Page 1

40 - remmen APK geeft zekerheid 8 - Loonwerk ZeeuwsVlaanderen vult leegte 44 - moderne motoren vragen om moderne olie 52- Elektrische New Holland

Januari 2014

vakblad voor specialisten in groen, grond en infra

1


Kenners weten waarom!

zeer vroeg

vroeg

LG 30.211:

LG 30.218:

LG 30.224:

met 5% betere celwandverteerbaarheid

met 7% betere celwandverteerbaarheid

met 12% betere celwandverteerbaarheid

De meeste melk in het zeer vroege segment!

Nederlands betrouwbaarste en meest gevraagde maïsras!

middenvroeg

Nu al 20% méér voer van een hectare!

Met het oog op 2015, het jaar dat veehouders meer melk mogen produceren, wordt het belang van productieve en voerefficiënte maïs nog groter. Wie meer kVEM van een hectare wil halen en meer melk uit een kilogram drogestof, kiest voor de hoogwaardige rassen van LG Animal Nutrition. Bij deze maïs draait het om meer dan alleen zetmeel en verzilveren uw melkveeklanten ook de extra energie uit de restplant. LG Animal Nutrition-rassen zijn er voor elke teeltsituatie en regio: LG 30.211 voor het noorden en westen of bij late zaai, de nieuwe massale LG 30.224 voor het zuiden en oosten en LG.30.218 als nationale alleskunner.

Gratis koe bij LG-maïs!

Telers die dit seizoen LG-snijmaïs bij u bestellen ontvangen voor elke 10 eenheden een prachtige koe* cadeau! Kijk snel op www.lganimalnutrition.nl hoe uw klanten mee kunnen doen. Daarbij maken ze bovendien kans op een CRV-waardebon van A 250,- vrij te besteden aan rietjes sperma *schaal 1:20 van een stier naar keuze.

EEN RUWVOER VOOR CTIE TOPMELKPRODU


De DEUTZ-FAHR 6 en 7 serie TTV uitgerust met de MaxiVision cabine. Een moderne, aangename en efficiënte werkomgeving. Eén van de sterke punten van de 6 en 7 serie TTV is zonder twijfel de nieuwe MaxiVision cabine. Met de MaxiVision cabine worden nieuwe normen op het gebied van ergonomie, comfort en functionaliteit geïntroduceerd. • Luchtgeveerde stoel op lage frequentie en automatische positionering • Automatische klimaatbeheersing • Geluidsarme rondomzicht cabine • Multifunctionele armleuning met alle bedieningen gegroepeerd • 12” touch screen iMonitor-2. Een innovatieve multimedia interface (ISOBUS compitabel) voor de volledige bediening van alle tractor functies. De iMonitor kan worden uitgerust met Agrosky spoor geleidingssysteem voor automatische besturing met een nauwkeurigheid tot 2 cm. Ontdek nu de Agrotron 6 en 7 serie bij uw DEUTZ�FAHR dealer!

Het gebruik van originele smeer- en koelmiddelen wordt aanbevolen. DEUTZ-FAHR LUBRICANTS

DEUTZ-FAHR is een merk van

deutz-fahr.com


inhoudsopgave

Colofon Grondig is het vakblad voor de cumelasector, specialisten in groen, grond en infra. Grondig wordt uitgegeven door CUMELA Communicatie in opdracht van CUMELA Nederland, de branche organisatie voor ondernemers in cultuurtechnische werken, grondverzet, meststoffendistributie en agrarisch loonwerk. Leden van CUMELA Nederland ontvangen bij vakblad Grondig exclusief het katern Cumelactief.

Adres CUMELA Nederland Postbus 1156 3860 BD Nijkerk tel. (033) 247 49 00 fax (033) 247 49 01

Euroknallers

CUMELA-infolijn (033) 247 49 99 / info@cumela.nl / www.cumela.nl

Adres Grondig / CUMELA Communicatie Postbus 1156 3860 BD Nijkerk tel. (033) 247 49 50 fax (033) 247 49 51 www.grondig.com / grondig@cumela.nl

Bladmanager Michiel Pouwels

Redactie Toon van der Stok (hoofdredacteur) Gert Vreemann, Michiel Pouwels, Dorresteijn Ton Herbrink (eindredacteur)

Marijke

Vormgeving De 3 Poorten

Voorplaat CUMELA Communicatie

Advertentiewerving Lisette Kerkhof

Druk SMGB, Doetinchem

Abonnementen Een abonnement op Grondig kan op elk moment ingaan en loopt na de eerste periode van kalenderjaar tot kalenderjaar. Een opzegging van het abonnement dient schriftelijk, vóór 1 november door ons ontvangen te zijn. Kosten abonnement: Nederland € 77,- per jaar Buitenland € 101,- per jaar Collectieve abonnementen: op aanvraag

© Stichting CUMELA Communicatie, Nijkerk Het geheel of gedeeltelijk overnemen van artikelen uit Grondig is toegestaan na toestemming van de uitgever. Uitgever en auteurs kunnen geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele schade door onjuiste berichtgeving. ISSN: 2210-3260

4

GRONDIG - Januari 2014

REDACTIONEEL Het blijft elk jaar toch weer een mooie paradox. Hebben we met oud en nieuw net voor honderden euro’s de lucht in geschoten, heeft vrouwlief de reclamekrant alweer op tafel liggen met aanbiedingen. Hier een dubbeltje, daar een kwartje goedkoper. En natuurlijk de euroknallers. Voor je het weet, heb je een krat bier van een vaag merk in huis. Wie te nauw op de kleintjes let, maar de grote knallers gewoon laat lopen, betaalt uiteindelijk meer. Dat is de lijn die doorklinkt in de onderhoudsverhalen in dit nummer, met name bij het artikel over de keuze van de juiste motorolie. Het gaat uiteraard om geld. Natuurlijk is en blijft olie een redelijk ondoorzichtig goedje. Er zijn weinig producten waarvan zulke prachtige verhalen over kwaliteit worden verteld als bij olie. Elke zichzelf respecterende leverancier heeft een passend verhaal klaar. Als hij het niet in de kwaliteit zoekt, gooit hij het wel op de prijs. Dat kan gemakkelijk. De kwaliteit wordt toch gegarandeerd door de specificaties? Ja vast… Je drinkt bier niet omdat het goedkoper is, maar omdat het voldoet aan jouw smaakverwachtingen. Zo is het ook met de olie. Het is niet voor niets dat met de intrede van Stage IIIb en Stage IV steeds meer motorfabrikanten met specifieke eigen eisen komen die de algemene kwaliteitsnormen ACEA te boven gaan. U kunt zich vast voorstellen dat lang niet alle soorten olie zo’n officiële goedkeur binnenhalen. Leveranciers mengen basisolie, half- of volsyntheten met additievenpakketten volgens voorschriften om die norm te halen. Op zich niets mis mee, maar u krijgt de vinger er bijna niet achter hoe het precies zit. Dat vraagt om specialistische kennis van voorschriften, specificaties en dergelijke of het opvragen daarvan. Dat gebeurt dus niet. Bovendien komen we hier bij dat relativeren uit. Honderd liter olie verversen op jaarbasis bij een machine komt ongeveer overeen met ruwweg 22.500 liter brandstof verstoken. Honderd liter motorolie kost om en nabij € 2500,-. Die brandstof kost u circa € 25.000,-. Een halve euro minder betalen voor een liter motorolie is in dit voorbeeld op jaarbasis € 50,-. De kosten van motorschade door te snel indikken en het opraken van additieven zijn vele malen groter. En dan hebben we het nog niet gehad over de geclaimde één procent brandstofbesparing in dit voorbeeld met een hoogwaardige syntheet, een voordeel van € 250,-. Investeren in een goed, gegarandeerd advies en in kwaliteitsolie geeft uiteindelijk een goede nasmaak. Kiezen voor goedkopere olie van mindere kwaliteit kan, maar als je niet goed oppast, hou je er een flinke kater aan over.

Redactie Grondig Michiel, Toon en Gert


Cumelabedrijf in actie

Januari 2014

ALGEMEEN 08 - Loonwerk in Zeeuws Vlaanderen 16 - Aansprakelijkheid bij brand 22 - Politiek ondernemend: Jeanne Hesen - Slots 28 - Nieuwe werkplaats Jennissen 32 - Brandstof besparen met dunnere olie 38 - Werkplaats nieuws

GROEN 44 - Agrarisch nieuws 46 - Sterk werk: Loonbedrijf Antuma

Als het slopen goed is verlopen, is nu niets meer te zien van dit voormalige schoolgebouw van het Wellantcollege in Boskoop. Aannemingsen verhuurbedrijf Ripping uit Bergschenhoek had tot de kerst om het terrein schoon op te leveren. Slopen is voor Ripping een activiteit die hij twee jaar geleden heeft opgepakt om zich te verbreden. Hij deed dat mede omdat hij een machinist heeft die ooit voor een sloper had gewerkt. Dat was te zien, want voor machinist en medewerkers leek het op een routineklus.

INFRA 11 - In kort bestek 14 - Waterbouw en waterschappen tot 2020 54 - Hijskranen recyclen

GROND 50 - Grondverzetnieuws 52 - Voorstelronde: New Holland E10-minigraver

CUMELACTIEF (exclusief voor leden) 04 - Sectorbarometer 07 - Interne audits 08 - Toolbox: Bosmaaier en motorzaag 10 - Code 95 14 - Cumelaria

GRONDIG - Januari 2014

5


algemeen rubriek nieuws

Verplichte mestverwerking een feit Net voor het kerstreces werd dan eindelijk het definitieve besluit genomen. Vanaf komend jaar is het voor bedrijven met een overschot verplicht om een deel van de mest te verwerken. Dit jaar is daar nog niet veel capaciteit voor nodig, vanaf 2015 is er wel duidelijk behoefte aan verwerkingscapaciteit. De definitieve goedkeuring voor de Mestwet kwam op 17 december 2013, toen ook de Eerste Kamer het wetsvoorstel voor de verplichte mestverwerking aanvaardde. In de stemmingen was uiteindelijk een brede meerderheid van de Eerste Kamer voor invoering van de verplichte mestverwerking. Op dit moment wordt er bij het ministerie van Economische Zaken nog hard gewerkt aan de uitvoeringsregelgeving die onder deze nieuwe wet komt te hangen. CUMELA Nederland heeft op onderdelen van deze uitvoeringsregels al commentaar kunnen leveren. We hopen dat daarmee de regels praktischer worden. Vlak voor kerst was de verwachting dat het hele pakket van wet, uitvoeringsbesluit en uitvoeringsregeling tussen kerst en oudejaarsdag zou worden gepubliceerd. Zo snel mogelijk na de publicatie van de wet en alle bijbehorende regelingen is het ook mogelijk om de betrokkenen te informeren. CUMELA Nederland zal in elk geval een aantal voorlichtingsbijeenkomsten organiseren om iedereen snel te kunnen bijpraten. De voorlopige data zijn vastgelegd, maar alles onder voorbehoud dat er op tijd duidelijkheid is. Zodra het zo ver is, zullen ook

voorbeeldovereenkomsten voor een vervangende verwerkingsovereenkomst (tussen veehouders onderling) en een drie-partijenovereenkomst (tussen veehouder, behandelaar en verwerker) kunnen worden gemaakt. Leden van CUMELA Nederland vinden deze dan op de website of in de nieuwsbrief.

Voorlichtingsbijeenkomsten Bij het afsluiten van dit nummer van Grondig was nog niet precies bekend hoe de voorlichtingsavonden over de nieuwe Mestwet eruit zullen zien. Wel bekend waren de data en de locaties. Deze hierbij om vast in te plannen. Leden van wie bekend is dat ze actief zijn in de mest ontvangen via de e-mail nog een aparte uitnodiging. 13 januari Holten 21 januari Assen 28 januari Breukelen 30 januari Bergen op Zoom 6 februari Boxtel

Enexis repareert kosteloos Waarschijnlijk alle gravers zullen het wel kennen: tijdens het werk raak je onbedoeld en ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch een kabel. Gelukkig met alleen schade aan de mantel, dus je zucht eens diep, blij dat het goed is gegaan, en gooit de sleuf ter plaatse gauw weer dicht. Wie doet je wat? Toch blijken dergelijke beschadigingen vaak tot vervelende storingen te kunnen leiden, vooral omdat het plekje waar de storing vandaan komt dan nauwelijks te vinden is. Enkele netbeheerders blijken de praktijk te kennen en hebben daar een speciale werkwijze voor opgezet. EĂŠn daarvan is Enexis. Die heeft zelfs een speciale service. Als u het graafwerk correct heeft uitgevoerd, met Klic-melding en alles wat daarbij hoort, komt de netbeheerder kosteloos dit soort kleine beschadigingen repareren, mits het schadebedrag onder de â‚Ź 5000,- blijft. Voor bedrijven die in het werkgebied van Enexis opereren, is er een speciale flyer met daarop niet alleen graafinstructies, maar ook hoe te handelen als er onverhoopt toch schade ontstaat. Een mooie service, die navolging verdient. Voor zover bekend heeft momenteel alleen Liander ook een dergelijke service.

Mest sproeien verboden Op bouwland is het vanaf 1 januari 2014 niet meer toegestaan zijn om drijfmest breedwerpig op de grond te sproeien en daarna met dezelfde machine in te werken. Wel toegestaan blijft de methode waarbij de mest in strookjes op de grond wordt gelegd en daarna in dezelfde werkgang wordt ondergewerkt en de methode waarbij de mest (in strookjes) in de grond wordt gebracht.

6

GRONDIG - Januari 2014

Toezegging over POP3 Op de voorlaatste dag voor het kerstreces heeft de Tweede Kamer de nationale invulling van het gemeenschappelijk landbouwbeleid besproken voor de periode 2014-2020. Kamerlid Elbert Dijkgraaf van de SGP stelde de onduidelijke positie van loonwerkers binnen POP3-subsidie aan de orde. Staatssecretaris Dijksma gaf in haar antwoorden aan dat innovatiesubsidies altijd via de boer lopen, maar dat ze zeker wil kijken naar de mogelijkheden van samenwerkingsverbanden binnen de kaders van de wetgeving. De komende maanden volgt de verdere uitwerking van POP3 in concrete maatregelen. CUMELA zal dit proces constructief-kritisch volgen.

Nieuwe leden Afgelopen maand is er opnieuw een nieuw lid ingeschreven. Dit is het bedrijf Van Moort in Hulshorst. Per 14 november 2013 mag dat het lidmaatschapsbord van de organisatie op de muur schroeven.


‘Bespreek je vak man’ Met plezier werken in de cumelasector kan alleen als werknemer en werkgever goed met elkaar in gesprek blijven. Daarom hebben CUMELA Nederland en de vakbonden FNV Bondgenoten, CNV Vakmensen en Vakvereniging HZC het boekje ‘Bespreek je vak man’ gelanceerd. Het boekje is onderdeel van de campagne ‘Mooi vak Man!’, die tot doel heeft werknemers en werkgevers zo lang mogelijk met plezier en in goede gezondheid aan het werk te houden. In het boekje brengen de sociale partners vier belangrijke thema’s ter sprake: bijblijven (scholing en ontwikkeling), veiligheid, gezondheid (langer gezond en met plezier blijven werken) en in balans blijven (werk-privé). Het boekje is gericht op zowel de werknemer als de werkgever. Alle thema’s worden belicht vanuit beide partijen, zodat de aanpak voor beiden duidelijk wordt. Na uitleg over de thema’s krijgen werknemers en werkgevers ook adviezen over de voorbereiding van een goed gesprek. ‘Bespreek je vak man’ biedt waardevolle handvatten voor een toekomst waarin gezond en met plezier kan worden gewerkt. Het boekje en een folder over ‘Mooi Vak Man!’ zijn te downloaden via www.mooivakman.nl.

BayWa neemt belang in Abemec BayWa, een grote Duitse importeur en distributeur die vooral Agcomerken vermarkt, neemt een belang in Abemec. Hiervoor wordt door het moederbedrijf Agrifirm een nieuw dochterbedrijf met de naam Agrimec opgericht. In dit bedrijf krijgt Agrifirm 51 procent van de aandelen en BayWa 49 procent. Abemec wordt een honderd-procentdochter van dit bedrijf. Voor de aandelen Agrimec betaalt BayWa 3,8 miljoen euro. Het bedrijf kondigt nu al aan zich komend jaar verder te willen versterken in de Nederlandse mechanisatiebranche. We zijn benieuwd of hier nu ook alle Agco-activiteiten onder één dak worden gebracht.

Aangifte voorraad diesel vóór 8 januari 2014 Op 1 januari 2014 wordt de accijns op dieselolie met 3,748 eurocent per liter verhoogd. Wanneer u op 1 januari 2014 meer dan 6670 liter in voorraad heeft, moet de accijnsverhoging worden bijbetaald. Is de totale voorraad in opslagtanks en IBC’s kleiner, dan is dit niet nodig. Is er wel meer dan 6670 liter in opslag, dan moet hiervan voor 8 januari aangifte worden gedaan.

Agenda algemeen 14-15 januari.......................CUMELA-vrouwendagen, Garderen 25 januari.............................. Indoor tractor pulling, Zwolle 8 maart...................................ALV CUMELA Nederland, Nijkerk 15-17 januari.......................Infratech Duitsland, Essen 4-6 februari...........................Infra Relatiedagen Hardenberg

COMMENTAAR Kleur Groen, grond en infra. Een soort kleurenpalet van de cumelasector, zou je kunnen zeggen. Toch hoor je nog wel eens dat we een heel brede sector zijn, met veel verschillende activiteiten. Alsof alle kleuren van de ‘economische regenboog’ vertegenwoordigd zijn. En jazeker, daar zit natuurlijk best een kern van waarheid in. Eén van de sterkste eigenschappen van een ondernemer in de cumelasector is toch vooral dat hij of zij niet voor één gat te vangen is. Ondernemers met een geweldige motivatie om door te gaan, ook in moeilijke tijden, waarin zo’n beetje alles tegenzit wat maar mogelijk is. Maar let maar eens op. Vrijwel alle initiatieven zijn terug te voeren tot twee heel duidelijke kenmerken van de sector: met mobiel materieel actief in, op en met grond. Elke ondernemer in de cumelasector zou dat in de eigen communicatie kunnen verwerken. Mobiele werktuigen en grond zijn de kleurbepalende kenmerken van de sector. En natuurlijk kunnen de specifieke activiteiten in uw bedrijf daar best een bepaalde kleurschakering aan geven. Sterker nog, al die kleurschakeringen bij elkaar geven de sector een fascinerend karakter! De sector is dynamisch en tegelijk ook specialistisch, maar in alle gevallen herkenbaar aan die ‘hoofdkleuren’, mobiele werktuigen en grond. Of het nu gaat om het verrijken (mest), verschralen (natuurbeheer), het verplaatsen (grondwerk), bewerken, beplanten, verplegen of oogsten van grond(producten), het is altijd te herleiden tot de basiskenmerken. Daarmee heeft de sector zich ook in het zesde crisisjaar op rij sterk gemanifesteerd. Helaas zijn er in het afgelopen jaar bedrijven in onze sector gesneuveld en staan verscheidene bedrijven nog in de ‘zwaar weer’-stand. Maar in vergelijking met veel andere sectoren verdienen de cumelabedrijven diep respect. Ondanks de bizarre omvang van de administratieve lasten, de veelheid aan wetten en regels en marktverstorende subsidieregelingen is er volgens de sectorbarometer sprake van een voorzichtig positieve ontwikkeling. We zijn daarmee in positieve zin een prima referentie voor de Nederlandse economie in algemene zin. Voorzichtig komen er weer lichtpuntjes en positieve geluiden. Het zou geweldig zijn wanneer die positieve ontwikkeling in 2014 doorzet. Voor de komende jaren verwacht ik dat het prachtige kleurenpalet van de cumelasector de Nederlandse economie alleen maar kan versterken. IJzersterk, voor een kleurrijke toekomst!

Jan Maris Algemeen directeur CUMELA Nederland

GRONDIG - Januari 2014

7


leegte snel opgevuld Stoppende bedrijven in Zeeuws-Vlaanderen helpen markt nauwelijks vooruit In twee jaar tijd stopten twee grote agrarische loonbedrijven in Zeeuws-Vlaanderen. Het betekende voor de klanten zoeken naar nieuwe loonbedrijven om het werk te laten doen. Even leek het een positief effect op de prijzen te hebben, maar nauwelijks een jaar later constateren de betrokkenen dat het nog steeds onvoldoende is. “De tarieven zijn wel gestegen, maar onvoldoende om echt geld te verdienen.�

8

grondig - Januari 2014


Het erf is leeg op het terrein van het voormalige loonbedrijf Vervaet in IJzendijke. Het oogt wat troosteloos, maar binnen heerst er nog steeds volop bedrijvigheid. Daar is Erwin van Steen druk bezig met constructiewerk, een activiteit waarmee hij zich ook in het verleden in de winterperiode bezig hield. Net als vroeger is hij nu begonnen met het maken van onderdelen voor de nieuwe series bietenrooiers die komend seizoen bij Vervaet in Biervliet zullen worden gebouwd. Dat is ook het enige dat gelijk is gebleven, want in plaats van ongeveer vijftien personeelsleden zijn er nu drie mensen in de schuur te vinden. “Allemaal zzp’ers”, vertelt Van Steen even later in de verlaten kantine. Alleen de kledingkasten herinneren nog aan de tijd dat hier een groot en ogenschijnlijk florerend loonbedrijf was gevestigd. “Ik heb de gebouwen en het woonhuis uit de boedel gekocht en ben hier nu mijn eigen constructiebedrijf begonnen. Daarin werk ik samen met twee andere zzp’ers, waarbij we elkaar proberen te helpen.

Tarieven structureel te laag Nu de emotie rond het beëindigen van het bedrijf is verwerkt, kijkt Van Steen toch wel tevreden terug op de genomen beslissing. “Natuurlijk is het een enorme teleurstelling als je moet besluiten om te stoppen, maar het kon niet anders. De tarieven in onze sector zijn structureel te laag. Wij stonden ruim een jaar geleden weer voor een paar grote investeringen en dan ga je weer rekenen of je dat op een fatsoenlijke manier kunt terugverdienen. Daar kwamen we niet uit en dan kom je vanzelf op de vraag: hoe dan verder?”

Theo Buysse: “Je hoeft maar aan de CUMELA-vergelijking mee te doen om te zien dat het niet uit kan.” Van Steen besloot samen met zijn partner om een breed familieberaad te houden om de toekomst te bespreken. Het loonbedrijf behoort zoals de naam al aangeeft tot de familie Vervaet, dezelfde die in Biervliet een florerend productiebedrijf heeft. Al staan de bedrijven al jaren geheel los van elkaar, toch werd ook aan deze neven gevraagd om mee te denken. Samen met de voormalig eigenaar werd bekeken wat de mogelijkheden waren, met als uitkomst dat het beter was om te stoppen. Van Steen: “Een paar jaar geleden heb ik al eens nagezocht hoe de tarieven voor bijvoorbeeld het bietenrooien zich hadden ontwikkeld. Dan kom je er achter dat die in tien jaar tijd nauwelijks omhoog zijn gegaan. Wat er aan prijsstijging was gerealiseerd, was net voldoende om de prijsstijging van de dieselbrandstof te compenseren.”

