Page 1

Halfmaandelijks magazine van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw - Paviljoenstraat 9 - 1030 Brussel | verschijnt 20 x per jaar | Afgiftekantoor Gent X | P2A9746

NR 1 VAN 16 JANUARI 2010

VVSG-MAGAZINE VOOR GEMEENTE EN OCMW

Een bruisend 2010 !

Brandweerhervorming gaat maar stap voor stap

Gemeenteraadsvoorzitter: schakel tussen college en de raad

Tijd voor een nieuw jeugdbeleidsplan


Ook klachten over u nemen wij vaak serieus

Bel gratis 0800 240 50 www.vlaamseombudsdienst.be - klachten@vlaamseombudsdienst.be


NR 1 VAN 16 JANUARI 2010

VVSG-MAGAZINE VOOR GEMEENTE EN OCMW

Halfmaandelijks magazine van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw - Paviljoenstraat 9 - 1030 Brussel | verschijnt 20 x per jaar | Afgiftekantoor Gent X | P2A9746

BART LASUY

INHOUD

LOKAAL NUMMER 1 VAN 16 JANUARI 2010

Een bruisend 2010 !

12

Brandweerhervorming gaat maar stap voor stap Gemeenteraadsvoorzitter: schakel tussen college en de raad Tijd voor een nieuw jeugdbeleidsplan

2010Lokaal01_1712.indd 1

Winterslag mijnsite krijgt creatieve vormgeving

17/12/09 15:55

5 Opinie: Asielbeleid rammelt

KORT LOKAAL

GENK

Jürgen is al tien jaar vrijwilliger bij de brandweer maar sinds 2007 is deze spuitgast ook professioneel brandweermanambulancier bij de brandweer van Kortrijk.

In de gigantische energiegebouwen van Winterslag kunnen binnenkort creatieve ondernemingen aan de slag, er komen theaters en toeristische attracties. Naast de bioscoop en de academie komt er ook een nieuw woongebied.

6 Nieuws, print & web, perspiraat, column

ORGANISATIE

FORUM 19 Zoektocht tussen college en raad 22 De raadzaal van Menen 23 Lokale raad

WERKVELD 24 Interview met Annemie Turtelboom ‘Ik kan maar stap voor stap doorgaan met de brandweerhervorming.’ 28 Zuid-West-Vlaanderen wil brandweerzone met rechtspersoonlijkheid 30 Praktijk in Harelbeke en Lier: groene stroom 31 Achter de schermen NIEUWE RUBRIEK 32 Hoofdverpleegkundigen, regisseurs van zorg 33 Klare kijk: het adres van rusthuisbewoners 34 Tijd voor het laatste jeugdbeleidsplan? 36 Een geslaagde Open Monumentendag enkel dankzij inzet van gemeenten 38 Bibliotheek geeft les in mediawijsheid 40 Praktijk in Herne: internetdokters

24 Interview

‘Ik kan maar stap voor stap doorgaan met de brandweerhervorming.’ Minister Turtelboom heeft weinig budgettaire armslag, maar om de lokale dynamiek en draagkracht niet verloren te laten gaan wil ze stap voor stap doorgaan met de brandweerhervorming: ‘Wie het verst gevorderd is, zal middelen krijgen om als operationele prezone te fungeren.’

36 Een geslaagde Open Monumentendag enkel dankzij inzet van gemeenten

WETMATIG

OMD

43 Berichten en publicaties 46 Agenda & Triljoen

stefan dewickere

12 Winterslag mijnsite krijgt creatieve vormgeving 15 De Grondvesten: Bestuurlijk toezicht 16 Succesvol omgaan met etnisch-culturele diversiteit 18 Aanvullend pensioen voor lokaal contractueel overheidspersoneel

Al twintig keer heeft Open Monumentendag haar succesformule bewezen. Een jaarthema levert telkens nieuwe invalshoeken op. In 2010 vormen de vier elementen het thema. De onstuimige relatie van de mens met die elementen heeft overal sporen nagelaten. 16 januari 2010 LOKAAL 3


NIEUW

POLITICI EN PERSONEELSLEDEN: SAMEN AAN ZET CATHERINE RUYS SABINE VERMEIRE NELE HERMIE

in de reeks Professionele vaardigheden

Politici en personeelsleden: samen aan zet Een inspiratieboek voor samenwerking

In deze pocket staat de samenwerking tussen politici en personeelsleden centraal – een aspect dat werken bij de overheid uniek maakt. De auteurs kozen zes momenten waarop de samenwerking cruciaal is: de start van een legislatuur, de opmaak van beleid en begroting, de werking van het managementteam, de dagelijkse werking, de aanpak rond integriteit en ten slotte de evaluatie van topambtenaren. Het boek biedt een eerlijke inkijk in hoe het er in een bestuur aan toe gaat of aan toe kan gaan. Elk hoofdstuk bestaat uit praktijkbeschrijvingen, reecties en concrete adviezen. Het uiteindelijk doel is de samenwerking te optimaliseren en tot een sleutel van succes te maken.

}

POCKETS LOKALE BESTUREN | PROFESSIONELE VAARDIGHEDEN | 1STE EDITIE

• Werkafspraken en omgangsvormen tussen politici en personeelsleden

Inhoud • Omgaan met een bestuurswissel bij de start van de legislatuur

• Integriteit als thema op de agenda van politici en personeelsleden

• Beleids- en begrotingsopmaak als ultiem moment van samenwerking

• Evaluatie van topambtenaren als een nieuwe dimensie in de samenwerking tussen politici en decretale graden

• Managementteam en politici op zoek naar evenwicht en dialoog

Reeds verschenen in de reeks

Losbladige uitgave

Professionele vaardigheden

Professionele vaardigheden

POLITICI EN PERSONEELSLEDEN: SAMEN AAN ZET CATHERINE RUYS SABINE VERMEIRE NELE HERMIE

}

POCKETS LOKALE BESTUREN | PROFESSIONELE VAARDIGHEDEN | 1STE EDITIE

De tekst van alle pockets is ook beschikbaar in de losbladige uitgave Professionele vaardigheden – Handboek voor leidinggevenden (4 ringmappen en een cd-rom met alle guren, checklists enzomeer).

Bestelkaart Politeia // Ravensteingalerij 28 // 1000 Brussel // Fax: 02 289 26 19 // Tel: 02 289 26 10. Of bestel via www.politeia.be // e-mail: info@politeia.be

Ja, ik bestel ......

ex. van Politici en personeelsleden: samen aan zet, isbn 9782509005038, prijs VVSG-leden € 25*, niet-leden € 29*

.......

ex. van het losbladig handboek Professionele vaardigheden** (4 ringmappen, inclusief cd-rom), prijs VVSG-leden € 109*, niet-leden € 129*

.......

ex. van de pocket ................................................................................... prijs VVSG-leden € 25*, niet-leden € 29*

.......

ex. van de pocket ................................................................................... prijs VVSG-leden € 25*, niet-leden € 29*

Organisatie/bestuur: ..................................................................................................................... Adres: ............................................................................................................................................ Naam: ........................................................................................................................................... Functie: ......................................................................................................................................... Tel. : ............................................................................................................................................... E-mail: .......................................................................................................................................... Datum en handtekening

Mijn bestuur is lid van de VVSG:  Ja  Neen * Prijzen inclusief btw, exclusief verzendingskosten, geldig tot 30/03/2010. Check voor exacte prijzen steeds onze website www.politeia.be ** Het betreft hier een losbladig werk. De aanvullingen worden mij toegestuurd aan 0,46 euro/blz., de cd-updates aan 29 euro tot schriftelijke wederopzegging.


opinie Piet Van Schuylenbergh

Stefan Dewickere

Asielbeleid rammelt et asieldossier geraakt maar niet vlot. Steeds meer asielzoekers komen naar ons land en het opvangnetwerk slibt dicht. Hotels worden ingericht als noodopvang. Eerst Piet Van Schuylenbergh is directeur was er geen geld voor extra opvangplaatsen en zat alles geblokkeerd omdat de federale van de VVSG-afdeling OCMW’s regering het politiek oneens was over de regularisaties. Sinds enkele maanden is er wel geld, althans tot eind 2010. OCMW’s die hun lokale opvanginitiatief willen uitbreiden en hiervoor bijvoorbeeld extra woningen moeten huren, weten dus niet of ze in 2011 en later nog middelen zullen krijgen om de huur te betalen. Toen haalde de federale regering het spreidingsplan weer van onder het stof, niet om het echt toe te passen maar enkel als het toch weer nodig zou zijn om de asielzoekers voor financiële hulp naar de OCMW’s te sturen. Dit spreidingsplan zat vol fouten. Na verschillende Het geklungel en de gebrekkige herberekeningen en correcties bleken sommige gemeenten bijzonder veel asielzoekers toegewezen communicatie in verband met te krijgen. Dat waren bovendien allemaal Vlaamse het laatste spreidingsplan kunnen gemeenten, wat aanleiding gaf tot parlementair weerwerk en het intrekken van het spreidingsplan. we missen als kiespijn. Zo geraken we er niet. In het belang van de asielzoeker moeten we absoluut voorrang geven aan extra opvangplaatsen, aan een goede huisvesting en adequate begeleiding. Dit houdt in dat de federale overheid, die verantwoordelijk is voor het asielbeleid, zich moet engageren tegenover de inrichters van deze opvang (de OCMW’s, het Rode Kruis, de vluchtelingenorganisaties) en hen moet vergoeden voor de gemaakte kosten zolang de opvang nodig is. Financiële hulp via de OCMW’s is geen goed spoor. Asielzoekers geld geven klinkt als muziek in de oren van diegenen die hun voordeel willen doen met de miserie van een ander. Omdat je echter niet op enkele weken tijd honderden extra opvangplaatsen kunt inrichten, kun je uitzonderlijk en tijdelijk asielzoekers die al lang in de procedure zitten financiële hulp bieden. En dan is een spreidingsplan wel verantwoord, op basis van heldere criteria en via een doorzichtige berekeningswijze. Het geklungel en de gebrekkige communicatie in verband met het laatste spreidingsplan kunnen we missen als kiespijn. I

LOKAAL is het magazine en ledenblad van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw en verschijnt tweemaal per maand Paviljoenstraat 9, 1030 Brussel T 02-211 55 00 • F 02-211 56 00 lokaal@vvsg.be www.vvsg.be Verantwoordelijk uitgever Mark Suykens, directeur VVSG

H

Bladmanagement Jan Van Alsenoy Abonnementen VVSG-leden: 80 euro, vanaf 10 ex. 67 euro; niet-leden: 150 euro VVSG, Nicole Van Wichelen T 02-211 55 43 Regie vacatures Nicole Van Wichelen, nicole.vanwichelen@vvsg.be T 02-211 55 43

Regie advertenties Cprojects&Advertising, Peter De Vester, T 03 326 18 92, media@cprojects.be

Kernredactie Pieter Plas, Inge Ruiters, Jan Van Alsenoy, Marlies van Bouwel, Bart Van Moerkerke

Hoofdredactie Marlies van Bouwel, T 02-211 55 46

Columnisten Johan Ackaert, Pieter Bos

Redactiesecretariaat Inge Ruiters, T 02‑211 55 44 Eindredactie Marleen Capelle

Illustraties Bart Lasuy, Stefan Dewickere, Layla Aerts (fotografen), Nix (cartoonist) Vormgeving Ties Bekaert

Drukwerk Schaubroeck (Nazareth) Lokaal wordt gedrukt op het kringlooppapier Cyclus

VVSG-bestuur Jef Gabriels, voorzitter Sas van Rouveroij, voorzitter raad van bestuur Theo Janssens, voorzitter afdeling OCMW’s

Ondertekende artikels verbinden alleen de auteurs. Reacties zijn welkom. De redactie zal deze naar eigen inzicht al dan niet opnemen, inkorten of er melding van maken. Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd en/ of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, elektronische drager of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Met de steun van Dexia en Ethias, partners van de VVSG

16 januari 2010 LOKAAL 5


KORT LOKAAL NIEUWS

Burgemeesters willen culturele revolutie De nieuwe Vlaamse regering zet hoog in op een interne staatshervorming. De lokale besturen zijn bereid om hieraan constructief mee te werken als er ook respect komt voor een andere bedrijfscultuur. Het is een kernopdracht van de Vlaamse overheid om op hoofdlijnen doelstellingen te formuleren voor de samenleving, maar volgens de burgemeesters en de VVSG is dat niet hetzelfde als het hele lokale functioneren in detail vastleggen en de beleidsruimte van de gemeenten en OCMW’s systematisch kortwieken.

‘Het regeerakkoord bevat sterke passages die tegemoet komen aan de vragen van de lokale besturen,’ zegt Jef Gabriels, voorzitter van de VVSG en tijdens de VVSGpersconferentie op 14 december nog burgemeester van Genk. ‘Zo staat er op pagina 82 dat er minder bestuurlijke drukte moet komen dankzij een interne staatshervorming. Het regeerakkoord is een goede zaak maar we vragen – niet meer of niet minder – een culturele revolutie in de omgang met de lokale besturen.’ Freddy Willockx, burgemeester van Sint-Niklaas en voorzitter van het Kenniscentrum Vlaamse steden stelt vast dat de politieke wil om het beter te doen er wel is, maar dat die wordt gedwarsboomd door de ambtelijke cultuur. ‘De mentaliteit van de Vlaamse ambtenaren ombuigen, dat is de opdracht. Hoe het wel kan? Neem het federale stedenbeleid. We weten dat deze bevoegdheid naar het Vlaamse niveau moet en we staan er ook achter. Maar soms zijn we bang: een huisvestingsproject realiseren duurt met Vlaamse middelen drie keer zo lang als met geld van het federale stedenbeleid. We willen met alle steden en gemeenten – groot en klein, van alle politieke gezindheden – een politiek signaal geven om een echte kentering af te dwingen. Ja, het is ook een noodkreet.’ De bevoegdheden van de Vlaamse overheid zijn door opeenvolgende staatshervormingen de voorbije decen-

4,5

nia stelselmatig uitgebreid. ‘Bij elke nieuwe Vlaamse bevoegdheid volgt een concrete invulling met veel gedetailleerde decreten en rondzendbrieven,’ zegt de Brugse burgemeester Patrick Moenaert die vreest dat de Vlaamse overheid nog een lange weg moet afleggen om tot een gezonde verhouding met de lokale besturen te komen. ‘We hebben tien jaar geleden het Lokaal Pact gehad, daarna kwam het Kerntakendebat, nu is er een goede en sterke intentie in het Vlaamse regeerakkoord. Nu moet het eindelijk heel concreet worden.’ Aan de ene kant werden lokale besturen geconfronteerd met een grote hoeveelheid regelgeving en richtlijnen die, zeker door het detailniveau ervan, met veel moeite verwerkt konden worden door de grotere steden, maar die zeker voor de middelgrote en kleine gemeenten onverteerbaar waren en het nu nog zijn. Aan de andere kant is de Vlaamse regelgeving zeer sterk eenzijdig sectoraal gestuurd door de aparte departementen zonder voorafgaand horizontaal overleg en coördinatie op Vlaams niveau, zodat lokale besturen bijkomend de opdracht krijgen dit sectorale Vlaamse beleid op lokaal niveau af te stemmen. Dit stelt burgemeester Eric Awouters in zijn gemeente Borgloon geregeld vast: ‘Als wij onze landelijke dorpskern willen vernieuwen, krijgen we vier verschillende, uiteenlopende Vlaamse adviezen: ruimtelijke orde-

Uit de landbouwtelling blijkt dat het pluimvee niet gelijkmatig verspreid is over de gemeenten. Het grootste aantal dieren tellen we in Ravels (1,3 miljoen) en Wingene (1,1 miljoen). Terwijl er 27 gemeenten zijn zonder kip of kalkoen op hun grondgebied. Delen we het totaal aantal stuks pluimvee door het aantal inwoners, dan zien we dat er voor elke

Vlaming 4,5 gekweekt worden. Ook zo bekeken scoren Wingene (87,5 stuks per inwoner) en Ravels (94,6) erg hoog. Absolute koploper is Lo-Reninge met 103 pluimveedieren per inwoner. Wilt u weten hoeveel kippen en kalkoenen er in uw gemeente leven, surf dan naar www.lokalestatistieken.be.

6 LOKAAL 16 januari 2010


STEFAN DEWICKERE

PRINT & WEB

in de Vlaamse administratie ning, landbouw, monumenten en landschappen, natuur en bos. Ze zitten niet op ĂŠĂŠn lijn. Waarom kan op een overlegvergadering niet ĂŠĂŠn Vlaamse ambtenaar aanwezig zijn die ĂŠĂŠn gedragen Vlaams standpunt inneemt?’ Het Vlaamse Gemeentedecreet en het OCMW-decreet hebben ongetwijfeld hun verdiensten op het vlak van de modernisering van het overheidsfunctioneren. ‘Maar het Gemeentedecreet is op vijf jaar tijd al zeven keer veranderd. Er is veel te veel overreglementitis,’ stelt Jan Peeters van Herentals vast. Als burgemeester vindt hij dat het allemaal veel eenvoudiger moet kunnen. ‘Neem nu de evaluatie van het milieuconvenant dat het milieu- en duurzaamheidsbeleid financiert. De helft van de gemeenten werd negatief beoordeeld, heel dikwijls om administratieve redenen, bijvoorbeeld omdat er een document ontbrak of op een fout adres aankwam.’ Daarnaast hekelt Jan Peeters ook het grote Vlaamse wantrouwen: ‘We mogen geen stedenbouwkundige vergunning meer afleveren voor grote gebouwen zoals rusthuizen of cultuurcentra die de Vlaamse overheid subsidieert. Dat doet de gemachtigd ambtenaar van de Vlaamse overheid nu. Maar die grote

ingrepen hebben wel een ernstige impact op onze ruimtelijke ordening en onze mobiliteit. Waarom dat gebrek aan vertrouwen in de lokale professionaliteit?’ De Roeselaarse burgemeester Luc Martens wil ook dat de Vlaamse overheid consequent is: ‘Neem nu het register onbebouwde percelen dat Vlaanderen vraagt. We maken dat, en dan komt de Vlaamse overheid zeggen dat we het vanwege een nieuw softwarepakket nog eens moeten overdoen.’ Het lokale bestuur staat dicht bij de bevolking en burgemeesters zoals Katrien Schrijvers van Zoersel willen heel aanspreekbaar zijn. ‘Maar soms krijgen wij de zaken die van de Vlaamse overheid komen heel moeilijk uitgelegd. Zo mag je op een bouwperceel in een woonzone niet ontbossen tenzij je aan de Vlaamse overheid een compensatie betaalt per vierkante meter. Als bestuur willen wij een groen beleid voeren en ontbossing tegengaan. Wanneer mensen al betaald hebben, is het moeilijk uit te leggen dat ze in groen moeten investeren.’ Jan Van Alsenoy en Marlies van Bouwel ĂŽĂŽwww.vvsg.be

Overrulede visums Met interesse lees ik uw artikel ‘Toezicht: weigering visum blijft uitzonderlijk’ in Lokaal 20 van 16 december 2009 (p. 43). Ik heb hierbij echter volgende bedenking: er worden ook visums geweigerd die niet worden overruled door het college. Bij ons is het al voorgevallen dat er wegens geen krediet een visum wordt geweigerd en dat de aanwerving van dat personeelslid dan niet is doorgegaan. Ook bij overheidsopdrachten kan een visum geweigerd worden, niet gevolgd door een overruling. Resultaat is dan een niet-gunning of een (gedeeltelijke) herneming van het dossier. Een geweigerd visum wordt dus niet automatisch overruled. Volgens mij komen enkel de overrulede visums bij het toezicht. De geweigerde niet-overrulede komen er niet terecht en zitten dus ook niet in uw cijfers. Over deze gegevens dient te worden gerapporteerd ingevolge artikelen 165 en volgende maar dit dient verder nergens te worden doorgegeven. Frank Vanhove, gemeenteontvanger Merelbeke

Kent  u de Wetswinkel? De Wetswinkel is het eerste aanspreekpunt bij juridische vragen. Hij wil een snelle en accurate diagnose stellen. De burger krijgt er informatie, praktisch advies en wordt er indien nodig doorverwezen. De Wetswinkel bestaat 25 jaar en is de uitloper van een beweging die in de jaren zestig vanuit Nederland naar Vlaanderen overwaaide. De eerste afdelingen ontstonden in Antwerpen, Sint-Niklaas en Mechelen. Een aantal Vlaamse steden stemde in om het peterschap van de Wetswinkel op te nemen. Op die manier groeide het aantal zodat er nu een netwerk van twaalf Wetswinkels is voor heel Vlaanderen. U vindt een Wetswinkel op nog geen halfuur rijden van uw woonplaats. Ervaren beroepsjuristen verstrekken er advies. Een consult kost 15 euro. www.dewetswinkel.be

Privacywetgeving  in de praktijk Privacyproblemen komen vaak voor, in tal van sectoren waar zowat iedereen bij betrokken is. Dit boek licht de vele interessante capita selecta van de privacyproblematiek juridisch toe, en schuift praktische adviezen en nuttige vuistregels naar voren. Het werk is opgedeeld in thematische hoofdstukken, waarbij per sector telkens de meest voorkomende privacykwesties worden besproken met richtlijnen voor een praktijkgerichte handelwijze: bevolking en publieke administratie, politie en veiligheid, privacy op de werkplaats, privacybescherming voor de patiĂŤnt, privacybescherming in de financiĂŤle sector, bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector van de sociale zekerheid, privacy en direct marketing, privacybescherming in de media, en privacybescherming en wetenschappelijk onderzoek. H. Graux, J. Dumortier, F. Vanhauwaert, Privacywetgeving in de praktijk, Uitgeverij UGA, Kortrijk, 55 euro

16 januari 2010 LOKAAL 7


KORT LOKAAL NIEUWS

Mechelen gaat volledig digitaal Vanaf half februari kunnen Mechelaars documenten niet alleen meer via het e-loket bestellen, ze kunnen ook rechtsgeldige officiële documenten digitaal toegestuurd krijgen dankzij de zegel of IntelliStamp. Het bespaart burgers veel geloop en de Mechelse administratie veel rompslomp.

‘Mechelen wil vooruit met ICT, de ICTdienst werd al grondig hervormd. We hebben pas een gloednieuwe website en onze interactieve www.beleefmechelen.be. Vanaf februari beschikken we ook over een volledig digitaal loket dat juridisch geldig is,’ zegt Kristl Strubbe, Mechels schepen voor ICT. Ze gaat er prat op dat Mechelen pioniert. ‘Alleen een zorgverzekeraar in Nederland is ons voorgegaan.’ De instapkosten voor de stad bedragen 10.000 euro. Voor het gebruik van het systeem werd jaarlijks 39.000 euro in de meerjarenbegroting ingeschreven. Kristl Strubbe: ‘We beginnen half februari met de dienst Burgerzaken. Alleen daar al gaat het om 100.000 documenten per jaar. Zijn het er meer, dan loopt de verbruikprijs op, de stad betaalt per document. Maar in een andere stad werd becijferd dat de aanmaak van een document algauw 8 tot 10 euro kost. De besparing die wij zo realiseren in tijd, geld en werk voor het

personeel is zonder twijfel een veelvoud van deze investering.’ Tot nu toe zijn vele documenten pas authentiek en rechtsgeldig als ze gedagtekend en gehandtekend zijn door de bevoegde ambtenaar. Dankzij de zegel of IntelliStamp krijgt elk document vanaf nu zowel digitaal als bij uitprint dezelfde authenticiteit en rechtsgeldigheid. Deze hybride handtekening werd ontworpen door Inventive Designers. ‘Zo kan iedereen meer digitaal werken,’ zegt zaakvoerder Klaas Bals. ‘Nadat de administratie de IntelliStamp op een digitaal formulier heeft aangebracht, kan ze het document versturen. De ontvanger kan het digitaal bewaren, maar ook uitprinten op een gewone huisprinter. Derde partijen, zoals andere overheden maar ook notarissen, bedrijven of banken, kunnen het dan inscannen en vergelijken met het origineel afgeleverde digitale document dat in een archief wordt bewaard. Eventuele verschillen zijn met een druk op de knop zichtbaar.’

De IntelliStamp bevat drie niveaus van beveiliging die gecombineerd worden: in de zegel staat waar het document zich in het digitale archief bevindt, ook de inhoud van het document zit beveiligd opgeslagen in de zegel en daarnaast heeft hij een klassieke digitale handtekening. Afhankelijk van lay-out of ruimte kan het een langwerpige of vierkante zegel zijn, ook bij kopiëren blijft de zegel intact. De derde partner in het verhaal is Cipal die voor de praktische toepassing zorgt. ‘IntelliStamp is het ei van Columbus,’ zegt Frank Prinsen, marketing manager van Cipal. ‘Het kan gemakkelijk gebruikt worden in de dienst Burgerzaken, voor geboorte, huwelijk en overlijden. Maar het gaat verder: bij een overlijden verdwijnt iemands naam uit de centrale databank, zodat hij ook geen aanmaningen meer krijgt, want via de website kun je de informatie koppelen aan eender welke toepassing. In een volgende fase willen we overgaan naar de dienst Ruimtelijke Ordening die ook veel documenten uitreikt. Maar ook de volledige postregistratie van een gemeente behoort zeker tot de mogelijkheden.’ Marlies van Bouwel ÎÎwww.mechelen.be

Zedelgem groenste gemeente in Vlaanderen

D

In december ontving Zedelgem de titel van groenste gemeente in Vlaanderen onder meer voor het milieuhuis.

