Issuu on Google+

Halfmaandelijks magazine van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw - Paviljoenstraat 9 - 1030 Brussel | verschijnt 20 x per jaar | Afgiftekantoor Gent X | P2A9746

NR 6 VAN 1 april 2009

VVSG-MAGAZINE VOOR GEMEENTE EN OCMW

Klaar voor het hoge bezoek

Ria Janvier: ‘De pensioenen van de werknemers van lokale besturen staan onder druk.’ Bouwovertredingen bestraffen moeilijke zaak? Ethisch verantwoorde zorg: bewust omgaan met waarden


Het

sociaal huis

Werken aan een toegankelijke dienst- en hulpverlening Peter Sels, Eric Goubin, Dirk Meulemans, Leen Sannen

Het sociaal huis

Werken aan een toegankelijke dienst- en hulpverlening Het lokaal sociaal beleid streeft naar een maximale toegankelijkheid van de dienstverlening voor elke burger en een optimaal bereik van de beoogde doelgroep. Met deze doelstelling voor ogen kreeg elk lokaal bestuur vanuit het Decreet Lokaal Sociaal Beleid de opdracht om een sociaal huis te realiseren met een informatie-, loket- en doorverwijsfunctie. Het begrip ‘sociaal huis’ werd in het decreet niet verder verduidelijkt. De publicatie ‘Het sociaal huis’ vertrekt vanuit de visie dat werken aan een toegankelijke lokale dienst- en hulpverlening een strategisch aandachtspunt is voor gemeente- en OCMW-besturen. Het gaat immers om een opdracht die nauw aansluit bij hun missie en bij de algemene vraag van de burger naar een kwalitatieve en klantgerichte dienstverlening. Het boek schuift vier actieterreinen naar voren om in te spelen op toegankelijkheidsproblemen: communicatie, proactief handelen en hulpverleningsmethodieken, loketwerking en ruimtelijke inbedding (inclusief klantgerichte dienstverlening) en participatie. De auteurs zijn allemaal onderzoeksmatig of in de praktijk actief op een of meer van deze actieterreinen. Zij reiken naast denkkaders ook praktijkvoorbeelden en concrete werkinstrumenten aan waar medewerkers en mandatarissen van lokale besturen mee aan de slag kunnen.

Prijs VVSG-leden 35 euro, niet-leden 39 euro.

Handboek lokaal sociaal beleid Een handig werkinstrument

Het Decreet Lokaal Sociaal Beleid biedt de lokale besturen een kader om werk te maken van een toegankelijk en bereikbaar aanbod van de dienst- en hulpverlening, samen met de particuliere welzijnsorganisaties. In het ‘Handboek lokaal sociaal beleid’ geeft de VVSG een overzicht van de betekenis en draagwijdte van dit kaderdecreet. Het boek wil met stappenplannen, checklists en praktijkvoorbeelden ook inspiratie aanreiken om lokaal na te denken over een aantal concrete vragen. Wat betekent lokaal sociaal beleid in onze gemeente? Hoe plannen we dit? Wie moeten we daarbij betrekken en hoe doen we dat? Hoe werken we samen als OCMW en gemeente? Hoe kunnen we de toegankelijkheid van de dienst- en hulpverlening verbeteren? Het handboek is losbladig zodat het op regelmatige tijdstippen geactualiseerd kan worden. Bij het boek hoort een cd-rom met de relevante wet- en regelgeving en met meteen bruikbare modellen en formulieren.

Prijs VVSG-leden 99 euro, niet-leden 119 euro Losbladig (2 mappen + cd-rom) met abonnement

Bestelkaart Politeia // Ravensteingalerij 28 // 1000 Brussel // Fax: 02 289 26 19 // Tel: 02 289 26 10. Of bestel via www.politeia.be // e-mail: info@politeia.be

Ja, ik bestel

....... ex. van “Het sociaal huis” aan 35 euro per exemplaar (VVSG-leden), niet leden 39 euro. ....... ex. van “Handboek Lokaal sociaal beleid” aan 99 euro per exemplaar (VVSG-leden), niet leden 119 euro*.

Bestuur/Organisatie: ........................................................................................................................... Naam: ................................................................................................................................................. Functie: ...............................................................................................................................................

Datum en handtekening

E-mail: ................................................................................................................................................. Tel.: ..................................................................................................................................................... Adres: ................................................................................................................................................. BTW: ................................................................................................................................................... * De bijwerkingen toegezonden tegen de prijs 0,46 euro/blz. (29 euro per cd-update) worden automatisch opgestuurd tot schriftelijke wederopzegging van het abonnement. Prijzen btw inclusief en exclusief verzendingskosten. Prijzen geldig op 01.01.2009. Consulteer www.politeia.be voor actuele prijzen. Uw gegevens worden door ons in een bestand bijgehouden en niet aan derden doorgegeven. Overeenkomstig de wet op de privacy heeft u inzage- en correctierecht.


INHOUD

LOKAAL NUMMER 6 VAN 1 april 2009

12 De Gentse Romain De Coninck en Yvette De Brauwer begeleiden praalhuwelijken op het stadhuis maar zorgen ook voor de ceremoniële ontvangst van ambassadeurs of leden van het Koninklijke Hof. Daarnaast verzorgen ze recepties en staan ze in voor de postverdeling en -behandeling, het zalenbeheer, de baliewerking en andere logistieke ondersteuning.

STEFAN DEWICKERE

BART LASUY

Interview Ria Janvier: ‘Ambtenaren zijn er voor de overheid, de overheid is er ook voor hen.’ Waarom het systeem voor ambtenarenpensioenen anders is dan bij andere werknemers en waarom die pensioenen onder druk komen, legt Ria Janvier uit: ‘Het solidaire systeem is goed zolang er niet vals gespeeld wordt.’

5 Opinie: Lokale financiën en gesco’s

KORT LOKAAL 6 Nieuws, print & web, perspiraat, column

18

ORGANISATIE

FORUM 20 Help, de koningin komt op bezoek 22 De schatkamer van Valentine Tas 23 Lokale raad

Help, de koningin komt op bezoek Iedere bezoeker in de gemeente hoffelijk en met respect ontvangen, daarover gaat het bij het protocol. De protocollaire voorrangslijst is hierbij een onmisbaar instrument maar ook de veiligheidsaspecten moeten meticuleus worden nageleefd.

www.zonnebeke.be

12 Interview met Ria Janvier: ‘Ambtenaren zijn er voor de overheid, de overheid is er ook voor hen.’ 16 Europees betalen wordt realiteit

WERKVELD 24 Tucht bij de politie: een werkbaar instrument? 26 Mechelen heeft visioenen 28 Op weg naar duurzaam beleid: Covenant of Mayors 30 Hoge Raad voor Herstelbeleid ontmoedigt lokale besturen 32 Klare kijk 33 Inspiratie voor ethisch verantwoorde zorg 38 LivCom-prijzen bekronen wereldwijd leefbare steden en gemeenten

Tucht bij de politie: een werkbaar instrument?

WETMATIG

37 Berichten, boekbesprekingen 42 Agenda & Triljoen

STEFAN DEWICKERE

24 ‘De erkenning dat ook de politie fouten kan maken en dat die fouten worden opgevolgd en zo nodig gesanctioneerd, zal veel sneller een gunstige invloed hebben op het imago dan de publicatie van talloze statistieken,’ stelt het Comité P. Maar hoe moet dat gebeuren? 1 april 2009 LOKAAL 3


Lokaal Toerismebeleid Mooie plekjes zijn niet altijd ver te zoeken: de meeste Vlaamse gemeenten hebben toeristische en recreatieve troeven. Om dat toeristisch potentieel optimaal te benutten, hebben de gemeenten een onderbouwd toeristisch-recreatief beleid nodig. Vaak zijn ze zich nog onvoldoende bewust van de rol die ze daarbij kunnen spelen.

Stephen Lodewyck

Lokaal Toerismebeleid

De publicatie Lokaal Toerismebeleid

mandatarissen en gemeentelijk personeel

werkt een strategische planning voor

bevoegd voor toerisme. Door de verwe-

toerisme uit en reikt de gemeenten

venheid van het toerisme met vele andere

een model aan om een geïntegreerd

beleidsdomeinen

toeristisch-recreatief beleid te voeren.

mobiliteit, lokale economie, cultuur, erfgoed,

Visievorming en de verschillende fasen

milieu…) is het ook onmisbare lectuur voor

van de toeristische beleidscyclus worden

verantwoordelijken die met deze domeinen

erin toegelicht. Er wordt stilgestaan bij

aan de slag zijn op lokaal niveau. Uiteraard

de integratie van het toerismebeleid

is de publicatie ook bedoeld voor iedereen

binnen de gemeentelijke organisatie

die professioneel of louter uit interesse met

en veel aandacht gaat naar de verschil-

(lokaal) toerisme bezig is.

(ruimtelijke

ordening,

lende publieke en private actoren die in dit proces betrokken kunnen worden.

Auteur: Stephen Lodewyck, stafmede-

Het werk is niet enkel interessant voor

werker lokaal toerismebeleid VVSG

Bestelkaart Uitgeverij Politeia // Ravensteingalerij 28 // 1000 Brussel // Fax: 02 289 26 19 // Tel: 02 289 26 10. Of bestel via www.politeia.be // e-mail: info@politeia.be

Ja, ik bestel

....... ex. van “Lokaal Toerismebeleid” aan 29 euro VVSG-leden, 35 euro niet-leden)*

Bestuur/Organisatie: ........................................................................................................................... Naam: ................................................................................................................................................. Functie: ...............................................................................................................................................

Datum en handtekening

E-mail: ................................................................................................................................................. Tel.: ..................................................................................................................................................... Adres: ................................................................................................................................................. Btw: .................................................................................................................................................... * Prijzen btw inclusief en exclusief verzendingskosten. Prijzen geldig tot 01.05.09. Consulteer www.politeia.be voor actuele prijzen. Uw gegevens worden door ons in een bestand bijgehouden en niet aan derden doorgegeven. Overeenkomstig de wet op de privacy heeft u inzage- en correctierecht.


opinie mark suykens

Stefan Dewickere

Lokale financiën en gesco’s I

n de gemeenten en OCMW’s in Vlaanderen werken bijna 31.000 personeelsleden onder het statuut van gesubsidieerde contractuelen, de gesco’s. Het gaat om een Mark Suykens is directeur van de VVSG vijfde van de totale tewerkstelling in de lokale besturen. Een groot pakket van de plaatselijke dienstverlening wordt door deze personeelsleden geleverd. Bovendien is het gesco-stelsel ook een vorm van werkgelegenheidsbeleid waardoor tienduizenden mensen zinvolle arbeid kunnen verrichten. Hiermee leveren de lokale besturen een zeer belangrijke bijdrage aan het creëren van lokale werkgelegenheid. Een deel van de kosten wordt gedragen door de federale overheid, maar het grootste deel betalen de lokale besturen zelf. De federale sociale zekerheid neemt de vrijstelling van de Sinds 1986 zijn de gesco-premies niet werkgeversbijdragen op zich en de premies aan de lokale besturen: zo wordt 220 miljoen euro geïndexeerd, waardoor de lokale besturen via de financieringswet overgeheveld naar het een verlies aan premies hebben van meer Vlaamse gewest.

dan 125 miljoen euro.

De sterk gegroeide meerkost van de gesco’s is helemaal ten laste gelegd van de gemeenten en OCMW’s.

Sinds 1986 zijn de gesco-premies niet geïndexeerd, waardoor de lokale besturen een verlies aan premies hebben van meer dan 125 miljoen euro! Ten tweede zijn alle loonaanpassingen zoals de derde trap functionele loopbaan, de maaltijdcheques, de hospitaalverzekering, de verhoging van het vakantiegeld en de verhoging van de eindejaarspremie, allemaal ten laste gelegd van de gemeenten en OCMW’s. Berekeningen van de VVSG wijzen uit dat tussen 1998 en 2008 de kostprijs van een gesco voor de lokale besturen met 38 procent gestegen is voor niveau A tot zelfs 77 procent voor het E-niveau ! In feite zijn de verhogingen van het Vlaamse Gemeentefonds de voorbije jaren voor een grote groep gemeenten helemaal opgegaan aan de meerkost van de gesco’s. Naast het pensioendossier (zie vorige opinie) is een structurele verhoging van de gesco-premies een absolute noodzaak in het dossier herfinanciering van de gemeenten. I

LOKAAL is het magazine en ledenblad van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw en verschijnt tweemaal per maand Paviljoenstraat 9, 1030 Brussel T 02-211 55 00 • F 02-211 56 00 lokaal@vvsg.be www.vvsg.be Verantwoordelijk uitgever Mark Suykens, directeur VVSG

Bladmanagement Jan Van Alsenoy Abonnementen VVSG-leden: 80 euro, vanaf 10 ex. 67 euro; niet-leden: 150 euro VVSG, Nicole Van Wichelen T 02-211 55 43 Regie vacatures VVSG, Nicole Van Wichelen, T 02-211 55 43

Regie advertenties Cprojects&Advertising, Peter De Vester, T 03 326 18 92, media@cprojects.be Hoofdredactie Marlies van Bouwel

Kernredactie Pieter Plas, Inge Ruiters, Jan Van Alsenoy, Marlies van Bouwel, Bart Van Moerkerke Columnisten Johan Ackaert, Pieter Bos

Redactiesecretariaat Inge Ruiters, T 02‑211 55 44

Illustraties Bart Lasuy, Stefan Dewickere, Layla Aerts (fotografen), Nix (cartoonist)

Eindredactie Marleen Capelle

Vormgeving Ties Bekaert

Drukwerk Schaubroeck (Nazareth) Lokaal wordt gedrukt op het kringlooppapier Cyclus

VVSG-bestuur Jef Gabriels, voorzitter Sas van Rouveroij, voorzitter raad van bestuur Theo Janssens, voorzitter afdeling OCMW’s

Ondertekende artikels verbinden alleen de auteurs. Reacties zijn welkom. De redactie zal deze naar eigen inzicht al dan niet opnemen, inkorten of er melding van maken. Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd en/ of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, elektronische drager of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Met de steun van Dexia en Ethias, partners van de VVSG

1 april 2009 LOKAAL 5


KORT LOKAAL NIEUWS

Gemeenten stappen uit Distrigas De gemeenten stappen uit het kapitaal van Distrigas. Dat heeft de raad van bestuur van Publigas op 4 maart beslist. Dit levert een kleine anderhalf miljard euro op.

De Belgische gemeenten hadden via Publigas, een holding in handen van een aantal tussenDe federale noch structuren in de energiesector, tot voor kort nog de gewestoverheden 31,25% van de aandelen lieten enige interesse Distrigas in bezit. De rest zit bij het Italiaanse blijken in het behoud ENI of is beursgenoteerd. van een gemeentelijk Vroeger was Suez (en nog eerder Electrabel) de aandeel in Distrigas. belangrijkste aandeelhouder van Distrigas, maar door de fusie met GDF verplichtte

de Europese Commissie GDF Suez om deze aandelen te verkopen. ENI was verplicht een openbaar overnamebod uit te brengen op alle aandelen Distrigas die het nog niet in bezit had. Dat liep tot 19 maart 2009. Eind vorig jaar besliste Publigas al om ten minste 6,25% van de aandelen van de hand te doen. Op dat moment bestond er nog onenigheid over wat er met de rest van de participatie moest gebeuren. Er waren voorstellen voor een verdere af bouw

bart lasuy

Publigas zal een grotere participatie nemen in Fluxys.

tot een belang van 15%, terwijl anderen er volledig uit wilden stappen. De voorstanders van het behoud van een participatie in Distrigas wezen op de zeer royale historische dividenden (ruim 31 miljoen euro over 2007) en het belang voor de gasbevoorrading. Tegenstanders vonden dat er nooit meer een kans komt om tegen de huidige voorwaarden te verkopen en waren principieel van oordeel dat gemeenten geen aandeelhouder moeten zijn van commerciële bedrijven. Voorts bleek er ook onvoldoende zicht op wat ENI met Distrigas van plan was. Uiteindelijk hebben de voorstanders van een volledige verkoop het gehaald, ook al omdat de federale noch de gewestoverheden eigenlijk enige interesse lieten blijken in het behoud van een gemeentelijk aandeel in Distrigas. Publigas doet de aandelen van de hand tegen 6809,64 euro. Dat betekent dat de holding begin april 1495,4 miljoen euro ontvangt. Een deel van dat geld zal zeker gebruikt worden voor de financiering van de verdere opstap in het kapitaal van Fluxys. Die participatie van Publigas bedraagt vandaag 45,22% en moet al in mei stijgen naar meer dan 50%, ten nadele van GDF Suez. Over de besteding van de rest van de middelen zou pas later dit jaar een beslissing vallen. Nog dit: Publigas is vandaag voor een kleine 55% in handen van de Vlaamse gemeenten. Jan Leroy

Tot 30 april: Prijs voor het vrijwilligerswerk Met de Prijs voor het vrijwilligerswerk willen de Vlaamse Gemeenschap en de Verenigde Verenigingen het vrijwilligerswerk in verenigingen en projecten extra promoten. De jury nomineert tien verenigingen of projecten in Brussel en Vlaanderen die tonen hoeveel kracht er van vrijwilligers uitgaat. Je kunt je eigen vereniging(en) of project(en) of dat van een ander kandidaat stellen. De geselecteerden slaan een levensgrote canvas van de vrijwilligers van hun vereniging aan de haak. De winnaar ontvangt een kunstwerk en de titel van laureaat van de Prijs voor het Vrijwilligerswerk 2009. ÎÎ www.prijsvrijwilligerswerk.be

6 LOKAAL 1 april 2009


PRINT & WEB

65+

Natuur in jouw gemeente: brochure over biodiversiteit

De grijze druk is het aantal inwoners van vijfenzestig jaar en ouder tegenover het aantal inwoners op beroepsactieve leeftijd. Voor Vlaanderen bedraagt de grijze druk 42,8 wat wil zeggen dat er

Tandem, het verenigingensteunpunt voor duurzaam lokaal milieubeleid, heeft een nieuwe brochure uit: Natuur in jouw gemeente – handen uit de mouwen voor groene tuinen, straten en buurten. De brochure wil ideeÍn aanreiken aan gemeenten en lokale (milieu)verenigingen om werk te maken van biodiversiteit. De brochure geeft een overzicht van bestaande biodiversiteitacties gaande van 1-2-3-tuinen tot behaagacties, van soortbeschermingsplannen tot cursussen. Bovendien bevat ze heel wat concrete acties die men kan toepassen in het kader van de milieusamenwerkingsovereenkomst. De brochure kan gratis worden gedownload via www.tandemweb.be. Een papieren versie kan worden opgevraagd bij het Tandemsecretariaat.

42,8 vijfenzestigplussers zijn per 100 mensen op beroepsactieve leeftijd. Merksplas (28,1) en Opglabbeek (29,1) zijn de gemeenten met de laagste grijze druk. Bij de provincies is de grijze druk het laagst in Limburg (37,3). Veruit de hoogste grijze druk zien we in West-Vlaanderen (49,0). En bij de gemeenten halen vooral de kustgemeenten erg hoge aandelen, met de grijze druk in Koksijde van 74,6 als absoluut maximum. Bekijk de toestand in uw eigen gemeente op www.lokalestatistieken.be.

Prijs Publieke Ruimte voor Zulte en Gent

www.tandemweb.be, info@tandemweb.be

LAYLA AERTS

Op 11 en 12 maart organiseerde Steunpunt Straten de Dag van de Openbare Ruimte. De ruim 2500 bezoekers kenden de Prijs van de Publieke Ruimte 2009 toe aan Zulte en Gent. Zulte haalde het van vier andere genomineerden in de categorie uitgevoerde projecten. Gent won in de categorie geplande projecten. Zulte kreeg de prijs voor de herinrichting van Machelen Dorp. In het dorp van Roger Raveel en van het Roger Raveelmuseum werd een subtiel evenwicht gevonden tussen het behoud van het typische karakter en de leefbaarheid van het centrum, en de toeristische behoeften zoals bereikbaarheid en parkeergelegenheid. Ook het Leieplein werd heraangelegd, als een terras aan het water. Gent won de prijs voor het KOBRA-project. De stad zet de vernieuwing van haar centrum voort met de heraanleg van de Korenmarkt, het Emile Braunplein en de Belfortstraat. Nog dit jaar beginnen de werken aan de Korenmarkt. In een tweede fase komt het Emile Braunplein aan de

beurt. Daar zal onder meer een polyvalente stadshal worden opgetrokken. Een halfondergronds grand cafĂŠ zal uitgeven op een stadsparkje. In de laatste fase, vanaf 2012, wordt de Belfortstraat aangepakt. Bart Van Moerkerke ĂŽĂŽAlle projecten zijn beschreven in het praktijkboek Publieke Ruimte 2009, bestellingen via www.steunpuntstraten.be, 45 euro

Tot 15 mei Prijs verkeersveiligheid Fonds Dominique De Graeve Het Fonds Dominique De Graeve wil sensibiliserende initiatieven of vormingsprojecten ondersteunen van lokale partnerschappen tussen verenigingen en scholen die zich inzetten voor verkeersveiligheid voor kinderen. De geldprijs bedraagt 5000 euro en wordt uitgereikt aan een project dat tijdens het schooljaar 2008-2009 uitgevoerd wordt of is. Gemeenten, kleuter- en lagere scholen, ouderverenigingen van de verschillende netten en jeugdgroeperingen kunnen tot 15 mei een project indienen bij de Koning Boudewijnstichting. ĂŽĂŽwww.kbs-frb.be

In-team: vervolmaak uw vrijwilligersrelatie Dagelijks maken duizenden organisaties de keuze om met vrijwilligers te werken. Al deze vrijwilligersorganisaties hebben een eigen manier van werken. Wat in de ene organisatie als een succesformule aanslaat, werkt in de andere misschien niet. Het boek In-team houdt rekening met al die verschillen en geeft de nodige aanwijzingen voor een geslaagd vrijwilligersbeleid. In tien stappen belichten de auteurs hoe organisaties hun vrijwilligersbeleid nog beter kunnen aanpakken, rekening houdend met hun eigenheid. Het boek biedt tips, doordenkers en waarschuwingen voor valkuilen. De publicatie is het resultaat van een samenwerking tussen SoCiuS, Steunpunt Algemeen Welzijnswerk, LOCUS, Steunpunt Vrijwilligerswerk Limburg en Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk vzw. E. Hambach (red.), In-team: vervolmaak uw vrijwilligerswerk in tien stappen, uitgeverij Politeia, Brussel, 23,5 euro

1 april 2009 LOKAAL 7


KORT LOKAAL NIEUWS

Jumelages: 90 jaar Pools-Belgische samenwerking In 1919 werd Polen na een onderbreking van meer dan honderd jaar opnieuw een onafhankelijk land. België was een van de eerste landen om het herboren Polen te erkennen en diplomatieke betrekkingen aan te knopen. Dit wilde de Belgische ambassadeur in Polen Jan Luykx vieren. Zeven Vlaamse gemeenten gingen in op zijn uitnodiging om hun samenwerking met een Poolse gemeente voor te stellen.