Te veel in prijzenslag Het is een situatie die Robin Vervaet van de bietenrooier- en driewielerfabrikant Vervaet grote zorgen baart. “De sector gaat veel te lang mee in de prijzenslag. De loonwerkers laten zich misbruiken door de klanten en werken voor veel te lage tarieven. Ik weet dat het moeilijk is, maar je gaat toch niet aan het werk als je vooraf weet dat je verlies lijdt. Dat zouden wij niet kunnen. Hier gaat geen machine de deur uit waaraan wij niets verdienen. Als dat niet kan, dan maar helemaal niet.”

Vervaet beseft dat dit moeilijk is in een markt waar wordt gevochten om het werk, maar vindt ook dat bedrijven daar zich te veel door laten meesleuren. “Bij de leveranciers van machines is ook een grote concurrentiestrijd, maar bij ondernemingen als Kuiken of Pon betaal je inmiddels wel € 70,- of € 80,- per uur voor een monteur. Als bedrijf ga je daar toch in mee. Zo zou het ook in de cumelasector moeten zijn.” Wat hem vooral verbaast, is dat zoveel bedrijven moeite hebben om jaarlijks een prijsverhoging door te voeren. “Je weet dat elk jaar de prijzen stijgen, dus dat moet je doorberekenen. Zo gaat het bij ons ook. Elk jaar komt er wel een paar procent bij. Zo hou je ook de kostenstijgingen bij.”

Beperkt capaciteit Even leek het erop dat juist in Zeeuws-Vlaanderen door het wegvallen van twee grote bedrijven er ruimte zou komen om de prijzen naar een kostendekkend niveau te verhogen. De achterblijvende bedrijven hadden feitelijk maar beperkt capaciteit om al het werk over te nemen en dus zouden ze eindelijk verlost zijn van de concurrentiedruk om tegen lage prijzen te werken. Vorig jaar leek het daar zelfs even op toen er door het wegvallen van loonbedrijf Baert een tekort aan bietenrooiers was om alle bieten te rooien. Inmiddels is die situatie alweer veranderd en is het areaal verdeeld onder de resterende bedrijven. Er zijn nog rooiers genoeg, weet Theo Buysse van het gelijknamige loonbedrijf in Biervliet. “Een flink deel is namelijk in het gebied gebleven.” Wat daarbij volgens hem ook een rol speelt, is de komst van een aantal bedrijven uit België, die door dag en nacht te rijden een lagere kostprijs weten te realiseren. “Dat is iets waar wij niet voor kiezen, omdat het druk zet op de veiligheid en de werkomstandigheden. Want je kunt de mensen wel wisselen, het blijft toch een grote druk geven op de omgeving. Je moet ook zorgen dat de hele afvoer goed blijft lopen.”

Kan niet verder Ondanks die druk vanuit België is er wel een boodschap uitgegaan van het stoppen van de twee bedrijven, constateert Buysse. “Zowel bij loonwerkers als agrariërs kwam het besef dat het zo niet verder kon. Dat we niet door konden blijven gaan om het voor nog minder te doen. Dat is ook wel een signaal dat bij de bedrijven is binnengekomen.” Voor hem was dit één van de redenen om anders te gaan reke-

Richten en schaven dorstrommels Hoewel hij het loonwerk helemaal heeft overgedaan, is Van Steen nog wel nauw betrokken bij de loonwerkers. Naast het constructiewerk voor Vervaet is hij nu ook gestart met het rechten en scherp maken van de dorscurven. Dit werk werd nog altijd gedaan door één van zijn ooms in het loonbedrijf. Die apparatuur heeft hij overgenomen en nu hoopt hij daar een extra inkomstenbron uit te halen. “Het is één van de zaken die de gewone mechanisatiebedrijven laten liggen, dus daar hoop ik van te kunnen profiteren.

GRONDIG - Januari 2014

9


nen. “Je hoeft alleen maar aan de CUMELA-bedrijfsvergelijking mee te doen om te zien dat het zo niet langer kon. Met de tarieven die we rekenden, kon het gewoon niet uit”, aldus Buysse. Het heeft voor hem betekend dat hij veel meer zijn eigen koers is gaan varen. “Wij proberen daarin nu heel transparant te zijn. We geven de klanten aan dat we een eerlijk tarief rekenen, dat we nodig hebben om de machines rendabel te maken.” En zelfs dan lukt het nog maar met mate, stelt hij vast. “In een goed jaar gaat het wel, maar als je een slecht jaar hebt, zoals afgelopen najaar, kan het feitelijk nog niet uit. Het bewijst dat we dit gewoon nodig hebben. Daarom berekenen we gewoon onze eigen kostprijs en houden we vast aan dat tarief. Meegaan met een prijzenslag doen we niet meer. Daar zijn er hier al te veel aan onderdoor gegaan.” Wat volgens Buysse ook helpt, is het toenemen van de grootte van de bedrijven bij de akkerbouwers. Het betekent dat ze

Let op het bestemmingsplan Nu Mark en Paul Baert hun bedrijf hebben beëindigd, wordt Mark pijnlijk geconfronteerd met de gevolgen van onachtzaamheid toen het bestemmingsplan werd aangepast. “Ik werd wel gewaarschuwd, maar dan heb je het druk en denk je: laat maar, dat komt wel goed.” Nu hij zijn bedrijf wil verkopen, blijkt de regelgeving echter onverbiddelijk. In het bestemmingsplan staat precies beschreven dat op zijn locatie alleen een loonbedrijf mag zijn gevestigd. “Daar zijn nu al een paar gegadigden door afgevallen. Eerst een particulier die het bedrijf wilde kopen en de loods wilde veranderen in een paardenstal en een binnenbak. Dat werd gelijk afgewezen. Hij mocht de boel alleen afbreken en dan een schuur van negentig vierkante meter terugbouwen. Die bedankte gelijk.” Hij raakte ook een koper kwijt die aan de Klapstraat een simpel distributiecentrum wilde vestigen. Het zou ongeveer twee vrachtwagenbewegingen per dag opleveren. Ook dat werd afgewezen, want het stond niet in het bestemmingsplan. Terwijl er in het verleden dagelijks tientallen bewegingen waren. Het is een waarschuwing die hij nog graag aan de sector laat horen. “Let er alsjeblieft op, want de gemeente werkt daarna nergens aan mee. Dat zijn feitelijk de grootste belemmeringen als het om economische activiteiten gaat. Ik voel het als een motorrem op de Nederlandse economie. Zonde, want daardoor gaat veel ondernemerslust verloren.”

10

GRONDIG - Januari 2014

grootschaliger en professioneler worden. “Natuurlijk maakt dat het niet gemakkelijker, maar het geeft wel mogelijkheden om betere afspraken te maken. Bedrijven die een dergelijke omvang hebben, vragen namelijk wel kwaliteit en betrouwbaarheid. Dat is voor die ondernemers veel belangrijker dan de prijs. Je gaat namelijk niet zaniken over een paar euro als je vijftig hectare pootaardappelen te rooien hebt. Dan wil je dat ze op tijd en netjes uit de grond komen.”

Mark Baert: “De mensen werken zo hard voor je, maar je kunt ze er feitelijk niet voor betalen.” Dat bedrijven juist als ze groot zijn overstappen naar eigen mechanisatie verwacht hij niet. “Het is namelijk niet zo gemakkelijk om het zelf te doen. Negentig procent van de akkerbouwers werkt alleen. Dat gaat prima als je honderd hectare moet ploegen - daar kun je rustig dagen over doen - maar niet als je aardappels moet rooien. Dan heb je toch een ploegje van vier of vijf mensen nodig en dat regel je als akkerbouwer niet zo maar. Zeker niet als je dat niet gewend bent. En je kunt wel zzp’ers inhuren, maar die kun je ook niet de ene dag wel en de andere dag - als het niet uitkomt, omdat het regent - weer naar huis sturen. Dus dat ze het zelf gaan doen, daar ben ik niet bang voor.”

Ze werken zo hard Juist dat aan het werk houden van mensen en de onmogelijkheid om ze netjes te betalen voor hun inzet was één van de redenen voor Mark Baert om twee jaar geleden te stoppen met zijn bedrijf in Koewacht, ten oosten van Terneuzen. “Die jongens werken zo hard voor je, of het nu ’s avonds is of in het weekend, ze buffelen gewoon door. Gelukkig voor onze sector doen ze dat ook nog zonder dat je veel extra moet betalen. Terwijl ze feitelijk twee keer zoveel waard zijn. Maar daar is en was helemaal geen marge voor.” Dat altijd krap zitten en niet de mogelijkheid hebben om fatsoenlijk de noodzakelijke investeringen te doen, was voor Baert één van de vele aanleidingen om ermee op te houden. “Vijf jaar heb ik er last van gehad dat ik geen enkel plezier meer in het werk had. Ik bezocht zelfs een psycholoog om dat plezier terug te krijgen, maar het ging niet. Mijn compagnon was in deze periode zelfs twee keer overspannen.” Baert praat er nu rustig over, al klinkt er nog wel spijt in zijn stem. “Het doet ook pijn als je met een bedrijf met achttien man personeel moeten stoppen, terwijl die jongens zo hard voor je lopen. Dat is ook het grote probleem. De marges zijn zo laag, dat je ze feitelijk niet datgene kunt betalen wat hun toekomt en dat je tegen een klant die maar blijft zeuren niet kunt zeggen dat hij het maar uit moet zoeken. Je zou een rendement van 25 procent moeten hebben, dan kun je nog eens een keer afscheid nemen van een klant. Nu zitten we als sector in de val en kunnen niets.” Vooral de ondankbaarheid is iets wat Baert van die periode is bijgebleven. “Als je ziet hoeveel moeite er wordt gedaan om het werk gedaan te krijgen, dan steekt het dat er bij de meesten geen bedankje meer af kan. Het was altijd stress, terwijl je gewoon aan het eind van het werk moet kunnen ontspannen.


Dan moet er gelachen kunnen worden. Maar het lijkt wel of ze geen dankbaarheid meer kennen.”

Werk gunnen Twee jaar geleden was voor Baert de maat vol en zette hij er samen met zijn neef een punt achter, zo vertelt hij rustig in de kantine van Vervaet, waar de driewielers bijna van de band rollen. Maar helemaal verdwenen is de naam Baert niet. Zijn broer nam zelf een nieuwe bietenrooier over en ging daarmee aan de slag. Zijn compagnon schafte ook een spuit en een combine aan en samen kunnen ze daarmee nu een klein loonbedrijfje runnen. Een groot deel van de klanten kon hij daarmee ook binnen houden voor deze werkzaamheden. Hoewel Baert weinig contact meer heeft - “Je bent je praatje kwijt als je geen loonwerker meer bent.” - weet hij dat dit de meesten niet veel moeite kostte om een vervangende loonwerker te vinden. “Er waren hier nog voldoende bedrijven”, zegt hij. Toch had hij er wel moeite mee om van sommige klanten afscheid te nemen. “Want er waren natuurlijk wel klanten die je werk waardeerden. We hadden ook klanten uit België die hoewel er bedrijven waren die het veel goedkoper deden, toch bij ons bleven en het ons gunden.” De suggestie dat je daar dan toch het tarief zou kunnen maken dat nodig is voor een gezonde bedrijfsvoering wijst hij van de hand. “Je kunt het niet maken om je trouwe klanten meer te laten betalen, terwijl je elders het geld weg moet geven om het werk te houden om de machine rendabel te maken. Dan zouden de goeden onder de kwaden lijden en juist dat is het probleem van deze tijd. Iedereen zou moeten beseffen wat een goede loonwerker waard is. Voor Baert is het ondernemen inmiddels definitief verleden tijd. Sinds 1 maart 2013 is hij als servicemonteur in vaste dienst bij machinefabriek Vervaet. Daarvoor werkte hij vanaf 1 mei 2012 als zzp’er, maar ook dat beviel hem niet. “Dan moet je toch drie opdrachtgevers hebben en dat is al lastig als je de meeste tijd bij één bedrijf wilt werken”, zegt hij. Na het mislukken van een avontuur in Egypte besloot hij om daarmee te stoppen. “Vervaet deed me een mooi aanbod om in dienst te komen en toen heb ik besloten om daarop in te gaan. Financieel ga ik er nu wel wat op achteruit, maar dat maak ik over twintig jaar weer goed, want dan heb ik wel een pensioen opgebouwd. Dat is iets wat zzp’ers vaak achterwege laten, maar dat moet je wel meerekenen.” Hoewel velen hem waarschuwden dat het iemand die altijd zelfstandig ondernemer is geweest niet zou lukken om in loondienst te werken, is het hem erg meegevallen. “Je moet gewoon onderaan beginnen. Ik ben er als laatste bij gekomen en dus moet je je rustig houden. Gewoon luisteren en kijken hoe het werkt. Mijn collega’s vertellen mij maar wat en hoe en dan kom je er vanzelf tussen. Gelukkig is sleutelen altijd mijn hobby geweest, dus voel ik me hier helemaal thuis. Ik doe het nu ruim 21 maanden en ik heb me nog geen dag verveeld. Sterker, sinds ik hier zit, ga ik elke dag fluitend naar mijn werk en aan het eind van de dag kom ik met een smile naar huis. Dat heb ik de laatste vijf jaar op het bedrijf veel moeten missen.”

Tekst: Toon van der Stok Foto’s: Erwin van Steen, familie Baert

In deze rubriek behandelen we iedere maand een onderwerp op het gebied van aanbestedingen en het aannemen van werken. Heeft u ook een vraagstuk, laat het CUMELA Nederland weten.

in kort bestek Meerwerk en waarschuwingsplicht Beste Helmy, Ik heb een maaibestek aangenomen voor de gemeente. In de bepaling staat “Toepassen rijdende afzetting volgens CROW publicatie 96b”. Ik heb gecalculeerd met een werkvoertuig met eigen bebakening. De gemeente eist een gescheiden actiewagen. Deze laatste uitvoeringswijze is veel duurder en ik zie dit als meerwerk. De gemeente weigert dit te betalen.

Beste aannemer, Beide voertuigen vallen onder het begrip ‘rijdende afzetting’. De gemeente heeft in het bestek geen keuze gemaakt hoe de rijdende afzetting moet zijn ingericht, zodat u als aannemer een uitvoeringsvrijheid had. Het feit dat de gemeente tijdens de uitvoering een (veel duurdere) rijdende afzetting met gescheiden actiewagen eist, maakt dat u terecht aanspraak maakt op ‘bijbetalen’. Maar: u bent verplicht, met verwijzing naar artikel 7:755 BW, dat u de gemeente tijdig inlicht over de kostenverhoging, zodat zij de mogelijkheid heeft om het werk te versoberen of anderszins haar financieel beleid aan te passen. Artikel 7:755 BW bepaalt “dat aannemer slechts aanspraak kan maken op vergoeding van meerkosten indien hij zijn opdrachtgever tijdig voor de noodzaak van deze meerkosten heeft gewaarschuwd, tenzij opdrachtgever deze noodzaak redelijkerwijs zelf had behoren te begrijpen”. In het verleden was er nog wel eens discussie over dit artikel, omdat deze bepaling niet duidelijk in de UAV 1989 (paragraaf 2, lid 4) stond en de UAV onderdeel is van het contract. Het bijzondere van deze regel uit het BW is dat die een dwingendrechtelijk karakter heeft. Dat wil zeggen dat daarvan door partijen niet kan worden afgeweken. Omdat de UAV 1989 deze plicht niet kende, is die dan ook in de nieuwe UAV 2012 opgenomen. Het komt nog te vaak voor dat over het meerwerk geen afspraken worden gemaakt. De aannemer volgt in goed vertrouwen de opdrachten van de opdrachtgever op, zonder vooraf melding te maken van de gevolgen in tijd en geld. Op grond van artikel 7:755 BW kan hij daarmee zijn recht verspelen om het meerwerk betaald te krijgen. Mijn advies is: leg meerwerk en/of wijzigingen in de uitvoering schriftelijk vast en waarschuw altijd, tijdig (!) en schriftelijk voor de gevolgen in tijd en geld.

Helmy Coenen Adviseur GWW

GRONDIG - Januari 2014

11


Onderhoud aan olieafscheiders volgens het Activiteitenbesluit Halfjaarlijkse laagdiktemeting olie-water-slib Ledigen en reinigen van olieafscheiders en zandvangers Vijfjaarlijks onderhoud volgens NEN-EN 858-2 Verzorgen van alle vereiste rapportages en begeleidingsbrieven Verzorgen capaciteitsberekening van de olieafscheider Reparatie, onderhoud en vervanging van olieafscheiders Eigen verwerkingsinstallatie voor alle ingenomen afvalstoffen Teeuwissen is KIWA gecertificeerd voor onderhoud aan olieafscheiders Bestevaer 50, 1271 ZA Huizen Tel. 035 - 525 23 19 Fax 035 - 524 09 82 Mercuriusweg 39, 3771 NC Barneveld Tel. 0342 - 425 678 Fax 0342 - 425 677

www.teeuwissen.com

Precies zoals u wilt: Kverneland G

Kverneland: de enige echte pneumaat!

Kverneland Miniair Nova groenten zaaier

Kverneland Group Benelux BV - De Dommel 38-40 - 8250 AD Dronten - T +31 321 387 110

Kverneland Accord Monopill bieten zaaier


Oprijvrachtwagens van 7 - 22 ton

Cargo 24-79 205 KW E.E.V. 17,5 ton laadvermogen

huurprijs â‚Ź 1.950,=/maand

Groenekan T. 0346 25 96 00 | Zwolle T. 0529 46 94 00 | www.veldhuizen.eu | info@veldhuizen.eu OprijCargoKuiperGrondig.indd 1

10-12-2013 13:17:14

GEOcontrol!

Kverneland FlexCart zaadtankwagen

IsoMatch Tellus ISOBUS terminal met GEOcontrol

Kverneland Optima HD voor o.a. maĂŻs en pompoenen

GEOcontrol neemt in- en uitschakelen op de kopakker over Dankzij de beproefde elektrische aandrijving voor zaai- en precisiezaaimachines in combinatie met een RTK-GPS signaal plus GEOcontrol kun je rekenen op uitstekende prestaties; je bespaart op zaaigoed, brandstof en tijd.

www.kverneland.nl


Waterbouw en waterschappen tot 2020 Onderzoek naar marktontwikkelingen, rolverdeling en capaciteit De waterbouwsector heeft de komende jaren nog veel werk in het vizier door de noodzaak tot bescherming tegen hoog water en het creëren van ruimte voor de rivier. Het Economisch Instituut voor de Bouw heeft onderzoek gedaan naar de mogelijkheden die dit geeft voor het midden- en kleinbedrijf. Ook voor de cumelasector liggen daar mogelijkheden, zo blijkt uit het rapport. In opdracht van Bouwend Nederland en de Unie van Waterschappen is door het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) onderzoek gedaan naar de belangrijkste trends en ontwikkelingen in de waterbouw tot 2020. Het EIB heeft daarbij gekeken naar de projecten die de komende jaren nog moeten worden uitgevoerd in het kader van het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma. Die projecten zorgen voor een zware belasting van de verschillende opdrachtgevers, zoals de waterschappen, en andere marktpartijen in de waterbouw. In dit artikel beschrijven we de voor de cumelasector belangrijkste conclusies uit het rapport. Voor het volledige rapport ‘Waterbouw en waterschappen tot 2020’ verwijzen wij u naar de site van het EIB (www.eib.nl, tabblad ‘Publicaties’).

Toekomstverwachting De waterschappen, zo concludeert het EIB, zullen hun inkoop- en aanbestedingsbeleid moeten professionaliseren en meer gebruik moeten maken van de kennis van de markt. De waterbouwbedrijven zullen op hun beurt moeten investeren in capaciteit (kwantitatief en kwalitatief ) en moeten werken aan innovatieve oplossingen. Er ligt voor de waterschappen een uitdaging tot scherpe priorite-

14

GRONDIG - Januari 2014

ring van projecten op basis van kosten en baten. Onderzoek is nodig naar mogelijkheden om efficiënter te werken, onder meer door meer kennis uit de markt te gebruiken, werk met werk te maken en te zorgen voor een betere spreiding van het werk over het jaar. Opdrachtnemers, met name in het midden- en kleinbedrijf, zullen met nieuwe oplossingen moeten komen, stelt het EIB. Voor waterschappen betekent dit volgens het onderzoeksinstituut dat ze de dialoog moeten aangaan, maar ook intern moeten veranderen. Voor de waterbouwbedrijven betekenen deze uitdagingen dat ze zich verder moeten professionaliseren en meer moeten samenwerken in de keten, zowel met toeleveranciers en installateurs als met andere partijen in het midden- en kleinbedrijf. Het EIB adviseert waterschappen het midden- en kleinbedrijf te faciliteren, zodat deze bedrijven kunnen meegaan in de veranderingen die de waterschappen voorstaan. Dit kan betrekking hebben op het organiseren van regionale bijeenkomsten en het communiceren van concrete marktinformatie, ook in samenwerking met de opdrachtgevers. De schappen kunnen ook ondersteuning bieden bij het ontwikkelen van innovaties door het midden- en kleinbedrijf, in samenwerking met subsidie-instellingen en kennispools,


waardoor het midden- en kleinbedrijf kan aanhaken bij ontwikkelingen in de Topsector Water. De wervingsinspanningen voor meer en goed personeel in de waterbouw zullen moeten worden geïntensiveerd, met een bredere aanpak dan alleen techniek. Dit moet gebeuren in een samenwerking tussen bedrijven, opdrachtgevers, brancheverenigingen en opleidingsinstellingen.

Werkaanbod Het EIB stelt dat de waterbouwmarkt voor grote opgaven staat en de komende jaren een belangrijk groeiperspectief heeft, met name bij waterkeringen. Er is een sterke impuls voor de markt te verwachten door de uitvoering van grote waterbouwprogramma’s als het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2) en Ruimte voor de Rivier. De totale waterbouwmarkt zal daardoor de komende jaren volgens het EIB groeien naar 2825 miljoen euro in 2016. Het belang van waterveiligheid hierin neemt de komende jaren toe. Ruim de helft van de waterbouwomzet wordt gerealiseerd in de provincies Utrecht en Noord- en Zuid-Holland. Werken aan dijken en oevers zijn de belangrijkste typen werk in de waterbouw, met in 2012 vijftig procent van de omzet. Daarna volgen de kademuren, sluizen en stuwen en vervolgens de zuiveringen en gemalen. Op de waterbouwmarkt hebben de waterschappen een aandeel van ruim 35 procent. Dat neemt de komende jaren nog enigszins toe. De productie voor de waterschappen groeit naar circa 1150 miljoen euro in 2016, een toename van in totaal ruim tien procent ten opzichte van het huidige niveau. Die groei betreft vooral de waterkeringen; de investeringen in watersystemen en waterzuivering staan onder druk vanwege de beperkte financiële middelen. Het EIB verwacht dat waterschappen in toenemende mate zullen kijken naar nut en noodzaak van projecten.

Waterbouwbedrijven Voor kleine en middelgrote waterbouwbedrijven, waaronder cumelabedrijven, zijn de waterschappen de belangrijkste opdrachtgevers, met een omzetaandeel van veertig procent. Opmerkelijk is dat waterbouwbedrijven die relatief veel voor de waterschappen werken veel minder omzet bij gemeenten en provincies behalen dan de andere bedrijven. Het EIB concludeert dat de laatste jaren in de waterbouw sprake is van een versterking van de marktpositie van de grote concerns ten koste van kleine en met name middelgrote bedrijven. De helft van de waterbouwomzet komt uit projecten van minder dan één miljoen euro. De waterbouwomzet is ongelijkmatig verdeeld over de perioden van het jaar. Bedrijven die vooral voor waterschappen werken, behalen vijftien procent van de omzet in het eerste kwartaal en bijna een derde in het vierde kwartaal. Deze ongelijkmatige verdeling hangt onder meer samen met de aanbestedingscyclus en met technische beperkingen voor winterwerk.

Contractvormen De helft van de totale waterbouwomzet komt uit design & construct-projecten, circa een derde uit traditioneel en RAW-

werk. Bij design & construct-contracten is de opdrachtnemer verantwoordelijk voor het ontwerp van de infrastructuur en de uitvoering van de aanleg daarvan. Bij het midden- en kleinbedrijf is het aandeel traditioneel en RAW nu nog ongeveer twee derde. De trend bij waterschappen naar meer uitbesteden leidt geleidelijk tot meer geïntegreerde contractvormen: van 30 procent van de investeringen in 2012 naar 35 procent in 2015. De groei in geïntegreerde contractvormen treedt vooral op bij waterkeringen. Het gaat daarbij met name om het uitbesteden van ontwerp en communicatie. De waterschappen besteden een belangrijk deel van het werk uit aan het midden- en kleinbedrijf en zij maken zich zorgen over de mogelijkheden van het midden- en kleinbedrijf om mee te gaan in de trend naar meer geïntegreerde contractvormen. Waterbouwbedrijven zeggen de komende jaren veel meer aan ontwerp te willen gaan doen, maar worden hierbij belemmerd door procedures en voorschriften. Het EIB concludeert dat bedrijven die veel voor waterschappen werken nog enigszins sceptisch zijn over de grotere mogelijkheden. Waterschappen maken ook een omslag naar een andere rolverdeling met de markt, zij het in onderling verschillend tempo. In 2012 is het aandeel openbare aanbestedingen met EMVI sterk toegenomen ten opzichte van de periode 2009 tot 2011. Om zich beter op de markt te positioneren, willen waterbouwbedrijven in de komende jaren de samenwerking versterken. Dit zoeken zij vooral in samenwerking met toeleveranciers en - waar van toepassing - in samenwerking binnen het midden- en kleinbedrijf.

Werkgelegenheid Het EIB verwacht voor 2020 eenzelfde werkgelegenheidsniveau als nu, na een tijdelijke impuls in de komende jaren. Gezien de leeftijdsopbouw in de waterbouw en de hogere eisen aan werknemers blijft er een grote wervingsopgave voor de toekomst. Het aandeel jongeren in het werknemersbestand in de waterbouw is acht procent en ligt aanzienlijk lager dan gemiddeld in de GWW. Zeventien procent van alle werknemers is 55-plus, onder het bouwplaatspersoneel is dit bijna een kwart. Gezien de leeftijdsopbouw van het huidige personeelsbestand wordt voor de toekomst een belangrijke wervingsopgave voorzien. Belemmeringen voor het werken in de waterbouw liggen volgens de bedrijven vooral in factoren die gerelateerd zijn aan werktijden: weinig mogelijkheden tot deeltijdwerk, een moeilijke combinatie van werk en privé en lange reistijden. Een lage beloning of beperkte carrièremogelijkheden worden minder vaak genoemd. De bedrijven zien als oplossingen voor deze knelpunten onder meer imagoverbetering, kennisoverdracht op scholen, betere aansluiting tussen onderwijs en benodigde praktijkkennis en het stimuleren van de scholing van bestaande werknemers.

Tekst: Jan van der Leij beleidsmedewerker GWW

Rapport: Waterbouw en waterschappen tot 2020 Marktontwikkelingen, rolverdeling en capaciteit Economisch Instituut voor de Bouw

GRONDIG - Januari 2014

15


verzekeringen

Wie betaalt de schade? De regeling voor aansprakelijkheid bij brand is per 1 januari 2014 veranderd Wanneer een verzekeraar een schade heeft betaald die door iemand anders is veroorzaakt, heeft hij het recht om het schadebedrag te verhalen op de aansprakelijke persoon of onderneming. Tot 2014 werd hiervan beperkt gebruik gemaakt. Om bedrijven meer bewust te maken van de risico’s zijn de regels nu aangescherpt. Dit betekent ook dat de verzekering opnieuw moet worden bezien.

Brandgevaarlijke werkzaamheden Het uitvoeren van brandgevaarlijke werkzaamheden brengt soms grote risico’s met zich mee. Er zijn verschillende manieren om de kans op schade zo klein mogelijk te maken. • Laat werkzaamheden verrichten door gekwalificeerd en deskundig personeel. • Verwijder brandbare stoffen, behalve die waarmee of waaraan de werkzaamheden plaatsvinden, tot op een veilige afstand van minimaal vijf meter (bij lassen of snijden tien meter). Als dit niet mogelijk is, moeten deze stoffen worden beschermd door een branddeken. • Laat altijd iemand met een goedgekeurde en functionerende brandslang of een brandblusser van minimaal zes kilogram van klasse ABC bij de werkzaamheden klaarstaan. • Controleer gedurende minimaal één uur na beëindiging van de werkzaamheden de werkplek op het ontstaan van brand.

16

GRONDIG - Januari 2014

Tot 1 januari 2014 hadden de meeste verzekeraars met elkaar de afspraak dat zij, uitzonderingen daargelaten, uitbetaalde schades bij brand slechts beperkt verhaalden op personen of bedrijven die hiervoor verantwoordelijk werden gehouden. Hierbij hanteerden ze de volgende uitgangspunten: • Op particulieren en niet-particuliere huurders werd niet verhaald. • Op bedrijven werd alleen verhaald als het schadebedrag meer was dan € 2500,-, met een maximum van € 500.000,-. • De schade werd volledig verhaald als er sprake was van opzet. Bedrijven konden zich voor dit verhaal indekken met een tweetal verzekeringen. In de eerste plaats was er de aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven. In deze verzekering werd dan ook een speciaal verzekerd bedrag opgenomen voor brandschade van € 500.000,-. Deze verzekering bood


geen dekking als de brand werd veroorzaakt door een motorrijtuig. Daarom bood ook de werkmateriaalverzekering dekking voor verhaal door een brandverzekeraar.

Nieuwe regeling Deze regeling is per 1 januari 2014 veranderd. Voor particulieren en niet-particuliere huurders verandert er niets. Brandverzekeraars nemen behalve bij opzettelijk veroorzaakte schade op hen geen verhaal. De mogelijkheid om het schadebedrag te verhalen op bedrijven is verruimd. De onder- en bovengrens zijn afgeschaft en bij onzorgvuldig handelen is verhaal nu in principe onbeperkt mogelijk. Waarom een nieuwe regeling? Geen enkele ondernemer wil brand en hij wil al helemaal niet de veroorzaker zijn van brand bij zijn opdrachtgever of bij de buren. Naast directe en indirecte schade (bedrijfsstilstand en zelfs faillissement) veroorzaakt brand veel overlast, milieuvervuiling, ellende en mogelijk zelfs slachtoffers. Dat moet zoveel mogelijk worden voorkomen en daar kunnen ondernemers zelf veel aan doen. Ondernemers die door onzorgvuldig handelen (brand) schade veroorzaken bij anderen moeten hierop kunnen worden aangesproken. Hiermee willen de verzekeraars stimuleren dat ondernemers brandveilig ondernemen en de nodige voorzorgsmaatregelen treffen om de kans op brand en brandschade te verkleinen. Als de preventie bij bedrijven verbetert, zal de totale schade door (grote) branden afnemen. En daar zijn we allemaal bij gebaat.

meewegen wat de verzekeringsmogelijkheden zijn voor de ondernemer en of hij een verzekering heeft afgesloten waarvan het verzekerd bedrag en de dekking gangbaar zijn. Op dit moment geldt als redelijk algemeen geaccepteerde norm een verzekerd bedrag van € 2.500.000,- voor zowel de aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven als de werkmateriaalverzekering. Veel verzekeringen kennen nog een lager verzekerd bedrag. Het is daarom belangrijk om dit bedrag te verhogen tot minimaal € 2.500.000,-

Dekking controleren Ondernemers moeten in goed overleg met hun verzekeringsadviseur of verzekeraar nagaan of de dekking en het verzekerd bedrag op hun aansprakelijkheidsverzekering en de werkmateriaalverzekeringen nog toereikend zijn. Het verzekerd bedrag op deze verzekeringen is niet noodzakelijkerwijs voldoende om de gehele schade te dekken. De kans bestaat altijd dat de schade hoger is dan de verzekerde som. Daarnaast moeten ondernemers zorgen dat brand wordt voorkomen. Ze kunnen daarvoor de brandrisico’s in kaart brengen en adequate preventieve maatregelen (blijven) treffen voor brandgevaarlijke werkzaamheden (zie kader). CUMELA Verzekeringen of uw eigen adviseur kan u hierbij helpen.

Tekst: Ron Krisman directeur Cumela verzekeringen Foto: Cumela Communicatie

In de praktijk In de nieuwe regeling blijven verzekeraars brandschades gewoon uitkeren aan gedupeerde particulieren en bedrijven. Wel kunnen zij vaker en voor hogere bedragen verhaal plegen op de ondernemer die door onzorgvuldig handelen bij een ander schade veroorzaakt. Deze schade veroorzakende ondernemingen lopen hierdoor een groter financieel risico. In de CUMELA-voorwaarden is een artikel opgenomen dat de aansprakelijkheid van de gebruiker beperkt (zie kader). Deze voorwaarden zijn alleen van toepassing als de ondernemer dit met zijn opdrachtgever is overeengekomen. Ontstaat er brandschade bij de opdrachtgever, dan is de aansprakelijkheid beperkt tot maximaal het verzekerde bedrag op de aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven of de werkmateriaalverzekering. De CUMELA-voorwaarden bieden geen bescherming als u brand veroorzaakt bij iemand anders dan uw opdrachtgever. De nieuwe regeling kan serieuze gevolgen hebben. Hoewel dit niet de bedoeling is van de regeling is het wel een mogelijkheid dat bedrijven als gevolg van deze nieuwe regeling failliet gaan. De desbetreffende ondernemer moet dan wel onzorgvuldig hebben gehandeld en in dusdanige mate dat ook de rechter van oordeel is dat de ondernemer verplicht is tot het betalen van een groot deel van de schade of de volledige schade. In de praktijk zal de rechter in zijn oordeel laten

Artikel 11 CUMELA-voorwaarden Aansprakelijkheid 11.1. Behoudens voor zover sprake is van opzet of grove schuld is iedere aansprakelijkheid van opdrachtnemer uit welke hoofde of ter zake waarvan dan ook, beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval uit hoofde van de aansprakelijkheidsverzekering van opdrachtnemer door de verzekeraar wordt uitgekeerd, vermeerderd met het bedrag van het eigen risico dat volgens de polis(voorwaarden) niet ten laste van de verzekeraar is. Desgevraagd zal de opdrachtnemer over de (dekking van de) aansprakelijkheidsverzekering informatie verschaffen. 11.2. Indien opdrachtnemer geen aansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten of de verzekeraar om wat voor reden dan ook geen dekking verleent, is behoudens en voor zover sprake is van opzet of grove schuld, iedere aansprakelijkheid beperkt tot het bedrag dat gelijk zal zijn aan het factuurbedrag (exclusief btw) dat aan opdrachtnemer verschuldigd is geworden ingevolge de overeenkomst ter zake waarvan de opdrachtnemer aansprakelijk is gesteld, met een maximum van € 10.000,-. 11.3. Onder opzet of grove schuld in de zin van deze CUMELA-voorwaarden wordt verstaan opzet of grove schuld van de organen van de opdrachtnemer of met de leiding van haar onderneming belaste personen, leidinggevende ondergeschikten daaronder mede begrepen.

GRONDIG - Januari 2013

17


economie

Optimisme over opdrachtgevers Voor verschillende sectoren die tot de opdrachtgevers van de cumelasector behoren, schetst de ING in de vooruitblik voor 2014 een redelijk zonnig beeld. Voor de agrarische sector verwachten de economen van de bank opnieuw een positief jaar, terwijl de situatie rond de infra- en bouwbedrijven zich stabiliseert.

gemiddelde rendement de eerste negen maanden van dit jaar al vijftien procent hoger, voor het komend jaar wordt verwacht dat dit minimaal gelijk zal blijven. Wel waarschuwt de bank dat ontwikkelingen op de wereldmarkt ervoor kunnen zorgen dat de prijzen meer gaan fluctueren. Het wegvallen van het melkquotum in 2015 zal er echter toe leiden dat de productie sterk zal gaan stijgen en dat de schaalvergroting verder gaat. Signalen die duiden op ruimte voor extra werk voor de cumelabedrijven en in elk geval geen negatief sentiment over prijzen. Over de akkerbouw is de ING wat onzekerder. Daar signaleert de bank een sterkere afhankelijkheid van weersomstandigheden en productie. De wetenschap dat er jaarlijks 200 miljoen mensen meer moeten worden gevoed, heeft echter een positief basiseffect. Wel kunnen meevallende producties hier tot een negatief prijseffect leiden. De algemene tendens is volgens de sectormanagers Cor Bruns en Kees van Vliet duidelijk positief. Aandacht moet er volgens hen wel zijn voor duurzaamheid. Zeker in de intensieve veehouderij is dit een belangrijk punt, meent de ING. Vooral mestverwerking en het hergebruik van nutriënten is hier van belang. In Nederland zijn dit belangrijke punten, constateren zij, al plaatsen ze onmiddellijk de kanttekening dat dit in Europees verband nauwelijks telt en dat dit de Nederlandse veehouderij op achterstand kan plaatsen. Toch zal de hele keten hieraan mee moeten werken om in Nederland het recht om te produceren te behouden.

In een toelichting op de vooruitblik voor 2013 beschrijft sectormanager bouw van de ING Jan van der Doelen een opmerkelijke ontwikkeling. Allereerst stelt hij vast dat in een periode van 75 jaar de gemiddelde levensduur van een onderneming is gedaald van 75 naar vijftien jaar. Het betekent dat je veel minder dan in het verleden kunt vertrouwen op vaste contacten, omdat bedrijven minder stabiel zijn en dus veel sneller verdwijnen. Ondernemingen die aan deze trend willen ontsnappen, moeten zich volgens Van der Doelen veel sterker dan in het verleden aanpassen aan de omstandigheden. “Niet langer is een excellente bedrijfsvoering voldoende om te kunnen overleven. Bedrijven die in de bouwketen willen blijven opereren, zullen zich moeten aanpassen aan de huidige trend, waarbij ze erop moeten rekenen dat de overheid minder dominant is als opdrachtgever”, zegt Van der Doelen. Daarvoor in de plaats komen volgens hem nog meer prestatiecontracten, waarmee ondernemingen veel meer risico’s lopen. “Infrabedrijven die zich richten op het beheersen van die risico’s zullen in de toekomst waarschijnlijk het meest succesvol zijn”, verwacht hij. Voor de hele sector voorspelt hij dat in de toekomst niet de sterkste en beste bedrijven zullen overleven, maar juist die bedrijven die zich het snelst en best aanpassen aan de sterk veranderende omstandigheden. Voor de cumelabedrijven die werken in de agrarische sector kan het een geruststelling zijn dat de ING voorspelt dat in de belangrijkste sectoren het rendement het komende jaar verder verbetert. Vooral voor de veehouderij zijn de vooruitzichten zonnig. Lag het

Ophaalbijdrage Deurne, Tilburg, Uden en Lichtenvoorde

€ 26,00

€ 30,00

€ 24,00

€ 28,00

€ 22,00

€ 26,00

In euro per ton

In euro per ton

Ophaalbijdrage Barneveld en Markelo

€ 20,00 € 18,00 € 16,00 € 14,00

€ 24,00 € 22,00 € 20,00 € 18,00 € 16,00 € 14,00

€ 12,00

1 4 7 10 13 16 19 22 25 28 31 34 37 40 43 46 49 52

1 4 7 10 13 16 19 22 25 28 31 34 37 40 43 46 49 52

2008

2009

2010

2011

2012

2013

Hoewel de verwachting was dat de mestwet tot nieuwe bewegingen op de mestmarkt zou leiden, was daar de eerste dagen na de aanname van de wet in de Eerste Kamer niets van te merken. De prijzen zijn al weken feitelijk onveranderd. (Bron:DCA-markt)

18

GRONDIG - Januari 2014

2008

2009

2010

2011

2012

2013

De mestmarkt is momenteel erg rustig. Al enkele weken ligt de prijs feitelijk op een heel vast niveau. Gezien de ontwikkeling de afgelopen jaren is het de verwachting dat deze prijs niet veel zal veranderen tot de start van het uitrijseizoen. (Bron: DCA-markt)


CUMELA-Kompas Analyse: toename van beschikbaar werkkapitaal

kORT NIEUWs

Sinds 2010 is het beschikbaar gekomen werkkapitaal op de cumelabedrijven weer jaarlijks toegenomen. Dit staafdiagram laat zien hoeveel geld beschikbaar is vanuit de cashflow en het saldo tussen aflossingen op leningen en nieuw afgesloten langlopende leningen. In het algemeen kun je zeggen dat dit geld beschikbaar is voor het doen van investeringen, voor extra privé-onttrekkingen of verbetering van de financiële situatie, bijvoorbeeld door versteviging van de rekening-courantsituatie. Na een duidelijke dip in 2010, toen hiervoor slechts € 265.000,- beschikbaar was, konden bedrijven in 2012 alweer € 300.000,- besteden voor hun bedrijfsvoering. Dat ligt nog beduidend onder het niveau van 2008, toen er bijna € 400.000,- beschikbaar was. Aan de mutatie langlopende leningen is te zien dat daar toen een groot deel van beschikbaar kwam. Uit de cijfers weten we dat dit in die jaren vooral is gebruikt voor extra investeringen in machines en werktuigen. Wilt u weten hoe uw kengetallen zijn, doe dan mee aan de kengetallenvergelijking CUMELA-Kompas Analyse. en een e-mail naar kengetallen@cumela.nl.

Volvo neemt Terex-dumpers over

Volvo Construction Equipment gaat de off-highwaydumperdivisie van Terex Corporation overnemen. Daarmee wil het bedrijf meer voet aan de grond krijgen in de mijnbouwsector. Terex Equipment Ltd. wordt voor 160 miljoen dollar (circa 116 miljoen euro) in zijn geheel overgenomen door Volvo CE, dat daarmee ook het recht krijgt om de dumpers in Noord-Amerika te verkopen. Bovendien krijgt Volvo CE een aandeel in de Terex-productie in China. De overname omvat ook de dumperfabriek in het Schotse Motherwell.

Kubota bouwt in Frankrijk De Japanse fabrikant Kubota gaat in Duinkerken in Frankrijk een nieuwe productielocatie voor Europa bouwen. Daarmee gaat deze voorbij aan de neus van een aantal Nederlandse gemeenten, die hoopten deze vestiging binnen te halen. De bedoeling is om in de nieuwe fabriek per jaar 3000 trekkers te gaan bouwen. Op een terrein van 11,5 hectare zal een nieuwe fabriek komen, die een totale vloeroppervlakte krijgt van 37.000 vierkante meter. In totaal investeert Kubota 57 miljoen euro.

Beschikbaar werkkapitaal op cumelabedrijven 450.000 400.000   350.000   300.000   250.000  

Omzet Liebherr licht gedaald

200.000

Hoewel de Liebherr-groep over 2013 een hogere omzet verwacht (ruim negen miljard euro) is de omzet van de divisie die zich bezighoudt met machines voor grondverzet en mijnbouw licht gedaald. In dit segment is de omzet met bijna vier procent teruggelopen tot 5,6 miljard euro. Voor komend jaar verwacht Liebherr een gelijkblijvende omzet.

150.000

Muta0e langlopende  schulden   Cash  flow  

100.000 50.000   0  

2008

2009

2010

2011

2012

-­‐50.000

Plotselinge stijging dieselprijs

De waarde van mest: pluimveedrijfmest

€ 130

60,00

€ 125

50,00 € 120

magnesium kali  

30,00

fosfaat s7kstof   20,00  

Prijs per 100 liter

40,00

€ 115

€ 110

€ 105

€ 100

2011  

2012  

2013  

Door de daling van de kunstmestprijzen is de bemestende waarde van een ton pluimveemest gedaald tot net boven de € 47,75. Gebaseerd op mest met 26,8 kg stikstof (40 % werkzaam), 21,8 kg fosfaat, 18 kg kali en 6 kg magnesium. (Bron: LEI)

2013

2012

dec

nov

okt

sept

aug

juli

juni

mei

april

mrt

febr

€ 95

0,00  2010  

jan

10,00

2012 (EN590*)

Tegen de jaarlijkse trend in is de diesel de afgelopen maand flink in prijs gestegen. Vanaf 1 januari is er opnieuw een forse stijging te verwachten door de verhoging van de accijns met 3,5 cent. (Bron CUMELA Nederland) grondig - Januari 2014

19


Groen, grond en infra producten SLEEP-

t gemaak

EN T

voor de

tan te oms s r a a w z

digh

Storz koppeling met boutvergrendeling

Lange sleutels

Nijemirdum

ANG L S T R O eden RANSP

|

Tel.: 0514 - 57 18 26

|

Klem voor mestslang

www.buma.com

|

info@buma.com


wetten en regels

Lonen CAO LEO ongewijzigd In de huidige cao is geen verhoging van de lonen per 1 januari 2014 overeengekomen. Ook de vergoedingen voor werkkleding, bereikbaarheid en huisvesting zijn niet aangepast. Alleen de vergoedingen op basis van artikel 54 (reiskosten) zijn aangepast aan de prijsindex. Omdat de verhoging wordt berekend over de niet afgeronde bedragen van de vorige verhoging en er bij de dagvergoeding op vijf centen wordt afgerond, betekent de aanpassing niet dat alle bedragen omhoog gaan. Alleen de dagvergoeding bij elf tot en met vijftien kilometer en de carpoolvergoeding zijn aangepast.

Nieuwe subsidieregeling praktijkleren Als één van uw medewerkers een mbo-opleiding volgt via de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) kunt u sinds 1 januari 2014 gebruik maken van een nieuwe subsidieregeling. Deze nieuwe Subsidieregeling praktijkleren vervangt de fiscale maatregel Afdrachtvermindering Onderwijs (WVA), die per 31 december 2013 is gestopt. Wilt u ook gebruik maken van deze regeling en maximaal € 2700,- ontvangen? Op de website van CUMELA Nederland leest u meer over deze regeling.

Geen verandering norm voor werken op cirkelzitmaaiers Vakbonden en werkgevers hebben onlangs besloten dat de maximale werktijd op een zitmaaier vier uur per dag blijft of drie dagen per week. Naar aanleiding van het onderzoeksrapport ’Blootstelling aan lichaamstrillingen van chauffeurs van moderne zelfrijdende cirkelmaaimachines tijdens het maaien van plantsoenen in de praktijk’ hebben vakbonden en werkgevers om tafel gezeten.

Bestemmingsplannen ter inzage Onderstaande bestemmingsplannen liggen op dit moment ter inzage. Gemeente

Naam plan

Planstatus

Ter inzage tot en met

Leudal

Buitengebied Leudal

Ontwerp

8 januari 2014

Putten

Westelijk Buitengebied

Ontwerp

8 januari 2014

Hilvarenbeek

Buitengebied Hilvarenbeek

Ontwerp

9 januari 2014

Door de gemeente Opmeer was aanvankelijk aangekondigd dat de formele termijn van de terinzagelegging van het bestemmingsplan Landelijk Gebied Opmeer 2013 zou starten op vrijdag 8 november 2013. Deze termijn van zes weken is echter verschoven naar een later tijdstip.

CAO & zo

Volle kracht vooruit Het jaar 2014 belooft het herstel van onze economie te bieden. Van harte wens ik u daarbij alle kracht en de juiste omstandigheden om dit voor uw organisatie te kunnen realiseren. Als we de blik gericht houden op de toekomst en met de lessen uit het verleden ons voordeel doen, moet 2014 een boeiend jaar worden. In 2014 zullen de eerste afspraken van het sociaal akkoord tussen het kabinet en de sociale partners worden geïmplementeerd. Deze afspraken kunnen ook voor uw bedrijf gevolgen hebben. Neem tijdig de juiste maatregelen voor zover dat mogelijk is. In 2014 zullen er opnieuw cao-onderhandelingen worden gevoerd. De looneis van de bonden ligt op drie procent, zo is al aangekondigd. We kunnen ons nu nog niet voorstellen dat dit een realistische eis is, tenzij er voldoende voordelen tegenover staan. We willen de mensen graag aan onze sector blijven binden. Bij voorkeur zo weinig mogelijk uitzendkrachten en de inzet van zzp’ers voor de pieken, maar mensen die je een jaar rond werk kunt bieden, bij voorkeur onder de eigen CAO LEO. Hierdoor krijg je geen concurrentie op arbeidsvoorwaarden en behouden we draagvlak onder arbeidsmarktregelingen en het pensioenfonds. De cao-afspraken kunnen en moeten hieraan bijdragen. Het beleid dat we als sociale partners in de agrarische en groene sector hebben gevoerd met betrekking tot het zoveel mogelijk beperken van het beroep op de publieke verzekeringen van onwerkbaar weer, WW, ziektewet et cetera heeft zijn succes bewezen. Als sector zitten we aan de onderkant van het niveau van de publieke premies ten opzichte van andere, vergelijkbare sectoren. Ook voor arbeidsmarktbeleid betaalt u een beperkte premie, waardoor u in vergelijking met andere sectoren minder subsidie ontvangt. Dit is een bewuste keuze. Als we geld moeten rondpompen (premie betalen en dan vervolgens subsidie krijgen), kunnen we beter zelf op onze financiële middelen passen. In de contacten met lidbedrijven horen en zien we dat er bedrijven zijn die het moeilijk vinden te blijven ondernemen met alle wetten en regels, de beperkte orderportefeuille, soms lastige opdrachtgevers et cetera. Dat is begrijpelijk wanneer je beseft dat je als ondernemer met enkele personeelsleden wel heel veel op je bord krijgt. Deze ondernemers wil ik van harte stimuleren hun problemen met onze organisatie te delen. Wij kunnen altijd een helpende hand of een luisterend oor bieden. Daar hebt u als lid van CUMELA recht op! Samen kunnen we ‘op volle kracht vooruit’.

Hannie Zweverink Directeur belangenbehartiging CUMELA Nederland

GRONDIG - Januari 2014

21


met de voeten op de grond

Politiek ondernemend

Jeanne Hesen-Slots, raadslid Lokaal Peel en Maas Jeanne Hesen-Slots vult de derde aflevering in van onze serie over de rol van de cumelasector in de politiek. Naast haar administratieve werkzaamheden bij het loonbedrijf van haar man, Maas BV in Kessel, zet ze zich als raadslid voor Lokaal Peel en Maas in voor gelijkwaardige regelgeving en voor een integrale benadering. “Veel ambtenaren kijken niet verder dan hun bureaurand.”

Gehaast komt ze de kantine binnenlopen, verontschuldigt zich dat ze laat is en begint meteen met het uitruimen van de vaatwasmachine. Ze kreeg net nog een belletje van een ondernemer die vragen had over onaangekondigde controles op de huisvesting van zijn buitenlandse werknemers. Dat móest ze opnemen. Het is toch te gek dat de ondernemers in de agrarische sector onaangekondigde controles krijgen, terwijl ondernemers in het midden- en kleinbedrijf alleen te maken hebben met aangekondigde controles? “Gelijkwaardigheid vind ik belangrijk. De regelgeving voor burgers, ondernemers en groepen mensen zou gelijk moeten zijn, maar dat is niet dus niet altijd zo.” Jeanne Hesen is officieel in 2006 in de politiek gestapt, maar in de jaren negentig maakte ze al deel uit van het dorpsoverleg in haar woonplaats Kessel-Eik om ervoor te zorgen dat er verkeerslichten op de kruising bij café-restaurant De Pleisterplaats werden geplaatst. “Ik vond het belangrijk dat onze kern in de gemeente Kessel ook een stem had”, zegt ze daarover. In 2006 koos ze voor de politieke partij Lokaal Kessel. “Ik wilde een partij die niet gebonden was aan Den Haag. Nu kunnen we onze eigen standpunten kiezen, die belangrijk zijn voor onze regio, en hoeven ons niet te scharen achter standpunten die vanuit de landelijke partijbesturen worden opgelegd.” Door de fusie met gemeenten Helden, Meijel en Maasbree werd Kessel in 2010 gemeente Peel en Maas. Ook de lokale partijen fuseerden onderling, tot Lokaal Peel en Maas. “Het politieke niveau kwam hierdoor hoger te liggen, maar dat maakte het des te belangrijker dat we politiek betrokken bleven. Door de fusie werd de afstand tot de burger groter. Elf kernen werden samengevoegd. Van 4200 inwoners gingen we opeens naar 43.000 inwoners.”

‘Plattelandsgemeente’ Ze zoekt daarom actief de dialoog op. “In het buitengebied wonen weinig mensen, maar ook die moeten vertegenwoordigd worden. Ik wil aandacht vragen voor de onderwerpen

22

grondig - Januari 2014

Dit voorjaar zijn de nieuwe gemeenteraadsverkiezingen. In de aanloop daar naar toe belichten we een aantal ondernemers uit de sector die actief zijn in de politiek. Wat is hun motivatie, wat hebben ze bereikt en wat is hun ambitie. De politieke kleur verschilt, maar uiteindelijk hebben ze allemaal vooral sectorbelang als aandachtsgebied. Want je kunt je ergeren aan belemmeringen voor landbouwverkeer, je kunt er ook zelf wat aan doen.

die hier spelen, want anders raken we ondergesneeuwd. Onze gemeente kwalificeert zich wel als een ‘plattelandsgemeente’, maar de agrarische sector wordt al snel in een hoekje geduwd. Willen we ruimte houden om te ondernemen, onze boterham te blijven verdienen en niet dichtgeslibd raken met regels, dan moet die vertegenwoordiging er zijn.” Behalve dat inwoners haar bellen met vragen komen haar ook zaken ter ore omdat ze bij een loonbedrijf werkt. Het werkt ook andersom. Zij belt ondernemers op om ze te wijzen op zaken die gaande zijn in hun omgeving, zodat ze daarop kunnen anticiperen. “Het is belangrijk dat hun stem politiek wordt gehoord, want ambtenaren kijken vaak niet verder dan hun bureaurand. Sommigen hebben geen idee van wat er zich buiten afspeelt. Ik wil met beide voeten op de grond staan en midden tussen de mensen staan, zodat ik zie wat er om me heen gebeurt.” Maar heet dat geen belangenverstrengeling, met een loonbedrijf in diezelfde regio? “Integriteit is momenteel erg actueel, maar voor belangenverstrengeling heb ik altijd gewaakt. Ik heb twee fractiegenoten die zich met dezelfde onderwerpen bezighouden en geen agrarische achtergrond hebben, dus als het onderwerp te dichtbij komt, stel ik één van hen aan als woordvoerder. Soms onthoud ik me ook van stemming. Daarin maak ik mijn eigen afweging. Aan de andere kant: we zijn als loonbedrijf ook ooit één klant verloren omdat hij het niet eens was met feit dat ik op een bepaald onderwerp tegen had gestemd.”

Landbouwverkeer Om ambtenaren en bestuurders verder te laten kijken dan die bureaurand heeft ze al een keer een lid van Gedeputeerde Staten op bezoek gehad, maar ook de Statencommissie Ruimte en Infrastructuur. “Af en toe snap je niet waarom bepaalde beslissingen worden genomen, omdat ze in de praktijk levensgevaarlijke situaties opleveren”, vertelt ze. Zo streed ze tegen het verbod van landbouwverkeer op de N280. “Dat was totaal niet logisch. Het zorgde ervoor dat aardappel- en bietenrooi-


ers, hakselaars en andere landbouwmachines dwars door de stad Roermond moesten, winkelend publiek passerend. Ook mochten landbouwmachines niet via de hoofdrijbaan over de Maasbrug, dus reden ze op dezelfde baan als de fietsers. Dat zorgde voor enorm onveilige situaties. We hebben met de gemeente Roermond om de tafel gezeten. Ik heb drie keer bij de provincie ingesproken. Nu mogen we via de Rondweg 75. Dat is voor ons wel 1,7 kilometer omrijden, maar het is een stuk veiliger. Een ongeluk wil je niet op je geweten hebben.” Landbouwverkeer is haar ‘tik’, zoals ze het zelf noemt. Ze zit in de landelijke verkeersgroep van CUMELA en in het stakeholdersoverleg dat zich sterk maakt voor een netwerk van doorgaande landbouwroutes in Limburg en Noord-Brabant. “We werken hierbij samen met gemeenten, provincies en het rijk. Behalve dat we door samenwerking de kosten kunnen delen, is samenwerking essentieel als je wat wilt bereiken. Vertegenwoordiging vanuit de sector speelt daarbij een grote rol, vanwege onze praktijkervaring. Wij denken wel dat iedereen weet wat een loonbedrijf is, maar dat is helemaal niet zo. Het is voor veel mensen een blinde vlek. Het is aan ons de taak dat uit te leggen.” Voor de komende verkiezingen is er één lijst ontstaan uit de vier oude lokale partijen. Hesen staat op de vierde plek van Lokaal Peel en Maas. Ze hoopt dat haar partij in de coalitie komt, maar ambieert zelf geen bepaalde functie. “Wethouder zijn betekent ook dat je veel moet opgegeven. Je hebt geen tijd meer voor je werk, voor je gezin, dus dat zie ik niet zitten.

Ik wil best mijn steentje bijdragen, maar raadslid zijn kost me al veel tijd. Gelukkig geeft mijn man me de vrijheid en snapt dat hij af en toe zelf zijn eten warm moet maken als ik weer eens naar een vergadering ren.”

Tekst & foto: Marjolein van Woerkom

Naam: Jeanne Hesen-Slots Bedrijf: Loonbedrijf Maas BV in Kessel Werkzaamheden: huismanager en administratief medewerkster op het loonbedrijf van haar man en zijn compagnons Gemeente: Peel en Maas Partij: Lokaal Peel en Maas Functie: raadslid Beleidsterreinen: ruimtelijke ordening, integrale veiligheid Tijd: twintig uur in de week Politiek betrokken sinds: 2006 Benodigde eigenschappen: veel geduld, op strepen durven staan, voor jezelf en anderen op durven komen. Slogan: “Ik wil met beide voeten op de grond staan.” Facebook: LokaalPeelenMaas

grondig - Januari 2014

23


Het is het probleem van veel ondernemingen: werknemers die de ene dag bijna niets

vent en visie

te doen hebben en de andere dag overuren moeten maken om het werk af te maken. Kuiken had er in zijn onderhoudswerk ook mee te maken en gooide het roer radicaal om. Na zeven maanden maakt directeur service Harry Elling de balans op. “Het is een succes, maar we zijn door een diep dal gegaan.”

Minder verloren uren Harry Elling, directeur service bij Kuiken in Emmeloord Zeven maanden na de radicale verandering van de manier van werken kijkt Harry Elling, service directeur bij Kuiken in Emmeloord, met gemengde gevoelens terug op de veranderingen die zijn doorgevoerd (zie pagina 26). Maar wat resulteert is een zeer positief gevoel, haast hij zich te zeggen, “alleen we hebben het een en ander wel onderschat. Achteraf kun je zeggen dat we misschien iets te veel wilden. We zijn niet alleen naar een nieuwe werkwijze gegaan, waarbij we de werktijd van monteurs veel flexibeler gingen inzetten, maar tegelijk zijn alle monteurs ook van huis uit gaan werken. Dat had dus invloed op hun manier van werken, maar ook financieel gaf het de nodige veranderingen. Je raakt de mensen tegelijk privé en voor het gevoel ook financieel en dat is iets wat je niet moet onderschatten.” De aanleiding om het werk heel anders aan te pakken, was ook voor Kuiken een financiële. Net als bij heel veel andere werkgevers is het bij Kuiken momenteel scherp op de kosten letten. Door de crisis is enerzijds het aantal onderhoudsuren gedaald, omdat er minder machines zijn en de andere machines minder uren maken, en willen anderzijds de klanten graag onderhoud in tijden dat de machine toch stil staat, constateert Elling. “We merken dat bedrijven veel krapper in de machines zitten. Daardoor is er nauwelijks ruimte om een machine stil te zetten. Elke klus wordt aangepakt, of er nu onderhoud gepland is of niet. Dus kan het zo weer gebeuren dat een beurt weer een paar dagen wordt uitgesteld.” Kuiken heeft daar begrip voor, om klanten te behouden, maar, constateert Elling, het gevolg was wel dat er bij de servicemonteurs steeds meer onproductieve uren kwamen. “In 2012 kwamen we uiteindelijk op vijftien procent onproductieve uren per werknemer, terwijl diezelfde man wel meer dan twintig procent overuren maakte. Als je dat goed bekijkt, besef je dat er een scheefgroei is ontstaan. Scheefgroei die in deze tijd veel te veel geld kost, want die onproductieve uren moet je wel gewoon betalen. Terwijl het werk in de overuren door de extra salariskosten eigenlijk te weinig opbrengt om die uren te betalen.” Het is een situatie die veel cumelabedrijven zullen herkennen. Ook daar zie je dat het moeilijk is om aan voldoende betaalde uren te komen, terwijl er aan de andere kant te veel piekmomenten zijn waarop de werknemers lange dagen maken en volop in de overuren lopen.

24

GRONDIG - Januari 2014

Wat Elling bij het veranderen van de werkwijze achteraf gezien veel beter had gekund is het meekrijgen van de werknemers. “Dat is iets wat we absoluut hebben onderschat. We weten nu dat we daar meer aandacht aan hadden moeten besteden. Intern zijn we meer dan een jaar bezig geweest om het voor te bereiden, ook samen met de vakbonden en de OR, maar we hadden eerder met alle personeelsleden moeten gaan communiceren.” Elling beseft nu nog beter dat er toen veel werd gevraagd. “Mensen kregen plotseling te horen dat ze te maken kregen met minder vaste werktijden, terwijl de overwerktoeslag verdween. Daar stond wel een compensatie tegenover, maar mensen kijken toch eerst naar hun eigen portemonnee. Daar kwam nog bij dat ze niet langer meer naar de vestiging mochten, maar van huis uit naar de klant moesten. Hun vaste routine viel dus weg. Bij enkelen leverde dat echt een negatieve houden tegenover de firma en dus ook tegen de klanten op. Dat is iets wat we nu ook duidelijk zeggen tegen bedrijven die iets dergelijks overwegen. Iedereen is nieuwsgierig hoe het gaat en dan is juist die zorg voor werknemers een van onze belangrijkste boodschappen. Gelukkig waren er ook veel werknemers die wel inzagen dat er iets moest gebeuren. Zij wilden ook graag hun baan houden.”

“In 2012 kwamen we op vijftien procent onproductieve uren per werknemer.” Het voordeel voor Kuiken illustreert Elling met dat van de storingsmonteurs. “Vroeger hadden we er elke avond wel vijf klaar zitten, maar die werkten dus vooral tussen 17.00 en 20.00 uur voor het werk dat na de productietijd kon worden gedaan. Daar hebben we nu een monteur in de reguliere uren voor. Nu we dat hebben afgevangen, hebben we nog maar één iemand nodig voor de rest van de uren.” Natuurlijk ging het invoeren van het nieuwe werkschema niet zo maar, want voor veel werknemers betekent het minder lucratieve overuren. Om aan die bezwaren tegemoet te komen, heeft Kuiken voor alle monteurs de salarissen met vier procent verhoogd als een flextoeslag. Dat is voor de mensen extra voordelig, benadrukt Elling. “Die vier procent telt namelijk ook mee voor je vakantiegeld


en - misschien nog belangrijker - het pensioen. Dat heb je niet bij overuren.” Ook bij de vakbonden stuitte de nieuwe regeling in eerste instantie op bezwaren. Het blijft natuurlijk moeilijk om vaste afspraken te veranderen. “Maar uiteindelijk zijn we er daar nu goed uitgekomen. Nu horen we via via zelfs dat ze ons als voorbeeld stellen”, glimlacht Elling. Ondanks die inspanningen om werknemers mee te krijgen, leidde het nieuwe werken tot het vertrek van enkele werknemers. “Volgens onze softwareleverancier een normaal verschijnsel. Die had al de ervaring dat bij het invoeren van een dergelijke werkwijze tien tot vijftien procent van de mensen vertrekt. Gelukkig heeft een aantal van hen al ondervonden dat het gras niet overal groener is. Twee van hen zijn al terug en twee anderen komen alweer opvallend vaak een bakkie doen”, grijnst Elling.

“We hebben niet alleen onze efficiency verbeterd, we kunnen de klant ook beter helpen.” Tegelijk met het nieuwe werken voor de monteurs probeert Kuiken ook de klanten beter in het systeem te laten passen om zo de planning gemakkelijker te maken. Zo krijgt iedereen die een week vooraf een klus inplant een korting van tien procent op de factuur. De klant heeft daarbij de ruimte om binnen het tijdvak tussen 6.00 en 20.00 uur zelf voorkeurstijden aan te geven. “Helaas wordt daar nog weinig gebruik van gemaakt. Klanten blijven dat moeilijk vinden, maar misschien hebben we daar ook onvoldoende over gecommuniceerd”, aldus Elling. Ook onderhoud op zaterdag blijft mogelijk, al geldt daarvoor wel een heldere toeslag. Al het werk kost dan €10,- per uur extra. De verandering die de nieuwe werkwijze met elektronische werkbonnen op de organisatie heeft gegeven, is enorm, stelt Elling. “Voor we dit systeem invoerden, verwerkten we 68.000 bonnen per jaar. Met alle problemen die bedrijven wel zullen kennen: te laat ingeleverde urenbriefjes, onleesbare briefjes, vergeten te noteren onderdelen, verkeerd geregistreerde onderdelen, enzovoort. Alleen daar al hebben we een enorme efficiencyslag gemaakt.” Tegelijk vroeg het een enorme investering, want inmiddels staat de teller al op 1,3 miljoen euro, verzucht Elling. “En we zijn nog niet klaar, want ook in 2014 willen we nog een flinke investering doen om VCM in België in het systeem mee te laten lopen en bij ons allerlei extra voorzieningen te treffen. Want als je eenmaal zaken beter in beeld krijgt, wil je ook meer.” Ondanks die forse investering en diepe dalen is Elling nu tevreden over het resultaat. “We hebben niet alleen onze efficiency verbeterd, we kunnen de klant ook beter helpen. Alles ligt namelijk vast in ons systeem, dus geen onvoltooide reparaties meer vanwege ontbrekende onderdelen. Alles ligt vast en wordt nageleefd. Zo heeft zowel Kuiken als de klant voordeel bij het systeem en voorkomen we aan twee kanten onnodige kosten.”

Tekst & foto: Toon van der Stok

GRONDIG - Januari 2014

25


Werkwijze bij Kuiken radicaal veranderd

Om het aantal effectieve uren van de werknemers te vergroten en tegemoet te komen aan de wensen van de klant om flexibeler met de onderhoudsuren om te gaan, besloot Kuiken het roer volledig om te gooien. Het resulteerde in een andere manier van werken, waarbij niet langer het weekrooster centraal staat. Werknemers worden niet langer standaard 40 uur per week ingepland, maar de planner kijkt wanneer ze deze uren kunnen maken. Wel is het uitgangspunt dat ze de uren zo gelijkmatig mogelijk krijgen toebedeeld. Het kan echter wel zo zijn dat ze de ene week de maximaal toegestane 48 uur maken en de week erop maar 32 uur. Pas als ze per kwartaal meer dan 520 uur maken, wordt dit uitbetaald als overwerk. Basis van dit systeem is een nieuwe werktijdindeling waarbij werknemers op hun werkdagen tussen 6.00 uur en 20.00 uur beschikbaar moeten zijn. Deze uren gelden als gewone werkuren zonder overwerktoeslag, vertelt directeur service Harry Elling. “Natuurlijk is daar ook wat vrijheid tegenover gekomen. De werknemers kunnen ook aangeven wanneer ze niet beschikbaar zijn, bijvoorbeeld als ze ’s morgens de kinderen naar school moeten brengen of als ze ’s avonds moeten sporten. Maar dat kan natuurlijk niet vijf dagen in de week.”

26

GRONDIG - Januari 2014

Tegelijk is vastgelegd dat de zaterdag één keer per vier weken tot de gewone werkdagen behoort. Iedereen is verplicht om minimaal één keer per vier weken beschikbaar te zijn op zaterdag. “Al valt ook dat mee”, stelt Elling vast. “Er zijn werknemers die graag op zaterdag werken, omdat hun partner dan ook werkt. Die nemen bijvoorbeeld elke woensdag vrij. Terwijl er ook monteurs zijn die nog nooit op zaterdag hebben gewerkt.” Voor de uren buiten de gewone werkuren blijft wel een overwerktoeslag van toepassing. Die wordt hoe dan ook uitbetaald als een werknemer bijvoorbeeld na acht uur ’s avonds moet werken of op zondag.

