Page 1

KILBGURET NEE EEN TERUGBLIK


2

INHOUD ALGEMEEN

BEDRIJFSHISTORIE

4 6 118 122 126

Voorwoord Een terugblik De sluiting Een vooruitblik Nawoord en bronnenverantwoording 128 Colofon

70

FAMILIEGESCHIEDENIS

38

10 12 20 22

Familie Cohen Genealogisch overzicht Familie Wittgenstein Genealogisch overzicht Josef Cohen Oprichter Maison de Bonneterie Rosalie (Rosa) Wittgenstein Oprichter Maison de Bonneterie

92

Directie en commissarissen Jubilea

CONFECTIEGESCHIEDENIS 26 30

BEDRIJFSPANDEN

52

14 18 28

82

44

Kistenmakerspand Kalverstraat 183 Bouw kalverstraat 1908/1909 Jacot & Oldewelt: bouwmeesters van het winkelbedrijf Nieuwbouw Den Haag

DE MEDEWERKERS 34 36 60 78

Medewerkers Jubilarissen Werken bij Pensioenfonds

40

Opkomst en ondergang van het matrozenpakje De historie van confectie De confectie revolutie Confectie tijdens het interbellum (1918-1940) Confectie na de Tweede Wereldoorlog, 1945-2014

VERKOOP & MARKETING 56

Brochures interbellum 86 De etalages 98 Free space: Wim Crouwel 116 Opruiming

DIVERSEN

DE AFDELINGEN 50 76

Atelier De hoedenafdeling Inge Vecht 106 De witgoedafdeling Hannie Drost 108 De herenafdeling Jaap van der Velden 114 The new image

40

Artikel Uit: Dameskroniek, 22 november 1930 66 Klanten aan het woord 74 Markant confectie-atelier van japonnen 102 Bijzondere zaken

28 20

50


3 14

1889-1909 DE BEGINJAREN

28

1909-1940 INTERBELLUM

36

HISTORIE

Amsterdam DE OPRICHTING

1940-1945

DE DUITSE BEZETTING

48

1945-1966

WEDEROPBOUW

64

1966-1982

VERNIEUWING

94

1982-2014

SLOTAKTE

98

84 66

86 60

74


4


5

VOORWOORD Voor u ligt een monument. Een monument ter herinnering aan 125 jaar Maison de Bonneterie. Het modewarenhuis Maison de Bonneterie werd 18 maart 1889 opgericht door onze voorouders Joseph Cohen en Rosa Wittgenstein. Toen in februari 2014 bekend werd dat Maison de Bonneterie zijn deuren voorgoed zou sluiten, besloten wij om verslag te doen van de historie van dit bijzondere familiebedrijf. We doen dit voor onze kinderen en de daarop volgende generaties, opdat zij een goed beeld krijgen van wat deze winkel voor vier/vele generaties familie heeft betekend. Maar ook maken we dit boek als eerbetoon voor familieleden en medewerkers die zich met zoveel toewijding hebben ingespannen om Maison de Bonneterie groot te maken alsook voor onze trouwe klanten en toeleveranciers. Dit fraaie boek is tot stand gekomen met de zeer professionele hulp van Verhoog & Warmerdam. Wij bedanken met name Jeroen voor zijn grondige historische onderzoek, en Judit, Hans en Riet voor hun enthousiasme bij de vormgeving. U heeft met dit boek een unieke herinnering in handen aan 125 jaar Maison de Bonneterie. We hopen dat deze terugblik bij alle betrokkenen een glimlach van herinnering en herkenning zal oproepen. Amsterdam, 18 maart 2016 Vivian Colland

