Page 1

HEBREEUWSE BIJBEL

D

Uitgangspunt is de benadering van de tekst in de eindvorm. In een korte inleiding komen eventuele vragen over de ontstaans- en tekstgeschiedenis aan de orde. De serie is bedoeld voor theologen, predikanten, pastores, catecheten, deelnemers aan leerhuizen en andere geïnteresseerden. Voor Bijbelstudie, onderwijs en prediking.

VERKLARING VAN DE

HEBREEUWSE BIJBEL Ezechiël 1 DR. A. JOBSEN

DR. A. JOBSEN

Commentaar voor Bijbelstudie, onderwijs en prediking

ISBN 978 90 435 2309 7 NUR 700

UITGEVERIJ KOK

eze commentaar op Ezechiël 1 verschijnt in de serie ‘Verklaring van de Hebreeuwse Bijbel’, onder redactie van Dr. K.A.D. Smelik en Dr. K. Spronk. Gedetailleerde wetenschappelijke discussie en vaktaal worden vermeden, zodat deze serie behalve voor theologen ook voor een brede lezerskring toegankelijk is. De auteurs schenken veel aandacht aan de literaire techniek en de theologische relevantie van de tekst. In dit kader worden – indien mogelijk – ook verbanden met onder andere het Nieuwe Testament en de Rabbijnse literatuur zichtbaar.

Ezechiël 1

Ezechiël 1

VERKLARING VAN DE HEBREEUWSE BIJBEL

VERKLARING VAN DE

UITGEVERIJ KOK


EZECHIテ記 I

Ezechiel 1 nw.indd 1

10-01-14 11:30


In de serie ‘Verklaring van de Hebreeuwse Bijbel’, die onder redactie staat van dr. K.A.D. Smelik en dr. K. Spronk, verschenen: Dr. H. Jagersma, Genesis deel 1 (ISBN 978 90 266 0363 1) Dr. H. Jagersma, Genesis deel 2 (ISBN 978 90 266 0877 3) Dr. H. Jagersma, Exodus deel 1 (ISBN 978 90 435 0071 5) Dr. H. Jagersma, Exodus deel 2 (ISBN 978 90 435 0572 7) Dr. A. Jobsen, Numeri deel 1 (ISBN 978 90 435 1522 1) Dr. A. Jobsen, Numeri deel 2 (ISBN 978 90 435 1873 4) Dr. K.A.D. Smelik, Ruth (ISBN 978 90 435 0236 8) Dr. K.A.D. Smelik, 1 Samuël deel 1 (ISBN 978 90 435 0573 4) Dr. H. Jagersma, 1 Koningen deel 1 (ISBN 978 90 435 1027 1) Dr. H. Jagersma, 1 Koningen deel 2 (ISBN 978 90 435 1290 9) Dr. H. Jagersma, 2 Koningen deel 1 (ISBN 978 90 435 1521 4) Dr. H. Jagersma, 2 Koningen deel 2 (ISBN 978 90 435 1874 1) Dr. P.C. Beentjes, 1 Kronieken (ISBN 978 90 435 0574 1) Dr. P.C. Beentjes, 2 Kronieken (ISBN 978 90 435 1296 1) Dr. H. Jagersma, Ezra (ISBN 978 90 435 1425 5) Dr. H. Jagersma, Nehemia (ISBN 978 90 435 2298 4) Dr. J. Siebert-Hommes, Esther (ISBN 978 90 266 0367 9) Dr. A. Jobsen, Ezechiël deel 1 (ISBN 978 90 435 2309 7) Dr. K.A. Deurloo, Jona (ISBN 978 90 266 0365 5) Andere delen zijn in voorbereiding.

Ezechiel 1 nw.indd 2

10-01-14 11:30


Dr. A. Jobsen

EzechiĂŤl deel 1

Ezechiel 1 nw.indd 3

10-01-14 11:30


Š 2014 Uitgeverij Kok Postbus 13288, 3507 LG Utrecht www.kok.nl Omslag Twin Design Vormgeving Stampwerk ISBN 978 90 435 2309 7 NUR 700 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Ezechiel 1 nw.indd 4

10-01-14 11:30


Inhoud Inleiding 7 Het roepingsvisioen van Ezechiël, 1:1-28

24

Ezechiël tegenover Israël – mensenzoon tegenover een weerspannig huis, 2:1-3:27

37

Dramatische uitbeelding van het oordeel over Jeruzalem, 4:1-17

56

Drama en oordeel, 5:1-17

65

De tirade tegen de bergen en heuvels van Israël, 6:1-14 77 Het einde komt, 7:1-27

86

De crisis van de afgoderij in de tempel van Jeruzalem, 8:1-18 98 De woede van de Heer gericht tegen de inwoners van Jeruzalem, 9:1-11

109

De voorbereidingen voor het vertrek van de Heer uit de tempel, 10:1-22

118

De pot en het vlees – arrogant bestuur geoordeeld, 11:1-25 126 Bekrachtiging van de authenticiteit van de oordeelsprofetie, 12:1-28 140

Ezechiel 1 nw.indd 5

10-01-14 11:30


De felle afwijzing van alle vormen van valse profetie, 13:1-23 150 Toewijding aan afgoderij als struikelblok, 14:1-11

162

Door integer gedrag ontkomen aan het gericht van de Heer, 14:12-23

171

De gelijkenis van de wijnstok, 15:1-8

180

Metafoor van Jeruzalem als ontrouwe echtgenote van de Heer, 16:1-61

183

De gelijkenis van de adelaars en de wijnstok, 17:1-24 203 De hoop op een radicale verandering van de levensstijl van ieder mens binnen de gemeenschap van IsraĂŤl, 18:1-32

215

Klaaglied over de vorsten van IsraĂŤl, 19:1-14

233

Een geschiedenis van bevrijding, oordeel en perspectief op herstel, 20:1-44

240

Het zwaardlied, 21:1-37

260

Oordeel over misdaad en afgoderij in de stad, 22:1-31 272 Ohola en Oholiba: een parabel over voortdurende ontrouw, 23:1-49

284

De stad is niet meer te redden, 24:1-27

301

Afkortingen 313

Ezechiel 1 nw.indd 6

10-01-14 11:30


Inleiding De opbouw van het boek Ezechiël Ezechiël is een fascinerend boek. Tegelijkertijd staat het bij veel mensen bekend als een ‘moeilijk boek’. Het begint al met het indringende visioen dat Ezechiël ondergaat, in het eerste hoofdstuk. Dat visioen prikkelt de fantasie van de lezers door de eeuwen heen. Wat heeft Ezechiël nu precies gezien? Hoe uniek is het wat Ezechiël overkomt? Wordt hij op een uitzonderlijke manier als profeet geroepen? Het boek Ezechiël speelt zich buiten het land Israël en de stad Jeruzalem af, in de ballingschap, in het land Babylonië. In dit boek gaat de profeet niet in op de leefomstandigheden in de ballingschap, maar is zijn blik vooral gericht op Jeruzalem. In de eerste jaren van de profetie van Ezechiël is de vraag of Jeruzalem aan de vernietiging kan ontkomen, een brandende kwestie. Ezechiël biedt geen illusies op dit punt. De crisis zal totaal zijn. De stad zal vernietigd worden en de Heer trekt zich terug uit de tempel. Hoop op overleving of ontsnapping voor de inwoners van Jeruzalem is er nauwelijks. De profeet moet namens de Heer verkondigen hoe groot zijn afkeer is van allerlei vormen van arrogant misbruik van godsdienst. De afgoderij die een legitimatie geeft aan het morele verval in de stad, leidt onherroepelijk tot de ondergang. De majestueuze manifestatie van de Heer, zijn heerlijkheid, verlaat de tempel en de stad (hoofdstuk 11). Voor degenen die al eerder zijn gedeporteerd, is dit een pijnlijke boodschap. Op geen enkele manier komt Ezechiël tegemoet aan hun wanhoop. Zijn toehoorders moeten inzien dat de Heer Jeruzalem niet langer zal beschermen en dat Hij het oorlogsgeweld dat uit Babel komt, gebruikt om de stad te oordelen. Dit vernietigende oordeel is voor veel moderne lezers een reden om af te haken. Ze lezen in Ezechiël een beeld van een hardvochtige God, die met geweld zijn doel wil bereiken. Er zijn ook 7 Ezechiel 1 nw.indd 7

