Page 1

Verschijnt 5 maal per jaar Afgiftekantoor Antwerpen X P409339

Vrije Universiteit Brussel Pleinlaan 2 B - 1050 Brussel

BelgiĂŤ - Belgique P.B. Gent X BC 9467

agazine

matiem nig infor

eigenzin - NR JG.11 l Redelijk e s s u r iteit B s r e v i n Vrije U

kt..4-o

008 nov. 2

2008-2009 van start


wist u dat ... ‌ de Vrije Universiteit Brussel mee aan de wieg stond van het grootste wetenschappelijk experiment ooit? Op 10 september werd het grootste wetenschappelijk experiment ooit opgestart op de Frans-Zwitserse grens nabij Genève: de Large Hadron Collider (LHC). Wetenschappers en ingenieurs uit alle hoeken van de wereld ontwierpen in het CERN (de Europese organisatie voor kernonderzoek) een cirkelvormige deeltjesversneller met een omtrek van 27 kilometer op ongeveer honderd meter onder de grond. Na tientallen jaren van voorbereiding werden op 10 september de eerste deeltjesbundels gelanceerd aan een snelheid die de lichtsnelheid benadert. Binnenkort zal deze unieke machine de protonen laten botsen en hiermee dezelfde hoge temperaturen bereiken als een fractie van een seconde na de Big Bang. Onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel, onder leiding van prof. Jorgen D’Hondt en prof. Stefaan Tavernier, werkten vooral aan de Compact Muon Solenoid-detector, een gigantische detector die de fysische fenomenen in deze botsingen bestudeert. De gegevens die zo verzameld worden, betekenen een belangrijke stap in het ontrafelen van de natuurwetten op zowel de kleinst mogelijke schaal van elementaire deeltjes als op de grootste schalen in ons universum. Met dit experiment hopen de onderzoekers een finale conclusie te kunnen formuleren over het bestaan van een deeltje dat wel eens verantwoordelijk zou kunnen zijn voor de massa van de deeltjes in het universum rond ons, maar dat totnogtoe nog niet ontdekt werd. Een dergelijke ontdekking zou kunnen resulteren in een Nobelprijs voor zijn drie uitvinders, onder wie twee Belgen: Robert Brout en François Englert.

Prof. dr. Jorgen D’Hondt

‌ het topsportklimaat nog lang niet ‌ respect en tolerantie moslims ideaal is? helpen integreren? De omstandigheden waarin de Vlaamse topsporters zich kunnen ontplooien, zijn er de jongste jaren op vooruitgegaan, maar het beleid vertoont nog veel zwakke punten. Dat blijkt uit een onderzoek van Veerle De Bosscher, Jasper Truyens en Inge Bogaert van de Vrije Universiteit Brussel in opdracht van het Steunpunt voor beleidsrelevant onderzoek Cultuur, Jeugd en Sport en van het ministerie van Sport. In totaal werden 167 atleten en 78 coaches ondervraagd. Uit de studie blijkt dat hoewel de knelpunten duidelijk gekend zijn, er pas verbetering kan komen wanneer er structureel iets verandert. Zo wordt de financiÍle ondersteuning door de atleten aangeduid als belangrijkste factor ter verbetering in Vlaanderen, dit ondanks de reeds sterk toegenomen overheidssteun. Trainers en atleten vinden bovendien dat sportclubs en federaties talentvolle jongeren te laat speciale aandacht geven. De onderzoekers pleiten dan ook voor een bredere uitwerking van de talentontwikkeling van jonge sporters, een betere begeleiding in de ontwikkeling van de atleten en de oprichting van een toptrainersopleiding. Ook de oprichting van een topsportinstituut, waarin alle beslissingsbevoegdheden samengebracht worden, zou een goede zaak zijn.

5VWFGGTYKL\GT

1RYGIPCCTUWEEGUXQNUVWFGTGP

Je gaat naar het hoger onderwijs, maar je wordt overdonderd door het aanbod en de gehanteerde terminologie? Je hebt het nog moeilijk met je definitieve studiekeuze? Je wil graag meer informatie en tips over het plannen en organiseren van je studies tijdens het studiejaar en/of tijdens de examenperiode? Je maakt je zorgen over je studiemethode en je slaagkansen? Je wil je schrijfvaardigheden verbeteren? Je vindt het moeilijk om je aan te passen aan je nieuwe leefomstandigheden en aan je nieuwe omgeving? De examens schrikken je enorm af en bezorgen je veel stress? Je wil graag meer informatie over de voorbereiding voor de examens? Je hebt lees- of leerproblemen en wil weten wat hieraan gedaan kan worden? Of: je zit in je laatste bachelor- of masterjaar en weet niet goed hoe een bachelor- of masterproef te schrijven?

Op al deze vragen en nog vele andere kan je een antwoord vinden in dit boek. Deze Studeerwijzer is in de eerste plaats geschreven voor (toekomstige) studenten. Maar ook docenten, leerkrachten, studiebegeleiders ‌ kortom, personen die vragen hebben of meer willen weten over het wel en wee van studeren in het hoger onderwijs vinden tips en uitleg. Dit boek is samengesteld op basis van de praktijkervaring en expertise van een professioneel team studentenpsychologen van de dienst Studieadvies van de Vrije Universiteit Brussel.

5VWFGGTYKL\GT^-TKUVKPC&GPKUUGP4GDGEEC.oQPCTF,QGTK8CPFGP$TCPFG.KPFC9KNNGOU

‌ een boek u kan leren studeren?

5VWFGGTYKL\GT

1RYGIPCCTUWEEGUXQNUVWFGTGP

In de aanloop naar het nieuwe academiejaar heeft de Vrije Universiteit voor het eerst een Studeerwijzer uitgebracht, een uniek boek boordevol praktische studeertips, samengesteld door enkele ervaren psychologen van de dienst Studieadvies. Planning, concentratie, studiemethodes, notities nemen, examenvoorbereidingen, alle aspecten van een vlotte studiecarrière komen aan bod. Dat de informatie erg praktijkgericht is, maakt de gids ook voor studenten van andere universiteiten en hogescholen erg handig. Ook het nieuwe systeem van leerkrediet, dat vanaf dit academiejaar in werking treedt in alle universiteiten, komt aan bod. Alle eerstejaarsstudenten kregen het boek gratis, maar het is ook buiten de universiteit te koop in de boekhandel. ISBN 978 90 5487 492 8

www.vubpress.be

2

Akademos

JG.11 - NR.4 - 10.2008

-TKUVKPC&GPKUUGP 4GDGEEC.oQPCTF ,QGTK8CPFGP$TCPFG .KPFC9KNNGOU

Volgens onderzoekers van het Institute for European Studies (IES) zijn respect en tolerantie de sleutel tot een goede integratie van moslims. De studie werd uitgevoerd in samenwerking met het Centre for Peace and Conflict Studies van de Wayne State University in Detroit. Deze stad heeft met 300.000 moslims immers de grootste stedelijke moslimconcentratie van heel Amerika, waardoor er parallellen kunnen getrokken worden met Brussel, aldus onderzoekers Richard Lewis en Hannelore Goeman. Meer nog: Brussel kan zelfs nog heel wat leren van de manier waarop ze in Detroit omgaan met moslimimmigranten. Het Amerikaanse voorbeeld toont immers dat men met respect en tolerantie meer bereikt dan met argwaan en verbieden. Zaken die in ons land in de taboesfeer hangen, zoals het tolereren van hoofddoeken, (tijdelijk) onderwijs in de moedertaal van de nieuwkomers en het inrichten van bidruimtes op de werkvloer blijken in Detroit en in naburige streken in Canada geen enkel probleem te vormen. De onderzoekers van het IES pleiten er dan ook voor om hiermee ook in Brussel en in de rest van BelgiĂŤ verdraagzamer om te gaan, omdat ze de integratie van de moslims alleen maar ten goede zouden komen.


Onderzoek kort

… professionele voetballers nood hebben aan scholing over voeding? Professionele voetballers die spelen in de Jupiler League (de eerste klasse) hebben nood aan scholing over sport en voeding. Hun nutritionele kennis is nauwelijks beter dan die van amateurvoetballers en in elk geval ontoereikend om maximale prestaties te leveren. Slechts 45% van de profvoetballers weet dat koolhydraten de belangrijkste energiebron vormen voor een voetballer en slechts 13% van de profs kent het verschil tussen een aerobe en anaerobe training. Dat besluit David Weymans (master in de Lichamelijke Opvoeding en Bewegingswetenschappen) in zijn eindwerk over de nutritionele kennis bij voetbalspelers. Hij ondervroeg hiervoor 100 professionele voetbalspelers uit zeven professionele voetbalclubs in België en 100 amateurvoetballers uit vier amateurclubs gelegen in drie verschillende provincies van Vlaanderen. In het onderzoek is er geen significant verschil gevonden tussen de scores van de amateurvoetballers en de profvoetballers. Ook op basis van het leeftijdsniveau vond David Weymans geen verschil tussen profvoetballers en amateurs.

Inhoud Opening academiejaar: In de ban van de ®evolutie  . .......................  

4

De ploeg van Paul De Knop: interview met drie nieuwe vicerectoren  ...  

6 Kort nieuws  .......................................................   9 Erasmushogeschool Brussel: racen naar een groene toekomst  . ........ 

10 Junior researcher: Femke Vyncke  ............ 11 … de Vrije Universiteit Brussel meewerkt aan de archeologische opgravingen aan de Antwerpse burcht? Sinds deze zomer neemt de vakgroep Kunstgeschiedenis en Archeologie van de Vrije Universiteit Brussel actief deel aan archeologische opgravingen in de Antwerpse burchtzone langs de Schelde, tussen het Steen, de Vleeshuisstraat, de Burchtgracht en het Noorderterras. Deze zone was eeuwenlang een belangrijke schakel in de westelijke verdedigingsketen van het Heilige Roomse Rijk. Het huidige Steen, gelegen naast de zuidelijke toegangspoort, is slechts een onderdeel van de grotere burcht. Historici veronderstellen dat de middeleeuwse stad zich vanuit de burchtzone ontwikkelde tot de latere handelsmetropool. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw voerde stadsarcheoloog Adelbert Van de Walle opgravingen uit in de burchtzone. Hieruit bleek de onschatbare waarde van het bodemarchief. De uitzonderlijke bewaringstoestand van de opgegraven houtbouwresten spreken vandaag nog steeds tot de verbeelding, omdat ze informatie bevatten over het ontstaan van Antwerpen, en over hoe een stad er voor het jaar duizend moet hebben uitgezien.

Alumni Luc Rademakers en Nicolas Joschko  . ............................................

12

Nieuwe spin-off gaat logge informatiesystemen te lijf  ......................  

14

Studenten en onderzoekers warm maken voor ondernemerschap  ...

