Page 1

VOM_jaarboek09_omslag_DEF:M'damboek

07-05-2009

11:43

Pagina 1

vereniging oud monnickendam

Vereniging Oud Monnickendam

jaarboek 2009

j a a r b o e k

2 0 0 9


VOM_jaarboek09_stadsgidsen,cdsb:M'damboek

07-05-2009

12:02

Pagina 112


VOM_jaarboek09_1-3 titel,col,inhoud:M'damboek

07-05-2009

10:33

Pagina 1

Vereniging Oud Monnickendam

j a a r b o e k

2 0 0 9


VOM_jaarboek09_1-3 titel,col,inhoud:M'damboek

Vereniging Oud Monnickendam voorzitter Jan Konijn vice voorzitter Koert Kraak secretaris Vincent Keesmaat Wendelmoet Claesdochterlaan 15 1141 ja Monnickendam telefoon 0299 6551 67 v.keesmaatAwxs.nl penningmeester Bertien van der Kolk Haringburgwal 8 1141 at Monnickendam telefoon 0299 652580 bertienvanderkolk@hetnet.nl leden Garrelt Bont Klaas Roos Lise Schokking Ed Willms Ton Meijer

2

07-05-2009

10:33

Pagina 2


VOM_jaarboek09_1-3 titel,col,inhoud:M'damboek

07-05-2009

10:33

Pagina 3

Inhoud

Voorwoord

4

Jaarverslag Vereniging Oud Monnickendam 2008

6

Verslag algemene ledenvergadering 19 juni 2008

12

Waterput Siem Koerse

20

Napoleon en Monnickendam Siem Koerse

24

Het Bruine Goud Ds. C.A.E. Groot

31

Winterverslag 2008-2009 Ton Meijer

91

Verslag van de penningmeester over het jaar 2008

100

Jaarverslag 2008 van de Stadsgidsen

104

Commissie Stads- en Dorpsbeheer Gemeente Waterland 2007-2008

108

3


VOM_jaarboek09_4-11 vw+jv:M'damboek

07-05-2009

10:35

Pagina 4

Voorwoord

Het doet ons een groot genoegen u het Jaarboek 2009 van onze vereniging aan te bieden. Het Jaarboek 2009 is wat dunner uitgevallen dan dat van 2008 maar daarom niet minder interessant. Het is ons ook dit jaar weer gelukt diverse schrijvers enthousiast te krijgen. Enkele artikelen konden echter helaas niet op tijd klaar zijn en komen in het Jaarboekje van 2010 aan de beurt. De vereniging heeft zich dit jaar op een breed vlak ingezet. Er is met de gemeente over diverse zaken overleg gepleegd , waaronder het handhavingsbeleid met betrekking tot de (ver-)bouwvoorschriften, de verbetering van de verkeerscirculatie in de oude stadskern en de mogelijke aanpak van de parkeerproblematiek. Ook de bouw van het nieuwe museum heeft grote aandacht gekregen. Over nieuwbouwplannen van de gemeente heeft het bestuur zijn mening niet onder stoelen of banken gestoken, maar zoals het zo vaak gaat zijn door het gemeentebestuur reeds besluiten genomen om vervolgens pas daarna belanghebbenden te raadplegen. Als Vereniging Oud Monnickendam roepen wij de gemeente Waterland op zorg te dragen voor transparantie en geen achterkamertjes politiek te voeren. Met betrekking tot de plannen aangaande de nieuwbouw van ons museum is in 2008 grote vooruitgang geboekt. De gemeente heeft zich bereid verklaard een groot bedrag in de begroting op te nemen voor de nieuwbouw. Nu komt het erop aan om fondsen/gelden aan te trekken om de begroting rond te krijgen. Het bestuur roept daarom alle leden op hun steentje te willen bijdragen aan het nieuwe museum. Door de Ambi-registratie is het mogelijk een gift af te trekken van de belasting. Ook zijn er mogelijkheden voor bedrijven om te sponsoren. Alles is bespreekbaar en moet ook bespreekbaar worden gemaakt.

4


VOM_jaarboek09_4-11 vw+jv:M'damboek

07-05-2009

10:35

Pagina 5

voorwoord

Onze website is inmiddels zeer succesvol en wordt door velen uit binnen- en buitenland bezocht. Grote waardering is geuit voor de nieuwe toepassingen. Zo kunt u ook via de website in onze winkel kijken en een bestelling voor een van onze artikelen plaatsen. Ook is de beeldbank weer met een aantal nieuwe albums en nieuwe afbeeldingen uitgebreid. Sinds kort kunt u tevens uw mening geven of suggesties doen via de website. Wij proberen op deze manier onze leden en niet-leden te activeren en onszelf open te stellen voor nieuwe ideeĂŤn. Wij hopen dat u dit Jaarboek met veel plezier en genoegen zult lezen. Met vriendelijke groet, Namens het bestuur van de Vereniging Oud Monnickendam Jan Konijn, voorzitter Monnickendam, maart 2009

5


VOM_jaarboek09_4-11 vw+jv:M'damboek

07-05-2009

10:35

Pagina 6

Jaarverslag Vereniging Oud Monnickendam 2008

Lezingen Het bestuur heeft zich voorgenomen meer lezingen te organiseren. De belangstelling is over het algemeen goed te noemen, mits er een datum wordt gekozen waarop geen andere activiteiten zijn gepland. Henk Verhoef heeft de voorjaarslezing verzorgd op 31 januari jl. over het carillon in de Speeltoren. De lezing was voor iedereen toegankelijk en qua presentatie en inhoud een groot succes. Het was jammer dat de opkomst relatief laag was. De publiciteit voor de aankondiging van een dergelijke lezing is wellicht voor verbetering vatbaar. Maar waarschijnlijk heeft ook het slechte weer een negatieve invloed gehad op de opkomst van de bezoekers. Wil Schackmann heeft op woensdagavond 29 oktober de najaarslezing verzorgd over ‘De Proefkolonie’. Bij het woord ‘kolonie’ denk je aan een ver land aan de andere kant van de aardbol. Maar vanaf 1818 trekken ook Monnickendamse kolonisten naar zuidwest-Drente. Met financiële steun van de beter gesitueerde Monnickendammers proberen zij daar een nieuw bestaan op te bouwen. De lezing van Wil Schackmann was interessant, maar ook hier was de opkomst, ondanks de publiciteit die er van te voren in de verschillende media aan was besteed, teleurstellend. Helaas valt niet te voorspellen hoe de opkomst op zo’n avond zal zijn. Excursies De excursie op 12 april jl. voor leden van de VOM naar gebouw ‘de Bazel’ in Amsterdam was buitengewoon geslaagd. De belangstelling voor deze excursie was bijzonder groot. Meer dan 110 leden hebben een zeer interessante maar vooral geslaagde excursie gehad. De rondleiding was goed georganiseerd en er was veel moois te zien. De deelnemers waren zonder uitzondering zeer enthousiast. Daarentegen liep de najaarsexcursie naar de klokkengieterij in Heiligerlee en een bezoek aan het vestingstadje Bourtange op een teleurstelling uit. Er hadden zich circa 80 personen aangemeld die ook om 7.30 uur bij de Grote Kerk stonden te wachten op de bus. Het weer zou prachtig zijn die dag en iedereen was en6


VOM_jaarboek09_4-11 vw+jv:M'damboek

07-05-2009

10:35

Pagina 7

jaarverslag vereniging oud monnickendam 2008

thousiast over het onderwerp van de excursie. Helaas liet de busonderneming het afweten. Zij hadden een fout gemaakt en ons niet in de planning opgenomen. Er werd nog getracht een oplossing te zoeken maar dat duurde te lang en er moest worden besloten de excursie te annuleren. Toch zijn er nog enkele leden op eigen gelegenheid naar Heiligerlee en Bourtange gegaan en die hebben een fantastische dag gehad. Er is besloten bij voldoende belangstelling de excursie alsnog te houden op 18 april 2009. Inmiddels heeft de excursie met veel succes plaatsgevonden. Het verkeerscirculatieplan/parkeerproblematiek in de binnenstad van Monnickendam (VCP) Met B&W was afgesproken dat het VCP in januari bij B&W aan de orde zou worden gesteld. Helaas liet de gemeente Waterland het afweten en was het voor de VOM een voor de hand liggende stap om de fracties van de verschillende politieke partijen te bezoeken en hen het VCP met een begeleidende brief te overhandigen. Hierin is ook de onvrede verwoord betreffende de communicatie tussen de VOM en de gemeente Waterland. Op 13 maart 2008 hebben Jan, Ed en Vincent een gesprek gehad met wethouder Buis, en de ambtenaren Van Soest en Jansen over de concept-discussienota parkeer- en verkeersproblematiek. De vergadering verliep gematigd optimistisch over de ontwikkelingen; tevens werden toezeggingen gedaan met betrekking tot sluipverkeer en een haalbaarheidsonderzoek. Inmiddels is een bestuurscrisis ontstaan die er in resulteerde dat Mevr. Buis zich uit het gemeentebestuur heeft teruggetrokken. Op 21 oktober 2008 hebben Ed, Ton en Vincent een onderhoud gehad met wethouder Jaap Wortel die, als opvolger van Brigitte Buis, nu de verkeers- en parkeerzaken in zijn portefeuille heeft. Het was een positief gesprek. Ton meldde dat de wethouder helaas niet van zins leek om de zaterdagmarkt te verplaatsen, terwijl dit wel ĂŠĂŠn van de belangrijke punten uit het VCP van de VOM is. Ergens in december 2008 zal de VOM uitgenodigd worden voor overleg. Hierbij zullen ook de andere belangengroepen aanwezig zijn. Bij het schrijven van dit verslag is de uitnodiging echter nog niet ontvangen. Archief Appel Tot nu toe was het Appel-archief opgeslagen in de woning van onze voormalige secretaris Cees Lagrand. Er is nu een ruimte gevonden bij Dick Stam waar het Appel-archief voor langere tijd kan worden opgeslagen tot een definitief besluit wordt genomen. De uitkomst daarvan is mede afhankelijk van de ontwikkelingen met betrekking tot het museum. 7


VOM_jaarboek09_4-11 vw+jv:M'damboek

07-05-2009

10:35

Pagina 8

Handhaving bouwvoorschriften Het afgelopen jaar heeft onze vereniging bij de gemeente Waterland de ‘handhaving bouwvoorschriften’ aan de orde gesteld en op de agenda gezet. Ton, Ed en Vincent hebben op maandag 4 februari 2008 een gesprek gehad met de Burgemeester, Hoofd ruimtelijke ordening en een ambtenaar die over de handhaving van de verbouwvoorschriften gaat. De dienstdoend wethouder kon niet aanwezig zijn. Het bestuur van VOM was nogal teleurgesteld over de slechte communicatie vanuit de gemeente. Er waren meerdere brieven over dit onderwerp verstuurd maar er is nooit een inhoudelijk antwoord op gekomen. Al met al loopt dit nu al bijna twee jaar! De Burgemeester gaf aan dat de door de VOM gemaakte cd met overtredingen van de verbouwvoorschriften alweer geruime tijd geleden was ontvangen en door hem destijds bij diverse ambtenaren in de aandacht was aanbevolen. Hij gaf aan dat hij ook graag zag dat de zaken nu werden afgewikkeld maar dat, ook gezien de uitstraling naar de andere gemeentekernen, het gevoeligheidsniveau op bestuurlijk vlak nogal hoog lag. Er moest volgens hem wel spoedig consensus ontstaan over wat ‘mooi’ en wat ‘lelijk’ was. Door het college zal aangegeven moeten worden wat de marges zijn en wat wel/niet kan. De Burgemeester deelde mee dat de gemeente kampt met een gebrek aan menskracht en dat daardoor de communicatie waarschijnlijk erg gebrekkig is geweest. Desondanks is er nu een notitie aangaande dit onderwerp in de maak die binnen twee maanden in het college zal worden gebracht. Op 16 april 2008 heeft er een vervolggesprek plaatsgevonden met de Burgemeester en Hoofd toezicht op de (ver-)bouwvoorschriften in de oude stad. De gemeente bleek haar huiswerk goed te hebben gemaakt want er werd antwoord gegeven op alle vragen die de VOM had gesteld n.a.v. de geconstateerde onrechtmatigheden. Ondanks een gebrek aan personeel bij de gemeente heeft men toegezegd beter te zullen handhaven. De VOM blijft de ontwikkelingen nauwkeurig monitoren en zal de gemeente 1 maal per jaar uitnodigen om over dit onderwerp van gedachten te wisselen. Contributie en automatische incasso In de jaarvergadering van 2008 is besloten de contributie te verhogen naar H 12,50. Bovendien is besloten de methode van contributiebetaling door middel van automatische incasso te stimuleren. Dit heeft ertoe geleid dat een groot aantal leden het formulier voor automatische incasso heeft ingevuld. Nogmaals doen wij een beroep op onze leden die nog geen formulier voor automatische incasso hebben ingevuld dat alsnog te doen. Het spaart zowel u als de vereniging geld en moeite. Hartelijk dank daarvoor. 8


VOM_jaarboek09_4-11 vw+jv:M'damboek

07-05-2009

10:35

Pagina 9

jaarverslag vereniging oud monnickendam 2008

Bijdrage van VOM aan nieuwbouw museum Het bestuur heeft besloten, zoals ook bij de aanvaarding van de gelden uit de stichting Gouwzeewerf was vastgelegd, het fond Gouwzeewerf over te hevelen naar het fonds Nieuwbouw Museum. De gelden zijn bedoeld voor de inrichting van het museum. Tevens heeft het bestuur besloten een renteloze lening in het vooruitzicht te stellen van H 70.000. Inmiddels heeft de gemeente Waterland een bedrag van H 600.000 voor een nieuw te bouwen museum in hun begroting opgenomen. Pieter Florisz de Monnickendamse zeeheld Het bestuur heeft aan de gemeente voorgesteld een kade of straat te vernoemen naar de Monnickendamse zeeheld Pieter Florisz. De gemeente heeft het voorstel in beraad genomen en zal ons voorstel meenemen in haar besluitvorming voor het toekennen van namen bij de ontwikkeling van het Galgeriet. Bestuursmutaties Jaap Balvers is na vele jaren penningmeester te zijn geweest, afgetreden. Op de jaarvergadering van 2008 is Mevrouw B. (Bertien) van der Kolk, wonende op de Haringburgwal, voorgedragen door het bestuur en zonder tegenstemmen door de leden benoemd. Jaaps logistieke klus van de jaarboekdistributie, zal worden overgenomen door Koert Kraak en Garrelt Bont. Archeologische opgravingen Tijdens de bouw van een appartementen complex op het terrein van Siem Meij rokerijen hebben archeologische opgravingen plaatsgevonden van kalkovens. Een groep enthousiaste Monnickendammers heeft naar aanleiding van deze opgravingen het oude plan opnieuw aan de orde gesteld bij de gemeente met betrekking tot het blootleggen van het rondeel van de Zuidervesting. De VOM ondersteunt van harte deze initiatieven en ziet met belangstelling de verdere ontwikkelingen tegemoet. Bezoek medewerkers van de provincie Noord-Holland Op 29 mei ontving het VOM een verzoek van de provincie om een aantal medewerkers van de provincie Noord-Holland kennis te laten maken met ‘Oud Monnickendam’. Het bestuur vond dit een unieke kans Monnickendam bij de pro9


VOM_jaarboek09_4-11 vw+jv:M'damboek

07-05-2009

10:35

Pagina 10

vincie op de kaart te zetten. Een leuk programma werd bedacht met rondleiding en de beklimming van de Speeltoren. In het voormalige stadhuis werden de medewerkers van de provincie ontvangen door enkele bestuurleden van het VOM. Klaas Roos gaf een toelichting over het goudleer behang en heeft geprobeerd het Museum goed op de kaart te zetten. De ambtenaren die op bezoek waren, zijn van milieu- en juridisch/financiële zaken. Naast de VOM hebben verschillende groepjes ambtenaren ook Stichting Philadelphia bezocht. Van een wandeling door Monnickendam is het niet gekomen. Wel is de Speeltoren beklommen en is er veel besproken. De ambtenaren waren geïnteresseerd in de activiteiten van de VOM en ook in haar opstelling t.o.v. het gemeentelijk beleid. Wel bleek dat, wanneer je subsidie wilt aanvragen bij de Provincie, er een hecht doortimmerde aanvraag opgesteld moet worden, anders maak je bij voorbaat geen kans. Bouwplannen Bernardlaan/Gouwzeeschool VOM is van mening dat de ontwikkelingen van de bouwplannen voor het gebied Bernhardlaan/Gouwzeeschool teveel hoogbouw lijken te gaan bevatten. De VOM heeft een officiële brief aan de gemeente gestuurd waarin de zorgen van de VOM over deze trend worden geuit. VOM vindt ook de bouw tamelijk ‘armoedig’ en de kleur (bruin) lelijk. Overleg VOM met Stadsgidsen Het bestuur van de Stadsgidsen is uitgenodigd voor overleg met de bedoeling dat de Stadsgidsen periodiek (bv. 1 keer per kwartaal) aanwezig zullen zijn in dit overleg. Er kan dan over verschillende zaken van gedachten gewisseld worden, zoals over de website en financiële zaken. Het is de bedoeling dat door openheid en transparantie de banden worden aangehaald en dat we onderling meer betrokken raken. Het is wel noodzakelijk dat er nieuwe stadsgidsen worden geworven. Nu zijn dat er twintig, maar men wil blijven groeien. Daarom heeft het bestuur van de Stadsgidsen zich nu ook aangemeld bij de stichting ’t Gilde. Er bestaan ideeën om themaroutes te ontwerpen. Zo bestaat er al een ‘wallenroute’. Aankoop schilderijen Garrelt Bont heeft onlangs namens VOM een schilderij van J. Schuddeboom en van Van Oel aangeschaft. Deze zijn een tijdje in bruikleen aan het museum gegeven en zijn daar tentoongesteld. 10


VOM_jaarboek09_4-11 vw+jv:M'damboek

07-05-2009

10:35

Pagina 11

jaarverslag vereniging oud monnickendam 2008

De Ambi-registratie Het bestuur heeft de zogenaamde Ambi-registratie met succes voltooid. Hierdoor kunnen giften aftrekbaar van de belasting worden gemaakt. Dit is in het belang van de leden en ook in het belang van het nieuwbouwproject voor het museum. Jan Konijn, voorzitter Maart 2009

11


VOM_jaarboek09_vergadering:M'damboek

07-05-2009

10:37

Pagina 12

Verslag algemene ledenvergadering 19 juni 2008 Gehouden in het Weeshuis Aanwezig: 7 bestuursleden en 29 leden; Afwezig met bericht: Ed Willms, Bertien van der Kolk, Henk Rosing; Maarten Verweij; P. Stoffels

1. Opening Voorzitter Jan Konijn opent de jaarlijkse ledenvergadering en heet allen van harte welkom. 2. Notulen jaarvergadering d.d. 26 juni 2007 Er zijn geen opmerkingen. De notulen worden goedgekeurd. 3. Mededelingen van het bestuur Er zijn geen mededelingen. 4. Jaarverslag Jan resumeert de punten zoals vermeld in het jaarverslag. Naar aanleiding van het laatste punt ‘overige activiteiten’ komen er een aantal vragen uit de zaal. Het betreft de opmerking dat het VOM-bestuur zich kan vinden in het plan van de gemeente Waterland voor een bedrijvenerf van 2 ha. bij de Texaco en 2 ha. in Katwoude. Bij monde van Siem Koerse wordt gevraagd in hoeverre het bestuur een dergelijk verstrekkend standpunt kan innemen zonder eerst de leden hierover te hebben geraadpleegd. Jan antwoordt dat het standpunt niet officieel naar de gemeente toe is gecommuniceerd en dat daar door de gemeente ook niet om was gevraagd. Het was een antwoord op een vraag die door één van de leden in een e-mail was gesteld. Klaas geeft aan dat inmiddels alle door de gemeente bedachte opties voor een nieuw bedrijventerrein door de Provincie van tafel zijn geveegd en dat alleen Katwoude als mogelijke locatie nog aan de orde is. Maar dan moeten er eerst een aantal onteigeningsprocedures in gang worden gezet. De plannen om wonen en bedrijvigheid in het nieuwe Galgeriet met elkaar te integreren zijn ook weer actueel. 12


VOM_jaarboek09_vergadering:M'damboek

07-05-2009

10:37

Pagina 13

verslag algemene ledenvergadering 19 juni 2008

Siem vindt het jammer dat het boven beschreven standpunt van het VOM-bestuur op papier terecht is gekomen, aangezien het volgens hem niet door een meerderheid van de leden wordt onderschreven. 5. Financieel verslag van de Penningmeester over het jaar 2007 Koert Kraak licht het financiële jaarverslag toe. De baten zijn in 2007 iets hoger uitgekomen dan begroot (plusminus H 3700,-). Er is vooral ‘winst’ geboekt door verkoop van boeken. Bovendien zijn er geen kosten geweest voor het drukken van een nieuw boek. Ook de kosten voor het drukken van het jaarboek en de ontwikkelkosten van de website vielen in 2007 lager uit dan begroot. In de begroting voor 2008 is een winstpost opgenomen van H 1423,-. Nu kan echter al worden geconstateerd dat, vanwege de hogere druk- en portokosten van het dikkere jaarboek, er in 2008 een klein nadelig verlies zal worden geleden. Om te besparen op de portokosten, is trouwens door een aantal vrijwilligers het jaarboek met de fiets in de buitengewesten rondgebracht. Het VOM-bestuur is hen en ook de overige ‘rondbrengers’ wederom zeer erkentelijk voor hun inspanningen. Naar aanleiding van de omvang van het jaarboek 2008 merkt Jan op dat het VOM-bestuur erg tevreden was met het grote aantal goede schrijvers dat enthousiast heeft bijgedragen aan de interessante inhoud van het jaarboek. Hij meldt dat de secretaris voor het komende jaarboek wel redactieregels zal opstellen en dat de schrijvers zullen worden gehouden aan een maximaal aantal woorden per artikel. De deadline voor het inleveren van artikelen is 1 maart en zal strak worden gehanteerd. 6. Verslag van de kascommissie De boeken zijn op 20 mei jl. gecontroleerd door dhr. Regeling en dhr. Stegeman. Dhr. Regeling kon vanavond helaas niet aanwezig zijn maar dhr. Stegeman meldt dat kas en boeken in orde zijn bevonden en dat de heer J. Balvers hierbij décharge wordt verleend. 7. Benoeming nieuwe kascommissie De kascommissie zal voor komend jaar bestaan uit dhr. Stegeman en dhr. J. Mengers; Jan Meijer wordt als reservelid benoemd.

13


VOM_jaarboek09_vergadering:M'damboek

07-05-2009

10:37

Pagina 14

8. Verkiezing/Samenstelling Bestuur De voorzitter deelt mee dat Ton Meijer en Ed Willms aftredend zijn maar zich opnieuw herkiesbaar hebben gesteld. De leden gaan akkoord met hun herbenoeming als bestuurslid. Jaap Balvers treedt na jarenlange inzet voor de vereniging af. Hij zegt zijn werk als penningmeester met zeer veel plezier te hebben gedaan. Naast het penningmeesterschap dat hij met grote secuurheid en nog ‘op de ouderwetse manier’ met een handgeschreven kasboek heeft uitgevoerd, was Jaap ook de man achter de organisatie van de distributie van het jaarboek en de verschillende mailingen. In samenwerking met Rini de Weijze werd door hem ook de ledenadministratie bijgehouden. In het verleden heeft Jaap ook heel prettig samengewerkt met secretaris Cees Lagrand. Jan dankt Jaap hartelijk voor zijn geleverde inspanningen en overhandigt hem een fles wijn. Tevens nodigt hij Jaap en zijn vrouw, op kosten van de vereniging, uit voor het komende bestuursetentje. Het bestuur stelt, voormalig accountant, mw. Bertien van der Kolk, kandidaat als nieuwe penningmeester. De leden gaan hiermee akkoord en bij deze wordt zij als de nieuwe penningmeester benoemd. 9. Verhoging contributie Jan geeft aan dat het contributiebedrag al jaren H 10,- is en dat het, gezien de algemene kostenstijgingen, nu de hoogste tijd is om dit bedrag te verhogen naar H 12,50. Cees Oosterbaan stelt voor het bedrag dan maar meteen op H 15,- vast te stellen. Dit voorstel wordt door de leden verworpen. De contributie zal vanaf nu H 12,50 bedragen. 10. Overheveling fonds Gouwzeewerf naar Fonds Nieuwbouw Museum Koert meldt dat de VOM ongeveer 9 jaar geleden een aanzienlijk bedrag heeft ontvangen van de Stichting Gouwzeewerf die destijds werd opgeheven. Er is al die tijd niets met het geld gedaan behalve dat er rente over is ontvangen. Dat bedrag omvat momenteel H 10.602,-. Het Vom-bestuur vraagt nu aan de leden om dit bedrag over te hevelen naar het fonds ‘Nieuwbouw museum’. Ook vanuit het oogpunt dat de herbouw van de Gouwzeewerf destijds ook bedoeld was als een soort museum. Cees Oosterbaan vraagt zich af of geldschieters van destijds het hiermee eens zullen zijn. Het is immers hun geld en het was hun bedoeling dat de onaanzienlijke plek die de plek van de voormalige Gouwzeewerf nu is, zou worden ver14


VOM_jaarboek09_vergadering:M'damboek

07-05-2009

10:37

Pagina 15

verslag algemene ledenvergadering 19 juni 2008

fraaid. En daar wordt het geld nu niet voor aangewend. Jaap antwoordt dat de stichting Gouwzeewerf het bedrag destijds doelbewust zonder beperkende voorwaarden aan de VOM heeft geschonken. Mensen die hun geld destijds terug wilden hebben, hebben de mogelijkheid daartoe gekregen. Cees Oosterbaan merkt op dat het misschien beter is wanneer het bedrag niet in de algemene middelen van het fonds Nieuwbouw Museum verdwijnt maar dat er een bestemming voor wordt gezocht voor een kleiner doel dat gelieerd is aan het museum. Klaas oppert dat het bedrag bijvoorbeeld aan een stukje inrichting van het museum zou kunnen worden besteed. Afgesproken wordt dat de overheveling akkoord is maar dat het geld wordt geoormerkt en dat aan de leden zal worden gerapporteerd waar het bedrag uiteindelijk aan besteed zal worden. 11. Stand van zaken nieuwbouw Museum Frans Fontaine, voorzitter van het nieuwbouwproject Museum de Speeltoren, informeert de leden over de laatste ontwikkelingen en de stand van zaken betreffende de nieuwbouwplannen voor het museum. Hij meldt dat er, met museum ‘’t Houten Huis’ in de Rijp als voorbeeld, een sterke herstart is gemaakt om de nieuwbouwplannen te verwezenlijken. Er is een team met deskundigen geformeerd in een stuurgroep die de verschillende aspecten van het project nieuw leven heeft ingeblazen. De verschillende raadsfracties zijn bezocht en bestookt met goede argumenten en ook de gemeenteraad als geheel is toegesproken. Een belangrijk argument is dat de stuurgroep van mening is dat het oudste carillon ter wereld voor het publiek ontsloten moet worden. Dit zal, zo is de verwachting, zeer veel toerisme kunnen aantrekken. De kosten voor de nieuwbouw, inclusief inrichting, zijn beraamd op 1,2 miljoen euro. Het lijkt erop dat de gemeente Waterland hiervoor de helft voor haar rekening wil gaan nemen. De stuurgroep zou dit bedrag graag in één keer willen ontvangen. De resterende 6 ton zal via werving bij fondsen (Bankgiroloterij/ Provincie) binnengehaald moeten worden. Als het totaalbedrag niet wordt gehaald, vindt er geen uitbetaling plaats door de gemeente. Het is een alles-ofniets-constructie. Eind 2008 zal de balans worden opgemaakt en worden vastgesteld of het project haalbaar is of niet. Frans is echter optimistischer gestemd dan hij ooit was. Frans wil ook met het bestuur van de VOM in overleg treden om te kijken of er niet een deel van het eigen vermogen kan worden ingezet. Jan Meijer vraagt of ook de Monnickendammers niet om een gift moet worden gevraagd. Frans antwoordt dat dit naast alle andere acties om geld in te zamelen, zeker ook aan de orde zal komen. 15


VOM_jaarboek09_vergadering:M'damboek

07-05-2009

10:37

Pagina 16

Siem vraagt zich af of het hele verhaal voor het vernieuwde museum opgehangen kan worden aan het carillon. Jan Meijer geeft als reactie dat er nu veel mensen zijn die het museum weer uitlopen omdat ze de toren niet in kunnen. 12. Stand van zaken VCP Ton Meijer laat de activiteiten van de werkgroep ‘Verkeerscirculatieplan’ de revue passeren. Na ongeveer twee jaar van brainstormen over de verkeers- en parkeerproblematiek in de binnenstad en een tweetal informatie- en inspraakavonden voor de leden, is het definitieve plan (waarin ook de opmerkingen van de leden waren verwerkt) aangeboden aan de gemeente (d.i. wethouder B. Buis, B. Jansen – hoofd OW en P. van Soest – beleidsmedewerker V&V). Het plan werd in dank door de gemeente aangenomen. In februari was er een vervolgafspraak met betrokkenen binnen de gemeente. Hierin gaf de gemeente te kennen dat het de bedoeling was dat er begin 2009 een ‘Discussienota Parkeerbeleid Waterland’ zou verschijnen. In de conceptversie hiervan, die in deze bijeenkomst op tafel kwam, was het VCP van de VOM voor vrijwel 100% geïntegreerd. De wethouder gaf te kennen dat het haar ambitie was het verkeers- en parkeerprobleem in de Monnickendamse binnenstad daadkrachtig ter hand te nemen en stapsgewijs op te lossen. De eerste stap was dat er tot begin 2009 een aantal parkeerdruk- en verkeersbewegingen-tellingen zouden worden uitgevoerd waarmee de discussienota zou kunnen worden onderbouwd. Er zou bovendien en klankbordgroep in het leven worden geroepen met leden van verschillende belangengroeperingen. De laatste ontwikkeling is dat door turbulente ontwikkelingen binnen de Waterlandse politiek, wethouder Buis heeft moeten opstappen en dat nog niet duidelijk is wie haar portefeuille m.b.t. de verkeersproblematiek wordt overgenomen. De ambtelijke inzet zal wel voortgang vinden. De werkgroep VCP zal de ontwikkelingen nu afwachten. Dat er in ieder geval vertraging op zal treden, moge duidelijk zijn. 13. Voorstel om een straatnaam te vernoemen naar de ‘vergeten’ zeeheld Pieter Florisz. Het voorstel van het VOM-bestuur om bij de gemeente een voorstel neer te leggen om een straatnaam te vernoemen naar de ‘vergeten’ zeeheld Pieter Florisz. wordt met algemene stemmen aangenomen.