8 LOKAAL 16 januari 2010

e Vlaamse energieregulator VREG, de commerciële televisiezender VTM en de distributiebedrijven Infrax en Eandis onderzochten hoeveel groene stroom elke gemeente produceert en in welke mate de lokale besturen hun inwoners motiveren om energievriendelijk te wonen. Voor beide criteria kwam het West-Vlaamse Zedelgem met ruime voorsprong als winnaar uit de bus. ‘Het milieu stond in onze gemeente altijd hoog op de agenda,’ vertelt schepen van Milieu Arnold Naesen. ‘In de jaren tachtig waren we een van de eerste gemeenten in Vlaanderen met een containerpark.’ Het huidige containerpark heeft een kippenpark, een composteiland en compostmeesters. Als extra aanmoediging voor het afvalarm en ecologisch tuinieren starten we binnenkort met een ecologisch aanplantingsproject dat bestaat uit een beestentoren, een vogelbosje en een amfibieënpoel.’ Om de burgers nog

beter over energiezuinig wonen te informeren en te sensibiliseren plant het gemeentebestuur de bouw van een milieuhuis. Door een zuidelijke oriëntatie, duurzame materialen en toepassing van de nieuwste technieken zoals fotovoltaïsche panelen, een warmtewisselaar, een zonneboiler en een groendak zal dit ecologische huis niet afhankelijk zijn van externe energievoorraden. De inwoners zullen hier kunnen ontdekken dat groen wonen niet noodzakelijk duurder is dan traditioneel wonen. Een unieke bijdrage levert de Zedelgemse tomatenkweker Henk Vandevelde met de installatie van een machine met warmtekrachtkoppeling. De machine produceert warmte voor de tomaten en elektriciteit om te verkopen. Opmerkelijk is dat de tweede en derde plaats ook naar West-Vlaamse gemeenten gingen: Oostrozebeke en Houthulst. Inge Ruiters


PRINT & WEB

Belgisch EU-voorzitterschap midden 2010

H

et voorzitterschap van de Europese Unie wordt de komende tijd door een trio waargenomen: Spanje (eerste helft 2010), BelgiĂŤ (tweede helft 2010) en Hongarije (eerste helft 2011). Het programma van dit trio is op 7 december eindelijk bekendgemaakt. Het voorzitterschap loopt over achttien maanden en bevat geen verrassingen. Het is gebaseerd op een gezamenlijke stra-

tegie en een operationeel programma. De vernieuwde Lissabonstrategie, de klimaatproblematiek, de financieel-economische crisis, het energiebeleid en de vernieuwde sociale agenda worden de centrale aandachtspunten. Betty De Wachter ĂŽĂŽwww.eutrio.be

Lissabonverdrag erkent lokale besturen

O

p 1 december 2009 trad het Verdrag van Lissabon eindelijk in werking. Na de langverwachte goedkeuring door TsjechiĂŤ en het positieve referendum in Ierland waren de twee laatste horden genomen.

Voor de eerste keer wordt lokaal zelfbestuur erkend en vastgelegd in een Europees verdrag. Dat gebeurt zowel in de Verdragstekst (Artikel 4, lid 2 en Artikel 5, lid 3) als in het Protocol betreffende de beginselen van

subsidiariteit en evenredigheid en het Protocol voor de Diensten van Algemeen Belang. Betty De Wachter ĂŽĂŽwww.europa.eu/lisbon_treaty

Vlaamse subsidies voor fietspaden en herinrichting schoolbuurten

D

e Vlaamse overheid stelt vast dat enkele gemeentebesturen tijdens of na de realisatie van een heringerichte schoolomgeving of van een nieuw fietspad geen subsidies aanvroegen. Nochtans hebben ze hier recht op via de modules 10 of 13. Module 10 regelt de subsidiĂŤring van de herinrichting van een schoolbuurt aan of in de nabijheid van een gewestweg. Module 13 regelt de aanleg of verbetering van fietspaden langs

gewestwegen door de lokale overheid. U kunt uw subsidies nog aanvragen bij de provinciale afdelingen van het Agentschap Wegen en Verkeer van de Vlaamse overheid. Afhankelijk van de module worden de subsidies in twee of meer schijven uitbetaald. Erwin Debruyne ĂŽĂŽwww.mobielvlaanderen.be, knop mobiliteitsbeleid, mobiliteitsconvenants, module

Tot 26 februari: Promotie gezond voedingspatroon en voldoende lichaamsbeweging Het Fonds voor Voeding en Welzijn van de Federatie Voedingsindustrie steunt projecten in BelgiĂŤ die gezonde voedingsgewoonten en voldoende lichaamsbeweging bevorderen. De oproep richt zich op bestaande en duurzame projecten in een welbepaald gebied in BelgiĂŤ zoals een school of een gemeente. Het project moet concrete en bij voorkeur meetbare resultaten voorleggen, heeft aandacht voor kinderen en/of jongeren, en maakt gebruik van methodes die gedragsverandering bevorderen. Een project indienen kan tot 26 februari. De financiĂŤle steun per project bedraagt maximaal 5000 euro.

Momenten:  focus op vernieuwing Momenten, een periodieke publicatie van Demos vzw, verzamelt visies die het maatschappelijke debat over participatie en democratie willen voeden. Het tijdschrift wil ook verschillende praktijken belichten en de consequenties ervan onderzoeken. Het recentste nummer focust op ‘vernieuwing’ in de sociaal-culturele participatie, in het dynamische spanningsveld tussen burgerschap en beleid. Is beleid het juiste instrument om aan te sturen op vernieuwing? Is beleid er niet vooral om een plaats te geven aan vernieuwingen die we ontdekken in de praktijk? En waar zitten die dan juist? Het nummer bevat bijdragen van onder meer Wim De Pauw, Samenlevingsopbouw Antwerpen en Gent, Willem Schinkel, Kathleen Bautmans, BjĂśrn Rocsa, Laure van Hoecke, Filip de Rynck en Karolien Dezeure. Het tijdschrift is gratis verkrijgbaar op aanvraag. www.demos.be/momenten

Ambtenaar  2.0 beta In het boek Ambtenaar 2.0 zette Davied van Berlo uiteen wat de betekenis is van web 2.0 voor de overheid: voor de relatie tussen overheid en burgers, voor de interne organisatie van de overheid en voor de manier van werken van de ambtenaar. Maar hoe ga je daar als ambtenaar in de praktijk mee aan de slag? Ambtenaar 2.0 beta probeert nu op die vraag een antwoord te geven. Het bevat actiepunten en ideeĂŤn voor overheidsorganisaties om hun eigen 2.0-strategie samen te stellen. En het bevat werkprincipes voor wie zelf als ambtenaar 2.0 wil gaan werken. Het boek staat vol met handige sites en leerzame tips, en bespreekt de laatste inzichten en trends op het gebied van overheid 2.0. Het kan evenals zijn voorganger gratis worden geraadpleegd, gedownload en besteld via onderstaande site.

ĂŽĂŽwww.kbs-frb.be www.ambtenaar20.nl

16 januari 2010 LOKAAL 9


PERSPIRAAT

KORT LOKAAL NIEUWS

“ Burgers verwachten dat hun

burgemeester de karakteristieken van burgervader, netwerker en bemiddelaar combineert. Hij moet een soort superman zijn die alle rollen op zich neemt.

” Politicoloog Kristof Steyvers (UGent)

n.a.v. het ‘burgemeestersrapport’ van het Nieuwsblad – Het Nieuwsblad 1/12

“ De gemeente van de 21ste eeuw

heeft geen lokale president nodig, maar meer bevoegdheden en sterke beleidsteams met beweegruimte. Zo krijgen we meer transparantie en minder gelobby.

Politicoloog Carl De Vos (UGent) – Het Nieuwsblad 1/12

“ Wie maar tien uur per dag kan

werken, moet geen burgemeester worden in een stad als Gent.

Daniël Termont (SP.A), volgens het burgemeestersrapport van het Nieuwsblad de beste Vlaamse burgemeester in een grote stad – Het Nieuwsblad 1/12

“ Ik wil resoluut de kaart van de

lokale besturen trekken. Als de fameuze kloof met de burger bestaat, dan is ze daar het kleinst.

Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Geert Bourgeois (NV-A) – Het Nieuwsblad Online 3/12

Elektriciteit wordt slim Om de gebruikers bewuster met hun energiegebruik te laten omspringen, worden in onze huizen tijdens de volgende jaren slimme meters geïnstalleerd. Deze meters geven precies aan hoeveel de bewoners op elk moment verbruiken. Maar omdat verbruikers hoe langer hoe meer producenten worden, moet ook het elektriciteitsnet slimmer worden. Dit zijn twee van de uitdagingen waarvoor Eandis de komende jaren staat.

I

n de loop van de volgende maanden krijgen de 4000 woningen van Hombeek en Leest een slimme meter. In 2012 zullen 40.000 woningen verspreid over Vlaanderen een dergelijke elektronische meter krijgen. De start van de algemene uitrol of de installatie van vier miljoen meters wordt in 2014 verwacht. De informatie-uitwisseling zal over het internet verlopen zodat verbruikers ook op afstand hun verbruik kunnen sturen. De invoering van slimme meters vraagt grote investeringen. Pas wanneer

de ervaringen in één fase positief zijn en de klanten effectief bewuster met hun verbruik omgaan, gaat Eandis over tot de volgende fase. De eerste twee fases kosten samen 135 miljoen euro, de algemene uitrol 1,5 miljard euro. De investeringen komen ten laste van de distributienetbeheerders zoals Eandis die niet anders kunnen dan de kosten doorrekenen in het nettarief. Omdat we allemaal beter zullen omgaan met energie, zal onze energiefactuur volgens Eandis echter niet oplopen. Bovendien hangt

“ Ik heb de buurt altijd graag

betrokken bij mijn projecten. Op die manier leer je hoe projecten kunnen slagen als ze groeien vanuit een gezamenlijke energie. Architectuur wordt al te vaak verward met het grote individuele gebaar van een vedette.

STEFAN DEWICKERE

Olivier Bastin, de eerste Brusselse bouwmeester – De Standaard 5/12

“ De plaatsing van een minaret is

Mohamed Achaibi van de Unie van Moskeeën in Vlaanderen – De Standaard 2/12

“ Ik begrijp niet dat alle ogen

gericht zijn op de nationale regeringen en hun beloftes. Begrijpen jullie niet dat 80 procent van alle emissiereducties gebeuren op subnationaal niveau, door steden, provincies en regio’s?

Arnold Schwarzenegger, gouverneur van Californië, speecht op de klimaatconferentie in Kopenhagen – De Standaard Online 15/12

10 LOKAAL 16 januari 2010

Slimme netten Het aantal fotovoltaïsche installaties en windturbines groeit exponentieel. Zo verhoogde het vermogen van de ondertussen 27.700 fotovoltaïsche cellen tussen 1 juli en 1 oktober 2009 van 23 tot 221 megavoltampère. Daarnaast hebben steeds meer verbruikers miniwarmtekrachtkoppelingen en andere systemen om

Gezocht tot 31 januari: Jongeren voor kinderrechten 2010 is voor Oxfam Wereldwinkels het chocoladejaar! De cacaoboer levert zwaar werk voor een laag loon en heel vaak worden ook de kinderen aan het werk gezet als goedkope of gratis krachten. Oxfam Wereldwinkels zet het thema kinderrechten in de cacaoketen centraal in haar campagne. Op 8 mei vindt de internationale dag van de fairtrade plaats. Daarvoor zoekt Oxfam geëngageerde en mondige jongeren tussen 11 en 14 jaar. In de krokus- en paasvakantie komen ze een drietal keren samen om zich te verdiepen in de verschillende dimensies van de kinderrechten in de cacaoketen. Het resultaat hiervan stelt het jongerenteam aan andere jongeren, beleidsmakers en de pers voor op een evenement in Brussel. Kent u geëngageerde en mondige jongeren? Spreek hen hierover aan! Een kandidatuur indienen kan op secretariaat@oww.be of telefonisch op 09-218 88 99. oxfam

uiteindelijk gewoon een kwestie van stedenbouwkundige voorschriften. Hoge torens passen gewoon niet in elke omgeving. De voorschriften gelden voor alle burgers.

er aan de slimme meter een belangrijk maatschappelijk voordeel vast omdat we minder energie verbruiken en daardoor minder CO2 uitstoten. Ook de administratie bij verhuizingen zal vlotter verlopen, de facturen worden correcter en storingen op het net zullen gemakkelijker gevonden en opgelost worden. Bovendien worden grote investeringen in de productiecapaciteit vermeden. Zonder slimme technologie moet er trouwens ook meer worden geïnvesteerd in de netcapaciteit.

ÎÎchristophe.ramont@vvsg.be


JOHAN ACKAERT column

energie op te wekken. Tot nu toe is ons elektriciteitsnet opgevat als een watervalsysteem, de elektriciteit stroomde maar één richting uit. Sinds kort stroomt de elektriciteit ook de andere kant op. Maar zon en wind leveren niet noodzakelijk elektriciteit op het moment dat er veel verbruik is. Er is dus opslagcapaciteit nodig. Hiervoor kun je het netwerk verzwaren of werken met een slim net waarbij je op afstand kunt inschatten hoe de stroom zal verlopen. De verbruiker-producent zal ook voor de energie-injectie moeten betalen. Eandis wil dit liever niet voor de kleine producent, maar de federale regulator zal bepalen wie wel en wie niet zal betalen voor het energievervoer over het net. Ook dakisolatie en energiescans Eandis wil nog hoger inzetten op dakisolatie. In zijn afzetgebied dat meer dan 80 procent van Vlaanderen beslaat, wil het 3500 extra daken van sociale woningen isoleren. Eandis koopt de isolatie aan en betaalt de helft van de plaatsing, de andere helft is ten laste van de socialewoningmaatschappij. Daarnaast kunnen 2000 kansarme gezinnen via het Vlaams Energie Agentschap dakisolatie krijgen. Ook de energiescans worden verder opgevoerd met onder meer opvolgscans. Hierbij krijgen bewoners verdere begeleiding bij aankoop van dakisolatie of superisolerende beglazing. Eandis wil ook een centrale databank in het leven roepen. Of deze Clearing House Vlaams of federaal wordt, maakt in wezen niet zo veel uit. Het systeem moet zeker gegevens kunnen uitwisselen tussen de vele betrokken partijen.

Slecht rapport? Of slechte meester? December en januari zijn traditioneel de maanden van de schoolrapporten en de goede voornemens. U maakte het de voorbije weken in familiekring ongetwijfeld mee: kinderen of kleinkinderen die hun nieuwjaarsbrief aanboden, soms samen met hun ‘bulletin’, voor zover dat niet te veel rode cijfertjes bevatte. Die traditie werkt blijkbaar ook aanstekelijk op bepaalde kranten. Ook daar is het crisis en bij slimme marketeers groeit dan ook het inzicht dat burgemeesters stilaan een grote commerciële bijdrage kunnen leveren om tegenvallende verkoopcijfers te counteren (waardoor de jarenlang beproefde babes eindelijk worden afgelost). Bijgevolg wachtten onze burgemeesters begin december met klamme handjes het rapport af dat Het Nieuwsblad over hen opstelde. Burgemeesters met een goed rapport kregen in de krant de ruimte om uit te leggen waarom ze zo ‘goed bezig’ zijn. Hun beteuterde collega’s met rode cijfertjes lazen in de kolom naast hun punten een nieuwjaarsbrief voor met de goede voornemens ten behoeve van inwoners en electoraat. Ik had met die ogenschijnlijk gebuisde burgemeesters te doen. Jammer dat ze het trucje niet gebruikten dat ik als leerling met wisselend succes aanwendde om mijn verantwoordelijkheid voor tegenvallende punten te minimaliseren: steek de schuld op de meester. En eigenlijk hebben ze betere redenen om die handigheid te gebruiken dan ik zoveel decennia terug. Want wat blijkt nu? Meester Ivox, die de punten van de burgemeesters voor de krant samentelde, haalde zelf nooit hoge cijfers. Neem nu zijn toets ‘opkomst bij de volksraadpleging over de Oosterweelverbinding’. Hij voorspelde toen 71 procent. Uiteindelijk daagde nog niet de helft daarvan op. Hoe noemt men dit in een schoolrapport? Juist, gebuisd. Goed, elke leerling of student kampt wel eens met een offday in de examenperiode. Maar bij meester Ivox is er meer aan de hand. Zo blonk zijn theoriegedeelte over burgemeesters uit door grote kennistekorten.

Volgens de meester vervullen burgemeesters drie rollen: burgervader, bemiddelaar en netwerker. Zelfs de slechtste leerling van de klas die nu en dan een gemeentehuis bezoekt, weet dat een burgemeester veel meer doet dan dit: hij is ook nog de (politieke) baas van het college, probeert het beleid vorm te geven, is de eindverantwoordelijke bij uitstek voor het veiligheidsbeleid en nog zoveel meer. Maar ook in het praktijkgedeelte van het examen bracht de brave meester het niet heel ver. O ja, de meester vertelde dat zijn telwerk over burgemeesters steunt op de mening van meer dan honderdduizend gemeentenaren. Voor minder oplettende leerlingen is dit inderdaad een verbluffend aantal. De verstandiger leerlingen in de klas weten dat aantallen op zich niets zeggen maar dat het belangrijk is om er bij steekproeftrekking over te waken dat iedere inwoner evenveel kans heeft in de selectie opgenomen te worden, zodat de steekproef een zeer goede afspiegeling is van de bevolking naar leeftijd, geslacht, status of politieke opvattingen. En ook daar knelt het schoentje zeer pijnlijk, want meester Ivox vroeg enkel de mening van die mensen die om een of andere reden toevallig in zijn laptop en in de computer van de betrokken krant geraakten. Dus speelden enkel die vriendjes van meester Ivox mee. (Misschien was er een ballonnetje te winnen.) Waarop de meester fier vertelde dat hij de mening van de Vlaming over zijn burgemeester kende. Die konden we dan ook allemaal in de krant lezen, maar wijzer werden we er eigenlijk niet van. Beste krant, ik gun u betere verkoopcijfers. En ik begrijp dat fictie daartoe belangrijker kan zijn dan realiteit. (Ik ben geen pezewever.) Maar laat tegen het volgende jaareinde alstublieft de babes terugkeren. Ze stellen inhoudelijk evenmin iets voor, maar ze hebben tenminste niet de pretentie de mening van de Vlaming te vertolken. En juist, het oog wil nu en dan ook wat, maar liefst zonder ergernis. I

Marlies van Bouwel

16 januari 2010 LOKAAL 11


ORGANISATIE STADHERWAARDERING

Winterslag: mijnsite krijgt creatieve vormgeving De mijn van Winterslag wordt 23 jaar na de sluiting een incubatiecentrum voor creatieve economie, mét een afdeling van de Media- en Designacademie, een cinema, een cultuurcentrum met twee theaterzalen, een toeristische site met attracties en veel creatieve bedrijven. Marlies van Bouwel

I

n een stortbui rijd ik via Winterslag naar het centrum van Genk. Dat is geen historische kern, Genk is ontwikkeld vanuit de tuinwijken rondom de steenkoolmijnen op het Kempische plateau, het centrum ligt in de vallei ernaast. In de jaren twintig en dertig speelde het leven zich vooral in de tuinwijken af, pas sinds de jaren zestig groeide het centrum. ‘Genk is een relatief jonge stad, we kunnen haar nog vorm geven,’ vertelt de nieuwe burgemeester Wim Dries. ‘Het is altijd de visie van Jef Gabriels geweest geen oude stad te imiteren die rondom een centrum is opgebouwd. Toen de mijnen sloten, verlegden de activiteiten zich naar het centrum. We willen nu twee polen verder laten ontwikkelen. De eerste is de stadsstrip van de Limburghal over de Europalaan tot aan het Molenvijverpark met woningen, diensten en winkels. De tweede pool wordt CMine, in vogelvlucht nog geen kilometer van de stadsstrip vandaan. C-mine wordt een culturele, educatieve, toeristische en economische sterkhouder.’ 12 LOKAAL 16 januari 2010

Wim Dries voert me door de regenvlagen over de 200 hectare van Winterslag, de eerste mijn van Genk. De bouw startte in 1904, de eerste steenkool kwam in 1917 uit de grond. In de hoogtijdagen werkten hier zesduizend kompels. Winterslag sloot in 1987. Als minister van Monumenten en Landschappen vaardigde Johan Sauwens in 1993 en 1994 tien beschermingsbesluiten uit. Elk gebouw heeft een ander niveau van bescherming. ‘Wat onder een van de besluiten viel, werd toen rudimentair wind- en waterdicht gemaakt. De rest werd afgebroken,’ vertelt Wim Dries terwijl we naar de gigantische gebouwen rijden. ‘Toen brak de discussie uit over de herbestemming.’ Naast ons sorteert een grijze vrachtwagen van Essers voor. ‘Het grootste stuk van het domein maakt deel uit van het Hermesproject, een logistiek project aan de oprit van de snelweg en met een treinterminal. Ikea heeft er zijn Europese distributiecentrum, Essers betrekt er 150.000 m2 gebouwen, NYK is een belangrijke speler en

dan zijn er nog een aantal kleinere. Dat Hermesproject werd door de Limburgse Reconversiemaatschappij onmiddellijk begin jaren negentig ontwikkeld.’ In 2001 beslist de gemeenteraad de andere mijnterreinen van Winterslag aan te kopen, onder meer voor woningbouw. Wim Dries herinnert zich zijn eerste gemeenteraad nog goed: ‘We keurden een Europese Oproep goed om de site te ontwikkelen. De voorbij acht jaar ben ik intens betrokken geweest bij de ontwikkeling van de C-Mine. Op de Europese aanbesteding zagen we recreatieve inschrijvers die een fitnessruimte en een cinema wilden bouwen, er waren ook projectontwikkelaars en daarnaast ook kunstenaars zoals Piet Stockmans. We hebben uitdrukkelijk niet voor die grote projectontwikkelaars gekozen, ook al heb je dan maar één gesprekspartner die alles coördineert. De stad is zelf contracten aangegaan met een aantal partners, we hebben ook zelf veel geïnvesteerd. Zonder extra personeel heeft een projectteam de hele klus schitterend geklaard. In die eerste fase hebben we besloten met de bioscoop van start te gaan. Uit de stadsmonitor bleek er toen een grote vraag voor te bestaan. De andere voorstellen gingen niet goed samen met de monumentale gebouwen.’


??

Het is niet makkelijk om een nieuwe gebruiksfunctie te geven aan een gebouw met museale waarde.

De ziel van de mijnen ‘De bioscoop is een box in een box geworden in de gebouwen waar geen machines bewaard hoefden te blijven. Tijdens de lancering van C-Mine op 26 mei 2005 werd ook de eerste steen van Euroscoop gelegd. Een half jaar later ging de bios al open.’ Ondertussen telt Euroscoop 400.000 bezoekers per jaar, het doel is nog 50.000 meer. Er zijn tien zalen, goed voor 2200 zitplaatsen. ‘Niemand klaagt,’ zegt Wim Dries. ‘Euroscoop is de motor geweest, ze

pect voor het verleden. Het is niet gemakkelijk om echt een nieuwe gebruiksfunctie te geven aan een gebouw met museale waarde.’ Nu nog lijkt de ingang van Euroscoop op de brede Evence Coppeelaan te liggen, over een jaar zal dat gevoelsmatig aan de andere kant zijn, op het nieuwe plein dat nog wordt aangelegd. Achter de Euroscoop rijden we naar een grote leegte. De wegenis is klaar, de vergunning voor de bouw van 24 stadswoningen is afgeleverd.

Wim Dries: ‘We hebben uitdrukkelijk niet voor grote projectontwikkelaars gekozen, ook al heb je dan maar één gesprekspartner die alles coördineert.’ zitten al vier jaar op een werf en ze hebben ons de kans gegeven de site toegankelijk te maken. Met design en cultuur loop je het risico dat je over de hoofden heen rijdt, maar de cinema is er voor heel Genk, alle Genkenaren komen hier al vier jaar. Dat is een zegen geweest voor de draagkracht. Bij de opening van de cinema hoorde ik vroegere mijnwerkers zeggen: “We voelen nog de geest van de mijnen.” We wilden een duurzame herbestemming met res

‘We willen hier stedelijkheid creëren, in de volgende fase komen er 250 woningen, typische stadswoningen in diverse vormen. Dat is nieuw voor Genk, we kennen vooral open bebouwing en appartementen.’ In de verte zien we de logistieke hallen, tussenin wordt gewerkt aan een verwevingsgebied van 100 meter breed en 400 meter lang. ‘De stad heeft dat terrein gekocht, we plannen daar bedrijven als overgang met het industriegebied. Vanuit de wo-

ningen kijk je dan op de echte voorkant, terwijl de vrachtwagens aan de achterkant naar die bedrijven rijden,’ zegt Wim Dries. ‘We dromen in Genk wel eens van een Foster of een Calatrava, maar daarvoor hebben we het budget niet. Dus doen we een beroep op de creativiteit die hier aanwezig is. We willen dat zo ver mogelijk doortrekken. Daarom heeft Linde Hermans stoffen servetten voor de horeca ontworpen, terwijl Michaël Verheyden evenementpolsbandjes heeft ontwikkeld.’ Creatieve bedrijven In de bijna ruïnes van de vroegere paardenstallen van de mijnen komt het bedrijf Painting with light, met links en rechts een woning, op de benedenverdieping de entreehal. Op de bovenverdieping komt het bedrijf: hier worden dan de lichtshows van onder meer Clouseau of Studio 100 getekend, het programmeren ter plaatse duurt dan hooguit een paar uren. Voor CMine hebben ze pas ook een lichtplan uitgetekend dat al helemaal door Monumenten en Landschappen is goedgekeurd. Het gebouw er tegenover is al gerestaureerd. Hier woont kunstenaar Piet Stockmans bij zijn winkel, een kleine tentoonstellings- of evenementenruimte en een atelier met ovens om zijn prototypen te bakken. 16 januari 2010 LOKAAL 13


ORGANISATIE STADHERWAARDERING

Dan komen we aan de oude energiegebouwen. We lopen de smeedijzeren draaitrappen op. De gekaleide muren achter de gigantische ijzeren machines van bijna honderd jaar oud hebben een geleefd patine. ‘Deze ruimten vallen niet te verwarmen. Daarom bouwen we in deze vleugel voor de creatieve economie kantoren in boxen. Genk heeft een industrieel verleden en daarom is die creatieve economie belangrijk. Bij het sluiten van de mijnen hebben we geleerd dat je niet alles op één economietak mag inzetten. Koester wat er is, maar investeer ook in andere sectoren. Voor ons is dat onder meer de creatieve economie geworden. Dat gaat dan om kunstenaars, onze iconen Piet Stockmans en Michaël Verheyden, die trouwens

aan, het wordt in concessie gegeven maar elke ondernemende organisator kan het huren, zoals dat ook al vijftien jaar lang gebeurt. Dit creëert ook gedragenheid,’ weet Dries. Cultuur en toerisme Bouwvakkers lopen af en aan in het nieuwe theater met daglicht. ‘Genk was de enige centrumstad zonder A-theater, de programmering zat wel goed, maar de infrastructuur was te beperkt. We hebben niet gekozen voor een cultuurtempel met 1500 zitjes, maar wel voor een zaal met vijfhonderd zitplaatsen. We hebben gezocht naar een verbinding met de oude gebouwen.’ De schouwburg is een box die half in de oude gebouwen geschoven lijkt.