Van huis uit

De tweede grote verandering in de organisatie was het afstappen van het werken vanuit één van de vestigingen. Gingen de monteurs voorheen altijd eerst naar de vestiging om onderdelen te halen en opdrachten te verzamelen, nu werkt iedereen van huis uit. Daarbij geldt dat ze een kwartier reistijd voor zichzelf hebben en dat alle overige reistijd gewoon als werktijd geldt. Om ze van materiaal te voorzien, heeft Kuiken een overeenkomst met een koeriersbedrijf dat ’s nachts alle bussen van de juiste onderdelen voorziet. In Emmeloord is tegelijk

een klein distributiecentrum opgezet, dat overdag alle noodzakelijke onderdelen die naar de bussen moeten klaar maakt voor verzending. Om snel en effectief te kunnen werken, heeft iedereen een tablet gekregen met daarop een roosterprogramma. Daarin kan de monteur zelf zijn gewenste vrije uren invullen, maar krijgt hij ook zijn werkbon. Elke avond of ochtend ziet hij zo direct waar hij naar toe moet. De tablet vervult nu een belangrijke functie in de hele bedrijfsadministratie. De tablet is namelijk tegelijk de scanner waarmee onderdelen die worden gebruikt direct worden ingescand. Aan het eind van een klus sluit de monteur het werk af op zijn tablet en krijgt hij gelijk een overzicht in beeld van de tijd die hij heeft besteed, de uitgevoerde werkzaamheden en de gebruikte onderdelen. De monteur laat vervolgens de werkbon controleren door de klant, die deze vervolgens ter goedkeuring ondertekend. Als de opdracht is afgerond, gaat er niet alleen een bon naar Kuiken, maar ontvangt ook de klant via de mail een overzicht van de uitgevoerde werkzaamheden. Dat is in principe ook het akkoord voor het werk als er geen reactie komt. Binnen enkele dagen gaat dan de factuur de deur uit.


Deze bedrijven wensen u een mooi en succesvol 2014!

BMWT-KEUR

ADVIES


Onderhoud

Zelf efficiënter sleutelen Nieuwe werkplaats van Jennissen in Den Dungen is al vol in gebruik De nieuwe werkplaats met alles erop en eraan is een weloverwogen keuze geweest van Jennissen in Den Dungen. Het bedrijf doet het onderhoud bewust zoveel mogelijk zelf. Dat is volgens Jennissen goedkoper en vergroot het aantal werkbare uren van mens en machine. Het onderhoud wordt consequent zoveel mogelijk door de eigen vaste monteurs gedaan. In april vorig jaar werd het nieuwe pand van loon- en grondverzetbedrijf Jennissen in Den Dungen geopend. Onderdeel daarvan is de nieuwe werkplaats. Die is toen snel in gebruik genomen, zonder dat alle finesses af waren. Het werk gaat door en voor. Tijdens ons bezoek is de werkplaats nog niet helemaal af. Zo moeten de grote olieopslagvaten nog worden geïnstalleerd in het smeerhok, komen er nog leidingen om op de werkplek rechtstreeks de afgetapte olie te kunnen afzuigen en staat een bandenapparaat nog op het verlanglijstje. Het is tijdens ons bezoek, begin december, rustig in de werkplaats vanwege de gunstige weersomstandigheden die dag. “Dan pak je je kansen, dat gaat altijd voor”, zegt Edwin Jennissen. Alle manschappen (vijftig man vast personeel plus wat zzp’ers en losse arbeidskrachten) zijn op karwei. En dat is precies waar het volgens Jennissen en werkplaats-chef Roel Lansman om draait. De werkplaats is een eigen servicedienst om zo veel storingsvrije factureerbare uren te kunnen schrij-

28

GRONDIG - Januari 2014

ven tegen een zo laag mogelijke prijs. “Wij kunnen flexibel plannen, omdat wij het onderhoud zelf doen. De forse investering in deze werkplaats verdient zich op termijn terug in lagere onderhoudskosten en in een hogere productiviteit”, verduidelijk Edwin zijn strategie.

Korte lijnen Er wordt in het nieuwe pand gewerkt met korte lijnen. De planner zit vooraan in het nieuwe kantoor en ziet alles binnenkomen. Achter hem is de plek van Edwin en daarachter heeft Roel zijn eigen werkplaatskantoor. Roel is direct zichtbaar door de ruiten. “Contact is snel gelegd en even overleggen doe je sneller dan wanneer je fysiek meer gescheiden zit”, zegt Edwin. Uitbesteden aan de dealer ziet hij niet zitten. “Dan ben je ingepland en is de trekker of kraan de hele dag weg. Bovendien moet je hem brengen en halen, dat kost tijd en dus geld. Dan heb ik het nog niet over uurtarieven, hogere prijzen van onder-


delen en smeermiddelen, de dag volschrijven en eventuele verrassingen op rekeningen. Eigen personeel is goedkoper en sleutelt volgens ons effectiever. Bovendien leer je de machines beter kennen als je alles zelf onderhoudt. Dat werkt ook preventief en helpt bij het kiezen van het inruilmoment.” Roel voegt daaraan toe dat het zelf inkopen van onderdelen en toebehoren ook loont. “De filters kopen we bijvoorbeeld per pallet groot in en dat kan wel een factor vier schelen ten opzichte van origineel bij de dealer. Olie gaat ook in de grote bulk. Bij onderdelen moet je alert zijn. Daar valt veel te verdienen, omdat de marges behoorlijk verschillen”, aldus Roel. “We zijn fel op scherp inkopen; daar tijd in stoppen loont”, vult Edwin aan. Als voorbeeld noemt hij een kapotgelopen turbo die elders nieuw een kwart kostte van het origineel en een hydrauliekpomp van een afgebrande sloopmachine die een fractie van nieuw kostte.

Korte lijnen en scherp inkopen. Daarom heeft Roel Lansman vanuit zijn kantoor direct oogcontact met de werkplaats en de planning. Binnenkomend ‘volk’ moet altijd langs zijn kantoor.

Eenheid in het machinepark betekent ook eenheid in onderdelen. Deze staan op pallets grijpklaar in de opslag boven de nog deels in te richten las- en verspaningsafdeling.

Merkentrouw Jennissen werkt bewust met vaste merken, zoals mobiele Liebherr-kranen (twaalf stuks), Fendt-trekkers (42 stuks) en Claas-hakselaars. “We proberen ze zo uniform mogelijk uit te voeren, zelfs de banden. Daarmee vergroot je de uitwisselbaarheid en het vergemakkelijkt het onderhoud”, stelt Edwin vast. “Wij hebben al jaren Claas-hakselaars”, zegt Roel. “We kennen ze op ons duimpje. Onderdelen hebben we klaar liggen in de opslag en er is altijd een nieuwe korrelkeuzer standby.” Een oudere trekker en graafmachine hebben ze altijd achter de hand voor calamiteiten. “Het achter de hand houden van zo’n afgeschreven machine hiervoor is rendabeler dan inruilen.” De onderdelen liggen per merk in schappen opgeslagen op pallets. Roel: “We kunnen zo heel planmatig de machines afwerken. Voor het eind van het jaar wil ik altijd de onderhoudsronde voor een groot deel klaar hebben, om de kosten nog af te kunnen boeken op dat jaar.”

De aparte olieruimte is ook nog niet af, de open vloer met ingebouwde olieopvang wel. Hier komen nog de grote vaten die worden gekoppeld aan de directe olieafzuiging vanuit de werkplaats.

Vaste monteurs Belangrijk in de strategie vormt vast onderhoudspersoneel. Roel, een vaste monteur en een halftijds leerlingmonteur doen het werk. Ze hebben een vast mannetje voor het schoonspuiten van de machines. Alleen in piektijden sleutelen enkele andere medewerkers met de nodige sleutelervaring en kundigheid mee. Jennissen: “Chauffeurs en machinisten moeten hun kerntaak uitvoeren. Als ze thuis zijn, moeten ze niet nog een machine schoon moeten spuiten, een lampje vervangen of wat dan ook. Zij kunnen dat minder snel en hebben daar na een lange dag ook geen zin in en het kost ons extra overuren. Bovendien is er kans op wachttijden.” Alle calamiteiten melden de chauffeurs op hun dagstaat en op het planbord. Roel regelt het onderhoud voor die avond en zorgt dat het spul de volgende morgen weer klaar staat; (voldoende) gerepareerd of een vervanger. Anders gezegd, de werkplaats is ’s avonds meestal bezet.

Aangenaam De 50 bij 25 meter metende werkplaats heeft vloerverwarming via aardwarmte en ventileert via de nok. Zonnepanelen komen ook nog op het dak te liggen. “Vloerverwarming

geeft een aangename warmte en is een must om machines (en vloer) snel droog te krijgen. Je hebt geen last van tocht en met de nokventilatie in combinatie met het openzetten van een deur zijn dampen zo afgezogen.” Opvallend is ook dat je van buitenaf niet zomaar de werkplaats in kunt. “Dat willen wij niet. Je moet altijd langs ons. Op die manier wordt er in de werkplaats alleen gesleuteld.” De aanschaf van een bandenapparaat zien zij ook zo. “In een kwartier heb je een band verwisseld. Je kunt dan ’s zomers en voor droge omstandigheden banden met dertig procent of minder profiel monteren. Je gaat daar niet voor naar een bandenbedrijf”, zegt Edwin. De dealer komt nog meehelpen bij enkele specialistische machines en als er iets aan de laptop moet. “Dat kunnen we helaas nog niet zelf, maar we verwachten dat dat in de toekomst ook zal gaan gebeuren.”

Tekst & foto’s: Gert Vreemann

GRONDIG - Januari 2013

29


Wat dekken we eigenlijk niet? De CUMELA Compleet-machinepolis Wij verzekeren al uw werkmateriaal goed en betaalbaar. Ook als schade ontstaat tijdens graafwerkzaamheden bieden wij een zeer complete dekking:

in heel West-Europa ongeacht het gebruik directe schade en gevolgschade is verzekerd en zonder KLIC-clausule U meldt en wij regelen de schade voor u. Snel, deskundig en zonder gezeur.

CUMELA Verzekeringen kent als geen ander de wereld van agrarisch loonwerk, grondverzet, infra- en cultuurtechnische werken. Doorgewinterd in de praktijk, wijs door schade en schande en uitstekend op de hoogte van wetgeving en modern risicomanagement. Daarom is CUMELA Verzekeringen bij uitstek in staat om verzekeringen te ontwikkelen voor u en uw onderneming, uw mensen, middelen en materieel.

Vraag onze adviseurs naar de CUMELA Compleet-machinepolis. Want voor hetzelfde geld bent u gewoon beter verzekerd bij CUMELA Verzekeringen.

Meer weten? Bel (0)33 247 49 60 of mail naar verzekeringen@cumela.nl. www.cumelaverzekeringen.nl

CUMELA Verzekeringen. Al uw belangen goed verzekerd!

CUMELA Verzekeringen: de beste keuze!

VERZEKERINGEN BV

sten in i l a i c e p n infra e Vo o r s d n o r groen, g Bezoekadres: Nijverheidsstraat 13 te Nijkerk E-mail verzekeringen@cumela.nl Website www.cumelaverzekeringen.nl AFM vergunningsnummer 12004236

Correspondentieadres: Postbus 1156 3860 BD Nijkerk Tel. (033) 247 49 60 Fax (033) 247 49 61


T: 073-503 25 27 F: 073-503 27 04 E. info@steenbergen-bouw.nl Kistenbewaring

Bulkopslag

Hout en beton

www.steenbergen-bouw.nl uw specialist in bewaringen - loodsen

adv 98 x 134.indd 1

16-12-13 13:07


Een passend advies ontzorgt Aan motorolie worden steeds hogere en specifiekere eisen gesteld Nieuwere generaties motoren stellen hogere en specifiekere eisen aan de motorolie. Dat druist in tegen de wens uit de praktijk naar zo weinig mogelijk oliesoorten voor een zo laag mogelijke prijs. Uit onze inventarisatie onder olieleveranciers blijkt dat zij twijfelen of duurdere oliën per draaiuur wel duurder zijn. Een goed gesprek over de kwaliteit, gekoppeld aan een gegarandeerd advies, is de belangrijkste trend die we signaleren om succesvol te smeren.

Zo simpel als hier bij loon- en grondverzetbedrijf Pelle in Hengevelde kan het. Dat heeft op advies van olieleverancier Salland Olie een kwaliteits-10W40 van Texaco in de bulk en daarnaast een vijfjarig onderhoudscontract voor een aantal jonge, moderne machines. Pelle kan zo met deze ene universele olie toe voor deze oudere Liebherr en voor de rest van zijn machinepark. Dat olie bij de dealer wellicht iets duurder is en er voor een aantal machines misschien wel goedkopere te verkrijgen is, snappen ze bij Pelle. De voordelen van die gegarandeerde onderhoudscontracten in combinatie met die ene motorolie voor de rest van het machinepark wegen voor het bedrijf echter zwaarder. Je hoort dat in deze lastige economische tijden behoorlijk wat bedrijven graag euro’s besparen op de olie. Zij laten hun olieleverancier een advies geven en een offerte maken. Als er dan € 2,50 per liter voor een kwaliteitsolie of zelfs tegen de € 3,- voor een hoogwaardige syntheet uit komt, is de weg vrij voor een product van een prijsinbreker van minder

32

GRONDIG - Januari 2014

dan € 2,- of kiezen bedrijven toch die goedkopere variant van de eigen leverancier. Uit onze inventarisatie onder olieleveranciers blijkt dat zij aan die laatste wens kunnen voldoen, maar dat ze betwijfelen of dit de meest economische route is.

Kwaliteitseisen specifieker Olieleveranciers zijn ervan overtuigd dat we in onze sector snel toe gaan naar standaard een hoogwaardige synthetische 10W40- of zelfs dunnere 10W30-olie, omdat motorleveranciers voor de nieuwste generatie Stage IIIb- en Stage IV-krachtbronnen dergelijke hoogwaardige Low SAPS-oliën eisen en er oudere generaties machines met lagere specificaties op de motorolie worden ingeruild. De trend is dat steeds meer motorleveranciers (bijvoorbeeld Deutz, MAN, Mercedes en Cat) zelf specifieke eisen opstellen. Die vallen dan wel binnen een bepaalde API/ACEA-klasse (bijvoorbeeld ACEA E7/E9), maar er moet dan binnen die klasse wel


een goedkeur voor de desbetreffende motor op zitten. Met die algemene ACEA-kwalificatie kunt u dus niet voor elke machine uit de voeten. Die hoge ACEA E7/E9-kwalteitsnorm kan met een relatief goedkope minerale 15W40 net worden gehaald, maar ook ruim met een hoogwaardige 10W40-syntheet. Een goede syntheet zal binnen die E7/E9 meer goedkeuren van motorfabrikanten hebben dan een goedkopere variant. En dan is er nog en groot tussengebied met halfsyntheten of welke producten dan ook. Bij gelijke verversingsintervallen zit je ook nog met de verschillen in kwaliteit van de olie in de motor. Een goedkopere minerale olie zal sneller in kwaliteit afnemen dan een halfsyntheet of volsyntheet, met alle mogelijke gevolgen (bij hoge, ongewone of overbelasting) aan het eind van het interval. Olieleveranciers geven aan dat (dunnere) synthetische oliën door hun hoogwaardiger eigenschappen vanwege een lagere weerstand ruwweg één procent brandstofbesparing geven. Deze uitspraken zijn gebaseerd op tests en op ervaringen vanuit de truckindustrie. Als je dit doorrekent, is het prijsverschil tussen goedkoop en duur zo terugverdiend. Zie ons redactioneel commentaar. Leveranciers geven aan dat dit verhaal niet simpel uit te leggen is, omdat die brandstofbesparingen in onze sector maar moeilijk hard te maken zijn.

Namens de Mobil-leveranciers geeft Oirschot Olie aan dat steeds meer klanten de meerwaarde inzien van hoogwaardiger synthetische oliën, gekoppeld aan een totaalplan in combinatie met oliekwaliteitsbemonstering.

Nieuwkomer Traxx geeft nadrukkelijk aan zich te concentreren op een totaaladvies, waarbij gegarandeerd alleen ‘approved’ oliën worden verkocht.

Afwijkend Bij het toepassen van olie die toegelaten is, maar waarvan de kwaliteit afwijkt van die van de ideale oliesoort, schrijft de motorfabrikant in sommige gevallen kortere intervallen van 250 of zelfs 125 uur voor. Wat u dan meer uitgeeft, kunt u gemakkelijk berekenen. Als u daarentegen machines least, met inruilgarantie koopt of standaard snel inruilt, zal een langere levensduur van de motor voor u minder zwaar wegen. Goedkopere olie die voldoet aan de voorschriften is voor u dan voldoende om ingedekt te zijn. In de praktijk komen er naast fabrikanten-goedkeur (‘approved’) oliesoorten voor met de term ‘meet’ en ‘pending’. ‘Meet’ wil zeggen dat de kwaliteitsnorm wordt geclaimd, maar dat er geen specifieke goedkeur van de motorfabrikant op zit. ‘Pending’ geeft aan dat de oliefabrikant aangeeft bezig te zijn om die kwaliteitsnorm te halen en in afwachting is van de vrijgave. U zult begrijpen dat u bij ‘meet’ en ‘pending’ minder sterk staat bij calamiteiten. Om zeker te zijn, zult u het kwaliteitsblad van die specifieke olie bij uw leverancier moeten opvragen en dit bij twijfel (als het motortype niet expliciet is genoemd) bij uw machineleverancier checken.

Advies op maat Volgens olieleveranciers is er een trend te bespeuren dat vanwege de specifiek vereiste kennis steeds meer bedrijven hun olieleverancier een passend smeerplan laten maken en laten tekenen voor het voldoen aan de kwaliteitseisen van het machinepark. Dat ontzorgt u. In dat gesprek kunt u zelf uw wensen op tafel leggen ten aanzien van kwaliteit en prijs en het gesprek aangaan over wat u in de bulk wilt hebben en wat specifieker in het vat voor de veeleisender machines. Een paar leveranciers uitnodigen voor een goed gesprek en niet besparen op kwaliteit wordt gezien als de beste route. Hierna volgen twee verhalen, waarin Shell de keuze voor de nieuwe hoogwaardiger, dunnere 10W30-syntheet uitlegt en waarin Kroon Oil de resultaten van zijn productfinder bespreekt.

Tekst: Gert Vreemann Foto’s: Vreemann, leveranciers

GRONDIG - Januari 2014

33


onderhoud

Brandstof besparen met dunnere motorolie OQ Value BV promoot synthetische 5W30- en 10W30-motoroliën Brandstof besparen met dunnere motoroliën is in de vrachtwagenwereld al gaande. Shell-distributeur OQ Value BV wil deze lijn op korte termijn doortrekken naar de landbouw- en grondverzetsector door naast de bestaande oliën een 10W30 Low SAPS-motorolie te introduceren die voldoet aan de ACEA E9- en API CJ-4-normen. De testen zijn afgerond en de olie is vanaf nu te verkrijgen. Het kan allemaal heel simpel. Je hebt een goede relatie met je olieleverancier en verlangt van hem deskundig advies en olie die voldoet aan de fabrieksspecificaties van jouw merken. Daarmee hoef je niet echt na te denken over deze materie. Als er weer eens een vaatje nieuwe olie bij komt voor een nieuw aangeschafte machine, dan zie je dat wel. De olieleverancier ontzorgt jou en je bent altijd ingedekt. Zo gaat het ook vaak bij Oliehandel Van den Berg in Tiel, onderdeel van de OQ Valuegroep. Klanten krijgen advies plus olie en overige smeermiddelen die aan de specificaties voldoen.

Verder kijken Maar intussen kijkt Shell al verder dan de bestaande specificaties. Hans van den End van Van den Berg Olie in Tiel is al bezig om dunnere, op basis van synthetische technologie geproduceerde 10W30- of 5W30-Low SAPS-oliën (de laatste voor vrachtwagens) voorzichtig te promoten. “Volgend jaar willen we daarmee aan de slag, omdat er volgens een intern onder-

34

GRONDIG - Januari 2014

zoek van Shell met de 10W30 in de offroadsector ten opzichte van de 10W40-Low SAPS-motorolie zo’n 0,8 procent brandstof te besparen is”, aldus Van den End. Ten opzichte van de in onze sector nog altijd alom toegepaste minerale 15W40-oliën kan het verschil dus nog groter zijn, zo’n 1,6 procent. Tot een buitentemperatuur van zo’n 35 graden Celsius kan de 10W30-motorolie in bijna alle gevallen worden ingezet. “We hebben het bij Shell dan over de Rimula R5 LE 10W30-Low SAPSmotoroliën volgens de hoogste E9- en CJ-4-specificatienorm. In vrachtwagens wordt de synthetische Rimula R6 LME 5W30 toegepast. Shell claimt zelf bij vrachtwagens ten opzichte van dikkere minerale motor- en transmissieoliën een brandstofbesparing van drie tot vijf procent. Altijd, omdat deze brandstofbesparing onafhankelijk is van chauffeurs en omstandigheden. “Een belangrijk gegeven ook voor de offroadsector. Het zijn besparingen die altijd doorgaan, ongeacht de weersomstandigheden, het rijgedrag, de belasting of wat dan ook. Je hoeft er feitelijk verder niets voor te doen.”


Niet vanzelf Niet alle (truck)motoroliën zijn geschikt voor de offroadsector. Dat komt doordat de motoren in de offroadsector anders worden gebruikt dan in het wegtransport. In het wegtransport heb je het vermogen even nodig en daarna draait de truck kilometers lang op een constante lage belasting. Dat geeft minder motorbelasting. Bovendien liggen de koppelkrommes in de offroadsector anders; in zijn algemeenheid bij een lager toerental en relatief hoger dan bij de trucks. De landbouw en het grondverzet kennen ook meer langdurige hoge belastingpieken en meer belastingvariaties. Van den End: ”Dat stelt hogere eisen aan de oliefilm. We weten uit duurtestmetingen al dat we daar niet bang voor hoeven te zijn. Deze oliën kunnen dat aan. Aan de andere kant heb je onder koude omstandigheden en bij de start juist een voordeel met de dunnere olie. De smeerfilm is sneller opgebouwd en de olieflow is beter. “Knelpunten zijn uiteraard de temperatuuromstandigheden. Die worden per klimaatzone bekeken. In ons klimaat is een 10W30 mogelijk, een 5W30 in heel veel gevallen ook, maar doordat verversingsintervallen worden bepaald door de fabrikant is dit in de offroadsector in de meeste gevallen bedrijfseconomisch niet interessant.”

Even rekenen Bij een verbruik van twintig liter per uur praat je op 500 uur over een besparing van rond de € 100,- tot € 200,- op brandstof. De olie is wel iets duurder, maar bij een te verversen hoeveelheid van 20 tot 25 liter houd je op 500 uur toch nagenoeg

de opgegeven besparing over. Van den End: “De besparing kan nog een stuk groter zijn door niet alleen de motorolie te vervangen door op synthetische technologie gebaseerde oliën. Dan kom je mogelijk op die drie tot vijf procent uit die Shell opgeeft in de truckbranche.” Volgens Van den End zijn er nog veel gebruikers die met minerale 15W40-oliën werken. “Die kunnen nu alvast een tussenstap maken door over te schakelen op hoogwaardiger synthetische 10W40-Low SAPS-oliën. Deze zijn heel iets duurder dan de minerale oliën, maar hiermee pak je ook al een brandstofbesparing van 0,8 procent. Bovendien zijn deze oliën net als de 10W30 en 5W30 op basis van synthetische technologie stabieler, zodat ze vuil beter opnemen en slijtage en hotspots voorkomen.”

