Issuu on Google+

vereniging oud monnickendam jaarboek 2011

VOM2011-OMSLAG[def].indd 1

Vereniging Oud Monnickendam

j a a r b o e k

2 0 1 1

18-04-2011 10:27:59


Vereniging Oud Monnickendam

j a a r b o e k

VOM2011 [3]-192pp.indd 1

2 0 1 1

18-04-2011 10:32:42


bureau en brandweerkazerne. In verband met de Het voormalige museumgebouw (pand Noord1141 ja Monnickendam bouw nieuwe de einde 4)van dat het voorheen ookWaterlandsmuseum dienst deed als politieSpeeltoren, is het pand eind februari 2011met onder bureau en brandweerkazerne. In verband de Penningmeester de sloophamer bouw van het gekomen. nieuwe Waterlandsmuseum de Bertien van der Kolk Speeltoren, is het pand eind februari 2011 onder penningmeesterAoudmonnickendam.nl Vereniging Oud Monickendam de sloophamer gekomen. telefoon 0299 652580 Haringburgwal 8 Voorzitter Vereniging Oud Monickendam Jan Konijn

1141 at Monnickendam

Voorzitter Secretaris Jan Konijn Vincent Keesmaat

Koert Kraak

secretarisAoudmonnickendam.nl Secretaris telefoon 0299 655167 Vincent Keesmaat Wendelmoet Claesdochterlaan 15 secretarisAoudmonnickendam.nl

Vice-voorzitter

Bestuursleden Garrelt Bont, Ed Willms, Klaas Roos, Ton Meijer en Lise Schokking

1141 ja Monnickendam telefoon 0299 655167 Wendelmoet Claesdochterlaan 15 Penningmeester 1141 ja Monnickendam Bertien van der Kolk

Website

penningmeesterAoudmonnickendam.nl Penningmeester telefoon 0299 Bertien van der652580 Kolk Haringburgwal 8 penningmeesterAoudmonnickendam.nl

Bank

1141 at Monnickendam telefoon 0299 652580 Haringburgwal 8 Vice-voorzitter 1141 at Monnickendam Koert Kraak

www.oudmonnickendam.nl

Rabobank rekeningnummer 342810901

Colofon 2

Vice-voorzitter Bestuursleden Koert Kraak Garrelt Bont, Ed Willms, Klaas Roos, Ton Meijer en Lise Schokking Bestuursleden Garrelt Bont, Ed Willms, Klaas Roos, Website Omslagfoto Ton Meijer en Lise Schokking www.oudmonnickendam.nl Het voormalige museumgebouw (pand

© 2011 Vereniging Oud Monnickendam

Noordeinde 4) dat voorheen ook dienst Website Bank deed als politiebureau. In verband met de www.oudmonnickendam.nl

Redactie

Rabobank rekeningnummer 342810901 bouw van het nieuwe Waterlandsmuseum

Vereniging Oud Monnickendam was dit

de Speeltoren, is het pand eind februari Bank 2011 onder rekeningnummer de sloophamer gekomen. Uit Rabobank 342810901

jaar in handen van Vincent Keesmaat en

De redactie van het Jaarboek van de

Lise Schokking.

2 collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ‘Rijksdienst voor het Cultureel

Grafische vormgeving

Erfgoed – Amersfoort’. 2

Rolf Hermsen, www.gitsamsterdam.nl Productie Drukkerij Ten Brink, Meppel

VOM2011 [3]-192pp.indd 2

18-04-2011 10:32:43


Inhoud Inhoud Voorwoord Jaarverslag Voorwoord Vereniging Oud Monnickendam 2010 Verslag van Vereniging de penningmeester over het jaar 2010 Jaarverslag Oud Monnickendam 2010 Verslag ledenvergadering juni 2010 Verslag algemene van de penningmeester over 9het jaar 2010 Jaarverslag Stadsgidsen 2010 Verslag algemene ledenvergadering 9 juni 2010 Stichting Museum de Speeltoren Jaarverslag Jaarverslag Stadsgidsen 2010 Commissie Stads- en Gemeente Waterland 2010 Stichting Museum deDorpsbeheer Speeltoren Jaarverslag Stichting IJsschuiten Gouwzee 2010 – Jaarverslag Commissie Stads- en Dorpsbeheer Gemeente Waterland 2010 Winterverslag 2009–2010 Stichting IJsschuiten Gouwzee 2010 – Jaarverslag Overzicht besturen Winterverslag 2009–2010

4 6 4 14 6 19 14 24 19 30 24 37 30 43 37 49 43 55 49

Overzicht besturen Sijmen Lambertsz Mau (1558–1615)

55 56

Jaap Haag

Sijmen Lambertsz Mau (1558–1615) Monnickendam een veilige stad? (2) Jaap Haag Wachtmeesters, nachtwakers en portiers tijdens de Franse tijd (1795–1813) Monnickendam een veilige stad? (2) Ds. C.A.E. Groot Wachtmeesters, nachtwakers en portiers tijdens de Franse tijd (1795–1813) Rondleiding tijdens de reünie van de Vereniging Oud Monnickendam Ds. C.A.E. Groot op 26 juni 2010 Rondleiding tijdens de reünie van de Vereniging Oud Monnickendam Pieternel Rol op 26 juni 2010 ‘Kaneelbuurt’ Pieternel Rol Siem Koerse

‘Kaneelbuurt’ Verhalen van Piet Jongert sr. 1909–2001 Siem Koerse Piet Jongert

Verhalen van Piet Jongert sr. 1909–2001 Zondag 10-10-10 Piet Jongert Siem Koerse

Zondag 10-10-10 Waarom Napoleon Monnickendam in 1811 ‘rechts’ liet liggen Siem Koerse (en daardoor het orgelspel miste!?) Waarom Napoleon Monnickendam in 1811 ‘rechts’ liet liggen Ds. C.A.E. Groot (en daardoor het orgelspel miste!?) Het ‘Bossie’ Ds. C.A.E. Groot Siem Koerse

Het ‘Bossie’ Cor Tol, het verhaal van een Monnickendammer Siem Koerse

(23 december 1896–10 december 1953) Cor Tol, het verhaal van een Monnickendammer Peter Tol (23 december 1896–10 december 1953) Wanneer Peter Tolwerden de vier stadspoorten van Monnickendam afgebroken? Ds. C.A.E. Groot

56 90 90 113 113 116 116 123 123 153 153 154 154 171 171 172 172 186

Wanneer werden de vier stadspoorten van Monnickendam afgebroken? 186 Colofon 194 Ds. C.A.E. Groot Colofon

VOM2011 [3]-192pp.indd 3

194

18-04-2011 10:32:44


Voorwoord

Voor onze vereniging was 2010 een bijzonder jaar waarin wij op veel terreinen actief zijn geweest. Ook de aan ons gelieerde stichtingen en werkgroepen, zoals de stadsgidsen, de IJsschuiten Gouwzee en het Museum de Speeltoren, hebben in 2010 veel activiteiten ontplooid. Zoals u gewend bent, presenteren wij u in het jaarboek een overzicht van deze activiteiten en leggen wij daar verantwoording over af. En met gepaste trots, mag ik u zeggen! Ook dit jaar heeft een groot aantal schrijvers en onderzoekers weer zijn uiterste best gedaan om aan u een aantal interessante artikelen en verhalen te kunnen presenteren, en daarvoor zijn we hen, als altijd, erg dankbaar. Het is bijzonder dat de groep van vaste schrijvers zich uitbreidt en dat nieuwe schrijvers zeer enthousiast en gedreven interessante artikelen hebben aangeleverd. Wij hopen nog vele jaren een beroep op ze te kunnen doen. Veel zaken, waarmee wij als historische vereniging het afgelopen jaar druk bezig zijn geweest, zullen ook in 2011 hoge prioriteit en aandacht krijgen. Belangrijk voor 2011 is de nieuwbouw van het museum. De vergunningen zijn ontvangen en de subsidies van gemeente en provincie zijn toegezegd. Beide waren uitermate belangrijk en gaven ons het groene licht om met het project verder te gaan. Onze zorgen gaan momenteel vooral uit naar de ontwikkeling van het Bestemmingsplan Binnenstad Monnickendam met daaraan verbonden het verkeerscirculatie/parkeerbeleid en de ondernemersactiviteiten in de binnenstad. Hoe zal de politiek daarmee omgaan en worden de plannen niet wegbezuinigd? De politiek zal aan de inwoners en de ondernemers in Monnickendam een duidelijk signaal moeten afgeven en maatregelen moeten nemen op basis van een gemeenschappelijke visie en beleid. Er is voldoende know-how in Monnickendam aanwezig om daaraan richting te kunnen geven, waarbij de Gemeente Waterland hoge kosten aan ‘onderzoeken’ door bureaus kan vermijden.

4

VOM2011 [3]-192pp.indd 4

18-04-2011 10:32:45


voorwoord

Het tegengaan van verpaupering, het onderhoud van de straten, het schoonhouden van de binnenstad vinden wij essentieel voor de leefbaarheid van Monnickendam. De Monnickendammer moet in Monnickendam met plezier kunnen wonen, winkelen, recreëren en uitgaan. Als Vereniging Oud Monnickendam zullen wij ons blijven inzetten voor deze zaken en het historisch belang vertegenwoordigen. Wij hebben een project gestart waarbij in gesprekken met ‘oud’-Monnickendammers historische gegevens en verhalen worden vastgelegd, zodat deze niet verloren gaan voor ons nageslacht. Door enkele leden is de wens geuit om een ‘studiegroep’ op te zetten om onderzoek te doen op grond van historische feiten. De mogelijkheid en het draagvlak daarvoor zullen door het bestuur in kaart worden gebracht. De bundeling van kennis en gezamenlijk inzicht kan de historische waarde en de vastlegging daarvan alleen maar verbeteren en de continuïteit vergroten. Tenslotte wil ik alle medewerk(st)ers en vrijwilligers, die afgelopen jaar zo hard hebben gewerkt om al hetgene wat in 2010 heeft plaatsgevonden te kunnen realiseren, héél, héél hartelijk dankzeggen en wij rekenen erop dat wij nog vele jaren een beroep om hen kunnen doen. Wij hopen dat u dit jaarboek met veel plezier en genoegen zult lezen. Met vriendelijke groet, Namens het bestuur van de Vereniging Oud Monnickendam, Jan Konijn, voorzitter Monnickendam, maart 2010

5

VOM2011 [3]-192pp.indd 5

18-04-2011 10:32:45


Jaarverslag Vereniging Oud Monnickendam 2010

Hieronder volgt naar onderwerp gerangschikt een verslag van de activiteiten van onze vereniging over het afgelopen verslagjaar. Project ‘mondelinge geschiedenis’ (‘oral history’) Een werkgroep, onder leiding van Koert Kraak, is gestart met het project ‘mondelinge geschiedenis’. De VOM probeert met dit project de geschiedenis, de verhalen en feiten die nog bij vele ouderen aanwezig zijn, vast te leggen door middel van interviews en video-opnames. De overige leden van de werkgroep zijn Margit Kniesmeijer, Erica Balvers en Elly Beintema. Het project wordt aan de hand van thema’s uitgevoerd, bijvoorbeeld de kerk, het onderwijs, de rokerijen, de WO II, de winter van 1962/63 etc. De opzet en werkwijze van het project is op papier gezet en door het Bestuur goedgekeurd. In eerste instantie worden personen geïnterviewd die volgens ons belangrijke onderdelen van de Monnickendamse geschiedenis kunnen ontsluiten. Alles wordt zowel met audio- als filmapparatuur vastgelegd en in blokken uitgevoerd. In het tweede interview wordt dieper op een aantal zaken ingegaan en vervolgens wordt de tekst integraal uitgeschreven. Het is de bedoeling dat daar weer en leesbaar verhaal van wordt gemaakt dat vervolgens kan worden gepubliceerd. Inmiddels zijn de eerste interviews gehouden en op papier gezet. Het project zal enkele jaren duren. Jubileumweek (25 juni – 4 juli 2010) In de aanloop tot de jubileumweek was er een jubileumcommissie geformeerd die de activiteiten ging organiseren. Deze groep van zes personen heeft ontzettend veel werk verricht om de jubileumweek tot een groot succes te maken. Een aantal hoogtepunten wil ik graag noemen: de veemarkt op het Noodeinde, de onthulling van de gevelsteen van Pieter Florisz. met medewerking van de Koninklijke Marinierskapel die ’s avonds een fantastische show gaf op een ponton in de haven, de optocht met versierde wagens gemaakt door de buurten, de straatbrunch etc. 6

VOM2011 [3]-192pp.indd 6

18-04-2011 10:32:45


jaarverslag vereniging oud monnickendam 2010

Enfin, te veel om op te noemen. Het weer was de hele week fantastisch en dat was mooi meegenomen. De binnenstad van Monnickendam was weer grotendeels autovrij en dat was voor menigeen een verademing. Financieel heeft de jubileumweek geen aanslag op onze begroting vertoond, de feestcommissie heeft alles met sponsoren kunnen financieren. Het bestuur van de VOM is heel erg trots op dit bereikte resultaat en dankt allen die zich voor dit spektakel hebben ingezet. Monnickendam en ook de vereniging zijn weer eens prominent op de kaart gezet. Het bestuur kijkt inmiddels uit naar de organisatie van de viering van 400 jaar Slag op de Zuiderzee. Reünie 60 jarig bestaan VOM Op zaterdag 26 juni organiseerde de VOM een reünie ter gelegenheid van ons 60jarig bestaan. Ongeveer 125 deelnemers meldden zich aan en het aantal bezoekers was plusminus 500 leden en niet-leden. In de Grote Kerk waren diverse activiteiten van Monnickendam te zien waaronder schilderijen van de kunstgroep, een film over de visrokerijen, de Stichting IJsschuiten, modeljachten van de firma Hakvoort, een presentatie hoe jachten worden gebouwd en een stand van de Stichting Museum de Speeltoren met een presentatie over de nieuwbouw. Voor de deelnemers was een uitstekende lunch verzorgd in het priesterkoor van de Grote Kerk. Veel belangstelling was er voor de boottochten door de wateren en grachten van Monnickendam. Uniek was het feit dat geen van de deelnemers ooit door de oude sluis was gevaren. Iedereen vond het een belevenis. (Zie ook pagina 113.) Gevelsteen Pieter Florisz Met veel ceremonie is de gevelsteen van deze vergeten Monnickendamse zeeheld door Herman van Elteren onthuld. Vooraf gingen een aantal toespraken van o.a. Jaap Haag die deze Pieter Florisz. aan de vergetelheid heeft ontrukt. En daarna was het aan de maker van de gevelsteen, die zeer vereerd was, om tot de onthulling over te gaan. Dit alles vond plaats met medewerking van onze Koninklijke Marine en muzikale begeleiding van de Marinierskapel. Na een drankje en hapje was de ceremonie afgelopen en is Monnickendam een zeeheld en een mooie gevelsteen rijker. Lezingen _ Voorjaarslezing In verband met de recente opgravingen bij het complex ‘De Hange’ en de bouw van ons nieuwe museum rond de Speeltoren, leek het ons goed om het archeo7

VOM2011 [3]-192pp.indd 7

18-04-2011 10:32:45


logisch onderzoekbureau ‘Hollandia’ te vragen een lezing te geven. Deze vond plaats op 13 april. De informatie was zeer interessant en leerzaam. Wellicht dat dit ertoe heeft bijgedragen dat er nu een archeologische werkgroep is ontstaan die zich actief gaat bezighouden met opgravingen en de studie daarnaar. _ Najaarslezing Op 27 oktober werd de najaarslezing verzorgd door de Stichting de Blauwe Tram. Met behulp van dia’s werd de geschiedenis van de blauwe tram, zowel over de stoom- als de elektrische periode gepresenteerd. Aangezien al veel (foto-) materiaal bij onze vereniging aanwezig is werd er weinig verteld wat nog niet bekend was. Het was meer een avond voor de echte liefhebbers. Wellicht kan de VOM in 2012 extra aandacht aan dit onderwerp besteden, daar het dan 50 jaar geleden is dat de tram hier voor het laatst reed. Excursies Op 24 april organiseerde de VOM een middag-excursie naar het gerestaureerde Paleis op de Dam. De belangstelling was groot; plusminus 90 personen meldden zich aan. Iedereen kent het Paleis op de Dam van de buitenkant maar wat er binnen te zien is, was voor velen onbekend. Met een kermis op de Dam, was het voor velen een gezellige middag De najaarsexcursie heeft plaatsgevonden op 18 september naar Schiedam, waar veel oude jeneverstokerijen zijn gevestigd. Ook kent Schiedam vele molens en de rondvaart was bijzonder leuk en interessant. De lunch viel menigeen tegen, maar de laatste jaren waren wij wel erg verwend. Het aantal deelnemers was 98 personen. Bestemmingsplan/VCP Het nieuwe bestemmingsplan moet voor 2013 rond zijn, anders kan de gemeente geen leges meer heffen. Binnen het bestuur is er een discussie ontstaan wat de VOM kan betekenen en waar in het traject wat gedaan moet worden. Omdat niemand precies weet hoe het traject / proces is vastgesteld, zijn er eerst vragen daarover gesteld aan de Gemeente Waterland. Inmiddels is er in de media en de politiek veel te doen geweest over bouwplannen pand Zuideinde 30. De VOM heeft de zaak goed gevolgd en wil echter niet reageren op individuele gevallen maar vasthouden aan het standpunt zoals verwoord in de brief van 13 september 2009 aan de gemeente Waterland, namelijk de noodzaak van een nieuw bestemmingsplan voor de oude binnenstad van Monnickendam. Wat de problemen betreft, deze zijn voornamelijk terug te brengen op onvoldoende of gebrekkige communicatie met de gemeente. Elke situatie is anders en 8

VOM2011 [3]-192pp.indd 8

18-04-2011 10:32:45


jaarverslag vereniging oud monnickendam 2010

er zijn geen pasklare oplossingen, waar wel te vaak van wordt uitgegaan. De CSDB moet dan veel veranderen en dat kost weer (te) veel tijd. Ook blijkt de gemeente niet te handhaven als er gebouwd wordt in afwijking van de bouwvergunning. De CSDB heeft vernomen dat dit komt omdat niet handhaven een politieke beslissing is geweest i.v.m. capaciteits­problemen. Zo krijgen brutalen ook in Waterland de halve wereld ! Een werkgroep is nu bezig met het inventariseren van de zaken die er spelen. Koert Kraak en Lodewijk Duijmaer van Twist hebben namens VOM in de CSDB zitting in deze werkgroep. Het opstellen van een nieuw bestemmingsplan bevindt zich momenteel in de voorbereidingsfase. Ton Meijer heeft inmiddels een gesprek gearrangeerd met de nieuwe wethouder Patrick Kools over het door ons opgestelde VCP; dit heeft plaatsgevonden op donderdag 23 september. Vertegenwoordigers van VOM (Jan Konijn en Ed Willms en Ton Meijer) hebben bij de nieuwe wethouder benadrukt dat er weinig of in het geheel geen voortgang wordt gemaakt inzake de open issues zoals de parkeerproblematiek, de verkeerscirculatie, de vuilcontainers en de verplaatsing van de gemeentewerf. Ook werd nogmaals benadrukt dat er veel kennis binnen de gemeente aanwezig is, die niets kost. Waarom wordt daar geen gebruik van gemaakt? De VOM wil daar graag aan meewerken. De wethouder was het daar in principe mee eens en komt terug met voorstellen. Volgens de wethouder zullen er op korte termijn geen onderzoeksbureaus meer worden ingeschakeld en de Schapenwei zal in ieder geval tot 2013 onaangeroerd blijven. Het idee voor het creëren van parkeerruimte aan de Nieuwpoortslaan zal volgens hem spoedig worden opgepakt. En hij gaf aan dat de gemeente blij is met de expertise en inzet van de VOM. Er zou een vervolg worden gegeven aan deze gesprekken maar helaas zijn tot op heden geen voorstellen en geen nieuwe afspraken ontvangen. Wij van de VOM blijven optimistisch en blijven aandringen op overleg. Er zal spoedig een vervolgafspraak worden gemaakt. Taakgroep Versterking binnenstad Monnickendam Ed Willms is onze vertegenwoordiger in de TVM (Taakgroep Versterking Monnickendam) en deze is drie keer in 2010 bijeen geweest. Besproken werd o.a. de beleidsnotitie van de gemeente ‘Toeristische informatievoorziening en promotie’. 9

VOM2011 [3]-192pp.indd 9

18-04-2011 10:32:45


Dit stuk is op donderdag 4 februari in de gemeenteraad aan de orde geweest en goedgekeurd. Overige zaken die bij de TVM aan de orde waren, zijn het voorontwerp bestemmingsplan winkelpanden Monnickendam, het beleid inzake (krot) bootjes in de binnenstad en het verwijderen van graffiti. Toeristisch Platform/koepelstichting promotie Waterland Bertien van der Kolk zit namens de VOM in het Toeristisch Platform. Deze groep bestaat uit 12 actieve personen onder wie Nard Jansen. Het pandje van ‘Lenior’ is door de AWM aangekocht en wordt ter beschikking gesteld aan activiteiten verbonden aan het Toeristisch Platform/koepelorganisatie promotie Waterland. In dit gebouwtje wordt binnenkort voorlopig het Toeristisch Informatie Punt ondergebracht. Onder andere gaat het pand van ‘Lenior’ook door onze stadsgidsen gebruikt worden en wellicht door de VOM. Intussen is er een betaalde medewerkster aangetrokken (0,6 FTE) om het TIP inhoud te geven. Op termijn verhuist deze toeristische service naar het museum. Relatie tussen de VOM en haar ‘dochters’ De organisatie en de onderlinge relatie tussen stichtingen en werkgroepen zijn in kaart gebracht. De bedoeling is om meer inzicht te krijgen in hoe de verantwoordelijkheden onderling liggen. Ook moet duidelijk zijn wie nu wat bezit en wat door wie verzekerd moet worden. Het concept wordt in 2011 verder besproken en ingevoerd. ledenvergadering

s

vereniging oud monnickendam stg ijsschuiten stg museum gouwzee

s

s

s

stg beheer

s

stadsgidsen

s

vrienden museum

Ontwikkelingen nieuwbouw museum Het jaar 2010 was cruciaal voor de plannen en haalbaarheid voor de nieuwbouw van ons nieuwe museum. Uiteindelijk is het gelukt om op tijd de bouwvergunning te krijgen en de nodige subsidie om met de bouw te starten in begin 2011. Verdere informatie kunt u lezen in het verslag van Museum de Speeltoren. Ik wil wel het bestuur van ons museum feliciteren en het VOM zal hen verder steunen in de realisatie van de nieuwbouw en de inrichting. 10

VOM2011 [3]-192pp.indd 10

18-04-2011 10:32:46


jaarverslag vereniging oud monnickendam 2010

Verzoeken Siem Koerse Het bestuur heeft het voorstel van Siem Koerse besproken inzake het schelpenpad op het schapenweitje. Het VOM-bestuur ziet de meerwaarde van dit plan (schelpenpad op schapenwei met bruggetje) niet direct in. Bovendien ziet de VOM dit niet als haar verantwoordelijkheid en ziet zij ook geen mogelijkheden om dit snel te realiseren. Het bestuur heeft Siem geadviseerd om hierover contact op te nemen met de gemeente. Het tweede verzoek (bordje informatie bij Grote Kerk) is inmiddels uitgevoerd. Nieuw boekje over Monnickendamse straatnamen Het bestuur heeft besloten om het boekje ‘een straatje OM’ te gaan heruitgeven. Hiervoor is toestemming gevraagd aan en verkregen van de schrijver ervan, Paul van ’t Hoff. De uitgave van het nieuwe boekje zal een geheel nieuwe vorm krijgen. Het is de bedoeling de coördinatie en uitvoering in handen te leggen van de stadsgidsen, zodat er een breed draagvlak ontstaat. Inmiddels is met een aantal stadsgidsen gesproken en die waren enthousiast voor dit idee. Men is zich er echter wel van bewust dat er erg veel werk en tijd in kan gaan zitten en daar ziet men tegenop. Het bestuur is van mening dat het boekje uiterlijk over anderhalf jaar gereed moet zijn. Afgesproken wordt dat het voorlopig een ‘low-profile’-project is en kan worden opgestart midden 2011. Opzetten archeologische werkgroep Marco Feenstra en Arjan Ouwehand zijn door het bestuur uitgenodigd om Marco’s voorstel om een archeologische werkgroep op te richten, nader te komen toelichten. In het verleden zijn er zes à zeven opgravingen geweest ( o.a. bij de vesting en het rondeel) maar dit waren éénmans-acties (van o.a. dhr. Martis en dhr. Ouwehand) . Een archeologische werkgroep onder de vleugels van de VOM is er nooit eerder geweest maar zeker noodzakelijk. Marco en Arjan hebben hun ideeën over organisatie, doelstellingen, jaarlijkse begroting etc. op papier gezet. Het is de bedoeling dat in februari 2011 de ideeën verder worden besproken en de oprichting van een archeologische groep wordt geconcretiseerd. Marco gaat er vanuit dat er naast de officiële en tegenwoordig wettelijk vastgestelde opgravingen ruimte is voor activiteiten van amateurarcheologen. In ‘verstoorde grond’ mag tot op een halve meter diepte gezocht worden. Erkende archeologieonderzoekbureaus (zoals Hollandia) kunnen ook gebruik maken van de diensten van amateurarcheologen. Nu de plannen voor de nieuwbouw van het museum doorgaan, kunnen er interessante opgravingen worden gedaan 11

VOM2011 [3]-192pp.indd 11

18-04-2011 10:32:46


in de grond bij de Speeltoren. De wens bestaat om samen te werken met iemand of een historische (studie)groep die veel informatie heeft over de historie van Monnickendam om één en ander in ( historisch) perspectief te kunnen plaatsen. Uitgangspunt is dat de werkgroep gelieerd zal zijn aan het bestuur van de VOM en dat de werkgroep zowel inhoudelijk als financieel verantwoording zal moeten afleggen aan de ledenvergadering zoals geldt voor alle ‘dochters’ van de VOM. Aankoop boek Besloten is 150 exemplaren van het van boek Addy van Overbeeke ‘Monnickendam in Waterland’ te bestellen voor de prijs van H 5,21 per boek bij uitgeverij Matrijs. Overleg met oudheidkundige zusterverenigingen In september is er weer overleg geweest met de oudheidkundige verenigingen in de regio. Dit soort bijeenkomsten is altijd zeer nuttig en veel informatie wordt onderling uitgewisseld. Het was goed om te horen dat de andere verenigingen hetzelfde denken over de open Monumentendag als de VOM. In gemeente-overstijgende projecten zou er kunnen worden samengewerkt (‘Zesstedenvaart’). Een aantal tips zijn: Zet schoolfoto’s op de website (dat vinden mensen erg leuk); Loof een prijs uit die op de jaarvergadering kan worden uitgereikt. In dit verband heeft het bestuur besloten het idee voor een jaarlijkse prijs te ondersteunen. Men zou graag op de website van Oud Monnickendam iets willen vinden over visverwerking. Bij de volgende bijeenkomst wil men de vergadering vooraf laten gaan door een wandeling. Regionale bijeenkomst historische verenigingen over website op 5 oktober Deze bijeenkomst was belegd door Cultureel Erfgoed Noord-Holland en het Waterlands archief. Mevrouw Sarah Heijse van de provincie was aanwezig om te vertellen over het project ‘oneindig Noord-Holland’. Een zeer ambitieus digitaliseringsproject. Zie voor meer informatie: www.oneindignoordholland.nl/inwording. Vincent heeft op verzoek van Jan Sparreboom de website van Oud Monnickendam laten zien en verteld over het ontstaan ervan. Het bleek dat veel van de historische verenigingen in de regio (nog) niet beschikken over een goede website. Een belangrijke conclusie op deze avond was dat je als historische vereniging je collectie het best voor de eeuwigheid kunt bewaren door het goed gedocumenteerd online te zetten. De website is in 2010 wederom uitgebreid met informatie en afbeeldingen (op de beeldbank). Dit proces gaat zich in 2011 gestaag voortzetten. 12

VOM2011 [3]-192pp.indd 12

18-04-2011 10:32:46


jaarverslag vereniging oud monnickendam 2010

Prijs ‘de Monnik’ In navolging van andere historische verenigingen wil het bestuur een prijs in het leven roepen voor het VOM-lid dat zich in een jaar het meest verdienstelijk heeft gemaakt. De criteria hiervoor moeten worden opgesteld en zullen verder worden ontwikkeld in 2011. Gedacht wordt aan een prijs in de vorm van een beeldje met de naam ‘de monnik’. Deze zou door Herman van Elteren kunnen worden ontworpen. Historische informatie straatnamen Er is een voorstel aan het bestuur gedaan om het straatnaambord van de Zaksteeg te voorzien van historische informatie. Het bestuur vindt dit een uitstekend idee en stelt voor dit idee verder in 2011 te ontwikkelen. Jan Konijn, voorzitter Monnickendam, februari 2011

13

VOM2011 [3]-192pp.indd 13

18-04-2011 10:32:46


Verslag van de penningmeester over het jaar 2010

Rekening van baten en lasten over 2010 2009 H Baten Contributies Opbrengst Stadsgidsen (netto) Ledenactiviteiten (2009), bijdrage gevelsteen (2010) Giften Opbrengst loterij Saldo jubileumweek Interest Winst op verkopen Diversen Totaal baten

begroting 2010 H

2010 H

15.018,50 3.008,23

14.000,00 3.000,00

15.011,48 775,80

579,66 109,08

1.000,00 0,00 0,00 0,00 500,00 1.000,00 1.000,00 19.500,00

0,00 546,20 3.000,00 1.310,04 1.394,45 963,21 0,00 23.001,18

0,00

247,01

4.500,00 5.500,00 750,00 5.000,00 3.177,00 3.000,00 0,00 100,00 0,00 750,00 0,00 22.777,00

2.724,33 5.356,91 707,43

2.393,78 2.544,43 1.715,50 25.369,18

Lasten Bankkosten 524,42 Bureaukosten (porti, kopieĂŤn, kantoorartikelen) 2.533,97 Drukkosten jaarboek 4.254,67 Assurantie 751,69 Jubileum (garantie/gevelsteen) Donatie Stg Museum de Speeltoren 3.177,00 Toevoeging Fonds Stadsgidsen 3.008,23 Toevoeging Nieuwbouw Museum 0,00 Lidmaatschappen andere ver. en KvK 113,12 Website 44,27 Ledenactiviteiten 0,00 Representatie, lief en leed 240,90 Totaal lasten 14.648,27

3.177,00 775,80 4.310,04 110,14 47,95 757,58 248,60 18.462,79

14

14

VOM2011 [3]-192pp.indd 14

18-04-2011 10:32:47


verslag van de penningmeester over het jaar 2009 verslag van de penningmeester over het jaar 2009 v e r s lvae gr svl a n vdaen pdeen pneinnngi m e se t o voev re rhhe et t j jaaaarr 2 ag n ge m e se tre r 2 00 10 09

2009 2009 2009 De baten bedroegen De baten bedroegen De lasten bedroegen baten bedroegen De lasten bedroegen Voordelig saldo De lasten bedroegen Voordelig saldo Voordelig saldo

_ _ _ _ _ _

_ _ _ _ _ _ _ _ _

H H H 25.369,18 25.369,18 14.648,27 25.369,18 14.648,27 10.720,91 14.648,27 10.720,91 10.720,91

begroting begroting 2010 begroting 2010 H 2010 H H 19.500,00 19.500,00 22.777,00 19.500,00 22.777,00 -22.777,00 3.277,00 - 3.277,00 - 3.277,00

2010 2010 2010 H H H 23.001,18 23.001,18 18.462,79 23.001,18 18.462,79 4.538,39 18.462,79 4.538,39 4.538,39

Toelichting resultatenrekening Toelichting resultatenrekening Toelichting resultatenrekening Ledenactiviteiten Ledenactiviteiten Ledenactiviteiten Conform nieuw beleid hoeven ledenactiviteiten geen opbrengst meer te Conform nieuw beleid hoeven ledenactiviteiten geen opbrengst meer te Conform nieuw beleid zij hoeven ledenactiviteiten geen opbrengst meer te genereren, maar mogen geld kosten. genereren, maar mogen zij geld kosten. Saldo jubileumweek genereren, maar mogen zij geld kosten. Saldo jubileumweek De Ver. Oud Monnickendam had zich garant gesteld voor een tekort van max. Saldo jubileumweek De Ver. Oud Monnickendam had zich garant gesteld voor een tekort van max. H Gelukkig is de garantie nodig De5000. Ver. Oud Monnickendam hadniet zich garant gesteldHet voor een tekort vanismax. geweest. positieve saldo met H 5000. Gelukkig is de garantie niet nodig geweest. Het positieve saldo is met H 5000. Gelukkig is deniet-begrote garantie nietinkomsten nodig geweest. name ontstaan door van catering tijdens de eveneHet positieve saldo is met name ontstaan door niet-begrote inkomsten van catering tijdens de evenementen. name ontstaan door niet-begrote inkomsten van catering tijdens de evenementen. Interest menten. Interest De inkomsten zijn hoger omdat de lening van H 59.000 nog niet is verstrekt Interest De inkomsten zijn hoger omdat de lening van H 59.000 nog niet is verstrekt aan Museum dezijn Speeltoren. De inkomsten hoger omdat de lening van H 59.000 nog niet is verstrekt aan Museum de Speeltoren. Winst op verkopen aan Museum de Speeltoren. Winst op verkopen De winst is lager dan in 2009 omdat er ook diverse aankopen zijn verricht als Winst op verkopen De winst is lager dan in 2009 omdat er ook diverse aankopen zijn verricht als voorraad. De winst is lager dan in 2009 omdat er ook diverse aankopen zijn verricht als voorraad. Toevoeging voorraad. fonds nieuwbouw Museum Toevoeging fonds nieuwbouw Museum Conform wordt een eventueel surplus van de jubileumweek aan het Toevoegingafspraak fonds nieuwbouw Museum Conform afspraak wordt een eventueel surplus van de jubileumweek aan het museum geschonken. Ook deeventueel opbrengst Conform afspraak wordt een surplus de jubileumweek aan het van devan loterij is voor het museum. museum geschonken. Ook de opbrengst van de loterij is voor het museum. museum geschonken. Ook de opbrengst van de loterij is voor het museum.

Balans per 31 december 2010 Balans per 31 december 2010 Balans per 31 december 2010 Voorraden Voorraden Vorderingen Voorraden Vorderingen Banksaldo Stadsgidsen Vorderingen Banksaldo Stadsgidsen Kas en Bank Banksaldo Stadsgidsen Kas en Bank Kas en Bank Vermogen Vermogen Resultaat 2009/2010 Vermogen Resultaat 2009/2010 Resultaat 2009/2010

VOM2011 [3]-192pp.indd 15

31-12-2009 31-12-2009 H 31-12-2009 H 1,00 H 1,00 2.212,06 1,00 2.212,06 16.886,67 2.212,06 16.886,67 110.340,46 16.886,67 110.340,46 129.440,19 110.340,46 129.440,19 129.440,19 70.969,30 70.969,30 10.720,91 70.969,30 10.720,91 10.720,91

31-12-2010 31-12-2010 H 31-12-2010 H 1,00 H 1,00 1.907,23 1,00 1.907,23 17.662,47 1.907,23 17.662,47 117.863,50 17.662,47 117.863,50 137.434,20 117.863,50 137.434,20 137.434,20 22.690,21 22.690,21 4.538,39 22.690,21 4.538,39 4.538,39› › › 15 15 15 15

18-04-2011 10:32:49


31-12-2009 H Te verstrekken lening aan Museum de Speeltoren 0,00 Fonds aankopen Museum de Speeltoren 20.737,30 Fonds nieuwbouw Museum de Speeltoren 1.465,52 Fonds Stadsgidsen 16.886,67 Fonds Jubileum 2010 5.680,09 Schulden 2.980,40 129.440,19

›

31-12-2010 H 59.000,00 21.091,29 9.460,83 17.662,47 0,00 2.991,01 137.434,20

Toelichting op de balans per 31 december 2010 Vorderingen: Interest Vooruitbetaalde assurantie premie Diversen

2.012,06 200,00 0,00 2.212,06

1.907,23 0,00 0,00 1.907,23

56,22 591,49 8.096,71 101.596,04 110.340,46

27,50 1.314,72 5.313,18 111.208,10 117.863,50

Vermogen Per 1 januari 2009/2010 bedroeg dit fonds Af: lening Museum de Speeltoren Bijgeboekt het voordelig/nadelig saldo Het vermogen per 31 december 2009/2010

70.969,30 0,00 10.720,91 81.690,21

81.690,21 - 59.000,00 4.538,39 27.228,60

Fonds aankopen Museum de Speeltoren Per 1 januari 2009/2010 bedroeg dit fonds Aanschaffingen Bijgeboekt aan rente Het fondsvermogen per 31 december 2009/2010

20.037,85 0,00 699,45 20.737,30

20.737,30 0,00 353,99 21.091,29

Kas en bank: Kas Postbank Rabobank Rabobank rendementrekening

16

16

VOM2011 [3]-192pp.indd 16

18-04-2011 10:32:50


v e r s lvae gr svl a n vdaen pdeen pneinnngi m e se t o voev re rhhe et t j jaaaarr 2 ag n ge m e se tre r 2 00 10 09

Fonds nieuwbouw Museum de Speeltoren Per 1 januari 2009/2010 bedroeg dit fonds Museum t.b.v. carillon zichtbaar maken af Kosten gemaakt voor het oprichten museum bij overschot jubileumweek 2010 bij opbrengst loterij Bijgeboekt aan giften e.d. Bijgeboekt aan rente Het fondsvermogen per 31 december 2009/2010

31-12-2009 H

31-12-2010 H

11.015,26 - 10.000,00 - 549,74 0,00 1.000,00 0,00 1.465,52

1.465,52 - 1.465,52 0,00 1.310,04 3.000,00 4.992,00 158,79 9.460,83

34,00 22,00 2.924,40 2.980,40

75,00 0,00 2.916,01 2.991,01

Schulden Vooruitbetaalde contributies Excursies, incl. vooruitontvangen bijdragen Stichting Museum de Speeltoren

Stadsgidsen Het financieel jaarverslag is apart opgenomen bij het jaarverslag van de Stadsgidsen.

Begroting 2011 Rekening van baten en lasten 2010 H Baten Contributies Netto opbrengst Stadsgidsen Bijdrage Stadsgidsen aan gevelsteen Interest Winst op verkopen Totaal baten

2011 H

14.000,00 3.000,00 1.000,00 500,00 1.000,00 19.500,00

14.500,00 5.000,00 0,00 500,00 1.500,00 21.500,00 ›

17

17

VOM2011 [3]-192pp.indd 17

18-04-2011 10:32:51


›

2010 H

2011 H

Lasten Algemene kosten, zoals drukwerk, porti, kosten ledenvergadering, lezingen enz. Drukwerk jaarboek ReĂźnie 60 jaar Vereniging Oud Monnickendam Gevelsteen Pieter Florisz. incl. onthulling Kosten werkgroepen Kosten vertegenwoordigingen Verzekering premies Kosten website Toevoeging aan fonds Stadsgidsen Ledenactiviteiten Bijdrage aan informatiekantoor (VVV) Bijdrage in exploitatie Museum de Speeltoren Totaal lasten

4.500,00 5.500,00 1.000,00 4.000,00 0,00 0,00 750,00 100,00 3.000,00 750,00 0,00 3.177,00 22.777,00

4.650,00 5.650,00 0,00 0,00 1.000,00 250,00 1.000,00 500,00 5.000,00 750,00 1.000,00 3.000,00 22.800,00

De baten worden begroot op De lasten worden begroot op Begroot nadelig/voordelig saldo

19.500,00 22.777,00 - 3.277,00

21.500,00 22.800,00 - 1.300,00

Toelichting begroting 2011 _ Kosten werkgroepen Toename wordt veroorzaakt door uitbreiding activiteiten. _ Verzekeringspremies Toename wegens tijdelijke opslag op meerdere plaatsen. _ Bijdrage aan informatiekantoor (VVV) Bijdrage betreft een nader vast te stellen vergoeding voor tijdelijke opslag van voorraad, archief en het houden van vergaderingen. _ Bijdrage in exploitatie Museum de Speeltoren Voor 2011 is dit een toevoeging aan het fonds nieuwbouw. In 2012 wordt de definitieve bijdrage aan de exploitatie vastgesteld.

18

VOM2011 [3]-192pp.indd 18

18-04-2011 10:32:52


Verslag algemene ledenvergadering woensdag 9 juni 2010 Aanwezig: 7 bestuursleden en 23 leden Afwezig met bericht: dhr. E. Willms, dhr. S. Verbeek, mw. G. de Haan-Rundervoort, mw. J. Wolf, mw. H. Slauerhoff, mw. M. Lommers-Swart, dhr. P. Stoffels

1. Opening Voorzitter Jan Konijn opent de vergadering en heet iedereen van harte welkom. Vanwege de voortijdige landelijke verkiezingen die vandaag plaatsvinden, wordt de vergadering vanavond gehouden in de kerk van de Doopsgezinde gemeente in plaats van in het Weeshuis. De verkiezingen zijn waarschijnlijk ook de oorzaak van de betrekkelijk lage opkomst van de leden bij deze vergadering. De datum van de vergadering was echter al lang van te voren vastgesteld en het leek het bestuur het beste om deze niet uit te stellen. 2. Goedkeuring notulen van de jaarvergadering d.d. 9 juni 2009 Er zijn geen opmerkingen. Het verslag wordt goedgekeurd. 3. Ingekomen stukken en mededelingen van het bestuur Dhr. S. Koerse heeft twee voorstellen ter bespreking in de vergadering bij het bestuur ingeleverd. Het eerste voorstel heeft betrekking op het tekstbordje bij het rechter portaal van de Grote Kerk. Dit punt is inmiddels opgelost. Het tweede voorstel heeft betrekking op het aanleggen van een schelpenpad op het schapenweitje. Dit punt zal in de bestuursvergadering nader worden besproken en het bestuur zal er later op terugkomen. Het bestuur neemt vandaag afscheid van dhr. M. Verweij die ruim zes jaar als vertegenwoordiger van de VOM zitting heeft gehad in de CSDB. Hij is daarin zeer actief geweest en het bestuur wil hem bij deze hartelijk danken voor zijn inzet. Dhr. M. Verweij blikt in zijn dankwoord terug op de roerige jaren ’60 en ’70 waarin na een jarenlange strijd, waar hijzelf nauw bij betrokken was, de binnenstad van Monnickendam officieel tot beschermd stadsgezicht werd verklaard. Dit resulteerde in 1976 in een nieuw bestemmingsplan waarin die bescherming van de oude stad stond omschreven. Dhr. M. Verweij is er van overtuigd dat het bestuur van de VOM in dhr. L. Duymaer van Twist een uitstekende opvolger heeft gevonden die de belangen van de VOM in de CSDB zo goed mogelijk zal vertegenwoordigen. Het meedenken over een nieuw bestemmingsplan zal hierbij een zeer grote uitdaging zijn. 19

VOM2011 [3]-192pp.indd 19

18-04-2011 10:32:52


4. Jaarverslag van de Vereniging Oud Monnickendam over de activiteiten in 2009 Voorzitter J. Konijn loopt de hoofdpunten van het verslag door en vraagt of er vragen en/of opmerkingen zijn. _ Een aanvulling op het verslag is dat het plan van de gemeente om de gemeentewerf te verplaatsen naar de kop van de Nieuwpoortslaan niet doorgaat. _ Betreffende de Monnickendamse uitdrukkingen en gezegden zou het bestuur contact kunnen opnemen met het Meertensinstituut, een onderzoeksinstituut dat zich bezighoudt met de bestudering en documentatie van Nederlandse taal en cultuur. Ook zou er een gesprek met een aantal bewoners van Swaensborch kunnen worden georganiseerd over dit onderwerp. Het bestuur neemt deze suggesties ter harte. _ Vraag: Komt er een beschrijving op het rondeel? Dhr. K. Roos antwoordt dat er nu een bord bij het begin van het Zuideinde staat maar dat dit zal worden verplaatst. _ Vraag: Heeft het bestuur de gemeente ook aangesproken op de handhaving van het verbod op zwaar vrachtverkeer door de oude stad? Klaas antwoordt dat in principe alleen vrachtwagens (met een maximaal gewicht van 18 ton) met ontheffing de oude stad mogen binnenrijden. Door het verkeerde gebruik van de tomtom gaat dit echter te vaak mis. De BOA’s doen volgens Klaas wel goed werk als het om het handhaven gaat. _ Bij veel leden blijkt het zware verkeer in de oude stad een gevoelig punt te zijn. De vrachtwagens rijden vaak te hard en daar is de oude stad niet op ingericht en gebouwd. Een ander gevoelig punt blijkt het op straat zetten van het huisvuil. Dit blijkt in sommige gevallen, vooral door winkels, al op zaterdag te gebeuren. Het bestuur zegt toe over beide onderwerpen een standpunt richting gemeente te zullen innemen. _ Dhr. P. Stegeman spreekt zijn waardering uit voor een wederom geslaagde uitgave van het jaarboek. Hij is blij dat het bestuur bereid is hier energie in te steken en het financieel mogelijk te maken. Dhr. P. Stoffels heeft schriftelijk laten weten blij te zijn met het herstel van de opzet van het jaarboek, namelijk eerst de verslagen van de VOM en haar ‘dochters’ en daarna de inhoudelijke artikelen. _ Dhr. V. Keesmaat geeft een overzicht van de ontwikkelingen op de website van de vereniging. Sinds het in de lucht gaan van de website is deze bezocht door meer dan 10.000 personen, van over de hele wereld. De beeldbank wordt nog geregeld aangevuld met nieuwe afbeeldingen. Ook zijn er filmpjes te bekijken met o.a. opnamen van de tramlijn door Monnickendam. De mailingen aan de leden blijven voorlopig op de ‘ouderwetse’ manier via de post gaan maar het bestuur wil wel heel graag van zoveel mogelijk leden het e-mailadres ontvangen. 20

VOM2011 [3]-192pp.indd 20

18-04-2011 10:32:52


verslag algemene ledenvergadering

_ Dhr. D. Oosterveld meent dat de oorzaak van het ledenverlies zou kunnen liggen in het feit dat sommige mensen hun contributie niet overmaken en dan uit het ledenbestand worden geschrapt. Deze leden zouden eigenlijk eerst door het bestuur moeten worden benaderd. Mw. B. van der Kolk antwoordt dat het bestuur deze werkwijze reeds volgt. Het verlies van leden komt hoofdzakelijk door overlijden en verhuizing en maar een zeer klein deel door wanbetaling. Nieuwe bewoners krijgen in de informatiemap van de gemeente ook een folder van de VOM. Er zijn plannen om een actie in de nieuwbouwwijken te doen. Het persoonlijk langsgaan bij mensen thuis is te arbeidsintensief gebleken. Uiteindelijk werkt het persoonlijk aanspreken van mensen bij bijvoorbeeld de VOM-kraam de beste manier. Mw. B. van der Kolk roept alle leden op om buren, vrienden en kennissen aan te spreken op het lidmaatschap van de VOM, als de gelegenheid zich voordoet. De vereniging telt momenteel 1158 leden. In de regio doen we het wat dat betreft zeer goed. Dit onderwerp heeft wel de blijvende aandacht van het bestuur. 5. Financieel verslag van de penningmeester over kalenderjaar 2009 en goedkeuring van de begroting Mw. B. van der Kolk meldt dat er financieel gezien een goed jaar is gedraaid. Er is zo geld gespaard voor de re端nie op 26 juni a.s. en voor de festiviteiten rond de onthulling van de gevelsteen van Pieter Florisz. De claim richting de busmaatschappij Oostenrijk is inmiddels gehonoreerd. Doordat de Grote Kerk weer open is kan er weer extra omzet worden gemaakt met de verkoop van boeken. De voorraad wordt zoveel mogelijk opgemaakt en dat is pure winst, aangezien er geen kosten zijn gemaakt voor het uitgeven van nieuwe boeken. De suggesties die de kascommissie vorig jaar heeft gedaan zijn alle overgenomen. Het bedrag dat is verkregen door de overheveling van het Gouwzeefonds zal een concrete bestemming krijgen. _ Dhr. D. Oosterveld zou graag zien dat dit bedrag wordt besteed aan het zichtbaar maken van het carillon in het nieuwe museum. Misschien kan er dan ook een bordje worden geplaatst met de mededeling dat dit mede is mogelijk gemaakt door sponsoring door het Gouwzeefonds. Mw. B. van der Kolk zegt toe dat er ieder geval een verantwoording zal komen van de bestemming van het bedrag. _ Dhr. P. Stegeman doet de suggestie om het vermogen van de VOM over meerdere banken en rekeningen te spreiden. Mw. B. van der Kolk antwoordt dat dit al een keer in stemming is gebracht in de ledenvergadering maar dat het vertrouwen in de RABO-bank onverminderd groot is en dat er een speciale band met de VOM is.

21

VOM2011 [3]-192pp.indd 21

18-04-2011 10:32:52


6. Verslag van de commissie van onderzoek van de rekening en verantwoording kascommissie dhr. J. Mengers en J. Meijer, reserve is de heer C. Karmelk Dhr. J. Mengers en dhr. J. Meijer hebben de boeken gecontroleerd en in orde bevonden. Dhr. J. Mengers geeft aan dat hij zeer tevreden is over de financiële administratie en dat hij het volste vertrouwen heeft dat deze bij mw. B. van der Kolk in goede handen is. En bij deze wordt haar décharge verleend. 7. Benoeming nieuwe kascommissie De kascommissie zal voor komend jaar bestaan uit Dhr. J. Meijer, de heer C. Karmelk. Reserve is dhr. J. Boom. 8. Verkiezing/samenstelling bestuur Aftredend zijn de heren Klaas Roos, Garrelt Bont en Jan Konijn. Allen stellen zich voor een nieuwe termijn herkiesbaar. De leden gaan akkoord met de herbenoeming van deze bestuursleden. 9. Stand van zaken nieuwbouw museum De ontwikkelingen rond de nieuwbouw van het museum bevinden zich volgens voorzitter J. Konijn in een cruciale fase. De bouwvergunning voor fase 1 is verleend en aan de bezwaren van de buren is tegemoet gekomen . Het is nu wachten op de subsidieverlening door de Provincie en dan zou begin 2011 met het nieuwbouwproject kunnen worden begonnen. De toekenning van de opdracht zal geschieden via een onderhandse aanbesteding met voorselectie. Het bestuur spreekt de hoop uit dat alles voorspoedig zal verlopen en dat na vijftien jaar plannen maken en overleggen het nieuwe museum er eindelijk zal komen. Dhr. K. Roos adviseert om gelijktijdig met het renovatieproject onderzoek te doen naar de fundering van de Speeltoren. Mocht er onderhoud nodig zijn, dan is de toekomst van de Speeltoren in ieder geval weer voor geruime tijd verzekerd. _ Vraag: Is het nieuwe museum toegankelijk voor personen die een rolstoel gebruiken? Antwoord: Het nieuwe museum wordt 100% rolstoelvriendelijk. _ Vraag: Hoe zal de aanbesteding in z’n werk gaan? Antwoord mw. B. van der Kolk: Er is een ‘Stichting Beheer Museum de Speeltoren’ in het leven geroepen. Het bestuur van deze stichting zal een aantal criteria opstellen om de inschrijvingen goed te kunnen beoordelen.

22

VOM2011 [3]-192pp.indd 22

18-04-2011 10:32:52


verslag algemene ledenvergadering

Mw. B. van Kolk meldt dat, ook als de subsidie door de Provincie wordt verleend, er nog een gat in de begroting blijft bestaan van circa H 150.000,-. Zij roept daarom een ieder op om uit te zien naar een ‘weldoener’ die een grote gift wil doen. Er zal uiteraard ook nog een fondsenwerfactie op touw worden gezet, hoewel dat in deze economisch gezien moeilijke tijden, niet gemakkelijk zal gaan. Dat was tenminste tot nu toe de ervaring. Ook schenkingen ‘in natura’ zoals het aanbieden van opslagruimte of hulp bij de verhuizing, zijn van harte welkom. 10. Reünie 60-jarig bestaan van de vereniging op zaterdag 26 juni 2010 Voorzitter J. Konijn meldt dat er reeds tachtig aanmeldingen zijn voor de reünie voor Oud Monnickendammers die ter gelenheid van het 60-jarig bestaan van de vereniging op 26 juni a.s. zal worden gehouden. Er zullen allerlei interessante en leuke activiteiten worden aangeboden. 11. Onthulling gevelsteen Pieter Florisz. op donderdag 1 juli 2010. Eén van de hoogtepunten van de jubileumweek begin juli 2010 zal de onthulling van de gevelsteen van de vergeten Monnickendamse zeeheld Pieter Florisz. zijn. De steen is vormgegeven door dhr. H. van Elteren en zal ook door hem worden gehakt. De ceremonie zal worden opgeluisterd door de Koninklijke Marinierskapel en verschillende sprekers zullen een toespraak houden. Het belooft een groots gebeuren te worden. Onder de vlag van de VOM is er een jubileumcommissie opgericht die tal van activiteiten heeft georganiseerd die tijdens de jubileumweek zullen plaatsvinden. Dhr. T. Meijer houdt een enthousiast verhaal over het programma dat met de inzet van zeer veel vrijwilligers en door sponsoring vanuit de Monnickendamse middenstand van de grond is getild. Het complete programma is op de website in te zien. Mw. B. van der Kolk meldt dat de VOM garant staat voor de financiën. 12. Rondvraag Dhr. J. Meijer vraagt of er volgend jaar weer een ‘winterverslag’ in het jaarboek wordt opgenomen. Dhr. T. Meijer antwoordt dat dat inderdaad het geval zal zijn. Vincent Keesmaat juli 2010

23

VOM2011 [3]-192pp.indd 23

18-04-2011 10:32:53


Jaarverslag stadsgidsen 2010

2010 Was een heel druk jaar voor de stadsgidsen. Ook dit jaar begonnen we weer met een drietal bijscholingsavonden in januari, februari en maart. An Lagrand en Greetje de Haan maakten 30 vragen voor januari, in februari verzorgde Marjan Copraij een avond over godsdiensten in Monnickendam en in maart vertelde Pieter over bestuursvormen door de eeuwen heen in Monnickendam. Op de jaarvergadering van 2010 in december bespreken we de invulling van de avonden in 2011. De folder die we in 2009 lieten maken had succes en in het voorjaar van 2010 drukte Bert van de Ryd van Ditemsgroep 3000 nieuwe folders. Die zijn door Rini de Weijze, later met hulp van Pieter Stegeman op grote schaal verspreid in Monnickendam en omringende gemeenten, en op verzoek toegestuurd. De gratis vrijdagavondwandeling stond ook dit jaar wekelijks in de evenementenkalender en we hadden het hele jaar door elke week een kleine advertentie in Prettig Weekend.