16


VOM_jaarboek09_vergadering:M'damboek

07-05-2009

10:37

Pagina 17

verslag algemene ledenvergadering 19 juni 2008

14. Wat verder ter tafel komt VCP N.a.v. de toelichting van Ton op de stand van zaken m.b.t. het VCP merkt Gerbrand Tessel op dat het parkeerprobleem in de binnenstad zeer nijpend is en hij vraagt of de paaltjes in de Kerkstraat niet weggehaald kunnen worden. Cees Oosterbaan reageert door te zeggen dat die ‘loopstraat’ juist is bedoeld voor minder validen en dus moet blijven bestaan. Hij merkt op dat de huidige verkeers- en parkeerproblematiek mede is veroorzaakt door de inzet van de VOM zelf aangezien die een aantal jaar geleden tegen de aanleg van extra parkeerruimte aan de periferie van de binnenstad was. Klaas Roos antwoordt dat hier sprake is van voortschrijdend inzicht en dus een geval van ‘beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald’. Volgens Cees Oosterbaan houdt het VCP te weinig rekening met de problematiek rond de Burgemeester Versteegstraat. De buurt verpaupert hier echt door de auto’s, vindt Cees. Ton merkt op dat het voorgestelde vignettensysteem hier een oplossing voor zou zijn. Klaas meldt dat er inmiddels wel twee BOA’s (buitengewoon opsporingsambtenaren) zijn aangesteld om de verkeersregels beter te kunnen handhaven. Mw. Wolf vraagt zich af of het stukje grond bij de Nieuwpoortslaan met het stukje oude trambaan wel gebuikt kan worden voor een parkeerplaats, aangezien dit eigendom is van de woningbouwvereniging. Klaas antwoordt dat het om een ander stukje groen gaat. Siem Koerse geeft nog eens duidelijk te kennen dat hij absoluut tegen een aan te leggen parkeerplaats op de Schapenwei is. Restauratie Grote Kerk Greetje de Haan vraagt hoe het met de restauratie van de Grote Kerk gaat. Klaas meldt dat, sinds de aanvang van de restauratie, er door de aannemer én onderaannemer fout op fout is gestapeld met als resultaat dat er door stof en vocht ernstige schade is aangericht aan het orgel en aan het meubilair. Dit gebeurde bij het verwijderen en opnieuw aanbrengen van het stucwerk. Inmiddels is afscheid genomen van betreffende aannemer en is er een fikse schadeclaim bij hem ingediend. Stap voor stap wordt nu gewerkt aan het herstel maar al met al is er inmiddels een vertraging opgelopen van meer dan een jaar. Klaas verwacht dat in december 2008 de vloer van de kerk in orde zal zijn. De restauratie van het orgel zal in 2009 z’n beslag krijgen. Zodra er weer positief nieuws te melden valt, zal Klaas dat laten weten.

17


VOM_jaarboek09_vergadering:M'damboek

07-05-2009

10:37

Pagina 18

Werving nieuwe leden Maarten Tessel houdt een pleidooi voor een grote ledenwerfactie. Er zou een goede brief opgesteld moeten worden en deze zou dan bij de niet-leden in de bus kunnen worden gestopt. Jan antwoordt dat deze suggestie door het VOMbestuur zal worden meegenomen. 15. Volgende vergadering De volgende vergadering wordt verwacht plaats te vinden in mei/juni 2009. – pauze – Lezing ‘De verborgen schatten van Monnickendam’ door Klaas Roos Klaas begint zijn verhaal met de constatering dat wanneer je als bewoner van een beschermd stadsgebied of beschermd landelijk gebied vanwege bouwwerkzaamheden meer dan 30 cm ‘de grond in gaat’ , je verplicht bent archeologisch cultuurhistorisch onderzoek te laten doen door een gecertificeerd bedrijf. En dat dit aardig in de papieren kan lopen voor de persoon/instelling die de bouwwerkzaamheden wil (laten) uitvoeren. Hij heeft dit zelf afgelopen jaar ervaren bij de nieuwbouw aan ’t Prooyen nr. 3. Hoe anders was dit nog in bv. 1984 toen er nog gewoon door vrijwilligers archeologisch veldwerk kon worden gedaan rondom de Zuidervesting. Klaas toont hier foto’s van. De Stichting ‘Troeters van Monnickendam’ is trouwens van plan het destijds gevonden rondeel en de stadsmuur boven de grond te tillen. Het voorstel is bij de gemeente neergelegd en positief ontvangen. Klaas gaat nu verder in op de bodemvondsten aan ’t Prooyen 3. Er zijn daar een drietal cirkelfunderingen blootgelegd door archeologisch onderzoeksbedrijf Hollandia. Men dacht eerst dat het ging om molens maar daarvoor lagen de funderingen te dicht bij elkaar. Op een oude kaart is te zien dat er op die plek ooit een zoutziederij stond maar de cirkelfunderingen omvatten een groter gebied dan dat gebouw. De laatste theorie is dat het hier gaat om kalkovens die reeds in de 14e eeuw zijn aangewend om cement te produceren voor de bouw van de Grote Kerk en woonhuizen. Als basisgrondstof werden daar schelpen voor gebruikt en die waren er in overvloed. Ook turf voor het warmstoken kon gemakkelijk uit het achterland worden aangevoerd. Bureau Hollandia is echter nog niet klaar met het onderzoek. Zodra het onderzoeksrapport beschikbaar komt, zal Klaas bekijken of hieruit een artikel voor het jaarboek valt te destilleren. Als laatste merkt Klaas op dat is gebleken dat de fundering van de 18


VOM_jaarboek09_vergadering:M'damboek

07-05-2009

10:37

Pagina 19

verslag algemene ledenvergadering 19 juni 2008

Speeltoren slechts 1.20 m diep is en daardoor tamelijk kwetsbaar. Bij de renovatie van het museum zou ook de fundering van de Speeltoren moeten worden versterkt. En wie weet wat er daar nog allemaal in de grond wordt aangetroffen?

19


VOM_jaarboek09_waterput:M'damboek

Het metselwerk in de waterput

20

07-05-2009

10:38

Pagina 20

FOTO JAN VAN UNNIK


VOM_jaarboek09_waterput:M'damboek

07-05-2009

10:38

Pagina 21

Waterput Siem Koerse/ Jan van Unnik

In 2002 heb ik een waterkelder beschreven op het adres Niesenoortsburgwal 1. Zie jaarverslag 2002, pag 178. De familie Van Unnik op het Noordeinde 11 heeft ook een waterput in de tuin. In de oude kern van Monnickendam zijn veel van deze putten die in de loop van de jaren zijn volgegooid met huisvuil en puin. Op de oude gemetselde rand van de waterput van Noordeinde 11 lag een betonnen plaat en de put was gevuld met water. De putrand was in 2008 dringend aan restauratie toe; een mooie gelegenheid om de put te inspecteren. Hij moest eerst worden leeg gepompt. De eerste gedachte was natuurlijk: zou deze ook zijn volgegooid en welke schat zou hier in kunnen liggen? Zie jaarverslag 1991, pag. 99

21


VOM_jaarboek09_waterput:M'damboek

07-05-2009

10:38

Pagina 22

over de middeleeuwse put bij Kerkstraat 54. De afdaling, twee meter vijf en zeventig diep, was spectaculair. (Maar in verhouding tot Kerkstraat 54 – zeven meter – viel deze diepte mee). De opening was niet groot en de ladder werkte ook niet mee om naar de bodem af te dalen. Op de bodem lag echter niet veel puin of afval en het was dus een

Bruinglas beschermt smaak, kwaliteit en vitamines!

hollandia ROYAL

F L E S O M S P O E L E N S . V. P.

De bruine fles is 21 cm hoog. De doorsnede is 7,5 cm.

FOTO’S JAN VAN UNNIK

gave waterput/kelder. Wat er lag hebben wij met een emmer naar boven gehesen. Tussen bakstenen, afkomstig van de gesloopte putrand, vonden we fragmenten van een oude putmond.Wij besloten om deze brokstukken daar te laten voor de volgende schatgraver. Het opgaande metselwerk was van dezelfde orde als van Niesenoortsburgwal 1. Daar zijn geen foto’s van, maar wel enkele tekeningen. De inhoud van de put aan het Noordeinde was drie en een halve m3 en dan hebben we het hier niet over een waterkelder maar over een waterput. Tussen het puin kwam plastic speelgoed naar boven. Dat gaf weinig hoop op een schat. Wel kwam er nog het houten deksel te voorschijn, zij het in twee helf22


VOM_jaarboek09_waterput:M'damboek

07-05-2009

10:38

Pagina 23

waterput

ten. Het deksel had ongeveer een middenlijn van veertig centimeter en in het midden een zat gat, zo kon je met één vinger het deksel oplichten. En dan komt toch het moment waar je het allemaal voor doet. Er komt een gave melkfles naar boven. Deze is niet groot, is bruin van kleur en er staat tekst op. Het lettertype van de tekst op de fles geeft aan dat hij van gisteren was, n.l. uit het midden van de twintigste eeuw. Wat is er zo bijzonder aan deze fles: Zijn kleur! Ik deed navraag bij de heer Jacob Haker van Zuivelhistorie Nederland. Zuivelinrichtingen verpakten hun melk bij voorkeur in helder doorschijnende flessen, waarin de consument de melk mooi kon zien. Bruin gekleurd glas hield weliswaar de ultraviolette stralen van het zonlicht tegen en kon de oxidatiesmaak voorkomen, maar werd door de consumenten niet gewaardeerd. Het probleem was dat deze bruine flessen op een koele en donkere plaats moesten worden gezet, waardoor de vitaminen beter bewaard bleven. In het noorden van ons land was men wel voor bruine flessen. In het westen niet, er moesten investeringen worden gedaan, want de melkflessen moesten vervoerd worden in gesloten wagens. En zo ging de bruine fles ter ziele en bleef de melk zichtbaar voor de consument. In 1957 werd onderzoek gedaan naar de marktkansen van papieren melkverpakking. In 1959 stelt het Nederlands Verpakking Centrum: ‘Men is er desondanks van overtuigd, dat er een toekomst is voor de kartonnen verpakking. Anno 2009 weten we niet beter! Met dank aan Jacob Haker, Zuivelhistorie Nederland en de fa. Leguit & Roos voor het ter beschikking stellen van waterpomp en ladder.

23


VOM_jaarboek09_napoleon:M'damboek

24

07-05-2009

10:39

Pagina 24


VOM_jaarboek09_napoleon:M'damboek

07-05-2009

10:39

Pagina 25

Napoleon en Monnickendam Siem Koerse

De heer Appel heeft in het verleden (1982) over deze affaire geschreven.1) Toch heeft het nog zin om op deze ‘gedenkwaardige dag’ voor Monnickendam, 15 oktober 1811, terug te komen. Het gaat namelijk over het orgelspel dat ’s morgens om ca. tien uur zou hebben geklonken bij de ontvangst van Napoleon bij Monnickendam. Daarvoor moeten we eerst terug naar Broek in Waterland. Napoleon werd daar om half negen door Burgemeester H. Bakker ontvangen. ‘Twaalf jonge vrijsters bestrooiden de straatjes in Broek in Waterland met bloemen, toeschouwers juichten de keizer toe en in de burgemeesterswoning werden geschenken aangeboden. Na een klein uur vertrok Napoleon, ca. half tien, met zijn gevolg richting Edam.’ Hij moet eerst langs Monnickendam. Nu moeten wij ons even verplaatsen in de tijd en ook de huidige E247 uit ons hoofd zetten. Het was een slechte weg langs de trekvaart naar Monnickendam. Dit type weg werd ook wel Wagenweg genoemd en was voorzien van grind en puin. ‘Er zou gebruik zijn gemaakt van kleine koetsen met koetsiers uit deze streek die de Trekweg op hun duimpje kenden’. Het een en ander gaf géén garantie voor een comfortabele rit naar Monnickendam. De trekvaart naar Monnickendam heeft twee bochten (ook nu nog aanwezig). De eerste was bij de Overlekergouw, deze was verbonden met een brug over de trekvaart, naar de huidige Burgemeester Peereboomweg, de weg van Broek in Waterland naar Zuiderwoude. We moeten er van uitgaan dat in die tijd Zuiderwoude wel was te bereiken maar dan via een voetpad en moest de Kerk Ae per bootje worden overgestoken. In het eerste kwart van de 19e eeuw werden er een weg en brug naar Zuiderwoude aangelegd. Ondanks deze verbinding werd in de eerste helft van de twintigste eeuw een brief of ansichtkaart (met tekst) naar Zuiderwoude als volgt geadresseerd: naam, adres, Zuiderwoude, gemeente Broek in Waterland, post Monnickendam. Maar... we zijn op weg met Napoleon op weg naar Monnickendam. In de bochten van de Wagenweg naar Monnickendam stonden langs de trekvaart twee rolpalen. De eerste bij de Overlekergouw en de tweede bij de Dijksbrug. 25


VOM_jaarboek09_napoleon:M'damboek

07-05-2009

10:39

Pagina 26

Het pad voor het trekpaardje en de rolpaal staan links onder de brug.

Ofschoon de bocht bij de Dijksbrug niet zo scherp is gaan we er vanuit dat daar ook een rolpaal heeft gestaan. Het paardje van de trekschuit ging bij de Overlekergouw onder de brug door, het touw werd om de rolpaal gelegd en de trekschuit maakte een keurige bocht. 2) In de vijftiger jaren van de vorige eeuw werd nog over de rolpaal langs de Broekervaart gesproken. Op weg naar Monnickendam reed Napoleon door Waterland op z’n best. Links en rechts het vlakke land en in de verte misschien enkele zeilen op de nog niet drooggevallen Monnikmeer. Bij de Dijksbrug lag links de Monnickmeer en rechts de trekvaart. Daartussen een langgerekt smal stuk grond met daarop de Wagenweg. Napoleon zou om ca. tien uur zijn welkom geheten bij Monnickendam door de Burgemeester D. Arbman op ongeveer 350 meter buiten de poort. Als we uitgaan van de Nieuwe- of Broekerpoort is dat 80 meter ten Zuiden van de huidige R. K. begraafplaats en dat lijkt mij rijkelijk ver. Tijdens dit vermoedelijke welkom was daar nog geen R. K. begraafplaats (1884). Gaan we uit van een voet dan komen we uit bij de toenmalige toegangsbrug van Monnickendam. Hier volgt een passage uit deze wel zeer diepgeVerhoogd stukje grond langs meende toespraak van Burgemeester D. Arbman. de Monnikmeer voor de aanleg Of deze is uitgesproken is nog de vraag. van de R.K.begraafplaats 26


VOM_jaarboek09_napoleon:M'damboek

07-05-2009

10:39

Pagina 27

napoleon en monnickendam

‘Godsdienst, wetgeving,handel en nijverheid bevelen zich aan in de welwillendheid van Uwe Majesteit. Mogen de vurige gebeden van een vissersvolk, dat vrij en loyaal en godsdienstig is als zijne voorvaderen bijdragen tot de roem van Uw regering en de vaderlijke pogingen bevorderen van Uwe majesteit om de vijanden van het vasteland volkomen te overwinnen en moge de God des Vredes U even genadig zijn als God der legerscharen’. Tijdens deze ontvangst langs de Wagenweg zou er orgelmuziek hebben geklonken, daar is echter geen doorslaggevend bewijs van. De heer Appel zou in 1955 hebben vernomen van Meester Oosterveld (Hoofd van de toenmalige Christelijke School aan de Oude Zijds Burgwal) dat er een fooi zou zijn gegeven aan de organist om het orgel van de Grote Kerk te bespelen en dat, volgens anderen, daar nog een bewijs van zou zijn te vinden in het archief van de Grote Kerk. Dit bewijs is niet terug gevonden. ‘Als’ er al een orgelmuziek had geklonken ter verwelkoming van Napoleon kan dat moeilijk uit de Grote Kerk hebben geklonken. Het is onmogelijk dat orgelmuziek vanuit de Grote Kerk tot aan de overkant van de trekvaart hoorbaar zou zijn geweest. Het orgel van de Grote Kerk zit n.l. tegen de toren aan de binnenkant van de kerk en het geluid van het orgel gaat dus de kerk ín. Het kan moeilijk, ca. 130 meter, doorklinken naar de Wagenweg aan de overkant van de trekvaart! Er is echter nog een mogelijkheid dat de deuren van de toren aan de straatzijde hebben open gestaan, maar dan blijft het toch voor het geluid een heel eind om deze afstand te overbruggen. Maar ook de stadspoort, gesloopt in 1888, en verdere kleine bebouwing stonden tussen de toren en de Wagenweg! Wat moeten we nu met dat verhaal over orgelmuziek en de fooi? Er is nog één mogelijkheid om dit misschien te staven. Als twee Engelse heren, op doorreis, Monnickendam3) bezoeken maken zij kennis met de heer M*****(?). Na contact met Leen Appel over wie deze M*****(?) was, zei hij direct dat het een van de rijkste Monnickendammers was in die tijd, hij betaalde de meeste belasting! De heer M*****(?) stelde voor om een bezoek te brengen aan een woning buiten de Poort. Wat volgens hem de moeite van een bezoek waard was. 27


VOM_jaarboek09_napoleon:M'damboek

07-05-2009

10:39

Pagina 28

We weten niet veel over het huis aan de

Zo zou het huis er eventueel uit hebben

Nieuwpoortslaan. Het afgebeelde huis is

gezien met de omstreden koepel op het dak.

maar een veronderstelling.

In het boek ‘Zeden en Gewoonte van Noord-Hollands mannen en vrouwen in het jaar 1816’ wordt melding gemaakt van een kostbaar maar onregelmatig gebouwd huis dat heeft gestaan aan het begin de Nieuwpoortslaan. Deze onregelmatigheid werd veroorzaakt door een koepel die later aan het gebouw werd toegevoegd. Dat viel niet in goede aarde bij onze toenmalige bewoners van Monnickendam. Deze koepel stond eerst in de stad en de eigenaar wilde hem behouden. Er is toen besloten om de koepel over de wal en stadsgracht naar de woning te brengen en deze op het dak te zetten. Het geheel kwam architectonisch niet geheel uit de verf en werd door de bevolking als zodanig veroordeeld. De heer M***** fchelde aan het hek aan, hij verzocht de vrijheid te mogen hebben om met zijne vrienden het huis en den tuin te bezightigen, het geen opeene Heufche wijze werd toegestaan. Langseene grooten trap klommen wij naar dezen geliefden koepel. Van hier had men uitzigt op de poort, den weg naar Amsterdam en de Stads-vesten. Zij werden aangenaam verrast door het fpelen van een zeer fraai orgel, hetwelk, naar onze gisfing eenige duizenden guldens moest gekost hebben. En nu zijn we misschien terug bij de fooi. ‘Als’ Napoleon is ontvangen met orgelmuziek dan maakt het huis met koepel, op 80 meter van de Wagenweg, aan de Nieuwpoortslaan meer kans dan het orgel in de Grote Kerk. Het is zeker 50 meter dichterbij! De eigenaar van deze woning heeft waarschijnlijk aangeboden om het orgel te laten bespelen voor het hoge bezoek langs Monnickendam. Daar heeft waarschijnlijk een bedrag tegenover gestaan. Het moet de organist zijn tegengevallen, er is geen bewijs van, vandaar dat wij nu met het probleem van de fooi zitten. Na enkele plichtplegingen (let op: als die plaats hebben gevonden!) werd de reis naar Edam voortgezet langs de boorden van de Monnikmeer. Vanuit de Mon28


VOM_jaarboek09_napoleon:M'damboek

07-05-2009

10:39

Pagina 29

napoleon en monnickendam

Doodlopende vaart vanaf de voormalige Waterlandsesluis naar de Trekweg (N247)

nikmeer was een opening naar Trekvaart. Deze was overspannen door een brug en de reis naar Edam hoefde dus niet door de stad. Met enige fantasie loopt de vorm van de Wagenweg nog langs Monnickendam zij het nu als voetpad. Rechts was de Grote Kerk en achter de Stads-veste lag Monnickendam in een nest van bomen. Bij de ‘kruising’ Overleek en de brug bij de Zaksteegpoort4) (Of er nog resten van de poort aanwezig waren is niet geheel duidelijk, er was in 1805 nog wel een brug naar de Zakpoortsteeg) moest het ‘verkeer’ uit Overleek inhouden om Napoleon met zijn gevolg te laten passeren. De vraag is natuurlijk áls er mensen zouden hebben gestaan, dat geldt ook voor de ingezetenen van Monnickendam, of ze wel wisten wie deze belangrijke man was! Maar de tocht naar Edam gaat verder. In de verte doemt de Nieuwendam op (Nieuw, de dam is z’n zeshonderd jaar geleden aangelegd om het Stinkevuil van de Gouwzee af te sluiten) en daarbij wordt het beeld compleet gemaakt door een houtzaagmolen en twee watermolens5) Nederlandser kon Napoleon het toch niet treffen. Daar gaan we maar vanuit. De koets met de hooggeplaatste gasten gaat niet recht door naar de Nieuwedam. Er is nog geen brug over het Stinkevuil en er is ook nog geen Kloosterdijksluis om op het Stinkevuil te komen. De stoet gaat rechtsaf langs de Kloosterdijk richting Noordeinderpoort. Rechts ligt nog de sloot die verbinding had, via de toenmalige Waterlandsesluis, naar het Stinkevuil. Aan de kant van het Stinkevuil zijn in de wallenkant waarschijnlijk nog resten van deze sluis aanwezig. Er moet flink door de paarden worden getrokken om de koets omhoog te brengen naar de Grafelijkheidssluis die aan het begin van de Nieuwendam zit en verbinding mogelijk maakt 29


VOM_jaarboek09_napoleon:M'damboek

07-05-2009

10:39

Pagina 30

met de Gouwzee. Als de koets boven is valt hij even stil, statig reist de Noordeinderpoort omhoog met ernaast de walmolen. Zou Napoleon dan toch eventueel via het Noordeinde Monnickendam met een bezoek vereren? Er wordt stevig aan de leidsels getrokken, de koets draait naar links en gaat de Grafelijkheidssluis over en verlaat, via de Nieuwedam, Monnickendam. Om half elf wordt het gezelschap bij de Monnickendammerpoort welkom geheten door Burgemeester J. F. Lakeman van Edam. Noten 1) Passeerde Napoleon Monnickendam op de 15e oktober 1811 ’s morgens tussen half tien en half

elf zonder dat iemand hem zag? Jaarverslag oud Monnickendam 1982, pagina 59. 2) Zie tekening Waterland getekend door Cornelis Schoon (1719-1778). Auteur A. P. Bruigom

1979, pagina 179. 3) Karakterschetsen zeden en gewoonten van Noord-Hollands mannen en vrouwen in het jaar

1816. 4) Zaksteegpoort. Jaarverslag Oud Monnickendam 1979, pagina 77

Watermolens aan de Kloosterdijk. Jaarverslag Oud Monnickendam 2006, pagina 79.

