Honderd jaar 14-18 !
De dood als anekdote
S
tille gronden, diepe stemmen. Op het nationale Franse militaire kerkhof in Machelen-aande-Leie staat de geest van Franse, Engelse, Chinese moed in stenen geëtst. Honderd jaar na het Bevrijdingsoffensief stuiven de oorlogsverhalen weer op.
!
'Natuurlijk wist ik waar soldaat Victorien Brunel ligt. Toen ik als kind in de lagere school tegenover dit kerkhof les volgde, keek ik zowat elke dag uit op zijn grafzerk. Maar de kleinzoon van Brunel was wel onder de indruk.' Hij lacht minzaam terwijl hij het zegt. Geert De Boever (51), mijn gids, is de voorzitter van het tweetalige Frans-Belgische Coördinatiecomité. Zwart baretje, ronde bril. Een weelderige snor, waarin enkele zwarte haren koppig tegen de grijze massa optornen.
!
De Boevers vervoering brengt ons negendertig jaar terug, maar Victorien Brunel sleurt er me honderd achteruit. Ik
!
sta op de Franse militaire begraafplaats in het Oost-Vlaamse Machelen-aan-deLeie, een dorp dat vooral bekend is door kunstschilder Roger Raveel en schrijver Gerard Reve.
!
Brunel ligt aan de meest zuidoostelijke kant van het kerkhof. Dat betekent dat hij een van de laatst gesneuvelde soldaten is. Over de zijne heen lees ik op een andere zerk: 'Désire Martineau. 9/2/1919. Ambulance.' Deze man was, in de hoedanigheid van zijn militaire functie, nog in Machelen aanwezig na het eind van de Groote Oorlog. 'Als wraak voor het Bevrijdingsoffensief van de geallieerden tussen 19 en 31 oktober 1918 hebben Duitse troepen op hun terugtocht her en der springtuig verborgen. Martineau deelt zijn lot met vele anderen’, zegt De Boever.
!
De dood tot anekdote herleid: het roept een vraag op, die Erwin Mortiers Godenslaap al bloedmooi stamelde: 'Kunnen we eigenlijk niet anders dan vroeg of laat met voetnoten overladen sprookjes vertellen?' Het blijft weergalmen over het kerkhof.
!
Honderd jaar waarom toch 1 De begraafplaats zelf is ook een verhaal. Over hoe er tussen 1919 en 1921 twee aparte lappen werden aangelegd en er
bijgevolg tweemaal werd ingezegend, bijvoorbeeld. Of over hoe het geheel eigendom is van de Franse staat, en het huis van de leerkrachte aan de overkant van de straat deels op dat grondgebied staat. Begin dan maar eens aan een verbouwing. Aan de noordwestelijke kant van het kerkhof staat een vrouw met drie kinderen, gebeiteld door de Franse Mme de Bayser-Gratry. Het gezicht van de vrouw is gepokt, maar de stenen woorden aan haar voeten moraliseren nog duidelijk: 'Elle leur apprend qu’ils sont morts pour nous.'
!
De deelgemeente leeft die leer na. Elke eerste zondag van september, vlak na de Guldefeesten, houdt Machelen een herdenkingsplechtigheid voor de naar schatting dertienhonderd Franse soldaten die hun leven gaven voor de vrijheid van de Belgen. Oudstrijders zijn er niet meer, maar een gezant van de koning, een Franse delegatie en een fanfare om hun nagedachtenis te eerbiedigen, wekken nog steeds ontzag op. Dat vinden alvast de kinderen van basisschool Leiebloem die er vorig jaar bij waren. 'De afgevaardigde van de koning had een zwaard hangen’, zegt een blonde, guitige jongen van het vijfde leerjaar.
De kleinzoon van Victorien Brunel was een van de eersten die zijn grootvader in Machelen kwam opzoeken.
Vanuit een hoekje in de refter klinkt een meisjesstem: 'Mijn oma is gestorven in augustus, en zij heeft nog de Eerste Wereldoorlog meegemaakt, en ik moet altijd aan haar denken als ik die graven zie.'
!
De Boever herinnert zich de ontroering van de kleinzoon van Oscar Lemozy toen een leerling het graf van diens grootvader tooide. 'Die kleinzoon, ondertussen ook al een zeventiger, was daar van aangedaan, hoor. We hebben hem een opname van de plechtigheid meegegeven en die bekijkt hij elk jaar opnieuw. Een paar dagen voor de plechtigheid had hij het graf al met mij bezocht. Hij had tubetjes aarde mee uit de tuinen van hem en zijn zus. Die man heeft daarbij tranen met tuiten geweend.' De jaarlijkse ceremonie ontlokt echter ook uitspattingen van een heel andere aard. Hoewel het al meer dan tien jaar
opgelost: de zaak werd opgeschort. En: sinds dat incident wordt de plechtigheid zowel in het Frans als in het Nederlands verzorgd.'
!
Als voorzitter van het Comité FrancoBelge zit De Boever in een moeilijk spagaat tussen een culturele oorlog die al veel eerder en nog veel langer woedde dan die andere, “echte” strijd, en een grenzeloos respect gestold uit gedeeld leed. Enerzijds werden Belgische oudstrijders nooit uitgenodigd voor de ceremonie. Anderzijds zingen ze in Halluin, de Franse gemeente waar Zulte-Machelen mee verbroedert, op hún plechtigheid de Brabançonne vóór de Marseillaise. In dat dorp (dat Dubois stellig Halewijn noemt) sneuvelde geen enkele Vlaming.
!
documentatiecentrum van In Flanders Fields, die de zaak verder onderzoekt en vrijgeeft.
!
Cormack was een Britse RAF-piloot die op 27 oktober 1918 strijdend om het leven kwam. Net als zijn broer Reginald Ormiston, die twee jaar eerder ook gestorven was en wiens lichaam nog steeds niet gevonden is. Op 5 december 2013, vijfennegentig jaar na zijn dood, wordt Cormacks Franse gedenkkruis vervangen door een Britse grafsteen en wordt een Commonwealth-plaatje aan de ingang van het kerkhof getimmerd. De Boever verlegt de poppieskrans die verkeerdelijk bij Cormacks Franse buur beland is. 'Die “onderzoeker”, hé, dat was een tuinman. Het toeval wil dat hij ook het groen van In Flanders Fields verzorgt.'
Het Franse kruis van Second Lieutenant Cormack werd vervangen door een Britse gedenksteen.
geleden gebeurde, is nog niemand vergeten hoe Eric Dubois – nu N-VA, toen Volksunie – na de plechtigheid de gezant van de koning bruuskeerde omdat burgemeester Georges Peirs zijn toespraak uitsluitend in het Frans gaf. 'Ondanks het feit dat ik me daarvoor uitgebreid verontschuldigd had, sleepten Gentse franskiljons me voor de rechter’, zegt Dubois (68). Een ironietje terzijde: Dubois’ Franstalige aanklager heette De Koninck. In een brief klaagde Dubois de situatie aan bij koning Boudewijn. Of hij ook de koning van de Vlaamsgezinden was, schreef hij. 'Die heeft dat vlug
!
’Memorial not found’ Ik sta nog steeds te rillen in de wind die langs de Franse gedenkstenen heen fluistert. Er is één kruis dat de wind niet kan beroeren, omdat het zich op haar zij, links van de calvarie, achter een struik verschuilt. Een geheim, dat nog maar pas van haar eigenaar losgewrikt is. Tot begin december stond Second Lieutenant Philip Frederick Cormack in a rc h i e v e n , n a m e n l i j s t e n e n e e n gedenkplaat in Arras opgegeven als vermist. Minstens één toonaangevende website geeft nog steeds een 404. In 2009 ontdekt een onderzoeker dat er in Machelen een 'aviateur' met de naam P. F. Cormack rust. Hij doet aangifte bij het
Voor we afscheid nemen, wil De Boever me nog iets tonen. Op een steenworp van het kerkhof vormen ' ’t Standbeeld en den boom' het middelpunt van een verkeersrotonde. Achter de rug van het beeld loopt het asfalt van het nieuwe economische centrum van Machelen over in de gevaarlijk gladde Chinese blauwsteen van de oude dorpskern. De arduinen man houdt de handen achter zich. 'Hij is nog steeds gebonden door de bezetter. Zijn torso is half vergroeid met de sokkel, maar toch reikt hij hardnekkig naar het land van de bevrijder in het zuiden.' Later lees ik dat “het volk” de figuur Wilson
noemde, en dat de geboeide handen ook iets heel anders kunnen betekenen.2
!
Mijn tocht door Machelen voert me verder terug in de tijd. Even voorbij het standbeeld stoot ik op een bouwvallig kloostergebouw, dat Duitsers vóór het Bevrijdingsoffensief als Kriegslazarett gebruikten. Tussen het klooster en een
'In Duitsland zeiden ze dan graag dat Wilhelm aan het front was geweest. De Machelenaars lachten daar natuurlijk mee: in werkelijkheid lag dat front vijfendertig kilometer verderop, aan de Ijzer.' Op café werd al eens een spotlied gezongen over “keizer Pinhelm”. Jaspaert slaat het jaarboek open en oreert: 3
Nooit afgezien Ik vraag of de gifgasaanval op Brouwerij Ide, waarbij vierentwintig dorpelingen zouden zijn omgekomen, zo’n wraakactie was. Volgens De Boever zat zijn grootmoeder, Klara Voet, toen ook in die kelder. De Franse artsen gaven haar op als
De linkeroever van de Oude Leie in Machelen. Aan de andere kant ontplofte de obus die Agnes doodde.
tweede gebouw van basisschool Leiebloem ligt een gehavend perceel. Het oude schoolgebouw is net volledig verbouwd, weet directeur Rudy Haerens (53). Het is koud maar droog wanneer ik aanbel bij mijn volgende contactpersoon, die vlakbij de school woont.
!
‘k Wensch de keizer van Duitschland Een ongelukkig leven Grote pijn in ieder tand Een abces of zeven
!
‘k wensch hem ook het fleuriszijn Op zijn armen en beenen ’t reumaties mag er ook bij zijn In zijn voeten en teenen.
!
De oorlog naar de letter Johan Jaspaert (69) is de voorzitter van de Heemkundige Kring van Zulte. In december stelde die het vierentwintigste jaarboek voor. Zulte bezet 1914 – 1918 is lijvig, luxueus en vooral rijkelijk gedocumenteerd. 'De meeste foto’s komen hieruit,' zegt Jaspaert, terwijl hij een gigantische map met postkaarten en beelden op tafel legt. Op een armoire pronkt Sophie de Schaepdrijvers De Groote Oorlog op zijn sokkel. De rest van het interieur voelt gezapig oud – stoffen vignetjes, en dergelijke. Klassieke muziek. 'Wist je dat keizer Wilhelm II hier tweemaal is geweest?'
! !
!
!
[...]
Dat was meteen ook het enige verzetje dat het volk zich kon permitteren. 'Vuisten ballen als een pistool tegen je slaap rust, is futiel’, weet ook Jaspaert. 'Hoewel vergeldingsacties frequenter voorkwamen in de Tweede Wereldoorlog, werd hier alles leeggeplunderd. Als Etappengebiet vlak achter het front was Machelen een plaats voor bevoorrading. Mensen die uit hun huis waren gezet, vonden na de vlucht van het Duitse leger zelfs geen halfvolle confituurpot meer.'
verloren, maar een Duitse dokter heeft haar wel verzorgd. Ze bleef leven. 'We hebben geen bewijzen voor die aanval. Er zal wel iets van aan zijn, want pastoor Achiel De Meester schreef er iets over in zijn logboek.'
!
We praten nog wel even door – over krijgsgevangenen, een man die ’s nachts de Leie overzwom om geallieerden te informeren, en een eenogige onderwijzer die in Franse legerkampen een broeikascomplex opzette, maar bij thuiskomst aan de Spaanse griep overleed. Eén vertelsel blijft me aanporren. Het tragischanekdotische lot van Agnes.
!
Het sneeuwt als ik de auto langs de weg parkeer. Het wegeltje naast de Oude Leie ligt verzonken in de natuurlijke begroeiing langs de ene kant en de drassige berm van een weide langs de andere. Na een aantal minuten wandelen begin ik te
twijfelen. Heb ik Jaspaerts instructies verkeerd opgevangen? Lag het daarnet verborgen onder die afgetapete plastic? Ik bel aan bij een – zo staat op de brievenbus – bestuurslid van de Gezinsbond, maar er is geen beweging achter het raam. In het terugkeren zie ik het dan toch, aan de andere oever: het kruisje van Agnes De Smet.
!
Agnes wist van aanpakken. Toen de landwerker bij boer Smet kwam klagen over de obus die obstinaat bleef opsteken tijdens het rooien van de patatten, besloot zijn vrouw de bom in de Leie te gooien. Hij belandde op de rand van de oever, met de kop naar beneden. Dat is het laatste dat Agnes moet hebben gezien.
!
Dikke sneeuwvlokken dwarrelen neer maar smelten voor ze het grauwe land met vergeten onschuld kunnen bedekken. In een geschiedenis die zo al wreed genoeg was, is Agnes een voetnoot uit de jaren tachtig. En tot op vandaag blijven de marginalia aandikken. Er is al veel heen en weer geschreven over deze grote oorlog. Dat hij nutteloos was. Dat hij niet nutteloos was. Dat hij niet nutteloos was omdat het stellen van het tegendeel de slachtoffers onrecht aandoet. Er is geschreeuwd dat Duitsland alle schuld treft, en er is betreurd dat alle grootmachten vuisten balden. Er zijn kleine meningen en grote individuen, en er zijn grote verhalen en kleine dorpen.
!
1 Adaptatie van Daniel Scholliers noot in het bezoekersregister van het Franse militaire kerkhof in Machelen (zie foto).
!
2 'De naam Wilson is geïnspireerd door de houding, tijdens de grote oorlog, van Woodrow Wilson, president van de Verenigde Staten. Aanvankelijk wou hij zich niet mengen in de oorlog en bleef (met de handen op de rug) toekijken tot hij uiteindelijk in 1917 door de omstandigheden gedwongen werd de zijde van de bondgenoten te kiezen.' Uit: Zulte bezet 1914 – 1918. Bijdragen tot de geschiedenis en folklore van Zulte: 284.
!
3 Uit: Zulte bezet 1914 – 1918. Bijdragen tot de geschiedenis en folklore van Zulte: 258.