Issuu on Google+

Weer gaat de telefoon. Een onbekende stem. ’ Houd je nog wat eten over voor Luz. . . ? ’ Ik kijk naar Ruben. Wie weet dat Luz niet thuis kwam eten? Wie. . .

na in het gezin van Ruben en Maria. Los van elkaar proberen zij hun eigen manier te vinden om met het verdriet te leven. Maar zowel wrok als vergeving beletten hen opnieuw het geluk te vinden en door te geven aan hun dochter Celeste. Ze leven al snel volledig langs elkaar heen. Na tw intig jaar wordt deze ogenschijnlijke stabiliteit doorbroken door onverzadigbare wraakgevoelens. Voor het eerst sinds lange tijd komen Ruben, Maria en Celeste weer samen in één huis. . . om oog in oog te staan met het verleden.

ISBN 978 90 435 2284 7

9 789043

L i nda Br ui ns Slot

OOG IN OOG

522847

NUR 305 www.kok.nl

oog in oog TOT.indd 1

L i nda Br ui ns Slot

Linda Bruins Slot is schrijfster van het titelverhaal uit de thrillerbundel Kind der wrake , dat als eerste deel is opgenomen in Oog in oog . Ook schreef ze het boekje Tussen pumps en pampers , een bundeling vrolijke columns over het leven van een jonge moeder en haar kroost.

OOG IN OOG

De verdw ijning van hun zoontje laat diepe sporen

L itera i r e t h r i l ler

14-04-2014 10:48:05


Oog in oog

Oog in oog def.indd 1

08-04-14 16:48


Oog in oog def.indd 2

08-04-14 16:48


Linda Bruins Slot

Oog in oog Thriller

Oog in oog def.indd 3

08-04-14 16:48


© Uitgeverij Kok – Utrecht, 2014 Postbus 13288, 3507 LG Utrecht www.kok.nl © Linda Bruins Slot, 2014 Omslagontwerp Mark Hesseling Opmaak binnenwerk Stampwerk ISBN 978 90 435 2284 7 ISBN e-book 978 90 435 2285 4 NUR 305 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Oog in oog def.indd 4

08-04-14 16:48


Proloog 1970 We zitten aan de keukentafel. De stoel naast mama is leeg. In haar handen heeft zij een kopje thee. Die moet al koud zijn, want zo zit zij al heel lang. Ik durf mij niet te bewegen. Papa is weg. Voor altijd, zegt mama. En toch voel ik mij niet blij. Dat vind ik raar, want als hij er wel is, ben ik bang. Kruip ik weg achter de bank of ga ik naar mijn kamer. Of naar mijn buurmeisje. Nu is hij niet meer bij mij in de buurt. Maar ik voel mij nog steeds hetzelfde. Er wordt aangebeld. Mama gaat te snel rechtop zitten en een scheut thee gutst over haar handen. ‘Wie is dat, mama?’ ‘Ga maar naar boven, Job.’ Ik kijk naar haar en zie opeens heel veel rimpels. Ze kijkt terug en ik probeer te begrijpen wat er aan de hand is. Maar het lukt me niet. Ze draait haar gezicht van me weg en zucht heel diep, alsof ze een aanloop neemt voor iets wat ze heel moeilijk vindt. Dan wuift ze ongeduldig met haar hand en ik weet dat ik nu echt weg moet gaan. Zo snel als ik kan ren ik de trap op en gooi mij op mijn bed. De kamerdeur knalt achter me dicht en ik druk mijn handen stijf tegen mijn oren. Ik ben er niet en wil niets meer weten. Niets horen over papa. Geen vragen meer. Geen boze woorden. Ik wil hem vergeten. En alles wat hij heeft gedaan. Pas als ik een hand op mijn hoofd voel, heb ik door dat er iemand bij me is. Ik kom omhoog en zie mama’s ogen. Deze keer kijkt ze me langer aan. Dan draait ze zich om. In de deuropening staat een man. Hij heeft bijna geen haar en draagt een lange jas. Zijn brede mond lacht naar me. ‘Dag, Job.’

5

Oog in oog def.indd 5

08-04-14 16:48


De man is hier nog nooit geweest maar doet alsof hij mij kent. Ik til het kussen op en duw mijn hoofd eronder. En ik wacht. ‘Stil maar, het komt goed. Niet bang zijn.’ Mama fluistert het, maar ik hoor het omdat zij het kussen van mij afgetrokken heeft. Ze tilt me op en duwt me voor zich uit, naar de man toe. Waarom doet ze dat? Ik vouw mijn armen voor mijn buik en beweeg mijn voeten steeds maar een klein beetje naar voren. De man steekt zijn hand uit. ‘Kom je met me mee, Job?’ vraagt hij. Ik kijk alleen maar naar zijn schoenen. Ze glimmen mooi. ‘Wees maar niet bang. We gaan goed voor je zorgen.’ Ik begrijp niet wat hij bedoelt. Dan voel ik opeens mijn moeder weer vlak achter me. ‘Ik zorg ook goed voor hem. Hij hoort bij mij!’ Haar stem klinkt hard en verdrietig tegelijk. ‘Mevrouw, het besluit is al genomen. Uw zoon gaat met ons mee. En u blijft hier met mijn collega. U hebt hulp nodig.’ Het blijft even stil. Ik doe mijn ogen stijf dicht. Ik wil alleen maar bij mama op schoot kruipen. En dat ze dan zacht liedjes voor mij zingt. Ik wil niet meer bang zijn. Als ik omhoogkijk, zie ik dat mama boos kijkt naar de meneer. Maar ze zegt niets meer. Waarom zegt ze niets? Natuurlijk zegt ze niets. Ik kijk weer naar de man. Zijn gezicht is net zo gewoon als zijn stem. Niet eng, niet aardig, gewoon. Zijn lange jas hangt open, en zijn broek slobbert een beetje. Opnieuw steekt hij zijn arm uit, pakt nu mijn hand van mijn buik en trekt die naar zich toe. Mijn voeten moeten meedoen en opeens sta ik dichter bij de man dan bij mama. Snel draai ik mij om naar haar en kreun even als mijn pols daardoor wordt gedraaid. Zijn vingers knijpen in de mijne. ‘Mama?’ ‘Het komt goed, jongen. Ik haal je terug!’ Ze slaat haar handen voor haar mond en er stromen tranen uit haar ogen.

6

Oog in oog def.indd 6

08-04-14 16:48


‘Ik wil niet mee, mama!’ ‘Kom maar, Job, laat maar zien waar je jas is. Mevrouw, kunt u twee stel kleren voor hem in een tas doen? En misschien een knuffel?’ De man trekt mij aan mijn hand naar de overloop en ik moet voor hem uit de trap af lopen. Halverwege blijf ik staan, maar hij duwt mij verder. Als ik niet wil vallen, moeten mijn voeten meewerken. In de gang sta ik stil, mijn gezicht naar de muur. Ik ga niet mee. Wat de man ook zegt, ik ga mijn jas niet pakken. Ik laat mijn armen slap hangen als mama probeert de mouwen eromheen te trekken. Ze knielt voor me neer, trekt de jas dicht en doet de rits omhoog. Opeens zijn haar handen om mijn gezicht. ‘Gedraag je, Job. Netjes praten, goed? En niet slaan!’ Ze geeft me mijn knuffel. ‘Dat mens hiernaast is gek. Je moet nu met die meneer mee, Job. Maar mama komt je halen. Het komt goed. Echt.’ Maar ik geloof haar niet. Want het is nog nooit goed gekomen, al heeft ze dat al zo vaak in mijn oor gefluisterd. Toch wil ik niet bij haar weg. Ik schop en sla en doe alles wat ik maar kan bedenken als de man me mee naar buiten wil nemen. Mijn moeder gilt. Maar ze doet niets om hem tegen te houden. De man trekt me de straat op en sleept me mee naar een auto. Zwart en groot, een glimmend monster. Het portier gaat langzaam open en de man wijst mij mijn plek. Ik kijk nog één keer naar ons huis. Mama staat in de deuropening. Haar vingers grijpen in haar haar en haar mond is open. Maar ik hoor geen geluid. ‘Mama! Ik wil niet!’ Ik schreeuw zo hard ik kan. In het huis naast ons zie ik het gezicht van Maria voor het raam. Een paar huizen verder gaat een voordeur open. ‘Mama, help me!’ Mama legt haar beide handen over elkaar tegen haar borst. Even blijft ze zo staan en dan doet ze de deur dicht. Ik hoor nog net dat ze heel hard schreeuwt.