15

25 jaar baanbrekend werk in het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde  . .................................................

16 Flaneren langs de digitale esplanade  .... 18 Personalia  ......................................................   19 3


In de ban van de ®evolutie

De Vrije Universiteit Brussel en de Erasmushogeschool Brussel hebben op 23 september samen het startschot gegeven van het academiejaar 2008-2009. In zijn academische openingsrede ‘De universiteit in de ban van de ®evolutie’ pleitte kersvers VUB-rector Paul De Knop voor een andere benadering van het universitair onderwijs. Kwaliteit moet primeren op kwantiteit. Maatschappelijk relevant onderzoek verdient meer waardering. En na jaren van ingrijpende hervormingen is het hoog tijd voor een rustpauze.

Rector Paul De Knop droomt van een University of Brussels

De grootscheepse hervormingen van het hoger onderwijs (als gevolg van de Bolognaverklaring) gaan in Vlaanderen gepaard met rationalisatie en schaalvergroting. Volgens rector Paul De Knop zorgt dat voor een aantal ongewenste neveneffecten. De universiteiten bureaucratiseren, professoren worden in de rol geduwd van “managers van een researchafdeling”, maar dan met veel te weinig middelen. “Professoren anno 2008 doen alles zelf: ze typen brieven, doen financiële verrichtingen, herstellen eigenhandig apparaten en dit zonder bijkomende administratieve

4

Akademos

JG.11 - NR.4 - 10.2008

ondersteuning”, zei rector De Knop. Onderzoekers gaan gebukt onder een enorme publicatiedruk, want publicaties en citaties leiden tot meer middelen. Publiceren gebeurt bij voorkeur in het Engels en dat is op zich een goede zaak, alleen mag dit niet tot gevolg hebben dat “wie in het Nederlands schrijft, zijn of haar tijd verdoet.” Want dan komt maatschappelijk relevant onderzoek dat bijvoorbeeld alleen betrekking heeft op Vlaanderen, in het gedrang. Universiteiten zitten in een strak financieel keurslijf, waardoor

ze vakken en opleidingen die niet rendabel zijn, dreigen te moeten afstoten. Bovendien is de publieke financiering voortaan afhankelijk van het aantal geslaagde studenten, wat dan weer kan leiden tot het verlagen van de onderwijsnorm.

Ben Van Camp geeft na 8 jaar de fakkel door aan Paul De Knop

Voor Paul De Knop is het duidelijk dat het anders moet en anders kan. De Vlaamse overheid moet meer investeren in het onderwijs, want in verhouding tot de Vlaamse begroting is het aandeel voor het onderwijs de jongste vier jaar immers

Paul De Knop: “Een grote universiteit zal in de toekomst al snel een middelmatige universiteit worden.”


Opening Academiejaar

met 0,6 procent gedaald. Bovendien is het aandeel dat specifiek naar het hoger onderwijs gaat een stuk kleiner dan in onze buurlanden. De door de overheid beoogde schaalvergroting leidt niet noodzakelijk en vaak zelfs helemaal niet tot meer kwaliteit. Meer studenten betekent immers grotere lesgroepen en een toename van afstandelijke ex cathedralessen. Dat gaat ten koste van persoonlijke begeleiding. “Een grote universiteit zal in de toekomst al snel een middelmatige universiteit worden”, aldus rector De Knop. University of Brussels Paul De Knop vindt dat de overheid voor het hoger onderwijs in Brussel andere normen moet hanteren, omdat de sociaaleconomische en demografische realiteit van de hoofdstad hierom vraagt. Hij pleit voor de oprichting

van een sterk Brussels platform waarin alle Brusselse hogescholen en universiteiten over de levensbeschouwelijke grenzen heen samenwerken. Daarnaast pleit rector De Knop voor de oprichting van een transregionale universiteit in Brussel. De Vrije Universiteit Brussel (eventueel in samenwerking met de UGent) en de Université Libre de Bruxelles (ULB) moeten samenwerken in een internationale University of Brussels. De Knop is een voorstander van meertalig onderwijs, met meer vakken in het Engels. Voor rector De Knop moet de Vrije Universiteit Brussel ook een geëngageerde universiteit blijven die zich maatschappelijk sterk profileert. Wetenschappers moeten hun inzichten delen met het grote publiek.

Laïs met cellist Simon Lenski

Rector Ben Van Camp feestelijk uitgezwaaid Enkele dagen voor de academische openinszitting werd uittredend rector Ben Van Camp uitgebreid in de bloemen gezet in het Museum voor Schone Kunsten. Honderden genodigden van binnen en buiten de Vrije Universiteit Brussel kwamen Ben Van Camp feestelijk uitwuiven. Van Camp stond acht jaar lang aan het hoofd van de universiteit en blikt met tevredenheid, maar ook met een zekere vermoeidheid terug op zijn rectorschap. Ben Van Camp wil zich de volgende jaren onder meer actief inzetten voor het Universitair Ziekenhuis van de Vrije Universiteit Brussel in Jette. En hij zal ongetwijfeld meer tijd hebben voor zijn familie en zijn grote passie: zeilen.

Ben Van Camp: meer tijd voor familie en zeilen

5


De ploeg van rector Paul De Knop Toen hij pas tot nieuwe rector van de Vrije Universiteit Brussel was verkozen, zei Paul De Knop: “Je hebt als universiteit een sterke rector nodig, maar je hebt vooral ook een sterk team nodig.” Intussen zijn we enkele maanden verder en staan drie vicerectoren klaar om Paul De Knop bij te staan in goede en kwade dagen. Lode Wyns als vicerector Onderzoek, Yvette Michotte als vicerector Onderwijs en Hélène Casman als vicerector Studentenbeleid. Drie prille zestigers – Yvette Michotte nog net niet - bij wie een rijke ervaring gepaard gaat met een jeugdig enthousiasme en verfrissende ideeën.

Rector De Knop en vicerectoren Yvette Michotte, Hélène Casman en Lode Wyns Waren jullie zelf verrast door de keuze van Paul De Knop? Hélène Casman: “Ik was niet verrast toen hij me vroeg. Ik ben al zes jaar decaan van de faculteit Recht en Criminologie. Paul De Knop heeft me zien functioneren in de raad van decanen en in de raad van bestuur. Dat ik ook een juriste én een vrouw ben, heeft meegespeeld. Want voor Paul De Knop was het evenwicht tussen mannen en vrouwen zeker belangrijk. Yvette Michotte: “Paul De Knop kende me van vele vergaderingen, maar ik denk vooral dat zijn keuze op mij is gevallen omwille van de campus Jette. Als decaan van de faculteit Geneeskunde en Farmacie ken ik niet alleen

6

Akademos

JG.11 - NR.4 - 10.2008

de campus en de opleidingen in Jette heel goed, maar ook het universitair ziekenhuis. Ik denk dat het belangrijk is voor Paul om iemand van Jette in zijn ploeg te hebben.” Het duurde erg lang voor de naam van de vicerector Onderzoek bekend raakte… Lode Wyns: “Waarom heeft het zo lang geduurd? Paul De Knop zal getwijfeld hebben. En waarom is hij uiteindelijk bij mij terechtgekomen? Omwille van het evenwicht zeker, hij wist al dat hij twee vrouwen had in zijn team, dus moest er een man bij. (lacht) Hij zocht ook iemand die ervaring had met onderzoek en onder-

zoeksbeleid. Ik ben daar altijd mee bezig geweest ben. Zo was ik acht jaar lang voorzitter van de commissie-Wetenschapsbeleid in de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid. En tenslotte: ik ben 61. Dat wil zeggen dat ik nog vier jaar te gaan heb. Ik heb mijn werk gedaan op mijn dienst, er werken nu jonge mensen die beter zijn dan ik. Ik kan dus met een gerust hart alles overdragen.” Als we jullie voorgangers mogen geloven, dan is vicerector zijn een helse job. Hélène Casman: “We zijn alledrie decaan geweest, dus we weten wat het is om naast je gewone

job als hoogleraar ook nog eens decaan te zijn. Maar inderdaad, als vicerector zal het beslist niet minder zijn. Bij het eerste gesprek dat we met Paul De Knop hadden, stelden we ons de vraag: waarom wil iemand in godsnaam vicerector worden? Mijn antwoord is: omdat ik van deze instelling hou. Ik ben er erg aan verknocht omdat het mijn alma mater is. Ik heb hier mijn studies gedaan en gedeeltelijk aan de ULB. Het is de voortzetting van een familiale traditie: drie van mijn vier grootouders hebben voor de eerste wereldoorlog aan de ULB gestudeerd, later gevolgd door mijn ouders, mijn broer en mijn zus. Mijn eigen zoon en mijn stiefzoon hebben hier ook gestudeerd. Ik koester de Vrije Universiteit Brussel en ik wil erover waken met alle mogelijkheden die mijn nieuwe functie me geeft.” Moet je als vicerector veel opgeven? Yvette Michotte: “Ik verhuis van campus en ben niet langer decaan. Daar kan ik allemaal mee leven. Maar ik heb ook een onderzoeksen vakgroep die relatief groot is. en waar heel mijn hart in ligt. Het is mijn levenswerk. Ik heb medewerkers die heel goed zijn en die alles kunnen overnemen. Maar ik blijf toch met angstgevoelens zitten. Wat gaat daar nu mee gebeuren en ga ik dat niet te veel missen? Dat is iets waar ik moeite mee heb, maar ik veronderstel dat het allemaal wel goed zal verlopen.”


Vicerectoren

Lode Wyns: “Ik heb beslist dat ik ga stoppen met doceren. Wat onderzoek betreft, blijf ik nog een tweetal topics volgen, twee van de acht. Maar ik ben niet zeker dat het nu allemaal zoveel zwaarder gaat worden. Als je elke dag een groep van 50 mensen moet leiden, voortdurend op zoek moet gaan naar centen, zeker in een sector als die van mij, waar je belachelijk veel geld nodig hebt … Ik heb de voorbije tien jaar zelden een vrije zaterdag gehad, dus ik weet niet of er zoveel gaat veranderen.” Wat vinden jullie van de toestand waarin onze universiteit zich momenteel bevindt? Yvette Michotte: “Ik ben met de Vrije Universiteit Brussel opgegroeid. Ik heb hier gestudeerd. Dit is mijn universiteit. Ik zit ook

erg met de universiteit in. Maar het financieringsdecreet dat op ons afgekomen is, heeft onze universiteit in gevaar gebracht. Ik heb de indruk dat we vanuit Vlaanderen weinig steun krijgen. Vlaanderen in het algemeen is niet meer geïnteresseerd in wat in Brussel gebeurt. Ik wil alvast niet bij de pakken blijven zitten en dat is voor mij ook een van de redenen om in de ploeg te komen. Ik geloof heel sterk in samenwerking. Ik geloof niet dat we kunnen blijven bestaan op een eiland met alles wat we nu hebben. De maatschappij is zodanig veranderd dat we ons moeten aanpassen, ook aan wat er op internationaal vlak gebeurt. Allianties tussen universiteiten zie je overal, ik denk dat het ook de Vrije Universiteit Brussel sterker zal maken. Maar wat ik absoluut wil, is dat we onze eigenheid behouden. We hebben een eigenheid die gekend is, die een merk is. We hebben - ik denk dan aan ethische en maatschappelijke kwesties – heel baanbrekend werk verricht. We moeten

Lode Wyns volgt Jan Cornelis op als vicerector Onderzoek Leeftijd: 61 Woonplaats: Antwerpen

Academische loopbaan: gewoon hoogleraar domein Biochemie/Biofysica gewezen decaan faculteit Wetenschappen directeur onderzoeksdepartement Vlaams Instituut voor Biotechnologie lid Raad van Bestur ESRF Grenoble (European Synchrotron Radiation Facility) 8 jaar voorzitter commissie-Wetenschapsbeleid VRWB (Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid) Passies: geschiedenis speerwerper in een vorig leven, deelnemer aan de Olympische Spelen in Mexico in 1968!

beslist een rol blijven spelen in de maatschappij. We zijn bedreigd, maar we hebben tegelijk zoveel troeven. En die troeven moeten we in de verf zetten. We zullen dus overleven, omdat we dynamisch en creatief zijn. En omdat we relatief klein zijn, kunnen we ons makkelijk aanpassen. Ik geloof dus nog altijd in de toekomst van onze universiteit, op voorwaarde dat we rationaliseren. We moeten durven beslissingen nemen, we moeten op een bepaald moment durven zeggen dat we bepaalde opleidingen niet meer aankunnen… “ De vorige rector Ben Van Camp zei: “Ik ben arts, ik hou meer van leven dan van overleven.” Michotte: “Ik ook. We leven en we leven verder. We moeten er alleen voor zorgen dat ze ons niet kapot krijgen.” Een van de zorgenkinderen is de instroom van studenten. Hélène Casman: “De rekrutering van studenten is dé prioriteit voor het vicerectoraat Studentenbeleid.

We moeten ervoor zorgen dat de studenten naar hier willen blijven komen, en liefst groter in aantal. Dat betekent dat we aandacht moeten hebben voor twee soorten studenten. Je hebt de studenten die in het Nederlands hun opleiding willen volgen. Maar daarnaast moeten we Brussel als Europese hoofdstad uitspelen op internationaal vlak. Lode Wyns: “Onze grootte vormt internationaal geen probleem, maar wel in Vlaanderen. Een kleine 10.000 studenten is een normaal aantal voor een universiteit. 80.000 studenten is pas fout, want dan kan je de mensen niet meer opvangen. Beweren dat Vlaanderen toch niet meer dan twee of drie universiteiten kan hebben, is je reinste onzin. Je kan eens proberen om in Duitsland, Frankrijk of Zweden een stad aan te duiden met de dimensie van Antwerpen, Gent of Brussel – ik wil er zelfs Leuven bijnemen – waar er geen universiteit is. Want een universiteit is er niet alleen om diploma’s uit te reiken, een universiteit is er ook

Yvette Michotte volgt Rosette S’Jegers op als vicerector Onderwijs Leeftijd: 59 Woonplaats: Wemmel Academische loopbaan: apotheker Vrije Universiteit Brussel (1972) doctoraat Farmaceutische Wetenschappen (1976) van assistente tot gewoon hoogleraar (1988) voorzitter van de onderzoeksgroep “Experimentele Neurofarmacologie” (1987-heden) decaan van de Faculteit Geneeskunde en Farmacie (2004-2008) Passies: wetenschap, natuurbehoud, ecologie, fauna lezen, golfen, fietsen dieren (“Ik heb 5 katten en heb ook altijd een hond gehad. De laatste is vorig jaar gestorven en wellicht neem ik weldra een nieuwe.”)

7


Vicerectoren

Hélène Casman volgt Michel Magits op als vicerector Studentenbeleid Leeftijd: 60. Woonplaats: Antwerpen Academische loopbaan: doctor in de Rechten Vrije Universiteit Brussel (1970) licentiaat in het Notariaat (1978) van vorser en assistente tot voltijds gewoon hoogleraar (2001) decaan faculteit Recht en Criminologie (2002-2008) eerder ook notaris in Antwerpen en van 1997 tot 2008 plaatsvervangend raadsheer bij het hof van beroep van Brussel Passies: mijn familie literatuur en poëzie (Nederlands, Frans en Engels)

voor de ontwikkeling van de regio, meer dan ooit in 2008. En meer dan ooit in Vlaanderen dat alleen zijn hersenen als grondstof heeft. Het grote probleem is dat men in Vlaanderen alles afweegt aan een ding: het aantal studenten dat je hebt. En daar knelt het schoentje, vaak net in die opleidingen die voor mij van een universiteit een echte universiteit maken. Ik kan mij niet inbeelden dat wij morgen een universiteit hebben zonder fysica of zonder filosifie. En vaak zitten de problemen van instroom in dat soort opleidingen. Als ouddecaan van de faculteit Wetenschappen zeg ik: als men vandaag de mond vol heeft over de Large Hadron Collider (de deeltjesversneller in Genève, n.v.d.r.), dan praat men over onze wetenschappers. En in Brussel zijn we onvoorstelbaar sterk in wiskunde. Jean

8

Akademos

JG.11 - NR.4 - 10.2008

Bourgain heeft een Fields Medal gekregen, dat is voor de wiskunde de tegenhanger van de Nobelprijs. Mevrouw Daubechies leidt het department in Princeton, meneer Delbaen is aan het ETH in Zurich een wereldautoriteit. En dan heb je plots te weinig studenten.” Excellent onderzoek gaat blijkbaar gepaard met te weinig studenten… Lode Wyns: “Natuurlijk is dat zo, maar dat is een wereldwijd probleem. Men zit overal met bijzonder weinig studenten in een aantal disciplines. Dat is in Nederland zo, dat is in de Verenigde Staten zo. En ik verwijs ook graag naar een Nederlands rapport hierover dat begon met de vraag: waarom zou je de moeilijke studie van de fysica doen, terwijl je met een veel gemakkelijkere studie de baas van

de fysicus kan worden? Dat is dus een algemeen fenomeen. In de VS heeft men dat opgelost door massaal Aziatische studenten aan te trekken. Maar ik ben niet voor die oplossing. Als er te weinig studenten zijn in bepaalde opleidingen, dan moeten we de oorzaken zoeken in het secundair onderwijs, want dat is bepalend voor de instroom in je universiteit. Het secundair onderwijs bepaalt dus ook of je het wereldniveau dat je in Genève of in de wiskunde hebt, kan voortzetten. Ik denk dat we af en toe voor een hard openbaar discours zullen moeten gaan, hoe lastig dat ook is. Ik heb de indruk dat we dat soms ontwijken.” Is de Vrije Universiteit Brussel te bescheiden? Yvette Michotte: “Ja. We zijn ook redelijk eigenzinnig, dus soms komen we niet naar buiten als één man of één vrouw, omdat we allemaal individualisten zijn. Dat is wel goed, maar soms moet je samen naar buiten treden. Maar we moeten vooral zichtbaarder worden en de troef van Brussel en zijn meertaligheid uitspelen. We moeten meer opleidingen in het Engels aanbieden. Het is ook niet omdat andere universiteiten meer studenten hebben, dat die beter zouden zijn. We hebben het imago makkelijker te zijn, wat absoluut niet waar is. Kijk naar al onze uitstekende visitatierapporten. Maar toch moeten we ons altijd verdedigen.” Lode Wyns: “We zijn individualisten en dat kan soms voor communicatieproblemen zorgen. Maar dat individualisme opgeven? Zeker niet. We moeten misschien streven naar individualisme in overleg, en op die manier naar buiten treden. Wat ik overigens wel vind dat we veel te weinig doen, is de maatschappelijke discussie op de universiteit aanmoedigen. Ik klink nu misschien een tikkeltje nostalgisch, maar ik ben afgestudeerd in 1968 en toen waren er enorm veel

debatten en maatschappelijke discussies. Onlangs nog ging ik naar lezing van Willy Claes en Rik Coolsaet en daar was nauwelijks volk. Dat zou dus terug aangezwengeld moeten worden. Op de campus zelf zouden de faculteiten voor studenten en collega’s meer debatten en dergelijke moeten organiseren.” Hélène Casman: “De studenten van vandaag zijn natuurlijk niet die van ’68, maar we moeten wel de omgeving en de omstandigheden creëren waarin ze zich maximaal kunnen ontwikkelen. Daar mag best nog wat aan gesleuteld worden. Want het geweldige aan een universiteit, zeker een universiteit als de onze die geconcentreerd is op twee campussen en niet verspreid is over een hele stad, is dat je in contact kan komen met de universaliteit van het weten. Ik vind het buitengewoon boeiend dat je met mensen kan praten die in totaal andere gebieden van de wetenschap actief zijn.” Over vier jaar volgt de balans. Wanneer zal u uw opdracht als geslaagd beschouwen? Yvette Michotte: “Als ik er zeker van zal zijn dat de Vrije Universiteit Brussel nog een lang leven voor de boeg heeft.” Hélène Casman: “Alleen maar zeggen dat ik meer studenten zou willen, zou een flauw antwoord zijn. Wat ik vooral wil is dat het beeld van de universiteit dat we zelf hebben – de redelijk eigenzinnige universiteit in Brussel - beter verspreid is geraakt en dat de aantrekkingskracht van de universiteit net omwille van die eigenheid groter wordt. En daardoor ook de leefbaarheid.” Lode Wyns: “Wat onderzoek betreft, zou ik mijn opdracht geslaagd vinden als we, rekening houdend met de selectiviteit van elke discipline, internationaal meer op de kaart staan. En dat we daar waar de competitie open is, beter scoren.”


Kort nieuws

Oud-werknemers als ambassadeurs van de universiteit De Vriendenkring Personeel Vrije Universiteit Brussel bestaat 10 jaar. Voor de zomer werd dat uitgebreid gevierd. Maar bij de vereniging van gepensioneerde personeelsleden van de Vrije Universiteit Brussel en het Universitair Ziekenhuis kijken ze vooral naar de toekomst. “We hebben momenteel zowat 800 leden”, zegt voorzitter prof. em. Livin Bollaert. «We zijn op weg naar 1000 leden.” Personeelsleden van de universiteit en het ziekenhuis die met pensioen gaan, worden automatisch lid van de Vriendenkring Personeel Vrije Universiteit Brussel. Ze ontvangen alle VUBpublicaties (zoals Akademos), de elektronische nieuwsbrief, ze kunnen nog altijd in het VUB-restaurant gaan eten tegen personeelstarief enz. Uit een recente enquête blijkt dat meer dan de helft van de leden ook wil deelnemen aan allerlei activiteiten. “Dat is ook normaal”, vindt voorzitter Bollaert. “De ouderen willen op de hoogte blijven van wat er op wetenschappelijk vlak allemaal gebeurt.” Geregeld staan bezoeken aan labo’s en lezingen door wetenschappers op het programma. “We zijn een verlengstuk geworden van de universiteit”, zegt Livin Bollaert. “We zijn ambassadeurs die onze universiteit zoveel mogelijk proberen te steunen. Veel leden komen ook graag eens terug op de campus.” De voorzitter hoopt alvast dat de vriendenkring meer en meer VUB-gepensioneerden zal kunnen aanspreken. Eind november vindt in de hotelschool in Wemmel het jaarlijks diner plaats, met een uiteenzetting van dokter Cammu (UZ) over “Hoge ouderdom/lang leven en de medische wetenschap.

Prof. em. Livin Bollaert

Meer info: Marie-Claire Van Roy ( 015 71 45. 84 of vvub@vub.ac.be)

Fietspunt geopend Aan de Triomflaan 40 tegenover campus Oefenplein opende zopas het gloednieuwe Fietspunt – Point Vélo officieel de deuren in aanwezigheid van rector Paul De Knop en Brussels minister van Mobiliteit Pascal Smet. Het Fietspunt is een initiatief van de Ateliers de la rue Voot, een vereniging die creatieve ateliers organiseert met onder andere aandacht voor fietstechniek. In het nieuwe Fietspunt kan men zelf onder deskundig toezicht zijn fiets leren herstellen, maar ook fietsen huren per maand, per semester of zelfs per academiejaar. Op die manier wordt de fiets een erg toegankelijk vervoers­ middel voor de vele studenten op en rond de campus.

Monumentendagen lokken veel volk De Brusselse Open Monumentendagen eind september waren voor de Vrije Universiteit Brussel een voltreffer. Ruim 800 bezoekers kwamen de universiteitscampus bewonderen. Grote trekpleister was het rectoraatsgebouw. Het ellipsvormige gebouw van architect Renaat Braem werd opgetrokken in de jaren ’70 en is sinds 2007 een beschermd monument. Vooral de riante bureaus van de rector en de voorzitter van de universiteit trokken veel aandacht. Ook Aula Q en de studentenhuizen van architect Willy Van Der Meeren hadden veel bekijks. In het Kultuurkaffee liep een tentoonstelling over de opengestelde gebouwen, met unieke tekeningen, plannen en foto’s..


Erasmushogeschool Brussel

Racen naar een groene toekomst CO2-uitstoot, fijnstof, emissies … In de autosector is het vandaag allemaal brandend actueel. Om onze wagens groener te maken, worden ‘klassieke’ motoren in hoog tempo geoptimaliseerd en nieuwe motorconcepten ontwikkeld. Omdat ingenieurs een cruciale rol spelen in deze ontwikkeling, starten de studenten van de Erasmushogeschool Brussel (EhB), in samenwerking met de Vrije Universiteit Brussel, dit academiejaar met de ontwikkeling van een hybride racewagen. Een chassis, een koetswerk, een aandrijving, batterijen en twee motoren zijn de ingrediënten. Het Italiaanse ATA-kampioenschap het doel. Hij oogt best stoer, de wit-blauwe racewagen: een kleine cockpit met racegordels en -stuur, grote spoilers voor de neerwaartse druk bij hoge snelheden … een kleine Formule 1-wagen, zeg maar. En toch hoeven we vandaag nog niet veel van de wagen te verwachten. ,,De racewagen werd nog maar net geleverd en heeft nu enkel een chassis, een koetswerk en een aantal mechanische onderdelen zoals remmen, een stuurstang en gordels’’, zegt docent Peter Van den Bossche, de verantwoordelijke van het project. ,,De volgende jaren zullen de studenten van de bachelor- en masteropleiding Industriële Wetenschappen zich toeleggen op de ontwikkeling van de aandrijving van de wagen. In een eerste fase selecteren ze de optimale drijflijncomponenten. Dit betekent dat ze onder andere onderzoek doen naar welke motoren, batterijen en supercondensatoren ze best gebruiken in de wagen. Deze berekeningen werden intussen al voor een deel uitgevoerd, zodat we binnenkort kunnen overstappen naar de tweede fase waarin de componenten worden aangekocht en een aandrijflijn wordt ontwikkeld en uitgebouwd. Nog heel wat werk dus en makkelijk is het niet om een hybride racewagen te ontwikkelen. Zo is het niet vanzelfsprekend om in een beperkte ruimte twee motoren te plaatsen, plus de nodige vermogenelektronica, plus de batterijen voor de energieopslag. Maar als ik de eerste evaluaties van onze studenten bekijk, ziet het er wel

10

Akademos

JG.11 - NR.4 - 10.2008

Doctorandus Bavo Verbrugge en docent en projectverantwoordelijke Peter Van den Bossche veelbelovend uit. Op basis van de cijfers die we hebben, moet het met het huidige concept mogelijk zijn om 120 kilometer per uur te halen.’’ De apotheose van het project moet het ATA-kampioenschap worden in het Italiaanse Orbassano. Dat is een jaarlijkse race waar universitaire teams het tegen elkaar opnemen. De Erasmushogeschool Brussel treedt als enige Belgische hogeschool of universiteit aan in de Formula EHI (Formula Electric and Hybrid Italy). In deze reeks speelt niet enkel de snelheid van de wagens een cruciale rol; ook het concept, de technische opbouw, de kostprijs, de behendigheid, het verbruik … worden in rekening gebracht. Dit jaar al neemt de EhB deel aan het kampioenschap, maar dan met het concept van de aandrijflijn. Het zal zeker nog een academiejaar ontwikkeling vragen voor de eerste student zich op Italiaanse bodem in de cockpit kan laten zakken.

Raceteam Met het project wil de Erasmushogeschool Brussel haar studenten al tijdens hun studie laten functioneren in een ontwikkelings- en raceteam. Dit biedt hen een stevige portie ervaring, contacten met de auto-industrie en een extra voor hun cv. ,,Studenten die succesvol meewerken aan de wagen, tonen enerzijds dat ze over de kennis beschikken, maar anderzijds ook dat ze goed in team kunnen samenwerken. Als je voor je masterproef bijvoorbeeld onderzoek verricht naar de motor, moet je natuurlijk ook rekening houden met de overige onderdelen die door je medestudenten op punt worden gezet. Dat vergt dus heel wat samenwerking en het is net die combinatie van kennis en multidisciplinair teamwork die de werkgevers zoeken.’’ Samenwerking binnen associatie De ontwikkeling van de wagen is ook een toonbeeld van de syner-

gieën binnen de Universitaire Associatie Brussel. Zo wordt er nauw samengewerkt met de vakgroep Elektrotechniek en Energietechniek (ETEC) van de Vrije Universiteit Brussel. ,,De vakgroep ETEC heeft een jarenlange expertise op het gebied van elektrisch aangedreven voertuigen en vermogenelektronica’’, zegt Peter Van den Bossche. ,,Zo zullen bijvoorbeeld de drijflijnconcepten die door de studenten worden ontwikkeld, gevalideerd worden met behulp van de voertuigsimulatieprogramma’s die ontwikkeld zijn door VUB-collega Joeri Van Mierlo. Voor het nieuwe koetswerk in composieten dat voor de wagen wordt ontwikkeld, werken we dan weer samen met de vakgroep Mechanica van Materialen en Constructies (MEMC). Voor dit deel van de ontwikkeling is het trouwens een groot pluspunt dat het composietenlabo van collega Hugo Sol is gevestigd op onze EhB-campus.’’ De ontwikkeling is een mooi voorbeeld van de complementariteit tussen de verschillende types ingenieursopleidingen: de theoretische kennis van de burgerlijke ingenieurs (masters in de Ingenieurs­wetenschappen) wordt in de praktijk geïmplementeerd door de industriële ingenieurs (masters in de Industriële Wetenschappen). ,,Deze samenwerking binnen de Universitaire Associatie Brussel laat ons toe om met vereende krachten dit project tot een goed einde te brengen.’’


Junior researcher: Femke Vyncke

Transactionele websites getest Internationale bedrijven die hun online verkoop willen opstarten of verder ontwikkelen, weten niet goed of ze hun websites moeten standaardiseren of eerder aanpassen aan lokale markten om betere cijfers te halen. Onderzoekster Femke Vyncke tracht te achterhalen in hoeverre een bedrijf aanpassingen aan de ‘couleur locale’ (lokalisatie) moet doorvoeren. Ze doet dit door zowel bestaande websites te analyseren als door zelf ontworpen websites te testen.

Femke Vyncke studeerde in 2007 af als handelsingenieur en werkt nu voor de eenheid Marketing van de vakgroep Bedrijfskunde en Strategisch Beleid van de Vrije Universiteit Brussel. Ze bereidt haar doctoraat als FWO researcher voor onder leiding van de professoren Malaika Brengman, gespecialiseerd in o.a. marketing, en Olga De Troyer, expert in de computerwetenschappen. “Het is denk ik uniek aan onze universiteit dat je de kans krijgt om over de disciplines heen en begeleid door promotoren uit zowel de humane als de exacte wetenschappen een doctoraat in de marketing te kunnen maken”, legt ze uit. “Ik wil onderzoeken of het cultureel aanpassen van commerciële, internationale websites ze al dan niet efficiënter maakt. Ik wil weten wat commercieel de beste optie is: websites standaardiseren, dus gewoon vertalen, of websites aanpassen in structuur, design en inhoud om zo internationaal meer te verkopen”, voegt ze glimlachend toe. “Daarom interview ik bij de aanvang van mijn onderzoek zowel marketeers, softwareontwikkelaars als harde wetenschappers”. Culturele gevoeligheid van websites Haar onderzoek spitst zich toe op de EU. “Dit is mijn doelmarkt omdat het een eengemaakte economische markt is met een enorme diversiteit”, legt Femke uit. “Wat ik in eerste instantie wil doen, is clusters van landen isoleren die

gelijkaardige kenmerken vertonen op het vlak van machtsafstand, onzekerheidsvermijding, de verhouding tussen individualisme en collectivisme en de verhouding tussen masculiniteit en feminiteit. Deze vier dimensies weerspiegelen de verschillende culturen. Ik kan bijvoorbeeld een cluster maken van landen waar de culturele dimensie ‘machtsafstand’ hoog of laag is. In landen waar die hoog is, kunnen op de websites bijvoorbeeld zeer formele aanspreek­titels verschijnen en zal de grote baas in maatpak ernstig op een foto staan. In een land waar die culturele dimensie eerder laag is, worden de aanspreektitels van de leidinggevenden bijvoorbeeld veel informeler. Een andere culturele dimensie die gebruikt kan worden bij de clustering is het al dan niet vermijden van onzekerheid. Die dimensie slaat terug op het wel of niet willen nemen van risico’s. Natuurlijk zal ik ook rekening houden met modererende factoren die in bepaalde clusters kunnen voorkomen zoals het politieke klimaat, de internetpenetratiegraad, de specifieke handelssituatie, het internetgebruik enz.” Fictieve websites In een latere fase van het onderzoek zal Femke met de onderzoeksgroep Web and Information System Engineering een aantal fictieve websites voor bestaande bedrijven ontwikkelen. Op die websites zal ze dan de onderzochte dimensies aanpassen. Zo kan ze de efficiëntie van de aanpassingen

toetsen. “Proefpersonen uit verschillende Europese clusters zullen blootgesteld worden aan websites die al dan niet volgens culturele dimensies werden aangepast”, legt ze uit. “De efficiëntie van deze websites zal ik meten aan de hand van een uitgebreide online bevra-

ging bij de proefpersonen. Eens het onderzoek is afgerond, hoop ik aanbevelingen te kunnen formuleren naar bedrijven. Ik zie mezelf wel actief blijven in de research, of dit nu academisch is, als consultant of in een bedrijf. Onderzoek is nu eenmaal mijn biotoop.”