30


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

07-05-2009

10:44

Pagina 31

31


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

32

07-05-2009

10:44

Pagina 32


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

07-05-2009

10:44

Pagina 33

Het bruine goud Vier eeuwen turfvoorziening in Monnickendam (1) Ds. C.A.E. Groot

Het turfschip van Breda Het was steenkoud toen begin maart van het jaar 1590, 75 soldaten op de bodem van een schip, onder een lading turf, werden verborgen. Zo kwamen ze ongezien het kasteel van Breda binnen, waar ze de ongeveer 350 Spaanse bezetters op de vlucht wisten te drijven of gevangen te nemen. Waar turf al niet goed voor is! Onze huizen hebben meestal een centrale verwarming die voor een behaaglijke temperatuur zorgt en geregeld wordt via een, al of niet geprogrammeerde, thermostaat. Maar onze voorouders moesten eeuwenlang lijf en leden warm houden en hun potje koken met behulp van turf (2). Een turfbak voor de opslag en een turfkachel waren dan ook onmisbaar. Bij nat weer was turf bepaald geen efficiënte brandstof, die bovendien veel rook veroorzaakte. En wat na verbranding overbleef was een flinke hoop as.Ondanks allerlei verordeningen van de magistraat om de stad schoon en leefbaar te houden, gooiden onze voorouders de as gewoon op straat of in de gracht. De stadsvuilnisman had er meer dan een dagtaak aan om de rommel op te ruimen (3). Waar kwam dat ‘bruine goud’, zoals turf wel wordt genoemd, vandaan? Wie waren de leveranciers? Waar werd de turf opgeslagen? Wie waren de vrouwen die de manden en later de tonnen met turf vulden? Wie waren de mannen die de tonnen op de schouders namen en naar de huizen van onze voorouders brachten? Over hen gaat dit verhaal. Maar eerst wat achtergrondinformatie over het ontstaan van veen en de productie van turf. Ontstaan van veen Gedurende duizenden jaren kon er veenvorming plaatsvinden, omdat Nederland eeuwenlang een moerasachtig gebied aan de monding van de grote rivieren was.Veenvorming is een opeenhoping van niet vergaan plantaardig materiaal of, met een citaat uit 1771: Veen is ‘eene brandbare, zwarte aaneen verbonden weeke Delfstof of Aarde, die met allerlei weeke deelen, van allerhande ontsloopte Planten samenrot, doch voornaamlijk uit waterplanten, in de laage, en uit handplanten, in de hooge landen, door den tijd tot Bedden aangroeit’(4). 33


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

07-05-2009

10:44

Pagina 34

Die afstervende planten vormden een grondstof die men uitspitte en daarna te drogen legde op een zogeheten legakker. Vervolgens werd het ‘gesneden’ met daarvoor geschikte spaden. Zo verkreeg men turf. Veengronden hadden een dikte van twee à drie meter, maar er waren ook gebieden met een dikte van wel zes meter of meer, zoals destijds rondom het Gelderse Veenendaal. Menselijke bemoeienis Tot de 11e eeuw na Christus is er sprake van een natuurlijke, moerasachtige (veenmos) ontwikkeling. Daarna gaat menselijke bemoeienis een belangrijke rol spelen, zoals het bedijken van de grote rivieren. Het baggeren van veen in zuid-west Nederland en het afgraven van veen in het noord-oosten heeft zijn sporen nagelaten en het landschap van beide gebieden diepgaand beïnvloed. Veenontginning heeft ook sterk bijgedragen aan de infrastructuur van ons land. Al was het alleen al door de bereikbaarheid van dorpen en steden te vergroten via kanalen en andere waterwegen. De geschiedenis van ons land is dan ook voor een belangrijk deel afleesbaar in de grond. De vaarten van de veenkoloniën in de noordelijke provincies vertellen hun verhaal. In het voormalige gewest Holland (Zuid- en Noord-Holland hoorden tot 1840 bij elkaar) doen dat de ringvaarten en de polderdijken. Heel wat steden en dorpen in ons land danken hun naam dan ook aan de ontginning van veengronden. Nieuwveen, Vinkeveen, Amstelveen, Nijkerkerveen, Veenendaal, Heerenveen, Hoogeveen etc. Veengebieden Turf is dus gedroogd veen en veengrond was eeuwenlang volop in ons land aanwezig. Zonder volledig te zijn, noem ik wat regio’s. Een belangrijk laagveengebied lag in het gewest Holland tussen Schiedam en Haarlem (5). Boven het IJ was een gebied dat vanouds ‘Aquosa Terra’ werd genoemd, ‘Waterland’ dus. Rond het begin van onze jaartelling was Waterland één groot onbewoond veengebied, bestaand uit wollegras, heide en verschillende soorten veenmos en hier en daar verspreide waterpartijen. Maar dat is stilaan veranderd. Volgens de canon van Waterland is de ontginning van het woeste veengebied in de 11e en 12e eeuw begonnen (6). Met bootjes kwamen mensen, via de veenstroompjes, naar dit gebied. Ze zorgden voor de ontwatering van het veen door aan elkaar evenwijdige sloten te graven, waardoor het betreden kon worden. Het broekbos werd gerooid en het riet als dakbedekking gebruikt. Vervolgens werden dijkjes aangelegd om de droge delen te beschermen, wat overigens maar al te vaak mislukte. 34


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

07-05-2009

10:44

Pagina 35

het bruine goud

Onderzoekingen hebben aangetoond dat de inwoners van Purmerland, Ilpendam en Den Ilp zich vanaf het begin van de 17e eeuw met turfwinning hebben bezig gehouden (7). Turf werd er ook gewonnen bij Zaandam, Assendelft, Krommenie, Wormer en Jisp (8). Ja, waar in (Noord-)Holland eigenlijk niet? Het gebied rondom Hoorn staat tot op vandaag bekend als de Veenhoop (9). Heel het gebied achter de duinenrij van Holland was rond het jaar 1000 een en al veen. Ten noordoosten van de stad Utrecht werd turf gewonnen (Breukelen, Maarsseveen) en 35


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

07-05-2009

10:44

Pagina 36

meer naar het oosten, in het gebied bij Nijkerk(erveen), Zwartebroek en nog wat verder naar het oosten, rondom – de plaatsnaam zegt het al – Veenendaal in Gelderland. In tegenstelling tot de gebieden in zuid-west Nederland ging het bij Veenendaal om hoogveen, want het veen lag boven de waterspiegel. Het bijzondere van die regio was dat, door een slechte afwatering, er steeds weer nieuw veen ontstond. In 1772 schreef iemand ‘dat het veen hier zo sterk aangroeit, dat men het na verloop van eenige jaren, opnieuw uitbaggeren kan’ (10). Noord-Oost Nederland kende een uitgestrekt moerasgebied, het Bourtanger Moor. Een veengebied dat zich uitstrekte van de stad Groningen tot ver over de Duitse grens. In het zuiden tot Emmen en de Hondsrug in het westen. Vanuit Groningen ontstonden vanaf 1600 de zogeheten Veenkoloniën, omdat het gebied stap voor stap ontgonnen werd ten behoeve van de akkerbouw. Ook in de kop van Overijssel en het zuiden van Friesland lagen veengebieden (11). Hoogveen en laagveen Er bestonden twee soorten veen. Hoogveen, ook wel zwartveen genoemd, bestond uit deels vergane plantenresten die boven de grondwaterspiegel liggen en daardoor direct tot (lange) turven gestoken konden worden, het zogeheten turfgraven. Dat hoogveen kwam voornamelijk uit de noordelijke provincies, hoewel er in Friesland en de kop van Overijssel ook wel laagveenmoerassen werden ontgonnen. Laagveen, voor het overgrote deel verzonken hoogveen, werd opgebaggerd. Deze spon- of baggerturf werd als een dunne brei op landerijen 36


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 37

het bruine goud

gestort, waarna het indroogde en tot één derde van zijn volume slonk. De korte turven die hiervan gestoken werden, waren hard en bezaten een hoge verbrandingswaarde. Baggerturf werd het meest in huizen, hoogveen of steekturf vooral in fabrieken gebruikt. Turfwinning De vroegste sporen van turfwinning leiden naar het begin van onze jaartelling. De Romeinse militair Gaius Plinius Secundus beschreef in zijn ‘Naturalis Historia’ dat de Chauken (12) van modder ballen draaiden, die ze lieten drogen om ze daarna als brandstof te gebruiken. Over de eeuwen daarna is minder bekend. Maar vanaf de Late Middeleeuwen (1000-1500 na Chr.) werd veen in de vorm van turf als brandstof gebruikt zoals uit het volgende citaat blijkt. ‘Wanneer echter het geregeld baggeren of steken en verder bereiden der turf een aanvang heeft genomen, valt geheel buiten eenige zekerheid van tijdsbepaling. De stichtingsbrief van een vrouwenconvent uit het begin der twaalfde eeuw maakt intusschen van turfdelven reeds gewag, en het mag als zeker worden gehouden, dat het in de Hollandsche streken in de elfde eeuw bestond’ (13). Het zijn vermoedelijk de Norbertijnen en Cisterciënzer monniken geweest die, in de tweede helft van de 12 eeuw, de min of meer systematische turfwinning in ons land hebben geïntroduceerd (14). Welvaart In de eerste duizend jaar na Christus gebruikte men hout als brandstof. Dat was overal voorhanden, want de Lage Landen waren bedekt met uitgestrekte bossen. Hout, ook gebruikt voor het bouwen van huizen en schuren, werd gaandeweg echter schaarser en daardoor ook duurder. In de Gouden Eeuw werd daarom veel (goedkoop) hout, via de Sont, uit Scandinavië aangevoerd. Er werd bovendien goed aan verdiend. Omdat de bevolking van de steden in de Late Middeleeuwen sterk toenam, steeg de vraag naar turf voor voedselbereiding en verwarming, de zogeheten huisbrand. Deskundigen menen dat de grote hoeveelheid turf die gewonnen werd, een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de economische voorspoed, die de laatste decennia van de 16e eeuw en het begin van de zeventiende eeuw merkbaar was, vooral in het gewest Holland. In een uitzending van Teleac werd gesproken over de Nederlanders als de ‘oliesjeiks van de 17e eeuw’, omdat ons land over zoveel goedkope turf beschikte. Niet verwonderlijk dus dat een schrijver zijn boek de titel meegaf: ‘Werd de Gouden Eeuw uit turf geboren’(15)? Turf, de motor van de economie Turf werd gebruikt in stoven (kerk) en in beddepannen (bedstee) om koude voeten op te warmen. Turf verwarmde de woningen van onze voorouders, maar le37


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 38

verde ook de energie voor de meeste takken van nijverheid in werkplaatsen (ovens) en (later) fabrieken. Turf was de ‘kurk’ waarop de economie van weleer dreef. Een relatief goedkope en gemakkelijk toegankelijke energiebron voor de stadsbewoners. Bierbrouwerijen, gieterijen, kalkbranderijen, kaarsenmakerijen, ververijen, zeepzieders, allemaal waren ze van turf als brandstof afhankelijk. En niet te vergeten de steenbakkerijen, want de bouw van stenen gebouwen, kerken en huizen was in de 17e eeuw flink op gang gekomen. Brandende turf dat zachtjes gloeit en smeult, bleek namelijk heel geschikt om uit klei, bakstenen te vervaardigen. In de zoutketen werd, in smeedijzeren bakken van wel 8 tot 10 meter diameter, zout water verdampt. Zout was o.a. belangrijk voor de haringvisserij. Onder de pannen werd een turfvuur gestookt. Die turf moest met grote hoeveelheden worden aangevoerd en opgeslagen in een daarvoor gebouwde turfschuur (16).

Bakkers bakten hun brood met behulp van turf (17) en kregen, via allerlei keuren aanwijzingen, hoe ze de ‘doove kolen’ moesten bewaren. Met merendeels houten huizen lag brandgevaar immers altijd op de loer. Brandstofgebruik Welke gigantische hoeveelheid energie er in de 17e eeuw beschikbaar was, wordt duidelijk uit de volgende vergelijking. Als men in die tijd hout zou hebben gebruikt, dan had het bos de oppervlakte van 800.000 ha. moeten beslaan. Dat is 38


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 39

het bruine goud

een kwart van ons land! En er zouden in dat geval 30.000 mensen permanent werk hebben gehad. Er zijn berekeningen gemaakt van verbruikte brandstoffen in 1608, 1809 en 1860. In 1608 bestond het brandstofverbruik voor 90% uit turf, 2% uit steenkool en 8% uit hout. Twee eeuwen later, in 1809 was de verhouding 53% turf, 17% steenkool en 30% hout. Rond 1850 volgde een omslag en in 1860 was het steenkoolverbruik 46%, tegen turf 42% en hout 11%. Turfwinning een bedreiging Als gezegd, in de late Middeleeuwen ontstond een tekort aan brandhout waardoor aan het begin van de 16 eeuw, eerst onder invloed van de groei van de steden en later door de opbloei van de nijverheid, de vraag naar turf sterk toe nam, met name in het gewest Holland. De vraag was echter zo enorm groot, dat er gevaar ontstond voor mens en dier. De meren werden alsmaar groter, stormvloeden sloegen de legakkers (de grond waarop het natte veen werd gedroogd) weg en hoog water bedreigde de steden. Dorpen werden in toenemende mate door deze ‘waterwolf’ bedreigd en landbouwgrond veranderde steeds meer in water, waardoor grote aaneengesloten plassen ontstonden, zoals de Nieuwkoopse, Reeuwijkse, Vinkeveense en Loosdrechtse plassen en het Haarlemmermeer, in zijn (water)tijd het grootste meer in Holland. Slagturven De gevaren werden groter door het zogeheten slagturven. Dat was een (nieuwe) manier van turfwinning, waarbij de gehele, meestal metersdikke, veenlaag tot op de klei werd afgegraven met behulp van een schepnet, de zogeheten baggerbeugel. Om het te onderscheiden van het turf delven, werd het ook wel natte turfwinning genoemd, want het veen werd grotendeels van onder de waterspiegel opgebaggerd. Deze vorm van turfwinning werd vanaf het begin van de 16e eeuw in Holland toegepast en verdrong, binnen tien à twintig jaar, de droge turfwinning bijna volledig. Dat had vooral een landschappelijke oorzaak, want het veen dat boven de waterspiegel lag, was in de 14e en 15e eeuw grotendeels afgegraven.

39


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 40

Voorschriften Vanwege de zojuist genoemde gevaren, kreeg het stadsbestuur van Amsterdam al in 1505 van de Habsburgse landheer Philips de Schone de bevoegdheid, om turfwinning op minder dan een mijl afstand van de stad te verbieden. In 1545 vaardigden de Staten van Holland de eerste voorschriften uit. Verveners mochten hun activiteiten niet meer uitoefenen zonder toestemming van de waterschappen en moesten het land na afloop van de turfwinning ‘toemaken’, d.w.z. weer opvullen met grond. Het voortdurend herhalen van de voorschriften, o.a. in 1561 en 1563 en het dreigen met steeds zwaardere straffen, zou er op kunnen wijzen, dat deze bepalingen op grote schaal werden ontdoken. Droogleggingen De oplossing voor de wateroverlast werd uiteindelijk gevonden in het bedijken en leegmaken van de veenplassen. Het door Leeghwater (18) ontwikkelde systeem van poldermolens heeft Holland ‘gered’, waardoor droogleggingen van bijvoorbeeld de Beemster (1612), Purmer (1622), Wormer (1626) en Schermer (1635) in de 17e eeuw konden worden uitgevoerd. Het veen raakt op In de 16e eeuw was de turfwinning het grootst. Tussen 1600 en 1900 schommelde het ontginningsvolume tussen de 500 en 700 hectare per jaar. Maar evenals andere fossiele energiebronnen, werd ook de aanvoer van deze natuurlijke brandstof gaandeweg minder. En toen de industrialisering van ons land, mede als gevolg van de introductie van de stoommachine, in de 19e eeuw op gang kwam, werd er steeds vaker van kolen gebruik gemaakt. Steenkool geeft een veel beter warmterendement dan turf. Toen in 1849 de Haarlemmermeer werd drooggemalen, ging men aanvankelijk uit van een door turf gestookt stoomgemaal. Maar dat bleek een misrekening want het gemaal verbruikte per dag twaalf ton kolen, een hoeveelheid die met turf nooit geëvenaard kon worden. Toch bleef turf lang in gebruik. Met name in de periode 1830-1865 werd in de steen- en pannenbakkerijen, de zeepziederijen, kalkovens, aardappelmeelfabrieken en bierbrouwerijen nog steeds gebruik gemaakt van turf. Dat was voordelig, want de eigenaars van deze ambachten en ‘fabrieken’ hadden een belastingvrijdom van wel 80%. Het zou echter niet zo blijven, want zoals ik in mijn bijdrage in het jaarboekje van 2008 heb aangegeven, gaandeweg de 19e eeuw veroverden, kolen, gas en 40


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 41

het bruine goud

later elektriciteit de markt om midden 20e eeuw plaats te maken voor aardgas, olie en kernenergie. Van veen tot turf Turfwinning was seizoensarbeid. Zowel mannen als vrouwen en ook wel kinderen waren in deze periode actief. Het hele proces speelde zich af tussen het voorjaar en de late zomer of het begin van de herfst. Een plakkaat uit 1561 bepaalde, dat niemand turf mocht baggeren voor half maart of na St. Jacobsdag (25 juli). Maar toen Holland in 1622 werd getroffen door een zeer nat voorjaar, werd deze regel soepel toegepast en was het toegestaan om drie weken langer te slagturven dan gebruikelijk was. Het winnen van het drogere hoogveen was eenvoudiger dan dat van laagveen. Hoogveen behoefde na het uitspitten alleen te worden gesneden, gestapeld en gedroogd. De natte turfwinning daarentegen was ingewikkelder en sterk afhankelijk van het weer. Zon en regen speelden tijdens het graven of baggeren een belangrijke rol, omdat in natte seizoenen de turf minder goed droogde en de kwaliteit daardoor achteruit ging. Dat laagveen werd, zoals gezegd, gewonnen met een baggerbeugel. Daarmee werd de veenmassa losgemaakt van de onderliggende zandbodem en van onder de waterspiegel naar boven gehaald. Dat was zwaar werk en werd gedaan door zogeheten turftrekkers. De brei van pakweg twintig cm dikte werd gedroogd op een zogeheten legakker. Was de zon erg sterk dan werd de veenbrei tijdens de droogperiode wel bedekt met stro. Om goed te drogen werden de turven opgestapeld (kleine ronde torentjes) zodat de wind zoveel mogelijk vrij spel had. Zodra dat mogelijk was, werd de turf door de turfmakers ‘getript’, dat wil zeggen: vast getrapt. Daartoe droegen ze plankjes 41


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 42

onder hun schoeisel of klompen die trippers werden genoemd. Ook vrouwen en kinderen werden hier wel voor ingezet. Met een wadder of stikker werd de gedroogde baggerturf vervolgens op maat gesneden. Er waren verschillende soorten turf (korte en lange) en de kwaliteit kon verschillen. Eén van de stelregels luidde: ‘Goede turf is ruig aan de kont en wit aan de kop’. Gedroogde turf nam geen water meer op en kon daarom in de herfst of de winter op het veld blijven staan. De meeste verveners hadden echter één of meer turfschuren om de turf, al of niet tijdelijk, in op te slaan (19). Turfschippers Als het bovengenoemde proces voltooid was, kon de turf van het land worden gehaald om te worden verkocht. In augustus kwam de distributie op gang, wanneer de schippers ladingen turf kwamen ophalen. Sommige turfschippers waren ook veenman en verkochten dus hun eigen turf. Dat turf zo populair was, kwam niet alleen door de vrij eenvoudige manier van winning, maar ook door de geringe kosten van vervoer. De turf werd, gestapeld of op een hoop, met meest platboomschuiten of turfpramen, via turfvaarten, 42


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 43

het bruine goud

naar alle delen van het land getransporteerd. Dat was gemakkelijk en bovendien relatief goedkoop. In een waterrijk land als Holland waren dan ook heel wat turfschippers actief. Veel van hen woonden met hun gezin aan boord van het schip. Relatief veel schippers woonden in en rond Gouda en aan de overkant van het IJsselmeer in Zwartsluis en Blokzijl. Omdat het Drentse hoogveen van een goede kwaliteit was, voeren deze schippers over de Zuiderzee naar Friese en Hollandse havens. Turfschepen werden ook wel turfpont genoemd.

43


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 44

Ook vanuit Zuid-Holland werd turf aangevoerd. Uit beide regio’s kwamen turfschepen naar Monnickendam, zoals de in- en uitgavenboeken van de stad, de diaconie, het weeshuis en de huiszittende armen laten zien. Was het turfschip in een stad geleegd, dan werd er soms drek uit de stad mee teruggenomen, om daarmee de nieuw ontstane landerijen te bemesten. Het lossen van de turf Wanneer een schip in een stad aanlegde, kwamen allerlei mensen in actie. De turfschipper was verplicht zich te melden bij de collecteur van de impost. Daar kreeg hij een ‘loot of teijcken’ waarop hij een gezworen vulster kon krijgen, die geholpen werd door een aantal collega’s. De turfvulsters of turftonsters waren door het stadsbestuur aangesteld en hadden een eed afgelegd (gezworen). Voor deze vrouw(en) aan de slag konden, werd het schip gelost door de turfraapsters. Zij deden de turf in kleine manden die door de schippersknecht uit het schip de wal werd opgedragen. Daarna was het de taak van de turftonsters om de turf te

44


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 45

het bruine goud

‘meten’. Aan het tonnen waren speciale eisen gesteld. Elke ton was geijkt, dat wil zeggen, ze hadden allemaal dezelfde inhoud. De gevulde ton moest op een harde ondergrond staan en bij het vullen enkele keren worden gestoten (geschud). In de eerste helft van de 17e eeuw was twee keer schudden genoeg, in 1673 werd dat verhoogd naar drie keer. De ton moest worden ‘opgelegd’, d.w.z. gevuld tot de rand, zodat elke afnemer ook exact een ‘ton’ turf ontving. De turfheffers tenslotte, tilden de volle manden op de schouders van de turfdragers. De laatsten brachten de tonnen turf naar de huizen van wie er voor betaalde of naar opslagplaatsen van de turf, zoals bijvoorbeeld de turfschuur van de diakonie. Die dragers ontvingen daarvoor draagloon dat afhankelijk was van het soort turf (lange turf was licht en korte turf was zwaar) en de afstand tussen schip, turfschuur of huis van de afnemer. Op het moment dat de turfdrager de mand op zijn schouder had werd de schipper geacht de turf te hebben geleverd. Turfimpost Eeuwenlang kenden de Nederlanden geen landelijk belastingstelsel. Steden en dorpen regelden hun eigen inkomsten, in Holland impost of accijns genoemd. Veel eerste levensbehoeften als bv. zeep en zout waren belast. Ook over de turfverkoop moest een soort verbruikersbelasting worden betaald, de zogeheten impost. Deze belasting werd in verschillende steden, waaronder Gouda al in de 16e eeuw geheven, maar in 1605 door de Generale Staten landelijk verplicht gesteld. Regelmatig volgden verbeteringen en aanvullingen van de bepalingen. Als gevolg van dat landelijke besluit kwam op 1 augustus 1607 de impost op de turf in Monnickendam ter sprake (OAM 207). Zie voor de afkortingen bij noot 1. Dat er op dit punt in de steden van Holland wel eens sprake was van ongelijkheid, blijkt op 4 augustus 1630. ‘Versoeckende diversche pan-ofte keetluijden haer dolerende (klagen, caeg), dat sij meerder belast zijn op den impost van de Turf als onse nabuerige steden ende dat bij sommige meer als de helft is differende (verschilt). Is goetgevonden bij meerderheijt van stemmen deselve pachte over de gemeene burgerije te resumeren op den ouden voet als voor desen is geweest, te weten een penninck op iedere mande’ (OAM 2). Verpachtingen De imposten werden op den duur steeds ingewikkelder, hetzij om fraude te voorkomen, hetzij om er meer uit te halen. Het innen van de accijnzen werd door de hoge heren uitbesteed aan pachters. Zij pachtten een bepaalde impost, meestal gedurende een half jaar, maar in Monnickendam was dat ook wel voor een jaar. Op 13 september 1693 blijkt dat de ‘verpagting van de middelen, na ouder 45


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 46

gewoonte, tegen den ersten october verpaght te worden’ en dan volgt er een lijst om welke goederen en grondstoffen het gaat (OAM 11). Pachtersoproer Imposten waren een belangrijke bron van inkomsten. Het ontduiken ervan werd dan ook streng bestraft. Gaandeweg de 18e eeuw kwam er steeds meer weerstand tegen het pachtstelsel, vooral tegen de uitvoerders die de pacht moesten innen. Het gewone volk mopperde over de hoge prijzen voor voedsel en andere levensbehoeften, vanwege de belastingen die er op geheven werden. De opstandelingen richtten zich dan ook tegen de machthebbers, meestal rijke kooplui en/of regenten die over de rug van de bevolking rijk werden. Het zou in 1747 leiden tot de gebeurtenis die in de geschiedenis bekend staat als het Pachtersoproer met als direct gevolg het afschaffen van het pachtsysteem. Omdat de stad plotseling heel wat inkomsten misliep, moesten er overal tarieven voor worden gesteld. Voor de turf betekende dat op 12 oktober 1748 ‘dat deselve bij collecte sal worden geint door de booden deses Stads te weeten op ieder ton korte turf die binnen dese stad wert opgedaan twaalf penningen en van de lange turf van ieder ton vier penningen’. Er is een zogeheten quohier van de nieuw te introduceeren middelen in plaets van de afgeschafte pagten’ uit 1748 bewaard gebleven. Daarin worden alle inwoners van Monnickendam, via 606 verpondingsnummers van hun huis, genoemd.

46


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 47

het bruine goud

Het aardige van dit kohier is, dat je leest wat elke inwoner verbruikte aan bv. zout en zeep, wijn, kofďŹ e, thee, brood, boter, vlees, spek, bier en ook hoeveel tonnen turf zij gebruikten, waarover dus belasting moest worden betaald (OAM 333). Het lossen van de turf Terug naar het turfschip aan de kade. Als de turf gelost was, moest de turfvulster met de turfbaas of schipper naar het accijnskantoor en opgeven hoeveel manden ze gelost had. Daar kreeg de turfbaas/schipper een schriftelijk betaal-

bewijs, dat hij moest laten zien bij het verlaten van de stad en/of passeren van een slagboom. De schipper had eigen manden of tonnen om de turf in te doen, maar meestal was hij verplicht om ter plekke manden, tonnen etc. te huren. De opbrengst daarvan kwam in Monnickendam ten goede aan het weeshuis of huiszittenhuis (OAM 34). Een ordinantie van 4 september 1666 (OAM 66) geeft aan, dat de schippers aan de turfdragers zes stuivers voor 100 tonnen moesten uitbetalen. Ze moeten dan wel de turf uit het ruim van het schip of de bok dragen (20). Vooral in een droge periode was het verwerken van de turf een stofďŹ ge aangelegenheid. De dragers hadden, zo blijkt uit hun ordinantie (zie verderop), recht op bier, om de keel te spoelen. De schipper was daar verantwoordelijk voor. Dat het bier wel eens wat te rijkelijk vloeide, zal u niet vreemd voorkomen. Het zal duidelijk zijn, alle kosten voor het lossen en tonnen van de turf, kwamen voor rekening van de schipper. Die berekende hij door aan de afnemers, waardoor er gemiddeld 10% op de turfprijs werd toegelegd.

47


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 48

Turfvoorziening in Monnickendam Aan de hand van de Vroedschapresoluties (17e, 18e eeuw), de Memorialen van de Burgemeesters (18e eeuw), de Resoluties van de Representanten van het volk (Franse tijd), Gemeenteraadsverslagen (19e eeuw), maar ook de notulen- en inkomsten/uitgavenboeken van kerkvoogden, diakenen, armenvoogden, regenten van het weeshuis etc. krijgen we een tamelijk goed beeld hoe het met de turfvoorziening in Monnickendam gesteld was. Overheidsgebouwen, waaronder het stadhuis en de wachthuizen bij de poorten, Godshuizen zoals het vrouwenklooster Mariengaarde (al v贸or 1400), het mannenklooster Galilea, het weeshuis, het Proveniers- of Tobiashuis, het Diaconiehuis in de Kerkstraat, de schoolgebouwen, de huizen van particulieren, inclusief de daar plaatsvindende nijverheid, op al die plaatsen was turf nodig. Denk daar niet te gering over. Jaarlijks kwamen er tientallen schepen met turf de haven binnenvaren. Veel schippers kwamen van de overkant van de Zuiderzee, uit Blokzijl, Zwartsluis en omgeving. Anderen voerden turf aan uit de provincie (Zuid)Holland, zo blijkt uit de beschikbare bronnen. Turfvoorziening in de wintermaanden was er ook ieder jaar voor armlastige, Gereformeerde lidmaten, die onder de diaconale zorg van hun kerk vielen. Daarover straks nog wat meer. Hetzelfde gold voor de armen van de Rooms-Katholieke kerk en die van Evangelisch Lutherse gezindte. Wie niet bij een kerkgenootschap hoorde, kon een beroep doen op de huiszittende armenvoogden van de stad, een niet kerkelijk gebonden bedelingsinstantie.

48


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 49

het bruine goud

De 16e eeuw Het oudste bericht, waarin turf aan de orde komt in relatie tot Monnickendam, dateert van 7 september 1572. Het gaat om uitgaven van de thesaurier (stadspenningmeester) in verband met de slag aan de Diemerdijk bij Amsterdam, die een jammerlijke mislukking was geworden. De Watergeuzen, onder leiding van Sonoy, hadden een gevoelige nederlaag geleden. Degenen die konden ontkomen ‘sijn binnen onser stede gecomen, deene halff doot, dandere hongerich, dorstlich, cout ende nat soedat de selvige soldaeten sijn versorcht binnen tstadthuijs ende inde kercke met turff, broot ende case’ (21). Het kostte de stad 54 gulden en het zou niet de laatste keer zijn dat er soldaten, zowel in de kerk als in het stadhuis ondergebracht moesten worden en voorzien van brood met kaas, bier en turf. Gedurende een paar jaar waarbij de geuzen Monnickendam als een soort thuisbasis hadden (ze verbleven in de wachthuizen) zijn er door de mannen honderden manden turf verstookt. Turf als brandstof was in de stad dus al heel gebruikelijk, zoals ook verderop in dit artikel nog duidelijk zal worden. Ongetwijfeld zullen ook de kloosters Mariengaarde en Galilea van deze energiebron gebruik hebben gemaakt. Een van de ambachten die door de kloosterlingen werd beoefend was dat van bakker. En die had turf nodig om zijn werk te kunnen doen. Informatie over turfgebruik in genoemde kloosters heb ik echter niet kunnen vinden. De 17e en 18e eeuw In Monnickendam waren bij het lossen van een turfschip minder mensen betrokken dan eerder in dit verhaal uiteen werd gezet. In de bronnen die ik onder ogen heb gehad, wordt alleen gesproken over turfvulsters en turfdragers. Dat waren officiële functies, want deze mannen en vrouwen werden door de burgemeesters aangesteld, moesten een eed afleggen en werden door de stad betaald. Het oudste bericht over de mannen en vrouwen die verantwoordelijk waren voor de turfvoorziening in Monnickendam dateert van 1626. Op 28 maart krijgt Cleijn Grietgen 2 gulden, 17 stuivers en 8 penningen door de stadsthesaurier uitbetaald, het draagloon voor 115 manden turf naar de wachthuizen en de schepenkamer. Voor alle duidelijkheid, dat dragen werd door mannen gedaan, maar deze Cleijn Grietgen was daar blijkbaar verantwoordelijk voor (OAM 206 fol. 20). We zullen zulke ‘waarnemingen’ vaker tegenkomen. Eed zweren Van zowel de turfvulsters als de dragers is een eed bewaard gebleven. Er staat geen datum onder, maar gelet op het schrift en taalgebruik, moeten deze eden rond het midden van de 17e eeuw al van kracht zijn geweest. 49


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 50

Ick, turfvulster binnen dese Stadt Monnickendam belove en sweere dat ick in’t stuck vant meten van de turf, een eijgelijck gelijck ende regt sal doen, sonder d’een of d’ander int’t minste te vercorten ende dat ick geen turf en sal meten of sal afleveren, vorens aen den collecteur aengegeven, Soo waerlijck moet mij Godt Almaghtigh helpen (OAM 60). Ick, Turf ende Coorndrager binnen de Stede Monnickendam belove ende sweere dat ick int stuck vant dragen van turf, saat en coorn mij getrouwelijck sal dragen, sonder eenigh bedrogh of quader trouw te plegen, ende zulcs in alles dienaangaende soodanigh te doen als een vroom Turf, Saat en Coorndrager schuldigh ende gehouden is, en ook niet dulden sal dat deze in mijn tegenwoordigheid gepleegt worde, Soo waerlijck moet mij Godt Almaghtigh helpen (OAM 60). Ondanks deze mooie beloften ging er nog wel eens wat mis, zoals nog zal blijken. Het inkomen van de turfvulsters en de turfdragers was bepaald geen vetpot, maar in ieder geval iets om van te leven. Dat het turfvullen een job was met enige verantwoordelijkheid, blijkt uit een keur van rond 1640 die als volgt luidt: ‘sullen oock geene turfschippers nochte de coopers van de turf haer met het meeten van de turf van de meetsters of vulsters moogen bemoeijen, maer deselve daer mede laeten begaen, sonder haer eenigsins te verspreecken, op de boete van ses guldens’ (OAM 66). Er mocht ook alleen turf gemeten worden ‘gequalificeerd volgens de Ordonnantie van de heren Staeten van Hollant ende Westvriesland, die haer toe van de pachters sullen werden gegeven, op een boete van 25 gulden’ (OAM 66). Fraude Het is van alle tijden dat mensen door de overheid gestelde regels proberen te ontduiken. In 1630 is er sprake van een subtiele vorm van fraude. De Vroedschap geeft op 4 augustus opdracht om de turfmanden opnieuw te ijken, want onderzoek heeft aangetoond, dat de boorden van de manden zo gemaakt waren, dat er net een paar turven minder ingingen. En dat was uiteraard winst (OAM 3). Een placcaat uit de 2e helft van de 16e eeuw geeft opdracht aan stadsbesturen, dat er gelet moet worden op het illegaal verblijf van schippers en hun vracht. Er zal reden voor zijn geweest. Salarisverhoging Op 13 april 1641 melden de Vroedschapresoluties, dat de turfvulsters hebben gevraagd om, in plaats van acht, negen stuivers per 100 manden turf te mogen ontvangen en ‘voor de keetturf, oftewel de Schuijtgenturf een verhoging van 7 naar 8 stuivers’. Dat is akkoord ‘mits dat se wel op het vullen van de manden sullen hebben te passen dat de Burgerije thare mogen becomen’ (OAM 4). 50


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 51

het bruine goud

Impost van het bier op de turfschepen Een half jaar later, op 10 september 1641, verzoeken de pachters van de stadsimpost op de drank, of er ook over het bier, dat in de turfschepen werd genuttigd, belasting kan worden betaald. Het stadsbestuur houdt het verzoek in beraad, omdat ze eerst wil nagaan of dat in naburige steden ook het geval is (OAM 4). Dronkenschap Misstanden kwamen er ook voor. Het stadsbestuur publiceert op 26 juni 1643 een zogeheten ‘keur’ onder de titel: ‘Verboth van Droncken drincken op de turfschepen’. Dat verbod betrof zowel de schippers als de turfdragers met als toelichting ‘om ongelukken te voorkomen’. Bij overtreding volgde een boete, die ten goede kwam aan de kas van het weeshuis (OAM 66 blz. 214). Er mocht overigens wel bier gedronken worden (een voor die tijd alledaagse drank), maar dat was beperkt tot een bedrag van drie gulden, zoals verderop zal blijken. In diezelfde periode wordt er ook een keur uitgeschreven: ‘verbieden insgelijcks alle turfdragers, turfvulsters en en andere veel expreseelijk bij dezen gedurende het vullen en dragen van de turftonnen ofte buijten de turfschippers geen toback te drinken, op poene van dat ampt te werden gesuspendeert of gecasseert’. Tabak werd in pijpen gerookt, maar kon ook worden ‘gedronken’. Ik vermoed dat het daarbij gaat om zoiets als het ‘pruimen’ van tabak dat daarna werd uitgespuwd. Het rampjaar 1672 Het jaar 1672 staat in de Vaderlandse geschiedenis bekend als het rampjaar (22). Aan alle kanten werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden bedreigd. Oorlog met Engeland, Frankrijk, Münster en Keulen. Johann de Witt, de raadpensionaris van Holland, werd vermoord en prins Willem III aangesteld als stadhouder. Het volk redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos, zo leerde ik destijds op school. In die precaire situatie waren er niet alleen soldaten, maar ook bemanningsleden voor de schepen nodig. Tijdens de Vroedschapvergadering van maandag 18 april 1672 werd een conceptresolutie van de Staten van Holland gelezen ‘medebrengende dat alle marckt ende andere schuijtvoerders, hout ende turfdragers, slepers, bierdragers ende alle andere diegelijcke arbeijdende officianten (...) souden worden geanimeert omme in dese conjuncture van tijden en saecken haer te begeven in dienste op ’s lands vloote (...) voor de ordinaris soldije ofte maendgelden’ (OAM 9). Dat men juist deze beroepsgroepen, waaronder de turfdragers, op het oog had, zal te maken hebben met het feit, dat het over het algemeen wat sterkere, grote51


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 52

re lieden waren dan de gemiddelde Hollander. Of er Monnickendammers op deze ‘uitnodiging’ zijn ingegaan, heb ik niet kunnen achterhalen. Het notariëel archief zou daar meer duidelijkheid over kunnen geven. Vluchtelingen In september 1672 werd er door Franse soldaten brand gesticht in Amersfoort en in wijde omgeving geplunderd, waaronder in november te Nijkerk. Zo’n 500 ruiters hadden de vergunning om te gaan ‘fourneren’ wel wat erg ruim opgevat (23). Als gevolg van deze spannende tijd sloegen heel wat mensen op de vlucht. Tientallen inwoners van Huizen, Bunschoten, Nijkerk, Barneveld en Amersfoort kwamen, via de Zuiderzee, in Monnickendam terecht. Ze werden in de stad ondergebracht en geholpen met voedsel en turf, zo blijkt uit de boeken van de armenvoogden. Een aantal van deze vluchtelingen is in Monnickendam gebleven, omdat ze er een echtgeno(o)t(e) hadden gevonden. Anderen zijn tijdens hun verblijf in de stad gestorven en begraven en op het kerkhof van Monnickendam, zoals het begraafregister van 1672 en 1673 aangeeft. Ordonnantie voor de turfdragers In 1648 waren er twaalf turfdragers in de stad actief. Zij werkten in ploegen. Een ordonnantie uit 1673 leert ons wat hun werk inhield (OAM 60 blz. 59vv). In de eersten soo en sal niemandt van de burgers ende inwooners deser Stad vermogen eenige turf te doen ontlossen ende op doen, ten zij het selvige zal geschieden door de dienst en arbejt van de geswooren vulsters ende dragers daer toe aengestelt, op de verbeurte van een Rijcxdaelder, boven ende behalve het Arbeitsloon dat de vulsters ende dragers daer aen souden verdient hebben, alles ten profijte van de armen deser Stede. 52


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 53

het bruine goud

Gelijck oock geene Turfschippers ende vercoopers van Turf niet en sullen vermogen eenige Turf te doen heven ofte lossen, ’t zij op’t Landt of in eenigh ander Vaertuijgh, als alleenlijck door de voorn. Vulsters ende dragers, telckens op de boete van een gulden, mede tot profijte van voorn. Armen. Ende sullen de selve schippers ende vercoopers oock schuldigh ende gehouden sijn voor het heven ofte uijtlossen van de Turf uijt haer schepen, schuijten of wagens aen de voorn. Dragers te betalen ses stuijvers voor ijdere hondert manden turf, sonder eenigh onderscheijdt van wat voor soort van turf het oock is ende daerenboven geduijrende den arbeijt aen de selver dragers ende vulsters nogh te verschaffen noodigh drincken van bequame drie guldens bier. Dat oock geene van deselve Turfschippers ofte vercoopers nogh der selver kneghts hen niets sullen mogen vervorderen, aende turfmanden iets te raecken of hen daarmee te bemoeijen tot soo lange deselver manden door de vulsters geheelijck ende naer behooren sullen sijn gevult, mede op een boete van een gulden, telckens te verbeuren aende voors. Armen. Ende soo wanneer de voors. Turfdragers nu ofte dan souden mogen sien ende vernemen dat deselver manden niet naer behooren gevult souden mogen sijn, de selver dragers alsdan daer over redenen van claghten sullen vermogen te doen, ’t zij oock derselver manden omme te stooten off andersinds te doen verbeteren. Alsinds dat oock niemandt hem sal hebben te vervorderen binnen dese Stede eenige Coolen ofe Zaedt,’t zij uijt eenige schepen ofte schuijten, oock niet van eenige waghens te lossen, ofte at te leveren, dat een quartier van een last, en de daarenboven compt te importeren, anders als door de voorgemelt gestelde dragers, mede op een boet van een gulden als boven te verbueren. Item dat oock de voorsijde turfschippers ende turfvercoopers geene van de voors. Turfvulsters ofte turfdragers, sullen mogen vergen ofte gebruicken naer der sonnenondergang eenige Turf te vullen ofte dragen om alle ongemack en oock vreese van Brandt voor te comen. Ende laatstelijck, dat mede geens. Voors. schippers ofte voorcopers, nogte oock haar kneghts, alsoock van de dragers niets en sullen vermogen int hol vant schip daer de turven leijdt, eenige tabacq te drincken ofte duijster brengen om zulck te doen, op de boete van een gulden voor den armen als boven. Ende sal ijder van hen daer over de rekening mogen doen. Aldus gedaen ende gearresteert bij de heeren Burgemeesters der voos. Stede Monnickendam op den 8e Augustij 1673 ende daarna van den Stadhuijs gepubliceert den 12e der selver maend. Ondertekend door secretaris Jan Thamis. 53


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 54

Turfvulsters De werkzaamheden bij het lossen van een turfschip waren dus exclusief besteed aan mannen en vrouwen die daarvoor niet alleen instructies hadden gekregen, maar ook de eed hadden afgelegd ‘in handen van de burgemeesters’, d.w.z. in hun tegenwoordigheid. In 1673 waren er tien turfvulsters. Ook zij werkten in ploegen. Wellicht kent u de uitdrukking ‘in het veen kijkt men niet op een turfje’. Dat gaat niet op voor de werkzaamheden van de turfvulsters, want zij moesten uiterst nauwkeurig te werk gaan. Bescheiden inkomen Zowel de turfvulsters als de turfdragers verdienden een schamel inkomen. Er was lang niet altijd werk en in 1648 zijn er ook nog eens problemen met de kaasdragers, zoals blijkt uit een request die de twaalf turfdragers in 1648 aan het stadsbestuur richten. ‘De turfdragers van de Burgerije binnen dese Stede, hoe dat de keesdragers haer vervorders, niet tegenstaende sij als twaelf int getal sijnde en de meerendeel van de tijt seer weijnig te doen hebben ede meer als te quaet hebben om haerlieder respective huijsgesinnen te alimenteren, in haer ambt te treden’. Met ander woorden, de kaasdragers zijn er de oorzaak van dat ‘zij, supplianten, in hare verdiensten merckelijck meenen vercort te worden’. Zij vragen het stadsbestuur om op schrift te stellen dat ‘voortaen niemant sal vervorderen eenige turf, saat ofte anders te dragen, dan de tegenwoordige twaalf turfdragers’ De burgemeesters komen met een soort tussenoplossing door enkele kaasdragers toestemming te geven bij de aanvoer van een grote hoeveelheid van turf, de turfdragers, indien nodig, te assisteren (OAM 62).

54


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 55

het bruine goud

Dertig jaar later zijn de inkomsten nog niet veel beter. Dat blijkt uit een verzoek van de turfdragers. Ze zijn nog steeds met z’n twaalven, maar op 2 mei 1678 van dat jaar vragen zij of de ‘tegenwoordig twaelfde turvenplaats vacant mag blijven’ (OAM 10) en het aantal turfdragers teruggebracht kan worden tot tien. Dat zou kunnen door geen nieuwe turfdrager aan te stellen bij het overlijden van de eerstvolgende twee. Het verzoek wordt ‘in advijs gehouden’, maar is blijkbaar wel gehonoreerd, want (we zijn dan wel heel wat jaren verder) in 1748 zijn er geen twaalf maar tien turfdragers. Ook het inkomen van de turfvulsters was zeer bescheiden. Daarom vragen zij (het jaar ontbreekt maar het is voor 1658), of ze in plaats van acht, negen stuivers voor honderd manden turfvullen kunnen krijgen, ‘ten eijnde door middelen van dies sij hunne respectieve huijsgesinnen te beter sullen mogen alimenteren’. Blijkbaar is er niet veel verbeterd want op 19 juni 1694 klagen zij over ‘de weijnige verdiensten die sij nu eenige jaren door de slegtheijt des tijds hadden gehad’. Besloten wordt om het aantal turfvulsters te laten ‘uitsterven’ tot acht (OAM 33). Turfmanden vervangen door turftonnen Begin 1678 bepaalden de Staten van Holland dat de turf niet meer in manden, maar uitsluitend nog in tonnen gedaan en vervoerd mocht worden. Een beëdigde ijkmeester moest er op toezien dat alle tonnen de juiste ‘forme, wijtte, hooghte en breete’ hadden. De nieuwe ton was wat kleiner dan de mand die tot dan was gebruikt. Maar de impost op turf werd desondanks niet verlaagd en daar waren de afnemers niet blij mee. In verschillende steden van Holland, waaronder Leiden, was op de tonnen een teken of wapen ingebrand. Ik ben in de Monnickendamse archieven geen mededeling daarover tegen gekomen. Op de door de ijkmeester gecontroleerde wijnvaten was (in 1640) wel een M aangebracht (OAM 62 blz. 58). Ook de magistraat van Monnickendam had kennis genomen van de beslissing van de Staten van Holland. Op 24 april 1678 kwam de kwestie in een Vroedschapvergadering aan de orde. ‘Burgemeesteren hebben inde schoot van dese vergadering geleijdt, hoedanigh hen voor alsnogh te sullen gedragen omtrent het laeten vullen ende meten van de turf die hier ter stede wordt verkoght ende gelevert, ’t zij met de nieuwe geresolveerde ende aengestelde tonnen of vorige oude manden’. Besloten werd om ‘ten spoedigste ende met alle seeckerheijt te inquireren (navraag doen, caeg) in de steden Amsterdam, Edam ende Purmerend’ hoe men daar met deze nieuwe regel omgaat ‘ende naer bevinding mede alsoo hier te handelen’ (OAM 10). Maar veel haast lijkt men niet gemaakt te hebben, zo blijkt. Het was de Staten van Holland niet ontgaan, dat in een aantal steden nog geen gebruik werd gemaakt van tonnen waarvan de ‘lenghte’ en de ‘wijtte’ was voorge55


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

56

11-05-2009

10:59

Pagina 56


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 57

het bruine goud

schreven. Op 10 augustus van dat jaar 1678 noteert de secretaris van de Staten van Holland, dat de burgemeesters van Alkmaar, Hoorn, Enkhuizen, Edam, Monnickendam, Medemblik en Purmerend zullen worden aangeschreven om ‘sodanighe ordre te stellen en die voorsieninge te doen’, dat het tonnen van de turf met de voorgeschreven ton en alderspoedigsten effectivelijck ende met der daede in het werk magh werden gestelt’. Met andere woorden, stadsbestuurders maak een beetje haast met de uitvoering van het nieuwe voorschrift. De ‘aansporing’ uit Den Haag heeft blijkbaar effect gehad, want op 23 augustus komen de leden van de Vroedschap op de kwestie terug. Omdat de turftonnen in Alkmaar en Hoorn inmiddels geïntroduceerd zijn,’is vervolgens goedtgevonden ende verstaen de voornoemde Resolutie ende aenschrijvinghe te respecteren ende zulks mede binnen dese Stadt ende desselfs district te practiseren’ (OA 10) Had men tot dusver gebruik gemaakt van manden, nu werden dat dus de voorgeschreven turftonnen. Op 11 december bespreekt de Vroedschap of het dragen van tonnen in plaats van manden gevolgen moet hebben voor de hoogte van het draagloon. Het antwoord is: nee. Turfoproer De beslissing van de Staten van Holland over het vervangen van de manden door de iets kleinere tonnen, leidde mei 1678 in de Zaanstreek tot een turfoproer. Aanvankelijk kwamen voornamelijk Zaanse vrouwen in opstand, maar het oproer breidde zich uit van Oost- naar Westzaandam en verder naar Zaandijk, Krommenie en Wormer. De Staten van Holland en West-Friesland kwamen er aan te pas. Inkwartiering en ordehandhavers, een avondklok, de definitieve invoering van de nieuwe, kleinere turfmaat waren het gevolg. Negen personen werden gearresteerd waarvan er twee door de bevolking bevrijd werden. Van de overigen zeven werden er vier in Den Haag opgehangen. Als waarschuwing aan de inwoners van de Zaanstreek werden hun lichamen in Westzaandam nogmaals aan speciaal daarvoor opgezette galgen gehangen. Maar in de nacht van 19 op 20 augustus zaagden opstandelingen de galgen om en werden de lichamen op een onbekende plek begraven. Sinds die tijd hebben Zaandammers de bijnaam van Galgenzagers. Turf kan veel verbergen In de 17e eeuw was het heel gewoon, wanneer een heel gezin met een legereenheid meetrok. Tijdens een rechtszaak op 16 januari 1672 (het rampjaar) blijkt dat ene Joost la Porte uit Meenen, soldaat van een compagnie Mariniers die in de stad is gele57


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 58

gerd, twee ‘vrouwshemden’ heeft gestolen. Deze soldaat woonde in de stad, hetgeen blijkt als de Criminele rol vervolgt met ‘ende selve hembden ten sijnen huijse te brengen en aldaer op den solder onder de turf te verbergen’. De straf was niet mis. Hij wordt een half uur voor het stadhuis ‘ten thoon gestelt’, daarna ‘gedurende 25 jaar uit Hollant en Westvriesland verbannen’ en ook moet hij de gerechtskosten betalen. Een wel erg ‘dure’ diefstal (ORA 3563). Op 16 november 1684 bekennen de 19-jarige Trijntje Jans uit Amsterdam en de 13-jarige Jannetje Hendriks uit Monnickendam de diefstal van een aantal sieraden. Ze hebben o.a. kettinkjes gestolen uit het huis van Trijntje Roemers in de Kerkstraat. De spullen hebben ze bij hun peet Magdalena gebracht, die ook in de Kerkstraat woont en die de sieraden, u raadt het al, onder turf heeft verstopt. Ook het turfhok was een goede verstopplaats. Michiel Barends Lijnes heeft ‘rumoer gemaakt’ met zijn broer Benjamin. Daarbij heeft Michiel ‘met een stoel in het hondert geslagen dat de spaenders in ’t ront vlogen’. Twee stadswakers zijn er op af gegaan, waaronder Claes Pietersz Luijt, die Michiel met de nodige moeite ‘in ’t haer heeft gevat en mede genomen en int turfhok opgeslooten’. Toen hij gevisiteerd werd, bleek hij niet meer bij zich te hebben ‘dan enkele sleutels en wat geld, dogh naderhandt twee messen van hem uit de turfmollum gehaelt die hij seijt dat uijt sijn sak sijn gevallen, toen sij hem daer eerst insloten’. Waren het in 1590 soldaten die onder turf waren verborgen, in deze voorbeelden gaat het om gestolen waar. Waar turf al niet goed voor is! Turfvulsters en turfdragers in Monnickendam Tientallen mannen en vrouwen hebben in Monnickendam door de eeuwen heen het ‘ambt’ van turfvulster en turfdrager ‘bekleed’. Van de meesten kennen we alleen de naam en wat familiegegevens, maar van sommigen zijn wat bijzonderheden opgetekend geworden. Jacob Abrahams Olij

Jacob Abrahams Olij, op 2 november 1670 in de gereformeerde gemeente gedoopt, was een zoon van de uit Alkmaar afkomstige, gehandicapte (hij had maar éen arm) Abraham Adriaans Olij, weduwnaar van Aaltje Michiels uit Amsterdam (huwelijk 1661), in april 1663 in Monnickendam getrouwd met Meijnou Jacobs (24) en na haar overlijden op 6 november 1694 met Grietje Jans. Uit het eerste huwelijk werden vijf kinderen geboren. Jacob was op 8 november 1698 door het stadsbestuur als turfdrager aangesteld. Daarnaast was hij ook varkensschouwer, een soort keurmeester van deze beesten. 58


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 59

het bruine goud

Er ging in zijn leven nogal eens wat mis. Op 5 april 1704 krijgt hij een reprimande: ‘Jacob Olij, turfdrager, is aangeseijt dat sijn dronkedrinken en dobbelen sal laten ofte bij nalatigheijt van dien, dat hem de Stadt sullen uitsetten’ (OAM 34). Op7 april 1708 wordt Jacob Olij ‘boven ontboden sijnde is wel scherpelijk belast hem in toecomende beter te gedragen als voor desen en alle menschen ongestoort te laten en wel speciaal turfvulster Neeltje Claas’ (OAM 34). Dat ‘boven’ betreft de kamer van de burgemeesters in het voormalige stadhuis aan het Noordeinde. Jacob en Grietje waren sinds 1694 lidmaat van de Gereformeerde gemeente, maar Jacob had blijkbaar moeite met de daarbij behorende levensstijl. In augustus 1708 moet hij bij de kerkenraad op het matje komen. ‘Jacob Abrahams, turfdrager is na menigvuldige vermaningen ende ernstige bestraffingen en lang geoefende patience (geduld, caeg) de Heilige Tafel ontzegd om zijn gedurige dronkenschap en openbare schandalen, tot zolang hij zijn wandel betert’. Omdat hij in september 1710 ‘geen beterschap des levens heeft bewezen, maar in zijn dronkenschap en quaad gedrag volhardt’ blijft hij ‘gesuspendeert’ van de Heilige tafel des Heren. Hij mocht dus niet deelnemen aan de viering van het Heilig Avondmaal. Op 24 juni 1713 is Jacob Olij op het kerkhof begraven. Hilletje Muus

Eén van de vele turfvulsters was Hilletje Muus. Gedoopt op 13 oktober 1669, dochter van Muus Goverts en Maritje Teunis, was ze op 14 maart 1711 als turfvulster aangesteld. Zij ondertrouwde op 12 december 1693 met Machiel Hendriks

