Page 1

Halfmaandelijks magazine van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw - Paviljoenstraat 9 - 1030 Brussel | verschijnt 20 x per jaar | Afgiftekantoor Gent X | P2A9746

NR 13 VAN 1 september 2010

VVSG-MAGAZINE VOOR GEMEENTE EN OCMW

Water last of lust

Rotterdam wordt aantrekkelijk als klimaatbestendige stad

Asbeek meandert door Kloostertuin in Opwijk

Leuven beheerst zijn rioolnetwerk


WIT LICHT Een nieuw tijdperk in buitenverlichting. Daglicht is essentieel voor ons leven, maar ‘s nachts vertrouwen we op straatverlichting voor het verlichten van onze steden. Wit licht van hoge kwaliteit biedt nu duidelijke voordelen in vergelijking met traditioneel geel licht. Mechelen

DE VOORDELEN

ONZE OPLOSSINGEN

1. Esthetiek: Wit licht brengt het mooiste naar boven in gebouwen, straten en andere kenmerken van het nachtelijke stadsbeeld. Het is geschikt voor algemene sfeerverlichting of het aanlichten van gevels en is even effectief voor het completeren van glas en staal als voor het accentueren van klassieke bouwwerken.

Wit licht kan worden voortgebracht door twee verschillende technologieën.

2. Veiligheid: Veel mensen voelen zich ‘s avonds niet op hun gemak in bepaalde straten. In schaars of met geel licht verlichte gebieden zijn gezichten moeilijker te herkennen. Wit licht, met haar uitstekende kleurweergave, maakt het herkennen van gezichten gemakkelijker. 3. Ongevalspreventie: Verbeterde zichtbaarheid draagt in belangrijke mate bij aan de verkeersveiligheid. Testen tonen aan dat bestuurders bij wit licht bewegingen langs de kant van de weg sneller en van een grotere afstand kunnen waarnemen. Dit geeft hen meer tijd om te stoppen wanneer iets plotseling hun pad kruist. «Dankzij MASTER CosmoWhite hebben we niet alleen wit licht, maar realiseren we ook een energiebesparing van 22%.» Afdeling openbare verlichting, Antwerpen, België

1. Onze nieuwste generaties metaalhalogeenlampen met keramische branders, waarvan de CosmoPolislamp in termen van energieverbruik de meest economische is. 2. De nieuwe LED-technologieën, Het gebruik van LED‘s neemt toe vanwege de voortdurende technologische verbeteringen waardoor er hogere verlichtingsniveaus dan ooit tevoren worden behaald met deze technologie. LED‘s zijn populair omdat ze allerlei voordelen bieden boven conventionele lamptechnologieën, zoals langere levensduur, mogelijkheden tot veranderen van kleur, dimmen en een aanzienlijk lager energieverbruik. Hoewel LED’s al veel toegepast worden voor het aanlichten en accentueren van gebouwen, staan ze voor straatverlichting nog aan het begin van een doorbraak. Binnen enkele jaren zal deze doorbraak in woonwijken te zien zijn. Efficiënte verlichting van verkeerswegen zal daarna gaan komen.

CosmoPolis – MASTER CosmoWhite (CPO) Nieuwe reeks compacte, keramische metaalhalogeenlampen voor openbare verlichting in stadscentra, woonwijken en wegen. Hoogwaardig, warmwit licht, lange levensduur, plus het hoogst beschikbare lamp- en systeemrendement. De beste optie voor nieuwe installaties: verbruikt 50% minder energie dan kwikdamplampen, wat overeenkomt met een besparing van meer dan 100 kg CO2 per lamp op jaarbasis. Nog grotere energiebesparingen kunnen worden bereikt door automatisch dimmen.

Om te ontdekken hoe Philips u kan helpen bij het realiseren van verlichtingsoplossingen en het tot leven brengen van alle mogelijkheden, kunt u ons schrijven via het adres lightinginfoservice@philips.com ook kunt u onze www.philips.be bezoeken. Door te klikken op ‘Licht’ en ‘Trends’ krijgt u toegang tot alle informatie over wit licht.


NR 13 VAN 1 SEPTEMBER 2010

VVSG-MAGAZINE VOOR GEMEENTE EN OCMW

Halfmaandelijks magazine van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw - Paviljoenstraat 9 - 1030 Brussel | verschijnt 20 x per jaar | Afgiftekantoor Gent X | P2A9746

BART LASUY

INHOUD

LOKAAL NUMMER 13 VAN 1 september 2010

Water last of lust

12

Rotterdam wordt aantrekkelijk als klimaatbestendige stad Asbeek meandert door Kloostertuin in Opwijk Leuven beheerst zijn rioolnetwerk

Interview Arnoud Molenaar: Een klimaatbestendige stad  is een aantrekkelijke stad

5 Opinie: Pensioenen en lokale besturen

stefan dewickere

Tijdens de hittegolf van juli genoot Tosca van de waterpret. Maar in augustus regende het harder dan ze leuk vond.

Gaat het meer of minder regenen? Rotterdam bereidt zich op alle scenario’s voor met climate proof maatregelen zoals drijvend bouwen en groendaken.

KORT LOKAAL 6 Nieuws, print & web, perspiraat, column

SPECIAL WATER

ORGANISATIE 22 Het nieuwe financieel en beleidssysteem voor lokale besturen: de jaarrekening

FORUM 26 Crisiscommunicatie ‘Burgemeester, zeg wat u weet, weet wat u zegt.’ 29 Lokale raad: Heb ik als werknemer in de privĂŠsector recht op politiek verlof? 30 De raad van Wortegem-Petegem

26 ‘Burgemeester, zeg wat u weet, weet wat u zegt.’ In tijden van crisis is het een geruststelling om terug te kunnen vallen op noodinterventieplannen. Maar ook de aanpak van de communicatie kunt u maar beter vooraf plannen en inoefenen.

imagedesk.be / joost de bock

12 Interview met Arnoud Molenaar over Rotterdam als waterstad 16 Asbeek meandert door Kloostertuin 18 Leuven beheerst zijn rioolnetwerk 21 De-lokaal: Nattigheid

WERKVELD 32 Zaaien op beton Over de sterkte van tijdelijke invullingen bij projecten voor stedelijke vernieuwing 35 Klare kijk: Mag een gemeentebestuur aan een milieuadviesbureau een lijst bezorgen van bedrijven waarvan de milieuvergunning vervalt? 36 De Wachtnacht: lokale besturen houden de druk mee op de ketel

Zaaien op beton

WETMATIG

39 Berichten en publicaties 46 Agenda & Triljoen

stad gent

32 Gent zette geen omheining rond de oude Alcatelfabriek maar experimenteerde op de Site met nieuwe vormen van buurtwerking. De mensen leerden elkaar in die achtergestelde wijk kennen terwijl ze tuinierden, voetbalden, barbecueden of handwerkten. De buurt vaart er wel bij. 1 september 2010 LOKAAL 3


MET C D-R

O M

REGELITIS TREFT FESTIVALSECTOR Het Handboek manifestaties en evenementen is dé up-to-date praktijkgids

IVAN SAERENS (ed.)

In een recente open brief klaagt een grote groep Vlaamse festivalorganisatoren de toegenomen regelgeving aan. De toenemende en steeds wijzigende wetgeving inzake de vrijwilligers, de geluidsoverlast, alcohol- en tabaksverkoop, milieunormen… maakt het de organisatoren bijzonder moeilijk. Het is immers geen evidentie om op de hoogte te blijven van al deze wet-gevende initiatieven. In het losbladige ‘Handboek manifestaties en evenementen’ worden nieuwe relevante wetteksten en wetswijzigingen onmiddellijk opgenomen en voorzien van vakkundige praktijkcommentaar. Het handboek is dan ook al jaren dé up-todate leidraad voor iedereen die betrokken is bij de organisatie van een evenement.

In het handboek kan u actuele teksten vinden o.a. over de volgend onderwerpen: • De rol van de gemeentelijke overheid, de politie en de organisator. • Passieve veiligheid bij manifestaties en evenementen. • Medische inzet bij manifestaties en evenementen. • De organisatie van de security en zijn juridische implicaties. • Crowdmanagement bij massamanifestaties. • Veiligheid en het gebruik van lichtkranten. • Specifieke aanpak bij manifestaties en evenementen voor kinderen. • Leidraad voor toegankelijke manifestaties en evenementen. • Mobiliteit bij manifestaties en evenementen. • Protocol tussen gemeentelijke overheid en private organisator. • Concessie met overheden. • Geluidsbeheersing bij grote evenementen. • Sponsoring. • Vereniging zonder winstoogmerk.

• Inzetten van extra personeel bij manifestaties en evenementen – mogelijk arbeidsovereenkomsten. • Communicatie en media. • Werken met vrijwilligers. • Afvalbeheer –beleid bij manifestaties en evenementen. • Burgerlijke aansprakelijkheid. • Verzekeringen bij manifestaties en evenementen. • Billijke vergoeding. • Sociaal en fiscaal statuut van de kunstenaar. • BTW en podiumartiesten. • Catering bij manifestaties en evenementen. • Sanitair dispositief bij manifestaties en evenementen.

De handige cd-rom bevat tal van praktische documenten: checklists voor de medische discipline, modelreglement inzake passieve veiligheid, modelafvalplan, verschillende arbeidsovereenkomsten, adressenlijsten…

Bestelkaart Politeia // Ravensteingalerij 28 // 1000 Brussel // Fax: 02 289 26 19 // Tel: 02 289 26 10. Of bestel via www.politeia.be // e-mail: info@politeia.be

Ja, ik bestel … ex van het ‘Handboek manifestaties en evenementen’ (het handboek bestaat uit twee kaften en een cd-rom) ❐ Mijn bestuur is lis van de VVSG dus ik betaal 99 euro* per exemplaar. ❐ Mijn organisatie is geen lid van de VVSG, dus ik betaal 119 euro* per exemplaar Naam: ................................................................................................................................................. Functie: ............................................................................................................................................... Organisatie/bestuur: ............................................................................................................................ E-mail: ................................................................................................................................................. Tel.: ..................................................................................................................................................... Adres: ................................................................................................................................................. BTW: ...................................................................................................................................................

Datum en handtekening

* Het ‘Handboek manifestaties en evenementen’ is een losbladige uitgave van de VVSG, de vzw Onder de draak en Politeia en wordt meermaals per jaar aangevuld. Bestellen kan op www.politeia.be, door te mailen naar info@politeia.be of te faxen naar 02 289 26 19. De prijs bedraagt 99 euro, niet VVSG-leden betalen 119 euro. De bijwerkingen worden u automatisch toegestuurd aan 0,49 euro per pagina en de cd-rom update aan 29 euro/cd tot schriftelijke wederopzegging. Deze prijzen zijn inclusief btw maar exclusief verzendkosten. Prijzen geldig tot 31/12/2010. Check voor actuele prijzen steeds onze website www.politeia.be.


opinie MARK SUYKeNs

Stefan Dewickere

Pensioenen en lokale besturen

D

e lokale besturen in Vlaanderen zijn een belangrijke werkgever. Méér dan 170.000 personeelsleden (exclusief gemeentelijk onderwijs) verlenen een uitgebreid pakket diensten aan de burgers. Iets meer dan de helft van de personeelsleden zijn contractuele medewerkers, vastbenoemden maken de minderheid uit. Voor beide groepen is de financiering van hun pensioen de volgende decennia een uitermate Mark Suykens is directeur van de VVSG belangrijk dossier. De federale en regionale overheden betalen de pensioenen van hun ambtenaren uit de lopende staatsbegroting, de lokale besturen financieren de pensioenen van hun vastbenoemde medewerkers al meer dan vijftig jaar helemaal zelf. (De Vlaamse overheid draagt voor hun ambtenarenpensioenen trouwens zeer weinig bij!) Het ziet ernaar uit dat de pensioenbijdragen voor het vastbenoemde personeel van de lokale besturen in 2011 opnieuw fors zullen stijgen. Dat blijkt uit de eerste bespreking binnen het Beheerscomité van de RSZPPO. De lokale besturen betalen al meer dan vijftig Berekeningen leren dat een verhoging van de jaar de pensioenen van hun vastbenoemde percentages onafwendbaar is. Momenteel ligt het voorstel op tafel om de bijdragevoet medewerkers. Nu maken ze ook werk van een van Pool 1 van 30 naar 32% te laten stijgen. In 2009 bedroeg dat percentage nog 27,5%. In aanvullend systeem voor de contractanten. Pool 2, met de (vaak grote) besturen die recenter bij de RSZPPO zijn aangesloten, zou de bijdragevoet van 37 naar 40% gaan. Ondanks deze stijgingen zal elk van beide pools in 2011 meer dan 100 miljoen tekort komen. Er moet dus verder uit de reserves worden geput. Intussen wachten we nog altijd op de federale financieringswet voor de pensioenen van de vastbenoemde ambtenaren in de lokale besturen. De federale overheid talmt hier nu al jaren mee. Daardoor verdwijnen de reserves in snel tempo. Er ligt een principieel voorstel op tafel dat ervan uitgaat dat er een systeem van geresponsabiliseerde solidariteit zou komen. Wie weinig statutaire ambtenaren en veel statutaire pensioenen heeft, zal via een correctiefactor meer moeten bijdragen. Tegelijkertijd maken de lokale besturen werk van een aanvullend systeem voor de contractanten. Meer dan vierhonderd lokale besturen hebben zich aangesloten bij het initiatief van de VVSG en de RSZPPO om een tweede pensioenpijler voor hun contractuele personeelsleden op te bouwen. De bijkomende financiering gebeurt alleen via werkgeversbijdragen. Om billijkheidsredenen is het belangrijk dat contractanten geleidelijk aan ook een betere pensioenvoorziening verwerven, vooral omdat het in deze groep in grote mate gaat om de lagere loonniveaus (zoals gesco’s). Zowel voor de vastbenoemden als voor de contractanten nemen de lokale besturen hun verantwoordelijkheid. I

LOKAAL is het magazine en ledenblad van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw en verschijnt tweemaal per maand

Verantwoordelijk uitgever Mark Suykens, directeur VVSG Bladmanagement Jan Van Alsenoy Hoofdredactie Marlies van Bouwel, T 02-211 55 46

Paviljoenstraat 9, 1030 Brussel T 02-211 55 00 • F 02-211 56 00 lokaal@vvsg.be www.vvsg.be

Kernredactie Pieter Plas, Inge Ruiters, Jan Van Alsenoy, Bart Van Moerkerke Columnisten Johan Ackaert, Pieter Bos, Nora Van Meeuwen

Redactiesecretariaat Inge Ruiters, T 02‑211 55 44

Illustraties Bart Lasuy, Stefan Dewickere, Layla Aerts (fotografen), Nix (cartoonist)

Eindredactie Marleen Capelle

Vormgeving Ties Bekaert

Abonnementen VVSG-leden: 80 euro, vanaf 10 ex. 67 euro; niet-leden: 150 euro VVSG, Nicole Van Wichelen T 02-211 55 43 Regie vacatures nicole.vanwichelen@vvsg.be T 02-211 55 43 Regie advertenties Cprojects&Advertising, Peter De Vester, T 03 326 18 92, media@cprojects.be

Drukwerk Schaubroeck (Nazareth) Lokaal wordt gedrukt op het kringlooppapier Cyclus (100% post consumer)

VVSG-bestuur Luc Martens, voorzitter Sas van Rouveroij, voorzitter raad van bestuur Theo Janssens, voorzitter afdeling OCMW’s

Ondertekende artikels verbinden alleen de auteurs. Reacties zijn welkom. De redactie zal deze naar eigen inzicht al dan niet opnemen, inkorten of er melding van maken. Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd en/ of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, elektronische drager of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Met de steun van Dexia en Ethias, partners van de VVSG

1 september 2010 LOKAAL 5


KORT LOKAAL NIEUWS

C-Mine opent feestelijk zijn deuren C-mine won de RegioStar-prijs van de Europese Commissie. De jury loofde het unieke concept van dit stuk industrieel erfgoed dat cultuur, creatieve economie, educatie en toerisme combineert.

O

stad genk

m de ingebruikname van zijn Energiegebouwen te vieren organiseert C-Mine in september een feestelijk C-Mine Moment. Euroscoop, de Media, Arts en Design Faculteit van de Limburgse Hogeschool en Stockmans Blauw vestigden zich al eerder op deze site. Vanaf september vormen de vernieuwde Energiegebouwen de thuisbasis voor het Genkse Cultuurcentrum, het Design Innovation Lab en het toeristisch bezoekersonthaal. De Barenzaal biedt ruimte voor congressen en seminaries. In het voorjaar van 2011 zal ook C-Mine Expeditie opengaan. Deze expeditie vertrekt in de Energiegebouwen, loopt door de ondergrondse gangen en eindigt boven op de schachtbok. Kort daarna zal

ook het binnenplein afgewerkt zijn. Tijdens het openingsweekend van 9 tot en met 12 september kunt u in C-Mine terecht voor lezingen en voorstellingen in verband met creativiteit. Op 11 september opent een pop-up store met unieke designobjecten. Het daaropvolgende weekend kunt u deelnemen aan workshops over nieuwe media en design zoals de creatie van een designstoel van zwerfhout, de dresscode van een parfum, dispatchwork met Jan Vormann, de samenstelling van een animatiefilm met Wouter Bongaerts. Van 24 tot en met 26 september vinden Media en Design-happenings plaats. Op 2 en 3 oktober kunnen kinderen deelnemen aan creatieve en artistieke workshops. Daarnaast staan tentoonstellingen waaronder 70 jaar Piet Stockmans, lezingen en geleide bezoeken op het programma. Inge Ruiters ÎÎwww.cmine.be

Dilsen-Stokkem eerste gezinsvriendelijke gemeente/bedrijf

D

ilsen-Stokkem heeft als eerste lokaal bestuur het Charter voor een gezinsvriendelijke onderneming van de Gezinsbond ondertekend. In dialoog bekijken wat gewenst is en wat binnen de mogelijkheden ligt, is de sleutel tot een gezinsvriendelijk werkklimaat. Werkgevers die het Charter ondertekenen, verklaren respect te hebben voor de mens achter de werknemer, als lid van een gezin of familie, ongeacht zijn functie. Tot voor kort ondertekenden enkel privébedrijven en -organisaties het Charter. Burgemeester Lydia Peeters, de gemeentesecre-

taris en een personeelsvertegenwoordiger van Dilsen-Stokkem ondertekenden als eerste lokaal bestuur. ‘Een goede combinatie van gezin en werk voor het personeel, vrouwen én mannen, is al langer een streefdoel, want tevreden werknemers zijn gemotiveerder,’ verklaart de burgemeester. Het OCMW van DilsenStokkem zal het Charter ook ondertekenen. Lore Vandeurzen ÎÎwww.gezinsbond.be/charter of lutgard.vrints@gezinsbond.be

Tot 4 oktober Vraag naar projecten Publieke Ruimte 2011 Was u de afgelopen drie jaar als bouwheer, ontwerper of aannemer betrokken bij een project in de openbare ruimte? Hebt u concrete plannen om dat binnenkort te doen? Dan kunt u het project inzenden voor het praktijkboek Publieke Ruimte 2011. De beste inzendingen worden in het boek opgenomen en komen in aanmerking voor de gelijknamige prijs. De inzending gebeurt door bouwheren en opdrachtgevers, eventueel op initiatief van ontwerpers of aannemers. Alle uitgevoerde en geplande projecten, klein of groot, met betrekking tot de (her)inrichting van het openbare domein komen in aanmerking: pleinen, groene ruimten, straten, stationsomgevingen, dorpskernvernieuwingen, doortochten. Indienen kan tot 4 oktober. ÎÎwww.steunpuntstraten.be, knop projectoproep Publieke Ruimte 2011

6 LOKAAL 1 september 2010


PRINT & WEB

5 257 989

Meer  kleur op straat: diversiteit en veiligheid in BelgiĂŤ en Nederland

Bij 5 257 989 Vlamingen (86,5%) is het afvalwater aangesloten op een riool (2006). In Hemiksem en Drogenbos is het afvalwater van alle inwoners aangesloten op een riool. In Antwerpen, Edegem, Mortsel, Kraainem, Wezembeek-Oppem en Denderleeuw is meer dan 99% aangesloten. In Zemst, Jabbeke en Sint-Niklaas gaat het afvalwater van 86,5% van de inwoners in de riool. Daartegenover staan 10 gemeenten met een rioleringsgraad van minder dan 50%. Wilt u meer weten over de rioleringsgraad in uw gemeente, surf dan naar  www.lokalestatistieken.be.

Neem actief deel aan het achtste waterforum

O

p 11 februari vindt het achtste waterforum van de CoĂśrdinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) plaats in het Brusselse Consciencegebouw. De centrale vraag op het forum is: ‘Welke kennis is er (nodig) voor de adaptatie van het Vlaamse watersysteem aan klimaatverandering en bevolkingstoename?’ Onderzoekers, waterbeheerders en beleidsmakers zullen mee discussiĂŤren over geschikte strategieĂŤn

en oplossingen om ons watersysteem in de komende decennia aan te passen aan de veranderingen van de weersomstandigheden door de klimaatverandering en de bevolkingstoename. De discussie heeft tot doel een lijst van de prioritaire kennislacunes en werkpunten voor het beleid samen te stellen. De organisatoren nodigen iedereen uit om een voordracht te geven over een of meer onderwerpen of enkel

voor een poster te kandideren. Tot 28 september kunt u als spreker kandideren of een poster indienen bij piet.wollaert@mow.vlaanderen.be. De leden van de werkgroep Watersysteemkennis van de CIW zullen uit de kandidaten zes sprekers selecteren om een evenwichtig programma uit te werken.

Online:  Wiki-jaarverslag van de Vlaamse overheid

aardig op weg week

Aardig-op-weg-week

M. Van Craen (ed.), Meer kleur op straat: diversiteit en veiligheid in BelgiĂŤ en Nederland, Uitgeverij Vanden Broele, Brugge, 40 euro

Inge Ruiters

Van 16 tot en met 22 september  Zet je kinderen op de goede weg is de slagzin van de Aardig-op-weg-week, vol autoluwe initiatieven. De campagneweek zet kinderen en duurzame mobiliteit centraal en roept ouders op hun kinderen zelfstandiger en actiever te laten deelnemen aan het verkeer. Door acties als autodelen en autovrije zondagen gaan ouders bewuster met de auto om en geven ze het goede voorbeeld. De Aardig-op-weg-week is een initiatief van Komimo vzw en Vlaams minister van Mobiliteit Hilde Crevits met de steun van de Vlaamse overheid, de NMBS en De Lijn. Meer dan driehonderd basisscholen sluiten de Aardig-op-weg-week af met de

Dit boek geeft de aanzet tot een wetenschappelijk onderbouwde discussie over veiligheid en leefbaarheid in de multiculturele samenleving. De auteurs analyseren aspecten van zowel slachtofferschap als daderschap en staan stil bij de ervaringen van autochtonen en allochtonen in verband met probleemjongeren, hinderlijk gedrag en buurtoverlast. Ze belichten daarnaast de perceptie van overheidsfunctionarissen en gewone burgers alsook de relatie tussen beide, met thema’s als vertrouwen in de politie en beeldvorming over politiezorg en responsiviteit vanwege de overheid.

Strapdag. Hiermee nodigen ze leerlingen, ouders en leerkrachten uit op 22 september naar school te stappen en te trappen. Inge Ruiters ĂŽĂŽwww.aardig-op-weg-week.be,  contact@varieerinhetverkeer.be.