Al beschikbaar Van den End geeft aan dat Shell de 5W30- en 10W30producten met de juiste specificaties nu beschikbaar heeft. “Met de introductie van dunnere oliën in de offroadsector is dan weer een efficiëntiestap gemaakt. Een 10W30 zal zeker mogelijk zijn, daarvan zijn we op basis van onderzoek al overtuigd. Wij gaan ervan uit dat we volgend jaar onze klanten deze nieuwe oliën al kunnen adviseren.” Hij eindigt met de opmerking dat moderne oliën met hoge specificaties altijd in oudere motoren (van Stage I tot en met Stage III) kunnen worden toegepast. Daar hoef je het niet om te laten.

Tekst & foto: Gert Vreemann

Op advies Bij loonbedrijf Den Hartog in Culemborg, klant van Van den Berg Olie in Tiel, staat net deze John Deere 6230 in de werkplaats. Daar staat ook de bekende minerale Shell Rimula R4L-15W40-motorolie. Toch even de handleiding van de 6230 bekeken. John Deere schrijft premium-oliën E9 en E7 voor, alsmede de eigen John Deere Plus 50 Premium-olie. Bij gebruik van deze oliën is het verlengde interval van 500 uur mogelijk. Bij toegelaten minerale olie met een lagere specificatie moet 250 uur worden aangehouden. Den Hartog is heel helder. “Van den Berg adviseert ons en wij gaan ervan uit dat dit bedrijf ons de passende olie en smeermiddelen levert, die voldoen aan de specificaties. Als de dunnere oliën van de nieuwe generatie dan economisch en technisch beter voldoen, zullen die er wellicht komen.” Het kan zijn dat het 15W40-vaatje bij Den Hartog op korte termijn plaats gaat maken voor een 10W30-variant.

Dit is de nieuwe synthetische olie waar het om gaat: de Rimula L5 10W30. In feite een directe broer van de synthetische Rimula L5 10W40 die nu al wordt toegepast in onze sector.

Den Hartog gebruikt nu de alom bekende en veel toegepaste minerale Rimula R4L15W40-motorolie die voldoet aan de hoge CJ-4- en E7- en E9-specificaties.

GRONDIG - Januari 2014

35


onderhoud

“Meestal komen we op twee soorten uit” Kroon Oil: keuze juiste olie via productadvies bespreken Bij Kroon Oil kun je via de productadvies-tool op de website voor elke machine de geadviseerde olie vinden. Dat leverde ons veel verschillende keuzes op. Na een bespreking met de specialisten van Kroon Oil blijkt dat je het gehele voertuigpark meestal kunt smeren met één of twee verschillende oliesoorten, afhankelijk van de situatie en de voorkeur van het bedrijf. Op de website van Kroon Oil tik je bij de productfinder de button ‘Landbouw en grondverzet’ aan. Je gaat naar jouw machine en krijgt een olieadvies op maat. De aanbevolen olie en eventueel andere oliesoorten die ook voldoen. De geadviseerde olie valt het ruimst (grootste temperatuurbereik) binnen de specificaties. Voor de andere oliesoorten geldt dat wat minder, maar ze zijn wel toegelaten en dus voldoen ze.

Breed analyseren Hier begint de zoektocht. Dat is wat Geert Rotman, accountmanager van Kroon Oil, nadrukkelijk aangeeft. Na een inventarisatie van aanbevolen en toegestane oliën wordt er een overzicht gemaakt. In samenspraak met de klant komt hij dan meestal uit op twee oliesoorten die voor heel het machinepark voldoen. “Bij ons meestal de minerale AgriDiesel MSP 15W40-Mid SAPS-motorolie met ACEA E7/E9-specificaties voor de meeste

36

GRONDIG - Januari 2014

merken motoren en specifiek een Agrisynth MSP 10W40-Mid SAPS of een Agrisynth LSP 10W40-Low SAPS met ACEA E6/E7specificaties voor de veeleisender motoren in trucks en motoren met EGR of roetfilter.” Dat is wat de meeste cumelabedrijven volgens hem willen en wat gezien de praktijk ook gewenst is om fouten te voorkomen. “Het is voor de sector beter dat vaste, goede monteurs het olie verversen regelen, maar dat is vaak niet de praktijk”, zegt Rotman. Vervolgens gaat hij nog een stap verder door te bespreken wat de inzet van de machines is. “In de cumelasector worden machines heel divers ingezet. Ze worden ook overbelast, met een langdurig hoge belasting onder hoge temperaturen, of juist veel gebruikt bij stationair of laag toerental. De toegelaten minerale olie is niet altijd berekend op deze overbelasting over het normale interval. Een oplossing is dan het interval wat verkorten of een hoogwaardiger synthetische olie kiezen.”


Mineraal of synthetisch Over de keuze tussen minerale en synthetische olie is productspecialist Tom Bruggeman van Kroon Oil helder. Moderne minerale motorolie met actuele specificaties is goed en met geavanceerde toevoegingen op niveau gebracht voor de meeste moderne motoren. Bij normale belasting en tijdig onderhoud is er geen noodzaak een duurdere synthetische olie toe te passen zolang de minerale variant voldoet aan de fabrieksvoorschriften. “Onze veel gebruikte minerale AgriDiesel MSP 15W40 heeft bijvoorbeeld dezelfde E7/E9-goedkeur als onze Agrisynth MSP 10W40, maar is wel zo’n vijftien procent duurder.” Op de website zal altijd het kwalitatief beste product als eerste worden aanbevolen. In de meeste gevallen zal dit een moderne synthetische 10W40 zijn met veel moderne specificaties, waardoor het product zeer breed inzetbaar is. Door de brede inzetbaarheid kan een gebruiker veelal volstaan met deze ene soort olie. Bruggeman geeft aan dat het temperatuurbereik van dergelijke synthetische oliën het best voldoet aan de gestelde criteria, de oliefilm sterker is en de olie dunner is bij de koude start. De viscositeit is constanter en stabieler bij temperatuurschommelingen en de olie houdt het bij hoge bedrijfstemperaturen langer vol. “Technisch gezien verdient het eerste advies

daarom de voorkeur. Met name klanten met eigen machines die lang met hun machines doen, kiezen vaak voor hoogwaardiger synthetische producten, evenals klanten die de krachtbron regelmatig hoog belasten of wel eens smokkelen met verversingsintervallen.” Tom Bruggeman bevestigt dat dunvloeibare synthetische oliën brandstofbesparend zijn, maar is daar voorzichtig mee. “Via proeven en metingen is twee tot drie procent brandstofbesparing vastgesteld, maar maak dat in de cumelapraktijk maar eens waar.”, stelt hij vast. Een voorkeur voor dunnere oliën heeft hij dan ook niet. “Qua smeerfilm is er minder reserve, vooral bij zware belasting en/of overbelasting of wanneer verversingstermijnen worden overschreden. Aangezien de meeste machines continu draaien, zien wij geen enkele reden oliën dunner dan 10W40 voor te schrijven. Los daarvan vallen de dunnere oliën vaak buiten de toelatingen van de bestaande merken.” En dus is bij de openingsplaat symbolisch dit geschikte vaatje minerale olie geselecteerd na overleg met de Kroon Oil-specialist. Ook al beveelt de productfinder de syntheet meestal technisch gezien als de beste aan.

Tekst & foto: Gert Vreemann

Voorkeur meestal een syntheet Hier een overzicht van wat wij tegenkwamen op de productfinder van Kroon Oil voor enkele merken rupsgraafmachines en trekkers. Bij Kroon Oil hebben alle synthetisch oliën ‘synth’ in de naam. De minerale zijn altijd 15Wxx. LSP staat voor Low SAPS en MSP voor Mid SAPS. Je ziet dat in vrijwel alle gevallen een synthetische Machine

10W40-Low SAPS- of -Mid SAPS-olie wordt aanbevolen en dat bij machines met EGR en roetfilter meestal Low SAPS en soms Mid SAPS zijn toegestaan, omdat anders schade aan roetfilters ontstaat. Bij motoren met SCR en AdBlue is dat niet altijd nodig, al kom je hier volgens de specificaties ook vaak op een Low SAPS of Mid SAPS uit.

Motor

Aanbevolen olie

soort

Toegelaten alternatieven

Caterpillar 320

Caterpillar

Kroontrac Super 10W30

mineraal

Dieselfleet CD 15W40, Synfleet SHPD 10W40

Volvo EC 220

Volvo

Agrisynt MSP 10W40

syntheet

geen

Komatsu PC 210

Komatsu

Dieselfleet MSP 15W40

mineraal

Multifleet SHPD 15W40, Dieselfleet MSP 15W40

Rupsgraafmachines

Doosan DX 225

Doosan

Agrisynth LSP 10W40

syntheet

geen

Hitachi ZX 210

Isuzu

Dieselfleet MSP 15W40

mineraal

geen

JCB JC 220

Isuzu

Agrisynth LSP 10W40

syntheet

AgriDiesel MSP 15W40, AgriDiesel CRD 15W40

Liebherr 924

Liebherr

Agrisynth LSP 10W40

syntheet

Armado Synt LSP 10W40

New Holland T7.210

Iveco

AgriDiesel MSP 15W40

mineraal

AgriDiesel CRD 15W40, Armado Synt 5W30, Multifleet SHPD 10W40/15W40

Fendt 722

Deutz

Agrisynth LSP 10W40

syntheet

geen

John Deere 6190R

Deere

Agrisynth LSP 10W40

syntheet

Agrisynth MSP 10W40, AgriDiesel MSP 15W40, Armado Synt LSP 10W40, Dieselfleet MSP 15W40

MF 7622

Sisu

Agrisynth MSP 10W40

syntheet

AgriDiesel MSP 15W40, Armado Synt LSP 10W40, Dieselfleet MSP 15W40

Trekkers

GRONDIG - Januari 2014

37


onderhoud

Rondje werkplaats op de Agritechnica Kramp: nieuwe scantool

Kramps thema op de Agritechnica was om te laten zien hoe service en onderdelenvoorziening zich ontwikkelen. Eén van de meest opvallende ontwikkelingen die Kramp toonde, was het scannen van het onderdeel zelf via een app op de tablet of telefoon. Het (defecte) onderdeel wordt herkend en kan direct online worden besteld of er kan worden doorgegeven wat het defect is. Dat bespaart u het uitzoeken van het juiste typenummer en verkleint de kans op fouten. Heel praktisch en snel.

Würth: handiger schroefdraad schonen Würth toonde schroefdraadsnijders om de schroefdraad te reinigen en/ of te herstellen zonder de draad te beschadigen. De snijders bestaan uit dubbele, naast elkaar geplaatste universele snijders met tegenhouder. De snijders zijn precies in de hoek geslepen van het type schroefdraad. De dubbele snijders druk je eenvoudig in de schroefdraad en draai je rond. De snij-ijzers hebben iets zijwaartse speling, zodat ze zich automatisch centreren voor de verschillende diktematen. De truc van dit nieuwe snijsysteem is dat je niet aan het begin van de bout of draad begint, maar een eindje verder en dan terugdraait. Dat heeft als grote voordeel dat je geen last hebt van een lastig begin, scheef opzetten en (dan in mindere of meerder mate) vernielen van de schroefdraad. De dubbele snij-ijzers zorgen voor automatisch loodrecht snijwerk en een precieze centrering. Würth levert ze in een koffer met drie verschillende snij-ijzers voor respectievelijk 4 tot 18, 17 tot 38 en 35 tot 152 millimeter.

Technolit Profi 370-multipuls-lastechniek Technolit demonstreerde het nieuwe Profi 370-MIG-MAGlasapparaat. Dankzij puls- en multipuls-techniek is dat uitermate geschikt voor spettervrij (aluminium en roestvrijstaal) lassen. De Profi 370 is leverbaar met een tussenslangenpakket van vijftien meter voor het werken op hoogtes en op lastige plekken. De Profi 370 is een professioneel lasapparaat met een in 21 stappen fijn regelbare lassterkte tot 370 ampère, gezekerd op een (trage) 32A-zekering. Het lasapparaat heeft lasprogramma’s voor staal, roestvrijstaal, aluminium en MIG/MAG-solderen en is geschikt voor allerhande laswerk van zwaar tot dunner plaatwerk. Technolit toonde bijpassend voor de liefhebbers ook een setje special paint-lashelmen, waaronder ook een exemplaar met een trekker op de helm.

38

GRONDIG - Januari 2014


Granit: KS Tools-videoscoop-set

Op de stand toonde Granit deze nieuwe KS Tools Ultimate Vision-videoscoopset. Deze heeft zowel voorin als opzij een kijkoog met bijbehorende verlichting, zodat je door te draaien alle zijden van het innerlijk kunt bekijken. De videoscoopdraad heeft een doorsnee van 4,9 millimeter. Een memorycard behoort ook bij het setje, zodat de beelden op de computer kunnen worden afgespeeld.

Berner: injectorreiniger en Blue Star-blaaspistolen Met de nieuwe Berner Bougie & Injector Reiniger zijn extreem vast zittende injectors los te krijgen. De reiniger dringt vanwege een hoog kruipvermogen tot diep in de injectorzitting. Extreme afkoeling (tot -39 °C) op dat moment veroorzaakt microscheurtjes in de roestlaag en lost zo roest, roet en vuil op zonder de injector zelf te beschadigen. PTFEdeeltjes verbeteren de glijeigenschappen en vereenvoudigen de demontage. Berner toonde ook een nieuwe lijn Blue Starluchtpistolen. Het betreft een setje met zes verschillende pistoolmonden, variërend van heel dun en flexibel voor het uitblazen van kieren en dergelijke, heel lang (33 centimeter) voor het uitblazen van lastig bereikbare diepe plekken tot brede venturimonden met 1,6 maal zoveel blaaskracht. Berner Benelux verwacht ze in de loop van dit jaar te kunnen leveren. Berner komt ook met een haakse combinatietang voor het bereiken van plekken waar je met een rechte tang niet of lastig kunt komen.

Iwetec: wielmoeren gemakkelijk losdraaien

Iwetec toonde deze koppelversterker om wielmoeren heel gemakkelijk los te draaien. De tool bestaat uit een wieldop in combinatie met een (planetaire) overbrenging waarmee de draaibeweging 56 keer wordt vertraagd. Dat betekent dus 56 keer zoveel kracht (tot 3200 Nm) zetten dan je daadwerkelijk met de hand doet. De koppelversterker heeft een tegenhouder die je tegen een andere wielbout laat lopen. De koppelversterker wordt geleverd in een kofferset met verlengers en de dopmaten 24, 27, 30, 32, 33, 36 en 38. In Nederland wordt de krachtversterker onder het label van Technolit als Hercules aangeboden.

Förch: veiliger lucht koppelen

Förch introduceert een veiligheidskoppeling voor luchtslangen. De koppeling heeft een veiligheidsdrukknop waarmee je in twee stappen koppelt en ontkoppelt. Bij het indrukken wordt eerst de luchtdruk afgesloten. Als de lucht volledig is afgesloten, ontkoppelt of koppelt de koppeling pas. Deze veiligheidskoppeling is leverbaar met binnen- en buitendraad en met luchtslangaansluiting. De veiligheidskoppeling is op bestaande luchtsystemen te monteren. GRONDIG - Januari 2014

39


onderhoud

Met een rem-apk sta je sterker Praktijkproef: periodieke remmentest bij Rekos in Almelo Net als bij de jaarlijkse vrachtwagenkeuring wordt een Schuitemaker-vierasser op de remmentestbank van Rekos in Almelo gezet. Deze vrijwillige rem-apk geeft inzicht in de remkracht ĂŠn wordt gevolgd door een deskundig advies. De check heeft ook een preventief karakter. We bespraken met Rekos de remmenpraktijk en bekeken wat er komt kijken bij een remrevisie.

Technisch manager Johan van de Maat benadrukt de meerwaarde van een officieel bewijs van de goede remtestwaarden bij eventuele calamiteiten.

40

GRONDIG - Januari 2014

Rekos in Almelo is een bedrijf dat onder andere vrachtwagenkeuringen, remmentesten en remrevisies uitvoert voor bedrijven en fabrikanten. Omdat de luchtdrukgeremde vierasser niet goed remde, heeft loonbedrijf Grefelman in Luttenberg twee jaar geleden bij Rekos het onderstel grondig laten inspecteren. Daaruit bleek dat de assen aan revisie toe waren. Rekos heeft de assen gereviseerd, de remmen vernieuwd en het remsysteem ingeregeld zoals het hoort. Rekos is erkend reminstallateur, met als huismerk Wabco, en bouwt ook complete assen en remsystemen op. Grefelman heeft daarna in twee seizoenen circa 1600 uur gedraaid met de tank. Aan remonderhoud is niets gedaan, omdat de tank volgens Grefelman nog steeds naar behoren remt. Een check stond voor komende winter op het programma, ware het niet dat de tank wordt ingeruild. Een mooie aanleiding voor ons om te kijken hoe de remmen na twee seizoenen presteren. Met daarbij de opmerking dat chauffeur Johan Kok als vrachtwagenchauffeur met beleid rijdt. Grefelman wilde wel meewerken aan deze proef.

Bewijsstuk Een remmencheck bij Rekos is heel simpel. Je gaat over de testbank en alle wielen worden afzonderlijk gemeten. De testers bekijken meteen de uitslag van de remcilinders om vast te stellen of de remmen moeten worden bijgesteld en inspecteren de conditie van de totale installatie. Na het bijstellen wordt de test nog een keer uitgevoerd en ten slotte krijgt de klant een of-


ficiële uitdraai en worden de resultaten besproken. Voor circa € 100,- is zo’n vierasser gemeten, inclusief de officiële uitdraai en een professioneel advies. Technisch manager Johan van de Maat van Rekos: ”Dit is een officieel document van een erkende proefbank. Een prima bewijsstuk om mee te nemen om aan te tonen dat de remkracht (na eventueel herstel) in orde is en de remmen zijn gecheckt. Bij calamiteiten sta je dan sterker”, aldus Van de Maat. Hij vertelt dat Rekos dikwijls via de politie opleggers aangeboden krijgt om remmen te controleren na een calamiteit of ongeluk.

Remkracht begrensd De resultaten van deze tank na twee jaar (circa 1600 uur) geven aan dat bij enkele trommels de speling moet worden bijgesteld. Na bijstelling komt de gemiddelde statische remkracht uit op een remvertraging van 2,7 m/s2 bij niet volle belasting. Alleen as 3 remt nog nagenoeg 100 procent. As 2 en as 4 hebben te grote remkrachtverschillen tussen links en rechts (30 en 33 procent, terwijl dit maximaal 20 procent mag zijn). As 1 zit op de grens van 20 procent verschil. De totale remvertraging is nog lang niet de vereiste 4 m/s2. Johan geeft aan dat voor deze test onder deellast is geremd. “De last is voor ons hoog genoeg om de remkracht om te rekenen. Op vollast komt deze combinatie net boven een remvertraging van 3 m/s2 uit. Veel beter is niet mogelijk bij deze remmen. Verder onderhoud is dus niet nodig.” Van de Maat geeft aan dat een dergelijke situatie - onder de norm - in de offroadsector geen uitzondering is. “Omdat voor langzaam verkeer de eisen lager zijn, komen we nog van alles tegen. Deze Colaert-assen hebben te smalle remtrommels”, aldus de technisch manager. Hij zegt dat in onze sector heel wat voertuigen rondrijden met exotische assen, die de rem-

normen niet halen en waarvoor het heel lastig is om aan onderdelen te komen, die dan meestal veel geld kosten. “Koop bekende, erkende vrachtwagen-snelverkeerassen met circa twintig centimeter brede remtrommels, dan weet je dat het goed zit en dat onderdelen overal voor een redelijke prijs en snel te verkrijgen zijn”, adviseert hij. Grefelman zit niet in over het remresultaat. Het bedrijf heeft dit leertraject al doorlopen en heeft ervoor gezorgd dat er onder zijn nieuwe tank betere assen komen.

Niet zelf experimenteren Zelf sleutelen om de remkracht te vergroten, gaat niet zomaar. Eigenlijk moeten er volgens Van de Maat grotere remboosters op deze Schuitemaker, maar daar is geen ruimte voor. Verandering van remcilinders (dikkere) of hefboom (langer maken) voor meer remkracht is volgens de technisch manager wat dan vaak wordt gedaan, maar dat is riskant. “Je moet daarvoor weten wat de remmen aankunnen. Bij deze kan dat niet, want die zitten al aan hun max.” Hij geeft aan dat ze na dergelijke ‘thuismaatregelen’ dikwijls worden geconfronteerd met grote schade aan de remmen: ovale remtrommels, met als gevolg puntbelasting op de remschoenen, oververhitting, gebarsten remtrommels en remvoering die er vanwege de te grote krachten compleet af komt. De beoordeling, de opbouw, de revisie en het afstellen van remmen vormen volgens hem specialistisch werk, dat moet worden uitgevoerd door specialisten. “Wij zien wel wat in een jaarlijkse remmencheck van € 100,- met daarbij een passend advies. Dan kan het bedrijf beslissen wat het zelf in de werkplaats wil doen of aan ons wil overlaten.”

Tekst & foto’s: Gert Vreemann

Remrevisie is maatwerk Werkplaatschef Gertjan Brink van de revisieafdeling: “We hebben het liefst dat de trommel met gemonteerde velg en band wordt aangeleverd, zodat we die als geheel strak rond kunnen draaien. Bij het uitdraaien van de losse trommel bestaat de kans dat bij montage van het wiel de trommel iets kromtrekt.” Rekos gebruikt bij revisie overmaatse remvoering, die precies op de juiste radius wordt afgedraaid. “Eén millimeter speling voor hitteafvoer en verder helemaal precies aanliggen van de voering”, vertelt

Rekos draait de trommels het liefst uit met gemonteerd wiel om kromtrekken bij montage van het wiel te ondervangen.

Brinks. Rekos klinkt de verlijmde remschoenen meestal ook. “De meest voorkomende schade aan remschoenen in de cumelasector is afgebroken, verbrokkelde of compleet afgeschoven remvoering door een te hoge remdruk. Met klinken voorkom je het laatste en bovendien is er dan een betere hitteafvoer.” Gertjan wijst ook op het belang van mee reviseren van de assen en de bronzen bussen. “Het geheel moet spelingvrij zijn, anders lopen de schoenen al aan voordat ze hebben geremd”, weet hij.

Dit is wat Rekos het meest tegenkomt in de offroadsector. Afgebrokkelde of compleet afgeschoven remschoenen.

Bij remrevisie wordt de remvoering gelijmd plus geklonken. Daarna wordt de voering op maat afgedraaid voor een precieze aansluiting.

GRONDIG - Januari 2014

41


Tijd voor de volgende stap!

Vicon RF vaste kamer persen Vicon RV variabele kamer persen Vicon RF 3325 FlexiWrap perswikkel combinatie

Het professionele pakk

gebruiksvriendelijke eig Kverneland Group Benelux BV - De Dommel 38-40 - 8250 AD Dronten - T +31 321 387 110

Neem bijv. de onderhou


DELVANO veldspuiten

Gemaakt vóór en door professionals Bel ons voor de dichtstbijzijnde dealer.

NV-SA

Informeer ook naar ons ruime aanbod gebruikte veldspuiten!

Zelfrijdende, getrokken en gedragen veldspuiten

Zuidweg 13-15 • Postbus 52 • 4413 ZH Krabbendijke T 0113 - 50 26 10 • F 0113 - 50 61 46 I www.gebrweststrate.nl • E info@gebrweststrate.nl Verkoper: Ko Smalheer, 06 - 53 24 90 27

Erfahren. innovativ. futtererntespezialist.

Vicon Trommel- und Scheibenmähwerke

Vicon Wender und Schwader Vicon Rotex 550 opraapwagen

IsoMatch Tellus ISOBUS terminal met automatische laadVicon variable und Festk en losfunctie

Vicon Rotex Combi 800 dubbeldoel opraapwagen

ket van Vicon bestaat uit innovatieve producten met onderhouds- en

genschappen waarmee lange werkdagen perfect worden ondersteund.

udsvrije, hydraulisch aangedreven pick-up en automatische laad- losfunctie.

www.vicon.nl

Kverneland Group Deutschland GmbH, Coesterweg 25, 59494 Soest, Telefon 02921 3699-0, Telefax 02921 3699-408


Holmer test in Nederland In de laatste weken van de bietencampagne kon een aantal Nederlandse loonwerkers kennismaken met de nieuwe Holmer T 4.40-rooier. Dit is de eerste machine met drie assen van Holmer. De rooier is goed voor een bunkerinhoud van ruim dertig ton, maar heeft ook een eigen gewicht van ruim dertig ton. Een zwaargewicht dus.

agrarisch nieuws

Voor het seizoen 2013 had Holmer een de nulserie van zeven machines gebouwd en met één daarvan kon importeur Van Gemeren aan het eind van het seizoen in Nederland demonstreren. Deze eerste zeswielige machine uit de fabriek van Holmer heeft een Mercedes-motor met een vermogen van 460 kW (625 pk). Tijdens het rooien draait deze op 1100 toeren per minuut voor een laag brandstofverbruik. Dankzij de knikbesturing in combinatie met de gestuurde wielen heeft de machine een binnendraaicirkel van 7,20 meter. Op de weg haalt de rooier

een snelheid van 40 km/u, waarbij de machine vanaf 12 km/u alleen nog over de voorwielen wordt bestuurd. De nieuwe rooier heeft op rooigebied geen vernieuwingen, maar maakt gebruik van de nieuwe technieken die de laatste jaren door Holmer zijn ontwikkeld, zoals het DynaCut-nakopsysteem en de HR-rooiunit, die getrokken in een parallellogram hangt voor een snelle bodemaanpassing. Overigens laat Van Gemeren weten dat het bedrijf nog steeds met Holmer en de Exxel-groep in gesprek is over het importeurschap van Holmer voor Nederland.

Mokka het pittigste maisras van 2014 Als melkveehouder wilt u optimaal profiteren van gunstige, pittige melkprijzen. Dit realiseert u door Mokka snijmais in uw voerrantsoen op te nemen. Mokka is goed voor veel zetmeel, droge stof én een hoge VEM opbrengst. Met Mokka produceren uw koeien maximaal melk met goede gehalten. Als middenvroeg maisras is Mokka bij uitstek geschikt voor de teelt in Midden- en Zuid-Nederland. Vraag bij uw leverancier naar mais met pit voor maximaal melk in uw tank: vraag naar Mokka! Bestel op tijd en wees verzekerd van pittige melkgeldnota’s!

méér mais méér melk met Mokka!

100 jaar T +31 (0) 597 59 1233 info@vandijkesemo.nl www.vandijkesemo.nl

44

GRONDIG - Januari 2014


Vandaele lanceert VSV

Vandaele Konstruktie lanceert deze VSV, die twee jaar geleden werd ontwikkeld door Vandaeles Franse partner Noremat. Vandaele gaat de VSV onder eigen naam in de Benelux vermarkten. Het meest opvallend is natuurlijk de cabine met de grote ruiten voor goed zicht. De achterkant van de cabine is ook volglas. Dit is niet het enige opvallende. De Perkins-viercilindermotor met afhankelijk van het type 87 of 106 kW (118 of 144 pk) ligt ter hoogte van de achter de cabine geplaatste zijarmmaaier en doet daar dienst als ‘natuurlijk’ tegengewicht. Dat scheelt torsiekrachten op het frame van het voertuig en is beter voor de stabiliteit. De motor is uitgerust met een omkeerfan en het motortoerental past zich automatisch aan het gevraagde vermogen aan. De VSV is permanent hydrostatisch aangedreven op de vier wielen en is vierwielgestuurd. De hydrostaat heeft twee transportgroepen (0 tot 20 km/u en 0 tot 40 km/u) en twee veldgroepen (0 tot 10 km/u en 0 tot 20 km/u). Voor de veiligheid zijn er een dubbel remcircuit en een actieve beveiliging op de arm die ervoor zorgt dat het voertuig automatisch stopt wanneer de arm of maaier een obstakel raakt. Vandaele levert de VSV desgewenst met een blazer en een afvoerwagen.

Nieuws bij Stihl Stihl introduceert deze MS 362 MS M-Tronickettingzaag voor professioneel gebruik. Deze heeft een motormanagement dat automatisch last- en temperatuursafhankelijk de brandstoftoevoer en het inspuitmoment regelt. Startproblemen en reacties op wisselende belasting kent hij hierdoor niet. Verder heeft deze zaag het zeventig procent fijnere HD2-filter. De MS 362 heeft een 4,8 pk sterke 59-cc-motor en is uitgerust met een zaagblad van 37, 40 of 45 cm. Inspelend op een toenemende belangstelling voor accutechniek in de groensector introduceerde Stihl de nieuwe HTA 85-accu-stokzaag voor het snoeien van bomen. Met de tot 3,90 meter uitschuifbare zaag zijn takken tot circa vijf meter hoogte te snoeien. De HTA 85 weegt met accu 6,5 kilogram.

Wiedenmann scheidt wortelresten Op de Agribex was er een Gouden Buxus, de onderscheiding voor de beste nieuwigheid in de groensector, voor de C o r e - r e c y c l e r. Deze machine kan een toplaag die is gefreesd ontdoen van wortelresten, waarbij zoveel mogelijk van het mengsel van zand en grond wordt uitgezeefd. Dit gebeurt in deze zelfrijdende machine door de laag via een rotor op te pakken en daarna intensief te zeven via een viertal draaiende zeven, waarvan de hellingshoek instelbaar is. Op deze manier wordt tachtig procent van de aanhangende grond weer uitgezeefd.

Primeur DeWulf op Agribex DeWulf had nog een primeur bewaard voor de Agribex in Brussel. Daar toonde de fabrikant zijn nieuwe ZKIV, een vierrijige zelfrijdende wortelrooier. De machine is uitgerust met twee Claas-rupsbanden voor stabiliteit en een lage bodemdruk. Dankzij het rupsonderstel heeft Dewulf de eerste rooier kunnen bouwen waarbij de klembanden voor de machine werken. Standaard is de machine uitgerust met vier klembanden, maar het is ook mogelijk om op 60 centimeter te telen en dan met vijf units te werken. Vanaf de klemband gaan de wortels over het onderstel om daarna gekopt en verder getransporteerd te worden. De rooier heeft een Scaniavijfcilindermotor (Stage IIIb) met een vermogen van 294 kW (400 pk). Tijdens het rooien draait deze op 1400 toeren per minuut voor zuinig rooiwerk.

GRONDIG - Januari 2014

45


twaalfrijig, maar dtan anders Loonbedrijf Antuma in Dedemsvaart blijft innoveren Al jaren is Loonbedrijf Antuma bekend om zijn innovaties bij het bietenrooien. Van het gebruik van lucht op de rooier om de bieten schoon te blazen tot de introductie van nieuwe systemen. Nu de discussie over bodemdruk toeneemt, onderzoekt Antuma of een andere oogstmethode een oplossing kan bieden. Hij grijpt terug op het tweefasensysteem, maar dan anders: met een twaalfrijige rooier en een bunkerlader om toch met maximaal twee mensen te kunnen blijven werken.

sterk werk 46

grondig - Januari 2014


Weinig bedrijven zullen zo worden geassocieerd met vernieuwingen bij het bietenrooien als Antuma in Dedemsvaart. Het begon al in de jaren negentig van de vorige eeuw, toen Antuma betrokken was bij het project van het IRS om te komen tot minder tarra bij het rooien van suikerbieten. Antuma was één van de bedrijven met een eigen oplossing via het schoonborstelen van de bieten op de machine. Een onderzoek dat uiteindelijk misschien weinig grote vernieuwingen opleverde, maar dat toch voor de bietentelers van groot belang is, benadrukt Kees Antuma. “Want door dat onderzoek kwamen we er achter dat op de fabriek zes procent tarra ontstond door de manier waarop de monsters werden genomen. Na lang zoeken vonden we uit dat er altijd zeven procent koptarra was en drie procent bietverlies door het verwerken. Daar kwam de slogan ‘Tien is nul’ vandaan. De hoeveelheid grondtarra was dus helemaal niet zo groot. Uiteindelijk heeft dat het nieuwe uitbetaalsysteem opgeleverd waarmee we nu werken.”

Vermindering bodemdruk Inmiddels is Antuma bezig met nieuwe projecten. Nu de discussie oplaait over de zware belasting door de bunkerrooiers is hij op zoek gegaan naar mogelijkheden om de belasting van de grond te verminderen en de wielen die toch over de grond moeten zo effectief mogelijk in te zetten. Vlak voor de kerst beleefde die combinatie zijn première en werden de eerste meters met het nieuwe rooisysteem gemaakt. Voor de nieuwe werkwijze grijpt Antuma op het eerste oog terug op het oude systeem van de tweefasenoogst. Dat betekent in een aparte werkgang de bieten rooien en op het zwad leggen en daarna oprapen met een lader. Voorlopig doet hij dat oprapen nog gewoon met zijn Moreau-rooier, waarop simpel een opraap-unit is te bouwen. Door de hele rooi-unit eraf te halen, neemt ook het gewicht af. De opraper is voor hem geen object om wat aan te veranderen. “Daarvoor zijn prima systemen beschikbaar van bijvoorbeeld Gilles of Dewulf.” Waar volgens Antuma bij dit systeem vooral behoefte aan is, is een ander type rooier. “Het grote probleem bij de huidige tweefasensystemen is de rooiunit die op een trekker is gebouwd. Dat betekent dat je met een trekker op cultuurwielen door de bieten moet. Bij slechte omstandigheden druk je de grond tegen de bieten, heb je een te hoge bodemdruk en is vaak de tarra een probleem, omdat je maar een beperkte reinigingscapaciteit hebt.” Om dat probleem te tackelen, ging de loonwer-

ker rigoureus met het snij- en lasapparaat aan de slag. Van een oude Moreau-rooier werd de hele bovenbouw afgesneden, zodat in feite een soort werktuigdrager op mooie grote wielen overbleef. Van een tweede afgeschreven rooier werd nog een rooi-unit gehaald, die ook doormidden ging. Dat werd de basis van twee losse rooi-elementen, die nu in een frame tussen de twee assen hangen. Zo werd een twaalfrijige rooier geconstrueerd, die eenvoudig in transportstand te zetten is door de twee elementen op te klappen. Bij transport blijft de combinatie zo gemakkelijk binnen de drie meter. Het klinkt eenvoudig, maar bij de eerste meters blijkt gelijk dat het nog een prototype is. Hoe goed je er ook over nadenkt, in de praktijk blijken namelijk altijd de echte problemen. Eén daarvan zijn de klappers op de twee zijrooiers. Die functioneren nog onvoldoende om het blad goed fijn vermalen tussen de rijen te krijgen. “Daar zullen we dus wat aan moeten veranderen”, constateert Antuma monter. Ondanks de problemen die hij ondervindt, merkt hij namelijk dat het systeem werkt. “Tot nu toe zijn er eigenlijk geen problemen waarvan we denken dat ze niet op te lossen zijn.”

Besturing aanpassen

Antuma Dedemsvaart In Dedemsvaart heeft het bedrijf van Antuma twee vestigingen. Dat heeft te maken met de twee afzonderlijke bedrijven waarin het bedrijf is gesplitst, landbouw enerzijds en grondverzet anderzijds. In beide bedrijven gezamenlijk werken negen mensen. Naast het loonbedrijf heeft Antuma een akkerbouwbedrijf van zeventig hectare in Nederland en nog een bedrijf in Frankrijk waarvan de grond wordt verhuurd. Hoofdteelt in Nederland zijn de suikerbieten. Daarnaast zoekt hij naar aanvullende gewassen met een goed saldo. Een deel van zijn teelt bestaat uit vermeerdering van koolzaadzaaizaad en de teelt van glutenvrije haver. Naast de reguliere werkzaamheden zoekt Antuma vooral naar werk om de stille maanden te vullen. Zo is hij actief met het oogsten van kruiden, omdat dit seizoen wat later is, en is er een uitgebreide winterdienst. Meer info: www.antuma.nl.

Ook de hele besturing wil Antuma aanpassen. “Nu rijden we nog helemaal handmatig om het geheel te kunnen sturen, maar dat vergt veel van de chauffeur. Volgend jaar willen we de besturing zo maken dat we via de voorwielen de zes rijen voor de machine sturen en via de achterwielen zorgen dat de units aan de zijkant precies recht voor de rij komen. Als de machine om wat voor reden dan ook scheef gaat lopen, kun je dat via een soort hondengangbesturing ook bijregelen.” Het belangrijkste voordeel van het nieuwe systeem schuilt volgens Antuma in de mogelijkheid om twaalf rijen te rooien en het gebruik van brede banden op lage druk. “Wij kunnen nu op de rooier werken met een druk van 0,8 bar, dus de kans op verdichting is minimaal. Door op twaalf rijen te rooien, rijden we nu bij gebruik van een twaalfrijige zaaimachine precies in het spoor van de zaaitrekker. Op de lichte grond heb je daardoor ook wat extra stevigheid in de bodem. Door de lage druk en het lage eigen gewicht van de machine heb je ook geen last van grond die door de voorwielen tegen de aansluitrij wordt geduwd of, beter gezegd, wordt gekneed.”

Profiteren van twee fasen Belangrijk in dit systeem is volgens Antuma de mogelijkheid om te kunnen profiteren van de GRONDIG - Januari 2013

47


extra’s van het tweefasensysteem. “Een deel van de rooiperiode kun je nu de bieten een tijd in het zwad laten liggen, waardoor je bij het laden een flink deel van de tarra kwijtraakt. Natuurlijk kan dat niet elke dag, maar op de mooie dagen levert het wel winst op”, zegt hij. Uitgangspunt bij het nadenken over dit systeem was voor hem wel dat je de hele oogst met twee man moest kunnen blijven doen. “Anders krijg je extra arbeid en maak je het systeem te duur. Nu werk je ook bij de bunkerrooier vaak met twee man, want het gebeurt maar zelden dat je echt precies uitkomt en de bunker op het kopeind kunt lossen.” Het verschil met het huidige systeem is de mogelijkheid om bij al het werk te werken met brede en grote banden op lage druk, legt Antuma uit. “Nu zie je dat vooral trekkers en kippers vaak een verkeerde bandenuitrusting hebben, met als gevolg insporing. De rooiers staan over het algemeen wel op goede banden en een lage druk”, constateert de loonwerker. Hoewel een bunkerlader natuurlijk ook een fors gewicht kan krijgen, blijf je dan toch aan de goede kant van de streep, denkt hij. “Een zelfrijdende lader is relatief eenvoudig en heeft dus een veel lager eigen gewicht dan een bunkerrooier. Zo hou je de bodemdruk dus relatief laag.” Of het idee een succes zal worden, is afwachten maar de signalen die hij krijgt, stemmen Antuma positief. “We zijn nog maar net bezig, maar we hebben al verschillende fabrikanten op bezoek gehad en ook uit Frankrijk is er belangstelling van loonwerkers en akkerbouwers. Daar speelt dit nog veel meer, want daar heb je veel grotere percelen, waar je toch altijd bij moet rijden.” Ook in Nederland hoopt hij op belangstelling. “De aandacht voor de bodem is er en daar past mijn systeem in. Van klanten krijg ik ook wel positieve reacties, maar het blijft afwachten. Iets wat er niet is, wordt nu eenmaal nooit gevraagd. Pas als ze het zien en het werkt, dan komen de vragen. Dan weet je of je het goed hebt gedaan.”

Voor de bouw van de twaalfrijige voorraadrooier heeft Antuma een Moreaurooier ontdaan van de hele bovenbouw. Alleen de motor is blijven staan. In een vervolgmodel wil hij die ook verder wegwerken.

De twee drierijige elementen hangen in een speciaal geconstrueerd frame. Op de huidige rooiunit zitten nog gewoon schaarlifters. Antuma vermoedt dat het geheel met roterende rooiwielen nog beter functioneert.

In transport klappen de twee rooi-units naar binnen en blijven die binnen de drie meter transportbreedte.

Tekst & foto’s: Toon van der Stok

Antuma & Partners Zes jaar geleden heeft Antuma zijn bedrijf al in twee verschillende bedrijven gesplitst. In Antuma & Partners is het grondverzetwerk ondergebracht. In dit bedrijf, dat op een aparte locatie op het industrieterrein is gevestigd, heeft een tweetal werknemers een aandeel gekregen met de bedoeling dit bedrijf in de toekomst zelfstandig voort te zetten. Het bedrijf doet veel grondverzetwerk in het gebied rond de vestigingsplaats. Hoewel het momenteel zoeken is naar werk slaagt het bedrijf er goed in om de vaste medewerkers aan het werk te houden. Uiteraard is er wanneer nodig uitwisseling van arbeid en eventueel machines tussen beide bedrijven.

GRONDIG - Januari 2013

49


Gelukkig nieuwjaar ! Voorjaarsthema 2014:

Arbeidskosten verlagen

Door analyse, bewustwording en toepassing van praktische maatregelen.

Bedrijfsovernames

Begeleiding van het gehele traject.

TarievenenquĂŞte

Het invoeren en controleren vindt nu plaats. Eind januari worden de resultaten verstuurd. Neem vrijblijvend contact op met Lucas Meertens. Hartig advies voor Loonbedrijven.

Infra? OPEN DAG

1 februari 2014

DĂŠ vakopleiding voor de infra. Machinist Grond-, Water- en Wegenbouw dmeter Monteur | Uitvoerder | Lan

(allround) Vakman GWW | Straatmaker CEINTUURBAAN 2 | HARDERWIJK | WWW.SOMA-COLLEGE.NL


let it snow! De Nederlandse fabrikant Hekamp uit Kootwijkerbroek komt met een nieuwe hydraulische veegmachine met een werkbreedte van 2,50 meter. De machine is gedacht voor het vegen van grote besneeuwde oppervlaktes.

Sneeuw of geen sneeuw, hij kan natuurlijk het hele jaar door worden gebruikt. Hekamp kiest voor een open kap en zigzagborstels met een doorsnede van 91,5 centimeter. Direct op de borstelas is een sterke hydromotor gebouwd voor de aandrijving van de borstels. Het toerental kan worden verhoogd om tijdens het ruimen het veegresultaat positief te beïnvloeden. Dankzij de grote borstels is inzet op oneffen terrein mogelijk en de volrubber zwenkwielen met een grote diameter zijn in hoogte verstelbaar. Door parallelle nivellering kun je ook op terreinen onder afschot en hellingen losse sneeuw goed verwijderen. Hekamp biedt de mogelijkheid tot links of rechts schuin stellen, optioneel als hydraulische functie. De eerste grote sneeuwveger wordt ingezet op een verreiker en is gekoppeld met een Q-fit-snelkoppeling met parallelgeleiding. www.hekamp.nl

Eén merk Vanaf dit jaar worden de WackerNeuson-productlijnen in Nederland en België onder één naam door één en dezelfde leverancier op de markt gebracht: WackerNeuson in Amersfoort met zes eigen vestigingen. Het betreft de machines voor verdichting (trilplaten), betonapparatuur, minigravers, dumpers, knikladers en tegenwoordig ook compacte verreikers. Nieuw in het programma zijn de knikgelede wielladers die eind vorig jaar werden voorgesteld aan klanten en verhuurders. Het betreft hier acht typen machines - WL 20, WL 25, WL 30, WL 36, WL 37, WL 48, WL 50 en WL 55 - met bakinhouden van 0,2 tot 0,95 kubieke meter. Alle modellen zijn vanaf januari 2014 ook in Nederland verkrijgbaar. De 2,0-tons WL 20 is slechts 2,19 meter hoog en het dak kan worden weggeklapt voor een doorrijhoogte van 1,88 meter. Deze lader heeft een kiplast van ruim 1,2 ton. Er ontstond wat onduidelijkheid door de recente melding van het importeurschap van de vierwielgestuurde Kramer-wielladers, die door Collé in Sittard worden gedistribueerd. Kramer hoort immers ook tot het WackerNeuson-concern. Net als Weidemann overigens, waarvan de rode knikladers voor voornamelijk de agrarische markt in Nederland worden verkocht door Weidemann Nederland.

gronDVerzetnieiuws 50

CUMELA Verzekeringen wenst alle een winstgevend en schadevrij 20 grondig - Januari 2014


Ondergronds Vermeer, bekend van onder andere groenverkleiners, introduceert de nieuwe Navigator D9x13S3, een horizontaal gestuurde boormachine. Deze machine is op diverse punten verbeterd, mede door toepassing van een hydrostatisch systeem dat tot nog toe alleen bij grotere gestuurde boormachines werd gebruikt. De Navigator heeft een 33 kW (44 pk) Kubota-driecilinder-dieselmotor en staat op oversized rubber rupsen. Door de hydrostatische aandrijving zijn verschillende functies tegelijkertijd uit te voeren en blijft er toch voldoende trek- en rotatiekracht beschikbaar bij het ruimen. De trekkracht is 4,1 ton, het draaimoment ligt op 1762 Nm. Bovendien is de transportsnelheid hoger (5,6 km/u) en zijn de boorslede en het stangenwisselsysteem stukken sneller geworden. In totaal heeft de machine 91 meter stangen aan boord. Vermeer claimt dat de nieuwe D9x13 S3 behoorlijk krachtiger is dan machines van andere merken in deze klasse. De nieuwe Navigator heeft nu elektronisch voorgestuurde joysticks en is uitgerust met een kleurenbeeldscherm. De ‘onboard’-bentonietpomp heeft een capaciteit van 57 liter per minuut. De nieuwste Vermeer weegt bijna 2,9 ton en is 3,80 meter lang. www.vermeer-benelux.com

kORT NIEUWs Magni-dealers Portretteerde verhuurder Collé zich aanvankelijk als alleenimporteur van de roterende verreikers van het Italiaanse Magni, nu blijkt dat drie regionale (ex-)JCB-dealers zich opwerpen voor de distributie in Nederland: ELM in Bleiswijk voor West-Nederland (Zeeland, West-Brabant, Zuid- en Noord-Holland en Utrecht), Broekveld in Tynaarlo voor Groningen, Friesland en Drenthe en Nijland Service in Bentelo voor Overijssel, Gelderland, Oost-Brabant en Limburg.

Kobelco Met de terugkeer van de Kobelcograafmachines op de West-Europese markt ontstaat ook de noodzaak voor een eigen vestiging. De Japanners kiezen wederom voor Almere, waar het merk in het verleden ook was gevestigd. Kobelco verkeert daar in goed gezelschap van bedrijven als LiuGong, Mitsubishi en… de eigen divisie Kobelco-rupshijskranen.