10-01-14 11:30


andere kanten in het godsbeeld in Ezechiël aan te wijzen. De God van een volk dat totaal op verlies staat, blijkt niet ook zelf een verliezer te zijn, maar regisseert juist de gebeurtenissen om zijn doel te bereiken. Hij breekt door het beeld van een plaatselijke ‘beschermgod’ heen en krijgt de gestalte van de ene God, die in de geschiedenis van alle volken een rol speelt. Terwijl de politieke betekenis van Israël ineenschrompelt, krijgt de God van Israël universele trekken. Tegelijkertijd blijft Hij de God van Israël. De relatie tussen deze God en Israël staat onder grote druk. Met sterke en soms aanstootgevende beelden (hoofdstuk 16 en 23) beschrijft Ezechiël de geschiedenis van trouw van de kant van de Heer en het patroon van ontrouw van de kant van Israël. Er zijn momenten dat de relatie volledig verbroken lijkt te zijn. Wie goed leest, ziet dat er momenten voorkomen van hoop, ook in de eerste 24 hoofdstukken waarin het oordeel en de crisis centraal staan. De Heer oordeelt niet alleen Israël, maar alle volken waarmee Israël te maken heeft. In de hoofdstukken 25-32 wordt het gedrag van verschillende volken geoordeeld. De twee belangrijkste volken krijgen allebei een eigen cyclus: Tyrus, dat we vanuit de geschiedenis beter kennen als Fenicië en dat zich nu in het moderne Libanon laat lokaliseren (hoofdstuk 26-28), en Egypte (29-32). Tyrus kan gezien worden als de belangrijkste handelspartner van Israël, als een grote economische macht, met vertakkingen door het hele gebied van de Middellandse Zee, een macht die de illusie heeft buiten het oorlogsgeweld in de regio te kunnen blijven. Egypte is één van de twee supermachten, waarbij de politici in Jeruzalem verwachten dat Egypte Juda kan beschermen tegen die andere supermacht: Babel. De twee cycli hebben vooral de bedoeling deze machten te ontmaskeren. Dat gebeurt ook door middel van persiflage en sarcastische humor. In een groot deel van het boek Ezechiël is dat een opmerkelijk gegeven: hoe alle mogelijke literaire middelen worden ingezet om de toehoorders te overtuigen. Daar passen metaforen bij, parabels, de persiflage op volkswaarheden in spreekwoorden, het doen van tekenen door de profeet, maar vooral ook het middel van parodie 8 Ezechiel 1 nw.indd 8

10-01-14 11:30


en sarcasme. Het boek Ezechiël kent zo in de eerste 39 hoofdstukken een grote retorische kracht. De val van Jeruzalem wordt in hoofdstuk 24 al verondersteld; pas in hoofdstuk 33 bereikt het bericht van de val van Jeruzalem de gemeenschap van de eerste ballingen, waar Ezechiël deel van uitmaakt. In ditzelfde hoofdstuk 33 komt het thema van de individuele verantwoordelijkheid voor. Al eerder kwam dit thema voor in hoofdstuk 18. Mensen kunnen zich niet verschuilen achter het collectief en ook niet steunen op de reputatie van hun voorouders. Ze zijn gewaarschuwd. Dat gebeurt trouwens al in hoofdstuk 3. Ze zullen zelf tot inkeer moeten komen en kiezen voor een integere levensstijl. De integriteit van de profeet komt geregeld aan de orde. Hij wordt eerst verguisd (hoofdstuk 3) en later bejubeld (hoofdstuk 33). Dat laatste blijft verdacht, als zijn toehoorders de consequenties van zijn ‘mooie woorden’ niet willen dragen. Het thema van de integriteit wordt toegepast op het falende leiderschap van Israël. Het perspectief van een integer leiderschap, naar het model van het koningschap van David, leidt het herstel in (hoofdstuk 34). Ook nu onderbreekt Ezechiël de doorgaande lijn. Eerst komt de relatie met Edom aan de orde. Edom is het volk dat het dichtst bij Israël staat. Voor Edom kan Esau worden gelezen, voor Israël Jakob, de tweelingbroers uit Genesis. Twee volken die als broers met elkaar kunnen omgaan, maar die tegenover elkaar staan door afgunst en gebrek aan solidariteit (hoofdstuk 35 en 36). Dit gebrek aan solidariteit zal niet langer een beletsel zijn voor het herstel van Israël. De Heer blijft niet wachten, totdat het volk zich op eigen kracht omkeert naar een vernieuwde levensstijl. Hij neemt daartoe zelf het initiatief in het tweede deel van hoofdstuk 36. Dat vormt dan ook de opmaat tot het bekendste gedeelte uit het boek Ezechiël, het gedeelte dat in de christelijke liturgie van de Paasnacht kan worden gelezen: het visioen van de verdorde beenderen die tot leven komen. Dit visioen is een krachtige metafoor voor het herstel van Israël in zijn geheel, waarbij het noordelijke en zuidelijke rijk, Israël en Juda, 9 Ezechiel 1 nw.indd 9

10-01-14 11:30


­ erenigd worden. Visionair zijn ook de hoofdstukken 38 en 39, h over Gog van Magog, metafoor voor wrede en op het eerste gezicht onoverwinnelijke oorlogsmachten, die elkaar in de loop van de geschiedenis opvolgen. Deze hoofdstukken bieden het perspectief dat deze machten door de God van Israël worden overwonnen. Aan de angst en de wanhoop komt zo een einde. Deze gedeelten zijn in de loop van de eeuwen de mensen blijven intrigeren en inspireren. Het idee van een eindstrijd, waarbij de kwade machten uiteindelijk worden overwonnen, is erdoor gevoed. Een idee dat ook in Openbaring voorkomt en dat onder het trefwoord Armageddon nog steeds actueel is. Zo komt in fundamentalistische kringen de gedachte voor dat het boek Openbaring een scenario vormt voor de eindtijd. Armageddon slaat dan op een beslissende vernietigende oorlog, die in de eindtijd plaats zal vinden. Vergeleken bij de eerste 39 hoofdstukken van Ezechiël zijn de laatste hoofdstukken op het eerste gezicht erg langdradig. Met uiterste precisie wordt de nieuwe tempel in Jeruzalem in kaart gebracht. Bij deze nieuwe tempel past een nieuwe samenleving, waarbij priesters vorm geven aan het leiderschap. Een integere cultus, geleid door integere priesters is in de visie van Ezechiël de waarborg voor een samenleving die in wezen door de Heer wordt geleid. De heerlijkheid van de Heer komt dan ook terug naar Jeruzalem (hoofdstuk 43). Het boek Ezechiël eindigt met de nieuwe naam van de stad: de Heer is daar! Het boek Ezechiël laat zo een ontwikkeling zien van de totale ontreddering bij de vernietiging van de stad en tempel van Jeruzalem naar een duurzaam herstel. Ezechiël in het geheel van de profetische geschriften De Profeten behoren tot het tweede deel van de Hebreeuwse Bijbel. Dit gedeelte begint al met het boek Jozua, gevolgd door Richteren, 1 en 2 Samuël en 1 en 2 Koningen. Op het eerste gezicht lijken deze boeken een historisch karakter te heb10 Ezechiel 1 nw.indd 10

10-01-14 11:30


ben. Deze geschiedenis wordt dan wel door een profetische bril beoordeeld. Misbruik van politieke en religieuze macht en de nadruk op het ontbreken van de juiste levensinstelling bij de verschillende koningen, spelen een grote rol in deze geschriften. Het profetische oordeel klinkt er sterk in door. In deze geschriften spelen twee grote profeten een rol: Elia en Elisa. In de marge van 2 Koningen komen de profeten Jesaja en Jeremia voor. Hun confrontatie met de koninklijke macht en het afwijzen van geweld, onrecht en de vaak daarmee gepaard gaande afgoderij worden verder beschreven in de boeken Jesaja en Jeremia. Deze twee genoemde boeken behoren tot de Grote Profeten. Ezechiël komt daar als derde bij. In de drie Grote Profeten zijn niet langer koningen en machthebbers de hoofdpersonen, maar de profeten zelf. Door de op het eerste gezicht ‘historische’ gedeelten is de profetische prediking heen gevlochten. Deze prediking wordt vaak ingeleid door een formulering, waarin de bijzondere relatie tussen de Heer en de profeet tot uiting komt: ‘zo spreekt de Heer’ of ‘het woord van de Heer geschiedde tot’ … In de drie Grote Profeten komt de roeping van de profeet nadrukkelijk aan de orde. De profeten functioneren in een nauwe relatie tot de Heer. Dat maakt hun positie niet onaantastbaar. Vooral de profeten Jeremia en Ezechiël lijden onder voortdurende tegenwerking en kunnen soms gekarakteriseerd worden als eenzame personages. De biografische elementen vormen een deel van de geschriften. Alle drie de ‘Grote Profeten’ kennen een collagetechniek. Uiteenlopende thema’s en literaire genres staan naast elkaar. Het meest in het oog springend is dat in het boek Jesaja. Dit geschrift is eerder te beschouwen als een kleine profetische bibliotheek. Onder de naam Jesaja zijn teksten uit verschillende eeuwen opgenomen, zowel uit de aanloopperiode naar de ballingschap toe, als uit de tijd daarna. In hoofdstuk 40 lijkt een duidelijk nieuwe tijd en stijl aan te breken, wanneer troost en herstel in de ballingschap aan Jeruzalem wordt verkondigd. Traditioneel gezien wordt dit nieuwe begin aangeduid met Deuterojesaja en het gedeelte van 11 Ezechiel 1 nw.indd 11

