Issuu on Google+

Halfmaandelijks magazine van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw - Paviljoenstraat 9 - 1030 Brussel | verschijnt 20 x per jaar | Afgiftekantoor Gent X | P2A9746

NR 19 VAN 1 decEMber 2010

VVSG-MAGAZINE VOOR GEMEENTE EN OCMW

Ambtenaar 2.0 zet de lijnen open

Waar wonen de rijken?

De veelzijdigheid van een OCMW-raadslid

Veilige feesten


d saanbo g n i r e c * Lan

49 euro

Met unieke concordantietabel! CODEX RUIMTELIJKE ORDENING

CODEX RUIMTELIJKE ORDENING

VCRO & relevante uitvoeringsbesluiten

CODEX RUIMTELIJKE ORDENING Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en relevante uitvoeringsbesluiten

CODEX RUIMTELIJKE ORDENING 4/12/10 10:25:45 PM

De regelgeving op het vlak van ruimtelijke ordening is de afgelopen jaren sterk veranderd en zal ongetwijfeld ook de komende tijd nog de nodige veranderingen ondergaan. Zelfs voor wie dagelijks bezig is met de regeling is het geen sinecure om bij te blijven. Daarom hebben de VVSG, GSJ advocaten, Politeia en Inforum de handen in elkaar geslagen om deze gebruiksvriendelijke Codex Ruimtelijke Ordening te maken.

Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening In de Codex is de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordeeneigenlijke relevante uitvoeringsbesluiten ning opgenomen, en daarnaast een selectie van de meest relevante uitvoeringsbesluiten op het vlak van ruimtelijke ordening. Er werd gekozen voor een transparante, thematische indeling. De codex is losbladig en wordt geregeld geactualiseerd.

Over de auteurs Editor van deze codex is prof. dr. Frankie Schram, verbonden aan de FOD Binnenlandse Zaken en gastprofessor aan de Universiteit Antwerpen en aan het Instituut voor de Overheid van de K.U. Leuven. Xavier Buijs is stafmedewerker ruimtelijke ordening en huisvesting van de Vereniging van Vlaamse steden en gemeenten. Nele Ansoms is lid van de vakgroep rond administratief recht, milieu, ruimtelijke ordening en stedenbouw van GSJ-advocaten.

Met unieke concordantietabel! De codex bevat een unieke concordantietabel tussen de VCRO en het Decreet Ruimtelijke Ordening van 1999. Hierbij werd niet uitgegaan van de twee concordantietabellen in de bijlagen II en III van de VCRO zelf, maar werd door de auteurs een eigen tabel opgesteld, op basis van de tekst die dagelijks door de mensen uit het veld gebruikt wordt. De versie van het DRO waarnaar de officiële concordantietabel verwijst, is immers nooit in werking getreden.

BESTELKAART Bestel via www.politeia.be of stuur of fax deze strook naar: Uitgeverij Politeia, Ravensteingalerij 28, 1000 Brussel / fax: 02 289 26 19

JA, ik bestel …… ex. van de “Codex Ruimtelijke Ordening” tegen de lanceringsprijs van 49 euro.* Naam: Functie:

Adres: VVSG-lid: ja / neen

Organisatie:

Btw-nummer:

E-mail:

Datum:

Tel.:

Handtekening:

* Prijs incl. btw, excl. verzendingskosten. Prijs geldig tot 31 december 2010. Uw gegevens worden door ons in een bestand bijgehouden en niet aan derden doorgegeven. Overeenkomstig de wet op de privacy heeft u inzage- en correctierecht.


NR 19 VAN 1 DECEMBER 2010

VVSG-MAGAZINE VOOR GEMEENTE EN OCMW

Halfmaandelijks magazine van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw - Paviljoenstraat 9 - 1030 Brussel | verschijnt 20 x per jaar | Afgiftekantoor Gent X | P2A9746

BART LASUY

INHOUD

LOKAAL NUMMER 19 VAN 1 decEMber 2010

Ambtenaar 2.0 zet de lijnen open

12

Waar wonen de rijken? De veelzijdigheid van een OCMW-raadslid Veilige feesten

2010Lokaal19_1811.indd 1

Ambtenaar 2.0 – openheid is het sleutelwoord

18/11/10 10:22

5 Opinie: Eindelijk planlastvermindering KORT LOKAAL 6 Nieuws, print & web, perspiraat, column

STEFAN dewickere

Web 2.0 maakt het veel gemakkelijker om dwars door de hiĂŤrarchisch gestructureerde overheid nieuwe samenwerkingsverbanden op te zetten en organisatiebreed te gaan samenwerken.

Davied van Berlo is projectleider Ambtenaar 2.0 bij de Nederlandse overheid. Web 2.0-toepassingen bieden mogelijkheden om de burgers meer te betrekken bij het bestuur en om alle overheden beter met elkaar te laten samenwerken.

ORGANISATIE 12 Interview met Davied van Berlo Ambtenaar 2.0 – openheid is het sleutelwoord 16 Waar wonen de betere verdieners? 19 De-lokaal: Een brug of‌ toch niet? 20 Dilemmatrainingen maken deontologische code levendig en doorleefd

FORUM

WERKVELD 28 Veilige feesten door breed en continu overleg 30 Praktijk in Oostende: Alcoholvrije kerstmarkt op laatste examendag 31 Achter de schermen: Ploegbaas Waterdienst 32 Kansen voor kinderen van OCMW-cliĂŤnten 34 Denemarken: de gemeente helpt je jezelf te helpen 35 Klare kijk: Kan een gemeente beroep indienen tegen een stedenbouwkundige vergunning van de deputatie? 36 Winning through Twinning: stedenbanden in Zuidelijk Afrika 39 Praktijk in Sint-Niklaas: Zien, voelen, ruiken en doen in demonstratiehuis gezond wonen

WETMATIG 40 Berichten 42 Agenda & Triljoen

20

rumo

Dilemmatrainingen maken deontologische code levendig en doorleefd In Mechelen volgen alle 1700 medewerkers dilemmatrainingen die door hun collega’s gegeven worden. De trainingen maken echt wel iets wakker: zijn drie kopieÍn voor eigen gebruik er drie te veel? Mag je een doosje pralines aanvaarden van een dankbare cliÍnt?

22 De veelzijdigheid van  een OCMW-raadslid

stefan dewickere

22 De veelzijdigheid van een OCMW-raadslid 25 Lokale raad: Hebben gemeenteraadsleden inzage in de documenten van het OCMW? 26 De raad van Zingem

Sturen op hoofdlijnen, beheren van het OCMW en beslissingen nemen in individuele dossiers van maatschappelijke dienstverlening, dat zijn de drie rollen van een OCMW-raadslid. Raadsleden Steven Lories en Stefaan Reynaert en OCMW-voorzitters Marie-Jeanne Hendrickx en Freddy Massart vertellen hoe ze die rollen in de praktijk vervullen. 1 december 2010 LOKAAL 3


NIEUW!

‘Lokale besturen en werk’ wordt

HANDBOEK WERKGELEGENHEIDSMAATREGELEN in lokale besturen Het handboek zal een volledig overzicht geven van alle werkgelegenheidsmaatregelen die de lokale besturen (OCMW én gemeente) kunnen inzetten zowel voor hun eigen personeel als voor de activering van OCMW-cliënten. De maatregelen worden zowel technisch, juridisch als financieel uiteengezet en u krijgt heel wat praktische informatie over het inzetten van en het werken met de maatregelen (modelformulieren, documenten, FAQ’s…).

Drie overzichtelijke en gebruiksvriendelijke delen In Deel 1 – Werkgelegenheidsmaatregelen ten gunste van ‘ocmwcliënteel’ ligt de focus op de rol van de sociale dienst of tewerkstellingsdienst van het OCMW in het kader van tewerkstelling. De Wet van 26 mei 2002 met betrekking tot het recht op maatschappelijke integratie heeft aan het OCMW uitdrukkelijk een tewerkstellingsopdracht gegeven. De maatregelen zoals ze kunnen toegepast worden op RMIgerechtigden komen hier aan bod. De voorwaarden waaraan deze OCMW-cliënten moeten voldoen om in te stappen in artikel zestig § 7 OCMW-wet, Activa, Sine en Werkervaring worden in detail besproken. Vervolgens komen de effectieve toepassing en de administratieve afhandeling van deze tewerkstellingsmaatregelen aan bod. Verder wordt ook aandacht besteed aan de socioprofessionele balans als instrument om OCMW-cliënten te screenen en te begeleiden op weg naar of tijdens een tewerkstelling.

Bestelkaart

In Deel 2 – Werkgelegenheidsmaatregelen inzetbaar door de lokale besturen worden het OCMW en de gemeente als werkgevers bekeken. U krijgt een antwoord op de vraag welke tewerkstellingsmaatregelen het lokaal bestuur zelf als werkgever van eigen personeel kan gebruiken en welke (financiële) voordelen hieraan verbonden zijn. Komen in dit deel aan bod: dienstencheques, gesco, startbanen, de beroepsinlevingsovereenkomst… Deel 3 – Jongeren is een houvast voor stage- en leerwerkaanbieders bij een overheidsdienst. Bij de overheidsdiensten op de verschillende niveaus bestaat er grote onduidelijkheid over wat een stage- of leerwerkplaats nu precies inhoudt, welke regelgeving van toepassing is, in welke mate een financiële tegemoetkoming mogelijk is, wie moet worden gecontacteerd enzovoort. Deze tekst bundelt al die informatie en poogt concrete adviezen aan te bieden. Het Handboek Werkgelegenheidsmaatregelen in lokale besturen zal beschikbaar zijn vanaf december 2010. De huidige abonnees van ‘Lokale besturen en werk’ krijgen dit nieuwe handboek automatisch in de bus!

Reserveer nu al uw exemplaar aan de uitzonderlijke lanceringsprijs van 79 euro! U betaalt uiteraard pas bij levering.

Politeia // Ravensteingalerij 28 // 1000 Brussel // Fax: 02 289 26 19 // Tel: 02 289 26 10. Of bestel via www.politeia.be // e-mail: info@politeia.be

Ja, ik bestel ….. ex. van het Handboek Werkgelegenheidsmaatregelen in lokale besturen*, 79 euro** Bestuur/Organisatie: ........................................................................................................................... Naam: ................................................................................................................................................. Functie: ............................................................................................................................................... E-mail: ................................................................................................................................................. Tel. : .................................................................................................................................................... Adres: ................................................................................................................................................. BTW: ...................................................................................................................................................

Datum en handtekening

* Het betreft hier een losbladige publicatie met abonnementsformule. De bijwerkingen worden u automatisch toegezonden tegen 0,49 euro/ blz en dit tot schriftelijke wederopzegging van het abonnement. Prijzen btw inclusief en exclusief verzendingskosten. ** Prijzen geldig tot 31.12.2010. Consulteer www.politeia.be voor actuele prijzen. Uw gegevens worden door ons in een bestand bijgehouden en niet aan derden doorgegeven. Overeenkomstig de wet op de privacy heeft u inzage- en correctierecht.


opinie MARK SUYKeNs

Stefan Dewickere

Eindelijk planlastvermindering

M

inister Geert Bourgeois lanceert een voorontwerp van decreet waarmee de vele tientallen plan- en rapportageverplichtingen die gemeenten via subsidie- en andere decreten opgelegd krijgen, drastisch gereduceerd worden. Het fenomeen van de planlastvermindering is zeer typerend voor het Vlaamse beleid van de jongste twintig jaar. Al in 1997 (!) signaleerde de VVSG deze tendens tijdens Mark Suykens is directeur van de VVSG de discussies voor het Pact met de gemeenten. In onze bijdrage stelden we toen uitdrukkelijk vast dat de Vlaamse overheid bij elk nieuw subsidiedecreet of bij elk nieuw convenant steeds een extra planningsdocument vroeg aan de gemeenten. Toen (1997) inventariseerden we dertien verschillende planningsdocumenten, nu zijn er dat al meer dan dertig geworden. Elke beleidssector legde zijn eigen plannings- en rapportageverplichtingen op waardoor een integraal en samenhangend beleid ter plekke gewoon onmogelijk werd gemaakt. We gaan het vel van de beer niet verkopen voor hij geschoten is: we hopen dat de voltallige Vlaamse regering én het parlement zich achter dit voorontwerp De Vlaamse overheid heeft haar eigen van decreet scharen. De planlastvermindering zal bestuurskracht verkwanseld omdat dan effectief gerealiseerd worden in 2013 wanneer de gemeenten hun zesjarig strategisch beleidsplan ze alles in detail wilde regelen en moeten opmaken bij de start van de nieuwe gemeenniet op hoofdlijnen bestuurt. telijke legislatuur. Deze ommekeer in het Vlaamse beleid heeft dan vijftien jaar in beslag genomen! Vlaanderen luistert te weinig naar de lokale verzuchtingen en is daarenboven niet in staat om zijn eigen beleid op een redelijke termijn ten gronde bij te sturen. Blijkbaar moesten over dit thema van planlastvermindering eerst twee universitaire onderzoeksrapporten gemaakt worden, diverse ambtelijke rapporten, drie commissies voordat een dergelijk belangrijk punt uit de drie jongste regeerakkoorden misschien gerealiseerd kan worden. De ongebreidelde sectorale reguleringsdrift die de Vlaamse overheid de voorbije twintig jaar aan de dag legde, speelt haar nu ernstig parten om tot verandering te komen. Hetzelfde fenomeen zien we met de aanbevelingen van de commissie Sauwens en Berx: hoeveel universitaire en ambtelijke rapporten en commissies zullen nog nodig zijn om effectief tot vereenvoudiging te komen van de onwerkbare procedures in de sectoren milieu, mobiliteit en ruimtelijke ordening? De Vlaamse overheid (regering én parlement) heeft haar eigen bestuurskracht verkwanseld door zich niet te beperken tot regulering op hoofdlijnen maar door te verzanden in detailregelgeving die vaak onleesbaar en ontoepasbaar is. I

LOKAAL is het magazine en ledenblad van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw en verschijnt tweemaal per maand

Verantwoordelijk uitgever Mark Suykens, directeur VVSG Bladmanagement Jan Van Alsenoy Hoofdredactie Marlies van Bouwel, T 02-211 55 46

Paviljoenstraat 9, 1030 Brussel T 02-211 55 00 • F 02-211 56 00 lokaal@vvsg.be www.vvsg.be

Kernredactie Pieter Plas, Inge Ruiters, Jan Van Alsenoy, Bart Van Moerkerke Columnisten Johan Ackaert, Pieter Bos, Nora Van Meeuwen

Redactiesecretariaat Inge Ruiters, T 02‑211 55 44

Illustraties Bart Lasuy, Stefan Dewickere, Layla Aerts (fotografen), Nix (cartoonist)

Eindredactie Marleen Capelle

Vormgeving Ties Bekaert

Abonnementen VVSG-leden: 80 euro, vanaf 10 ex. 67 euro; niet-leden: 150 euro VVSG, Nicole Van Wichelen T 02-211 55 43 Regie vacatures nicole.vanwichelen@vvsg.be T 02-211 55 43 Regie advertenties Cprojects&Advertising, Peter De Vester, T 03 326 18 92, media@cprojects.be

Drukwerk Schaubroeck (Nazareth) Lokaal wordt gedrukt op het kringlooppapier Cyclus (100% post consumer)

VVSG-bestuur Luc Martens, voorzitter Sas van Rouveroij, voorzitter raad van bestuur Theo Janssens, voorzitter afdeling OCMW’s

Ondertekende artikels verbinden alleen de auteurs. Reacties zijn welkom. De redactie zal deze naar eigen inzicht al dan niet opnemen, inkorten of er melding van maken. Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd en/ of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, elektronische drager of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Met de steun van Dexia en Ethias, partners van de VVSG

1 december 2010 LOKAAL 5


KORT LOKAAL NIEUWS

VVSG verwelkomt planlastreductie Er zit eindelijk schot in de planlastvermindering voor lokale besturen die al meer dan tien jaar geleden aangekondigd werd. De VVSG steunt het voorontwerp van decreet dat Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Geert Bourgeois daarover voorbereidt.

eventueel kunnen bijsturen, waarna de gemeenten en OCMW’s opnieuw kunnen aangeven of ze die volgen of niet.

P

Suggesties Ten eerste mag het decreet volgens de VVSG niet beperkt worden tot planningsverplichtingen waarmee subsidies samenhangen. Ook de andere plannen (zoals lokaal sociaal beleid of lokaal ouderenbeleid) moeten worden meegenomen. Ten tweede is de VVSG absoluut gekant tegen het feit dat een representatieve instantie in de plaats van het lokale bestuur de Vlaamse subsidies zou kunnen verwerven, wanneer de gemeente of het OCMW beslist om op bepaalde Vlaamse prioriteiten niet in te gaan. Dat betekent immers een totale uitholling van de democratische rechten van een lokaal bestuur. Ten derde vraagt de VVSG dat besturen die tijdig hun meerjarenplan klaar hebben, al in 2013 zouden vernemen of ze ook de beloofde subsidies krijgen. Zo weten ze bij de start van de planningsperiode in 2014 helemaal waar ze aan toe zijn. Ten vierde waarschuwt de VVSG voor te hoge eisen voor cofinanciering. Als de Vlaamse overheid wil dat de gemeente of het OCMW x euro bijlegt bij elke gesubsidieerde euro, ontstaat er een gevaarlijke hefboom waarbij Vlaanderen met een minimale inzet van eigen middelen een maximale greep krijgt op het lokale beleid. Dat kan niet de bedoeling zijn. De VVSG hoopt nu dat de Vlaamse regering haar belofte om drastisch te snoeien in de lokale planlasten snel uitvoert.

lanning is een typisch voorbeeld van de stelling dat goed en goed bedoeld niet noodzakelijk synoniemen zijn. Toen de lokale jeugdsector in het begin van de jaren negentig een nieuw decreet kreeg, was er applaus op de meeste banken. Vlaanderen zou niet langer rechtstreeks middelen geven aan gemeentelijke jeugdverenigingen, maar die middelen naar de gemeenten laten vloeien. Die konden er voortaan hun lokale jeugdwerkbeleid mee financieren, op voorwaarde dat ze om de drie jaar een jeugdwerkbeleidsplan zouden opstellen. Dat jeugdige voorbeeld vond al heel snel navolging. Elke Vlaamse minister wou voortaan de planningsgedachte opnemen in de voorwaarden van de subsidies aan de lokale besturen. En zo kwamen er plannen voor cultuur, milieu, kinderopvang, mobiliteit, opvoedingsondersteuning, sport, flankerend onderwijsbeleid en Noord-Zuidbeleid. Elk van die plannen had andere regels, andere termijnen en andere rapporteringsvereisten. En de gemeenten en OCMW’s, die trokken hun plan, met het gevaar dat meer mensen aan het plannen en evalueren waren, dan dat er tijd hadden voor de uitvoering op het terrein. Wat is intussen gebeurd met de tonnen planningspapier die naar Brussel zijn verstuurd: heeft iemand al die voornemens ooit gelezen? En deed Vlaanderen de moeite om er algemene beleidsconclusies uit te trekken?

40,65

Maar er is dus beterschap op komst. In uitvoering van het Vlaamse regeerakkoord heeft minister Bourgeois een voorontwerp van decreet klaar dat moet leiden tot een sterke planlastvermindering. Nog vóór het in de regering werd besproken, kreeg de VVSG de kans erop te reageren nadat het op de raad van bestuur van 8 november besproken werd. EÊn meerjarenplan De VVSG steunt de algemene uitgangspunten van het voorontwerp. Die houden in dat de sectorale planning en verantwoording binnenkort helemaal zullen moeten gebeuren op basis van het meerjarenplan, het budget en de jaarrekening die de gemeenten en OCMW’s moeten maken conform de regels voor de beleidsen beheerscyclus. Het is dus gedaan met ministers en administraties die telkens weer verschillende documenten en sjablonen opleggen. De Vlaamse regering zal op 15 oktober 2012 haar beleidsprioriteiten voor de gemeentelijke legislatuur 2013-2018 bekendmaken, met daarbij de subsidies die besturen kunnen krijgen als ze hierop intekenen. Gemeenten en OCMW’s zullen dan aan de hand van hun meerjarenplan 2014-2019 formeel kunnen intekenen op een of meer van die prioriteiten. Uiterlijk op 1 april 2014 zouden de besturen moeten weten wat daarvan wordt aanvaard. Na drie jaar (intussen is er dan alweer een nieuwe Vlaamse regering) zou Vlaanderen de prioriteiten

Jan Leroy

 De groene druk is een demografische verhouding die aangeeft hoeveel jongeren (0-19 jaar) er zijn per honderd inwoners op actieve leeftijd (20-60 jaar). In het Vlaamse Gewest (2008) bedraagt de groene druk 40,65. Er zijn dus iets meer dan 40 jongeren per 100 inwoners op actieve leeftijd. In Wezembeek-Oppem, Lo-Reninge, Sint-Genesius-Rode, Alveringem, Linkebeek, Vilvoorde en Tervuren zijn er meer dan 50 jongeren per 100 actieven. Of anders gezegd, in deze gemeenten zijn er twee volwassenen op actieve leeftijd voor elke jongere. In Blankenberge, Leuven en Herstappe is de ratio lager dan 33,3. In deze gemeenten zijn er 3 volwassenen voor elke jongere. In het Brusselse Gewest spant Sint-Jans-Molenbeek de kroon, met een groene druk van 56,9. De laagste groene druk zien we in Elsene (24,94). Wilt u meer weten over de groene druk in uw gemeente? Surf dan naar www.lokalestatistieken.be.

6 LOKAAL 1 december 2010


PRINT & WEB

Cijfers voor goed beleid Met de gemeentelijke profielschets stelt de Vlaamse overheid de gemeenten een meetinstrument ter beschikking waarmee gemeenten aan bestuurskracht kunnen winnen. Op basis van de meest recente statistieken voor alle beleidsthema’s kunnen gemeenten een lokaal beleid voeren en zich vergelijken met gelijkaardige gemeenten.

