Skip to main content

UvA Connect 2026

Page 1


NECT CON

en onderzoekers

Marjolein Moorman • Robbert Dijkgraaf Joyeeta Gupta • Harm Edens • Boaz Cahn Safae el Khannoussi • Camiel Kesbeke en nog 24 bijzondere alumni

Elke baanbrekende ontdekking begint met nieuwsgierigheid en een frisse blik

ROBBERT DIJKGRAAF

Als een gebouw kan uitnodigen tot nieuwsgierigheid, dan is het de nieuwe UB. Kijk binnen vanaf pagina 15.

INHOUD

WHAT’S UP NOW

5 Voorwoord Peter-Paul Verbeek

8 Inspiratie Boaz deelt de duif

12 Nieuws uit de UvA-community

15 Binnenkijken in de nieuwe UB

22 Nostalgie Afscheid van het Singel

24 Flirten tussen de studieboeken

78 Column Tobi Lakmaker

WHAT IF...

28 Mentale APK Thijs Launspach & Brankele Frank

36 Vrouwengezondheid verdient alle aandacht

40 Inspiratie Drie eigenwijze andersdoeners

44 Hemelbestormer Joyeeta Gupta denkt mondiaal

49 Wetenschap Is de wereld gekker dan de film?

56 Maatschappij Rechtenstudenten voor de klas

60 Inspiratie Het activisme van Harm Edens

WHAT’S NEXT

66 Schenken geeft zoveel geluk

70 Blijf leren onderwijs voor professionals

72 Fonds voor jonge wetenschappers

74 Word mentor voor meer inclusie

75 Internationaal New York

76 Word lid Kring Amsterdamse Economen

77 Alumniweek 2026

UvA Connect is een uitgave van Bureau Communicatie, Universiteit van Amsterdam

Editorial team UvA Kris Sloot & Coco Lambriex (coördinatie), Pam Ackermans (tekstredactie), Anne-marie van Meerveld, Gé Teunissen Concept en begeleiding Sterre van Leer Ontwerp en vormgeving Liedia van den Broek Advies Helga Lobosco de Jonge Foto Cover Esmée Franken Druk Opmeer Contact: alumni@uva.nl. Scan de QR-code en houd je gegevens up-to-date. © UvA, 2026. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd zonder uitdrukkelijke

WWat als we de universiteit opnieuw uitvinden én de waarde van vrije wetenschap voor een gezonde, eerlijke en duurzame toekomst behouden? Onze samenleving vraagt meer dan ooit om het verbinden van de superkracht van wetenschap met de vraagstukken van vandaag en morgen. In dit magazine vind je verhalen van onder meer Joyeeta Gupta, van Robbert Dijkgraaf, van oud-student en ondernemer Camiel Kesbeke en van onze verbindende studentassessor Willem Volker. Allemaal eigenzinnige mensen die blijven doorvragen, om de dingen anders en beter te doen. Ik ben er trots op dat er bij de UvA nog duizenden anderen rondlopen met diezelfde instelling. Onze opdracht is de ramen en deuren steeds verder open te gooien, zodat ons werk nog meer dan nu aansluit bij alle razendsnelle veranderingen in de wereld. Zo bouwen we samen aan die nieuwe universiteit, voor nu en voor de toekomst.

is rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam en podcasthost van de UvA-podcast Net Echt (zie pagina 49) PETER-PAUL VERBEEK

WHAT’S UP NOW WHAT’S

UP NOW WHAT’S UP NOW

WHAT’S UP NOW WHAT’S UP NOW WHAT’S UP NOW WHAT’S UP UP NOW WHAT’S UP NOW WHAT’S UP NOW WHAT’S

‘EEN DIALOOG IS GEEN DEBAT’

BOAZ CAHN (26) is een van de initiatiefnemers van Deel de Duif, een prijswinnend Joods-islamitisch dialooginitiatief. De afgelopen twee jaar hielpen ze talloze scholen en overheden om lastige gesprekken te voeren. ‘Vertel waarom iets je raakt – daarover kun je het niet oneens zijn.’

Voor UvA-alumnus Boaz was Deel de Duif niet zijn eerste kennismaking met interreligieuze dialoog. Al voor zijn studie raakte hij betrokken bij Leer je buren kennen, een initiatief vanuit de Liberaal Joodse Gemeente in AmsterdamZuid. In dit project ontvangen Joodse jongeren middelbareschoolleerlingen en mbo-studenten in de synagoge.

Thuis bij Femke Halsema

Een paar dagen na de Hamas-aanval op 7 oktober werd Boaz uitgenodigd voor een bijeenkomst in de ambtswoning van burgemeester Halsema, georganiseerd door stichting Yalla! – een platform voor Joodsislamitische dialoog. Daar raakte hij aan de praat met Noa, een kennis van Leer je buren kennen, en twee jongeren met een islamitische achtergrond: Selma en Oumaima.

NOW

BOAZ CAHN

(1999) studeerde Econometrie en Entrepreneurship (2020-2024) en raakte tijdens zijn masterstudie aan de UvA betrokken bij Deel de Duif. Op verzoek organiseert

Deel de Duif ook gastlessen en dialoogsessies bij onderwijsinstellingen en bedrijven. Meer informatie: www.deeldeduif.nl

‘Veiligheid begint bij VERBINDING ’

‘We hadden een heel mooi gesprek’, zegt hij. ‘Die avond was zo anders dan wat je op televisie of sociale media zag, waar mensen elkaar alleen maar aanvielen. Aan het eind van de avond zeiden we tegen elkaar: “Hier moeten we wat mee, want dit is zó nodig.” Je zag het antisemitisme en de moslimhaat stijgen, ook onder jongeren, door wat er was gebeurd.’

Van talkshow tot klaslokaal

Wat begon als een idee voor een socialmediacampagne groeide snel uit tot Deel de Duif. Het symbool, een duif met het woord ‘vrede’ in het Arabisch, Hebreeuws en Nederlands, werd massaal gedeeld. Al snel volgden uitnodigingen voor talkshows, scholen en gemeenten. Docenten namen contact met hen op. ‘Ze zagen ruzies ontstaan in de klas, kinderen die niet meer durfden te komen. Ze vroegen: “Kunnen jullie laten zien dat het ook anders kan?”’

Dat deden ze. Door samen voor de klas te staan, als Joden en moslims, en niet te debatteren, maar te praten. ‘Alleen al door te laten zien dat wij normaal met elkaar in gesprek kunnen, haal je spanning weg.’

Begrijpen, niet argumenteren

‘Op school leer je goed discussiëren en debatteren, maar je leert minder goed om in gesprek te gaan. Dus we beginnen vaak met de vraag: “Wat is een dialoog?”

Want dat is iets anders dan een debat. In een dialoog wil je elkaar begrijpen. Veel mensen denken dat het gaat om argumenten en feiten,’ legt hij uit. ‘Maar vaak gaat het erom wat iets met je dóét. Waarom raakt dit jou? Daarover kun je het niet oneens zijn.’

Persoonlijke drijfveer

Voor Boaz is zijn drijfveer vanzelfsprekend. ‘Als ik naar de synagoge ga, staat de marechaussee voor de deur, mijn hele leven al. We leven als Joden onder een continue veiligheidsdreiging,’ vertelt hij. Juist daarom vindt hij het belangrijk om met anderen in contact te blijven. ‘Ook omdat ik heb gezien waar antisemitisme toe kan leiden. Ik heb vier grootouders die allemaal de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt als klein kind in de onderduik. Het is niet vanzelfsprekend dat we hier in vrijheid leven. Dialoog is een kleine schakel om dat wel te behouden. Voor Joden, moslims en andere kwetsbare minderheden. Dat motiveert mij heel erg.’

Polarisatie op de campus

Over de polarisatie aan universiteiten is Boaz realistisch. ‘Mensen moeten leren denken in twee sporen,’ zegt hij. ‘Beleid en relatie.’ Over beleid mag je hard clashen. Maar relationeel moet je blijven investeren in gesprek. ‘De meeste studenten hoeven samen geen beleid te maken. Dan is het des te belangrijker dat ze elkaar blijven zien als mens.’

Vooruitkijken

Inmiddels is Deel de Duif een stichting, met een raad van advies en plannen voor verduurzaming. Boaz’ persoonlijke droom? ‘Dat we als samenleving veel serieuzer investeren in sociale cohesie,’ zegt hij. ‘Veiligheid begint niet bij defensie, maar bij verbinding.’

NIEUWS

UVA ONTWIKKELT ALTERNATIEF VOOR CHATGPT

Marjolein Moorman zet haar missie voort

UvA-alumnus MARJOLEIN MOORMAN verruilde in 2025 Amsterdam voor de Tweede Kamer namens GroenLinks-PvdA. Daar zet ze nu landelijk voort wat ze al nastreefde als wethouder Onderwijs in Amsterdam: dat iedereen gelijk gewaardeerd wordt en de kans krijgt mee te doen in het onderwijs en in de samenleving. Om ongelijkheid structureel aan te pakken en lokale initiatieven echt kans van slagen te geven, is landelijke wetgeving nodig, zegt ze.

Moorman bleef na haar studie Communicatiewetenschap werkzaam aan de UvA, waar ze van promovendus doorgroeide tot universitair hoofddocent Politieke Communicatie. Tot aan haar overstap naar het wethouderschap in 2018 werkte ze aan de universiteit.

De UvA maakt werk van digitale onafhankelijkheid met UvA AI Chat, sinds 2025 het interne alternatief voor commerciële chatbots. Alle gegevens blijven binnen de UvA, gebruik is anoniem en prompts worden niet gebruikt voor advertenties. De gratis tool, ontwikkeld door een team van studenten en docenten, voldoet aan strikte privacy- en integriteitsrichtlijnen. Daarmee biedt UvA AI Chat een veilige ‘sandbox’ om generatieve AI te omarmen én de kernwaarden van academisch onderwijs te bewaken, onafhankelijk van Big Tech. Meer op uva.nl/ai.

STUDENT IN ACTIE TEGEN POLARISATIE

Hoe blijven we op een goede manier in gesprek, ook als we het niet met elkaar eens zijn?

WILLEM VOLKER, eerstegeneratiestudent Filosofie uit een ondernemersgezin, zag de polarisatie op de UvA met lede ogen aan en wilde een platform bieden voor meerstemmigheid.

‘De Vrijplaats voor Verschil is een plek waar studenten met elkaar in dialoog gaan, en waar ook Deel de Duif komt spreken.’

Want gesprek is verbinding, juist als je het niet eens bent met elkaar. Als studentassessor vertegenwoordigt Willem bij het College van Bestuur daarnaast de stem van studenten.

‘Ik wil er zijn voor ál mijn medestudenten; ze kunnen hun zorgen of ideeën delen.’ Meer op uva.nl/vrijplaats.

Augurkenkroonprins Camiel Kesbeke doet kennis op bij de UvA

UvA-alumnus CAMIEL KESBEKE (bekend van Expeditie Robinson en realityserie De Augurkenkoning) was eigenlijk helemaal niet van plan om het familiebedrijf over te nemen. ‘Ik ging Economie en Bedrijfskunde studeren aan de UvA omdat ik niet wist wat ik wilde. Maar het was natuurlijk handig om mijn studie-opdrachten bij Kesbeke uit te voeren. Zo leerde ik meer over het bedrijf en werd ik steeds enthousiaster.’ Dat moest groeien, vertelt hij. ‘Toen ik jonger was, vond ik augurken nog niet zo sexy. Maar ik hoe meer ik over het familiebedrijf te weten kwam, hoe leuker ik het vond. Daar ben ik de UvA hartstikke dankbaar voor.’