D

e Belgische ambassadeur in Polen nodigde alle burgemeesters van de Belgisch-Poolse jumelages uit voor een conferentie op 5 maart in Warschau. Van de 22 gekende jumelages ging ongeveer de helft in op deze uitnodiging. Voor Vlaanderen waren de gemeenten Olen, Puurs, Stekene, Hamme, Malle, Tielt en Ruiselede aanwezig met de burgemeester of schepenen, de gemeentesecretaris of devoorzitter van het jumelagecomité. In Tielt kent de jumelage oude wortels: een Poolse divisie bevrijdde de stad en een Tieltse ondernemer legde zoveel jaren geleden de eerste contacten. Ondertussen is Szamotuly een van de vier officiële zustersteden, worden jongeren- en schooluitwisselingen georganiseerd en staat de Europazolder symbool voor de Europese aandacht in de stad. De samenwerking tussen Olen en Bialogard is van recentere datum en zet vooral in op sport, cultuur en jeugd. Bijzonder is dat Olen op vraag van de ambassade in 2006 een Poolse studente Nederlands opving voor een maand stage. Het was een succes waarbij de studente meewerkte aan teksten voor de website en werd ingezet bij een van de activiteiten van de jongerenuitwisseling. De afdeling Neerlandistiek van de universiteit van Warschau wil trouwens graag meer dergelijke stages. Een kersverse jumelage is die tussen Hamme en Opole Lubelskie. Er is een bezoek en tegenbezoek achter de rug, de officiële akte voor de jumelage is ondertekend en er worden plannen gesmeed voor culturele en sportieve uitwisselingen,

naast samenwerking op economisch vlak. Dat Opole Lubelskie zichzelf voorstelde met muziek van dEUS en Tom Barman was niemand ontgaan. In Malle werd de Poolse gemeente Zakrzowek verwelkomd in de bestaande verbroederingen met een Franse, Duitse en Britse gemeente. Ondertussen heeft Malle een bijzonder project op gang getrokken onder de naam ‘Golden Bridge’. Muziek, cultuur, milieu en erfgoed maken dit en volgend jaar de symbolische Europese ‘brug’ tussen de betrokken gemeenten en hun inwoners. Het comité ‘Puurs helpt Poolse vrienden

bood de eerste gelegenheid voor een persoonlijke ontmoeting tussen beide burgemeesters die de ervaringen van de andere gemeenten erg inspirerend vonden. Bij de vijf Waalse gemeenten die aanwezig waren, viel de samenwerking tussen Durbuy en Kobylnica op. Tijdens het EUvoorzitterschap van Zweden in 2001 werd bijzondere aandacht besteed aan de jumelages. Zo nam de Zweedse zusterstad van Durbuy het initiatief om met de Baltische en Poolse zustersteden een samenwerkingsakkoord te ondertekenen en kreeg Durbuy er een Poolse partner bij. De vertegenwoordiger van de Vlaamse regering Koen Haverbeke benadrukte het belang van de samenwerking met Polen en het grote potentieel aan samenwerking dat nog voorhanden is. Hierbij wees hij op het Vlaamse programma

Burgemeester Harry Hendrickx: ‘Wij moeten komen tot verbroederen in een modern en nieuw Europa waarbij achter alle innovatie en technologie de mens in zijn eigen wereld ontdekt en gerespecteerd wordt.’ – Hart voor Polen’ lag aan de grondslag van de samenwerking tussen Debica en Puurs. Het partnerschap richt zich vooral op sociale en culturele activiteiten en op de tweejaarlijkse jeugduitwisselingen, maar ook de brandweer wisselt kennis en ervaringen uit. Daarnaast is er aandacht voor het bedrijfsleven en vond er al eerder een economisch forum plaats. Bij Ruiselede en Krasnik gaat het vooral om samenwerking op cultureel, sociaal en toeristisch gebied, met een driejaarlijkse cyclus van jongerenuitwisseling. De gemeente Stekene staat nog helemaal aan het begin van de samenwerking met Nasielsk. De conferentie in Warschau

voor Oost- en Centraal Europa en op de Europese programma’s in het kader van de Structuurfondsen. Het initiatief van de ambassadeur werd door de Poolse en Belgische gemeenten gewaardeerd. Het is een erkenning van de inspanningen van lokale besturen voor de Europese integratie. Zoals burgemeester Harry Hendrickx van Malle het verwoordde: ‘Vanuit de naoorlogse gedachte “Dat nooit meer” moeten wij komen tot verbroederen in een modern en nieuw Europa waarbij achter alle innovatie en technologie de mens in zijn eigen wereld ontdekt en gerespecteerd wordt.’ Betty De Wachter

Tot 29 mei prijs en bevraging ‘Sociaal Huis’ De Vlaamse administratie organiseert een bevraging over sociale huizen. De Vlaamse overheid zal ook een prijs uitreiken voor ‘frisse en opmerkelijke initiatieven in het kader van samenwerking binnen een Sociaal Huis’. De VVSG verkiest dit initiatief boven een kwaliteitslabel. ÎÎOp wvg.vlaanderen.be/lokaalsociaalbeleid vindt u een webformulier dat u moet invullen en voor 29 mei 2009 terugmailen naar lokaalsociaalbeleid@vlaanderen.be. Informatie bij: caroline.beyers@wvg.vlaanderen.be, T 02-553 31 34.

8 LOKAAL 1 april 2009


PRINT & WEB

Tim Focquaert wordt gemeente- en OCMW-ontvanger in Spiere-Helkijn.

Stoelendans

Eerder was hij adjunct van de directeur bij het agentschap Binnenlands Bestuur. Focquaert vervangt in Spierle-Helkijn Steven Cuvelier, die ontvanger wordt in het OCMW van Kuurne en diezelfde functie blijft vervullen in het OCMW van Anzegem. Extra nieuwtjes over alle Belgische besturen? Abonneer u op Overheidscontact op www.overheidsdatabank.be

Samenwerken voor territoriale cohesie PRAAG – ‘Alle gebieden rondom bergketens of zeeĂŤn moeten intenser samenwerken. Ook als gebieden niet aan elkaar grenzen moet samenwerking mogelijk zijn. Er is vooral meer en een betere coĂśrdinatie en opvolging nodig.’ Dat is volgens Eurocommissaris Danuta Hubner de teneur van de grootschalige bevraging over het Groenboek Territoriale Cohesie.

B

egin maart hield het ComitĂŠ van de Regio’s en Steden zijn eerste grote Europese top. Naast de aanpak van de crisis kwam territoriale cohesie aan bod. Eurocommissaris Danuta Hubner stelde de eerste bevindingen voor van de grootschalige rondvraag over het Groenboek Territoriale Cohesie. Het debat over territoriale cohesie begon al in het begin van de jaren negentig, leidde vorig jaar tot de goedkeuring van de Territoriale Agenda met het bijbehorende actieplan door de lidstaten. Van oktober 2008 tot en met februari 2009 werd er een grootschalige raadpleging over gehouden. De VVSG heeft hierop gereageerd net zoals regionale en plaatselijke overheden, verenigingen, ngo’s, maatschappelijke en andere organisaties. ‘Je eigen regio doet er echt toe,’ zegt Danuta Hubner. ‘Voor territoriale cohesie moet er vooral territoriale samenwerking mogelijk zijn en een interregionale samenwerking, ook de regio’s in hetzelfde

land moeten meer de kans krijgen samen te werken. We moeten meer investeren in gebieden die achterop hinken, vooral op het platteland.’ Ze stelt ook vast dat vooral lokale overheden flexibiliteit vragen: ‘Europese programma’s moeten voor territoriale cohesie evengoed gericht zijn op individuele stadswijken als op gebieden die de stad overstijgen. Territoriale cohesie overschrijdt ook de grenzen van landen. Er is een duidelijke vraag om gezamenlijk bergketens en zeeĂŤn te beheren. Anderzijds hoef je geen buren te zijn om goed samen te werken, ook met regio’s die verder weg liggen kan een goede ideeĂŤnuitwisseling vruchten af werpen. Ook experimenten en netwerken van vrijwilligers kunnen een belangrijk elan geven.’ De studie bevat volgens Hubner veel en rijk materiaal. De analyse van al dat materiaal komt er eind april, de publicatie ervan is gepland voor juni. Marlies van Bouwel

Tot 31 mei Belgische Prijs voor Veiligheid en Criminaliteitspreventie De directie Lokale Integrale Veiligheid van de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken organiseert haar zestiende Belgische Prijs voor Veiligheid en Criminaliteitspreventie. De prijzenpot bedraagt 5000 euro. Inschrijven kan tot 31 mei. ĂŽĂŽwww.besafe.be, knop ‘Belgische Prijs 2009’

Infogids voor hulpverleners en begeleiders van mensen zonder wettig verblijf Het Vlaams Minderhedencentrum (VMC) ontwikkelde een infogids voor hulpverleners en begeleiders om mensen zonder wettig verblijf te informeren over hun rechten en plichten, ze efficiĂŤnt door te verwijzen en met hen na te denken over een zinvol toekomstperspectief. De infogids bestaat uit twaalf themafiches (o.a. gezondheidszorg, onderwijs, werk, huisvesting, juridische bijstand). Per thema biedt de gids een begrijpbaar juridisch kader en objectieve en betrouwbare informatie. Omdat de vreemdelingenwetgeving voortdurend wordt aangepast, verwijst elke fiche naar websites met de meest actuele informatie. De infogids is digitaal beschikbaar via www.vmc.be

Puzzel aan je toekomst: werk en opleiding in de social profit Er is heel wat vraag naar nieuwe talenten voor de social profit. Bovendien heb je een uitgebreide keuze als je wil kiezen voor een beroep waar het helpen van anderen centraal staat. Hoe daaruit een weloverwogen keuze maken? Om studenten en werkzoekenden te informeren over de ruime keuzemogelijkheden in de social profit heeft VIVO meer dan vijftig specifieke socialprofitberoepen gebundeld in een handige fichemap. Voor elk beroep krijg je een overzicht van de functie, de persoonlijke vaardigheden die je hiervoor nodig hebt en waar je een gepaste opleiding kunt volgen. De infomap is te bestellen via info@vivosocialprofit.be en kost 12,5 euro. Socialprofitorganisaties kunnen ĂŠĂŠn exemplaar gratis krijgen. De fiches zijn ook te raadplegen op www.vivosocialprofit.org

1 april 2009 LOKAAL 9


PERSPIRAAT

KORT LOKAAL NIEUWS

“ Als wij als gemeente ons onder-

wijs zelf mochten organiseren, zouden we niet met kampeerders voor de schoolpoorten zitten. Maar ik krijg die gedachte niet verkocht aan hogerhand, want zij komen zo graag overal lintjes knippen, nietwaar. Louis Tobback (SP.A), de burgemeester van Leuven – De Standaard Online 3/3

“ Bijna 80 miljoen studie- en ont-

werpkosten en een voorbereidend parcours van bijna tien jaar resulteerden in een bouwproject dat bij een eerste ernstige onafhankelijke expertise een minder gunstig rapport krijgt dan het model van Straten-Generaal. Manu Claeys van Straten-Generaal over de resultaten van de Oosterweel-studie – De Standaard Online 5/3

“ We moeten mensen die al een hele tijd in het milieu van leeflonen en andere uitkeringen kamperen gewoon weer aan het werk zetten, punt. Frank Bruggeman, voorzitter van het OCMW van Zelzate, dat zijn werkbekwame leefloners verplichtte om een jobbeurs van de Gentse Zeehaven te bezoeken – Het Laatste Nieuws 5/3

“ De tijd dat mensen zomaar ontzag hadden voor iemand in uniform is voorbij. Het is aan de agenten om daarmee op een correcte, rustige manier om te gaan. Veel jonge inspecteurs kunnen dat niet. En zij die de jonge agenten zouden moeten bijsturen, komen amper nog op straat. Frank Schuermans, lid en woordvoerder van het Comité P – Het Nieuwsblad 5/3

“ Oosterweel is een schoolvoor-

beeld van een project dat de regering in tijden van economische teruggang onmiddellijk moet starten. Het zorgt onmiddellijk voor duizenden arbeidsplaatsen. Staat daar dan niemand bij stil? Roland Duchâtelet, voorzitter Vivant, Open VLD-senator en schepen te Sint-Truiden – De Morgen 11/3

“ De economische crisis is goed. Het zal de zotte projecten in design en architectuur doen stoppen.”

Antonio Citterio, Italiaans architect – Weekend Knack 11/3 10 LOKAAL 1 april 2009

De staatshervorming eenvoudig uitgelegd Toemeka, de beweging voor een verstaanbare samenleving, heeft voor de verkiezingen van 7 juni een pakket ‘Kies-Keurig 2009’ samengesteld om het brede publiek dichter bij de politiek te betrekken.

D

it jaar heeft Toemeka een krant samengesteld vol verstaanbare basis- en achtergrondinformatie over de staatshervorming. Carl Devos legt de moeilijke politieke situatie na de verkiezingen van 2007 uit. Bert Anciaux geeft zijn ideeën over de Vlamingen in Brussel. Alle Vlaamse partijvoorzitters komen aan het woord over vier belangrijke uitdagingen voor de samenleving: werk

en economie, zorg en sociale zekerheid, misdaad en justitie en belastingen. En hoe denken Vlaamse en Franstalige partijen over de toekomst van België en Brussel? Daarnaast heeft Toemeka ‘kieswijzers’ gemaakt, een educatief pakket met een dvd waarop Frieda Van Wijck je laat kennismaken met die vier thema’s, Siegfried Bracke de staatshervorming in tien vragen uitlegt en Ben Crabbé

vanuit de Blokkenstudio ‘Kwis-Keurig’ presenteert. Daarnaast zijn er steekkaarten van de partijen, een kwartetspel en kaarten van de gemeenschappen en gewesten op cd-rom. Begeleiders kunnen opgeleid worden door Toemeka en omgekeerd begeleiden medewerkers van Toemeka ook vormingssessies met stemcomputers en al het nodige educatieve materiaal. Marlies van Bouwel ÎÎwww.toemeka.be, infor@toemeka.be, T 016-40 69 61

Alle kennis over Vlaamse steden

D

e nieuwe website van het Kenniscentrum Vlaamse Steden is sinds 1 maart beschikbaar. Deze website is een onmisbaar informatie- en kennisportaal voor iedereen die met stedelijkheid en stedenbeleid bezig is. U vindt er niet enkel alle informatie terug van de activiteiten van het Kenniscentrum, maar bovendien ook een schat aan achtergrondinformatie en -kennis. U kunt er ook inschrijven op de maandelijkse nieuwsbrief. Kris Snijkers ÎÎwww.kenniscentrumvlaamsesteden.be

Projectoproep Sport-buiten-gewoon Met het project Sport-buiten-gewoon wil Vlaams minister van Sport Bert Anciaux de leerlingen van het beroeps- en buitengewoon onderwijs stimuleren om sportactiviteiten te organiseren. Elk goedgekeurd project kan rekenen op een maximale subsidie van 5000 euro. Het totale budget bedraagt ruim 540.000 euro. Scholen die nog geen project indienden bij de eerste projectoproep kunnen dat nog doen voor het derde trimester van dit schooljaar en/of voor het eerste trimester van het volgende. Scholen die dit schooljaar al een project hebben, kunnen een nieuw project indienen voor het eerste trimester van het volgende schooljaar. Voor meer informatie en de aanvraagprocedure kunt u terecht bij Bloso, afdeling Sportpromotie. ÎÎMeer informatie bij katty.fremau@bloso.be


PIETER BOS column

Commissaris Bos U bent het vast vergeten, maar een tijdje geleden hadden Dexia en Ethias enkele spaarvarkentjes te wassen. De media hadden het over onbezonnen beslissingen van de beheerraad en de algemene vergadering. Hier en daar riep een krant afgevaardigden van de gemeenten ter verantwoording. Nu gaan we het krijgen, dacht ik, eindelijk! Maar we kregen niks. Want daarna was er Fortis en zijn zoektocht naar wat eigenlijk zijn fort is. En toen de KBC, die een nieuwe invulling gaf aan het begrip ‘bank van hier’. En daarna Opel, dat voor het eerst sinds lang weer records maakt. En daartussendoor Mister Crash, Yves voor de vrienden, die de machten van dit land al even moeilijk van elkaar kan onderscheiden als de Marseillaise van de Brabançonne. Nochtans had het geen kwaad gekund, een debat over de manier waarop pakweg de intercommunales worden bestuurd. Bij het begin van dit millennium besteedde het Vlaamse Parlement er nog een heel decreet lang aandacht aan. Dat moest ervoor zorgen dat het beleid van de intercommunales voortaan op de gemeenteraden zou worden besproken en transparant zou worden. In werkelijkheid kregen we het tegenovergestelde: meer zielloze proformastemmingen over agenda’s en afgevaardigden, minder inhoudelijke debatten. Het raadslid dat op zo’n moment nog een vraag durft stellen, krijgt in het beste geval het verwijt de boel nodeloos te vertragen. In het slechtste geval wordt het ter plekke opgeknoopt. Eigenlijk is het niet meer dan terecht dat er in de gemeenteraden weinig vragen worden gesteld. Antwoorden komen er maar zelden. In kleinere gemeenten verloopt zo’n debat ongeveer als volgt. Raadslid (van de oppositie): ‘Welk standpunt zal onze afgevaardigde innemen in de algemene vergadering?’ Voorzitter: ‘We hebben nog geen afgevaardigde. Die gaan we zo dadelijk aanstellen.’ Raadslid (na de aanstelling): ‘En, welk standpunt zult u innemen?’ Afgevaardigde (van de meerderheid): ‘Hoe wilt u nu dat ik daarop antwoord? Ik weet nog maar net dat ik naar de vergadering mag gaan. Geeft u me minstens de tijd mij grondig voor te bereiden.’ Alleen jammer dat de meeste afgevaardigden er nooit toe

komen zich voor te bereiden. Of het anders in ieder geval goed weten te verbergen. Er is geen publiek aanwezig op dit soort samenscholingen, laat staan schroom om wie het toch wil laten merken af te blaffen: ‘Tijd genoeg zeker? Gaat dat hier nog lang duren?’ De beheerders, doorgaans iets beschaafder en wellicht daarom beheerders, tonen zich lichtjes gekwetst over het door het geachte lid betoonde wantrouwen. Subtiel laten ze doorschemeren te betwijfelen of betrokkene wel spreekt namens z’n gemeenteraad. Neen natuurlijk, want er is geen debat geweest. Einde tussenkomst dus. De vergadering herademt, de voorzitter herneemt: ‘Volgend agendapunt! Zo dadelijk is het middag, dames en heren, en we hebben allemaal nog veel werk. Bovendien is er een fijne receptie gepland (waarop men graag op individuele vragen zal ingaan) en als beloning voor uw komst hebben wij ook nog een kleine attentie in de vorm van een schrijvende sleutelhanger die het uur in uw gemeente én in Brussel aangeeft.’ Inwendig applaus op alle banken. Zo verwordt menige nutsmaatschappij tot een nietsnutmaatschappij. Zo worden uiteindelijk beslissingen genomen waarvan niemand zich iets kan herinneren. Hoe naïef kan een mens zijn! Als kakelvers commissaris van een intercommunale trok ik met frisse moed naar mijn eerste vergadering. En met een goed gevulde boterhammendoos. De uitnodiging had laten verstaan dat het wel eens een stuk na de noen kon worden. Aangezien ik de enige was die vragen had bij de ontwerpbesluiten, en aangezien men de pret wel mag bederven maar ook weer niet te lang, kondigde de voorzitter al snel aan verheugd te zijn ons te mogen inviteren voor een bescheiden maal. Zelfs hierbij hadden mijn collega-commissarissen geen vragen. Iedereen vond de weg op eigen paardenkracht. Iedereen, behalve ik. Gelukkig was de voorzitter zo vriendelijk mijn fiets in zijn zilvergrijze monovolume te laden naar de bescheiden eettent. Er volgden veel varia op het menu en een stemming zoals we die zelden mogen smaken in onze gemeenteraden. Gelieve er verder dan ook geen vragen meer over te stellen. I

1 april 2009 LOKAAL 11


12 LOKAAL 1 april 2009

STEFAN DEWICKERE

Ria Janvier: ‘De kostprijs van een ambtenaar wordt als het ware over zijn hele leven, ook na de pensionering, uitgesmeerd.’


ORGANISATIE INterview RIA JANVIER

‘ Ambtenaren zijn er voor de overheid, de overheid is er ook voor hen.’ De pensioenen van de werknemers van lokale overheden staan onder druk. Er bestaat een grote discriminatie tussen de pensioenen van de vastbenoemde ambtenaren en van de overheidscontractanten. Maar er is ook geen geld meer om al die pensioenen uit te betalen. Marlies van Bouwel

E

ind dit jaar zullen de reserves van de RSZPPO (Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Plaatselijke en Provinciale Overheden) bijna volledig opgebruikt zijn. Tegen 2025 is er 800 miljoen euro extra nodig om de pensioenlast van de lokale ambtenaren op te vangen. Bij ongewijzigd beleid en een constante statutaire tewerkstelling op het niveau van vandaag stijgen de noodzakelijke bijdragepercentages in de loop van de volgende achttien jaar tot 69 procent in pool 1 en tot 93 procent in pool 2. Lokaal praat met professor Ria Janvier over de oorzaken en gevolgen. Waarom is het systeem voor de ambtenarenpensioenen anders dan bij andere werknemers? ‘De overheid is als werkgever als het ware verantwoordelijk voor haar ambtenaren. Dat was verdedigbaar toen de publieke sector nog beperkt in omvang was. Een ambtenaar staat in voor het algemene belang en in ruil daarvoor draagt de overheid als werkgever het sociale risico. Als een ambtenaar ziek wordt, betaalt de overheid het salaris door. Hetzelfde geldt voor het pensioen dat je kunt beschouwen als een uitgesteld loon. Omdat ambtenaren tijdens hun actieve loopbaan minder verdienen dan werknemers in de marktsector, kun je ze zeker tijdens hun pensioen niet tot de bedelstaf veroordelen maar moeten ze verder waardig kunnen leven. De kostprijs van de tewerkstelling van een ambtenaar beperkt zich niet tot zijn actieve loopbaan, zijn loon wordt als het ware over zijn hele leven, ook na de pensionering, uitgesmeerd. Onmiddellijk past een zekere nuancering, want studies over de marktconformiteit van de lonen in de publieke sector wijzen uit dat vooral de lonen op het C-niveau best de concurrentie met de particuliere sector aankunnen. Ambtenaren betalen in principe enkel een persoonlijke bijdrage voor het overlevingspensioen voor het geval dat de (eventueel ex-)echtgenoot/echtgenote langer leeft dan de ambtenaar. Het eigen pensioen moet voldoende hoog zijn zodat mensen geen medelijden hoeven te hebben met ambtenaren op pensioen.’ Dat is een groot verschil met de privésector! ‘Ja, het is gegroeid vanuit het idee dat ambtenaar worden een roeping is en dat een ambtenaar het algemene belang dient, en dus 24 uur per dag beschikbaar moet zijn, niet mag staken en ga

zo maar door. De ambtenaar staat ten dienste van de overheid en in ruil draagt de overheid zorg voor de ambtenaar. Er zijn nog altijd mensen van overtuigd dat dit statuut zo moet blijven. In elk geval gaat het psychologisch om een andere soort van verbintenis, een andere relatie die ook werkzekerheid garandeert. De overheid kan niet failliet gaan, ze blijft altijd bestaan en engagementen blijven doorlopen. Een verplichte verzekering tegen de sociale risico’s – zoals in het raam van de sociale zekerheid voor de werknemers – was dus niet nodig. De overheid kan perfect eigen verzekeraar zijn.’ ‘Overheidscontractanten daarentegen konden en zouden niet worden belast met dezelfde opdrachten als de ambtenaren, het waren dus geen kernwerknemers van de overheid. Bovendien ging het om in de tijd beperkte arbeid en dan is het wel logisch om deze categorie personeelsleden aan te sluiten bij de gewone sociale zekerheid. Dat dit plaatje al lang niet meer klopt, hoeft geen betoog. En tja, roepingen zijn er tegenwoordig ook al zo weinig, en loonstudies ontkrachten tot op zekere hoogte de theorie van het pensioen als uitgesteld loon. Met die veranderende omstandigheden is echter niets gebeurd en ambtenaren worden dus nog altijd anders behandeld dan de werknemers uit de particuliere sector. Het valt niet te ontkennen dat het pensioen een belangrijke arbeidsvoorwaarde is. Zo blijkt ook uit onderzoek: werkzekerheid en het voordelige ambtenarenpensioen staan het hoogst op het verlanglijstje van de ambtenaren die voor de overheid als werkgever hebben gekozen. Een en ander betekent ook dat je niet met terugwerkende kracht kunt sleutelen aan de pensioenregeling. Dat is in de marktsector niet anders: als je voor de textielsector kiest, weet je dat je minder zult verdienen dan in de scheikundige industrie. Je kent vooraf de voor- en nadelen. Werknemers uit de privésector hoeven dus niet jaloers te zijn op het ambtenarenpensioen. Je kiest voor het hele pakket.’ Bij dezelfde overheid werken ook contractanten onder heel andere voorwaarden. Is dat niet discriminerend? ‘Op zich lijkt me dit geen discriminatie voor zover de overheidscontractanten echt tijdelijke personeelsleden zouden zijn. Maar eigenlijk is dat theorie, de praktijk spreekt die regelrecht tegen. Veel overheidscontractanten zijn er zich niet van bewust, maar 1 april 2009 LOKAAL 13