7

Oog in oog def.indd 7

08-04-14 16:48


‘Mama! Kom terug, mama, help me! Maria!!’ Maar ook Maria verdwijnt achter het gordijn. Ik zie dat de buurvrouw het nog verder dichtschuift. Het portier van de auto knalt dicht en hoe ik ook trek en duw, het gaat niet meer open. Ik sla met mijn handen op het raam, maar de auto rijdt weg en mijn huis wordt steeds kleiner. Totdat ik het niet meer kan zien. Langzaam laat ik mijn armen zakken en val achterover op de bank. Mijn knieën trek ik naar mijn kin. Ik maak me zo klein mogelijk. Weg wil ik, verdwijnen.

8

Oog in oog def.indd 8

08-04-14 16:48


Het kwaad maakt sporen in vlees en geest, de pijn en vrees worden herboren waar bitterheid heerst. Geen wond geneest. Tot woede wordt bezworen niet door geweld maar door gebed. Want Hij zal horen, geneest en redt in eeuwigheid.

Oog in oog def.indd 9

08-04-14 16:48


Oog in oog def.indd 10

08-04-14 16:48


Deel I

Oog in oog def.indd 11

08-04-14 16:48


Oog in oog def.indd 12

08-04-14 16:48


1 1992 Door de nachtelijke kou en de natte grond is hij verkleumd tot op het bot. Zijn schoenen heeft hij verloren, zijn broek is gescheurd. Maar het trillen van zijn lichaam wordt vooral veroorzaakt door angst. Zijn ogen schieten heen en weer, zijn handen rukken aan het touw. Hij wil weg uit het pikzwarte gat, op zoek naar mensen. Maar hij ziet geen uitweg. Zijn stem is verzwakt door het vele roepen. ‘Mama!’ ‘Papa!’ Hij wil in hun armen kruipen, de warmte voelen, veilig zijn. Maar er is niets dan leegte. Hij huilt wanhopig, de tranen kruipen over zijn modderige wangen. Opeens hoort hij een bons. Dan gekraak. Nog wat geluiden die hij niet kent. Zijn angst groeit, hij gilt het uit met zijn laatste kracht. Een pluk haar zit vastgeplakt aan mijn wang. Ik veeg hem weg, en zet het vuur uit. Zes uur. Zo braaf, maar inmiddels een aangename gewoonte. Ruben zit met Celeste al aan tafel. Nog even een rondje om het huis, om Luz naar binnen te halen. Het is altijd weer een verrassing waar hij is. Hij vergeet ook regelmatig de etenstijd. Nog geen zeven jaar en al helemaal een straatkind. Heerlijk vind ik dat, ik geniet van zijn verhalen, zijn kunstwerken van zand en stokken, en van het gekwebbel met zijn vriendjes. Het maakt het moeizame spelen in huis, met zijn zusje, een stuk beter te verdragen. De straat is verlaten. In de kamers zitten gezinnen rond de tafel, of voor de tv. Of het is donker. Een buurjongetje fietst rond op de nieuwe fiets van Luz. Ik vraag waar hij is, maar hij heeft hem niet gezien. ‘Zijn fiets lag bij de speeltuin.’ Een lichte onrust sluipt mijn hart binnen. De fiets neem ik mee. Bij het huis van een vriendje van Luz bel ik aan, in de hoop dat hij met hem mee naar binnen is gegaan al doet hij dat nooit zonder vragen. De vader weet van niks.

