Issuu on Google+

Halfmaandelijks magazine van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw - Paviljoenstraat 9 - 1030 Brussel | verschijnt 20 x per jaar | Afgiftekantoor Gent X | P2A9746

NR 11 VAN 16 juni 2010

VVSG-MAGAZINE VOOR GEMEENTE EN OCMW

Alarm op 112

De planning centraal in de nieuwe beleidscyclus

Afscheidsinterview VVSG-voorzitter Jef Gabriels

De samenwerking VDAB-OCMW’s vernieuwen


Energy Line, samen vechten

Op m a sn ge at

te rn ati eve energ ie

tegen de opwarming van de aarde

ed l en opl ea k ossingen inza

Dexia is gespecialiseerd in de financiering van de lokale besturen en het beheer van spaartegoeden. Gelet op de aard van zijn activiteiten hecht Dexia veel waarde aan een langetermijnvisie en het algemeen welzijn. Dexia is op die manier uitgegroeid tot een wereldspeler inzake duurzame ontwikkeling, met name op het gebied van de hernieuwbare energie. Vandaag wendt Dexia met Energy Line al zijn knowhow op dit vlak aan ten behoeve van de lokale besturen, om de productie van schone energie aan te moedigen, het verbruik van fossiele brandstoffen terug te schroeven, de inspanningen voor biodiversiteit te steunen en de gepaste financiĂŤle instrumenten ter beschikking te stellen. Om te weten wat Energy Line concreet kan bijdragen aan de goede werking van uw bestuur en dus ook aan de welvaart van de planeet, contacteer uw Public Banker.

PUBLIC FINANCE


NR 11 VAN 16 JUNI 2010

VVSG-MAGAZINE VOOR GEMEENTE EN OCMW

Halfmaandelijks magazine van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw - Paviljoenstraat 9 - 1030 Brussel | verschijnt 20 x per jaar | Afgiftekantoor Gent X | P2A9746

BART LASUY

INHOUD

LOKAAL NUMMER 11 VAN 16 juni 2010

16

Alarm op 112

Kruispuntbank zorgt voor  betere hulpverlening

De planning centraal in de nieuwe beleidscyclus Afscheidsinterview VVSG-voorzitter Jef Gabriels De samenwerking VDAB-OCMW’s vernieuwen

5 Opinie: Na 13 juni: mĂŠĂŠr gemeente!

KORT LOKAAL

stefan dewickere

De spoedafdeling van het Sint-Vincentiuszieken- huis in Deinze werkt nu al intensief samen met de brandweer. Daarom hebben de ambulanciers voor de coverfoto een brandweerhelm opgezet.

De Kruispuntbank Sociale Zekerheid is een netwerk waarop het rijksregister, de diensten pensioenen of werkloosheid, de ziekenfondsen en de OCMW’s authentieke gegevens inbrengen die de andere leden van het netwerk kunnen gebruiken. De inspanningen van de voorbije jaren beginnen nu te lonen.

6 Nieuws, print & web, perspiraat, column

ORGANISATIE

FORUM 18 Interview met Jef Gabriels Een taart met vijf kersen voor de voorzitter 22 Aan de slag met uw belastingaangifte 24 De schatkamer van Freddy Willockx 25 Lokale raad: Advies van OCMW of gemeente nodig voor ontwerpbeslissing?

WERKVELD 26 112, naar ÊÊn noodnummer voor de hulpdiensten 27 Heeft ziekenvervoer door de brandweer een toekomst? 29 Achter de schermen: Onthaalbediende 30 Hebben de baby’s in uw gemeente al een boek? 32 Praktijk in Westerlo: Rouwkoffers voor gezin en school 33 Zuurstof voor de samenwerking tussen de VDAB en de OCMW’s 35 Klare kijk: Kan een politiezone uitzendarbeid voor knelpuntfuncties gebruiken? 36 Woonzorgnetwerk: De tweede deur is de juiste

Een taart met vijf kersen voor de voorzitter Na negen jaar voorzitterschap neemt Jef Gabriels afscheid van de VVSG. Hij is terecht fier over de vijf kersen op de taart: ‘Maar aan de boom hangen nog twee kersen te rijpen: de brandweerhervorming en de interne Vlaamse staatshervorming. Als MalmĂś met de Vlaamse regelgeving was geconfronteerd, hadden ze maar dertig procent van hun verwezenlijkingen kunnen realiseren.’

26 112, naar ĂŠĂŠn noodnummer  voor de hulpdiensten

WETMATIG

37 Berichten en publicaties 42 Agenda & Triljoen

BART LASUY

18

stefan dewickere

10 De planning centraal in de nieuwe beleidscyclus 14 Praktijk in Zwevegem: Bibus met gemeente en OCMW aan boord 15 De-lokaal: Ik ken u! 16 Kruispuntbank zorgt voor betere hulpverlening

Bij grote incidenten werkt ĂŠĂŠn meldkamer veel efficiĂŤnter, dat bewezen het drama van Dendermonde en de treinramp in Buizingen. Na Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant kun je binnenkort ook elders in Vlaanderen bellen naar de 112, dat zowel politie, brandweer als medische hulpverlening zal aansturen. 16 juni 2010 LOKAAL 3


NIEUW

RESULTAATGERICHT WERKEN MET HET JAARPLAN

in de reeks Professionele vaardigheden

HENK DOELEMAN (RED.) WOUTER NEERINGS

Resultaatgericht werken met het jaarplan A3 methodiek: meer sturing, focus, minder papier

}

De voorbije vijftien jaar zijn gemeenten en OCMW’s overstelpt met planningsverplichtingen in vele beleidssectoren. Dit leidt vaak tot uitvoerige en moeilijk leesbare plannings-

POCKETS LOKALE BESTUREN | PROFESSIONELE VAARDIGHEDEN | 1STE EDITIE

documenten van vele tientallen bladzijden. In Nederland werd een A3 methodiek ontwikkeld om jaarplannen beknopter, overzichtelijker en vooral meer bruikbaar te maken. Deze pocket bevat de voor Vlaanderen bewerkte versie van de methodiek, op basis van het CAF-model. De methodiek laat toe het jaarplan weer te geven op twee A-viertjes, ofwel één A3. Of het nu het jaarplan betreft van

POCKETS LOKALE BESTUREN | PROFESSIONELE VAARDIGHEDEN | 1STE EDITIE

Op de bijbehorende cd-rom staan

een afdeling, een organisatie-onderdeel of een organi-

heel wat voorbeelden van A3-

satie als geheel, de omvang van het plan beslaat nooit

jaarplannen, evenals een aantal

meer dan ‘one paper’. En dat is meteen ook de kracht van

RESULTAATGERICHT WERKEN MET HET JAARPLAN

deze methodiek.

Reeds verschenen in de reeks

sjablonen om zelf mee aan de slag te gaan.

Losbladige uitgave

Professionele vaardigheden

Professionele vaardigheden

POLITICI EN PERSONEELSLEDEN: SAMEN AAN ZET CATHERINE RUYS SABINE VERMEIRE NELE HERMIE

}

POCKETS LOKALE BESTUREN | PROFESSIONELE VAARDIGHEDEN | 1STE EDITIE

De tekst van alle pockets is ook beschikbaar in de losbladige uitgave Professionele vaardigheden – Handboek voor leidinggevenden (4 ringmappen en een cd-rom met alle guren, checklists enzomeer).

Bestelkaart Politeia // Ravensteingalerij 28 // 1000 Brussel // Fax: 02 289 26 19 // Tel: 02 289 26 10. Of bestel via www.politeia.be // e-mail: info@politeia.be

Ja, ik bestel ...... ex. van Resultaatgericht werken met het jaarplan (incl. cd-rom), isbn 9782509006110, prijs VVSG-leden € 25*, niet-leden € 29* ....... ex. van het losbladig handboek Professionele vaardigheden** (4 ringmappen, inclusief cd-rom), prijs VVSG-leden € 109*, niet-leden € 129*

Organisatie/bestuur: ................................................................. Adres: ........................................................................................ ................................................................................................... Naam: .......................................................................................

....... ex. van de pocket ................................................................................... prijs VVSG-leden € 25*, niet-leden € 29*

Functie: .....................................................................................

....... ex. van de pocket ................................................................................... prijs VVSG-leden € 25*, niet-leden € 29*

E-mail: ......................................................................................

Tel. : ...........................................................................................

* Prijzen inclusief btw, exclusief verzendingskosten, geldig tot 31/12/2010. Check voor exacte prijzen steeds onze website www.politeia.be ** Het betreft hier een losbladig werk. De aanvullingen worden mij toegestuurd aan 0,49 euro/blz., de cd-updates aan 29 euro tot schriftelijke wederopzegging.

Datum en handtekening


opinie MARK SUYKeNs

Stefan Dewickere

Na 13 juni: méér gemeente!

Mark Suykens is directeur van de VVSG

I

n alle programma’s van de Vlaamse politieke partijen voor de federale verkiezingen van 13 juni wordt gepleit voor belangrijke stappen vooruit inzake de staatshervorming. Méér Vlaanderen dus. Voor de VVSG betekent dit essentieel ook méér gemeente!

Bij vroegere staatshervormingen is vrijwel nooit rekening gehouden met het lokale bestuursniveau. Alles werd geconcentreerd op de bevoegdheidsverdeling tussen de federale overheid en de gewesten/gemeenschappen. Een Belgische staatshervorming Het effect voor de lokale besturen was meestal dat het Belgische centralisme moet gepaard gaan met werd vervangen door een nieuw Vlaams centralisme. Als gevolg hiervan blijkt uit een fundamentele interne een Europese vergelijking dat het aandeel Vlaamse staatshervorming. van de lokale overheidsuitgaven slechts 6,8% van het Belgische BBP bedraagt tegenover gemiddeld 12,9% in het Europa van de 25. De Scandinavische landen zitten tussen 20 en 35%, Nederland op 17%. De eerstkomende staatshervorming in België moet vooral een hertekening van de bevoegdheden en financiële middelen naar het lokale bestuursniveau teweegbrengen. Het perspectief van een Belgische staatshervorming moet gepaard gaan met een fundamentele interne Vlaamse staatshervorming. Voor dit laatste dossier is de uitdaging of de oefening die men nu in Vlaanderen maakt, echt zal leiden tot versterking van de subsidiariteit en van de lokale besturen. Of zullen Vlaanderen en de provincies er vooral versterkt uitkomen? I

LOKAAL is het magazine en ledenblad van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw en verschijnt tweemaal per maand

Verantwoordelijk uitgever Mark Suykens, directeur VVSG Bladmanagement Jan Van Alsenoy Hoofdredactie Marlies van Bouwel, T 02-211 55 46

Paviljoenstraat 9, 1030 Brussel T 02-211 55 00 • F 02-211 56 00 lokaal@vvsg.be www.vvsg.be

Kernredactie Pieter Plas, Inge Ruiters, Jan Van Alsenoy, Bart Van Moerkerke Columnisten Johan Ackaert, Pieter Bos, Nora Van Meeuwen

Redactiesecretariaat Inge Ruiters, T 02‑211 55 44

Illustraties Bart Lasuy, Stefan Dewickere, Layla Aerts (fotografen), Nix (cartoonist)

Eindredactie Marleen Capelle

Vormgeving Ties Bekaert

Abonnementen VVSG-leden: 80 euro, vanaf 10 ex. 67 euro; niet-leden: 150 euro VVSG, Nicole Van Wichelen T 02-211 55 43 Regie vacatures nicole.vanwichelen@vvsg.be T 02-211 55 43 Regie advertenties Cprojects&Advertising, Peter De Vester, T 03 326 18 92, media@cprojects.be

Drukwerk Schaubroeck (Nazareth) Lokaal wordt gedrukt op het kringlooppapier Cyclus

VVSG-bestuur Jef Gabriels, voorzitter Sas van Rouveroij, voorzitter raad van bestuur Theo Janssens, voorzitter afdeling OCMW’s

Ondertekende artikels verbinden alleen de auteurs. Reacties zijn welkom. De redactie zal deze naar eigen inzicht al dan niet opnemen, inkorten of er melding van maken. Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd en/ of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, elektronische drager of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Met de steun van Dexia en Ethias, partners van de VVSG

16 juni 2010 LOKAAL 5


KORT LOKAAL NIEUWS

Politiezones ontvangen tweede schijf  uit verkeersveiligheidsfonds

S

inds 2008 bestaat het verkeersveiligheidsfonds uit twee schijven. De eerste schijf is een recurrent trekkingsrecht uit het fonds voor de politiezones en de federale politie. De zones ontvangen voortaan elk jaar het geĂŻndexeerde bedrag dat ze in 2007 ontvingen. Zo ontvingen de politiezones en de federale politie eind 2009 een eerste schijf van 88 miljoen euro. De tweede schijf van het fonds bestaat uit de bijkomende middelen die in 2009 meer in het fonds zitten in vergelijking met 2007. Volgens een pas verschenen Ministerieel Besluit bedraagt de

tweede schijf 1.533.379 euro. Dit bedrag wordt verdeeld onder de 196 lokale politiezones en de federale politie. Volgens de gecoĂśrdineerde Wet Verkeersveiligheidsfonds van 16 juni 2008 zou de tweede schijf vanaf het begrotingsjaar 2009 verdeeld worden op basis van de lokalisering van de verkeersovertredingen (per gewest). Zodra deze tweede schijf per gewest verdeeld is, zou het bedrag per gewest via de klassieke verdeelsleutel (categorie zone, aantal kilometers wegen, daling aantal slachtoffers) verdeeld worden onder de zones. Maar uit het MB blijkt nu

dat de tweede schijf louter verdeeld is op basis van een vast percentage van de eerste schijf. Uit een eigen analyse blijkt dat de zones ongeveer 1,74 % krijgen van hun eerste schijf. Koen Van Heddeghem en Tom De Schepper ÎÎwww.vvsg.be (kies veiligheid, knop  verkeersveiligheidsfonds) Ministerieel Besluit van 21 april 2010 betreffende de toekenning van de financiÍle hulp van de Staat in het kader van de verkeersactieplannen 2009 – tweede deel in  BS van 12 mei 2010 – Inforumnummer 206256

Aangepast subsidiebedrag  eigen ontwerp

gf

S

De Lijn past ook het subsidiebedrag voor halteaccommodatie eigen ontwerp aan.

inds 1 april zijn de prijzen van de gesubsidieerde halteaccommodatie gewijzigd. De aanpassing wordt ook toegepast op de subsidiebedragen van de halteaccommodatie eigen ontwerpen. Daarom werd ook de proceduretekst in verband met subsidies voor halteaccommodatie ‘eigen ontwerp’ aangepast (zie letter E). Als voor een ontwerp nog een vorig subsidiebedrag meegedeeld is aan een gemeente, dan blijft dit opgegeven bedrag voor dit ontwerp behouden.

Erwin Debruyne ĂŽĂŽwww.vvsg.be, knop omgeving, mobiliteit, op 1 lijn, halteaccommodatie

Tot 30 juni Word ambassadeur van het luisteren Met zijn campagne Luisteren is een kunst roept de Kinder- en Jongerentelefoon gemeenten, steden, provincies en de Vlaamse overheid op om ambassadeur van het luisteren te worden. Met deze titel willen de organisatoren erop wijzen hoe belangrijk het in onze samenleving is naar kinderen en jongeren te luisteren. De vijf verkozen ambassadeurs ontvangen ook een symbolisch kunstwerk. De kunstenaars Jacques Charlier, Johan Tahon, Herr Seele, Anne-Mie Van Kerckhoven en Ronny Delrue maakten een speciaal werk dat het luisteren naar kinderen symboliseert. ĂŽĂŽwww.kjt.org, knop luisteren is een kunst

6 LOKAAL 16 juni 2010


PRINT & WEB

1 op 4

In Vlaanderen lenen jaarlijks 1,5 miljoen inwoners boeken of cd’s uit de bibliotheek. Met andere woorden, een kwart van de Vlamingen gaat minstens ÊÊn keer per jaar naar de bibliotheek. Het kleinste aandeel leners binnen hun bevolking hebben de gemeenten uit het stedelijke gebied rond Brussel, met maar ÊÊn lener per zes inwoners. Ook de plattelandsgemeenten hebben een laag aandeel leners. Het grootste aandeel woont in de centrumsteden waar ÊÊn op de drie inwoners lener is. Wilt u meer weten over het aantal leners in uw gemeente, surf dan naar www.lokalestatistieken.be.

Online:  sociaaltolkenenvertalen.be Steeds meer instellingen doen een beroep op sociale tolken en vertalers. Het is hun bekommernis dat alle burgers, ook als ze onvoldoende Nederlands spreken, toegang krijgen tot sociale en openbare dienst- en hulpverlening. Maar wat is sociaal tolken en vertalen nu precies? En hoe kunt u daar als instelling gebruik van maken? Hoe is het sociaal tolken en vertalen in Vlaanderen georganiseerd? Waarvoor kan ik bij de sociaal tolk- en vertaaldiensten terecht? En voor wie werken de sociaal tolk- en vertaaldiensten? Op de nieuwe, gebruiksvriendelijke website van de Centrale Ondersteuningscel Sociaal tolken en vertalen (COC) vindt u voortaan een helder antwoord op al uw praktische vragen. COC maakt deel uit van het Vlaams Minderhedencentrum. www.sociaaltolkenenvertalen.be

Vlaamse  Ombudsdienst: Jaarverslag 2009

wWW.PICARD.CC

In de week van 3 mei verzamelden 49 straatvegers van de stad Mechelen 100 ton zwerfvuil. Ze dumpten 12 containers in een doorzichtige glazen kubus op de Grote Markt zodat iedereen deze gigantische afvalberg met eigen ogen kon zien. Met deze confronterende en symbolische actie haalde het stadsbestuur massaal de pers. IR

Minder restafval in 2009

U

it voorlopige cijfers blijkt dat de Vlaming in 2009 twee kilogram minder restafval produceerde dan in 2008. De impact van de economische crisis op het huishoudelijke afval is verwaarloosbaar. Bewuste beleidskeuzes in verband met de inzameling van grofvuil of het invoeren van diftar beĂŻnvloeden de hoogte van

de afvalberg veel duidelijker. Dat concludeert Interafval, het samenwerkingsverband van de Vlaamse afvalintercommunales en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, uit de voorlopige cijfers die het verzamelde bij zijn leden. Het restafval is het afval dat mensen meegeven in de grijze bak of zak, het verkeerd gesor-

teerde en niet recycleerbare PMD-afval, het afval van de straatvuilnisbakjes en het grofvuil van het containerpark dat niet hergebruikt of gerecycleerd kan worden. Lieselot Decalf

ĂŽĂŽwww.vvsg.be, knop omgeving, afval, afvalpreventie, prognose restafval

De Vlaamse Ombudsdienst heeft in 2009 een recordaantal van 6712 vragen en klachten gekregen en behandeld. Dat blijkt uit het nieuwe jaarverslag dat eind april verscheen. Ruim een derde van de behandelde klachten ging over het thema wonen, met de strengere voorwaarden voor de renovatiepremie als onbetwiste koploper. De Ombudsdienst ontving ook veel klachten van sociale huurders, over de lange wachtlijsten, de woonkwaliteit en de berekening van de huurprijs. Daarnaast ging een groot deel van de klachten over verkeer en mobiliteit, gevolgd door klachten over water, gas en elektriciteit, onderwijs, ruimtelijke ordening, en welzijn en gezondheid. De stijging van het aantal klachten wijst op een dubbele tendens: enerzijds zijn er tekortkomingen geweest in de overheidscommunicatie, anderzijds is de Vlaamse overheid klantgerichter geworden, waardoor ze meer klachten aantrekt en die beter registreert. Het jaarverslag kan integraal worden gedownload op onderstaande site. www.vlaamseombudsdienst.be

16 juni 2010 LOKAAL 7


PERSPIRAAT

KORT LOKAAL NIEUWS

Lekker te grazen

“ Mensen vergeten hoe belangrijk

het is dat de steden het goed doen, niet alleen economisch maar ook sociaal. Eén verloederde wijk kan grotendeels het beeld bepalen dat mensen hebben van hun samenleving.

Schrijver-essayist Tom Naegels – Trends 29/4

“Ook lokale overheden kunnen gezinsvriendelijke werkgevers zijn.” Annemie Drieskens van de Gezinsbond, n.a.v. het Charter gezinsvriendelijke onderneming van de Gezinsbond – Het Belang van Limburg 22/5 LIESBET VAN LOO

“ Het is best denkbaar dat je nog

een confederale belasting overhoudt. Net zoals je ook de gemeentebelastingen niet afschaft. Siegfried Bracke (N-VA) – Het Belang van Limburg 29/5

“ In Zwitserland ligt het grootste

deel van de belastingen en uitgaven bij de kantons en gemeenten. Het federale niveau vertegenwoordigt er slechts een tiende van het totaal.

Politiek journalist Boudewijn Vanpeteghem – Trends 20/5

“ De lokale besturen zijn vaak corrupt. De regering geeft hen een budget, maar het wordt niet gebruikt voor de juiste doeleinden. Jimmy Mthombesu uit het township Winterveldt, Pretoria, Zuid-Afrika – Het Belang van Limburg 31/5

“ Wat Walen en Vlamingen bindt

over de taalgrens heen, is ons diepgewortelde particularisme. Je bent van Luik, of Gent, of Kuttekoven. Iedereen is natuurlijk van ergens. Maar die kerktorenmentaliteit is bijna nergens zo groot als hier. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het verschil tussen een WestVlaming en een Limburger even groot is als dat tussen een Vlaming en een Waal. Of de Belgische staat nu verdwijnt of niet, is dan eigenlijk van geen belang.

Schrijver-essayist Geert Van Istendael – De Tijd 30/4

“ Zolang landen over kernwapens

beschikken, blijven steden en gemeenten doelwitten voor deze wapens, veeleer dan landen.

