2019-06-VL-Voka Paper

Page 1

Een maandelijkse uitgave van Voka vzw | Verschijnt niet in juli en augustus | Jaargang 3 - juni 2019 Koningsstraat 154-158, 1000 Brussel P912687

VOKA

PAPER JUNI 2019

WAT ER

WATER, ONS VLOEIBARE GOUD

Naar een duurzaam waterbeleid in Vlaanderen


WATER, ONS VLOEIBARE GOUD INHOUD

Water, ons vloeibare goud Naar een duurzaam waterbeleid in Vlaanderen De essentie Inleiding

..................................................

3

........................................................

5

Water: de basis. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 Elke druppel water telt . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 Waterkwaliteit moet verder omhoog . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .18

colofon Voka-kenniscentrum Niko Demeester | Secretaris-generaal Bart Van Craeynest | Hoofdeconoom Sonja Teughels | Arbeidsmarkt Veronique Leroy | Arbeidsmarkt en arbeidsverhouding Jonas De Raeve | Onderwijs Goedele Sannen | Mobiliteit en logistiek Ellen Vanassche | Milieu en klimaat Klaas Nijs | Energie en klimaat Steven Betz | Ruimtelijke ordening en milieu Karl Collaerts | Fiscaliteit en begroting Pieter Van Herck | Welzijns- en gezondheidsbeleid Gilles Suply | EU en internationaal ondernemen

2 VOKA PAPER JUNI 2019

Eindredactie Sandy Panis, Katrien Stragier, Zoë Vandekerckhove Foto’s Dann en Shutterstock Vormgeving Martinique Salomons Druk INNI Group, Heule

‘Water, ons vloeibare goud’ is een brochure van Voka – Vlaams netwerk van ondernemingen. De overname of het citeren van tekst uit deze Voka Paper wordt aangemoedigd, mits bronvermelding. Verantwoordelijke uitgever Hans Maertens i.o.v. Voka vzw Burgemeester Callewaertlaan 6 8810 Lichtervelde info@voka.be - www.voka.be


VOKA.BE

De essentie Voldoende water met de juiste kwaliteit is belangrijk voor iedereen. Voor de meesten is dit zo’n evidentie dat we er nauwelijks aandacht aan besteden. De afgelopen zomers werden we met onze neus op de feiten gedrukt: onze watervoorraad is niet onuitputtelijk. We hebben tussen de 1.000 tot 1.700 kubieke meter water per persoon beschikbaar, wat de op drie na laagste voorraad van de OESO is. Ook de economische belangen zijn groot: de waterintensieve bedrijven in Vlaanderen zijn goed voor 33% van de toegevoegde waarde en 22% van de jobs.

E

xperts schreeuwen het al langer van de daken: we stevenen deze zomer mogelijk opnieuw af op een watertekort. Onze watervoorraden in beken en rivieren en het grondwater zijn nog niet hersteld van de vorige zomers en deze winter heeft het te weinig geregend om de watertekorten aan te vullen. Velen onder ons staan niet stil bij het feit

“Water is een schaars goed waar we zorgzaam mee moeten omgaan.” dat we op een gegeven moment wel eens een tekort aan water zouden kunnen hebben. Als we de kraan thuis openen, komt er immers altijd gewoon water uit. Water is echter een schaars goed waar we zorgzaam mee moeten omgaan. Driekwart van ons water gebruiken we om industriële installaties te koelen. Als dit koelwater wegvalt, vallen heel wat fabrieken en een deel van onze energieproductie stil. Droogte kan ook een impact hebben op de waterkwaliteit aangezien de hoeveelheid water die door rivieren stroomt afneemt en de temperatuur van het

water toeneemt. Hierdoor groeien algen en bacteriën die gezondheidsklachten bij mensen kunnen veroorzaken. Daarnaast zorgen ze voor te weinig zuurstof in het water waardoor vissen sterven. Tot slot kan door droogte het zoutgehalte van het water toenemen waardoor het industriële installaties beschadigt en het niet meer geschikt is als sproeiwater voor gewassen of drinkwater voor vee. De kwaliteit van onze waterlopen en grondwater is sterk verbeterd. We merken echter dat deze verbetering zich de laatste jaren niet voortzet. De industrie heeft tezelfdertijd wel grote vooruitgang geboekt. Daardoor verminderde het aandeel van industriële afvalwaterlozingen voor vele paramet ers i ng rijpend . De riolering is verbeterd, maar nog steeds wordt 16% van het afvalwater van de Vlaamse ge z i n n e n on ge z u iverd geloosd . De landbouw heeft dan weer een groot aandeel in de verontreiniging van onze waterlopen met nitraten en fosfaten. Ook andere bronnen zoals ➜

Structurele partner:

WIE?

ELLEN VANASSCHE Adviseur milieu en klimaat ellen.vanassche@voka.be Ellen Vanassche volgt op het Voka-kenniscentrum dossiers op rond milieu en klimaat.

JUNI 2019 VOKA PAPER 3


WATER, ONS VLOEIBARE GOUD DE ESSENTIE

verontreiniging uit de lucht (die via regen in het water terechtkomt), transport, slijtage van bouwmaterialen en vervuiling a�omstig van het buitenland dragen bij tot een slechte lokale waterkwaliteit. Er zullen nog heel wat financiele middelen nodig zijn om de Europese doelen tegen 2027 te behalen. Voor Voka zijn de volgende bouwstenen cruciaal voor een duurzaam waterbeleid:

1

Stel een overkoepelende visie op: Vlaanderen heeft nood aan een integrale en structurele aanpak zodat we onszelf weerbaar kunnen maken tegen zowel droogteperiodes als overstromingen. Ons watersysteem hangt immers nauw samen met andere systemen zoals voeding, energie, ruimtelijke ordening, circulaire economie en ook waterkwaliteit en -kwantiteit zijn nauw met elkaar verbonden. Iedereen zal zijn steentje moeten bijdragen om zuiniger en efficiënter met water om te springen. Een afwegingskader – dat bepaalt wie voorrang krijgt om water te gebruiken bij een watertekort – kan slechts een laatste remedie zijn en moet voldoende onderbouwd zijn. Bedrijven kunnen niet zomaar afgeschakeld worden, omwille van de grote economische impact en (voedsel)veiligheidsrisico’s. Via proeftuinen en demonstratieprojecten moeten we innovatieve technologieën voor waterbeheersing ontwikkelen.

2

Stimuleer circulair watergebruik: Bedrijven die al de stap zetten om gezuiverd afvalwater te hergebruiken, stoten vandaag nog op wettelijke hinderpalen, lange procedures, problemen met heffingen, enzovoort. Er is dan ook nood aan een flexibel wetgevend kader dat projecten voor hergebruik van water aanmoedigt.

3

Pak alle bronnen aan en focus het beleid op kosteneffectiviteit: Iedereen, ook de landbouwers en de rioolbeheerders, zullen nog meer dan vandaag hun steentje moeten bijdragen om onze waterkwaliteit verder te verbeteren. Alle vervuilingsbronnen moeten duidelijk in beeld gebracht worden. 4 VOKA PAPER JUNI 2019

Met dit inzicht kan het beleid de bronnen van watervervuiling met een relevante impact aanpakken en inzetten op de meest kosteneffectieve maatregelen. Namelijk daar waar ze de grootste reducties veroorzaken tegen de laagste economische prijs. Bovendien moet ook rekening gehouden worden met de inspanningen die doelgroepen reeds in het verleden geleverd hebben. Indien de doelen niet haalbaar blijken aan een redelijke kost, moet Vlaanderen realistischere doelstellingen voor waterkwaliteit bij Europa bepleiten.

“Bedrijven die de stap zetten om gezuiverd afvalwater te hergebruiken, stoten op wettelijke hinderpalen, lange procedures en problemen met heffingen.”

4

Realiseer meer samenwerking in de (afval)waterketen: Het rioleringslandschap is sterk versnipperd waardoor een uniforme visie ontbreekt. Meer afstemming en samenwerking tussen de diverse spelers in de afvalwaterketen is noodzakelijk om efficiëntiewinsten te realiseren. Bovendien moet het geld dat burgers en bedrijven betalen voor rioleringen effectief en efficiënt gebruikt worden voor de aanleg en het onderhoud van deze rioleringen en kan het niet dat de gebruiker twee keer betaalt voor dezelfde riolering. Tot slot stellen we vast dat bedrijven vandaag niet stilzitten en verschillende strategieën hanteren om hun waterverbruik te reduceren en waterkringlopen te sluiten. In deze paper wordt dieper ingegaan op enkele voorbeelden. Ze tonen aan dat duurzaam watergebruik mogelijk is in verschillende sectoren, in kleine én grote ondernemingen en tussen verschillende types watergebruikers.


VOKA.BE

Inleiding Zonder water is geen leven mogelijk. 70% van het aardoppervlak is bedekt met water. Maar liefst 97,5% van het 1,4 miljard kubieke kilometer aanwezige water is zeewater. Van het resterende zoetwater bestaat meer dan twee derden uit ijs. Dit houdt met andere woorden in dat minder dan 1% van al het water op aarde onmiddellijk geschikt is voor drinkwatervoorziening.

D

agelijks moeten we zo’n 1,5 liter per water drinken. Ons lichaam bestaat immers voor 50 tot 60% uit water.