E

lke Vlaamse gemeente kreeg begin november de eerste gemeentelijke profielschets geprint in de bus. Het zal de enige keer zijn, want de statistische gegevens die voortdurend aangepast worden, zullen vanaf nu enkel online op www.lokalestatistieken. be na te kijken zijn. Voor minister-president Kris Peeters is dit project een uitvoering van het regeerakkoord waarin werd afgesproken dat de Vlaamse overheid de bestuurskracht van gemeenten zou ondersteunen: ‘Meten is weten. Met een goed meetinstrument kunnen gemeenten zelf een goed beleid voeren en beleidsbeslissingen argumenteren. Met al die relevante informatie willen we komen tot een geĂŻntegreerd beleidsplan in plaats van alle vroegere domeinplannen.’ Omdat er sinds kort ook tijdsreeksen beschikbaar zijn, kun je nu op Vlaams niveau op landkaartjes zien hoe bijvoorbeeld het aantal btw-plichtige zelfstandigen tijdens de voorbije tien jaar in alle gemeenten geĂŤvolueerd is, hoe het gemiddelde inkomen per inwoner varieert of in welke gemeenten jongeren naar het secundair onderwijs gaan. Minder planlast, wel controle Ook volgens minister Geert Bourgeois betekenen de cijferreeksen een grote stap voorwaarts voor de gemeenten: ‘Het gaat hier echt om subsidiariteit. We willen de autonomie en de slagkracht van gemeenten versterken: hen met minder planlast opzadelen en hen niet langer jaarlijks deelrapportjes laten opstellen. Maar voor deze vrijheidsgraad hebben we instrumenten nodig. Met

het Agentschap Binnenlands Bestuur willen we minder betuttelend optreden en meer een coach voor gemeenten zijn. Omdat de raadsleden ook toegang hebben tot deze cijfers kunnen de debatten in de raad levendiger worden. Bovendien hopen we dat de gemeenten in 2013 hun meerjarenplan zullen uitschrijven op basis van deze gegevens. Daarnaast verwachten we ook dat gemeenten meer aan benchmarking zullen doen.’ In elke gemeentelijke profielschets staan demografische cijfers, gegevens over bestuurskracht zoals het aantal personeelsleden en de financiĂŤle situatie van gemeente en OCMW, en de verschillende beleidsdomeinen waarbinnen het bestuur werkt, met relevante gegevens over onderwijs, welzijn, milieu, economie en werkgelegenheid. Naast cijfers over de eigen gemeente geeft de profielschets telkens ook het gemiddelde van alle Vlaamse gemeenten aan, plus het gemiddelde van alle gemeenten van de cluster waartoe de gemeente behoort. Dit geeft het lokale bestuur de mogelijkheid zich te vergelijken met andere besturen die zich in een gelijkaardige situatie bevinden. Wie handig is met Excel kan ook zelf benchmarkrapporten opstellen. Marlies van Bouwel ĂŽĂŽWie op www.lokalestatistieken.be zoekt, ziet meteen de knop ‘helpdesk’ die u voorthelpt bij al uw vragen en opmerkingen. Gemeenten kunnen op hun website een link leggen naar www.lokalestatistieken.be zodat de inwoners ook met de gegevens aan de slag kunnen gaan.

Tot 23 januari 2011 – jongerenprojecten voor beter wederzijds begrip in Europa De Europese Karel de Grote-prijs voor jongeren wordt jaarlijks toegekend aan projecten van mensen tussen zestien en dertig jaar die het onderlinge begrip tussen volkeren uit verschillende Europese landen en de Europese identiteit bevorderen. De prijs is een initiatief van het Europees Parlement en de Stichting Internationale Karel de Grote-prijs Aken. Een project indienen kan tot 23 januari. ÎÎwww.europarl.be (Europese Karel de Grote-prijs voor jongeren)

Momenten  nummer 6 ‘Kaas met Gaten’ De editie ‘Kaas met Gaten’ van Momenten gaat over kinderen en jongeren van wie we doorgaans niet verwachten dat ze actief aan cultuur doen. Het nummer belicht ook mensen en organisaties die met deze gasten cultuur willen maken. De titel verwijst naar het versnipperde beleid voor kunsteducatie en naar de verscheidenheid aan initiatieven en ‘cross-over’ werkvormen die kinderen en jongeren uit kansengroepen bereiken. Het nummer beschrijft o.m. sociaal-artistieke projecten, de samenwerking tussen het deeltijds kunstonderwijs en de amateurkunsten, het straattheater binnen een jeugdwelzijnswerking, circus binnen een buurtwerking, de Brede School. Momenten is een periodieke publicatie van Demos vzw. Om elk nieuw nummer te ontvangen kunt u zich inschrijven via www.demos.be/momenten. Eerder verschenen nummers nabestellen kan voor 8 euro. A. De bisschop, J. Kerremans, B. RogĂŠ, T. Van Driessche en I. Van De Walle, J. De Ryck, Kaas met Gaten, Momenten 2010 nr. 6, Demos vzw, Brussel, 8 euro

Online:  erkenningsprocedures buitenlandse diploma’s NARIC-Vlaanderen De nieuwe brochure van NARIC-Vlaanderen (National Academic Recognition Centre) maakt u wegwijs in de erkenningsprocedures van buitenlandse diploma’s in Vlaanderen. De brochure beschrijft waarvoor u waar terecht kunt en hoe de procedure verloopt. De procedure zelf is gratis, de vertaling van documenten verloopt in sommige gevallen tegen betaling. Deze brochure is opgesteld door een werkgroep van vertegenwoordigers uit het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming, NARIC-Vlaanderen, het Vlaams Minderhedencentrum, de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, en Zenito. U kunt de brochure downloaden via www.ond.vlaanderen.be (publicaties).

1 december 2010 LOKAAL 7


KORT LOKAAL NIEUWS

Derde Aardig-op-weg-trofee voor  Mechelen en Stadsregio Turnhout Voor de derde maal reiken de organisatoren de Aardig-op-weg-trofee uit. Die is bestemd voor gemeentebesturen die tijdens de Aardig-op-weg-week hun schouders zetten onder meerdere acties, de campagneboodschap mee promoten en het hele jaar werk maken van duurzame mobiliteit.

e Stadsregio Turnhout sleept voor de tweede keer deze trofee in de wacht. In Turnhout namen maar liefst 22 buurten deel aan de Autovrije Zondag op 19 september. Het centrum van OudTurnhout en Vosselaar waren autovrij. Met een stevige ondersteuning door de gemeentebesturen namen veertig basisscholen deel aan de Strapdag. Niet alleen tijdens de Aardig-op-weg-week is de Stadsregio actief. Speelstraten in de zomer, promotie voor cambio (autodelen), publicatie van schoolroutekaarten en actieve deelname aan Met Belgerinkel naar de Winkel en de Dag van de Trage Weg bewijzen dat duurzame mobiliteit Turnhout en zijn buurgemeenten nauw aan het hart ligt. Ook Mechelen is voor de tweede keer de verdiende winnaar van de Aardig-opweg-trofee. Op de Autovrije Zondag in Mechelen waren er veel duurzame activiteiten. Zo organiseerden de Mechelse autodelers een heus autodeelsalon om inwoners van de voordelen van autodelen te overtuigen. De stad zette voor de eerste keer in op de Strapdag en kon zes basisscholen overtuigen om deel te nemen. Met de reizende module Duur-

GF

D

Tijdens de Aardig-op-weg-week organiseren gemeentebesturen tal van originele activiteiten.

zaam Onderweg konden de leerlingen op een attractieve manier kennismaken met milieuvriendelijke mobiliteit. In de nabije toekomst zal er in Mechelen nog veel bewegen op dat vlak. De plannen voor een verkeersveilige, bijna autovrije, stationsomgeving liggen klaar. De autoluwe binnenstad wordt uitgebreid. Fietsers mogen zich verheugen op de aanleg van nog meer fietspaden van topkwaliteit en het wegwerken van de missing links op het fietsroutenetwerk. Ook een campag-

ne voor zone 30 ligt in het verschiet. Schelle, ten slotte, kwam tijdens de Aardig-op-weg-week bijzonder uit de hoek. Het gemeentebestuur stelt zijn eigen wagenpark voortaan buiten de kantooruren ter beschikking van de inwoners. Een originele aanpak om inwoners te laten kennismaken met en te betrekken bij autodelen. Erwin Debruyne ĂŽĂŽwww.aardig-op-weg-week.be

Ruimere toepassing voor plug-in routeplanner 25 gemeenten hebben al de plug-in routeplanner van De Lijn aangevraagd. Deze toepassing kan de informatie over de bereikbaarheid met het openbaar vervoer voor de bezoeker van uw lokale diensten op maat ontsluiten. U kunt op voorhand het bestemmingsadres ingeven waardoor het altijd automatisch gegenereerd wordt. Als u bijvoorbeeld de banner installeert op de website van uw cultuurcentrum en de bezoeker klikt erop, dan verschijnen in de routeplanner automatisch de adresgegevens van het cultuurcentrum. Zo heeft Moerbeke-Waas een

8 LOKAAL 1 december 2010

link naar haar gemeentehuis gelegd. De Lijn wil ook expliciet de OCMW’s hiervan op de hoogte te brengen. Het OCMW Kampenhout vroeg als eerste OCMW de Plug-in aan. Een voorbeeld van de plug-in routeplanner vindt u ook op de website van het Universitair Ziekenhuis Leuven. Erwin Debruyne

ĂŽĂŽwww.delijn.be (reisinformatie)


PRINT & WEB

Roetfilterpremie nu ook voor gemeentevloot

D

e vernieuwde roetfilterpremie geldt voortaan ook voor de installatie van een halfopen roetfilter op de gemeentelijke dieselwagens of bestelwagens. Elke eigenaar van een Euro 3 of Euro 4 (bestel)wagen kan nu de premie aanvragen, dus ook als de gemeente eigenaar is. Een niet te missen kans om uw gemeentevloot milieuvriendelijker te maken. Naast de ombouw van uw eigen vloot kunt u nog een groter steentje bijdragen aan een verbeterde luchtkwaliteit/milieuvriendelijke mobiliteit. Met de winter en een mogelijk smogalarm voor de deur, is het tijd voor actie. U kunt de garages binnen uw gemeenten aansporen actief mee te werken aan de roetfilterpremie. Ook de inwoners kunt u aansporen een roetfilter te laten installeren. Let wel, een roetfilter te regenereren vraagt voldoende lange ritten aan 70 km/u of meer om voldoende temperatuur te halen. Zo niet, dan had u beter een benzinewagen aangekocht.

Erwin Debruyne ĂŽĂŽroetfilters.lne.be, het communicatiemateriaal kunt u gratis aanvragen bij de Vlaamse overheid via lucht.hinder.gezondheid@lne.vlaanderen.be.

Preventieproject SDNA Het stadsbestuur en de politiezone Dendermonde willen met het proefproject SDNA Forensic Marking inbraken voorkomen en daders aanpakken. SDNA Forensic Marking is een preventieve techniek die gebruik maakt van een unieke stof, synthetisch DNA.

E

GF

igenaars merken hun waardevolle voorwerpen met de onzichtbare stof. Deze stof licht op onder ultraviolet licht en bevat microdots met daarop een unieke code. Bovendien bevat de stof een synthetisch DNA dat de eigenaar kan identificeren. Deze informatie wordt opgeslagen in een centrale databank, die enkel toegankelijk is voor de politiediensten. Omdat een inbreker op die manier vlugger tegen de lamp loopt, wordt de kans op woninginbraken kleiner. Om inbrekers extra af te schrikken waarschuwen de eigenaars met een sticker op de ruit van hun woning dat ze hun waardevolle zaken met het synthetische DNA gemerkt hebben. Met de inhoud van een set SDNA kunnen ongeveer vijftig voorwerpen gemerkt worden. De SDNA-spray is vooral voor zelfstandigen handig: de SDNA-spray-installatie wordt aan de winkeldeur opgesteld en geactiveerd bij een diefstal of overval. Het systeem

markeert de inbreker of overvaller met synthetisch DNA dat opgenomen is in een kleurloze vloeistof die voor het blote oog vrijwel onzichtbaar is. Sint-Gillis-Dendermonde heeft een groot inbraakprobleem en is nu uitgeroepen tot proefzone. Om potentiÍle inbrekers af te schrikken zijn waarschuwingsborden op de invalswegen aangebracht. De inwoners van Sint-Gillis-Dendermonde kunnen een set SDNA kopen voor 10 euro in plaats van 89,25 euro. Alle andere inwoners van de stad kunnen het SDNA-pakketje aankopen voor 62,50 euro via www.SDNA.be. Het project in Dendermonde is een Belgische primeur. Gelijkaardige projecten in Duitsland en Nederland leidden al tot een sterke afname van het aantal inbraken.

Draaiboek  alcohol- en drugbeleid in het jeugdhuis Deze praktische handleiding ondersteunt drugpreventiewerkers, beroepskrachten van het jeugdhuis en jeugdconsulenten uit heel Vlaanderen bij het opstellen van het drugbeleid in het jeugdhuis. Het draaiboek bestaat uit drie delen: het wetgevende kader van de belangrijkste middelen en de toepassing ervan, een stappenplan met praktische werkvormen, en nuttig materiaal bij het ontwikkelingsproces. Het draaiboek alcohol- en drugbeleid in het jeugdhuis is een publicatie van de stad Oostende in samenwerking met de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen vzw, de CAD Limburg, het VIGEZ, jeugdhuiskoepel Formaat en VAGGA Antwerpen. U kunt het draaiboek downloaden op www. uitgaaninoostende.be (jeugdhuis) of op www. vdab.be. Een papieren versie kost 2 euro die u online kunt bestellen via www.vad.be.

Jaarboek  Armoede en sociale uitsluiting 2010

Inge Ruiters

De negentiende editie van het Jaarboek Armoede en sociale uitsluiting onderzoekt de complexe relatie tussen armoede en arbeid. Arbeid wordt soms voorgesteld als de Koninklijke weg uit de armoede. Het Jaarboek toont echter aan dat deze Koninklijke weg bezaaid is met obstakels en brengt de complexiteit ervan in kaart. In de bijdragen tonen economen, sociologen, psychologen en bestuurskundigen de achterliggende dynamiek in al haar facetten. Ze reiken ook oplossingen aan voor een toekomstig arbeidsmarktbeleid. Naast het themadeel bevat dit jaarboek een uitgebreid overzicht van de jongste cijfers, beleidsmaatregelen en wetenschappelijk onderzoek over armoede en sociale uitsluiting. Armoedebeleid in tijden van crisis krijgt hierbij speciale aandacht.

ĂŽĂŽPreventiedienst Lokale politie Dendermonde,  T 052-25 12 22, www.SDNA.be

J. Vranken, S. De Blust, D. Dierckx en A. Van Haarlem, Armoede en sociale uitsluiting jaarboek 2010, ACCO, Leuven, 36 euro

1 december 2010 LOKAAL 9


PERSPIRAAT

KORT LOKAAL NIEUWS

“ We hadden nooit gedacht dat we

ooit welvarend zouden zijn, dat er ooit auto’s zouden rondrijden van gewone mensen. Onze steden zijn daar niet op gebouwd. We bouwen hier nieuwe gebouwen op honderd jaar oude riolen. Het is patchwork, nooit planning. Wij plannen niet, onze politici denken niet op lange termijn.

�

De kunst van het loslaten Armand Exteyl stierf op 7 juni 2010 in het woonzorgcentrum Zonnebloem. Hij besliste zijn kanker niet te laten behandelen en koos voor euthanasie. Over zijn dood maakten fotograafcineast Julien Vandevelde en huisarts-auteur Marc Cosyns de documentaire Goodbye Armand. De documentaire toont niet alleen Armand zelf, ook zijn familie, zijn huisarts, zijn pastoor en het personeel van het woonzorgcentrum getuigen. Op 30 oktober ging deze documentaire in Zonnebloem onder massale belangstelling in première. Lokaal was erbij.

Jayesh Ehakur van PWC Mumbai, India – De Tijd 13/11

bepaalde persoonsgegevens wel altijd even noodzakelijk of wenselijk is. Ik denk niet dat de Duitse gemeentebesturen aan het eind van de 19de eeuw ooit hadden kunnen vermoeden dat de nazi’s de bevolkingsregisters zouden gebruiken om joden op te sporen. Maar zo is het wel gegaan.

�

Bart Schermer, docent privacyrecht van de Universiteit Leiden, over privacy en veiligheid – De Tijd 13/11

“Geef alle macht aan de gemeen-

ten. Zo zou men de bemerkingen van Mark Suykens, de directeur van de VVSG, bij het Groenboek van Geert Bourgeois kunnen samenvatten. En daarmee zit hij voor een goed stuk op de lijn van de Vereniging van Vlaamse Provincies: het bestuur moet dichter bij de burger komen.

�

Politiek redacteur Eric Donckier – Het Belang van Limburg 12/11

“Onze burgemeester is zeer toe-

gankelijk. Het is al gebeurd dat we journalisten rechtstreeks met hem mochten doorschakelen.

�

Rudy Vanhalewyn, een van de vier woordvoerders van LÊopold Lippens van Knokke-Heist – De Morgen 6/11

“ Ik erger me steeds meer aan het gebrek aan democratie in de gemeenteraad. Zeker als oppositieraadslid is het heel moeilijk opboksen tegen de machine van kabinetten en administratie.

cavalier seul

“ De vraag is of de inzameling van

A

rmand Exteyl woont in het woonzorgcentrum Zonnebloem samen met zijn vrouw Margriet. Margriet lijdt aan dementie en hij zorgt voor haar. Dan wordt bij Armand opnieuw kanker vastgesteld. Hij beslist zelf om zich niet te laten behandelen en via euthanasie uit het leven te stappen. In de documentaire getuigt hij: ‘Ik heb geen spijt. Ik ben 88 jaar. Ik heb mijn leven gehad.’ Het personeel van het woonzorgcentrum heeft het niet makkelijk met zijn beslissing, Armand was immers bijzonder geliefd. Toch beseffen ze dat ze niet vanuit hun eigen standpunt mogen kijken en ze beslissen Armands beslissing te respecteren. Geert Vanhooren, directeur van Zonnebloem, beschouwt het als de taak van een modern woonzorgcentrum om de wensen van de bewoners binnen het wettelijke kader te vervullen. Daarbij komen de eigen emoties natuurlijk op de tweede plaats. Toch blijft euthanasie veel vragen en vooral veel emoties oproepen. De documentaire beperkt zich daarom niet tot een eerbetoon

aan Armand, maar heeft ook de bedoeling een open discussie op gang te brengen. ‘Dat is ook de reden waarom het OCMW Gent de productie van deze documentaire steunde,’ zegt Piet Lampaert, ondervoorzitter van het OCMW Gent. ‘Gent heeft overigens altijd al zijn uiterste best gedaan om de eigen wil en de eigen keuzes van de bewoners te ondersteunen. Een documentaire als deze maakt dit beleid tastbaar omdat het over echte mensen gaat.’ Na afloop blijven we even napraten, we feliciteren de makers met hun documentaire, condoleren de familie, zeggen dat het toch wel heel fijn is dat er zoveel (pers)belangstelling voor deze documentaire is. En dan bedenken we dat deze massale belangstelling misschien ook bijzonder triest is. Waarom is het eigenlijk zo speciaal dat een 88-jarige zelf kiest hoe hij wil sterven? Is het eigenlijk zo uitzonderlijk dat een woonzorgcentrum zorgvuldig en respectvol met deze keuze omgaat? De bewoner en zijn wensen en behoeften staan toch centraal in het woonzorgcentrum? Het woonzorgdecreet bepaalt dat het woonzorgcentrum uitgaat van de grootst mogelijke vrijheid van de bewoner. Dus ook als het over de moeilijkere thema’s zoals het levenseinde gaat. Niet? Elke Vastiau ĂŽĂŽDe dvd ‘Goodbye Herman’ kost  17 euro en is te bestellen bij  geert.vanhooren@ocmwgent.be.  welkom@vonkeleenluisterendhuis.be

“

We willen de Veiligheid van de Staat zo dicht mogelijk bij de burger brengen. Op een aantal vlakken zouden wij het eerste aanspreekpunt moeten zijn voor lokale besturen.

�

Administrateur-generaal van Staatsveiligheid Alain Winants – Het Belang van Limburg 4/11

10 LOKAAL 1 december 2010

Goodbye Armand werd eigenlijk eerder toevallig gedraaid. Julien Vandevelde en Marc Cosyns leerden Armand kennen tijdens de opnamen van een andere documentaire in het woonzorgcentrum Zonnebloem Georgette goes home. Daarbij volgden ze Georgette die graag in het woonzorgcentrum wilde gaan wonen, maar dat niet kon omdat ze ‘te goed’ was. Toen Armand ziek werd, beslisten ze om ook deze documentaire te maken. Armand wilde namelijk zelf tonen hoe het woonzorgcentrum tot op het einde zorg kan verlenen. Beide documentaires staan op ĂŠĂŠn schijfje en vormen zo een tweeluik. EV

cavalier seul

�

Matthieu Dierckx, ontslagnemend fractievoorzitter van CD&V in de Gentse gemeenteraad – De Standaard 4/11


JOHAN ACKAERT column

Veilige parkings Het draaiboek veilige parkings bevat interessante informatie voor elk type parking: parkings in open lucht en in gebouwen of ondergronds, parkings van private en publieke instanties (met uitzondering van parkings langs autosnelwegen).

V

erschillende aspecten die een invloed hebben op de veiligheidsbeleving op een parking komen aan bod: de objectieve, meetbare veiligheid en de subjectieve veiligheid of het veiligheidsgevoel. Het gaat hierbij onder andere over het belang van de toegankelijkheid, de signalisatie, de inrichting van de ruimte en het vermijden van dode hoeken, de circulatie op de parkings, het gebruik van verlichting, het gezichtsveld, sociale controle, noodcommunicatie en parkeerplaatsen voor personen met een handicap. Ook preventie komt aan bod, zowel criminaliteitspreventie, brandpreventie als verkeersveiligheid. Daarnaast wordt er duiding gegeven bij de relevante wetgeving voor het verhogen van de veiligheid en het veiligheidsgevoel in en op de parkings (wet op de private veiligheid, wet op de gemeenschapswachten, verkeerswetgeving, aansprakelijkheid, camerawet, gemeentelijke administratieve sancties…). Ten slotte komt het nut van een incidentenregister (met een voorbeeld), van een huisreglement en van een procedure voor achtergelaten voertuigen aan bod.

Nadia Desmet

Aambeien Decennia geleden zegende het gemeentebestuur mijn huis met een joekel van een verkeersdrempel voor de deur. Kwatongen beweerden toen dat ik over bevoorrechte relaties met het plaatselijke bestuur beschikte. De snerpende remmanoeuvres van chauffeurs die hun gezichtsvermogen overschatten (meestal in het holst van de nacht) of de rammelende weerbots van voertuigen waarvan de bestuurders de hindernis onderschatten, weerlegden evenwel dit vermoeden op een wijze die zelfs Jef Vermassen doet zwijgen. Edoch, de voorbije jaren verloor de bewuste verkeersdrempel ogenschijnlijk zijn nut. Ofwel verzakte hij als gevolg van drempelmoeheid geruisloos in de grond, ofwel verbeterde de technologie waarop autoveringen steunen. De voorbije lente zorgde het bestuur echter opnieuw voor mij: weg met de drempel en leve de wegversmalling. En als toemaatje een nieuw geasfalteerd wegdek erbovenop. (Mijn straat verloor hierdoor wel al haar kansen om ooit geselecteerd te worden als parcours voor een WK veldrijden.) Eerst schraapte men de weg af, daarop smeerde men breed nieuw asfalt uit om een paar weken later de wegversmalling uit te snijden en het asfalt te vervangen door klinkers. Merkwaardige logica, maar mijn straat mocht gezien worden. Na weken van hard labeur en een stofproductie waartegenover de fratsen van de Eyja-fjallajökull-vulkaan hooguit als lichte overlast omschreven kunnen worden, volgde de beloning: heerlijk fietsen op een wegdek dat erbij ligt als een biljartlaken in plaats van naar kasseistroken aan de wegkant te worden gedwongen. In een buurgemeente is dat anders. Daar bollen auto’s op een glimmend wegdek en bonken fietsers op Parijs-Roubaixrelikwieën. Ofwel lijden sommige ingenieurs nooit aan zadelpijn of aambeien ofwel fietsen ze nimmer. Maar niet dus in mijn straat, waar de zomer zich toen veelbelovend aankondigde.