Luc Dehaene, burgemeester van Ieper en voorzitter van het internationaal campagnesecretariaat van Mayors for Peace – Het Nieuwsblad 21/5

8 LOKAAL 16 juni 2010

I

n mei en juni zullen tachtig schapen in drie weken tijd 2,4 kilometer van de Gentse taluds rond de Blaarmeersen afgrazen. Het begrazingsproject Lekker te grazen is een mogelijk alternatief voor het machinaal maaibeheer van de in totaal 27 kilometer Gentse taluds en bermen aan waterlopen. De stad Gent werkt hiervoor samen met de sociale werkplaats Pro Natura vzw. Elke ochtend begeleiden herder Stephane Detry en zijn bordercollie Toca de schapen vanaf acht uur naar de taluds. Per dag begrazen de dieren een oppervlakte van ongeveer 8000 m². Een schaap verwerkt dagelijks vijftien tot twintig kilo gras. Om 14 uur keren de schapen terug naar hun wachtweide. In september start hun tweede begrazingsperiode. De stad Gent verwacht dat de schapen een oplossing bieden voor de problemen waarmee het machinaal maaibeheer kampt: moeilijk bereikbare, steile terreinen

met hagen of bomen die machines beschadigen, het opruimen van maaisel en het vermalen van zwerfvuil. De herder ruimt het afval op dat hij op zijn weg tegenkomt. In tegenstelling tot machines zijn schapen bovendien ecologisch, ze verbruiken geen brandstof en vervuilen het milieu niet. Begrazing zorgt zelfs voor een grotere biodiversiteit omdat schapen insecten en amfibieën laten ontsnappen, ze geven de vegetatie meer structuur en ze zorgen voor de verspreiding van plantenzaden via hun mest en hun wollige vacht. Als Gent het project positief evalueert, zal de begrazing volgend jaar uitgebreid worden naar andere taluds en bermen langs waterlopen. Pro Natura hoopt in de toekomst een hele ploeg herders aan het werk te kunnen zetten. Inge Ruiters ÎÎwww.gent.be, knop leven, leefomgeving

Tot 19 november Ding mee naar de titel Dementievriendelijke gemeente Personen met dementie en hun naasten raken vaak geïsoleerd. Er bestaan ook massa’s clichés en vooroordelen over dementie, die een spontane communicatie in de weg staan. Vaak verbrokkelt daardoor het contact tussen een persoon met dementie en de lokale gemeenschap. Er zijn talloze mogelijkheden om dit te veranderen. De Koning Boudewijnstichting wil met deze oproep steun verlenen aan lokale initiatieven die mensen met dementie en hun mantelzorgers de mogelijkheid bieden om te blijven meedraaien in de lokale gemeenschap en om deel te nemen aan het openbare leven. De financiële steun varieert van 1000 tot 15.000 euro. ÎÎwww.kbs-frb.be, elke.vastiau@vvsg.be


JOHAN ACKAERT column

Een zucht  inspiratie

T

ieners van twaalf tot vijftien jaar blinken doorgaans uit in afwezigheid op culturele activiteiten. Magda, het cultuureducatief netwerk in Leuven en Vlaams-Brabant, onderzocht hoe

dit komt en bundelde het resultaat in de publicatie Windkracht Tieners. In deze brochure zijn gedreven personen en organisaties aan het woord die zich, met of zonder succes, inzetten om de tienergroep cultureel te prikkelen. Ze doen hun verhaal, vertellen over hun geheime recepten, hun meningen en weetjes maar ook over hun bezorgdheden en twijfels en over de vragen waarmee tieners worstelen. Windkracht Tieners is een inspiratiebron voor iedereen die met tieners werkt en culturele activiteiten voor hen ontwikkelt. Inge Ruiters

Over konijnen en lichtbakken Nu de zwarte goden van de grasmat de witte konijnen van de politiek verdringen op uw televisiescherm, wil ik u confronteren met het leed van het schepencollege in een mij goed bekende gemeente. Het slaat op de vraag hoe de verkeersstroom in een deelgemeente geheroriÍnteerd moet worden. Dit probleem groeide met het verstrijken van de decennia. De bestaande verkeersinfrastructuur blijkt in de oude dorpskern onvoldoende ontwikkeld te zijn om de groeiende verkeersstroom in veilige banen te leiden en het sluipverkeer te verteren. Het vorige schepencollege pakte in een hoorzitting in de inmiddels geprofaneerde parochiezaal uit met een ambitieus mobiliteitsplan. En u kunt u het verloop van een dergelijke avond best voorstellen. Eerst een inleiding door de schepen die de ernst waarmee het bestuur het probleem behandelde, benadrukte. Dan een technisch verbluffende powerpointpresentatie verzorgd door enkele ingenieurs die hun genialiteit aantoonde. Even later volgde dan het hoogtepunt van de avond: de stormloop van de toehoorders naar de plannen aan de muur om er zich in de eerste plaats van te vergewissen of er een parkeerstrook of boom of drempel of vernauwing voor hun deur kwam om daarop hun individueelste zorg te verpakken in een kritisch-constructieve houding in het vermeende belang van Jan en Alleman. Eindresultaat: omstreeks middernacht trok iedereen gefrustreerd naar huis en van al die plannen is geen klinker gelegd. Geen draagvlak, luidt het dan. Nieuw bestuur, nieuwe poging. Deze keer met de procesmatige aanpak. In de loop van de voorbije twaalf maanden experimenteerde het gemeentebestuur met vier proefopstellingen en brachten ambtenaren de effecten op de verkeersintensiteit en snelheid voorbeeldig in kaart. Begin mei kregen de inwoners van de betrokken wijken de bevindingen van dit noeste cijferwerk in de vorm van een degelijke nota van zes pagina’s in

de brievenbus met de vraag hun voorkeurscenario aan het bestuur bekend te maken. Meteen wist menig inwoner wat te doen op de spreekwoordelijk mooie pinksterdagen. Het bestuur vroeg immers niet om met een simpel ‘voor’ of ‘tegen’ te antwoorden maar verwachtte dat inwoners de verschillende alternatieven rangschikten (waarmee het bestuur de bestuurlijke capaciteit van zijn inwoners geenszins onderschat, integendeel zelfs). Alleen op die voorwaarde zou het enquĂŞteformulier geldig zijn en meegenomen worden in het telwerk. Ik zou nu natuurlijk opnieuw mijn methodologische pet kunnen opzetten en zeuren over de responsgraad, variaties in de respons volgens betrokken wijken en kenmerken van bewoners, de vrij hoge moeilijkheidsgraad van de vraagstelling, maar ik doe dit niet om de lezer verveling te besparen. Integendeel, ik waag mij aan een pronostiek, de officiĂŤle uitslag van deze ogenschijnlijk innovatieve oefening in burgerbetrokkenheid is immers nog niet bekend. Mijn voorspelling steunt op de simpele combinatie van het aantal huizen in de betrokken straten en de verwachte verkeersintensiteit daar: het alternatief dat de straten met de meeste inwoners de minste verkeerslast aanreikt, haalt het met de vingers in de neus! En bijgevolg kan het bestuur binnenkort uitpakken met een democratisch gelegitimeerde beslissing zonder zijn eigen handen te bevuilen: het is immers de keuze (en dus de schuld) van de inwoners‌ Heeft Stijn Meuris dan toch gelijk met zijn boude bewering dat gaan stemmen zinloos is omdat politici hun verantwoordelijkheid om keuzes te maken ontvluchten? Of is het net omgekeerd: zijn verkiezingen de lichtbak in het duister waarvoor politici verlammen? Meuris herwerkte onlangs ‘Van God los’. Straks verandert hij wellicht ook een ander nummer in: ‘Zou een klein beetje minder verkiezingen dan niet beter kunnen zijn?’ I

ĂŽĂŽwww.magdanet.be, knop magda doet, tiener traject

16 juni 2010 LOKAAL 9


LAYLA AERTS

ORGANISATIE FINANCIEEL BELEID

10 LOKAAL 16 juni 2010


Het nieuwe beleids- en financiÍle systeem  voor lokale besturen: de planning centraal Een goede inhoudelijke en financiÍle planning is de kapstok waaraan het besluit over de beleids- en beheerscyclus voor gemeenten en OCMW’s is opgehangen. In het vorige nummer van Lokaal kon u al lezen wat de uitgangspunten van dat besluit zijn. Nu bekijken we aan welke vereisten het meerjarenplan en het budget zullen moeten voldoen. Jan Leroy

B

ij de lokale besturen zien we voor de planning al enige tijd een dubbele tendens. Terwijl vroeger de nadruk vooral op de jaarlijkse goedkeuring van de begroting of het budget lag, won de meerjarenplanning steeds meer aan belang. Een tweede evolutie heeft betrekking op het voorwerp van de planning. Die gebeurde vroeger bijna uitsluitend financieel, met als sluitstuk de controle op het opgelegde evenwicht. Die vooral inputgerichte werkwijze maakt stilaan plaats voor het bepalen van doelstellingen en acties, waaraan vervolgens de financiĂŤle consequenties worden gekoppeld, een verschuiving van (alleen) financiĂŤle planning naar (ook en zelfs eerst) beleidsplanning dus. Het Gemeente- en het OCMW-decreet pikken in op die dubbele tendens. Besturen moeten in het eerste jaar van de legislatuur een meerjarenplan voor zes jaar opstellen, met daarin de krachtlijnen van het geplande beleid. Uiteraard moet het meerjarenplan jaarlijks worden bijgestuurd, want niemand kan de toekomst voor de komende zes jaar voorspellen. Het meerjarenplan bestaat uit een inhoudelijk luik, de strategische nota, en een financieel luik, de financiĂŤle nota, met een stevige band tussen beide. Het jaarlijkse budget is dan de concretisering van dat meerjarenplan, met opnieuw een inhoudelijk (de beleidsnota) en een financieel luik (de financiĂŤle nota). Meerjarenplan In de strategische nota van het meerjarenplan komen de prioritaire beleidsdoelstellingen. Dat zijn de doelstellingen waarover het bestuur expliciet wil rapporteren omdat het die zeer belangrijk vindt. Wat niet bij de prioritaire beleidsdoelstellingen hoort, komt terecht bij het zogenaamde overige beleid. Een beleidsdoelstelling geeft aan welk resultaat of effect het bestuur wil bereiken. Dat resultaat of effect kan meetbaar worden gemaakt (‘x% minder verkeersslachtoffers’) als dat mogelijk of nuttig is, maar dat hoeft niet noodzakelijk (‘een grotere klantentevredenheid’). Aan elke beleidsdoelstelling hangen actieplannen met een realisatietermijn vast, en een raming van de eraan verbonden ontvangsten en uitgaven. Het besluit koppelt beleidsbeslissingen dus aan kasstromen (hoeveel financiĂŤle middelen zetten we in voor een bepaalde doelstelling). Andere financiĂŤle aspecten (bv. afschrijvingen) komen in deze fase niet aan bod. De financiĂŤle nota van het meerjarenplan bevat twee delen, het financiĂŤle doelstellingenplan en de staat van het financiĂŤle evenwicht. Het financiĂŤle doelstellingenplan is opgebouwd per jaar en per beleidsdomein, waarbij de besturen zelf grotendeels kiezen hoe Een percentage minder verkeersslachtoffers kan het resultaat zijn dat een beleidsdoelstelling aangeeft.

ze die beleidsdomeinen bepalen. Het financiĂŤle doelstellingenplan bevat het totaal van de verwachte ontvangsten en uitgaven, enerzijds van de prioritaire beleidsdoelstellingen uit de strategische nota en anderzijds van het overige beleid.

De vooral inputgerichte werkwijze maakt stilaan plaats voor het bepalen van doelstellingen en acties, een verschuiving van financiÍle naar beleidsplanning dus. Evenwicht Als gemeenten en OCMW’s overstappen op een nieuw financieel (rapporterings)systeem, is het logisch dat ook de definitie van het financiÍle evenwicht verandert. Zo is er geen sprake meer van een gewone en buitengewone dienst, of van vorige en eigen dienstjaren. Met het nieuwe systeem moet het resultaat op kasbasis per boekjaar van het meerjarenplan groter dan of gelijk aan nul zijn. Het resultaat op kasbasis bestaat uit het budgettaire resultaat van een bepaald jaar (ontvangsten min uitgaven), verhoogd met het gecumuleerde budgettaire resultaat van vorige boekjaren en verminderd met de zogenaamde bestemde gelden, de middelen die de raad voorbehoudt voor specifieke projecten later. Er is echter nog een tweede evenwichtsvoorwaarde. In het laatste jaar waarop de financiÍle nota van het meerjarenplan betrekking heeft, moet de zogenaamde autofinancieringsmarge positief of nul zijn. Die blijft over nadat van alle exploitatie-

Sanctie voor te late jaarrekeningen De meeste gemeenten en OCMW’s stellen hun jaarrekening keurig op tijd op. Toch is het bij ongeveer een op de tien besturen elke keer weer meer dan een jaar wachten op een jaarrekening. Dat maakt het natuurlijk onmogelijk om financieel de vinger aan de pols te houden. Het nieuwe beleids- en beheersysteem sanctioneert laattijdige rekeningen. Het zal alleen nog mogelijk zijn het financiÍle evenwicht in het meerjarenplan of het budget te bewijzen voor een bepaald jaar N, wanneer de jaarrekening van N-2 is vastgesteld door de raad en verwerkt in dat meerjarenplan of budget. Is dat niet het geval, dan moet het bestuur met voorlopige kredieten werken. JL

16 juni 2010 LOKAAL 11


DE BELEIDS- EN BEHEERSCYCLUS VOOR GEMEENTEN EN OCMW’S

N SIEF I U L C EX OKAAL L CIEEL FINAN MENT E G A MAN

Op 7 mei heeft de Vlaamse Regering haar principiële goedkeuring gehecht aan het besluit over de Beleids- en beheerscyclus voor gemeenten, OCMW's en provincies. Dat besluit bevat onder andere nieuwe regels over de meerjarenplanning, het budget, de boekhouding en de jaarrekening, en moet de lokale besturen toelaten een modern financieel beleid te voeren. Wellicht worden de nieuwe regels veralgemeend ingevoerd vanaf 2014, maar gemeenten en OCMW’s die dat willen, zouden al vervroegd kunnen instappen. Met Lokaal Financieel Management weet u er alles van!

Auteur

De overstap naar het nieuwe systeem betekent voor de lokale besturen een hele uitdaging. Lokaal Financieel Management neemt de handschoen op en wil hen hier zo goed mogelijk bij begeleiden. Zo verschijnt heel binnenkort een eerste bijdrage over de algemene boekhouding binnen het nieuwe systeem, met een toelichting bij de belangrijkste uitgangspunten, de meest opvallende verschillen met de vennootschapsboekhouding, enz. Dat is slechts een opstap voor een volledige bespreking van alle posten van de balans en van de staat van opbrengsten en kosten, met de belangrijkste boekingen die ermee samenhangen.

De bijdragen over de algemene boekhouding binnen de Beleidsen beheerscyclus zijn van Christophe Vanhee. Hij is medewerker van de Vakgroep Accountancy en Bedrijfsfinanciering van de Universiteit Gent en gespecialiseerd in systemen van overheidsboekhouden.

Abonnees Abonnees van Lokaal Financieel Management ontvangen de komende maanden de verschillende delen, en zullen tegen eind 2010 over de hele tekst kunnen beschikken. Bent u nog geen abonnee?

Lokaal Financieel Management De toonaangevende financiële reeks voor lokale besturen - 2 delen boekhouding volgens de nieuwe Beleids- en beheerscyclus (komen in de loop van 2010 tot stand) - 2 delen commentaar: juridische teksten, theoretische analyses, aanbevelingen en praktijkverhalen - 2 delen boekhouding volgens de NOB (blijft van kracht tot elk bestuur is overgestapt op de nieuwe regeling) - losbladig dus steeds actueel - door een redactie onder leiding van vakspecialisten Jan Leroy (VVSG) en Rudi Hellebosch (ABB)

Bestel het boek voor 30 juni 2010 tegen de voordeelprijs van € 79 (VVSG-leden) of € 99 (niet-leden).*

Bestelkaart

Stuur of fax deze strook naar: Uitgeverij Politeia, Ravensteingalerij 28, 1000 Brussel, fax 02 289 26 19

JA, ik bestel … ex. van Lokaal Financieel Management (6 delen + cd-rom, € 79 VVSG-leden, € 99 niet-leden*)

Naam Functie Bestuur/Organisatie E-mail Adres

BTW * Prijzen inclusief btw, exclusief verzendingskosten. Losbladige publicatie met abonnement. Bij intekening op een abonnementsformule worden de bijwerkingen u automatisch toegestuurd tegen 0,49 euro per bladzijde en 29 euro per cd-update, en dit tot schriftelijke wederopzegging. Prijs geldig tot 31.05.2010. Check voor actuele prijzen steeds onze website www.politeia.be

12 LOKAAL 16 juni 2010

Datum Handtekening

Uw gegevens worden door ons in een bestand bijgehouden en niet aan derden doorgegeven. Overeenkomstig de wet op de privacy heeft u inzage- en correctierecht.

Tel.


ORGANISATIE FINANCIEEL BELEID

ontvangsten de exploitatie-uitgaven en de ‘netto periodieke leningsuitgaven’ (intresten en aflossingen) zijn afgetrokken. De autofinancieringsmarge moet dus niet elk jaar positief zijn. Ze geeft aan in welke mate een bestuur in staat is vanuit de exploitatie voldoende middelen te genereren om de financiële schulden te vereffenen. De autofinancieringsmarge is daarnaast een indicator voor de mate waarin een bestuur investeringen kan financieren zonder een beroep te moeten doen op leningen. Budget Het budget bevat naast de toelichting twee onderdelen: de beleidsnota en de financiële nota. De beleidsnota bestaat dan weer uit een doelstellingennota, een doelstellingenbudget, de financiële toestand en enkele lijsten die onder meer te maken hebben met de mogelijke delegatie vanuit de raad voor overheidsopdrachten of daden van beschikking.

Met het nieuwe systeem moet het resultaat op kasbasis per boekjaar van het meerjarenplan groter dan of gelijk aan nul zijn. De doelstellingennota sluit aan bij de strategische nota en bevat de prioritaire beleidsdoelstellingen van het jaar, met per beleidsdoelstelling de actieplannen en per actieplan de acties en de geraamde ontvangsten en uitgaven. Het doelstellingenbudget is opgebouwd per beleidsdomein en bevat het totaal van de verwachte ontvangsten en uitgaven, enerzijds van de prioritaire beleidsdoelstellingen uit de doelstellingennota en anderzijds van het overige beleid. De financiële toestand bevat informatie over het resultaat op kasbasis en over de autofinancieringsmarge (met telkens een vergelijking tussen de raming voor dat jaar en die in het meerjarenplan). De financiële nota van het budget bestaat uit het exploitatiebudget, het investeringsbudget en het liquiditeitenbudget. In het exploitatiebudget staan per beleidsdomein de transactiekredieten voor de exploitatie, dus voor de in dat jaar verwachte exploitatieuitgaven en ontvangsten. De keuze van de beleidsdomeinen is essentieel, want een wijziging van het exploitatiebudget via de raad zal alleen nodig zijn wanneer het saldo van de verwachte exploitatieontvangsten en -uitgaven van een bepaald beleidsdomein zou zakken. De rest kan opgelost worden via een interne kredietaanpassing. Het investeringsbudget bestaat enerzijds uit de nieuwe investeringsenveloppen en anderzijds uit een overzicht per beleidsdomein van de transactiekredieten van alle investeringsenveloppen van het boekjaar. In een investeringsenveloppe zitten zowel verbinteniskredieten (nodig om een verbintenis, zoals de betekening van een gunning, aan te gaan) als transactiekredieten (die nodig zijn voor de transacties zelf). Het onderscheid tussen verbintenis- en transactiekredieten voor investeringen vermijdt de huidige verplichting dat een bestuur (budgettair) al moet voorzien in de financiering van investeringen die wel al gegund worden maar die pas later en gespreid in de tijd tot uitgaven zullen leiden. Het liquiditeitenbudget bevat het resultaat op kasbasis. Dat bestaat uit de ontvangsten en uitgaven van respectievelijk het ex

ploitatie- en het investeringsbudget en van andere transacties, het gecumuleerde budgettaire resultaat van het vorige financiële boekjaar en de bestemde gelden. Het ontwerpbesluit bevat ook nog een reeks garanties opdat het budget binnen het meerjarenplan zou passen en enkele criteria voor de budgetwijzigingen. Toelichting De noodzakelijke verduidelijkingen bij het meerjarenplan of het budget komen terecht in de toelichting. Die bevat alle relevante informatie voor de raadsleden. Ze moet hun samen met het ontwerp van meerjarenplan of budget worden bezorgd en ze gaat nadien ook mee naar het toezicht. Jan Leroy is VVSG-stafmedewerker financieel beleid In het volgende nummer van Lokaal leest u meer over de kredietbewaking, de uitgaven- en ontvangstencyclus en de boekhouding.

• www.binnenland.vlaanderen.be/bbc/index.htm • voor meer achtergrond kunt u een abonnement nemen op Lokaal Financieel Management, een VVSG-Politeia-uitgave (www.politeia.be) 16 juni 2010 LOKAAL 13


PRAKTIJK

GFS

ZWEVEGEM – De bibus is niet alleen een uitleenpost van de bibliotheek. Iedereen kan er terecht met vragen over de dienstverlening van de gemeente en het OCMW. De bemanning verzekert dat elke bezoeker wordt geholpen en dat hij daarna minstens één stap dichter bij de oplossing staat. Elke week staat de bibus op een vast tijdstip op een vaste locatie in de dorpskernen en aan de scholen van Heestert, Moen, Sint-Denijs, Otegem en Zwevegem-Knokke.

Dankzij de bibus kunnen de bewoners van de deelgemeenten dicht bij huis boeken ontlenen, vuilniszakken kopen of een nieuw paspoort ophalen.

Bibus met gemeente en OCMW aan boord ‘Door de inschakeling van de bibus veranderen de werkwijze, de omgeving en de openingsuren van de bibliotheek en de gemeentelijke diensten grondig,’ licht bibliothecaris Mia Allaert toe. ‘Maar de veranderingen zijn positief, zowel voor het personeel als voor de inwoners, ze scheppen meer mogelijkheden en verzekeren een betere dienstverlening. De bibus doet dienst als uitleenpost van de hoofdbibliotheek en neemt veel voorkomende loketfuncties van de deelgemeenten en hun OCMW’s over. Hij verzekert en verruimt de dienstverlening van de uitleenposten Heestert, Moen en Sint-Denijs die hun deuren hebben gesloten. De bibus brengt de bieb voor het eerst naar Otegem en Zwevegem-Knokke waar geen bibliotheekvoorziening was. Door de volledige online-automatisering is het aantal mogelijkheden sterk uitgebreid. Zo passen we de RFID-techniek (Radio Frequency IDentification) van de bibliotheek toe zodat we vlot en eenvoudig wisselende collecties kunnen verwerken in functie van de bezochte doelgroep. Ook de gemeentelijke dienstverlening van de gemeenschapshuizen Heestert, Moen en Sint-Denijs en het ontmoetingscentrum Otegem is verhuisd naar de bibus. In de gemeenschapshuizen kunnen de inwoners wel nog steeds terecht voor de zitdagen van de sociale dienst van hun OCMW. Het gehucht Zwevegem-Knokke krijgt met de bibus voor het eerst ook volwaardige

gemeentelijke en OCMW-dienstverlening op zijn grondgebied.’

veel meer bezoekers dan de afzonderlijke uitleenposten.

Volwaardige dienstverlening

Tevreden klanten

Het mobiele loket is altijd bemand met twee personeelsleden: één van de gemeente of het OCMW en één van de bibliotheek. De bus is uitgerust met vijf werkposten waarvan twee bestemd zijn voor het personeel, twee voor de bezoekers (met internetverbinding) en één zelfuitleendienst voor de bibliotheekfunctie. Op een deelsite www.zwevegem.be vinden geïnteresseerde burgers permanent online-informatie over de bibus. Ze kunnen er op gelijk welk ogenblik vragen stellen. De bus beschikt ook over een lichtkrant en over een scherm buiten naast de ingang van de bus waarop aankondigingen en affiches kunnen worden geprojecteerd. In de gemeentelijke informatiekrant steekt een bibuskalender zodat de inwoners van elke deelgemeente weten waar en wanneer ze de bibus in hun buurt kunnen bezoeken. De personeelsleden van de bibus zijn afkomstig van de vroegere uitleenposten van de hoofdbibliotheek en van de dienst Bevolking. Op elke ronde zitten er twee. Minstens één van hen beschikt over een rijbewijs C en bestuurt de bus. Ze zijn allemaal enthousiast over hun nieuwe werkregeling. De rijdende werkplek brengt veel variatie in hun werk en geeft nog meer voldoening. De bus trekt

De bus rijdt volgens een vast wekelijks rittenschema. Buiten de schoolvakanties stopt de bus elke week driemaal in elke dorpskern waarvan eenmaal aan elke school en tweemaal op het dorpsplein. Het rusthuis en de instelling zijn ook in het centrum gelegen. De bibusservice biedt veel voordelen in vergelijking met de vroegere situatie. Alle dienstverlening wordt op dezelfde plaats en dichter bij huis aangeboden. De bus heeft langere openingstijden, per deelgemeente zijn de openingsuren uitgebreid. Bovendien is het aanbod van de bibliotheek en de gemeentelijke dienstverlening in de bus ruimer. De bezoekers van de bibus herkennen de halteplaatsen aan een witte bibuskolom waarop het rittenschema is aangebracht. De bus zelf is een aangename ruimte die mooi en functioneel is ingericht. Het is een open voertuig met veel ramen dat op het chassis van een autobus gemonteerd is. Uitgerust met een volautomatische lift is de bus ook vlot toegankelijk voor rolstoelgebruikers en bezoekers met kinderwagens. Inge Ruiters

ii Mia Allaert, bibliothecaris gemeentelijke openbare bibliotheek Zwevegem, T 056-76 59 05, mia.allaert@zwevegem.be, www.zwevegem.be, bibus@zwevegem.be 14 LOKAAL 16 juni 2010


NORA VAN MEEUWEN DE-LOKAAL

Ik ken u !

J

uni 2009. ‘Mag ik even van uw tijd?’ ‘Waarom?’ ‘Wel, wij komen vanwege meneer Cabrera van de PRD. Hij biedt u dit plantje aan.’ Met uiteraard ook een foldertje met zijn foto erbij. ‘Maar ik ben buitenlandse, ik mag helemaal niet stemmen!’ ‘O, oké, dank u wel dan. Prettige dag nog.’ Het dartele stel – jongeman met een grote doos plantjes voor zijn borst, zoals de dames die in music-halls sigaretten aan de man brachten, jongedame met petje in partijkleuren en een stapel folders – loopt door. Maar enkele minuten later ligt er toch zo’n kanariegele folder op mijn patio. Ik vervloek mijn Europeesheid. Ik had dat plantje gewoon moeten aannemen. Ik eer de eeuwige lente hier met een privé-oerwoud, dus waarom mag de verkiezingspropagandaplant er dan niet bij? Het is nochtans niet de eerste keer dat ik een verkiezingscampagne meemaak. De president, de gouverneurs van de staten en de burgemeesters worden allemaal rechtstreeks verkozen, de eerste twee categorieën voor zes jaar, de burgemeesters voor drie. Tegelijk met de presidents- en gouverneursverkiezingen zijn er verkiezingen voor de Senaat, respectievelijk van de republiek en van de staat. De vertegenwoordigers voor de Kamers worden voor drie jaar verkozen, net als de lokale congressen, dus daar is halverwege de bestuursperiode nog eens een extra rondje voor. En tussendoor zijn er op plaatselijk niveau ook nog eens verkiezingen voor een soort van wijkraden. De verkiezingen voor staten en gemeenten hebben een eigen kalender, er heerst dus altijd wel ergens in het land een verkiezingsroes, vorig jaar hier in Morelos. Wegen en pleinen verdwijnen heel geregeld achter affiches en spandoeken, allemaal van onverwoestbaar plastic, regenseizoenproof.

Van overal kijken dames en heren ons aan met een blik die vertrouwen moet inboezemen, maar die mij soms eerder bedreigend lijkt. Zeker als hij vergezeld gaat van één enkele zin zoals ‘Ik ken u!’ Het zal wel goed bedoeld zijn, maar mij klinkt het naar: ‘Ik heb u wel gezien, pas maar op!’ Maar zoals het plantje bewijst, proberen kandidaten ons niet alleen via affiches te verleiden. Ik heb nu nog kleine blocnootjes met propaganda van unitaire Belgische politieke partijen die ik in mijn kleutertijd ijverig verzamelde en ik herinner me ook balpennen en sleutelhangers. Hier bestaat het gebruik nog steeds. Kandidaten dingen naar onze gunst met drinkbekers, flessenopeners, handdoekjes, hoedjes, paraplu’s, heel veel T-shirts met logo’s en slagzinnen, en zelfs met zakken cement. Politici lokken bussen volk naar hun meetings in ruil voor een lunchpakket. En enkele jaren geleden was er veel ophef toen een politica onderweg naar een meeting een botsing had met haar bestelauto tjokvol mobiele telefoons. Zaterdagochtend, een uur of half tien. Telefoon, onbekend nummer. Een opgewekte stem begroet me. ‘Goeie morgen, u spreekt met Sergio Alvarez Mata.’ ‘Met wie, pardon?’ ‘Sergio Alvarez Mata! Ik zou graag eens met u praten.’ Mijn peso valt. Dit is de kandidaat die me van talloze bussen van het openbaar vervoer toelacht, dikwijls met een open venster in zijn gezicht. Hij ambieert de functie van burgemeester van deze stad die ondanks haar charmant vooral druk en chaotisch is. Wat hij daaraan moet doen weet hij blijkbaar zelf ook niet goed. Waarom belt hij anders lukraak mensen om te vragen welke problemen ons het meest bezighouden? Ik zou hem moeten vragen of hij dan twee weken vóór de stembusgang echt nog geen

programma heeft. Het zou kunnen, over programma’s hoor je hier namelijk nooit iets. En als er al eens een kandidaat een kreet slaakt die meer inhoud heeft dan ‘Een eerlijke burger met ervaring’, dan blijkt bij analyse dat die over bevoegdheden van andere niveaus gaat. Maar als migrant mag ik mij niet eens met politiek bemoeien, dus waarom zou ik op zaterdagochtend die discussie voeren met zo’n man aan de telefoon? Waarschijnlijk is hij het niet eens zelf, en heeft hij een hele batterij heren met een vertrouwenwekkend stemgeluid ingehuurd om zoveel mogelijk mensen te bellen. Ik leg dus maar gewoon op. De Partido Verde, de groene partij, deelt geen plantjes uit. Zij verloot auto’s. Het is niet de eerste keer dat ik ze op inconsequentie betrap. Boze tongen beweren dat het enige groen dat deze partij interesseert, dat van dollarbiljetten is. Het enige programmapunt waarmee ze campagne voert is de invoering van de doodstraf voor ontvoerders, ook niet direct een lokaal thema, me dunkt. Een andere kleine partij heeft vast connecties met Limburg. Zij propageert gratis openbaar vervoer. Dat is hier zo volstrekt ongeloofwaardig dat er zelfs niemand over spreekt. Het zou anders niet slecht zijn, want het openbaar vervoer is hier relatief duur. Maar met beter openbaar vervoer dat je ook na negen uur ’s avonds nog thuisbrengt – liefst ongeaccidenteerd – zouden we hier allang gelukkig zijn. De kandidaat die daar een doorwrocht plan voor voorstelt, heeft een streepje voor. Al wil iedereen natuurlijk nóg liever een auto van de groene jongens winnen. Intussen zijn we een jaar later, en Sergio is geen burgemeester geworden. Mensen op zaterdagochtend opbellen is duidelijk niet het beste cadeau, maar auto’s verloten levert even weinig op. 16 juni 2010 LOKAAL 15


STEFAN DEWICKERE

ORGANISATIE SOCIAAL BELEID

Kruispuntbank zorgt voor betere hulpverlening De Kruispuntbank Sociale Zekerheid vroeg de voorbije jaren veel inspanningen van de OCMW’s maar de return die ze ervan krijgen, wordt met de dag groter. Niet alle OCMW’s maken er voldoende en systematisch gebruik van voor dossiers waar dat niet verplicht is. Nochtans kan de Kruispuntbank voor het sociale onderzoek door de maatschappelijk werker belangrijke informatie aanreiken. chris boens en Bart Van Moerkerke

D

e instellingen van de sociale zekerheid communiceren met elkaar en wisselen data uit via de Kruispuntbank Sociale Zekerheid. Het gaat over diensten voor werkloosheid, pensioenen, kinderbijslag, over instellingen voor personen met een handicap, over ziekenfondsen. Je kunt de Kruispuntbank vergelijken met een knooppunt waar al die verschillende instellingen elkaar ontmoeten. Gegevens over burgers en klanten die de ene instelling inbrengt, kunnen ook door de andere leden van het netwerk gebruikt worden, op voorwaarde dat ze gemachtigd zijn om die specifieke data in te kijken. Over die machtiging straks meer. 16 LOKAAL 16 juni 2010

Wortel van de subsidies Natuurlijk moet er zekerheid zijn over de juistheid van de gegevens. Ze zijn afkomstig van wat de Kruispuntbank bepaald heeft als authentieke bronnen. Een authentieke bron is bijvoorbeeld het rijksregister voor de persoonlijke gegevens verbonden aan het rijksregisternummer of de ziekenfondsen voor de mutualiteitsgegevens. Elke instelling behoudt en beheert haar eigen gegevens, er is geen centrale databank, er is alleen een netwerk dat over de Kruispuntbank loopt. Ook de OCMW’s maken sinds enkele jaren deel uit van het netwerk. Ze brengen gegevens in met betrekking tot het leefloon en het

equivalent leefloon (voor vreemdelingen die geen recht hebben op het leefloon). De OCMW’s werden over de brug gehaald met de wortel van de subsidies: ze krijgen namelijk een deel van het uitgekeerde (equivalent) leefloon terugbetaald van de federale overheid op voorwaarde dat ze de aangifte van deze uitgaven indienen via de Kruispuntbank Sociale Zekerheid. Aan het leefloon en het equivalent leefloon zijn rechten verbonden voor de OCMWcliënt. Op basis van de gegevens die de OCMW’s inbrengen zal bijvoorbeeld het ziekenfonds bepaalde bijdragen niet meer vragen aan de cliënt of verhoogde tussenkomsten toekennen. Ook voor de Rijkskas voor Kinderbijslag voor Werknemers (RKW) is de informatie over (equivalent) leefloon zeer belangrijk. Toegang beveiligd De OCMW’s zijn niet rechtstreeks verbonden met de Kruispuntbank. Er is een tussenschakel, de Programmatorische Overheidsdienst (POD) die als netbeheer-


Maatschappelijk werkers kunnen samen met de cliënt de gegevens in de Kruispuntbank overlopen.

der gegevens van de OCMW’s opslaat en aanbiedt aan andere instellingen van de sociale zekerheid. De netbeheerders zoals de POD werken met tabellen van rijksregisternummers, sectoren en periodes. Als een OCMW gegevens inbrengt over een cliënt, gebeurt dat aan de hand van diens rijksregisternummer. Zit datzelfde nummer ook in de databank van de netbeheerder van de ziekenfondsen, dan worden de data over (equivalent) leefloon daarheen gestuurd omdat de mutualiteiten gemachtigd werden om deze informatie te ontvangen.

de maatschappelijk werker heel transparant communiceert met de cliënt over de gegevens die de Kruispuntbank kan leveren. Het is veel beter samen met de cliënt in de Kruispuntbank na te kijken of hij of zij vroeger gewerkt heeft, dan pas achteraf vast te stellen dat de hulpvrager dit (bewust of onbewust) niet vertelde, waardoor de relatie tussen maatschappelijk werker en cliënt al meteen onder druk komt te staan. De OCMW’s raken stilaan doordrongen van het belang van de Kruispuntbank maar ze gebruiken het systeem nog te vaak enkel voor de dossiers die ze verplicht moeten doorgeven aan de POD en waarvoor ze subsidies ontvangen. Er zijn

Aanvullende steun wordt slechts zelden in de Kruispuntbank ingebracht. Het is nochtans om verschillende redenen belangrijk dat wel te doen. In de eerste plaats voor het sociale onderzoek.

De OCMW’s brengen niet alleen informatie in, ze halen ook veel uit het netwerk en dat zal in de toekomst alleen maar toenemen (zie kader). Het ter beschikking stellen en raadplegen van gegevens is gebonden aan strenge veiligheidsnormen. Een toezichtscomité beoordeelt de machtigingsaanvragen van de verschillende instellingen die op het netwerk aangesloten zijn. Het is niet zo dat een instelling die deel uitmaakt van het netwerk, toegang heeft tot alle beschikbare informatie. Ze krijgt enkel inzage in de gegevens over haar cliënten en in die specifieke data waarvoor een machtiging is verleend. Het toezichtscomité gaat na op welke wetgeving een aanvraag gebaseerd is, waarvoor de instelling de informatie nodig heeft, wat ze ermee zal doen, hoe lang ze de data zal bijhouden enzovoort. Voor de OCMW’s als groep is het de VVSG die samen met de POD de machtigingsaanvragen voorbereidt. De POD dient ze in. Aanvullende steun Maatschappelijk werkers van de OCMW’s zijn niet allemaal even ICT-minded, maar ze hebben leren werken met de Kruispuntbank, ze hebben de voordelen ervan leren inzien. Zeker nu ze er steeds meer informatie kunnen uithalen, wordt het belang steeds groter. Het is cruciaal dat

heel veel dossiers waarin ze hulp bieden die niet federaal gesubsidieerd wordt. Aanvullende steun bijvoorbeeld wordt slechts zelden in de Kruispuntbank ingebracht. Het is nochtans om verschillende redenen belangrijk dat wel te doen. In de eerste plaats voor het sociale onderzoek. Brengt een maatschappelijk werker van het OCMW iemand niet in als cliënt, dan heeft hij ook geen toegang tot de informatie van andere instellingen van sociale zekerheid, die heel belangrijk kan zijn. Heeft iemand gewerkt? Hoe lang is dat geleden? Is de persoon in kwestie in orde met het ziekenfonds? Een goed zicht op de sociale en financiële situatie is cruciaal bij het opstarten van hulpverlening. Het is overigens de plicht van elk OCMW na te gaan of een hulpvrager al zijn rechten heeft uitgeput. Een maatschappelijk werker die de Kruispuntbank niet gebruikt, loopt het gevaar zaken over het hoofd te zien. Een tweede reden om de gegevens in verband met aanvullende steun elektronisch bij te houden, is van beleidsmatige aard. Als een OCMW cijfers over bijvoorbeeld de huurtoelage bijhoudt, kan het trends detecteren en analyseren en daar beleidsmaatregelen aan vasthangen. Nu houden sommige OCMW’s die gegevens niet elektronisch bij, andere wel. En zij die het wel doen, gebruiken vaak verschillende parameters en codes zodat ze hun

Wat kan al, wat komt eraan? OCMW’s hebben via de Kruispuntbank Sociale Zekerheid toegang tot • het rijksregister • het wachtregister (een onderdeel van het vreemdelingenregister) • de databank van de SIS-kaarten • de gegevens van het ministerie van Financiën in verband met de stookoliepremie. In de (nabije) toekomst zal ook de consultatie mogelijk worden van • de kinderbijslagkassen • het pensioenkadaster • de gegevens in verband met werkloosheid (uitkeringen, periodes van loopbaanonderbreking, schorsingsbeslissingen) • tegemoetkomingen aan personen met een handicap • de opvolging van de inburgeringsvoorwaarden door de cliënt.

informatie niet naast die van andere, vergelijkbare OCMW’s kunnen leggen. Het gevolg is dat er geen goede en volledige data voorhanden zijn over de aanvullende steun die OCMW’s verstrekken. Dat zou nochtans een goed middel te zijn om de federale overheid duidelijk te maken waar de gaten in haar beleid zitten. Als OCMW’s zwart op wit kunnen aantonen hoeveel aanvullende steun ze verlenen, dan toont dat aan dat het leefloon ontoereikend is om een menswaardig bestaan te leiden. Netwerk van netwerken Om het overzicht helemaal volledig te maken: het netwerk van de Kruispuntbank Sociale Zekerheid staat niet op zich, het is gekoppeld aan andere netwerken. Op die manier zijn de OCMW’s verbonden met e-health, het platform voor medische zorg en gezondheid, waar bijvoorbeeld alle informatie over gezins- en thuiszorg terug te vinden is. Die verschillende aan elkaar gekoppelde netwerken zullen steeds belangrijker worden voor de OCMW’s, de maatschappelijk werkers en voor de burgers. Chris Boens is VVSG-projectmedewerker Kruispuntbank, Bart Van Moerkerke is redacteur van Lokaal 16 juni 2010 LOKAAL 17


STEFAN DEWICKERE

Jef Gabriels: ‘Een belangrijke opdracht voor het lokale niveau is het idealisme levend te houden van iedereen die in de politiek stapt, dat moet je koesteren.’


FORUM Interview JEF GABRIELS

Een taart met vijf kersen  voor de voorzitter Jef Gabriels werd in 2001 voorzitter van de VVSG. Op die negen jaar heeft hij een paar mooie verwezenlijkingen op de palmares van de VVSG kunnen schrijven. Het Gemeentefonds, het verkeersveiligheidsfonds, de tweede pensioenpijler, de verhuizing van de VVSG naar de Paviljoenstraat en uiteraard de tweejaarlijkse Trefdag zijn vijf kersen op een mooie taart. Maar hij vindt het jammer dat de brandweerhervorming nog in de broedkast zit, net zoals de interne staatshervorming. ‘Rien ne va plus,’ zegt de politicus pur sang hierover. Marlies van Bouwel

V

olgens het profiel dat de raad van bestuur in 2001 had opgemaakt moest de nieuwe voorzitter van de VVSG burgemeester van een centrumstad zijn. Bovendien kwam Jef Gabriels uit de partij met de meeste lokale mandatarissen en zoals hij zelf zegt: ‘Het was logisch dat iemand uit de meest voorkomende soort voorzitter werd.’ Tijdens zijn negen jaar voorzitterschap heeft Jef Gabriels een paar mooie verwezenlijkingen op de palmares van de VVSG kunnen schrijven: ‘In het begin hebben we een paar heel belangrijke stappen kunnen zetten. De hervorming van het Gemeentefonds was zo’n stap want de gemeenten werden er geleidelijk veel beter van. Eerst was er de discussie over het principe en vervolgens over de vereenvoudiging van de zeer ingewikkelde indexatie. Het waren moeilijke besprekingen, maar we hebben ze succesvol kunnen afronden.’ Op welke verwezenlijking bent u het fierst? ‘Op wat we tijdens de politiehervorming na moeilijke en harde besprekingen konden realiseren: het verkeersboetefonds dat later het verkeersveiligheidsfonds is gaan heten. Dat was een visionair voorstel dat ervoor gezorgd heeft dat de financiĂŤle gevolgen van de politiehervorming voor de gemeenten beperkt zijn gebleven tot de eerste schok. We hebben met dat fonds iets in het leven geroepen dat elk jaar groeide en de extra kosten grotendeels kon opvangen. De dotatie is voor de meeste gemeenten bijna dezelfde gebleven als tijdens dat eerste jaar. De formule was succesvol, maar het is nog elke dag knokken om deze beslissing van 2002 in stand te houden.’ ‘Wat me persoonlijk veel plezier heeft gedaan is de tweede pensioenpijler van de contractanten die ontstaan is vanuit de zorg voor de vele contractanten, vooral arbeiders met een relatief laag inkomen en dus ook met een laag pensioen. Uit respect voor die

medewerkers is het zeer belangrijk dat we een vakbond bereid hebben gevonden om hieraan mee te werken.’ ‘Daarnaast is de verhuizing van de VVSG naar de Paviljoenstraat ook van betekenis geweest. Nu betalen we minder af aan de lening dan we vroeger aan huur uitgaven. In totaal zijn we toen op zeven plaatsen gaan kijken. Dit is een goede werkruimte, comfortabel om te werken.’ ‘En uiteraard is er ook ons tweejaarlijkse hoogtepunt dat Trefdag heet, een organisatie die zo degelijk is, zoveel zicht geeft op vernieuwing, en zoveel bewondering ontlokt bij externe bezoekers dat je alleen maar kunt zeggen dat wie daar als lokaal mandataris of verantwoordelijke ambtenaar niet naartoe gaat, dubbel en dik ongelijk heeft.’ ‘Ziezo, dit zijn vijf kersen op de taart, en er hangen er nog twee te rijpen aan de boom. Met de brandweerhervorming waren we de laatste maanden goed opgeschoten, hopelijk gaan we nu niet terug naar af. Ook de interne Vlaamse staatshervorming is – en dat zeg ik uit de grond van mijn hart – echt nodig om Vlaanderen van de ondergang te redden. We zitten in een situatie van “rien ne va plusâ€?, niets gaat administratief nog vooruit en bovendien kan Vlaanderen het uiteindelijk allemaal niet meer betalen. We moeten mĂŠĂŠr doen met minder middelen als we in de wereld nog willen meespelen, en dus moeten de organisatie en het toezicht eenvoudiger worden. Efficiencywinsten maken heet dat. Ik hoop dat de Vlaamse regering dat goed begrijpt, ik hoor het de ministers wel zeggen, maar zullen ze het ook doen? We dreigen onszelf anders te verhangen in administratieve beslommeringen. Hiervoor moeten we dubbels en drie- of meervoudig werk wegwerken. Het is ontzettend belangrijk en het is spijtig dat ik het einde daarvan niet kan meemaken. Ik hoop dat de Vlaamse regering de moed zal hebben om het te doen. Anders wordt 16 juni 2010 LOKAAL 19


FORUM Interview JEF GABRIELS

het lijsttrekkerschap voor de Kamer werd aangeboden. Vrienden die ouder waren, vonden dat ik het moest doen, vrienden die jonger waren, raadden het me af. Ze meenden het allemaal goed met me. Op een zondagavond heb ik met mijn vrouw de voor- en nadelen afgewogen. We wisten dat mijn inkomen en mijn status zouHad u als burgemeester ook iets aan het voorzitterschap van de VVSG? den verhogen als ik een nationaal mandaat zou accepteren, maar ‘Je bent méé met al wat er gebeurt en dat koppelde ik terug naar ook dat ik zou moeten inleveren op arbeidsvreugde en het contact het managementteam en het college in mijn met de gewone mensen. Op basis van deze afstad. Zij gaven me ook hun bedenkingen mee. wegingen heb ik toen neen gezegd. Achteraf We konden de vruchten plukken van het toegezien hebben we toen de ideale beslissing komstgerichte management. Aan de andere genomen, want ik ben burgemeester kunnen kant stak ik ook veel tijd en energie in de VVSG, blijven tot mijn pensioen en Jo Vandeurzen die anderhalve tot twee dagen gemiddeld per week. later “in mijn plaats” naar het parlement ging Als je een werkdag twaalf uur laat tellen was het is nu een van de toppolitici van het land.’ anderhalve dag boeiend werken. Maar het lijkt ‘Tot 2000 waren lokale mandatarissen eigenlijk een gevaarlijk mandaat te zijn, voorgangers of paria’s. Als burgemeester had ik geen sociale voorzitters van de Waalse zustervereniging werzekerheid, ik was niet beschermd en met een den niet herverkozen als burgemeester. Het is gezin met vier kinderen was dat niet echt verdus een boeiende opdracht die electoraal niet antwoord. Al voor ik burgemeester werd, werklonend is. Inhoudelijk en qua visie is het uiterte ik mee aan de oprichting van het onderwijs mate boeiend, maar je mag het niet doen om voor volwassenen in Genk. De steenkoolmijstemmen te winnen. Het beste is een voorzitter nen waren volop aan het sluiten en daar konmet veel lokale ervaring die het lokale vlak niet den we met nieuwe opleidingen op inspelen. meer moet veroveren, anders doe je een van de Ik organiseerde dat en werd later ook gevraagd Jef Gabriels: twee dingen niet goed. Liefst dus iemand die in om directeur te worden maar dat heb ik afgezijn stad of gemeente al een zekere routine heeft houden. Eerst werkte ik daar halftijds, later ‘Het verkeersveiligheidsfonds zodat ze niet verweesd achterblijft.’ nog één derde tot begin 2001, toen het statuut van burgemeester verbeterde tot een normaal was een visionair voorstel Was 2001 voor u dan het geknipte moment om statuut en ik politiek verlof nam. Ook hierdat ervoor gezorgd heeft dat voorzitter van de VVSG te worden? door kreeg ik ruimte voor het voorzitterschap ‘Er kwam toen ruimte vrij om mijn blik te vervan de VVSG. Uiteraard kende ik de VVSG al, de financiële gevolgen van ruimen. Ik was ondertussen veertien jaar burgeik was als schepen in het begin van de jaren meester en de verkiezingen van 2000 waren meetachtig nog bestuurder geweest van de Verde politiehervorming voor gevallen. Ik had ook al veel watertjes doorzwomeniging van Belgische Steden en Gemeenten.’ de gemeenten beperkt zijn men, ik wist ondertussen dat ik het aankon. In de jaren tachtig en negentig hadden we in Genk Hoe kwam de VVSG bij u over? gebleven tot de eerste schok.’ de personeelsorganisatie op punt gesteld, met ‘De VVSG is een groep jonge enthousiaste een nieuw model en bevorderingen op basis van mensen met idealen. Hun doel, hun ideaal is kwaliteit. Maar de toenmalige Vlaamse regeringspartijen zagen vooral een betere samenleving door sterke lokale besturen. Het mijn kandidatuur in 2001 niet écht zitten, en het werd uiteindelijk is een sterke vereniging geworden dankzij een sterke directeur een voorzittersverkiezing met hindernissen, in twee schuifjes en en uitstekende medewerkers.’ met een aanpassing van de statuten. Ik werd voorzitter van de Algemene Vergadering en van het Directiecomité, en Sas van RouveEn dankzij een sterke voorzitter... roij voorzitter van de Raad van Bestuur. “Elk nadeel heb zijn voor‘Ik heb onwaarschijnlijk veel waardering voor Mark Suykens. In deel,” zei Cruijff al, en deze deal is enorm goed uitgedraaid. De zulke omstandigheden is het voorzitterschap gemakkelijk. Een statutenwijziging op zich was een goede zaak en waar de relatie voorzitter die wil werken met een organisatie moet de hemel danmet Sas in het begin nog wat gespannen was omwille van de voorken voor zo’n directeur.’ Hij glimlacht: ‘Met zulke uitspraken geschiedenis, na een paar maanden hebben we elkaar echt gevonmoet ik opletten. Sas heeft een vrijzinnige achtergrond en af en den en we hebben al die tijd uitstekend kunnen samenwerken. toe moet ik hem wel eens de oorsprong uitleggen van een of anWant Sas is een schitterend mens, communalist in hart en niedere uitdrukking die uit de christelijke cultuur komt.’ ren en bovendien een man met een ontvankelijke en open geest.’ ‘Maar ook de toekomst ziet er goed uit. Luc Martens zal dat samen met Sas goed doen als nieuwe voorzitter van VVSG. Ik draag Toch is hij nu parlementslid. Is dat nooit een van uw ambities geweest? al een tijdje systematisch de dossiers en gedachten over. Met deze ‘Neen. Een paar jaar heb ik per toeval in de provincieraad gezeorganisatie en deze mensen kun je goed samenwerken. Ik denk teld. Dat was toen ik nog maar pas burgemeester was in ’87 en dat de medewerkers het appreciëren dat je belangstelling toont ik er volgens enquêtes goed uitkwam. Ik geloofde dat zelf niet en voor wat ze doen. Dat is gemakkelijk voor die domeinen waarin dus heb ik eind 1987 meegedaan aan de provincieraadsverkiezinik mezelf goed thuis voel. Misschien heb ik de specialisten van gen van op een normaal onverkiesbare plaats. Van die zevende bepaalde beleidsterreinen wat verwaarloosd omdat ik in die doplaats ben ik toen over iedereen heen gesprongen. En er was ooit meinen minder thuis was. Maar ook voor hen had ik zeker waareen serieus voorstel om parlementslid te worden toen mij in 1991 dering. Het is niet omdat cultuur niet mijn sterkste kant is en STEFAN DEWICKERE

Vlaanderen onbetaalbaar. Ik hoop ook dat álle bestuursniveaus dat goed beseffen, ook de (enkele en gelukkig steeds minder talrijke) provinciale hardliners die denken dat de bomen nog steeds tot in de wolken groeien.’

20 LOKAAL 16 juni 2010


STEFAN DEWICKERE

mijn inbreng daarin relatief bescheiden is gebleven, dat ik niet te midden van een totaal nieuwe wijk die energetisch zelfbedruiveel waardering heb gehad voor deze medewerkers. Persoonlijk pend is. Wij hebben de schachten in onze skyline bewust wel beligt mijn belangstelling enerzijds bij de grote lijnen – de planhouden. Maar tijdens de vele gesprekken met burgemeester Ilmar ning, de visieontwikkeling, de globale ordening, de financiën – Reepalu werd me vooral duidelijk dat alles in Malmö sneller en maar anderzijds ook bij het maatschappelijke gebeuren en de vlotter is verlopen dan bij ons. Malmö beschikte over veel geld zwakke mensen. Ik heb destijds na mijn studies bouwkundig dankzij de verkoop van hun Eon-aandelen, wij konden op tijd en ingenieur mijn burgerdienst bij de KAJ gedaan. Er ging toen stond een beroep doen op Europese middelen. Maar het belangplots een hele nieuwe wereld voor mij open. Ik rijkste voor Malmö was dat een Zweedse stad kende dat niet: achttienjarigen, allochtonen en over veel meer autonomie beschikt dan een autochtonen, die niet konden lezen of schrijven Vlaamse stad, Malmö kon veel zelf beslissen en ik stond vaak perplex van hun hedonisme, hun en uitvoeren. Als Malmö met dezelfde regelgeprofiteren van de situatie, maar dat werd plots ving was geconfronteerd als wij hier, dan hadvéél begrijpelijker toen ik inzag dat ze dat vaak den ze maar dertig procent kunnen realiseren deden omdat dit voor hen de enige mogelijkheid van wat ze gedaan hebben. Dus zeg ik: Vlaanwas om mee te tellen in de samenleving. Ik ben deren, geloof in de lokale besturen! Malmö is nooit OCMW-voorzitter geweest of zelfs maar zoveel sneller opgebouwd dankzij financiële lid van de OCMW-raad, maar heb altijd heel veel maar ook vooral procedurele redenen.’ belang gehecht aan een intense samenwerking tussen gemeente en OCMW, vooral voor de onGenk is toch ook een dynamische stad, een van de dersteunende diensten, zodat ieder bestuur meer voorlopers in Vlaanderen? energie overhoudt voor de eigen kerntaken en ‘Voor mij is Genk de boeiendste stad van Vlaande eigen doelstellingen. Een OCMW wordt slagderen, er gebeuren altijd onverwachte dingen krachtiger als het minder beslommeringen heeft waarvoor je geen typeantwoord in je lade hebt op het vlak van informatica, de personeelsadliggen. Ik heb veertig jaar in de gemeenteraad Jef Gabriels: ministratie, de financiële of technische dienst.’ van Genk mogen zetelen, altijd in de meerderheid. Het is moeilijk maar belangrijk om altijd ‘Ik heb altijd heel veel belang een langetermijnbenadering en een financieel En hoe was uw relatie met de 307 andere burgemeesters? evenwicht te hebben. In de politiek word je zo gehecht aan een intense ‘Uitstekend, zeker als lid van de boeiende werkuitgedaagd om maatregelen op korte termijn samenwerking tussen groep van burgemeesters en secretarissen van de te treffen dat je riskeert de fundamenten te centrumsteden, maar ook in de contacten met beschadigen of er te weinig beton in te storgemeente en OCMW, zodat de burgemeesters van kleinere gemeenten die ten zodat je een tijdelijke constructie maakt dikwijls alles zelf moeten doen. Ik waardeer hen die niets oplevert. Denk aan je kinderen en ieder bestuur meer energie ten zeerste en heb er ook begrip voor dat ze er kleinkinderen, anders zit je verkeerd. Ook het overhoudt voor de eigen nog een baan bij moeten hebben. De bestuursfinanciële evenwicht is belangrijk. Gekke dinkracht van de kleine besturen kan sterk verhogen gen zijn er genoeg en wereldwonderen werden kerntaken en doelstellingen.’ door intergemeentelijk samen te werken, zoals vaak door halve of hele gekken gerealiseerd, voor bouwtoezicht, technische dienst of noem maar je kwetst er je eigen bevolking mee.’ maar op. Je moet ook kijken naar de schaalvoordelen. Hierbij ‘Een belangrijke opdracht voor het lokale niveau is het idealisme geldt hetzelfde als voor het OCMW, want zo moet je minder met levend te houden van iedereen die in de politiek stapt, dat moet triviale, routineuze dingen bezig zijn en kun je meer inzetten op je koesteren. En dat idealisme moet je methodisch gestalte geje eigen competenties.’ ven. De methode is al zo oud als de straat, in de KAJ noemden we dat zien-oordelen-handelen, nu heet dat misschien analyseAls voorzitter van de VVSG zijn er ook de internationale contacten. doelstellingen-actieplannen, gevolgd door evaluatie, maar het Zijn die interessant geweest? is uiteindelijk hetzelfde. Die methodiek toepassen is op lange ‘Om eerlijk te zijn: de eerste zes jaar heb ik die tot het volstrekte termijn handelen. Eerst de toestand onderzoeken, de problemen minimum beperkt, ik probeerde ’s nachts te vliegen voor de verin kaart brengen. Al van in een vroeg stadium zeggen waarvoor gadering overdag. De laatste vier jaar heb ik het meer ontspannen je gaat en wat je wilt. Mensen laten zeggen wat ze willen. Zelden aangepakt en heb ik er rustig mijn tijd voor genomen. Die interof nooit krijg je te horen dat ze iemand willen fnuiken. Door het nationale contacten zijn boeiend. Helaas is de VVSG, maar ook formuleren en uitspreken in groep engageer je jezelf ook, het de Belgische Vereniging, als organisatie te weinig uitgebouwd wordt een ruggensteun, en dat houdt het idealisme warm en het om er alle vruchten van te plukken. Het is dus een probleem dat je ontbloot zo nodig de dubbele agenda’s. Vroeger noemden ze dat als voorzitter de meeste stukken voor de vergaderingen zelf moet “goede voornemens maken”. Ik ben kunnen meegroeien met deze lezen en voorbereiden. Met Vlaanderen moeten we ook uitzoeken samenleving, en daarom ben ik vandaag ook een gelukkig en hoe we het Vlaamse lokale bestuur in Europa en de wereld kundankbaar mens. Jongeren worden er nu dikwijls plots ingedomnen promoten, we mogen dat gerust uitdragen.’ peld zonder te kunnen rijpen of zich in te kunnen werken. Dat ‘Zo was ik ook aangenaam verrast over de parallellen tussen is vaak veel moeilijker. Ik wens hun veel moed en alle succes.’ mijn eigen stad Genk en Malmö waar in de westelijke haven de scheepswerf ten dode was opgeschreven en de scheepskraan in de skyline werd vervangen door de draaiende torso van Calatrava Marlies van Bouwel is hoofdredacteur van Lokaal

16 juni 2010 LOKAAL 21


Aan de slag met uw belastingaangifte: uitvoerende mandatarissen De jaarlijkse belastingaangifte invullen is voor lokale mandatarissen nog net iets  complexer dan voor een ‘gewone’ belastingplichtige. Lokaal loodst u door de wirwar van speciale forfaits, invulvakjes en fiscale fiches. Jan Leroy

B

urgemeesters, schepenen en OCMWvoorzitters verdienen voor hun lokaal mandaat een wedde en krijgen hiervoor van hun bestuur een fiche 281.10. Daarop staat niet alleen het bruto verdiende bedrag, maar ook de al ingehouden bedrijfsvoorheffing, een voorschot op de uiteindelijk te betalen personenbelasting. De wedde komt op de aangifte bij code 125011 of 2250-78, de bedrijfsvoorheffing naast code 1286-72 of 2286-42. Een mandataris maakt ook kosten. Die zijn, in de mate dat ze met de uitoefening van het mandaat te maken hebben, aftrekbaar van het brutoloon. Burgemeesters, schepenen en OCMW-voorzitters hebben de keuze tussen drie systemen van kostenaftrek.

Wie niets invult in de rubriek van de beroepskosten (code 1258-03 of 2258-70), kiest automatisch voor het zogenaamde wettelijke forfait, een getrapt systeem dat afhangt van de hoogte van het loon (zie kader). Omdat dat forfait voor het aanslagjaar 2010 (inkomsten 2009) ten hoogste 3590 euro bedraagt, is het fiscaal niet echt interessant. Een tweede systeem is dat van het speciale forfait voor burgemeesters, schepenen en OCMW-voorzitters. Dat forfait bedraagt voor aanslagjaar 2010 6159,81 euro voor de burgemeester en 3695,89 euro voor een schepen of OCMW-voorzitter, ongeacht de grootte van de gemeente. Opge-

Wettelijk kostenforfait aanslagjaar 2010 (inkomsten 2009) 28,7% van de inkomensschijf tot 5190 euro 10% van de inkomensschijf van 5190 euro tot 10.310 euro 5% van de inkomensschijf van 10.310 euro tot 17.170 euro 3% van de inkomensschijf boven 17.170 euro met een absoluut maximum van 3590 euro.

22 LOKAAL 16 juni 2010

let: de fiscus past dit speciale forfait niet automatisch toe bij een belastingaangifte door een burgemeester, schepen of OCMW-voorzitter. Het zelf invullen bij de code 1258-03 of 2258-70 (en het in de toelichting kort verantwoorden) is dus de boodschap. Het derde systeem bestaat in de aangifte van de werkelijk gemaakte kosten. Dat is fiscaal natuurlijk alleen interessant wanneer die uitkomen boven het speciale forfait. Die kosten moeten uiteraard te maken hebben met het uitgeoefende mandaat, en ook werkelijk door de mandataris gedragen zijn. Door het bestuur terugbetaalde kosten komen dus niet voor aftrek in aanmerking. Verkiezingsuitgaven horen hier evenmin bij. Afdrachten aan een politieke partij komen wel in aanmerking, voor zover de aangever kan bewijzen dat ze verplicht zijn (via statuten of een partijreglement). Wie de werkelijke beroepskosten bewijst, moet bij zijn papieren of elektronische aangifte een overzicht voegen met de nodige toelichting. Tweede inkomen Vele uitvoerende mandatarissen hebben naast hun mandaat ook een ander inkomen. Wanneer het gaat om een inkomen

STEFAN DEWICKER

FORUM Werken als mandataris


Afdrachten aan een politieke partij komen wel in aanmerking als beroepskosten, voor zover u kunt bewijzen dat ze verplicht zijn.

als werknemer, komen de wedde en de bedrijfsvoorheffing in verband met dat inkomen in dezelfde rubrieken als hierboven vermeld. Voor de beroepskosten is dat wat complexer. Eerst dit: een burgemeester, schepen of OCMW-voorzitter heeft zoals gezegd de keuze tussen drie systemen van kostenaangifte (zie hoger), een werknemer heeft er twee (wettelijk forfait of werkelijke kosten). Een uitvoerende lokale mandataris kan beide systemen naar eigen keuze combineren, met bijvoorbeeld het speciale mandatarissenforfait samen met de werkelijke kosten als werknemer, of de werkelijke kosten als mandataris met het wettelijke forfait als werknemer. Op de aangifte is er echter maar één vakje voor de beroepskosten. Wie systemen combineert moet dus zelf de som van beide maken en indien nodig het wettelijke forfait (als werknemer) uitrekenen. Vergeet ook niet de berekeningen uitdrukkelijk toe

Afwijkende regels voor leden districtscolleges Leden van districtscolleges ontvangen ook een wedde. Toch vallen ze onder een andere fiscale behandeling dan de burgemeesters, schepenen en OCMW-voorzitters. Voor leden van districtscolleges bestaat er immers geen specifiek systeem voor kostenaftrek. Hun keuze voor het fiscaal in rekening brengen van de beroepskosten is dus beperkt tot het wettelijke forfait of de werkelijke beroepskosten. Bovendien blijkt uit verschillende uitspraken van de belastingdiensten dat leden van districtscolleges niet de mogelijkheid hebben te kiezen voor een verschillend kostenaftreksysteem naargelang het gaat om hun inkomen als mandataris en dat als werknemer. Dus ofwel bewijzen ze voor elk van beide de werkelijke kosten, ofwel passen ze het wettelijke forfait toe op de som van beide inkomens. Het is in elk geval een minder gunstig systeem dan voor de burgemeesters, schepenen en OCMW-voorzitters.

te lichten in een bijlage. Alleen wie twee keer kiest voor het wettelijke forfait, vult in het vakje van de beroepskosten niets in, waardoor de berekening automatisch gebeurt. Houd er wel rekening mee dat het forfait dan maar één keer wordt toegepast, met een absoluut maximum van 3590 euro. Nog dit: vergeet niet om uw belastingaangifte ten laatste op 30 juni in te dienen.

Wie gebruik maakt van Tax-on-Web heeft tijd tot 15 juli. Jan Leroy is VVSG-stafmedewerker gemeente- en OCMW-financiën • Het statuut van de lokale mandataris (VVSG-Politeia-pocket) • www.vvsg.be, knop werking en organisatie, statuut mandatarissen, fiscaal statuut

Tips voor uw belastingaangifte: presentiegelden Raadsleden krijgen geen wedde, maar een presentiegeld per vergadering. Dat geldt ook voor de vergoedingen voor mandaten in allerlei intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en andere instellingen. Een toelichting bij de fiscale behandeling. Jan Leroy

P

resentiegelden worden als baten beschouwd. Op de belastingaangifte komen ze terecht in Vak XVIII, een onderdeel van Deel 2 van de aangifte. Een belastingplichtige die Deel 2 niet automatisch ontvangt, kan het aanvragen bij de belastingdienst vermeld op Deel 1. Via Tax-on-Web is Deel 2 automatisch beschikbaar. De gemeente, het OCMW en de andere uitbetalende instellingen geven voor de uitbetaalde presentiegelden normaal gesproken een fiche 281.30. Daarop staan het bruto bedrag en de al ingehouden bedrijfsvoorheffing. De bruto presentiegelden horen thuis in rubriek 1650-96 (of 2650-66) van de aangifte. Voor de aangifte van de beroepskosten in verband met het mandaat, bestaan er twee systemen. Wie niets invult bij ru

briek 1657-89 (of 2657-59), kiest automatisch voor het wettelijke forfait. De fiscus berekent de beroepskosten dan zelf (zie de bedragen in het kadertje). De tweede mogelijkheid is het aangeven van de werkelijke kosten. Het moet uiteraard gaan om kosten die een mandataris echt gemaakt heeft voor de uitoefening van het mandaat, en die bovendien niet werden terugbetaald. Voorts kunnen gemaakte kosten maar één keer worden aangegeven, dus niet bij de wedde als uitvoerend mandataris en nog eens bij de presentiegelden. We geven verder nog mee dat verkiezingsuitgaven nooit als beroepskosten worden aanvaard. Afdrachten aan een politieke partij tellen alleen mee wanneer ze aantoonbaar verplicht zijn. De aangegeven werkelijke kosten komen eveneens in rubriek 1657-89 (of 2657-59), met de nodige uitleg in een toelichting bij de aangifte.

Voor alle duidelijkheid: er bestaat geen speciaal kostenforfait voor presentiegelden, zoals dat wel het geval is voor de wedde van burgemeester, schepen of OCMWvoorzitter. De door het bestuur ingehouden bedrijfsvoorheffing zet u onder 1758-85 (of 2758-55). Sociale bijdragen Door op de belastingaangifte bedragen in te vullen bij de baten, is de kans groot dat de Rijksdienst voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) u vraagt socialezekerheidsbijdragen te betalen als zelfstandige (in bijberoep). U kunt hierop antwoorden dat het gaat om een inkomen uit presentiegelden van een publiek mandaat, waarop geen sociale bijdragen verschuldigd zijn. Blijkbaar bestaat er ondanks aandringen van de VVSG bij de Dienst voor Administratieve Vereenvoudiging nog steeds geen waterdicht systeem waardoor de RSVZ dit niet meer zou moeten vragen. Jan Leroy is VVSG-stafmedewerker gemeenteen OCMW-financiën 16 juni 2010 LOKAAL 23


DE SCHATKAMER VAN FREDDY WILLOCKX

Altijd kritisch over jezelf blijven In de jaren zeventig was Freddy Willockx al schepen. Na de verkiezingen van 1988 werd hij voor de eerste keer burgemeester van Sint-Niklaas, na de verkiezingen van 2000 voor de tweede keer. In de tussenperiode is hij altijd gemeenteraadslid gebleven, en dat blijft hij de volgende jaren ook, maar de sjerp hangt hij begin deze zomer aan de wilgen.

O

p de vraag wat hij als een schat aan jonge politici kan doorgeven, reageert bijna oudburgemeester Freddy Willockx meteen met drie termen: ‘Doorzettingskracht, ploeggeest en jezelf blijven relativeren. Als je verkozen bent door de bevolking, moet je die verantwoordelijkheid opnemen en een gids zijn voor het beleid, ondanks weerstanden. Die weerstanden mag je niet negeren, maar met doorzettingskracht moet je ze democratisch proberen te kanaliseren. Ook

ploeggeest is belangrijk in het schepencollege en in de meerderheid van de gemeenteraad omdat je moet proberen zoveel mogelijk in homogeniteit op te treden. Samen met één stem spreken is niet nodig, een diversiteit aan invalshoeken is zeker goed, maar in de gemeenteraad moet de meerderheid wel in samenhang één stem uitbrengen. Dat je jezelf blijft relativeren is eigenlijk een algemeen menselijke tip. Je mag nooit naast je schoenen gaan lopen, want zelfgenoegzaamheid is het slechtste wat een mens kan overkomen. Fier mag je wel zijn, maar wees altijd kritisch over jezelf want als je niet meer verkozen bent, als je niet meer de vedette bent, moet je ook nog tussen de mensen kunnen komen. Ik heb veel politici gezien die zelfgenoegzaam waren en na hun mandaat echte sukkelaars werden.’ Dat wil hij zeker vermijden: ‘Ik kan nog altijd tussen de mensen komen. Er wacht mij ook geen zwart gat. Ik blijf in de politiek als gemeenteraadslid, ik

Samen met één stem spreken is niet nodig, ‘  een diversiteit aan invalshoeken is zeker goed, maar in de gemeenteraad moet de meerderheid wel in samenhang één stem uitbrengen.

 ’

24 LOKAAL 16 juni 2010


STEFAN DEWICKERE

LOKALE RAAD

blijf ook nog een jaar voorzitter van Interwaas, de intercommunale van het Waasland, en even lang blijf ik ook nog bestuurder van de haven van Antwerpen. Daarnaast ben ik voetballiefhebber en een fervent biljarter. Ik zal genoeg te doen hebben.’ Het hoogtepunt van zijn lange politieke carrière ligt toch in de federale politiek. Hij vernoemt niet de periode dat hij minister van PTT of van Pensioenen was, maar wel de dioxinecrisis: ‘De zomer van ’99 zie ik als mijn persoonlijk hoogtepunt, op zes weken tijd heb ik toen als bijzonder regeringscommissaris voor de regering-Verhofstadt de dioxinecrisis bedwongen. Fred Chaffart die toen als crisismanager was ingehuurd, had berekend dat die crisis ons land anderhalf miljard euro zou kosten, het is uiteindelijk maar een half miljard geworden. Een groot verschil, en dat beschouw ik zelf als mijn schoonste prestatie. In de stad ben ik natuurlijk blij met de hele stadsvernieuwing. Mijn mooie punten in Sint-Niklaas zijn zeker de vernieuwde stationsomgeving, de heraanleg van de Grote Markt en het Waasland Shopping Center.’ Het cumuleren van functies raadt Freddy Willockx iedereen ten sterkste af: ‘Ik ben mijn hele loopbaan lang tegen cumul geweest, maar in de jaren ’89, ’90 en ’91 heb ik zelf tegen dit principe gezondigd. Ik was toen fractieleider in de Kamer en burgemeester. Achteraf gezien was dat de zwakste periode van mijn loopbaan. Je werkt jezelf kapot maar het effect is contraproductief.’ I MvB

?

Wat is een ontwerpbeslissing waarvoor advies van OCMW of gemeente nodig is?

!

In de OCMW’s en de gemeenten waar de voorzitter van het OCMW toegevoegd werd aan het college van burgemeester en schepenen, bestaat er geen overlegcomité meer. Ter vervanging daarvan is er een adviesprocedure opgelegd. Hierbij moeten gemeente en OCMW voor bepaalde aangelegenheden vóór de beslissing advies aan elkaar vragen. Zowel in het Gemeente- als in het OCMW-decreet vermeldt artikel 270 voor welke zaken deze regeling geldt en hoe deze procedure moet verlopen. Het OCMW moet advies aan het college vragen over een aantal voorgenomen strategische beslissingen van financiële aard en een aantal voorgenomen beslissingen die betrekking hebben op het personeel en het dienstverleningsaanbod van het OCMW. De gemeente moet dan weer advies vragen aan de OCMW-raad over de voorgenomen beslissingen over de rechtspositieregeling die een weerslag hebben op het OCMW en wanneer ze diensten of instellingen met een sociale doelstelling wil oprichten of uitbreiden. Wanneer in deze gevallen (art. 270 van het Gemeenteen het OCMW-decreet) geen advies gevraagd zou worden, dan is er een belangrijke vormvereiste geschonden, wat kan leiden tot vernietiging van de uiteindelijke beslissing. De vereiste om vooraf advies te vragen is louter een vormvereiste en betekent niet dat dit advies gevolgd moet worden. Zowel het OCMW als de gemeente vraagt voorafgaand advies door een ontwerpbeslissing over te maken.

Ontwerpbeslissing

Het OCMW-decreet, de memorie van toelichting en de rondzendbrief over de inwerkingtreding van het OCMW-decreet geven geen uitleg over wat een ontwerpbeslissing is. Ook in de regelgeving over het Gemeentedecreet vinden we geen verduidelijking. Navraag bij het toezicht bracht opheldering. Een ontwerpbeslissing is niet noodzakelijk een beslissing van de raad, maar kan ook een ontwerpbeslissing van de secretaris zijn. Wel moet over deze beslissing eerst overlegd worden in het managementteam en moet er een zekere vastheid aan de ontwerpbeslissing kleven. Uiteindelijk is het immers de bedoeling dat de raad deze ontwerpbeslissing (na het verkrijgen van het advies) zal goedkeuren. De uiteindelijke beslissing kan alleen minimale wijzigingen bevatten ten opzichte van de ontwerpbeslissing. Deze kleine wijzigingen mogen geen enkele discussie doen ontstaan over het feit of ze invloed zouden kunnen hebben op het advies. Naast deze kleine aanpassingen kan de uiteindelijke beslissing ook grotere wijzigingen bevatten ten opzichte van de ontwerpbeslissing, maar enkel als deze wijzigingen juist werden aangebracht om tegemoet te komen aan het advies. Belangrijk is ook dat er geen vormvereisten zijn voor hoe een dergelijke ontwerpbeslissing er concreet moet uitzien. Het is dan ook mogelijk een gewone nota voor te leggen waarin de ontwerpbeslissing vermeld staat. Nadat het college, respectievelijk de OCMW-raad, de ontwerpbeslissing ontvangen heeft, moet er binnen dertig dagen een advies volgen. Gebeurt dat niet, dan is een advies niet meer nodig. Op dat moment is immers aan de vormvereiste voldaan. Het gegeven advies moet bij de uiteindelijke beslissing gevoegd worden als die naar de toezichthoudende overheid gestuurd wordt. Artikels 86, §4, 270 en 282 van het OCMW-decreet Artikel 270 en 312 van het Gemeentedecreet Stuur uw vragen over de werking van de OCMW-raad naar pieter.vanderstappen@vvsg.be

1616 maart juni 2010 LOKAAL 25


BART LASUY

112, naar één noodnummer voor de hulpdiensten

26 LOKAAL 16 juni 2010


werkveld VEILIGHEID De telefoonnummers 100 en 101 leiden in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant naar eenzelfde adres, de andere Vlaamse provincies zullen volgen. Dat is een eerste belangrijke stap in de richting van de volledige integratie van de 100 en de 101 in het noodnummer 112 dat zowel politie, brandweer als geneeskundige hulpverlening zal aansturen. Bart Van Moerkerke en Kris Versaen

W

ie vandaag in de provincies Antwerpen, Limburg of West-Vlaanderen het nummer 100 of 112 draait, komt terecht bij de brandweerkazerne van de provinciehoofdplaats. De zogeheten aangestelde (een personeelslid van de stad) gaat in eerste instantie na of de oproep wel echt is en of hij dringend is. Daarna moet hij of zij uitmaken wie moet uitrukken: de brandweer, de geneeskundige hulpverlening of beide? En volstaat een gewone ziekenwagen met twee ambulanciers of moet het een PIT (met een spoedverpleegkundige) of een MUG (met een spoedarts) zijn? Vervolgens gebeurt de dispatching naar de lokale brandweer en/of het plaatselijke ziekenhuis. Loopt er bij de 100 een oproep voor dringende hulp van de politie binnen, dan wordt die doorgeschakeld naar de 101, die op een ander adres zit en een andere technologie gebruikt. Overgangsfase In Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant worden de schotten tussen de disciplines stapsgewijs weggehaald. Deze provincies zijn, zoals dat met een lelijk woord heet, ‘gemigreerd’. Dat wil zeggen dat de 100 en de 101 als nummers wel blijven bestaan maar dat de bestaffing op hetzelfde adres en met dezelfde technologie (gemeenschappelijk CAD-platform) werkt. Dit moet er vooral voor zorgen dat er makkelijker samengewerkt wordt. Voor het overige verandert er voorlopig niet veel, dit is dan ook slechts een overgangsfase naar het 112-model. In dit model belt de burger, wanneer hij in nood is, naar de 112 waar de oproep beantwoord wordt door neutrale calltakers. Zij beslissen welke hulpdiensten moeten uitrukken en schakelen de oproep door naar de politionele of de niet-politionele dispatching. Die laatste gaat zowel over de brandweer als over de geneeskundige hulpverlening. De migratie loopt echter niet van een leien dakje. In Gent zitten de twee meldkamers niet op dezelfde werkvloer, in Leuven is dat wel het geval. ‘Je moet een gebouw hebben om de twee samen te brengen en dat is niet eenvoudig,’ zegt Frank Lippens, voorzitter van de federale beleidsgroep voor het noodnummer 112. Als algemeen directeur van het Sint-Vincentiuszieken

huis in Deinze en specialist dringende geneeskundige hulpverlening moet hij de politie, de brandweer en de geneeskundige discipline op ĂŠĂŠn lijn krijgen. ‘Een verbouwing vraagt heel veel middelen. In de drie Vlaamse provincies die nu nog moeten migreren, zullen de meldkamers samengebracht worden bij de politie, in het CIC, onder meer omdat daar al een zendmast staat. Alleen al zo’n mast verplaatsen of een nieuwe zetten, kost miljoenen euro’s. Ik weet dat het zeer gevoelig ligt bij de brandweermensen om te gaan werken in politiegebouwen, maar het heeft ook voordelen. Ze zijn verplicht samen te leven en te praten, ze hebben elkaar nodig bij de multidisciplinaire oproepen.’

de factuur zelf moeten betalen en moeten garanderen dat het lokale en het provinciale systeem compatibel zijn. Voor de brandweerdispatching zullen naast federaal personeel ook gedetacheerde brandweermensen ingezet worden, vergelijkbaar met de politie waar federaal en lokaal gedetacheerd politiepersoneel de dispatching doen. Belangrijk voor burgemeester De hele integratiebeweging moet dus leiden naar het ene Europese noodnummer 112. Wie in de toekomst 112 draait, moet een neutraal persoon aan de lijn krijgen die zowel voor de politionele als de nietpolitionele hulpverlening werkt. Wie nu

Frank Lippens: ‘Het ligt zeer gevoelig bij de brandweermensen om in politiegebouwen te gaan werken, maar het heeft  ook voordelen.’ Moeilijker dan verwacht De ervaring in Vlaams-Brabant en OostVlaanderen heeft wel getoond dat de migratie moeilijker loopt dan verwacht. Er zijn verschillen in cultuur, in historiek, in statuut. En er doken technologische problemen op. Frank Lippens: ‘Daarom hebben we de snelheid van de migratie in de andere provincies wat verlaagd. We willen eerst de problemen oplossen. En we willen de aangestelden van de 100-centra federaliseren voordat we verdergaan. Nu zijn dat nog personeelsleden van de stad waar de meldkamer gevestigd is en de onduidelijkheid over hun nieuwe, toekomstige statuut weegt. Jammer genoeg ligt dat dossier nu stil door de val van de regering. Maar de onderhandelingen over hun statuut zijn wel bezig, met de vakbonden, de diensthoofden en de mensen op het terrein.’ Het is ook wachten op de publicatie van het Koninklijk Besluit voor de brandweerdispatching, voorzien in de brandweerhervorming. Dit KB zal eenzelfde systeem invoeren als bij de politie: de provinciale meldkamer doet de dispatching, tenzij de brandweerzone er expliciet voor kiest om het zelf te doen. Uiteraard zal de brandweerzone die voor de tweede optie kiest

112 vormt op zijn vast of mobiel toestel komt terecht bij de 100 of de niet-politionele hulpverlening. Vandaar dat het nummer 112 nog niet actief wordt gepromoot: als alle oproepen voor de politie bij de 100 binnenlopen, dan gaat die kopje onder. Frank Lippens is overtuigd van het belang van het ene noodnummer: ‘Bij de grote incidenten die in de gemigreerde meldkamers binnenkwamen, is bewezen dat het werkt. Denk aan het drama in de kinderopvang in Dendermonde of de treinramp in Buizingen. De gemigreerde meldkamers hebben goed gewerkt, er is een perfecte doorstroming geweest naar de verschillende disciplines. Vergelijk dat met het Heizeldrama waar slechte communicatie de oorzaak was van het slecht functioneren van de hulpdiensten. Elke burgemeester heeft er belang bij dat er bij zulke dramatische gebeurtenissen geen tijd verloren gaat. Want als het fout loopt, worden verantwoordelijken gezocht en dan komt ook de burgemeester in het vizier.’ Kris Versaen is VVSG-stafmedewerker civiele veiligheid Bart Van Moerkerke is redacteur van Lokaal 16 juni 2010 LOKAAL 27


WERKVELD VEILIGHEID

Heeft ziekenvervoer door de brandweer een toekomst? Bij de voorbereiding van de brandweerhervorming is er één aspect waarover het stil blijft: de dringende geneeskundige hulpverlening. Heel veel brandweerkorpsen hebben 100-ziekenwagens. Voor sommige korpsen is het uitrukken met de 100-ziekenwagen goed voor tachtig procent of meer van de interventies. Of dat ook in de toekomst het geval zal zijn, is maar de vraag. Wie opent het debat? Bart Van Moerkerke en Kris Versaen

D

e brandweer doet veel meer dan branden blussen. Met name het dringende ziekenvervoer is voor veel korpsen één van de belangrijkste opdrachten. Zowel professionele als vrijwillige brandweerlieden – die een opleiding tot ambulancier kregen – rukken uit met de 100-ziekenwagen. Ook ziekenhuizen en privébedrijven zijn uiteraard actief op het terrein van de dringende geneeskundige hulpverlening. Het hulpcentrum 100 bepaalt wie uitrukt en naar waar. Ongerustheid De ziekenhuizen staan in voor de MUG’s (Mobiele Urgentiegroep), die de meest dringende en ernstige interventies voor hun rekening nemen. In een MUG rijdt altijd een spoedarts mee. Sinds enkele jaren is er een ‘tussenvorm’ tussen de MUG en de gewone 100-ziekenwagen, een PIT (Paramedisch Interventieteam) die een spoedverpleegkundige aan boord heeft. De PIT’s moeten het aantal zeer dure MUG-ritten verminderen. Intussen lopen verschillende PIT-proefprojecten en kwam er een tussentijds rapport op de Nationale Raad voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening en die voor Ziekenhuisvoorzieningen. Er ligt een voorstel voor de PIT-erkenningsnormen op tafel maar de procedure ligt stil door de val van de federale regering. In elk geval ziet het ernaar uit dat van de PIT een ziekenhuisfunctie wordt gemaakt. Elke interventie met een PIT is een rit met een gewone 100-ziekenwagen waarvoor een ziekenhuis een spoedverpleegkundige levert. Die 100-ziekenwagen en de chauffeur-ambulancier kunnen ook van

de brandweer zijn. Daarom moet er naar samenwerkingsvormen gezocht worden. Nu kan er tussen een ziekenhuis-PIT en een naburig brandweerkorps een zekere spanning ontstaan omdat de brandweer, die in tegenstelling tot vroeger zelf de PITuitrukken niet meer kan doen in de eigen regio, het aantal uitrukken ziet dalen. Daarnaast zijn er ook nieuwe normen op komst voor 100-ziekenwagens en voor de opleiding tot 100-ambulancier. En die zorgen voor ongerustheid bij de 100-ziekenwagendiensten, zeker als die bemand zijn door vrijwilligers. De normen zouden namelijk strikte richtlijnen invoeren met betrekking tot opkomsttijden, permanentie, diplomavereisten voor diensthoofden, minimaal aantal uren opleiding en aantal ritten. Sommigen vrezen dat dit wel eens de doodsteek zou kunnen zijn voor de diensten gerund door vrijwillige brandweerlieden, zeker in rurale zones. Pleidooi voor samenwerking En toch komt het debat over de toekomst van de brandweer in de dringende geneeskundige hulpverlening moeilijk op gang. Ook in de context van de brandweerhervorming is er weinig aandacht voor. Over het waarom moet ook Frank Lippens het antwoord schuldig blijven. Maar dat er iets moet gebeuren, is duidelijk. ‘De nieuwe normen voor ziekenwagens en ambulanciers zullen er komen, ook onder invloed van Europa. Je kan het het ministerie van Volksgezondheid niet kwalijk nemen dat het de kwaliteit wil verhogen. De vraag is hoe we de normen stapsgewijs kunnen invoeren zonder mensen, en vooral

vrijwilligers, te verliezen. Het is aan Binnenlandse Zaken en de burgemeesters om die discussie op gang te trekken. Ik pleit voor alle vormen van samenwerking. In Brugge bijvoorbeeld werkt de brandweer sinds kort samen met de ziekenhuizen Sint-Jan en Sint-Lucas. De brandweer levert de ziekenwagen en een 100-ambulancier-chauffeur. Afhankelijk van de oproep krijgt die een spoedverpleegkundige (PIT) of een MUG mee. In Deinze gaat het om een brandweerkorps met vooral vrijwilligers en levert de brandweer enkel in het weekend de 100-ambulancier voor de PIT. Dat is vrij makkelijk te organiseren als brandweer en ziekenhuis in elkaars buurt liggen. Maar zelfs als de afstand groter is, zijn er misschien oplossingen. Waarom zouden spoedverpleegkundigen niet in een beurtrol in de brandweerkazerne aanwezig kunnen zijn, als een soort vooruitgeschoven post van het ziekenhuis? In een zone met veel Seveso-bedrijven en grote risico’s moet het toch kunnen dat er van een pool van verpleegkundigen telkens één in de kazerne is. We moeten naar een evenwicht zoeken tussen MUG, PIT en gewone ziekenwagen, die inderdaad soms met elkaar in concurrentie komen. Ik ben voor meer samenwerking en duidelijke afspraken. Ik stel alleen maar vast dat daar in de brandweerhervorming aanvankelijk geen aandacht naar ging. En als je laat uitschijnen dat je ergens geen belang aan hecht, dan zullen anderen het terrein wel inpalmen. Dat lijkt me logisch. Vandaag stel ik vast dat de directies van Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid een constructieve dialoog voeren en dat Binnenlandse Zaken zich bewust wordt van het belang van de dringende geneeskundige hulpverlening voor de brandweerkorpsen.’ Kris Versaen is VVSG-stafmedewerker civiele veiligheid Bart Van Moerkerke is redacteur van Lokaal

Brandweerzorg, medische hulpverlening en dringende interventie Het handboek Brandweerzorg, medische hulpverlening en dringende interventie geeft als enige publicatie een totaaloverzicht van de veiligheidszorg en de lopende hervormingen in ons land: een volledig wetgevend overzicht en alle relevante items zoals de Vlaamse hulpverleningszones, de organisatie, werking en financiering van de brandweer, civiele bescherming en dringende geneeskundige hulpverlening, de verschillende nood- en interventieplannen, het noodnummer 112 en Astrid. Een onmisbaar instrument voor brandweerofficieren, hoofdverpleegkundigen van spoeddiensten en burgemeesters. Dit losbladige boek (met cd-rom), dat elk jaar wordt aangevuld, heeft als editor Kris Versaen en wordt uitgegeven door Politeia. Bestellen kan op www.politeia.be.