Femke Vyncke (24) wou als tiener architect of burgerlijk ingenieur worden. Studeren aan de Vrije Universiteit Brussel was voor haar de enige optie: een kleinschalige universiteit en meteen de poort naar Europa en multiculturaliteit. Ze koos uiteindelijk voor de studies Handelsinge­nieur omdat ze professioneel dan nog alle richtingen uitkon. Tijdens haar studies sleepte Femke een reeks prijzen in de wacht: de beste eindverhandeling Handelsingenieur, de excellentieprijs Handelsingenieur (elk studiejaar minstens grote onderscheiding) en samen met haar collega’s van de minionderneming ANIMA de tweejaarlijkse prijs Henri Vander Eycken. Ze kreeg onmiddellijk na haar studies de kans om aan de slag te gaan bij Procter & Gamble in Genève, maar droomde al een tijdje van een onderzoeksparcours. Daarom postuleerde ze als assistente marketing aan onze universiteit. Binnen de eenheid Marketing van de vakgroep Bedrijfskunde en Strategisch Beleid werken vijf collega’s nauw samen bij onderzoek naar koopgedrag. Dit onderzoek betreft zowel winkelaankopen (bricks & mortar) als aankopen via het internet (brick & clicks of zuivere e-tailers).

11


Alumni Q&A

Luc Rademakers

teur Algemeen hoofdredac Belang van Limburg Gazet van Antwerpen en

 Leeftijd 45  Diploma‘s behaald aan de Vrije Universiteit Brussel Doctor in de Wijsbegeerte, met een publicatie over de ‘Filosofie van de vrije tijd’  Beroep Algemeen hoofdredacteur van de betaalkranten van Concentra Media (Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg) en business unit manager Kranten (redactie, marketing, retail). In 2000 stond ik als hoofdredacteur voor de Nederlandstalige en Franstalige editie mee aan de wieg van de gratis krant Metro, tot ik in 2004 naar Antwerpen werd gehaald.  Eerste job na het behalen van mijn diploma’s Na mijn burgerdienst aan de Universiteit Hasselt, heb ik verschillende free lance jobs tegelijk gecombineerd, als kunstcriticus voor Nederlandse bladen, als Vlaams correspondent voor Nederlandse kranten, als medewerker bij Febiac, als all rounder op de krantenredactie …  Meest opmerkelijke studententijdmoment De gesprekken en correspondentie over hedendaagse beeldende kunst, muziek en literatuur met Annie Reniers, Jean-Paul Van Bendegem, Michel Bartosik en Hubert Dethier.  Beste karaktereigenschap gescherpt aan de Vrije Universiteit Brussel Onafhankelijk denken en handelen, oppassen voor het valse comfort van de mainstream. Mijn vrouw heeft filosofie gestudeerd aan de ULB. We hebben elkaar toevallig ontmoet, terwijl we allebei professioneel met totaal andere dingen bezig waren dan met filosofie. Wellicht heeft onze vorming er toch voor gezorgd dat we samenkwamen.  Redelijk eigenzinnigheidsfactor Ik kan snel situaties, mensen en opportuniteiten doorzien en dan wil ik ook ongeduldig de actie die daarbij hoort.  Meest memorabele professionele gebeurtenis In 1999-2000 was de voorbereiding van de lancering van de gratis nationale krant Metro een zeer intensief moment. Samen met jonge, getalenteerde mensen een nieuw merk lanceren, geeft ontzettend veel voldoening. In een mum van tijd werd

12

Akademos

JG.11 - NR.4 - 10.2008

Metro in Brussel de meest gelezen Nederlandstalige en Franstalige krant. Inmiddels heeft Metro zo’n marktpositie verworven dat het nog altijd een uniek mediamodel is in België.  Minst memorabele professionele gebeurtenis Ik heb een selectief geheugen en kan perfect vergeten wat de moeite van de herinnering niet waard is. Mijn omgeving is daarover vaak verbaasd maar het is echt zo. Vraag me niet waar ik ooit slecht gegeten heb, in een slecht hotel ben terechtgekomen, verkeerde beslissingen heb genomen ... ik weet het niet. Ik leer er wel onmiddellijk uit bij, maar meteen daarna gaat de gebeurtenis neurologisch in de trash-mand.  Mooiste persoonlijk moment Ik ga er nooit van uit dat die al achter mij liggen. Gelukservaringen zijn ook moeilijk vergelijkbaar.  Favoriete vrije tijdverdrijf Eh... werken. De voornaamste conclusie van mijn doctoraat was dat, als je zo veel mogelijk geluk en vrijheid beoogt, werktijd en vrije tijd niet van elkaar mogen verschillen.  De droom die ik nog wil nastreven Ik heb geleerd dat je best niet leeft van dromen en ambities. De droom van het onsterfelijke leven komt toch voor niemand uit.  Studeren in Brussel is Opgezogen worden door de multiculturele stad, wat heel erg verruimend werkt. Ik was er als de dood voor om mij te moeten conformeren aan een microkosmos van studenten. Om zeker niet opgeslokt te worden door het campusleven, werkte ik tijdens mijn studies deeltijds in de gehandicaptenzorg in Brussel.


Nicolas Joschko Van praeses tot directeu

r-generaal GOMB

 Leeftijd 47 jaar  Diploma’s behaald aan de Vrije Universiteit Brussel Doopdiploma KEPS in 1979 ;-), Licentie Politieke Wetenschappen - Internationale betrekkingen (1983), later op de ULB (Solvay) het CEPAC programma (1994) en het Executive Program en immobilier (2007). Ik was echter een ‘middelmatig student en haalde mijn 4 jaren in eerste zit “met grootste zelfvoldoening”, niettegenstaande alle studentikoze neven-(eigenlijk hoofd-)activiteiten.

 Beste karaktereigenschap gescherpt aan de Vrije Universiteit Brussel De wil om bruggen te bouwen tussen mensen, culturen en instellingen en ze dichterbij te brengen. Ik noem dat “actieve verdraagzaamheid”. Niet altijd de makkelijkste weg, maar wel de meest verrijkende.  Redelijk eigenzinnigheidfactor Mhhh...ik ben wel redelijk koppig en doorzettend. In een van mijn jobs werd ik beschreven als de kruising tussen een TGV en een bulldozer.

 Beroep Na een geslaagde carrière in de privésector besloot ik in 2005 mijn ervaring ten dienste te stellen van de gemeenschap en werk thans als directeur-generaal bij de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij Brussel (GOMB).

 Meest memorabele professionele gebeurtenis Mijn eerste functie als directeur-generaal, waarbij ik ‘The Phone House’ in anderhalf jaar tijd van embrionaal bedrijfje naar marktleider in de mobiele abonnementenverkoop bracht. Dat was een reuze tijd!

 Eerste job na het behalen van mijn diploma’s Het begin van mijn beroepscarrière verliep wat chaotisch. Een vervangingsjob in een socio-culturele organisatie in afwachting van de legerdienst en daarna de legerdienst zelf op het kabinet van de minister van Cultuur overtuigden mij dat dit niet echt mijn type van roeping was. De eerste échte job begon na mijn legerdienst bij Unilever. Daarna volgden verschillende uitdagende en motiverende commerciële en managementjobs in heuse multinationals als Beiersdorf, Swatch, The Phone House en Mobistar.

 Minst memorabele professionele gebeurtenis Telkens ik verplicht was een medewerker te ontslaan. Je weet dat je niet anders kan, dat het moet zelfs, maar je weet dat het een persoonlijk drama teweegbrengt. Deze ervaringen hebben mij echter wel geleerd om deze situaties als mens en niet als machine te beheren. Het is mij dan ook overkomen dat ik mensen die ik moest ontslaan binnen de week aan een nieuwe job heb geholpen.

 Meest opmerkelijke studententijdmoment: Ik heb mijn studententijd erg intensief doorgemaakt, en was zowel actief in het studentikoze kringleven als KEPS-praeses, de politiek, de studentenpolitiek, was BSG-voorzitter enz. Ik heb dan ook een massa ‘opmerkelijke momenten’ zoals cantussen in de pas ontdekte ijskelders, gesprekken met redelijk belangrijke politici, niet voor waar te houden examens ... Een erg ‘opmerkelijk’ studententijdmoment beleefde ik eigenlijk 22 jaar nà mijn afstuderen, toen de kersverse KEPSpraeses(e) mij vol bewondering toeriep: “Zijde gij DE Joschko?” Dat voelde wel wat raar...

 Mooiste persoonlijk moment De geboorte van mijn drie kids  Favoriete vrije tijdverdrijf Ik heb van jongsafaan veel scheepsmodellen gebouwd, en de laatste tijd werden deze steeds groter: een model van het poolexpedieschip ‘Belgica’ van 3m50 bestemd voor het toekomstig Poolmuseum op Thurn & Taxis; en sedert een jaar herstel ik een oud houten zeilschip van 12 meter. Hopelijk drijft het !  De droom die ik nog wil nastreven Tot in de kist: “Dass alle Menschen Brüder werden ...”  Studeren in Brussel is een ongelooflijke opportuniteit om multiculturalisme te beleven en jezelf los te weken van familiale, culturele, politieke en filosofische vooroordelen. Voor mij is Brussel niet Vlaams, Frans, links of rechts. Brussel is een échte toren van Babel, gecultiveerd door Brusselaars vanuit allerlei achtergronden. Het neemt tijd om dàt te begrijpen, maar eens je het beet hebt, dan blijf je er ook wonen!

13


Spin-off

Nieuwe spin-off gaat logge informatiesystemen te lijf Op 19 mei richtten vier jonge onderzoekers Collibra op, het nieuwste spin off-project van de Vrije Universiteit Brussel. Hun doel is om de kennis van tien jaar onderzoek om te zetten in een commercieel succes, en het tot marktleider te schoppen in het business semantics management, een duur woord voor het beheer van informatiesystemen van grote bedrijven.

Ongeveer een jaar geleden begonnen Felix Van de Maele, Stijn Christiaens, Pieter De Leenheer en Damien Trog te broeden op hun plan om de Europese voortrekkersrol van STARLab op onderzoeksvlak te verzilveren in de vorm van een commercieel bedrijf. Ze kregen hiervoor de hulp van prof. Robert Meersman van de faculteit Wetenschappen, en wisten al snel enkele geldschieters te overtuigen. “In het begin was het niet eenvoudig om onze weg te vinden in de Vlaamse en Brusselse kluwen”, vertelt kersvers research director Pieter De Leenheer. “De mensen van de Technology Transfer Interface (TTI) van de Vrije Universiteit Brussel hebben ons hierbij erg goed begeleid. Mede daardoor konden we ons goed voorbereiden, zodat we niet met lege handen moesten gaan aankloppen bij eventuele geldschieters. We hadden al een businessplan uitgewerkt en een prototype van ons idee. Door onze sérieux was de universiteit zelf meteen enthousiast, en heeft het ook niet lang geduurd voor de anderen over de brug kwamen.” Die anderen zijn in de eerste plaats het Brussels Imagination, Innovation and Incubation Fund, afgekort BI³ van de Vrije Universiteit Brussel; Brustart van de Gewestelijke Investeringsmaatschappij Brussel (GIMB) en enkele andere geldschieters. In totaal wist het viertal een startkapitaal van 850.000 euro te vergaren. Semantische technologie Dat het onderzoek van STARLab al jarenlang erg industriegericht was,

14

Akademos

JG.11 - NR.4 - 10.2008

Felix Van de Maele, Damien Trog, Pieter De Leenheer en Stijn Christiaens zorgt voor een perfecte voedingsbodem voor het nieuwe bedrijf, vertelt CEO Felix Van de Maele. “Momenteel zijn we al uniek in België, en ik denk niet dat iemand ons nog zal kunnen inhalen”, zegt hij. “Op Europees vlak bestaan er een handvol alternatieven, maar die doen toch niet helemaal hetzelfde als wij. Op termijn willen we marktleider worden en een compleet nieuwe manier van denken introduceren. We richten ons momenteel vooral tot de logistieke sector, banken en overheidsinstellingen, maar we willen op termijn alle bedrijven kunnen aanspreken die met een grote informatiestroom werken.” Het doel van Collibra is de informatie-infrastructuur van grote ondernemingen te optimaliseren zodat die aan de snel veranderende noden van de markt kan blijven voldoen. “Bedrijfsprocessen worden vaak wel aan een hoog tempo vernieuwd, maar het infomatiebe-

heer wordt hierbij meestal uit het oog verloren”, legt CTO Damien Trog uit. “In plaats van telkens nieuwe systemen te moeten ontwikkelen om informatiesystemen met elkaar te verzoenen, hebben wij een technologie uitgewerkt die de semantiek van verschillende berichten kan herkennen zodat ze automatisch van en naar elkaar kunnen vertaald worden - iets wat momenteel nog vaak handmatig geschreven moet worden.” Lichtgewicht/zwaargewicht Deze flexibiliteit en wendbaarheid kan men ook terugvinden in de naam Collibra, die een samentrekking is van collaborate - samenwerken, callibrate en libra – vrijheid en evenwicht. “De naam staat in de eerste plaats voor ‘kwaliteit’”, zegt operational officer Stijn Christiaens. “En dat de naam ook doet denken aan een kolibrie, een vederlicht en uiterst wendbaar vogeltje, is mooi meegenomen

(lacht).” Vederlicht zijn overigens allerminst de ronkende namen die de vier hebben kunnen strikken als bestuursleden, met onder meer Tony Mary en Dirk Boogmans. “Onze kernboodschap is dat we informatiesystemen beter willen laten communiceren op automatische manier, zodat ze vlotter en efficiënter kunnen samenwerken”, vat Christiaens samen. Misschien zou de universiteit zelf zo’n verjongingskuur wel eens kunnen gebruiken? “De Vrije Universiteit Brussel zou zeker in aanmerking komen als klant, maar dan moeten we wel eerst eens over de prijs praten”, lachen de vier in koor. [W] www.collibra.com [E] contact@collibra.com

Alle spin-offs op een rijtje Collibra EqcoLogic Cesor Double Pass Vicim EggCEntris Vubonite Symbion Ablynx BruCells Intellicrops Beta-Cell EiSyCa Numeca International NMDG Fos&s Cebes

(°2008) (°2005) (°2005) (°2004) (°2003) (°2002) (°2002) (°2002) (°2001) (°2001) (°1999) (°1998) (°1997) (°1992) (°1991) (°1990) (°1989)


Startersseminaries

Vrije Universiteit Brussel wil studenten en onderzoekers warm maken voor ondernemerschap

De ondernemers van de toekomst Universitair geschoolden in ons land zijn te weinig ondernemend. Dat is ook in de rest van Europa zo. Europa investeert veel geld in technologisch onderzoek, maar dat levert te weinig ondernemingen op. “Google is geen Europees bedrijf”, vat Marc Goldchstein het treffend samen. Goldchstein is praktijklector Ondernemerschap en nauw betrokken bij de Starterssemaries voor niet-economisten. De Vrije Universiteit Brussel wil met die Startersseminaries en met een aantal bedrijfseconomische opleidingen de kloof dichten tussen wetenschappelijke kennis en de praktijk van het ondernemen. “Valorisatie van onderzoek is onze prioriteit”, zegt Sonja Haesen van de Technology Transfer Interface (TTI), die de Startersseminaries al tien jaar organiseert.

om lasers aan te sturen en gaan daar dan mee aan de slag.”

Marc Goldchstein en Sonia Haesen De Startersseminaries omvatten 11 wekelijkse sessies die deze maand zijn begonnen. De deelnemers krijgen een basisopleiding in ondernemen en bedrijfsbeheer. De Startersseminaries zijn er voor studenten en personeel, maar ook voor alumni en externen. Dit academiejaar hebben de Startersseminaries een nieuwe inhoud gekregen. Voor die inhoud zorgt handelsingenieur Marc Goldchstein. Als praktijklector Ondernemerschap of Entrepreneurship heeft hij veel ervaring terzake. Goldchstein brengt studenten uit technologische opleidingen de bedrijfseconomische beginselen van het ondernemen bij. En omgekeerd: studenten Handelsingenieur brengt hij in

contact met de technologische aspecten van het ondernemen. Die kennis vormt nu ook de basis van de Startersseminaries. “Je kunt mensen ex cathedra wel veel bijbrengen over het bedrijfsleven, maar het belangrijkste is toch dat de studenten leren omgaan met het onbekende”, zegt Marc Goldchstein. “Een idee voor een goed project hebben volstaat niet, je moet er ook iets mee aanvangen. Maar dat is nu net de fun, de kick en de adrenaline van het ondernemen. ” Met zijn mastercursus Entrepreneurship werkt Goldchstein met zijn studenten rond concrete realistische projecten. “We vertrekken bijvoorbeeld van een patent op een nieuwe manier

Business developers De Vrije Universiteit Brussel trekt al jaren de kaart van het ondernemerschap, onder meer via de Technology Transfer Interface (TTI). Dat is een cel binnen het departement Research & Development die de kennis en de onderzoeksresultaten uit wetenschappelijk onderzoek van de universiteit ter beschikking stelt van de samenleving, in het bijzonder de industrie, en die spin-offs begeleidt. “We hebben intussen twee handelsingenieurs die als business developers aan de slag zijn gegaan bij de topvakgroepen ETRO en TONA in de Ingenieurswetenschappen. We kregen meteen een reactie van de personeelsdienst. Ze vroegen verbaasd of het klopte dat er een handelsingenieur werd aangeworven in de faculteit Ingenieurswetenschappen. Ze waren dat niet gewoon.” Met de Startersseminaries wil de Technology Transfer Interface een zo breed mogelijk publiek warm maken voor het ondernemen. Sonia Haesen: “Voor studenten zijn de seminaries een kennismaking en hopelijk ook het begin van een verdere verdieping in alles wat met ondernemen te maken heeft. Ook voor studenten uit niet-

technologische richtingen. Voor onderzoekers bieden de seminaries nieuwe inzichten. Ze leren hun ideeën beter structureren, om zo hun onderzoeksresultaten vlotter te laten doorstromen naar de samenleving. Wie een plan voor een spin-off heeft, zal nu beter gewapend zijn om zo’n plan uit te werken.” Marc Goldchstein: “Ik zeg altijd: je zal tenminste weten wat je niet weet. Je krijgt de landkaart te zien van wat er allemaal bij ondernemen komt kijken. Wat niet wegneemt dat onze verhalen over bedrijven altijd heel gedetailleerd zijn, net om het allemaal heel concreet te maken.” De Vrije Universiteit Brussel krijgt extra steun van de Vlaamse overheid om technologisch ondernemen aan te moedigen. Het gaat om 250.000 euro. Een aantal grote bedrijven legt daar nog eens 250.000 euro bij. “Dat toont aan dat de bedrijven hier nood aan hebben”, zegt Marc Goldchstein. “Ze zijn zowel op zoek naar ondernemende ingenieurs als naar handelsingenieurs die kaas hebben gegeten van technologie.”

Meer informatie op www.vub.ac.be/lerenondernemen

15


“We moeten ons grote zorgen maken” Het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde (CRG) van de Vrije Universiteit Brussel en het UZ Brussel bestaat dit jaar 25 jaar. Een kwarteeuw vooruitstrevend wetenschappelijk onderzoek van het aller­hoogste niveau dat leidde tot talrijke wereldprimeurs én duizenden gelukkige ouders. Diensthoofd prof. dr. Paul Devroey blikt terug en kijkt vooruit.

De mijlpalen Al 25 jaar lang levert het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde (CRG) baanbrekend werk op het vlak van de voortplantingsgeneeskunde. Een terugblik op de sleutelmomenten in deze successtory met wereldfaam. Prof. Paul Devroey en pionier prof. em. André Van Steirtegem

1980: Eerste spermabank In het UZ Brussel, toen nog AZ-VUB, wordt een sperma bank geïnstalleerd.

1980: Eerste vruchtbaarheidsbehandelingen De pasopgerichte afdeling fertiliteit van het UZ Brussel biedt voor het eerst vruchtbaarheidsbehandelingen aan. 1982: Ook voor alleenstaande en lesbische vrouwen Vanaf nu worden ook lesbische of alleenstaande vrouwen met een kinderwens geholpen. 1983: Geboortejaar CRG De afdeling fertiliteit van het UZ Brussel wordt omgedoopt tot Centrum voor Reproductieve Geneeskunde. 1985: Eerste baby uit ingevroren embryo Het CRG start in 1984 met het invriezen van overtallige embryo’s die in-vitro zijn ontstaan. Een jaar later wordt in België de eerste baby geboren uit een ingevroren en gedooid embryo. 1986: Premenopausale vrouw wordt zwanger van een donorembryo Een premenopausale vrouw – in dit geval een vrouw die geen eierstokken meer had – krijgt een ingevroren en gedooid donorembryo ingeplant en wordt zwanger. Deze zogenaamde ‘prenatale adoptie’ is opnieuw een primeur van het CRG. 1991: Eerste ICS-zwangerschap De eerste zwangerschap ter wereld die ontstaat na in-vitrobevruchting via ICSI, de techniek waarbij één zaadcel in de eicel wordt geïnjecteerd, is een feit. 1994: Eerste baby via ICS na een PGD Opnieuw een wereldprimeur. Na samenwerking met het Centrum voor Medische Genetica (CMG) wordt de eerste baby ter wereld geboren na een PGD (pre-implantatie genetische diagnose)behandeling. Dankzij PGD kan een diagnose uitgevoerd worden op embryo’s van ouders die genetisch belast zijn en dat vóór er een in de baarmoeder wordt teruggeplaatst. 2003: Eerst stamcellijn uit een menselijk embryo Het CRG en het CMG ontwikkelen als eersten in België een stamcellijn uit een menselijk embryo. 2005: Eerste Belgische donorbaby De eerste Belgische saviour baby (of donorbaby) wordt, opnieuw in samenwerking met het CMG, verwekt.

16

Akademos

JG.11 - NR.4 - 10.2008

Prof. dr. Paul Devroey

Als u terugkijkt op de afgelopen 25 jaar, wat is voor u dan de belangrijkste doorbraak die jullie verwezenlijkt hebben? Paul Devroey: “Zeker en vast de techniek, waarbij we in geval van mannelijke onvruchtbaarheid een zaadcel in de eicel kunnen brengen. Dat betekent dat men de vruchtbaarheid heeft teruggebracht tot celniveau en dat er dus miljoenen mannen, die vroeger geen kinderen konden verwekken, nu vader kunnen worden van hun eigen kind. De techniek wordt vandaag in elk labo ter wereld gebruikt en zal de volgende twee tot driehonderd jaar belangrijk blijven. Daarnaast is ook de ontwikkeling van de pre-implantatie genetische diagnose (PGD) een mijlpaal.” Hoe werd er in de beginjaren gereageerd op het werk dat jullie verrichtten? Paul Devroey: “Men gedroeg zich wat afstandelijk. Er heerste een dubbel gevoel. Enerzijds ging het om onvruchtbaarheid, wat toch een probleem is waar 1% van de bevolking mee kampt. Anderzijds beoordeelde men ons werk vanuit bepaalde filosofische hoek zeer negatief. We onderzochten immers embryo’s en analyseerden sperma. Maar al bij al is men in België altijd heel rationeel omgegaan met de nieuwe technologie die we ontwikkelden. Dat heeft tot een acceptabele wetgeving geleid, die de


25 jaar in-vitrobevruchting

nieuwe wetenschappelijke trends volgde. In vele andere landen rondom ons, zoals Duitsland, Italië en Noorwegen, heeft men daarentegen zeer strenge wetten gemaakt,

Paul Devroey: “We moeten ons zéér grote zorgen maken. Momenteel weten we dat 10% van de bevolking onvruchtbaar is, maar dat is het minimum. De vruchtbaarheids-

“Momenteel weten we dat 10% van de bevolking onvruchtbaar is, maar dat is het minimum.” die niet alleen de normale praktijk van onvruchtbaarheidsbehandelingen quasi onmogelijk maken, maar die ook elke vooruitgang in het onderzoek blokkeren. België is daar gelukkig van gespaard gebleven. Daardoor behoren wij samen met het Verenigd Koninkrijk en Spanje tot de toonaangevende landen op dit vlak.” Het succes van het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde is dus deels te danken aan de Belgische tolerante maatschappelijke context. Paul Devroey: “Uiteraard. Het is een samengaan van onze creativiteit en de nieuwe ontwikkelingen die daaruit voortvloeiden, van de funding van de universiteit en het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek en van een correcte wetgeving die onderzoek toelaat. Kortom, de perfecte mix.” De maatschappelijke context is de voorbije 25 jaar fel veranderd, op welk vlak moeten er wel nog taboes doorbroken worden? Paul Devroey: “Ik ervaar persoonlijk heel weinig taboes. Ik denk dat als de wetenschap correct wordt toegepast er ook geen reden is voor ongerustheid. We hebben ook altijd geprobeerd om drama’s, die aanleiding kunnen geven tot kritiek, te vermijden. Zoals bijvoorbeeld eiceldonatie bij vrouwen ouder dan 50 jaar.” U hebt een goed zicht op onze vruchtbaarheid. Moeten we ons zorgen maken?

problemen zijn waarschijnlijk bij veel meer mensen aanwezig. Maar we moeten ons vooral grote zorgen maken over de kwaliteit van het sperma. Die gaat fel achteruit. Dat ligt aan het milieu, maar vooral aan de voeding. Ten tweede moeten we ons zorgen maken over de leeftijd van de vrouw waarop ze zwanger wenst te worden. Die blijft maar stijgen. En het derde probleem is het absolute kinderaantal in Europa. Men voorziet een demografische collaps in 2050. Er moet een grote sociale discussie op gang komen om te kijken of we daar nog iets aan kunnen doen – al is de vraag of het al niet te laat is. België doet het nog relatief goed, maar als je ziet dat ze in Italië en Griekenland met een gemiddelde van een kind per vrouw zitten… dat is dramatisch.” Kan jullie werk daar een oplossing bieden? Paul Devroey: “Nee, onze ingrepen zijn geen oplossing voor een demografisch sociologisch probleem. Onze ingrepen zijn een oplossing voor individuele problemen. In bijvoorbeeld Denemarken wordt nog maar 3 tot 4% van de kinderen geboren dankzij onze technieken, dat is dus onvoldoende.” 28 jaar na de eerste spermabank in ons land, wil u ook starten met de eerste eicelbank. Waarvoor moet die dienen? Paul Devroey: “Men zou die kunnen gebruiken om het systeem van eiceldonoren, net zoals bij een spermabank, veilig te maken.

Zodat we een eicel pas gebruiken als ze na zes maanden even clean is als zes maanden voordien. Maar het zou ook kunnen – al zijn we daar ethisch nog niet helemaal uit - dat jonge vrouwen hun eicellen op jongere leeftijd laten invriezen en ze pas later gebruiken. Vrouwen beginnen om allerlei redenen – studies, carrière, de zoektocht naar de juiste partner – te laat aan kinderen. Een vrouw is perfect vruchtbaar tot haar 35ste. Vervolgens gaat die vruchtbaarheid spectaculair achteruit. Maar ongeveer 2% van de vrouwen

is maar tot hun 27ste levensjaar vruchtbaar, 5% maar tot hun 32ste. Voor hen kan een eicelbank een oplossing zijn.” Het kan dus perfect dat een vrouw op haar 25ste een eicel laat invriezen, om dan pas op haar 35ste met die eicel zwanger te worden? Paul Devroey: “Ja, dat onderzoeken we op dit ogenblik, maar het is duidelijk een van de nieuwe progressies die we moeten maken. Begin volgend jaar moeten we dat al kunnen realiseren.”

Opnieuw een wereld­primeur Een onderzoeksteam van de Vrije Universiteit Brussel Prof. Hilde Van de Velde (l.) onder leiding van profesen haar team sor Hilde Van de Velde is erin geslaagd stamcellen te halen uit een menselijk embryo van amper twee dagen oud. De doorbraak moet ertoe leiden dat in de toekomst embryonale stamcellen afgeleid kunnen worden zonder het embryo te vernietigen. Met de ontdekking ontmijnen de onderzoekers heel wat bestaande ethische bezwaren tegen embryo-onderzoek. Normaal worden embryonale stamcellen - stamcellen die nog zo veelzijdig zijn dat ze tot allerlei lichaamscellen kunnen uitgroeien - afgeleid van welbepaalde cellen die op dag 5 van de ontwikkeling in het embryo aanwezig zijn. Daarbij wordt het embryo vernietigd. Tegenstanders van stamcelonderzoek grijpen die werkwijze vaak aan als argument om dergelijk onderzoek te verbieden. Hilde Van de Velde en haar team slaagden er in om menselijke embryonale stamcellen af te leiden van één enkele cel van een 4-cellig embryo dat amper twee dagen oud was. Uit eerdere experimenten is bovendien al gebleken dat viercellige embryo’s kunnen overleven nadat er een cel is weggenomen. Daardoor blijft het embryo intact en kan het uitgroeien tot een volwaardige baby. Dat is volgens Van de Velde vooral goed nieuws voor ouders met een ziek kind dat enkel genezen kan worden door middel van transplantatie van stamcellen van een gezond broertje of zusje. Als dat zusje of broertje niet bestaat, biedt het ziekenhuis nu al een IVF-behandeling aan om een saviour baby of donorbaby te maken. Onmiddellijk na de bevalling wordt dan navelstrengbloed gecollecteerd om stamcellen te transplanteren bij het zieke kind. Die stamcellen kunnen ook in-vitro aangemaakt worden, maar daarbij wordt het embryo dus vernietigd. Dankzij de nieuwe afleidingsprocedure wordt het in de nabije toekomst mogelijk de twee manieren te combineren: een zwangerschap én de afleiding van stamcellen – zonder het embryo te vernietigen.

17


Studenten

Flaneren langs de digitale esplanade Het rijke verenigingsleven aan de Vrije Universiteit Brussel verder versterken en van een centraal platform voorzien. Een online trefpunt creëren voor alle vrijdenkende studenten. Daar draait het de studenten van de Esplanadewebsite om. De nieuwe webstek kreeg dan ook de naam van het wandelpad dat de hele campus Etterbeek doorloopt: de Esplanade. Deze site is daar de digitale tegenhanger van. Er valt op de twee campussen van de Vrije Universiteit heel wat te beleven én zelf te organiseren. Dit nieuwe online trefpunt wil voor de nodige ondersteuning zorgen. Doén is het sleutelwoord. Alle studentenverenigingen hebben samen hun schouders gezet onder de inhoud van de webstek. Het project kreeg financiële steun van de Studentenraad en van minister Anciaux. Op de dag van de lancering ontving het Esplanade-platform al meer dan 2.000 bezoekers.

“We willen met Esplanade vooral twee dingen bereiken: allereerst willen we de studentenactiviteiten stimuleren en van een centraal platform voorzien om zichzelf bekend te maken”, legt Pieter Bonte, initiatiefnemer van het project, uit. “Op die manier maken we verstandig gebruik van het internet door te werken met één centrale website die de nodige continuïteit en coördinatie kan garanderen. Daarnaast wil Esplanade de studenten ook aanzetten om zelf dingen op het getouw te zetten. We hopen een echte EHBO-post te worden: eerste hulp bij organiseren. Wat is er allemaal mogelijk en hoe maak ik het mogelijk”. Flanerend langs deze digitale Esplanade, vind je niet alleen een agenda met een overzicht van

alles wat er op en rond de beide campussen te beleven valt. Je kunt ook zelf je zegje doen in een debatforum, video’s van YouTube bekijken over de filosofie van de universiteit, rondneuzen in een heus digitaal museum en fotoreportages van de universiteit en omstreken bekijken. De verenigingsgids maakt de studenten wegwijs in het ruime aanbod van verenigingen en kringen die actief zijn op de universiteit. “We hebben ook een volledig interactief 3D-model van beide campussen, de zogenaamde campusgids”, vult Pieter enthousiast aan. “Iedereen kan dus op wandel gaan langs de digitale Esplanade. Want het platform zal pas echt levend zijn wanneer alle studenten het debatforum laten opleven tot een broeihaard van praatgrage vrijdenkers

en de agenda vullen met allerlei studentenactiviteiten.” esplanade.vub.ac.be

Pieter Bonte (r.) en mede­werkers van de Esplanadewebsite

Chris Schijns is nieuwe voorzitter van Studentenraad

Chris Schijns

18

Akademos

JG.11 - NR.4 - 10.2008

De kersverse voorzitter van de Studentenraad, Chris Schijns, heeft zijn maidenspeech op de academische opening achter de rug. Als nieuwe voorzitter wil hij allereerst de lijn van vorig academiejaar verderzetten. “Vorig jaar is de Studentenraad met een nieuwe ploeg gestart. Die zet dit jaar het werk verder. We willen allereerst de Studentenraad terug bekender maken bij de studenten. Wie zijn we en wat kunnen we voor de studenten doen? Dat moeten we dit jaar opnieuw onder de aandacht van de studenten brengen.” Vandaar dat de Studentenraad van meet af aan het Esplanade-project

een warm hart toedroeg en er ook financiële middelen voor vrijmaakte. “Esplanade ligt volledig in de lijn met de doelstellingen van de Studentenraad. Wij kunnen zo’n gezamenlijk studentenplatform alleen maar toejuichen. We zullen dan ook alles in het werk stellen om van dit platform een succes te maken”, aldus Chris Schijns. Universitaire Associatie Maar de nieuwe voorzitter heeft nog andere plannen: “Ik wil dit jaar tot een gezamenlijk overlegorgaan komen voor de hele Universitaire Associatie Brussel, samen met Erasmushogeschool

Brussel. Een overkoepelende studentenraad met andere woorden. Tot nu toe is er op dat vlak niks gebeurd. Die leegte willen we nu invullen.” Chris Schijns stapt in zijn nieuwe functie op hetzelfde moment als de nieuwe rector, Paul De Knop. “Wat gaat hij als nieuwe rector doen voor de studenten? Dat willen we natuurlijk graag weten. Met het oog op verdere rationalisatie en de daarbij horende hervormingen binnen de universiteit is het voor de Studentenraad van groot belang dat de studenten te allen tijde centraal blijven staan.”


Personalia

Ir. Ken Broeckhoven van de vakgroep Chemische ingenieurstechnieken en industriële scheikunde van de faculteit Ingenieurswetenschappen, won de 1ste poster award op het voorbije 32ste High Performance Liquid Chromatography-congres (HPLC 2008) in Baltimore (VS). Wieland Staessens van het departement Natuurkunde van de faculteit Wetenschappen heeft met zijn verhandeling “De geometrie van D-branen” de prijs van de Belgian Physical Society gewonnen voor het beste afstudeerwerk van het academiejaar 2006-2007. Prof. Gert Desmet, van de faculteit Wetenschappen en Ingenieurswetenschappen, werd door de lezers van het LC-GC North America magazine verkozen tot “Emerging Leader in Chromatography”. Prof. Gert Desmet werd recent ook verkozen tot voorzitter van het wetenschappelijk comité van de internationale congressenreeks Hyphenated techniques in Chromatography (HTC). Lixiao Zhang, Johan Stiens en Hichem Sahli van de vakgroep Elektronica en Informatica van de faculteit Ingenieurswetenschappen, hebben met hun paper “Multispectral Image Fusion for Active Millimeter Wave Imaging Application” tijdens het Global Symposium on Millimeter Waves 2008 in Nanjing in China, de “Best Student Paper Award” gekregen. James Richardson, student 3de bachelor in de Ingenieurswetenschappen: architectuur, werd met zijn ontwerp voor een dierenopvangcentrum in Vilvoorde verkozen tot laureaat voor de Prijs voor Architectuur en Stedenbouw van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Prof. Cathy Macharis die al ruim een jaar optreedt als expert Logistiek en Mobiliteit voor Vlaanderen in Actie, zal nu samen met prof. Eddy Van de Voorde van de Universiteit Antwerpen een atelier rond logistiek en mobiliteit voor Vlaanderen in Actie leiden.

Ir. Joris Vangelooven en zijn collega’s van de vakgroep Chemische Ingenieurstechniek van de Vrije Universiteit Brussel, ir. Wim De Malsche, ir. Hamed Eghbali, ir. Ken Broeckhoven en dr. ir. David Clicq wonnen de 2de poster prijs op het voorbije 32ste International Symposium on Capillary Chromatography congres (ISCC 2008) in Riva del Garda (Italië). De prijs ter waarde van 750 euro werd geschonken door Pfizer. De Association Internationale pour les Technologies Objets (AITO) heeft de laureaten bekend gemaakt van de Dahl-Nygaard prijzen 2008. De junior prijs gaat naar Wolfgang De Meuter, verbonden aan het Programming Technology Laboratory (PROG) van de Vrije Universiteit Brussel. Hij is de eerste Belg die een Dahl-Nygaard prijs mag ontvangen. Annick Moons, afgesturdeerde van de Vrije Universiteit Brussel als licentiaat in de Rechten, ontving de Réne Marcq-prijs 2006-2007. Tijdens de 24ste jaarlijkse meeting van ESHRE (European Society of Human Reproduction and Embryology) ontvingen een aantal VUB-collega’s verschillende awards: Prof. dr. Maryse Bonduelle van Embryologie en Menselijke Genetica, ontving de Clinical Science Award for oral communication. Yves Guns van het Laboratorium IVF van het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde kreeg de ART Laboratory Award. Christophe Blockeel van het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde van het UZ Brussel ontving de Ferring Research Infertility and Gynaecology Grant-award. Prof. dr. Luc Hens van de vakgroep Menselijke Ecologie heeft van de University of Chemical Technology and Metallurgy in het Bulgaarse Sofia de titel van doctor honoris causa ontvangen voor zijn buitengewone bijdrage aan deze universiteit de voorbije zeventien jaar. Prof. em. Ronald Van Loon van het departement Elektriciteit van de faculteit Ingenieurswetenschap-

pen, heeft voor zijn bijzondere bijdrage aan het Institutional University Cooperation een programma tussen de Hanoi University of Technology en de Vlaamse universiteiten (waaronder ook de Vrije Universiteit Brussel), de titel van ‘doctoratus honoris causa’ ontvangen van de Hanoi University of Technology in Vietnam. Bregje Pauwels en Jacques Benatar, masterstudenten Wiskunde, volgden afgelopen academiejaar college aan de faculteit Wiskunde van de University of Glasgow. Beide studenten ontvingen zelfs een prijs voor hun projectwerk. De IMEC-prijs bekroont jaarlijks de beste afstudeerwerken in de Ingenieurswetenschappen. Tomas Van den Hauwe, Robin Stevens en Stefaan Heyvaert verzilverden onlangs hun thesissen tijdens de editie van 2007-2008. Denis Zumbultas, student 2006-2007 in International Master of Management Studies van de faculteit Economische, Sociale en Politieke Wetenschappen en Solvay Business School, heeft met zijn thesis ‘Privatization of health insurance. A double edged sword’ de tweejaarlijkse Prijs van het Belgisch Instituut voor Openbare Financiën gewonnen. Het weekblad Trends selecteerde enkele van de beste Vlaamse economieprofessoren, waarbij ook twee VUB-professoren, namelijk prof. Jef Vuchelen en prof. Joël Branson. Eos en Radio 1 willen weten wie de grootste Belgische wetenschapper is. Uit een longlist met wetenschappers voorgedragen door de Belgische universiteiten, puurde een jury van wetenschapsjournalisten een shortlist van elf finalisten. Ingrid Daubechies, alumnus en gastdocente aan de Vrije Universiteit Brussel en eredoctor aan de ULB is een van de elf finalisten. Marc Van Montagu, gewezen hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel (en ook aan de Universiteit van Gent) is eveneens een van de finalisten. Hij verwierf wereldfaam als moleculair bioloog en legde samen met zijn collega Jozef Schell de basis voor de biotechnologie. Op 22 oktober

COLOFON Redactie: Karolien Merchiers, Bernadette Mergaerts, Chantal Verelst, Peter Van Rompaey Eindredactie: Peter Van Rompaey Verleenden verder hun medewerking: Veerle Magits, Valéry De Smet, Heleen Van Schooneveld, Sonja Haenen Foto’s: Saskia Vanderstichele (cover), Bernadette Mergaerts en Herman Ricour Opmaak: Kunstmaan Druk: erasmus-euroset Gedrukt met plantaardige inkten op 100% gerecycleerd papier

Redactiesecretariaat: Myriam De Pelseneer Dienst Interne en Externe Communicatie Pleinlaan 2 – B–1050 Brussel [T] +32 (0)2 629 21 34 [F] +32 (0)2 629 12 10 [E] ieco@vub.ac.be [W] www.vub.ac.be

Wilt u Akademos thuis ontvangen, laat ons iets weten. Verantwoordelijke Uitgever: Prof. dr. Paul De Knop Rector Vrije Universiteit Brussel Pleinlaan 2 – B-1050 Brussel

Sponsor de toekomst Giften, legaten, schenkingen, sponsoring +32(0)2 629 12 46 of funding@vub.ac.be Meer info: www.vub.ac.be/infoover/fundraising


Akademos oktober 2008  

2008-2009 van start

Akademos oktober 2008  

2008-2009 van start