DROOMDEBUUT

Als eerste debutant ooit won SAFAE EL KHANNOUSSI de Libris Literatuur Prijs met haar ambitieuze

roman Oroppa. Eerder won ze er de grootste Vlaamse literatuurprijs mee.

El Khannoussi studeerde Filosofie aan de UvA, waar ze doceert en werkt aan haar proefschrift.

UvA hoog op de ranglijst

De UvA doet het opnieuw goed in de internationale rankings. Deze opleidingen staan wereldwijd in de top 50 van de Shanghai Global Ranking of Academic

2025:

TANDARTSSTUDENTEN OP BAKFIETS LANGS OUDEREN

Een hoge notering in de rankings is geen doel op zich; de UvA richt zich op kwalitatief hoogstaand onderwijs en onderzoek, en dat geldt voor alle opleidingen. De positie in de rankings geeft wel een indruk van de kwaliteit (afhankelijk van wat een specifieke ranking meet).

Meer informatie op uva.nl.

Kwetsbare ouderen die niet meer zelf naar de tandarts kunnen, krijgen bezoek van ACTA-studenten op een bakfiets. Die geven gratis preventieve zorg om slechte mondgezondheid te voorkomen. Na een succesvolle pilot is het bakfietsproject een vast onderdeel geworden van tandartsopleiding ACTA. Tandarts-geriatrie en docent CLAAR VAN DER MAARELWIERINK stond aan de basis: ‘Het is een win-win.

Ouderen zijn blij met de gratis zorg die ze anders niet krijgen. Studenten kunnen zich professioneel en persoonlijk ontwikkelen. Zo bereiken we een vergeten groep die niet meer naar de praktijk komt, en voorkomen we problemen. En dat is onze maatschappelijke verantwoordelijkheid.’ Aanmelden kan via de QR-code.

Dossier

Een gebouw dat je met open armen ontvangt, even indrukwekkend als verwelkomend: het bestáát. Stap door de toegangspoortjes en het is liefde op het eerste gezicht. Zonlicht valt binnen door het hoge dak, zachte banken in UvA-rood nodigen uit om even te gaan zitten en naar boven te kijken. Blikvanger is de witstalen boomconstructie die uitwaaiert in een bladerdak van staal en glazen driehoeken, ingenieus naar binnen gevouwen zodat het van buitenaf onzichtbaar is. Zo bleef het monumentale karakter van het oude ziekenhuiscomplex behouden, en wordt meteen regenwater opgevangen – want het nieuwe Binnengasthuiskwartier is ook zo circulair en energiezuinig als mogelijk. Dat de ambities torenhoog waren, was van meet af aan duidelijk. De nieuwe Universiteitsbibliotheek moest een open, verbindend plein van de wetenschap worden; een plek die uitnodigt om elkaar te ontmoeten, maar ook om te onderzoeken, te dwalen, verrast te worden en nieuwe ideeën te delen. Dat is gelukt – en meer dan dat.

Ooit was dit de binnenplaats van een KLINIEK

Boeken nemen nog steeds een prominente plek in. Keurig afgestoft staan ze in rijen op de entresols van de voormalige ziekenzalen, nu omgevormd tot studiezalen met een aangename ‘Hogwarts-touch’. Op de balkons, waar vroeger de verpleegsters van de Chirurgische Kliniek uitkeken over de binnenplaats, staan nu zitjes om even te bellen of te pauzeren. Net als in de gangen, waar een slimme kleurcodering van de banken helpt om te navigeren door het doolhof van gangen.

Het verbinden van de drie gebouwen was een architectonische breinbreker, want alle goothoogtes en vloerniveaus verschilden. Ook dit probleem losten de architecten van MVSA op met de stalen boom: loopbruggen naar de verschillende verdiepingen komen op alle hoogtes binnen en vormen zo een organische verbinding. Door het atrium aan de voet van de boom te verdiepen, kunnen daar bijeenkomsten worden gehouden waarbij belangstellenden gezellig over de balustrade kunnen meekijken. Ook de uitleenbalie is beneden.

De diversiteit aan ruimtes is goed doordacht: er zijn kleine overlegkamers, belhoekjes, de oude snijzaal werd een compact theater voor hoorcolleges en buluitreikingen. Wie vroeg genoeg komt, kan zelfs een romantisch torenkamertje claimen als studieplek. Maar ook op de bordessen van de ‘boom’ zijn werkplekken gecreëerd, en de wc’s zijn esthetisch genoeg voor een TikTokje. Nog een favoriet: de spierwitte brainstormruimte beneden, waar alle muren en tafels beschrijfbaar zijn met whiteboardstift. Medewerkers en studenten hebben de nieuwe UB vanaf dag één in hun hart gesloten.

En dat is dan ook meteen het enige minpunt dat genoemd wordt: in tentamentijd is het handdoekje leggen om een van de ruim 1100 studieplekken te bemachtigen.

ZELF BINNENKIJKEN?

De UB is 7 dagen per week geopend en toegankelijk met een UvA-pas (ook voor AUVleden). Rondleidingen voor belangstellenden zijn er regelmatig, maar let op: ze zijn snel volgeboekt.

Reserveren:

VIJFTIG

JAAR GESCHIEDENIS aan het Singel is ten einde. Kijk nog één keer mee.

DAG OUDE UB

Toonbeeld van modernisme of afzichtelijke kolos?

De brutalistische steenklomp aan het Koningsplein verdeelt de geesten al sinds de bouw in de jaren zestig. Generaties studenten zijn er intussen door de draaideur gestapt. Tienduizenden tentamens zijn er geleerd, nog veel meer bekertjes automatenkoffie doorheen gegaan. Er is gezucht, gesteund, gevloekt en geflirt (de Facebook-datingpagina ‘Gespot in de UB’ was zelfs een kortstondige hit).

Nu zijn de studiezalen leeg, de fietsen voor de deur zijn weg, de draaideuren voorgoed gesloten. Dag oude UB – toch gek dat je weg bent.

Zoeken in de Centrale Catalogus, jaren zeventig
Afdeling Bijzondere Collecties
Kantine, jaren zeventig

LIEFDE IN TIJDEN VAN studiestress

Geen sfeerlicht, maar laptopschermen. Geen achtergrondmuziek of rinkelende glazen, maar zacht getik op toetsenborden en ritselende papieren. Stilte is gewenst en als je telefoon afgaat, riskeer je de geïrriteerde blikken van je medestudenten. De bibliotheek lijkt op het eerste gezicht misschien niet de meest romantische plek voor een date.

Toch is dat precies waar dit liefdesverhaal begint. Het is muisstil en de studieplekken om mij heen zijn allemaal bezet. Studenten ploeteren geconcentreerd door hun leeslijsten, tentamenstof, schrijfopdrachten.

Naast mij, zo dichtbij dat we elkaars ellebogen bijna raken, zit de rechtenstudent die ik 32 minuten eerder het volgende bericht heb gestuurd via WhatsApp:

Hey! Hoe gaat het?

Zit jij toevallig ergens te studeren vandaag?

Ik tref hem voorovergebogen over zijn leeswerk. Als hij mij ziet, wijst hij op de plek naast hem die hij voor mij heeft vrijgehouden.

Terwijl ik mijn jas uitdoe en mijn eigen laptop en papierwerk op tafel leg, probeer ik heel zachtjes een

gesprek te voeren. Ik vraag hem hoe het gaat, waar hij mee bezig is en of hij misschien ook een kopje koffie wil uit een van de automaten.

Hij beantwoordt mijn vragen met een brede glimlach. Het gaat goed, fluistert hij terug. Hij werkt aan zijn bachelorscriptie en nee, hij wil geen koffie.

Ik durf verder niets meer te vragen, want iedereen kan hier woord voor woord meeluisteren. Dus nu zit ik naast hem en doe mijn best om een vraagstelling te formuleren voor mijn scriptie.

Wat zit hij geconcentreerd te werken.

Wat fijn dat hij deze plek voor mij heeft vrijgehouden.

Had hij altijd al dit mooie zwarte brilmontuur?

Ruim een half jaar eerder, in de zomer van 2018, hebben hij en ik elkaar ontmoet via een gemeenschappelijke vriend. Maar: hij maakte toen plannen om een semester te gaan studeren in Birmingham. Ik kwam

net terug van mijn uitwisseling naar New York en had eigenlijk nog liefdesverdriet over iemand die ik daar had ontmoet.

Gelukkig is Amsterdam net een dorp. We kwamen elkaar weer tegen, nu in februari. Ik zat inmiddels in het laatste semester van mijn bachelor Politicologie en volgde een scriptiewerkgroep in de kelder van Roeterseiland. Tijdens de pauze liep ik de trap op en de ABC-hal in, richting de kiosk.

Daar stond een stel studenten te kletsen. Eén van hen viel mij in het bijzonder op. Mijn eerste gedachte: Wat een leuke jongen. En een paar seconden later: Hee, ik ken hem! Zenuwachtig kwam ik dichterbij, en toen onze blikken elkaar troffen voelde ik meteen vlinders in mijn buik.

Enkele dagen later stuurde ik hem dat appje.

Voor twee introverte, verlegen jonge twintigers was de bibliotheek een perfecte plek voor een eerste date. We spraken nog eens af, en nog eens. Later durfden we de omstandigheden wat romantischer te maken en verplaatsten we naar de bibliotheek van het P.C. Hoofthuis. Daar stond helemaal bovenin in een hoek aan de noordkant een tafel met precies twee studieplekken.

Uren achtereen zaten we naast elkaar aan die tafel, werkend aan onze bachelorscripties, met alleen de boekencollectie van Geesteswetenschappen om ons heen.

Dat najaar woonden we elkaars bulceremonies bij. Hij hielp mij met mijn aanmelding voor mijn duale master en ik dacht met hem mee over een alternatief plan toen een deel van zijn studie vanwege de pandemie niet door kon gaan. De studiesessies gingen door, bij hem thuis of bij mij. Tijdens de lockdowns keken we samen films via Facetime.

We gingen samenwonen, besloten ons te verloven.

Over twee maanden vieren we de tweede verjaardag van onze dochter.

‘Onze’ oude bibliotheek bestaat niet meer. Maar nog steeds ploeteren studenten zich in stilte door honderden en honderden bladzijdes aan academische literatuur. En nog steeds zijn er studenten die een plek naast zich vrijhouden voor degene die net een berichtje heeft gestuurd:

Zit jij toevallig ergens te studeren vandaag?

(1995) volgde de master Journalistiek aan de UvA en werkte onder meer voor VICE, De Volkskrant en de NOS. Ze maakte de 2Doc-docu Momentum over vrouwen in de politiek en is social media-coördinator bij de UvA.

IF... WHAT IF... WHAT IF... WHAT IF... WHAT IF... WHAT

WHAT IF... WHAT IF... WHAT WHAT IF... WHAT IF... WHAT

TB

Thijs & Brankele

Op de UvA liepen ze elkaar straal voorbij. Nu staan ze samen op het podium met hun Mentale APK. Een kijkje onder de motorkap bij BRANKELE FRANK & THIJS LAUNSPACH.

BTHIJS: Brankeles superpower? Woordgrapjes. En Brankele heeft de nauwkeurigheid en het scherpe brein om écht de vinger te krijgen achter hoe het allemaal zit.

BRANKELE: Dank je! Jouw superpower is denk ik dat je heel stabiel bent, veel stabieler dan ik. Jij blijft rustig, ook als de druk hoog is. Dat is trouwens ook heel irritant soms. Dan heb ik een idee waar ik helemaal vol van ben, en dan reageer jij zo van: Hm, oké... dat zouden we wel kunnen proberen, ja.

Haha, herkenbaar. Ik ben gelijkmoediger dan jij.

Precies. Ik heb twee burnouts gehad, de tweede toen ik een boek zat te schrijven over de eerste. Jij bent nooit op dat punt geweest, toch? Wanneer was jij voor het laatst randje overspannen?

Ik? Ik denk nog nooit. Jij? Eh… een maand geleden? Sinds de finale van De Slimste is het een gekkenhuis geweest. De eerste drie dagen werd ik overspoeld door duizenden berichten;

mijn mailbox ontplofte, LinkedIn, mijn instagram, appjes… Berichtjes, talkshows die me wilden hebben, interviews, SBS6-achtige dingen waar ik nee tegen zei. En dan waren er nog de romantische liefdesbetuigingen.

Serieus?

Ja, die had ik echt totaal niet zien aankomen! Zúlke lange e-mails zaten ertussen – ook van heel grappige, leuke mensen.

Hoe vond je dat?

Kijk, ik ben single, dus op zich... ik sta best open. Maar ik had helemaal geen tijd om dat allemaal rustig te gaan lezen. Ik dacht ook: hoe kan ik in vredesnaam beoordelen of jij echt een leuk persoon bent? En nu weet ik dus niet meer waar al die berichten gebleven zijn. Ik weet nog dat er één best wel leuke tussen zat. Waar ik op dat moment helemaal geen tijd voor had.

En nu is hij kwijt.

Ja. Dat is meteen een tip voor als je iemand leuk vindt die opeens in de bekendheid is: wacht even drie weken. Anders komt het allemaal op dezelfde grote hoop.

Hoe is het nu met het gekkenhuis?

Nou, na drie weken begonnen de interviewverzoeken een beetje af te nemen en ik dacht: dit is dus televisie, zo snel is het ook weer voorbij. Maar toen kwamen alle aanvragen voor lezingen en dagvoorzitterschappen, programmamakers die met me wilden samenwerken… Allemaal superleuk maar ook bizar druk. En intussen

als we MENTALE

GEZONDHEID écht serieus nemen?

moet ik eigenlijk een nieuw boek schrijven. Maar als ik daar een uur voor inplan, loopt het alweer vol.

Een uur helpt ook niet echt hè, voor een boek.

Wat doe je als het je te veel wordt? Wat is jouw lifehack bij stress?

Inmiddels weet ik dat ik dan echt de stekker eruit moet trekken. Ik heb vorige maand mijn agenda leeggeveegd en ben een week naar Spanje gegaan. Een soort retraite, helemaal niets doen, alleen uitrusten. Dit keer was ik er gelukkig op tijd bij, want eenmaal over de rand lukt ook dat opladen niet meer. Dat heb ik dan wel weer geleerd van die twee burnouts.

BRANKELE: Oké, genoeg over mij. Laten we het eens over jou hebben, Thijs. Wij studeerden tegelijk aan de UvA. Toch hebben we elkaar toen nooit ontmoet. Vertel eerst eens: wat was jij voor student?

THIJS: Hm, goeie vraag… Ik was geen typische student. Ik was in die jaren nogal huisje-boompje-beestje in Haarlem, waar ik samenwoonde met mijn toenmalige vriendin. Ik was ook al jong bezig met andere dingen: politiek actief, zijdelings betrokken bij het studentenprotest, ik heb altijd gewerkt naast mijn studie. Die full-time student met het Amsterdamse studentenleven, dat was ik dus niet. Achteraf heb ik daar wel een beetje spijt van gehad. En jij dan, had jij een echte studententijd?

Zéker wel. In mijn tweede jaar ben ik gaan ik werken bij filmtheater Kriterion en vanaf toen was mijn leven één groot feest. Bestuursavonden, avondbardiensten,

‘Mijn idee van studeren: GROOTS EN MEESLEPEND’

nahangen met collega’s en dan ’s nachts nog films kijken in de filmzalen… Mijn eigen studiegenoten vond ik een beetje saai vergeleken met die club. Groots en meeslepend, filosofische discussies tot diep in de nacht; dat was mijn idee van studeren. In het jaar tussen mijn bachelor en mijn master heb ik ook nog een jaar van alles gestudeerd: geschiedenis, Hebreeuws, filosofie. Ik dacht, anders word ik zo’n dichtgetikte wetenschapper die verder helemaal niets weet. Dat herken ik. Voor mij was dat een reden om meteen te gaan werken, om me te ontwikkelen op manieren die niet in de studie aan bod kwamen. Ik had een enorme behoefte om me nuttig te maken en dingen te gaan dóén in de wereld.

Ben jij een wereldverbeteraar?

Ja, er zit wel iets van een activist in mij. Kennis om de kennis zegt mij niet zoveel –ik wil die kennis graag toepassen. Als je iets kunt, of iets weet, dan ben je moreel verplicht om er iets mee te doen, vind ik. Ik kom niet voor niets uit de linkse actiebeweging. Betekent dat ook: de boodschap stevig naar voren brengen, desnoods ten koste van de methodologische zuiverheid?

Ik zie je lachen. Vind je dat ik dat doe?

Nou, met Smartphonevrij Opgroeien heb je heel veel aandacht gekregen en heel veel bijval, maar die kritiek kreeg je ook.

Ik heb echt haters, ja. Misschien omdat ik graag wissel tussen de pet van de activist en de pet van de wetenschapscommunicator Ik probeer wel altijd duidelijk aan te geven waar de wetenschappelijke onduidelijkheid nog ligt.

Ik vind: als je aanwijzingen hebt dat social media of smartphones niet goed zijn voor kinderen, dan moet je niet wachten tot dat verband onomstotelijk bewezen is. Dan zeg ik: laten we heel erg voorzichtig zijn, en het zekere voor het onzekere nemen. Je mag trouwens ook best gewoon naar ouders luisteren in dit verband. En naar artsen die zich zorgen maken, psychologen, psychiaters die in de praktijk zien wat de effecten zijn op kinderen en jongeren.

BRANKELE: Stel: jij bent morgen de nieuwe minister van Mentale Volksgezondheid. Wat ga je als eerste doen?

THIJS: Eén: een leeftijdsgrens op sociale media, naar Australisch model. Twee: investeringen in preventie, in wijkcentra, in jongerencentra. Maar liefst word ik ook meteen minister van onderwijs, om te zorgen dat er een doorlopende leerlijn mentale veerkracht komt. Van de basisschool tot de middelbare school. Leren samenwerken, behoeften communiceren, grenzen bewaken, steun zoeken en geven. En jij, wat zou jij doen?

Dat dus. Emotieles op de basisschool verplicht stellen. Als kinderen al jong leren wat emoties zijn, hoe ze voelen, wat je lichaam dan wil, wat logische reacties daarop zijn en welk gedrag daarbij acceptabel is… Als kinderen al lichaamsbewustzijn ontwikkelen en emotionele intelligentie, dan zou dat een enorme stap zijn voor onze mentale gezondheid. Ook in conflictresolutie en in hoe we relaties aangaan met elkaar. Goed punt. Er is nu een soort ongemak om elkáár te helpen als het niet goed gaat. Dat verklaart een groot deel van de vraag naar professionele hulp, daar ben ik van overtuigd. We weten niet meer zo goed hoe we moeten samenleven.

Eens. Én volgens mij is het zicht vertroebeld op wat

THIJS & BRANKELE

BRANKELE FRANK (1987) studeerde o.a. Psychobiologie aan de UvA (2005-2009) en volgde masterstudies Neurobiologie in Londen en Parijs. Ze kreeg landelijke bekendheid als winnaar van De Slimste Mens en is columnist, spreker, schrijver en podcastmaker (Let’s go mental).

THIJS LAUNSPACH (1988) is spreker, trainer, columnist en bestsellerauteur van o.a. Smartphonevrij opgroeien en Fokking druk. Hij studeerde klinische Psychologie (2006-2011) en werkte enige jaren als tutor aan de UvA. Samen staan Brankele en Thijs regelmatig voor groepen en op festivals met hun Mentale APK, een dagprogramma voor mentale gezondheid.

hoort bij het ‘normale’ emotionele spectrum, en wat ziekelijk is. Ik denk dat er heel veel mensen zijn die denken dat ze ziek zijn, terwijl ze zich gewoon niet goed voelen – maar dat is niet hetzelfde.

THIJS: Nog even over dat boek dan. Tipje van de sluier kan wel, toch?

BRANKELE: O ja, dat boek. Het wordt een denk- en doeboek over de zin en onzin van overprikkeling, een bundel waarvoor jij ook een artikel hebt geschreven. Bestaat overprikkeling eigenlijk wel? Kun je het zien in de hersenen, of is het een modewoord? Moet iedereen aan de ontprikkeling; hoe zit dat allemaal? Het wordt echt heel tof. En verder ga ik er niet te veel over zeggen, want het is dus nog niet af.

VROUWEN ZIJN NOG ALTIJD DE LUL

‘Error, die procedure ken ik niet’, zegt de futuristische chirurgierobot als hoofdpersonage Elizabeth Shaw uit de film Prometheus om een keizersnee smeekt, zodat ze verlost wordt van de kwaadaardige inktvis in haar buik. ‘Ik ben alleen op mannelijke patiënten afgesteld.’

Wie verzint zoiets, denkt de Amerikaanse wetenschapper Cat Bohannon als ze de horrorfilm in 2012 in een New Yorkse bioscoopzaal ziet. ‘Geef je een paar biljoen uit aan een buitenaardse expeditie, vergeet je te regelen dat de apparatuur aan boord ook werkt op vrouwen.’

Tot ze zich realiseert dat dit op aarde in het huidige tijdsgewricht eigenlijk niet veel beter is geregeld. Haar boek Eva. Wat de evolutie van het vrouwelijk lichaam zegt over wie we zijn uit 2024 begint dan ook met deze scene. Waarna een ‘hertelling van de menselijke evolutie’ volgt die uitmondt in een hartstochtelijk pleidooi voor een gezondheidszorg die vrouwen serieus neemt,

ook waar het gaat om toegankelijke anticonceptie en het recht op abortus.

Wereldwijd – ook in Nederland – gaapt nog altijd een gezondheidskloof tussen mannen en vrouwen: die laatsten krijgen minder goede zorg. Een kleine greep uit de talrijke voorbeelden: hartinfarcten worden bij hen twee keer zo vaak over het hoofd gezien omdat ze andere symptomen hebben. Vrouwen krijgen veel later dan mannen diagnoses als autisme of ADHD. Pijnklachten worden vaak weggewuifd of gepsychologiseerd, waardoor het gemiddeld zeven jaar duurt voor een vrouw bijvoorbeeld de diagnose endometriose krijgt. Huisartsen kiezen bij manne-

lijke patiënten ook vaker voor vervolgonderzoeken als echo’s, röntgenfoto’s of een doorverwijzing naar specialisten. Daar komt bij dat vrouwen tijdens behandelingen meer last hebben van bijwerkingen, omdat het vrouwenlichaam anders reageert op medicijnen dan het mannenlichaam.

Toch duurde het tot 2025 voor de eerste Nationale Strategie Vrouwengezondheid werd gelanceerd - na jaren lobbywerk en demonstraties van vrouwen in ‘penispakken’ waarmee ze aandacht vroegen voor het feit dat vrouwen ‘de lul zijn als het gaat om gezondheid’. Die strategie moet de structurele achterstanden in kennis, onderzoek en zorg rond vrouwspecifieke aandoeningen aanpakken.

Hoe heeft deze blinde vlek zo lang kunnen bestaan?

‘De gelijkheidsparadox’ is volgens een tweetal Groningse, vrouwelijke historici een van de boosdoeners: omdat feministen en de vrouwenbeweging zo lang hamerden op gelijkheid tussen mannen en vrouwen, zouden zij medeverantwoordelijk zijn voor de veronachtzaming van het vrouwenlichaam door de medische wetenschap. De onderzoekers vinden het de hoogste tijd om ‘de tirades tegen het patriarchaat’ te nuanceren. Een sterk staaltje self blaming. Want de miskenning gaat wel wat verder terug dan de tweede feministische golf.

Al in de Griekse oudheid vormde het mannelijk lichaam het ideaal; vrouwen waren niet meer dan een soort gemankeerde mannen. Samen met het christelijke idee dat de vrouw enkel uit een rib van Adam was geschapen maakte dat de weg vrij voor de man als gouden standaard in de medische wetenschap (de Vlaamse arts Vesalius noemde in de zestiende eeuw de eierstokken van vrouwen zelfs de ‘testikels van de vrouw’).

Daarbij was kennis over het mannenlijf natuurlijk ook gewoonweg gemakkelijker te verkrijgen. Kijk naar het intrigerende schilderij De anatomische les van Rembrandt en de kern van het probleem ontvouwt zich. Dit soort ontledingen van lijken werden in de religieuze

zeventiende eeuw onder het mom ‘gedenk te sterven’ eens keer per jaar publiekelijk toegestaan mits het een veroordeelde misdadiger betrof. En dat waren meestal mannen, schrijft Femke van Heun van belangenorganisatie WOMEN Inc. in Diagnose: vrouw. Voor mannelijke artsen was het bovendien lange tijd onfatsoenlijk om naakte vrouwen te onderzoeken. Kennis over het vrouwenlichaam bleef zo schromelijk achter. Dat het tot in de eenentwintigste eeuw duurde voor het medische onderzoeken zich niet meer uitsluitend op heren richtten, had ook te maken met de ingesleten onderzoekspraktijk die een voorkeur heeft voor zo ‘eenvoudig’ mogelijke experimenten. Dan kon je het vrouwenlijf met haar wisselende hormoonspiegels, menstruatiecyclus en mogelijke zwangerschappen maar beter links laten liggen: allemaal ruis. Tussen 1996 en 2006 ging bijvoorbeeld nog

UVA FONDS

Het UvA Fonds maakt allerlei

onderzoeken en initiatieven mogelijk, zoals het onderzoek van Machteld

Boonstra naar het vrouwenhart. Wil je je verder verdiepen in dit onderwerp?

Luister dan de podcast WAT ALS WE

BETER LUISTEREN NAAR HET VROUWENLICHAAM?, waarin journalist Doortje Smithuijsen erover in gesprek gaat met Machteld

Boonstra, Rebecca Gomperts en Belle Barbé.

altijd 79 procent van alle studies in het wetenschappelijke tijdschrift Pain uitsluitend over mannen, schrijft Cat Bohannon in haar boek Eva. Ook geneesmiddelen werden lang alleen op mannen (en mannetjesmuizen!) getest. Vrouwen kregen dus enkel op mannen geteste medicatie. Maar juist dóór geslachtshormonen en omdat hun organen anders werken, blijken die in vrouwenlichamen anders te werken. Of helemaal niet.

Die eeuwenlange achterstand is niet zomaar ingelopen, bleek ook op de UvA Alumniweek afgelopen oktober. In een live podcast over het vrouwenlichaam vertelde Machteld Boonstra, technisch geneeskundige aan het Amsterdam UMC, over haar onderzoek naar het hart van zwangere vrouwen – mogelijk gemaakt door het AUF Startstipendium. Omdat zwangeren zo lang uitgesloten zijn van medisch onderzoek, is onbekend of bepaalde klachten zoals pijn en kortademigheid horen bij een zwangerschap of het gevolg zijn van hartfalen. Het hart krijgt het bij een zwangerschap namelijk flink te verduren: er moet meer bloed rondgepompt worden en het schuift wat omhoog om ruimte te maken voor de foetus. Een zwangerschap fungeert dus eigenlijk als een natuurlijke stresstest voor het hart en kan mogelijk vroegtijdig verborgen hartziekten aan het licht brengen.

DAPHNE VAN PAASSEN

Daphne van Paassen (1969) is freelance journalist en studeerde Nederlands aan de UvA. Ze schrijft voor onder andere De Groene Amsterdammer en De Volkskrant en geeft les aan Fontys Journalistiek.

Ook UvA-alumnus Rebecca Gomperts, bekend van Women on Waves en de ‘abortusboot’, draagt via nieuw onderzoek bij aan betere genderspecifieke gezondheidszorg. In via crowdfunding gefinancierd onderzoek test ze een nieuwe soort niet-hormonale anticonceptiepil die tot minder bijwerkingen leidt. ‘Er kwam de afgelopen 70 jaar geen enkele nieuwe pil op de markt, terwijl we weten dat vrouwen daar behoefte aan hebben vanwege bijwerkingen als een verhoogde kans op borstkanker, trombose en libidoverlies,’ licht ze telefonisch toe (meedoen aan haar onderzoek kan nog, via de site womenandmore.org). De nieuwe pil wist straks bovendien het onderscheid uit tussen anticonceptie en morning-afterpil. En dat is volgens Gomperts geen overbodige luxe in tijden van meer autocratische regimes. ‘In dat soort samenlevingen sneuvelen de rechten van vrouwen en minderheden altijd als eerste - en daarmee ook het recht op abortus en de toegang tot anticonceptie.’ Tal van universiteiten proberen inmiddels met verschillende onderzoeken de zorgkloof te dichten; van research naar de effecten van kankerbehandelingen bij vrouwen tot onderzoek naar de overgang. Maar daarmee is de klus nog niet geklaard: die wetenschappelijke kennis moet ook landen bij artsen en andere zorgverleners zodat die niet, zoals de futuristische chirurgierobot, een ‘njet’ hoeven verkopen. Dat is van belang voor vrouwen zelf, maar ook voor de samenleving. Al was het maar omdat dit, zo liet WOMEN Inc. becijferen, de gemeenschap zo’n 7,6 miljard euro per jaar aan verzuim- en zorgkosten scheelt.

Meer weten van deze impactmakers? Lees hun langere verhaal online.

KAN HET OOK ANDERS

Meedraaien in de prestatiemaatschappij vraagt een hoop van onszelf – én van onze kinderen. Wat als we bewust een andere aanpak kiezen? Drie alumni geven een voorzet.

Wat als we anders kijken naar succes?

RECLAMEMAKER BAS WELLING

‘De zaken gingen goed: we vlogen de wereld rond, maakten vette dingen, verdienden genoeg. Toch vroegen we ons af: wat zijn we nou eigenlijk aan het doen? De wereld staat in de fik, maar tachtig procent van de reclame in Nederland wordt gemaakt voor slechte merken. En daar was ons bedrijf geen uitzondering op. Collega’s kregen kinderen en maakten zich zorgen over hun toekomst. Dat strookte niet meer met ons werk.

Waar wij goed in zijn, is zorgen dat mensen het ergens over gaan hebben. Die methode bleek ook succesvol om iets te veranderen in de maatschappij. Dus besloten we: laten we de gereedschapskist uit de reclamewereld inzetten om Nederland wat gelijker, duurzamer, veiliger en gezonder te maken. Die switch heeft ook onze blik op succes veranderd. Het gaat niet alleen maar om geld, maar om écht iets veranderen in de samenleving. En natuurlijk lossen we een maatschappelijk probleem niet helemaal op met een campagne. Maar we kunnen wel ons steentje bijdragen.’

Bas Welling studeerde Economie & Bedrijfskunde aan de UvA (afgerond in 2009) en begon al tijdens zijn studie met ondernemen. Hij is co-founder en CEO van creatief bureau We Agency en productiehuis Wefilm en maakte een radicale switch naar maatschappelijke impact. Hij maakte rake campagnes voor grote merken als Interpolis (‘Smoorverliefd’ met Snelle) en VRT (‘Er zijn geen excuses’ met Tom Waes), maar ook voor Vluchtelingenwerk, Milieu Centraal en #artsenslaanalarm. ?

Wat als we weer nee durven zeggen?

‘We leven in een succesmaatschappij. Heel resultaatgericht. Een kind is een project dat moet gaan slagen. We willen dat ons kind gelukkig wordt. Ook hebben we levenshaast. We proppen de levens van kinderen vol sport, muziekles, clubjes. Wat we vervolgens etaleren op sociale media. Want alles moet leuk zijn.Daarbij zijn ouders meer dan ooit in dialoog met kinderen. We vragen: wat wil je eten, met wie wil je spelen? We willen kinderen continu laten meebepalen. Terwijl we steeds minder nee kunnen zeggen. Voor 2000 waren ouders duidelijker, want er was ook minder mogelijk. Dingen lagen vast: dit is wat we eten, hier kopen we kleding, dit is wat je cadeau krijgt. Nu is een kinderfeestje een keuze uit dertig attracties. Er is overvloed aan alles. Vroeger was het koekhappen en zaklopen – vonden ze gewoon leuk. Dat was duidelijk. Ik pleit voor het terugbrengen van de eenvoud. En grenzen stellen. Dan worden kinderen alsnog gelukkiger – wat we zo graag willen!’

Kina Smit studeerde in 2004 als orthopedagoog af aan de UvA. Ze heeft een eigen praktijk en is daarnaast spreker en auteur. In haar boek Opvoeden hoeft niet zo perfect schrijft ze over dilemma’s van het moderne ouderschap.

Wat als ouders zich leren inhouden?

SPORTCOACH

MAURO DE LOOIJ OPVOEDEXPERT KINA SMIT

‘Vrijwel alle kinderen houden van spel en willen meedoen. Een deel van hen wil ook presteren. Door samen te voetballen leer je als kind veel over de maatschappij. Samenwerken, plezier maken, succes creëren, omgaan met teleurstellingen. Zolang we dat bij de kinderen laten, gaat het goed. Maar volwassenen rondom het veld zijn vaak het probleem. Die gaan consequenties verbinden aan een wedstrijd. Als er niet wordt gewonnen, of het team staat achter, dan worden veel ouders en soms trainers vanuit emotie heel verbaal. Kinderen krijgen daardoor verkeerd voorbeeldgedrag. Ook horen ze verschillende opdrachten, van ouders en van de coach. En daar help je kinderen niet mee. Ik heb wel eens een oefening gedaan waarbij ik de spelers vroeg op te schrijven wat ze wél en niet leuk vonden van hun vaders en moeders langs het veld. De uitkomsten deelde ik met de ouders. Dat was heel confronterend voor ze. Maar het werkte wel.’

Mauro van de Looij is sport- en prestatiepsycholoog en voormalig jeugdtrainer bij PSV en Willem II. Hij voltooide de master Sport- en prestatiepsychologie aan de UvA in 2013. In zijn boeken De trainer maakt het verschil en Het veld op geeft hij tips aan trainers hoe zij bij kunnen dragen aan een leuke en leerzame tijd voor kinderen op het voetbalveld.

ER IS MAAR ÉÉN AARDE Climate justice

Mondiaal denken, eerlijk delen en juridisch doorpakken: alleen dat kan klimaatschade beperken, betoogt topwetenschapper JOYEETA GUPTA.

Wat als we een wereldwijde grondwet zouden hebben?

Ze schreef als een van de eersten over klimaatrechtvaardigheid. Destijds kreeg ze te horen dat ze te normatief was.

Inmiddels zijn Joyeeta Gupta’s ideeën over rechtvaardigheid internationaal bekend, is ze hoogleraar aan de UvA en won ze met het IPCC-team in 2007 de Nobelprijs voor de Vrede. In 2023 mocht Gupta daar de Spinozapremie aan toevoegen.

Na het winnen van de Spinozapremie twijfelt ze geen moment wat ze wil doen met het prijzengeld van anderhalf miljoen euro: werken aan een mondiale grondwet.

Waarom doet ze dat en wat drijft haar? ‘Na kritiek op het covidbeleid van de overheid kreeg ik van toenmalig minister Sigrid Kaag een belletje: hoe moet het dan wel? Dat zette me aan het denken. Het is niet genoeg om kritiek te leveren, er is een concreet plan nodig.’ Zo ontstond in 2024 The Global Constitution Project, waarin met brede inzet wordt gestreden voor een rechtvaardige, mondiale aanpak. Waar ze maar kan probeert Gupta haar boodschap te verkondigen en mensen in beweging te krijgen.

Oneerlijk verdeeld

‘Wereldwijd overlijdt een kwart van de mensen aan de gevolgen van milieuvervuiling. Toxische stoffen bedreigen gezondheid en veiligheid. De machtige fossiele industrie veroorzaakt catastrofale opwarming. En juist de mensen en landen die nauwelijks bijdragen aan klimaatschade, met name in de armere regio’s in het Mondiale Zuiden, worden het zwaarst getroffen.’

Daar wordt alleen nauwelijks rekening mee gehouden bij het ontwikkelen van klimaatbeleid: de natuurwetenschappelijke aanpak, waarin we ons voornamelijk bezighouden met uitstootcijfers en temperaturen, heeft de overhand.

‘Maar klimaat, economie, rechtvaardigheid, technologie en gezondheid staan niet los van elkaar. Dus kunnen we de problemen alleen aanpakken als we de samenhang ervan durven in te zien,’ stelt Joyeeta Gupta bevlogen.

JOYEETA GUPTA

(1964) is hoogleraar Environment and Development in the Global South en leidde diverse grote VNtrajecten en onderzoeksprojecten over klimaat, water en ontwikkeling. In 2023 won ze de Spinozapremie van NWO, ook wel ‘de Nederlandse Nobelprijs’ – de hoogste wetenschappelijke onderscheiding in Nederland. Eerder was Gupta hoofdauteur voor het IPCC, dat in 2007 de Nobelprijs voor de Vrede ontving. Met The Global Constitution Project wil Gupta onderzoekers, partnerpartijen en burgers wereldwijd verenigen. Meer informatie op globalconstitution.org.

‘ MONDIALE PROBLEMEN vragen om oplossingen die ook grensoverschrijdend zijn’

Eén grondwet boven landsbelangen

Daarnaast zijn acties en oplossingen op nationaal niveau simpelweg onvoldoende om de mondiale problemen effectief aan te pakken. ‘De gevolgen van klimaatverandering stoppen niet bij grenzen.

Luchtvervuiling waait over continenten, waterschaarste en overstromingen raken hele regio’s en economische keuzes in het ene land hebben directe effecten in het andere. Problemen die zo verweven en grensoverschrijdend zijn, vragen om oplossingen die dat ook zijn.’

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Want hoe breng je de hele wereld samen voor effectief klimaatbeleid?

Het Global Constitution Project is een belangrijk startpunt. Gupta pleit met dit project voor een holistische aanpak, waarin ideeën vanuit de wetenschap, het recht, de kunsten, activisme én alledaagse ervaringen worden gebruikt. Zo ontstaat een wereldwijd gedragen grondwet die de diversiteit van de wereld weerspiegelt en boven de belangen van landen staat. Het gaat om verantwoordelijkheid voor de aarde en iedereen die daarop leeft, nu en in de toekomst.

Klaar voor systeemverandering Een wereldwijde grondwet klinkt misschien ambitieus, maar het momentum is er. Rechters grijpen vaker in bij klimaatzaken, steden zoeken samenwerking omdat zij dezelfde problemen ervaren en burgerinitiatieven reiken over grenzen heen. Juist daarom moet het document er komen, vindt Joyeeta Gupta. Als input voor beleidsmakers, als inspiratiebron voor activisten en als kader voor toekomstige afspraken. Want volgens haar komt verandering vaak sneller dan

we denken. Een duidelijk plan op het juiste moment kan dan het verschil maken. Een plan waarin helder beschreven gemeenschappelijke principes, rechten en verantwoordelijkheden handelingsperspectief bieden. Dat is wat The Global Constitution Project inhoudt.

In actie komen Joyeeta Gupta: ‘Ik ben een wetenschapper, maar óók een burger. En als burger wil ik dingen veranderen in de samenleving. Ik gebruik mijn wetenschap om mensen te overtuigen dat er een probleem is. Waar ik maar kan. De CEO’s en politici die ik spreek, zeggen allemaal: wat jij wilt vanuit je project valt buiten mijn mandaat. Dan zeg ik: dat is je mandaat als professional. Vanuit je rol als búrger kun je wél in actie komen. En we moeten echt wat doen.’

Wat daarbij helpt - en wat hard nodig iszijn krachtige, andere verhalen: nieuwe vergezichten die laten zien dat een rechtvaardige, veilige en fossielvrije toekomst niet alleen mogelijk, maar ook wenselijk is. The Global Constitution Project roept daarom niet alleen juristen en onderzoekers, maar ook bezorgde burgers en kunstenaars op om mee te denken. Met één centrale vraag die daarbij gesteld moet worden: in wat voor wereld wil jij leven?

Daag jezelf uit.

Durf door te leren.

Binnenkort van start

• AI Foundation Models - 12 maart 2026

• Conflict Management - 30 maart 2026

• Cultuurverandering in organisaties - 18 maart 2026

• Branding in transitie - 7 april 2026

• Business Negotiation - 15 april 2026

• Financieel Management voor niet-financiële managers - 20 mei 2026

Maatschappelijke en technologische ontwikkelingen volgen elkaar in rap tempo op. Dat vraagt om nieuwe inzichten en eist dat je meebeweegt. Je vindt de verdieping of verbreding die bij jou past, binnen onze opleidingen en trainingen voor professionals. Door actuele wetenschappelijke inzichten te combineren met praktijkervaring, blijf je voorop lopen in je vak en kijk je met een frisse blik naar je organisatie en werkveld. Meer informatie op uva.nl/professionals

Van zombieschimmels tot dodelijk ruimtegruis: Hollywood grossiert in griezelverhalen. Vergezocht of reëel gevaar? Deze onderzoekers weten het – én zoeken uit hoe we zulke dreigingen het hoofd kunnen bieden. Wat als we de wereld kunnen redden? ?

KAN DIT ECHT

MEER WETEN?

Luister aflevering 17 van de podcastserie Net Echt. Te vinden op alle populaire podcastapps of via uva.nl/netecht

KUNNEN WE EEN METEORIET INSLAG VOORKOMEN?

66 miljoen jaar geleden stierven de dinosauriërs uit door een meteorietinslag. Kan zoiets weer gebeuren? En valt er iets te beginnen tegen een meteoriet op ramkoers?

Sterrenkundige Carsten Dominik begint met het slechte nieuws: ‘De verwachting is dat zo’n grote meteorietinslag eens in de 100 miljoen jaar voorkomt. Dus statistisch gezien zóu het morgen kunnen gebeuren.’ Meteorieten zijn overgebleven toen het zonnestelsel ontstond; af en toe komen ze zo dicht bij de aarde dat ze zelfs inslaan op het aardoppervlak. En zo’n inslag kan desastreuze gevolgen hebben: kijk maar naar de dinosauriërs...

Inslagen voorspellen

Gelukkig zijn sterrenkundigen hard bezig om alle meteorieten in het zonnestelsel in kaart te brengen. ‘We kunnen de baan van een meteoriet proberen te voorspellen, en onderzoeken of er eentje is die gevaarlijk zou kunnen zijn.’ Maar wat als alle berekeningen erop wijzen dat er een grote meteoriet onze kant op komt? Rest ons dan hetzelfde lot als de dinosauriërs?

De aarde redden

Zo snel gaat het niet, vertelt Dominik: er wordt baanbrekend onderzoek gedaan naar het voorkomen van een meteorietinslag. Want als je dat tientallen jaren van tevoren kunt voorspellen, dan kun je proberen daar wat aan te doen. ‘Bijvoorbeeld door een ander object op de meteoriet te laten inslaan, waardoor hij uit zijn baan raakt. Dat zou de aarde kunnen redden.’

De Barringerkrater in Arizona, bijna 1300 meter breed, ontstond door een meteorietinslag

MEER WETEN?

Luister aflevering 21 van de podcastserie Net Echt. Te vinden op alle populaire podcastapps of via uva.nl/netecht

Rechts: criminelen verdienen goed aan Nederlandse chrystal meth

KRIJGEN WE DE MISDAAD ERONDER?

Geen film zo invloedrijk voor ons beeld van de onderwereld als The Godfather. De werkelijkheid is al net zo beklemmend, weet hoogleraar strafrecht Sven Brinkhoff.

Wie Nederland ziet als een keurig aangeharkt landje heeft het mis, zegt Brinkhoff: ‘Nederland kent een wijdvertakte georganiseerde criminaliteit. Vanwege de infrastructuur en vanwege het handelsverleden is het een bijzonder aantrekkelijk land; er liggen veel criminele looppaden voor de doorvoer en productie van drugs, bijvoorbeeld. We weten dat Nederland daar internationaal een belangrijke vinger in de pap heeft.’

Encryptie gekraakt

Daar staat tegenover dat Nederland ook bij onderzoek en opsporing in de voorhoede speelt. ‘Door het kraken van versleutelde kanalen, bijvoorbeeld. Daardoor heeft de politie heel goed zicht gekregen op hoe de hazen lopen in dat criminele milieu.’ Zelf doet Brinkhoff vooral onderzoek naar infiltratie in de onderwereld en de ethische grenzen van opsporingsmethoden. ‘De inzet van kroongetuigen en burgerinfiltranten brengt allerlei dilemma’s met zich mee, en letterlijk gevaar voor levens. Maar met pijn in het hart zeg ik dat we er waarschijnlijk niet aan ontkomen.’

Rust op straat

In The Godfather herkent hij ‘het beklemmende sfeertje’ van criminele netwerken waaruit het moeilijk ontsnappen is. De dreiging van liquidaties en wraakacties is heel reëel. Eén schrale troost: ook de georganiseerde misdaad heeft baat bij rust op straat. ‘Rust qua geweld betekent dat de handel floreert – welke handel dat ook is.’

MOETEN WE BANG ZIJN VOOR SCHIMMELS?

Wie de serie The Last of Us gezien heeft, kent het verhaal over de schimmel die mensen verandert in zombies. Fictie natuurlijk, zo’n parasitaire schimmel. Of toch niet?