Tot in de prille herfst twee schrijvens in mijn bus vielen: eentje van Eandis en eentje van mijn gemeentebestuur. De brief van het bestuur belooft mijn straat nieuwe trottoirs. Hoezee! Maar, ‘voorafgaandelijk zullen er nog enkele werken plaatsvinden’. Exegese van de gecombineerde lectuur van beide brieven leerde mij dat Eandis eerst de stoepen zal openbreken om sleuven te graven om kabels en buizen te leggen. Waarna alles weer netjes (hopelijk) wordt dichtgegooid. En ja, we worden als burger-coproducent meer dan voldoende betrokken bij deze fase. Zo kreeg elke bewoner van Eandis de vraag om aan het raam een plannetje te schetsen over hoe de nutsvoorzieningen de huizen binnendringen. Waardoor nu ook in mijn straat het begrip groeit voor de Ghislenghienramp. Daarop volgt een tweede fase: opnieuw trottoirs openen om het nieuwe netwerk met het oude te koppelen en wederom herplaatsen van de steentjes. In fase drie worden dan (in dezelfde getormenteerde trottoirs) werkputten gegraven om de huizen aan te sluiten op de nieuwe voorzieningen. Als die putten gedempt zijn, krijgen de trouwe trottoirs in een vierde fase definitief het genadeschot en worden ze vervangen door nieuwe. Dit betekent dat in een tijdspanne van een goed jaar mijn stoep vijf keer zal worden omgeploegd. U zult zich met mij afvragen waarom op zijn minst de definitieve heraanleg niet wordt opgenomen in het Eandis-tracé. Het bestuur is zich terdege bewust van die kwestie, maar ‘jammer genoeg blijkt dit niet mogelijk omdat op een deel van het tracé de boordstenen vervangen zullen worden door een kantstrook in glijbekisting’. Daarmee weten we het. Hopelijk bezorgt de kantstrook in glijbekisting ons volgende zomer dolle pret. Maar hoe zit het nu in feite met de kwaliteit van de waterleiding in mijn straat? I

ÎÎbesafe.ibz.be, knop lokaal beleid en politie, voertuigcriminaliteit

1 december 2010 LOKAAL 11


STEFAN DEWICKERE

Davied van Berlo: ‘De techniek van overheden is gericht op het binnenhouden van informatie. Er is nergens een knopje van: oké, zet maar online. Ook qua cultuur moet er dus nog veel veranderen.’


ORGANISATIE interview met Davied Van Berlo

Ambtenaar 2.0 -  openheid is het sleutelwoord Web 2.0. Nieuwlichterij? Een hype? ‘Neen,’ zegt Davied van Berlo. ‘Net als de gsm of e-mail is web 2.0 met al zijn toepassingen een blijver. En het is er een die de relatie tussen overheid en samenleving verandert, die impact heeft op de interne organisatie van de overheid en op het functioneren van de individuele ambtenaar.’ Bart Van Moerkerke

D

avied van Berlo is de auteur van ‘Ambtenaar 2.0’ en ‘Ambtenaar 2.0 beta’. Hij is als projectleider Ambtenaar 2.0 in dienst van de Nederlandse rijksoverheid maar in de praktijk werkt hij voor de hele overheid, ook voor de provincies, de waterschappen, de steden en gemeenten. ‘Als je het hebt over samenwerken over de grenzen van organisaties heen, dan gaat het niet enkel over dwarsverbanden tussen verschillende ministeries, ook het interbestuurlijke is heel belangrijk.’ U bent met dit project begonnen vanuit het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Is web 2.0 niet eerder iets voor communicatie of ICT? ‘Ik studeerde als historicus af in 1996, de periode van de opkomst van het world wide web. Ik begon me daarin te verdiepen binnen het ministerie. Op een bepaald ogenblik zag ik allerlei ontwikkelingen ontstaan op het internet waarvan ik dacht dat ze een effect hadden op waar de overheid mee bezig is. Specifiek voor LNV waren op Hyves, dat is het Nederlandse Facebook, tienduizenden mensen lid van een antidierenleed-hyve, een thema dat voor dit ministerie belangrijk is. Ik vond dat we daar als overheid iets mee moesten doen. Dat was de directe aanleiding om met het project Ambtenaar 2.0 van start te gaan. Mensen uit verschillende delen van het ministerie pakten het op. Ik begon erover te bloggen. We openden een netwerksite Ambtenaar 2.0, die nu al ruim vijfduizend leden heeft. Het project is intussen veel groter geworden dan het ministerie. Medewerkers van andere ministeries, van gemeenten, van provincies, van waterschappen, mensen van buiten de overheid werden lid en er groeide een community van mensen die het onderwerp Ambtenaar 2.0

interessant vinden. Natuurlijk heeft web 2.0 wel iets te maken met communicatie of ICT, maar eigenlijk past het in geen enkel vakje. Het gaat over beleid, over een andere manier van samenwerken, over een cultuurverandering, over e-participatie en het betrekken van mensen van buitenaf bij het werk van de overheid, over monitoren wat er speelt in de samenleving.’ Wat is web 2.0? ‘Het is een verzamelbegrip voor heel veel tools. Iedereen kent er wel enkele zoals YouTube, Facebook of Twitter. Die tools kun je als individuele ambtenaar of individuele burger gebruiken om te publiceren, om informatie of filmpjes te verspreiden, om mensen te bereiken. Iedereen kan publiceren, iedereen heeft de macht om gehoord te worden en om impact te hebben op de maatschappelijke discussie. Vroeger waren die zaken voorbehouden aan grote instituties. Web 1.0 is de wereld van de internetsites waar je kunt lezen wat de grote bedrijven en organisaties te zeggen hebben, met web 2.0 kan elke burger wereldwijd informatie verspreiden, andere mensen zoeken om mee samen te werken of om netwerken te vormen. Het wordt veel makkelijker om als groep in de samenleving iets op poten te zetten en impact te hebben. Dat heeft heel grote maatschappelijke effecten. Niet alles loopt nog via de overheid of de belangenverenigingen, iedereen kan meedoen. De relatie tussen burger en overheid verandert dus. Je kunt er als overheid op anticiperen door te kijken wat er in de samenleving speelt en waar mensen het over hebben. Je kunt van de kennis gebruik maken, ideeĂŤn verzamelen, erop reageren, een draagvlak bouwen. Dat is het hele verhaal van e-participatie, van crowdsourcing. Natuurlijk is het voor de 1 december 2010 LOKAAL 13


ORGANISATIE interview met Davied Van Berlo

Dicht web 2.0 niet de kloof met een bepaald soort burger, die al mondig is? ‘Dat is altijd een probleem bij participatie. Maar met de traditionele methodes beperk je de inspraak extra door ze te laten doorgaan in lokaal X om 19 uur. Breng je iets online, dan neem je een paar belemmeringen weg en vergroot je de groep participanten. Een ander aspect is de methode die de overheid hanteert. Nu moet je je in een onderwerp verdiepen, je moet er tijd in steken om aan de discussie te mogen deelnemen. Maar je kunt nog veel meer andere methodes verzinnen om mensen laagdrempelig te bevragen. Als er een verbouwing is op een plek in de stad zou je er zuilen kunnen neerzetten waar je mensen laat zien wat er gebeurt. Er is een site hunch.com en die stelt alleen maar vragen over wat je voorkeur is: te koud of te warm? Heel veel mensen beantwoorden die vragen, ze vinden het leuk. Iets gelijkaardigs zou je ook in de stad kunnen doen om een doorsnee te krijgen van de voorkeuren van de bevolking. Hippe glazen nieuwbouw of traditionele bouw, ik zeg maar iets. Je kunt mensen een sms sturen waarop ze antwoord A of B moeten terugzenden. Web 2.0 is veel meer dan de discussie online, het forum of Twitter. Het opent een heleboel mogelijkheden om mensen op een zeer laagdrempelige manier te bereiken. Die methodes moeten nog uitgediept worden, Het wordt veel makkelijker dat is zeker. We moeten nog veel creatiever zijn om als groep in de in manieren om mensen bij het beleid te betrekken. We moeten niet enkel participatie hebben samenleving iets op poten die veel voorkennis en inzet vraagt, en enkel stevig onderbouwde bijdragen verlangt, we moeten te zetten en impact te op verschillende niveaus een breed palet van mogelijkheden bieden. Het is aan de wetenschappehebben. Niet alles loopt lijke wereld om de modellen uit te werken die wij nog via de overheid of de in het overheidswerk kunnen gebruiken.’

STEFAN DEWICKERE

overheid moeilijk om op die veranderde relatie met de burger in te spelen als ze intern niet heeft ervaren hoe het werkt. Het is dus goed om er ook intern mee te experimenteren. Web 2.0 maakt het veel makkelijker om dwars door de hiërarchisch gestructureerde overheid nieuwe samenwerkingsverbanden op te zetten en organisatiebreed te gaan samenwerken. Het heeft behalve gevolgen voor de relatie tussen burger en overheid dus ook effect op de overheidsorganisatie zelf. En ten slotte brengt web 2.0 ook verandering voor de individuele ambtenaar. Wat is de taak van een ambtenaar? Kennis verzamelen, netwerken opbouwen, samenwerken aan documenten, zaken organiseren. De web 2.0-tools kun je daar natuurlijk heel goed voor inzetten, ze doen je veel effectiever en efficiënter werken. De ambtenaar moet dus leren hoe al die tools werken maar hij moet vooral ook leren hoe hij ze goed kan gebruiken in zijn werk. Hij heeft een specifieke positie als ambtenaar, hij kan niet zomaar van alles online zetten. We hebben daar een cursus voor, een handreiking om al dat soort dingen te leren.’

U raadt dus aan eerst intern aan de slag te gaan met web 2.0-toepassingen? ‘Het is handig intern te beginnen en ermee te oefenen, en het dan extern in te zetten. Er gebeurt op dat vlak wel een en ander. We hebben een soort interne twitterfunctionaliteit bij de overheid, Yammer, waar je lid wordt en inlogt via je e-mailadres. Alle leden van eenzelfde ministerie heb je dus bij elkaar. Van LNV bijvoorbeeld zitten er ruim 1200 mensen op, het gaat supersnel. Ook heel veel andere ministeries en overheidsorganisaties maken er gebruik van, het is transparant door de hele organisatie heen. Daar komt enorm veel dynamiek uit, allerlei tips komen erop. Maar natuurlijk zijn ook veel ambtenaren belangenverenigingen. De al extern bezig. Ze hebben een netwerk omdat Een van de sleutelwoorden in Ambtenaar 2.0 is ze op hun beleidsdomein wat feedback zoeken openheid. De overheid moet een stap verder gaan relatie tussen burger en of willen weten wat er beweegt. Ze openen zelf dan de openbaarheid van bestuur, ze moet actief groepen, ze zijn aanwezig bij discussies over informatie ter beschikking stellen. overheid verandert. hun beleidsdomein, ze twitteren om mensen op ‘Ja. In Nederland is er een hele discussie aan de de hoogte te houden van waar ze mee bezig zijn. gang over de wet openbaarheid van bestuur die Velen durven die stap te zetten, ik hoop dat er nog meer komen.’ erop gericht is dat de burger actief informatie aanvraagt, in een bepaalde vorm en met allerlei uitzonderingen. Die wet werpt dus Waarom is dat zo belangrijk? belemmeringen op, terwijl het in de geest ervan net andersom ‘Door meer mensen te betrekken bij je werk, door meer kennis zou moeten zijn. De technologische evolutie maakt het bovente verzamelen, wordt je product beter, creëer je draagvlak en verdien veel makkelijker dan vroeger om informatie ter beschikkleint hopelijk de kloof tussen overheid en burger. De overheid king te stellen. En dus krijg je het hele verhaal van open data: de kan niet in haar hokje blijven zitten op het ogenblik dat iedereen data die de overheid voor intern gebruik verzamelt, kan ze ook in de samenleving weet welke mogelijkheden de nieuwe media online zetten in een open format zodat ook andere partijen er bieden. Er is al langer een cultuurverandering aan de gang in de gebruik van kunnen maken en op basis daarvan dienstverlening maatschappij. Mensen willen meer bij het beleid betrokken zijn, kunnen opzetten. Je kunt ook veel actiever laten zien waar je als ze willen dat de besluitvorming transparanter wordt. Dankzij overheid mee bezig bent. Op een ogenblik dat een beslissing in web 2.0 is dat participeren veel makkelijker geworden. De overde bestuursraad van een ministerie is geweest, is ze niet meer heid kan niet langer zeggen dat ze de mensen niet kan informegeheim. Dus zou er geen probleem meer mogen zijn om ze openren of betrekken. De bestuurders zitten nog te veel op een traject baar te maken. Natuurlijk is de techniek van overheden gericht van hoe het vroeger ging, hoe het intern geregeld werd, maar de op het binnenhouden van informatie. Er is nergens een knopje samenleving is veranderd. Als de overheid niet meegaat, zal de van: oké, zet maar online. Ook qua cultuur moet er dus nog veel kloof met de burger alleen maar groter worden.’ veranderen. Er wordt wel op heel veel punten geëxperimenteerd. 14 LOKAAL 1 december 2010


Op het transparanter organiseren van beleidsprocessen bijvoorbeeld: laten zien waar je mee bezig bent en daar reactie op vragen. Maar op dit ogenblik is het nog heel erg afhankelijk van individuen: de medewerker en zijn baas.’ Web 2.0 opent mogelijkheden voor individuele ambtenaren maar het brengt ook verantwoordelijkheden mee. ‘Klopt, we hebben een handreiking gemaakt om online actief te zijn. Aanvankelijk wilde de rijksvoorlichtingsdienst er een verhaal van maken in de aard van ‘gij zult niet twitteren want wie weet wat je allemaal zegt namens de overheid’. Maar uiteindelijk moest hij vaststellen dat in de ambtenarenwet al staat wat je wel en niet mag, en dat er dus geen nieuwe regels nodig zijn. Er was behoefte aan een handreiking om de regels te vertalen naar de 2.0-wereld. Ik vind het resultaat prima en het helpt ambtenaren wel.’

mee overweg kunnen. Voor anderen die graag initiatief nemen en die altijd in het keurslijf van hun functieomschrijving zaten, is dit een kans om zich te ontplooien. Die twee sporen zullen meer coachend leiderschap vragen van de manager, om te zien waar een medewerker het meest mee geholpen is. Op een bepaald moment zullen die twee werelden wel veel meer in elkaar groeien. We zitten nu in een overgangsperiode zoals we er ook een hadden in de tijd van de traditionele nota’s en de nieuwe e-mails.’

STEFAN DEWICKERE

Web 2.0 is een verhaal van alle overheden. ‘Ja, zeker ook van de gemeenten. Op alle niveaus ontstaan initiatieven. Het bruist op alle fronten. Ook vanuit Ambtenaar 2.0 zijn we daarmee bezig. We bouwen een overheidsbreed platform, een pleinoverheid, www.pleio.nl. Het idee is een platform te creëren voor alle ambtenaren. Je verzamelt iedereen en vervolgens maak je groepjes. Van mensen van één ministerie, van mensen van verschillende overheden die actief zijn in een Wat staat daar zoal in? regio of rond een bepaald thema, bijvoorbeeld ‘Een ambtenaar moet altijd rekening houden ambtenaren die bezig zijn met lokaal jeugdbemet zijn functie. Het is logisch dat je geen zaken leid. Iedereen sluit aan bij de groepjes waarvan zegt die in tegenspraak zijn met wat de minister hij deel wil uitmaken. Trouwens, we hebben het zegt. Je kunt wel zeggen dat over een onderwerp nu wel de hele tijd gehad over beleid maar web wordt nagedacht binnen het ministerie en vragen 2.0-toepassingen kunnen ook ingezet worden of anderen daar ideeën over hebben. Of je kunt bij de uitvoering of de controle. Ook in de uitin een discussie aangeven dat er iets niet klopt. voering kun je data openbaar maken. Waarom Met de traditionele methodes staan de cijfers uit het onderzoek naar de staat Dat zijn eigenlijk dingen die je op een feestje ook zou doen maar nu doe je het in het openbaar. En van de wegen niet online? Andere mensen kunbeperk je de inspraak extra dan moet je er rekening mee houden dat wat je nen er misschien iets mee. Waarom staan de zegt voor de hele wereld is en dat het altijd ongegevens van de controles door de voedsel- en door ze te laten doorgaan in line blijft. En dat zorgt inderdaad voor meer verwarenautoriteit niet op het net? Ken je de apantwoordelijkheid. Je moet goed nadenken over plicatie ‘Buiten Beter’ op de mobiele telefoon? lokaal X om 19 uur. wat je zegt, soms is het verstandig eerst even te Burgers die een losse stoeptegel zien, maken er Breng je iets online, dan neem een foto van, de gps geeft de juiste locatie, en overleggen met een collega of de baas.’ ze verzenden het hele pakket naar de gemeente. je een paar belemmeringen Wat betekent die manier van werken voor een orgaSommige gemeenten hebben dat al gekoppeld nisatie die hiërarchisch gestructureerd is? aan hun interne systeem: het bericht gaat auweg en vergroot je de groep ‘In eerste instantie bestaan de twee werelden, de tomatisch door naar de technische mensen op gewone en de web 2.0-manier van werken, erg straat. Zo kunnen die hun werk beter plannen, participanten. naast elkaar. De ICT-afdeling vindt web 2.0 vaak ze moeten niet naar kantoor terug om daar vast maar niets. Medewerkers van de organisatie zijn te stellen dat ze nog eens naar de plek mogen van alles aan het bespreken maar dat wordt niet gaan waar ze net al waren. Ook op het vlak van gearchiveerd en dat staat ergens op een buitenlandse server. Dat uitvoering kun je er dus van alles mee, het gaat niet enkel over is de hel voor de beveiligingsexpert. Een medewerker vindt dat kenniswerkers achter een pc. Bij de posterijen bijvoorbeeld hebhij dingen moet bespreken met iemand buiten de organisatie, hij ben de controleurs van de postsorteermachines een wiki. Ze kan dus het interne systeem niet gebruiken en maakt gebruik van maken er hun aantekeningen in en zo leren ze van elkaar. We Google Docs. Dat gebeurt, al bestaat het officieel niet. Hetzelfde hebben ook twitterende politieagenten in de wijken. Dat is een geldt voor Twitter. Het zijn allemaal dingen die de medewerkers manier om zichtbaar te zijn, om te tonen waar ze mee bezig zijn, zelf in de hand hebben, waar ze de organisatie niet voor nodig om mensen bij hun werk te betrekken.’ hebben. De twee werelden zie je ook in het gebruik. Er zijn medewerkers die het nieuwlichterij vinden, een hype, of die er moeilijk Bart Van Moerkerke is redacteur van Lokaal

Ambtenaar 2.0 en Ambtenaar 2.0 beta

Voor meer informatie over Ambtenaar 2.0 kunt u terecht op www.ambtenaar20.nl. Daar vindt u ook alle informatie over de boeken Ambtenaar 2.0 en Ambtenaar 2.0 beta. Beide zijn gratis. U kunt ze bestellen of downloaden. In Vlaanderen is www.openoverheid.nu ook van start gegaan.

1 december 2010 LOKAAL 15


Waar wonen de betere verdieners? Tabel 1: Belastingaangiften van meer dan 50.000 euro in % van het totaal (inkomens 2007) Gemeente

Aandeel

De Pinte Oud-Heverlee Sint-Martens-Latem Keerbergen Hove Wezembeek-Oppem Lubbeek Bierbeek Overijse Herent

24,08% 22,58% 22,39% 21,89% 21,74% 21,44% 21,25% 21,18% 20,64% 20,58%

Vlaanderen gemiddeld Vlaanderen mediaan

11,83% 11,79%

Houthulst Hamont-Achel Blankenberge Alveringem Heuvelland Maasmechelen Vleteren De Panne Mesen Herstappe

6,91% 6,89% 6,72% 6,52% 6,42% 6,28% 6,17% 5,57% 2,68% 0,00%

16 LOKAAL 1 december 2010

Dat de mensen met een hoog inkomen niet mooi gespreid over de 308 Vlaamse gemeenten wonen, weten we al langer. Dat wordt nog eens bevestigd door belastingaangiften voor het aanslagjaar 2008. Jan Leroy

I

n dit artikel kijken we nu eens niet naar de mate waarin het gemiddelde inkomen per inwoner of per aangifte verschilt van gemeente tot gemeente. De Directie Statistiek van de FOD Economie (het vroegere NIS) verspreidt immers ook gegevens waarbij voor elke gemeente de belastingaangiften worden gespreid over de verschillende inkomensklassen. We concentreren ons daarbij op het aantal aangiften met een bedrag van 50.000 euro en meer. 2007 Tenzij anders vermeld, hebben de gegevens betrekking op het aanslagjaar 2008 (inkomens 2007). In Vlaanderen waren er dat jaar ruim 3,5 miljoen belastingaangiften. Daarvan waren er meer dan 420.000 met een netto belastbaar inkomen van

meer dan 50.000 euro. Die aangiften met hoge inkomens halen dus een aandeel van gemiddeld 11,83%. Maar dat gemiddelde verbergt, zoals wel vaker het geval is, grote verschillen tussen de gemeenten. Het kleinste aandeel hoge inkomens zien we, buiten Herstappe waar er gewoon geen zijn, in Mesen (2,68%). Andere lage waarden zijn er in De Panne (5,57%) en Vleteren (6,17%). Aan het andere uiteinde van de rij zien we De Pinte, Oud-Heverlee en Sint-MartensLatem, met waarden ruim boven de 20%. De mediaan (de middelste waarde als we alle Vlaamse gemeenten rangschikken van laag naar hoog) bedraagt 11,79%. Tabel 1 bevat de gegevens voor de gemeenten met het hoogste en het laagste aandeel belastingaangiften van meer dan 50.000 euro.

‘De Gans’ van Margrit Van Nuffel - LAYLA AERTS

ORGANISATIE FINANCIËN


In De Pinte vult bijna een kwart van de inwoners meer dan 50.000 euro in als inkomsten op hun belastingaangifte.