Wim Dries: ‘Met het sluiten van de mijnen heeft Genk geleerd dat je niet op één economietak mag inzetten. Koester wat er is, maar investeer ook in andere sectoren.’ een atelier heeft in hetzelfde gebouw als de Euroscoop. Zij geven het geheel kleur. Maar we willen ook investeringen aantrekken voor de gamingindustrie omdat de spin-offs zeer bruikbaar zullen zijn in de toekomst. Zo’n spin-off is de i-Phone eigenlijk al, maar je kunt ook technologie van Wii-interfaces gebruiken om elektrische auto’s mee uit te rusten. Ook op de Media- en Designacademie aan de overkant van het plein waar productdesign, grafische vormgeving en video worden gedoceerd, wordt de technologie vertaald in bruikbaarheid.’ En er blijft ruimte genoeg over voor tentoonstellingen en workshops. Het licht valt binnen door de enorme raampartijen. De kolossale takels blijven hangen. Een aantal ruimten worden casco afgewerkt. Wim Dries: ‘We denken nog over de bestemming na. Misschien komt die invulling automatisch. Niet alles hoeft tentoonstellingsruimte te worden of ingevuld te worden door bedrijfjes.’ Na de ene immense zaal volgt een andere. De laatste is de barenzaal, genoemd naar de elektrische ‘baren’ die van hieruit de energie over de site verdeelden. ‘In deze zaal ben ik getrouwd, zoals zoveel mensen in de buurt. Ook in de toekomst kun je hier een receptie houden voor achthonderd mensen. Waar nodig herstellen we de elektra of leidingen en er komt een traiteurskeuken in. Meer doen we er niet 14 LOKAAL 16 januari 2010

In de verbindingsgang komen we drie kleedkamers tegen en drie vergaderzalen die gemakkelijk omgetoverd kunnen worden in nog meer kleedkamers. Wim Dries neemt me via de foyer mee naar een andere aula, iets kleiner met tweehonderd uitschuif bare stoelen, ideaal voor intiemere concerten. Via de foyer komen we aan de ingang van de twee theaters. Aan de balie kun je onder meer ook toeristische informatie over de regio krijgen. Destijds werd de lucht in de mijnen met enorme ventilatoren via twee luchttunnels geventileerd. Deze galerijen van zes meter hoog bij zeven meter breed worden een verfrissend belevingscentrum over de betekenis van de mijnen, de invloed op de bevolkingssamenstelling en het ontstaan van de industrie. Het wordt gekoppeld aan

de schacht waardoor je via trappen tot op zestig meter hoogte over de site kunt kijken. Maar verderop is er ook nog de terril, het stort van mijnsteen, dat in de loop van de volgende bewindsperiode mogelijk een park wordt, met wandel-, fiets- en mountainbikeroutes en een cafetaria. Plein met wanden Via de balie gaan we naar buiten naar het plein in wording. Rechts voor ons is de Media- en Designacademie waar sinds september vijfhonderd studenten les volgen. Links de Euroscoop met toch een fitnesszaal, en een resem experimentele bedrijfjes. Recht tegenover ons ontbreekt de vierde gevelwand, Wim Dries hoopt dat die er nog komt: ‘Dat is ideaal voor de sfeer op een plein. Onder het plein ligt de ruime ondergrondse parkeergarage die erop voorzien is drie bijkomende bouwlagen te torsen. Maar het gebouw moet wel in de filosofie van C-Mine passen. Het kan een openbare functie hebben, iets educatiefs misschien.’ Het plein wordt vrij groot. Het oude werkhuisje is half afgebroken. ‘We laten het als een ruïne staan.’ Ik zie er meteen een geweldig terras in, of een ideale plaats voor een podium. Met een beetje goede wil ziet het nu uitgeregende terras van de Euroscoop er uitnodigend uit. Wim Dries hoopt dat het een mooi plein wordt: ‘Daarom hebben we de auto’s ook van het plein verbannen. Het cultuurcentrum is bijna klaar. In 2005 was er gezegd dat het in vijf jaar klaar zou zijn, het worden er dus zes. De stad zal er gespreid over tien jaar 75 miljoen euro in geïnvesteerd hebben waarvan we ongeveer 20 miljoen euro subsidies zullen ontvangen. We hadden trouwens geld gespaard voor een schouwburg zodat we minder dan 15 miljoen euro moesten lenen.’ Marlies van Bouwel is hoofdredacteur van Lokaal

Antwerpen, 4 en 5 februari Het creatieve geheugen - Congres over stadsinnovatie Op dit congres komen Vlaamse en Nederlandse culturele stadsinnovatieprojecten aan bod. Naast C-Mine worden ook andere projecten getoetst aan de beleidsvorming en het open of responsieve karakter ervan en wordt nagegaan hoe deze beleidskeuzes aansluiten op de behoeften en eisen inzake cultuur, educatie, economie en creativiteit. De focus ligt op hoe stadsinnovatieprojecten het creatieve geheugen van een stad ondersteunen. Het congres is een initiatief van de Universiteit Antwerpen, het Vlaams-Nederlands huis deBuren en enkele universitaire en niet-universitaire partners. www.ua.ac.be/stadsinnovatiecongres2010, wie niet aanwezig kan zijn, kan het congresboek bestellen via info@politeia.be.


Bestuurlijk toezicht Van administratieve voogdij naar bestuurlijk partnerschap?

D

e geschiedenis van het bestuurlijke toezicht is onlosmakelijk verbonden met die van de lokale autonomie, die eeuwenlang schommelde tussen ‘particularisme’ en ‘centralisme’. De middeleeuwse steden benaderden in hun absolute bloeiperiode bij momenten het ideaal van volledig zelfbestuur. Vanaf de vijftiende eeuw leidden processen van staatsvorming ertoe dat lokale bestuurseenheden steeds meer werden onderworpen aan de voogdij van centrale overheden (zie ook Grondvesten 4 en 6). In onze streken bereikte de gemeentelijke autonomie een dieptepunt in de Franse periode, tijdens het Consulaat en het Keizerrijk (17991813): nagenoeg geen enkele beslissing van de municipale raad, die samen met de maire rechtstreeks werd benoemd door de Consul of de Préfet, kon worden genomen zonder voorafgaande gemotiveerde aanvraag en goedkeuring door het Ministerie. In de daaropvolgende Hollandse periode waren lokale besturen (de Regentieraden) onderworpen aan een dubbel goedkeuringstoezicht, nl. van de Provinciale Staten en (voor bepaalde besluiten, bijvoorbeeld voor wijzigingen aan het fiscale stelsel) van de Koning. Voor de plattelandsgemeenten moesten beslissingen bovendien eerst nog langs de districtscommissaris. De Belgische Grondwet (1831) koppelde het principe van de gemeentelijke autonomie aan de noodzaak van een wettelijke regeling van toezicht door het centrale bestuur: het toezicht moest verhinderen dat de gemeenteorganen hun zelfstandigheid zouden misbruiken om handelingen te verrichten die in strijd zijn hetzij met de wet, hetzij met het algemene belang (artikel 162, zie ook Grondvesten 11). Vooral dit laatste begrip, door het Gemeentedecreet van 2005 omschreven als ‘ieder belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang’, zorgt nog steeds voor een bijzonder interbestuurlijk spanningsveld. (Het Europees Handvest Lokale Autonomie uit 1985 bepleit overigens net een restrictieve toepassing van het opportuniteitstoezicht – inzake ‘algemeen belang’ – ten voordele van het wettelijke toezicht; zie ook Grondvesten 3.) De organisatie en uitoefening van het bestuurlijke toezicht kregen invulling in de opeenvolgende gemeentewetten en in verschillende decreten (toezicht op tuchtregeling voor gemeentepersoneel, 1991; administratief toezicht op gemeenten en politiezones, 1993). Het Gemeentedecreet uit 2005 regelt nu grotendeels de uitoefening van die bevoegdheid. (Het OCMW-decreet van 2008 doet dat voor het bestuurlijke toezicht op de OCMW’s.) In het algemeen oefent de Vlaamse Regering

het toezicht uit, meestal via de provinciegouverneurs. Voor bepaalde materies blijven ook andere overheden nog bevoegd voor het organiseren en uitoefenen (overigens ook via de gouverneur) van specifiek bestuurlijk toezicht op de gemeenten. De federale overheid ziet bijvoorbeeld toe op de uitvoering van de wet op de civiele bescherming en op de handelingen in verband met de lokale politie. Zij is ook bevoegd voor het gehele bestuurlijke toezicht op de gemeente Voeren (sinds de Pacificatiewet van 9 augustus 1988). Het remmende goedkeuringstoezicht van vroeger is grotendeels omgevormd tot een ‘algemeen’ bestuurlijk toezicht, waarbij betwistbare beslissingen van lokale besturen kunnen worden geschorst door de gouverneur en/of vernietigd door de minister. Dit kan gebeuren na onderzoek van de lijsten en kopieën van besluiten die gemeenten regelmatig naar de gouverneur moeten sturen, of nadat door burgers of raadsleden een klacht werd ingediend tegen een beslissing of handeling van een gemeentelijk orgaan (bijvoorbeeld een benoemingsbeslissing, een onregelmatig bijeengeroepen gemeenteraad of college, beslissing tot organiseren van een referendum). De lokale besturen, maar ook de klagers en de toezichthoudende overheid moeten daarbij specifieke procedures en welbepaalde termijnen respecteren. Het zogenaamde dwangtoezicht, waarbij een regerings- of arrondissementscommissaris vervangend optreedt om een wettelijke verplichting ten uitvoer te brengen, wordt in de praktijk zelden uitgeoefend; meestal komt men eerder tot een politiek bemiddelde oplossing. In een beperkt aantal gevallen – onder meer voor besluiten van de gemeenteraad over de oprichting van autonome gemeentebedrijven – moeten beslissingen toch nog vooraf worden goedgekeurd door de toezichthouder. Enigszins uniek voor Vlaanderen is ten slotte dat er (afgezien van enkele uitzonderingen) geen echt goedkeuringstoezicht op de gemeentelijke begrotingen meer bestaat. Doorheen de jaren werd en wordt dus gestreefd naar een optimaal evenwicht tussen lokale bestuurlijke autonomie en administratief toezicht. De minimale voorlopige balans is dat we niet meer spreken van ‘voogdijoverheden’ of ‘ondergeschikte besturen’: de verschillende bestuursniveaus worden vandaag – althans in het regerende politieke discours – als volwaardige partners beschouwd. Pieter Plas In De Grondvesten van Lokaal 2 leest u over ‘Ruimtelijke Ordening’.

De Grondvesten belicht de kernbegrippen uit de werking van de lokale besturen in hun historische evolutie.

13

De grondvesten

16 januari 2010 LOKAAL 15


Succesvol omgaan met etnisch-culturele diversiteit Omdat alle burgers gelijk zijn, gaan veel besturen ervan uit dat ze voor burgers met een andere etnische of culturele achtergrond geen specifieke maatregelen hoeven te nemen. Toch kunnen ze alleen een goed beleid voeren als ze af en toe rekening houden met de specifieke afkomst. Lucy Vereertbrugghen en Annelies Storms

O

m burgers gelijk te behandelen moeten ze eerst in een gelijke situatie verkeren. Er moet dus een verschil gemaakt worden als mensen in een achtergestelde positie verkeren omdat hun uitgangspositie verschilt van die van andere burgers. Dit kan het geval zijn voor senioren, burgers met een migratieverleden, vrouwen… In dit artikel ligt de nadruk op etnisch-culturele diversiteit. Specifieke maatregelen voor specifieke personen of omstandigheden moeten gebruikt worden totdat er een meer gelijke positie in de samenleving bereikt is. Zulke maatregelen zijn per definitie beleidsoverschrijdend. Achterstelling manifesteert zich op allerlei vlakken: wonen, onderwijs, werk of deelname aan cultuur of sport. Geïntegreerd beleid = gedeeld beleid Als er allochtone burgers in de gemeente wonen, komt elke schepen vroeg of laat in aanraking met culturele diversiteit. Een etnisch-cultureel diversiteitsbeleid is met andere woorden geen vakgebied, het doorkruist net verschillende beleidsdomeinen. Een geïntegreerde beleidsvoering dringt 16 LOKAAL 16 januari 2010

zich op. Dit plaatst besturen voor een grote uitdaging: hoe kunnen verschillende departementen samenwerken? Welke schepen of dienst is bevoegd en wie coördineert het beleid? Enkele decreten stimuleren de kentering voor een gedeelde politieke en ambtelijke verantwoordelijkheid voor diversiteit door deze te integreren in beleidsdomeinen zoals jeugd, cultuur, sport en flankerend onderwijsbeleid. De keuze voor een integrale werking betekent dat het diversiteitsbeleid wordt opgenomen in het strategische meerjarenplan en dat het aandacht krijgt in alle sectorale beleidsplannen. Het is niet voldoende een minderhedenbeleidsplan of een convenant tussen de Vlaamse overheid en de integratiedienst op te stellen. Bij een integrale benadering is het diversiteitsbeleid ook niet uitsluitend de verantwoordelijkheid van de schepen voor integratie- of minderhedenbeleid maar van het volledige college. De keuze voor een geïntegreerd diversiteitsbeleid heeft dan gevolgen voor de werking en de organisatie van de gemeente en het OCMW. Om het diversiteitsbeleid dwars door alle beleidsterreinen vorm te geven,

kunnen ingrepen in de gemeentelijke organisatie nodig zijn. Een procesmatige aanpak kan bijvoorbeeld de oprichting van een ambtelijke werkgroep of een programmateam vereisen of een ingrijpender bestuurlijke reorganisatie van een sectormodel naar een directiemodel of matrixmodel. Naast een procesmatige aanpak zal ook geïnvesteerd moeten worden in de cultuurveranderingen waartoe een integrale invalshoek leidt. Een nieuwe visie en een andere manier van werken toepassen lukt alleen als alle betrokkenen de bedoeling kennen, erachter staan en ze willen realiseren. Geïntegreerd beleid voeren vergt veel ingrijpende wijzigingen en gebeurt niet zonder slag of stoot. Enkele besturen maken hier al werk van. Uit hun ervaringen kunnen we volgende succesfactoren distilleren. Werken aan betrokkenheid Onderwerpen met een beleidsoverschrijdend karakter zoals diversiteit roepen doorgaans weerstand op. Medewerkers zien niet altijd het verband met het eigen werkterrein en vrezen bijkomende werklast. Toch wordt er al in veel departementen en diensten aan diversiteit gewerkt, ook al wordt het niet zo genoemd. Om de betrokkenheid van de medewerkers bij diversiteitsbeleid te vergroten, is het belangrijk te inventariseren wat er op dat

STEFAN DEWICKERE

ORGANISATIE DIVERSITEITSBELEID


De mentaliteitswijziging waarbij aandacht voor diversiteit bij iedereen een vanzelfsprekendheid is geworden, is een proces van lange adem.

vlak zoal gebeurt. Dit overtuigt medewerkers dat werken aan diversiteit niets nieuws is en het ondersteunt medewerkers die al aan diversiteit werken door hun acties in een groter geheel onder te brengen. Zo vergroot het draagvlak voor een geïntegreerde benadering van diversiteit. In Mechelen werkte de diversiteitsdienst aan een grotere betrokkenheid bij de medewerkers door de opmaak van de visie en missie Samenleven in Diversiteit. De dienst kreeg daarbij de inhoudelijke medewerking van het hele departement Samenleving van de stad. Via een participatieve gespreksmethodiek konden alle leidinggevenden en stafmedewerkers hun zeg doen. De tekst werd ook politiek afgetoetst door hem aan het bestuursakkoord te koppelen. Er volgden ook gesprekken met de burgemeester en enkele schepenen. Het college keurde de visie en missieverklaring goed. Daarmee ging de dienst aan de slag. Hij startte trajectbegeleidingen diversiteit met de diensten preventie, jeugd, onderwijsondersteuning en burgerzaken. Op termijn wil hij alle diensten bij dit proces betrekken. De Mechelse diensten krijgen de visie en missie in verband met werken aan diversiteit mee en verfijnen deze voor de eigen praktijk. Dat doen ze vanuit hun specifieke rol en kerntaak en met gebruik van hun deskundigheid. Coherente visie en samenhang Voor een geïntegreerd beleid is het dus belangrijk dat de centrale doelstelling van het diversiteitsbeleid verwijst naar de verschillende beleidsdomeinen. Ook de onderlinge samenhang van acties in de verschillende beleidsdomeinen moet duidelijk en coherent zijn. Die samenhang moet vermijden dat inspanningen op één terrein een negatieve impact hebben op het werken aan diversiteit op andere terreinen. Het bestuur van Lelystad in Nederland benadrukt dat het werken aan sociale integratie, aan het meedóén aan de samenleving niet kan als er niet ook wordt gewerkt aan het meetéllen in de samenleving: ‘De werelden van autochtonen en allochtonen zijn nog te veel van elkaar gescheiden. Hierdoor is er een toenemende polarisatie. De sociale en culturele achterstand gaat hand in hand met de soci

aaleconomische achterstand. […] Lelystad wil volwaardig burgerschap bevorderen. Dit houdt in dat iedereen deel moet nemen aan de samenleving via arbeid, onderwijs, gezondheidszorg, politiek… maatschappelijke emancipatie, ofwel meetellen, van allochtonen is even hard nodig als sociale integratie, ofwel meedoen. Dit vraagt een inzet van de allochtone én autochtone bevolking.’ Zo staat het in Ik ben er voor jou en jij bent er voor mij, de integratienota Lelystad 2008-2010. Maatschappelijke emancipatie en sociale integratie zijn dan ook de twee speerpunten van het beleid. Toewijzen van geïntegreerd diversiteitsbeleid Een derde belangrijke succesfactor is een specifieke dienst of medewerker verantwoordelijk maken voor de coördinatie van het diversiteitsbeleid. De mentaliteitswijziging waarbij aandacht voor diversiteit bij iedereen een vanzelfsprekendheid is geworden, is een proces van lange adem. De medewerker of dienst diversiteit stimuleert zijn collega’s door de aandacht te vestigen op aanknopingspunten met diversiteit binnen de verschillende beleidsdomeinen en door initiatieven op te starten. Het bestaan van een specifieke dienst of medewerker is ook belangrijk om te vermijden dat de aandacht voor minderheden naar de achtergrond verdwijnt. Voor een geslaagd geïntegreerd beleid is het dus wenselijk dat een bestuur een medewerker of dienst aanstelt die specifiek bevoegd wordt voor diversiteit. Ook andere werkvormen zoals een stuur- of werkgroep kunnen de eindverantwoordelijkheid voor diversiteit op zich nemen. Dit wordt bevestigd in de enquête die de VVSG hield bij 190 besturen. Een sterke dienst of medewerker wordt genoemd als een belangrijke succesfactor voor het welslagen van een geïntegreerd beleid. Diversiteit verankerd in het organogram Een functie toekennen en tijd vrijmaken alleen volstaan niet om de volledige ge-

meentelijke organisatie te motiveren om integraal werk te maken van diversiteit. Meestal bungelt de diversiteitsmedewerker of dienst onderin het organogram. Het mandaat dat de medewerkers hebben om andere diensten en departementen op hun verantwoordelijkheden in verband met diversiteit te wijzen, is dan ook beperkt. Om een integraal beleid te doen slagen is het belangrijk dat de aandacht voor diversiteit hoog genoeg in de gemeentelijke organisatie is ingebed. Besturen die hun diversiteitsbeleid slagkracht willen geven, kiezen er dan ook voor de ambtelijke organisatie te wijzigen of diversiteitsmedewerkers te laten participeren in domeinoverschrijdende overlegstructuren. Dit kan ook vorm krijgen binnen een management- of programmateam. Het bestuur van Geel hecht hier veel belang aan en werkt al langer aan de integratie van de verschillende sectorale plannen in het meerjarenplan. Een strategische planningsambtenaar waakt over het proces en neemt deel aan het managementteam. Naar aanleiding van een overlastprobleem in het zwembad en de bibliotheek heeft het bestuur een diversiteitsbeleid ingevoerd. Ook hier ligt het accent op de integrale aanpak van het thema, op een strategische plaatsing van de diversiteitsdienst en -medewerker in het organogram en op het belang dat wordt gehecht aan een stuurgroep die de realisatie van het beleidsplan opvolgt. De aandacht voor diversiteit wordt verankerd in het strategische meerjarenplan. Hierdoor is er aandacht voor diversiteit binnen het managementteam. Ook het OCMW neemt deel aan het strategische planningsproces. Op die manier is ook de samenhang tussen het beleid van beide besturen verzekerd. Lucy Vereertbrugghen is VVSG-projectmedewerker etnisch-culturele diversiteit Annelies Storms is co-auteur VVSG-pocket Lokaal Diversiteitsbeleid

Lokaal diversiteitsbeleid Etnisch-culturele diversiteit op de lokale agenda De pocket Lokaal diversiteitsbeleid behandelt de verankering van diversiteit in de verschillende plannen en in de werking en organisatie van besturen, met tal van praktijkvoorbeelden. U krijgt ook scenario’s in de hand om inspraak te organiseren voor een diversiteit aan inwoners en u wordt uitgenodigd aan de slag te gaan met een divers personeelsbeleid. U kunt deze pocket bestellen via www.politeia.be.

16 januari 2010 LOKAAL 17


ORGANISATIE PERSONEELSBELEID

Aanvullend pensioen voor lokaal contractueel overheidspersoneel Op 9 december 2009 bereikten de werkgevers- en werknemersorganisaties in het Vlaamse comité C1 een akkoord over de ontwikkeling van een tweede pensioenpijler voor de contractanten in de Vlaamse lokale besturen. De Vlaamse regering bekrachtigde het op 10 december 2009. Katleen Janssens

O

p 19 november 2008 sloten de werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers in het Vlaamse onderhandelingscomité C1 het sectorale akkoord 2008-2013 voor het personeel van de Vlaamse lokale besturen. Het omvat onder meer de opzet van een tweede pensioenpijler of aanvullend pensioen voor de contractuele personeelsleden, met als streefdatum januari 2010. Het personeel van de lokale sector bestaat voor ongeveer de helft uit contractuele medewerkers, met inbegrip van de gesubsidieerde contractuelen. Voor een belangrijk deel gaat het om

reglement voorgelegd aan de Commissie voor Bank-, Financie- en Assurantiewezen, de toezichthouder op de aanvullende pensioenen. Omdat het voorstel van de VVSG en de drie vakbonden geen sectorfonds is – lokale besturen zijn niet verplicht om dit voorstel over te nemen en er zijn ook andere initiatieven op het terrein –, is elk lokaal bestuur dat meedoet de inrichter van het pensioenstelsel voor zijn contractuele medewerkers. Dit heeft als gevolg dat er op twee niveaus moet worden gewerkt. Ten eerste is er een kaderreglement tweede pensioenpijler dat werd goedgekeurd

We starten bescheiden, maar het belangrijkste is dat er nu eindelijk een begin van tweede pensioenpijler voor de contractanten in de lokale besturen bestaat. laaggeschoolden of om personeelsleden in lagere niveaus. Ze hebben een werknemerspensioen dat, rekening houdend met hun loonniveau en met de vervangingsratio ten opzichte van het loon, laag of erg laag ligt. In vergelijking met hun statutaire collega’s die hetzelfde werk verrichten, hebben ze een opmerkelijk lager pensioen. De gesprekspartners in het Vlaamse comité C1 beschouwen dat als een onrechtvaardigheid die ze op sectoraal niveau willen verhelpen door de geleidelijke opbouw van een tweede pensioenpijler. Uitwerking tweede pensioenpijler De voorbije maanden is daar hard aan gewerkt. In overleg met ACV-Openbare Diensten, ACOD en VSOA had de VVSG een voorontwerp van pensioenreglement opgemaakt. Vanwege het technische karakter en het complexe juridische kader hebben we ons laten bijstaan door een gespecialiseerde consultant inzake pensioenwetgeving. Daarna hebben we het 18 LOKAAL 16 januari 2010

door het Vlaamse onderhandelingscomité C1. Daarin worden de regels vastgelegd die gemeenschappelijk zijn voor alle lokale besturen die meedoen. Dit kaderreglement stelt geen pensioenstelsel in en creëert dus nog geen rechten voor de aangeslotenen. Het creëert enkel het kader waaraan de toezeggingen op het niveau van het lokale bestuur moeten beantwoorden. Ten tweede moet elk lokaal bestuur dat tot de kaderovereenkomst wil toetreden een raadsbeslissing nemen. Die bevat de bepalingen die specifiek zijn voor het lokale bestuur, namelijk de startdatum, de vaststelling van de bijdragevoet en de eventuele inhaalbijdrage, en verwijst voor het overige naar het kaderreglement. Lokaal pensioenreglement Op 9 december 2009 werd in het Vlaamse comité C1 een eenparig akkoord bereikt over dat kaderreglement. Tegelijk werd overeengekomen een model van gemeente- en OCMW-raadsbesluit op te maken.

