I
tilburgs ihogeschoolblad j a a r g a n g 7 - no. 4 - 2 8 n o v e m b e r
en in deze )en echter I hogeschool i /an struktuuij : ingewilligd A/oordiging liseerd an de ngepast. It is sprake deze ischooi-
T standpunt Ie ekonomie- en haar wikkeling ^ase een e worden 'ze studie' bij het ;en moeten
Waarom, verdomme,
Verslag fakulteitendag In de aula waren op donderdag 20 novennber ongeveer 350 personen aanwezig om in plenaire bijeenkomsten en groepsdiskussies informatie te verwerken en van gedachten te wisselen over een herstrukturenng van de fakulteit. Als inleiders traden op vertegenwoordigers van drie fakulteiten die binnen Nederlandse universiteiten ,,in stilte" werken met nieuwe gedemokratiseerde vormen van onderwijs, onderzoek en bestuur Vertegenwoordigd waren hierbij de Theologische Fakulteit Nijmegen, omvattend ± 600 medewerkers en studenten; het Instituut voor Clinische en Industriële Psychologie te Utrecht met ± 160 medewerkers en studenten en de subfakulteit der Psychologie te Groningen met ± 900 medewerkers en studenten). In drie inleidingen werd een beeld geschetst van de historie der herstrukturering en een indikatie gegeven van de moeilijkheden die zich in de ontstane situatie (kunnen) voordoen. In grote lijnen kan men de drie gegeven voorbeelden als volgt typeren: -
m Niekerk
-
len twee
en
tweewekelijks
l
jt voor
een handje m 110-16,
1969 - v e r s c h i j n t
1
de instituten in Utrecht en Nijmegen werken op basis van een geledingensysteem met paritaire vertegenwoordiging in instituutsraad c.q. fakulteitsraad; de subfakulteit in Groningen werkt op basis van het de man één stem-beginsel in de basis ( = projekt-, werk-, studie-) groep, van waaruit vertegenwoordigers worden afgevaardigd naar de fakulteitsraad.
Beslissingen In Utrecht worden de belangrijkste principiële beslissingen door de instituutsraad genomen (exclusief de benoemingen); in Nijmegen worden door de fakulteitsraad de principiële zaken, waaronder de benoemingen, besloten. In Groningen wordt een enigszins afwijkende procedure gevolgd: de (vervolg pagina 2)
lukt het elders wel en met in Tilburg? Is het omdat een aantal linkse studenten, wanneer zij uit de praktijk van een aantal fakulteiten in den lande kunnen vernemen hoe het daar gaat, het verrekken om daar naar te komen luisteren om dan vooral de gelegenheid te hebben wat oude afgedraaide slogans te herhalen? Zien ze wel verder, durven ze en kunnen ze wel verder zien dan hun Veringa-snotneus lang is? Of is het omdat, ondanks herhaalde konfrontaties en herhaalde oproepen om mee té denken, het gros van de hoogleraren en stafmedewerkers, nou Ja, nog wei bereid is om te luisteren, maar daarna vooral niet kan, wil of 'durft te praten? Men heeft met eigen ogen kunnen konstateren op donderdag 20 november wie op welke momenten schitterde door afwezigheid. Waarom, alstublieft, lukt het uitgerekend niet aan een hogeschool als die van Tilburg, waarvan verwacht w o r d t en ook verwacht mag worden dat men verder kan gaan dan een jammerlijk stuk technologie? Waar studenten zowel als docenten er oog voor zouden moeten hebben dat vernieuwing met bewerkt w o r d t met steeds holler klinkende leuzen en krampachtig verzet tegen waartegen eigenlijk enerzijds en op ondergeschikte punten veranderde reglementen anderzijds? Door beide partijen wordt met de mond beleden dat de oude situatie veranderd moet worden. En het lukt gewoon niet! Niet in Tilburg tenminste. Kunnen senaat en wetenschappelijke staf inderdaad niet voorop lopen vanwege de angst terug te moeten vallen op het onderwijs en onderzoek en deze alleen"? Is bij studenten de angst om werkelijk iets konstruktiefs te doen te groot? Bestaat bij beide partijen op hetzelfde moment niet de vrees om dingen te zien gebeuren die niet meer te overzien zijn? En valt men daarom maar terug in een laffe afweerhouding? En wat doet de achterban, wat dat dan ook is? Afwachten, mijnheer, het zal onze tijd wel duren. Wat is er sinds mei gebeurd? Niets, mets, niets! Dezelfde kreten tegen een veranderd objekt. W o r d t de nota-Veringa bestudeerd, wordt er een alternatief geboden? Toch zal het moment van de waarheid ook voor Tilburg aanbreken. En wat heeft Tilburg dan te bieden?
^
De hogeschool van Tilburg: hogeschool van verdrongen angst en Redaktie onmacht.
Maandag 1 december: DISKUSSIEDAG
\tet.
Onderwerp: HOGESCHOOLSTRUKTUUR. Aanvang: 14.00 uur.
1 2)
I
Foto: Th. Dusseldorp
D e k o l l e g e s v o o r d e z e m i d d a g zijn THB 4
afgelast.
28 november 1!
Verslag diskussiedag (vervolg)
eerste beslissingseenheid iigt in de basisgroepen; de fakulteitsraad fungeert als coördinerend lichaam, waarin normaal met meerderheid van stemmen beslissingen worden genomen. Blijkt een beslissing van meer dan normale importantie dan w o r d t zij tot een „ p r i n c i p i ë l e " zaak verheven, waarvoor een meerderheid van V3 der stemmen vereist is. Het overleg w o r d t aangehouden waardoor de basisgroep de mogelijkheid heeft zich over eventueel nieuw aangedragen argumenten te beraden. Een fundamenteel verschil tussen Utrecht en Nijmegen enerzijds en Groningen anderzijds is, dat in de eerste twee gevallen eerder vanuit een nieuwe struktuur is geredeneerd, terwijl in het derde geval vanuit het onderwijs en onderzoek is gedacht. Wellicht is dit verschil in uitgangspunten in eerste instantie te danken aan het feit dat initiatieven in Groningen zijn uitgegaan van de toenmalige „ a u t o r i t e i t e n " , terwijl in de andere gevallen de noodzaak van demok.ratisering eerst geformuleerd is aan de basis. Problemen V o o r beide vormen geldt echter dat men in het nieuwe bestel duidelijk moet leren leven. Enerzijds kan men de nieuwe struktuur gebruiken om nog verder strekkende wensen die niet ineens verwerkelijkt konden worden in een later stadium te realiseren; anderzijds doen zich een aantal problemen voor waarvoor niet onmiddellijk een oplossing w o r d t gevonden. In alle drie gevallen staat echter voorop, dat wanneer er problemen rijzen, deze moeten worden opgelost in redelijk overleg. En problemen zijn er te over. In Utrecht worstelt men vooral met de financiën: onderwijs in projektgroepen veronderstelt een flexibele financiële situatie; er wordt dan ook gestreefd naar een open budget. In Nijmegen is men beducht voor een opnieuw de kop opstekend separatisme, dat in de oude struktuur juist overwonnen w a s ; omdat in een vak als theologie verschillende onderdelen op verschillende wijzen w o r d e n aangepakt kan het werken in basisgroepen tot afzondering leiden. Daarbij komt dat ,,demokratie uiterst v e r m o e i e n d " is. Het veronderstelt een engagement dat bij velen(nog) niet aanwezig is, terwijr voorts het aantal studenten dat representatief geacht kan worden te gering is om de vele funkties te bemannen. Zowel in Utrecht als in Nijmegen is er een agnst om de centrale eenheid te accepteren, hoewel men anderzijds behoefte heeft aan figuren met autoriteit, die de'zaak runnen. Hoewel men in Groningen voor de man één stem heeft gekozen (het „georganiseerde v e r t r o u w e n " ) doen zich daar ook problemen voor: het niet meer denken in funkties bijvoorbeeld heeft wel geleid tot schizofrenie (hopelijk in milde v o r m ; red.). Naar buiten doet zich het probleem voor van de vaktaal, waardoor de buitenwacht niet altijd verstaat wat er gaande is. Intern doen zich ruimtelijke problemen voor (in een kort onderhoud na het forum deelde een der vertegenwoordigers van Groningen nog mee, dat een herverkaveling had plaats gehad van alle beschikbare ruimten, van kollegezalen tot kamers van docenten: het resultaat was een ,,negatief rooster", waardoor ieder weet wanneer een bepaalde ruimte niet bezet is, zodat een groep daar in die tijd kan werken). Deskundigheidsproblemen doen zich voor omdat het onderwijs en onderzoek onderwerp-gecentreerd is en niet meer specialisatie-
Tilburgs
Hogeschoolblad
Redactie-adres
Hogeschoollaan 225, kamer 113, telefoon 70960, toestel 458
Redactie
Drs. G. A. M. van den Heuvel
Redactie mededelingen
Bureau Public Relations
Zal<elijk leider
C
F
Brinkhuizen
Alle copy zenden naar het redactie-adres. De sluitingsdatum voor het inleveren van co.Dy voor het komende nummer is 5 december.
Foto: Th. Dusseldorp
gecentreerd. Voorts beoordelingsproblemen: de beoordelingsnormen staan kontinu ter diskussie. Tenslotte doen zich problemen voor op het gebied van de vergadertechniek en de kommunikatie door de veelheid van sektoren. V r a g e n uit d e
zaal
Van de vragen die gesteld werden naar aanleiding van de voordrachten releveren wij de volgende: Is bij een onderwerp-gecentreerd onderwijs geen gevaar van een tegenwerkende kracht van de zijde der docenten, die immers vroeger zelf bepaalden welke stof zij behandelden? W o r d e n voorts bepaalde docenten niet overbodig? Van Groningse zijde w e r d hierop geantwoord, dat dat eigenlijk geen probleem was aangezien er bijzonder weinig onderzoeksgebieden niet waren ondergebracht m sektoren; voortdurend w o r d t ernaar gestreefd de bestaande professionele deskundigheid in te brengen. Voorts blijven er verplichte vakken, zoals bijvoorbeeld statistiek. Eigenlijk komt het erop neer dat bij de steeds veranderende en zicli uitbreidende kennis een staf gekreëerd wordt die In staat is de juiste vraagstellingen uil te denken. De vrije intekening in sektoren betekent overigens geen vrijblijvend. Nog niet geheel duidelijk is hoe de kontinuïteit in het onderwijs opgevangen moet worden. Een vraag w e r d gesteld met betrekking tot het gevaar dat de ene groepering door een massale opkomst bij een stemming in de plenaire vergadering de andere berokkenen kan benadelen. Eigenlijk, zo w e r d geantwoord, is dit een theoretisch probleem, omdat echt diepliggende meningsverschillen niet door stemming uit de wereld geholpen worden. De deskundigheid wordt in dit soort aangelegenheden een grote kans gegeven en wanneer een grote groepering ergens tegen is w o r d t er doorgepraat. Daarbij komt dat de verschillende groeperingen identieke problemen hebben, waarbij meningsverschillen niet gelokaliseerd zijn bij één groepering, maar juist door de geledingen heenlopen. Hierdoor w o r d t ook voorkomen dat beslissingen ondanks alle goede wil toch nog over de hoofden van de verschillende clubjes heen worden genomen. Er zijn veel kommissies, bijvoorbeeld een budgetkommissie, waarin ,,deskundigen" zitten en die pre-adviezen uitbrengen. Tenslotte werd de vraag of er in Groningen nog een individuele doceervrijheid bestond negatief beantwoord. MIddagdiskussie De middagdiskussies in groepen werden naar schatting door een 250 personen bijgewoond. De groepen waarvoor een gemeenschappelijk vergaderschema was ontworpen kwamen met geheel verschillende konklusies terug in de plenaire vergadering, waarbij tenslotte een 400 personen aanwezig waren. Vragen die werden opgeworpen waren o.a. de volgende: - Waarom is het elders wel gelukt en waarom lukt het in Tilburg niet? 2
De schokterapie van Tinbergen
Is in Tilburg met de struktuurl<ommissie w s l de juiste weg gekozen om tot een nieuwe struktuur te komen? - Verdient het niet veeleer aanbeveling per fakulteit een soort struktuurkommissie te vormen en kan dan de nu bestaande struktuurkommissie met de rol van „ o m b u d s m a n " vervullen? - Kun je in de Tilburgse situatie van polarisatie van standpunten nog wel beginnen bij de kernprocessen of moet inderdaad meteen de machtsstruktuur worden aangepakt? - Zijn de mogelijkheden voor projektgroepen groter om kritische wetenschap te bedrijven; om interdisciplinair te werken en om tegemoet te komen aan de behoeften van de maatschappij? - Kun je mensen dwingen om aan projektonderwijs mee te doen? - Kun je modellen uit andere steden zonder meer toepassen op Tilburg? In dit bestek is het onmogelijk in extenso weer te geven wat de inhoud van de plenaire discussie was. In het algemeen zou men kunnen stellen dat twee standpunten duidelijk tegenover elkaar kwamen te staan: Het eerste van hen die een radikale oplossing voorstaan door verzet te plegen tegen het invoeren van de wet-Veringa, die als een „dreiging boven het hoofd hangt" Het tweede van hen (die overigens net als de eerste groep gekonstateerd hebben dat de bereidheid om serieus aan iels nieuws te werken bij veel leden van het wetenschappelijk corps - hoogleraren en staf - afwezig is of althans niet manifest wordt) om te beginnen bij de minimale punten van eensgezindlieid en dan langzaam verder te werken. (In deze visie zou de wet-Veringa beslist geen terugdraaien van de klok hoeven te betekenen wanneer deze t.z.t. minder ver zou gaan dan de inmiddels mogelijk per fakulteit in Tilburg uitgewerkte fakulteitsstrukturen.) Het eerste van hen die een radicale oplossing voorstaan door verzet oclieppen waarbinnen groepsgesprekl^en, zoals die deze middag waren geëntameerd, voort te zetten.