10-01-14 11:30


hoofdstuk 56-66 als Tritojesaja. Het collageachtige karakter komt vooral in deze laatste twee gedeelten tot uiting. Maar ook in het eerste deel van Jesaja komen teksten voor die in de tijd van en ook na de ballingschap zijn geschreven. Bij Jeremia komt een secretaris voor: Baruch. Soms is de profeet Jeremia in staat om zijn woorden aan hem te dicteren. In de laatste fase van het boek treedt Baruch ook op als verzamelaar en redactor van door Jeremia uitgesproken teksten. Het is onmogelijk om binnen de ruimte van dit commentaar uitgebreid in te gaan op de verhouding met de twaalf profetische geschriften die op het boek Ezechiël volgen: de boekrol die bekend staat als het Dodekaprofeton, een reeks profetische geschriften die met Hosea begint en met Maleachi eindigt. Een enkele maal wordt bij de uitleg verwezen naar parallellen bij andere profeten. Van volledigheid kan geen sprake zijn. Redactionele bewerkingen van de tekst van Ezechiël Het boek Jeremia geeft duidelijk aan, dat Baruch als secretaris redactioneel werk heeft verricht. In hoeverre Ezechiël ook gebruik kon maken van één of meer secretarissen wordt niet vermeld. Dat sluit niet uit, dat geestverwanten en leerlingen aan teksten uit het boek Ezechiël hebben gewerkt. De vergelijking tussen de gebruikelijke Hebreeuwse tekst en de toonaangevende Griekse vertaling, de Septuaginta, laat zowel bij Jeremia als bij Ezechiël grote verschillen zien. Aan de Hebreeuwse tekst zoals wij die becommentariëren, werd waarschijnlijk nog redactioneel werk gedaan, na de totstandkoming van de Septuaginta. Een andere mogelijkheid is, dat de vertalers van de Septuaginta gebruik maakten van andere versies van de Hebreeuwse teksten. Op deze kwesties gaan wij in dit commentaar niet verder in. Het doel is immers uitleg te geven bij de Hebreeuwse Bijbel. De gebruikelijke Hebreeuwse tekst van Ezechiël laat duidelijk een theologische lijn zien: een lijn van crisis naar hoop, van wanhoop naar vertrouwen, van oordeel naar een blijvend herstel. 12 Ezechiel 1 nw.indd 12

10-01-14 11:30


Achtergronden bij de profetie van Ezechiël Terwijl er een strijd is tussen de supermachten Egypte en Babel, moet het koninkrijk Juda zien te overleven. De slag bij Karkemis in 605 lijkt voor Babel de beslissende overwinning op Egypte te zijn. In deze situatie moet ook Juda zich als vazal onderwerpen aan de Babylonische koning Nebukadnessar II (2 Kon. 24:1). Jojakim regeert op dat moment als koning in Jeruzalem. Zodra het tij lijkt te keren, gaat Jojakim een pro-Egyptische politieke koers volgen. Aangezien Nebukadnessar zelf nog niet in staat is, direct orde op zaken te stellen in Jeruzalem, schakelt hij de buurvolken van Juda in. In 2 Kon. 24:2 is sprake van de benden van de Chaldeeën, van Aram, Moab en de Ammonieten. Wanneer dit terroristische offensief te weinig effect heeft, slaat Nebukadnessar zelf het beleg op voor Jeruzalem (598/597). Tijdens dit beleg sterft koning Jojakim en volgt zijn zoon Jojakin hem op. Na enige tijd geeft hij zich over aan Nebukadnessar. Nebukadnessar stelt vervolgens een andere zoon van Josia, een oudere halfbroer van Jojakim, Mattanja, als koning aan. Volgens 2 Kon. 24:17 geeft hij hem de naam Sedekia. Bij de verovering van Jeruzalem voert Nebukadnessar de tempelschatten en de kostbaarheden uit het koninklijk paleis mee naar Babel (2 Kon. 24:13). Behalve Jojakin worden ook leden van de koninklijke familie, leiders uit Jeruzalem, militairen, ambachtslieden, smeden, oudsten, profeten en priesters gedeporteerd (2 Kon. 24:14-16). Tot die laatste groep behoort Ezechiël. Ezechiël krijgt pas na verloop van tijd enig gezag als profeet onder deze eerste groep van ballingen. Zij zijn zijn eerste hoorders. Aanvankelijk vindt hij nauwelijks gehoor. Zijn hoorders blijven hopen op een soort begenadiging in Babel, waarna wellicht terugkeer naar Jeruzalem mogelijk zou zijn. Tegelijkertijd is Sedekia steeds meer onder invloed gekomen van een anti-Babylonische en pro-Egyptische stroming. De profeet Jeremia bestrijdt deze stroming op een gepassioneerde wijze en waarschuwt voor de totale ondergang van Jeruzalem. Hij wordt 13 Ezechiel 1 nw.indd 13

10-01-14 11:30


daarmee steeds meer de tegenstander van koning Sedekia en van zijn deels ook profetische adviseurs. Ezechiël ontneemt zijn hoorders in Babel elke illusie dat Jeruzalem het in deze situatie zal kunnen redden. Overigens is de profetie van Ezechiël vooral gericht tegen de levensstijl in Jeruzalem, die in zijn visie gekenmerkt wordt door grof onrecht, dat gepaard gaat met afgoderij. Diezelfde tendensen leven ook onder een deel van zijn hoorders, die goed op de hoogte zijn van de levensstijl van Jeruzalem en die daarvoor in het verleden mede verantwoordelijk waren. In 588 komt Sedekia in opstand tegen Babel, waarbij hij rekent op steun van Egypte. Op het moment van de opstand van Jeruzalem is Nebukadnessar op het hoogtepunt van zijn macht. Lang weet Jeruzalem zich niet staande te houden. Sedekia probeert de belegerde stad te ontvluchten en wordt daarbij onderschept door de Babyloniërs. Zijn twee zonen worden voor zijn ogen gedood. Bij Sedekia worden de ogen uitgestoken en hij wordt als gevangene naar Babel gevoerd (2 Kon 25:4-7 en Jer. 52:7-11). In 586 wordt Jeruzalem ingenomen. Traumatisch is de verwoesting van de tempel. Een tweede deportatie volgt nu. Volgens Jer. 52:29 gaat het om 832 personen. Vijf jaar later volgt er nog een deportatie (Jer. 52:30). Overigens zijn de getallen die in Jeremia vermeld worden, interessant. Het idee leeft dat de deportatie in 597 van beperkte omvang was en dat die van 586 het meest omvangrijk was. Jeremia geeft drie getallen aan: voor 597 3023 gedeporteerden en voor de volgende twee respectievelijk 832 en 745. In totaal circa 4600 personen. Minder dan mensen vaak denken als het over de Ballingschap gaat. Overigens blijven getallen uit een profetische bron als Jeremia omstreden als historisch gegeven. Belangrijker is de ervaring van de vernietiging van de stad en vooral van de tempel in 586. Dan kunnen we in moderne termen spreken van een trauma, dat generaties lang een sterke invloed heeft gehad en dat de herinnering aan de ‘Ballingschap’ heeft ingekleurd.

14 Ezechiel 1 nw.indd 14

10-01-14 11:30


Ezechiël als personage Evenals Jeremia speelt ook Ezechiël een persoonlijke rol in ‘zijn boek’. Dat geldt met name voor de eerste 24 hoofdstukken, waarin de grote spanning rondom de val van de stad Jeruzalem onder de ballingen in Babel beschreven wordt. Zijn deportatie valt ongeveer samen met het bereiken van zijn dertigste levensjaar. Aan de leerperiode die aan het priesterschap voorafgaat, is nu een einde gekomen. Ezechiël zou normaal gesproken als priester werkzaam kunnen zijn in de tempel van Jeruzalem. De deportatie van de jonge priester betekent voor Ezechiël tegelijkertijd het verlies van zijn identiteit. Het verlies van zijn priesterlijke status, lijkt hem des te meer ontvankelijk te maken voor zijn profetische relatie met de Heer. Het is niet onmogelijk dat priesters toch een rol spelen onder de ballingen in Babel als godsdienstige leiders. Ezechiël ontpopt zich daarbij als een leider met een profetische allure. Aanvankelijk krijgt Ezechiël te maken krijgt met veel tegenstand; zijn gezag neemt toe in de loop van de tijd. Er zijn mensen die de crisis van de ballingschap kennelijk serieus nemen. Ezechiël doet het uiterste om de aandacht te trekken. Hij provoceert zijn hoorders met extreem gedrag en met sarcastische uitspraken. Zijn gedrag neemt daarbij theatrale trekken aan. Het boek Ezechiël tekent daarnaast Ezechiël als een unieke persoonlijkheid. Hij staat in nauw contact met de Heer. De Heer spreekt hem aan als ‘mensenzoon’, een titel die tot dan toe nog niet in profetische geschriften is voorgekomen. Strikt genomen betekent deze titel niet meer dan ‘deel uitmakend van de mensen’. Uit de teksten krijgen we sterk de indruk dat in ‘mensenzoon’ tot uiting komt, hoe intens de Heer zich met Ezechiël verbindt. Hij krijgt de functie van vertolker van de woorden van de Heer. Anders dan een profeet als Mozes is hij geen bemiddelaar. In de profetische woorden die hij moet vertolken, is sprake van eenrichtingsverkeer van de kant van de Heer.

