Skip to main content

Zwolle

Page 1


STAPELSTAD

Rond het oude centrum van Zwolle is vanuit de lucht het sterpatroon van de verdedigingsgrachten nog perfect herkenbaar. Een vestingstad met een pikant Hanzeverleden omringd door een bevaarbare grachtengordel. Dat belooft een leuk dagje te worden!

Hoewel er sporen duiden op bewoning in de jonge steentijd, komen we Zwolle voor het eerst tegen in een kerkelijk geschrift uit het jaar 1040. De zandrug waarop de nederzetting ligt, zorgt voor droge voeten en is nog altijd zichtbaar aan de niveauverschillen in de binnenstad. Waterwegen als het Zwarte Water, de Vecht en de IJssel, samen met voor die tijd goede wegverbindingen, maken de stad tot een natuurlijk knooppunt voor de grote handelsstromen. Enerzijds die uit Holland, Brabant en Vlaanderen, en anderzijds die uit Nedersaksen en Westfalen. De stad buit die knooppuntfunctie voortreffelijk uit. Twee zaken spelen daarin de hoofdrol. In de eerste plaats het veer over de IJssel bij Katen, waardoor ook het wegvervoer langs Zwolle wordt gedwongen. In de tweede plaats het zogenoemde stapelrecht (zie kader), waardoor de plaats min of meer vanzelf overslagstad bij uitstek wordt.

DOORVOERHANDEL

Al in de vroege middeleeuwen (1230) krijgt Zwolle stadsrechten van bisschop Wilbrand van Oldenburg, die daar-

1 Het dak van Museum de Fundatie is een regelrechte blikvanger.

2 De Katerveersluizen naar de Willemsvaart zijn buiten gebruik gesteld.

3 Achter de beweegbare Hofvlietbrug beginnen de Zwolse grachten.

4 Op het Rodetorenplein vinden we het Havengebouw van Zwolle.

mee blijk geeft van zijn wereldlijk gezag. Eind van de 13e eeuw doet Zwolle mee aan de strijd van Lübeck tegen de Deense koning. Dit optreden in het toen nog los-vast opererende Hanze-verband speelt de stad op dat moment in de kaart. Het zal Zwolle in de eeuwen daarna typeren: strategische keuzes ten faveure van de op dat moment meest interessante handelspartners, altijd gemotiveerd uit eigenbelang. Als centrum van doorvoerhandel moet je immers alle partijen te vriend houden. In de Wendische oorlog schaart Zwolle zich bijvoorbeeld, samen met Deventer, aan de zijde van de Hollandse steden in plaats van aan die van de Hanze-collega’s. Bij de Tienjarige Oorlog tussen Deventer en Amsterdam houdt de stad zich afzijdig. Die oorlog belet Zwolle dan weer niet om in 1469 een eigen overeenkomst met Amsterdam te sluiten over wederzijdse tolvrijdom. Het opportunistisch manoeuvreren ter bevordering van de doorvoerhandel belet de stad evenmin om – als dat

van pas komt – de banden met het Hanze-verbond weer stevig aan te halen. Als de verminderde bevaarbaarheid van de IJssel aan het begin van de 16e eeuw het einde markeert van de Hanzeatische welvaart, raakt dat Zwolle als doorvoercentrum het minst. Sterker nog, het relatieve belang van de stad ten opzichte van de naastgelegen Hanze-steden neemt er zelfs nog een tijdje door toe. Het kan natuurlijk niet anders dan dat zo’n historie in de oude binnenstad zijn sporen heeft nagelaten.

AANVAARROUTE

Vanaf de Gelderse IJssel ga je naar Zwolle via een kanaal dat luistert naar de niet al te verrassende naam ZwolleIJsselkanaal. Dit kanaal vervangt in 1964 de Willemsvaart, die sinds 1819 Zwolle’s verbinding met de IJssel vormt. In de daaraan voorafgaande vier eeuwen (!) hebben Deventer en vooral Kampen de aanleg van deze Willemsvaart uit concurrentieoverwegingen weten te verhinderen. De Willemsvaart is anno nu niet meer bevaarbaar en de Katerveersluizen in de monding ervan draaien niet meer. Dat is

5 In een voormalig klooster is nu een afdeling van het conservatorium gehuisvest. 6 De Wijndragerstoren is een muurtoren uit het eind van de 15e eeuw. 7 Cultuurschip Thor, ooit gebouwd voor het Russische tsarenregime.

eigenlijk wel jammer, want de sluizen zijn nog altijd fraai gelegen binnen de 16e-eeuwse Katerschans. In het Zwolle-IJsselkanaal schut nu de Spooldersluis je naar het niveau van de stad. De sluiswachter laat een binnenschip voorgaan en geeft na enig aandringen aan dat we daar nog wel bij kunnen. Gelukkig maar, want ook nu neemt het passeren van de sluis evengoed wel een ruim uurtje in beslag. We varen hier midden tussen het industrieterrein Voorst door, met aan bakboord de Voorsterhaven. Pas als we op het Zwarte Water stuurboord uit een stukje richting stad zijn gevaren, beginnen we waardering te krijgen voor onze omgeving. We nemen een tweetal beweegbare bruggen, alsmede een vaste brug van meer dan 8 meter hoogte, en passeren daarbij de botenloodsen van de plaatselijke studentenroeivereniging. Die zijn vandaag onbemand. Via de Hofvlietbrug komen we even verderop uit op een driesprong.

RODE POORT

Voor ons ligt het Rodetorenplein, genoemd naar de rode

ZWOLLE HOUDT DE SFEER VAN

VROEGER GRAAG IN STAND

stadspoort die ooit vanuit de stad toegang gaf tot het oude havenplein. Het (nieuwe) plein van 2400 m² ligt op de plaats waar vroeger de rode poort stond. Het doet dienst als evenementenlocatie voor de stad en is tevens de plaats waar we het havengebouw van Zwolle aantreffen. De architect daarvan meldt daar op zijn website ronkende geluiden over: de stoere, heldere, historisch geïnspireerde hoofdvorm zou het tot een beeldmerk op het plein maken. Nog meer geronk? Het ligt als een vooruitgeschoven post vrij in de ruimte, is uitnodigend voor de recreant en het hele programma is optimaal ingepast. Tsja... Gelukkig kun je er ook gewoon naar het toilet, want de sanitaire voorzieningen voor de naastgelegen passantenhaven zitten ook in dit gebouwtje. Voor de passantenhaven ligt eerst nog de moderne Rodetorenbrug, een vaste voetgangersbrug van 3,95 meter hoogte. Wij vinden dat geen onaardige brug, maar we hebben het hart niet om op de site van de architect te kijken. Achter het plein torent de 75 meter hoge Peperbus – de toren die als baken van de stad fungeert – boven alles uit.

GRACHTENSTELSEL

Aan de noordkant van de stad loopt de Achtergracht. Vlak daaronder loopt de Thorbeckegracht, die verderop het Almelose Kanaal heet. De rest van de gordel heet de stads-

gracht. Omdat stadsmuren onvoldoende bescherming bieden tegen kanonnen, ontstaat de behoefte aan verdedigingsgrachten. Het stelsel van grachten, wallen en bolwerken is aan het begin van de 17e eeuw gereed. Langs de Achtergracht is minder te zien dan bij de andere grachten, dus valt de keuze op de Thorbeckegracht. Voor die tijd willen we in de kop van de Achtergracht een blik werpen in de Schuttevaerhaven, ooit een van de doorvoerhavens van de stad. Leuk is dat de heren Willem Jan Schuttevaer en toen-

STAPELRECHT

Zwolle verdient haar geld door de stapelmarkt. Het stapelrecht van de stad wordt in 1438 door de bisschop van Utrecht bevestigd. In de praktijk houdt dit recht in dat de goederenstroom langs of door de stad er verplicht moet worden opgeslagen en te koop aangeboden, voordat er iets verder mag worden vervoerd. Zo mag bijvoorbeeld alles dat via de Vecht uit Duitsland komt, alleen maar in Zwolle op de markt worden gebracht. In de praktijk betekent de stapeldwang dat de stad gemakkelijk welvarend wordt. Of – anders gezegd – slapend rijk…

malig minister Johan Rudolf Thorbecke plaatsgenoten, leeftijdsgenoten en overburen van elkaar waren. Zwolle houdt de sfeer van vroeger graag in stand: je vindt in de Schuttevaerhaven alleen schepen met een klassiek karakter. Als we dat gezien hebben, keren we om en varen de Thorbeckegracht in.

THORBECKEGRACHT

Ook dit is van oudsher een doorvoerhaven. Voor 1595 luisterend naar de naam Leyderweerd, daarna de Dijk en sinds 1876 vernoemd naar Thorbecke. Onze grote staatsman en drievoudig minister-president is er geboren op nummer 11. Aan de vroegere functie herinneren statige grachtenpanden met voornaam ogende gevels en inte -

BEPERKINGEN

De passantenhaven is bereikbaar als je onder de 3,95 meter hoge Rodetorenbrug past. Het grachtenrondje heeft als laagste vaste brug de 1,60 meter hoge Nieuwe Havenbrug. De bruggen in de Thorbeckegracht draaien alleen voor woonboten en beperken daardoor voor de pleziervaart de doorvaarthoogte nog wat verder. Je kunt dan eventueel nog wel rond via de Achtergracht, waar drie vaste bruggen liggen van 2,10 meter hoogte. Als je dan keert bij de Nieuwe Havenbrug, heb je in elk geval de Sassenpoort en De Fundatie gezien. De maximaal toegestane snelheid op de stadsgrachten is 6 km per uuur.

ressante gevelstenen. Aan stuurboord vinden we meteen al gerestaureerde restanten van de Steenpoort, een voormalige stadspoort uit 1488. We genieten er even van en passeren de Vispoortbrug, genoemd naar de hier in 1844 afgebroken poort. Even verderop zien we dan de Wijndragerstoren al fraai in het oog springen, een muurtoren uit dezelfde tijd als de Steenpoort. Vroeger, in vredestijd dan, het domein van het wijndragersgilde, nu in gebruik als horecagelegenheid. We zijn daar nog niet van bekomen als we een 15e-eeuws voormalig klooster en een gerenoveerd 18e-eeuws pakhuis passeren, waarin nu een advieskantoor is gehuisvest. Wat onvoorstelbaar mooi dat het allemaal in zo’n prachtige staat is! Na het Pelserbrugje treffen we iets heel anders aan: het cultuurschip Thor. Het schip is al meer dan tien jaar in gebruik als cultuurpodium en komt voort uit particulier initiatief. De voor het huidige doel geschikt gemaakte zeesleper is vlak voor de val van het tsarenregime besteld door de Russen. Door de revolutie van 1917 is de boot echter nooit afgenomen. Het schip heeft op alle mogelijke manieren dienstgedaan, waaronder als mijnenveger. En in de oorlog in dienst van de Duitsers bij de Zeereddingsdienst en als Bergungsschiff. Het moet een genoegen zijn hierover, onder het genot van de welluidende klanken van een zondagochtendconcert, weg te dromen… Als we verder varen, blijken we nog meer stukken oude stadsmuur te gaan zien. In de eerste plaats de Pelsertoren. De toren uit het eind van de 15e eeuw is ‘historiserend’ gerestaureerd, waardoor we niet met zekerheid weten of de kantelen en het opbouwtorentje er ‘in het echt’ zo hebben uitgezien. We grinniken erom en besluiten dat we van die onzekerheid toch maar niet wakker zullen gaan liggen. Het volgende stuk bewaard gebleven stadsmuur vinden we bij het Diezenpoortenbolwerk. Meteen daarna gaan we stuurboord uit, de stadsgracht op.

STADSGRACHT

We varen onder de Kerkbrug door en hebben dan aan stuurboord het Ter Pelkwijkpark. Je vaart daar pal langs het Zwolse oorlogsmonument uit 1950, dat een zich weer oprichtende mens verbeeldt. We gaan er daarna even goed voor zitten, want de komende ruime kilometer varen we – tot aan de Sassenpoortenbrug – langs de achtertuinen van de grote vrijstaande villa’s aan de rand van de binnenstad. We drinken de luxe bijna letterlijk in en zouden hier ook wel willen wonen. Met tuinman dan, uiteraard. Bij de brug moeten we even aanleggen om een paar stappen naar de Sassenpoort te lopen, de enig bewaard gebleven stadspoort van Zwolle. Die is gebouwd rond 1400 en staat in de nationale top 100 van Monumentenzorg. We strekken even de benen en genieten van de poort, die niet zomaar in die top 100 is terechtgekomen.

8 De 15e-eeuwse Pelsertoren is ‘historiserend’ gerestaureerd. 9 Het Oorlogsmonument Zwolle uit 1950 in het Ter Pelkwijkpark. 10 De Sassenpoort van rond 1400 is prachtig bewaard gebleven.

Wat een fantastisch mooi gebouw! We stappen weer aan boord en gaan op weg naar de uitsmijter van vandaag. Ook daarvoor moeten we even aanleggen en een klein stukje lopen. Van dichtbij willen we een blik werpen op het dak van Museum de Fundatie. Dit voormalige Paleis van Justitie is ruim tien jaar geleden vergroot met een bolvormige, ovale uitbreiding bovenop. Om het verder aan te kleden mocht Marte Röling er de ‘Grote Gouden Vette Vredesduif’ aan toevoegen. Of je ervan houdt is een kwestie van smaak, maar indrukwekkend is het merkwaardig ogende dak absoluut!

HANZESTEDEN

Nederland telt 22 Hanzesteden. Zwolle is er daar één van. Het van origine Duitse Hanze-verband is een economisch-strategische samenwerkingsorganisatie van steden op het gebied van handel rond de Oostzee en de Noordzee. Het heeft gefunctioneerd van grofweg de jaren 1250 tot 1450 en telde op het hoogtepunt 200 steden, van Londen tot Novgorod. De deelnemende steden lagen altijd aan het water. Een flink aantal van de Nederlandse Hanzesteden vinden we langs de Gelderse IJssel.

UITPUFFEN

We gaan opnieuw aan boord en zijn onderhand moe van de indrukken. We zijn vlak bij de passantenhaven en leggen daar aan. Er staat nog één ding op ons programma, en dat kunnen we niet varend doen: de Peperbus. Het is de bijnaam van de toren van de Basiliek van OnzeLieve-Vrouw-Tenhemelopneming, zo genoemd omdat de vorm van de top op een peperbus lijkt. Hoewel de 15eeeuwse toren met zijn 75 meter niet meer het hoogste gebouw van de stad is, fungeert de toren wel vanuit elke hoek als baken. Je kunt hem beklimmen tot aan de eerste opgang op ruim 50 meter hoogte. Wij houden de beklimming nog even op onze to-do-lijst, waar inmiddels een terrasje bovenaan prijkt. We mijmeren achter een biertje nog wat na over Zwolle en constateren dat we deze stad absoluut niet hadden willen missen! M

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook