Issuu on Google+

rrqr nieuwsbrief no8 buitenzijde

De tijger U kent dat wel. Beelden die zich in je geheugen hebben vastgehaakt, vaak ver weggestopt, om dan zomaar ineens weer tevoorschijn te komen. Ik had onlangs die ervaring toen premier Rutte het volk opriep om meer te gaan consumeren en zo de economische crises te overwinnen. Voor mij verscheen het beeld van een tijger in volle vaart, met daarop een man die zich angstig vastklampt. Een beeld dat ik voor het eerst in mijn studententijd te zien kreeg en afkomstig is uit het nog zeer lezenswaardige Kapitalisme en vooruitgang van Bob Goudswaard. Dat beeld staat voor het streven van de westerse mens naar al maar meer economische groei. De tijger kiest zijn eigen weg en kan ons naar een bestemming brengen die voor ons noodlottig is. Maar er afspringen of de tijger tot stilstand brengen, zou nog gevaarlijker zijn. En daarom vervolgen wij

ESTAFETTE-COLUMN onze stuurloze rit, vastgeklampt op de rug van wat onze ondergang kan worden. De oproep van onze premier is er op gericht om de ‘tijger’ aan het rennen te houden. Door ons consumptiepijl op te schroeven, kunnen we weer vooruit. We kunnen onze schulden terugbetalen en de maatschappelijke vrede tussen oud en jong, werkend en niet-werkend proberen te beheersen. Maar we vergeten daarbij dat deze tijger ons brengt waar wij niet willen. Een aarde die steeds verder uitgeput raakt, een ontregeld klimaat, toenemende welvaartsongelijkheid, om nog maar te zwijgen van de aanslag die het op de mens zelf doet. Hoe kunnen we deze tijger temmen? Het zal gaan om de wilskracht van de berijder. Die zal zich niet langer meer moeten laten leiden door de bevrediging van zijn onbeperkte be-

hoeften, maar daaraan bewust grenzen moeten stellen. Dat is geen eenvoudige opgave. Het steeds meer willen, zit ons in het bloed. Het vraagt om niet minder dan een bekering. Paulus riep er al toe op: “Laat uw leven niet beheersen door geldzucht, neem genoegen met wat u hebt”. Het zou heilzaam zijn wanneer de kerk hieruit zou leven en een oefenplaats wordt voor haar leden. Het zou in onze tijd wel eens het middel bij uitstek kunnen zijn, om te laten zien dat de kerk leeft in de verwachting van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Reinier van Woerden am. Reinier geeft het estafettestokje door aan ama. Carolien Van der Vliet-Hameeteman, die in de volgende nieuwsbrief de column zal schrijven.

Vooruitgang (in tijden van recessie) RRQR-congres 2013

een citaat van Bertrand Rusell: ‘Het is niet een afgerond Utopia waar we naar moeten verlangen, maar naar een wereld waarin verbeeldingskracht en hoop levend en actief zijn.’ Hoop en verbeeldingskracht als de noodzakelijke elementen in een beschaving, een Ruim tien jaar geleden hingen er in veel steden posters van Loesje cultuur. met de tekst ‘Toekomst, is dat niet iets van vroeger?’ Een korDie veronderstelling vormt het uitgangspunt van het RRQRtere samenvatting van het postmoderne levensgevoel is er niet congres van 2013, dat we met drie spekers willen onderzoeken. voorhanden. De vooruitgang was geschiedenis geworden, het Rutger Bregman zal zelf, om te beginnen, zijn had een nare bijsmaak gekregen. Niet het individuele 9 november a.s. stelling uitleggen. In de inleiding van zijn boek perspectief, overigens: als er nog verwachtingen waren 14.00-16.30 uur stelt hij dat we onszelf goed moeten kennen, voor de toekomst, dan betrof dit het persoonlijke vlak. Gertrudiskapel om niet verblind te raken door de vooruitgang. Carrière en welvaart waren min of meer gegarandeerd. Is dit een kennen van de geschiedenis, opdat we Dat persoonlijke leek in de afgelopen tien jaar – tot de Utrecht daardoor geïnspireerd worden, dan wel leren financiële crisis uitbarstte – het ultieme levensdoel te van de fouten, of gaat het dieper, en heeft dit zijn: carrière, geluk, gezondheid en vooral ook vrijheid. sprekers: ook te maken met een specifiek zelfbeeld van Maar ook die verwachting is vervlogen. De jeugd van nu Hans Achterhuis de mens, een specifiek mensbeeld? De filosoof krijgt het niet gegarandeerd beter dan hun ouders. Uit Rutger Bregman Hans Achterhuis zal reageren op Bregman’s stelpeilingen blijkt een gedeeld pessimisme over de toekomst, resulterend in een haast vanzelfsprekende bereid- Reinier Sonneveld ling, uiteraard vanuit zijn gedegen kennis van de geschiedenis van de utopieen. Is het geloof heid ook soberder te gaan leven, te ‘consuminderen’. in vooruitgang eigenlijk wel te behoeden van In De geschiedenis van de Voortuitgang houdt historicus negatieve uitwassen? Wat ziet hij als de kern van beschaving, en en publicist Rutger Bregman een bijna tegendraads pleidooi. Ook hoe verhoudt zich dat tot een dergelijk ‘geloof in de vooruitgang’? los van de financiële kant van de zaak is vooruitgang noodzaak, En op welke manier kunnen idealen worden geformuleerd, die betoogt hij. Elke cultuur leeft bij de gratie van een zeker vooruittoch voldoende open zijn om onderweg bij te sturen en ruimte te gangsgeloof. Dit vooruitgangsgeloof moet uiteraard een nieuwe laten voor verschillen, diversiteit, pluraliteit? De theoloog Reinier vorm moet aannemen, in balans moet met een scherpe blik op de Sonneveld zal ten slotte, het Koninkrijk van God in brengen in de realiteit van alle dag. Utopische vergezichten zijn nodig, stelt hij, discussie. Wat betekent het voor het leven om te geloven in dit maar alleen met het besef van de smalle scheidslijn tussen utopie vergezicht, zoals dat door Jezus is aangekondigd? Wat betekent dit en dystopie. De utopie moet voldoende open zijn, om met de voor ons handelen en onze gemeenschappen vandaag de dag? ervaringen van vandaag die vooruitgang bij te sturen, stelt hij met COLOFON blijvend (in)formeren is een uitgave van de stichting RRQR (www.rrqr.nl), de oud-ledenvereniging van de studentenvereniging C.S.F.R. (www.csfr.nl), en heeft als doel haar leden te informeren en de onderlinge contacten te verstevigen. redactie: het h.t. bestuur: ama. Simone Aman-Braaksma, ama. Marleen van Beek, am. Arien van ‘t Hof, am. Hans Teerds en am. Joost Veldman. lay-out: hansteerds grafisch ontwerp, Amsterdam druk en verspreiding: Drukkerij Verloop, Alblasserdam Wij danken am. Daan van den Born en am. Reinier van Woerden voor hun bijdrage aan dit nummer Opmerkingen, reacties en tips: abactiaat der RRQR, t.a.v. ama. Simone Aman-Braaksma, Papaverstraat 42, 3551 EW Utrecht; abactis@rrqr.nl

