudget gelijk gebleven, maar is de aandacht voor vorming er niet op achteruit gegaan, integendeel, de deelname aan opleidingen stijgt. Medewerkers krijgen nu de vrijheid om zelf invulling te geven en om de opleidingen nauwer te laten aansluiten bij de vragen op de werkvloer.


‘Dit komt door de sprong die dit OCMW maakte van een ad hoc vormingsaanpak naar één waarbij vorming de doelstellingen van het bestuur moet helpen realiseren,’ zegt Lien Degryse, vormingsverantwoordelijke van het OCMW Roeselare. Enthousiast vertelt ze over het Vorming-, Training- en Ontwikkelingsplan dat rechtstreeks aansluit bij de strategische doelstellingen. ‘Hiervoor hebben we alle diensten gevraagd naar de opleidingsbehoeften die ze vaststellen, de evoluties die ze verwachten en de nieuwe eisen die dit stelt aan de medewerkers.’ De resultaten van deze bevraging legden de basis voor een plan met drie werklijnen: geïntegreerde leertrajecten, opleidingscatalogus en projecten. ‘Elke werklijn krijgt jaarlijks een budget toegewezen. De geïntegreerde leertrajecten richten zich specifiek naar groepen van functies die aantoonbaar een intensief opleidingstraject nodig hebben en waar een verandering in gedrag of werkwijze zich opdringt.’ Lien Degryse geeft het voorbeeld van de hoofdverpleegkundigen van de woonzorgcentra die veel meer dan vroeger als leidinggevenden moeten functioneren: ‘Voor hen is een geïntegreerd leiderschapstraject uitgewerkt met quasi maandelijks een opleidingsdag.’ De uitwerking van deze geïntegreerde leertrajecten gebeurt centraal, door de vormingsverantwoordelijke.’ De bevraging leverde ook een inventaris van veel voorkomende opleidingsvragen: communicatievaardigheden,

computervaardigheden, leiding geven of wetgeving. Een selectie van de meest prioritaire of meest voorkomende vragen is omgezet in een opleidingsaanbod dat het OCMW in huis organiseert. Sommige opleidingen worden verzorgd door eigen medewerkers, voor andere opleidingen zijn raamcontracten afgesloten met externe partners. De opleidingen zijn gebundeld in een opleidingscatalogus die de vormingsdienst jaarlijks vernieuwt.

In Lanaken zijn de functioneringsgesprekken omgedoopt tot loopbaangesprekken.

De projecten hebben te maken met dienstgebonden opleidingsvragen. Hiervoor krijgen de diensten een eigen budget en staan ze zelf in voor de praktische organisatie van de vorming. Daarnaast zijn er nog ad hoc acties. Elke dienst heeft een restbudget waarmee hij vrij kan inspelen op nieuwe vragen of een interessant opleidingsaanbod. Ook met passie Günther Beckers, personeelsdirecteur van de gemeente Lanaken, houdt een pleidooi om het klassieke competentiedenken aan te vullen met een nieuw perspectief: ‘Het perspectief van wat mensen

graag doen, wat hen passionneert, wat ze goed kunnen, de talenten die ze verder willen ontwikkelen.’ Daarom werden de functioneringsgesprekken in Lanaken omgedoopt tot loopbaangesprekken. Günther Becks verkoopt hiermee geen oude wijn in een nieuwe zak: ‘De naamswijziging staat voor de extra dimensie die in deze gesprekken een plaats krijgt. We willen de medewerkers aanmoedigen om zich ook te ontwikkelen volgens interesses, sterktes en ambities. Als een medewerker van de financiële dienst graag een bibliotheekopleiding wil volgen, dan is dit vanuit een competentiebenadering een inefficiënte investering. Maar misschien kan deze medewerker op termijn doorschuiven naar een functie in de bibliotheek en komt hij of zij dan op een plaats te zitten waar hij zijn uitgesproken interesses en sterke kanten kwijt kan.’ Vorming die inspeelt op competenties die medewerkers nodig hebben om hun werk goed te doen blijft onmisbaar, talenten van medewerkers erkennen en uitdagen om deze in te zetten voor het doel of de resultaten van de dienst is dat evenzeer. Günther Beckers: ‘Vooral als we willen dat mensen langer blijven werken en met goesting langer blijven werken. Op deze manier is vorming ook een troef die een bestuur zelf in handen heeft om een aantrekkelijke werkgever te zijn.’ Mattie Jacobs is coördinator van het VVSG-congrescentrum

advertentie

Een goed muziekinstrument heeft een goede stemmer nodig ...

Uw gaslekdetectie-installatie ook. Om een efficiëntie en een maximale zekerheid te garanderen dienen uw gaslekdetecties geïnstalleerd en regelmatig onderhouden te worden door ervaren specialisten (*). Gaslekdetectie is ons beroep … sinds 1982. U kan op ons betrouwen !

(*) Elke gaslekdetectie dient periodiek geijkt te worden volgens de voorschriften van de fabrikant.

Tel.: 019 33 99 50 - Fax: 019 33 99 55 services@dalemans.com

THE BELGIAN PIONEER IN GAS DETECTION

MAN ANN SERV adm com VL -LOKAAL -186*62.indd 2

16/02/11 12:17:39

Lokaal I 1 april2011 I 17


praktijk

KORTRIJK – 1777 van de stad Kortrijk is een Belgische primeur. Al sinds 4 januari 2010 kun je voor informatie over de dienstverlening en om een klacht te melden gratis naar dit verkorte telefoonnummer bellen.

Zoek of zet inspirerende projecten, doeltreffende maatregelen of efficiënte methodes voor lokale besturen op www.vvsg.be, knop praktijken lokale besturen.

GF

Gratis infolijn en meldpunt

K

ortrijk ontwikkelt een mix van informatiekanalen. Met de verkorte gratis informatielijn 1777 krijgt iedereen tijdens de kantooruren zo snel mogelijk informatie. Buiten de openingsuren kunnen burgers terecht op de website en het e-loket. Als een klant tijdens de kantooruren niet kan langskomen, regelt de stad een afspraak.

Hans Verscheure, projectleider dienstverlening stad Kortrijk, T 056-27 86 20, en Inge Provoost, verantwoordelijke 1777, www.kortrijk.be/1777, www.kortrijk.be/eloket, www.smartcities.info

1777 Het verkorte nummer vervangt het vroegere algemene telefoonnummer van de stad, het algemene meldpunt, het meldpunt leefmilieu en mobiliteit, en het meldpunt infrastructuur. 1777 is voor algemene vragen zoals de openingsuren van de stadsloketten en voor een aantal eerstelijnsvragen zoals het afleveren van een ID-kaart en een rijbewijs. Voor afschriften van deze documenten verwijzen de medewerkers de bellers door naar het e-loket op de website. Voor tweedelijnsvragen schakelen de medewerkers door naar de backofficediensten. 1777 is ook het meldpunt voor sugges-

18 I 1 april2011 I Lokaal

ties en klachten over de stadswerking en over elke vorm van discriminatie. Naast het gratis nummer blijven de rechtstreekse telefoonnummers voor informatie over een aantal diensten bestaan: de bibliotheek, de sportdienst, toerisme, Uit in Kortrijk, het OCMW, het Kortrijkse parkeerbedrijf Parko en de politie. Efficiënte hulpverlening 1777 is zonder bijkomende middelen opgezet. De medewerkers kunnen terugvallen op een uitgebreide productbeschrijving op de website, de beschrijving van de processen op het intranet en software voor de opvolging van meldingen. Door samenvoeging van het centrale stadsnummer en de meldpunten van de drie diensten bestaat het team van 1777 uit vijf ervaren medewerksters goed voor 2,4 voltijdse banen. In tegenstelling tot vroeger is het contactpunt nu elke werkdag doorlopend van 9 tot 17 uur open. Door de invoering van 1777 worden de medewerkers van het backoffice minder onderbroken door telefoonoproepen, zodat ze zich meer op de dienstverlening kunnen concentreren. Click call face home-principe ‘Onze werkwijze is gebaseerd op het click call face home-principe,’ vertelt Hans Verscheure, pro-

jectleider dienstverlening van de stad Kortrijk. ‘Hiervoor vonden we inspiratie in het project smartcities dat met Europese middelen gefinancierd wordt. We maken gebruik van vier informatiekanalen zodat iedereen het kanaal kan kiezen dat het best bij zijn profiel en zijn specifieke vraag past: website (click), telefoon (call), loket (face) en dienstverlening aan huis (home). Kortrijk werkt eerst de bestaande communicatiekanalen nader uit en voert hiervoor kostenbesparende personeelsverschuivingen door. Vanuit een economische logica hebben we eerst onze website bijgewerkt, zodat eenvoudige klantenvragen online kunnen worden beantwoord. In vergelijking met januari vorig jaar beantwoordt de gratis infolijn 1777 nu zeven procent meer vragen zelf. Het is de bedoeling tot een volwaardig contactcenter uit te groeien waar burgers voor veel eerstelijnsvragen terechtkunnen, in eerste instantie over het stadsbestuur en in een latere fase ook over stedelijke of regionale partnerorganisaties. Dit jaar sturen we de werking van de infobalie bij. De opzet van dienstverlening aan huis komt het laatst aan de beurt. Voor de ontwikkeling van dit kanaal zullen we zeker met bestaande gespecialiseerde diensten van het OCMW samenwerken.’ inge ruiters


Nieuw

in het handboek Communicatiemanagement voor openbare besturen:

11:57 11:58 11:59 12:00

Kwaliteitscriteria voor

crisiscommunicatie De kwaliteit van de commu-

Modelevaluatie crisiscommunicatie

Word communicatiespecialist!

nicatie bepaalt of uw crisis-

Een tweede nieuw hoofdstuk in het handboek

voor openbare besturen is een praktische twee-

communicatie geslaagd is en

bevat een modelevaluatie van crisiscommuni-

delige gids voor al wie in aanraking komt met

of ze voldoet aan de eisen van

catie die het mogelijk maakt om een totaalevalu-

een of ander aspect van communicatie. Het boek

atie te doen en suggesties geeft voor communica-

gaat in op de diverse aspecten van communicatie

tieafdelingen die zelf uitgebreid willen evalueren.

en geeft u een zo compleet mogelijk antwoord

de gebruiker. Een gloednieuw hoofdstuk in het handboek

Het losbladige werk Communicatiemanagement

Dit document is bedoeld voor communicatiead-

op al uw vragen. Bij het boek hoort een cd-rom

Communicatiemanagement voor

viseurs en -managers van gemeenten, regio’s en

met daarop de relevante wet- en regelgeving,

openbare besturen bespreekt

ministeries: zowel voor crisissen als voor crisis-

gebruiksklare modellen en handige software, om

oefeningen. Een reeks voorbeeldvragen helpen

bijvoorbeeld zelf uw nieuwsbrief te maken.

de verschillende kwaliteitscriteria die ervoor zorgen dat uw communicatie geloofwaardig en betekenisvol blijft en zo elke crisis doorstaat.

om een beeld te krijgen van de inzet van communicatie bij de crisis(oefening), waar het goed ging

Over de auteur

en waar verbeteringen nodig zijn.

Auteur Prof. Jos Huypens heeft zijn eigen communicatieadviesbureau Communicado Int. en is hoofddocent communicatiewetenschap aan de UA.

Bestelkaart Politeia // Ravensteingalerij 28 // 1000 Brussel // Fax: 02 289 26 19 // Tel: 02 289 26 10. Of bestel via www.politeia.be // e-mail: info@politeia.be

Ja, ik bestel ........

ex. van COMMUNICATIEMANAGEMENT VOOR OPENBARE BESTUREN Mijn bestuur is lid van de VVSG dus ik betaal 79 euro per uitgave*. Ik behoor niet tot een organisatie die lid is van de VVSG dus ik betaal 99 euro per uitgave*. Ik wens de Politeia-nieuwsbrief per e-mail te ontvangen.

Bestuur/Organisatie: ........................................................................................................................... Naam: ................................................................................................................................................. Functie: ............................................................................................................................................... E-mail: ................................................................................................................................................. Tel.: ..................................................................................................................................................... Adres: ................................................................................................................................................. BTW: ...................................................................................................................................................

Datum en handtekening

* Prijzen inclusief btw, exclusief verzendingskosten, geldig tot 1 juni 2011. Losbladige publicatie met abonnement: aanvullingen worden u automatisch toegestuurd tegen Ð 0,49 per blz., cd-updates tegen Ð 29 per stuk en dit tot schriftelijke wederopzegging. Kijk steeds op www.politeia.be voor actuele prijzen. Uw gegevens worden door ons in een bestand bijgehouden en niet aan derden doorgegeven. Overeenkomstig de wet op de privacy heeft u inzage- en correctierecht.


bestuurskracht financieel beleid

Beleids- en beheerscyclus: eerste ervaringen Twaalf gemeenten en acht OCMW’s stapten op 1 januari 2011 in de nieuwe beleidsen beheerscyclus. Het eerste nieuwe meerjarenplan en budget kwamen er al op de raad. Voor de raadsleden is het een grote aanpassing, zo stellen de schepenen van Financiën van De Pinte en Mol en de OCMW-voorzitter van Opwijk vast. Maar ze zijn het erover eens dat het nieuwe systeem een stap vooruit is. tekst bart van moerkerke beeld layla aerts

D

e Vlaamse regering keurde op 25 juni 2010 het besluit goed over de beleids- en beheerscyclus voor gemeenten, OCMW’s en provincies. Het bevat een reeks nieuwe regels over de planning (meerjarenplan en budget), de boekhouding en de evaluatie achteraf (jaarrekening). Alle lokale besturen moeten ten laatste op 1 januari 2014 instappen. Twaalf gemeenten en acht OCMW’s schakelden al op 1 januari 2011 over. Lokaal vroeg Mark Van Neste en Peter Van Rompaey, schepenen van Financiën in De Pinte en Mol, en Ineke Robijns, OCMW-voorzitter in Opwijk, naar hun eerste ervaringen. De trein niet missen De vraag om meteen als pilootbestuur in de nieuwe beleidsen beheerscyclus te stappen, kwam in de drie besturen van de administratie of het managementteam. De beleidsmensen hadden niet veel tijd nodig om die vraag positief te beantwoorden. Ineke Robijns: ‘In 1996 was het OCMW van Opwijk ook al pilot voor de invoering van de nieuwe OCMW-boekhouding. Dat was een leerrijk proces en het bleek op termijn een meerwaarde voor het financiële beheer van de organisatie. Ook nu wilden we de trein niet missen.’ De colleges van burgemeester en schepenen van De Pinte en Mol aarzelden evenmin. Beide gemeenten waren de voorbije jaren al een eind opgeschoven in de richting van de nieuwe manier van denken, ze werkten al met beleidsdoelstellingen en -domeinen, en de financiële vertaling ervan. Peter Van Rompaey: ‘We presenteerden aan de gemeenteraad al een dubbel document, enerzijds de traditionele begroting, anderzijds