De Vlaamse Regering bracht onlangs haar Communicatiejaarverslag 2009 uit. Voor de eerste keer heeft het de vorm van een wiki, een webtoepassing waarmee documenten gezamenlijk kunnen worden bewerkt. Het wikiformaat is een logische stap, want het jaarverslag wordt geschreven door een honderdtal communicatieverantwoordelijken van verschillende departementen en agentschappen. EfficiĂŤntie en duurzaamheid zijn de twee grote drijfveren achter de nieuwe aanpak. Enerzijds is samenwerken in een wiki efficiĂŤnter dan teksten en beeldmateriaal heen en weer te mailen. Anderzijds moet het wikiformaat, meer nog dan de digitale pdf-versies van de papieren jaarverslagen, het online raadplegen van de tekst vergemakkelijken en stimuleren. Bekijk het wiki-jaarverslag op www.vlaanderen.be/communicatiejaarverslag

1 september 2010 LOKAAL 7


PERSPIRAAT

KORT LOKAAL NIEUWS

“ Vlaanderen zou als een stadstaat

kunnen worden bestuurd. Het eerste gevolg zou zijn dat er slechts ĂŠĂŠn kieskring voor Vlaanderen komt, zodat Oost-Vlamingen ook kunnen stemmen voor Limburgers en West-Vlamingen die iets te vertellen hebben. Nu zitten we nog vast in een provincialisme en zijn we gevangen door gemeentepolitiek. Dat valt op lange termijn niet meer te handhaven: afschaffing dus van het gemeentelijke en provinciale niveau. EĂŠn Vlaams stadstaatparlement met 53 of 73 parlementairen is voldoende.

�

GF

Topadvocaat Hans Rieder – De Morgen 7/6

OCMW en universiteit op zoek naar getuigenissen Gentse weeshuizen

“ In Sjanghai leggen ze twee Lange

Wappers per maand, constateerde Vlaams minister-president Kris Peeters verrast. Maar daar vragen ze natuurlijk niet eerst de mening van elke hond met een hoed op.

�

Filmregisseur Jan Verheyen – De Standaard 4/6

“ Ik ben teruggekomen van de idee

van grote opvangcentra. De regering zou beter aan elke gemeente vragen om vijf, zes opvangplaatsen in te richten voor asielzoekers. Geloof me, de OCMW-voorzitters staan te trappelen.

�

H

et laatste Gentse weeshuis, Tehuis Prins Filip, werd in 1984 opgedoekt, maar de kulders of weesjongens zijn nog altijd een begrip in Gent. Het Archief van het OCMW Gent en de vakgroep Pedagogiek van de Universiteit Gent starten een project om hun geschiedenis te bewaren. Aan de hand van verhalen willen ze een beeld vormen van het leven in een Gents weeshuis. De initiatiefnemers zijn op zoek naar getuigenissen van mensen die zelf in het weeshuis verbleven of er gewerkt hebben. Ze verzamelen ook historisch archief

zoals foto’s, artikels en voorwerpen uit deze periode. Wie wil meewerken kan contact opnemen met Lieselot Dewilde van de Universiteit Gent. Vanzelfsprekend respecteren de onderzoekers de privacy van de geïnterviewde personen. Katie Lefever van het Archief OCMW Gent verzamelt het historisch archief. Inge Ruiters ÎÎlieselot.dewilde@ugent.be, T 09-264 63 77 en katie.lefever@ocmwgent.be, T 09-266 94 04

Bob Pleysier, voormalig directeur van Fedasil – De Morgen 31/5

“ Elke bestuurder, elke ambtenaar,

�

Pieter Tops, hoogleraar bestuurskunde in Tilburg – Brabants Dagblad 25/6

“ Wij zijn er ons terdege van bewust dat ook bedrijven moeten bij-dragen aan de financiering van gemeenten. De steden en gemeenten zijn voor onze ondernemingen de meest nabije overheid.

�

Jo Libeer, algemeen directeur van Voka – De Tijd 30/7

“ Niet alleen de gemeenten maar

ook de provincies en huisvestingsmaatschappijen zijn bevoegd voor de aanleg van woonwagenterreinen, zo reageerde de VVSG op de stelling van het Vlaams Minderhedencentrum dat gemeenten ‘gewoon geen zin om zo’n terreinen aan te leggen’. De Morgen 4/8

�

8 LOKAAL 1 september 2010

Vlaams Sportinfrastructuurplan levert eindelijk tastbare resultaten op

N

et vóór het zomerreces gunde de Vlaamse regering de realisatie van de eerste cluster van 29 kunstgrasvelden. De aanleg van die velden zou nog deze zomer starten en tegen de zomer van 2012 afgerond moeten zijn. Hiermee is het einde van de eerste, slopende etappe van het Vlaams Sportinfrastructuurplan in zicht. Ook de realisatie van de eerste cluster van negen eenvoudige sporthallen is wat dichterbij gekomen door een andere beslissing om de gunningsprocedure te starten. Tegelijk wil minister van Sport Philippe Muyters ook nadenken over de manier waarop Vlaanderen het tekort aan lokale sportinfrastructuur kan helpen wegwerken. Daarvoor werkt de VVSG mee aan

LAYLA AERTS

elke politieagent en elke verpleegkundige: ze zijn de helft van hun werktijd bezig nauwgezet verantwoording af te leggen van wat ze in die andere helft doen. En we bereiken precies het tegenovergestelde van wat we beogen.

een enquĂŞte bij schepenen van Sport en sportfunctionarissen. Stijn Maselis ĂŽĂŽwww.cjsm.vlaanderen.be, knop sport, projecten en subsidiĂŤring, sportinfrastructuurplan


johan ackaert column

Dag van de  Verenigde Naties

Sprakeloos

Ontelbare dorps- en stadsgenoten hebben contacten met of verblijven in andere landen. Nagenoeg elke gemeente telt tientallen verschillende nationaliteiten onder zijn bevolking. Verenig daarom op 24 oktober, de Dag van de Verenigde Naties, de naties van uw eigen stad of gemeente op een ontmoeting of receptie van verschillende nationaliteiten en internationaal actieve stadsgenoten.

Als het goed is, schrijven we het ook. Applaus dus voor Geert Bourgeois, die deze zomer aanzienlijk bijdroeg tot het oplossen van mijn jaarlijks terugkerende vakantieprobleem: welke boeken neem ik mee op reis? Grote twijfels: weer sleuren aan die Millenniumtrilogie die maar niet uit raakt, piekeren over intrafamiliale verhoudingen met Tom Lanoyes Sprakeloos, het luchtiger houden met een van de vele huldeboeken voor Eddy Merckx, of dan toch maar een combinatie van deze uiteenlopende genres? Tot op 23 juli de goedkeuring door de Vlaamse regering van het Groenboek Interne Staatshervorming mijn mailbox vulde. Ik ben niet die mens die enthousiast door het huis huppelt na de bekendmaking van het zoveelste wit- of groenboek. Het optreden van de aftredende minister van Pensioenen bij de voorstelling van zijn groenboek zal hier niet vreemd aan zijn. Bovendien keek ik die dag (al een beetje in de vakantiestemming) vooral uit naar de massaspurt in Bordeaux. Gelukkig vestigde de daaropvolgende maandagochtend een ochtendhumeurige stem van een provinciaal mandataris op Radio 1 opnieuw mijn aandacht op het Groenboek. Zo hakte de man, allicht ongewild, de knoop qua vakantielectuur door. De brave mens stond immers sprakeloos, niet als gevolg van afasie zoals in het boek van Lanoye maar door de lectuur van de voornemens van onze minister van Binnenlandse Aangelegenheden. Het boek stelt namelijk niet langer halve maatregelen in de stijl van ‘vermindering van het aantal provincieraadsleden’ in het vooruitzicht maar geeft zes concrete beleidsdomeinen aan waaruit provinciebesturen zich dienen terug te trekken (integratie, ontwikkelingssamenwerking, onderwijs, cultuur, jeugdwerk en sport). Gedaan dus met de goednieuwsshows van gedeputeerden in de regionale media waarin het zoveelste nieuwe, ogenschijnlijk

Paul Ghijsels ĂŽĂŽwww.vvsg.be, knop internationaal,  publicaties, Lokaal 2009, nr. 16, ‘Haaltert Internationaal viert  Verenigde Naties’

Nieuw plan  voor jeugdverblijven

D

e Vlaamse regering keurde op 23 juli het actieplan jeugdverblijven goed. Dit plan is een verfijning en uitwerking van het actieplan jeugdverblijfcentra dat in 2009 goedgekeurd werd. De Vlaamse overheid zoekt hiermee in de eerste plaats een oplossing voor de zonevreemde jeugdverblijven. Hun status vormt immers een ernstige bedreiging voor de huidige capaciteit en diversiteit van de jeugdverblijfcentra. Andere acties moeten leiden tot een goede kampomgeving en -uitbating, een transparante regelgeving en een beperking van de administratieve lasten.

goedbedoelde en vooral electoraal aantrekkelijke initiatief wordt aangekondigd. Neen, voortaan concentreert het taakprofiel van deze bestuurlijke laag zich op harde, grondgebonden (en bijgevolg ook voor meer controverses vatbare) materies. Het begrip ‘grondgebonden’ lijkt de rode draad in het verhaal te zijn. Het wordt overigens 41 keer vermeld. Niemand zal beweren dat de intenties geuit in het Groenboek neerkomen op een cosmetische opsmuk. Integendeel zelfs. Dat we dat mogen meemaken, een N-VAminister die de strofe uit de Internationale ‘Sterft, gij oude vormen en gedachten‌’ herschrijft in een beleidsprogramma. En toch maakten we dit al eens mee in onze vaderlandse geschiedenis. Toen partijvoorzitters op 24 mei 1977 het Egmontpact boven de doopvont hielden, ging alle aandacht (en kritiek) uit naar de ‘grote’ staatshervorming en minder naar het kortwieken van de provincies. Sterker nog, dit politiek akkoord schafte ze gewoon af om ruimte te maken voor 25 subgewesten die toen ook al een veeleer grondgebonden taakomschrijving meekregen. Een Limburgse regionale krant opperde trouwens de mogelijkheid van de heroprichting van het Graafschap Loon‌ Met het sneuvelen van het Egmontpact – herinner u: ‘De grondwet is geen vodje papier’ – ontsprongen de provincies de dans. Met op termijn zelfs een omgekeerd effect: de personeelsaantallen en budgetten in de provinciehuizen groeiden na 1977 als nooit tevoren. De buitenwereld zou maar eens duidelijk worden gemaakt hoe belangrijk en broodnodig onze provincies zijn voor het welzijn van de mensheid. Benieuwd dus hoeveel uit dit Groenboek daadwerkelijk de sokkel vormt van een grondige interne reorganisatie dan wel het eerste deel wordt van een nieuwe Millenniumtrilogie‌ I

Stijn Maselis ĂŽĂŽwww.sociaalcultureel.be/jeugd

1 september 2010 LOKAAL 9


Ook klachten over u nemen wij vaak serieus

Bel gratis 0800 240 50 www.vlaamseombudsdienst.be - klachten@vlaamseombudsdienst.be

49382_Ad_VLOD.indd 1

06-01-2009 14:09:25


r e t a w l specia

Niemand weet hoeveel de zeespiegel zal stijgen. Daarom is drijvend bouwen de toekomst, zo bewijzen de drie drijvende bollen, exporuimte van Rotterdam Climate Proof.

Antwerpen, 28 september Studiedag lokaal waterbeleid, water in balans Kom mee nadenken, discussiĂŤren, ervaringen uitwisselen over integraal waterbeleid, rioolbeleid en waterlopenbeleid. Hoe zorgen we als lokale besturen voor proper water, hoe passen we ons waterbeleid en openbaar domein aan aan de klimaatsverandering en hoe zorgen we voor zalig water om langs te toeven? Voor welke taken en kosten staan we? Hoe werken we samen met onze inwoners, andere besturen en andere beleidsdomeinen? www.vvsg.be (kalender)


STEFAN DEWICKERE

Arnoud Molenaar: ‘We zien water niet als een probleem, maar als een kans.’


SPECIAL WATER Interview met ARNOUD MOLENAAR

Een klimaatbestendige stad  is een aantrekkelijke stad De zeespiegel zal stijgen, de regenbuien worden feller, het debiet van de rivieren en het niveau van het grondwater zal wijzigen. Maar toch wil Rotterdam, die bloeiende havenstad in het deltagebied van Rijn en Maas, het water als een kans beschouwen om de stad aantrekkelijker en duurzamer te maken. ‘Almaar meer mensen wonen en werken graag aan het water en willen er hun vrije tijd doorbrengen,’ zegt Arnoud Molenaar, programmamanager van Rotterdam Climate Proof. Marlies van Bouwel

O

m de effecten van de opwarming van de aarde tegen te gaan werkt Rotterdam aan de bron en probeert de stad op alle manieren het energieverbruik en de CO2-uitstoot drastisch te verminderen, maar tegelijk reageert ze op alle mogelijke gevolgen van de veranderingen in het klimaat. Bij dat laatste draait het voor tachtig procent om water. ‘Maar natuurlijk ook om de hitteontwikkeling in een compacte en versteende stad. Dat het steeds extremer wordt, zie je al in megasteden als Mexico en Londen. Maar ook wij zullen almaar meer en almaar langere hittegolven krijgen. Als stad moet je dan anders bouwen en meer groen ontwikkelen,’ zegt Arnoud Molenaar. En welk scenario volgt u dan? Wil Rotterdam vooral inspelen op de hogere zeespiegel, de fellere buien of op mogelijke droogte door de hittegolven? ‘Eigenlijk vinden wij het niet eens zo relevant welk scenario het wordt. Je kunt er heel veel aandacht en onderzoek aan besteden, maar het enige dat we zeker weten is dat het onzeker is, en dat het gaat veranderen. Dus als je flexibel wordt op alle vlakken ben je klimaatbestendig bezig. De Commissie van minister Cees Veerman heeft in opdracht van de regering een advies geschreven voor een tweede Deltaplan. Het eerste kwam er na de grote overstroming van 1953, maar nu wil Nederland een nieuwe ramp voor zijn en nationaal anticiperen op de klimaatsverandering. Die commissie volgde het scenario dat de zeespiegel tussen nu en het einde van deze eeuw tussen de 65 en de 130 centimeter zal stijgen en in het jaar 2200 twee tot vier meter hoger zal liggen dan nu. Het belangrijkste in deze filosofie is dat de veranderingen komen en dat je erop moet anticiperen. Dat je slim moet bouwen, ook bij

het aanleggen van dijken. We moeten dijken inrichten die we over twintig, vijftig of tachtig jaar opnieuw kunnen ophogen. Als je op een dijk bouwt moet je dus flexibel en voor een kortere duur bouwen. Maar soms kun je de onderste verdieping van een gebouw met tegels bedekken zodat eventuele wateroverlast niet tot schade leidt of je ontwerpt zodanig dat je die ruimte over dertig jaar kunt gebruiken als een parkeergarage die af en toe onderloopt. Je moet dus nadenken over je infrastructuur en de ruimtelijke ordening.’ Je moet dus op veel fronten bezig zijn. ‘In Rotterdam werken we geĂŻntegreerd. Het water komt van vier kanten op ons af: de neerslag neemt toe, de zeespiegel stijgt, het grondwater en de rivieraanvoer verandert: in extreme situaties gaat het om meer water, maar ook lagere waterstanden kunnen problemen leveren. Rotterdam is een doorvoerhaven, bij lage rivierstanden kunnen de schepen niet naar het achterland.’ Rotterdam zit dus echt in de knel. Waar begin je dan mee? ‘Neen, we zien water niet als een probleem, maar als een kans. Tot vijf jaar geleden zagen ook de stedenbouwers in Rotterdam het water als een plaag die alleen maar geld kostte. Maar nu zien ze het water ook als een kans omdat je de stad met water meer leefkwaliteit kunt bieden. Veel mensen willen aan het water wonen en recreĂŤren.’ ‘Rotterdam is in 2001 samen met de waterschappen begonnen aan een integraal waterplan voor zowel de kwaliteit van het water, als het peil, als de veiligheid. 2005 was zeer belangrijk omdat de architectuurbiĂŤnnale toen onder de noemer the f lood liep en in het teken van water stond. Ambtenaren, watermanagers,

Antwerpen 28 september Lokaal waterbeleid – Water in balans Ook in kleinere steden/gemeenten wordt er gewerkt en nagedacht over klimaatadaptatie. Op deze studiedag presenteert Frank van Swol de visie van Eindhoven. In werkgroep 1 Klimaatwijziging en ons watersysteem – maatregelen aan de bron: in de wijk, op het openbaar domein legt professor Patrick Willems de invloed van de klimaatverandering op stedelijke hydrologie en de adaptatienoden uit. Ann Tack van WVI en de Ieperse duurzaamheidsambtenaar Hein Lapauw lichten de klimaatadaptieve maatregelen in wijk De Vloei in Ieper toe. www.vvsg.be (kalender)

1 september 2010 LOKAAL 13


SPECIAL WATER Interview met ARNOUD MOLENAAR

STEFAN DEWICKERE

planners en waterschappen hebben toen een visie ontwikkeld: Rotterdam Waterstad in 2035. Dat betekende echt een ommekeer in het denken over water. Een heleboel oude havenbekkens in de stad zullen over twintig jaar volkomen getransformeerd zijn en je zult er op het water wonen en werken, in drijvende woningen en kantoren. De zware industrie trekt almaar verder naar de kust en naar de tweede Maasvlakte. Hierdoor krijgen we ook meer waterfronten en dat is interessant. We zetten echt in op het wonen aan en op het water. Als stad wil je meer huizen ontwikkelen. Nu uitbreiden naar buiten onmogelijk wordt, krijgen we heel mooie waterpercelen die we de volgende decennia kunnen ontwikkelen.’ ‘Eind 2007 hebben we Waterplan 2 vastgesteld, een echt integraal plan met de combinatie van de vraagstukken van ruimtelijke ordening. Want wateropvang vraagt zoveel vierkante meter, dat is dus een ruimtelijk vraagstuk. Er is ook heel veel aandacht voor de klimaatsverandering en sinds 2008 loopt het Rotterdam Climate Proof programma dat een extra dimensie geeft aan economische kansen.’

‘In de nabije toekomst moeten we dringend energie steken in het keren van de trend om je tuin te betegelen voor een loungehoek. Als we niet opletten wordt de stad groen van boven en versteend van onderen en dan kan het regenwater ook niet weg. Er zijn al landen waar perceelseigenaars verplicht worden het regenwater zelf op te vangen.’ ‘Maar we doen ook op veel vlakken onderzoek. Zo zetten we temperatuurmeetsystemen op om beter grip te krijgen op het lokale klimaat. De universiteit van Wageningen rijdt door de stad met een mobiel meteostation in de bakfiets. De resultaten zijn frappant: het verschil tussen de stad en het ommeland bedraagt acht graden! Volgens voorspellingen wordt dit verschil nog groter. Daarom moeten we meer groen in de stad hebben, maar onze huizen ook anders bouwen zodat we in de zomer de warmte buiten houden. Maar als het almaar warmer wordt in de stad, welk effect heeft dit dan op het water en de verschillende soorten algengroei en botulisme? Misschien moeten we nog een tandje bijsteken. Want het stedelijk watersysteem moet je modelleren als onderdeel van de riolen, de overstorten en het grondwater. RotArnoud Molenaar: terdam is in Nederland aangewezen als hotspot om de kennis over het klimaat te vergroten. Het ‘Nu uitbreiden rijk en de stad met alle partners in de regio geven ieder de helft van de tien miljoen euro die we nu naar buiten onmogelijk aan onderzoek kunnen besteden.’

Welke instrumenten zet Rotterdam in om het plan te realiseren? ‘We willen alle facetten aanpakken, en om het overzichtelijk te houden kun je een tweedeling hanteren: de binnenstad en het buitengebied.’ wordt, krijgen we heel ‘In de binnenstad kun je het vele regenwater opvangen door de singels te verbreden of te verlegHoe reageert de bevolking op al dit onderzoek en mooie waterpercelen die gen, je kunt terrassen aanleggen, maar ook de al die maatregelen? straatprofielen veranderen waardoor het water in ‘Voor het programma voor energiebesparing we de volgende decennia de straat blijft en niet in de kelders loopt. Je kunt en CO2-reductie is de interactie intensiever dan kunnen ontwikkelen.’ ook kiezen voor waterdoorlaatbare verharding. met ons programma. Mensen vinden trouwens Door meer water in de stad te brengen wordt die dat water, veiligheid en droge voeten gewoon volgens ons veel mooier en aantrekkelijker en krijg je een oplosgeregeld moeten zijn. Het enthousiasme voor de subsidie voor sing voor die stortbuien. Waterpleinen met terrassen kunnen groene daken die we sinds anderhalf jaar geven, neemt wel zienbij een bui veel water bergen dat dan later gecontroleerd wegderogen toe. Bovendien kan het aanleggen van meer water en stroomt. Vooral in het centrum van de stad zoeken we naar ingroen voorkomen dat de stad in de zomer te veel opwarmt. Ook novatieve oplossingen om het water gecontroleerd te bergen op vormt het een buffer tegen fijn stof en de slechte luchtkwaliteit straten en pleinen. Je zou evengoed kunnen kiezen voor grotere door het verkeer. We moeten het groen in de stad herontdekken. rioolbuizen maar dat is niet zo duurzaam en flexibel. Als het Want dankzij groen krijg je schone lucht en aangename temperaeven kan willen we dat vermijden. We zoeken zoveel mogelijk turen. Groene daken zijn niet alleen een waterspons, ze isoleren oplossingen aan de oppervlakte en in de buitenruimte. Zo kun de huizen beter en het bitumen van je dak leeft langer.’ je de stad bij elke maatregel aantrekkelijker maken.’ ‘Bij het klimaatbestendig maken zit je vooral met langetermijn‘Met ons groenedakenprogramma boeken we al behoorlijke revraagstukken maar je moet zeker ook als bestuurder op korte sultaten. Gemeentegebouwen krijgen groene daken en de partitermijn met resultaten afkomen. Je hebt een visie nodig en het culieren hebben recht op een subsidie want groene daken werken leiderschap om vanuit die visie maatregelen te nemen. We hebals een spons. Ze zorgen ervoor dat het water niet meteen op ben de voorbije jaren de wind mee gehad en konden als ambtestraat en in de riolering komt en overlast veroorzaakt. Vooral in naren het bestuur overtuigen. Met die groene daken boeken we het centrum van de stad werken ze dempend. Volgens de kosdan ook resultaat.’ ten-batenanalyse vormen groene daken een goede investering. ‘Om de stad klimaatbestendig te maken voeren we een aantal planMaar je mag als gemeente niet te afhankelijk zijn van de groene nen uit, maar omdat er nog zoveel vragen zijn, doen we onderzoek daken bij particulieren. De gemeente moet de eigen broek kunen tegelijk profileren en communiceren we onze bevindingen zonen ophouden en de droge voeten zelf reguleren. Tot nu toe is dat we ze kunnen vermarkten. Het is een drie-eenheid. Wil je bein de stad 30.000 vierkante meter groendak aangelegd, op het stuurders, burgers en bedrijven mee krijgen, dan moet je zichtbaar einde van dit jaar wordt dat 80.000 vierkante meter, dat is onder zijn. Daarom zijn we blij dat ons nieuwe drijvende paviljoen net is andere te danken aan de nieuwbouw van het Erasmus Medisch opgeleverd. We zullen daar een expositieruimte over ons programCentrum. Maar ook de kleintjes tellen mee, en we zien almaar ma maken en aantonen dat drijvend bouwen de trend van de toemeer instanties voor de subsidie komen.’ komst wordt in de oude havenbekkens, in het buitendijkse gebied.’ 14 LOKAAL 1 september 2010


STEFAN DEWICKERE

Maar in dat gebied gaat het ook over de veranderingen in de zee- en ‘Ook hogerop aan de rivieren moet het regenwater geborgen rivierstanden. worden, anders stijgt het rivierpeil telkens drastisch. Je moet de ‘Juist, in dat grote buitendijkse gebied van de Kop van Zuid tot ruimte zo ontwerpen dat hoger op de rivier het water afgevoerd aan de kust veertig kilometer verderop, moeten we inspelen op het wordt en dat in de uiterwaarden gekozen wordt voor paalwoninveranderende zee- en rivierpeil. Ook op dat vlak zien we veel mogen of drijvende huizen. Als je de dijken maar blijft ophogen, kijk gelijkheden, zo kun je met bouwvormen spelen. Je kunt gebouwen je op een gegeven moment tegen hoge en onaantrekkelijke baroptrekken die bestand zijn tegen water. De beste oplossing zal rières aan.’ te vinden zijn in drijvende woningen en kantoren. ‘Er gebeurt ondertussen ook onderzoek naar Dat kun je heel goed doen in de oude havenbeknieuwe dijkvormen zoals bredere superdijken kens die nu al aan de getijden onderhevig zijn. Om die nooit kunnen doorbreken maar wel lichtelijk dit aan te tonen hebben we die drie drijvende boloverstromen en waarop je kunt bouwen. Zulke len laten ontwerpen voor onze expositieruimte. dijken zie je al in Japan. In Rotterdam denken De bewustwording is van groot belang. Er komt we aan trapdijken waar op de lagere niveaus een trouwens een drijvend bouwbeleid, een aantal fietspad of een autoweg ligt. Je zou ook voor oude havenbekkens zullen worden aangewezen parkdijken kunnen kiezen, dijken in de vorm van en er zal versneld kunnen worden geïnvesteerd in een stedelijk parklandschap die je dan om de zodrijvende objecten.’ veel jaar ophoogt met schoon slib uit de haven.’ ‘Een goed watersysteem en veiligheid zijn basisvoorwaarden voor een duurzame stad. Nu wordt Internationaal wordt er naar Rotterdam gekeken, en dit gebied beschermd door de Maeslantkering, Rotterdam kijkt ook verder dan zijn neus lang is. maar het is nog maar de vraag of die stormvloed‘Die internationale dimensie is heel boeiend. kering nog voldoende bescherming kan bieden Van New York tot Melbourne, van Shanghai tot als het zeepeil vijftig centimeter of meer stijgt. Er New Orleans wordt gekeken naar hoe RotterArnoud Molenaar: wordt bestudeerd of we ze moeten upgraden of dat dam de zaken aanpakt. Niet enkel de technische we moeten terugkeren naar een open systeem of kant maar vooral het proces in de visieontwik‘Als we niet opletten dat we in geval van stormvloed alles afsluiten met keling van de voorbije tien jaar staat hoog aansluizen. De keuzes hier, in het gebied van de Rijngeschreven en hoe we enthousiasme konden wordt de stad groen monding, hebben een invloed op de rest van Neopwekken bij het bestuur, de bedrijven en de van boven en versteend derland en verder. Dit is een sleutelgebied. En dan inwoners. Voor ons is dan weer de waterfronhebben we het nog maar over de zeezijde. Aan de tontwikkeling in New York interessant en hoe van onderen en dan kant van de rivieren kunnen de problemen groter zij hun oude havens herinrichten. In Duitsland worden. In plaats van almaar dijken op te hogen en Scandinavië zien we veel nieuwe ideeën om kan het regenwater is het misschien beter om vier keringen in de rivieregenwater in de stad op te vangen. Vooral Hamook niet weg.’ ren om de Rijnmond-Drechtsteden heen te zetten? burg richt zich op woningbouw om te anticipeHet mooie van een kering is dat je ze bij hoogwater ren op hoogwater. Ze bouwen huizen waarin sluit en daarna weer kunt openen, dat is goed voor de economie mensen het gewoon zijn dat de benedenverdieping elk jaar een en biedt nieuwe mogelijkheden voor de buitendijkse gebieden.’ keer onder water komt te staan. Om het hoogwaterpeil van de ‘Voor het tweede Deltaplan komt er een Deltafonds – maar daarElbe op te vangen, werd een apart verhoogd voetgangersgebied voor hebben we eerst een regering nodig. Ondertussen is de Deltaaangelegd.’ commissaris al aangesteld, verantwoordelijk voor de uitvoering ‘Ondertussen hebben de gemeente en de Rotterdamse bedrijvan de plannen. Een deelgebied is het Rijnmond-Drechtstedenven zoveel expertise opgedaan dat we het als een exportproduct gebied waarvan onze burgemeester de voorzitter is. Dat is goed, kunnen beschouwen. Rotterdam is een voorbeeldstad op het want de belangen in onze stad zijn heel hoog omdat de haven vlak van watermanagement. New Orleans wil nu een soortgelijk bereikbaar moet blijven.’ waterplan, Ho Chi Minhstad, het vroegere Saigon, werkt er ook aan. Als gemeente hoeven we daar niet aan te verdienen, maar de Maar Rotterdam blijft ook afhankelijk van wat verderop aan de Rotterdamse kennisinstellingen en bedrijven spinnen hier garen rivieren gebeurt? bij. Ook dat is goed voor Rotterdam!’ ‘Ja, in de jaren tachtig en negentig hebben we sterk ingezet op de verbetering van de waterkwaliteit van Maas en Rijn. Toen was die zo slecht dat er giftig bezinksel in onze havenbekkens achterbleef. Marlies van Bouwel is hoofdredacteur van Lokaal Dat slib werd voor een groot deel bovenstrooms verontreinigd. Rotterdam is dan gaan onderhandelen om die lozingen in Duitsland en België te beperken. Ook dankzij de Europese regelgeving Rotterdam, 29 september - 1 oktober is de waterkwaliteit van Maas en Rijn intussen verbeterd. Maar in die tijd nam de gemeente het initiatief omdat wat bovenstrooms Deltas in times of climate change in de rivier werd gegooid, last berokkende aan de stad. Nu wordt Internationale conferentie voor een laatste stand van het nationaal gewerkt aan een programma ruimte voor rivieren maar als wetenschappelijk onderzoek, veel goede praktijken uitwisselen en Duitsland plots alle dijken zou verhogen, heeft dat meteen invloed internationaal netwerken. www.climatedeltaconference.org op ons lage deltalandje en is dat programma een maat voor niets. Op dat vlak blijven we het afvoerputje van West-Europa.’

1 september 2010 LOKAAL 15


SPECIAL WATER BEKENBEHEER

Asbeek meandert door Kloostertuin Niet enkel steden, ook kleinere gemeenten halen hun waterlopen weer naar de oppervlakte. Een goed voorbeeld is de Asbeek in het centrum van Opwijk. Ze zat gedurende decennia ondergronds, nu is ze de groene vinger door een nieuwe woonwijk in het hart van de gemeente. Bart Van Moerkerke

B

ijna letterlijk onder de kerktoren van Opwijk lag tot voor kort een open ruimte van meer dan twee hectare. Een groot deel ervan werd als plein en parkeerplaats gebruikt. Het intussen verhuisde jeugdhuis Nijdrop had er zijn stek en er was een groene zone die de Engelse tuin werd genoemd. De Asbeek liep onder het terrein door. De open ruimte was voor een deel eigendom van de gemeente, ook verschillende privépersonen hadden er een stukje van. De hele zone was gevat in een BPA dat bepaalde dat er een gemeenschappelijk project moest komen. Geen sinecure met zoveel eigenaars. Het vroeg twee jaar van onderhandelen en de inzet van een neutrale speler, met name de vzw Vlaanderen Bouwt, om tot een door iedereen gedragen oplossing te komen. Vlaanderen Bouwt is een privaatrechterlijke organisatie die optreedt als projectregisseur, vaak voor lokale overheden, met als doel betaalbare woningen van goede kwaliteit te creëren. Groene vinger Nadat alle eigenaars over de brug waren gehaald en het bouwprogramma was samengesteld, werd een wedstrijd uitgeschreven voor teams van aannemer en architect. Een deskundige jury maakte een keuze uit de twaalf inzendingen. ‘De aannemer treedt op als bouwheer, hij doet de stedenbouwkundige aanvraag,’ verduidelijkt Jo Uytterhoeven van Vlaanderen Bouwt. ‘Wanneer hij begint met bouwen, verlenen de grondeigenaars hem een recht van opstal voor een periode van vier jaar, zodat hij de grond niet hoeft te kopen. Zodra de bouw af is, verkoopt de aannemer de woongelegenheden. Op hetzelfde ogenblik verkopen de eigenaars hun

grond zodat de koper de volledige eigendom verwerft. De gemeente heeft de aanleg van het openbare domein – een weg, een pleintje, groenvoorzieningen – geprefinancierd. Ze recupereert haar centen omdat bij de verkoop van elke grond een deeltje van het geld naar een voor de gemeente bestemd infrastructuurfonds gaat.’ De nieuwe wijk Kloostertuin telt 72 woongelegenheden – 45 appartementen en 27 huizen – en twee winkelruimten. Aan de Gasthuisstraat staat een appartementsgebouw met een ondergrondse parkeergarage. Op de plek van de Engelse tuin zijn vijf urban villa’s ingeplant tussen de bestaande bomen met telkens vier woongelegenheden. Ten slotte telt het project ook nog rijwoningen met tuintjes die grenzen aan de beek. Doorgaand verkeer is er niet mogelijk, de drie straten in de wijk lopen uit op een klein pleintje. En doorheen de Kloostertuin meandert de Asbeek die, zoals bepaald in het BPA, weer boven de grond werd gehaald. De beek is verbonden met enkele vijvertjes, bekkens voor het bufferen van regenwater. ‘Langs de beek loopt een wandel- en fietspad dat door iedereen gebruikt kan worden,’ zegt schepen van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Huisvesting Pol Verhaevert. ‘Voorlopig is er nog een probleem met een feestzaal die haar afvalwater rechtstreeks in de beek loost, wat zeker bij warm weer hinder veroorzaakt. Na grondig studiewerk is er een oplossing in zicht. Nog dit jaar zal de Asbeek volledig proper zijn.’ Voorbeeldproject De Kloostertuin is een geslaagd project van inbreiding met betaalbare woongelegenheden in een mooie groene omgeving, daar-

Antwerpen 28 september Lokaal waterbeleid – Water in balans Op deze studiedag komen in Werkgroep 6 Beheer en inrichting van waterlopen/grachten goede praktijken over inrichting en beheer van waterlopen, zoals het open leggen van de Waerbeek in Landen, aan bod. U kunt ook de herinrichting van de vallei van de Koude Beek in Lier bezoeken. www.vvsg.be (kalender)

16 LOKAAL 1 september 2010


daniel geeraerts

De Asbeek wordt een groene vinger in de wijk en in de gemeente.

over zijn schepen Verhaevert en Jo Uytterhoeven het eens. Het moet alleen nog wat tijd krijgen om volledig tot zijn recht te komen. Pol Verhaevert: ‘De beplanting langsheen de beek moet uiteraard nog groeien, net als de waterplanten in de vijvers maar de beek zal echt een groene vinger worden in de wijk en in de gemeente. Momenteel heeft nog niet iedereen in Opwijk zich verzoend met het apparte-

mentsgebouw aan de Gasthuisstraat, dat ook naar mijn mening iets te donker en te somber is en niet overeenstemt met de oorspronkelijke voorstelling in de wedstrijdformule. Maar de voordelen van het project zijn groter dan dit minpunt.’ Jo Uytterhoeven vult aan. ‘Stedenbouwkundig zit dit project prima ineen. De rondleidingen die we er slag om slinger moeten geven, bewijzen dat velen het

als een voorbeeldproject beschouwen. Je moet de vraagtekens van sommige inwoners van Opwijk ook in een breder perspectief zien. Vroeger hadden ze een groot parkeerterrein in het centrum van de gemeente. Dat is nu verdwenen, het is logisch dat dit wat wrevel wekt.’ Bart Van Moerkerke is redacteur van Lokaal

De Moerbeek wordt verbreed De Moerbeek op het grondgebied van de gemeente Assenede wordt over een lengte van ruim zeven kilometer gevoelig verbreed. Het project zal niet enkel de algemene waterhuishouding in het gebied verbeteren en het overstromingsgevaar inperken, het heeft ook gunstige gevolgen voor de drinkwatervoorziening en voor de fauna en flora rond de waterloop. De Moerbeek maakt deel uit van de Isabellapolder, die de onbevaarbare waterlopen in een gebied ten westen van het kanaal Gent-Terneuzen beheert. De komende jaren zijn ingrijpende werkzaamheden aan de waterloop gepland. ‘We zullen de Moerbeek met vijf meter verbreden en aan weerskanten komt een bufferstrook van vijf meter,’ zegt Dirk Van den Hauwe, ontvangergriffier van de Isabellapolder. ‘Daardoor zullen we een grotere buffercapaciteit krijgen in ons waterlopenstelsel zodat de wateroverlast in het gebied, onder meer in de wijk Rodekruisstraat in Oosteeklo, gevoelig afneemt. De piekpeilen zullen veel minder frequent voorkomen en dertig, veertig centimeter lager zijn dan nu. Het project is ook van belang voor Nederland dat de polder gebruikt voor drinkwatervoorziening.

Dankzij het stabielere peil zal er minder erosie optreden en zal er dus minder slib in het water terechtkomen. Door de bufferstrook tussen landbouwgrond en waterloop zullen er ook minder nitraten en fosfaten in het drinkwater zitten.’ De Moerbeek wordt aan één zijde verbreed. De streekeigen beplanting op de andere oever blijft behouden en zal spontaan de oversteek maken. In de waterloop zelf komen enkele eilandjes voor amfibieën. Op de zachte, schuine oevers zullen de meest uiteenlopende dieren zich goed voelen. Droge wijk De werken zullen in drie fasen verlopen. In de derde en laatste fase komen Oosteeklo en de Rodekruisstraat aan de beurt. ‘De situatie is sinds enkele jaren minder acuut omdat we een pomp hebben geplaatst, maar we willen

een definitieve oplossing voor het probleem van wateroverlast,’ zegt de Asseneedse burgemeester Philippe De Coninck. ‘Nu staan er een vijftigtal woningen maar aan de wijk is nog een woonuitbreidingsgebied gekoppeld dat de socialehuisvestingsmaatschappij zou willen ontwikkelen. Op termijn zullen daar misschien wel vijfhonderd mensen wonen. Maar we investeren niet enkel in de derde fase van het project, ook voor de eerste twee fases komen we over de brug. De gemeente ligt in een poldergebied, de landbouw en het water zijn zeer belangrijk voor ons. Voor elke fase maken we een budget van ongeveer 200.000 euro vrij.’ Het Vlaamse Gewest is via de Vlaamse Milieumaatschappij de grootste financier van het project, ook Europa, de provincie en de Isabellapolder dragen bij. BVM

1 september 2010 LOKAAL 17


STEFAN DEWICKERE

SPECIAL WATER Rioolbeheer in Leuven

Leuven beheerst zijn rioolnetwerk Leuven bracht zijn rioolnetwerk in kaart en investeerde in een rioolbeheersplan. Dankzij gerichte inspecties, onderhoud en investeringen slaagt de stad er nu in de middelen voor rioolbeheer aan te wenden waar ze het meest nodig zijn. Dankzij preventief onderhoud wordt de levensduur van de riolen aanzienlijk verlengd en ook de wateroverlast in de stad is drastisch verminderd. Christophe Claeys

I

n Leuven is er de laatste jaren veel veranderd. In 1995 werd er een planning opgemaakt. Straten en pleinen werden doorgelicht en er moest beslist worden waar actie zou worden ondernomen. ‘We kwamen toen tot de vaststelling dat we weinig zicht hadden op het Leuvense rioleringsstelsel,’ bekent Dirk Robbeets, schepen van Openbare Werken. ‘Na de inventarisatie zou trouwens blijken dat Leuven meer riolen had dan we dachten.’ De stad vroeg zich af of ze de middelen voor rioleringen niet efficiënter kon aanwenden. Ook wateroverlast was een drijfveer om het rioolstelsel nader te onderzoeken. Bovendien was het collectorenstelsel van Aquafin volop in aanbouw en wou men zicht krijgen op de effecten daarvan op het gemeentelijk rioolstelsel. Daarnaast kwamen er steeds meer vragen om gescheiden stelsels (afvalwater gescheiden van het regenwater) aan te leggen. Redenen te over om het rioolstelsel grondig te bestuderen. 18 LOKAAL 1 september 2010

De inventarisatie van de riolering was een van de eerste onderdelen van de opzet van een compleet GIS-systeem waarin praktisch heel het openbaar domein van Leuven werd opgenomen en beheerd (met ook alle zitbanken, bomen, vuilnisbakjes…). Leuven begon in 1998 samen met Aquafin aan de inventarisatie van het rioolstelsel en de opbouw van een rioolbeheersplan (Hydroplan/Hades). In 2003 werd Aquafin/Aquaplus de trekker van een Europees project Hydroplan-EU waarvan Leuven deel kon uitmaken.

Inventariseren, analyseren, beheren De doelstelling van het Hydroplanproject was een methodiek uit te werken om beheersbeslissingen op kennis en analyse van het rioolstelsel te baseren. De toestand van het netwerk wordt bijgehouden, knelpunten en alarmsituaties worden preventief opgespoord en door gerichte acties wordt het aantal calamiteiten verminderd. Inventarisering van het rioolstelsel en de waterlopen was een eerste stap. Alarmsituaties die daarbij aan het licht kwamen, werden onmiddellijk opgelost. Samen met de inventaris van de fysische informatie over het rioolsysteem werd ook een strategische analyse uitgevoerd om de impact van mogelijk falen te bepalen. De globale maatschappelijke impact van een falend rioolsysteem is afhankelijk van allerhande omgevingsfactoren. De verkeerssituatie is daar een voorbeeld

Frappant De inventarisatie van het Leuvens rioolstelsel leverde frappante vaststellingen op. Zo bleken veel inspectieputten afgesloten te zijn met deksels met dubbele bodem. De onderste bodem was dikwijls doorgeroest en dreigde daardoor in de riolering te vallen. Tijdens de inventarisatie kon dit onmiddellijk opgelost worden. In Kessel-Lo was het rioolsysteem uitgerust met spoelputten die op drinkwater werkten. Tijdens de inventarisatie werd duidelijk dat veel spoelinstallaties defect waren waardoor er continu grote hoeveelheden drinkwater in de riool vloeiden. Deze spoelinstallaties werden systematisch geëlimineerd.


De inventarisatie van het rioolstelsel en het gebruik van het beheersplan hebben Leuven geen windeieren gelegd.

van. Rijdt er veel openbaar vervoer, hoeveel auto’s rijden er door de straat, geldt er eenrichtingsverkeer? Dit heeft zowel invloed op de impact bij falen als op de hinder bij werken. De stad bepaalde mee welke impactfactoren voor haar belangrijk waren en welk gewicht daaraan werd toegekend. Uiteindelijk werden alle verschillende impactfactoren gecombineerd in drie strategische scores: financieel, socio-economisch en ecologisch. De volgende stap was het schatten van de kans op falen van de riolering. Men onderzocht en modelleerde drie mogelijke categorieĂŤn van falen: structureel (kans op instorten), hydraulisch (afwatering/ wateroverlast) en ecologisch (slechte werking overstorten). Voor elke categorie kregen de verschillende rioolstrengen scores toegekend. De combinatie van de strategische impact met de kans op falen gaf voor elke rioolstreng een risicoscore. Zo werden de kritieke rioolstrengen in elk van de drie categorieĂŤn (hydraulisch, ecologisch en structureel) gedetecteerd. Camera’s inspecteren riool Daarna werd een inspectieprogramma opgemaakt. In eerste instantie werden de rioolstrengen met een hoog risico geĂŻnspecteerd. Dit gebeurt eerst met een putcamera. Met zo’n camera kijk je vanuit een rioolput een tiental meters ver in de rioolstrengen die in de put aankomen. Met die beelden selecteer je de strengen waardoor je een rijdende camera moet sturen voor een meer gedetailleerd onderzoek. ‘Een inspectie met een putcamera kost immers minder en veroorzaakt minder verkeershinder dan een inspectie met een rijdende camera,’ zegt Anke Vanluyten, ingenieur bij de technische dienst wegbeheer. Op basis van deze inspecties werden noodzakelijke acties opgelijst, ingepland en gebudgetteerd. Zo werden

eerst de meest kritieke knelpunten weggewerkt. Toen volgde een simulatie van het meest kosteneffectieve inspectieprogramma voor elke rioolstreng van de stad. Op basis van de inspectie beslist de stad of ze acties moet plannen. Na elke inspectie en/of actie krijgt een rioolstreng opnieuw een inspectiefrequentie en inspectieprioriteit. Rioolstrengen hebben een inspectiefrequentie met een grootteorde van enkele jaren, tien jaar of langer. Hydraulische structuren zoals knijpleidingen of pompen zijn veel gevoeliger voor falen en moeten frequenter geĂŻnspecteerd worden. Sommige structuren worden maandelijks geĂŻnspecteerd. De frequentie wordt aangepast op basis van de inspectieresultaten. Als er geen problemen zijn, kun je

Leuven kent zijn rioolstelsel nu: 11.000 inspectieputten, 430 kilometer leiding en 20.300 kolken. De vervangwaarde van het stelsel bedraagt 328 miljoen euro. ‘Een bedrag vergelijkbaar met de waarde van het volledige gebouwenpatrimonium van de stad,’ vertelt Erik Van Criekinge, directeur GIS- en databeheer. ‘De inventarisatie heeft dit nu ook zichtbaarder gemaakt voor alle beleidsmensen.’ Dat kennis van het rioolstelsel niet altijd zo evident is, maar wel belangrijk is, wordt duidelijk als de stad werken uitvoert in straten die grenzen aan andere gemeenten. De rioolinventaris van Leuven brengt dan regelmatig aan het licht dat het rioolstelsel in realiteit toch anders is dan de aangrenzende gemeenten in gedachten hadden.

De wateroverlast in Leuven is sterk verminderd en  zelfs – hout vasthouden – bijna volledig verdwenen. minder vaak controleren. Een groot deel van de inspecties wordt uitgevoerd door werknemers van de stad (1 Ă 1,5 VTE) die daarvoor over een speciaal uitgeruste wagen met inspectiecamera’s beschikken. Ondertussen veranderen het rioolstelsel en de omgevingsfactoren. Aanpassingen in het stelsel worden bij oplevering in het systeem ingevoerd. De stad heeft hiervoor een overeenkomst met een landmeter. Een doorrekening van het effect van alle wijzigingen op het hele systeem gebeurt ongeveer om de tien jaar. Initieel stevige investering rendeert ‘De inventarisatie van het stelsel en de installatie van het beheersplan hebben ons geen windeieren gelegd,’ stelt Dirk Robbeets. ‘Aanvankelijk keken we erg op tegen het grote investeringsbedrag, maar ondertussen is iedereen overtuigd van de voordelen van het systeem.’