Hieruit blijkt dat het aandeel van de aangiften van 50.000 euro en meer in de gemeenten met de meeste goedverdienende inwoners tot vier keer hoger ligt dan in de ‘armste’ gemeenten. Dat heeft meteen gevolgen voor de fiscale draagkracht van die besturen, want bijna alle gemeenten heffen een aanvullende personenbelasting (APB). Het is duidelijk dat de verdiende, aangegeven inkomens nogal verschillen tussen de gemeenten. Bovendien is er ook het effect van de progressiviteit van de belastingtarieven in de personenbelasting. Doordat de APB wordt berekend boven op de personenbelasting, speelt het effect van hoge inkomens dus twee keer: één keer door het inkomen zelf, een tweede keer door het hogere marginale belastingtarief dat erop van toepassing is. Evolutie Uiteraard is het aantal aangiften met een inkomen boven de 50.000 euro geen constante in de tijd. De inflatie en de algemene stijging van de welvaart brengen mee dat steeds meer aangiften de kaap van 50.000 euro overschrijden. Het aandeel van 11,83% voor de inkomens 2007 lag al meer dan drie procentpunt boven dat in 2000, toen het nog maar 8,06% bedroeg (tabel 2). De vraag rijst nu of alle gemeenten een gelijkaardige evolutie kenden, of dat er ook hier verschillen optreden. Om dat te bekijken vergelijken we de evolutie in Vlaanderen als geheel (de stijging van het aandeel hoge aangiften van 8,06 naar 11,83%, of een toename van dat aandeel met 46,8%) met de evolutie in elk van de 308 Vlaamse gemeenten. De meest extreme gegevens zijn verwerkt in tabel 3. Tabel 2: Evolutie aandeel aangiften boven de 50.000 euro (inkomens 2000-2007) Aanslagjaar 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007

Aandeel hoge aangiften 8,06% 9,05% 9,60% 9,65% 9,99% 10,48% 11,08% 11,83%

Tabel 3: Evolutie aandeel hoge inkomens 2000-2007: gemeenten die het meest afwijken van het Vlaamse cijfer Aandeel hoge inkomens Gemeente

Evolutie 2000-2007 (2000 = 100)

2000

2007

Spiere-Helkijn Wielsbeke Langemark-Poelkapelle Houthulst Kortenaken Oostrozebeke Gingelom Arendonk Heers Heuvelland

3,16% 4,29% 3,73% 3,16% 5,69% 4,63% 5,01% 4,28% 4,26% 3,01%

10,02% 9,77% 8,28% 6,91% 12,44% 10,09% 10,82% 9,23% 9,13% 6,42%

316,81 227,80 222,13 218,91 218,84 218,06 215,92 215,58 214,38 213,31

Vlaanderen

8,06%

11,83%

146,79

18,16% 18,65% 17,30% 14,60% 18,97% 20,17% 15,61% 15,00% 18,36% 0,00%

21,25% 21,74% 20,15% 16,85% 21,44% 22,39% 17,00% 16,18% 19,76% 0,00%

117,01 116,60 116,44 115,42 113,02 111,02 108,91 107,88 107,63 100,00

Lubbeek Hove Meise Dilbeek Wezembeek-Oppem Sint-Martens-Latem Linkebeek Wemmel Kraainem Herstappe

Opmerkelijk bij de evolutie van het aandeel hoge inkomens per gemeente is in elk geval het feit dat de tien sterkste stijgers in 2000 alle nog (sterk) onder het

aangiften van meer dan 50.000 euro behoorden, halen trouwens een groei van dat aandeel die beduidend onder het gemiddelde in Vlaanderen ligt.

De tien sterkste stijgers scoorden in 2000 alle nog (sterk) onder het Vlaamse gemiddelde. Door hun forse groei hebben ze een deel van hun achterstand goedgemaakt. Vlaamse gemiddelde scoorden. Door hun forse groei hebben ze een deel van hun achterstand goedgemaakt of zijn ze (in het geval van Kortenaken) intussen zelfs over het Vlaamse gemiddelde van 11,83% uitgestegen. Niet in de tabel af te lezen is verder trouwens de vaststelling dat, op Herstappe na, de gemeenten die in 2000 bij de groep met de tien laagste aandelen hoge inkomens hoorden, allemaal sterker groeiden dan het Vlaamse gemiddelde. Statistisch niet helemaal onverwacht is anderzijds de vaststelling dat de traagste groeiers zich (opnieuw met uitzondering van Herstappe) vooral situeren bij de groep gemeenten met hoge inkomens per aangifte. Alle gemeenten die in 2000 tot de Vlaamse top tien qua aantal

Met andere woorden: de verschillen tussen de gemeenten waren in 2007 groot (cf. tabel 1), maar waren in 2000 nog groter. We kunnen dat het best als volgt illustreren. In 2000 lag het hoogste aandeel hoge aangiften (20,17% in SintMartens-Latem) 14,6 keer hoger dan het laagste aandeel op Herstappe na (1,39% in Mesen). In 2007 was die factor gezakt naar 7,0. Toch blijft dat een grote kloof, die alleen via een voldoende hoge compensatie via het Gemeentefonds kan worden gedicht. Voor een goed begrip Achter een belastingaangifte in de personenbelasting kunnen één of twee inkomens schuil gaan. Gehuwden en wettelijk samenwonenden moeten immers een 1 december 2010 LOKAAL 17


ORGANISATIE FINANCIËN

gezamenlijke aangifte indienen en krijgen ook een gemeenschappelijke aanslag. Met z’n tweeën 50.000 euro verdienen is natuurlijk gemakkelijker dan alleen. Statistieken die aangeven of de aangiften één of twee inkomens omvatten, hebben we echter niet. We gaan er gemakshalve van uit dat op dat vlak de verschillen tussen de gemeenten niet zo groot zijn, al is ook dat niet zeker. Zo bedroeg het gemiddelde aantal inwoners per aangifte in Vlaanderen in 2007 1,73, variërend van 1,53 in Blankenberge tot 2,15 in Kraainem. Structureel is er trouwens, mede door de gezinsverdunning, al jaren een daling be-

zig van het aantal inwoners per aangifte. Verder geven we nog aan dat niet iedereen verplicht is om een belastingaangifte in te dienen. Wie geen beroepsinkomsten heeft of alleen een inkomen dat kleiner is dan de belastingvrije som, hoeft dat bijvoorbeeld niet te doen. Hetzelfde geldt voor mensen met alleen een pensioeninkomen. Tot slot staan of vallen de mogelijke conclusies over aangiften met hoge of lage inkomens natuurlijk met de hypothese dat die aangiften ook de werkelijke inkomenssituatie weergeven. We weten dat dit een te verregaande veronderstelling

is, maar gaan er gemakshalve van uit dat de mate waarin ten onrechte inkomens niet worden aangegeven, gelijk gespreid is over de gemeenten. Jan Leroy is VVSG-stafmedewerker gemeenteen OCMW-financiën

Gemeenten die hun eigen gegevens willen opzoeken, kunnen terecht op: statbel.fgov.be, knop fiscale inkomens

StockDesigners

ADVERTENTIE

Kortrijk Xpo (B) 26 & 27-01-2011 9.30u >17.30u - Hal 5 - 6 www.parkandroad.be In samenwerking met:

18 LOKAAL 1 december 2010


NORA VAN MEEUWEN DE-LOKAAL

Een brug of‌  toch niet?

O

oit begon Bart Van Moerkerke zijn interview in dit eigenste blad met de zin: ‘Vlaanderen is wijd en zijd gekend als de kampioen van de ruimtelijke wanorde.’ Geloof me vrij, die mens is nog niet in Mexico geweest. Hoe wordt de ruimte hier geordend, denkt u? Jean-Luc Dehaene zou zeggen: Als de problemen zich voordoen. En ze dóÊn zich voor: bouwen doen we waar we plaats zien en het verkeer past zich aan. Helaas doen de kloven waarin Cuernavaca gebouwd is dat niet. Een voorstel van oplossing voor een deeltje van het verkeerskluwen was de Segundo Piso (Tweede Verdieping), die ik in deze rubriek eerder al onze plaatselijke Lange Wapper heb genoemd. Wel, afgelopen zomer dacht ik u te kunnen meedelen dat hij er definitief niet kwam. En de reden waarom was origineel. In juli, erg vroeg in het orkaanseizoen, stonden in het noorden van Mexico al volledige staten blank. Staten, niet straten. De hele wegeninfrastructuur werd meegesleurd door vernietigende waterstromen. Hopen mensen verloren have en goed. Later in het seizoen gebeurde hetzelfde in het zuiden en zuidoosten van het land. Terwijl aan de andere kant van de planeet Pakistan verzoop, werd ook ons binnenlands nieuws de hele zomer beheerst door mensen die met bootjes door hun wijk peddelden of letterlijk tot de oksels in het water stonden. Het federale ministerie van Communicatie en Transport besliste de budgetten te herschikken en het geld van plannen waarvoor geen goed technisch dossier bestond, te gebruiken om de vernielde infrastructuur in het noorden te vernieuwen. Weg Wapper. Het is natuurlijk beschamend dat onze stad zo voor schut stond, maar ieder nadeel heb zijn voordeel. Want echt, die tweede verdieping, dat werd in het beste geval een pleister op een

houten been, en in het slechtste een op een etterende wonde. De Avenida Plan de Ayala heeft twee Ă  drie rijstroken in iedere richting – afhankelijk van de breedte van de voertuigen en de inventiviteit van hun bestuurders. Aan beide kanten van die dubbele autostroom staan woonhuizen met winkeltjes en eethuisjes beneden, en ook grote winkels en praktijken van vrije beroepen. GeĂŻnspireerd door de tweede verdieping van de ring om Mexico Stad wilde het bestuur vanaf een kruispunt bij de plek waar de stad vroeger min of meer ophield, een viaduct van tweemaal twee rijstroken aanleggen op negen meter hoogte. 2,2 kilometer lang. Alle winkels en eettentjes zouden dus in het donker gezet worden. Of ze dan nog veel klandizie van de onderste laag voorbijgangers konden verwachten, is bijzonder twijfelachtig. Schaduw is hier een populair goed, maar je moet nu ook weer niet overdrijven. Op een enkele trucker en taxichauffeur na was er dus nauwelijks iemand rouwig om de overheveling van budgetten. Maar helaas, weggemoffeld in een gortdroog krantenbericht over de begroting las ik onlangs dat er in 2011 budget vrijkomt voor‌ de aanleg van de Segundo Piso. We hadden het kunnen weten, want in het krantenartikel over onze getroffen landgenoten stond al dat het stadsbestuur aan het federale parlement kon vragen in de volgende begroting nieuwe middelen voor het project vrij te maken. Dat is dus gebeurd. Er is nog een Facebookgroep ‘No al Segundo Piso’ en ik heb ook ergens een spandoek zien hangen met de melding dat de Plan de Ayala een staatsweg is en dat het stadsbestuur van Cuernavaca er dus niets over kan beslissen, maar veel reactie merk ik voor de rest niet. Hoe zit dat nu met die bevoegdheden? Het is me nog niet duidelijk.

Ik weet al wel dat er geen hiÍrarchie onder de verschillende bestuursniveaus bestaat. Vroeger zette dictator Porfirio Díaz namelijk zijn handlangers op alle strategische plekken, maar de Revolutie van 1910 maakte daar een eind aan. De gemeente is autonoom en de president van de republiek of de gouverneur van de staat heeft daar niet meer te zeggen dan u of ik. De gemeente is verantwoordelijk voor water en riolering, openbare verlichting, openbare veiligheid, verkeer, begraafplaatsen en parken. In samenwerking met de staats- en federale overheid kan ze instaan voor onderwijs, nood- en gezondheidsdiensten, milieu en onderhoud van monumenten en historische sites. De burgemeester heet in Mexico gemeentelijk president en is politiek, juridisch en administratief vertegenwoordiger van de gemeente. Hij staat aan het hoofd van de hele administratie en van de politie. Hij werft zo goed als al het gemeentepersoneel aan en beslist zelfs wie tijdens zijn ambtsperiode van drie jaar de takelwerkzaamheden op het grondgebied van de gemeente mag uitvoeren. Op wat mensen met een vakbondsstatuut na – en ik heb me laten vertellen dat dit bijna allemaal lagere functies zijn, bijvoorbeeld straatvegers – heeft iedereen bij de lokale administratie maar werkzekerheid tot aan de verkiezingen. Herverkiezing van het college is niet toegelaten, dus zelfs zes jaar zekerheid zit er niet in. Kunt u zich voorstellen dat alle ambtenaren inclusief de politie tegen het eind van de bestuursperiode met de daver op het lijf afwachten of ze een nieuw baantje moeten zoeken? Als die Lange Wapper er dus toch komt, is de kans groot dat de bouw over een jaar of twee stilvalt, omdat de nieuwe burgemeester een andere betonboer wil. Of gewoon geen Wapper. 1 december 2010 LOKAAL 19


RUMO

ORGANISATIE PERSONEELSBELEID

Dilemmatrainingen maken deontologische code  levendig en doorleefd Eerst werd de deontologische code voor het stads- en OCMW-personeel van Mechelen in mensentaal herschreven. Nu geven vrijwilligers dilemmatraining aan groepjes collega’s zodat de deontologische code een doorleefd instrument wordt. Marlies van Bouwel

V

olgens het gemeente- en OCMWdecreet moet een lokaal bestuur een deontologische code opmaken. Bij de stad Mechelen bestond er een moeilijk leesbare, ambtelijke tekst met zware begrippen zoals ‘trouw aan het bestuur’. De eerste opdracht die de stedelijke personeelsconsulent Anja Nees en OCMW-stafmedewerker HR Lies De CaluwĂŠ gezamenlijk kregen, was dan ook de tekst up-to-date maken. ‘Vanaf het begin was het voor ons ook duidelijk dat stad en OCMW eenzelfde tekst zouden hebben,’ zegt Lies De CaluwĂŠ. In een kleine stuurgroep met af20 LOKAAL 1 december 2010

gevaardigden van stad en OCMW gingen ze aan de slag, ze lazen de tekst kritisch, bediscussieerden de begrippen, zochten naar andere woorden. Daarna werd alles in mooi Nederlands herschreven en mochten de twee managementteams opmerkingen geven. Hun vragen werden ook nog afgetoetst in klankbordgroepen. Daarvoor gingen Anja Nees en Lies De CaluwĂŠ samen op pad: ‘We vroegen de diensthoofden een aantal mensen samen te brengen en de tekst door te nemen. Was alles leesbaar en verstaanbaar? Sloot het aan op hun werk en konden ze er iets mee?

Ontbrak er nog iets? Zo waren we in het eerste ontwerp het beroepsgeheim vergeten terwijl zowel straathoekwerkers als maatschappelijk assistenten daarmee te maken hebben,’ zegt Anja Nees. Een nieuwe aftoetsronde begon. De stuurgroep nam de nieuwe tekst onder de loep, maar ook de twee managementteams en de vakbonden deden dat. Na die formele weg stelde stadssecretaris Erik Laga voor de code aantrekkelijk te laten lay-outen door de dienst communicatie. ‘Wij vroegen ons ondertussen af hoe we de code levendig konden houden, we wilden vermijden dat we al die energie in iets hadden gestoken dat zou blijven liggen,’ zegt Lies De CaluwĂŠ die hiervoor samen met Anja Nees bij een aantal besturen te rade ging. Ze leerden over dilemmatrainingen bij de stad Antwerpen, maar daar werden


Ook de arbeiders van de begraafplaats werken intens mee tijdens de dilemmatrainingen.

die uitbesteed: ‘Bij de Vlaamse overheid hadden ze eigen trainers en dat trok ons erg aan. We kregen daar heel veel informatie en hoorden er wat goed en minder goed liep. Daarop hebben we zelf een scenario ontwikkeld met de stuurgroep,

gen. Zo maken we echt wel iets wakker,’ vertelt Lies De CaluwÊ. Zijn drie kopieÍn voor eigen gebruik er drie te veel? Mag je een doosje pralines aanvaarden van een dankbare cliÍnt? Bespreekt de ene groep uitgebreid het al dan niet aanvaarden van geschenken, in een andere groep hebben ze het meer over spreekrecht. De relatie met politici leidt tot verhitte discussies: mensen leggen hun ziel in een beleids-

Lies De CaluwĂŠ: ‘Medewerkers kijken bij integriteit altijd eerst naar boven. Daarom zijn we begonnen met de twee managementteams die elk apart een dilemmatraining kregen.’ secretaris Erik Laga en de mensen van de communicatiedienst. We wilden eerst de code kenbaar maken aan elk personeelslid en er daarna mee aan de slag gaan. Ook de secretaris was gewonnen voor zo’n dilemmatraining.’ Goed bezig Op een grote informatiesessie begin maart stelde de OCMW-secretaris Jan Bal samen met stadssecretaris Erik Laga de code aan alle personeelsleden voor. Ze deelden het boekje Goed bezig? uit en nodigden iedereen uit trainer te worden. ‘We vonden het ook belangrijk dat het een top-downbenadering zou zijn want medewerkers kijken bij integriteit altijd eerst naar boven. Daarom zijn we begonnen met de twee managementteams die elk apart een dilemmatraining kregen van het Instituut voor de Overheid,’ zegt Lies De CaluwĂŠ. Ondertussen werd de eerste groep van twaalf interne trainers door hetzelfde Instituut opgeleid en konden de dilemmatrainingen starten aan de hand van een toegankelijke presentatie met zo weinig mogelijk theorie en zo veel mogelijk praktijk. Op voorhand wordt aan de twaalf Ă  vijftien deelnemers van een trainingsmiddag gevraagd een aantal dilemma’s op te geven waarmee ze al werden geconfronteerd op de werkvloer. ‘Tijdens de training krijgt elk groepje een waarde toegemeten die het goed moet lezen: is het relevant, duidelijk, terecht? En dan moeten ze twee voorbeelden vinden in de eigen werksituatie. Zodra ze in de training zitten, zijn ze soms niet te stoppen en blijven ze opmerkingen toevoe

voorstel en dat wordt dan in hun beleving zonder meer afgeketst. Of soms komt een politicus helemaal op het terrein van een medewerker. Brede uitrol Nu worden de trainingen breed uitgerold, naar de 1700 medewerkers, gespreid over twee jaar. Iedereen moet de training volgen, evengoed de leidinggevenden als de arbeiders van de begraafplaats. ‘Die groep werkte trouwens erg intens mee,’ zegt Anja Nees. Al wat tijdens de training wordt gezegd, blijft in de groep, dat is afgesproken. ‘Enkel bij ernstige feiten spre-

anderen helemaal geen. We komen regelmatig samen voor intervisie. Dan oefenen we nog eens, overlopen de evaluatieformulieren. Het is belangrijk om terug te koppelen en te bespreken hoe je met weerstanden kunt omgaan.’ Interne trainers hebben zo hun voordelen: ze zijn snel mee met de praktijkvoorbeelden. Ondertussen maken ze zelf een cultuuromslag mee. Ze hebben zich geĂŤngageerd voor een opleiding van twee dagen, om de zes weken geven ze daarna een halve dag training. Het is een verruiming van hun taak. Over het vervolgtraject denken Lies De CaluwĂŠ en Anja Nees nog na. Er moet een training mogelijk zijn voor nieuwe medewerkers. Maar ze willen ook een meldpunt voor vragen over integriteit. In elk geval moeten leidinggevenden de code blijvend opnemen in de teamvergaderingen. ‘Ondertussen houden we een half jaar de vragen bij en dan gaan we in de stuurgroep kijken waar er behoefte aan is,’ zegt Anja Nees. Op deze manier werken beide personeelsdiensten ondertussen almaar nauwer samen, niet alleen aan de deontologische code maar ook aan competentiemanagement, aanwezigheidsbeleid en leeftijdsbewust personeelsbeleid. Ook was er in september voor het eerst een gezamenlijke fit-en-gezondweek. ‘We halen het zelfs niet meer in ons hoofd om

Anja Nees: ‘De personeelsdiensten van stad en OCMW  halen het zelfs niet meer in het hoofd om iets apart te doen. Door samen te werken, zijn er meer ideeĂŤn, dat is verrijkend.’ ken we af of we er verder iets mee moeten doen,’ zegt Lies De CaluwĂŠ. Na elke training krijgen de deelnemers een evaluatieformulier. ‘De meeste mensen vinden het interessant om bij de dilemma’s stil te staan. Voor ons zijn die formulieren interessant, we lezen goede tips voor de volgende trainingen,’ zegt Lies De CaluwĂŠ. Ondertussen heeft een tweede groep van tien trainers de opleiding afgewerkt. ‘Van meet af aan wilden we twintig trainers zodat ze zoveel mogelijk in duo training zouden kunnen geven. Sommige van die vrijwilligers hebben veel ervaring met het begeleiden van groepen,

iets apart te doen. Doordat je met meer mensen samen kunt werken, zijn er ook meer ideeĂŤn, dat is verrijkend,’ zegt Anja Nees. Toch ziet Lies De CaluwĂŠ dat andere diensten versteld staan over deze samenwerking: ‘Ook waren velen verbaasd dat de twee secretarissen samen het boekje Goed bezig? voorstelden. Dat was een primeur. Het levert leuke neveneffecten op, zo waren er in september twee groepen leidinggevenden gemengd bij de dilemmatraining.’ Marlies van Bouwel is hoofdredacteur van Lokaal 1 december 2010 LOKAAL 21


In de meeste OCMW-raden heerst een partijpolitieke luwte.

22 LOKAAL 1 december 2010

stefan dewickere

forum de mandataris


De veelzijdigheid van een OCMW-raadslid Het mandaat van OCMW-raadslid is uniek. Niet enkel wordt verwacht dat het raadslid op hoofdlijnen stuurt, ook staat het in voor het beheer van het OCMW. Ten slotte moet een OCMW-raadslid ook nog eens beslissen over individuele hulpaanvragen. Om aan te tonen hoe veelzijdig zo’n mandaat is, hebben we een gesprek met twee OCMW-raadsleden Steven Lories van Zele en Stefaan Reynaert van Oudenburg, en met twee OCMW-voorzitters, Marie-Jeanne Hendrickx  van Scherpenheuvel-Zichem en Freddy Massart van Zele. Pieter Vanderstappen

Rol 1 – Sturen op hoofdlijnen OCMW-raadsleden zijn de lokale volksvertegenwoordigers die de sociale behoeften en noden in hun gemeente kunnen detecteren, tegen elkaar kunnen afwegen en beleidskeuzes kunnen maken. Volgens Stefaan Reynaert beschikt het OCMW zeker over talrijke bevoegdheden om het lokale sociale beleid te voeren of te beĂŻnvloeden: ‘Samenwerking met de gemeente, bijvoorbeeld op het vlak van de ondersteunende diensten, kan een goede zaak zijn. Onze voorzitter maakt deel uit van het college. Hij kan de beleidsbeslissingen van de gemeente aan een sociale toets onderwerpen. Wel moet er natuurlijk over gewaakt worden dat het college geen beslissingen neemt in plaats van de OCMW-raad.’ ‘In Scherpenheuvel-Zichem is er uitdrukkelijk voor gekozen om van het OCMW de motor van het lokale sociale beleid te maken,’ zegt Marie-Jeanne Hendrickx. ‘Dit wil niet zeggen dat er vanuit de stad geen inspanningen worden gedaan om het lokale sociale beleid gestalte te geven, integendeel, maar de aansturing gebeurt door het OCMW. Het is uiteraard niet altijd gemakkelijk om een evenwicht te vinden tussen de noden binnen het OCMW en de prioriteiten van de stad. De gemeentes hebben het de laatste jaren financieel steeds moeilijker en er moeten keuzes gemaakt worden. Voortdurend overleggen is dus belangrijk en wij doen dit dan ook. Aangezien ik ook schepen ben, kan dit overleg permanent gebeuren.’ Ook in Zele loopt de samenwerking tussen gemeente en OCMW zeer goed. Volgens Freddy Massart komt dit door de aanwezigheid van de OCMW-voorzitter in het college: ‘En door goede persoon

lijke relaties.’ Raadslid Steven Lories sluit hierbij aan: ‘Als je echt een lokale sociale visie wilt verwezenlijken, dan is er een integrale benadering van de sociale problematiek nodig. Dan moet die visie door alle beleidsplannen lopen. Pas dan heb je een brede basis om je lokale sociale beleid uit te bouwen.’ Deze OCMW-voorzitters en -raadsleden hebben veel contacten met de lokale burgers. ‘Mensen kennen mij ondertussen goed en spreken mij vaak gewoon met mijn voornaam aan. Dat vind ik goed

spreken mij geregeld aan in mijn hoedanigheid van OCMW-raadslid en meestal zijn ze op zoek naar informatie over individuele hulp, bijvoorbeeld hoe ze zich kunnen inschrijven op de wachtlijst van het rusthuis.’ ‘Ja, en door op dat moment goed naar die burger te luisteren ga je verder nadenken. En dat resulteert in beleidsvoorstellen,’ zegt Freddy Massart. In de meeste OCMW’s heerst een andere cultuur dan in de gemeenten. Meestal heerst er een partijpolitieke luwte. In

Steven Lories: ‘Als je echt een lokale sociale visie wilt verwezenlijken, dan is er een integrale benadering van de sociale problematiek nodig. Dan moet die visie door alle beleidsplannen lopen.’

want het betekent dat ik bereikbaar ben, dat mensen mij als aanspreekbaar beschouwen,’ zegt Marie-Jeanne Hendrickx. Mensen komen met hun individuele vraag naar Steven Lories: ‘Dan probeer ik uit te leggen hoe het OCMW precies werkt en bij welke dienst ze terecht kunnen. Door goed te luisteren naar alle mensen probeer ik een algemeen beeld te vormen of het sociale opvangnet goed werkt en waar er verbeteringen nodig zijn.’ Stefaan Reynaert herkent dat: ‘De mensen

Zele is dat zeker het geval: ‘Bij ons is de grens tussen meerderheid en oppositie in de OCMW-raad vaag. Er is weinig politieke show. Iedereen werkt to the point,’ zegt Freddy Massart. In Oudenburg is dat niet voor alle dossiers zo: ‘Met betrekking tot de maatschappelijke dienstverlening en het personeelsbeleid zijn de grenzen tussen meerderheid en oppositie vaag. Maar bijvoorbeeld over het dossier van ons nieuwe rusthuis zijn er meningsverschillen, vooral over de financiering, die soms 1 december 2010 LOKAAL 23


forum de mandataris

Stefaan Reynaert: ‘De mensen spreken mij geregeld aan in mijn hoedanigheid van OCMW-raadslid en meestal zijn ze op zoek naar informatie over individuele hulp.’ voor verhitte discussies zorgen,’ zegt Stefaan Reynaert. In Scherpenheuvel-Zichem is dat vergelijkbaar. ‘Over individu-

ele dossiers wordt bij consensus beslist. Daar speelt partijpolitiek geen enkele rol. In andere dossiers weegt het verschil

tussen de meerderheid en de minderheid soms wel,’ zegt Marie-Jeanne Hendrickx. ‘Je ziet soms ook dat de oppositieleden in het OCMW, hoewel ze aangeven er niet echt tegen te zijn, zich toch onthouden of tegenstemmen voor punten die later op de gemeenteraad komen. Op die manier geven zij hun collega’s daar de ruimte om het politieke spel te spelen. Als voorzitter probeer ik in het OCMW zoveel mogelijk consensus na te streven.’

Rol 2 – Beheren van het OCMW In tegenstelling tot de gemeenteraadsleden zijn OCMW-raadsleden ook bestuurders van veel instellingen en diensten. Het beheer van het OCMW ligt in hun handen; er is immers geen schepencollege in het OCMW. Het OCMW van Zele beheert een woonzorgcentrum, een sociaal verhuurkantoor, diensten sociale huisvesting en thuiszorg, een woningcomplex met dienstverlening enzovoort. In Oudenburg heeft het OCMW een lokaal opvanginitiatief, 23 seniorenwoningen, een sociaal verhuurkantoor (in samenwerking met enkele buurgemeenten), diensten thuiszorg. ‘Ook hebben we samenwerkingsverbanden met een aantal dagverzorgingscentra in de regio, en – last but not least – een eigen woonzorgcentrum met 77 woongelegenheden,’ vertelt Stefaan Reynaert. In Scherpenheuvel-Zichem heeft het OCMW geen enkele instelling. ‘Maar we bieden wel veel diensten aan,’ zegt Marie-Jeanne Hendrickx. ‘Zo hebben wij ons altijd gericht op thuiszorg, in onze grote thuiszorgdiensten werken er in totaal wel tachtig personeelsleden.’ Om geïnformeerd te blijven over deze diensten moedigt deze OCMW-voorzitter de raadsleden aan deel te nemen aan vormingen: ‘Geregeld bespreken we op de raad ook punten over de interne en externe werking van het OCMW. Zo komen de organisaties waarmee we samenwerken persoonlijk hun jaarverslag voorstellen en hebben we met hen gesprekken over knelpunten of de toekomst. Uiteraard is

ook goed contact met het personeel belangrijk.’ Als raadslid in Zele blijft Steven Lories geïnformeerd via contacten met de secretaris, regelmatige uiteenzettingen van de diensthoofden, gesprekken met de mensen en rapporten: ‘Af en toe ga ik ook ge-

maand langs bij de secretaris om de dossiers van de raad te bespreken. Ik maak vaak van de gelegenheid gebruik om dan hier en daar, bijvoorbeeld in de keuken, eens binnen te springen en even te praten met de personeelsleden. Als het ware een soepele toepassing van het zogenaamde bezoekrecht, zeker geen inspectie.’

Freddy Massart: ‘Ik houd eraan wekelijks een bezoek te brengen aan de bewoners van onze diensten, en houd zo ook contact met het personeel en de familie. Zulke contacten zijn nodig om de vinger aan de pols te houden.’ woon langs bij de diensten en zeker ga ik naar de activiteiten die ze organiseren. Altijd reuzeleuk!’ Niet alleen door literatuur door te nemen maar vooral door overleg met de mensen die dag in dag uit in de diensten werken, probeert Stefaan Reynaert zo goed mogelijk op de hoogte te blijven: ‘Ik heb veel contact met de personeelsleden van het OCMW en het rusthuis. Niet alleen tijdens informele momenten, maar ook op de werkvloer. Ik ga minstens één keer per

Freddy Massart zit als voorzitter in verschillende overlegstructuren zoals het managementteam: ‘Daarnaast vind ik persoonlijk contact erg belangrijk. Dat kan via een praatje als je mensen tegenkomt, maar ook via een bezoek aan de diensten. Ik houd er dan ook aan om wekelijks een bezoek te brengen aan de bewoners van onze diensten, en houd zo ook contact met het personeel en de familie. Zulke contacten zijn nodig om de vinger aan de pols te houden.’

Rol 3 – Beslissingen in individuele dossiers OCMW-raadsleden nemen beslissingen in individuele dossiers van maatschappelijke dienstverlening. Stefaan Reynaert kijkt de individuele dossiers, in tegenstelling tot de andere dossiers, niet altijd op voorhand in: ‘Ze worden uitgebreid besproken en bijna altijd volgen we het advies van de maatschap24 LOKAAL 1 december 2010

pelijk werkers. We vertrouwen op de professionele aanpak waarmee ze de sociale onderzoeken uitvoeren. Dat wil zeker niet zeggen dat we een stemmachine zijn. Wanneer iemand bijvoorbeeld manifest

niet bereid is om te gaan werken of geen inspanningen doet om gepast werk te vinden, kunnen we het leefloon afnemen.’ Freddy Massart bekijkt de individuele dossiers wel steevast op voorhand: ‘Meestal


LOKALE RAAD volgen we inderdaad het advies van de maatschappelijk werker, al zijn er ook voorbeelden waar dat niet het geval was. Wij werken met standaarden. Dat betekent dat cliënten in vergelijkbare situaties dezelfde steun krijgen. Alleen zijn er soms belangrijke individuele verschillen, en dan gaan we na hoe we in het verleden in vergelijkbare dossiers beslist hebben. Dan wijkt de beslissing soms af van wat eerst werd voorgesteld.’ ‘Bij ons wordt in 99% van de dossiers het advies van de maatschap-

kend. Zo was ik laatst in een wassalon omdat mijn droogkast stuk was. Daar heb ik gebabbeld over hoe het is om het huishouden te doen, ook als je weinig geld hebt. De ervaringen die daar gedeeld werden waren erg verrijkend.’ Tot slot stelden we onze gesprekspartners voor de keuze: stel dat u volgende legislatuur kunt kiezen tussen een mandaat als gemeenteraadslid of OCMW-raadslid. Voor Freddy Massart is het duidelijk: ‘Ik

Marie-Jeanne Hendrickx: ‘Bij ons wordt in 99% van de dossiers het advies van de maatschappelijk werker gevolgd. En als we eens niet volgen, zijn we zelfs eerder soepeler.’ pelijk werker gevolgd,’ zegt MarieJeanne Hendrickx. ‘Ik stel vast dat als we eens niet volgen, we zelfs eerder soepeler zijn dan de maatschappelijk werker.’ Als Freddy Massart een OCMWcliënt tegenkomt in de gemeente vindt hij het belangrijk om goed te luisteren: ‘Ervoor zorgen dat er goed verduidelijkt wordt wat de vraag is, en zorgen dat je een eerlijk antwoord geeft aan de cliënt. Ook moet je actief met de cliënt mee naar oplossingen zoeken.’ Als Stefaan Reynaert cliënten ontmoet, zal hij zich discreet opstellen als ze in gezelschap zijn: ‘Heel veel mensen geven cliënten van het OCMW immers nog altijd een stempel. Wat erg spijtig is.’ Steven Lories vindt het belangrijk om gewoon te doen tegen cliënten, zoals tegenover elke burger: ‘Je moet mensen, als ze dat graag willen, hun verhaal laten doen en inderdaad mee naar oplossingen zoeken.’ Ook voor Marie-Jeanne Hendrickx zijn cliënten inwoners zoals iedereen: ‘Ik zal nooit een allusie maken op onze contacten in verband met het OCMW. Soms beginnen ze er zelf over, maar dan probeer ik nog altijd zo discreet mogelijk te antwoorden omdat er soms omstanders zijn, die niet alles moeten horen. Soms zijn gesprekken verrij

kies dan zeker voor het OCMW. Het menselijke aspect daarvan vind ik zeer belangrijk.’ Ook Stefaan Reynaert vindt het mandaat van OCMWraadslid zeer leerrijk: ‘Ik zie het zeker niet als een opstapje naar het mandaat van gemeenteraadslid. Voor mij zijn beide mandaten gelijkwaardig. Maar in onze afdeling geldt de regel dat de zetels in de OCMW-raad worden ingevuld door de personen met de meeste voorkeurstemmen, na de rechtstreeks verkozen gemeenteraadsleden.’ Steven Lories weet het nog niet: ‘Het mandaat van OCMW- of gemeenteraadslid is erg verschillend. Het zijn twee totaal verschillende zaken met elk hun eigen aantrekkelijke kanten.’ Marie-Jeanne Hendrickx is heel graag OCMW-voorzitter en wil dit ook voortzetten: ‘Ik zie een aantal voordelen aan het feit dat ik ook schepen ben. Maar de combinatie is erg zwaar, vooral qua tijdsinvestering. Ik zag in het verleden OCMWraadsleden die bij een volgende legislatuur gekozen werden als gemeenteraadslid, maar die daaraan bewust verzaakten om terug naar het OCMW te kunnen gaan.’ Pieter Vanderstappen is VVSGstafmedewerker OCMW-bestuurlijke organisatie

?

Hebben gemeenteraadsleden inzage in de documenten van het OCMW?

!

Gemeente en OCMW zijn nauw met elkaar verbonden. Ze kunnen samen diensten aanbieden. Ook is er toezicht van de gemeente op het OCMW. De gemeente is immers verantwoordelijk voor de gemeentelijke financiën, en dus ook voor die van het OCMW. Wie echter denkt dat gemeenteraadsleden op basis van hun mandaat inzage hebben in alle documenten, stukken, akten en dossiers van het OCMW, denkt verkeerd. Er is geen wettelijke basis voor een dergelijk algemeen inzagerecht.

Geen inzagerecht zoals de OCMW-raadsleden

Gemeenteraadsleden hebben geen inzagerecht in alle stukken van het OCMW, zoals OCMW-raadsleden dat ook niet hebben in die van de gemeente. Enkel OCMW-raadsleden hebben door het OCMW-decreet inzagerecht in alle stukken van het OCMW gekregen. Een gemeenteraadslid kan dan weer alle documenten van de gemeente inzien, maar niet die van het OCMW. Gemeente en OCMW zijn nog steeds twee aparte rechtspersonen. Wel mogelijk is dat het college, in het kader van het toezicht, iemand afvaardigt om een dossier van het OCMW in te zien. Maar dat kan enkel als de procedure uit het OCMW-decreet strikt gevolgd wordt, en nooit voor dossiers over cliënten en onderhoudsplichtigen.

Wel inzage zoals elke andere burger

Gemeenteraadsleden hebben dus enkel hetzelfde algemene inzagerecht als iedere andere burger. Ze moeten de regels van het decreet openbaarheid van bestuur volgen. Dat regelt niet enkel de actieve openbaarheid, wat betekent dat het beleid op een proactieve manier bekendgemaakt wordt, maar ook de passieve openbaarheid, zoals de procedure die gevolgd moet worden wanneer burgers bestuursdocumenten willen inzien. Indien er een uitzondering van toepassing is, zoals geregeld in het decreet openbaarheid van bestuur, zal de inzage geweigerd worden. De uitzonderingen die de toegang tot een document verbieden voor de gewone burger, gelden immers ook voor een gemeenteraadslid.

En inzage via een partijgenoot in het OCMW?

Sommige gemeenteraadsleden vragen inzage via een partijgenoot die lid is van de OCMW-raad. Het OCMWraadslid kan immers wel alle stukken inzien. Van stukken die niet over cliënten en onderhoudsplichtigen gaan, kunnen ze ook een afschrift krijgen. Wij raden de OCMW-raadsleden aan niet op een dergelijk verzoek in te gaan, aangezien dit een schending van hun beroepsgeheim kan betekenen en van de geheimhoudingsplicht waaraan ze gebonden zijn. Een duidelijk voorbeeld zijn de personeelsdossiers, waarvan de OCMW-raadsleden strikt gezien een kopie mogen hebben, maar die absoluut beschermd worden door dat beroepsgeheim. De veiligste weg om documenten van het OCMW in te zien is via het decreet openbaarheid van bestuur. Artikel 40, §1 en 253 van het OCMW-decreet van 19 december 2008. Artikel 30, §1 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005. Decreet openbaarheid van bestuur van 26 maart 2004. Mail uw vragen over de werking van de OCMW-raad naar pieter.vanderstappen@vvsg.be

1 december 2010 LOKAAL 25


DE GEMEENTERAAD van Zingem

Het vurige verleden smeult nog na De eerste donderdag van elke maand blaast de gemeenteraad van het Oost-Vlaamse Zingem verzamelen in Kasteel Amelot zoals het gemeentehuis in de volksmond heet. Enkele decennia geleden was dit een strijdgemeente, het ging er soms bikkelhard aan toe, politieaanwezigheid was meer dan gewenst. Nu verloopt de raad doorgaans rustiger en beschaafder, al wordt er af en toe nog wat heen en weer geroepen. ‘De burgemeester heeft haar sjerp om,’ fluistert een van de vaste bezoekers van de Zingemse gemeenteraad. ‘Zou dat voor de foto zijn?’ Zijn vraag blijft niet lang onbeantwoord. Voor de aanvang van de raadzitting wordt Brendy Tillaert gehuldigd. Het Koninklijk Instituut der Eliten van de Arbeid heeft hem de titel en het bronzen ereteken van Laureaat van de Arbeid toegekend. Uit handen van burgemeester Kathleen Hutsebaut ontvangt hij de officiële oorkonde. Na deze korte plechtigheid bergt de burgemeester haar sjerp op, voorzitter Etienne Vercruysse opent de zitting.

26 LOKAAL 1 december 2010

Archiefdoos Bij de eerste punten op de agenda moeten vertegenwoordigers worden aangeduid voor de buitengewone algemene vergadering van twee intercommunales. Zowel meerderheidslijst Samen als oppositiepartij Open VLD draagt kandidaten voor. OCMWvoorzitter en schepen René Knops deelt de stembriefjes uit, de schepenen Kathelijne Van Betsbrugge en Carine Seynaeve halen ze op. Ze gaan in een kartonnen archiefdoos waarin een grote gleuf is uitgesneden. De voorzitter schudt ze nog eens goed dooreen alvorens hij tot de telling overgaat, geassisteerd door schepen Jurgen Haustraete en raadslid Sofie Bauters. Geheel in de lijn van de samenstelling van de raad halen de kandidaten van de meerderheid tien stemmen, die van de oppositie zeven. Daarna gaat het snel. De punten vier tot en met twaalf worden op een drafje unaniem goedgekeurd. Punt dertien is het goedkeuren van het ontwerp en het bepalen van de wijze van gunnen voor de uitbreidings- en aanpassingswerken aan de gemeentelijke basisschool De Bosrank. Hoofd van de Technische Dienst Peter


STEFAN DEWICKERE

de volledige ruimte in. Het publiek zit in een halfronde uitstulping van de woonkamer, waar vroeger, zo stel ik me voor, de heer des huizes na het middageten genietend van het binnenvallende zonlicht een sigaar rookte bij het lezen van zijn krant. Die heer, dat was dan Alfred Amelot, parlementslid van 1919 tot 1950 en burgemeester van Zingem van 1896 tot 1964. 68 jaar! Nochtans woonde hij maar een deel van het jaar in Zingem, in zijn zomerverblijf. De winters bracht hij in Gent door. De grootgrondbezitter stierf in 1966 op 98-jarige leeftijd waarna de gemeente de villa kocht. In mei vorig jaar werd een moderne aanbouw achter de villa in gebruik genomen voor de gemeentediensten. De villa zelf geeft plaats aan de gemeenteraadzaal, het college van burgemeester en schepenen, en de kantoren van de secretaris en de ontvanger. Wat opvalt in de raadzaal is de erbarmelijke akoestiek. In het publiek worden regelmatig wenkbrauwen opgetrokken. ‘Wat zegt hij?’ De goedkeuring onder agendapunt 14 van onder meer overgordijnen voor de raadzaal komt niets te vroeg.

Martens geeft uitleg bij de powerpointpresentatie. Het masterplan voor de school dateert van 2007, de eerste twee fases zijn afgewerkt of in uitvoering. Nu wordt fase 3 - lot 1 voorgelegd aan de gemeenteraad. Er is een bedrag van bijna 900.000 euro mee gemoeid, waarvan zeventig procent gesubsidieerd wordt door Vlaanderen. De fractieleider van de oppositie Dirk Otte stelt enkele informatieve vragen met betrekking tot de financiering. Zijn collega Jan Vanderstraeten vraagt zich af of de nieuwe school een eventuele toename van het leerlingenaantal zal aankunnen. Schepen van Onderwijs Carine Seynaeve stelt hem gerust: ‘We zitten voor vele jaren goed.’ Waarna de raad het punt eenparig goedkeurt. Gordijnen gevraagd Ook de vijf volgende agendapunten doen nauwelijks stof opwaaien. Tijd om even rond te kijken in de raadzaal. We zitten in wat eens de ruime woonkamer van Kasteel Amelot was, gelegen aan de Alfred Amelotstraat. De tafels voor de raadsleden nemen

Parkeren in voetgangerszone Intussen zijn we bij punt 19 aanbeland. Mijn buurman stoot me aan: ‘Houd je pen maar vast, nu komt er discussie.’ Sinds enkele jaren is er een voetgangerszone op het Kerkplein. Fietsers en ceremoniewagens hebben toegang tot de zone. Ook marktkramers en foorreizigers maken er gebruik van zonder dat hiervoor een uitzondering werd gemaakt in het verkeersreglement. Het schepencollege stelt voor dat nu in orde te brengen. Dirk Otte stelt een ingrijpend amendement voor. ‘Als er in het weekend een activiteit is in een van de twee zalen in het centrum of in de school staat de voetgangerszone vol geparkeerde auto’s, want er zijn dan te weinig reguliere parkeerplaatsen. Daarom stel ik voor de zone in het weekend te gebruiken als parkeerplaats met blauwe zone.’ Schepen Patrick Vermeulen vindt dat maar niets. Gemeentesecretaris Guido Mortier werpt op dat een blauwe zone enkel kan op zaterdag, niet op zon- en feestdagen. De voorzitter vraagt aan de oppositie om haar amendement duidelijk te formuleren. Ook raadsleden van beide kampen mengen zich in de discussie. Iedereen begint door elkaar te spreken en te roepen, de gebrekkige akoestiek doet de rest. Tot de voorzitter zijn stem verheft. ‘Mijnheer Otte, wilt u nu een amendement indienen of doet u dat op de volgende raadzitting?’ De oppositieleider herformuleert ter plaatse zijn amendement: ‘Parkeren in de voetgangerszone wordt toegelaten tijdens het weekend.’ Het amendement wordt zoals verwacht meerderheid tegen oppositie verworpen. De rust keert weer, de laatste agendapunten worden in een handomdraai afgewerkt. Maar in het opmerkingenrondje laait het vuur weer op. Dirk Otte vraagt zich af op welke grond het schepencollege beslist om trottoirs al dan niet door te trekken tot aan nieuwe woningen. Staan daarvoor regels op papier? Schepen Haustraete repliceert dat er geen algemene regels opgesteld kunnen worden, dat geval per geval bekeken wordt en dat de rede beslist. Er worden over en weer wat voorbeelden aangehaald van stoepen die al of niet verlengd werden. Het geluidsvolume neemt toe. Meerderheid en oppositie blijven op hun standpunt. Voorzitter Etienne Vercruysse, tot begin dit jaar nog burgemeester, sluit de vergadering. ‘Een vrij rustige gemeenteraad,’ vertrouwt zijn opvolger Katheen Hutsebaut me even later toe. I BVM

1 december 2010 LOKAAL 27


Tom De Schepper

werkveld veiligheid

Veilige feesten door breed en continu overleg Meer dan anderhalf miljoen mensen gaan elk jaar in op de lokroep van de Gentse Feesten. Uiteraard is de veiligheid van al dat volk prioritair bij de voorbereiding, de coĂśrdinatie en de bewaking van het evenement. Feestenburgemeester Lieven Decaluwe, schepen van Cultuur, Toerisme en Feesten, en Jan Schiettekatte, directeur dienst Feestelijkheden, leidden op 23 juli tijdens een VVSG-werkbezoek zeven burgemeesters, twee korpschefs van lokale politie en een commissaris van politie rond achter de schermen van een van de grootste stadsfestivals van Europa. Nadja Desmet

D

e stad Gent is de draaischijf van de Feesten. Ze coĂśrdineert het evenement, begeleidt de organisatoren, ondersteunt de vele initiatieven, organiseert zelf verschillende activiteiten en leidt de globale communicatie. Voor de veiligheid zijn de verschillende diensten dag in dag uit in de weer. Even belangrijk en noodzakelijk zijn de verschillende afspraken en talrijke overlegvergaderingen die op voorhand en tijdens het evenement dagelijks plaatsvinden.

zoals de tijdelijke administratieve sluiting van een nachtwinkel of het inperken van geluidsoverlast. Na de debriefing over het verloop van taken, incidenten en afspraken sinds de coĂśrdinatievergadering van de vorige dag, krijgen de talrijke betrokkenen informatie over het verloop van de nieuwe dag: welke evenementen zijn gepland, welke problemen

CoÜrdinatievergadering Dagelijks is er om half elf ’s morgens overleg voor alle betrokken stads-, technische (afvalintercommunale en milieu), hulp- en politiediensten. Eerst in besloten zitting (voor de bestuurlijke verantwoordelijken en hulpdiensten) en daarna in open zitting samen met de pleincoÜrdinatoren overlopen ze alle veiligheidsen andere praktische punten en afspraken. Hier konden we de integrale aanpak van de veiligheid in de praktijk ervaren. We maakten mee hoe de stad omgaat met prangende vraagstukken over openbare orde, zoals nachtwinkels die het alcoholverbod niet respecteerden, geluidsoverlast en het terrasreglement. Ook de persberichten kwamen aan bod. Praktische beslissingen hebben een snelle impact op de veiligheidsbeleving en -zorg. Zo lost het strategisch bijplaatsen van een plaszuil op bepaalde plaatsen bijvoorbeeld overlast van wildplassers op. Pleinorganisatoren en buurtbewoners reageren positief op beslissingen van de stad

Alleen tijdens de Gentse Feesten maakt 

28 LOKAAL 1 december 2010

Gent gebruik van camerabeelden ter ondersteuning van zijn veiligheidsbeleid. Tegelijk worden ook andere tijdelijke bestuurlijke maatregelen genomen. kunnen opdoemen, welke actiepunten zijn er? Ook de weersvoorspelling komt aan bod als risicobepalende factor. Zo liep het cameranetwerk van de stad de nacht vóór ons bezoek averij op door een blikseminslag.


Lichtkranten ondersteunen de politiewerking bij ‘crowdmanagement’.

Persconferentie Na de coördinatievergadering volgt de dagelijkse persconferentie. Elke dag heeft die op een verschillende locatie plaats om telkens een bepaald cultureel aspect van de Feesten in het daglicht te plaatsen; op 23 juli was dit in het Huis van Alijn. Hier bespreekt de Feestenburgemeester zowel veiligheidsaspecten als de culturele activiteiten die de stad in de kijker wil plaatsen. Hij geeft een voorstelling van de belangrijkste (nieuws)punten uit de coördinatievergadering. De pers is een belangrijke partner om correcte informatie en gewenste boodschappen bekend te maken aan het grote publiek. Er is ook ruim tijd gereserveerd om tekst en uitleg te geven bij vragen van de plaatselijke verslaggevers. Crowdmanagement In de namiddag zagen we de actuele veiligheidsthema’s in werking in het operationele politiecommissariaat in de Belfortstraat. De burgemeesters bezochten ook de commandopost van de hulp- en veiligheidsdiensten. We kregen een uiteenzetting over de politiewerking tijdens de feesten, we zagen hoe agenten gebrieft worden en hoe er samengewerkt wordt met de andere hulpdiensten. >>

Verordeningen Gentse Feesten Politieverordening Gentse Feesten 2010: Jaarlijks wordt naar aanleiding van de Gentse Feesten een politieverordening opgemaakt die geldt voor de duur van de Gentse Feesten. De politieverordening werd goedgekeurd in de gemeenteraad. Gemeenteraadsbesluit ter goedkeuring van het verbod tot verkopen en aanbieden van alcoholhoudende drank tussen 01 uur ’s nachts en 09 uur ’s morgens voor verkooppunten en bedelingspunten andere dan horecazaken. Gemeenteraadsbesluit ter vaststelling van ‘het reglement voor het privaat gebruik van de openbare weg tijdens de Gentse Feesten 2010’. Subsidiereglement voor betoelaging van pleinorganisatoren en projecten op het openbaar domein tijdens de Gentse Feesten. Voorwaarden voor het uitbaten van druppelkoten op de openbare weg tijdens de Gentse Feesten binnen de Gentse Feesten-perimeter. Voorwaarden voor het uitbaten van verkoopstands voor bereide eetwaren op de openbare weg tijdens de Gentse Feesten. Voorwaarden voor het plaatsen van verkoopstands op de openbare weg tijdens de Gentse Feesten. www.vvsg.be, knop veiligheid, GAS en handhaving

ADVERTENTIE

Gedeelde kennis is dubbele kennis De beste manier om kennis te vergroten, is ze te delen met anderen. Daarom is ons kantoor georganiseerd in vakgroepen die elkaar overlappen. Resultaat: een vruchtbare kruisbestuiving die de kennis van onze advocaten telkens weer verruimt. En dat komt elke cliënt ten goede. Wilt u meer weten over onze aanpak? Neem eens een kijkje op onze website, of bel ons voor een afspraak.

Mechelsesteenweg 27 2018 Antwerpen parking | Hemelstraat telefoon | + 32 3 232 50 60 fax | + 32 3 232 30 50 www.gsj.be e-mail | info@gsj.be

1 december 2010 LOKAAL 29


werkveld veiligheid

OOSTENDE – Na hun laatste kerstexamen zakken veel tieners af naar Winterijs, de sfeervolle kerstmarkt met schaatsbaan op het Wapenplein. Overdadig drankgebruik ontaardde er vroeger herhaaldelijk in bingedrinken en veroorzaakte gewelddadig gedrag. Anti-alcoholacties en een alcoholverbod voor minderjarigen op de laatste dag van hun examens maakten een einde aan de problemen.

>> Alleen tijdens de Gentse Feesten maakt Gent gebruik van camerabeelden ter ondersteuning van haar veiligheidsbeleid. Op de schermen volgden we hoe de 25 bewakingscamera’s en de verscheidene lichtkranten de politiewerking ondersteunen bij het ‘crowdmanagement’. Om de openbare veiligheid tijdens de Feesten te bevorderen worden ook nog enkele andere tijdelijke bestuurlijke maatregelen genomen. De politieverordening van de Gentse Feesten regelt deze zaken en speelt dan ook in op actuele veiligheidsthema’s. Eén dergelijk thema tijdens deze feesten is de omgang met overlastfenomenen die volgens het stadsbestuur duidelijk en specifiek verband houden met de nachtelijke verkoop van alcoholhoudende drank door verkoop- en bedelingspunten waar niet ter plekke wordt geconsumeerd. De problemen hebben te maken met het achterlaten van glazen recipiënten, wildplassen en het lastigvallen van passanten. Deze overlastfenomenen doen zich gedurende de tien dagen van de Gentse Feesten frequent en verspreid voor. Individuele en ad-hocpolitiemaatregelen door de burgemeester hebben er niet voldoende vat op. Daarom mogen de bezoekers van de Feesten sinds enkele jaren geen ‘geopende’ glazen recipiënten in bezit hebben. Dit verbod aan de bezoekerszijde wordt dit jaar versterkt door een nieuw artikel met focus op het regelen van de verkoop van alcohol tijdens de nacht in de politieverordening voor de Feesten van 2010. Dit nieuwe artikel in de politieverordening regelt het ‘verbod tot verkopen en aanbieden van alcoholhoudende dranken tussen één uur ’s nachts en negen uur ’s morgens voor verkooppunten en bedelingspunten andere dan horecazaken’. Dit verbod moet op een voor het publiek goed zichtbare plaats binnen het verkooppunt of bedelingspunt geafficheerd worden en ook het aanbod van alcohol moet tijdens de duur van het verbod afgeschermd worden van het publiek.

GF

PRAKTIJK

Alcoholvrije kerstmarkt op laatste examendag ‘Na twee weken van stress en hard studeren vormt een gezellige kerstmarkt met drankkraampjes voor scholieren de ideale plaats om stoom af te laten en het einde van de examens uitbundig te vieren,’ aldus Steve Bauwens, coördinator uitgaansbeleid. ‘Maar jongeren tussen veertien en achttien jaar onder invloed veroorzaakten herhaaldelijk overlast, anderen kwamen door bingedrinken in ernstige gezondheidsproblemen. Uit bezorgdheid voor het welzijn van de jeugd en de goede reputatie van Winterijs besloten het stadsbestuur, Toerisme Oostende vzw en de lokale politie in 2009 dit probleem van jongerenoverlast op de laatste dag van hun kerstexamens met eenvoudige maatregelen op te lossen.’ Toerisme Oostende vzw verplicht alle drankgelegenheden op de ijsschaatsbaan en de kerstmarkt op het Wapenplein nu om hun deuren op de laatste dag van de examens te sluiten. Tijdens het jaarlijkse overleg van de kerstmarkt informeert Toerisme Oostende de omliggende horecazaken over de extra antialcoholacties voor de jongeren op hun laatste examendag. De coördinator evenementen en onthaal van Toerisme Oostende informeert de jongeren over de maatregelen via de scholen. In een brief aan de schooldirecties brengt hij de scholen op de hoogte van het probleem en roept hij de leerkrachten op de leerlingen over de maatregelen in te lichten. De lokale politie verstrengt haar controles op de dag van het laatste examen. Zes extra politieagenten controleren of de horecazaken gesloten zijn en of de lokale handelaars geen drank aan jongeren verkopen. De lokale politie ziet er ook op toe dat de jongeren op Winterijs geen zelf gekochte alcoholhoudende dranken nuttigen. Bij overtreding treedt de politie op door de drank in beslag te nemen. Indien nodig onderneemt ze verdere stappen. Dankzij een stedelijke verordening betreffende het verbod van het gebruik van alcoholische dranken op het openbare domein kan de politie optreden tegen de jongeren die de regels overtreden. Inge Ruiters ii Lien Baeteman, coördinator drugbeleid Oostende, T 059-56 20 56, lien.baeteman@oostende.be 30 LOKAAL 1 december 2010

Het bestuur trad ook effectief op tegen wie dit nieuwe artikel niet respecteerde. Zo zijn de dag vóór ons bezoek twee nachtwinkels administratief gesloten omdat ze tussen één en negen uur ’s morgens het aanbod van alcohol niet hadden afgeschermd voor het publiek. Deze bepaling in verband met de beperking van de alcoholverkoop wordt momenteel juridisch aangevochten door de sector en ligt ter tafel bij de Raad van State. Naast de politieverordening als bestuurlijk handhavingsinstrument neemt de stad nog verschillende maatregelen om de Feesten in alle veiligheid en rust te laten verlopen. Een nauwe en goede samenwerking met de verschillende pleinorganisatoren en eigenaars van tijdelijke uitbatingen is ook in dezen een absolute vereiste. Handige instrumenten om deze samenwerking mee vorm te geven en in goede banen te leiden zijn de verschillende reglementen die van toepassing zijn tijdens de Gentse Feesten. Zo zijn er reglementen op het privatief gebruik van de openbare weg, de uitbating van druppelkoten en het plaatsen van verkoopstands op de openbare weg. U vindt deze en meer reglementen terug op onze website. Nadja Desmet is VVSG- stafmedewerker gemeentelijk veiligheidsbeleid


ACHTER DE SCHERMEN

Ploegbaas waterdienst Marc Dekelver werkt al meer dan dertig jaar voor de waterdienst van de gemeente Hoeilaart, de laatste zeventien jaar als ploegbaas van zes man. Hoeilaart is een van de weinige gemeenten in Vlaanderen die voor hun eigen watervoorziening zorgen. Het doet dit al sinds 1932. ‘Ik moet ervoor zorgen dat iedereen in Hoeilaart water heeft,’ zegt Marc. ‘De mensen vinden het vanzelfsprekend dat ze de kraan opendraaien en water hebben, maar daar komt wel veel bij kijken.’ Het drinkwaternet breidt steeds uit en moet ook onderhouden worden. De ploeg van Marc is voortdurend in de weer om nieuwe woningen aan te sluiten, oude watermeters te vernieuwen, nieuwe straten met waterleidingen uit te rusten, breuken te herstellen en de oude loden en gietijzeren leidingen in de straten te vervangen. Elke ochtend en elke namiddag controleert Marc de pompen en het debiet. De pompen zorgen ervoor dat het water uit de Hoeilaartse bodemlagen wordt opgepompt en getransporteerd naar een hoger gelegen reservoir en de nog hogere watertoren. Van daar gaat het dan naar de meer dan 4600 actieve huisaansluitingen in de gemeente. Als ploegbaas is hij ook verantwoordelijk voor alle bestellingen van materiaal en voor het contact met de administratie, die onder meer instaat voor de facturering. Bij zijn planning moet Marc met veel dingen rekening houden. Bovendien kunnen er altijd onverwachte problemen opduiken: ‘Het leiden van mijn team is heel belangrijk: ik verdeel elke morgen de taken onder de medewerkers en ik moet zorgen dat ik hen warm houd voor het werk. Als het koud en nat is, is het niet zo vanzelfsprekend om voor de waterdienst te werken.’ Marcs werk is nooit gedaan. Wekelijks is een andere medewerker verantwoordelijk voor de wachtdienst die inwoners kunnen bellen bij problemen met de watervoorziening buiten de werkuren. ‘Maar uiteindelijk blijf ik verantwoordelijk,’ zegt hij. Hij is nog steeds gepassioneerd bezig met zijn waterdienst, zelfs in zijn vrije tijd. Zo heeft hij een fotoboek aangelegd van alle grote werken die de afgelopen dertig jaar werden verwezenlijkt. ‘Het doet deugd dat de inwoners zeer dankbaar zijn voor het werk dat we doen. Als we bijvoorbeeld op kerstavond ter plaatse komen om mensen opnieuw van water te voorzien, dan kun je wel begrijpen dat ze dat waarderen.’

Opleiding

GF

Marc heeft A3 mechanica gestudeerd en heeft tijdens het werk ook vorming gehad, onder meer over leiding geven. Voor nieuwe aanwervingen is er eerst een examen want je hebt wel technische voorkennis nodig. Ideaal is een vooropleiding als loodgieter. Al leer je het werk vooral door het te doen. ‘Wanneer er een nieuwe medewerker begint, stuur ik die mee met een ancien om te zien hoe alles in z’n werk gaat. Pas na een jaar wordt hij ingeschakeld in de wachtdienst, waar hij helemaal zelfstandig moet kunnen functioneren.’ Ine Leemans & Greta Uyttenbroeck

1 december 2010 LOKAAL 31


layla aerts

werkveld opvoedingsondersteuning

Kansen voor kinderen van OCMW-cliĂŤnten Onze kinderen zijn onze toekomst. We willen allemaal dat ze gezond zijn, goed studeren en later leuk werk vinden. Ouders moeten keuzes maken voor hun kinderen. Hoe voed  ik ze op? Naar welke school stuur ik ze? Ook OCMW-cliĂŤnten staan voor deze keuzes.  Door geldgebrek of weinig kennis van ons schoolsysteem missen hun kinderen vaak de boot. Het Antwerpse OCMW-project Kansen voor Kinderen doet daar iets aan. Tanja Van kerckhoven

K

ansen voor Kinderen wil cliĂŤnten en hun kinderen helpen met opvoeden en ze alle informatie geven over bijvoorbeeld de onderwijsmogelijkheden. Want investeren in de kinderen van OCMWcliĂŤnten verkleint de kans dat ook zij het OCMW later nodig zullen hebben. Kansen voor Kinderen is een project van het OCMW Antwerpen en ging van start eind 2008. Eerst is er veel met maatschappelijk werkers en cliĂŤnten gepraat. Het was belangrijk dat we wisten met welke vragen mensen zitten. Want daarop moesten we 32 LOKAAL 1 december 2010

antwoorden zoeken. We gingen ook op zoek naar organisaties die gespecialiseerd

Experts in onderwijs en opvoeding Door gebrek aan tijd kunnen de maatschappelijk werkers in de sociale centra verspreid over de stad soms enkel aan financiĂŤle problemen werken, terwijl er eigenlijk veel meer hulp nodig is. CliĂŤnten met kinderen zitten bijvoorbeeld met vragen over opvoeding of ons scholensysteem. De medewerkers van Kansen voor Kinderen moeten experts worden op dat vlak om zo de maatschappelijk werkers te ontlasten, maar anderzijds

Investeren in de kinderen van onze cliĂŤnten verkleint  de kans dat ook zij het OCMW later nodig zullen hebben. zijn in onderwijs en opvoeding. Onze medewerkers zijn immers geen opvoeders, maar ze moeten wel weten waar iedereen met vragen terecht kan.

ook te versterken. Ze begeleiden cliÍnten, geven OCMW-medewerkers informatie en houden contact met partners die aan dezelfde thema’s werken. Het grootste


deel van de tijd besteden ze aan de cliĂŤnten: vragen bespreken, begeleiden naar een gepaste voorziening en opvolgen. Als een maatschappelijk werker meldt dat er een cliĂŤnt met vragen zit, bespreken ze dat eerst met hem. Daarna gaan ze op huisbezoek bij de cliĂŤnt. En zodra ze een duidelijk beeld van het probleem hebben, gaan ze samen op zoek naar mogelijke oplossingen. Vaak is dat een verwijzing naar een andere organisatie. Zo regelen ze bijvoorbeeld een eerste afspraak bij de Opvoedingswinkel. En gaan dan ook mee. Zo is de drempel voor de cliĂŤnt lager. Maar niet altijd is er een doorverwijzing. Soms kunnen ze zelf helpen. Twee medewerkers volgden een opleiding Triple P. Dat is een Australische methode die staat voor Positive Parenting Program. Het is een methode om mensen met opvoedingsvragen tijdens enkele ge-

kunnen volgen. De kracht van groepswerk is echt groot. Mensen geloven vaak niet meer in zichzelf. En dan doet het hen deugd te horen dat ze niet alleen staan. Opeens beseffen ze ook dat ze het lang niet slecht doen. En dat geeft ze een extra duwtje in de rug om er opnieuw in te geloven. Toekomstplannen Een medewerker is gestart met enkele specifieke taken zoals het verhogen van ouderparticipatie. De cliĂŤnten zijn soms weinig betrokken bij het onderwijs van hun kinderen. Veel ouders kennen het belang van kleuterparticipatie niet, gaan niet naar ouderavonden en zijn weinig betrokken bij de schoolkeuze van hun kinderen. Hierin willen we verandering brengen. Bij de volgende aanmeldingsen inschrijvingsperiode van kinderen die

Cursisten nemen soms twee bussen of trams nadat ze  hun kinderen naar school hebben gebracht om toch maar  de les te kunnen volgen. Zo groot is de kracht van groepswerk. sprekken te begeleiden en zo te versterken. Ze worden zelf op weg gezet naar antwoorden. De bedoeling is dat ze op eigen benen leren staan. En de reacties daarop zijn positief. Maar er zijn ook de druk bijgewoonde opvoedingscursussen van Open School voor ouders en opvoeders. Tijdens bijeenkomsten praten de ouders over de vragen waarmee ze zitten. Door de gesprekken, maar ook door filmpjes en andere leermethodes komen de deelnemers heel wat te weten over hoe ze met hun kinderen kunnen omgaan. Het is een heel toegankelijke werkwijze. De groep deelnemers is dan ook zeer divers. Enkele weken na de cursusreeks organiseren we soms een terugkomdag. Zo kunnen mensen hun ervaringen over de toegepaste leerstof uitwisselen. Balans na twee jaar Kansen voor Kinderen bestaat nu twee jaar. De medewerkers maakten een tussentijdse balans op. De sterkte die mensen bij elkaar vinden is zeer belangrijk. Cursisten nemen soms twee bussen of trams nadat ze hun kinderen naar school hebben gebracht om toch maar de les te

geboren zijn in 2009 en 2005 willen we de ouders beter informeren. We organiseren informatiesessies in samenwerking met de Studiewijzer. Daarnaast hebben we extra aandacht voor vaderparticipatie. We merken dat opvoeden toch nog altijd een vrouwenzaak is en dat vaders er weinig bij betrokken worden. Daarin willen we een mentaliteitsverandering teweegbrengen. Dit najaar start Kansen voor Kinderen ook met een cursus Triple P voor ouders van tieners. We willen op deze manier de methodiek uittesten en gebruiksvriendelijk maken voor onze doelgroep. Dit is een hele oefening want het is een intensieve cursus met voorbereidende vragenlijsten, huiswerk en rollenspelen. Daarnaast zullen we onze bestaande werkingen voortzetten, zoals ondersteuning bieden aan ouders voor inschrijvingen in scholen, het aanvragen van studie- en schooltoelages, maar ook reageren op nieuwe tendensen. De POD Maatschappelijke Integratie geeft in 2010 extra subsidie voor maatregelen die de maatschappelijke participatie en de culturele en sportieve ont-

Geleerd in de opvoedingscursus ‘Mijn zoon is niet van de computer weg te slaan. Nu heb ik geleerd om af te spreken hoe lang hij aan de computer mag zitten, zodat hij ook genoeg tijd heeft voor zijn huiswerk.’ ‘Ik voel me “sterkerâ€? tegenover mijn dochter. Ik gebruik een paar tips uit de cursus. Ik durf nu aan mijn dochter te vragen om mee te helpen in het huishouden. Ik weet dat ik moet uitleggen waarom ik dat belangrijk vind.’ ‘Ik neem nu meer tijd voor mijn kinderen om samen dingen te doen.’ ‘Ik vond de uitleg over de richtingen op school heel goed. Al die afkortingen (BSO, TSO‌) waren onduidelijk voor mij, maar nu weet ik wat het allemaal is. En ik heb in de cursus geleerd dat ik het eigenlijk nog zo slecht niet doe in de opvoeding van mijn dochter. Ook al hebben andere mensen soms commentaar.’ ‘Ik heb geleerd ook te kijken naar de “sterke kantenâ€? van mijn kleindochter. Ik probeer haar meer complimentjes te geven. Vroeger zag ik alleen maar dat het slecht ging op school en de positieve dingen zag ik niet.’