Het kaderreglement en het raadsbesluit vormen samen het lokale pensioenreglement. Elk bestuur beslist zelf over de startdatum (bijvoorbeeld 1 januari 2010), de bijdragevoet en de eventuele inhaalbijdrage. We vertrekken van een pensioentoelage van minstens 1% werkgeversbijdrage op het pensioengerechtigde jaarloon van de contractanten. Boven op die 1% moet de werkgever nog een solidariteitsbijdrage van 8,86% betalen. Een bestuur kan beslissen om een inhaaltoelage voor de al gepresteerde diensttijd te storten, of voor een deel ervan. Volgende stappen De procedure verloopt in drie stappen: een eerste raadsbeslissing met intentieverklaring om een aanvullend pensioenstelsel voor de contractuele personeelsleden in te voeren en om de RSZPPO aan te stellen als opdrachtencentrale (wetgeving overheidsopdrachten). Een tweede raadsbeslissing dient om het aanvullende pensioenstelsel in te voeren en om het bestek goed te keuren dat door de RSZPPO zal worden opgemaakt. Tot slot bekrachtigt het college, respectievelijk de OCMW-raad, de gunning die door de RSZPPO zal worden voorgesteld. De RSZPPO zal een overheidsopdracht uitschrijven en beslissen over de aanduiding van een verzekerings- en/ of bankinstelling. Die instelling zal worden belast met de uitvoering van de pensioentoezegging voor de contractanten. De Vlaamse overheid en de VVSG zullen de besturen zo goed mogelijk ondersteunen. De modellen van raadsbeslissingen en een begeleidende brief komen zo snel mogelijk op de website. Eind januari/begin februari geeft de VVSG enkele informatiesessies over de tweede pensioenpijler en dit collectieve aanbod. We starten bescheiden, met een systeem dat pas na jaren op kruissnelheid zal komen. Maar het belangrijkste is dat er nu eindelijk een begin van tweede pensioenpijler voor de contractanten in de lokale besturen bestaat. Katleen Janssens is VVSG-stafmedewerker OCMW-personeel Meer informatie: www.vvsg.be


STEFAN DEWICKERE

FORUM De werking van de gemeenteraad

De gemeenteraadsvoorzitter roept de mensen tot de orde maar kan ze niet sanctioneren.

Zoektocht tussen college en raad In een van de drie Vlaamse gemeenten wordt de gemeenteraad sinds 2007 voorgezeten door een raadslid of schepen. Een aantal onder hen komen twee keer per jaar samen om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren. Ze hebben ook hun aanbevelingen opgelijst zodat anderen er aandacht aan kunnen besteden in hun contact met gemeenteraadsvoorzitters. Marian Verbeek en Marlies van Bouwel

‘Op de gemeenteraad heb ik de autonomie om de punten aan te brengen. Ik lees het punt voor, laat de schepen het dossier toelichten, dan vraag ik systematisch ieders mening, zeker ook van de oppositie, en dan volgt de discussie,’ zegt Brigitte Himpens, voorzitter van de gemeenteraad van Zedelgem. ‘Dat gaat vrij vlot. In de vorige beleidsperiode ging het er soms rommelig aan toe. Met de raadsleden heb ik vóór de raad een kleine briefing over hoe ze bepaalde zaken behandeld willen zien. Dat appreciëren ze wel. Ik tracht na afloop ook mee een pint te gaan drinken. In de vorige beleidsperiode was ik raadslid en voorzitter van de Werkwinkel, over drie

gemeenten heen. Daar heb ik mijn kunsten als voorzitter bewezen. Ik kan goed vergaderingen leiden, ik kom met iedereen

en college, tussen raad en fracties, en zelfs tussen raad en bevolking. ‘Ik probeer alle fracties positief te benaderen en niet vanuit een meerderheids-minderheidsdenken. Ik schep een kader om iedere fractie goed aan bod te laten komen. Dat wordt van een voorzitter verwacht, maar in sommige raden is dat spel tussen meerderheid en oppositie dominant en krijgt de oppositie niet zoveel ruimte om vragen te stellen, haar kijk op de zaken toe te lichten en discussie te voeren. Niet dat er op de zitting meteen

Fons De Neve: ‘Natuurlijk ben ik verkozen vanuit een partij maar dat engagement probeer ik te overstijgen om de democratie ten volle kansen te geven.’ overeen, ik ben streng maar rechtvaardig en ik heb een beetje dossierkennis.’ Fons De Neve probeert als raadsvoorzitter in Knesselare de schakel te zijn tussen raad

een bijsturing komt, maar het wordt wel meegenomen door het college.’ Als schakel met de bevolking heeft Fons De Neve het spreekrecht ingevoerd: ‘Eerst 16 januari 2010 LOKAAL 19


FORUM De werking van de gemeenteraad

De belangrijkste aanbevelingen Respecteer de taak van de voorzitter. De voorzitter heeft een centrale plaats aan de tafel tijdens de gemeenteraadsvergadering. Hanteer een vast vergaderritme voor de gemeenteraad en wijk daar zo weinig mogelijk van af. Overleg op voorhand wanneer de tien verplichte gemeenteraden zullen worden gehouden. Respecteer de afspraken. Vergaderen op andere dagen en uren is de uitzondering en kan enkel bij hoogdringendheid. Het college betrekt de gemeenteraadsvoorzitter bij het opstellen van de agenda van de gemeenteraad. De agenda van de gemeenteraad wordt in nauw overleg tussen voorzitter en college vastgelegd, in samenspraak met de diensten die de agendapunten voorbereiden. Er komen enkel punten op de agenda die voldoende voorbereid zijn en waarvan de dossiers volledig zijn. Raadsleden die een aanvullend agendapunt indienen, omschrijven dit duidelijk en lichten het met alle nuttige informatie toe. Een model voor het indienen van agendapunten, vragen, interpellaties kan een hulpmiddel zijn, zowel voor de raadsleden als voor de voorzitter. Hanteer een vast stramien, dit vergemakkelijkt de vergadering. Het is wenselijk dat de voorzitter betrokken wordt bij de organisatie van de evaluatiecyclus van de topambtenaren. Zorg ervoor dat hij de nodige feedback krijgt over het evaluatierapport van het college en over het rapport van de externe deskundigen. Zo kan hij de nodige dossierkennis opbouwen en is hij beter voorbereid. Richt brieven voor de gemeente ook aan de gemeenteraadsvoorzitter. De gemeenteraadsvoorzitter krijgt bij huldigingen, openingen en plechtigheden een uitnodiging. Bij officiële plechtigheden en bezoeken krijgt de gemeenteraadsvoorzitter bij voorkeur een plaats na de burgemeester, maar voor de schepenen.

De volledige tekst met aanbevelingen kunt u raadplegen op www.vvsg.be, knop werking en organisatie

20 LOKAAL 16 januari 2010

om de drie maanden, nu kan de bevolking vóór elke zitting bij mij terecht. Er is nog drempelvrees. Daarom kondigen we het aan in het informatieblad. Ik ben er zeker van dat er zo op lange termijn meer voeling zal komen met wat leeft onder de bevolking. Daarom geef ik symbolisch met Nieuwjaar een notitieboekje aan de raadsleden. Zo kunnen we samen verzamelen wat er leeft en dat meenemen in ons politiek engagement. Natuurlijk ben ik verkozen vanuit een partij maar dat engagement probeer ik te overstijgen om de democratie ten volle kansen te geven. Het hypothekeert je eigen standpunt omdat je neutraal moet zijn als voorzitter en de discussie moet laten spelen.’ Voor Rudy Stuer is het allemaal nieuw. ‘Ik

genomen kun je het minimaal invullen en enkel de raad voorzitten. Maar dat is niet de juiste opstelling. Je dossiers kennen vraagt voorbereidingstijd. We hoeven zeker niet als een schepen betaald te worden, maar toch wel iets meer dan de dubbele zitpenning die vandaag mogelijk is (wat na belastingen neerkomt op enkele eurootjes per uur). We doen het zeker niet in eerste instantie voor het geld maar dat de inspanningen die we leveren op een billijker wijze gehonoreerd zouden worden, lijkt me geen onredelijke eis. Naast de raadszittingen zelf zijn er immers de voorbereidende gesprekken met de secretaris, de burgemeester en schepenen, de contacten met fracties, de pers en de adviesraden.

Rudy Stuer: ‘In de politiek moeten er meer mensen zitten die verder kijken dan de volgende verkiezingen.’

ben al wel 56 maar deed voor de eerste keer mee aan de verkiezingen. Het is niet altijd prettig werken in Wommelgem. Op maandagavond moeten er soms nog punten in orde worden gemaakt, om zeven uur worden ze met de coalitiepartners overlopen en om negen uur vertrekt de agenda. Ik wil een beleid met een visie voor de toekomst en ik wil het debat leiden op basis van een goed en volledig dossier. Ik studeer veel op dossiers en wetgeving. Als voorzitter ben je voor veel verantwoordelijk. Ik kan ook raadsleden tot de orde roepen, maar ik heb geen sancties ter beschikking terwijl ik als voorzitter wel gesanctioneerd kan worden.’ Honorering en appreciatie Rudy Stuer heeft al lang ondervonden dat je dit niet voor het geld moet doen: ‘Met het presentiegeld is het pover gesteld, ook voor gewone raadsleden. Terwijl een schepen die zijn werk niet goed doet, toch rijkelijk wordt betaald. En toch zou ik het opnieuw doen. Er zouden meer mensen zoals ik in de politiek moeten zitten, mensen die verder kijken dan de volgende verkiezingen.’ Fons De Neve ervaart in Knesselare wel vertrouwen, respect en gezag. ‘Natuurlijk moeten de omstandigheden meezitten, maar je moet het ook verdienen, door je handelwijze en je standvastigheid. Strikt

Een tijd geleden riep de gouverneur van Oost-Vlaanderen de burgemeesters, secretarissen, voorzitters van de gemeenteraden en fractieleiders samen, we hebben toen beslist dat de voorzitter van de gemeenteraad als tweede in het protocol komt, na de burgemeester. Een grote meerderheid was daar voorstander van. Bij ons is het al informeel zo, als uiting van erkenning en respect.’ Ook Brigitte Himpens vindt de appreciatie veel te klein. ‘Ik zit niet in de politiek voor het geld. Het gaat ook om andere zaken. Eerst stond ik op de website van Zedelgem met de leden van het college op de foto. Nu sta ik bij de raadsleden. Bij de toelichting voor de nieuwe inwoners werd ik wel uitdrukkelijk vermeld. Om wat meer appreciatie te krijgen heb ik zelf iets ondernomen. Ik wil een symbool als voorzitter van de gemeenteraad. Het ontwerp voor een rood-wit lint met het logo van de gemeente is ondertussen binnen. Het is vooral gericht op de buitenwereld, zo kunnen mensen vragen waarvoor dat lint en mijn functie staan. Ik voel me goed in mijn vel, maar er mag net iets meer appreciatie zijn.’ De bijeenroeping van de gemeenteraad De gemeenteraadsvoorzitter beslist tot bijeenroeping van de gemeenteraad. Maar in de praktijk worden de vergade-


ringen over het algemeen gehouden volgens de agendapunten van het college. Zo gebeurt het ook in Knesselare, zegt Fons De Neve: ‘Het samenstellen van de agenda gebeurt uiteraard op voorzet van het college maar ik kan erop ingrijpen of er iets aan toevoegen.’ Brigitte Himpens zit in Zedelgem twee keer per maand het laatste halfuur van het college samen met de burgemeester en de schepenen. ‘Ze stellen dan de agenda voor en ik kan punten toevoegen of schrappen. Laatst heb ik nog een punt toegevoegd om een actueel thema toe te laten lichten: de stand van zaken in het voetbaldossier van Club Brugge. Op dat college voel ik me thuis, ze luisteren er naar mij, ik mag er uitleg vragen en dan behandelen ze alles nog eens in het kort. Ik probeer zelf ook attent te zijn, zo kijk ik erop toe dat de evaluatie van de decretale graden op de agenda komen.’ In Wommelgem krijgt Rudy Stuer weinig steun van het college: ‘Het college heeft een aversie tegen de raad, ze zouden liever zonder besturen. De agenda van de gemeenteraad wordt nooit bepaald door het college wel door de administratie. Onze schepenen weten pas wat er op de agenda staat een paar uur voor die vertrekt naar de raadsleden. Ikzelf ben, en dan nog op mijn vraag, slechts twee keer op het college geweest. Dit was naar aanleiding van een tuchtonderzoek tegen de secretaris. Na samenspraak met de meerderheid heb ik toen een extra gemeenteraad bijeengeroepen. Ik word nooit betrokken bij de dossiers die op de gemeenteraad komen en weet dus niet of een dossier helemaal in orde is. Ik heb, tevergeefs, al voorgesteld dat ze erbij vermelden welke weg er al is afgelegd en wat er nog moet gebeuren. Omdat ze weinig in de pap te brokken hebben zijn de raadsleden van de meerderheid minder gemotiveerd en geïnteresseerd. Vroeger ging het college er prat op om korte gemeenteraden te hebben.’ De voorzitter en de gemeentesecretaris hebben elkaar nodig Brigitte Himpens komt goed overeen met de secretaris: ‘Als er iets in de agenda verandert, belt ze me meteen. Voor de gemeenteraad zit ik ook even met haar samen.’ Fons De Neve merkt dat het nog een zoeken groeiproces is: ‘Vroeger was de secretaris het gewend intens met de burgemeester samen te werken, ook voor hem is het zoeken om de rollen af te bakenen.’ In Wommelgem had Rudy Stuer het nor

maal gevonden om als voorzitter in een nieuwe functie veel steun te krijgen van de administratie: ‘Maar op het vlak van het nieuwe gemeentedecreet en het hersteldecreet staan ze even ver als wij. Zij hebben ook het nadeel dat zij de oude wetgeving nog kennen,dus steek ik veel tijd in opzoekwerk. De VVSG is hier een

de collegagroep gemeenteraadsvoorzitters waar we over de partijgrenzen heen openlijk over onze ervaringen spreken. Toen Tremelo ook met een dergelijk tuchtonderzoek zat, heb ik hun onze werkwijze toegelicht. In Tremelo heeft de gemeenteraadsvoorzitter wel bijstand van twee advocaten gehad.’

Brigitte Himpens: ‘Het college stelt de agenda voor en ik kan punten schrappen of toevoegen.’

belangrijke partner voor mij. De administratie gaat er ook van uit dat het college het belangrijkste beslissingsorgaan is en volgens mij is dat niet terecht. Het college is geen weergave van de verkiezingsuitslag en de gemeenteraad is dat wel. De gemeenteraad mag zelf bepalen hoeveel bevoegdheden ze afstaat en bij ons zijn er dat, volgens mij, te veel.’ In december werd in Zedelgem een commissie samengesteld voor de evaluatie van decretale graden. In Knesselare wordt ook een bijzondere commissie in het leven geroepen om de secretaris en de ontvanger te evalueren: ‘Dat wordt een van de moeilijkste opdrachten want die commissie moet worden voorgezeten door de voorzitter van de gemeenteraad. Je moet dit zeer professioneel aanpakken want het gaat over het functioneren van de topambtenaren met wie je nauw samenwerkt.’ Als de gemeenteraad als tuchtoverheid optreedt (het is de aanstellende overheid die ook de tuchtoverheid is), wordt de gemeentesecretaris belast met het tuchtonderzoek, het opstellen van het tuchtverslag en de samenstelling van het tuchtdossier. Wanneer de secretaris het voorwerp van een tuchtonderzoek wordt, moet de gemeenteraadsvoorzitter dit doen. Dat is een grote verantwoordelijkheid en juist dan zal de voorzitter niet kunnen rekenen op de steun van de secretaris. De enkele gemeenteraadsvoorzitters die dit al hebben moeten doen, staken hier zeer veel tijd in. Tuchtprocedures hebben veel regels en men kan zich geen fouten permitteren. Ook dit doet een voorzitter zonder enige vergoeding. Rudy Stuer heeft dit voorgehad in Wommelgem: ‘Ik vroeg toen bijstand van een advocaat, die heb ik niet gekregen, met als gevolg veel mogelijkheden tot procedurefouten. Ik heb veel aan

Gebruik de expertise van de voorzitter Rudy Stuer is voorstander van commissievergaderingen. Tot nog toe zijn er in Wommelgem enkele ad hoc geweest: ‘Er was er eentje over het sportbeleidsplan, maar van de vele opmerkingen die de raadsleden toen maakten is er niets overgenomen. Georganiseerde commissies hebben wij niet. Het is mijn streven om er te hebben tegen het einde van deze beleidsperiode zodat we inhoudelijk kunnen discussiëren zonder er meteen over te hoeven stemmen. Dat zou de betrokkenheid van raadsleden verhogen wat resulteert in een beter beleid voor de inwoners.’ Op initiatief van Fons De Neve is in Knesselare een gemeenteraadscommissie Beleidsplanning en Kwaliteitsvol Beleid opgericht om samen met alle fracties de kwaliteit in de beleidsvoering te verbeteren en te werken aan een planmatige aanpak. ‘Iedereen heeft zo de kans mee te bouwen aan het beleid op lange termijn. Het is een initiatief om de democratie met de politieke spelers sterker te maken.’ Als sociaal agoog is hij gekweekt in emancipatorisch denken: ‘Daarom probeer ik verschillende kanalen te creëren zodat mensen hun stem kunnen laten horen. Op het eerste onthaalmoment van de nieuwe inwoners had ik een belangrijk aandeel, ik heb verteld hoe de gemeentelijke democratie werkt en wat hun mogelijkheden zijn: het spreekrecht op de gemeenteraad, de meldingskaart in het informatieblad en de adviesraden.’

Marian Verbeek is VVSG-stafmedewerker gemeentelijke werking en organisatie, Marlies van Bouwel is hoofdredacteur van Lokaal 16 januari 2010 LOKAAL 21


DE RAADZAAL VAN MENEN

eur]MvB

Raad in kwadraat

E

ind 2007 opende het volledig vernieuwde stadhuis van Menen in het oude historische stadhuiscomplex tussen twee pleinen midden in de stad. Het strakke klassieke stadhuis werd gebouwd in 1782, toen de Zuidelijke Nederlanden onder het gezag van de Oostenrijkse Habsburgers stonden. In de loop van de tijd kregen de verschillende gebouwen van het complex dat veertig bij veertig meter meet, meermaals een andere bestemming, telkens werden ze verbouwd. In de jaren zeventig werd het stadhuis opgeknapt, maar drie jaar geleden kwam er een zeer grondige renovatie: de meeste gevels bleven behouden, er zijn binnentuinen gecreĂŤerd waarrond de verschillende

22 LOKAAL 16 januari 2010

stadsdiensten gegroepeerd zijn. Twee moderne structuren werden toegevoegd: een uit staal en glas en een uit beton. Die betonnen structuur ondersteunt de raadzaal die als dak dient voor de nieuwe entree. De raadzaal is dus letterlijk met betonnen pilaren neergepoot in het historische gedeelte van het stadhuis. De vroegere raadzaal is nu de schepenzaal geworden, die zaal is langwerpig. De nieuwe raadzaal is vierkant. Het is tamelijk zeldzaam dat de raadsleden aan een tafel met vier gelijke kanten zitten. EĂŠn kant wordt ingenomen door het college en de secretaris, de drie andere kanten zijn voor de raadsleden van meerder- en minderheid. De lichtinval is mooi, vanuit een


STEFAN DEWICKERE

STEFAN DEWICKERE

LOKALE RAAD

bepaalde hoek heb je een knap zicht op het Belfort, op een andere plek kijk je door de glazen wand rechtstreeks neer op de entree. In de nieuwe raadzaal van Menen is het nodige comfort aanwezig en vooral het meubilair toont de expertise van de architecten van NoA aan. De nieuwe raadzaal is klein, daarom moesten de architecten wel heel creatief omspringen met het meubilair dat ingenieus in elkaar is gestoken. De microfoontjes doen het, er is een beamer maar in Menen noteert de secretaris de notulen met pen en papier. In Menen loert de dorpspolitiek soms nog om de hoek, maar het is een stadje van leute en plezier. MvB

?

Wat betekent interne controle?

!

Het Gemeentedecreet verplicht de gemeenten de interne controle van hun activiteiten te organiseren. Eenzelfde bepaling staat in het OCMW-decreet. Daarmee speelt de decreetgever in op tendensen uit het new public management. Dat houdt in dat overheden hun eigen werking voortdurend analyseren en optimaliseren, onder andere met technieken die in het bedrijfsleven al langer bestaan, en dat ze streven naar efficiëntie en effectiviteit. Volgens het Gemeente- en OCMW-decreet bevat een internecontrolesysteem een hele reeks procedures en maatregelen die moeten garanderen dat het bestuur naar behoren functioneert. Uiteraard gaat het om een dynamisch geheel, dat voortdurend aan de omstandigheden moet worden aangepast. De verplichte invoering van een internecontrolesysteem betekent geen nieuwe start. Er bestaan allerlei procedures, afspraken en rapporten, bijvoorbeeld betreffende het afsluiten van gebouwen ’s nachts, vakantieaanvragen, regels over het opbergen van kasgelden of de toepassing van de huisstijl. Met een internecontrolesysteem worden al deze procedures en regels in kaart gebracht en op elkaar afgestemd, zodat alle personeelsleden op een vlotte manier te weten kunnen komen welke elementen op hen van toepassing zijn, dat ontbrekende procedures worden ingevuld, dat slecht werkende regels worden aangepast of dat regelmatig wordt gerapporteerd of doelstellingen worden gehaald. OCMW’s kunnen ook inspiratie halen uit het administratieve handboek dat ze al eerder moesten opstellen. Beide decreten geven de gemeenten en OCMW’s een grote vrijheid in het vastleggen van het internecontrolesysteem. Dat is ook logisch, omdat een dergelijk systeem goed ingebed moet zijn in de organisatie zelf. Men kan het internecontrolesysteem van het ene bestuur niet zomaar toepassen in een ander. Toch legde de decreetgever een aantal elementen expliciet vast. Zo moet het internecontrolesysteem waar mogelijk beantwoorden aan het principe van functiescheiding en verenigbaar zijn met de continuïteit van de werking van de diensten. Het systeem moet dus voorzien in oplossingen wanneer de toepassing van bepaalde controleregels ertoe zou leiden dat een procedure geblokkeerd raakt. Ook op andere vlakken hebben de decreten zelf al keuzes vastgelegd, zoals: het verplichte visum door de financieel beheerder voorafgaand aan bepaalde verbintenissen door de budgethouders en de gevolgen van een visumweigering door de financieel beheerder; de procedure voor het toekennen van een provisie aan bepaalde personeelsleden; de procedures voor het geval de secretaris weigert een betalingsbevel te ondertekenen. We wijzen ook nog op het wat verwarrende karakter van de term interne controle. Het gaat om een wellicht te letterlijke vertaling van het Engelse internal control. In het Engels betekent control echter niet zozeer controle, inspectie of toezicht, maar eerder beheersing. Sommigen stellen dan ook organisatiebeheersing voor als een betere vertaling. De goedkeuring van het algemene kader van het internecontrolesysteem is een niet-delegeerbare bevoegdheid van de raad. De secretaris staat in voor de interne controle. Dat betekent dat hij, in overleg met het managementteam, het internecontrolesysteem vaststelt. De secretaris staat ook in voor de organisatie en de werking van het internecontrolesysteem en rapporteert hierover jaarlijks aan het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad (respectievelijk aan de OCMW-raad). Hij moet er ook over waken dat het personeel op de hoogte is van het internecontrolesysteem en de wijzigingen eraan. Gemeentedecreet: art. 43, 87, 99, 100, 101, 160, 161, 162 en 163 OCMW-decreet: art. 52, 86, 98, 99, 100, 162, 163, 164 en 165 Stuur uw vragen over de financiële werking van gemeente en OCMW naar jan.leroy@vvsg.be

16 januari 2010 LOKAAL 23


24 LOKAAL 16 januari 2010

stefan dewickere

Annemie Turtelboom: ‘We hebben een planning opgemaakt voor 2010 en 2011: van alles wat daarin staat, weten we dat we het zelf kunnen betalen en dat we niet de helft van de factuur afwentelen op de gemeenten.’

Momenteel circuleren in Vlaanderen niet minder dan zes concurrerende voorstellen voor de bouw van nieuwe afvalverbrandingsinstallaties. De verleiding zal groot zijn om ze te vullen met afval dat eigenlijk voor recyclage bedoeld is.