Mariette Koster-Herz


6

KILBGURET NEE ALS DE EIGENAREN VAN HET BEFAAMDE MODEWINKELBEDRIJF MAISON DE BONNETERIE MET MAJESTUEUZE VESTIGINGEN IN AMSTERDAM EN DEN HAAG IN FEBRUARI 2014 DE SLUITING VAN DE TWEE WINKELS BEKENDMAKEN - NOTA BENE VLAK VOORDAT DE ONDERNEMING DE LEEFTIJD VAN 125 JAAR ZOU BEREIKEN - ZIJN DE REACTIES RUWWEG IN TWEE SOORTEN ONDER TE VERDELEN. Enerzijds is er bedroefdheid, overgoten met een saus van nostalgie, dat een zo oud en gerenommeerd winkelhuis de poorten sluit. Anderzijds is er het besef dat dit soort modehuizen voor het meer exclusieve segment kleding, in de eenentwintigste eeuw niet meer rendabel is - de aanhoudende financiële crisis toont dit nog eens aan. Maison de Bonneterie is wat dit betreft de laatste in zijn soort en iedereen met verstand van zaken weet dat de eigenaren - hoe moeilijk en pijnlijk het ook is - de juiste beslissing hebben genomen. Maison de Bonneterie is een begrip. Bij velen, en dan vooral zij die nooit in Maison de Bonneterie komen, staan de winkels voor traditioneel, duur, exclusief, chique en alleen toegankelijk voor de welgestelden onder ons. Natuurlijk, de statige winkelpanden van Maison de Bonneterie - beide Rijksmonumenten - bezitten onmiskenbaar een grandeur, zowel aan de buitenkant als wat betreft het interieur, die je nergens meer tegenkomt: indrukwekkende uit natuursteen opgetrokken negentiende eeuwse gevels aan de buitenzijde, reusachtige glas-in-loodkoepels, glooiende balustrades, stijlvolle vitrines, imposante kristallen kroonluchters en zacht tapijt met sierlijke motieven voor wie de panden betreedt. Maar zij die Maison de Bonneterie wel met enige regelmaat bezoeken, weten dat het bedrijf wel degelijk met zijn tijd is meegegaan. Maison de Bonneterie heeft zich gedurende de 125 jaar van zijn bestaan voortdurend aangepast aan de wensen van de cliëntèle, tenslotte de kurk waarop een winkelbedrijf drijft. Een clientèle die, gedreven door maatschappelijke ontwikkelingen, op haar beurt de nodige veranderingen doormaakte.


Pagina 7 Links: de centrale galerij in Amsterdam in september 2014, vlak na de sluiting. Rechtsboven: trappenhuis in Amsterdam met de gebranschilderde ramen uit 1939, september 2014 Rechtsonder: de befaamde kroonluchters van Maison de Bonneterie, september 2014.

Pagina 8 Linksboven en - onder: Gestripte verdiepingen in Den Haag, maart-april 2015. Rechtsboven: Gestript trappenhuis Amsterdam, maart 2015. Rechtsonder: Centrale galerij in Amsterdam, maart 2015.


EEN TERUGBLIK Maison de Bonneterie doorstond bovendien twee wereldoorlogen en enkele zware economische crises. In de jaren zestig toen onze maatschappij op vele terreinen een drastische verandering doormaakte, wist Maison de Bonneterie zich als een van de weinige en uiteindelijk als enig traditioneel zelfstandig modewarenhuis staande te houden. Dat kon alleen maar door zich steeds aan te passen en te vernieuwen. De maatschappij verandert, de mode verandert en Maison de Bonneterie verwisselt steeds weer van gedaante, voortgedreven door de dynamiek van de verandering. Dat begon al in 1909 en 1913 als de bescheiden winkelzaken in Amsterdam en Den Haag plaats maken voor ware modepaleizen van bijna koninklijke allure. De periode tussen de twee wereldoorlogen is de tijd waaraan Maison de Bonneterie grotendeels zijn traditionele chique imago ontleent. Maar na de rampzalige bezettingsjaren - vele joodse medewerkers vinden de dood in Duitse kampen - ondergaat de onderneming een metamorfose. Eerst nog geleidelijk, maar vanaf de jaren zestig volgen de veranderingen en aanpassingen elkaar in steeds hoger tempo op. Een stabiele factor vormt het feit dat Maison de Bonneterie steeds een familiebedrijf is gebleven. Vier generaties uit twee families bepalen 125 jaar lang het beleid en zorgen voor continu誰teit en verandering. In de eerste plaats is de historie van Maison de Bonneterie een geschiedenis die geschreven is door mensen: de medewerkers, de klanten en uiteraard de oprichters, Joseph Cohen en Rosa Wittgenstein, die op 18 maart 1889 in de Kalverstraat in Amsterdam een bescheiden winkel in gebreide artikelen openden.

De foto's op pagina's 7-8, en pagina's 123-125, zijn van de hand van de Amsterdamse fotograaf Jan Theun van Rees die het gehele proces van de transformatie van de winkels van Maison de Bonneterie in Amsterdam en Den Haag tot H&M flagstores op foto heeft vastgelegd.

9


10

FAMILIE COHEN GENEALOGISCH OVERZICHT

Heymann Cohen x [1] Bertha Leeser [2] Sophia Bernhard

Sally Cohen [2] x Fremma Fränkel

Leeser Cohen [1] x HenriĂŤtte Salomon

Herman

Bertha Cohen

Hennie Cohen 1916-1985

Julie

Alfred Cohen 1884-1950 x Johanna Helena Kan-Bloch 1892-1977

Leo Colland 1918-1986

Jim Colland 1946-

Joe Colland 1920-

Josef Cohen [2] 1860 - 1924 x Rosa Wittgenstein 1868 - 1949

Max Cohen 1885-1951

Fred Colland 1925-1997

Rolf Cohen 1931-

Vivian Colland 1949-

Rechterpagina: De familie Cohen, 1964. Midden zittend: Johanna Helena Kan-Bloch. Met kinderen en kleinkinderen.


11

DE JOODSE FAMILIE COHEN IS AFKOMSTIG UIT WESTFALEN. STAMVADER IS HEYMANN COHEN, ZOON VAN LEVY COHEN, GEBOREN IN BONN IN 1759, DIE GEHUWD IS MET SARA ABRAHAM. Heymann Cohen vestigt zich in Dinslaken, een plaats van ongeveer 2.000 inwoners aan de Rijn in het Duitse Ruhrgebied. Hij trouwt twee keer. Uit zijn eerste huwelijk met Bertha Leeser wordt in 1839 zoon Leeser geboren. Uit zijn tweede huwelijk met Sophia Bernhard worden meerdere kinderen geboren waaronder twee zoons Josef en Sally. Vader Heymann verdiende zijn brood als textielhandelaar; het is dus niet vreemd dat zijn zoons dezelfde richting opgaan. Zoon Josef, geboren in 1860, komt als handelsreiziger in textielproducten in Nederland terecht waar hij Rosa Wittgenstein ontmoet. In 1889 richten zij Maison de Bonneterie op. Het is niet bekend wat Leeser en Sally Cohen voor beroep uitoefenden. Misschien werkten ze voor hun vader. Sally woonde met zijn echtgenote in Barmen (tegenwoordig Wuppertal). Leeser bleef zijn hele leven in Dinslaken - rond 1900 woonde hij in de Neustrasse 23 waar hij een winkel dreef wonen en overleed in 1915. Wat we wel weten is dat hun beider zoons, Alfred en Max Cohen, geboren in respectievelijk 1884 en 1885, door hun oom Josef naar Amsterdam worden gehaald om de leiding van Maison de Bonneterie op zich te nemen. Alfred in 1905 en Max in 1921.


12

FAMILIE WITTGENSTEIN GENEALOGISCH OVERZICHT

Salomon Berg † 1891 x [1] Sara Levy [2] Sophie Wittgenstein - 1892

Abraham Wittgenstein x Julie Fontheim

Sophie Wittgenstein

Julia

Louis Wittgenstein

Alfred

Selma

x

Dorine Wittgenstein 1866 - 1939 x Nathan Heinemann ± 1920

Lina Berg [1]

Rosa Wittgenstein 1868 - 1949 x Josef Cohen 1860 - 1924

Julie Berg [2] 1861 - 1935 x Sylvain Kahn 1857 - 1929 Oprichter Hirch & Co

Albert Sally Berg [2] 1857 - 1924 Oprichter Hirch & Co

Sophie

Emma Wittgenstein 1876 - 1933 x Walter Herz 1878 - 1936

Harry

Regina Heinemann 1894 - 1960 x Mo Katz 1882 - 1951

Grete Herz 1906 - 1988 x Kurt Prenzlau 1892 - 1945

Tom Katz -1928 x Matty Gomperts

Inge Prenzlau 1931 x Lo Vecht

Lisa Herz

Iwan

Paul Herz 1907 - 1966 x Ellen David 1914 - 2002

Eddie Herz 1948 - 1991 x Margriet Meijer

Het woonhuis annex Möbel Magazin van de familie Wittgenstein aan de Markt 13 in Warburg. Omstreeks 1900. Rechterpagina: De negen kinderen van Louis Wittgenstein en Lina Berg omstreeks 1885, geheel links: Rosa Wittgenstein.

Mariette Herz 1952 x Wim Koster


13

DE JOODSE FAMILIE WITTGENSTEIN STAMT UIT WESTFALEN. SIMON MEYER UIT OSSENDORF DIE IN 1808 VANWEGE NAPOLEONTISCHE WETGEVING - IEDEREEN ZONDER FAMILIENAAM MOEST ER EEN AANNEMEN - ADOPTEERT IN DAT JAAR DE FAMILIENAAM WITTGENSTEIN. Er is mogelijk een verwantschap met de beroemde filosoof Ludwig Wittgenstein, wiens familie uit dezelfde streek stamt, maar bewijs is er (nog) niet. Halverwege de negentiende eeuw verhuizen enkele van de nakomelingen van Simon Meyer, waaronder stamvader Abraham Wittgenstein naar het nabijgelegen stadje Warburg. Diens zoon Louis Wittgenstein, eigenaar van een timmermansbedrijf, trouwt daar met Lina Berg. Ze bewonen een groot huis aan de Markt 13. Ze krijgen negen kinderen, zes meisjes en drie jongens. Vrijwel allemaal trekken ze naar Nederland. Sommigen, waaronder Rosa Wittgenstein en Emma Wittgenstein (moeder van Paul Herz) vinden kortere of langere tijd emplooi bij het bedrijf van oom Sally Berg, Hirsch & Cie aan het Leidseplein in Amsterdam. Sally Berg is een halfbroer van Lina Berg. Hun vader is textielkoopman Salomon Berg uit Warburg. De moeder van Sally Berg is Sophie Wittgenstein, een zuster van Louis Wittgenstein. Het toont de innige banden tussen de families Berg en Wittgenstein.


14

KISTENMAKERSPAND MAISON DE BONNETERIE BEGINT HAAR EERSTE WINKEL IN 1889 AAN DE KALVERSTRAAT 181. ALS DE WINKEL IN 1901 VERHUIST NAAR HET BUURPAND AAN DE KALVERSTRAAT 183, EN IN 1909 EEN GEHEEL NIEUWE WINKEL BETREKT OP HETZELFDE PERCEEL, UITGEBREID MET PERCELEN AAN HET ROKIN, GEBEURT DAT OP HISTORISCHE GROND. Vrijwel exact op dezelfde plek, na de stadsuitbreiding van 1480 net binnen de stadsmuren gelegen niet ver van de middeleeuwse stadspoort, bevindt zich vanaf de vijftiende eeuw tot in de tweede helft van de zestiende eeuw het Sint Jorishof, dat voor 1480 diende als leprozenhuis. Daarna richt het Sint Jorishof zich voornamelijk op de zorg voor armen en ‘onnozelen’. Weer later is het Sint Jorishof in gebruik als proveniershuis, dat wil zeggen een huis waar personen zich voor een vast bedrag kunnen inkopen, waarna ze voor de rest van hun leven gratis kost en inwoning genieten. Het stadsbestuur, eigenaar van het Sint Jorishof, besluit in 1624 de kapel aan de Kalverstraat te verbouwen en te verhuren aan het Sint Jozefgilde van timmerlieden. Dit gebouw aan Kalverstraat 183, staat sindsdien bekend als het Kistenmakerspand. Begin negentiende eeuw, tijdens de Franse tijd, besluit de overheid het Sint Jorishof op te heffen en op te delen in percelen. Het Kistenmakerspand wordt aan het eind van de zeventiende eeuw aanmerkelijk verbreed en verlengd tot aan het Rokin. In de voor- en achtergevel wordt het stadswapen geplaatst. In het gebouw stellen de kistenmakers of schrijnwerkers van het Sint Jozefgilde hun kasten, tafels en stoelen en ander houtwerk als in een winkel te koop. Het verkooplokaal wordt aangeduid met een groot uithangbord. Elke gildebroeder mag er één stuk uitstallen. Twee vrouwen zorgen voor de verkoop. Met een deel van de opbrengst voldoet het gilde de huur aan de stad Amsterdam.