plooiing van de gebruikers van OCMWdienstverlening bevorderen. Kansen voor Kinderen wil deze middelen gebruiken om gezinnen met minderjarige kinderen te ondersteunen. Zo helpen we hen om de financiĂŤle drempels van onderwijs weg te werken. Dat gebeurt met individuele toelages in paramedische kosten zoals de raadplegingen van bijvoorbeeld een logopedist of fysiotherapeut. Maar daarnaast vinden we het ook belangrijk om collectieve acties te organiseren zoals Triple P voor ouders van tieners of een vrijetijdsactie voor ouders en kinderen. Tanja Van Kerckhoven is afdelingshoofd Vrije Tijd en Maatschappelijke Ontplooiing bij het OCMW van Antwerpen 1 december 2010 LOKAAL 33


werkveld Welzijnsvoorzieningen

Ouderen- en thuiszorg in Denemarken Denemarken telt zes miljoen inwoners. STAAT (1) Bevoegd voor: • wetgeving • uitbetaling pensoenen Fiscaal bevoegd REGIO’S (5) Bevoegd voor: •gezondheidsberoepen • medische beroepen • gespecialiseerde instellingen Geen fiscale autonomie

layla aerts

Denemarken:  de gemeente helpt je jezelf  te helpen Het FrieslandcomitĂŠ wil de ouderen- en thuiszorg in Vlaanderen ondersteunen en neemt verschillende initiatieven, waaronder zijn befaamde reizen. Het nodigt een groep mensen uit de ouderen- en thuiszorg uit en bestudeert met hen de ouderen- en thuiszorg in het buitenland. Inspireren maar zeker ook netwerken is de doelstelling. In september was Denemarken aan de beurt: de zorg is er niet zo anders, maar de Denen vertrekken vanuit vertrouwen, zelfbeschikkingsrecht van de burger en gelijkheid. De ouderenzorg is er zeer transparant en doeltreffend georganiseerd. Elke Vastiau

I

n Denemarken geldt de ongeschreven wet van Jante: niemand is er beter dan een ander. Een van de gevolgen daarvan is dat de ouderenzorg er wordt georganiseerd door het meeste burgernabije niveau: de gemeente. Iedere gemeente bepaalt zelf het ouderenzorgbudget en organiseert de collectieve zorg, waar iedere borger recht op heeft. Hier geen discussie over termen als bejaarde, gebruiker, cliĂŤnt, patiĂŤnt dus. Gewoon burger. Wanneer een burger een behoefte aan zorg ervaart gaat hij naar de visitatie. Die verduidelijkt de behoefte van de burger en wijst de nodige zorg toe. Haast tot consternatie van de bezoekers uit BelgiĂŤ gebruikt de visitatie daarvoor geen gestandaardiseerde indicatie-instrumenten. De nuchtere Denen vinden dat niet nodig: de mensen uit de visitatie vormen een multidisciplinair 34 LOKAAL 1 december 2010

team en kregen scholing om behoeften te beoordelen. Daarenboven zijn behoeften van zoveel dingen afhankelijk, niet alleen van de zorgbehoevendheid, maar ook van de huisvestingssituatie en het sociale netwerk. Geen voorafbepaalde indicatie dus. Wat wel is vastgelegd zijn kwaliteitsstandaarden: iedere gemeente bepaalt wat goede kwaliteit van zorg is. Is er een probleem, dan kan de betrokkene opnieuw naar de visitatie, of naar de gemeente. Iedere gemeente bepaalt welke zorg nodig is. Let wel: hulp toegewezen door de visitatie is voor de burger helemaal gratis of, anders geformuleerd, ten laste van het gemeentelijke budget. Als de burger vindt dat de visitatie onvoldoende toewees, kan hij extra zorg inkopen op de privĂŠmarkt. Zonder discussie is dit systeem nu ook niet helemaal. In Randers bijvoorbeeld

GEMEENTEN (97) Bevoegd voor: • ouderenzorg • wonen voor ouderen • thuiszorg • ondersteunende technologie Fiscaal bevoegd (gemeenten innen zowat 25% van de totale belastingen)

is er momenteel zeer grote discussie over de schoonmaakhulp: momenteel hebben burgers via de visitatie recht op 45 minuten schoonmaakhulp om de twee weken. Om budgettaire redenen zou dat 45 minuten om de drie weken worden. Maar de Denen zijn op zoek naar creatieve oplossingen: Randers wil graag stofzuigerrobotten een kans geven, om zo de wachttijd tussen twee bezoeken van de werkster draaglijker te maken. Jens Kjaer van het gemeentebestuur van Randers slaagde er niet helemaal in zijn teleurstelling te verbergen toen hij merkte dat dit voor zijn bezoekers uit Vlaanderen een nieuwe en ietwat onthutsende gedachte bleek en hij geen ervaringen zou kunnen uitwisselen. Pluk het leven van elke dag In het Belgische model staat de hulpverlener nog vrij centraal. Het is de hulpverlener of ‘de dienst’ die – al dan niet via een indicatieschaal – behoeften beoordeelt en die dan vanuit zijn expertise invult. De Denen trachten deze zorgregie over te laten aan de burger zelf. Zo werkt Ă…rhus met de COPM-methodiek in het revalidatieteam. Elna Kaestel: ‘Wij bepalen niet wat de doelstelling van de revalidatie is, de burger doet dat zelf. Wil hij opnieuw zelf leren koken, stellen we samen een aangepast programma op. Woont de betrokke-


klare kijk ? Kan een gemeente beroep

ne op een appartement en is de prioriteit (opnieuw) trappen lopen, dan trainen we vooral daarop.’ Elna heeft trouwens nog een tip voor haar collega’s: ‘Gebruik de natuur of de stad. Mensen helpen revalideren in een stadscentrum om de winkels binnen te stappen motiveert nu eenmaal meer dan oefenen in een lokaal voor fysiotherapie.’ Ook met werken in het bos haalt ze heel positieve resultaten. Elna geeft wel met de knipoog toe dat ze noodgedwongen creatief hebben moeten leren denken, hun lokaal is immers nogal krap. Ook Merete Thomasson straalt die creativiteit uit. Zij leidt een project in Århus waarvan je de naam vrij kunt vertalen als ‘pluk het leven van elke dag’. Haar ervaring met vluchtelingen leerde haar dat het heel belangrijk is om je dagelijkse leven herop te bouwen bij een verlieservaring. Dat principe wil ze ook toepassen in de (ouderen)zorg. Daarom is ze heel waakzaam bij het overnemen van taken. Om de scope van zorg naar preventie om te buigen worden in plaats van langdurige zorg zeer intensieve korte hulpprogramma’s ingezet. De thuisverzorgers zijn zo home coaches geworden. Ze bepalen samen met de burger wat het doel van de hulpverlening is. In Denemarken is het dansen rond de boom met Kerstmis een belangrijk sociaal evenement, voor burgers is het vaak een doelstelling om dat mee te kunnen maken. Een multidisciplinair team gaat dan samen kijken hoe dat verwezenlijkt kan worden. Uit de eerste resultaten blijkt dat deze andere manier van denken en werken ertoe leidt dat veertig procent van de deelnemers aan het project opnieuw zelfstandig wonen zonder professionele hulp (maar eventueel wel met hulpmiddelen), 45 procent stelt het met minder hulp. Bij zo’n vijftien procent van de burgers is er geen verandering. Burgers winnen in levenskwaliteit en tevredenheid, professionelen in efficiëntie maar ook in arbeidstevredenheid, en ook financieel is er winst, al was het maar doordat je meer mensen helpt met een ongewijzigd budget. Inspraak en communicatie De vlakke structuur van de Deense maatschappij maakt de inspraak en communicatie vrij direct. De visitatiecommissie kent zowat alle hulpverleners, maar onderhoudt ook goede contacten met de ziekenhuizen. Ontslagmanagement is geen probleem: er zijn permanent mensen van de visitatie aanwezig in het ziekenhuis. Wordt er iemand ontslagen, dan neemt de

visitatie dadelijk contact op met de zorgverleners in de thuissituatie en wordt zo nodig in hulpmiddelen voorzien. Men denkt niet in structuren, maar in behoeften. Directe communicatie dus. Dat zien we ook in de vertegenwoordiging van de ouderen: de ouderenadviesraad van Randers wordt bijvoorbeeld rechtstreeks verkozen. Alle 60-plussers krijgen een stembiljet thuis toegezonden en kunnen stemmen. Iedereen die vijf handtekeningen verzamelt, mag zich kandidaat stellen. De ouderenraad van Randers geeft vooral advies over het beleid en verstrekt de andere ouderen in de gemeente informatie. Hij beschouwt zichzelf ook als kwaliteitscontroleur. Anna Margrethe Valdbjorn Nielsen, de voorzitter van de Randerse ouderenadviesraad, maakt dat duidelijk: ‘Eten is bijzonder belangrijk voor ouderen. Met de ouderenraad gaan wij dan ook naar de verschillende voorzieningen om de kwaliteit van het opgediende eten te controleren. We letten op de smaak en de wijze van opdienen, maar ook op de vriendelijkheid en toegankelijkheid van het personeel.’ Van elk bezoek wordt een verslag gemaakt, dat ook naar de voorzitter van de raad voor gezondheidszorg en ouderenzorg gaat, een functie die bij ons schepen zou heten. Dankzij de adviezen is bijvoorbeeld het aanbod van de lokale buslijnen beter afgestemd op de activiteiten in de verschillende dienstencentra. Spiegeltje, spiegeltje aan de wand... Een buitenlandse studiereis leidt tot veel contacten en zorgt voor inspiratie. Maar wat het echt doet is jezelf confronteren met je eigen denkbeelden en vooroordelen. De manier waarop wij in schalen denken omdat dat de objectiviteit zou bevorderen, de manier waarop wij in controle denken (en wie controleert de controleurs?) enzovoort. Maar ook de confrontatie met ons ingewikkelde systeem, de veelheid van structuren, de schotten tussen de verschillende zorgvormen en zorgverleners... De kwaliteit van de zorg mag in Vlaanderen dan (nog) steeds van hoog niveau zijn, we kunnen wel wat schaven aan de transparantie. Ook de effectieve regie door de gebruiker zelf is toch wel een duidelijk aandachtspunt. Denemarken leert ons in ieder geval dat het lokale niveau daar uitstekend werk levert. Vertrouwen en leren vertrouwen is hier de boodschap. Elke Vastiau is VVSG-stafmedewerker ouderenzorg

indienen tegen een stedenbouwkundige vergunning van de deputatie? ! Volgens de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

kunnen alle belanghebbenden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen in beroep gaan tegen een beslissing van de deputatie over een stedenbouwkundige vergunning. De Codex vermeldt wie dat dan zijn: de aanvrager, de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar en de Vlaamse instanties die eerder in de procedure advies verleenden over de vergunningsaanvraag. Daarnaast kunnen ook ‘de bij het dossier betrokken vergunningverlenende bestuursorganen’ en ‘natuurlijke personen of rechtspersonen die rechtstreeks of onrechtstreeks hinder of nadelen ondervinden ingevolge de vergunningsbeslissing’ een beroep instellen. Het college heeft een belang omdat het de auteur van de aanvankelijke beslissing is. Het is in die zin betrokken bij de vergunningsaanvraag (op basis van art. 4.8.16 VCRO). Bovendien is de gemeente een publiekrechtelijke rechtspersoon. Als ze rechtstreeks of onrechtstreeks hinder of nadelen ondervindt van de beslissing van de deputatie, kan ze ook op basis daarvan beroep indienen. De gemeente, vertegenwoordigd door het college op basis van artikel 193 van het Gemeentedecreet, kan het nadeel motiveren omdat de beslissing indruist tegen het gewenste vergunningenbeleid en in die zin het ruimtelijkeordeningsbeleid doorkruist. Die summiere vaststelling volstaat om het belang van de gemeente aan te tonen. Gemeenten die een beroep indienen bij de Raad van Vergunningsbetwistingen, kunnen daarom het best twee artikelen opnemen in de collegebeslissing, één namens de rechtspersoon gemeente en één namens het college. De Raad voor Vergunningsbetwistingen vergunt overigens niet, maar kan enkel een beslissing vernietigen of schorsen op basis van ‘regelmatigheid’. Er is sprake van een onregelmatigheid bij een schending van regelgeving, stedenbouwkundige voorschriften of algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De Raad voor Vergunningsbetwistingen doet, net zoals de Raad van State vroeger, alleen een ‘marginale opportuniteitsbeoordeling’. Hij gaat enkel na of de feiten waarop de deputatie oordeelt correct zijn vastgesteld, of zij die correct heeft beoordeeld en of zij op grond van de feiten in redelijkheid heeft kunnen oordelen dat het aangevraagde verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening. Bij een vernietiging kan de Raad de deputatie bevelen binnen een bepaalde termijn een nieuwe beslissing te nemen. Defoort, P.J. en B. Roelandts, TROS 2009, nr. 54, p. 163-164 Raad voor Vergunningsbetwistingen, A/2010/0020 van 23 juni 2010 Mail uw vragen over ruimtelijke ordening en huisvesting naar xavier.buijs@vvsg.be

1 december 2010 LOKAAL 35


BERT JANSSENS

BERT JANSSENS

werkveld internationale samenwerking

Winning through Twinning:  stedenbanden in Zuidelijk Afrika Onder de titel Winning through Twinning organiseerde de VVSG voor de eerste maal in haar geschiedenis een conferentie over stedenbanden op Afrikaanse bodem. Mangaung Local Municipality, waarvan Bloemfontein deel uitmaakt, is de partnerstad van Gent en was gaststad voor de conferentie. Bert Janssens

N

egen stedenbanden, tweeĂŤntwintig lokale besturen, vier verenigingen van gemeenten, honderdtwintig deelnemers uit Vlaanderen en Zuidelijk Afrika debatteerden twee intensieve dagen lang over goede voorbeelden en de soms moeilijke processen binnen de eigen stedenband. Want een stedenband tussen twee lokale besturen is erop gericht de bestuurskracht te versterken via een langdurig engagement waarbij de opbouw van institutionele capaciteiten centraal staat. Never again Binnen de sector van de ontwikkelingssamenwerking is de stedenband een relatief recent gegeven. Lokale besturen begeven zich op een terrein dat traditioneel door NGO’s of door de officiĂŤle ontwikkelingssamenwerking werd ingenomen. ‘Mangaung begon in 2004 aan internationale samenwerking door een stedenband af te sluiten met de stad Gent. Ons partnerschap is gericht op ontwikkeling en gebaseerd op onze gemeenschappelijke 36 LOKAAL 1 december 2010

overtuiging dat ontwikkeling een kerntaak is van het lokale bestuur, want dat is de bestuurslaag die het dichtst bij de mensen staat.’ Playfair Morule, de burgemeester van Mangaung, benadrukte in zijn verwelkoming ook nog dat het debat of een lokaal bestuur aan internationale samenwerking moest doen, volgens hem irrelevant was. ‘Wat er echt toe doet, is wat – overeengekomen – het beste is voor de lokale bevolking.’ En hun partnerschap met Gent draagt hier sterk toe bij. Stedenbanden vormen in dat opzicht geen doel op zich, maar een middel. Ze moeten het lokale bestuur in staat stellen beter in te spelen op de prangende noden van de lokale bevolking. Stedenbanden bestaan met andere woorden om de lokale democratie te versterken. Deze kernboodschap blijft in het Zuid-Afrika van de post-apartheid nog steeds brandend actueel. En laat dat nu net ook iets zijn wat de burgemeester van Mangaung zelf verpersoonlijkt. Morule zat tijdens het apartheidsregime tien jaar gevangen op Robbeneiland.

Meer dan eens verwees hij tijdens de opbouw van de conferentie naar de wijze woorden van de beroemdste gevangene daar: ‘Nooit, nooit en nooit weer sal hier die pragtige land die onderdrukking van een deur ’n ander beleef nie.’ Voormalig president van Zuid-Afrika Nelson Mandela verwoordt hier de kern van wat een stedenband uiteindelijk nastreeft. Stedenbanden zijn dus niet alleen vrij nieuwe spelers binnen de ontwikkelingssamenwerking, ze hebben ook andere klemtonen en invalshoeken dan bijvoorbeeld de NGO’s. De samenwerking tussen twee lokale besturen mondt uit in een partnerschap tussen twee evenwaardige partners die van elkaar kunnen leren. Ze berust verder op de specifieke werkwijze waarbij collega’s uit de lokale besturen elkaar over de grenzen heen ontmoeten en een dialoog over hun eigen beleidsthema starten. De jeugdambtenaar uit Gent spreekt een zelfde taal als die uit Mangaung en dat vergemakkelijkt de samenwerking. En ook al zijn lokale besturen nieuwe spelers, toch stellen we al een verregaande professionalisering vast: ‘Meer en meer worden ambtenaren de experts in zowel het beheren van de stedenbanden als het uitvoeren van bewustmakende activiteiten in hun eigen


<< De deelnemers grepen de conferentie aan om nieuwe en andere banden te smeden. < Voor Luc Martens is het een hele geruststelling te weten dat als Roeselare of de partnerstad Dogba de weg even kwijt is, er zo veel expertise is binnen de andere lokale besturen.

BERT JANSSENS

> Stedenbanden zijn niet alleen vrij nieuwe spelers binnen de ontwikkelingssamenwerking, ze hebben ook andere klemtonen en invalshoeken dan bijvoorbeeld de NGO’s.

gemeenten. En dit is zonder meer een positief gegeven,’ zegt VVSG-voorzitter Luc Martens. En toch zijn ook hier enige kanttekeningen op hun plaats. Zoals elke relatie kennen ook deze stedelijke internationa-

tinenten heen. De kunst bestaat er dan in te proberen elkaars werking vanuit die diversiteit te versterken. En ten slotte, een stedenband staat of valt met het politieke engagement van beide lokale besturen. En dit is toch een variabele waaronder een stedenband kan lijden, zowel in Vlaan-

Een stedenband staat of valt met het politieke engagement van beide lokale besturen. Coalitiewissels, veranderende administratie… het zijn de inherente risico’s van het vak. le partnerschappen hun ups en downs. Het blijft nog vaak een proces van vallen en opstaan. De perceptie aan beide kanten van de stedenband verschilt dikwijls sterk, net als de sociale, economische en culturele context. Dat maakt de communicatie tussen de verschillende culturen niet altijd even evident. Lokale besturen kennen veel gelijkenissen, maar er zijn ook nog heel wat verschillen, over de con-

deren als in Zuidelijk Afrika. Coalitiewissels al dan niet door verkiezingen, veranderende administratie… het zijn de inherente risico’s van het vak waarmee de gemeentelijke internationale samenwerking te kampen heeft. Wederkerigheid Stedenbanden versterken lokale besturen in het Zuiden binnen een context van

decentralisering en goed lokaal bestuur. Hierbij is het belangrijk dat de driehoek tussen politiek, administratie en civiele maatschappij in een goed evenwicht zit. Goed lokaal bestuur betekent immers niet alleen versterking van de bestuurskracht van de lokale overheid, maar tegelijk ‘empowerment’ van de bevolking. Deze interactie zorgt ervoor dat de dienstverlening van het lokale bestuur beantwoordt aan de lokale behoeften van de bevolking, die op haar beurt in staat is deze behoeften kenbaar te maken en op die manier deel te nemen aan het beleid. ‘Het is dus voor lokale besturen wereldwijd een uitdaging om de omslag te maken van doeltreffende naar proactieve dienstverlening, waarbij het lokale bestuur een gemeenschapsontwikkelaar wordt,’ aldus Marike Bontenbal, die haar doctoraalscriptie over Nederlandse stedenbanden toelichtte. In Zuid-Afrika vertaalt men het voorgaande in het concept developmental local government, waarbij publieke participatie aan het beleid hoog op de agenda staat. Lokale besturen moeten integrale ontwikkelingsplannen uitwerken en de jaarlijkse

17 tot en met 19 oktober 2011 Internationale conferentie over stedenbanden in Gent In samenwerking met de stad Gent organiseert de VVSG een internationale conferentie over de gemeentelijke internationale samenwerking. De visie, de specificiteit, maar ook de aanbevelingen voor de toekomst komen er aan bod. Politieke en ambtelijke vertegenwoordigers van lokale besturen uit Noord en Zuid discussiëren er drie dagen lang over goede praktijken, opgedane ervaringen en de zin van grotere netwerken. De conferentie vindt plaats in Gent van 17 tot en met 19 oktober 2011. Meer informatie op www.vvsg.be of bij bert.janssens@vvsg.be.

1 december 2010 LOKAAL 37


werkveld internationale samenwerking

voortgang hiervan openbaar bespreken met wijkcomités. Inspraak van de burger op lokale beleidsprioriteiten én budgetten lijkt een uitgelezen gelegenheid om de wederkerigheid van de stedenband concreet in te vullen. Dit wederkerige aspect waarbij de Vlaamse gemeente ook van de partnergemeente leert, is een typisch kenmerk van de stedenbandwerking, maar blijft geregeld nog te vaag en onderbenut.

waarbij de VVSG in maart 2011 nog een gelijkaardige conferentie in Nicaragua organiseert voor de stedenbanden in Latijns-Amerika. ‘Ik beschouw dit als een unieke gelegenheid om via jullie input tot een gezamenlijk gedragen visie te komen,’ nodigde Luc Martens de deelnemers uit in Bloemfontein. De regionale conferenties van Zuid-Afrika en Nicaragua culmineren in een internationale

Lokale besturen in Zuid-Afrika moeten integrale ontwikkelingsplannen uitwerken en de jaarlijkse voortgang hiervan openbaar bespreken met wijkcomités.