WERKVELD interview Annemie turtelboom

‘ Ik kan maar stap voor stap doorgaan met de brandweerhervorming.’ De toekomst van de brandweerhervorming is hoogst onzeker. Bij lokale besturen en brandweerkorpsen groeit de vrees dat van uitstel afstel komt en dat alle voorbereidende inspanningen verloren moeite zijn. Minister Annemie Turtelboom probeert hen gerust te stellen: ‘Ik ga door met de hervorming. De lokale dynamiek en het draagvlak mogen niet verloren gaan.’ KOEN VAN HEDDEGHEM, Bart Van Moerkerke EN KRIS VERSAEN

V

oor het eerst in de vaderlandse geschiedenis leidt een vrouw Binnenlandse Zaken. Annemie Turtelboom volgde in juli haar partijgenoot Guido De Padt op. Female power, ook in de mannenwereld van politie en brandweer. ‘De politiek heeft ook niet meteen een vrouwelijke bedrijfscultuur, ik ben dat wel gewoon. Trouwens, de vervrouwelijking is zeker bij de politie een feit. Op het defilé van 21 juli liepen voor de politieschool Antwerpen meer vrouwen dan mannen mee. En maar goed ook. Als je community policing wilt, dan moet de politie een afspiegeling van de samenleving zijn. En als ik het goed heb, vormen vrouwen met 52 procent de meerderheid van de bevolking.’ Had u voeling met politie en brandweer toen u aantrad als minister van Binnenlandse Zaken? ‘Toen ik minister van Migratie en Asielbeleid was, had ik uiteraard veel contact met onder meer de scheepvaart- en de luchtvaartpolitie. Als gemeenteraadslid in Puurs ben ik vertrouwd met de politiehervorming en de manier waarop lokale en federale politie werken en samenwerken. En natuurlijk kent een gemeenteraadslid ook de lokale brandweermensen en hun engagement.’ In de begroting voor 2010 is maar twee miljoen euro ingeschreven voor de brandweerhervorming. In uw beleidsnota staat niets over de uitvoering van de wet van 2007 en over de brandweerzones met rechtspersoonlijkheid. Laat u de hervorming los? ‘Neen, ik ga ermee door, maar ik wil dat stap voor stap doen. De brandweer krijgt van de bevolking een tevredenheidsscore van

97 procent, ik wil doordacht hervormen om dat percentage op zijn minst vast te houden. De taskforces hebben de voorbije maanden in de toekomstige zones een stand van zaken opgemaakt. De resultaten krijgen we nu binnen. Aan de hand van die rapporten zullen we zien waar iedereen op dit ogenblik staat. Wie het verst gevorderd is, zal middelen krijgen om als operationele prezone te fungeren. Bij de begrotingsbespreking van oktober heb ik extra middelen gekregen. Structureel, dus niet enkel voor het lopende jaar maar ook voor de volgende jaren. Een deel ervan is bestemd voor de prezones. De rest gaat naar opleiding, materieel en kennis. Ik zal bijvoorbeeld 50 procent meer middelen besteden aan opleiding. Wat kennis betreft, is in 2008 het kenniscentrum opgestart met nu voor het eerst een brandweerman aan het hoofd. Het doel is naar operationele draaiboeken te gaan want een brand in een rusthuis pak je anders aan dan een brand in een lagere school.’ Gezien de beperkte middelen zult u een keuze moeten maken tussen mogelijke prezones. Wat met wie uit de boot valt? ‘Ik heb nu al middelen om de zones die het verst staan, te ondersteunen. Op dit ogenblik maken we een stand van zaken op aan de hand van de rapporten van de taskforces. Die inventaris zal voor mij de insteek zijn voor een nieuw dossier dat ik op de ministerraad zal voorleggen bij de budgetcontrole van maart 2010. Elk departement heeft het momenteel moeilijk maar ik wil bijkomende middelen voor de hervorming. We mogen de dynamiek die op gang is gebracht, niet afremmen. De vorming van een 16 januari 2010 LOKAAL 25


WERKVELD interview Annemie turtelboom

De hulpverleningszones met rechtspersoonlijkheid zouden op 1 januari 2010 een feit zijn. Dat lukt nu niet. Wordt uitstel geen afstel? ‘Neen. Ik wil zeer praktisch te werk gaan om nieuwe ontgoochelingen te voorkomen. Tegen eind februari wil ik weten wat er is. Blijkt dat iedereen mee is, dan kunnen we de volgende stap zetten. En wat de rechtspersoonlijkheid betreft, dat is niet het probleem. Een gewoon Koninklijk Besluit volstaat om een juridische structuur mogelijk te maken. Dat kan bij wijze van spreken morgen al. Maar wat met de invulling van die structuur? Je hebt twee, drie mensen nodig die de zone kunnen organiseren en ondersteunen. En daarvoor heb ik momenteel geen centen. Moet ik die factuur dan maar gewoon doorschuiven naar de gemeenten? Neen, het lijkt me veel beter een goed dossier voor te bereiden voor de ministerraad bij de begrotingscontrole.’

gewoon brandweerkorps. Ik was onlangs op bezoek bij de civiele bescherming van Jabbeke. Haar actieradius is de hele kustlijn, ze heeft materieel om vervuiling op te sporen, om olievervuiling te lijf te gaan. Die dienst kun je niet integreren in de brandweer. Aan de andere kant wil ik elke overlapping tussen brandweer en civiele bescherming wegfilteren. Een machine om zandzakjes te vullen is niets voor de brandweer, de civiele bescherming moet geen brandweerwagen hebben.’

STEFAN DEWICKERE

draagvlak voor de hervorming moet worden voortgezet. En we moeten verdere stappen zetten in de richting van een juridische structuur voor de zones.’

‘De brandweer krijgt van de bevolking een

Het was de bedoeling dat er een federaal statuut zou komen voor de brandweerlui maar dat gaat niet door. In plaats daarvan wil u blijkbaar enkele punctuele ingrepen doorvoeren. ‘Ik zeg niet dat het niet doorgaat maar in afwachting van het nieuwe statuut moeten we enkele zaken punctueel aanpakken, bijvoorbeeld inzake arbeidstijden. In de wet diverse bepalingen die voorligt in het parlement zit een interpretatieve wet waarin is opgenomen dat een vrijwilliger bij de brandweer of de civiele bescherming niet onder de definitie van werknemer valt. Daardoor is de wet op de organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector niet op hem of haar van toepassing. En dus kan de functie als vrijwilliger zonder problemen gecombineerd worden met een voltijdse baan. Voor de beroepskrachten zal ik binnenkort over een rapport beschikken waarna we een fundamenteel debat over hun arbeidstijden kunnen voeren. Intussen werken we ook verder aan het statuut. In onze timing voor 2010 en 2011 is opgenomen dat we een ontwerp van nieuw statuut zullen uitwerken, dat we het syndicale overleg zullen opstarten, dat we naar de regio’s zullen gaan.’

Bent u voorstander van een effectenrapportage van tevredenheidsscore van federale beslissingen met weerslag op het lokale bestuur? 97 procent, ik wil door‘In mijn beleidsdomein houd ik voortdurend in het achterhoofd dat beslissingen over politie en dacht hervormen om dat brandweer effecten hebben op de gemeenten en hun financiën. Ik houd het principe aan dat de percentage op zijn minst brandweerhervorming de lokale besturen niet meer mag kosten. We hebben een planning opvast te houden.’ gemaakt voor 2010 en 2011: van alles wat daarin staat, weten we dat we het zelf kunnen betalen en dat we niet de helft van de factuur afwentelen op de gemeenten.’ Hoe ver staat de oprichting van de Vaste Commissie van de Brandweer? ‘We leggen de laatste hand aan de teksten. We willen werken Sommige regio’s staan te popelen om als hulpverleningszone met zoals we dat doen met de Vaste Commissie van de Lokale Porechtspersoonlijkheid van start te gaan. Kunt u aan hun vraag niet litie die voor mij een echte partner is voor alles wat met lokale tegemoetkomen? politie en wijkwerking te maken heeft. Bij de brandweer zijn ‘Het is wettelijk niet mogelijk bepaalde zones rechtspersoonlijker heel veel verschillen tussen de korpsen, het belangrijkste is heid te geven en andere niet. Het moet voor alle zones ineens. dat een democratisch verkozen Vaste Commissie die verscheiVandaar dat ik wil werken met operationele prezones. Ik weet dat denheid overkoepelt, alle signalen opvangt en het hele terrein sommige gemeenten aan de oprichting van een intercommunale vertegenwoordigt. En ze zal me uiteraard ook advies geven over structuur met rechtspersoonlijkheid denken, maar daarover kan de brandweerhervorming.’ ik nog geen officieel standpunt innemen. Die mogelijkheid moet nog door juristen worden bekeken.’ Wordt de burgemeester hierbij niet vergeten? ‘Zoals de burgemeesters via de gesprekken met hun korpschefs Veel brandweerkorpsen bieden ambulancediensten aan. Wat zal een inbreng hebben in de Vaste Commissie van de Lokale Polidaarmee gebeuren? Blijven ze bij de brandweer of gaan ze naar tie, zo zullen ze die ook voor de brandweer hebben dankzij hun volksgezondheid? nauwe contacten met de commandanten. Misschien moet er net ‘Dat dossier moet ik nog uitklaren met mijn collega van Volksals voor de politie een adviesraad voor burgemeesters komen, gezondheid. Inhoudelijk kan ik er nog niets over zeggen maar misschien moeten we er één raad van maken. Ik sta open voor het staat bovenaan op mijn agenda.’ alle voorstellen.’ Hoe ziet u de toekomstige verhouding tussen brandweer en civiele bescherming? ‘De civiele bescherming moet zaken doen die de brandweer niet kan doen. De civiele bescherming heeft ander materieel dan een 26 LOKAAL 16 januari 2010

We willen het ook nog even hebben over de politie en de politiehervorming. Werkt de politie goed? ‘Uit de veiligheidsmonitor blijkt in ieder geval dat de tevredenheid van de burger over de politie de voorbije jaren fel gestegen


De federale politie zal het door besparingen met minder personeel moeten doen. Zal die inkrimping geen druk leggen op de dynamiek van het lokale niveau? ‘Globaal gezien hebben we nu een pak meer politieagenten dan vijf jaar geleden. Bovendien zullen we bij de federale politie alle prioriteit blijven geven aan de operationele eenheden, zoals de luchtsteun, de hondenteams, de spoorwegpolitie. Dat zijn de belangrijkste eenheden voor de lokale politie en voor de bevolking.’

Een enquête van de VVSG bij de burgemeesters geeft aan dat zij zich grote zorgen maken over de financiering van de politie. Komt er op korte termijn een financieringswet? ‘De KUL-norm is tien jaar oud en niet meer aangepast aan de veranderde situatie. Verkeer is nu een zevende basisfunctionaliteit geworden, om maar één verandering aan te geven. We zullen nu een onderzoek aanbesteden bij een universiteit of een hogeschool om een nieuw objectief systeem uit te werken voor een nieuwe norm. Ik verwacht dat draaiboek voor een nieuwe norm tegen het najaar van 2010 waarna het politieke werk kan beginnen.’

STEFAN DEWICKERE

is. Door de hervorming zijn de verschillende eilandjes opgeheven. Maar het kan nog beter. Het rapport-Bruggeman over tien jaar politiehervorming geeft aan dat bijvoorbeeld de wijkwerking beter moet. Dat blijkt ook uit de veiligheidsmonitor: de helft van de burgers kent zijn wijkagent niet. Ik heb de Vaste Commissie van de Lokale Politie gevraagd om concrete aanbevelingen te doen om de wijkwerking te versterken. Dat is een van mijn absolute prioriteiten.’ ‘Een ander verbeterpunt is de personeelsformatie bij de politie. De hervorming heeft geleid tot een aantal overgangsstatuten waardoor de formatie te breed is aan de top en te smal aan de basis. Die verhouding moeten we bijstellen.’

‘De civiele bescherming moet zaken doen die de brandweer niet kan doen. Ze heeft

In uw beleidsnota staat dat u tot geïntegreerde lokale veiligheidsplannen wil komen. ‘De budgetten voor preventieplannen worden jaarlijks toegekend. Dat is een administratieve last voor de gemeenten en voor mijn administratie. Daarnaast maakt de politiezone een veiligheidsplan op voor vier jaar. We zullen nu ook voor de middelen voor de preventieplannen met diezelfde termijn van vier jaar werken. Daardoor zal de administratieve last afnemen én zal het preventieplan naast het zonale veiligheidsplan gelegd kunnen worden zodat alle neuzen in dezelfde richting staan. Preventiewerkers hebben natuurlijk een andere taak dan politiemensen, maar het is goed dat ze samenwerken aan een integraal veiligheidsbeleid. Zo kunnen we, met dezelfde middelen die we nu toekennen aan gemeenten, het rendement van de preventiecontracten verhogen en de lokale planlast verminderen.’

Hoe staat u tegenover een schaalvergroting van de politiezones? Gaan we naar minder zones? ander materieel ‘In het parlement ligt een wetsontwerp voor dat het mogelijk maakt dat zones vrijwillig samendan een gewoon smelten. Het lijkt me logisch dat je dat toelaat. In het ontwerp staat ook dat er niet meer zones brandweerkorps.’ kunnen komen dan er nu zijn, splitsen is dus niet mogelijk. Maar natuurlijk zal ik elke vraag naar herschikking bekijken. Bij het hertekenen van de gerechtelijke arrondissementen bijvoorbeeld – een dossier waaraan Koen Van Heddeghem is VVSG-stafmedewerker lokale politie de minister van Justitie werkt – zou het kunnen dat er op enkele Kris Versaen is VVSG-stafmedewerker civiele veiligheid plekken een herschikking van de politiezones moet komen. Dat Bart Van Moerkerke is redacteur van Lokaal moeten we dan verstandig regelen.’

advertentie

Uw specialist in BODEMSANERING

Calamiteiten • Tijdelijke Opslagplaats (TOP) • Grondreiniging • Saneringen Afvalcontainers • Groenrecycling • Rioolreiniging • Veegwerken Krommewege 31 G • 9990 Maldegem • Tel 050 72 87 30 • Fax 050 71 75 71 • www.debree.be

Advertentie 186 x 62.indd 1

16/11/2009 17:18:38

16 januari 2010 LOKAAL 27


WERKVELD Veiligheidsbeleid

Zuid-West-Vlaanderen wil brandweerzone met rechtspersoonlijkheid In Zuid-West-Vlaanderen willen de gemeenten en brandweerkorpsen zo snel mogelijk een brandweerzone met rechtspersoonlijkheid tot stand brengen. De taskforce leverde prima werk, de politici en brandweermannen zijn klaar voor de volgende stap. Als de federale overheid niet mee wil, overwegen ze desnoods zelf een interlokale vereniging op te richten.

BART LASUY

Bart Van Moerkerke, kris versaen

28 LOKAAL 16 januari 2010


D

e hulpverleningszone Zuid-WestVlaanderen bestaat uit veertien gemeenten. Zij hebben samen twaalf brandweerkorpsen en 21 brandweerposten. De brandweerkorpsen kunnen bogen op een lange traditie van samenwerking. De commandanten vormen samen de technische commissie van de hulpverleningszone Zuid-West-Vlaanderen, onder het voorzitterschap van de Kortrijkse commandant Hendrik Verdonck. Daaronder zijn allerlei werkgroepen actief voor specifieke thema’s zoals preventie, materieel, opleiding, incidenten met gevaarlijke stoffen. Van de werkgroepen maken ook gewone brandweermannen deel uit. Op politiek vlak vinden de Zuid-WestVlaamse gemeenten elkaar in een conferentie van burgemeesters. Carl Vereecke, burgemeester van Kuurne, volgt samen met zijn Harelbeekse collega Rita Beyaert alles op wat met de brandweer te maken heeft.

Beernaert, medewerker e-government van de intercommunale Leiedal, en Hilde Wylin, strategisch analiste van de politiezone Vlas. Het inventariseren van de meeste gegevens gebeurde door de verschillende brandweerkorpsen die hun ‘huiswerk’ kregen van de taskforce. Die ging in mei en juni 2009 ook op bezoek bij elk korps: op een informatieavond kregen de brandweerlieden uitleg over de principes van de hervorming, over de manier waarop de taskforce zou werken en hoe ze informatie zou inzamelen. Om een zo groot mogelijke betrokkenheid van de burgemeesters te verkrijgen, werden in de schoot van de conferentie van burgemeesters drie beleidswerkgroepen opgericht om de knelpunten van de brandweerhervorming op politiek niveau op te

Politieman bij de brandweer Om de oprichting van de brandweerzones voor te bereiden werd in elke toekomstige zone een taskforce opgericht. In ZuidWest-Vlaanderen werd gekozen voor een atypische samenstelling met slechts vijf mensen. Voorzitter was Frank Maes, politiecommissaris van de zone Vlas (Kortrijk-Kuurne-Lendelede). Hij had bij de politiehervorming met succes de onderhandelingen geleid en werd halftijds gedetacheerd naar de taskforce. ‘We zochten een manager, iemand die structuur kon geven en procedures kon uitschrijven. Zijn brandweerkennis was niet zo belangrijk, die konden de commandanten wel aanleveren,’ zegt burgemeester Carl Vereecke. Voor brandweercommandant Hendrik Verdonck waren nog andere factoren belangrijk bij de niet voor de hand liggende voorzitterskeuze: ‘Het was goed iemand van buiten de brandweer te nemen omdat die meer afstand kan nemen en niet dagelijks in het operationele staat. De keuze voor Frank Maes maakte ook duidelijk dat dit hele verhaal niet van Kortrijk kwam. Wij zijn uiteraard veruit het grootste korps in de zone. Van de 71 beroepskrachten hebben wij er 59 in dienst. Voor het draagvlak bij de andere korpsen was het goed iemand van buiten Kortrijk en van buiten de brandweer te nemen.’ Voor het operationele aspect werd de Avelgemse erecommandant Guy Pollet in de taskforce opgenomen, voor de administratie Elke Dessein. De verzamelde gegevens werden op kaart gezet door Lawrence

‘Veel korpschefs staat het water aan de lippen

minuten klaar kunnen zijn om uit te rukken. We hebben ook op kaart uitgezet op welke plaatsen de brandweer is moeten tussenkomen. Zo weet je objectief waar de risicozones liggen en dat is natuurlijk van belang voor de inplanting van de posten. We hebben ook de dotaties van elke gemeente in de analyse betrokken. Op basis van al die feiten en cijfers hebben we beleidsvoorbereidend werk gedaan. Over de organisatiestructuur bijvoorbeeld: hoeveel posten zijn er nodig, welke van de huidige posten kunnen niet met zekerheid de snelste adequate hulp leveren, is er een integratie tussen verschillende posten mogelijk? Of over de overhead- en facilitaire diensten die de brandweerzone nodig zou hebben. Het lijkt me bijvoorbeeld logisch dat niet alle posten alle aankopen moeten

Brandweercommandant Hendrik Verdonck: omdat ze veel te weinig kunnen investeren in opleiding, preventie en preplanning.’ volgen en uit te klaren: één betreffende de organisatiestructuur en het aantal posten, één betreffende de financiën en de dotaties van de verschillende gemeenten en één betreffende personeel en statuut. Die laatste stond tot nu toe op een laag pitje, de andere twee waren wel actief. De werkgroep organisatiestructuur bestond uit de burgemeesters van Waregem en Kuurne, de taskforce, en afhankelijk van het besproken thema bijvoorbeeld een brandweercommandant of een burgemeester. In de werkgroep financiën kwamen de burgemeesters van Avelgem en Kuurne, de taskforce en twee gemeentelijke ontvangers bijeen. Taskforce objectiveert De taskforce beëindigde zoals wettelijk vastgelegd haar werkzaamheden op 1 december 2009. Welke resultaten legde ze voor? Frank Maes: ‘We hebben eerst een foto gemaakt van de hulpverleningszone. We hebben alle mogelijke gegevens geïnventariseerd en geanalyseerd. Het materieel, de manschappen, de interventies uiteraard. Maar ook bijvoorbeeld de afstand van de woning van elke brandweerman tot zijn brandweerpost hebben we letterlijk in kaart gebracht. Daaruit kun je dan afleiden hoeveel mannen er binnen hoeveel

doen, dat moet gecoördineerd worden.’ Aan de derde fase in haar werking, de implementatie van de zone, kwam de taskforce niet toe omdat stilaan duidelijk werd dat de brandweerzones er niet zouden komen tegen 1 januari 2010 zoals in de wet van 2007 was bepaald. Hart vasthouden Toch leidde haar werk al tot een concreet resultaat: in Kortrijk besliste de gemeenteraad op 7 december het aantal brandweerposten te verminderen van zes naar drie. Maar de Kuurnse burgemeester Carl Vereecke hamert erop dat het daar niet bij mag blijven: ‘De hele beweging die op gang is gebracht, mag niet stilvallen. We hebben die brandweerhervorming echt nodig. De onafhankelijke taskforce heeft de problemen in onze zone geobjectiveerd met cijfers en feiten, de betrokkenheid van de burgemeesters in heel het proces was groot, het draagvlak bij de brandweer is er. We mogen dit nu niet loslaten. Maar ik vrees dat er federaal niets zal gebeuren voor 2014. In 2010 en 2011 komt de hervorming er zeker niet, in 2012 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Dat betekent dat je pas in 2013 de hele dynamiek weer op gang zou kunnen trekken. Wij willen in Zuid-West-Vlaanderen niet wachten. We 16 januari 2010 LOKAAL 29


PRAKTIJK

Ivarem heeft een zonnepanelenpark op zijn afgewerkte en volgestorte stortplaats in Lier geïnstalleerd.

HARELBEKE en LIER – De afvalintercommunales Imog in Harelbeke en Ivarem in Lier plaatsten als eerste fotovoltaïsche panelen op hun volgestorte en afgewerkte stortplaatsen voor huishoudelijke en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen. Deze nieuwe nabestemming van de stortplaatsen levert groene energie en groenestroomcertificaten op.

WERKVELD Veiligheidsbeleid

beraden ons met de burgemeesters over mogelijke formules om door te gaan. We zouden kunnen denken aan een interlokale vereniging. De gewone dienst zouden we bij de gemeenten kunnen laten, de buitengewone dienst zouden we onder de interlokale vereniging kunnen brengen, eventueel met financiële waarborg door de gemeenten. Ik ben er zeker van dat het de gemeenten niet meer zou kosten dan nu. Door rationalisatie van het aantal posten zouden we kunnen besparen op de uitgaven en daarmee zouden we de gemeenschappelijke bovenbouw kunnen betalen.’ De burgemeester wil zo snel mogelijk een brandweerzone met juridische rechtspersoonlijkheid. ‘Ik hoor ook wel collega’s zeggen dat alles nu toch goed loopt en dat er toch geen hervorming nodig is. Wel, ik houd mijn hart vast. Zij beseffen niet dat ze als burgemeester een enorme verantwoordelijkheid dragen. Stel: er is een brand op mijn grondgebied en een korps van een an-

Burgemeester Carl Vereecke: ‘Collega’s die zeggen dat er toch geen hervorming nodig is, beseffen niet dat ze een enorme verantwoordelijkheid dragen.’

Afgewerkte stortplaatsen leveren groene stroom ‘De mogelijkheden voor een nabestemming van afgewerkte stortplaatsen zijn beperkt door de aard van de ondergrond en de bepalingen van de ruimtelijke planning,’ legt milieucoördinator Peter Borstlap van Ivarem uit. ‘De ondergrond van oude stortplaatsen laat geen diepwortelende beplanting of zware constructies toe. Enkel laagdynamische niet-publieke activiteiten zijn hierop mogelijk. Stortplaatsen met natuurgebied als eindbestemming komen hiervoor niet in aanmerking.’ Uit een haalbaarheidsstudie begin 2009 bleek dat de plaatsing van fotovoltaïsche panelen op gunstig gelegen stortplaatsen economisch rendabel, technisch en organisatorisch haalbaar en ecologisch verantwoord is. Dit alternatieve project past perfect in het beleid voor hernieuwbare energie van beide intercommunales. In februari 2009 plaatste Imog de eerste reeks zonnepanelen op een klein stukje van haar afgewerkte stortplaats. Met deze beperkte oppervlakte wekt ze groene stroom op voor een honderdtal gezinnen. Op langere termijn zal de oppervlakte panelen tot tien hectare uitgebreid worden. Die zullen elektrische energie voor zesduizend gezinnen uit de regio leveren. Imog kocht de zonnepanelen zelf aan. Ivarem plaatste meteen zonnepanelen op de hele stortplaats. Zij liet de opdracht door de tijdelijke handelsvereniging MBG - Nizet Entreprise uitvoeren. Dit levert groene stroom voor zevenhonderd gezinnen. Inge Ruiters

ii Koen Delie, directeur externe zaken Intergemeentelijke Maatschappij voor Openbare Gezondheid (Imog), T 056-71 61 17, www.imog.be en Peter Borstlap, milieucoördinator Intergemeentelijke vereniging voor duurzaam afvalbeheer regio Mechelen (Ivarem), T 015-28 77 55, www.ivarem.be 30 LOKAAL 16 januari 2010

dere gemeente komt erop af in het kader van de snelste adequate hulp. Ik heb nog geen uitgeschreven nooden interventieplan van de meest risicovolle gebouwen in mijn gemeente en er gebeurt een ongeval met een brandweerman. Dan zou ik als burgemeester wel eens persoonlijk verantwoordelijk gesteld kunnen worden.’ Veiligheidsketen Ook commandant Hendrik Verdonck vreest dat er van de brandweerhervorming niet veel meer in huis zal komen als ze nu op een laag pitje wordt gezet. Als de dynamiek die de voorbije maanden werd opgewekt nu niets oplevert, is het momentum voorbij. En de hervorming is voor de commandant om verschillende redenen nodig. ‘De belangrijkste is de veiligheid van de burgers en de brandweermensen. Veel korpschefs, ook die van grote korpsen, staat het water aan de lippen omdat ze veel te weinig kunnen investeren in taken die zich situeren voor en na de interventie: in opleiding van hun manschappen, in preventie en in preplanning zoals noodplanning. Er zijn veel brandweermensen die amper een brand van dichtbij zagen. En wat met debriefing en evaluatie na een interventie? Dat gebeurt haast nooit. Ja, bij een grote brand misschien, maar je kunt evengoed een ongeval hebben bij een kleine brand. Eén korps alleen kan die hele veiligheidsketen, van preventie tot evaluatie, niet meer aan. Daarvoor heb je echt een grotere zone nodig.’ Kris Versaen is VVSG-stafmedewerker civiele veiligheid Bart Van Moerkerke is redacteur van Lokaal


ACHTER DE SCHERMEN

Podiumtechnicus Pieter Verhoeve oefent een veelzijdige baan uit in

Stroming, het gemeentelijke cultuurcentrum van Evergem. Hij weet alles van elektriciteit, licht-, geluidsen podiumtechniek en werkt samen met collega’s van professionele gezelschappen, maar ook met amateurgroepen. ‘Zij hebben meestal meer tijd en ondersteuning nodig. Bij het bouwen van decors zorg ik dat alles volgens de veiligheidsregels gebeurt. Ik help niet met het ontwerp, maar ik verzorg bij hen wel het lichtplan, waardoor ik een passende sfeer kan creëren. Elke opdracht is een uitdaging die ik creatief probeer op te lossen.’ Pieter Verhoeve werkt achter de schermen: ‘Zowel voor, tijdens als na de voorstelling ben je als podiumtechnicus de stuwende kracht achter het succes van de podiumartiesten. Daarom zorg ik ook voor een warm onthaal. De samenwerking met de gezelschappen en met de collega’s en wat gevoel voor humor, voor als het eens tegenvalt, maken dit een toffe job. Het is wel onregelmatig werken, vooral met avond- en nachtwerk.’ Overdag is er tijd voor overleg met alle technici, onder leiding van de toneelmeester. De technologische evoluties worden op de voet gevolgd. Vorming over nieuwe technieken staan ook op de dagorde, ook op het vlak van duurzaamheid. Bovendien is Pieter Verhoeve verantwoordelijk voor de veiligheid van het publiek en kent hij alle noodprocedures.