Risicosituaties worden tot een minimum beperkt, en de middelen voor inspectie, herstel, renovatie en vervanging van het rioolstelsel kan de stad nu veel effectiever en doelbewuster inzetten. Leuven trok hiervoor op basis van de resultaten van het Hydroplan de laatste tien jaar jaarlijks gemiddeld 0,92 procent van de vervangwaarde van het rioolnet uit (3,02 miljoen euro/jaar). Last but not least is de wateroverlast in Leuven sterk verminderd en zelfs – hout vasthouden – bijna volledig verdwenen. ‘De meeste wateroverlast in Leuven kwam voor in het buitengebied en minder in het stadscentrum. Daarom werd op basis van het Hydroplan eerst geĂŻnvesteerd in het buitengebied,’ besluit schepen Robbeets. Christophe Claeys is VVSG-stafmedewerker waterbeleid

Antwerpen 28 september Lokaal waterbeleid – Water in balans Op de studiedag geeft schepen Dirk Robbeets een toelichting over het waterbeleid in Leuven, met ook aandacht voor het rioolbeheersplan. In de werkgroep Rioolbeheer – minimaliseer de risico’s – van planning tot financiering kunt u informatie uitwisselen over rioolinventarisatie en rioolbeheersplanning. Anke Vanluyten (Leuven) en Marino Moons (Infrax) zullen deze werkgroep begeleiden. www.vvsg.be (kalender)

1 september 2010 LOKAAL 19


Openbare en private werken - Waterbouwwerken

Heyrman-De Roeck NV verkoopt en plaatst

Betafence-schanskorven met verschillende steenvullingen.

• Hoge kwaliteitsgarantie • Budgetvriendelijk • Levensverwachting van 60 jaar • Eenvoudige & snelle plaatsing

Onze andere bedrijfsactiviteiten • Verkoop van grinden en splitten • Verkoop van tropisch hardhout en terrasplanken • FSC en PEFC gecertificeerd

Doornpark 120 - 9120 Beveren

• Ruimen en baggeren van vijvers

Telefoon GSM Fax Email Website

• Plaatsen van betuiningen & steigers in vijvers en waterlopen • Grote voorraad en eigen transportmiddelen

+32 (0) 3 / 775.95.37 +32 (0) 496 / 77.38.29 +32 (0) 3 / 755.11.32 info@heyrman-de-roeck.be www.heyrman-de-roeck.be


NORA VAN MEEUWEN DE-LOKAAL

 Nattigheid

U

it Brussel bereikt me een bericht dat er in Lokaal een special over water komt. Hoe verzinnen ze het? Zorgden de snikhete julidagen voor inspiratie, of zitten de overstromingen van daarvoor of daarna er voor iets tussen? Wij hebben hier al de hele zomer ook meer dan genoeg water gezien. Zoveel zelfs dat er een cartoon in de krant verscheen met daarop een koppel dat van onder een grote paraplu opkijkt naar een beeld van Tlaloc, de god van de regen en de maĂŻs. En Tlaloc zegt: ‘Ik weet niet meer of het aan mij ligt, of aan de klimaatopwarming.’ Het is natuurlijk regenseizoen, maar als iemand uit Europa me bij de vermelding daarvan een beetje bedenkelijk aankijkt, zeg ik vergoelijkend: ‘Maar dat is hier de moesson niet, hoor, het is zo goed als altijd de hele dag stralend weer, ergens in de loop van de namiddag, zelden vóór vier, vijf uur, komen de wolken opzetten, even later stort er een verschrikkelijke plensbui neer en hooguit een uur later is alles weer droog, helder en lekker opgefrist.’ Maar dit jaar‌ Het begon in juni al, en tegen half juli kropen de slakken door de keuken en stonden er paddenstoelen op mijn patio. En dan ben ik nog bij de gelukkigen, want ik woon in een goed huis waar hooguit eens een plas in de wintertuin staat of een beetje water door een kier sijpelt, als de slagregen verkeerd staat. Ik probeer te bufferen door emmers onder de dakranden te zetten, zodat ik regenwater kan gebruiken voor de schoonmaak. Maar bij een beetje Mexicaanse regenbui loopt zo’n emmer in een mum van tijd over, en zoveel schoonmaken kan een mens echt niet. Bovendien krijg ik last met de autoriteiten als ik hier recipiĂŤnten met stilstaand water stockeer. Stilstaand water is de biotoop van de mug Aedes aegypti die dengue of knokkelkoorts verspreidt, en knokkel

koorts is onbehandelbaar en tamelijk dodelijk. De overheid voert dus elk jaar grote campagnes om ons erop te wijzen dat we onze patio schoon moeten houden en dat we zeker moeten zorgen dat er nooit ook maar ergens een klein bodempje water langer dan een etmaal blijft staan. Een paar keer per jaar komt er iemand langs om uitleg te geven, te controleren of je watertank en cisterne wel goed afgesloten zijn en streng alle recipiĂŤnten om te draaien waarin een plasje zou kunnen achterblijven. Ze hebben ook korrels bij zich die ze strooien op plaatsen waar dat toch nog zou kunnen gebeuren. Wat voor goedje dat is weet ik niet. Het verhindert dat de larven van de mug uitkomen, maar voor ons is het niet dodelijk, want wie zijn watertank niet kan afsluiten, moet wat korrels in een doekje aan een dobber in het water hangen. Hoe erg ik het dus ook vind dat ik niet beter gebruik kan maken van de gaven van moeder natuur, ik kan weinig anders doen dan opvangen wat ik dezelfde dag nog kan verbruiken en voor de rest toekijken hoe het water hier bij elk onweer bruisend door de straten stroomt. Lege petflessen schieten vrolijk dobberend voorbij, recht het ravijn in. Iedere knetterende onweersbui heeft op onze stad het effect van een hogedrukreiniger. Alleen, daar beneden in het ravijn komt alles samen in de rivier die even vrolijk voortkolkt en al wat ze niet mee kan voeren achterlaat tegen boomwortels, brugpijlers en andere obstakels. Ook in de keuken peins ik geregeld over water. Hebben wij niet altijd geleerd dat je fruit en groente bij het wassen zo kort mogelijk in water moet laten staan, omdat anders de vitaminen verloren gaan? Hier moet alle fruit en rauwkost minimaal tien minuten in water met ‘druppels’ gezet worden. De druppels

zijn desinfecterend spul, vergelijkbaar met de cloraminetabletjes die de reizigers onder u wel kennen. Alleen smaken die druppels niet vies, wat een hele vooruitgang is, natuurlijk. Maar ik vraag me wel af: als dat waar is van die vitaminen, hoe gezond is mijn ochtendlijke bak fruit of mijn tomatenslaatje dan nog? Eet ik het alleen nog voor de vezels en omdat het lekker is? Dat het kraanwater zelf niet drinkbaar is, is ook een spijtige zaak, maar dat ligt heus niet alleen aan de watermaatschappij. Het water dat hun installaties verlaat, is wel degelijk drinkbaar. Maar het buizenstelsel is zo oud en lek dat wat uit onze kraan komt nog net goed genoeg is om onze tanden te poetsen, ons huishouden te doen en ook om te koken, maar een glaasje water, lekker fris recht van de kraan, dat kan slecht aflopen. Komt daar nog bij dat de watermaatschappij het grootste deel van het jaar maar een paar uur per dag water levert. Daarom hebben de gelukkigen onder ons een eigen voorraad. Ik heb een ondergrondse cisterne waarvan de vorige huiseigenares mij bij benadering niet kon vertellen hoe groot ze is. Die loopt vanzelf vol als de watermaatschappij water levert. Maar daarmee komt er nog geen druppel uit de kraan. Ik heb dus ook een tank van 1200 liter op mijn dak staan die met een automatische pomp met de cisterne verbonden is. Die staat daar lekker een hele dag in het zonnetje (als het schijnt, dus), en de Aedes aegypti kan er dan wel niet aan, maar ik mag er niet aan denken wat daar allemaal in kan stoeien. Misschien moet ik bij de komende stortbui mijn tandenpoetsbeker toch maar eens op het terras zetten, want wie heeft er het afgelopen decennium nog iets over zure regen gehoord? Ik zie ze trouwens alweer hangen, die volgende bui. 1 september 2010 LOKAAL 21


STEFAN DEWICKERE

ORGANISATIE FINANCIEEL BELEID

Het nieuwe financieel en beleidssysteem  voor lokale besturen: de jaarrekening De nieuwe beleids- en beheersinstrumenten maken een koppeling van inhoud (beleidsdoelstellingen, actieplannen, acties) en financiĂŤn. Die lijn wordt logischerwijze tot en met de jaarrekening doorgetrokken. Voortaan zal die niet alleen maar cijfers bevatten, maar ook de mate van realisatie van het geplande beleid. Jan Leroy

I

n een gemeente of OCMW is er traditioneel meer aandacht voor de bespreking van het budget dan voor de rekening. Met het ontwerpbesluit kan dit veranderen, want de jaarrekening zal meer dan vroeger ook een inhoudelijk document worden. De raad zal er zich op kunnen baseren voor een bespreking van het gevoerde beleid, met een antwoord op de vraag in welke mate de beleidsdoelstellingen uit het meerjarenplan en het budget werden gehaald. Voorts moet eruit blijken hoeveel middelen aan de realisatie van de doelstellingen werden besteed en tot wel22 LOKAAL 1 september 2010

ke financiĂŤle toestand voor het bestuur dat allemaal heeft geleid. Drie delen De jaarrekening heeft drie verplichte onderdelen: de beleidsnota, de financiĂŤle nota en de samenvatting van de algemene rekeningen, met daarnaast een toelichting. De beleidsnota van de jaarrekening maakt de brug met de strategische nota van het meerjarenplan en de beleidsnota van het budget. De term ‘beleidsnota’ is wat ongelukkig voor een document dat vooral te-

rugblikt. De VVSG had daarom ‘beleidsverslag’ voorgesteld, maar dat werd niet aanvaard. De beleidsnota bestaat ook uit drie luiken: de doelstellingenrealisatie, de doelstellingenrekening en de financiĂŤle toestand. In de doelstellingenrealisatie komen de prioritaire beleidsdoelstellingen uit het budget terug. Voor elke beleidsdoelstelling moet worden aangegeven in welke mate het beoogde resultaat of effect werd behaald. Verder is er een beschrijving van de mate van realisatie van de actieplannen en acties, en van de ontvangsten en uitgaven die ermee te maken hebben. In de doelstellingenrekening staat per beleidsdomein een overzicht van de ontvangsten en uitgaven, enerzijds voor de prioritaire beleidsdoelstellingen en anderzijds voor het overige beleid. De financiĂŤle toestand vergelijkt het be-


De raad zal in de toekomst in de jaarrekening een antwoord vinden op de vraag in welke mate de beleidsdoelstellingen uit het meerjarenplan en het budget werden gehaald.

haalde resultaat op kasbasis met het gebudgetteerde cijfer. Hetzelfde gebeurt voor de autofinancieringsmarge, dit is de mate waarin een bestuur erin slaagt uit het verschil tussen exploitatieontvangsten en -uitgaven middelen over te houden om na de betaling van de leninglasten investeringen te kunnen financieren zonder nieuwe leningen af te sluiten. De financiële nota van de jaarrekening bestaat opnieuw uit drie onderdelen: de exploitatierekening, de investeringsrekening en de liquiditeitenrekening. In de exploitatierekening staan per beleidsdomein de ontvangsten en uitgaven op

Strikte koppeling van investeringen aan leningen verdwijnt Vandaag kunnen gemeenten en OCMW’s alleen lenen voor de financiering van de investeringen. Bovendien moeten ze in de buitengewone begroting (gemeenten) of het investeringsbudget (OCMW’s) aangeven voor welke investeringen ze van plan zijn te lenen. Daardoor lenen besturen soms meer dan nodig, of ze doen dat te vroeg, wat uiteraard geld kost. Het ontwerpbesluit verlaat die koppeling. De externe financiering via leningen hangt voortaan af van de thesauriebehoefte van het bestuur. Om te vermijden dat besturen tekorten en dus schulden opbouwen, moet de autofinancieringsmarge aan het einde van de bestuursperiode wel positief zijn. Dat betekent dat het verschil tussen de exploitatieontvangsten en -uitgaven groot genoeg moet zijn om de leninglasten (aflossingen en intresten) te dragen. Voor OCMW’s is die voorwaarde nog strenger geformuleerd. JL

onderdelen: de balans en de staat van opbrengsten en kosten. De balans is uiteraard opgebouwd uit de activa en de passiva. De opbouw verschilt wel van die in de bedrijfsboekhouding. In een onderneming staan de activa ge-

De staat van opbrengsten en kosten komt in de plaats van de resultatenrekening, met naast de opbrengsten en kosten zelf ook het overschot of tekort van het financiële boekjaar. het vlak van de exploitatie. Zijn er intern verzelfstandigde agentschappen (IVA’s), dan gebeurt dat per IVA, voor de rest van de organisatie en voor het bestuur als geheel. De investeringsrekening bevat een overzicht per beleidsdomein van de uitgaven en ontvangsten die gedurende het jaar zijn gebeurd op het vlak van investeringen, desinvesteringen, investeringssubsidies en schenkingen. Voorts bevat de investeringsrekening ook de rekening van elk van de tijdens het boekjaar afgesloten investeringsenveloppen. De liquiditeitenrekening biedt een overzicht van het resultaat op kasbasis. Dat is opgebouwd uit vijf elementen: het resultaat op kasbasis van de exploitatierekening, van de investeringsrekening en van de overige verrichtingen (bijvoorbeeld de financiering met leningen en hun aflossing), het gecumuleerde budgettaire resultaat van het vorige boekjaar en de bestemde gelden. Balans De samenvatting van de algemene rekeningen vloeit voort uit de toepassing van de algemene boekhouding en bevat twee

rangschikt volgens stijgende liquiditeit met de materieel vaste activa helemaal bovenaan. Mede geïnspireerd door de International Public Sector Accounting Standards (IPSAS) is de volgorde hier anders, met eerst de vlottende en pas nadien de vaste activa. Ook bij de verdere indeling van de activa en hun waardering zijn er afwijkingen met het vennootschapsboekhouden. De passiva gebruiken niet langer de termen eigen vermogen en kapitaal. Het

nettoactief wordt de sluitpost tussen de activa en de schulden. Een openbaar bestuur heeft nu eenmaal geen aandeelhouders die een bepaald kapitaal inbrengen. Ook andere passiefonderdelen krijgen op basis van de IPSAS een wat andere invulling. De term resultatenrekening, die te veel de nadruk legt op de behaalde resultaten, verdwijnt. De staat van opbrengsten en kosten komt in de plaats, met naast de opbrengsten en kosten zelf ook het overschot of tekort van het financiële boekjaar. Net als in de balans komt er bij de kosten en opbrengsten een onderscheid tussen ruiltransacties (met een financiële tegenprestatie voor een geleverde of ontvangen dienst) en niet-ruiltransacties (Gemeentefonds, fiscale opbrengsten…). Toelichting Bij elk van de beleidsrapporten (meerjarenplan, budget, jaarrekening) hoort ook een toelichting, maar alleen voor de toelichting bij de jaarrekening vermeldt het besluit een aantal verplichte elementen. Het gaat dan over zaken zoals de niet-opgevraagde bedragen van partici-

Twintig besturen pionieren met beleids- en beheerscyclus Nog voor de definitieve goedkeuring van het besluit over de beleids- en beheerscyclus op 25 juni 2010, toonden 45 besturen zich bereid om al vanaf 2011 met de nieuwe regels van start te gaan. Van die 45 kandidaten heeft minister Bourgeois er twintig geselecteerd. Daarbij werd gestreefd naar een evenwichtige verdeling over gemeenten en OCMW’s, over de diverse grootteklassen en over de verschillende softwarehuizen. Dat leidde tot de selectie van de gemeente en het OCMW in Antwerpen, De Pinte, Dilbeek, Overpelt en Zoersel, de OCMW’s van Boutersem, Opwijk en Zwevegem en de gemeentebesturen van Aalst, Geel, Hemiksem, Mol, Oostrozebeke, Poperinge en Vilvoorde. Het is de bedoeling dat de Vlaamse overheid die besturen nu intensief gaat begeleiden. In het najaar komt er een nieuwe oproep voor gemeenten en OCMW’s die zouden willen starten in 2012. Tot nu toe staat de veralgemeende inwerkingtreding van de beleids- en beheerscyclus gepland voor 2014, de start van de planningsperiode die samenhangt met de volgende lokale legislatuur. JL

1 september 2010 LOKAAL 23


ORGANISATIE FINANCIEEL BELEID

paties door het bestuur, de kosten voor onderzoek en ontwikkeling, de waarderingsregels, relevante gebeurtenissen na balansdatum en de verantwoording van herwaarderingen. Niets belet het bestuur de toelichting te verrijken met andere relevante informatie voor de raadsleden. Besluit Met deze reeks bijdragen in Lokaal hebben we geprobeerd een overzicht te bieden van de belangrijkste elementen van de nieuwe beleids- en beheersinstrumenten voor lokale besturen. Die bevatten een zeer uitgebreid potentieel aan mogelijkheden om op een moderne manier met de beleidsvoering en de financiën in de gemeenten en OCMW’s om te gaan. Het zal er nu op aan komen om die middelen ook effectief in te zetten. Daarvoor is natuurlijk in de

eerste plaats tijd nodig, en de bereidheid om het besluit in al zijn mogelijkheden te leren kennen. Maar we rekenen er ook op dat de Vlaamse overheid de komende maanden en jaren alle zeilen bijzet om dit besluit bij de gemeenten en OCMW’s ‘verkocht’ te krijgen. Dat kan door vorming en opleidingen, door het aanbieden van allerlei vormen van ondersteuning, maar ook door nu echt werk te maken van de afschaffing van de sectorale planlasten. Die worden

bij een goede toepassing van de nieuwe beleids- en beheersregels immers totaal overbodig. Jan Leroy is VVSG-stafmedewerker gemeente- en OCMW-financiën In de vorige nummers van Lokaal verschenen al artikelen over de uitgangspunten van de nieuwe beleids- en beheerscyclus (Lokaal 10), over de planning en het budget (Lokaal 11) en over de boekhouding (Lokaal 12).

Meer informatie Alle ontwerpteksten en een reeks bijkomende documentatie zijn beschikbaar op www.binnenland.vlaanderen.be, knop Financiën, Beleids- en beheerscyclus Voor meer achtergrond kunt u een abonnement nemen op Lokaal Financieel Management, een VVSG-Politeia-uitgave (www.politeia.be)

ADVERTENTIE

Gedeelde kennis is dubbele kennis De beste manier om kennis te vergroten, is ze te delen met anderen. Daarom is ons kantoor georganiseerd in vakgroepen die elkaar overlappen. Resultaat: een vruchtbare kruisbestuiving die de kennis van onze advocaten telkens weer verruimt. En dat komt elke cliënt ten goede. Wilt u meer weten over onze aanpak? Neem eens een kijkje op onze website, of bel ons voor een afspraak.

Mechelsesteenweg 27 2018 Antwerpen parking | Hemelstraat telefoon | + 32 3 232 50 60 fax | + 32 3 232 30 50 www.gsj.be e-mail | info@gsj.be

24 LOKAAL 1 september 2010


11:57 11:58 11:59 12:00

Communiceren in goede tijden… en in slechte tijden Als communicatieverantwoordelijke heeft u niet altijd goed nieuws te melden. Wanneer uw instelling zich plots in een crisissituatie bevindt zal u de daaropvolgende storm ingejaagd worden. Hoe u in deze chaotische periode uw communicatie gestructureerd aanpakt, leert u allemaal (en nog veel meer) in de nieuwe aflevering van het handboek “Communicatiemanagement voor openbare besturen”.

Duidelijk communiceren tijdens een crisis In het hoofdstuk rond crisiscommunicatie vindt u een inspirerend voorbeeld van een draaiboek voor communicatie bij rampen dat de stad Antwerpen heeft uitgewerkt. Dit inspirerende voorbeeld geeft een blik op de externe communicatie van de stad bij een ramp en de daaropvolgende afkondiging van een fase van het nood- en interventieplan. Het draaiboek geeft een goed overzicht van alle aspecten waar een communicatieverantwoordelijke aan moet denken in geval van crisissen.

Een gepaste toespraak geven Zowel bij goed nieuws als bij slecht nieuws hoort vaak een toespraak. Maar wist u dat toehoorders in het algemeen slechts 20 minuten hun aandacht bij een toespraak houden? Een gouden regel bij het schrijven van een toespraak is dan ook dat ze simpel, direct en kort moet zijn. In de nieuwste aflevering van het handboek Communicatiemanagement leert u deze en andere regels van het ‘luidop schrijven’.

Handige checklists helpen u om uw publiek te analyseren, een optimale briefing te maken en zo de boodschap helder over te brengen.

Word communicatiespecialist Het losbladige werk Communicatiemanagement voor openbare besturen is een praktische tweedelige gids voor al wie in aanraking komt met een of ander aspect van communicatie. Het boek gaat in op de diverse aspecten van communicatie en geeft u een zo compleet mogelijk antwoord op al uw vragen. Bij het boek hoort een cd-rom met daarop de relevante wet- en regelgeving, gebruiksklare modellen en handige software, om bijvoorbeeld zelf uw nieuwsbrief te maken.

Over de auteur Auteur Prof. Jos Huypens heeft zijn eigen communicatieadviesbureau Communicado Int. en is hoofddocent communicatiewetenschap aan de UA.

Bestelkaart Politeia // Ravensteingalerij 28 // 1000 Brussel // Fax: 02 289 26 19 // Tel: 02 289 26 10. Of bestel via www.politeia.be // e-mail: info@politeia.be

Ja, ik bestel ........

ex. van COMMUNICATIEMANAGEMENT VOOR OPENBARE BESTUREN Mijn bestuur is lid van de VVSG dus ik betaal 79 euro per uitgave*. Ik behoor niet tot een organisatie die lid is van de VVSG dus ik betaal 99 euro per uitgave*. Ik wens de Politeia-nieuwsbrief per e-mail te ontvangen.

Bestuur/Organisatie: ........................................................................................................................... Naam: ................................................................................................................................................. Functie: ............................................................................................................................................... E-mail: ................................................................................................................................................. Tel.: ..................................................................................................................................................... Adres: ................................................................................................................................................. BTW: ...................................................................................................................................................