Volgens microbioloog Auke de Jong ligt dat net wat genuanceerder. ‘De angst in de serie komt niet helemaal uit de lucht vallen. In de natuur komt inderdaad een schimmel voor, de Ophiocordyceps, die insecten infecteert en hen letterlijk kan besturen.’ Geïnfecteerde mieren klimmen daardoor omhoog in een boom terwijl er een paddenstoel uit hun kop groeit. ‘Hoog in de boom kan de schimmel zich dan verder verspreiden.’

Klimaatverandering

Gelukkig voor ons kan deze ‘zombieschimmel’ de mens niet infecteren. Maar De Jong waarschuwt wel dat klimaatverandering schimmels nieuwe kansen geeft. ‘Nu het klimaat warmer wordt, bewegen sommige tropische schimmelsoorten al langzaam richting Europa. En daar kunnen ook gevaarlijke soorten tussen zitten die we nu nog niet kennen.’

Nieuwe schimmelsoorten

Neem de Candida auris, een schimmelsoort die pas in 2009 werd ontdekt en zich razendsnel over de wereld verspreidt. Deze schimmel kan resistent worden tegen vrijwel alle beschikbare medicijnen. Hij verandert mensen niet in zombies, maar vormt wél een serieus probleem in ziekenhuizen. ‘Vooral voor patiënten met een zwak immuunsysteem kan een schimmelinfectie namelijk gevaarlijk zijn.’

FEIT OF FICTIE?

In de podcast Net Echt toetsen UvA-onderzoekers films, series en popcultuur aan de wetenschap. Luisteren kan via alle populaire podcastapps of via uva.nl/netecht

Schimmel Candida auris is bezig aan een wereldwijde opmars, legt expert Auke de Jong uit in aflevering 18 van de podcastserie

DIT MAG NIET!

Hij staat half in zijn trui, eén arm nog zoekend naar de mouw. Maar zijn vinger? Die is al omhoog. Want dit is belangrijk. Die meneer had die foto van Sofie nooit in zijn etalage mogen hangen – dat weet hij zeker.

En juf Judith moet dat nú weten.

Welkom bij Recht in de Klas.

Bij Recht in de Klas leren basisschoolkinderen dat het recht niet alleen voor grote mensen in pakken is, maardat het ook over hén gaat. Over wat eerlijk is. Wat mag. En wat niet.

De rechtszaak die iedereen snapt

In een lokaal vol schuivende stoelen, half aangetrokken truien en enthousiaste stemmen buigt een groep kinderen zich over een lastige kwestie. Sofie is twaalf en steelt een make-upsetje. Dom gedaan, daar is iedereen het over eens. Maar mag de winkelier haar foto ophangen met de tekst: Dit is een dief?

De klas verandert in een rechtbank. Er wordt gediscussieerd, afgewogen en geredeneerd. Over schuld en straf,

Judith Hoefnagel, jurist én lerares, voor de klas

maar ook over privacy en proportionaliteit. Geen droge theorie, maar herkenbare situaties waarin kinderen spelenderwijs ontdekken hoe rechtvaardigheid werkt.

Rechtenstudenten voor de klas

Recht in de Klas is een initiatief van de Amsterdam Law

Hub. Rechtenstudenten geven les aan kinderen uit groep 5 tot en met 8 en laten hen kennismaken met hun rechten en plichten. In tien lessen, waar ook een bezoek aan de rechtbank bij hoort, leren kinderen dat wetten ook iets zeggen over hun eigen leven. En het mooie? Die kennis blijft niet in het klaslokaal hangen. Kinderen nemen de gesprekken mee naar huis en gaan verder aan de keukentafel. Zo groeit niet alleen hún rechtsbewustzijn, maar ook dat van hun ouders.

Sneeuwbaleffect

Mina Mirzai, derdejaars rechtenstudent, hoefde niet lang na te denken voordat ze zich aanmeldde voor Recht in de Klas. ‘Tijdens je studie krijg je weinig kansen om écht iets terug te doen voor de maatschappij. Dit project voelde anders. Alsof het ergens over ging.’ Samen met andere studenten staat ze voor de klas bij basisscholen en bespreekt ze onderwerpen als kinderrechten, democratie en portretrecht. Best pittig, soms. ‘Je kunt het kinderen niet zomaar uitleggen. Ze zeggen

het niet altijd als ze iets niet snappen, dus je leert echt kijken, aanvoelen en bijsturen. En gelukkig was Judith Hoefnagel er. Zij zette de lessen neer en wij mochten ze tot leven brengen.’

Wat Mirzai misschien nog wel het mooist vindt, is wat er buiten het klaslokaal gebeurt.

‘Veel ouders weten zelf ook niet precies wat hun rechten zijn. Als kinderen die kennis mee naar huis nemen, kan dat een sneeuwbaleffect hebben. Dat idee raakte me.’

Ook Geoffrey Albertus, derdejaars rechtenstudent, wist meteen waarom hij wilde meedoen.

WAT ALS WE KINDEREN al leren over hun rechten?

‘Ik wil bijdragen aan het verkleinen van kansenongelijkheid. Kinderen (en hun ouders) uit kwetsbare omgevingen missen vaak juridische kennis. En wie het recht niet kent, kan er ook geen beroep op doen.’

Juist daarom is vroeg beginnen zo belangrijk, vindt hij.

‘Als je kinderen al op de basisschool laat nadenken over recht en onrecht, geef je ze iets krachtigs mee. Ze leren het recht te zien als een instrument - iets dat hen kan helpen om op een eerlijke, legitieme manier hun eigen toekomst vorm te geven.’

Wie zijn rechten kent, staat sterker

Projectleider Susan Leclercq ziet dagelijks wat het effect is. ‘Het rechtssysteem is complex, maar raakt iedereen.

Toch weten veel mensen niet goed wat hun rechten en plichten zijn. Als je kinderen al jong laat zien dat ze rechten hebben, staan ze later sterker in hun schoenen.’

Voor jezelf leren opkomen is geen luxe, benadrukt ze, maar een noodzaak. Zeker in een samenleving vol regels, keuzes en verantwoordelijkheden.

De uitvoering van het project gebeurt samen met Stichting MetRechtInvesteren, opgericht door jurist én basisschoollerares Judith Hoefnagel. ‘Die combinatie is goud,’ zegt Leclercq. ‘Onze studenten leren complexe juridische ideeën begrijpelijk te maken. En ze zien hoe het recht verweven is met het dagelijks leven van kinderen. Dat is waardevol onderwijs aan beide kanten van het bureau.’

Denken over goed en fout

Een belangrijke steunpilaar is Stichting Utopa, die het project vanuit het UvA Fonds mede financiert. ‘We waren meteen enthousiast,’ vertelt Anneloes Dijkman,

directeur van Stichting Utopa. ‘Dit is geen lesje regeltjes stampen. Kinderen moeten zélf nadenken.

Wat is eerlijk? Wat weegt zwaarder?’

Zoals bij de casus Jip de kip: een dierenactiviste redt een kip van een kunstproject bij de Hogeschool voor de Kunsten en neemt haar mee. Heldendaad of diefstal? Door zulke voorbeelden leren kinderen dat het recht niet altijd zwart-wit is - en dat hun mening ertoe doet.

Voor Leclercq is het helder: juridische kennis is niet alleen voor de happy few. ‘Het moet een basisvaardigheid worden. Recht in de klas draagt daaraan bij. Voor de kinderen van nu én de samenleving van straks.’

UVA FONDS

Het UvA Fonds maakt een breed scala aan onderzoeken, studentenprojecten en initiatieven mogelijk. Daarvoor kunnen studenten(-verenigingen), werknemers en onderzoekers van de UvA financiering aanvragen voor buitenlandervaringen, sociale activiteiten, studie en onderzoek. Help je mee? Scan de QR-code en bouw mee aan een wereld met en voor toekomstige generaties.

Verander KRACHT

Het grote publiek kent hem van tv-programma Dit Was Het Nieuws. Maar HARM EDENS is ook al meer dan dertig jaar klimaatactivist – al werd hij steeds een beetje cynischer. Praten met jonge denkers gaf hem nieuwe energie. Wat als er wél hoop is voor het klimaat?

V

WWat wilde je later worden?

‘Ik wilde tot mijn achtste archeoloog worden. Maar toen moest ik opeens het schoolcircus presenteren, omdat het hoofd van de oudercommissie dood was neergevallen. Ze zochten een vervanger: we vragen dat dikke jochie uit de derde. Nou, toen stond ik op het podium en riep met een nep-Duits accent ‘Hoog Geëerd Publicum’ en iedereen begon te lachen. Toen dacht ik, dit is leuker dan trilobieten uithakken.’

Wat ben je gaan je studeren?

‘Op mijn zeventiende was ik klaar met het vwo. Toen mocht ik nog niet naar de toneelschool, want ik was te jong. En mijn ouders zeiden ook nog: we betalen niet voor zo’n idiote hobby. Dus ik ben maar keurig Nederlands gaan doen, in Groningen. Daarna wilde ik naar Theaterwetenschap – dat kon alleen aan de UvA. Ik heb dus heel lang gestudeerd, in totaal zeven jaar.’

Hoe ben jij klimaatactivist geworden?

‘Dat begon toen ik in 1999 op Spitsbergen was met de popgroep Bløf. Toen zag ik hoe hard die gletsjers in elkaar stortten - veel erger dan ik dacht. Ik ben er, ondanks dat ik er wel een beetje vanaf wist, toch heel erg van geschrokken. Sindsdien ben ik aan het kijken

hoe we die wereld kunnen verbeteren. En hoe harder je kijkt, hoe erger je ziet dat het is. Er is niet veel ontsnappen meer aan. We moeten echt aan de bak. En als je dan in de positie bent om iets te kunnen doen, voelt dat ook wel als een voorrecht. Ik kan me niet veel zinvollere invullingen van mijn leven bedenken.’

Dus ging je jongeren interviewen?

‘Ik word elk jaar een jaar ouder. Dat is op zich geen noemenswaardige prestatie, daar krijg je geen Nobelprijs voor. Iets wijzer word ik ook. Maar niet milder – en dat schijnt er wel bij te horen. Nee, ik word eerder ongeduldiger, bozer en af en toe ook wat cynischer. En dat leek mij geen goede combinatie van gevoelens. Dus ik dacht: laat ik voor mijn boek de jeugd opzoeken. Ik ben met hen in gesprek gegaan en heb gevraagd: hoe kijken jullie naar de zeventig of tachtig jaar die je nog gaan moet. Hoe kijk je naar de problemen?

Hoe ga je die oplossen? Hoe ga je hoop geven? Dat werkte eigenlijk heel goed. Ik kon mijn chagrijn kwijt en ik kreeg heel mooie dingen terug. Sommigen studeren nog, anderen werken al. Allemaal zetten ze hun hele denkkracht in om de aarde leef-

HARM EDENS

(1961) studeerde Theaterwetenschap aan de UvA en werd scenarioschrijver, tv-presentator, radio- en podcastmaker.

Zijn boek De belangrijkste vragen van je leven. 16 jonge denkers over ons klimaat (Spectrum, 2025) was uitgangspunt voor zijn theatershow De toestand in de wereld volgens Harm Edens, te zien t/m voorjaar 2026.

‘Als je nu twintig bent, kijk je in een ZWART GAT’

baar te houden. In de landbouw, energietransitie, bij ngo’s, bij banken en in hun eigen start-ups. Dat geeft hoop.

Als je nu twintig of vijfentwintig bent, kijk je eigenlijk in een zwart gat. Want je hebt klimaatverandering, grondstoffenellende, de biodiversiteitscrisis. Maar we moeten antwoorden formuleren. En dat kan alleen door het samen te doen. We moeten kijken hoe je wél zin en lef krijgt om te veranderen.’

Hoe hoop je dat te bereiken?

‘Met alle gesprekken die ik voer, rondom mijn boek, of in het theater, hoop ik dat – al is het er maar eentje –iemand even een duwtje krijgt. Want soms is er iemand nodig die snapt wat je bedoelt of die heeft een antwoord op hoe we moeten beginnen. Die kleine duwtjes, die missen we. Iedereen zit maar in zijn algoritmebubbel te chagrijnen. Iedereen polariseert.

Terwijl: het gaat allemaal om verbinding. Ik weet al die momenten in mijn leven nog, al vanaf de kleuterschool, dat iemand even naar mij keek. En dat je even aangeraakt werd. Daar kunnen levens door veranderen. En dat moet. Want dit is een probleem van ons allemaal.’

Zonder opgeheven vingertje, dus?

‘Met het vingertje wijzen heeft geen zin. Jij vliegt nog steeds, jij vreet vlees.

Belangrijker is dat we snappen dat het hele probleem alleen maar groter wordt, aangewakkerd door de verkeerde partijen, en dat we alleen maar winst maken op kosten van de toekomst.

Het risico is namelijk dat het probleem of de angst zo groot wordt, dat je denkt: tja, wat kan ík nou doen. Of: laat China maar veranderen. Maar dit is mooi: als je je angst uit je hoofd haalt, voor je op de keukentafel zet en een naam geeft, bijvoorbeeld Fred de Angst, dan wordt het gedeelde angst. Dus als jij dan komt koffieleuten bij mij, dan zeg ik: heb je Fred al ontmoet? Mijn angst. En zo gauw je dat doet, dan is het gedeelde angst. En gedeelde angst verandert in de mooiste energie tussen mensen: er ontstaat liefde. Dus gedeelde angst wordt veranderkracht. Deel die rotzooi en dan kun je de volgende fase in.’

NEXT WHAT’S NEXT WHAT’S WHAT’S NEXT WHAT’S NEXT WHAT’S NEXT WHAT’S WHAT’S NEXT WHAT’S NEXT WHAT’S NEXT WHAT’S NEXT WHAT’S WHAT’S NEXT WHAT’S

VRIENDEN VOOR HET LEVEN

dankzij het UvA Fonds

Met een beurs van het UvA Fonds kon ZEINEB AL-ITEJAWI (33) stage lopen aan Harvard. De schenking werd gedaan door FRÉDÉRIQUE MOESBERGEN (81).

Ze raakten bevriend en hebben tot op de dag van vandaag een hechte band. ‘Je kunt zó gelukkig worden van schenken.’

Zeineb, hoe kreeg je het idee om stage te lopen aan Harvard?

‘In het laatste jaar van mijn master Neurowetenschappen aan de UvA wilde ik een stage lopen die uniek was. Om te groeien is het als wetenschapper belangrijk dat je in een omgeving werkt waar je geïnspireerd wordt. En wat is daarvoor een betere plek dan Harvard?

Bovendien deden ze daar destijds op een unieke manier onderzoek naar slaap, namelijk op moleculair niveau. Dat leek mij heel bijzonder.’

En hoe kom je op Harvard terecht?

‘Ik heb gewoon gemaild! Ik heb het hoofd van dat specifieke onderzoek een mail gestuurd en gevraagd of ik daar stage mocht lopen. Ze reageerde met: “Kom maar!” Toen moest ik het verder gaan regelen.’

Zeineb kreeg van een docent het advies om een aanvraag te doen bij het UvA Fonds. Haar dossier belandde bij Frédérique Moesbergen.

FRÉDÉRIQUE:

‘Ik sloot Zeineb direct IN MIJN HART’

Hoewel Frédérique zelf nooit heeft gestudeerd, had ze een warme band met de UvA door haar echtgenoot en UvA­alumnus Rob Moesbergen.

Na de dood van haar man in 2009 besloot Frédérique dat ze iets wilde betekenen voor een UvA­student. Ze nam contact op met het fonds en vroeg een aantal dossiers op van studenten. Ze werd geraakt door het verhaal van Zeineb, die na haar geboorte met haar ouders van Irak naar Nederland was gevlucht en het, ondanks haar achterstand, ver had geschopt aan de universiteit. Bovendien waren ze allebei opgegroeid in Beverwijk, dat schept een band. Ze besloot een afspraak te maken met Zeineb.

Hoe was jullie eerste ontmoeting?

Frédérique: ‘Dat was op het station in Leiden. Ik haalde Zeineb op en nam haar mee naar mijn huis. Daar hebben we kennis gemaakt en heb ik haar, via een portret, voorgesteld aan mijn man. Ik zei: “Dit is Rob, en hij heeft ook geknokt voor alle stappen die hij heeft gezet in de maatschappij.” Ik sloot Zeineb direct in mijn hart.’

Zeineb: ‘Onze ontmoeting was heel bijzonder. Ik kon Frédérique leren kennen en meer vertellen over mijn achtergrond en mijn plannen. Ik vond het heel bijzonder dat Frédérique het mij gunde.’

Hun vriendschap ontwikkelt zich vervolgens wanneer Zeineb in 2016 naar Boston gaat. Zij vindt het belangrijk om Frédérique op de hoogte te houden over hoe het met haar gaat en begint haar te mailen. Al snel hebben

ze regelmatig mailcontact en tijdens de kerst, wanneer ze allebei alleen zijn, sturen ze elkaar de hele dag mails.

Frédérique: ‘We hebben elkaar die kerstdag “doorgemaild”.’ Hier vinden ze veel steun bij elkaar.

Zeineb: ‘In de periode dat ik in Boston woonde ging mijn familie op bezoek bij Frédérique. En dat voelde als vanzelfsprekend, want deze vrouw hoort gewoon bij ons! Frédérique heeft sindsdien ook een goede relatie met mijn moeder opgebouwd en mijn zusjes zijn ook dol op haar’. Frederique brengt heel veel wijsheid en vreugde in mijn leven. Ze zegt altijd: “blijven lachen meisje”. Zij laat mij de luchtigheid zien van dingen.’

En hoe is jullie vriendschap nu?

Zeineb: ‘We hebben veel contact. We appen veel en vaak hele lange berichten. Soms hebben we periodes waarin we elkaar wat minder spreken, maar dan plannen we weer een afspraak en blijf ik bij Frédérique slapen. We praten dan de hele avond en bij het ontbijt de volgende ochtend. Het voelt heel vertrouwd en fijn.’

Frédérique: ‘Zeineb voelt als mijn derde dochter.’

Zeineb, hoe was het voor jou om de beurs van Frédérique te ontvangen?

‘Het gaf mij heel veel kracht om te weten dat er iemand was die in mij geloofde. En dat het een vrouw was, gaf mij éxtra kracht. Dat zij mij dit heeft gegund, zal ik nooit als vanzelfsprekend zien.’

Frédérique, wat is de boodschap aan mensen die overwegen om ook te schenken?

‘Je kunt zó gelukkig worden van schenken. En het geeft zoveel dankbaarheid dat je iemand anders in moeilijke omstandigheden omhoog kunt trekken.’

En wat is jouw advies aan studenten die een aanvraag willen doen, Zeineb?

‘Als je een droom hebt, moet je gewoon een aanvraag doen. Je weet nooit wat er op je pad komt. Het kan een bepaald bedrag zijn dat je wordt gegund, maar wat ik eruit heb gehaald is iets dat niet uit te drukken is in welk bedrag dan ook. Kortom: gewoon doen. Ik gun iedereen een Frédérique in z’n leven.’

UVA FONDS

ZEINEB:

‘Als je een droom hebt: DOE HET ’

Ook schenken aan waardevol onderwijs of onderzoek aan de UvA?

Neem dan contact op met Juliette Nieuwland via j.m.m.nieuwland@ uva.nl om de verschillende mogelijkheden van geven tijdens of na het leven te bespreken. Of scan de QR-code om de brochure Schenken en Nalaten voor de Wereld van Morgen te ontvangen.

DAAG JEZELF UIT, BLIJF LEREN

Groeien in je werk is meer dan loopbaanstappen zetten. Het vraagt ook om nieuwe inzichten, frisse perspectieven en de durf om te veranderen –juist als je carrière al stevig staat.

De UvA ondersteunt alumni met opleidingen en trainingen om hun kennis te verdiepen, hun impact te vergroten of een carrièreswitch te maken. Alle programma’s worden verzorgd door enthousiaste UvA-docenten en gastdocenten uit de praktijk. De praktijkervaring van ervaren professionals wordt gekoppeld aan actuele inzichten uit de wetenschap, zodat je met een frisse blik naar je organisatie en vakgebied kijkt. En dat is meteen wat dit onderwijs voor professionals onderscheidend maakt. Het aanbod varieert van inspirerende masterclasses en korte collegereeksen tot complete MBA’s, leergangen en executive programmes. Van con ictmanagement tot programmeren in Python.

Charina Ori volgde het tweedaagse programma Toekomstgericht Toezichthouden bij de Amsterdam Business School. ‘Ik werk al een jaar of vijf als toezichthouder, naast mijn baan als strategisch adviseur. Juist nu ik die ervaring heb, wilde ik meer de diepte in. Het was een leuke verrassing dat ik daarvoor even terug kon naar “mijn” oude universiteit. De docenten zijn ervaren toezichthouders. Dat vond ik waardevol, zij herkennen de dilemma’s uit de praktijk. En na de tweedaagse kon ik meteen thema’s inbrengen die waren besproken: vooruitkijken, scenarioplanning en rekening houden met vergrijzing, bijvoorbeeld. Ook voor mijn netwerk was het zinvol. Ik ken nu een gastdocent die ik altijd mag contacteren als ik met een dilemma zit.’

Steun ons talent

BOUWEN AAN DE TOEKOMST begint nu

Universiteitshoogleraar ROBBERT DIJKGRAAF weet wat de wetenschap verder brengt: ruimte om ongebonden onderzoek te doen, zonder druk van buitenaf. ‘Laat jonge onderzoekers vrijuit denken.’

Het Robbert Dijkgraaf Young Talent Fund is opgericht vanuit het UvA Fonds. Het biedt beurzen van € 25.000 aan jonge onderzoekers voor vrij, door nieuwsgierigheid gedreven onderzoek – zonder directe druk van externe financiering of thema’s. Zo krijgen zij de ruimte om hun eigen koers te bepalen en bij te dragen aan de wetenschap van morgen.

Robbert Dijkgraaf: ‘We zien dat de vrije ruimte voor jonge onderzoekers kleiner wordt. Er is steeds minder geld, de overheid kijkt door een economische bril. Dat betekent meer druk. Ik heb door de jaren heen geleerd: de grootste gift die je aan een jonge onderzoeker kunt geven is “niets”. En de vrije ruimte om je te verwonderen. Vrije tijd, vrij geld. Wie zo min mogelijk beperkingen ervaart, heeft echt de ruimte om vrijuit te denken. Het is die innerlijke drive en motivatie die de wetenschap verder brengt.’ Elke baanbrekende ontdekking begint met nieuwsgierigheid en een frisse blik, weet

Dijkgraaf. ‘Het goede bij een universiteit is dat er steeds weer een nieuwe generatie komt die op een nieuwe manier naar de wereld kijkt. Die dingen ziet die mensen uit mijn generatie niet meer zien. Als ze maar de ruimte hebben. Met het Talent Fund proberen we jonge onderzoekers die ruimte te geven. Daaruit ontstaat de mooiste wetenschap.’