20 I 1 april2011 I Lokaal

de beleidsplanning die meer op de doelstellingen gericht is.’ In De Pinte zijn gemeente en OCMW samen in het nieuwe systeem gestapt. ‘Een pluspunt,’ zegt schepen Mark Van Neste. ‘We hebben in de voorbereiding van elkaar kunnen leren. De samenwerking tussen de twee besturen was al goed en is door dit project alleen maar beter geworden.’ Raadsleden voorbereid De snelle start begin 2011 bezorgde de drie besturen heel wat extra werk. De druk op de financiële diensten en de softwarebureaus om alles op tijd klaar te hebben was groot, zeker omdat de richtlijnen van de Vlaamse overheid lang op zich lieten wachten. De drie besturen besteedden ook veel aandacht aan het voorbereiden van de raadsleden op de grote verandering. In Mol werden twee gemeenteraadscommissies gewijd aan de nieuwe beleids- en beheerscyclus: op de eerste lichtten vertegenwoordigers van de toezichthoudende overheid de werkwijze toe, op de tweede vertaalde de financieel beheerder de Molse cijfers naar het nieuwe systeem. Alle raadsleden kregen ook de kans om de infosessies van de VVSG te volgen. In De Pinte waren er verschillende informatievergaderingen voor de raadsleden en de diensthoofden. Op de OCMW-raad van Opwijk van september 2010, waarop unaniem beslist werd in te stappen op 1 januari 2011, kregen de raadsleden een eerste toelichting over de inhoud van de beleids- en beheerscyclus. Begin februari 2011, twee weken voor het meerjarenplan en het budget nieuwe stijl op de raad kwamen, lichtten de secretaris en de financieel beheerder de documenten uitvoerig toe op een vergadering voor de raadsleden. ‘Maar niet enkel de beleids-


mensen moeten op de hoogte zijn,’ zegt Ineke Robijns. ‘Het is heel belangrijk dat iedereen binnen de organisatie van bij het begin mee is en weet welke veranderingen op komst zijn. Een goede voorbereiding door het managementteam en de financiële dienst is noodzakelijk.’

advertentie

Peter van Rompaey: ‘De raadsleden hebben aanpassingsproblemen, dat is logisch. De verandering is zo ingrijpend dat ze de draad kwijt zijn.’ De draad kwijt Hoe goed de voorbereiding ook was, voor veel raadsleden en ook schepenen is de beleids- en beheerscyclus een grote stap. Mark Van Neste: ‘Ze waren ingewerkt in de vroegere budgettaire boekhouding, de schepenen waren vertrouwd met de eigen artikels. Dat is nu compleet veranderd, ze vinden niet terug waar alles staat.’ Peter Van Rompaey beaamt: ‘Het is een dermate ingrijpende verandering dat ze al een grote aanpassing vraagt van de mensen die er dagelijks mee bezig zijn. Het is logisch dat de raadsleden aanpassingsproblemen hebben, ze zijn de draad kwijt. Met wat ik nu weet, zou ik ervoor pleiten om de eerste keer de dubbele oefening te doen: volgens het systeem oude stijl én volgens het systeem nieuwe stijl. De grote verandering is in Mol vooral duidelijk gewor-

Lokaal I 1 april2011 I 21


bestuurskracht financieel beleid

den in het algemene resultaat dat we op het einde van het jaar presenteren. In het oude systeem was dat een boekhoudkundig cijfer, in het nieuwe systeem is dat een kasresultaat. Vroeger hadden we een algemeen resultaat van ongeveer 18 miljoen euro, nu is er op kasbasis een half miljoen euro beschikbaar. Op de zitting vroegen verschillende raadsleden me waar dat geld naartoe was, terwijl het verschil eigenlijk het gevolg is van de nieuwe manier van werken. Daarom hadden wij vooraf de financieel beheerder de opdracht gegeven een overgangstabel

Mark Van Neste: ‘De beleids- en beheerscylcus is niet geschreven voor de administratie. Het is een beleidstool en dat wordt vaak vergeten.’ te maken om het algemene resultaat van vroeger te vertalen naar het nieuwe systeem, om zo de verschillen tussen de twee te verklaren. Dit was een zeer nuttige oefening. In elk geval, het algemene resultaat nu sluit veel beter aan bij de realiteit, het is geen louter boekhoudkundige oefening.’ Beter en transparanter beleid Voor de Molse schepen is het duidelijk dat de informatie zoals ze nu wordt gepresenteerd veel nuttiger is dan in de vroegere documenten. ‘De raadsleden kregen een dik pak papier maar als ze bijvoorbeeld wilden weten wat de buitenschoolse kinderopvang kostte, was dat bijna ondoenbaar. Al die kosten zaten overal verspreid. In de nieuwe documenten staan alle kosten en opbrengsten gegroepeerd per doelstelling.’ Mark Van Neste is het daar helemaal mee eens. ‘Nu is het voor de raadsleden nog wat zoeken en er zitten ook nog wat kinderziekten in het systeem, maar als het goed werkt, zal je veel beter dan vroeger weten wat iets kost. En dus zal je een veel beter en transparanter beleid kunnen voeren.’ Ineke Robijns zit op dezelfde lijn. ‘Eens de nieuwe structuur duidelijk is, zijn de documenten leesbaarder en toegankelijker voor wie niet zo vertrouwd is met lokale financiën. Ze bevatten geen ingewikkelde technische schema’s meer. Ook voor de opvolging en het beheer is de beleids- en beheerscyclus een goede zaak.’ Toch ziet de OCMW-voorzitter enkele nadelen.

‘Voor instellingen zoals de woonzorgcentra en de serviceflats is de opmaak van de jaarrekening niet conform aan de nieuwe regelgeving en dat betekent dat we dubbel werk moeten leveren. Ook het verdwijnen van de kostenplaatsboekhouding vind ik een nadeel. Zo merkte het college van burgemeester en schepenen op dat de gemeentelijke bijdrage aan het OCMW niet terug te vinden is in een officieel schema.’ Voeten op de grond De nieuwe regels zijn soms best ontnuchterend voor een schepen, geeft Mark Van Neste aan. Hij lag verschillende nachten wakker van de harde confrontatie met de autofinancieringsmarge. ‘Ik heb me vroeger altijd afgevraagd hoeveel een gemeente mocht lenen. Is dat 100 procent van haar begroting? Of 50 procent? Daar waren geen regels voor. In de nieuwe regelgeving moet de autofinancieringsmarge positief zijn. Die bepaalt of je kunt lenen of niet. En daardoor krijg je nu plots wel een goed zicht op hoe gezond de financiën van de gemeente echt zijn. De Pinte heeft enkele grote, geplande investeringen lopen. Vroeger hadden we die deels gefinancierd met onze reserves en deels via leningen, nu moeten we eerst onze reserves aanspreken. De autofinancieringsmarge heeft ons met beide voeten op de grond gezet. Dat was ontnuchterend maar uiteindelijk is het goed dat je weet waar je aan toe bent. Ik geloof echt in

Ineke Robijns: ‘De documenten zijn leesbaarder en toegankelijker dan vroeger, ook voor wie niet zo vertrouwd is met lokale financiën.’ de waarde van de nieuwe beleids- en beheerscyclus, er zit een visie achter. Dit is een serieuze stap vooruit naar een gezonde boekhouding en gezonde gemeentefinanciën. Wat me wel verwonderde, is dat ik op informatievergaderingen en oefensessies voor de pilootbesturen vaak de enige mandataris was. Terwijl de beleids- en beheerscyclus voor het beleid is geschreven, niet voor de ontvanger of de administratie. Het is een beleidstool en dat wordt vaak vergeten.’ Bart Van Moerkerke is redacteur van Lokaal

Jan Leroy, VVSG-stafmedewerker financiën schreef de pocket De Beleids- en Beheerscyclus van de gemeenten, de OCMW’s en de provincies. De nieuwe regels toegelicht in 60 vragen en antwoorden. Onlangs kregen alle gemeenten en OCMW’s provincies via het Agentschap Binnenlands Bestuur enkele exemplaren van deze pocket toegestuurd. U kunt nu pakketten van tien pockets bijbestellen a rato van 10 euro per stuk (inclusief btw, exclusief verzendingskosten) via www.politeia.be.

22 I 1 april2011 I Lokaal


MET SCHAUBROECK AAN DE START VAN EEN NIEUW FINANCIEEL INSTRUMENTARIUM Beleids- en beheerscyclus voor steden, gemeenten en OCMW’s

FFOXTROT

ALFA A

BELEID EN BUDGETTERING B

ALGEMENE FACTURATIE A

M de toepassing Beleid en BudgetteMet ring formuleert u beleidsdoelstellingen ri voor de middellange en lange termijn. vo U koppelt actieplannen en activiteiten aan budgetten en u integreert met de boekhouding.

A staat voor algemene facturatie en Alfa wil meer zijn dan het zoveelste factuw ratieprogramma. Alfa ambieert een cenra trale rol binnen uw financiële organisatie. Betalingsopvolging en relatiebeheer maken mee deel uit van de module en er is een integratie met de boekhouding.

FFOXTROT

KASSA K

BOEKHOUDING B

KASSABEHEER K

C Conform de bepalingen van het Gemeentedecreet verwerkt u met onze m bboekhoudtoepassing alle budgettaire en financiële transacties die voortvloeien uit het strategische meerjarenplan.

Vo het professioneel beheer van u Voor kassa(‘s) is dit een uitstekende toepaska sing. Artikelen kunnen onbeperkt gedesi finieerd en gegroepeerd worden en u integreert met uw facturatietoepassing.

FFOXTROT

RAPPORTERING R R Rapporteren voor financiële specialistten maar ook voor niet experten wordt kkinderspel met Foxtrot Rapportering. Wij bieden honderden rapporten aan die verder gepersonaliseerd kunnen worden.

Steenweg Deinze 154 9810 Nazareth Tel. 09 389 02 11 www.schaubroeck.be


praktijk

STADEN - Het college van burgemeester en schepenen werkt sinds kort niet langer met klassieke bevoegdheden. De schepenen zijn nu verantwoordelijk voor projecten. Een stap van het sectorale naar het integrale denken en doen.

Zoek of zet inspirerende projecten, doeltreffende maatregelen of efficiënte methodes voor lokale besturen op www.vvsg.be, knop praktijken lokale besturen.

Schepencollege van Staden: van bevoegdheden naar projecten

S

taden denkt al langer na over hoe het bestuur integraler kan werken en minder vanuit de hokjes van de sectoren. Burgemeester Josiane Lowie is voortrekker van deze verandering: ‘Bij het begin van de nieuwe beleidsperiode in 2007 kwam het een eerste keer ter sprake maar onze geesten waren er nog niet rijp voor. De strategische meerjarenplanning, de introductie binnenkort van de beleids- en beheerscyclus heeft dat integrale denken zeker een stap vooruit geholpen. Staden hoort wel niet tot de speerpuntgemeenten maar we zijn er wel mee bezig. Ook dit blad met het terugkerende pleidooi van Mark Suykens voor een integrale aanpak heeft ons geïnspireerd.’

zo dat de sectorale bevoegdheden nu helemaal weg zijn. Het blijft een beetje dubbel lopen. De schepen die verantwoordelijk was voor mobiliteit krijgt nu het project stoepen. De cultuurschepen neemt nu het project fiets- en wandelnetwerk op maar blijft de culturele raad opvolgen. Er zit wel een lijn in de ontwikkeling. Jaren geleden probeerden we de bevoegdheden al te verdelen volgens grote beleidsblokken, grondgebonden zaken bijvoorbeeld. Als we de volgende beleidsperiode nog een kans krijgen, gaan we zeker een stap verder en koppelen we voluit het strategische meerjarenplan aan de projecten met telkens een verantwoordelijke medewerker en een lid van het college.’