Datum en handtekening

* Prijzen inclusief btw, exclusief verzendingsksoten, geldig tot 30 september 2010. Losbladige publicatie met abonnement: aanvullingen worden u automatisch toegestuurd tegen Ð 0,49 per blz., cd-updates tegen Ð 29 per stuk en dit tot schriftelijke wederopzegging. Kijk steeds op www.politeia.be voor actuele prijzen.Uw gegevens worden door ons in een bestand bijgehouden en niet aan derden doorgegeven. Overeenkomstig de wet op de privacy heeft u inzage- en correctierecht.


imagedesk.be / joost de bock

FORUM CRISISCOMMUNICATIE

‘Burgemeester, zeg wat u weet, weet wat u zegt.’ Crisissen komen voor. De steekpartij in een kinderdagverblijf te Dendermonde, de rusthuisbrand te Melle, de treinramp te Buizingen (Halle), de gasexplosie te Luik, het broomincident te Antwerpen, de zware bedrijfsbrand te Niel‌ een ramp kan  in elke gemeente toeslaan en altijd staat de burgemeester midden in de mediastorm. Kris Versaen

G

elukkig zijn grote crisissen uitzonderlijk, maar daardoor zijn burgemeesters niet altijd voorbereid op al wat er in zo’n geval moet gebeuren. Om de functie van de burgemeester te vervullen en overeind te blijven in de mediastorm is een strategische toepassing van crisiscommunicatie onontbeerlijk. De communicatieambtenaar kan als vertegenwoordiger van discipline 5 (na de disciplines brandweer, medische hulpverlening, politie en logistieke steun) een communicatieplan opmaken. Maar daarmee is de kous niet af. Er moet ook geoefend worden en dit geldt niet alleen voor de betrokken medewerkers maar vooral ook voor de burgemeester. Je kunt ook werken aan vaardigheden en inzichten. Daarom organiseert de VVSG in het najaar een opleiding inzake crisiscommunicatie voor burgemeesters. Wijze lessen Handboeken over crisiscommunicatie bevatten altijd ‘wijze’ lessen zoals: wek vertrouwen, zit er bovenop, toon leiderschap, 26 LOKAAL 1 september 2010

wees burgervader (en dus boegbeeld, manager, verbinder en bestuurder), toon betrokkenheid, wees een kristallisatiepunt, personifieer vertrouwen, blijf authentiek, beweeg naturel, stuur aan op intuĂŻtie (ofwel de som van kennis, inzicht, invoelingsvermogen, ervaring) en bestuurlijke afwegingen (niet op draaiboeken), vertrouw op deskundigheid. Burgemeester van Dendermonde Piet Buyse beschrijft zijn rol ten tijde van de steekpartij in het kinderdagverblijf Fabeltjesland als volgt: ‘Toon medeleven en empathie, breng rust in de chaos, verbind de hulpdiensten, wees communicator en burgervader, maar blijf vooral jezelf.’ Een crisis is niet noodzakelijk de ramp met minstens honderd doden en zware materiĂŤle schade. Onderzoek door het Nederlands Genootschap voor Burgemeesters heeft uitgewezen dat het merendeel van de crisissen van het kaliber ‘maatschappelijke onrust’ zijn. Dit zijn operationeel gezien geen complexe zaken maar wel gebeurtenissen waarbij de samenleving emotioneel


Piet Buyse: ‘De druk vanuit de nationale pers is veel groter. We hebben ook zeer veel inspanningen moeten doen om de privacy van de betrokken families te garanderen.’

geraakt is. Van zinloos geweld en familiedrama’s tot een korte fatale brand. Zaken zoals de kindermoord door een chiroleidster te Kessel-Lo of de moord op Annick Van Uytsel kunnen lokaal sterke emotionele reacties teweegbrengen. Het belang van communicatie Zowel Piet Buyse als Dirk Pieters, burgemeester van Halle, getuigen dat de crisis in hun gemeente aantoont dat het elke stad of gemeente kan overkomen. Dirk Pieters concludeert uit zijn ervaring met de treinramp van Buizingen: ‘Noodplanning is voor mij geen theoretische oefening meer.’ En Piet Buyse zegt: ‘Beschouw de noodplanning als een verzekering.’ Communicatie wordt in de noodplanning nog steeds een beetje onderschat. Toch is het een wezenlijk deel van de aanpak van een crisis. Daar zijn praktische redenen voor – al was het maar dat de hulpdiensten geen belemmeringen zouden ondervinden – maar ook ethische redenen: de burger heeft recht op informatie, op geruststelling of zo nodig op een waarschuwing. Communicatie draait niet alleen rond feiten, maar heeft ook alles met emoties te maken. De feiten zijn de maatregelen die getroffen worden om de crisis te beheersen. Qua emotie biedt de burgemeester een luisterend oor, hij geeft leiding aan een geschokte samenleving en toont begrip voor de angsten. Hier speelt hij de rol van burgervader. De verhouding tussen deze twee is afhankelijk van de aard van de crisis. Volgens burgemeester Piet Buyse moet je de juiste toon vinden. ‘Je boodschap moet er een zijn van medeleven en verdriet. Maar je moet ook het goede benadrukken, zoals de werking van de hulpdiensten. De burger verwacht hulp van de overheid. Daarom moet je zeggen: “U kunt op ons rekenen.�’ De samenleving stelt ook steeds hogere eisen aan de overheid wat de informatievoorziening betreft en het is een uitdaging om alle belanghebbenden op de juiste wijze en tijdig te informeren. Pers Burgemeesters hebben doorgaans veel ervaring met de pers en sommigen hebben mediatraining gekregen. Toch is er een groot verschil tussen gewone media-aandacht in het kader van lokale dossiers en crisiscommunicatie. ‘Ik zal u over vijf minuten terugbellen’ of ‘geen commentaar’ zet ten tijde van crisissen weinig zoden aan de dijk. Er zijn ook wezenlijke verschillen met de gewone dagelijkse perscontacten. Nationale en internationale media werken volgens andere wetmatigheden. Bovendien bent u vooral vertrouwd met de lokale pers, terwijl de nationale media agressiever zijn, zij hebben een grotere tijdsdruk en willen op zeer korte tijd bediend worden. Er is geen ruimte voor fouten. Burgemeester Piet Buyse heeft dit aan den lijve mogen ondervinden: ‘De druk vanuit de nationale pers is veel groter. We hebben ook zeer veel inspanningen moeten doen om de privacy van de betrokken families te garanderen.’ Volgens burgemeester Dirk Pieters is er vooral een verschil tussen emotionele en informatieve pers. Houd er ook rekening mee dat er zeer veel internationale pers in Brussel zit. Wanneer er een ramp uitbreekt, bestaat dan ook

het risico dat u tijdens een persconferentie vragen in allerhande talen krijgt. Communicatieplan De wetgeving op de noodplanning biedt elk lokaal bestuur een canvas om zich zo goed mogelijk voor te bereiden aan de hand van diverse noodplannen. Communicatie wordt verzorgd door de zogenaamde discipline 5. Het verschil met de andere disciplines zoals brandweer en politie is dat deze niet kan terugvallen op vastomlijnde structuren die dagelijks bezig zijn met crisiscommunicatie. Dikwijls stelt de communicatieambtenaar een communicatieplan op met de opdrachten van discipline 5, de samenstelling en de taakverdeling. Maar tezelfdertijd moet diezelfde ambtenaar zich ook bezig houden met de persopvang, een regeling voor een informatienummer, de manier van alarmering‌

‘Ik zal u over vijf minuten terugbellen’ of ‘geen commentaar’ zet ten tijde van crisissen  weinig zoden aan de dijk. Tijdens een crisis wordt de burgemeester overstelpt door oproepen op zijn gsm van inwoners, hulpdiensten en pers. ‘Door de constante stroom van telefoontjes was ik niet meer bereikbaar voor de hulpdiensten waardoor ik belangrijke informatie dreigde te missen,’ zegt Dirk Pieters. Zowel Pieters als Buyse adviseert andere burgemeesters dat iemand naast henzelf de perscontacten behandelt, zodat de lijn van de burgemeester vrij blijft voor de belangrijke oproepen. Ook moet tevoren worden afgesproken hoe de informatiedoorstroming en -afstemming verloopt wanneer de ramp van een gemeentelijke naar een provinciale fase opgeschaald wordt. Zo werd in Buizingen in afwachting van het opzetten van het provinciaal crisiscomitĂŠ het gemeentelijk crisiscomitĂŠ (GCC) opgezet. Naderhand bleek het zeer moeilijk om de communicatieactiviteiten van het GCC stil te leggen. Hiervoor zijn duidelijke afspraken nodig. Een ander belangrijk punt is de interne communicatie. Tijdens een crisis worden alle gemeentediensten opgebeld door mensen die op zoek zijn naar informatie. Al het gemeentepersoneel moet dus alle juiste informatie krijgen. Zowel in Dendermonde als in Buizingen werden de gemeentediensten overspoeld door verontruste familieleden. Volgens Dirk Pieters merk je wel een verschuiving in de aard van de telefoontjes: ‘Eerst krijg je verontruste familieleden maar ook kennissen aan de lijn, later worden dat mensen die praktische vragen stellen over de dienstenrichtlijnen van de treinen, en dit nog dagen na de crisis.’ In het geval van Buizingen hield de gemeentelijke communicatiedienst het personeel constant op de hoogte. Dirk Pieters: ‘Het was een groot voordeel dat het GCC en de communicatiedienst vlak bij elkaar lagen.’ Nog belangrijker is dat de communicatie het latere gerechtelijke onderzoek niet mag belemmeren. In Buizingen had de lokale politie hierover al richtlijnen opgenomen in het Algemeen Nood- en Interventieplan. In Dendermonde werden ter plaatse afspraken gemaakt met de aanwezige procureur. 1 september 2010 LOKAAL 27


FORUM CRISISCOMMUNICATIE

De Pinte, 29 september I Leuven, 6 oktober Opleiding in crisiscommunicatie Een crisis is per definitie een onverwachte gebeurtenis. Maar u kunt u er wel op voorbereiden. Communicatieplannen en rampoefeningen organiseren is niet genoeg. Er moet ook gewerkt worden aan de vaardigheden. Beleidsmakers kunnen zich tegen mediabranden leren verdedigen. Daarom organiseert de VVSG in het najaar twee studiedagen over crisiscommunicatie, exclusief voor burgemeesters. Tijdens deze studiedagen worden eerst uit een concrete situatie lessen voor burgemeesters getrokken. Daarna krijgen de burgemeesters een introductie in crisiscommunicatie door communicatiebureau Johan Op de Beeck & Partners. Het is vooral de bedoeling de burgemeesters kennis te laten maken met crisiscommunicatie en ervaringen te laten delen met collega’s. De geïnteresseerde burgemeesters kunnen daarna doorstromen naar een doorgedreven opleiding van één dag, verzorgd door Johan Op de Beeck, aan een voordelig tarief. Gemeentehuis De Pinte, woensdagnamiddag 29 september, case steekpartij Dendermonde I Provinciehuis Leuven, woensdagnamiddag 6 oktober, case treinramp Buizingen www.vvsg.be

Volgens burgemeester Buyse is correcte communicatie alleen mogelijk door kennis van het terrein en de juiste contacten. Hiervoor hebt u een duidelijk communicatieplan nodig. Maar ook belangrijk is de aanwezigheid van de burgemeester in de veiligheidscel. Ken elkaar, dan weet je ook wat je aan elkaar hebt. Communicatie is een aspect dat vaak vergeten wordt tijdens rampenoefeningen. Toch geldt ook hier oefenen, oefenen, oefenen. Meester van je boodschap Het probleem is dat elke crisis anders is en improvisatie zal vragen. Er zullen steeds factoren onbekend zijn, onduidelijkheden, tijdsdruk, stress… De burgemeester zal niet over alle feiten beschikken. Tijdens de communicatie zullen de gebeurtenissen elkaar snel opvolgen. Het is een mallemolen van feiten, fictie, geruchten, beelden, statements en belangen. Journalisten zullen voortdurend op zoek gaan naar nieuws en daar alle mogelijke kanalen voor inzetten. Het internet zal bol staan van reacties, zogenaamde feiten over en foto’s van de ramp. Regelmatige persconferenties zijn dan een mogelijke oplossing, want hierdoor vermijdt u dat journalisten slachtoffers of hulpverleners lastig vallen. Piet Buyse: ‘Het beste is zoveel mogelijk te communiceren. Geef korte nieuwsberichten. Je

ADVERTENTIE

STRAAT-LEDVERLICHTING OP ZONNE-ENERGIE Onze led verlichtingen werken volledig autonoom. Zij zijn op een eenvoudige manier te monteren en hoeven verder geen enkel onderhoud. Door hun compacte en sterke constructies zijn ze bestand tegen de zwaarste lasten. Overdag laden ze op dankzij hun hoog efficiënte zonnecel en ’s nachts wanneer het donker wordt, schakelen de pinker ledjes aan. Zij hebben een autonomie van 10 uur en werken onder bewolking en regenachtige dagen gedurende 4 dagen. Zij bestaan uit 3 standaard kleuren, wit, rood en geel.

MEER INFO? A-VECO_186x130 LOKAAL.indd 1

28 LOKAAL 1 september 2010

• Ideaal voor onverlichte en levensgevaarlijke oversteekplaatsen. • Geen kostbare stroomvoorzieningen, werkt volledig autonoom. • Eenvoudig te monteren, zowel ingebouwd als opgebouwd op het wegdek. Door gebruik te maken van de speciaal ontworpen verankeringen kunnen de studs niet meer verwijderd worden en zijn ze ‘diefstal’ veilig. Werken ook onder de straatlichten.

info@a-veco.be / tel. 015 51 11 90 30/07/10 11:30


LOKALE RAAD moet het persmonster voeden.’ Het is ook makkelijker om de communicatie te stroomlijnen. De impact van dergelijke persconferenties mag echter niet onderschat worden. Niet alleen vanwege de hoeveelheid pers en camera’s maar ook vanwege de boodschap die u moet brengen.

Stel naast de burgemeester een persoon ter beschikking die de perscontacten behandelt, zodat de lijn van de burgemeester vrij blijft  voor de belangrijke oproepen. Volgens de literatuur is het een illusie te denken dat de burgemeester beter niets kan zeggen, omdat hij dan ook niets fout kan zeggen. Of dat hij beter niets kan zeggen, zolang hij geen honderd procent zekerheid heeft over de ontstane situatie. Iedereen heeft de slachtoffers allang op televisie en internet gezien. De kijker of luisteraar geeft aan de mededeling van de verslaggever dat er nog geen commentaar van de autoriteiten is zo zijn eigen betekenis. Een afwezige overheid wordt zelden positief beoordeeld. Zonder iets te zeggen staat de overheid al 1-0 achter. Toch wordt deze mening niet gedeeld door burgemeester Buyse: ‘Zoveel mogelijk communiceren, ja, maar pas als er zekerheid is over de cijfers.’ We leven in een multimediale samenleving waarbij burgers kunnen putten uit heel veel informatiebronnen. De overheid is haar monopolie op de crisiscommunicatie al lang kwijt. Als de overheid niet communiceert, doet een ander dit wel in haar plaats. Dit kan gevolgen hebben voor de rol van de burgemeester: van brenger van nieuws wordt de burgemeester vooral diegene die de crisis duidt en bevestigt dat het nieuws klopt. Ook hier gelden de klassieke lessen. Iedereen moet uit dezelfde mond spreken. Pas op met ‘genuanceerde cijfers’ omdat de nuance in de maalstroom van informatie verloren dreigt te gaan. Wanneer ĂŠĂŠn partij met schattingen afkomt en de andere enkel bevestigde cijfers geeft, is het risico groot dat de nuance verloren gaat. Zodra er foute informatie verspreid is, blijkt het zeer moeilijk die te corrigeren. Laat tijdens de persconferentie duidelijk merken dat u als overheid de crisis aankunt. Zorg dat de vertegenwoordigers van de betrokken discipline mee aan tafel zitten. Wanneer u het niet weet, mag u dit ook perfect toegeven. De pers accepteert dit, zeker als u op de persconferentie zelf aankondigt dat er later op de dag een nieuwe persconferentie komt. Betrouwbare informatie en absolute eerlijkheid over wat u wel en nog niet weet, is essentieel. Burgers willen eenvoudige, duidelijke en makkelijk toegankelijke informatie over de feiten en over wat zij moeten doen.

Kris Versaen is VVSG-stafmedewerker civiele veiligheid

?

Heb ik als werknemer in de privĂŠsector recht op politiek verlof? (1)

!

Werknemers in de privĂŠsector die een politiek mandaat uitoefenen, kunnen hiervoor bij hun werkgever politiek verlof aanvragen. Dit politiek verlof verschilt echter sterk met dat van de overheid of het onderwijs en het heeft nog specifieke weerhaakjes. In de wet van 19 juli 1976 en in een vijftal uitvoeringsbesluiten worden alle regels over politiek verlof in de privĂŠsector opgesomd. De belangrijkste daarvan is ongetwijfeld dat politiek verlof een recht is. Een werknemer die politiek verlof neemt, heeft uiteraard de plicht om dit verlof op te nemen zoals het bedoeld is: voor de uitoefening van zijn mandaat. Dat houdt in dat hij het kan besteden aan de voorbereiding van vergaderingen, aan de vergaderingen zelf, aan plaatsbezoeken of vorming. Het is dus niet zomaar extra vakantie. De werkgever kan dan ook bewijsstukken vragen om na te gaan of het verlof voor politieke doeleinden werd gebruikt, zoals de aanwezigheid op een gemeenteraadszitting.

Ontslagbescherming Een vaak vergeten aspect van het politiek verlof is de ontslagbescherming voor kandidaten voor een lokaal mandaat. Dit moet ruim geïnterpreteerd worden. Niet louter voor wie opkomt bij de gemeenteraadsverkiezingen dus, maar ook voor pakweg kandidaat-burgemeesters of kandidaat-OCMWraadsleden. Deze personen kunnen hun werkgever per aangetekende brief meedelen dat zij zullen opkomen voor een verkiezing. Ze moeten dit in de loop van de zes maanden vóór de verkiezingen doen. Vanaf de ontvangst van die brief door de werkgever is de werknemer beschermd tegen ontslag om politieke redenen, op straffe van ontslagvergoeding (zes maanden brutoloon). Komt de betrokkene werkelijk op de kandidatenlijst voor, dan geldt de bescherming tot drie maanden na de verkiezing. Wordt hij verkozen, dan wordt dit tot zes maanden na afloop van het mandaat. Uitvoerende mandatarissen Voor burgemeesters, schepenen,

OCMW-voorzitters, leden van het districtscollege of voorzitters van de districtsraad is de regeling vervolgens eenvoudig. Zij hebben allemaal recht op maximaal twee dagen politiek verlof per week, ofwel op een voltijdse schorsing van hun arbeidsovereenkomst (in periodes van minimaal twaalf maanden of voor de volledige duur van het mandaat). Dit politiek verlof is niet betaald. Bovendien zijn de dagen waarop men niet werkt in principe ook niet gelijkgesteld voor de sociale zekerheid (pensioen, opbouw anciĂŤnniteit of vakantiedagen). Raadpleeg hierover de personeelsdienst of het sociaal secretariaat van de werkgever.

Raadsleden Voor gemeente- en OCMW-raadsleden ligt het verlof op een halve dag per maand in een gemeente met minder dan 10.000 inwoners, en op ĂŠĂŠn dag per maand in een gemeente met 10.000 inwoners of meer. Leden van het vast bureau van het OCMW (de voorzitter uitgezonderd) hebben meer politiek verlof (minder dan 10.000 inwoners: ĂŠĂŠn dag; 10.000 tot 50.000 inwoners: twee dagen; meer dan 50.000 inwoners: tweeĂŤnhalf dagen). Districtsraadsleden hebben standaard ĂŠĂŠn dag per maand politiek verlof. Deeltijds of voltijds werken maakt daarbij geen verschil. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen gewone raadsleden, voorzitters van een commissie of een AGB, of fractieleiders. Vaak is het politiek verlof dus alleen een nuttige aanvulling op de investering in de vrije tijd. Wet van 19 juli 1976 tot instelling van een verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat. Inforumnummer 23211. Zie ook de uitvoeringsbesluiten: KB van 28 december 1976, KB van 22 februari 1977 en KB van 5 april 2001. Inforumnummers 23.283, 23.247 en 169.363 Stel uw vraag over het statuut van de mandataris aan david.vanholsbeeck@vvsg.be

1 september 2010 LOKAAL 29


DE RAAD van wortegem-petegem

Het kistje van de secretaris Enkele decennia geleden was het nog gegarandeerd  hommeles op de maandelijkse gemeenteraadszitting van Wortegem-Petegem, maar nu verloopt de vergadering een stuk beschaafder. De laatste zitting voor het zomerreces was daar geen uitzondering op. Alleen de individuele behandelingsinstallaties van afvalwater veroorzaakten  enige deining.

H

alf acht. De raadzaal van Wortegem-Petegem is nog leeg, op ĂŠĂŠn man na. Op een stoel in een hoekje zit hoofdinspecteur Geert Cabbeke, in politie-uniform. Hij komt altijd naar de gemeenteraad, om de orde te handhaven. Verwacht hij dan problemen vanavond? ‘Neen, de gemeenteraad verloopt doorgaans zeer rustig.’ ‘Dat is vroeger wel eens anders geweest,’ zegt gemeentesecretaris Kateleen Van Houtte die binnenstapt met een houten kistje onder de arm. ‘Twintig jaar geleden ging het er hier hard aan toe. Nu niet meer. Zelfs toen de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 moesten worden overgedaan, bleef het kalm in de raad.’ Stemming in karton Maar wat is dat houten kistje? Het heeft een gleuf bovenaan. De gemeentekas? De werkelijkheid is een stuk prozaĂŻscher. De inhoud bestaat uit een reeks potloden en extra batterijen – een gemeentesecretaris moet voorbereid zijn op een geheime

30 LOKAAL 1 september 2010


STEFAN DEWICKERE

stemming én op het uitvallen van een van de draadloze microfoons. ‘Het kistje,’ zo vertelt ze, ‘heb ik geërfd van mijn voorganger, intussen bijna veertig jaar geleden. Vroeger werd het gebruikt bij geheime stemmingen, vandaar de gleuf om de stembriefjes in te steken.’ Maar het kistje en de opening zijn relatief klein, en dat gaf enkele decennia geleden aanleiding tot controverse in de raad. De stembriefjes konden niet of niet makkelijk in het kistje geschoven worden en het deksel even oplichten om er je briefje in te steken bracht volgens de oppositie het geheim van de stemming in gevaar. Toen bleek dat een gezonde dosis creativiteit ook een gemeentesecretaris te pas komt. ‘Ik heb toen tijdens de zitting in een lege doos van kopieerpapier een gleuf gemaakt en het deksel vastgekleefd zodat de stemming toch kon doorgaan. Diezelfde kartonnen doos heb ik sindsdien op elke gemeenteraad bij me, het houten kistje kreeg een andere functie.’