15 Ezechiel 1 nw.indd 15

10-01-14 11:30


De biografische elementen in Ezechiël tonen hem als iemand die onder zijn opdracht lijdt. Dan kan er ook een moment komen dat hij bij de Heer zijn beklag doet (Ez. 11:13). De tekenen die hij moet verrichten, komen hem soms letterlijk aan het lijf. De eerste reacties op zijn profetische werkzaamheid kenmerken zich door een spottende afwijzing, soms gepaard gaande met mishandeling. Soms vraagt de Heer het uiterste van Ezechiël. Bij het plotselinge overlijden van zijn vrouw is het hem niet toegestaan te rouwen. Ook dit gedrag speelt een rol als teken bij de v­ erkondiging. Opmerkelijk is het moment dat Ezechiël zijn slotvisioen krijgt (Ez. 40:1). Uit de tijdsaanduiding kan afgeleid worden, dat Ezechiël dan vijftig jaar oud is. Dat moment valt samen met het jaar waarin het dienstwerk van priesters en levieten eindigt. Het tijdsbestek van het boek Ezechiël omspant dus de twintig jaar dat een priester zijn ambt kan vervullen. De persoon van Ezechiël kan zo als een voorbeeld gezien worden van een priester die in de ballingschap een volkomen nieuwe taak krijgt en zo meewerkt aan de vernieuwing van de godsdienst van Israël. Sinds de 19e eeuw zijn er lezers die de persoon van Ezechiël als een psychopathologische persoonlijkheid zien. De extreme wijze waarop hij zich uit, de uitzonderlijke visioenen die hij meemaakt, zijn beoordeeld als uitingen van epilepsie of van een psychose. Met dit inzicht is Ezechiël impliciet als persoon gediskwalificeerd en wordt ook zijn boodschap sterk gerelativeerd. In dit commentaar volg ik deze inzichten niet. Wat als extremiteiten wordt beoordeeld, kan ook gezien worden als gebruik maken van alle mogelijke retorische en theatrale middelen. De hoorders van Ezechiël Tot de hoorders van Ezechiël behoren de voormalige inwoners van Jeruzalem. In de tijd voor de vernietiging van de tempel van Jeruzalem spreekt hij zijn hoorders keihard aan op hun illusie, dat de stad Jeruzalem onder een blijvende protectie staat van de Heer. Vooral als Ezechiël beschrijft hoe de ‘heerlijkheid van de Heer’ 16 Ezechiel 1 nw.indd 16

10-01-14 11:30


de tempel en de stad verlaat (Ezechiël 10v.) maakt hij duidelijk dat het met deze bescherming is gedaan. De Heer schakelt het oorlogsgeweld van Nebukadnessar in om zo de inwoners van de stad en ook de eerste groep gedeporteerden te straffen voor hun gedrag, dat zich kenmerkt door geweld en onderdrukking, waarbij de godsdienst wordt misbruikt. Dit misbruik van godsdienst waarbij ook cultussen uit Kanaän, Assyrië en Egypte vrij spel krijgen, wordt gediskwalificeerd als afgoderij. Ezechiël wil dat zijn hoorders zich opnieuw richten op de Heer als de ene God van Israël. Zij dienen zich bewust te zijn van zijn soevereiniteit. Herhaaldelijk wordt een profetische passage afgesloten met de zin: ‘opdat zij weten dat Ik de Heer ben’. Dit weten gaat verder dan een formele erkenning van de Heer als de enige God. ‘Weten’ impliceert ook het aangaan van een relatie. Zijn hoorders dienen tot het inzicht te komen, dat de straf die de Heer via Nebukadnessar laat voltrekken, terecht is. De straf beoogt inkeer op te roepen. Inkeer zal gevolgd moeten worden door een herstel van de relatie met de Heer met een daarbij passende levensstijl. Na de val van Jeruzalem verandert de profetie van Ezechiël van toon. Terwijl het echec van Jeruzalem totaal lijkt te zijn, beschrijft Ezechiël het komende herstel, dat de Heer tot stand zal brengen. Geen herstel waarbij men terug kan keren naar de oude situatie en verhoudingen, maar een radicaal nieuw begin in een stad waarin de tempeldienst centraal staat en een integere groep priesters leiding geeft aan het volk. Het bovenstaande is gebaseerd op het verloop van het boek Ezechiël. De boodschap van het boek Ezechiël heeft wellicht meer weerklank gevonden bij de generaties die na zijn ‘eerste hoorders’ kwamen. De geschiedenis laat immers het gelijk van profeten als Jeremia en Ezechiël zien. Deze profeten staan dan aan de basis van een vernieuwde theologie, waarbij de relatie met de Heer als de ene God in het centrum komt te staan.

17 Ezechiel 1 nw.indd 17

10-01-14 11:30


De receptie van het boek Ezechiël Het boek Ezechiël staat tot op de dag van vandaag vooral in de belangstelling van kringen waar veel waarde wordt toegekend aan apocalyptische beschouwingen en speculaties. Het roepingsvisioen in het eerste hoofdstuk heeft zelfs aanleiding gegeven tot een bijzondere vorm van mystiek. De rabbijnen hebben in de loop van de eeuwen hun bedenkingen uitgesproken tegen een speculatieve uitleg van Ezechiël 1. Ze waarschuwen ervoor dat de bijzondere vorm van belangstelling voor dit hoofdstuk kan leiden tot een ongezonde interesse. Belangstelling voor de Schrift leidt dan tot ongeoorloofde vormen van speculatieve mystiek en sektarische gehechtheid aan apocalyptiek. Daarnaast lijken opvattingen van Ezechiël in strijd te zijn met kernuitspraken uit de Tora. Dat geldt vooral voor de hoofdstukken 18 en 33 waarin Ezechiël de nadruk legt op de individuele verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor onrecht en wetteloosheid. De Decaloog wijst zowel in Ex. 20:5 als in Deut. 5:9 volgens de gebruikelijke uitleg erop, dat volgende generaties moeten boeten voor overtredingen van ouders. In het Nieuwe Testament vormen de hoofdstukken 37-48 van Ezechiël de basis voor de slothoofdstukken van de Apocalyps. Het boek Ezechiël is in de regel selectief en ahistorisch gelezen. De directe historische context is voor veel lezers niet actueel genoeg. Wel die gedeelten die de mogelijkheid geven om het onmogelijke waar te nemen: iets van Gods majesteit op zijn troon, omgeven door een sfeer van bovennatuurlijke verschijnselen. De kern van Ezechiël 37 over de beenderen die tot leven komen, wordt in de christelijke traditie verbonden aan de opstanding van Jezus Christus en aan een toekomstige opstanding aan het einde der tijden. In de Apostolische Geloofsbelijdenis klinkt dat door in het artikel: ‘de wederopstanding des vleses’. De strijd tegen Gog van Magog (soms geïnterpreteerd als Gog en Magog) wordt geprojecteerd naar de eindtijd, als de eindstrijd die ook bekend staat als Armageddon. De beschrijving van de nieuwe tempel in de vernieuwde stad, in de slothoofdstukken van Ezechiël, is inspi18 Ezechiel 1 nw.indd 18

10-01-14 11:30


ratie voor het thema van het nieuwe Jeruzalem in de slothoofdstukken van het boek Openbaring. Het doel van dit commentaar is om het hele boek Ezechiël aan de orde te stellen. Dat betekent dat de moderne lezer te maken krijgt met voorstellingen van de God van Israël, die bevreemding en zelfs afkeer kunnen oproepen. De samenhang van zonde en straf, het lijden van mensen binnen wat een goddelijk didactisch scenario lijkt te zijn, zal voor veel mensen een reden zijn om niet verder te lezen in Ezechiël. Een boek als Ezechiël verdient het echter in zijn geheel gelezen te worden. Dan wordt een duidelijke ontwikkeling zichtbaar. Literatuur a. Commentaren G. Ch. Aalders, Ezechiël, COT, Kampen 1955. L.C. Allen, Ezekiel 1-19 / Ezekiel 20-48, WBC 28/29, Dallas 1994-1990. J. Blenkinsopp, Ezekiel, Interpretation, Louisville, 1990. D. I. Block, The Book of Ezekiel. Vol.1: Chapters 1-24 / Vol. 2: Chapters 25-48, NICOT, Grand Rapids, 1997-1998. A. van den Born, Ezechiël, BOT, Roermond en Maaseik 1954. N. Bowen, Ezekiel, Abingdon Old Testament Commentaries, Nashville, 2010. W.H. Brownlee, Ezekiel 1-19, WBC 28, Waco 1986. R. E. Clements, Ezekiel, Westminster Bible Companion, Louisville 1996. A. Cody, Ezekiel: with an Excursus on Old Testament Priesthood, Old Testament Message 11, Wilmington 1984. G.A. Cooke, The Book of Ezekiel: A critica land exegetical commentary, ICC, Edinburgh 1970. M. Dijkstra, Ezechiël I / II, T & T, Kampen 1986 -1989. M. Eisemann, Yechezkel: The Book of Ezekiel: A New Translation with a commentary Anthologized from Talmudic, Midrashic, and Rabbinic Sources. I: Chaps 1-20; II: Chaps 21-39; III: Chaps 19 Ezechiel 1 nw.indd 19

