Page 1


Auschwitz-7edruk-22juli_Opmaak 1 07-01-14 12:07 Pagina 443

APPENDIX VII

BELANGRIJKSTE NAOORLOGSE RECHTSZAKEN TEGEN SS-OFFICIEREN UIT AUSCHWITZ

udolf Höss, de hoogste officier van Auschwitz, werd in 1946 in West-Duitsland door de Britse militaire politie gearresteerd en ter berechting aan Polen uitgeleverd, het land waar hij zijn misdaden begaan had. Op 2 april 1947 veroordeelde het nationale hooggerechtshof in Warschau Höss tot de doodstraf. Korte tijd later werd hij in Auschwitz opgehangen, aan de galg waaraan hij zelf talloze gevangenen had opgehangen. Op 22 december 1947 veroordeelde hetzelfde hof nog eens veertig SS’ers die medeverantwoordelijk waren voor de uitvoer van het vernietigingsproces in Auschwitz, van wie velen door de Britse en de Amerikaanse militaire politie naar het gerechtshof in Krakow waren gebracht. Van de drie vroegere commandanten van Auschwitz (Rudolf Höss, Arthur Liebehenschel en Max Baer), werd alleen Liebehenschel bij die gelegenheid veroordeeld, daar Max Baer zich nog steeds verscholen hield, vermoedelijk in WestDuitsland. Drieëntwintig van de verdachten kregen de doodstraf1, zes kregen levenslang2, tien kregen gevangenisstraffen variërend van 3 tot 15 jaar3 en één beklaagde (dr. Hans Münch) werd onschuldig bevonden en vrijgelaten. Op 20 augustus 1947 veroordeelde het eerste Amerikaanse Militaire Tribunaal in Neurenberg verschillende leidinggevenden van Hitlers medische korps voor een aantal misdaden tegen de mensheid, onder andere misdadige medische experimenten op gevangenen in naziconcentratiekampen, waaronder Auschwitz. Zeven artsen ontvingen de doodstraf (Karl Brandt, Karl Gebhardt, Rudolf Brandt, Joachim Mrugowsky, Wolfram Sievers, Victor Brock, Waldemar Hoven), vijf levenslange gevangenisstraffen

R

443


Auschwitz-7edruk-22juli_Opmaak 1 07-01-14 12:07 Pagina 444

(Siegfried Handloser, Oskar Schröder, Karl Genzken, Gerhard Rose, Fritz Fischer) en vier gevangenisstraffen van 10 tot 20 jaar (Helmut Poppendick, Hermann Becker-Freyseng, Wilhelm Beigeböck en Herta Oberhauser). Op 3 november 1947 veroordeelde het tweede Amerikaanse Militaire Tribunaal in Neurenberg de volgende leiders van het Hoofdbureau van de SS-Administratie en Economie, tijdens de oorlog verantwoordelijk voor het beheer van de naziconcentratiekampen, tot de doodstraf: Oswald Pohl, George Lörner, Franz Eirenschmalz, Karl Sommer; August Frank, Max Kiefer en Karl Mumentheg werden tot levenslang veroordeeld; acht andere verdachten ontvingen straffen variërend van 10 tot 25 jaar (Hans Karl Fanslau, Hans Lörner, Erwin Tschentcher, Hermann Pook, Hans Hohberg, Hans Baier, Leo Volk en Hans Bobermin). Het volgende relevante grote proces vond 16 jaar later plaats, namelijk het Auschwitz-proces in Frankfurt, dat in 1963 begon en bijna twee jaar duurde. Gedurende dit proces werden 22 beruchte SS-officieren uit Auschwitz beschuldigd van diverse misdaden. Aan het begin van dit proces woonden zij vrijwel allemaal in WestDuitsland en oefenden allerlei respectabele beroepen uit, zoals dat van zakenman, apotheker, tandarts, leraar, automonteur en verpleger. Het is van belang om op te merken dat begonnen werd met het voor de rechter brengen van deze figuren, toen een voormalige gevangene van Auschwitz (van wie hier de naam niet genoemd wordt, maar alleen zijn initialen, A.R.), opnieuw in de gevangenis terechtkwam. Dat was in Bruchsal in West-Duitsland in 1958. Hij was (niet voor het eerst) veroordeeld voor verschillende kleine misdrijven. (Dit toont aan dat niet alle voormalige gevangenen van Auschwitz brandschoon waren of zijn, zelfs niet na hun bevrijding uit Auschwitz.) Vanuit de gevangenis schreef A.R. een brief aan de openbare aanklager in Stuttgart, waarin hij hem meedeelde dat een van de beruchtste misdadigers van Auschwitz, SS-Oberscharführer Wilhelm Boger, op dat moment als vrij man onder zijn eigen naam in de buurt van Stuttgart woonde, ondanks het feit dat hij deelgenomen had aan de massamoorden, betrokken was geweest bij 444