Informatie: Locatie: Gertrudiskapel, Willemsplantsoen 2,
3511 LA Utrecht (5 minuten lopen vanaf Utrecht CS) Tijdstip: Zaterdag 9 november 2013, 14.00 – 16.30 uur Inloop met koffie/thee vanaf 13.30 uur Borrel vanaf 16.30 uur Kosten (incl. € 15,- (RRQR-leden) consumpties): € 10,- (C.S.F.R.-leden) € 20,- (externen) Aanmelden: Het voor u geldige bedrag overmaken op reke ningnummer 1213220 t.n.v. Fiscus RRQR te Arnhem, onder vermelding van uw naam en ‘Congres 2013’. houdt www.rrqr.nl in de gaten voor meer informatie

blijvend (in)formeren rrqr-nieuwsbrief | jaargang 4 | nummer 2 | september 2013

Amicae, amicique

Kennismaken met de nieuwe bestuursleden

Met een sterk en verjongd team heeft de RRQR afgelopen juli voor de derde keer op rij de prof.dr.A.A.vanRulerbokaal gewonnen. Dat betekent dat de beker nu voor altijd in ons bezit is. Vanaf volgend jaar wordt er gestreden om een nieuwe beker. Proficiat, team! Wat ook verjongd is, is het RRQR-bestuur. In de nieuwsbrief van afgelopen voorjaar heeft u er al over kunnen lezen, in deze nieuwsbrief introduceren we onze nieuwe bestuursleden. Maar niet nadat we u nog hebben gewezen op een aantal andere stukken in deze nieuwsbrief: de estafette-column, deze keer geschreven door am. Reinier van Woerden, de column van de C.S.F.R.-praeses, de agenda voor het komend half jaar, en tenslotte - zeer belangrijk - de aankondiging van het jaarlijkste RRQR-congres. Onder het motto ‘Vooruitgang (in tijden van recessie)’ zullen Hans Achterhuis, Rutger Bregman en Reinier Sonneveld onze gastsprekers zijn. U, amicae, amicique, komt toch ook? 9 november in de Gertrudiskapel in Utrecht.

Het RRQR-bestuur is in het afgelopen half jaar drastisch gewijzigd. De nieuwe bestuursleden stellen zich op deze pagina’s aan u voor, aan de hand van enkele vragen. Om te beginnen met de veelgestelde vraag: waar en wat heb je gestudeerd? Abactis ama. Simone Aman-Braaksma (Sola Scriptura 2006-2011): Ik heb in Utrecht zowel de bachelor als master van Kinder- en Jeugdpsychologie gevolgd. Mijn master was gericht op forensische zorg. Ik heb stage gelopen in een Justitiële Jeugdinrichting en onderzoek gedaan naar de effectiviteit van een interventieprogramma dat in dergelijke inrichtingen wordt uitgevoerd. De levens van de jongeren die ik daar tegen kwam waren wel even wat anders verlopen dan dat van mij, erg boeiend om mee bezig te zijn, maar tegelijk ook confronterend. Fiscus am. Arien van ‘t Hof (Ichthus 2005-2011): In Rotterdam heb ik zowel Economie als Rechten gestudeerd. Bij economie, waar ik de master International Economy deed, droeg mijn afstudeerscriptie de titel ‘Export growth and firms’ factor input choice: empirics from Eastern Europe and Central Asia.’ Daarin onderzocht ik de relatie tussen de productiefactoren die bedrijven gebruiken – specifiek menselijk kapitaal – en groei van de export. Een heel specifiek onderwerp: laat ik er verder niet over uitweiden. Voor mijn master Internationaal en Europees Publiekrecht studeerde ik af op de vraag of euro-obligaties een effectieve oplossing kunnen bieden voor de Europese crisis op het gebied van

Wij wensen u veel leesplezier. Het RRQR-bestuur De strijd om de wisselbeker, de prof.dr.A.A.vanRulerbokaal, werd - ondanks het knollenveld - gewonnen door het team van de RRQR

>>

vervolg op p.2


rrqr nieuwsbrief no8 binnenzijde

VAN DE C.S.F.R. PRAESES

>>

Samen leven

overheidsschulden, waarbij ik keek naar de economische wenselijkheid en juridische haalbaarheid. Het antwoord op de vraag hangt overigens sterk af van de precieze werking van een systeem van gezamenlijke overheidsobligaties. Vice-Abactis ama. Marleen van Beek (Sola Scriptura 2006-2011): Ik heb in Gouda en Utrecht gestudeerd. In Gouda heb ik de PABO gedaan en na het eerste jaar ben ik daar in deeltijd geschiedenis bij gaan studeren in Utrecht. Uiteindelijk heb ik deze laatste studie in voltijd afgemaakt met een master cultuurgeschiedenis. Het onderwerp van mijn thesis was het beeld van de volwassene in Britse kinderliteratuur rond 1900. Daarmee was het kringetje weer rond ;-) 

 Vice-Preses am. Joost Veldman (Panoplia 2001-2002; Ichthus 2002-2006): Ik ben in Leiden begonnen, maar ben na een jaar toch bedrijfskunde gaan studeren in Rotterdam. Ik ben er afgestudeerd op de relatie tussen bedrijfsethiek en de Reformatorische Wijsbegeerte.