551 kW (750 pk) en 3550 Nm, 478 kW (650 pk) en 3150 Nm en 404 kW (550 pk) en 2900 Nm. Deze drie motoren zijn geschikt voor de automatische I-Shift-versnellingsbak van Volvo. De versie met 404 kW (550 pk) is ook beschikbaar in een 2800 Nm-variant met een manuele versnellingsbak. De productie start in juni.

Volvo met Euro 6 Dit voorjaar introduceert Volvo Trucks het topmodel FH16 in een Euro-6-uitvoering. De nieuwe Euro 6-motorenreeks - allemaal zestienlitermotoren - omvat drie vermogens:

e cumelabedrijven 014! grondig - Januari 2014

51


elektrisch of niet? Losse set voor dubbeldoelmachine

VoorstelronDe

De afgelopen jaren hebben al verschillende fabrikanten oplossingen gepresenteerd om een minigraafmachine ook op elektriciteit te laten werken. Uitgangspunt daarbij is om bij bepaalde werkzaamheden de CO2 -uitstoot tot nul te reduceren, zoals bij sloopwerk in een winkelcentrum of bij werkzaamheden in huizen of bedrijfspanden. Zo was ook Van Baaren uit Elst op zoek naar een mogelijkheid om zijn New Holland E10-minigraver elektrisch aangedreven te maken. Daarvoor kwam hij uit bij de nieuwe dealer Voets in Hazerswoude, waar hij in Anno Blonk een vertegenwoordiger trof met voldoende technisch inzicht en een ingang naar een elektrotechnisch specialist die wilde meedenken. Het resultaat van die samenwerking is een mooie oplossing, vooral omdat die de gebruiker de keuze laat of hij gewoon op de dieselmotor of op de elektromotor wil draaien. Hij kan dus op de dieselmotor naar binnen rijden en daar twee stekkers omsteken, de elektriciteitskabel in het 380-volt-stopcontact steken en elektrisch verder draaien. Trots is Blonk vooral op de mogelijkheid om de set binnen enkele minuten zonder hulpmiddelen af te bouwen, waarna de machine gewoon als standaardmachine kan draaien. Bewust is aan de elektromotor direct een oliepomp gekoppeld. Via een viertal snelkoppelingen wordt deze in het oliecircuit gebracht, zodat de machine bij elektrisch werken hetzelfde blijft functioneren als in de standaardsituatie met de aandrijving door de dieselmotor. De motor kan hetzelfde vermogen leveren als de machine. Bij zwaardere machines zou deze ook op een hoger vermogen kunnen worden ingesteld. Door deze oplossing hoopt Blonk dat dit een soort universele set kan worden, die op verschillende machines kan worden gebouwd. “Doordat het een losse unit is, zou hij in principe op elke machine moeten passen. Alleen moet je dan wel kijken of het net als bij deze New Holland mogelijk is om alle aansluitingen zo netjes weg te werken. Bij deze machine valt alles binnen het buitenwerk. De kans op schade is dus heel klein. De elektrische unit vergt een forse investering. In veel gevallen komt er bijna de prijs van een machine bij. Desondanks verwacht Blonk dat er wel meer vraag voor zal komen. “Door de duurzaam gekozen componenten kan deze set wel drie machines overleven. Kijk je daarnaar, dan valt de investering wel mee.” Een voordeel lijkt de mogelijkheid om met deze machine de emissie naar nul te reduceren. Wie moet inschrijven op een bestek waarin de inzet van kleine graafmachines nodig is, kan hiermee een mooi milieuvoordeel behalen. Vooral door de dubbeldoelmogelijkheden kan dit deze oplossing interessant maken voor veel bedrijven.

Tekst & foto’s: Toon van der Stok

De elektrische unit kan eenvoudig op twee steunpootjes worden weggezet zonder dat andere hulpmiddelen nodig zijn. Het enige wat moet worden losgekoppeld, zijn de bevestigingsbouten, de hydrauliekaansluitingen en de elektrakabel.

52

grondig - Januari 2014

Onder de machine is ruimte gemaakt om de hydrauliek via snelkoppelingen om te leiden naar de elektrische unit. Daarvoor zijn het contragewicht en de dieseltank wel aangepast. Verder zijn er geen aanpassingen aan de machine nodig.

De besturingskast is gemaakt van roestvrijstaal en uitgerust met een eigen koeling. De kast is in een losse unit gebouwd, die zo aan het frame kan worden gehangen. De kast is voorzien van degelijke sloten.


Als de stekker van de elektrische unit is aangesloten, wordt het gehele elektrische circuit van de machine van stroom voorzien vanaf de aanbouwunit. Bijvoorbeeld voor het opladen van de accu of de besturing van de servo-unit.

De unit is zo gemaakt dat wanneer deze is opgebouwd de motorkap nog open kan voor onderhoud of het bijvullen van diesel. Een extra batterijpakket om los elektrisch te kunnen draaien, is niet gebruikt, omdat dit nog te duur is.

De hele unit voor de elektrische aandrijving bestaat uit een elektromotor, een plunjerpomp en een regelkast. Daarop zit ook een draaiknop om het toerental te regelen. De machinist kan dus net als op een gewone machine het toerental aanpassen.

grondig grondig - Januari - Juli 2012 2014

53


Zo goed als nieuw. Of beter... Er zijn meer goede motieven dan u denkt om hijskranen te recyclen Waren het duurzaamheidsmotieven of speelden de kosten een doorslaggevende rol? We vragen het Hans Boer, die zojuist een gebruikte vouwkraan heeft laten herbouwen tot een (bijna) nieuwe. Met behoud van zo’n 25 ton Zweeds staal dat een tweede leven is begonnen.

techniek

Bij kraanverhuur- en funderingsbedrijf J.A. Boer BV in Meerkerk zijn ze zuinig op hun materieel. Het bedrijf heeft dertien zelfoprichtende funderingsstellingen en meer dan veertig hijskranen in de verhuurvloot. Bij de hijskranen valt vooral het grote aandeel mobiele torenkranen van de Nederlandse fabrikant Spierings op. “Veertien hebben we er vanaf morgen, eentje is er in bestelling”, vertelt directeur Hans Boer. Een dag na ons interview krijgt zijn bedrijf namelijk een heel bijzondere Spierings afgeleverd en omdat de voortekenen goed zijn, is er inmiddels nog zo eentje besteld. Ook een kraan die bij Boer een tweede leven krijgt nadat Spierings er het nodige aan heeft verbouwd en vernieuwd.

Rebuilden is ‘herbouwen’ “De eerste Spierings rebuilden was een proces van bijna twee jaar”, vertelt Hans Boer. “Het komt erop neer dat wij een zestien jaar oude drieassige SK365-AT3-vouwkraan inleveren en dat

54

GRONDIG - Januari 2014

Spierings in de tussentijd, uit zijn inruilvloot, eenzelfde, ook jaren gebruikte kraan gereed maakt voor een tweede leven bij ons.” Het idee om te rebuilden, komt uit de koker van Boer, waar ze goed te spreken zijn over de ‘oude’ drieassers van Spierings. “Fijne, betrouwbare kraantjes met een dertig-metergiek. Daar kun je op de meeste bouwplaatsen goed mee uit de voeten. Het is jammer dat Spierings dit specifieke model niet meer bouwt, tenminste… zijn huidige drieasser heeft een langere giek en die hebben wij niet nodig. Onze ervaring is dat klanten niet méér willen betalen dan voor een dertig-meterkraan.” Dat zette aan het denken. Zou het niet interessant zijn om een eigen kraan volledig te strippen, onderdelen te vervangen en hem weer helemaal bijdetijds te maken? Een klus waar Boer in het verleden de eigen handen graag aan vuil maakte met het onderhouden en verbouwen van heistellingen en telekranen. Maar de tijden veranderen en bij Boer voorzagen ze dat


het veel inspanningen zou kosten om de nieuwe oude kraan weer gekeurd te krijgen door Aboma, maar ook door de RDW. Boers nieuwste kreeg namelijk ook een nieuw kenteken. Bovendien mis je gedurende de ‘bouwtijd’ een kraan en daar kwam bij dat Spierings wel oren had naar deze exercitie. De kranenbouwer uit Oss heeft diverse inruilkranen op het erf staan en daarvan zijn er meer geschikt voor een tweede leven in Nederland. Dus ging Spierings aan de slag met het idee van Boer.

gunstiger in je exploitatie zit en dat past ons wel in de verhuurmarkt, die sterk onder druk staat. We krijgen er een bijna nieuwe vouwkraan voor terug, die volgens de laatste stand van de techniek is opgebouwd. Bovendien draagt deze oplossing in belangrijke mate bij aan onze doelstellingen voor de CO2-prestatieladder.”

Tekst & foto’s: Michiel Pouwels, CUMELA Communicatie

Opnieuw uitvinden Maar waar zitten die twee jaren dan in? Hans Boer: “Voor Spierings was het ook nieuw. Eisen zijn veranderd, motoren van toen zijn vernieuwd, de elektronica is doorontwikkeld… Het komt erop neer dat er nogal wat zaken bijna opnieuw moesten worden uitgevonden en dat kan de fabriek beter doen. De plaats van de middelste as bijvoorbeeld, vanwege verscherpte remeisen. Maar er moest nu ook een AdBluetank worden geplaatst, omdat er een nieuwe DAF Euro 5-motor in is gelegd. Die draait tijdens het kraanbedrijf op lagere toerentallen en dat scheelt nogal in brandstofverbruik. En zo’n schonere motor vraagt bovendien meer inbouwruimte en het is allemaal al zo krap en doordacht op zo’n kraan.” Boer gaat overigens geen twee jaar wachten op de tweede rebuilt Spierings SK375-AT3. “Nu ze weten hoe het moet, zal het volgende project drie tot vier maanden tijd vragen.”

Links op de voorgrond en in volle glorie: de nieuwe dertig-meter-vouwkraan van Boer BV is een heel speciale.

Hergebruik en nieuw Uitgangspunt bij dit project was het besparen op herbruikbare materialen, voornamelijk staal. Het chassis en de aandrijflijn van de drieasser waren nog goed, evenals de afstempeling, de toren, de giek en de ballastblokken. Al met al wel zo’n 25 ton ijzer. Verder werd alles vernieuwd. De draaikrans, de cabines - van de onderwagen en de kraan - en vanzelfsprekend alle hijskabels, sensoren, de elektronica van de PLC-besturing en de hydrauliek. Ook dat vroeg tijd, net als overigens het stralen, het spuiten in de kleuren van Boer en het opbouwen van de kraansecties. Een mooie bijkomstigheid is dat de nieuwe drieasser door de upgrade sterker is geworden en een nieuw kraankengetal en een typenummer kreeg. De SK375-AT3 hijst op de punt (30,40 meter bereik) 1,9 ton, volledig afgestempeld. De maximale hijscapaciteit is 5,0 ton tot een bereik van 13,20 meter uit het hart van de draaikrans. “Hij is ook stukken sneller”, vertelt hijskraanmachinist Teus van Ooijen bij de laatste tests bij de fabriek in Oss. “Voor mij is het gewoon een nieuwe kraan die in alles vertrouwd aanvoelt. Voorlopig kan ik er weer jaren mee vooruit.” Hans Boer durft ten slotte wel iets over te zeggen over de overwegingen met betrekking tot de kosten. “Een nieuwe drieasser van Spierings kost ruim vijf ton maar dat is een kraan die ons niet helemaal past. De keuze die wij maken, betekent een kostenplaatje dat tussen de één en anderhalve ton lager ligt. Dat maakt dat je vanaf het begin al een stuk

Met nieuwe cabines, een nieuwe motor en nieuwe elektronica, maar het chassis, de kraan, de ballastblokken en de stempelbalken en -poten zijn weer ‘z.g.a.n.’.

Kraanprestaties op de prestatieladder GWW-adviseur Helmy Coenen van CUMELA Nederland begeleidde Boer BV bij het proces dat leidde tot het behalen van het certificaat CO2-prestatieladder niveau 3. “Pas op dat niveau ben je in de ogen van opdrachtgevers écht serieus bezig met het terugdringen van de CO2-uitstoot van het eigen bedrijf en van toeleveranciers. Bovendien stimuleer je jezelf in de bedrijfsvoering om de klimaatimpact telkens verder terug te dringen. Het hergebruik van diverse onderdelen van de kraan betekent dat er in de productie en bij het transport beduidend minder CO2 is geproduceerd dan bij de aanschaf van een nieuwe”, aldus Coenen. Hij vindt het behalen van het certificaat een prima prestatie en feliciteert Boer BV daarmee van harte.

GRONDIG - Januari 2014

55


De trekker kan wel een imagoboost gebruiken. Je kunt daar campagnes voor voeren, maar ook een

ziJwegen

ludiek duel uitvoeren om te laten zien wat een moderne trekker op de weg presteert. Dat is wat het Zwitserse blad Schweitzer Bauer deed met een Fendt en een Chevrolet Camaro. Als passende gastrijders mochten de lokale ‘spierballen’-football-spelers aantreden voor een spannende strijd.

image building op de weg De paardenkrachten van de Fendt tegen de brute power van de Chevrolet Camaro Werken aan je imago kun je natuurlijk zelf, maar wat is er mooier dan aandacht te scoren buiten de eigen loon- en grondverzetwereld. Dat is wat onze Zwitserse collega’s Stephan Schmidlin van het blad Schweitzer Bauer deed door samen met het Zwitserse autoblad V12 een duel te organiseren. Een duel tussen twee vrijwel even sterke krachtpatsers: de Fendt 939 Vario in Black Beautyuitvoering en als contrast deze spierwitte Chevrolet Camaro met 432 pk 6,2-liter-V8. De spelers van de American football-teams Zurich Renegades en Bern Grizzlies waren uitgenodigd om het duel uit te vechten, omdat deze sport zich kenmerkt door de combinatie van kracht, snelheid, wendbaarheid, vernuft en souplesse.

Puntenstrijd Snel accelereren is belangrijk bij American football. Twee punten waren er daarom te winnen bij het onderdeel sprint. Eén voor de eerste twintig meter en daarna tot de finish. Die finish lag voor de Camaro op een mijl en voor de Fendt op een kwart mijl, afgestemd op de verschillen in topsnelheid van respectievelijk 260 en 60 km/u. Je voelt hem al een beetje aankomen: de Camaro, opgegeven voor 0-100 km/u in 5,4 seconden, schoot inderdaad als een pijl uit de

56

grondig - Januari Juli 2012 2014

boog weg en pakte met gemak het eerste punt. De Fendt vertrok ‘rubbervriendelijker’ en beheerster. Daarna toonde hij echter het grootse trekkervernuft met de traploze bak. Waar de Camarobestuurder op de 1,6 kilometer heel de zesbak door moest schakelen, accelereerde de Fendt continu door als een footballer die ononderbroken sprintend de achterlijn haalt. De Fendt wist zo de Camaro op de meet toch nipt te verslaan: 1-1. Gepast remmen is in het football en in het dagelijks verkeer net zo belangrijk. Daarom werd er een remproef opgezet die was afgestemd op de wettelijk toegestane snelheden in Zwitserland, 40 km/u voor de Fendt en 120 km/u voor de Camaro, met als criterium het aantal voertuiglengtes remweg. Waar buitenstaanders wel eens twijfelen over de remkracht van moderne trekkers gaan de ogen nu zeker open. De Fendt remde abrupt en resoluut. Na 1,5 trekkerlengte stond de Black Beauty al stil. De Camaro-rijder moest duidelijk doortrappen voor maximale remkracht. De Camaro begon daardoor wat later te remmen en liet indrukwekkende strepen achter. Pas na tien autolengtes stond de witte bolide stil. Dit onderdeel werd dus met afstand gewonnen door de Black Beauty en dus was de tussenstand 2-1 in het voordeel van de Fendt.


Wendbaarheid was het volgende American football-onderdeel op het menu, uitgevoerd als slalom. Vooraf lijkt de Fendt hier in het nadeel met zijn grotere draaicirkel van 13,10 meter, tegenover 11,60 meter voor de ook nog eens op de eerste meters snellere Camaro. Mits de Camaro er geen driftpartij van maakt natuurlijk. De football-speler wist de Camaro mede dankzij het stabilisatieprogramma zonder al te veel gepiep en gespin behendig in een rappe 42 seconden strak naar de finish te slalommen. De Fendt was duidelijk trager en nam de pilonnen ruimer. Maar liefst 22 seconden later passeerde hij de finishlijn. En daarmee was de stand weer gelijk.

Spraakmakende finale De laatste opdracht vormde dus meteen de grote finale. En niet de minste: inparkeren. Met de hoge Fendt met zijn grotere banden en ruimere draaicirkel versus de Camaro met zijn lage zit en kleine ruitjes, zodat je ook daar slecht zicht hebt. Wat nu? De beste stuurman uitzoeken, lag te veel voor de hand. Om er een echte strijd van te maken, werden de meegekomen cheerleaders uitgenodigd deze uitdaging aan te gaan. Goed voor enig leedvermaak vooraf. Edoch, echte cheerleaders weten van wanten, zo ook deze dames. Beide deelneemsters stuurden de bolides resoluut en met grote precisie in één keer in het parkeervak. En dus restte er maar één eindoordeel: gelijk. En daarmee bleef de imagostrijd tussen deze titanen onbeslist. Alhoewel onbeslist: het filmpje heeft de verwachte positieve respons buiten onze sector opgeleverd voor de trekker als high-tech-product. En daar was het uiteindelijk toch om te doen.

Hier wil iedereen wel een keer in zitten voor een sprint. Strak, sportief en snel op de eerste meters, maar wel ouderwets schakelen en dus verrassend onderuit in de lange sprint.

Grote ogen bij de deelnemers en de tv-ploeg bij het zien van de enorme remkracht van de Fendt. De Black Beauty won dit onderdeel met glans. Goed voor de beeldvorming.

Niet moeilijk te raden, dit onderdeel. Tijdens het toekijken wist de Fendt-crew al dat het heel lastig zou worden om de wendbaardere, lichtere en snellere Camaro te verslaan.

Tekst: Gert Vreemann Bron & foto’s: Stephan Schmidlin Zichtbaar trots ‘ingeparkeerd’. Deze cheerleader was aangenaam verrast door de moderne bediening en techniek. Ze scoorde volop bewondering door feilloos in te parkeren.

Als bestuurders waren de American football-teams Zurich Renegades en Bern Grizzlies uitgenodigd. Passend omdat deze sport zich kenmerkt door de combinatie van kracht en souplesse.

grondig - Januari 2014

57


uitsmijter

Denk aan uw profiel

Onlangs stond er weer een bericht in de krant over een ongeval met een bedrijfsautootje. De bestuurder verloor de macht over het stuur, raakte een stoeprand en sloeg over de kop. Gelukkig landde de auto weer op zijn wielen en kon de bestuurder ongedeerd uitstappen. Toen de politie arriveerde, volgde echter de tweede tegenslag. Die constateerde dat de banden onvoldoende profiel hadden en trakteerde de bestuurder ook nog op een proces-verbaal. Naar schatting rijdt één derde van de automobilisten op banden met te weinig profiel. Dat komt neer op 2,4 miljoen auto’s! Zorg dat u geen gevaar op de weg bent voor uzelf en anderen en ga veilig op pad. Profieldiepte Wettelijke minimale profieldiepte

Advies ANWB

Zomerbanden

1,6 mm

2 mm

Winterbanden

1,6 mm

4 mm

Opmerking

Bij doorrijden tot 1,6 mm, is het winterband effect weg.

Een nieuwe band heeft een profieldiepte van 8 mm.

Remweg bij 120 km/u in de regen tot stilstand Profiel 8 mm

7 mm

6 mm

5 mm

4 mm

3 mm

2 mm

1,6 mm

Remweg

66 m

68 m

70 m

80 m

90 m

110 m

125 m

65 m

Elke afgesleten millimeter profiel verlengt de remweg! Naast voldoende profiel is ook een goede bandenspanning van groot belang. Gevolgen van een te lage bandenspanning: • Onherstelbare beschadiging van de band • Slechtere rijeigenschappen • Verhoging van de rolweerstand en dus een hoger brandstofverbruik • Minder grip op de weg en dus een langere remweg • Verhoogde kans op klapbanden Ga veilig op weg en breng uzelf en anderen niet in gevaar door een te lage bandenspanning. Check daarom maandelijks de spanning en de profieldiepte.

Klagen is zinloos, doe iets of vergeet

Een RI&E: werken aan een veilig en gezond bedrijf Vaak merken wij als Stigas-preventieadviseurs dat wij binnen een bedrijf

adviseur in overleg met u hoe een risico het best kan worden weggeno-

met een andere bril op kijken, aandachtspunten zien die een onderne-

men. In een voor- of nagesprek bespreekt de adviseur hoe in uw bedrijf

mer niet (meer) ziet. Ik zal een voorbeeld geven: een heftruck waar de

een aantal organisatorische zaken zijn geregeld.

bestuurder de veiligheidskooi met plastic heeft afgedekt om droog te

Heeft u een bedrijf met personeel, dan bent u via Colland automatisch

zitten als hij met de heftruck buiten in de regen rijdt. De heftruck is ge-

aangesloten bij Stigas. Door deze aansluiting krijgt u een forse korting

keurd, de medewerker heeft een heftruckcertificaat, maar toch is er een

op de RI&E. Het maakt daarbij niet uit of het bedrijf de ziekteverzuimver-

risico aanwezig. Door het plastic is het zicht naar een geheven last niet

zekering bij Sazas heeft of elders. Zo betaalt u als werkgever met maxi-

goed; de heftruckchauffeur moet half naast zijn stoel hangen om te zien

maal tien medewerkers slechts € 160,-. U heeft recht op de uitvoering

of hij de last goed hoog in de magazijnstelling kan zetten. Wij advise-

van een RI&E door een Stigas-preventieadviseur. Als uw bedrijf VCA-

ren dan bijvoorbeeld om een plexiglazen plaat op de veiligheidskooi te

gecertificeerd is, kunt u ook gebruik maken van een Stigas-preventie-

monteren. Dan zit de heftruckchauffeur droog en heeft hij goed zicht op

adviseur met het certificaat middelbaar of hoger veiligheidskundige.

zijn geheven last. Een maatregel die relatief weinig kost, maar een hoop

Als de RI&E eenmaal is uitgevoerd, is het allerbelangrijkst dat u met het

ellende kan voorkomen. Belangrijk is dan wel dat deze plexiglazen plaat

plan van aanpak aan de slag gaat. Agendeer de acties die moeten wor-

ook goed wordt schoongehouden.

den ondernomen om uw bedrijf veilig en gezond te maken!

Tijdens de rondgang voor een zogenaamde risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) inventariseert de adviseur waar in het werk risico’s zijn voor

Peter Bredius

de veiligheid en de gezondheid van werknemers. Tegelijkertijd kijkt de

Stigas-preventieadviseur en hoger veiligheidskundige


Ontdek het Laudis effect:

krachtig, snel en veilig!

Zeer krachtig maïsherbicide • breed werkingsspectrum • gewasveilig • snelle werking • snel regenvast www.bayercropscience.nl

Lees vóór gebruik eerst het etiket en de productinformatie. Gebruik gewasbeschermingsmiddelen veilig.


Grondig 1 - 2014