Een stap verder De leden van het college worden elk als trekker verantwoordelijk voor de grote projecten die het college nog voor eind 2012 wil realiseren. De burgemeester of schepen staat samen met de verantwoordelijke medewerker van de administratie in voor de voorbereiding, de opvolging en de uitvoering. Het gaat om projecten zoals de heraanleg van een straat, de aanleg van trottoirs, bedrijventerreinen, het netwerk fiets- en wandelroutes of de kinderopvang. Josiane Lowie: ‘Deze projectwerking is vandaag nog relatief. We zijn voorbij de helft van deze beleidsperiode. Een schepenwissel op 1 januari was concreet de aanleiding om deze eerste stap naar projecten te zetten. Maar het is niet

A4’tje Volgens de burgemeester vinden de burgers nu makkelijker een aanspreekpunt. Zij weten bij wie ze moeten zijn en wie verantwoordelijk is. Projecten op het terrein overstijgen ook de sectorale bevoegdheden. De discussies kunnen daardoor zeer breed lopen en hebben verschillende raakvlakken. ‘Zo zie je dat de ontwikkeling van een fiets- en wandelroutenetwerk in handen is van de schepen voor cultuur, samen met de milieuambtenaar en de sportconsulent,’ zegt burgemeester Lowie. Dat netwerk uitwerken doet het bestuur vanuit een zinvolle invulling van de vrije tijd, het zich milieubewust verplaatsen en het kansen bieden tot sporten voor iedereen. Het college brengt deze projec-

24 I 1 april2011 I Lokaal

ten ook letterlijk in kaart. Lowie: ‘Van elk project maken we een A4’tje met daarop zo helder mogelijk de doelstellingen, de betrokken sectoren en medewerkers, de verantwoordelijken en het tijdschema. Op het eind van elke maand komen deze A4’tjes tijdens het college op tafel. Zo zien we de vooruitgang.’ Denkprojecten Ook voor de werking van de gemeenteraad ziet Josiane Lowie voordelen: ‘De raad wordt steeds meer uitgehold, hij heeft nog nauwelijks een krachtige stem. Voor mij moet het anders. Een raad moet zich kunnen uitleven in denkprojecten. Raadsleden denken na, ontwikkelen een visie, liefst zo breed mogelijk. Die kansen moeten we raadsleden bieden. We zijn gestart met informele raden waar raadsleden bredere informatie krijgen en mee visie kunnen ontwikkelen. Zo ontwikkelen we op dit moment een visie op de gewenste ruimtelijke structuur voor een site van zeven hectare. Geïntegreerd komen aan bod: de visie op begraafplaatsen, behoeften van de buitenschoolse opvang, bewaren van erfgoed, veilige mobiliteit, wonen voor senioren en de belevingswaarde van groen en natuur. Hierover hadden we een brainstorm met leden van de adviesraden, in gemengde groepen ingedeeld, niet per adviesraad. Daarna hadden we een denkavond met raadsleden van gemeente en OCMW, ook in toevallige groepen ingedeeld. De leden van alle raden, ook de adviesraden


lokale raad

en OCMW-raad, kunnen zo meepraten.’ Maakt deze werkwijze het besturen ook makkelijker? Volgens Josiane Lowie maakt het toewijzen van projecten het voor het bestuur, de medewerkers en bevolking vooral veel transparanter: ‘Maar of het eenvoudiger is, weten we nog niet. We hopen dat de initiatieven zoals de interne Vlaamse staatshervorming en het ontwerpdecreet planlastvermindering een stap vooruit zijn. Vlaanderen moet zich veel terughoudender opstellen. Goed luisteren en meer vertrouwen schenken aan het lokale bestuur, dat zou de belangrijkste bijdrage van de Vlaamse overheid moeten zijn.’ Eénpartijcollege De vraag is of een projectmatige werkwijze kan in een gemeente waarbij in tegenstelling tot Staden het college uit een coalitie van politieke partijen bestaat. Lowie: ‘Ik denk niet dat een éénpartijcollege daarvoor nodig is. Het succes heeft vooral te maken met een goede voorbereiding. Is alles vooraf goed besproken binnen de raad en het college, met de betrokken partijen? Zit het bestuur inhoudelijk op dezelfde lijn? Zijn we het eens over welke projecten in een strategisch plan op tafel moeten komen? Ik denk dat het misschien makkelijker kan zijn. Projecten hebben immers het grote voordeel dat ze goed zichtbaar zijn. Je creëert zo een directere band met de burgers. Dat maakt het voor bestuurders ook interessant.’ jan van alsenoy

Hoeveel gemeenteraden moeten er jaarlijks zijn? Het gemeentedecreet verplicht de gemeenteraad om minstens tienmaal per jaar te vergaderen. Er zijn geen sancties als een gemeenteraad dit aantal niet haalt. Naar aanleiding van een vraag in de commissie Bestuurszaken en Binnenlands Bestuur vroeg minister Geert Bourgeois een advies aan de Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken (VLABEST). Hij wilde weten of het nuttig zou zijn om een onderscheid te maken in het aantal vergaderingen naargelang de grootte van de gemeente, en of het gemeentedecreet sancties moet opleggen als een gemeenteraad onvoldoende samenkomt. VLABEST vindt tien gemeenteraadszittingen per jaar een goed na te streven minimumaantal. Sancties invoeren is volgens VLABEST niet nodig omdat het aantal gemeenteraadszittingen niets zegt over de kwaliteit van het democratische gehalte van het bestuur. Om het democratische toezichtsrecht door de gemeenteraadsleden te versterken en de oppositie meer mogelijkheden te geven, meent VLABEST dat een versoepeling van de samenroepingsregel een nuttige maatregel is. Een vijfde van de gemeenteraadsleden moet volstaan om een gemeenteraad bijeen te roepen. VLABEST maakte van de gelegenheid gebruik om zijn advies open te trekken en stil te staan bij de rol en de werking van de gemeenteraad als hoeksteen van de lokale democratie. Het statuut van het gemeenteraadslid moet grondig worden geherwaardeerd. Raadsleden hoeven geen beroepspolitici te worden maar ze moeten tegengewicht kunnen bieden aan het college, de ambtenarij en de steeds mondiger wordende burgers. De omkadering van de gemeenteraadsvoorzitter kan beter. De rekrutering door de politieke partijen van kandidaat-gemeenteraadsleden en het reduceren van de partijpolitisering en de fractiediscipline vragen aandacht. Punten waar meer initiatieven kunnen genomen worden betreffen het verscherpen van de kerntaken van de gemeenteraden en het ondersteunen van de professionele manier waarop de gemeenteraden die taken als collectief orgaan kunnen uitoefenen. Er moet kunnen nagedacht worden over nieuwe methodieken bij het hanteren van de plannings- en rapporteringsdocumenten die op de gemeenteraad besproken worden, zodat politieke afweging over strategisch belangrijke agendapunten mogelijk wordt. De gemeenteraden moeten actiever hun representatieve rol opnemen.

Lees het volledige advies op: http://www2.vlaanderen.be/vlabest Mail uw vraag over de gemeenteraad naar marian.verbeek@vvsg.be

advertentie

Lokaal I 1 april2011 I 25


de raad van Diepenbeek

Een politieke veldslag De laatste maanden berichtten de Limburgse media uitvoerig over de overlast van studentenfuiven op de universitaire campus Diepenbeek. De gemeenteraad heeft enkele maanden geleden deze evenementen verboden, maar het college wil nu op die beslissing terugkomen. Daarenboven zetelt in Diepenbeek de partij van de burgemeester in de oppositie. Reden genoeg dus voor Lokaal om eens een bezoekje te brengen aan de Diepenbeekse gemeenteraad.

tekst dorien baens beeld stefan dewickere

Uit de massale opkomst concludeer ik dat ik niet de enige ben die het de moeite waard vond om een maandagavond door te brengen in het gemeentehuis van Diepenbeek. De samenstelling van het publiek verraadt het belangrijkste agendapunt van vanavond: de problematiek van de studentenfuiven in tenten op de campus Diepenbeek. Enkele studenten dragen trots het lint van hun studentenvereniging. De voorzitter van de raad, schepen Frank Keunen, verzekert me dat het een boeiende raad wordt. Om acht uur stipt opent hij de vergadering. De voorzitter meldt een bijkomend agendapunt dat werd ingediend door de oppositiepartij CD&V∙plus. Er ontstaat onmiddellijk discussie over wanneer het punt, dat eveneens betrekking heeft op de studentenproblematiek, zal worden behandeld. De stemming beslist dat het vanavond als tweede punt

26 I 1 april2011 I Lokaal

zal worden besproken. Eerst komt Willy Orlandini, voorzitter van Toerisme Limburg, de raad uitleg geven over de werking van de projectvereniging Toerisme Haspengouw. Er blijkt immers verwarring te bestaan over de verschillende instanties die instaan voor de toeristische promotie van Diepenbeek. Uit zijn betoog blijkt dat de gemeente hiervoor aan drie organisaties een bijdrage levert. Volgens Orlandini leveren deze bijdragen wel degelijk resultaten op: ‘Door deze promotie is zowel in 2009 als in 2010 het aantal overnachtingen in Diepenbeek gestegen. Gezien het geringe aantal toeristische attracties in deze gemeente is dat zeker geen slecht resultaat.’ Ruim een kwartier na aanvang van de zitting is het tijd om de studentenproblematiek aan te snijden. Hierover staan er twee punten op de oorspronkelijke agenda. Ten eerste wordt er voorgesteld

om het verbod op de organisatie van activiteiten met elektronisch versterkte muziek in open lucht of in tenten van groter dan 100 m² op de campus Diepenbeek in te trekken. Dit verbod werd door de gemeenteraad in december afgevaardigd. Een maand later verbood de Diepenbeekse gemeenteraad het college om nog langer met de studenten te onderhandelen. Ook deze beslissing ligt nu opnieuw op tafel. Daarnaast hebben twee CD&V∙plusraadsleden een alternatieve oplossing om de presesverkiezingen van de studenten-

verenigingen in april toch te laten doorgaan. ‘In overleg met de studenten stellen wij voor om alle festiviteiten te beëindigen om 22 uur en een maximale geluidssterkte van 90 decibel toe te laten,’ legt Lucien Wolfs uit. De meerderheid had blijkbaar al kennis genomen van het voorstel en heeft intussen juridisch advies ingewonnen. ‘Wij hadden het ook liever anders gezien, maar het voorstel is niet reglementair,’ stelt Frank Keunen. De strijd tussen het schepencollege en de burgemeester wordt pijnlijk duidelijk wanneer de partij-


en discussiëren over wie er nu eigenlijk bevoegd is voor het toestaan van fuiven en afwijkingen op de geluidsnorm. ‘Het schepencollege beslist over afwijkingen op de geluidsnorm, niet de burgemeester, noch de gemeenteraad,’ stelt schepen Hugo Leroux. Na een verhitte discussie wordt er overgegaan tot de stemming: het voorstel van de CD&V∙plusraadsleden wordt aangenomen. Ook de volgende twee punten zorgen voor spanning tussen meerderheid en oppositie. ‘U schermt met het woord democratie,

mag ik u eraan herinneren dat Hitler ook democratisch aan de macht gekomen is.’ Deze uitspraak van schepen Hugo Leroux aan het adres van de CD&V∙plusraadsleden schiet duidelijk in het verkeerde keelgat bij enkele aanwezigen. Een toeschouwer verlaat woedend de zaal. Na dit incident vindt de voorzitter het tijd voor de stemming: de twee verbodsbepalingen worden niet ingetrokken. Onder algemeen gejoel verlaten de studenten en enkele andere toeschouwers na vijftig minuten de zaal.

De overige 32 agendapunten worden op een drafje afgehandeld. Bij het 32ste agendapunt ontstaat er opnieuw een verhitte discussie. De beëindiging van de samenwerking in het kader van het fietsproject VEDO tussen de gemeente Diepenbeek, de Universiteit Hasselt en Alternatief vzw ligt op tafel. VEDO is een sociaal tewerkstellingsproject waarbij oude fietsen worden hersteld en opgeknapt, en vervolgens gratis ter beschikking gesteld van studenten en personeel van de campus Diepenbeek. In de begroting van 2011

werd er echter geen ruimte meer gereserveerd voor dit project. Opnieuw komen er felle reacties vanuit het CD&V∙plus-kamp. Marleen Willems vindt het bijzonder spijtig dat de besparingen op de kap van de sociaal zwakkeren gebeuren. Schepen Brigitte Bodson herinnert de oppositie eraan dat ook zij de begroting in december mee heeft goedgekeurd. Wanneer Hugo Leroux het woord vraagt, vraagt de voorzitter hem ditmaal zijn uitspraken te wegen. ‘Het project moet zeker blijven bestaan, maar de vraag is of wij het moeten blijven subsidiëren,’ zegt Leroux. Vervolgens ontstaat er een debat tussen schepen Leroux en raadslid Wolfs over waarom CD&V∙plus de begroting heeft goedgekeurd. Wanneer de voorzitter de raad vraagt om het opnieuw over de inhoud te hebben, neemt Eddy Heleven het woord. ‘We zijn het er allemaal over eens dat het project moet blijven bestaan, ik zie het probleem dus niet. We moeten niet van elk punt een politieke veldslag maken!’ Deze uitspraak wordt onthaald op luid applaus van het publiek. ‘In onze gemeente gaat het nooit over inhoud, hier worden alleen maar politieke spelletjes gespeeld,’ vertrouwt een toeschouwer mij toe wanneer we na een uur en vijftig minuten de raadzaal verlaten. Dorien Baens is stagiaire redacteur van Lokaal

Lokaal I 1 april2011 I 27


werkveld interview Erwin Brys en Frank Vervaet

‘Lokale dienstencentra verhogen het bruto lokaal geluk.’ Veel OCMW’s investeren fors in lokale dienstencentra. Ze vinden de dienstencentra belangrijk voor hun lokaal sociaal beleid en voor de sociale cohesie in de stad of de gemeente. ‘Ze verhogen het bruto lokaal geluk’ of ‘Ze zijn een sociale zekerheid, niet in centen uitgedrukt maar in kwaliteit van leven’, het zijn uitspraken die Puurs OCMW-voorzitter Erwin Brys en diensthoofd van de Gentse lokale dienstencentra Frank Vervaet laten optekenen. tekst bart van moerkerke beeld stefan dewickere

V

laanderen telt om en bij de 180 lokale dienstencentra. De meeste zijn verbonden aan een OCMW. Ze zijn in de jaren zeventig gegroeid uit de buurtwerking in de grote steden, maar kregen in de daaropvolgende jaren ook voet aan de grond in heel wat kleinere steden en gemeenten. Puurs bijvoorbeeld, een gemeente van 16.600 inwoners, heeft drie lokale dienstencentra. ‘Ze zijn ingebed in de drie leefgemeenschappen Ruisbroek, Breendonk en Puurs,’ zegt OCMW-voorzitter en schepen van Sociale Zaken en Huisvesting Erwin Brys. ‘De eerste twee dateren van 1989, dat in Puurs van 1991.’ Het Gentse OCMW was er nog vroeger bij. In 1973 al ging het eerste lokale dienstencentrum open in het Oud Begijnhof, in een café dat leeg kwam te staan. Vrij snel kwamen er op andere plaatsen in de stad nog vier dienstencentra bij. De laatste lichting dateert van 1986 en bracht het totale aantal op negen. Maar dat is geen eindpunt, over enkele jaren openen twee nieuwe dienstencentra de deuren, en er zijn plannen voor nog twee of drie centra in de iets verdere toekomst. ‘Tot nu toe hebben we ons geconcentreerd op de kernstad en de wijken rond het centrum. Maar

28 I 1 april2011 I Lokaal

ook in de bungalowwijken in de deelgemeenten veroudert de bevolking,’ verklaart Frank Vervaet de uitbreiding. Hij is diensthoofd Lokale Dienstencentra bij het Gentse OCMW en zetelt ook in het bestuur van de Vereniging van Vlaamse Dienstencentra. Wat zegt het woonzorgdecreet over het lokale dienstencentrum? Frank Vervaet: ‘Het krijgt drie grote taken. De eerste is een informatieve taak. Het dienstencentrum is een aanspreekpunt voor mensen met een beginnende zorgbehoefte, met een hulpvraag. Het moet informatie verstrekken, eventueel doorverwijzen. De tweede taak is het organiseren van activiteiten, zowel vormende als recreatieve. De nadruk ligt daar op het ontwikkelen van sociale netwerken, het bijeenbrengen van mensen. De derde taak is dienstverlening. In het thuiszorgdecreet van 1998 had een lokaal dienstencentrum op dat vlak een zekere flexibiliteit: er waren negen mogelijke opdrachten waarvan het er minimaal vijf moest opnemen. Met het woonzorgdecreet ligt de nadruk op de verplichte opdrachten: een lokaal dienstencentrum moet warme maaltijden geven, het moet ondersteuning bieden voor het


Frank Vervaet en Erwin Brys: ‘Er is een verschuiving van een flexibele vorm van dienstverlening naar een soort van instelling die van alles aanbiedt. Het werken op maat is ingeperkt, dienstencentra worden verplicht meer aanbod- dan vraaggestuurd te werken.’


werkveld interview Erwin Brys en Frank Vervaet

vervoer van mensen van en naar het centrum enzovoort. Er is een verschuiving van een flexibele vorm van dienstverlening naar een soort van instelling die van alles aanbiedt. Het werken op maat is ingeperkt, dienstencentra worden verplicht meer aanbod- dan vraaggestuurd te werken.’