Bijna niets blijft zo goed in je herinnering bewaard als de eerste indrukken van een vreemde omgeving. De eerste dagen op je nieuwe werkplek, de eerste rit in een nieuwe auto, de eerste avond op je vakantiebestemming. Het brengt ook direct reflectie op gang, je vergelijkt met je eigen of vorige omgeving. Begin juli ging ik met een grote groep van Sola Scriptura naar de stad Istanbul. Nadat de kamerindeling bekend was en de koffers en tassen op de kamers gebracht waren, ging iedereen de stad in om nog iets te eten en de sfeer te proeven. Wat mij opviel: Turken (be)leven veel meer samen dan Nederlanders. Na de gebedsoproep ga je samen naar de moskee. Iedereen reinigt zich op dezelfde manier voordat hij of zij de moskee betreedt. Vrouwen en mannen trekken dan overigens nog wel gescheiden op. Als de zon onder is, ga je samen met familie of vrienden eten (het was Ramadan) en ’s avonds drink je samen nog een glaasje thee. Hoe is dat in Nederland? Het weer zal ook een rol spelen: we leven minder op straat. Toch zijn we veel meer op onszelf en als we onze familie elke week zien is dat vaak. Het moment waarop wij samen vieren is veelal beperkt tot de zondagse erediensten. De studentenvereniging is een plek waar heel veel samen beleefd wordt. We zien elkaar minstens een keer per week en eten dan ook met elkaar. Waarom houden we dat ritme na onze studententijd niet wat meer vast? Daan van den Born h.t. praeses der C.S.F.R.

C.S.F.R./RRQR-agenda: zie voor meer informatie over de C.S.F.R.activiteiten: www.csfr.nl 17 oktober 2013 - Muziekdag 9 november 2013 - RRQR-congres. Thema: Vooruitgang (in tijden van recessie) Locatie: Gertrudiskapel, Utrecht elders in deze nieuwsbrief wordt het thema en de opzet uitgebreid besproken 21 november 2013 - WinterHV 27-30 december 2013 - WinterConferentie Voor alle in deze nieuwsbrief genoemde data geldt het voorbehoud van Jacobus.

vervolg van p.1

Wat doe je vandaag de dag in het dagelijks leven? Waar woon je, en ben ook ook nog op andere terreinen actief? ama. Marleen: Tijdens mijn eerste Solajaar ben ik op kamers gegaan in Utrecht. Ik woon nog steeds in Utrecht (ik kijk uit op het bruggetje waar de bestuursfoto gemaakt is die hiernaast is afgedrukt). Inmiddels ben ik een jaar afgestudeerd. Afgelopen jaar heb ik 4 maanden voor een groep 8 in Woerden gestaan en daarna heb ik op die school veel ingevallen. Sinds januari is daar mijn werk als rondleider bij het Rijksmuseum bijgekomen. Naast mijn verschillende baantjes ben ik betrokken bij het jeugdwerk van de Jacobikerk in Utrecht, ook ben ik daar aangesloten bij een bijbelkring. 
 am. Arien: Momenteel werk ik op de Erasmus Universiteit als promovendus bij de Erasmus School of Law, de rechtenfaculteit. Mijn onderzoek richt zich op private schulden in de EU. Dat zijn schulden van bedrijven en huishoudens. Ik woon ook in Rotterdam. Daarnaast maak ik deel uit van een acquisitiecommissie voor een stichting die jeugd- en wijkwerk in kansarmere wijken in Rotterdam doet, Het Anker Charlois. Elke zomer probeer ik wel een kamp te leiden. Afgelopen jaar heb ik voor het eerst een ‘Gavekamp’ geleid, voor asielzoekers. Erg mooi om te doen. Doordat ik net getrouwd ben, word ik lid in een andere gemeente, dus daar ben ik nog niet actief, maar ik hoop er wel mee te gaan doen met de activiteiten. ama. Simone: Ik werk alweer een tijdje als dyslexiebehandelaar bij Driestar-Educatief, dat is wel even een hele andere doelgroep dan ik op mijn stage voor me had. Het afgelopen jaar heb ik daarnaast een zwangerschapsvervanging gedaan als gedragswetenschapper op een Rebound van een middelbare school. Nu die vervanging afgerond is, kijk ik weer rond naar een baan als psycholoog, maar helaas liggen deze functies niet voor het oprapen. De afgelopen tijd heb ik me verder ook bezig gehouden met de voorbereidingen van ons huwelijk, op 4 juli ben ik namelijk getrouwd met Jurjan. Tot die dag woonde ik nog in een prachtig Sola-huis aan de Thomassenstraat. Na ons trouwen ben ik bij Jurjan ingetrokken, sindsdien rijd ik dagelijks over de befaamde Amsterdamsestraatweg. Naast mijn werk ben ik betrokken bij de Jacobikerk. Als coördinator van de Alpha-cursus doe ik veel ‘werk achter de schermen’ maar draai ik ook mee in het Alpha-team. Het is een bijzonder mooie taak om iedere keer weer betrokken te mogen zijn bij mensen die op zoek zijn naar God. am. Joost: Ik werk tegenwoordig bij het ministerie van Defensie als beleidsadviseur, in het prachtige oude gebouwe op Het Plein - achter de befaamde klassiek-groene deur. Daar geef ik onder andere beleidsinhoudelijke en politieke adviezen aan de minister, bereid Kamerdebatten voor en schrijf brieven aan de Tweede Kamer. Ik woon, samen met mijn vrouw Marian, in Dordrecht en ben plaatselijk actief voor de gemeente-raadsfractie CU/SGP. Daarnaast ben ik lid van de redactie van Zicht, het tijdschrift van het wetenschappelijk instituut van de SGP. Hoe kijk je terug op je tijd bij de C.S.F.R.? Op welke manier heeft de vereniging betekenis gehad voor je? am. Arien: M’n studententijd was absoluut een mooie tijd, waar ik goed op terugkijk, zowel op het lid zijn van de C.S.F.R. als de contacten met andere vrienden. Op de C.S.F.R. heb je de gelegenheid grondig na te denken over tal van thema’s, boeiende boeken te lezen en bespreken en diep de Bijbel in te duiken. Dat heeft m’n denken zeker gevormd. Daarnaast heb je de gelegenheid jezelf te ontdekken en je karakter en vaardigheden te ontwikkelen door actief te zijn en door commissie- en bestuurswerk. Last, but not least heb ik er vriendschappen opgedaan. Maar, dat moet ook gezegd worden: andere vriendschappen naast het C.S.F.R.-leven zijn ook erg waardevol, omdat je anders weer in een beperkte wereld leeft.