10-01-14 11:30


40-48, Art Scroll Tanach Series, A Traditional Commentary on the Books of the Bible, New York 1977-1980-1980. S. Fisch, Ezekiel: Hebrew Text and English Translation with Introduction and Commentary, London 1978. H.F. Fuhs, Ezechiel 1-24 / Ezechiel 25-48, Die Neue Echter Bibel; Würzburg 1984-1988. M. Greenberg, Ezekiel 1-20 / Ezekiel 21-37, AB 22 / 22A; Garden City 1983-1997. M. Greenberg, Ezechiel 1-20 / Ezechiel 21-37, HThKAT, Freiburg – Basel – Wien 2001-2005. H.D. Hummel, Ezekiel I/ II, Concordia Commentary; St Louis 2005-2007. R.W. Jenson, Ezekiel, SCM Theological Commentary on the Bible, London 2009. P.M. Joyce, Ezekiel:, A Commentary, LHB/OTS 482, London 2007. B. Maarsing, Ezechiël I/Ezechiël II/Ezechiël III, POT, Nijkerk 1985-1988-1991. A. Noordzij, Ezechiël, KV, Kampen 1956². M.S. Odell, Ezekiel, Smyth & Helwys Bible Commentary 16, Macon, 2006. K.-F. Pohlmann, K.-F., Das Buch des Propheten Hesekiel, Kapitel 1-19 ATD 22,1, Göttingen,1996. K.-F.Pohlmann, K.-F., Das Buch des Propheten Hesekiel, Kapitel 20-48. Mit einem Beitrag von T. A. Rudnig, ATD 22/2, Göttingen, 2001. F. Sedlmeier, Das Buch Ezechiel, Kapitel 1-24, Neuer Stuttgarter Kommentar. Altes Testament, 21/1, Stuttgart, 2002. S.S. Tuell, Ezekiel, New International Biblical Commentary, Old Testament Series, 15, Peabody 2009. B. Vawter, L. J. Hoppe, A New Heart: A Commentary on the Book of Ezekiel, International Theological Commentary, Grand Rapids/ Edinburgh, 1991. W. Zimmerli, Ezechiel, 1. Teilband: Ezechiel 1-24 / Ezechiel, 2. Teilband: Ezechiel 25-48, BKAT XIII/1-2, Neukirchen-Vluyn 1955-1969, 21979. 20 Ezechiel 1 nw.indd 20

10-01-14 11:30


b. Algemeen (detailstudies zullen aan het eind van elk hoofdstuk vermeld ­worden) R. Alter, Bijbelse Vertelkunst, Baarn 1981. L. Boadt, ‘Rhetorical Strategies in Ezekiel’s Oracles of Judgement’, BEThL LXXIV (1986), 182-185. B. Bron, ‘Zur Psychopathologie und Verkündigung des Propheten Ezechiel. Zum Phänomenen der prophetischen Ektase’, Schweizer Archiv für Neurologie, Neurochirugie und Psychiatrie 128 (1981), 21-31. J. Dubbink (red.), Ezechiël, ACEBT 26, Bergambacht 2011. J. Fokkelman en W. Weren, De Bijbel literair. Opbouw en gedachtegang van de bijbelse geschriften en hun onderlinge relaties, Zoetermeer/Kapellen 2003. J. Garscha, Studien zum Ezechielbuch: Eine redaktionskritische Untersuchung von Ez 1-39, Europäische Hochschulschriften 23, Bern 1975. M. Harán, ‘Ezekiel, P, and the Priestly School’, VT 58 (2008), 211-218. H.J. de Jonge and J. Tromp (ed.), The Book of Ezekiel and its Influence, Aldershot/Hants. 2007. R.W. Klein, Ezekiel: The Prophet and His Message, Studies on the Personalities of the Old Testament, Columbia 1988. R.L. Kohn, A New Heart and a New Soul: Ezekiel, the Exile and the Torah, JSOTS 358, Sheffield 2002. M. Konkel, ‘Ezechiel – Prophet ohne Eigenschaften. Biographie zwischen Theologie und Anthropologie’, in: D. Frevel (Hg.), Biblische Anthropologie: Neue Einsichten aus dem Alten Testament, Questiones Disputatae 237, Freiburg 2010. T. Krüger, Geschichtskonzeptionen im Ezechielbuch, BZAW 180, Berlin 1989. E. Kutsch, Die chronologischen Daten des Ezechielbuches, OBO 62, Freiburg/Göttingen 1985

21 Ezechiel 1 nw.indd 21

10-01-14 11:30


J.F. Kutsko, Between Heaven and Earth: Divine Presence and Absence in the Book of Ezekiel, Biblical and Judaic Studies from the University of California, San Diego, Vol. 7, Winona Lake 2000. B. Lang, Kein Aufstand in Jerusalem: Die Politik des Propheten Ezechiel, SBB, Stuttgart 1978. B. Lang, Ezechiel, EdF 153, Darmstadt 1981. A. Mein, Ezekiel and the Ethics of Exile, OTM, Oxford 2001. A. van Nieuwpoort, In Babel: Actuele bespiegelingen bij Ezechiël, Vught 2011. M. Odell and J.T. Strong (ed.), The Book of Ezekiel: Theological and Anthropological Perspectives, SBL.Symposium Series, Nr. 9, Atlanta 2000. K.-F. Pohlmann, Zur Redaktionsgeschichte des Buches and zur Frage nach den ältesten Texten, BZAW 202, Berlin 1992. K.-F. Pohlmann, Ezechiel: Der Stand der theologischen Diskussion, Darmstadt 2008. Th. M. Raitt, A Theology of Exile. Judgement/Deliverance in Jeremiah and Ezekiel, Philadelphia 1977. T. Renz, The Rhetorical Function of the Book of Ezekiel, VTS 76, Leiden 1999. K. Schöplin, Theologie als Biographie im Ezechielbuch: Ein Beitrag zur Konzeption alttestamentlichter Prophetie, FAT 36, Tübingen 2002. K. Spronk en A. van Wieringen (red.), De Bijbel theologisch: Hoofdlijnen en thema’s, Zoetermeer 2011. O.H. Steck, Die Prophetenbücher und ihr theologisches Zeugnis, Tübingen 1996. M.A. Sweeney, Form and Intertextuality in Prophetic and Apocalyptic Literature, Tübingen 2005. K. van der Toorn, Scribal Culture and the Making of the Hebrew Bible, Cambridge, Massachusetts – London 2007. Nederlandse vertaling en bewerking: Wie schreef de Bijbel? De ontstaansgeschiedenis van het Oude Testament, Kampen 2009.

22 Ezechiel 1 nw.indd 22

10-01-14 11:30


D. Vieweger, Die literarischen Beziehungen zwischen den B端chern Jeremia und Ezekiel, BEATAJ 26, Frankfurt a. M. 1993. E. Vogt, Untersuchungen zum Buch Ezechiel, AnBib 95, Rome 1981. K.L. Wong, The Idea of Retribution in the Book of Ezekiel, VTS 87, Leiden 2001.

23 Ezechiel 1 nw.indd 23

10-01-14 11:30


Het roepingsvisioen van Ezechiël 1:1-28 Het openingshoofdstuk van het boek Ezechiël maakt veel indruk. Het fascineert de ‘hoorders’ tot op de dag van vandaag. Het maakt nu nog een verrassend ‘moderne’ indruk, door de kracht van de beelden. Het is bijzonder hoe het boek Ezechiël met behulp van woorden alleen uit kan beelden, wat tegenwoordig vooral met filmische technieken en met computersimulaties concreet wordt gemaakt. In de moderne media zijn er ook pogingen ondernomen om Ezechiël 1 in zichtbare beelden voor te stellen. Dit hoofdstuk prikkelt de fantasie van mensen door de eeuwen heen. Het heeft er ook toe bijgedragen dat het boek Ezechiël de reputatie heeft een moeilijk en soms onbegrijpelijk Bijbelboek te zijn. Met dit eerste hoofdstuk dat we aanduiden als ‘roepingsvisioen’, kan de ‘hoorder’ overtuigd raken van de uitzonderlijke situatie waarin Ezechiël zich bevindt. De profeet maakt het mee dat hij iets van God in al zijn majesteit te zien krijgt. Dat gebeurt in een context, die alles heeft van een crisis. De profeet maakt deel uit van de eerste groep ballingen die in 597 is weggevoerd uit Jeruzalem. Dit gebeurt als de koning van Babel, de toonaangevende machthebber van die tijd, Nebukadnessar, via een machtsdaad duidelijk wil aangeven, dat hij geen enkele anti-Babylonische en pro-Egyptische politiek duldt. Een deel van de elite van Jeruzalem wordt dan weggevoerd, om een duidelijk voorbeeld te stellen. De koning van Juda, Jojachin, behoort ook tot degenen die worden gedeporteerd. Voor al degenen die zo weggevoerd zijn, betekent de ballingschap een existentiële en wellicht ook theologische crisis. Is er een mogelijkheid om ooit terug te keren naar Jeruzalem? Voor een junior-priester als Ezechiël betekent het dat hij afgesneden is van het godsdienstig centrum bij uitstek: de tempel van Jeruzalem. Een liturgische taak lijkt onmogelijk. De vraag komt op: ‘bestaat’ God wel buiten het stamgebied van Juda en buiten 24 Ezechiel 1 nw.indd 24