De opleiding

GF

In het deeltijds beroepssecundair onderwijs bestaat de opleiding assistent-podiumtechnieker. In de derde graad van het technisch secundair onderwijs bestaat de opleiding podiumtechnieken. Heb je een uitgebreide achtergrond en interesse voor techniek, dan kun je in het hoger onderwijs een bachelor in de podiumtechniek volgen. Met de nodige ervaring en het continu verder opvolgen van de theatertechnische ontwikkelingen kun je doorgroeien tot toneelmeester. Als podiumtechnicus kun je aan de slag in een schouwburg, een theater, verhuurbedrijven voor licht en geluid en in een cultuurcentrum. Pol Despeghel

16 januari 2010 LOKAAL 31


WERKVELD OUDERENBELEID

STEFAN DEWICKERE

Hoofdverpleegkundigen, regisseurs van zorg

Hoofdverpleegkundigen voeren tientallen taken uit in de woonzorgcentra, waarvoor ze over een resem vaardigheden moeten beschikken. Toch hebben deze supermannen en supervrouwen een klankbord nodig. Robert Geeraert

W

oonzorgcentra willen hun bewoners optimale zorg op maat aanbieden. Daarvoor maken de medewerkers in de eerste plaats een uitgebreide inventaris op van de mogelijkheden, beperkingen, behoeften, verwachtingen, dromen en waarden van elke bewoner. Deze inventaris wordt vertaald in een met de bewoner besproken zorg- en begeleidingsplan dat de dagelijkse zorg en dienstverlening aanstuurt. Hoofdverpleegkundigen zijn de regisseurs van deze zorg op

maat. Binnen hun coördinatieopdracht voeren zij tientallen taken uit: kwaliteitsbewaking, werkomstandigheden optimaliseren, zorg voor medewerkers, voorbeeldfunctie, teamoverleg organiseren, procedures opmaken, informeren, participatie van bewoners en familieleden faciliteren, coachen, motiveren, continuïteit verzekeren, werkroosters opmaken, stagiairs begeleiden, mee in de zorg staan, huiselijke sfeer scheppen, verbindingsfiguur zijn.

Wie zijn deze supermannen en -vrouwen? Hun vaardigheden Leiding geven aan team, deskundig zijn in het eigen vakgebied (geriatrische pathologie), coördineren, communicatievaardig zijn, actief kunnen luisteren, coachen, delegeren, superviseren, relativeren, probleemoplossend werken, efficiënt werken, plannen en organiseren, een vertrouwenspersoon zijn, zich kunnen inleven, kunnen omgaan met beperkingen, beleidsmatig denken, besluitvaardig zijn, onderhandelen, bewoners, familieleden en medewerkers opvangen en ondersteunen. Hun attitudes Weerbaarheid, menselijkheid, optimisme, openheid, sociaalvoelendheid, investeren in mensen, verantwoordelijkheidsgevoel, stressbestendigheid, geduld, rust, inventiviteit, flexibiliteit, correctheid, rechtlijnigheid, neutraliteit, bewonersgerichtheid, respect, toekomstgerichtheid, doorzetting, werklust, diplomatie, zin voor initiatief, standvastigheid, duidelijkheid, creativiteit.

32 LOKAAL 16 januari 2010

Superman en -vrouw bestaan Recent heeft de VVSG aan vijftig hoofdverpleegkundigen van openbare woonzorgcentra gevraagd over welke competenties zij moeten beschikken om hun opdracht op een deskundige manier te kunnen invullen. Het resultaat is een uitgebreide, maar nog onvolledige lijst van noodzakelijke competenties. Knelpuntberoep Hoofdverpleegkundigen zijn dikwijls zeer eenzaam in hun functie, ze staan onder te zware werkdruk. Ze hebben onvoldoende tijd om hun steeds toenemende (vooral administratieve) takenpakket uit te voeren terwijl ze geconfronteerd worden met zware besparings- en personeelsproblemen. Dikwijls komen ze niet aan hun kernopdracht toe omdat ze te veel met verpleging bezig moeten zijn. Hoofdverpleegkundigen staan voortdurend in het spanningsveld tussen bewoners en medewerkers, tussen team en directie, tussen een ambitieuze visie en de beschikbare middelen. Alleen hoofdverpleegkundigen die goed voor zichzelf zorgen, kunnen het hoofd boven water houden. Zij stellen grenzen, bewaken het evenwicht tussen werk en gezin, hebben voldoende ontspanning en zoeken steun bij collega’s. Zij overtuigen hun directies van het belang van ondersteunende coaching en duidelijke, rea-


KLARE KIJK Hoofdverpleegkundigen geconfronteerd met vele bedreigingen ‘Ik voel mij soms verscheurd tussen directie en medewerkers.’ ‘Het personeelstekort is momenteel een groot probleem in ons woonzorgcentrum, waardoor ik te veel mee moet werken.’ ‘Bestuur en directie weten te weinig wat er leeft op de werkvloer. Ik sta er meestal alleen voor en krijg te weinig ondersteuning.’ ‘Ik voel mij een manusje-van-alles. Bewoners, familieleden, huisartsen en medewerkers, iedereen komt met zijn problemen bij mij.’ ‘Ik ben een probleemkoffer waar ieder zijn problemen in dumpt en een oplossing van verwacht.’ ‘De administratieve berg groeit en krijgt voorrang op de zorg voor de bewoners. Ik ben met heel veel verschillende dingen tegelijk bezig en heb geen ruimte meer voor de essentie.’ listische functieprofielen. Zelfzorg betekent evenzeer aandacht hebben voor de opmaak en uitvoering van een individueel vormingstraject gericht op de ontwikkeling van minder sterke competenties. Zowel coaching als intervisie zijn leervormen die de hoofdverpleegkundige de nodige instrumenten kunnen aanreiken om op een constructieve wijze met hoger beschreven bedreigingen te kunnen omgaan. Coaching heeft als doel zelfsturingsprocessen op te wekken en te stimuleren, de werkprestaties te verbeteren, de zelfontwikkeling en de bewustwording van de eigen kwaliteiten en het probleemoplossend vermogen te stimuleren. Zelfinzicht is het startpunt van adequater handelen en staat dus ook in functie van betere prestaties. Het functioneren binnen de werksituatie is bij coaching een belangrijk objectief. Een coach zorgt ervoor dat iemands potentieel zo uit de verf komt dat de organisatie er optimaal van profiteert. Hoofdverpleegkundigen worden aangesproken op efficiëntie, maar op een zodanige manier dat ook hun arbeidsvreugde kan toenemen. Intervisie is een op leren gerichte en daartoe gestructureerde vorm

van systematische uitwisseling van werkervaring en van gezamenlijke reflectie daarop door professionelen, met de bedoeling beter in hun beroepsrol te functioneren ten bate van hun cliënten. Een intervisiegroep kan voor een hoofdverpleegkundige de betekenis krijgen van een zelfhulpgroep. Het is een groep waarin deelnemers zich thuis voelen en gevoelens kunnen ventileren, waar ze tot rust kunnen komen en kritisch naar zichzelf kunnen kijken in een niet bedreigende omgeving. Ze leren hoe collega’s met herkenbare problemen omgaan. Een intervisiegroep impliceert dat het om een beperkte, stabiele groep gaat waar iedereen gelijkwaardig is en elkaar vertrouwt. Er zijn groepsregels, leerdoelen worden geëxpliciteerd en geëvalueerd. Ook discretie, deskundigheid, motivatie en engagement zijn belangrijk, net zoals het vermogen tot zelfreflectie.

?

Wanneer moet een rusthuisbewoner zich in het bevolkingsregister op zijn nieuwe woonadres inschrijven?

!

In principe moet elke burger zich inschrijven in het bevolkingsregister op het adres waar hij effectief woont. Voor rusthuisbewoners geldt een speciale regeling. Er zijn drie mogelijkheden.

Behoud van het oude adres

Rusthuisbewoners worden in hun gemeente van oorsprong als tijdelijk afwezig beschouwd als zij er nog een gezin of een woning hebben. In dit geval kunnen zij hun inschrijving in de gemeente van oorsprong behouden. Ook een alleenstaande kan ingeschreven blijven op zijn oude adres als hij een woning bezit die niet door derden betrokken wordt. Hij is ook verplicht maatregelen te nemen zodat zijn post goed terechtkomt.

Facultatieve inschrijving op het adres van het rusthuis

Rusthuisbewoners die nog een gezin of een woning in de gemeente van oorsprong hebben, mogen zich toch inschrijven in de gemeente waar zij effectief verblijven. De verantwoordelijke van de voorziening mag deze inschrijving op vraag van de rusthuisbewoner regelen.

Verplichte inschrijving op het adres van het rusthuis

Als de rusthuisbewoner geen gezin of woning meer heeft in de gemeente van oorsprong, moet hij zich inschrijven op het adres van de voorziening waar hij verblijft. In theorie heeft deze inschrijving automatisch plaats na een verblijf van één jaar in het rusthuis. Art. 18 Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister Art. 96 Ministeriële Rondzendbrief van 7 oktober 1992 betreffende het houden van de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister

Robert Geeraert is VVSG-stafmedewerker ouderenbeleid en vorming ouderenzorg De VVSG biedt ook in 2010 coaching en intervisies voor hoofdverpleegkundigen aan. robert.geeraert@vvsg.be, T 02-211 55 16

Betekenis van intervisies voor hoofdverpleegkundigen ‘Je denkt na over je eigen situatie en ziet waar je nog dingen kunt veranderen om het beter te doen.’ ‘Je krijgt het gevoel dat je er niet alleen voor staat.’ ‘Ik vind het zeer verrijkend, omdat je niet enkel in je eigen woonzorgcentrum kijkt, maar andere ideeën opdoet.’ ‘Een ruggensteun, wij zitten allemaal in hetzelfde schuitje.’ ‘Je bouwt een netwerk op.’ ‘Een steun om veranderingen door te voeren.’

Mail uw vragen over rusthuizen naar elke.vastiau@vvsg.be en uw vragen over domicilie in woonzorgcentra naar eefje.vandenauwelant@vvsg.be 16 januari 2010 LOKAAL 33


Tijd voor het laatste jeugdbeleidsplan? In veel Vlaamse gemeenten wordt het startschot gegeven voor de opmaak van een nieuw jeugdbeleidsplan voor de periode 2011-2013. In totaal beschikken momenteel maar liefst 300 Vlaamse gemeenten over een goedgekeurd jeugdbeleidsplan. Daarnaast zijn er nog zes zogenaamde verenigingsplannen waarbij niet het gemeentebestuur, maar het lokale jeugdwerk het plan schreef. Stijn Maselis

D

e kans is groot dat het zevende lokale jeugdbeleidsplan ook het laatste in de bestaande vorm zal zijn. In het bestuurlijke luik van het nieuwe Vlaamse regeerakkoord staat dat de verschillende afzonderlijke lokale beleidsplannen (jeugd, cultuur, sport, milieu…) zullen verdwijnen en geïntegreerd worden in het meerjarenplan. Tegelijkertijd blijft het systeem van sectorale subsidiestromen wel bestaan. De streefdatum voor deze vernieuwing is de nieuwe gemeentelijke legislatuur vanaf 2013. In de komende maanden moet dan ook duidelijk worden hoe de Vlaamse regering deze engagementen wil concretiseren. Kennismaking of heropfrissing: de basics van het JBP Door de opmaak van dit plan en na de goedkeuring van een jaarlijkse verantwoordingsnota kunnen gemeentebesturen jaarlijks een interessante geldsom van 34 LOKAAL 16 januari 2010

de Vlaamse overheid krijgen. Het bedrag wordt berekend op basis van het aantal kinderen en jongeren in de gemeente. Op basis van een set indicatoren krijgen veertig gemeenten ook nog extra middelen

het plan opgenomen worden. De gemeenteraad heeft in ieder geval steeds het laatste woord om zich uit te spreken over het – al dan niet bijgeschaafde – ontwerpplan dat de stuurgroep aan het college van burgemeester en schepenen voorlegt. De ultieme deadline voor de goedkeuring door de gemeenteraad is 15 oktober 2010. Twee inhoudelijke hoofdstukken Het plan dat aan Brussel bezorgd wordt, bevat naast een hoofdstuk jeugdwerkbeleid ook een hoofdstuk waarin de afstemming van het jeugdbeleid met andere be-

De ultieme deadline voor de goedkeuring door de gemeenteraad van het jeugdbeleidsplan 2011-2013 is 15 oktober 2010. voor de ondersteuning van maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren. Ook al wordt het hele proces om een jeugdbeleidsplan tot stand te laten komen in veel gevallen uitbesteed aan een afzonderlijke stuurgroep (waarin de jeugddienst en/of -consulent een sleutelrol heeft), toch is het duidelijk dat de acties en doelstellingen van het gemeentebestuur wel degelijk in

leidsthema’s zoals ruimte, sport, cultuur of welzijn behandeld wordt. Er wordt afgesloten met een financieel overzicht van de doelstellingen en acties waarmee de gemeente ook bewijst aan voldoende subsidiabele uitgaven te komen. Concreet moeten gemeenten aantonen dat zij minstens het bedrag dat ze van Vlaanderen ontvangen, uitgeven aan ondersteuning van

LAYLA AERTS

werkveld JEUGDBELEID


Alle gemeentelijke uitgaven die leiden tot een betere brandveiligheid van de jeugdwerkinfrastructuur zouden als subsidiabele uitgaven beschouwd worden.

het jeugdwerk of aan de prioriteit binnen het hoofdstuk jeugdbeleid. In de bijlagen zijn ten slotte ook nog het advies van de jeugdraad en het bewijs van goedkeuring door de gemeenteraad terug te vinden. Van belang is ook dat het gemeentebestuur in het plan aantoont dat het de principes van communicatieve planning en interactief bestuur toepast en dus dat de verschillende lokale stakeholders (jeugd, jeugdwerk, deskundigen…) voldoende betrokken worden bij zowel de totstandkoming als de uitvoering van het JBP. Nieuwe prioriteiten Het decreet biedt de Vlaamse regering de mogelijkheid om binnen de twee inhoudelijke hoofdstukken telkens een prioriteit naar voren te schuiven en extra middelen te reserveren voor de gemeentebesturen die de komende jaren op dat gebied initiatieven nemen. Vlaams minister van Jeugd Pascal Smet liet al weten dat hij voor het hoofdstuk jeugdwerkbeleid de prioriteit brandveiligheid kiest en binnen het hoofdstuk (breder) jeugdbeleid jeugdcultuur ondersteunt. Hoewel de uitvoeringsbesluiten die beide prioriteiten moeten regelen momenteel nog in de adviesfase zitten en hun definitieve versie pas in het voorjaar verwacht wordt, lijkt de filosofie erachter wel al duidelijk. Positief is in ieder geval dat telkens een brede invulling en inspelen op de lokale situatie mogelijk is. Brandveiligheid in jeugdlokalen Bij de prioriteit brandveiligheid wordt gefocust op alle plaatselijke jeugdlokalen die langdurig en in hoofdzaak gebruikt worden door particuliere jeugdwerkinitiatieven. De gemeente, het (particuliere) jeugdwerk-initiatief zelf of een derde mag dus eigenaar zijn van de lokalen, maar gebouwen die enkel of hoofdzakelijk gebruikt worden door gemeentelijke jeugdwerkinitiatieven (zoals de gemeentelijke speelpleinwerking) komen niet in aanmerking. Alle gemeentelijke uitgaven die leiden tot een betere brandveiligheid van de jeugdwerk-infrastructuur zouden als subsidiabele uitgaven beschouwd worden. Ook uitgaven om gebruik en beheer van de lokalen te verbeteren komen in aanmerking voor subsidiëring, zolang dit leidt tot een betere brandveiligheid. Het

kan dan bijvoorbeeld gaan om een subsidie die kosten van het jeugdwerk met het oog op een betere brandveiligheid terugbetaalt maar ook om eigen gemeentelijke initiatieven zoals de aankoop en plaatsing van rookmelders of brandblusapparaten, de uitvoering van technische keuringen, de betaling van vorming en sensibiliseringsacties voor jeugdwerkers of het verbouwen van jeugdlokalen in functie van brandveiligheid. Omdat sommige gemeentebesturen zich al sterk inspanden naar aanleiding van de ruimere prioriteit jeugdwerkinfrastruc-

presentatie en verdediging ervan op zich nemen tijdens de zitting van het college of de gemeenteraad(scommissie). Maar ook tijdens de voorbereiding en de opmaak van het beleidsplan kan hij of zij een rol spelen. Dit hangt natuurlijk af van wat de schepen zelf mogelijk acht maar het is aan te bevelen dat ook de mening van andere betrokkenen afgetoetst wordt. In sommige gevallen is de schepen erg nauw bij alles betrokken en woont hij de bijeenkomsten van de stuurgroep actief bij. In andere gevallen beperkt dit zich tot aanwezigheid en overleg op vooraf afgespro-

Jeugdcultuur is erg breed: het gaat ook om acties voor skaters of hangjongeren. tuur bij het lopende en vorige JBP, zouden gemeenten de mogelijkheid krijgen om de gereserveerde middelen helemaal of gedeeltelijk voor een zelf gekozen jeugdwerkprioriteit in te zetten. Deze keuze en de besteding van de eraan verbonden middelen moeten uiteraard goed verantwoord worden in het jeugdbeleidsplan. Dat gebeurt in overleg met de betrokkenen (jeugdraad, jeugdwerk…).

ken momenten en krijgt de stuurgroep – al dan niet binnen een vooraf geschetst kader – zelf wat meer vrijheid om het planningsproces in te vullen. Van belang lijkt in ieder geval dat de ideeën en denksporen vanuit de stuurgroep regelmatig afgetoetst worden bij de verantwoordelijke schepen. Eventueel kan die ook tussentijds al problemen of voorstellen terugkoppelen naar het college.

Meer aandacht voor jeugdcultuur Binnen het hoofdstuk jeugdbeleid is de prioriteit jeugdcultuur de opvolger van jeugdinformatie waarop tijdens het lopende jeugdbeleidsplan – en dus tot en met 2010 – ingezet wordt. Het begrip jeugdcultuur kan erg breed ingevuld worden. Het gaat bijvoorbeeld om allerlei acties in verband met skaters, hangjongeren of gaming, acties die inzetten op eigen cultuuruitingen van kinderen en jongeren. Maar ook initiatieven die kinderen en jongeren aanmoedigen tot artistieke en expressieve uiting komen in aanmerking, gaande van het aanbieden of inrichten van infrastructuur (zoals repetitieruimtes) tot het organiseren van allerlei workshops of andere activiteiten. Het is duidelijk dat voor deze prioriteit binnen de gemeente zelf veel samenwerkingsmogelijkheden bestaan, bijvoorbeeld binnen het concept brede school, met het deeltijds kunstonderwijs of het cultuurcentrum.

Nu al bondgenoten zoeken Als het tot de integratie van het jeugdbeleidsplan in de meerjarenplanning komt, lijkt het weinig waarschijnlijk dat er hierin ruimte zal zijn om een waslijst doelstellingen voor het jeugdbeleid op te nemen. De opmaak van het jeugdbeleidsplan 20112013 biedt voor veel betrokkenen dan ook de kans om al eens te oefenen en te proberen een beperkt aantal echt overkoepelende, strategische doelstellingen uit het plan te distilleren die wel in dat meerjarenplan zouden passen. Binnen of buiten het gemeentebestuur op zoek gaan naar partners die mee hun schouders onder de ideeën en doelstellingen willen zetten, leidt nu en in de toekomst vast tot een grotere kans op realisatie ervan.

De rol van de schepen van Jeugd Uiteraard zal de schepen van Jeugd als politiek verantwoordelijke van het JBP de

Voor meer informatie over de opmaak van het jeugdbeleidsplan 2011-2013: www.vvsg.be, knop vrije tijd

Stijn Maselis is VVSG-stafmedewerker jeugd en sport

16 januari 2010 LOKAAL 35


OMD

werkveld vrijetijdsbeleid

Een geslaagde Open Monumentendag enkel dankzij inzet van gemeenten Iedere tweede zondag van september is dé feestdag van het onroerende erfgoed in Vlaanderen. Op die dag worden overal in Vlaanderen monumenten, archeologische sites en landschappen opengesteld voor het grote publiek. Bovendien worden er allerlei activiteiten georganiseerd. Elk jaar kan Open Monumentendag rekenen op een ruime belangstelling: in 2009 namen maar liefst een half miljoen geïnteresseerden deel. Benny Buntinx

O

pen Monumentendag is het grootste culturele eendagsevenement van Vlaanderen en het belangrijkste moment van kennismaking met waardevol onroerend erfgoed in de Vlaamse steden en gemeenten. Het is bovendien in een Europese context ingebed. Frankrijk beet in 1984 de spits af. Door het succes van dit initiatief sprongen algauw andere Europese landen op de kar. Vlaanderen deed dat in 1989. In 1991 werd er een platform opgericht dat het initiatief op Europees niveau kon ondersteunen: de European Heritage Days waren geboren. De eerste editie van Open Monumentendag Vlaanderen was op slag een succes. De participatie aan het evenement blijft sindsdien groeien en het aanbod aan opengestelde gebouwen en sites en aan activiteiten biedt ieder jaar veel verrassingen. Vast staat dat het ook de komende 36 LOKAAL 16 januari 2010

jaren een grote ontdekkingstocht zal blijven voor de talloze bezoekers. Keer op keer wordt met man en macht geijverd om op Open Monumentendag het draagvlak voor (het behoud van) de cul-

de provincies en de ondersteuning van het Coördinatiecentrum. Alle 308 Vlaamse gemeenten hebben een lokaal comité of contactpersoon. Met hun kennis van het lokale patrimonium stellen zij een programma van openstellingen en activiteiten voor jong en oud samen. Ze dragen hiermee een belangrijke boodschap uit. Ze tonen aan dat niet alleen de overbekende, historische monumenten tellen, maar ook de – letterlijk en/ of figuurlijk – kleine die zich in de directe leefomgeving bevinden. Uit onderzoek, uitgevoerd in 2008, blijkt overigens dat

De inbreng en inzet van de lokale comités is een typerende sterkte van de Vlaamse Open Monumentendag. tuurhistorische erfgoedwaarden nog te vergroten. Het Vlaamse Gewest, de provincies en de gemeenten werken samen om het onroerende erfgoed op een creatieve wijze gratis voor het publiek open te stellen. Het succes van het evenement schuilt in de combinatie van de niet aflatende inzet van de gemeenten en hun lokale comités, de kennis van zaken van

de overgrote meerderheid van de OMDbezoekers vooral de pareltjes in de eigen omgeving wil ontdekken. Het OMD-jaarthema levert ieder jaar een nieuwe invalshoek en onverwachte openstellingen in elke stad of gemeente. De lokale verankering en betrokkenheid zijn daarom een typerende sterkte van de Vlaamse Open Monumentendag.


De Open Monumentendag, al vanaf de eerste editie een succes.