635 IBA’s Intussen sijpelen de raadsleden een voor een binnen, ook de stoeltjes voor het publiek raken behoorlijk gevuld. De perszitjes blijven leeg. Om acht uur opent gemeenteraadsvoorzitter Willy Dhondt de zitting. De voorspelling van de gemeentesecretaris over een rustige raad lijkt uit te komen. De eerste vier agendapunten worden op een drafje afgewerkt: de notulen van de vorige zitting, twee grondvergunningen voor begraafplaatsen, de jaarrekening 2009 en de budgetten 2010 van de kerkbesturen, en twee beperkte grondinnames voor collector- en rioleringswerken. De zestien aanwezige raadsleden keuren de vier punten unaniem goed. Het volgende punt op de agenda is ‘de collectieve aanpak inzake de individuele behandeling van afvalwaterzuiveringsinstallaties (IBA’s)’. Milieuschepen Nicole Van Der Straeten licht het dossier toe. In de gemeente moeten maar liefst 635 woningen een IBA krijgen. De kostprijs voor de eigenaars van de woningen is niet gering: een eenmalige aansluitingsbijdrage van 1250 euro en jaarlijks 300 euro voor elektriciteit en saneringsbijdrage. Ook de gemeente doet een inspanning. ‘We komen tussen in de studiekosten en in de werken voor de elektriciteitsaansluiting, twee keer voor een maximumbedrag van 500 euro. Dat is een maximale inspanning van 635.000 euro,’ rekent de schepen voor. De oppositie geeft zich niet zomaar gewonnen. Raadslid Daniël Paermentier vraagt zich af hoe het komt dat zoveel woningen een IBA moeten hebben, in andere gemeenten in de regio gaat het telkens om enkele tientallen woningen. Bovendien heeft hij grote vragen bij de effectiviteit van de systemen. Burgemeester Luc Vander Meeren wijst naar het verleden om het hoge aantal IBA’s te verklaren: Wortegem-Petegem heeft in de loop der jaren te weinig geïnvesteerd in zijn rioleringsnet. Raadslid Koen De Cordier vindt het beperken van de gemeentelijke tussenkomst tot twee keer 500 euro geen goed idee. Hij stelt voor het bedrag woning per woning te bekijken om inwoners niet nog meer op kosten te jagen. ‘De rekening is nu al niet mals. Een IBA heeft een levensduur van twintig jaar. De eenmalige en de jaarlijkse kosten voor de inwoner bedragen in die periode samen 7250 euro. De gemeente zet daar niet veel tegenover.’ De burgemeester countert: ‘Stel dat we die 1250 euro zelf betalen, dan hebben we 800.000 euro en dus verhoogde gemeentebelastingen nodig.’ Applaus voor de ontvanger Uiteindelijk wordt het punt van de IBA’s meerderheid tegen oppositie goedgekeurd. Het blijkt het enige ogenblik te zijn waarop de oppositie zich roert. Alle andere agendapunten worden unaniem goedgekeurd. Gemeenteontvanger MarieThérèse Leutenez krijgt zelfs applaus van alle banken na haar toelichting bij de jaarrekening 2009. Dat heeft wellicht ook te maken met de inhoud van haar presentatie. WortegemPetegem staat er financieel goed voor. De inkomsten uit dividenden mogen dan wel gedaald zijn, die uit de aanvullende personenbelasting stegen aanzienlijk dankzij de inwoners van enkele nieuwe woonwijken. De schulden en de leninglast van de gemeente zijn zeer laag. En met dat goede financiële rapport stuurt voorzitter Dhondt de raadsleden op vakantie tot 30 september. BVM

1 september 2010 LOKAAL 31


werkveld Openbare werken en Buurtwerking

Zaaien op beton Over de sterkte van tijdelijke invullingen  bij projecten voor stedelijke vernieuwing Bij stadsvernieuwingsprojecten duurt de opmaak en de uitwerking van plannen  meestal erg lang. De omwonenden moeten dan jarenlang op een stuk braakland of  een armetierig gebouw kijken. Om sluikstorten en vandalisme te voorkomen zetten besturen er dikwijls een schutting rond. Maar waarom niet kiezen voor een tijdelijke invulling van deze ruimte? Els Lecompte

E

en gemeente kan natuurlijk in afwachting van een vernieuwingsproject een tijdelijk parkeerterrein of een voorlopige opslagplaats van materialen voor wegenwerken installeren. Misschien handig, maar niet zo fraai. Er is nog een heel andere vorm van tijdelijke invulling mogelijk: die waarbij de ruimte tijdelijk ter beschikking wordt gesteld van de bewoners. Zij kunnen er dan zelf initiatieven opzetten die het buurtleven ten goede komen. In Gent hebben ze hier al ervaring mee. In de Gentse Rabotwijk ligt er als laatste overblijfsel van een elektronicafabriek een betonnen vloer van anderhalve hectare groot. Binnen het stadsvernieuwingsproject Bruggen naar Rabot zal deze vlakte een invulling krijgen met onder meer woningen en groen. In afwachting daarvan realiseerde het stadsbestuur er echter een tijdelijke invulling: de Site. Dit is een ontmoetingsplek voor de buurt 32 LOKAAL 1 september 2010

met een barbecue, 160 volkstuintjes, een voetbalveld en een kinderboerderij. Een ontmoetingsplek waarvan de uitwerking en het beheer voor een groot deel het werk van de bewoners zelf zijn. In een actief partnerschap met buurtorganisaties die het project initieerden, groeiden deze bewoners in hun rol van participator. Ook het Gentse stadsbestuur leert veel van de Site. Ten eerste is het project een toepassing van de visie op stedelijke vernieuwing. Hier worden ruimtelijke ingrepen uitgewerkt die hand in hand gaan met de sociaal-culturele en economische ontwikkeling van wijken of stadsdelen. Daarnaast is de Site een plaats waar initiatieven zijn gegroeid die later een permanente plek zullen krijgen in de wijk. Tot slot heeft de Site als laboratorium gefungeerd om het concept van tijdelijke invullingen vorm te geven zodat het ook op andere locaties en in andere vormen toepasbaar wordt.

Een belangrijke opmerking vooraf: de gedachte achter tijdelijke invullingen is dat er gewerkt wordt met de mensen en de mogelijkheden ter plaatse en dat er dus geen twee identieke tijdelijke invullingen bestaan. De Site zal dus in deze tekst vooral als voorbeeld van tijdelijke invullingen dienen. Het zal daarbij meteen duidelijk zijn dat de Site ons geleerd heeft dat gelaten wachten op de realisatie van stadsvernieuwingsprojecten niet meer hoeft. Integendeel: het zou jammer zijn als besturen de kans voor tijdelijke invullingen zouden laten liggen. Ruimtelijk, cultureel, economisch De wijk Rabot-Blaisantvest is een van de armste buurten van Gent en van Vlaanderen. Het is een dichtbevolkte buurt met een duidelijk achtergestelde bevolking. De scholingsgraad is er lager dan gemiddeld, er zijn veel werklozen, 43 procent van de bewoners is allochtoon en 25 procent is jonger dan twintig jaar. Bovendien is het woningenbestand in de wijk erg verouderd en is er nauwelijks groen. Ook de mogelijkheden tot ontspanning zijn erg beperkt. Met het stadsvernieuwingsproject Bruggen naar Rabot wil het stadsbestuur deze buurt opwaarderen en ze weer aan-


alle foto’s Stad Gent

De grote betonnen plaat van de voormalige Alcatelfabriek bleek geen kanker, het was een kans om tijdelijk een echte buurtruimte te creëren.

sluiting bij het centrum laten vinden. Enkele realisaties binnen dit stadsvernieuwingsproject zijn ondertussen bijna of helemaal klaar. Bruggen naar Rabot wil de uitstraling van de wijk en het gevoel van eigenwaarde van de bewoners verder verbeteren. Daarvoor is er uiteraard meer nodig dan fraaie woningen en groen. Naast de ruimtelijke ingrepen wil het project daarom – conform de visie op stedelijke vernieuwing – ook het sociaal-

culturele weefsel in de wijk nieuw leven inblazen door de bewoners te stimuleren tot en te ondersteunen bij gemeenschapsvormende activiteiten. Bovendien wil het project binnen de wijk een duurzame economische groei creëren, onder meer door bestaande handelaars te ondersteunen en nieuwe initiatieven met potentieel tot ondernemerschap te stimuleren. Deze drie pijlers, de ruimtelijke, de sociaal-culturele en de sociaal-economische,

zijn de basis voor alle stadsvernieuwingsprojecten in Gent. Deze projecten kunnen alleen slagen als de bewoners zelf hun zeg in de hele vernieuwing hebben. Participatie en betrokkenheid zijn dan ook sleutelwoorden in de hele aanpak. Een van de doelstellingen van het bestuur is immers de lokale democratie te versterken. Om de afstemming en het evenwicht tussen de drie pijlers te verzekeren werd de functie van programmaregisseur in het

ADVERTENTIE

Green Dot 2010: Green Economy in Action Ontdek hoe afval- en grondstoffenbeheer een belangrijke bijdrage leveren tot de noodzakelijke overgang naar een ‘groene economie’, zowel vanuit politiek als bedrijfsoogpunt.

Donderdag 7 & vrijdag 8 oktober 2010 Square–Congrescentrum Brussel • Organisatie: Fost Plus in samenwerking met PRO EUROPE Volledig programma en inschrijven: www.proeurope-congress.com • Deelname gratis

Met:

Thema’s:

• Janez Potočnik, Europees Commissaris voor Leefmilieu

• Een standaard aanpak voor verschillende afvalstromen?

• Joke Schauvliege, Vlaams Minister voor Leefmilieu • Michael Braungart, Bedenker Cradle to Cradle-principe • Jef Colruyt, Voorzitter Colruyt-groep • En vele anderen...

• Hoe het ecologisch gedrag van burgers beïnvloeden? • Multi-stakeholder overleg versus regelgeving • Invloed verpakkingstrends op recyclageketen • Wat kunnen we leren van andere regio’s?

1 september 2010 LOKAAL 33


werkveld Openbare werken en Buurtwerking

Er zijn 160 volkstuintjes, een zandbak, een kinderboerderij, een barbecue, jeugdlokalen, een bar en een voetbalveld op de Site. En volop plaats voor evenementen.

leven geroepen. Die stemt de verschillende projecten in een bepaald stadsdeel op elkaar af, detecteert elke opportuniteit en de leemtes in die projecten en organiseert vanuit een neutrale positie netwerking en overleg tussen interne en externe partners en stedelijke diensten. Participatie en verantwoordelijkheid van bewoners De participatie organiseren is dan weer de taak van de wijkregisseur. Die zet inspraakinitiatieven op en stimuleert de burgers om mee verantwoordelijkheid voor de stad op te nemen. Hiervoor schakelt hij een netwerk in van lokale partners en stedelijke diensten. In het geval van de Site was er bijvoorbeeld een intensieve samenwerking met buurtpartners als Buurtwerk, vzw Jong, OCMW Gent, Samenlevingsopbouw en Rocsa. Daarnaast speelden ook de dienst Kunsten, de dienst Economie, de groendienst en de wegendienst een belangrijke rol bij de realisatie van het project. Tot slot: wijkregisseurs en programmaregisseurs zijn complementair. Vanuit de verschillende initiatieven waarbij hij betrokken is, levert de wijkregisseur immers input die de programmaregisseur verwerkt in de verdere ontwikkeling van de projecten. Beiden maken zij deel uit van de multidisciplinair samengestelde stafdienst Stedelijke Vernieuwing en Gebiedsgerichte Werking. De Site: een kans, geen kanker De wijkregisseurs zijn vanuit hun contacten met de buurt, met partners en met stedelijke diensten het best geplaatst om kansen in hun wijk te detecteren. Het is dan ook geen toeval dat het de wijkregisseur van Rabot was die in de grote betonnen plaat van de voormalige Alcatelfabriek een kans zag en geen kanker. Een kans om – al was het maar tijdelijk – een 34 LOKAAL 1 september 2010

echte buurtruimte te creëren. Een kans ook om via de Site in dialoog te kunnen treden met anders moeilijk bereikbare doelgroepen en met hen na te denken over de toekomst van de buurt en de impact die zijzelf daarop kunnen hebben. Voor de inrichting van de locatie schakelde de wijkregisseur buurtpartners en collega’s uit andere stedelijke diensten in.

de zandbak, de kinderboerderij, de barbecue, de jeugdlokalen, de bar en het voetbalveld. Binnen deze vaste opstellingen werden langetermijninitiatieven opgezet. Zo kregen de hobbytuinders les in tuinieren en werden een drietal voetbalploegen van buurtbewoners begeleid onder peterschap van AA Gent, een ploeg uit de eerste voetbalklasse.

De gedachte achter tijdelijke invullingen is dat er gewerkt wordt met de mensen en de mogelijkheden ter plaatse en dat er dus geen twee identieke tijdelijke invullingen bestaan.

Zo moesten er tonnen zand worden aangevoerd, was er veiligheidsadvies nodig, moesten er kunstgras voor het voetbalterrein en boordstenen voor de tuintjes gevonden worden. Voor het animeren en beheren van de Site vond hij een partner in Rocsa. Dit is een vzw die vanuit een emancipatorische doelstelling cultureel-artistieke projecten opzet op maat van buurten en wijken in Gent, in overleg met enerzijds kunstenaars en anderzijds sociale en culturele partners. Rocsa was een logische partner omdat de organisatie, daarbij financieel gesteund door de dienst Kunsten, op dat moment al een tijdlang actief was in Rabot. Samenlevingsopbouw nam het beheer van de volkstuintjes en de buurtbarbecue op zich. Ook die partner was als begeleider van inspraakmomenten al stevig verankerd in Rabot. Vaste opstellingen Er zijn op de Site een aantal vaste opstellingen waaronder de 160 volkstuintjes,

Naast deze vaste opstellingen is er ook een grote open ruimte beschikbaar voor het organiseren van evenementen: een nieuwjaarsreceptie, filmavonden, vuurfeesten, sinterklaasfeesten of artistieke happenings. Aanvankelijk werden die evenementen vooral door Rocsa zelf bedacht en uitgewerkt. Het was daarbij de bedoeling de bewoners prikkels te geven en hen daardoor zelf ook initiatieven te laten nemen. Dit lukte vrij snel: de bewoners en de buurtpartners kwamen zelf met ideeën en al tijdens het tweede jaar vonden er evenementen plaats waarbij Rocsa of de wijkregisseur organisatorisch nog slechts als klankbord betrokken was. Zo nam een groep allochtone vrouwen de verantwoordelijkheid voor de barbecue op zich. Ondertussen koken zij op allerlei evenementen in de buurt. Er zijn ook plannen om vanuit deze groep binnen een kader van sociale tewerkstelling een cateringdienst of een sociaal restaurant op te zetten. Daarmee is dan meteen de link naar het sociaal-economische luik gelegd.


klare kijk ? Mag een gemeentebestuur aan

een milieuadviesbureau een lijst bezorgen van bedrijven waarvan de milieuvergunning vervalt?

alle foto’s Stad Gent

!

Een heel significant voorbeeld van dit laatste is het bedrijf in opstart Made by Oya, dat vanuit de Site is gegroeid. Het begon met een groep vrouwen die samen kwamen om te handwerken en evolueerde naar een atelier waar met nieuwe technieken werd geëxperimenteerd en waar klassieke handwerktechnieken met modern design worden gecombineerd. Het succes van het atelier opende perspectieven om van Made by Oya een echt bedrijf te maken en zo een aantal deelnemers uit hun werklozenstatuut los te weken en duurzame tewerkstelling te creëren. Tijdelijke invullingen als concept Internationaal zijn er verschillende voorbeelden van geslaagde tijdelijke invullingen, onder meer in Berlijn, Rotterdam en Den Haag. De Site is echter niet de toepassing van een elders of vooraf ontwikkeld concept. Het is wel de inspiratie geweest voor het concept van tijdelijke invullingen als een waardevol instrument in wijkontwikkeling binnen de visie van het Gentse stadsbestuur op stedelijke vernieuwing. De stad Gent wil de experimentele methodiek van de tijdelijke invullingen ook in andere wijken hanteren. Inhou-

delijk zullen deze tijdelijke invullingen ongetwijfeld erg uiteenlopende doelen dienen, zolang ze maar een open en toegankelijk karakter hebben en aan de behoeften van de bewoners en de wijkpartners tegemoetkomen. Zo krijgt het project Assurance Ambiance in het projectgebied Muide/Meulestede/Afrikalaan en Oude Dokken in 2010 vorm. Hier zullen voorlopig braakliggende gronden als achtergrond dienen om de verenigingen en individuele bewoners autonoom eigen netwerken te laten creëren en van daaruit nieuwe initiatieven op te laten zetten. Hier zullen de bewoners vanuit de confrontatie met het verleden van hun buurt nadenken over de toekomst ervan. Ook hier zullen weer bruggen worden gebouwd. Echte en mentale.

Els Lecompte is directeur van de Gentse Dienst Stedelijke Vernieuwing en Gebiedsgerichte Werking

Gent, 24 september: Zaaien op beton Op het namiddagsymposium ‘Zaaien op beton’ op vrijdag 24 september komt u niet alleen meer te weten over tijdelijke invullingen maar kunt u de Site ook van nabij beleven. Vanaf dan is de brochure De Site: zaaien op beton. Over de sterkte van tijdelijke invullingen bij projecten voor stedelijke vernieuwing ook beschikbaar. www.gent.be/tijdelijkeinvullingen www.rocsa.be

Nee, een gemeente mag een milieuadviesbureau niet gratis een lijst geven van bedrijven waarvan de vergunning vervalt, zodat het er zijn commerciële diensten kan aanbieden. Het gemeentebestuur moet duidelijk nagaan waarom inzage in een bestaand of een nog aan te maken bestuursdocument gevraagd wordt. Als de gemeente deze lijst pasklaar heeft liggen, dan moet ze zich afvragen of het adviesbureau recht op inzage in dat document heeft. De verwerking van privacygevoelige informatie zoals contactgegevens van exploitanten of bedrijven valt onder de Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. Zo’n lijst mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor de gemeente hem opgesteld heeft. Aangezien het milieuadviesbureau een ander en zogenaamd commercieel doel heeft, mag het gemeentebestuur het de lijst niet gratis bezorgen. Als de gemeente nog niet over zo’n lijst beschikt, dan vraagt het adviesbureau geen inzage in bestaande documenten. Het adviesbureau vraagt nu naar een nieuwe lijst met contactgegevens van alle bedrijven waarvan de vergunningen binnenkort vervallen. Op basis van deze lijst zal het bureau die bedrijven over zijn commerciële dienstverlening aanschrijven. De overheid is volgens de wet niet verplicht documenten te analyseren en te verwerken. Het milieuadviesbureau kan natuurlijk meer gericht naar welbepaalde bedrijven vragen. Het kan ook alle milieuvergunningen en -meldingen ter plaatse komen inzien (art. 32, § 1 Vlarem I) en dan zelf een adressenlijst opmaken. Anderzijds kan de gemeente toch beslissen deze lijst op te maken. In dit geval past het gemeentebestuur het hergebruik van overheidsinformatie toe. Het onderhandelt dan vooraf met het studiebureau over de prijs van dat opstelwerk en over de voorwaarden voor het gebruik van die informatie of licentie. De privacywetgeving blijft ook hier geldig. Wet 8 december 1992: wet tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens Artikel 20, § 1, eerste alinea decreet 26 maart 2004, Inforumnummer 195710: decreet op de openbaarheid van bestuur Artikel 5 decreet 27 april 2007: Hergebruik van overheidsinformatie, Inforumnummer 223563 Mail uw milieuvragen aan steven.verbanck@vvsg.be.

1 september 2010 LOKAAL 35


Stad Gent

werkveld Millenniumdoelstellingen

De Wachtnacht:  lokale besturen houden de druk mee op de ketel Een hedendaags lokaal bestuur kijkt verder dan de eigen gemeentegrenzen. Niet alleen richting Vlaanderen en BelgiĂŤ, maar ook naar Europa en de wereld. Maar wat kan een lokaal bestuur betekenen in die wereldwijde context en in de bestrijding van armoede op een ander continent? De Millenniumdoelstellingen bieden een houvast.  Christophe Ramont

M

et de start van het nieuwe millennium namen alle lidstaten van de Verenigde Naties het engagement om armoede de wereld uit te helpen, met 2015 als streefdatum. Ondertussen zijn we tien jaar verder en zijn de prognoses over het halen van deze doelstellingen niet altijd even rooskleurig. Maar belofte maakt schuld en dus blijven de Millenniumdoelstellingen een handig instrument om staten en internationale organisaties op hun verantwoordelijkheid te wijzen. De afgelopen jaren werd de druk op de ketel gehouden. Internationaal lanceerde het middenveld allerlei campagnes. Ook in Vlaanderen is sinds 2005 het samenwerkingsverband 2015 De tijd loopt actief. 36 LOKAAL 1 september 2010

Lokale initiatieven Wat kan een lokaal bestuur betekenen in de strijd tegen de wereldwijde armoede? De eigen bevolking sensibiliseren en informeren is een eerste stap: over het bestaan van die Millenniumdoelstellingen, over hoe die gerealiseerd kunnen worden en hoe een individu of een organisatie zijn duit in het zakje kan doen, letterlijk of figuurlijk. Via de eigen communicatiekanalen of voor besturen die wereldfeesten organiseren door de aandacht op deze thema’s te vestigen. Dit hoeft en kan natuurlijk niet permanent maar er zijn ankerpunten die mobiliserend werken. Dit jaar bestaan de Millenniumdoelstellingen tien jaar en in september zullen de Ver-

enigde Naties ze tijdens een bijeenkomst in New York evalueren: een geschikt moment om van de bewoners een inspanning te vragen en vanuit het lokale bestuur druk uit te oefenen op het nationale en internationale niveau. Vele kleine initiatieven brengen ook verandering. Lokale besturen die een budget voor een lokaal Noord-Zuidbeleid vrijgemaakt hebben, hoeven zich niet te beperken tot communicatie. Ze kunnen zelf initiatieven organiseren of de Millenniumdoelstellingen introduceren in hun ondersteuning van verenigingen. Door zelf een activiteit te organiseren kunnen ze inhoudelijk een sterke focus leggen. Een wereldfeest met de doelstellingen als thema kan via verschillende sporen duidelijk maken wat die doelstellingen precies inhouden. Maar ook in de ondersteuning van allerlei acties en verenigingen kunnen de Millenniumdoelstellingen in het achterhoofd gehouden worden. Bij de Music for Life-actie van Studio Brussel in 2009 ondersteunden veel lokale besturen het thema ‘bestrij-


ding van malaria’ dat naadloos aansloot bij Millenniumdoelstelling 6. Het lokale bestuur kan die ondersteuning wel nog meer duiden door de strijd meer in de verf te zetten. Tot slot kan de gemeente samenwerken met een partner in het Zuiden. Door een stedenband kan een lokaal bestuur in het Zuiden zijn structuren verstevigen waardoor het de strijd tegen armoede zelf kan aangaan. Wachtnacht op 11 september in Gent De VN-top in New York is natuurlijk ook een reden voor 2015 De tijd loopt om actie te ondernemen. Sinds enkele maanden loopt de Wacht mee-campagne, want iedereen wacht op de realisatie van de Millenniumdoelstellingen en iedereen wordt dan ook opgeroepen dit duidelijk te maken. De blik wordt daarbij in eerste instantie gericht op de Belgische politici die in hun eigen beleid keuzes kunnen maken maar ook op Europees niveau een vinger in de pap hebben. Dit najaar nog meer dan anders, omdat België voorzitter is van de Eu-

Acht concrete Millenniumdoelstellingen Het is mogelijk om armoede de wereld uit te helpen. In september 2000 bekrachtigden alle 191 lidstaten van de Verenigde Naties de Millenniumverklaring. Deze bundelt afspraken om met alle landen samen tegen 2015 de belangrijkste wereldproblemen aan te pakken. Dit gebeurt aan de hand van acht concrete en meetbare doelstellingen: • Het aantal mensen dat in extreme armoede leeft, is met de helft gedaald ten opzichte van 1990. • Alle kinderen op de wereld volgen basisonderwijs. • Meisjes krijgen dezelfde kansen als jongens, in het basis- en middelbaar onderwijs al in 2005, in 2015 op alle onderwijsniveaus. • Het sterftecijfer van kinderen onder de vijf jaar is met twee derde verminderd ten opzichte van 1990. • De moedersterfte is met driekwart verminderd ten opzichte van 1990. • De verspreiding van HIV/aids, malaria en andere ziektes is gestopt. We beginnen met de terugdringing van deze ziektes. • We voeren overal een milieubeleid gericht op duurzame ontwikkeling. Het aantal mensen zonder toegang tot veilig drinkwater is met de helft verminderd. • Wereldwijd werken landen en instellingen samen aan ontwikkeling, goed bestuur, eerlijke handel, een eerlijk financieel systeem en het schuldenprobleem van ontwikkelingslanden. www.wachtmee.be www.detijdloopt.be dat een duidelijk en krachtig signaal. De Senegalese wereldster Youssou N’Dour

In september zullen de Verenigde Naties de Millenniumdoelstellingen evalueren: een geschikt moment om van de bewoners een inspanning te vragen en vanuit het lokale bestuur druk uit te oefenen op het nationale en internationale niveau. ropese Unie en zijn stem op internationaal niveau luider kan laten klinken. De apotheose van al dat ‘wachten’ vindt plaats op 11 september op het Sint-Pietersplein in Gent: de Wachtnacht. Met een debat, een filmvoorstelling, een fototentoonstelling en vooral heel veel optredens en de opname van een ultiem wachtmoment. Net vóór het vertrek van de Belgische delegatie naar de VN-top is

zorgt samen met een pak andere artiesten voor de sfeer. Alle lokale besturen werden dit voorjaar uitgenodigd om een motie te ondertekenen om zo de campagne te ondersteunen. Ondertussen hebben meer dan 170 besturen dat al gedaan. De burgemeesters en schepenen werden daarop door de stad Gent uitgenodigd om in het kader van de Wachtnacht samen duidelijk te ma-

ken dat lokale besturen de Millenniumdoelstellingen belangrijk vinden en dat ze niet langer willen wachten. Naast de hopelijk hoge opkomst op het Sint-Pietersplein zelf ook een duidelijk en krachtig signaal. Lokale besturen kunnen geen rol van betekenis spelen voor een ander continent? De sensibilisatie van de bevolking speelt een belangrijke rol in het draagvlak dat nodig is om ontwikkelingssamenwerking hoog op de politieke agenda te houden. Lokale besturen kunnen niet wegen op het nationale en internationale beleid? Kom op 11 september naar het Sint-Pietersplein in Gent en merk hoe lokale besturen met vereende krachten druk kunnen uitoefenen. U zult zien dat met de Millenniumdoelstellingen als instrument en als doel internationale doelstellingen ook lokale besturen kunnen beroeren. Christophe Ramont is VVSG-stafmedewerker team internationaal

Uw personeelsadvertentie in Lokaal, VVSG-week én op de VVSG-website Inlevering advertenties voor Lokaal 15 (1 tot 15 oktober 2010): 9 september voor Lokaal 16 (16 tot 31 oktober 2010): 23 september Informatie: Nicole Van Wichelen • T 02-211 55 43 • nicole.vanwichelen@vvsg.be

1 september 2010 LOKAAL 37


Gemeente Boom zoekt

een ploegbaas groendienst statutair – voltijds – D4-D5

Uw functie De ploegbaas staat in voor de ondersteuning van de technisch hoofdmedewerker in administratieve en technische taken. Hij volgt de werken van de medewerkers continu op en stuurt daar waar nodig bij.