ama. Marleen: In de eerste plaats heb ik er een hele gezellige tijd gehad. Ik heb altijd genoten van de contacten, lange (kring) avonden en weekenden. Daarbij ben ik tijdens mijn bestuurstijd gaan beseffen dat ik in mijn tijd op Sola ook aan het denken ben gezet. Soms door een goede lezing of kring, maar meer nog door de gesprekken met anderen. am. Joost: De studententijd is voor mij een erg mooie en intensieve tijd geweest, waar ik met heel veel plezier aan terugdenk. Ik heb echt veel geleerd, vooral buiten mijn studie om, op de C.S.F.R.. Van organiseren tot delegeren. Het XIe-lustrum, dat ik organiseerde, is zo’n activiteit waar ik heel veel van heb geleerd. Maar meer nog dan dat, ik heb aan de C.S.F.R. ook een heel aantal goede vriendschappen overgehouden, en mijn vrouw natuurlijk. Wat echter daarnaast vooral bijblijft is studie: de inhoud van grote en kleine thema’s van studie- en bijbelkringen, lezingen en conferenties - het heeft het mijn blik verbreed en verdiept. ama. Simone: Ik had het geluk dat ik al vanaf de eerste dag van mijn studie aan de Thomassenstraat woonde. Dat maakte het wel aannemelijk dat ik ook lid van Sola zou worden. Aanvankelijk had ik mijn bedenkingen. Na 14 jaar reformatorisch onderwijs leek het me ook wel eens goed om me in andere kringen te gaan begeven. Toen een vriendin me echter mee had genomen naar de eerste lezing van het jaar, was ik verkocht. Ik heb de diepgang die de C.S.F.R. zocht in allerlei onderwerpen, altijd erg gewaardeerd. Een waardevolle toevoeging op een academische studie die zich over het algemeen veelal richt op één discipline. Maar de vele nieuwe contacten die ik bij Sola opdeed vond ik ook wel erg leuk. Het leverde vaak boeiende gesprekken op bij kringen en borrels. De contacten, lezingen en kringen hebben mij geholpen een mening te vormen over een breed scala aan onderwerpen. Wat was je beeld van de RRQR, voordat je gevraagd werd deel te nemen aan het bestuur? En hoe is dit beeld bevestigd of juist verandert nu je een tijdje meedraait?
 ama. Simone: Ik kende de RRQR slecht. Ik wist dat er congressen werden georganiseerd, maar was bang dat hier vooral veel oudere civieten zouden komen. Toen ik werd gevraagd voor het bestuur, ben ik naar het laatste congres gegaan over de houdbaarheid van de democratie. Tijdens het luisteren naar alle boeiende sprekers, bedacht ik me dat ik de lezingen van de C.S.F.R. eigenlijk toch wel miste. Het gevaar van het werkende leven is dat je in allerlei gewoontes terecht komt, waarbij je nog maar weinig tijd neemt voor beschouwing en reflectie. De RRQR helpt om die kritische houding, die je tijdens de C.S.F.R. leerde ontwikkelen, vast te houden en verbreedt je blik. am. Joost: Mijn beeld was, en is eigenlijk nog steeds, dat de RRQR de C.S.F.R. (vooral de besturen) op de achtergrond ondersteunt. Onze publieke activiteiten beperken zich tot het jaarlijkse congres en het lustrum dat we samen met de C.S.F.R. organiseren. ama. Marleen: Voordat ik in november het jaarlijkse congres van de RRQR bezocht, had ik vooral het idee dat de RRQR een clubje oude wijze mannen bij elkaar was. Die zaterdag werd dat beeld

al wat genuanceerder, ondanks dat er inderdaad aardig wat wijze mannen aanwezig waren. Het onderwerp boeide me en de sfeer deed me denken aan die van een goede lezing op Sola. Nu ik een half jaar meedraai met het bestuur ben ik de waarde van een oudleden vereniging nog meer gaan inzien. In mijn studententijd lag (intellectuele) verdieping voor het oprapen. Elke periode weer een tentamen of een paper en altijd wel wat vrienden die op de filosofische toer waren en daar een hele avond over door wilden praten. Wanneer je gaat werken is daar simpelweg vaak de tijd (en de energie) niet meer voor en moet je daarbij ook meer ‘op zoek’ naar verdieping. Naast een goede krant kan de RRQR daar zeker een positieve rol in spelen. am. Arien: Het beeld van de RRQR dat ik had voordat ik werd gevraagd, was eerlijk gezegd niet heel duidelijk. Ik kende het van de halfjaarlijkse overleggen met het landelijk C.S.F.R.-bestuur, waar ik in heb gezeten, van de boeiende congressen waar ik er twee van heb bezocht en van de voetbalwedstrijd op de ZoCo. Mijn beeld is ten dele bevestigd, maar ook veranderd. Het valt me nu op wat er aan werk moet worden gedaan achter de schermen voor het congres en ook zeker voor het fiscaat. Wat is volgens jou het belang van een oudleden vereniging? En wat is je ambitie met betrekking tot de RRQR? am. Arien: Een oudledenvereniging is er zodat oudC.S.F.R.-ers een band kunnen houden met elkaar, de C.S.F.R. en een plek hebben om zich te bezinnen met andere hoger opgeleiden. Daarnaast is het steunen van de C.S.F.R. ook een goed doel, zowel met ervaring als financieel. ama. Marleen: Ik hoop dat we dit de komende jaren nog meer kunnen overbrengen door goede congressen te blijven neerzetten, te blijven winnen tijdens de jaarlijkse voetbalwedstrijd en onze communicatielijnen te verhelderen en te verbeteren. am. Joost: Belang ligt deels in het bestaan an sich: er is een platform waarin je elkaar kunt treffen (de animo daarvoor lijkt overigens beperkt), daarnaast blijft de ondersteuning van de C.S.F.R. een belangrijke bestaansreden. Maar niet minder belangrijk: in formele zin geven we opdracht tot het uitgeven van Wapenveld. De redactie verdient onze steun, en een groot bereik! Van mij mag de RRQR wel wat meer op de voorgrond treden, maar kan dat niet doen zonder de oud-leden. De formele idealen en doelen van de RRQR zijn immers zeer hooggestemd. Als bestuur hebben we afgesproken om te kijken hoe we daar in de toekomst invulling aan kunnen geven. Daarover zal u dus zeker meer gaan horen. ama. Simone: Ik denk dat de C.S.F.R. een sterk concept is, van waarde voor christelijke academici. Zoals je mede-civieten je tijdens je studententijd scherp hielden, zouden je mede-oudcivieten dit kunnen doen tijdens het werkende leven. Hier ligt tegelijk mijn ambitie. De RRQR wordt op dit moment door een selecte groep gesteund. Het aantal oud-civieten dat op een congres afkomt is niet groot en de leeftijdsverdeling is scheef. Het zou mooi zijn als er vanuit allerlei vakgebieden civieten komen opdagen, zodat we elkaar kunnen vormen en scherp houden om daarna onze positie in de maatschappij weer in te nemen.


rrqr nieuwsbrief no8 binnenzijde

VAN DE C.S.F.R. PRAESES

>>

Samen leven

overheidsschulden, waarbij ik keek naar de economische wenselijkheid en juridische haalbaarheid. Het antwoord op de vraag hangt overigens sterk af van de precieze werking van een systeem van gezamenlijke overheidsobligaties. Vice-Abactis ama. Marleen van Beek (Sola Scriptura 2006-2011): Ik heb in Gouda en Utrecht gestudeerd. In Gouda heb ik de PABO gedaan en na het eerste jaar ben ik daar in deeltijd geschiedenis bij gaan studeren in Utrecht. Uiteindelijk heb ik deze laatste studie in voltijd afgemaakt met een master cultuurgeschiedenis. Het onderwerp van mijn thesis was het beeld van de volwassene in Britse kinderliteratuur rond 1900. Daarmee was het kringetje weer rond ;-) 

 Vice-Preses am. Joost Veldman (Panoplia 2001-2002; Ichthus 2002-2006): Ik ben in Leiden begonnen, maar ben na een jaar toch bedrijfskunde gaan studeren in Rotterdam. Ik ben er afgestudeerd op de relatie tussen bedrijfsethiek en de Reformatorische Wijsbegeerte.

Bijna niets blijft zo goed in je herinnering bewaard als de eerste indrukken van een vreemde omgeving. De eerste dagen op je nieuwe werkplek, de eerste rit in een nieuwe auto, de eerste avond op je vakantiebestemming. Het brengt ook direct reflectie op gang, je vergelijkt met je eigen of vorige omgeving. Begin juli ging ik met een grote groep van Sola Scriptura naar de stad Istanbul. Nadat de kamerindeling bekend was en de koffers en tassen op de kamers gebracht waren, ging iedereen de stad in om nog iets te eten en de sfeer te proeven. Wat mij opviel: Turken (be)leven veel meer samen dan Nederlanders. Na de gebedsoproep ga je samen naar de moskee. Iedereen reinigt zich op dezelfde manier voordat hij of zij de moskee betreedt. Vrouwen en mannen trekken dan overigens nog wel gescheiden op. Als de zon onder is, ga je samen met familie of vrienden eten (het was Ramadan) en ’s avonds drink je samen nog een glaasje thee. Hoe is dat in Nederland? Het weer zal ook een rol spelen: we leven minder op straat. Toch zijn we veel meer op onszelf en als we onze familie elke week zien is dat vaak. Het moment waarop wij samen vieren is veelal beperkt tot de zondagse erediensten. De studentenvereniging is een plek waar heel veel samen beleefd wordt. We zien elkaar minstens een keer per week en eten dan ook met elkaar. Waarom houden we dat ritme na onze studententijd niet wat meer vast? Daan van den Born h.t. praeses der C.S.F.R.

C.S.F.R./RRQR-agenda: zie voor meer informatie over de C.S.F.R.activiteiten: www.csfr.nl 17 oktober 2013 - Muziekdag 9 november 2013 - RRQR-congres. Thema: Vooruitgang (in tijden van recessie) Locatie: Gertrudiskapel, Utrecht elders in deze nieuwsbrief wordt het thema en de opzet uitgebreid besproken 21 november 2013 - WinterHV 27-30 december 2013 - WinterConferentie Voor alle in deze nieuwsbrief genoemde data geldt het voorbehoud van Jacobus.

vervolg van p.1

Wat doe je vandaag de dag in het dagelijks leven? Waar woon je, en ben ook ook nog op andere terreinen actief? ama. Marleen: Tijdens mijn eerste Solajaar ben ik op kamers gegaan in Utrecht. Ik woon nog steeds in Utrecht (ik kijk uit op het bruggetje waar de bestuursfoto gemaakt is die hiernaast is afgedrukt). Inmiddels ben ik een jaar afgestudeerd. Afgelopen jaar heb ik 4 maanden voor een groep 8 in Woerden gestaan en daarna heb ik op die school veel ingevallen. Sinds januari is daar mijn werk als rondleider bij het Rijksmuseum bijgekomen. Naast mijn verschillende baantjes ben ik betrokken bij het jeugdwerk van de Jacobikerk in Utrecht, ook ben ik daar aangesloten bij een bijbelkring. 
 am. Arien: Momenteel werk ik op de Erasmus Universiteit als promovendus bij de Erasmus School of Law, de rechtenfaculteit. Mijn onderzoek richt zich op private schulden in de EU. Dat zijn schulden van bedrijven en huishoudens. Ik woon ook in Rotterdam. Daarnaast maak ik deel uit van een acquisitiecommissie voor een stichting die jeugd- en wijkwerk in kansarmere wijken in Rotterdam doet, Het Anker Charlois. Elke zomer probeer ik wel een kamp te leiden. Afgelopen jaar heb ik voor het eerst een ‘Gavekamp’ geleid, voor asielzoekers. Erg mooi om te doen. Doordat ik net getrouwd ben, word ik lid in een andere gemeente, dus daar ben ik nog niet actief, maar ik hoop er wel mee te gaan doen met de activiteiten. ama. Simone: Ik werk alweer een tijdje als dyslexiebehandelaar bij Driestar-Educatief, dat is wel even een hele andere doelgroep dan ik op mijn stage voor me had. Het afgelopen jaar heb ik daarnaast een zwangerschapsvervanging gedaan als gedragswetenschapper op een Rebound van een middelbare school. Nu die vervanging afgerond is, kijk ik weer rond naar een baan als psycholoog, maar helaas liggen deze functies niet voor het oprapen. De afgelopen tijd heb ik me verder ook bezig gehouden met de voorbereidingen van ons huwelijk, op 4 juli ben ik namelijk getrouwd met Jurjan. Tot die dag woonde ik nog in een prachtig Sola-huis aan de Thomassenstraat. Na ons trouwen ben ik bij Jurjan ingetrokken, sindsdien rijd ik dagelijks over de befaamde Amsterdamsestraatweg. Naast mijn werk ben ik betrokken bij de Jacobikerk. Als coördinator van de Alpha-cursus doe ik veel ‘werk achter de schermen’ maar draai ik ook mee in het Alpha-team. Het is een bijzonder mooie taak om iedere keer weer betrokken te mogen zijn bij mensen die op zoek zijn naar God. am. Joost: Ik werk tegenwoordig bij het ministerie van Defensie als beleidsadviseur, in het prachtige oude gebouwe op Het Plein - achter de befaamde klassiek-groene deur. Daar geef ik onder andere beleidsinhoudelijke en politieke adviezen aan de minister, bereid Kamerdebatten voor en schrijf brieven aan de Tweede Kamer. Ik woon, samen met mijn vrouw Marian, in Dordrecht en ben plaatselijk actief voor de gemeente-raadsfractie CU/SGP. Daarnaast ben ik lid van de redactie van Zicht, het tijdschrift van het wetenschappelijk instituut van de SGP. Hoe kijk je terug op je tijd bij de C.S.F.R.? Op welke manier heeft de vereniging betekenis gehad voor je? am. Arien: M’n studententijd was absoluut een mooie tijd, waar ik goed op terugkijk, zowel op het lid zijn van de C.S.F.R. als de contacten met andere vrienden. Op de C.S.F.R. heb je de gelegenheid grondig na te denken over tal van thema’s, boeiende boeken te lezen en bespreken en diep de Bijbel in te duiken. Dat heeft m’n denken zeker gevormd. Daarnaast heb je de gelegenheid jezelf te ontdekken en je karakter en vaardigheden te ontwikkelen door actief te zijn en door commissie- en bestuurswerk. Last, but not least heb ik er vriendschappen opgedaan. Maar, dat moet ook gezegd worden: andere vriendschappen naast het C.S.F.R.-leven zijn ook erg waardevol, omdat je anders weer in een beperkte wereld leeft.