Maar ook de industrie heeft water nodig: als ingrediënt voor het eindproduct (bijvoorbeeld bier of frisdrank), om machines te koelen of te reinigen en om grondstoffen te wassen. De laatste jaren leverde de industrie al vele inspanningen om haar waterverbruik te reduceren. Duurzaam watergebruik levert immers zowel een economische als ecologische winst op. De scheepvaart heeft dan weer nood aan voldoende debiet in onze kanalen en rivieren. De landbouwers en natuurgebieden hebben water nodig om gewassen, vee en planten te voeden. Voor velen is voldoende water met de juiste kwaliteit een evidentie. Hoewel de afgelopen jaren de kwaliteit van onze waterlopen en grondwater sterk is verbeterd, merken we echter dat deze verbetering de laatste jaren stagneert. We riskeren de Europese doelstellingen inzake waterkwaliteit niet te halen. De laatste jaren werd vaak gefocust op lozingen van bedrijfsafvalwater en collectieve afvalwaterzuivering. De bedrijven hebben dus al een grote bijdrage geleverd aan propere waterlopen. Nu komen andere vervuilingsbronnen meer in beeld, zoals diff use verontreiniging: bijvoorbeeld het wegspoelen van verontreiniging uit de bodem (bodemerosie) en verontreiniging a�omstig vanuit de lucht

(depositie) en transport (slijtage van wegdek en autobanden, lekkage van motorolie en gebruik van pesticiden bij onderhoud van wegbermen). Bovendien stellen we vast dat er nog heel wat financiële middelen nodig zijn om de Europese doelen tegen 2027 te behalen en is het niet duidelijk hoe Europa zal omgaan met lidstaten die deze doelen niet behalen. In het eerste deel van deze paper lichten we de beleidscontext toe en de taken die diverse spelers in het Vlaamse waterlandschap uitoefenen. In het tweede deel van de paper gaan we dieper in op de problematiek van te weinig water en bespreken

“De bedrijven hebben al een grote bijdrage geleverd aan propere waterlopen.” we enkele cruciale stappen die Vlaanderen zal moeten ondernemen. In het derde deel bespreken 9 we de waterkwaliteit van onze rivieren, beken, grondwater en meren en reiken we enkele handvaten aan hoe we in Vlaanderen stappen vooruit kunnen zetten. In de verschillende hoofdstukken beschrijven we ook enkele cases van duurzaam waterbeheer door bedrijven.

JUNI 2019 VOKA PAPER 5


WATER, ONS VLOEIBARE GOUD DE BASIS

1. Water: de basis Er zijn heel veel spelers betrokken bij het waterbeleid. Dit brengt een aantal risico’s met zich mee zoals versnipperde bevoegdheden, gebrek aan coördinatie en uniforme visie. We hebben dan ook nood aan meer samenwerking en duidelijke verantwoordelijkheden in ons waterbeleid. Met het Waterwetboek werd op wetgevend vlak al een (kleine) stap in de goede richting gezet.

Wie doet wat in het Vlaams waterbeleid? Drinkwater

Zes watermaatschappijen (Farys, Water-link, De Watergroep, Pidpa, IWVA en Gemeentelijk Waterbedrijf Knokke-Heist) zorgen voor de drinkwaterproductie en -levering in hun leveringsgebied. De drinkwatervoorziening in Vlaanderen is daarmee in publieke handen.1 Daarnaast zijn de watermaatschappijen ook verantwoordelijk voor de afvoer (gemeentelijke sanering) en zuivering (bovengemeentelijke sanering) van het afvalwater van hun klanten. Afvalwater

Om aan de gemeentelijke saneringsplicht te voldoen, maken de watermaatschappijen gebruik van de gemeentelijke riolering door een contract af te sluiten met de gemeenten:2 1. In 122 gemeenten voerde een watermaatschappij het rioolbeheer uit; 2. 102 gemeenten namen de saneringsplicht van de watermaatschappij over en bleven zelf instaan voor de uitbouw en het onderhoud van hun rioleringen; 3. 83 gemeenten delegeerden het rioolbeheer aan een intergemeentelijk samenwerkingsverband dat geen watermaatschappij is. Voor de zuivering van het ingezamelde afvalwater (bovengemeentelijke saneringsplicht) sloten alle watermaatschappijen een contract af met Aquafin zodat die blijft instaan voor de uitbouw en exploitatie van de collectieve waterzuiveringsinstallaties. Waterbeleid en beheer waterlopen

Binnen het beleidsdomein Omgeving is een cruciale rol weggelegd voor de Vlaamse Milieumaatschappij, die de kwantiteit en kwaliteit van ons grondwater en oppervlaktewater meet en controleert, een deel van de onbevaarbare waterlopen beheert, diverse heffi ngen int, adviseert over vergunningen, de waterregulator voor het drinkwater(tarieven) is, de uitbouw van het (boven)gemeentelijk net aanstuurt en 6 VOKA PAPER JUNI 2019

er toezicht op houdt. Ook het departement Omgeving (toezicht afvalwaterlozingen bedrijven, opstellen klimaatplannen, begeleiding gemeenten bij erosiebestrijding, ruimtelijke beleid), het Agentschap voor Natuur en Bos (natuurbeheer) en de Vlaamse Landmaatschappij (duurzame bemesting in functie van een betere waterkwaliteit) voeren diverse watergerelateerde taken uit.

“We hebben nood aan meer samenwerking en duidelijke verantwoordelijkheden in ons waterbeleid.” De bevaarbare waterlopen in Vlaanderen worden beheerd door verschillende spelers die behoren tot het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken (MOW): De Vlaamse Waterweg (beheert grotendeels de bevaarbare waterwegen), de afdeling Maritieme Toegang van departement MOW (beheert vaarwegen naar de zeehavens), het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening (zorgt voor veilig en vlot scheepvaartverkeer op maritieme toegangswegen) en het Agentschap Wegen en Verkeer (belangrijke partner bij waterwerken). De provincies beheren een deel van de onbevaarbare waterlopen, beslissen over vergunningen en geven adviezen bij stedenbouwkundige projecten met impact op water. Gemeenten en steden leveren vergunningen af en beheren ook een deel van de onbevaarbare waterlopen. Een aantal van hen verzorgt zelf het rioolbeheer. Tot slot beheert ‘Polders en Wateringen’ een aantal kleinere onbevaarbare waterlopen en grachten. Beleidskader Onze Vlaamse waterwetgeving wordt gestuurd door Europa. Er bestaan heel wat richtlijnen,


VOKA.BE

Zodra één criterium slecht scoort, is het eindoordeel slecht

Toestandsbeoordeling volgens de Europese Kaderrichtlijn Water

Zeer goed

Goed

Oppervlaktewateren (rivieren, meren, overgangs-en kustwateren)

Ecologische toestand of potentieel • Biologische kwaliteit • Fysicochemie • Hydromorfologie

Matig

Ontoereikend

Globale beoordeling

Slecht

Chemische toestand • Oppervlaktewater: prioritaire stoffen • Grondwater: nitraat, pesticiden Grondwater Kwantitatieve toestand Waterbalans, ecosystemen en zoutgehalte

Goed

Slecht

Goed

Slecht

Bron: European Environmental Agency: European waters - Assessment of status and pressures 2018

zoals de drinkwaterrichtlijn, overstromingsrichtlijn, richtlijn stedelijk afvalwater en de zwemwaterrichtlijn. Eén van de belangrijkste is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), met haar twee dochterrichtlijnen (richtlijn grondwater en richtlijn prioritaire stoffen). Deze KRW stelt dat lidstaten ten laatste tegen 2027 de ‘goede toestand’ van oppervlaktewater en grondwater moeten bereiken. Hiervoor moet aan verschillende criteria voldaan worden (zie figuur). Voor de globale beoordeling wordt het ‘one-out-all-out-principe’ gehanteerd. Dit betekent dat zodra één criterium slecht scoort, het eindoordeel slecht zal zijn. Momenteel onderzoekt Europa de relevantie, efficiëntie, mogelijkheid tot vereenvoudiging en vermindering van de administratieve lasten van de KRW, de twee dochterrichtlijnen en de overstromingsrichtlijn. In het derde kwartaal van 2019 wordt beslist of deze richtlijnen herzien worden. Ook op Vlaams niveau bestaat heel wat wetgeving. Sinds 1 januari 2019 is het Waterwetboek van kracht en werden het decreet integraal waterbeleid, de wet onbevaarbare waterlopen, de wet oppervlaktewateren, het grondwaterdecreet en het drinkwaterdecreet geïntegreerd. In een latere fase kunnen ook nog andere waterwetgevingen (bv. inzake polders en wateringen) toegevoegd worden aan het Waterwetboek.

KRW Kader Richtlijn Water

In uitvoering van de KRW maakt Vlaanderen elke zes jaar stroomgebiedsbeheerplannen (SGBP’s) op waarin maatregelen en acties worden vastgelegd voor het bereiken van de Europese doelen. De huidige SGBP’s lopen tot 2021. Ter voorbereiding van de volgende SGBP’s lag tot 18 juni 2019 de waterbeleidsnota in openbaar onderzoek, die enerzijds een visie op het toekomstige waterbeleid en anderzijds een overzicht van diverse waterproblematieken omvat. Tot slot legde de Vlaamse regering in april 2019 het actieplan droogte en overstromingen vast, dat kortetermijnacties bevat die nog voor 2022 opgestart kunnen worden. Dit vormt een opstap naar een structureel overstromingsen droogterisicobeheerplan dat in de volgende SGBP’s geïntegreerd zal worden.