Auschwitz-7edruk-22juli_Opmaak 1 07-01-14 12:07 Pagina 445

de selectieprocedures voor de gaskamers en eigenhandig ook vele mensen had vermoord en bovendien bekendstond om het wreed martelen van honderden gevangenen, wat vaak de dood tot gevolg had gehad. A.R. schreef zijn brief aan de openbare aanklager op 1 maart 1958, maar er volgde geen onmiddellijke reactie. Een kopie van zijn brief bereikte echter een internationaal comité van voormalige gevangenen van nazikampen in Wenen, waarna de algemeen secretaris van deze groep, Hermann Langbein, hierover interpelleerde bij de West-Duitse autoriteiten. Na zes maanden werd Boger ten slotte gearresteerd, op 8 oktober 1958. In het tussenliggende halfjaar was Boger zich ervan bewust dat er een onderzoek naar hem werd ingesteld, maar hij voelde zich veilig genoeg en deed geen poging om te ontsnappen. Als gevolg van de aanhouding van Boger werden nog eens 22 voormalige SS-officieren van Auschwitz geïdentificeerd en aangeklaagd wegens hun misdaden tegen de mensheid. Tijdens het voorbereidende onderzoek hoorde het hof de getuigenissen van bijna 1.500 overlevenden van Auschwitz, van wie de verklaringen in 95 delen verzameld werden. Het proces begon op 23 december 1963 en eindigde op 20 augustus 1965, na 183 zittingsdagen. Tijdens de zittingen, waarbij een jury aanwezig was, werden 211 voormalige gevangenen van Auschwitz door het hof en de verdediging verhoord. Bovendien legden 85 voormalige leden van de SS een getuigenis af, naast nog 63 andere getuigen. Onder degenen die terechtstonden was de derde commandant van Auschwitz, Max Baer, die van mei tot juli 1944 de leiding had gehad over de massamoord op 400.000 Hongaarse Joden, hoofdzakelijk vrouwen, kinderen en bejaarden, die niet geschikt waren voor slavenarbeid. Max Baer had jarenlang ongestoord in West-Duitsland gewoond, maar stierf kort na zijn arrestatie in 1960 door natuurlijke oorzaak, nog voor het begin van het Auschwitz-proces. Onder degenen die voor de rechtbank gedaagd werden was Wilhelm Boger, wiens sadistische behandeling van de gevangenen van Auschwitz tijdens de zittingen uitvoerig beschreven werd. Met name kwamen de details aan het licht van de ‘Boger-slinger’ waaraan gevangenen gehangen werden die ervan verdacht werden een 445


Auschwitz-7edruk-22juli_Opmaak 1 07-01-14 12:07 Pagina 446

ontsnapping voor te bereiden. Zij werden op de kop opgehangen, terwijl Boger hen martelde door hen met een stok van bijna een meter lang op hun geslachtsdelen te slaan. Boger ging er toentertijd prat op dat zijn Boger-slinger beter werkte dan tien andere apparaten om de gevangenen een bekentenis af te dwingen. Behalve Boger werden 22 andere SS’ers aangeklaagd, van wie de misdaden al even weerzinwekkend waren. Een van de aangeklaagden was voormalig SS-officier Robert Mulka, de adjudant van de kampcommandant van Auschwitz, Höss. Een andere was de schoenmaker Josef Klehr, een opzichter van de ziekenbarak van de gevangenen van Auschwitz, die eigenhandig honderden gevangenen die niet meer konden werken vermoordde door middel van fenolinjecties. Daar waren ook SS’ers als Kaduk en Schlage, van wie de in Auschwitz begane misdaden, die in de rechtszaal gedetailleerd beschreven werden, elk normaal begrip en zelfs elk normaal voorstellingsvermogen te boven gingen. Aan het eind van het proces veroordeelde de rechtbank Robert Mulka tot 14 jaar gevangenisstraf; Karl Hocker tot 7 jaar; Wilhelm Boger tot levenslang; Hans Stark tot 10 jaar; Klaus Dylewski tot 5 jaar; Pery Broad tot 4 jaar; Bruno Schlage tot 6 jaar; Franz Hoffmann tot levenslang; Stefan Baretzki tot levenslang; dr. Franz Lucas tot 3 jaar en 3 maanden; dr. Willi Frank tot 7 jaar; dr. Victor Capesius tot 9 jaar; Josef Klehr tot levenslang; Herbert Scherpe tot 4 jaar en zes maanden; Emil Hantl tot 3 jaar en 6 maanden; en de voormalige kapo Emil Bednarek tot levenslang. Het totale aantal SS’ers dat in Auschwitz ‘gediend’ heeft is ongeveer 6.000. De overgrote meerderheid van hen is nooit voor de rechter verschenen. Sommigen emigreerden na de oorlog zelfs naar de Verenigde Staten. Na 1980 werden deze gevallen onderzocht door het Office of Special Investigations (OSI) van het Ministerie van Justitie in Washington, D.C. Noten 1. Arthur Liebehenschel, Maxmilian Graber, Hans Aumeier, Karl Ernst Möckel, Maria Mandel, Franz Xaver Kraus, Johann Paul Kremer, Erich 446


Auschwitz-7edruk-22juli_Opmaak 1 07-01-14 12:07 Pagina 447

Muhsfeldt, Hermann Kirschner, Heinrich Josten, Wilhelm Gerard Gehring, Kurt Hugo Müller, Ludwig Plage, Otto Lätsch, Fritz Wilhelm Buntrock, August Reimond Bogusch, Paul Götze, Paul Szczurek, Therese Brandel, Josef Kollmer, Herbert Paul Ludwig, Arthur Johann Breitwieser, Hans Schumacher. 2. Hans Koch, Karl Seufert, Luise Danz, Anton Lechner, Detleff Nebbe, Adolf Medefind. 3. Edward Lorenz, Richard Schröder, Alicje Orlowska, Hildegard Marthe Luise Lachert, Hans Hoffmann, Alexander Bülow, Franz Romeikat, Erich Dinges, Johannes Weber, Karl Jeschke.

447

Ik ontsnapte uit Auschwitz - Appendix 7  
Ik ontsnapte uit Auschwitz - Appendix 7