Aanwervingsvoorwaarden - houder zijn van het diploma van lager secundair technisch onderwijs of daarmee gelijkgesteld onderwijs - ten minste 3 jaar ervaring hebben als ploegleider - in het bezit zijn van een rijbewijs van ten minste categorie C - slagen voor een vergelijkende selectieprocedure.

Ons aanbod Een boeiende, uitdagende en voltijdse functie, niveau D4-D5 Je geniet van verschillende sociale voordelen zoals maaltijdcheques, hospitalisatieverzekering, fietsvergoeding. Je kan rekenen op loopbaangerichte opleidingen, gunstige vakantieregeling en aangename werksfeer.

Interesse ? Kandidaturen dienen ingediend te worden (met cv, eventueel kopie diploma, kopie rijbewijs, attest ervaring en uittreksel uit het strafregister), gericht aan het College van Burgemeester en Schepenen, Antwerpsestraat 44 – 2850 Boom. We verwachten jouw kandidatuur vóór 30 september 2010. Bijkomende inlichtingen kunnen verkregen worden bij het Gemeentebestuur van Boom, afdeling personeelsdienst, Antwerpsestraat 44, T 03 880 18 22.

Het OCMW MOORSLEDE zoekt een gemotiveerd en enthousiast

Voltijds Diensthoofd Sociale Dienst B4-B5 Als diensthoofd organiseert, coördineert en leidt hij/zij de werking van de sociale dienst. Hij/zij adviseert tevens de secretaris bij de verdere uitbouw van de dienstverlening. Profiel: U bent in het bezit van een diploma van bachelor in het sociaalagogisch werk met de titel van maatschappelijk assistent, of een daarmee gelijkgesteld diploma Of het diploma van bachelor in de verpleegkunde, afstudeerrichting sociale verpleegkunde, of een daarmee gelijkgesteld diploma EN U kunt minimum 4 jaar nuttige beroepsactiviteit aantonen. Aanbod: Een boeiende en afwisselende job in voltijds, statutair dienstverband, een bruto jaarsalaris van minimum € 32.095,44, gratis hospitalisatieverzekering en maaltijdcheques. Er wordt tevens een werfreserve aangelegd voor de duur van 3 jaar waaruit zowel contractuelen, statutairen, voltijdsen als deeltijdsen kunnen geput worden. Interesse? Stuur dan uw sollicitatiebrief met cv en kopij van diploma naar OCMW Moorslede t.a.v. de voorzitter, Marktplaats 18A, 8890 Moorslede vóór 30 september 2010. Het schriftelijk examen grijpt plaats op 9 oktober 2010 in het Cultureel Centrum De Bunder, Iepersestraat 22d, 8890 Moorslede. Het mondeling examen (voor de geslaagden van het schriftelijke) is gepland op 26 oktober 2010. Voor meer informatie in verband met de functiebeschrijving, toelatingsen aanwervingsvoorwaarden alsmede alle nodige inlichtingen, kunt u contact opnemen met OCMW-secretaris Geert Leenknecht, T 051-57 60 74 of via secretaris@ocmwmoorslede.be

Stad met groots karakter De stad Lier, een bruisende stad van 33.000 inwoners, is volop in ontwikkeling. Binnen het stadsbestuur, werkgever van 360 medewerkers, loopt een veranderingsproject om de stadsorganisatie klaar te stomen voor de huidige en toekomstige uitdagingen.

OCMW BALEN

De stad Lier zoekt:

www.lier.be

EEN STADSSECRETARIS

voltijdse mandaatfunctie – decretale graad

Het OCMW van Balen stelt 2 betrekkingen open met een werfreserve voor 1 jaar voor een m/v:

Maatschappelijk werk(st)er Bij de sociale dienst van het OCMW-huis (algemeen maatschappelijk werk en tewerkstelling). Diplomavoorwaarden: maatschappelijk assistent (voltijds, contractueel). Geïnteresseerde kandidaten worden verzocht om hun sollicitatiebrief, vergezeld van een cv en een afschrift van hun diploma, ten laatste op 11/09/2010 (postdatum) toe te sturen aan de voorzitter van het OCMW van Balen, Veststraat 60 in 2490 Balen. Voor meer informatie: personeelsdienst OCMW 014 82 98 20.

38 LOKAAL 1 september 2010

Functie Je gaat de stadsorganisatie managen. Je bent samen met het managementteam, waarvan je voorzitter bent, verantwoordelijk voor de organisatie, coördinatie en leiding van de stadsadministratie. Je coördineert het beleid van de organisatie door dit uit te voeren, op te volgen, bij te sturen en te evalueren. Je geeft leiding aan de departementshoofden. Je vervult een brugfunctie tussen de politieke beleidsvoerders en de administratie. Je realiseert, samen met de financieel beheerder, het financieel management. Profiel Je bent houder van een masterdiploma en je hebt minstens 5 jaar relevante beroepservaring in een leidinggevende functie. Je bent in staat om een visie te ontwikkelen. Je hebt een empathisch vermogen . Je bent actief gericht op het behalen van resultaten en doelstellingen. Je beschikt over de nodige overtuigingskracht. Aanbod De stad biedt je: - een verantwoordelijke en veelzijdige job - minimummaandwedde : € 4403,48 euro - maximummaandwedde : € 6502,91 - mandaattoelage van 5% - maaltijdcheques (€ 6), fietsvergoeding, volledige terugbetaling openbaar vervoer voor woon-werkverkeer, sociale premies, gunstige verlofregeling, gratis hospitalisatieverzekering De stad stimuleert gelijke kansen en diversiteit. Interesse? Je gemotiveerde kandidaatstelling bezorg je samen met het verplicht inschrijvingsformulier, je cv en kopie diploma uiterlijk 15 september 2010 bij het stadsbestuur van Lier, Grote Markt 57, 2500 LIER. De volledige functiebeschrijving kan je bekomen bij de personeelsdienst: tel. 03 8000 320, personeelsdienst@lier.be of op www.lier.be.


wetmatig berichten

Subsidie gemeentelijke milieuhandhaving in aantocht Sinds het Milieuhandhavingsdecreet van 1 mei moet elke gemeente een toezichthouder kunnen inzetten. Ze kan er intern een aanwerven of aanwijzen, maar het mag ook een intergemeentelijke ambtenaar of een ambtenaar uit de politiezone zijn. De toezichthouder hoeft niet voltijds met milieuhandhaving bezig te zijn. Wie op 1 mei 2010 al aangeduid was (oud art. 58, 1° Vlarem I), blijft bevoegd tot 1 mei 2012. Nadien kan hij als milieutoezichthouder aangeduid worden zonder opnieuw de opleiding te moeten volgen. Bij de begrotingscontrole 2010 heeft de Vlaamse regering twee miljoen euro toege-

voegd aan het budget voor het milieuconvenant om een addendum over milieuhandhaving mogelijk te maken. Dit addendum zal pas gelden vanaf 2011. Naast milieuvergunningen en afval wil minister Joke Schauvliege ook rioolaansluitingen, lekkende particuliere stookolietanks en de grondverzetregeling aan een gemeentelijke controle onderwerpen. steven.verbanck@vvsg.be

Schriftelijke vragen nrs. 175 en 213 van Hermes Sanctorum aan minister Joke Schauvliege van 5 en 17 februari 2010: www.vlaamsparlement.be; Inforumnummers 246598 en 246577

Vraag om uitleg van 11 mei 2010 van Marleen Van den Eynde aan minister Joke Schauvliege, Commissie Leefmilieu, Inforumnummer 249327 Toelichting bij de begrotingsaanpassing op 10 mei 2010: via docs.vlaamsparlement.be/docs/stukken, jaar 2009-2010, nr. g17a-2-l Strafrechtspraktijk in verband met milieuvergunningen en afval: zie C. Billiet e.a., ‘Milieurechtshandhaving: een databestand voor onderzoek naar de penale en bestuurlijke sanctioneringspraktijk’, T.M.R., 2009, 128-150, Inforumnummer 238696

Decreet onroerend erfgoed: reacties op conceptnota welkom Vlaams minister Geert Bourgeois wil de wetgeving voor het behoud van onze landschappen, waardevolle gebouwen of archeologische vindplaatsen wijzigen en verbeteren met een decreet onroerend erfgoed. Op 23 juli stelde hij de eerste ideeën in een conceptnota voor in de Vlaamse regering. De conceptnota is geen voorstel tot wettekst, maar een vertrekpunt om het decreet te kunnen maken. Tot 30 september kan iedereen ideeën en meningen inbrengen via de website www.rwo.be, waar ook de conceptnota zelf te lezen is. In oktober worden de reacties gebundeld en anoniem meegedeeld op de website. Waardevolle ideeën en kritische bedenkingen worden verwerkt in het einddocument dat de basis voor het nieuwe decreet onroerend erfgoed zal vormen. Meld uw reactie als gemeente ook aan Hilde Plas: hilde.plas@vvsg.be

www.rwo.be, klik ‘Beleidsinformatie’ en dan ‘Onroerend erfgoed’ Inforumnummer 249272

Gemeentelijk ‘kort advies’ over de sloop van bouwkundig erfgoed

het voorgestelde advies. Op die manier verneemt het Agentschap bepaalde specifieke informatie waarover het waarschijnlijk niet zelf beschikt of kan het de sloopaanvraag adviseren vanuit de gemeentelijke visie op onroerend erfgoed. In het dossier moeten ook meer foto’s aanwezig zijn dan voorheen. xavier.buijs@vvsg.be

daniel geeraerts

Vanaf 14 augustus zijn het Dossiersamenstellingsbesluit en het Adviseringsbesluit gewijzigd. De wijziging houdt in dat bij aanvragen voor de sloop van constructies die voorkomen op de inventaris van het bouwkundig erfgoed, eerst advies moet worden ingewonnen bij het Agentschap Ruimte en Erfgoed. Gemeenten kunnen (maar moeten niet) bij de adviesaanvraag een eigen advies over de sloopaanvraag toevoegen. Het Agentschap kan daarop een ‘kort advies’ geven, door zich akkoord te verklaren met

Wijzigingsbesluit van de Vlaamse Regering van 2 juli 2010, BS van 4 augustus 2010 (2de uitg.), Inforumnummer 249198 1 september 2010 LOKAAL 39


Bij het OCMW van Hasselt staan wij dagelijks paraat om de inwoners van onze stad een optimale maatschappelijke dienstverlening te bieden. Dat lukt enkel, dankzij de inzet van onze 600 medewerkers, die stuk voor stuk staan voor onze kernwaarden professionaliteit, respect, positiviteit, samenwerking en openheid.

schaal BV5 Aanstelling en wervingsreserve in statutair dienstverband Het woonzorgcentrum Zonnestraal biedt een warme en eigentijdse thuis aan 270 zorgbehoevende bejaarden en hun directe omgeving. Om iedere bewoner passende zorg te bieden en kwaliteit van dienstverlening te garanderen, zijn we op zoek naar een gegradueerd verpleegkundige of bachelor in de verpleegkunde met minstens 4 jaar praktijkervaring. Bovendien bezit je een getuigschrift van de kaderopleiding of heb je een licentiaats of masterdiploma in de medisch-sociale wetenschappen of verpleegkunde. Je bent bereid tot het dragen van verantwoordelijkheid over een multidisciplinair zorgteam. Je beschikt over de capaciteit om de werkzaamheden in een woonzorgeenheid te organiseren en te plannen, je stelt hierbij de continuĂŻteit en de kwaliteit van de zorg voorop. Voor meer info over deze over deze functie kan je terecht bij Helga Heusdens, verantwoordelijke zorgbeleid Woonzorg-centrum, T 011-30 87 61, helga.heusdens@ocmwhasselt.be Voel jij je aangesproken om in onze organisatie te komen werken? Aarzel dan niet en neem contact op met de dienst personeelszaken op het nummer 011-30 80 13. Je ontvangt een uitgebreide profielbeschrijving, een inlichtingenbundel en een inschrijvingsformulier. Je kan deze formulieren ook afhalen bij de personeelsdienst van het OCMW, A. Rodenbachstraat 20, 3500 Hasselt, of downloaden via www.ocmwhasselt.be. Je inschrijvingsformulier en de gevraagde documenten dienen ons te bereiken ten laatste op 17 september 2010.

stefan dewickere

Hoofdverpleegkundigen Woonzorgcentrum Zonnestraal

Minder subsidies voor  Sportgemeente van Vlaanderen Om budgettaire reden besloot de Vlaamse regering op 9 juli de subsidie te verminderen die ze via het participatiedecreet (art. 37) aan de ‘Sportgemeente/stad van Vlaanderen’ verleent. De grootte van de gemeente bepaalt voortaan het subsidiebedrag: dat wordt maximaal 75.000 euro voor gemeenten tot 20.000 inwoners, maximaal 100.000 euro voor gemeenten groter dan 20.000 inwoners en kleiner dan 100.000 inwoners, en 200.000 euro voor steden met meer dan 100.000 inwoners. De subsidie wordt zowel toegekend in het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de gemeente de titel draagt, als tijdens het

jaar zelf. De subsidie voor de titel ‘Cultuurgemeente’ blijft behouden op 200.000 euro, zowel in het voorafgaande jaar als tijdens het titeljaar. Via het decreet houdende de aanpassing van de begroting (art. 71-72) is de wijziging van het participatiedecreet op 28 juli in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. hilde.plas@vvsg.be

Decreet van 9 juli 2010 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2010 - Cultuurgemeente en Sportgemeente van Vlaanderen (art. 71 - 72), BS van 28 juli 2010, Inforumnummer 248141.

VVSG tevreden met startnota winkelen Op 23 juli keurde de Vlaamse regering op initiatief van minister-president Kris Peeters de startnota winkelen in Vlaanderen goed. Deze nota vormt de basis voor overleg over een beleid van kernversterking zoals ook afgesproken is in het Vlaamse Regeerakkoord. De VVSG is tevreden dat de nota een belangrijk luik over versterking van de lokale besturen bevat en dat er rekening is gehouden met de verzuchtingen en behoeften van de lokale besturen. Via haar Overlegtafel Economie bracht de VVSG gemeentelijke experts samen, zodat ze een voorafgaande en gecoĂśrdineerde gemeentelijke input aan de Vlaamse regering kon bezorgen. De Vlaamse regering bevestigt in de nota de cruciale rol van steden en gemeenten bij het voeren van een economisch beleid en erkent de inspanningen die hiervoor al gedaan werden: centrummanagement, leegstandsbestrijding en commercieel-strategische plannen. Enkele van de in de nota opgenomen initiatieven zijn: het ontwikkelen van gestructureerde informatie over detailhandel waarop de gemeenten bij het uittekenen van een kernversterkend beleid kunnen terugvallen, een oproep voor gemeenten om een handelspandenfonds op te zetten, ondersteuning bij de opmaak van commercieel-strategische plannen, en een lerend netwerk voor lokale besturen. stefan.thomas@vvsg.be

www.vvsg.be, beleidsthema ‘economie en werk’, economie/detailhandel 40 LOKAAL 1 september 2010


wetmatig berichten

Decreet Grond en Pandenbeleid gewijzigd

De regeling ‘Wonen in eigen streek’ is van toepassing in die gemeenten waar een grote vraag naar woningen is en de bouwgrond duur is. De regeling houdt in dat mensen een band met die betreffende gemeente moeten aantonen alvorens zij een grond of een woning mogen aankopen die zich volgens het gewestplan situeert in ‘woonuitbreidingsgebied’. De regelgeving geldt alleen als de gemeente voorkomt op een door de Vlaamse regering vastgestelde lijst. Het gaat om gemeenten in de rand rond Brussel, de kuststreek, het Gentse en het Antwerpse en in de Kempen op de grens met Nederland. Door de wijziging is de regeling behalve in ‘woonuitbreidingsgebied’ voortaan ook van toepassing in ‘reservegebieden voor woonwijken’ en ‘woonaansnijdingsgebieden’. Overigens heeft maar een heel beperkt aantal gebieden die bestemming. Bij de wijziging van het decreet werd ook verduidelijkt dat de regelgeving niet van toepassing is bij overdrachten van woningen die al voor 22 september 2009 zijn opgericht, ook al liggen ze in een van de bovengenoemde gebieden. Nadat een eerste overdracht heeft

Leegstandsregister liefst voor 31 augustus Sinds het decreet grond- en pandenbeleid zijn de gemeenten weer als enige bevoegd voor de bestrijding van leegstand. Decretaal zijn gemeenten verplicht een leegstandsregister bij te houden. Een leegstandsheffing is dan weer facultatief. In antwoord op een parlementaire vraag van Valerie Taeldeman antwoordde Vlaams minister voor Wonen Freya Van den Bossche dat heel veel gemeenten al bezig zijn met inventariseren. Ze stipte aan dat het logisch is dat gemeenten een decretale verplichting ­– de opmaak van een leegstandsregister – uitvoeren. De decretaal bepaalde deadline van 31 augustus om een inventaris over te maken aan het Agentschap Wonen Vlaanderen is voor de minister echter geen doel op zich. XB Handelingen Plenaire Vergadering van 7 juli 2010, Inforumnummer 249354

GF

Op 19 juli trad de wijziging van het decreet Grond- en Pandenbeleid in werking. Hierdoor wordt de regeling ‘Wonen in eigen streek’ ook van toepassing op ‘reservegebieden voor woonwijken’ en ‘woonaansnijdingsgebieden’. De berekening van de oppervlakte aan onbebouwde percelen moet nu tegen 30 oktober 2010 beschikbaar zijn. Daarnaast is de regelgeving van de opmaak van leegstandsregisters aangepast. Daardoor wordt het makkelijker om via een intergemeentelijk samenwerkingsverband een inventaris van leegstand op te maken.

plaatsgevonden waarbij de regelgeving van het ‘Wonen in eigen streek’ wordt toegepast, geldt dat gedurende een periode van 20 jaar bij eventuele volgende overdrachten de nieuwe eigenaars ook een band met de gemeente moeten kunnen aantonen. De doelgemeenten kunnen via de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan het toepassingsgebied van ‘Wonen in eigen streek’ uitbreiden. In het arrondissement HalleVilvoorde geldt overigens al een wat uitgebreidere regelgeving. We wijzen er wel op dat er bij het Grondwettelijk Hof heel wat procedures tegen deze regeling lopen. Naar verwachting zal het Hof daar rond de jaarwisseling een uitspraak over doen.

Berekening van bouwpercelen in handen van de overheid

De berekening van de oppervlakte aan onbebouwde percelen in handen van (semipublieke) overheden moet tegen 30 oktober 2010 beschikbaar zijn. Tot vóór de wijziging stond 30 oktober 2009 in het decreet, maar geen enkele gemeente heeft deze termijn gehaald. Hij was dan ook al van in het begin onrealistisch. Het is overigens zeer de vraag of de nieuwe deadline wel realistisch is. In haar standpunt pleitte de VVSG voor een langere termijn om deze inventarissen op te maken. xavier.buijs@vvsg.be

www.rwo.be, klik op Regelgeving Decreet van 9 juli 2010 houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, BS van 19 juli 2010, Inforumnummer 248995

Handhavingsplan ruimtelijke ordening goedgekeurd Juist voor de zomervakantie keurde de Vlaamse regering het Vlaamse handhavingsplan ruimtelijke ordening goed. Dit plan legt een beleidsvisie, beleidsregels en prioriteiten inzake handhaving vast en doet aanbevelingen. De VVSG is blij dat het handhavingsplan, zoals we vroegen, expliciet aandacht heeft voor het belang voor preventie. Veel gemeenten steken daar immers veel energie in. Op het vlak van prioriteitenbepaling is uitdrukkelijk

bepaald dat gemeenten en de Vlaamse Bouwinspectie er samen uit moeten komen. Ook dat is een goede zaak: het versterkt het partnermodel. We stellen vast dat de verwachtingen tegenover de gemeenten op het vlak van handhaving in de ruimtelijke ordening hoog zijn. Naast preventie wordt verwacht dat gemeenten ook op het vlak van repressie een actieve rol opnemen, via het daadwerkelijk opstellen van pv’s en het opstellen van her-

stelvorderingen bijvoorbeeld. Het plan stuurt er daarom op aan dat elke gemeente een eigen handhavingsambtenaar heeft, al dan niet intergemeentelijk of samen met de milieutoezichthouder. Een structurele financiële tegemoetkoming naar de gemeenten wordt echter niet voorzien omdat de acties ‘reeds vallen onder het reguliere beleid’. xavier.buijs@vvsg.be

1 september 2010 LOKAAL 41


stefan dewickere

wetmatig berichten

Verbouwingen: alleen melden of zelfs dat niet? De uitvoeringsbesluiten die regelen voor welke handelingen geen stedenbouwkundige vergunning nodig is (het Vrijstellingenbesluit) of een loutere melding volstaat (het Besluit Meldingsplicht), zijn definitief goedgekeurd. De regelgeving treedt op 1 december in werking. In het najaar zullen de stedenbouwkundige diensten zich daar dus op voorbereiden. Besturen die vinden dat de regelgeving te ver gaat, kunnen de vrijstellingen of meldingen met eigen regelgeving inperken. Uitbreiden kan niet.