Van Zuid naar Zuid Maar deze aandachtspunten zijn er om er aan te werken, zowel in Vlaanderen als in Zuidelijk Afrika. En op een heel open en enthousiaste manier gingen de Vlaamse gemeenten Bornem, Dilbeek, Essen, Geel, Gent, Genk, Harelbeke en Lommel samen met hun respectieve partnergemeenten uit Zuidelijk Afrika hierover in discussie. Ervaringen uitwisselen en van elkaar leren waren hierbij veel gehoorde begrippen. Ook voor de VVSG stond het lerende aspect centraal in de vorm van voortbouwen aan een afgestemde visie van gemeentelijke internationale werking. Dit kadert in een bredere oefening,

conferentie in Gent van 17 tot en met 19 oktober 2011. ‘Ik ben onder de indruk van de hoeveelheid aan activiteiten en van de kwaliteit en de professionaliteit ervan die binnen een stedenband plaatsvinden. En dat vind ik tegelijkertijd een geruststellende gedachte. Binnen de stad Roeselare zetten wij onze eerste stappen in een partnerschap met Dogbo in Benin. Het stelt me gerust te weten dat als wijzelf of onze partner de weg even kwijt zijn, er zo veel expertise is binnen andere lokale besturen in Vlaanderen en in Zuidelijk Afrika om ons te helpen hem terug te vinden,’ zo sloot VVSG-voorzitter Luc Martens de

conferentie af met een reflectie als burgemeester van Roeselare. ‘In my end is my beginning,’ schreef de bekende Engelse dichter T.S. Eliot en deze woorden galmden na. De twee dagen durende conferentie was intussen afgelopen, maar meer dan als een afsluiting zagen velen dit als een startsein. Ze grepen de conferentie aan om nieuwe en andere banden te smeden. De omgang met verre collega’s is een specifieke karakteristiek van de stedenbanden die meer benut kan worden. En dat kunnen we vertalen naar een ander niveau: de uitwisseling tussen collega’s uit het Zuiden. De partnergemeentes van Essen en Bornem kunnen bijvoorbeeld heel veel van elkaar leren over hoe je jongeren bij het beleid kunt betrekken. Francistown (partnergemeente van Genk) en Mangaung (partner van Gent) kunnen bij elkaar op stage gaan om de goede praktijken uit te wisselen. Om dergelijke initiatieven te bevorderen zou de VVSG in samenspraak met de zuidelijke verenigingen van lokale besturen meer zulke netwerkmomenten moeten houden. Dan kunnen de goede praktijken breder verspreid worden en krijgen de nu eerder geïsoleerde verwezenlijkingen een grotere impact. Het is dus belangrijk aandacht te hebben voor coördinatie en netwerken. Ook voor de VVSG zit hier in het einde dus weer een begin. Bert Janssens is VVSG-stafmedewerker team internationaal

ADVERTENTIE

Uw personeelsadvertentie in Lokaal, VVSG-week én op de VVSG-website Inlevering advertenties voor Lokaal 1 (10 tot 31 januari 2011): 16 december 2010 voor Lokaal 2 (1 tot 15 februari 2011): 13 januari 2011 Informatie: Nicole Van Wichelen • T 02-211 55 43 nicole.vanwichelen@vvsg.be

38 LOKAAL 1 december 2010


PRAKTIJK SINT-NIKLAAS – In het centrum van Sint-Niklaas heeft het stadsbestuur in samenwerking met Logo-Waasland, een eenvoudige rijwoning tijdelijk ingericht als demonstratiehuis voor gezond wonen. 65-plussers en kansengroepen krijgen er informatie over een gezond binnenmilieu, CO- en valpreventie. De bezoekers ontdekken hier hoe ze met beperkte ingrepen problemen in hun huis kunnen oplossen en het risico op valpartijen kunnen verminderen.

Demonstratiehuis gezond wonen organisaties. De Sint-Niklase Huisvestingsmaatschappij stelde gratis een rijwoning die tijdelijk leegstond, ter beschikking. De Kringwinkel verzorgde de inrichting, vzw Logo-Waasland bood inhoudelijke ondersteuning en ontwierp de didactische materialen. De sociale dienst coördineerde de reservaties en de rondleidingen.

Model voor andere Waaslandse gemeenten

De rondleiding start in de woonkamer met een algemene toelichting. Vervolgens neemt de gids zijn bezoekers mee voor een interactieve tocht door de keuken, de slaapkamer en de badkamer. In elk vertrek liggen ‘wist je datjes’ met algemene informatie en tips om bijvoorbeeld schimmel te voorkomen en de luchtkwaliteit in een woning te verbeteren. Aan de muren hangen foto’s met goede en slechte voorbeelden. In elke kamer staat een oplossingenkoffer met materialen om zelf aan de slag te gaan. Zo is de koffer op de badkamer gevuld met een antislipmat, een handvat, een verluchtingsrooster en ecologische schoonmaakproducten. De slaapkamer en de badkamer zijn opgesplitst in een kant met slechte en een met goede voorbeelden. In het gedeelte van de modelslaapkamer be-

GF

‘Voor dit demonstratiehuis lieten we ons inspireren door het voorbeeld van de gezondheidsdienst van de stad Gent van 2008,’ vertelt Gwendoline De Vogel, doelgroepenwerkster bij de sociale dienst van Sint-Niklaas. ‘In het demonstratiehuis van Gent stond gezond binnenmilieu centraal. In ons huis komt daar valpreventie bij.’ Tijdens een interactieve rondleiding ontdekken de bezoekers zelf de knelpunten in hun woning. De confrontatie met herkenbare en vergelijkbare situaties helpt de bezoekers om de aangereikte oplossingen in hun eigen woning toe te passen. Tijdens de ontdekkingstocht door de verschillende ruimtes komen volgende thema’s aan bod: verluchten en ventileren, verwarming en verbranding, CO-preventie, huisstofmijt, gevaarlijke producten, schimmels en vocht, valpreventie en beweging, premies voor woningaanpassing. De gidsen zijn vrijwilligers met gidservaring uit de seniorenwerking die een tweedaagse inhoudelijke en praktische opleiding kregen. Visuele hulpmiddelen zoals fotomateriaal en ‘wist je datjes’ maken alles ook heel toegankelijk voor kansengroepen. Voor de realisatie van het demonstratiehuis werkte het stadsbestuur samen met verschillende

vinden zich een bed op poten, aansluitende pantoffels met een antisliplaag, een nachtlampje, een kast om alles in op te bergen en een antislipmat. De vzw Logo-Waasland zal dit project in alle steden en gemeenten van het Waasland introduceren. Inge Ruiters

ii Gwendoline De Vogel, doelgroepenwerkster sociale dienst stad Sint-Niklaas, gwendoline.devogel@sint-niklaas.be, T 03-760 91 43, Logo-Waasland vzw, T 03-766 87 78.

Loonadministratie Tijdsregistratie Personeelsplanning

Nijverheidsstraat 16 8760 Meulebeke

Tel. : 051 48 69 68 Fax : 051 48 69 13

Sociaal-juridisch advies On-site service

Human resources management

Competentiemanagement

Erkend sociaal secretariaat

Oracle HCM implementatie

Selectie en rekrutering

Innovation in HR

Erkend opleidingscentrum

Kinderbijslagfonds Participatiefonds

Certified Oracle Partner Middenstandsorganisatie Verzekeringen

info@easypay-group.com www.easypay-group.com

1 december 2010 LOKAAL 39


wetmatig berichten

Zorgkundige: februari 2011 wordt (wellicht) 2015

Het Koninklijk Besluit wilde de betrokkenen juridische zekerheid geven, Vlaanderen deed hetzelfde voor zijn verzorgenden in het ‘decreet zorg en bijstand’. Het ‘KB zorgkundigen’ regelde dat de verzorgenden die in een woonzorgcentrum werken, geregistreerd worden als zorgkundigen als ze een bewijs van voldoende opleiding kunnen voorleggen, of wanneer ze op basis van beroepservaring gelijkgesteld zouden worden. Deze overgangsmaatregel houdt in dat verzorgenden die vóór 2009 in een woonzorgcentrum werkten, geregistreerd konden worden als ze vijf jaar ervaring hadden in de sector. In het andere geval werden ze voorlopig geregistreerd

layla erts

In 2006 creëerde de overheid de functie van zorgkundige via een Koninklijk Besluit. Tot op dat ogenblik oefenden verzorgenden immers bepaalde taken uit die door het zogenaamde KB 78 als verpleegkundige taken werden gekwalificeerd. Hierdoor liepen zij het risico veroordeeld te worden wegens ‘onwettig uitoefenen van een gezondheidsberoep’. Daarom werd een overgangsmaatregel uitgewerkt voor mensen met minimaal vijf jaar ervaring en voor mensen die 120 uur vorming zouden volgen voor 2011. Deze datum wordt verschoven. Wordt hierdoor het probleem opgelost?

Het wordt voor de woonzorgcentra steeds moeilijker om gekwalificeerd personeel te vinden terwijl sommige gemotiveerde werknemers niet mogen verzorgen omdat hun ervaring niet meetelt of omdat ze niet onder de overgangsmaatregel vallen.

en moesten ze vóór 2011 120 uur vorming volgen. Deze laatste datum zal nu worden uitgesteld tot 2015, liet het kabinet van minister Laurette Onkelinx weten. Zal, want het is wachten op een federale regering die deze maatregel ook kan uitvoeren. Dit uitstel is ook hoogno-

ADVERTENTIE

Het OCMW Ronse werft m/v aan:

VOLTIJDSE CONTRACTUELE ONTVANGER

met aanleg van een wervingsreserve (statutair en contractueel) geldende voor 3 jaar Jouw functie: • je bent verantwoordelijk voor het financieel management van het OCMW • je leidt de activiteiten van de financiële dienst teneinde een correcte weergave van de financiële situatie van het OCMW te kunnen geven • het voeren en afsluiten van de boekhouding, het opmaken van de jaarrekening alsook het verzorgen van de financiële analyse en de financiële beleidsadvisering zijn enkele van de belangrijkste taken • je bent lid van het managementteam Vereisten: • je bent houder van een master- of licentiaatsdiploma • je bent in staat een visie te ontwikkelen en analytisch te denken • je bent flexibel, zeer nauwkeurig en zeer discreet • je slaagt in het taal- en aanwervingsexamen • je wordt als geschikt bevonden in een assessmentproef Aanbod: • uitzicht op een benoeming in statutair dienstverband • overname van anciënniteit uit de openbare sector en van 10 jaar uit de privésector • maaltijdcheques • fietsvergoeding en tussenkomst in woon-werkverkeer openbaar vervoer • gratis hospitalisatieverzekering • ruime opleidingskansen • gunstige verlofregeling • vermoedelijke datum van indiensttreding: 1 maart 2011 Interesse: richt een aangetekende brief met CV, copie diploma en uittreksel uit het strafregister aan de Voorzitter van het OCMW, dh. Pol Kerckhove, Oscar Delghuststraat 62 9600 Ronse Meer info: Inhoudelijk : Jurgen Soetens, ontvanger, tel. 055 / 23.74.04 Administratief : Dany De Smaele, hoofd personeelsdienst, tel. 055 / 23.74.02 Uiterste datum van inschrijving : 10 december 2010 (poststempel geldt als bewijs)

www.ocmwronse.be 40 LOKAAL 1 december 2010

dig, er liggen bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid immers nog zo’n 9800 dossiers op een antwoord te wachten. 9800 mensen weten dus nog niet met zekerheid of zij definitief geregistreerd worden en dus geen opleiding hoeven te volgen, of voorlopig geregistreerd worden en dus vóór februari 2011 nog eens 120 uur vorming zouden moeten volgen. Een goed initiatief van minister Onkelinx dus, maar slechts een druppel op een hete plaat. Het probleem ten gronde wordt daarmee niet opgelost. In een periode van toenemende vergrijzing wordt het voor de woonzorgcentra immers steeds moeilijker om het nodige personeel te vinden. Gekwalificeerde en gemotiveerde werknemers die in de woonzorgcentra willen komen werken, kunnen dit soms slechts heel moeilijk: omdat ze in de thuiszorg werkten, waardoor hun ervaring niet meetelt, omdat ze afstudeerden als kinderverzorgster en die opleiding niet wordt gelijkgesteld, omdat ze tussen 2006 en 2008 toevallig niet arbeidsactief waren en dus niet onder de overgangsmaatregelen vallen, omdat... De VVSG roept de betrokken beleidsmakers daarom ook dringend op het probleem ten gronde aan te pakken. Gezien de aanhoudende problemen bij de registrerende overheid, de tijd die onderwijs nodig heeft om (brug)programma’s uit te werken en erkend te krijgen, de aanhoudende onduidelijkheid waarbij werkgevers potentiële werknemers onvoldoende konden informeren en dus ook niet proactief konden handelen, is een uitstel van de uiterste datum voor opleiding ernstig onvoldoende. De VVSG wil minstens de erkenning van de thuiszorgervaring én een oplossing op maat van alle verzorgenden die nu in de sector werken. elke.vastiau@vvsg.be


Transport naar dagverzorgingscentra terugbetaald Vanaf 1 november 2010 krijgen gebruikers van de centra voor dagverzorging hun transportkosten van en naar het centrum terugbetaald. Het gaat om een tegemoetkoming van 30 cent per kilometer. De kilometers worden berekend op basis van de werkelijke afstand tussen de effectieve verblijfplaats en het dagverzorgingscentrum, met een maximum van vijftien ki-

lometer. De tegemoetkoming zal rechtstreeks aan de gebruikers worden uitbetaald via de ziekenfondsen, aan de hand van een standaardformulier. Het dagverzorgingscentrum heeft met andere woorden geen verplichtingen bij deze nieuwe maatregel, maar moet de gebruikers uiteraard wel informeren over deze mogelijkheid. Let wel, het gaat enkel om

gebruikers die rechthebbend zijn, de zogenaamde F-forfaits. U kunt alles nalezen in het Koninklijk Besluit van 12 oktober 2010 ‘tot vaststelling van de (...) in de reiskosten van de rechthebbenden die zijn opgenomen in een centrum voor dagverzorging’.

Het KB van 12 oktober 2010 is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 27 oktober 2010, Inforumnummer 250889 Het basisformulier staat op www.riziv.be, knop zorgverleners, verzorgingsinstellingen, rustoorden, CDV

evi.beyl@vvsg.be

VVSG wil debat functionele verloning bij politie De voorbije dagen was er veel te doen over het premiesysteem bij de politie. Een aantal korpschefs hebben terecht de alarmbel geluid: het huidige verloningssysteem is niet transparant genoeg en kan de goede werking

van de lokale politie beïnvloeden. De VVSG stelt het nut van prestatiegebonden premies zoals weekendwerk, nachtwerk en overuren niet in vraag, maar het is duidelijk dat er momenteel teveel vergoedingen en premies zijn.

layla aerts

Prestatiegebonden premies zijn nuttig maar op dit moment zijn er veel te veel vergoedingen en premies voor het politiewerk.

De opvolging hiervan is bureaucratisch en slorpt enorm veel capaciteit op.  Het huidige personeelsstatuut staat een optimale en efficiënte bedrijfsvoering van de politie in de weg. De VVSG pleit voor een vereenvoudiging van het statuut en een debat met alle betrokkenen over een functionele verloning van het politiepersoneel. Tijdens een hoorzitting in het parlement over de politiehervorming in oktober 2009 wees de VVSG op de noodzaak hiervan. Uit de VVSG-enquête over de evaluatie van de politiehervorming in 2008 blijkt ook dat de burgemeesters bereid zijn om veel te investeren in de lokale politie maar dat de financiële limieten voor de gemeenten al bereikt en in vele gevallen overschreden zijn. Rekening houdend met de budgettaire beperkingen is er in vele politiezones geen financiële ruimte meer voor bijkomende aanwervingen. Het bestaande politiepersoneel zo optimaal mogelijk kunnen inzetten volgens de noden op het terrein is daarom cruciaal, zoniet komt op termijn de basispolitiezorg in het gedrang. koen.vanheddeghem@vvsg.be

www.vvsg.be (veiligheid)

Vijftig miljoen voor Vlaamse politiezones Sinds enkele weken weten de lokale politiezones dat er dit jaar geen richtlijnen meer komen voor het opstellen van de politiebegroting. Toch zijn er enkele lichtpuntjes in deze budgettaire duisternis. Zo heeft de FOD Binnenlandse Zaken wel de officieuze bedragen voor de federale dotaties 2011 op haar website gepubliceerd. Opgelet, deze bedragen zijn onder voorbehoud want ze zijn nog niet goedgekeurd door het parlement. Daarna moeten ze gepubliceerd worden via een KB. Daarnaast heeft de federale ministerraad op 8 oktober de bedragen voor de politiezones uit het verkeersveiligheidsfonds voor 2010 goedgekeurd. De lokale politiezones en de federale politie ontvangen samen 90,7 miljoen euro uit het verkeersveiligheidsfonds. De

118 Vlaamse politiezones krijgen dit jaar 49,8 miljoen euro uit het verkeersveiligheidsfonds. Dit betekent voor elke politiezones ongeveer 2,9% meer dan in 2009.  De federale politie ontvangt 4,5 miljoen euro uit het fonds. De VVSG heeft er bij het kabinet op aangedrongen om deze middelen nog dit jaar uit te betalen. Volgens het kabinet zal dit effectief gebeuren. Naast de bedragen voor de politiezones keurde de ministerraad ook twee uitvoeringsbesluiten goed die de voorafnamen uit het verkeersveiligheidsfonds 2010 bepalen. Het volledige overzicht van de middelen uit het verkeerveiligheidsfonds kunt u raadplegen op   www.vvsg.be (veiligheid, verkeersveiligheidsfonds). koen.vanheddeghem@vvsg.be en tom.deschepper@vvsg.be

1 december 2010 LOKAAL 41


AGENDA

Sint-Laureins 2 december V-ICT-OR Manage IT 2010 Studiedag over het ICT-beleid van lokale besturen voor gemeentesecretarissen, schepenen en ICT-verantwoordelijken. www.v-ict-or.be (kalender) Hasselt 2 december Leuven 8 december Gent 9 december Berchem 11 december Brugge 18 december Trip Lokaal 2010 Provinciale trefdagen over lokaal jeugdbeleid. www.triplokaal.be Antwerpen 2 december Gent 9 december Asse 10 december Hasselt 15 december Rechtspositie OCMW-personeel Infosessie over de nieuwe rechtspositie- regeling van het OCMW-personeel en de concrete consequenties voor het personeelsbeheer. www.vvsg.be (kalender) Antwerpen 7 december Service design, een sterke strategie voor het lokale bestuur Seminarie over de methodiek van service design en de meerwaarde van de designstrategie als beleidsinstrument voor uw gemeente. www.vvsg.be (kalender) Brussel 7 december Ontwikkelingssamenwerking in het schepencollege Studiedag over het politieke leiderschap van de schepen van ontwikkelingssamenwerking. www.vvsg.be (kalender)

NIX TrIljoen

42 LOKAAL 1 december 2010

Mechelen 7 december Diversiteit@Mechelen Trefdag over het stedelijke diversiteitsbeleid. www.mechelen.be/trefdagdiversiteit Antwerpen 8 en 9 december Slimme, inclusieve en duurzame steden EU 2020, een lokaal perspectief Conferentie voor lokale besturen om de EU 2020-strategie beter te leren kennen en zich eigen te maken. www.vvsg.be (kalender) Brussel 9 december Gemeentelijk mobiliteitsbeleid Introductiecursus in gemeentelijk mobiliteitsbeleid voor mobiliteitsambtenaren en mandatarissen. www.vvsg.be (omgeving, kalender) Kortrijk 9 december Binnenkant armoede Vormingssessie voor raadsleden en medewerkers van gemeenten, OCMW’s en CAW’s die soms met beperkte informatie beslissingen moeten nemen die het leven van mensen in armoede beïnvloeden. www.welzijnsconsortium.be Leuven 9 december Van rolmodel tot tutor en buddy Studiedag over begeleidings- en tutoring- projecten die kwetsbare leerlingen op het juiste spoor houden. www.vvsg.be (kalender) Brussel 10 december Derde Vlaams congres opvoedingsondersteuning Is opvoedingsondersteuning een dienstverlening voor elke ouder en opvoeder? Bouwen we deze ondersteuning uit vanuit een algemene aanpak of vanuit een aanbod voor specifieke doelgroepen? www.expoo.be

Kortrijk, 10 december (On)betaalbaarheid wonen en woningen Studiedag over ruimte voor wonen, betaalbaar Almere, budgetwoningen en cohousing. Hoe de kosten te drukken via de ontwikkelings-, ontwerp-, uitvoerings- of strategiemethode. Voor ontwikkelaars, architecten, ambtenaren en politici. filip.canfyn@kortrijk.be Brussel 13 december Samen tegen armoede – wij ook Ontmoetingsdag voor maatschappelijk werkers, beleidsmedewerkers, diensthoofden, secretarissen en mandatarissen uit de OCMW’s van Brussel, Vlaanderen en Wallonië waar inhoud en sterke praktijken uit de drie landsgedeelten centraal staan. www.vvsg.be (kalender) Brussel 15 december Lift Off Towards Open E-government Ministeriële e-governmentconferentie over Open Government, het actieplan 2015 of Europe 2020 en de Digital Agenda. www.opengov2010.be Gent 18 december Dag van de Trainer Evenement van de Vlaamse Trainersschool met een mix van een inhoudelijk programma, de informatiemarkt en de netwerking tussen trainers. www.bloso.be (Vlaamse Trainersschool, Dag van de Trainer) Brussel 25 januari en 22 februari De bestuurlijke sluiting van inrichtingen in de gemeente Interactieve vormingsdag over de juridische mogelijkheden en ervaringen uit de praktijk. www.vvsg.be (kalender)


10

goede redenen om

te kiezen

voor de

VVSG solidariteitsagenda

2011 solidariteitsagenda 2011

1. 32 pagina’s extra met meer dan 1000 data van federale, Vlaamse en provinciale diensten die te maken hebben met het lokale bestuur. Bijvoorbeeld: welke nuttige gegevens heeft een schepen van cultuur, een secretaris, een stedenbouwkundige of een personeelsverantwoordelijke nodig? 2. Correcte gegevens: adres, telefoon, fax, e-mail en website 3. Nuttig: met belangrijke data voor het lokale bestuur. Bijvoorbeeld: wanneer moet welke vlag buiten hangen? 4. Veel overzicht: een weekplanner met leeslint 5. Handig formaat: 17,5 x 22,5 cm 6. Mooi afgewerkt: met rode linnen band 7. Solidariteitsagenda: ten voordele van Oxfam-Solidariteit. U werkt zo mee aan meer kansen voor het Zuiden en minder onrecht. 8. Eerlijke prijs: • 15.99 euro voor VVSG-leden • 18.49 euro voor niet-leden Btw en verzending inbegrepen. 9. Korting voor groepsaankopen van 5 tot 20 exemplaren: • 13.11 euro per exemplaar voor VVSG-leden • 15.61 euro voor niet-leden Btw en verzending inbegrepen 10. Gewaardeerde nieuwjaarsattentie voor leden van het college, raadsleden & personeel.

Bezorg de strook aan de VVSG Paviljoenstraat 9, 1030 Brussel tel. 02-211 55 19/20 fax 02-211 56 57 viviane.arents@vvsg.be

Ja, ik bestel

ex. van de VVSG solidariteitsagenda 2011

VVSG-lid geen VVSG-lid Naam Functie Gemeente/Organisatie Adresgegevens Facturatieadres indien verschillend van leveringsadres

Datum

Handtekening

Uw gegevens worden door ons in een bestand bijgehouden en niet aan derden doorgegeven. Overenkomstig de wet op de privacy, heeft u inzage- en correctierecht in ons bestand.


Ook klachten over u nemen wij vaak serieus

Bel gratis 0800 240 50 www.vlaamseombudsdienst.be - klachten@vlaamseombudsdienst.be


2010Lokaal19