28 LOKAAL 16 juni 2010


ACHTER DE SCHERMEN

Onthaalmedewerker Davy Cuppens is als onthaalmedewerker, voor veel inwoners het eerste contact met de gemeente Opglabbeek. ‘Dat is belangrijk, ook een gemeente krijgt geen tweede kans om een goede eerste indruk te maken,’ zegt Davy Cuppens. ‘Burgers die het gemeentehuis binnenkomen, verwijs ik naar de juiste dienst. Omdat ik mij als blinde bijzonder goed kan oriënteren, kost het me weinig moeite om de mensen op een correcte manier door te verwijzen.’ Davy Cuppens is ook verantwoordelijk voor het telefoonverkeer: ‘Ik behandel de inkomende telefoons en verbind mensen door met de juiste afdeling. Ik heb toegang tot de agenda’s van de meeste personeelsleden. Zo kan ik snel laten weten wanneer een collega bereikbaar is.’ Omdat Davy Cuppens dit werk al twaalf jaar doet, kan hij de mensen aan de juiste informatie helpen. ‘Ik ben daarnaast ook een minidienst voor toerisme. Ik geef informatie over Opglabbeek en de streek en geef informatiebrochures en kaarten mee.’ Davy Cuppens staat ook in voor de interne werking: via hem reserveren collega’s vergaderzalen, een railpass en gemeentelijke voertuigen, hij zorgt voor de administratieve afhandeling. De gemeente heeft ook verschillende algemene e-mailadressen, waar burgers terecht kunnen met algemene vragen.‘Die komen bij mij terecht. Ik beantwoord ze zelf of stuur ze door voor een meer gespecialiseerd antwoord.’ Ten slotte geeft Davy de inkomende post af, hij notuleert de verslagen van vergaderingen en schrijft brieven. Hiervoor gebruikt hij een gewone computer. ‘Een speciale tool spreekt alles uit, en ik gebruik aanvullend een brailleleesregel. Daardoor kan ik alles wat getypt is ook in braille lezen. Dit is onontbeerlijk want een typefout hoor je meestal niet in een snelle spraakweergave. Verder heb ik ook een Pronto, een braille-pda’tje: een minilaptop met een brailleklavier erop dat gesproken tekst in geschreven tekst kan vertalen. Een handig toestel voor een vergadering op verplaatsing, ik kan er ook korte memo’s of gesprekken mee opnemen.’

Opleiding

Na zijn middelbare opleiding in de richting economie en moderne talen volgde Davy Cuppens secretariaat talen, optie bedrijfstolk. Hij kreeg arbeidstrajectbegeleiding en op de Brailleliga volgde hij een korte opleiding telefonie, onthaal en informatica. In Opglabbeek kon hij bij de gemeente een jaar op proef werken, daarna kreeg hij zijn eerste contract. Hij legde met succes examens af. Daarna volgde hij opleidingen zoals MS Outlook, klantgericht telefoneren en brieven schrijven. GF

Pol Despeghel

16 juni 2010 LOKAAL 29


STICHTING LEZEN

werkveld opvoeding en cultuur

Hebben de baby’s in uw gemeente al een boek? Vijf jaar geleden besloot de bibliotheek van Stekene mee te doen met het Boekbaby’sproject van Stichting Lezen en Locus (Steunpunt voor bibliotheken en cultuur- en gemeenschapscentra). Met dit project brengen Kind & Gezin en bibliotheken baby’s en hun ouders in contact met boeken. Met succes, stelt Annemie Minnebo vast: ‘We zijn nog steeds heel enthousiast over het Boekbaby’s-project en we merken dat de ouders dit ook zijn. Dankzij Boekbaby’s leren almaar meer ouders en jonge kinderen de bibliotheek kennen.’ Tania Van Acker, Sarah Van Tilburg en Els Michielsen

S

tichting Lezen, Locus, Kind & Gezin en de bibliotheken willen met het project Boekbaby’s ouders met hun jonge kinderen laten genieten van boeken. Boeken zijn immers goed voor kinderen, ook lang voordat ze verhalen kunnen begrijpen, laat staan zelf kunnen lezen. Het spreekt voor zich dat samen met mama of papa in boeken kijken, de prenten benoemen en praten over wat er te zien is, de band tussen ouder en kind versterkt. 30 LOKAAL 16 juni 2010

Maar er is meer: uit internationaal onderzoek blijkt dat samen in boeken kijken de (taal)ontwikkeling bij het kind bevordert, de leescultuur binnen het gezin verbetert en de algemene culturele belangstelling van het gezin aanwakkert. Vlaams onderzoek, uitgevoerd door Bruno Vanobbergen, bevestigt deze bevindingen. Boekbaby’s wil dat alle kinderen van deze voordelen kunnen genieten, ook de maatschappelijk kwetsbare.

Mooie samenwerking ‘Alle kinderen van de gemeente kunnen op twee momenten een pakket krijgen, met telkens twee boeken en een brochure met informatie voor de ouders,’ zegt Annemie Minnebo, bibliotheekmedewerker in Stekene. ‘Wanneer hun kind zes maanden is, krijgen ouders in het consultatiebureau van Kind & Gezin een babypakket. De vrijwilligers die de kinderen wegen en meten, delen die pakketten uit. Een klein jaar later, wanneer diezelfde kinderen vijftien maanden oud zijn, krijgen ze in het consultatiebureau een uitnodiging om in de bibliotheek een peuterpakket op te halen. Dat gaat heel goed: 55 procent van de mensen die een uitnodiging krijgen, komt in onze bibliotheek zijn pakket afhalen. We merken dat dit aantal stijgt naarmate het project meer ingeburgerd geraakt in de gemeente. Daar zijn we in de bibliotheek natuurlijk


heel blij mee, omdat dit vaak mensen zijn die ons nog niet kennen of die niet wisten dat de bibliotheek ook voor ouders met kleine kinderen interessant is.’ Annemie Minnebo is onder de indruk van de inzet van de vrijwilligers van Kind & Gezin voor Boekbaby’s: ‘De vrijwilligers zijn meer dan Sinterklazen die met pakjes gooien. Ze volgen een vorming over het Boekbaby’s-project. In het consultatiebureau is er een boekenhoek met baby- en peuterboeken, zodat wachtende ouders met hun kinderen in boeken kunnen kijken. Verder liggen er boeken naast de aankleedkussens en bij de weegschaal, zodat de vrijwilligers zelf het goede voorbeeld kunnen geven. Wanneer ouders zien dat hun kinderen met de boeken spelen en erin geïnteresseerd zijn, is hun aandacht gewekt. Vaak volgen er dan gesprekken tussen ouders en vrijwilligers over boeken en over Boekbaby’s.’ Dat de aanwezigheid van boeken werkt, merken ook Liesbeth en Maria, vrijwilligers van het consultatiebureau. ‘Spijtig dat je de reactie niet zag van dat kindje van zes maanden dat zijn knisperboekje vastnam,’ zegt Liesbeth. ‘Een heerlijk moment! De ouders zijn zeer dankbaar, vinden het een fijn initiatief en zijn verwonderd dat dit allemaal gratis wordt aangeboden.’ Maria beaamt dit: ‘De meeste ouders zijn heel gelukkig met het pakket. De ritselboekjes zijn het meest geliefd. We kunnen ouders zeker motiveren de bibliotheek te bezoeken. Velen weten niet dat baby- en kleuterboekjes gratis geleend kunnen worden. Dit project opent zeker een weg naar de bibliotheek.’ In een gemeente die meedoet met Boekbaby’s is het vanzelfsprekend dat de bibliotheek en Kind & Gezin nauw samenwerken. Zo ook in Stekene: ‘Omdat het succes van Boekbaby’s in de gemeente voor een groot stuk afhangt van de medewerking van de vrijwilligers in de consultatiebureaus van Kind & Gezin, is een goed contact met hen heel belangrijk,’ bevestigt Annemie Minnebo. De bibliotheek van Stekene nodigt de vrijwilligers regelmatig uit in de bibliotheek. Bij een kop koffie en een stuk taart toont de bi

bliotheek hun de nieuwste boeken voor jonge kinderen en kunnen de vrijwilligers hun verhalen, ervaringen en vragen kwijt. Deze aanpak werkt, merkt Annemie: ‘We hebben net weer een vergadering gehad met de vrijwilligers van het consultatiebureau en ze blijven even enthousiast voortdoen.’ Ook voordelen voor de bibliotheek ‘Voor de bibliotheek zijn er niets dan voordelen aan Boekbaby’s!’ zegt Annemie Minnebo opgewekt. ‘Door het project krijgen we een heel jong en gemotiveerd publiek in de bibliotheek. Ouders hebben vaak in het consultatiebureau al ontdekt hoe fijn het is samen met hun baby in boeken te kijken. Velen van hen hadden dit nooit gedacht en voor hen gaat er een hele nieuwe wereld open. We krijgen dan

ook veel kinderen over de vloer die anders nooit op zo’n jonge leeftijd naar de bibliotheek zouden komen. Voor veel van hun ouders is dit een hernieuwde kennismaking met de bibliotheek. Vaak kwamen ze als kind, maar hebben ze als puber afgehaakt. Dankzij Boekbaby’s vinden ze opnieuw aansluiting bij de bibliotheek. Dan is het natuurlijk aan ons om hen te blijven prikkelen en ervoor te zorgen dat ze niet opnieuw afhaken wanneer hun baby opgroeit.’ ‘De baby- en peuterhoek is trouwens een van de gezelligste plekjes in de bibliotheek,’ voegt Annemie er nog aan toe. ‘Er zitten altijd kleintjes te spelen, in de boeken te bladeren en te lezen. Die drukte en dat enthousiasme werken aanstekelijk. Onze bibliotheek is gewoon ge-

STICHTING LEZEN

Uit internationaal onderzoek blijkt dat samen in boeken kijken de ontwikkeling bij het kind bevordert, de leescultuur binnen het gezin verbetert en de algemene culturele belangstelling van het gezin aanwakkert.

Boekbaby’s, ook in uw gemeente? Stekene is een van de twintig gemeenten die nu al deelnemen aan Boekbaby’s. Vijfduizend kinderen krijgen er twee boekenpakketten, het eerste als ze zes maanden oud zijn en het tweede als ze vijftien maanden oud zijn. Stichting Lezen, Locus en Kind & Gezin willen dat nog meer kinderen de kans krijgen om van jongs af aan met boeken in contact te komen. In 2011 willen ze 10.000 jonge gezinnen bereiken. Om meer gemeenten de mogelijkheid te geven mee te doen met Boekbaby’s worden de instapvoorwaarden vanaf 1 januari 2011 voordeliger. Als u deelneemt aan Boekbaby’s: • krijgt u het babypakket, dat op zes maanden wordt uitgereikt in het consultatiebureau van Kind & Gezin, gratis voor alle kinderen die op zes maanden het consultatiebureau bezoeken. Dat komt ongeveer overeen met 80% van de kinderen die in uw gemeente geboren worden. • koopt u het peuterpakket, dat op 15 maanden wordt uitgereikt in de bibliotheek, voor 45% tot 55% van de kinderen die het eerste pakket kregen in het consultatiebureau. Elk peuterpakket kost 13 euro. • worden de twee pakketten en de uitnodigingen kant-en-klaar door Stichting Lezen geleverd. • bemiddelt Stichting Lezen tussen het consultatiebureau en de bibliotheek en levert ze gratis ondersteunend materiaal waarmee de bibliotheek de vrijwilligers kan informeren en coachen. Alle partijen engageren zich voor minstens vier jaar. www.boekbabys.be of Stichting Lezen: T 03-204 10 07 of boekbabys@stichtinglezen.be

16 juni 2010 LOKAAL 31


PRAKTIJK

werkveld opvoeding en cultuur

WESTERLO – Hoe troost je een kind als zijn pasgeboren zusje overlijdt? Hoe help je een kind de scheiding van zijn ouders of de verhuizing van zijn beste vriendje naar het buitenland te verwerken? In de rouwkoffer van de bibliotheek voor scholen vinden leerkrachten draaiboeken en tips om kinderen van verschillende leeftijden daarbij te helpen. De rouwkoffer voor gezinnen bevat teksten en liedjes om een afscheidsviering van een familielid of een vriend op te luisteren.

DOC. STEKENE

Rouwkoffers  voor gezin en school Voor de medewerkers van de bibliotheek in Stekene is de baby- en peuterhoek het gezelligste plekje in de bibliotheek.

alain trappeniers

Het overlijden van een baby in een gezin en de dood van de moeder van een leerling op school waren voor bibliotheekmedewerker Klara Vrolix de concrete aanleiding om een rouwkoffer voor gezinnen en een voor scholen samen te stellen. Ze betrok hierbij verschillende organisaties die met kinderen werken: Zebra voor jonge verkeersslachtoffers, leerkrachten uit de bibliotheekcommissie van het lager onderwijs, het Centrum voor Levens- en Gezinsvragen en het Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs. Ook de gemeentelijke jeugddienst van Turnhout, die al langer rouwkoffers uitleent, gaf advies. De rouwkoffers bevatten een informatiepakket per leeftijdscategorie: kinderen tot zes jaar, zes- tot achtjarigen, acht- tot tienjarigen, tien- tot twaalfjarigen, en de leeftijdscategorie 12 +. Er zitten boeken in met achtergrondinformatie over kinderen en hun omgang met rouw of verlies. Uit deze lectuur putten ouders en leerkrachKlara Vrolix bij de rouwkoffer vol liedjesteksten, ten steun om zichzelf, hun boeken en tips om een dramatische gebeurtenis kinderen, hun leerlingen en te verwerken. alle mensen in hun omgeving te helpen bij het verwerken van hun verdriet. De publicaties vormen een aanknopingspunt om een gesprek te beginnen over dit gevoelige onderwerp. De rouwkoffer voor scholen bevat een draaiboek om het probleem juist te beoordelen en te benaderen, en een kant-en-klaar pakket met lesvoorbereidingen. De rouwkoffer voor gezinnen stelt materiaal ter beschikking om vlot een afscheidsviering samen te stellen. ‘Omdat de rouwende mensen op dat ogenblik andere zorgen aan hun hoofd hebben, bieden we bundels met teksten en gedichten aan maar ook suggesties van liedjes voor verschillende leeftijden en in zeer uiteenlopende stijlen,’ aldus Klara Vrolix. ‘Andere informatiebronnen zijn een overzicht van nuttige websites, folders van het ziekenfonds over wat er allemaal moet gebeuren bij een overlijden en lectuur als steun bij de verwerking van het verlies.’ Inge Ruiters

ii Klara Vrolix, medewerker openbare bibliotheek Westerlo, klara.vrolix@bibliotheek.be, T 014-54 94 62 32 LOKAAL 16 juni 2010

zelliger geworden sinds we meedoen aan Boekbaby’s.’ Reacties Annemie Minnebo merkt dat ouders blij zijn met het project: ‘Als ze het peuterpakket komen halen, spreken we hen persoonlijk aan. We geven wat uitleg en tonen hun de babyen peuterhoek. We hebben het grote geluk dat in onze bibliotheek iedereen achter het project staat – dat moet ook wel als je het wilt doen slagen. Er werken bijvoorbeeld twee jonge vaders in de bibliotheek en hun enthousiasme en verhalen werken aanstekelijk. Vaak blijft het niet bij het afhalen van het boekenpakket maar maken ouders hun kind meteen lid van de bieb.’ Soms sturen ouders zelfs een mailtje om de bibliotheek te bedanken. Dat deed ook Marc, papa van Milo: ‘Wat een fijn Boekbaby’s-pakket! Hartelijk dank voor die leuke attentie. Ik heb de boekjes deze avond aan onze kleine Milo getoond, en hij was er zichtbaar heel blij mee. Ik herinner mij zelf heel levendig de boekjes uit mijn jeugd, en de gezellige leesmomenten met mijn papa en mama en de grootouders... Ik wens jullie enorm veel succes met het Boekbaby’sproject!’

Tania Van Acker, Sarah Van Tilburg en Els Michielsen zijn medewerkers van Stichting Lezen


werkveld Activeringsbeleid

In 2009 werkten de VDAB, zeventien OCMW’s en de VVSG aan betere samenwerking, door middel van experimenten: de proeftuin OCMW’s-VDAB. Na afloop heeft Philippe Muyters, de minister van Werk in de Vlaamse regering, in de Kamer van volksvertegenwoordigers bevestigd dat er een vervolg op de proeftuin komt. De VDAB en de VVSG bereiden een nieuw plan van aanpak voor. Peter Cousaert

D

e proeftuin startte begin 2009 en eindigde in oktober van hetzelfde jaar. Het was een experiment in de hulpen dienstverlening aan leefloners en nietwerkende werkzoekenden met een welzijnsproblematiek. In de proeftuin zou elk individu gepaste begeleiding krijgen, los van statuten. De VDAB kon arbeidsmarktrijpe leef loners begeleiden, het OCMW niet-werkende werkzoekenden met een welzijnsproblematiek. Maar het experiment bracht de deelnemers niet waarop ze hoopten. Hoe komt dit en wat kunnen we daaraan doen? De analyse Er werd in de proeftuin grosso modo ingezet op drie topics: wederzijdse kennismaking, cliĂŤntoverleg en de zogenaamde warme overdracht. Wederzijdse veron

derstellingen door gebrek aan informatie staan een goede samenwerking vaak in de weg. Via presentaties over elkaars dienstverlening, gezamenlijke denkdagen

STEFAN DEWICKERE

Zuurstof voor de samenwerking  tussen de VDAB en de OCMW’s dienstverlening werd cliÍntoverleg geïntroduceerd. Op sommige plaatsen was dit nieuw, op andere werd het intensiever. Met de cliÍnt wil men zo komen tot een passender aanbod. De overdracht van een cliÍnt van het OCMW naar de VDAB na artikel 60 §7 gebeurt geregeld te laat of helemaal niet. Daarom maakten de meeste proeftuinen bijkomende afspraken. Deze varieerden van de overdracht vanaf drie maanden vóór het einde van artikel 60 §7 (soms gekoppeld aan sollicitatietraining) tot

De overdracht van een cliÍnt van het OCMW naar de VDAB  na artikel 60 §7 gebeurt geregeld te laat of helemaal niet.  Daarom maakten de meeste proeftuinen bijkomende afspraken. en meet and greets werd een eerste stap gezet. Meteen een goede tip voor plaatsen waar nauwelijks contacten zijn tussen de twee organisaties, want het heeft de drempel naar elkaars dienstverlening verlaagd. Vanuit de behoefte aan meer gestructureerde en op elkaar afgestemde hulp- en

overdracht binnen ÊÊn maand na het einde van artikel 60 §7. Verder waren er goede aanzetten van samenwerking die we nu willen uitwerken en testen. Enkele voorbeelden: er werden gezamenlijke intakes gedaan, er werden (voorzichtig) criteria ontwikkeld aan de 16 juni 2010 LOKAAL 33


werkveld Activeringsbeleid

hand waarvan kan worden beslist of iemand beter door de VDAB of het OCMW wordt begeleid, een medewerker van het OCMW hield een zitdag in een competentiecentrum van de VDAB om cursisten met een welzijnsproblematiek te bereiken.

doorverwijzen naar welzijns- en gezondheidspartners. Maar daarvoor moeten deze partners uiteraard ook hun plaats krijgen in dit proces. Tot slot heeft ook het gebrek aan lokale projectmiddelen een domper gezet op de

Als aan niet-werkende werkzoekenden een langduriger traject  wordt aangeboden, dan mag er geen gevaar bestaan dat de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening hen oproept en schorst.  Ook deze dienst zou dus beter bij het proces betrokken worden. Mislukking? Er werden belangrijke stappen gezet, maar de opzet en uitvoering verliepen niet optimaal. Allereerst waren de doelstellingen te onduidelijk. Uit de omschreven acties maakten bijna alle proeftuinen dezelfde keuzes. Enerzijds bleken sommige thema’s enkel geschikt voor de centrale beleidsniveaus. Anderzijds was het voor de deelnemers niet altijd duidelijk hoe ze hieruit moesten kiezen. Opvallend was dat er nauwelijks beleidsmakers bij betrokken waren. Dit geldt voor de Vlaamse en federale regering, de VDAB en de OCMW’s. Veldwerkers en hun direct leidinggevenden bleken de enige eigenaars van het proces. Hierdoor werden enkel de makkelijkst te operationaliseren thema’s aangepakt. Het was immers niet altijd duidelijk buiten welke lijnen kon worden gekleurd. Als we tot meer structurele oplossingen voor complexe problemen willen komen, moeten ook beleidsmakers een grotere rol gaan spelen. Op elk niveau. De OCMW’s pretendeerden dat ze voor niet-werkende werkzoekenden met een welzijnsproblematiek in een aanbod konden voorzien. In de proeftuin werden bijna uitsluitend medewerkers betrokken die met tewerkstelling bezig zijn. Dan schiet je je doel voorbij. We misten ook partners rond de tafel. Als aan niet-werkende werkzoekenden een langduriger traject wordt aangeboden, dan mag er geen gevaar bestaan dat de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening hen oproept en schorst. Ook deze dienst zou dus beter bij het proces betrokken worden. Hetzelfde geldt voor welzijns- en gezondheidspartners. Het OCMW kan, na een goede inventarisatie van de problemen en mogelijkheden van de cliÍnt, gericht 34 LOKAAL 16 juni 2010

output van de samenwerking. In tijden van crisis is het moeilijk uit de reguliere middelen te putten en veel personeel vrij te stellen voor een dergelijk proces. De processie van Echternach? We stellen vast dat de bedoelingen lokaal goed zijn. Er is een wil tot samenwerking. Maar waarom is het dan zo moeilijk tot een goede afstemming te komen tussen de VDAB en het OCMW? Het lijkt soms de processie van Echternach. De VDAB en de OCMW’s hebben verschillende opdrachten. De VDAB staat in voor het afstemmen van de vraag en het aanbod op de arbeidsmarkt, terwijl het OCMW instaat voor het realiseren van een menswaardig bestaan voor elke burger. In het zoeken naar een modus vivendi tussen het OCMW en de VDAB veroorzaken deze verschillende paradigma’s, die voortvloeien uit de twee verschillende legistieke kaders, spanningen. Tegelijk stellen we vast dat zowel de VDAB als het OCMW een brede(re) invulling aan zijn opdracht heeft gegeven. De VDAB is niet louter met werk bezig en het OCMW niet alleen met welzijn. De situatie is minder zwart-wit dan de wettelijke en decretale opdrachten zouden kunnen doen veronderstellen. Zo stellen we vast dat de VDAB in de loop der jaren initiatieven heeft genomen waarin de welzijnscomponent een plaats krijgt. Denk maar aan de ervaringsdeskundigen in armoede, de tender activeringszorg, en meer recent, de armoedetrajecten. Binnen de OCMW’s is er ook al langer dan vandaag veel aandacht voor arbeid. Eerst via de bestaansminimumwet (1974), later via het Urgentieprogramma voor een meer solidaire samenleving (1993), met finaal de leefloonwet (2002). Het recht

op maatschappelijke integratie blijft gebaseerd op de algemene voorwaarden van de bestaansminimumwet: nationaliteit, verblijfplaats, residuair karakter, werkbereidheid. Al meer dan dertig jaar is het leefloon (voorheen bestaansminimum) dus gekoppeld aan de voorwaarde van werkbereidheid. Jan Vrancken stelde zelfs vast dat deze voorwaarde zelfs al bij de Centra voor Openbare Onderstand aan de orde was. Het snijpunt tussen welzijn en werk ligt dus besloten in de organisatie van het OCMW zelf. Het OCMW vertaalt dit binnen een context van integraal werken, waarbinnen arbeid een zeer belangrijke plaats inneemt. We moeten dus vaststellen dat het niet alleen de paradigma’s zelf zijn die voor problemen zorgen, maar ook de manier waarop deze tot nu toe worden ingevuld. Als de VDAB en de OCMW’s hun opdrachten breder invullen, begeven ze zich op elkaars terrein. Geen van beide partners is immers bereid zijn dienstverlening te laten verschrompelen tot wat ze in haar meest uitgepuurde versie zou kunnen zijn. Dit maakt de samenwerking extra complex. Zonder in discussies over een pure welzijnsbenadering of een pure werkbenadering te vervallen is er wel wat meer logica nodig in deze samenwerking die duidelijk complementair kan zijn. Een nieuwe lokale alliantie Het heikele punt wat de paradigma’s betreft is de gedachte dat we ze in termen van goed of slecht kunnen catalogiseren. Afhankelijk van wie aan het woord is, wordt een pure arbeidsmarkt- dan wel integrale benadering gepresenteerd als het ultieme antwoord op problemen zoals werkloosheid, gebrekkig welzijn, maatschappelijke uitsluiting of armoede. Terwijl voor bepaalde doelgroepen het arbeidsmarktparadigma het best een activering op maat garandeert, en voor andere een breder paradigma. Dit toont meteen ook aan waarom een strategisch partnerschap tussen de VDAB en het OCMW broodnodig is. Bij de VDAB kloppen mensen aan die beter door het OCMW kunnen worden geholpen en omgekeerd. Voor anderen is een stevige lokale alliantie tussen beide partners noodzakelijk. Tegelijk stellen we vast dat het niet alleen de verschillende paradigma’s zijn die tot een moeilijke afstemming leiden. Zo merken we nog steeds koudwatervrees om inzicht te verschaffen in de doelstellingen


KLARE KIJK van het OCMW en de VDAB en er consequenties uit te trekken. Daarnaast liggen beslissingsbevoegdheden op een ander niveau: de VDAB wordt centraal aangestuurd, het OCMW beschikt over een grote lokale autonomie. Ook hier dringt nuancering zich op. De VDAB heeft ook bovenlokale bevoegdheden, en voor het OCMW zijn er bepalingen die zij niet lokaal kunnen invullen. Tegelijk zien we dat de beleidsimpact van het OCMW en die van de VDAB verschillen. De OCMW’s beschikken tegelijk over minder instrumenten waarop ze rechtstreeks kunnen ingrijpen (tenzij ze die zelf creëren). De lokale VDAB-afdelingen beschikken over een ruimer instrumentarium waarop ze meer vat hebben. Dit leidt op zijn minst

palen. Dit kan, mits ieder de verschillende rollen erkent en honoreert. In de steigers De VVSG pleit voor een tweede fase waarin gericht wordt op een betere trajectinitiatie en -uitvoering. In de proeftuin blijven we uitgaan van de idee dat alle cliënten, VDAB of OCMW, baat hebben bij ondersteuning van optimale kwaliteit en bij een goed en coherent geregisseerd traject van toeleiding, intake, screening en uitvoering. Voor een aantal cliënten zal een ideaal traject echter bestaan uit een combinatie van modules van VDAB en OCMW, en modules van andere publieke of private partners op het gebied van werk en welzijn.

Het is belangrijk dat elke leefloner en niet-werkende werkzoekende de dienstverlening krijgt waarbij hij het meest gebaat is. Vandaag wordt dit nog in grote mate bepaald op basis van zijn statuut. tot moeilijkheden en spanningen voor een geïntensifieerde lokale samenwerking. Een geïntensifieerde samenwerking vereist daarnaast een open houding en duidelijke einddoelstellingen. Deze einddoelen moeten in overleg tussen het federale, Vlaamse en lokale niveau worden vastgelegd. Dit is vandaag onduidelijk. Uiteraard speelt de discussie van de Vlaamse en federale regering over het doelgroepenbeleid hierin een rol, evenals de houding van de Vlaamse regering tegenover het OCMW als welzijnsregisseur én -actor. Zo blijkt het voor de Vlaamse regering moeilijk om (experimenteel) een regie toe te kennen aan de OCMW’s op het vlak van welzijn. De al bestaande vormen van dienstverlening en de ontwikkelde instrumenten zelf zijn ook niet steeds neutraal. Het lijkt niet altijd even evident om ook deze instrumenten in het kader van de samenwerking in vraag te stellen. Aan de extremen (pure welzijnsbenadering of pure arbeidsbenadering) is er op zich weinig onduidelijkheid. De VDAB hoeft zich niet bezig te houden met pure welzijnstrajecten, net zoals het OCMW zich niet bezig hoeft te houden met pure werktrajecten. Toch lijkt afstemming op de extremen ook moeilijk. Het is vooral in het grijze gebied dat de modus vivendi moet worden gevonden. Daarvoor is een goede gezamenlijke methodiek noodzakelijk om het traject te be

De partijen zijn het nu al met elkaar eens dat enkele ideeën die in bepaalde proeftuinen kiemden, een verdere uitwerking moeten krijgen. We zullen wellicht aan een gemeenschappelijke intake of intakecriteria werken. Op deze manier zouden de OCMW-diensten werkgerelateerde vragen kunnen integreren in de intake, en de VDAB meer welzijnsgerichte vragen. Daarnaast is het belangrijk dat elke leefloner en niet-werkende werkzoekende de dienstverlening krijgt waarbij hij of zij het meest gebaat is. Vandaag wordt dit nog in grote mate bepaald op basis van zijn of haar statuut. Er zijn criteria en werkvormen nodig om beter te kunnen bepalen wie waar het best bij gebaat is. Een noodzakelijke voorwaarde voor deze trajecten is gezamenlijke kennis. Daarom zullen we een gezamenlijk opleidingsprogramma voor OCMW- en VDAB-medewerkers trachten samen te stellen. In de eerste plaats voor proeftuinmedewerkers, hopelijk op termijn voor iedereen. Peter Cousaert is VVSG-stafmedewerker lokaal werkgelegenheids- en activeringsbeleid - projectcel werkwinkels

Het proeftuineindrapport van het HIVA en de KHL: www.vvsg.be, knop lokale economie en werk

?

Kan een politiezone gebruik maken van uitzendarbeid voor bepaalde knelpuntfuncties?

!

Sinds de inwerkingtreding van de geïntegreerde politie (GPI) op 1 april 2001 geldt een nieuw politiestatuut. Naast het operationeel kader bestaat de politiedienst uit het administratief en logistiek kader (CaLog). Dit laatste is samengesteld uit burgerpersoneel dat tot 1 januari 2002 (overgang naar de nieuwe politiestructuur) op contractuele basis werkte. Nadien kregen deze mensen de kans op statutaire basis aangeworven te worden. Ze vormen ongeveer één vierde van het totale politiepersoneel. CaLog-personeel kan voor verschillende taken in de lokale politiezone ingezet worden: politiesecretaris, beleidsadviseur, boekhouder, technisch of logistiek medewerker. Het is niet eenvoudig een vervanger te vinden voor sommige knelpuntfuncties, zoals boekhouder, zeker niet voor een beperkte duur (zoals de periode van een zwangerschapsverlof). Dikwijls moet die vervanger ook op korte termijn aan de slag kunnen, terwijl de wervings- en selectieprocedure voor dit personeel heel rigide en vaak ook traag is. Bij Koninklijk Besluit van 7 juni 2009 heeft de federale wetgever werk gemaakt van een eenvoudigere aanwervings- en selectieprocedure voor politiepersoneel. Hierdoor kunnen bepaalde betrekkingen bij het CaLog, om dringende redenen worden ingevuld door personeelsleden die in dienst genomen worden via een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur van maximaal twaalf maanden. Enige voorwaarde is wel dat na deze aanwerving de betrekking onmiddellijk vacant moet worden verklaard in een mobiliteitscyclus. Deze regeling trad al in werking op 26 juni 2009, de dag van publicatie van het Koninklijk Besluit. Natuurlijk kan het voor de politiezone interessant zijn meer kandidaturen binnen te krijgen en dus niet enkel de vacature via de site van de federale politie te publiceren, maar ook een kandidaat te zoeken via een gespecialiseerd plaatselijk uitzendkantoor. Contracten van uitzendkantoren kunnen op week- of maandbasis afgesloten worden. Uitzendarbeid in de openbare sector wordt algemeen geregeld door de Wet van 24 juli 1987. Op dit ogenblik is uitzendarbeid in de openbare sector enkel mogelijk voor de tijdelijke vervanging van vast personeel. Bij een beroep op de diensten van een uitzendkantoor kan de zone overwegen de selectiekosten aan dat kantoor te betalen en, eventueel na een aantal uitzendcontracten, een (tijdelijke) vervangingsovereenkomst van de zone op te stellen. Mail uw vragen over uitzendarbeid in de politiezone naar tom.deschepper@vvsg.be

16 juni 2010 LOKAAL 35


STEFAN DEWICKERE

werkveld OUDERENZORG

De tweede deur is de juiste Woonzorgnetwerken zijn aangekondigd als dé nieuwigheid in het woonzorgdecreet van 13 maart 2009, maar er bestaan nog geen uitvoeringsbesluiten over. Toch kunnen lokale besturen al starten. Woonzorgnetwerken en lokaal sociaal beleid hebben immers dezelfde doelstelling: de dienst- en hulpverlening toegankelijk maken. De uitgelezen kans dus om een lokaal sociaal beleid in een concreet beleidsdomein om te zetten. Lokaal ging op zoek naar realisaties en vond ze in de Kempen: Turnhout en Herentals netwerken nu al in de zorg. Elke Vastiau

H

et woonzorgdecreet zet in op zorggarantie en zorgcontinuïteit voor de gebruikers. Daartoe worden de verschillende zorgvoorzieningen aangezet tot samenwerken. Thuiszorg en ouderenzorg moeten hun aanbod beter op elkaar afstemmen en samenwerken waar dat nodig en mogelijk is. Door samen woonzorgnetwerken op te zetten garanderen ze de toegankelijkheid van de zorg voor iedereen die er nodig heeft. En was dat nu 36 LOKAAL 16 juni 2010

niet net de doelstelling van lokaal sociaal beleid? Binnen het lokaal sociaal beleid organiseert het lokale bestuur immers overleg waaraan de verschillende initiatiefnemers kunnen participeren. Ondanks het feit dat het woonzorgdecreet deze hoofdrol in de teksten niet als zodanig bevestigt, zou de oprichting van de woonzorgnetwerken op het lokaal sociaal beleidplan kunnen voortbouwen en een belangrijke sectorale realisatie van dat

lokaal sociaal beleid kunnen zijn. De uitgangspunten van lokaal sociaal beleid en de doelstellingen van de woonzorgnetwerken lopen immers sterk parallel. Terwijl lokaal sociaal beleid de toegankelijkheid van de zorg wil waarborgen, wil de decreetgever met de zorgnetwerken het zorgcontinuüm voor de gebruiker garanderen. In de filosofie van beide decreten staan de gebruiker en zijn behoeften centraal. De tweede deur Als je de term woonzorgnetwerk even door een zoekmachine haalt, merk je dat verschillende lokale besturen hier al over nadenken. Aalst, Mechelen, Oosterzele, Wervik, Gent: allemaal willen ze een woonzorgnetwerk oprichten. Herentals liep voor op het decreet: al in 2008 startten zij met het project interne netwerking. ‘Het motto van dit netwerk is De tweede deur is de juiste,’ zegt Hilde Braet, kwaliteitscoördinator van het


Een zorgsteunpunt in het dienstencentrum brengt zorg en dienstverlening naar de gebruiker en gebruikers kunnen er ook hun zorg halen.

OCMW van Herentals. Zowel de secretaris als het lokale dienstencentrum, alle thuiszorgdiensten, de sociale dienst van het OCMW, de intergemeentelijke dienst tewerkstelling, het woonzorgcentrum en de sociale dienst van het ziekenhuis worden hierbij betrokken. Het eerste actiepunt van het interne netwerk was niet alleen de visie op ouderenzorg duidelijk stellen, maar ook elkaars diensten leren kennen. Elke netwerkdeelnemer koos een dienst en liep daar kijk- en doestages. Hilde Braet: ‘Dankzij het netwerk zagen de deelnemers nieuwe mogelijkheden, kregen ze een bredere kijk, meer begrip voor elkaar, en is de start gemaakt naar meer.’ Dat meer uit zich in verschillende projecten, onder meer het zorgcomitĂŠ. ‘Dat bestaat uit twee verantwoordelijken van de thuisdiensten, de maatschappelijk werkers van het rusthuis en het ziekenhuis.’ Maandelijks overleggen zij over complexe zorgvragen en zoeken zij samen naar een passende, geĂŻntegreerde oplossing,’ vertelt Hilde Braet. ‘De werking van dit comitĂŠ is op dit moment zo waardevol dat we stilaan klaar zijn om ook externe partners bij het proces te betrekken.’ Herentals denkt in de eerste plaats aan een huisarts, een geriater maar zeker ook andere thuiszorgdiensten en woonzorgcentra in de regio. ‘Op deze manier beginnen we van interne netwerking te evolueren naar wat hopelijk een woonzorgnetwerk kan worden.’ De initiatieven in Herentals passen in de doelstelling van het sociale huis. ‘Wij willen met de lokale partners een maximale toegankelijkheid voor de gebruikers waarborgen,’ zegt Dirk Soentjens, OCMW-secretaris in Herentals. ‘Het kernidee daarbij is een gerichte doorverwijzing waarbij vooropgesteld wordt dat de tweede deur de juiste zou moeten zijn.’ Herentals werkt hiervoor op twee niveaus: enerzijds op het niveau van de eerstelijnsdiensten en anderzijds op de onderlinge samenwerking tussen deze diensten. Bij de eerstelijnsdiensten worden de detectie, het onthaal, de interne doorverwijzing, de intake en de directe hulp georganiseerd. De onderlinge samenwerking tussen de eerstelijnsdiensten heeft vooral te maken met de informatieopdracht, de externe doorverwij

zing en de onderlinge afstemming. En voor ouderenzorg wil Herentals hetzelfde realiseren. In het woonzorgcentrum en in beide lokale dienstencentra zouden daarvoor zorgsteunpunten komen. Zo’n zorgsteunpunt brengt zorg en dienstverlening naar de gebruikers, maar de gebruikers kunnen er hun zorg ook halen.

van alle woonzorgpartners in Turnhout: ‘Ze moeten het OCMW kunnen vertrouwen om deze aanvullende zorgopdracht uit te voeren.’ Maar omdat Turnhout in het verleden al bewees goed te kunnen samenwerken met alle partners, heeft Marc Weyns er alle vertrouwen in dat dat ook deze keer zal lukken. Betaalbaar is

De klassieke thuiszorgorganisaties kunnen nu eenmaal  niet alles doen. Anderzijds heeft het woonzorgcentrum  expertise in huis die we graag delen.

Mobiele zorg aan huis Ook Turnhout netwerkt niet in de eerste plaats met de bedoeling een woonzorgnetwerk op te richten, maar het wil er wel voor zorgen dat kwetsbare ouderen langer onder goede omstandigheden thuis kunnen verblijven. Concreet betekent dit dat er in het woonzorgcentrum een team beschikbaar is om ouderen thuis te ondersteunen wanneer dat nodig is. ‘Het kan gaan om preventie en behandeling van doorligwonden, badbegeleiding met tillift in een aangepaste badkamer, ergotherapie, warmemaaltijdbegeleiding, geregeld toiletbezoek, telefonisch toezicht of occasioneel toezicht.’ Volgens Marc Weyns, directeur van het woonzorgcentrum, is dit geen blijk van expansiedrift van het woonzorgcentrum: ‘Enerzijds

het project overigens ook, want dit is een van de geselecteerde zorgvernieuwingsprojecten in het kader van protocol 3, die deels door het Riziv gefinancierd worden. Van de Kempen naar heel Vlaanderen? Herentals en Turnhout tonen met hun projecten aan dat netwerken belangrijk is om de belangrijkste doelstelling van het lokaal sociaal beleid – de toegang tot dienst- en hulpverlening voor alle inwoners van de gemeente – te verzekeren. De doelstelling van een woonzorgnetwerk, het garanderen van zorggarantie voor de gebruiker, sluit hier naadloos op aan. Een woonzorgnetwerk moet immers buurtgericht zijn en aansluiten bij het niveau dat de gebruiker het best kent: het lokale niveau. Bovenlokale netwerken zijn misschien interessant voor de uitbaters

Een woonzorgnetwerk moet buurtgericht zijn  en aansluiten bij het niveau dat de gebruiker  het best kent: het lokale niveau.

stellen we in Turnhout bepaalde lacunes in het thuiszorgaanbod vast. De klassieke thuiszorgorganisaties kunnen nu eenmaal niet alles doen. Anderzijds heeft het woonzorgcentrum expertise in huis die we graag delen. Zo willen we kwetsbare ouderen de kans geven thuis te blijven wonen als ze dat willen. Met mobiele zorg kun je een verblijf in het ziekenhuis of woonzorgcentrum uitstellen en misschien zelfs vermijden.’ Belangrijk vindt Marc Weyns de medewerking

en vooral voor hun rendement, maar ze dreigen de behoeften van de gebruikers zelf uit het oog te verliezen omdat ze hen niet meer persoonlijk kennen. Een woonzorgnetwerk moet voldoende slagkracht hebben om de doelstelling van zorggarantie en zorgcontinuĂŻteit te bereiken. Het aantal voorzieningen als uitgangpunt nemen voor een netwerk is daarom eigenlijk niet zo belangrijk, wel van belang is het aantal cliĂŤnten dat bereikt wordt. De tekst van het de16 juni 2010 LOKAAL 37


werkveld OUDERENZORG

Wat is een woonzorgnetwerk? Een woonzorgnetwerk is gedefinieerd als een buurtgericht functioneel samenwerkingsverband waarin de in de buurt actieve erkende voorzieningen uitgenodigd worden tot participatie en waarin naast een huisarts of een huisartsenkring, minstens de volgende voorzieningen effectief participeren: • een erkend woonzorgcentrum • een erkend centrum voor kortverblijf • een erkende groep van assistentiewoningen • een erkende dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg of een andere erkende thuiszorgvoorziening die zorg aan huis levert. Een woonzorgnetwerk heeft als opdracht de ouderenzorg te optimaliseren door middel van samenwerking en afstemming tussen de leden van het woonzorgnetwerk. Een woonzorgnetwerk moet ten minste: • afspraken maken tussen ten minste de verschillende leden van het woonzorgnetwerk met het oog op de doelmatigheid, doeltreffendheid en continuïteit van de ouderenzorg • een gezamenlijk aanbod van ouderenzorg organiseren • de toegang tot de ouderenzorg faciliteren met behulp van één aanmelding • acute zorgvragen beantwoorden • ervoor zorgen dat de leden van het woonzorgnetwerk in onderling overleg en in voorkomend geval gezamenlijk personeel en expertise inzetten • ervoor zorgen dat de leden van het woonzorgnetwerk onder elkaar informatie uitwisselen die noodzakelijk is voor het verlenen van ouderenzorg aan elke gebruiker in het werkgebied van het woonzorgnetwerk. (woonzorgdecreet van 13 maart 2009, Inforumnummer 228266)

creet maakt het in theorie mogelijk dat op eenzelfde grondgebied verschillende woonzorgnetwerken actief zouden zijn. De gevolgen daarvan voor de gebruiker zijn hallucinant. De toegankelijkheid tot zorg op maat komt zelfs in het gedrang door onduidelijkheid voor de gebruiker. De gebruiker wil het liefst één contactpunt, één toegang tot het gehele aanbod in zijn buurt. Dat leerden de vele ervaringen in het kader van lokaal sociaal beleid ons. Het is immers vanuit gebruikersstandpunt van ondergeschikt belang hoeveel of welke voorzieningen in een groepering zitten. Belangrijk is wel welke soort dienstverlening kan worden gegarandeerd. Het bereikte resultaat moet hier dus voorop staan: een samenwerkingsverband van verschillende partners moet garanderen dat iedere gebruiker aangepaste zorg van goede kwaliteit krijgt. De regie moet daarom gegarandeerd bij de gebruiker zelf blijven en niet bij voorzieningen. De teksten liggen op tafel, het kader is geschreven, nu is het aan de lokale besturen om te bewijzen dat ze dat ook kunnen inkleuren. Elke Vastiau is VVSG-stafmedewerker ouderenzorgbeleid

PROMOTIE drukwerk tot 1 november 2010 Uw werk drukken wij zó… Reeds vele jaren is de VVSG uw trouwe partner voor het leveren van diensten en bevoorradingen. De producten die wij hier aanbieden zijn de meest voorkomende kantoordrukwerken: briefhoofden, omslagen, naamkaarten enz. Andere kantoordrukwerken kunnen ook uitgevoerd worden. >> nieuw in ons gamma: onderleggers en rouwkaartjes.