10-01-14 11:30


de tempel? Op die vragen lijkt de ouverture van het boek Ezechiël impliciet en overtuigend een antwoord te willen geven. Door dit visioen wordt de priester Ezechiël geroepen om spreekbuis te zijn van deze God, die zich ook kenbaar maakt in de ballingschap. Dat is verre van vanzelfsprekend. De jonge priester-profeet heeft een sterke legitimatie nodig om deze taak te volbrengen. Hoofdstuk 1 van het boek Ezechiël is opgebouwd uit vijf verschillende scènes van verschillende lengte. Scène 1: 1-3: de proloog; scène 2: 4-14: de beschrijving van de vier wezens; scène 3: 15-23: de wezens en de raderen en de ruimte waarin de beweging plaatsvindt; scène 4: 24-26: het geluid van de wezens en de stem; scène 5: 27-28: de heerlijkheid van de Heer en de stem die spreekt. 1:1-3 Het boek Ezechiël opent met de formulering: wajehi ‘en het geschiedde’. In de Hebreeuwse Bijbel maakt deze uitdrukking duidelijk dat er een opzienbarende gebeurtenis plaatsvindt. Opmerkelijke overgangen in een verhaal kunnen door deze initiërende formulering worden gemarkeerd. Veel aandacht trekt daarom het begin van vs. 3. Daarin komt de combinatie van hājō en hājā voor. Dat betekent twee keer een vorm van het werkwoord hjh ‘zijn, worden, geschieden’. Bij het werkwoord hjh gebeurt dat alleen in Ez. 1:3. Dat maakt deze combinatie uitzonderlijk. Deze formulering weerspiegelt de uitzonderlijke situatie waarin Ezechiël verkeert. In het derde vers wordt dan ook in de derde persoon over Ezechiël geschreven, alsof een latere bewerker van de tekst wilde beklemtonen hoe uniek de gebeurtenis is die Ezechiël is overkomen. Het twee keer voorkomen van hetzelfde werkwoord na elkaar is in het Hebreeuws overigens vrij gebruikelijk. De eerste werkwoordsvorm staat dan in een absolute infinitief en het tweede werkwoord in een perfectumvorm. Vertaaltechnisch 25 Ezechiel 1 nw.indd 25

10-01-14 11:30


moet in zo’n combinatie de intensiteit van de gebeurtenis tot uiting komen. Overigens wordt de combinatie hājā gevolgd door devar jhwh gewoonlijk weergegeven als ‘geschiedde het woord van de Heer’. Het woord van de Heer kwam dus met grote intensiteit tot Ezechiël, die door de ‘interne commentator’ wordt aangeduid als de zoon van Buzi, de priester. Wellicht is het de bedoeling om te lezen: ‘tot de priester Ezechiël, de zoon van Buzi’. Overigens is de formulering ‘het woord van de Heer geschiedt’ één van de manieren om aan te geven, dat de Heer een profeet inschakelt. Behalve priester wordt Ezechiël dus ook profeet. De twee tijdsaanduidingen roepen de nodige vragen op. De eerste tijdsaanduiding maakt gebruik van de auto-biografische ‘ik-stijl’; de tweede lijkt van een andere hand te zijn en spreekt in de derde persoon over Ezechiël. In vs. 1 wordt het dertigste jaar, in de vierde maand, op de vijfde van de maand genoemd; in vs. 2 komt de vijfde van de maand weer voor en is er sprake van het vijfde jaar van de ballingschap van koning Jojachin. Er zijn talloze pogingen ondernomen om deze twee tijdsaanduidingen uit te leggen. De introductie van het profetenboek Ezechiël is uniek, omdat daarin alleen een dubbele introductie voorkomt. De tweede introductie lijkt een interpolatie van een latere bewerker. De meer objectieve derde persoon verleent het daarop volgende visioen een zeker ‘bewijs van echtheid’. Door de stijl komt de tweede introductie meer overeen met die bij andere profeten. Het is niet onzinnig om het dertigste jaar uit de eerste introductie te laten slaan op de leeftijd van Ezechiël. Dat is ook de leeftijd waarop een priester in functie treedt (zie o.a. Num. 4:3). Die priesterlijke functie van Ezechiël is hier belangrijk. Het is juist onmogelijk dat hij die functie vervult, omdat hij zich te midden van de ballingen bevindt ver weg van de tempel van Jeruzalem. Uit het vervolg van het boek Ezechiël wordt duidelijk hoe belangrijk die tempel is in het geheel van de theologie van dit profetische boek. In hoofdstuk 10 verlaat de ‘heerlijkheid van de Heer’ immers de tempel. Het boek Ezechiël eindigt met het perspectief van het herstel van de tempel (40-48). 26 Ezechiel 1 nw.indd 26

10-01-14 11:30


Ballingschap betekent voor de ballingen dat ze afgesneden zijn van de mogelijkheid om de tempeldienst bij te wonen en voor Ezechiël persoonlijk om de priesterlijke taak te vervullen. Op het moment dat Ezechiël zijn roepingsvisioen ontvangt, is de tempel nog intact. Ezechiël behoort kennelijk tot de eerste groep ballingen, die met koning Jojachin in ballingschap zijn gegaan. Dat is gebeurd na de eerste confrontatie van de Jeruzalemse machthebbers met koning Nebukadnessar in 597, het jaar dat ook koning Jojachin naar Babel werd gedeporteerd. Ezechiël ontvangt zijn visioen dus in 592. Wie in aanmerking neemt, dat de verwoesting van de tempel in Jeruzalem in 586 plaatsvindt, gevolgd door een nog grotere deportatie naar Babel, ziet hoe belangrijk de rol van Ezechiël kan worden. De ballingen leven op afstand van Jeruzalem in het land van de Chaldeeën aan de rivier de Kebar. De Kebar is waarschijnlijk een belangrijk kanaal dat bij Babel van de Eufraat was afgetakt. De betrokkenheid van de ballingen op Jeruzalem blijft groot. Ezechiël zal in deze spannende situatie zijn theologische visie geven op de gebeurtenissen. Voor Ezechiël betekent zijn roeping dat ‘de hemel voor hem geopend wordt’. Deze formulering komt in gevarieerde vormen ook voor in Gen. 7:11, Jes. 24:18; 63: 19b, Mal. 3:10, Luc. 3: 21 en Openb. 4:1. In de teksten die in het Oude Testament voorkomen, is dit een indrukwekkend gebeuren. De sluizen van de hemel worden opengezet, de Heer zou de hemelen moeten scheuren om af te dalen en in te grijpen. De opening van de sluizen in Maleachi veroorzaakt een heilzame regen. De opening van de hemel in Luc. 3:21 staat in de context van de doop van Jezus. Opmerkelijk is hierbij de neerdaling van de Heilige Geest en de ‘stem uit de hemel’. De ‘geest’ en de ‘stem’ spelen ook een belangrijke rol in Ezechiël 1. Als voor Ezechiël de hemel geopend wordt, is dat dus een uiterst uitzonderlijke en indringende gebeurtenis. Het bijzondere is dat de roeping niet in de tempel plaatsvindt, zoals bij Jesaja (Jesaja 6), maar in de ballingschap. Na de vermelding van de geopende hemel volgt de formulering die in het geheel van het visioen een signaalfunctie vervult ‘en ik zag’: ‘en ik 27 Ezechiel 1 nw.indd 27

10-01-14 11:30


zag gezichten van God’. ‘Gezichten’ betekent hier manifestaties. Hoe God zich manifesteert aan Ezechiël, wordt in het vervolg van hoofdstuk 1 op een indringende manier beschreven. Het werkwoord r’h ‘zien’ en de afgeleide vormen van dit werkwoord die met ‘aanblik’ kunnen worden vertaald, spelen een grote rol in het geheel van Ezechiël 1. De proloog eindigt met de formulering: ‘en op hem was daar de hand van de Heer’. Deze uitdrukking heeft twee kanten: die van een soms vernietigende kracht (Ex. 9:2, Deut. 2:15, Richt. 2:15, I Sam. 5:6.9.11 en 12:15) en die van bevrijding (Ezra 8:31, Neh. 2:18). Ezechiël profeteert niet vrijwillig. Hij ervaart een kracht van de Heer die enerzijds dwingend is, maar die hem ook bevestigt en kracht geeft (zie ook 3:14.22; 8:1; 33:22; 37:1; 40;1). 1:4-14 De tweede scène opent met de formulering ‘ik zag’. Daarvoor is het werkwoord r’h ‘zien’ gebruikt, dat ook in vs. 1bβ voorkomt. In vs. 4 ziet de profeet verschijnselen die passen binnen de context van een theofanie, een godsverschijning die vooral zichtbaar wordt in extreme weers- of natuurverschijnselen. De theofanie bij de Sinai is daarvan het klassieke voorbeeld (Exodus 19). Bij het visioen van Ezechiël gaat het daarbij om een aantal natuurverschijnselen: een stormwind uit het noorden, een grote wolk, een vuur dat om zich heen grijpt, en een schijnsel daaromheen. In het midden daarvan iets als een oog van wit goud, midden in het vuur. Het woord ‘midden’ komt twee keer voor. Zo zoomt de tekst als het ware in op dit ‘oog’. Opmerkelijk is, dat er nu voor het eerst sprake is van ‘iets als’, weergegeven door het partikel ke. Dit partikel wordt in Ezechiël 1 herhaaldelijk gebruikt, om aan te geven dat wat Ezechiël ziet, alleen maar bij benadering te beschrijven is. ‘Wit goud’ is een vertaling van het Hebreeuwse chasjmal. In het Akkadisch komt dit woord voor als ‘een blauwachtige steen’. Vertalingen als ‘elektron’, ‘wit goud’ of ‘een kostbare geel schijnende steen’ worden ook gegeven. De NB houdt 28 Ezechiel 1 nw.indd 28

10-01-14 11:30


het op ‘staal’. Met deze laatste toevoeging over het uitzonderlijke oog te midden van het vuur gaat de tekst van Ezechiël afwijken van wat gebruikelijk is bij een theofanie. Bijzondere, kostbare elementen worden nu en ook later genoemd om het uitzonderlijke van het visioen weer te geven. Het is opmerkelijk hoe de tekst verder gaat. Tegenwoordig kunnen filmische technieken of computeranimaties verschijnselen als deze weergeven. We worden door de tekst als het ware meegetrokken in het bijzondere oog dat zich midden in het vuur bevindt. Voor de derde keer wordt nu in vs. 5 ‘in het midden daarvan’ gebruikt. Wat er te zien is, kan alleen bij benadering worden aangegeven. In Ezechiël 1 wordt daarvoor het woord demūt gebruikt. Het zal in het geheel van Ezechiël 1 tien keer worden gebruikt. Dat lijkt ons geen toeval. Ook in Genesis 1 komt het tiental op een opvallende wijze voor. Daar heeft het betrekking op de tien keer dat God iets zegt. En daar komt het woord demūt ook voor het eerst voor (Gen. 1:26). God spreekt daar uit de mens te scheppen naar zijn beeld en als zijn gelijkenis (demūt). Overigens kan het woord ook ‘gestalte’ of ‘gedaante’ betekenen. In het visioen neemt de priester-profeet Ezechiël zo fenomenen waar die ‘een gelijkenis vertonen met’. Er blijft zo een gepaste afstand. Ezechiël neemt de ‘gelijkenis van vier levende wezens’ waar. Ze zien er uit als de gelijkenis/gedaante van een mens. Daarna houdt ook alle vergelijking met een menselijke gestalte weer op. Want elk wezen heeft vier gezichten en vier vleugels (vs. 6). Hun rechte benen lopen uit op kalfshoeven, die blinken als gepolijst koper (vs. 7). Aan alle vier de kanten zijn onder hun vier vleugels mensenhanden (vs. 8). De wezens zijn nauw met elkaar verbonden doordat hun vleugels elkaar raken; bij het bewegen hoeven ze hun gezichten niet te draaien (vs. 9). Zo ontstaat het beeld van een uiterst ordelijk samengaan van deze vier wezens, elk met hun vier vleugels en hun vier gezichten. De wiegende beweging van de wezens samen zou het karakter kunnen hebben van een liturgische dans. In hun gezichten zijn respectievelijk een mens, een leeuw, een rund en een arend te herkennen (vs. 10). Ezechiël kan bij zijn 29 Ezechiel 1 nw.indd 29

10-01-14 11:30


visioen beïnvloed zijn door de ‘hemeldragers’ in de Mesopotamische kunst, die meestal vier vleugels hebben en vaak één of meer dierengezichten. In Openbaring 4, waarin verschillende parallellen met Ezechiël 1 voorkomen, lezen we over vier dieren, vol ogen van voren en van achteren. De volgorde in de beschrijving van de gezichten wijkt daar enigszins af van die in Ezechiël 1: leeuw, rund, mens, (vliegende) arend. De beschrijving van de vier wezens als eenheid in Ezechiël roept het beeld op van een kubus. Deze volmaakte geometrische vorm krijgt in de slothoofdstukken van Ezechiël, waarin de nieuwe tempel beschreven wordt, nog een bijzondere toespitsing. De gezichten van de vier wezens uit Ezechiël en Openbaring worden in christelijke traditie uiteindelijk symbolen voor de vier evangelisten. De geest van God (vs. 12) bepaalt hoe de samenhangende beweging van de vier wezens plaatsvindt. In vs. 13 komt het woord demūt opnieuw voor, nu om de wezens te verbinden met het motief van brandende kolen. De kern van de kubusvormige viereenheid wordt gevormd door vuur (vs. 13). Als de wezens bewegen, heeft dit het effect van bliksemschichten (vs. 14). 1:15-23 In deze scène zien we hoe de wezens verbonden zijn met raderen, raderen waarin zich ook velgen bevinden. Over de raderen wordt geschreven: ‘de aanblik van de raderen en van hun makelij was als het oog van tarsjīsj’(vs. 16). Tarsjīsj kan een symbolische aanduiding zijn van een ver en van kostbaarheden overladen land. Soms wordt het vereenzelvigd met Spanje. Het kan ook betrekking hebben op een edelsteen, in dit geval topaas. Duidelijk is in ieder geval dat de wielen uit kostbare materialen zijn vervaardigd. De wezens zijn op een volmaakte wijze verbonden met de raderen en velgen. De velgen zijn ontzagwekkend hoog en rondom vol ogen. Of deze ogen zien, of dat deze ter versiering zijn aangebracht, is niet duidelijk. Het wordt trouwens steeds moeilijker een concrete voorstelling te maken van wat Ezechiël in zijn visioen ziet. In 30 Ezechiel 1 nw.indd 30

10-01-14 11:30


ieder geval is de beweging van de wezens en de raderen één volmaakt geheel. Deze beweging kan de indruk maken dat er zich een wagen voortbeweegt. De wezens, die samen met de wielen deze wagen vormen, kunnen ook opstijgen (vs. 19). Ook nu is de geest degene die de beweging coördineert. Deze geest wordt hier de geest van de wezens genoemd (vs. 19 en 21). De beschrijving is uiterst precies en maakt zo een enigszins omslachtige indruk. Maar de bedoeling is duidelijk: er ontstaat een volmaakt voertuig, in een combinatie van kostbaar materiaal en van de intrigerende wezens, die een viereenheid vormen. Het geheel maakt zo een indruk van een mathematische precisie. Door deze beschrijving kan het idee opkomen van een troonwagen, in de latere Joodse traditie weergegeven als merkāvā. De ruimte waarin het voertuig zich bevindt, wordt beschreven in de vss. 23v. Boven de hoofden van de wezens is de gestalte (demūt) van een koepel, een rāqīah, een bekend woord ook uit Genesis 1. De rāqīah in Gen. 1:5v. maakt een scheiding mogelijk tussen ‘boven’ en ‘beneden’. Het is duidelijk dat de wezens zich onder de koepel bevinden. In vs. 25 klinkt de stem van boven de koepel. Dat is ook het moment dat de wezens hun vleugels stilhouden. Aan de ‘liturgische dans’ komt nu een einde. De koepel oogt als een angstaanjagende ijslaag. De wezens strekken hun vleugels recht naar elkaar uit en daarnaast bedekken twee van hun vleugels hun lichaam. Zo blijft de voorstelling van een volmaakte eenheid gehandhaafd. In vs. 23 komt overigens een bijzondere formulering voor: de vleugels van de wezens zijn recht uitgestrekt als ‘vrouw aan zuster’. Een formulering die een zekere intimiteit tot uiting laat komen. 1:24-26 De vierde scène kenmerkt zich door een perspectiefverschuiving. In plaats van het gebruikelijke ‘ik zag’ begint deze scène met ‘ik hoorde’. Letterlijk staat er: ‘een stem’ van hun vleugels. Het Hebreeuwse woord qol, dat zowel met ‘stem’ als met ‘geluid’ kan worden weergegeven komt in vs. 24 vijf keer voor: een stem van 31 Ezechiel 1 nw.indd 31

10-01-14 11:30


de vleugels, als een stem van vele wateren, als een stem van Sjaddaj (een godsnaam die we hier onvertaald laten), wanneer zij (de wezens) gaan, een stem van een menigte, als een stem van een leger. Het vijf keer voorkomen van het woord qol (stem) correspondeert met de vijf verschijnselen die in de initiërende theofanie van vs. 4 voorkomen. Het getal vijf kan een impliciete verwijzing zijn naar de Tora. Zien en horen corresponderen nu met elkaar. Door in onze exegese stil te staan bij de basisbetekenis van qol als ‘stem’ wordt duidelijk, hoezeer de tekst toewerkt naar een climax. In vs. 25 komt vervolgens de stem voor die van boven de koepel weerklinkt, waarbij de wezens stilstaan. Boven de koepel die zich boven de hoofden van de wezens bevindt (vs. 26), is er ‘als een aanblik van’ een saffiersteen, de demūt van een troon en boven de demūt van de troon een demūt is er ‘als een aanblik van’ een mens, daarbovenop. Opmerkelijk is dus het twee maal voorkomende ‘aanblik’, dat het drie maal voorkomende ‘gestalte’ omsluit. Bijzonder is dat de profeet wel enig inzicht krijgt in wat er boven de koepel te zien is, terwijl er voor de wezens een duidelijke grens getrokken wordt: onder de koepel. Er blijven grenzen in wat de profeet te zien krijgt. In dit visioen wordt aan de ene kant het beeld opgeroepen van volmaaktheid, aan de andere kant voorkomt de tekst juist dat er een exact beeld wordt opgeroepen van God. Het woord ‘als’ komt in vs. 26 evenals in de volgende verzen herhaaldelijk voor. De wezens die samen met de wielen het voertuig vormen, zijn tot stilstand gekomen. Zo wordt de suggestie gewekt van een mobiel heiligdom. De ‘heerlijkheid van de Heer’ (vs. 28) is niet uitsluitend verbonden aan de bedreigde tempel van Jeruzalem. Ook in de ballingschap kan de Heer zich manifesteren. 1:27-28 De slotscène begint weer met het refreinachtige ‘en ik zag’. De beelden uit vs. 4 komen weer terug: ‘als een oog van chasjmal ‘elektron’, als de aanblik van vuur, een huis daaromheen, van 32 Ezechiel 1 nw.indd 32

10-01-14 11:30


(niet als!) de aanblik van zijn lendenen en daarboven en van de aanblik van zijn lendenen naar beneden, zag ik als een aanblik van vuur met een fel schijnsel eromheen’. Als we dan verder zo letterlijk mogelijk vertalen, lezen we in vs. 28a: ‘als een aanblik van de boog die er is in de wolk ten dage van de regen, zo is een aanblik van het omhullende felle schijnsel’. De elementen van vuur en licht spelen ook in beschrijvingen van Mesopotamische godheden een rol. Mogelijk is Ezechiël daardoor beïnvloed. ‘Dit is een aanblik van de gestalte (demūt) van de heerlijkheid van de Heer.’ Tenslotte is vs. 28b geschreven in een prachtig ritme: En ik zag en ik viel op mijn gezicht en ik hoorde een stem sprekende… De heerlijkheid van de Heer (kevōd jhwh) is een belangrijk fenomeen in de woestijnepisode, zoals die beschreven wordt in het boek Numeri. Normaal is dit fenomeen aanwezig in de ontmoetingstent (Num. 14:10a). Zodra de kwetsbare autoriteit van Mozes wordt bedreigd, verschijnt de heerlijkheid van de Heer om hem en zo nodig ook Aäron te beschermen tegen gewelddadige acties van het volk (cf. ook Num. 17:7, NBG/SV 16:42). In de context van de Sinaï wordt de Heerlijkheid beschreven als ‘een verterend vuur’. Bij de inwijding van de tempel vult de heerlijkheid van de Heer in de gedaante van een wolk het heiligdom (1 Kon. 8:11; 2 Kron. 5:14; 7:1vv.). Bij het roepingsvisioen van Jesaja, zoals dat beschreven wordt in Jesaja 6 wordt de Heerlijkheid ook genoemd in de lofprijzing van de serafs: ‘heilig, heilig, heilig is de Heer, vol is heel de aarde van zijn heerlijkheid’ (Jes. 6:3). De manifestatie van de heiligheid van de Heer in het heiligdom van de tempel van Jeruzalem bepaalt de levenskwaliteit van al het leven op aarde. De tempel is zo bij uitstek het centrum van de aarde. Die functie krijgt de tempel opnieuw na de crisis van de ballingschap, als de tempel wordt hersteld. In de slothoofdstukken van Ezechiël (4048) speelt dit thema een belangrijke rol. Ook in de proloog van Deuterojesaja (Jes. 40:5) komt de heerlijkheid van de Heer voor, evenals in Tritojesaja (Jes. 58:8, 66:5.18v.). Het gaat daarbij om motieven als ‘herstel’, ‘bescherming’ en erkenning van de majesteit van de Heer door andere volken. In het roepingsvisioen van 33 Ezechiel 1 nw.indd 33

10-01-14 11:30


Ezechiël heeft de manifestatie van de Heerlijkheid een opvallende functie: terwijl het heiligdom van de tempel in Jeruzalem nog intact is, verschijnt de Heer buiten Jeruzalem in zijn heerlijkheid. Voor de ballingen in Babel kan dat een troostrijke gedachte zijn. Tegelijkertijd kan Ezechiël overtuigd raken van de aanwezigheid van de Heer ook in Babel, juist in deze eerste fase van de ballingschap. Voor hem geldt ook het element van bescherming en legitimatie van zijn profetische roeping. Wie het roepingsvisioen in Ezechiël 1 vergelijkt met dat van Jesa­ ja 6 merkt op, hoezeer dat van Ezechiël zeer breed is uitgewerkt. Er is een zorgvuldige opbouw van de mens- en engelachtige wezens, via het voertuig, naar de troon met de mensachtige gestalte, waarin uiteindelijk de heerlijkheid van de Heer zichtbaar wordt. De climax is de stem die spreekt. Ezechiël is ver verwijderd van het heiligdom van Jeruzalem, waar hij als priester zou kunnen fungeren. Maar de Heer creëert in het visioen dat met mathematische precisie wordt beschreven, voor Ezechiël een nieuw heiligdom dat niet langer aan één plaats gebonden is. Het visioen vindt zijn bekroning in een stem die tot hem spreekt. Op die manier wordt de priester-profeet voorbereid op de bijzondere taak die op hem wacht: in de ballingschap als spreekbuis van de Heer te fungeren, een taak enigszins vergelijkbaar met die van Mozes in de woestijn. Een taak die het uiterste vergt van de profeet omdat de woorden van de Heer bijzonder hard aan kunnen komen, waarbij Ezechiël persoonlijk ook diep wordt geraakt. Wat de Heer vraagt, lijkt bovenmenselijk. Het visioen dat aan de ‘stem die spreekt’ voorafgaat, moet Ezechiël de overtuiging geven, dat de macht en de majesteit van de Heer hem ondersteunt. Het roepingsvisioen van Ezechiël heeft een fascinerende uitwerking gehad op latere generaties. De thematiek ervan komt terug in de latere apocalyptiek. In het visioen van Daniël 7 is het beeld van de vier wezens vervormd tot vier grote dieren, waarvan veel dreiging uitgaat. Opmerkelijk is hier wel de manifestatie van de 34 Ezechiel 1 nw.indd 34

10-01-14 11:30


‘Oude van Dagen’ in Dan. 7:9. De ‘zoon van een mens’, welke titel Ezechiël in Ez. 2:1 krijgt, komt hier voor in Dan 7:14. Dichter bij Ezechiël blijven de verwijzingen, die zelfs het karakter hebben van citaten, in het boek Openbaring. Dit gebeurt vooral in Openbaring 4 en 5. De citaten komen daar op drie na alle uit het roepingsvisioen van Ezechiël 1. De overige drie komen uit Jes. 6:2v. en uit Dan. 7:10. Overigens neemt de schrijver van Openbaring de citaten niet klakkeloos over. Hij kantelt ze vanuit een hermeneutische strategie, waarbij de oorspronkelijke context van de roeping van de profeet wordt verbreed tot een grotere groep betrokkenen. Verder heeft het roepingsvisioen voedsel gegeven aan speculatieve vormen van theologie. Er is in de Joodse traditie zelfs een bijzondere vorm van mystiek ontstaan, de merkāvā-mystiek, genoemd naar de in Ezechiël niet expliciet vermelde maar wel veronderstelde troonwagen (merkāvā). In de Misjna waarschuwen de rabbijnen al tegen een al te speculatieve omgang met de merkāvā. Literatuur L.C. Allen, ‘The Structure and Intention of Ezekiel I’, VT 43 (1993) 145-161. W.B. Barrick, ‘The Straight-Legged Cherubim of Ezekiel’s Inaugural Vision (Ezekiel 1:7a)’, CBQ 44 (1982) 543-550. A. Behrens, Prophetische Visionsschilderungen im Alten Testament: Sprachliche Eigenarten, Funktion und Schilderung einer Gattung, AOAT 292, Münster 2002. T.J. Betts, Ezekiel, the Priest: A Custodian of Tôra, SBL 74, New York 2005 M. Black, ‘The Throne-Theopany, Prophetic Commission and the “Son of Man”: a Study in Tradition-History’, in R. Hamilton-Kelly and R. Scroggs, Jews, Greeks and Christians, Leiden 1976, 57-63. J. Fekkes, Isaiah and Prophetic Traditions in the Book of Revelation: Visionary Antecedents and their Development, JSNTSS 93, Sheffield 1994. 35 Ezechiel 1 nw.indd 35

10-01-14 11:30


D.J. Halperin, The Faces of the Chariot: Early Jewish Responses to Ezekiel’s Vision, TSAJ 16, Tübingen. J. Jeremias, Theophanie: Die Geschichte einer alttestamentlicher Gattung, Neukirchen – Vluyn, 1977². A. Jobsen, ‘De Heerlijkheid van de HEER als een verterend vuur’, Interpretatie 16.3 (2008), 4-7. A. Jobsen, ‘Het visioen van Ezechiël 1, Interpretatie 17.7 (2009), 4-6. O. Keel, Jahwe-Visionen und Siegelkunst: Eine neue Deutung der Majestätsschilderungen in Jes 6, Ez 1 und Sach 4, Stuttgart 1977, 125-273. J. Lust, ‘De man die bijna God zag. Visioenen in Ezechiël’, Interpretatie 20.1 (2012), 37-39. J.E. Miller, ‘The Thirtieth Year of Ezekiel 1:1’, RevBib 99 (1992), 499-503. S. Moyise, The Old Testament in the Book of Revelation, JSNTSS 115, Sheffield 1995 N. Riemersma, ‘Antwoord uit de hemel’, Interpretatie 18.5 2010), 4-6. K.A.D. Smelik, ‘De roeping van de profeet als type-scène’, Interpretatie 20.4 (2012), 14-18. P. de Vries, De Heerlijkheid van JHWH in het Oude Testament en in het bijzonder in het boek Ezechiël, Heerenveen 2010 P. de Vries, ‘Ezechiël: Profeet van de naam en heerlijkheid van JHWH. Het karakter van zijn boek en een aantal centrale thema’s ervan’, in: J. Dubbink (red.), Ezechiel, ACEBT 26, Berg­ ambacht 2011, 1-16. N.A. van Uchelen, Joodse mystiek: Merkawa. Tempel en Troon, Amstelveen 1983. A.D. York, ‘Ezekiel i: inaugural and restoration visions?’ VT 27 (1977) 82. W. van Wieringen, De Verbeelding van een Profeet. Het roepingsvisioen van Ezechiël, in: J. Dubbink (red.), Ezechiel, ACEBT 26, Bergambacht 2011, 17-28.

36 Ezechiel 1 nw.indd 36

10-01-14 11:30

leesfragment Ezechiël - dr. A. Jobsen