OMD 2010: de vier elementen Op zondag 12 september 2010 heeft in Vlaanderen de 22ste Open Monumentendag plaats. Deze editie staat in het teken van de welbekende vier elementen. Sinds de prehistorie zijn water, aarde, vuur en lucht tegelijk vriend en vijand van de mens. Hij heeft er gebruik van gemaakt, ze in goede banen geleid, ervan genoten en ze bestreden. Deze interactie deed typische landschappen ontstaan, heeft de vorm van gebouwen beïnvloed en infrastructuur en industriële complexen tot stand gebracht. We kunnen de relatie traceren tot een zeer ver verleden aan de hand van archeologische sporen. Vele gemeenten zijn

Er is echter ook een keerzijde. De elementen laten zich niet helemaal domineren en zijn dus soms ook vijanden voor de mens. Ook daarvan zijn sporen te vinden in ons onroerend erfgoed. Dijken beschermen ons tegen het rijzende water. Bij de oriëntatie van gebouwen wordt rekening gehouden met de stand van de zon en de overwegende windrichting. Zo fungeren de lage daken van vissershuisjes bijvoorbeeld als windscherm. Hagen, bomenrijen en houtwallen hebben een gelijkaardige functie. In de strijd tegen het vuur verbreedde men in de steden de straten, verbande men houten gevels, bouwde men brandgangen en -muren. In landelijke gebieden trachtte men het brandgevaar te beperken door de schuur en het bakhuisje los van het woonhuis te bouwen. Het zijn maar enkele voorbeelden van de verdedi-

De onstuimige relatie van de mens met de vier elementen duurt al duizenden jaren en heeft in alle Vlaamse steden en gemeenten sporen nagelaten. immers ouder dan wat een charter of de bouw van een kerk doet vermoeden. Talloze plaatsnamen verraden een verband met de elementen. Zo verwijst ‘dries’ in oorsprong naar arme grond, ‘donk’ naar een verhevenheid, ‘laar’ naar een open plaats in het bos. Zodra de mens zich ergens vestigt, vormt dat de aanzet voor het ingrijpen op de elementen. In de loop van de geschiedenis ging hij de elementen bedwingen om in zijn levensonderhoud te voorzien. Polders, kanalen, steen- en zandgroeven, klei- en turfputten, akkers en velden, wind- en watermolens, sluizen, boerderijen, schuren, fabrieken en manufacturen. Allemaal zijn ze het resultaat van die wisselwerking. Maar de elementen verschaffen ook genot. Denk maar aan tuinen en parken met hun vijvers, fonteinen en bruggetjes, zwembaden, een oranjerie.

ging van de mens tegen de elementen. Nog altijd verdient de bescherming van gebouwen of landschappen tegen de elementen de aandacht. Oude gebouwen zijn opgericht met de kennis die toentertijd voorhanden was. De mens voerde ook ingrepen uit op het landschap zonder rekening te houden met de gevolgen op lange termijn. Een Open Monumentendag in het teken van de vier elementen is daarom een uitstekende aangelegenheid om monumenten- en landschapszorg aan het grote publiek te tonen en toe te lichten. OMD 2010: ook de feestdag van uw lokale patrimonium Er kondigt zich een editie van Open Monumentendag aan met ongekende mogelijkheden voor alle 308 Vlaamse gemeenten en hun lokale comités. De vier elementen bieden een verrassende en in-

Zondag 12 september Open Monumentendag 2010: de vier elementen Kijk op www.openmonumenten.be voor alle informatie over deelname en het thema van OMD 2010, zoals de visuele prikkels, een inspiratiebundel met nog meer inspiratie en suggesties en de vijf provinciale themadagen in februari en maart waarop alle lokale comités welkom zijn. Aanmeldingen: van 11 januari tot en met 26 februari; inschrijvingen: van 1 maart tot en met 7 mei. Voor al uw vragen over OMD 2010 kunt u contact opnemen met de provinciale coördinator of met het coördinatiecentrum: T 03-212 29 55 of info@openmonumenten.be. teressante invalshoek voor het lokale erfgoed. Ook kan Open Monumentendag in 2010 een moment van samenwerking zijn. Typerende landschappen of industrieën overschrijden immers de gemeentegrenzen en hebben eerder een streekgebonden karakter. Ook als het aanbod van eigen patrimonium niet zo groot is, dient er zich via een intergemeentelijke (of zelfs interprovinciale) samenwerking een kans aan om deel uit te maken van een boeiend programma. Verder zijn er nog talrijke andere mogelijkheden tot samenwerking, bijvoorbeeld met de gemeentelijke jeugddienst voor jongerenactiviteiten op Open Monumentendag. Zo kunnen ook kinderen, jongeren en gezinnen de geschiedenis en het patrimonium van hun stad of gemeente op een boeiende manier ontdekken. Dit thema biedt trouwens ook heel wat mogelijkheden om in klassikaal verband aan de slag te gaan. Mogelijkheden te over dus om het grote publiek te laten kennismaken met het lokale Vier elementen-patrimonium. Benny Buntinx is algemeen coördinator voor Open Monumentendag Vlaanderen

Innovatie en creativiteit in de praktijk staan centraal op de Trefdag 2010. Neem zelf actief deel: laat zien wat u in huis hebt en presenteer uw sterke projecten en praktijken. Stuur uw beste cases in op www.trefdag.be en deel zo uw ervaringen met alle lokale besturen.

16 januari 2010 LOKAAL 37


Daniel geeraerts

WERKVELD vrijetijdsbeleid

Bibliotheek geeft les in mediawijsheid Bibliotheken zijn informatiebemiddelaars, het is hun maatschappelijke opdracht iedereen een gelijke en vrije toegang tot informatie aan te bieden. De bibliotheken van Bornem, Oosterzele, Haacht en Boortmeerbeek willen daarom ook graag de doelgroepen die de informaticaboot dreigen te missen, meenemen in een vaart op het internet. Marlies van Bouwel

N

a een projectoproep in januari 2009 ondersteunt Locus momenteel drie vernieuwende bibliotheekinitiatieven die informatiegeletterdheid bij volwassenen bevorderen. De bibliotheek van Haacht/Boortmeerbeek wil voortaan ook structureel en geïntegreerd samenwerken met het Centrum voor Basiseducatie in hetzelfde gebouw. In Mariekerke, een deelgemeente van Bornem, is het bibliotheekfiliaal voortaan een Buurtinformatiecentrum. De Rupelbibliotheken van Boom, Hemiksem, Schelle, Niel en Rumst, organiseren een Computerestafette, als opstap naar meer informatiegeletterdheid. Naast de begeleiding op maat van deze drie projecten organiseert Locus op regelmatige tijdstippen reflectiebijeenkomsten met beleidsmedewerkers van Cultuur en van Onderwijs, Bibnet en mensen uit de praktijk. Met deze bijeenkomsten wil Locus de rol van bibliotheken bij het bevorderen van informatiegeletterdheid afbakenen ten opzichte van andere (educatieve) partners. Ook worden vergelijkingen gemaakt met tastbare resultaten van goede (buitenlandse) praktijken, wordt er afgestemd met het volwassenenonderwijs, komen de doelgroepen zelf aan het woord en gaan de deelnemers op zoek naar bruikbare instrumenten. Buurtinformatiecentrum De vroegere bibliotheek van Mariekerke, een deelgemeente van Bornem, voldeed niet meer, de uitleencijfers daalden. De jeugdboeken werden dan maar aan de dorpsbasisschool gegeven. ‘Omdat de gemeentelijke diensten dreigden te verdwijnen door de verkoop van het gemeentehuis in Mariekerke, wilde de 38 LOKAAL 16 januari 2010

bibliotheek samen met de cultuurdienst, het sociale huis, het cultuurcentrum en de gemeente iets opzetten voor de lokale bevolking,’ vertelt bibliothecaris Diane Van Doorslaer. En dus opende er op 18 september een buurtinformatiecentrum: een lokaal infopunt, een digitaal café en een ontmoetingsplaats met een lokale bibliotheekuitleenpost. ‘Uit de culturele babbels voor de opmaak van het cultuurbeleidsplan was ons duidelijk geworden

Diane Van Doorslaer: ‘We hebben vooral ingezet op de samenwerking met de verenigingen. Na veel vergaderingen weten ze dat we hen willen ondersteunen.’ dat Mariekerke een ontmoetingsplaats miste,’ zegt Diane Van Doorslaer die hoopt binnenkort na te kunnen gaan of het nieuwe buurtinformatiecentrum naadloos aansluit bij wat de mensen van Mariekerke willen. Het nieuwe centrum is drie namiddagen per week open, je kunt er boeken lenen, tijdschriften lezen en allerlei informatie te weten komen. Er zijn acht pc’s en draadloos internet. Centrum Basiseducatie zal cursus geven in het werken met de computer en


Na een voordracht in de bibliotheek maakt de Bib een thematafel en sluit Basiseducatie erop aan met een cursus.

maandelijks is er een themanamiddag: in november kwam een styliste langs, in december is er tijd voor het maken van tafelversiering. ‘We hebben vooral ingezet op de samenwerking met de verenigingen,’ zegt Diane Van Doorslaer. ‘Eerst beschouwden ze ons als een concurrent. Na veel vergaderingen weten ze dat we hen willen ondersteunen. Hun leden kunnen tijdens onze sluitingstijd in het centrum informatievaardigheden aanleren.’ De grootste verandering kwam er voor het personeel, want het centrum is meer dan een bibliotheek, het is een gemeenschappelijke balie die in een beurtrol wordt bemand. ‘Op maandag houdt de bibliotheek het filiaal open, op donderdag het personeel van het gemeentehuis en op woensdag wisselen het cultuurcentrum, de cultuurdienst, het sociale huis en de bibliotheek elkaar af. Dat betekent dat iedereen op elke vraag een begin van antwoord moet kunnen bieden: mensen kunnen doorverwijzen én een dossier opstarten, intern de dingen doorvragen. Hiervoor moet je nieuwe vaardigheden ontwikkelen en elkaar opleiden. Iedereen heeft een draaiboek gemaakt met de vragen die je online kunt versturen en de vragen die je direct kunt beantwoorden.’ Ze klinkt enthousiast. ‘Maar het was niet vanzelfsprekend. Tegelijk is het een testcase voor de organisatie van een geïntegreerde centrale balie in de toekomstige vernieuwde Ter Dilft-site. Het is ook een test om het in een deelgemeente te doen, nu willen de andere deelgemeenten ook zoiets. Op termijn willen we ook vrijwilligers kunnen inschakelen, zoals in Middelkerke waar ze deze oefening een paar jaar geleden hebben gemaakt en waar de Trefpunten op vrijwilligers draaien.’ Ondanks de afslanking kon de bibliotheek in Mariekerke op de openingsdag twee nieuwe lezers inschrijven. ‘Met een beperkte collectie fictie- en non-fictieboeken voor volwassenen, stripverhalen, een beperkte collectie prentenboeken voor jonge kinderen en ouders en enkele populaire tijdschriften trachten we in te spelen op de eerste noden van het lezerspubliek. Uiteraard kunnen gebruikers steeds materialen aanvragen die vanuit de hoofdbibliotheek worden meegebracht door de medewerkers. Ook met wisselcollecties willen we inspelen op specifieke behoeften. En de schoolgaande kinderen van Mariekerke komen uiteraard aan hun trekken via het bedieningspunt in de plaatselijke school.’ Samenwerking - wisselwerking In 2005 droegen de gemeenten Haacht en Boortmeerbeek het beheer van hun bibliotheken over aan een opdrachthoudende vereniging (HaBoBIB). Door de synergetische samenwerking kan in de evenwaardige vestigingen van beide gemeenten een betaalbare en betere dienstverlening gegarandeerd worden en kan de vereniging nu al voldoen aan de decretale bepaling om de helft van haar personeel op A/B-niveau in te schalen. Een bijkomend voordeel van de intergemeentelijke samenwerking is de bestuursvorm. Het werken met een raad van bestuur laat een flexibeler personeelsbeleid toe en er kan sneller en accurater in- gespeeld worden op maatschappelijke veranderingen die vooral veroorzaakt worden door het internet. Sinds haar oprichting zet HaBoBIB dan ook zwaar in op het verbeteren van de informatisering en het dichten van de digitale kloof. Nog dit jaar werd door de gemeente Haacht beslist om de bibliotheekvestiging van HaBoBIB in Haacht in samenwerking met Basiseducatie (BE) uit te bouwen. Beide partners krijgen daar

door de mogelijkheid om de bestaande organisch gegroeide maar kleinschalige samenwerking structureel en intensiever uit te bouwen. Bibliothecaris Kathleen De Meester: ‘Sinds de gemeente Haacht onlangs de knoop heeft doorgehakt om Bib en BE onder één dak onder te brengen, is alles in een stroomversnelling terechtgekomen en sinds een jaar steken we geregeld de koppen bijeen.’ Nu al maakt Basiseducatie gebruik van de uitleendiensten en de bibliotheekruimte en biedt ze laagdrempelige pc-cursussen aan die ook kunnen plaatsvinden in de bibliotheek. Vooraleer de

Kathleen De Meester : ‘We willen samen met het Centrum Basiseducatie tot een volwaardige werking uitgroeien. Sinds een jaar steken we geregeld de koppen bijeen.’ bouw van de nieuwe bibliotheek in Haacht klaar is en in afwachting van de operationalisering van een gemeenschappelijke open leerruimte, willen zowel bibliothecaris Kathleen De Meester als Liesbet Van de Heyning van Basiseducatie de samenwerking in de praktijk verder laten groeien. BE zal in samenwerking met de bibliotheek vooral ‘activeringsactiviteiten’ organiseren en dit zoveel mogelijk afgestemd op de cursussen georganiseerd door de gemeenten. Kathleen De Meester: ‘We richten ons niet meer alleen tot laaggeschoolden maar tot iedereen die les wil krijgen op beginnersniveau.’ Wanneer je aan het gemeenschappelijke open leercentrum denkt, duiken automatisch vragen op zoals: Welke doelgroepen definiëren we? Hoe kunnen we door die samenwerking iets beters bieden? Na de uitbouw kunnen mensen in het gemeenschappelijke open leercentrum kennismaken met allerlei nieuwigheden die essentieel zijn bij het levenslang leren. Zowel cursisten van Basiseducatie als bibliotheekgebruikers kunnen dan op welbepaalde uren onder begeleiding en op maat aan een computer werken in de bibliotheek. ‘Zo krijgen ze meteen antwoord op hun vraag. Zo leren ze hoe ze de informatie kunnen verwerken en leren ze wat ze er meer mee kunnen doen,’ zegt Kathleen De Meester. ‘Als ze zich dan verder willen verdiepen, kunnen ze doorstromen naar de cursussen van Basiseducatie of het op dezelfde campus gelegen volwassenenonderwijs (CVO). Almaar meer willen we een wisselwerking in het aanbod: geeft de bibliotheek een voordracht, dan maakt de Bib hierover een thematafel en sluit Basiseducatie erop aan met een cursus.’ Wat tot nog toe eerder een ad-hocsamenwerking was, wordt nu een structurele samenwerking. Beide partners investeren in het nieuwe gebouw waar ze samen hun werking verder zullen uitwerken. ‘Het wordt een spannend en interessant experiment,’ zeggen ze unisono. Ondertussen willen ze alle neuzen in dezelfde richting krijgen, zowel die van de eigen medewerkers als die van het bestuur. Eind 2010 wordt de eerste steen gelegd. Vorming in de bibliotheek In de bibliotheek van Oosterzele werd in 2002 gestart met computerinitiatie voor senioren. ‘De bibliotheekweek toen stond in het teken van het internet, we organiseerden een internetwed16 januari 2010 LOKAAL 39


PRAKTIJK

WERKVELD BIBLIOTHEEKBELEID

HERNE – Senioren met eenvoudige computerproblemen kunnen gratis hulp van internetdokters inroepen. Jonge vrijwilligers met een degelijke computerkennis die in hun vrije tijd senioren willen helpen, lossen telefonisch of ter plaatse hun problemen op. Bovendien leren de internetdokters hun cliënten ook hun problemen in de toekomst zelf aan te pakken.

strijd met interessante prijzen en de deelnemers moesten digitaal antwoorden. Het was een succes,’ zegt bibliothecaris Filiep Van Grembergen. Op rustige momenten, zoals maandag- en donderdagnamiddag, kregen de senioren hulp van een bibliotheekmedewerker. ‘We stelden vast dat senioren helemaal niet met de muis konden omgaan. Dat was voor ons het moment om zelf met computerinitiatie van start te gaan.’ Een bibliotheekmedewerker kreeg halftijds de opdracht gratis cursussen te geven, telkens aan vier cursisten. ‘Dit was een droomscenario voor de senioren. Het was niet nodig om veel publiciteit te maken. Met mond-tot-mondreclame konden we veel senioren in Oosterzele bereiken. Sinds dit jaar werken we samen met Linc vzw en verloopt de initiatie op een andere manier. Net zoals de Zandletters in Oostende houden we korte workshops van twee uur om mensen de basis aan te leren: werken met een klavier, internet en e-mail, Word en PowerPoint. Telkens wordt er een korte uitleg gegeven, meteen daarna kunnen de cursisten oefenen. Afhankelijk van het aantal deelnemers vin-

Jonge internetdokters op huisbezoek bij senioren ‘Het project Internetdokters is een alternatief voor een opfriscursus van de gemeentelijke computerlessen voor senioren,’ zegt Annelies Desmet, verantwoordelijke van de dienst Vrije Tijd in Herne. ‘De senioren die de computercursussen volgden, bleken nadien behoefte aan meer vorming te hebben om hun kleine problemen op te lossen: een document uitprinten, een inktpatroon verwisselen en foto’s opladen zijn enkele voorbeelden van dingen waar ze het lastig mee hebben. Tijdens themagespreksavonden ter voorbereiding van het cultuurbeleidsplan ontstond het idee om hier jongeren die vlot met computers overweg kunnen, voor in te schakelen.’ Als een senior hulp nodig heeft, belt hij een jongere op en schetst hij het probleem telefonisch. Eerst tracht de internetdokter hem telefonisch te helpen. Als dit niet lukt, gaat hij gratis bij de senior langs. Bij elk huisbezoek vult de cliënt een formulier in met de omschrijving van het probleem en de duur van het bezoek. Dat document bezorgt hij aan de cultuurdienst. Per interventie aan huis ontvangt de internetdokter 10 euro. De cultuurdienst lichtte alle deelnemers van de computerlessen van de drie afgelopen jaren per brief over het nieuwe project in. De jeugdraad plaatste een oproep voor kandidaat-internetdokters op de jeugdpagina van de gemeentelijke website, op de facebookpagina van de jeugdraad en in de jeugdkatern de Prikkrant van het gemeentelijke informatieblad. Wouter Deneyer uit Sint-Pieters-Kapelle en Steven Schoukens uit Herne meldden zich als eersten aan. Ze waren nog maar goed en wel gestart of de jeugddienst ontving al vijf formulieren met interventies van een half tot anderhalf uur aan huis. ‘De senioren zijn enthousiast over deze dienstverlening als nazorg van hun computerlessen,’ besluit Annelies Desmet. ‘Wouter en Steven stellen het contact met de senioren zeer op prijs. Door hun medewerking aan dit laagdrempelige project helpen deze jongeren de digitale kloof te dichten. Ze helpen trouwens niet alleen senioren maar alle digibeten uit Herne.’ Inge Ruiters

Filiep Van Grembergen: ‘We stelden vast dat senioren niet met de muis konden omgaan. Dat was voor ons het moment om zelf met computerinitiatie van start te gaan.’ den de workshops plaats in de bibliotheek zelf of in onze computerklas. Daarnaast kunnen de cursisten op woensdagvoormiddag naar de bibliotheek komen voor allerlei beginnersvragen over de computer. Dit jaar organiseerden wij al 75 workshops. Ook de 36 medewerkers van de schoonmaakploeg en van de dienst thuisverzorging van het OCMW hebben de workshop dit jaar gevolgd, volgend jaar is er een soortgelijke samenwerking met de dienst Kinderopvang. Dankzij deze computerinitiaties neemt het aantal leden van de bibliotheek toe. ‘Na een cursus blijven vier op vijf deelnemers naar de bibliotheek komen,’ stelt Filiep Van Grembergen vast. Daarnaast heeft de bibliotheek van Oosterzele sinds 2005 een samenwerking met Vormingplus en sinds 2008 met het CVO. ‘Onze computerinitiatie is een opstap naar de computercursussen van het CVO,’ zegt Filiep Van Grembergen. ‘Deze samenwerking zorgt ervoor dat we zelf niet op zoek moeten gaan naar leerkrachten. We moeten ons evenmin iets aantrekken van de inschrijvingsformaliteiten. Zowel Vormingplus als de avondschool zorgen bovendien via hun kanalen voor extra promotie voor ons vormingsaanbod zodat ook mensen van buiten de gemeente zich kunnen inschrijven. Op die manier komen we dan toch gemakkelijker aan de vereiste inschrijvingen om de cursussen te kunnen organiseren in Oosterzele. Momenteel worden de cursussen van het CVO georganiseerd in de bibliotheek, het aanbod van Vormingplus vindt plaats in het Erfgoedhuis. Al de opleidingen vallen onder de noemer Vorming in de bib: eigenlijk is het de bedoeling om rond de bibliotheek een kennis- en leercentrum uit te bouwen.’ Marlies van Bouwel is hoofdredacteur van Lokaal

ii Annelies Desmet, dienst vrije tijd Herne, T 02-397 11 63, www.herne.be 40 LOKAAL 16 januari 2010

Vanaf januari 2010 wordt de expertise uit deze begeleiding en reflectie met alle bibliotheken gedeeld op http://wiki.informatiegeletterd.be


BRANDWEERZORG, MEDISCHE HULPVERLENING EN DRINGENDE INTERVENTIE

BRANDWEERZORG, MEDISCHE HULPVERLENING EN DRINGENDE INTERVENTIE De hervorming van de civiele veiligheidsdiensten is een politiek aandachtspunt vandaag, maar zeker ook morgen. Dit betekent, luidens de hervormingscommissie Paulus, dat ‘men het federaal regelt, zonaal organiseert en lokaal zal moeten doen’.

UP-TO-DATE U zal nood hebben aan informatie, die volledig en up-to-date is. Het losbladig handboek ‘Brandweer, medische hulpverlening en dringende interventie’ volgt de hervormingen op de voet op zodat u door de bijwerkingen steeds over actuele informatie beschikt.

MULTIDISCIPLINAIR Dit unieke naslagwerk geeft u meteen en voor het eerst een totaaloverzicht van de betrokken disciplines bij de civiele veiligheid in ons land (waaronder de brandweer, de dringende medische hulpverlening, de civiele bescherming en de politie). De civiele veiligheid werkt immers zeer multidisciplinair. Kennis van elkaar is dus onontbeerlijk.

ONMISBAAR INSTRUMENT Naast een volledig wetgevend overzicht, worden alle relevante items op een praktijkgerichte manier besproken in het boek: • De organisatie, werking en financiering van de brandweer, dringende, medische hulpverlening en civiele bescherming; • De rol van de verschillende overheden (FOD Binnenlandse Zaken, de Gouverneur, de burgemeester…) inzake (brand)preventie en civiele veiligheid; • De rampenplanning en de verplichtingen van de lokale en provinciale besturen en diensten inzake nood- en interventieplanning (ter voorbereiding op de Mexicaanse griep en andere rampen); • Alles rond het noodnummer 112 en Astrid; • Alle contactdata van de betrokken actoren; •…

VOOR WIE? Het handboek is een onmisbaar werkinstrument voor iedereen die betrokken is bij de civiele veiligheidszorg, met name alle leden van de gemeentelijke en provinciale veiligheidscel (Gouverneur, burgemeester, rampenambtenaar, vertegenwoordiger van de brandweer, politie, civiele bescherming en dringende geneeskundige hulpverlening), de korpsverantwoordelijken en operationele officieren van de brandweer, de gezondheidsinspecteurs, de leidinggevenden ziekenhuizen en urgentiediensten, de operationele officieren civiele bescherming, de opleidingsscholen, het hulpcentrum 100…

EDITOR EN REDACTIERAAD Editor: Kris Versaen Redactieraad: Luc Brugghemans (brandweer Londerzeel), Geert Gijs (procesmanager crisisbeheer FOD Volksgezondheid), Wim Haenen (federaal gezondheidsinspecteur FOD Volksgezondheid), Frank Lippens (voorzitter stuurgroep ICM), Anouk Pattyn (FOD Binnenlandse Zaken), Nicole Reynders (HVP Spoedgevallen), Paul Spaens (Vast Commissie voor de Lokale Politie), Guy Van De Gaer (directeur Brandweervereniging Vlaanderen), Ludwig Vandenhove (burgemeester Sint-Truiden) en Marc Coen (brandweer Aalst).

BESTELKAART

Stuur of fax deze kaart naar: Uitgeverij Politeia, Ravensteingalerij 28, 1000 Brussel, fax 02 289 26 19 of bestel via www.politeia.be of mail info@politeia.be

JA, ik bestel … ex. van het handboek Brandweerzorg, medische hulpverlening en dringende interventie

Naam > Functie >

Mijn bestuur is lid van de VVSG en betaalt 79 euro*

Bestuur/Organisatie >

Mijn bestuur is geen lid van de VVSG en betaalt 89 euro*

E-mail > Adres >

> 2 mappen + 1DVD

BTW > Datum >

* De aanvullingen aan 0,46 euro per bladzijde worden mij automatisch opgestuurd tot schriftelijke wederopzegging van het abonnement. Prijzen inclusief btw en exclusief verzendingskosten. Consulteer onze website voor actuele prijzen. Uw gegevens worden door ons in een bestand bijgehouden en niet aan derden doorgegeven. Overeenkomstig de wet op de privacy heeft u inzage- en correctierecht.

Handtekening >

Tel >


Vlinter is de koepelvereniging van de Vlaamse intergemeentelijke

samenwerkingsverbanden voor streekontwikkeling. Vlinter heeft tot doel de belangen van de streekontwikkelingsintercommunales te behartigen inzake alle aangelegenheden die betrekking hebben op streekontwikkeling in Vlaanderen en de betrokken regio’s. Momenteel is Vlinter op zoek naar een

beheert een nieuw woon- en zorgcentrum voor 120 bejaarden en 4 kamers kortverblijf. We zijn op zoek naar (m/v):

dynamische VeRanTWOORdeLiJKe

beleidsmedewerker m/v

Functie: • Je geeft leiding aan en motiveert medewerkers. • Je coördi­ neert het zorggebeuren, waarin de bejaarde centraal staat, met perma­ nente aandacht voor kwaliteitsverbetering. • Je bent medeverantwoor­ delijk voor een gezond financieel beheer van het centrum.

om de organisatie verder uit te bouwen en te versterken.

Profiel: • Je hebt een diploma universitair onderwijs of hoger onderwijs van het lange type, gelijkgesteld of gelijkwaardig met universitair onder­ wijs in een richting menswetenschappen of (para)medische wetenschap­ pen. • Je hebt 3 jaar relevante ervaring. • Je beschikt over management­ vaardigheden inzake personeels­ en financieel beleid. • Je bent besluit­ vaardig, communicatief, integer en flexibel en beschikt over overtui­ gingskracht.

Jouw taken

• Je bent samen met de coördinator verantwoordelijk voor de werking van Vlinter • Je volgt nieuwe wetgevende en beleidsmatige initiatieven met betrekking tot streekbeleid en andere voor streekontwikkelingsintercommunales relevante beleidsdomeinen (wonen, bedrijvigheid, ruimtelijke ordening, milieu,…) nauwgezet op • Je overlegt en onderhandelt met de verschillende overheden en andere actoren • Je creëert een netwerk om de standpunten van Vlinter te vertolken en te wegen op de besluitvorming • Je behartigt de gemeenschappelijke belangen van de aangesloten intergemeentelijke samenwerkingsverbanden • Je verricht voorbereidend studiewerk, je detecteert initiatieven, tendensen en ontwikkelingen en je formuleert en verdedigt onderbouwde standpunten • Je organiseert vergaderingen en bereidt beslissingen van het samenwerkingsverband voor • Je verzamelt informatie en ontwikkelt een visie m.b.t. streekbeleid en -ontwikkeling • Je verstrekt informatie aan de leden van het samenwerkingsverband.