1 Aquaflanders: www.aquaflanders.be/sector-in-feiten-en-cijfers 2 www.vmm.be/water/riolering/financiering/saneringsplicht

JUNI 2019 VOKA PAPER 7


WATER, ONS VLOEIBARE GOUD ELKE DRUPPEL TELT

2. Elke druppel water telt Voldoende water met de juiste kwaliteit is essentieel voor onze economie en samenleving. Voor vele bedrijven is water een grondstof die vaak een ganse cyclus doorloopt tussen de opname en recuperatie of lozing ervan. De scheepvaart heeft dan weer nood aan voldoende debiet in onze kanalen en rivieren. Er is ook water nodig voor de productie van drinkwater en voor onze gewassen, vee en natuurgebieden. Een mogelijk watertekort is voor niemand goed. Elke druppel water telt…

H

et totale watergebruik omvat het gebruik van drinkwater, grondwater, oppervlaktewater, hemelwater en ander water. Hiervan wordt driekwart gebruikt als koelwater, hoofdzakelijk voor de industrie (24%) en energieproductie (75%). Het overgrote deel van het opgenomen koelwater wordt wel terug in dezelfde waterloop geloosd zonder dat er sprake is van vervuiling.

Iedereen heeft water nodig Driekwart van onze watervoorraad gaat naar koelwater

Koelwater

Indien we koelwater buiten beschouwing nemen is de industrie de grootste verbruiker van oppervlaktewater, verbruiken huishoudens het meeste leidingwater en heeft de landbouw het grootste aandeel in het grondwaterverbruik. De belangrijkste industriële waterverbruikers (exclusief koelwater) en dus de meest watera�ankelijke sectoren zijn: chemie, landbouw en op een gedeelde derde plaats energie, metaal, cokes en raffinaderij en voeding. Het totale waterverbruik, exclusief koelwater, daalde in de periode 2000-2016 met 1,26%. De industrie reduceerde zijn watergebruik (exclusief koelwater) met 31 mio m3 en realiseerde zo de grootste daling. Duurzaam watergebruik is vaak een van de criteria bij het selecteren van de best beschikbare technieken (BBT) en drukt de kosten. De stijging in het watergebruik van de energiesector kan hoofdzakelijk toegeschreven worden aan een nieuwe installatie van Fluxys in Zeebrugge in 2012. Daarnaast slaagden zowel de energiesector als industrie erin om hun koelwatergebruik te reduceren met respectievelijk 46% en 23%. De Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, aangenomen door alle lidstaten van de Verenigde Naties (VN) in 2015, omvat zeventien doelstellingen waaronder één specifiek rond water. Aan elk van deze doelstellingen zijn ook indicatoren gekoppeld, onder meer de indicator ‘waterefficiëntie’. Dit wordt gedefinieerd als de toegevoegde waarde die wordt gecreëerd per eenheid water voor de secto8 VOKA PAPER JUNI 2019

Overige soorten water

miljoen m3 500

0 Industrie

1000

Handel en diensten

Landbouw

1500 Energie

2000 Huishoudens

Bron: www.milieurapport.be

Overige watergebruik (dus exclusief koelwater) per doelgroep miljoen m3

300 250 200 150 100 50 0

Handel en diensten Regenwater

Landbouw Ander water

Bron: www.milieurapport.be

Energie Grondwater

Industrie Oppervlaktewater

Huishoudens Leidingwater


VOKA.BE

Industrie realiseerde grootste daling in watergebruik (exclusief koelwater) tussen 2000 – 2016 Evolutie watergebruik (exclusief koelwater) in miljoen m3

ren landbouw, industrie en diensten en toont aan hoe a�ankelijk een economie is van water. In 2010 bedroeg de waterefficiëntie 53 euro per kubieke meter en steeg deze tot 89 euro per kubieke meter in 2016. Dit toont aan dat de Vlaamse bedrijfswereld efficiënter omgaat met water en haar watergebruik (hoofdzakelijk koelwater) aanzienlijk deed dalen.1

Industrie

Weinig water beschikbaar Huishoudens

Landbouw

Handel & diensten

Energie -40

-32

-24

-16

-8

0

8

16

24

32

Bron: www.milieurapport.be

De energiesector en industrie reduceerden hun koelwatergebruik sterk 100%

80%

40

De VN ontwikkelde ook een indicator ‘waterstress’, namelijk de verhouding tussen de totale hoeveelheid opgenomen zoetwater en de totale hoeveelheid hernieuwbare zoetwaterbronnen. Landen beginnen ‘waterstress’ te vertonen wanneer ze meer dan 25% van hun hernieuwbare waterbronnen opnemen. Voor België bedraagt deze indicator 56%.2 Dit cijfer is hoger dan dat van onze buurlanden. A�ankelijk van de gebruikte berekeningsmethode, varieert onze waterbeschikbaarheid tussen de 1.100 tot 1.700 kubieke meter water per persoon. De OESO berekende dat op drie landen na (Italië, Tsjechië en Korea) Vlaanderen en Brussel het met de kleinste voorraad per persoon moeten stellen. Spanje, Frankrijk, Griekenland: ze staan er beter voor dan wij. En het gaat dan om alle watergebruik, dus ook van onze bedrijven, scheepvaart, landbouw en natuur.3

-23% 60%

40%

-46%

20%

0%

2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Energie

Industrie

Bron: www.milieurapport.be

Van alle OESO-landen moeten we het bijna met de laagste hoeveelheid beschikbaar water per persoon stellen waterbeschikbaarheid (m3/ inwoner.jaar) Korea Tsjechië Italië VL + Br Polen België Duitsland Spanje VK Denemarken Frankrijk Turkije Japan Mexico Nederland Griekenland Zwitserland VS Ierland Hongarije Australië Nieuw Zeeland Noorwegen Canada 0 Bron: www.milieurapport.be

20000

40000

60000

80000

“Onze lage waterbeschikbaarheid wordt verklaard door een hoge bevolkingsdichtheid en een beperkt aanbod aan water.” Onze lage waterbeschikbaarheid wordt verklaard door een hoge bevolkingsdichtheid en een beperkt aanbod aan water. Dat wijst op het belang van zuinig en efficiënt omgaan met water en heeft als gevolg dat Vlaanderen zeer gevoelig is voor de effecten van klimaatverandering. Om het risico op watertekort in te schatten, stelde de VMM drie verschillende klimaatscenario’s op. Deze voorspellen dat de gemiddelde temperatuur en het aantal extreem warme dagen en hittegolven zal stijgen. Dit zal onze watervoorraden tijdens de zomer nog sterker onder druk zetten. Waterschaarste treedt op wanneer de waterbeschikbaarheid te laag is, waardoor er onvoldoende water is om aan alle watergebruiken te voldoen. Waterschaarste is dus niet gelijk aan droogte. Droogte is immers een natuurlijk fenomeen door JUNI 2019 VOKA PAPER 9


WATER, ONS VLOEIBAAR GOUD ELKE DRUPPEL TELT

gebrek aan neerslag waardoor de waterbeschikbaarheid daalt. Droogte betekent dus niet dat er automatisch een watertekort of waterschaarste is. Watertekort heeft enorme impact op de bedrijven Water is voor vele bedrijven een grondstof die vaak een ganse cyclus doorloopt tussen de opname en recuperatie of lozing ervan. Soms moet het opgenomen water voorbehandeld worden a�ankelijk van het productieproces en de vereiste kwaliteit. Na gebruik kan (een deel) van het water opnieuw gezuiverd worden om te hergebruiken of te lozen. De vijftien meest waterintensieve sectoren zorgen voor 22% van de directe tewerkstelling en dragen tot 33% bij van de bruto toegevoegde waarde in Vlaanderen. Daarnaast stelde het Vlaams kenniscentrum water (Vlakwa) vast dat de volgende industriële sectoren het meest gevoelig zijn voor stijgende waterprijzen:4 voeding, dranken, chemie, papier en cokes. Bovendien hebben de sectoren chemie, energie, voeding en cokes te maken met de hoogste waterkosten voor watervoorziening, intern gebruik en zuivering van water. De afgelopen droge zomers werd er al opgeroepen om spaarzaam met water om te gaan. In de toekomst kunnen we dergelijke droogtes naar alle waarschijnlijkheid frequenter verwachten. De gevolgen zijn sterk a�ankelijk van de duur en omvang van een droogteperiode en de weerbaarheid van de regio. Afgelopen zomer werden de bedrijven5 reeds getroffen met diverse gevolgen van dien: 10 VOKA PAPER JUNI 2019

46%

46% van de respondenten kan niet goed inschatten wat potentiële gevolgen zijn na beperkingen inzake watergebruik.

1. Omzetverlies:

Minder water betekent vaak geen of minder productie, omdat water een grondstof is. Dit tonen enkele voorbeelden uit het buitenland aan. Zo moesten langs de Donau energiecentrales sluiten omdat ze te weinig koelwater hadden. Maar ook onrechtstreeks omwille van problemen in de scheepvaart, en bijgevolg minder aanvoer van grondstoffen of producten moeten bedrijven hun productie terugschroeven. Zo leed BASF in Duitsland vorig jaar 250 miljoen euro schade door de lage waterstand van de Rijn. 2. Prijsstijgingen:

Bouwondernemingen werden geconfronteerd met prijsstijgingen van 8 tot 15% voor zand/grind a�omstig van zee en rivieren. Ook landbouwproducten kennen een hoge aanbodelasticiteit. Een kleine hoeveelheid meer of minder oogst kan tot forse prijsschommelingen leiden. Als de oogsten door droogte tegenvallen, zullen de prijzen voor heel wat grondstoffen stijgen (rechtsreeks effect). 3. Loonstijgingen:

Groenten en aardappelen worden in belangrijke mate in België geteeld. Zij zijn goed voor 1,5% van de gezondheidsindex. Stel dat door droogte die producten gemiddeld 30% duurder worden, dan stijgt de index met 0,45%. En door de automatische koppeling stijgen de lonen ook met 0,45%. Op een afgeronde jaarlijkse loonmassa van 153 miljard euro in de private sector in België, komt dat neer op een, volledig automatische, extra loonfactuur van 688 miljoen euro voor de bedrijven. Bovendien zorgt het indexmechanisme ervoor dat de consument niet op


VOKA.BE

zoek gaat naar goedkopere alternatieven, aangezien zijn loon er toch voor gecompenseerd wordt. 4. Kwaliteitsverlies water:

Droogteperiodes hebben een impact op de kwaliteit van het water. Er kan bijvoorbeeld verzilting optreden. De polders van West-Vlaanderen, het kanaal Gent-Terneuzen, de haven van Antwerpen en de Schelde hebben hier al mee te kampen. Hierdoor wordt het duurder en moeilijker om water op te waarderen tot de juiste kwaliteit. Ook was het water door zijn te hoge temperatuur niet altijd meer geschikt als koelwater.

“Door meer in te zetten op hergebruik beperken we de risico’s bij droogte.” Lieve Lamberts, Citrique Belge

5. Verstrenging van lozingsnormen:

Lozingsnormen van bedrijven, in het bijzonder de concentratie aan zouten, werden aangescherpt door het te lage debiet in de rivieren waarin wordt geloosd. Ook dat stelt bedrijven voor problemen. Om een duidelijker beeld te krijgen van de mogelijke impact van watertekorten voor de bedrijven deed Voka in april 2019 een bevraging bij 268 - hoofdzakelijk waterintensieve - bedrijven. Hieruit bleek dat 46% van de respondenten niet goed kan inschatten wat potentiële gevolgen zijn wanneer hen beperkingen worden opgelegd inzake watergebruik. Bedrijven die zich hier wel over uitspreken vrezen voornamelijk het (gedeeltelijk) stilvallen van de productie, veiligheidsproblemen (installaties kunnen niet meer gekoeld worden of problemen met voedselveiligheid omdat installaties niet meer kunnen gereinigd worden), een stijging van de grondstofprijzen en het mislopen van investeringen omdat de bevoorradingszekerheid aan water als negatief wordt beoordeeld. Andere mogelijke nadelige gevolgen zijn: aanpassingen van de lozingsnormen, logistieke problemen (bv. lagere en onregelmatige aanvoer van grondstoffen/producten, gestremd verkeerd op binnenwateren), beperkingen in de hoeveelheid koelwater die geloosd kan worden, corrosie van installaties als gevolg van verzilting, problemen met de kwaliteit van het opgenomen oppervlaktewater en storing in de werking van de biologische waterzuivering door geen/minder aanvoer van afvalwater en problemen met sanitaire voorzieningen. Bedrijven onvoldoende voorbereid op watertekort Uit de Voka-bevraging bleek dat 7 op de 10 ondernemingen watertekorten vrezen, maar dat 9 op de 10 nog geen noodplan hebben. Bovendien kan 80% niet overschakelen op alternatieve waterbronnen en kan 81% op korte termijn geen preventieve maatregelen nemen die het waterverbruik tijdelijk en significant verminderen. Dit houdt immers vaak een (gedeeltelijke) productiestop in. Daarnaast belemmert andere regelgeving voor sommige sectoren

Citrique Belge

Citrique Belge is een citroenzuurproducent gevestigd in Tienen en verbruikt jaarlijks 3,6 miljoen kubieke meter water, dat het na gebruik en behandeling in zijn eigen waterzuiveringsinstallatie, loost op oppervlaktewater. Vroeger gebruikte Citrique Belge 100% grondwater, maar het reduceerde dit verbruik drastisch tot 600.000 kubieke meter door het te vervangen door meer duurzame waterbronnen: namelijk oppervlaktewater (Gete) en gezuiverd afvalwater van de zuiveringsinstallatie van Aquafin te Tienen. In de toekomst wil het bedrijf zijn grondwaterverbruik verder reduceren; daarom stelde het een waterbalans op om een duidelijk beeld te krijgen over zijn watergebruik en het type water (kwaliteit, temperatuur, …) dat voor elk proces nodig is. De afgelopen zomer kon het bedrijf door de extreem lage waterstanden in de Gete geen oppervlaktewater meer onttrekken (door het hoge slibgehalte in het water blokkeerden de filters van de waterbehandelingsinstallatie) en was ook de temperatuur van het water te hoog om het als koelwater in te zetten waardoor tijdelijk grondwater gebruikt moest worden. Het bedrijf heeft dan ook een droogterisicoanalyse uitgevoerd. In de toekomst wil Citrique Belge zijn waterverbruik verder reduceren door een deel van het proceswater en koelwater te hergebruiken in zijn productieproces waardoor het plusminus 1 miljoen kubieke meter water zou kunnen besparen. Het bedrijf werkt hiervoor samen met Ecopak en voert momenteel piloottesten uit. Daarnaast worden mogelijkheden bekeken om bijvoorbeeld het afvalwater van het naburige bedrijf Tiense Suiker te gebruiken in zijn proces.

JUNI 2019 VOKA PAPER 11


WATER, ONS VLOEIBARE GOUD, ELKE DRUPPEL TELT

Bedrijven onvoldoende voorbereid op watertekort

92% nee

81% nee

Noodplan 90% nee

Risicoanalyse

Preventie maatregelen 80% nee

Alternatief

Bron: voka

een verdere reductie van het waterverbruik: SEVESO-wetgeving (omwille van veiligheid), voedselveiligheidwetgeving, de energiebeleidsovereenkomsten die meer energie-efficiëntie beogen, productnormering, luchtemissienormen (zuiveringstechnieken zoals gaswassers hebben water nodig of bedrijven moeten net meer water gebruiken tijdens een droogteperiode omdat ze verplicht moeten sproeien om stofemissies van stuivende stoffen binnen de perken te houden). Bovenal blijkt dat er op korte termijn een grote nood is aan informatie. In welk gebied en voor welke waterbron zal er een eventueel tekort optreden? Hoe ernstig zal dit zijn? Welke alternatieve waterbronnen zijn er beschikbaar? Wat is het waterpeil van onze waterlopen en grondwater? Hoe is het gesteld met de beschikbaarheid van drinkwater? Hoe lang zal een droogteperiode redelijkerwijs duren? Daarnaast wijzen de bedrijven op de nood aan een aanspreekpunt of droogtemanager bij de overheid, een vroegtijdige melding bij een eventueel watertekort, actieve communicatie vanuit de overheid, hulp bij het opstellen van 12 VOKA PAPER JUNI 2019

“Uit de Voka-bevraging bleek dat 7 op de 10 ondernemingen watertekorten vrezen, maar dat 9 op de 10 nog geen noodplan hebben.” een noodplan en soepelere wetgeving voor het uitwisselen van (afval)water tussen bedrijven. Beleidsaanbevelingen 1. Nood aan een overkoepelende visie over watertekort en overstromingen

We moeten een waterbeleid ontwikkelen met zowel crisis- als structurele maatregelen. Traditioneel worden droogtes enkel beheerd tijdens crisissituaties via noodprocedures. Ervaringen uit het buitenland (Australië, Zuid-Afrika en de VS) leren dat zo’n aanpak er vaak niet in slaagt om op lange termijn een land of regio effectief weerbaar te maken tegen droogte. Daarnaast moeten we in Vlaanderen af van


VOKA.BE

het hokjesdenken en een integrale aanpak hanteren. Uit de Voka-bevraging bleek duidelijk dat voor bepaalde industriële activiteiten sommige wetgevingen een verdere waterbesparing verhinderen. Ons watersysteem hangt bovendien nauw samen met andere systemen zoals voeding, energie, ruimtelijke ordening, mobiliteit, circulaire economie, enzovoort. Ook de link tussen waterkwaliteit en waterkwantiteit mag niet uit het oog verloren worden. Uit het ontwerp Klimaatplan blijkt dat Vlaanderen wil inzetten op een modal shift via meer binnenvaart.6 Hierdoor zal ook de watervraag van deze sector toenemen aangezien het versassen van schepen gepaard gaat met het verplaatsen van water van het opwaartse naar het afwaartse kanaalpand. Door langdurige droogte, dreigt het waterpeil echter te laag te worden. Er zijn ook duidelijke linken tussen het waterbeleid en onze ruimtelijke ordening: minder verharding kan zorgen voor meer insijpeling van regen in de bodem zodat onze watervoorraden sneller aangevuld raken en we bij hevige regen minder last hebben van overstromingen. Via proeftuinen en demonstratieprojecten moeten we leren en durven falen. Op basis van deze kennis kunnen we een overkoepelende visie uitwerken voor bedrijven, overheid en burgers om op bepaalde maatregelen en innovatieve technologieën in te zetten, zonder het risico te lopen problemen te verplaatsen of zelfs te verergeren. 2.Bewustwording en correcte informatie is cruciaal