ama. Marleen: In de eerste plaats heb ik er een hele gezellige tijd gehad. Ik heb altijd genoten van de contacten, lange (kring) avonden en weekenden. Daarbij ben ik tijdens mijn bestuurstijd gaan beseffen dat ik in mijn tijd op Sola ook aan het denken ben gezet. Soms door een goede lezing of kring, maar meer nog door de gesprekken met anderen. am. Joost: De studententijd is voor mij een erg mooie en intensieve tijd geweest, waar ik met heel veel plezier aan terugdenk. Ik heb echt veel geleerd, vooral buiten mijn studie om, op de C.S.F.R.. Van organiseren tot delegeren. Het XIe-lustrum, dat ik organiseerde, is zo’n activiteit waar ik heel veel van heb geleerd. Maar meer nog dan dat, ik heb aan de C.S.F.R. ook een heel aantal goede vriendschappen overgehouden, en mijn vrouw natuurlijk. Wat echter daarnaast vooral bijblijft is studie: de inhoud van grote en kleine thema’s van studie- en bijbelkringen, lezingen en conferenties - het heeft het mijn blik verbreed en verdiept. ama. Simone: Ik had het geluk dat ik al vanaf de eerste dag van mijn studie aan de Thomassenstraat woonde. Dat maakte het wel aannemelijk dat ik ook lid van Sola zou worden. Aanvankelijk had ik mijn bedenkingen. Na 14 jaar reformatorisch onderwijs leek het me ook wel eens goed om me in andere kringen te gaan begeven. Toen een vriendin me echter mee had genomen naar de eerste lezing van het jaar, was ik verkocht. Ik heb de diepgang die de C.S.F.R. zocht in allerlei onderwerpen, altijd erg gewaardeerd. Een waardevolle toevoeging op een academische studie die zich over het algemeen veelal richt op één discipline. Maar de vele nieuwe contacten die ik bij Sola opdeed vond ik ook wel erg leuk. Het leverde vaak boeiende gesprekken op bij kringen en borrels. De contacten, lezingen en kringen hebben mij geholpen een mening te vormen over een breed scala aan onderwerpen. Wat was je beeld van de RRQR, voordat je gevraagd werd deel te nemen aan het bestuur? En hoe is dit beeld bevestigd of juist verandert nu je een tijdje meedraait?
 ama. Simone: Ik kende de RRQR slecht. Ik wist dat er congressen werden georganiseerd, maar was bang dat hier vooral veel oudere civieten zouden komen. Toen ik werd gevraagd voor het bestuur, ben ik naar het laatste congres gegaan over de houdbaarheid van de democratie. Tijdens het luisteren naar alle boeiende sprekers, bedacht ik me dat ik de lezingen van de C.S.F.R. eigenlijk toch wel miste. Het gevaar van het werkende leven is dat je in allerlei gewoontes terecht komt, waarbij je nog maar weinig tijd neemt voor beschouwing en reflectie. De RRQR helpt om die kritische houding, die je tijdens de C.S.F.R. leerde ontwikkelen, vast te houden en verbreedt je blik. am. Joost: Mijn beeld was, en is eigenlijk nog steeds, dat de RRQR de C.S.F.R. (vooral de besturen) op de achtergrond ondersteunt. Onze publieke activiteiten beperken zich tot het jaarlijkse congres en het lustrum dat we samen met de C.S.F.R. organiseren. ama. Marleen: Voordat ik in november het jaarlijkse congres van de RRQR bezocht, had ik vooral het idee dat de RRQR een clubje oude wijze mannen bij elkaar was. Die zaterdag werd dat beeld

