Page 1


Auschwitz-7edruk-22juli_Opmaak 1 07-01-14 12:07 Pagina 426

APPENDIX V

RAPPORT VAN

EEN

SS-OFFICIER

en opmerkelijk verslag over het vernietigingskamp Belzec, waar de vrouwen en kinderen, de zwakken en de bejaarden van ons transport uit Novaky heen gebracht werden, werd tijdens de oorlog opgesteld door SS-kapitein Kurt Gerstein, zelf ook een opmerkelijk man. Zijn schoonzus, die krankzinnig verklaard was, was een van de 60.000 geestelijk zieken die in Brandenburg vergast waren. Dit vormde het startsein voor Hitlers euthanasieprogramma, de voorloper van alle latere vernietigingsprogramma’s. Gerstein was zo geschokt door haar dood dat hij besloot het hele vernietigingssysteem te ontmaskeren. Daartoe sloot hij zich aan bij de eenheden voor de concentratiekampen, iets wat uitzonderlijke moed vereiste. Nadat hij een flink dossier had aangelegd schreef hij zijn verslag en ging er eerst mee naar de pauselijke nuntius in Berlijn. Daar werd hij weer weggestuurd omdat hij in militair uniform was, wat kennelijk tegen het protocol was. Daarna benaderde hij een Zweedse diplomaat, die zijn verslag meenam naar Stockholm. Op 7 augustus 1945 werd dit bevestigd door de Zweedse ambassade in Londen, die tevens bekendmaakte dat het stuk zich nog steeds in de archieven van de Zweedse regering bevond en na de oorlog het onderwerp was geweest van een verklaring aan de geëigende autoriteiten in Londen.1 Als de inhoud van zijn verslag tijdens de oorlog aan de geallieerden bekendgemaakt was, dan had een resolute internationale reactie wellicht de uitvoering van Himmlers plannen voor de Endlösung van het jodenprobleem kunnen belemmeren. Misschien omdat ze het idee hadden dat zo’n bekendmaking hun neutraliteit in gevaar

E

426


Auschwitz-7edruk-22juli_Opmaak 1 07-01-14 12:07 Pagina 427

gebracht zou hebben, hebben ze dit verslag echter geheimgehouden en de vernietigingsexperimenten gingen door zonder dat de lastposten van de vrije wereld ertussen kwamen. Daar ik min of meer dezelfde ervaring gehad heb nadat ik uit Auschwitz ontsnapt was en m’n eigen verslag geschreven had, weet ik hoe gefrustreerd Gerstein zich gevoeld moet hebben. Tegen het eind van de oorlog werd hij gevangengenomen door geallieerde troepen en pleegde hij, niet helemaal onbegrijpelijk, in zijn cel zelfmoord. Over Belzec schreef hij: De volgende dag vertrokken we naar Belzec, een klein speciaal station bestaande uit twee platforms tegen een heuvel van geel zand, direct ten noorden van de weg en de spoorlijn van Lublin naar Lvov. Aan de zuidkant, bij de weg, stonden enkele diensthuizen, met het bord Belzec, Dienstencentrum van de Waffen-SS. Globocnik stelde me voor aan SS-Hauptsturmbahnfßhrer Obermeyer uit Pirmasens, die met grote terughoudendheid de installaties liet zien. Die dag waren er geen doden te zien, maar de stank in het hele gebied was vreselijk en was zelfs op de doorgaande weg waar te nemen. Naast het kleine station stond een grote barak met het opschrift Bagagedepot en een deur waarop Kostbaarheden stond. Daarnaast een ruimte met honderd kappersstoelen. Dan kwam een corridor van hondervijftig meter lang, in de openlucht en met prikkeldraad aan beide zijden. Daar hing een bord Naar de baden en inhalaties. Recht voor ons zagen we een gebouw dat leek op een badhuis, met links en rechts betonnen bakken met geraniums en andere bloemen. Nadat we een kleine trap opgeklommen waren kwamen we bij drie garageachtige ruimten aan elke kant, vier bij vijf meter groot en 1 meter 90 hoog. In de achtermuur zaten onzichtbare houten deuren. Op het dak stond een koperen davidster. Bij de ingang van het gebouw was de inscriptie Heckenholt Stichting te lezen. Dat was alles wat ik die middag te zien kreeg. De volgende ochtend, iets voor zevenen, werd mij medegedeeld dat binnen tien minuten de eerste trein zou arriveren. En inder427


Auschwitz-7edruk-22juli_Opmaak 1 07-01-14 12:07 Pagina 428

daad, een paar minuten later kwam de eerste trein binnen uit Lemberg (Lvov); 45 wagons, met 6.700 mensen, van wie 1.450 al bij aankomst dood waren. Achter de kleine, met prikkeldraad afgezette openingen zaten kinderen, lijkbleek, doodsbang en mannen en vrouwen. De trein stopte; tweehonderd Oekraïners die gedwongen werden om dit werk te doen, maakten de deuren open en joegen alle mensen met leren zwepen de wagons uit.Toen ontvingen ze door enorme luidsprekers instructies om zich helemaal uit te kleden en valse tanden en brillen in te leveren, sommigen in de barakken, anderen in de openlucht. Schoenen moesten samengebonden worden met een stukje touw dat ze kregen van een klein Joods jongetje van vier jaar; alle kostbaarheden en geld moesten ingeleverd worden bij het raam met het opschrift Kostbaarheden, hoewel ze er geen ontvangstbewijs voor kregen. Toen mochten de vrouwen en meisjes naar de kapper, die hun haar met één of twee halen afknipte, waarna het in enorme aardappelzakken verdween, om gebruikt te worden voor speciale onderzeebootuitrustingen, deurmatten, etc., zoals de dienstdoende SSUnterscharführer me vertelde. Toen begon de mars. Aan de rechter- en linkerkant: prikkeldraad; daarachter, twintig of dertig Oekraïners met geweren. Voorgegaan door een jong meisje van opvallende schoonheid kwamen ze dichterbij. Samen met politiekapitein Wirth stond ik vlak voor de gaskamers. Geheel naakt kwamen ze voorbij, mannen, vrouwen, meisjes, kinderen, baby’s, zelfs personen met één been, allen naakt. In een hoek stond een SS’er die de arme donders met een luide stem vertelde: ‘Er zal jullie niets gebeuren. Het enige wat je hoeft te doen is diep inademen; het versterkt de longen. Deze inhalatie is een noodzakelijke maatregel tegen besmettelijke ziekten; het is een heel goed desinfecterend middel.’ Als ze vroegen wat er met hen zou gebeuren, antwoordde hij: ‘Nou, de mannen zullen natuurlijk moeten werken, om straten te leggen en huizen te bouwen. Maar de vrouwen hoeven dat niet. Als ze willen, kunnen ze in huis of in de keuken helpen.’ Opnieuw, een klein straaltje hoop voor deze arme mensen, 428


Auschwitz-7edruk-22juli_Opmaak 1 07-01-14 12:07 Pagina 429

genoeg om hen zonder verzet te laten doorlopen naar de gaskamers. Maar de meesten van hen wisten alles; de stank vormde een niet mis te verstane aanwijzing voor wat hun te wachten stond. En toen liepen ze het trappetje op, ziet u het voor u: Moeders met hun baby aan de borst, naakt; veel kinderen van alle leeftijden, ook naakt; ze aarzelen, maar ze gaan toch de gaskamers binnen, de meesten zonder een woord te zeggen, voortgeduwd door de mensen achter hen, opgejaagd door de zwepen van de SS. Een Jodin van ongeveer veertig jaar, met ogen als vurige kolen, roept het bloed van haar kinderen af over de hoofden van hun moordenaars.Vijf slagen in haar gezicht met de zweep van kapitein Wirth zelf jagen haar de gaskamer in. Velen van hen zeggen hun gebeden. Anderen vragen: ‘Wie geeft ons wat water voor we doodgaan?’ In de gaskamers dringen SS’ers de mensen dichter op elkaar; kapitein Wirth heeft bevolen: ‘Stop ze helemaal vol.’ Naakte mannen staan op de tenen van anderen. Zeven- tot achthonderd mensen samengeperst op vijfentwintig vierkante meter, in vijfenveertig kubieke meter! De deuren gaan dicht! Ondertussen stond de rest van het transport, ook geheel naakt, te wachten. Iemand zei tegen me: ‘Naakt in de winter! Dat overleven ze nooit!’ Het antwoord was: ‘Tja, dat is waarvoor ze hier zijn!’ En op dat moment begreep ik waarom het de Heckenholt Stichting heette. Heckenholt was de man die het bevel voerde over de dieselmotor, waarvan de uitlaatgassen die arme donders de dood in moest jagen. SS-Unterscharführer Heckenholt probeerde de dieselmotor te starten, maar hij deed het niet. Kapitein Wirth kwam erbij. Hij had het duidelijk benauwd omdat ik getuige was van de storing. En ja, ik zag alles en ik wachtte. Ik registreerde alles met mijn stopwatch. Vijftig minuten … zeventig minuten … de dieselmotor wilde niet starten! De mensen wachtten in hun gaskamers, tevergeefs. Je hoorde hen schreeuwen. ‘Net als in de synagoge’, zei SS-Sturmbannführer professor doctor Pfannenstiel, professor in de volksgezondheid aan de universiteit van Marburg/Lalm, die zijn oor dicht tegen de houten deur gedrukt hield. 429


Auschwitz-7edruk-22juli_Opmaak 1 07-01-14 12:07 Pagina 430

Kapitein Wirth, nu woedend, gaf de Oekraïener die Heckenholt hielp elf of twaalf zweepslagen in z’n gezicht. Na twee uur en negenenveertig minuten – volgens mijn stopwatch – startte de dieselmotor. Tot op dat moment waren de mensen in de vier gaskamers die al vol waren nog in leven, vier maal zevenhonderdvijftig personen in vier maal vijfenveertig kubieke meter! Nog eens vijfentwintig minuten gingen voorbij. Het is waar, velen waren tegen die tijd al dood. Dat kon je zien als je door het kleine raampje keek terwijl de elektrische lamp eventjes het interieur van de gaskamers verlichtte. Na achtentwintig minuten waren nog maar enkelen in leven. Na tweeëndertig minuten waren allen dood. Aan de andere kant openden Joodse arbeiders de houten deuren. In ruil voor hun afschuwelijke werk was hun de vrijheid beloofd en een klein percentage van de kostbaarheden en het geld dat ze vonden. De doden stonden nog overeind als stenen beelden, omdat er geen ruimte was om om te vallen of in te zakken. Hoewel ze dood waren, kon je de gezinnen nog herkennen, die hand in hand de dood in waren gegaan. Het was moeilijk om hen uit elkaar te trekken, om de gaskamer klaar te maken voor de volgende lading. De lijken werden naar buiten gesmeten, blauw, nat van het zweet en de urine, de benen onder de uitwerpselen en het menstruatiebloed. Overal tussen de anderen waren de lijken van baby’s en kinderen te zien. Maar er is geen tijd! – twee dozijn arbeiders waren bezig de monden te controleren, die ze openden met ijzeren haken – ‘Met goud naar links, zonder goud naar rechts!’ Anderen keken anus en geslachtsdelen na op geld, diamanten, goud, etc. Tandartsen haalden met beitels gouden tanden, bruggen en kronen eruit. In het midden van alle activiteiten stond kapitein Wirth. Hier was hij in zijn element. Hij gaf me een blik vol tanden en zei: ‘Schat u maar eens het gewicht aan goud! Dit is enkel van gisteren en eergisteren! En u zou versteld staan van alles wat we hier dagelijks vinden! Dollars, diamanten, goud! Kijkt u zelf maar!’ Toen bracht hij me naar een juwelier die al deze kostbaarheden onder zijn hoede had. Daarna nam hij me mee naar een van de managers van de grote winkelketen Kaufhaus des Westens in Berlijn 430


Auschwitz-7edruk-22juli_Opmaak 1 07-01-14 12:07 Pagina 431

en naar een klein mannetje dat ze dwongen viool te spelen. Beiden hadden de leiding over een eenheid van Joodse arbeiders. ‘Hij is kapitein in het Koninklijke en Rijksleger van Oostenrijk en heeft het Duitse IJzeren Kruis, Eerste Klas,’ zo kreeg ik te horen van Hauptsturmbahnführer Obermeyer. De lijken werden vervolgens in grote greppels gesmeten, van ongeveer honderd bij twintig bij twaalf meter, vlak bij de gaskamers. Na een paar dagen zwollen de lichamen op en kwam de hele inhoud van de greppels twee of drie meter omhoog vanwege de gassen die zich in de lichamen ontwikkelden. Na nog een paar dagen stopte het opzwellen en zakten de lijken in elkaar. De volgende dag werden de greppels dichtgegooid en met tien centimeter zand bedekt. Later, zo hoorde ik, zetten ze roosters in elkaar van spoorrails en verbrandden daarop de lijken met dieselolie en benzine om ze spoorloos te laten verdwijnen. In Belzec en Treblinka nam niemand de moeite om het aantal omgekomenen ook maar bij benadering te tellen. In feite waren het niet alleen Joden die vermoord werden, maar ook veel Polen en Tsjechen, die in de visie van de nazi’s slecht en minderwaardig waren. De meesten van hen stierven anoniem. Commissies van zogenaamde artsen, die in werkelijkheid niets dan jonge SS’ers in witte jassen waren, reden in limousines door de dorpen en steden van Polen en Tsjechoslowakije om de bejaarden en de lijders aan tuberculose en andere ziekten op te snorren en hen korte tijd later te laten verdwijnen in de gaskamers. Het waren Polen en Tsjechen van categorie nr. III, die het niet verdienden in leven te blijven omdat ze niet konden werken. Op deze wijze stierven de jonge mevrouw Tomasov, de oude Isaak Rabinowic en mevrouw Polanska en alle anderen van dat transport uit Slowakije. Noot 1. Trials of War Criminals, Vol.I, Case I, p. 864-866.

431

Ik ontsnapte uit Auschwitz - Appendix 5