‘Voldoende water’ is een verantwoordelijkheid van iedereen, zowel burger, overheid, landbouwers en bedrijven. Iedereen zal in de toekomst zuiniger en efficiënter moeten omgaan met water. Een open communicatie op maat van de verschillende doelgroepen en meer controle op illegale waterwinningen is hierbij cruciaal. Ook uit onze bevraging blijkt duidelijk dat bedrijven nood hebben aan informatie om een onderbouwd noodplan en rendabele businesscases uit te werken. Vlaanderen kan inspiratie putten uit de aanpak van Kaapstad, dat de afgelopen jaren te maken kreeg met grote watertekorten. Aanvankelijk legde de stad beperkende maatregelen op aan haar inwoners. Dit creëerde de gedachte dat de overheid te weinig deed om waterschaarste te voorkomen. Daarom werd online informatie ter beschikking gesteld over alle maatregelen die de stad nam op het vlak van watermanagement, een overzicht van hoeveel het geregend had, het totale waterverbruik per gebruiker, de toestand van de watervoorraden, tips om het waterverbruik te reduceren, enzovoort. Ook de Minaraad en de SERV pleiten al langer voor meer informatie zoals waterbalansen die inzicht geven in de bronnen en gebruikers van water. Vandaag zijn er geen of te weinig gegevens over waterwinningen uit onbe-

25

Elke kubieke meter water die Arcelor Mittal oppompt, wordt ongeveer 25 keer hergebruikt.

vaarbare waterlopen of kleine grondwaterwinningen (< 500 kubieke meter/jaar). Deze informatie is echter cruciaal om een goed beleid te ontwikkelen. Ook een droogtemanager waarbij bedrijven kunnen aankloppen voor inlichtingen is een must.

Arcelor Mittal Het productieproces van staal vergt grote hoeveelheden water. Arcelor Mittal heeft jaarlijks dan ook 27 miljoen kubieke meter water nodig. Zijn belangrijkste bron is oppervlaktewater uit het Kanaal Gent-Terneuzen, dat primair ingezet wordt voor het koelen van processen op hoge temperaturen. Daarnaast is er ook water nodig in zijn proces (proceswater) en voor milieutoepassingen zoals bijvoorbeeld in gaszuiveringsinstallaties of in sproeiinstallaties om stof te bestrijden. Het bedrijf probeert zo duurzaam mogelijk om te gaan met water. Elke kubieke meter water die Arcelor Mittal oppompt, wordt ongeveer 25 keer hergebruikt. Tal van waterzuiveringsinstallaties, watertorens en koeltorens moeten hiervoor zorgen. Het water dat na zuivering in het kanaal wordt geloosd, voldoet aan alle geldende lozingsnormen.

JUNI 2019 VOKA PAPER 13


WATER, ONS VLOEIBARE GOUD, ELKE DRUPPEL TELT

3.Afschakelplan/afwegingskader ‘water’ kan pas laatste stap zijn

Een afwegingskader – dat bepaalt wie voorrang krijgt om water te gebruiken bij een watertekort – kan slechts een laatste maatregel zijn. Het is ook cruciaal dat zo’n plan logisch en goed onderbouwd is en dat alle betrokken actoren gehoord worden. Zo zou een onderscheid gemaakt moeten worden tussen basisverbruik en luxeverbruik van drinkwater (zwembad vullen, auto’s wassen, ...) en tussen bedrijven die water gebruiken in hun productieproces of diegenen die dit niet doen. Afschakelen van de industrie kan niet zomaar en is onaanvaardbaar. Hieraan zijn zware risico’s verbonden op het vlak van (voedsel)veiligheid en economische impact. Dit kan ook een milieu-impact hebben aangezien een deel van het waterverbruik gaat naar milieumaatregelen (zoals scrubbers, koeling afgassen, sproeien tegen stof). Geen of minder water betekent voor veel bedrijven een (gedeeltelijke) productiestop. Ook het belang van koelwater voor industriële processen en onze energievoorziening moet meegenomen worden in deze oefening. Als dit water wegvalt, vallen heel wat fabrieken en een deel van onze energieproductie stil. Bovendien moet ook rekening gehouden

“Soms is het de wetgeving die een verdere waterbesparing voor bepaalde industriële activiteiten verhindert.” worden met het feit dat het overgrote deel van het koelwater terug geloosd wordt in de waterloop. De schade die bedrijven kunnen oplopen houdt omzetverlies, materiële schade (bv. schade aan installaties) en imagoschade in. Ook moet er gewaakt worden over domino-effecten: afschakelen van één bedrijf kan grote gevolgen hebben voor de achterliggende waardeketen. Zowel korte- als langetermijneffecten moeten in rekening gebracht worden bij het opstellen van een afwegingskader. Tot slot kan – net zoals bij elektriciteit in het kader van demand side management – nagedacht 14 VOKA PAPER JUNI 2019

worden over een vergoedingssysteem voor watergebruikers die tijdens een periode van watertekort vrijwillig hun waterverbruik reduceren. 4. Hemelwaterplannen en (collectieve) buffervoorzieningen

Op dit ogenblik hebben weinig gemeenten een hemelwaterplan. Een hemelwaterplan op schaal van een gemeente of een stroomgebied geeft nochtans inzicht waar op de meest efficiënte manier hemelwater gebufferd kan worden of kan insijpelen in de grond (infiltratie) zodat watervoorraden kunnen aangelegd worden voor droge periodes. Het geven van subsidies aan een gemeente of rioolbeheerder kan bijvoorbeeld a�ankelijk gemaakt worden van het al dan niet hebben van een hemelwaterplan. Elk een eigen individuele buffering plaatsen vraagt grote investeringsnoden, daarom moet er nagedacht worden over collectieve buffering op bedrijventerreinen. Dit kan zowel financiële als technologische schaalvoordelen opleveren. 5. Stimuleer hergebruik van gezuiverd (afval) water

Er is nood aan een beleid dat het hergebruik van water en uit afvalwater gerecupereerde stoffen stimuleert. Een doorgedreven waterrecuperatie is voor sommige bedrijven vandaag oninteressant omdat hierdoor de haalbaarheid van de opgelegde lozingsnormen – uitgedrukt in concentraties (mg/l) – in het gedrang komt. Waterhergebruik geeft vaak aanleiding tot een stijgende concentratie van de vervuiling in het resterende afvalwater. Dit kan bij lozing een negatieve impact veroorzaken op de fauna en flora in de waterloop waarop geloosd wordt. Een druk die nog toeneemt bij droogte, gezien door de lage waterdebieten de verdunning van het afvalwater in de waterloop afneemt. Deze situatie legt vandaag een hypotheek op de mogelijkheden van waterhergebruik. Om hieraan (deels) tegemoet te komen, worden via artikel 5.3.2.4. §3 van VLAREM II hogere concentratienormen in de vergunning toegelaten in het kader van waterbesparende projecten. Het is voor bedrijven vandaag echter niet duidelijk dat er, op basis van dit artikel, ook normen in vuilvracht (kg/uur of kg/dag) aangevraagd kunnen worden.


VOKA.BE

Dit zou expliciet kenbaar gemaakt moeten worden in de wetgeving. Bovendien wordt dit soms geweigerd omwille van ‘niet-handhaa�aarheid’. Ook hogere concentratienormen worden door de overheid niet altijd toegelaten in de vergunning, zelfs indien dit geen significante negatieve impact heeft op de kwaliteit van de waterloop waarin geloosd wordt. De overheid zou bedrijven echter actief moeten aansporen om waterbesparende projecten uit te voeren in ruil voor lozingsvrachten en hogere concentratienormen in de vergunning (uiteraard rekening houdende met de specifieke lozingssituatie). In de derde waterbeleidsnota wordt aangekondigd dat acute ecotoxiciteitstesten (onderzoek van de toxiciteit van het geloosde afvalwater op diverse organismen) verplicht zullen worden via de vergunning. Het is echter noodzakelijk dat bij het beoordelen van de ‘ecotox’-impact van afvalwater ook de verdunning in en de impact op het ontvangende oppervlaktewater wordt meegenomen. Dit gebeurt in vele Europese landen maar in Vlaanderen niet.

“Innovatieve oplossingen, regelluwe zones en experimenteerzones kunnen soelaas bieden.” Dit zal het hergebruik van water in bedrijven sterk hinderen (omwille van opconcentratie van toxische stoffen door waterhergebruik). Een beoordelingskader op Europees niveau en een pragmatische aanpak in Vlaanderen dringt zich dan ook op. Het zal niet altijd mogelijk zijn om meer geconcentreerd afvalwater te lozen omwille van de negatieve impact op het watermilieu in de waterloop. Hiervoor moeten we op zoek gaan naar innovatieve oplossingen en moet dit (meer) ondersteund worden (bv. via ecologiepremie of verhoogde investeringsaftrek). Ook regelluwe zones en experimenteerzones kunnen soelaas bieden. Deze instrumenten moeten dan ook opgenomen worden in het Waterwetboek (naast het bestuursdecreet) naar analogie met het energiebeleid. Tot slot zal ook het verder inzetten op duurzame productieprocessen, waarbij men een betere grip krijgt op de stoffen die in het water terechtkomen, waterhergebruik op een nieuw niveau brengen.

JUNI 2019 VOKA PAPER 15


WATER, ONS VLOEIBARE GOUD ELKE DRUPPEL TELT

Dankzij nieuw project zal Bayer 15% minder afvalwater lozen en 10% minder drinkwater nodig hebben Drinkwater Vandaag:100% Na het project: 90% Utilities afdeling

Recyclage water UF = ultrafiltratie RO = omgekeerde osmose

UF

Bestaande waterzuivering

RO Schelde Vandaag: 100% geloosd Na het Project: 85% geloosd

Nabezinking

Bayer De Antwerpse site van Bayer is het eerste bedrijf in Vlaanderen dat een gouden European Water Stewardship-certificaat behaald heeft. Dit certificaat bekroont de inspanningen van bedrijven op het vlak van duurzaam waterbeheer. Bayer stelde een uitgebreide waterbalans op en engageert zich om het waterverbruik van zijn activiteiten te verminderen en de vervuilingsgraad van het afvalwater te minimaliseren op basis van KPI’s (kritieke prestatie-indicatoren). Door middel van talrijke inspanningen bespaart Bayer Antwerpen momenteel 1 miljoen kubieke meter water ten opzichte van 10 jaar geleden. Bij Bayer is er een project in constructie om biologisch gezuiverd afvalwater verder te behandelen met ultrafiltratie (UF) en omgekeerde osmose (RO) om nadien in te zetten voor productie van gedemineraliseerd water en stoom. Het resulterend afvalwater zal na gebruik worden gezuiverd om opnieuw te worden hergebruikt. Hierdoor zal Bayer 15% minder afvalwater lozen en 10% minder drinkwater nodig hebben.

Colruyt Group Op zijn vleesverwerkende site – met een hoog waterverbruik ten opzichte van zijn andere sites – ging Colruyt in zee met de Watergroep. Via membraantechnologie wordt 80.000 kubieke meter afvalwater van de site terug opgewerkt tot water van drinkwaterkwaliteit waardoor 60% minder water aangekocht moet worden. Ook het regenwater dat op het terrein valt wordt opgevangen en gezuiverd tot drinkwaterkwaliteit (slechts 1% van het regenwater gaat verloren).

16 VOKA PAPER JUNI 2019

Flotatie

Waterrecyclage afdeling

6. Uitwisselen waterstromen vergemakkelijken

Er is nood aan een flexibel en eenvoudig wetgevend kader voor het uitwisselen van (afval) waterstromen tussen bedrijven. Zo kan bijvoorbeeld gezuiverd (afval)water ter beschikking gesteld worden aan de landbouw voor irrigatie. Recent werd gecommuniceerd dat er een grondstoffenverklaring bij de OVAM aangevraagd moet worden. Na uiterlijk 30 dagen wordt een grondstoffenverklaring geweigerd of aanvaard. Als je als bedrijf gezuiverd (afval)water aanbiedt voor irrigatie of bewatering, wordt het water niet vrijgesteld van heffingen. Om uitwisseling te stimuleren, zou die heffing afgeschaft moeten worden. Bovendien zou – bij een watertekort – uitwisseling van (afval)water op een snellere en eenvoudigere manier moeten kunnen indien na een screening blijkt dat er geen significante risico’s zijn voor mens en milieu. In de toekomst zal ook rekening gehouden moeten worden met de toekomstige Europese wetgeving, die kwaliteitseisen zal opleggen.

Ardo In Ardooie is men in 2018 gestart met het aanleggen van een 25 kilometer lang ondergronds leidingnetwerk dat het gezuiverd afvalwater van het groentenverwerkend bedrijf Ardo moet verdelen over 500 hectare landbouwgrond in de omgeving. Het gezuiverd afvalwater van Ardo zal gestockeerd worden in een bufferbekken van 150.000 kubieke meter dat via een pompensysteem en ondergronds netwerk verspreid kan worden over landbouwgrond via 150 afnamepunten.


VOKA.BE

Nieuwe Dokken in Gent In de woonwijk de Nieuwe Dokken in Gent zullen de kringlopen van 400 appartementen, een sporthal en school gesloten worden. Water, energie, grond- en afvalstoffen worden zoveel mogelijk gerecupeerd en uitgewisseld. Het afvalwater wordt gecollecteerd en gezuiverd en vervolgens ter beschikking gesteld van het nabijgelegen bedrijf Christeyns, dat dit water verder zal opwerken tot proceswaterkwaliteit. Op zijn beurt levert Christeyns restwarmte aan de wijk.

7. Green deals uitbreiden

Negen bierbrouwers, Fevia, de Belgische bierbrouwers en Vlakwa sloten met de Vlaamse overheid een green deal ‘Brouwers’ af. Hiermee engageren zij zich om hun watergebruik te verminderen tegen 2022. Bier bestaat voor meer dan 95% uit water en er is ook veel water nodig bij nevenprocessen zoals het reinigen van installaties, spoelen van gebruikte flesjes, koeling en stoomproductie. Via het lerende netwerk kunnen de brouwers informatie aan elkaar uitwisselen en good practices detecteren. De overheid engageert zich dan weer om te onderzoeken of eventueel gedetecteerde knelpunten (tijdelijk) weggewerkt kunnen worden (bv. bestaande normering eist dat flesjes gereinigd moeten worden met drinkwater terwijl de vraag kan gesteld worden of de hoge normvereisten wel steeds nodig zijn).

“Naar analogie met de green deal `Brouwers’ kunnen nog meer green deals uitgewerkt worden.”

Naar analogie met de green deal ‘Brouwers’ kan in overleg met andere waterintensieve sectoren ook een green deal uitgewerkt worden die zich richt op de specificiteit van de sector. Sectoren of bedrijven die zich engageren om waterbesparingsmaatregelen uit te voeren zouden in ruil de garantie moeten krijgen dat ze niet afgeschakeld worden en een plaats krijgen in de hoogste categorie van het afwegingskader.

1 Vlakwa. Socio-economisch belang van water 2019 2 FAO & United Nations water (2018). Progress on Level of Water Stress Global baseline for SDG indicator 6.4.2 3 www.milieurapport.be/milieuthemas/waterkwantiteit/waterverbruikbeschikbaarheid/waterbeschikbaarheid en http://www.integraalwater beleid.be/nl/publicaties/afbeeldingen/vito-rapport-water-eenkostbaar-goed 4 Vlakwa. Socio-economische belang van water (2019): www.vlakwa.be/publicaties/socio-economisch-belang-van-water-invlaanderen-2019/ 5 Coördinatiecommissie integraal waterbeleid. Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2018 6 Ontwerp Vlaams klimaatbeleidsplan

JUNI 2019 VOKA PAPER 17


WATER, ONS VLOEIBARE GOUD KWALITEIT

3. Waterkwaliteit moet verder omhoog Hoewel de kwaliteit van onze waterlopen de afgelopen 30 jaar sterk verbeterd is, stellen we vast dat deze verbetering de laatste jaren stagneert. Volgens de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) moest al het oppervlakte- en grondwater tegen 2015 van goede kwaliteit zijn. Vlaanderen en vele andere Europese landen vroegen uitstel tot 2027. Nadien is uitstel niet meer mogelijk. Ondertussen tikt de klok verder en stelt de KRW hoge eisen. Voor heel wat Europese lidstaten wordt het een moeilijke opdracht om dit te behalen en is het niet duidelijk hoe Europa hiermee zal omgaan.

Kwaliteit oppervlaktewater in Vlaanderen scoort slecht Ecologische toestand van alle oppervlaktewateren in 2012 100 % 90 % 80 % 70 % 60 % 50 % 40 % 30 % 20 % 10 % 0% Europa

ES

FR

VK

Matig

Goed

DE

LU

Onvoldoende

NL

VL

Ongekend

Bron: European Environmental Agency

Ook voor de chemische kwaliteit van ons oppervlaktewater moeten we een tandje bijsteken Chemische toestand van alle oppervlaktewateren in 2012 100 % 90 % 80 % 70 % 60 % 50 % 40 % 30 % 20 % 10 % 0% Europa Goed

VK

ES Slecht

Bron: European Environmental Agency

18 VOKA PAPER JUNI 2019

FR

NL Ongekend

VL

DE

LU

V

laanderen bengelt achteraan het Europese peloton. Hierbij moet wel de nuance gemaakt worden dat er grote verschillen bestaan tussen lidstaten op het vlak van beoordeling en rapportering, waardoor opgepast moet worden met een vergelijking. Zo normeerde Vlaanderen bijvoorbeeld 130 specifieke stoffen, terwijl andere landen dit voor gemiddeld 55 stoffen deden. Dit neemt niet weg dat de Europese doelen voor Vlaanderen nog niet in bereik zijn en Europa ons op deze resultaten zal beoordelen. Een goede toestand kan enkel bereikt worden als elk kwaliteitselement minstens ‘goed’ scoort. Deze beoordeling maskeert het grote verschil tussen de kwaliteitscriteria. Voor vele parameters halen we de norm maar scoren we vaak slecht op het vlak van fysisch-chemische waterkwaliteit, zoals stikstof en fosfor, en hydromorfologie (de diepte en breedte van een rivier, snelheid van de waterstroming, structuur van de oevers en bodem of de mate van meanderen, enzovoort). Niet alle vervuilingsbronnen worden voldoende aangepakt De voorbije jaren is het afvalwater van de industrie en huishoudens sterk aangepakt via het zuiverings- en rioleringsbeleid. De industrie realiseerde een duidelijk dalende trend in de lozing van vervuilende stoffen via haar afvalwater. Dit ondanks een toename van de bruto toegevoegde waarde van de industriële activiteiten met 20%. Dit realiseerde de industrie door technieken toe te passen die het best scoren op milieugebied, onder technisch en economisch haalbare omstandigheden (BBT) en door te investeren in innovatieve technologieën.


VOKA.BE

Kwaliteit grondwater moet verder omhoog Kwalitatieve toestand grondwater in 2012 100 % 90 % 80 % 70 % 60 % 50 % 40 % 30 % 20 % 10 % 0% EU Goed

NL

FR

Slecht

DE

VL

LU

Ongekend

Bron: European Environmental Agency

Ontkoppeling economische groei en lozing afvalwater Evolutie bruto toevoegde waarde en lozing afvalwater index (2000 = 100) 120 %

100 %

80 %

60 %

40 %

20 %

0%

2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2012 2015 2016 2017 Nitraten

Fosfaten

Kwik

Zink

Bruto toegevoegde waarde

Bron: www.milieurapport.be en NBB

%

A�ankelijk van de stof, zijn verschillende bronnen de belangrijkste oorzaak van de vervuiling van onze waterlopen: 1 • Nog steeds 16% van het afvalwater van de Vlaamse gezinnen wordt ongezuiverd geloosd in onze waterlopen. Met respectievelijk 71% en 43% vormt dit het grootste aandeel in de belasting van het oppervlaktewater met BZV (biologisch zuurstofverbruik) en CZV (chemisch zuurstofverbruik). Hoe vuiler het water is, hoe meer zuurstof er nodig is om de vervuiling te verwijderen.2 In sommige waterlopen, zoals de Leie, de Schelde en de Zenne, ontvangen we ook grote vuilvrachten vanuit het buitenland. Dit kan oplopen van 50% tot 100% extra belasting. • Ook de parameters stikstof en fosfor blijven anno 2017 problematisch in de Vlaamse waterlopen. Een belangrijke bron voor deze verontreiniging is de landbouw (nitraten: 67% en fosfaten: 37%) door uitspoeling en erosie van hun gronden. • Voor metalen zien we a�ankelijk van de parameter dat verontreiniging vanuit de lucht (atmosferische depositie), transport (bijvoorbeeld slijtage van autobanden en lekkage van motorolie) en slijtage van bouwmaterialen belangrijke bronnen vormen. Ook het meest recente rapport van het Europees Milieuagentschap3 stelt vast dat de diffuse bronnen (verontreiniging a�omstig van een groter, diff user gebied) meer in beeld komen. Zo is in Europa 40% van de oppervlaktewateren onderhevig aan hydromorfologische problemen, 38% aan diff use bronnen (hoofdzakelijk a�omstig van landbouw) en 38% aan verontreiniging uit de lucht. Ondanks het feit dat globaal genomen de afvalwaterlozingen van bedrijven niet in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor de verontreiniging (dit kan lokaal in een waterloop wel het geval zijn), merken we dat sommige bedrijven in Vlaanderen belemmerd worden in hun bedrijfsvoering omwille van strikte lozingsnormen, waardoor uitbreidingen onmogelijk gemaakt worden en Vlaamse bedrijven investeringen mislopen.

Onze waterlopen worden door verschillende bronnen vervuild Aandeel vervuilingsbronnen (2016) 100 % 90 % 80 % 70 % 60 % 50 %

Grote financiële noden

40 % 30 % 20 % 10 % 0%

Nitraten

Industrie

Landbouw

Fosfaten

Huishoudens

Bron: Bronnen van waterverontreiniging 2016 (VMM)

Metalen

Chemisch zuurstofverbruik

Andere: bodemerosie, depositie, infrastructuur en transport

Bij de huidige SGBP inventariseerde de Vlaamse regering allerlei maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren. Om deze allemaal uit te voeren zouden we zo’n 8 miljard euro4 extra nodig hebben en zou slechts 65% van onze waterlichamen de Europese doelen behalen tegen 2027. Via de Minaraad en de SERV5 werd toen terecht gesteld dat niet de juiste maatregelen geïnventariseerd werden of de doelen niet haalbaar zijn wegens bijJUNI 2019 VOKA PAPER 19


WATER, ONS VLOEIBARE GOUD KWALITEIT

2,3 miljard euro naar waterbeleid: helft naar afvalwaterketen Financiering waterbeheer

36%

13% 51%

“De uitdagingen zijn groot en het budget is beperkt. Een andere aanpak dringt zich op.” voorbeeld technische redenen. Dit neemt niet weg dat de uitdagingen groot zijn en het budget beperkt. Een andere aanpak dringt zich dan ook op. De figuren geven een beeld van de financieringsstromen in het waterbeleid (cijfers voor 2014).6 In 2014 werd 2,3 miljard euro uitgegeven aan het waterbeheer. Deze middelen kunnen onderverdeeld worden in vier groepen 1.

2.

3. 4.

Via de integrale waterfactuur werd 1.100 miljoen euro gefi nancierd. Dit omvat financiering van de levering en productie van drinkwater7 en de afvoer en zuivering van afvalwater (gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringscomponent). Er werd 85 miljoen euro aan specifieke heffi ngen geïnd, zoals de heffi ngen op de winning van grondwater en oppervlaktewater, de heffi ng op het lozen van afvalwater of lokale rioolbelastingen geïnd door de gemeente en polderbelastingen. Ongeveer 540 miljoen euro werd betaald via de algemene middelen. 600 miljoen euro werd betaald via eigen maatregelen die door huishoudens, landbouw en bedrijven zelf gedragen worden. Dit zijn investeringskosten- en werkingskosten van waterwinning, zuivering afvalwater en waterbeheer.

20 VOKA PAPER JUNI 2019

Watervoorziening

Afvalwaterketen

Watersysteem

Bron: studie VITO – doelgroepenanalyse deel II

Bedrijven betalen 35% van het waterbeleid Bijdrage doelgroepen aan waterbeleid

7% 35% 54% 4%

Bedrijven

Landbouw

Huishoudens

Restgroep

Bron: studie VITO – doelgroepenanalyse deel II

Ongeveer de helft van de middelen gaat naar de inzameling en zuivering van afvalwater, 35% naar de uitbouw en het onderhoud van het drinkwaternet en ongeveer 15% naar watersysteembeheer (bv. beheer waterlopen, maatregelen voor overstromingen, kustbeheer, ...). De huishou-


VOKA.BE

dens financierden ongeveer 54%, 35% werd door industrie betaald en 6% door landbouw (4% van de uitgaven kan niet toegewezen worden aan een specifieke doelgroep en werd ingedeeld bij ‘restgroep’). Uit een recent onderzoek8 van de VMM blijkt dat de waterfactuur voor de meeste Vlamingen betaalbaar is en dat de prijs ten opzichte van onze buurlanden gemiddeld is. Desondanks denkt 57% van de gezinnen dat ons drinkwater duur is. Voor de industrie en de landbouwsector was het omwille van een te grote variabiliteit niet mogelijk om de prijzen met onze buurlanden te vergelijken. Versnipperde bevoegdheden Een belangrijke bron van verontreiniging zijn de huishoudens die nog niet aangesloten zijn op de riolering of geen individuele zuiveringsinstallatie hebben. Bovendien is onze riolering sterk verouderd. Daarom moet de versnippering in ons rioleringslandschap aangepakt worden. Hoewel de VMM reeds inspanningen leverde om meer transparantie te creëren, via jaarlijkse rapporteringen door de rioolbeheerders, zijn er nog verbeterpunten: •

Het is onvoldoende duidelijk hoe en of rioolbeheerders de ontvangen middelen efficiënt inzetten voor de optimalisatie van hun rioleringen. Twee op de drie gemeenten hebben hun rioolbeheer uitbesteed. In het verleden werd 260 miljoen euro aan dividenden (afkomstig van middelen uit de waterfactuur) uitgekeerd van de rioolbeheerder terug naar de gemeente. Waaraan de gemeenten dit geld hebben uitgegeven, is tot op vandaag onduidelijk. Eind 2013 werd dit via een omzendbrief expliciet verboden en gebeurt dit vandaag niet meer. Sommige gemeenten krijgen nog steeds gebruiksvergoedingen voor hun riolen die al eerder gefi nancierd werden met middelen van de waterfactuur. In lijn met de omzendbrief mogen gemeenten deze middelen enkel aanwenden voor hun rioleringen. Er moet immers vermeden worden dat de gebruiker dubbel betaalt. Tussen 2014 en 2016 hadden de intergemeentelijke rioolbeheerders globaal genomen een kasoverschot van 35 miljoen euro. De gegevens van de 110 gemeenten die zelf instaan voor het rioolbeheer zijn niet bekend aangezien ze pas kasstromen moeten rapporteren vanaf de volgende legislatuur. Dit moet echter goed opgevolgd worden gezien er een risico bestaat op onderinvestering of dat de gebruikers te veel betalen. Er is onvoldoende duidelijkheid over welke kosten aan de basis liggen van het gemeenJUNI 2019 VOKA PAPER 21


WATER, ONS VLOEIBARE GOUD KWALITEIT

• • •

telijk tarief. Er kan niet aangetoond worden dat gebruikers een correcte prijs betalen. Er is een groot verschil in de kostenefficiëntie tussen de rioolbeheerders. Er kunnen vragen gesteld worden bij de uniformiteit van de rapportering door de gemeenten en rioolbeheerders. Er is voor de gebruikers van de saneringsinfrastructuur geen duidelijkheid over hoe dat deel van de waterfactuur de komende jaren zal evolueren. In het verleden werden vaak ad hoc-tariefaanpassingen doorgevoerd. In de praktijk blijkt een afstemming tussen het bovengemeentelijk en gemeentelijk luik vaak te ontbreken. Dit leidt tot een gebrek aan uniforme visie en efficiëntie.

“Er is een groot verschil in de kostenefficiëntie tussen de rioolbeheerders.” Beleidsaanbevelingen 1. Gebiedsgerichte aanpak op basis van kosteneffectiviteit

In het ontwerp waterbeleidsnota wordt gepleit om concrete milieudoelstellingen te formuleren voor elk grondwater- en oppervlaktewaterlichaam. Vervolgens zullen deze reductiedoelen per waterlichaam verfijnd worden in een doelstelling per doelgroep, in uitvoering van het ‘de vervuiler betaalt’-principe. Een gebiedsgerichte aanpak is positief. Het is echter belangrijk dat enkele stappen doorlopen worden: •

Er is dringend nood aan een actuele en onderbouwde analyse van de uitdagingen per waterlichaam waarbij aangegeven wordt voor welke stoffen de normen niet gehaald worden. Vervolgens moeten de verschillende vervuilingsbronnen en hun relatieve

22 VOKA PAPER JUNI 2019

bijdrage in kaart gebracht worden. Hierbij mag niet enkel gefocust worden op huishoudens, industrie en landbouw maar moeten alle vervuilingsbronnen (zoals grensoverschrijdende vrachten, waterbodem, transport, bodemerosie, verontreiniging uit de lucht) in kaart gebracht worden. Essentieel is dat deze data en gegevens op een eenvoudige manier gecommuniceerd worden naar alle doelgroepen toe. Bij het bepalen van het reductiedoel per doelgroep moet er op een correcte manier rekening gehouden worden met de inspanningen die in het verleden geleverd werden. Doelen vastleggen op basis van het huidige relatieve aandeel van de desbetreffende doelgroep doet dit onvoldoende. Er moet eerst nagegaan worden waar de goedkoopste en meest kosteneffectieve maatregelen genomen kunnen worden. Voor Voka betekent kosteneffectiviteit dat alle maatregelen getoetst worden aan het BBT-principe. Pas wanneer deze oefening is gebeurd, kan er zinvol per waterlichaam voor iedereen een doel worden vastgelegd. Bovendien is het voor de prioritering van maatregelen belangrijk dat de focus in eerste instantie uitgaat naar die bronnen die een relevante bijdrage leveren aan de vervuiling in een waterloop. Indien echter blijkt dat een bedrijf of meerdere bedrijven de hoofdoorzaak zijn van het overschrijden van de norm, moet geval per geval bekeken worden wat de mogelijkheden zijn. Hierbij zijn flankerende maatregelen en afstemming met het innovatiebeleid noodzakelijk.

2. Meer realistische doelstellingen aanvragen mag geen taboe zijn

Voor die maatregelen waarvoor het behalen van de goede toestand tegen 2027 onmogelijk is of waarbij de (bijkomende) financiering niet in verhouding staat tot de meerwaarde, meent Voka dat Vlaanderen een afwijking op de KRW (dus meer realistische doelen) moet aanvragen en voorbereiden (tenzij belangrijke wijzigingen aan-


VOKA.BE

gebracht worden aan de KRW). Ook het grote verschil in beoordelings- en rapporteringsmethoden tussen de Europese lidstaten moet Vlaanderen aankaarten. Lidstaten en regio’s, zoals Vlaanderen, die de oefening grondig uitvoeren riskeren benadeeld te worden omdat ze minder snel de doelen zullen bereiken dan lidstaten die de KRW minder streng interpreteren. Dit ondermijnt een Europees gelijk speelveld.

“De overheid wil met een gebiedsgerichte aanpak het rioolbeheer aansturen via concrete reductiedoelen.” 3. Boek efficiëntiewinsten in (afval) waterketen

Via een gebiedsgerichte aanpak wil de overheid ook het rioolbeheer aansturen via concrete reductiedoelen. Daarnaast wordt gepleit voor een tariefregulering van de saneringscomponenten van de waterfactuur (net zoals bij drinkwater). Uit berekeningen van de VMM blijkt dat via tariefregulering, het gerichter inzetten van subsidies, het aangaan van leningen en het implementeren van gebiedsgerichte reductiedoelen, de helft tot twee derden van de gemeenten voldoende financiering zouden hebben en de helft tot een derde van de gemeenten een tekort zouden hebben om de doelen te bereiken.

voorzieningen (elektriciteit, aardgas, riolering, kabeldistributie, warmte en drinkwatervoorziening) gebundeld in één nutsbedrijf. Anderzijds zou ook een verticale integratie van alle waterdiensten, zoals transport van afvalwater via riolering, het zuiveren van afvalwater en drinkwatervoorziening geïntegreerd kunnen worden. Aquafin stelt in zijn memorandum dat een verticale benadering van de afvalwaterketen zou leiden tot een kostenbesparing van 60 miljoen euro, waardoor een stijging van de waterfactuur vermeden zou worden. In het licht van de grote uitdagingen van de KRW versus het beperkte budget dat ertegenover staat, is het belangrijk dat dergelijke efficiëntiewinsten door horizontale of verticale integratie gerealiseerd worden. Vanuit het oogpunt van de gebruikers zijn volgende randvoorwaarden belangrijk, zowel bij de overgang naar een tariefregulering als bij het stroomlijnen van de organisatie van de waterketen: •

• • • •

Voka kan het principe van een tariefregulering ondersteunen. Dit betekent echter niet dat het maximaal gemeentelijk tarief losgelaten kan worden. Er moeten eerst garanties komen dat de middelen efficiënt en effectief aan het rioolbeheer gespendeerd worden door onder andere meer transparantie in de rapportering te creëren. Bovendien zal een tariefregulering van de saneringscomponenten complexer zijn dan die voor drinkwater. Zo worden de subsidies voor riolering jaarlijks vastgelegd maar is het in het kader van een tariefregulering belangrijk dat deze subsidies voor een langere periode gekend zijn. Daarnaast zijn er ook efficiëntiewinsten te boeken door meer afstemming tussen de verschillende spelers in de (afval)waterketen. Ook in onze buurlanden is de organisatie van de markt van waterdiensten zeer divers met duizenden actoren. De laatste decennia deed zich een sterkte consolidatie voor in de drink- en afvalwatersector. Ook in Vlaanderen gaan er stemmen in deze richting op en wordt enerzijds gepleit voor een horizontale integratie. Hierbij worden alle nuts-

Transparantie, zodat duidelijk is hoeveel middelen aan bepaalde activiteiten worden gespendeerd inclusief een actieve rapportering van de cruciale keuzes inzake waterbeheer, tarifering, ... ; Prikkels tot efficiëntieverbeteringen en opvolging van de beloofde efficiëntiewinsten; Benchmarkingsinstrumenten zodat de kostenefficiëntie voor de gebruikers gegarandeerd is; Een sterke waterregulator die over voldoende deskundigheid en neutraliteit beschikt; Voldoende betrokkenheid van lokale actoren en overheden; Vermijden van tariefschokken door tarieven voor een langere periode te bepalen (bv. zes jaar in overeenstemming met de beleids- en beheercyclus van gemeenten).

1 Vlaamse Milieumaatschappij (2018), Waterverontreiniging in Vlaanderen in 2017 2 Voor de landbouw beschikt de VMM niet over gegevens m.b.t. de parameter CZV. 3 EEA (2018). European waters - Assessment of status and pressures 2018; 4 Achtergronddocument bij de stroomgebiedbeheerplannen voor Schelde en Maas - Onderbouwing van afwijkingen op de milieudoelstellingen conform de kaderrichtlijn Water en het decreet Integraal Waterbeleid 5 De stroomgebiedbeheerplannen 2016-2021. Gezamenlijk advies SALV, SERV en Minaraad (2014). 6 De Nocker Leo en Broekx Steven (2017), doelgroepen analyse deel II – financiering waterbeheer (studie in opdracht van Vlaamse Milieumaatschappij) 7 De gewijzigde tariefstructuur drinkwater die sinds 1 januari 2016 van kracht is, is niet meegenomen. 8 PWC (2019), Internationale prijsvergelijking van leiding-, afval- en hemelwater voor de gebruikers in verschillende Europese landen

JUNI 2019 VOKA PAPER 23


WATER, ONS VLOEIBARE GOUD Naar een duurzaam waterbeleid in Vlaanderen


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.