59


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 60

en na diens overlijden op 9 juli 1713 met weduwnaar Steven van Ens uit de Rijp. De laatste zou een turfschipper of schippersknecht kunnen zijn. Ook op haar gedrag was een en ander aan te merken. Het Memoriaal van de Burgemeesters meldt op 22 juli 1713: ‘Hilletje Muus, turfvulster binnen dese Stadt is aangeseijt om haar quad compartement en ’t vullen dat sij bij provisie den tijd van ses weeken haar van den dienst sal onthouden en naar verloop van die tijd weder moet versoecken in den dienst aengenomen te mogen worden, sal middelwijlen naar haar gedrag vernomen worden en soos sij ’t minst de heren burgemeesteren ofte regeeringe daarover quam te lastere, sal dan soodanige Resolutien genomen werden die haar niet smakelijck sal wesen’ (OAM 34). Op 2 september 1713 is ze weer in genade aangenomen: ‘Hilletje Muus, turfvulster, haer ses weecken om sijnde, dat sij geen turf vermogte te vullen, versoeckt wederom aengenomen te werden, is sulcks na recommandatie van haer pligt geconsenteert’ (OAM 34). Hilletje werd op 24 oktober 1738 begraven en als turfvulster opgevolgd door Grietje Jacobs Cos. Jan Willemsz (Groot) (25)

Turfdragen was een job voor lichamelijk sterke mannen. Mijn Monnickendamse voorvader Jan Willemsz heeft, waarschijnlijk vanwege zijn wat stevige of langere lichaamsbouw, in 1762 de familie de achternaam ‘Groot’ bezorgd. Hij was van december 1762 tot zijn dood in mei 1771 turf, saad- en coorndrager. Jan Willemsz. (Groot) werd op 9 mei 1723 in de Gereformeerde kerk van Beets gedoopt. Hij trouwde op 21 juli 1754 met Neeltje Adriaans (Blauw), gedoopt op 8 maart 1722, begraven in de kerk van Monnickendam op 26 april 1793, de jongste dochter van veerman Adriaan Cornelis Blauw en Eefje Claes Croos, twee Monnickendamse families, waarvan de oudste gegevens teruggaan tot begin 17e eeuw. Neeltje Blauw was op 14 januari 1747 aangesteld tot Coorn- kalk en steensetter, hetgeen haar tien gulden per jaar opleverde. Of het invloed heeft gehad weet ik niet, maar de schoonmoeder van Jan Willems, Eefje Croos, woonde op de Oudezijds Burgwal, pal naast de turfschuur van de diaconie. Evenals alle andere turfdragers was ook Jan Willemsz door de burgemeesters

60


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 61

het bruine goud

aangesteld. Zo’n job kreeg je overigens niet zo maar, die moest je kopen! In de taal van toen: er moest ‘afleggelt’ betaald worden. Voor een turf-, saad- en coorndrager was dat vijftig gulden. Deze ‘stadsambtenaren’ moesten, als vanouds, de eed afleggen: ‘Op heeden den 24e December 1762 hebben Jan Lammertsz. Rietsnijder en Jan Willemsz. Groot als nieuwgecooren Turf Saad en Coorndragers in de plaats van Adriaan Dekker en Jacob de Vries, in handen van Heeren Burgemeesteren den Eed afgeleijt en gedaan’ (OAM 36). In 1748 waren er tien Turf- en Coorndragers die samen 125 gulden per jaar van het stadsbestuur kregen. In 1762 zal dat niet veel meer zijn geweest. Beslist geen vetpot. Turfdragersgilden De grotere steden van Holland kenden turfdragersgilden. Ze bestonden merendeels uit mannen, maar vrouwen waren niet op voorhand uitgesloten. Monnickendam had geen turfdragersgilde. Daar was het inwonertal te klein voor. Waarnemen en opvolging In voorgaande eeuwen gingen veel beroepswerkzaamheden over van vader op zoon of moeder op dochter. Ook het waarnemen van elkaars functie kwam regelmatig voor. Op 9 juni 1708 krijgt Eegje Klaas, de dochter van turfvulster Neeltje Claas, toestemming om voor haar moeder turf te mogen vullen. Daartoe heeft zij in handen van president-burgemeester Sluijs de eed afgelegd. Een paar jaar later, in april of mei 1711, krijgt moeder Neeltje te horen dat haar dochter haar als turfvulster definitief mag vervangen. Moeder vraagt wel dat, als haar dochter voor haar zou komen te overlijden, zij dan vulster zal mogen blijven, anders heeft ze geen inkomen. Dat wordt goedgevonden (OAM 34). Op 24 augustus 1720 vraagt Lobbetje Jacobs de burgemeesters, of zij in plaats van haar moeder tot turfvulster aangesteld kan worden. Dat is goed en ze legt de eed van getrouwheid af OAM 34). Het is 11 juni 1729 als ‘op de voorstellinge van de heer Tijssen tot turfdraagster is aangestelt Guurtje Claas in plaats van Pieter Coijer welke overleden is en tot turfdrager aen 61


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 62

de wagthuijsen is aangestelt Cornelis Cornelisz de Graaf in plaats van Pieter Coijer welke overleden is, en sal Cornelis Cornelisz. de Graaf het turf dragen mede waarnemen voor Guurtje Claas’ (OAM 34). Pieter Cooijer was blijkbaar ziek want op 30 april 1729 wordt genotuleerd: ‘Jan Donker de Jonge versoeckt ten oorlogh te mogen dienst nemen en turf dragen ’t welk hij voor Pieter Cooijer waarneemt, soo langh als hij uijt is door een ander magh werden waergenomen, ’t welk is geconsenteert, mits wanneer vertrekt kennisse te geven’. Het gebeurde wel vaker (zie het voorbeeld van Cleijn Grietgen uit de 17e eeuw) dat een vrouw in een typisch mannenberoep werd aangesteld, maar dat een man het werk deed. Eerder noemde ik al Neeltje Blauw, die ‘tot Coorn- en Kalksetter mitsgaders Steensetter is aangestelt Neeltje Blauw in plaats van Wijnand Groot, sullende waargenomen worden door Cornelis Blauw’ (haar broer, caeg). Hillegond Nooij vraagt op 7 september 1765 of bij ziekte of ongemak haar man, Willem Heemskerk, haar werk mag doen. Is akkoord, mits dat hij raapt en niet vult. Diezelfde Hillegond is heel wat jaren als turfvulster aktief geweest. Op 25 maart 1786 ‘heeft Annetje Heemskerk versogt voor haar moeder Hilletje Nooij, dat zij in hunne plaatse een andere turfvulster mag setten, vermits zij buijten staat is, welk verzoek aan haar is geaccordeert’ (OAM 36). Vrouwen waren dus volop betrokken bij de turfvoorziening en ook bij meerdere sectoren van de arbeidsmarkt. De beroepsnamen geven het al aan: turftonsters, hekelsters, vroedvrouwen, uitdraagsters, kraamverzorgsters. Wel allemaal werkzaamheden die werden gekenmerkt door weinig scholing, karige beloning en een lage sociale status. Tja, de tijden zijn wel veranderd. ‘Turfhuwelijk’ Turfschippers, turfvulsters en turfdragers kwamen door hun werk regelmatig met elkaar in kontakt. Sommigen vonden elkaar blijkbaar zo aardig dat ze met elkaar trouwden. Op 22 april 1720 mag Klaartje Cornelis Meester, gedoopt op 28 augustus 1698, voor haar moeder Dirkje Jacobs waarnemen. (Dirkje Jacobs was op 14 juni 1692 ondertrouwd met hoedenmaker Cornelis Meester). Zo is ze blijkbaar in kontakt gekomen met een turfschipper, want op 14 december 1723 vindt de ondertrouwaangifte plaats tussen Klaartje Meester en Jacob IJsacks Streefkerk. Deze schipper uit Loosdrecht wordt in verschillende boeken regelmatig als turfleverancier genoemd. Nog in 1738 levert hij turf aan de stad en in 1742 staat hij als lidmaat van de Gereformeerde gemeente ingeschreven. Klaartje Meester wordt op 8 maart 1740 in een eigen graf begraven, grafrij 53, graf 5. Jacob Streefkerk vertrekt in 1755 naar Buiksloot. 62


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 63

het bruine goud

Bracke turf Tijdens de eeuwenlange veenvorming werd een gebied wel eens door zeewater overstroomd. Als gevolg daarvan zaten er dan later dunne laagjes onbrandbare zeeklei tussen het veen omdat zout en zwavel uit het zeewater in het veen was neergeslagen. Dat laatste was er de oorzaak van dat turf, gestoken uit zogeheten ‘brakke venen’, bij het branden een onaangename lichtkleur uitstraalde, een lijkkleur, of, zoals een schrijver uit 1737 dat noemde, een ‘doodverve’. Het is 16 december 1702 als de Heren Burgemeesters maatregelen moeten nemen tegen de turfdragers. ‘Op de Claght van verscheijdene turfschippers van buijten hier met turf comende, dat de turfdragers haar brandewijn afvorderen en bij de burgers haar turf gaan veragten en zeggen dat die brack is en dergelijke ongehoorde dingen meer’. Het heeft konsekwenties voor twee van hen: ‘Jacob Everts en Claas in ’t Oor zijn geordonneert in geen zes weecken turf te mogen dragen, alzoo zij de voornaamste zijn daar over geklaaght wort en bij aldien daar weder over haar klagten wordt gedaan van haar zullen casseeren’ (OAM 33). In gewoon nederlands: dan verliezen ze hun baan en daarmee hun inkomen. Het zou dus gaan om turf van mindere kwaliteit, maar ik denk dat de twee genoemde turfdragers geprobeerd hebben om de turfschippers in diskrediet te brengen, met als mogelijke reden dat zij hen geen brandewijn wilden geven. Volgens de ordonnantie op het turfdragen uit 1673 waren de turfschippers daartoe niet verplicht, wel een goede kwaliteit bier. Geschil over betaling van het draagloon Dat de turfdragers goed op hun centjes letten, blijkt op 10 maart 1708 als Jacob Abrahams de heren burgemeesters laat weten dat Klaas Mo(o)ij de turfdragers ‘heeft geordonneert omme de turf voor in sijn huijs te dragen, waarop de turfdragers hem hadde gewaerschout dat daar 10 duijten soude moeten betalen en dat hij daer op had gesijt, ’t is wel en nu de turf op ’t solder was, niet meer als een stuijver wilde betalen’. De turfdragers krijgen hun gelijk. Klaas Mo(o)ij moet zich aan de afspraak houden en betalen wat is overeengekomen (OAM 34). 63


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 64

Sluijckerij Het kwam al eerder ter sprake. Op allerlei manieren probeerde men de impost of accijns te ontduiken. In de taal van toen heette dat sluijcken, een vorm van smokkelen. Sluiken was het ontduiken van de rechten van in-, uit- en doorvoer. Belastingfraude dus. We moeten daarbij wel bedenken dat het in die eerste helft van de 18e eeuw, voor een groot deel van de bevolking, bijna onmogelijk was om het hoofd boven water te houden. Diefstal en smokkelen zijn niet goed te keuren, maar op z’n minst begrijpelijk onder zulke slechte economische omstandigheden. Sluiken kwam regelmatig voor, ook in het turfmetier. Verklikkers die wel een dag of langer op de uitkijk hadden gestaan(!) meldden bij het stadsbestuur, dat de turf in de tonnen door de vulster die de meting deed, te hoog was opgestapeld. Er werd dan turf uit de tonnen genomen en in turfdragersmanden gelegd, voor dat de ton officiëel gemeten was. Daarna werd de ton met andere turven uit het schip opgevuld. Sluiken in Monnickendam Ook onze Monnickendamse voorouders deden wel eens aan dat sluiken mee. Op 6 juni 1705 wordt genotuleerd ‘dat alle de turfvulsters binnen dese Stadt boven ontboden sijnde en ondervraeght op de sluijckerije van de turf haar is aangeseijt dat in toekomst Sorge moeten geven van geen meer turf te sluijcken en hebben alle aengenomen selve niet meer te doen’ (OAM 34). Uiteraard, want anders was je subiet je baantje kwijt. Misschien was het ontduiken van de voorschriften de reden, dat er toezicht werd gehouden. In 1709 bv. krijgt Pieter Jans vijf gulden voor het oppassen bij de turfpont. Dat het sluiken een kwaal van alle tijden is, blijkt op 3 november 1751. De burgemeesters van Monnickendam buigen zich over een brief die ‘hen niet al te vriendelijk was voorgekomen’. Wat was het geval. Elke stad van Holland had een gecommitteerde (vertegenwoordiger) in een soort provinciale Raad die in Hoorn was gevestigd. Voor Monnickendam was dat mr. Willem Houtingh. Hij wordt door de Burgemeesters aangesproken over een brief die deze Raad aan alle steden van Holland heeft gestuurd en daarbij een extract resolutie van 23 september met als inhoud ‘dat tot weeringe van de sluijckerijen sorge wert gedragen dat de poorten, boomen en hecken binnen de stadt Monnickendam behoorlijk werden geslooten en alle andere toegangen 64


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 65

het bruine goud

tot den voorn: Stadt bezit en voorgekoomen, en dat aan de bediendens van de Collecteurs hadden gelast het oogh te houden dat sulks na behooren geschiede en bij gebruike van dien dat daar van berichte aan haar (de heren van die raad) soude werden gegeven’. Dhr. Houtingh moet hun ongenoegen over brengen, omdat de heren burgemeesters zich gekleineerd en gepasseerd voelen. Alsof ze hun werk niet goed deden! Geschil over het lossen van de turfschepen Op 24 april 1723 is er een verschil van mening over wie en hoe een turfschip gelost dient te worden. ‘Binnengestaan sijnde de turfdragers deser Stadt dat tusschen haer verschil is ontstaen te weten tusschen de beijde ploegen van deselve turfdragers over het

lossen van de turfschepen ofte het selve voor een schip ofte voor een grijp sal sijn, soo hebben de burgemeesters verstaen en geresolveert als dat sij turfdragers ijder ploegh bijsonder schip om schip en grijp na grijp sullen lossen te weten een schip gerekent tegen 150 ton en daer boven en een grijp beneden de 150 ton, het welke sij allen aangenomen hebben haer daer na te reguleren’ (OAM 34). Niet werken op zondag De zondag is eeuwenlang een rustdag geweest. Op die dag waren noch handel, noch kermis of andere festiviteiten toegestaan. Op 21 september 1726 notuleren de heren Burgemeesters dat zij ‘hebben geordonneert aan de turfdragers dat sij niet op 65


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 66

sondag sullen mogen dragen sonder alvorens permissie van de heren Burgemeesters te hebben verkregen’ (OAM 34). Er zal voor deze ‘ordonnantie’ wel een reden zijn geweest, maar die wordt niet genoemd. Turf voor diverse werkers in dienst van de stad Portiers, boomsluiters en anderen die zich met de veiligheid van de stad bezig hielden, werden van overheidswege voorzien van turf. Dat blijkt uit de notitie van 15 november 1729: ‘de heren Burgemeesters hebben aan het waghthuijs van ’t stadhuijs laten brengen 48 ton turf, aan de Noorderpoort 30 en aan de Nieuwe poort 24 ton het welk voor de gansche winter haar is toegevoegt en gebragt’ (OAM 34).

Inhouding van turf als straf Het stadsbestuur stond in vorige eeuwen al snel klaar met allerlei strafmaatregelen, zoals bv. inhouding van loon, opsluiting etc. Er was maar weinig voor nodig om tot straffen over te gaan. Het laat iets zien van het (stands)verschil tussen enerzijds de ‘hoge heren’ en anderzijds het ‘gewone volk’, dat met name in de 18e eeuw (pruikentijd) zeer duidelijk was. De Franse Revolutie heeft, in ieder geval wat de sociale verhoudingen betreft, voor een heilzame omslag gezorgd. Het inhouden van turf werd soms als strafmaatregel gebruikt. Dat blijkt op 4 oktober 1737. ‘De Burgemeesters, geresolveert sijnde om Lammert de Dienaar vooralsnog geen turf te geven en daarvan aan de laatste kennisse te geven om redenen dat haar niet langer kunnen aansien dat Lammert soo weijnig respect voor de heren van de Regering toont...’(OAM 35). 66


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 67

het bruine goud

Lammert was een dienaar van justitie. Hij kwam uit Purmerend, werd in 1722 lid van de gereformeerde gemeente van Monnickendam. Hij heette voluit Lammert (Lambert) Gerrits Veenendaal, was getrouwd met Lijsbet Cornelis Bleus en werd op 13 september 1749 begraven in de kerk (26). Als Lambert op 12 oktober 1737 heeft verklaard dat ‘hij altijd ten dienste van de heren burgemeesters en de regering is geweest en ook altijd zal blijven, hebben Burgemeesters geresolveert om hem weder 25 ton turf te senden’ (OAM 35). De kou was uit de lucht, in dit geval letterlijk en figuurlijk. Terechtstelling Dat de turfdragers ook wel eens voor andere zaken werden ingezet, leert ons het Memoriaal van de Burgemeesters. Terwijl de klok werd geluid, de poorten en de bomen van de stad gesloten waren, werd op 12 juli 1753 Claas Calf ‘gestraft met de koorden tot dat de dood er na volgt’. Veroordeeld tot de strop dus. Calf was gevangen genomen wegens diefstal van paal- en ijzerwerk, behorende bij de Waterlandse Zeedijk. ‘De stadwagts, turf- en coorndragers, bierdragers, de boomsluiter en de stadsomroeper zullen samen een cordon rondom het schavot vormen. Alle betrokkenen hebben aan deze gebeurtenis iets meer dan een gulden verdiend’. Een behoorlijk bedrag voor die tijd (OAM 35 en de Criminele rol). Nieuw reglement voor de turfvulsters Regels kunnen verouderen en moeten soms, vanwege gewijzigde omstandigheden, aangepast worden. Zo is er halverwege de 18e eeuw een nieuw ‘Reglement 67


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 68

ofte instructie voor de gesworen turfvulsters binnen de stadt Monnickendam’ opgemaakt: Eerstelijk sullen deselve turfvulsters alles ende een ijgelijk regt doen sonder eenige gunst ofte ongunst aan iemand te betoonen, de turf wel te meten en iedere ton drie maal behoorlijk te schudden, alle de turf behoorlijk soo aan de gemenelands als stads collectboeken aangeven, alles ingevolge deed ten aanvangh van haare bediningen gedaan. En sullen voor arbeijtsloon genieten Van ieder hondert ton korte turf tot lasten van den verkooper te betalen vijf en twintig stuijvers, sijnde vier penningen van iedere ton. En van de lange turf tot lasten van den Coopers te betalen, van hondert lange turf een gulden. Van vijftig ton tien stuijvers, van vijf en twintig ton vijf stuivers, dogh minder als vijf en twintig ton van ieder ton lange turf vier penningen. Aldus gedaan en gearresteert op 19 februari 1752. Op de 8e juli 1769 is daar aan toegevoegd: ‘Is bij burg. goedgevonden dat voortaan in een turfschip geen meerder dan twee turfvulsters moeten sijn en dat de turfvulsters sig daar na kunnen regulieren en de turfschippers daarmede te vreeden moeten houden’(OAM 84). Een keur van voor 1650 schreef voor dat er twee keer geschud moest worden. Blijkbaar was dat niet voldoende (OAM 62). Nieuwe ordonnantie op de turf Een paar jaar later, in 1755, wordt er ook een nieuwe ordonnantie met betrekking tot de turf en de daarbij betrokken werkers opgemaakt, in 1769 aangevuld met nieuwe of gewijzigde bepalingen. Hier volgt de tekst. Ordonnantie op de turf en Coorn, mitsgaders Coolen en Calk dragen en lossen binnen de stad Monnickendam, d.d. 27.9.1755 art. 1 In den Eersten en Sal niemand van de burgers ende Inwoners binnen deze Stadt vermogen enige Turf ofte Coolen, mitsgaders Calk te doen ontlossen ende op te doen, ten sij het Selve door den dienst en erbeijt van de Geswooren Vulsters, Meters ende Dragers daartoe aangestelt. Geschied op de verbeurde van een Rijksdaalder boven ende betalen het Arbeijtsloon dat de vulsters ofte meters ende dragers daar aan souden verdient hebben, alles ten profijte van Armen Weesen binnen deze stadt. art. 2 Gelijk ook geene turfschippers ende verkoopers van Turf, Calk en Coolen sullen vermogen enige turf te doen heven of te lossen, ’t sij op ’t landt off in Eenige anderen vaartuijgen als alleenlijk door de voorz: vulsters, meter en dragers. Telkens op de boeten van een gulden, mede ten Profijten van de Voorz. armen. art. 3 Ende sullen de turfschippers en verkoopers ook schuldig en gehouden sijn voor het voorz. heven ofte uijtlossen van de turf uit haar schepen, schuijten ofte wagens aan de voorz 68


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 69

het bruine goud

dragers te betalen voor ieder ton turf een duijt, sonder eenig onderscheijd van wat soorten van turf het ook sij en de daar en boven gedurende den arbeijt aan deselve dragers en de vulsters nog te verschaffen nodig drinken van bequaam drie guldens bier. art. 4 Dat ook geene van deselve turfschippers ofte verkoopers nogte derselvers knegts hen niet en sullen mogen aan de turftonnen iets te raken off hen daarmede te bemoeijen tot soo lange deselve tonnen door de vulsters geheel en al na behooren sullen sijn gevult, mede op een boeten van een gulden aan de armen telkens te verbeuren. art. 5 Ende soo wanneer de voorz, turfdragers nu off te dan soude mogen sien ende verneemen dat deselve tonnen niet na behooren gevult soude mogen sijn, desselfs draagers als dan, daar over Redenen van klagten sullen mogen doen,’t sij met deselve tonnen om te hoogten ofte andersints te doen verbeeteren. art. 6 Als mede dat ook niemand sigh sal hebben te vervorderen binnen dese Stadt eenigh Coorn ofte Saats ’t sij uijt eenige Schepen ofte Schuijten, ook niet van eenige Wagens te lossen ofte af te leveren dat een quartier van een last ende daar en boven komt te importeren anders als door de voorgemelde gestelde dragers mede op een boete van een gulden als boven ter verbueren. art. 7 Item dat ook de voorseijde turfschippers ende turfverkopers geene van de voors. turfvulsters ofte turfdragers sullen mogen vergen ofte gebruijcken naar den sonne ondergangh eenigh turf te vullen of te dragen, om alle ongemak en ook vreese van Brand voor te komen. art. 8 Dat mede geene der voors. Schippers ofte verkoopers nogte ook haar knegts als ook van de dragers niets en sullen vermogen in ‘t hol van ‘t schip daar de turf ofte coolen of calk in leggen, eenige tabak te rooken off vuur te brengen om sulks te doen op de Boeten van een gulden voor den armen als boven en sal ieder van hen daar over de bekeuring mogen doen. art. 9 Sullen ook alle schippers gehouden sijn om met haar vaartuijgen soo digt aan de losplaats te vaaren als’t mogelijk is en wanneer door de droogte daar niet kunnende komen, haar turf, Coolen of Calk in schouwen over schepen om sulks te kunnen doen. art. 10 En dewijl nu en dan tussen de turfdragers ofte wel tussen de twee ploegen van turfdragers dispuijten sijn ontstaan, wanneer twee schepen turf tegelijk komen om te lossen en ‘t eene schip grooter als ‘t andere is, wat schip iedere ploegh sal moeten uijdragen, is’t van nu af aan vastgestelt dat de ploegh die het laatste schip dat is gelost niet heeft gedragen, weder het eerste schip dat aan het collectboek wert aangegeven sal moeten dragen, sonder onderschijt of hetselve een groot ofte een cleijn schip is en vervolgens beurt om beurt de schepen te lossen en sullen de schippers gehouden sijn om met het lossen soo veel spoed te maken als mogelijk is. 69


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 70

Gelijk ook mede de Coolen en Calk bij de twee ploegen dragers beurt om beurt sal werden gedaan. En sal een ieder gehouden sijn om gemelde turf, coorn, kalk en Coolendraagers voor arbeijtsloon te betalen als volgt: voor ieder ton turf een stuijver, dogh voor een ton lange turf welke soo veel als ieder te vooren heeft betaalt Voor een hoedt Coolen agt stuijvers Voor een hoedt Calk vijf stuijvers en voor een last saad om ‘t selve op een equale voet te brengen sonder onderscheijt van persoonen ofte plaats waar het selve gedragen wert een gulden twee stuijvers. Aldus gedaan en gearresteert bij de heeren burgemeesters en regeerders der Stadt Monnickendam van gemelde Stads desen 27 September 1755 (OAM 84 blz. 362-368). Verschil over de uitleg van de voorschriften Alle ordonnanties ten spijt, bleek er toch nog wel eens verschil van mening over de interpretatie van de diverse artikelen. Op 24 maart 1759 zijn er ‘klagten van een ploegh Turfdragers over rake meede confraters ter saake dat de laatste reets in ’t werk sijnde niet wilde permitteren dat de Ledigh sijnde ploegh soude gaan in een vol turfschip waar uijt mede moest gelost worden, is goedgevonden van deselve te gelasten dat sigh volgens de instructie stiptelijk sullen hebben te gedragen’ Voorts nog aan gemelde turfdragers op haar versoek geaccordeert om indien een ploeg aan het werk is of moet en een van alle uijt sijnde, dat iemand aan de andere ploeg in dat absent sijn plaats sal mogen invallen, dogh beijde ploeghen moeten de werken dat dan een ander sijn eigen post sal moeten waarnemen, maar iemand onverhoopt eens uijt de Stad sijnde en werk opkomende, sal dan voor die dag of absente wezen (beijde de ploegen werkende) een onbeedigt persoon mogen stellen en doen invallen, maar langer niet’ (OAM 36). Schudden en nog eens schudden Het is 12 mei 1764 als vijf van de nog in dienst zijnde zes turfvulsters op het matje moeten komen. ‘Grietje Kos, Lobbetje Donker, Maritje Jans, Niesje Schut en Hillegond Nooij, sijnde de sesde Wulmtje Jans indispoost, dewelke nadat een turfton was gebragt ter kamer van de heren Burgemeesters, door de bode Balck uijt name van alle Burgemeesters is geweesen hoe deselve driemaal moeten schudden en sij betuigt hebbende sulks wel te begrijpen en aannamen sulks in ’t toekomende te doen, is haar door heren Burgemeesters aangeseijt dat soos sij dat ook niet naquamen en maar in ’t minste daarvan afweeken, sijs onder eenige minste gratie van hunne bedieningen souden werden gedeporteert’ (OAM 36). Door het schudden van de ton, zakten de turven naar beneden en konden er dus meer in. Blijkbaar waren er klachten binnengekomen over een te laag aantal turven in de ton. 70


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 71

het bruine goud

Klachten Ondanks alle goede voornemens ging het toch nog regelmatig fout. Naast individuele berispingen werd soms de hele groep turfvulsters of turfdragers wel bij de burgemeesters op het matje geroepen. Zo bijvoorbeeld op 18 januari 1777. ‘De gesamentlijke turfdragers bovens geweest sijnde, sijn gereprimeert over het slegte waarneemen van haaren bediening en geordonneert haaren post in persoon waar te neemen, ’t geen alle hebben aangenoomen’. Dat gold niet voor Guurtje Claas die ‘lang voor den jaaren 1747 was aangestelt en Joris Brand die door lighaamsswakte niet in staat gekomen dat werk als nu te doen, welke beijde sijn gepermitteerd een ander te stellen mits Burgemeesters aangenaam sijnde, die dan onder deselve Eedt en verpligting sullen werden gebragt’ (OAM 37).

Een paar jaar later zijn de turftonsters aan de beurt. 10 juni 1780; ‘De turftonsters sijn gereprimeert van haar instructie in ordre na te koomen en wel te tonnen na behooren, door dies veel klagten van de burgerij aan burgemeesteren sijn voorgekoomen, op poene van Correctie na omstandigheeden van tijt en saakens’ (OAM 37). Op 8 juli 1786 krijgen ze ‘aangesegt sig in’t vullen der turf na haar ordonnantie sonder aansien van Persoonen te gedragen,’t geen sij hebben aangenomen’(OAM 38). Op 4 december 1790 zijn de heren turfdragers weer aan de beurt. ‘De turf en coorndragers sijn op gedaane klagten over hun onbehoorlijk gedrag en bediening hunner posten gereprimeerd op, poene van cassatie, zo weder eenige klagten voorquamen’(OAM 38).

71


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 72

Drie jaar later, op 18 mei 1793, moeten de dames weer tot de orde geroepen worden.’De zes turftonsters bij heeren Burgemeesters ontboden sijnde is haar onder het oog gebragt haar slegten conduites wegens het tonnen met recommandatie aan haar lieden om beter op te passen of anders van haar post te zullen worden gedemitteerd (ontslagen, caeg)‘ (OAM 39). Niets menselijks was ook onze voorouders vreemd. Dat blijkt maar weer eens uit al dit soort berichten. Turf voor de armen In de steden van de Republiek kreeg het arme deel van de bevolking hulp van de overheid en de kerk. Zij die lid waren van een kerk, werden door de diaconie voorzien in wat nodig was. De niet-kerkelijk betrokkenen werden verzorgd door de zogeheten huiszittende armenvoogden (27). De oudste gegevens van deze turfbedeling kwam ik tegen in de inkomsten/uitgavenboeken van de Diaconie 1600-1622. Al in 1603 worden namen genoemd van de armlastigen die gealimenteerd werden. Zij kregen zowel een geldelijke ondersteuning als een x-aantal manden turf. Later die 17e eeuw kwam daar vlees en linnen bij. De diaconie bedeelden ontvingen ‘maentgeld’, twee tot drie gulden per week, linnen om kleren van te maken en een x-aantal tonnen turf, variërend van 25-30 tonnen per maand. Om de winter enigszins warm door te komen werd aan het begin van de herfst en bij een strenge winter ook in februari turf uitgedeeld. In de in- en uitgavenboeken van de diakenen en de regenten (de laatsten waren verantwoordelijk voor de huiszittende armen) wordt precies bijgehouden wie en hoeveel turf door de turfdragers kreeg thuisbezorgd. De diaconie betaalde het draagloon. Ik heb eens geteld hoeveel turf er verbruikt werd in 1671. Op de turfcedul van dat jaar staat voor een half jaar bedeling een totaal van 2249 manden turf, verdeeld over 91 armlastigen. Dat is gemiddeld 24 tot 26 manden turf per persoon per winterseizoen. Het kostte de diaconie 430 guldens, 18 stuivers en 14 penningen. Veertig jaar later, in 1709, zijn de uitgaven meer dan verdubbeld. Dan gaat het om 951 guldens, 13 stuivers en 12 penningen, omdat er veel gealimenteerden waren in een economisch moeilijke tijd. Het totaalbedrag aan diaconale uitgaven was in 1709 3880 gulden. Daarvan waren de uitgaven voor de turf dus een kwart deel. Misbruik van diaconale voorzieningen De 18e eeuw was voor een groot deel van de stadsbevolking, economisch gezien, een moeilijke tijd. De diakenen hadden grote moeite om ‘uijt hare cassen de 72


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 73

het bruine goud

waare en opregte Armen onderstand te kunnen bieden alsoo het inkomen vermindert en de giften door deser swaren oorlogh en duurte van alles sooberder werden, daar de armoede dagelijks meer en meer toeneemt’. Op 15 februari 1710 wordt er daarom van hogerhand een keur opgesteld ‘tegen het bedelen aan de deuren van diegene welke broot van de Regenten genieten, alsmede tegens het verkoopen van’t selve broot, turf linnen en anders’. Men had namelijk ontdekt dat verschillende gealimenteerden, het linnen en vlees en de turf dat zij van de diaconie kregen te gelde maakten. Linnen bijvoorbeeld werd in de Lommerd gebracht en van de opbrengst werd sterke brandewijn gekocht. De bevolking werd duidelijk gemaakt dat een en ander streng bestraft zou worden. Bij een eerste overtreding zou de persoon zes weken lang ‘op water en broot’ worden gezet. Gebeurde het nog een keer dan volgde een lijfstraf en verbanning uit de stad. Niet mis dus. Turfschuur In de 17e eeuw werd jarenlang de aangevoerde turf opgeslagen op de zolder van het Tobias- of Proveniershuis dat tot 1733 achter de grote kerk stond, waar nu de oude begraafplaats is. Dat heeft in ieder geval geduurd tot mei 1693 want dan krijgt Pieter Jansz 4.9.- betaald voor het aflaten van 352 ton van het proveniershuis voor de armen à 4 penningen de ton. Eind 1693 is daar echter verandering in gekomen. Vanaf 1694 wordt er gesproken over een ‘packhuijs’ waar de turf is opgeslagen. Onduidelijk is waar dat pakhuis stond, maar uit het inkomsten- en uitgavenboek van de Diaconie valt op te maken, dat het zeer waarschijnlijk ging om een huis tegenover het proveniershuis. Verschillende posten in oktober en november van het jaar 1693 duiden daar op. Zo ontvangen de diakenen op 17 november 14.17.12 voor ‘eenigh afbreeck van hout en steen van het huijs tegenover het Proveniershuis van de Diaconie’. En Gerrit Jacobse Carlier krijgt op 1 november 26.19.- uitbetaald ‘over arbeijtsloon van timmeren aen het huijs tegen over het Proveniershuis’. Op 22 december krijgt Claas Gort 36.-.8 betaald vanwege leverantie van ‘hout wegens repareren van het huijs tegenover het proveniershuis’ en Geertje Jans Bloem, de weduwe van Hendrik Grobbe, krijgt 8.11.4 voor het leveren van spijkers voor reparatie van datzelfde huis. Ik denk dat het geen geweldige constructie was, want de uitgavenboeken maken regelmatig melding van onderhoud dat aan dat ‘packhuijs’ gepleegd moest worden. Op 3 juli 1706 maken de broeders diaconen aan de Vroedschap bekend dat de turfschuur zo bouwvallig is dat die niet meer kan worden gerepareerd en ‘dat sij ’t selve wel aan de stadt wilde opdragen’. Zij zijn bereid de verponding tot deze dag te betalen en vragen om op het lege erf naast de 2e Molensteeg een loods tot 73


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 74

turfschuur te mogen laten maken, zonder daar verponding voor te hoeven betalen zolang de oude schuur nog gebruikt wordt en daarvoor verponding wordt betaald. Dat wordt goed gevonden (OAM 34). Op 6 juli 1706 wordt besloten tot het slopen van de oude turfschuur en tot het bouwen van een nieuwe. Er is vlot gewerkt want al op 3 oktober worden een aantal mensen die hout, lood en spijkers hebben geleverd betaald voor hun diensten, alles met elkaar toch ruim 425 gulden. De nieuwe turfschuur, die aan het eind van dat jaar in gebruik werd genomen, had verpondingsnummer 196 en stond tientallen jaren op de Oudezijds Burgwal, hoek Molensteeg naast de zeepziederij van de familie De Bruijn (OAM 115). Dat is het terrein waar voorheen, achter de R. K. parochiekerk, de Sint Jozefschool stond. De turfschuur was dus over water goed te bereiken. Vanwege mogelijke diefstal werd de turfschuur ‘bewaakt’. In ieder geval was er toezicht, want in de uitgavenboeken van de diaconie worden regelmatig mannen genoemd die enkele guldens betalen krijgen voor het ‘oppassen tot de turfschuur’.

74


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 75

het bruine goud

Turf voor de grote kerk Ook in de grote kerk werd turf gebruikt. Niet als verwarming, maar, vanaf ongeveer het einde van de 17e eeuw, in de stoven van de (rijke) bezoekers. Anderen hebben daar over geschreven (28 en 29). 19e eeuw Tot zover het verhaal over de turf en turfgebruik in Monnickendam in de 16e-18e eeuw. Volledigheidshalve schets ik kort nog enkele ontwikkelingen in 19e eeuw en sluit af met turfwinning in de eerste helft van de 20e eeuw. * De Franse revolutie (1795-1813) bracht in allerlei opzicht een grote ommekeer. Eén van de activiteiten van de zogeheten Representanten van het Volk, die in elke stad de zeggenschap kregen, was een zuivering. Alle mannen en vrouwen die blijk hadden gegeven aan de kant van het Oranjehuis te staan, werden uit hun ambt gezet. Dat lot trof ook drie turfdragers: Hendrik Kleijse, Gerrit Cornelis Nooij en Joris Brand. * Tot aan de Franse tijd werden de turfvulsters en turfdragers door het stadsbestuur aangesteld. Maar nu kon je naar deze post solliciteren. Het lot wees dan de gelukkige(n) aan. * Ook is er sprake van vervangers, substituut turfvulsters/turfdragers genoemd. Je zou het een soort oproepkrachten kunnen noemen. Velen begonnen als substituut, maar werden na één of meerdere jaren tot turfvulster of turfdrager aangesteld. Deze ontwikkeling is gebleven tot de jaren zeventig van de 19e eeuw. Op 10 december 1818 werd er nog een nieuwe ordonnantie op de stedelijke turfvoorziening van kracht, bestaande uit 15 artikelen. * De hoogte van de turfimpost was in de 19e eeuw wisselend. Na het vertrek van de Fransen kwam er boven het plaatselijke bestuur een provinciaal bestuur dat in Hoorn zetelde. Het stond onder leiding van een gouverneur. In de verslagen 75


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 76

van B&W van Monnickendam zie je dan ook op een groot aantal terreinen een toenemende invloed ontstaan vanuit de provincie. Zo ook voor wat betreft de inkomsten. Niet alleen de stad streek belasting op (opcenten), ook het rijk, vertegenwoordigd in de provincie, deed dat.

* Gaandeweg de 19e eeuw wordt de turf meer en meer vervangen door kolen. Maar de turfvoorziening is nooit geheel opgeheven. De stadsschool van meester A. L. Schmidt had in 1846 hout en turf voor de kachel nodig. Ondanks de opkomst van kolengebruik en gas, bleef turf lange tijd dé brandstof voor kleine bedrijfjes. De accijns op de turf werd in 1863 afgeschaft. In het weeshuis werd nog lange tijd op turfvuur gekookt. Pas in de tweede helft van de 19e eeuw komt de gasvoorziening op gang, zoals ik mijn artikel vorig jaar heb laten zien. Ook de diakenen van de Hervormde Kerk hebben tot ver in de 19e eeuw aan de armen van de kerk turf uitgedeeld. Schipbreuk Eén verhaal wil ik u niet onthouden. Op 18 juli 1845 krijgen B&W van Monnickendam het volgende bericht vanuit Haarlem: ‘Op gister heeft zich aan mijn bureau vervoegd eenen schipper, zich noemende Willem Goossens, die heeft verhaald dat hij met zijn tjalkschip varende van Zwartsluis en bestemd naar Leiden, in de nacht van de 16 op den 17 dezer, langs de kust houdende en gekomen op de hoogte van Harderwijk een noodgeschrei om hulp hoorde, dat hij eerstens, niet wetende van waar die noodkreet kwam, eindelijk na her76


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 77

het bruine goud

haald pogen, een scheepje ontdekte dat volgens het zeggen van de zich daarop bevindende equipaadje (bedoeld zal zijn equipage-scheepsbemanning, caeg) een zwaren lek had bekomen, dat hij dienvolgens vrouw en kinderen van dat vaartuig op zijn schip heeft overgenomen en een knecht van zich op het zinkend schip heeft doen overgaan, teneinde mede te helpen om het zelve boven water te houden, dat hij toen dit schip met een tros op sleeptouw heeft genomen en vernemende dat het schip naar Edam was bestemd, met een lading turf, derwaarts heeft koers gezet ten einde hetzelve aldaar binnen te brengen. Dat hij hierin echter niet heeft mogen slagen, maar dat het aan hem desalniettemin gelukt is het scheepje te loodsen tot binnen de haven uwer stad. Het geredde schip zou zijn een Blokzijler jacht en hoewel hij de naam des schippers niet met zekerheid durfde te geven, meent hij dat deze zou zijn Hilpert van Veen. Genoemde Goossens die geene geldelijke belooning der schipbreukelingen verlangt, maar schijnt te wenschen dat hij voor deze menslievende daad eene vereerende onderscheiding mogt ontvangen, zal zich dezer dagen bij zijn terugkomst van Leiden bij UE aanmelden, opdat van het gebeurde acte worde genomen. (22) (...) De schipper Goossens zal eertsdaags te Monnickendam komen. Mijn wensch en verzoek is dat UE van het geheele geval, na gehoord van partijen een proces verbaal gelieve op te maken en mij toezenden’. Ondertekend door de gouverneur van de provincie. Omdat ik de naam van Veen als schipper was tegengekomen als leverancier van turf aan o.a. de diaconie, kon ik achterhalen dat de ongelukkige schipper niet Hilpert maar Hilbert van Veen heet, rond 1796 in Blokzijl geboren, in juni 1825 te Blokzijl getrouwd met Marritje Spijker en na haar overlijden in 1837 met Geesje Dam uit Blokzijl. Uit het eerste huwelijk was rond 1826 éen zoon geboren, Jan van Veen, evenals zijn vader schipper en in Monnickendam regelmatig als leverancier van turf genoemd. Hij trouwde op 3 maart 1859 in Blokzijl met Lummigje Schuite en na haar overlijden voor de tweede keer op 14 juli 1861 in Monnickendam met de 22-jarige Anna Geertruij Drost uit Hasselt De van Veens waren een echte schippersfamilie. Jan zelf, zijn broer Pieter, zijn vader Hilbert en diens vader Jan Hilberts, ze waren allemaal met het water vertrouwd. Het verhaal is nog niet af. Dhr. Boerlage, ontvanger van de stedelijke accijns van Monnickendam, heeft een gesprek gehad met schipper Hilbert van Veen over het gebeurde en schrijft aan B&W: ‘dat schipper van Veen, met turf beladen in de nabijheid dezer stad is gezonken en zijn lading gedeeltelijk door andere schuiten, gedeeltelijk door hem zelf is ingevoerd geworden. Dat bij de ontlossing gebleken is, zijne lading door het zeewater voor het oogenblik onbruikbaar is geworden en veel in waarde heeft verloren. Dat intusschen naar men mij geïnformeerd heeft, deze turf tot een prijs verkocht is geworden, welke circa met de helft der waarde, indien dezelve als gewoonlijk was aangevoerd, gelijk staat en deselve allerwaarschijnlijkst door de kooper, na deselve gedroogd en zoo mogelijk 77


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 78

bruikbaar gemaakt te hebben, tot brandstof zal worden gebezigt. Om welke redenen ik de vrijheid neem Uwer te adviseren in zoo verre het verzoek van voornoemde schipper Hibert van Veen te wijzingen, dat hij voor de lading turf zal betalen de helft der gewone accijns, bedragende behalve het tonnegeld en zegel 6 en 3/5 ct per ton’. De 20e eeuw. Einde van de turfwinning Rond 1900 was de voorraad Nederlands veen merendeels opgestookt, al waren er hier en daar nog wel kleine gebieden over. De kolenproductie (Limburgse mijnen) verving de turfwinning, met uitzondering van de jaren tijdens de eer-

ste Wereldoorlog. Toen kwam, mede veroorzaakt door een gebrekkige kolenaanvoer, de turfwinning weer enigszins op gang. Dat loonde omdat men, in plaats van het handmatig turfsteken, overgegaan was op machinale winning, waarbij de opgebaggerde turf meteen werd geperst en gesneden. Ook in de tweede Wereldoorlog, met name tijdens de Hongerwinter van 1944/1945 werd er, zij het op beperkte schaal, in Monnickendam en elders gebruik gemaakt van turf als energiebron. Meer daar over aan het eind van dit artikel. Rond 1960 was het echter voorgoed afgelopen met de turfhandel en de turfvaart. Steenkool was de gangbare brandstof geworden, terwijl vanaf 1963 het aardgas zijn intrede deed. Het ‘bruine goud’ maakte plaats voor olie, het ‘zwar78


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 79

het bruine goud

te goud’. In 1980 werd ten oosten van Emmen de laatste commerciÍle veenderij gesloten (30). Toch verdween deze brandstof niet geheel Voor verwarming van de woningen en het stoken van de ovens bij de talrijke bakkers in Monnickendam werd gebruik gemaakt van lange en harde turven, talhoutjes, briketten en sporadisch steenkolen. De turfschepen van Winkel, Nieuwenkamp en Former voeren af en aan (31). Monnickendam over water slecht te bereiken De schippers die Monnickendam aandeden, hadden het vaak moeilijk om met hun diepliggende schepen de haven van Monnickendam binnen te komen (32). Dat was ook voor de aanvoer van de turf wel eens een probleem. Immers, vanwege hun lading lagen turfschepen diep in het water, waardoor zij gemakkelijk vastliepen in het ondiepe water van de voorhaven. Dat overkwam bijvoorbeeld

turfschipper Althusius. Op 7 mei 1906 meldden de havenberichten dat hij zijn vracht niet kon lossen, omdat hij met zijn boot niet minder dan 11 uur aan de grond heeft gezeten. Hetzelfde overkwam schipper Jan Winkel nog geen twee weken later op 18 mei. Terwijl de meeste gebouwen en huizen, via gas, op electriciteit overgingen, vinden we in de inkomsten en uitgavenboeken van de diaconie,ook in de 20e eeuw, nog steeds de aankoop van turf voor de door hen bedeelde mensen van de kerk. Ook in het Diaconiehuis aan de Kerkstraat, werd nog lange tijd turf gebruikt, o.a. voor het verwarmen van de ketel waarin kleding werd gewassen. Verveners in de 20e eeuw Verschillende Monnickendammers hielden zich met de ontvening van de polders van Waterland bezig. In de Monnickemeer was turfsteker Kees Beets actief. Roel Wesseling uit de Tuinstraat 7 was vanaf 1932 turfsteker in de Volgermeerpolder. Anders dan in de andere polders gebeurde dat met behulp van een stoombaggermolen. Wesseling behoorde namelijk tot een maatschap die een 79


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

11-05-2009

10:59

Pagina 80

baggermolen in bezit had.Andere turfwinners moesten zo’n machine huren. Wesseling verkocht zijn turf alleen aan de groothandel. In 1952 was de turfwinning, waaronder die in de Volgermeerpolder, vrijwel voorbij. Door de verschijning van de oliekachel was de belangstelling voor turf minimaal geworden.

Dirk van Geemen Een man die zich op meerdere fronten verdienstelijk heeft gemaakt voor de stad, o.a. als wethouder, was Dirk van Geemen. Hij werd op 3 oktober 1900 in Sloten geboren, zoon van bouwboer Tijmen van Geemen die in de IJpolder onder Sloterdijk woonde. Op 13 november 1919 trouwde Dirk in Watergraafsmeer met Grietje Poen, aldaar geboren op 9 augustus 1899. De twee hadden elkaar tijdens een begrafenis van een wederzijds familielid leren kennen. Er werden zeven meisjes en vier jongens geboren. Anno 2009 zijn er nog vier dochters in leven. In 1922 verhuisde het paar naar Monnickendam en betrok een woning aan het Zuideinde, nr. 16, eigendom van grootvader van Geemen. Maar blijkbaar trok de wijdte van het open veld, want een paar jaar later werd Overleek hun domicilie. Zij woonden een jaar of acht aan de Overlekergouw, waar nu de boerderij van de familie Cees Borst staat. Dirk begon daar met het turfsteken, want op Overleek was nog veel veengrond. Best een zware klus, want alles moest met de hand gebeuren. Om bij de veengrond te komen, moest eerst circa een halve meter gegraven worden. Daartoe werden de graszoden en de zich daaronder bevindende teelgrond verwijderd, maar later weer gebruikt om de ontstane put dicht te maken. De veengrond werd eerst egaal gemaakt door er met klompen, met daaronder een vierkant stuk hout, over heen te lopen. Een werkwijze die blijkbaar de eeuwen heeft doorstaan. Immers ook in de voorgaande eeuwen werd er op die manier gewerkt. Vervolgens gebruikte van Geemen een balk met spijkers die over de platgemaakte grond werd getrokken. Daarmee werd de juiste maat van de turf aangegeven. Met een speciale schop werd de turf gestoken en daarna gedroogd, waarbij hoopjes van 21 turven werden gevormd: de onderste laag telde er 6, daarboven op 5, vervolgens 4, 3 ,2 en 1 turf. Tijdens het drogen moest de turf gekeerd worden, waarbij ook de kinderen werden ingeschakeld. ‘Koppen keren’ heette dat. Daarna werden de turven in manden gedaan. 80


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

07-05-2009

10:44

Pagina 81

het bruine goud

Rond 1930 verhuisde het gezin van Geemen (er waren inmiddels zes kinderen geboren) weer naar het Zuideinde 16. Daar kon de turf worden opgeslagen. Die werd eerst zorgvuldig geteld en vervolgens in juten zakken gedaan. Mensen uit de stad konden die turf kopen. Van Geemen adverteerde met advertenties als: ‘Moeite met kachel aanmaken? Nog steeds af te geven prima DROGE AANMAAKTURF, f 1,20 de 100 franco thuis’. Je kon ook telefonisch bestellen, want de familie Van Geemen had telefoon: Monnickendam numer 90. Eén keer per week ging vader van Geemen, vergezeld van een knecht, met paard en kar naar Volendam om turf te verkopen. Tijdens de 2e Wereldoolog kreeg Van Geemen van de pastoor van Volendam een lijstje met namen die erg arm waren. Vermoedelijk op kosten van de kerk van Volendam moest hij daar turf bezorgen. De Volgermeer in beeld Rond 1939, 1940 kwam de Volgermeer in beeld. Daar werd veel zwaardere turf gestoken, hetgeen als gezegd veelal machinaal gebeurde. Wat wel met de hand moest gebeuren was het ‘koppen keren’ en het vullen van de manden. De turf werd met de boot naar Monnickendam gebracht, opgeslagen en vanuit het huis aan het Zuideinde verkocht en/of thuis bezorgd. De turf uit de Volgermeerpolder was duurder, maar ook veel zwaarder dan die op Overleek was gewonnen. Ze brandde langer en gaf meer warmte. Er zijn aardige verhalen opgetekend over die tijd, die ik hier niet zal herhalen (33).

81


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

07-05-2009

10:44

Pagina 82

Kerkelijke betrokkenheid Naast dit toch best zware handwerk was Dirk van Geemen ook op het kerkelijke erf actief. Op 25 maart 1923 was hij bevestigd als lidmaat van de Hervormde Gemeente van Monnickendam. Zijn vrouw Grietje volgde hem op 10 december van dat jaar. Op 4 april 1928 werd Dirk tot diaken gekozen. Dat betekende betrokkenheid bij de zorg van de zogeheten gealimenteerden. Mensen die door de diakonie werden ondersteund met geld, levensmiddelen en brandstof. De diakenen hadden ook de zorg voor de ouderen, die in het Diaconie oude mannen en vrouwenhuis aan de Kerkstraat 33 waren ondergebracht. Op 22 december 1830 stelde van Geemen voor om de vergaderkamer van de diakenen in het Diaconiehuis in te richten als huiskamer, voor wat toen nog genoemd werd, de ‘oudjes’. Niet altijd zat van Geemen op dezelfde lijn als zijn vijf mede-diakenen, zo bleek in januari 1931. Uit hun midden werd elk jaar een soort ‘dagelijks bestuur’ gekozen, maar van Geemen was het daar niet mee eens. Daardoor ontstond er enige tijd een ietwat gespannen situatie, maar tot een breuk heeft zijn ‘tegenstem’ niet geleid. Tijdens de vergadering van 7 april 1931 deed hij het voorstel om via advertenties meer verpleegden in het huis te krijgen. De anderen voorzagen echter problemen door een te grote toeloop, terwijl de capaciteit van het huis beperkt was. Van mond tot mond reclame zag men als een beter middel. Op 5 december 1931 laat van Geemen merken dat hij het niet eens is met de jaarlijkse donatie uit de diaconiekas voor de vereniging ‘Eendracht maakt macht’. ‘Dat is geen kerkelijke organisatie’, zo was zijn oordeel en had dus geen recht op steun uit de kas. In de boeken waarin de ontvangsten en uitgaven van de diaconie werden genoteerd en de jaaroverzichten, kwam ik geen afzonderlijk post tegen, waarin deze vereniging werd genoemd. Mogelijk viel de bijdrage onder het kopje ‘onvoorziene uitgaven’ of iets dergelijks.

82


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

07-05-2009

10:44

Pagina 83

het bruine goud

Van Geemen regent van het weeshuis November 1936 werd van Geemen regent van het weeshuis. Daar was wel een en ander aan voorafgegaan. In het jaarboekje 2005 schreef ik op pagina 162: ‘Een machtsstrijd tussen regenten van het weeshuis, de commissie van toezicht op de boerderij en de kerkenraad is aanleiding voor de regenten J. Oosterveld, J. J. Punt en Jb v.d. Geer om hun ontslag in te dienen. Aan een jarenlang sluimerend conflict komt voorlopig een einde’. De Kerkenraad had nog wel een verzoeningscommissie in het leven geroepen, waar Dirk van Geemen, naast Ds. v.d. Does en R. Doornenbal deel van uitmaakte, maar de breuk was niet meer te helen. Vervolgens werden de broeder C. Ubbels, R. Doornenbal en Dirk van Geemen op 19 december 1936 door de Kerkenraad als nieuwe regenten van het weeshuis aangesteld. Dhr. van Geemen is ook nog een aantal jaren ouderling geweest, in ieder geval was hij dat in 1946. Turf in de tweede wereldoorlog De laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog waren niet gemakkelijk. De oudere lezers herinneren zich ongetwijfeld nog de Hongerwinter. Van Geemen ging in 1944 dan ook regelmatig met een boot vol turf naar de Wieringermeer om die turf te ruilen voor voedsel, waar een aantal mensen mee geholpen konden worden. Omdat dhr. van Geemen ook bij het verzet zat, is het niet onmogelijk dat met diezelfde boot, verborgen onder de turf, ook wapens werden gesmokkeld. Ik zei het al een paar keer eerder: ‘waar turf al niet goed voor was’! Een ernstig ongeluk Een droevig incident vond enkele maanden voor het einde van de oorlog plaats. De boot waarvan de motor moest worden gestart met lucht, die in een soort cylinder werd afgeleverd, werd klaargemaakt voor een nieuwe reis naar de Wieringermeer. Helaas werd er, in plaats van lucht, een cylinder met zuurstof geleverd, waardoor bij het starten de motor uiteen spatte. Daarbij kwam een personeelslid van de boot, dhr. Piet Klein, om het leven. Hij was nog maar kort tevoren getrouwd en had een zoontje. En dat, terwijl alle moeite was gedaan om Klein uit handen van de Duitsers te houden, waardoor hij niet in Duitsland tewerkgesteld kon worden. Simon Brinkkemper Over tewerkstelling in Duitsland gesproken. Uit Monnickendam werden heel wat jongens, met name uit de middenstandsgezinnen, naar Duitsland weggevoerd, om daar in fabrieken te werken. Simon Brinkkemper bijvoorbeeld, een jongen uit een Rooms-Katholieke familie, werd door de Duitsers als kraanma83


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

07-05-2009

10:44

Pagina 84

chinist te werk gesteld op een staalfabriek in of bij Straatsburg. Maar binnen enkele maanden had hij TBC opgelopen en werd hij op de trein gezet, terug naar huis. Hij kwam in Amsterdam aan, waar hij, meer dood dan levend, op straat neerviel. Goedwillende mensen hebben hem naar Monnickendam gebracht, waar hij enkele jaren werd verpleegd en de oorlog overleefde dank zij de hulp van zijn goede buren, de familie Van Geemen (34). Gaarkeuken Nog op een andere wijze was de turfvoorziening van Van Geemen in de oorlog van belang. In 1944 kreeg Monnickendam, net als Purmerend een gaarkeuken. De kolenvoorraad was echter minimaal en de gasvoorziening werd in november 1944 helemaal stil gelegd. Ook was er geen water en elektriciteit. Men moest zich behelpen met de eigen kachel of een noodkacheltje. Alles wat maar wilde branden werd gebruikt: hout, karton, hout van bomen. En, jawel, de veenderij van Dirk van Geemen zorgde geregeld voor turf om de gaarkeuken op gang te houden (35). Herinneringen Dirk van Geemen was 74 jaar, toen hij op 13 november 1974 (zijn 55e huwelijksdag!) in Monnickendam overleed. Zijn vrouw volgde vijf jaar later op 3 december 1979. Beiden zijn begraven op de begraafplaats achter de kerk. Voor zijn verzetsactiviteiten is hij postuum geridderd met het verzetsherdenkingskruis. Op de gevel van zijn huis aan het Zuideinde nummer 16, de huidige groentewinkel van de fam. Schaap, had Dirk van Geemen de woorden laten aanbrengen: ‘Onder druk verkregen’, met een verwijzing naar een tekstgedeelte uit de bijbel, Deuteronomium 25: 17-19. ‘Vergeet het niet’. In de NBV-vertaling luidt dit gedeelte: ‘Vergeet 84


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

07-05-2009

10:44

Pagina 85

het bruine goud

niet wat de Amalekieten u hebben aangedaan tijdens uw tocht uit Egypte. Toen u uitgehongerd en uitgeput was, hebben ze gewetenloos, zonder enig ontzag voor God, de achterhoede overvallen, waar de zwaksten zich bevonden. Vergeet het niet! De uitleg van dit, op het eerste gezicht wat merkwaardige tekstgedeelte is, dat het woestijnvolk Amalek, dat het zwakkere deel van Israel, op weg naar het beloofde land aanviel (u kunt het lezen in Exodus 17), model staat voor Nazi-Duitsland van de Tweede Wereldoorlog. Nederland onder druk en bevrijd. Deze boodschap heeft dhr. Van Geemen voor het nageslacht ‘zichtbaar’ willen bewaren. Terecht: vergeet het niet! (36). Slot Met het verhaal over Dirk van Geemen en zijn familie sluit ik mijn verhaal over de turfverwerving en verwerking in Monnickendam af. Ik heb geprobeerd u een kijkje te geven in het leven van onze voorouders, hoe zij zich warm moesten houden en hun potje moesten koken met behulp van een turfvuur. Hoe de nijverheid in Monnickendam gebruikmaakte van turf, hoe het armere deel van de bevolking afhankelijk was van hen die wat meer te verteren hadden. Nu is turf alleen nog een bezienswaardigheid in een museum. Maar ons land vertoont tot op de dag van vandaag de sporen van een bedrijvigheid die eeuwenlang heeft plaatsgevonden: het ontginnen van gronden om het ‘bruine goud’ te kunnen gebruiken voor de genoemde doeleinden. In 1871 schreef J. H. Swildens in zijn Vaderlandse A-B boek voor de Nederlandsche jeugd: Turf is vaderlandse brand, stook haar niet teveel. Van den grond waarop gij woont is de turf een deel. Hij kon dat in zijn tijd zo nog zeggen. Vandaag moet het woordje ‘is’ in de laatste regel, vervangen worden door ‘was’! Immers turf als brandstof is, ook in Monnickendam, voorgoed verleden tijd? Ds. C.A.E. Groot cae-grootAzonnet.nl

___ Naschrift Aangezien de schrijvers in het jaarboek van de vereniging Oud Monnickendam gehouden zijn aan een bepaalde omvang van hun artikel, heb ik helaas niet alle door mij gevonden informatie in het artikel kunnen opnemen. Hieronder drie bijlagen met daarin respectievelijk alle turfdragers, turfvulsters en de leveranciers en/of turfschippers die in Monnickendam actief zijn ge-

85


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

Ds. C.A. E. Groot, auteur van dit artikel

86

07-05-2009

10:44

Pagina 86


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

07-05-2009

10:44

Pagina 87

het bruine goud

weest. Voor de geïnteresseerden wil ik hier gaarne verwijzen naar de website van de vereniging Oud Monnickendam: ‘www.oudmonnickendam.nl’ waar het complete artikel, dus inclusief alle bijlagen, te raadplegen is. U kunt het vinden door bij de knop ‘archief’ de zoekterm ‘turf’ in te typen. Met dank aan de dochters van Dirk van Geemen, die mij aan informatie over hun vader hebben geholpen. Dank ook aan de medewerkers van het Waterlandsarchief in Purmerend, die heel wat dozen en stukken uit het depot naar de studiezaal hebben gedragen v.v. en waar ik altijd een beroep op kon doen. In het artikel worden de volgende afkortingen gebruikt: OAM – Oud Archief Monnickendam dat loopt tot 1814. Het nummer betreft het boek dat in het Waterlandsarchief te Purmerend bewaard wordt. OM – Jaarboekje van de vereniging Oud-Monnickendam + jaar. NAM – Notarieel Archief Monnickendam, in depot te Purmerend. ORA – Oud-Rechterlijk Archief, in depot te Purmerend. Noten 1. Dhr. Goof Buijs heeft in 2006 en 2007 lezingen voor Areòpagus gehouden over het onderwerp ‘Turf in Waterland’. Daarbij zijn mensen aan het woord geweest, die nog uit hun eigen leven konden vertellen over de turfproductie in de eerste helft van de vorige eeuw. Mijn verhaal is wat breder van opzet. Het begint in de 16e eeuw en besteedt in beperkte mate aandacht aan de 20e eeuw. 2. Verschillende uitdrukkingen herinneren nog aan deze brandstof. Van een klein kind zeggen we wel, het is nog maar een paar turven hoog. Turven is ook een manier van tellen, waarbij voor elke eenheid een verticaal streepje wordt gezet en voor elke vijfde een diagonaal streepje dwars door de vier anderen heen. Die in het veen zit, ziet op geen turfje – die overvloed heeft, kan veel verteren. Een andere uitdrukking voor slaan is ‘er op los turven’. In andermans veen is het goed turven – men springt royaler om met het bezit van anderen dan met eigen bezit. Daarnaast kennen we de mars en het lied ‘Turf in je ransel’ en in 1980 hadden we de popgroep ‘Turf’. 3. Als voorbeeld de Vroedschapresolutie van 2 november 1692. 4. Johannes le Francq van Berkhey in: ‘Natuurlijke historie van Holland’, 1771 5. Landschap in delen, H. J.A. Berendsen blz. 204 6. Jaarboekje Waterland 2006-2007, blz. 31. Uitgave Waterlandsarchief Purmerend. 7. Turfwinning in Waterland, H. P. Moelker, Europese Bibliotheek Zaltbommel 1983. 8. Vervening en turfwinning in de Zaanstreek, deel 1 en 2, A. van Braam, resp. 1997 en 1999. 9. De Veenhoop, G. J. Borger, Zaal Boeks 1975 Amsterdam. 10. ‘De veenkolonie Veenendaal. Turfwinning en waterstaat in het zuiden van de Gelderse vallei, 1546-1653’, Zutfen 1956

87


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

07-05-2009

10:44

Pagina 88

11. Jaarboek Centraal Bureau Genealogie 1993 blz. 200vv. 12. De Chauken (Chauci) waren aan het begin van onze jaartelling een Germaanse stam in het noorden van Duitsland. Ze zwierven rond tussen de Eems en de Elbe maar werden ook regelmatig gesignaleerd rondom het Flevomeer. Het werk Historia Naturalis, geschreven vanaf ca. 70 na Chr. bestaat uit 37 boeken waarin Plinius alle hem bekende feiten en feitjes heeft verzameld om een zo compleet mogelijk beeld te schetsen van de toen bekende wereld. Daaronder ook een verslag van zijn reis naar het toen nog onbekende noorden van de lage landen. 13. Ons voorgeslacht, W. J. Hofdijk deel 4 blz. 177, 178, Leiden 1874. 14 Turf uit Amstelveen, 1996, uitgave van de Vereniging Historisch Amstelveen. 15. Dr. J. L. van der Zanden in ‘Tijdschrift voor geschiedenis’ nr. 110 (1997) blz. 484vv. 16. Jaarverslag Oud-Monnickendam 1988 blz. 36, 37 17. Jaarverslag Oud-Monnickendam 1984 blz. 33 en 53 18. Jan Adriaenszoon Leeghwater werd in 1575 in de Rijp geboren. De naam Leeghwater (leeg betekent laag) nam hij aan in 1605 vanwege een octrooi op de door hem ontwikkelde duikerklok. Hij was niet alleen molenaar en waterbouwkundige, maar ook klokkenmaker, tekenaar en dichter. Als klokkenmaker maakte hij o.a. het speelwerk voor de Amsterdamse Zuider- en Westerkerk. Ook buiten de landsgrenzen was hij een bekend figuur. Leeghwater is de man van het droogleggen van de Beemster (1612), Purmer (1622) Wormer (1626) en de Schermer (1635), samen goed voor zo’n 20.000 hectare grond. Ook voor de Haarlemmermeer had hij in 1641 een plan opgesteld. Maar in de 17e eeuw durfde men de drooglegging daarvan niet aan. Dat zou pas in 1852 gebeuren. Leeghwater overleed in 1650 te Amsterdam. 19. Een aantal van zulke turfschuren zijn bewaard gebleven. Ze worden voor allerlei gelegenheden gebruikt, zoals bv. een trouwlocatie, het onderkomen van een scoutinggroep etc. Zie internet. 20. Een ‘bok’ is een platboom-vaartuig waarmee o.a. veen, turf, modder en stadsvuil werd vervoerd. 21. Oud Archief van Monnickendam nr. 220, blz. 97, 101, 102, 131 en 132. Dhr. Appel noemt deze gebeurtenis in zijn boekje over ‘De slag op de Zuiderzee blz. 43. Walburgpers, Zutfen, 1973 22. Meer over het rampjaar in het jaarboekje 1980, blz. 17vv. Zie ook: ‘De Republiek dl. 2, Jonathan I. Israel, blz. 905vv. Op blz. 910 wordt melding gemaakt van onrust in Monnickendam, op blz. 915 melding van het afzetten van twaalf regenten. Dhr. Appel noemt in het jaarverslag 1980 blz. 43 hun namen. Van de 460 regenten in Holland werden er in 1672 maar liefst 130 vervangen als politiek ongewenst! 23. Onder vreemde heren. De republiek der Nederlanden 1672-1674, mr. J den Tex, blz. 85. 24. Dhr. Appel noemt in zijn boekje over ‘De slag op de Zuiderzee’op blz. 40 een Jacob Cornelisz Olij uit Hoorn. Het zou familie kunnen zijn van de vader Jacob Abrahams Olij die immers uit Alkmaar kwam. Volgens een bericht in OAM 60 d.d. 13.7.1638 heeft hij Turkije gevangen gezeten en is door betaling van 50 gulden losgeld vrijgekomen. 25. Zie verder Jaarverslag 1995 blz.110 vv.

88


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

07-05-2009

10:44

Pagina 89

het bruine goud

26. Zijn zoon Gerrit Lammerts Veenendaal was een kleine tien jaar weeshuisvader, zie het jaarboekje 2003, blz. 188 27. Meer over het armoede-vraagstuk in de jaarboekjes 1978 blz. 29vv;1993 blz. 50vv en 2001 blz. 127 en 128. 28. Dhr. G. Verloop heeft acht boekjes uitgegeven onder de titel:’Rondom het grote orgel van Monnickendam’ Daarin is veel informatie verwerkt over het turf gebruik in de grote kerk. Met name over turf die in de stoven werd gebruikt. 29. Enkele gegevens van dhr. Verloop vind u terug in het boek van dhr. H. Voogel: ‘De grote kerk van Monnickendam’, blz. 55 en 56. 30. In het uiterste zuidoosten van Drente, tegen de Duitse grens, ligt het hoogveenreservaat Bargerveen, ca. 2000 hectare, éen van de weinig overgebleven hoogveengebieden in Nederland. Veel zeldzame en bedreigde planten en dieren leven in dit gebied. Het Industriëel Smalspoormuseum te Erica heeft een origineel spoor door een hoogveengebied. 31. J. Veltrop, ‘Herinneringen aan Oud Monnickendam’, blz. 85 32. Zie bv. OM 1991 blz. 80,81 en 1992 blz. 87-96. 33. Hoe het de verveners in die tijd verging, bv. het slapen en tijdens de schafttijd, leest u in het boek: ‘Gifpolder Volgermeer’ blz. 39 en 40, zie ook de boekenlijst. 34. Van Monnikenwerk naar parochiekerk, D. Brinkkemper e.a., blz. 132 35. Jaarboekje OM 1999 blz. 173. 36. Huizen en gevelstenen in Monnickendam, H. Voogel, blz. 93. Geraadpleegde historische bronnen Vroedschapresoluties vanaf 1572 tot de Franse tijd. Memorialen van de burgemeesters vanaf 1692 tot 1795 (Franse tijd). Notulen van de Representanten van het volk, vanaf 1795 tot ca. 1814. In- en uitgavenboeken van de stadsthesaurier, 16e, 17e, 18e eeuw. In en uitgavenboeken van de diaconie, 17e-20e eeuw. In en uitgavenboeken van de kerkvoogdij (17e-19e eeuw). In en uitgavenboeken van het weeshuis (17e-19e eeuw). Notities uit de notulen van B&W en gemeenteraad van Monnickendam, vanaf ca. 1816. Notulen boeken van de Diaconie van de Hervormde Kerk vanaf 1830. Notulenboeken weeshuis 19e en 20e eeuw. Ingekomen brieven bij B&W Monnickendam tot 1860. Jaarboekjes Oud-Monnickendam 1975-2008. Criminele rol Monnickendam tot 1795

89


VOM_jaarboek09_hetbruinegoud:M'damboek

07-05-2009

10:44

Pagina 90

Boeken * De economische betekenis van de turfwinning in Nederland, P. van Schaik, in ‘Economisch jaarboek’ nr. 32 (1969) blz. 142-205 en nr. 33 (1971) blz. 186-235. * Vier eeuwen turfwinning, M.A.W. Gerding De vervening in Groningen, Friesland, Drente en Overijssel tussen 1550 en 1950. Utrecht 1995. * Peat and the Dutch Golden Age, J.W. de Zeeuw. * Turfaccijns en turfproductie 1834-1865, uit: Nederland en het Noorden, K. v. Berkel, H. Boels, W. H. R. Koops (red.) Groninger Historische Reeks nr. 8 blz. 108vv. * Meeten, boren en besien, Arjan J. J. van ’t Riet, uitg. Verloren, Hilversum 2005. Turfwinning in het Rijnland (Zuid-Holland), * Tijdschrift voor Waterstaatgeschiedenis nr. 5 en nr. 12/1996: ‘Turfwinning in Laag-Nederland voor 1530’, te lezen op internet. * Turfwinning in Waterland, H. P. Moelker, Zaltbommel 1983 * Vervening en turfwinning in de Zaanstreek, dl. 1 en 2, A. v. Braam, 1997 en 1999 * Het bruine goud. Kroniek van de turfgravers in Nederland, Amsterdam/Brussel 1984. * Tussen turf en tuinboon, Petra J. E.M. van Dam, VU publicaties. * Het aanzien van een millennium. Kroniek van historische gebeurtenissen van de lage Landen 1000-2000. Het Spectrum, Utrecht * Mensen van klein vermogen, A. Th. van Deursen, uitg. B. Bakker, 1991 * De last van veel geluk. A. Th van Deursen. De geschiedenis van Nederland 1555-1702, uitg. B. Bakker, 2006 * Het lege land, A. v.d. Woud. Over de ruimtelijke ordening in de eerste helft van de 19e eeuw, Amsterdam 2004 * Gifpolder Volgermeer. Van veen tot veen. Goof Buijs e.a. Uitg. Stichting Volgermeer Publikaties 2005. * Geschiedenis van de belastingen, dr. A.C. J. de Vrankrijker, Fibula-Bussum 1969.

90


VOM_jaarboek09_winter:M'damboek

07-05-2009

10:46

Pagina 91

Winterverslag 2008-2009 Ton Meijer

Zo’n 1,5 week voor de Kerst werd het door vrijwel alle weerprofeten van Nederland al aangekondigd: Vanaf 2e kerstdag zal de winter invallen. Ik heb nog nooit eerder gehoord dat ze allemaal zo overtuigd waren over deze winterinval. Het kwam ook inderdaad uit. Tweede kerstdag draaide de wind naar de NO hoek, maar het duurde toch nog even voordat ook hier in het westen de temperatuur onder nul zou komen. Zaterdag 27 december stond er een harde oostenwind met lichte tot matige vorst. Zondag nog steeds geen ijs in de Gouwzee te bekennen, zelfs niet in de grachten van Monnickendam. Zondagnacht rond 0.30 uur toen ik de havenverlichting ging uitzetten, zag ik opeens grondijs op de golven de Haven binnen drijven en dacht: nu gaat het gebeuren. Van zondag 28 december op maandag 29 december vroor het behoorlijk, zo’n 7 tot 8o C en dat had tot gevolg dat de Gouwzee in één nacht helemaal dicht was gelopen. Bij de Mirror kon je net twee meter het ijs op, maar meer nog niet. s’Avonds belde Ruud Hoogedoorn uit Roelofarendsveen mij al zenuwachting op of het al kon. Ik vertelde hem dat de Gouwzee in één nacht dicht was gelopen en dat wij zeker op oudejaarsdag de schuiten erop zouden gaan zetten. Dinsdag 30 december, ik was voor mijn werk in Arnhem, waar het ruim 12o C vroor, werd ik gebeld door Marcel Visser die vertelde dat hij op het ijs bij de Mirror liep en dat ze de Geshe erop gingen zetten. Zelf ben ik om 12.00 uur meteen met een noodgang weer richting Monnickendam gereden en heb met mijn broer Jan de Hudson I opgehaald en erop gezet. Ruud Hoogedoorn en Nico Bakker waren ook al van de partij met hun DN-en. Johan Bakker, een man van ruim 80 jaar oud, was dit jaar de eerste die een stukje op de Gouwzee heeft gezeild. De boys van de Stichting waren al druk in de weer met het opzetten van de Willem Barentsz I en II, de Oranje, Hudson III, Emma, Voorwaarts, de IJsgang en Hans en Ed met de Stella Maris. Niet alleen wij waren aan het opbouwen, maar ook de DN-Gouwzee en velen uit heel het land waren druk in de weer. Op oudejaarsdag kwamen daar de Prins Hendrik, de Prinses Alexia, Poolster, 91


VOM_jaarboek09_winter:M'damboek

07-05-2009

10:46

Pagina 92

Roosevelt, de Fram en de Wintervreugd ook nog bij. Al met al een hele vloot. Het opbouwen gebeurde bij windstil prachtig zonnig en licht vriezend weer. Gezeild kon er nog niet worden omdat daar de zee nog te onbetrouwbaar voor was. Wel gingen er al een paar DN ijszeilers het proberen met als gevolg dat er een paar door heen gingen. Nieuwjaarsdag: een kleine dip in het weer, temperatuur iets boven nul en gelukkig ook weinig wind. Er werd door een aantal DN-ers en een nieuw gebouw-

de oud-hollandse ijsschuit uit de veen gezeild, met als gevolg dat er weer een paar door het ijs zakten. 2 Januari was weer een mooie winterse dag met lichte tot matige vorst en niet veel wind. Helaas een mindere dag voor Jaap Mulder. Ook hij weet nu wat het inhoudt om erdoor heen te gaan! Omdat het ijs steeds afbrak, duurde het bijna 4 uur voordat de Prins Hendrik weer op het ijs stond. Jaap, die tot zijn nek in het water had gestaan, zat zich toen op te warmen bij de kachel en met een deken om zich heen. Zaterdag 3 januari, een bijzondere dag voor de Stichting IJsschuiten Gouwzee. Via burgemeester Ed Jongmans werd Klaas Roos ge誰nformeerd dat er een uitnodiging naar Prins Willem Alexander zou worden gestuurd om naar Monnickendam te komen om het ijszeilen te bezoeken. Dus gelijk werden de bestuursle92


VOM_jaarboek09_winter:M'damboek

07-05-2009

10:46

Pagina 93

winterverslag 2008-2009

den uitgenodigd bij Klaas thuis om een draaiboek op te zetten, foto’s en een film te verzamelen etc om duidelijk te maken wat ijszeilen in Monnickendam inhoudt. Hier zat ook een foto van de Poolvos bij uit 1947 met Koningin Wilhelmina erin.Wij hadden als voorkeur, donderdag 8 januari opgegeven omdat, zoals het er nu uitzag, vanaf vrijdag 9 januari de Gouwzeetoertocht zou worden gehouden. Al deze gegevens werden via burgemeester Jongmans naar de Commissaris van de Koningin, dhr Borghouts gestuurd, die dit pakket op zijn beurt

weer naar de privé secretaris van Prins Willem Alexander zou doorsturen. Daarna was het afwachten geblazen of de prins zou komen en met welk protocol wij zouden worden geconfronteerd. De laatste ijsschuiten die erop gingen waren de IJsvogel van Gerbrand Tessel, de Prins van Oranje van Geert Visser en de Bibber. Dus uiteindelijk een vloot van 17 ijsschuiten van de Stichting. Alleen de Gouwzee ontbrak en de nog in restauratie zijnde ijsschuiten zoals de Stella Maris, de IJsvogel en de Poolvos. Deze zaterdag kon er gelukkig nog een beetje worden gezeild bij een licht windje. Voor de rest was het een middag van foto’s nemen en gezellig een kopje snert of warme chocolademelk drinken bij de koek-en-zopie van Evert van Zaanen. Zondag 4 januari: miezerig weer met een beetje regen en temperaturen van iets boven nul. 93


VOM_jaarboek09_winter:M'damboek

94

07-05-2009

10:46

Pagina 94


VOM_jaarboek09_winter:M'damboek

07-05-2009

10:46

Pagina 95

winterverslag 2008-2009

Van maandag tot woensdag schitterend winterweer met meest matige vorst en de Gouwzee werd alleen maar mooier en mooier en we kregen die dagen heel veel bezoek van allerlei media zoals één Vandaag, het Noordhollands dagblad, de Volkskrant, het AD en Holland Hermitage. Doordat ook nu er steeds niet veel wind stond, konden we mooi het ijs gaan verkennen richting het Monnickendammer Gat en de Haven. Op de woensdag kon er gelukkig gezeild worden met een lekker windje en zijn we voor het eerst naar de Lange Brug gegaan met de Fram, Oranje, Willem Barentsz, DO X, en de Wintervreugd. Het ijs in de Haven was ca 10 cm dik. Donderdag 8 januari: Mist en een zuidenwind. Ondanks de zuidenwind vroor het nog steeds. Er werd gezeild door de Poolster. Fram, Voorwaarts, Willem Barentsz, Hudson I, Geshe, IJsgang, Prins Hendrik en de Wintervreugd. Maar ook nu is het weer gebleken hoe gevaarlijk mist is op de Gouwzee. Jaap Mulder raakte met zijn Prins Hendrik uit koers en kon de dijk niet meer terugvinden en belandde steeds verder de zee op. Zolang je maar niet verder als 200 à 300 meter uit de dijk ging en meteen weer hetzelfde rak terug zeilde kon het wel, maar het blijft heel erg link. Om ca 12.00 uur kwam Jaap z’n dochter het ijs op en vertelde dat haar vader er doorheen lag. Maar waar was Jaap? In de mist kan niemand je vertellen waar je bent en zeker niet als je het gevoel hebt dat je verdwaald bent. Gelukkig is Jaap wel bij zijn ijsschuit gebleven. Zelf ben ik toen met Martin Visser in de Wintervreugd gestapt en zachtjes richting de Poel gezeild om in die hoek Jaap te zoeken. Maar omdat je niet meer dan 50 tot 100 meter zicht had, kon je de zwakke plekken niet goed op tijd zien en dus besloten we toch weer terug te gaan. Onderweg kwamen we een grote ploeg van de stichting tegen en heb ik mijn schuit stil gelegd en zijn we met z’n allen de zee opgelopen. Martin had voor de veiligheid een kompas mee. Na verloop van tijd werd het spoor van Jaap z’n schuit opgemerkt en dit hebben we gevolgd en kwamen uiteindelijk Jaap op het ijs tegen. De Prins Hendrik stond met één loper op het ijs en de lijzijde zat er door heen. Het gebied verderop zag er niet goed uit, veel dun ijs nog. Zelf was Jaap er niet door gegaan en stond droog op het ijs. Onder de vakkundige leiding van Joop Uidam stond de Prins Hendrik na een klein half uurtje weer op het ijs en kon de schuit via dezelfde route weer terug naar de Mirror worden geduwd. Al met al een heel spannend avontuur dat gelukkig goed is afgelopen. Want het kan ook anders aflopen. In de jaren 50, toen Marken nog een eiland was, is er een Marker bij de Nes in de mist het ijs op gegaan en dacht toen in één rechte lijn over te kunnen steken naar Marken. Toen hij in de gaten kreeg dat hij het eiland gemist moest hebben, is hij steeds 95


VOM_jaarboek09_winter:M'damboek

07-05-2009

10:46

Pagina 96

rondjes blijven lopen totdat hij zo moe werd, dat hij is gaan zitten of liggen om uit te rusten. De volgende ochtend werd hij dood op het ijs gevonden. Vrijdag 9 januari: Weer een prachtige ijsdag. Jaap had inmiddels de beslissing genomen om te stoppen met ijszeilen en heeft de Prins Hendrik overgedragen aan Joop Uidam. Een verstandige beslissing van hem. De dag begon met een lekker windje en dus besloot ik met m’n ijsschuit het ijs te gaan verkennen rich96


VOM_jaarboek09_winter:M'damboek

07-05-2009

10:46

Pagina 97

winterverslag 2008-2009

ting de Poel, tot de afslag Zuiderwoude en het stuk daarboven. Het ijs was fantastisch, de plekken waar in het begin nog ijsschuiten er doorheen waren gegaan, waren inmiddels al weer zo dik dat schaatsers en DN-ers gemakkelijk er overheen konden gaan. Ook lag er nog een stuk open water van ca 100 m2 met honderden vogels erin, dus gemakkelijk her kenbaar. Om ca 13.00 u. bedacht ik ineens om zachtjes richting Marken te gaan en het ijs daar eens te gaan verkennen. Onderweg kwam ik wel een ijskist tegen, maar dat stelde niet veel voor en dus weer verder richting Marken. Links van mij, zo ongeveer halverwege, lag duidelijk een zwakke plek met een grote witte rand eromheen. Met dit zachte zuidenwindje kon je in één rak naar Marken zeilen. Vlak voor Marken lag een scheur in het ijs van ca 15 cm breed. Natuurlijk zou ik met een gangetje er wel overheen kunnen, maar als het ijs zou afbreken stond ik voor Marken en zou niet meer terug kunnen, dus niet gedaan. Mijn zoon Wesley was op de schaats meegegaan en ik zei tegen hem: Ik denk dat zometeen Marcel Visser wel achter ons aan komt. En jawel hoor, er kwamen drie schuiten aan, Marcel met de Geshe, zijn zoon Klaas met de IJsgang en René Beckman met de IJspegel. De wind viel op de weg terug naar de Mirror nog meer weg, dus moest er af en toe worden geduwd. In de namiddag kwam er weer een beetje wind en zijn de Oranje, Willem Barentsz, DO X en Wintervreugd naar de Haven gezeild. We stonden voor de Lange Brug en daar kwam een langgekoesterde wens van mij uit. Ik wilde al heel lang met ijsschuiten in de Binnenhaven staan. Ik kwam mijn maatje Ed Willms tegen op het ijs en vroeg hem of de Lange Brug niet open kon. Ed belde Jan Horde en kon de sleutels bij hem komen ophalen. Hij kreeg een bos van ca 300 sleutels mee en daarom duurde het even, maar toen 97


VOM_jaarboek09_winter:M'damboek

07-05-2009

10:46

Pagina 98

ging de Lange Brug toch open. In die tussentijd had ik even het ijs gecontroleerd of we er wel overheen konden, geen probleem, dik genoeg en dus gingen we met de vier ijsschuiten de Binnenhaven in. Echt een geweldig gezicht en nog nooit eerder gebeurd. We hadden ze bij de Koperen Vis voor de deur tegen de wal aan gezet. Heel veel mensen stonden hier naar te kijken. Toen zijn we ook nog even naar de Damsluis gegaan en daar hebben we één voor één even voor de sluis gestaan. We waren nu toch in de Binnenhaven. ’s Avonds hing er een grote bouwlamp en nog twee kleinere lampen in boten aan de overkant van de buitenhaven en nog twee bij het Markerveerhuis. Zo was er nu zelfs een verlichte baan in en buiten de Haven. Zaterdag 10 en zondag 11 januari waren fantastische winterdagen met wind, veel schaatsers en mensen op het ijs. Evert van Zaanen kon het nauwelijks bijhouden, zoveel mensen wilden graag een bakje snert of warme chocolademelk. Op een gegeven moment verkocht hij geen warme maar lauwe chocolademelk. Knap gevonden! Op zaterdag zijn we met de hele vloot naar de Haven gegaan omdat daar om 12.00 uur de Prinses Alexia zou worden gedoopt en de Voorwaarts overgedragen zou worden aan Auke Uidam. Het was een fantastisch plaatje met 14 ijsschuiten voor de Lange Brug en schitterend weer. ’s Morgens bij de Mirror kwam ik nog een journalist van de Telegraaf tegen en ik vertelde hem dat wanneer hij een mooi plaatje zou willen maken, hij naar de Haven moest gaan. Hij heeft inderdaad foto’s staan te nemen. Ger Westdorp moest met zijn hele gezin bij de Prinses Alexia gaan staan en hij maar foto’s nemen. Wat stond er de volgende dag in de krant: een foto van Auke Uidam met zijn 10 kinderen voor een ijsschuit die als plantenbak had gediend. Ze snappen er ook echt helemaal niets van en schrijven maar wat op. Eén ding is zeker, Auk heeft verborgen talenten waar niemand iets van wist. Door de zuidenwind kon je heel mooi de Haven in zeilen en daar je vrachtje oppikken, wat ook doorlopend gebeurde. De mannen van de stichting hebben heel goede zaken gedaan en veel geld bij elkaar gezeild. Zelf had ik van een vrachtje 20 euro ontvangen, maar dat is weer uit mijn zak gewaaid. De vinder had denk ik een goede dag en kon weer voor een bakje snert gaan. Wat ik ook heel mooi vond is dat Sjef Stallenberg erg genoot van het zeilen met z’n DN en dus de deal tussen Sjef en de Stichting goed heeft uitgepakt. Vanaf maandag viel de dooi in en die zette flink door. De schuiten van de stichting zijn gelijk allemaal van het ijs gehaald en weer naar de zolder gebracht. Een uitstekende beslissing. Het is alleen jammer dat René met de IJsgang in een scheur terecht is gekomen en daarmee zijn XV finaal in tweeën heeft gezeild. Ook tijdens dooi is het dub98


VOM_jaarboek09_winter:M'damboek

07-05-2009

10:46

Pagina 99

winterverslag 2008-2009

bel opgelet geblazen om te gaan ijszeilen, omdat door het laagje water op het ijs scheuren niet goed waarneembaar zijn en er gemakkelijk ongelukken kunnen gebeuren. Dus de komende periode weer een hoop werk voor de mannen van de Stichting IJsschuiten Gouwzee om deze opnieuw te gaan bouwen. Maar... eind januari was er opnieuw een vorstaanval, alleen zette die net niet genoeg door om weer het ijs op te kunnen. Het Hol, het Gat en de Haven waren wel helemaal volgelopen met grondijs, maar dat was het dan wel. De winter 2008-2009 was er voor ons ĂŠĂŠn die niet gauw zal worden vergeten. We hebben bijna 14 dagen op het ijs gestaan en met name vanaf 8 tot 11 januari veel kunnen ijszeilen op prachtig ijs en met veel zon.

99


VOM_jaarboek09_penningm:M'damboek

07-05-2009

10:47

Pagina 100

Verslag van de penningmeester over het jaar 2008

Rekening van baten en lasten over 2008 2008 H Baten Contributies Overschot ledenactiviteiten Subsidie Gemeente Waterland Giften Interest Winst op verkopen Totaal baten

begroting 2008 H

2007 H

12.492,58 294,10 – 100,00 2.697,42 1.333,83 16.917,93

12.000,00 0,00 – 0,00 1.500,00 1.500,00 15.000,00

12.478,58 – – 105,00 2.020,52 2.120,02 16.724,12

4.988,12 6.144,82 490,06

4.500,00 4.500,00 500,00

4.143,88 4.278,90 481,50

3.177,00

3.177,00

3.177,00

0,00

100,00

32,00

Ontwikkelkosten Website 310,94 Kosten Verkeerscirculatie en parkeren 0,00 Totaal lasten 15.110,94

300,00 500,00 13.577,00

349,36 545,65 13.008,29

De baten bedroegen De lasten bedroegen Voordelig saldo

15.000,00 13.577,00 1.423,00

16.724,12 13.008,29 3.715,83

Lasten Algemene kosten, zoals drukwerk, portikosten, ledenvergaderingen en lezingen Drukkosten Jaarboek Assurantie Donatie Stichting Museum de Speeltoren St. Vrienden van de Grote en Lutherse Kerk

100

16.917,93 15.110,94 1.806,99


VOM_jaarboek09_penningm:M'damboek

07-05-2009

10:47

Pagina 101

verslag van de penningmeester over het jaar 2008

Balans per 31 december 2008

Voorraden Vorderingen Vermogen Stadsgidsen Kas en Bank

Vermogen Fonds ‘Museum de Speeltoren’ Fonds ‘Gouwzeewerf’ Schulden

31-12-2008 H 1,00 270,42 13.878,44 106.326,99 120.476,85

31-12-2007 H 1,00 3.501,24 nvt 106.890,54 110.392,78

69.162,31 20.874,92 10.602,37 9.753,18 110.392,78

65.446,48 20.880,29 10.284,85 10.560,90 107.172,52

1.985,92 - 1.715,50 270,42

2.982,67 518,57 3.501,24

78,97 2.573,12 2.145,95 101.528,95 106.326,99

79,27 3.513,29 684,96 102.613,02 106.890,54

Toelichting op de balans per 31 december 2008 Vorderingen Interest Claim busmaatschappij i.v.m. excursie

Kas en bank Kas Postbank Rabobank Rabobank rendementrekening ›

101


VOM_jaarboek09_penningm:M'damboek

07-05-2009

10:47

Pagina 102

31-12-2008 H

31-12-2007 H

Vermogen Per 31 december 2008/2007 bedroeg het vermogen Bijgeboekt het voordelig/nadelig saldo 2008/2007 Het vermogen per 31 december 2008/2007

69.162,31 1.806,99 70.969,30

65.446,48 3.715,83 69.162,31

Fonds aankopen ‘Museum de Speeltoren’ Per 31 december 2008/2007 bedroeg dit fonds Aanschaffing: diversen Bijgeboekt aan rente Per 31 december 2008/2007 bedroeg dit fonds

20.874,92 - 1.650,00 812,93 20.037,85

20.880,29 - 650,00 644,63 10.602,37

Fonds ‘Gouwzeewerf’ Per 31 december 2008/2007 bedroeg dit fonds Bijgeboekt aan rente Per 31 december 2008/2007 bedroeg dit fonds

10.602,37 412,89 11.015,26

10.284,85 317,52 10.602,37

181,50 807,50 380,00 3.177,00 0,00

3.236,58 1.859,60 1.000,00 3.177,00 450,00

30,00 4.576,00

30,00 9.753,18

Schulden Ontvangen in 2008/2007 aan contributie 2009/2008 Excursies Algemene onkosten Stichting ‘Museum de Speeltoren’ Te betalen vergaderkosten Stichting Vrienden van de Grote en Lutherse Kerk

102


VOM_jaarboek09_penningm:M'damboek

07-05-2009

10:47

Pagina 103

verslag van de penningmeester over het jaar 2008

Begroting 2009 2009 H

2008 H

Rekening van baten en lasten Baten Contributies Interest Winst op verkopen Totaal baten

14.500,00 2.500,00 1.000,00 18.000,00

12.000,00 1.500,00 1.500,00 15.000,00

Lasten Algemene kosten, zoals drukwerk, porti, kosten ledenvergadering, lezingen enz. Drukwerk Jaarboek Stichting restauratie Grote Kerk Verzekering premies Kosten website Kosten Verkeerscirculatie en parkeren Bijdrage in exploitatie ‘Museum de Speeltoren’ Totaal lasten

5.500,00 5.500,00 0,00 750,00 300,00 500,00 3.177,00 15.727,00

4.000,00 4.500,00 100,00 500,00 300,00 500,00 3.177,00 13.577,00

De baten worden begroot op De lasten worden begroot op Begroot nadelig/voordelig saldo

18.000,00 15.727,00 2.273,00

15.000,00 13.577,00 1.423,00

Toelichting algemeen _ Voor 2009 verwachten we geen nieuwe boeken uit te geven. Vandaar dat een positief resultaat wordt begroot. Dit is mede een gevolg van de verhoging van de contributie. _ Het bestuur heeft besloten om de St. Museum de Speeltoren een renteloze lening van H 70.000 te verstrekken voor het nieuw te bouwen museum, waarbij het fonds Gouwzeewerf gebruikt wordt. In 2008 is er een claim gelegd bij een busmaatschappij i.v.m. niet door hen nagekomen verplichtingen, waardoor de Vereniging kosten heeft gemaakt. Het bestuur verwacht dat de claim gehonoreerd wordt. _ De drukkosten van het Jaarboek 2008 waren hoger dan begroot omdat het Jaarboek veel dikker was dan voorgaande jaren, waardoor de opmaak- en drukkosten evenredig toenamen. _ Voor het eerst in het verslagjaar 2008 is het vermogen van de werkgroep Stadsgidsen toegevoegd om zo meer inzicht te geven in het totale vermogen van de Vereniging.

103


VOM_jaarboek09_stadsgidsen:M'damboek

104

07-05-2009

10:48

Pagina 104


VOM_jaarboek09_stadsgidsen:M'damboek

07-05-2009

10:48

Pagina 105

Jaarverslag Stadsgidsen 2008

2008 was een jubileumjaar voor de stadsgidsen van Monnickendam. De oprichting van de stadsgidsen vond plaats op 1 april 1996, en dat betekent dat we op 1 oktober 2008 twaalf en een half jaar bestonden. In de maanden januari, februari en maart hielden we onze gebruikelijke ‘opfrisavonden’ in gebouw Samuel. Hiervoor maakten steeds twee mensen 30 vragen. De avonden werden achtereenvolgens verzorgd door Joop en Greetje, Tineke en Rini, en Rita en Pieter. We zijn van plan begin 2009 weer een drietal avonden te organiseren. Op 25 april kregen onze gidsen Joop Klaver en Nettie Lommers van burgemeester Jongmans een koninklijke onderscheiding in de vorm van een lintje voor al het vrijwilligerswerk dat ze tot dan toe verrichtten. Daar zijn we natuurlijk erg trots op! We hebben geprobeerd vorm te geven aan meer publiciteit. Daarvoor is in het begin van het jaar een publiciteitscommissie in het leven geroepen, bestaande uit Rini, Luit en Ed. Zij hebben een plan gemaakt en deels uitgevoerd. We hebben elke week een kleine advertentie in Prettig Weekend gehad en af en toe een stukje in de andere huis-aan-huisbladen. Op vrijdagavond liep een verslaggeefster van het Noord Hollands Dagblad mee met de rondleiding van An en schreef er een leuk stuk over. Er zijn affiches gemaakt en verspreid. We hebben contact gehad met de regionale tv-zender Regio22 die voor het programma ‘Altijd in de buurt’ een filmopname uitzond van de voorzitter. En we kregen aanmeldingen voor rondleidingen binnen via de website www.oudmonnickendam.nl/stadsgidsen en via ons e-mailadres rondleidingenAoudmonnickendam.nl. Verder kochten we ruimte in de Freebee Map die door heel Noord Holland verspreid wordt, op campings, markten, in winkels enz. Helaas leverde de laatste publiciteit weinig tot niets op dus hiervan geen continuering in 2009. Op 9 augustus overleed plotseling onze collega-stadsgids Luit Bakker. Met hem verloren we een enthousiast en bevlogen collega die we erg missen. We hebben 105


VOM_jaarboek09_stadsgidsen:M'damboek

07-05-2009

10:48

Pagina 106

een advertentie in Prettig weekend geplaatst en bloemen namens ons allemaal gebracht aan Tiny en verdere familie. Rini, Nettie, Pieternel en Greetje zijn naar de crematie in Schagen geweest. 22 november hadden we onze jaarlijkse excursie, deze keer naar Hoorn. Onze gids was de heer Stoffels van de Vereniging Oud Hoorn. Hij ontving ons in de ruimte van de vereniging in het ‘Oost-Indisch pakhuis’ met koffie en een korte inleiding. Hierna volgde een uitgebreide en interessante rondleiding door Hoorn, die we afsloten met een gezellig samenzijn. Rini en Greetje bezochten in november een landelijke bijeenkomst van ‘het Gilde’, om te bekijken of aansluiting hierbij voordelen oplevert voor ons. Het was erg leuk en leerzaam om te horen hoe de stadsgidsen in andere plaatsen opereren. Joop en Greetje bezochten een vergadering van de VOM. Besloten is om in de toekomst meer gezamenlijk overleg te plegen en eventueel activiteiten te ontplooien. Verder zijn er afspraken gemaakt over het onderbrengen van onze financiën bij de VOM en Bertien neemt de WA verzekering van de stadsgidsen onder de loep. Het klokkenproject waar we een deel van onze inkomsten aan willen besteden ligt stil tot de kerkrestauratie achter de rug is. Van december 2007 tot december 2008 hebben we 600 bezoekers ontvangen waarvan 51 op de gratis vrijdagavond. Er waren dit jaar geen grote groepen van zusterverenigingen. De meeste rondleidingen zijn bedrijfsuitjes, familiefeestjes of een reünie, al dan niet gecombineerd met een boottochtje. De meeste rondleidingen vonden plaats in het voorjaar en in september/oktober. Greetje de Haan 1 december 2008

106


VOM_jaarboek09_stadsgidsen:M'damboek

07-05-2009

10:48

Pagina 107

jaarverslag stadsgidsen 2008

Stadsgidsen Monnickendam financieel verslag 2007-2008 H 12.709,68

Eindsaldo 2007 Ontvangen over 2007-2008 Aan rondleidingen Rente Giften

H H H

1.966,10 244,10 175,00

Subtotaal

H 2.385,20 H 15.094,88

Onkosten Netto saldo

H 1.216,44 H 13.878,44

Rendementrekening Betaalrekening In kas Totaal

H 11.863,57 H 1.898,03 H 116,84 H 13.878,44

Joop Klaver, penningmeester Stadsgidsen december 2008

107


VOM_jaarboek09_stadsgidsen,cdsb:M'damboek

07-05-2009

12:02

Pagina 108

Commissie Stads- en Dorpsbeheer Gemeente Waterland 2007-2008

Omdat vorig jaar er geen ruimte in het jaarboek beschikbaar was voor het verslag van de Commissie Stads- en Dorpsbeheer, krijgt u dit keer mijn bijdrage in de vorm van een overzicht over de jaren 2007 en 2008. De commissie krijgt elk jaar omstreeks 100 plannen ter beoordeling voorgelegd. Daarvan bevinden zich er ongeveer 40 binnen het beschermde stadsgezicht van Monnickendam. In een tijd dat er van een financiĂŤle crisis nog geen sprake was, werd er nog volop gebouwd of verbouwd in onze stad. Daarnaast beoordeelde de commissie zaken die betrekking hebben op de inrichting van de openbare ruimte, zoals lantaarns, stoepen en de wijze van bestrating. Ook reclame-uitingen en terras-inrichtingen werden aan haar voorgelegd. Hierna iets over nieuwbouw net buiten de oude stad en een aantal bouwplannen in Monnickendam: Nieuwe ontwikkeling rond de oude stad In een gezamenlijke brief aan de gemeente Waterland van de drie oudheidkundige verenigingen, waaronder dus ook de onze, is speciale aandacht gevraagd voor de aangrenzende gebieden van de beschermde stads- en dorpsgezichten. Ontwikkelingen direct daar omheen zijn immers van grote betekenis voor het beleven van de cultuurhistorische waarden van de oude kernen. Ook in onze commissie, waarin een dergelijke verzoek reeds aan het College van B&W was voorgelegd, hebben we daar herhaaldelijk op gewezen. Dat heeft er inmiddels ook toe geleid, dat veel toekomstige bouwontwikkelingen ter beoordeling aan ons worden voorgelegd, die direct buiten het te beschermen gebied liggen. De bekendste voorbeelden daarvan zijn natuurlijk de voorgenomen nieuwbouw rondom de dorpskern van Broek in Waterland, de vernieuwing van het Galgeriet en de mogelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein achter de Texaco in het landelijk gebied. Wat dat laatste betreft heeft de commissie haar ernstige zorgen uitgesproken over de gevolgen daarvan voor het beschermde stadsgezicht van Monnickendam. Vanuit het westen is het zicht op de oude stad immers nog redelijk open en gaaf gebleven. Gelukkig heeft de provincie deze 108


VOM_jaarboek09_stadsgidsen,cdsb:M'damboek

07-05-2009

12:02

Pagina 109

commissie stads- en dorpsbeheer gemeente waterland 2007-2008

bedrijfslokatie op landschappelijke gronden afgewezen. Voor het Galgeriet zijn de eerste stedenbouwkundige schetsen besproken en in grote lijnen als aanvaardbaar beoordeeld: Deze plannen tonen respect voor de bestaande schaal en structuur van de binnenstad. De vertegenwoordiger van de Noord-Hollandse welstandscommissie in onze commissie, die dus alle plannen mede beoordeelt, neemt dan het standpunt van onze commissie in deze gevallen mee in het eindoordeel in de Noord-Hollandse commissie, waar het eigenlijke welstandsadvies wordt gegeven. Daardoor zitten we meestal goed op één lijn. Een paar in het oog springende bouwplannen in onze stad: Nieuwe stolpwoning Bloemendaal 2 Het bouwplan van de stolpwoning aan het Bloemendaal werd in 2008 afgerond. Men kan van mening verschillen over de mate waarin hier op een historiserende wijze iets gebouwd is, wat nimmer op deze plek gestaan heeft. En toch is er hier een voor het aanzicht van de stad aanmerkelijke verbetering ontstaan, zeker gelet op de oorspronkelijke naoorlogse bebouwing. Haringburgwal 11b Vorig jaar is de gevel van dit pand opgeknapt en voorzien van een gedeeltelijk in hout uitgevoerde gevelbekleding. Hoewel daar aanvankelijk bezwaren tegen waren van de commissie, omdat houten gevels in de stad heel weinig voorkomen, is er uiteindelijk in verband met vele andere gevels in deze gevelwand die reeds van een dergelijke houten gevel zijn voorzien, toch voor gekozen medewerking te verlenen. ’t Prooijen 3 Het nieuwe appartementengebouw bevindt zich in een afbouwfase. Het oorspronkelijke plan is een aantal malen in de commissie behandeld, omdat er naast architectonische aanpassingen ook in stedenbouwkundig opzicht een zorgvuldige inpassing noodzakelijk was. Het gaat hier om een zeer markante locatie, die veel aandacht vraagt. Hoe het resultaat uiteindelijk zal worden beoordeeld moeten we maar afwachten. Nieuwbouw van deze omvang ligt meestal erg gevoelig, soms ook controversieel!

109


VOM_jaarboek09_stadsgidsen,cdsb:M'damboek

07-05-2009

12:02

Pagina 110

Gooise Kaai, Haven en Havenstraat Inmiddels zijn een aantal panden aan de Haven en in de Havenstraat opgeknapt en voorzien van een nieuwe voorgevel. Daarbij is wederom, mede uit een oogpunt van de belangrijke ligging in deze omgeving, zeer goed gekeken naar de bestaande gevelwand en is getracht zo goed mogelijk aan te sluiten op de oorspronkelijke verschijningsvorm van de gevelindeling. Met behulp van oude foto’s zijn gevelindelingen, raam- en deurpartijen en de materiaalkeuze kritisch beoordeeld. Dat is te zien bij Gooise Kaai 15, Havenstraat 1 (de voormalige synagoge) en ook bij Havenstraat 5 en Haven 6-7, die binnenkort in uitvoering komen. Zuideinde 13/15/17 Op verschillende plaatsen zijn en worden winkelpanden gerestaureerd en aangepast aan de wensen van de nieuwe eigenaren. Ondanks het verdwijnen van een aantal winkels voor de dagelijkse levensbehoeften, komen er nu andersoortige branches terug, waarmee een nieuw elan zal kunnen ontstaan. Daarmee is er ook een mogelijkheid om een deel van het verkeersplan van de vereniging uit te voeren en het autoverkeer hier verder terug te dringen. Als het parkeren op het Zuideinde net als in de Kerkstraat wordt tegengegaan, dan kan de aantrekkingskracht van de straat toenemen. Kerkstraat 12 Bij de beoordeling van de vernieuwing van Kerkstraat 12 kwamen belangrijke bouwelementen te voorschijn, die aanleiding zijn geweest dit pand aan te wijzen als gemeentelijk monument. Inmiddels is een deel daarvan hersteld. Nagegaan wordt nog welke elementen in de gevel teruggebracht kunnen worden om de oorspronkelijke karakteristieken te kunnen behouden. De historie uit de Tweede Wereldoorlog komt in de herstelde gevelsteen prachtig tot uitdrukking. Kerkstraat 9-11 Deze twee woningen, waarvan alleen nummer 9 een rijksmonument is, zijn onlangs beide verbouwd. Getracht is om de monumentale trap uit het monument te behouden, hoewel die niet meer aan de huidige bouwvoorschriften voldoet. Ook een mooie wandkast en een glas-in-lood kozijn bleken het behouden waard. Gelukkig hebben de meeste aanvragers veel begrip voor het herstellen 110


VOM_jaarboek09_stadsgidsen,cdsb:M'damboek

07-05-2009

12:02

Pagina 111

commissie stads- en dorpsbeheer gemeente waterland 2007-2008

en behouden van de oorspronkelijk elementen van de vroegere bewoning, maar men wil uiteraard niet dat dit al te veel ten koste gaat van het wooncomfort. Ook daarvoor toont de commissie begrip. Het museum de Speeltoren, Middendam 1 en Noordeinde 4 De plannen zijn inmiddels alweer geruime tijd geleden in de commissie aan de orde geweest en op een enkel detail na ook positief beoordeeld. Wel is er gevraagd een 3-dimensionaal computer perspectief of een bruikbare maquette te (laten) maken om een goed inzicht te kunnen verkrijgen, hoe de ruimten in elkaar overgaan, omdat de locatie vele ingewikkelde schuine wanden zal krijgen. Inventarisatie van de begraafplaatsen in Waterland De gemeente heeft alle begraafplaatsen ge誰nventariseerd en bekeken welke elementen behouden zouden moeten worden, omdat ze een monumentale waarde vertegenwoordigen. Daaronder vallen niet alleen de oude grafstenen maar ook de beplanting en eventueel aanwezige bebouwing. Van dat laatste is inmiddels het huisje op de begraafplaats van de Grote Kerk hersteld. Zo zal er ook op de andere Waterlandse begraafplaatsen het nodige gerestaureerd moeten worden. Restauratie Grote Kerk Zoals bekend is er grote vertraging ontstaan bij de herstelwerkzaamheden in de Grote Kerk. Bij de commissie is een aanvraag behandeld met betrekking tot het aan te bouwen ketelhuis aan de zuidzijde. Daarbij is zoveel mogelijk getracht te kiezen voor materialen die goed aansluiten bij die van de kerk om de aanbouw een goed ge誰ntegreerd onderdeel te kunnen laten uitmaken van de kerk.

Maarten Verwey lid van de Commissie Stads- en Dorpsbeheer in de gemeente Waterland

111


VOM_jaarboek09_stadsgidsen,cdsb:M'damboek

07-05-2009

12:02

Pagina 112


VOM_jaarboek09_omslag_DEF:M'damboek

07-05-2009

11:43

Pagina 1

vereniging oud monnickendam

Vereniging Oud Monnickendam

jaarboek 2009

j a a r b o e k

2 0 0 9

Jaarboek vereniging Oud Monnickendam 2009  

Elk jaar publiceert de vereniging Oud Monnickendam een jaarboek met daarin de jaarverslagen van de vereniging zelf maar ook die van de gelie...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you