al wat genuanceerder, ondanks dat er inderdaad aardig wat wijze mannen aanwezig waren. Het onderwerp boeide me en de sfeer deed me denken aan die van een goede lezing op Sola. Nu ik een half jaar meedraai met het bestuur ben ik de waarde van een oudleden vereniging nog meer gaan inzien. In mijn studententijd lag (intellectuele) verdieping voor het oprapen. Elke periode weer een tentamen of een paper en altijd wel wat vrienden die op de filosofische toer waren en daar een hele avond over door wilden praten. Wanneer je gaat werken is daar simpelweg vaak de tijd (en de energie) niet meer voor en moet je daarbij ook meer ‘op zoek’ naar verdieping. Naast een goede krant kan de RRQR daar zeker een positieve rol in spelen. am. Arien: Het beeld van de RRQR dat ik had voordat ik werd gevraagd, was eerlijk gezegd niet heel duidelijk. Ik kende het van de halfjaarlijkse overleggen met het landelijk C.S.F.R.-bestuur, waar ik in heb gezeten, van de boeiende congressen waar ik er twee van heb bezocht en van de voetbalwedstrijd op de ZoCo. Mijn beeld is ten dele bevestigd, maar ook veranderd. Het valt me nu op wat er aan werk moet worden gedaan achter de schermen voor het congres en ook zeker voor het fiscaat. Wat is volgens jou het belang van een oudleden vereniging? En wat is je ambitie met betrekking tot de RRQR? am. Arien: Een oudledenvereniging is er zodat oudC.S.F.R.-ers een band kunnen houden met elkaar, de C.S.F.R. en een plek hebben om zich te bezinnen met andere hoger opgeleiden. Daarnaast is het steunen van de C.S.F.R. ook een goed doel, zowel met ervaring als financieel. ama. Marleen: Ik hoop dat we dit de komende jaren nog meer kunnen overbrengen door goede congressen te blijven neerzetten, te blijven winnen tijdens de jaarlijkse voetbalwedstrijd en onze communicatielijnen te verhelderen en te verbeteren. am. Joost: Belang ligt deels in het bestaan an sich: er is een platform waarin je elkaar kunt treffen (de animo daarvoor lijkt overigens beperkt), daarnaast blijft de ondersteuning van de C.S.F.R. een belangrijke bestaansreden. Maar niet minder belangrijk: in formele zin geven we opdracht tot het uitgeven van Wapenveld. De redactie verdient onze steun, en een groot bereik! Van mij mag de RRQR wel wat meer op de voorgrond treden, maar kan dat niet doen zonder de oud-leden. De formele idealen en doelen van de RRQR zijn immers zeer hooggestemd. Als bestuur hebben we afgesproken om te kijken hoe we daar in de toekomst invulling aan kunnen geven. Daarover zal u dus zeker meer gaan horen. ama. Simone: Ik denk dat de C.S.F.R. een sterk concept is, van waarde voor christelijke academici. Zoals je mede-civieten je tijdens je studententijd scherp hielden, zouden je mede-oudcivieten dit kunnen doen tijdens het werkende leven. Hier ligt tegelijk mijn ambitie. De RRQR wordt op dit moment door een selecte groep gesteund. Het aantal oud-civieten dat op een congres afkomt is niet groot en de leeftijdsverdeling is scheef. Het zou mooi zijn als er vanuit allerlei vakgebieden civieten komen opdagen, zodat we elkaar kunnen vormen en scherp houden om daarna onze positie in de maatschappij weer in te nemen.


rrqr nieuwsbrief no8 buitenzijde

De tijger U kent dat wel. Beelden die zich in je geheugen hebben vastgehaakt, vaak ver weggestopt, om dan zomaar ineens weer tevoorschijn te komen. Ik had onlangs die ervaring toen premier Rutte het volk opriep om meer te gaan consumeren en zo de economische crises te overwinnen. Voor mij verscheen het beeld van een tijger in volle vaart, met daarop een man die zich angstig vastklampt. Een beeld dat ik voor het eerst in mijn studententijd te zien kreeg en afkomstig is uit het nog zeer lezenswaardige Kapitalisme en vooruitgang van Bob Goudswaard. Dat beeld staat voor het streven van de westerse mens naar al maar meer economische groei. De tijger kiest zijn eigen weg en kan ons naar een bestemming brengen die voor ons noodlottig is. Maar er afspringen of de tijger tot stilstand brengen, zou nog gevaarlijker zijn. En daarom vervolgen wij

ESTAFETTE-COLUMN onze stuurloze rit, vastgeklampt op de rug van wat onze ondergang kan worden. De oproep van onze premier is er op gericht om de ‘tijger’ aan het rennen te houden. Door ons consumptiepijl op te schroeven, kunnen we weer vooruit. We kunnen onze schulden terugbetalen en de maatschappelijke vrede tussen oud en jong, werkend en niet-werkend proberen te beheersen. Maar we vergeten daarbij dat deze tijger ons brengt waar wij niet willen. Een aarde die steeds verder uitgeput raakt, een ontregeld klimaat, toenemende welvaartsongelijkheid, om nog maar te zwijgen van de aanslag die het op de mens zelf doet. Hoe kunnen we deze tijger temmen? Het zal gaan om de wilskracht van de berijder. Die zal zich niet langer meer moeten laten leiden door de bevrediging van zijn onbeperkte be-

hoeften, maar daaraan bewust grenzen moeten stellen. Dat is geen eenvoudige opgave. Het steeds meer willen, zit ons in het bloed. Het vraagt om niet minder dan een bekering. Paulus riep er al toe op: “Laat uw leven niet beheersen door geldzucht, neem genoegen met wat u hebt”. Het zou heilzaam zijn wanneer de kerk hieruit zou leven en een oefenplaats wordt voor haar leden. Het zou in onze tijd wel eens het middel bij uitstek kunnen zijn, om te laten zien dat de kerk leeft in de verwachting van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Reinier van Woerden am. Reinier geeft het estafettestokje door aan ama. Carolien Van der Vliet-Hameeteman, die in de volgende nieuwsbrief de column zal schrijven.