ORGANISATIE INterview RIA JANVIER

STEFAN DEWICKERE

Waarom is de toestand vooral op het lokale niveau zo schrijnend en hun pensioen valt een pak lager uit. Dit wordt niet gecompenseerd niet op de andere overheidsechelons? tijdens hun tewerkstelling, want bij de beloning van ambtenaren en contractanten vinden dezelfde weddenschalen uitwerking. ‘Een goed deel van de ambtenarenpensioenen komt uit de “OpenIntegendeel zelfs, contractueel tewerkgestelde personeelsleden bare Schatkist”. Ambtenaren van de federale overheidsdiensten, betalen alvast twee procent werknemersbijdragen meer en houmaar ook van de gemeenschaps- en gewestministeries genieten den in gelijke omstandigheden dus een lager belastbaar inkoeen pensioen voor rekening van de federale begroting. Dat heeft men over. De overheidscontractanten mogen dus te maken met het feit dat pensioenen nog steeds wel nijdig kijken naar de ambtenarenpensioenen. federale materie zijn en daardoor het prijskaartje Door ongelijken gelijk te behandelen, creëer je onook. Anders is het voor de openbare instellingen, gelijkheid, dat is een doordenkertje, niet?’ zowel federaal als op het niveau van de gemeen‘Het is te hopen dat met het invoeren van een tweeschappen en gewesten. De meeste ervan maken de pensioenpijler voor de overheidscontractanten deel uit van de zogenaamde pool van de parastadie pensioenkloof wat kan worden gedicht. Het talen die om en bij de 120 instellingen groepeert. merkwaardige is dan wel dat als zulk een aanvulHet systeem is hetzelfde: via een bijdrage op de lend pensioensysteem wordt opgezet, de overheid wedden van de actieve ambtenaren worden de haar contractuele personeelsleden niet mag bepensioenen van de voormalige ambtenaren van voordelen tegenover de ambtenaren. Een voordie instellingen gefinancierd. Het financieringsbeeldje: een uitbetaling van een kapitaal in plaats probleem is daar echter wat minder groot omdat van een rente kan soms voordelig zijn, of ook als er niet zo’n grote scheeftrekking bestaat tussen de je vrij een begunstigde zou kunnen aanwijzen in vastbenoemde ambtenaren en de contractanten.’ geval van overlijden, eventueel de samenwonende ‘Toegegeven, alles is relatief: een pensioenbijdrage partner. Wel, omdat dit niet kan in het raam van de van 200 procent op de statutaire loonmassa van de ‘Het solidaire wettelijke pensioenwetgeving van de ambtenaren, enige twee resterende ambtenaren kost het indivimag dat ook niet bij het opzetten van een aanvulduele bestuur in absolute termen natuurlijk niet zo systeem komt onder druk lende pensioenregeling voor de contractanten.’ heel veel. Maar deze redenering gaat niet volledig op in een solidair systeem. Als het ene bestuur wel te staan als de deelnemers Waarom staat de financiering van de bewust kiest voor het aanwerven van ambtenaren ambtenarenpensioenen onder druk? en een ander bestuur uit pool 1 of 2 opteert voor – om welke reden ook – ‘Daarvoor zijn er verschillende elementen. Allerde afbouw van de statutaire tewerkstelling, dan eerst zijn er meer gepensioneerden die bovendien is voor het eerste bestuur de bijdragedruk wel (te) vals beginnen te spelen.’ langer leven, de zogenaamde dubbele vergrijzing. groot.’ Dat is een demografisch gegeven. Daarnaast zijn er ook een resem problemen met de organisatie van het pensiDat er een tekort dreigt voor de pensioenen van de lokale ambtenaren oenstelsel van de lokale ambtenaren. Een aantal besturen betaalt is dus te wijten aan de lokale besturen zelf? de pensioenen van hun gewezen ambtenaren in eigen beheer ‘Dat zou ik niet te durven beweren. Net zomin als de ziekenhuiof via een zogenaamde voorzorgsinstelling. Dat is een een-opzen wetens en willens fusioneren omwille van de pensioenlast, een-situatie, een niet-solidair systeem. Deze besturen zitten in zullen de pensioenlasten niet de enige en misschien zelfs niet pool 3 en 4 en hebben meestal de nodige reserves aangelegd. de doorslaggevende reden zijn om de voorkeur te geven aan de Het probleem zit vooral bij pool 1 en zeker bij pool 2, wat wel aanwerving van contractanten in plaats van ambtenaren. Wat gesolidariseerde systemen zijn. Die solidariteit komt namelijk niet opgaat, is de Alkentruc: die komt erop neer dat contractanonder druk te staan als de deelnemers – om welke reden ook – ten enkele jaren voor het einde van hun carrière nog gauw tot ‘vals’ beginnen te spelen. Door de fusies van de ziekenhuizen ambtenaar worden benoemd zodat ze een pensioen kregen op bijvoorbeeld zal het ras van de ambtenaren langzaam maar zeker basis van hun hele loopbaan bij het lokale bestuur, inclusief de uitsterven, lees zullen de gefusioneerde ziekenhuizen jaar na tijdelijke diensten, zoals men dat noemt. Nu, ook hier weer past jaar steeds minder bijdragen betalen, want tot hiertoe zijn die een zekere nuancering. Je kunt immers als bestuur niet zomaar bijdragen enkel verschuldigd op het loon van de vastbenoemden. mijnheer Janssens of mevrouw Peeters die toevallig contractant De pensioenlast daarentegen van de vroegere ambtenaren van is in het bestuur en net 55 jaar is geworden, als ambtenaar benoezulk een OCMW-ziekenhuis zal nog jarenlang doorlopen en dan men. Of ben ik nu echt naïef als ik toch geloof in het principe van zijn het de andere spelers die de ziekenhuisfactuur gepresenteerd de gelijke toegang tot de openbare dienst, de objectieve werving, krijgen. Er zijn ook nog de naweeën van de gemeentefusies medio om het verbod van leeftijdsdiscriminatie dan nog buiten beschoude jaren 1970, waar de kostprijs van het pensioen van de gewezen wing te laten. Als de principebeslissing van Alken ertoe bijdraagt ambtenaren die bij een fusiegemeente hebben gewerkt, niet voor dat er werk wordt gemaakt van een aanvullende pensioenregeling rekening komt van het hoofdbestuur, maar door de participanten tot voordeel van de contractanten, dan is dat wel een goede zaak, aan pool 1 of 2 moet worden opgehoest. En vergeet ook de polimaar nu wijken we af van het thema, nietwaar?’ tiehervorming niet: de voor 2001 gepensioneerde politieambtenaren krijgen hun pensioen van hun vroegere bestuur of via de Zou het geen goede zaak zijn als alle besturen zouden toetreden tot de pool 1 of 2 betaald. Nu valt de schade nog mee door een systeem solidaire pool 2? van ristorno’s: de overschotten in pool 5 worden verdeeld, maar ‘Hoe meer schouders de last dragen, hoe lichter die wordt. Dat op termijn zullen de lokale besturen het kind van de rekening is de redenering die al een aantal jaren opgeld maakt om zo veel worden, let op mijn woorden.’ mogelijk besturen naar pool 2 te lokken, met de legitieme bedoe14 LOKAAL 1 april 2009


Dringend nood aan oplossing pensioenfinanciering lokale sector Met ruim 350 aanwezigen op 11 maart 2009 mag de VVSG-studiedag over pensioenen een succes worden genoemd. Meteen werd duidelijk dat veel mensen binnen de gemeenten en OCMW’s zich bewust zijn of worden van wat er op hen afkomt. De Vlaamse lokale besturen zijn bereid

extra middelen op tafel te leggen voor de stijgende bijdragen voor de pensioenen van hun statutaire medewerkers (zie de conclusies van de Exsyspenstudie 2007 op www.pdos.fgov.be) en voor de opbouw van een tweede pensioenpijler voor contractanten. Maar ook de andere overheden moeten hun verantwoordelijkheid opnemen, bijvoorbeeld via een grondige herfinanciering van de lokale besturen (een dringende opdracht voor de nieuwe Vlaamse regering),

ling de statutaire loonmassa voor de bijdrageheffing te vergroten. De instapvoorwaarden zijn momenteel (nog) zeer aanlokkelijk: de pool neemt 7,5 procent meer pensioenlasten uit het verleden over dan wat de besturen aan bijdragen storten. Daardoor slinken echter ook de reserves van de RSZPPO, dus die gunstregeling is op termijn onhoudbaar.’ ‘Je zou je overigens kunnen afvragen waarom dan niet alle besturen massaal toetreden. Wel ja, eens aangesloten bij pool 2, altijd aangesloten, je kunt als bestuur niet meer terug. Bovendien is de toekomstige evolutie van de bijdragevoet goeddeels een onbekende, dat speelt ook mee. En kun je besturen verplichten om solidair te zijn met de slechtste leerlingen van de klas, ik weet het niet...’ Voor de goede orde: waarom is het pensioen van een vastbenoemde ambtenaar zo veel voordeliger dan dat van een contractant? ‘Dat komt vooreerst doordat het ambtenarenpensioen wordt berekend op een niet-begrensde gemiddelde wedde van de laatste vijf jaar, voor een contractant gaat het om het duidelijk afgetopte loon verdiend over de hele loopbaan. Studiejaren tellen onder bepaalde voorwaarden gratis mee in het pensioenstelsel voor de ambtenaren, werknemers moeten die regulariseren dus er persoonlijke bijdragen voor betalen. Gezinslast speelt geen rol voor het ambtenarenpensioen. Bij een volledige loopbaan van 45 jaren (en voor sommige ambtenaren minder jaren) krijgt de ambtenaar 75 procent van de gemiddelde wedde van de laatste vijf jaren. Een contractant met 45 pensioenjaren ontvangt alleen maar 75 procent als hij een echtgenoot zonder beroeps- of vervangingsinkomen te onderhouden heeft, anders zal hij het met 60 procent moeten stellen.’ ‘Maar er zijn ook nog andere indirecte verschillen. Ambtenaren worden meestal aangeworven voor een ambt met volledige prestaties, simpel gezegd: voltijds. Het is notoir dat dezelfde ambtenaar kan kiezen uit een vrij rijkelijk gevulde menu aan verlofmogelijkheden die hem toelaten deeltijds te gaan werken. Welnu, die verloven zullen doorgaans ook meetellen als pensioenjaren, alsof de ambtenaar voltijds heeft gewerkt. Weet dan dat een contractant vaak met een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse prestaties in

door het optrekken van de (te lage) werknemerspensioenen en via een oplossing voor de financiering van de ziekenhuispensioenen (federale overheid). De VVSG engageert zich ertoe om in april 2009 met de vakbonden tot een akkoord te komen over een concreet voorstel voor een tweede pensioenpijler van de contractanten waarbij elke Vlaamse gemeente en OCMW zich kan aansluiten. VVSG-memorandum: www.vvsg.be

dienst wordt genomen en dus maar proportioneel jaren voor zijn pensioen opbouwt, dan begrijp je waar ik het over heb.’ Het perequatiesysteem, dat is nog niet ter sprake gekomen: is dat van het goede te veel? ‘Eerst even dit en dat is nog maar eens een verschilpunt tussen beide pensioenstelsels: de werknemerspensioenen worden weliswaar geïndexeerd, dat is al dat, maar de werknemerspensioenen zijn helemaal niet welvaartvast. Af en toe een kruimel in de vorm van twee procent verhoging toewerpen aan de oudste gepensioneerden is niet voldoende om de koopkracht voor deze groep te garanderen, maar ik zou het nog anders uitdrukken: dit leidt tot armoede, punt. Perequatie van de ambtenarenpensioenen is, in vergelijking daarmee, een luxe. Overheidspensioenen verhogen als ook de wedden van de ambtenaren die in dezelfde korf zitten, de hoogte ingaan. Daarvan zou ik stellen: schitterend, maar duur. Duur omdat aan een weddeverhoging voor de actieve personeelsleden, in zekere zin een dubbel prijskaartje hangt. Dat is alweer een kwestie van solidariteit, niet tussen besturen, maar tussen actieven en niet-actieven.’ Welke oplossingen dienen zich nog voor de pensioenfinanciering aan? ‘Om de pensioenen te redden, kun je de uitgaven beperken en/ of de inkomsten verhogen. De lopende pensioenen en de daaraan verbonden lasten, zijn wat ze zijn. Aan de uitgavenkant kun je de pensioenleeftijd verhogen, de perequatie afschaffen, een weddegrens voor de pensioenberekening invoeren, periodes van onbezoldigde dienstactiviteit niet meer laten meetellen als pensioenjaren. Je kunt wel wat besparingen verzinnen. Let wel, dit kan enkel in de toekomst en vergeet niet dat je daarmee als overheid het psychologische contract met je ambtenaren schendt.’ ‘Voorts heb ik wel een aantal ideeën om de inkomsten te verhogen of – beter gezegd – de huidige financiering aan te passen. Toegegeven, die zijn vrij technisch. Wil iemand daar meer over weten, dan verwijs ik graag naar de nieuwe pocket pensioenen.’ Marlies van Bouwel is hoofdredacteur van Lokaal

De pensioenproblematiek in lokale besturen In De pensioenproblematiek in lokale besturen bechrijft Mark Suykens, directeur van de VVSG, de stand van zaken: oorzaken van de falende pensioenfinanciering, prognoses en voorstellen van oplossingen. Jan Geysen, administrateur-generaal van de RSZPPO en Ria Janvier, hoogleraar Universiteit Antwerpen, gaan dieper in op de betaalbaarheid van de ambtenarenpensioenen op het lokale bestuursniveau. De pocket kost 25 euro voor VVSG-leden, niet VVSG-leden betalen 29 euro. U kunt de pocket bestellen op www.politeia.be of via info@politeia.be.

1 april 2009 LOKAAL 15


STEFAN DEWICKERE

organisatie FINANCIËN

Europees betalen wordt realiteit De komende maanden verdwijnt stilaan het onderscheid tussen betalingen in België en grensoverschrijdende transacties. De Single Euro Payments Area of SEPA zorgt ervoor dat het Europese betalingsverkeer wordt eengemaakt. Maar zijn de gemeenten en OCMW’s er klaar voor? Jan Leroy

D

e voorbije decennia viel binnen Europa de ene na de andere grens weg. Een grote stap in de verdere Europese eenmaking was natuurlijk de invoering van de euro, intussen ook al tien jaar geleden. Een belangrijke hinderpaal bleef echter overeind, namelijk de grensoverschrijdende girale betalingen. Iedereen die wel eens een overschrijving naar een buitenlandse rekening deed, herinnert zich de hoge kosten en de onzekerheid over het bedrag dat de begunstigde uiteindelijk op zijn rekening zou krijgen. Met SEPA verandert dit totaal. Zo mogen banken voor Europese overschrijvingen niet meer kosten aanrekenen dan voor betalingen die binnen de eigen grenzen blijven. ‘Europese’ heeft hier trouwens een ruimere betekenis dan de Unie met zijn 27 lidstaten. Ook IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Zwitserland en een aantal overzeese gebieden horen bij de SEPA-ruimte. Overschrijvingen De invoering van SEPA heeft in de eerste plaats gevolgen voor de banken, die ver16 LOKAAL 1 april 2009

plicht worden hun betaalsystemen verder op elkaar af te stemmen. Maar ook voor de bankcliënten verandert er een en ander. Lokale besturen, die traditioneel grote factureerders zijn (voor belastingen, kinderopvang of rusthuisverblijf), zullen zich dus ook moeten aanpassen. Het meest zichtbare gevolg is de invoering van een nieuw papieren overschrijvingsformulier. Daarop zullen de rekeningnummers voortaan vermeld worden in het zogenaamde IBAN-formaat. Dat International Bank Account Number maakt het mogelijk bankrekeningen in het hele SEPA-gebied van elkaar te onderscheiden. In België kennen we op dat vlak al heel lang een sterke mate van standaardisering via de 3-7-2-structuur. Uit de eerste cijfers kon daarbij worden afgeleid om welke bank het ging. Wie regelmatig buitenlandse betalingen doet, zal gemerkt hebben dat de variëteit in de opbouw van de rekeningnummers in andere landen veel groter is. Een rekeningnummer volgens het IBANformaat moet dit verhelpen. De Belgische bankrekeningnummers krijgen voortaan

(automatisch) de volgende structuur: BExxxxxx-xxxx-xxxx. Zo ziet het huidige VVSGbankrekeningnummer 091-0115696-04 er binnen SEPA als volgt uit: BE10 0910 1156 9604. Een SEPA-bankrekeningnummer is pas volledig wanneer het vergezeld is van een zogenaamde Bank Identification Code of BIC. Die maakt het helemaal duidelijk tot welke bank in binnen- of buitenland het bankrekeningnummer behoort. Elke BIC bestaat uit acht tekens. Zo heeft Dexia als BIC GKCCBEBB. Bij Fortis wordt dat GEBABEBB, ING krijgt BBRUBEBB en KBC wordt KREDBEBB. Door al die extra informatie komt er dus zoals gezegd een nieuw overschrijvingsformulier. De invoering ervan gebeurt geleidelijk. Normaal gesproken zullen de zogenaamde ‘grote factureerders’ zoals nutsbedrijven in de loop van het tweede kwartaal van dit jaar facturen beginnen te versturen met daaraan het nieuwe formulier. De banken zullen eind dit jaar definitief stoppen met de verspreiding van het oude, Belgische formulier. De verwerking ervan zal nog gebeuren tot eind 2010. Concreet betekent dit dat ook gemeenten en OCMW’s de komende tijd hun facturatiesystemen zullen moeten aanpassen. Wie hiervoor nog geen stappen heeft gezet, neemt het best dringend contact op met zijn softwarehuis en banken. Vanaf


Vanaf het einde van dit jaar is het absoluut niet meer wenselijk om nog oude overschrijvingsformulieren aan facturen of belastingaanslagen te hangen.

het einde van dit jaar is het immers absoluut niet meer wenselijk om nog oude overschrijvingsformulieren aan facturen of belastingaanslagen te hangen. Voor de burger is het alleen maar verwarrend als gedurende langere tijd twee soorten overschrijvingsformulieren worden verspreid. Maar ook alle papieren en elektronische documenten binnen het bestuur waarop rekeningnummers ingevuld moeten worden of vermeld staan (personeelsfiches, aanvragen voor subsidies, facturen, aanslagbiljetten…) moeten worden aangepast aan IBAN en BIC. Dat betekent soms een totaal nieuwe lay-out, omdat de nieuwe gegevens meer plaats vergen. Domiciliëring Uit een onderzoek dat de VVSG in de loop van 2007 deed, bleek dat bijna 31 procent van de gemeenten en ruim 94 procent van de OCMW’s met domiciliëringen werken, een systeem waarbij een klant toestaat dat de bank op aangeven van de schuldeiser een bedrag automatisch van de rekening haalt. Het Belgische systeem van domiciliëringen moet ook SEPA-conform worden gemaakt. Dat betekent dat een klant gedurende acht weken de betaling zal kunnen terugvorderen, veel langer dan nu. Het tweede grote verschil heeft te maken met het beheer van de bestanden. Vandaag worden de gegevens van de schuldenaars die hebben ingestemd met een domiciliëring, door de bank van de schuldenaar bijgehouden. Na de invoering van SEPA zullen de schuldeisers zelf hiermee worden belast. Dat betekent dat alle mandaten

moeten worden overgedragen. Men wil in elk geval proberen dit automatisch te doen gebeuren, om te vermijden dat alle mandaten moeten worden vernieuwd. Maar hiervoor moet de Europese Richtlijn voor de betaaldiensten op de interne markt nog worden omgezet in Belgisch recht. Het

Ook de regels over de uitvoering van betalingen worden door SEPA geharmoniseerd. De bank van de betaler zal moeten garanderen dat het bedrag de volgende werkdag op de rekening van de begunstigde staat. In België is dat vandaag al zo voor binnenlandse betalingen. Vanaf

Ook alle papieren en elektronische documenten waarop rekeningnummers ingevuld moeten worden of vermeld staan, moeten worden aangepast. is de bedoeling dat dit rond is tegen 1 november 2009. Tegen dan zou het nieuwe domiciliëringssysteem ook operationeel moeten zijn, maar het ziet ernaar uit dat dit vertraging zou kunnen oplopen. De banken zullen het nieuwe systeem immers pas lanceren wanneer ze helemaal zeker zijn over wat de wet voorschrijft. Daardoor zal de aanvankelijk geplande einddatum van het Belgische domiciliëringssysteem (DOM80) wellicht ook later vallen dan eind 2010. Dat betekent dat ook de schuldeisers – die gemeenten en OCMW’s dus die via domiciliëring een deel van hun ontvangsten innen – nog niet echt met hun deel van de voorbereidingen kunnen beginnen. En verder Maar SEPA heeft ook andere consequenties. Zo komt er einde aan het schijnbare monopolie van Bancontact-Mister Cash voor kaartbetalingen. Ook andere aanbieders van betaalkaarten kunnen zich op de markt begeven, al gebeurde dat tot nu toe niet. De betaalterminals zijn er al klaar voor.

1 januari 2012 zal dit ook het geval moeten zijn voor de andere betalingen binnen de SEPA-zone. Wie de opdracht op papier doorgeeft, moet rekening houden met twee bankwerkdagen. Concreet SEPA krijgt vooral binnen de banken zijn beslag. Toch moeten ook gemeenten en OCMW’s hun deel van het werk doen. Het komt er nu vooral op aan dringend werk te maken van de invoering van de SEPAoverschrijvingsformulieren aan facturen en belastingaanslagen. Door de juridische onzekerheid is er wat meer tijd om de aanpassingen voor de domiciliëringen door te voeren. Jan Leroy is VVSG-stafmedewerker financiën

• Voor meer informatie over SEPA en lokale besturen: www.vvsg.be, knop werking & organisatie, financiën, sepa

advertentie

Snel ruimte nodig??

Snel nood aan ruimte? Op zoek naar een snelle, flexibele oplossing? Een duidelijke, gedetailleerde offerte binnen de 48u? Verifieerbare kwaliteit, niet enkel in België maar wereldwijd? Frisomat ontwerpt, produceert en bouwt reeds 30 jaar innovatieve gebouwen uit koudgewalst, verzinkt staal. Een juiste prijs en korte levertijd voor elk project. Just in time, in overeenstemming met lokale statische normering.

Snel ruimte nodig, praat met ons. Lokaal08_nl_sept08.indd 1

www.frisomat.be

13/08/2008 16:59:11

1 april 2009 LOKAAL 17


Help, de koningin komt op bezoek Een bezoek van de koning of een andere vip brengt een hele organisatie op gang. Als er dan iemand op de hoogte is van het protocol, is dat een hele hulp. Protocol gaat over de structurele gedragsregels tussen staten, overheden, instellingen en ambtsdragers in functie. Het gaat erom dat iedere bezoeker in de gemeente hoffelijk en met respect wordt ontvangen. Logisch dus dat vele mensen hard werken om alles vlekkeloos te laten verlopen. Lokaal sprak met enkele ervaringsdeskundigen. Marian Verbeek ‘Elk evenement bereiden we goed voor, maar gelukkig vragen niet alle bezoeken een even intensieve inzet. Een officieel bezoek van het vorstenpaar is natuurlijk iets anders dan een werkbezoek van een lid van de koninklijke familie aan een ziekenhuis. De werkbezoeken verlopen over het algemeen zonder veel inmenging van onze protocoldienst,’ zegt Koen De Boever, directeur van de Gentse protocoldienst. Hij organiseert de officiële ontvangsten, begroetingen en recepties bij koninklijke bezoekers, ambassadeurs en binnen- en buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders. ‘Bij werkbezoeken is een groot ontvangstcomité niet altijd nodig, maar de burgemeester, of een lid van het college, is uiteraard samen 18 LOKAAL 1 april 2009

met de gouverneur aanwezig. Maar toen de praalstoet, naar aanleiding van de tweehonderdste verjaardag van de Flo-

ligheidsdiensten zijn zichtbaar en soms onzichtbaar aanwezig. Zonder inzet van de lokale politie, die het grondgebied van de gemeente als geen ander kent, zou het nooit zo vlot verlopen. De protocoldienst doet veel meer dan vorsten ontvangen. De dienst staat ook in voor jaarlijks terugkerende plechtigheden (11 juliviering, nationale feestdag), herdenkingen en andere evenementen. Kortom, bij elk bezoek zorgt deze dienst ervoor dat de genodigden een goede ontvangst krijgen, wie ze ook zijn.

Koen De Boever: ‘Een officieel bezoek van het vorstenpaar is natuurlijk iets anders dan een werkbezoek van een lid van de koninklijke familie aan een ziekenhuis.’ raliën, in aanwezigheid van de koning en de koningin door Gent trok, was het natuurlijk wel alle hens aan dek.’ Bij elk bezoek spelen de veiligheidsaspecten een belangrijke rol. De politie en de vei-

De Limburgers heten u welkom Zondag 18 januari 2009 was de Turkse premier Recep Erdogan in Hasselt. Hij hield in de Ethias Arena een toespraak voor 10.000 landgenoten die van heinde

www.zonnebeke.be

FORUM PROTOCOL


Op 12 juli 2007 opende de Britse koningin Elisabeth II het nieuwe bezoekerscentrum van het Tyne Cot Cemetry, het Britse oorlogskerkhof.

en verre naar Hasselt waren gekomen. Vooraf ontving burgemeester Herman Reynders de premier op het stadhuis. Michel Carlier, de kabinetschef van de burgemeester, vertelt dat de ontvangst in een week tijd werd geregeld. ‘Toen we hoorden dat premier Erdogan in Hasselt zou zijn, hebben wij hem uitgenodigd op het stadhuis. Samen met het organiserende comité en de veiligheidsdiensten werd de uitstap naar het stadhuis afgesproken.’ De burgemeester stelde de bezoekers voor aan de voorzitter van de gemeenteraad, de aanwezige leden van het schepencollege en twee Europarlementsleden. Er werden geschenken uitgewisseld, een kunstwerk voor de premier en een sjaal voor zijn echtgenote. ‘Het verliep allemaal heel sober, met de gewone Limburgse gastvrijheid. Ik denk dat ze de eenvoud wel waardeerden,’ zegt Michel Carlier. Ook hij wijst op het belang van de politie bij dergelijke bezoeken. ‘De veiligheid komt immers op de eerste plaats.’ De slag om de koningin Conservator Franky Bostyn van het Memorial Museum Passchendaele 1917, een gemeentelijk museum in Zonnebeke, is een gepassioneerd man. Het museum wil de herinnering aan de slag van Passendale, waarbij 500.000 doden en gewonden vielen, levendig houden. In 2007, de negentigste verjaardag van de slag, waren er een hele reeks activiteiten met massa’s bezoekers. Maar 12 juli was toch wel een heel bijzondere dag. De Britse koningin Elisabeth II zelf huldigde het nieuwe bezoekerscentrum van het Tyne Cot Cemetry, het Britse oorlogskerkhof, in. Al twee jaar eerder was het idee gerezen om de opening groots aan te pakken en daarmee binnen- en buitenlandse aandacht te krijgen voor die gruwelijke episode uit WO I. En zo werd geopperd om de Britse koningin zelf uit te nodigen. Dat lukt nooit, was een veelgehoorde reactie. Maar dankzij het uitgebreide netwerk van de museumconservator in diplomatieke en militaire kringen werden achter de schermen contacten gelegd. Franky Bostyn: ‘Pas drie à vier maanden voor het eigenlijke bezoek nodigde de burgemeester van Zonnebeke de Queen ook effectief officieel uit. Dat kon natuurlijk maar omdat

we dit al maanden en maanden aan het voorbereiden waren. Op het ogenblik van de vraag waren we vrij zeker dat ze zou komen.’ De formele bevestiging van de Britse ambassadeur dat de Britse koningin de uitnodiging aanvaardde, was dus zeker niet het startschot maar bracht alles in een veel hogere versnelling. Vergaderingen volgden elkaar op. Koninklijke vertegenwoordigers, veiligheidsdiensten,

plaats te geven en tot zijn recht te laten komen. ‘Daar is diplomatie voor nodig,’ beseft de museumconservator. ‘Niet alleen de Britse koningin was er, maar ook koningin Paola en de hoogste gezagsdragers van Australië en van Nieuw-Zeeland, naast de talrijke binnen- en buitenlandse ministers en ambassadeurs. Koning Albert had zijn heup gebroken en was er niet bij.’ De grote persbelangstelling

Franky Bostyn: ‘Onze staatsstructuur maakt het ingewikkeld. Al is een groot deel van de subsidie Vlaams, toch kun je bij een buitenlands bezoek niet zonder de federale overheid.’ politici, gemeentepersoneel, politie, vrijwilligers, allemaal legden ze een stukje van de puzzel. De protocoldiensten van de federale overheidsdiensten Buitenlandse Zaken en Defensie zorgden ervoor dat alles volgens het boekje verliep. ‘Onze ingewikkelde staatsstructuur maakte het ons niet gemakkelijk,’ zegt Franky Bostyn. ‘Al komt een groot deel van de subsidie van Vlaanderen, toch kun je bij een buitenlands bezoek niet zonder de federale overheid. De coördinatie gebeurde ter plaatse, in Zonnebeke zelf. Uiteindelijk komt daar toch ook alles en iedereen samen.’ Het moeilijkste bleek uiteindelijk om iedere hoogwaardigheidsbekleder zijn

was al evenzeer een uitdaging. ‘Bij zulke bezoeken heb je twee soorten journalisten: zij die verslag uitbrengen van het evenement en zij die willen weten welke kleren de koninklijke bezoekers dragen. En zij moeten allemaal hun werk kunnen doen.’ Ten slotte is ook timing van het grootste belang. De agenda van hooggeplaatste bezoekers is vaak tot op de minuut geregeld. Militaire precisie helpt. ‘Als er drie F-16’s moeten overvliegen op het moment dat de koningin aankomt, dan moet ze daar ook zijn, anders gaat het effect verloren.’ Dit bezoek was zeker een hoogdag in de carrière van Franky Bostyn: ‘Het is uniek,

Wie heeft voorrang? De protocollaire voorrangslijst is een onmisbaar instrument bij de organisatie van plechtigheden en bezoeken. Op deze lijst kun je terugvinden wie bij plechtigheden de belangrijkste plaats moet krijgen. Het is als het ware een weerspiegeling van de onderlinge krachtsverhoudingen tussen de staatsinstellingen en de ambtsdragers. Dat de koning en de leden van de koninklijke familie bovenaan staan zal niemand verbazen. Maar wist u dat de kardinalen op de tweede plaats staan? Naast de federale voorrangslijst bestaat er ook een Vlaamse voorrangslijst die wordt gebruikt voor Vlaamse manifestaties. In de Vlaamse lijst krijgen de Vlaamse gezagsdragers voorrang op de federale. De burgemeesters moeten we ver gaan zoeken: op de federale lijst staan de burgemeesters in hun eigen gemeente slechts op de 88ste plaats, voor Vlaanderen komen ze op de 63ste plaats. Burgemeesters buiten hun gemeente, schepenen, gemeenteraadsleden en OCMW-voorzitters staan federaal op plaats 173. Op de Vlaamse lijst staan ze op de voorlaatste plaats en moeten ze 115 ambtsdragers laten voorgaan. Gelukkig zijn die mensen nooit allemaal aanwezig bij een bezoek, waardoor de lokale mandatarissen meestal toch prominent vooraan staan. De gemeenteraadsvoorzitter kreeg nog geen plaats in de voorrangslijst. Toen gouverneur André Denys alle Oost-Vlaamse gemeenten bezocht bij aanvang van zijn mandaat, plaatste het protocol de gemeenteraadsvoorzitter na de burgemeester, maar vóór de schepenen. Het was een teken van hoffelijkheid en respect voor de functie.

1 april 2009 LOKAAL 19


www.zonnebeke.be

FORUM PROTOCOL

het is een voorrecht dit te doen. Maar het is hard werken.’ Hij besluit: ‘De Queen was niet de essentie van de herdenking van de slag bij Passendale maar haar aanwezigheid bevestigt het belang om te blijven herinneren wat hier gebeurde. En dus ontvang ik

Draag een sjerp

Michel Carlier: ‘De veiligheid

Burgemeesters en schepenen hebben een sjerp als onderscheidingsteken. Zij moeten die dragen wanneer ze in functie zijn bij plechtigheden en evenementen op het grondgebied van hun gemeente. Mannen dragen de sjerp om hun middel met het zwart bovenaan en vrouwen dragen hem over de rechterschouder met het zwart het dichtst bij de hals. Gemeenteraadsvoorzitters en gemeentesecretarissen hebben geen sjerp. Een sjerp dient ook al eens om het ijs te breken. Jan Breyne, stadssecretaris van Ieper, stond bij de ontvangst van buitenlands koninklijk bezoek zonder sjerp tussen de schepenen die wel allemaal hun sjerp droegen. Prins Philip, de echtgenoot van de Britse koningin merkte geamuseerd op: ‘O, u vergat uw sjerp!’ Waarop de secretaris antwoordde dat hij als gemeentelijk personeelslid geen sjerp mocht dragen. ‘Na het officieel gedeelte is de prins, tijdens de receptie, nog naar mij gekomen met de vraag wat mijn functie juist inhield. We hebben nog een leuk gesprek gehad,’ zegt Jan Breyne. Op www.protocolpraktisch.be vindt u de voorrangslijsten, www.diplomatie.be biedt onder meer informatie voor als u buitenlandse hoge bezoekers ontvangt. Elke provincie heeft een eigen protocoldienst en ook bij de FOD Binnenlandse Zaken is er een.

komt op de eerste plaats.’

alle bezoekers met even veel enthousiasme.’ Om het verhaal rond te maken: Op 12 maart 2009 opende de Belgische ambassadeur Frank Carruet de tentoonstelling Passchendaele: The Belgians have not forgotten in Wellington, Nieuw-Zeeland. Ook zij ontvingen het Belgische bezoek ongetwijfeld op gepaste wijze. Marian Verbeek is VVSG-stafmedewerker gemeentelijke werking en organisatie

advertentie

Gedeelde kennis is dubbele kennis De beste manier om kennis te vergroten, is ze te delen met anderen. Daarom is ons kantoor georganiseerd in vakgroepen die elkaar overlappen. Resultaat: een vruchtbare kruisbestuiving die de kennis van onze advocaten telkens weer verruimt. En dat komt elke cliënt ten goede. Wilt u meer weten over onze aanpak? Neem eens een kijkje op onze website, of bel ons voor een afspraak.

Mechelsesteenweg 27 2018 Antwerpen parking | Hemelstraat telefoon | + 32 3 232 50 60 fax | + 32 3 232 30 50 www.gsj.be e-mail | info@gsj.be

20 LOKAAL 1 april 2009


Ook klachten over u nemen wij vaak serieus

Bel gratis 0800 240 50 www.vlaamseombudsdienst.be - klachten@vlaamseombudsdienst.be


DE SCHATKAMER VAN VALENTINE TAS

‘Een dienende rol ligt me’

Valentine Tas was niet de burgemeester van de grote projecten maar van de gewone, dagelijkse gesprekken met de inwoners. ‘In de gemeentepolitiek kun je heel veel voor mensen doen, vaak kleine dingen. En je krijgt direct respons. Maar je moet er wel zijn voor de bevolking. Wat er ook gebeurde, ik was dagelijks op het gemeentehuis.’ Valentine Tas was achttien jaar burgemeester van de Oost-Vlaamse gemeente Haaltert. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen zette ze een stap terug. Ze bleef nog twee jaar gemeenteraadslid tot ze op 1 januari 2009 volledig afscheid nam van Haaltert. Ze ruilde haar woning in de deelgemeente Heldergem voor een flat in Gent. Daar zetelt ze als provincieraadslid. Ze gaat te voet of met het openbaar vervoer naar de zittingen en de commissievergaderingen. ‘Ik mis Haaltert niet. Elke week belt Willy Michiels, de eerste schepen en de sterke man van mijn partij Open VLD, me nog op. Maar ik verlies stilaan voeling, het houdt me niet echt meer bezig. Ik heb leren loslaten, dat is eigenlijk niet zo moeilijk. Zestien jaar geleden is mijn man overleden, op zijn sterfbed heb ik hem moeten beloven dat ik in mijn verdere leven gelukkig zou zijn. Mijn moeder is dan bij me ingetrokken, in april vorig jaar is ze gestorven.

Verlies doet natuurlijk pijn, maar je kunt niet blijven treuren. Na de dood van mijn moeder ben ik naar Gent verhuisd. Veel mensen begrepen het niet maar hoewel ik altijd op de buiten woonde, kwam ik zelfs als kind al graag naar de stad. En ik kan zeggen dat ik hier gelukkig ben. Alleen wonen stoort me niet. Ik praat zelfs tegen een hond met een hoed op.’ ‘Ik was bijna vijftig toen ik in de politiek stapte. Ik stond dertig jaar in het onderwijs, een vrije lagere school. Eerst als leerkracht, dan twintig jaar als schoolhoofd. Ik heb alles meegemaakt: de scholenfusie, de tijd van het ronselen van kinderen. Op de duur was het me te veel. Ik nam verlof zonder wedde en stond op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1988, op de voorlaatste plaats. Ik haalde na onze lijsttrekker Willy Michiels de meeste stemmen. Maar omdat Willy een beroep had in de kansspelen, raakte hij niet benoemd als burgemeester. De partij schoof mij toen naar voren en zo werd ik uit het niets burgemeester. In het begin was dat hard. Ik was niet alleen het onderwijzeresje, ik kwam ook nog eens uit Heldergem, de kleinste deelgemeente van Haaltert. Ik heb tegen veel vooroordelen moeten opboksen. Ik merk dat jonge vrouwen in de politiek nu nog altijd hetzelfde overkomt. Om te overleven in die mannenwereld moet je tegen een stootje kunnen en je moet hard werken.’ ‘Ik was in 1989 niet klaar om burgemeester te zijn.

‘ 

Het is heel belangrijk om je ideeën te toetsen aan de mening van anderen. Daarom is het goed als meerdere partijen het beleid vormgeven.

 ’

22 LOKAAL 1 april 2009


STEFAN DEWICKERE

LOKALE RAAD

In het onderwijs werkte ik samen met een groep vrienden, in de politiek en in een gemeentelijke administratie is dat wel anders. Daar heerst veel jaloezie. Gelukkig kon ik terugvallen op de steun van Willy Michiels. Hij is nog steeds een van mijn beste vrienden.’ ‘Het onderwijs en de politiek hebben met elkaar gemeen dat je een dienende rol hebt. Je kunt heel veel voor de inwoners doen, kleine dingen vaak. En als je niet kunt helpen, moet je het ook zeggen. Mensen appreciëren dat. Ik was dagelijks op het gemeentehuis, ook toen mijn man ernstig ziek was. Ik heb heel veel met de mensen gesproken. Als burgemeester krijg je direct respons, zeker in een kleine gemeente. Dat doet goed. Maar twee jaar geleden kon ik het allemaal niet meer aan, ik word straks zeventig. Dan is het aan de jongeren om de fakkel over te nemen. Zij hebben nog goesting en kunnen het ook lichamelijk aan.’ ‘Ik concentreerde me als burgemeester op het dagelijkse, mensen konden met al hun zorgen bij me terecht. Met grote projecten heb ik me nooit veel bezig gehouden. Ik ben wel fier op enkele grote realisaties. Het nieuwe administratieve centrum waarover al decennia werd gepraat, is gerealiseerd. En de kerk van Kerksken was drie jaar nadat ze was ingestort weer opgebouwd. Het klinkt vreemd voor een liberaal maar de Kerk is heel belangrijk voor mij. (lachend) Ik was de grootste tsjeef in de gemeente. Mijn man was koster, ik zorgde voor de bloemen in de kerk, ik ging er ’s avonds na mijn werk nog dweilen. Het was Willy Michiels die me naar de liberale partij haalde.’ ‘We zijn in al die jaren altijd veruit de grootste partij geweest in Haaltert. Maar zelfs toen we de volstrekte meerderheid hadden, gingen we toch een coalitie aan, vaak met de CVP. Ik vind een comfortabele meerderheid heel belangrijk, het kan altijd gebeuren dat iemand in de loop van de legislatuur naar een andere partij overstapt. Bovendien is overleg heel belangrijk om je ideeën te toetsen aan de mening van anderen. Daarom is het goed als meerdere partijen het beleid vormgeven.’ I BVM

?

Wat moet er in de notulen van de gemeenteraad staan?

!

De notulen vermelden in chronologische volgorde alle onderwerpen die de gemeenteraad besprak, met de beslissing en het resultaat van de stemmingen. Indien de raad een punt niet besprak, moet toch nog steeds worden vermeld welke beslissing de raad erover nam, ook bijvoorbeeld de beslissing om het punt niet te behandelen, uit te stellen of naar een gemeenteraadscommissie te verwijzen. Naast de beslissingen bevatten de notulen ook het resultaat van de stemmingen. Behalve bij geheime stemming vermelden de notulen hoe elk lid gestemd heeft. De notulen zijn dus niet noodzakelijk een uitgebreid of een woordelijk verslag van alle tussenkomsten van de gemeenteraadsleden. Uiteraard moet je er ook in kunnen terugvinden welke raadsleden aanwezig waren op de vergadering, wie de voorzitter was, of de vergadering openbaar of gesloten was. Kortom, alle bepalingen die nodig zijn om na te gaan of de decretale regels werden gerespecteerd, moeten in de notulen opgenomen zijn. De secretaris is verantwoordelijk voor de opmaak en bewaring van de notulen van de vergaderingen van de gemeenteraad. Maar de gemeenteraad moet ze wel goedkeuren. Elk gemeenteraadslid heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als de gemeenteraad die opmerkingen aanneemt – dus als de meerderheid van de raadsleden akkoord gaat –, zal de secretaris de notulen in die zin aanpassen. Als er geen opmerkingen worden gemaakt, worden de notulen als goedgekeurd beschouwd en worden ze door de voorzitter van de gemeenteraad en de gemeentesecretaris ondertekend. Ook de essentie van mondelinge vragen en antwoorden moet in de notulen worden opgenomen. Een individueel raadslid kan niet eisen dat zijn argumenten integraal in de notulen verschijnen. In sommige gemeenten is er een volledig verslag van de gemeenteraad, met in het lang en breed alle tussenkomsten van de raadsleden. De gemeenteraad mag niet verwachten dat de gemeentesecretaris dit automatisch doet zonder dat hij daarvoor bijkomende middelen krijgt, zoals een geluidsopname en/of een extra personeelslid. Notulen zijn in hoofdzaak bedoeld om de besluiten van de gemeenteraad een authentiek karakter te geven, hiervoor is geen uitgebreid verslag nodig.

Zie artikelen 33, 180 en 181 van het Gemeentedecreet

Mail uw vraag over de werking van de gemeenteraad aan marian.verbeek@vvsg.be

16 februari 2009 LOKAAL 23


Tucht bij de politie: een werkbaar instrument? De voorbije maanden kwamen meermaals politiemensen in het nieuws door normoverschrijdend gedrag. Onoorbaar gedrag van individuele politieagenten werpt een smet op de werking van het hele politieapparaat. De bevolking moet politiemensen altijd kunnen vertrouwen, agenten vervullen een maatschappelijke voorbeeldfunctie. Pieter Filipowicz

E

en hoofdinspecteur van de zone Brussel-West moest voor de rechter verschijnen omdat hij zijn uniformbroek liet zakken bij een prostituee. Een andere Brusselse inspecteur zou dan weer zijn volgeladen karretje niet hebben betaald in de supermarkt. Er was de inspecteur die betrapt werd toen hij pornoboekjes stal, een hoofdinspecteur werd in Tongeren veroordeeld omdat hij tijdens een verkeerscontrole een vrouw zou hebben aangerand, een inspecteur werd door de Antwerpse strafrechter veroordeeld voor verduistering omdat hij gratis met een gehandicaptenkaart geparkeerd zou hebben en ten slotte is er recent de schorsing van de Gentse korpschef omdat hij een proces-verbaal zou hebben vervalst. Een mens zou bij deze berichten vergeten dat het overgrote deel van de politiemensen wel integer is en goed werk verricht. Uit het jaarverslag van het Vast Comité P, dat op 4 maart in het parlement werd voorgesteld, blijkt dat 71 procent van de dossiers die in 2007 bij het Comité P of bij de politiediensten werden ingediend, klachtendossiers (onderzoeken vanuit de toezichtfunctie van het Comité P) waren. Dat is vier procent meer dan in 2006. Het merendeel van de geregistreerde inbreuken 24 LOKAAL 1 april 2009

heeft betrekking op tekortkomingen door de houding, het gedrag of de handelingen die de waardigheid van het politieambt aantasten (zoals ongepast taalgebruik en machtsmisbruik). Bij de geregistreerde inbreuken in geopende strafrechtelijke onderzoeken van 2007 heeft ongeveer een derde van de gemelde inbreuken betrekking op gewelddaden tegen personen of goederen. De daden van willekeur vertegenwoordigen zowel in 2006 als in 2007 16 procent van de geregistreerde inbreuken. Volgens het Comité P waren 14 procent van de klachten in 2007 gegrond. Het Comité P stelt treffend: ‘Indien de burger meer vertrouwen in het politiekorps wil krijgen, dan moet hij ervan overtuigd zijn dat het principe “de ene dekt de andere” niet van toepassing is. De erkenning dat ook de politie fouten kan maken, maar dat die fouten ook worden opgevolgd en zo nodig gesanctioneerd, zal veel sneller een gunstige invloed hebben op het imago dan de publicatie van talloze statistieken.’ Papieren tijger Een krachtig signaal vanuit de politieleiding, de gerechtelijke en administratieve overheden dat normoverschrijdend ge-

drag door politiemensen niet getolereerd wordt, is dan ook noodzakelijk. En laat nu net daar het schoentje knellen. Hoewel de Tuchtwet een sanctionerend optreden mogelijk maakt, blijkt de tuchtprocedure in de praktijk in vele gevallen een papieren tijger te zijn. Door een kluwen van procedureregels en termijnen dreigt de tuchtprocedure volgens de betrokkenen, en in het bijzonder de lokale overheden, een haast onwerkzaam instrument te worden. Zij trekken dan ook aan de alarmbel. De tuchtoverheden beschikken over een heel pakket aan maatregelen om op tuchtrechtelijk vlak op te treden. De tuchtstraf is niet het enige middel voor de korpschef om in bepaalde gevallen op te treden tegen een negatieve houding. Hij beschikt ook over ordemaatregelen zoals een voorlopige schorsing en hij kan functioneringsgesprekken voeren. In de praktijk kunnen bovendien ook andere maatregelen worden genomen zoals een vermaning, inhouding van het dienstwapen of een persoonlijke bijsturing. Ook verplichte opleidingen of extra trainingen behoren tot de mogelijkheden. Uit de praktijk blijkt echter dat inbreuken gepleegd door politiemensen niet altijd tuchtrechtelijk gesanctioneerd worden of dat een lichte straf wordt uitgesproken in verhouding tot de ten laste gelegde feiten. Zowel het Vast Comité P, de Tuchtraad als de Algemene Inspectie van de Federale politie en de Lokale politie (AIG) hebben in het verleden gesteld dat er geen eenvormigheid is in sancties met betrekking tot vergelijkbare feiten.

STEFAN DEWICKERE

WERKVELD VEILIGHEID


Een lokaal administratief bestuur hoeft geen prominente rol te spelen in de afhandeling van een tuchtdossier tegen een individueel personeelslid van de politie, met uitzondering van de korpschef.

Intern toezicht Een goed werkend intern toezicht binnen elk lokaal politiekorps is noodzakelijk voor een degelijke werking. In dit kader is een professioneel klachtenmanagement onmisbaar. Dit houdt in dat het interne toezicht niet beperkt wordt tot onderzoeken van individuele tekortkomingen maar uitgebreid wordt naar eventuele organisatorische disfuncties. Het Comité P is van mening dat het in de eerste plaats deze diensten voor intern toezicht zijn die de klachten van burgers moeten behandelen. Zo kunnen ze immers als lerende organisatie de interne werking verbeteren en op een gefundeerde manier verantwoording afleggen aan de burgers en overheden. In 2003 werd een werkgroep ‘wijziging tuchtwet’ onder leiding van de AIG opgericht waarvan het Vast Comité P, de Vaste Commissie van de lokale politie en de FOD Binnenlandse Zaken deel uitmaakten. Deze werkgroep moest voorstellen formuleren voor een verbetering van de reglementering betreffende het tuchtstatuut. De werkgroep stelde onder meer het volgende voor: nieuwe proceduretermijnen, een aanpassing, in de zin van de rechtspraak van de Raad van State, van de kennisgevingen en betekeningen door aangetekende brieven en het tot stand brengen van een minimaal wettelijk kader voor alle ordemaatregelen. De werkzaamheden van de werkgroep werden echter in 2005 stopgezet. Na een nieuwe boost in 2006 maakte de AIG in december 2008 een nota over aan de minister van Binnenlandse Zaken. Ook het Comité P heeft zes verbeterprojecten geïdentificeerd en omschreven. De tuchtwet moet prioritair herschreven worden. Het openbaar ministerie moet dossiers waarbij politieambtenaren betrokken zijn, prioritair kunnen afwerken en binnen een korte termijn de korps-

chef inlichten over zijn beslissing met een inzagerecht in het dossier. Maar het is niet vanzelfsprekend om de tuchtprocedure aan te passen. Bij de behandeling van een tuchtdossier moet de tuchtoverheid immers niet enkel rekening houden met de Tuchtwet, zij moet ook de bepalingen in de wet op de geïntegreerde politiedienst, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de rechtspraak van de Raad van State in acht nemen. Hierdoor is de kans op discussiepunten en tegenstrijdige interpretaties van bepaalde wetsartikelen of handelingen groot. Het opleggen van een tuchtstraf heeft ernstige gevolgen voor de professionele toekomst van een politieambtenaar. Rekening houdend met onder andere de rechtspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens, is het bijgevolg geen sinecure een evenwicht te vinden tussen een afdoend tuchtbeleid en de rechten van de verdediging, maar het is noodzakelijk. Tuchtstraf en tuchtmaatregelen Het vereenvoudigen van de tuchtprocedure alleen biedt geen soelaas. De tuchtprocedure is immers een bij uitstek schriftelijke procedure en de facto gebonden aan strikte procedureregels en de algemeen administratiefrechtelijke principes die altijd door de Raad van State getoetst kunnen worden. Bovendien maakt de rechtspraak van dit rechtscollege het de tuchtoverheden ook niet steeds gemakkelijk. In hangende tuchtprocedures was de vaste rechtspraak van de Raad dat verwezen mocht worden naar eerdere tuchtfeiten om de straf te motiveren. Naar eerdere tuchtstraffen mocht niet verwezen worden, maar dus wel naar de feiten die aan de basis ervan lagen. In februari van dit jaar maakte de Raad van State een bocht van 180 graden. In lopende tuchtprocedures mag nu niet meer verwezen worden naar eerdere tuchtfeiten en/ of tuchtstraffen. Het laat zich raden welk gevolg dit heeft voor de tuchtprocedures die momenteel nog hangende zijn voor de Raad. Anderzijds dringt een splitsing

tussen tuchtrecht en tucht zich op. De oprichting van een arrondissementeel georganiseerde tuchtrechtbank die zich buigt over de zware tuchtdossiers en het opleggen van de zware tuchtstraffen is een mogelijke eerste stap. Dit tuchtrecht, met alle waarborgen van een gerechtelijke procedure, moet beperkt blijven tot dossiers waarin zware tuchtstraffen worden voorgesteld. De andere dossiers kunnen omkaderd worden door tuchtmaatregelen in strikte zin. Het is in de eerste plaats de taak van een korpschef om zijn korps te leiden en corrigerend op te treden waar dat nodig is. De opmaak van een wettelijk kader voor de ordemaatregelen is noodzakelijk en de bevoegdheden van de korpschef moeten binnen dit domein uitgebreid worden. Een lokaal administratief bestuur hoeft geen prominente rol te spelen in de afhandeling van een tuchtdossier tegen een individueel personeelslid van de politie (met uitzondering van de korpschef). Deze taak zou expliciet moeten toebehoren aan de korpschef. Het lokale bestuur heeft echter wel een toezichthoudende functie en de korpschef is verantwoording verschuldigd. In een onderneming is het toch ook niet de raad van bestuur die bepaalt hoe de dagelijkse werking geschiedt, maar de CEO die op zijn beurt verantwoording verschuldigd is aan de raad van bestuur. Tot slot kunnen we stellen dat tucht en tuchtrecht gesitueerd moeten worden in het bredere kader van een integriteitsbeleid binnen de politie. Een dergelijk beleid staat of valt met zijn sluitstukken maar start aan de basis. Pieter Filipowicz is VVSG-stafmedewerker politie en veiligheid

Aan te raden literatuur: Lust, S. en Luypaers, P. (ed.), Tucht en deontologie, (In)effectiviteit van het tuchtrecht ter handhaving van de waardigheid van het ambt, Brugge, Die Keure, 2007

Het handboek Tucht & Deontologie Deze publicatie over tucht en deontologie bij de politiediensten legt op een verstaanbare manier alle moeilijke aspecten van de tuchtprocedure, de tuchtreglementering en deontologie bij de politiediensten uit. Niet alleen krijgt u alle reglementering met de nodige commentaar, maar tevens wordt alles verduidelijkt met voorbeelden uit de praktijk en geïllustreerd door vonnissen en arresten. Met dit boek kunt u de tuchtprocedure correct toepassen en de best passende tuchtsanctie. Het losbladige boek Tucht en Deontologie werd geschreven door Georges Pyl en Alain Liners en wordt uitgegeven door Politeia. Het handboek wordt elk jaar bijgewerkt opdat uw boek op elk moment actueel is. Bestellen kan op www.politeia.be, via info@politeia.be of een fax 02-289 26 19. Het boek kost 119 euro (prijs inclusief btw, exclusief verzendkosten).

1 april 2009 LOKAAL 25


WERKVELD CULTUUR

Gréogory Freland

Mechelen heeft visioenen

Drie maanden lang borrelt het in Mechelen van de activiteiten, grote en kleine gebeurtenissen. Op 12 mei 2009 zal het precies 450 jaar geleden zijn dat het aartsbisdom Mechelen geïnstalleerd werd. Een verjaardag waar de stad niet omheen kan, al was het maar omdat deze installatie gedurende eeuwen een belangrijk deel van de stedelijke kleur en identiteit bepaald heeft. Heidi De Nijn In het najaar van 2005 was Mechelen volop in de ban van het culturele evenement Stad in vrouwenhanden, waarvoor twee historische dames de inspiratie leverden. Het was een grandioos feest waarbij stadsbewoners door de ogen van talrijke enthousiaste bezoekers hun eigen ‘bijzondere’ stad herontdekten. In kleine en grote projecten genoten toeristen en Mechelaars van de rijkdom, de authenticiteit en de dynamische ontwikkeling van de stad. Bij de grondige evaluatie van het project, voorjaar 2006, in de aangename roes van het tevreden terugblikken, werd besloten voortaan om de drie jaar een groots cultuurfestival op het getouw zetten. Een geïntegreerd stadsproject dat inspiratie zoekt bij een authentiek gegeven maar dat tegelijk de stad in een perspectief plaatst dat haar eigen tijd en ruimte overschrijdt. Evenementen een structurele plek geven in de stedelijke ruimte is bepaald geen 26 LOKAAL 1 april 2009

kleine ambitie. Maar de ervaring heeft wel degelijk aangetoond dat regelmatig terugkerende culturele topprojecten een uitgelezen motor vormen in het proces van stedelijke ontwikkeling.

Spiritualiteit in al zijn vormen Tot in de twintigste eeuw kende Mechelen met de Mechelse Catechismus en de Gesprekken van Mechelen een status die de landsgrenzen en de grenzen van de rooms-katholieke kerk ver overschreed. Om nog te zwijgen van de imposante stoet van aartsbisschoppen, kardinalen en andere prelaten die de straten en pleinen van Mechelen bevolkten. Toch zijn het niet zozeer die kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders of de instelling zelf die inspirerend werkten bij de opzet van dit stadsfestival. Al is het

Regelmatig terugkerende culturele topprojecten vormen een uitgelezen motor voor stedelijke ontwikkeling. Het leidmotief dat deze evenementen met elkaar verbindt, is een vraagstelling: hoe denkt de stad over zichzelf? Hoe ziet ze haar toekomst? Hoe wil ze eruitzien? Het antwoord daarop moet niet alleen een analyse geven, maar vooral ook ideeën opleveren en een creatief proces op gang brengen.

een historisch belangrijk en respectabel gegeven, we zouden de seculiere stad, bij uitstek een smeltkroes van levensbeschouwelijke en religieuze overtuigingen, geen recht doen met een stadsfestival dat zich vereenzelvigt met een rooms-katholiek instituut! Wat ons bij deze kerkelijke verjaardag intrigeert is juist de univer-


Alleen kunst slaagt erin de beperkingen van ons dagelijkse materialisme te overstijgen en ons een blik te gunnen op de ideële werkelijkheid van verwachtingen, dromen en fantasieën.

sele en tijdloze vraag naar de relevantie ervan voor een stadsgemeenschap die in wezen divers is en van oudsher een waaier aan culturen en godsdiensten ten toon spreidt. Allerlei vormen van spiritualiteit worden er overigens al lang niet meer binnen de muren van religieuze huizen beleefd. Welke rol speelt die spiritualiteit, die begeestering in de beleving van de stad? Hoeveel ruimte krijgt ze? Hoe ver durven we dromen? Een tijdloze, universele vraag naar zingeving, naar het overstijgen van het hier en nu, een vraag dus ook naar dromen en toekomstbeelden. Het culturele topevenement dat Mechelen opbouwt is een uitnodiging om de nieuwe stedelijke samenleving te verbeelden, in al haar vormen. Visioenen van een stad. Stadsvisioenen. Inspirerend en intrigerend, een uitnodiging om zoekend de verbeelding de vrije loop te laten. Gevarieerd en uitgebreid Voor de conceptuitwerking en de inhoudelijke invulling van Stadsvisioenen zochten we externe expertise, zowel bij individuele deskundigen als in samenwerkingsverbanden met gereputeerde instellingen. In overleg met vertegenwoordigers van het stedelijke departement cultuur en met de organiserende vzw MMMechelen tekenden die experts een boeiend traject. Dat een project met vele aandrijvers en denkers, gestoeld op een open debat met stedelijke cultuur- en erfgoeddiensten, met bijzonder deskundige maar ook eigenzinnige curatoren niet in een handomdraai tot stand komt, hoeft geen betoog. Maar het zijn natuurlijk nooit de platgetreden paden die naar nieuwe en grensverleggende resultaten leiden. De intensieve aanpak bleek ongewoon inspirerend en verrassend en mondt uit in een rijk en gevarieerd programma. Kwaliteit en maatschappelijke inzet vormen daarbij de belangrijkste vormelijke uitgangspunten. Twee internationale tentoonstellingen schragen het programma. Kunsthistoricus en antropoloog Paul Vandenbroek bleef zichzelf trouw en bedacht een eigenzinnige cultuurhistorische provocatie met De Hemel in Tegenlicht. Geen staalkaart van aartsbisschoppelijke pracht en praal

of beschrijvingen van al dan niet liederlijk levende kardinalen. In geen geval een terugblik op vervlogen glorie of macht, of de uitdrukking van nostalgie bij de beginnende neergang van traditionele religie en geloof, of gewoon een sympathieke vorm van folklore. De tentoonstelling zoekt door de eeuwen heen naar de betekenis van de aartsbisschoppelijke stad voor de (bij)gelovige mens in de ruime

volledig op de spirituele component die de kerkelijke verjaardag met zich meebrengt. Ze zoekt in het bijzonder naar wat er overblijft nadat ‘al het vaststaande verdampt’ is. De klemtoon ligt hier op de fundamentele spanning tussen het materiële ‘zijn’ van de kunst en de spiritualiteit die de kunst in en door dat materiële mogelijk maakt, op het blijvende verlangen naar iets ‘anders’ en iets ‘meer’, het

Het culturele topevenement dat Mechelen opbouwt is een uitnodiging om de nieuwe stedelijke samenleving te verbeelden. geografische context van de kerkprovincie. Ze handelt in belangrijke mate over de universele behoefte van de ‘kleine’ mens om zich te uiten en zich veilig te voelen binnen de specifieke groep waarvan hij deel wil zijn. En over hoe essentieel de verbeelding daarin is. In de tentoongestelde stukken komt de kleine gelovige van alle tijden aan het woord. Het gaat in zijn religie altijd om verbeeldingskracht: wat hij er zelf in ziet en wat hij er zelf van maakt. Geschiedenis krijgt pas een actuele relevantie als ze ook een plaats vindt in een dynamische toekomstvisie. Wie anders dan beeldende kunstenaars kunnen de visionaire taak van ‘ziener’ op zich nemen? Alleen kunst slaagt erin de beperkingen van ons dagelijkse materialisme te overstijgen en ons een blik te gunnen op de ideële werkelijkheid van verwachtingen, dromen en fantasieën. Voor een passend complementair hedendaags en toekomstgericht tentoonstellingsproject vonden we een enthousiaste partner in het museum voor hedendaagse kunst van de Vlaamse Gemeenschap, het MUHKA. Directeur Bart De Baere besloot voor de periode van het evenement met heel zijn team van Antwerpen naar Mechelen te verhuizen en neer te strijken in en rond de cultuursite aan de Melaan. Samen met de stedelijke partners van het cultuurcentrum en de academie organiseren zij daar een visionaire tentoonstelling met kunstwerken van actuele kunstenaars uit binnen- en buitenland. Die tentoonstelling heeft als titel All that is solid melts into air, naar een gevleugelde uitspraak uit het Communistisch Manifest. Ze richt zich

herontdekken van de ‘betovering’. Een vernieuwend initiatief dat de Mechelse dynamische actuele kunstorganisaties, de Garage, Contour en Galerij Transit, met zich meeneemt. Vlechtwerk Maar een stadsfestival bouw je niet met opmerkelijke tentoonstellingen alleen. Luc Mishalle leverde de nodige ingrediënten waardoor het evenement zich in de stad kan aaneenrijgen met vele fijne authentieke parels van artistieke en maatschappelijke schoonheid. Het zijn vooral deze kleinoden die het culturele stadsproject vervlechten in het stedelijke weefsel en zorgen voor gedragenheid bij organisaties en inwoners. Honderden medewerkers uit de plaatselijke harmonieën, fanfares, theatergezelschappen en dansverenigingen, gerenommeerde kunstenaars op zoek naar hun plek in Mechelse wijken en dorpen, muziek op straten en pleinen: de stedelijke gemeenschap wordt uitgenodigd om volop deel te zijn van het feestelijke evenement. Voeg daarbij nog het Europese architectuurproject City-Visions dat onder meer met het Vlaams Architectuurinstituut en het Berlage-instituut gerealiseerd wordt, de lichtkunstpromenade Contourlight, de debattenreeksen en voordrachten, en het wordt duidelijk dat Mechelen zich heeft opgemaakt voor een behoorlijk intensieve feestlente! Heidi De Nijn is departementshoofd Culturele Zaken in Mechelen • www.stadsvisioenen.be 1 april 2009 LOKAAL 27


STEFAN DEWICKERE

WERKVELD DUURZAAMHEIDSBELEID

Op weg naar duurzaam beleid: Covenant of Mayors Samen met 360 Europese collega’s ondertekende de Genkse burgemeester Jef Gabriels op 10 februari 2009 het Covenant of Mayors. Tijdens de officiële ceremonie in het

bracht hebben. Reden genoeg voor Genk om nu de lat hoger te leggen en in het burgemeestersconvenant te stappen.

Europese Parlement waren ook de burgemeesters van Hasselt en Gent en de Antwerpse schepen van Leefmilieu present. Isabelle Vanderheyden

H

et Covenant of Mayors omschrijft enkele zeer concrete doelstellingen zoals de reductie van de CO2-uitstoot met 20 procent tegen 2020. Er moet ook een klimaatactieplan opgemaakt worden en burgers moeten via allerlei kanalen en acties bij dat plan betrokken worden. Al in het voorjaar van 2008 uitte de stad Genk het voornemen het Covenant of Mayors te ondertekenen. Niet lang daarna werd de stad, met de installatie van 2000 vierkante meter fotovoltaïsche panelen op het dak van het stadhuis, al erkend als officiële partner van de European Sustainable Energy campaign 2005-2008. Op 18 december 2008 ten slotte gaf de Genkse gemeenteraad de goedkeuring voor de officiële ondertekening van het Covenant of Mayors. De ondertekening van dit burgemeestersconvenant was goed doordacht en 28 LOKAAL 1 april 2009

voorbereid. Het stedelijke strategische beleidsplan 2008-2013 formuleert heel concrete doelstellingen omtrent het duurzame beleid van de stad. Mede via de Samenwerkingsovereenkomst met

Meten is weten Al vóór de Samenwerkingsovereenkomst begonnen de stedelijke entiteiten met een energieboekhouding. Mede op basis van deze boekhouding worden REG-maatregelen voorgesteld en genomen. Van de gebouwen met het grootste energieverbruik maken we jaarlijks een

Van kleine actietjes die de aandacht moesten trekken, evolueerde het duurzame beleid naar concrete maatregelen, waarbij dikwijls meerdere diensten betrokken zijn. de Vlaamse Overheid (sinds 2003) is op het gebied van duurzame energie al veel ervaring opgebouwd. Dat is niet de verdienste van één enkele ambtenaar of stedelijke dienst, het is de optelsom van wat verschillende diensten en beleidsverantwoordelijken binnen de stad op gang ge-

energiejaarrapport. De resultaten hiervan worden doorgegeven aan de gebouwverantwoordelijken. Elk half jaar organiseren de duurzaamheidsambtenaren en de energiecoördinator een overleg met de gebruikers van de vijf stedelijke gebouwen die extra opvolging verdienen. Zo kunnen


Concrete cijfers zijn een uitstekend instrument voor sensibilisatie. Over een periode van enkele maanden telden de duurzaamheidsambtenaren het aantal pc’s die onnodig aangeschakeld blijven. Bij de derde telling stelden ze een opvallende daling vast.

het bezoek aan Freiburg, dat de VVSG in september organiseerde, voor ons heel inspirerend. Freiburg levert het bewijs dat er veel mogelijk is, als je de handen maar uit de mouwen steekt.

we meteen ingrijpen bij problemen, maar motiveren we gebruikers ook om de goed ingeslagen weg te blijven volgen.

Concrete aanpak De ondertekening van het Covenant of Mayors is voor Genk dus een goed voorbereide actie. We hebben tijdens het jaar van de kandidatuurstelling als het ware bedenktijd gekregen. Tegelijk staat de

Gedeelde verantwoordelijkheid Energiezorg is zo een gedeelde zorg geworden, waardoor ook steeds meer aanverwante initiatieven ingang vinden. Goede en slechte ervaringen met specifieke technieken worden uitgewisseld, nieuwe toepassingen worden ingevoerd. Concrete resultaatscijfers zijn bovendien een uitstekend instrument voor sensibilisatie. Dat bleek nog bij een campagne in het kader van interne milieuzorg in 2008: in de stedelijke gebouwen telden we over een periode van enkele maanden tot drie keer toe het aantal pc’s die na de werkuren onnodig aangeschakeld blijven. De cijfers werden telkens bekend gemaakt, en bij de derde telling stelden we een opvallende daling vast. Evolutie Terwijl een duurzaamheidsambtenaar een tiental jaar geleden nog een vreemde eend in de gemeentelijke organisatie was, geraakt hij/zij nu stilaan ingeburgerd. De algemeen toenemende aandacht voor het duurzaamheidsprincipe is daar zeker niet vreemd aan. Je merkt het ook aan de soorten acties en campagnes die binnen de stedelijke werking ontstaan. Van kleine actietjes die vooral de aandacht moesten trekken, evolueerde het duurzame beleid naar concrete maatregelen, waarbij dikwijls meerdere diensten betrokken zijn. Delen van kennis en ervaring Grote steden en gemeenten hebben het voordeel dat ze grotere acties en inspanningen aankunnen, maar hun werkgebied is ook groter, waardoor het dikwijls langer duurt om tot de concrete uitvoering van een project te komen. Het helpt ook als je over de gemeentegrenzen kijkt, waarom zou je een goed idee niet delen? Vlaanderen stelt als duurzame regio nog niet zo veel voor. In vergelijking met Nederland en Duitsland, waar in de stedenbouwkundige regelgeving al veel duurzame principes werden doorgevoerd, hinken we nog wat achterop. Maar dat werkt niet ontmoedigend, integendeel. Zo was

wordt ervaring uitgewisseld en alle ter beschikking zijnde informatie juist doorgegeven. Bovendien geeft dit overleg de mogelijkheid om de verschillende energie-initiatieven zoveel mogelijk aan elkaar te knopen. Al deze contacten stellen ons in staat om ook de minder gegoede Genkenaar bij het klimaatproject te betrekken. Zo streven we ernaar om voor basisinvesteringen – isolatie, verwarmingsinstallaties en spaarzame verlichting – concrete

In vergelijking met Nederland en Duitsland, waar in de stedenbouwkundige regelgeving al veel duurzame principes werden doorgevoerd, hinken we nog wat achterop. Maar dat werkt niet ontmoedigend, integendeel. stad Genk voor de opmaak van een nieuw milieubeleidsplan, tegen het einde van 2009 moet dit plan goedgekeurd zijn door de gemeenteraad. Dat geeft ons dus de kans om in de geest van het Covenant of Mayors concrete Genkse doelstellingen te formuleren, als bijdrage tot de oplossing van het klimaatprobleem. In het onderdeel klimaatactieplan van het milieubeleidsplan zijn er voor de interne werking drie thema’s die de inhoud mee zullen bepalen. Dat zijn de vergroening van de stedelijke mobiliteit, de verdere daling van het energieverbruik in de stedelijke gebouwen en het blijven investeren in groene energie. Er zal verder ingezet worden op duurzaam bouwen, zowel door de stad als door de inwoners. Niemand uit de boot Het Covenant of Mayors richt zich expliciet tot de lokale overheden, juist omdat deze zo dicht bij elke burger staan. Het is dus onze taak om ervoor te zorgen dat elke inwoner ook werkelijk betrokken zal worden. Gelukkig kunnen we hiervoor terugvallen op een breed netwerk en meerdere al bestaande samenwerkingsverbanden. Naar aanleiding van allerlei aan energie gelinkte initiatieven van verschillende overheden en instanties is enkele jaren geleden een Genks energieoverleg opgestart. Naast stadsambtenaren zijn hier onder meer het OCMW, de lokale diensteneconomie en het buurtopbouwwerk vertegenwoordigd. Hier

resultaten te boeken. Genk staat samen met Hasselt bijvoorbeeld voluit achter de oprichting van de lokale entiteit DUWOLIM (Duurzaam wonen in Limburg). Waar beginnen? Heel concreet: sinds 1 januari 2009 wordt in de stedelijke gebouwen en voor de openbare verlichting alleen nog groene stroom gebruikt. En verder verwachten we veel van de campagne die opgebouwd wordt op basis van de thermografische opname van het Genkse grondgebied, die als de weersomstandigheden meezitten, in de winter van 2009 gemaakt zal worden. Met deze thermografische opnames als uitgangspunt starten we een algemene sensibilisatiecampagne voor rationeel energiegebruik. De foto’s zullen onder meer te zien zijn in de wijken, waarna kandidaat-investeerders makkelijker betrokken kunnen worden in de verschillende geplande isolatiecampagnes. Binnenkort werken we een nieuw Interreg-project uit: de stad participeert aan de ontwikkeling en uitvoering van het project Sustainable neighbourhoods. Binnen één (of eventueel meer) wijken in Genk zal concreet en met zoveel mogelijk bewoners werk gemaakt worden van duurzaam energiegebruik. Een van de voorstellen is een volledige wijk van dakisolatie te voorzien. Isabelle Vanderheyden is duurzaamheidsambtenaar in Genk 1 april 2009 LOKAAL 29


LAYLA AERTS

WERKVELD RUIMTELIJKE ORDENING

Hoge raad voor herstelbeleid ontmoedigt lokale besturen ‘Beringen klaagt straffeloosheid bouwovertredingen aan’ stond er midden februari in de krant. Dat bouwovertredingen op zo’n manier de pers halen is uitzonderlijk want de handhaving van stedenbouwkundige misdrijven is een weinig toegankelijk thema. Toch deed Beringen er goed aan zijn gedachten eens hardop te zeggen. Veel gemeenten zijn het er trouwens roerend mee eens. Xavier Buijs

V

eel lokale besturen zien het belang van een actief handhavingsbeleid in. En ze investeren erin, door bijvoorbeeld te informeren over wat wel en niet kan, informatiecampagnes op te zetten of te wijzen op de mogelijkheid van het indienen van een regularisatievergunning. Veel gemeenten zien hun rol betreffende handhaving dan ook voornamelijk bij het voorkomen van stedenbouwkundige overtredingen. Want het moet gezegd: het repressieve optreden kan op flink wat minder enthousiasme rekenen. Liever geen heksenjacht De gemeenten hebben daar ook redenen voor. Seponering is er daar één van. Niet zo lang geleden werd becijferd dat van alle pv’s die in verband met ruimtelijke ordening worden opgemaakt, uiteindelijk maar 17 procent daadwerkelijk wordt opgevolgd. Burgemeester Katrien Schryvers van Zoersel, lid van het VVSGdirectiecomité en voormalig volksvertegenwoordiger, stelde er onlangs een vraag over in de Kamer. ‘Uit het antwoord bleek dat in 2007 17 procent van de stedenbouwkundige misdrijven werden vervolgd. Meer dan vier op de vijf overtredingen worden dus geseponeerd. Dergelijke cijfers zijn niet motiverend voor gemeenten om in te zetten op het repressieve luik van handhaving. Het risico is reëel dat het werk voor niets is.’ 30 LOKAAL 1 april 2009

Factor 2: Het gemeentelijke bestuur is het meest burgernabije. Hoe groot of klein ook, het mag ook de vervelende taken zoals handhaving erbij nemen. Vanzelfsprekend is dat echter allerminst. De verbaliserende ambtenaar en de overtreder kennen elkaar of komen elkaar in de winkel of op straat tegen. Die na-

Veel gemeenten willen voornamelijk stedenbouwkundige overtredingen voorkomen en liever niet repressief optreden. bijheid zet niet aan tot een daadkrachtige repressieve handhaving. Repressief optreden vereist juist een zekere afstand. De regelgeving in verband met handhaving houdt daar het best rekening mee. Anne Wouters-Cuypers, schepen Ruimtelijke Ordening van Beringen: ‘Wij voeren géén heksenjacht op bouwovertredingen. We stimuleren mensen om zich alsnog in orde te stellen met de regelgeving of dringen aan op een herstel uit eigen beweging.