OOK MEEBOUWEN AAN DE TOEKOMST?

Draag bij aan het

Robbert Dijkgraaf Young Talent Fund.

(1960) is sinds 2025 universiteitshoogleraar Wetenschap en maatschappij in internationaal perspectief. Ook is hij naamgever van het Robbert Dijkgraaf Young Talent Fund. Vanuit beide rollen zoekt hij actief talent op over de hele wereld, onder meer bij Alumni Hubs in New York, Londen en Brussel. Het wereldwijde netwerk maakt veel innovatie mogelijk. Bezoeken?

Blijf op de hoogte via uva.nl/alumni-hubs

Meet Your Mentor: coach een eerstegeneratiestudent

Toen Kaylee Zournas (links) een oproep zag voor Meet Your Mentor, hoefde ze niet lang na te denken – juist omdat ze zichzelf herkende in de doelgroep.

‘Vooral studenten met een niet-westerse achtergrond hebben vaak het idee dat je alleen bij een Zuidaskantoor kunt werken als je tienen hebt gehaald of lid bent van het corps.’ Wat volgens Kaylee vaak wordt onderschat, is dat juist deze studenten waardevolle kwaliteiten en ervaringen meebrengen. Alleen leren ze zelden hoe ze die moeten laten zien.

De begeleidingsgesprekken met mentee

Giuliana Raíssa Fernandes da Silva gingen dus over ambities, maar ook over ongeschreven regels en dingen die je niet durft te vragen. Dat bleek effectief:

Giuliana zette stappen die eerst spannend leken, en loopt binnenkort stage bij een groot kantoor. ‘Door de toegewijde begeleiding van Kaylee voelde ik het vertrouwen om er toch voor te gaan. Dat leverde mij uiteindelijk zelfs twee uitnodigingen op van topkantoren!’

BIJDRAGEN AAN

GELIJKE KANSEN

Ben je een ervaren professional die wil bijdragen aan diversiteit en inclusie op de arbeidsmarkt? Aanmelden kan via meetyourmentor.nl. De begeleiding gaat via een digitaal leerplatform. Ook vanuit het buitenland kun je dus deelnemen.

ALUMNUS IN NEW YORK

MAX RIJKENBERG belandde nog tijdens zijn studie in de VS en besloot er te blijven. De wereldwijde Alumni

Hub-bijeenkomsten van de UvA bieden expats als Max een dankbare kans om te netwerken, zoals in the Big Apple.

How is life in NY?

‘Het is spitsuur. Mijn vrouw Melanie en ik werken allebei en we hebben drie kinderen: van 10, 8 en 4. In onze vrije tijd zijn we druk met extracurricular activities: muziekles, ik coach het voetbalteam van mijn zoon, onze oudste dochter speelt in musicals, et cetera. Gelukkig kan ik regelmatig squashen en muziek maken. We genieten van het enorme culturele aanbod – we wonen tegenover het Lincoln Center for the Performing Arts. Daarnaast ben ik bestuurslid van de American Friends van het Concertgebouworkest, en van het Mauritshuis. Prachtige manier om contact te houden met Nederlandse cultuur!’

Hoe gaat zo’n stap naar New York?

‘Het begon als 21-jarige via een uitwisseling met Columbia Law School. New York voelde meteen als thuiskomen. Dus de master aan de NYU een paar jaar later was dan ook een makkelijke keuze. Daarna zonder noemenswaardige werkervaring een baan vinden als advocaat was geen zekerheidje. Toch lukte het, volgens het Amerikaanse idee dat alles mogelijk is, als je maar je best doet – en een beetje geluk hebt.’

Belangrijke UvA-les?

‘Laat je niet uit het veld slaan door computer says no. Ik maakte dat voor het eerst mee toen tentamens voor rechten en kunstgeschiedenis op hetzelfde tijdstip

Max Rijkenberg studeerde van 1999 tot 2005 Rechten en Kunstgeschiedenis aan de UvA. Zijn LLM deed hij aan de New York University School of Law. Daarna werkte hij als advocaat in New York en bij een fund manager in Californië en Londen. Nu is hij Chief Legal Officer bij Sapient Capital.

vielen en beide faculteiten niet flexibel waren. Maar er is bijna altijd een mouw aan te passen, merkte ik in mijn latere carrière. Als het bij de eerste die je spreekt niet lukt, vraag/bel/mail iemand anders.’

Hoe blijf je verbonden met de UvA?

‘Ik ontvang de nieuwsbrieven, het Alumnimagazine en ik ben donateur van het UvA Fonds, specifiek van het Robbert Dijkgraaf Young Talent Fund. Ook bezoek ik jaarlijkse events. De Alumni Hub-bijeenkomsten zijn perfect om te horen wat er bij de UvA speelt en om mede-alumni te ontmoeten die een vergelijkbaar pad hebben bewandeld, van Nederland naar New York.’

NETWERKEN OP NIVEAU

Vijftien jaar voor hij de allereerste Nobelprijs voor de Economie zou krijgen, ontving Jan Tinbergen al een eredoctoraat aan de UvA. Nederlands beroemdste econoom stond aan de wieg van het Centraal Planbureau, legde de basis voor ontwikkelingshulp en schreef mee aan het rapport van de Club van Rome. Een rasechte wereldverbeteraar, die tot op hoge leeftijd actief bleef. Ook econoom of bedrijfskundige, en opgeleid aan de UvA? De Kring van Amsterdamse Economen (KAE) verenigt al sinds 1936 alumni van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde. Een fantastisch netwerk met leden op interessante posities en terreinen, zowel in bedrijfsleven als overheid – interessant voor elke econoom. De Kring organiseert regelmatig symposia en studiereizen. Zo blijven jong en oud aangehaakt bij ontwikkelingen binnen de economische wetenschap. Nieuwe leden en ambassadeurs zijn zeer welkom!

De KAE is onderdeel van de Amsterdamse Universiteits-Vereniging (AUV). Blijf ook na je studie verbonden met de UvA en andere alumni via één van de vele alumniclusters. Bouw aan je netwerk, word lid!

3 x VERBINDEND

1

Ga met een studievriend(in).

Prikkelende ideeën opdoen én samen terugstappen in die goeie oude studietijd, dat is inspirerender dan gewoon uit eten – en nog gratis ook.

2

Neem je (klein)kind mee. Of je opa, of je bonusmoeder.

Tijdens de Wetenschapsdag op zaterdag 3 oktober zet het Science Park de deuren wijd open, dus kom samen DNA uit een aardbei isoleren, een telescoop bouwen met Lego of kijken naar een potje robotvoetbal.

3

Blijf aangehaakt.

Een jaarlijks succesvol onderdeel: de lunchwebinars voor professionals. UvA-onderzoekers praten je in een uurtje bij op veelgevraagde thema’s uit het werkveld, van marketing tot transitiemanagement.

WAT ALS HET WÉL KAN?

Ook dit jaar delen prominente UvA’ers onder dat motto hun vernieuwende oplossingen voor de kwesties van deze tijd. De laatste editie van de Alumniweek trok meer dan 2300 bezoekers. Direct volgeboekt: de rondleidingen langs historische UvA-gebouwen en de nieuwe UB. Ook bij de colleges van helden als André Kuipers zat de zaal nokvol, net als bij de sessie over mentale gezondheid met Thijs Launspach en Brankele Frank. Andere publieksfavorieten: de live podcastopname over vrouwengezondheid en de paneldiscussie met Marjolein Moorman over kansengelijkheid. Op de hoogte blijven van het nieuwe programma? Volg de UvA op LinkedIn.

WWORD AND OBJECT

Als beginnende loso estudent ben ik mijn vriendinnetje bijna kwijtgeraakt aan een boek. Mijn vriendin heette Marie en het boek waaraan ik haar bijna, of toch helemaal verloor was Word and Object van Willard van Orman Quine – een beroemde Amerikaanse losoof en logicus. Het is mij nooit duidelijk geworden waar Word and Object over ging, enkel dat het een serieuze bedreiging vormde voor onze relatie.

Marie, die net als ik in haar tweede jaar zat en het boek moest lezen voor een vak over logica, was dankzij Willard van Orman Quine namelijk structureel terneergeslagen. Wij waren ruim een halfjaar samen en die gehele periode heeft ze Word and Object gelezen. Ik háátte dat boek. Je kon vanaf ongeveer acht meter afstand zien of Marie het aan het lezen was: haar schouders hingen lager dan gebruikelijk, de teint op haar wangen was bleker en vooral haar blik sprak zogezegd boekdelen.

Kijkend naar Marie zag ik als vanzelfsprekend ook mezelf, tijdens het lezen van alle boeken die ik niet begreep, of op een niveau probeerde te begrijpen dat toch te hoog gegre-

TOBI LAKMAKER

studeerde Filosofie aan de UvA, is schrijver en columnist en werkt nu aan zijn tweede roman.

pen was. Het lezen van een boek dat je niet begrijpt is een heel speci eke ervaring: het continue terugkeren naar dezelfde zin, de opluchting wanneer er een illustratie of stuk wit te vinden is, de diepe schaamte dat er waarschijnlijk nog veel meer boeken zijn die je niet begrijpt, omdat het heel onwaarschijnlijk is dat dit van alle boeken de moeilijkste zal blijken. Soms haat je het boek, soms haat je jezelf, en daarmee lijkt het lezen van een onbegrijpelijk werk nog het meest op een stroef lopende relatie: de enige zekerheid is een gebrek aan vooruitgang, en de woede die je daarbij voelt slaat afwisselend naar binnen en naar buiten.

Laatst stond ik in een boekhandel en zag ik plots het boek waaraan ik ooit zo’n hekel had. Ik zag alleen de rug, maar de smaakloze combinatie van wit met oranje letters op een zwarte achtergrond waren genoeg om me in één klap terug te brengen naar Marie. Ik zag haar uitgestreken gezicht voor me naast de waterkoker, terwijl ze een zoveelste kop thee zette om opnieuw het slagveld mee te betreden. Maries huis was ingericht zoals Quine het waarschijnlijk graag voor zich zag –sober en logisch, met een stoel om op te zitten en een tafel om aan te werken. Ik ben daar niet meer terug geweest sinds we uit elkaar gingen.

Die woning ben ik nooit gaan missen, maar als afgestudeerde stiekem wel dat eeuwige, nederige niet-begrijpen van iets dat je graag wilt horen, maar niet kan verstaan.

Ook verbonden blijven met de UvA-community? Brankele en Thijs volgen de UvA op LinkedIn, net als 415.000 anderen. Wekelijks delen we verhalen van impactmakers, onderzoekers en wetenschapsnieuws. Scan de QR-code en help ons grote netwerk verder uitbouwen.

CONNEC TED STAY

UvA-NETWERK FACTS

Ruim 250.000 alumni wereldwijd in 167 verschillende landen 100+ netwerkbijeenkomsten per jaar (inclusief de Alumniweek) 3000+ schenkers en donateurs 10 Alumni Hubs in 8 landen – dit blij groeien!

WAT ALS HET WÉL

WAT ALS ER HOOP HET WÉL KAN? WAT HOOP IS VOOR HET

VOOR HET KLIMAAT?

WAT ALS WE EEN

WERELDWIJDE

GRONDWET MAKEN?

GRONDWET MAKEN?

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook