Page 1

P508859

afgiftekantoor Gent X UROBEL

Kortrijksesteenweg 220 9830 Sint-Martens-Latem

MULTIDISCIPLINAIRE UITGAVE VOOR HET UROLOGISCHE ZORGGEBIED • VERSCHIJNT 4X PER JAAR

jaargang 2012 - nummer 27

EDITIE ARTSEN MAGAZINE INTERDISCIPLINAIRE DANS LE DOMAINE DES EDITION• PARAÎT MEDECINS SOINS UROLOGIQUES 4X PAR AN année 2012 - numéro 27

M A G A Z I N E

EDITIE VERPLEEGKUNDIGEN EDITION INFIRMIER(E)S

INHOUD / CONTENU 3 4-7 8 - 33 36 - 42 45 - 46 47 - 49 50 - 51 52 - 61 62 63 65 - 68 69 70

Editoriaal / Éditorial Column Dossier Congres Incontinentie / Incontinence Uit de wetenschap / de la science Nieuws & Innovaties / Nouvelles & innovations Voor u gelezen / Lu pour vous Nieuws uit de vereniging / Les nouvelles de l’association Speciale dossiers Faits Divers ‘t Kleinste Kamertje / La petite chambre Agenda

DOSSIER

Multidisciplinariteit / Pluridisciplinarité

Ann D obbelaere ( p. 8 - 10) Wit- Gele Kruis test bladderscan in thuisverpleging La Croix Jaune et Blanche teste le scanner vésical dans les soins à domicile Cathy Guld emont ( p. 13 - 14) Multidisciplinaire bekkenbodemraadpleging Consultation pluridisciplinaire de périnéologie Prof. R.J. Op somer ( p. 17 - 20) Seksuele problemen bij de man Les problèmes sexuels chez l’homme Dr. Valérie Fonteyne, Veerle Decalf, Mieke Verlaenen, Carine Peltyn, Dr. Nicolaas Lumen (p. 23 - 24) Voor- en nadelen van een multidisciplinaire samenwerking Avantages et inconvénients d’une collaboration pluridisciplinaire Dr. Ann Pastijn ( p. 27 - 29) Pluridisciplinair kruispunt in de aanpak van één van de grootste taboe’s Intervention pluridisciplinaire dans l’approche d’un des plus grands tabous De Ruyck Ed dy ( p. 30 - 33) Urologische revalidatie, een multidisciplinaire opdracht tijdens de dwarslaesierevalidatie La rééducation urologique, une mission pluridisciplinaire dans le cadre de la rééducation des lésions médullaires

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 1

8/10/12 13:39


Vrouwen zijn niet allemaal hetzelfde. LoFric® Sense™ is de sonde die medische en leefstijlvoordelen combineert om bij een breder scala van behoeften van vrouwen te passen. Ontdek alle voordelen van LoFric Sense. Veilig – volledige lediging, comfortabel en bewezen veilig voor langetermijn gebruik. Hygiënisch – voor, tijdens en na gebruik. Gemakkelijk – functioneel ontwerp van opbergen tot weggooien. Slim ontwerp en veilig katheteriseren.

Les femmes sont toutes différentes. LoFric® Sense™ est une sonde qui allie avantages médicaux et art de vivre pour s’adapter aux besoins du plus grand nombre de femmes. Découvrez tous les bénéfices de LoFric Sense. Sûre – confortable, une vidange complète et une sécurité à long terme prouvée. Hygiénique – avant, pendant et après utilisation. Pratique – Une finition fonctionnelle pour la ranger et s’en débarasser. Un concept intelligent, un sondage plus sûr. Du bon sens, tout simplement.

© 2012 Wellspect HealthCare, a DENTSPLY International Company. All rights reserved. 76794-NL-0912

e a c l n e e r v i é V diff

Wellspect HealthCare Postbus 656, 2700 AR Zoetermeer, Nederland. Tel. NL: +31 79 363 70 10. Fax NL: +31 79 362 37 48. Tel. BE: +32 3 232 06 15. Fax BE: +32 3 213 30 66. www.lofric.be Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

Naamloos-2 1 9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 2

6/09/12 13:39 11:17 8/10/12


EDITOrIAAL - EDITOrIAL

We brengen jullie met plezier het nieuwe nummer van Urobel magazine. “Multidisciplinariteit” is het nieuwe dossier voor deze uitgave, en daar kan toch nog één en ander over gezegd worden.

© 2012 Wellspect HealthCare, a DENTSPLY International Company. All rights reserved. 76794-NL-0912

Vanuit het perspectief van de patiënt zien we dat hij/zij tijdens de reis door de gezondheidszorg met nogal wat zorgverleners in contact komt. Een gestructureerde samenwerking, het geven van eensluidende informatie, de patiënt tonen dat er samengewerkt wordt kan enkel de kwaliteit van zorg maar verhogen. Verpleegkundigen spelen een andere,

12 11:17

Nous sommes heureux de vous présenter le nouveau numéro d’Urobel magazine. Le thème abordé dans le nouveau dossier de cette édition est l’approche pluridisciplinaire, un thème dont on pourrait parler très longuement. Depuis la perspective du/de la patient(e), on constate qu’il/elle entre en contact avec de très nombreux prestataires lors de son voyage dans l’univers des soins de santé. Assurer une collaboration structurée, délivrer des informations claires, démontrer que les prestataires travaillent de concert... tout ceci ne peut qu’accroître la qualité des soins. Le personnel infi rmier joue un rôle différent, mais tout aussi important dans cette collaboration pluri- ou interdisciplinaire. Même si les médecins de différentes disciplines collaborent et se concertent parfaitement, le contact avec l’infi rmier/ère apporte encore une plusvalue aux soins. Les infi rmiers/ères com-

maar even belangrijke rol in deze multiof interdisciplinaire samenwerking. Zelfs als artsen uit verschillende disciplines perfect met elkaar samenwerken en overleggen, toch geeft het verpleegkundig contact nog een andere meerwaarde aan de zorg. Verpleegkundigen communiceren op een andere manier met patienten, en zijn ook op een andere manier zorgverlener van de patiënt want zijn niet beslissend in de zorg (wij opereren niet) en zij werken voornamelijk in team. Als het niet klikt met een verpleegkundige, dan zijn er altijd andere. Klikt het niet met je arts, dan ben je toch nog een beetje “gebonden”.

kundigen willen geen pseudo-artsen zijn, maar zijn soms zoekend naar hun juiste plaats, of zoekend naar de ruimte om de specifieke verpleegkundige invulling in de patiëntenzorg te geven. Artsen moeten soms nog inzien dat wat de verpleegkundigen doen een andere bijdrage, vanuit een ander perspectief, brengt. Zij stellen de diagnose of therapie niet in vraag, zij maken alles toegankelijker voor de patiënt door op een ander manier te informeren, door rekening te houden met patiëntgebonden voorwaarden, omstandigheden. Op deze manier proberen ze de patiënt, maar tegelijk ook de arts te ondersteunen.

Patiënten stellen zich dan ook iets makkelijker open naar verpleegkundigen. Doordat we ook nog meer tijd met opgenomen patiënten doorbrengen, leren we niet alleen de patiënt met zijn ziekte kennen, maar ook zijn familie, zijn sociale situatie, zijn angsten en verlangens.

Door de verregaande specialisatie is het dan ook niet abnormaal dat ook verpleegkundigen zich gaan specialiseren. En binnen die specialisatie de verpleegkundige aanpak nog verder doordrijven. Deze specialisatie is nodig om een kwalitatief hoogstaande invulling aan de verpleegkundige aanpak te kunnen blijven geven.

De grens tussen wat een arts doet en wat een verpleegkundige doet loopt heel dikwijls in elkaar over. Verpleeg-

muniquent autrement avec les patients, et leur rôle de prestataire de soins vis-àvis des patients est différent en ce sens qu’ils ne sont pas « décisifs » dans les soins (ils n’opèrent pas) et travaillent essentiellement en équipe. Si le contact n’est pas bon avec un(e) infirmier/ère, d’autres sont toujours disponibles. En revanche, si le contact ne passe pas avec votre médecin, vous y êtes malgré tout plus ou moins « lié(e) ». Les patients ont dès lors tendance à se confier plus facilement au personnel infirmier. Comme nous passons aussi plus de temps avec les patients hospitalisés, nous apprenons non seulement à connaître le patient avec sa maladie, mais aussi sa famille, sa situation sociale, ses peurs et ses désirs. Les tâches du médecin et de l’infirmier/ ère se rejoignent très souvent. Les infirmiers/ères ne veulent pas être des pseudo-médecins, mais cherchent parfois à se forger leur propre place, à se créer un

Ronny Pieters

espace où ils/elles peuvent combler le volet spécifiquement infirmier des soins aux patients. Les médecins doivent parfois encore comprendre que le personnel infirmier apporte une autre contribution, depuis une perspective propre. Il ne remet pas en cause le diagnostic ou le traitement, il rend tout plus accessible au patient en l’informant d’une autre façon, en tenant compte des conditions, des circonstances spécifiques au patient. C’est là notre manière d’épauler le patient, mais aussi le médecin. Suite à la spécialisation croissante, il est dès lors logique que les infirmiers/ères se spécialisent également. Et qu’ils/elles cherchent à améliorer encore davantage la prise en charge infirmière dans cette spécialité. Cette spécialisation est nécessaire pour continuer à garantir une intervention de première qualité dans l’approche infirmière.

Ronny Pieters

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 3

3

8/10/12 13:39


COLUMN

Een bijdrage van Prof. Dr. W. Oosterlinck Urologie, UZ Gent

Prostaatkankerpatient betaalt het gelag Op 1/8/2012 verschenen nieuwe terugbetalingsvoorwaarden voor PSA dosage. Elke PSA meting bij een niet-prostaatkankerpatiënt wordt niet meer terugbetaald tenzij in het kader van het vroegtijdig opsporen van familiale prostaatkanker. Familiale prostaatkanker is een op jonge leeftijd optredende prostaattumor die meestal reeds de dood veroorzaakt voor 70 jaar wanneer hij niet curatief is benaderd geworden. Gedaan dus met het opportunistisch screenen op kosten van de ziekteverzekering ! De man die de voordelen van een vroegtijdige opsporing van prostaatkanker wil genieten zal het volgen van PSA uit eigen zak moeten betalen. Ook het actief opvolgen van patiënt, zonder biopsie maar met hoog PSA sneuvelt voor terugbetaling. Wat met een patiënt die men verdenkt van

prostaatkanker te hebben maar uiteindelijk eindigt met negatieve biopsies? Maar ook de patiënt die prostaatkanker heeft komt er bekaaid vanaf. Er zijn slechts 2 PSA metingen per jaar terugbetaald. In de voorzichtige aanpak van prostaattumor met actieve opvolging raadt men toch 4-maandelijkse PSA dosages aan om niet plots voor het ontsnappen van de tumor te staan. Ook in de opvolging van curatieve therapieën worden in het begin meer dan 2 PSA metingen aanbevolen. Helemaal erg wordt het voor patiënten die castratieresistent worden. Hierbij moet PSA meting gebeuren om het antwoord op een ingestelde therapie snel vast te stellen of bij het niet beantwoorvervolg pagina 7

Contributiondu Prof. Dr. W. Oosterlinck Urologie, UZ Gent

Depuis le 1/8/2012, de nouvelles conditions de remboursement du dosage PSA sont entrées en vigueur. Toute mesure du PSA chez un patient non atteint du cancer prostatique n’est plus remboursée, si ce n’est dans le cadre du dépistage précoce d’un cancer de la prostate familial. Le cancer de la prostate familial est une tumeur prostatique se manifestant à un jeune âge et qui entraîne souvent un décès avant l’âge de 70 ans s’il n’est pas traité de manière curative. C’en est donc fini du dépistage opportuniste aux frais de l’assurance maladie ! Tout homme qui veut bénéficier d’un dépistage précoce du cancer de la prostate devra payer de sa poche le dosage PSA. De même, le suivi actif du patient, sans biopsie mais avec un PSA élevé, n’entre plus en ligne de compte pour le rem-

4

Le patient atteint de cancer prostatique paie les pots casses boursement. Qu’en est-il d’un patient qu’on soupçonne d’avoir un cancer de la prostate, mais dont les biopsies s’avèrent finalement négatives ? Même le patient effectivement atteint d’un cancer de la prostate en est pour ses frais. Seuls 2 dosages PSA par an sont remboursés. Or, dans l’approche prudente du cancer de la prostate avec suivi actif, on recommande des dosages PSA tous les 4 mois afin d’éviter que la tumeur échappe tout à coup. De même, dans le suivi de traitements curatifs, on recommande au début plus de 2 mesures du PSA. La situation devient totalement catastrophique pour les patients qui sont résistants à la castration. Dans ce cas, la

mesure du PSA doit se faire pour constater rapidement la réponse au traitement instauré ou, en l’absence de réponse ou de hausse du PSA, pour arrêter le traitement et le modifier par un autre produit. Ces patients devront inévitablement payer plusieurs fois eux-mêmes le dosage PSA s’ils veulent être traités de manière optimale. Deux études de grande envergure (l’une menée aux Etats-Unis et l’autre en Europe) démontrent que la situation socioéconomique a un impact important sur la probabilité de décéder d’un cancer de la prostate. Un homme ayant un niveau d’enseignement médiocre ou faible court un risque 2,5 fois plus élevé qu’un universitaire de décéder de cette forme de cancer. Bien que les politiciens affirment

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 4

8/10/12 13:39


How to recognise a unique pharmaceutical Group? Ipsen is an innovation-driven international specialty pharmaceutical group with over 20 products on the market and a total worldwide staff of nearly 4,000. The company’s development strategy is based on a combination of products in targeted therapeutic areas (oncology, endocrinology and neuromuscular disorders) which are growth drivers, and primary care products which contribute significantly to its research financing. This strategy is also supported by an active policy of partnerships. The location of its four Research & Development centres (Paris, Boston, Barcelona, London) gives the Group a competitive edge in gaining access to leading university research teams and highly qualified personnel. In 2007, R&D expenditure was €184.7 million, in excess of 20% of consolidated sales, which amounted to €920.5 million while total revenues amounted to €993.8 million. More than 700 people in R&D are dedicated to the discovery and development of innovative drugs for patient care.

www.ipsen.com

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 5

8/10/12 13:39


9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 6

8/10/12 13:39


COLUMN

vervolg van pagina 4

den of terug oplopen van de PSA de therapie te stoppen en te wijzigen naar een ander middel. Deze patiënten zullen onbetwist meerdere malen dosage van PSA zelf moeten betalen wil hij optimaal behandeld worden. Twee grote studies (een Amerikaanse en een Europese) tonen aan dat de socio-economische toestand een zeer belangrijk impact hebben op de kans door prostaatkanker te sterven. Een slecht en laaggeschoolde heeft 2,5 keer meer kans dan de welstellende universitair om van deze tumor dood te gaan. Alhoewel politici beweren dit verschil te willen wegwerken, is dit een stap in de verkeerde richting. De welstellende zal geen bezwaar maken 4 EUrO op tafel te leggen voor zijn gezondheid terwijl de weinigverdiener dit niet zal laten gebeuren of helemaal niet bij de arts opdaagt. Waarom heeft men dit alles beslist? Welk probleem werd er opgelost? Uiteraard ging dit om een budgettair pro-

vouloir supprimer cette différence, c’est là un pas dans la mauvaise direction. Le bien nanti ne verra aucun inconvénient à mettre 4 euros sur la table pour sa santé, alors que le plus démuni y renoncera ou ne se rendra tout simplement pas chez le médecin. Pourquoi a-t-on pris cette décision ? Quel problème a-t-on cherché à résoudre de la sorte ? Evidemment, il s’agissait d’un problème budgétaire. Il faut faire des économies. Avec 1,7 million de dosages PSA par an en Belgique, nous nous trouvons à un niveau bien plus élevé que nécessaire. On cochait le prélèvement sanguin pour dosage du PSA à tort et à travers, sans réfl échir, sans raison, que le médecin sache ou non quoi faire du résultat. L’examen est gratuit et il ne faut donc pas s’en priver. Ceci répond simplement à une loi économique bien connue. Devrions-nous dès lors autoriser exclusivement le dosage PSA dans

bleem. Men moest besparen. Met 1.7 miljoen PSA metingen per jaar in België zitten we aan een peil dat veel hoger is dan nodig is. Te pas en ten onpas werd een kruisje gezet bij de bloedafname aan PSA, zonder nadenken, zonder reden, al dan niet door artsen die zelfs niet goed weten wat ze met de uitslag moeten doen. Het is gratis en dus kunnen we er niet genoeg van krijgen. Dit is gewoon volgens een economisch bekende wet. Zouden we dan de PSA maar toelaten in wel omschreven omstandigheden? Dat betekent toename van de papieren rompslomp die nu al torenhoog is. Er is ook een dure controle voor nodig. PSA alleen door bepaalde specialismen? Ondemocratisch, corporatistisch…Het is dus niet eenvoudig een systeem te bedenken dat eerlijk, wetenschappelijk verantwoord en ook politiek haalbaar is. Maar laat ons duidelijk zijn: het zijn de artsen in groep die verantwoordelijk zijn voor een veel te hoog aantal PSA metingen die dus de deur op een kier hebben

des conditions bien définies ? Il s’ensuivrait une multiplication des documents administratifs à compléter, qui sont déjà innombrables. Ou limiter le dosage du PSA à certaines spécialités ? Contraire à la démocratie, corporatiste... Il n’est pas conséquent pas simple d’imaginer un système qui soit honnête, étayé scientifiquement et réalisable d’un point de vue politique. Mais soyons clairs : ce sont les médecins dans leur ensemble qui sont responsables d’une trop nette augmentation du nombre de mesures du PSA, et ont ainsi entrouvert la porte à de rudes économies ne tenant pas compte des besoins des patients, de la science et des directives. Je préconiserais toutefois qu’on autorise les mesures du PSA chez les patients qui en ont réellement besoin. Le patient atteint d’un cancer de la prostate doit être suivi par une équipe pluridisciplinaire afin

gezet voor botte besparingen die geen rekening houden met nood van patiënten, wetenschap en richtlijnen. Toch wil ik nog een lans breken voor PSA metingen toe te staan bij patiënten die het werkelijk nodig hebben. De patiënt met prostaatkanker moet gevolgd worden door een multidisciplinair team om hem optimale kansen te geven bij zijn behandeling. Dit hoort niet meer thuis in de huisartsenpraktijk. Men zou PSA meting toelating kunnen verkrijgen via de MOC. Patiënten met een hoge PSA densiteit hebben even als deze met familiale prostaatkanker een sterk verhoogd risico op het ontwikkelen van klinisch relevante prostaatkanker. Ook voor hen zou een PSA meting, bijvoorbeeld jaarlijks, wetenschappelijk verantwoord zijn. Misschien hebben patiëntenverenigingen of een verplegendenvereniging zoals Urobel meer impact bij een minister dan professoren. Mijn idee heeft men alvast niet gevraagd in het rIZIV. 

de lui offrir les meilleures chances dans son traitement. Ceci ne relève plus du travail du médecin généraliste. L’autorisation de mesure du PSA devrait pouvoir être obtenue auprès de la consultation oncologique pluridisciplinaire. Les patients présentant une densité de PSA élevée, au même titre que les patients ayant un cancer de la prostate familial, courent un risque nettement accru de développer un cancer de la prostate cliniquement significatif. Pour eux aussi, une mesure du PSA, par exemple annuelle, se justifierait sur le plan scientifique. Les associations de patients ou une association d’infirmiers/ères comme Urobel a peut-être plus d’impact auprès d’un ministre que les professeurs. L’INAMI ne m’a en tout cas pas demandé mon avis sur le sujet … 

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 7

7

8/10/12 13:39


DOSSIEr

Ann Dobbelaere domeinverantwoordelijke stoma- en incontinentiezorg. WGK Oost-Vlaanderen

Mu ltid isciPlin a riteit - Plu rid isciPlin a rité

Wit- Gele Kruis test bladderscan in thuisverpleging urineweginfecties en het gebruik van antibiotica.

Wit-Gele Kruis test het gebruik van de bladderscan in de thuisverpleging. Tot medio juli liep er in de regio Deinze en Temse een proefproject waarbij we onderzochten welke voordelen de scan biedt voor patient en verpleegkundige. De eerste resultaten zijn zeer positief. De bladderscan is eenvoudig in gebruik. Het toestel meet binnen enkele seconden en op een niet-invasieve manier het residu van de blaas. Tot voor kort konden we urineresidu in de thuiszorg, enkel opvolgen door de patiënt te sonderen. Dit is niet zonder risico. Zeker niet bij patiënten die te maken hebben met een bepaalde problematiek (vb patiënten met een over-

Ann Dobbelaere Responsable soins de stomie et d’incontinence Croix Jaune et Blanche Flandre orientale

La Croix Jaune et Blanche teste l’utilisation du scanner vésical dans les soins à domicile. Jusqu’à la mi-juillet, un projetpilote visant à évaluer les avantages du scanner pour le/la patient(e) et l’infirmier/ère était en cours dans la région de Deinze et Temse. Les premiers résultats sont très positifs. Le scanner vésical est facile à utiliser. L’appareil mesure le résidu de la vessie en seulement quelques secondes et de manière non invasive. Jusqu’à récemment, le suivi du résidu urinaire dans le cadre des soins à domicile ne pouvait se faire qu’en sondant le/ la patient(e). Cette opération n’est pas sans risque, a fortiori chez les patients

8

actieve blaas en prostatitis), waarbij het vermoeden bestaat dat ze hun blaas moeilijk kunnen leegplassen. Voor hen kan de bladderscan soelaas brengen. De voordelen van deze werkwijze zijn talrijk. De bladderscan voorkomt in de eerste plaats onnodige catheterisatie bij de patiënt en reduceert zo het risico op

Het gebruik van de bladderscan is pijnloos en comfortabel voor de patiënt. Bovendien vraagt de handeling minder tijd dan een catheterisatie, en geeft ze een betrouwbaar beeld van het urineresidu van de patiënt. De beslissing rond de noodzaak van een catheterisatie kan genomen worden op basis van objectieve waarden. De techniek helpt verpleegkundigen ook om incontinentie te behandelen en te begeleiden. eeNVoUdig Te gebrUikeN Wit-Gele Kruis telt verschillende referentieverpleegkundigen die opgeleid zijn om het toestel te gebruiken. Die kennis geven ze vervolgens door aan de thuisverpleeg-

La Croix Jaune et Blanche teste le scanner vésical dans les soins à domicile ayant une problématique spécifique (par ex. les patients présentant une vessie hyperactive ou une prostatite), dont on soupçonne qu’ils peuvent difficilement vider leur vessie. Le scanner vésical est peut-être la solution qu’il leur faut. Les avantages de cette méthode de travail sont légion. Le scanner vésical prévient tout d’abord un sondage inutile et réduit ainsi le risque d’infections des voies urinaires et l’utilisation d’antibiotiques. L’utilisation du scanner vésical est indolore et confortable pour le/la patient(e). De plus, l’opération requiert moins de temps qu’un sondage, et donne une image fiable du résidu urinaire du/de la

patient(e). La décision quant à la nécessité d’un sondage peut être prise sur la base de valeurs objectives. La technique aide aussi le personnel infirmier à traiter et encadrer le/la patient(e) incontinent(e). facile À UTiliSer La Croix Jaune et Blanche compte plusieurs infirmiers/ères de référence qui sont formé(e)s à utiliser l’appareil. Ces connaissances sont ensuite transmises aux infirmiers/ères à domicile, de façon à ce qu’ils/elles puissent aussi utiliser le scanner vésical et lire correctement le résidu. La firme concernée (Verathon) met en outre à disposition un programme d’e-learning pouvant être utilisé pour une formation ou un recyclage.

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 8

8/10/12 13:39


Mu lt id is c iP l in a riteit - Plu rid isciPlin a rité

caSUS 1: Een bejaarde man, volledig bed- en rolstoelgebonden, heeft last van prostaatlijden en plast daardoor niet helemaal leeg. Op voorschrift van de uroloog vroeg men de thuisverpleegkundige om 2x dag te sonderen vóór het bevestigen van de condoomcatheter. Het is de referentieverpleegkundige van Wit-Gele Kruis, Karlien Vanluchene, die de uroloog en de huisarts contacteerde, en het gebruik van een bladderscan voorstelde. Na het akkoord van de behandelend artsen, werd de bladderscan gebruikt om het residu te bepalen.

kundigen, zodat ook zij de bladderscan kunnen gebruiken en het residu correct kunnen aflezen. De betrokken firma (Verathon) stelt bovendien een e-learningpakket ter beschikking, dat als opleiding en opfrissing kan gebruikt worden.

1er caS : Un homme âgé, totalement dépendant de son lit et de sa chaise roulante, se plaint de douleurs à hauteur de la prostate et n’arrive par conséquent pas à vider complètement sa vessie. Sur prescription de l’urologue, on a demandé à l’infirmière à domicile de sonder le patient 2 fois par jour avant de fixer le cathéter préservatif. C’est l’infirmière de référence de la Croix Jaune et Blanche, Karlien Vanluchene, qui a contacté l’urologue et le généraliste et leur a proposé l’utilisation d’un scanner vésical. Après l’accord des médecins traitants, le scanner vésical a été utilisé pour déterminer le résidu.

De patiënt werd 2x per dag gebladderd, het residu bleef steeds onder de 200ml. Sonderen was op dat moment niet nodig. De patiënt en ook de mantelzorg vonden deze techniek veel minder invasief dan 2 x per dag sonderen.

2e caS : Une dame âgée de 87 ans a été admise en juin 2012 pour un ictère consécutif à une obstruction des voies biliaires. Pendant son hospitalisation, elle a développé une insuffisance rénale aiguë. La patiente a pu quitter l’hôpital à condition que la rétention urinaire soit également mesurée à domicile 4 fois par jour. Dans ce cas, Sabine Fiers – infirmière en chef au sein de la Croix Jaune et Blanche – a suggéré de mesurer le résidu à l’aide du scanner vésical. Le médecin traitant a donné son accord.

Le patient était scanné 2 fois par jour, le résidu restait toujours inférieur à 200 ml. Le sondage n’était pas nécessaire à ce moment-là.

La patiente avait chaque fois un résidu de +/-100 ml, s’il bien qu’il ne fallait jamais pratiquer de sondage. Après 2 semaines, on a décidé d’arrêter l’utilisation du scanner et, aujourd’hui, la patiente est à nouveau parfaitement continente.

Le patient et ses soignants de proximité ont trouvé cette technique nettement moins invasive que le sondage 2 fois par jour.

Les deux patients se sont déclarés très satisfaits du confort supplémentaire que leur offrait le scanner vésical. Chez aucun des deux patients, il n’a fallu pra-

DOSSIEr caSUS 2: Een 87- jarige dame werd opgenomen in juni 2012 met icterus als gevolg van verstopte galwegen. Ze kreeg tijdens de ziekenhuisopname acute nierinsufficiëntie. Patiënt mocht het ziekenhuis verlaten, op voorwaarde dat ook thuis 4 x dag de urineretentie gemeten werd. Hier stelde,Sabine Fiers - hoofdverpleegkundige binnen Wit-Gele Kruis - voor het residu via de bladderscan te bepalen. De behandelende arts ging akkoord. Patiënt had telkens een residu van +/100 ml wat maakte dat er nooit gesondeerd moest worden. Na 2 weken werd het besluit genomen het bladderen te stoppen en op dit moment is de patiënt terug volledig continent. Beide patiënten toonden zich zeer tevreden over het extra comfort dat het gebruik van de bladderscan hen bood. Bij geen van de twee was het nodig tijdens de behandeling met de bladderscan te sonderen.

tiquer de sondage après l’utilisation du scanner pendant le traitement. beSoiN d’UNe régleMeNTaTioN fiNaNcière L’absence de réglementation financière constitue un élément important dans les soins à domicile : aucune règle ne prévoit le remboursement de la location de l’appareil ni de la prestation infirmière. La location de l’appareil est donc à la charge du/de la patient(e) (± 6,7 € par jour). Dans certains cas, l’assurance hospitalisation du/de la patient(e) intervient dans le remboursement de la location de l’appareil. Il n’existe pas de numéro de nomenclature pour le remboursement de la prestation infirmière. Dans les deux cas, il s’agissait d’un patient repris dans la nomenclature forfaitaire et ces frais ne sont dès lors pas facturés à l’INAMI. En résumé, on peut dire que les infirmiers/ères spécialisé(e)s en soins de

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 9

9

8/10/12 13:39


DOSSIEr Nood aaN fiNaNciële regeliNg Een aandachtspunt binnen de thuisverpleging vormt het ontbreken van enige financiële regeling: noch voor de terugbetaling van de huur van het toestel noch voor de verpleegkundige prestatie is een regeling voorzien. De huur van het toestel komt zo ten laste van de patiënt (±6,7€ per dag). Wel komt in sommige gevallen de hospitalisatieverzekering van de patiënt tussen, voor de terugbetaling van de huur van het toestel.

Mu ltid isciP lin a riteit - Plu rid isciP lin a rité

de techniek is makkelijk aan te leren en uit te voeren, de tijdsinvestering is minimaal. Het gebrek aan financiële regeling staat echter een ruimere verspreiding van de bladderscan in de thuisverpleging in de weg. Sowieso is het nodig om de terugbeta-

ling van de verpleegkundige prestatie en de huur van het toestel te bekijken, willen we de bladderscan voor een groter aantal patiënten toegankelijk maken. De vele voordelen aan de bladderscan verbonden, dwingen ons immers na te denken over een toegangspoort van het toestel in de thuisverpleging. 

Voor de terugbetaling van de verpleegkundige prestatie is geen nomenclatuurnummer voorzien. In beide casussen ging het over een patiënt die gescoord werd binnen de forfaitnomenclatuur, deze zorg is dan ook niet aangerekend aan het rIZIV. Samenvattend kunnen we stellen, dat de referentieverpleegkundigen stoma -en incontinentie binnen WGK OostVlaanderen heel positief staan tegenover het gebruik van de bladderscan. De voordelen voor de patiënt zijn talrijk,

stomie et d’incontinence au sein de la Croix Jaune et Blanche en Flandre orientale sont très favorables à l’utilisation du scanner vésical. Les avantages pour le/la patient(e) sont nombreux, la technique est facile à acquérir et à exécuter, et l’investissement en temps est minime. L’absence de réglementation financière freine néanmoins une plus large diffusion du scanner vésical dans les soins à domicile. En tout état de cause, il y a lieu d’examiner le remboursement de la prestation infirmière et de la location de l’appareil si nous voulons rendre le scanner vésical accessible à un plus grand nombre de patients. Les multiples avantages associés au scanner vésical nous obligent en effet à réfléchir à une voie d’accès de l’appareil dans les soins à domicile. 

10

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 10

8/10/12 13:39

ANNON


L’efficacité en 3 points

Efficiën�e in 3 punten

1. Spéciquement élaboré

1. Speciaal ontworpen De geselecteerde bestanddelen in Proxeed Plus werken op een synerge�sche manier samen voor een op�malere kwaliteit van het sperma.

Les ingrédients sélec�onnés agissent de façon synergique pour op�miser la qualité du sperme.

2. Wetenschappelijk bewezen :

2. ScienƟquement prouvé :

Wetenschappelijke testen tonen de doeltreffendheid aan van elk bestanddeel in het op�maliseren van de spermakwaliteit.

Des essais scien�ques supportent l’efficacité de chaque ingrédient dans l’op�misa�on de la qualité du sperme.

3. De meest complete

3. La formule la plus

formule op de markt*:

complète du marché*: > L-carni�ne : 2000 mg > Acétyl-L-carni�ne : 1000 mg

Proxeed®Plus agit à plusieurs niveaux Proxeed®Plus is verkzaam op meerdere niveaus

QuanƟté Hoeveelheid

Qualité Kwaliteit

MoƟlité Beweeglijkheid

Quan�té op�male de spermatozoïdes dans l’éjaculat

Spermatozoïdes de morphologie correcte

Des spermatozoïdes avec une mo�lité suffisante

Voor een op�male kwaliteit van de spermatozoïden in het ejaculaat

Voor spermatozoïden met een correcte morfologie

Voor spermatozoïden met voldoende beweeglijkheid

> Acide citrique : 100 mg

> Acide folique : 400 μg > Sélénium : 100 μg > Vitamine B12 : 3 μg

Vous souhaitez en savoir plus ? Contactez nous pour recevoir la visite de votre délégué médical. al. Tél. : 02/732 56 95 @ : info@sigma-tau.be

> Vitamine C : 180 mg > Citroenzuur : 100 mg > Co-enzyme Q10 : 40 mg

> Coenzyme Q10 : 40 mg > Zinc : 20 mg

> Acétyl-L-carni�ne : 1000 mg > Fructose : 2000 mg

> Fructose : 2000 mg > Vitamine C : 180 mg

> L-carni�ne : 2000 mg

Qualité du sperme Kwaliteit van het sperma

> Zink : 20 mg > Foliumzuur : 400 μg > Selenium : 100 μg > Vitamine B12 : 3 μg

Meer weten? Neem contact op met ons voor een visite van uw medisch vertegenwoordiger. Tel. : 02/732 56 95 @ : info@sigma-tau.be sigma-tau Pharma Belgium is het liaal van de interna�onale farmaceu�sche groep sigma-tau S.p.a. De groep sigma-tau telt meer dan 2400 medewerkers in Europa, onder wie 385 onderzoekers.

sigma-tau Pharma Belgium est la liale du groupe pharmaceu�que interna�onal - sigma-tau S.p.a. Le groupe sigma-tau compte plus de 2400 collaborateurs en Europe dont 385 chercheurs.

* ComposiƟon pour 2 sachets - Dose journalière : 2 sachets par jour * Samenstelling voor 2 zakjes - Dagelijkse dosis : 2 zakjes per dag

www.sigmatau.be ANNONCE PROXEED 210X297MM.indd 1 9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 11

www.proxeed.be

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

15/02/12 14:57 8/10/12 13:39


Care at home

WIJ GEVEN U EEN TIP… Al meer dan 25 jaar vertrouwen onze eindgebruikers in onze Ergothan-tip, bij de SafetyCat® veiligheidskatheter. De flexibele en stabieletip past perfect bij de conische vorm van de plasbuis en voorkomt beschadigingen. De zacht afgeronde katheter ogen zorgen voor een veilige en zachte katheterisatie. Alle katheter systemen zijn uitgerust op basis van de SafetyCat® veiligheid katheter. 1 nieuw: Liquick Base veiligheidskatheter met zacht afgeronde katheter ogen en hydrofiele coating. 2 flexibele, conische Ergothan-tip voor vlotte, atraumatische insertie van de katheter. 3 blauwe katheterhuls voor veilige en hygiënische insertie van de katheter zonder aanraking met de vingers.

Ergothan-tip: Zeer flexibel en lage weerstand in de plasbuis.

Voor meer informatie: Teleflex Medical BVBA · Woluwedal 30 bus 3 · 1932 Sint-Stevens-Woluwe · België Tel.: +32 (0)2 333 24 60 · Fax: +32 (0)2 332 27 40 · info.be@teleflex.com

Naamloos-2 1 9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 12

6/09/12 13:39 13:20 8/10/12


12 13:20

Mu lt id is c iP l in a riteit - Plu rid isciPlin a rité

DOSSIEr

Multidisciplinaire bekkenbodemraadpleging: hoe een doorgedreven samenwerking alleen maar voordelen oplevert 1 TeaM reeds in 1999 werd er gestart met een multidisciplinaire bekkenbodemraadpleging. De samenwerking bestaat uit een klinisch team van urologen, gynaecologen, gastro-enteroloog en colorectale chirurgen. Verder kent het team een support luik van beeldvorming en echografi e, ki nesisten, continentieverpleegkundigen en een elektro-fysioloog. Daarnaast wordt het team versterkt met wetenschappelijke ondersteuning op het vlak van neuro-urologie, onderzoek naar cellen en implantaten. doel Dit team werd samengesteld doordat naast het reeds bestaande vertrouwen onderling er een gemeenschappelijke doel was ontstaan: kwaliteitsverbetering

aangaande diagnose, conservatieve en chirurgische behandeling en behandeling van complicaties. De indicaties tot multidisciplinaire doorverwijzing gaan vooral in de eerste plaats om multi-comparimentele problemen zoals prolaps al dan niet met incontinentie. Daarnaast bood er zich een grotere patiëntenpopulatie aan met prolapsproblemen met een significantie co morbiditeit zoals diabetes, neurologische ziektebeelden (parkinson en dementie) of ernstige constipatie al dan niet met urinaire en fecale incontinentie. Verder ontstond de nood om als een team enkele mislukte vorige operaties of complicaties te benaderen om zo medicolegale consequenties te proberen te vermijden. Tevens komen patiënten in aanmerking waarbij een grote discrepantie bestaat tussen hun

Cathy Guldemont Continentieverpleegkundige op de raadpleging urologie in het UZ-Leuven

Van links naar rechts: Prof. Coremans: gastro-enteroloog, Prof. Deprest: gynecoloog en Prof. De Ridder: uroloog. De gauche à droite: Prof. Coremans : gastro-entérologue, Prof. Deprest : gynécologue et Prof. De Ridder : urologue.

Consultation pluridisciplinaire de périnéologie : une collaboration efficace qui n’offre que des avantages 1 eqUipe La consultation pluridisciplinaire de périnéologie a été instaurée dès 1999. La collaboration repose sur une équipe clinique d’urologues, de gynécologues, de gastroentérologues et de chirurgiens colorectaux. L’équipe est également épaulée par un service d’imagerie et d’échographie, des kinésithérapeutes, des infirmiers/ères spécialisé(e)s en continence et un électrophysiologiste. Enfin, l’équipe bénéficie d’un support scientifique dans le domaine de la neuro-urologie, et de la recherche sur les cellules et les implants. obJecTif Outre la confiance mutuelle déjà bien présente, cette équipe a été constituée

suite à l’émergence d’un but commun : l’amélioration de la qualité en matière de diagnostic, de traitement conservateur et chirurgical et de traitement associé des complications. Les indications pour la consultation pluridisciplinaire concernent avant tout les problèmes pluricompartimentaux comme le prolapsus, accompagné ou non d’incontinence. Par ailleurs, un nombre croissant de patientes se présentaient avec des problèmes de prolapsus liés à une comorbidité significative incluant entre autres le diabète, des affections neurologiques (maladie de Parkinson et démence) ou une constipation sévère avec ou sans incontinence urinaire et fécale. Par ailleurs, il était devenu né-

Cathy Guldemont Infirmière en continence à la consultation d’urologie de l’UZ Leuven

cessaire en tant qu’équipe d’aborder quelques échecs opératoires ou des complications antérieures afin d’essayer d’éviter les conséquences médicolégales. D’autres patientes qui entrent en ligne de compte sont celles chez qui on observe une grande différence entre les antécédents et les données cliniques et techniques. Il existe peut-être de multiples raisons, souvent déterminantes, incitant les différentes disciplines à ne pas collaborer : certains pensent qu’ils « savent mieux que quiconque », ou qu’il n’est pas prouvé qu’une approche coordonnée serait plus efficace. Et puis, il y a naturellement les motifs financiers et la

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 13

13

8/10/12 13:39


DOSSIEr voorgeschiedenis en klinische en technische gegevens.

wetenschappelijk onderzoek naar innovatie en gezondheidszorg- economie, basic en klinisch onderzoek.

Er zijn misschien veel redenen, die vaak doorslaggevend zullen zijn, om niet samen te werken tussen verschillende disciplines: zoals denkend dat ‘ je het beter kan dan iedereen anders’ , of dat er geen bewijs bestaat dat gecombineerde benadering beter zou zijn, naast natuurlijk financiële redenen en de drang om te wedijveren in de verschillende procedures. Wel samenwerken vraagt heel wat meer workload, zeker in het begin, maar na verloop van tijd komt het enige en meest overtuigende resultaat naar voor: de patiënte staat centraal met haar probleem en is tevreden met de oplossingen die geboden kunnen worden.

eVolUTie Wat begon in 1995 met informele gesprekken bij ‘call for help’ momenten ging al gauw over tot gesprekken op vaste tijdstippen waar beslissingsbomen werden opgezet. Vervolgens evolueerde dit naar gezamenlijke ambulante zorgen en door uitwisseling van patiënten werden multidisciplinaire operaties afgesproken. Alles werd in één geïntegreerd team gegoten met zowel zakelijke als financiële afspraken. De moeilijkheidsgraad van de problemen van de patiënten steeg volgens de toegenomen samenwerkingsovereenkomst.

In de doelstelling van de samenwerking werd overeengekomen dat de multidisciplinaire raadpleging een eenheid werd voor hoge kwaliteit en gekende zorgen voor bekkenbodemproblemen. Het moest een teaching omgeving en training plaats worden voor sub-specialisten. Daarnaast werd er gezorgd voor

De nood tot samenwerking komt er doordat patiënten zich aanbieden met steeds complexere pathologien, waardoor ook de verschillende disciplines steeds verder blijven evolueren en daarbij ook medico-legale aspecten niet vergeten mogen worden (vb. De recente problematiek rond mesh implantaten).

tendance à rivaliser dans les différentes procédures. Collaborer implique une grande charge de travail, surtout au début, mais au final, le résultat le plus convaincant se produit : la patiente et son problème sont pris en charge de manière centralisée, et elle est satisfaite des solutions qui lui sont proposées.

en discussions organisées à intervalles réguliers, où on établissait des arbres décisionnels. Petit à petit, on a évolué vers des soins ambulatoires communs et, via l’échange de patients, des opérations pluridisciplinaires ont été mises en place. Tout a été fondu en une équipe unique et intégrée, basée sur des accords tant formels que financiers. Le degré de difficulté des problèmes des patientes a augmenté à mesure que l’accord de collaboration s’installait.

Au moment de déterminer l’objectif de la collaboration, il a été convenu que la consultation pluridisciplinaire serait une unité offrant une qualité supérieure et des soins connus pour les problèmes périnéens. Celle-ci devait devenir un environnement d’apprentissage et un lieu de formation pour les sous-spécialistes. Les autres éléments jugés indispensables étaient la recherche scientifique en matière d’innovation et d’économie des soins de santé, les bases et la recherche clinique. eVolUTioN Ce qui, en 1995, a débuté par des entretiens informels dans le cadre d’ « appels à l’aide » s’est rapidement transformé

14

Mu ltid isciP lin a riteit - Plu rid isciP lin a rité

Le besoin de collaboration s’explique par le fait que les patientes se présentent avec des pathologies de plus en plus complexes, si bien que les différentes disciplines continuent sans cesse d’évoluer et que les aspects médicolégaux ne peuvent pas être négligés (par ex. la récente problématique des implants de type treillis ou « mesh »). cHiffreS La collaboration peut se traduire brièvement par une formule : 1 + 1 = 3 ! Tout le monde en retire les bénéfices, tant

ciJferS De samenwerking kan kort omschreven worden als: 1+1=3! Iedereen komt er beter uit, zowel alle leden van het team als de patiënte zelf! Concreet volgt hier uit dat ondanks de grotere complexiteit er steeds meer patiënten gezien worden, altijd met één doel: de patiënte die centraal staat. Wat in het eerste jaar begon met amper 48 consultaties, resulteert nu in het 10voudige. Als blijkt dat na alle technische onderzoeken de behandeling heelkundig zal gebeuren, zal men bij een ‘ eenvoudige pathologie’ ook monodisciplinair behandelen. Dit doordat de raakvlakken van de verschillende disciplines steeds groter worden. Zo zal dan na de multidisciplinaire bekkenbodemraadpleging de verwijzende discipline alsnog de ingreep zelf uitvoeren. In ‘95 ging het zo nog bij elke patiënte. Nu gebeuren er jaarlijks een 300 monodisciplinaire ingrepen en een 150 multidisciplinaire omwille van de ‘complexe pathologie’. 

les membres de l’équipe que la patiente elle-même ! Concrètement, on peut en déduire qu’en dépit de la plus grande complexité et du nombre croissant de patientes reçues, l’objectif est toujours le même : donner une place centrale à la patiente. Alors que durant la première année, l’équipe assurait à peine 48 consultations, ce chiffre est aujourd’hui multiplié par dix. S’il apparaît, après tous les examens techniques, qu’il faudra opter pour une intervention chirurgicale, le traitement d’une « pathologie simple » se fera toujours de façon monodisciplinaire. Ceci parce que les points communs entre les différentes disciplines sont de plus en plus importants. Ainsi, après la consultation pluridisciplinaire de périnéologie, la discipline référente effectuera encore elle-même l’intervention. En 1995, il en allait encore ainsi pour chaque patiente. A présent, on recense chaque année quelque 300 interventions monodisciplinaires et 150 interventions pluridisciplinaires pour « pathologies complexes ». 

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 14

8/10/12 13:39

Calcivit


Calcivit DK2

PP 60 tab. 12,95 € PP 180 tab. 30,95 €

Vitamine K2 : de ontbrekende schakel voor het behoud van sterke botten

*

NIEU

W!

Vit. K2 stimuleert opname van calcium in het bot**

60

T

ab

Kauwtabletten met een frisse citroensmaak

le t t e n

Een unieke triple alliantie aan de laagste prijs Per kauwtablet

a

hr

1k

uw

22.5 µg Vit. K2 ta

ift

500 mg Calcium + 300 IE Vit.D3 +

bl e

t pe

r d a g o f v ol g e n s

o vo

rs

c

NIEUW!

60

Ta b l e tt e n

* Iwamoto et al, J Orthoped Sci 2004 ;5(6) :546-51 |** Vit K : Knapen et al ; Osteop Int 2007 ;18 :963-72

Calcivit DK2_pub A4_NL_FR_def_HR.indd 9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 15 1

60

NUT1050/4 CNK 2845-204

13-1-2012 10:07:07 8/10/12 13:39


1x

Op basis van Cranberry

MONURELLE ANNONCE 150x210#2.indd 1

Physicians_79.indd 9644_Urobel2012_27_verpl 11 v02.indd 16

/dag

101101CRAN

IN ALLE ZACHTHEID URINEREN ? MONURELLE, UW NATUURLIJKE OPLOSSING.

vitamine C

22/11/10 13:03:40

23/05/11 8/10/12 10:59:35 13:39


Mu lt id is c iP l in a riteit - Plu rid isciPlin a rité

seksuele problemen bij de man: een multidisciplinaire opdracht

DOSSIEr

Een gesprek met prof. R.J. Opsomer over het CPSM en over de rol van de verpleegkundige in de Urologie

Seksuele problemen zijn nog steeds een onderwerp dat schroom oproept bij patiënten. Een discrete aanpak, een goede doorverwijzing en een goed uitgebouwd team zijn dan ook een must. Hierin heeft de urologisch verpleegkundige een belangrijke rol.

Prof. R.J. Opsomer met zijn teamverpleegkundigen van het urodynamisch labo: Dora Kadimba, Anne-Françoise Meurisse, Fabienne Thuysbaert et Benoît Leroy. Le Prof. R.J. Opsomer entouré de l’équipe infirmière du labo d’urodynamique: Dora Kadimba, Anne-Françoise Meurisse, Fabienne Thuysbaert et Benoît Leroy.

Les problèmes sexuels chez l’homme :

101101CRAN

une prise en charge pluridisciplinaire

3:40

:59:35

Les problèmes sexuels constituent encore toujours un sujet tabou pour de nombreux patients. Une approche discrète, une orientation adéquate et une équipe idéalement constituée sont dès lors indispensables. L’infirmier/ère en urologie joue ici un rôle crucial. « Les problèmes sexuels sont pratiquement toujours pluridisciplinaires », explique le prof. reinier-Jacques Opsomer. Le prof. Opsomer est urologue et coordonnateur du Centre de Pathologie Sexuelle Masculine – ou CPSM – des Cliniques Universitaires Saint-Luc, de l’UCL à Bruxelles. « Chez l’homme, les problèmes sexuels sont souvent très

complexes et nécessitent une prise en charge par différentes disciplines. Cette approche globale nous aide à mieux comprendre le problème du patient et à le traiter plus efficacement, ce qui nous permet de garantir des soins de meilleure qualité. Les différentes disciplines concernées se complètent mutuellement. » Par exemple : un homme de 35 ans souffre de diabète depuis une dizaine d’années. Depuis peu, il constate des problèmes d’érection et d’éjaculation : ceci perturbe sa relation avec sa femme car ils veulent un enfant. Il téléphone au centre où on lui propose un rendezvous avec l’urologue pour un contrôle urologique, et avec l’endocrinologue

‘Seksuele problemen zijn zowat altijd multidisciplinair,’ vertelt prof. reinierJacques Opsomer. Prof. Opsomer is uroloog en hoofd van het Centre de Pathologie Sexuelle Masculine of CPSM van de Cliniques Universitaires Saint Luc, UCL in Brussel. ‘Seksuele problemen bij de man zijn vaak erg complex en vragen een aanpak vanuit verschillende disciplines. Die globale insteek helpt ons om het probleem van de patiënt beter te begrijpen en succesvoller te behandelen

Entretien avec le prof. R.J. Opsomer sur le CPSM et le rôle de l’infirmier/ère en urologie

pour une évaluation de son diabète. Chez l’andrologue ou le gynécologue, on aborde le problème de l’infertilité, et le sexologue aide à évoquer et à gérer les tensions que tous ces rendez-vous et traitements suscitent au sein de la relation. Le prof. Opsomer ajoute : « Selon la pathologie et la complexité du problème, nous parlons des patients dans le cadre d’une concertation. De même, nous discutons des problèmes et des approches avec le personnel infirmier lors d’un déjeuner mensuel. » briSer le TaboU Il y a 15 ans, lors de l’ouverture du CPSM, les patients osaient à peine par-

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 17

17

8/10/12 13:39


DOSSIEr waardoor we een kwaliteitsvoller zorgverlening kunnen garanderen. De verschillende betrokken disciplines vullen elkaar aan.’ Bijvoorbeeld: een man van 35 heeft sinds een tiental jaar diabetes. recent ondervindt hij erectiestoornissen en ejaculatieproblemen: dit zet de relatie met zijn vrouw onder druk want ze willen een kind. Hij telefoneert naar het centrum waar hij afspraken krijgt met de uroloog voor een urologische controle en naar de endocrinoloog voor een evaluatie van zijn diabetes. Bij de androloog of gynecoloog komt de behandeling van de infertiliteit aan bod en de seksuoloog helpt om de spanningen die al deze afspraken en behandelingen oproepen, in een relatie bespreekbaar en hanteerbaar te houden. Prof. Opsomer vervolgt: ‘Afhankelijk van de pathologie en van de complexiteit van een probleem, bespreken we patiënten tijdens een gezamenlijk overleg. Ook met de verpleegkundigen, tijdens een maandelijkse lunch, spreken we problemen en aanpak door.’

ler de problèmes sexuels. Prof. Opsomer : « Notre but premier était de briser le tabou. Les problèmes tels que les troubles érectiles et l’impuissance sont également difficiles à aborder avec le généraliste, car ce contact est souvent trop personnel. » Dans de tels cas, un coup de fil – plus anonyme – à un centre spécialisé porte davantage ses fruits. Cette approche a déjà aidé beaucoup d’hommes à franchir le pas. Et on constate bel et bien une évolution : la plus jeune génération d’aujourd’hui en parle déjà plus facilement et recherche plus rapidement de l’aide. Avant la mise sur pied du centre pluridisciplinaire, les hommes ayant un problème sexuel devaient souvent entreprendre de longues recherches avant de pouvoir s’adresser au bon médecin ou prestataire de soins. Depuis, le CPSM fonctionne avec un numéro d’appel central : les patients commencent par y répondre à environ douze

18

M u ltid isciP isciPlin Plu rid isciP Mu lin a riteit - M u ltid isciPlin linaarité rité

HeT Taboe doorbrekeN 15 jaar geleden, bij de start van het CPSM, durfden patiënten nauwelijks over seksuele problemen praten. Prof. Opsomer: ‘Ons eerste doel was dat taboe doorbreken. Problemen zoals erectiestoornissen en impotentie komen ook bij een huisarts soms moeilijk aan bod omdat dat contact vaak nog te persoonlijk is.’ Dan werkt een eerder anoniem telefoontje naar een gespecialiseerd centrum wel. Die aanpak heeft al heel wat mannen over de drempel geholpen. Er is wel een evolutie merkbaar: de jongere generatie van vandaag praat hier al makkelijker over en zoekt sneller hulp. Voor de start van het multidisciplinaire centrum was het voor mannen met een seksueel probleem vaak een hele zoektocht om tot bij de juiste arts of zorgverlener te raken. Sindsdien werkt het CPSM met een centraal telefoonnummer: daar beantwoorden patiënten eerst een twaalftal vragen waarna ze meteen naar de juiste arts of artsen doorverwezen kunnen worden. Een telefoontje be-

questions, après quoi ils peuvent être orientés tout de suite vers le ou les bon(s) médecin(s). L’appel téléphonique préserve bien plus la vie privée du patient qu’un entretien à un guichet de l’hôpital. Dans ce second cas, il y a un contact visuel direct, ce qui peut générer un malaise lorsqu’il s’agit de parler d’un sujet difficile. Et d’autres personnes sont plus susceptibles d’écouter la conversation. Les patients s’adressent au centre pour une multitude de problèmes, comme les troubles érectiles , les problèmes d’éjaculation, l’infertilité, les problèmes relationnels... Parfois, un entretien préalable d’une partenaire avec sa gynécologue peut faire l’effet d’un catalyseur et inciter l’homme à appeler le centre. Outre le patient lui-même, le CPSM reçoit aussi des appels de médecins généralistes et spécialistes qui demandent comment orienter au mieux leur patient.

schermt de privacy van de patiënt veel meer dan een gesprek aan een balie in het ziekenhuis. Dan is er direct oogcontact wat ongemakkelijker kan aanvoelen als je over een moeilijk onderwerp moet praten. En er luisteren ook al sneller andere mensen mee. Patiënten contacteren het centrum met tal van problemen, zoals erectiestoornissen en impotentie, ejaculatieproblemen, infertiliteit, relatieproblemen… Soms werkt een voorafgaand gesprek van een partner met haar gynecoloog als katalysator in het telefoneren naar het centrum. Niet alleen de patiënt zelf, maar ook huisartsen en artsen-specialisten contacteren het CPSM met de vraag naar wie ze een patiënt het best kunnen doorverwijzen. Geen enkele man wilt wachten in een wachtzaal met een bordje ‘Seksuele problemen’, vervolgt prof. Opsomer. ‘De afspraken die een patiënt krijgt, gaan dus door op de eigen raadpleging van elke arts die deel uitmaakt van het CPSM.

« Aucun homme ne veut patienter dans une salle d’attente où figure un panneau ‘Problèmes sexuels’ », poursuit le prof. Opsomer. « Les rendez-vous fixés avec le patient ont donc lieu à la consultation personnelle de chaque médecin faisant partie du CPSM. Ceci contribue à aborder le problème en toute discrétion. » En plus du diagnostic et du traitement de patients souffrant de problèmes sexuels, le CPSM se consacre aussi à la formation de médecins et de psychologues en sexologie, à l’entretien de contacts avec la faculté de Psychologie à Louvain-la-Neuve, à la recherche et à l’organisation d’un symposium annuel. coMpéTeNceS eN SoiNS iNfirMierS « Mes infirmiers et infirmières ont suivi une formation en France et au Canada », poursuit le prof. Opsomer. Il est fier de l’expertise dont font preuve les infirmiers et infirmières en urologie avec lesquels il

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 18

8/10/12 13:39


Mu Mult ltid idis iscciP iPllin inaariteit riteit -- M Plu u ltid rid isciPlin a rité

DOSSIEr

Specifieke opdracHTeN Voor UrologiScHe VerpleegkUNdigeN 1. incontinentie Incontinentie is een grote handicap voor een patiënt en zijn omgeving, en dit zowel fysiek, emotioneel, sociaal, financieel als seksueel. De urologische verpleegkundige heeft hier een specifieke opdracht in luisteren, informeren, adviseren, educeren en opvolgen van de patiënt, een opdracht die varieert volgens de afdeling waar ze werkt (hospitalisatie – consultatie, urologische – algemene afdeling)

3. Vertegenwoordiging buiten de instelling: 1. bij beroepsorganisaties en patiëntenverenigingen en bij de overheid; 2. door het schrijven van artikels; 3. door het deelnemen aan en organiseren van congressen; 4. door het geven van vorming; 5. door het voeren van onderzoek; 6. door het uitwerken van nieuwe producten en materialen.

2. in de zorg: de urologisch verpleegkundige 1. werkt werkdocumenten uit zoals mictiedagboeken, zorgplannen, richtlijnen en adviezen voor de patiënt; 2. is spilfi guur in de contacten met alle disciplines in de totaalzorg van de patiënt, binnen en buiten het ziekenhuis; 3. kent, test en adviseert over urologische materialen en hulpmiddelen; 4. geeft opleiding en vorming; 5. volgt vorming, congressen en symposia.

leeS Meer • Chapitre 40: Les compétences et missions de l’infi rmière clinicienne en pathologie urinaire • A.F. Meurisse, M. Hubinon, M.P. Damiens, C. Martinez, A.M. Beguin, r.J. Opsomer • In: Les incontinences urinaires de l’homme – Diagnostics et traitements • Reinier-Jacques Opsomer, Jean de Leval • Springer-Verlag France, Paris, 2011 • ISBN 978-2-287-99159-2

TÂcHeS SpécifiqUeS deS iNfirMierS/èreS eN Urologie 1. incontinence L’incontinence constitue un grand handicap pour le patient et pour son entourage, et ce, tant sur le plan physique qu’émotionnel, social, fi nancier et sexuel. L’infirmier/ère en urologie est plus particulièrement chargé(e) d’écouter, d’informer, de conseiller, d’éduquer et de suivre le patient ; sa mission varie selon le service au sein duquel il/elle travaille (hospitalisation – consultation, service d’urologie ou général)

3. représentation en dehors de l’institution : 1. auprès d’organisations professionnelles et d’associations de patients, de même qu’auprès des pouvoirs publics ; 2. en rédigeant des articles ; 3. en participant à ou en organisant des congrès ; 4. en donnant des formations ; 5. en entreprenant des recherches ; 6. en développant de nouveaux produits et du nouveau matériel.

2. au niveau des soins : l’infirmier/ère en urologie 1. élabore des documents de travail tels que des journaux de miction, des plans de soins, des directives et des consignes à l’intention du patient ; 2. est une personne de référence dans les contacts avec toutes les disciplines dans les soins globaux au patient, dans et en dehors de l’hôpital ; 3. connaît, teste et recommande le matériel et les accessoires urologiques ; 4. donne des formations ; 5. participe à des formations, congrès et symposiums

eN SaVoir plUS • Chapitre 40 : Les compétences et missions de l’infi rmière clinicienne en pathologie urinaire • A.F. Meurisse, M. Hubinon, M.P. Damiens, C. Martinez, A.M. Beguin, r.J. Opsomer • In : Les incontinences urinaires de l’homme – Diagnostics et traitements • Reinier-Jacques Opsomer, Jean de Leval • Springer-Verlag France, Paris, 2011 • ISBN 978-2-287-99159-2

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 19

19

8/10/12 13:39


DOSSIEr Dat helpt om hun probleem discreet te benaderen.’ Naast de diagnose en het behandelen van patiënten met seksuele problemen richt het CPSM zich eveneens op de op-

Het centre de pathologie Sexuelle Masculine (cpSM) bestaat uit: • Coördinator: Prof. R.J. Opsomer • Secretariaat: 02 764 14 21 – cpsm-saintluc@uclouvain.be • Urologen • Gynecoloog / Androloog • Endocrinologen • Dermatologen • Seksuologen • Psychiaters • Verpleegkundige

Mu ltid isciPlin a riteit - Plu rid isciPlin a rité

leiding van artsen en psychologen over seksuologie, op het onderhouden van contacten met de faculteit Psychologie in Louvain-la-Neuve, op het voeren van onderzoek en op de organisatie van een jaarlijks symposium. VerpleegkUNdige coMpeTeNTieS ‘Mijn verpleegkundigen hebben opleiding tot in Frankrijk en Canada gevolgd,’ vertelt prof. Opsomer verder. Hij is fier op de deskundigheid van de urologische verpleegkundigen waarmee hij samenwerkt in het CPSM en op de afdeling Urologie. Prof. Opsomer: ‘De verpleegkundigen voeren technische onderzoeken uit zoals echografieën, vasculaire en neurologische testen, ze doen staalnames en nemen vragenlijsten met de patiënten door. Elke verpleegkundige heeft hiervoor opleiding gevolgd en kan terugvallen op heel wat ervaring. We merken eveneens dat patiënten makkelijker met

verpleegkundigen over hun seksuele problemen praten. Zij staan vaak dichter bij de patiënt en kunnen hier ook meer tijd voor nemen.’ Een gespecialiseerde verpleegkundige in de urologie is een bachelor verpleegkundige met een specifieke opleiding en ervaring in de urologie. Hij of zij voert specifieke opdrachten en onderzoeken uit, geeft advies en opleiding, coördineert de zorg voor, tijdens en na de hospitalisatie en in de thuiszorg, werkt richtlijnen en protocollen uit… Een urologisch verpleegkundige is ook spilfiguur in de contacten met de patient en zijn familie, met collega’s en artsen en met de verschillende disciplines en organisaties in de totaalzorg rond de patiënt. 

le centre de pathologie Sexuelle Masculine (cpSM) se compose de : • Coordinateur : Prof. R.J. Opsomer • Secrétariat : 02 764 14 21 – cpsm-saintluc@uclouvain.be • Urologues • Gynécologue/Andrologue • Endocrinologues • Dermatologues • Sexologues • Psychiatres • Infi rmier/ère

travaille au sein du CPSM et du service d’Urologie. Prof. Opsomer : « Le personnel infirmier réalise des examens techniques tels que des échographies, des tests vasculaires et neurologiques, il prélève des échantillons et soumet des question-

20

naires aux patients. Chaque infirmier/ère a suivi une formation à cet effet et peut se baser sur une grande expérience. Nous constatons aussi que les patients ont plus de facilité à parler de leurs problèmes sexuels avec les membres du personnel infirmier. Ces derniers sont souvent plus proches du patient et peuvent leur consacrer davantage de temps. » L’infirmier/ère spécialisé(e) en urologie est une personne titulaire d’un diplôme de bachelier en soins infirmiers, qui a suivi une formation spécifique

en urologie. Il/elle effectue des tâches et des examens spécifiques, prodigue des conseils et formations, coordonne les soins avant, pendant et après l’hospitalisation ainsi que les soins à domicile, élabore des directives et des protocoles... L’infirmier/ère en urologie est aussi une personne de référence dans les contacts avec le patient et sa famille, avec les collègues et médecins, et avec les différentes disciplines et organisations impliquées dans les soins globaux aux patients. 

Sa ww

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 20

8/10/12 13:39

201109


© Elie Bernager / Stone / Getty Image

SANOFI, UN LEADER MONDIAL DIVERSIFIÉ DE LA SANTÉ CENTRÉ SUR LES BESOINS DES PATIENTS.

Notre stratégie est basée sur trois axes : accroître l’innovation en R&D, saisir les ortunités à venir. de croissance : marchés émergents, vaccins, santé grand public, prise en charge globale du diabète, produits innovants et santé animale. et des maladies rares. Avec le site de production mondial de Genzyme à Geel, les activités de Sanofi en Belgique couvrent toutes les phases du développement (bio)pharmaceutique, allant de la recherche et des études cliniques à la production et à la mise. sur le marché de médicaments innovants.

Sanofi - Culliganlaan 1C - 1831 Diegem www.sanofi.be - www.sanofi.com - www.sanofi.tv

20110908_AP Profil A4FR.indd 1 9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 21

21/09/2011 15:25:12 8/10/12 13:39


Hydrofiele sonde voor intermitterende sondering Sonde hydrophile pour sondage intermittent

Technique

No-Touch Methode

• Praktisch • Pratique • Hygiënisch • Hygiénique • Klaar voor gebruik • Prête à l’emploi

VaPro is de enige sonde die beschikt over een inbrengtip en een beschermend membraan. Hierdoor wordt de VaPro sonde tijdens het gebruik beschermd tegen besmetting uit de omgeving, overgedragen door de handen. VaPro est l’unique sonde qui possède un guide d’insertion et une gaine protectrice. VaPro est ainsi protégée des risques de contaminations environnementales et manuportées durant le sondage.

Wij zijn er voor u Nous sommes à votre écoute

0800/90626 belgium.orders@hollister.com Hollister Belgium - Chaussée des Collines 52 - 1300 Wavre - www.hollister.be

VaPro maart 2011.indd 1 Naamloos-2 1 9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 22

10/03/2011 11:45:06 6/09/12 13:39 13:14 8/10/12


M u lt id is c iP l in a riteit - Plu rid isciPlin a rité

nt

1:45:06 12 13:14

Voor- en nadelen van een multidisciplinaire samenwerking De voorbije decennia is er heel wat veranderd in de Belgische gezondheidszorg. Niet alleen op medisch vlak is er een belangrijke vooruitgang geboekt. Ook in de arts-patiënt relatie hebben er grote verschuivingen plaatsgevonden. Anno 2012 is de patiënt mondiger geworden. De periode waarin de patiënt alles zomaar aannam van zijn/haar behandelde arts ligt achter de rug. Televisie, internet en het bestaan van gestructureerde patiënten organisaties hebben er bovendien voor gezorgd dat de patiënt meer op de hoogte is van zijn/haar ziekte en bijgevolg zelf ook betrokken wenst te worden in keuzes betreffende zijn/haar behandeling. De impact van deze media mag dan ook

niet worden onderschat. Patiënten worden overstelpt door al dan niet relevante informatie ivm hun specifieke gezondheidstoestand. Bovendien kan de commerciële insteek bij deze informatie niet onderschat worden. Patiënten zijn niet altijd in staat perfect te filteren wat voor hen relevant is en wat niet. De hoeveelheid data waarmee de patient overspoeld worden, maakt dat hij/ zij vaak door het bos de bomen niet meer ziet. Nog moeilijker wordt het wanneer verschillende therapeutische opties mogelijk zijn voor een patiënt, en zeker als deze gelijkwaardige resultaten bereiken. Het is en blijft dan ook de taak van de artsen om hun patiënten correct en vooral objectief te infomeren

Avantages et inconvénients d’une collaboration pluridisciplinaire Au cours des dernières décennies, de nombreux changements se sont produits dans les soins de santé en Belgique. Non seulement d’importants progrès ont été réalisés sur le plan médical, mais au niveau de la relation médecin-patient aussi, il y a eu une évolution sensible. En 2012, le patient est devenu plus critique. L’époque où le patient acceptait tout de son médecin traitant est révolue. La télévision, Internet et l’existence d’organisations structurées de patients ont fait que le patient en sait plus sur sa maladie et, par conséquent, qu’il souhaite aussi être impliqué dans les choix relatifs à son traitement. L’impact de ces médias ne peut dès lors être sous-estimé. Les

patients sont submergés d’informations plus ou moins pertinentes au sujet de leur état de santé spécifique. Par ailleurs, il faut prendre en compte la teneur commerciale de ces informations. Les patients ne sont pas toujours à même de filtrer parfaitement ce qui est ou non pertinent pour eux. Suite à la quantité de données auxquelles le patient est confronté, celui-ci ne distingue souvent plus le vrai du faux. La tâche se complique encore quand plusieurs options thérapeutiques sont envisageables pour un patient, et surtout si celles-ci donnent des résultats équivalents. Il incombe donc encore et toujours aux médecins d’informer leurs patients

DOSSIEr Valérie Fonteyne (1), Veerle Decalf (2), Mieke Verlaenen (2), Carine Peltyn (2), Nicolaas Lumen (3) 1 Radiotherapeute UZ Gent 2 Prostaatverpleegkundigen UZ Gent 3 Uroloog UZ Gent

over de verschillende therapieën. Het is echter “wishful thinking” dat artsen op de hoogte zijn van de talrijke evoluties die plaatsvinden in de diverse takken van de geneeskunde. Prostaatkanker is hiervan een mooi voorbeeld. Zowel binnen de urologie als radiotherapie hebben majeure vooral technologische verbeteringen plaatsgevonden wat het risico inhoudt dat de informatie die aan patiënten wordt weergegeven van urologen over radiotherapie en vice versa achterhaald kan zijn. Multidisciplinaire consulten zorgen ervoor dat de patiënten een goed beeld krijgen van de verschillende behandelingsmodaliteiten. Het is daarenboven zeer belangrijk en in feite ook zeer logisch dat de informatie

Valérie Fonteyne (1), Veerle Decalf (2), Mieke Verlaenen (2), Carine Peltyn (2), Nicolaas Lumen (3) 1 Radiothérapeute UZ Gent 2 Infirmières en soins de la prostate UZ Gent 3 Urologue UZ Gent

correctement – et surtout objectivement – sur les différents traitements. Il serait toutefois utopique de croire que les médecins sont au courant des nombreuses évolutions qui touchent les diverses branches de la médecine. Le cancer de la prostate en est un bel exemple. Tant en urologie qu’en radiothérapie, des améliorations majeures, surtout technologiques, ont eu lieu ; le risque existe que les informations que les patients reçoivent des urologues au sujet de la radiothérapie et inversement ne soient dépassées. Grâce aux consultations pluridisciplinaires, les patients ont en revanche un bon aperçu des différentes modalités de traitement. Il est en outre très important

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 23

23

8/10/12 13:39


DOSSIEr wordt aangereikt door de specialisten ter zake. Teneinde patiënten met urologische tumoren beter in te lichten en te betrekken bij hun behandelingskeuze werd in het UZ Gent een ‘prostaatkliniek’ opgericht. De meeste patiënten die de prostaatkliniek bezoeken hebben wel degelijk prostaatproblemen, maar ook patiënten met nier-, blaas- of testistumoren worden hier multidisciplinair benaderd. In concreto betreft het hier een multidisciplinair spreekuur waarop zowel urologen als radiotherapeut-oncologen aanwezig zijn. Er is eveneens een nauwe samenwerking met de diensten radiologie/nucleaire geneeskunde en medische oncologie. Het uiteindelijke doel is een zo objectief mogelijk beeld geven van de therapeutische opties en de patiënt op die manier te begeleiden bij het maken van zijn/haar therapiekeuze. Een bijkomend voordeel van een dergelijke multidisciplinair spreekuur is dat

et somme toute aussi très logique que les informations soient fournies par les spécialistes en la matière. Ainsi, l’UZ Gent a mis sur pied une « clinique de la prostate » dans le but de mieux informer les patients atteints de tumeurs urologiques et de les impliquer dans le choix de leur traitement. La plupart des patients qui se présentent à la clinique de la prostate ont effectivement des problèmes prostatiques, mais les patients ayant des problèmes rénaux, vésicaux ou testiculaires bénéficient ici aussi d’une approche pluridisciplinaire. Concrètement, il s’agit d’une consultation pluridisciplinaire regroupant aussi bien des urologues que des radiothérapeutes-oncologues. Il y a aussi une étroite collaboration avec les services de radiologie/médecine nucléaire et d’oncologie médicale. Le but ultime consiste à donner un aperçu le plus objectif possible

24

M u ltid isciP isciPlin Plu rid isciP Mu lin a riteit - M u ltid isciPlin linaarité rité

artsen onderling ook casussen kunnen bespreken, informatie bij elkaar inwinnen en onmiddellijk een multidisciplinair advies aan de patiënt kunnen meegeven. Ongetwijfeld zijn er ook nadelen verbonden aan een dergelijke aanpak. Zo weet men dat heel wat informatie verloren gaat voor de patiënt eens de diagnose van kanker is meegedeeld. Ondanks de inspanningen van de artsen om de patiënt goed te informeren hebben patiënten eens ze het ziekenhuis verlaten vaak nog heel wat onbeantwoorde vragen. Brochures kunnen een deel van het probleem oplossen maar een menselijke, geïndividualiseerde aanpak heeft meer voordelen. Daarom worden in het UZ Gent prostaatverpleegkundigen ingeschakeld. Zij zijn immers eveneens aanwezig bij het meedelen van de diagnose alsook bij de gesprekken over de therapeutische opties gevoerd door de artsen van de verschillende disciplines. Voor de

des options thérapeutiques et à accompagner de cette manière le patient dans le choix de son traitement. Un autre avantage d’une telle consultation pluridisciplinaire est que les médecins ont la possibilité de discuter des cas entre eux, de s’informer mutuellement et de donner immédiatement un avis pluridisciplinaire au patient. Une telle approche comporte inévitablement aussi des inconvénients. Ainsi, on sait que beaucoup d’informations se perdent quand le diagnostic de cancer est annoncé au patient. Malgré les efforts fournis par les médecins pour bien informer leurs patients, ceux-ci quittent souvent l’hôpital avec de nombreuses questions sans réponse. Les brochures peuvent résoudre une part du problème, mais une approche humaine et personnalisée offre plus d’avantages. C’est pourquoi l’UZ Gent fait désormais appel à des infirmiers/ères

patiënten zijn zij een vast en makkelijk aanspreekpunt. Een multidisciplinair spreekuur is logistiek niet altijd gemakkelijk realiseerbaar. Zo is het bv. niet altijd haalbaar het werkschema van de verschillende artsen te synchroniseren. Maar dit weegt niet op tegen de voordelen. Wij blijven er van overtuigd dat gemeenschappelijke consultaties (op eenzelfde moment) voor een patiënt een absolute meerwaarde betekent en kan bijdragen tot een betere gezondheidszorg. Daarom wil het UZ Gent en meer bepaald de prostaatkliniek hier een voortrekkersrol blijven spelen. 

spécialisé(e)s en soins de la prostate. Ces personnes sont en effet présentes pendant l’annonce du diagnostic, de même que lors des entretiens sur les options thérapeutiques menés par les médecins des différentes disciplines. Pour les patients, ils font office de personnes de contact facilement accessibles. D’un point de vue logistique, la consultation pluridisciplinaire n’est pas toujours facile à réaliser. Ainsi, il n’est pas toujours possible de synchroniser le schéma de travail des différents médecins. Mais cela ne contrebalance pas les avantages. Nous restons convaincus que les consultations conjointes (à un même moment) offrent une réelle plus-value pour le patient et peuvent contribuer à de meilleurs soins de santé. C’est pourquoi l’UZ Gent, et en particulier la clinique de la prostate, veulent continuer à jour un rôle de pionnier dans ce domaine. 

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 24

8/10/12 13:39

9640_u


9640_urobel_2012-025_verpl.indd 9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd31 25

2/03/12 13:39 13:18 8/10/12


bilingue_Mise en page 1 22/05/12 11:56 Page1

URINAIR Comfort Confort URINAIRE

500mg volledig veenbessenextract d’extrait entier de cranberry Beschikbaar in /disponible en : tabletten/comprimÊs : 60 & 120 (NEW) zakjes/sachets : 30 1/dag-jour

merck_uricran_urobel2012-026.indd 9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 126

29/05/12 16:01 8/10/12 13:39


12 16:01

Mu lt id is c iP l in a riteit - Plu rid isciPlin a rité

Pluridisciplinair kruispunt in de aanpak van één van de grootste taboe’s oMScHriJViNg VaN HeT probleeM Men schat dat 1 vrouw op 3 aan één of andere vorm van een bekkenbodemprobleem lijdt Het betreft een ruime waaier aan aandoeningen, onmogelijk om hier op te sommen. Wanneer men echter de meest frekwente wil citeren dan moet men het, zonder enige vorm van orde in belangrijkheid, hebben over urinaire en anale incontinentie, genitale prolaps, ledigingsproblemen (urinair en anaal), seksuele klachten maar ook chronische pijn.De oorzaken zijn zoals professionelen wel weten meervoudig waarin zwangerschappen, zware fysieke arbeid of sport alsook overgewicht zeker een belangrijke rol zullen spelen.

De levenskwaliteit zal bij deze aandoeningen grondig verstoord zijn en toch rust er nog steeds een zeer groot taboe op dit onderwerp. De stap om hulp te zoeken wordt dan ook vaak nooit of zeer laat gezet. Aan ons gezondheidswerkers om dit taboe te helpen doorbreken. in het onderste deel van het bekken stapelen zich letterlijk in een uitermate beperkte ruimte verschillende organen op. dit maakt van het perineum een complexe en moeilijke regio. bij een meervoudige regio past een meervoudige aanpak. Indien er in het menselijk lichaam een anatomische en functionele complexe

Intervention pluridisciplinaire dans l’approche d’un des plus grands tabous eSqUiSSe dU problèMe Selon les estimations, 1 femme sur 3 souffre de l’une ou l’autre forme de problème du plancher pelvien Il s’agit d’une multitude d’affections, impossibles à énumérer ici. S’il fallait toutefois citer les plus fréquentes, nous retiendrions, sans respecter le moindre ordre d’importance, l’incontinence urinaire et anale, le prolapsus génital, les problèmes de vidange (urinaire et anale), les troubles sexuels, mais aussi la douleur chronique. Comme les professionnels le savent, les causes sont multiples et, parmi celles-ci, les grossesses,

le travail physique lourd ou le sport, de même que la surcharge pondérale peuvent certainement jouer un rôle majeur. La qualité de vie peut être sensiblement perturbée par ces affections, mais elles n’en demeurent pas moins un sujet particulièrement tabou. Nombreuses sont dès lors celles qui ne consultent que très tard, voire pas du tout. Nos prestataires de soins de santé ont donc pour tâche de contribuer à briser ce tabou. la partie inférieure du bassin renferme différents organes amassés dans un espace très restreint. ceci fait du périnée une région complexe et difficile. Une région plurielle com-

DOSSIEr

Dr. Ann Pastijn, Perineologiekliniek, UMC St Pieter, Brussel

regio bestaat, dan is het wel het perineum. Met zijn voorste urinaire compartiment, zijn middenste gynaecologische bestemming en zijn achterste digestieve compartiment, doet die regio in geval van problemen beroep op meer dan één medische specialiteit. Te dikwijls nog wordt dit unitaire karakter min of meer bewust terzijde gelaten, geconfronteerd met een patiënte die er voor kiest zich aan te bieden bij die specialist van wie ze denkt dat hij zich zal bezig houden met haar belangrijkste klacht. Nochthans is dit perineum niet op te delen en zo gevormd dat indien er een stoornis optreedt ter hoogte van één van de compartimenten dit overmij-

Dr Ann Pastijn, Clinique de Périnéologie, CHU St-Pierre, Bruxelles

me celle-ci exige une approche tout aussi plurielle. Le périnée est incontestablement l’une des régions anatomiques et fonctionnelles les plus complexes qui soient dans le corps humain. Avec son compartiment urinaire à l’avant, sa vocation gynécologique au milieu et son compartiment digestif à l’arrière, en cas de problèmes, cette région doit être prise en charge par plusieurs spécialités médicales. Trop souvent, l’aspect urinaire est négligé plus ou moins sciemment lorsqu’une patiente choisit de s’adresser

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 27

27

8/10/12 13:39


DOSSIEr

Mu ltid isciP lin a riteit - Plu rid isciP lin a rité

delijk een invloed heeft op de andere structuren. die situatie maakt nu net de specificiteit uit van die multidisciplinaire specialiteit die men perineologie noemt. Indien een klacht van een patiënte onderzocht wordt vanuit de gezichtshoek van één specialist, bestaat het risico dat het initiële probleem wel zal opgelost worden, maar dat verwante klachten niet ontmaskerd en zonder het te willen verwaarloosd worden. Elke klacht over die regio geuit door een patiënte, maakt het in overweging nemen van de ganse regio noodzakelijk. Die globale visie betreft zowel de diagnose stelling als de behandeling. Men begrijpt dat de aanpak multidisciplinair is en dat iedere specialist van kinesitherapeuten tot gynaecologen, gastro-enterologen, urologen, chirurgen, sexuologen, verpleegsters en psychologen er hun plaats vinden en zij aan zij zullen werken.

au spécialiste dont elle pense qu’il se penchera sur son symptôme le plus important. Or, ce périnée n’est pas divisible et sa forme implique que, si un trouble se manifeste dans l’un des compartiments, celui-ci influence inévitablement les autres structures. cette situation constitue précisément la spécificité de cette spécialité pluridisciplinaire qu’est la périnéologie. Si le symptôme d’une patiente est examiné sous l’angle d’un seul spécialiste, le risque existe que le problème initial soit effectivement résolu, mais que des problèmes apparentés ne soient pas démasqués et soient involontairement négligés.

28

Toute plainte exprimée par une patiente au sujet de cette région nécessite la prise en compte de la région dans son ensemble. Cette vision globale concerne aussi bien le diagnostic que le traitement. L’approche est donc pluridisciplinaire et tous les spécialistes, allant des kinésithérapeutes aux gynécologues, gastro-entérologues, urologues, chirurgiens, sexologues, infirmiers/ères et psychologues y trouveront leur place et travailleront côte à côte. le SileNce eST roMpU : décUlpabiliSaTioN, eMpaTHie eT bieN-êTre géNéral La première clinique pluridisciplinaire de périnéologie a ouvert ses portes au CHU St-Pierre à Bruxelles, sur le site César de

Paepe, le 8 mai 2009. Nous nous sommes efforcés de créer une entité où les femmes sont reçues dans un cadre unique et confortable, à l’image des centres de bien-être actuels. Nous avons essayé d’éviter au maximum le côté froid et impersonnel souvent propre aux hôpitaux. Ceci avec une équipe bilingue (voire trilingue), ce qui nous permet de toucher un large public social, étant donné le caractère universitaire d’une part, et socialement engagé d’autre part. Une approche globale dans une unité de temps et d’espace L’approche globale de la patiente qui se présente à cette consultation occupe une place centrale : dès le premier contact, nous tentons de cerner la problématique de la façon la plus large possible.

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 28

8/10/12 13:39


Mu lt id is c iP l in a riteit - Plu rid isciPlin in Fection a rité

de STilTe WordT doorbrokeN: decUlpabiliSaTie, eMpaTHie eN algeMeeN WelZiJN De eerste pluridisciplinaire kliniek perineologie opende zijn deuren in het UMC St Pieter te Brussel op de site César de Paepe op 8 mei 2009. Er is gepoogd een entiteit te ontwerpen waar de vrouwen in een vrij uniek en comfortabel kader ontvangen worden, gespiegeld aan de hedendaagse welzijnscentra. De onpersoonlijke kilheid die vaak zo eigen is aan ziekenhuizen werd hier zo veel mogelijk geweerd. Dit met een twee (tot drie)-talig team, waarbij een breed sociaal publiek bereikt wordt gezien het enerzijds universitair en anderzijds sociaal geëngageerd karakter.

globale aanpak in een eenheid van tijd en ruimte De globale aanpak van de patiënte die zich aanbiedt op deze raadpleging staat centraal : we trachten naar een zo breed mogelijk in kaart brengen van de problematiek reeds tijdens een eerste contact.

La patiente peut dès lors compter sur un examen approfondi par une équipe de spécialistes, le tout dans un environnement discret où elle est accompagnée par une infirmière coordinatrice. Les différents spécialistes travaillent littéralement côte à côte, ils se concertent sur place pour parcourir ensuite les différentes options avec la patiente, et ce, toujours dans le cadre de la même consultation. Nous évitons ainsi à la patiente de devoir se rendre d’une consultation à une autre, dans un délai souvent réparti sur plusieurs mois. Au cours des 3 années qui se sont écoulées depuis l’ouverture de la clinique, le rôle de l’infirmière coordinatrice n’a cessé de se développer et s’est en outre révélé indispensable. Sans cette coordination, qui assure le bon déroulement de tous les rendez-vous, il se-

Ze kan dan ook rekenen op een uitgebreid nazicht door een team van specialisten en dit alles in dit discreet kader waarbij de patiënte begeleid wordt door de coördinerende verpleegster. De verschillende specialisten werken letterlijk zij aan zij, plegen overleg ter plaatse om vervolgens met de patiënte de verschillende opties te doorlopen en dit nog steeds tijdens diezelfde raadpleging. Op die manier zal de patiënte gespaard blijven om van de ene raadpleging naar de andere raadpleging te moeten gaan, vaak verspreid over verschillende maanden. De rol van de coördinerende verpleegster is gedurende die 3 jaren sinds de kliniek opstartte alleen maar toegenomen en bovendien onontbeerlijk gebleken. Zonder die coördinatie, die er voor zorgt dat alle afspraken vlotjes lopen, zou het onmogelijk zijn om zo’n uitgebreid team van verschillende specialisten te kunnen laten samenwerken. Maar deze coördinatie reikt veel verder: geruststellen van patiënten tijdens ongemakkelijke onderzoeken alsook cor-

rait impossible de faire collaborer une équipe aussi vaste de différents spécialistes. Mais le travail de la coordinatrice va encore plus loin: celle-ci tranquillise les patientes lors d’examens inconfortables, fournit des informations correctes au sujet des examens et des interventions, et est la personne de référence pour tous, qu’il s’agisse des spécialistes, kinésithérapeutes, généralistes, infirmiers/ères du quartier opératoire ou de la salle ou, bien évidemment, des patientes elles-mêmes.

DOSSIEr recte informatie geven over testen en ingrepen,contactpunt voor iedereen zowel voor specialisten, kinesitherapeuten, huisartsen, operatie- en zaalverpleegkundigen als uiteraard ook de patiënten zelf. ToekoMSTdroMeN: iNforMaTie, opleidiNg, opVoediNg eN preVeNTie Dit platform gebruiken als springplank • om een informatie en opleidingscentrum te vormen • Bewustmaking te bevorderen zowel bij gezondheidswerkers als groot publiek • Preventie te bewerkstelligen door de jonge moeders in het centrum te betrekken via hun perinatale kinesitherapie. • Pluridisciplinaire klinische studie’s uit te voeren.

Perineologiekliniek UMC St Pieter, site César De Paepe Minnebroerstraat 11 1000 Brussel 

• sensibiliser davantage les prestataires de soins de santé et le grand public ; • faire de la prévention en impliquant les jeunes mamans fréquentant le centre via leur kinésithérapie périnatale ; • réaliser des études cliniques pluridisciplinaires.

Clinique de Périnéologie CHU St-Pierre, site César De Paepe rue des Alexiens 11 1000 Bruxelles 

rêVeS d’aVeNir : iNforMaTioN, forMaTioN, édUcaTioN eT préVeNTioN Utiliser cette plate-forme comme tremplin pour • constituer un centre d’information et de formation ;

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 29

29

8/10/12 13:39


DOSSIEr

De Ruyck Eddy. Hoofdverpleegkundige CLNR Afdeling UZGent.

iNleidiNg. Dat omgaan met urinaire stoornissen geen monodisciplinaire opdracht is, hebben we in de revalidatie van dwarslaesies reeds lang begrepen. Dit artikel probeert een antwoord te formuleren in verband met de rollen van de revalidatiearts, de urolooog, de revalidatieverpleegkundige, de ergotherapeut, de kinesist, de orthopedische chirurg en de sociale werker. de NeUrogeNe blaaS. De lagere urinewegen hebben een dubbele functie: het opslaan en evacueren van urine. Voor het correct uitvoeren van deze ingewikkelde taken spelen een aantal anatomische structuren hun rol: detrusor, ureter, urethra, prostaat, inter-

De Ruyck Eddy Infirmier en chef CLNR Service des lésions médullaires UZGent

iNTrodUcTioN Toutes les personnes impliquées dans la rééducation des lésions médullaires ont compris depuis longtemps que les troubles urinaires exigent plus qu’une prise en charge monodisciplinaire. Cet article a pour but de formuler une réponse au sujet des rôles endossés par le médecin spécialisé en rééducation, l’urologue, l’infirmier/ère en rééducation, l’ergothérapeute, le/la kinésithérapeute, le chirurgien orthopédique et l’assistant(e) social(e). la VeSSie NeUrogéNiqUe Les voies urinaires inférieures exercent une double fonction : elles servent à

30

M u ltid isciplin isciP lin a riteit - M Plu rid isciP lin aarité Mu u ltid isciplin rité

Urologische revalidatie, een multidisciplinaire opdracht tijdens de dwarslaesierevalidatie. ne en externe sfincter. De bezenuwing van de lagere urinewegen bestaat uit parasympathische, orthosympathische en somatische elementen, zowel van het centrale als van het perifere zenuwstelsel. De fysiologie van de lagere urinewegen kan worden samengevat in twee functies: de reservoirfunctie (vullingsfase) en de mictie (ledigingsfase). Dit laat al vermoeden dat plassen een complex gebeuren is. Onmiddellijk na het oplopen van een dwarslaesie ontstaat een spinale shock, waarin de detrusorreflex afwezig is en er dus urineretentie optreedt. Na verloop van enkele weken tot maximaal 6 maanden, zal de detrusorreflex zich pro-

gressief herstellen, wanneer het ruggenmergletsel boven de conus medullaris gelokaliseerd is: dit is dan een suprasacrale laesie. Bij een letsel ter hoogte van de conus medullaris of de cauda equina zullen de detrusorreflexen meestal afwezig blijven: dit is dan een sacrale laesie. Bij een suprasacrale laesie zal de detrusorreflex zich na de spinale shock herstellen, maar onderzoek toont dat er verschillende vormen van pathologisch detrusorgedrag beschreven worden: detrusoroveractiviteit, abnormale reflexactiviteit van de externe sfincter,… maar vooral een incorrecte coördinatie tussen blaas en sfincter (detrusor-sfincterdyssynergie).

La rééducation urologique, une mission pluridisciplinaire dans le cadre de la rééducation des lésions médullaires stocker et à éliminer l’urine. Diverses structures anatomiques interviennent dans la bonne exécution de ces tâches complexes : le détrusor, l’uretère, l’urètre, la prostate, les sphincters interne et externe. L’innervation des voies urinaires inférieures se compose d’éléments parasympathiques, orthosympathiques et somatiques, tant du système nerveux central que périphérique. La physiologie des voies urinaires inférieures peut se résumer à deux fonctions : la fonction de réservoir (phase de remplissage) et la miction (phase de vidange). Ceci laisse déjà supposer que l’évacuation d’urine est une opération complexe.

Dans les tout premiers moments qui suivent une lésion médullaire, il se produit un choc spinal au cours duquel le réflexe du détrusor est absent, d’où s’ensuit une rétention urinaire. Après quelques semaines à maximum 6 mois, le réflexe du détrusor va se rétablir progressivement si la lésion de la moelle épinière est localisée au-dessus du cône médullaire : on parle alors de lésion suprasacrale. En cas de lésion à hauteur du cône médullaire, également appelée syndrome de la queue de cheval (cauda equina), les réflexes du détrusor resteront généralement absents : il est alors question de lésion sacrale.

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 30

8/10/12 13:39


Mu Mult ltid idis iscciP iPllin inaariteit riteit -- M Plu u ltid rid isciPlin a rité

Al deze verschillende vormen van mogelijke ‘outcome’ na het oplopen van een dwarslaesie, zorgen er voor dat er nogal wat varianten mogelijk zijn om de blaas te ledigen: intermittente sondage, blaastapotage, suprapubische catheter, stoma’s, augmentaties, derivaties, … In ons revalidatiecentrum blijft de eerste keuze: intermittente sondage. rol VaN de reValidaTiearTS. De revalidatiearts heeft vooral een coordinerende taak en heeft de eindverantwoordelijkheid over het revalidatiegebeuren. In die zin kijkt deze ook naar de gekozen oplossing voor blaaslediging met een toekomstgerichte bril: is intermittente sondage haalbaar in de thuissituatie? Kan de handfunctie verbeteren zodat intermittente zelfsondage later nog mogelijk is? … Indien dit laatste een mogelijkheid is, wordt de handchirurg ingeschakeld. Tijdens regelmatige multidisciplinaire consultaties worden de mogelijkheden van handchirurgie besproken en ev. gepland en wordt de opvolging van chirurgie gedaan. Bij dit

En présence d’une lésion suprasacrale, le réflexe du détrusor se rétablira après le choc spinal, mais les études ont décrit différentes formes de comportement pathologique du détrusor : hyperactivité du détrusor, activité réflexe anormale du sphincter externe... mais surtout une coordination incorrecte entre la vessie et le sphincter (dyssynergie vésico-sphinctérienne). Face à cette diversité de « résultats » possibles après une lésion médullaire, il existe de nombreuses variantes pour vider la vessie : le sondage intermittent, le tapotement sous-pubien, la sonde suprapubienne, les stomies, les augmentations, les dérivations... Dans notre centre de rééducation, le premier choix reste le sondage intermittent. rôle dU MédeciN SpécialiSé eN réédUcaTioN Le médecin spécialisé en rééducation exerce surtout un rôle de coordination et endosse la responsabilité finale dans

overleg zijn steeds aanwezig: revalidatiearts, handchirurg, kinesitherapeut en ergotherapeut. rol VaN de Uroloog. Om de functiestoornissen van de lagere urinewegen te diagnosticeren, beschikken we over verschillende methodes: residumeting, uroflow, cystografie, echografie van de urinewegen en urodynamisch onderzoek. Het meest aangewezen onderzoek bij dwarslaesies is een VUDO (video-urodynamisch onderzoek). Dit levert niet alleen anatomische informatie op, maar ook gegevens over het functioneren van de lage urinewegen onder dynamische omstandigheden. De resultaten hiervan laten toe om de behandeling die reeds werd ingesteld, te evalueren en desnoods te corrigeren, om medicatie op te starten (zoals anticholinergica bij hoge blaasdrukken) en mogelijks ook een idee te geven over de te verwachten evolutie. Bij ontslag van de revalidant is de uroloog ook verantwoordelijk voor het verstrekken van attesten voor de mutualiteit wat betreft terug-

la rééducation. En ce sens, celui-ci envisage la solution de vidange vésicale choisie dans une optique d’avenir : le sondage intermittent est-il réalisable à domicile ? Y a-t-il moyen d’améliorer la fonction de la main de façon à ce que l’autosondage intermittent soit encore possible ultérieurement ? Si cette dernière option est envisageable, on fait appel au chirurgien de la main. Lors des consultations pluridisciplinaires régulières, les possibilités de chirurgie de la main sont abordées et éventuellement planifiées, et le suivi de la chirurgie est organisé. Sont toujours présents lors de ces entretiens : le médecin spécialisé en rééducation, le chirurgien de la main, le/la kinésithérapeute et l’ergothérapeute. rôle de l’UrologUe Nous disposons de différentes méthodes pour diagnostiquer les troubles fonctionnels des voies urinaires inférieures : mesure du résidu, mesure du débit urinaire (uroflow), cystogra-

DOSSIEr betaling van sondes, terugbetaling van anticholinergica, … Ook in de verdere follow up speelt de uroloog een cruciale rol bij het mictiegebeuren. Een regelmatige opvolging tijdens de revalidatie blijft noodzakelijk bij dwarslaesies om problemen te detecteren of te voorkomen (zoals infectiebehandeling, opsporen van steenvorming, hoge blaasdrukken, …). In onze setting is de uroloog bovendien ook de seksuoloog die over deze materie de nodige voorlichting geeft en behandelingen instelt in samenspraak met de revalidant en partner. rol VaN de reValidaTieVerpleegkUNdige. De verpleegkundige speelt door zijn 24uurs permanentie een centrale rol, zeker op het gebied van de urologische revalidatie. Deze is de aangewezen persoon om te starten met voorlichting, zowel naar patiënt als naar zijn familie, past intermittente sondage toe en leert deze techniek aan de patiënt aan, zorgt voor een correcte verzorging van suprapubische catheter, verzamelt parameters

phie, échographie des voies urinaires et examen urodynamique. L’examen le plus indiqué dans le cas de lésions médullaires est l’examen vidéo-urodynamique. Celui-ci fournit non seulement des informations anatomiques, mais aussi des données sur le fonctionnement des voies urinaires inférieures sous conditions dynamiques. Les résultats de cet examen permettent d’évaluer le traitement déjà mis en place et de le corriger au besoin, d’instaurer une médication (composée par ex. d’anticholinergiques en cas de pressions intravésicales élevées) et, si possible, de se faire une idée de l’évolution escomptée. Lorsque le patient quitte l’hôpital, l’urologue a aussi pour responsabilité de lui fournir les attestations pour la mutuelle en ce qui concerne le remboursement des sondes, des anticholinergiques... De même, dans le cadre du suivi ultérieur, l’urologue joue un rôle crucial dans le bon déroulement de la miction. Un suivi régulier pendant la rééducation

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 31

31

8/10/12 13:39


DOSSIEr zoals residu, hoeveelheden urine, urineverlies tussendoor, koorts, sterk ruikende urine, … Door de nauwe contacten met de revalidant is de verpleegkundige ook de aangewezen persoon om problemen, vragen, opmerkingen, … te detecteren, soms te vertalen en deze ook door te spelen naar de meer bevoegde leden in het revalidatieteam. De situatie waarin iemand met een dwarslaesie is terecht gekomen, is voor die persoon en zijn omgeving immers quasi altijd een totaal onbekende wereld met heel wat vragen en onzekerheden. Tijdens de revalidatie en ook ter gelegenheid van het ontslag moet de verpleegkundige de nodige info kunnen verstrekken rond terugbetaling van sondes, attesten voor het gebruik van anticholinergica, waar materiaal kan worden aangekocht, … rol VaN de ergoTHerapeUT. Aangezien de ergotherapeuten zich vooral bezig houden met het functionele, komen ze op de proppen als de ver-

reste indispensable en cas de lésions médullaires afin de détecter ou de prévenir les problèmes (e.a. traitement des infections, détection des lithiases, pressions intravésicales élevées…). Dans notre structure, l’urologue est aussi le sexologue qui délivre les informations nécessaires et instaure les traitements en la matière, en concertation avec le/la patient(e) et son/sa partenaire. rôle de l’iNfirMier/ère eN réédUcaTioN De par sa permanence 24 h/24, l’infirmier/ère joue un rôle central, surtout dans le domaine de la rééducation urologique. C’est la personne la plus indiquée pour entamer l’éducation, tant du/de la patient(e) que de sa famille. Elle applique le sondage intermittent et enseigne cette technique au/à la patient(e), dispense les soins adéquats

32

Mu ltid isciP lin a riteit - Plu M u ltid rid isciP isciPlin linaarité rité

pleegkundigen en de revalidant op zoek zijn naar hulpmiddelen die de mogelijkheden vergroten en die heel dikwijls zelfs ‘à la tête du client’ moeten ontworpen worden. Voorbeelden hiervan zijn legio: op maat gemaakte benenspreider voorzien van een spiegel zodat de vrouwelijke paraplege de perineale regio goed kan visualiseren en zich terzelfdertijd geen zorgen moet maken dat spasticiteit het sonderen onmogelijk maakt – methoden om verpakkingen met beperkte handfunctie te openen – hulpmiddelen om de kledij te verwijderen, om de sonde af te klemmen bij het verwijderen van de sonde, spalken voor een betere grip – hulpmiddelen om de sondeklem open en toe te draaien - …

Demonteerbare spiegel met benenspreider. Miroir démontable avec écarteur de jambes.

de la sonde suprapubienne, recueille les paramètres tels que le résidu, les quantités d’urine, les pertes urinaires intermédiaires, la fièvre, l’urine très odorante... Grâce aux contacts étroits entretenus avec le/la patient(e) en rééducation, l’infirmier/ère est aussi la personne la mieux placée pour détecter les problèmes, questions, remarques..., parfois les traduire, et les communiquer aux membres compétents de l’équipe de rééducation. La personne atteinte d’une lésion médullaire se trouve en effet presque toujours confrontée à un univers totalement inconnu, comportant de nombreux questionnements et incertitudes. Pendant la rééducation de même qu’au moment où le/la patient(e) quitte l’hôpital, l’infirmier/ère doit pouvoir fournir les renseignements utiles sur le remboursement des sondes, les attes-

rol VaN de kiNeSiTHerapeUTeN. In de dwarslaesierevalidatie is de rol van de kinesitherapeut eerder beperkt. Deze kan ingeschakeld worden waar de mobiliteit van de revalidant onvoldoende is om zelf de urinaire zorg op zich te nemen, zoals het trainen van de transfers naar toilet als deze moet leren sonderen op het toilet. Een ander voorbeeld is het trainen van de handfunctie om tot intermittente zelfsondage te komen. Tijdens de revalidatie moet de kinesitherapeut wel oog hebben voor een aantal aandachtspunten en de revalidant hierbij ook voorlichten: • bewaken dat de revalidant zijn blaas heeft geledigd vooral in het zwembad te gaan of op standing te staan of buikspieroefeningen op te starten • rekening houden met het optreden van lekkages bij de revalidant (als de revalidatie nog niet op punt staat, bij infecties, …) Bij incomplete letsels kan urogym (voornamelijk het versterken van bekken-

tations pour l’utilisation d’anticholinergiques, les adresses où se procurer le matériel... rôle de l’ergoTHérapeUTe Comme les ergothérapeutes s’occupent surtout de l’aspect fonctionnel, ceux/celles-ci interviennent à partir du moment où le personnel infirmier et le/la patient(e) en rééducation commencent à chercher des moyens qui élargissent les possibilités, et doivent même souvent être conçus « sur mesure ». Les exemples ne manquent pas : écarteur de jambes fabriqué sur mesure et muni d’un miroir afin de permettre à la patiente paraplégique de bien visualiser la région périnéale et d’éviter que la spasticité ne complique le sondage, méthodes facilitant l’ouverture d’emballages pour les personnes ayant une fonction de la main restreinte, méthodes de déshabillage,

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 32

8/10/12 13:39


Mu Mult ltid idis iscciP iPllin inaariteit riteit -- M Plu u ltid rid isciPlin a rité

DOSSIEr

bodemspieren) ook zijn nut hebben. Dit kan enkel door kinesisten, met een specifi eke opleiding op dat domein, gebeuren. rol VaN de Sociaal aSSiSTeNT. De belangrijkste rol wat betreft de urologische revalidatie beperkt zich tot het wegwijs maken van de revalidant in de administratieve molen: ev. helpen zorgen dat de nodige attesten verstrekt worden en op de juiste plaats ingediend worden, het onderdeel incontinentie bij het FOD in samenspraak met arts en verpleegkundige klaarmaken, thuiszorg inschakelen, … beSlUiT. Het is duidelijk dat urologische revalidatie geen monodisplinair gebeuren is, maar dat meerdere disciplines hierbij hun taak hebben. Deze overvieuw heeft niet de pretentie om volledig te zijn, maar geeft vooral de situatie weer zoals ze in praktijk werkt in onze setting. 

de blocage de la sonde lors de l’enlèvement de la sonde, éclisses pour une meilleure préhension, moyens pour ouvrir et fermer l’écrou de la sonde… rôle deS kiNéSiTHérapeUTeS Le rôle du/de la kinésithérapeute est plutôt restreint dans la rééducation des lésions médullaires. On peut y faire appel lorsque la mobilité du/de la patient(e) en rééducation est insuffisante pour assurer seul(e) les soins urinaires, par exemple pour l’entraînement des transferts vers les toilettes si le/la patient(e) doit apprendre à se sonder aux toilettes. Un autre exemple est l’entraînement de la fonction de la main pour arriver à un autosondage intermittent. Pendant la rééducation, le/la kinésithérapeute doit prendre en considération quelques points importants et informer

à ce sujet le/la patient(e) en rééducation : • veiller à ce que le/la patient(e) ait vidé sa vessie, surtout avant d’aller à la piscine, de se tenir debout sur un support ou de commencer des exercices abdominaux ; • tenir compte de l’apparition de fuites chez le/la patient(e) en rééducation (quand la rééducation n’est pas encore au point, en cas d’infections...). En cas de lésions incomplètes, la gymnastique périnéale (surtout les exercices du plancher pelvien) peut avoir son utilité. Celle-ci doit être pratiquée par des kinésithérapeutes ayant suivi une formation spécifique dans ce domaine.

administratives : par ex. veiller à ce que les attestations nécessaires soient fournies et introduites à la bonne adresse, préparer le volet incontinence auprès du SPF en concertation avec le médecin et l’infirmier/ère, instaurer les soins à domicile... coNclUSioN La rééducation urologique n’est clairement pas une mission monodisciplinaire, plusieurs disciplines ont un rôle à y jouer. Cet aperçu n’a pas la prétention d’être exhaustif, mais reflète plutôt la situation telle qu’elle se présente dans la pratique au sein de notre structure. 

rôle de l’aSSiSTaNT(e) Social(e) Le rôle le plus important dans la rééducation urologique se limite à accompagner le/la patient(e) dans les démarches

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 33

33

8/10/12 13:39


9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 34

8/10/12 13:40

54062-1


©Janssen-Cilag NV/SA - 04-2012 - 8834 - vu/er Erik Present, Antwerpseweg 15-17, 2340 Beerse

Art accreditation: Sebastian Ferreira, Untitled Janssen is proud to feature artwork created by people affected by the illnesses and diseases we are committed to treating and preventing.

One Team Making the Difference for Patients Worldwide In co-operation with partners in healthcare, Janssen is committed to the development of innovative medicines and concepts of care to improve the quality of life of patients and their families. So, we are working to achieve better healthcare for people who need it. Janssen focuses on five medical areas: Psychiatry & Neurology • Oncology • Infectious diseases • Immunology • Diabetes More information? Janssen Customer Service Center Tel: 0800/93 377 janssen@jacbe.jnj.com www.janssenbelgium.be

Janssen-Cilag NV/SA

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

54062-1JAN_corp_advA4_TeamOne.indd 9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 35 1

27-04-12 14:46 8/10/12 13:40


CONGrES

Charles Van Praet Urology Resident Ghent University Hospital; Dr. Nicolaas Lumen Urologist Ghent university Hospital

Expertopinie met betrekking tot de behandeling van botmetastasen bij prostaatkanker Naast recente therapieën gericht op het verlengen van de overleving bij castratie-refractaire prostaatkankerpatiënten, is er sinds mei 2012 in België ook denosumab (XGEVA®) beschikbaar. Dit nieuwe product vermindert afbraak van bot en vermindert symptomen en complicaties ten gevolge van botmetastasen. Dit was onderwerp van een symposium met bovenstaande titel tijdens het eerste Global Congress on Prostate Cancer in Brussel eind juni, voorgesteld door Prof. Bertrand Tombal (Brussel), Prof. Karim Fizazi (Villejuif, Frankrijk) en

Charles Van Praet Urology Resident Ghent University Hospital; Dr. Nicolaas Lumen Urologist Ghent university Hospital

36

Global Congress on Prostate Cancer - Brussels - June 2012 Prof. Noel Clarke (Manchester, GrootBrittannië). Patiënten met castratie-refractair prostaatkanker (CrPC) hebben een hoger risico op zogenaamde ‘skeletgerelateerde events’ (SrE’s). SrE is een verzamelnaam voor complicaties zoals botfracturen (incidentie 22%), ruggenmergcompressie door een wervelfractuur (7%) en nood tot pijnbestrijdende botbestraling (29%) of botchirurgie (3%). Dit hoger risico op SrE’s is er enerzijds door de vaak aanwezige osteoporose (botontkalking, een gevolg van de lage testosteronwaarden door de androgeen deprivatie therapie (ADT)) en anderzijds door de aanwezigheid van botmetasta-

sen die de stevigheid van het bot ondermijnen. Het bot is immers de meest voorkomende (>90%) locatie voor metastasen bij prostaatkanker. De behandeling van CrPC steunt op twee pijlers: • Het verlengen van de overleving d.m.v. chemotherapeutica (docetaxel, cabazitaxel), hormonale therapieën (abiraterone acetaat, MDV3100) of radionucliden (alpharadin). • Het uitstellen van complicaties, zoals SrE’s. Deze tweede pijler wordt tot dusver ingevuld door middel van het bisfosfonaat zoledronaat, dat maandelijks via infuus aan de patiënt wordt toege-

Global Congress on Prostate Cancer - Bruxelles - Juin 2012

Opinions d’experts au sujet du traitement des métastases osseuses en cas de cancer prostatique

Tombal (Bruxelles), le Prof. Karim Fizazi (Villejuif, France) et le Prof. Noel Clarke (Manchester, Grande-Bretagne).

À côté de traitements récents, ciblés sur l’allongement de la survie chez les patients souffrant d’un cancer prostatique réfractaire à la castration, le dénosumab (XGEVA®) est également disponible en Belgique depuis mai 2012. Ce nouveau produit réduit la dégradation de l’os ainsi que les symptômes et complications résultant des métastases osseuses. Ceci a fait l’objet d’un symposium, dont le titre est repris ci-dessus, organisé lors du premier Global Congress on Prostate Cancer qui s’est tenu fin juin à Bruxelles, et qui était présidé par le Prof. Bertrand

Les patients souffrant d’un cancer prostatique réfractaire à la castration (CrPC) ont un risque accru de complications squelettiques (SrE). Les SrE regroupent les complications telles que les fractures (incidence 22 %), la compression de la moelle épinière par une fracture vertébrale (7 %) et la nécessité de radiothérapie osseuse antalgique (29 %) ou de chirurgie osseuse (3 %). Ce risque accru de SrE est d’une part dû à l’ostéoporose, souvent présente (décalcification osseuse, une conséquence des faibles taux de testostérone résultant du trai-

tement de déprivation androgénique (ADT)), et d’autre part à la présence de métastases osseuses qui réduisent la solidité de l’os. L’os est en effet la localisation préférentielle (>90 %) des métastases en cas de cancer prostatique. Le traitement du CrPC repose sur deux piliers : • L’allongement de la survie au moyen d’agents chimiothérapeutiques (docétaxel, cabazitaxel), de traitements hormonaux (acétate d’abiratérone, MDV3100) ou de radionucléides (alpharadine). • La prévention des complications, telles que les SrE.

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 36

8/10/12 13:40


CONGrES

Time to first Sre (primary endpoint) (n = 1901)

100

patients without Sre (%)

90 80

20.7 months

70 60 50 17.1 months

40 30 20 10

denosumab

0 0

3

6

9

id ac

Denosumab

15

18

21

24

27

Study month

No. at risk Zoledronic

12

Zoledronic acid

951

733

544

407

299

207

140

93

64

47

950

758

582

472

361

259

168

115

70

39

Fizazi K, et al. Lancet 2011;377:813-22

Jusqu’ici, ce deuxième pilier repose sur le zolédronate, un bisphosphonate, qui est administré au patient via une perfusion mensuelle. Depuis mai 2012, le dénosumab (XGEVA®) est également disponible en Belgique. Ce produit est un anticorps monoclonal qui inhibe le ligand rANK (une protéine qui stimule les ostéoclastes (les cellules responsables de la destruction osseuse)). L’inhibition de ces ostéoclastes freine la destruction osseuse. Le dénosumab existe en deux doses : 60 mg (Prolia®) pour une administration semestrielle, pour le traitement de l’ostéoporose chez les femmes postménopausées et les patients souffrant d’un cancer prostatique sous ADT, et 120 mg (Xgeva®)

diend. Sinds mei 2012 is in België nu ook denosumab (XGEVA®) beschikbaar. Dit product is een monoclonaal antilichaam dat de rANK ligand (een eiwit dat osteoclasten (cellen die zorgen voor botafbraak) stimuleert) inhibeert. Door inhibitie van deze osteoclasten wordt de botafbraak geremd. Denosumab bestaat in twee dosissen: 60 mg (Prolia®) per zesmaandelijkse toediening voor de behandeling van osteoporose bij postmenopauzale vrouwen en bij prostaatkankerpatiënten onder ADT en 120 mg (Xgeva®) per 4-wekelijkse toediening voor de preventie van SrE’s bij patiënten met botmetastasen van solide tumoren zoals prostaatkanker. Vorig jaar verschenen de resultaten van de fase 3 studie waarbij 1904 botgemetastaseerde CrPC patiënten werden gerandomiseerd tussen vierwekelijks denosumab 120 mg of zoledronaat 4 mg. Primaire uitkomst was de tijd tot het optreden van het eerste SrE: Er was een winst van 3,6 maanden met

pour une administration mensuelle, pour la prévention des SrE chez les patients souffrant de métastases osseuses de tumeurs solides telles qu’un cancer prostatique. Les résultats de l’étude de phase 3, lors de laquelle 1 904 patients souffrant d’un CrPC avec métastases osseuses ont été randomisés sous une administration mensuelle de dénosumab 120 mg ou sous zolédronate 4 mg ont été publiés l’an dernier. Le critère d’évaluation primaire était le délai d’apparition de la première complication osseuse : on a noté un gain de 3,6 mois avec XGEVA® (délai médian d’apparition d’un SrE de 20,7 mois contre 17,1

mois). Le nombre total de SrE était également moindre dans ce groupe (494 versus 584 SrE). On a noté une réduction du risque d’apparition de SrE de 18 % avec XGEVA® par rapport au zolédronate. Les études parallèles avec le dénosumab à la dose de 120 mg en cas de cancer du sein et d’autres tumeurs solides rapportent un effet similaire. Le dénosumab 120 mg est administré toutes les 4 semaines au moyen d’une injection dans le tissu adipeux sous-cutané. Le traitement est toujours combiné avec l’administration quotidienne orale d’au moins 500 mg de calcium et de 400 UI de vitamine D, pour la

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 37

37

8/10/12 13:40


CONGrES

XGEVA® (mediane tijd tot optreden van een SrE van 20,7 maanden versus 17,1 maanden). Het totaal aantal SrE’s was ook lager in deze groep (494 versus 584 SrE’s). Met XGEVA® was er een risico reductie voor het optreden van een SrE van 18% t.o.v. zoledronaat. Parallele studies met denosumab 120 mg bij borstkanker en andere solide tumoren rapporteren een gelijkaardig effect. Denosumab 120 mg wordt eenmaal per 4 weken in het onderhuids vetweefsel ingespoten. De behandeling wordt steeds gecombineerd met dagelijkse orale inname van minstens 500 mg calcium en 400 IU vitamine D ter preventie van hypocalciëmie. Supplementaire controle van de nierfunctie en dosisaanpassingen bij nierinsufficientie, het geval bij zoledronaat, zijn bij denosumab niet noodzakelijk. De meest gevreesde bijwerking van zoledronaat is osteonecrose van het kaakbeen en dit wordt met dezelfde frequentie gezien bij gebruik van denosumab (1 tot 2%).

prévention de l’hypocalcémie. Le dénosumab ne nécessite pas de contrôle supplémentaire de la fonction rénale, ni d’adaptation des doses en cas d’insuffisance rénale, comme c’est le cas avec le zolédronate. L’effet indésirable le plus redouté du zolédronate est l’ostéonécrose de la mâchoire, et cet effet s’observe avec la même fréquence en cas d’utilisation de dénosumab (1 à 2 %). Sur ce plan, la prévention est importante, et elle implique une bonne hygiène dentaire, l’absence d’interventions dentaires invasives et un contrôle chez le dentiste en cas de suspicion de problèmes dentaires ou gingivaux actifs potentiels. Étant donné que le dénosumab agit sur le système immunitaire, il pourrait exister un risque de problèmes infectieux et de développement de nouvelles tu-

38

Preventie is hierbij van belang met een goede tandhygiëne, vermijden van invasieve tandingrepen en controle bij de tandarts bij vermoeden van mogelijke actieve tand- of tandvleesproblemen. Aangezien denosumab inwerkt op het immuunsysteem, zou er een risico bestaan op infectieuze problemen en ontwikkelen van nieuwe tumoren. In de fase 3 studie met een mediane follow-up tijd van 12 maanden werd in vergelijking met zoledronaat alvast geen verhoogd risico gezien op infectie

(43% met denosumab versus 40% met zoledronaat), noch op incidentie van nieuwe tumoren (2% met denosumab versus 1% met zoledronaat). De conclusie van het symposium tijdens het Global Congress on Prostate Cancer was dat botgerichte therapie, zij het met zoledronaat of denosumab, de ruggengraat dient te zijn van de behandeling bij CrPC aangezien dit tijdens de ganse verdere therapie (chemotherapeutisch, hormonaal of met radionucliden) wordt voortgezet. 

Metastatic chemotherapy-naïve Asymptomatic

Metastatic chemotherapy-naïve Symptomatic

Metastatic post-docetaxel

Second-line hormones (docetaxel)

docetaxel

cabazitaxel abiraterone Mitoxantrone Alpharadin

bone-targeted therapy

meurs. Dans l’étude de phase 3, avec un suivi médian de 12 mois, on n’a pas observé de risque accru d’infections par rapport au zolédronate (43 % avec le dénosumab versus 40 % avec le zolédronate), pas plus qu’on n’a noté d’augmentation de l’incidence de nouvelles tumeurs (2 % avec le dénosumab versus 1 % avec le zolédronate). La conclusion du symposium organisé lors du Global Congress on Prostate Cancer était qu’un traitement ciblé sur l’os, que ce soit avec du zolédronate ou du dénosumab, doit être la base de la prise en charge du CrPC, étant donné que ce traitement est poursuivi tout au long de la thérapie complémentaire (chimiothérapeutique, hormonale ou par radionucléides). 

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 38

8/10/12 13:40


CONGrES

Artikel geschreven door Dr. D.J Bouilliez, verschenen in de editie Post-ASCO van Onco-Hemato (Met dank aan Reflexion Medical Network) in augustus 2012.

Cabazitaxel, het eerste cytostaticum waarvan is aangetoond dat het als tweedelijnstherapie werkzaam is bij gemetastaseerde, castratie- en docetaxelresistente prostaatkanker, biedt nieuwe behandelingsmogelijkheden. Het moet dan wel correct worden gebruikt. Prof. Amit Bahl (Bristol Haematology and Oncology Centre) vertelt u alles wat u wil weten over een therapeutische (r)evolutie. “Er is nog discussie over de vraag wanneer een antiandrogene behandeling het best wordt stopgezet, maar docetaxel is alleszins de standaardeerstelijnstherapie bij gemetastaseerde, castratieresistente prostaatkanker”, zei Amit Bahl. Docetaxel verbetert immers de totale overleving, de levenskwaliteit, de pijncontrole

Article écrit par le Dr D.J Bouilliez et paru dans l’édition Post-ASCO d’ Onco-Hemato (En remerciant Reflexion Medical Network) en août 2012. Première chimiothérapie démontrant un effet en seconde ligne sur le cancer de la prostate métastatique, résistant à la castration et au docétaxel, le cabazitaxel ouvre une nouvelle voie thérapeutique. Encore faut-il l’utiliser correctement. Tenants et aboutissants d’une (r)évolution thérapeutique avec le Pr Amit Bahl (Bristol Haematology and Oncology Centre). «Quel que soit le débat sur le meilleur moment pour arrêter un traitement antiandrogénique, le docétaxel est le standard thérapeutique du traitement de première ligne du cancer de la prostate métastatique résistant à la castration», rappelle Amit Bahl. En cause notamment le fait qu’il améliore la survie globale, la qualité de vie, le contrôle de la douleur

castratieresistente prostaatkanker Welke tweedelijnstherapie? De juiste plaats van cabazitaxel (Jevtana®, sanofi) en de PSA-respons (2). Veel patiënten krijgen deze behandeling echter niet. “Theoretisch zou 90-95% van de patienten baat kunnen vinden bij een behandeling met docetaxel, maar in de praktijk blijkt in het Verenigd Koninkrijk gemiddeld slechts een derde van de patiënten die chemotherapie te krijgen en dat uit angst voor bijwerkingen.” Maar dan verlies je ook alle kansen om een tweedelijnstherapie te kunnen geven. De initiële behandeling moet dus worden verbeterd. Dat werd eerst geprobeerd door docetaxel te combineren met een ander geneesmiddel. Maar in alle studies waarin docetaxel werd gecombineerd met DN-101 (3), bevacizumab (4), GVAX (5), oblimersen (6), itrasentan (7) of zibosentan (8), waren de resultaten negatief, waarschijnlijk omdat docetaxel

al maximaal efficiënt was of omdat de combinatie ondraaglijke bijwerkingen veroorzaakte. Terzelfder tijd werd actief gezocht naar een tweede generatie taxanen. Uiteindelijk werd cabazitaxel gekozen uit 450 analogen van docetaxel omdat het resistentie tegen docetaxel tegengaat (9). Een belangrijk pluspunt van cabazitaxel is ook dat het, in tegenstelling tot docetaxel, door de bloed-hersenbarrière gaat. Een potentieel dat snel werd bevestigd in de TROPIC-studie (10) “De TrOPIC-studie is een studie waarvan de design zich eigenlijk niet goed leende om aan te tonen dat cabazitaxel werkzamer is, legt Amit Bahl uit. Vooreerst omdat cabazitaxel werd vergeleken

Cancer de la prostate résistant à la castration Quel traitement en deuxième ligne? La juste place du cabazitaxel (Jevtana®, sanofi) et la réponse (PSA) (2). Mais force est de constater que de nombreux patients ne bénéficient pas de ce traitement. «Si, globalement, ils pourraient être 90-95% à pouvoir recevoir cette chimiothérapie, en Angleterre, seul un patient sur 3 en moyenne en bénéficie au quotidien, notamment par peur des effets secondaires.» Dans cette mesure, on perd également toutes chances de pouvoir les traiter en deuxième ligne. Il faut donc grandement améliorer la prise en charge de départ. Ceci a été tenté dans un premier temps en essayant de combiner un second agent au docétaxel. Mais toutes ces études ont été négatives, qu’on ait ajouté du DN-101 (3), du bevacizumab (4), du GVAX (5), de l’oblimersen (6), de l’itrasentan (7) ou du zibosentan (8), probablement parce que le docétaxel était

au sommet de sa puissance ou du fait d’effets secondaires intolérables avec la combinaison. Parallèlement, une nouvelle génération de taxane a été activement recherchée. Le cabazitaxel a été finalement choisi parmi 450 analogues du docétaxel pour sa capacité à contrecarrer la résistance au docétaxel (9). Il a aussi pour avantage primordial de franchir la barrière hémato-encéphalique (contrairement au docétaxel). Un potentiel rapidement confirmé dans TROPIC (10) «TrOPIC est une étude que l’on peut considérer comme ‘mal’ construite pour montrer un avantage de ce nouveau traitement, explique Amit Bahl. Tout d’abord,

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 39

39

8/10/12 13:40


CONGrES

met een schema waarvan de werkzaamheid als tweedelijnstherapie al bewezen is (de combinatie mitoxantron + prednisolon), en voorts omdat progressie werd gedefinieerd als een verslechtering van slechts één van de volgende 3 elementen (stijging van het PSA-gehalte OF klinische OF radiografische achteruitgang). We weten evenwel dat patiënten een klinische en radiografische verbetering kunnen vertonen ook als het PSA stijgt. Ten slotte omdat in die zeer internationale studie niet van meet af aan G-CSF kon worden gebruikt. Desondanks zijn de resultaten overtuigend.” Na mislukking van docetaxel kregen de patiënten zeer snel cabazitaxel 25mg/ m²/3 weken (n = 378) of mitoxantron 12mg/m²/3 weken (n = 377), beide in combinatie met prednison gedurende 10 cycli (n = 378). Met zo’n eerstelijnstherapie was er maar weinig kans dat een taxaan opnieuw efficiënt zou kunnen zijn, maar toch bereikten de patiënten in de cabazitaxelgroep een opmerkelijke overleving (mediane overleving

parce que ce traitement a été comparé à un schéma dont l’efficacité en deuxième ligne était largement reconnue (l’association mitoxantrone + prednisolone), ensuite parce que la progression était établie sur base de la détérioration d’un seul des 3 éléments (augmentation du PSA OU détérioration clinique OU radiographique), alors que nous savons que des patients peuvent avoir une amélioration clinique et radiographique malgré une augmentation du PSA. Enfin parce que très internationale, cette étude ne permettait pas l’utilisation au départ du G-CSF. Malgré tous ces obstacles, les résultats ont été probants.» Après échec du docétaxel, les patients ont reçu très rapidement du cabazitaxel 25mg/m²/3 semaines (n = 378) ou de de la mitoxantrone 12mg/m²/3 semaines (n = 377), tous deux avec de la prednisone pour 10 cycles (n = 378). Malgré ce traitement de première ligne qui laissait peu de chances à un taxane d’être à nouveau efficace, les patients sous cabazitaxel ont atteint une médiane de survie remar-

40

15,1 maanden versus 12,7 maanden), dus een zeer significante daling van het overlijdensrisico met 30% (p < 0,0001). Belangrijk is dat 28% van de patiënten nog in leven was na 24 maanden (versus 17% met mitoxantron) en dat de curven verder uiteen bleven lopen, “wat ook uiterst bemoedigend is, legt Amit Bahl uit. Tijdens de eerste weken van behandeling was de overlevingscurve minder goed met cabazitaxel, wat ik toeschrijf aan het feit dat de patiënten – in het begin – geen G-CSF konden krijgen.” In de TrOPIC-studie heeft 96,1% van de patiënten de volle dosering gekregen. Slechts bij een zeer klein aantal patiënten moest de dosering van cabazitaxel worden verlaagd of moest de behandeling wat worden uitgesteld. De meest frequente graad 3- of graad 4-bijwerkingen waren febriele neutropenie (8%) en diarree (6%). Het sterftecijfer tot slot was significant lager in de cabazitaxelgroep. De overlijdens te wijten aan bijwerkingen was echter hoger (4,9% versus 1,9%, waarschijnlijk om de reden die

quable (15,1 mois contre 12,7 mois), soit une réduction hautement significative de 30% (p < 0,0001) du risque de décès. Il est important de noter que 28% sont toujours en vie après 24 mois (contre 17% sous mitoxantrone) et que les courbes continuent à diverger avec le temps, «ce qui est également extrêmement encourageant, explique Amit Bahl. A noter aussi qu’au cours des premières semaines de traitement, la courbe de survie est moins bonne sous cabazitaxel, ce que j’attribue au fait que les patients ne pouvaient – au début – recevoir du G-CSF.» Dans l’étude TrOPIC, 96,1% des patients ont respecté le dosage au terme de l’étude. Les observateurs ont effectivement constaté fort peu de réductions de dose ou de délais dans l’administration du cabazitaxel, les effets secondaires de grade 3 ou 4 les plus fréquents étant une neutropénie fébrile (8%) ou de la diarrhée (6%). Enfin, le nombre de décès a été significativement plus faible dans le groupe carbazitaxel, sauf pour ce qui concerne les décès liés aux effets secon-

prof. Bahl hierboven heeft aangehaald). In die omstandigheden is het niet verwonderlijk dat de EAU cabazitaxel positioneert als de beste optie als tweedelijnstherapie. “Om de prognose en de tolerantie voor de behandeling nog te verbeteren, wordt aangeraden om de richtlijnen voor toediening van G-CSF goed te volgen (11), zoals werd aangetoond in het Early Access Program (EAP), dat werd uitgevoerd in Engeland, Frankrijk, Italië en Duitsland.” Een andere interessante vaststelling in het Engelse EAP was dat de levenskwaliteit van de patiënten tijdens de opeenvolgende cycli behouden bleef. Er werden overigens veel meer patiënten dan gepland opgenomen in het programma (“wat erop wijst dat de Engelse artsen veel vertrouwen stellen in deze tweedelijnstherapie.”) andere opties op maat Abirateronacetaat, een hormonale behandeling, is een andere optie die doeltreffend blijkt te zijn bij de behandeling van castratieresistente prostaatkanker

daires (4,9% contre 1,9%, probablement pour la raison citée plus haut par le Pr Bahl). Dans ces conditions, il n’est pas étonnant que les recommandations de l’EAU placent le cabazitaxel comme option de choix en deuxième ligne thérapeutique. «De plus, afin d’améliorer encore le pronostic et la tolérance au traitement, il est conseillé de suivre de près les recommandations d’administration du G-CSF (11), comme l’ont démontré les données recueillies dans le Early Access Program (EAP) anglais, français, italien et allemand.» Une autre constatation intéressante rapportée par l’EAP anglais est le maintien de la qualité de vie des patients traités au fil des cycles. Beaucoup plus de patients que prévu ont d’ailleurs été inclus dans ce programme («témoin de la grande confiance qu’octroient les praticiens anglais à ce traitement de deuxième ligne»). D’autres options à réfléchir au cas par cas L’acétate d’abiratérone, un traitement hormonal, est l’autre option qui a

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 40

8/10/12 13:40


CONGrES

Totale overleving na de eerste toediening van docetaxel (Tropic-studie). 100

De figuur illustreert de totale overleving van de patiënten die werden behandeld met cabazitaxel, berekend vanaf de eerste cyclus met docetaxel in vergelijking met de overleving bij de patiënten die

La figure illustre la survie globale des patients traités sous cabazitaxel lorsqu’elle est calculée au départ du premier cycle

90 80

Mp

cbzp

70 60

Median oS 29,4 months

Hr = 0.75 [0.64-0.89] p = 0.0008

50 40 30

Median oS 25 months

20 10 0 0

6

12

18

24

30

36

42

48

Time (months)

Pour conclure Faire bénéficier les patients avec un cancer de la prostate métastatique résistant à la castration et au docétaxel d’un traitement

de docétaxel par rapport à celle des patients traités sous mitoxantrone dès la première ligne: elle passe de 25 mois à 29,4 mois (Hr = 0,75; p = 0,0008).

Survie globale après la première prise de docétaxel (étude Tropic). 100 probability of overall survival (%)

marqué la prise en charge du cancer de la prostate résistant à la castration (12). «Cet essai avait beaucoup plus de chances de montrer un bénéfice, remarque Bahl, puisqu’il était réalisé versus placebo, uniquement dans les pays occidentaux où l’usage de G-CSF est mieux codifié, et en prenant pour critère de récidive un index composite.» Dans ces conditions, la survie globale est passée de 10,9 mois sous placebo à 14,8 mois (Hr = 0,65; p < 0,001), et la survie sans progression radiologique a été de 5,6 mois. En termes de facteurs prédictifs de réponse, une analyse plus poussée des données a montré qu’une durée de sensibilité aux anti-androgènes antérieurs ≥ 16 mois est un facteur prédictif de l’efficacité de l’abiratérone, contrairement à la résistance au docétaxel qui, elle, est prédictive d’une non-réponse (13).

Conclusie Bij patiënten met een gemetastaseerde castratie- en docetaxelresistente prostaatkanker verhoogt een tweedelijns-

vanaf de eerste lijn werden behandeld met mitoxantron: de totale overleving steeg van 25 maanden naar 29,4 maanden (Hr = 0,75; p = 0,0008).

probability of overall survival (%)

(12). “In die studie was de kans dat een verschil zou worden aangetoond, veel groter, merkt Bahl op, omdat het een placebogecontroleerde studie was die alleen werd uitgevoerd in de westerse landen, waar het gebruik van G-CSF beter omschreven is, en waarin een recidief werd gediagnosticeerd op grond van een samengesteld eindpunt.” In die omstandigheden steeg de totale overleving van 10,9 maanden met de placebo tot 14,8 maanden (Hr = 0,65; p < 0,001) en bedroeg de overleving zonder radiografische progressie 5,6 maanden. Bij verdere analyse van de gegevens kon worden aangetoond dat gevoeligheid voor vroegere antiandrogenen ≥ 16 maanden een voorspellende factor was voor de werkzaamheid van abirateron. resistentie tegen docetaxel voorspelde daarentegen een non-respons (13).

90 80

Mp

cbzp

70 60

Median oS 29,4 months

Hr = 0.75 [0.64-0.89] p = 0.0008

50 40 30

Median oS 25 months

20 10 0 0

6

12

18

24

30

36

42

48

Time (months)

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 41

41

8/10/12 13:40


CONGrES

therapie met cabazitaxel de mediane overleving tot 29,4 maanden, berekend vanaf de eerste cyclus van docetaxel. “Dat is een opmerkelijk resultaat, besluit Bahl. Hij merkt tevens op dat we ook aandacht moeten besteden aan de andere therapeutische klassen waaronder bisfosfonaten en dat de patiënt moet worden behandeld door een multidisciplinair team waarin zowel urologen, oncologen, patiënten, apothekers als verpleegkundigen hun woordje te zeggen hebben.” 

“We weten nog niet wat de beste sequentie is als tweedelijnstherapie. Wel weten we dat de sequentie abirateron-docetaxel niet ideaal is (14). Het is evenwel duidelijk dat er hier ruimte is voor cabazitaxel, vooral bij patiënten met een agressieve tumor (hooggradige tumor), in geval van viscerale metastasen, een korte duur van gevoeligheid voor hormonale behandeling of resistentie tegen docetaxel. Zelf zou ik cabazitaxel niet voorschrijven aan patiënten in een slechte algemene toestand, met een zwak beenmerg of die persisterende bijwerkingen vertonen.” Amit Bahl

Referenties 1. Heidenreich A, et al. Guidelines on Prostate Cancer. European Association of Urology, 2010. 2. Petrylak D, et al. N Engl J Med 2004;351(15):1513-20. 3. Scher H, et al. J Clin Oncol 2010;28:15s (Abstract 4509). 4. Kelly WK, et al. J Clin Oncol 2010;28:18s (Abstract LBA4511). 5. Small E, et al. ASCO GU symposium 2009 (Abstract 7).

6. Sternberg, C et al. Ann Oncol 2009;20(7):1264-9. 7. University of Michigan press release (April 2011). 8. Nelson JB, et al. J Clin Oncol 2011;29 (suppl 7) (Abstract 117). 9. Galsky MD, et al. Nat Rev Drug Discov 2010;9(9):677-8. 10. De Bono J, et al. Lancet 2010;376(9747):1147-54.

de deuxième ligne avec le cabazitaxel fait passer la survie médiane à 29,4 mois dans le cas où elle est calculée au départ du premier cycle de docétaxel, «ce qui est aujourd’hui remarquable, conclut Bahl. Il remarque également qu’il ne faut pas négliger non plus les autres classes thérapeutiques, dont les bisphosphonates, et à la condition expresse d’intégrer la prise en charge dans un contexte multidisciplinaire où urologues, oncologues, patients, pharmaciens et infirmières ont tous leur mot à dire.» 

11. Aapro M, et al. Eur J Cancer 2011;47(1):8-32. 12. de Bono JS, et al. N Engl J Med 2011;364(21):1995-2005. 13. Loriot Y, et al. J Clin Oncol 2012;30(suppl.5);Abstract#213. 14. Mezynski J, et al. Crit Rev Oncol Hematol 2011;78():S23-S24. 15. Parker C, et al. ECCO/ESMO/ESTRO 2011. Abstract#1LBA.

«On ne connaît pas encore la meilleure séquence en deuxième ligne (même si on sait que la séquence abiratérone-docétaxel n’est pas idéale) (14), mais il est clair cependant qu’il y a une fenêtre d’opportunité à saisir avec le cabazitaxel, en particulier chez les patients avec maladie agressive (tumeur de haut grade), en cas de métastases viscérales, de courte période de sensibilité à l’hormonothérapie ou en cas de résistance au docétaxel. Personnellement, je ne proposerais pas le cabazitaxel aux patients en mauvais état général, avec une moelle déficiente ou en présence d’effets secondaires persistants.» Amit Bahl

Références 1. Heidenreich A, et al. Guidelines on Prostate Cancer. European Association of Urology, 2010. 2. Petrylak D, et al. N Engl J Med 2004;351(15):1513-20. 3. Scher H, et al. J Clin Oncol 2010;28:15s (Abstract 4509). 4. Kelly WK, et al. J Clin Oncol 2010;28:18s (Abstract LBA4511). 5. Small E, et al. ASCO GU symposium 2009 (Abstract 7).

42

6. Sternberg, C et al. Ann Oncol 2009;20(7):1264-9. 7. University of Michigan press release (April 2011). 8. Nelson JB, et al. J Clin Oncol 2011;29 (suppl 7) (Abstract 117). 9. Galsky MD, et al. Nat Rev Drug Discov 2010;9(9):677-8. 10. De Bono J, et al. Lancet 2010;376(9747):1147-54.

11. Aapro M, et al. Eur J Cancer 2011;47(1):8-32. 12. de Bono JS, et al. N Engl J Med 2011;364(21):1995-2005. 13. Loriot Y, et al. J Clin Oncol 2012;30(suppl.5);Abstract#213. 14. Mezynski J, et al. Crit Rev Oncol Hematol 2011;78():S23-S24. 15. Parker C, et al. ECCO/ESMO/ESTRO 2011. Abstract#1LBA.

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 42

8/10/12 13:40


INCONTINENTIE - INCONTINENCE

Auteur: Amy Norton Bron: http://bit.ly/PdxBlf

Urinary incontinence in Young Nulligravid Women: a cross-sectional analysis NEW YORK 18/07 – Problemen met de blaascontrole worden gewoonlijk beschouwd als zijnde een probleem van oudere mensen, maar volgens een nieuwe studie blijkt een hoog percentage van de vrouwelijke studenten ook dergelijke symptomen te hebben. In een studie bij 1000 jonge Australische vrouwen zei 13% dat ze de afgelopen maand urine-incontinentie hadden vertoond. “Klassiek wordt aangenomen dat incontinentie een gevolg is van zwangerschappen en het verouderen”, schreef dr. Susan r. Davis van de Monash University in Melbourne, in een e-mail. “Wij hebben deze studie uitgevoerd omdat er in feite nog nooit was gekeken naar incontinentie bij jongere vrouwen die nog nooit zwanger waren geweest”, zei dr. Davis, die haar studie heeft uitgevoerd met de steun van de Australische staat en federale fondsen.

Urine-incontinentie komt ook voor bij jonge vrouwen In de studie, die werd gepubliceerd in de Annals of Internal Medicine van 17 juli, werd ook gezocht naar mogelijke risicofactoren voor urine-incontinentie bij jonge vrouwen die nog nooit zwanger waren geweest. Vrouwen die seksueel actief waren en geen orale anticonceptiva innamen, liepen het hoogste risico: ongeveer 22% had de afgelopen maand urinewegproblemen gehad. Bij vrouwen die nooit seks hadden gehad, of die seksueel actief waren en de pil innamen, was dat 10%. De link met seksuele activiteit zou kunnen te maken hebben met urineweginfecties, speculeerde dr. Townsend. De juiste verklaring voor die bevinding is echter niet duidelijk. Dr. Townsend zei dat vroegere studies tegenstrijdige resultaten hebben opgeleverd wat de vraag betreft of de pil het

risico op urine-incontinentie verhoogt of verlaagt en of er überhaupt een verband tussen beide is. Dr. Davis en zij zeiden beiden dat meer onderzoek vereist is om na te gaan of de pil zelf een effect heeft op problemen wat de blaascontrole betreft. Er waren geen sterke aanwijzingen dat jonge vrouwen met overgewicht een hoger risico op incontinentie vertoonden. Dr. Davis zei dat dat misschien te wijten was aan het feit dat slechts 15% van de proefpersonen te veel woog. En als groep waren ze vrij gezond en lichamelijk actief. “Het zou echter kunnen dat de frequentie van incontinentie die we hebben waargenomen, in feite een overschatting is van de werkelijkheid. Het zou best kunnen dat de frequentie hoger is bij minder gezonde jonge vrouwen”, zei dr. Davis. 

De studie “draagt significant bij tot onze kennis over urine-incontinentie bij jonge vrouwen”, zei dr. Mary K. Townsend, epidemiologe aan de Brigham and Women’s Hospital and Harvard Medical School in Boston. “Een essentiële boodschap van deze studie is dat urine-incontinentie een signifi cant probleem is bij vrouwen van alle leeftijden”, schreef dr. Townsend in een e-mail. Maar, voegde ze eraan toe, de vrouwen in de studie, die werden gerekruteerd op universiteiten en in gezondheidsklinieken, zijn misschien niet representatief voor alle jonge vrouwen.

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 43

43

8/10/12 13:40


INCONTINENTIE - INCONTINENCE

LOUVAIN-LA-NEUVE 06/06 – Volgens onze informatie zet de firma Johnson & Johnson de commercialisering stop van de vaginale netjes Prolift. Het gebruik ervan is omstreden. Het is dan ook vreemd dat het product bij ons vanaf 1 juli zou worden terugbetaald. Die polypropyleennetjes werden al bij duizenden vrouwen geplaatst als behandeling voor een prolaps van de blaas, het

Reuters Health Bron : Arch Intern Med 2012.

“Gezien de vele risico’s passen sommige centra die techniek alleen toe in geval

niet in welke vorm veenbessen (sap versus capsules bijvoorbeeld) gemakkelijk kunnen worden ingenomen en het risico op urineweginfecties beter verlagen, en de nieuwe studie geeft daar geen antwoord op.

Vorsers hebben vastgesteld dat producten op basis van veenbessen vooral nuttig zijn bij vrouwen met recidiverende urineweginfecties.

Dr. Chih-Hung Wang van het National Taiwan University Hospital et al. voerden een meta-analyse uit van 10 studies met in het totaal 1500 proefpersonen. De meesten waren vrouwen en de proefpersonen werden gerandomiseerd naar dagelijkse inname van producten op basis van veenbessen, een placebo of niets.

“Wetenschappers bevestigen nu wat onze moeders ons al tientallen jaren vertellen”, zei ze aan reuters Health. Dr. Wing merkte evenwel op dat sommige vrouwen het moeilijk hebben om veel veenbessensap te drinken en niet graag dikke capsules inslikken. We weten ook

van een recidief of in meer gecompliceerde gevallen en geven ze normaal de voorkeur aan een perineorafie. In andere centra wordt de techniek meteen toegepast”, zegt een gynaecoloog. Bij ons zouden de netjes worden terugbetaald vanaf juli, maar uit betrouwbare bron vernemen we dat Johnson & Johnson beslist heeft op de productie ervan wereldwijd stop te zetten. 

Veenbessen beschermen tegen urineweginfecties

NEW YORK 10/07 - Mensen die regelmatig veenbessensap drinken of veenbessencapsules innemen, krijgen minder gemakkelijk urineweginfecties, volgens een nieuwe meta-analyse.

“De resultaten van deze analyse bevestigen wat al een tijdje folklore was”, zei Dr. Deborah Wing, die urineweginfecties heeft onderzocht aan de University of California, Irvine, maar die niet betrokken was bij de nieuwe studie.

44

rectum of de baarmoeder. In België worden ze sinds acht jaar gebruikt. De techniek houdt evenwel risico’s in: infecties, perforatie van de blaas, perforatie van het rectum, vernauwing van de vagina, erosies van het vaginaslijmvlies en erger nog, risico op migratie in de diepte.

De hoeveelheid veenbessen die in de studies werd gebruikt, verschilde sterk, van capsules van één gram tot bijna 200 gram veenbessensap per dag. De proefpersonen die producten op basis van veenbessen kregen, vertoonden 38% minder urineweginfecties, rapporteerde het onderzoeksteam maandag in the Archives of Internal Medicine. Bij vrouwen met een voorgeschiedenis van

herhaalde urineweginfecties, daalde het risico met 47%. Gezien de verschillen tussen de studies en hoe zij werden uitgevoerd, zeiden dr. Wang et al. dat de bevindingen “met de grootste voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd.” Volgens recente aanwijzingen zouden bepaalde stoffen in veenbessen, en misschien ook in andere bessen, verhinderen dat bacteriën zich aan het weefsel van de urinewegen hechten. Veenbessentabletten zijn ook vrij goedkoop, te beginnen vanaf ongeveer 25 dollarcent per dag. In één recente studie werd evenwel aangetoond dat antibiotica nog altijd efficienter zijn bij de preventie van infecties bij Nederlandse vrouwen met recidiverende urineweginfecties (zie reuters Health story van 25 juni 2011). 

2012/008/FEB12

Bron: MediQuality

Vaginale netjes, binnenkort bij ons terugbetaald, worden al uit de handel gehaald

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 44

8/10/12 13:40

AST_VE


Al s

t rd

ingend w r d t e o h

. .. Plotse plasdrang; te vaak moeten plassen; ongewenst urineverlies

Vraag raad aan uw arts!

De controle verliezen over uw eigen blaas is een groot ongemak dat uw dagelijkse activiteiten ernstig beperkt en uw levenskwaliteit negatief beĂŻnvloedt. OVERACTIEVE BLAAS (OAB) is een veel voorkomende aandoening. Bijna 1 op de 8 Belgen ouder dan 40 jaar hebben symptomen van OverActieve Blaas1, zowel

2012/008/FEB12

mannen als vrouwen. Toch durven veel mensen er niet spontaan over praten en zoekt slechts een klein percentage van deze patiĂŤnten medische hulp.

Meer info over OverActieve blaas op:

http://nl.medipedia.be/overactieve-blaas 1

Irwin DE et al. Eur Urol 2006; 50:1306-15 (EPIC Study)

OAB kan vandaag met succes worden behandeld! AST_VES_A4.indd 1 9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 45

17/02/12 11:56 8/10/12 13:40


www.stella-performance.com

Snelle desinfectie voor uro-endoscopen dankzij Stella La désinfection simple et rapide des uro-endoscopes grâce à Stella Stella, de nieuwste generatie desinfectie-automaat, combineert eenvoud en functionaliteit met de unieke eigenschappen van Tristel Fuse als desinfectiemiddel. Stella zorgt voor een snelle en veilige hoog niveau desinfectie van uw flexibele cystoscoop. En dit in slechts 5 minuten!  Désormais, le robot-désinfecteur Stellla assure de par sa technologie novatrice une désinfection simple, rapide et validée. De plus Stella associé au désinfectant de haut niveau Tristel Fuse, vous permet l’utilisation des cystoscopes en toute sécurité… et ceci en 5 minutes ! Contacteer ons voor een prijsofferte of demo Contactez-nous pour un devis ou une démonstration Ecomed Belgium +32 11 28 12 06

Uw voordelen • Eenvoudig in gebruik en installatie • Thermostabiele hoog niveau desinfectie • Traceerbare procedures • Efficiente en gevalideerde procesvoering • Snelle doorlooptijd van endoscopisch materiaal • Grotere patiëntveiligheid Vos avantages • Installation simple et facile à l’emploi • Désinfection thermostable de haut niveau • Processus de désinfection efficace et validé • Traçabilité pour chaque cycle • Réutilisation rapide des endoscopes • Une plus grande sécurité pour vos patients

info@ecomed.eu www.ecomed.eu

20120208 Adv_ecomed.indd 1

8/02/12 10:24

LaRgeR IOn ReSeCT Ce a F R Su Ion It

Ign Instant

TUR IS 2.0 Making bipolar resection a new golden standard. Reduced OR times with bipolar safety The next generation HF with the ESG-400 further improved the ignition performance of the large resection loop. Continuous plasma activation The new HF generation allows for lengthened application laser style for easy operating, while obtaining smooth post-operative tissue results, virtually no bloodloss and potentially shortened catheterisation and hospital stays. Improved ignition for all bipolar electrodes A priority topic in designing this new generator was to extend large and band loop ignition and make continuous plasma vaporisation available. ESG-400

Smoother pathology Smoother and more precise cutting effects allow for ideal pathology samples with minimal thermal spread with bipolar resection. The most versatile, advanced HF generator The ESG-400 combines forms of energy for open and laparoscopic surgery including vessel sealing and cutting systems for vessels up to and including 7 mm in diameter.

olympus_urobel2011-024.indd 1

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 46

23/11/11 09:05

8/10/12 13:40


UIT DE WETENSCHAP - DE LA SCIENCE

Bron: Belga

BRUSSEL 18/09 - Wetenschappers zijn er met speciale sensoren in geslaagd vast te leggen hoe spermacellen bewegen. 3D-simulaties tonen dat heel wat spermacellen in een rechte lijn zwemmen. Maar sommige zwemmertjes maken ‘kurkentrekker-achtige’ bewegingen en anderen gedragen zich ronduit ‘hyperactief’. Het bestuderen van menselijk sperma is zeer tijdrovend. Met deze nieuwe tech-

Wetenschappers volgen spermacellen in 3D niek wordt dat anders. Een eerste experiment aan de universiteit van Californië gaf enkele interessante bevindingen. 24.000 spermatozoïden werd gevolgd. Uit de resultaten bleek dat sommigen van hen er een opmerkelijke zwemstijl op nahielden. Ze maken draaiende bewegingen, vergelijkbaar met een kurkentrekker. Andere zogenaamd ‘hyperactieve’ zwemmers reageren erg bruusk en gaan zo zelfs de verkeerde kant op.

Het is volgens de wetenschappers nog te vroeg om te zeggen of de zwemstijl ook meer vertelt over de gezondheid van de spermacellen. Dat moet toekomstig onderzoek nog uitwijzen. Ook de invloed van druggebruik en chemicaliën op de spermakwaliteit kan voortaan beter bestudeerd worden, klinkt het. In de toekomst zouden spermacellen ook ‘gescreend’ kunnen worden voor de bevruchting. 

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 47

47

8/10/12 13:40


UIT DE WETENSCHAP - DE LA SCIENCE

Zytiga constitue une nouvelle option en cas de cancer de la prostate métastasé Beerse, Belgique, le 1er août 2012 Après une procédure accélérée par les autorités européennes d’enregistrement, les autorités belges ont pris la décision de rembourser Zytiga® (acétate d’abiratérone) depuis le 1er août 2012. Il s’agit d’un nouveau traitement pour les patients présentant un cancer de la prostate métastasé qui ne répondent plus aux traitements hormonaux existants et à la chimiothérapie de première ligne (docétaxel). Ces patients étant incurables, l’accent est mis sur l’allongement de la vie et l’amélioration de la qualité de vie. Au cours de cette phase de la maladie, la tumeur ne réagit pas suffisamment aux traitements hormonaux classiques qui n’inhibent pas (ou plus) totalement la production de testostérone, parce qu’ils agissent en fait sur la production de testostérone par les testicules. Avec le temps, les cellules tumorales peuvent devenir plus sensibles aux androgènes. Les androgènes, dont la testostérone, sont également produits par les surrénales et la tumeur elle-même, et ils permettent à la tumeur de grandir et de se disséminer. Zytiga est un inhibiteur puissant et sélectif de l’enzyme CYP17. Il se produit de ce fait une forte inhibition de la production d’androgènes non seulement dans les testicules, mais aussi dans les surrénales et la tumeur elle-même. Le cancer de la prostate Chaque année, le cancer de la prostate frappe de nombreuses familles. Le cancer de la prostate est le cancer le plus fréquent chez les hommes. La Belgique compte environ 40 000 hommes atteints de ce type de cancer. Ces dernières années, on a enregistré une légère augmentation du nombre de cas, ce qui est probablement dû à un meilleur dépistage et au vieillissement de la population. Lorsque le cancer de la prostate est découvert à temps, les chances de gué-

48

rison sont grandes. Lorsqu’il est découvert à un stade plus tardif ou lorsqu’il récidive après un premier traitement, on peut améliorer la survie avec les médicaments actuels et la chirurgie. Le nombre d’hommes qui décèdent d’un cancer de la prostate reste dès lors pratiquement stable. Chaque année, environ 1 400 hommes décèdent en Belgique d’un cancer de la prostate. Efficacité et qualité de vie L’efficacité de l’acétate d’abiratérone a été évaluée dans une étude de phase III dans laquelle ont été inclus plus de 1 000 patients. Dans l’analyse finale, on a démontré un gain de survie significatif de 4,6 mois par rapport au traitement standard par placebo + prednisone. Zytiga a aussi donné systématiquement de meilleurs résultats en ce qui concerne les critères d’évaluation secondaires, la réponse de la tumeur et du PSA, le délai jusqu’à la survenue d’une complication osseuse et la réponse de la douleur. De ce fait, la qualité de vie des patients traités par Zytiga a été significativement meilleure. Après le début du traitement, il convient d’adopter une attitude temporisatrice pendant les 12 premières semaines, même si le PSA est stable ou augmente.

Tolérance Zytiga présente un profil d’effets indésirables favorable, étant donné qu’il ne s’agit pas d’un médicament cytotoxique. Les principaux effets indésirables de grade 3 et 4 qui se sont fait sentir plus souvent dans le groupe acétate d’abiratérone ont été une hypokaliémie (4 % contre 1 %) et de l’hypertension (1 % contre < 1 %). 

avantages de Zytiga®: • Zytiga améliore significativement la survie • Zytiga améliore la qualité de vie du patient • Les effets indésirables de Zytiga ont été généralement bien traités et se sont révélés réversibles • Zytiga est un traitement oral simple

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 48

8/10/12 13:40


UIT DE WETENSCHAP - DE LA SCIENCE

Zytiga vormt een nieuwe optie bij gemetastaseerde prostaatkanker Beerse, België, 1-augustus 2012 Na een versnelde procedure door de Europese registratieautoriteiten nam de Belgische overheid de beslissing om Zytiga® (abirateronacetaat) terug te betalen sinds 1 augustus 2012. Het betreft een nieuwe behandeling voor patiënten met uitgezaaide prostaatkanker die niet meer reageren op de bestaande hormonale behandelingen en 1e lijnschemotherapie (docetaxel). Deze patiënten zijn niet meer te genezen waardoor de nadruk ligt op de verlenging van het leven en verbetering van de levenskwaliteit. In deze fase van de ziekte reageert de tumor onvoldoende op de klassieke hormonale therapieën die de productie van testosteron niet (meer) volledig remmen omdat ze met name ingrijpen op de testosteronproductie door de testes. De tumorcellen kunnen na verloop van tijd gevoeliger worden voor androgenen. Androgenen, waaronder testosteron, worden ook geproduceerd in de bijnieren en de tumor zelf, en stellen de tumor in staat om te groeien en verder uit te zaaien. Zytiga is een krachtige en selectieve remmer van het CYP17-enzym. Hierdoor vindt niet alleen een sterke remming van de androgeenproductie plaats in de testes, maar ook in bijnieren en de tumor zelf. Prostaatkanker Jaarlijks treft prostaatkanker vele families. Prostaatkanker is de meest voorkomende kanker bij mannen. In België zijn er ongeveer 40.000 mannen met prostaatkanker. De laatste jaren is er een lichte toename van het aantal gevallen wat vermoedelijk te wijten is aan een betere screening en aan de ouder wordende bevolking. Wanneer prostaatkanker tijdig wordt ontdekt is de kans op genezing groot. Wanneer prostaatkanker in een later stadium wordt ontdekt of terugkomt na een eerste behandeling, kan men met de huidige geneesmiddelen en

ingrepen de overleving verbeteren. Het aantal mannen dat aan prostaatkanker sterft blijft daarom nagenoeg stabiel. Elk jaar overlijden in België ongeveer 1400 mannen aan prostaatkanker.

Voordelen van Zytiga®: • Zytiga verbetert de overleving significant • Zytiga verbetert de levenskwaliteit van de patiënt • De bijwerkingen van Zytiga waren over het algemeen goed behandelbaar en reversibel • Zytiga is een eenvoudige, orale behandeling

Werkzaamheid en levenskwaliteit De effectiviteit van abirateronacetaat werd onderzocht in een fase-III-studie waarin meer dan 1000 patiënten werden geïncludeerd. In de finale analyse werd een significante overlevingswinst van 4,6 maanden versus de standaardbehandeling placebo+ prednison aangetoond. Ook op secundaire eindpunten – tumor en PSA-respons, tijd tot optreden van een botcomplicatie en pijnrespons – scoorde Zytiga consistent beter. Hierdoor was de levenskwaliteit van de patiënten behandeld met Zytiga significant hoger. Na start van de behandeling dient men gedurende de eerste 12 weken een afwachtende houding aan te nemen, zelfs indien de PSA stabiel is of stijgt. tolerantie Zytiga heeft een mild bijwerkingprofiel, aangezien het geen cytotoxisch middel is. De belangrijkste graad 3 en 4 bijwerkingen die vaker voorkwamen in de abirateronacetaatgroep waren hypokaliëmie (4 versus 1%) en hypertensie (1 versus < 1%). 

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 49

49

8/10/12 13:40


NIEUWS & INNOVATIES - NOUVELLES & INNOVATIONS

3iacademy: A training program in collaboration with ESRU and BAU with interactive training modules relying on the 31 principes. rOBOT OrSI gives the opportunity to learn robotic techniques in a setting that is almost equal to the human body. We believe that the hands-on experience of a surgeon is the key factor of a safe robotic assisted procedure. During this five-day course the participants will learn all the tips and tricks needed to become a great robotic surgeon in the future.

• To increase the skills of the trainee in the analytical breakdown of a manuscript and the critical assessment of methods, results and discussion. This way, the trainee will learn how to interpret new data and recognize strong versus weak and flawed studies. • To assist in preparing an oral communication using appropriate methodology

BAD NEWS COMMUNICATION The rationale underlying the training program includes the need to handle breaking bad news consultations step by step. During the course, the facilitator introduces gradually the steps of the breaking bad news consultation

SPEAKING IN PEEr TO PEEr During this module you will learn how to develop and deliver successful presentations. Presentation development and delivery starts with a commercial communication spirit: It’s all about adapting yourself to the people you will speak to. This presentation thin-red-line helps to define the four pillars of any successful presentation: A strong message helps to inform and convince your audience.

MEDICAL rEADING & WrITING The purpose of the module ‘medical reading and writing’ is double:

50

Along with good structure, you create attention, understanding and recall. Adding the minimum effective dose of examples, visual support, story and other content ensures your audience gets the point. And all of that is delivered with style! 

• IDENTIFY your needs • INDIVIDUALISE your training program • IMPROVE your communication skills, knowledge and expertise

registration: www.3iacademy.be

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 50

8/10/12 13:41


NIEUWS & INNOVATIES - NOUVELLES & INNOVATIONS

Medegedeeld: Zytiga: een nieuwe optie bij gemetastaseerde prostaatkanker Janssen-Cilag NV kondigt aan dat na een versnelde procedure door de Europese registratieautoriteiten, de Belgische overheid de beslissing heeft genomen om Zytiga® (abirateronacetaat) vanaf 1 augustus terug te betalen. Het betreft een nieuwe behandeling voor patiënten met uitgezaaide prostaatkanker die niet meer reageren op de bestaande hormonale behandelingen en 1e lijnschemotherapie (docetaxel).

ZYTIGA zal worden terugbetaald onder hoofdstuk IV, §6300000, cat Ahf. Meer informatie: • Janssen Customer Service Center Tel 0800 93377 - Fax 0800 93399 - janssen@jacbe.jnj.com 

PersBericHt Astra Tech HealthCare Astra Tech HealthCare, een wereldwijde, toonaangevende leverancier van medische hulpmiddelen binnen urologie en chirurgie, kondigt aan dat zijn officiële naam per 1 september 2012 gaat veranderen in: Wellspect Healthcare. Deze naamswijziging is het resultaat van de overname van Astra Tech door DENTSPLY International en zal geen invloed hebben op de kwaliteit van de producten, het productassortiment noch op de gevoerde merknamen, zoals voor urologie het lofric® assortiment en voor chirurgie de merknamen Sangvia®, bellovac® abT, bellovac®, exudrain®, abdovac®, Medena®, kilroid®, Vastrip® en pep/rmt™.

Wellspect HealthCare zal de traditie voortzetten goed te luisteren naar klanten en te zorgen dat de kwaliteit van leven van mensen wordt verbeterd. Wellspect HealthCare zal verder bouwen in de sterke overtuiging dat voortdurende innovaties zich bewijzen in de gezondheidzorg. De naamsverandering gaat per direct in. Het veranderen van de naam op alle producten en verpakkingen is een proces dat enkele maanden in beslag zal nemen.

oVer WellSpecT HealTHcare Wellspect HealthCare is een wereldwijde, toonaangevende leverancier van innovatieve urologische en chirurgische producten en diensten. Wij luisteren naar de mensen die onze producten gebruiken en ermee werken en nemen die kennis mee bij het ontwikkelen van nieuwe oplossingen die aansluiten bij hun behoeften. Deze betrokkenheid vormt de kern van onze inspanningen om de kwaliteit van leven voor gebruikers en zorgverleners overal ter wereld te verbeteren. 

Mocht u meer willen weten over de naamswijziging, kijk dan op www.wellspect-healthcare.nl of neem dan contact op met Johan van de Pol, managing director, tel. +31 79 360 19 76.

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 51

51

8/10/12 13:41


VOOr U GELEZEN - LU POUr VOUS

Een penisverlenging is echt geen goed idee Op het internet vindt u allerlei miraculeuze recepten om wat lengte te creëren. Allemaal kwakzalverij, zegt de medische wereld. Het enige wat (een beetje) helpt is een ingreep die uw penis in rust er wat langer doet uitzien. ‘Maar zelfs dat is niet zonder risico.’ Over weinig onderwerpen gaat zoveel spam de wereld rond. Van vet- en siliconeninspuitingen over vacuümpompen en implantaten tot peperdure handboeken voor ‘verlengende massages’. Het aanbod is divers, maar er loopt volgens de uroloog Piet Hoebeke van het UZGent toch een rode draad doorheen: het werkt niet. ‘Veel mannen zijn zo wanhopig op zoek dat ze alles proberen, maar het helpt allemaal geen ene moer’, zegt Hoebeke. ‘Hun penis wordt er niet langer of dikker door, hun portefeuille wel dunner. Bovendien zijn niet alle ingrepen zonder risico. Die massagetherapieën zijn op zich onschadelijk, maar ze zijn je reinste boerenbedrog.’ ‘Het is absoluut onmogelijk je penis langer te maken door er elke dag enkele uren aan te zitten trekken. Ook vacu-

umpompen helpen niet. Siliconeninspuitingen en allerlei implantaten kunnen je penis wat dikker maken, maar ze zijn gevaarlijk. Ik doe hier af en toe herstellingsoperaties, ik bespaar u de details, maar die dingen kunnen wat aanrichten met het mannelijk geslachtsdeel.’

zaghebbende studies wijzen uit dat de penis van Europese mannen gemiddeld veertien centimeter lang is in erectie, en vijf tot elf centimeter lang in rust.’  Bron: De Standaard

België, het Europese mekka van de penisverlenging? Niet meteen, er zijn maar enkele privéklinieken die dergelijke operaties aanbieden. Het European Esthetic Center aan de Brusselse Louizalaan, onder meer, waar men karig is met informatie over het aanbod. ‘Wij doen een tiental van dat soort operaties per jaar’, zegt een woordvoerder. En er is het Coupure Centrum voor Plastische Chirurgie in Gent. Het probleem is volgens Hoebeke dat veel mannen die een penisverlenging vragen, er helemaal geen nodig hebben. ‘In negentig procent van de gevallen heeft de patiënt een normale penis, maar is er toch ontevreden over. Dat heeft te maken met het vertekende beeld dat ze krijgen door naar porno te kijken: voor dat soort films worden acteurs geselecteerd die uitzonderlijk groot geschapen zijn. Alle ge-

Warren Buffett rondt behandeling tegen prostaatkanker af WASHINGTON 17/09 - De 81-jarige multimiljardair Warren Buffett heeft zijn behandeling tegen prostaatkanker afgerond. Dat blijkt uit een communiqué dat werd verspreid op de website van de Omaha World-Herald. “Het is een grote dag voor mij. Vandaag onderga ik mijn 44ste radiothe-

52

rapie en het is mijn laatste dag van verzorging”, zei Buffett.

mijn leven niet in gevaar bracht”, luidde het toen.

In april maakte de - volgens Forbes derde rijkste man ter wereld de aandeelhouders van zijn holding bekend dat bij hem prostaatkanker was vastgesteld in stadium 1. “Het goede nieuws is dat mijn artsen me hebben gezegd dat mijn gezondheidstoestand

Het fortuin van Buffett wordt op zowat 44 miljard dollar geschat. Hij heeft in zowat alle sectoren geïnvesteerd. 

Auteur: LOD Bron: Belga

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 52

8/10/12 13:41


De leidraad van al onze acties. Wat onze 2900 enthousiaste medewerkers drijft, dag na dag. Reeds meer dan 10 jaar doet Pfizer onderzoek naar en produceert geneesmiddelen voor de behandeling van erectie-stoornissen.

wat ons drijft dag na dag,… … uw gezondheid

ce qui nous anime jour après jour,… … votre santé Votre santé guide chacun de nos gestes. C’est elle qui fait avancer nos 2900 collaborateurs enthousiastes, jour après jour. Pfizer étudie et produit depuis plus de 10 ans des médicaments traitant des troubles de l’érection. www.pfizer.be www.erecinfo.be Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 53

8/10/12 13:41


True Wireless Technology Goby

INNOVATIVE THINKING For User and Patient Friendly Urodynamics

Urodynamics, Research & Education AquariusTT Portable Bladder Scanner BladderVu

Adjustable Urodynamic Chairs Promotol Chair

LABORIE - BELGIUM BC Waasland, Industriepark-West 75, 9100 Sint-Niklaas, Belgium Phone: +32 3 780 17 38 • Fax: +32 3 780 17 39 www.laborie.com

laborie_urobel2012-026.indd 1

29/05/12 16:57

Injekt® Cysto

Williams

Flexible Injection Needle

Cystoscopic Injection Needle

Inject with confidence. Cook Medical offers both flexible and rigid needle options to provide treatment to the lower urinary tract (bladder neck, bladder wall and urethra). The Injekt® Cysto Flexible Injection Needle and Williams Cystoscopic Injection Needle are used for the injection of clinically approved therapeutic agents. Both options have a Chiba tip. Injekt Cysto also features a retractable, flexible PTFE sheath and can be placed through either a flexible or rigid cystoscope.

MEDICAL

For more information, contact us at urology-eu@cookmedical.com. © COOK 2012

cook_urobel2012-026.indd 1

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 54

URO-BEUADV-INJCWN-EN-201205

29/05/12 15:53

8/10/12 13:41


VOOr U GELEZEN - LU POUr VOUS

Reuters Health By David Douglas, 12/06/2012 - 16h00 Bron: J Urol 2012

NEW YORK 12/06 – Een duidelijk verband tussen bepaalde courante geneesmiddelen, waaronder antihistaminica en angiotensine-II-receptorblokkers (ARBs), en urine-incontinentie vraagt verder onderzoek, volgens onderzoekers. Dr. Susan A. Hall van de New England research Institutes, Watertown, Massachusetts, hoofdauteur van een rapport dat op 15 mei online werd gepubliceerd in de Journal of Urology, verklaarde via email aan reuters Health dat haar team enkele associaties had gevonden die voordien niet werden gedocumenteerd. Maar ze voegde eraan toe dat de crossover design van de studie geen causaal

courante geneesmiddelen geassocieerd met urineincontinentie verband kan aantonen. In de populatie-gebaseerde epidemiologische studie werden meer dan 5500 mannen en vrouwen van 30 tot 79 jaar ingesloten. Negen percent van de vrouwen en 4,6% van de mannen had urineincontinentie – en deze personen waren beduidend ouder dan deze zonder dergelijke symptomen. De prevalentie van UI werd daarna onderzocht bij de gebruikers van 25 geneesmiddelenklassen na aanpassing voor de bekende risicofactoren van urine-incontinentie. Bij vrouwen was de prevalentie het hoogst bij de gebruiksters van antihistaminica (28,4%) en ArBs (22,9%). Bij mannen was de prevalentie van UI het

hoogst bij gebruikers van ArBs (22,2%), gevolgd door lisdiuretica (19,1%). Odds ratio’s voor UI van meer dan 1,7 werden vastgesteld voor vrouwen die bepaalde antihistaminica (Or 1,75), bètareceptor-agonisten (Or 1,73), ArBs (Or 2,07), oestrogenen (Or 1,90) en anticonvulsiva (Or 1,75) gebruikten. Bij mannen waren alleen anticonvulsiva geassocieerd met urine-incontinentie na finale aanpassingen (Or 2,5). ArBs toonden een aangepaste associatie van borderline significantie. “Toekomstige epidemiologische studies,” concludeerde Dr. Hall, “zouden moeten onderzoeken of het gebruik van deze geneesmiddelen geassocieerd is met het optreden van incontinentie.”

Het condoom heeft afgedaan Tieners vrijen steeds minder met een condoom, terwijl het aantal soa’s, seksueel overdraagbare aandoeningen, toeneemt. Dat leert het jaarverslag van Sensoa, het expertisecentrum voor seksuele gezondheid. ‘Een soa, dat is een weekje antibiotica. Zwanger worden, dat is een ramp.’ Lotte Beckers. Zeggen dat de relationele en seksuele gezondheid van Vlaamse jongeren een ramp is, is de waarheid geweld aan doen. Maar beweren dat er niets aan de hand is, is ook te kort door de bocht”, schrijft Sensoa in haar meest recente jaarverslag. “Qua tienerzwangerschappen horen we bij de besten van Europa, wellicht deels dankzij de terugbetaling van anticonceptie, en jongeren hebben een gezond beeld van seks”, vertelt Lies Verhetsel, jongerenexperte bij Sensoa.

“Maar ondertussen laten ze het condoom steeds vaker links liggen. Amper 40 procent van de 17- en 18-jarige meisjes doet het met condoom, in 2006 was dat nog 55 procent. En dat terwijl het aantal soa’s stijgt, vooral chlamydia. Bij meisjes tussen 15 en 24 jaar zitten we aan een op twintig.” Waarom hebben jongeren het toch zo moeilijk met condooms? Zijn al die voorlichtingscampagnes dan een maat voor niets? “Herinner je je ‘Eerst blabla, dan boemboem’ nog? Dat was de laatste grote campagne, en die dateert al van tien jaar geleden. Maar het is meer dan dat, want die dalende trend doet zich in heel Europa voor. In de jaren negentig was de situatie omgekeerd: veel zwangerschappen en weinig soa’s, maar wel een grote

bezorgdheid om hiv. Ondertussen is de pil wijdverspreid, en leeft het idee dat hiv eigenlijk niet zo erg is. Jongeren beseffen niet dat er zo veel andere soa’s de ronde doen. Soms mailen ze ons omdat ze zich zorgen maken over hiv, een virus dat weinig jongeren treft, terwijl wij denken ‘chlamydia, jongens!’. Ze zijn er niet mee bezig. Zwanger worden, dát is een ramp. Een soa, dat is een weekje antibiotica slikken. “De pil is ook veel makkelijker. Het is niet zo gênant om te vragen in de apotheek, je komt er enkele maanden mee toe, het helpt tegen acne en pijnlijke maandstonden, je hoeft er niet over te praten met je lief, en het is niet zo’n gefriemel. Maar de pil durven ze wel al eens vergeten.”  Bron: De Morgen

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 55

55

8/10/12 13:41


VOOr U GELEZEN - LU POUr VOUS

Kinderartsen willen einde aan bloedzuigen na besnijdenis De Israëlische Vereniging voor Kindergeneeskunde wil dat er een eind komt aan het bloedzuigritueel na de besnijdenis, meldt de Israëlische krant Haaretz. Het gaat om de zogeheten metzitza b’peh: de praktijk waarbij de religieuze besnijder (moheel) direct na het snijden de penis van de baby in de mond neemt en erop zuigt totdat het bloeden stopt. Het ritueel is ooit ingevoerd omdat men dacht dat het infecties voorkwam. Het omgekeerde blijkt echter het geval, aangezien de mond een bron is van bacteriën en virussen. Veel Israëlische besnijders zijn al overgestapt op een steriel pompje, maar ultraorthodoxe moheels weigeren de orale traditie op te geven. doden Israëlische kinderartsen verzetten zich nu nadat vorig jaar in New York een besneden baby is gestorven aan herpes. Het virus, dat in de mond leeft, was vermoedelijk binnengedrongen via de zuigende moheel. Uit onderzoek is gebleken dat tussen 2000 en 2011 in New York zeker elf besneden jongens herpes hebben opgelopen, twee keer met dodelijke afloop. Israël zou drie à vier besmettingen per jaar kennen, op een totaal van 60.000 tot 70.000 besnijdenissen. Protest Israëlische kinderartsen adviseren nu om het mondzuigen af te schaffen en ouders op zijn minst te waarschuwen. De Israëlische Opperrabbijn en het ministerie van volksgezondheid vinden de ophef overdreven, en stellen dat het risico klein is. Licht ouders voor en laat de moheel zijn mond spoelen, dan is er niets onverantwoords aan, luidt het.  Bron: Trouw.nl

56

Les graisses « cuisent » les spermatozoïdes Une alimentation riche en graisses saturées nuit aux spermatozoïdes, dont le nombre et la concentration diminuent sensiblement. Les chercheurs, attachés à l’Ecole de médecine de Harvard et au Massachusetts General Hospital, avertissent d’emblée que leurs résultats demandent à être confirmés sur une plus large échelle. Néanmoins, le constat qu’ils viennent de poser donne, déjà, sérieusement à réfléchir. Ils ont en effet observé, au terme d’une période de suivi de cinq ans, impliquant une centaine de volontaires, que les hommes dont l’alimentation est (trop) riche en graisses saturées

accusent un déficit notable du nombre total de spermatozoïdes présents dans l’éjaculat, ainsi qu’en ce qui concerne leur concentration. A contrario, ceux qui privilégient les acides gras polyinsaturés (en particulier les oméga-3) bénéficient des scores les plus favorables. Il est à noter que l’effet délétère des graisses saturées est réversible. « L’ampleur de l’association est spectaculaire », indique l’un des chercheurs dans la revue « Human reproduction ». Adapter son régime alimentaire pour améliorer sa fertilité ? C’est la suggestion, en tout cas.  Bron: passionSanté.be

erasmus Mc opent Blaaskankercentrum MAASTRICHT 06/06 - Het Erasmus MC is gestart met het Blaaskankercentrum, een spreekuur voor patiënten met een gevorderde vorm van blaaskanker. Het centrum heeft een regionale advies- en behandelfunctie. Tijdens het wekelijkse spreekuur kunnen patiënten met de diagnose spierinvasief blaascarcinoom spreken met zowel de uroloog, de radiotherapeut als de internistoncoloog. Het spreekuur in het Erasmus MC-Daniel den Hoed wordt ondersteund door een vaste oncologieverpleegkundige en stomadeskundige. Er zijn verschillende behandelmethoden mogelijk, zoals bestraling en blaasverwijdering. In het centrum is ook plaats voor aanvullende diagnostiek en kan het vervolgtraject direct met de verschillende disciplines en de patiënt worden doorgenomen. Patiënten die door huisartsen en specialisten worden doorverwezen, kunnen binnen één week in het Blaaskankercentrum terecht. “We kijken terug op een succesvolle eerste periode”, zegt dr. Joost Boormans, als uroloog werkzaam bij het Erasmus MC en contactpersoon van het Blaaskankercentrum. “De afgelopen twee maanden hebben uiteenlopende patiënten hun weg gevonden naar het spreekuur en hun eerste reacties zijn positief.”  Kijk voor meer informatie op www.erasmusmc.nl/blaaskankercentrum. Bron: Erasmus MC

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 56

8/10/12 13:41

9640_u


Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober â&#x20AC;˘ septembre/octobre 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd31 57

2/03/12 13:41 13:18 8/10/12


VOOr U GELEZEN - LU POUr VOUS

Opiates may underlie urinary retention in some women NEW YORK (Reuters Health) - Opiates are known to cause urinary retention, but a new study suggests this effect is often overlooked in the work-up of women with the condition. “It became clear during the course of our work that the effects of opiates on bladder functions were under-recognized, and we hope this study raises awareness levels,” Dr. Jalesh N. Panicker told reuters Health by email. “This is relevant, with the ever increasing use of prescription opiates, sometimes indiscriminate, witnessed nowadays for pain relief.” In a June 14 paper online in The Journal of Urology, Dr. Panicker of the Institute of Neurology, London, and colleagues report on 61 women (mean age, 39) referred to them for unexplained chronic urinary retention. Twenty-four (39%) were receiving opiates for various pain syndromes. Following evaluation of urethral pressure,

sphincter volume measurement, and other analyses, the researchers established a probable etiology in 25 women. Eighteen - including five women who were using opiates -- were diagnosed with Fowler’s syndrome, a primary disorder of sphincter relaxation. In 13 opiate users, no other cause of urinary retention could be identified. Most opiate users were receiving the drugs for abdominopelvic or musculoskeletal pain. None was aware that opiate use could cause urinary retention, and none of the referral letters specifically mentioned that the patient was using opiates. When the association was pointed out, two of the women managed to discontinue opiate use and reported improvement in bladder sensations and voiding. The underlying cause of the Fowler’s syndrome, the investigators go on to say

“remains elusive.” However, they speculate that it “is due to an up-regulation of spinal cord enkephalins and that exogenous opiates may compound any functional abnormalities.” The researchers also point out, “Although the side effects of opiates such as constipation are well-known to clinicians, their tendency to cause voiding difficulty and urinary retention has received less attention, despite being explicitly stated in formularies such as the British National Formulary.” They conclude: “Chronic opiate treatment for pain conditions in young women appears to be an important cause of persistent urinary retention as a sole factor or by compounding the abnormality resulting from a primary disorder of sphincter relaxation.”  SOURCE: http://bit.ly/QAYP4n By David Douglas, 30/06/2012 - 03h15 Bron: J Urol 2012.

Steeds meer allochtonen hebben nierstenen lopen vreemd genoeg meer kans op nierstenen. “Afgelopen week alleen al heb ik achttien mensen op spoed gehad die kampten met nierstenen”, zegt uroloog Jan Van Nueten (foto) van het ZOL in Genk. Een niersteen is een steentje dat wordt gevormd door samenklontering van kristallen, zoals calcium, urinezuur en oxalaten, in de urine. De voornaamste oorzaak is te weinig vochtopname en te veel zout eten.

10:00Update Binnenland Artsen op de spoedafdelingen krijgen steeds vaker te maken met patiënten met nierproblemen. Vooral allochtonen

58

“We drinken te veel softdrinks, die een enorm hoge zuurtegraad hebben, en veel te weinig water. Bovendien nemen mensen ook te veel voedingssupplementen in”, aldus dr. Van Nueten.

diabetes Opvallend is dat de patiënten die met nierstenen kampen vaak allochtonen zijn. De verklaring daarvoor is voor de urologen een raadsel, omdat er nooit onderzoek naar gedaan is. Maurice Mues is voorzitter van de vzw Nier Limburg, een vereniging van nierpatiënten in onze provincie. Hij vermoedt dat het probleem gelinkt is aan diabetes. “Diabetici kampen vaak ook met nierproblemen en heel wat allochtonen, zeker van Turkse of Marokkaanse origine, lijden aan die ziekte.” De oorzaken zijn overgewicht en te weinig sport.”

H H

Voor meer info: Nierlimburg JoB

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 58

8/10/12 13:41

CPCC_ Naamlo


SpeediCath® Sondes Onmiddellijk gebruiksklaar Voor een eenvoudige en veilige katheterisatie

www.coloplast.be

Coloplast Belgium NV/SA, De Gijzeleer Industrial Park, Guido Gezellestraat 121, B-1654 Beersel/Huizingen Het Coloplast logo is een geregistreerd handelsmerk van Coloplast A/S. © 2012-04. Alle rechten voorbehouden. V.U.: Gitte M. Hesselholt - Coloplast Belgium NV/SA, De Gijzeleer Industrial Park, Guido Gezellestraat 121, B-1654 Beersel / Huizingen.

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

CPCC_SpeediCath upgrade_Insert_01_NL_A4_portrait.indd 1 Naamloos-1 1 9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 59

06/04/2012 12:54:37 31/08/12 13:55 8/10/12 13:41


1 gram quercetin(e) 320 mg serenoa repens

Prostatodynie

60

tabletten/ comprim é Alleen verkrijgbaar in de apotheek/ Uniquement dispo nible chez le pharm acien

s

2 tabletten/dag 2 comprimés/jour

HOSPITHERA,

YOUR PARTNER IN VITAL CARE CURAN, Specialist in intermittent catheterization & urology products

• 30 pieces packaged • Polished Eyelets • Compact Design

• Water pocket •Blue Grip® • Polished eyelets

Compact ready to use female device

Hydrophilic coated catheters Ready to use with integrated water pocket

SAMPLES ON REQUEST - ECHANTILLONS GRATUITS SUR DEMANDE GRATISFREE STALEN OP AANVRAAG: 02/535 03 80 - info.interventionalcare@hospithera.com WWW.HOSPITHERA.COM

Naamloos-2 1

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 60

6/09/12 13:50

8/10/12 13:41


SAINT-LUC

P E C TS M É D I C AUX , S E XO LO G I Q U E S , (DYS)FONCTIONSA SSEXUELLES

Parking

É T H I Q U E S E T S O C I O LO G I Q U E S A S P E C TS M É D I C AUX , S E XO LO G I Q U E S , É T H I Q U E S E T S O C I O LO G I Q U E S

Parking

Renseignements généraux

Métro ALMA

Lieu

gnements généraux

Central P. Lacroix - Faculté de Médecine de l’UCL Inscription mmanuel Mounier, 51 obligatoire au moyen du formulaire ci-joint elles (Woluwe Saint-Lambert)

Droits d’inscription

iondébats : si le Médecins : 25 € et non-médecins : 15 € comprenant l’inscription au de e au par moyen du formulaire ci-jointsymposium, le livre des résumés et le cocktail. Montant à verser sur le ool contre,

XVIe symposium du

compte des Cliniques Saint-Luc n° BE12 2100 6692 4392 avec la mention « Imputation 447.781– XVIè Symposium du CPSM ». Versement à effectuer : 25 € et non-médecins : 15avant € comprenant l’inscription au du 20 octobre, paiement sur place le jour le 20 octobre 2012. A partir cès. Les jeunes m, le livre des résumés et le cocktail. Montant à verser sur le du symposium. menée à l’UCL es Cliniques Saint-Luc n° BE12 2100 6692 4392 avec la mention gratuite CPSM ». Versement à effectuer eson«447.781– bibitivesXVIè ». Symposium duParticipation pour lespaiement étudiantssur surplace présentation 0où octobre 2012. A partir du 20 octobre, le jour d’une pièce justificative. commence sium.

d’inscription

ation gratuite

Centre de PathologieSamedi 27 octobre 2012 à Auditoire 13h30 Sexuelle Masculine (CPSM)de 9h00NEW Lacroix YORK 04/07Central – UrinaireP.stenen lijken het risico Informations

FacultéopdeCVA Médecine de l’UCL van een patiënt te verhogen, volgens Taiwa-

Auditoire Central nese P. Lacroix onderzoekers.Avenue Mounier,

En collaboration avec

somer - Coordonnateur du CPSM - Cliniques universitaires Saint-Luc publics les : r.j.opsomer@uclouvain.be 764 89 20 et - E-Mail

on avec uissants devant mes de société ?

51 1200 BRUXELLES Faculté de Médecine de l’UCL een online Avenue In Mounier, 51 artikel van 15 mei in BJU International noDr. Herng-Ching Lin en zijn team van Taipei Medical 1200teren BRUXELLES University dat er steeds meer aanwijzingen zijn dat er een verband bestaat tussen urinaire stenen en een cardiovasculair risico, in het bijzonder CVA.

omer - Urologue

onnateur du CPSM

ALCOOL et (DYS)FONCTIONS SEXUELLES

Auditoire P. Lacroix

urinaire stenen kunnen een later risico op Samedi 27 octobre 2012 CVA verhogen de 9h00 à 13h30

Accréditation en rubrique “éthique”

de la femme. tudiants sur présentation d’une pièce justificative. Pr R.J. Opsomer - Coordonnateur du CPSM - Cliniques universitaires Saint-Luc cool augmente Fax : 02-764 89 20 - E-Mail : r.j.opsomer@uclouvain.be tation en rubrique “éthique”

ct négatif sur la ations nt très attentifs.

VOOr U GELEZEN - LU POUr VOUS

Auditoire Central P. Lacroix - Faculté de Médecine de l’UCL Avenue Emmanuel Mounier, 51 Métro ALMA 1200 Bruxelles (Woluwe Saint-Lambert)

A S P E C TS M É D I C AUX , S E XO LO G I Q U E S , É T H I Q U E S E T S O C I O LO G I Q U E S

Métro ALMA

Voor hun eigen analyse gebruikten de onderzoekers de database van de nationale gezondheidsverzekering van Taiwan om meer dan 25.000 patiënten met nefrolithiasis, ureterolithiasis, en niet-specificeerde stenen van nier en ureter te identificeren. De auteurs vergeleken deze groep met bijna 126.000 patiënten zonder dergelijke voorgeschiedenis. Globaal was bijna twee derden van de patiënten een man. Gedurende 5 jaar follow-up ontwikkelden 9618 patiënten een CVA. De incidentie per 100 patiënt-jaren was 1,78 in de groep waarbij recent stenen werden gediagnosticeerd versus 1,25 bij de controles. Zelfs na aanpassing voor diabetes, hyperlipidemie, cardiovasculaire ziekte, obesitas en andere potentiële verstorende factoren, bleef het hoger risico op CVA bestaan bij de personen met stenen (hazard ratio 1,43).

nscription au verser sur le la mention nt à effectuer r place le jour

Samedi 27 octobre 2012 de 9h00 à 13h30 Auditoire Central P. Lacroix

aires Saint-Luc

Faculté de Médecine de l’UCL Avenue Mounier, 51 1200 BRUXELLES

Eén van de tekortkomingen van de studie was, volgens de onderzoekers, dat “het risico op CVA kan variëren volgens de belasting en de samenstelling van de stenen; deze informatie was evenwel niet beschikbaar.” Niettemin concluderen ze dat gezien het duidelijk verhoogd risico op CVA bij patiënten met urinaire stenen, “de gebruikelijke preventiemaatregelen zoals bloeddrukcontrole en gebruik van statines en aspirine” moeten overwogen worden bij deze patiënten. Dr. Lin reageerde niet op een vraag naar commentaar. 

Informations

Reuters Health Bron : BJU Int 2012.

Pr r.J. Opsomer Coordonnateur du CPSM Cliniques universitaires Saint-Luc Fax : 02-764 89 20 E-Mail : r.j.opsomer@uclouvain.be

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 61

61

8/10/12 13:41


NIEUWS UIT DE VErENIGING - LES NOUVELLES DE L’ASSOCIATION

continentiecursus In november starten we met de volgende continentiecursus. Incontinentie krijgt toch stilaan meer de aandacht die het verdient. Naar onze mening is er zeker een rol weggelegd voor de verpleegkundige in de continentiezorg. We moeten stilaan evolueren naar een visie waarbij we preventief en continentiegericht denken. Bedoeling van de cursus is verpleegkundigen de nodige

tools te geven om de volledige zorg voor de patiënt met urinaire of faecale incontinentie te kunnen verzekeren, en om de collega’s zorgverleners te kunnen ondersteunen door vormingen en advies.

We denken eraan om in december een workshop rond steenproblemen te organiseren. Houd de website in de gaten. 

Toch willen we ook de mogelijkheid geven om via modules de kennis aan te vullen. Meer info vind je in dit tijdschrift of stuur een mailtje naar voorzitter.urobel@telenet.be. 

congres De BAU is ook dit keer weer zo vriendelijk om ter gelegenheid van het BAU-congres een locatie beschikbaar te stellen voor een verpleegkundig congres.

URS workshop

Blaasinstillaties De Franstalige collega’s hebben voor u een programma uitgewerkt over de behandeling van nierstenen. Meer info in dit tijdschrift en op de site. 

We werken nog volop verder aan de verpleegkundige richtlijn blaasinstillaties. We proberen op evidentie gestoelde maatregelen waar mogelijk te omschrijven om zo een veilige blaasinstillatie te kunnen toedienen. 

Docentendag Brief Onkelinckx Om de verpleegkundigen die de cursus volgden en de nodige kennis hebben makkelijker bereikbaar en bekend te maken hebben we een brief gestuurd aan minister Onkelinckx met de vraag of er geen lijst van continentieverpleegkundigen kon opgesteld worden, in vergelijking met de wondzorg- en diabetesreferentieverpleegkundigen. 

62

Op 13/9 organiseerden we onze laatste docentendag, ditmaal in samenwerking met de Katholieke Hogeschool Kortrijk. De door de docenten aangebrachte onderwerpen kregen een urologische en verpleegkundige toelichting. 

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 62

8/10/12 13:41


UrOBEL MAGAZINE 2013 SPECIALE DOSSIErS

maart - mars

juni - juin

stenen in de urologie Een deel van de urologie bestaat uit de behandeling van patiënten met stenen. Gaande van nier- tot blaasstenen, van microfragmenten tot golfbalgrootte. De behandeling van stenen is in de laatste jaren geëvolueerd naar minimaal invasief. Toch hebben stenen nog een belangrijke impact op de urologische zorg. Uw techniek, uw case study kan een plaats krijgen. 

De urologische materiaalkast Binnen de urologische zorgverlening zijn we dikwijls afhankelijk van de juiste materialen om een kwalitatieve zorg te verlenen. De ontwikkeling van materialen heeft niet stil gestaan. Trek de kast open en vertel ons over het materiaal dat voor u de patiëntenzorg, de operatie, het technisch onderzoek verbeterd heeft. 

lithiases en urologie Une partie de l’urologie concerne le traitement de patients présentant des lithiases. Il peut s’agir de lithiases rénales ou vésicales, allant de microfragments à des lithiases de la taille d’une balle de golf. Le traitement des lithiases a évolué ces dernières années vers des procédures minimales invasives. Malgré cela, les lithiases exercent toujours un impact important sur les soins urologiques. Votre technique, votre étude de cas peut se voir attribuer une place. 

Le placard urologique Dans les prestations de soins urologiques, nous dépendons souvent des bons matériaux pour assurer des soins de qualité. Le développement des matériaux n’a cessé de progresser. Ouvrez votre placard et dites-nous-en plus sur le matériel qui, à vos yeux, a amélioré les soins aux patients, les interventions chirurgicales, les examens techniques. 

december - décembre

oktober - octobre

de moeilijke beslissing

Blaaskanker Dit blijft een van de belangrijkste doodsoorzaken binnen de urologie. Wat is er veranderd? Winnen we levensverwachting en kwaliteit? Hoe gaan we om met de patiënt met blaaskanker. Uw verhalen, uw cases zijn welkom. 

Les cancers de la vessie Ceux-ci demeurent l’une des principales causes de décès en urologie. Qu’est-ce qui a changé ? Observe-t-on des progrès en termes d’espérance et de qualité de vie ? Comment traitons-nous les patients atteints de cancer de la vessie ? Vos récits, vos descriptions de cas sont les bienvenus. 

Zoals bij de blaaskanker wordt je als uroloog regelmatig geconfronteerd met het meedelen van slecht nieuws. Ook als verpleegkundige moet je soms beslissingen nemen die niet altijd makkelijk zijn. Zelfs de patiënt moet keuzes maken. En hoe gaan we om met de keuzes die de patiënt maakt? Naast de technische zorg is dit de menselijke kant van de urologie. Uw moeilijke beslissing kan een leermoment zijn voor anderen. 

La décision pénible Comme dans le cas d’un cancer de la vessie, l’urologue se trouve souvent confronté à l’obligation d’annoncer une mauvaise nouvelle. De son côté aussi, l’infirmier/ère doit parfois prendre des décisions qui ne sont pas toujours faciles. Même le/la patient(e) doit faire des choix. Et comment abordons-nous les choix opérés par le/la patient(e) ? Outre les soins techniques, il est question ici de l’aspect humain de l’urologie. Votre décision pénible peut être une source d’enseignement pour d’autres. 

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 63

63

8/10/12 13:41


9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 64

8/10/12 13:41

Responsible editor : L. Van Driessche/O-BELUX-AMG-001-2012


FAITS DIVErS

Fietszadel slecht voor de erectie maar ook voor de dames Veel fietsen – dat is intussen bekend – kan de man schaden in zijn mannelijkheid. Het afklemmen van een ader die de penis van bloed voorziet, kan bij mensen die op wielen leven leiden tot ongevoeligheid en tintelingen. Het kan zelfs leiden tot erectiestoornissen. Blijkt nu dat de dames op een traditioneel fietszadel ook de druk op de bilnaad voelen toenemen wat leidt tot mindere genitale gevoeligheid. En misschien ook seksueel disfunctioneren, maar dat laatste moet nog onderzocht worden.

Responsible editor : L. Van Driessche/O-BELUX-AMG-001-2012

Dat is de conclusie van een wetenschappelijke studie aan de Amerikaanse Yale universiteit waarbij de druk op het perineum (bilnaad) bij 48 vrouwelijke fietsatletes werd gemeten. De dames deden minstens 15 kilometer per week, maar sommigen een pak meer. Het onderzoek borduurt verder op een eerder onderzoek uit 2006 waarbij dezelfde fietsatletes vergeleken werden met loopsters en waarin bij de fietsatletes verminderde genitale gevoeligheid werd gemeten. druksensoren inbrengen De bedoeling van dit onderzoek was om de druk tussen de benen in laboomstandigheden precies in kaart te brengen en te verklaren. Daarvoor moesten de dames sensoren in- en aanbrengen en op rollen fietsen. De oorzaak van het pijnlijke en minder gevoelige perineum, aldus de studie, is vooral de hoogte van het stuur en de hellingshoek van het zadel. Hoe lager het stuur, hoe groter de druk. Het stuur verhogen en minder voorovergebogen fietsen is gezonder. De zadelneus een beetje naar beneden laten wijzen – het zadel dus naar voor kantelen – verlicht eveneens de druk.

Ook nog incontinentie “Dit is zelden onderzocht omdat het veronderstelt dat de vrouwen druksondes inbrengen wat bijzonder oncomfortabel moet zijn”, zegt Thierry roumeguère, diensthoofd urologie aan het Erasmus-ziekenhuis daarover in Le Soir. “Elke intensief beoefende sport houdt een risico in. Er is soms gevaar op incontinentie als gevolg van de hogere druk op de onderbuik.” Volgens roumeguère zijn er vervolgstudies nodig om precies het effect op het seksuele functioneren van intensief fietsende vrouwen te bepalen. Zadel zonder neus dan maar? De vervanging van het traditionele fietszadel door een zadel zonder neus (smartplanet.com , met afbeeldingen en studiemateriaal over neusloze zadels) heeft eerder bij Amerikaanse per fiets patrouillerende politieagenten de druk op de gevoelige zones met 66 procent verminderd. Toch is het een beetje kort door de bocht om fietsende mensen met en zonder penis gelijk te schakelen. “Het is dezelfde zenuwbundel die bij de man en de vrouw de penis en clitoris met de rest van het perineum verbindt, maar toch zijn de gevolgen en ook de oplossingen niet identiek”, aldus gynaecoloog en sportarts Luc Baeyens in dezelfde krant. Hij wijst er bijvoorbeeld op dat een zadel met een uitsparing – om het woord spleet niet in de mond te nemen – in het midden voor mannelijke fietsers een goede oplossing is, maar helemaal niet voor de dames. Omdat daardoor precies de druk op de schaamlippen wordt verhoogd. Zijn advies: Een juiste positie van het zadel (een zacht zadel is geen oplossing). En geen extra kledingstukken onderaan doen, wat dit verhoogt het risico op irritaties. 

Partij wil mannen verplichten zittend te plassen 14/06 In De rand Om de toiletten van de overheidsgebouwen in de Zweedse regio Sörmland, in het centrum van het land, net te houden, stelt de Linkse Partij in de Zweedse regio Sörmland voor dat in de gebouwen van de overheid de mannen gaan zitten om hun blaas te legen. De regionale raad heeft nu een jaar om het voorstel te bestuderen. Volgens Viggo Hansen, die het voorstel mee indiende, zou die maatregel niet alleen voor meer hygiëne zorgen, het zou ook het aantal prostaatproblemen verminderen. Daarnaast zou zittend plassen “bijdragen tot een beter en langer seksleven.” Hij benadrukte echter dat dat niet betekent dat de politiek zich wil mengen in de toiletgewoontes van de bevolking. “We willen mannen de optie geven om een proper toilet binnen te gaan”, zei hij aan de Zweedse televisie. De politieke tegenstanders van Hansen vinden dat hij te ver gaat en denken dat het moeilijk zal zijn om de uitvoering van dat nieuwe reglement te controleren. 

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 65

65

8/10/12 13:41


FAITS DIVErS

La phrase de l’année, dite par le Prix Nobel de médecine “Dans le monde actuel, on investit cinq fois plus en médicaments pour la virilité masculine et en silicone pour les femmes, que pour la guérison de l’Alzheimer. D’ici quelques années, nous aurons des vieilles aux gros seins et des vieux aux pénis bien raides, mais aucun d’entre eux ne se souviendra à quoi ça sert.” (El oncólogo brasileño Drauzio Varella)

Man plast boekenkast in winkel onder

Bart Van Aken uit Gent zat onlangs met een vervelend zaakje in zijn boekhandel, Paard van Troje. Een tachtiger, die blijkbaar hoognodig moest, plaste zowaar in één van zijn boekenkasten. “De tachtiger beweerde dat hij dringend naar de wc moest”, vertelde Van Aken aan Het Nieuwsblad. “De man wilde niet tegen een boom plassen omdat hij anders een boete van 50 euro riskeerde. Toen ik zijn vrouw vroeg of haar man ze wel allemaal op een rij had, kreeg ik nog verwijten naar mijn hoofd geslingerd ook. Ze dreigden er bovendien mee om op mijn gezicht te slaan.”

Mannen verspreiden beduidend meer bacteriën op hun werkplek We hebben het dan niet over het bureautje van een garagist of varkensboer. En de ‘vervuiling’ is ook nauwelijks zichtbaar maar ze is er wel degelijk. Het gaat namelijk over de hoeveelheid bacteriën en microben die rond de heren zweven in hun kantoorruimtes. Dat blijkt uit een Amerikaans onderzoek in 90 kantoren in Tucson, New York en San Francisco. Er werden meer dan 500 verschillende bacteriesoorten van 20 bacteriënstammen geregistreerd. Op de stoelen, klavier, telefoons, klinken… Kortom overal. Inzake diversiteit van het rondzwervende biologische leven was er geen significant verschil tussen de heren en de dames, maar de hoeveelheid microscopisch leven in mannenkantoren stak er duidelijk bovenuit. Darmwezentjes Het gaat om dierlijk leven dat normaal de huid bevolkt, maar ook de neus, oorholte of de darmen. Inderdaad. Vooral telefoons en bureaustoelen zijn dichtbevolkt, de klavieren, computermuizen en het bureaublad (het echte) bleken iets minder vuil. Die worden tegenwoordig dan ook regelmatig gepoetst. In de mannenkantoren werd op werkhoogte ook nogal wat dierlijk leven aangetroffen dat normaal de vloeren en verschillende types van vloerbekleding bevolkt. Zeer aards De verklaringen voor deze verschillen tussen mannen- en vrouwenbureaus is – hoe kan het anders – zeer aards. Mannen leggen nogal eens hun voeten op tafel. Mannen wassen hun handen minder dan vrouwen en poetsen hun tanden minder. En mannen hebben meer huid, grotere neusgaten en grotere oren dan vrouwen. 

Pas na tussenkomst van de politie kalmeerde het koppel. De wildplasser had uiteindelijk voor 240 euro aan kinderboeken ondergeplast. De schade werd vergoed en de man kreeg de natte boeken mooi mee naar huis.  GvA 23.08.2012

66

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 66

8/10/12 13:41


FAITS DIVErS

Jonge beschuldigde vraagt en krijgt plaspauze bij begin assisenproces De 20-jarige Dimitri Lemmens uit Leopoldsburg die half juni terechtstond voor het Tongerse hof van assisen voor de moord op Gwenn Vangestel (35), heeft hoogstuitzonderlijk een plaspauze gevraagd en gekregen. Assisen-voorzitter Dirk Thys was bezig de twaalf juryleden uit te leggen wat hen te wachten stond. De jong Lemmens zat op een bepaald moment schijnbaar ongemakkelijk te schuifelen op zijn stoel. Lemmens tiikte zijn raadsman Michiel Van Kelecom op de schouders om hem er attent op te maken dat hij dringend naar het toilet moest. Daarna liet

Lemmens merken dat hij het echt niet kon houden, waarop Van Kelecom de voorzitter onderbrak om een sanitaire pauze te vragen voor zijn cliënt. De voorzitter schorste even de zitting. Onder begeleiding van politie en veiligheidspersoneel werd Lemmens naar het toilet gebracht. Zichtbaar opgelucht nam hij nadien weer plaats. Zes mannen en zes vrouwen buigen zich over het moorddossier, waarbij Lemmens op 9 juli 2009 de moeder van zijn vriendinnetje Jou V. met vijftien hamerslagen om het leven bracht in haar appartement in Heppen (Leopoldsburg). 

Paul McCartney schreef ‘Yesterday’ op het toilet De oorsprong van de wereldberoemde Beatles-klassieker “Yesterday” is eindelijk achterhaald. Volgens Tony Sheridan (72), die nog met The Beatles heeft samengewerkt, schreef Paul McCartney (69) de wereldhit op het toilet. “In de Londense woning van zijn vriendin Jane Asher droomde McCartney op een nacht in 1964 van een melodie. ‘s Ochtends, toen hij op het toilet zat, zong hij het lied voor zichzelf”, zo verklaarde Sheridan bij de voorstelling van een luisterboek over The Beatles. Sheridan zegt dat het verhaal hem door Macca zelf is toevertrouwd. Er was al geweten dat “Yesterday” in zijn oorspronkelijk versie nog “Scrambled Eggs” (roerei) heette. Sheridan vermoedt dat de toenmalige vriendin van McCartney net een ontbijt had klaargemaakt, en dat Macca op die manier bij zijn werktitel uitkwam. Het woord “Yesterday” werd pas later voor de song gebruikt, omdat het gemakkelijker was om daar rijmwoorden op te vinden. McCartney zelf heeft over de herkomst van “Yesterday” enkel verklaard dat hij de melodie ooit gedroomd had. 

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 67

67

8/10/12 13:41


FAITS DIVErS

Wat een rijpere man hoort te weten over zijn jongeheer Het bulkt op het internet van de penisweetjes. Statistieken bij de vleet en vooral veel reclame voor zogenaamde wondermiddeltjes. Er zijn enkele feiten die voor de man op middelbare leeftijd en ouder relevant zijn – steeds relevanter zouden we zeggen. Presteren Vanaf de leeftijd van 40 jaar begint het bij sommige mannen te haperen. Dat kan een fysieke oorzaak hebben en daarvoor moet je naar een uroloog. Maar goed om weten is dat afnemend prestatievermogen en afnemende frequentie ook een hormonale oorzaak hebben. De testosteronproductie van de man begint vanaf die leeftijd af te nemen. Minder potent betekent daarom niet minder plezier. Het genot van seks zit tussen de oren. Daar jong blijven en een bepaalde frequente proberen te onderhouden is de boodschap. Ouder worden heeft voor de beminnende man zijn voordeel. Door het lagere testosterongehalte zal hij langer aan de slag kunnen vooraleer hij zijn hoogtepunt bereikt. Ouder worden op zich werkt dus al prestatieverlengend. Technieken om prestaties te verlengen zijn mogelijk en zelfs aan te raden voor ouder wordende heren. Oefen je bekkenbodemspier, de pubococcygeus. Dat is de spier die je gebruikt als je tijdens het plassen plots wil stoppen daarmee. Je kunt die spier al zittend oefenen. Op Hoe voorkom je een vroegtijdige zaadlozing / mens-en-gezondheid.infonu.nl lees je hoe je dit doet. Als je iets wil ondernemen om je prestaties te verbeteren, zijn het deze oefeningen. Ze verbeteren ook de kwaliteit van de erectie. Je kunt ook prestatieverbeterende voeding nemen. Asperges, knolselder of eiwitrijk voedsel zoals mosselen kunnen je tot de actie aanzetten. Maar ook bruiswater prikkelt de urinewegen en werkt bevorderend. Het is precies omwille van de bubbels en hun effect op de lust dat champagne in het Frankrijk

68

van de Lodewijken zo’n hype was. De serieuze wetenschap heeft zich nooit echt met oesters, asperges, kaviaar, champagne, bruis, selder of mosselen bezig gehouden. Misschien moet ze dat maar eens doen. lengte “Does size matter?” Dat is de vraag van 1 miljoen. Het is moeilijk om daar een antwoord op de vinden. Niet alleen omdat Google je dan overstelpt met commerciële prietpraat. Ook omdat ieder mens anders vrijt, te lezen zoals iedere fiets die anders rijdt. Of de bedprestaties tevreden stemmen, zal veel meer afhangen van chemie, het passen van het dekseltje en van ingespeeld zijn op elkaar. De Nederlandse erotica-specialiste Xaviera Hollander zei het ooit zo “It’s not the size of the ship that matters, it’s the wave of the ocean”. Bij het ouder worden zijn er allerhande dingen aan een lichaam die achteruitgaan of krimpen. Dat is jammer genoeg ook zo met de jongeheer, die verliest merkbaar lengte en dikte door de afzetting van vettige substanties aan de binnenkant van de bloedvaten in de penis, wat de bloedstroom aantast. Een tweede factor is de opbouw van de redelijk onelastische stof collageen rond de erectiekamers, wat voorkomt dat het bloed deze kamers (snel) bereikt. Heb je toch het gevoel dat hij sterk krimpt, dan ligt dat wellicht aan de in omvang toenemende buik en aan overgewicht rond het middel. Hoe dikker de man, hoe korter zijn penseel lijkt door de opslag van vet rond de schacht. Werk dat vet weg, en je beste vriend kan een aantal centimeter langer gaan lijken. Heb je toch het gevoel dat hij krimpt en wil je er iets aan doen, dan sta je voor een groot vraagteken. Operatief ingrijpen wordt overal afgeraden, de tevredenheid daarover is volgens statistieken en getuigenissen benedenmaats. Voor een voor beide partners bevredigende relatie is 6 cm in erectie voldoende. Pas beneden die lengte wordt operatief in-

gegrepen om zo’n afwijking – een ‘micropenis’ – te corrigeren. En wat met zogenaamde penisverlengde rekoefeningen? De meerderheid van de artsen vegen die optie van tafel. Bo Coolsaet, de bekende Vlaamse uroloog, zei enkele jaren geleden dat je daar “misschien 1 tot 2 centimeter” mee kunt winnen. Er zijn anderzijds tal van getuigenissen te vinden van mensen die beweren dat het wel werkt. Ondankt het feit dat de penis geen spierweefsel is en dus niet kan getraind worden. Ondermeer op wetenschapsforum.nl en op gezondheidsnu. nl kun je zo’n discussie volgen met verwijzingen naar weer ander fora enzovoort … Functioneren Met het vorderen van de leeftijd kan het plassen bij mannen voor probleempjes zorgen. Haperend plassen kan wijzen op een vergroting van de prostaat. Een vergroting van de prostaat kan onschuldig zijn, maar evengoed wijzen op een kwaardaardige evolutie. Moeilijkheden met plassen kunnen ook het gevolg zijn van een onschuldige beschadiging of vernauwing van de plasbuis. Bijvoorbeeld als gevolg van een infectie, na een val op pakweg de fietsstang of na het inbrengen van een katheder. Er zijn tal voor redenen die mogelijk tot plasproblemen leiden, maar die geen reden hoeven te zijn tot ongerustheid. Doet een van de volgende ‘probleempjes’ zich voor, dan raadpleeg je best een arts: 1. vaker dan normaal moeten plassen 2. vaker ’s nachts moeten plassen 3. moeilijk kunnen ophouden van de urine 4. het moeilijk op gang komen van het plassen 5. een zwakke straal 6. langdurig staan plassen, plassen in porties 7. nadruppelen na het plassen Meer info hierover vind je op www.allesoverurologie.nl en op www.urologie-antwerpen.be.  Bron: vief.be

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 68

8/10/12 13:41


KLEINSTE KAMErTJE - LA PETITE CHAMBrE

japanse Firma ontwerpt een 100.000 dollar diamant bekleed toilet

Bill Gates stort zich na Microsoft op … toiletten

Voor een voorwerp dat dient voor menselijke uitwerpselen zou je denken dat een esthetisch uitzicht en de waarde ervan helemaal geen prioriteit is. Maar niet in Japan, waar ze een met diamanten bezette wc ter waarde van meer dan 100.000 dollar ontworpen hebben. 

Zuid-Korea wijdt themapark aan uitwerpselen en toiletten

Sinds zijn terugtrekking uit het software-imperium Microsoft spendeert Bill Gates zijn miljarden aan de strijd tegen ziektes en armoedes. Bij dat nieuwe projecten horen ook toiletten die gelden als ‘dringend probleem’ in die strijd. Water, dat vervuild is met uitwerpselen, veroorzaakt jaarlijks bij 1,5 miljoen kinderen buikloopziektes, motiveert de 56-jarige Gates. Wereldwijd hebben 2,5 miljard mensen geen toegang tot sanitaire voorzieningen. De miljardair heeft een wedstrijd uitgeschreven om de witte porseleinen pot opnieuw uit te vinden. De eerste prijs was voor een toilet dat op zonne-energie werkt, en dat ook waterstof en stroom kan produceren. Het is door Californische onderzoekers ontwikkeld. 

In Zuid-Korea is het eerste pretpark geopend dat volledig gewijd is aan toiletpotten en ontlasting. Het project is een eerbetoon aan de voormalige burgemeester van de stad Suwon, waar het gebouw staat. Het museum toont de geschiedenis van toiletten over de hele wereld, van vroeger tot nu. Ook kunnen de bezoekers worden bijgepraat over opmerkelijke feiten over poep, zo meldt Kotaku. De ex-burgemeester Sim Jae-Duck, beter bekend als Mr. Toilet, had als levensdoel te strijden voor hygiënische openbare toiletten in het hele land. Hij richte ook de World Toilet Association op. Zelf werd Jae-Duck geboren in de toiletpot van zijn oma, wat in Korea goed geluk voorspelt. Mr. Toilet wilde de toiletpotten in zijn land veranderen in oases van rust. Hij bouwde ook een huis in de vorm van een toilet. Om het dertig jarig bestaan van de organisatie te vieren, werd in 2007 de bouw van een enorme toiletpot afgerond. Na het overlijden van Mr. Toilet in 2009 werd dit bouwwerk geschonken aan de stad. Zij hebben het uiteindelijk verbouwd tot het themapark dat het nu is. 

Plas een gitaarsolo op café Zin om à la Jimi Hendrix een gitaarsolo uit je instrument te knijpen? Het kan… zonder gitaar zowaar! In de Guitar Pee urinoir, die momenteel staat opgesteld in diverse cafés in het Braziliaanse São Paulo, wordt je plasstraal namelijk omgezet in een heuse gitaarsolo. Het idee komt uit de koker van muziekmagazine Billboard Brasil. Door je straal te richten op een van de zes knoppen hoor je ogenblikkelijk jouw plas in snaren. Eenmaal de broek weer dichtgeritst, kun je jouw (en andere) ‘MPee3’ herbeluisteren op GuitarPee.com. Binnenkort ook in Belgische cafés en festivals? 

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 69

69

8/10/12 13:41


aGenda Continentiecursus maandag 5 november 2012 - Antwerpen dinsdag 6 november 2012 - Antwerpen woensdag 7 november 2012 - Leuven maandag 10 december 2012 - Leuven dinsdag 11 december 2012 - Gent maandag 7 januari 2013 - Gent

dinsdag 8 januari 2013 - Gent maandag 11 februari 2013 - Leuven dinsdag 12 februari 2013 - Antwerpen woensdag 13 februari 2103 - Antwerpen maandag 11 maart 2013 - Vaalbeek 2-daagse dinsdag 12 maart 2013 - Vaalbeek 2-daagse

 Oktober - Octobre 2012 26/10/2012 - Genval Verkiezing Continentieverpleegkundige 2012 Georganiseerd door: Astra Tech en Urobel U kan uw collega of collega’s die specifiek met incontinentie bezig zijn aanmelden voor de prijs van de continentieverpleegkundige 2012.  November - Novembre 2012 20-21/11/2012 - Paris AFIIU Journées de l’inf en urologie

7-8/12/2012 - Brussel Congres BAU

Congrès Urobel: “Prise en charge des lithiases urinaires” Lithotripsie: Pr. R. Opsomer, Mr B.Leroy (UCL) Urétéroscopie: Dr. S. Nesa (Ste Elisabeth BXL) Chirurgie percutanée: Dr. Th. Pontus (Hop. Gosselies) Intérêt de l’analyse lithiasique: Pr. F. Coton (ULB) Traitement médical et prévention: Pr. C. Tielemans (VUB) Mesures diététiques: Nutritionist (VUB) Conclusion: Mr. R. Pieters (UROBEL)

 Maart - Mars 2013 15-19/03/2013 - Milaan EAUN congres

Met danK aan / Merci à tous: Ann Dobbelaere WGK Oost-Vlaanderen Cathy Guldemont UZ-Leuven Dr. Ann Pastijn UMC St Pieter, Brussel Dr. Valérie Fonteyne UZ Gent

Veerle Decalf Mieke Verlaenen Carine Peltyn UZ Gent Dr. Nicolaas Lumen UZ Gent De Ruyck Eddy UZ Gent

70

P. 64 P. 45 P. 25 P. 57 P. 59 P. 54 P. 46 COVER 4 P. 60 P. 22 P. 60 P. 5 P. 34-35

Redactieraad / Comité de rédaction Prof. Dr. R. Andrianne Dr. J. Deganck Prof. Dr. K. Everaert Dr. P. Dekuypere Prof. Dr. S. Keuppens Dr. K. D’Hauwers Prof. Dr. W. Oosterlinck Dr. G. Hendrickx Prof. Dr. H. Van Poppel Dr. L. Hoekx Prof. Dr. A. Verbaeys Dr. W. Kerckhaert Prof. Dr. J.J. Wyndaele Dr. J. Mattelaer Dr. T. Adams Dr. D. Ost Dr. J. Ampe Dr. B. Sinilon Dr. I. Billiet Dr. H. Van Der Eecken Dr. A. De Brouwer Dr. G. De Meerleer Dr. P. De Jonge Dr. F. Deroo Dr. F. Debroeck Hilde Heyman Dr. B. Verheyden

Verantwoordelijke uitgever / Editeur responsable Ronny Pieters Redactiesecretariaat en administratie / Secrétariat de rédaction et administration Ronny Pieters Urobel vzw - U.Z. Gent De Pintelaan 185 • 9000 Gent • België T +32 9 240 27 65 • F +32 9 240 38 89 Website : www.urobel.be E-mail : voorzitter.urobel@telenet.be Advertentie-exploitatie / Exploitation publicitaire Tenacs o.h.p. publishing & communication bvba Roger Casteleyn Kortrijksesteenweg 220 9830 Sint-Martens-Latem • België T +32 9 225 82 04, F +32 9 225 03 76 E-mail : info@tenacs.be BTW BE 0417.377.340 RPR Gent Alle rechten voorbehouden. Tous droits réservés.

Prof. W. Oosterlinck UZ Gent Prof. R.J. Opsomer UCL Prof. Dr. Charles Van Praet UZ Gent De Redactieploeg o.l.v. Ronny Pieters voorzitter Urobel

lijst van de adverteerders / liste des annonceurs AMGEN ASTELLAS PHARMA BESINS HEALTHCARE BENELUX BESINS HEALTHCARE BENELUX COLOPLAST COOK BELGIUM ECOMED ELI LILLY BENELUX FARMAFYT HOLLISTER HOSPITHERA IPSEN JANSSEN CILAG

UZ Gent Jan-Palfijn Merksem MS-centrum Melsbroek UZ-ghb Leuven UZA Edegem

Auteurs 2012 : M. Albersen, T. Christiaens, V. Decalf, D. De Backer, E. De Ruyck, D. De Ridder, A. De Sutter, F. D’Hondt, A. Dobbelaere, P. Eelen, K. Everaert, V. Fonteyne, V. Gentile, D. Grantata, C. Guldemont, s. Heytens, S. Joniau, V. Keppenne, J. Lombet, N. Lumen, W. Oosterlinck, R.J. Opsomer, A. Pastijn, V. Peltyn, R. Pieters, T. Roumeguère, Tempo Medical, B. Tombal, Cel Vandewinkel, F. Van der Aa,M. Van Kampen, C. Van Praet, M. Verlaenen, G. Verschraegen

 December - Decembre 2012 01/12/2012 - Bonheiden Namiddag van de urostomapatiënt

08/12/2012, 09h00 -13h00 Locatie: Square Meeting Centre, Mont des Arts, Bruxelles Georganiseerd door: Urobel avec le support du BAU Modérateur: Irena Fele (ULB) Introduction: Mr. J. Gilsoul (ULB) Diagnostic et gestion de l’urgence: Pr. R. Andrianne, Mme. P. Delhalle et Mme. P. Franchimont (ULG)

De redactie / Le rédaction Ronny Pieters Cel Vandewinkel Piet Eelen Jan Hendrickx Ingrid Van Neyghen Paul Debeuckeleer

LABORIE MEDICAL TECH MERCK CONSUMER HEALTHCARE OLYMPUS BELGIUM PFIZER SANOFI AVENTIS BELGIUM SIGMA-TAU PHARMA BELGIUM TAKEDA TELEFLEX MEDICAL BVBA TEVA PHARMA BELGIUM THERABEL PHARMA WELLSPECT HEALTHCARE ZAMBON

P. 54 P. 26 P. 46 P. 53 P. 21 P. 11 P. 6 P. 12 P. 15 COVER 3 COVER 2 P. 16

Noch de redactie noch de uitgever kunnen aansprakelijk gesteld worden voor de inhoud van de artikelen en advertenties. Deze vallen steeds onder de verantwoordelijkheid van de auteurs, respectievelijk adverterende firma’s. La rédaction et l’éditeur déclinent toute responsabilité vis-à-vis le contenu des articles ou les annonces publicitaires. Toute responsabilité reste chez les auteurs, respectivement les firmes qui font de la publicité. UROBEL Magazine verschijnt vier maal per jaar in twee versies, een versie voor het urologische artsenkorps en een versie voor de urologisch verpleegkundigen. UROBEL magazine wordt bedeeld per post. UROBEL Magazine paraît quatre fois par an en deux versions, une version pour les urologues et autres médecins actif dans le domaine de l’urologie et une version pour les infirmi(è)er(e)s dans le domaine des soins urologiques. UROBEL Magazine est distribué par la poste. Oplage / Tirage : 2550 ex. (1400 arts - 1120 verpl) © 2012, uitgever : Tenacs ohp bvba

Urobel Magazine | 27/3 | september/oktober • septembre/octobre 2012

9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 70

8/10/12 13:41

laluril_u


em broek

en

al,

able

taire

The winning GAG combination.

lijk

é

ee n OBEL

soins

L’unique association équilibrée de 3 composants: ACIDE HYALURONIQUE 1,6% - 800mg/50ml SULFATE DE CHONDROÏTINE 2% - 1g/50ml CHLORURE DE CALCIUM

laluril_urobel2012-026_NF.indd 2 9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 71

Solution stérile pour instillation intravésicale en cas de cystite interstitielle ou de cystite récidivante.

ialuril 09-05-2012 0935 fr

urs,

10/05/12 08:56 8/10/12 13:41


lilly_corporte.indd 1 9644_Urobel2012_27_verpl v02.indd 72

13-02-2007 8/10/1217:18:20 13:41

Urobel_2012_3  

urobel magazine

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you