Ons aanbod: • Een contract van onbepaalde duur met weddeschaal A1a­ A2a. • Geïndexeerd brutominimumloon: 2.705,58 euro per maand. • Geïndexeerd brutomaximumloon: 4.482,47 euro per maand. • Overname van volledige anciënniteit openbare dienst en maximaal 6 jaar privéanciënniteit is mogelijk. • Ruime opleidingskansen, maaltijd­ cheques, 35 dagen verlof, fietsvergoeding, hospitalisatieverzekering.

indien je meer informatie wenst over deze vacature kan je contact opnemen met mevrouw Rita Biasi, diensthoofd personeelszaken, tel. 089 48 28 00. interesse? stuur je sollicitatiebrief met cv en kopie van je diploma naar OcmW maasmechelen, dienst Personeelszaken, Binnenhof 2, 3630 maasmechelen en dit uiterlijk op 31 januari 2010. meer info vind je op onze website www.ocmwmaasmechelen.be

Jouw profiel

• Je beschikt over een masterdiploma in een economische richting, rechten of bestuurswetenschappen • Je hebt minimaal vijf jaar relevante werkervaring • Je hebt interesse voor de beleidsmatige aspecten van lokale besturen, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en diverse beleidsdomeinen: ruimtelijke ordening, economie, wonen, milieu, … • Je kunt planmatig en strategisch denken en handelen • Je bent snel van begrip en beschikt over een sterk analytisch vermogen • Je bent sterk in argumenteren en overtuigen • Je bent assertief en contactvaardig • Je beschikt over sterke communicatieve vaardigheden (schriftelijk en mondeling) • Je bent resultaatgericht • Je bent stressbestendig en diplomatiek • Je bent correct, nauwkeurig en zorgvuldig • Je kunt zowel zelfstandig als in teamverband werken • Je bent vertrouwd met de werking van overheden • Je bent flexibel en bereid tot occasioneel avondwerk • Je hebt praktische kennis van informaticatoepassingen (oa. Outlook, Excel, Word,…).

Ons aanbod

• Je krijgt een gevarieerde en dynamische job met eigen verantwoordelijkheden en ondersteuning van collega’s • Je krijgt een voltijds contract van onbepaalde duur, een aangepast loonpakket en soepele werkregeling in een omgeving waar een open geest, professionaliteit, realisme en idealisme samengaan • Jouw werkgever en plaats van tewerkstelling: Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), Paviljoenstraat 9, 1030 Brussel • Je kunt onmiddellijk in dienst treden.

Selectieproeven

Je neemt deel aan schriftelijke en mondelinge selectieproeven, waarbij zowel deskundigheid als vaardigheden en competenties worden getest.

Uw personeelsadvertentie in Lokaal, VVSG-week én op de VVSG-website Inlevering advertenties voor Lokaal 3 (16 tot 28 februari 2010): 21 januari Lokaal 4 (1 tot 15 maart 2010): 4 februari Informatie: Nicole Van Wichelen • T 02-211 55 43 • nicole.vanwichelen@vvsg.be

Het gemeentebestuur van Middelkerke gaat over tot de aanwerving van:

1 SECTORASSISTENT RUIMTELIJKE ORDENING Het mee helpen verzekeren van de voorbereiding, uitvoering en opvolging van een éénduidig ruimtelijk beleid binnen de gemeente door een consequent planologisch beleid te ontwikkelen en op te volgen. Hij/zij is hoofdmedewerk(st)er van de gemeentelijke stedenbouwkundig ambtenaar. Het betreft een aanwerving in vast dienstverband (schalen functionele loopbaan en rang: B1-B2-B3).

Bijzondere voorwaarden: • • • •

houder zijn van het diploma van bachelor bouw, bouwkunde of gelijkaardig minstens 3 jaar relevante praktijkervaring hebben houder zijn van het getuigschrift afgeleverd door een school voor bestuursrecht na het gevolgd hebben van de basisopleiding van minstens niveau C of deze opleiding met gunstig gevolg volgen tijdens de proeftijd Belg zijn

Er is een selectieproef voorzien (een schriftelijke en een mondelinge proef). Bijkomende inlichtingen inzake voorwaarden en functiebeschrijving kunnen bekomen worden op de personeelsdienst (059/31.91.16 - personeelsdienst@middelkerke.be) of via website van de gemeente www.middelkerke.be.

Interesse?

Stuur dan een gemotiveerde sollicitatiebrief met cv vóór 12 februari 2010 naar VVSG vzw, t.a.v. Hildegarde Merckx, Paviljoenstraat 9, 1030 Brussel of per e-mail aan hildegarde.merckx@vvsg.be.

Meer info?

Voor meer informatie kun je terecht bij Peter De Bruyne, voorzitter Vlinter, T 015-28 77 59.

42 LOKAAL 16 januari 2010

Kandidaturen worden ingediend via aangetekend schrijven bij het gemeentebestuur, t.a.v. dhr. Burgemeester, gemeentehuis – Spermaliestraat 1 – 8430 Middelkerke en dit vóór 17/01/2010.


wetmatig berichten

De Vlaamse Regering subsidieert gemeenschapscentra ter bevordering van de participatie van kansengroepen. Op grond van artikel 30 in het Participatiedecreet kunnen Vlaamse gemeenten een aanvraag indienen voor projecten. Die moeten zich richten op een specifiek aanbod voor één of meer kansengroepen, eventueel gekoppeld aan omkaderings- en toeleidingsactiviteiten. Eén project kan daarenboven verschillende initiatieven bundelen. De Vlaamse overheid ondersteunt op die manier een brede waaier van lokale initiatieven die zich richten naar één en soms meer kansengroepen. Het decreet omschrijft ‘kansengroep’ als ‘een geheel van personen die vanwege één of meer gemeenschappelijke persoons- of situationele kenmerken bijzondere beleidsuitdagingen stellen voor cultuur-, jeugdwerk- en sportparticipatie.’ Het totale gevraagde bedrag voor 30 projecten van gemeenschapscentra in 2010 overtrof ruimschoots de 500.000 euro op de Vlaamse begroting. Vlaams minister van Cultuur Joke Schauvliege volgde het advies van de beoordelingscommissie dat rekening hield met dit budgettaire kader. Alle aanvragende gemeenten kregen een subsidie, maar soms wel minder dan gevraagd. Projecten kunnen jaarlijks worden aangevraagd, de maximale subsidie bedraagt 25.000

Alle aanvragende gemeenten kregen subsidie maar soms wel minder dan gevraagd.

euro per gemeente. Enkel gemeenten met een gemeenschapscentrum zoals gedefinieerd in het decreet lokaal cultuurbeleid kunnen een aanvraag indienen. Het Agentschap verwacht de aanvragen voor het nieuwe subsidiejaar 2011 ten laatste op 1 september 2010. Informatie over de projectaanvraag en het overzicht van de subsidiebedragen voor 2010 per gemeente vindt u via de website van het Agentschap sociaal-cultureel werk voor jeugd en volwassenen (Afdeling VOLC).

STEFAN DEWICKERE

Projectsubsidies in 2010 voor participatiebevordering via gemeenschapscentra

hilde.plas@vvsg.be

Decreet van 18.01.2009 houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter bevordering van de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport [Participatiedecreet], Inforumnummer 226126 Besluit Vlaamse Regering van 18 juli 2008, Inforumnummer 230874 www.sociaalcultureel.be/afdeling VOLC/participatiedecreet, www.vvsg.be/vrijetijd/participatie

Installatie randapparatuur taxi’s: laatste verlenging van de overgangstermijn Op vrijdag 4 december hechtte de Vlaamse Regering haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van besluit tot wijziging van de artikelen 79, 80 en 83 van haar besluit van 18 juli 2003 betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder. Hiermee wordt de overgangstermijn voor de installatie van de taxi’s met randapparatuur een laatste keer met zes maanden verlengd tot 30 juni 2010. Dit moet de installatie van de vereiste apparatuur geordend laten verlopen, zowel voor de installateurs als voor de taxi-exploitanten, zonder de markt te ontwrichten. Door de maatregel kunnen de taxi-exploitanten de financiële investering spreiden. Op 8

STEFAN DEWICKERE

De overgangstermijn voor de installatie van taxirandapparatuur is opnieuw verlengd zodat deze geordend kan verlopen.

oktober is er met drie arresten van de Raad van State bovendien een einde gekomen aan de vernietigingsprocedures die de FOD en GTL hadden ingeleid tegen het Taxibesluit van 18 juli 2003. De Raad van State stelt onder meer uitdrukkelijk dat het federale ministeriële besluit over de maximumprijzen niet geldt in Vlaanderen, wat een cruciaal punt is in de discussie of er forfaitaire tarieven mogen worden geïnstalleerd. De arresten van de Raad van State werken een van de laatste knelpunten weg om het Vlaamse Gewest en de gemeenten toe te laten een volwaardig taxibeleid te voeren op basis van een digitale taxameter waarin een uitgebreid tariefsysteem kan worden geprogrammeerd. Tijdens de nieuwe overgangsperiode zal aan de Vlaamse Regering nog een besluit worden voorgelegd om enkele technische bepalingen omtrent de taxameter en de randapparatuur in het Taxibesluit aan te passen aan de reële mogelijkheden van de apparatuur die nu op de markt wordt gebracht. Bovendien zal in het voorjaar van 2010 ook de gegevensbank Centaurus in productie komen. Dat is het Communicatieplatform voor de Vlaamse taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder, dat in samenwerking met de VVSG en de gemeenten afgerond wordt. erwin.debruyne@vvsg.be

Besluit van de Vlaamse Regering van 18.07.2003 betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder, Inforumnummer 188032

16 januari 2010 LOKAAL 43


Deinze – centrum aan de Leie – is een cultuurstad, een winkelstad, een ambitieuze stad. Voor onze milieudienst gaan wij over tot de aanwerving van een

duurzaamheidsambtenaar B1-B3

met voltijdse prestaties in contractueel verband, voor onbepaalde duur Er wordt een wervingsreserve aangelegd voor de duur van drie jaar. Taakomschrijving Het uitwerken van een milieu- en duurzaamheidsbeleid en het opzetten van sensibiliseringsacties binnen de stad.

Voorwaarden • u bent houder van een bachelordiploma • u bezit een rijbewijs B • u slaagt voor de selectieproeven • u bent van onberispelijk gedrag • u geniet de burgerlijke en politieke rechten • u bent medisch geschikt (medisch onderzoek gebeurt door arbeidsgeneesheer). Ons aanbod • een boeiende job in een aangename werksfeer en in eigen regio • interessante vakantieregeling • extralegale voordelen: maaltijdcheques, hospitalisatieverzekering, fietsvergoeding, teruggave in kosten abonnement openbaar vervoer • aangepaste vorming en functionele loopbaan • nuttige relevante ervaring uit privé-sector of als zelfstandige kan voor maximaal tien jaar geldelijke anciënniteit meetellen • minimumbrutojaarloon (geïndexeerd): 25.706,07 € of 2142,17€/maand te verhogen met haard- of standplaatsvergoeding.

Selectieproeven De selectie gebeurt aan de hand van een praktisch en mondeling gedeelte en kan voorafgegaan worden door een preselectieproef indien het aantal goedgekeurde kandidaturen meer dan 20 bedraagt. Inlichtingen Solliciteren dient te gebeuren aan de hand van het verplichte inschrijvingsformulier. Dit formulier, de aanwervingsvoorwaarden, de functiebeschrijving en het competentieprofiel kunnen opgevraagd worden bij T 09-381 95 45, milda.dejans@deinze.be en zijn raadpleegbaar op www.deinze.be/vacatures. Solliciteren Bezorg het inschrijvingsformulier en de gevraagde documenten tegen ontvangstbewijs of per post aan het college van burgemeester en schepenen, Markt 21, 9800 Deinze of via milda.dejans@deinze. be ten laatste tegen vrijdag 5 februari 2010.

Mechelen is een sterk groeiende centrumstad. De historische rijkdom van de stad in combinatie met stevig amusement en een brede waaier aan cultuur nodigt talloze bezoekers uit. De binnenstad is volledig geherwaardeerd: een bedachtzaam mobiliteitsbeleid met winkel-wandelstraten en de aanleg van ondergrondse parkeerterreinen, een duurzaam milieubeleid, degelijke ruimtelijke ordening en fraaie groenbeplantingen. De Mechelse stadsadministratie werkt dagelijks aan een leefbare samenleving. Wil je in de toekomst van Mechelen een cruciale rol spelen, dan kan dat. We zoeken een (m/v):

ingenieur-afdelingshoofd Jouw functie: je hebt de directe leiding van de afdeling openbaar domein. Je staat in voor de informatievoorziening, het communicatie- en personeelsbeleid van de afdeling. Je organiseert, je managet processen en overlegstructuren binnen de afdeling, het departement en de stedelijke organisatie (taskforces, periodiek overleg, minderhinder, communicatie ivm wegenwerken,…) Je coördineert andere bouwheren die op het openbaar domein werken laten uitvoeren. Je treedt op als vertegenwoordiger van de afdeling, het departement en de stad. Je organiseert een degelijk wegenbeheer, gericht op kwaliteit en rekening houdend met actuele ontwikkelingen, met de huidige omstandigheden en passend binnen de ruimere planningscontext. Je leidt complexe projecten van de afdeling. Je neemt de opdracht op van leidende ambtenaar op werven. Jouw profiel: je hebt een diploma burgerlijk ingenieur of burgerlijk ingenieur-architect en ten minste 2 jaar relevante ervaring.

Wij bieden jou: een boeiende, statutaire functie in een stabiele omgeving, een brutostartsalaris van 3 164 euro (minimum 1 845 euro netto) met als extra’s: maaltijdcheques, hospitalisatieverzekering, opleidingsmogelijkheden, glijdende werktijden, gratis openbaar vervoer en een interessante verlofregeling. Relevante privé-ervaring of als zelfstandige kan tot max. 10 jaar worden gehonoreerd. Interesse? Heb je interesse voor deze vacature, bezorg ons dan uiterlijk op 18 januari 2010 (postdatum geldt als bewijs) je inschrijvingsformulier met een kopie van je diploma en bewijs bijkomende opleiding management, gericht aan het College van burgemeester en schepenen, Grote Markt 21, 2800 Mechelen. De kandidatuurstelling moet gebeuren via het inschrijvingsformulier. Onvolledige kandidaturen kunnen helaas niet aanvaard worden. Het inschrijvingsformulier en de functieomschrijvingen kunnen worden bekomen via www. mechelen.be/vacatures. Alle nuttige inlichtingen kunnen worden bekomen via aanwervingen.stad@mechelen.be of bij de dienst Personeelsbeheer, tel. 015 29 79 07.

www.jobpunt.be

44 LOKAAL 16 januari 2010


wetmatig berichten

Sinds 1 januari 2010 is het ‘unieke gemeentelijke loket voor milieu- en stedenbouwkundige vergunning’ van kracht. Dit betekent dat iemand die beide vergunningen nodig heeft, ze tegelijk kan aanvragen bij dat unieke gemeentelijke loket. Bij een gelijktijdige indiening verloopt de procedure van de twee vergunningen ook gelijktijdig. Als er bijvoorbeeld een openbaar onderzoek vereist is voor beide vergunningen, vinden die onderzoeken tezelfdertijd plaats. Het college beslist ook gelijktijdig over de aanvragen. Het blijven wel twee aparte vergunningen: het college kan dus perfect de stedenbouwkundige vergunning verlenen en de milieuvergunning weigeren, of andersom. Een dergelijke eengemaakte procedure volgen, is niet mogelijk als de gemeente niet voor beide vergunningen de vergunningverlenende overheid is. Een gelijktijdige aanvraag is overigens niet verplicht; een ondernemer mag nog altijd de twee vergunningen los van elkaar aanvragen. Het Besluit van de Vlaamse Regering bevat modellen voor de bekendmaking van een aanvraag van een mi-

STEFAN DEWICKERE

Uniek loket milieu- en stedenbouwkundige vergunning van kracht

lieuvergunning, van een stedenbouwkundige vergunning en van het openbare onderzoek. Daarnaast bevat het besluit ook de bekendmaking van een beslissing over een aanvraag van een milieu- en stedenbouwkundige vergunning.

Besluit van de Vlaamse Regering (BVR) van 18.09.2009 tot wijziging BVR 06.02.1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betr. de milieuvergunning met het oog op de afstemming van de milieuvergunningsprocedure met de procedure voor de stedenbouwkundige vergunning, Inforumnummer 242217

xavier.buijs@vvsg.be

Geen apart huisnummer maar ook geen vergunningsplicht voor zorgwoningen Vader, moeder of iemand anders laten inwonen die hulpbehoevend is, is een mooie gedachte. De Vlaamse decreetgever heeft deze vorm van samenleven, het zogenaamde ‘zorgwonen’, willen bevorderen. Daarom zijn werken aan de dragende structuren van een woning voortaan vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunning, voor zover ze gebeuren met het oog op zorgwonen en het bestaande volume van de woning niet wordt uitgebreid. Wel moeten deze werken worden gemeld aan het gemeentebestuur en is de medewerking van een architect vereist. Omdat het aantal woongelegenheden bij een dergelijke verbouwing gelijk blijft, kan die melding geen aanleiding geven tot een extra huisnummer. Dat kan pas als er daadwerkelijk sprake is van een woningsplitsing, en daarvoor was en is nog altijd een stedenbouwkundige vergunning nodig. Overigens is het ‘gewoon’ bijplaatsen van een keuken of toilet, zonder dat er aan de dragende structuren van een woning wordt geraakt en zonder dat de woning wordt uitgebreid, vergunnings- noch meldingsplichtig. Op dit moment regelt Vlaanderen nog niet hoe een melding van zorg-

woning moet gebeuren. De gemeente heeft dus de vrijheid om dit zelf te bepalen. Het lijkt ons in ieder geval noodzakelijk dat uit het meldingsdossier blijkt dat 1) de verhouding tussen hoofd- en ondergeschikte wooneenheid wordt gerespecteerd; 2) het volume niet wordt uitgebreid; en 3) het oogmerk van de constructieve werken zorgwonen is. Enkel wanneer de werkzaamheden voldoen aan die criteria (het laten inwonen van hoogstens twee ouderen of twee hulpbehoevende personen in de kleinste wooneenheid), volstaat een melding, anders is de aanvraag toch vergunningsplichtig. Ten vierde moet aan de melding een verklaring worden toegevoegd dat indien de woning na het beëindigen van de zorgrelatie aangewend zal worden voor de huisvesting van meerdere gezinnen of alleenstaanden, daaraan voorafgaand een stedenbouwkundige vergunning zal worden aangevraagd. xavier.buijs@vvsg.be

Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening - Art. 4.1.1, Inforumnummer 240538 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening - Art. 4.2.4, Inforumnummer 240542

Billijke vergoeding: stopzetting derdebetalersregeling en tarieven voor 2010 Via de derdebetalersregeling nam de Vlaamse overheid sinds 2007 de kosten van de billijke vergoeding op zich bij occasionele, kleinschalige evenementen van lokale groeperingen, verenigingen en vrijwilligersinitiatieven. Er schortte een en ander aan het hele systeem, en

ondanks dure promotiecampagnes bleef het aantal aanvragen beperkt. Er kwam echter geen evaluatie om na te gaan waar het fout loopt of om beter werkende alternatieven te zoeken. Bij de begrotingsopmaak voor 2010 heeft minister van Cultuur Joke Schauvliege

geen middelen gereserveerd om het akkoord met de beheersvennootschappen te vernieuwen. Sinds 1 december kunnen geen nieuwe aanvragen meer worden ingediend. Wat betreft de billijke vergoeding werd vorige week nog beslist om de tarieven voor 2010 opnieuw te

bevriezen op het niveau van dit jaar. De beheersvennootschappen willen zo snel mogelijk de onderhandelingen starten om dan tegen het einde van 2010 tot een akkoord te komen, onder andere over nieuwe tarieven. stijn.maselis@vvsg.be

16 januari 2010 LOKAAL 45


AGENDA

Leuven 18 januari Dag van de Cultuureducatie Leerkrachten, vormings- en jeugdwerkers maken kennis met vernieuwende visies, good practices, handige methodieken en interessante ervaringen op vlak van cultuureducatie. www.canoncultuurcel.be Gent vanaf 21 januari Executive manager in de lokale overheidsadministratie Leidinggevenden leren hoe ze binnen een bepaalde context en in een gegeven situatie competent kunnen handelen, opleiding gespreid over twee jaren. www.amelior.be (opleidingen/sectoriële opleidingen/overheid) Geel 22 januari en 4 februari De Pinte 16 maart en 1 april Aan de balie van het sociaal huis: een vraagverduidelijking Vorming over communicatieve denkkaders en handvatten om inzicht te krijgen in de reële hulpvraag van cliënten aan de balie van het sociaal huis of in het OCMW. www.vvsg.be (kalender) Brussel 25 en 26 januari Leertraject integrale veiligheid: samenwerken en coördineren Een inspirerend traject voor coördinatoren integrale veiligheid: hoe kun je verschillende diensten of organisaties laten samenwerken en die samenwerking in goede banen leiden? www.vvsg.be (kalender) Kortrijk 26 januari, 2 en 9 februari Art. 60 tewerkstelling als opstap naar een reguliere job: Hoe maximaal benutten? Tweedaagse interactieve vorming over het belang van goede begeleiding tijdens een sociale tewerkstelling art. 60 en de rol van trajectbegeleider als bemiddelaar. www.vvsg.be (kalender)

NIX TrIljoen

46 LOKAAL 16 januari 2010

Leuven vanaf 28 januari Hasselt vanaf 12 februari Gent vanaf 25 februari Brugge vanaf 26 februari Mechelen vanaf 5 maart Intervisie hoofdverpleegkundigen ouderenzorg Ondersteuning voor hoofdverpleegkundigen en systematische uitwisseling tussen collega’s op vier dagen gespreid over 2010. www.vvsg.be (kalender) Vlaanderen en Nederland 28 januari Gedichtendag 2010 Poëziefeest met als thema Over de grens in scholen, bedrijven, boekhandels, cultuurhuizen en bibliotheken. www.gedichtendag.com Mechelen 2 en 11 februari Energievraagstukken voor hulpverleners Modulaire vorming over energie en armoede van het Vlaams Centrum Schuldbemiddeling en de VVSG. www.vvsg.be (kalender) Antwerpen 4 en 5 februari Het creatieve geheugen Congres over Vlaamse en Nederlandse culturele stadsinnovatieprojecten rond openbare bibliotheken en creatieve economie. www.ua.ac.be/stadsinnovatiecongres2010 Gent vanaf 5 februari Mechelen vanaf 5 maart Samen groeien als directeur van een woonzorgcentrum Directeurs van woonzorgcentra reflecteren in collegagroepen over de werking van hun woonzorgcentrum en hun eigen aanpak, op vier dagen gespreid over 2010. www.vvsg.be (kalender)

Bornem 8 februari en 1 maart Time management Time management als self-management voor maatschappelijk werkers en leidinggevenden van de sociale dienst met als resultaat minder stress en meer controle over de eigen tijdsbesteding. www.vvsg.be (kalender) Antwerpen 8 en 9 februari Jong en Energiek Toekomstcongres Tweedaags congres over jeugd, de jeugdsector en het jeugdbeleid. www.jetcongres.be Brussel 9 februari De beleidscontext van lokale besturen Inleiding tot vijftien beleidsdomeinen door VVSG-stafmedewerkers, voor (beginnende) secretarissen en ontvangers. www.gemeentesecretaris.be Schaarbeek 11 en 12 februari Bemiddelingsvaardigheden voor leidinggevenden Opleiding voor leidinggevenden over bemiddelen bij kleine en grote conflicten in hun team en in de organisatie. www.vvsg.be (kalender) Brussel 11 februari Tussen stedenband en gemeenschapsband Hoe kun je als lokaal bestuur samenwerken met het Zuiden? Voor iedereen die vanuit het lokale bestuur de band met het Zuiden wil versterken, van projectmatig tot een intensieve samenwerking. www.vvsg.be (kalender)


Blus de brand voor het brandt?

Innovatie en creativiteit in de praktijk staan centraal op de Trefdag 2010. Neem zelf actief deel: laat zien wat u in huis hebt en presenteer uw sterke projecten en praktijken. Stuur uw beste cases in op www.trefdag.be en deel zo uw ervaringen met alle lokale besturen.


Storage & Security s3!. .!3STORAGE s6IRTUALISATIE s"LADES s$ISASTERRECOVERY s3ECURITYPACK s-ONITORINGDASHBOARD s3INGLE3IGN /NOPLOSSINGEN

&INANCIÑN0ERSONEEL

#OMMUNICATIE/RGANISATIE

s"OEKHOUDING s&ACTURATIE s+ASSA s"ELEIDENBUDGET s0AYROLLENPERSONEELSBEHEER

s)NTERNET)NTRANETWEBSITES s$IGITAAL,OKET s$IGITALE)NFORMATIE3CHERMEN s!DMINISTRATIEF(ANDBOEKPROCESSEN s4AAKPLANNERWORKmOW s$OSSIERBEHEER s)NTERNECONTROLE s-ANAGEMENTRAPPORTING s%ENMANSLOKET s+ENNISCENTRUM

.ETWERK3ERVICES s"EKABELINGSWERKEN s!CTIEFNETWERKMATERIAAL s$RAADLOZEVERBINDINGEN s!SSISTENTIEONDERHOUD s#ONSULTANCY s/UTSOURCINGSYSTEEMBEHEERDERS

3TEENWEG$EINZE\.AZARETH\4\&\FS SCHAUBROECKBE\WWWSCHAUBROECKBE

2010Lokaal01  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you