13

Oog in oog def.indd 13

08-04-14 16:48


‘Kees zit op zijn kamer en heeft de hele middag niet buiten gespeeld. Misschien weet Peet het?’ Ik haast me naar huis, en hoop zijn stoel bezet te zien. Ruben kijkt me vragend aan, terwijl hij een aardappel op het bordje van Celeste fijnprakt. ‘Kunnen we beginnen? Celeste heeft honger, en ik moet vanavond nog weg.’ Zijn stem klinkt moe. ‘Luz is zonder zijn fiets ergens naartoe gegaan, en ik weet niet waarheen.’ De angst in mijn ogen draag ik op hem over, al probeert hij met rustige gebaren onze dochter op haar plaats te houden en het eten te verdelen. Zijn blik houdt de mijne vast. ‘Misschien Mica? Die heeft toch een racebaan?’ Hij staat op, slaat snel een arm om me heen. ‘Ik ben zo terug, met Luz. Begin maar vast.’ Celeste vraagt om aandacht en eten, en na een kort gebedje lepel ik de Hollandse kost in het hongerige mondje. Ik bedenk redenen waarom Luz er nog niet is, en probeer ondertussen te glimlachen om de gekke bekken van het kleine meisje, en te reageren op haar vragen en uitroepjes. ‘Ja, lekker! Lust jij wel, hè! Ja, Luz komt zo. Nee, niet uit de mond halen.’ Het leidt mij af, mijn bezorgdheid wordt even minder. De inhoud van de andere borden doe ik terug in de pan. Als ook het toetje op is, zit ik even stil voor me uit te staren. Celeste wil uit haar stoel, krijgt haar vrijheid en loopt waggelend op kastjes en planten af. Terwijl ik haar bij de gevarenzones wegpluk en in de speelhoek zet, kijk ik naar de klok. Dan gaat de telefoon en hoewel ik erop had gerekend, schrik ik toch. ‘Heb je nog andere ideeën, Maria?’ ‘Nee, ik heb even geen idee. Kom eerst maar eten.’ Even later schuift Ruben aan tafel. Hij dankt God voor het eten, en bidt voor Luz. In de stilte die volgt word ik misselijk van de gedachte aan wortels en jus. Terwijl ik aan mijn placemat friemel, doorlopen we nog een keer het middagprogramma, bedenken alle mogelijkheden en kiezen een