24

VOM2011 [3]-192pp.indd 24

18-04-2011 10:32:54


jaarverslag stadsgidsen 2010

Ook in de huis-aan-huisbladen stonden we een aantal keren met een wervend stukje. We kregen ook dit keer weer veel aanmeldingen via de website van de VOM www.oudmonnickendam.nl/stadsgidsen en via rondleidingenAoudmonnickendam.nl. Verder kregen we ook aanmeldingen via www.gilde-nederland.nl waarbij we aangesloten zijn. Rini de Weijze en Joop Klaver bezochten de landelijke dag van de Wandelgilden, die dit jaar op 10 november in Woerden gehouden werd. Verder hebben we een leuke uitwisseling gehad met Gilde Haarlem. In augustus ontvingen we de gidsen in de tuin van het Weeshuis en gaven daarna een rondleiding en in november brachten we een zeer geslaagd tegenbezoek in Haarlem. Voor Joop Klaver was dit na bijna 14 jaar, het laatste jaar als penningmeester van de stadsgidsen. Hij blijft wel bestuurslid en stadsgids. Hij wordt als penningmeester opgevolgd door Ineke Plat-Pauws, die sinds het begin van 2010 ook deel uitmaakt van het bestuur van de stadsgidsen. Ook vanaf deze plaats: heel hartelijk bedankt, Joop, voor je grote inzet al die jaren. We hadden dit jaar een recordaantal van 1655 bezoekers. De aanvragen kwamen, evenals in voorafgaande jaren, vooral in de maanden mei, juni, september en oktober. _ We werkten in samenwerking met de Bolder, mee aan het project ‘Monnickendam door de eeuwen heen’. In het kader daarvan leidden we de kinderen van groep 6 van bijna alle lagere scholen in Monnickendam in kleine groepjes rond. De Fuut was al langer bezig met een project rond oud Monnickendam en maakte dat afgelopen jaar af. _ In de jubileumweek van de Vereniging Oud Monnickendam stelden we gidsen beschikbaar voor de reünie, waarbij gidsen meegingen bij een geslaagde boottocht door Monnickendam. _ We hadden veel uitstapjes van bedrijven, die een stadswandeling combineren met een boottocht van Waterland Recreatie. Verder familie-uitstapjes, vriendengroepen, dames van de Red Hat Society, politie Amsterdam, de Belastingdienst, een delegatie van de Provincie Noord Holland, gasten van de Posthoorn, de Zeilvaart, de leveranciers van bakkerij Gutter, de kleinkinderen van dokter van Tijen, die rond 1900 huisarts was in Monnickendam, enz. enz. Ook de vrijdagavonden, waarop iedereen gratis vanaf half acht vanaf de Speeltoren met een gids een wandeling kan maken, werden goed bezocht.

25

VOM2011 [3]-192pp.indd 25

18-04-2011 10:32:54


We leverden een financiĂŤle bijdrage van 1000 euro aan de gevelsteen van Pieter Florisz en van 850 euro aan de grafzerk van Cornelis Dirksz. We zijn erg blij dat we het afgelopen jaar de Grote Kerk weer in ons programma op konden nemen, en hopen in de komende tijd verder te gaan met het Klokkenproject van de kosterij van de Grote Kerk. Bij de onthulling van de gevelsteen van Pieter Florisz, vormden de gidsen een erehaagje. Om ook in de toekomst verzekerd te zijn van voldoende stadsgidsen, plaatsten we hiervoor in het voorjaar een oproep in de nieuwsbrief van de vereniging Oud Monnickendam. Daarop kwamen 17 reacties. Harry Voogel en An Lagrand hebben een cursus voorbereid, compleet met cursusboek, en na een voorlichtingsavond eind oktober is de cursus half november met 13 mensen van start gegaan. Ik wil afsluiten met een uitnodiging aan alle (nieuwe) leden van de Vereniging Oud Monnickendam die nog nooit een stadswandeling maakten: loop in 2011 eens met ons mee tussen begin mei en eind september op vrijdagavond! Greetje de Haan-Rundervoort (voorzitter stadsgidsen) december 2010

Financieel jaarverslag 2010 Stadsgidsen

2009 2010 H H Exploitatie Inkomsten Rondleidingen 3.448,34 4.168,80 Rente 304,08 554,00 Giften 346,65 264,00 4.099,07 4.986,80 Uitgaven Div. onkosten - 1.090,84 - 4.211,00 Batig saldo 3.008,23 775,80 Vermogen Betaalrekening Spaarrekening Kas Totaal

4.377,21 12.167,65 341,81 16.886,67

1.297,00 16.271,65 93,82 17.662,47

26

VOM2011 [3]-192pp.indd 26

18-04-2011 10:32:55


jaarverslag stadsgidsen 2010

Vergadering Stadsgidsen 8 december 2010, aanvang 20.00 uur, in het Weeshuis te Monnickendam Aanwezige stadsgidsen: Greetje de Haan-Rundervoort, Voorzitter, Joop Klaver, Penningmeester, Rini de Weijze, Bestuurslid Publiciteit, Paul van `t Hof, Koert Kraak tevens afgevaardigde van de Ver. Oud Monnickendam, Richard Perotti, Marjan Copraij, Wim van Leeuwen, Ineke Plat-Pauws, An Lagrand-Groenewoud, Jan Meijer, Harry Voogel, Riek de Graaf-de Waal, Adrie Stam, Pieternel Rol, Tineke Zuidema, Netty Lommers-Swart en Pieter Stegeman Afwezig: Marten Horjus en Ed Willms

1. Opening De voorzitter opent de vergadering en is verheugd met de goede opkomst. 2. Jaarverslag/evaluatie 2010/vooruitblik 2011 _ Het jaarverslag levert geen vragen op en wordt goedgekeurd met een paar kleine aanvullingen. _ Afgelopen jaar was een record stadsgidsenjaar. We hebben voor 1655 personen een rondleiding verzorgd, waarvan 88 personen op de vrijdagavonden. _ Greetje vertelt verder dat de Vereniging Oud Monnickendam met een nieuwe uitgave van het boekje ‘Een Straatje Om’, bezig is. Enkele stadsgidsen zijn daarbij betrokken. _ We zijn allen verheugd dat er een nieuw museum komt. De voorlopige geplande opening is april 2012. Ook bij diverse museumwerkzaamheden zijn enkele stadsgidsen betrokken. _ Rondleiding per boot: gedacht wordt om een rondleiding door Monnickendam per boot te gaan organiseren. Dit omdat het tijdens de reünie een groot succes was. We hopen dat het in het jaar 2011 wederom goed zal gaan. 3. Kascontrole Door Wim en Ineke zijn de boeken gecontroleerd en akkoord bevonden. De Penningmeester wordt bedankt voor de goede zorgen hieraan besteed. De nieuwe kascommissie zal bestaan uit Harry en Wim. Extra bijdragen zijn er geweest aan: de nieuwe folder, de gevelsteen van Pieter Florisz en de Grafsteen van Cornelis Dirkszoon in de Grote Kerk. Ondanks deze extra uitgaven was er toch een saldotoename van H 778,00 4. Nieuwe gidsen In november 2010 zijn we begonnen met een cursus voor nieuwe stadsgidsen. Maar liefst 17 mensen hebben zich opgegeven, waarvan er 12 de cursus uiteindelijk volgen. De cursus wordt verzorgd door An en Harry en wordt om de 14 dagen 27

VOM2011 [3]-192pp.indd 27

18-04-2011 10:32:55


gegeven in de Kosterij van de Grote Kerk. Tot begin april zijn er 10 bijeenkomsten met een vervolg in het najaar van 2011. We horen enthousiaste geluiden van de deelnemers. 5. Publiciteit We hebben een prachtige folder met een mooi affiche. Beide zijn door Rini en Pieter in geheel Waterland verspreid bij adressen waar toeristen komen. In verschillende regionale kranten, landelijke dagbladen en op de kabelkrant wordt publiciteit gemaakt. Tevens zijn er brieven gestuurd naar veel toeristische tijdschriften. Daar we lid zijn van Gilde Nederland, komen we daar ook behoorlijk in de publiciteit. In de wintermaanden zullen wij minder publiciteit maken, alhoewel er altijd een rondwandeling gemaakt kan worden. Maar in Prettig Weekend staan we wel wekelijks vermeld. Rini zal een visitekaartje ontwerpen. 6. Gilde Nederland Joop en Rini zijn naar de Landelijke Gilde-wandelbijeenkomst in Woerden geweest. Ook zijn zij naar andere Gilde-bijeenkomsten geweest. Pieter wil als eventuele plaatsvervanger de Gilde-bijeenkomsten bezoeken. 7. Bijspijkeravonden Op 17-1 en 15-2 en 16-3 worden er weer bijspijkeravonden voor de stadsgidsen georganiseerd. Vertoond zullen worden o.a. de dvd`s: Rondwandeling door Monnickendam van Harry Voogel en de Sinterklaasfilm ‘Annabel’ en zullen er weer verschillende Monnickendam-vragen beantwoord moeten worden. Een aantal gidsen biedt aan de vragen te maken. 8. Ervaringen van de stadsgidsen: Dit jaar was dat wederom een leuk rondje met als uitschieter het verhaal van Pieternel betreffende de reünie van Oud Monnickendam in het bijzonder het verhaal van Wim Hordijk. In het jaarboek van Oud Monnickendam zal zij een artikel plaatsen. 9. Rondvraag Tineke vraagt naar de mogelijkheid om een Stadsgidsen-jack aan te schaffen. Na een algemeen gesprek over onze stadsgidsenkleding besluiten we om alles maar bij het oude te laten ook al is de bodywarmer in de zomer wel eens érg warm.

28

VOM2011 [3]-192pp.indd 28

18-04-2011 10:32:55


jaarverslag stadsgidsen 2010

9. Afscheid Joop Klaver als Penningmeester Joop vond dat het na 14 jaar!! penningmeesterschap tijd werd, dat een ander deze taak zou overnemen. Dat is gelukt en de nieuwe Penningmeester wordt Ineke Plat-Pauws. Als dank krijgt Joop namens de Vereniging Oud Monnickendam door plv. voorzitter Koert Kraak een heel mooi beeldje uitgereikt, voorstellende de palingroker van Monnickendam en gemaakt door Rob Cerneus. Voorzitter Greetje bedankt Joop voor de vele jaren als penningmeester en namens de Stadsgidsen krijgt hij een daverend applaus en een boekenbon en een boeket bloemen. Joop blijft nog wel in het bestuur. Na dit mooie einde sluit de voorzitter de vergadering, bedankt de aanwezigen voor een hun inzet en wenst allen wel thuis. Hierna volgt nog een gezellige nazit. Notulist: Rini de Weijze

29

VOM2011 [3]-192pp.indd 29

18-04-2011 10:32:55


Stichting Museum de Speeltoren Jaarverslag

het nieuwbouwproject hoop, geloof en liefde met een zwart randje! 2010 Was het jaar van de waarheid wat betreft de nieuwbouwplannen. Voor de tweede keer dienden we een subsidieverzoek in bij de Provincie Noord-Holland. Het was het jaar van eindeloze rekensommen en bezuinigingen om uit te komen op een aanvraag van 200.000 H. Meer geld aanvragen leek in de veranderende financiële omstandigheden onverstandig. Toekenningscriteria van de provincie hielden nadrukkelijk rekening met de verhouding van aangevraagd bedrag en inbreng van eigen (of andermans) gelden. 2010 was ook het jaar van intensieve besprekingen met de gemeente Waterland om alle benodigde vergunningen voor de bouw vóór medio augustus definitief te hebben, ook dat was een eis van de provincie. Die besprekingen met o.a. Burgemeester Jongmans en Dhr. van Altena, zijn laatste ambtelijke daden vóór zijn pensioen, verliepen vlot en positief. Maar een race tegen de klok was het wel. En daarna was het wachten op de provincie, allereerst om te weten of onze aanvraag die 1 september binnen moest zijn aan alle eisen voldeed en vervolgens op de uitslag die medio november verwacht werd. Maanden van Geloof en Hoop. En de Liefde, zult u dan als lezer willen weten? De liefde kwam van al onze vrijwilligers die bij ons bleven, ondanks het feit dat hun verwachtingen weer een jaar langer op de proef werden gesteld. Het zwarte randje betreft het overlijden van twee zeer gewaardeerde suppoosten die het goede nieuws niet meer mochten meemaken; Lex van Drooge en Willem van Merle. Medio november kregen we eerst bericht dat de provinciale besluitvorming tot in januari was uitgesteld, omdat er zoveel meer aanvragen wa30

VOM2011 [3]-192pp.indd 30

18-04-2011 10:32:55


stichting museum de speeltoren jaarverslag

ren dan geld. Als keurig net bestuur vloeken wij natuurlijk niet maar de Nederlandse taal biedt een rijk palet op zulke momenten. En toen geschiedde het wonder, nog geen twee dagen later belde de provincie dat wij onze 2 ton kregen. In Huize van der Kolk werd in bijzijn van diverse betrokkenen de champagne ontkurkt en de voorzitter die voor werk op de Antillen was, dronk die avond een extra biertje aan de waterkant van Bonaire. Vanaf dat moment werd 2011 ook hectisch; alle bouwplannen moesten in detail zodanig omgezet worden dat ze voor inschrijving door meerdere aannemers geschikt zouden zijn. Het museum moest leeg; de collectie geregistreerd, ingepakt en elders veilig ondergebracht. Een tweetal grote firma’s, CJ Hendriks en Kortmann Artshippers, hebben onze collectie kosteloos getransporteerd en gedurende ruim een jaar opgeslagen. En nu, nu begint het pas echt, moge 2011 ons voorspoed brengen!

tentoonstelling 2010 En, in alle hectiek wisten we nog een leuke tentoonstelling neer te zetten onder de titel: Inpakken en Wegwezen... om sterk terug te komen In ieder geval een titel die van geloof en hoop getuigde. Aangezien we toch wisten dat we het hele museum hoe dan ook zouden moeten inpakken, voor verbouwing of definitieve sluiting, doken we in alle uithoeken, onder vitrinekasten en in zolderhoekjes en vonden daar de vreemdste objecten. Het werd een geestige tentoonstelling met veel nostalgie en verbazing over de zaken die ooit in dit museum terecht gekomen zijn, met het roestige kruimeldiefje, type 1950, als hoogtepunt.

bezoekers Het totaal museumbezoek in 2010 was zeer bevredigend. Het bezoek was ook vrij gelijkmatig over het hele seizoen verdeeld, waarbij augustus opviel als een drukke maand en ook september drukker was dan in andere jaren. Wellicht wilden een aantal bezoekers ons oude museum nog eens zien. De bezoekers waren zeer te spreken over onze wisseltentoonstelling met de curiosa uit het depot. De aantallen bezoekers die wij dit jaar en in voorgaande jaren mochten verwelkomen zijn: Jaar 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 Bezoekers 1743 1529 1668 2249 1464 1689 1279 31

VOM2011 [3]-192pp.indd 31

18-04-2011 10:32:56


vrienden van museum de speeltoren Dit jaar mochten we van slechts 16 Vrienden van Stichting Museum de Speeltoren een bijdrage ontvangen, in de jaren ’09,’08,’07, ’06, ‘05 en ‘04 waren dit er resp. 361, 499, 595, 709, 757 en 669. Het totaal van de ontvangen bijdragen was H 184 (’09 H 5.216, ’08 H 5.695 ’07 H 6.050 ’06 H 6.407, ‘05 H 6.618 en ‘04 H 5.562). Deze geringe opbrengst is natuurlijk een gevolg van dat er dit jaar geen vriendenactie is gehouden. De bijdragen die nog wel zijn ontvangen zijn feitelijk nakomende bijdragen van de actie van het voorgaande jaar. Voor deze bijdragen zeggen wij de gevers uiteraard hartelijk dank. We hebben dit jaar geen vriendenactie gehouden omdat we lang in onzekerheid bleven of de provincie wel subsidie zou verstrekken voor de bouw van het nieuwe museum en we dus ook onzeker waren over de toekomst van ons museum. Nu die toekomst is verzekerd zullen er zeker acties komen om het nog benodigde kapitaal te vergaren en daarbij zullen we onze vrienden uiteraard niet vergeten.

financieel verslag 2010 Balans 31-12-10 Activa H Inventaris 1 Voorraden 1 Vorderingen 4.147 Subtotaal 4.149

31-12-09 H 1 1 4.068 4.070

Liquide middelen Totaal activa

36.047 40.196

52.012 56.082

Passiva Vermogen

12.668

13.053

Voorzieningen Gebouw en inventaris Collectie Totaal voorzieningen

9.997 17.531 27.528

24.997 17.531 42.528

Kortlopende schulden Totaal passiva

0 40.196

500 56.082

32

VOM2011 [3]-192pp.indd 32

18-04-2011 10:32:56


stichting museum de speeltoren jaarverslag

Exploitatierekening Baten H Entreegelden Subsidie gemeente Waterland Bijdragen Vrienden van het museum Donaties en bijdragen Verkoop artikelen Verhuringen Rentebaten Diverse baten Totaal baten

1.029 223 184 3.550 222 900 592 90 6.789

962 250 5.216 3.704 300 900 1.004 795 13.129

Lasten Presentatiekosten Bureaukosten Collectie Gebouw en inventaris Aankoop artikelen Vaste lasten Diversen Totaal lasten

1.082 565 0 0 39 5.487 2 7.175

1.764 856 2.989 3.127 93 4.894 148 13.871

-386

-742

Exploitatiesaldo

2010

2009 H

Dit exploitatiesaldo is een gevolg van het ontbreken van inkomsten uit de vriendenbijdragen en de vermindering van rentebaten die verder wordt verklaard. Het exploitatie saldo bood geen ruimte om, zoals andere jaren gebruikelijk, gelden te reserveren voor voorzieningen voor gebouw, inventaris en collectie. Toelichting op de balans 31-12-10 Activa H Vorderingen Vereniging Oud Monnickendam 2.916 Te vorderen BTW 105 Overige vorderingen w.o. rente 1.126 4.147 › 33

VOM2011 [3]-192pp.indd 33

18-04-2011 10:32:56


› Liquide middelen H Kas 43 Rabobank 35.541 Postbank 463 36.047 Vermogen 1 januari 2010 13.053 Exploitatieresultaat 2010 - 386 31 december 2010 12.668 Voorzieningen Voorzieningen voor gebouw en inventaris 1 januari 2010 24.997 Overgemaakt naar Stichting Beheer - 15.000 31 december 2010 9.997 Voorzieningen voor collectie Dotatie 31 december 2010

17.531 0 17.531

Uit de post ‘voorzieningen voor gebouw en inventaris’ is H 15000 overgedragen aan de Stichting Beheer ter leniging van aanloopkosten van de bouw van het nieuwe museum waaronder leges etc. Deze vermindering van ons spaarsaldo betekende, naast de algemene rentedalingen, een vermindering van de rentebaten. Toelichting op de exploitatierekening Entreegelden Van de 1743 bezoekers die het museum gedurende het jaar 2010 hebben bezocht is een bedrag ad H 1.029 aan entreegelden geïnd. De toegangsprijzen bedroegen gedurende 2010 H 1,50 voor volwassenen en H 0,50 voor kinderen. De toegang was gratis voor houders van een museumkaart en voor de Vrienden van Stichting Museum de Speeltoren met hun introducés. Verder geldt een regeling met het Marker Museum waarbij wederzijdse bezoekers op vertoon van een recent toegangskaartje 50% korting krijgen op de toegangsprijs.

34

VOM2011 [3]-192pp.indd 34

18-04-2011 10:32:56


stichting museum de speeltoren jaarverslag

Donaties en bijdragen H Vrienden van het Museum Vereniging Oud-Monnickendam Stichting Museumkaart

184 3.177 373 3.734

Verkopen De verkopen via de museumwinkel hebben gedurende 2010 geleid tot een bate van H 222. Presentatiekosten Suppoosten Publicatie, website en drukwerk Diversen Bureaukosten Telefoonkosten Diversen Vaste lasten Gas, water en elektra Huur OZB, rioolrecht, verontreinigingsheffing etc Diversen

401 490 191 1.082 309 256 565 1.756 2.693 413 625 5.487

Controle jaarrekening De heren J.P.J. Konijn en K.Roos, leden van de Raad van Toezicht van onze stichting, hebben, conform het bepaalde in artikel 11, lid 3, van de statuten van de Stichting Museum de Speeltoren, de jaarrekening 2010 gecontroleerd en goedgekeurd.

35

VOM2011 [3]-192pp.indd 35

18-04-2011 10:32:56


Jaarrekening Stichting Beheer Waterlands Museum ‘de Speeltoren’ H Inkomsten Gouwzeefonds Sponsors algemeen particulier Rente

11.015,26 87.000,00 5.101,00 103.116,26

Uitgaven Oprichtingskosten Stichting Voorbereidingskosten Verhuiskosten Bankkosten Diversen Saldo 31-12-2010 Betaalrekening Nog te betalen Spaarrekening

Sponsors: HHS RABO Rotary AWM Prov NH Museum Particulier: 5 founders kleinere

511,55 36.357,85 617,88 3,18 56,04 37.546,50 65.569,76

66.014,20 - 444,44 0,00 65.569,76

Voorbereidingskosten H H 22.822,80 500,00 Leges 11.000,00 10.000,00 Constructeur 2.450,00 1.500,00 Planschade 85,05 10.000,00 Div. 36.357,85 50.000,00 15.000,00 87.000,00 5.001,00 100,00 5.101,00

36

VOM2011 [3]-192pp.indd 36

18-04-2011 10:32:57


Commissie Stads- en Dorpsbeheer Gemeente Waterland 2010 Lodewijk Duymaer van Twist

In 2010 heeft de Commissie Stads- en Dorpsbeheer 67 plannen behandeld, waarvan 28 binnen de historische kern van Monnickendam. Bij tien van deze plannen (ongeveer één derde) ging het om uitbreidingen en aanbouwen, daarnaast kwamen vijf sloop-/nieuwbouwprojecten aan de orde, één plan voor het constructief herstel van een monument en verder diverse dakkapellen, erfscheidingen en bergingen, evenals vier plannen in de openbare ruimte. Hieronder volgen enkele markante plannen die door de commissie behandeld zijn: _ Noordeinde 80-86 Dit betreft het project ‘De Hooijwagen’, op de locatie van de voormalige Garage Steur. Het plan zelf is niet in de commissie geweest, maar wel is de achteraf door de gemeente in opdracht gegeven stedenbouwkundige toets van het bureau HzA eind 2009 tijdens een besloten vooroverleg in de commissie besproken. Het beoogde plan werd negatief beoordeeld. Naar aanleiding hiervan heeft begin 2010 een onderhoud met de toenmalige wethouder plaatsgevonden. Daarbij heeft de commissie uiteengezet, dat zij op grond van de welstandsnota als toetsingskader, het plan – gezien de immense schaalvergroting en verdichting – niet anders dan welstandelijk negatief beoordelen kan. Ook betreurt de commissie het, dat voor deze locatie niet eerst een stedenbouwkundige visie ontwikkeld is. Pas wanneer de gemeente specifiekere mogelijkheden voor een locatie ziet, en dit verwoordt in een vastgesteld beeldkwaliteitsplan, dan is hiermee een toevoeging aan het toetsingskader van de commissie beschikbaar, waarmee deze haar taak adequaat kan uitvoeren. In februari 2010 heeft het bureau HzA nog een nadere toelichting op de stedenbouwkundige randvoorwaarden voor dit plan geleverd, het bouwplan zelf is de commissie tot nu toe echter nog niet ter advisering voorgelegd.

37

VOM2011 [3]-192pp.indd 37

18-04-2011 10:32:57


_ Nieuwezijds Burgwal 41 Dit is een interessant voorbeeld van het uitbreiden van een woonhuis op een grondstuk dat hiertoe ook de mogelijkheid biedt. Het welstandsbeleid geeft aan, dat binnen de historische kern van Monnickendam een bijgebouw ondergeschikt dient te zijn aan het hoofdgebouw, maar wel moet aansluiten bij de karakteristieke vormtaal van het hoofdgebouw. Bij het ingediende plan was aan beide voorwaarden geenszins voldaan. Sindsdien is het plan diverse keren terug geweest in de commissie. Het uiteindelijke plan laat er geen twijfel over bestaan dat alle moeite zich geloond heeft. De commissie kijkt dan ook uit naar de realisering. _ Zuideinde 30 Dit plan voor het pand waar de drogist gevestigd is, behelsde een bebouwing van twee lagen met kap over het hele grondstuk, en is ook in 2009 al in de commissie geweest (zie jaarboek 2010). De commissie constateerde toen, dat – afgezien van de strijdigheid met het bestemmingsplan – een plan van een dergelijke omvang op deze locatie niet door de welstandsnota ondersteund wordt, en dus niet akkoord bevonden kan worden. Aangezien de gemeente de commissie in een brief liet weten, ondanks bovengenoemde strijdigheden toch medewerking te willen verlenen, is het plan in 2010 nog verscheidene keren in de commissie terug geweest voordat het in mei na diverse aanpassingen (los van de principiële strijdigheden) akkoord bevonden werd. Zoals algemeen bekend, is het plan in deze vorm na het zomerreces door de nieuwe gemeenteraad alsnog verworpen. Een nieuw plan is sindsdien niet ingediend. _ Zuideinde 58 In dit plan wordt het bestaande bedrijfspand – een vreemde eend in de bijt binnen de gevelwand van het Zuideinde – vervangen door twee woonhuizen in traditionele stijl, die passen binnen de karakteristieken van de straat. Het is een interessant voorbeeld, hoe kleine aanpassingen in de gevelindeling uiteindelijk een groot verschil kunnen maken. Terwijl het plan bij de indiening op hoofdlijnen akkoord bevonden werd, zag de commissie toch ook mogelijkheden om tot een consistentere verhouding tussen de gevelelementen onderling te komen. Kleine aanpassingen aan de afmetingen en plaats van de kozijnen leverden een overtuigender gevelbeeld op. _ Noordeinde 125 Dit pand bij de sluis op de kop van het Noordeinde is een ander voorbeeld van een sloop- nieuwbouwproject. Het bestaande woonhuis vormde met nog twee woningen op deze locatie een ensemble dat zich kenmerkt door een sobere en 38

VOM2011 [3]-192pp.indd 38

18-04-2011 10:32:57


commissie stads- en dorpsbeheer 2010

eenvoudige architectuur met een minder stedelijk karakter dan elders in de stad. Als nieuwbouw is daarentegen een statig pand ontworpen, dat naar oordeel van de commissie niet past binnen de stedenbouwkundige context van deze locatie. De commissie wijst op de nadrukkelijke waardebepaling in het welstandsbeleid, dat het karakter van een nieuwbouw dient te passen bij de regionale uitstraling en cultuurhistorische betekenis van het gebied. Ze betreurt het dan ook dat haar advies (overigens zonder terugkoppeling naar de commissie) niet door het college van B&W gevolgd is. Met de bouw is inmiddels begonnen. _ Noordeinde 41-43 In 2008 is dit plan voor de uitbreiding van De Posthoorn door verbouwing van de Botterzaal als principeverzoek al in de commissie geweest en voor akkoord bevonden. In 2010 kwam het bouwplan nog een keer terug, nu in combinatie met een voorstel voor het realiseren van parkeerplaatsen op het binnenterrein. De commissie is van mening dat het open karakter door de parkeerplaatsen niet aangetast wordt. Het is echter belangrijk, dat dit open karakter ook in toekomst behouden zal blijven en dat er in een later stadium geen overdekte parkeerplaats wordt gerealiseerd. _ Fluwelen Burgwal 5 Het plan beoogt de zolderverdieping van dit kleine pandje beter bruikbaar te maken door het zadeldak te vervangen door een mansardkap. In dit verband zou ook de puntgevel gewijzigd en een lijstgevel aangebracht worden. Aangezien de beide belendende panden al een lijstgevel hebben zou hierdoor een vervlakking in de bestaande afwisseling van het straatbeeld ontstaan. Het plan werd zodanig aangepast dat de gevel de contouren van de mansardkap volgt en daardoor goed in het straatbeeld past. _ Willem van der Voetstraat 7 Dit plan voor het vergroten van het pand (met daardoor een hogere nok) en het aanbrengen van een dakkapel is feitelijk het spiegelbeeld van het tegenoverliggende pand, dat enkele jaren eerder al op de zelfde manier verbouwd is. PrincipiĂŤle bezwaren bestonden voor het tweede pand bij de commissie dan ook niet. Doordat de locatie weliswaar binnen de historische kern, maar buiten het beschermd stadsgezicht van Monnickendam ligt, was het aanbrengen van de dakkapel vergunningsvrij. Waartoe dit leiden kan is inmiddels realiteit: door de ligging direct aan de vesting is de enorme, over de hele kapbreedte aangebrachte dakkapel als misplaatste blikvanger van de historische kern van Monnickendam 39

VOM2011 [3]-192pp.indd 39

18-04-2011 10:32:57


van verre te zien. Het is te hopen, dat het voornemen van de gemeente om de westelijke rand van Monnickendam bij het beschermd stadsgezicht te trekken alsnog gerealiseerd kan worden. Invoering van de WABO Met de invoering van de WABO (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) per 1 oktober 2010 is ook voor de CSDB één en ander veranderd. Naast de grote commissie die eens in de vier weken vergadert, is er een kleine commissie ingevoerd die eens in de twee weken vergadert en met name de kleine plannen beoordeelt. De bedoeling hiervan is, dat de vergunningen zo sneller verleend kunnen worden. De kleine commissie bestaat uit de welstandsdeskundige van de grote commissie en één lid uit de historische verenigingen, dat ook volledig gemandateerd is. Er is afgesproken, dat de leden van de historische verenigingen rouleren al naar gelang de plannen die aan de beurt komen. De eerste ervaringen zijn positief. Wel wordt hiermee ook van de leden van de historische verenigingen een grotere inzet verlangd. Samenwerking gemeentebestuur en CSDB Verschillende plannen die de commissie in behandeling kreeg, zoals in Monnickendam het plan Noordeinde 80-86 en het plan Zuideinde 30 (zie boven) zijn voor haar aanleiding geweest om begin 2010 met de wethouder in gesprek te komen over de samenwerking van het gemeentebestuur en de commissie. Met de verkiezingen voor de deur heeft dit toen helaas geen verdere uitwerking meer gekregen. Na de installatie van het nieuwe gemeentebestuur, heeft de CSDB de nieuwe wethouder voor een kennismakingsgesprek uitgenodigd, waarin met name belangrijke thema’s als de verschillende verantwoordelijkheden, communicatie, taakverdeling en samenwerking aan de orde kwamen. Zo blijken voor planindieners de verschillende verantwoordelijkheden vaak niet duidelijk te zijn: de gemeente is verantwoordelijk voor het welstandsbeleid en heeft dit verwoord in de welstandsnota; de commissie toetst met deze nota de plannen aan het gemeentelijke beleid en brengt advies uit aan het bestuur. Permanente en heldere communicatie door bestuur, ambtenaren en de Commissie Stads- en Dorpsbeheer zelf zijn van groot belang om de verschillende verantwoordelijkheden voor planindieners inzichtelijk te maken. Ook voor de samenwerking tussen gemeentebestuur en CSDB is een goede communicatie van cruciaal belang. Met het vorige bestuur is afgesproken, om ook 40

VOM2011 [3]-192pp.indd 40

18-04-2011 10:32:57


commissie stads- en dorpsbeheer 2010

vanuit de CSDB aan te geven of bepaalde ontwikkelingen aanleiding geven om het beleid bij te stellen. Een voorbeeld is het groeiende aantal plannen waarbij naar de visie van de commissie sprake is van een ‘catalogus-waterlandse-bouw’. Het aantal plannen met slechts citering uit voorbeelden uit het verleden, ondermijnt op den duur de beschermwaardigheid van stad en dorpskernen. Dit geldt ook voor de mogelijkheden die vrijstellingen in bestemmingsplannen bieden voor onevenredig omvangrijke uitbreidingen van woningen, die nu nog samen met hun belendingen door de gehanteerde ‘korrelgrootte’ de stedenbouwkundige karakteristiek vormen, die volgens de welstandsnota juist te handhaven en te versterken is. Met betrekking tot de taken van het bestuur heeft de CSDB ook enkele zorgen geuit. Zo zijn plannen niet altijd ruimtelijk getoetst, voordat ze aan de commissie voorgelegd worden. De commissie moet dan een plan toetsen dat stedenbouwkundig misschien (nog) niet mogelijk is. Voor bijzondere locaties waar het bestaande beleid ontoereikend is of ontwikkelingsmogelijkheden zelfs uitsluit, dient een stedenbouwkundige visie ontwikkeld en een specifiek beeldkwaliteitsplan opgesteld te worden; een taak die onder de verantwoordelijkheid van het bestuur valt. Recentelijk wordt vaak eerst een plan ontwikkeld en pas achteraf stedenbouwkundig getoetst. Het leed is dan echter al geschied en planwijzigingen roepen de nodige irritaties op. De CSDB wil graag bijdragen aan een sterkere inhoudelijke samenwerking met de gemeente en heeft aangegeven, dat zij in staat is en het op prijs zou stellen, wanneer haar gevraagd wordt om constructief mee te denken over nieuwe ontwikkelingen in het beleid. Te denken valt aan het actualiseren van de beleidsnota, de voorbereiding van bestemmingsplannen en specifieke stedenbouwkundige plannen. 1 maart 2011

41

VOM2011 [3]-192pp.indd 41

18-04-2011 10:32:57


­­­­­­

1

2 42

VOM2011 [3]-192pp.indd 42

18-04-2011 10:32:58


Stichting IJsschuiten Gouwzee – Jaarverslag 2010 Bert Jonker (secretaris)

Een week voordat het jaar 2009 afliep begon de winterperiode en op 28 december 2009 stonden de eerste ijsschuiten op het ijs. Voor het eerst is onze nieuwe aanwinst de ‘Piet Hein’ op het ijs gezet , een prachtige schuit uit 1899, gebouwd in Monnickendam, geschonken door dhr. E. Spaas uit Bodegraven (zie foto 1). Er is vrijwel de gehele periode, tot 19 februari, onafgebroken gezeild onder diverse weersomstandigheden. Op zondag 4 januari was de nieuwjaars receptie die door praktisch alle vrijwilligers en hun partners werd bezocht. Op 14 februari is een ijszeilwedstrijd gehouden om de ‘Dirk Meijer’ trofee (zie foto2). Er verschenen 20 schuiten aan de start onder grote publieke belangstelling. Kort na de start viel de wind weg, waardoor het een extra lange wedstrijd werd met veel loop- en duwwerk.

3 43

VOM2011 [3]-192pp.indd 43

18-04-2011 10:32:58


Uiteindelijk ging de ‘Rooseveld’ met bemanning Peter van Gelderen en zoon, als eerste over de eindstreep. Deze ijsperiode heeft tot 19 februari geduurd en donderdag 25 februari stonden de schuiten weer op zolder. Eind februari werden de Nederlandse kampioenschappen ‘Mono type 15’ gehouden (zie foto 3). De geplande Europese kampioenschappen moesten door dooi worden afgelast. Ondanks deze lange ijszeilperiode is het reparatiewerk dat is ontstaan beperkt gebleven. Zaterdag 27 maart was officieel de laatste werkdag voor de vrijwilligers. Op deze laatste dag kregen wij bezoek van ijszeilers uit Giethoorn. Het enthousiasme van de zeilers was groot en zij willen in Giethoorn een ijsschuit gaan bouwen naar voorbeeld van de ‘Hudson’ en uiteindelijk een ijszeilvereniging starten. Er zijn indrukken opgedaan en gegevens uitgewisseld.

4

5

Op woensdag 30 maart wordt de jaarvergadering gehouden. De Dirk Meijer trofee wordt uitgereikt door mevr. Meijer aan de winnaars (zie foto 4). De Gouden Mastwortel wordt uitgereikt aan Timo Boven, (de 3e generatie ijszeilers) voor zijn goede duw- enloopwerk tijdens de wedstrijd om de Dirk Meijer trofee (zie foto 5) en daarmee is het winterseizoen 2008/2009 afgesloten. De activiteiten zijn niet geheel stil komen te liggen en er is door een aantal vrijwilligers doorgewerkt aan de ‘IJspegel’ en de ‘Maris Stella’. Op 5 april is een openingsdag gehouden van de Botters in de haven. Er is een ijsschuit opgesteld voor het publiek . 44

VOM2011 [3]-192pp.indd 44

18-04-2011 10:32:58


stichting ijsschuiten gouwzee – jaarverslag 2010

6 In de zomer is het 655 jarig bestaan gevierd van Monnickendam met onder andere een praalwagen optocht. Een van de praalwagens stond geheel in het teken van het ijszeilen. De ‘Maris Stella’ wordt geschilderd in de zomer. Er worden nieuwe zeilen gemaakt voor de Willem Barentz 2 naar origineel voorbeeld met gekromde gaffel. Op 2 oktober start het seizoen voor de vrijwilligers weer. Een aantal nieuwe projecten wordt gestart. Er wordt begonnen met de restauratie van de ‘Poolvos’ en er 7 wordt een reddingsboot gebouwd die veel weg heeft van een bak op glij-ijzers en al gauw de bijnaam ‘Wakken Bak’ heeft gekregen maar gedoopt wordt als ‘IJsvlet’ . De bouw van de IJspegel wordt voortgezet. De restauratie van de ‘Maris Stella’ (zie 45

VOM2011 [3]-192pp.indd 45

18-04-2011 10:32:58


8 foto 6) wordt afgerond en er zijn diverse reparatiewerkzaamheden uit te voeren aan diverse schuiten. Op 12 december is de jaarlijkse open dag . Van deze gelegenheid wordt gebruik gemaakt om de ‘Maris Stella’ in al zijn glorie op te tuigen na 32 jaar rust. Tevens worden de nieuwe zeilen gepast voor de Willem Barentz 2. Inmiddels valt de winter verassend vroeg in en het betekent dat op 20 december de eerste ijsschuiten op het ijs worden gezet (zie foto 7). Op 22 december volgt de eerste ijszeildag onder prachtige omstandigheden. Door de goede winterverwachtingen wordt kort daarna de rest van de vloot op het ijs gezet. De zeilomstandigheden wisselen sterk en worden gehinderd door forse sneeuwval en weinig wind (zie foto 8). De periode is kort want op 30 december worden de schuiten weer op de kant gezet wegens invallende dooi in afwachting van verdere winter die uiteindelijk uit blijft.

46

VOM2011 [3]-192pp.indd 46

18-04-2011 10:32:59


stichting ijsschuiten gouwzee – jaarverslag 2010

Verslag van de penningmeester Stichting IJsschuiten Gouwzee Jaargang 20 Boekjaar 1 oktober 2009 – 30 september 2010 Rekening baten en lasten 2009/2010 Begroting 2008/2009 Begroting 2009/2010 2010/2011 H H H H Baten Giften 1.000,00 1.000,00 1.000,00 3.500,00 Donaties Vrienden 3.497,42 3.500,00 3.554,50 3.400,00 Rente 325,61 400,00 430,54 300,00 Overige inkomsten 25,21 0,00 391,97 50,00 Totaal baten 4.848,24 4.900,00 5.377,01 7.250,00 Lasten Onderhoud ijsschuiten 1.329,00 1.500,00 3.578,41 4.800,00 Beheerskosten 455,50 550,00 548,14 500,00 Opslagkosten 1.000,00 1.000,00 1.000,00 1.000,00 Verzekeringen 223,72 220,00 223,57 225,00 Bankkosten 337,63 350,00 321,44 350,00 Overige administratiekosten 370,10 127,00 125,76 375,00 Totaal lasten 3.715,95 3.747,00 5.797,32 7.250,00 De baten bedroegen 4.848,24 4.900,00 5.377,01 7.250,00 De lasten bedroegen 3.715,95 3.747,00 5.797,32 7.250,00 Saldo 1.132,29 1.153,00 - 420,31 0,00

47

VOM2011 [3]-192pp.indd 47

18-04-2011 10:32:59


Balans per 30 september 2010 30-9-2010 30-9-2009 H H IJsschuiten 22.773,60 22.773,60 Rekening courant Bank 24.54 17,86 Rendementsrekening Bank 14.073,16 12.947,55 Kas 104,45 104,45 36.975,75 35.843,46 Vermogen 36.975,75 35.843,46

Toelichting op de balans per 30 september 2010 IJsschuiten zijn opgenomen in de balans tegen oorspronkelijke aankoopprijs.

48

VOM2011 [3]-192pp.indd 48

18-04-2011 10:32:59


Winterverslag 2009-2010 Ton Meijer

Na een superzachte novembermaand draaide de wind tijdens het Winteravond Straattheater voor het eerst sinds lange tijd naar het noordoosten en werd het langzaam wat kouder in Nederland. Net voor de Kerstdagen begon het serieus kouder te worden en dat uitte zich door middel van sneeuw. Het werd dan ook een witte Kerst. Overigens niet in geheel Nederland. Tussen Kerst en Nieuwjaar begon het licht tot matig te vriezen. 1 januari was een mooie winterse dag en op 2 januari werd er door DN-ers al op de Gouwzee gezeild al was het ijs nog niet erg betrouwbaar. Van zaterdag 2 op zondag 3 januari vroor het flink en zijn bij het Mirrorpaviljoen ‘de Wintervreugd’ en ‘de Hudson 1’ op het ijs gezet. Maandag 4 en dinsdag 5 januari volgde de Stichting met haar ijsschuiten en werden deze op het ijs gezet met uitzondering van ‘de Gouwzee’.Ook ‘de Piet Hein’ stond sinds 1985 weer op het ijs van de Gouwzee. Er kon niet gezeild worden want het was nog te onbetrouwbaar en er lag ook wat sneeuw op het ijs. Maar goed, de schuiten stonden er in ieder geval weer op en mocht de vorst doorzetten, konden we gelijk van start. Woensdag 6 januari: Een drama voor het ijs op de Gouwzee. In de loop van de vroege middag begon het heftig te sneeuwen en er viel zeker een centimeter of vijftien. Nederland kreeg te maken met mega files en enorme lange reistijden. De rest van de week bleef het behoorlijk vriezen en daardoor was de Brasemermeer sinds 1997 weer eens dichtgevroren en konden de mannen uit de Veen eindelijk weer eens ‘thuis’ zeilen. Zaterdag 9 januari woei er een stormachtige wind. ‘De Wintervreugd’ met twee reven in het zeil probeerde nog te zeilen maar na circa 150 meter moest er gestopt worden omdat de loper van het ijs kwam en het veel en veel te hard ging. Het voelde alsof ‘de Wintervreugd’ begon te vliegen, maar gelukkig was er nog druk op het roer en kon de schuit in de wind worden gezet. Het was dus onverantwoord om nog verder te zeilen. Dit is dus ook niet gebeurd. De enige die in de loop van de dag wel gezeild heeft, was ‘de Fram’ met constant vijf of zes man aan boord maar ook daar moest regel49

VOM2011 [3]-192pp.indd 49

18-04-2011 10:32:59


matig de sneeuw uit de schuit geschept worden vanwege de vele sneeuwbanken. De kapitein en zijn kornuiten zagen eruit als verschrikkelijke sneeuwmannen. Maar ook ‘de Fram’ hield het op een gegeven moment voor gezien want de gevoelstemperatuur was misschien wel zo’n tien tot vijftien graden onder nul. Helaas liep ikzelf twee bevroren vingers op aan deze dag en het duurde bijna veertien dagen voordat alles weer in orde was. Op 10 januari kon er wel gezeild worden en ook op de dagen 12 en 13 januari is er 50

VOM2011 [3]-192pp.indd 50

18-04-2011 10:33:00


winterverslag 2009-2010

flink gezeild. Op 13 januari werd er door de Personeelsvereniging van de Gemeente meegezeild met de aanwezige ijsschuiten, ondanks de langs de weg staande matrixborden met hierop vermeld: ‘IJs Gouwzee levensgevaarlijk en schaatsen en wandelen wordt ontraden’. Toch wel vreemd dat de gemeente wel op het ijs te vinden was! Er werd in de volgende dagen af en toe gezeild, maar er was ook sprake van soms lichte dooi in de vorm van wat sneeuwval en nauwelijks wind. In de weekeinden was er sprake van megadrukte van schaatsers en wandelaars op de Gouwzee, ondanks de nog steeds aanwezige matrixborden die het ontraadden om het ijs op te gaan. In de loop van de week is er veel contact geweest met Cor Roos van de firma Leguit en Roos, omdat zij graag hun klanten wilden uitnodigen voor een zeiltocht over de Gouwzee. Ondanks de eerdere dooi in de week zag de weersvoorspelling voor de zaterdag en zondag er goed uit. Bijna overal in Nederland verdween het ijs maar op de Gouwzee wist het ijs niet van wijken en dus werd er besloten om op zaterdag 30 januari de ‘Leguit en Roos dag’ te houden. De schuit ‘Gouwzee’, van nu af aan: ‘De Snoerperschuit’, is ’s morgens

51

VOM2011 [3]-192pp.indd 51

18-04-2011 10:33:01


ook nog even gauw op het ijs gezet om de vloot compleet te maken. Veel van de klanten van de fa. Leguit en Roos begrepen er niets van dat er nog ijs lag en waren dan ook prettig verbaasd. ’s Morgens zijn alle schuiten vanaf de Mirror naar de Lange Brug gebracht. Sommige deden dat duwend maar ‘de Poolster’, ‘Fram’, ‘Rooseveld’ en ‘Prins Hendrik’ lieten zich voortrekken door de quad van Jan Konijn en Kees de Boer die helaas ter hoogte van de Meeuwenhoek door het ijs ging. Gelukkig was er geen schade aan zowel de tractor als aan de schuiten. Helaas was er die dag geen wind maar het was wel erg mooi weer en een fantastisch gezicht om al die Oudhollandse ijsschuiten daar opgesteld te zien staan bij de Lange Brug. Op verzoek van Jan Schilder zijn ook nog alle schuiten op een rij gezet zoals ook in de winter van 1890-’91 is gebeurd, zie de foto’s links. Van zaterdag op zondag was er toch weer sneeuw. Zondag 31 januari werd een prachtige ijsdag met wind uit het westen, een laagje van ca. drie centimeter sneeuw op het ijs. Ik dacht altijd dat er narigheid uit het westen kwam, maar nu was het prachtig zonnig weer. Een aantal collega’s uit Roelofarendsveen e.o. waren inmiddels ook in Monnickendam met hun ijsschuiten gearriveerd om te kunnen zeilen. Op maandag 1 februari vond er een weersomslag plaats en begon het te regenen. De hele week bleef het regenen en werd er niet gezeild. De schuiten gingen de kant op. Op 4 februari zijn de ‘Hudson 1’ in verband met materiaalpech en ‘De IJsvogel’ van Gerbrand Tessel van het ijs gehaald. Vanaf 6 februari begon het toch weer licht tot matig te vriezen en vanaf 10 februari zijn de schuiten weer op het ijs gezet. Door de dooi was er een mooie ijsvloer ontstaan en kon er iedere dag worden gezeild. Op zaterdag 13 februari is de andere ijsschuit met de naam ‘IJsvogel’ van voorheen de fam. van Goor op het ijs gezet. Op zondag 14 februari werd voor het eerst sinds 5 januari 1997 de wedstrijd om de ‘Dirk Meijer IJszeiltrofee’ verzeild. Er was jammer genoeg die dag weinig wind en er moest door de deelnemers veelvuldig geduwd worden. Er deden in totaal 17 ijsschuiten aan de wedstrijd mee. De ijszeiltrofee werd uiteindelijk door Peter van Gelderen gewonnen. Bouw van Wijk had weliswaar de snelste tijd gezeild, maar de trofee kan nu eenmaal alleen gewonnen worden door een Gouwzee-ijszeiler. Al met al een mooie dag voor de ijszeilers en na afloop was er natuurlijk weer de gebruikelijke koek en zopie bij ‘De Willem Barentsz’ van Cor Jansen. Op maandag 15 februari is er door de ijsclub een baan geveegd naar Marken. In de week na de wedstrijd was er wederom een weersverandering en werd er niet 52

VOM2011 [3]-192pp.indd 52

18-04-2011 10:33:01


winterverslag 2009-2010

of nauwelijks meer gezeild en werden er al een aantal schuiten op de kant gezet. Op zondag 21 februari werd bij de Mirror het Open NK Monotype XV gehouden. Zeilers uit o.a. Polen, Rusland, Duitsland, Zweden en Nederland deden hieraan mee. Helaas moest het beperkt worden tot deze ene dag aangezien de weersvoorspellingen niet gunstig waren. Het was de bedoeling om een EK Monotype XV te houden en dit zou drie dagen moeten duren. Maar spectaculair was deze wedstrijd met monotypes in ieder geval wel! Rond ongeveer15.30 uur begon het te regenen en vervolgens zette dat de hele week door en zijn de schuiten van het ijs gehaald en terug naar de basis gebracht. Terugkijkend hebben we een bijzondere winter achter de rug die veel gelijkenissen had met de winter van ’78-’79. Met tussenpozen heeft deze winter geduurd van 3 januari tot en met 21 februari en dat is toch een behoorlijke periode. Op oude kaarten staat i.p.v. Gouwzee, ‘Goutzee’ vermeld: en dat is het ook! Maar... na een vrij normale Nederlandse zomer begon eind november de winter weer. En weer werd Nederland getrakteerd op hevige sneeuwval en op 29 november kreeg Nederland zelfs te maken met de langste avondspits ooit: 871 km!! Alleen de ochtendspitsen van 25 maart 2008 en 8 februari 2009 waren langer (respectievelijk 888 en 975 km). Ook de gladheidbestrijding werd weer een behoorlijk issue. Wie het hardst riep, kreeg het meeste zout. Op 1 december vroor het behoorlijk hard en de Gouwzee liep al weer vol met zwaar grondijs in een lijn tussen de Hoek van de Noord en de Nes. Op 2 december was de Gouwzee al weer helemaal dichtgevroren en op zaterdag 4 december kwamen de eerste DN-ers al het ijs op. Daarna volgde een periode van lichte dooi, wat nauwelijks invloed had op de dikte van het ijs. Het bleef zo tussen de 10 en 12 cm. Op 11 december, met het Winteravond Straattheater was het windstil weer met een paar graden boven nul. Na de Open Dag van de Stichting IJsschuiten Gouwzee ging de temperatuur weer langzaam naar beneden en tegen de eind van de week begon het weer te vriezen. Op vrijdag 17 december: 53

VOM2011 [3]-192pp.indd 53

18-04-2011 10:33:01


Sneeuw, en niet zo’n beetje ook. Zaterdag bleef het de hele dag sneeuwen en uiteindelijk viel er zo’n 15 cm. IJsclub Olympia had de dikte van het ijs gemeten en begon een baan uit te zetten vanuit de Haven tot in de Nes en zo ontstond er een nieuwe schaatstocht: ‘De Nes schaatstocht’. Op zondag 19 december is ‘de Wintervreugd’ weer het ijs opgegaan, gevolgd daarna door de ijsschuiten van de Stichting. In totaal stonden er 21 oude ijsschuiten op het ijs en met dit aantal benaderen we zo’n beetje het aantal dat ook in de oorlogsjaren op het ijs stond. De vrijwilligers hebben in de 20 jaar dat onze Stichting IJsschuiten Gouwzee bestaat, een ongelofelijke prestatie verricht. Woensdag 22 december is door veel ijszeilers gezeild bij een matig windje. En toen: donderdag 23 en vrijdag 24 december, een keiharde NO-wind, kracht 7. De uitgezette schaatsbaan verdween, de Nes schaatstocht werd geannuleerd en op de Gouwzee ontstonden sneeuwduinen tot meer dan 50 cm hoog waardoor ijszeilen onmogelijk was geworden. Met de kerstdagen was de Gouwzee het domein van schaatsers en wandelaars. Prachtig weer en een strak blauwe hemel met 0-wind. Een aardige anekdote die ik te horen kreeg was dat een Japans gezin zich afvroeg: ‘Wat kost het om het ijs op te gaan en hoe hebben ze dat gemaakt?’!!! Na een aantal dagen van betrekkelijk mooi winterweer met alleen weinig wind, konden de ijszeilers zich op dinsdag 28 december weer eens lekker uitleven. Helaas waren de vooruitzichten op het doorzetten van de winter niet gunstig en daarom zijn op oudejaarsdag alle ijsschuiten tegen de kant gezet. De winter van 2010 is op zich wel een heel opmerkelijke. Deze winter begon op omstreeks 1 januari en eindigde op 31 december met alleen een zomerperiode er tussen.

54

VOM2011 [3]-192pp.indd 54

18-04-2011 10:33:01


Overzicht besturen Bestuursleden VOM Voorzitter: Jan Konijn Secretaris: Vincent Keesmaat Penningmeester: Bertien van der Kolk Vice-voorzitter: Koert Kraak Leden: Garrelt Bont Ed Willms Klaas Roos Ton Meijer Lise Schokking Bestuur Stichting Museum de Speeltoren Voorzitter: Frans Fontaine Secretaris: Bart Kuilman Penningmeester: Paul van ’t Hof Leden: Nelleke Persoons Bertien van der Kolk Garrelt Bont Arjan Ouwehand Bestuursleden Stadsgidsen Voorzitter en organisator van de rondleidingen: Greetje de Haan-Rundervoort Penningmeester: Joop Klaver Publiciteit: Rini de Weijze Bestuursleden Stichting IJsschuiten Gouwzee Voorzitter: Klaas Roos Secretaris: Peter van Maanenberg Penningmeester: Jan Konijn Bestuursleden: Ton Meijer Lise Schokking Nico Lammers Henk Kalshoven

55

VOM2011 [3]-192pp.indd 55

18-04-2011 10:33:01


Door C. Craandijk vervaardigde overzichtskaart van de eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman, opgenomen in het in 1915 verschenen Deel 1 van De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman 1595-159 (achterin).

De door Lodewycksz in 1598 vervaardigde kaart van Indië. Lodewycksz heeft hiervoor gebruik gemaakt van het kaartmateriaal, dat hij in 1596 bij de in Bantam wonende Portugees Pedro de Tayde ter inzage kreeg. Waarschijnlijk was deze hulp aan de Nederlanders de reden dat Pedro de Tayde nog tijdens het verblijf van de Nederlanders in Bantam vermoord werd (uit: Deel 1 van De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman 1595-1597, achterin). De schepen op deze tekening varen westwaarts langs Java’s noordkust, wat ze in feite nooit gedaan hebben.

56

VOM2011 [3]-192pp.indd 56

18-04-2011 10:33:03


Sijmen Lambertsz Mau (1558–1615) Jaap Haag

Schipper uit Monnickendam was een der eerste Nederlandse Oost-Indiëvaarders Van de vier schepen, die op 2 april 1595 uitzeilden voor de eerste Nederlandse schipvaart naar Indië, had er één een Monnickendamse schipper, te weten Symon (Sijmen of Siemen) Lambertsz Mau (1558-1615). Dat was op zich niet onbekend. Maar omdat we verder zo weinig van hem weten is deze zeebonk tot nu toe nooit goed voor het voetlicht gekomen. Ten onrechte, want van de vele Monnickendamse zeevaarders was Sijmen Mau ongetwijfeld é��n van de belangrijkste. Na die eerste tocht naar Indië onder De Houtman zou Mau nog liefst vier keer naar ‘de Oost’ varen. Op de terugreis van de laatste tocht vond hij bij het eiland Mauritius een zeemansgraf in de Indische Oceaan. Vertrek van de eerste Nederlandse schipvaart naar Indië, 1595. Titelpagina van het Verhael van de Reyse by de Hollandtsche schepen gedaen naer Oost Indien, dat in 1597 in Middelburg verscheen (uit: De Eerste Schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman 1595-1597. Tweede Deel. Uitgegeven en toegelicht door G.P. Rouffaer en J.W. IJzerman onder auspiciën van de Linschoten-Vereeniging, ’s Gravenhage, 1915, p.1)

Opgeklommen tot schipper Een heel boek zal over het leven van Sijmen Lambertsz Mau niet zo makkelijk te schrijven zijn. Daarvoor ontbreken té veel gegevens, met name over de eerste helft van zijn leven. Maar over zijn rol bij de eerste Nederlandse zeereizen naar Indië, het huidige Indonesië, valt toch wel het nodige te weten te komen. Want van die roemruchte tochten zijn verschillende verslagen, journalen en andere documenten bewaard gebleven, waaronder een door Mau zelf bijgehouden journaal van de tweede schipvaart naar Indië.

57

VOM2011 [3]-192pp.indd 57

18-04-2011 10:33:03


Sijmen Mau werd te Monnickendam geboren in of omstreeks 15581. Daar zal hij ook naar school gegaan zijn. Als navigator moet hij hebben leren rekenen en gezien zijn eigenhandig bijgehouden scheepsjournaal tijdens de tweede schipvaart naar Indië was hij ook de schrijfkunst machtig. Al doet zijn nogal stroeve en bepaald niet foutloze Nederlands vermoeden, dat Sijmen al op vrij jonge leeftijd de schoolbanken verlaten heeft en naar zee is gegaan, zoals zo veel jongens toen. Of dat uit armoede was, is de vraag. Bekend is namelijk, dat zijn neef poorter was en dat maakt aannemelijk dat de familie Mau sociaal gezien in ieder geval niet onderaan de maatschappelijke ladder stond. Vermoedelijk is Sijmen Mau als scheepsjongen begonnen en tot schipper opgeklommen, na alle rangen daartussen doorlopen te hebben, van matroos tot kwartiermeester en vervolgens van bootsman tot stuurman. De familie Mau De naam Mau is in Monnickendam vooral bekend door Jan Jansz Mau (of Mauw), naar wie een straatnaam vernoemd is. Hij diende onder Michiel de Ruyter als kapitein op de oorlogsvloot en sneuvelde tijdens de zeeslag bij Solebay in 1672. Of en hoe hij verwant was aan schipper Sijmen Lambertsz Mau (ca 1558-1615) is echter (nog) niet duidelijk. Mogelijk was Jan Jansz zijn kleinzoon of achterneef. Dankzij het speurwerk van Leendert Appel weten we van Sijmen Lambertsz Mau, dat hij getrouwd was met Trijn Jans en dat zij samen in ieder geval twee kinderen hebben gehad: Grietgen en Jan, maar waarschijnlijk ook nog een dochter Niesgen. Van hun zoon Jan weten we dat hij in 1627 te Batavia in Indië overleden is. Van hun dochter Grietgen is bekend dat zij trouwde met Jan Jacobsz Heijnsen en van hem vijf kinderen kreeg. Verder weten we nog dat op Sijmen Mau’s laatste reis naar Indië een neef van hem meevoer: Lambert Jansz. Diens naam en patroniem doen vermoeden dat Sijmen Lambertsz Mau een broer Jan gehad heeft2. Deze neef Lambert was poorter van de stad Monnickendam.

In 1591 is de dan 33 jaar oude Mau opgeklommen tot schipper. Hij maakte toen een reis naar de kust van Guinea (West-Afrika), samen met Jolinck van Zutphen, die gezagvoerder van het andere schip van deze tocht was3. Hoe lucratief de handelsvaart op de Afrikaanse westkust kon zijn heeft Mau wellicht van zijn Monnickendamse stadsgenoot Barend Eriksz vernomen. Die was daar geweest. Hij had er een aantal jaren in Portugese gevangenschap doorgebracht, maar had ook gezien dat de Portugezen daar goede zaken deden. In 1592 voer Mau nogmaals naar Guinea, 58

VOM2011 [3]-192pp.indd 58

18-04-2011 10:33:03


sijmen lambertsz mau (1558-1615)

nu met twee andere schepen, beide met Zeeuwse gezagvoerders: Krijn Pyrsen uit Middelburg en Dirrick Oom uit Vlissingen. Rijk beladen met ivoor, goud en peper keerden de schepen in 1593 terug4. Het jaar daarop moet Mau benaderd zijn om schipper te worden van het jacht Duyfken, één van de vier schepen, die werden uitgerust voor de eerste schipvaart naar Oost-Indië. Het kleine en niet al te diep stekende jacht of pinas moest als verkenningsschip gaan dienen. Vandaar de naamgeving, die herinnerde aan de duif van de ark van Noach. Het schip liep in de zomer van 1594 van de helling.

Een in Australië gebouwde replica van de tweede, in 1601 gebouwde Duyfken bezocht Nederland in 2002. Het was met deze tweede Duyfken dat schipper Willem Jansz in 1606 Australië ontdekte. De Duyfken van Sijmen Lambertsz Mau zal er echter niet heel veel anders hebben Pinas, rond 1600

uitgezien (foto Wereldomroep?).

Stuurman op de Duyfken werd een zekere Hendrick Jansz; en onderstuurman werd de uit Monnickendam afkomstige Cornelis Jans Ceullen of Ceulen, die tijdens de tocht tot stuurman zou opklimmen. Vermoedelijk was deze Cornelis Jans Ceulen voor Mau geen onbekende, want zo’n heel grote stad was Monnickendam ook toen niet. Waarschijnlijk heeft Mau hem dan ook zelf voor deze functie gevraagd. Zoals hij op nog wel meer Monnickendamse zeelieden een beroep zal hebben gedaan om aan te monsteren op de Duyfken. Onder de vlag van de Compagnie van Verre Tot de vloot van De Houtman behoorden behalve de kleine Duyfken ook de schepen Hollandia, Mauritius en Amsterdam5. Eveneens nieuw gebouwd, maar gro59

VOM2011 [3]-192pp.indd 59

18-04-2011 10:33:04


ter. De Mauritius en de Hollandia maten elk 230 last, de Amsterdam 130 en de Duyfken slechts 25 last. De beide grootste schepen hadden bij hun vertrek uit Amsterdam een bemanning van elk 85 koppen, terwijl hun bewapening uit elk zes of zeven zware kanons (zogenoemde ‘halve kartouwen’), 13 of 14 middelzware ijzeren ‘gotelingen’ en 12 lichtere ‘steenstukken’ bestond. Op de kleinere Amsterdam waren 59 man aangemonsterd. Dit schip telde niettemin ook zes halve kartouwen en daarnaast nog 10 gotelingen en 10 steenstukken. Terwijl de Duyfken door 20 koppen bemand werd en een bewapening van twee halve kartouwen, zes gotelingen en twee steenstukken had. Voor de 249 opvarenden moesten aanzienlijke hoeveelheden voedsel (victualie), alsmede een grote watervoorraad worden ingeslagen. Terwijl voor de handel in Indië én met inwoners van gebieden, waar onderweg aangegaan zou worden, allerlei handelswaar werd meegenomen, waaronder fluweel, scharlaken, glaswerk en spiegels. Plus geld. De schepen waren uitgerust door de Compagnie van Verre, die in 1594 was opgericht door een groep van negen Amsterdamse kooplieden. Eén van hen was Sijvert of Syvert Pietersz Sem, met wie Sijmen Lambertsz Mau waarschijnlijk verwant was6. De Compagnie van Verre was één van de voorlopers van de in 1602 opgerichte Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en had als doel om vanuit Nederland tot rechtstreeks handelsverkeer met Indonesië te komen7. Tot dan toe werden producten als peper, kruidnagelen, nootmuskaat en foelie vooral door de Portugezen uit Azië gehaald, al was er daarnaast ook enige aanvoer vanuit het MiddenOosten. Vanuit Lissabon kwamen de ‘peperdure’ producten vervolgens in Antwerpen op de Noord-Europese markt. Maar daar kwam een eind aan toen de Spaanse koning Filips II tevens de Portugese kroon had weten te bemachtigen. Portugal raakte daardoor betrokken bij de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) tussen Nederland en Spanje. Fragment van een rond 1600 gemaakte zeekaart van de Bovendien blokkeerden de NeAtlantische Oceaan, met de Kaapverdische Eilanden en derlanders vanaf 1585 de toen in rechts de westkust van Afrika (coll. Waterlands Archief). 60

VOM2011 [3]-192pp.indd 60

18-04-2011 10:33:04


sijmen lambertsz mau (1558-1615)

Spaanse handen gevallen stad Antwerpen. Voor de Nederlanders werd het toen zaak om zelf handel met Azië te gaan drijven. Noodgedwongen in zekere zin, maar tegelijk een uitgelezen kans om daar eigen handelsposten te verwerven en – ten koste van de Portugezen – zoveel mogelijk handel naar zich toe te trekken. Aan zeelieden en zeemanschap geen gebrek, terwijl naar Amsterdam gevluchte Antwerpse kooplieden nog extra kapitaal en kennis inbrachten. Door de bewindvoerders van de Compagnie van Verre was de leiding van deze ‘eerste schipvaart naar Oost-Indië’ toevertrouwd aan oppercommies Cornelis de Houtman, die meevoer met de Mauritius. Een energieke en hardwerkende man, wiens koopmansgaven echter gehinderd werden door zijn zuinigheid, om niet te zeggen gierigheid, wat in Indië ernstig afbreuk zou doen aan het succes van de onderneming. Bovendien kon hij zich als een bullebak gedragen, wat zijn aanzien op de vloot geen goed zou doen. Als een soort rechterhand kreeg hij ‘opperpiloot’ Pieter Dirksz Keyser mee, die op de Hollandia inscheepte. De Houtman was overigens niet als bevelvoerend admiraal aangesteld, maar als coördinator, waarbij hij voorzitter was van de uit schippers én commiezen (kooplieden) samengestelde Scheepsraad. Het was deze raad, die het laatste woord had in de belangrijkste aangelegenheden van de tocht. Het ‘poldermodel’ op zee, zou je kunnen zeggen. Maar of dat op zee even goed werkte als in een Hollandse polder? Onder de meereizende kooplieden legde commies Gerrit van Beuningen na De Houtman het meeste gewicht in de schaal. Minder onbehouwen dan de oppercommies was hij tegelijk iemand, die zichzelf graag op de voorgrond plaatste. Hij voer mee aan boord van de Hollandia, waar hij zich onder de opvarenden populair probeerde te maken. Omdat hij zich steeds meer als tegenstrever van De Houtman ontpopte kwamen beide mannen op zeer gespannen voet met elkaar te staan en hun vete zou de onderlinge verhoudingen op de vloot al gauw ernstig verstoren. Voor de afzonderlijke schepen waren ervaren schippers aangeworven. Behalve Mau was nog een tweede schipper uit de regio Waterland afkomstig, te weten Jan Dignumsz uit Kwadijk. Deze was gezagvoerder op het grootste schip van de vloot, de Hollandia. Toen hij eind september 1597 aan scheurbuik overleed zou Sijmen Mau hem als schipper van de Hollandia opvolgen. Op elk schip – met uitzondering van de kleine Duyfken – voeren een commies (koopman) en een ondercommies mee. Onder de schippers stonden een stuurman en een onderstuurman. En onder hen de onderofficieren of daaraan gelijken: de bootsmannen, konstapels, chirurgijns, koks, timmerlieden, botteliers en kwartiermeesters en daaronder stond het overige scheepsvolk, de matrozen en scheepsjongens. Naast deze gewone bemanning waren op de vloot ook nog 24 adelborsten aangemonsterd. Dat waren jongemannen uit vaak welgestelde koopmansfamilies, 61

VOM2011 [3]-192pp.indd 61

18-04-2011 10:33:04


De Hollandia, de Mauritius, de Amsterdam en de Duyfken bij hun vertrek uit Amsterdam.

die van hun vaders met handel en scheepvaart vertrouwd moesten geraken. Aan boord functioneerden zij als assistent van de commiezen en de stuurlieden. Tot dan toe was nog nooit een Nederlands schip naar Oost-Indië gevaren en de in totaal 249 opvarenden gingen dan ook een ongewis avontuur tegemoet. Velen van hen zouden het vaderland nooit meer terugzien. Na op 10 maart ‘met een triomf van schieten’ uit Amsterdam te zijn vertrokken waren de schepen op 21 maart op de rede van Texel, niet ver buiten Oudeschild, voor anker gegaan. Hier werden de laatste voorbereidingen getroffen en ongetwijfeld werden ook de voorraden nog verder aangevuld. Reisverslagen en scheepsjournalen Al vrij kort na terugkeer van de vloot in 1597 kwamen er twee reisverslagen in boekvorm uit. Als eerste het Verhael van de Reyse by de Hollandtsche schepen gedaen naer Oost Indien, dat in 1597 in Middelburg het licht zag. Geschreven door een anonieme opvarende van de Hollandia (of eigenlijk twee, want het eerste deel van het verslag is duidelijk van een andere hand dan het vervolg). Als tweede de Historie van Indien, waer inne verhaelt is de avontueren die de Hollandtsche schepen bejeghent zijn, dat geschreven was door ondercommies Willem Lodewycksz, die eerst meevoer op de Amsterdam en later op de Mauritius. Dit uitgebreidere verslag werd in 1598 te Amsterdam uitgegeven door Cornelis Claesz. Het is dit verslag, dat in 1915 als eerste uitgave van de Van Linschotenvereniging8 opnieuw in druk verschenen is. Een hertaling ervan door Vibeke Roeper en Diederik Wildeman kwam in 1997 uit. In 1925 verscheen het Verhael van de Reyse uit

62

VOM2011 [3]-192pp.indd 62

18-04-2011 10:33:05


sijmen lambertsz mau (1558-1615)

1597. Aansluitend zijn in 1929 de onderweg bijgehouden scheepsjournalen, met nog een aantal andere documenten over de tocht, uitgegeven. Op basis daarvan heeft Mollema zijn in 1936 verschenen boek kunnen schrijven, waarin de tocht als één verhaal beschreven is. Voor de gegevens over Sijmen Lambertsz Mau zijn naast de algemene reisverslagen vooral de journalen van de stuurlieden van belang. Eerst dat van Cornelis Jans Ceulen, stuurman van de Duyfken, en vervolgens dat van Jacob Jansz Kackerlack, onderstuurman en later stuurman op de Hollandia, het schip, waarvan Mau vanaf 26 oktober 1595 gezagvoerder was. Het zeegat uit Op 2 april werden de zeilen gehesen, de ankers gelicht en het Spanjaardsgat uitgevaren, waarna de Texelse duinen langzaam maar zeker uit het zicht verdwenen. Aan boord van de Duyfken noteerde onderstuurman Cornelis Jansz Ceulen ‘s avonds in zijn journaal: ‘Den 2 geseilt omtrent 12 mijl, suidt westen suiden ende suidt west aengegaen’. En over de daar op volgende nacht: ‘s Nats geseilt omtrent 9 mijl suidt westen suiden aengegaen, wel soe westelijck’, richting Nauw van Calais 9. Het ligt voor de hand te veronderstellen dat Sijmen Lambertsz Mau als schipper ook zelf een scheepsjournaal heeft bijgehouden, zoals hij dat op de tweede schipreis naar Indië eveneens gedaan heeft. Maar het kan óók zijn, dat hij het bijhouden van het scheepsjournaal aan zijn stuurlieden heeft overgelaten. In ieder geval is er van Mau’s hand geen journaal van zijn eerste reis naar Indië bewaard gebleven. Overigens is het journaal van Ceullen nogal bondig en bevat het hoofdzakelijk notities over de navigatie. Op drie april werd tien mijl verder gezeild in de richting ‘suidt westen suiden’ en ’s nachts vorderden de schepen twaalf mijl om op de ochtend van 4 april de krijtrotsen van Dover dwars te krijgen. Intussen hadden de schepen gezelschap gekregen van vijf ‘straatvaarders’ (schepen, die door de Straat van Gibraltar naar de Middellandse Zee voeren), waarmee door het Kanaal en de Golf van Biskaje gelijk op gegaan werd. De vaart bleef er in: ’s avonds werd ‘Wicht’ bereikt en de volgende avond ‘Leesert’ oftewel Lizard Point, niet ver van Land’s End, de uiKrijtrotsen aan de Engelse zuidkust gezien vanaf terste zuidwestpunt van Engeland. Op de klipper Stad Amsterdam, najaar 2007. de ochtend van 6 april, dus vier dagen foto Jaap Haag 63

VOM2011 [3]-192pp.indd 63

18-04-2011 10:33:06


Prent van het gebruik van een Jacobsstaf

Zeemans astrolabium en graadstok (Uit: De Tweede Schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Jacob Cornelisz. van Neck en Wybrant Warwijck 1598-1600 etc., Deel 2,

na hun vertrek van de rede van Texel, hadden de schepen ‘Hijssant’ (Ouessant, het eiland voor de westpunt van Bretagne) op zo’n vijf mijl oostelijk aan bakboord. Voor wie er niet mee vertrouwd is: bakboord is, naar voren kijkend, de linkerzijde van een schip en stuurboord de rechterzijde. En al na een week zeilen, op de avond van de 8ste april, bevonden ze zich ‘gegist’ op zo’n 16 mijl ten westen van ‘caep Vijnester’ (Kaap Finisterre, de noord-westpunt van Spanje). Kennelijk te ver uit de kust om land in zicht te hebben. Dat woord gegist is overigens iets om bij stil te staan. Want het was met de toenmalige navigatiemiddelen niet eenvoudig om op volle zee de eigen positie precies vast te stellen. Een breedtebepaling (noordzuid) viel aan de hand van de stand van de zon of de sterren vrij goed te maken. Maar voor een precieze lengtebepaling (oost-west) schoot het toen beschikbare instrumentarium te kort10. Navigatie De eerste Nederlandse Oost-Indiëvaarders maakten gebruik van ‘Portugesche pascaerten’ of kopieën daarvan11. Daarop stonden de kusten van Afrika, India en Malakka al opmerkelijk goed weergegeven. Verder zuidoostelijk waren ze minder nauwkeurig. Over de zuidkust van Java bestond geen duidelijkheid en Australië was nog geheel ‘terra incognita’, oftewel onbekend land. Of deze Portugese zeekaarten geheel legaal verworven waren is een intrigerende vraag, want de Portugezen hadden natuurlijk geen enkele behoefte aan concurrenten in ‘de Oost’ en hielden hun kennis over de zeewegen naar Indië het liefst voor zich. Voor het volgen van een koers diende

’s Gravenhage 1940, p. 24, digitaal, 26.

64

VOM2011 [3]-192pp.indd 64

18-04-2011 10:33:06


sijmen lambertsz mau (1558-1615)

een kompas. Stuurman Jacob Kackerlack spreekt van een Italiaans kompas12. Om de positie op zee te bepalen werd gebruik gemaakt van een graadstok of Jacobsstaf. Daarmee werd op het middaguur de hoogste stand van de zon gemeten of ’s nachts de hoogte van een bepaalde ster. Aan de hand daarvan kon de afstand tot de evenaar bepaald worden. Kackerlack heeft het kortweg over de ‘stock’ en noemt daarnaast de ‘son booch’, maar daar bedoelde hij waarschijnlijk het door hem eveneens gebruikte astrolabium, de ‘Astrolaebij’ of graadboog mee13. Dat was een cirkelvormig meetinstrument met een graadverdeling langs de omtrek en een draaibare peilaanwijzer of Alhidade, waarmee de hoogte van een hemellichaam gemeten werd. Veel moeilijker dan de positie in noordelijke of zuidelijke richting was echter het vaststellen van de eigen positie in oostelijke of westelijke richting. Dat kon door de snelheid te meten, waarmee het schip een bepaalde koers volgde. Maar de tijdsmeting met behulp van zandlopers was niet erg nauwkeurig. En de afstandsmeting met behulp van een buiten boord geworpen log (een plank aan een loglijn met daarin knopen op steeds gelijke afstand; de uitgelopen lengte gaf de afgelegde afstand in aantallen knopen aan), was evenmin erg nauwkeurig. Bovendien moest rekening worden gehouden met de kompasvariatie, het verschil tussen het magnetische en het geografische noorden. Die is niet overal gelijk14. De oceaan over Kort na 10 april moeten de schepen ter hoogte van Kaap St Vincent (de zuid-west punt van Portugal) zijn gekomen, vanwaar koers gezet werd naar Madeira, dat, zo noteerde Ceullen, ‘wij den 17 smorgens sagen’. Vervolgens ging het naar de Canarische eilanden. Op de ochtend van de 19de lagen de schepen ‘neffen het noort eindt van die Palm’ (het eiland Palma), waarna er ‘tusken die Palm en Gomera deur’ werd gezeild. Op de ochtend van 25 april kwam ‘het eilant van Boauisto’ (Boa Vista, een van de Kaap Verdische eilanden) in zicht en op 26 april’s avonds ‘quamen wij op die reedt onder Ielgo de Meio (Ilha de Mayo)’. Op 1 mei werd door onderstuurman Ceullen ‘9 graedt, 30 menuiten geschoten’ en hij vermoedde toen ongeveer ‘70 mijl buiten die cust van Ginne’ (Guinee) te zijn. Na eerst nog een tijd min of meer parallel aan de Afrikaanse kust te hebben gevaren, waarbij midden op zee een vriendschappelijk verlopen ontmoeting met twee Portugese kraken plaatsvond (al hadden veel bemanningsleden de Portugese schepen liever willen kapen). Vanaf de zevende mei werd een meer zuidwestelijke koers aan gehouden. Windstilte maar ook storm viel de vloot vervolgens ten deel. Ook werden op de 65

VOM2011 [3]-192pp.indd 65

18-04-2011 10:33:06


eindeloze oceaan zowaar nog een paar Nederlandse schepen gepraaid. Op 4 juni ‘passeerden wij die lijnij’, oftewel de evenaar en op de elfde juni was de positie ‘gegist 36 mijl buiten die clippen van Barsijlgen (Brazilië), op 4 graedt 20 menuiten’ (zuider breedte), aldus Mau’s onderstuurman. Op de 26ste juni werden de Abruelges (Abrolhos, een eilandengroep voor de Braziliaanse kust) gepasseerd en zo ging het verder, tot bij de Steenbokskeerkring, waarna een oostelijke koers ingezet werd. Alles zonder veel tegenslag, afgezien van de problemen, die Ceullen ondervond met het kompas, het meten van afgelegDe Hollandia, de Mauritius, de Amsterdam en de Duyfken in volle de afstanden en aan de hand daarvan het gissen zee (Uit Verhael van de Reyse by de Hollandtsche schepen gedaen naar Oost Indien: deel II van de eerste Schipreis, p. 378, dig. p. 510) van de precieze posities. Pas eind juli, later dan verwacht, meende Mau’s onderstuurman in de buurt van ‘Caep die Bonesperanse’ (Kaap de Goede Hoop, oftewel de zuidpunt van Afrika) te zijn gekomen. Op 2 augustus, was het eindelijk zover en ‘sagen wij het lant ende waren al binnen die Caep’, die overigens op ruime afstand gepasseerd werd 15. Aan wal in Zuid Afrika Waar Ceullen niet over schrijft is het toenemend aantal gevallen van scheurbuik onder de bemanning. Nu lijken de andere schepen daar ook méér door te zijn getroffen dan de Duyfken. Zo maakt commies Willem Lodewycksz in het door hem bijgehouden verslag melding van scheurbuik aan boord van de Amsterdam. Door het vele gezouten eten en het gebrek aan vitamine C kregen steeds meer bemanningsleden last van deze ziekte. Volgens Lodewycksz was er al op 1 juli een bemanningslid van de Mauritius aan scheurbuik overleden. En op 27 juli, dus een week voor het bereiken van de Kaap, telde de Hollandia reeds 50 zieken, iets meer dan de helft van de bemanning16. Op 4 augustus werd de iets oostelijk van de Kaap gelegen ‘baei van Aguada de Sanbraes’ (waterplaats van Sint Blasius, later Mosselbaai genoemd) binnengevaren en daar voor anker gegaan. Op de Hollandia overleed die dag een elfde slachtoffer aan scheurbuik. De volgende dag werd aan 66

VOM2011 [3]-192pp.indd 66

18-04-2011 10:33:07


sijmen lambertsz mau (1558-1615)

land gegaan en in de dagen daarop kwam het daar met de Hottentotten tot ruil van runderen en schapen voor gereedschap en andere ijzerwaren. Ook kon er vers drinkwater worden ingeslagen, maar geen eetbare groenten of vruchten, zodat de scheurbuik slachtoffers bleef maken. Hottentotten rond de Mosselbaai (uit: Deel 1 van De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-IndiĂŤ onder Cornelis de Houtman 1595-1597, p.8, digitaal p. 48).

Kaart van kaap de Goede Hoop met rechts de zuidwest punt van Madagaskar (uit: Deel 1 van De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-IndiĂŤ onder Cornelis de Houtman 1595-1597, p.6, digitaal p. 44).

67

VOM2011 [3]-192pp.indd 67

18-04-2011 10:33:07


Naar Madagaskar Op 11 augustus werd opnieuw zee gekozen. Koers oost-noord-oost, naar de Antongilbaai aan de oostkust van Sao Lourenco of Sint Laurens, zoals Madagaskar toen genoemd werd. De oversteek duurde liefst een maand, waarbij storm de schepen niet bespaard bleef en de schepen elkaar op 23 augustus ook nog even uit het oog verloren. Tot overmaat van ramp kwamen de schepen te ver westelijk uit, ondanks gunstige wind uit het zuidwesten en westen. Mogelijk lag de oorzaak daarvan in de Agulhasstroom. Hoe ook, er was te weinig hoogte gewonnen om Kaap Sao Romao (Kaap Andavaka, de Zuid-Oostpunt van Madagaskar) te ronden en vervolgens langs de oostkust van Madagscar door te kunnen zeilen naar het vruchtbare gebied rond de Baai van Antongil. Vandaar dat besloten werd een verversingsplaats op de zuidkust van Madagaskar te zoeken. Maar het land daar bleek weinig te bieden te hebben. Een tijdlang lagen de schepen voor anker bij een eilandje, dat de veelzeggende naam Hollandsch Kerkhof zou krijgen, vanwege de vele, aan scheurbuik gestorven bemanningsleden, die daar begraven werden. Onder hen ook schipper Jan Dignumsz van de Hollandia, die op 29 september overleed. Acht dagen daarvoor was Sijmen Mau er met zijn Duyfken op uit gestuurd om op zoek te gaan naar een vruchtbaarder kustgebied. Met het verheugende bericht inderdaad een betere verversingsplaats gevonden te hebben keerde de pinas begin ok-

Kaart van Madagaskar (uit: Deel 1 van De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-IndiĂŤ onder Cornelis de Houtman 1595-1597, p. 10, digitaal p. 52).

68

VOM2011 [3]-192pp.indd 68

18-04-2011 10:33:07


sijmen lambertsz mau (1558-1615)

tober bij de andere schepen terug, waarna de vloot op 7 oktober koers zette naar de St Augustinbaai aan de zuidwestkust van Madagaskar, waar twee dagen later voor anker werd gegaan. Mau op de Hollandia ‘Kiest Symen Mau als schipper (op de Hollandia), want als hier Keyser en Van Beuningen de baas worden, zal het kwalijk gaan’, zo bezwoer Jan Dignums de rond zijn sterfbed aanwezige leden van de Scheepsraad. De schipper uit Kwadijk had alle reden tot zorg. De commies had bij hem aan boord stemming gemaakt tegen De Houtman en tijdens het verblijf in de Mosselbaai zou Van Beuningen de bemanning van de Hollandia ook tegen Jan Dignums zelf hebben trachten op te ‘rockenen’17. De schipper uit Kwadijk had het goed gezien. Kort na zijn overlijden had Van Beuningen eigenmachtig zijn vriend Keyser als kapitein van de Hollandia geïnstalleerd. In de Scheepsraad zette dat kwaad bloed, temeer omdat opperpiloot Keyser als een verlengstuk van Van Beuningen werd gezien18. Nog meer irritatie wekte Van Beuningens optreden bij het aan land laten gaan van de scheurbuiklijders, dit ter wille van hun herstel. Hij liet de zieke opvarenden van de Hollandia namelijk in een apart kamp onderbrengen, waarbij hij bovendien verzuimde hen voldoende bewaking mee te geven. Toen de zieke mannen kort daarop door Malagassiërs beroofd en mishandeld werden, was voor de meeste leden van de Scheepsraad de maat vol. Op 20 oktober werd Van Beuningen in de Scheepsraad ter verantwoording geroepen. Het verwijt van verraad viel en Van Beuningen bond in, al was het maar om een veroordeling te voorkomen. Hij schikte zich in zijn overplaatsing naar de Mauritius en in de aanwijzing van Sijmen Mau tot nieuwe schipper op de Hollandia. Keyser had – verstandig genoeg – verklaard als schipper te willen terugtreden. In de vergadering van 26 oktober werd tot nog meer personele wisselingen besloten. Keyser ging eveneens naar de Mauritius, terwijl De Houtman bij Sijmen Mau op de Hollandia aan boord kwam. Mau kreeg Vechter Willemsz van Monnikendam als stuurman19. Gezien zijn naam was hij waarschijnlijk een plaatsgenoot van Mau (al kan de aanduiding Van Monnikendam ook een familienaam zijn geweest). Op de Duyfken werd Mau als schipper opgevolgd door Hendrick Jansz, terwijl Cornelis Jansz Ceulen diens plaats als stuurman innam. Wie mocht denken dat de tweedracht op de vloot hiermee overwonnen was kwam echter bedrogen uit. En Mau, die er tot nu toe goeddeels buiten was gebleven, zou er op zijn nieuwe schip mee te maken gaan krijgen. Nogal wat opvarenden van de Hollandia bleken Van Beuningen nog steeds goed gezind. Daarbij kreeg Mau meteen al op diezelfde 26ste oktober het verwijt niet te hebben voorkomen, dat een groep woedende matrozen wraak was gaan nemen op een stel Malagassiërs, 69

VOM2011 [3]-192pp.indd 69

18-04-2011 10:33:08


dit vanwege de overval op de zieken van de Hollandia. Eén van de Malagassiërs was daarbij omgekomen en dat kon alleen maar ten koste gaan van de bereidheid om de Hollanders nog ter wille te zijn. Maar Mau was niet in de positie geweest dit incident te voorkomen en het verwijt was vooral tekenend voor de stemming op de vloot20. Malagassiërs uit de omgeving van de St Augustinbaai (uit: Deel 1 van De eerste schipvaart der Nederlanders naar OostIndie onder Cornelis de Houtman 15951597, p. 14, digitaal p. 58).

Omdat het ons vooral om Sijmen Lambertsz Mau te doen is, zullen we de reis vanaf 26 oktober 1595 zo veel mogelijk vanaf de Hollandia gaan volgen. Zodat we het journaal van stuurman Ceulen kunnen opbergen en nu het journaal gaan raadplegen, dat aan boord van de Hollandia door onderstuurman en later stuurman Jacob Jansz Kackerlack werd bijgehouden21. Storm, tweedracht en opnieuw scheurbuik Overigens zou Mau nog weer even terugkeren naar de Duyfken, toen hij als afgevaardigde van de Hollandia meeging op een nieuwe verkenningstocht langs de westkust van Madagscar. Die duurde van 17 tot 25 november, maar een plek, waar vers voedsel en met name fruit bemachtigd kon worden, leverde deze verkenningstocht niet op. Tot 13 december bleef men in de St Augustinbaai. Nieuwe, betreurenswaardige incidenten tussen opvarenden en Malagassiërs waren intussen niet uitgebleven. Terwijl de gezondheid van de manschappen een punt van zorg bleef, al leek het alsof iedereen weer op de been gekomen was. Nou ja, iedereen..., van de oorspronkelijke 249 opvarenden waren er nog maar 127 over... Op de ochtend van 13 december gingen de schepen eindelijk weer onder zeil ‘om onse Reijs te vervordeeren’. De zuidpunt van het eiland kon thans zonder veel moeite worden gerond, waarna koers gezet werd richting Java. Kort daarop kre70

VOM2011 [3]-192pp.indd 70

18-04-2011 10:33:08


sijmen lambertsz mau (1558-1615)

gen de schepen met een zware storm te maken en ‘cregen so veel wints als wij met twee huijckende schovers seijlen boven boort mochten voeren tot smorgens den 19 toe’22 Met huijckende schovers bedoelde Mau’s onderstuurman de tot hun minimaalste omvang gereefde grootzeilen, waarbij de ra’s tot dicht boven het dek gevierd waren. In deze storm raakten de Amsterdam en de pinas ‘van ons verdwaelt’. Op de 19de ‘begont tweer te beteren en maeckten wij meerder seijll’. Maar pas op de 22ste kwamen de beide andere schepen weer in zicht. Spoedig zou blijken, dat nóch de tweespalt, nóch de scheurbuik overwonnen was. Op eerste Kerstdag, toen De Houtman en Mau zich bij rustig weer voor een gelegenheidsbezoek naar de Duyfken hadden laten roeien, wist Van Beuningen van hun afwezigheid op de Hollandia gebruik te maken en daar aan boord te komen. Zijn aanhang daar was voldoende groot om er zijn gezag te herstellen en hij liet De Houtman weten deze te zullen neerschieten als hij terug aan boord zou proberen te komen. Het was natuurlijk pure insubordinatie, maar noch De Houtman, noch de scheepsraad bleek voorlopig bij machte om Van Beuningen tot de orde te roepen. Overigens keerde Mau wél terug naar de Hollandia en werd daar door Van Beuningen niet belemmerd in zijn functie als schipper23. Meer dan vier maanden heeft Mau met de weerspannige commies moeten omgaan, want pas in mei, ná de oversteek van de Indische Oceaan, wist men Van Beuningen zijn macht te ontnemen en werd hij door de scheepsraad tot opsluiting ‘in het gat’ aan boord van de Mauritius veroordeeld. Het zullen voor Mau nou niet bepaald makkelijke maanden zijn geweest. Behalve tweespalt had ook de scheurbuik weer de kop opgestoken en dat deed de Scheepsraad op 5 januari besluiten terug te keren naar Madagaskar, om ‘naet lant te loepen om verversing te soecken, want onse volck altesaemen aen die schuerbuijck waeren’24. Men zou trachten de nu goed te bezeilen Antongilbaai aan de oostkust op te zoeken. Op 10 januari kwam eerst het eilandje St Marie in zicht. Het was tevens de dag waarop de scheurbuik zijn eerste nieuwe slachtoffer maakte: Vechter Willemsz van Monnikendam, eerste stuurman van de Hollandia, wiens lichaam ‘wij over boort worpen’25. Jan Jansz Kackerlack volgde hem als stuurman op. Op de 12de januari kwam een kano langszij de Hollandia en kon tot grote vreugde rijst, suikerriet, lemoenen en een hoen geruild worden voor ‘enige snuitdoeken en paternosters’26. Aan land toonden de Malagassiërs – uiteraard onwetend van de misdragingen van de Hollanders op het zuidelijk deel van het eiland – zich zeer hartelijk en konden nog veel meer citroenen, sinasappels en ander heilzaam voedsel gekocht worden.

71

VOM2011 [3]-192pp.indd 71

18-04-2011 10:33:08


Nog meer onheil Vanaf St Marie werd kort daarop doorgevaren naar de Antongilbaai en ook daar kwam het in goede verstandhouding met de Malagassiërs tot ruilhandel, waarbij veel vitaminerijk voedsel verkregen werd terwijl ook vers water kon worden ingenomen27. De scheurbuik zou sindsdien geen slachtoffers meer maken. Maar wie mocht hopen dat de schipreis nu onder een minder noodlottig gesternte kon worden voortgezet kwam bedrogen uit. De eerste tegenslag kwam al op 3 februari, toen de voor anker liggende schepen overvallen werden door ‘sulcken storm, dat wij meenden dat wij die scheepens souden verloren hebben ende dreven voor 4 anckers door’, aldus noteerde Mau’s stuurman in zijn journaal. Waarmee hij vermoedelijk bedoelde dat de ankers over de bodem waren gaan krabben. Toch lukte het de schepen te behouden, maar ‘onse schuijt ondreef ons’ en belandde op het strand, waar ‘die wilde se sloopte om die spijckers’28. Toen de storm was gaan liggen werd aan land gegaan om van de Malagassiërs genoegdoening te eisen. De aangesproken dorpelingen verwezen echter (naar het schijnt terecht) naar de inwoners van een ander dorp. Toen de Hollanders daar aan land wilden gaan, werden ze echter meteen vijandig bejegend. Of in ieder geval: zo werd het door de maats opgevat, ‘waerom de onsen begonnen te schieten met roers (geweren), so dat die wilden de vlucht naemen ende haeren dorp verlieten’. Het trieste geMalagassiërs in krijgsuitrusting (links) en een vrouw met de kind aan de borst (rechts) aan de Antongilbaai op Madagaskar (uit: Deel 1 van De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman 1595-1597, p. 36, digitaal p. 84).

Dorpen aan de Antongilbaai op Madagaskar, (uit: Deel 1 van De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman 1595-1597, p. 40, digitaal p. 90).met de kind aan de borst (rechts) aan de Antongilbaai op Madagaskar (uit: Deel 1 van De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman 1595-1597, p. 36, digitaal p. 84). 72

VOM2011 [3]-192pp.indd 72

18-04-2011 10:33:09


sijmen lambertsz mau (1558-1615)

volg: ‘wij saegen daer 4 leggen die doodt waeren’, terwijl er onder de vluchtenden ook nog een aantal gewonden moet zijn geweest. Dat vervolgens nog een heel dorp in vlammen opging, was geen opzet, maar het gevolg van onvoorzichtigheid ‘van onssen volck’ bij het doen van ‘sijn ghevoech’, aldus de stuurman van de Hollandia. Van één bemanningslid is daarbij per ongeluk ‘die brant in sijn kruijt geraeckt’ en omdat ‘die lont aen een riet dack hinck’ vatte dat vlam en is vervolgens ‘het heele dorp verbrant’. De dagen daarop kwam het met inwoners van andere dorpen overigens wel weer in goede verstandhouding tot ruilhandel. Eenmaal voorzien van voldoende proviand en vers water en met een op krachten gekomen bemanning kon opnieuw zee worden gekozen. Naar later bleek had Van Beuningen tijdens de laatste dagen op Madagaskar nog een plan beraamd om zich met de Hollandia van de vloot af te scheiden, maar deze muiterij heeft hij kennelijk toch niet aangedurfd. Naar Indië Indiëwaarts. Op 12 februari ‘sijn wij tsaevens vant teylandt tseijl ghegaen om onse Reijs nae Javo Mayoor te vervorderen’, zo schreef Jan Jansz Kackerlack aan boord van de Hollandia in zijn journaal29. Maar snel zou het niet gaan. De eerste dagen liet de wind de schepen nog niet in de steek, maar op de 16de en 17de februari werd niet meer dan twee mijl gevaren, want ‘het was aldoor stil’30. En er zouden nog heel wat windstille dagen volgen. En als er wel wind was, dan meestal niet uit de goede hoek. De stuurlieden maken vaak melding van oostelijke winden, wat te maken had met de Zuidoostpassaat, die in dit jaargetijde domineerde31. Er moest daarom vaak heel scherp (d.w.z. met schuin van voren inkomende wind) gezeild worden, waar de schepen niet echt op gebouwd waren. En wat met weinig wind extra lastig was. Pas eind februari schrijft Kackerlack weer over ‘goeden wint’. In maart bleven dagen van stilte en van gunstige wind elkaar afwisselen. Mau’s stuurman had in de nacht van 15 op 16 maart ‘op die ster 11 graeden ende 40 mijnuten’ zuiderbreedte geschoten en op 17 maart ’s middags ‘op die astrolaebij 11 graeden ende 15 mijnuten’32. Maar het weer kon zich ook van een andere kant laten zien, want op 26 maart werden de schepen door storm overvallen. Dat vergde van schipper Mau en zijn bemanning het uiterste, vooral toen op de Hollandia het schoverzeil (grootzeil) scheurde. Daarna braken weer vele windstille dagen aan, tot op 4 mei opnieuw een storm uitbrak. Die kwam nu uit het noord-westen en hoewel alle zeilen moesten worden geborgen konden de schepen vier dagen voor top en takel toch voortgang blijven maken. Maar de overtocht had intussen al te lang geduurd, wat betekende dat er bezuinigd moest gaan worden op het dagelijkse waterrantsoen33. Positief was echter dat tijdens de oversteek naar Java de gezagsverhoudingen op 73

VOM2011 [3]-192pp.indd 73

18-04-2011 10:33:09


de vloot langzaam maar zeker hersteld werden. Als een soort bevestiging daarvan diende het voorbeeld, dat op 3 juni gesteld werd met de berechting van Jacob Pruijs, bootsman van de Duyfken. Voor insubordinatie kreeg hij de doodstraf, al kan worden afgevraagd of dit vonnis in proportie was met het opstandig gedrag, waaraan hij zich had schuldig gemaakt. Het lijkt er echter op dat dit machtsvertoon – waartegen de bemanning niet hoorbaar durfde te protesteren – er óók toe diende om de weg vrij te maken om Van Beuningen aan te pakken. Zoals een week later ook daadwerkelijk zou geschieden. Maar eerst kreeg men op 5 juni 1596 eindelijk, land in zicht: ‘het Eylandt Isle del Emgano (oftewel het westelijk van Sumatra gelegen eiland Pulu Engano), waer door wy al te samen seer verblijt waren, overmits den grooten dorst die inde schepen geleden werde’, zo noteerde aan boord van de Hollandia de anoniem gebleven schrijver van het Verhael van de Reyse34. De volgende dag werd met een sloep ‘naer landt ghevaren’ maar toen ‘ons volck dicht aen strant quamen, stonden daer wel 40. of 50. man sterck, met haer flits-bogen inde hant, ende ons volck en dorste niet aen landt comen: want het scheen een seer wreet volck te wesen en noch onghetemt, want zy liepen gans naeckt’ zodat onze mannen ‘wederom te scheep quamen’35. Voor vers water moest nog even gewacht worden. Op de ochtend van 8 juni kreeg men op de Hollandia de kust van Sumatra zelf in zicht. Op de Duyfken, die vooruitgezeild was, had men die al eerder verkend. Er werd besloten nu meteen richting Straat Sunda (de zeestraat tussen Java en Sumatra) te zeilen. Van Beuningen opgesloten

De vier Nederlandse schepen en enkele prauwen op de rede van Bantam. Waarschijnlijk vlak voor de beschieting van de stad door de Hollanders op5 september 1596. Normaal lagen de schepen namelijk op grotere afstand van de stad (uit: Deel 1 van De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman 1595-1597, p. 104, digitaal 170).

Op 9 juni, met de kust van Sumatra in het zicht, wist De Houtman zich sterk genoeg om met zijn rivaal af te rekenen. Hij werd daarbij gesteund door de voor Van Beuningen uiterst belastende verklaringen van één van de adelborsten. Op een vergadering van de Scheepsraad op 10 juni werd Van Beuningen beschuldigd van geïn-

74

VOM2011 [3]-192pp.indd 74

18-04-2011 10:33:09


sijmen lambertsz mau (1558-1615)

trigeer, gestook, aanzetten tot muiterij en zelfs van het beramen van een moordaanslag op De Houtman. Over die laatste beschuldiging heeft de Scheepsraad zich overigens niet uitgesproken. Wellicht omdat die onvoldoende viel hard te maken en waarschijnlijk deinsde de raad ook terug voor het uitspreken van het dan onvermijdelijke doodvonnis. Maar de andere beschuldigingen waren ernstig genoeg en de Scheepsraad veroordeelde Van Beuningen daarom tot opsluiting in het ‘gat’ van de Mauritius. Acht maanden lang heeft hij daar de tropenhitte mogen doorstaan, tot hem tijdens de terugreis vanwege ‘kwade benen’ wat bewegingsvrijheid gegund werd. En hoewel De Houtman liever zal hebben gezien, dat zijn rivaal aan een ra bungelde, had hij zijn kwelgeest nu wel van zich afgeschud. Ook Sijmen Mau zal opgelucht adem hebben gehaald toen deze stemmingmaker van zijn schip gehaald werd. Eindelijk: Bantam Op 11 juni bereikte de vloot het onbewoonde eilandje Lagundi, waar op 12 juni een eerst contact gemaakt werd met de bemanning van een Indonesische jonk. Meerdere contacten volgden en op de 15de juni kon hier vers water worden ingenomen. Het kostte de volgende dagen echter veel moeite Straat Sunda door te komen, want wind en stroom speelden de schepen herhaaldelijk parten. Maar op ‘den 23 Junijus’ was het eindelijk zover en ‘quaemen wij te Bantum op die reed’36. Dat wil zeggen: onder het eiland Pandjang in de Bantam baai, vanwaar je de stad in de verte kon zien liggen. Enige dagen later werd bij het dichter bij de stad gelegen eilandje Pulu Lima een nieuwe ankerplaats gevonden. Op minder dan twee mijl (3,25 km) van de stad. De vloot heeft daar tot 6 november gelegen, met een onderbreking in september. In het journaal van Mau’s stuurman is over Javaanse scheepstypen, met links een jonk, rechts een Chinese jonk, de gebeurtenissen in op de achtergrond een prauw (prahu majang) en op de voorgrond een deze maanden echter prahu katir of vlerkprauw (uit: Deel 1 van De eerste schipvaart der Neniets terug te vinden. derlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman 1595-1597, p. 132, digitaal p. 234). Kackerlack lijkt zijn 75

VOM2011 [3]-192pp.indd 75

18-04-2011 10:33:10


pen pas weer bij het verlaten van Bantam te hebben opgenomen. Voor het vervolg van het verhaal zijn we dus aangewezen op de andere bronnen van de eerste schipvaart. Veelbelovend Hoog waren de verwachtingen van de kooplieden om een goede slag te kunnen slaan en de eerste handelscontacten waren veel belovend. Niet alleen met Javaanse kooplieden, maar ook met Chinese, Bengaalse, Turkse, Perzische en Arabische kooplieden. In groten getale kwamen ze op 24 juni naar de schepen, waar ze aan boord ontvangen werden. Het internationale handelsknooppunt dat Bantam was trok kooplieden uit diverse windstreken en ook de Hollanders werden welwillend tegemoet getreden.

De Bazar of grote markt van Bantam, met afzonderlijke gedeelten voor de verkoop van groente en fruit, vis, peper, suiker, rijst of specerijen, maar ook voor lijnwaad, juwelen, krissen en sabels en aparte kramen voor Chinese en Bengaalse kooplieden (uit: Deel 1 van De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman 1595-1597, p. 110, digitaal p. 181).

Ook kwam het tot goede contacten met de Gouverneur van Bantam, die namens de nog slechts één jaar oude koning regeerde (diens vader was onlangs bij Palembang op Sumatra gesneuveld) en met andere autoriteiten, zoals de Sjahbandar of havenmeester. De Hollanders boden hen scharlaken, fluweel, glaswerk en een spiegel ten geschenke aan. Begin juli wist De Houtman een gunstig handelscontract af te sluiten, dat tevens een militair bondgenootschap behelsde.

76

VOM2011 [3]-192pp.indd 76

18-04-2011 10:33:10


sijmen lambertsz mau (1558-1615)

Kanongebulder En toch kwam de klad er in. De als ‘keizer’ aangeduide Javaanse vorst, die hiërarchisch boven bijna alle Javaanse koningen stond, bleek de Hollanders bepaald minder gunstig gezind. Maar het was ook de speculatieve opstelling van de Hollanders zelf, die kwaad bloed zette. Dit omdat zij geneigd waren eerst de nieuwe peperoogst af te wachten in de hoop dan lucratief zaken te kunnen doen. Het daardoor bij de Bantammers gewekte wantrouwen werd door de Portugezen in de stad nog gevoed met de verdenking dat het de Hollanders uiteindelijk om roof in plaats van eerlijke handel te doen zou zijn. Alleen de Portugese koopman Pedro de Tayde deed daar niet aan mee. Hij was de Hollanders goed gezind en raadde hen aan om niet te wachten met het inkopen van peper. Hij hielp hen zelfs met kaartmateriaal van Indië, wat waarschijnlijk de reden was, dat hij vermoord werd. Het voert te ver om hier uit de doeken te doen, hoe de Hollandse kooplieden de Bantammers tegen zich in het harnas joegen. De irritatie liep echter zo hoog op, dat de Gouverneur op 28 augustus besloot om de bij hem op bezoek zijnde De Houtman en nog De gouverneur van Bantam, die een audiëntie toestaat, met naast hem twaalf andere in de stad aanwezige Hollanders een Ceque (sjeik) of islamitische geestelijke (uit: Deel 1 van De eerste gevangen te nemen. schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de HoutMisschien was deze gijman 1595-1597, p. 114, digitaal p. 186). zeling slechts bedoeld om de Hollanders onder druk te zetten en tot meer inschikkelijkheid te bewegen. Maar aan boord van de op de rede liggende schepen werd dat in ieder geval niet zo begrepen. De Scheepsraad eiste vrijlating en besloot de kanonnen te laten spreken als de gouverneur die eis niet inwilligde. Niets wijst er op dat Sijmen Lambertsz Mau in de Scheepsraad daarover een afwijkend (minder hard) standpunt innam. Een briefwisseling tussen de Scheepsraad, de Gouverneur én de gegijzelden, die de Scheepsraad smeekten om voorzichtigheid, bracht daar geen verandering in37. Op 5 september voeren de schepen tot dicht onder de stad en werd tot een beschieting overgegaan. Dat de gegijzelden daardoor het risico liepen uit wraak te worden gedood werd op de schepen kennelijk voor lief genomen. Veel tegenweer werd 77

VOM2011 [3]-192pp.indd 77

18-04-2011 10:33:10


niet ondervonden: de kanonnen, waar de Bantammers over beschikten, bleken niet tot effectief tegenvuur in staat. Na een nieuwe schriftelijke smeekbede van De Houtman besloot de Scheepsraad de beschieting te staken. Maar toen de impasse niet doorbroken werd gingen de Hollanders op 7 september tot een tweede bombardement over. Het afslaan door de Duyfken van een aanval van 24 prauwen, met verderop het beschieten van Bantam door de Hollandia, de Mauritius en de Amsterdam, uit: Deel 1 van De eerste schipvaart der Nederlanders naar OostIndie onder Cornelis de Houtman 1595-159, p. 90, digitaal p. 152).

Het kwam die dag tevens tot een soort zeeslag toen de Duyfken een jonk achterna ging, bij een ondiepte strandde en vervolgens door 24 prauwen aangevallen werd. De bemanning van de pinas wist het schip aan een uitgezet anker nog net op tijd los te trekken en met kanon- en geweervuur werd de aanval van de prauwbemanningen afgeslagen. Tal van aanvallers vonden daarbij de dood38. De beschieting van Bantam ging intussen tot diep in de nacht door. Zand erover Toen de patstelling niet doorbroken kon worden besloten de Hollanders op 13 september eerst naar de zuidkust van Sumatra te varen om hun watervoorraden aan te vullen. Op 1 oktober was de vloot terug voor Bantam. Waarschijnlijk waren de gemoederen intussen bedaard, want het lukte De Houtman zich zelf vrij te pleiten – nou ja, te kopen – en op 11 oktober met de Gouverneur tot nieuwe overeenstemming te komen. Daarbij was het ‘zand erover’, voor alles wat men elkaar de afgelopen twee maanden had aangedaan of ontnomen had. Dat De Houtman ook het verdrag van begin juli bevestigd wist te krijgen, pleit voor de diplomatieke gaven, waarover hij kennelijk toch beschikte. Eindelijk kwam het nu tot levendige handel en werden voorraden peper ingekocht. Toch kwam er al gauw opnieuw de klad in, maar nu waren het de Bantammers zelf, die daar verantwoordelijk voor waren. En niet te vergeten de Portugezen, die het voor elkaar kregen de Gouverneur door omkoping tot stopzetting van verdere handel met de Hollanders te doen beslui78

VOM2011 [3]-192pp.indd 78

18-04-2011 10:33:11


sijmen lambertsz mau (1558-1615)

ten. Dit keer hadden de Hollanders reden om verontwaardigd te zijn, wat hen er toe bracht de rede van Bantam te blokkeren. Maar dat hielp hen weinig. Door het noodlot achtervolgd In Bantam zelf werden voorbereidingen getroffen voor een aanval op de Hollandse schepen en ook al hadden de Hollanders die met hun superieure bewapening kunnen afslaan, ze zouden er nauwelijks iets mee gewonnen hebben. Vandaar dat besloten werd de ankers te lichten en ‘den 6 November sijn wij tsaevens van die reed tseijl ghegaen’, zoals Mau’s stuurman in zijn (hervatte) journaal schreef. De vloot voer ‘langes die wal ende custen van Javo’ om op de 13de november ‘tsaevens te Sacketreij (oftewel Jacatra) offte Sunda Calapa op die reed’ te arriveren39. Maar vergeleken met Bantam had Jacatra toen nog lang niet de betekenis, die de stad later, na de verovering door de Nederlanders onder Jan Pietersz Coen in 1619, als Batavia zou krijgen. Lang bleef men hier niet. Op de 18de november gingen de schepen weer onder zeil en is de vloot langs Java’s noordkust verder oostwaarts gezeild. Richting de Molukken, want de commiezen hoopten daar alsnog tot een goede negotie te komen. Maar de schippers, onder wie ook Sijmen Mau, waren steeds minder bereid daar nog heen te varen. Zij hadden geen vertrouwen meer in de koopmanskwaliteiten van de commiezen. Bovendien maakten ze zich ernstig zorgen over de staat van de schepen, de bemanning en de voor de terugreis benodigde voorraden. Op 3 december 1596 werd geankerd op de rede van Sedaju, iets ten westen van Surabaya. Twee dagen later werd de Amsterdam daar overvallen door een overmacht van gewapende Javanen. De volledig verraste bemanning van nog slechts 27 koppen heeft de aanval echter weten af te slaan, zij het ten koste van 12 gesneuvelden. Dat de resterende bemanningsleden enige dagen later voor de kust van Madura het vuur openden op de prauwen van de Radja van Arosbaja, toen die een beleefdheidsbezoek aan de Mauritius wilde brengen, viel hen gezien het bloedbad op de 5de dan ook nauwelijks kwalijk te nemen. Maar hun geschut richtte een bloedbad aan onder de Madurezen... De overval op de Amsterdam op de rede van Sedaju op 5 december 1596 (uit: Deel 1 van De eerste schipvaart der Nederlanders naar OostIndië onder Cornelis de Houtman 1595-1597, p. 170, digitaal p. 294).

79

VOM2011 [3]-192pp.indd 79

18-04-2011 10:33:11


Tegenslag bleef de expeditie parten spelen. Een op 14 december ondernomen poging om terug te zeilen richting Bantam liep op niets uit. De westmoesson bleek te sterk. Een nog noodlottiger tegenslag vormde het plotseling overlijden van de oude schipper Meulenaer op een bijeenkomst van de Scheepsraad op 25 december. Vergiftiging was al gauw de verdenking en dat tekende de sfeer van onderling wantrouwen. Dat de verdenking zich op de weinig geliefde De Houtman richtte had natuurlijk óók te maken met diens verlangen door te zeilen naar de Molukken, waar de schippers geen heil meer in zagen40. De aantijgingen tegen De Houtman waren zonder enige twijfel ten onrechte, maar dat weerhield het scheepsvolk er niet van hem nog diezelfde dag in de boeien te slaan. Daaruit werd hij op bevel van de Scheepsraad na twee dagen weer bevrijd, maar omdat de verdenkingen onvoldoende weerlegd konden worden, werd De Houtman toch onder een soort curatele geplaatst. Pas drie eeuwen later kon zijn onschuld definitief bewezen worden41. Op dezelfde Scheepsraad was besloten de onderbemande en met lekkages kampende Amsterdam te verbranden en de thuisreis te aanvaarden. Daarvoor werd koers gezet naar Straat Bali om vandaar de Indische Oceaan op te kunnen zeilen. Maar op Mau’s schip schijnt de bemanning dit verkeerd begrepen te hebben, want terwijl de Mauritius en de pinas een zuidoostelijke koers waren gaan varen, koerste de Hollandia ineens westwaarts. Er wordt vermoed dat Mau daartoe door zijn eigen manschappen gedwongen werd, zozeer vreesden die dat een oostwaartse koers alsnog een tocht naar de Molukken in zou houden. Maar voor zover er inderdaad van muiterij sprake is geweest, hielp nu moeder natuur de mannen weer bij zinnen te brengen. Want opnieuw bleek er niet tegen de westmoesson op te zeilen. De schoten werden dan ook spoedig weer gevierd en met ruime wind zeilde de Hollandia de andere schepen achterna. De stemming aan boord van de Hollandia moet die dag ook om een andere reden beneden nul zijn geraakt, want bij het hijsen van het grootzeil was de ra naar beneden gekomen, waarbij bootsman Gerrit Claesz overboord viel en niet meer boven kwam42. Naar Bali Op 14 januari werd de oostpunt van Madura gerond. Bij het binnenzeilen van Straat Bali drie dagen later kreeg de Hollandia, die het dichtst onder de westkust van Bali voer, te maken met een zeer sterke zeestroming vanuit het zuiden. Die zette het schip een heel eind noordwaarts terug en pas de volgende dag lukte het schipper Mau en stuurman Kackerlack hun schip weer te laten aansluiten bij de dichter onder de Java wal varende Mauritius en Duyfken. Op Java’s oostpunt werd vergeefs naar water gezocht, wat bemoeilijkt werd door de oorlog tussen het islamitische Pasuruan en het toen nog hindoeistische Balambangan. De vloot stak daarop naar Bali over. Om daar echter buiten de Balinese krijgsvoorbereidingen 80

VOM2011 [3]-192pp.indd 80

18-04-2011 10:33:11


sijmen lambertsz mau (1558-1615)

De koning van Bali op een door twee buffels voortgetrokken wagen (uit: Deel 1 van De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman 1595-1597, p. 196, digitaal p. 324).

te blijven, besloot de Scheepsraad om de Balinese oostkust op te zoeken. Het ronden van de zuidpunt of Varkenshoek bleek echter uiterst lastig. Op 3 februari lukte dat de Mauritius en Duyfken, maar op de Hollandia scheurden de marszeilen, toen schipper Mau en stuurman Kackerlack wilden profiteren van de harde wind in een bui. Eerst op de 12de zou het hen lukken de kaap te ronden. Op de dagen daarvoor had Mau nog de Dewa Agung, de oppervorst van Bali aan boord mogen ontvangen, toen de Hollandia op de rede van Labuan Kota op een gunstiger wind wachtte. Dat Mau, gewend als hij was aan de wat minder gepolijste omgangsvormen aan boord, zich als gastheer de nodige moeite getroost heeft om zich van zijn hoffelijkste kant te laten zien, laat zich denken. In het gevolg van de vorst kwamen vervolgens nog 230 Balinezen het schip bezoeken, aangevoerd met 60 prauwen. Op 16 februari bereikte ook de Hollandia uiteindelijk het op de oostkust van Bali gelegen Labuan Amuk, waar in de dagen daarop hard gewerkt werd om water en ‘ververschinghe van beesten, verckens, fruyten, lemoenen’ aan boord te brengen43. Terug rond de Kaap Bali had de gastvrijheid geboden, die de opvarenden op Java zo lang gemist hadden. Voor de schepelingen was het oponthoud hier tevens een moment geweest om op adem en tot rust te komen. Totdat op 21 februari de terugreis definitief werd aanvaard. Vanaf Bali ging het in westzuidwestelijke richting de Indische oceaan op. Waarbij geconstateerd werd dat Java, anders dan op grond van de Portugese ‘pascaerten’ vermoed werd, ‘so breed en niet is’, want anders ‘souden wy midden door ’t landt gheseylt hebben44. De oversteek verliep dit keer zeer voorspoedig, dankzij de zuidoost passaat. Reeds op 24 april kreeg men ‘het vaste landt van Ethiopia (in feite de kust van Natal) op 33. graden’ in zicht. Veel eerder dan 81

VOM2011 [3]-192pp.indd 81

18-04-2011 10:33:12


verwacht, waaruit opnieuw blijkt hoeveel moeite men had met de lengtebepaling (oost-west) op zee. Men was God dankbaar de kust overdag te hebben kunnen waarnemen, waardoor Hij ‘ons wonderlijcken bewaerde’ want ‘hadden wy by nacht aent landt vervallen, souden daerop gheseylt hebben’45. In de avond van de 25ste april werd met een noordelijke en noordoostelijke wind een ruime koers (zuidwest ten westen) aangehouden. Schipper Mau bleef daarbij met zijn Hollandia eerst dicht onder de kust. Volgens de zich aan boord van de Hollandia bevindende schrijver van het Verhael van de Reyse met te weinig zeil, zodat de volgende dag de beide andere schepen uit het zicht verdwenen waren. Wat voor ‘die ghemeene man in ons schip gheen vreuchde was’ aangezien de Hollandia ‘heel swack was’ en men de Mauritius en de Duyfken daarom graag in de buurt wist46.

Trombas of rietstruiken, zoals die in zee in de omgeving van Kaap de Goede Hoop worden aangetroffen, evenals sargasso, al komt dat ook veel noordelijker voor. Hoewel afgebeeld bij het verhaal over de terugreis staan hier nog altijd vier schepen afgebeeld (uit: Deel 1 van De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman 1595-1597, p. 208, digitaal p. 344).

Er was voor de bemanning van de Hollandia ook wel reden zich zorgen te maken. Want toen het schip later ruimer water opzocht en de golven hoger werden, ‘schoten die balcken met het rysen van der zee voorby malcander, ende ginghen die naden op en toe ende hadden datmael een leck schip’47. Of de kritiek op schipper Mau terecht was is echter de vraag. Mogelijk hadden de schipper en zijn stuurman 82

VOM2011 [3]-192pp.indd 82

18-04-2011 10:33:12


sijmen lambertsz mau (1558-1615)

de vorige dag rekening gehouden met onbestendig weer en daarom ‘s nachts alleen de ‘schoverseylen’ (fok en grootzeil) laten staan. Om zo niet bij donkerte en in slechter wordende weersomstandigheden de marszeilen binnen te hoeven halen. Wat voor Mau daarbij mogelijk heeft mee gewogen, is de verminderde fysieke gesteldheid van zijn toch al sterk uitgedunde bemanning. In ieder geval zou de wind de volgende dag inderdaad naar het noordwesten krimpen en later aanwakkeren tot een wester storm. Met als gevolg ‘dat ons meeste seylen (er was overdag kennelijk weer zeil bij gezet) aan stucken waeyden, ende (wy) sonder seijl voort dreven’. Een zeestroming dreef het schip daarbij ‘nae den zuyden en zuidtwesten’48. Maar gezien de westelijke wind was het nu waarschijnlijk zo slecht nog niet om ver buiten de Kaap te zijn. Want bij verder krimpen van de wind naar zuidwest of zuid was het gevaar van aan lager wal geraken en vervolgens stranden niet denkbeeldig. Persoonlijk houd ik het in ieder geval voor heel goed mogelijk dat Mau dergelijke overwegingen gemaakt heeft en ik deel het kritische oordeel over zijn navigatie bij Kaap de Goede Hoop dan ook niet49. Hoe dit ook zij, uiteindelijk heeft de Hollandia als eerste de St Helena, met de vier grote Portugese kraken op de rede (uit: Deel 1 van Kaap gerond, al voer De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de het schip te ver zuideHoutman 1595-1597, p. 206, digitaal p. 340). lijk om de Tafelberg te kunnen zien. Het weer was inmiddels opgeknapt. Op 6 mei kon de koers worden verlegd naar het noordwesten, de Atlantische Oceaan op. De beide andere schepen durfden die koerswijziging eerst op de 7de mei aan. De schepen zouden elkaar pas op 25 mei weer in het oog krijgen, toen ze aankwamen bij het in de zuidelijke Atlantische Oceaan gelegen eiland St Helena, het afgesproken rendezvous. De hoop hier te kunnen verversen kon echter niet in vervulling gaan. Op de rede van het eiland lagen vier grote Portugese kraken en op een confrontatie daarmee wilde men het niet aan laten komen. Er werd doorgevaren richting Ascension, dat op 1 juni gepasseerd werd. Op 7 juni bereikten de schepen de Linie Aequinoctialis 83

VOM2011 [3]-192pp.indd 83

18-04-2011 10:33:12


oftewel de evenaar en een paar dagen later kregen de opvarenden in het nachtelijk donker ‘die Noordt-sterre weder te sien, die wy in twee jaren niet ghesien en hadden’50. Op 17 juni was men bij de Kaap-Verdische eilanden en de dag erop kon een ‘grooten Alvercoor ghevanghen (worden), daer wy tsamen twee maeltyden ons becomst aen aten, twelck in langhen tijt niet gheschiet en was’51. De vangst was des te meer welkom, aangezien de voorraden onrustbarend begonnen te slinken. Op 30 juni passeerde de vloot de Kreeftskeerkring, waarbij ‘wy des middaeghs de son int kayut, recht boven thooft’ (dus door een raam in het dek) hadden. Toen op 10 juli de Azoren of ‘Vlaemsche Eylanden’ bereikt werden bestond de vrees de Spaensche Armade ‘opt lijf te seylen’, die rond deze tijd de Spaanse koopvaarders uit West-Indië konvooieerden. Maar dat onheil bleef de Hollanders bespaard. Vanaf de Azoren werd met een noordoostelijke koers richting het Kanaal gevaren. Die dag viel er bij een stevige vaart ‘een jonghen uyt ons schip over boord’, maar ‘tot zynen gheluck’ werd hij door de een kwart mijl achter de Hollandia varende pinas geborgen52. Op 14 juli was er op de Hollandia na lange tijd weer sprake van ziekte, waar behalve het eentonige eten van rijst en water (brood stond al sinds 20 april niet meer op het menu) ook de vermoeidheid schuldig aan was. Overigens ging het niet om scheurbuik53. In de namiddag van 6 augustus ontstond ‘groote blyschap’ toen aan de kim ‘het landt van Heyssant’ (het eiland voor de westpunt van Bretagne) werd waarge-

Kaart van de eerste schipvaart, verschenen in 1598 (uit: Deel 1 van De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman 1595-1597, p. xxx, digitaal p. 33).

84

VOM2011 [3]-192pp.indd 84

18-04-2011 10:33:13


sijmen lambertsz mau (1558-1615)

nomen54. Drie dagen later werd het Nauw van Calais gepasseerd en op 10 augustus zagen de opvarenden de Hollandse duinen weer. Twee jaar en ruim vier maanden nadat die bij het wegvaren uit het zicht verdwenen waren. Aankomst Op diezelfde 10 augustus ging de vloot voor Petten voor anker. De volgende dag voeren de Mauritius en de Duyfken door naar de rede van Texel, maar de bemanning van de Hollandia was door ziekte en uitputting zo verzwakt, dat het niet lukte om het anker te lichten. Pas op 14 augustus wist Mau met de hulp van loodsen en van door zijn reders naar de Hollandia ‘uytghesonden volck’ zijn schip op de rede van Texel te laten ankeren. Niet lang daarna werd doorgevaren naar Amsterdam. Van de oorspronkelijk 249 opvarenden monsterden daar in totaal 89 man af. Plus nog zeven Afrikaanse of Indische opvarenden, die men onderweg had opgepikt, waaronder de beide Malagassiërs Laurens en Madagaskar. Van de 89 in Holland teruggekeerde opvarenden bezweken er kort daarop nog een zeven- of achttal. En dan hebben we het verder maar niet over de bij confrontaties met de Nederlanders gevallen slachtoffers onder de inwoners van Madagaskar, Java en Madura. Van de vier schippers was Sijmen Lambertsz Mau de enige, die behouden in het vaderland terugkeerde. Een feestelijk onthaal viel de bemanningen niet echt ten deel, maar toch sprak de behouden terugkeer van de drie schepen sterk tot de verbeelding55. Niet vanwege de winst, want de opbrengsten waren gering en de Compagnie leed naar eigen zeggen verlies op de tocht. Maar wél omdat het mogelijk was gebleken Indië te bereiken. En dat zonder daarin al te veel belemmerd te zijn geweest door Portugezen of Spanjaarden. Er verschenen al gauw verslagen van de reis in boekvorm. En in Amsterdam werd, in de hoop op meer profijtelijke handelscontacten in de toekomst, een straat en een brug naar Bantam vernoemd. Vanuit Amsterdam zullen Sijmen Lambertsz Mau, Cornelis Jans Ceulen en wellicht nog andere Monnickendamse opvarenden waarschijnlijk per beurtveer of een ander schip naar hun eigen stad zijn teruggekeerd. Hoe ze daar ontvangen werden vertelt het verhaal helaas niet. Maar dat de blijdschap groot was laat zich raden en misschien werd er wel gespeeld op het nieuwe carillon van de speeltoren, dat er bij het vertrek van de Indiëvaarders nog niet was. Maar tegelijk zal er verdriet geweest zijn om niet teruggekeerde bemanningsleden, zoals in Kwadijk om Jan Dignumsz. Al in 1598 werd een tweede schipvaart naar Indië ondernomen. Sijmen Lambertsz Mau was opnieuw van de partij, wederom als schipper van de Hollandia. Deze tweede reis, waarvan de leiding bij Van Neck berustte, stond onder een veel gelukkiger gesternte dan de eerste. Maar daarover in een volgende uitgave van het Jaarboek meer. 85

VOM2011 [3]-192pp.indd 85

18-04-2011 10:33:13


Mau’s volgende Indiëreizen in kort bestek Na de eerste schipvaart naar Indië heeft Mau nog vier zeereizen naar ‘de oost’ gemaakt. Tijdens de tweede schipvaart naar Indië (1 januari 1598 – 19 juli 1599) was hij opnieuw schipper op de Hollandia. Deze tocht stond onder het gezag van admiraal Jacob Cornelisz van Neck (1564-1638) en had een veel gelukkiger verloop dan de eerste. In de volgende aflevering van het Jaarboek zal deze tocht uitvoerig aan de orde komen, deels aan de hand van het persoonlijk door Mau bijgehouden journaal.

Thuiskomst tweede schipreis naar Indië in 1599 door Cornelis Vroom. Het grote schip in het midden is de Hollandia, waar schipper Sijmen Mau gezagvoerder op was.

Op 28 juni 1600 begon Mau aan zijn derde reis naar Indië, wederom onder Van Neck en nu als schipper van het admiraalsschip Amsterdam. De uit zes schepen bestaande vloot kwam op 30 maart 1601 in Indië aan. Na op de Molukken te zijn geweest – en het ‘ons vijandige’ Tidore te hebben gebombardeerd – werd koers gezet naar Patani in de Golf van Siam. Maar de Amsterdam van Mau kwam uiteindelijk terecht in China. Later wist Mau toch nog Patani te bereiken56. In november 1602 werd vanaf Bantam de terugreis aanvaard en keerde de vloot in de zomer van 1603 terug in Nederland. Op de volgende reis naar ‘de Oost’ (12 mei 1605–2 september 1608) was Mau schipper van de Middelburg. Deze reis stond sterk in het teken van strijd met de Portugezen. De vloot, waarvan hij deel uitmaakte, telde liefst 11 schepen en stond onder het commando van Cornelis Matelieff. Op 1 mei 1606 kwamen de schepen aan te Johore op Malakka. Maar bij een poging Malakka te veroveren, dolf de Nederlandse vloot het onderspit tegen een Portugese ‘armada’. Zowel de Middel86

VOM2011 [3]-192pp.indd 86

18-04-2011 10:33:13


sijmen lambertsz mau (1558-1615)

burg als de Nassau gingen verloren, hoe dapper Mau en zijn bemanning zich ook hadden geweerd tegen twee grote galjoenen. Twee maanden later, op 22 oktober 1606, volgde een nieuwe zeeslag, waarbij Mau de Oranje commandeerde. En nu was het de vloot van Matelieff, die de overwinning behaalde. Na een tocht naar de Molukken en vervolgens China, werd via Bantam de thuisreis aanvaard en op 2 september 1608 het vaderland bereikt. Op 29 december 1611 vertrok Mau voor de vijfde keer naar Indië, nu als schipper van de Gelderland. De vloot werd gecommandeerd door Adriaan Martensz Blok. Na Bantam te hebben aangedaan werd naar de Molukken gezeild om de vloot van de eerste Gouverneur Generaal Piet Both te versterken. Mau nam op 8 februari 1613 deel aan de verovering van het fort Marieko op Tidore. Eind 1614 of begin 1615 werd de terugreis vanaf Bantam aanvaard. De uit vier schepen bestaande vloot werd bij Mauritius getroffen door een orkaan. Twee schepen gingen daarbij op 6 maart 1615 ten onder, waaronder de Gelderland. Onder de 75 slachtoffers behalve Pieter Both ook de toen 57-jarige schipper Mau van Monnickendam57. Noten 1

De Tweede Schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Jacob Cornelisz. van Neck en Wybrant

Warwijck, 1598-1600. Deel 1, bezorgd door J. Keuning. ’s Gravenhage, 1938, Inleiding p. CI (101). Zie ook J.C. Mollema, De eerste schipvaart der Hollanders naar Oost-Indië 1595-1597, ’s Gravenhage, 1936, p. 59 en V. Roeper en D. Wildeman, Om de zuid, Nijmegen 1997, p. 25. 2

Collectie Leendert Appel (Waterlands Archief)

3

De Tweede Schipvaart, Deel 1, p. CI en Mollema, p. 59.

4

De Tweede Schipvaart, Deel 1, p. CI en V. Roeper en D. Wildeman, p. 25.

5

De Hollandia vernoemd naar de Staten van Holland, de Mauritius naar stadhouder prins Maurits en

de Amsterdam naar de plaats waar de compagnie haar zetel had. 6

J.C. Mollema, De eerste schipvaart der Hollanders naar Oost-Indië 1595-1597, ’s Gravenhage, 1936, p. 27.

7

De Amsterdamse Compagnie van Verre was niet het enige initiatief om over zee tot handel met Azië

te komen (nog uitwerken: tochten om de Noord en om Kaap Hoorn). Maar de expeditie van De Houtman en Keyser was wel de eerste, die Indië daadwerkelijk bereikte. 8

De Eerste Schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman 1595-1597. Eerste

Deel. Uitgegeven en toegelicht door G.P. Rouffaer en J.W. IJzerman onder auspiciën van de LinschotenVereeniging, ’s Gravenhage, 1915. De Van Linschotenvereniging heeft sindsdien verslagen van tal van Nederlandse ontdekkingsreizen uitgegeven. 9

De Eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman 1595-1597,

Derde Deel. Uitgegeven en toegelicht door G.P. Rouffaer en J.W. IJzerman onder auspiciën van de Linschoten-Vereeniging, ’s Gravenhage, 1929; Journaal van Cornelis Jans Ceullen, stuurman van het Duyfken, p. 341. 10

Het daarvoor benodigde precieze uurwerk kwam pas in de 18de eeuw beschikbaar.

87

VOM2011 [3]-192pp.indd 87

18-04-2011 10:33:13


11

Aldus blijkt uit een opmerking in het Verhael van de Reyse by de Hollandtsche schepen gedaen naer

Oost Indien, in Deel II, op p. 13 – digitaal 113 12

De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman 1595-1597. Derde

Deel, p. 291-292. 13

De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman 1595-1597. Derde

Deel, p. 287 en 313). 14

Zie ook: http://www.vocsite.nl/geschiedenis/navigatie.html.

15

De Eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman 1595-1597, Derde

Deel, ’s Gravenhage, 1929; Journaal van Cornelis Jans Ceullen, stuurman van het Duyfken, p. 351. En Mollema, p. 134. 16

Mollema, p. 134

17

Mollema, p. 93-94.

18

Mollema, p. 39 en 40. Terecht of ten onrechte, maar in ieder geval stonden ze wel op vertrouwde voet

met elkaar; beiden waren afkomstig uit het Oostfriese Emden. 19

Mollema, p. 99-100.

20

Mollema, p. 97, 167 en 173.

21

Deel III van De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië, p. 285-338, digitaal p. 368.

22

Journaal Kackerlack p. 301; digitaal p. 383.

23

Mollema, p. 104-105.

24

Journaal Kackerlack p. 303; digitaal p. 385

25

Journaal Kackerlack p. 303; digitaal p. 385

26

Mollema p. 186

27

Mollema, p. 84

28

Journaal Kackerlack p. 304; digitaal p. 386

29

Journaal Kackerlack p. 305; digitaal p. 387

30

Journaal Kackerlack p. 305; digitaal p. 387

31

Mollema, p. 202-203. Men was te laat van Madagaskar weggevaren om van de tegenpassaat te kunnen

profiteren. De route was in feite te noordelijk; pas later ontdekte men dat door vanaf Kaap de Goede Hoop een zuidelijker koers te volgen men de wind beter in de zeilen kreeg. 32

Journaal Kackerlack p. 306; digitaal p. 388.

33

Mollema, p. 203-206.

34

Verhael van de Reyse, p. 13.

35

Verhael van de Reyse, p. 14.

36

Journaal Kackerlack p. 315; digitaal p. 397

37

Mollema, p. 262 e.v.

38

Mollema, p. 270-271.

39

Journaal Kackerlack p. 316; digitaal p. 398. Sunda Kelapa was de vroegere naam van Jacatra, sinds 1619

Batavia en sinds 1945/1949 Djakarta.

88

VOM2011 [3]-192pp.indd 88

18-04-2011 10:33:14


sijmen lambertsz mau (1558-1615)

40

Mollema, p. 314 e.v. Dat De Houtman en Meulenaar ook eerder al eens met elkaar overhoop hadden

gelegen zal aan de verdenking hebben bijgedragen. 41

Mollema, p. 42 (Mede door G.P. Rouffaer en J.W. IJzerman ingewonnen medisch inzicht.)

42

Mollema, p. 320

43

De Eerste Schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman 1595-1597.

Tweede Deel. Uitgegeven en toegelicht door G.P. Rouffaer en J.W. IJzerman onder auspiciën van de Linschoten-Vereeniging, ’s Gravenhage, 1925. 44

Ibidem, p. 61-62. Over de loop van de zuidkust van Java was nog nauwelijks iets bekend.

45

Ibidem, p. 62, digitaal p. 178.

46

Ibidem, p. 63.

47

Ibidem, p. 63, digitaal 179

48

Ibidem, p. 64.

49

Ibidem, p. 63. Mogelijk was het oordeel van de schrijver van het Verhael van de Reyse ingegeven door

nog altijd levende wrevel onder de commiezen tegen schipper Mau. Overigens is hun oordeel overgenomen door de redacteuren van het Tweede deel van De eerste schipvaart (en na hen ook Mollema). Ook die vonden dat de Hollandia voor het ronden van de Kaap een te zuidelijke koers had aangehouden en net als de beide andere schepen dichter onder de kust had moeten blijven. 50

Ibidem, p. 69-70.

51

Ibidem, p. 70. Een Alvercoor of Albacora is een Tonijnsoort.

52

Ibidem, p. 72. Voor een goed begrip zij hier opgemerkt, dat vóórdat een groot zeilschip een man-

over-boordmanoeuvre heeft kunnen uitvoeren en een sloep uit kan zetten de afstand tot een drenkeling ook bij matige wind al heel erg groot geworden is en de kans hem nog terug te vinden bijzonder gering. Vandaar de opluchting, dat de jongen door de Duyfken was opgepikt. 53

Ibidem, p. 73.

54

Ibidem, p. 74.

55

Mollema, p. 88.

56

Mollema, p. 59

57

http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/DAS/voyages

89

VOM2011 [3]-192pp.indd 89

18-04-2011 10:33:14


Veldwachter

90

VOM2011 [3]-192pp.indd 90

18-04-2011 10:33:14


Monnickendam een veilige stad? (2) Wachtmeesters, nachtwakers en portiers tijdens de Franse tijd (1795-1813) Ds. C.A.E. Groot In het eerste artikel heb ik wat notities gemaakt over de veiligheid van de stad vanaf circa 1570, met het accent op de nachtwacht. Die periode was tamelijk overzichtelijk. Maar met de komst van de Fransen werd dat anders. We kijken in dit verhaal naar ontwikkelingen vanaf het begin van de Bataafse Republiek. De Franse tijd (1) De bevolking kreeg begin 1795 te maken met een revolutie, die een eind maakte aan de oude Republiek. Maar de aanwezigheid van de Fransen in ons land, eerst als ‘broeders’ binnengehaald, werd meer en meer een zware last, niet in het minst door de inkwartiering van soldaten in steden en dorpen en maatregelen die het dagelijkse leven behoorlijk hebben veranderd. Er waren enkele Franse militaire interventies in 1798 en 1801 en vervolgens ook nog eens twee constitutionele wijzigingen, eerst in 1805 (Schimmelpenninck van der Oyen als raadspensionaris) en daarna in 1806 (Lodewijk Napoleon koning van Holland). Als klap op de vuurpijl werd ons land in 1810 ingelijfd bij het keizerrijk Frankrijk en was het Napoleon Bonaparte die hier de lakens ging uitdelen. Pas in november 1813 kreeg ons land haar zelfstandigheid terug en kwam er zicht op een nieuw staatkundig bestel. Het tijdvak waarin de Fransen de dienst in de Republiek uitmaakten, kan in drie periodes worden verdeeld: 1. de Bataafse periode 1795-1805 2. het Koninkrijk Holland 1806-1810 3. de inlijving van de Republiek bij het keizerrijk Frankrijk met aan het hoofd Napoleon 1810-1813. Een korte toelichting. _ Ad 1 Tijdens de eerste periode werden allerlei oude instellingen afgebroken. Meteen na de omwenteling werden de vroedschappen aan de kant gezet en vervangen door een nieuw college bestuurders dat patriottisch dacht, de zogeheten Representanten van het volk. Ook schout en schepenen verdwenen. Voor hen in de plaats kwam een comité van justitie met een officier van justitie als hoogste ambtenaar. Maar zoals dat wel vaker gaat, toen het revolutionaire vuur, zo rond 1803, wat 91

VOM2011 [3]-192pp.indd 91

18-04-2011 10:33:14


minder fel was gaan branden, keerden, mede door toedoen van de door Napoleon in 1805 aangestelde raadpensionaris Rutger Jans Schimmelpenninck, veel oude stadsbestuurders weer terug op hun plek. _ Ad. 2 Tijdens de tweede periode richtte Lodewijk Napoleon, naar Frans model, in 1806 de nationale gendarmerie op, voorloper van de Marechaussee. De gendarmes (2) hadden als voornaamste doel de kust te bewaken. De Franse keizer Napoleon was in oorlog met Engeland en probeerde door een economische blokkade (het Continentaal Stelsel) dat land op de knieën te krijgen. Vanaf het Europees continent was elke vorm van handel met Groot-Brittanië ten strengste verboden. Maar via smokkelhandel werd er toch nog heel wat verdiend. Lodewijk Napoleon probeerde ook, opnieuw naar Frans model, een nationale politie op te zetten. Dat lukte slechts ten dele, omdat de steden vooralsnog niet bereid waren hun autonomie aan een centraal gezag af te staan. Dat zou pas gaandeweg de 19e eeuw veranderen. _ Ad. 3 De derde fase begon toen in 1810 Lodewijk Napoleon naar Frankrijk werd teruggeroepen. Napoleon Bonaparte die in 1811 tot keizer gekroond zou worden, was niet tevreden over het bestuur van zijn broer. Deze had namelijk grote moeite met het invoeren van de ‘tiërciering’. Een maatregel die er op neer kwam, dat er nog maar een derde van de rente op staatsobligaties werd uitgekeerd. Kapitalisten, renteniers, middenstanders, ze werden allen door deze maatregel getroffen met een enorme verpaupering als gevolg. De armenzorg en de regenten van het weeshuis werden overspoeld met aanvragen om hulp. Hun vermogen was voor een groot deel in staatsleningen belegd, maar dat leverde, als gezegd, nog maar een derde aan rente op. De oorzaak was de opgelopen staatsschuld: 1250 miljoen gulden waarover per jaar maar liefst 40 miljoen rente moest worden betaald, terwijl het totale staatsinkomen ongeveer 43 miljoen bedroeg. De Bataafse Republiek werd in juli 1810 onderdeel van het keizerrijk Frankrijk, wat o.a. resulteerde in het verplicht gebruik van de Franse taal, als het om officiële stukken ging. Veel Nederlandse ambtenaren werden vervangen door Fransen bestuurders. Ons land hield toen feitelijk op te bestaan als zelfstandige natie. De keizer van Frankrijk bepaalde de koers. Bestuur en rechtspraak werden naar Frans model gereorganiseerd. Vrede- en politierechters kwamen in de plaats van de vroegere baljuws en schouten. Aan het Continentaal Stelsel moest strikt de hand worden gehouden. Daarom werd de smokkelhandel met Engeland met man en macht tegengegaan door de uit Frankrijk overgekomen douaniers. Deze mensen hadden vergaande bevoegdheden en konden op elk moment van de dag of de nacht controles uitvoeren bij ‘bedrijfjes’ en kooplieden. Elke stad bepaalde lange tijd min of meer zelf, hoe het bestuur er uit zag. Maar 92

VOM2011 [3]-192pp.indd 92

18-04-2011 10:33:14


monnickendam een veilige stad? (2)

Napoleon had weinig op met de plaatselijke bestuursvorming. De keizer voerde op 25 maart 1811 een op Franse leest geschoeide, sterk en centraal aangestuurd politieapparaat in. Dat werkte goed, maar werd door de burgers steeds meer als een instrument van onderdrukking beschouwd. De betekenis en invloed van dit apparaat was nl. voor een belangrijk deel gebaseerd op een groot aantal verklikkers die, tegen betaling of uitzicht op promotie, voortdurend op de loer lagen om medemensen aan te brengen. Veldwachters Was er tot 1795 sprake van enkele dienaars van justitie en een groep nachtwachten, tijdens de Franse periode kwamen er nieuwe gezagsdragers bij. Ik noemde al de gendarmes en douaniers. In de kleinere steden en op het platteland beschikte het stadsbestuur over een of meer veldwachters. Zij waren belast met het toezicht op diefstallen van bv. vee, akker- en tuinbouwproducten en overtredingen op het gebied van de visserij. Het waren geen professionele politiemensen en veel gemeenten vonden de functie van veldwachter ook niet zo erg belangrijk. De man werd slecht betaald en boezemde waarschijnlijk weinig ontzag in, in zijn doorgaans versleten uniform. Vaak waren veldwachters al op behoorlijke leeftijd en was schrijven voor deze mensen een probleem, waardoor het opmaken van een procesEen heel bekende veldwachter verbaal meestal uiterst moeizaam verliep. Dat was tegen de voorschriften, want van hogerhand was bepaald dat de heren bekend moesten staan als lieden van goede zeden en de vereiste bekwaamheid moesten hebben om een proces-verbaal op te maken. En als het enigszins kon moesten ze, naast de Hollandse, ook de Franse taal machtig zijn. Er waren gemeente- en rijksveldwachters. De eersten mochten alleen dienst doen binnen het territorium van de stad. De rijksveldwachters hadden ook bevoegdheden buiten de dorps-/stadsgrenzen. Monnickendam tijdens de Franse periode 1795–1813 Er was sprake van groot enthousiasme toen de Fransen in 1795 ons land binnenkwamen. Er werd gedanst om de vrijheidsboom, symbool van de vernieuwde maatschappij (3) en de kreet van de Franse revolutie, liberté – vrijheid, egalité 93

VOM2011 [3]-192pp.indd 93

18-04-2011 10:33:15


– gelijkheid en fraternité – broederschap, kreeg ook hier zeer veel bijval. Luister naar de woorden waarmee Remmet Kous Bos op 21 januari 1795 de eerste vergadering van de Provisionele (voorlopige) Representanten van het volk in een ‘vrij Monncikendam’ zijn toespraak begon: ‘Nadat de zegerijke overwinning der vrije Franschen over hunne en onze vijanden die niets anders ten oogmerk hadden, dan om het menschdom onder de ketenen van dwang en overheersing te kluisteren, de beginselen van vrijheid en het genot der Rechten van de Mensch aan de bewooners deezer Provincie hadden daargesteld, rees ook de zon der vrijheid van agter de kimmen der Heerszugt over deeze Stad en dezelver Burgerij in vollen glans en luister’. Uit zijn woorden wordt duidelijk, dat veel mensen zich verschrikkelijk waren gaan ergeren aan de bestuursvorm van de 18e eeuw en daarvoor. Rijke patriciërs (vroedschap, regenten) die elkaar lucratieve baantjes toespeelden en zo de macht en zeggenschap binnen hun stad beperkten tot een kleine, elitaire groep, het zat velen hoog. Niet helemaal onterecht, lijkt me. Ergernis was er ook over de bevoorrechting van de Gereformeerde Kerk boven andere kerken en gemeenschappen. Luthersen, Doopsgezinden, Rooms-Katholieken en Joden, ze waren volop in de stad aanwezig, maar kwamen voor 1795 niet in aanmerking voor een stadsambt. Hoe er begin 1795 gedacht werd, heeft ook de schrijver en dichter Pieter Johannes Uylenbroek in enkele zinnen onder woorden gebracht: ‘De Franse natie maakte ons vrij, zij wierp de kroon der dwingelandij en onze kluisters neder. Zij bood ons hulp en onderstand en schonk aan het volk van Nederland de lieve vrijheid weder...’. Op zijn woorden valt wel een en ander af te dingen, maar dat zou pas jaren later blijken. Patriotten contra Oranjegezinden In het laatste kwart van de 18e eeuw, ruim voor de omwenteling, was de Republiek in twee kampen verdeeld geraakt: de Oranjegezinden en de Patriotten. Ze gingen, ook in Monnickendam, bepaald niet vriendschappelijk met elkaar om. Over de positie van het Monnickendamse stadsbestuur concludeert dhr. Appel: ‘Monnickendam toont zich een verlichte, patriottische stad, opstandig tegen ’t oude conservatieve, stadhouderlijk bestuur’ (4). Omdat de stad veel Oranje-aanhangers telde, ontstonden er twee partijen. In de confrontatie hebben heel wat Monnickendammers ‘beschadigingen’ opgelopen. Van zulke, min of meer ernstige conflicten, zijn heel wat voorbeelden te geven, maar ik beperk me tot de mensen die betrokken waren bij de veiligheid van de stad: de nachtwacht en de portiers.

94

VOM2011 [3]-192pp.indd 94

18-04-2011 10:33:15


monnickendam een veilige stad? (2)

Bijltjesdag We gaan terug in de tijd. In 1787 was de invloed van de Patriotten zodanig groot, dat op allerlei belangrijke bestuurlijke posten mannen van die politieke kleur werden aangesteld. Het zou echter van korte duur zijn. Nadat Wilhelmina haar broer Frederik Willem II, de koning van Pruisen, te hulp had geroepen en zijn troepen in september ons land waren binnengetrokken om orde op zaken te stellen, vluchtten duizenden patriotten naar Frankrijk. Bestuurders met Patriottische ideeën werden uit hun ambt gezet en een flink aantal Monnickendammers werden berispt, vanwege hun anti Oranje-houding. Wie in dienst was van het stadsbestuur, moest een nieuwe eed van trouw afleggen aan de prins van Oranje. Het werd door menig Monnickendammer met een patriottisch hart knarsetandend aanvaard. Sommige Oranjegezinde stadgenoten maakten, via schimpscheuten en denigrerende opmerkingen, hun patriottische medebewoners belachelijk en dat werd niet vergeten, zoals weldra zou blijken. Oranje is ‘uit’ Toen de Patriotten het in januari 1795 voor het zeggen kregen, werden de rollen omgedraaid. Het roepen van ‘Oranje boven’ werd niet getolereerd, zoals Pieter Jacobs Meij in juli 1795 aan den lijve ondervond. Het kwam hem op geseling met

Vertrek van Willem V in 1795

95

VOM2011 [3]-192pp.indd 95

18-04-2011 10:33:15


de roede te staan en ook nog eens tien jaar verbanning uit de stad en de provincie Holland (5). Ook Cornelis Klaasz. Kater moest Monnickendam verlaten. De ‘misdaad ‘van deze Prinsgezinde man was, dat hij zijn kinderen met een oranjebandje om hun hoed naar school had laten gaan (6). Op 24 juni 1795 verscheen Jan Besem, sinds 1776 portier aan de Noorderpoort, in de vergadering van de Representanten van het volk, om verslag te doen van een voorval uit 1787. U leest het goed, acht jaar eerder! Organist Pfeiffer, een echte Oranje-aanhanger, had destijds geweigerd om het verschuldigde poortgeld te betalen aan een ‘patriot’, Besem dus. Tja, zulke dingen vergeet je niet gauw! 3 Onderzoek naar de ‘geloofsbrieven’ In april 1796 werd vanuit de nieuwe, centrale regering in Den Haag aangegeven, dat in de steden en dorpen alle ambtenaren voor de ‘vaderlandse denkwijze’ (lees: het patriottisch beginsel) moesten kiezen. Zij moesten dat bevestigen door de grondvergaderingen te bezoeken en door het afleggen van een eed. Bij verzuim of weigering zouden ze worden ontslagen. Er werd serieus werk van gemaakt. Nog diezelfde maand volgde een onderzoek naar de politieke voorkeur van alle ambtenaren die in dienst van de stad waren. Onder hen Jan Meij, portier van de Nieuwepoort en de nachtwachten Christiaan Schaatsbergen, Adam Klaver en Jan Jongemaat. Om hun baantje (en daarmee hun inkomen) niet te verliezen, legden ze op 28 april alsnog de eed af, die zij eerst hadden geweigerd. Maar van harte zal het niet zijn gegaan. Zuivering Al eerder, op 18 augustus 1795, had het ‘Committee van Algemeen Welzijn ‘voorgesteld om alle ’s Lands Amptenaren, die onder het voorig bewind in Bediening waren, te removeren. Met name zij die in of na den jaare 1787 door adresssen, als anderzinds hunne verkleefdheid aan Willem V aan de dag hebben gelegd’. In een toelichting werd gesproken over mensen die ‘uit verkleefdheid aan het oranje Huis, hunne Meede-Menschen hebben vervolgt, van hunne goederen beroofd; die juichten als onze Fransche Broeders op hunne tocht herwaarts, nadeel leden en deeze toen tegenwerkten, ja, ons nog bij de opdagende vrijheid beschimpten’ etc. Opnieuw, de gebeurtenissen van een jaar of acht daarvoor, bleken niet te zijn vergeten. Wachtmeester Tijmen van Hoorn In alle steden van Holland werd een commissie ingesteld, die deze ambtenaren moest ‘opsporen’. Een van de Monnickendamse dissidenten was de Oranjegezinde wachtmeester Tijmen van Hoorn. Op 13 januari 1796 stond hij voor de com96

VOM2011 [3]-192pp.indd 96

18-04-2011 10:33:15


monnickendam een veilige stad? (2)

missie. Burger Willem Verkuijl had enige tijd geleden wachtmeester Tijmen van Hoorn horen zeggen: ‘daar gaat die kees weer na de sociëteit, als het eens omwenteld, zullen wij hem dat wel beletten’. Een andere beschuldiging tegen Tijmen was, dat hij ‘sig niet schaamt om valsche tijdings te verspreijden en gesprekken te voeren, hetwelk kan strekken om de gauw bevreesde een schrik aan te jagen en kleijn moede te maken’. Tijmen had toegegeven dat hij soortgelijke uitlatingen had gedaan en dat was voor de commissie voldoende reden om hem te ontslaan. Zijn taak werd overgenomen door de oudste nachtwacht, Benjamin Harks Schonevelt, nachtwaker sinds tien februari 1770. Om toch wat inkomsten te hebben, is Tijmen wijn gaan verkopen, zij het niet in grote hoeveelheden. Op 7 oktober 1797 legde hij de eed af als wijnkoper. Maar zijn omzet was gering. Hij gebruikte jaarlijks niet meer dan acht stoop, ongeveer achttien liter. Op 29 augustus 1798 schrijft Tijmen een brief aan het stadsbestuur, waarin hij vraagt om terug te mogen keren op zijn post als wachtmeester. Zijn argument is dat hij zich nooit schuldig heeft gemaakt aan plundering of iets dergelijks, waardoor medeburgers waren benadeeld. Maar ondanks de steun van twee stemgerechtigde medeburgers – Stephanus Koppens en Gerrit Fris – werd zijn verzoek niet gehonoreerd. De Patriotten van het eerste uur waren in dat jaar nog fel gekant tegen zijn terugkeer als wachtmeester van de nachtwacht. Terug in zijn functie Maar de tijden zouden veranderen. Door de Franse bezetting (inkwartiering) werden de ‘zegeningen’ van de omwenteling gaandeweg wat anders beoordeeld. Het leidde er toe dat Tijmen op 24 december 1802, toen de schermutselingen tussen de verschillende partijen wat afgekoeld en de verhoudingen min of meer genormaliseerd waren, als wachtmeester mocht terugkeren. Een besluit van stadhouder Willem V heeft daar zeker ook toe bijgedragen. Deze had, vanuit zijn ballingsoord in Engeland, zijn aanhangers ontslagen van de eed van trouw die zij in 1788, met betrekking tot zijn regering, hadden afgelegd. Iedereen kon dus zonder gewetensbezwaren dienst doen onder een patriottisch stadsbestuur. Er was echter nog een tweede aanleiding voor Tijmens terugkeer. De in 1796 aangestelde wachtmeester Benjamin Schoneveld werd, wegens het afleggen van een valse getuigenis en meineed, ongeschikt geacht voor zijn taak als majoor van de wacht. Verderop meer daar over. Op 14 november 1802 werd hij ontslagen en tijdelijk vervangen door nachtwacht Christiaan Schaatsbergen. Die vervanging duurde iets meer dan een maand, omdat Tijmen van Hoorn (opnieuw) naar de post van Majoor van de nachtwacht had gesolliciteerd. Dit keer dus met succes. 97

VOM2011 [3]-192pp.indd 97

18-04-2011 10:33:15


Nieuwe vrijheid Werden de nachtwachten vóor de Franse tijd altijd door het stadsbestuur (burgemeester) benoemd, nu kreeg het vrijheidsbeginsel van de Franse revolutie alle ruimte. Vier dagen na zijn aantreden ontsloeg Tijmen een aantal wachters in wie hij blijkbaar geen vertrouwen had: Hendrik Kleijsen, Hendrik Hessels, Jan Jongemaat, Ernst Groen, Dirk Nieuwenhuizen en Hendrik Vrijning. Ze werden vervangen door Claas Willems Vreling, Adriaan Waterland, Christiaan Schaatsbergen, Jan Vonk, Cornelis Kwakman, Adriaan Reurs, Claas Jacobs Vreling, Pieter Gerrits en Christiaan Meijer, die daartoe allemaal de eed hadden afgelegd. Tijmen is nog zes jaar wachtmeester geweest als hij in september 1808 op 61-jarige leeftijd overlijdt en op de 21e in een kerkelijk graf wordt begraven, rij 22, graf 8. Zijn zoon Pieter mocht de taak van zijn vader overnemen. Joris Brant en Dirk Heemskerk Ook boomsluiter Joris Brant (tevens turfdrager en keurmeester van de vis) behoorde tot de Oranjegezinden. In 1798 werd er een onderzoek ingesteld, met als gevolg dat hij op 20 maart uit zijn dienst werd ontslagen. Hetzelfde lot trof nachtwacht Dirk Heemskerk. Toen beiden in september van dat jaar de gelegenheid werd geboden om hun ontslag aan te vechten, hebben zij, net als Tijmen van Hoorn, een verweerschrift opgesteld. De Commissie van Onderzoek, die er naar had gekeken, oordeelde echter, dat de heren weliswaar getrouw hun post hadden waargenomen, maar toch niet voor terugkeer in hun functie in aanmerking kwamen. De nacht- of ratelwacht vanaf 1797 In 1797 bestond de nachtwacht/ratelwacht uit een wachtmeester en negen wakers. De wachtmeester kreeg jaarlijks 112 gulden voor zijn diensten, uitbetaald in vier termijnen van f 28,- De wakers ontvingen elke vier weken (dus ook een ‘13e maand) samen f 40.10.-, de twee portiers ieder 3.18.-. Het wachthuis bevond zich nog steeds in ‘de toren bij het Raadhuijs, alwaar koijen met behoorlijk beddegoed waren aangelegd voor dezulke welke geen schildwacht hebben of geen ronden doen, en alwaar des winters een kachel wordt gestookt waartoe jaarlijks voor stadsrekening 48 tonnen turf vereischt worden’. De wakers liepen, als vanouds, hun nachtelijke ronden. Was er overdag of ’s nachts ergens brand, dan moesten de wachtmeester en de wachters daar snel naar toe om, met het geweer in de hand, toezicht te houden ‘tegen wanorde of diefstallen’. ‘Ook bij het doen van Publique Justitie verschijnen zij met hun geweer benevens 98

VOM2011 [3]-192pp.indd 98

18-04-2011 10:33:16


monnickendam een veilige stad? (2)

de Poortiers voor en rondom het schavot. Hun geweer is een gewone hartsvanger, welke vier maal des jaars aan de municipaliteit ter visitatie wordt gelegd’. De totale uitgaven voor de wacht blijken in december 1797 1916 gulden, 4 stuivers en 6 penningen te bedragen: _ het jaartractement van de wachtmeester (228,-) _ een jaar soldij voor de wagters (1200,-) _ de constabel (kanonnier) 114 gulden _ de geweerschoonmaker 16.13.6 Voor verwarming en verlichting (turf en kaarsen) van en in de wachthuizen werd f 357.10.- uitgegeven. Ook in 1800 en 1801 blijken de uitgaven voor de nachtwacht nog steeds een kleine 2000 gulden te bedragen, zo blijkt op 2 maart 1802. En in 1807 gaat het nog steeds om hetzelfde eindbedrag: f 1914.4.6. Constant dus. Kermiswensen Verschillende, door de stad aangestelde werkers, zoals de lantaarnopstekers en de vuilnissleper, mochten, evenals voor de omwenteling, ter gelegenheid van de kermis en/of het nieuwe jaar, een wens schrijven en die verspreiden onder de in-

Kermis in Monnickendam

99

VOM2011 [3]-192pp.indd 99

18-04-2011 10:33:16


woners om zo een extraatje op te halen. Ook de nachtwakers kregen daar ieder jaar toestemming voor. Maar bij de kermis in augustus 1800 ging het mis. Op zaterdag 26 juli 1800 moest wachtmeester Benjamin Schoneveld bij de stadsregering komen. Wat was het geval? Twee nachtwakers hadden de orders omtrent de kermiswensen ernstig overtreden. Het schijnt dat ze iets hebben laten drukken om te verspreiden, waarvoor ze geen toestemming hadden of wat niet vooraf door het stadsbestuur was gecontroleerd. Zeker in die spannende, nieuwe tijd van de Bataafse Republiek werd nauwlettend toegezien op alles wat afbreuk zou kunnen doen aan de nieuwe politieke weg die het patriottisch lands- en stadsbestuur was ingeslagen. Het ging om de wakers Christiaan Schaatsbergen en Adam Klaver, waarvan ik al eerder opmerkte dat ze tot de Oranjegezinden behoorden. De heren werden zes weken geschorst en gedurende die tijd werd hun salaris over de andere wakers verdeeld. Ik hoef u niet te vertellen wat een ellende dat betekende voor hun gezinnen. Nachtwacht niet attent Ook in 1802 was er een akkefietje. De brandwachten Cos Hoogland, Tijmen van Hoorn en Arie van Waveren hadden een boete gekregen, omdat zij niet aanwezig waren geweest bij een brand in Catham, een gebied tussen Monnickendam en Edam. De heren konden echter hun onschuld aantonen, want de nachtwacht had verzuimd hen te wekken. Daarom moest de nachtwacht de boete moeten betalen, zo werd op 25 september genotuleerd. Een criminele nachtwaker Een wel heel bijzonder verhaal komt uit de Criminele Rol. Hendrik Koolman, geboren in november 1760, zoon van Jan Koolman en Dirkje Jans Kool, nachtwacht sinds begin 1799, was gesnapt tijdens een inbraak bij Tijmen van Hoorn, die twee maanden later (december 1802) opnieuw wachtmeester zou worden. Hendrik, op 10 november 1760 in de RK-kerk gedoopt, was een zoon van Jan Koolman en Dirkje Jans Kool. Hij was (niet in Monnickendam) rond 1786 getrouwd met Catharina van der Putte. Zij kregen vier kinderen waarvan er tenminste drie jong zijn overleden. Hendriks echtgenote was twee maanden voor het nu te noemen voorval overleden en op 13 augustus begraven. Wat was het geval? Hendrik Koolman heeft op 31 oktober 1802, om vijf uur ’s morgens Jan Klomp en zijn zoon Jan Klomp junior ‘gepord’. Gewekt dus. Dat was één van de taken van de nachtwacht. Toen zij om kwart over vijf hun koeien gingen melken, hebben ze iemand zien liggen in het schuifraam van Tijmen van Hoorn. Na inspectie van Tijmens huis door de hoofdofficier en ondervraging van Tijmen zelf, is Hendrik Koolman diezelfde dag nog opgepakt. Zijn collega’s Hen100

VOM2011 [3]-192pp.indd 100

18-04-2011 10:33:16


monnickendam een veilige stad? (2)

drik Vrijning, Dirk Nieuwenhuijzen, Christiaan Schaatsbergen en wachtmeester Benjamin Schoneveld werden gehoord en na een aanvankelijk ontkenning, had Hendrik bekend de dief te zijn. Omdat wachtmeester Benjamin Schoneveld tijdens het verhoor ‘niet naar waarheid getuigd had’ en zich schuldig had gemaakt aan een ‘valsch getuigenis’ werd hij ‘eerloos en infaam’ genoemd en van zijn post als majoor van de stadsnachtwacht vervallen verklaard. Ondanks verzoek om vergiffenis en belofte van beterschap bleef de officier bij zijn eis. Nachtwacht Hendrik Koolman bleek bij nader onderzoek veel meer op z ’n kerfstok te hebben. In de nacht van 7 en 8 april 1791 had hij goederen gestolen van Gerrit Boerlage, die daar op de bleek lagen: vier bedlakens, twee mannen- en twee vrouwen hemden, zeven halsdoeken, zeven servetten, een gordijn, vijf slopen, zes nachtmutsen, drie dassen etc. Spullen die Hendrik voor z ’n eigen huishouding had gebruikt. Nog een voorval. In 1798 was Hendrik enige tijd oppasser van de zieken die boven de stadswaag werden verzorgd. Ook daar heeft hij vijf lakens gestolen. Toen hij begin 1799 als nachtwacht was aangesteld en dus ‘belast met het beveijligen van de eigendommen der ingezetenen heeft hij de tijd van zijn wacht besteed tot het overleggen of bewerkstellingen van zijne dieverijen’, aldus een conclusie van het gerecht. Maar we zijn er nog niet. Tijdens de kermis in juli 1800, had hij, toen hij daar rond liep met zijn kinderen, zijn ogen goed te kost gegeven bij de schoenenkraam. Zo goed, dat hij de volgende nacht uit die kraam een paar schoenen en twee paar muilen had weten te stelen. De schoenen droeg hij zelf, zijn inmiddels overleden vrouw het ene paar muilen, terwijl hij het andere paar aan de zuster van zijn vrouw had verkocht. Het houdt niet op. Nog een incident. Op de eerste oktober 1802 was Hendrik, met gebruikmaking van een bijl, het haringhuisje binnengedrongen en had hij kans gezien de geldla te openen. Daaruit had hij o.a. twee Zeeuwsche rijksdaalders meegenomen en nog wat klein geld. Maar hij viel door de mand toen hij één van zijn kinderen met zo’n gestolen rijksdaalder naar bakker Claas Wedepoel had gestuurd. Het bleek namelijk vals geld te zijn, dat hij daarna in het water bij de Baanbrug had gegooid. Opgeteld bij al deze criminele feiten kwam dan dat ‘bezoek’ aan het huis van Tijmen van Hoorn, met wie hij nota bene in de nacht voorafgaande aan de inbraak, nog koffie had zitten drinken.Toen Tijmen en zijn vrouw zich op een later tijdstip naar het huis van Gijsbert de Graaf hadden begeven, had Hendrik zijn slag geslagen. De eis van officier Adolph Leonard Thierens loog er niet om. Hendrik zou door de 101

VOM2011 [3]-192pp.indd 101

18-04-2011 10:33:16


scherprechter met koorden worden gestraft tot de dood er op zou volgen. Daarna zou zijn lichaam aan de galg worden gehangen. Maar eerst werd hij veroordeeld tot het betalen van alle kosten, die zijn gevangenschap, proces en executie met zich mee zouden brengen. De familie komt in actie Toen de strafeis bekend werd, kwam de familie van Hendrik Kooman in actie, waaronder zijn achtenzestig jarige moeder Dirkje Kool, weduwe van Jan Adriaans Klaver. En verder Marijtje Koolman, Trijntje Beering en Hendriks neven Jan Oesdom en Hendrik Oesdom. Ze schreven een lang rekwest aan de stadsregering, waarin ze vroegen om af te zien van de doodstraf. Hier de inhoud van die brief: ‘De vertooners met zoo veele verbaesheid als ontsteltenis en tot hunnen bitteren droefheid hebben vernoomen dat hunne zoon, broeder en neef Hendrik Koolman door de Hoofd officier deezer Stad is geapprehendeert (gevangen genomen, caeg), ter zaake dat dezelve zich zoude hebben schuldig gemaakt aan zoodanige capitale delicten welke wet ligtelijk de straffe des doods ten gevolge zoude kunnen hebben, en voorsiende welke schandaad daar voor naar de tegenwoordige maar alte zeer gevestigde manier van denken op des gedetineerden vier kinderen, op de vertooners en op zijn verdere zoo talrijke familie zoude worden gebracht, hebben gemeend gebruijk te moeten maaken van het 46e artikel van den tijds van procederen in Criminele Zaken, ten einde indien mogelijk, die voor de geheele familie van gedetineerde zoo nootlottige als onverdiende slag als de gevolgen des doodstraf zoude zijn, af te wenden, en dezelve vertooners zijn hier te eerder en met te meerdere hoope op eenen eenigsinds gunstige uijtslag overgegaan, daar zij vertrouwen dat uijt de confessie van de gedetineerde nog uijt de informatien tegen dezelve genoomen niets zal kunnen blijken dat dezelve heeft begaan of heeft tragten te begaan eenige misdaad tegen het Leven van Zijne eeren naasten. De vertooners bidden ulieden in de eerste plaats en wel bisonder te reflecteeren welk een groot en merkelijk onderscheijd er voor de gedetineerde en des zoo talrijke als geheel onbesprokken familie in gelegen is of de gedetineerde de doodstraf ondergaat dan niet, daar er in het laatste geval aan hem gelegenheid wordt gegeven om door een verbeterd en boetvaardig gedrag, de schandvlek uijt te wissen, welke door eenige oopenbare straf op hem en de zijnen mogt werden gebragt, van welk voordeel in het eerste geval zijn vier kindertjes, aan wien, hoewel onschuldig in booze ogenblikken hunner vaders straffe verweeten staat te worden, zijne oude beklagenswaardige moeder met de verdere vertooners en zijn gehele familie zouden werden verstooten. In de tweede plaats waagen het de vertooners ulieden voor te dragen of het verblijf van de gedetineerde gedurende verscheijdene weeken in een naare, akelige, nauwe en bijkans van ligt en lucht beroofde gevangenis, waarin hij, vergeseld van sijn pijnigend geweeten en in de wroegenste onzekerheijd over zijn toekomend noodlot zooveele angstige en lange daagen (indien een van licht beroofde dag dus geheeten mag worden), heeft doorgezeten niet bij rekening of in mindering van zijne verdiende straf kan verstrekken. 102

VOM2011 [3]-192pp.indd 102

18-04-2011 10:33:17


monnickendam een veilige stad? (2)

Eindelijk meenen vertooners ulieden te moeten herinneren dat, veronderstelt als eens dat er een wet te vinden waare, welke op de door de gedetineerde begaane misdaaden, de doodstraf bepaalde, het even zeker is dat deze zelve wet gedurende veel langer dan een derde gedeelte van honderd jaaren, door verre de meeste rechtbanken in ons vaderland, alwaar delicten, waarbij die wet te pas gebragt wierds, moest werden geoordeeld, meestijds niet zoo strikt en letterlijk is gevolgd, maar doorgaans een eenigsinds mindere straffe is bepaald, deze wet dan ook in zooverre is veranderd en geabrogeert (opgeheven of ongeldig verklaard, caeg) dat de daar bij bepaalde straffe tegenwoordig niet anders dan merkelijke gemitigeerd (verzacht, gematigd, caeg) behooren te worden toegepast en hier mede werpen zich de vertooners voor ulieden der achtbaaren rechtbank in hoopen en vertrouwen dat gijlieden op de traanen van een aantal uwer medeburgers, welke alle de nabestaande van de gedetineerde zijn, alle zoo zij vertrouwen van een onbesprooken en braaf gedrag en wandel op de onnozele onschuld zijner vier kinderen, op de rechtmatige zwarigheid zijner ongelukkige oude moeder wel eenige aanstroom zullen willen neemen, deeze alle wel zich willen behoeden voor die en de gevolgen voor hen zoo schandelijke als onverdiende slag als de doodstraf van de gedetineerde hen zoude veroorsaaken en hen stoffe geven om in zoo veele droefenis als de detentie en misdrijven van een hunner naastbestaanden hen veroorsaaken nog eenige vertroosting te kunnen vinden’. U begrijpt dat eenvoudige mensen niet in staat waren om zo’n ‘pleidooi’ te kunnen schrijven. Het is dan ook notaris Age Volkerse die het verweer heeft opgesteld en namens de ‘vertooners’ zijn handtekening onder het verzoek zette. De teneur van het stuk kun je kort samenvatten: een man om zulke vergrijpen (diefstal) ter dood brengen, past niet meer in deze tijd. De straf verzacht Het familierekwest heeft geholpen, want de eis van de aanklager werd ‘verzacht’. Hendrik moet onder aan de galg staan met een strop om z’n hals en zal daar gegeseld en gebrandmerkt worden. Vervolgens wordt hij zestien jaar in een tuchthuis ondergebracht en voor de rest van zijn leven verbannen uit het departement Holland. Alle gemaakte kosten zijn voor zijn rekening. Justitie nam op 29 december 1802 deze nieuwe eis in z ’n geheel over. Toch nog best een zware straf! De nachtwacht opgeheven Over het functioneren van de nachtwacht is in de eerste tien jaar van de 19e eeuw niet veel informatie bewaard gebleven. Heel algemeen kan gezegd worden dat de heren, gelet op wat volgt, hun werk niet bepaald geweldig deden. Op 9 juli 1810 werd ons land ingelijfd bij het keizerrijk Frankrijk. In datzelfde jaar werd de gemeentelijke autonomie, voor wat betreft de veiligheid, grotendeels opgeheven. Ook de nachtwacht moest er aan geloven. Op 26 augustus 1811 stuurde 103

VOM2011 [3]-192pp.indd 103

18-04-2011 10:33:17


de onderprefect in Hoorn, belast met het bestuur over het Departement Zuiderzee, een brief naar de burgemeesters van zijn gebied. ‘Reeds voor lang is het blijkbaar bewezen, dat niet alleen de inrigting der Nachtwachten of Klapperlieden, zeer gebrekkig aan derzelver oogmerk beantwoord, maar zelfs dat op sommige plaatsen hieromtrent de grootste misbruiken zijn ingeslopen. Het gedrag van eenige derzelven heeft de waakzaamheid der Politie noodzakelijk gemaakt en het is meer dan tijd, dat dit kwaad met den wortel uitgeroeid worde’. Hij gaat verder met te verwijzen naar brief van de prefect van 23 augustus waarin staat dat ‘alle Nachtwachten of klapperlieden, op den voet waarop zij tegenwoordig bestaan, zonder eenig De nachtwacht afgeschaft uitstel af te schaffen’. Dat was nogal wat. Een eeuwenoud beroep werd in één moment afgeschaft. Maar er gloorde ook hoop in de brief: ‘De afgeschafte Nachtwachten zullen aan de bijzondere aandacht der Commissarissen van Politie worden aanbevolen en hun gedrag tot zoo lange nauwkeurig in het oog worden gehouden, dat men zich overtuigd zal hebben, dat zij door ijverig werken hun verlies hersteld hebben’. Er voor in de plaats kwam een centraal aangestuurde politiedienst onder een zogeheten minister van politie. En het kan niet worden ontkend, dat was een hele verbetering. De sluitingstijden van herbergen en logementen, nogal eens een bron van onrust, werd gecontroleerd, waardoor veel overlast verdween. Ook de nachtelijke criminaliteit daalde spectaculair. Bovendien was het kostenbesparend.

104

VOM2011 [3]-192pp.indd 104

18-04-2011 10:33:17


monnickendam een veilige stad? (2)

Toen de brief in Monnickendam was bezorgd, is de burgemeester meteen in de pen geklommen. Hij schrijft: ‘Ingevolge uwe aanschrijving van den 26 augustus heb ik u te berigten dat met betrekking tot het dadelijk afschaffen der nagtwagten reeds aan de gerespective order van de Heer Prefect binnen deze Stad voldaan is en andere lieden provisioneel zijn aangesteld om voor de veiligheid dezer stad waarin geene Nationale Garde of gewapend burgerkorps aanwezig is, te waken. Ondertusschen vinde ik mij verpligt U onder het oog te brengen dat deze personen zich gedurende hunnen dienst allerloffelijkst gekweten hebben en het dus voor deze Stad niet ondienstig zijn Politieman en arrestant zoude, wanneer het mij vergunt wierdt om weder eenige lieden te mogen employeren. Hier op nadere orders van mijn Heer den Onderprefect tegemoet ziende’ was getekend burgemeester Daniel Arbman. De burgemeester, in zijn gedrevenheid om te redden wat er te redden viel, overdreef wel enigszins, gelet wat u eerder las over de heren nachtwachten. Maar het siert de man dat hij voor zijn mensen op kwam. Een antwoord uit Hoorn liet niet lang op zich wachten. Op 1 september schrijft de onder prefect: ‘Hoezeer ik niet kan beslissen in hoeverre de generale bewoordingen ten opzichte der Nachtwachters of Klapperlieden bij mijne aanschrijving van de 26 dezer op Uwe gemeente van applicatie (toepassing, caeg) is, heb ik echter gemeend op verscheidene aanvragen wegens het aanhouden of niet aanhouden der tegenwoordige Nachtwachters of Klapperlieden ter nadere elucidatie (toelichting, caeg) ter uwer kennis te moeten brengen, dat aan de voors. aanschrijving punctuelijk moet voldaan worden, zoodanig nochtans, dat zulks ten spoedigste doch regulier moet geschieden, en zoo als in dezelven aanschrijving met zoveel woorden gezegd is, men dezelve met overleg van den Commissaris van Politie alwaar dezelve gevonden word op een andere wijze moet doen vervangen, terwijl ik daar al verder geene zwarigheid zie, wanneer onder de Nachtwachts of Klapperlieden menschen van beproefde trouw, braafheid en eerlijkheid gevonden worde, of zoude wederom kunnen worden geëmployeerd op zoodanige voet en 105

VOM2011 [3]-192pp.indd 105

18-04-2011 10:33:18


wijze voor de publieke rust, veiligheid en toeverzicht zal nodig zijn en bevonden worden te behoren. Ik vertrouw Mijn Heer de Maire dat hier door aan Uw zwarigheden zoo er eenige bij U mogte te zijn opgekomen, gereedelijk zal worden voldaan en Uwe aanvragen dienaangaande bereid gedaan of nog te doen zullen komen te vervallen’. Twee veldwachters Er was dus enige ruimte om voormalige nachtwachten opnieuw een plekje te bezorgen als veiligheidsbeambte. Maar er kwamen ook mensen van buitenaf. Tot veldwachters werden aangesteld, de heren Jacob Schram en Cornelis de Jong. Jacob Schram was 33 jaar, geboren in Naarden in 1778, is getrouwd en had zes kinderen. Hij was voorheen militair. Cornelis de Jong was in Landsmeer geboren in 1775 en dus 36 jaar. Hij was getrouwd en had drie kinderen. Voorheen was hij timmermansknecht en gerechtsdienaar in Monnickendam. Beiden waren volgens de burgemeester, zeer geschikte personen om dienst te doen als veldwachter. Blijkbaar hebben lang niet alle burgemeesters het bevel van 26 augustus (ontslaan van de nachtwachters) uitgevoerd. Op 12 oktober schrijft onderprefect Mollerus: ‘Niet tegenstaande herhaalde gegevene orders schijnt het dat in sommige gemeenten nog wordt voortgegaan met de dienst van zogenaamde nachtwagts te gebruiken. De prefect heeft om die reden op 26 oktober het besluit genomen ‘dat sommige beambten niet meer mogen bestaan, alwaare hetzelve dat dezelve door particuliere personen worden gesalarieerd, zijnde deze dienst alleen gemandeerd (volmacht verlenen, caeg) aan de agenten van politie, de veldwachters en de gewapende macht. En in geval dat nog niet voldoende mogt geoordeeld worden door patrouille geformeerd uit de daartoe geschikte ingezetenen van 20-60 jaar, welke ten dien einde wettelijk moeten worden opgeroepen en dit zonder enig salaris moeten verrichten’. De nachtwacht in Monnickendam opgeheven? In de notulering van augustus 1810 is nog sprake van toestemming voor het verspreiden van een kermiswens door de nachtwacht (naar oud gebruik) en op 25 oktober toont de wachtmeester de geweren van de nachtwakers ter controle en ontvangt hij toestemming voor de jaarlijkse schoonmaakbeurt van het wachthuis. Maar dan stopt de informatie. Op de begroting voor 1811 is geen betaling aan de nachtwacht opgenomen en ook is er aan het eind van het jaar geen sprake meer van het rondbrengen van een nieuwjaarswens door de heren, ter verkrijging van een extraatje. Wel is er in 1812 geld uitgetrokken voor onderhoud van het wachthuis en verlichting. Het stadsbestuur heeft zeer waarschijnlijk de bevelen van hogerhand uitgevoerd, maar als ik alle (betalings)gegevens overzie, is het beeld van een al of niet functionerende nachtwacht tussen 1810 en 1813 enigszins onduidelijk. 106

VOM2011 [3]-192pp.indd 106

18-04-2011 10:33:18


monnickendam een veilige stad? (2)

Mogelijk is hier sprake van de ‘strijd’ tussen het plaatselijk bestuur en een meer centraal overheidsgezag. De afschaffing van de nachtwacht zou echter van korte duur zijn,want vrijwel onmiddellijk na de terugkeer van de Prins van Oranje in november 1813, werd een maand later de nachtwacht weer in ere hersteld. Bedelarij Door allerlei maatregelen van de Franse overheid was er een enorme armoede ontstaan. Dat had bedelarij tot gevolg. Gezinnen konden niet meer rondkomen omdat allerlei vormen van nijverheid geen inkomsten meer opleverde. Vaders en moeders vroegen aan het stadsbestuur of ze bij het weeshuis een brood mochten halen om hun kinderen te eten te kunnen geven. Het waren de ‘zegeningen’ van jarenlang Frans bestuur en Franse bezetting, lees inkwartiering.

Bedelen

Om de bedelarij te beteugelen bevestigde het stadsbestuur op 1 mei 1803 aan de pui van het stadhuis, met verwijzing naar een algemene willekeur van 18 maart 1656, een keur op het bedelen: 107

VOM2011 [3]-192pp.indd 107

18-04-2011 10:33:18


1. dat van nu af niemand binnen deeze stad zal vermoogen aan de huizen te bedelen, ’t zij van geld, goed, eetwaren of iets hoegenaamd, op poene agt daagen te water en brood geleid en daarna de Inwooning en verblijf binnen deese Stad altoos ontzegd te worden. 2. dat de ouderen in dit geval voor hunne kinderen verantwoordelijk zullen zijn en de straffen ondergaan als of zij zelve hebben gebedeld, ten zij eenige omstandigheden daarin verzagting mogten gedoogen ‘t geen aan het oordeel der scheepenen deezer Stad zal worden overgelaten 3. dat de alzo op Beedelen bevonden en achterhaalde Personen door de Dienaars der Justitie zullen worden geapprehendeert (gevangen genomen, caeg) en bij vonnisse van scheepenen in de hierboven gemelde straffen gecondemneert (veroordeeld, caeg) 4. dat aan zodanige onvermogende ingezetenen, die door ouderdom of lichaamsgebreken geheel buiten staat zijn, om behalve de onderstand uit de Armen Kassen eenige andere Middelen van bestaan te kunnen bekoomen, zal worden vergund weekelijks op maandag voor de Middag aan de huizen te mogen rondgaan, mits dezelve zich vervoegen aan de Raad dezer Stad en aan derzelve doen blijken van hun volstrekt onvermogen om te kunnen arbeiden of eenige andere kostwinning te bekomen, in welk geval aan hun door de Raad zal worden gegeeven een kennelijk teeken, bestaande in een M in Zwart Laaken uitgesneeden op een Roode Grond en welk teeken de aldus gequalificeerden zullen verplicht zijn te allen tijde, als zij rondgaan, aan de Rechtermouw op een zichtbaare plaats te moeten draagen, op poene van voor altoos die admissie (toestemming, caeg) te verliezen en daar boven voor acht daagen te water en brood gelegd te worden’. Het feit dat zo’n keur uitgevaardigd moest worden geeft aan, hoe hoog de nood in de stad was gestegen. Het waren vooral de veldwachters die belast waren met het toezicht op dit punt. Maar aangezien ze beperkt in aantal waren en niet op elke plaats aanwezig konden zijn, bleef het fenomeen bedelen bestaan. Acht jaar later ontvangt de burgemeester een brief van de onder prefect uit Hoorn d.d. 21 augustus 1811 waarin wordt gezegd dat ‘deze plaag noodzakelijk moet worden uitgeroeid’. Maar, opnieuw, er bleef nog jarenlang sprake van bedelarij, mede ook omdat de armoede een probleem bleef (7). De klepperman Tot slot een klein, wat geromantiseerd, versje van Hieronymus van Alfen uit zijn bundel: Kleine gedichten voor kinderen, 1787, met als titel: de Klepperman. 108

VOM2011 [3]-192pp.indd 108

18-04-2011 10:33:19


monnickendam een veilige stad? (2)

Klepperman

Zou ik voor de klepper vrezen, o, die lieve brave man, maakt, dat ik gerust kan wezen en ook veilig slapen kan. Moeder lief ‘k geloof het vast, dat hij op de dieven past. Schoon hij loopt door wind en regen, ‘t zingen wordt hij nimmer moe: Goede God! geef hem Uw zegen, maar mijn oogjes vallen toe. Lieve klepper! hou de wacht! Ik ga slapen: goede nacht! Of de kinderen in die tijd altijd goed hebben geslapen is de vraag. Immers, als er elk uur een man met een klepper en een flinke stem, om de tijd aan te geven, voorbij komt, wordt dat wel wat moeilijk. Maar de woorden klinken, temidden van de rauwe realiteit van weleer, toch vriendelijk en geruststellend. (Volgend jaar het laatste deel over de nachtwacht).

109

VOM2011 [3]-192pp.indd 109

18-04-2011 10:33:19


I.

Bronnen

* Resoluties van de Representanten des Volks, van de Municipaliteit en van den Raad, 1795 tot 1811 * Brieven uit diezelfde periode * Jaarboekjes Oud-Monnickendam (voortaan JOM) 1999, 2001 en 2002. II. Boeken * Van nachtwacht tot computermacht, N. Groeneweg, Europese bibliotheek Zaltbommel, 1976 * Van rakkers en gemeente-ezels. De politie in de loop der tijden (1400-1940) in een genealogisch perspectief, J.W. Koten, Ons erfgoed 2004, 2005. * De adelaar en het lam, Johan Joor, de Bataafsche Leeuw, Amsterdam 2000 III. Noten 1. Dhr. Appel heeft in de jaarboekjes 1999 t/m 2002 uitgebreid aandacht geschonken aan ontwikkelingen tijdens de Franse tijd (1795-1810), binnen en buiten Monnickendam. 2. Het franse ‘gens d’armee betekent – gewapende mannen. 3. De oorspronkelijke vrijheidsboom was de Liberty tree in Boston, een iep die in 1765 het verzamelpunt werd voor de tegenstanders van het Britse koloniale bestuur in de aanloop naar de Amerikaanse Revolutie. 4. JOM 1999 blz. 47 5. Criminele rol 3564 blz. 6. JOM 1975 en 1976 en de bijlagen van de Criminele Rol i.v.m. het verhoor. 7. In JOM 2001 en 2002 heb ik geschreven over de Kolonie van Weldadigheid in Drente. Een van de pogingen om wat te doen aan het armoedevraagstuk. Bijlage 1 – Wachtmeesters 1795-1814 Vanaf Lourens Koster wordt de functie wachtmeester ook gebruikt in het kader van politionele diensten. * Benjamin Harks Schoneveld, 10.2.1770. Wegens plichtsverzuim 22.5.1773 ontslagen. Wachtmeester in 1798. Wegens meineed op 14.11.1802 ontslagen. Begraven 25.12.1807. * Tijmen van Hoorn, 7.9.1776, i.p.v. Jan Jansz Besem de jonge; Tijmen wordt 25.2.1792 wachtmeester. Is vanwege zijn Oranjegezindheid in januari 1798 ontslagen. Wordt 24.12.1802 opnieuw benoemd tot wachtmeester. Begraven 21.9.1808. * Pieter Tijmensz van Hoorn, geb/dp. 118/15.8.1782; 1.10.1808 wachtmeester, overleden 15.12.1835. Was ook (1808) keurmeester van vlees, spek en zouter van het vlees, kaaskopersknecht en brugophaalder. Bijlage 2 – Nachtwakers 1795-1814 De afkorting SN staat voor substituut-nachtwacht, N voor Nachtwacht. Meestal werd iemand eerst SN en op een later tijdstip N. In juli 1797 bestond de nachtwacht (ratelwacht) uit tien personen: de wachtmeester en negen wakers en daarnaast ook nog twee portiers. De datum achter de naam is de dag van aanstelling.

110

VOM2011 [3]-192pp.indd 110

18-04-2011 10:33:19


monnickendam een veilige stad? (2)

* Adriaan Jansz van Leusen, 3.6.1780, was ook vleessouter. * Dirk Klaasz, 2.9.1780, i.p.v. Willem Appel * Albert Barning, 17.2.1781, was in 1791 ook turfdrager; reprimande op 5.7.1783 * Cornelis Deun, 2.6.1782, i.p.v. Jan Vreeling * Christiaan Schaatsbergen, 2.6.1782. Was ook bierdrager. Op 26 juli 1800 zes weken geschorst. Van 14.11.1802 tot eind 12.1802 interim wachtmeester. Op 7.4.1810 gecorrigeerd wegens plichtsverzuim. Geschorst 25.11.1815, weer in functie 13.1.186; overleden 4.5.1826. * Claas Dirks, 27.7.1782 * Jan Vreeling,14.5.1785 i.p.v. Louis Nooij * Willem Vlugt, 1.10.1785, i.p.v. Reijer Cornelisz. * Adam Klaver, 17.12.1785, op 26 juli 1800 zes weken geschorst * Jan Groen, 26.8.1786, begr. 19.8.1802 * Karsten Kemp, 24.5.1789, i.p.v. Cornelis Majesteit, * Jochem Pietersz Esselman, 25.2.1792 * Dirk Heemskerk, 2.11.1793, vanwege zijn Oranjegezindheid in 1798 ontslagen * Jan Jongemaat, aanstelling voor 20.4.1796, ontslagen 20.11.1802 * Hendrik Vrijling, datum aanstelling onbekend, ontslagen 20.11.1802, begr. 14.11.1809. * Hendrik Koolman, begin 1799, zie Crim. Rol 3564, ontslagen, vonnis eind december 1802. Begraven 3.7.1805 * Dirk Nieuwenhuijzen, aanstelling voor augustus 1800, ontslagen 20.11.1802 * Hendrik Kleijsen, aanstelling ? ontslagen 20.11.1802 * Gerrit Hessels, aanstelling ? ontslagen 20.11.1802 * Ernst Groen, aanstelling ? ontslagen 20.11.1802 * Klaas Willemsz Vreling, 24.12.1802, begr. 21.12.1803 * Adriaan Waterland, 24.12.1802 * Jan Vonk, 24.12.1802 * Cornelis Kwakman, 24.12.1802 * Adriaan Reurs, 24.12.1802, overleden 11.11.1835 * Klaas Jacobs Vreeling, 24.12.1802, neemt 8.11.1803 ontslag wegens lichaamszwakte * Pieter Gerrits Leger, 24.12.1802, bedankt op 4.3.1809 * Christiaan Meijer, 24.12.1802; zes weken schorsing in september/oktober 1820; ontslag gekregen of genomen 17.7.1830. Op 7.2.1818 aangesteld als taxateur van het brandhout. * Pieter Jansz Meij, 8.11.1803, was ook haringtelder, op 13.10.1804 van beide posten ontslagen. * Cornelis van Keren, 13.10.1804 * Jan Roos, 21.12.1803, ontslag 16.11.1805 op verzoek van zijn vrouw; was ook turf en korendrager. * Jacob Mooij, 16.11.1805, eed 23.11, 30.11 ook sub. turf, saad en koorndrager. * Hendrik Moen, de post van nachtwacht hem op 2.3.1811 provisioneel vergund. Was ook kalkmeter. * Cornelis Deun, 22.12.1813 * Hendrik Kroon, 22.12.1813

111

VOM2011 [3]-192pp.indd 111

18-04-2011 10:33:19


Bijlage 3 – Boomsluiters 1795-1814 * Ariaan Mobron, 20.3.1798 i.p.v. Joris Brand, Joris overl. 27.12.1808. Bijlage 4 – Geweerschoonmakers 1795-1814 * Doeke Hessels, 13.10.1792 i.p.v. Tjadde Rickels. * In 1797 genoemd een schoonmaker (geen naam) van vijftig geweren. Krijgt daar 16.13.6 per jaar voor. * De geweerschoonmaker in 1801 genoemd (geen naam). Mogelijk nog steeds Doeke Hessels.

Zie voor de portiers het artikel over de stadspoorten.

112

VOM2011 [3]-192pp.indd 112

18-04-2011 10:33:19


Rondleiding tijdens de reünie van de Vereniging Oud Monnickendam op 26 juni 2010 Pieternel Rol

De reünisten varen met de fluisterboot door de sluis van de Middendam.

Na de koffie, het gebak en de toespraak van voorzitter Jan Konijn, verliep de start van de rondleidingen wat moeizaam. Veel reünisten waren in een zeer geanimeerd gesprek gewikkeld. Maar uiteindelijk vertrok ik met ongeveer 20 personen. Na uitgebreid te hebben stilgestaan bij de bouw van de kerk, liepen we de Zarken in. Aangezien de heer Oosterbaan deel uitmaakte van mijn groep, was dit een mooie gelegenheid om van hemzelf te horen wat het op zijn voordeur vermelde ‘Anders zijn mag niet’ betekent. Volgens de heer Oosterbaan is het geen discriminerende kreet, maar juist meer het tegenovergestelde: een verzuchting van een ‘slachtoffer’: anders zijn mag (kennelijk) niet van... Ja, van wie niet? Dat mag iedereen zelf invullen! 113

VOM2011 [3]-192pp.indd 113

18-04-2011 10:33:21


Havenmeester Ed Willms opent in Middeleeuws kostuum de sluisdeuren.

Voor mij als stadsgids was het werkelijk een cadeautje dat de heer W. Hordijk, zoon van Leo, in mijn groep was geplaatst. De heer Hordijk was kort daarvoor aangekomen vanuit de VS om in Monnickendam de feestweek met familiebezoek te combineren. In de Kerkstraat, voor zijn ouderlijk huis met de bekende gevelsteen, heeft hij, wiebelig gezeten op een Monnickendammertje, ons het ĂŠĂŠn en ander verteld over de belevenissen van het gezin Hordijk en de onderduikers in de 2e wereldoorlog. Hierbij vermeldde hij nadrukkelijk dat hij nog heel erg klein was in die tijd, en dat zijn herinneringen dus zijn bepaald door wat een klein jon114

VOM2011 [3]-192pp.indd 114

18-04-2011 10:33:22


rondleiding tijdens de reünie op 26 juni 2010

getje interessant vindt. Vandaar dat hij nog heel goed wist dat de kinderen dagelijks de poepemmer vanuit de schuilplaats moesten legen in de gracht. In de winter, wanneer er ijs lag. Tja, dan werd dat een probleem. De omvang van de hoop op het ijs achter hun huis moest natuurlijk wel een beetje kloppen met het aantal legale bewoners, anders zou de buurt letterlijk en figuurlijk onraad ruiken. Dus moesten de kinderen de inhoud van de emmer verdelen over de hoopjes achter verschillende andere huizen. Onze rondwandeling eindigde bij de Gooise Kaai, alwaar een grote ‘fluisterboot’ lag om ons terug te varen naar de Grote Kerk. Voor ons allemaal was het nieuw om in de sluis van de Middendam geschut te worden. Ed Willms en Ton Meijer, in Middeleeuws kostuum, bedienden de sluisdeuren, en even later konden we een halve meter lager verder varen langs de Fluwelenburgwal. Via de Lindengracht, Herengracht, Nieuwe Zijdsburgwal en langs de vesting voeren we in de stralende zon terug naar de Grote Kerk. Het zou leuk zijn wanneer we zo’n boottochtje vaker met een rondleiding konden combineren.

115

VOM2011 [3]-192pp.indd 115

18-04-2011 10:33:22


Frederik de Wit/Blauw, vogelvluchtkaart van Monnickendam (1660/1680) - nr.1: Zuyd-ender Poort - nr.2 In 1660/1860 was deze plek naamloos. - nr.9 Zuyd-ender Mole steegh. - nr.9: Zuyd-ender Mole steegh. Nr.12 Kromme elleboog steeghje - nr.14 Reijer steeghje. Deze steegjes zijn in de loop van de tijd door nieuwe bebouwing uit de gevelwand verdwenen.

Zuideinde 1850: Gevelwanden met veel openingen. Ruime doorkijkjes naar Niesenoortsburgwal maar ook over de Gouwzee.

Zuideinde 1895: De gevelwanden zijn net als in 1660/1680 bijna weer gesloten.

116

VOM2011 [3]-192pp.indd 116

18-04-2011 10:51:50


‘Kaneelbuurt’ Siem Koerse

Op plattegronden van, 1660/1680, 1850 en 1895, hiernaast afgebeeld, staat het Zuideinde in Monnickendam aangegeven als een bochtige straat. Dit komt, doordat door de eeuwen heen deze weg is gevormd door de loop van de Waterlandse Zeedijk, die van Amsterdam, door Monnickendam, naar Enkhuizen loopt. Het bewijs dat het over een dijk gaat, staat aan het Noordeinde van ons stadje. Ongeveer twintig jaar geleden stond deze dijkpaal plotseling in de stoep van nummer 32*). Waar kwam dijkpaal nr.22 vandaan? Dijkpaal nr.21 staat ter hoogte van het Hemmeland en nr.23 staat ongeveer in het begin van Katwoude. Lag dijkpaal nr.22 nog bij Noord-Hollands Noorderkwartier op de werf, of kwam hij van het erf, of uit de schuur van de toenmalige bewoner? Het kan ook mogelijk zijn dat deze dijkpaal bij de ophoging van de dijk in 1901(!) of na de watersnood van 1916 is verwijderd voor werkzaamheden aan de dijk. Ook kan op een gegeven moment de nieuwe eigenaar van deze woning de paal uit zijn stoep hebben gehaald. Maar we gaan het hebben, zoals de kop van dit artikel aangeeft, over de ‘Kaneelbuurt’. Deze begint, bij overlevering, bij de ZuideindermolenDijkpaal nr.22 weer terug op de ‘juiste’ steeg in het Zuideinde en loopt tot aan de Joodse plaats. foto: S. Koerse begraafplaats. De naam ‘Kaneelbuurt’ werd nog zo genoemd in de jaren vijftig van de 20e eeuw maar had toen geen enkele waarde meer. Er stonden nog wel huisjes die niet groot waren en waren gebouwd na het midden van de 19e eeuw. Eind 19e eeuw was er armoede in de zogenaamde ‘Kaneelbuurt’, vandaar de naamgeving. Deze naam werd doorgegeven door ouderen die daarvoor de armoedige situatie hadden waargenomen of meegemaakt. En zo blijft de niet al te fraaie naam voor toenmalige bewoners van dit deel van het Zuideinde overeind. Maar we moeten ons wel reali117

VOM2011 [3]-192pp.indd 117

18-04-2011 10:51:50


seren dat het er in andere delen van Monnickendam ook niet al te best voorstond. Hetzelfde geldt ook voor andere dorpen en steden in Nederland in die tijd. Bijzonder is dat enkele huisjes, waarvan een aantal onder één kapconstructie parallel aan de dijk (straat) stonden, nu in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen zijn te bekijken. Dat de tijd, ook in dit deel van het Zuideinde vooruitging, bewijst dat er één woning is met een topgevel en dat er twee met dakkapellen waren. Het ging dus ‘goed’ in de voormalige ‘Kaneelbuurt’. De twee huisjes met dakkapellen zijn

Opname van het Zuideinde begin 1900. De huisjes links staan nu in het Zuiderzeemuseum. collectie G. Bont

ook meeverhuisd naar Enkhuizen om in het Zuideinde plaats te maken voor moderne woningbouw, zij het met aangepaste goothoogte (1978 architect Schuitemaker, Purmerend). Om al deze huisjes te vervoeren naar het Zuiderzeemuseum (1977/1978) gaf nog een hoop gedoe. De woningen moesten worden ‘ingepakt’ in een stalen constructie die er voor moest zorgen dat er nog wat heel in Enkhuizen aankwam. Ze werden op dekschuiten vervoerd. Het was toch een bijzonder moment om dit stukje Zuideinde via de Gouwzee naar hun definitieve bestemming te brengen. Enkele jaren later was daar het resultaat te bewonderen. Als je van de boot aankomt, die je naar het buitenmuseum brengt, loop je langs kalkovens en dan links de hoek om. Toen ik dat voor het eerst deed, was dat moment een bijzondere ervaring. Daar stond het ZUIDEINDE! De bewoners die er in de jaren 50 hadden gewoond en in 118

VOM2011 [3]-192pp.indd 118

18-04-2011 10:51:51




‘kaneelbuurt’

De huisjes worden ingepakt voor vervoer naar Enkhuizen. foto: Zuiderzeemuseum

Ook werd een aantal rokerijen per dekschuit naar Enkhuizen vervoerd. foto: Zuiderzeemuseum

de tijd zijn weggegleden, waren er weer. Het was een schok van herkenning om dat mee te maken. Ik stel de lezer gerust, deze ervaring is alleen weggelegd voor bewoners van Monnickendam die het hebben gezien. Maar er kan wel worden geprobeerd zich in te denken hoe onze bewoners hebben geleefd in die tijd in Monnickendam.

119

VOM2011 [3]-192pp.indd 119

18-04-2011 10:51:51


Zo, dat was even een emotionele ervaring die ik niet had willen missen! Maar er was meer in het Zuideinde in de tijd dat deze woningen naar het Zuiderzeemuseum gingen. Bijvoorbeeld: het voormalige magazijn van Herman Leeuw nr.54, eigenaar van het toenmalige antiekwinkeltje aan het Noordeinde. Deze winkel is later overgenomen door zijn zoon Manu Leeuw. Deze had een manufacturenwinkel ‘De Vlijt’. Het winkeltje was op de linkerhoek van de Nieuwe Steeg, nu woonbestemming. En dan het kantoor van de visroker Cor Dekker, (dat in 2011 weer wordt gesloopt voor de bouw van twee woningen) maar ook vrachtrijder Vermeulen. Er stond ook een woonhuis met een afgevlakte topgevel en gebouwd in zandsteen gelijk aan de dijkhoogte van de familie Kwakman. Voor zandsteen zie ook Noordeinde nr.36 en het gebouw -HULPBETOON- aan de Kermergracht. De voor- en zijgevels van -HULPBETOON- zijn later bepleisterd. Deze pleisterlaag is geschilderd en er zijn kleuren aangebracht op de plaats van de originele zandstenen stroken. Maar ook het huis van de familie Kwakman werd gesloopt om plaats te maken voor de uitvinding van de gebroeders Reurs. Zij hadden het traditionele visroken vervangen door een ronddraaiende gesloten draaischijf waar de vis aan speten hing die vervolgens dóór de rook heen draaide. Iets verderop waren toegangsdeuren naar het erf van boer Hardebol. Al deze bouwwerken stonden aan de binnenkant van het Zuideinde. Dan nu naar de buitenkant van het Zuideinde. Over de rij woningen die naar het Zuiderzeemuseum zijn getransporteerd, hebben we het al gehad. Maar er was ook nog cultuur, namelijk het woonhuis, gelijk aan de dijkhoogte, van muziekleraar Hoogland, met als bijzonderheid een erker tegen de voorgevel. Maar ook de woning van de familie N. van Oostveen. Een deel van de woning stond enkele meters uit de rooilijn en de woning stond lager dan de dijkhoogte met daarvoor een tuin met veel bloemen. Aan het einde van het Zuideinde woonde de fuikenvisser Thames Ent. Achter al deze woningen aan de buitenkant van de dijk liepen lange erven die uitkwamen op het ‘Bossie’. Later, met de eerste nieuwbouw in 1952 door de R.K. Woningbouwvereniging, werd deze plek ’t Prooyen genoemd. Dat was even wennen in het Monnickendam van toen. De nieuwe naam die in de plaats kwam voor het ‘Bossie’ kwam van de kaart van (F. de Wit/Blauw – 1660/1680). Anno 2011 worden deze woningen helaas als zijnde ‘gedateerd’ weggezet. Terug naar de ‘Kaneelbuurt’. Waar komt deze naam vandaan? Even wat voorbeelden van andere vreemde namen in de regio: Zuiderwoude – Turkije. Marken – drie bijnamen voor woonhuisgroepen: Siberië, Moskou en Frankrijk. 120

VOM2011 [3]-192pp.indd 120

18-04-2011 10:51:51




‘kaneelbuurt’

En dan ook nog ‘Kaneelbuurt’ in Monnickendam. Er is een mogelijkheid dat het woord uit de Franse tijd komt. Onze Nederlandse taal is doorspekt van Franse woorden waar we zelf soms geen idee meer van hebben! Het is heel gewoon om deze woorden te gebruiken zonder je af te vragen: ‘zou dat Frans zijn?’ In die Franse tijd sprak natuurlijk niet iedereen deze taal of kon het lezen. Het kwam voor dat een woord dan werd vernederlandst. Om dit te ondersteunen een Engels voorbeeld. In Monnickendam sprak men altijd van ‘Blakwannes’. In het verleden hadden woningen o.a. in de gang een ruw wit besmeerde muur met aan de onderkant een ca. 1 meter hoge zwarte ‘lambrisering’. Dit zwart werd in de volksmond ‘Blakwannes’ genoemd. Bij de verbouwing van onze woning vond ik een metalen doosje met daarop de tekst in het Engels ‘blackvarnish’. Er werd door weinigen Engels gesproken, laat staan het te kunnen lezen en dan is de weg naar ‘Blakwannes’ snel ingeslagen. Zo moet het ook waarschijnlijk (!?) zijn gegaan met het Franse woord ‘Canaille’. Van ‘Canaille’ naar ‘Kaneel’ is dan een kleine stap **). ‘Canaille’ betekent in het Frans o.a. ‘Volks’. We zijn in één keer bij de oplossing voor dit deel van het Zuideinde in die tijd: het stond voor Volksbuurt. Er zijn meer (minder fraaie) betekenissen van dit woord, zie o.a. Google). Tijdens de feestelijkheden van 2010 (655 jaar stadsrechten) was er een optocht van praalwagens. Een van de wagens vertegen-

Praalwagen met twee bewoonsters van het tegenwoordige Zuideinde. De dames K. Polman-Koopmans (l) en S. Schaap-Buurs (r). foto: S. Koerse

121

VOM2011 [3]-192pp.indd 121

18-04-2011 10:51:52


woordigde de ‘Kaneelbuurt’. De dames op deze praalwagen wonen ca. 50 meter voor de Zuideindermolensteeg waar deze buurt begon. Door middel van tekst en aankleding van deze praalwagen was men trots om daar te wonen. Een bekende ondernemer in het Zuideinde had eens met zijn vrouw een conflict over waar de Kaneelbuurt begon. Hij hield vol dat het bij de Groote Noord was waar ze tegenover woonden en niet bij de Zuideindermolensteeg. Hij bleef bij zijn mening. Om het op te lossen zijn ze wat gaan schuiven en ruilen van plek. Hij sliep nu in de Kaneelbuurt en zijn vrouw in het eerste deel van het Zuideinde.

*) Op een dag stond er voor de winkel van schoenmaker Jan Snieder in het Noordeinde een meneer voor de deur met een meetwiel. Hiermee kon het juiste aantal meters worden gemeten van dijkpaal naar dijkpaal. Deze meneer deelde Jan mee dat op deze plek de verdwenen KM paal nr.22 in de stoep zou worden geplaatst.Voor zover Jan wist en volgens vele anderen in Monnickendam had er nooit een paal gestaan! Maar . . . er was een probleem, de paal zou precies voor de etalage komen van nr.34. Na enig overleg met het Noord-Hollands Noorderkwartier mocht de paal drie meter naar het Zuiden worden verplaatst voor nr.32. En zo kwam de KM-paal nr.22 weer terug in het Noordeinde.

**) In het boekje van Oud Monnickendam: ‘Een straatje om’ komt men tot een andere uitleg.

122

VOM2011 [3]-192pp.indd 122

18-04-2011 10:51:52


Verhalen van Piet Jongert sr. 1909–2001 Piet Jongert

Deze verhalen zijn herinneringen uit het leven van mijn vader over het wonen en werken in Monnickendam. Het zijn afwisselend schrijnende verhalen maar ook kleine dagelijkse vertelsels met leuke herinneringen. Ik hoop dat de inhoud een beeld geeft hoe de mensen in die tijd moesten worstelen om het hoofd soms letterlijk boven water te houden en hun creativiteit moesten aanwenden om hun leven zo aangenaam mogelijk te houden. Mijn vader vond het heerlijk om over vroeger te vertellen en op een gegeven moment ben ik het gaan opschrijven om deze verhalen niet verloren te laten gaan. Ik heb deze verhalen in de derde persoon geschreven met mijn vader Piet als centrale figuur. De bron van de krantenknipsels is het Waterlands archief. Ik hoop dat u de verhalen met genoegen leest. Piet Jongert jr

1. Herinneringen aan de vroegste jeugd Hieronder volgen een aantal momenten uit Piet’s kindertijd die in zijn herinnering boven kwamen. Het zijn vaak kleine dagelijkse gebeurtenissen en soms zijn het voorvallen die niet helemaal door de beugel konden maar ze passen wel in die tijd waarin het dagelijks brood niet vanzelfsprekend was. Het gezin woonde in een klein boerderijtje aan de Kloosterdijk waar vader Jongert boerenknecht was bij boer Dirk Lansing. 1.1 Voedsel in de 1e wereldoorlog Van de oorlog 1914-1918 zelf heeft de bevolking weinig gemerkt. Wel was er hierdoor een groot voedseltekort. Men at van alles en vooral aardappelmeel want het meeste voedsel ging allemaal naar Duitsland toe. Door de voedselschaarste ging alles op de bon. Men kreeg broodkaarten met de vermelding van het aantal gezinsleden en die waren geldig voor een halve kilo ongebuild tarwebrood per persoon. Met deze kaarten diende men bij Piet Bakker brood te halen tegen betaling van 6 cent per halve kilogram. De kaarten hadden 140 vakjes die per halve kilogram aangekruist moesten worden. 123

VOM2011 [3]-192pp.indd 123

18-04-2011 10:33:26


In de rokerijen werd haring voor Duitsland gerookt en die kregen dan een knip in de staart zodat het duidelijk was waar deze bokking heen moest. Dit was de zogenaamde ‘regering-bokking’. Deze vis ging per botter naar Duitsland maar deze schepen werden vaak door de geallieerden in de grond geboord en dan hadden de Duitsers nog niets. De Nederlandse bevolking kreeg dan nog minder, dus gaf dit ook niet. De bevolking probeerde van alles om aan voedsel te komen. Vader Kees smokkelde boter voor zijn baas, Dirk Lansing. Hij verdiende hier vijf gulden in de week mee. De boter, ca. 25 pond, werd ingepakt in zeildoek en om zijn middel gebonden. De man was meteen twee keer zo breed maar dat mocht de pret niet drukken. Monnickendam telde toen een aantal bekende politiemensen die opdracht hadden smokkelaars aan te pakken. Deze mensen knepen echter vaak beide ogen dicht en profiteerden ook van de smokkelwaar. Je kunt niet zeggen dat ze corrupt waren want ook deze mensen hadden het niet breed en hadden oog voor de armoe van hun plaatsgenoten. Als vader dan vanaf de Kloosterdijk Monnickendam binnen liep, stond agent Handsma vaak bij de sluis en zei dan altijd: ‘Nog laat op pad Jongert?’ ‘Ja, je moet wel eens een boodschap voor de vrouw doen,’ antwoordde vader dan: ‘Oké ga maar verder, en doe maar kalm aan.’ Met andere woorden, vergeet mij niet. Ook werd er met kazen gesmokkeld. Deze werden verstopt in melkbussen die gevuld waren met karnemelk. Als hij dan agent Nagelhout tegenkwam zei deze: ‘Ga je nog even bij mijn vrouw langs want die heeft trek in karnemelk.’ Zo werd door hem een kaasje besteld. Ook agent Piet van Dijk werd niet vergeten. Deze was een groot liefhebber van schapenvlees. Op een dag kwam broer Cor uit de Foksteeg gelopen met een schapenbout op zijn schouder bedekt met een aantal jute zakken. Hij botste bijna tegen Piet van Dijk aan en deze zei: ‘Nou Jongert, dat scheelde maar weinig.’ Dus dit kostte een stukje vlees. 1.2 School 1915–1922 Piet ging naar de lagere school op de Beestenmarkt en omdat Piet veel thuis moest werken kwam hij geregeld te laat op school. Moeder zei dan tegen hem, ‘zeg maar dat je kiespijn had, of dat de brug open stond.’ Omdat dit bijna dagelijks voorkwam wist de meester al wat er aan de hand was. Hij ontving Pietje dan met de woorden; ‘Wat is het deze keer, stond de brug open of had je koorts in je kies?’ De eerste en tweede klas stond onder leiding van juf Seigers, de dochter van de hoofdonderwijzer. Meester Hoogewind, bijgenaamd dikke Dees omdat hij heel 124

VOM2011 [3]-192pp.indd 124

18-04-2011 10:33:26


verhalen van piet jongert sr. 1909-2001

dik en kort was, had de derde en vierde klas. Meester Santema de vijfde en zesde en de hoofdmeester, meneer Seigers, de zevende en achtste klas. Meester Santema had een drankprobleem en werd stilletjes uitgelachen door de kinderen. Als je straf had moest je achter het bord staan en daar stond dan ook een fles jenever. Degene waar deze meester het meeste problemen mee had, was de ouwe Kis, de vader van Cor (Kis) Stavanuiter, die een grote grapjas was en hem vaak op de hak nam. Piet herinnerde zich heel goed dat de meester in een vlaag van woede Kis de klas uit joeg en hem op het schoolplein achterna zat. Kis klom in de grote boom die midden op het schoolplein stond en ging daar gekke bekken trekken naar de meester. Zelfs in die tijd was deze man niet te handhaven en op zekere dag ’s middags om twee uur ging hij achter het bord staan en dronk de halve fles jenever leeg. Piet zag nog net zijn benen onder het bord en toen hij hier achter vandaan kwam brulde hij: ‘naast de banken, mars naar huis.’ De kinderen werden naar huis gestuurd en de man hebben ze nooit meer teruggezien. De meester van de derde en vierde klas, dikke Dees, had de gewoonte om kinderen die vervelend waren met zijn grote nagels gemeen te gniepen. Als je dan door ging werd je naar meester Seigers gestuurd. Deze meester was een geboren onderwijzer waar men veel ontzag voor had. Hij had nog nooit een tik uitgedeeld en hoefde alleen maar over zijn brilletje heen bestraffend naar de deugniet te kijken en ze waren als de dood voor hem. Ook voor zijn dochter, juf Seigers, hadden de kinderen veel ontzag. Deze juf Seigers werd later opgevolgd door Nel Klaver die vrijwel haar hele leven les heeft gegeven in deze klassen en waar wij allemaal bij in de klas hebben gezeten. 1.3 Ome Siem Dat de mensen in die tijd soms wat minder nauwkeurig waren met de kwaliteit van het voedsel blijkt uit het volgende: De broer van Piet z’n grootvader, ome Siem Jongert (1852-1926), woonde ook aan de Kloosterdijk in een heel klein boerderijtje met zijn vrouw Jannetje van Oostveen (1857-1926). Hij was maar een keuterboertje met 3 koeien en had het ook niet breed. Op zekere dag ging er bij vaders baas, Dirk Lansing, een varken dood aan de blauwe ziekte (varkenspest). Zoals gebruikelijk werden deze dieren begraven. Siem kwam op dat moment langs en vroeg wat er aan de hand was. Lansing vertelde waarom het varken begraven werd. Siem vroeg: ‘Mag ik hem hebben buurman, ik leg hem een nacht in het Stinkevuil 125

VOM2011 [3]-192pp.indd 125

18-04-2011 10:33:26


en dan is hij te eten.’ Hij kreeg hem mee en legde hem inderdaad een nacht in het Stinkevuil. De volgende dag waren de blauwe vlekken uit het dier weggetrokken en Siem heeft het dier geslacht en de hammen in de rook gehangen. Ze hebben hier maanden van kunnen eten. 1.4 Eenden Broer Cor, die nergens bang voor was, zei eens tegen zijn kleine broertje Piet: ‘Pee, ga je mee vanavond het land in.’ ‘Wat moet ik daar in het donker doen,’ vroeg Piet. ‘Nou, ik heb een zwaan zijn nek omgedraaid en die gaan we halen.’ Ze haalden de zwaan en het vlees van dit zware dier ging in potten en het afval werd in een jute zak het Stinkevuil ingegooid. Een boer had hen echter zien lopen met een zak en omdat hij Cor een beetje kende, vertrouwden hij het zaakje niet, maar kon niets bewijzen. Later kwam een koppel jonge eenden voorbij die eigendom waren van boeren in de buurt. Cor wist de eenden te vangen en draaide hen de nek om. Moeder benutte dit buitenkansje en zette meteen een aantal potten op het vuur en deed de eendenbouten hierin. Even later kwamen er twee boeren binnen die in de buurt woonden en vroegen aan moeder: ‘Vrouw Jongert, ik mis een koppel eenden heb jij ze misschien gezien?’ Moeder was de onschuld zelve en antwoordde dat zij die beesten nooit had gezien. Maar in de stal pruttelden de kookpotten met de eendenbouten. 1.5 Winter In Piet z’n beleving waren er vroeger altijd strenge winters. Zij hebben daar altijd veel plezier aan beleefd onbewust van het feit dat de winter ook bittere armoede meebracht. Er werd, voor de vorst intrad, een stuk land onder water gezet dat het ‘Verzopen Landje’ werd genoemd. Als het begon te vriezen zag het hier altijd zwart van de mensen omdat het veilig was. Er werd ook een grote paal in de grond gezet met een ring er om. Aan de ring zat een lang touw met aan het eind een grote slee. Tegen betaling konden de mensen in de slee plaatsnemen en dan werd met handkracht door middel van het touw de slee rondgedraaid. Omdat het touw lang was, draaide de slee met een ontzaglijke snelheid rond wat een enorme sensatie was. Zo werden hiermee, en door de baan te vegen en koek en zopie tenten te runnen, een paar centen bijverdiend. In de koude winter was het heel moeilijk om het boerderijtje te verwarmen. De kinderen zaten dan bij het invallen van de duisternis met moeder bij elkaar met de voeten tegen de haard wat met zelfgemaakte turf werd gestookt. Als werd gevraagd of het licht aan mocht, zei moeder te wachten tot vader thuiskwam want 126

VOM2011 [3]-192pp.indd 126

18-04-2011 10:33:26


verhalen van piet jongert sr. 1909-2001

petroleum kostte geld. Als vader dan thuis kwam, werd de petroleumlamp aangestoken en zo creëerden zij hun gezelligheid. Vader zei ’s avonds nooit veel en zat altijd de hele avond te lezen in de boeken van Karl May die de kinderen moesten halen bij de katholieke bibliotheek van Piet Bakker. Met de kinderen speelde hij vrijwel nooit en hij kon de kinderen nog wel eens hardhandig tot de orde roepen. Het eten bestond vaak uit rauwe ingemaakte andijvie die vader in de zomer met grote hoeveelheden verbouwde voor de winter. Piet is er nog steeds een groot liefhebber van. Brandstof voor de kachel maakten zij zelf door een sloot af te dammen, het water er met grote gierschoppen uit te hozen en als het droog was, werd de toplaag, die uit klei bestond, er afgeschept en dan kwam men op het pure veen. Dit liet men drogen in de zon en hier werd dan turf van gestoken en de jongens moesten hier torentjes van bouwen en dit werd dan door de zon verder ingedroogd. 1.6 Muziek Vader hield veel van muziek en hij wist moeder over te halen een orgeltje aan te schaffen. Moeder ging dus op een goede dag naar Amsterdam en toen zij ’s avonds thuis kwam droeg zij Pietje op om zijn vader te halen, omdat ze wat gekocht had. Vader was in de zevende hemel toen de volgende dag het orgeltje werd gebracht en ging er onmiddellijk achter zitten. Het ding kostte tachtig gulden en werd met twee kwartjes per week betaald. Er zat ook een muziekboek bij met de stichtelijke titel: ‘840 liederen van Johan de Heer.’ Eén avond in de week kwam Thijs Scherpenhuizen met zijn viool naar de Kloosterdijk om samen met vader te musiceren. Of het goed klonk was niet bekend maar deze avonden zat de dijk altijd vol met mensen om naar de muziek te luisteren. Als er al weinig is, klinkt alles mooi. Deze Thijs Scherpenhuizen woonde met zijn broer Jan in hun kapperswinkel. Piet en Cor moesten van vader hier altijd hun haar laten knippen omdat deze het goedkoopste was. Ze betaalden maar 10 cent en bij Japie Brinkemper kostte het 15 cent omdat deze moderner knipte. Jan kwam later om het leven toen hun kapperszaak afbrandde. Deze man was slechtziend en toen hij buiten was tijdens de brand schoot het hem te binnen dat zijn spaarpot nog in de kast stond. Hij rende het brandende gebouw binnen en kwam jammerlijk om het leven. 127

VOM2011 [3]-192pp.indd 127

18-04-2011 10:33:26


1.7 Huwelijksfeestje Het 12,5-jarig huwelijksjubileum van vader en moeder werd in de stal van hun kleine boerderijtje aan de Kloosterdijk gevierd. Op de stalhouten werd op schragen lange planken gelegd waaraan het feest werd gehouden. Vader was wekenlang flesjes wijn en sterke drank aan het sparen voor dit feest. Er waren veel vrienden en buren uitgenodigd en de gasten hebben zich behoorlijk tegoed gedaan aan de opgespaarde drank want deze kans kregen ze niet zo vaak. Zo ook ouwe Klaas Edel, die op gegeven moment niet meer wist dat hij leefde. Vader Kees vroeg dan aan hem:’wat zegt het lammetje,’ waarop Klaas dan in zijn roes antwoordde ‘Bèèè!!’ Van boer Lansing hebben zij een ingelijste fluwelen doek gekregen met de spreuk erop geborduurd: ‘Gedenk de weg in welke de Here u deze 12,5 jaar geleid heeft.’

Vader Kees Jongert sr. en zoon Cor tijdens de watersnood in 1916)

2. Watersnood 1916 Piet heeft bewust de watersnood van 1916 meegemaakt. Hij herinnerde zich dat hij in bed lag met zijn broer Cor en wakker werd van het geloei van de koeien. Hij keek uit het raam en zei tegen Cor. ‘Cor kijk eens naar buiten, er lopen duizenden koeien.’ Cor keek en schrok zich een hoedje. ‘Wat is dat nou, schreeuwde hij. Op dat moment kwam vader binnen stormen want deze was al om vier uur naar zijn baas gegaan. Hij schreeuwde: ‘Eruit, eruit, er is hoog water want de dijken zijn doorgebroken. Zorg dat je weg komt en ren naar de sluis van Opa Jongert.’ 128

VOM2011 [3]-192pp.indd 128

18-04-2011 10:33:27


verhalen van piet jongert sr. 1909-2001

Deze was op dat moment tijdelijk brugwachter bij de Grafelijkheidsluis. Moeder keek naar buiten en zei: ‘ik zie nog niets maar ik heb nog een lekkere pan snert staan in die driepootjespot, die gaan we eerst opmaken.’ Piet dacht, ik ga toch even buiten kijken en op het moment dat hij de staldeur opendeed, kwam er een golf op hem af die er eerder was dan hij dacht. Hij viel achterover en vluchtte meteen de voorkamer uit naar de achterkamer waar zijn oudere zus Nel het raam omhoog schoof om er uit te klimmen. Hij klom op Nel haar rug om droog te blijven maar deze liet hem vallen en zo was hij alsnog nat. Dus liep hij maar door het water naar het hek aan de Kloosterdijk. Toen Piet tussen de koeien op de dijk liep en achterom keek, zag hij zijn moeder in doodsangst in het water staan aan de stalkant van de boerderij met zijn één jaar oude broertje Thomas in haar armen. Ze stond te schreeuwen en te gillen met het water tot haar borst. Piet zei tegen zijn zuster: ‘Goh Nel, wat moeten we nou?’ Er kwamen van die grote golven aanzetten. Piet en Nel begonnen te schreeuwen en tussen de koeien kwam een lange magere man aanlopen en riep:’Wat is er’, en de kinderen riepen, ‘mijn moeder verdrinkt!’ Voordat de man actie kon ondernemen zei hij: ‘kijk nou eens!’ Daar kwam op de golven een grote jol aangedreven zo op het hek aan. Ze konden hun ogen niet geloven maar het moest duidelijk zo wezen. De man pakte de jol en wist moeder met de baby in de jol te krijgen. Ze werd naar de kant gevaren en samen met de kinderen liepen zij, elkaar vasthoudend, richting Monnickendam. Af en toe zagen ze een koe in het water duikelen omdat de kanten schuin en hoog waren en deze verdronken dan ook. Zo kwamen ze bij Opa Jongert aan. Een paar uur later kwam vader aanzetten met een emmer melk want de koeien die het overleefden werden de Grote Kerk ingedreven en moesten natuurlijk ook gemolken worden. Daar de melk niet afgevoerd kon worden werd het weggegeven en de rest weggegooid. In alle narigheid vond de jeugd nog wel enig vertier want nu konden ze bootje varen in de straten. In het huis van Opa konden ze op zolder huizen zonder een stoel of tafel maar ze hadden in ieder geval onderdak. Opa Jongert vertrok echter met zijn tjalk naar Amsterdam omdat er een nieuwe brugwachter werd aangesteld en zodoende moest het gezin dit huis verlaten voor de nieuwe brugwachter. Bij de Binnendijk, ter hoogte van de Zeepziederijbrug, lag een grote kermisschuit en deze wist vader tot zijn beschikking te krijgen om zolang in te wonen. Deze schuit werd met dank aanvaard. Ook werden zij door andere mensen geholpen, zoals door de gebroeders De Bruin, die binnenvissers waren. Zij brachten regelmatig een paar baarzen naar moeder Jongert om ze te bakken. Op dit schip vond ook een ongevalletje plaats dat zelfs door de plaatselijke krant 129

VOM2011 [3]-192pp.indd 129

18-04-2011 10:33:27


werd opgemerkt. ’s Morgens ging moeder het trapje op en stapte op het dek, dat al heel oud was, en zakte hier prompt doorheen. Pietje, die nog in zijn bedje in de roef lag, hoorde het lawaai, stapte in zijn hansopUit de Provinciale NH Courant van 3 mei 1916 over je naar buiten en zag zijn moeder dit incident in het ruim liggen. Ze had schuim op haar mond en vloekte hevig want ze was in verwachting. Toen kwam ze in de ziekenbarak terecht op het Wagenpad in de tuin van het raadhuis. Toen het water weer gezakt was konden ze terug naar hun huisje dat natuurlijk een troosteloze aanblik bood en ze konden aan de gang met opruimen en schoonmaken. Na een paar jaar ging vader Kees bij boer Piet Sluis werken en omdat hier een huisje bij hoorde, verhuisde zijn gezin naar het werkmanshuisje van Piet Sluis. Dit huisje stond bij de sluis beneden aan de dijk. Vader was in die tijd helaas nogal eens ziek en boer Piet Sluis was niet zo’n sociaal voelend mens en toen vader weer eens ziek was, kreeg hij gedaan dat vader met zijn gezin ook het huisje moest verlaten omdat de nieuwe knecht er moest wonen. Door deurwaarder Heilo werd hun huisje ontruimd en kwamen zij met hun spulletjes letterlijk in de regen op de dijk te staan. Zelfs deurwaarder Heilo gaf de opmerking: ‘Als ik dit had geweten dan had ik hier niet aan meegewerkt.’ Ze werden opgevangen door Groenewoud (Kobaas), die op de Middendam woonde, en in bezit was van een oud rokerijtje aan de haven. In dit koude en tochtige rokerijtje mochten zij wonen. Van haringkisten maakte vader Kees zo goed en zo kwaad als dit ging ledikanten en van het watersnood hulpcomité kregen zij matrassen zodat zij in ieder geval konden slapen. Eten koken werd gedaan op een oud vuurduveltje dat ook de hele ruimte moest verwarmen. Doordat vader Kees zonder werk zat, ging moeder Geertje in de hanger werken want een uitkering bestond toen niet. Zij stond bij dag en dauw op om haring te speten voor een paar centen (7 cent per 200 stuks) om in ieder geval eten voor haar gezin te verdienen. Ook de kinderen probeerden hun steentje bij te dragen. Piet ging met zuster Nel de boerderijen langs om bokking te verkopen. Bij de eerste de beste boer ging het al mis, de boerin had geen vis nodig maar wilde Piet wel een paar centen in zijn handen drukken. Piet, trots als hij toen al was, vatte dit op als een belediging en voelde zich een be130

VOM2011 [3]-192pp.indd 130

18-04-2011 10:33:27


verhalen van piet jongert sr. 1909-2001

delaar. Hij weigerde dit geld en ging rechtsomkeert naar huis. Zo mislukten zijn eerste stappen als vishandelaar. Het gezin leefde in deze barre tijd hoofdzakelijk van beschadigde vis en stukken rauwe bakbokking die moeder dan bakte en er panharing van maakte. Geld voor ander eten was er niet maar er werd tenslotte geen honger geleden. Zij hebben nog anderhalf jaar in het rokerijtje van Groenewoud gewoond. Daarna kregen ze de gelegenheid om te verhuizen naar het Zuideinde in een klein boerderijtje, dat zij moesten delen met het gezin van Klaas Staats (Nakkel). 3. Wateroverlast en armoede in de jaren twintig Verhaal over de gevolgen van wateroverlast, het ontbreken van goede sociale voorzieningen, de arrogantie van bestuurders maar ook de naastenliefde van eenvoudige medeburgers. In de jaren voordat de afsluitdijk werd aangelegd had men bijna jaarlijks last van hoog water. Als de Zuidwester over het vlakke land raasde, dan stuwde deze het water van de Zuiderzee weg van de westelijke oevers. Grote stukken zee vielen droog en op deze vlaktes ging de bevolking op jacht naar vis, zoals bot en paling die achterbleven in de ontstane poeltjes. Dit was een welkome buitenkans voor de mensen om hun voedselvoorraad wat aan te vullen. Maar als dan de wind draaide om vervolgens uit het Noordwesten te komen werd het Noordzeewater met grote kracht de Zuiderzee ingestuwd met als gevolg dat binnen korte tijd de buitendijkse gebieden onder water kwamen te staan. Daar dit huisje van het gezin Jongert aan de buitenkant van het Zuideinde stond kwam het bijna ieder jaar bij hoog water onder water te staan en moeder Geertje moest dan huilen omdat haar spulletjes, die zij met hard werken had weten te verdienen, onder water kwamen te staan. De jongens De Binnenhaven. Bron: Elsevier maart 1926 vonden dit altijd wel heel spannend en gingen geregeld bij de dijk kijken hoe hoog het water stond. Als dan hoog water een feit was en het dorp buitendijks onder water stond, gingen zij bij de Lange Brug kijken die afgesloten werd en dan zagen ze af en toe een deur drijven met een kat er op en andere zaken die aanspoelden. De kinderen konden de 131

VOM2011 [3]-192pp.indd 131

18-04-2011 10:33:28


ellende van de volwassenen niet overzien en genoten van deze natuurrampen. Op oudejaarsavond deden de ouders hun uiterste best om zo goed en zo kwaad als het ging voor hun kinderen warmte en gezelligheid te scheppen. Ze gingen met zijn allen eenentwintigen met warme chocolademelk maar als er hoog water was, werd vader, die bij de dijkwacht zat, toch weer weggeroepen, zeer tot grote onvrede van zijn kinderen. Het hele gezinsleven speelde zich af in een klein kamertje want meer was er niet omdat de achterzijde van het kleine boerderijtje door Klaas Staats bewoond werd. Op een dag kreeg broer Cor, die werkte in de rokerij van Niek Steur, door al het water natte pleuris en lag doodziek in de bedstee in dit kleine kamertje. Elke dag kwam Trien Veltrop, een dochter van slager Veltrop, een vers biefstukje brengen dat door Niek Steur werd betaald. Een werkelijk sociaal voelend mens. Het was een wonder hoe de mensen konden leven in zo’n kleine ruimte. Vader had zelfs een klein kribbetje getimmerd aan het voeteinde van zijn bedstee voor de kleinsten. De hygiëne was in die tijd, toen er nog geen waterleiding was, niet optimaal. Drinkwater kwam uit de regenton waar af en toe een dode rat in dreef en het was een wonder dat zij niet ziek werden. De meeste wateroverlast gaf de springvloed. Als de maan vol stond kon er zomaar uit het niets een vloedgolf opzetten. De dijkwacht sloeg dan alarm en ging de huisjes langs die buitendijks lagen en de wachten sloegen op de ramen en deuren om te waarschuwen maar waren vaak te laat. Als vader en moeder verschrikt uit de bedstee stapten, stonden ze gelijk tot hun middel in het koude water en hun meubeltjes dreven troosteloos in het rond. In 1926 was er ook een hevige Noordwester storm en het gezin was al naar de zolder verhuisd omdat beneden het water al een meter hoog stond. De kinderen sliepen op vochtige matrassen en onder vochtige dekens en kropen ’s nachts dicht tegen elkaar aan om maar warm te worden. Het eten bestond uit een hompje brood met een likje reuzel. Er hing een klein petroleumlampje als verlichting waar ze ook hun handen aan probeerden te warmen. Tegen de avond ging de storm eindelijk liggen en de volle maan scheen over het troosteloze landschap. Vader keek uit het dakraam en verzuchtte tegen moeder: ‘Ik hoop dat het nu voorbij is want ik moet morgen werken en anders is er geen brood op de plank’. Vader was boerenknecht en verdiende negen gulden in de week voor zeven dagen werken. Als het niet mogelijk was om te werken door welke oorzaak dan ook werd er niet verdiend. Het kwam erop neer, ‘wie niet werkt eet ook maar niet’. Op gegeven moment hoorde het gezin een aanzwellend en donderend geraas en 132

VOM2011 [3]-192pp.indd 132

18-04-2011 10:33:28


verhalen van piet jongert sr. 1909-2001

het oude huisje kraakte in zijn voegen. Een metershoge watermassa sloeg op de kust, alles vernielend wat hij op zijn weg tegen kwam. Uit het niets kwam het water opzetten om weer snel terug te stromen en alles wat in de aanval vernield was mee terugsleurend. Deuren, hokken, schuttingen, enz. denderden door de Havenstraat. De ramen in ons huis werden woest ingedrukt door de kracht van het water en wij konden op zolder elkaar alleen maar met bange ogen aankijken. De kinderen huilden van angst en moeder probeerde hen te troosten met de woorden ‘Pappa is er nog en die zorgt wel voor ons’. Maar vader voelde zich ook hulpeloos. Na een bange nacht brak de morgen aan en gelukkig was de storm gaan liggen en begon het water te zakken. Ze gingen naar beneden en de aanblik van hun huisje was troosteloos. Het water was weg maar het had overal een dikke laag vies slib achtergelaten. Na dagen gezwoegd te hebben heeft vader met behulp van zijn zonen het slik weg weten te krijgen en door te boenen het huisje enigszins toonbaar weten te krijgen. Alle ramen moesten vervangen worden en vensters opgeknapt. Bij de huisbaas moest vader een aantal keren aankloppen voor de ramen want die liep hier niet zo hard voor. Er bleef wel heel lang een muffe stank hangen omdat het slib onder de vloer wel bleef liggen. Het kacheltje werd weer opgestookt maar na een paar dagen raakten de turven op en moeder zei, je moet maar even naar ’t ‘Schuurtje’ gaan voor hulp anders zitten we allen in de kou. Het ‘Schuurtje’ was volgens overlevering in de volksmond een kerkelijke instelling waarin een comité zetelde om de ‘noden van hulpbehoeftigen te lenigen’. Vader zette zijn trots opzij en ging met lood in de schoenen naar deze instelling toe. Daar werd hem door de heren eerst de belangrijke vraag gesteld bij welke kerk hij behoorde, kennelijk was dit belangrijk voor het verloop van het gesprek. Waarheidsgetrouw antwoordde hij dat ze nooit naar de kerk gingen maar waarschijnlijk Nederlands Hervormd waren. De heren van het comité gingen samen in overleg en na veel discussie onderling hebben ze in hun eindeloze goedheid hem de somma van een gulden en vijftig cent in de week toegezegd voor de periode dat hij werkeloos was en vijftig turven. Op de vraag of hij het geld meteen kon krijgen omdat zijn gezin honger had, reageerden zij geschokt want hier konden zij niet aan beginnen. Hij kon wel een bewijs voor vijftig turven meekrijgen maar de ƒ 1,50 kreeg hij pas vrijdag. Met een arrogant gebaar en onder stuurse blikken van de Heren kreeg hij van de penningmeester het toewijzingsbriefje voor de turven. Vader ging naar de karrenbaas waar hij voor een paar centen een kar huurde. Deze 133

VOM2011 [3]-192pp.indd 133

18-04-2011 10:33:28


vroeg hem wat hij ermee wilde en vader zei dat hij vijftig turven ging halen. ‘Van het Schuurtje zeker’ vroeg de man en vader deed zijn verhaal. Deze karrenbaas was vrijwel zeker Kobaas (Groenewoud) die op de Middendam karren verhuurde en het gezin al eens eerder had geholpen met huisvesting. De man weigerde vervolgens het geld aan te nemen en vervloekte de ‘Heren’ van het Schuurtje met de woorden; ‘Dat noemt zich Christenen!’ ’s Avonds werd er op de achterdeur geklopt en daar stond de karrenbaas met een paar mannen en zonder een woord te zeggen sjouwden ze een aantal zakken met kolen naar binnen en de vrouw van de karrenman kwam er achteraan met een enorme mand gevuld met voedsel. Nadat ze klaar waren kwamen ze binnen en de man had ook nog een fles drank mee waar ze een gezellige avond mee vierden. Deze mensen vroegen niets maar hielpen gewoon andere mensen in hun ellende. 4. Bakkersknecht in de jaren twintig In begin jaren twintig werkte Piet in de bakkerij van bakker van de Vegte terwijl hij nog op de lagere school zat. Deze bakker had zijn winkel in de Kerkstraat waar later bakker Vlas en na hem bakker Honingh zijn nering had. Na schooltijd om vier uur ging hij naar de bakkerij om er mee te helpen. Ook ’s nachts en vooral tijdens feestdagen werd er meegewerkt in de bakkerij. Dit moest stiekem want dit mocht niet van de arbeidswet en regelmatig kwamen de dorpsveldwachters/nachtwachten Piet van Dijk en Leguit controleren. De jongens zagen dan twee hoofden boven de poort uitkomen en kropen dan onder de werkbank. Op gegeven moment kwam Piet van Dijk over de poort klimmen en de jongens konden ternauwernood onder de banken verdwijnen. Piet van Dijk wist natuurlijk wel dat er jongens waren en deed alsof hij goed controleerde. Hij liep langs de werkbank en stond toen per ongeluk op de vinger van Jan v.d. Horst. Deze gaf een schreeuw en toen was er heibel in de hut. Dit was koren op de molen van de nachtwachten. Piet van Dijk ging heel ernstig kijken en haalde een potlood en boekje voor de dag, maar schrijven kon hij nauwelijks. De twee zoons van de baas namen de agenten dan mee naar buiten en even later waren ze weg, maar de kist met gebroken koek was ook leeg en de mannen kwamen dan ook voorlopig niet meer terug. De gebroken koek en koekkruimels werd opgespaard en gebruikt als vulling voor goedkope gevulde koeken want amandelpers was heel duur maar ook agent Van Dijk werd hier koest mee gehouden. Omdat Piet al op zo’n jonge leeftijd in de bakkerij van de Vegte werkte, ging hij met dertien jaar van school om geld te verdienen en bleef in de bakkerij, met onderbrekingen, tot zijn diensttijd werken. In de begintijd verdiende Piet ƒ 2,25 per week waarvan ƒ 2,- naar moeder ging en 25 cent voor hem zelf. 134

VOM2011 [3]-192pp.indd 134

18-04-2011 10:33:28


verhalen van piet jongert sr. 1909-2001

Bij bakker Van de Vegte in de tuin: Piet Jongert en Bertus de Ruiter

Toen de zoons van v.d. Vegte, Klaas en Hendrik met een rijke vrouw gingen trouwen, stapten zij ook uit de zaak en kreeg Piet als jongen van 18 jaar de leiding over de bakkerij met een stuk of 4 jongens onder zich, te weten twee halfwas, één beginnende en één platenjongen. De jongens waar Piet o.a. leiding aan gaf, waren b.v. Bertus de Ruiter (Kalido) en de boven genoemde Jan v.d. Horst. Bertus was een ongelooflijke zoetekauw en als er bakplaten ingevet moesten worden zei Piet altijd tegen hem dat hij dan een extra toefje schuim voor hem maakte dat hij mocht opeten. Bertus vloog dan voor hem. Als de oude baas van de Vegte binnenkwam, zei hij vaak tegen Piet: ‘Nou Piet, hoeveel schuimtoefjes heeft Bertus al op?’ Piet zei dan heel diplomatiek: ‘Dat weet ik niet baas want ik heb ze niet geteld.’ Baas v.d. Vegte had dan de grootste lol. Als het tegen de feestdagen liep, was het extra druk in de bakkerij en moesten de jongens ook ’s nachts doorwerken. Bertus Kalido was een stuk jonger en ook in die tijd was dit niet toegestaan. Toen ze voor Koninginnedag ook eens doorgewerkt hadden en Piet voor een paar uur naar huis ging, sloop Bertus naar de meelzolder om te slapen. Toen Piet ’s morgens weer de bakkerij in stapte, kwam Bertus naar beneden en vroeg Piet of hij trek had in een lekkere peer. Piet vroeg hoe hij hier aan kwam en 135

VOM2011 [3]-192pp.indd 135

18-04-2011 10:33:28


hij vertelde dat hij vannacht de perenboom van ouwe Jan Mol de buurman had leeggehaald. Alle potten en pannen zaten vol met heerlijke sappige peren. Bertus ging naar huis en Piet begon dan maar te eten aan zo’n heerlijke grote sappige peer. Hij had hem half op en terwijl het sap hem langs zijn kin liep, kwam ouwe Jan Mol binnen. Hij zag Piet eten en vroeg; ‘wat een heerlijke peer heb je daar Piet, waar heb je deze gekocht?’ Piet zei in alle eerlijkheid dat hij deze van Bertus had gehad. Waarop Jan Mol droevig zei: ‘Deze komt van mijn boom en hij heeft hem volledig leeg gehaald. Als hij er eerlijk om had gevraagd had hij van mij zo wel een paar peren gekregen.’ Piet kon van schaamte wel door de grond zakken. Tegen Jan van de Horst zei Piet eens, ‘Jan, vanavond als het donker is, heb ik wat leuks.’ In de avond vroeg Jan, ‘wat heb je dan Piet?’ ‘Kom maar mee Jan het is nu donker genoeg.’ Piet pakte een schaal met zout en goot er petroleum over heen. Hij zei tegen Jan, als ik dit aansteek en je kijkt me aan word je bang en als ik jou aankijk word ik bang, want dan ben je net als een lijk.’ Jan werd hier doodzenuwachtig van want hij was mentaal niet zo sterk. Piet stak de vlam er in en zei tegen Jan, ‘Kijk me aan dan’, en hij trok hele grote ogen. Jan verdraaide zijn ogen en viel prompt flauw. Ook als Piet zich bij het eten per ongeluk in zijn vinger sneed dan ging Jan onmiddellijk onder zeil. Om alles zo efficiënt mogelijk te laten verlopen had Piet ook de verantwoording over de planning. Na het brood en overige producten kwam de cake en daarna het Moskovisch gebak, omdat deze een minder hete oven moest hebben. Als laatste werd een soort roggebrood gebakken dat bestond uit afval van de werkbanken en een goedkoop soort meel. Dit ging dan in de bijna koude oven met een natte zak aan de deur voor het vocht en was dan de volgende ochtend klaar omdat de warmte lang bleef hangen in het zand waar de ovenvloer uit bestond. Dit laatste brood werd als veevoeder verkocht aan boer Wiedemeyer voor een paar centen. Zo werd dus met zo weinig mogelijk brandstof een zo hoog mogelijk rendement gehaald. Baas van de Vegte bemoeide zich niet zo vaak meer met de bakkerij en liet het meeste aan Piet over. Maar af en toe kwam hij even helpen en zei dan tegen Piet: ‘Zo vent, zal ik even de gebakjes opmaken?’ Dit was zijn favoriete bezigheid, hij garneerde de gebakjes met kersen uit een pot en om ze mooi te laten glimmen stopte hij ze even in zijn mond en legde ze dan op de taartjes. Wat niet weet wat niet deert. Heel populair waren de taaikoeien, die speciaal werden gebakken ter gelegenheid van de grote veemarkt die twee keer per jaar werd gehouden in het Noordeinde. Ieder kind in Monnickendam wilde dan zo’n taaikoe hebben. 136

VOM2011 [3]-192pp.indd 136

18-04-2011 10:33:29


verhalen van piet jongert sr. 1909-2001

Noordeinde veemarkt

Deze markt was echt een feestdag voor de Monnickendammers en zelfs het openbaar vervoer lag die dag stil want de stoomtram kon niet door Monnickendam rijden. ’s Morgens vanwege de markt en ’s middags moest de brandweer het Noordeinde schoonspuiten. Ook het feest van 300 jaar ‘Slag op de Zuiderzee’ in 1923 werd uitbundig in Monnickendam gevierd. De straten zagen zwart van de mensen tijdens de festiviteiten want zoveel vertier was er die tijd niet en de mensen lieten zich deze gelegenheid niet ontglippen. Schitterende optochten en mooi uitgedoste mensen in middeleeuwse kledij beheersten het straatbeeld. Ook waren er poorten opgericht bij strategische punten die bewaakt werden door hellebaardiers. Ook vader Kees was verkleed als hellebaardier en stond op wacht bij een bruggetje aan het Bloemendaal. Kees Jongert als hellebaardier op het Bloemendaal tijdens het feest ‘Slag op de Zuiderzee’

Tussendoor heeft Piet ook gewerkt bij verschillende andere bakkers zoals Van Wengerden in Katwoude en bij Lammes. Ook bij Knelange in het bakkerijtje, 137

VOM2011 [3]-192pp.indd 137

18-04-2011 10:33:29


Piet Jongert vent brood met de kettekar, hier in Katwoude)

dat daarvoor van ouwe Jaap Hogetoren was geweest en hedendaags een dameskleding winkel is, en bij bakker v.d.Sluis om het vak goed te leren, maar kwam toch weer bij van de Vegte terug. Bij bakker van Wengerden ventte hij ook het brood uit en begon dan zijn ronde met de kettekar bij de Zedde en ging via de Achterdichting naar Katwoude terug. Piet had de gewoonte als hij bij een boer het brood bracht om de ket gewoon los te 138

VOM2011 [3]-192pp.indd 138

18-04-2011 10:33:30


verhalen van piet jongert sr. 1909-2001

laten want deze verzette toch geen stap zolang er gras was te eten langs de kant. Op een goede dag stond hij bij een boer en deze zei op gegeven moment: ‘Piet ga jij eens bij je paard kijken.’ Piet snelde erheen en tot zijn grote schrik zag hij zowel de kar als het paard in de sloot drijven. Alle bollen dobberden ook vrolijk op het water. De kop van het paard stak nog boven het water uit maar deze bleef onverstoorbaar doorgaan met eten van gras van de slootkant. De boer heeft Piet geholpen om het paard en de kar weer op het droge te krijgen en Piet reed zo snel mogelijk met het natte spulletje naar huis. Bij de bakkerij aangekomen zei baas Van Wengerden: ‘Zeg maar niets want ik heb het al gehoord van Floor Lafargue. Ga maar snel nieuw deeg maken.’ Toen dit brood klaar was snelde Piet weer naar de boeren maar hij hield vrijwel alles over want deze hadden hun brood al in Volendam gehaald. Dat Piet een graag geziene knecht was bleek wel uit het incident tussen bakker Lammes en bakker v.d. Sluis. Piet werkte op dat moment voor Lammes maar kon bij van de Sluis twee kwartjes meer verdienen en ging dus bij deze werken. Op het Wezenland kwamen deze bakkers elkaar tegen en er ontstond een twistgesprek. Lammes beschuldigde v.d. Sluis dat hij zijn knecht afgetroggeld had. Het is uitgelopen op een fikse vechtpartij op straat. 5. Toneelvoorstelling 1925 Piet’s vader Kees droeg zijn steentje bij aan het culturele leven in Monnickendam in de arme jaren twintig. Hij zat bij de bond van Staatspensioenen die een onderdeel was van de SDAP. In die hoedanigheid organiseerde en regisseerde hij toneelvoorstellingen die door amateurs uit Monnickendam uitgevoerd werden. De uitvoering en repetities werden gehouden in het ‘Hof van Holland’ aan het Noordeinde waar nu het parkeerterrein van dr. Van Stalborch is. De eigenaar van deze zaak was meneer Gatsonides, een oud legerkapitein die door de jongelui ‘de Kale’werd genoemd gezien het ontbreken van haar. Hier stond ook een biljart en in de geest van die tijd speelde een groot deel van het dorpsleven zich hier af. Er was ook een theaterzaaltje met toneel en hier werden de toneelvoorstellingen gegeven. In november 1925 werd een voorstelling opgevoerd met de naam ‘Vaders vloek en Moeders zegen’. Piet speelde hier een rol in als officier en zijn tegenspeelster was Maritje van Altena, een heel aantrekkelijk meisje, een paar jaar ouder dan Piet. Berichtje in de Prov. NH Courant van 18-11-1925 139

VOM2011 [3]-192pp.indd 139

18-04-2011 10:33:31


Piet weigerde in de repetities de liefdesscènes met haar te repeteren omdat hij nogal verlegen was. Vader Kees maakte zich hier wel druk om maar Piet verzekerde hem dat dit wel goed kwam. Inderdaad kwam dit tijdens de voorstelling in orde. Piet had zijn schroom afgelegd en speelde de liefdesscène zo goed dat de vonken er vanaf sprongen. Zoals zo vaak in dorpse amateurtoneelvoorstellingen gebeurden er dingen die er niet bij hoorden maar het werd er wel leuker door. Toen Piet de sterfscène speelde waarin hij was neergeschoten en zieltogend op de grond lag, begon een gedeelte van de coulissen te wankelen doordat iemand ertegenaan liep en uiteindelijk naar beneden kwam. Piet zag vanuit zijn ooghoeken hoe dit gedeelte op hem af kwam en de mensen zagen een dode officier die ineens opsprong en zich uit de voeten maakte. Een daverend applaus was zijn deel. Tijdens deze voorstelling was er nog een incident. Het doek bestond niet uit gordijnen die opzij schoven maar op een rol zaten die omhoog en omlaag gerold werd d.m.v. touwen en door twee mensen werd bediend. Moos Cohen, een druk mannetje, moest op het moment dat het doek omhoog ging zo nodig nog even over de rol heen stappen met als gevolg dat hij zittend op de stok met doek en al omhoog werd getrokken. Het moge duidelijk zijn dat het publiek hiervan genoot. 6. Haring in de bocht In de periode voor de afsluiting van de Zuiderzee was de bevolking, buiten het boerenleven, vooral aangewezen op werk in de visindustrie. Vooral haring was

Kees Jongert fietst over het Noordeinde

140

VOM2011 [3]-192pp.indd 140

18-04-2011 10:33:31


verhalen van piet jongert sr. 1909-2001

een vis die van groot belang was en jaarlijks werd er uitgekeken naar de tijdstippen dat er weer gevangen werd. In maart kwam de nieuwe haring met grote scholen vanuit de Duitse bocht de Zuiderzee ingezwommen om hier kuit te schieten. Voor dit tijdstip aangebroken was, stonden er vaak mensen op de dijk op de uitkijk of ze al wat zagen. Het was vooral herkenbaar aan grote witte vlekken in het water doordat de haringen tegen elkaar wreven en de mannetjes hierdoor het homvocht uitscheiden. Zodra de mensen deze vlekken zagen werd de hele bevolking gealarmeerd en met grote haast werden de grote haringfuiken uitgezet en de mannen voeren met kubboten naar de fuiken toe. De opbrengst was zo groot dat men met grote lieslaarzen aan tussen de haring stond en met grote scheppen de haring zo aan boord kon hozen. Het maakte ook niet uit op welk tijdstip dit bericht kwam, men gooide alles aan de kant en liep naar de dijk. Zo kwam het eens voor dat iemand op zondag tijdens de kerkdienst over de dijk liep en deze vlekken zag. Hij rende onmiddellijk naar de grote kerk en riep heel hard, terwijl allen in gebed waren verzonken: ‘Haring in de bocht.’ In tijd van een paar minuten was de kerk geheel verlaten en omdat hij op dat moment werkeloos was ging ook de dominee maar kijken. Deze nieuwe haring was niet vet maar wel vol omdat ze geslachtsrijp was. Ze werd verwerkt tot bokking en dagenlang hing er dan een grote rookwolk boven Monnickendam. In mei kwam de jonge haring binnen zwemmen. Deze hadden het formaat van sprotjes en werd hier soms ten onrechte voor aangezien. Deze jonge haring (spekbliek genoemd) was heel vet en zacht en werd gestoomd tot kleine harde bokkum. Vlak hierna kwam de ansjovis binnen zwemmen. Monnickendam had diverse ansjovis-inleggerijen waar veel vrouwen werk vonden. Deze vrouwen werden ook wel ‘ploksters’ genoemd. Zij plukten de kop en ingewanden eruit maar lieten het levertje zitten. Dit was bepalend voor de smaak. In de zomer was er weinig aanvoer van vis en werden veel werklui uit de hangers ontslagen. Reikhalzend werd dan weer uitgekeken naar Koninginnedag in augustus. Want bijna op die dag ging de Noodzeevisserij van start, zodat er daarna aanvoer was vanuit IJmuiden. In grote schepen kwamen ze aan bij de lange brug en werd de haring uitgeladen. Er was dan een vaste ploeg van ca. acht oudere mannen die de haring telden als de prijs de moeite waard was. Een ieder gaf een worp van vier haringen in een mandje en na iedere worp telden zij, dus de eerste riep ‘één’ en de tweede ‘twee’, enz. totdat ze bij vijftig waren. Dan riep de afslager ‘kerf ’m!’ Het mandje werd afgesloten met een deksel en één haring verdween in een apart kistje. 141

VOM2011 [3]-192pp.indd 141

18-04-2011 10:33:31


Voor ieder mandje zat er één haring in dit kistje en na afloop werden deze haringen geteld en de oude mannetjes mochten ze dan mee naar huis nemen. Een vol mandje werd een ‘tal’ genoemd en bevatte vijftig worpen van vier haringen. En vijftig tal was een ‘last.’ Het kwam ook wel voor dat de aanvoer zo groot was dat de haring niets meer waard was en dan werd een gedeelte aan de bollenboeren verkocht die het over de bloembollen als mest gooiden. Het is duidelijk dat de mensen grotendeels van de vis afhankelijk waren. 7. Vishandel in de crisisjaren en oproer in Nijmegen 7.1 Gepen Het was in de crisistijd rond 1935/36 soms moeilijk om aan handel te komen en als het er was dan hadden de mensen geen geld om iets te kopen. Piet wist eens samen met Arnold van Haren een partij gepen op de kop te tikken. Ze lieten deze roken en gingen ermee naar de donderdagmarkt in Zaandam. Helaas was het heel stil op de markt en ze verkochten haast niets. Ze waren echter vindingrijk en besloten een partijtje toneel op te voeren. Ze begonnen luidkeels met elkaar ruzie te maken en op gegeven moment kwamen er een aantal mensen omheen staan. Ze waren zo in hun spel opgegaan dat ze zelfs met de gepen gingen gooien naar elkaar. De omstanders vonden dit toch wel ver gaan en inmiddels begon het al heel druk om hen heen te worden. ‘Hé, dit is toch zonde van de vis!’ riepen de mensen. ‘Ach jullie kopen deze ‘zee-apen’ toch niet al zijn ze nog zo vers gerookt’, antwoordden de twee. De mensen begonnen nu toch te vragen wat voor soort vis dit wel was en waarom het nog goedkoop was ook. Een paar uur later waren ze beiden uitverkocht. Wat voor de meeste mensen niet bekend was, is het feit dat een gerookte geep een groene graat heeft en prompt kwam een klant de volgende week luidkeels verhaal halen dat ze bedorven rommel verkochten want de vis was helemaal groen van binnen. ‘Meneer, deze kleur heeft onze lieve Heer aan de vis gegeven want het hoort zo,’ zei Piet zachtweg en gelukkig waren er mensen om hen heen die dit beaamden. De klant heeft toen wel zijn excuses aangeboden. 7.2 Nijmegen Net als zoveel visventers in die tijd ging Piet vaak het land in om bij evenementen een plaatsje te bemachtigen om paling te verkopen. In 1936 werd bij Nijmegen door koningin Wilhelmina de Waalbrug geopend en Piet ging met broer Cor en nog een aantal Monnickendammers op weg om hun graantje mee te pikken. Echter een aantal rijke handelaren uit die buurt hadden 142

VOM2011 [3]-192pp.indd 142

18-04-2011 10:33:31


verhalen van piet jongert sr. 1909-2001

voor veel geld een vergunning gekocht voor verkoop van vis zonder concurrentie. Op de plaats aangekomen zetten zij zich neer en meteen kwamen er politieagenten op Piet af met de vraag of hij een vergunning had. ‘Jazeker meneer’, zei Piet en liet zijn bewijs van vishandelaar zien. De agent zei dat dit niet geldig was maar Piet hield zich van de domme en zei dat hij een Nederlandse visvergunning had en op Nederlandse bodem stond. De agent zei; ‘Koopman wilt u verdwijnen want het is verpacht zonder concurrentie en ze betalen er een hoop geld voor.’ ‘Ja omdat ze het hebben en wij zijn arme sodemieters en kunnen nergens pachten’, zei Piet. Even verderop stond Herman Voortman met twee manden aal en veel mensen er omheen. Maar deze moest ook weg. Toen begon Piet het publiek te bespelen en riep; ’Mensen waar onze koningin komt mogen wij de mensen geen lekkere paling verkopen voor weinig geld. Wij verdienen er niet veel op maar we werken hard en u krijgt het lekkerste van het lekkerste. Nee alleen Jan met het kapitaal mag hier verkopen voor veel centen.’ De agent zei toen, ‘Hier heeft u niets over te zeggen en als ik terug ben moet u weg wezen. De agent ging weg en Piet kreeg het voor elkaar dat het publiek op de uitkijk ging staan en ging verder met verkopen. Na een paar keer door het publiek gewaarschuwd te zijn en met zijn boeltje even weg te gaan wist Piet zich geheel los te verkopen en kon dus een lange neus trekken. Bij Herman Voortman begon het publiek zich ermee te bemoeien en op gegeven moment ontstond er een enorme vechtpartij tussen het publiek en de politie. Herman graaide snel zijn manden bij elkaar en smeerde hem. Broer Cor en de andere collega’s zoals Jaap Altena en nog een paar visventers zaten in de cel van het politiebureau want ze waren toch gesnapt bij het verkopen. Piet ging naar het bureau en begon te smeken of ze hun broer los wilden laten anders konden ze niet naar huis. Maar op het politiebureau was een grote vechtpartij geweest tussen Jaap van Altena, die oersterk was, en de politie. Hij was nadien behoorlijk met de gummiknuppel bewerkt en kon ook nauwelijks lopen. De volgende ochtend werden ze vrijgelaten en konden ze naar huis. In de landelijke dagbladen werd ook melding gemaakt van de vechtpartij tussen palingboeren en politie. Vader Jongert, die raadslid in Monnickendam was, zei dat ze dit wel eens op een fikse douw kon komen 143

VOM2011 [3]-192pp.indd 143

18-04-2011 10:33:32


te staan en bood aan naar de minister te schrijven. Hij schreef een brief naar de verantwoordelijke minister en het resultaat hiervan was dat ze niet eens een bekeuring kregen. 8. Oorlogstijd 1940-1945 Hieronder volgen een paar herinneringen uit de tweede wereldoorlog waarin de mensen heel creatief moesten zijn om te overleven. 8.1 Suikerschip Op Marken was bij de vuurtoren een schip met balen suiker gezonken. De geruchten waren niet van de lucht en er werd gefluisterd dat het sabotage was. Het was ook wel vreemd dat op een plaats waar geen klippen of andere obstakels aanwezig waren het schip was gezonken. Voordat de Duitsers ter plaatse waren, was al een flink aantal balen illegaal weggehaald. Er was een verplichting om de goederen in te leveren maar dit werd niet opgevolgd en die waren intussen al op een veilige plaats opgeborgen. De paar soldaten die op Marken gestationeerd waren konden niet veel beginnen en waren ook de beroerdsten niet. Piet, die bij zijn broer Cor in de rokerij werkte, hoorde dit verhaal van Grote Dirk. Dirk was een Marker die ook in de rokerij werkte. Piet spoedde zich met een paar flessen naar Marken. Bij de vuurtoren aangekomen stond daar een Duitse soldaat bij het schip op wacht. Piet vroeg of de lading gelost mocht worden. ‘Ja’ zei de soldaat, ‘ze zijn al geweest en zijn al bezig met lossen.’ De Duitsers wilden het schip zo snel mogelijk bergen zodat hij weer varen kon en ze waren al bezig de suiker te verkopen. Piet had al hier en daar wat gehoord en had zijn plan al klaar. Hij zei tegen de soldaat: ‘heeft u voor mij ook wat van dat waterige drab dat uit de zakken is gelopen?’ ‘Wat moet je ermee?’, vroeg de soldaat. ‘Nou dat weet ik nog niet, ik wil wel een paar flessen van je kopen voor twee kwartjes per liter.’ De soldaat had wel oren naar een extraatje en liet hem een paar flessen vullen. Piet gooide thuis meteen een fles in de pan en bracht het aan de kook. Toen bleek dat de literfles suikerwater ca. 850 gram droge stof, dus pure suiker bevatte. Piet ging meteen met zijn broers en Marker Dirk met een aantal melkbussen weer naar Marken en zei tegen de soldaat dat hij de melkbussen wilde vullen met suikerwater. ‘Maar wat moet je er dan mee?’, vroeg de Duitser achterdochtig. ‘Misschien zit er nog wat zoetigheid aan of misschien kan ik het wel weer weggooien, ik zie het wel’, antwoordde Piet heel zachtweg. De man vroeg wat hij er voor wilde geven. Ik wil weer twee kwartjes de liter geven’, zei Piet.’ ‘Hoeveel gaat er in zo’n bus’, vroeg de soldaat.’ ‘Nou twintig liter’, zei Piet terwijl er veertig liter in ging maar wist die Duitser veel. 144

VOM2011 [3]-192pp.indd 144

18-04-2011 10:33:32


verhalen van piet jongert sr. 1909-2001

Ze werden het eens en de bussen werden gevuld. Een Marker vrouw die dit hoorde zei dat ze ook nog een paar bussen vol te koop had. Ze hadden zeven à acht bussen op de Markerboot al aan de kant gezet en deze kocht Piet ook. Zo snel als mogelijk was ging Piet naar huis met zijn buit. De drab werd bewaard in grote haringvaten en iedere ochtend stond ‘Marker Dirk’ suiker te koken in grote emaillen teilen. Piet, met zijn achtergrond als bakker, had natuurlijk de leiding over het hele proces. Hij legde uit dat het suikermengsel goed was als er aan de houten pollepel een taaie laag bleef hangen. Als het dan zover was, werd met emmers zo snel mogelijk het taaie mengsel uit de kuip geschept en uitgestort over een granieten blad. Vervolgens moesten ze met houten spatels de massa uit elkaar trekken tot de massa wit begon te worden en te klonteren en dan lag er ruwe fondant op tafel. Piet ging daarna aan de slag, hij maakte met vormpjes hartjes en rondjes en voegde essences toe voor diverse smaken. De mannen deden bijzonder goede zaken hiermee en natuurlijk profiteerden ook hun gezinnen van het lekkers. Natuurlijk probeerden ook de bakkers en handelaren de suiker in handen te krijgen maar het was heel snel op. Later kwam hij de gebroeders ‘Bouwes’ tegen die handelden in suikerwaren en ook de Monnickendammer bakkers als klant hadden. Deze broers openden later het bekende restaurant ‘Bouwes’ in Zandvoort. De ene broer zei tegen Piet, ‘we kennen mekaar toch al een paar jaar.’ ‘Ja, ik dacht het wel’, zei Piet. ‘Je bent me voor geweest’, zei Bouwes ‘maar kunnen we nog zaken doen?’ ‘Pech gehad, Bouwes’, zei Piet ‘maar de drab is op.’ 8.2 Boer Piet ging elke morgen met sprot naar een boer in de Purmer voor twee liter melk met bijbetaling van een kwartje per liter. Op een dag stonden er twee Amsterdammers achter Piet bij de boer en die zagen dat hij twee liter melk ontving. Zij smeekten bij de boer: ’God meneer, alstublieft geef ons wat melk, wat het kost kan ons niet schelen.’ ‘Heeft u schillen’, vroeg de boer dan. Piet hoorde dit en zei tegen de boer: ’Ze hebben geen aardappels boer en ze hebben honger, dus ook geen schillen en je moest mij maar ook geen melk geven.’ Zo kwaad en verontwaardigd was hij over zoveel onrecht. Later heeft hij het met deze boer bijgelegd want ze moesten thuis wel eten en ook de boer had weleens trek in een visje. 8.3 Illegale handel Er was moeilijk aan handel te komen en alleen langs illegale weg lukte het wel. Ze moesten dan erg voorzichtig zijn want de crisis controledienst was heel alert. 145

VOM2011 [3]-192pp.indd 145

18-04-2011 10:33:32


Piet en zijn broer Thomas hadden met twee Marker vissers ’s nachts bij de ‘Impamp’ afgesproken om aal in ontvangst te nemen van hun botter. In het donker gingen ze getweeën over het Hemmeland en Piet had al snel natte voeten. Daar Thomas nog geheel droog was, nam Piet hem bij sommige natte stukken op zijn rug totdat hij in een kuil stapte en beide door de plassen rolden. Bij de ‘Impamp’ aangekomen probeerden zij met sissen de aandacht te trekken van de Markers en ze hoorden hen driftig met elkaar fluisteren en zagen dan heel schimmig de botter weer naar zee verdwijnen. Later bleek dat ze door hun gewoonte een hoed te dragen door de Markers aangezien werden voor rechercheurs. 8.4 Benzine Piet kwam eens met Cor in de auto van Haarlem af. In de oorlog kochten zij vaak rode benzine (Wehrmachtbenzine) op de markt van scharrelaars, zoals Toontje Broekman die dit uit auto’s van de Duitsers stal. Bij Halfweg aangekomen zei Cor ineens: ‘Verdorie er staat hier een commandopost, want er staat een Duitser op wacht en alle auto’s worden aangehouden.’ O heer’, zei Piet, ‘die houdt ons natuurlijk ook aan.’ Piet stopte de auto en sprong er uit. ‘Wat ga je doen’, riep Cor. ‘Even praten met die man’, antwoordde Piet. Hij liep op de soldaat aan en vroeg op gebroken Duits: ‘Goete abend, ist Sie die Wacht-commandant.’ ‘Nein’, antwoordde de soldaat, ‘er ist schon Montag hier.’ Piet zei,’ich bin palinghandelaar und ich heb schöne ale.

Bevrijdingsfeest in Monnickendam en voor de lagere school aan de Beestenmarkt een praalwagen met meisjes in een mooi wit jurkje

146

VOM2011 [3]-192pp.indd 146

18-04-2011 10:33:33


verhalen van piet jongert sr. 1909-2001

Ich wil voor joelie geroikte ale leveren, dus ich moet die Commandante sprechen.’ ‘Ah, schöne ale, mmm’ antwoordde de Duitser. ‘Dan kom ik maandag na 10.00 uur terug om hierover te praten’, zei Piet. ‘Lust sie auch geroikte ale’, vroeg hij aan de soldaat. ‘Jawoll wunderschön’, verheugde de man zich. ‘Dan zie ik u maandag’, zei Piet en stapte weer in zijn auto. Cor zei tegen Piet, ‘hoe kom je daar nu bij man.’ Piet zei toen heel filosofisch; ‘hij die zoekt kan niet gezocht worden.’ Als ik dit niet had gedaan dan hadden ze ons aangehouden en zeker onze benzine gepeild en was het uitgekomen dat we rode benzine gebruiken en kwamen wij voorlopig niet meer thuis.’Voortaan reden ze maar via Spaarndam naar Haarlem. 9. Biljartvereniging Piet was in de jaren vijftig lid van biljartvereniging Bellevue in het cafe ‘Bellevue’ van Harry Oud en was voor die tijd een heel verdienstelijk biljarter. Hij behoorde samen met Pieter de Waard, Harry Oud en Rooie Joop tot de toppers van Monnickendam. Ook de bekende kapper Sjors Onclin en Lef Schuring waren lid van de club. Lef, die brugwachter was, was een gezellige kerel die absoluut niet biljarten kon maar dat deerde niet. Ook Sjors kon niet biljarten maar voorop stond de gezelligheid en natuurlijk het borreltje. Sjors kwam altijd laat omdat hij vaak laat nog klanten had in zijn kapperszaak. Als hij dan om halfnegen binnenkwam, tikte Lef altijd Sjors met de keu op zijn kop. Sjors werd dan zogenaamd kwaad en zei dat hij hiermee moest stoppen anders liep het fout af. Het werd dan altijd weer gesust met twee glaasjes cognac voor Sjors. Piet deed op zijn manier zogenaamd aan spiritisme en ze hadden het er bij Harry Oud wel eens over gehad en Harry vroeg aan Piet of ze dit na het biljarten even konden doen. Piet sprak af dit volgende week te doen en hij nam dan een houten kruis mee en een vel papier met letters er op.Ze gingen met z’n vieren; Piet, Harry Oud, Piet Klein de kapper en Willem Visser bijgenaamd de ‘Papoea’ vanwege zijn jarenlang verblijf in Indië, om de tafel zitten en Piet liet het kruis in het rond gaan. Op gegeven moment zei Piet met een doodernstig gezicht: ’Harry je vader is aanwezig.’ Harry had natuurlijk door dat het voor Piet een geintje was en speelde het spel mee. Maar wat niemand verwachtte, op dat moment vloog de buitendeur open. Iedereen keek naar de deur maar er kwam geen mens binnen.Ze gingen weer verder met het kruis maar de anderen werden wat lacherig, wellicht door de borrels. Piet Klein beet zelfs in het kruis. 147

VOM2011 [3]-192pp.indd 147

18-04-2011 10:33:33


De Papoea echter geloofde hier heel serieus in, gezien zijn Indische verleden, en werd boos. Hij riep de anderen toe hier niet mee te spotten. En of het zo moest zijn, op een moment van spanning vloog de buitendeur wederom met een knal open. De mannen zaten verstijfd van schrik en Piet die hier meteen op inspeelde zei heel geheimzinnig: ‘Harry, je vader.’ Overigens woedde er een flinke storm buiten. Met deze club werden ook wedstrijden gespeeld tegen clubs van buitenaf die meestal verloren werden. Maar geen nederlaag was zo pijnlijk als de dubbele nederlaag, thuis en uit, tegen de damesvereniging D.O.E. uit Amsterdam. Volgens het jaarverslag van 1958 heeft dit veel pijn gedaan maar dit zou het komende jaar veranderen. In 1959 werd er weer tegen de dames gespeeld en dit keer werd met nog grotere cijfers verloren. Ik ben deze damesclub niet meer tegengekomen. De feestavonden van deze club waren bijzonder gezellig en vooral als de avond vorderde en de mannen al het één en ander genuttigd hadden. De vrouwen waren er veelal ook bij. In een verslag over de feestavond van februari 1960 stond o.a. ‘Ook de voordracht van Mevrouw Jongert en George Onclin, beide in een pantalon, was heel leuk’. Waarschijnlijk traden zij samen op in één heel ruim genaaide broek. Ik zag mijn moeder hier wel voor aan omdat zij altijd in was voor een geintje.

Piet en Coba Jongert op de Zuidervesting

148

VOM2011 [3]-192pp.indd 148

18-04-2011 10:33:33


verhalen van piet jongert sr. 1909-2001

10. Bijnamen Zoals veel kleine plaatsjes had ook Monnickendam zijn markante figuren die vooral bekend waren onder hun bijnamen. Hieronder een aantal die Piet in de loop der jaren heeft gekend met hun verhalen. Als jongen werkte Piet in de bakkerij en in de kersttijd werd het wel 12 uur ’s nachts voor hij naar huis ging. Dan had je kans dat je de nachtwachten tegenkwam. Dit waren b.v. Jur Harwichsen, Piet van Dijk, Handsma en Nagelhout. Later hebben ze deze mensen maar dorpspolitie gemaakt. Het waren eenvoudige mensen, Piet van Dijk kon zelfs geen bekeuring opmaken en dat liet hij dan op het bureau doen. Nagelhout kwam één keer in de maand langs de huizen ‘met een koper busje en ging dan ook lopend naar de kloosterdijk en de Purmer om te collecteren. Hij was van Friese afkomst en vroeg dan met een zwaar Fries accent: ‘Hebt u wat over voor de gewapende dienst?’ Dus voor het leger en daar gingen je arme centjes. Zijt van Christ liep ook in Monnickendam met een koper busje te collecteren. Zij heette eigenlijk Aagje Zijp en was de zuster van Klaas Zijp die de ‘Zwaluw’ werd genoemd. Deze Klaas Zijp zong in de kroeg vaak het schone lied: ‘Zwaluw waarheen is je vlucht’ en als beloning kreeg hij hier een borrel voor. Harry Oud wist hem altijd zo op te voeren dat hij het slot van het lied zo lang wist vast te houden tot hij werkelijk paars was. Harry jutte hem dan op en riep: ‘nog effe vast houden Klaas, dan ben je kampioen!’ Een andere dorpsfiguur was Laddy ofwel de oude Kraai. Dit was Piet van Dijk z’n vader. Hij woonde op de Gooise Kaai in een oud vervallen huisje met gaten in de vloer. Thomas Jongert en Sietse de Haas gingen dan als echte kwajongens het huisje in en gooiden dan wat kisten opzij die als meubeltjes dienden. Als hij dan thuis kwam begon hij steevast te razen en te tieren; ‘schooiers, altoos mijn meubelen.’ Dan hadden de jongens de grootste lol. lol. Laddy deed veel klusjes voor de hangers en haalde bijvoorbeeld bokkingkistjes op bij het ‘Hulpbetoon’ waar ze gemaakt werden. De leiding over het personeel had de oude ‘Toter’. Dit was de bijnaam van ouwe Willem Snieder, de vader van de latere vroedvrouw mevrouw Kaars. 149

VOM2011 [3]-192pp.indd 149

18-04-2011 10:33:34


Piet kocht vaak paling van Piet Buitenhuis bijgenaamd Piet de Otter. Dit was een simpele man die graag een borreltje lustte. De Otter was een klein vissersmannetje die zijn fuiken in de Gouwzee had staan. Als er niet gevangen kon worden dan werkte hij in de rokerijen en op de helling om de botters af te schrapen. Ook werkte hij als haringteller bij de afslag. Hij was vrijgezel en woonde bij zijn ouders aan de haven, maar als hij weer dronken thuis kwam, gooide zijn moeder hem naar buiten en ging hij op straat liggen slapen. Hij sliep dan met zijn ogen open, soms in de brandende zon. Als hij een dronken bui had of heel neerslachtig was dreigde hij vaak zich te verzuipen want hij geloofde dat hij toch weer terugkwam. De Otter nam in zijn onnozelheid dit geloof wel heel letterlijk want op een goede dag heeft hij zich aan een paar fuikenstokken vastgebonden en is hij vanuit zijn bootje overboord gestapt en verdronken. Gerrit Jonker had bij het Hemmeland ook fuiken staan en zag dat er wat fuikenstokken losgelaten hadden. Hij trok de netten op en daar kwam de kop van Piet de Otter boven water. Heel Monnickendam stond hierdoor op zijn kop. De Neger was de bijnaam van ouwe van Zanten, de vader van Andre van Zanten (Noppes) De man werkte op de helling en had als taak de botters die binnenkwamen zo snel mogelijk van buiten af te schrapen en schoon te maken voordat het te vast koekte. In de winter werden dan eerst in de kroeg een paar stevige borrels gedronken en dan ging hij op blote voeten in het ijskoude water om rondom te krabben. In de zomer stond hij in de brandende zon te werken en omdat hij aanleg had om snel bruin te worden was hij binnen de kortste keren zo donker als een neger. Zijn zoon Andre had de bijnaam ‘Noppes’ omdat hij op alles ‘noppes’ zei. Hij werkte af en toe in de rokerij van de Duivel. Als hij in een rookhok bezig was om af te strijken, legde hij af en toe stiekem een aaltje op de latten waar de speten op rustten. Op gegeven moment had de Duivel dit in de gaten. Toen hij weg zou gaan, hield de Duivel Andre even aan en troonde hem mee naar het rookhok. Hij zei; ‘hè hè, één op de lat, twee op de lat’, waarmee hij aangaf te weten dat er aaltjes op de latten lagen. Andre was echter heel gevat en voegde er meteen aan toe, ‘een broek op de lat’, waarmee hij doelde op het feit dat de Duivel ook zijn spullen vaak bij Andries Witmond (Moos van de Toren) op de lat haalde, wat overigens in die tijd heel normaal was. De Duivel (Henk Lommers) dankte zijn naam aan zijn karakter. Zijn vader stond altijd bij de Lange Brug met een haringkar. De familie Lommers was vooral bekend door Henk. Als je ouwe Lommers moest aanduiden was het altijd; ‘je weet 150

VOM2011 [3]-192pp.indd 150

18-04-2011 10:33:34


verhalen van piet jongert sr. 1909-2001

wel, de vader van de Duivel.’ Hij was niet groot maar vreselijk brutaal en beledigde vaak mensen. Vooral in zijn jonge jaren was het net een duivel en was ook nergens bang voor. Als je een plaatsje op een markt had en je had de pech dat de Duivel ook een plaats kreeg dan had hij de gewoonte zijn collega’s af te katten en hen zwart te maken. Een heel bekend figuur was ouwe Wouter Kleissen bijgenaamd de Diender. Deze naam had hij gekregen omdat hij een tijdje politieagent in Monnickendam was geweest rond de tijd van de eerste wereldoorlog. Bekende collega’s die tijd waren de al eerder genoemde Piet van Dijk, Handsma en Nagelhout.Ook is hij eigenaar geweest van een kermisattractie en het meest bekend was hij als stratenmaker. Ook Piet en zijn familie hadden een bijnaam, namelijk Oetoe. Deze naam werd verdiend door broer Cor, die net als Piet bij Goof Meij in de rokerij werkte en altijd een oude hoed op had als ze de rookhokken binnen gingen om hun hoofd tegen het druipende vet te beschermen. In de hanger werkten ook een paar vrouwen en Cor maakte graag geintjes met hen. Als Goof dit in de gaten had zei hij steevast: ‘Hé hoed, hoettoe zou je niet eens doorgaan met je werk anders raken we op achter?’ De vrouwen gingen namelijk gewoon door met speten. Deze bijnaam was op een gegeven moment zo ingeburgerd dat vervolgens ook Piet en Thomas deze bijnaam kregen. Cor werd betiteld als de hoofdman der oetoes. Zelfs zus Nel, die een kapsalon in het Noordeinde runde, ontkwam niet aan deze naam. Als een vrouw aan een ander vroeg, ‘waar laat jij je haar kappen’, en de ander antwoordde ‘nou bij mevrouw Lodder’, dan werd het niet begrepen en ze vroegen dan ‘waar woont die dan.’ ‘De kapsalon van Nel Oetoe.’ ‘O, zeg dat dan meteen!’ ‘Goof’ Meij had een rokerij aan het Prooyen waar nu het appartementengebouw ‘De Hange’ staat en ook zijn zoons en kleinzoons hebben hier gewerkt. Goof Meij was een goede en rechtvaardige baas die zijn mensen behoorlijk betaalde. Hij had echter de eigenaardigheid om bij het personeel wat geld in te houden als ze iets hadden uitgespookt wat niet door de beugel kon of hun werk niet naar behoren hadden uitgevoerd. De mannen noemden deze inhouding een ‘bekeuring’ en bij iedere uitbetaling vroegen ze aan elkaar: ‘heb jij deze week al een bekeuring gehad?’ Op een keer hadden de mannen het manchester vest van Piet met spijkers muurvast gespijkerd. Piet heeft de grootste moeite gehad om de vest met een nijptang los te krijgen maar dit ging niet zonder schade. 151

VOM2011 [3]-192pp.indd 151

18-04-2011 10:33:34


Goof kwam hier achter en vroeg wie de dader was. Toen niemand reageerde zei hij dat het vest betaald moest worden dus ze wisten al dat er weer een bekeuring aan kwam. Gelukkig voor zijn collega’s was de dader zo sportief om zich te melden zodat alleen hij een bekeuring kreeg van negen gulden, want dat kostte het vest, maar Goof gaf hem geen ontslag vanwege zijn eerlijkheid. Piet’s collega’s hadden al heel snel in de gaten dat Piet een panische angst had voor spinnen en aangezien Monnikendammers van een geintje houden, besloten ze een grap met hem uit te halen. Piet had aan een spijker een oude vettige hoed hangen die hij vaak op had als hij een rookhok in ging om zijn haren te beschermen en de kerels vulden deze hoed met grote zwarte hangerspinnen. Om 12 uur gingen ze thuis schaften en Piet pakte gewoontegetrouw de hoed van de haak en zette hem op zijn hoofd. Toen hij richting huis liep, hij woonde nog bij zijn moeder in het Zuideinde, keek hij achterom en zag alle kerels uit de hanger vol verwachting op een rijtje staan met lange Ben voorop. Op dat moment voelde hij kriebelen in zijn nek en gezicht. Hij haalde zijn hand er langs en greep in een aantal spinnen. Dit moment was voor Piet één van de grootste nachtmerries, hij maakte een sprong van zeker een meter hoog en ging met zijn hoed om zich heen slaan. Het resultaat van de grap was voor zijn collega’s buiten verwachting maar voor Piet een hel. Hij heeft zijn collega’s wel duidelijk gemaakt als ze dit weer eens flikten dat hij ze de hersens in zou slaan.

152

VOM2011 [3]-192pp.indd 152

18-04-2011 10:33:34


Zondag 10 - 10 - 10 Receptie bij de Lange Brug maar dan wel op een rondvaartboot uit Volendam. Op deze receptie zijn veel mensen van ver ‘onder’ Amsterdam. Ze kijken hun ogen uit in Monnickendam zo werd mij meegedeeld. Het weer is deze dag fantastisch en de zon schijnt uitbundig. Alles zat mee! De Gouwzee is volop aanwezig voor het Havengat. Veel zeilschepen op het lichtblauw gekleurde Gouwzeewater en met daaroverheen windkracht vier. Het kon niet op, deze zondag. De meneer naast mij dacht dat hij naar een dorpje was gekomen voor een receptie bij de Lang Brug maar dit had hij niet verwacht. Hij was echter aangeland in een volwaardig stadje vol levendigheid. Het grote witte miljonairsschip bij de firma Hakvoort waar je aan kon zien dat het al een beetje in Middelandse Zee-stemming was. De terrassen aan de binnenhaven en de pas gerestaureerde Lange Brug, deze ging nog open ook (het moest nog met een lijntje dit vanwege reparatie aan de brug) én er ging zelfs nog een botter door. Dit kán je allemaal niet bestellen, het gebeurt gewoon! En deze keer geen muziek aan de binnenhaven of feestelijkheden. Dit was Monnickendam op een gewone zondagmiddag. Met open mond stond die meneer daar aan boord van het Partyschip en hij mompelde ‘het bestaat nog’! Siem Koerse

153

VOM2011 [3]-192pp.indd 153

18-04-2011 10:33:35


Departement Zuiderzee

154

VOM2011 [3]-192pp.indd 154

18-04-2011 10:33:35


Waarom Napoleon Monnickendam in 1811 ‘rechts’ liet liggen (en daardoor het orgelspel miste!?) Ds. C.A.E. Groot

In oktober van dit jaar is het tweehonderd jaar geleden dat de op Corsica geboren Franse keizer Napoleon Bonaparte een aantal steden en dorpen van ons land heeft bezocht. Op 9 juli 1810 was de Bataafse Republiek, middels het decreet van Rambouillet, bij Frankrijk ingelijfd, met als gevolg dat de keizer het voor het zeggen kreeg en Franse wetgeving van kracht werd. Holland werd in negen Departementen verdeeld. Monnickendam behoorde tot het Departement Zuiderzee, met als bestuurscentrum Hoorn. In het najaar van 1811 maakte de veertigjarige Napoleon met zijn tweede echtgenote, de nog geen twintig jaar oude Marie-Louise, met wie hij op 1 april 1810 voor de wet en op 2 april in het Louvre kerkelijk was getrouwd, een reis door een aantal provincies van ons land, waaronder Noord-Holland. Ook Monnickendam was in het reisschema van de keizer opgenomen (1). Deze reis was mogelijk omdat het in Europa betrekkelijk rustig was. Op 14 oktober 1809 was de vrede van Schönbrunn gesloten, waardoor Napoleon van keizer Frans II van Oostenrijk geen gevaar meer te duchten had. En hoewel de strijd tegen Engeland en Spanje onverminderd doorging, gebeurde er op het gebied van de oorlog niets speciaals. De reis door Holland was vooral een inspectiereis, want Napoleon had plannen voor een veldtocht naar Moskou om de tsaar Alexander I een lesje te leren. De Russische tsaar had namelijk op 31 december 1810 besloten om niet langer mee te doen met de economische blokkade van Engeland (het Continentaal Stelsel) en dat moest ‘afgestraft’ worden. De komst van de keizer naar ons land betekende dat er allerlei voorbereidingen moesten worden getroffen, waarbij de veiligheid van Napoleon voorop stond. De reis moest ongestoord verlopen en de Hollanders moesten het keizerlijke paar het verschuldigde eerbetoon bewijzen. In diverse jaarboekjes van onze vereniging heeft dhr. Appel aandacht besteed aan dat ‘bezoek’ van Napoleon (2). In zijn bijdragen stond de vraag centraal of de keizer op 15 oktober 1811, na een bezoek aan Broek in Waterland, ook Monnickendam 155

VOM2011 [3]-192pp.indd 155

18-04-2011 10:33:35


heeft bezocht. Zijn antwoord was, na een grondige bestudering van de bronnen, een duidelijk ‘nee’. Terecht, want de beschikbare gegevens bevestigen zijn conclusie. Maar is er ook een antwoord op de vraag waarom Napoleon besloot om Monnickendam, dat er helemaal klaar voor was en de vereiste voorbereidingen had getroffen, niet te bezoeken? Orgelspel voor Napoleon? Ook dhr. Koerse heeft aan het ‘bezoek’ van Napoleon een artikel gewijd, waarbij vooral het orgelspel zijn belangstelling had (3). Nadat hij eerst wat opmerkingen heeft gemaakt over de weg langs de trekvaart van Broek in Waterland naar Monnickendam en de Wagenweg richting Edam, schrijft hij op blz. 27: ‘Tijdens deze ontvangst langs de Wagenweg zou er orgelmuziek hebben geklonken, daar is echter geen doorslaggevend bewijs van. Dhr. Appel zou in 1955 hebben vernomen van Meester Oosterveld (Hoofd van de toenmalige Christelijke School aan de Oudezijds Burgwal) dat er een fooi zou zijn gegeven aan de organist om het orgel van de Grote Kerk te bespelen en dat, volgens anderen, daar nog een bewijs van zou zijn te vinden in het archief van de Grote Kerk. Dit bewijs is niet terug gevonden. ‘Als’ er al orgelmuziek had geklonken ter verwelkoming van Napoleon, kan dat moeilijk uit de Grote Kerk hebben geklonken’. Vervolgens geeft dhr. Orgel Grote Kerk Koerse een mogelijke verklaring waar dat orgelspel dan wel vandaan kan zijn gekomen. Hij denkt aan een particulier huis aan de Nieuwpoortslaan, waarvan hij de eigenaar niet bij name noemt, alleen de eerste letter M en dan wat puntjes. Notitie kerkboek 156

VOM2011 [3]-192pp.indd 156

18-04-2011 10:33:36


w a a r o m n a p o l e o n m o n n i c k e n d a m i n 1 8 1 1 ‘r e c h t s’ l i e t l i g g e n

Met alle respect, deze ‘verklaring’ is niet juist. Op 2 november 1811 heeft Jan Esselman, in verband met de komst van de keizer, twee gulden fooi gekregen voor het bespelen van het orgel. Dat kan alleen betrekking hebben op het orgel in de Grote Kerk. Dat had toen nog geen elektrische aandrijving (4) en daarom kreeg ook de orgeltreder, die moest zorgen voor constante winddruk door de pijpen, een dag later een gulden voor zijn ‘trapwerk’. Overigens best een aardig bedrag als u bedenkt dat de man voor zijn arbeid op zondag en doordeweekse diensten negen gulden per kwartaal ontving (5). De organist In 1795 was de toenmalige organist van de Grote Kerk, Johan Coenraad Pfeiffer, ontslagen. Hij had zich een vurig orangist getoond en dat was sinds januari van dat jaar niet meer de politieke ‘kleur’. Daarom besloot het stadsbestuur in augustus 1795 een aantal organisten te laten proefspelen. Een ‘vakjury’ koos uiteindelijk voor Gualtherus des Millevilles (6), toen nog organist te ‘Thamen aan den Uithoorn’ (7). In 1811 was hij dus de vaste organist van de Grote Kerk. Dat op die 15e oktober des Millevilles niet zelf achter het orgel zat, zal als reden hebben, dat op die gedenkwaardige dag ook het carillon bespeeld moest worden. Ik vermoed dat des Millevilles verantwoordelijk was voor het klokkenspel, waardoor een ander het orgel moest bespelen. Dat werd dus Jan Esselman (8). Mogelijk was hij organist van de Lutherse kerk of een Orgeltreder leerling van des Millevilles. Ook de naam van de orgeltreder, weliswaar niet genoemd in de afgedrukte afrekening, is bekend: Gerrit Huijbertsz Kroon (9). Hij was in 1799 Jochem Esselman, een oom van de organist, als orgeltreder opgevolgd. Orgelspel? In Edam, de stad die de keizer na Monnickendam zou aandoen, had men bepaald dat de organist gedurende het gehele bezoek van de keizer het orgel zou bespelen (10). De vraag is of dat op de ochtend van de 15e oktober in Monnickendam ook het geval was. Wanneer de keizer via de Nieuwe- of Broekerpoort en langs de kerk de stad zou zijn ingereden, zou hij ongetwijfeld iets van dat orgelspel hebben gehoord. Ik heb het orgel van de Grote Kerk een keer mogen bespelen en ik 157

VOM2011 [3]-192pp.indd 157

18-04-2011 10:33:36


kan u zeggen dat er een flink stuk muziek uit de pijpen komt, zeker als je alle registers open trekt. De muren weerkaatsen het geluid en wanneer dan ook nog de deuren van de toren open staan (dat was die dinsdag 15 oktober vermoedelijk het geval, omdat de Gereformeerde predikanten met hun kerkenraad zich voor de kerk moesten opstellen), dan kan het geluid ver dragen. We weten echter uit de beschikbare bronnen dat de keizer niet door maar langs de stad is gereden. Daarom zijn er m.i. twee verklaringen mogelijk: 1 _ het orgel van de kerk is op die dag metterdaad door Jan Esselman bespeeld, maar het bleek ‘vergeefse moeite’, omdat de keizer Monnickendam ‘rechts’ liet liggen. 2 _ het orgel is niet bespeeld, maar de heren Esselman en Kroon hadden zich die dag wel beschikbaar gehouden en kregen daarvoor een ‘beloning’. De keizer, Frankrijk en de Hollanders Napoleon had de gewoonte om door hem veroverd of geannexeerd gebied zo snel mogelijk te bezoeken. Daarmee gaf hij aan, dat het nieuwe territorium hem toebehoorde.

Ontvangst van Napoleon door het stadsbestuur van Amsterdam, 9 oktober 1811. Prent van R. Vinkeles, naar een tekening van A. Vinkeles.

158

VOM2011 [3]-192pp.indd 158

18-04-2011 10:33:37


w a a r o m n a p o l e o n m o n n i c k e n d a m i n 1 8 1 1 ‘r e c h t s’ l i e t l i g g e n

Hoe de keizer over zijn nieuwe onderdanen dacht, valt op te maken uit een gesprek dat hij voerde met zijn vertrouweling, de markies van Caulaincourt, tijdens een avondwandeling langs de Amsterdamse grachten. Hij zei toen onder andere: ‘Ik wensch de Hollanders innig aan mij te binden. De vereniging van Holland met Frankrijk zal van onschatbaar nut zijn. Met de onze verenigd, vernietigt de Hollandse zeemacht die van Engeland. Binnen enkele jaren zullen wij meester op zee zijn. Daartoe moeten de Hollanders zich oprecht bij mij aansluiten’ (11). Het citaat is veelzeggend. Napoleons belangstelling ging niet zozeer uit naar zijn nieuwe onderdanen. De keizer was, vanwege zijn oorlog met Groot-Brittannië, meer geïnteresseerd in de verdedigingswerken in de Noord-Westelijke hoek van zijn rijk. Die waren in de zomer van 1809 (Napoleon vocht toen aan de Donau met het Habsburgse leger) bij een Britse aanval op de Scheldemond, met Antwerpen als doel, nogal kwetsbaar gebleken. En als volgens plan de veldtocht naar Rusland zou plaatsvinden, kon Engeland wel eens kiezen voor een invasie vanuit zee. Het waren dan ook vooral militaire belangen die ten grondslag lagen aan zijn ‘inspectietocht’ die op 5 oktober in Gorinchem begon en via Zeeland, Zuid-Holland en Utrecht naar Amsterdam voerde, waar de verdedigingswerken werden geïnspecteerd. In Noord-Holland hadden Den Helder en Texel zijn bijzondere belangstelling. De vrij gemakkelijke inname van Den Helder door Engelse en Russische troepen in 1799, had de keizer te denken gegeven. Daarom wilde Napoleon deze zo strategisch gelegen, ijsvrije haven tot een onneembare marinebasis maken. Een ‘Gibraltar du Nord’, zo zei hij op 15 oktober 1811 tijdens zijn bezoek aan Den Helder. Er moest daar een moderne marinewerf komen, een gordel van kustbatterijen en forten en een betere verbinding over land met Amsterdam en nog verder, met Parijs. Waterbouwkundig ingenieur Jan Blanken Jansz. kreeg opdracht deze plannen uit te werken (12). In de jaren 1811-1813 werden vier grote forten gebouwd. Zo’n drie tot vierduizend Spaanse en Portugese krijgsgevangenen (dwangarbeiders) deden het (zware) werk (13). De reis door Noord-Holland De keizer, gewend om elke morgen om zes uur op te staan, vertrok dinsdag 15 oktober ’s morgens om zeven uur uit Amsterdam. De reis ging via Broek in Waterland, Monnickendam, Edam, Hoorn, Blokker, Westwoud en Benningbroek naar Medemblik. Vanuit Hoorn gezien, was dat enigszins om, maar er bestond toen nog geen rechtstreekse weg naar Medemblik. In Medemblik inspecteerde hij de scheepstimmerwerven en vier schepen die voor de oorlog werden klaargemaakt. Vandaar ging de reis over de dijk, via Aarswoude en Veenhuizen, naar ’t Zand. Rond half zes ’s avonds werd Den Helder bereikt, waar Napoleon twee nachten heeft doorgebracht. 159

VOM2011 [3]-192pp.indd 159

18-04-2011 10:33:37


Tijdens het laatste gedeelte van die reis was er nog een curieus moment. In het dorpje Veenhuizen, ten noordoosten van Heerhugowaard, ging er iets mis. Bij de erewacht was een trompetter die een soort welkomstmars zou spelen. Maar kennelijk was de man een beetje nerveus, want op het moment dat de keizerlijke koets arriveerde, zette hij een populair melodietje in met als titel: ‘Ah, le bel oiseaux, maman’ (‘Ah, de prachtige vogel, moeder’, caeg). De keizer was daarover zo boos, dat hij zijn koets niet liet stoppen om een gelukwens aan te horen en het welkomstcomité, geheel verbouwereerd, achterliet (14). Het reisgezelschap

Brandend douanehuisje

Douaniers verbranden smokkelwaar

Stelt u zich dat reisgezelschap even voor. Napoleon, niet te paard, zoals hij vaak wordt afgebeeld, maar zittend in een koets die eerder zijn broer Lodewijk Napoleon had toebehoord. Dat had ongetwijfeld te maken met het barre weer in de eerste helft van oktober. Er vielen zware regenbuien en een gierende stormwind zorgde voor een onbehaaglijke temperatuur. Postillons uit de regio zaten op de bok. Zij waren bekend met de Noord-Hollandse wegen en gewend om, op de meestal niet al te brede dijken, vier paarden te mennen, wat voor vreemde koetsiers niet zonder gevaar zou zijn. De keizer was omgeven door een reeks belangrijke personages, waar onder de generaals Bertier en Van Hogendorp. Ook werd hij geëscorteerd door een korps van de cavalerie. Dat was niet alleen om de tocht luister bij te zetten. Deze soldaten te paard waren er vooral vanwege zijn veiligheid, want rustig was het allerminst in ons land (15). Het Continentaal Stelsel (16),

160

VOM2011 [3]-192pp.indd 160

18-04-2011 10:33:37


w a a r o m n a p o l e o n m o n n i c k e n d a m i n 1 8 1 1 ‘r e c h t s’ l i e t l i g g e n

de tiërciering (17), de conscriptie (18), nieuwe, zware belastingen (19), het waren maatregelen waardoor de bevolking ontevreden was geworden. Daarnaast zorgden ook verklikkers voor een gespannen sfeer, waarover zo meteen meer. Het was een indrukwekkend reisgezelschap, maar niet te vergelijken met de indrukwekkende stoet, die op negen oktober Amsterdam was binnen getrokken (20). Strenge veiligheidsvoorschriften Vinden wij de voorschriften op 30 april, als de koningin een stad of dorp bezoekt, wel eens een beetje ver gaan, tweehonderd jaar geleden wisten ze ook van wanten. Napoleons bezoek aan ons land was omgeven door strenge veiligheidseisen. Kranten mochten niet berichten over plaatsen die de keizer zou aandoen. De wegen waarover de majesteit zou reizen moesten vrij van obstakels zijn. Sluitbomen en tolhekken langs de reisroute moesten om die reden dag en nacht open blijven. Van wie tot het gevolg van de keizer behoorde, mocht geen tol- of poortgeld gevraagd worden. Molens mochten niet draaien en de zeilen moesten aan de wieken uitgespannen stilstaan, opdat de paarden tijdens het passeren niet zouden schrikken. Dat was namelijk enkele weken daarvoor in Overschie het geval geweest. Onder bruggen mochten geen schepen liggen. Kelderramen en luiken langs de reisroute moesten worden dichtgemaakt. Er mocht niet in bomen worden geklommen en stellages, om de stoet goed te kunnen zien, mochten evenmin worden gebouwd. Ook verkoop van sterke drank langs de route was strikt verboden en het afsteken van vuurwerk helemaal taboe. De keizer had, uit angst voor vergiftiging, een voorproever meegenomen. Toen hij in Medemblik was, nam hij alleen tot zich wat door zijn eigen kok was klaargemaakt. Elke andere aanbieding van voedsel en drank werd afgeslagen. Je weet maar nooit, zal de achterliggende gedachte zijn geweest. Als er een tochtje over water aan de orde was, had hij zijn eigen roeiers achter de hand. Tijdens de dagen voorafgaande aan de reis, moesten de straten ’s avonds goed verlicht zijn en minstens twee keer per week worden geveegd, de grachten schoon en uitgediept. Herbergiers waren verplicht om zorgvuldig aangifte doen van elke vreemdeling die zij onderdak zouden verlenen. Toespraken die burgemeesters of andere hoge heren wilden houden, moesten vooraf worden goedgekeurd. U ziet, niets was aan het toeval overgelaten. Verklikkers Een heel belangrijke factor rond het bezoek van de keizer was een verscherpte waakzaamheid bij de politie. Geheim onderzoek naar de antecedenten van allerlei bestuurders en andere hooggeplaatsten maakte daar deel van uit. Een man die in Monnickendam op dat punt z’n (negatieve) sporen heeft nagelaten was Servais 161

VOM2011 [3]-192pp.indd 161

18-04-2011 10:33:37


van der Graaff (21). Begin januari 1811 was hij door de heer Prince, algemeen stedehouder van Z.M. de keizer in Holland, tot secretaris van Monnickendam benoemd als vervanger van (notaris) Jan Hogerbeets Kerk. Dat gaf hem alle gelegenheid om goed rond te kijken en mensen te observeren. In een rapport van 24 september 1811 aan het hoofd van de politie in Amsterdam vermeldt deze stille verklikker een hele reeks namen van personen uit Broek in Waterland, Monnickendam en Edam, die z.i. de aandacht van de politie vragen (22). Als anti-frans of pro-engels zo u wilt, noemt hij mr. v Rooijen, de commissaris van politie in Monnickendam; mr. Adolph Leonard Thierens, de vrederechter van Waterland (hij had zich bij verschillende gelegenheden zeer verknocht getoond aan het Huis van Oranje); wethouder en stadsapotheker H.J. van Marle (23); Remmet Kous Bos, lid van de Raad, koopman en enige tijd burgemeester (als koopman wist hij via Hamburg het Continentaal Stelsel te omzeilen); scheepsbouwmeester Teunis Hondius, lid van de Raad en zeer engelsgezind; wijnhandelaar Claas Molenaar; Evert van Marle, ook een echte Oranjeklant. Van de Graaff achtte van Marle in staat een vijand om de minste of geringste reden te vermoorden. Hij moest dus scherp in het oog worden gehouden. Notaris Joan van Aalburg kon het zijn Fransgezinde medeburgers knap lastig maken; Pieter Kous Bos, secretaris van Waterland, hij had geweigerd om als commandant van de erewacht op te treden en het advies van van der Graaf was om, bij het bezoek van de keizer, ook hem goed in de gaten te houden; chirurgijn Lodewijk Paulus Schmidt; Pieter Zalm, secretaris van de Waterlandse Meren; scheepstimmerman Pieter Kater en oud burgemeester Dirk de Leeuw, al deze heren waren bepaald niet gelukkig met het Franse bewind. En dat terwijl sommige van hen de Fransen in 1795 met open armen hadden ontvangen. Ook de leden van de erewacht, die bij het bezoek van de keizer aan Monnickendam zouden aantreden, werden door Van de Graaff aan kritiek onderworpen. Zijn oordeel over Claas Molenaar, de zoon van de eerder genoemde wijnhandelaar, Tjerk Rosat, Nanning Veen, Dirk Craaij, IJsbrand Nooij en Pieter Kater was duidelijk: ‘des mauvais sujets, fort angloman’ (slechte kerels, zeer Engelsgezind, caeg). Daartegenover kende Monnickendam ook een aantal heren die het Franse bewind wel konden waarderen, zoals Nicolaas Ewoud Pereboom, William Costerus, Cornelis de Graaf, Jacob Teengs, Pieter Sligcher en Adriaan Gojewijn, leden van de Raad, terwijl Costerus, Teengs en Sligcher kooplieden waren. Ook Ds. van der Ven en pastoor van der Meer waren pro Frans, evenals notaris Age Volkerse en burgemeester Daniel Danielsz. Arbman. Het was een sterk verdeeld bestuurlijk en leidinggevend kader in het Monnickendam van 1811.

162

VOM2011 [3]-192pp.indd 162

18-04-2011 10:33:38


w a a r o m n a p o l e o n m o n n i c k e n d a m i n 1 8 1 1 ‘r e c h t s’ l i e t l i g g e n

Anti-Frans stadsbestuur? Heeft Napoleon een bezoek aan de stad vermeden op basis van de informatie die Servais van der Graaff had verstrekt? Vond hij om die reden een tocht door de smalle straatjes van Monnickendam niet verantwoord? Servais van der Graaf had de politiechef van Amsterdam in het eerder genoemde rapport van de 24e september geschreven, dat de heren van Monnickendam die hij als anti-Frans had getypeerd ‘paraitre devant votre Auguste Souverein’ (24), wat vrij vertaald betekent, dat deze heren ver uit de buurt van de verheven heerser moesten blijven. Dat alles gevoegd bij het algemeen gevoel van onbehagen vanwege een intense armoede, verlies van vrijheid en de handel en visserij die door het Continentaal Stelsel vrijwel te gronde was gegaan, doet mij sterk vermoeden, dat de keizer, vanwege deze overwegend anti-Franse gevoelens de stad bewust heeft vermeden. Haast? Een tweede motief zou kunnen zijn dat Napoleon, zoals ik eerder schreef, meer geïnteresseerd was in de verdedigingswerken van ons land. Doel van zijn reis was immers Den Helder (25). Daar wilde hij zo snel mogelijk naar toe. Mogelijk 163

VOM2011 [3]-192pp.indd 163

18-04-2011 10:33:38


koos hij daarom niet voor een rit door of een (kort) verblijf in Monnickendam, maar reed hij buitenom en dus langs de stad. In dat geval zou haast de reden zijn geweest, want ook Edam werd maar heel kort bezocht (26). Alleen voor een bezoek aan het pittoreske Broek in Waterland had de keizer, eerder die dag, een uurtje uitgetrokken. Napoleon bij de stadsgrens opgewacht Het hoofd van de politie, Embertus van Rooij, schrijft in een verslag d.d. 15 oktober 1811 het volgende: ‘Alles was in gereedheid gebracht voor de ontvangst van Zijne Majesteit en om tien uur hedenochtend hadden wij de eer hem onze stad te zien passeren. Burgemeester Arbman die zich op 500 schreden buiten de stad had begeven naar de limite (stadsgrens, caeg), heeft in het Frans een plechtige toespraak (27) tot Zijne Majesteit gericht en hem gevraagd enige ogenblikken te willen doorbrengen in een woning, die men daartoe had ingericht. Maar de Keizer, na zijn tevredenheid te hebben betuigd, heeft de weg naar Edam ingeslagen’. Monnickendammers, van jong tot oud en van eenvoudig tot begaafd, moesten tot hun verdriet en verbazing ontdekken, dat de keizer de stad ‘rechts’ liet liggen door over de trekweg in noordelijke richting verder te reizen. De vele voorbereidingen, waarvan hier een overzicht, waren allemaal voor niets geweest. _ de (kerk) klokken luidden, toen de keizer Monnickendam de stad naderde _ het carillon speelde _ voor de Rooms-Katholieke kerk stond de pastoor met zijn parochiemedewerkers opgesteld en voor de Grote Kerk de predikanten, in gezelschap van hun kerkenraden. Allemaal keurig in (voorgeschreven) ambtskleding _ bij de Broeker- en Noordeinderpoort waren, met groen versierde, erebogen opgericht _ ook voor het stadhuis aan het Noordeinde stond een ereboog _ op alle torens, molens, huizen, stadsgebouwen en schepen woei de Franse driekleur. _ beveiligingsbeambten die voor rust en orde moesten zorgen, stonden op hun post _ de burgemeester, samen met een delegatie van het stadsbestuur en griffiers, 164

VOM2011 [3]-192pp.indd 164

18-04-2011 10:33:38


w a a r o m n a p o l e o n m o n n i c k e n d a m i n 1 8 1 1 ‘r e c h t s’ l i e t l i g g e n

_ _ _ _

wachtte, als gezegd, de keizer op, waarbij de maire de sleutels van de stad, liggend op een prachtig versierd kussen, de keizer had willen aanbieden. Het kwam er niet van. als Zijne Majesteit akkoord was gegaan, zouden alle stadsambtenaren gelegenheid hebben gekregen om hun hulde aan de Souvereine vorst te bewijzen 24 jonge dochters, geheel in het wit en met bloemen versierd, stonden klaar om de keizer een verversing aan te bieden in een niet nader genoemd lokaal, met een ereboog ervoor, was een ‘Dejeuner a la Fourchette’ klaargemaakt, zoiets als een lunch en een diner ineen. meisjes en jongens van het eiland Marken in traditionele klederdracht, waar-

Versieringen

van een paar als bruidspaar verkleed, waren overgevaren en stonden langs de route opgesteld _ mevrouw Nobel-Boterkoper had een bedrag van 500 francs ingezameld en zou dat geld aan de keizer overhandigen, voor deelname in de ‘Sociëteit van Moederlijke voorzorg’. Het geld bleef in Monnickendam. _ op de Zarken, in de Kerkstraat, op de (toen nog) Middeldam en in het Noordeinde, waren de huizen, waar de stoet langs zou rijden, met guirlandes, groente en bloemen versierd (waarbij de kleur oranje als ‘niet gewenst’ achterwege was gebleven) _ een garde d ’honneur (erewacht, caeg) stond, zowel bij aankomst als bij vertrek, bij de stadsgrens opgesteld 165

VOM2011 [3]-192pp.indd 165

18-04-2011 10:33:39


_ na het bezoek van de Majesteit zou er de rest van de dag feest gevierd worden met zang en dans, waar iedereen aan mocht deelnemen. En ’s avonds zou de hele stad feestelijk verlicht zijn. Eerbetoon Het merendeel van deze maatregelen was van hogerhand voorgeschreven, want er mocht geen moeite gespaard worden ‘om het voorwerp der algemene bewondering toe te wijden’. Maar de burgemeester kreeg wel de opdracht mee, om ‘spaarzaamheid in de uitgaven’ te betrachten. De onderprefect van het kanton Hoorn waar Monnickendam onder viel, dhr. T.J.A. Pagenstecher, verantwoordelijk voor de uit te vaardigen voorschriften, besluit één van zijn brieven met de woorden: ‘Het is het hart dat door herhaalde toejuichingen aan de dag moet leggen de gevoelens van vreugde en de geestdrift waarmede een ieder bezield is; de uitboezeming dezer gevoelens zal voor onze verheven souverein streelender zijn dan alle andere toestel’. Met andere woorden, versieringen, mooi en aardig, maar de geestdrift en toejuichingen van de mensen is belangrijker. De autoriteiten moesten er dan ook op toezien dat er flink werd gejuicht. Dat gebeurde ook wel, maar het gewone volk kon soms minachtend en denigrerend over de keizer spreken. In Broek in Waterland was dit rijmpje populair: Hoe maakt het Bonaparte? goed: Hij vreet laurieren en zuipt bloed. Het moet voor de Monnickendammers een enorme teleurstelling zijn geweest om te ervaren dat de machtigste man van Europa geen belangstelling had voor het stadje aan de Zuiderzee. Napoleon zal, op weg naar Edam, door de ruiten van zijn koets de vlaggen hebben zien wapperen. En misschien zijn er ook nog wat klanken van het carillon tot zijn oren doorgedrongen. Maar dat was het dan. Kostenplaatje De kosten? Ruim 1474 francs waren er uitgegeven, ongeveer 700 gulden. En dat in een tijd van grote armoede, waarbij het stadsbestuur nauwelijks kans zag om aan z’n verplichtingen te voldoen en bedelarij schering en inslag was! Monnickendam geen uitzondering Het is een schrale troost, maar er zijn meer steden die hetzelfde hebben meegemaakt. Op de terugweg van Den Helder naar Amsterdam ging het in Alkmaar ook mis. ‘De geestelijken stonden voor het stadhuis, alwaar zij wel een rijtuig voorbij 166

VOM2011 [3]-192pp.indd 166

18-04-2011 10:33:39


w a a r o m n a p o l e o n m o n n i c k e n d a m i n 1 8 1 1 ‘r e c h t s’ l i e t l i g g e n

zagen snellen, maar zonder te weten dat de keizer daarin zat. Hen ziende, moet hij, naar beweerd wordt, een kleine buiging voor hen gemaakt hebben. Daarna kwam Verschuir (de onderprefect aansnellen) die van spijt de tranen uit de ogen moest wissen en zei: ‘Vrienden gaat naar huis, de keizer is al gepasseerd’ (28). De schrijver vervolgt dan met: ‘Dit gebeurde te Alkmaar toont aan, dat Napoleon noch waardering gevoelde voor de blijken van achting welke men hem bewees, noch werkelijk genegenheid koesterde voor het volk dat hij onder zijn heerschappij had gesteld. Voor hem was dit volk slechts een werktuig, om een ander volk, het Engelse, te kunnen overwinnen’. Als we in plaats van Alkmaar, Monnickendam lezen, dan is m.i. precies onder woorden gebracht wat er op die beruchte dinsdag 15 oktober 1811 aan de hand was! Toen de onderprefect op 5 september 1811 het te verwachten bezoek van de keizer en zijn gemalin aankondigde, schreef hij: ‘Men kan niet genoeg uitdrukking geven aan de gevoelens van liefde en erkentelijkheid, welke ons allen moet bezielen. Men zal zich buiten twijfel beijveren om in het gehele Departement een gebeurtenis te vieren die in de Jaarboeken der Hollandsche Geschiedenis zal uitblinken’. Zou het?

Naschrift Tijdens de afronding van dit verhaal kreeg ik het eerste nummer van een zesdelige serie over Napoleon in handen. Het magazine ‘Napoleon in Nederland 1811-2011’ is een uitgave van ThemaTijdschrift, een stichting die als doel heeft om tijdschriften uit te geven, welke een verrijking zijn van onze cultuur, samenleving en wetenschap. Verdeeld over dit jaar 2011 zullen er zes nummers verschijnen. Interessant voor de lezers is nummer twee, bij het verschijnen van dit jaarboek reeds verschenen. Daarin wordt uitgebreid bericht over de reis van Napoleon door Noord-Holland. Het tijdschrift is schitterend uitgevoerd en telt zo’n 50 tot 60 pagina’s. En dat voor slechts H 5,95.

167

VOM2011 [3]-192pp.indd 167

18-04-2011 10:33:39


Boeken * C.F. Gijsberti Hodenpijl: Napoleon in Nederland, Haarlem, De Erven, F. Bohn 1904 * J. Joor: De adelaar en het lam, De Bataafsche Leeuw, Amsterdam 2000 * Koolemans Beynen: Gedenkboek 1813-1913 dl. 2 blz. 303-342 Bronnen * Notulen van de Representanten van het volk 1811 (Oud-Archief M’dam = OAM 31) * Uitgaande en ingekomen brieven bij de Raad, 1811 (OAM 48) * Brieven verzonden door de Maire 1811, 1812 (OAM 58) Noten 1. Oorspronkelijk lag het in de bedoeling dat Napoleon in oktober 1810 ons land zou bezoeken, maar dat werd afgeblazen. Op 29 augustus werd een brief van de prefect uit Hoorn voorgelezen waarin het bezoek op 1 november van dat jaar werd aangekondigd. Het was aanleiding van het stadsbestuur om in overleg te treden met Purmerend en Edam ‘hoe men zich zal gedragen bij de komst van de keizer binnen de gemelde steden’. Een jaar later kreeg men van hogerhand aangegeven wat er, ter voorbereiding van het bezoek, allemaal moest gebeuren. 2. Jaarboekjes Oud-Monnickendam (in het vervolg JOM) 1981 blz. 88-90; 1982 blz. 58-72; 1985 blz. 25; 1986 blz. 49-51; 1989 blz. 75. 3. JOM 2009 blz. 25vv. Correctie op blz. 27: de Nieuwe- of Broekerpoort, is niet in 1888 maar in 1874 afgebroken. Zie het artikel over de poorten, elders in dit jaarboekje. 4. Pas rond 1924 werd er gebruik gemaakt van een electrische windmachine, maar als deze machine haperde, was er een orgeltrapper achter de hand. Meer daarover in: ‘Rondom het orgel van Monnickendam VII’, G. Verloop, blz. 76. 5. Kerkvoogdij NH-kerk Monnickendam nr. 1 (notulen) en nr. 15 (uitgaven). De gratificatie van een gulden aan Gerrit Kroon staat genoteerd in het notulenboek van de kerkmeesters: ‘Aan den orgeltreder is op deszelfs gedaan versoek een gratificatie gegeven ter somma van f 1,- wegens gedane diensten ten tyde van den komst van Zyne Majesteit den Keyser’. Het bericht over deze betaling vind u ook in de Noord-Hollandse Courant (NHC) van zaterdag 5 februari 1983. 6. De Millevilles is 28 januari 1761 in Gouda geboren en 22 augustus 1831 in Monnickendam overleden. 7. Thamen aan de Amstel is de oude naam van Uithoorn. 8. Jan Esselman is op 14 februari 1783 in de Lutherse kerk gedoopt, zoon van Harmen Esselman en Antje Hillebrands. Hij trouwde op 23 februari 1805 met Barendje Cornelis Kater, van Gereformeerde huize. Als Barendje in 1809 is overleden (begraven 4 november) trouwt Jan op 28 april 1810 met Aaltje Mulder uit Edam, evenals hij lidmate van de Lutherse Gemeente. Jan Esselman is op 10 januari 1822 overleden en de 14e begraven. Hij werd 38 jaar. 9. Gerrit Huijberts Kroon, gedoopt op 1 januari 1769, is op 29 maart 1834 overleden. Hij was een zoon van Huijbert Gerrits Kroon en Lijsbet Hendriks Komen en echtgenoot van Wijntje Pieters van Zalingen met wie hij in 1789 was getrouwd.

168

VOM2011 [3]-192pp.indd 168

18-04-2011 10:33:39


w a a r o m n a p o l e o n m o n n i c k e n d a m i n 1 8 1 1 ‘r e c h t s’ l i e t l i g g e n

10. Oud-Edam, 32e jaargang nr. 1, april 2008, blz. 4. 11. Napoleon in Nederland 1811-2011, ThemaTijdschrift nr. 1, blz. 20 12. Hij is de bouwer van de marinewerf Willemsoord. Ook het ontwerp van het Noord-Hollands kanaal uit 1824 is van zijn hand. 13. Bij de intocht van Amsterdam op 8 oktober liepen deze mensen mee in de stoet. Ik citeer: ‘Ging er van de ruiters in hun kleurige uniformen bestikt met goud- en zilverwerk nog een zekere praal uit, ronduit schrijnend was de finale van de stoet, die werd gevormd door een groep van enkele honderden in lompen gehulde Spaanse krijgsgevangenen die, direct na afloop van de intocht, voor het verrichten van dwangarbeid naar Den Helder zouden worden afgevoerd. Een deerniswekkend en ontluisterend tafereel dat, behalve als een verwijzing naar de klassieke zegetochten in het oude Rome, ongetwijfeld als een waarschuwing aan het adres van de rumoerige Amsterdammers was bedoeld’, Joor blz. 506. 14. Joor blz. 508 en Hodenpijl blz. 117. 15. Joor hfst 7 tot 10. 16. Vanaf 1806 (tot 1814) was alle handel met Groot-Brittannië ten strengste verboden, hetgeen een nog verdere teruggang van de toch al in deplorabele toestand verkerende Nederlandse handel, scheepvaart, nijverheid en visserij betekende. Was er onder Lodewijk Napoleon nog sprake van smokkelen op vrij grote schaal, toen Napoleon aan de macht kwam was dat snel voorbij door de invoering van een repressief (onderdrukkend, caeg) douanesysteem. 17. Vanwege een immense staatsschuld werd vanaf 1809 nog maar een derde van de rente op de staatsobligaties uitbetaald. Het was onmiddellijk voelbaar in de portemonnee en bracht vooral de armenzorg-instellingen, waaronder het weeshuis, in grote problemen. Zie ook JOM 2002 blz. 72,73. 18. Het verplicht dienen als soldaat voor alle mannen tussen de 20 en 60 jaar, hetgeen o.a. ten koste ging van mensen die in de visserij werkzaam waren. 19. Handelaren kregen in 1810 te horen dat ze binnen enkele weken 40-50% heffing moesten betalen over hun totale voorraad. Gebeurde dat niet, dan werd die voorraad in beslag genomen. 20. ThemaTijdschrift: Napoleon in Nederland 1811-2011 blz. 14 21. Servais van der Graaf (hij liet zich graag Gervais noemen) was, voordat hij secretaris/griffier in Monnickendam werd, politiebeambte in Amsterdam onder de vroegere minister van justitie Van Hooff. Hij rapporteerde op 24 september aan de heer H.J. Meijer, agent de Police Générale te Amsterdam, over een reeks bestuurders en andere heren met hoge posities, met name hoe ze stonden tegenover Frankrijk. Een verklikker, zoals er meer in de Republiek rondliepen, om op die manier hoger te stijgen op de maatschappelijke ladder en/of geldelijk gewin. Op 16 maart 1811 werd hij ook aangesteld als ‘gezwooren translater dezer Stad’, omdat hij goed Frans sprak en schreef en dat was onder het Franse regime uiteraard van groot belang. 22. Gedenkboek 1813-1913 dl. 2 blz. 308vv. 23. Van Marle stak zijn anti-Franse gezindheid niet onder stoelen of banken. Van hem is een lied uit 1813 bewaard gebleven waarin hij in dichtvorm de periode 1770-1810 beschrijft. Over het jaar 1810 schrijft hij: ‘De lamme (bedoeld wordt Lodewijk Napoleon) ging druipstaartend heenen; De douaniers zonder tal, bereikten Holland overal, dat, ingelijfd in ’t Fransch gebied alzoo voor altoos zonk in ’t niet.