Vooruitgang (in tijden van recessie) RRQR-congres 2013

een citaat van Bertrand Rusell: ‘Het is niet een afgerond Utopia waar we naar moeten verlangen, maar naar een wereld waarin verbeeldingskracht en hoop levend en actief zijn.’ Hoop en verbeeldingskracht als de noodzakelijke elementen in een beschaving, een Ruim tien jaar geleden hingen er in veel steden posters van Loesje cultuur. met de tekst ‘Toekomst, is dat niet iets van vroeger?’ Een korDie veronderstelling vormt het uitgangspunt van het RRQRtere samenvatting van het postmoderne levensgevoel is er niet congres van 2013, dat we met drie spekers willen onderzoeken. voorhanden. De vooruitgang was geschiedenis geworden, het Rutger Bregman zal zelf, om te beginnen, zijn had een nare bijsmaak gekregen. Niet het individuele 9 november a.s. stelling uitleggen. In de inleiding van zijn boek perspectief, overigens: als er nog verwachtingen waren 14.00-16.30 uur stelt hij dat we onszelf goed moeten kennen, voor de toekomst, dan betrof dit het persoonlijke vlak. Gertrudiskapel om niet verblind te raken door de vooruitgang. Carrière en welvaart waren min of meer gegarandeerd. Is dit een kennen van de geschiedenis, opdat we Dat persoonlijke leek in de afgelopen tien jaar – tot de Utrecht daardoor geïnspireerd worden, dan wel leren financiële crisis uitbarstte – het ultieme levensdoel te van de fouten, of gaat het dieper, en heeft dit zijn: carrière, geluk, gezondheid en vooral ook vrijheid. sprekers: ook te maken met een specifiek zelfbeeld van Maar ook die verwachting is vervlogen. De jeugd van nu Hans Achterhuis de mens, een specifiek mensbeeld? De filosoof krijgt het niet gegarandeerd beter dan hun ouders. Uit Rutger Bregman Hans Achterhuis zal reageren op Bregman’s stelpeilingen blijkt een gedeeld pessimisme over de toekomst, resulterend in een haast vanzelfsprekende bereid- Reinier Sonneveld ling, uiteraard vanuit zijn gedegen kennis van de geschiedenis van de utopieen. Is het geloof heid ook soberder te gaan leven, te ‘consuminderen’. in vooruitgang eigenlijk wel te behoeden van In De geschiedenis van de Voortuitgang houdt historicus negatieve uitwassen? Wat ziet hij als de kern van beschaving, en en publicist Rutger Bregman een bijna tegendraads pleidooi. Ook hoe verhoudt zich dat tot een dergelijk ‘geloof in de vooruitgang’? los van de financiële kant van de zaak is vooruitgang noodzaak, En op welke manier kunnen idealen worden geformuleerd, die betoogt hij. Elke cultuur leeft bij de gratie van een zeker vooruittoch voldoende open zijn om onderweg bij te sturen en ruimte te gangsgeloof. Dit vooruitgangsgeloof moet uiteraard een nieuwe laten voor verschillen, diversiteit, pluraliteit? De theoloog Reinier vorm moet aannemen, in balans moet met een scherpe blik op de Sonneveld zal ten slotte, het Koninkrijk van God in brengen in de realiteit van alle dag. Utopische vergezichten zijn nodig, stelt hij, discussie. Wat betekent het voor het leven om te geloven in dit maar alleen met het besef van de smalle scheidslijn tussen utopie vergezicht, zoals dat door Jezus is aangekondigd? Wat betekent dit en dystopie. De utopie moet voldoende open zijn, om met de voor ons handelen en onze gemeenschappen vandaag de dag? ervaringen van vandaag die vooruitgang bij te sturen, stelt hij met COLOFON blijvend (in)formeren is een uitgave van de stichting RRQR (www.rrqr.nl), de oud-ledenvereniging van de studentenvereniging C.S.F.R. (www.csfr.nl), en heeft als doel haar leden te informeren en de onderlinge contacten te verstevigen. redactie: het h.t. bestuur: ama. Simone Aman-Braaksma, ama. Marleen van Beek, am. Arien van ‘t Hof, am. Hans Teerds en am. Joost Veldman. lay-out: hansteerds grafisch ontwerp, Amsterdam druk en verspreiding: Drukkerij Verloop, Alblasserdam Wij danken am. Daan van den Born en am. Reinier van Woerden voor hun bijdrage aan dit nummer Opmerkingen, reacties en tips: abactiaat der RRQR, t.a.v. ama. Simone Aman-Braaksma, Papaverstraat 42, 3551 EW Utrecht; abactis@rrqr.nl

Informatie: Locatie: Gertrudiskapel, Willemsplantsoen 2,
3511 LA Utrecht (5 minuten lopen vanaf Utrecht CS) Tijdstip: Zaterdag 9 november 2013, 14.00 – 16.30 uur Inloop met koffie/thee vanaf 13.30 uur Borrel vanaf 16.30 uur Kosten (incl. € 15,- (RRQR-leden) consumpties): € 10,- (C.S.F.R.-leden) € 20,- (externen) Aanmelden: Het voor u geldige bedrag overmaken op reke ningnummer 1213220 t.n.v. Fiscus RRQR te Arnhem, onder vermelding van uw naam en ‘Congres 2013’. houdt www.rrqr.nl in de gaten voor meer informatie

blijvend (in)formeren rrqr-nieuwsbrief | jaargang 4 | nummer 2 | september 2013

Amicae, amicique

Kennismaken met de nieuwe bestuursleden

Met een sterk en verjongd team heeft de RRQR afgelopen juli voor de derde keer op rij de prof.dr.A.A.vanRulerbokaal gewonnen. Dat betekent dat de beker nu voor altijd in ons bezit is. Vanaf volgend jaar wordt er gestreden om een nieuwe beker. Proficiat, team! Wat ook verjongd is, is het RRQR-bestuur. In de nieuwsbrief van afgelopen voorjaar heeft u er al over kunnen lezen, in deze nieuwsbrief introduceren we onze nieuwe bestuursleden. Maar niet nadat we u nog hebben gewezen op een aantal andere stukken in deze nieuwsbrief: de estafette-column, deze keer geschreven door am. Reinier van Woerden, de column van de C.S.F.R.-praeses, de agenda voor het komend half jaar, en tenslotte - zeer belangrijk - de aankondiging van het jaarlijkste RRQR-congres. Onder het motto ‘Vooruitgang (in tijden van recessie)’ zullen Hans Achterhuis, Rutger Bregman en Reinier Sonneveld onze gastsprekers zijn. U, amicae, amicique, komt toch ook? 9 november in de Gertrudiskapel in Utrecht.

Het RRQR-bestuur is in het afgelopen half jaar drastisch gewijzigd. De nieuwe bestuursleden stellen zich op deze pagina’s aan u voor, aan de hand van enkele vragen. Om te beginnen met de veelgestelde vraag: waar en wat heb je gestudeerd? Abactis ama. Simone Aman-Braaksma (Sola Scriptura 2006-2011): Ik heb in Utrecht zowel de bachelor als master van Kinder- en Jeugdpsychologie gevolgd. Mijn master was gericht op forensische zorg. Ik heb stage gelopen in een Justitiële Jeugdinrichting en onderzoek gedaan naar de effectiviteit van een interventieprogramma dat in dergelijke inrichtingen wordt uitgevoerd. De levens van de jongeren die ik daar tegen kwam waren wel even wat anders verlopen dan dat van mij, erg boeiend om mee bezig te zijn, maar tegelijk ook confronterend. Fiscus am. Arien van ‘t Hof (Ichthus 2005-2011): In Rotterdam heb ik zowel Economie als Rechten gestudeerd. Bij economie, waar ik de master International Economy deed, droeg mijn afstudeerscriptie de titel ‘Export growth and firms’ factor input choice: empirics from Eastern Europe and Central Asia.’ Daarin onderzocht ik de relatie tussen de productiefactoren die bedrijven gebruiken – specifiek menselijk kapitaal – en groei van de export. Een heel specifiek onderwerp: laat ik er verder niet over uitweiden. Voor mijn master Internationaal en Europees Publiekrecht studeerde ik af op de vraag of euro-obligaties een effectieve oplossing kunnen bieden voor de Europese crisis op het gebied van

Wij wensen u veel leesplezier. Het RRQR-bestuur De strijd om de wisselbeker, de prof.dr.A.A.vanRulerbokaal, werd - ondanks het knollenveld - gewonnen door het team van de RRQR

>>

vervolg op p.2


RRQR nieuwsbrief