Uw voordelen…

Hoe werken wij…

• Één gesprekspartner voor al uw drukwerken • Tijd- en kostenbesparend • Grote flexibiliteit • Logistiek en distributiebeheer door onze zorgen

• Opmaak, lay-out en drukfilms ZONDER MEERKOSTEN • Aanmaak op basis van uw modellen • Leveringstermijn ± 3 weken

Voor verdere inlichtingen staan wij steeds tot uw dienst op 02-211 55 19 of 02-211 55 20

www.vvsg.be VVSG-winkel 38 LOKAAL 16 juni 2010


wetmatig berichten

Betalend parkeren is gewestelijke materie Het Grondwettelijk Hof vernietigde de bepalingen in de wet van 22 december 2008 houdende diverse bepalingen waarbij steden en gemeenten en hun concessiehouders en de autonome gemeentebedrijven expliciet gemachtigd worden om de identiteit van de houder van de nummerplaat op te vragen bij de DIV. Het komt luidens zijn arrest niet aan de federale, maar aan de gewestelijke overheid toe om dit te regelen. Op zich hoeft de vernietiging niet meteen tot grote handhavingsproblemen te leiden, want het Grondwettelijk Hof zegt er meteen bij dat niet in een overgangstermijn moet worden voorzien om tot een nieuwe – gewestelijke – regeling te komen, omdat wat men wou bereiken met de vernietigde bepalingen, eigenlijk al mogelijk was vóór de wetswijziging. Dit was trouwens ook de houding van de rechters (op de spreekwoordelijke uitzondering na): parkeerconcessionarissen kunnen de gegevens verkrijgen, voor zover ze enkel gebruikt worden voor het innen van de parkeerretributie en daarna vernietigd worden (wat ook zo bepaald is in de concessieovereenkomsten). Bovendien is er een door de privacycommissie goedgekeurde procedure uitgewerkt bij de DIV voor het opvragen van de kentekengegevens. Dit neemt niet weg dat het nuttig zou zijn de verduidelijkingen uit de vernietigde bepalingen op te nemen in een decreet. Hiertoe was er al contact tussen de VVSG en de Vlaamse overheid.

LAYLA AERTS

erwin.debruyne@vvsg.be

Parkeerconcessionarissen kunnen nummerplaatgegevens verkrijgen als deze gegevens vernietigd worden na het innen van de retributie.

Arrest van het Grondwettelijk Hof, www.const-court.be, knop hangende zaken en rechtspraak, arrest 59/2010 Arrest van het Hof van Cassatie, C.08.0129.N, 29 mei 2009, punt 10 en punt 11, Inforumnummer 239678 Arrest van het Hof van Cassatie, C.08.0130.N, 29 mei 2009, punt 7, Inforumnummer 241448

Camerabewaking wellicht nog te weinig geregistreerd Vóór 10 juni moesten alle vaste en mobiele camerasystemen voor bewaking en toezicht op het publieke of het private domein, bij de privacycommissie geregistreerd zijn. Wie dat nog niet gedaan heeft, riskeert een geldboete tussen 25 en 100 euro die in welbepaalde gevallen kan oplopen tot 1000 euro per inbreuk. De strafbepalingen uit de camerawet van 21 maart 2007 zijn exact drie jaar na de inwerkingtreding (op 10 juni dit jaar) van kracht geworden.

van de klachten die bij haar binnenkomen. Om u wat wegwijs te maken in de verschillende onduidelijkheden die vandaag nog in de wet vervat zitten, vindt u op onze website een knelpuntennota en overzicht van de strafbepalingen terug. tom.deschepper@vvsg.be

TOM DE SCHEPPER

Uit cijfergegevens van de privacycommissie blijkt dat er tijdens de regularisatietermijn slechts 7230 aangiftes zijn ontvangen terwijl het aantal camera’s dat in gebruik is, tot een veelvoud van dat getal zou oplopen. Bovendien wijst de commissie erop dat veel aangegeven systemen wellicht niet voldoen aan de bepalingen uit de wet van 2007. Voortaan is het verplicht om elk toekomstig en bestaand camerasysteem te registreren bij de privacycommissie. Daarnaast dienen alle locaties die onder toezicht van camerasystemen staan, kenbaar te zijn door middel van een zichtbaar en duidelijk leesbaar standaardpictogram. Bovendien moet uw bestuur voor het cameratoezicht op een niet-besloten plaats zoals een uitgaansbuurt of een marktplein over een advies van de gemeenteraad beschikken, eveneens op straffe van een geldboete. Besturen die zich nog niet in lijn gesteld hebben met de bovenstaande bepalingen, maken daar beter snel werk van. De privacycommissie kondigde immers aan vanaf 11 juni controles uit te voeren op basis

www.vvsg.be, knop veiligheid, camera: knelpuntennota met een gecoördineerde versie van de wetgeving en een overzicht van de strafbepalingen. www.privacycommission.be, knop FAQ: thematische aangifteformulieren en praktische toelichting www.vvsg.be, knop kalender: werkbezoeken aan cameracentrales op 11 november in politieregio Haaglanden, Den Haag en op 25 november in cameracentrale NMBS, Brussel 16 juni 2010 LOKAAL 39


RANST is een middelgrote gemeente (18.000 inwoners) met een groen karakter, gelegen tussen de fruitboomgaarden, bossen en kasteel­ domeinen op korte afstand van de metropool Antwerpen. Voor het gemeen­ schapscentrum Den Boomgaard gaat het gemeentebestuur over tot de aanwerving van een (m/v):

CULTUURBELEIDSCOÖRDINATOR

niveau A1a-A3a - contractueel in langdurige vervanging - voltijds - inclusief de aanleg van een werfreserve (3 jaar) met vooruitzicht op statutaire aanstelling Taakomschrijving: Het actieterrein van de cultuurbeleidscoördinator is het faciliteren van het integraal cultuurbeleid, het op elkaar afstemmen van alle lokale cultuuractoren en het dagelijks beheren van het gemeenschapscentrum waarbij de inspraak en betrokkenheid van de cultuurgebruikers belangrijk is. Je hebt de leiding van de cultuurdienst waar verschillende medewerkers deel van uitmaken om, ieder op zijn domein, kwaliteitsvolle dienstverlening te leveren aan de burgers. Je legt je toe op een degelijk budgetbeheer en adviseert het college van burgemeester en schepenen op het vlak van de taken die eigen zijn aan de dienst. Je bent bovendien lid van het managementteam. Bijzondere toelatingsvoorwaarden: Je bezit de Belgische nationaliteit en bent houder van een masterdiploma of gelijkwaardig. Je hebt een rijbewijs B. Je slaagt in een selectieproef. Wij bieden: Een boeiende voltijdse functie in contractueel dienstverband voor minimaal 1 jaar op niveau A1a-A3a na een proefperiode van 3 maanden met een brutojaarloon tussen 32.466,91 euro en 57.132,85 euro (geïndexeerd), exclusief maaltijdcheques, hospitalisatieverzekering, eindejaarstoelage en vakantiegeld en afhankelijk van de jaren ervaring (max. 4 jaar privé-ervaring). Na afloop van de contractuele indiensttreding is er eventueel de mogelijkheid tot statutaire (vastbenoemde) aanstelling. Interesse? Voor alle inlichtingen over de functie, diplomavereisten, de algemene toelatingsvoorwaarden, het functieprofiel en het indienen van je kandidatuur neem je contact op met de personeelsdienst, hetzij telefonisch (03 470 10 85) of via www.ranst.be. Je sollicitatie stuur je per post vóór 26 juni 2010 (poststempel geldt als bewijs) samen met je curriculum vitae, uittreksel uit het strafregister en een kopie van je diploma naar onderstaand adres, of kan je tot dezelfde datum tegen ontvangstmelding en tijdens de openingsuren afgeven bij de personeelsdienst, Gemeentebestuur Ranst, college van burgemeester en schepenen, Gustaaf Peetersstraat 7, 2520 Ranst.

RANST LEEFT, RANST BRUIST

Het gemeentebestuur van Berlaar gaat over tot de statutaire aanwerving van een voltijds administratief-technisch consulent diensthoofd grondgebiedszaken niveau A - m/v Diplomavereisten: Ofwel een masterdiploma, ofwel een diploma van het universitair onderwijs of een diploma van het hoger onderwijs van twee cycli dat gelijkgesteld werd met universitair onderwijs Taken • Algemene leiding t.a.v. het volledige team grondgebiedszaken • Bewaakt, als lid van het managementteam, de samenhang van de gemeentelijke werking, de kwaliteit van de organisatie en de interne communicatie in functie van het gemeenschappelijke belang van de dienstverlening ten bate van de burgers • Toezicht uitoefenen over alle werkzaamheden van de dienst Grondgebiedszaken en overleg over alle werkzaamheden van de dienst zowel technisch, administratief als juridisch • De coördinatie en begeleiding van de opmaak van een strategische beleidsplanning waarin missie, visie en strategie worden bepaald en dit in overleg met de bevoegde mandataris(sen) • Behandeling van overheidsopdrachten. Voor een volledige functiebeschrijving: www.berlaar.be, knop vacatures Wat kunnen wij bieden? Bruto geïndexeerde aanvangsjaarwedde: € 32.466,90; maaltijdcheques; fietsvergoeding; hospitalisatieverzekering. Kandidaturen De kandidaatstellingen dienen ten laatste op 9 juli 2010 schriftelijk, per fax, per e-mail of via persoonlijke afgifte ingediend te worden bij het college van burgemeester en schepenen, Markt 1, 2590 Berlaar, F03-482 49 14, personeel@berlaar.be, met bijvoeging van een kopie van diploma en een uittreksel uit het strafregister, . De datum van de verzending van de kandidatuur wordt beschouwd als de datum waarop de kandidatuur is ingediend. Er wordt een wervingsreserve van tweejaar aangelegd. Heeft u interesse en wenst u bijkomende inlichingen? Neem dan contact op met de personeelsdienst, T 03-410 19 16, personeel@berlaar.be.

40 LOKAAL 16 juni 2010

Grobbendonk is een aangename, landelijke gemeente met 11000 inwoners in het hart van de provincie Antwerpen. Om het haar burgers zo aangenaam mogelijk te maken, kan het gemeentebestuur rekenen op de inzet van een 100-tal medewerkers. We zijn echter nog op zoek naar een (m/v) roep

3 op VOLTIJDS DESKUNDIGE TECHNISCHE DIENST de

Niveau B - contractueel

Ref: DTD/VVSG

Als deskundige technische dienst ben je verantwoordelijk voor de technische opvolging van het beheer en onderhoud door derden aan het gemeentelijke patrimonium, zowel wegen, pleinen als gebouwen. Je zal eveneens de administratieve en technische opvolging van de dossiers inzake overheidsopdrachten en openbare werken verzorgen. Wat bieden wij je? • Een aangename werkomgeving. • Geïndexeerd minimum en maximum brutojaarsalaris: 25.706,07 euro - 31.575,38 euro • Maaltijdcheques ter waarde van 6,25 euro per dag, fietsvergoeding, gratis hospitalisatieverzekering. • Beroepservaring in de privésector of als zelfstandige kan tot max. 15 jaar in aanmerking genomen worden. • Er wordt een werfreserve aangelegd die 1 jaar geldig blijft. • De aanwervingsvoorwaarden, de toelatingsvoorwaarden en de functiebeschrijving kan u verkrijgen bij de personeelsdienst: Boudewijnstraat 4 te 2280 Grobbendonk, tel.: 014 50 78 74 of op www.grobbendonk.be Geïnteresseerd? De kandidaturen, met bijvoeging van een sollicitatiebrief, een recent CV, een kopie van het diploma dienen uiterlijk op 2 juli 2010 toe te komen bij het gemeentebestuur op volgende wijze: • per e-mail naar vera.volckaerts@grobbendonk.be, • per brief aan het college van burgemeester en schepenen, Boudewijnstraat 4 te 2280 Grobbendonk, • door afgifte tegen ontvangstbewijs op de personeelsdienst. Vermeld ook zeker de referentiecode van de vacature.


wetmatig berichten

NIeuwe wet op marktpraktijken: van koopjes tot braderieën Op 12 mei trad de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming (WMPC) in werking. Deze nieuwe wet vervangt de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument.

LAYLA AERTS

In de nieuwe wet blijven de soldenperiodes ongewijzigd. De sperperiodes worden ingekort (zie kader). De sperperiodes zijn nu ook uitdrukkelijk beperkt tot de sectoren kleding, lederwaren en schoenen. De handelaars in deze sectoren mogen tijdens de sperperiodes geen prijsverminderingen aankondigen. Alle andere sectoren zijn niet langer gebonden door een sperperiode.

Braderieën

De nieuwe wet biedt nog steeds de mogelijkheid om braderieën te organiseren tijdens de sperperiode. Daarbij geldt de volgende voorwaarde: slechts één keer per jaar, gedurende maximaal vier dagen, mogen plaatselijke verenigingen van ondernemingen (de handelaarsvereniging, de lokale middenstandsraad) tijdens de sperperiode een occasionele handelsmanifestatie (mee) organiseren waarbij prijsverminderingen worden aangekondigd. Concreet betekent dit onder meer dat enkele detailhandelaren samen niet zomaar een braderie met aankondiging van prijsaanpassingen kunnen organiseren. Per jaar mogen verschillende braderieën worden georganiseerd, maar slechts tijdens één daarvan kunnen prijsverminderingen worden aangekondigd. Wanneer een braderie over een weekend loopt, dan hoeft de zondag niet te worden meegeteld voor de berekening van de maximumperiode van vier dagen indien alle winkels in de betrokken sectoren sluiten op zondag. In alle andere gevallen telt deze zondag wel als een van de vier dagen. De Algemene Directie Controle en Bemidde-

Zomer

Winter

Soldenperiode van 1 t/m 31/07 (als 01/07 een zondag is: van 30/06 t/m 31/07) van 3 t/m 31/01 (als 03/01 een zondag is: van 2 t/m 31/01)

Nieuwe sperperiode

Oude sperperiode

Van 06/06 tot eerste dag soldenperiode

Van 15/05 t/m 30/06

Van 06/12 tot eerste dag soldenperiode

ling van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie controleert de naleving van de WMPC.

Braderie en regelgeving ambulante activiteiten

Gemeenten ontvangen de toelatingsaanvragen voor de organisatie van een braderie of organiseren er zelf een (of delegeren dit aan een vereniging van handelaars). Op basis van artikel 9 van het KB van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en organisatie van ambulante activiteiten kunnen zij de braderie het best beschouwen als een manifestatie

Van 15/11 t/m 02/01

met als doel de lokale handel te bevorderen. Op die manier valt de braderie buiten het toepassingsgebied van de wettelijke bepalingen op de ambulante activiteiten. bart.palmaers@vvsg.be

economie.fgov.be, knop handelspraktijken, soldenverkoop Wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming, Inforumnummer 246330 KB van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en organisatie van ambulante activiteiten, Inforumnummer 212996

Uw personeelsadvertentie in Lokaal, VVSG-week én op de VVSG-website Inlevering advertenties voor Lokaal 13 (1 tot 15 september 2010): 12 augustus voor Lokaal 14 (16 tot 30 september 2010): 26 augustus Informatie: Nicole Van Wichelen • T 02-211 55 43 • nicole.vanwichelen@vvsg.be

16 juni 2010 LOKAAL 41


AGENDA

Gent tot 29 augustus Mag ik u het hof maken? Tentoonstelling over het park en het 125-jarige bestaan van de Gentse groendienst. www.magikuhethofmaken.be Brussel 15, 22 en 24 juni Basisvorming OCMW en vreemdelingen Basiskennis voor maatschappelijk werkers in een OCMW of LOI die dienstverlening aan vreemdelingen geven. www.vvsg.be (kalender) Dendermonde 17 juni Algemene vergadering VVSG en afdeling OCMW’s. www.vvsg.be (kalender) Brugge 18 juni Jong geweld: gewild, geweerd, geïntegreerd of nooit geleerd? Studienamiddag over GO4IT voor moeilijk bemiddelbare leefloon- en bijstandsgerechtigde jongeren tussen 18 en 30 jaar. Een jongerenproject van het OCMW Brugge en de vzw Arktos West-Vlaanderen. www.ocmwbrugge.be Brussel 22 juni Green Public Procurement, Awareness in Belgium Nationale bewustmakingsconferentie voor milieuvriendelijke overheidsopdrachten door de FOD Sociale Zekerheid en de POD Duurzame Ontwikkeling. www.greenpublicprocurement.be Kopenhagen van 22 tot 25 juni Velo-city Global 2010 Mondiale fietsconferentie over de mogelijkheden en uitdagingen van het fietsgebruik. Organisatie van de Europese Fietsersbond en de steden Frederikson en Kopenhagen. www.velo-city2010.com

NIX TrIljoen

42 LOKAAL 16 juni 2010

Sterrebeek 23 juni Onkruidbeheer Studiedag over preventieve en niet-chemische curatieve methoden voor onkruidbestrijding op gesloten en waterdoorlatende verhardingen. www.ocw.be, knop agenda Leuven 24 juni Mechelen 7 oktober Hasselt 14 oktober Gent 21 oktober Communicatie voor kansarme doelgroepen Vorming met inzichten, handvatten en tips voor de aanmaak van communicatieproducten als brochures en folders voor sociaal zwakkere doelgroepen. www.vvsg.be (kalender) Maldegem - Knesselare 24 juni Lokale besturen aan de slag met zelfstandige kinderdagverblijven Werkbezoeken voor lokale mandatarissen aan lokale besturen die zelfstandige kinderdagverblijven met inkomensgerelateerde ouderbijdrage organiseren. www.vvsg.be (kalender) Brussel 24 juni Nieuw taxibesluit Opleiding met focus op de wijzigingen. www.vvsg.be (kalender) Gent 23 juli Werkbezoek Gentse Feesten Gentse Feesten achter de schermen: met focus op openbare veiligheid. www.vvsg.be (kalender) Vlaanderen 12 september Open monumentendag 22ste editie in het teken van de vier elementen water, vuur, aarde en lucht. www.openmonumenten.be

Gent 15 september As 22 september Instrument voor berekening aanvullende steun Toelichting VVSG-instrument voor OCMWsociale diensten om meer lijn te krijgen in de berekening van allerlei vormen van aanvullende financiële steun. www.vvsg.be (kalender) Leuven 16 en 17 september Zorgen voor pleegzorg Europees congres over nieuwe wegen en uitdagingen voor pleegzorg. www.fostercareflanders.be Brussel 21 september Aansluitingen regularisaties specifieke sociale categorieën Vorming over de aanpak van cliënten van een sociale dienst die niet in regel zijn met hun ziekte- en invaliditeitsverzekering. www.vvsg.be (kalender) Vlaanderen 16 tot 22 september Aardig op weg week Acties met kinderen als invalshoek voor een autoluwe of autovrije inrichting van straten, dorpspleinen, schoolomgevingen, stedelijke centra, winkelstraten en woonbuurten. www.aardig-op-weg-week.be Antwerpen 30 september Aan de balie van het sociale huis Seminarie voor loketverantwoordelijken. www.vvsg.be (kalender) Gent 20 oktober Contactdag Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen MVO-contactdag met beurs en workshops over goede praktijken, nuttige instrumenten, innovatieve projecten en subsidies. www.beco.be


Gres rioleringsproducten : … sterk (sterker dan beton) … bestand tegen chemicaliën, olie, reinigingsmiddelen, hoge temperaturen … onderhoudsvriendelijk … bestand tegen hogedruk- of mechanische reiniging … milieuvriendelijk … minimum levensduur van 150 jaar … dus duurzaam! Keramo Steinzeug N.V.

Paalsteenstraat 36 | 3500 Hasselt | Tel. (+32) (0)11 21 02 32 | Fax. (+32) (0)11 21 09 44 info@keramo-steinzeug.be | www.steinzeug-keramo.com

Gedeelde kennis is dubbele kennis De beste manier om kennis te vergroten, is ze te delen met anderen. Daarom is ons kantoor georganiseerd in vakgroepen die elkaar overlappen. Resultaat: een vruchtbare kruisbestuiving die de kennis van onze advocaten telkens weer verruimt. En dat komt elke cliënt ten goede. Wilt u meer weten over onze aanpak? Neem eens een kijkje op onze website, of bel ons voor een afspraak.

Mechelsesteenweg 27 2018 Antwerpen parking | Hemelstraat telefoon | + 32 3 232 50 60 fax | + 32 3 232 30 50 www.gsj.be e-mail | info@gsj.be


Een kwaliteitsvol aanvullend pensioen, iedereen droomt ervan De Ethias oplossingen voor openbare instellingen en ondernemingen Het waarborgen van een toereikend pensioen voor iedereen is één van de grootste uitdagingen voor de volgende jaren. Daarom biedt Ethias u - als partner van de collectiviteiten en voornaamste verzekeraar in wettelijke pensioenen oplossingen op maat van uw onderneming, ongeacht deze openbaar of privé is. Contacteer ons voor een persoonlijk gesprek via www.ethias.be/aanvullendpensioen of op het nummer 011 / 28 23 89 Ethias NV, rue des Croisiers 24, 4000 Luik. RPR Luik BTW BE 0404.484.654


2010Lokaal11