De mogelijkheid om herstel te vorderen wordt beperkt in tijd. Gemeenten die bezorgd zijn om een goede ruimtelijke ordening, zullen dus genoodzaakt zijn stedenbouwkundige overtredingen actiever op te sporen.

Herstelbeleid Maar wat doet die Hoge Raad voor het Herstelbeleid nu eigenlijk? Een stedenbouwkundig misdrijf wordt bestraft volgens regels die zijn beschreven in het Decreet Ruimtelijke Ordening. Specifiek aan stedenbouwkundige overtredingen is dat de rechter behalve een straf ook een herstel van de illegaal uitgevoerde werken kan opleggen. Dat is logisch. Stel dat iemand zonder vergunning een woning heeft gebouwd. Enkel die persoon daarvoor straffen en de woning zélf ongemoeid laten, zou vreemd zijn. Daarom zal de rechter behalve de straf ook een vorm van herstel opleggen. Zo kan hij bijvoorbeeld de volledige afbraak van de illegaal uitgevoerde werken eisen. De rechter is echter niet goed geplaatst om zich uit te spreken over wat een redelijke vorm van herstel is want hij heeft geen verstand van wat goede ruimtelijke ordening is. En dus gaat de rechter voordat hij een uitspraak doet bij de gemeente en/of de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur vragen wat een geschikte vorm van herstel is: alles af breken, aanpassingswerken opleggen of toch toestaan dat de illegaal uitgevoerde constructies blijven staan mits de overtreder een bepaald bedrag betaalt. In 2005 is de Hoge Raad voor het Herstelbeleid opgericht. Deze Raad heeft tot doel meer eenvormigheid in de te vorderen herstelmaatregel te krijgen. Tot de oprichting van de Raad was het immers mogelijk dat overtredingen in gemeente X een heel andere herstelvordering kreeg opgelegd dan vergelijkbare overtredingen in gemeente Y. Wim Vanheel, secretaris van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid: ‘De Hoge Raad heeft verschillende opdrachten. In relatie tot de gemeenten is het verlenen van een eensluidend advies over de herstelvordering bij bouwinbreuken van belang. Anders gezegd: de door de gemeente gekozen herstelmaatregel kan maar worden verstuurd na akkoord van de Raad.’ Tekort aan dienstige stukken Beringen klaagt aan dat het niet gemakkelijk is een akkoord van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid te krijgen. De jaarverslagen van de Hoge Raad bevestigen dat. Daaruit blijkt immers dat gemiddeld maar de helft van de adviesaanvragen van de gemeenten het fiat krijgt van de Raad. Wim Vanheel: ‘Een van de belangrijkste redenen waarom een niet-eensluidend advies wordt gegeven, is dat er niet voldoende dienstige stukken zijn. Dit zijn stukken die noodzakelijk zijn om met kennis van zaken te kunnen oordelen. De Hoge Raad doet immers ter plaatse geen vaststellingen.’ Daarnaast zijn er nog andere oorzaken waarom de Hoge Raad een niet-eensluidend advies moet geven: ‘De Hoge Raad oordeelt soms ook dat de opgegeven motivatie niet vol

stefan dewickere

Slechts voor recente en flagrante gevallen die niet vergunbaar zijn, daadwerkelijk de goede ruimtelijke ordening aantasten en hinder betekenen voor de omwonenden, stellen we een procesverbaal op. Naast het veelvuldig seponeren is het is dan ook behoorlijk frustrerend om te zien dat we zelfs voor dergelijke gevallen heel moeilijk een eensluidend akkoord krijgen van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid.’ Beringen wijst daarmee naar deze Raad als derde factor waarom gemeenten ontmoedigd raken als ze actief een repressief handhavingsbeleid willen voeren.

Handhaving ruimtelijke ordening op de schop Het Decreet Ruimtelijke Ordening wijzigt binnenkort behoorlijk, ook wat betreft handhaving. We vatten hier belangrijke nieuwigheden en wijzigingen samen. • Vlaanderen stelt een Handhavingsplan op. Dit plan zal onder andere taakafspraken tussen het gewest en de gemeenten bevatten op het vlak van handhaving in de ruimtelijke ordening. Op dit moment is handhaving immers een parallelle bevoegdheid. Zowel het gewest als de gemeente kan dus optreden tegen een bepaalde stedenbouwkundige overtreding. De afspraak zal wellicht een formalisering inhouden van de reeds gegroeide praktijk dat de Vlaamse bouwinspectie voor de grote bouwmisdrijven in bijvoorbeeld kwetsbaar gebied optreedt en de gemeente instaat voor de kleinere overtredingen in woongebied. • De Hoge Raad voor het Herstelbeleid wordt omgedoopt tot Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid. Zijn taken worden uitgebreid. Naast een akkoord voor de te vorderen herstelmaatregel zal de gemeente voortaan ook toestemming moeten vragen aan de Hoge Raad om een door de rechter opgelegde herstelmaatregel ambtshalve uit te voeren. Ook als de gemeente wil switchen van een herstelvordering uitgesproken door de burgerlijke rechter naar een vordering uitgesproken door de strafrechter (of andersom), zal ze daarvoor eerst een fiat van de Raad moeten krijgen. • Er wordt decretaal bepaald in welke situaties welke vorm van herstel gepast is. Het herstel in de oorspronkelijke staat verdient dus niet meer automatisch de voorkeur, en als deze maatregel wordt gekozen, zal dit goed moeten worden gemotiveerd. • De mogelijkheid om herstel te vorderen wordt beperkt in tijd. Voor overtredingen in woongebied geldt voortaan dat het herstel moet zijn gevorderd binnen vijf jaar nadat het misdrijf is gepleegd. Buiten woongebied gelden langere verjaringstermijnen. Door deze bepaling zullen gemeenten die bezorgd zijn om een goede ruimtelijke ordening genoodzaakt zijn stedenbouwkundige overtredingen actiever op te sporen. • Gemeenten wordt aangeraden gemeentelijke administratieve sancties in te voeren voor het niet melden van stedenbouwkundige ingrepen die meldingsplichtig zijn, een nieuwe categorie van ingrepen waarbij een loutere melding van de werken volstaat.

1 april 2009 LOKAAL 31


KLARE KIJK ?

!

Op 7 juni trekken we naar de stembus voor de regionale en Europese verkiezingen. Hoe zit met de vergunningplicht van verkiezingsborden? Op het openbare domein mogen vanzelfsprekend niet zomaar borden worden geplaatst of affiches worden geplakt. Daarvoor is een schriftelijke toestemming van de eigenaar en/of de wegbeheerder, veelal de gemeente, vereist. Vanaf 7 maart is het plaatsen van verkiezingsborden op privédomein vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunning. Die vrijstelling geldt echter alleen als aan drie voorwaarden tegelijk is voldaan. Ten eerste geldt de vrijstelling alleen in gebieden die volgens een bestemmingsplan te beschouwen zijn als ‘woongebied in ruime zin’ of ‘industriegebied in ruime zin ’. Buiten deze gebieden mag een bord uitsluitend in de tuin van een woning vrij worden geplaatst. Anders is toch een stedenbouwkundige vergunning noodzakelijk. Een verkiezingsbord in een weide aan een uitvalsweg mag dus in geen geval zomaar worden geplaatst, een bord vlakbij een boerderij dan weer wel. De tweede voorwaarde is dat de oppervlakte van het verkiezingsbord maximaal vier vierkante meter mag bedragen. Voor grotere borden geldt een stedenbouwkundige vergunningplicht. Ten slotte moet de publiciteit binnen twee weken na afloop van de verkiezingen verwijderd worden. In alle gevallen is het verboden om affiches aan te brengen of verkiezingsborden te plaatsen in een strook van 30 meter naast een snelweg. Gemeenten kunnen zelf aanvullende regels stellen. Zo kan via een stedenbouwkundige verordening de vrijstelling voor het plaatsen van verkiezingsborden op het private domein toch weer stedenbouwkundig vergunningplichtig worden gesteld, mocht dat aangewezen zijn. Een gemeente kan ook nadere bepalingen in een gemeentelijke politieverordening opnemen. Daarin worden geen zaken geregeld die met het aanzien van de gemeente te maken hebben, maar bepalingen die ervoor zorgen dat de verkiezingscampagne ordelijk en veilig verloopt, kunnen wel. Het verbieden van borden op plekken waar de verkeersveiligheid in het gedrang komt, is er een voorbeeld van. Om een woud van verkiezingspanelen te voorkomen, plaatsen vrijwel alle gemeenten grote borden op pleinen en andere plekken waar veel mensen komen. Hierop mogen de politieke partijen vrij hun affiches aanplakken. Besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen en van de werken, handelingen en wijzigingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is Besluit van de Vlaamse Regering van 7 juli 2006 houdende de algemene regels voor het aanbrengen van verkiezingsaffiches en het organiseren van gemotoriseerde optochten

Mail uw vraag over ruimtelijke ordening naar xavier.buijs@vvsg.be 32 LOKAAL 1 april 2009

WERKVELD RUIMTELIJKE ORDENING

staat om de gekozen herstelmaatregel vanuit het oogpunt van de goede ruimtelijke ordening te verantwoorden. Hierbij wordt gekeken naar de concrete ruimtelijke impact die op de plaats van de inbreuk en haar onmiddellijke omgeving wordt veroorzaakt. De Hoge Raad kan ook vaststellen dat er een aanzienlijke tijdsspanne tussen de inbreuk en het inleiden van de herstelvordering is verstreken, zonder dat concreet wordt verantwoord waarom het noodzakelijk is alsnog handhavend op te treden. De Hoge Raad stelt soms ook vast dat enkel burgerlijke aspecten worden aangehaald, zonder dat de gekozen herstelmaatregel vanuit stedenbouwkundig oogpunt wordt verantwoord. Denk bijvoorbeeld aan een zuiver burengeschil over het wegnemen van lichten en zichten, dat door de vrederechter moet worden beslecht.’

Het gemeentelijke bestuur is het meest burgernabije. Die nabijheid zet niet aan tot een daadkrachtige repressieve handhaving.

Als laatste reden vermeldt Wim Vanheel dat ook adviesvragen een niet-eensluidend advies krijgen wanneer via de herstelvordering oplossingen worden gezocht voor overtredingen op andere regelgeving, bijvoorbeeld sectoriële. ‘Denk dan bijvoorbeeld aan de Vlaamse wooncode of Vlarem. De Hoge Raad is immers niet bevoegd uitspraak te doen over andere dan stedenbouwkundige inbreuken,’ zegt Wim Vanheel. Hij wijst er overigens op dat gemeenten na een weigering altijd een aangepaste herstelvordering voor advies kunnen voorleggen en geeft aan dat de Hoge Raad voornemens is gemeenten die relatief veel niet-eensluidende adviezen krijgen te ondersteunen, bijkomend aan de vormingsinitiatieven die de Hoge Raad eerder al nam. Gemeenten moeten hun dossiers dus stevig onderbouwen en dat kost tijd. Een herstelvordering voorbereiden houdt naar schatting een dag werk in. Omdat de stedenbouwkundige diensten toch al overbelast zijn, kunnen ze die ook op een andere manier gebruiken, bijvoorbeeld door in te zetten op preventie van stedenbouwkundige overtredingen. Dat biedt bovendien meer garantie op succes. Anne Wouters-Cuypers: ‘Onze stad kan geen geloofwaardig vergunningenbeleid voeren als er geen resultaten worden geboekt op het vlak van handhaving. Door de talrijke seponeringen en de hoge eisen van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid worden flagrante overtredingen in de praktijk niet bestraft. Als de andere overheden werkelijk willen dat gemeenten een actievere rol spelen op het vlak van repressieve handhaving in de ruimtelijke ordening, dan zullen ze maatregelen moeten nemen die stimulerend werken voor de gemeenten, en niet allerhande bijkomende administratieve tussenstappen in het leven roepen.’ Xavier Buijs is VVSG-stafmedewerker ruimtelijke ordening


WERKVELD ETHIEK IN DE ZORG

Een van de werkingsprincipes van het nieuwe woonzorgdecreet is ethisch verantwoorde zorg. Ethisch verantwoorde zorg begint bij het in kaart brengen van waarden, behoeften en gevoelens van elke nieuwe gebruiker of bewoner (biografische dienstverlening). Dit is een proces waaraan alle leden van het begeleidende team deelnemen en dat wordt aangestuurd door de maatschappelijk werker, de animator of het afdelingshoofd. De medewerkers vragen zich voortdurend kritisch af wat ze kunnen doen om nog beter aan te sluiten bij de leefwereld van de gebruikers en bewoners. Dit vergt een aantal basiscompetenties (empathie, actief kunnen luisteren, respect voor de individualiteit en autonomie) die prioritaire aandachtspunten moeten zijn bij selectie, functionerings- en evaluatiegesprekken en vorming. Ethisch verantwoorde zorg impliceert het ontwikkelen van een (ethische) visie die het bewust omgaan met waarden in de organisatie aanmoedigt. Een dergelijk kader biedt perspectieven voor het uitwerken van een beleid in verband met vroegtijdige zorgplanning. Vroegtijdige zorgplanning is het voorafgaande overleg met bewoner, zorgverleners en familie over de doelen en de gewenste richting van de zorg bij het naderende levenseinde. Ethisch verantwoorde zorg kan ten slotte ook tot uiting komen in de installatie van een werkgroep of commissie ethiek, waarbij vertegenwoordigers uit diverse beroepsgroepen adviezen formuleren voor ingrijpende of veel voorkomende morele dilemma’s.

Zorgverleners moeten elke dag keuzes maken: de autonomie respecteren of ingrijpen als een diabete bewoner taart wil eten?

Inspiratie voor ethisch verantwoorde zorg Een van de werkingsprincipes van het nieuwe woonzorgdecreet is ethisch verantwoorde zorg bieden. Deze zorg begint bij het in kaart brengen van waarden, behoeften en gevoelens van elke nieuwe gebruiker of bewoner. Daarna blijven de hulpverleners zich voortdurend kritisch afvragen wat ze kunnen doen om nog beter aan te sluiten bij de leefwereld van de gebruikers en bewoners. Robert Geeraert

W

at doe je als je nog twee maanden te leven hebt? Je geld afhalen en de wereldreis maken waarvan je altijd hebt gedroomd? Zolang mogelijk blijven werken? Stoppen met werken en zoveel mogelijk tijd doorbrengen met je dierbaren? In elk geval vraag je je af wat echt belangrijk is in het stuk leven dat je nog rest. Wat er echt toe doet heeft alles te ma

ken met onze waarden. Waarden zijn gezindheden, overtuigingen waarbij wij ons goed voelen en die wij zoveel mogelijk willen uiten: doorzetting, werklust, verantwoordelijkheidszin, vriendschap, liefde, materieel comfort of prestige. Iemand die bijvoorbeeld privacy zelf belangrijk vindt, zal aankloppen en pas na toelating van de bewoner de kamer binnengaan.

Onze waarden hebben wij als kleuter via identificatie met de ouders onbewust overgenomen. Tijdens onze adolescentie zijn wij er zeer bewust mee omgegaan. Velen hebben zich afgezet tegen hun ouders en hebben geĂŤxperimenteerd met nieuwe waarden, om uiteindelijk na evaluatie en veel discussie een eigen waardepatroon op te bouwen. Volwassenen zijn doorgaans veel minder bewust bezig met hun levensdoelen. Zij hebben, ten onrechte, de neiging denigrerend te doen over leeftijdsgenoten die in volle midlifecrisis een drastische wending aan hun leven geven. Waarden sturen ons doen en laten zowel thuis als in ons beroepsleven. Ook bewoners van woonzorgcentra en gebruikers van thuiszorg brengen uiteraard hun eigen waarden mee in de zorg en begeleiding. 1 april 2009 LOKAAL 33

STEFAN DEWICKERE

Ethisch verantwoorde zorg garanderen


WERKVELD ETHIEK IN DE ZORG

Bewust omgaan met waarden verhoogt het welzijn van bewoners, gebruikers en mantelzorgers. Mevrouw Wets heeft heel haar leven hard gewerkt. Sinds zij in het woonzorgcentrum is komen wonen, voelt zij zich nutteloos omdat ze niets meer om handen heeft. Het begeleidende team besluit om haar elke dag de pas gewassen handdoeken op de kamer te brengen om ze te vouwen. Mevrouw Wets bloeit weer open. Ze kan opnieuw enkele uren per dag werken, heeft het gevoel de medewerkers te helpen en ertoe bij te dragen de personeelskosten en dagprijs voor de bewoners in de hand te houden. (werklust, spaarzaamheid, zingeving)

Moreel stappenplan Morele gevoeligheid begint bij de kritische zelfreflectie van medewerkers die zich voortdurend afvragen of ze voldoende tegemoet komen aan de behoeften van gebruikers en hun gewoonten, waarden en gevoelens respecteren. Zo zal een verzorgende bij het wassen de zelfredzaamheid stimuleren en uitgaan van de wensen en voorkeuren van de zorgbehoevende. Wanneer wil hij gewassen worden, door wie, heeft hij graag dat zijn hoofd wordt gemasseerd of zijn rug goed geschrobd, wil hij met een bepaalde crème worden ingewreven, is er niet te veel lawaai, is het warm genoeg, is er geen zeep in de ogen, wil hij ondertussen graag een praatje maken? Zorgverleners moeten elke dag keuzes maken. Mevrouw X, zware diabeet, geniet ervan om verschillende stukken taart te eten ook al verbiedt haar huisarts dit. Mijnheer Y wil al meer dan een maand niet in bad. Mijnheer Z is elke dag dronken. Wat moeten deze zorgverleners doen: de autonomie respecteren of ingrijpen? De beste garantie voor een verantwoorde keuze is een overleg waarbij alle betrokkenen (gebruiker of bewoner, familie, medewerkers van het team) aanwezig zijn. Het gebruik van een moreel stappenplan kan hierbij een goed hulpmiddel zijn. Het biedt een kader dat de voortgang van het overleg bewaakt en de explicitering van de verschillende gevoelens en standpun34 LOKAAL 1 april 2009

Mevrouw Bos is bij haar zorgbehoevende moeder blijven wonen en heeft nooit een eigen gezin kunnen stichten. Sinds het overlijden van moeder gaat ze elke voormiddag in de wasserij van het woonzorgcentrum helpen strijken. Ze is er een luisterend oor en een vertrouwensfiguur voor alle schoonmaaksters die bij haar met hun problemen terecht kunnen. (moederfiguur, vriendschap, zorgzaamheid)

Mevrouw Engels klaagt geregeld de verkeerde behandeling van haar zorgbehoevende moeder aan. In een persoonlijk gesprek nodigt het niet defensieve diensthoofd de vrouw uit om haar gevoelens te uiten. Zij spreekt haar waardering uit voor mevrouw Engels’ liefde voor moeder, verantwoordelijkheidszin en perfectionisme. Op die manier laat zij haar voelen dat zij haar als een partner in zorg beschouwt.

Respect voor autonomie lijkt onverenigbaar met zorgzaamheid en bescherming.

ten mogelijk maakt. Een moreel stappenplan leidt tot een hiërarchie van waarden die de basis is voor de besluitvorming. Firmin Bundervoet is zeventig, woont in een woonzorgcentrum. Bij mooi weer gaat hij op stap en wordt hij geregeld pas ’s avonds laat of ’s nachts door de politie thuis gebracht. De meningen bij de leden van het begeleidende team zijn zeer verdeeld. Een groep vindt dat zij de vrijheid van Firmin moet respecteren. Een andere groep vindt het onverantwoord dat hij ’s nachts alleen op straat ronddoolt. Het af-

delingshoofd besluit alle betrokkenen uit te nodigen om samen te overleggen hoe zij het best met deze situatie kunnen omgaan. Zij doen hierbij een beroep op het stappenplan voor morele reflectie van de Nederlandse zorgethicus Eric Bosch. Dit stappenplan omvat een lijst met vragen om het morele dilemma vanuit verschillende invalshoeken te beschouwen. > Stap 1 Formuleer het morele probleem. Moeten de zorgverleners de vrijheid en wil van Firmin respecteren of hem beschermen?


Aandacht hebben voor de eigen waarden en die van de collega’s, is goed voor de hulpverleners

STEFAN DEWICKERE

Een verzorgende reageert zeer emotioneel op een seksuele toenaderingspoging van een van de bewoners. In een gesprek met haar collega’s licht ze toe dat haar man haar recent heeft verlaten voor een veel jongere vrouw. De collega’s kunnen hierdoor haar reactie beter begrijpen. Met je collega’s praten over je waarden en gevoelens verhoogt het wederzijdse begrip en versterkt de verstandhouding.

> Stap 2 Welke van volgende invalshoeken werpen een licht op het probleem? Welke aspecten van autonomie zijn hier aan de orde? Wat wil de gebruiker/bewoner? Firmin wil zijn vrijheid behouden. Hij wil als het mooi weer is gaan wandelen zoals hij altijd heeft gedaan. Welke aspecten van beschermwaardigheid zijn er zichtbaar? In welke mate moeten de hulpverleners ingrijpen om de gebruiker of anderen te beschermen? Firmin vindt meestal zijn weg niet terug. Hij dwaalt uren alleen op straat en riskeert ook bij een ongeval betrokken te raken.

Een ervaren verzorgende loopt de laatste maanden voortdurend te kankeren en veroorzaakt hevige spanningen in haar team. De situatie escaleert en de verzorgende deelt de directie mee dat zij haar pensioen aanvraagt. In een vertrouwelijk gesprek licht zij toe dat ze door haar eigen fysieke beperkingen en de gestegen zorglast niet meer in staat is de bewoners die begeleiding te geven die ze nodig hebben. Zij voelt zich zeer ongelukkig omdat zij haar zorgzaamheid, respect en sociale engagement niet meer kan uiten zoals zij zou willen. Een directie die systematisch aandacht besteedt aan de mate waarin medewerkers hun waarden kunnen beleven, verhoogt hun draagkracht en gaat burn-out tegen.

Een hoofdverpleegkundige van een afdeling voor dementerende bewoners jaagt zich dagelijks op, ze wil dat haar medewerkers voor tien uur alle bewoners gewassen hebben. De medewerkers staan hierdoor voortdurend onder zeer zware druk. In een coachinggesprek met de directeur blijkt dat zij gesteld is op orde, netheid en structuur en deze handelwijze ook thuis toepast. Ze heeft het ook in haar opvoeding nooit anders gekend. Door erover te praten beseft zij dat zij bij het aansturen van haar afdeling vooral van haar eigen waarden uitgaat en dat dit niet noodzakelijk de waarden van de medewerkers en de bewoners zijn.

De medewerkers willen hem ook tegen eventuele aanranders beschermen. Welke aspecten van de kwaliteit van leven werpen een interessant licht op het spanningsveld? Firmin geniet van zijn uitstappen. Hij voelt zich vrij en legt buitenshuis veel meer contacten dan in het woonzorgcentrum waar hij zich niet thuis voelt. Weten wij over wie we het hebben? Firmin is altijd een landloper geweest die op straat leefde. De uitstappen zijn een voortzetting van zijn levenswijze van vroeger: bedelen, eten vragen Welke (botsende) normen en waarden zijn hier in het geding? Er is een discrepantie tussen respect voor de individualiteit en autonomie enerzijds en zorgzaamheid en verantwoordelijkheidszin anderzijds. Wie zijn er allemaal bij het dilemma betrokken? Welke belangen spelen er mee? De medewerkers van de nachtdienst voelen zich bedreigd. Zij vragen zich af wie er bij een eventueel ongeval aansprakelijk zal worden gesteld. De politie is het beu om Firmin keer op keer midden in de nacht van de straat te plukken en thuis te brengen. De raad van bestuur maakt zich ook zorgen om het imago van het woonzorgcentrum. Zijn er verschillende visies aanwezig bij de teamleden? Sommige teamleden zijn van mening dat bewoners van een woonzorgcentrum even veel vrijheid moeten kunnen genieten als thuis, anderen menen dat zij verantwoordelijk zijn voor de bewoners en hen maximaal moeten beschermen.

> Stap 3 Een besluit, een keuze. Welke oplossingen zijn mogelijk? Wat zijn de voor- en nadelen van elke oplossing? Welke waarden worden hierbij gerespecteerd? Er zijn eigenlijk maar twee mogelijkheden. Firmin leeft zijn leventje van altijd voort (autonomie, vrijheid, levenskwaliteit) of hij verhuist naar de gesloten afdeling (veiligheid, bescherming). De medewerkers beseffen dat een verhuizing naar de gesloten afdeling voor Firmin gelijk staat met het verlies van elke levenskwaliteit. Zij vrezen dat hij op die manier niet lang meer zal leven. Op basis van die overweging kiezen zij voor een behoud van de huidige situatie. > Stap 4 Realiteitstoetsing: welke factoren staan er in de weg om de keuze uit te voeren? De raad van bestuur moet overtuigd worden en de politie gemotiveerd om Firmin naar huis te blijven brengen. Bovendien vragen de medewerkers van de nachtploeg de garantie dat zij niet aansprakelijk worden gesteld wanneer er tijdens de escapades van Firmin een ongeval gebeurt. > Stap 5 De uitvoering van de beslissing: afspreken wie wat hoe zal doen. Robert Geeraert is VVSG-stafmedewerker vorming residentiële ouderenzorg VVSG 1 april 2009 LOKAAL 35


WERKVELD MILIEUBELEID

De groenambtenaar van Nieuwpoort (uiterst rechts) en de schepen van Brasschaat (2e van rechts) wisselen ervaringen uit met de eerste schepen van Dongguan (links). Een bekroond project tijdens de finale van 2007: aanleg van een sportterrein op een verwaarloosde site in Soweto (Johannesburg - Zuid-Afrika). Groenvoorziening in Johannesburg heeft een sterke sociale functie.

LivCom-prijzen bekronen wereldwijd leefbare steden en gemeenten De wedstrijd International Awards for Liveable Communities stimuleert goede praktijken voor milieubeheer en ontwikkeling van duurzame en leefbare gemeenschappen gepaard aan een verbetering van de levenskwaliteit. Deelnemen is belangrijker dan winnen, want meedoen levert de deelnemende gemeente een internationaal profiel op. inge ruiters

N

og maar drie Vlaamse steden en gemeenten durfden in het verleden deze uitdaging aan. Ze sleepten meteen een Award for Liveable Communities in de wacht. Brasschaat behaalde in 2006 een gouden medaille, Nieuwpoort in 2008 een zilveren en Lochristi in 2003 een bronzen. Dit jaar vindt de finale van 8 tot 12 oktober plaats in het Tsjechische Pilsen. Leefbare gemeenschappen ‘Sinds 1997 kunnen alle steden en gemeenten ter wereld aan de LivCom-prijzen deelnemen,’ legt Jos De Wael uit. Hij is jurylid en ingenieur van de Vereniging voor Openbaar Groen. ‘Het idee voor deze wedstrijd is in 1995 in de marge van het IFPRA-wereldcongres van Antwerpen ontstaan. De IFPRA – International Federation of Park and Recreation Administration – is een organisatie die groenvoorzieners van over heel de wereld groepeert. De Vereniging voor Openbaar Groen is sinds 1980 als beroepsorganisatie bij de IFPRA aangesloten. Het initiatief wordt actief gesteund door het Leefmilieuagentschap van de Verenigde Naties (UNEP). De LivCom-prijzen en -onderscheidingen zijn vooral symbolisch. De winnaars ontvangen geen geldprijzen, al kunnen ze wel een beurs aanvragen van 36 LOKAAL 1 april 2009

10.000 euro voor een uitzonderlijk project. Bijkomend reikt de organisatie ook Environmentally Sustainable Project Awards uit voor innovatieve projecten die een positieve impact op de plaatselijke omgeving maximaliseren.’ LivCom-prijzen zijn er in vijf categorieën. Steden en gemeenten met gelijk inwonerstal worden met elkaar vergeleken. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de culturele, politieke, economische, klimatologische en geografische context van elke deelnemer. De presentaties zijn vrij toegankelijk voor het publiek en ook live te volgen op www.livcomawards.com.

Leerrijk Deelnemen aan de LivCom-prijzen is bijzonder leerrijk en grensverleggend. Voor de samenstelling van haar dossier voert de stad of gemeente een self-audit op haar beleid uit, wat tegelijk een aanzet voor nieuwe toekomstplannen biedt. Tijdens de informele momenten van de finaleweek en de formele activiteiten zoals het internationale symposium over duurzaamheid en zorg voor het leefmilieu hebben de deelnemers de kans om met buitenlandse collega’s vakgebonden problemen en uitdagingen te bespreken in een professionele sfeer. Deze ontmoetingen leiden vaak tot blijvende contacten en bezoeken aan elkaars projecten. Bovendien maken de deelnemers kennis met de beste groen- en leefmilieuprojecten in steden en gemeenten die een wereldwijde inspiratiebron vormen. De internationale erkenning is zeker ook een middel om toerisme in eigen stad of gemeente te promoten en om aan citymarketing te doen. Inge Ruiters is redacteur van Lokaal

• jos.de.wael@vvog.info, ingenieur Vereniging voor Openbaar Groen, T 050-33 21 33, www.vvog.info

Tot 30 JUNI Schrijf uw stad of gemeente in voor een LivCom-Prijs De dossiers moeten aantonen welke inspanningen er de voorbije jaren voor groenvoorziening, verfraaiing van het landschap, bescherming van het leefmilieu en het aanwezige erfgoed geleverd zijn. Bovendien moet de gemeente aantonen dat ze bekommerd is om een gezonde levensstijl van haar inwoners en hen betrekt bij de uitbouw van het beleid. Ten slotte moeten de deelnemers een visie op de toekomst formuleren. ÎÎInformatiebrochure, inschrijvingsdocumenten en -voorwaarden op www.livcomawards.com, een papieren versie kunt u aanvragen op info@vvog.info.


wetmatig berichten

Woonzorgdecreet goedgekeurd in Vlaams Parlement

De parlementsleden verwachten dat lokale besturen een actieve rol zullen spelen in de uitvoering van het woonzorgdecreet. Maar deze rol staat niet ingeschreven in de decreettekst. Volgens Vlaams minister van Welzijn Veerle Heeren doet het woonzorgdecreet geen afbreuk aan het waardevolle decreet betreffende lokaal sociaal beleid: ‘Ik reken erop dat het lokale sociale beleid zijn belangrijke rol zal blijven spelen in het kader van woonzorg, zoals door het invullen van leemtes op het vlak van zorgverlening binnen de lokale gemeenschap. We moeten alle krachten bundelen om een antwoord te geven op alle behoeften in onze vergrijzende maatschappij.’ Na de bespreking werd het decreet goedgekeurd: 68 parlementsleden stemden voor het ontwerp, 38 leden onthielden zich. De VVSG is tevreden dat de minister en de parlementsleden het belang van lokale samenwerking erkennen. Wij rekenen erop dat we dit tijdens de volgende legislatuur ook in de teksten van de uitvoeringsbesluiten over de woonzorgnetwerken mogen terugvinden. Ondertussen wordt daaraan hard gewerkt. Enkele tendensen zijn zichtbaar. Die schetsen we hieronder, uiteraard onder voorbehoud, want de definitieve teksten zijn nog niet klaar.

Woonzorgvoorzieningen

Bij de voorbereiding van de uitvoeringsbesluiten van de woonzorgvoorzieningen werd ook de VVSG betrokken. Deze besluiten werden geschreven binnen het bestaande budgettaire kader. Er komen op korte termijn dus geen middelen bij voor de sector. Dat fnuikt enigszins de ambities die terug te vinden zijn in het decreet. De VVSG zal er bij de volgende Vlaamse regering op aandringen de middelen die nodig zijn voor de realisatie van de Vlaamse ambities, vrij te maken. De financiering van de overigens terechte ambitie om te streven naar woonzorg van bijzonder hoge kwaliteit mag immers niet terechtkomen bij de woonzorggebruiker en/of de lokale besturen die bijpassen voor gebruikers die hun facturen zelf niet kunnen betalen.

Gezinszorg en aanvullende thuiszorg

Over de uitvoeringsbesluiten gezinszorg en aanvullende thuiszorg werd al veel gediscussieerd. Voor de aanvullende thuiszorg zijn de uitvoeringsbesluiten sterk geënt op het huidige besluit logistieke hulp en aanvullen

STEFAN DEWICKERE

In de plenaire vergadering van 4 maart is het ontwerp van woonzorgdecreet besproken en goedgekeurd in het Vlaamse Parlement. Bij de bespreking werden enkele kritische noten geuit over het decreet, bijvoorbeeld over de link met het beleidsdomein wonen, maar de balans is positief.

Voor de lokale dienstencentra betekent het woonzorgdecreet een stap vooruit.

de thuiszorg. Omdat dit gebaseerd is op de situatie in de privésector, stoten we hier op problemen voor de openbare sector die op dit moment veel minder subsidies krijgt. Wij hopen dat deze ongelijkheid wordt weggewerkt. Voor de gezinszorg ligt het accent op zorgcontinuïteit. Het leveren van onregelmatige prestaties en het garanderen van een zekere dienstverlening bij ziekte of vakantie van een verzorgende treedt op de voorgrond. De verzorgenden moeten maximaal ingezet worden op verzorgende taken, terwijl de logistieke taken zoveel mogelijk door logistiek medewerkers (lager geschoolden) moeten worden uitgevoerd. Belangrijk is ook dat nieuwe initiatieven pas een erkenning krijgen bij tien voltijdse verzorgenden. Naar analogie met de andere woonzorgvoorzieningen worden ook bij de gezinszorg en aanvullende thuiszorg de sectorspecifieke minimale kwaliteitseisen (SMK’s) geïntegreerd in de uitvoeringsbesluiten.

Logistieke hulp roept vragen op

De schoonmaakdiensten van de OCMW’s die niet verbonden zijn aan een erkende dienst voor gezinszorg, krijgen ook de kans om toe te treden tot het woonzorgdecreet. Optioneel kunnen zij ook karweihulp bieden. De uitvoeringsbesluiten zijn sterk gebaseerd op de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg. Diensten die een erkenning vragen, krijgen twee jaar tijd (vanaf datum van erkenning) om zich te conformeren aan de

uitvoeringsbesluiten (dit wil concreet zeggen de werkingsprincipes en de kwaliteitseisen). Voor één luik is er een uitzondering: de cliëntbijdrageschaal. Zolang er geen subsidies zijn, mogen de diensten zelf de bijdrageschaal bepalen. Voor de aanvullende thuiszorg die aangesloten is bij de gezinszorg is er trouwens ook nog geen opgelegde bijdrageschaal. Momenteel zijn er nog geen subsidies voor de diensten voor logistieke hulp. In de toekomst zouden die er wel komen, in eerste instantie voor nieuwe werknemers en wie weet in een latere fase voor de huidige schoonmaak- en karweihulpen.

Lokale dienstencentra: een stap vooruit

Bij de uitwerking van de uitvoeringsbesluiten is er duidelijk geluisterd naar de lokale dienstencentra. Een van de belangrijkste vragen van de VVSG is de realisatie van antennepunten. Deze werking kan nu deels gerealiseerd worden via de vormende, informatieve en recreatieve activiteiten die voor een derde plaats kunnen vinden op een andere locatie. Positief is ook dat bij een samenwerking met andere erkende thuiszorgvoorzieningen deze activiteiten voor een stuk voor beide werkingen meegeteld kunnen worden (bijvoorbeeld een informatiesessie in samenwerking met een regionaal dienstencentrum). De vertegenwoordiging van de sociaal-culturele verenigingen in de centrumraad gebeurt via een afvaarvervolg op pagina 39 1 april 2009 LOKAAL 37


organiseert een selectieprocedure voor de aanwerving van:

voltijds statutair Afdelingshoofd Welzijnszaken m/v – A1a-A3a Als afdelingshoofd Welzijnszaken heeft u de leiding over de diensten Jeugd, Cultuur, Toerisme, Bibliotheek en Kinderdagverblijf en staat u in de voor de coördinatie van deze gemeentelijke diensten, met het oog op het stimuleren en realiseren van een maximale effectiviteit en efficiëntie van de dienstverlening. U verantwoordt zich aan de gemeentesecretaris. Diploma: masterdiploma en voldoen aan de toelatings- en wervingsvoorwaarden. Bovendien beschikt u over uitgesproken leidinggevende competenties om uw medewerkers te motiveren en te coachen. Geïndexeerde brutojaarwedde: minimaal 32.466,92 euro en maximaal 57.132,86 euro.

halftijds statutair jeugdconsulent m/v – B1-B3 Als jeugdconsulent zorgt u voor een uitbouw van een jeugdwerking en -promotie binnen de gemeente en behandelt u de desbetreffende dossiers. U draagt zorg voor de praktische realisatie van de strategische beleidsopties inzake aangelegenheden van de dienst Jeugd. Diploma: bachelor of gelijkwaardig en voldoen aan de toelatings- en wervingsvoorwaarden. Geïndexeerde brutojaarwedde (halftijdse tewerkstelling): minimaal 12.853,04 euro en maximaal 21.656,99 euro.

halftijds statutair sportfunctionaris m/v – B1-B3 Als sportfunctionaris zorgt u voor een uitbouw van een sportwerking en sportpromotionele activiteiten binnen de gemeente en behandelt u de desbetreffende dossiers. U draagt zorg voor de praktische realisatie van de strategische beleidsopties inzake aangelegenheden van de dienst Sport. Diploma: licentiaat L.O./ diploma master en het brevet van sportfunctionaris, uitgereikt door de Vlaamse Trainersschool of gelijkwaardig en voldoen aan, de toelatings- en wervingsvoorwaarden. Geïndexeerde brutojaarwedde (halftijdse tewerkstelling): minimaal 12.853,04 euro en maximaal 21.656,99 euro.

voltijds statutair deskundige werken (werkleider technische diensten) m/v – B1-B3 (Verlenging inschrijvingsperiode) Als deskundige werken streeft u, samen met de medewerkers naar het optimaal functioneren van de technische uitrusting (materieel en activering), een efficiënt beheer van de infrastructuur en wat het onderhoud betreft, naar een veilige infrastructuur in de gemeente. U heeft de leiding over het technische personeel, maakt de dagelijkse planning van de uit te voeren werken en controleert de uitvoering ervan op kwaliteit en efficiëntie. Diploma: bachelor of gelijkwaardig en voldoen aan, de toelatings- en wervingsvoorwaarden. Geïndexeerde bruto jaarwedde: minimaal 25.706,07 euro en maximaal 43.313,98 euro. voltijds statutair administratief medewerk(st)er m/v – C1-C3 voor de financiële dienst Als administratief medewerker op de financiële dienst voert u de toegewezen administratieve taken (invoeren inkomende facturen, verdelen van de facturen naar de diensten, opstellen van bestelbons) tijdig, correct en volledig uit teneinde de werking van de dienst vlot te laten verlopen. Diploma: hoger middelbaar onderwijs of gelijkgesteld. Geïndexeerde brutojaarwedde: minimaal 20.133,95 euro en maximaal 36.850,32 euro. contractueel kinderverzorg(st)er m/v – C1-C2 U zorgt voor de voeding en hygiënische verzorging van baby’s en peuters. U observeert voortdurend de psychomotorische ontwikkeling van de kinderen. Diploma: brevet kinderverzorg(st)er. Geïndexeerde brutojaarwedde: minimaal 20.133,95 euro en maximaal 33.878,52 euro.

technisch beambte poetsdienst m/v – E1-E3 De technisch beambte poetsdienst reinigt de hem/haar toegewezen lokalen teneinde ze in een nette en hygiënische staat te houden. Diploma: geen diplomavereisten. Geïndexeerde brutojaarwedde: minimaal 19.688,18 euro en maximaal 24.591,65 euro. Uw kandidatuur, met duidelijke vermelding van de beoogde functie, vergezeld van een uitgebreid cv en een afschrift van het vereiste diploma, moet: - hetzij overhandigd worden op het secretariaat van het gemeentebestuur Oud-Heverlee, op de 1° verdieping van het gemeentehuis, Gemeentestraat 2, 3054 Oud-Heverlee, waar u een ontvangstbewijs zult ontvangen; - hetzij per post verzonden worden aan het college van burgemeester en schepenen, Gemeentestraat 2, 3054 Oud-Heverlee. Uiterste inschrijvingsdatum voor de voormelde functies: 30 april 2009. Bijkomende inlichtingen i.v.m. de functie, de arbeidsvoorwaarden en de selectieprocedure zijn te verkrijgen bij het gemeentebestuur Oud‑Heverlee, dienst Personeel, Gemeentestraat 2, 3054 Oud-Heverlee, T 016-38 88 29,personeel@oud-heverlee.be of via www. oud-heverlee.be

38 LOKAAL 1 april 2009

organiseert een selectieprocedure met aanleg van een werfreserve voor de decretale graad van

voltijds Gemeentesecretaris m/v Als gemeentesecretaris bent U de spilfiguur van de gemeentelijke organisatie. U bent het hoofd van het personeel, heeft de leiding over en staat in voor de coördinatie van de gemeentelijke diensten, met het oog op het stimuleren en realiseren van een maximale effectiviteit en efficiëntie van de gemeentelijke dienstverlening. U verantwoordt zich aan de gemeentelijke bestuursorganen, afhankelijk van hun bevoegdheden. U heeft het vereiste masterdiploma en voldoet aan de toelatings- en wervingsvoorwaarden. Bovendien beschikt u over uitgesproken leidinggevende competenties om uw medewerkers te motiveren en te coachen. De brutojaarwedde bedraagt minimaal 44.913,13 euro en maximaal 66.335,52 euro en wordt bepaald in functie van de nuttige werkervaring die de kandidaat reeds opgebouwd heeft, hetzij in andere openbare diensten, hetzij in de privé-sector, hetzij uit zelfstandige activiteiten. Heeft U interesse voor deze functie en voldoet u aan de voormelde vereisten, dan kunt U zich kandidaat stellen voor deelname aan de selectieprocedure. Uw kandidatuur, met duidelijke vermelding van de beoogde functie, vergezeld van een uitgebreid cv en een afschrift van het vereiste diploma, moet: - hetzij overhandigd worden op het secretariaat van het gemeentebestuur Oud-Heverlee, op de 1° verdieping van het gemeentehuis, Gemeentestraat 2, 3054 Oud-Heverlee, waar u een ontvangstbewijs zult ontvangen; - hetzij per post verzonden worden aan het college van burgemeester en schepenen, Gemeentestraat 2, 3054 Oud-Heverlee. De uiterste inschrijvingsdatum is vastgesteld op donderdag 23 april 2009. De datum van het ontvangstbewijs en/of de postdatum gelden als bewijs. Bijkomende inlichtingen i.v.m. de functie, de arbeidsvoorwaarden en de selectieprocedure zijn te verkrijgen bij het gemeentebestuur Oud‑Heverlee, dienst personeel, Gemeentestraat 2, 3054 Oud-Heverlee, T 016-38 88 29, secretariaat@oud-heverlee.be of via www. oud-heverlee.be Voldoet U aan de voorwaarden van deze functie, dan wordt U schriftelijk uitgenodigd om deel te nemen aan de selectieprocedure, waarin u de mogelijkheid geboden wordt uw kennis en motivatie te bewijzen.


wetmatig berichten

OCMW Oud-Heverlee

vervolg van pagina 37 diging uit de lokale ouderenadviesraad. De infrastructuur wijzigt ook naar een verplichte ontmoetingsruimte (met 50 zitplaatsen), een apart lokaal voor activiteiten (20 personen) en een apart bureau voor de centrumleider. De sectorspecifieke kwaliteitseisen worden geïntegreerd in het uitvoeringsbesluit. De huidige versie van uitvoeringsbesluit biedt alvast veel mogelijkheden voor de lokale dienstencentra.

Woonzorgcentra zorgen voor vereenvoudiging

Na de invoering van het woonzorgdecreet zullen de huidige rusthuizen vervangen worden door woonzorgcentra. De decreettekst bevestigt grotendeels de realiteit die in vele rusthuizen al jaren bestaat, en ook de ontwerpen van uitvoeringsbesluiten getuigen van realisme. De medewerkers van minister Veerle Heeren streven bij het schrijven van de uitvoeringsbesluiten naar administratieve vereenvoudiging: de registratie van het huishoudelijke reglement valt weg, de verplichting van een thoraxfoto bij opname eveneens. De bewoner krijgt een duidelijker stem in het woonzorgcentrum: hij kan beter aangeven wat hij zelf wil en niet wil en de afspraken tussen bewoner en voorziening over wonen, leven en zorg krijgen hun neerslag in een individueel begeleidingsplan. De bewonersraad wordt omgevormd tot een soepelere gebruikersraad. Bijzondere aandacht gaat eveneens naar de vorming van het personeel. Een van de grootste nieuwigheden is de verplichting van een kwaliteitscoördinator en een verplichte nachtpermanentie per begonnen schijf van zestig woongelegenheden. De (nieuwe) infrastructuurnormen blijven bestaan en ook aan de (redelijk nieuwe) dagprijsregeling verandert er niets.

Dagverzorging en kortverblijf

Het woonzorgdecreet maakt van dagverzorgingscentra en centra voor kortverblijf ouderenzorgvoorzieningen. Deze verschuiving heeft een paar gevolgen: deze voorzieningen zijn nu verplicht erkend, een leeftijdsgrens wordt ingevoerd, er gelden extra werkingsprincipes en ook commerciële initiatiefnemers kunnen deze voorzieningen nu uitbaten. Het heeft ook enkele praktische gevolgen: zo wordt een erkenning met opschorting een voorlopige vergunning, worden de programmatiecijfers berekend op de groep vanaf 65 jaar en moet het informaticaprogramma van het Agent-

schap worden aangepast. De voorliggende teksten brengen de dagelijkse werking van de voorzieningen echter niet in het gedrang. De teksten over subsidiëring moesten nog aangepast worden.

Assistentiewoningen en woonzorgnetwerken: niet voor morgen

Het woonzorgdecreet introduceert twee voorzieningen waarover geen uitvoeringsbesluiten geschreven zullen worden: assistentiewoningen en woonzorgnetwerken. Hiervoor is nog veel studie- en denkwerk nodig, de concretisering zal pas voor volgende legislatuur zijn. Daarom zal de juridische grond betreffende de serviceflats op korte termijn niet verdwijnen. Zowel het ouderendecreet als het uitvoeringsbesluit over de serviceflats blijft bestaan. Op korte termijn verandert er dus niets voor de serviceflats. Pas als de uitvoeringsbesluiten over de assistentiewoningen van kracht worden, krijgen de besturen de keuze om hun serviceflats om te vormen naar assistentiewoningen en te laten erkennen of niet. Serviceflats zullen op termijn verdwijnen. Intussen hebben veel lokale besturen vragen bij de toekomst van hun serviceflats. Ten opzichte van de serviceflats zullen assistentiewoningen twee extra taken moeten vervullen: sociale netwerkvorming en onmiddellijke hulp in noodsituaties. Ook al krijgen die taken pas bij de uitvoeringsbesluiten vorm, lokaal kan nu al nagedacht worden over de opties en mogelijkheden. Ter begeleiding van dat proces schreef de VVSG een nota over de voor- en nadelen en de gevolgen van het al dan niet laten erkennen van de assistentiewoningen. Deze nota wordt aan alle lokale serviceflats bezorgd en is terug te vinden op www.vvsg.be. Maar u heeft dus nog even tijd om u hierover te bezinnen. elke.verlinden@vvsg.be (thuiszorg) en elke.vastiau@vvsg.be (ouderenzorg)

Het volledige voorlopige verslag van de bespreking in de Kamer en van de stemming is te vinden op www.vlaamsparlement.be. Na de stemming in het parlement is het decreet nu definitief. De tekst wordt aan de Vlaamse regering overgemaakt. Die zal hen klaarstomen voor publicatie in het Belgisch Staatsblad. Huidig besluit logistieke hulp en aanvullende thuiszorg, Inforumnummer 171892

Uw personeelsadvertentie in Lokaal, VVSG-week én op de VVSG-website Inlevering advertenties: Lokaal 8 (1 tot 15 mei 2009): 20 april 2009 Lokaal 9 (16 tot 31 mei 2009): 4 mei 2009 Informatie: Nicole Van Wichelen • T 02-211 55 43 • nicole.vanwichelen@vvsg.be

organiseert een selectieprocedure met aanleg van een werfreserve voor de decretale graad van

voltijds OCMW-secretaris m/v Functie U heeft de algemene leiding over de administratie en het personeel en oefent een scharnierfunctie uit tussen het beleid en de administratie. U stimuleert en realiseert de maximale effectiviteit en efficiëntie in de dienstverlening van het OCMW. Werkomgeving Het OCMW heeft een sociale dienst, huishoudhulp en een oppas- en gezelschapsdienst. Bij het OCMW werken bijna 35 personeelsleden. Profiel U heeft het vereiste masterdiploma en voldoet aan de toelatings- en wervingsvoorwaarden. U beschikt over uitgesproken leidinggevende competenties om uw medewerkers te motiveren en coachen. Wij bieden Bijkomende extralegale voordelen o.a. hospitalisatieverzekering, maaltijdcheques. Beroepservaring bij een overheid, in de privésector of als zelfstandige worden in aanmerking genomen op voorwaarde dat ze relevant is voor de uitoefening van de functie. Een werfreserve geldig tot 31/12/2010. Kandidaturen De kandidaturen kunnen ingediend worden door: - hetzij een per post verzonden sollicitatiebrief gericht aan de voorzitster van het OCMW, Gemeentestraat 10, 3054 Oud-Heverlee - hetzij een persoonlijk overhandigde sollicitatiebrief tegen ontvangstbewijs, afgeleverd op de 1ste verdieping van het OCMW-gebouw, Gemeentestraat 10, 3054 Oud-Heverlee; ten laatste op donderdag 23 april 2009 (poststempel of datum van ontvangstbewijs gelden als bewijs). De kandidatuur met cv moet vergezeld zijn van een kopie van het diploma.

Salaris Geïndexeerd bruto jaarsalaris: minimaal 43.790,30 euro, maximaal 64.377,06 euro. Inlichtingen Voor alle inlichtingen i.v.m. de functie, de arbeidsvoorwaarden en de selectieprocedure kunt u contact opnemen met het OCMW van Oud-Heverlee, dienst Personeel, Gemeentestraat 10, 3054 Oud-Heverlee, T 016-38 88 83, secretariaat@oud-heverlee.be of via www.oud-heverlee.be.

1 april 2009 LOKAAL 39


Gemeente LOCHRISTI Het college van burgemeester en schepenen maakt bekend dat volgende statutaire betrekkingen te begeven zijn:

1 voltijds Duurzaamheidsambtenaar m/v op B-niveau Beknopte functiebeschrijving diverse taken (adviserend, beleidsondersteunend, uitvoerend, communicatief) i.v.m. invulling en integratie van de duurzame ontwikkeling in verschillende beleidsdomeinen (milieu, natuur, energie, ruimtelijke ordening en stedenbouw, openbare werken, mobiliteit, educatie, ontwikkelingssamenwerking, …). Aanwervingsvoorwaarden Minstens houder zijn van één van volgende diploma’s van het hoger onderwijs van 1 cyclus: - Gegradueerde in landschaps- en tuinarchitectuur - Gegradueerde in chemie (optie biochemie, chemie of milieuzorg) - Gegradueerde in bedrijfsbeheer, optie milieu-administratie - Gegradueerde in communicatiebeheer (optie bedrijfscommunicatie, optie public relations, optie pers en voorlichting) - Gegradueerde in landbouw en biotechnologie - Kandidaat industrieel ingenieur - Kandidaat bio-ingenieur - Kandidaat biologie - Kandidaat scheikunde - Kandidaat geologie (ook overeenstemmende bachelordiploma’s komen in aanmerking).

1 halftijds Ouderenbeleidscoördinator m/v op B-niveau Beknopte functiebeschrijving: diverse taken (adviserend, beleidsondersteunend, uitvoerend, communicatief) i.v.m. de gemeentelijke seniorenwerking (o.a. opstellen en opvolgen ouderenbeleidsplan, ondersteuning seniorenraad).

MW

OC

UT

HO

RN

TU

OCMW TUR

NHOUT

W

M OC

UT

HO

RN

TU

OCMW TURNHOUT

OCMW Turnhout gaat over tot de aanleg van een werfreserve voor:

OCMW-secretaris

Functie: • Je leidt de administratie en staat in voor de algemene coördinatie binnen het OCMW. • Je bent verantwoordelijk voor de kwaliteitsvolle dienstverlening van de OCMW-administratie. • Je hebt een scharnierfunctie tussen bestuur en administratie. • Je woont de vergaderingen van raad en vast bureau bij en staat in voor de opmaak van de notulen. • Je bent het hoofd van het personeel. Profiel: • Je hebt een universitair diploma. • Je hebt minimaal 5 jaar ervaring in een leidinggevende managementfunctie in de openbare of privésector. • Je bent sterk in het formuleren van een visie en in resultaatgericht leidinggeven. • Je hebt een grondige en praktische kennis van relevante wet- en regelgeving. Aanbod: • Een uitdagende functie in een boeiende organisatie. • Aanstelling ten vroegste vanaf 1 oktober 2009. • Perspectief op een vaste benoeming na een proefperiode van 1 jaar. • Bruto maandloon 4.714 euro tot 6.946 euro (klasse 9) • Extralegale voordelen (maaltijdcheques, hospitalisatieverzekering, fietspremie of abonnement woon-werkverkeer).

OCMW TURNHOUT INTERESSE? De uitgebreide vacaturebrochure en het sollicitatieformulier kan je downloaden op www.turnhout.be onder de rubriek “Vacatures stad en OCMW” of kan je aanvragen bij An Bogaerts (tel. 014-44 23 84 of mail naar an.bogaerts@ocmwturnhout.be).

40 LOKAAL 1 april 2009

Aanwervingsvoorwaarden Minstens houder zijn van één van volgende diploma’s van het hoger onderwijs van 1 cyclus: - Gegradueerde assistent in de psychologie - Maatschappelijk assistent - Kandidaat in de psychologische en de pedagogische wetenschappen - Gegradueerde in de orthopedagogie - Gegradueerde ergotherapie (ook overeenstemmende bachelordiploma’s komen in aanmerking). GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN Laatstejaarsstudenten kunnen kandideren mits voorlegging studiebewijs en eigen verklaring van deelname aan examens voor 10 augustus 2009. De voor het examen geslaagde kandidaten worden opgenomen in een werfreserve met een geldigheidsduur van drie jaar. De minimaal bruto aanvangswedde bedraagt voor een voltijdse betrekking 2142,17 euro per maand (doorstroming naar hogere weddeschalen binnen de functie is mogelijk/voor het vaststellen van de geldelijke anciënniteit komen, naast openbare diensten, voor de betrekking van duurzaamheidsambtenaar ook diensten in de privé-sector of als zelfstandige in aanmerking voor maximaal 5 jaar en voor zover rechtstreeks dienstig). Bijkomende voordelen: maaltijdcheques, hospitalisatieverzekering. De proeftijd bedraagt één jaar. De eigenhandig geschreven kandidaturen, vergezeld van een uitgebreid cv en een fotokopie van het diploma, dienen ten laatste op 10 april 2009 bij aangetekende zending toe te komen bij het college van burgemeester en schepenen, Dorp-West 52, 9080 Lochristi. Meer info (uitgebreide brochure met details) bij de personeelsdienst, T. 09-355 51 51 (toestel 370, 371, 373 of 460).


wetmatig berichten

Meer inspecties op rookverbod in jeugdlokalen In 2009 wil de Tabakscontroledienst van de FOD Volksgezondheid extra werk maken van de bescherming van minderjarigen tegen de schadelijke gevolgen van roken. Zes extra controleurs zullen zo’n 5000 bijkomende controles uitvoeren.

Al in 2008 heeft de Tabakscontroledienst van de FOD Volksgezondheid meer aandacht besteed aan de verkoop van tabaksproducten aan jongeren beneden de zestien. 2230 handelszaken kregen een controleur over de vloer en in 24 gevallen werd een pv opgesteld. De komende maanden zal de Tabakscontroledienst extra aandacht besteden aan de bescherming van minderjarigen tegen de schadelijke gevolgen van roken. Dit is immers een van de prioriteiten in het Nationaal Kankerplan van federaal minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx. Zes extra controleurs zullen in 2009 zo’n 5000 bijkomende controles uitvoeren. De inspecteurs zullen de handelszaken in de nabijheid van een secundaire school controleren op de verkoop van sigaretten aan jongeren beneden de zestien. Ze zullen nagaan of het rookverbod in de jeugdhuizen en ongeveer duizend lokalen van jeugdbewegingen wordt gerespecteerd. Dit wil niet enkel zeggen dat

Interlokale vereniging Beter wonen aan de Gete Om het gezamenlijke project rond woonbeleid in de drie gemeenten (Landen, Linter en Hoegaarden) gestalte te geven zoekt het stadsbestuur van Landen dringend gemotiveerde kandidaten voor deze voltijdse betrekkingen (m/v):

er niet gerookt mag worden, maar ook dat de vereniging dit in alle ruimtes duidelijk zichtbaar moet aangeven en dat er geen asbakken geplaatst mogen worden. Ook zullen een duizendtal jongerencafés worden gecontroleerd. Hier zullen de inspecteurs onderzoeken of de uitbater alles in het werk stelt om te voldoen aan de opgelegde voorwaarden van de wet zoals de correcte werking van het rookafzuigsysteem en het duidelijk aanduiden van de niet-rokerszone.

1 projectcoördinator Woonbeleid

sabine.vancauwenberge@vvsg.be

3 deskundigen Woonbeleid

- KB van 13 december 2005 tot het verbieden van het roken in openbare plaatsen, BS van 22 december 2005, Inforumnummer 206261 - KB van 6 juli 2006 tot wijziging van KB van 13 december 2005 over het verbieden van het roken in openbare plaatsen, BS van 22 augustus 2006, Inforumnummer 212247

Vanaf 1 mei gratis tandverzorging tot 18 jaar De federale regering keurde op 8 maart een ontwerp van KB goed dat jongeren tot achttien jaar vrijstelt van betaling van remgeld voor behoudende tandheelkundige prestaties. Dit voorstel van minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Laurette Onkelinx voert een beslissing uit van het Nationaal Akkoord voor tandheelkundigen en ziekenfondsen 2009-2010. Op dit ogenblik zijn de behoudende prestaties in de tandheelkunde gratis tot de vijftiende verjaardag. Vanaf 1 mei 2009 wordt dat dus tot achttien jaar. sabine.vancauwenberge@vvsg.be

Herk-de-Stad, halverwege tussen Diest en Hasselt, telt ruim 12 000 inwoners. De stad ligt op het punt waar Haspengouw, de Kempen en het Hageland elkaar raken. Het grondgebied van de stad biedt unieke ontspanningsmogelijkheden in een gevarieerd natuurkader en heeft alle troeven voor aangenaam wonen en werken. Haar inwoners kunnen rekenen op een dynamische en goed georganiseerde dienstverlening via het stadsbestuur en het OCMW.

A1a-A2a-A3a

Functie: coördineert het project en geeft leiding aan de medewerkers. Vereisten, o.a.: houder zijn van een masterdiploma (of ermee gelijkgesteld) en slagen voor de selectieproeven. Brutomaandsalaris: min. 2.705,58 euro en max. 4.761,07 euro. Arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur, onmiddellijke indiensttreding.

(B1-B2-B3)

Functie: realiseert de dienstverlening van de vereniging en werkt o.l.v. de projectcoördinator. Vereisten, o.a.: houder zijn van een bachelordiploma (of ermee gelijkgesteld) en slagen voor de selectieproeven. Brutomaandsalaris: min. 2.142,17 euro en max. 3.609,50 euro. Arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur, onmiddellijke indiensttreding. Interesse? De kandidaturen (met kopie van vereist diploma en ingevuld inschrijvingsformulier) moeten per brief gericht worden aan het col­lege van bur­gemees­ter en schepenen, Stationsstraat 29, 3400 Landen, en aan­komen ten laatste op dinsdag 21 april 2009. Meer info: dienst Personeelsaangelegenheden, personeel@landen.be, T 011 88 03 06 of www.landen.be.

Het stadsbestuur en het OCMW-bestuur van Herk-de-Stad gaan over tot het inrichten van een examen voor de aanwerving en het aanleggen van een werfreserve van een m/v:

Financieel beheerder/ontvanger in statutair verband Functie: • U coördineert en stuurt het financieel beleid van de gemeente en het OCMW en bent eind­ verantwoordelijke voor de volledige boekhouding en de medewerkers van uw dienst. • Tot uw taken behoren: • beheer van ontvangsten en uitgaven • kredietcontrole en debiteurenbeheer • financiële analyse en beleids­ advisering in de ruimste zin • ontwerpen van financiële nota’s, budgetten, meerjarenplan • voeren en afsluiten van de boekhouding en het opmaken van de inventaris en de jaarrekeningen • concipiëren, uitwerken en bijsturen van strategische en operationele beleidsdoelstellingen. • Daarnaast voert u – in overleg met de personeels­ dienst – een adequaat personeelsbeleid, zodat u steeds beschikt over competente en gemotiveerde medewerkers. • U bent lid van de managementteams van beide besturen. ProFiel: • U heeft de Belgische nationaliteit. • U bent in het bezit van een universitair diploma in de (toegepaste) economische wetenschappen of van handelsingenieur of een ander universitair diploma gecombineerd met minimaal 3 jaar ervaring in een financiële functie. • U heeft algemene kennis van: gemeentewet/­decreet, organieke wet OCMW, wetgeving overheidsopdrachten en regelgeving op het vlak van comptabiliteit voor gemeente en OCMW • de werking en de organisatie van de verschillende overheidsinstellingen. • U beschikt over goede communicatieve en managementvaardigheden, zowel schriftelijk als mondeling. • U kan zelfstandig analyseren en oplossingen formuleren m.b.t. complexe problemen. • U bent stressbestendig en discreet. Wij bieden: Een creatieve functie met veel uitdagingen in statutair verband, ruime opleidingsmogelijkheden, aantrekkelijke vakantieregeling, maaltijdcheques, hospitalisatieverzekering.

OCMW HERK-dE-stad

interesse? Stuur uw sollicitatie, uitgebreid cv en afschrift van uw diploma uiterlijk op 24 april 2009 aangetekend naar het College van Burgemeester en Schepenen, Pikkeleerstraat 14, 3540 Herk­de­Stad. Voor meer informatie kan u terecht bij Marie­José Wilms van de personeelsdienst (tel. 013 38 03 14, of via e­mail personeel@herk­de­stad.be).

1 april 2009 LOKAAL 41


AGENDA

Mechelen 14, 21 april en 2 juni Stadsvisioenen in vrouwenhoofden Drie debatavonden over de maakbaarheid van mens, stad en samenleving. www.deburen.eu Gent 22 april E-government: nieuwe kans of nieuw probleem? Achter de schermen bij Vlaamse gemeenten Studiedag over het verband tussen ICT en organisatieverandering. www.vvsg.be (kalender) Vlaams-Brabant van 20 tot 26 april Profs ontmoeten Profs Openbedrijvenweek waarin sociale-economiebedrijven hun professionalisme bewijzen. www.kwaliteitwerkt.be Antwerpen 22 april Kindvriendelijke publieke ruimte in de stad Studiedag over de uitbouw van een stad op maat van kinderen. www.jeugd.antwerpen.be/studiedag Kortrijk 23 april Oostende 27 april Ieper 30 april Leuven 5 mei Vilvoorde 6 mei Samenwerkingsprotocol OCMW’s, onthaalbureaus en VDAB Infosessies over inburgering en het samenwerkingsprotocol. www.vvsg.be (kalender) Leuven 23 april en 7 mei Omgaan met agressief gedrag van OCMW-cliënten Studiedag voor OCMW-maatschappelijk werkers. www.vvsg.be (kalender)

NIX TrIljoen

42 LOKAAL 1 april 2009

Gent 24 april integrale begeleiding van rusthuisbewoners met ernstige psychiatrische problemen Workshop voor OCMW-secretarissen, rusthuisdirecties, diensthoofden en maatschappelijk werkers. www.vvsg.be (kalender) Vlaanderen 26 april Uit Vriendschap Negende editie van de erfgoeddag. www.erfgoeddag.be Blankenberge 27 april, 14 en 28 mei Consumentenkrediet Driedaagse verdiepingsmodule voor schuldbemiddelaars. www.centrumschuldbemiddeling.be, knop vorming Oostmalle van 28 tot 30 april A la carte Veelzijdig programma met actuele thema’s op maat van alle medewerkers gemeentelijke jeugddiensten. www.vvj.be Malle 28 april Inspiratie-, denk- en uitwisselingsdag schepenen Jeugd Vorming over feestbeleid en avontuurlijk spelen in combinatie met aansprakelijkheid voor schepenen Jeugd. www.vvj.be Zoersel 28 april Trage wegen in ’t groen Studiedag over ecologische waarden op en langs trage wegen. www.tragewegen.be/intgroen

Mechelen 28 april, 5 en 12 mei Tewerkstellingsmaatregelen voor OCMW-cliënten Opleiding voor maatschappelijk werkers, leidinggevenden sociale dienst en arbeidstrajectbegeleiders over wetgevend kader, artikel 60 § 7 en artikel 61 van de  OCMW-wet, werkervaring in Vlaanderen vanaf 2009, plan sociale inschakelingseconomie en activaplan. www.vvsg.be (kalender) Brussel 28 april en 5 mei Handelspraktijken Verdiepingsmodule voor schuldbemiddelaars. www.centrumschuldbemiddeling.be (vorming) Gent 29 april Dag van de intergenerationele solidariteit Studiedag over projecten die ontmoetingen tussen generaties stimuleren. www.ocmwgent.be Antwerpen 30 april Subculturen Lezing en panelgesprek over zap- en mixcultuur van jongeren; randprogramma bij Schoon volk, een tentoonstelling over uiterlijk. www.antwerpen.be/schoonvolk Antwerpen 30 april De rol van gemeenten in brede school? Workshop over brede school-ervaring van Antwerpen, Gent, Leuven en Tielt. www.antwerpen.be Brussel 30 april Studievoormiddag over lokaal drugbeleid met goede praktijkvoorbeelden www.vvsg.be (kalender)


OCMW Oud-Heverlee De Raad voor maatschappelijk welzijn van het OCMW van Oud-Heverlee meldt volgende vacatures met eventuele aanleg werfreserve:

voltijds begeleider dienstencheques

voltijds maatschappelijk werker

voltijdse of deeltijdse huishoudhulpen

m/v — in contractueel verband — B1-B3 Vermoedelijke startdatum 01.07.2009.

m/v — met vervangingscontract periode 01.06.2009 tot 31.12.2009, verlenging mogelijk.

m/v — aanleg werfreserve

Diploma- en/of vormingsvereisten Graduaat of bachelor.

Diploma- en/of vormingsvereisten Diploma maatschappelijk assistent of sociaal verpleegkundige.

Vereisten Geen studievereisten, basiskennis gesproken Nederlands.

Salaris Geïndexeerd brutojaarsalaris bedraagt minimaal 25.706,07 euro en maximaal 43.313,98 euro.

Salaris Geïndexeerd brutojaarsalaris bedraagt minimaal 19.688,18 euro en maximaal 24.591,65 euro.

De uiterste inschrijvingsdatum is vastgesteld op 10 april 2009.

De uiterste inschrijvingsdatum is vastgesteld op 08 mei 2009.

Salaris Geïndexeerd brutojaarsalaris bedraagt minimaal 25.706,07 euro en maximaal 43.313,98 euro. De uiterste inschrijvingsdatum is vastgesteld op 08 mei 2009.

Kandidaturen Uw kandidatuur, met duidelijke vermelding van de beoogde functie, vergezeld van een uitgebreid cv en een afschrift van het vereiste diploma, moet: - hetzij overhandigd worden op het secretariaat van het OCMW OudHeverlee, op de 1° verdieping van het Sociaal Huis, Gemeentestraat 10, 3054 Oud-Heverlee, waar u een ontvangstbewijs krijgt;

- hetzij per post verzonden worden aan de voorzitster van het OCMW, Gemeentestraat 10, 3054 Oud-Heverlee. De datum van het ontvangstbewijs en/of de postdatum gelden als bewijs. Bijkomende inlichtingen zijn te verkrijgen bij het OCMW Oud-Heverlee, personeelsdienst, Gemeentestraat 10, 3054 Oud-Heverlee, T 016-38 88 83, personeel@ocmw.oud-heverlee.be.

De STAD HARELBEKE gaat over tot de aanwerving van m/v:

• JEUGDCONSULENT (B1-B3) Functie: • U staat in voor de voorbereiding en de uitvoering van het Harelbeekse jeugdbeleid en stippelt dit uit in nauw overleg met allerlei actoren (stadsbestuur, jeugdraad, jeugdverenigingen, kinderen & jongeren, schepen van jeugd, andere stadsdiensten…). • U hebt voeling met de leefwereld van jongeren en slaagt erin hun wensen of ideeën om te zetten in beleidsvoorstellen. • U bent de sleutelfiguur bij de opmaak en de uitvoering van het driejaarlijkse jeugdbeleidsplan en geeft blijk van sterke communicatieve vaardigheden, zowel verbaal als schriftelijk. • U bent in staat om leiding te geven aan en samen te werken met een team van enthousiaste jeugddienstmedewerkers. • Uiteraard zijn begrippen als verantwoordelijkheidszin, engagement en administratieve stiptheid u niet vreemd. Profiel: • Houder zijn van een diploma hoger onderwijs van het korte type, specifiek maatschappelijk assistent, maatschappelijk adviseur, sociaal verpleegkundige, gegradueerde in de orthopedagogie ofwel van het diploma bachelor in het sociaal werk, orthopedagogie, toegepaste psychologie of onderwijs ofwel van master in de psychologische en pedagogische wetenschappen, sociale wetenschappen, sociaal werk, agogische wetenschappen, psychologie of sociologie.

• TECHNISCH MEDEWERKER bij de dienst PREVENTIE (C1-C3) Een dynamische stad aan de Leie, met een rijk verleden en een grote toekomst. 26.000 inwoners leven en werken in deze handels- en nijverheidsstad, waar het goed wonen is.

Wij bieden: • Een uitdagende job met kans tot ruim engagement • Een interessant en competitief salaris • Maaltijdcheques en hospitalisatieverzekering • Een soepele verlofregeling • Maximale mogelijkheden voor persoonlijke ontwikkeling. INTERESSE? zich kandidaat stellen kan enkel met een bijzonder inschrijvingsformulier tot 15 april 2009. De volledige aanwervingsvoorwaarden, examenprogramma, functieprofiel, functiebeschrijving en inschrijvingsformulier kunnen bekomen worden bij de dienst “WERKING & PERSONEEL”, Ivan Dewaele, Diensthoofd ‘Werking & Personeel’, Marktstraat 29, 8530 Harelbeke, tel.: 056 73 33 93, e-mail: selectie@harelbeke.be

Functie: • U staat de preventieadviseur bij in de uitvoering van zijn technische en administratieve taken. • U voert de jaarlijkse rondgang van de werkplaatsen uit, u staat in voor het organiseren van evacuatieoefeningen, u stelt arbeidsmiddelen in dienst en maakt de instructiekaarten. • Daarnaast volgt u de interne en externe logistieke dienstverlening op en beheert u de postinterventiedossiers van de stadsgebouwen. • U beschikt over duidelijke communicatieve vaardigheden en hebt technisch inzicht. Profiel: • Houder zijn van een diploma van secundair technisch onderwijs in de specialiteiten bouw, hout, metaal, elektromechanica of handel. • Het getuigschrift preventieadviseur niveau 3 is een pluspunt.

• ADMINISTRATIEF MEDEWERKER voor diverse diensten (C1-C3) Functie: • U staat in voor de administratieve verwerking en het zelfstandig dossierbeheer binnen diverse diensten van onze organisatie. • Binnen een team helpt u de vereiste doelstellingen zowel kwantitatief als kwalitatief te realiseren. • U komt in rechtstreeks contact met onze diverse klanten (inwoners, bezoekers, interne diensten) • U beschikt over duidelijke administratieve en communicatieve vaardigheden. Profiel: • Houder zijn van een diploma van secundair onderwijs. De laatstejaarsscholieren of studenten worden eveneens toegelaten tot de selectieprocedure als ze met hun kandidatuur een studiebewijs voorleggen en een verklaring dat ze binnen een termijn van maximaal 4 maanden zullen deelnemen aan de eindexamens voor het behalen van hun diploma. Ze leveren het bewijs dat ze aan de diplomavereiste voldoen uiterlijk op de datum van hun aanstelling bij de gemeente. De kandidaten dienen te slagen in een selectieproef bestaande uit een kennisgedeelte en een assessment. Deze functies kunnen zowel in statutair als in contractueel verband toegewezen worden. Voor deze functies wordt een wervingsreserve met een duur van 3 jaar aangelegd.


Ethias, meer dan ooit

de bevoorrechte partner van de openbare besturen

011 28 20 81

www.ethias.be

Onderlinge verzekeringsverenigingen toegelaten onder de nrs 0165, 0660, 0661, 0662 (KB van 4 en 13 juli 1979, BS van 14 juli 1979) Ondernemingsnrs/BTW BE 0402.370.054 - 0402.370.153 - 0402.369.955 - 0402.370.252


2009Lokaal06