Het Kistenmakerspand aan de Kalverstraat 183 gezien vanuit de Heiligenweg. Tekening uit 1774 naar een oudere ets van van Jacobus Verheyden. Rechtsboven en -midden: tekening en plattegrond van de Sint Jorishof. Rechtsonder: Kistenmakerspand omstreeks 1624, ets van Jacobus Verheyden.


AMSTERDAM DE OPRICHTING Op 18 maart 1889 openen Joseph Cohen en Rosa Wittgenstein in een pand aan de Amsterdamse Kalverstraat 181 een winkel in gebreide goederen, oftewel bonneterie. Deze zaak noemen ze daarom: Maison de Bonneterie. De opening van de winkel komt niet uit de lucht vallen. Beide echtelieden hebben een achtergrond in de textielbranche. De locatie is ook niet toevallig. De Kalverstraat is dĂŠ chique winkelstraat van Amsterdam, een stad die in die periode tot grote bloei komt.


Amsterdam, hoofdstad van Nederland, groeit na een periode van stagnatie, in de tweede helft van de negentiende eeuw weer geleidelijk. De trotse handelsstad van de zeventiende en achttiende eeuw begint onder invloed van de industriële revolutie aan een nieuwe periode van expansie en bloei. De bevolking groeit enorm, van circa 225.000 inwoners in 1850 tot 510.000 in 1900.

Amsterdam bloeit op in een wereld die volop in beweging is. Tekenend is de bouw van het Paleis van Volksvlijt aan het Frederiksplein. Op 16 augustus 1864 stromen duizenden Amsterdammers toe om getuige te zijn van de opening van dit enorme gebouw, dat, anders dan men gewend is, geheel is opgetrokken uit ijzer en glas en bekroond is met een imposante glazen koepel. Het gebouw staat symbool voor het begin van de uitbreiding van de stad.

Amsterdam barst uit zijn voegen. Buiten de oude stadswallen verrijzen nieuwe stadswijken. Maar ook voor het vertier van de Amsterdammers worden er grootse plannen ontwikkeld buiten de oude stadsgrenzen. Op het eeuwenoude polderland wordt het Vondelpark aangelegd. Niet ver daarvandaan begint in 1878 de bouw van het Rijksmuseum, minstens zo imposant als het Paleis voor Volksvlijt. In 1884 start de bouw van het nieuwe Concertgebouw. De bloei van de stad zorgt voor veel werk en voor een nieuw elan. Amsterdam is weliswaar geen Londen of Parijs, maar de gegoede burgerij, bestaande uit oude handels- en regentenfamilies en de nieuwe rijken, ondernemers en industriëlen, hoeven zich niet te vervelen in hun stad.

Niet alleen de rijken, maar ook een groeiend aantal gewone Amsterdammers heeft door de toegenomen bedrijvigheid steeds meer geld te besteden. Het grootste deel van zijn geld geeft men uit aan de eerste levensbehoeften, waarbij de vele markten een centrale plaats innemen. Daar koopt men groenten, vlees en zuivelproducten, vaak rechtstreeks van de boer. Bakkers leveren brood. Daarnaast zijn er in een stad als Amsterdam ook gespecialiseerde zaken in bijvoorbeeld wijn, gedistilleerd en tabak. Zilver- en goudsmeden en gewone smederijen vervaardigen, meestal op

bestelling, allerlei gebruiksvoorwerpen. Kleding maakt men doorgaans zelf. Wie iets meer te besteden heeft gaat naar een naaister of kleermaker. Winkels, vaak nauwelijks als zodanig herkenbaar, zijn dikwijls gevestigd in de buurt van markten om maar zoveel mogelijk klandizie te trekken. Belangrijk zijn ook de marskramers en straathandelaren. De aankoop van duurzame, luxe gebruiksgoederen gaat doorgaans gepaard met een hele verkoopceremonie waarbij de klant, eenmaal in de winkel, van alles wordt getoond en aangeprezen - vrij rondkijken is er niet bij; de meeste goederen zijn overigens weggestopt in kasten en laden - waarna een ritueel van loven en bieden uiteindelijk uitmondt in een transactie. Winkeliers zitten niet te wachten op ongewenste klandizie die niets te besteden heeft en geven hun winkels daarom een deftig uiterlijk. Mensen die niet zo veel kunnen besteden, hebben dan ook drempelvrees om zo’n deftige zaak binnen te stappen. Ze vrezen de ‘koopplicht’. Veel van die deftige zaken zijn eind negentiende eeuw gevestigd in de Kalverstraat, waar ook Joseph Cohen en Rosa Wittgenstein in 1889 hun Maison de Bonneterie vestigen.

De enorme groei van het aantal Amsterdammers wordt voornamelijk veroorzaakt door immigratie uit binnen- en buitenland. Amsterdam is altijd een stad van immigranten geweest. In de zestiende en zeventiende eeuw vallen de hugenoten en Spaanse en Portugese Joden op die vanwege hun godsdienst in de relatief tolerante Nederlandse republiek hun toevlucht zoeken. Vanaf de achttiende eeuw zijn het vooral veel immigranten uit Noord-Duitsland die om economische redenen naar onze streken trekken. Onder hen veel Joodse en katholieke Duitsers, die om uiteenlopende redenen - jonge mannen vertrekken bijvoorbeeld om te ontkomen aan de dienstplicht die is ingevoerd in het in 1871 gestichte Duitse keizerrijk - hun heil in Nederland zoeken. Een groot aantal van hen verdient zijn brood in de handel. Ook de oprichters van Maison de Bonneterie zijn uit Duitsland afkomstig, beiden uit een Joodse handelsfamilie.

Rosa(lie) Wittgenstein, geboren op 4 december 1867, is één van de negen kinderen van Louis Wittgenstein, eigenaar van een meubelzaak in Warburg in Westfalen, en zijn vrouw Lina Berg.


Links: Josef Cohen. (Dinslaken 1860 - Amsterdam 1924).

Rechts: Rosa(lie) Wittgenstein. (Warburg 1867 - Amsterdam 1949).

De Grand Bazar, een van de grootste winkels in de chique Kalverstraat, gevestigd in het voormalige Kistenmakerspand. In 1901 betrekt Maison de Bonneterie dit pand.

Het imposante Paleis van Volksvlijt aan het Frederiksplein in Amsterdam, geopend in 1864 en afgebrand in 1929. Een symbool van de nieuwe tijd.


Drukte in de Kalverstraat in 1893. Rechts de bekende vestiging van Perry en Co. Foto: Jacob Olie (1834-1905).


Lina Berg komt eveneens uit een kinderrijk gezin in Warburg. Omdat haar vader Salomon Berg na het overlijden van zijn eerste vrouw is hertrouwd met Sophie Wittgenstein (zuster van de hiervoor genoemde Louis Wittgenstein) heeft ze enkele halfbroers en -zussen waaronder Sally Berg. Deze Sally Berg trok op jonge leeftijd naar Brussel waar hij als bediende ging werken bij het modehuis van Leo Hirsch. Daar ontmoette hij collega Sylvain Kahn. Beiden waren pas veertien jaar. Na zich te hebben opgewerkt binnen de onderneming besloten ze voor zichzelf te beginnen in Amsterdam en daar een haute couture zaak naar Frans model te stichten. Leo Hirsch zorgt voor de financiering en het nieuwe bedrijf heet dan ook: Maison Hirsch & Cie, gevestigd aan het Leidseplein. Hirsch & Cie opereert als zelfstandige onderneming al blijft de band met het Brusselse moederbedrijf nog tot vlak na de Eerste Wereldoorlog bestaan. Een stoet aan familieleden komt naar Amsterdam om bij Hirsch & Cie te werken of stage te lopen. Van de negen kinderen van het gezin Wittgenstein-Berg maken er maar liefst zeven de reis naar Amsterdam. De meesten van hen komen te werken bij het modepaleis van hun oom Sally Berg. Rosa Wittgenstein arriveert in juni 1884 op zeventienjarige leeftijd en gaat aan de slag als modiste (verkoopster van modeartikelen voor dames). Zij woont boven de winkel, net als haar oudere zussen Selma en Dorine.

Joseph Cohen is afkomstig uit het eveneens in Westfalen gelegen Dinslaken, geboren op 15 oktober 1860, zoon van textielhandelaar Haymann Cohen en Sophie Bernhard. Hij vindt werk als vertegenwoordiger van de Keulse textielfabrikant L. Heilbron. Zijn reizen voeren hem regelmatig naar Amsterdam waar hij zijn kousen, handschoenen en tricot goederen aan de man brengt. In augustus 1886 vestigt hij zich op aanraden van zijn werkgever als commissionair (tussenpersoon die op eigen naam voor rekening van een opdrachtgever overeenkomsten sluit) in Amsterdam. Hij gaat wonen in een pand aan de Gravenstraat. Rond deze tijd zal hij Rosa Wittgenstein hebben ontmoet bij Hirsch & Cie. Beiden zijn afkomstig uit gegoede Joodse koopmans-

families, geboren in Duitsland en werkzaam in de textielbranche. Er zal meer gemeenschappelijks zijn geweest, want op 19 februari 1889 trouwen ze in Warburg, Rosa’s geboorteplaats. Op dat moment zijn de plannen voor een eigen zaak al in een vergevorderd stadium. Het idee is om een zaak in gebreide goederen, ook wel tricot of ‘bonneterie’ genoemd, te beginnen. Joseph Cohen heeft ervaring met gebreide goederen en Rosa Wittgenstein, inmiddels bijna vijf jaar bij Hirsch & Cie werkzaam, is een ervaren verkoopster. Het echtpaar heeft een kapitaal van 10.000 gulden bijeen gespaard. Voor die tijd een flink bedrag, vergelijkbaar met ruim 125.000 euro nu. Dat hebben ze echter hard nodig want ze zijn van plan een pand te huren in de toen chique en dure Kalverstraat.

De Kalverstraat is in het oude Amsterdam van oudsher een belangrijke verbindingsweg tussen de Dam en het Singel (bij De Munt), de oude Middeleeuwse stadsgrens. Eind achttiende eeuw hebben zich aan de Dam-zijde van de Kalverstraat veel boek- en kunsthandelaars, juweliers en koffiehuizen gevestigd. In de volgende eeuw ontwikkelt de Kalverstraat zicht tot dé winkelstraat van rijk en deftig Amsterdam. Er is van alles te koop: weegtoestellen, badkuipen, confectie, fototoestellen, keuken- en huishoudelijke artikelen, meubels, kantoorartikelen en Singer naaimachines. In de bekende winkel van Perry & Co., geopend in 1882, bestaat het assortiment uit een ruime keuze aan ... reisbenoodigdheeden, reisdekens, engelsche en amerikaansche speelgoederen; gomelastieken voorwerpen; engelsche zeepen en reukwerken; engelsche messen en scharen; amerikaansche klokjes en honderden voorwerpen voor huishoudelijk gebruik. Voor de negentiende eeuwse Nederlander moet de Kalverstraat de plek zijn geweest waar naast de bekende ambachtelijke producten, het nieuwste van het nieuwste, de laatste voortbrengselen van het industriële tijdperk te koop waren. Vanwege het drukke verkeer - de Kalverstraat is ook een belangrijke verkeersader - legt het stadsbestuur in 1861 ten behoeve van het winkelend publiek smalle trottoirs aan.


Rond 1875 wordt een begin gemaakt met de asfaltering - een unicum in Nederland - van de winkelstraat, voltooid in 1883, en eenrichtingsverkeer ingevoerd.

Eind jaren tachtig van de negentiende eeuw telt de Kalverstraat een keur aan winkels, sociëteiten en koffiehuizen. Horeca en tabakswinkels zijn ruim vertegenwoordigd. De textielbranche is ook ruimschoots aanwezig met maar liefst elf herenmode- en kleermakerszaken, zeven damesmodezaken, vijf manufacturenwinkeltjes en vier winkels in kousen, korsetten en crinolines. Te veel om op te noemen. Eén van die textielzaken is herenconfectiemagazijn “De Stad Parijs” van Abraham Canter (zijn zoon Bernard schrijft in 1903 een veelgelezen roman in twee delen met de titel “Kalverstraat” over het Joodse winkeliersleven) op nummer 181, op de hoek met de Olieslagerssteeg tegenover de Heiligeweg.

Op deze winkel laten Joseph Cohen en Rosa Wittgenstein hun oog vallen. De locatie is uitermate geschikt. Midden in de drukke Kalverstraat. Ze huren het hoekpand per 3 november 1888 van de eigenaar. De opening van de winkel wordt door diverse advertenties bekendgemaakt en zal op maandag 18 maart 1889 - aan het begin van het nieuwe modeseizoen - plaatsvinden. Op zaterdag

en zondag daaraan voorafgaande is er een ‘expositie’ van alle artikelen zoals kousen, handschoenen, divers gebreid goed voor dames, heren en kinderen, kostuums voor jongens en meisjes en sport- en badartikelen.

Volgens de overlevering start Rosa Wittgenstein met één verkoopster en één leerlinge. Vermoedelijk zijn dit respectievelijk Elise de Grom, afkomstig uit Leuven, 33 jaar en zonder twijfel een ervaren kracht, en Bertha Cohen, een nichtje van Joseph Cohen. Daarnaast wordt een boekhouder in dienst genomen. Zowel eigenaren als medewerkers wonen boven de winkel. Joseph Cohen houdt voorlopig zijn oude baan als commissionair aan. In die hoedanigheid spreekt iemand hem in de trein aan over die nieuwe zaak in de Kalverstraat, niet wetende de eigenaar tegenover zich te hebben: Hebt u dien zwarten winkel al gezien? Ik geef den eigenaar niet meer dan drie maanden. Het zal Joseph Cohen onheilspellend in de oren hebben geklonken. Hij betaalt aan de verhuurder “NV Maatschappij Kalverstraat tot exploitatie van onroerende goederen” vierduizend gulden aan huur per jaar voor het winkelpand met de donkere gevel aan de Kalverstraat. Het is niet bekend of hij de man van repliek heeft gediend of gewoonweg heeft gedacht: wacht jij maar af!


Aankondiging van de opening van Maison de Bonneterie op maandag 18 maart 1889.

In het weekeinde voorafgaand aan de opening van Maison de Bonneterie worden de artikelen aan het publiek getoond.

De winkel van Hirsch & Cie aan het Leidseplein in Amsterdam, omstreeks 1882.

Linkerpagina: het pand links van de steeg is Kalverstraat 181. EĂŠn van de weinige natuurgetrouwe afbeeldingen van het pand waar Maison de Bonneterie zich in 1889 vestigt. Rechts van de steeg nr. 183, op de plek van het voormalige Kistenmakerspand.


De Kalverstraat gezien van de Heiligeweg richting de Munt. Prent van Cornelis de Kruijff uit 1825. Toen dĂŠ winkelstraat voor rijk en deftig Amsterdam.


Maison de Bonneterie  

Een terugblik

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you