14

Oog in oog def.indd 14

08-04-14 16:48


strategie. Ik kijk hem aan terwijl hij praat, en weet dat er onder die wat bozige stem en frons een schat aan liefde en bezorgdheid schuilgaat. Als ik niet op zijn laatste opmerking inga, kijkt hij op, en vangt mijn peilende, verdrietige blik. We denken vast hetzelfde. Het is ons kind. Hij heeft ons vader en moeder gemaakt, een nieuwe dimensie aan ons bestaan gegeven. Bezorgd zijn we nooit echt geweest. We kunnen hem niet overal voor behoeden. En we hebben hem immers te leen van zijn Vader, die altijd bij hem is. Wat kan hem gebeuren? Misschien naïef. Maar wel oprecht gemeend. En dan nu de praktijk. Ruben gaat verder met het noemen van actiepunten, maar de klank van zijn stem is zachter en stelt mij meer gerust dan zijn woorden. Ik zet ondertussen de bijna volle pan weer in de keuken. Als Ruben even stilvalt vraag ik hoe zijn gesprek die middag is verlopen. Hij vertelt dat hij is gebeld door Pim, om een bezoekje te plannen. Terwijl ik de kalender erbij pak, en ondertussen een verdwaald duploblokje in de speelton gooi, gaat de bel. Het is de buurman. Hij heeft ons rond zien lopen, en vraagt of het goed gaat. We kijken elkaar aan. ‘Aardig van je. Luz is er nog niet, die zit vast ergens de tijd te vergeten.’ Ik hoop dat het luchtig klinkt. De buurman vertrekt in elk geval, en wij zijn nu weer volledig gefocust op Luz. De afspraak met Pim kan wachten. Ruben gaat een aantal adressen langs, ik breng de peuter naar bed. Het uitkleden duurt me veel te lang, het verhaaltje ook. Maar het liedje brengt me even rust. Celeste zingt zoals altijd op hele noten, en laat daardoor de betekenis van de woorden landen in mijn hart. ‘Here, houd ook deze nacht…’ Het kleintje heeft geen idee. Na eindeloos veel kusjes kan ik mijn deel van de zoekactie gaan uitvoeren. De telefoonnummers die ik heb, ga ik langs. Zonder mijn bezorgdheid te veel te laten merken, vraag ik of Luz misschien in het betreffende huis heeft gespeeld. Het antwoord is steeds hetzelfde. ‘Nee, sorry, sterkte!’

15

Oog in oog def.indd 15

08-04-14 16:48


Na een uur hebben we allebei hetzelfde resultaat. Nul. Geen enkele aanwijzing waar hij zou kunnen zijn. Ik leun tegen de tafel. Een zwaar gevoel maakt zich van mij meester. De ongerustheid die Ruben uitstraalt, maakt me wanhopig. Luz is niet hier omdat hij hier niet kán komen! Iets of iemand houdt hem tegen. De telefoon gaat. Paniek en hoop strijden om voorrang. Het ziekenhuis? Politie? Het is mijn collega. ‘Ik bel je later terug, goed?’ Het ‘oké’ van Ilona klinkt verbaasd, geïrriteerd misschien. Ik kan het niet uitleggen en voel me er schuldig over. We halen diep adem en glimlachen nerveus naar elkaar. Geen spoken gaan zien nu, hè! Nee. Weer gaat de telefoon. Een onbekende stem. ‘Dag Maria.’ Ik kan het niet verklaren, maar ik voel dat dit niet goed is. Meer dan een fluisterend ‘Ja?’ krijg ik er niet uit. ‘Houd je nog wat eten over voor Luz…?’ Ik kijk naar Ruben. Wil het niet snappen. Wie weet dat Luz niet thuis kwam eten? Wie… Mijn handen beginnen te trillen, de telefoon stuitert op de grond. Ruben kijkt verstoord, maar schrikt dan en pakt mij snel bij mijn arm omdat ik dreig te vallen. Geen uitgelopen speelpartijtje, geen ongeluk zelfs… Een lange gil komt via de muren weer op mij af.

16

Oog in oog def.indd 16

08-04-14 16:48


Wanneer Iris op een dag de voordeur van haar huis in Amsterdam opendoet en de puinzooi in haar huis ziet, duurt het niet lang voor ze zich realiseert dat er is ingebroken. Maar braaksporen zijn er niet. Algauw blijkt dat de inbraak persoonlijker is dan ze vermoedde. Haar kat is verdwenen, haar spaarrekening is leeg en op haar wasmachine staat in bloedrode letters VERDIEND. De dreiging overvalt Iris en ze keert terug naar haar vredige ouderlijk huis in de Betuwe, dat ze ooit verlaten had om meer van de wereld te zien. Maar ook daar vindt ze geen rust. Ze wordt geplaagd door herinneringen en wantrouwt iedereen. Wie wil een rekening met haar vereffenen? ISBN 978 90 435 2047 8 â‚Ź 18,99

Oog in oog def.indd 236

08-04-14 16:48


Drie jaar geleden gebeurde het ondenkbare: een onbekende vrouw roofde Valeries pasgeboren baby van de kraamafdeling. Sindsdien is er niets meer van het meisje vernomen. Inmiddels heeft Valerie haar leven weer een beetje op de rails. Zowel op haar werk als thuis in haar gezin marcheert alles zoals het hoort. Maar nu de vermissing van haar kind bij de rechercheur allang geen prioriteit meer heeft en haar man Cas zich daar nota bene bij neer lijkt te leggen, komt alles in haar in opstand; ze weet zeker dat haar meisje nog leeft. En ze weet zeker dat ze haar zal vinden. ISBN 978 90 435 2121 5 â‚Ź 18,99

Oog in oog def.indd 237

08-04-14 16:48


Jantine en Max, Barry en Lieve, Leon en Marlies, Jos en Ina, Bernhard en Joris zijn lid een bloeiende evangeliegemeente, waarin gestreefd wordt naar openheid en eerlijkheid. Door allerlei roddels komt er een barst in dat ideale plaatje. Homofilie, overspel, ze weten allemaal hoe het niet hoort en laten geen mogelijkheid voorbijgaan om de ander de maat te nemen. Totdat de bom barst. Een van de gemeenteleden wordt in elkaar geslagen en voor dood achtergelaten in een donkere steeg. ISBN 978 90 435 2235 9 â‚Ź 18,95

Oog in oog def.indd 238

08-04-14 16:48


Als alleenstaande moeder van een tienerdochter valt het leven Lidewij vaak zwaar. Ook financieel lukt het allemaal maar net. De logeerpartij van haar Amerikaanse achternicht, waar een ruime vergoeding tegenover staat, lijkt dan ook een geschenk uit de hemel. Maar als Carol is gearriveerd moet Lidewij met lede ogen toezien hoe zowel haar dochter Imke als haar beste vriend Job door haar worden ingepalmd. Tot op een dag Carol niet meer komt opdagen. En haar auto leeg in de Waal wordt gevonden‌ Verschijnt in september 2014 ISBN 978 90 435 2333 2 ₏ 18,99

Oog in oog def.indd 239

08-04-14 16:48


Oog in oog def.indd 240

08-04-14 16:48


Weer gaat de telefoon. Een onbekende stem. ’ Houd je nog wat eten over voor Luz. . . ? ’ Ik kijk naar Ruben. Wie weet dat Luz niet thuis kwam eten? Wie. . .

na in het gezin van Ruben en Maria. Los van elkaar proberen zij hun eigen manier te vinden om met het verdriet te leven. Maar zowel wrok als vergeving beletten hen opnieuw het geluk te vinden en door te geven aan hun dochter Celeste. Ze leven al snel volledig langs elkaar heen. Na tw intig jaar wordt deze ogenschijnlijke stabiliteit doorbroken door onverzadigbare wraakgevoelens. Voor het eerst sinds lange tijd komen Ruben, Maria en Celeste weer samen in één huis. . . om oog in oog te staan met het verleden.

ISBN 978 90 435 2284 7

9 789043

L i nda Br ui ns Slot

OOG IN OOG

522847

NUR 305 www.kok.nl

oog in oog TOT.indd 1

L i nda Br ui ns Slot

Linda Bruins Slot is schrijfster van het titelverhaal uit de thrillerbundel Kind der wrake , dat als eerste deel is opgenomen in Oog in oog . Ook schreef ze het boekje Tussen pumps en pampers , een bundeling vrolijke columns over het leven van een jonge moeder en haar kroost.

OOG IN OOG

De verdw ijning van hun zoontje laat diepe sporen

L itera i r e t h r i l ler

14-04-2014 10:48:05


Eerste hoofdstuk 'Oog in oog' - Linda Bruins Slot