169

VOM2011 [3]-192pp.indd 169

18-04-2011 10:33:39


De vinger van de Corsicaan, die zoveel kwaad reeds had gedaan, en alle gruwelen dorst bestaan, stond in het minste niet verleegen, om ons van Europa’s lei te vegen. Hielp koop- en handwerksman om koud, vermoorde ons kroost en stal ons goud, en ach, hoe luisterrijk weleer, Ons volk bestond als volk niet meer. 24. Joor blz. 512 25. Het bezoek van Napoleon aan Den Helder gaat groots gevierd worden. Er is zelfs een speciale Napoleon-postzegel uitgegeven. 26. Oud-Edam blz. 4 27. ‘Sire, nimmer was voor de stad Monnickendam een dag zo merkwaardig als die waarop zij haar sleutels (van de poorten, caeg) neerlegt aan de voeten van de grootste onder de Helden, de wijste onder de wetgevers, de machtigste onder alle Souvereinen. Indien Uw Majesteit zich verwaardigt ze aan te nemen en deze stad met haar doorluchtige tegenwoordigheid te vereren, zal zij de wensen van heel de bevolking en het vurigst verlangen van mijn hart bevredigen. Godsdienst, wetgeving, handel en nijverheid bevelen zich aan in de welwillendheid van Uwe Majesteit. Mogen de vurige gebeden van een vissersvolk dat vrij en loyaal en godsdienstig is als zijn voorvaderen, bijdragen tot de roem van Uw regering en de vaderlijke pogingen bevorderen van Uwe Majesteit om de vijanden van het vasteland te overwinnen en moge de God des vredes U even genadig zijn als de God der legerscharen’. 28. Hodenpijl blz. 133. Een soortgelijk lot trof ook Schiedam, Delfshaven en Zutphen.

170

VOM2011 [3]-192pp.indd 170

18-04-2011 10:33:39


Het  ‘Bossie’ Bovenstaande afbeelding is gemaakt naar een schilderij in olieverf van Cor van Oel. Deze kunstschilder woonde in de jaren 30/40 van de vorige eeuw in een woonark in Monnickendam. De amateur kunstschilder Dik Oosterbaan Wz. maakte in opdracht van dit schilderij in 2010 een kopie (acryl). Formaat (b.29 x h.19,5 cm) Het geeft weer  de situatie bij het  ‘Bossie’, nu ‘t Prooyen. Geheel rechts zien we de rokerij van Van der Lingen, vervolgens de achterkant van de Lutherse Kerk en verder nog enkele gebouwen van roker Klein en de Haas. Geheel links de achterkant van het  Zuideinde (In de volksmond Kaneelbuurt, zie ook pagina 117 en verder). Op de voorgrond het bruggetje naar het Galgenriet, het gebied tegenover het ‘t Prooyen. Voor het bruggetje het ‘Meertje’ dat vroeger bij de binnenhaven hoorde. Op het gedempte ‘meertje’ stond de voormalige brandweergarage en is nu de toegang tot de Gemeentewerf. De plaats waar de kunstschilder Cor van Oel heeft gezeten is ongeveer 100 meter van de toegang tot het industrieterrein. Het origineel is een impressie van voor 1950. Siem Koerse

171

VOM2011 [3]-192pp.indd 171

18-04-2011 10:33:40


Fam. Tol plusminus 1925 v.l.n.r.: mijn opa Petrus Tol, mijn oma Elisabeth Tol-Mobron en mijn vader Jan Tol

172

VOM2011 [3]-192pp.indd 172

18-04-2011 10:33:41


Cor Tol, het verhaal van een Monnickendammer (23 december 1896–10 december 1953) Peter Tol

‘Ome Cor’ Tol kwam er bij mijn oma Tol (geboren Mobron) niet in. Hij was weliswaar haar zwager, maar hij dronk haar te veel. Dat vertelde haar dochter Bets mij in september 2000. Meer wist ze toen eigenlijk niet over hem te zeggen. Er werd thuis niet over ‘ome Cor’ gepraat. Toen ik eind 2001 bij haar op visite was, had ik net een paar bezoeken aan Monnickendam achter de rug en kon ik haar meer over haar oom vertellen. Die bezoeken waren overigens niet de eerste. Vanaf mijn vroege jeugd bezocht mijn vader ongeveer jaarlijks met de kinderen Tol de streek Waterland: het gebied tussen Amsterdam, Zaanstad, Alkmaar en Hoorn. Zijn ouders waren er geboren en getogen vóór ze als jong echtpaar naar IJmuiden vertrokken. Mijn opa Piet werkte daar als smid in de haven. We waren in de zomervakanties één voor één aan de beurt om achterop de brommer een ritje door Waterland te maken. We solexten dan vanuit IJmuiden via de pont van Buitenhuizen naar Purmerend, Monnickendam, enz. Monnickendam was me dus niet onbekend. Maar op 21 augustus 2000 ging ik er bewuster op zoek naar de sporen van mijn opa Piet. Naar hem ben ik vernoemd. Mijn opa en oma noemden mij ook altijd Piet in plaats van Peter. Ik had opa’s overlijdensbericht meegenomen. Hij werd in Monnickendam geboren op 3 september 1893 en stierf te Beverwijk op 19 januari 1972 aan een niervergiftiging. Van Piet Tol wordt verteld dat hij in het ziekenhuis op zijn sterfbed zijn eigen ‘Requiem’ zong. Mogelijk uitte hij zo zijn frustratie over het feit dat hij – ondanks zijn meer dan vijftigjarige staat van dienst als zanger van het r.k. mannenkoor ‘Soli Deo Gloria’ te IJmuiden-Oost – al snel na zijn aankomst als nieuwe bewoner van het bejaardenhuis in Beverwijk door de nonnen uit het kerkkoortje was gezet. Hij zou te hard hebben gezongen! Dat laatste klopte overigens wel in mijn herinnering. Opa Piet kon uitbundig en op geheel eigen wijze het gregoriaans vertolken. Op die zomerdag in 2000 ging ik naar het gemeentehuis. Daar kon men mij niet helpen. De loketmedewerker van de burgerlijke stand verwees me naar het Streekarchief van Waterland in Purmerend, waar men alle documentatie bewaart van de periode die mij interesseerde. De naam Tol werd echter opgevangen door Martin Visser, een collega van de loketmedewerker. We raakten aan de praat. De naam 173

VOM2011 [3]-192pp.indd 173

18-04-2011 10:33:41


Piet Tol zei hem niets, maar hij vroeg me wel of ene Cor Tol soms ook een familielid van me was. Dat kon ik toen nog niet bevestigen. Ik kreeg wel gelijk te horen dat Cor Tol in Monnickendam bekend had gestaan als een aardige vent, maar ook als iemand met een stevig drankprobleem. Hij was volgens Martin Visser naar Venray vertrokken, naar een ‘tehuis’ (het huidige psychiatrisch ziekenhuis?). Daar zou hij snel zijn overleden omdat hij van de nonnen geen borrel mocht drinken. Visser haalde een aantekeningenboekje van een collega tevoorschijn, waarin deze privé een archief over sommige bewoners bijhield. Daarin vond Martin Visser ook de naam van Cor Tol, geboren in 1896; zoon van Johannes Tol (wegwerker), geboren te Monnickendam op 22 januari 1860, en van Elisabeth Catharina Bonting (huisvrouw), geboren te Monnickendam op 24 januari 1860. Cor Tol was wagenmaker en woonde o.a. op de Middendam nr. 4 en op het Zuideinde nr.40, zo wist Martin Visser te melden. Later op de middag ging ik terug naar het gemeentehuis om hem te vertellen wat ik die middag in Monnickendam over Cor Tol en zijn eventuele familierelatie met mijn opa Piet te weten was gekomen. Van zijn kant vertelde hij me nog dat wagenmaker Cor Tol in de slappe wintertijd kindersleetjes maakte. Martin Visser bezat nog zo’n zogenaamd ‘toogje’. Cor Tol teerde ’s winters ook schuiten, waarschijn-

Achteraan met schipperspet is Cor Tol. Dirk Sta van Uiter in het midden op de voorgrond. Locatie onbekend

174

VOM2011 [3]-192pp.indd 174

18-04-2011 10:33:43


cor tol, het verhaal van een monnickendammer

lijk net als zijn vader. De gemeenteambtenaar vertelde me ook dat hij een foto had waar Cor Tol op te zien was. Hij had hem bewaard omdat Dirk Sta van Uiter, zijn eigen grootvader, daar ook op stond. Hij beloofde me een kopie te sturen. Wat ik die middag nog meer te weten kwam, was het volgende: tijdens mijn tocht door Monnickendam aan de hand van een boekje met een historische rondwandeling, kwam ik langs de jubilerende rooms-katholieke kerk. Die bestond toen juist 100 jaar. Wellicht zou ik daar wat meer te weten te komen. Ik werd verwelkomd door twee gastvrouwen. E��n van hen, mevrouw Truus Kwakman-De Wit , had Cor Tol nog gekend. Hij stond niet bekend als een rotvent, zei ze, maar eerder als een tragisch figuur. Hij zou aan de drank zijn geraakt toen hij verliefd werd op een meisje van ‘boven zijn stand’, een dochter van de caféhouder van het voormalige ‘Bellevue’. Vaderlief verbood de relatie. Zowel Cor als het meisje in kwestie bleven daarna ongetrouwd. ‘Bellevue’, aan het Noordeinde 121, brandde in 1966 af en werd niet meer herbouwd. Cor, die altijd een zwart visserspetje droeg, woonde volgens Truus Kwakman samen met twee andere Café Bellevue stond aan het einde van het Noordeinde. Het café is in vrijgezellen in een huis1966 door brand verwoest. je aan de haven, tegenover een scheepswerf, ongeveer bij de huidige visrokerij De Boer. Die huisgenoten waren Adriaan Bierdrager(!) (alias ‘De Ku’) en Klaas Staats (alias ‘De Nakkel’). Tijdens de beruchte ‘Hakvoortbrand’ van 1955 kregen Truus en een paar andere meisjes van haar leeftijd de Van hier vertrokken de toeristenbootjes naar Marken en Volendam. gelegenheid om snel De ijskar was van Wijchers. 175

VOM2011 [3]-192pp.indd 175

18-04-2011 10:33:45


een blik in het huisje te werpen. De bewoners waren blijkbaar naar de brand aan het kijken. De jongedames zagen er een spiritusvat staan. Mevr. Kwakman vertelde ook de ‘Venray-story’, aangevuld met de mededeling dat zijn dood waarschijnlijk werd bespoedigd doordat de nonnen hem wilden wassen. De andere gastvrouw bevestigde dit verhaal. Cor Tol was runner voor Dirk Sta van Uiter (‘Naatje’) en zijn collega’s, verenigd in ‘De Combinatie’. Hij deed dat samen met ‘De Ku’. In die tijd was Marken nog een eiland en een runner zorgde voor het werven van toeristen voor de bootreis naar Marken. Bezat je daar een vergunning voor, dan mocht je toeristen ongevraagd benaderen. Dirk Sta van Uiter had zo’n vergunning. Of Cor Tol er één had ben ik niet te weten gekomen. Door hem (of door zijn vader?) zou de standaarduitdrukking ‘hij redt het wel!’ zijn gebezigd wanneer de Markerboot in Monnickendam probeerde aan te meren. Een van de mooi ingebonden doopboeken van de honderdjarige kerk bevatte gelukkig de gegevens van de periode tussen 1859 en 1912. Uit de gegevens, genoteerd in een keurig schools handschrift door de toenmalige zielenherder Casparus Adolphus Mols, kon ik opmaken dat Petrus en Cornelis Tol, geboren in 1893, respectievelijk 1896 , uit dezelfde ouders stamden en derhalve broers waren.

Schoolstraat (‘Foksteeg’)

Op 2 april 2001 was ik weer in Monnickendam. Inmiddels had ik de nodige gegevens kunnen verzamelen in het Streekarchief van Waterland. Het gezin van Johannes Tol en Elisabeth Catharina Bonting telde zes kinderen: Wilhelmus Hendrikus (geb. 1886), Johannes (1887), Gerardus (1889), Margaretha Cornelia, (1891), Petrus (1893) en Cornelis (1896). Hun geboorteadressen waren respectievelijk de Schoolsteeg (?) nr. 84, de Schoolsteeg nr. 83, de Schoolsteeg nr.?, de Tweede Molensteeg 77, de Tweede Molensteeg nr.54 en de Tweede Molensteeg nr.71. Zowel de Tweede Molensteeg als de Schoolsteeg kon ik toen niet op een actuele plattegrond terugvinden. Mevrouw van der Sluijs, woonachtig aan de Oude Zijds Voorburgwal, rechts naast het

176

VOM2011 [3]-192pp.indd 176

18-04-2011 10:33:46


cor tol, het verhaal van een monnickendammer

begin van de Derde Molensteeg, wist ook niet waar ik de Tweede Molensteeg kon vinden. Ze kon me wel vertellen dat de Schoolsteeg nu Schoolstraat heette. In de volksmond heette deze straat de ‘Foksteeg’ vanwege de kroostrijke gezinnen die daar in de ‘Acht Zaligheden’ (kleine arbeidershuisjes) woonden. Toen mevrouw van der Sluijs als jong meisje eens aan haar moeder vroeg waarom de ‘Foksteeg’ zo heette, kreeg ze te horen dat mama dat ook niet wist! Mevrouw van der Sluijs, inmiddels overleden, wist verder te melden dat haar grootvader ‘s zaterdags met een haringkar op de Middendam stond, bij de wagenmakerij. Als traktatie kreeg ze wel eens een handvol uitjes omdat een haring te duur was. (Latere informatie via Garrelt Bont: grootvaders naam was Hendrik(?) Lommers.) Bij mijn speurtocht naar de Tweede Molensteeg werd ik door een medewerkster van het VVV-kantoor naar drukkerij Jongert en Kaars in de Molenstraat verwezen. (Inmiddels, anno 2010, weet ik uit het boek van Harry Voogel dat de Tweede Molensteeg nu de Molenstraat heet! ). Ik kocht daar enkele ansichtkaarten en de heer Jongert deed me een paar vergrotingen van historische ansichtkaarten cadeau. Hij verwees me naar Garrelt Bont, wonende aan het Noordeinde, vlak bij de Derde Molensteeg. Die was niet thuis, maar op aanwijzing van zijn vrouw trof ik hem gelukkig aan bij museum ‘De Speeltoren’. Garrelt is van 1941. Hij vertelde me dat hij Cor Tol inderdaad had gekend en zag dat ik het boek van Harry Voogel bij me had. Hij wees me op pagina 129. Daar staat hij (uiterst rechts) als jochie afgebeeld voor de kruidenierswinkel van zijn moeder, aan het Noordeinde nr.68. Cor Tol kocht daar spiritus, zo vertelde Garrelt, en dat was niet om de ramen mee schoon te maken! Hij wist zich ook nog te herinneren dat Cor Tol in het kader van ‘los werk’ werd gevraagd de springveren van de divan van zijn ouders te repareren. Cor was blijkbaar niet onhandig. Garrelt Bont nam me mee naar het zogenaamde ‘Leugenbankje’ bij De Waag, waar oudere Monnickendammers elkaar graag ontmoeten voor een praatje. Ik herinnerde me toen ineens dat opa Piet me dat bankje rond 1965 ook al had aangewezen; hij noemde dat toen het ‘roddelbankje’. Er zaten mensen op dat bankje die Cor Tol nog gekend hadden. Vervolgens kwam weer het verhaal van Cor en de fles. Ook de heer Dick Sta van Uiter deed een duit in het zakje. Zijn zus Rie, wonend aan de Bernhardlaan met het bordje ‘Zimmer frei’ aan de deur, zou nog foto’s hebben uit de tijd dat hun vader Dirk (‘Naatje’ ) een rederij had. En zo kwam Cor Tol ook hier weer als runner ter sprake. In de lorum of niet: hij kon op pakweg 800 meter afstand een bus uit Frankrijk of Engeland herkennen. Tijdens de ochtenden werkte hij en ’s middags ‘lag ie in de rietkraag’, aldus één van de bankzitters. De ongelukkige liefde met dochter Trijntje (Trien) van café Bellevue bleef uiteraard niet onvermeld. Men wist verder nog te vertellen dat Cor Tol op een gegeven moment op de ‘zwarte lijst’ van de burgemeester kwam te staan, samen met ‘De 177

VOM2011 [3]-192pp.indd 177

18-04-2011 10:33:47


Ku’ en ‘De Nakkel’. De personen die hier op vermeld stonden, mochten niet meer in de Monnickendammer cafés komen. Het verhaal gaat dat de drie drinkebroers bij een zijdeur van ‘Het Waepen van Monnickendam’ mochten wachten tot ze het ‘schaalbier’ kregen. Dat was het tapbier dat na het weghalen van de schuimkraag in een schaal achterbleef. De drie vrijgezellen woonden volgens de bankzitters in een huisje aan de Havenstraat. Dit onderkomen werd later door de ‘Hakvoortbrand’ (1955) verwoest. Ook hier hoorde ik de mensen zeggen dat Cor geen kwaaie vent was. Hij ging iedere zondag naar de kerk en was lid van het koor ‘Ons genoegen’. Een authentieke Monnickendammer, die zo’n tien meter van Ome Cor en de andere twee vandaan woonde, wist te vertellen dat hij eigenlijk altijd ‘stonk als een oordeel’. Het geheimzinnige verblijf in Venray bij de nonnen, inclusief de gedwongen geheelonthouding en de fatale wasbeurt, werd door sommigen wel, door anderen niet bevestigd. Misschien, zo bedacht ik, had de heftige schrikreactie van mijn oma bij de thuiskomst van opa Piet, na een kroegentochtje door Amsterdam met zijn aanstaande Vlaamse schoonzoon en levensgenieter , wel te maken met het gedrag van ome Cor, de risee van de familie. Een bezoek op 30 april 2001 aan Nico Groenewoud (geboren in 1918 ) leverde ook de nodige informatie op. Cor Tol was een goed vakman die volgens Groenewoud ‘in verkeerde handen kwam’, d.w.z. ‘af en toe de kroeg in ging’. Toen hij op een gegeven moment vanuit de wagenmakerij op de Middendam met een kar achteruit liep, stond er op straat een groentenkar in de weg. Het paard (de ket) vóór de kar beet Cor toen tot zijn grote schrik en woede in zijn achterste. Er stonden twee mensen te roepen, onder wie een stotteraar. Uitgerekend aan hem werd door een kwade, vloekende Cor Tol gevraagd of hij hem niet had kunnen waarschuwen!! Het antwoord vroeg nogal wat tijd en luidde: ‘Ik k-k-k-kon zo gauw geen h-h-h-ho zeggen, Cor !’ Nico Groenewoud wist ook de naam van de eigenaar van cafe ‘Bellevue’ te noemen, namelijk Nicolaas Oud. De cafébaas wilde niet dat Cor Tol als ‘iemand van de straat’ met één van zijn dochters verkeerde. Cor hield bij de brug aan de Jaagweg alle vrachtjes aan met de vraag: ‘ligt het ook in uw bedoeling om mee naar Marken te varen? ‘ Dan ging het om de toeristenboot naar Marken, waar hij ook centjes in zou hebben gestoken. Cor Tol speelde altijd voor Zwarte Piet, aldus Nico Groenewoud. Kobaas (d.w.z. Ko Groenewoud, de vader van Nico ) was Sinterklaas. Zij verkleedden zich in het klooster van de nonnen en bezochten dan de St. Jozefschool. Kobaas zou volgens Nico Groenewoud één van de weinigen zijn geweest die aan178

VOM2011 [3]-192pp.indd 178

18-04-2011 10:33:47


cor tol, het verhaal van een monnickendammer

Zijdeur van ‘ ’t Waepen’

De wagenmakerij op de Middendam, het kleine scheefgezakte pandje, ooit het domein van Cor Tol

wezig was op de begrafenis van Cor Tol. Cor zou volgens hem rond 1953 zijn overleden in het ziekenhuis van Purmerend. Ik had overigens de indruk dat Nico soms wel erg diep in zijn geheugen moest graven. Ik was er zeer content mee dat de rasechte Monnickendammer Harry Voogel, de auteur van ‘Honderd jaar nering en ambacht in Monnickendam’, mij op diezelfde dag wilde ontvangen. Veel van wat in ons gesprek over Cor Tol de revue passeerde, had ik al gehoord of gelezen. Van zijn buurvrouw Jannie Ruiter vernam Harry Voogel dat Cor Tol kostganger was geweest bij Jannie’s grootmoeder, de weduwe J.Ruiter-Karmelk (alias ‘Jans van Pleun’). Mevrouw J. Ruiter-Karmelk runde zo’n zestig jaar een winkeltje op Noordeinde 102 (zie Voogel, pag. 141) . Over ‘Jans van Pleun’ vertelde Jannie Ruiter het verhaal dat haar ‘opoe’ op een gegeven moment 200 gulden kwijt was; voor die tijd een enorm bedrag! Om achter de waarheid te komen, gingen Annie’s vader en kunstenaar Jan Jofriet naar de ‘Slapende Dame’, een Amsterdamse waarzegster. Zij bezat de bijzondere gave om zichzelf na de vraag van een bezoeker in slaap te brengen. Was ze weer terug op aarde, dan wist ze nog precies wat de vraag van de klant was geweest. In haar sluimerende toestand had ze vernomen dat een collega-kostganger van Cor Tol, 179

VOM2011 [3]-192pp.indd 179

18-04-2011 10:33:49


en wel een kleermaker, het geld van opoe Ruiter had gestolen. Toen de speurders in Monnickendam terug kwamen, bleek de kleermaker met de noorderzon én met het geld vertrokken ! Martin Visser stuurde me niet alleen de beloofde foto, maar tevens de tekst van een lied over Cor Tol, ‘de Ku’ en ‘de Nakkel’, dat destijds door Monnickendammers werd gezongen op de wijze van het toen populaire ‘Cheerio’ Monnickendam is bekend om zijn lolly’s van Leek dekens van Keverkamp shag van Lies Budding, ijsco van Oost dat was voor Wijchers een ramp. Refrein: Cheriee, cheerio, in Holland daar doen ze het zo. Weg met de zorgen en weg met verdriet, we komen er wel ook al zijn we er niet. Want de jongens van Tromp en Piet Hein, die krijgen ze lekker niet klein. Er zat vijf jaar de mot in, maar nu zit er schot in, ja, Hollanders zullen we zijn. Klaas Nakkel, de Ku en Cor Tol die zuipen hun donder wel vol met spiertus en jenever, whisky en klare. Dan worden ze hartstikke dol. Vooral regel vier van het refrein vind ik getuigen van een fenomenale Monnickendammer logica ! Ik maak een sprong in de tijd naar 2010. Mijn vrouw en ik brachten onze zomervakantie in Noord-Holland door en een bezoek aan Monnickendam kon natuurlijk niet uitblijven. Op 19 juli ging ik in de speeltuin vragen of ik naar het toilet mocht. Op de deur las ik dat je daar alleen gebruik van mocht maken als je een consumptie bestelde. Ik moest nodig, dus...Zo raakte ik aan de praat met de vrijwilliger-beheerder. Hij maakte overigens geen punt van de consumptieregel en gaf me gewoon de sleutel. Zijn naam: Garrelt Bont. Ik bracht het gesprek al gauw op mijn oud-oom. Mijn vrouw zat op een bankje aan de Zuider Vesting op mijn terugkomst te wachten. Nadat ik haar had opgehaald, werd het gesprek over Cor 180

VOM2011 [3]-192pp.indd 180

18-04-2011 10:33:49


cor tol, het verhaal van een monnickendammer

Tol onder zes ogen en het genot van een consumptie vervolgd. (Ik heb toen overigens totaal niet in de gaten gehad dat het dezelfde Garrelt was die ik in 2001 al had ontmoet! En voor Garrelt was het blijkbaar ook te lang geleden! ) Garrelt gaf me zijn adres, en als lid van de Vereniging ‘Oud-Monnickendam’ deed hij mij de suggestie om het geplande document over Cor Tol uit te werken en naar hem op te sturen. Wellicht zou het een bijdrage kunnen vormen aan het jaarboek van de Vereniging ‘Oud Monnickendam’. Na de zomervakantie begon ik met de uitwerking van alle gegevens over Cor Tol, die ik verzameld had. Er kwamen ook nieuwe bij, doordat ik vanaf september 2010 nog met diverse Monnickendammers contact had kunnen leggen. Zo kwam ik via Martin Visser nog meer te weten. Volgens gegevens uit het bevolkingsregister van Monnickendam kwam Cor Tol op 15 januari 1936 vanuit Amsterdam terug naar Monnickendam om te gaan wonen op het Zuideinde nr. 40. Wat hij in Amsterdam deed is mij tot nu toe niet bekend. Verder staat er vermeld dat hij op 8 december 1953 uit Monnickendam vertrok, bestemming Venray. Op zijn reis werd Cor volgens Maarten Visser begeleid door ‘Broertje’ (Simon) Dekker, lid van het Armenbestuur. Op 10 december van dat jaar overleed mijn oudoom in Venray. Dus toch Venray! Helaas staat er geen adres bij; dat wordt dus zoeken in het bevolkingsregister van deze plaats. Ik deel Vissers conclusie dat het welhaast zeker is dat Cor Tol in Venray is begraven; waar had immers het geld voor het transport van zijn lichaam naar Monnickendam vandaan moeten komen? Naast woonadres Zuideinde nr.40 was er de Havenstraat nr. 13, en wel vanaf 26 oktober 1945. Op de betreffende woonkaart is ook te lezen dat hij daarvóór in de Tonnensteeg nr.2 had gewoond. Tevens is er de naam Klaas Staats op te vinden; deze woonde vanaf 16 december 1947 ook in de Havenstraat 13. Een opvallende aantekening op deze kaart bestaat uit het woord: ‘verbrand’. Zou dit slaan op de ‘Hakvoortbrand’ van 1955? Verder is er nog een niet-officiele woonkaart van Cor Tol met daarop vermeld: Havenstraat 14a. De moeder van Martin Visser vertelde hem dat Cor Tol een keurige, beschaafde man was. Over het ‘toogje’ kreeg ik de volgende aanvullende informatie: deze naam is afgeleid van ‘toogslede’.Oorspronkelijk was het een duwslee waar je met één of twee personen in kon zitten. Hij was voorzien van een stoof; je deed een wollen deken om je benen heen om warm te blijven. Het exemplaar dat Martin Visser bezit en dat door Cor Tol is gemaakt, is een kinderuitvoering en stamt uit het najaar van 1939. Trijntje (Trien) Oud, de onbereikbare aanbedene van Cor Tol , had als doopnamen Catharina Maria. 181

VOM2011 [3]-192pp.indd 181

18-04-2011 10:33:49


Het mannenkoor ‘Ons genoegen’ waar Cor Tol lid van was. Elke dinsdagavond werd er gerepeteerd in Bellevue onder leiding van L.G. Siemer. Deze foto is genomen na een concours ergens in den lande. Cor was niet aanwezig.

Het tweede huis van rechts was de brugwachterswoning van de familie Tol, het ouderlijk huis van Cor Tol. Ook de oude draaibrug is op deze foto te zien.

182

VOM2011 [3]-192pp.indd 182

18-04-2011 10:33:52


cor tol, het verhaal van een monnickendammer

Eén van de woonadressen van Johannes Tol ( de vader van Cor Tol), was Wijk V-2. In die tijd was dat een pand aan de Broekerjaagweg, nu de Singel. Op de plaats van de voormalige Eerste Molensteeg staat nu de rooms-katholieke kerk. Over Dirk Sta van Uiter zegt kleinzoon Martin Visser het volgende: de volledige bijnaam luidt ‘Dirk van Naatje’, maar hij was in die tijd meer bekend onder de bijnaam ‘Dirk van Broek’. Garrelt Bont gaf me in oktober en in december 2010 telefonisch nog enkele wetenswaardigheden door. Het is hem op dat moment niet bekend of Cor Tol (als rooms-katholiek) naast lid van ‘Ons Genoegen’ ook zijn stem liet horen in het rooms-katholieke koor ‘Sint Cecilia’. ‘Ons Genoegen’ repeteerde wekelijks in café ‘Bellevue’ (sic !). Eén tot twee keer per jaar werd er deelgenomen aan een concours. Men viel een keer in de prijzen. Op een foto, in bezit van Garrelt, is het winnende zangkoor te zien; op deze foto draagt de vader van Jannie Ruiter een bord met daarop de vermelding ‘Eerste Prijs’. Wat Garrelt bijstaat is dat Cor’s vader (Johannes) vlakbij de draaibrug woonde. Dat klopt met het bovenvermeld adres Broekerjaagweg. Hij heeft het over ‘het huisje van Tol’. Is de vader van Cor naast wegwerker (een gegeven uit het Streekarchief) misschien nog brugwachter geweest? Of deed zijn vrouw Plek aan de Havenstraat waar het huis van de familie dat erbij? Koopman heeft gestaan (bij rokerij De Boer). Over de woonsituatie aan de Havenstraat heeft Garrelt ook nadere informatie verzameld: de voorkant van het huis, gelegen tegenover de scheepswerf van Hakvoort werd bewoond door de familie Koopmans. Dat vertelde hem een dochter die nu aan het Zuideinde woont. Naast de familie Koopmans woonde ene Kees Zoet. Achter de familie woonden Cor Tol en ‘De Nakkel’ in kleine ruimten die je beter als hokken kunt bestempelen. Ze sliepen in een soort krib. De vloeren waren kaal en er was geen bovenverdieping. 183

VOM2011 [3]-192pp.indd 183

18-04-2011 10:33:53


Onder een afdakje, op een piepklein binnenplaatsje, maakte Cor Tol wagenwielen. Het beslag werd elders aangebracht, namelijk bij Willem Peetoom aan het Zuideinde. Of zoals Garrelt zelf zegt: in het Zuideinde. Hij bevestigt ook dat Cor’s hartendief Trijntje (Trien) heette en dat zij en een broer als laatste twee telgen naar een nieuwe buurt in Monnickendam verhuisden. Trien zou inderdaad ongetrouwd zijn gebleven. Toen haar broer overleden was, is ze naar een aanleunwoning verhuisd. Garrelt vervolgt: Dirk Sta van Uiter (alias ‘Dirk van Naatje’, alias ‘Dirk van Broek’) kwam iedere dag vroeg in de ochtend bij ons in de winkel twee halve liters Heineken halen. En alcoholvrij bier was er toen nog niet. Garrelt herinnert zich ook nog de vreemd bruine huidskleur van Cor Tol. En dit: er was in de ‘goeie ouwe tijd’ duidelijk sprake van standsverschil. Dat kwam bijvoorbeeld tot uiting in het gebruik van de aanspreekvorm ‘vrouw’ of ‘mevrouw’. Als je vrouw Gerritsen heette was je van een lagere stand dan mevrouw Gerritsen. Niet onvermeld mag blijven dat Cor Tol elke maandag van bakker Cor Kaars een paar broden kreeg, die over waren gebleven van de verkoop tijdens het weekeinde. Piet Voogel vertelde aan Garrelt dat hij als schooljongen die broden bezorgde. Cor sneed dan een kapje van het brood af en en liet er vervolgens spiritus doorheen lopen. Dat was om het blauwsel uit de spiritus te filteren, waardoor het drinkbaar (!) werd. Dit laatste werd me in januari 2011 verteld door Maarten Visser, oom van Martin, tijdens een gezellige en levendige koffiezitting van een groep oudere Monnickendammers in ‘De Steg’. Garrelt Bont was zo aardig om me uit te nodigen naar deze ‘hangplek voor senioren’. Garrelt vraagt zich af of de hoge nummers van de 2e Molensteeg (volgens de gegevens uit het Streekarchief) wel kloppen. Er stonden volgens hem niet zo veel huizen. Een opzoekertje. Ook vraagt hij zich af, of ik mevrouw Van der Sluijs destijds (in 2001) wel goed had verstaan toen ze het over haar vader en zijn haringkar had. Moet dat niet haar grootvader zijn geweest? Hij probeert dat nog te achterhalen, maar er zijn niet zoveel Monnickendammers meer die Cor Tol nog gekend hebben. Anne Lagrand, kleindochter van Jacobus Groenewoud (alias ‘Kobaas’), zegde me in oktober 2010 telefonisch toe om bij een hoogbejaarde tante , wonende te Hoogwoud, na te vragen hoe het zit met het begrafenisverhaal van Nico Groenewoud. Deze tante was getrouwd met Anne’s oom, Theodorus Groenewoud, zoon van ‘Kobaas’. Het begrafenisverhaal uit 2001 van Nico Groenewoud (inmiddels overleden), hield in dat zijn vader, ‘Kobaas’ , één van de weinige aanwezigen was bij de 184

VOM2011 [3]-192pp.indd 184

18-04-2011 10:33:53


cor tol, het verhaal van een monnickendammer

begrafenis van Cor Tol. Volgens mevrouw Lagrand is dit onmogelijk, omdat haar vader in 1944 overleed. ‘Kobaas’ had ene Christoffel Sistermans (‘Stoffel’) als oom en baas. Van hem leerde hij het wagenmakersvak (zie Voogel, pag. 157). Op 19 oktober belde ik de heer H.Feiken op. Dat was na een hint van Martin Visser. Het verband tussen Cor Tol en de heer Feiken zou hem zitten in het verhaal dat de laatste van Cor Tol een handkar zou hebben gekocht. Dat bleek te kloppen. De heer Feiken kwam in 1947 uit Groningen naar Monnickendam als eerste medewerker van de plantsoenendienst. Er waren toen twee plantsoentjes. Hij breidde dit aantal uit. Op een gegeven moment was er een grotere handkar nodig. Die werd betrokken van de wagenmakerij waar Cor Tol werkte. Hij had hem klaar staan en het was een stevig exemplaar. De prijs herinnert de heer Feiken zich niet meer zo goed, maar er staat hem een bedrag van 20 tot 25 gulden bij. De werkplaats, met houten gevel, was toen gevestigd in een oud schuurtje tussen de Waag en de Speeltoren, dus op de Middendam. Na de opheffing van de wagenmakerij diende het schuurtje eerst als brandweerkazerne en werd het later bij horecagelegenheid ‘De Waag’ getrokken. De handkar is er niet meer. Hij werd gesloopt en moest plaats maken voor een moderner transportmiddel. Een fraai voorbeeld van vroege kringlooparbeid was de klus die de heer Feiken klaarde met twee aan elkaar gelaste wagenwielen van de gesloopte handkar. Verwerkt in een bloemstuk werd het als cadeau overhandigd aan de scheidende burgemeester tijdens een receptie in ‘De Zwaan’. Over Cor Tol en andere drinkebroers (zoals ‘De Ku’ en ‘De Nakkel’) kan de heer Feiken zich niet veel meer herinneren. Wel dat ze inderdaad op de ‘zwarte lijst’ van de burgemeester stonden. Daar stond ook iemand op, die de bijnaam ‘De Snoeperd’ droeg. Op aanbeveling van de geboren Groninger mocht deze opperman-stratenmaker tijdens de afscheidsreceptie van de burgemeester toch naar binnen. Of dat ook gold voor Cor en zijn maten?

Nawoord Hartelijk dank aan alle nog levende Monnickendammers die mij informatie over hem hebben verstrekt. Het waren boeiende ontmoetingen, ook met degenen die inmiddels zijn overleden.

Voor aanvullingen of verbeteringen houd ik me van harte aanbevolen! Peter Tol, Hofkamp 101, 7582 GN Losser, t 053-5386636, petertolAhome.nl

(1) Voogel, Harry, Honderd jaar nering en ambacht in Monnickendam, Geneaboek, St.Pancras, 1998.

185

VOM2011 [3]-192pp.indd 185

18-04-2011 10:33:53


Wanneer werden de vier stadspoorten van Monnickendam afgebroken? Ds. C.A.E. Groot

Monnickendam rond 1550

Tijdens de festiviteiten van 2005, ter gelegenheid van 650 jaar stadsrechten, stonden ze er ineens weer, de ‘majestueuze stadspoorten’ (1). Oude tijden herleefden, maar onder de feestvierders was niemand die de poorten in hun oorspronkelijke staat kan hebben gezien. Wij moeten het doen met de prachtige zwart-wit tekeningen die Cornelis Schoon gemaakt heeft van de poorten, die rond het midden van de 18e eeuw de entree van de stad vormden (2). Maar waarom en vooral, wanneer zijn de vier poorten afgebroken? Een overzicht in historische volgorde.

1. De Zaksteegpoort Als eerste de Zaksteegpoort. Zoals de stadskaart van van Deventer aangeeft, stond de Zaksteegpoort richting Overleek er al in 1545 (3). De poort was echter van nog oudere datum (4). Op 14 december 1791 bestaat de poort nog steeds. ‘De burgemeesters hebben een zekere opening doen maken in de Overleker Gouw nabij de Saksteegpoort, ter ontlasting van de bagger uit de stadsgrachten’. De poort had toen echter niet meer de luister van weleer (5). Op 18 juli 1795, na de omwenteling dus, wordt de poort nog steeds gebruikt. ‘Den poortier van de Nieuwe poort sal aangesegd worden de Saksteegpoort als vanouds te openen en te sluijten’. De Zaksteegpoort had toen dus geen eigen portier, maar nog wel een slagboom ter afsluiting. Dat wordt bevestigd door latere berichtgeving over de portiers, waarbij het altijd maar over drie personen gaat. Daaruit valt op te maken dat de Zaksteegpoort geen eigen portier had. In de beschikbare bronnen ben ik ook geen namen van portiers op die plaats tegengekomen. De poort werd overbodig toen er een weg buitenom de stad werd aangelegd en 186

VOM2011 [3]-192pp.indd 186

18-04-2011 10:33:53


wanneer werden de vier stadspoorten van monnickendam afgebroken?

Saksteegpoort

men, komend uit de richting Broek in Waterland, niet meer via de Zarken en de Zaksteeg(poort) naar Overleek en/of de Purmer/Purmerend hoefde te reizen, zoals honderden jaren het geval was geweest. Hoe lang de Zaksteegpoort daarna nog heeft bestaan is onduidelijk. Anders dan bij drie overige poorten heb ik in de notulen van B&W en de Gemeenteraad geen berichten over een definitieve afbraak gevonden. De volgende notities zijn echter een indicatie, waarbij we in gedachten moeten houden, dat er een verschil kan bestaan tussen het in gebruik zijn als toegangspoort en het bestaan als poort, zonder die functie. _ Op 17 september 1808 wordt ‘geresolveerd om het bruggetje bij de Saksteegpoort weg te doen en de vesting gelijk te maken’. Of dat ook toen daadwerkelijk is uitgevoerd? _ In de resoluties van de Representanten van het volk worden in november 1809 zeven bruggen in en bij de stad genoemd. Genotuleerd wordt: ‘en agter deze Stad de Meersbrug, terwijl de overige bruggen, als twee aan en bij de Nieuwe poort dezer stad, een bij de Saksteegpoort en over het gemelde Waterlandse sluisje... _ Op 29 april 1820 besluit het stadsbestuur: ‘In overweging genomen zijnde dat het (...) van de stad aan de Zaksteegpoort, ten aanzien van de vaart langs de Overleker Gouw, niet behoorlijk tegen het bij nacht en ontijden vervoerde goederen den Impost subject gesloten is, is goedgevonden voor de sloot bij de Zaksteegpoort lopende langs de Overleker Gouw een boom te plaatsen en hiertoe als boomsluiter aan te stellen Jacob Jonker’. Blijkbaar werd de poort gebruikt om goederen te smokkelen. 187

VOM2011 [3]-192pp.indd 187

18-04-2011 10:33:54


_ Elk jaar werd er in de maand mei een zogeheten schouw gehouden. Dan ging de stadsbaas de stad door en inspecteerde hij de huizen, schuttingen, goten, schoorstenen etc. Waar gebreken waren of de veiligheid in het geding was, moesten de bewoners binnen een paar weken de zaak in orde maken, want dan kwam de stadsbaas, voor controle, opnieuw langs. In mei 1824 vermeldt een van de ‘wetboeken’ van de stad waarin deze schouw werd genoteerd: ‘De Goot uitwaterende in de Zaksteegpoort uitspraak te doen in hoe verre mevrouw Thierens daar toe in bij moet dragen’. Mevr. Thierens krijgt aangezegd ‘dezelve goot in orde te laten brengen’. _ Dertien jaar later, op 27 april 1833, notuleert de secretaris:’Door het vrijwillig bedanken als boomsluiter van de landbomen bij de Saksteegpoort (...) is goedgevonden voor de boom bij de Saksteegpoort tot boomsluiter aan te stellen S(ijmon) Groot’. De conclusie lijkt gewettigd, dat de Saksteegpoort toen nog steeds bestond. Na 1833 ben ik alleen nog notities tegengekomen, waarin de Zaksteegbrug wordt genoemd. Zo vragen G. Bark en andere ingezetenen op 26 november 1883! aan de Raad ‘om de Zaksteegbrug, die een gemakkelijke verbinding met de buurt Overleek betekent, te bestendigen’. Het antwoord is echter nee, omdat Waterstaat, in overleg met Edam en Monnickendam, een plan heeft gemaakt voor een verbeterde vaartverbinding naar het Schouw. Maar op 10 december wordt nog wel genotuleerd ‘dat de thans bestaande brug niet mag worden afgebroken, voor dat de nieuwe gereed is’. Of dat nog steeds de brug is die in de eerste helft van de 19e eeuw wordt genoemd? Ik betwijfel het, maar er was toen blijkbaar nog wel een brug over het water bij de Zaksteeg. Mijn inschatting is dat de Zaksteegpoort na 1800 geen dienst meer deed als toegang tot Overleek, maar blijkbaar niet is afgebroken. Na 1833 moet op enig moment de definitieve verdwijning van deze poort of doorgang een feit zijn geworden. Als eind 1836 door het stadsbestuur een onderhoudsbestek wordt gemaakt voor de periode 1837-1844, worden alle te onderhouden en/of te vernieuwen bruggen, wallen, straten, riolen, stadsgebouwen, torens, poorten opgesomd. Ook de Noordeinder-, Zuideinder- en Nieuwepoort worden genoemd, maar de Zaksteegpoort ontbreekt in dat bestek! 2. De Zuideinderpoort Nog zo’n oude stadspoort die enkele honderden jaren dienst heeft gedaan als op 30 oktober 1857 door B&W in overweging wordt genomen ‘dat aan de Zuiderpoort aanzienlijke reparatiën moeten gedaan worden, overwegende het weinige nut dat het blijven bestaan van de poort geeft, heeft goedgevonden genoemde poort te amoveren (af te breken, caeg), zonder door een ander te worden vervangen en aan de portierster desselfs tractement tot december uit te betalen en daarna haar eervol 188

VOM2011 [3]-192pp.indd 188

18-04-2011 10:33:54


wanneer werden de vier stadspoorten van monnickendam afgebroken?

ontslag als portier uit te reiken’. Aldus gebeurt. Die portierster is Henderika Schut, de weduwe van Jan Hoogland. Zij mocht na het overlijden van haar man zijn taak overnemen.

De Zuideinderpoort

Portiers Zuideinderpoort na 1795 _ Christiaan Schaatsbergen, 20 maart 1790 i.p.v. Willem Mars die vrijwillig afstand heeft gedaan. _ Anthony Coblens, 9 augustus 1803; overleden 7 december 1805; op 28 december 1805 volgt zijn vrouw Naatje van Beek (geb. in de Rijp) hem op, overleden 4 juni 1847, op 19.5.1811 getrouwd met Huijbert Stam. Zij moet in 1819 ook de Zuiderwouderboom sluiten en krijgt daar voor een tractementsverhoging van 30 gulden per jaar. _ Jan Hoogland, 1.1.1855, overleden september 1855, zijn 2e vrouw Henderika Schut neemt zijn taak over. Ze wordt op 1 januari 1858 eervol uit haar betrekking ontslagen. 3. De Nieuwe- of Broekerpoort In de archieven wordt afwisselend gesproken over de Nieuwe-, Broeker- , soms ook over de Amsterdamse Poort. De aanduiding Nieuwepoort komt echter het meest voor. Hij was de vervanger van de vroegere Kerkpoort die, gelet op de afbeelding op blz. 83 van het jaarboek 2010, wat meer naar het westen was gebouwd (6). We moeten ons van die Nieuwe Poort in z’n oudste staat niet al te veel voorstellen. 189

VOM2011 [3]-192pp.indd 189

18-04-2011 10:33:54


Het was oorspronkelijk niet meer dan een brug met een hek of slagboom er voor, die met de hand werd bediend. Op 1 oktober 1728 besluit de vroedschap om een ‘digte of overdekte poort ter lengte van 30 voeten te laten maken’. Zo ’n negen meter dus. De oude brug, zo bleek in diezelfde vergadering, was zo gammel ‘dat een rijtuig moeilijk kan passeren en dattet te bedugten staat, dat de een ofte andere tijt, ingevalle deselve niet ten spoedigste sal werden gemaakt, een groot ongeluk te wachten is’. Je zou verwachten dat men zo spoedig mogelijk met de bouw van een nieuwe brug zou zijn begonnen. Niet dus. Tien jaar later, op 11 april 1739, komt de vroedschap op de resolutie terug en ‘vraegt men sig af of men niet de resolutie (..) op 1 oktober 1729 genomen, soude kunnen uitvoeren om van de Nieuwe Poort een digte, overdekte poort te laten maken van omtrent 30 voeten lang. Pas dan wordt er blijkbaar werk van gemaakt. Geldgebrek?

De Broekerpoort

Ook deze poort is uit het stadsbeeld van Monnickendam verdwenen. De afbraak vond plaats in 1874 (7). De heer van Leeuwen maakt op 28 februari van dat jaar de vergadering attent ‘op de hoogst gevaarlijke toestand, waarin zich de Nieuwe Poort bevindt die elk ogenblik dreigt te zullen instorten’. Hij adviseert ‘om hem liever vandaag dan morgen af te breken’. De Raad luistert en besluit de poort voor afbraak te verkopen. Een hele reeks bepalingen worden opgesteld en aan de afbraak van de poort wordt begonnen. Het is 16 mei, als gemeld kan worden dat timmerman Willem Mobron de ‘overgebleven muren van de Nieuwe Poort koopt en ook de daaraan gelegen woningen amoveert’. Voor het ‘puin’ betaalt hij f 375,-. 190

VOM2011 [3]-192pp.indd 190

18-04-2011 10:33:55


wanneer werden de vier stadspoorten van monnickendam afgebroken?

Portiers Nieuwe- of Broekerpoort na 1795 _ Jan Jansz Meij, aanstelling 19.5.1781, begr. 22.12.1802. Was ook verantwoordelijk voor de openen en sluiten van de Zaksteegpoort, zie boven. _ Arie Lakemond, aanstelling 20 november 1802. Geb. Beemster 8.1.1775, overleden 21.12.1832. Was toen commies van de Stedelijke accijns. Wordt in een acte van notaris Volkerse d.d. 5.2.1826 nog portier genoemd. _ Cos Hoogland, 11.2.1826; geb. Katwoude 12.10.1761, na zijn overlijden op 4.12.1838 wordt zijn weduwe (Maritje Kok) als portierster aangesteld, overleden 11 oktober 1855. 4. De Noordeinderpoort De Noordeinderpoort was in 1757 geheel nieuw gebouwd, op de plaats van de voorgaande, die vervallen was geraakt. Op 1 juni van dat jaar was er een bestek gemaakt van zo’n zeven pagina’s en twaalf artikelen. Er waren twee inschrijvers die de opdracht tot herbouw wel wilden realiseren. Claas Valk was de goedkoopste. Hij heeft de klus aangenomen voor 980 gulden. Jan Jacobs Ketel had 1400 gulden begroot. Wel een groot verschil! Maar ook deze poort zou, als laatste, verdwijnen. De afbraak was noodzakelijk geworden om de stoomtram, die van Amsterdam, via Broek en Waterland en Monnickendam naar Edam liep, een goede ‘doortocht’ te kunnen geven. In april 1888 komt het afbreken van de poort in de Raad ter sprake. De aanbesteding volgt in oktober. De hoogste inschrijver is Jan Boot die 55 gulden aan het stadsbestuur betaalt. En zo verdween ook de laatste van de vier stadspoorten. Portiers Noordeinderpoort na 1795 _ Jan Jansz Besem de jonge, aanstelling 7.9.1776. Geb. 23.9.1732, dp. 25.9. In 1814 nog steeds portier, overl. 14.5.1820 (87 jaar). Begraven in de kerk, grafrij 12/18 Woonde Noordeinde wijk 3 nr. 66. _ Klaas Kater, aanstelling 30.11.1816. Bedankt op 14.8.1830, Overleden? _ Gerrit Hendrik van Faassen, aanstelling 2.10.1830. Geboren Rhenen 1.10.1778. Hij heeft bedankt (wannneer?) en is op 25.12.1851 overleden. Nawoord De portiers werden gaandeweg de 19e eeuw bijgestaan of vervangen door zogeheten commiezen. Mannen die belast waren met het toezicht op de invoer van goederen waarover belasting betaald moest worden. Zo halverwege de 19e eeuw waren portiers overbodig geworden, terwijl er over het te betalen poortgeld al eerder besluiten waren genomen. Tijden veranderen! 191

VOM2011 [3]-192pp.indd 191

18-04-2011 10:33:55


Conclusie Van drie van de vier poorten die de stad heeft gekend, is het jaar van afbraak bekend. Alleen dat van de Zaksteegpoort blijft onduidelijk. Mogelijk brengt nog meer archiefonderzoek informatie op tafel, waardoor ook het jaar van het verdwijnen van de Zaksteegpoort een bevredigend antwoord krijgt. Ik blijf attent.

Bronnen Vroedschapresoluties tot 1795 Memorialen van de burgemeesters vanaf 1692 Resoluties van de Representanten des volks 1795 -1813 Notuleringen van B&W en de Raad van Monnickendam. 1813 tot in de 20e eeuw Jaarboekjes Oud-Monnickendam, afgekort tot JOM Noten 1. Zo worden de poorten genoemd in het voorwoord van het boek: ‘De magie van Monnickendam’. Herinneringen aan een onvergetelijk feest. 2. Waterland, getekend door Cornelis Schoon (1719-1778), A.P. Bruigom, blz. 53-65. 3. De kaart van van Deventer is vermoedelijk ouder dan vaak wordt aangenomen. Van een mede-genealoog, Richard Keijzer, kreeg ik in januari van dit jaar het volgende bericht: ‘Al speurend op internet kom ik een atlas tegen van Jacob van Deventer, die in 1545 in het bezit is gekomen van Emperador Carlos V (ofwel keizer Karel V van Spanje), de vader van Filips II’. Meer info over de kaarten/plattegronden in JOM 2006 blz. 41 vv. 4. In JOM 2010 heb ik op blz. 85 een paar opmerkingen gemaakt over de ouderdom van de poorten, o.a. gebaseerd op aantekeningen in het boek van mevr. A van Overbeeke, Monnickendam in Waterland. 5. Een afbeelding van de Zaksteegpoort is te zien in ‘Waterland, getekend door Cornelis Schoon’ met toelichting van dhr. Bruigom. Deze schrijft op blz. 56: ‘Van de oude stadspoort zelf is nog maar een restant aanwezig. Blijkens 17e eeuwse plattegronden (hij verwijst naar de plattegronden van Blaeu en de Wit, caeg) stond ter plaatse op de wal een vierkant, torenachtig gebouw met piramidaal dak; onder dit bouwsel was in de wal een doorgang. Thans, in 1763, is de bovenbouw geheel verdwenen en alleen de bemuurde waldoorgang nog aanwezig’. In een noot wordt verwezen naar de, eveneens verdwenen Westerpoort te Medemblik die veel op die van Monnickendam zou hebben geleken.Hoe de Zaksteegpoort er uit kan hebben gezien, ziet u in JOM 1979 blz. 79. 6. Op 12 mei 1690 wordt gesproken over een huis, annex herberg ‘leggende even buijten de stads Nieuwe ofte Kerckpoort’, ORA 3575. Dat moet de ‘voorganger’ zijn van de poort die in 1739 is gemaakt. 7. Dus niet in 1888 zoals in het boekje ‘Een straatje O.M’ blz. 31 wordt vermeld. Ook de notitie in JOM 2009 blz. 27 is daarmee gecorrigeerd.       

192

VOM2011 [3]-192pp.indd 192

18-04-2011 10:33:55


vereniging oud monnickendam jaarboek 2011

VOM2011-OMSLAG[def].indd 1

Vereniging Oud Monnickendam

j a a r b o e k

2 0 1 1

18-04-2011 10:27:59


Jaarboek Vereniging Oud Monnickendam