De regelgeving laat zich in hoofdlijnen relatief gemakkelijk uitleggen, maar de kleine lettertjes zijn, zoals vaak, erg belangrijk. Er kan immers bijkomende Vlaamse of lokale regelgeving zijn die ertoe leidt dat de vrijstelling van de stedenbouwkundige vergunning niet geldt of de melding van een voorgenomen werk toch niet volstaat. Dit is bijvoorbeeld het geval als het gebouw een monument is, als het in een ruimtelijk uitvoeringsplan, BPA of verkaveling ligt of als er een stedenbouwkundige verordening van toepassing is. Een particulier kan dus maar beter altijd contact opnemen met de gemeente om te weten wat wel of niet mogelijk is. Bovendien geldt er soms nog andere regelgeving waardoor een voorgenomen project niet kan worden uitgevoerd. Soms heeft een bestuur daar zelfs geen kennis van, omdat ze buiten de overheid omgaat. Zo moeten de regels van lichten en zichten gerespecteerd worden. Vanzelfsprekend mocht en mag er nog steeds niet worden gebouwd op gronden waarvoor contractueel bepaalde afspraken zijn gemaakt. De vrederechter kan bij eventuele geschillen tussen buren een rol spelen.

Wanneer volstaat een melding?

Werken die te maken hebben met de stabiliteit in een woning moeten vanaf 1 december alleen worden gemeld (een dragende binnenmuur verwijderen), een vergunning is dus niet meer nodig. Werken in een woning die niet te maken hebben met de stabiliteit, waren al vrijgesteld van een vergunning (een badkamer of keuken vernieuwen kan zonder stedenbouwkundige vergunning of melding). Er is wél altijd een vergunning nodig als het aantal woongelegenheden wijzigt of als de functie van een gebouw wijzigt (een appartement in een woning maken of van een woning een kantoor maken, ook als er niet wordt verbouwd).

42 LOKAAL 1 september 2010

Voor werken aan de buitenkant van de woning volstaat een melding, als het aantal woongelegenheden niet wijzigt en er ook geen functiewijziging wordt doorgevoerd. Er gelden daarbij wel twee belangrijke bijkomende voorwaarden: het volume van de woning mag niet uitbreiden en de werken moeten aan de zij- of achterkant van de woning plaatsvinden. Een melding volstaat dus voor het bijmaken van een raam of het vergroten van een tuindeur aan de zij- of achterkant van de woning, maar niet als dit gebeurt aan de voorgevel. Voor een balkon aan een woning, een erker of dakkapel moet wel nog altijd een stedenbouwkundige vergunning worden aangevraagd, omdat het gaat om een volume-uitbreiding, ongeacht aan welke zijde van de woning de uitbreiding plaatsvindt. Aan het hoofdgebouw mag tot in totaal 40 m² worden bijgebouwd zonder vergunning, maar mét melding. Ook hier geldt een reeks van voorwaarden: géén wijziging van het aantal woongelegenheden, géén functiewijziging en de aanbouw moet lager zijn dan 4 meter en minimaal 3 meter van de perceelsgrenzen in de zijtuin blijven en 2 meter van de perceelsgrenzen in de achtertuin. Voldoet het bijgebouw niet aan al deze voorwaarden, dan is er toch een stedenbouwkundige vergunning nodig. Als er een scheidingsmuur tussen de percelen staat, mag onder bepaalde omstandigheden tegen die muur worden gebouwd en volstaat een melding toch, ook al komt men dicht bij de perceelsgrens. Voor uitbreidingen van bestaande industriële of ambachtelijke bedrijven die gelegen zijn in ‘industriegebied in ruime zin’ volstaat in bepaalde gevallen ook een melding in plaats van een stedenbouwkundige vergunning. Het gaat grofweg om bedrijfsgebouwen die in KMO-zone of industriegebied liggen, maar niet om bedrijven in ‘woongebied’. We geven hier enkel mee dat bedrijven die milieumeldingsplichtig zijn voor hun uitbreiding of verbouwing altijd een stedenbouwkundige vergunning moeten aanvragen.


Wanneer géén vergunning aanvragen en ook niets melden?

Veel kleinere handelingen waren in het verleden al vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunningsplicht. Meestal zijn die vrijstellingen ook gewoon opgenomen in het aangepaste Vrijstellingenbesluit. We herhalen dat een vrijstelling niet altijd betekent dat de voorgenomen handeling ook mag worden gerealiseerd. Soms kan lokale regelgeving de plaatsing van bepaalde zaken verbieden of toch weer meldingsplichtig maken, ook al is aan de in de tekst vermelde voorwaarden voldaan. In het oog springt dat vanaf 1 december in een achter- of zijtuin, binnen een straal van 30 meter van de woning, niet overdekte constructies tot een oppervlakte van 80 m² zonder vergunning en melding kunnen worden gerealiseerd, mits op minstens 1 meter van de perceelsgrens wordt gebleven én de constructie niet hoger is dan 1,5 meter. Het gaat dan bijvoorbeeld om een zwembad. Al bestaande constructies worden meegeteld voor de berekening van de 80 m². Ook bijgebouwen die niet aan een woning vastzitten maar wel in een straal van 30 meter van de woning worden gerealiseerd, kunnen zonder vergunning en zonder melding worden gerealiseerd mits aan volgende voorwaarden is voldaan: minimaal drie meter van de perceelsgrens in de zijtuin en minimaal een meter van de perceelsgrens in de achtertuin, niet hoger dan 3 meter, niet voor een verblijf gebruikt (kunnen) worden en in totaal niet meer dan 40 m² innemen. Ook bestaande bijgebouwen

tellen mee. De bouw van een carport kan bijvoorbeeld onder deze regelgeving vallen. Indien niet aan al deze voorwaarden is voldaan, moet een vergunning worden aangevraagd.

Ondersteuning gemeenten

De gemeenten worden voor de toepassing van deze regelgeving niet aan hun lot overgelaten: er wordt een helpdesk opgericht, specifiek ter ondersteuning van de gemeenten; er komt een handleiding voor gemeenten die in begrijpelijke taal een en ander uiteenzet en er komt nog een ruimere informatiecampagne, die zich ook naar het ‘grote publiek’ richt. De besluiten moeten nog worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Ze treden op 1 december in werking. Tot die tijd bestaat de meldingsplicht nog niet en is de huidige regelgeving nog van toepassing, behalve voor het specifieke geval dat iemand handelingen uitvoert aan de constructieve elementen van een woning zonder uitbreiding van de woning met het oog op ‘zorgwonen’. De VVSG vroeg tijdens de voorbereidingen om voldoende tijd. We zijn daarom blij dat de gemeenten na de zomer nog enkele maanden tijd krijgen om zich voor te bereiden op deze omvangrijke wijziging. Gemeenten die overwegen de vrijstellingen of meldingen via eigen regelgeving in te perken, wordt gevraagd dit aan ons te signaleren, om zo een overzicht te houden op wat waar gebeurt.

xavier.buijs@vvsg.be

De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw doet voor haar dienstverlening een beroep op een groep van personeelsleden; ze werken in inhoudelijke teams en ondersteunende diensten. Het team sociaal beleid is een van de teams. Voor dit team zoeken we op korte termijn een voltijds

stafmedewerker OCMW-wetgeving (m/v)

Functie • je bent lid van het team sociaal beleid en rapporteert aan de coördinator van het

team en aan de directeur van de afdeling OCMW’s • je bent binnen het team verantwoordelijk voor de basiswetgeving over OCMWmaatschappelijke dienstverlening (OCMW-wet, RMI-wet, wet 2.4.65) • je vertegenwoordigt de VVSG bij de Vlaamse, federale en lokale overheden, werkzaam rond de betrokken thema’s • je schrijft regelmatig artikels in de publicaties van de VVSG (Lokaal, website, E-zines) en beantwoordt vragen van de leden.

Profiel • je bent jurist of hebt door ervaring een vergelijkbare juridische kennis opgebouwd

• je hebt enige kennis van de werking van de lokale besturen en de welzijnsector in het bijzonder • je kunt je snel inwerken in de basiswetgeving over OCMW-maatschappelijke dienstverlening • je bent klantgericht en omgevingsbewust • je kunt goed onderhandelen • je bent een teamspeler • je bent communicatief ingesteld en beschikt over een vlotte pen • je bent een duizendpoot voor wie problemen oplossen een uitdaging is • je hebt een praktische kennis van informaticatoepassingen (o.a. outlook, excel, word).

Meer informatie over de inhoud van de functie kun je krijgen bij Piet Van Schuylenbergh, directeur afdeling OCMW’s, T 02-211 55 27, piet.vanschuylenbergh@vvsg.be. Ons aanbod

Een voltijds contract van onbepaalde duur, een aangepast loonpakket en soepele werkregeling in een omgeving waar een open geest, professionaliteit, realisme en idealisme samengaan. Detachering vanuit een lokaal bestuur is mogelijk. Interesse?

Je solliciteert door een sollicitatiebrief en een cv te mailen voor 13 september 2010 naar hildegarde.merckx@vvsg.be.

1 september 2010 LOKAAL 43


wetmatig berichten

Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gewijzigd

GF

Op 19 augustus traden de meeste wijzigingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening in werking. Sommige wijzigingen verminderen de werklast voor lokale besturen.

Zo hoeven de geweigerde vergunningen voort- aan niet meer te worden uitgehangen en is expliciet bepaald dat het uithangen van de bekendmaking nadat een vergunning is verleend, een verantwoordelijkheid is van de aan- vrager. Wat betreft de attestering dat de bekendmaking heeft uitgehangen is bepaald dat dit ambtelijk kan gebeuren. De secretaris attesteert (een enkele handtekening vol-

staat), tenzij hij een personeelslid, bijvoorbeeld de stedenbouwkundige ambtenaar, hiervoor machtigt. Er springt nog een andere wijziging in het oog: handelingen die volgens het Vrijstellingenbesluit niet vergunningsplichtig zijn, maar op basis van de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan of een gewestelijk of provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan verboden zijn, worden voortaan toch niet als strijdig met de voorschriften beschouwd. Dit betekent dat dergelijke vrijgestelde handelingen gewoon mogen worden uitgevoerd. Deze bepaling geldt echter niet voor stedenbouwkundige voorschriften in BPA’s of gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen. Als de stedenbouwkundige voorschriften bepaalde handelingen verbieden, terwijl ze op Vlaams niveau zijn vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunningsplicht, mogen ze toch niet worden uitgevoerd. Doet men dat toch, dan is dat een stedenbouwkundige overtreding die vervolgd kan worden. Voor deze werkwijze is gekozen omdat de lokale plannen in tegenstelling tot de gewestelijke en provinciale plannen vaak

heel contextgebonden uitspraken doen over de ontwikkelingsmogelijkheden van een gebied. Dat op Vlaams niveau met één pennenstreek teniet doen, zou onaanvaardbaar zijn. Gemeenten die overigens van mening zijn dat er in hun gemeentelijke plannen handelingen verboden worden die op Vlaams niveau zijn vrijgesteld en waarvan het bij nader inzien niet zinvol is ze te verbieden, kunnen hetzij het plan herzien, hetzij via een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening bepalen dat de handelingen evenmin als strijdig met de voorschriften worden beschouwd. De VVSG stelde ook een aantal modellen op, die u wellicht dienstig zijn bij de voorbereidingen. xavier.buijs@vvsg.be

www2.vlaanderen.be/ruimtelijk, klik op ‘wetgeving’ Decreet van 16 juli 2010 houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid, BS van 9 augustus 2010, Inforumnummer 248996

Raad van State vernietigt alcoholverbod nachtwinkels Leuven

De nachtwinkels hebben onmiskenbaar een bestaansreden: ze maken het immers mogelijk buiten de gewone openingsuren aankopen te doen (een fles melk of luiers voor de baby). In de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) staan ze ook ingeschreven onder ‘verkoop van algemene voedingswaren en huishoudelijke artikelen’. In de praktijk blijkt echter voor vele nachtwinkels het grootste deel van de omzet te bestaan uit de verkoop van alcohol (en sigaretten). De andere voedingswaren en huishoudelijke artikelen zijn duidelijk van ondergeschikt belang. De klacht van de nachtwinkeluitbaters dat ze door dit verbod op alcoholverkoop een ernstig economisch nadeel hebben, bevestigt dit trouwens. De verkoop en het verbruik van alcohol in de buurt van nachtwinkels veroorzaken vaak overlast, zeker in de zomermaanden en in uitgaansbuurten. Nogal wat mensen gaan zich in de nachtwinkel bevoorraden en drinken de daar gekochte drank op straat op. Daarom hadden gemeenten, zoals de stad Leuven, de maatregel voor het verbod van alcoholverkoop in nachtwinkels getroffen. De Raad van State heeft deze maatregel in Leuven nu geschorst. In het verleden zagen we een gelijkaardige problematiek in verband met automatenshops. Gemeentelijke initiatieven om de alcoholverkoop via automatenshops (waarbij er geen leeftijdscontrole is) te verbieden, bijvoorbeeld in de buurt van scholen, werden meermaals teruggefloten door de Raad van State. Intussen is de alcoholverkoop via automatenshops wettelijk verboden. De VVSG vraagt dan ook om na te denken over een gelijkaardig wettelijk verbod voor nachtwinkels. Het wetsvoorstel van senatoren Dirk Claes en Els Van Hoof is een goede aanzet voor de discussie. De VVSG vindt het ten slotte belangrijk dat het bestaande verbod op verkoop van alcohol aan minderjarigen goed wordt gecontroleerd en gesanctioneerd, en ook dat de nachtwinkels zich aan de andere wettelijke bepalingen houden (openingsuren, hygiënevoorschriften...). stefan.thomas@vvsg.be en marian.verbeek@vvsg.be

44 LOKAAL 1 september 2010

Door een verbod op alcoholverkoop verliezen de nachtwinkeluitbaters veel inkomsten.

bart lasuy

De Raad van State heeft het artikel van het politiereglement van de stad Leuven over het verbod op nachtelijke alcoholverkoop vernietigd. De reden is dat het alcoholverbod een ‘onevenredige beperking van de vrijheid van handel en nijverheid’ is. De VVSG wil bij deze uitspraak toch enkele kanttekeningen plaatsen.


AMBTENAAR 2.0 25 november 2010 – Brussel

Anders en beter communiceren met sociale media

Blogs, podcasts, wikis, Twitter, social networking, … Bent u al mee in de genetwerkte samenleving? Ontdek de voordelen van sociale media voor de overheid. Ervaar wat web 2.0 voor u kan betekenen. En wat niet. Schrijf u vandaag in op www.ambtenaar2-0.be en ontdek de toekomst van het communiceren.

Partners:

adv_Ambtenaar.indd 1

09-08-2010 16:44:37

Archiefdecreet in werking Sinds deze zomer heeft Vlaanderen een eigen archiefdecreet. Uitgangspunt is dat overheden, dus ook gemeenten en gemeentelijke instellingen, districten, OCMW’s en OCMW-verenigingen, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden of kerkfabrieken (de zorgdragers), verantwoordelijk zijn voor het beheer van de eigen archieven.

Documenten van deze zorgdragers zijn onvervreemdbaar en onverjaarbaar. Dit wil zeggen dat overheden ze niet mogen verkopen of onwettig mogen vernietigen. Ze moeten er dus levenslang zorg voor dragen. Dat betekent natuurlijk niet dat u nu alle documenten voor altijd moet bewaren. Op basis van selectielijsten gaat u na welke documenten u voor altijd of tijdelijk moet bijhouden. De bestaande selectielijsten uit de archiefwet van 1955 blijven gehandhaafd tot ze vervangen zijn door op het archiefdecreet gebaseerde selectielijsten. Volgens het archiefdecreet moet goed archiefbeheer aan een resem criteria voldoen. Er moeten procedures bestaan om archiefdocumenten in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen voor de hele levensloop van een document, dus vanaf de creatie of de ontvangst. Archiefdocumenten moeten ontsloten kunnen worden via openbare overzichtslijsten, ook voor de niet-raadpleegbare documenten (privéarchieven die de gemeente ontving). De archieven worden beheerd door deskundige archivarissen die onderworpen zijn aan een deontologische code.

Openbaarheid

Archiefdocumenten vallen onder het toepassingsgebied van het decreet betreffende de openbaarheid van bestuur. Dat geldt dus ook voor documenten die afkomstig zijn van andere instanties dan de bestuurs

instanties zoals gedefinieerd in het decreet openbaarheid van bestuur. In principe zijn documenten openbaar, tenzij er uitzonderingsgronden zijn. Na dertig jaar zijn archiefdocumenten automatisch openbaar behalve als de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, aan het vertrouwelijk karakter van internationale betrekkingen, wanneer het document afkomstig is van een derde en die persoon het uitdrukkelijk als vertrouwelijk heeft bestempeld en niet met openbaarmaking instemt en als de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van een gelegitimeerd economisch belang tenzij er instemming met de openbaarmaking is. Het is mogelijk dat archiefdocumenten toch openbaar worden gemaakt voor wetenschappelijke doeleinden. Het archiefdecreet bevat hiervoor een uitgewerkte procedure. Om de actieve openbaarheid van documenten te stimuleren richt de Vlaamse regering een centraal ontsluitingssysteem op voor de documenten die permanent worden bewaard. Hierdoor weten burgers welke documenten waar te vinden zijn en hoe ze die kunnen raadplegen. marian.verbeek@vvsg.be

Het decreet op de bestuurlijk-administratieve archiefwerking van 9 juli 2010 trad in werking op 5 augustus 2010 (met uitzondering van art. 9), datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad, Inforumnummer 248187. 1 september 2010 LOKAAL 45


AGENDA

Malle 15 en 21 september Brussel 17 en 23 september Brugge 20 en 28 september Hasselt 22 en 30 september Leren werken met Centaurusdatabank voor taxi’s Praktische initiatie in het gebruik van de gegevensbank en het communicatieplatform voor het administratief beheer van taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurders. www.vvsg.be (kalender) Vlaanderen 16 tot 22 september Aardig-op-weg-week Acties met kinderen als invalshoek voor een autoluwe of autovrije inrichting van straten, dorpspleinen, schoolomgevingen, stedelijke centra, winkelstraten en woonbuurten. www.aardig-op-weg-week.be Kortrijk en Rijsel 17 en 18 september De kunst van samenwerken in armoedebestrijding Congres van de Vereniging van Vlaamse OCMW-secretarissen. www.ocmwvisies.be, knop evenementen Gent 20 september Basisvorming Riziv-financiering Studienamiddag over de actuele Riziv-regelgeving en -financiering van rusthuizen. www.vvsg.be (kalender) Brussel 21 september Aansluitingen regularisaties specifieke sociale categorieën Vorming over de omgang met cliënten van een sociale dienst die niet in regel zijn met hun ziekte- en invaliditeitsverzekering. www.vvsg.be (kalender)

NIX TrIljoen

46 LOKAAL 1 september 2010

Leuven 23 september Brussel 28 september Harelbeke 5 oktober De wet van 2 april 1965 Theoretische uiteenzetting over de OCMWwet met voorbeelden voor nieuwe OCMWmedewerkers. www.vvsg.be (kalender) Brussel vanaf 27 september Werk maken van welzijn en participatie van actieve en zorgbehoevende senioren Gegradueerde seniorenconsulentenvorming met 17 modules die elk als aparte bijscholing gelden. www.khk.be, knop bij- of nascholing, departement sociaal werk, postgraduaat in de ouderencoaching Antwerpen 28 september Lokaal waterbeleid: Water in balans Studiedag over integraal waterbeleid voor afvalwater, regenwater, waterlopen… www.vvsg.be (kalender) Antwerpen 30 september Aan de balie van het sociale huis Seminarie voor loketverantwoordelijken. www.vvsg.be (kalender) Vlaanderen 3 oktober Open Bedrijvendag Thema is hernieuwbare energie. www.vvsg.be (kalender) Zuid-Afrika 4 en 5 oktober Winning through twinning Stedenbandconferentie in Mangaung over het beheer van een stedenband: verschillende beleidsthema’s, partnerschap en ontwikkeling van een jeugdbeleid. www.vvsg.be (kalender)

Mechelen 5 oktober Harelbeke 18 november Geel 30 november Taalwetgeving voor lokale besturen Interactieve vorming over taalgebruik aan het loket, in briefwisseling, in brochures, in contacten met andere diensten en met anderstalige burgers of organisaties. www.vvsg.be (kalender) Gent 7 en 8 oktober Doorbraak. Richting kiezen voor de toekomst. 23 ste Kwaliteitscongres van het Vlaams Centrum voor Kwaliteitszorg vzw. www.vck.be/kwaliteitscongres Brugge 12 en 13 oktober Green Work(s)! Europese conferentie van de Vlaamse Landmaatschappij over de inrichting van een multifunctionele open ruimte in randstedelijke gebieden. vlm.evenonline.be Leuven 12 oktober Gent 19 oktober Naar een toegankelijke dienst- en hulpverlening Studiedag over goede praktijken en inspirerende voorbeelden van toegankelijke hulp- en dienstverlening. www.vvsg.be (kalender) Leuven 13 en 14 oktober Europees congres Lokale sportparticipatie Organisatie van het Vlaams Instituut voor Sportbeheer en Recreatiebeleid: sportparticipatie door kansengroepen in de stad. www.vvsg.be (kalender)


O M E D e GROEN 11 0 1 0 2 / 9 0 / 6 1 5 1

Park van Laken - Brussel De grootste Belgische demonstratie van tuin-, park- en bosmateriaal, stadsreinigingsmateriaal, sportinfrastructuur en speelpleinuitrusting.

www.demogroen.be

Gratis to

egang !

Surf vlug naar www.de mogroen .be Om uw g ratis ticke bekomen ts te : klik op “ ti c keti en voer v ervolgens ng� de code DG 505938 in.

Member of


Immo Line, nieuwe perspectieven

voor uw vastgoedpatrimonium

Innov

eren de o ploss i

ngen v

oor uw

v as t

goe dpr oje

cten

Voor een openbare instelling of een lokale overheid is vastgoed geen doel op zich maar een noodzakelijk middel voor de uitoefening van haar opdracht. Het vastgoedpatrimonium vereist een deskundig beheer en vaak aanzienlijke financiĂŤle middelen. Dexia Immo Line biedt u een aantal oplossingen op maat die u van deze zorgen bevrijdt. Of het nu gaat om rusthuizen, politiekantoren, brandweerkazernes, gemeentehuizen, culturele centra, met Dexia Immo Line wordt uw vastgoed optimaal beheerd en dit zowel voor nieuwe projecten als bestaande gebouwen. Voor meer informatie over Dexia Immo Line kunt u steeds contact opnemen met uw Public Banker.

PUBLIC FINANCE

2010Lokaal13