Skip to main content

1984 11 09

Page 1

Tilburgs H ogeschoolblad ­ 9 november 1984 ­ jaargang 22 ­ nummer 11

W/7 de 'echte' academische boekhandel nu opstaan?

Pillot wil niet wijiien voor "c hantagetr "Alle ellende is begonnen door ons gewoon niet te informe­ ren" zegt directeur Boekhold van boekhandel Pillot. Hij wil met zijn boeken de vrije markt op, maar dat wordt hem door de KHT moeilijk gemaakt. Informatie over het te verwachten boekenpakket op de hogeschool krijgt hij nauwelijks en dat speelt in de kaart van één boekhandel met een sterk monopo­ lie. Boekhold is daar tegen en zit dus op één lijn met de hoge­ schoolmedewerker die Pillot vijfhonderd adressen van studen­ ten doorspeelde. Gaat het nu nog wel om de privacy van stu­ denten of wordt dit voorval slechts aangegrepen om het ge­ vecht voor meer "Lebensraum" op de toch al kleine Tilburgse wetenschappelijke boekenmarkt definitief te beslechten? Boek­ hold twijfelt niet aan dit laatste.

fe^ \ ^^%!

Er is, ook landelijk, een grimmige prij­ zenslag rond het wetenschappelijke boek aan de gang. In een fors artikel over 'de grimmige prij­ zenslag rond het wetenschappelijk boek' schreef het weekblad Vrij Nederland af­ gelopen week dat boekhandel Pillot overweegt de Tilburgse H ogeschool aan te klagen wegens smaad. "De boekhan­ delaar ontkent dat hij zich aan heling, laat staan diefstal heeft schuldig ge­ maakt", aldus Vrij Nederland, dat verder nog wist te melden dat de vijfhonderd namen en adressen van potentiële klan­ ten Pillot gratis werden toegespeeld door

"een medewerker van de hogeschool die de monopolie­positie van Gianotten op het gebied van studieboeken in deze stad spuugzat is". Dat zegt directeur H . Boekhold van Pillot in het weekblad. Wij vroegen Boekhold waarom de boze reactie uit de hogeschool hem zo hoog zit: "Ik beschuldig niemand van smaad. Ik wil van de hogeschool opheldering over uitspraken in het hogeschoolblad. Ik wil van mijnheer Hopman weten of hij dat van die heling en diefstal gezegd heeft en of het de vrijheid van de journa­ list is om het zo neer te schrijven. Daar wil ik antwoord op hebben. Dat heb ik ook verteld aan V.N. Hoe die journalist dat vertaalt moet ie zelf weten maar ik wil wel opheldering over die uitspraken van Hopman, dat is een duidelijke zaak". Wil directeur Boekhold de boosheid van de hogeschool om de ontvreemde adres­ sen temperen door zelf als een gebeten hond terug te blaffen, met in zijn achter­ hoofd de volkse wijsheid 'twee kwade honden bijten elkaar niet' of heeft hij

goede gronden voor zijn verontwaardi­ ging? Boekhold; "Ik verwacht wat van een in­ stelling als de hogeschool, die gefinan­ cierd wordt met belastinggelden waar ik driftig aan meebetaal. Ruim vijf cijfers voor de komma betaalt P illot. Zo'n instel­ ling die werkt met gemeenschapsgelden is moreel verplicht de informatie die de boekhandel nodig heeft ook te geven. Wij vragen geen voorkeursbehandeling, wij vragen aan de hogeschool alleen maar om ons tijdig de informatie te ge­ ven over de boeken die er gebruikt zullen worden. Naar die informatie hebben wij in het verleden moeten hengelen, we hebben moeten lobbyen om de gege­ vens boven water te krijgen. En dan vind ik het toch een beetje een schandaal dat wij op een verkoop voor avondstudenten op de tafel van boekhandel Gianotten moeten zien welke tussentijdse wijzigin­ gen er plaats hebben gevonden. En met wij bedoel ik niet alleen P illot, maar ook vervolg op pag. 11

Het ORC Het Onderwijs Research Centrum streeft naar goed en aantrekkelijk onderwijs. Van Straaten moet blijven! Te Berde. 3

TIAS geeft de tussenstand.

6

Polet Een werkgroep van on­ tevreden letterenstu­ denten.

7

Tjeeni c Wiiiinic over de samenhang in' het overheidsbeleid.

10

Ex-pastor Rud Smit over de theo­ logische faculteit.

Universiteitenvereniging nog weinig democratiscli De collegevoorzitters krijgen minder macht en de raden ietsje meer in de Ver­ eniging van Samenwerkende Nederland­ se Universiteiten. Tenminste, zo staat het in het definitieve statutenvoorstel dat de Voorbereidingscommissie eind vorige week naar de universiteits­ en hoge­ schoolbesturen heeft gezonden. Wil dit nieuwe universitaire front tegen Den Haag echter ook binnen het hoger on­ derwijs succes hebben, dan zal het ver­ moedelijk nog veel democratischer moe­ ten. Formeel heeft de nieuwe Vereniging, die begin 1985 haar taak moet aanvangen, geen enkele macht. Niet over de minis­ ter, niet over de instellingen. H aar in­ vloed daarentegen zal vermoedelijk des te groter zijn. Niet voor niets hebben de collegevoorzitters zelf de Voorberei­ dingscommissie gevormd. De hoogste gezagsdragers van de dertien universitei­ ten en hogescholen en de Open Universi­ teit willen in de toekomst bij konfronta­ ties met de minister één front vormen, zelf taken verdelen voor een ander het doet en zo hun autonomie redden.

Ze hadden aanvankelijk ook in de uitein­ delijke Vereniging zichzelf een belangrij­ ke plaats toegedacht. Ze zouden (in het 'bestuurlijk overleg') de vergaderingen met de minister voorbereiden. Maar de colleges van Leiden, Twente en Utrecht vonden dat de voorzitters te veel macht naar zich toe trokken. Ze wisten op de valreep de statuten zodanig veranderd te krijgen dat in het eindvoorstel elk colle­ gelid die taak mag vervullen. Ook in de instellingen zelf was het eerste voorstel van de voorbereidingscommis­ sie niet onverdeeld enthousiast ontvan­ gen. De universiteits­ en hogeschoolra­ ■ den, die nog steeds het laatste woord hebben en ook uiteindelijk de statuten van de Vereniging moeten goedkeuren, werden niet of nauwelijks genoemd. De raadsvoorzitters van Leiden en Utrecht hebben daartegen protest aan­ getekend, met als resultaat een passage in de statuten over "interne procedures in de universiteiten" die moeten worden nageleefd. De raden, zo luidt de uitleg, moeten de richtlijnen vaststellen voor hun collegeleden­vertegenwoordigers en de besluiten van de Vereniging bekrach­

tigen en dus ook tijdig de agenda's en verslagen kunnen inzien. De raadsvoorzitters achter willen verder gaan. Zij vinden dat de door de raden vastgestelde begrotingen en ontwikke­ lingsplannen (meerjarenplannen) van de instellingen de basis moeten zijn van waaruit de nieuwe Vereniging werkt, dat een aantal bevoegdheden van de raden met naam en toenaam in de statuten moet worden opgenomen en dat die sta­ tuten slechts met steun van twee derde van elke universiteits­ of hogeschoolraad veranderd mogen worden. Alleen op die manier wordt de inbreng van studenten en personeel van de instellingen gewaar­ borgd. De raadsvoorzitters bepalen vrijdag 9 november hun gemeenschappelijk standpunt. Daarna is het woord aan de raden zelf, die waarschijnlijk zullen pro­ beren de statuten in hun voordeel te wij­ zigen. Of dat lukt binnen twee maanden zodat de Vereniging begin volgend jaar een feit is, is daarbij zeer de vraag. UP/Lin Tabak Zie ook pagina 5


BRIEVEN

COLOFON NIATSERTJES

TE BERDE

Van Straaten moet blijven Tijdens de eerste twee jaar van Van Straatens loopbaan bij de KHT was ik lid van de hogeschool raad. Weliswaar bestond er een duidelijk verschil van opvatting tussen hem en nnijn fractie t.a.v. vele beleidszaken, maar de man zelf heb ik hoog. Niet alleen om de genoegelijke uren in het Dorstige Hert na de raadsvergaderingen, maar ook om zijn openheid, zijn hoffelijk optreden tijdens de debatten in de raad, zijn grote loyaliteit naar de raad en zijn integriteit. Van S. toonde zich in de raad de man van de grote lijn, de bestuurlijke visie, die naar mijn smaak soms te oppervlakkig was. Hij is geen specialist en zeker geen deskundige op het f i nancieel-economische terrein dat tot zijn portefeuille behoort. Maar dient een voorzitter van een universitair bestuurscollege dat dan te zijn? Die vraag heeft zeker gespeeld bij zijn benoeming, toen zijn medekandidaat wel over dergelijke kwaliteiten bleek te beschikken. De keuze viel toch op Van S., omdat men andere eigenschappen meende zwaarder te moeten wegen. Het optreden van Van S. in de raad had (in mijn tijd) niet de glans, waardoor discussies levendig worden. Maar er werd hard gewerkt in het belang van de instelling, door raad en college. Van S. bracht de vaart in de hogeschool, samen met zijn collega's Van Veldhoven en Rijk. Bovendien straalde het CvB eensgezindheid uit en dat was onder de voorganger van Van S. wel eens anders! De nota Uitdaging en Verandering, waar mijn fractie het niet zo op begrepen had, werd door hem met enthousiasme verdedigd. Vooral de studenten en mijn fractie hebben ervoor gezorgd dat deze nota herschreven moest worden (tot tweemaal toe zelfs, als ik me

Cassette-recorder Vite spoorloos Op donderdagmiddag 18 oktober jl. is, na afloop van een lezing (in CZ 112) georganiseerd door VITE in het kader "van een lezingencyclus over China, de cassette-recorder van VITE "zoekgeraakt". Aangezien de cassette-recorder inmiddels niet is teruggebracht op de VITE-kamer (O 25) of afgegeven bij de dienst Post en Bewaking (informatiebalie), gaan we ervan uit dat de recorder gestolen is. VITE voelt zich hierdoor zeer gedupeerd, mede gezien het feit dat de cassette waarmee de lezing is opgenomen zich nog in de recorder bevond. Hierdoor zijn er grote problemen met het verslag dat van de cyclus gemaakt wordt. Het liefst zien we uiteraard de recorder + cassette terug, echter de cassette alleen heeft ook grote waarde voor VITE. We hopen er derhalve op dat de cassette(-recorder) op de VITE-kamer of aan de informatiebalie wordt afgegeven!! Indien de cassette-recorder niet wordt terugbezorgd is het toch droevig gesteld met een deel van de Hogeschoolpopulatie, dat zich kennelijk zonder enig moment van twijfel wederrechtelijk " o n t f e r m t " over andermans zaken! VITE Tilburgs H o g e s c h o o l b l a d

goed herinner). Tenslotte keurde de raad hem goed. De bestuurlijke visie in deze nota, die ik niet geheel deel, was in grote mate die van Van S. Pas achteraf, in de uitvoeringsfase, kan men de waarde van zo'n visie beoordelen. Welnu, de uitvoering van de nota U&V dreigt te slagen. Een van de kerndoelstellingen van de nota was: groei van het studentental naar 7000 in 1990. In één derde van de tijd is reeds meer dan de helft van deze groei verwezenlijkt.

TE BERDE

De huidige raad meent vrijwel unaniem dat deze voorzitter CvB niet moet worden herbenoemd. Ik begrijp daar niets van. Toen ik voor het eerst hiervan hoorde, vermoedde ik hevige bonje binnen de hogeschooltop of een ernstige terugslag in het functioneren van de voorzitter. Uit de reactie van Van S. (THB 2/11/84) maak ik nu op dat niemand hem ooit, voordat de raad eind juni een negatief advies uitbracht, heeft gewezen op ernstige ontevredenheid over zijn functioneren. De eensgezindheid binnen de raad en onder de diensthoofden is dus achter de rug van Van S. om voorgestoofd. Fraai is dat! Ik zou wel eens willen weten welk raadslid of diensthoofd zo goed functioneert dat hij het gandurfde de eerste steen te werpen. Het niet-herbenoemen van Van S. is m.i. om tenminste drie redenen aanvechtbaar:

^iHim a t s e r t j e S^HI 'Matsertjes' kunnen worden opgegeven bij de redaktie. Tot 30 woorden kosten ze ƒ 5,—; onder nummer / 2,50 extra. Reakties op advertenties onder nummer naar de redaktie sturen. VERZOEK: Wil de onbekende brievenschrijver zich eindelijk bekend maken (naam + a d r e ^ r a a g ) . KaTE KOOP: 2 CV-6, blauw, bouwjaar 1977. Prijs: / 550,—. Tel.: 04242-82220, vragen naar Camille. WOONRUIMTE: Economiestudent zoekt ruime kamer, liefst in een vrij huis in Tilburg. Tel. 04951-32437 (Michel).

1) De raad hanteert kul-argumenten, zowel formeel als inhoudelijk. Formeel: de selectiecriteria gaan alleen de benoemende instantie aan en niet de benoemde persoon. Van S. hoefde er niet voor te tekenen dat hij aan de volledige waslijst van criteria voldeed. Inhoudelijk: De raad moest destijds een afweging maken, omdat uiteraard geen van beide serieuze kandidaten aan alle criteria kon voldoen. De criteria op grond waarvan Van S. nu te licht wordt bevonden waren destijds niet de voornaamste criteria om hem te benoemen. De doorslaggevende criteria van destijds zijn degene die hij, volgens de raad, wél heeft waargemaakt. Bovendien zijn de afwijzingscriteria van nu krom geformuleerd en dus moeilijk te toetsen. 2) De motivering van het Stichtingsbestuur ("onmogelijkheid van vruchtbare samenwerking in de toekomst") is uiterst zwak. Van S. kan bogen op een periode, waarin onder zijn voorzitterschap veel tot stand is gekomen en in goede harmonie met zijn collega's. Er is geen objectieve reden om te stellen dat verdere samenwerking onvruchtbaar zou zijn zolang de wil tot samenwerken bij alle betrokkenen bestaat. In dit verband kan ook de vraag worden opgeworpen, wat de beide collega-CvB-leden aan mogelijkheden hebben aangedragen (b.v. herverdeling van aandachtsvelden) toen er bezwaren tegen herbenoeming rezen. 3) Het feit dat Van S. nooit is gewezen op een structureel onbevredigend functioneren, laat staan op de mogelijkheid van niet-herbenoeming (en dat terwijl men wist dat hij aan het verhuizen was, jazeker!) getuigt van grove onzorgvuldigheid. Dat de heer Van Straaten geen wrok koestert jegens de hogeschool tekent de man ten voeten uit. Ik vind dat hij het redelijk tot goed heeft gedaan en bovendien is het een puike vent. Van TIJDELIJK WERK/PART-TIME WERK: voor studenten voor het afnemen van technisch telefonische interviews in verband met marktonderzoek. Goede spreekvaardigheid vereist. Heliview Marketingservice, Teteringse dijk 19, 4817 MA Breda, 076-220009. VAKANTIE: Ga met de Studentenreisclub genieten van bronzende en bruisende wintersportvakanties 10-Daagse reis, halfpension v a . / 329,—. Vraag die folder! tel.: 050-142386/133068. Wekelijks vertrek v.a. 22 dec. WOONRUIMTE: Te koop van studentenechtpaar volledig ingerichte stacaravan, 12 x 3 m, zeer geschikt voor permanente bewoning, prachtig gelegen in de Alphense bossen ± 10 km van KHT, incl. taxatierapport en berging, tel. 013-345286.

Wildfestival 1984 onze speciale vyildkaart met voortreffelijke wildgerechten toont u een l<eur van diverse specialiteiten.

^ ^

Ter kennismaldng een grandioos "Wildmenu" (7 gangen). ^ g-Q Menuprijs i Oif^~ Voor nadere informatie en/of reservering

Restaurant „Den Schout" Oranjestraat 4 - Tilburg centrum, tussen Paleisnng en Emmastraat. Tel 013-43 45.12-67 43.94. Donderdag rustdag

mij moet hij blijven. De Raad mag ook blijven, moet blijven zelfs, maar de huidige raad bezondigt zich m.i. aan krentewegerij. Deze raad kan zich beter bezighouden met het bestrijden van de hypocrisie die kennelijk binnen de KHT rondspookt. Kees Mijderwijk

Adverteren in het THB

Bel 's morgens naar Angela Lodder,

013-662277 tilburgs hogeschoolblad weekblad voor de katholieke hogeschool tilburg, redaktie eddie vaes (hoofdredakteur) twan geurts, lennart kik, angela lodder (assistente) medewerkers wouter van gils, henk zomer, edwin van den oetelaar, ben beljaars, marijne van der jagt, bert haagsman, hanneke burggraaff, gerard rutten, monique van blijswijk samenstelling redaktieraad prof mr p van seters (voorzitter), dr h van erp, m ackermans (adviseur), a de laaf, drs th schouw, dr m van hoorn, mevr j a m j jansen, h van kleef, drs c p m broekhof officiële mededelingen buro pers en voorlichting cartoonist ad van haandel henk van de berg advertenties angela lodder kopij alle kopij moet uiterlijk op donderdag de week voor het verschijnen in het bezit van de redaktie zijn redaktie-adres/advertenties hogeschoollaan 22b tilburg, telefoon (alleen voor thb) 662277 en 662506 intern 2277 en 2506 kamer 207 en 208 (gebouw b) foto rien siers landelijk samenwerkingsverband universitaire pers (up) waarbij verder aangesloten ad valvas (vu amsterdam), wagenings hogeschoolblad, utrecht universiteitsblad, delta (delft), thberichten (eindhoven) tht nieuws (twentel, observant (maastricht), uk (groningen) en ku nieuws (nijmegen) druk drukkerij em de jong bv, baarie nassau abonnementen voor met hogeschoolleden /"IS, - per jaargang 9 n o v e m b e r 1984


TIAS

Van Japans management tot 'stoppen met roken' strategieën Sinds het begin van dit jaar biedt het TIAS in het kapitale pand aan de Stationsstraat emplooi aan ongeveer dertig afgestudeerden, die met behoud van uitkering werken aan een onderzoeksproject. Het Tilburgs wetenschappelijk onderzoek werkloze academici, waarvan het TIAS één van de onderdelen is, heeft voorlopig voldoende geld in kas om de onderzoekers vier jaar aan het werk te houden. Een termijn die voldoende moet zijn om tot een afronding in de vorm van een proefschrift te komen, zo verwachten de initiatiefnemers. De geldschieters, die bij elkaar origeveer één miljoen gulden lapten voor de pot van het steunfonds, worden regelmatig in de vorm van werkbesprekingen op de hoogte gehouden van de voortgang van de onderzoeksprojecten. Tijdens de besprekingen kunnen de financiers suggesties aandragen voor onderzoek in een bepaalde richting, maar voor de inhoud van het onderzoek blijven de onderzoekers zelf en de - begeleidende - vakgroepen verantwoordelijk. "In de relatie tussen het fonds en de financiers", benadrukte steunfonds-voorzitter prof. Harry Peeters eerder dit jaar in THB, "is er sprake van een wederzijds belang". Ook tijdens de informatiebijeenkomst van afgelopen maandag brachten verschillende contribanten - zo heten de financiers in TIAS-jargon - nieuwe onderzoeksvragen naar voren. Die vervolgens door de onderzoekers in kwestie als 'interessant' werden bestempeld, werden 'meegenomen' of weggewuifd. "Het is ons tot nu niet altijd mogelijk gebleken de onderzoeksactiviteiten precies af te stemmen op hetgeen door alle contribuanten gewenst werd. Het College van Advies zal uiteraard al het mogelijke doen om het gewenste onderzoek van de grond te krijgen," schreef Peeters al in de uitnodigingsbrief. Vooral de projecten binnen het themaveld 'arbeid, organisatie en sociale zekerheid' trokken - niet zo verwonderlijk, overigens - de aandacht. Henk - óók THB - Zomer viel de eer te beurt de eerste TIAS-publicatie te mogen verzorgen. Hij schreef een rapport over de kenmerken van de Japanse bedrijfsvoering, waarin hij vraagtekens plaatst bij de verworvenheden van het familiale management: de levenslange werkgarantie, beloning volgens senioriteit, harmonieuze werkverhoudingen en besluitvorming op basis van consensus. Z'n conclusie is ontnuchterend: "Het Japanse management is vrij hard, niet wars van eigenbelang. Het is betrekkelijk no-nonsense". Zomer waarschuwt voor overtrokken optimisme. De Japanse ervaringen worden - ook in wetenschappelijke kring - in een weinig kritische juichstemming ingehaald. "Hier is sprake van Baghwan in de wetenschap". Collega-onderzoeker Rien van Eijck heeft ook al een uiterst actueel - zo men wil: modieus - thema bij de kop genomen. Zijn project is gericht op de 'flexibilisering van werkvormen'. Het onderwerp is niet alleen vanuit een bedrijfseconomische optiek interessant, er zitten ook sociaal-culturele aspecten aan vast. "Het streven naar flexibiliteit van werkgevers om tot rendementsherstel te komen en het verlangen van werknemers om hun Afgelopen maandag tijdens de informatiebijeenkomst.

In aanwezigheid van de wettiouder van onderwijs, de directeur van tiet ziel<enfonds dat zorgde voor tiuisvesting tegen een vriendenprijs en diverse andere geldsctiieters, tiield liet Tilburgse instituut voor Academiscfie Studies (TIAS) afgelopen maandag een informatiebijeenkomst. Een kleine 20 TIAS-onderzoekers vertelden er over hun onderzoek.

20 Onderzoekers over hun werk werk beter af te stemmen op hun privéomstandigheden - denk maar aan een toenemende individualisering - kan tot een grotere differentiatie in arbeidspatronen leiden," aldus Van Eijck. "Daarmee is het flexibiliseringsproces niet alleen een ondernemingsprobleem, maar evenzeer een maatschappelijk vraagstuk". Andere projecten binnen het themaveld zijn gericht op 'macht en onmacht in het economisch leven' (over de loonontwikkeling in Nederland na 1945), op 'ontwikkelingen in collectieve actievormen met betrekking tot de sociale zekerheid' (over de rol van de vakbonden en politieke partijen en 'nieuvve' sociale bewegingen) en op de ontwikkeling van het 'arbeidscentrlsme: van Homerus tot Marx'. In de laatste studie staat de historische analyse van de denkbeelden over de betekenis van arbeid centraal, terwijl ook de verschuiving van het arbeidsbegrip uit de marges van het antieke denken naar het centrum van de moderne denkwereld aan de orde komt.

DUIZEND PIEK Het merendeel van de TIAS-onderzoekers heeft een studie sociologie of psychologie achter de rug. Juristen ontbreken helemaal - die kunnen blijkbaar zo aan de slag, of ze hebben een hekel aan onderzoek - terwijl er ook slechts een enkele econoom rondloopt. Wel zijn er twee theologen die voor duizend piek in de maand onderzoek doen naar de betekenis van het Pastoraal Concilie, waarbij de deelname aan de activiteiten van het concilie centraal staat. Resten twee taaien literatuurwetenschappers die in TIASverband werken aan de voortzetting van een taaltypologisch onderzoek dat voor een deel uit de vacatureruimte van de subfaculteit Letteren is gefinancierd.

De sociofogen zijn vooral te vinden bij de themavelden 'kunst en cultuur' en 'solidariteit in de verzorgingsstaat'. Luc Maas en Rob Sparidaans, die eerder samen een afstudeerwerkstuk schreven over de 'sociologie van de kroeg', werken aan een onderzoek naar 'culturele uiting en maatschappelijk verandering', waarin onder meer de New Wave cultuur en andere moderne expressievormen aan de orde komen. Een ander onderzoek bij 'kunst en cultuur' gaat in op de opleiding en beroepspraktijk van beeldende kunstenaars. Bij 'solidariteit in de verzorgingsstaat' zijn op het eerste gezicht nogal verschillende projecten ondergebracht. Zo loopt er een procjet naar 'individualisering', waarin het de onderzoeker er om te doenis voorbeelden van individualisering uit het alledaagse leven op te sporen, te beschrijven en te relateren aan de 'moderniseringstheorie'. In een tweede project gaat het om het blootleggen van de semantische en functionele verbanden die er bestaan binnen de verzameling van relatief zelfstandige 'verhaaltjes' die samen de 'racistische ideologie' vormen. Bedoeling van het project is het racisme op deze wijze enigszins begrijpelijk te maken. Een derde project gaat in op het denken van de Franse verlichtingsfilosofen en de moeilijkheden van de .verlichte 'doctrine'. Het onderzoek binnen de themavelden 'basisprocessen in menselijk gedrag' en 'gezondheidszorg' komt vooral voor rekening van psychologen. Ook bij 'basisprocessen van menselijk gedrag' zijn projecten van nogal uiteenlopende aard onder één noemer te brengen. Men vindt er een onderzoek naar 'veranderende normen en waarden en intieme relaties' naast een 'literatuurstudie op het gebied van de neuropsychologie', tenwijl ook

een vergelijkende studie naar de 'verbale en non-verbale ontwikkeling van de symboolvorming bij normalen en geestelijk gehandicapten' binnen het themaveld is opgenomen. Bij het themaveld 'gezondheidszorg' dat overigens beter 'gezondheidspsychologie' genoemd zou kunnen worden is daarentegen weer sprake van een duidelijke, gemeenschappelijke noemer. Alle onderzoeken zijn, ieder vanuit hun eigen invalshoek, gebaseerd op de vooronderstelling dat de emoties en het gedrag van een grote groep ziekenhuispatiënten belangrijk worden beïnvloed door de opvattingen die deze patiënten over hun eigen ziekte koesteren en de manier waarop zij daarmee omgaan. Vanuit die achtergrond heeft Eline Bruggemans een evaluatie-onderzoek van revalidatie- en resocialisatleprogramma's bij hartpatiënten opgezet, waarbij vooral gekeken wordt naar de motieven voor deelname - of geen deelname - en de psychosociale effecten van de programma's. Het onderzoek van Thérèse van Elderen sluit aan bij dat van Eline. Zij wil de psychosocfale effecten nagaan van een 'cognitief herstructureringsprogramma' de zogenaamde Rationele Emotieve Therapie - bij hartpatiënten en hun partners, dat wordt aangeboden naast de gebruikelijke cardiologische nazorg en andere^ revalidatie-activiteiten gericht op fysiek herstel. De nadruk van het programma ligt op de verandering van onderliggende componenten van het zogenaamde typeA gedragspatroon (lees daarover de column van Karel Soudijn in THB van 7 september nog maar eens na, LK), waardoor de kans op een nieuw hartinfarct kleiner wordt. Ook een derde en een vierde project binnen het veld 'gezondheidszorg' zitten op dezelfde golflengte. Mariene Chatrou doet onderzoek naar de 'effectiviteit en efficiëntie van 'stoppen met roken' strategieën bij chronische hart- en longpatiënten en Marjan Schlösser gaat een informatie-opzet voor astma-patiënten evalueren. Kortom, vier vrouwen die een behoorlijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een nog vrij jong veld van onderzoek. "Het ligt in de bedoeling dat het onderzoek eind 1988 wordt afgerond met een proefschrift", noteerde Mariene Chatrou vastberaden. L.K.


\fi BEROEP

Antilliaanse studenten willen verlenging inschrijvingsduur Een aantal Antilliaanse studenten van de KHT wachten op de uitspraak van de 'Commissie van Beroep Verlenging Inschrijvingsduur' in het beroep van een studente tegen de afwijzing door het College van Bestuur van haar verzoek tot verlenging van studieduur. Mevrouw L. Rondon vroeg als studente in de propedeuse van de economische faculteit een verlenging van de studieduur omdat zij als buitenlandse studente in de eerste maanden nogal wat aanloop - en aanpassingsnroeilijkheden had. Daar is in het algemeen begrip voor en de Dienst Studentenzaken adviseerde het CvB haar een verlenging van de inschrijvingsduur met zes maanden wegens persoonlijke omstandigheden toe te staan. De studente en haar raadsman waren echter van oordeel dat het hier niet ging om persoonlijke omstandigheden maar om overmacht. Er is nogal wat verschil tussen beide omschrijvingen op grond waarvan een verzoek tot verlenging kan worden ingediend. Bij overmacht is de termijn waarmee verlengd kan worden onbegrensd, bij persoonlijke omstandigheden is die termijn beperkt tot zes maanden. Mevrouw Rondon bleef bij de thesis 'overmacht' en vroeg een jaar verlenging maar studentendecaan Danny Backx hield vast aan het maximum voor persoonlijke omstandigheden: zes maanden. Tegen de gemotiveerde beslissing van het Tilburgse College ging de student in beroep binnen de dertig dagen bij de "Commissie van Beroep Verlenging Inschrijfduur" in Den Haag. De behandeling van haar beroep vindt plaats op maandag 12 november in het Utrechtse Academiegebouw. Studentendecaan Backx heeft goede hoop dat de KHT deze zaak - de eerste uit Tilburg voor deze Commissie van Be-

roep - zal winnen: "Of we dat winnen ligt nu in de schoot van die commissie bes/oten, maar er is een brief van de minister van 28 december 1982 waarin fieel uitdrukl^elijli staat dat dit persooniijke omstandigheden zijn en ons intern ingewonnen juridisct) advies wijst in dezelfde richting". Studente Rondon mag van het College wel blijven tot 1 februari 1985, maar dan moet ze een punt hebben gezet achter haar propedeuse economie. In de wet staan er drie gronden om de inschrijvingsduur te verlengen: omzwaaien, persoonlijke omstandigheden en overmacht. De richtlijnen bij de wet art. 77 van de WWO vermelden enige van die persoonlijke omstandigheden zoals

zwangerschap, lidmaatschap van de faculteitsraad etc. Voor Tilburg geldt ook nog dat uitstel mogelijk is voor mentorenwerk bij de introductie en voor bepaalde activiteiten van Polek. Voor Tilburg is het de eerste keer dat een student voor verlenging naar Den Haag stapt, landelijk speelden er al een dertigtal beroepszaken. Op 12 november is er nog geen uitspraak, die volgt waarschijnlijk een tiental dagen later. "Dan horen we wel hoe de vlag erbij hangt" aldus Backx, "als de uitspraak in het nadeel van de hogeschool is dan zal de hogeschool haar beslissing moeten herzien. Er zijn trouwens meer Antilliaanse studenten in Tilburg die verlenging hebben

Veel buitenlandse studenten kampen met aanpassingsproblemen. Overmacht of persoonlijke omstandigheden?

De waardigheid van het koningschap De regering vindt dat de leeftijd waarop de troonopvolger het koningschap kan uitoefenen, verhoogd moet worden tot 21 of zelfs 23 jaar. Volgens de premier zou daarmee "de waardigheid van het koningschap" gediend zijn en hij liet doorschemeren dat de koningin er ook zo over denkt fNRC Handelsblad, 19 oktober). Die gedachte is fundamenteeJ fout: de waardigheid van het koningschap is nergens mee gediend. Ze is er of ze is er niet. Als ze er is, dan zijn beleidsmaatregelen overbodig; is ze er niet, dan komt ook overheidsbeleid te laat. De waardigheid van een instituut - of het nu het koningschap, de democratie, het priesterschap, het huwelijk of de universiteit betreft - hoort in de tovertuin van onze cultuur en elke bewuste poging die tovertuin in stand te houden, heeft een averechts effect. Het koningschap verliest zi/n glans als de jeugdpuistjes van de troonpretendent punt van parlementaire discussie worden. De democratie komt op hellend vlak als er reclame voor gemaakt moet worden, ook al is het Carmiggelt die daarvoor wordt ingehuurd. Met de kerk is het bergafwaarts gegaan toen bisschoppen en priesters het charisma van hun ambt onder een vlotte coltrui verstopten en de Paus zijn wolk inruilde voor een jumbo-jet. Ook de waardigheid van het huwelijk bleek niet gediend met de eis dat de partners met elkaar overweg moesten kunnen en de Alma Mater, ooit vereerd en gevreesd als vrijplaats voor maatschappijkritiek, hoereert met Deetman, Dees en Wallage en baart slechts bastaard-studierichtingen. Tilburgs Hogeschoolblad

aangevraagd en in hun beslissing is erop gewezen dat iemand beroep heeft ingesteld. Als de uitspraak aanleiding zou geven tot herziening van onze beslissing dan zullen ook onze andere beslissingen worden herzien, daar doen we natuurlijk ook niet moeilijk over, laten we wel wezen . Het is dus duidelijk een principezaak die straks ook als een precedent kan werken voor Antilliaanse en andere buitenlandse studenten. Een telefoontje naar de Commissie van Beroep in Den Haag leert ons dat er tot nu toe geen beroepen van buitenlandse studenten om verlenging werden ingediend. Wel wist de plaatsvervangend secretaris, mr. C. van Leest, zich een vergelijkbaar geval te herinneren waarbij een buitenlandse student ook in beroep ging tegen een College, maar voordat er een uitspraak kwam van de Commissie van Beroep herzag het College haar beslissing ten gunste van de student. Louella Rondon begon in 1982 samen met vier andere Antillianen met de economiestudie aan de hogeschool. De universiteit van de Antillen heeft geen studierichting economie en het Antilliaanse vervolgonderwijs is gelijk aan dat in Nederland, zodat het aansluit op de universitaire studie alhier. Zij kwam in Nederland ook in aanmerking voor een studiebeurs, wat niet het geval zou zijn als ze bijvoorbeeld in Amerika was gaan studeren. Hier aangekomen kreeg ze aanpassingsmogelijkheden. Ze werd overvallen door heimwee en haar studie raakte in het slop. Ze is erg familiegebonden, vertelt ze, en lag de hele dag te huilen als er een brief van thuis kwam. Ze beroept zich op overmacht, "Ik kan er toch ook niks aan doen dat ik heimwee krijg" verklaart ze. Opdit moment probeert ze door zelfstudie haar achterstand in te halen. Mocht dat niet lukken en mocht haar beroep geen succes hebben, dan ziet het er naar uit dat ze haar studie verder wel kan vergeten, en met haar nog andere studenten uit de paradijselijke Antillen. G.R./E.V.

Wat het koningschap betreft, is het hek nu definitief van de dam. Als voorwerp van goedbedoeld overheidsbeleid heeft het nog hooguit een jaar of tien. Dan zal doorzichtig plexiglas het aura van het koningsambt vervangen hebben en geen koning zal nog 1 in het koningschap beschutting kunnen vinden. De leeftijdsdiscussie was nog maar | het begin, ingegeven door het feit dat Willem Alexander binnenkort uitkeringsgerechtigd wordt. Maar straks wordt die jongen ouder en krijgen we met allerhande eventualiteiten te maken. Als hij zakt voor zijn propaedeuse vrijetijdswetenschap, ontkomt de Kamer niet aan een openbaar debat over de aanjuet vorstelijk IQ te stellen ondergrens; dat is ze aan de waardigheid van het koningschap verplicht. Is die klip omzeild, dan blijkt ineens dat onze toekomstige koning wil gaan samenwonen. De Kamer zal dan op uitnodiging van de premier criteria voor koninklijke samenlevingsvormen moeten formuleren. Of stel dat de koning kinderloos wil blijven? Zouden de Engwirdaatjes van straks dan niet in de rug gedekt willen zijn door een toepasselijke Algemene Maatregel van Bestuur? Wat te doen bij echtscheiding, bij een verrassende seksuele geaardheid, een bedevaart naar Poona? Regeren is vooruitzien, dus ook daarover zal binnenkort wel een brede maatschappelijke discussie losbranden. Het koningschap zal ons de komende tijd danig bezighouden, al was het maar omdat de regering aan de waardigheid ervan blijft sleutelen. Voor Willem Alexander is het natuurlijk niet leuk dat hij voor zijn rechtmatige uitkering zoveel bemoeizucht op de koop toe moet nemen. De proporties worden inderdaad uit het oog verloren. Wat is nou ĂŠĂŠn miljoen, zeker als je het vergelijkt met de drie en een half miljard van de RSVaffaire? Liefst 3500 kroonprinsen zouden daarvan een jaar lang onderhouden kunnen worden. Hoeveel duizenden kroonprins-jaren zijn niet ongemerkt in het Oosterschelde-water gesmeten? Is Rijkswaterstaat daarbij op de vingers gekeken? Natuurlijk niet, maar daar ging het dan ook niet om de waardigheid van het koningschap.

9 november 1984


BESTUUR

Vereniging van Samenwericende Nederlandse Universiteiten Deze week vergaderen het presidium van de Hogeschoolraad en het College van Bestuur over de oprichting van de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU). Teunissen kan met zijn, landelijk gezien, uitzonderlijk voorstel in ieder geval op de steun rekenen van zijn presidiumleden. De Hogeschoolraadsfracties staan uiterst kritisch en terughoudend tegenover de plannen van de op te richten vereniging. Rector magnificus De Moor zei in een eerste commentaar op het voorstel van de raadsvoorzitter niet erg enthousiast te zijn. In het kader van de vereenvoudiging van het overleg tussen minister en de universitaire instellingen willen de universiteiten en hogescholen gezamenlijk een vereniging oprichten. Met deze vereniging gaat de minister dan overleggen. Tot nu toe vond dat gezamenlijk overleg in de Academische Raad plaats maar die gaat op voorstel van minister Deetman opgeheven worden. Daarvoor in de plaats komt de Adviesraad voor het Hoger Onderwijs (ARHO), een orgaan van HBO en WO-instellingen dat advies uitbrengt aan de minister en een Overlegkamer Wetenschappelijk Onderwijs waarin de minister overleg pleegt met de gezamenlijke universiteiten en hogescholen. In die Overlegkamer is het de nog op te richten vereniging die namens de W.O.-instellingen zal spreken. Bij de universiteits- en hogeschoolraden heerst onrust over de oprichting van de

"Ik vind dat de nieuwe vereniging van samenv/erl<ende universiteiten een vertegenwoordiger van de gezamenlijl<e tiogesctiool- en universiteitsraden bij liet overleg in het Algemeen Bestuur moet toelaten", aldus Frans Teunissen, voorzitter van de Tilburgse Hogeschoolraad aan de vooravond van de discussies die binnen de universitaire instellingen zullen losbranden nu de definitieve concept-statuten van de op te richten vereniging deze week gepubliceerd zijn. raad gaat. De vraag is of de universiteits- en hogeschoolraden blij zijn met deze oplossing, die geen enkele formele garantie inhoudt dat de democratisch gekozen lichamen invloed hebben op het standpunt dat hun instelling in de vereniging inbrengt. In een overleg op 12 oktober j.l. vonden de gezamenlijke voorzitters van de universiteits- en hogeschoolraden dat zij met zo'n lichte constructie niet akkoord mochten gaan. De raden zouden moeten weigeren de oprichting van de vereniging op de agenda te plaatsen als de bevoegdheden van de raden niet in de statuten gewaarborgd worden. Op 9 november a.s. komen de voorzitters weer bij elkaar en buigen zich over een voorstel een inspraakprocedure voor de universiteits- en hogeschoolraden in de statuten op te nemen. Frans Teunissen wil nog verder gaan en stelt een constructie voor die vergelijkbaar is met de situatie in Tilburg waar de vergaderingen

sfeer uit alsof men de WUB kwijt wil, er moeten weer zaken gedaan worden, de bazen worden bij elkaar gezet". Rectormagnificus De Moor, lid van het College van Bestuur, heeft er geen bezwaren tegen als de positie van de raden in de statuten geregeld zou worden. Hij is echter niet zo gelukkig met het idee van Teunissen om een raadsvoorzitter bij het overleg in de vereniging te betrekken. Volgens hem suggereert dat ten onrechte dat de raden een apart belang zouden hebben bij het overleg. Het AB van de vereniging vertegenwoordigt immers de instellingen en daarmee ook de raden. De Moor vindt het voorstel ook niet praktisch. Hij constateert dat de n^'druk niet zo zeer zal liggen op het overleg in de vereniging zelf maar veel meer op het overleg met de minister en daarvan zijn de standpunten en de resultaten openbaar. Men hoeft volgens hem niet bang te zijn voor oncontroleerbaarheid. Behalve de onduidelijke bevoegdheden

voorzitters van de Colleges van Bestuur noodzakelijkerwijs de leden van het algemeen bestuur moeten zijn. Binnen verschelde Colleges, onder andere Leiden en Twente, bestaat daarover twijfel. Ook het Tilburgse CvB ziet die noodzaak niet maar is voorstander per instelling te bekijken welk lid van het College in het algemeen bestuur zitting zal nemen. Rector De Moor: "Het is niet zo tactisch dat de voorbereidingscommissie in een voetnoot van de statuten zich uitlaat wie er van de instelling in het AB moet. Dat moet de instelling zelf bepalen". Ziet De Moor bij die keuze van de instellingsvertegenwoordiger nog een rol voor de universiteits- en hogeschool raden weggelegd? De rector vindt dat daarover overleg moet zijn met de raad. Hij ziet een rol voor het presidium van de Hogeschoolraad. In deze week gepubliceerde definitieve concept-statuten schijnt de rol van het algemeen bestuur met de voorzitters van de Colleges wat teruggedrongen te worden door het Dagelijks Bestuur meer taken toe te bedelen. Dat zou in de laatste voorstellen bestaan uit de voorzitters van het Sector-overleg. Of de instellingen met zo'n constructie akkoord kunnen gaan is nog maar de vraag. Teunissen: "De rol van de portefeuillehouders per instelling blijft onduidelijk". De indruk bestaat dat men eerst de vereniging opgericht heeft en daarna pas is gaan kijken hoe het overleg er uit moet gaan zien. Tenslotte is er ook nog geen zicht op wat

Frans Teunissen wil universiteitsraden plaatsje geven in landelijke vereniging

Rector de Moor: niet zo enthousiast over voorstel van Teunissen

vereniging. Het zijn namelijk de Colleges van Bestuur die het in die vereniging voor het zeggen hebben en dan voor wat betreft het Algemeen Bestuur vooral de Voorzitters van de Colleges want zij zullen daar voornamelijk in benoemd gaan worden. Was in de AR overleg met de minister nog openbaar en had iedere instelling daarin een vertegenwoordigende delegatie, straks zal alles door een aantal heren in grijze pakken achter gesloten deuren worden behandeld. Wat de rol van de universiteits- en hogeschoolraden in deze besluitvorming zal zijn is niet geregeld. De commissie onder leiding van de Leidse hoogleraar Cath, die de concept-statuten van de vereniging heeft opgesteld, vindt dat de bevoegdheden van de raden niet centraal geregeld moeten worden. Elke instelling bekijkt zelf maar hoe ver de invloed van zijn

van de raden, worden er andere kritiekpunten gesignaleerd. Zo zal het studentenbeleid niet als aparte overleg-sector opgevoerd worden. Alleen Onderwijs en Onderzoek, Personeel en Planning & Bekostiging zullen in een sectorenoverleg worden voorbereid. Het studentenbeleid zal naar het zich laat aanzien door een studentenadviescommissie behartigd gaan worden. Deze commissie zal direct onder het AB van de vereniging vallen. De Commissie Studenten-Voorzieningen van de Academische Raad (CSV) heeft al protest aangetekend tegen dit voorstel. De CSV wil dat het studentenbeleid als aparte sector wordt erkend. Voorzitter Walter van den Eisen van de Tilburgse Hogeschoolraadscommissie Studentenbeleid zegt dat zijn commissie er net zo over denkt. Ook blijkt nog een twistpunt te zijn of de

Tilburgs Hogeschoolblad

van het CvB door de raadsvoorzitter worden bijgewoond. Teunissen kan zich voorstellen dat een Voorzitter van de gezamenlijke universiteits- en hogeschoolraden de vergaderingen van het AB van de vereniging bijwoont. Een soort waakhondfunctie. De Tilburgse raadsvoorzitter verwacht dat zijn voorstel bij menigeen de nodige bedenktijd vergt. Zijn eigen presidium gaat op 8 november over de vereniging praten. De kaarten lijken geschud. De fracties staan allen uiterst kritisch en terughoudend tegenover de plannen van de vereniging en vinden derhalve dat voorstellen als die van Teunissen steun verdienen. De raadsfracties vinden de voorstellen een aantasting van het beginsel van democratische controle. Vice-raadsvoorzitter en Breed Frontfractieleider Carel van Nahuys vatte het als volgt samen: "de regeling ademt een

deze hele ingreep moet kosten. De instellingen zullen het geheel mede moeten financieren, terwijl de AR door de minister alleen werd betaald. Hoe groot het secretariaatsbureau van de vereniging moet worden is nog onduidelijk, maar Teunissen verwacht dat het er meer dan de geplande 5 of 6 zullen worden. Bedragen van 3 è 4 miljoen gulden zouden er mee gemoeid zijn: 2 miljoen voor de minister en de instellingen ieder 100.000 gulden ( = 1 , 3 miljoen). Rector De Moor vindt dat over dit punt snel duidelijkheid moet komen met het oog op de begrotingen van de instellingen. Al met al nog veel vraagtekens en twistpunten. De voortvarende minister wilde begin 1985 de zaak rond hebben maar dat zal 'm waarschijnlijk niet lukken. Hugo Backx 9 november 1984


LEHEREN

VITE

Werkgroep Polet wil meer aandacht voor primaire literatuur Vijf lefterenstudenten hebben als aanvulling op het lesprogramma van hun faculteit de werkgroep Polet opgericht. Zij missen in hun opleiding de aandacht voor het lezen en interpreteren van boeken en willen graag een tegenwicht bieden voor de eenzijdige literatuurbenadering van de Tilburgse Letterenfaculteit.

De oprichters van Polet: Sandra Aerts, Wim Staat, Tineke Aarts, iV^ireille Spaepens en iMargje Schuur Letterenstudenten willen graag boeken lezen, dat zal niemand verbazen. Maar de kans om dat te doen binnen het lesprogramma van de Tilburgse letterenfaculteit blijkt vrijwel nihil. Toen de faculteit enkele jaren geleden werd opgericht koos men, op aandrang overigens van de minister van onderwijs, voor een empirische en praktische benadering van de literatuur. Niet de inhoud van het boek

moest centraal staan in de opleiding, maar meer de maatschappelijke relevantie van de literatuur en de functie van het literaire bedrijf: een veel bestudeerd thema is dan ook de handel en wandel van uitgeverijen en boekverkopers. Allemaal leuk en aardig en heel nuttig ook, zeggen de vijf oprichters van Polet, maar ook zeer eenzijdig. Vooral de literatuursociologie van hoogleraar Verdaas-

donkwekt WTeve\. De studenten: "Er zijn meer richtingen binnen de wetenschap, maar daar wordt niet op ingegaan. Zo krijg je een erg onvolledig en onduidelijk beeld van wat er te koop i s " . Volgens de vijf biedt het vak weinig ruimte voor een grondslagendiscussie". De meeste docenten zijn daarin niet geïnteresseerd, ze vinden die discussie achterhaald. Toch willen wij hen dwingen tot een theoretisch gesprek over hun eigen standpunten". Polet wil door middel van cursussen en lezingen de andere kant van de literatuur aan bod laten komen. Op 28 november a.s. is er een lezing van cultuursocioloog Carl Rohde over het oeuvre van de schrijver Frans Kellendonk. Ook wordt er gedacht aan een voordracht over de fenomenologie als onderzoeksmethode. Daarnaast zijn er twee werkgroepen opgericht. De ene gaat in december van start en zal zich bezighouden met 'primaire literatuur'. De andere heet 'Kritische theorie en literatuur-sociologie' en wil studie maken van het zogenaamde 'positivisme-debaf uit de dertiger en zestiger jaren. Dat debat draaide rond de controverse tussen de hermeneutische literatuursociologie die zich met de inhoud van de tekst bezighoudt en de empirische literatuursociologie die daar afstand van neemt. De studie moet uitmonden in een grote forumdiscussie in mei 1985. Voor het najaar van '85 zoekt Polet aansluiting bij een cyclus van Studium Generale over het modernisme in de literatuur. Niet alleen wil Polet met dit soort activiteiten een alternatief bieden voor het aanbod van hun opleiding, ook hopen de initiatiefnemers wat meer samenhang te brengen tussen de werkverbanden van de faculteit. Deze werden ooit in het leven geroepen als vervanging van de tra-

'Xhina kan veel leren van Nederland'' China kan veel leren van Nederland, daarom zijn goede betrekkingen tussen beide landen zeer belangrijk. Dat was het steeds terugkerend antwoord van de ambassadeur van de Volksrepubliek China, de heer Guo Jie, op vragen tijdens een bezoek aan de Hogeschool. De antwoorden kwamen op vooraf geselecteerde vragen die door VITE, vereniging voor studenten internationale economie en recht van de KHT, aan de ambassadeur werden voorgelegd. Guo Jie, zijn echtgenote en een tolk waren in Tilburg op uitnodiging van VITE, ter afsluiting van een lezingencyclus over China, met name over de geschiedenis van het Chinese systeem en de nieuwe economische politiek van China. De meeste vragen hadden dan ook betrekking op de economie van dit reusachtig land. De regeling van de kwestie Hong-Kong tussen China en Groot-Brit-

Tilburgs Hogeschoolblad

tanië laat voorstanders van de westerse markteconomie dromen van een kapitalistische bevruchting van dit onmetelijke wingewest. Hoofdzaak is, aldus de ambassadeur, de welvaart en vrede in

Hong-Kong te handhaven. Hong-Kongs positie als vrijhandelszone zal niet veranderen, China neemt de soevereiniteit en daarmee ook de buitenlandse politiek over. Op de vraag of een dergelijke regeling ook voor Taiwan mogelijk is, wist de ambassadeur het verschil tussen HongKong en Taiwan duidelijk te maken. Taiwan is een interne aangelegenheid van China, hier is geen sprake van overname van soevereiniteit. Andere landen mogen in deze binnenlandse kwestie niet ingrijpen. "Wij proberen de kwestie Taiwan vreedzaam op te /ossen", aldus Guo Jie. De meer practisch gerichte economische politiek van de afgelopen jaren zal volgens hem zeker worden doorgezet, het is een gevolg van ervaringen uit het verleden. De goede betrekkingen met de Sovjet-Unie worden nog steeds verstoord door een drietal geschilpunten. Er is de grens en de daarover ontstane meningsverschillen, er Is de Russische inval in Afganistan en er is Vietnam dat met steun uit de Sovjet-Unie Camputchea binnenvalt. De betrekkingen tussen China en de S.U. zijn verbeterd maar zuilen nooit helemaal goed komen zolang deze

Ambassadeur Guo Jie

ditionele vakgroepen en moesten zorgen voor vervlechting van de verschillende programma-onderdelen. Erg veel is daar volgens de studenten echter niet van terecht gekomen. Overigens wil Polet de faculteit niet echt afvallen. " W i j zijn tenslotte niet voor niks in Tilburg komen studeren. Het is een jonge faculteit, dus het is logisch dat niet alles even optimaal functioneert. Wij willen de zaak niet afbreken. Maar we willen wel kritisch zijn. De opleiding zoals die is zien we wel zitten en we hebben waardering voor het feit dat men zoveel rekening wil houden met onze beroepsperspectieven, maar toch zoeken we naar de mogelijkheid van een meer kritische benadering". De klacht van Polet is beslist niet nieuw overigens. Veel letterenstudenten hebben de faculteit al de rug toegekeerd en zochten elders hun heil. En waarschijnlijk heeft het achterblijven van het aantal inschrijvingen bij de glorieuze verwachtingen van enkele jaren geleden ook veel te maken met de 'eenzijdige' faam die de Tilburgse faculteit inmiddels heeft verworven. Tot slot over de naam van de nieuwe werkgroep. Polet is een samentrekking van poëtieke en politieke letteren en vertoont duidelijk verwantschap met de naamgeving van andere studentengroeperingen als Polek en Polsoc. Maar Polet hoeft niet zoals de twee tegenhangers van de economische en sociologische faculteit te vechten voor de erkenning van een linkse wetenschapsbenadering. De politiek van Polet zit ' m , volgens de oprichters, veeleer in de poging om het onderwijsbeleid van de faculteit wat bij te sturen. " W i j hangen niet een bepaalde, politieke theorie aan, maar pleiten voor- een kritischer en meer flexibel onderwijs". T.G.

a

drie obstakels een vlot nabuurschap in de weg staan. Tenslotte werd de universitaire samenwerking tussen Nederland en China besproken. De ambassadeur beklemtoonde de goede betrekkingen en de talrijke contacten tussen bijvoorbeeld de universiteit van Leiden en de universiteit van Peking. Over de kamervragen in 1983 naar aanleiding van een vastgesteld onevenwichtigheid in de universitaire uitwisseling tussen Nederland en China stelden de VITE-leden geen vragen. Wel werd het negatief verslag van Amnesty International even onder de aandacht van de ambassadeur gebracht. Zijn antwoord: "Er zijn mensen bij Amnesty die de Chinese omstandigheden niet goed kennen. Zodra ze de situatie kennen zullen ze China niet meer beschuldigen. Er zijn ook mensen die China gewoon niet mogen. Daar kunnen wij niets aan doen". Vóór het vragenuurtje van VITE werd het hoge gezelschap ontvangen voor CvBleden De Moor en Rijk. Bij het afscheid waren er bloemen voor de echtgenote en een fraai boekwerk over de schilderkunst in de Nederlanden ten tijde van Rembrandt. De ambassadeur kreeg ook de hogeschoolpenning terwijl hij de hogeschool vergastte op een stapel boeken over China. E.V. 9 n o v e m b e r 1984


OVERHEIDSBELEID

Inspraak van de burger is grotendeels mislukt"

MM

De centrale overheid dreigt nog verder van de burger af te Icomen staan, ondanl<s pogingen van die overheid om via nieuwe coördinatiestrupturen tot een samenhangend beleid te komen. Samenhangend beleid, bedoeld voor een betere aansluiting op maatschappelijke ontwikkelingen en behoeften van burgers, is tot nu toe echter alleen gericht op de samenhang bij beleidsvorming door ministers en ambtenaren. Dit zei prof. mr. H.D. Tjeenk Willink vorige week donderdag tijdens zijn ambtsaanvaarding als buitengewoon hoogleraar Politieke en bureaucratische besluitvorming aan de Faculteit der Rechtswetenschappen van de KHT. In zijn oratie met als titel "De mythe van het samenhangend overheidsbeleid", legde prof. Tjeenk Willink de toehoorders, onder wie een aantal politici die vernamen dat de titel van de rede geen uiting is van Haags cynisme, het begrip 'samenhang' voor; een begrip dat de laatste decennia een belangrijke plaats heeft ingenomen in het denken over de organisatie en het functioneren van de centrale overheid. Onder samenhang moet verstaan worden: onderling verband, wat met betrekking tot de overheid neerkomt op onderling verband tussen verschillende sectoren bij de beleidsvorming, tussen instanties die het beleid uitvoeren en tussen de behoeften van burgers en eisen die uit maatschappelijke ontwikkelingen voortkomen. Punt is echter dat samenhang een probleem van de overheid is geworden. In de woorden van de Commissie Hoofdstructuur Rijksdienst zei de nieuwe hoogleraar dat steeds meer signalen over maatschappelijke problemen op de rijksdienst afkomen. Keuzen welke onderwerpen wel en welke niet op de agenda komen, worden onvoldoende systematisch overwogen. En als problemen eenmaal op de agenda staan, dan is er onvoldoende politieke greep op het zoeken naar coherente oplossingen voor die problemen. Op dergelijke wijze blijft er altijd spanning bestaan tussen datgene wat de burgers vragen en datgene wat de overheid biedt, aldus Tjeenk Willink. De afzonderlijke onderdelen van de overheidsorganisaties kunnen niet anders dan de maatschappelijke werkelijkheid vereenvoudigen. Daardoor wordt tekort gedaan aan de samenhangen die de burgers ervaren en de wijze, waarop zij hun leven willen inrichten. Het verschijnsel 'inspraak' is grotendeels mislukt. De overheid kan moeilijk vooraf te weten komen op grond van welke ervaringen de burgers zich zullen laten leiden, omdat hun verwachtingen verschuiven. Inspraak van de burgers is een poging geweest om vooraf met die wensen rekening te houden. Die poging is voor het grootste deel mislukt, zo concludeerde de nieuwe Tilburgse rechtsgeleerde. Prof. Tjeenk Willink (42) studeerde aan de juridische faculteit van Leiden en Parijs en werkt in politiek Den Haag. Zo was hij onder meer secretaris van de (in)formateurs tijdens de kabinetsformaties van 1972/1973 en 1977, adviseur bij het kabinet van de minister-president en sinds februari 1982 regeringscommissaris voor de reorganisatie van de rijksdienst. Hij constateerde in zijn rede dat het parlement meer gebruik moet maken van de mogelijkheden om het door de overheid gevoerde beleid te controleren. In een Tilburgs Hogeschoolblad

De centrale overheid dreigt nog verder van de burger af te komen staan, ondan/<s pogingen van die overheid om via nieuwe coördinatiestructuren tot een samenhangend beleid te komen. Samenhangend beleid, bedoeld voor een betere aansluiting op maatschappelijke ontwikkelingen en behoeften van burgers, is tot nu toe echter alleen gericht op de samenhang bij beleidsvorming door ministers en ambtenaren.

Inauguratie Tjeenk Willink

Tjeenk Willink vraagt zich echter af of die ontvlechting wel mogelijk is, "want", zo zegt hij, "als er ergens een probleem ontstaat wordt de overheid er altijd mee geconfronteerd. Als het niet in Den Haag is dan wel bij de gemeenten. En als het niet bij de gemeenten is, dan wel bij de provincie of bij een gesubsidieerde instelling". Overheidsbemoeienis zal niet afnemen, maar van karakter veranderen: minder gedetailleerd en omslachtig, maar harder en hardvochtiger. In dit klimaat, aldus de professor, dreigt samenhang alleen nog

Prof. Tjeenk Willink neemt de felicitaties in ontvangst van Joop en Liesbeth den Uyl

rapport van de eerder genoemde Commissie Hoofdstructuur Rijksdienst staat: "De systematische evaluatie van bestaand en voorgenomen beleid is van groot belang. Nagegaan zal moeten worden in hoeverre de Algemene Rekenkamer daarbij een rol zou kunnen of moeten spelen". Volgens de hoogleraar gaan ontwikkelingen thans in deze richting. "Ik noem alleen de Oosterschelde en de kwestie van de onderzeeboten. Ook het succes van de RSV-enquête kan preventief gunstige effecten hebben op het doen en laten van ministers en ambtenaren. Het parlement zou van deze situatie gebruik moeten maken en zichzelf meer mogelijkheden creëren zelfstandig onderzoek te doen naar gevoerd beleid", zo vulde Tjeenk Willink aan. In die controle op het gevoerde overheidsbeleid heeft het parlement ook de steun van anderen nodig, omdat het niet alles kan weten en niet alles kan controleren. Bijvoorbeeld door middel van adviescolleges die in bepaalde gevallen het parlement kunnen informeren. Dat betekent wel, zo stelt prof. Tjeenk Willink, dat het partijpolitieke monisme, dat tussen ministers en fracties van de regeringspartijen is ontstaan, moet worden doorbroken. Bij de beleidsvorming is het parlement sterk afhankelijk van de opstelling van het kabinet. Daardoor wordt ook de effectiviteit van de parlementaire controle op de uitvoering in belangrijke mate door het kabinet bepaald. Als bewindslieden weigeren aan een

controle mee te werken, wil het parlement geen vuist maken. Daardoor zou immers het kabinet in moeilijkheden kunnen komen. Maar niet alleen op het niveau van het parlement moet iets gebeuren. In de uitvoerende diensten beschikt de centrale overheid vaak over praktijkgerichte deskundigheid, die niet bij planbureaus of in adviescolleges aanwezig is. Zij zijn in de positie om maatschappelijke ontwikkelingen te signaleren; zij zouden veel meer een beleidsinnoverende taak moeten krijgen. Zij moeten kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen en hun inbreng leveren bij de beleidsvorming in "Den Haag", aldus de hoogleraar, die juist het tegengestelde bespeurt. De uitvoerende diensten worden strakker aan de Haagse touwen gebonden. Zij worden leveranciers van kwantitatieve gegevens op basis waarvan op centraal niveau beleid wordt gemaakt. Aan het slot van zijn oratie stelt Tjeenk Willink nogmaals dat samenhang een symbool is voor een betere aansluiting op de behoeften van burgers en de eisen die uit maatschappelijke ontwikkelingen voortvloeien, maar dat het symbool zijn betekenis verliest. Het wordt vervangen door bijvoorbeeld deregulering en privatisering. Als gevolg van een omslag in het politiek-culturele klimaat is minder overheid beter. Met een beroep op de financieel-economische situatie wordt gewerkt aan wat genoemd wordt 'de ontvlechting van de interventiestaat'.

te worden gebruikt als een noemer voor een betere beheersing van de overheidsorganisatie zelf. Daarvoor wordt steeds meer het begrip 'management' gehanteerd. "Ik ben het eens met een verzwakking van de verstatelijking van de maatschappij, maar waarschijnlijk kan dat alleen door een vermaatschappelijking van de staat. Op korte termijn kan het huidige klimaat er wel toe leiden dat de overheidsorganisatie nog minder rekening houdt met maatschappelijke ontwikkelingen. Op langere termijn zal de maatschappij zich niet laten modelleren naar het beeld van de overheid". "Zij zal de vermaatschappelijking afdwingen. Er zal gevraagd worden naar de effectiviteit van de bureaucratie. Er zal geëist worden, dat zichtbaar wordt, wat adviescolleges en geïnstitutionaliseerde groepen eigenlijk doen. De politiek zal gedwongen worden tot controle", zo eindigde de rechtsgeleerde zijn oratie. In een woordje tenslotte aan de zeer kleine groep aanwezige studenten, sprak Tjeenk Willink over zijn twijfel ten opzichte van de wetenschap en ten opzichte van zijn eigen inzichten. Die twijfel acht hij noodzakelijk om oplossingen ter discussie te stellen, om nieuwe diagnosen, die nodig zijn, aan te dragen. Het is de taak van een student critisch te kijken naar de taken van de overheid en zelf ideeën aan te dragen. Monique van Blijswijk


ThderwijsmeTnoaen verwaarloos

e universiTeiTen Om de vijf jaar maakt het Onderwijs Re­ search Centrum een rapport waarin ze haar functioneren eens onder de loupe neemt. Doelen, functies en taken met betrekking tot de onderwijsondersteu­ ning In de H ogeschool worden dan in een lange­termijn perspectief geplaatst. In de beleidsnota 1984 gaf de afdeling zelf aan dat veel van hun "cliënten", vakgroepen en docenten, nauwelijks wisten wat het ORC uitvoert en op welke terreinen de dienst eigenlijk werkzaam is. Ed van Hees: "De dienstverlening is vrij breed. Directe ondersteuning van vak­ groepen en individuele docenten, ver­ werken van tentamens, evaluaties en vragenlijstjes maken. Soms gaan wij, in overleg met de betrokken docent, colle­ ges volgen om van het lesgeven een ana­ lyse te kunnen maken. Ook geven we docententrainingen, daar staat de onder­ wijsbekwaamheid van de docent cen­ traal. De algemenere zaken komen in de vorm van cursussen aan bod. leder jaar organiseren wij een lessenreeks over het geven van hoorcolleges, het leiden van werkgroepen en het omgaan met audio­ visuele middelen. Verder geven wij nogal wat signalen in de vorm van brochures en bulletins. Met die bulletins zijn wij pas weer gestart, daarin behandelen wij in kort bestek een onderwijskundig onder­ werp. In vijf è zes pagina's geven we voor alle docenten informatie over bij­ voorbeeld geautomatiseerde tentamen­ verwerking". "Daarnaast opereren de stafmedewer­ kers in de onderwijscommissies van de diverse faculteiten, daarmee hebben wij een ingang naar het onderwijs in de fa­ culteit. In onze beleidsnota ORC '84 bre­ ken we dan ook een lans voor het aanwij­ zen van vaste contactpersonen van het ORC die zich bezighouden met een be­ paalde faculteit. Dat contact tussen het ORC en de faculteiten zal in de toekomst steeds belangrijker worden, want er

bestaat in wezen geen enkele verplich­ ting om onze diensten af te nemen". Stafmedewerker Karel Hermans be­ weegt zich al meer dan vijf jaar binnen de juridische faculteit: "als ondenwijskundi­ ge ben ik vooral gericht op de leerproces­ sen en onderwijsmethoden, maar in de communicatie met de mensen is het ge­ woon handig als je tenminste op stu­ dentniveau het juridische vak kent. Bij het helpen samenstellen van de syllabus 'Dwangmiddelen' van de vakgroep Strafrecht, heb ik me goed in de leerstof zelf ingegraven. Voor het project 'schrif­ telijk studiemateriaal privaatrecht' heb ik de colleges van Schoordijk en Deelen ge­ volgd om in dat vak georiënteerd te ra­ ken. H et probleem is dat de onder­ wijsmensen in de faculteit, de we­ tenschappers, geen traditie hebben op het terrein van hun eigen vakdidactiek. Ik ken geen didactisch handboek voor het onderwijs in de juridische wetenschap­ pen. Er zullen best mensen rondlopen die hele verstandige onderwijskundige no­ ties bezitten. Maar die ondenwijskundige opvattingen zijn niet openbaar en dus niet voor discussie vatbaar. Er wordt niets gepubliceerd. De universiteiten hebben de onderwijsmethoden van het wetenschappelijk ondenwijs verwaar­ loosd. De onderwijskunde is eigenlijk be­ gonnen bij het basisonderwijs en in de loop van de tijd zie je dat steeds verder opschuiven naar andere onderwijstypen. Pas vrij recent is door het werken van on­ derwijskundigen in het wetenschappelijk onderwijs aandacht gekomen voor zoiets als een didactiek van het wetenschappe­ lijk onderwijs. Geen vakdidactiek welis­ waar want je stuit al vrij snel op het feit dat je binnen de faculteiten maar een be­ paald soort onderzoek mag doen. Alleen wat het etiket wetenschappelijk heeft, komt daarvoor in aanmerking. Als het onderzoek op het terrein van het onder­ wijs ligt, dan wordt dat als zodanig niet

erkend. In ieder geval niet binnen de juri­ dische faculteit. Vanuit de faculteiten ko­ men onderwijskundige vernieuwingen niet of nauwelijks op gang".

Jonge docenten zonder didactische ba­ sis staan vaal< voor tiet dilemma dat zij moeten Idezen tussen jezelf beicwamen in het geven van beter onderwijs of het oplopen van vertraging bij het promotie­ onderzoek. De wetenschap vindt hoofd­ zakelijlf het onderzoek belangrijk. Zou er een verschuiving van onderzoek naar on­ derwijs moeten plaatsvinden? Ed van Hees: "Je kan constateren dat er in het wetenschappelijk onderwijs nooit docenten geweest zijn met een onder­ wijskundige achtergrond, dus wat dat betreft is er niets veranderd, verslechterd of verbeterd. Slechter is het wel voor jonge docenten die maar voor een be­ perkt aantal jaren aangesteld worden en binnen vier jaar moeten promoveren. Er komt steeds meer druk op deze mensen. Toen wij wetenschappelijk onderwijs ge­ noten, was dat probleem nauwelijks aan de orde. Door de enorme uitgroei van de universiteiten kwamen er stromen jonge docenten binnen die vast van plan waren hier voor de rest van hun leven onderwijs te blijven geven. De belasting van het moeten promoveren zal het onderwijs zeker niet ten goede komen. In zo'n situ­ atie is onderwijs toch een beetje een sluitpost. Van de andere kant wil men op de KH T de onderwijskwaliteit van het personeel in de personeelsbeoordeling

Onderwijs Re^^rch Centrum Het Onderwijs Research Centi de onderwijskundige denl<­ tank van de Hogeschool, Hgtr^ eggestopt in een uithoek van gebouw O. De barakken ■en nog uit de periode dat de aantallen studenten en wefe« )pers fors groeiden en er niet kon worden gewacht op niem w. Via een lange corridor. een gangpad dat duidelijk te$éis, bereik je het centrum Een kleine dienst van vijf stahttwerkers met een weten­ schappelijke achtergrond en é^ensen die de technische­ administratieve werkzaamheé\^rzorgen. Het ORC is niet verbonden aan een bureau, V!ir$)ep of faculteit. De afdeling functioneert binnen het centre Êenstenapparaat, waar ze voor de volle honderd procent^ dienste staat van het onder­ zoek zowel op centraal als faa­Êr niveau. Over de werkzaam heden een gesprek met waamiênd hoofd van de dienst Ir. E.J.W.M. van Hees en stafmmerker Drs. K.A.H. Hermans.

door È Èeljaars gaan betrekken. De H ogeschool gaat aan de docent vaardigheidseisen stellen, In de juridische faculteit heeft men een begin gemaakt met de verplichting dat niet didactisch geschoolde wetenschap­ pers eerst bij ons een cursus moeter gaan volgen". Karel H ermans: "Bij de nieuwe studie­ richtingen Sociale Zekerheidsweten­ schap en het in de steigers staande Per­

soneelswetenschap zie je dat onderwijs­ kundige training van docenten voor de propedeuse fase verplicht gesteld is. Bij Sociale Zekerheidskunde hevelt men die verplichting zelfs over naar de doctoraal fase van de studie. Maar of dat allemaal zo uitgevoerd wordt zoals dat daar mooi op papier staat, daartegen moet je wel wat bedenkingen koesteren. Wanneer de verplichte training voor de perso­

neelsbeoordeling een belangrijke rol gaat spelen, kun je ook gaan controleren of er werkelijk gevolg aan gegeven is. Natuur­ lijk moet men het dan wel meenemen in de beoordeling, anders heeft het weinig zin". Sinds 1975 organiseert het ORC een do­ cententraining. Bij deze manier van oefe­ nen staat het lesgeven aan grote groe­ pen centraal. In een laboratoriumachtige stijl moeten de docenten een lessituatie nabootsen. Tijdens die bijeenkomsten maken stafmedewerkers video­opnamen waardoor de lesgevers zichzelf nader­ hand kunnen beoordelen. Een methode die volgens Ed van H ees voortreffelijk werkt: "docenten doen daar hele positie­ ve ervaringen mee op. Er bestaat ruime belangstelling voor cursussen die het praktisch beoefenen van een bepaalde doceervaardigheid in hun programma hebben. In tegenstelling tot cursussen als 'evalueren en beoordelen' en 'het ma­ ken van schriftelijk studiemateriaal', daar bestaat vrijwel geen belangstelling voor. Onbegrijpelijk".

PROJECTONDERWIJS M I M M I I I M De student is de natuurlijke tegenpool van de docent in het onderwijsleerpro­ ces. Maar in het huidige onderwijs ont­ moet je bij studenten een passieve hou­ ding. Er gaan stemmen op om via con­ tractonderwijs met een slaaggarantie de­ ze houding te doorbreken. Zijn er moge­ lijkheden om het compsumtieve patroon te veranderen?

Beleidsnota '84: "^Behoefte aanped en aantrekkelijk onderwijs'' De korte, 39 pagina's tellende beleidsnota 1984 van het Onder­ wijs Research Centrum zal binnen de faculteiten wel het nodige stof doen opwaaien. Niet zozeer omdat er schokkende zaken in beschreven worden, maar eerder vanwege de bijna onafwend­ bare greep van het ORC op het facultaire onderwijsbeleid. De faculteiten die rendementsproblemen kennen, zijn in de toe­ komst bijna vanzelfsprekend aangewezen op de deskundige hulp van het ORC. De faculteiten zijn nauwelijks in staat zelf een beleid uit te stippelen. Aanzetten tot verbeteringen ketsen vrijwel allemaal af op de zelfstandige positie van vakgroe­ pen, de 'autonomie'. Maar vroeg of laat gaat dat beroep op autonomie niet meer op, want het onderwijs krijgt een steeds belangrijkere plaats binnen de universi­ teit. Studenten zijn min of meer handels­ waar geworden die geld in het laadje brengen. Als nu blijkt dat de faculteiten te vaak en te vroeg studenten de laan uit­ sturen, zal de H ogeschool toch onder­ wijskundige maatregelen moeten tref­ fen. Dat de bel geluid moet worden blijkt wel uit de volgende passage van de nota: "Een met het numeriek rendement ver­ bonden variabele is de studieduur. Bij de oude vijfjarige cursusduur was een ge­ middelde of modale studieduur van 7 a 7 Vi jaar bij economen, juristen en socio­ logen regel, hetgeen betekent dat veel studenten deze gemiddelde studieduur nog overschreden. Er zijn geen aanwijzi­ gingen die er op duiden dat forse over­ schrijding van de maximale studieduur in de Tweefasenstructuur voorkomen wordt. Dus valt te verwachten dat bij een vierjarige cursusduur veel studenten na de maximale studieduur van 6 jaar een beroep zullen moeten doen op de uitzon­ deringsclausule, of examenstudent dan

wel deeltijdstudent moeten worden. In het tempo waarmee de studie voltooid wordt zullen door de faculteiten aanzien­ lijke verbeteringen tot stand gebracM moeten worden". Even verderop signa­ leert enigszins geruststellend het ORC: "Bij de grote nadruk die momenteel ge­ legd wordt op het numeriek rendement mag de kwaliteit van de afgestudeerden niet uit het oog worden verloren. Verho­ ging van het numeriek rendement is ge­ wenst, onder handhaving van tenminste dezelfde kwaliteit van de afgestudeer­ den. In bepaalde gevallen is zelfs verbe­ tering van de kwaliteit noodzakelijk". Drie aspecten van onderwijsondersteu­ ning vindt de dienst zelf belangrijk; "flexibele onderwijsprogrammering",^ "beoordeling van de onderwijskwaliteit en "doeltreffende studiebegeleiding"' Zaken waarbij in de allereerste plaats de behoefte aan "goed en aantrekkelijk on­ derwijs" voorop staat. Het Onderwijs Research Centrum wijst er op dat aan die woorden "goed en aan­ trekkelijk" verschillende betekenissen gegeven kunnen worden. "Vanuit onze ondenwijskundige optiek zijn aan 'goed en aantrekkelijk ondenwijs' verschillende aspecten te onderscheiden; curriculum constructie, onderwijs/leermiddelen, do ceervaardigheid bij de docenten en stu;,

Het ORC volgt soms college om het lesgeven te analyseren

iebegeleiding en ­advisering. Aantrek­ ;elijk onderwijs houdt ook in dat een ze­ ere slaaggarantie wordt gegeven. Uit de nemorie van toelichting bij de Tweefa­ enstructuur is zelfs een numeriek rende­ nent van de eerste fase van 70% af te Biden, terwijl dat voorheen gemiddeld 10% was! Grotere aantallen afgestudeer­ len moeten worden afgeleverd in korte­ e tijd, met tenminste dezelfde kwaliteit lis voorheen. Dit.houdt in dat het onder­ vijs moet worden geoptimaliseerd". H et )RC pleit dan voor studentvriendelijk )nderwijs, waarin sprake is van "een toog rendement en goede doorstro­ ning" en middelen als "studiebegelei­ ling en studie­advisering" goed onder­ vijs ondersteunen. Maar ook de inhou­ leljjke kant van het onderwijs moet be­ :eken worden" de student besteedt een iroot gedeelte van zijn tijd aan zelfstu­ die, wat voor een belangrijk gedeelte )estaat uit bestudering van schriftelijk tudiemateriaal. Voor leerstof die zich eent voor visualisering bieden de moder­ ne media nog belangrijke mogelijkheden, owel vanuit een oogpunt van aantrek­ kelijkheid als van efficiëntie". Naast het 'enwerven van kennis is volgens het 3RC het aanleren van vaardigheden een elangrijke onderwijsdoelstelling. 'Hien/oor worden vaak arbeidsintensie­ re practica en werkcolleges in het studie­ 'rogramma opgenomen. Daarnaast noet de student vaak zelf oefenen zon­ ier enige steun. H et rendement van dit illes is twijfelachtig en met name het au­ onome werk, zonder enige vorm van be­ jeleiding en adequate terugkoppeling, is 'einig motiverend". aarbij is goed studiemateriaal een "on­ losmakelijk aspect van goed" en "stu­ 'entvriendelijk onderwijs", in de laatste

plaats blijkt de "feitelijke studiebe­ lasting" in belangrijke mate medebepa­ lend te zijn voor het studiesucces. Naast overwegingen van efficiëntie en reikwijdte van de soorten dienstverlening pleit het ORC op grond van "professio­ nele overwegingen" voor centralisatie van de onderwijskundige dienstverle­ ning. "Men moet zich realiseren dat er in deze dienstverlening sprake is van een gevoelige deskundige­cliënt­relatie. In de begeleiding en advisering van de docent is het nodig dat vrijelijk gesproken kan worden over de tekortkomingen die de docent voelt, zowel in de richting van zijn onderwijs als in zijn onderwijsbe­ kwaamheid. Van de docent mag geen grote bereidheid verwacht worden om dit openlijk aan de orde te stellen in de faculteit,­waar zijn functioneren tevens beoordeeld wordt". "De positie van onafhankelijke deskundi­ ge is hier gewenst. Deze positie is ook gewenst voor de noodzakelijke kritische beschouwing van de kwaliteit van het onderwijs en het onderwijsbeleid in de vakgroepen en faculteit". De beleidsnota Onderwijsondersteuning ORC'84 eindigt met een reeks van aan­ bevelingen waarin goed contact met de faculteiten centraal staat. Voorlichting, het opstellen van ontwikkelingsplannen en een vinger in de pap als er nieuwe stu­ dierichtingen op touw gezet worden, zijn de doelen voor de nabije toekomst. Een ambitieus plan waarbij door de faculteits­ besturen, onderwijscommissies, vak­ groepen en docenten de wenkbrauwen nog wel eens gefronst zullen worden. Een strijd achter de schermen om de af­ bakening van de bevoegdheden rond de onderwijsverbetering loopt als een rode­ vervolg op pag. 12 Ed van H ees en Karel Hermans

Karel H ermans: "Als de docenten hun onderwijsopvattingen wijzigen, moet dat mogelijk zijn. Ik kan me voorstellen dat je in de beginfase van de studie voor stu­ denten een vrij duidelijke structuur op ta­ fel legt, waarbinnen ze moeten studeren. Er zullen dan betrekkelijk weinig keuze­ mogelijkheden voor studenten zelf zijn. Maar dat heeft in het kader van de over­ gang van het VWO naar WO een heel zinvolle functie. Je kunt geleidelijk aan de eigen inbreng van studenten steeds belangrijker laten worden. Niet meer het puur reproduceren van door anderen vastgestelde onderwerpen en werkme­ thoden, maar het creëren van mogelijk­ heden om zelfstandig te werken. De hoor­ en werkcolleges in de huidige vorm overheersen te veel. Dat zijn vormen die je kiest met de bedoeling informatie over te brengen. De student behoeft volstrekt niet voorbereid en aanwezig te zijn. Je moet in feite naar andere onderwijsvor­ men toe. Onderwijsmethoden die een grotere mate van activiteiten van de stu­ denten toelaten en een andere organisa­ tie vereisen. Projectonderwijs is in het verleden vaak verketterd, voor een deel terecht omdat er een ideologische lading aan toegevoegd werd. Maar als je die er­ uit haalt en het puur als een onder­ wijsmethode bekijkt, dan verschijnt er een vorm van leren en onderwijzen die een veel grotere graad van participatie van de studenten mogelijk maakt. De be­ doeling van projectonderwijs is altijd ge­ weest om onderwijs, onderzoek en be­ heer in handen te geven van de project­ groep zelf. De docent moet steeds voor ogen hebben wat zijn gekozen organisa­ tievorm voor consequenties heeft voor de leeractiviteiten van studenten. In hoorcolleges krijg ik receptie en passivi­ teit. In ieder geval geen productief den­ ken. De student moet registreren en fei­ ten opslaan. Indien dat zo jaar in jaar uit doorgaat met de nodige varianten dan

j | ; t

J j

kom je domweg in de problemen". Ed van Hees: "Je moet dit ook wel plaatsen in het kader van de Tweefasenstructuur. Formeel heeft men een kop van de studie afgesneden, maar feitelijk de zaak naar beneden gedrukt en de leerstof in het eerste jaar geperst. Een heroverweging van het curriculum en de methoden heeft niet plaatsgevonden. Waar ben je mee bezig? Feitenmateriaal opstapelen of mensen leren met de stof om te gaan? Wat mij nog steeds bij staat, is een op­ merking van een van de hoogleraren hier. H ij had twee jaar een projectgroep bij de economen geleid. De studenten volgden geen hoorcolleges maar deden de studie in projectvorm. Die hoogleraar sprak voortdurend zijn verbazing uit over het feit dat de betrokken studenten meer kenden dan de normale kandidaatsstu­ denten. Op zich niet zo verwonderlijk want de studenten die het projectonder­ wijs gedaan hebben, deden veel functio­ nelere kennis op dan zij die de gestapelde feitenkennis via de hoorcolleges vergaar­ den. H oorcollegekennis vergeet je zo snel mogelijk". H et onderwijskundige beleid staat nog in de kinderschoenen. De faculteiten hebben de prioriteiten op onderwijskundig gebied nog maar amper geformuleerd. Pas als de beleidsplannen de onderwijscommissies en besturen ge­ passeerd zijn, zou je aldus Hermans kun­ nen spreken van "een facultair onder­ wijsbeleid dat zich ontwikkelt". Binnen de faculteiten zijn onderwijsverbetering en onderwijsondersteuning vooral poli­ tiek geladen begrippen. Maar zo stellen de ORC­medewerkers: "Als er meer mensen in de faculteiten zich verant­ woordelijk gaan voelen voor een onder­ wijskundig beleid, dan zullen zij zich ook minder distantiërend


KERK

Ex-pastor van de theologische faculteit r

'^Bisschoppen hebben alleen maar soort directiefunctie'' ^ A/weer meer dan anderhalve maand geleden nam Rud Smit afscheid als pastor van de theologische faculteit in Tilburg. Sinds 1 september is hij werkzaam als priester in de Martinusparochie in Breda. Deze ligt in de wijk Princenhage, een dorp in de stad, de oude kern waaromheen nieuwe wijken zijn gebouwd. Er wonen zo'n zevenduizend parochianen. Vorige week zocht Claartje van der Grinten hem op om te praten over zijn tijd in Tilburg en de overgang naar Breda.

wikkelingen hebben de bischoppen een gesprek gehad met de faculteit waarin ze twee dingen hebben voorgesteld: een pastor aan de faculteit voor iedereen en een eigen huis voor priesterstudenten. Mijn opdracht gold dus niet zozeer de zorg voor die priesterkandidaten, maar het geheel van de faculteit". U bent toen aangesteld als pastor, maar wat kwam er van het tweede voorstel -

Rud Smit: " D a t was voor mij niet de hoofdtaak, maar ik vind het belangrijk dat er over en weer gepraat wordt. In een aantal conflictsituaties ging dat moeizaam, maar dat was maar een paar keer. Mensen die al bij het pastoraat werkzaam waren keken soms vreemd aan tegen die theologische faculteit omdat zij het nieuwe model niet kenden. De faculteit kreeg dan gauw een bepaald image van radicaaloi van kritisch. Wat ik heb gedaan is de mythe rond studenten doorbreken. Daarnaast heb ik geprobeerd om de faculteit meer bij de Brabantse samenleving en kerksituatie te betrekken. Bijvoorbeeld door open dagen te organiseren op de faculteit zelf, maar ook in de regio: bijvoorbeeld in Terneuzen en Deurne. Als het gaat over faculteit en kerk moet het niet gaan over faculteit en bisschoppen, want bisschoppen hebben alleen maar een soort directiefunctie. Veel belangrijker is de relatie met de basis van de kerk. De plaats waar de pastores werken en waar de arbeidsplaatsen liggen voor aankomende theologen".

Dat hij het rfruk heeft blijkt al onmiddellijk. Als ik aankom word ik door de huishoudster vriendelijk ontvangen met een kopje koffie: Rud heeft een uitvaart en zal over een uurtje terug zijn. De huishoudster vertelt dat de nieuwe pastoor heel enthousiast aan zijn functie is begonnen "Hij kan tenminste luisteren". Rud Smit: " I n Tilburg was je nog baas van je'agenda. Hier krijg je vaak telefoontjes van onbekenden: nieuwe mensen die zich opeens aandienen met nieuwe problemen. In de eerste maanden zie je die groepen verschijnen die met jou de parochie dragen. Voor hen ben je belangrijk omdat je er de gang inhoudt, omdat je in feite de tamelijk onmisbare spil bent. Die groepen bestaan uit meer dan honderd mensen. Daar om heen ligt de grote kring van mensen die alleen een beroep op de kerk doen bij geboorte, trouwen en d o o d " . Waarom bent u eigen/ijk weggegaan uit Ti/burg? Rud Smit: "Toen ik naar Tilburg kwam wilde ik daar een jaar of zes blijven. In zo'n tijd raak je heel duidelijk betrokken bij de generatie studenten die er op dat moment is. Ik voelde mij de afgelopen jaren dan ook als een vis in het water". "Mijn vertrek viel me extra moeilijk omdat ik voelde dat er belangrijke ontwikkelingen op de faculteit bezig waren. Ik wilde daaraan meewerken. Tegelijkertijd wilde ik in een andere positie in die kerk staan, binnen die wat bredere basis van het pastoraat". Rud Smit bekent dat hij lang over de keuze heeft lopen dubben. Hij benadrukt dat het liturgische aspect van zijn nieuwe functie mede de doorslag heeft gegeven voor Breda. Rud Smit: "Ik ga graag voor. In Tilburg werkte ik wel de weekeinden in een parochie mee. Maar hier is het een veel groter pakket en dat vind ik leuk werk om te doen. Wat ik in Tilburg deed kon op een bepaald moment ook door een pastoraal werker worden overgenomen. Nu doe ik pastoraat in een grote stadswijk waar veel jorl^e gezinnen zitten en waar alle generaties bij elkaar zijn. Een parcohie is de herkenbaarste vorm van kerk-zijn". Hoe was het toen u in Tilburg begon, in 1977? Ongeveer twee jaar voor uw l<omst werd daar een commissie Spirituele Vorming opgericht die onder andere als taak had te onderzoeken of een eigen pastoraat voor de theologische faculteit nodig en haalbaar was. De conclusie was dat er alleen een pastor moest komen als die door de bisschoppen betaald werd. Ik leid hieruit af dat de commissie zelf een pastor niet zo nodig vond. Hoe zat dat precies? Rud Smit: " I n een van de eerste gesprekken met de theologische faculteit

Tilburgs Hogeschoolblad

verband dat te maken heeft met het geloven en het daarvoor willen leven. Wat ik belangrijk vind is dat de mensen die in het pastoraat willen werken de kans krijgen om iets van het kerkelijk klimaat in te snuiven. En ik denk dat daarvoor een vast adres zinnig i s " . In Tilburg had u zich vier taken gesteld, één daarvan was een intermediair te zijn tussen kerk en faculteit. Was dat niet moeilijk?

Rud Smit: "Kerk is als 'n sportvereniging" hebben de bisschoppen een model voorgesteld voor een eigen pastoraat in het geheel van de faculteit, zoals die bijvoorbeeld in een ziekenhuis of justitie-instelling bestaat. Met dat model heeft de commissie Spirituele Vorming even gespeeld. In die tijd wilde de Hogeschool in de welzijnsdienst ook een pastor aanstellen. Halftime, een soort staffunctionaris voor geestelijke en levensbeschouwelijke vragen en voor geestelijke begeleiding. De theologische faculteit heeft toen de boot afgehouden. Want als je een pastor aantrekt kun je een wetenschapper minder aantrekken. Pas toen de bisschoppen een pastor van belang vonden en de faculteit in de gelegenheid wilden stellen om die extra functionaris aan te nemen heeft de faculteit ja gezegd". Was de pastor nodig om de priesterkandidaten te begeleiden, te beschermen? Een soort laatste poging om de studenten bij elkaar te houden en ze een echte priesteropleiding te geven? Rud Smit: "De zorg of de faculteit als priesteropleiding zou voldoen heeft vanaf de oprichting in 1967 gespeeld, maar werd heviger toen rond '75 de studenten sterk veranderden. De mensen stonden op een andere manier in de opleiding dan vroeger. In de bezorgdheid om die ont-

een eigen huis voor priesterkandidaten terecht? Rud Smit: "Na mijn komst gingen de gesprekken daarover verder. De bisschoppen hebben op een bepaald moment het initiatief genomen van een kerkelijke leefgemeenschap voor mensen die priester willen worden. Dat huls is er gekomen in de Poirterstraat in een oud klooster van Capucijnen. Dat bestaat nu een jaar over vier en er hebben in de loop van de tijd een aantal mensen in gew o o n d . Niet zo heel veel, en dat Is de reden waarom er nu opnieuw wordt nagedacht of je die functie van zo'n huis niet scherper moet omschrijven. Of je niet echt tot een convict moet komen. Nu is het nog een vrijwillig huis". Waarom vindt U die convicten zo belangrijk? Rud Smit: " D e faculteit is een leergemeenschap waar oriëntatie op de beroepsuitoefening plaatsvindt. Maar je leert er niet~hoe je in de kerk moet leven". Smit vergelijkt de kerk met een sportvereniging, in die zin dat een kerk ook een eigen gebouw heeft, een eigen clubblaadje, mensen die het besturen, die het in gang houden. Alleen het doel is geestelijker: " D e kerk is een heel eigensoortig

Denkt u dat de bisschoppen tevreden zijn over de huidige situatie op de theologische faculteit? Of zouden ze liever meer grip erop hebben? Rud Smit: "Een paar jaar geleden zijn de statuten van de theologische faculteit veranderd. Sindsdien nemen de bisschoppen van Breda en Den Bosch een duidelijke positie in: ze zitten in de raad van toezicht van de theologische faculteit. Samenwerking met de bisschoppen is wezenlijk voor de theologische faculteit omdat daar de officiële subsidietitel van de faculteit ligt. Aan de andere kant kunnen de bisschoppen niet zonder faculteit: als men met die wederzijdse afhankelijkheid kan leven hoeven er niet veel conflicten te zijn". Sinds 1 september zit U in Breda. Hoe zit het met uw opvolging, is die al geregeld? Rud Smit: " A a n de ene kant heb je het algemeen studentenpastoraat Maranatha waar de functies vacant zijn. Vier jaar geleden is de theologische faculteit verhuisd en is komen wonen naast het algemeen studentenpastoraat. Ik heb me altijd afgevraagd of het algemeen studentenpastoraat niet tevens een aantal functies op de theologische faculteit mee kan vervullen. Het is toch een beetje vreemd dat je een Maranatha-team hebt en tegelijkertijd een pastor aan de theologische faculteit? W e kwamen elkaar niet zoveel tegen en reden elkaar niet in de wielen maar bij een andersoortige samenstelling van het team had daaruit misschien wat meer samenwerkig kunnen komen. Misschien komt dat er in de toekomst nog van". Claartje van der Grinten

9 november 1984


Universiteiten behouden verantwoordeiijicheid lerarenopleiding Minister Deetman is van plan de onderwijsl<oepels - dat zijn de Nederlandse Katholieke Schoolraad, de Protestants-Christelijke Schoolraad en Vereniging van Openbare Scholen - een zware inbreng te geven in de bepaling van de aantallen studenten die tot de tweede-fase universitaire lerarenopleidingen worden toegelaten. De minister wil in overleg met deze zogenaamde "deelplanorganisaties" voor elke van de drie richtingen prognoses maken van de in de toekomst benodigde aantallen leraren per schoolvak. Dit staat in de definitieve versie van de nota over de universitaire lerarenopleiding, die de minister deze week aan de Tweede Kamer verzond. In de nota wordt bevestigd dat de universiteiten en hogescholen de eindverantwoordelijkheid voor de eerstegraads lerarenopleiding houden. Ze zullen de opleiding in de toekomst moeten geven in nauwe samenwerking met zowel NLO's als met de middelbare scholen, die voor de stageplaatsen zorgen. Praktisch wordt de één jaar durende opleiding in twee delen gesplitst. Ten minste de helft ervan bestaat uit een stage op een school voor voortgezet onderwijs. Universiteiten en NLO's verzorgen samen de begeleiding van dit "schoolpracticum" en de vakdidactische en onderwijskundige vorming van de toekomstige docent. "De beoordeling van alle aspecten van de opleiding moet echter uitdrukkelijk een gezamenlijke activiteit zijn van al die-

genen, die bij de opleiding zijn betrokken". In het concept, dat precies een jaar geleden werd gepubliceerd, had de minister nog het voornemen geuit de eindverantwoordelijkheid van de eerstegraads lerarenopleiding naar de NLO's (Nieuwe Lerarenopleidingen) over te hevelen. A d viezen van de Academische Raad en de Onderwijsraad, die fel stelling namen tegen dit plan, hebben, aldus de tekst van de nota, de minister op andere gedachten gebracht. Maar ook de verwachting dat het voornemen tot overheveling niet goed zou vallen in het parlement zal zeker hebben bijgedragen tot de herbezinning van Deetman op dit punt. Dat minister Deetman is teruggekomen op zijn aanvankelijke voornemen was al eerder bekend. De problematiek rond de universitaire lerarenopleiding kwam toen met name te liggen bij de bepaling van de instroom van studenten en de verdeling van de verschillende lerarenopleidingen over het wetenschappelijk onderwijs. De Academische Raad stelde voor Nederland te verdelen in vijf verzorgingsge-

vervolg van pag. 1

'Monopolie G/anotten is uit den boze' 'Het Nieuwe Centrum'en 'de Vrije Boekhandel'. Dat vind ik niet passen. Ik kan u wel verzekeren: daar is ook eigenlijk de ellende mee begonnen". Boekhold zegt dat er 'geen fatsoenlijk' antwoord kwam op Pillots brieven naar de secretariaten van de faculteiten om de lijsten met te gebruiken boeken op te vragen. Als je die gegevens niet krijgt wordt het je moeilijk gemaakt, aldus de directeur van Pillot. Boekhold: "Wij vragen de hogeschool niet om bulk te mogen leveren, of om de bibliotheek te bevoorraden. We zijn eens een keer wezen praten op de bibliotheek om daar te leveren, maar daar schijnt een groot gedeelte van de boeken uit Duitslandgehaald te worden, om de prijzen te drukken. En wie haalt dan de kurk onder de academische boekhandel weg, zoals Hopman van ons beweert? In Duitsland ben je niet gebonden aan de afspraken die hier in Nederland gelden vanwege de omrekenkoers, en zodoende kom je via Duitsland aan goedkope import. Wij noemen dat in het vak parallelimport. Wij worden daar als boekhandel zwaar op aangekeken en een gesubsidieerd instituut als de hogeschool kan dat zomaar. Ik heb daar niet zó'n grote problemen mee, maar dan moetje niet beweren dat wij de kurk onder de academische boekhandel weghalen. Dat is niet terecht en dat heb ik de hogeschool in mijn laatste brief ook laten weten". Volgens de directeur is hier sprake van een monopoliepositie van één boekhandel. Elke monopoliepositie van wie dan ook is slecht en veroorzaakt de problemen die er nu volgens het verhaal in Vrij Nederland in Maastricht, Tilburg en elTilburgs H o g e s c h o o l b l a d

ders zijn. Waarom kan er in Tilburg geen vrijhandelsverkeer zijn vraagt Boekhold zich af, daarmee aangevend dat hij die monopolitiepositie net zo 'spuugzat' is als de KHT-medewerker die Pillot aan de vijfhonderd adressen hielp. Boekhold ziet de student als een volwaardige consument, en volgens hem zijn er nog altijd mogelijkheden om boeken goedkoper te leveren, desnoods door rechtstreekse import uit Amerika. Een gunstiger prijsstelling voor studenten loopt ernstig gevaar als je in een soort monopoliepositie zit, en dat is volgens Boekhold een slechte zaak. "Als ik bulk kan verkopen, zoals dat van Maastricht tot in Groningen gebeurt, dan ben ik gerechtigd om korting te geven. Ik denk dat mijnheer Hopman ongenuanceerd speelt met de werkgelegenheid van de vier personen die hier werken en dat vind ik onverantwoord". Maar wat Boekhold vooral hoog zit is de veranderde benadering, vanuit de hogeschool. Eerst kwamen er vanuit KHT geluiden om 'rond de tafel te gaan zitten'. Pillot beweert inlichtingen te hebben gegeven over de betrokkenheid van bepaalde namen op een lijst die door de KHT werd voorgelegd. Volgens Hopman mocht ambtenaar Backbier door de telefoon enkele namen noemen en dan werd er aan de andere kant van de lijn 'nee' geroepen. Dat vond hij geen methode, het uitblijven van de naam leidde tot verstarring in toch al niet vriendelijke betrekkingen. Boekhold noemt het "onbegrijpelijk" dat enkele dagen later w e r d beweerd dat er een onvoldoende basis bleek te zijn om verder te praten. Ook het manoeuvreren met de laatste passage uit het persbericht zit hem hoog. Daarin had

bieden (vier geografische regio's en een protestants-christelijk verzorgingsgebied voor de VU), die elk een volledig pakket lerarenopleidingen zouden krijgen. Deetman negeert dit voorstel. Hij stelt voor om in overleg met de onderwijskoepels prognoses op te stellen voor telkens vier jaar. De zuilen kunnen bovendien langs een tweede v«eg invloed uitoefenen: stagescholen kunnen zich namelijk door hun tussenkomst aanbieden onder vermelding van een aantal stageplaatsen. Die beide gegevens moeten leiden tot een voorlopige vaststelling van de aantallen studenten per vak. Na advies van de Onderwijsraad stelt de minister de uiteindelijke aantallen vast. De selectie van de studenten die worden toegelaten gebeurt vervolgens door "toelatingscommissies", die zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van de universiteiten, NLO's en stagescholen. De lerarenopleiding waarover de nota handelt geeft een bevoegdheid voor het voortgezet onderwijs. Voor een lesbevoegdheid in het hoger beroepsonderwijs (HBO) zal ook in de toekomst niet voor alle vakken een uitgebreide opleiding nodig zijn. Het volgen van een didactische cursus in de loop van de eerste twee jaar na de benoeming is voldoende. Een dergelijke cursus is ook voldoende voor geven van de vakken Russisch, Italiaans, Hebreews, sterrenkunde, bijbelkennis, huishoudkunde en filosofie op middelbare scholen.

Hopman de monopoliepositie van Gianotten alleen maar beklemtoond. Daardoor is de zaak via het artikel van Rudy Kagie opnieuw in het nieuws gebracht, aldus Boekhold die nu wacht op een antwoord van de KHT dat volgens hem "nu toch een beetje lang uitblijft". "Ik heb ook aangeboden om over het lek te praten. Laten we wel wezen, ik ben niet verantwoordelijk voor een lek op de hogeschool en ik prijs me gelukkig dat ik de naam niet ken. Maar ik had bij mijn voorganger kunnen aandringen om de hogeschool aan te wijzen in welke afdeling ze het lek kunnen zoeken. Toen ging de deur dicht. Waarom?" Boekhold suggereert dat de hogeschool boos werd toen hij weigerde aan wat hij noemt 'een ruilhandel mee te doen'. "Il< laat mij door niets en niemand chanteren" zegt Boekhold. "In een tweede brief van de hogeschool werd mij aangeboden dat indien ik de naam zou geven, de hogeschool met mij in contact zou treden inzake een gesprek over informatie van de hogeschool. Aan dat soort ruilhandel heb ik niet meegedaan". Boekhold kreeg van de hogeschool geen garanties ter bescherming van zijn informant. "Wij achten de privacy van de informant even hoog als de privacy van de student en ik meen te weten dat secretaris Hopman daar iets anders over denkt", aldus Directeur Boekhold. "Alle ellende is begonnen met ons gewoon niet te informeren. Wij vragen geen voorkeursbehandeling, maar als ik boekenlijstenvraag om te weten welke boeken wij in voorraad moeten hebben als straks de bestellingen uit de hogeschool binnenkomen, dan moet ik die lijsten krijgen. Er zijn duidelijk schriftelijke vragen van ons genegeerd, er zijn brieven niet beantwoord en dan ging het alleen maar om simpele informatie voor de consument en voor de leverancier om te weten wat we in voorraad moeten hebben".

Minister Deetman In de nota wordt uitvoerig aangegeven wat er allemaal in de samenwerkingscontracten tussen wetenschappelijk onderwijs, NLO en stagescholen geregeld dient te worden. Zowel de mate waarin als de wijze waarop WO-medewerkers en NLO-medewerkers bij de opzet en uitvoering van de opleiding en bij de nascholing van leraren worden betrokken, moet worden aangegeven. NLO-medewerkers gaan verder meedoen bij de opzet en uitvoering van onderwijskundig en vakdidactisch onderzoek op de universiteiten; WO-medewerkers worden betrokken bij NLO-opleidingsprogramma's en de nascholing voor tweede- en derdegraadsgebieden. Voor zijn nieuwe plannen wil de minister b i n n e n l i j n begroting extra gelden aanwijzen: 6,6 miljoen voor de stagescholen, 1,9 miljoen voor de NLO's en 1 miljoen gulden voor onderzoek. JS/UP

Pillot wil het laten afhangen van het antwoord uit de hogeschool of er straks nog behoefte is aan een persverklaring. Over onbeantwoorde brieven uit het verleden weet KHT-secretaris Hopman niets. Dat kan hij laten nazoeken. Over de gesuggereerde "ruilhandel" zegt Hopman het volgende: "Hij is niet gechanteerd, ik zou dat ook bepaald niet willen. Wat hij vroeg was: kunnen we niet eens praten over een verbetering van de informatiestroom tussen Pillot en de hogeschool. Toen heb ik gezegd: daar heb ik geen behoefte aan totdat ik weet hoe de vork in de steel zit met die namenlijsten. Als iemand dat chantage wil noemen dan vind ik dat merkwaardig. Ik heb geen behoefte aan een gesprek; ik heb met geen enkele boekhandel in deze stad gesprekken. Nou, als hij een gesprek wil, dan wil ik daar wel eens over nadenken, maar dan alleen als er duidelijkheid is over onze onderlinge verhouding. Ik moet ook protesteren tegen een term als chantage, dat is gewoon belachelijk. De ruilhandel is door hem het eerst opgezet. Hij schreef dat hij wil praten over een verbetering van de informatiestroom. Maar ik had hem iets heel anders gevraagd". Hopman vindt het merkwaardig dat er nu sprake is van een medewerker uit een bepaalde afdeling, terwijl de informant weken geleden nog werd omschreven als een student. "Hij weet, volgens Vrij Nederland, ook precies waarom die medewerker het deed. Dat maêkt zijn verhaal - dat hij niet weet wie het gedaan heeft - volstrekt ongeloofwaardig". Volgens Hopman is de deur niet dicht gegaan. Ze kan zo weer open. "Het is pure weigerachtigheid om die naam niet te geven en ik kan ze daar niet toe dwingen", aldus secretaris Hopman. Eddie Vaes

9 n o v e m b e r 1984


PERS

Universiteitsbladen Met het aantal afvallers onder eerstejaars studenten als gevolg van de invoering van de tweefasen-structuur valt het aan de Rijksuniversiteit in Leiden reuze mee. Na twee jaar blijkt zo'n 70 procent het propedeuse-examen te hebben behaald en dat is niet veel minder dan in de oude structuur. Het enige wat veranderd is, is dat de druk op studenten en studie-adviseurs is toegenomen. Een studie-adviseur adviseert de studenten die hun propedeuse na twee jaar nog niet gehaald hebben zich een tijdje als toehoorder in te schrijven "Ik zou niet alleen willen zeggen dat ik wijs op de mazen van de wet, sterker, ik propageer er ook gebruik van te maken" (MARE). ***** Aan de Rijksuniversiteit Utrecht blijven de cijfers van de propedeuse-resultaten nog steeds onvindbaar. Men durft daar nog geen uitspraak te doen over het studierendement op grond van "grote hiaten " in de informatie. Het Utrechts (UNIVERSITEITSBLAD) meldt verder dat de landelijke cijfers nogal verontrustend zijn: "veertig procent van de studenten had niet op tijd hun propjes gehaald en zou dus eigenlijk

Nota emancipatiebeleid Deelname van vrouwelijke studenten aan het wetenschappelijk onderwijs moet bevorderd worden. Waar mogelijk moeten er maatregelen komen om de bestaande achterstand weg te werken. Dat staat in de Nota Emancipatie Beleid die pasgeleden op de KHT verscheen en waarin het College van Bestuur voorstellen doet op het gebied van emancipatie in het personeels- en studentenbeleid. Het ligt in de bedoeling om in het studiejaar 1984/85 aparte voorlichtingsactiviteiten voor te bereiden voor aankomende studentes. Ook tijdens de introductiedagen moeten activiteiten plaats gaan vinden speciaal voor vrouwelijke eerstejaarsstudenten, zo schrijft het CvB. Het College gaat tevens advies vragen aan de Interfacultaire Commissie Deeltijdse Opleidingen over mogelijkheden tot uitbreiding van deeltijd opleidingen alsmede over de vraag op welke manier die opleidingen voor meer groepen (waaronder vrouwen) toegankelijk worden. In de Nota zegt het CvB aandacht te gaan besteden aan de entree van vrouwelijke afgestudeerden op de arbeidsmarkt. Dienst Studentenzaken en Welzijn is momenteel bezig met het schrijven van een notitie waarin men ingaat op vragen betreffende het terecht komen op de arbeidsmarkt. Ook In dit schrijven aandacht voor de positie van de vrouw. Wat betreft het personeelsbeleid gaat het om een veranderingsproces met betrekking tot de taken die mannen en vrouwen binnen de organisatie verrichten en de wijze waarop zij deze taken invullen. Het College heeft een aantal voorwaarden geformuleerd die het veranderingsproces kunnen stimuleren. Bij functies die nu overwegend door mannen bezet zijn, is het in het kader van het emancipatiebeleid gewenst dat bij het ontstaan van vacatures speciale aandacht uitgaat naar geschikte vrouwelijke kandidaten. Het is ongewenst, aldus het CvB, dat thuissituaties, kinderwens en

van de universiteit af moeten". ***** In de Groningse UNIVERSITEITSKRANT een aardige 'studietip' voor studenten. Uit een enquête die door de onderwijswerkgroep van de studentenorganisatie GRUNK onder circa 400 studenten werd gehouden blijkt onder meer dat doorstuderen in de vakantie slecht voor het rendement is. Volgens de enquête moeten de oorzaken voor het lage studierendement niet bij de studenten worden gezocht, maar in de manier waarop de studie door de (subjfaculteiten georganiseerd wordt. "Soms is het zo dat de datum waarop een tentamen gehouden wordt bepaald wordt door de vraag wanneer de Martinihal beschikbaar is. Dat kan dan midden in een vakantie zijn. Je ziet dan dat er onmiddellijk bij veel mensen achterstand ontstaat". ***** Ook TH-BERICHTEN, het hogeschoolblad van de Technische Hogeschool Eindhoven (THE), is ingesprongen op de berichtgeving rond diefstal op universiteiten en hogescholen. In dit blad werd hier al eerder over geschreven. Ook op de THE neemt het aantal diefstallen de laatste tijd flink toe. Niet alleen worden er waardepapieren, jassen, autosleutels, etc. gestolen maar ook apparatuur en an-

dere onderzoeksmiddelen. Laatst werd op de TH een dief gesnapt die gestolen spullen tegen beloning aan de oorspronkelijke eigenaars aanbood. Het kernprobleem van de diefstal ligt, volgens het hoofd van de bewakingsdienst, in het feit dat de TH-terreinen openbaar zijn. Iedereen kan de gebouwen in en uit lopen. Op de THE is onlangs een uniform protocol bij overlijden van personeelsleden en studenten vastgesteld. Tot nu toe werden overlijdingsadvertenties betaald uit particuliere middelen (lief- en leedpotje). Voortaan zal de THE zelf in geval van overlijden een rouwadvertentie in een landelijke of regionale krant plaatsen. Het protocol voorziet ook in een schriftelijke condoleance namens het College van Bestuur (CvB) door de rector-magnificus als het een student betreft en door de secretaris van de TH bij overlijden van personeelsleden. Het protocol voorziet er ook in dat het CvB ervan kan afwijken bijvoorbeeld in geval een personeelslid daags na zijn pensionering overlijdt. *****Nog even terug naar Utrecht. Daar is onlangs Frits Ritmeester, beter bekend als Frits Spits, afgestudeerd als Neerlandicus. Het Utrechts Universiteitsblad heeft een vraaggesprek met

hem. Ritmeester studeerde mede af op, hoe kan het anders, een scriptie over popteksten die in de hitparade hebben gestaan. Zijn conclusie daarover was dat deze teksten niet geweldig zijn. "Ik wil wel een voorbeeld geven van een goede poptekst: 'Malle babbe' van Lennart Neigh, gezongen doot Rob de Nijs. Dat is mooie, niet-geforceerde taal; het gebruikt ook wel literaire kontrasten". Ritmeester heeft zeven jaar over zijn studie gedaan. Na een mislukte studie economie besloot hij, in diensttijd, MO-nederlands te gaan studeren. Na deze studie stond hij driejaar voor de klas op het Gemeentelijk Lyceum in Eindhoven en de Katholieke Leergangen in Tilburg. Naast zijn werkzaamheden in Hilversum besloot Ritmeester Nederlands te gaan studeren, in Utrecht. Een zware combinatie, zo ondervond hij. "Toen ik nog in Eindhoven woonde, ging ik 's ochtends met de trein naar Utrecht. Daar had ik een oude fiets staan, waarmee ik naar kollege racete. Na koll^e moest ik me weer haasten om op tijd in Hilversum te zijn voor 't werk. Ik heb in de trein dan ook vaak m 'n werk voorbereid. Ik snap niet hoe ik het heb volgehouden". L.v.W.

kinderopvang een rol spelen als (verborgen) selectiecriterium tijdens de sollicitatieprocedure. Kandidaten moeten in staat en bereid zijn zelf zorg te dragen voor het feit dat er geen conflicten met de werksituatie optreden. Het College voegt daaraan toe dat de hogeschool in zekere mate een bijdrage wil leveren dat huishouden/kinderen en werk ook daadwerkelijk zijn te combineren.

Ander Leesvoer

In Scripsi als vanouds weer de 'achterklap' rubriek "Ons dorp". Er wordt een alleraardigst voorval beschreven waarin John Rijsman, decaan van de subfaculteit, een engelstalige brief ondertekende met "Dean of the faculty" wat betekent "Rector-magnificus van de faculteit". Hierop gewezen antwoordde Rijsman: "Grootheidswaanzin is mij niet vreemd". In Scripsi verder een interview met de 'omstreden' hoogleraar proto-psychologie Breker. Prof. Breker is van huis uit messenwerper. Toen de zaken slecht gingen besloot hij psychologie te gaan studeren, een studie die volgens Breker in vier maanden te klaren is. Breker vindt dat psychologen niet zoveel moeten zeuren. Hij pleit voor een 'hardere' benadering. Deze harde aanpak stelde hij ook het College van Bestuur (CVB) voor. Deze brief werd echter onderschept en nu zit Breker opgesloten in het dierenverblijf. "Dieren slaan tenminste niet zo'n onzin uit", aldus Breker. In Scripsi een verslag van de resultaten van het project studievaardigheden onder voormalige eerstejaars psychologen van de lichting 1983/84 (aantal studiestakers: ca. 15%). Bijna de helft van de studenten heeft problemen (gehad) met statistiek. Deze problemen komen voor een deel voort uit een tekort aan voorkennis. Deze en andere resultaten hebben geleid tot het formuleren van plannen en aanbevelingen.

M.V.B.

vervolg van pag. 9

ORC-beleidsnota draad door het verhaal, echter nergens wordt openlijk de spijker op z'n kop geslagen.

Ed van Hees

Karel Hermans

Tilburgs Hogeschoolblad

De polemiek rond het "niveau" van Scripsi en het THB zet zich in het laatste nummer van SCRIPSI, het subfaculteitsblad van de psychologen, onverwijld voort. Ditmaal weer een brief van de geheimzinnige K.S. Niet zó geheimzinnig meer want K.S. schrijft in deze brief niet Karel Soudijn te zijn. Waar gaat het om ? In zijn recente brief steunt K.S. voor een belangrijk deel Jan van Zeeland. Deze Van Zeeland, "wiens naam onbekend is bij de studentenadministratie", zo weet K.S., schreef in een vorig nummer tevreden te zijn met het niveau van Scripsi omdat het zoveel erger kon. Als referentiepunt koos hij hierbij voor het THB. Die vergelijking viel voor het laatste orgaan slecht uit. Van Zeeland noemde het THB een "stadskrantje". K.S. is het hier niet volledig mee eens. Hij meent van een "wijkkrantje" te moeten spreken... "ontstaan door een teveel aan subsidiegelden, dat weliswaar gratis, maar niettemin opgedrongen op je deurmat valt". Illustratief voor het THB-niveau acht de briefschrijver het "peil van de giftige stukjes van onze faculteitsmedewerker Karel Soudijn". Het feit dat in deze besprekingen van 'Ander Leesvoer' geen stelling wordt genomen in de polemiek wordt door K.S. terecht gevonden vanwege het nu eenmaal hogere niveau van Scripsi. Een niveau dat zo stelt K.S., anders dan Van Zeeland, best nog wel wat hoger kan. De Subfaculteit Letteren onderschrijft in een eerste concept-reactie op de nota Onderwijsondersteuning de realistische visie van het algemene beleidskader. " O p de Subfaculteit Letteren is een dergelijk onderwijsbeleid ook daadwerkelijk in ontwikkeling en de behoeften aan onderwijsondersteuning zullen dan te zijner tijd in het subfacultaire onderwijsontwikkelingsplan worden gespecificeerd". De letterenfaculteit plaatst hier en daar wat kanttekeningen: " Z o mag bijvoorbeeld niet worden genegeerd dat de eis tot verhoging van het numeriek rendement op

gespannen voet kan komen te staan met de eis tot behoud c.q. vergroting van de kwaliteit van het onderwijs en de resultaten daarvan. Enige aandacht voor deze problematiek, en de mogelijke rol van het ORC in de verlichting daarvan, ontbreekt echter", aldus de concept-reactie van de Letterenfaculteit. De reacties van de andere faculteiten zitten nog in de ambtelijke pijpleiding. B.F.B.

9 november 1984


MEDEDELINGEN

VACATURE SUBSIDIEKOMMISSIE Binnen de subsidiekommissie is er een plaats vrij gel<omen voor een lid uit de kring van medewerkers van de Hogeschool. Belangstellenden kunnen kontakt opnemen met de voorzitter van de subsidiekommissie, W. Heuvelmans, N5, tel. 2413. Gezien de samenstelling van de kommissie gaat de voorkeur uit naar een vrouw uit de wetenschappelijke sfeer.

DOCTORAAL BESTUURLIJKE INFORMATIEKUNDE Het tentamen Statistiek (346.026) dat gepland was op 10 december a.s. verschuift naar donderdag 13 december 1984.

het eerste semester de hoorcolleges privaatrecht op vrijdag - in afwijking van alle vorige mededelingen - op de volgende uren gegeven worden: 9.00-10.00 uur in zaal SZ 17* voor studenten waarvan de achternaam begint met de letter A t/m G. 12.00-13.45 uur in zaal AZ 116 voor studenten waarvan de achternaam begint met de letter H t/m O. 14.15-15.15 uur in zaal /\Z 116 voor studenten waarvan de achternaam begint met de letter P t/m Z. De colleges zullen worden gegeven door mevrouw mr. B. Nieskens-lsphording. In verband met de capaciteit van de zalen waarin college wordt gegeven, is afwijking van bovenstaand schema slechts na overleg en op grond van deugdelijke argumenten mogelijk. Gaarne vertrouwen wij erop dat u zult meewerken aan een goede gang van zaken zodat wij niet genoodzaakt worden tot controlemaatregelen over te gaan. Om voorbereid te zijn op eventualiteiten verzoeken wij u echter reeds nu om op vrijdagen uw collegekaart bij u te dragen.

COLLEGEROOSTER PROPEDEUSE DEELTUDSE OPLEIDING PRIVAATRECHT A + B In onderstaande een wijziging in het rooster voor de deeltijdstudenten m.b.t. V\&. vak privaatrecht A + B\n de propedeuse voor de periode 28-1 t/m 2-5-1985: De werkgroepen die gepland waren op zaterdag 2 maart, 30 maart en 27 april van 10.00-12.00 uur en van 13.00-15.00 uur worden verplaatst naar - dinsdag 12 maart, 18.45-22.30 uur. Zaal A Z 6 , 111, 113, 05. - dinsdag 23 april, 18.45-22.30 uur. Zaal A Z 6 , 111, 113, 05. - zaterdag 19 mei, 10.00-12.00 uur en 13.00-15.00 uur. Zaal CZ 103, 104, 105 en 106. De voor genoemde tijdstippen voorziene hoorcolleges komen te vervallen.

• met uitzondering van 9 november AZ 10. INLEIDING RECHT

HOORCOLLEGE PRIVAATRECHT In verband met ziekte van prof. mr. H.C.F. Schoordijk zullen gedurende

De op het college uitgedeelde opgave tentamenstof 1984-1985 (A en B) alsmede het A-tentamen van augustus 1984, zijn alsnog verkrijgbaar bij het secretariaat van de vakgroep Encyclopedie, Kamer B 826.

KINDEREN LATEN LEZEN Op donderdag 15 november 1984 vindt aan de Katholieke Hogeschool Tilburg het symposium KINDEREN LATEN LEZEN

plaats. Het symposium is gewijd aan de vraag hoe kinderen tot grage lezers gemaakt kunnen worden. Dit doel kan bereikt worden door een goede didactiek en door rekening te houden met de sociale factoren die de leesbaarheid bepalen. De volgende thema's komen aan de orde: - Hoe jonge mensen voor literatuur te interesseren - Opvattingen voor kind-zijn die in deze eeuw zijn gehuldigd - Media in het sociale milieu van kinderen - Het sociale milieu als factor bij de beoordeling van leesmateriaal voor kinderen. Als sprekers zullen onder meer de volgende Nederlandse en Duitse deskundigen optreden: Prof. Lea Dasberg, Dr. W.A.M, de Moor, Dr. P. Levelt, Dr. C. van Calcar, Prof. Ingo Scheller, Prof. N. Hopster, Prof. H. Hengst, Prof. Barbara Schariot en Dr. Bettina Hurrelmann. Het symposium wordt geopend door Miep Diekmann. Zij zal over haar ervaringen met kinder- en jeugdboeken in verschillende culturen, m.n. met kinder- en jeugdboeken op de Nederlandse Antillen spreken.

door Menno van der Molen (LOKV) en Reinhold Bertleim. De dag wordt besloten met een paneldiscussie waaraan ook Prof. Klaus Doderer zal deelnemen, de directeur van het beroemde Institut für Jugendbuchforschung van de GoetheUniversitat in Frankfurt am Main. Het symposium richt zich tot docenten en studenten van universiteiten (letteren, pedagogie, sociologie, didactiek), aan HBO-instellingen (Bibliotheekacademies, Pegagogische Academies) en tot medewerkers bij openbare bibliotheken, de onderwijsverzorgingsstructuur en uitgeverijen. Inschrijfgeld: f 12,50 studenten /^ 40, — anderen Men schrijft zich in door zich telefonisch aan te melden bij Mw. Rieky Jurriëns (013-662773). Het inschrijfgeld kan op de symposiumdag contant worden voldaan. In het bedrag zijn een lunch en een warme maaltijd begrepen. Na telefonische aanmelding ontvangt men het definitieve programma. Ook ontvangt men het nummer van En nu over jeugdliteratuur dat speciaal aan het symposium is gewijd.

Een speciaal thema op het symposium vormen films voor kinderen. Er zal een presentatie plaatsvinden van een aantal belangrijke Nederlandse en Duitse kinderfilms. Op deze films zullen toelichtingen worden gegeven

emiel de jong b.y. de drukkers uit baarle-nassau gespecialiseerd in:

— brochures — boeken — kranten

voor Inlichtingen:

telefoon 04257-8922, toestel 25, j . de jong

Tilburgs Hogeschoolblad

9 november 1984

Q


MEMO

Stud en terit ABVAKABO JONGEREN TILBURG In Tilburg draait sinds enige tijd een jongerengroep van Abvakabo. Een aantal mensen heeft de koppen bij elkaar gestoken omdat steeds blijkt dat jongeren uit de boot vallen door allerlei regelingen van de overheid. Sterker nog: jongeren zijn te makkelijk "te pakken". Voorbeelden hiervan zijn de afschaffing van de uitkering van 16- en 17-jarigen, de gedeeltelijke afschaffing van de WWV-uitkering voor jongeren, de jeugdwerkloosheid (iedere 2e werkloze is jonger dan 25 jaar!), de aanvallen van het kabinet Lubbers op de jeugdlonen, etc. Een van de redenen hiervoor is dat jongeren te weinig van zich laten horen. Wij denken dat er meer jongeren in Tilburg zijn die dit óók vinden. Op vrijdag 9 november a.s. hebben we daarom in het baanlozencentrum, Voltstraat 18 Tilburg, een bijeenkomst georganiseerd van en voor jongeren. Als je vragen hebt over allerlei zaken die met je werk of werkloos-zijn te maken hebben kun je op deze avond terecht. Er is volop informatiemateriaal verkrijgbaar en verder willen we er een gezellige avond van maken met video's (The AbvaKabo presents!) en een optreden van de Tilburgse P.P.-band (met swingende muziek)! Toegangsprijs: f2,50 (voorverkoop: f 2, — ). Iedereen (ook als je geen lid bent van een bond) is welkom!!! HUISHOUDEN EN MIUEUHYGIËNE Gevraagd: doctoraalstudenten voor deelname aan een interdisciplinaire studiegroep aan het Centrum voor Milieukunde van de Rijksuniversiteit

Leiden. Doel van de studie is aan te geven hoe de emissies van schadelijke stoffen uit huishoudens zo goed mogelijk beperkt kunnen worden. Deze emissies worden in vergelijking met die door de industrie relatief steeds omvangrijker. Aanvang: 1 januari 1985, duur zes maanden. Gewenste disciplines: milieuhygiëne, scheikunde, industrieel ontwerpen, hulshoudwetenschappen, sociologie, polltikologie, rechten. Onderwijskundige invulling in overleg. Inlichtingen bij de begeleiders: drs. G. Huppesen drs. G. Barendse, Centrum voor Milieukunde, Garenmarkt 1b, 2311 PG Leiden, tel. 071-148333 tst. 7424; 7429.

Varia\ LACAN EN HET STRUKTURALISME Wie heeft er belangstelling voor Lacan, psycho-analyse, het strukturalisme? Na afloop van de kursus "Wie schrijft, die blijft", waarin onderwerpen als de schrijfproduktie van vrouwen, vrouwenbeelden, écriture feminine en massakultuur aan de orde kwamen, bleken een aantal vrouwen behoefte te hebben om wat dieper in te gaan op vooral Lacan en het strukturalisme. Mede ook omdat dit van groot belang is in de theorievorming omtrent vrouwen. Ons groepje bestaat nu uit vier mensen, maar we willen dat graag uitbreiden. Wat er precies gelezen gaat worden is nog niet duidelijk. We denken aan inleidende werken als "Denken in Parijs" en over het strukturalisme, maar eventueel ook aan teksten van Lacan of Freud zelf. Als je belangstelling hebt kun je voor meer informatie bellen naar: Claartje van der Grinten, tel. 359090 Annemie Halsema, tel. 676691.

ALBERT HEIJN STUDIEBEURS ter beschikking, groot ^20.000, — . Deze studiebeurs heeft ten doel de ontvanger daarvan in staat te stellen een studie te maken van de vraagstukken waarvoor goederen en/of diensten distribuerende bedrijven worden gesteld; met name ondernemingen die de detailhandel in levensmiddelen uitoefenen. De studiebeurs kan worden toegekend aan hem of haar die aan enige instelling van wetenschappelijk onderwijs is afgestudeerd of binnenkort zal afstuderen. De studie mag van economische, maar ook van planologische, sociologische, psychologische, rechtswetenschappelijke of technische aard zijn. Mogelijke andere studie-objekten zijn de verhandeling, bereiding, opslag en transport van consumptiegoederen. Gegadigden dienen zelf het onderwerp van studie te bepalen. Een uit de studie voortvloeiende publikatie is voor iedereen toegankelijk. Door aanvaarding van de studiebeurs verbindt de ontvanger zich een in overleg met het Comité van Keuze overeengekomen studieprogramma te volvoeren en tussentijds het Comité op de hoogte te 'houden van de voortgang van de studie. Aanmelding dient vóór 31 december a.s. te geschieden bij het Secretariaat van de Raad van Bestuur van Ahold nv, Ankersmidplein 2 te Zaandam, telefoon 075-592247, waar ook de nodige inlichtingen kunnen worden ingewonnen.

Vrouweni STUDIEDAG 'DE OUDERE VROUW'

Oproep!! Het vrouwenoverleg van de intervakgroep sociale gerontologie aan de K.U. te Nijmegen wil een inventarisatie maken van onderzoek(st)ers die Nadat u vijftien nummers lang gratis mocht matseren in het THB, is het nu uw onderzoek doen naar oudere vroubeurt om uw goodwill te tonen en het THB een financieel duwtje m de rug te wen, of die hierin geïnteresseerd zijn. We doen deze oproep omdat we een geven. willen krijgen van wie in NederVoor f 5,— vult u onderstaande ruimte boordevol, inclusief trefwoord bovenaan. beeld land en België hiermee bezig zijn, zoDe matsertjes kunnen enkel met deze leesbaar ingevulde bon (één letter, leesteken dat een uitwisseling plaats kan vinof spatie per blokje) bij de redactie worden ingediend. den tussen onderzoek(st)ers. HierBetaling kan per giro- of betaalkaart onder gesloten omslag of op de redactie. voor willen we in het voorjaar een studiedag met als thema "de oudere vrouw" organiseren. Reakties graag •Vergeet niet ook naam en adres in te vullen. richten aan: het vrouwenoverleg intervakgroep sociale gerontologie Psychologisch Laboratorium Montessorilaan 3 6525 HR Nijmegen t.a.v. Annemie Kuckelkorn, tel. 080-515726 Caroline Smits, tel. 080-512551 Nan Stevens, tel. 080-515725.

Betaald matseren

X

1 11111 1 I:| III 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 II 1 1 1 1 1 II M M 1 II II II II II II II 1 1 1 II II 1 1 II II II II .11 II II 1 1 II II 1 1 1 II II II II 1 1 II 1 II 1 M Mill Buitenlands III II II 1 1 1 1 1 1 1 II 1 II II Buro Mill II II II II 1 II II II II 1 ONTWIKKELINGSBELEID EN 1 1 1 II II II II 1 1 1 1 VROUWENEMANCIPATIE ! 1 II II 1 1 II II II II 1 M i l l In het kader van de najaarscyclus "Ontwikkelingssamenwerking in de II 1 II II 1 II II II II II II 1 1jaren tachtig" organiseert het Buro Naam: Adres: (Tel.:

)

Tilburgs Hogeschoolblad

Buitenland i.s.m. het Vrouwenoverleg van de Katholieke Hogeschool Tilburg op donderdag 8 november een lezing en een toneelstuk met als thema: Ontwikkelingsbeleid en Vrouwenemancipatie.

's Middags om 15.30 uur in zaal AZ 9 van de hogeschool zal Mevrouw Els Postel een lezing over dit thema houden. Zij is wetenschappelijk medewerkster bij het Onderzoeks- en Dokumentatiecentrum Vrouwen en Ontwikkeling van de Rijksuniversiteit Leiden. 's Avonds om 20.00 uur in de aula van de hogeschool speelt de theatergroep BAOBAB het stuk "Grendels". Drie vrouwen waarvan er één voor enkele jaren in Afrika verblijft, houden elkaar via korrespondentie op de hoogte van de dingen die ze meemaken of doormaken. Vrouwenproblematiek en ontwikkelingsproblematiek zijn in het stuk de centrale thema's. De lezing en het toneelstuk zijn voor iedere belangstellende toegankelijk, de toegang is gratis. Inlichtingen bij: Buro Buitenland KHT, tel. 662236. TER INZAGE Op het Buro Buitenland, kamer B 1013, liggen ter inzage en kennisname de volgende stukken: - het cultureel verdrag fussen Nederland en Canada - het cultureel verdrag tussen Nederland en Hongarije m.b.t. wetenschappelijke uitwisseling - het memorandum van overeenstemming tussen het Ned. Ministerie van O&W en de Chinese Academie van Sociale Wetenschappen - een vragenlijst namens de Coördinatie voor Wetenschappelijke en Onderwijskundige Contacten met China betreffende samenwerking op langere termijn met een instelling van wetenschappelijk onderzoek of onderwijs in de Volksrepubliek China. BEURZENAANBOD: - fellowships offered by Population Council in the social sciences. fields of study: population studies or for study plans in population in combination with a social science discipline, such as economics, sociology, anthropology, geography, political science, and public administration. eligibility: graduate, postdoctoral and mid-career study. duration: awards are made for up to one year. applications must be received by 1 December 1984. - de Bondsrepubliek Duitsland biedt beurzen voor het studiejaar 85/86 aan ten behoeve van Ned. studenten en jongere absolventen van universiteiten en hogescholen. De beurzen zijn bestemd voor studie aan universiteiten, technische hogescholen alsmede aan kunst- of muziekacademies. De aanvragers moeten tenminste 2 jaar aan een Ned. universiteit hebben gestudeerd en het cand. examen of een vergelijkbaar examen hebben afgelegd. Onder voorbehoud: sollicitaties van kunstenaars tot 1 november; overige candidaten tot 1 december dan wel 1 mei. - Canada stelt beurzen beschikbaar voor graduate and post-doctoral research; ook is er informatie beschikbaar t.a.v. beurzen voor doctoraal studenten. - Oostenrijk stelt 2 beurzen van 9 maanden en 3 beurzen van ieder 1 maand beschikbaar voor Ned. afgestudeerden/studenten; daarnaast nog een aantal onderzoeksbeurzen. Het NACEE, de Netherlands America Commission for Educational Exchange, belast met de uitvoering van de Fulbright wetenschappelijk uitwisselingsprogramma tussen Nederland en de VS, stelt voor het acad. jaar 86/87 een aantal verblijfs- en/of reisbeurzen beschikbaar voor Ned. en Am.

9 november 1984

hoogleraren, leden van de wetenschappelijke staf en promotie-assistenten, die zich, hetzij in de VS, hetzij in Ned., verder willen bekwamen op hun vakgebied. Uitwisselingen zijn mogelijk op elk vakgebied. Aanmelding voor 1 december 84.

[Q

Sports SNERTCROSS Het is weer tijd voor SNERT en CROSS! Daarom organiseert Parcival weer de beruchte SNERTCROSS op donderdag 15 november. Dit evenement is elk jaar weer een groot succes. Vooral de gezelligheid tijdens de niet te overtreffen Noudse snert is nauwelijks te beschrijven. Wij willen dat zo houden. Daarom zullen we ook dit jaar de cross niet te zwaar maken, zodat echt iedereen er aan mee kan doen. Het programma ziet er als volgt uit: 14.30 uur: verzamelen op de sporthal 15.00 uur: start dames 2,4 km 15.30 uur: start heren 6,7 km ± 16.30 uur: snert -i- bier Je kunt je inschrijven op het Parcivalbord in de studentensporthal. Deelname is gratis voor leden en begunstigers. Alle andere betalen het luttele bedrag van f 5 , — . Hopelijk tot 15 november. Groetjes, Parcival.

Menu PERIODE 12 T/M 16 NOVEMBER 1984 MAANDAG 12-11-1984 tomatenpaprikasoep - kalfssoep kalkoensteak - gelderse schijf jachtsaus - prei è la crème koolraap met melksaus DINSDAG 13-11-1984 heldere kervelsoep - koninginnesoep nasi goreng - kroepoek - atjar - saté satésaus - 1 plakje fricandeau bakworstje - chinese kool WOENSDAG 14-11-1984 floridasoep - Servische bonensoep varkenslapje met perzik - uienburger doperwten met worteltjes - spruitjes DONDERDAG 15-11-1984 kerrysoep - spinaziesoep jachtschotel met appelmoes cheeseburger - vleesjus stampot met rauwe andijvie VRIJDAG 16-11-1984 goulashsoep gevulde paprika met tomatensaus gebakken vis - gemengde sla spaghetti of gekookte aardappelen

I


STUDIUM GENERALE

Jeugdcultuur dinsdag 13 november - 12.30 uur zaal AZ 10 Film Muriel, Ellen en Petra. Regie: Netty van Hoorn, Nederland 1983, 25 min. kleur. De documentaire "Muriel, Ellen en Petra" geeft een beeld van drie vriendinnen, die met beide benen in deze tijd staan. Ze vertellen over hun vriendschap, hun problemen en idealen en het ontbreken van een toekomst. Voor veel jongeren is de toekomst een kluwentje dat in de knoop zit en niet meer vanzelfsprekend afloopt. Anno 1984 staat de jeugd voor te weinig werk en te veel verveling. Vandaag lijkt op gisteren en wie gelooft dat het morgen anders is? De drie meiden in deze film met een realistisch beeld, staan met beide benen in deze tijd. Hun verzet bestaat uit het tabé zeggen tegen school, hun haren verven, ontmoetingsplaatsen opzoeken waar de cocaïne de verveling verdrijft. In de strijd is hun uiterlijk bij uitstek dé vlag die de protesterende lading dekt. Ze zijn er veel mee bezig. Kijk ons eens, zeggen ze. HET FILMHUIS

Stad zonder water donderdag 8 t/m woensdag 14 november. 20.00 uur. Stad. regie: P. van den Wildenberg. Een man verblijft een etmaal in een plaats waan/an een kerk met twee torens het middelpunt is en een vorst op het plein fietsen om zich heen verzamelt. De reiziger verschijnt zelf nooit in beeld maar je zou kunnen aannemen dat hij de plaatsen bezoekt die de camera registreert, plaatsen waarvan geen ansichtkaarten bestaan, plaatsen die in tegenspraak zijn met de titel van de film: Stad. Stad, dan denk je toch eerder aan mooie oude gebouwen en drukke winkelstraten dan aan wijde vlaktes met fabrieksschoorstenen en kerken in de verte. Als je er van uitgaat dat de reiziger de camera leidt, als het ware met zich laat meekijken, dan ben je ook benieuwd naar de achtergronden van zijn obsessie voor lege plekken, voor de ontkenning van het stedelijke in de plaats waar hij verblijft Antwoor-

STADSSCHOUWBURG

De Appel bijt in Freule Julie Donderdag 15 november speelt toneelgroep De Appel Freule Julie van de Zweedse toneelauteur August Strindberg. De vertaling is van Karst Woudstra, de regie is in handen van' Eric Schneider. Aanvang 20.30 uur. Strindberg is een van de sterkste toneelauteurs uit de litaratuurgeschiedenis. Samen met Ibsen vormt hij de oersterke Scandinaafse realistische school die nog altijd kan rekenen op een enorme belangstelling op de wereldpodia. De aangrijpende beklemming die er van Strindbergs stukken uitgaat, de noodlottige verhoudingen waarin zijn personages steeds weer terecht komen en de onderkoelde sfeer waarin zijn drama's worden geplaatst leveren keer op keer aangrijpende toneelervaringen op. Freule Julie is een van Strindbergs sterkste stukken. Het is het verhaal van een noodlottige verhouding van een freule met haar bediende. Zij is het

Tilburgs Hogeschoolblad

wij zijn wie we zijn, wij moeten niks en durven alles, we zijn bezig. Samen hebben we een hoop plezier. Voorlopig zullen ze laten weten dat ze er zijn, hier en n u , en later rs nog vroeg genoeg. donderdag 15 november - 13.30 uur - zaal A Z 7 Beeldvorming van de jeugd in de wetenschap, lezing door Arjan Dieleman, medewerker Open Universiteit Heerlen. De meeste theorieën over identiteitsvorming bij jongeren zijn algemeen psychologisch van aard. De nadruk ligt op de gemeenschappelijke problemen die jongeren ervaren in hun adolescentiefase. De theorieën geven zich minder rekenschap van de werking van die sociale factoren die zorgen voor heel uiteenlopende leefstijlen bij jongeren. Die tendens tot veralgemenisering heeft tot gevolg dat er heel gemakkelijk over 'de' jeugd wordt gesproken en dat de veelvormigheid in het gedrang van jongeren wordt ondergewaardeerd. Bovendien gaat de interesse meestal uit naar de generatieverschillen en de betekenis daarvan voor het pedagogisch handelen. Daardoor is er vaak weinig oog voor

den op vragen over zijn identiteit en drijfveren worden in de film echter niet gegeven. Tilburg speelt de hoofdrol in Stad, al is dat alleen duidelijk voor mensen die de gefilmde plaatsen herkennen. Tilburg speelt slechts een voorbeeldrol in de film, voor kijkers die de stad niet kennen verwijzen de beelden naar een anonieme antistad. De film werd onlangs een diashow genoemd, een karakterisering die de essentie van de film, de beweging binnen het beeld, negeert. Eindelijk krijg je eens de tijd om plaatsen langer dan een paar seconden te bekijken. Plaatsen waar van alles gebeurt dat bij een snellere decoupage onopgemerkt gebleven zou zijn. Plaatsen waar je meestal niet snel aan voorbij gaat, maar die een onverwachte schoonheid blijken te bezitten. Het is opvallend hoezeer ze onafhankelijk van mensen lijken te bestaan. Mensen benadrukken de aard van een plaats als fietsers, hondebezitters en crossers, maar hun aanwezigheid is van weinig belang. Reclamedia's op de Heuvel worden ook vertoond als er niemand kijkt.

slachtoffer van diverse omstandigheden. Er is de opwinding van de dans en de schemer op een midzomeravond. Er is de afwezigheid van haar vader. De regie van Eric Schneider heeft links en rechts heel wat kritiek gekregen. Zijn aanpak zou er een zijn zonder visie, emotieloos. De bediende Jean gaat als een pietwals over de freule en laat geen ruimte meer voor het spel, waar het op het toneel toch om te doen is. Schneider tekent ook geen karakters en dat is eens een andere aanpak van het toneel van rond de eeuwwisseling. Freule Julie is geen makkelijk stuk, 'en een andere dan traditionele aanpak is in elk geval toe te juichen. Bovendien is de vertaling van Woudstra sterk en natuurlijk. Toch de moeite waard.

Eddie Vaes

Lithografie van Strindberg door Edvart Munch 1896.

de continuiteit in stijl die bestaat tussen subculturen vaé groepen werkende jongeren en hun ouders. Naast een korte schets van de beeldvorming van jongeren in de psychologie en de pedagogie zal Arjan Dieleman ingaan op<de vooronderstellingen eigen aan deze wetenschappen om het gedrag van jongeren te beschrijven in problematische zin. Zij zullen de konsekwenties van de jeugdcultuurstudies analyseren voor het pedagogisch perspectief dat het nederlandse denken over de jeugd zozeer bepaalt. Het opvoedkundig oogmerk bij veel onderzoek en beleid betekent dat aanpassing of verandering van gedrag al voorondersteld is. Dat pedagogisch overwicht roept voortdurend zijn eigen verzet op in de vorm van een romantische omkering, namelijk een volledige identificatie door de onderzoeker of jeugdwerker met de leefwereld van de jongeren uit protest tegen een pedagogische overmacht. Is er een uitweg uit dit dilemma? Zie voor achtergrondliteratuur bij deze lezing de documentatiemap 'Jeugdcultuur met de grote K van Kanker', voor f 19,— te koop op Buro Studium Generale.

Het gebruik van licht en schaduw, verlichting en nachtelijk donker, levert de mooiste scènes van de film op, maar plaatsen waar het donker of somber is zijn ook troosteloos somber in de film omdat er alleen gebruik gemaakt wordt van het bestaande licht. De film bezit een statige, statische schoonheid, geen kleurige beweeglijkheid. De film eindigt met het geluid van druppelend water en het beeld van een wateroppervlak. Dan realiseer je je wat je in de hele film, in de hele stad hebt gemist. Water, het dynamische, het poëtische ontbreekt. Het laatste beeld van de film bevat een toepasselijk citaat van Poland Barthes: "Er is een betrekking tussen straat en water, en wij weten datste-- den die zich het meest tegen betekenis verzetten en ook de acceptatie door bewoners vaak moeilijkheden in de weg leggen, juist steden zijn zonder water, strand enz.; al die steden bemoeilijken het leven, de leefbaarheid". Astrid

Tates

Agenda NOVEMBER VRIJDAG 9 NOVEMBER Noorderligt, 21.30 uur: Jan Akkerman met band. StadsschouwJjurg, 20.15 uur: Het Brabants Orkest o.l.v. Roelof van Driesten met Emmy Verhey (viool). Werken van Mozart, Haydn (vioolconcert in c) en Beethoven. Stadsschouwburg, 20.30 uur, studio: Drs. P. Stadsschouwburg, 22.15 uur, theaterkelder: Jazz: Laurens Tans met solokonsert op de basblokfluit. Stadsschouwburg, 22.15 uur. Filmhuis: 'E la nave va' van Fellini. Het is 1914; een schip vol belangrijke mensen vertrekt om de as van de overleden diva Edmea in de buurt van een eiland uit te strooien. Fellini toont w a t er zich tussen deze lieden afspeelt, (tot en met 14 november, behalve zondag). Stadsschouwburg, 20.00 uur. Filmhuis: Film over Tilburg: 'Stad'. Paul van den Wildenberg en Jan Ketelaars, beiden geboren en getogen Tilburgers, maakten een filmportret over hun geboortestad. Een dag en een nacht lang kijken in de stedelijke kern van Tilburg, (tot en met 14 november, behalve zondag). ZATERDAG 10 NOVEMBER Noorderligt, 21.30 uur: Reggae: Doris and The Dots. Stadsschouwburg, 20.125 uur: Bewegingstheater Bart Stuyf met twee choreografieën: 'grey' van Bart Stuyf en 'Boulevard' van Hans Tuerlings. ZONDAG 11 NOVEMBER Stadsschouwburg, 15.00 uur: Derde l?ijeenkomst van de filmsalon. M A A N D A G 12 NOVEMBER Brabants Conservatorium, 20.00 uur: Vocaal ensemble van het conservatorium en het kamermuziekensemble 'kwintessens' o.l.v. Jac van Steen spelen werken van Bach en Voorn. DINSDAG 13 NOVEMBER Katholieke Hogeschool, 12.30 uur, AZ-10: Film 'Muriel, Ellen en Petra'. Stud. Gen. cyclus Jeugdcultuur. Stadsschouwburg, 20.15 uur: Martine Bijl. Stadsschouwburg, 20.30 uur, studio: Skulptuur Performance door de Engelse beeldend kunstenaar Duncan Whiteman. Theater 't Heks, 20.30 uur: Hugo Koolschijn en Henk Rigters met 'Dialoog in de onderwereld' een gefingeerde ontmoeting tussen Machiavelli en Montesquieu. Een speelse woordenstrijd ontwikkelt zich tot een emotioneel debat. WOENSDAG 14 NOVEMBER

Stadsschouwburg, 20.15 uur: Martine Bijl. DONDERDAG 15 NOVEMBER Katholieke Hogeschool, 20.00 uur, AZ-10: Film 'One flew over the cuckoo's nest' van Milos Forman. Met Jack Nicholson en Louise Fletcher. Org. Filmvereniging Letteren. Katholieke Hogeschool, 13.30 uur, AZ-7: Lezing door Arjan Dieleman en Wiel Veugelers over 'Beeldvorming van de jeugd in de Wetenschap. Stud. Generale cyclus 'Jeugdcultuur'. C O C , Kaffee Karre, 20.00 uur: Thema-avond Homoseksualiteit voor en na de 2e wereldoorlog. Katholieke Hogeschool, 20.15 uur: 'Weimer Streich Quartett' m.m.v. Martijn van de Hoek, piano. Concert van de Kon. Liedertafel Souvenir des Montagnards. Stadsschouwburg, 20.30 uur, studio: De Appel met 'Freule Julie' van August Strindberg in een regie van Eric Schneider en met in de hoofdrol Sacha Bulthuis. Stadsschouwburg, 20.00 uur. Filmhuis: 'Chaalchitra' van Mrinal Sen, waarin een enorm oud huis centraal staat, waar elf families samenleven, weinig privacy en veel problemen. India, 1981. Stadsschouwburg, 22.15 uur. Filmhuis: 'Luci del Varieta', één van de eerste films van Fellini uit 1950. Een gezelschap arme variété-artiesten trekt door het Italiaanse platteland, (tot en met 21 november, behalve zondag). Theologische Faculteit, 14.00 uur: Lezing door Niel Steenbergen, beeldhouwer. Org. Commissie Cult. Zaken, kader 'Kunst en Religie, Religie en Kunst!' VRIJDAG 16 NOVEMBER Katholieke Hogeschool, 15.30 uur, AZ-9: Buro Buitenland lezing cyclus 'Ontwikkelingssamenwerking in de jaren tachtig'. E. Terpstra, lid Tweede Kamer, en een bestuurslid van de NCO over 'Bewustwording en de ontwikkelingssamenwerking'. Noorderligt, 21.30 uur: Luc van Akker, Belgische new-wave. Stadsschouwburg, 20.15 uur: Dram: 'Onder het melkwoud'. Beroemd toneelstuk van Dylan Thomas, dat in een regie van Canci Geraerdts gespeeld wordt door Huub Stapel, Sjoerd Pleysier, Yvonne van der Hurk en Debby Korper. Stadsschouwburg, 22.15 uur, theaterkelder: Jazz: Maurice Horsthuis, soloconcert op de viool. Stadsschouwburg, 20.00 uur. Filmhuis: 'Akaler Sandhane' (Nederlandse titel 'Op zoek naar de hongersnood'. Mrinal Sen volgt een filmploeg, die in een Bengaals dorp een film komt maken over de hongersnood van 1943, waarbij vijf miljoen mensen om het leven kwamen. India 1980.

Noordbrabants N a t u u r m u s e u m , 20.00 uur: 'Inheemse zoogdieren in de bossen'. Lezing door Gehard Glas in het kader van de tentoonstelling 'Bomen over bos'. NOORDERLIGT

Jan Akkerman & band In het kader van de promotietour van de elpee "From The Basement" die m oktober uitgebracht is, geeft Jan Akkerman met zijn band op vrijdag 9 november een concert in Noorderligt. Aanvang 21.30 uur.

Jan Akkerman behoort tot de beste gitaristen ter wereld en hij is zeer zeker de belangrijkste gitarist van Nederland. Veel van zijn collega's, zowel binnen als buiten Nederland, hebben in de loop der jaren geprobeerd zijn unieke stijl toe te passen en tevens om zijn techniek onder de knie te krijgen. Op zijn laatste elpee "From The Basement" staan een aantal stukken die bij het grote publiek al jaren bekend zijn.

9 november 1984


ACHTERKLAP VALS FRONTJE

In de wieg

Uw Russische vijandbeeld Donderdag 1 november stonden zo'n 30 eerstejaars rechtenstudenten uit Tilburg te popelen om de Russische ambassade in Den Haag van binnen te bezichtigeri. Het studentenmentoraat van de juridische faculteit had zichzelf op de koffie uitgenodigd. Maar helaas bleef het hek voor het hoofdgebouw aan de Andries Bickerweg 2 gesloten. Vanachter de zware omheining vroeg men vriendelijk, in gebroken Nederlands, of wij naar de bioscoopzaal van de villa 'Liguster' wilden gaan. Onder begeleiding van een jonge Rus in driedelig pak Hepen de studenten naar de achterkant van het ambassadecomplex. Daar wachtte 'the Counsellor of the USSR Embassy in the Netherlands', Jouri W. Nikonorov ons wat onwennig op. Geen alledaagse gebeurtenis voor de Russen. Ook de in reflecterende pakken gestoken tuinlieden keken wat vreemd op. Zo'n grote groep op de vroege morgen. Jouri Nikonorov snelde door de ambassadetuin om hek en deuren te openen. De alleenstaande villa bezit een filmzaal met een interieur uit de vijftiger jaren. Middenvoor een spreekgestoelte. Na enig aarzelen stak Jouri Nikonorov in het

duits van wal. Naar zijn zeggen bestond zijn taak onder andere uit voorlichting geven over de buitenlandse politiek van de Sovjetunie. Nikonorov pakte het psychologisch goed aan. Alle zwaarliggende onderwerpen voorzag hij zelf van degelijk 'ideologisch' commentaar, waardoor hij het gras netjes voor de voeten van de goed geprepareerde studenten wegmaaide. Met veel verve sneed hij alle Oost-West problemen in nauwelijks drie kwartier aan: Afghanistan, de rakettenkwestie, bewapening en wapenhandel, Berufsverbote in WestDuitsland, de dissidenten in de Hij zal dan praten met uw minister-president Lubbers en minister van Buitenlandse Zaken Van den Broek". Prima toch. Maar tijdens het daarop volgende vragenuurtje verloor de Rus enkele keren zijn vriendelijkheid. Over de kwestie Polen moest je hier niet zijn. De Sovjetunie had daar niets mee te schaften. Ook het gebruik van chemische wapens door de Russen in Afghanistan schoot in het verkeerde keelgat. De afwezigheid van vrijheid van meningsuiting in Rusland vatte Jouri Nikonorov op als onderdeel van ons vijandbeeld: "Uw kranten leggen

Kent de KHT kleurrijke figuren? Heel weinig. In onze vakgroep hebben we er één gehad. Een paar maanden geleden vertrok hij; zijn contract liep af. Die kleurrijke figuur heette Jan Barend Luijkx. In het restaurant van de hogeschool deed hij zich elke middag tegoed aan één haring, twee zwartgekookte eieren en zeven boterhammen met jam. Die haring en die eieren bleef je ruiken. Vorig jaar stormde Jan Barend de accenten op die 'problemen', maar schrijven nooit over de achtergrond van ons systeem. U moet weten dat wij veel jonge mensen hebben. Dissidenten die tegen de socialistische staat zijn brengen hen in verwarring. Maar nu is ons systeem sterk genoeg om deze krachten te weerstaan. Niemand wordt om zijn mening Sovjetunie en ons foutieve vijandbeeld. Nikonorov: "Er bestaan twee systemen in de wereld die ideologisch nogal van elkaar verschillen. Wij geloven dat ons socialistische systeem beter is dan uw kapitalistische systeem. U moet aan uzelf de vraag stellen of het socialistische systeem bedreigend is. Wij kennen de voor- en nadelen van het kapitalistische systeem. Wij zijn bereid met vreedzame middelen de confrontatie aan te gaan. Dat er tussen die twee machten conflicten bestaan, is realiteit, maar wij blijven voorstanders van onderhandelingen". De buitenlandse

mijn kamer binnen: Ik weet waar de wieg van Lodewijk van Deyssel staat!' Waar dan? 'In Venlo, op de zolder van mijn ouderlijk huis'. Jan Barend had zelf nog in die wieg geslapen. Hoe lever je het bewijs dat die wieg echt van de roemruchte auteur is geweest? Ik raadde Jan Barend aan om eens contact op te nemen met Harry Prick, de grote Van Deyssel-kenner: 'Bel hem eens op; hij werkt op het Letterkundig Museum in Den Haag'. Prick bleek zeer geïnteresseerd. De naam Luijkx kende hij; de vader van Lodewijk van Deyssel was bevriend geweest met één van de voorouders van Jan Barend. Bovendien: Prick wist wél waar de wieg van de broertjes en zusjes van Lodewijk van Deyssel stond, maar de wieg van de schrijver zelf - een nakomertje had hij nog niet op kunnen sporen. Misschien had Jan Barend dus gelijk. 'Weet u wat u moet doen?' zei

Prick, 'U moet eens kijken of er in het houtwerk van de wieg is gekrast. De vader van Lodewijk van Deyssel had namelijk de hinderlijke gewoonte om overal zijn initialen in te krassen'. Enthousiast kwam Jan Barend mij dit vertellen. Het volgend weekend zou hij naar Venlo gaan: dan kon hij naar die krassen kijken. De maandag daarop vroeg ik naar de resultaten van het onderzoek. 'Niets gevonden', zei Jan Barend, maar hij voegde er stralend aan toe: 'Het was vreselijk donker op zolder; het licht was kapot. Ik kon niets zien'. Nog steeds is het onderzoek naar de herkomst van de wieg niet afgerond. Wat de uitkomst ook zal zijn, ik vind het een mooi idee dat ooit één Tilburgse medewerker in de wieg van Lodewijk van Deyssel heeft gelegen. Die illusie koestert hier verder niemand: de meeste mensen hier doen gewoon hun werk. Dat vinden ze al genoeg. Karel Soudijn

betrekkingen tussen Nederland en de Sovjetunie bestempelde Nikonorov als gunstig: "De vooruitzichten zijn goed. De politieke contacten herstellen zich ondanks de boosheid van uw regering over de kwestie Afghanistan. Volgend jaar komt onze minister Gromyko naar Nederland, veroordeeld, alleen als hij akties onderneemt die tegen de wet indruisen, leder kent de wet. De dissidenten weten wat de wet van hen vraagt. Het gaat niet om de vrijheid van meningsuiting. Wij hebben een democratisch, centralistisch systeem waarin iedereen vrij kan spreken". Tenslotte kwam Mient-Jan Faber van het IKV nog op de proppen. Jouri Nikonorov kende hem per-

soonlijk en was overtuigd van zijn goede bedoelingen. Maar Mient-Jan had de fout begaan om die lui van Charta '77 in Tjechoslowakije per se te willen ontmoeten. "Waarom moest Faber zo nodig die tegenstanders van de socialistische staat bezoeken?" Daaraan kon je volgens Nikonorov toch maar weer zien dat Mient-Jan geen onafhankelijke vertegenwoordiger van het Westen was. Om twaalf uur was het tijd om te gaan. Gepakt en gezakt met ons vijandbeeld onder de armen vertrokken we naar het centrum van politiek Den Haag, snakkend naar ons eerste kopje koffie. Ben Beljaars

Andermaal Russische Ambassade

Uit 20 jaargangen THB

Brosjure van PLM, Breed Front en Konstruktief

^Stichtingsbestuur moet verdwijnen' Aan de vooravond van de officiële viering van het vijftigjarig bestaan van de Tilburgse hogeschool heeft een meerderheid van de Hogeschoolraad, bestaande uit de drie frakties Breed Front, Konstruktief en PLM, een fors offensief geopend op het Stichtingsbestuur. De drie frakties vinden dat het Stichtingsbestuur moet verdwijnen. De aanval op het Stichtingsbestuur, dat vooral een ondemokratische gezindheid wordt verweten, wordt gedaan in een gezamenlijke brosjure van de drie frakties onder de kop? ,Hoe lang nog. Stichtingsbestuur^'. De brosjure is aan ieder lid van de hogeschool toegezonden (zie bijvoegsel). De eis ,Weg met het Stichtingsbestuur' wordt gesteld omdat men

vindt, dat dit bestuur de demokratisering van de hogeschool frustreert. Bij wijze van illustratie hebben de frakties een ,klachtenlijst' in de brosjure afgedrukt, waarin een lange reeks negatieve ervaringen met het Stichtingsbestuur wordt opgesomd. De drie frakties hebben niet alleen bezwaar tegen de stichting als bestuursvorm voor een WO-instelling onder de WUB (een .weeffout', aldus

18 nov. 1977

de brosjure), maar ook tegen de wijze waarop dit konkrete Stichtingsbestuur zijn bevoegdheden gebruikt: ,Het heeft er alle schijn van dat op steeds meer fronten wordt ingegrepen met steeds brutere machtsmiddelen.' De konklusie luidt, dat de Tilburgse hogeschool maar beter rijksinstelling kan worden (het alternatief dat enkele maanden geleden in het kader

Donderdag 1 november werd als onderdeel van een Studium Generale over Jeugdcultuur de tentoonstelling 'Russische Ambassade' geopend. De dansers en musici die deze opening verzorgden trokken veel bekijks van ver buiten Tilburg (foto). Hierbij moet worden opgemerkt dat de meeste toeschouwers eigenlijk stonden te wachten op de inaugurale rede van Tjeenk Willink, later op de middag. De hal bij de aula is tot 21 november omgedoopt t o t Russische Ambassade, althans volgens de inrichters van de tentoonstelling Ad de Jong, Titia Smit en Thomas Feddema. Het Idee voor die naam kwam bij de kunstenaars op toen ze de hogeschool in juni bezochten. Opvallend was toen dat alles zo efficiönt verliep hoewel er weinig mensen aanwezig waren. De drie kunstenaars zijn afkomstig uit Amsterdam, waar zij meestal exposeren in het Museummagazijn.

M


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
1984 11 09 by Redactie Univers - Issuu