Erwin Brys: ‘Met de Vlaamse subsidie kan een erkend dienstencentrum een halftijds centrumleider betalen. Het OCMW staat dus zelf in voor het leeuwendeel van de financiering.’ Erwin Brys: ‘Dat klopt, maar wij hebben daar nooit problemen mee gehad. Het woonzorgdecreet sluit heel nauw aan bij wat van bij het begin onze doelstellingen waren: het vervullen van een voelsprietfunctie, de focus op recreatieve activiteiten, op het sociale netwerk, op een uitgebreid cursusaanbod. Het decreet heeft weinig impact gehad op onze manier van werken.’ Frank Vervaet: ‘Dat is ook zo in Gent, wij vervulden sowieso al de negen dienstverleningsopdrachten uit het thuiszorgdecreet. Maar van collega’s uit vooral kleine gemeenten hoor ik dat het daar iets moeilijker ligt. Dienstencentra bereiken daar minder mensen, het draagvlak om opdrachten op te nemen is daar kleiner, en de financiële belasting voor het OCMW is er niet te onderschatten.’ Erwin Brys: ‘Alles hangt natuurlijk af van de keuzes die het OCMW en de gemeente maken. Wij zijn met 16.600 inwoners een gemiddelde Vlaamse gemeente maar we hebben toch drie dienstencentra.’ Het OCMW investeert dus zwaar? Erwin Brys: ‘Inderdaad, een erkend dienstencentrum ontvangt van Vlaanderen ongeveer 30.000 euro subsidie per jaar. Daarmee kun je een halftijds centrumleider betalen. In Puurs zijn twee van de drie dienstencentra erkend want je kunt maar een erkenning krijgen per begonnen schijf van 15.000 inwoners. In onze drie centra werken wel twee centrumleiders, drie administratieve en drie logistiek ondersteunende medewerkers, weliswaar niet allemaal voltijds. Het OCMW staat dus zelf in voor het leeuwendeel van de financiering. Dat is een bewuste keuze, wij vinden de lokale dienstencentra belangrijk voor het lokaal sociaal beleid. We geloven in de waarde voor de lokale bevolking. Het hebben van lokale dienstencentra verhoogt het bruto lokaal geluk, daar ben ik van overtuigd.’

30 I 1 april2011 I Lokaal

Frank Vervaet: ‘Het is een sociale zekerheid, niet in centen uitgedrukt maar in kwaliteit van leven. Bovendien kunnen er ook nogal wat mensen dankzij het lokale dienstencentrum een opname in een woonzorgcentrum een tijdje uitstellen. In het begin van de jaren negentig was de conclusie van een audit in Gent: als de lokale dienstencentra erin slagen om één à twee procent van hun bezoekers een jaar langer thuis te laten wonen, dan betalen ze hun kostprijs meer dan terug.’ Erwin Brys: ‘In economische termen gezegd: er is een terugverdieneffect.’ Hoeveel mensen bereikt u met de lokale dienstencentra? Erwin Brys: ‘Bijna 1300 inwoners maken regelmatig gebruik van een van de drie dienstencentra, dat is ongeveer acht procent van de bevolking. Dat heeft te maken met onze goede geografische spreiding maar ook met ons divers en zeer laagdrempelig aanbod. Het socioculturele verenigingsleven brokkelt een beetje af maar dankzij de lokale dienstencentra slagen we erin de sociale cohesie in de gemeente op peil te houden.’ Frank Vervaet: ‘In Gent bereiken we meer dan 10.000 mensen.’ Dat zijn vooral of uitsluitend senioren? Frank Vervaet: ‘We zijn er voor iedereen maar in de praktijk komen bijna uitsluitend senioren naar de dienstencentra. In de beginperiode lag het accent op het activeren, we wilden de geest en het lichaam in beweging houden. Intussen zijn de dienstencentra geëvolueerd tot instrumenten om het lokaal sociaal beleid te realiseren. Ik denk dat driekwart van de projecten en opties in het ouderenbeleidsplan gerealiseerd worden via de dienstencentra. En nu zetten we de volgende stap. We willen van de lokale dienstencentra sociale huizen maken, waar mensen in hun eigen buurt terechtkunnen met hun vragen. Ook onze welzijnsbureaus worden daarbij betrokken zodat we samen aan achttien locaties komen, achttien gedecentraliseerde sociale huizen.’ Erwin Brys: ‘Wij zijn bezig met de bouw van een nieuw sociaal huis in Puurs centrum, alle sociale dienstverlening komt er onder één dak. De decentralisatie van het sociale beleid gebeurt via de dienstencentra. Zij hebben een zeer belangrijke signaalfunctie, niet enkel voor het OCMW en het sociaal huis, ook voor de gemeente. Met die signaalfunctie richten ze zich naar iedere inwoner. Dienstencentra vervullen ook enkele niet-sociale taken: ze verkopen vuilniszakken, er is een computer met internetaansluiting. Maar uiteraard


werken ze vooral voor en met senioren. Het is wel zo dat de dienstencentra nooit op zichzelf staan. In Ruisbroek vind je ook de teken- en muziekacademie, een filiaal van de bibliotheek, het Rode Kruis, Kind en Gezin op dezelfde site. In Breendonk heb je ook een mix van organisaties en van generaties via een filiaal van de bibliotheek, de muziekacademie en het plaatselijke jeugdmuziekatelier Carmina. In Puurs is het dienstencentrum gevestigd in het cultuurcentrum de Kollebloem. Daar is de hele dag veel volk van alle leeftijden. Cultuurcentrum en dienstencentrum werken samen voor cursussen, het aanbod wordt op elkaar afgestemd. Dat maakt dat de dienstencentra goed geïntegreerd zijn in het gemeenschapsleven.’ Frank Vervaet: ‘In Gent zijn de lokale dienstencentra meestal alleenstaande gebouwen. In een van de projecten die op stapel staan, willen we een welzijnsknoop maken van het dienstencentrum, de sociale dienst, het buurtwerk, de woonwinkel, Kind en Gezin. In de nieuwbouw in Meulestede zal ook een plaatselijke afdeling van de stadsadministratie onderdak krijgen.’ Hoe belangrijk is de inzet van vrijwilligers? Frank Vervaet: ‘Heel belangrijk. Een enorm voordeel is de wisselwerking tussen de verschillende aspecten: het infopunt, de activiteiten, de dienstverlening, het vrijwilligerswerk. Het infopunt kan mensen naar vrijwilligerswerk leiden. Vrijwilligers kunnen op hun beurt het infopunt gestalte geven. Het infopunt kan mensen naar activiteiten leiden, die dan weer de dienstverlening ondersteunen. Alles is met elkaar verbonden en dat brede draagvlak kan veel betekenen voor een samenleving, zeker voor de kwetsbare groepen. Een voorbeeld: gepensioneerden met een mentale handicap die in een gezinsvervangend tehuis wonen, worden geïntegreerd in het dienstencentrum. Gezonde, fitte ouderen die energie op overschot hebben, vangen die kwetsbare mensen op.’ Erwin Brys: ‘Veel activiteiten in de dienstencentra worden gedragen door jonggepensioneerde vrijwilligers. Ze voelen zich hier thuis en maken zich dienstig voor de maatschappij.’ Waar moeten de lokale dienstencentra nog beter in worden? Erwin Brys: ‘Het receptieve is sterk ontwikkeld: de mensen komen naar het aanbod in het dienstencentrum. Maar er zijn ook mensen die we op die manier moeilijk of niet bereiken. Die moeten we ook mee krijgen in het verhaal en dus moeten we het dienstencentrum uitdragen. In Breendonk hebben we met de plaatselijke verenigingen het project 80-plussers opgezet.

Iemand van het dienstencentrum en een vrijwilliger bezoeken de 80-plussers. Ze geven informatie over alle mogelijke dienstverlening. Ze nodigen die mensen uit in het dienstencentrum voor een informatienamiddag, voor het eindejaarsfeest of voor de jaarlijkse barbecue. Tegelijkertijd kunnen ze een en ander detecteren, problemen die andere OCMW-diensten eventueel kunnen behandelen. Een ander voorbeeld zijn onze thuiszittersnamiddagen. Mensen die niet makkelijk hun deur uitkomen en afgehaakt hebben, motiveren we sterk om weer de stap naar het dienstencentrum te zetten. Dat is een succes. Je ziet dat die namiddag vaak een opstap is naar het herstel van sociaal contact.’

Frank Vervaet: ‘Dankzij het lokaal dienstencentrum kunnen nogal wat mensen een opname in het woonzorgcentrum een tijdje uitstellen.’ Frank Vervaet: ‘Ook wij hebben een project met 80-plussers. We screenen hen op het risico op vereenzaming. Er zijn nu tien methodieken in ontwikkeling om die mensen uit hun sociaal isolement te halen. Een ervan is het maatjesproject waarbij een senior-vrijwilliger gedurende een jaar regelmatig iets doet met de persoon die een risico loopt op vereenzaming. We hebben intussen vierduizend 80-plussers bezocht, bij ongeveer tien procent is van een sociaal netwerk geen sprake. We zullen creatief moeten zijn en samenwerken met andere organisaties. Voor inwoners van allochtone afkomst doen we gelijkaardige inspanningen.’ Is er een connectie tussen lokaal dienstencentrum en woonzorgcentrum? Erwin Brys: ‘Neen, die zijn van elkaar gescheiden. De twee doelgroepen zijn sterk verschillend. De bezoeker van het dienstencentrum denkt nog niet aan het woonzorgcentrum.’ Frank Vervaet: ‘De cel die zich in Gent bezighoudt met de oriëntatie naar en de opname in een woonzorgcentrum zal in de toekomst ook decentraal actief zijn in de dienstencentra. Maar het lijkt me niet aangewezen om de doelgroepen van de twee centra te mengen of gezamenlijke activiteiten te organiseren. De dienstencentra richten zich naar mensen die nog niet naar een woonzorgcentrum hoeven te gaan. Het is net de bedoeling hen te ondersteunen zodat ze langer thuis kunnen blijven wonen.’ Bart Van Moerkerke is redacteur van Lokaal

Lokaal I 1 april2011 I 31


praktijk

IEPER – Netwerk Dorpen is het zorgnetwerk voor de tien Ieperse dorpen. Vrijwilligers bezoeken kwetsbare dorpsbewoners die hen kunnen aanspreken voor de gemeentelijke dienstverlening.

Sociaal huis rijdt voor bij dorpelingen

gf

De 80-plussers kunnen hun vragen en problemen signaleren aan de vrijwilliger die op huisbezoek komt.

N

etwerk Dorpen is een project van het OCMW Ieper om kwetsbare inwoners met voldoende comfort en zelfredzaamheid in hun eigen vertrouwde huis en omgeving te laten wonen. Tegelijk versterkt het de sociale cohesie tussen de dorpsbewoners van Boezinge, Brielen, Dikkebus, Elverdinge, Hollebeke, Sint-Jan, Vlamertinge, Voormezele, Zillebeke en Zuidschote. Vrijwilligers bezoeken de 80-plussers uit hun buurt in de week van hun verjaardag en verrassen ze met een kleine attentie. Tijdens de huisbezoeken krijgen de 80-plussers ruim de gelegenheid om hun vragen en problemen aan de vrijwilligers te signaleren. De vrijwilligers beantwoorden zelf eenvoudige vragen en voeren ook lichte huishoudelijke klussen uit zoals de post ophalen of de vuilnisbak buitenzetten. Voor alle andere vragen en klussen is de coördinator van het zorgnetwerk het aanspreekpunt, de contact- en vertrouwenspersoon. Pascal Vancayseele staat aan het hoofd van Netwerk Dorpen. ‘De vrijwilligers hebben

32 I 1 april2011 I Lokaal

een signaalfunctie, ze informeren mij over alle vragen en problemen die ze opvangen, zoals inkomen, huisvesting en premies, gezondheid en verzorging, mobiliteit, vrijetijdsbesteding of administratieve dienstverlening. Door mijn contacten met het reguliere aanbod van zorg-, woon- en welzijnsdiensten kan ik de dorpsbewoners naar de juiste persoon of organisatie doorverwijzen of ermee in contact brengen. We proberen ervoor te zorgen dat elke inwoner het gemeentelijke dienstverleningsaanbod krijgt waarop hij recht heeft.’ Witte raven ‘Het vrijwilligersteam vormt de spil van het zorgnetwerk,’ vertelt Pascal Vancayseele. ‘Ons team bestaat uit dertig overwegend gepensioneerde vrouwen en mannen tussen 55 en 70 jaar die heel sociaal geëngageerd zijn en iets willen betekenen voor hun dorpsgenoten. Het zijn witte raven met een grote betrokkenheid die zich belangeloos willen inzetten. Voor ze in hun dorp als vrijwilliger

aan de slag gaan, voer ik twee gesprekken met de kandidaten. Tijdens het intakegesprek toets ik hun sociale vaardigheden af en peil ik naar hun interesses en motivatie voor deze dienstverlening. Als de kandidaat alles nog eens rustig heeft kunnen overdenken en nog interesse heeft voor het vrijwilligerswerk, dan licht ik hem na twee weken tijdens een tweede gesprek in over het doel van het verjaardagsbezoek en over zijn functie. Daarna overlopen we de praktische zaken, wijs ik hem een dorpsbewoner uit zijn buurt toe en regelen we het eerste huisbezoek.’ Ondersteuning en aanmoediging Voor de vrijwilligers blijft een goede ondersteuning van cruciaal belang. Voor Pascal Vancayseele moet er met de vrijwilliger een vertrouwensband ontstaan: ‘Twee keer per maand breng ik elke vrijwilliger een bezoek om over zijn ervaringen te praten, om veranderingen en nieuwigheden mee te delen en het werk te evalueren. Tweemaal per jaar organiseren we vorming over relevante onderwerpen zoals beroepsgeheim, dementie of armoede. Een ervaringsdeskundige geeft tips om te communiceren met mensen in armoede of een psychologe legt uit hoe je het best omgaat met mensen die net hun partner verloren.’ Als uiting van waardering voor hun werk nodigt de OCMW-voorzitter de vrijwilligers jaarlijks uit op een vrijwilligersfeest waarop ze bijna allemaal aanwezig zijn. Om optimaal te functioneren moet Net-


lokale raad

Zoek of zet inspirerende projecten, doeltreffende maatregelen of efficiënte methodes voor lokale besturen op www.vvsg.be, knop praktijken lokale besturen.

werk Dorpen over één vrijwilliger per 500 inwoners kunnen beschikken. Bovendien wil de organisatie haar doelgroep uitbreiden naar alle kwetsbare dorpsbewoners ongeacht hun leeftijd. Daarom is Netwerk Dorpen niet alleen permanent op zoek naar meer vrijwilligers, maar ook naar jongere vrijwilligers omdat kwetsbare dorpsbewoners het liefst communiceren met leeftijdsgenoten. Het eerste zorgnetwerk in West-Vlaanderen is Nestor (NEtwerk voor STeun aan Ouderen in het Ruraal gebied) in Poperinge dat al van 2002 dateert en ook vervoer en klusjes regelt. Gelijktijdig met Netwerk Dorpen startte Avelgem in 2005 met het gelijkaardige ZOHRA (Zorg aan Ouderen en Hulpbehoevenden in het Rurale gebied Avelgem). Ook hier was Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen projectpartner en samen hebben ze een draaiboek geschreven over de beide projecten. Geïnteresseerde gemeenten vinden er een stappenplan en allerlei praktische tips om een zorgnetwerk op te starten. inge ruiters

Mag een politiezone persoonlijke gegevens van haar wijkagenten op de website plaatsen? Sommige politiezones ontvingen in het verleden al de vraag van sommige personeelsleden in welke mate hun foto of persoonlijke gegevens op de website of een folder van de politiezone of de gemeente gepubliceerd en verspreid kan worden. In het kader van een goede en duidelijke dienstverlening mag dit dan wel opportuun lijken, de kans bestaat dat het personeelslid zich zal beroepen op zijn privacy. De Commissie ter Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer (CBPL) heeft in het verleden al een duidelijk standpunt over dit vraagstuk ingenomen. Volgens de CBPL valt ieder visueel beeld (waartoe dus ook een foto van een personeelslid kan behoren) onder de notie ‘persoonsgegevens’ zoals opgenomen in de Wet ter Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer (8/12/1992). Net als andere persoonsgerelateerde informatie is een visueel beeld een gegeven dat betrekking heeft op een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Iedere verwerking van dergelijke gegevens, zoals de publicatie van deze foto in een folder of op de website, moet dus voldoen aan de beginselen uit deze wet. Dat betekent dat iedere persoon in principe zijn toestemming moet geven om gefotografeerd te worden en deze afbeelding te laten gebruiken door een andere persoon (het zogenaamde ‘recht op afbeelding’). In het specifieke geval van een wijkagent oordeelt de CBPL echter dat het gebruik van deze afbeelding ‘noodzakelijk is voor de vervulling van een taak van openbaar belang of die deel uitmaakt van het openbaar gezag’. Daarom zou dan voor de publicatie geen uitdrukkelijke toestemming van dit personeelslid vereist zijn. Strikt genomen zou de publicatie van een dergelijke afbeelding altijd in relatie staan tot het doel dat de politiezone daarmee wil bereiken, zoals nieuwe inwoners vertrouwd maken met hun contactpersoon in de wijk. De CBPL breidt deze redenering zelfs uit naar alle andere personeelsleden die opdrachten van politie uitvoeren in zoverre ze ‘in de normale uitoefening van hun functie rechtstreeks in contact komen met de burgers’. Toch neemt de CBPL één belangrijke nuance in haar stelling op: het communicatiemiddel dat gebruikt wordt moet steeds in relatie staan tot het doel dat ermee nagestreefd wordt. De publicatie van een foto van een wijkagent in een folder die enkel binnen de zone verspreid wordt, lijkt daarom proportioneel te zijn. De publicatie van een foto van een wijkagent op de website van de zone zou dat niet zijn. De CPBL beschouwt publicatie via de website immers als een overmatige publicatie, aangezien deze website universeel raadpleegbaar is en er dus misbruiken mogelijk zijn. Los daarvan hoeven publieke figuren zoals de burgemeester of de korpschef in principe nooit toestemming te geven voor een louter ‘informatief’ gebruik van hun foto. www.privacycommission.be, knop in praktijk, recht op afbeelding

Pascal Vancayseele, coördinator Netwerk Dorpen Ieper, T 057-23 94 94, netwerkdorpen@hofland.be, netwerkdorpen.be

Mail voor meer informatie over de privacyvereisten in een lokale politiezone (camerawet, databanken en recht op afbeelding) naar tom.deschepper@vvsg.be

Lokaal I 1 april2011 I 33


werkveld energiebeleid

Izegem dimt de lichten In juni 2009 vernieuwde de stad Izegem de verlichting in de Pieter Boncquetwijk. Ze installeerde een systeem om de lampen in de nachtelijke uren te dimmen. Intussen zijn al 569 lichtpunten in de stad dimbaar, dat is dertien procent van het totaal. Dat levert een forse besparing op het energieverbruik en de elektriciteitsrekening. tekst bart van moerkerke beeld stefan dewickere

I

zegem had tot vijftig jaar geleden een eigen elektriciteitsbedrijf, dat in het begin van vorige eeuw opgericht was om de borstelindustrie van stroom te voorzien. Elektriciteit was goedkoop, voor de openbare verlichting werd niet op een lamp meer of minder gekeken. En dat laat zich nu nog voelen: de openbare verlichting telt 4600 lampen voor 11.000 woningen, een gemiddelde van bijna één lamp per twee huizen. Dat is veel vergeleken met andere steden en gemeenten. Het verbruik, 2,5 miljoen kWh per jaar, en de rekening, jaarlijks meer dan 400.000 euro, zijn hoog. De-

34 I 1 april2011 I Lokaal

zelfde voorgeschiedenis die ten dele aan de basis ligt van het hoge verbruik geeft het stadsbestuur ook een krachtige hefboom om te besparen op openbare verlichting: het autonoom gemeentebedrijf Elektriciteitsbedrijf Izegem dat een uitvloeisel is van het vroegere elektriciteitsbedrijf. ‘ETIZ valt wel onder de koepel van Infrax maar het is ons autonoom gemeentebedrijf,’ zegt stadssecretaris Anton Jacobus. ‘In de raad van bestuur en in het college kunnen wij beslissingen nemen die in de schoot van een grote intercommunale veel moeilijker zouden vallen. Het autonoom gemeentebedrijf

heeft ook de technische kennis in huis om de evolutie op het gebied van openbare verlichting op de voet te volgen en om proefprojecten op te zetten. Veel andere steden of gemeenten hebben die kennis niet.’ Proefproject Bij ETIZ is Benoit De Guffroy de man die zich vastbijt in het besparen op openbare verlichting. Zijn voorstellen gaan in eerste instantie naar een werkgroep openbare verlichting. In die informele klankbordgroep zetelen schepen van energie en openbare verlichting Maureen Raedt,


de stadssecretaris, de stadsontvanger, de duurzaamheidsambtenaar en de sportfunctionaris. In het voorjaar van 2009 besprak de groep het idee van een proefproject met dimbare openbare verlichting in de Pieter Boncquetwijk. Schepen Maureen Raedt: ‘De verlichting was daar aan vernieuwing toe, het was dus het moment om op kleine schaal de mogelijkheden van dimmen te testen. Omdat we niet wilden dat vooroordelen de evaluatie van het systeem zouden beïnvloeden, hebben we het proefproject stilgehouden. Het college van burgemeester en schepenen was uiteraard op de hoogte, de leden

van de werkgroep en ETIZ, maar verder niemand. De kostprijs bleef onder 5000 euro, waardoor we geen aanbesteding moesten doen en niet naar de gemeenteraad hoefden. We hebben het systeem drie maanden in de wijk laten draaien, voordat we erover gecommuniceerd hebben. Tijdens die periode hebben we niet één opmerking gekregen van een inwoner of een passant. Niemand heeft gemerkt dat de verlichting ’s nachts gedimd werd.’ Drie systemen om te dimmen In de wijk installeerde ETIZ een module in de elektriciteitscabine waarmee elke

lamp afzonderlijk bestuurd kan worden. De wijk heeft een woonstraat, een sluipweg en een hoofdweg, ieder krijgt een verschillend lichtniveau in de stille uren. Op een kruispunt wordt bijvoorbeeld minder gedimd dan in de woonstraat. Benoit De Guffroy: ‘Het systeem werkt perfect maar eigenlijk is het te gesofisticeerd voor een wijk. Op de site van het cultuurcentrum bijvoorbeeld heb je een zeer flexibel systeem nodig, dat je per dag en per lamp kunt programmeren met de computer. Als er een voorstelling is op zaterdagavond kun je later beginnen met dimmen dan op een doordeweekse

Lokaal I 1 april2011 I 35


werkveld energiebeleid

In Izegem wordt niet enkel het licht gedimd, er is ook een proefproject met ledlicht.

avond waarop er niets te doen is. Maar voor een wijk volstaat een statisch systeem dat veel goedkoper is. Het bestuurt niet elke lamp afzonderlijk maar alle lampen samen, volgens een uurregeling die we zelf kunnen instellen. We hebben het toegepast in enkele woonwijken zoals Rode Poort en Merelwijk, daar wordt de verlichting tussen 22.20 en 5.00 uur gedimd. Intussen hebben we ook al een derde systeem geïnstalleerd in bijvoorbeeld de Haverhuisstraat en de Kruidenstraat. Dat is qua kostprijs en resultaat het efficiëntste. In tegenstelling tot de twee andere systemen heeft het geen centrale sturing en dus zijn er ook geen stuurdraden nodig. Per lamp wordt in de armatuur een module geplaatst die je zeer gemakkelijk kunt programmeren.’ Grote besparing Het dimschema kan verschillen van wijk tot wijk. In een wijk met een oudere bevolking waar ’s avonds niemand nog de straat op komt, begint het dimmen om 22 uur, ergens anders kan dat een uur later zijn. Het dimmen gebeurt ook in stappen. Er wordt begonnen met 90 procent van de maximale lichtsterkte en zo wordt geleidelijk verder gezakt. Op sommige sites gaat de stad tot 45 procent. Als de lichtpunten goed ingeplant zijn en de lampen en spiegels goed zijn, dan blijft het toch voldoende licht en worden de luxwaarden van een normale wijk gehaald. Intussen zijn 13 procent van alle

36 I 1 april2011 I Lokaal

lampen in Izegem dimbaar: 35 lichtpunten hebben het eerste systeem, 172 het tweede en 362 het derde. In het totaal levert dit nu een jaarlijkse besparing van ruim 202.000 kWh of 32.320 euro op. De terugverdientijd van de investering varieert naar gelang van het geïnstalleerde systeem van 2,2 tot 5,7 jaar. Tegelijkertijd met het dimprogramma vervangt de stad Izegem de grote ver-

keerterrein van de Meensestraat. Die baadt volledig in wit ledlicht. Benoit de Guffroy: ‘Vroeger stonden op het terrein drie grote projectoren, je kon er zonder probleem kaarten. Nu is het wel even wennen. Ik ben aan de huizen in de buurt gaan aanbellen. De meeste mensen hadden er geen probleem mee. Eén man vond het parkeerterrein te weinig verlicht, maar ik heb hem kunnen overtuigen van het nut van de maatregel.’ Schepen Maureen Raedt wijst op nog enkele proefprojecten om aan te geven dat de stad van duurzaamheid en rationeel energiegebruik een speerpunt maakt. ‘Een speelpleintje zal volledig CO2-neutraal verlicht worden via een netgekoppeld systeem van fotovoltaïsche cellen. We halen stroom van het net maar via een systeem van zonnepanelen brengen we evenveel elektriciteit terug op het net. Daar krijgen we groenestroomcertificaten voor. Het systeem van negen panelen draait met de zon mee voor een optimale oriëntatie. Eind maart wordt de installatie in gebruik genomen. We zijn wellicht ook een van de enige gemeenten waar het water van het zwem-

Op de site van het cultuurcentrum heb je een zeer flexibel systeem nodig, dat je per dag en per lamp kunt programmeren. Maar voor een wijk volstaat een veel goedkoper statisch systeem. bruikers, de natriumlampen van 400 Watt. Het verbruik aan die lichtpunten is daardoor gedaald van ruim 167.000 tot 39.000 kWh, de jaarlijkse elektriciteitsfactuur verminderde met ruim 20.000 euro. De geschatte terugverdientijd van die investering is minder dan één jaar. Izegem wil Europees gaan De stad heeft ook twee proefprojecten met ledverlichting lopen. De Heilig Hartkerk Bosmolens werd vroeger van onder naar boven beschenen, nu schijnt de accentverlichting van onder de dakgoot naar beneden: het verbruik is teruggebracht van bijna 8000 kWh per jaar tot 633. Het tweede proefproject is het par-

bad wordt verwarmd met zonne-energie, waardoor ons gasverbruik er met de helft is gedaald.’ Izegem wil met zijn openbare verlichting ook Europees gaan. Samen met Brugge, Middelburg, twee Franse gemeenten en een Engels county bereidt het een dossier voor in het kader van het Interreg-programma. ‘We willen kennis uitwisselen, proefprojecten opzetten, vernieuwende systemen testen. Als ons project goedgekeurd wordt, hopelijk nog dit najaar, zullen we ons beleid versneld kunnen realiseren,’ besluit secretaris Anton Jacobus. Bart Van Moerkerke is redacteur van Lokaal


praktijk

DIKSMUIDE – Mooie landbouwwegen, kronkelend door een prachtig weids landschap... Het is een echte troef voor plattelandsgemeenten. Maar de inrichting en het onderhoud van zulke wegen nemen een enorme hap uit het budget. Met behulp van een functietoekenningsplan kan het efficiënter.

Zoek of zet inspirerende projecten, doeltreffende maatregelen of efficiënte methodes voor lokale besturen op www.vvsg.be, knop praktijken lokale besturen.

liesbet belmans

Landbouwwegen efficiënter inrichten en beheren

Het pas ingerichte traject in Beerst, deelgemeente van Diksmuide, wordt ingewandeld door burgemeester Lies Laridon, schepenen, medewerkers van de VLM en sympathisanten.

L

andbouwwegen zijn van kapitaal belang voor plattelandsgemeenten. Landbouw en toerisme, twee belangrijke economische sectoren, kunnen niet zonder. De laatste jaren is het gebruik van deze wegen intensiever en diverser geworden. Er is meer landbouwverkeer met grotere machines. Er zijn ook nieuwe vormen van gebruik: fiets- en wandelnetwerken, mountainbike, paardrijden… Veel plattelands-gemeenten vragen zich dan ook af hoe ze deze landbouwwegen veilig kunnen inrichten en efficiënt kunnen beheren. In 2007 vroeg het Westhoekoverleg hiervoor ondersteuning aan de Vlaamse Landmaatschappij West-Vlaanderen. Onder haar leiding kregen alle achttien Westhoekgemeenten een inventaris van hun landbouwwegen en daaraan gekoppeld een functietoekenningsplan. Dit plan geeft voor elke landbouwweg de gewenste functie aan: welke gebruikers willen we hier graag en welke liever niet? Met het functietoekenningsplan kunnen gemeenten zelf aan de slag om op een planmatige, effectieve en efficiënte manier met landbouwwegen om te gaan. Daarnaast werden voor Langemark-Poelkapelle, Houthulst, Diksmuide en Poperinge herinrichtingsvoorstellen opgemaakt. In Diksmuide, Heuvelland

en Houthulst werden drie trajecten ook effectief heringericht. In totaal gaat het om zo’n zestien kilometer landbouwweg, waarvoor 1 miljoen euro noodzakelijk was. De financiële middelen om dit alles te realiseren werden gevonden door een project ‘Landbouwwegen in de Westhoek’ in te dienen bij EFRO (Europees fonds voor regionale ontwikkeling). Verschillende partners zetten hier mee hun schouders onder: de gemeenten Diksmuide, Houthulst en Poperinge, de Vlaamse Landmaatschappij, het Westhoekoverleg en de provincie West-Vlaanderen. Sinds enkele weken is er een vervolgtraject goedgekeurd. In dit nieuwe EFRO-project wordt de methodiek van het functietoekenningsplan verfijnd, zodat hij voor heel Vlaanderen bruikbaar is. In vier gebieden in West-Vlaanderen, OostVlaanderen en Antwerpen zal opnieuw een functietoekenningsplan opgemaakt worden. Ten slotte wordt ook becijferd hoeveel middelen gemeenten nodig hebben om met behulp van het functietoekenningsplan hun landbouwwegen in te richten en te beheren. De VVSG is copromotor van dit project.

Voor informatie over het project Landbouwwegen in de Westhoek: www.westhoekoverleg.be, voor informatie over het vervolgtraject: liesbet.belmans@vvsg.be

liesbet belmans

Lokaal I 1 april2011 I 37


werkveld afvalbeheer

Graskracht

Het beheer van wegbermen genereert jaarlijks een grote hoeveelheid grasmaaisel. Alle gemeentebesturen zijn bermbeheerder, maar ze vinden niet altijd een goede oplossing voor deze afvalstroom. Het project Graskracht wil het vergisten van maaisel promoten, omdat ook gras een bron van hernieuwbare en groene energie kan zijn. tekst willy verbeke en lieselot decalf beeld inverde

I

n 2003 becijferde de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (Ovam) dat er jaarlijks 250 tot 450 duizend ton gras gemaaid wordt langs wegen en waterlopen. In de praktijk varieert de maaifrequentie van driemaal per jaar tot één keer om de paar jaar. Maaien verhoogt de biodiversiteit, maar speelt ook een rol bij verkeersveiligheid. Slechts een kleine fractie van het maaisel wordt gecomposteerd. Vanwege mogelijke vervuiling is dit gras niet geschikt als veevoer, en andere verwerkingsmogelijkheden dan composteren waren tot voor kort in de praktijk niet aanwezig. Groene energie uit maaisel In Vlaanderen investeren sinds kort veel bedrijven in vergisting. Volgens Biogas-e vzw, het platform voor vergisting, zijn er

38 I 1 april2011 I Lokaal

momenteel 36 vergistingsinstallaties in Vlaanderen in werking. Bijkomend zijn er nog 25 in de vergunningsfase en acht in de bouwfase. Veel van deze installaties zijn eigenlijk ontstaan om energie te winnen uit mestoverschotten, maar een combinatie met maaisel is mogelijk. Om voldoende biogas op te wekken moet immers koolstofrijk materiaal bij de mest worden gevoegd en onder andere gras blijkt hiervoor geschikt. Men spreekt dan van co-vergisting. Een extra voordeel is dat de productie van maaisel uit natuurgebieden of wegbermen geen landbouwgrond in beslag neemt die bruikbaar is voor voedselproductie. Dit is bijvoorbeeld wel het geval bij de productie van energiemaïs. Uit het vergistingsproces ontstaat biogas. Dat bevat ongeveer de helft methaangas, wat ook de energiedra-

ger is van aardgas, maar het is niet mogelijk om het biogas zomaar af te zetten op het aardgasnetwerk. Daarom wordt het biogas gebruikt om elektriciteit te produceren met aangepaste motoren. Tien ton vers maaisel volstaat om een modaal gezin één jaar van groene stroom te voorzien. Naast biogas komt tijdens de vergisting ook warmte vrij. Hiermee kan men bijvoorbeeld het digestaat van de vergisting laten drogen. In Vlaanderen verwerken al acht vergistingsinstallaties gras. Ook Nederland en Duitsland kiezen voor deze verwerkingsmethode. Waar veel ruimte beschikbaar is, gebruiken landbouwers het gras van hun graslanden om energie te produceren en niet enkel om er vee mee te voederen. Het vrijgekomen biogas wordt in Duitsland al opgewaardeerd tot aardgaskwaliteit en in het net geïnjecteerd. Graskrachten bundelen Dertien partners uit onderwijs- en onderzoeksinstellingen, de milieusector en de overheid bundelen hun kennis in Graskracht. Een eerste deel van het project wil de hoeveelheden grasmaaisel in kaart brengen. Daarnaast onderzoekt


het de kwaliteit voor vergisting en wordt de koppeling met de inplanting van de vergistingsinstallaties gemaakt. Het project bevat ook procestechnisch onderzoek, zowel in het lab als te velde en op praktijkschaal. Het maaien en opslaan (inkuilen) van gras voor energiewinning wordt aandachtiger bestudeerd, evenals de vergisting zelf. Graskracht hecht veel belang aan de opzet van een duurzaam concept. Dat moet voldoen aan de drie pijlers van duurzame ontwikkeling: economie, ecologie en sociale aspecten. De economische haalbaarheid van het vergisten van maaisel zal dus zeker onderzocht worden. Op basis van de resultaten wil dit project de beleidsmakers informeren over de nieuwe mogelijkheden van biogas en maaisel.

Brussel 29 april Studiedag bermbeheer Op 29 april in Brussel organiseert Graskracht in samenwerking met de VVSG een studiedag over bermbeheer. De sprekers zullen de verschillende aspecten van het project toelichten. Het departement leefmilieu, natuur en energie van de Vlaamse Gemeenschap presenteert er een nieuwe brochure over wegbermbeheer. Ten slotte stelt de Nederlandse provincie Groningen het project ‘Een schone berm geeft energie’ voor. www.inverde.be, knop cursusaanbod, studiedagen www.graskracht.be

Willy Verbeke is lesgever specialisatie graslandbeheer en hout bij Inverde Lieselot Decalf is VVSG-stafmedewerker afvalbeleid

advertentie

PROMOTIEDAG EN TECHNOLOGIEBEURS MET 23 STANDS

DUURZAME VERLICHTING 2011 Donderdag 7 april 2011 - Provinciehuis Vlaams-Brabant te Leuven ijven Inschr voor 6 april

(Op wandelafstand van NMBS station Leuven)

Praktische informatie Inschrijven verplicht via www.energik.be Datum: donderdag 7 april 2011 Ontvangst: 09.30 uur Aanvang: 10.00 uur Het evenement wordt afgesloten met een receptie vanaf 16u45 Plaats: Provinciehuis Vlaams-Brabant Provincieplein 1 - 3010 LEUVEN

Het evenement is opgebouwd uit een technologiebeurs (23 standhouders) en een krachtig seminar met als thema ‘intelligent licht’. 14 sprekers informeren u over verlichting als duurzaam, dynamisch,energiezuinig, flexibel, innovatief of geautomatiseerd product dat aanleiding geeft tot een optimaal visueel comfort met een minimaal verbruik. Het seminar wordt afgesloten met een panelgesprek: ‘Is LED als lichtbron nu al de meest intelligent keuze?’. Voor meer informatie: www.groenlichtvlaanderen.be, www.energik.be of bij Catherine Lootens info@groenlichtvlaanderen.be

Lokaal I 1 april2011 I 39


werkveld afvalbeleid

Het papierfonds en de folderbelasting De Vlaamse gemeenten ontvangen via het Interventiefonds Oud Papier een vergoeding voor de inzameling en verwerking van reclamedrukwerk. Ze krijgen deze vergoeding echter alleen wanneer ze een vrijstelling van folderbelasting toekennen aan de bedrijven die aangesloten zijn bij het Interventiefonds. Omdat het Interventiefonds veel vragen over deze regeling krijgt, scheppen we wat duidelijkheid. tekst piet coopman beeld gf

H

Voortaan is de lijst met bedrijven die de kostprijs van inzameling en recyclage al betaald hebben, beschikbaar op www.papierfonds.be, de website van het Interventiefonds Oud Papier. Om deze lijst te kunnen raadplegen heeft de gemeente een login en wachtwoord nodig. Een mailtje naar info@papierfonds.be volstaat om een login en wachtwoord te krijgen.

et Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer (VLAREA) legt een aanvaardingsplicht voor drukwerkafvalstoffen op. Dit betekent dat producenten en invoerders van drukwerk verantwoordelijk zijn voor de recyclage van het papierafval van reclamedrukwerk afkomstig van de huishoudens. Ter uitvoering van die aanvaardingsplicht werd in 2008 tussen de betrokken sector en het Vlaamse Gewest een milieubeleidsovereenkomst (MBO) afgesloten. De MBO legt onder andere de minimaal te behalen recyclagedoelstellingen, de regeling inzake financiering en de informatieplicht van de sector vast. De overeenkomst is enkel van toepassing op bedrijven die ten minste drie ton drukwerk per jaar in omloop brengen in het Vlaamse Gewest. Omdat vooral gemeenten en intercommunales het drukwerkafval inzamelen, moeten zij daarvoor vergoed worden. Om die financiering te organiseren hebben de producenten en invoerders van drukwerk zich verenigd in het Interventiefonds Oud Papier. De bedrijven storten een recyclagebijdrage in het fonds op basis van de door de Interregionale Verpakkingscommissie jaarlijks goedgekeurde referentiekosten van Fost Plus, verminderd met de verkoopprijs van de gerecycleerde drukwerkafvalstoffen. Via het fonds betalen de bedrijven aan de gemeenten de reële kostprijs van de ophaling en verwerking van geadresseerd en niet geadresseerd reclamedrukwerk. Als de opbrengst van het ingezamelde papier en karton voor de gemeenten lager ligt dan de referentiekosten, dan wordt dat saldo uitbetaald aan de gemeenten. Als de opbrengst van het ingezamelde papier en karton voor de gemeenten hoger ligt dan de referentiekosten, dan gebeurt er geen uitbetaling en wordt dat overschot in mindering gebracht van de eerstvolgende jaarlijkse uitbetaling aan de gemeenten.

40 I 1 april2011 I Lokaal

De MBO Reclamedrukwerk bevat een belangrijke uitzondering op de financiële tegemoetkoming voor gemeenten. Gemeenten die een aparte kostenoverschrijdende belasting heffen op het verspreiden van drukwerk zonder in een vrijstelling te voorzien voor bedrijven die bijdragen aan het fonds, krijgen geen vergoeding. Bovendien bepaalt de MBO dat een ministeriële rondzendbrief de gemeenten moet afraden aparte taksen te heffen op het verspreiden van drukwerk. Via de circulaire BB 2009/06 van 11 september 2009 stuurde de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur een model van belastingreglement rond, met inbegrip van de vrijstelling van folderbelasting voor organisaties die aan de milieubeleidsovereenkomst deelnemen. Aangifte aan Interventiefonds Oud Papier Bedrijven die lid zijn van het Interventiefonds Oud Papier, dienen een aangifte in bij het fonds met de effectieve oplagen en met het totale gewicht van de publicaties die zij in de loop van het voorbije jaar verspreid hebben. Alle aangiften worden gecertificeerd in overleg met de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij. Bedrijven moeten ook nog steeds een aangifte indienen bij de gemeente volgens de bepalingen van het gemeentelijke belastingreglement. Elk jaar op 15 mei levert het Interventiefonds Oud Papier aan de betrokken gemeenten de bevestiging van de bedrijven die de reële kostprijs van inzameling en recyclage voor hun reclamedrukwerk van het voorbije jaar betaald hebben. Het is de bedoeling dat de gemeenten de publicatie van deze lijst afwachten voordat zij een aanslagbiljet aan de bedrijven sturen. Piet Coopman is VVSG-stafmedewerker afvalbeleid


Doelgerichte formulieren opstellen

Duidelijk voor de burger Efficiënt voor uw diensten Nieuwe opleiding! “Klantvriendelijke formulieren schrijven voor de publieke sector“ Kwaliteitsvolle formulieren geven correcte aanwijzingen en stellen duidelijke vragen. De administratie krijgt zo betere antwoorden wat zorgt voor een efficiëntere verwerking. Iedereen wint hierbij: de burger en uw diensten! ✓ Stel zelf uw formulieren op: leesbaar, eenvoudig en klantvriendelijk. ✓ Aan de hand van de officiële formulierenleidraad van de Vlaamse overheid. ✓ Met de bijhorende formulierensjabloon stapt u meteen in de praktijk. ✓ Extra: 1 uur gratis advies voor uw eigen formulieren via E-coaching. Opleidingen: op 3 mei of 7 oktober 2011, van 9 tot 16 uur Meer info: www.kluweropleidingen.be/oformnb

Max Havelaar kwaliteitskoffie en koffiesystemen op maat

People Vincente Cordoba is een van Puro’s koffietelers. Volg de familie Cordoba uit Peru op www.purocoffee.com

Planet Puro werkt samen met het World Land Trust om bedreigde stukken tropisch regenwoud duurzaam te beschermen

Puro Fairtrade Coffee - Tel: 0800-44 0 88 - info@purocoffee.com - www.purocoffee.com

Lokaal I 1 april2011 I 41


Woonzorgcentrum De Vesten biedt een professionele en kwaliteitsvolle dienstverlening. Wij wensen in deze moderne nieuwbouw over te gaan tot aanwerving van een m/v

deskundige administratie en onthaal met de aanleg van een wervingsreserve van drie jaar Hoofdopdrachten - instaan voor administratieve ondersteuning (verpleegadministratie, RIZIV, residentenadministratie, …) - eerste aanspreekpunt in het woonzorgcentrum De Vesten - mee verantwoordelijk voor de algemene werking en het stockbeheer - bewaken en verder uitbouwen van de kwaliteit in het woonzorgcentrum. Profiel - houder van een bachelordiploma/graduaatsdiploma - vriendelijk en vlot in de omgang - ordelijk, administratief en organisatorisch aangelegd - collegiaal - vlot kunnen anticiperen op gebeurtenissen - zich voor de functie relevante regelgeving vlot eigen kunnen maken - zelfstandig kunnen werken en vlot communiceren (schriftelijk en mondeling). Aanbod - een voltijdse contractuele betrekking van onbepaalde duur - een salaris volgens schaal B1-B3 (geïndexeerd bruto-aanvangssalaris: 2.185,13euro/maand – eindsalaris 3.681,89euro/maand) - toekenning van anciënniteit is mogelijk volgens de geldende regelgeving - extralegale voordelen (maaltijdcheques, fietsvergoeding, haard-of standplaatsvergoeding, hospitalisatieverzekering, buitenschoolse kinderopvang op de OCMW-campus met 50% korting, …) - een leerrijke en dynamische werkomgeving. U heeft interesse? Stuur ten laatste met poststempel op dinsdag 12 april 2011 uw sollicitatiebrief met cv en een gewone kopie van uw diploma aangetekend naar het OCMW Zoutleeuw, t.a.v. de voorzitter, Prins Leopoldplaats 3, 3440 Zoutleeuw. De volledige functiebeschrijving en verdere inlichtingen kunt u verkrijgen bij: Katrien Marckelbach, T 011-78 92 14; katrien.marckelbach@ocmwzoutleeuw.be.

is een dynamische organisatie die met een 300-tal medewerkers en een breed aanbod van diensten en instellingen een belangrijke plaats inneemt in het welzijns- en zorgaanbod van Temse. Het OCMW is nu op zoek naar een voltijds

diensthoofd personeeldienst/secretariaat A1a-A3a - m/v

Functie: Geeft leiding aan het personeel van de twee geïntegreerde ondersteunende diensten en staat in voor de ontwikkeling van een gecoördineerd HRM-beleid (werving, selectie, vorming, evaluatie, …) ten einde de doelstellingen van het OCMW mee te realiseren. Coördineert tevens de onthaalfunctie, de briefwisseling en de notulering binnen het OCMW. Profiel: Diploma dat toegang geeft tot niveau A bij een lokale overheid én 3 jaar relevante werkervaring. Aanbod: Vaste benoeming (na proefperiode van één jaar) • Aanleg wervingsreserve voor de duur van twee jaar • Verloning op A-niveau (met maaltijdcheques, hospitalisatieverzekering en fietsvergoeding) • Gunstige verlofregeling.

Een infobrochure (functiebeschrijving, aanwervingsvoorwaarden, bezoldigingsregeling, examenprogramma, timing, …) is te verkrijgen bij de personeelsdienst T 03-710 25 30, via info@ocmwtemse.be of via www.ocmwtemse.be Uw schriftelijke kandidatuur, vergezeld van een kopie van uw diploma en een bewijs van drie jaar relevante werkervaring, dient gericht te worden aan mevrouw de Voorzitter, OCMW-Temse, Kouterstraat 1, 9140 Temse, tegen ten laatste 8 april 2011.

Het gemeentebestuur van Haaltert gaat over tot de aanwerving van een

Informaticus B1 – B3 Taakomschrijving: Onder leiding van de gemeentesecretaris ben je verantwoordelijk voor het zoeken naar, implementeren en onderhouden van de meest geschikte ICT-oplossingen om het personeel van de organisatie toe te staan een zo optimaal mogelijke dienstverlening te leveren, het interveniëren bij allerhande informaticaproblemen, het beheren van het centrale computersysteem, het onderhouden van soften hardware, het opmaken en implementeren informaticaplan, het uitwerken van bestekken en vergelijken van offertes, het adviseren van het bestuur m.b.t. hardware en softwaretoepassingen, het voorbereiden van het budget informatica … Ons aanbod • voltijds statutaire tewerkstelling met één jaar proef • een brutomaandsalaris van min. 2.185,13 euro (loonschaal B1-B3) • maaltijdcheques, fietsvergoeding, hospitalisatieverzekering (na één jaar dienst). Aanwervingsvoorwaarden • in het bezit zijn van een bachelordiploma of een diploma van het hoger onderwijs van één cyclus of daarmee gelijkgesteld onderwijs • slagen voor de selectieprocedure. Stel je kandidaat door ten laatste op 28 april 2011 • sollicitatiebrief • cv • kopie van het vereiste diploma • uittreksel uit het strafregister (niet ouder dan drie maanden) aangetekend op te sturen naar het college van burgemeester en schepenen, Hoogstraat 41, 9450 Haaltert of tegen ontvangstbewijs af te geven op de personeelsdienst (zelfde adres, 1ste verdieping). Kandidaturen per mail worden niet aanvaard. Er wordt voor deze functie een wervingsreserve aangelegd van één jaar, maximaal verlengbaar met één jaar. De functiebeschrijving, de toelatingsvoorwaarden en verdere inlichtingen zijn te verkrijgen op hetzelfde adres of op www.haaltert.be T 053-85 86 18, personeel@haaltert.be, F 053-85 86 19

42 I 1 april2011 I Lokaal

De lokale politie VOORKEMPEN [Brecht-Malle-Schilde-Zoersel] organiseert een selectieprocedure voor een voltijdse statutaire betrekking van (m/v)

Proceseigenaar HRM Functie: als eindverantwoordelijke HR zet je mee de krijtlijnen uit voor een modern en geheel nieuw HR-beleid binnen een middelgrote meergemeentepolitiezone. Je vertrekt er vanuit een klassieke ‘ambtenarencultuur’ met een gedetailleerd personeelsstatuut dat de fundamenten vormt voor het te ontwikkelen modern HR-beleid. je bent als proceseigenaar HRM het centrale aanspreekpunt voor de korpsleiding, het (lijn) management en voor de medewerkers op alle niveaus. Diploma: houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot niveau A, met een duidelijke voorkeur voor een ‘personeelsgerelateerde’ richting. Voorwaarden: voldoen aan de algemene toelatings- en aanwervingsvoorwaarden slagen in een proef van het type ‘assessment center’ geschikt worden bevonden door een selectiecommissie. Wij bieden je: jaarlijks 36 vakantiedagen ruime bijscholingsmogelijkheden een aantrekkelijk salaris en extralegale voordelen. Interesse? voor meer informatie inzake deze vacatures kunt u terecht bij de korpschef, Dhr. Geert Smet, T 03-317 09 30. sollicitaties (brief + cv + kopie diploma) dienen gericht te worden aan Hoofdinspecteur HRM&DIT Veronique Hofmans, Antwerpsesteenweg 86/1, 2390 Malle en dienen ten laatste afgestempeld te zijn op 30 april 2011. uitgebreide functiebeschrijvingen zijn te verkrijgen op T 03-340 87 83 of via hrm-dit@politie-voorkempen.be


geregeld wetmatig

alex verhoeven

Voor de Europese Commissie kunnen overheidsopdrachten innoverend werken en een hefboom voor duurzaamheid zijn.

Naar een modernisering van de wetgeving overheidsopdrachten? Met een Groenboek opent de Europese Commissie een debat over het Europese aanbestedingsrecht. Ze wil komen tot vereenvoudiging en actualisering van de wetgeving om de gunning van overheidsopdrachten gemakkelijker en flexibeler te laten verlopen. De Commissie ziet overheidsopdrachten bovendien als een bron voor innovatie en als bescherming van het milieu en de werkgelegenheid. Denken we maar aan kantoorapparatuur gemaakt van milieuvriendelijke materialen, toegankelijkheid van gebouwen voor personen met een handicap en innovatieve goederen. Iedereen kan op het Groenboek reageren. De VVSG kon nog niet heel het Groenboek grondig doornemen, maar heeft alvast bij enkele passages belangrijke bedenkingen. Zo dreigt het Groenboek het intergemeentelijk samenwerken overmatig te onderwerpen aan marktbevraging en aanbestedingsregels. Ongeacht of u ambtenaar, bestuurder of mandataris bent, steun de VVSG-bedenkingen door ze voor 18 april in een Wordbestand te zetten en ze te mailen aan de Europese Commissie met een cc aan katrien.colpaert@vvsg.be. U kunt uiteraard ook eigen bedenkingen over het Groenboek toevoegen. katrien.colpaert @ vvsg.be en alex.verhoeven@ vvsg.be

eur-lex.europa.eu, zoek op Groenboek betreffende de modernisering van het EU-beleid inzake overheidsopdrachten

De VVSG-bedenkingen op www.vvsg.be, knop Werking en Organisatie, Overheidsopdrachten, Groenboek kunt u sturen naar

advertentie

Het OCMW Meise organiseert een vergelijkend aanwervingsexamen met aanleg van een werfreserve voor 1 jaar voor volgende functie (m/v):

RUSTHUISDIRECTEUR Voltijds – statutair – niveau A1a-A2a-A3a Voor het woonzorgcentrum Residentie Van Horick werft OCMW Meise een rusthuisdirecteur aan.

Kandidatuur stellen: Verstuur ten laatste op 20 april 2011 uw kandidatuur met cv en kopie van uw diploma aangetekend aan OCMW Meise, t.a.v. Sonja Becq, Godshuisstraat 33, 1861 Meise.

Voorwaarden: • U heeft een diploma van het universitair onderwijs of een diploma van hoger onderwijs van het lange type gelijkgesteld met universitair onderwijs.

Inlichtingen: Voor meer informatie over deze functie kan u terecht bij: Linda Tettelin, personeelsdienst, tel 02 263 12 89, e-mail: linda.tettelin@ocmwmeise.be Caroline De Ridder, secretaris, tel 02 270 13 10, e-mail: caroline.deridder@ocmwmeise.be

markt-consult-pp-reform@ec.europa.eu

Lokaal I 1 april2011 I 43


geregeld wetmatig

Het OCMW Lubbeek werft aan (m/v):

ONTVANGER / FINANCIEEL BEHEERDER deeltijds 60 % • statutair dienstverband

Functie: Je bent verantwoordelijk voor het financieel management van het OCMW. Je leidt de financiële dienst en bent eindverantwoordelijk voor de boekhouding, de jaarrekening, het financieel gedeelte van de ontwerpen van meerjarenplanning en budget, de financiële analyse en de financiële beleidsadvisering. Als lid van het managementteam werk je nauw samen met de secretaris en de overige OCMW-diensten. Vereisten: Je bent houd(st)er van een master- of licentiaatsdiploma en in staat een visie te ontwikkelen die aansluit bij de algemene doelstellingen van het OCMW. Je kunt analytisch denken, bent flexibel, zeer nauwgezet en discreet. Je slaagt in het aanwervingsexamen Bezoldiging: jaarwedde (voltijds) 27.762,12 – 41.003,95 euro (spilindex 138,01). Toelatings- en aanwervingsvoorwaarden: Een gedrag hebben in overeenstemming met de eisen van de betrekking. De burgerlijke en politieke rechten genieten. Lichamelijk geschikt zijn. Belg zijn. Slagen voor een niet-vergelijkend aanwervingsexamen. Anciënniteit bij andere overheidsdiensten en in gelijkwaardige functies kan in aanmerking genomen worden. Bijkomende voordelen: maaltijdcheques van 7 euro, uitgebreide hospitalisatieverzekering, eindejaarstoelage, vakantiegeld, gunstige verlofregeling, fietsvergoeding, gratis openbaar vervoer, mogelijkheid voor warme maaltijden. De voor het examen geslaagde kandidaten worden opgenomen in een werfreserve met een geldigheid van drie jaar. De aangestelde kandidaten doorlopen een proeftijd.

INTERESSE? Kandidaturen vergezeld van een uitgebreid cv en een kopie van het diploma en een uittreksel van het strafregister, moeten ten laatste op 16 mei 2011 aangetekend toekomen bij de voorzitter van het OCMW Lubbeek, Staatsbaan 126 te 3210 Lubbeek. Verdere inlichtingen kunnen verkregen worden bij de personeelsdienst op 016 62 91 38 of info@ocmwlubbeek.be.

De opleidings- en omkaderingspremie en artikel 61 van de OCMW-wet: hoe zit dat precies? Volgens artikel 61 van de OCMW-wet kan het OCMW een samenwerking aangaan met publieke of private actoren om de doelstellingen van het OCMW mee te verwezenlijken. Hierop is de opleidings- en omkaderingspremie gebaseerd die de POD Maatschappelijke Integratie aan de OCMW’s kan toekennen. Deze toekenning is wel aan enkele voorwaarden onderworpen. Wanneer een OCMW-cliënt die recht heeft op maatschappelijke integratie in de vorm van leefloon of equivalent leefloon, aan de slag gaat bij een privéonderneming met winstoogmerk of in dienst is van het OCMW en door het OCMW ter beschikking gesteld wordt van een privéonderneming met winstoogmerk, dan kan het OCMW van de POD Maatschappelijke Integratie een opleidings- en omkaderingspremie krijgen. Aangezien de werknemer recht op maatschappelijke integratie moet hebben bij aanvang van deze maatregel, kan de opleidings- en omkaderingspremie samenvallen met een activering van (equivalent) leefloon in een werkgelegenheidsmaatregel. Een werknemer die door tussenkomst in de loonkosten door het OCMW aan de slag gaat in Activa of onder artikel 60 van de OCMW-wet, kan bijgevolg recht geven op voormelde opleidings- en omkaderingspremie. In elk van beide scenario’s moet het OCMW een samenwerkingsovereenkomst met de privéonderneming op papier zetten. Daarin bepalen partijen welke inspanningen zij doen voor de opleiding en omkadering van de werknemer. Als de privéonderneming haar inspanningen en kosten daarvoor bewijst, stort het OCMW de premie door aan de privéonderneming. Indien het OCMW hiervoor instaat, zal het zelf de premie behouden. De premie bedraagt 250 euro per maand en wordt toegekend gedurende 12 maanden binnen een periode van 24 maanden. petra.dombrecht @ vvsg.be

KB van 11 juli 2002 tot vaststelling van de toelage, verstrekt

Uw personeelsadvertentie in Lokaal, VVSG-week én op de VVSG-website

aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, voor de omkadering en opleiding van gerechtigden op maatschappelijke integratie die bij overeenkomst worden tewerkgesteld bij een

inlevering advertenties voor:

Lokaal 8 (1 tot 15 mei 2011) – 20 april 2011 Lokaal 9 (16 tot 31 mei 2011) – 5 mei 2011

privéonderneming (Inforumnummer 178489)

KB van 14 november 2002 tot vaststelling van de toelage, verstrekt aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, voor

informatie

de omkadering en opleiding van rechthebbenden op financiële

Nicole Van Wichelen • T 02-211 55 43 nicole.vanwichelen@vvsg.be

maatschappelijke hulp die bij overeenkomst worden tewerkgesteld bij een privéonderneming (Inforumnummer 181253), zoals gewijzigd bij KB van 1 april 2004 (Inforumnummer 194379)

44 I 1 april2011 I Lokaal


agenda studiedagen Brugge 6 april

De Pinte 26 en 28 april, 5 mei, 10 en 17 november Bierbeek 29 april, 6 mei en 18 november

Vierde Vlaamse afvalcongres. www.vvsg.be (kalender)

Coachen en motiveren van medewerkers

Is er nog afval?

Brussel 28 april

Interculturele competenties in internationale samenwerking Interactieve workshop over de basiscompetenties voor samenwerking en communicatie met partners uit het Zuiden. www.vvsg.be (kalender) Gent 6 mei

Slechtziendheid en blindheid bij ouderen

Als ploegbaas wil je het beste uit je medewerkers halen maar dit is niet altijd evident. Soms moet je onmiddellijk beslissen en sterk sturen, soms is het beter eerst intensief te overleggen. Als coach moet je je eigen kwaliteiten en valkuilen kennen. Het accent in deze training ligt op het inoefenen van vaardigheden om coachgesprekken te voeren met medewerkers. In het eerste deel verwerf je inzichten en train je communicatieve vaardigheden. In het tweede deel ga je aan de hand van eigen ervaringen na in welke mate de inzichten verwerkt zijn. www.vvsg.be (kalender)

Gent 28 april

Drongen 9 en 31 mei

Vorming over de actuele Rizivregelgeving en -financiering van rusthuizen. www.vvsg.be (kalender)

Tweedaagse training voor maatschappelijk werkers en leidinggevenden van de sociale dienst. www.vvsg.be (kalender)

Mechelen 7 en 8 april, 13 oktober

Brussel 29 april

Brussel 10 mei

Vorming over kennis, inzicht en methodieken om goed met dementerenden samen te wonen en te leven. www.vvsg.be (kalender)

Vorming over stilstaan, parkeren, hoofdregels voor het opstellen van voertuigen, de inrichting van blauwe en betaalzones en de plaatsing van parkeerborden en -markering. www.verkeerskunde.be (kalender)

Ervaringsgerichte opleiding voor ploegbazen die hun leidinggevende vaardigheden willen ontwikkelen. www.vvsg.be (kalender)

Oostduinkerke 9, 10, 11 en 12 mei Oostduinkerke 3, 4, 5 en 6 oktober

Seminarie voor loketverantwoordelijken. www.vvsg.be (kalender)

Praktijkgerichte studiedag over de omgang met personen met een visuele beperking. www.khbo.be/permanentevorming

opleidingen

Animatie als hefboom tot kwaliteitsvol samenwonen en samenleven met bewoners met dementie

Leuven 15 april, 24 juni en 14 oktober

Regionale ondersteuningspunten kwaliteitszorg voor kwaliteitscoördinatoren – Nieuwkomers

Actieleren door met collega’s ideeën en ervaringen uit te wisselen en hieruit te leren. www.vvsg.be (kalender)

Basisvorming Riziv-financiering

Parkeerreglementering

Pensionering: een nieuwe start Residentiële cursus voor personeelsleden van gemeenten en OCMW’s die binnenkort (max. 2 jaar) op pensioen gaan. www.vvsg.be (kalender)

Timemanagement

Leadership beyond limiting beliefs

Gent 10 mei

Aan de balie van het sociale huis

Drongen 10 en 17 mei Hasselt 10 en 17 mei Mechelen 12 en 19 mei

Omgaan met alcohol- en andere drugproblemen bij OCMW-cliënteel Interactieve opleiding voor OCMW-maatschappelijk werkers. www.vvsg.be (kalender)

Mechelen 3 mei

Van leren naar veranderen Hoe slagen OCMW’s en hun leidinggevenden erin het beste in hun medewerkers naar boven te halen? Welke interventies op het vlak van vorming en opleiding hebben het beste resultaat? Hoe zorgt u ervoor dat wat medewerkers op een vorming leren, ook effectief ingezet wordt op het werk? We willen graag samen met u oplossingen toetsen. Denk samen met ons na over een krachtig leerbeleid. Op deze inspiratiedag heeft u de kans om ervaringen te delen met collega’s, vragen in te brengen en mee te zoeken met de VVSG-stafmedewerkers op welke manier de VVSG lokale besturen nog beter kan ondersteunen in hun vormingsbeleid. www.vvsg.be (kalender)

evenementen

Antwerpen 21 april

De Staat van het Boek Hoe staat het boek er voor vandaag? Welke uitdagingen stellen zich voor auteurs, vormgevers, uitgevers, boekhandels, bibliotheken en lezers? Onmoetingsmoment voor bibliothecarissen, politici en beleidsverantwoordelijken. www.staatvanhetboek.be Vlaanderen 1 mei

Armoe Troef

Erfgoeddag in het teken van armoede. www.erfgoeddag.be

Lokaal I 1 april2011 I 45


column Pieter Bos

‘W

at jullie over elkaar denken, dat weten we onderhand. Maar wat denken jullie nu over óns, dát willen wij wel eens weten.’ Aan het woord was het hoofd van onze technische dienst, een ingenieur, en dus drukte hij zich een beetje onbeholpen uit. Want met ‘jullie’ bedoelde hij eigenlijk ons, de politici die al even benieuwd zijn naar wat zij, de ambtenaren, denken over óns. Hoewel. Mijn eerste reactie was: dat wil je niet weten. En mijn tweede reactie: en eigenlijk wil ik het ook niet van jullie weten. Au fond omdat ik het al wist. En zij trouwens ook. Ambtenaren en politici, het zijn twee werelden. Met daartussen een wereld van verschil. Aan de ene kant de wereld die zich uitstrekt van de lange termijn tot de eeuwigheid, die van de ambtenaren met hun engelengeduld en hun meerjarenplanningen. Aan de andere kant het wereldje dat is opgespannen tussen nu en straks, dat van de politici zonder tijd en met nog minder geduld: straks zijn er verkiezingen, dus moeten er nu dingen gebeuren. En dat lukt doorgaans niet. Of maar half. Want altijd staan er wel wetten in de weg en praktische bezwaren. En ook ambtenaren die ze ons kunnen verklaren. De meest doortrapten onder hen voegen er dan nog fijntjes aan toe dat die wetten door politici zijn gemaakt. De twee werelden zijn er eigenlijk maar twee halve. Ze horen bij elkaar als de Maagdenburgse halve bollen. Alleen zijn ze makkelijker uit elkaar te trekken. Dat vond ik jammer, want als voormalig ambtenaar begreep ik ze allebei. In die mate zelfs dat ik me in het gezelschap van ambtenaren een volbloed politicus voelde en in dat van politici een rasechte ambtenaar. Anders gezegd: ik jaagde de ambtenaren op en mijn collega’s de gordijnen in. Geen dankbare rol, maar iemand moest het doen. Ik was een zeldzame soort centaur, half politicus half ambtenaar, al zagen sommigen in mij vooral een hele ezel. Ik kon mij immers behoorlijk opwinden als de twee werelden elkaars rol overnamen. Om te beginnen ambtenaren die aan politiek gingen doen. Soms met de beste bedoelingen. Je vroeg advies en zij begonnen te gissen wat het antwoord was dat je wou horen. Dat wa-

46 I 1 april2011 I Lokaal

ren de dociele exemplaren, altijd klaar om de schepen of de burgemeester ter wille te zijn. Gék werd ik ervan. Als ik alleen maar geïnteresseerd was in gunstige adviezen, dan had ik ze zelf wel geschreven. En veel beter bovendien. Al even kwalijk waren de kwaadwilligen, de heren en dames die zelf in de politiek hadden willen gaan maar zich bijtijds hadden gerealiseerd dat ze als ambtenaar meer macht hadden. En wat meer was: zonder ongemakken als onregelmatige werkuren en verkiezingen. Zij vermomden hun eigen agenda’s in adviezen en verzonnen argumenten à la carte. Meestal argumenten om iets niet te doen en waartegen je weinig kon inbrengen. Tijdsgebrek bijvoorbeeld scoorde heel goed, zeker als het gecombineerd werd met een onverholen dreigement van verminderde dienstverlening. Dat vond gegarandeerd een gewillig oor bij deze of gene collega-schepen, zelfs al verontwaardigde die zich aan de lopende band over de kafkaiaanse traagheid waarmee de ambtenarij zich van haar taken kweet. Daar gingen dan je gedegen voorstellen en troetelideeën: tot zinken gebracht met het gewicht van drogredenen. Maar het wildst werd ik van politici die zich als ambtenaren gedroegen. Ik herinner me een schepen wiens enige doel het was schepen te blijven. De ultieme vaste benoeming als het ware. Een programma, actiepunten, wensbeelden, verbeterpunten… het was allemaal niet aan hem besteed. ‘J’y suis, j’y reste!’ had hij ooit eens in een geschiedenisboekje gelezen en hij had er op slag zijn devies van gemaakt. Immobilisme leek hem dan ook het beste recept. Dat ook beheren in plaats van beleid voeren een beleidskeuze was, ontging de man compleet. Het vergemakkelijkte onze besprekingen niet bepaald. Ooit zaten wij dagen tegenover elkaar. Eerst pratend, ten slotte zwijgend. Onderhandel dan maar eens. Ik wou een mobiliteitsambtenaar. Hij niet. Geven, nemen, geven en nemen, wafelijzers, zelfs koehandel pakten geen verf. Wat hij wou, was niets. En dat had hij al. Toch kreeg ik hem op de knieën, met het overtuigende argument dat de nieuwe ambtenaar toch niets zou veranderen. Kon ik het helpen dat de betrokkene later die belofte verbrak? Ambtenaren, ook altijd wat!

beeld karolien vanderstappen

Twee werelden


Wanneer overweegt u uw vastgoedprojecten te realiseren? Wanneer u zelf over de nodige mensen en middelen beschikt? Of wanneer u hiervoor op een sterke partner kunt rekenen? Immo Line Een patrimonium bezitten en beheren, nieuwe vastgoedprojecten realiseren … het is tijdrovend, het vergt specifieke kennis én u hebt er ook de financiële middelen voor nodig. Met Dexia kunt u rekenen op een sterke partner die over heel wat expertise in vastgoed beschikt en u de nodige ondersteuning en knowhow biedt. Ons gamma Immo Line stelt naast standaardoplossingen ook oplossingen op maat voor, aangepast aan de specifieke behoeften van besturen en instellingen om uw projecten te beheren en uw vastgoedportefeuille uit te bouwen. Voor meer informatie kunt u terecht bij uw bevoorrechte gesprekspartner. Raadpleeg alvast het dossier Immo Line op www.dexia.be/professioneel.

samen naar de essentie

Dexia Bank NV, Pachecolaan 44, 1000 Brussel – IBAN BE23 0529 0064 6991 – BIC GKCC BE BB – RPR Brussel BTW BE 0403.201.185 – CBFA nr. 19649 A – FOD Economie 4944.


2010

1990

1970

1950

1919

Al meer dan 90 jaar staan onze medewerkers klaar voor de openbare sector De openbare sector heeft zeer speciďŹ eke eisen en die kennen we bij Ethias maar al te goed. Al sinds 1919 staan we dag en nacht klaar met de beste service, knowhow en competenties. Vandaag verzekert Ethias meer dan 5000 publieke instellingen. Zo blijft onze ervaring verder groeien. Ethias NV, rue des Croisiers 24, 4000 Luik. RPR Luik BTW BE 0404.484.654 Zetel voor Vlaanderen : Prins-Bisschopssingel 73, 3500 Hasselt.

Meer info ethias.be

011 28 20 81

2011Lokaal06