VIP's hebben met belangrijke problemen gemeen, dat zij op gezette tijden aan een soort lustrum toe zijn. Bij zo'n gelegenheid w o r d t de man caso quo het probleem onderworpen aan een proces van her-denking, bij een VIP niet zelden een fraai, vervelende aangelegenheid, bij een probleem niet vaak een politiek geladen manifestatie. Politiek geladen is zeker de her-denking van de ontwikkelingsproblematiek aan het begin van het Tweede Ontwikkelingsdecennium van de Verenigde Naties (DD-2 = Development Dicade II). In het kollege aktuele internationale vraagstukken van 29 oktober gaf Prof. Tinbergen, nog niet helemaal gewend aan zijn rol van Nobelprijswinnaar, een overzicht van de politieke konsekwenties van een herziene ontwikkelingspolitiek *. Als geen ander was hij daartoe in staat, immers Tinbergen is de voorzitter van het U N Committee for Development Planning ( U N C D P ) , een groep van achttien deskundigen uit rijke en arme landen, die v o o r de taak staat de basislijnen van de ontwikkelingsstrategie tussen 1970 en 1980 te ontwerpen. Het U N C D P (verder genoemd commissie-Tinbergen) stelt een noodzakelijk groeicijfer voor de produktie in ontwikkelingslanden van 6 tot 7 % per jaar. Er moet rekening gehouden worden met een gemiddelde bevolkingsgroei in de arme landen van 2,5 % Per jaar, waardoor per hoofd van de bevolking slechts een gemiddelde Jaarstijging zal resulteren van 3,5 tot 4,5 % . Vergeleken met de resultaten van D D - 1 , waarin gemiddeld 5 % groei per jaar w e r d gerealiseerd, is een streefcijfer van 6 tot 7 % vrij hoog. Deze ambitieuze groei is nodig om de middelen te verschaffen voor sociale maatregelen als bijvoorbeeld de organisatie van een rechtvaardige inkomensverdeling en de uitbreiding van de werkgelegenheid. Behalve nodig is het gestelde doel voor de produktie ook realiseerbaar omdat recente wetenschappelijke onderzoekingen een grote sprong voorwaarts in de landbouwproduktie mogelijk maakten, gesproken w o r d t van de Groene Revolutie en omdat tijdens DD-1 zware industrie op poten is gezet, die zich nu zal gaan afbetalen. Wil deze groeidoelstelling waar gemaakt w o r d e n , dan zullen eisen gesteld moeten worden zowel aan de arme als aan de rijke landen. Zo zullen de ontwikkelingslanden hun besparingen met een 0,5 % van het nationaal produkt per jaar moeten verhogen. De ontwikkelingshulp van de rijke landen zal in 1971 met 1 % van het bruto nationaal produkt hebben moeten bereikt, iets dat Nederland misschien bereikt, maar wat voor de Verenigde Staten en Engeland nog steeds teveel van het goede is. Ten aanzien van de handelspolitiek stelt de commissie-Tinbergen een bijzonder geprononceerd doel. De rijke landen zouden in 1975 het protectionistische stelsel moeten hebben opgeheven en hun markten openstellen voor in een aantal gevallen goedkopere produkten van ontwikkelingslanden. Tot nu toe hebben de rijke landen stelselmatig elke reéle concessie op dit terrein te doen, met uitzondering van enkele specifieke overeenkomsten tussen groepen landen. Alhoewel velen de stelling van Tinbergen kunnen onderschrijven dat de bescherming van de binnenlandse industrie in de rijke landen met name ten opzichte van de arme landen een onterechte luxe is, zullen weinigen zijn optimisme delen over de bekering van de industriële krachten binnen de komende vijf jaar. Verdienstelijk is het om de aandacht op dit noch door het GATT noch door U N C T A D opgeloste probleem te richten. Het zou echter juist zijn de huizenhoge moeilijkheden die de oplossing van dit probleem in de w e g staan in de evaluatie te betrekken. De commissie-Tinbergen zal waarschijnlijk hevige oppositie ontmoeten. Vier fronten tekenen zich af waarop de strijd zal moeten worden gestreden: -
Foto: Th. Dusseldorp
3
Intern heeft de oppositie zich reeds gemanifesteerd door de weigering van het Franse, overigens onafhankelijke commissielid de stelling van de commissie-Tinbergen over het protectionisme te onderschrijven. THB 4
28 november 1969
J
-
Door de Wereldbank is de commissie-Pearson opgericht met als taak: een evaluatie te maken van twintig jaar ontwikkelingshulp om op grond daarvan een ontwikkelingsstrategie op te stellen. Hier is dus sprake van een duidelijke doublure van de commissie-Tinbergen. Het heeft er veel van weg dat deze commissie een door de V S en Engeland bevorderde poging is tegendruk uit te oefenen op de teveel eisende plannen van de commissie-Tinbergen * * . Zo gaat de commissie-Pearson in tegenstelling tot de commissie-Tinbergen uit van een jaarlijkse groeivoet van 6 % . Over tien jaar zou dit halve procent lagere groei per hoofd per jaar een verschil in uiteindelijk resultaat van ongeveer 7 % betekenen.
- Oppositie ontmoet de commissie-Tinbergen ook van het Preparatory Committee voor het Tweede Ontwikkelingsdecennium, een door de Algemene Vergadering van de U N ingesteld orgaan, dat uiteindelijk definitieve voorstellen aan de Algemene Vergadering moet doen. - Wanneer de voorstellen van de commissie-Tinbergen al deze barrières genomen hebben, worden ze nog niet zonder meer uitgevoerd. Het onverbindend karakter geeft de regeringen de vrije hand in de mate van uitvoering van de doelstellingen. Op nationaal niveau zal uiteindelijk de beslissing genomen worden. Hier verliezen de voorstellen hun vrijblijvend karakter en zal de oppositie het sterkste zijn. De politieke rol van de commissie-Tinbergen is door de vrijblijvendheid van de voorstellen beperkt tot het doen van aanbevelingen. Alleen de druk van de publieke opinie met name in de Verlengde Staten en Engeland kan uitvoering van de voorstellen bewerken. Een uiteindelijke oplossing kan alleen gevonden worden door de aanvaarding van de regeringen van het fundamenteel bovennationale karakter van het internationale armoedeverschijnsel. Erkenning van de aard van de vraagstukken moet de regeringen brengen tot de aanvaarding van verplichtingen, commitments voor rijke zowel als arme landen in een bovennationaal besluitvormingsproces. De schokterapie van Tinbergen moet de impuls leveren, die de rijke landen tot het aangaan van reÊle vernslichtingen brengt. Het is te hopen dat de schok groot genoeg zal ^'Jn F. T. de Charro
* ,,Een afgeronde weergave van de voorgestelde ontwikkelingsstrategie" door Prof. J. Tinbergen in ,,Internationale Spectator" van 8 september 1969. * * Prof. H. Linnemann in ,,Vrij N e d e r l a n d " van 6 november 1969.'
Foto: R. Siers
,BELHAMEL"
grafische kunstinrichting
j . j . a. van der w e e n.v. koestraat 83-85 - telefoon 23137 tilburg
In ,,Belhamel" (schoolkrant van de landbouwhogeschoolgemeenschap), jaargang 1, nummer 9, w o r d t de volgende veronderstelling geuit: ,,Het is zelfs waarschijnlijk dat de bestuurlijke en ambtelijke superstrukturen hier harder zijn dan aan verschillende andere universiteiten". Waar halen ze het vandaan? Nog een citaat uit hetzelfde blad: de groep voor Vertikale Samenwerking stuit op een toenemende ambtelijke weerzin tegen het royaal verstrekken van faciliteiten". Was Wageningen niet de hogeschool waar een blote mijnheer en juffrouw een senaatsvergadering opluisterden?
I
Beyond the uropean Community
De Europese Gemeenschappen, opgericht in het kader van het streven aar nieuwe vormen van Europese en internationale samenwerking, ijn thans op een moment aangekomen, waar zij eerder een hinderpaal ormen dan een bijdrage leveren voor nieuwe ontwikkelingen in de uropese en internationale b e t r e k k i n g e n " Dit IS een van de conclusies, waartoe Prof Dr F A M Alting von Geusau komt in zijn pas verschenen boek ,,Beyond the European Community" Het boek is uitgegeven als nummer 3 in de serie publikaties van het John F Kennedy Instituut, Center for International Studies te Tilburg Verschenen aan de vooravond van de topconferentie van de lidstaten van de Europese Gemeenschappen en twee maanden v o o r het einde van de overgangsperiode van de Europese Economische Gemeenschap, behandelt het boek een aantal ontwikkelingen m de Europese Gemeenschappen De auteur komt tot een aantal negatieve conclusies over een integratiestreven, dat door zijn verzet tegen een negentiendeeeuwse conceptie van staat en internationale betrekkingen met in staat IS zich aan te passen aan en te richten op de eisen van de moderne maatschappij van de tweede helft van de twintigste e e u w " Het boek begint met een kort overzicht van de diepgaande veranderingen, die zich sinds de tweede wereldoorlog in de wereld voltrokken hebben Geconstateerd wordt, dat men bij het Europese streven naar integratie - gericht als het was op het eigen interne ontwikkelingsproces - zich onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de betekenis van die veranderingen Vervolgens gaat de schrijver uitvoerig in op het tragische falen van de Europese integratie in de pogingen de politieke doelstellingen te bereiken zoals de ontwikkeling van een institutioneel krachtige gemeenschap, de totstandbrenging van een economische eenheid, die ook naar buiten - in associatie-overeenkomsten, in handelsonderhandelingen en in de betrekkingen met de socialistische landen - eensgezind en krachtig optreedt Het feit, dat het de lidstaten met gelukt is te komen tot een vorm van politieke unie, wijt de schrijver niet zozeer aan de onwil van de regeringen, maar aan de situatie van de hedendaagse wereld, waarin een dergelijke unie opgehouden heeft relevant te zijn Daar zal ook een topconferentie naar zijn mening geen verandering in kunnen brengen Zeer critisch IS de auteur over de opvatting, dat Europa de optie moet openhouden voor de vorming van een Europese kernmacht Aan de hand van de houding van de lidstaten en de Commissie van Euratom, toont hij aan dat juist deze opvatting ertoe geleid heeft, dat de Gemeenschap een hinderpaal is geworden v o o r een beleid gericht op niet-verspreiding van kernwapens en op wapenbeheersing m het algemeen Dat de Europese staten gefaald hebben m hun streven naar eenheid langs de weg van functionele integratie, vindt daarom met zijn verklaring in de kinderziekten van een nieuw begin, noch in de politiek van een land, of zelfs de onwil van alle regeringen Daarvoor zijn meer fundamentele verklaringen nodig De auteur zoekt die verklaringen in de veranderingen van het internationale systeem zelf, waarin v o o r federatievorming van een kleine groep staten op het Europese continent geen plaats en geen behoefte meer is Daarom pleit hij aan het slot van zijn boek voor een diepgaande heroriĂŤntatie van de Europese politiek, die uitgaat niet zozeer van vroegere structurele idealen, maar van de voornaamste problemen, die in de komende jaren om een oplossing vragen Voor vrijwel alle problemen is het kader van de Europese Gemeenschappen te klem om een wezenlijke bijdrage te leveren In een afzonderlijk naschrift w o r d t ingegaan op de waarschijnlijke gevolgen van het aftreden van president De Gaulle (Dit boek van Prof Dr F A M Alting von Geusau is uitgegeven door A W Sijthoff NV te Leiden )
Opmerkingen naar aanleiding van de Nota-Veringa
Een december zal opnieuw een diskussiedag worden georganiseerd met nu als onderwerp: Herstrukturering Hogeschool. Dat daarbij' de nota-Veringa opnieuw ter sprake zal komen ligt voor de hand. Daarom heeft de redaktie aan de projektgroep-VerInga verzocht een artikel over te mogen nemen uit de Veringamap die in de maand september bij' de Kritiese Uitgeverij is verschenen. In het vorige nummer van het Hogeschoolblad werden reeds uitvoerige kritiese kanttekeningen gezet bij de nota-Veringa. In het onderhavige artikel dat slechts op ondergeschikte punten aan aktualiteit heeft ingeboet - reden waarom het integraal wordt overgenomen - wordt andermaal een poging gedaan om de nota en de eventuele konsekwenties daarvan op hun waarde te toetsen. Inleiding Na alle discussies, bezettingen, politie-optreden etc heeft minister Veringa gepoogd het initiatief tot vernieuwing van de universiteiten en hogescholen in handen te nemen Het IS nog steeds de vraag of de ontwikkelingen al zover zijn voortgeschreden, dat het zinvol is op dit moment reeds tot vastlegging in een w e t over te gaani Zo ver is het o i nog lang met Tussen de minister en de dragers van de vernieuwing binnen de universiteiten en hogescholen bestaat op een aantal essentiĂŤle punten nog een fundamenteel verschil van mening, dat eerst uit de wereld geholpen moet worden, opdat er geen grotere botsingen komen, maar dan tussen studenten en de overheid Dit laatste gevaar is groot, indien de minister eenzijdig en met voltooide discussie gaat afkappen en knopen doorhakken Deze indruk nu vestigt zijn nota Alsdan zullen er tijdbommen onder de door hem opgelegde nieuwe organisatie van de universiteiten en hogescholen blijven liggen, die op bepaalde momenten tot ontploffing komen, hetgeen het onderwijs en onderzoek voortdurend aan chaotische toestanden blootstelt Er zijn, zoals gesteld, essentiĂŤle zaken met tot het einde doorgepraat. In deze onvoltooide discussie neemt de minister op voorhand een standpunt in En het is nu juist de inhoud van dit standpunt, dat, naar onze mening, de minister het recht ontneemt zijn voorgestelde organisatie fundamenteel nieuw te noemen Zijn ingenomen standpunt betreft hoofdzakelijk de volgende markante discussiepunten 1
het bestuur,
2 3
de ,,vijfde g e l e d i n g " , het ,,one man, one vote"-systeem
Men doet er goed aan, zich bij het lezen van zijn nota op de concrete uitwerking van deze punten te concentreren De rest van zijn betoog IS o 1 een ballast van zalvende woorden Zalvend, omdat de formule v o o r het opstellen van de tekst kennelijk is geweest Neem zoveel mogelijk de terminologie van de studenten-oppositie over en verberg daarachter de concrete voorstellen HIJ zegt een ,,autonome universitaire gemeenschap" te willen In de uitwerking is deze autonomie niet meer terug te vinden HIJ vindt dat de vrijheid van onderwijs en onderzoek ook m de toekomst met mag worden ingeperkt door pressiegroepen buiten of binnen de universiteit (pagina 3), maar gooit middels een ,,vijfde g e l e d i n g " bij zijn concrete voorstellen de poort voor deze pressiegroepen wel open HIJ spreekt van een ,,recht tot medebeslissen", maar maakt dit tot een farce, door zelf te ,,beslissen" (het bestuur), te benoemen en eventueel te ontslaan etc Deze tegenstrijdigheden tussen jargon en concrete voorstellen maken het o 1 tot een hypocriete nota, die men het best kan benaderen door door de woordensluier heen te breken en de concrete voorstellen te bezien Par. 1 H e t b e s t u u r De minister noemt m de samenvatting van zijn nota als uitgangspunt de wens van de regering een stelsel te ontwerpen voor het W O , waarbij 5
THB 4
28 november 1969
Opmerkingen n.a.v. de nota-Veringa (vervolg)
het universitaire bestuur geheel in handen w o r d t gelegd van organen van de „autonome universitaire gemeenschap" Dit stelsel moet dan de, elders in de nota genoemde, zelfstandigheid en onafhankelijkheid van wetenschapsbeoefening garanderen Kritische beschouwing van het onderwijs en onderzoek heeft inmiddels aangetoond dat van voorgenoemde autonomie tot nog toe geen sprake IS geweest De minister neemt hier, zoals gesteld, de kritiek en de terminologie van de oppositie in de universitaire wereld over en maakt haar doelstelling tot de zijne, namelijk de autonomie van de wetenschapsbeoefening te garanderen De samenstelling, werkwijze en competenties van het door de minister voorgestelde bestuur maken echter duidelijk, dat hij wel w o o r d e n aan deze doelstelling wil verlenen, maar m de daad niet kan, wil of durft te realiseren HIJ wil het recht van benoeming van het bestuur voorbehouden aan de Kroon Daar hij tevens een gekozen universiteits- of hogeschoolraad voorstaat, komt hieruit dezelfde constructie te voorschijn als de verhouding burgemeester-gemeenteraad Het zal inmiddels aan velen duidelijk zijn dat deze constructie voor gemeenten een onding is, maar a fortiori voor universiteiten waarvan de ,,gemeentenaren" veel nauwer, maar vooral veel bewuster en met meer inzicht bij de zaken betrokken zijn BIJ gemeenten hangt het veelal van het kaliber van de burgemeester op het gebied van management en manipulatiekwaliteiten af of de gemeentenaren via hun gemeenteraad inderdaad een effectieve medezeggenschap, laat staan een medebeshssingrecht hebben Er zijn genoeg gevallen bekend van gemeenten, waar de burgemeester geheel zelfstandig kan handelen en dit ook doet Logisch, want een ultimatieve sanctie op zijn beleid ontbreekt, namelijk heengezonden te worden Het IS dan ook niet toevallig dat juist in deze tijd van (zij het langzame) democratische bewustwording de roep om een ,,gekozen burgemeester" steeds duidelijker wordt Desondanks wil de minister de constructie burgemeester-gemeenteraad binnen de universiteiten en hogescholen introduceren Dat is nu zo'n tijdbom, die met op veilig gesteld wordt door de clausule ,,na overleg met de universiteitsraad" ^ BIJ de voorbereiding van de ,,nota 2 1 " in Tilburg hebben de opstellers ^ndertijd uitgebreid en diepgaand gediscussieerd over de verhouding raad-bestuur (in de zin van uitvoerders), waarbij men er echter van uitging, dat het bestuur benoemd zou worden door de raad ^ Daarbij was steeds het probleem, hoe een evenwicht te vinden tussen enerzijds de gevaren van burocratie inherent aan de management en anderzijds verlies aan een bepaalde vorm van efficiency, welke een volledige democratie met zich mee kan brengen De minister heeft kennelijk meer angst voor dit laatste, de opstellers van de nota voor het eerste gevaar Zelfs als managers van een behoorlijk kaliber door een universiteits- of hogeschoolraad benoemd zouden worden is het gevaar van burocratisering, naar hun opvatting, zeer groot Juist omdat managers, zoals ook de minister het zich voorstelt, aan hun functie een dagtaak hebben en zij continue op hun plaats blijven zitten, terwijl de leden van een raad slechts part-time met de problemen van de universiteit of hogeschool bezig kunnen zijn en de samenstelling van de raad wisselt, heeft de management de neiging een zelfstandig bestaan te gaan leiden. Men kan m dit verband denken aan de verzelfstandiging die zelfs optreedt bij gekozen bestuurscolleges, zoals in de onderneming, de vakbeweging enz Het gevolg zal dan ook zijn ongeïnteresseerdheid, apathie bij de totale populatie, de moeilijkheid raadsleden te vinden etc , hetgeen een feed-back-effekt heeft op het verzelfstandigingsproces, m a w een nog verdergaande autonomie voor managers totdat de bom barst En dat laatste gebeurt aan universiteiten nu eenmaal eerder dan in gemeenten, ondernemingen, vakbeweging etc Dan blijken er gewoontes te z j n gegroeid, competenties te zijn ontstaan, die enkel na strijd weer w o r d e n prijsgegeven, met als gevolg onrust en chaos in het onderwijs en onderzoek Zoals gezegd onderkenden de samenstellers van de ,,nota 2 1 " dit gevaar reeds in hun conceptie van een door de raad benoemd
managerscollege Zij wilden het gevaar minimaliseren door, naast de benoeming van managers door een gekozen raad, voorts een scherpe selectie van managers en een duidelijke omschrijving van het begrip ,,beleidsuitvoering" in te bouwen, zodat een machtsevenwicht tussen management en raad maximaal gewaarborgd zou zijn Daar de minister de benoeming van een ,,bestuur" (managers) voorbehoudt aan de Kroon brengt hij het gevaar van de buracratische zelfstandige managers vele malen versterkt m de universiteiten en hogescholen binnen Indien het gevaar van een verzelfstandiging van een ,,bestuur" steeds aanwezig schijnt, heeft men met een ,,benoeming en o n t s l a g " door de raad in ieder geval de grootste waarborg ingebouwd en de organisatie kan demokratisch genoemd worden Maar bij een benoeming door de Kroon onthoudt men aan de universiteits- of hogeschoolgemeenschap deze waarborg Men construeert dan een schijndemokratie Met een ,,medebeslissingsrecht" als dat van de ondernemingsraad in het bedrijfsleven, hetwelk door de kritische universitaire gemeenschap categorisch w o r d t afgewezen De kennelijke filosofie van de minister, welke uit de nota te distilleren IS, IS dan ook met ,,medebeslissingsrecht van alle geledingen op alle niveaus" Een van de belangrijkste zaken, de benoeming van managers zondert hij hiervan tenminste al uit Welke filosofie komt dan wel te voorschijn bij het punt benoeming van het bestuur? O i een filosofie die op twee gedachten hinkt In het rapport-Maris w e r d een organisatie gepresenteerd die geweldige weerstanden opriep Maar de filosofie was duidelijk, namelijk ,,gezag komt van b o v e n " Terecht w e r d deze filosofie als autoritair door de universiteiten en hogescholen afgewezen De dragers van de vernieuwing in het hoger onderwijs hebben een even duidelijke filosofie, namelijk ,,gezag komt van onder, w o r d t verkregen vanuit de b a s i s " Deze laatste filosofie benadert per definitie het ,,democratisch ideaal" De minister nu wil de ene en de andere filosofie in zijn organisatie verwerken en deze dan het imago geven van een autonome „democratische" organisatie, waardoor hij een hybridische figuur schept, die zoals gesteld, tot apathie zal lelden en op hete momenten tot uitbarstingen, omdat de beide uitgangspunten elkaar ten ene male niet verdragen. Door aan de universiteits- of hogeschoolgemeenschap het recht van benoeming van managers toe te kennen springt men a h w over een drempel, passeert men een kritieke qrens Deze ligt nu eenmaal tussen de autocratische en democratische struktuur De minister nu suggereert dat hij de grens passeert, maar hij b l j f t er in feite voor Daarom is zijn organisatie met betrekking tot het punt bestuur niet fundamenteel nieuw, waarmee de weg voor gemanipuleerd onderwijs en onderzoek open blijft Hij schept bovendien verwarring door ,,de benoeming door de K r o o n " te claimen voor rijksinstellingen Wat dan met de bijzondere instellingen' Mogen zij freewheelen? Wie zal v o o r deze instellingen het bestuur benoemen, indien dit geen recht w o r d t van de r a a d ' Het is namelijk onverteerbaar dat bestuurders van bijvoorbeeld de Katholieke Hogeschool in Tilburg hun mandaat verkrijgen van ja van wie eigenlijk? Van het episcopaat dat stelt, dat het misschien nog formeel iets met de benoeming van bestuurders te maken heeft, maar zich er de facto met meer mee bemoeit? Van voorgangers in het bestuur, zodanig, dat bewoner van pand Ginnekenweg 275 te Breda (ex-president-curator Kortman) aan bewoner van pand Ginnekenweg 222 te Breda (president-curator Van Boven) kan vragen zijn taak over te nemen? Wie behoort voor deze instellingen wel het benoemingsrecht te krijgen ervan uitgaande dat de organisatie demokratisch zal moeten zijn? Ofschoon het probleem voor de bijzondere instellingen wat scherper geprofileerd ligt, geldt uiteraard hetzelfde voor de rijksinstellingen Dit w o r d t met weggenomen door het feit dat de Kroon w o r d t gekon-
6
ONBEGRIJPELIJK De struktuurkommissie heeft zich op 20 november genoodzaakt gezien 400 verse belegde broodjes door te draaien De aversie tegen een nieuwe struktuur is zo groot dat men er zelfs geen brood van lust.
troleerd door het parlement Het probleem wordt er slechts door versluierd
Par. 2 De vijfde geleding Indien men de uitwerking van de idee der „vijfde g e l e d i n g " plaatst eaen de achtergrond van schone woorden over „autonome universitaire nemeenschap" uit de samenvatting, komt men er haast vanzelf toe , wederom het woord „ h y p o c r i e t " uit de mond te laten vallen Het blijkt namelijk dat de minister geen autonomie toestaat na dit in de samen' vatting (pagina 1) wel toegezegd te hebben Waarom deze tegenstrijdigheden? Indien men ervan overtuigd is dat een universiteit of hogeschool met autonoom kan zijn, is het toch geen schande dit standpunt te verdedigen Indien de minister dit r u i t e r i j k had toegeqeven, zou de discussie aan duidelijkheid winnen en zou het hem gemakkelijker zijn gevallen het juiste kader te bepalen vvaarbinnen een of andere beperkte autonomie zou kunnen worden gerealiseerd Het eniqe nadeel voor hem zou zijn geweest, dat hij de zalvende tekst van de samenvatting achterwege had moeten laten, kennelijk bestemd voor de halve lezer Nu heeft hij gepoogd het beperkende kader te versluieren en daarmee een eventuele universiteits- of hogeschoolraad met een „ F r e m d k o r p e r " op te schepen Want dit is de „vijfde geleding Het IS geen geleding m de zin van hoogleraar, administratief-technisch personeel of studenten Het beqrip geleding" is in de discussie enkel en alleen gereserveerd voor de bij het onderwijs, onderzoek en beheer direct betrokkenen en dit IS met het geval met de maatschappij Een tegenwerping tegen zijn nota IS daarom de maatschappij mag dan belang hebben bij een goed onderwijs onderzoek en beheer, daarmee is de positie van de maatschappij met dezelfde geworden als die van de direct betrokkenen Wil de minister de maatschappij perse inspraak geven in het gebeuren aan de universiteiten en hogescholen, dan dient hij o i met het volgende rekening te houden - een maatschappij kan slechts handelen door haar instellingen - instellingen kunnen slechts handelen door personen
I
I
Kroon' stellingen'
(
i
Gebruikt men het begrip representanten van de maatschappij in de zin van afgevaardigde van maatschappelijke instituties, dan zal men zich moeten afvragen of de personen die de vijfde geleding moeten gaan vormen op een democratische wijze door die instituties zijn afgevaardigd Dit is nu o I in onze maatschappij met het geval Zowel bij vakbonden, ondernemingen, kerken als de overheid e d zijn het conflicten, overleg, machtsverhouding, afstamming en dan soms ook nog wel (formele) verkiezingen die personen tot actors namens instituties maken Voor zover binnen de maatschappelijke instituties geen verkiezingsprocedure IS ontwikkeld zoals thans bestaat bij de keuze van leden voor de Tweede Kamer, zijn het geen democratische instituties En aan deze voorwaarde voldoen de vakbonden al met, laat staan de anderen Indien men stelt, dat de maatschappij belang heeft bij een goed onderwijs een vruchtbaar onderzoek en adequaat beheer, dan zal o i blijken, dat door de „vijfde g e l e d i n g " het maatschappelijk belang zeer specifiek geïnterpreteerd zal worden, al naar gelang de wetenschappelijke herkomst van degenen die de „vijfde g e l e d i n g " uitmaken Het belang van de maatschappij zal door werkgevers anders geformuleerd worden dan door vakbonden, anders geformuleerd worden dan door de kerkelijke autoriteiten, anders geformuleerd worden dan door militairen etc Een eerlijk woordgebruik gebiedt in ieder geval te spreken over afgevaardigden van maatschappelijke instituties i p v representanten van de maatschappij Tenzij de minister daarom v o o r degenen die de ,vijfde geleding" moeten gaan bevolken een rechtstreekse verkiezingsprocedure ontwerpt, bestaat deze dan ook met uit ,,vertegenwoordigers van de maatschappij", maar uit ,,vertegenwoordigers van de gevestigde orde", voor een kritische universitaire gemeenschap terecht onaanvaardbaar Dit had de minister o i moeten bedenken als hij de maatschappij perse inspraak wil geven Een tweede tegenwerping is daarom de minister heeft verzuimd aan te geven hoe de personen voor de ,,vijfde g e l e d i n g " naar voren moeten
komen Uit het vorenstaande moge blijken, dat w j veronderstellen dat de minister geen rechtstreekse verkiezingen organiseert, ofschoon hii dit in par 2 punt 3 (pagina 4) wel toezegt Deze veronderstelling IS te verdedigen daar hij als voorbeeld van gekozen vertegenwoordigers ,,afgestudeerden" noemt BIJ rechtstreeks gekozen vertegenwoordigers van de maatschappij kan men o i met denken in termen van een groep Het is dan heel goed mogelijk dat er geen enkele afgestudeerde in de „ v i j f d e ge eding zitting zou krijgen Maar m het zeer onwaarschijnlijke geval dat de minister gedacht heeft aan rechtstreekse verkiezingen had hij o i moeten bedenken dat zelfs insiders de snelle ontwikkelingen in het o n d e r w j s en onderzoek maar moeilijk kunnen bijhouden, laat staan outsiders En dat zouden de „representanten van de maatschappij blijven Z I J zouden immers slechts een klem gedeelte van hun tijd, energie en aandacht aan het onderwijs en de wetenschap kunnen besteden Het gevolg zou zijn een remmende werking op de ontwikkeling Er zijn o i andere mogelijkheden indien de minister geen autonome universiteiten wenst, maar dit moet hij dan ook stellen, om de maatschappij inspraak te geven zonder dat men naar de vreemde constructie van een ,,vijfde g e l e d i n g " moet grijpen Is het met eenvoudiger te stellen dat de minister zelf als de representant van de maatschappij een greep moet hebben op de universiteiten? Waarom dit met zo gesteld? Als hij, zich beroepend op de grondwet laat weten, dat het onderwijs een aanhoudende zorg van de regering is, dan is hij toch verantwoordelijk tegenover die maatschappj In dat geval is het veel eenvoudiger een inspecteur of raad van toezicht aan te stellen, die de universiteit of hogeschool namens hem in de gaten houdt HIJ kan dan bij de samenstelling van die raad van toezicht toch nog trachten een afspiegeling van de (bestaande) maatschappij te vinden door benoeming van mensen uit de vakbeweging, het bedrijfsleven, politici kunstenaars, journalisten, kerkelijke leiders, autoriteiten uit het middelbaar onderwijs e a Maar deze zouden geen andere taak dienen te krijgen dan rapportage u. ^ ^ Alsdan blijft de verantwoordelijkheid voor de (al dan met rechtmatige) bemoeienis met het hoger onderwijs liggen daar waar ze hoort bij de minister en met bij „ d e r d e n " De juistheid van de bemoeienis kan dan ook gesanctioneerd worden (of met) door goed- (of af-) keuring van het ministeriele beleid ten deze De universiteit of hogeschool kan dan rustig zelfbestuur hebben in die zin dat de minister in extreme situaties (die in de wet duidelijk omschreven zouden moeten worden) het hoogste orgaan, de rechtstreeks gekozen raad, op het matje kan roepen Omdat de universiteits- of hogeschoolraad uit haar midden ongetwijfeld een dagelijks bestuur zal kiezen komt dit dan in feite neer op het ter verantwoording roepen van dit bestuur Men krijgt aldus de constructie gekozen raad met een dagelijks bestuur, en wel door de raad benoemde managers, waarbij deze managers geen relatie met de K r o o n " hebben De minister dient zich dan zelf met de universiteiten en hogescholen te bemoeien v o o r zover de belangen van de maatschappij in het geding zijn en zich daartoe laten informeren door rapporteurs (zeg de raad van toezicht) Het vorenstaande geldt, zoals gesteld, indien men ervan uitgaat, gelijk de minister dat de universiteit of hogeschool met autonoom kan zijn omdat het belang van de maatschappij slechts manifest kan w o r d e n door inspraak van diezelfde maatschappij Maar dit laatste is o i aanvechtbaar Zou met juist de universiteits- of hogeschoolgemeenschap zelf de meest objectieve institutie z j n in de maatschappelijke belangenstrijd, die de eisen van de samenleving het meest onbevoordeeld kan verwoorden, zeker als ze een democratische structuur heeft onafhankelijk van ,,big business", ,,big labour big government", ,,big agriculture", „ b i g r e l i g i o n " en ,,big armee"? Zou met juist het loslaten van de idee, dat het wetenschappelijk onderwijs een productieve elite of bezitters van „ i n t e l l e c t " moet kweken meer tegemoet komen aan de mogelijkheden, die belangen van de maatschappij te dienen? 7
THB 4
28 november 1969
I
Opmerkingen n.a.v. de notaVeringa (vervolg)
Zou ditzelfde met beter gerealiseerd worden bijvoorbeeld door het doen verdwijnen van de academische titelatuur, de invoerinn van project onderwijs, een zodanige politiek dat het aantal studenten uit zogenaanide „lagere milieux" veel sterker kan groeien dan thans het geval IS, door universiteiten en hogescholen te maken tot kritische brandpunten van de maatschappij. Alsdan kunnen universitaire c q hogeschoolgemeenschappen o.i. inderdaad een niet door een viifde geleding geremde autonomie bezitten. H et enige waarvoor de minister zich dan verantwoordelijk kan achten is de verdeliig van de gelden waarvoor de grondslagen expliciet vastgelegd zouden kunnen worden en die overigens in samenspraak enerzijds met de besturen van de autonome universitaire gemeenschappen en anderzijds met het parlement zou kunnen geschieden.
^nk her one bes hoc
van de student (met betrekking tot het algemene beleid) op het hoogste niveau en toch een vertegenwoordigende democratie te verkrijgen moet O.I. ruimte gegeven worden voor kieslijsten X Y en Z op elk waarvan hoogleraren, studenten, technischadministratief en w e t e n schappelijke medewerkers als potentiële vertegenwoordigers voorkomen. Juist omdat gelijkluidende opvattingen niet gemarkeerd worden door de scheidingen tussen de geledingen leidt een systeem dat daarop gebaseerd is hoogstwaarschijnlijk tot ernstige spanningen binnen de geledingen. H ier en daar zijn voorbeelden aan te wijzen van gevallen waarin een geleding hierdoor vleugellam raakt bijvoorbeeld de senaat in Nijmegen. Conclusie
De beschikbaarstelling van de middelen zou een zaak kunnen zijn tussen minister en parlement, de besteding een zaak voor de autonome universiteiten met expliciet vastgestelde mogelijkheden tot ingrijpen bij duidelijke financiële ontsporingen (onwaarschijnlijk overigens bij een werkelijk democratische universiteit). a J «N Het is o.i. dan ook nog geen uitgemaakte zaak dat de belangen van de maatschappij slechts gediend kunnen worden door medebeslissings recht van de maatschappij. Maar heeft men hierover een tegengesteld oordeel dan nog is de „vijfde g e l e d i n g " van de minister een onbegrij pelijke constructie. Dan zou binnen de bestaande democratische spe regels enkel de minister namens de maatschappij kunnen mede beslissen, omdat hij onder een bepaalde vorm van democratische controle staat. Indien de minister inspraak noodzakelijk acht voor bescherming van de belangen van de samenleving en hij wil deze inspraak realiseren door „representanten van de maatschappij" dan zal hij de bestaande spelregels moeten wijzigen in die zin dat de representanten in ieder geval op een democratische wijze op hun plaats komen m a w rechtstreeks gekozen. Maar dan nog is de „vijfde g e l e d i n g " een „ F r e m d k ö r p e r " . Verandert hij de spelregels niet en blijft hij toch staan op zijn „ v i j f d e g e l e d i n g " dan heeft de establishment een behoorlijke greep op het wetenschappelijk onderwijs gekregen. En dan te durven spreken over ,,autonome universitaire gemeenschap". Par. 3
O n e man, one
vote
De minister wijst de „ o n e man, one vote"conceptie v o o r het hoogste niveau af. echter op merkwaardige gronden. H ij stelt dit systeem namelijk tegenover de „vertegenwoordigende democratie" waardoor hij 0.1. een denkfout maakt. " Men kan een stelsel van „ v e r t e g e n w o o r d i g i n g " invoeren zowel indien men opteert voor het „ g e l e d i n g e n s y s t e e m " alsook voor het one man one vote stelsel. „ V e r t e g e n w o o r d i g e n d e democratie" kan men plaatsen tegenover „ d i r e c t e democratie", maar beiden berusten op het one man, one vote stelsel. „ O n e man, one v o t e " houdt in dat de stem van de hoogleraar even zwaar is als die van de student, zoals bij de verkiezingen voor het parlement de stem van een minister en een wetenschappelijk medewerker. De gelijke zwaarte van de stemmen kan tot uitdrukking gebracht worden bij de keuze van vertegenwoordigers. Daarom zou net „geledingen 'systeem verlaten moeten worden, want daar geldt het „ o n e man, one vote"recht slechts intern binnen de geledingen doch voor de gehele universitaire gemeenschap impliceert dit een gekwali ficeerde vertegenwoordiging. Tegen het „ o n e man, one vote"stelsel hoort men niet zelden de verdenking: maar dan w o r d t de universiteit verpolitiseerd. So what? Met betrekking tot het „ b e d r i j v e n van onderwijs en o n d e r z o e k " bestaan kennelijk uiteenlopende opvattingen, die dwars door de geledingen lopen. Een „ o n e man, one vote"systeem in de zin van vertegenwoordigende democratie zou deze krachtenlijnen beter aan de oppervlakte brengen Om de stem van de hoogleraar een gelijke zwaarte geven als die
Indien de minister bij deze stand van de ontwikkeling in paniek zou raken en grenzen wil afbakenen ter bescherming van de belangen van onderwijs en wetenschappen, zou hij het proces wel eens zodania kunnen frustreren, dat het tegendeel het gevolg is. Dit gevolg kan men dan rustig vertalen in escalerende conflicten en het kan toch onmogelijk zijn bedoeling zijn de grenzen desnoods met de knuppel af te bakenen september 1969 DK«:„i,t >/ ■ Projektgroep-Veringa 1 Men versta het goed: er staat met „ o p (bindende) voordracht v a n " en men mag aannemen, dat d,t bewust is geformuleerd. De menmg van de universiteitsraad is dus een, voor de minister, vrijblijvende zaak. 2 In het vervolg zal gesproken worden van managers of management, omdat m bTl^rtZZ : " ° ^ d ' ^ < ' ' = ' ^ ^ " het uit een door de raad gekozen dagehjka bestuur, terwijl de minister er ,,benoemde" beslissers onder verstaat.
Uitslag TSRverkiezingen De uitslag van de onlangs gehouden verkiezingen voor de Tilburgse btudenten Raad is als volgt: uitgebrachte stemmen: 1325 qeldiae stemmen: 1304; Studenten V a k b e w e g i n g : 706; A p p è l / N S A 598 De zetelverdeling is als volgt: S V B 11 zetels; A p p è l / N S A 9 zetels. Foto: Th. Dusseldorp
(j. £ t. i> J l!
Enkele opmerkingen terzake van de lerstructurering van het wetenschappelijk onderwijs mede in verband met de nota Ibestuurshervorming universiteiten en Ihogescholen (nota-Veringa)
Van de heer Overbosch, medewerker van de Katholieke Hogeschool, ontving de redaktie van het Hogeschoolblad een andere versie van het verslag hearing-onderwijskommissie Tweede Kamer. Aangezien het op een aantal punten verschilt van wat in het vorige nummer van het Hogeschoolblad is afgedrukt, wil de redaktie het de lezer niet onthouden. I Binnen en buiten de universitaire gemeenschappen vindt beraad en overleg plaats over de herstructurering van het wetenschappelijk onderwijs Het is onjuist te menen, dat men een gedetailleerd model voor een structuur kan ontwerpen welke toepasselijk zou zijn op alle universiteiten en hogescholen De plaatselijke omstandigheden bepalen te zeer de mogelijkheden per universiteit of hogeschool, om aan te nemen, dat de gelijkschakeling, welke optreedt door een uniforme regeling, fundamenteel zou kunnen zijn voor een nieuwe structuur Daartegenover staat, dat voor wat betreft het globale model van een structuur, er overeenstemming moet zijn tussen de verschillende universitaire gemeenschappen De ordening om te komen tot een globaal model van een structuur, van toepassing op alle universiteiten en hogescholen, dient mede te geschieden door de universitaire gemeenschappen, met dien verstande, dat de uiteindelijke vaststelling van het globale model, mede gebaseerd op deze discussies, tot de zorg van de wetgever behoort Bovendien is het nodig, dat de discussies over het een en ander gebonden zijn aan een bepaalde tijdslimiet Een en ander brengt met zich, dat het dilemma van noodzaak tot handelen en tot denken (zoals aangegeven in de nota-Vennga, biz 3, I k, vierde alinea) van overheidswege op dit moment met tot gevolg moet hebben een ontwerp van wet tot wijziging van de W e t op het Wetenschappelijk Onderwijs met een voorshands aangenomen beperkte geldigheidsduur doch een stimulering van het beraad en het overleg terzake Dit houdt in, dat de nota-Vennga als discussiestuk moet worden beschouwd Voorzover er grenzen moeten worden afgebakend ter bescherming van de belangen van onderwijs en wetenschappen, kan dit gebeuren bij het opnemen m de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs van een experimenteerartikel, met daarbij de bevoegdheid voor de betrokken minister om een reeds m werking gesteld experiment te doen beëindigen onder duidelijke opgave van beweegredenen en onderworpen aan parlementaire controle II Als globaal uitgangspunt voor een nieuwe structuur voor de universiteiten en hogescholen kan worden gesteld, dat zal moeten worden voldaan aan eisen van democratie en van doelmatigheid Democratie is in dit verband wel geformuleerd als het in beginsel toekennen van het medebeslissingsrecht aan alle geledingen op alle niveaus. Dit beginsel - dat ook in de samenleving in breder verband naar voren komt iedere betrokkene moet in beginsel betrokken zijn - dient voorop te staan bij het denken over een nieuwe structuur Het criterium van doelmatigheid dient eveneens te worden gehanteerd bij het ontwerpen van een nieuwe structuur Dit behoeft met noodzakelijkerwijs een beperking van de democratie te betekenen, daar echter waar democratie en doelmatigheid, beide in gelijke zwaarte, met elkaar in strijd komen, dient er een voorkeur te worden uitgesproken voor de democratie III Het hoogste bestuurscollege van de universiteit respectievelijk hogeschool dient te worden gevormd door een universiteitsraad, respectievelijk hogeschoolraad Deze raad bestaat uit drie geledingen van direkt-betrokkenen - te weten wetenschappelijk corps, administratief/technisch personeel en studenten - en daaraan toegevoegd een groepering van een aantal van buiten komende personen De verhouding waarin de drie geledingen in de raad onderscheidelijk dienen te zijn vertegenwoordigd, moet nader worden uitgewerkt Met betrekking tot de groepering van buiten komende personen moet nader worden geregeld of de leden van deze groepering lid zijn van de raad dan wel of deze groepering een adviserende functie in de raad heeft Een ander vraagpunt in dit verband is of de grootte van deze
I
groepering verband moet houden met de vertegenwoordigingsverhoudingen van de overige geledingen in de raad V o o r o p dient te staan bij iedere nadere detaillering, dat de direkt-betrokkenen in de raad een meerderheid moeten vormen Het dagelijks beleid in de bestuurlijke sfeer w o r d t uitgeoefend door een degelijks bestuur Het bestuur zal v o o r zijn dagelijks beleid uitsluitend verantwoording afleggen aan de raad Het bestuur dient te bestaan uit full-time, respectievelijk nagenoeg full-time bestuurders Deze full-time bestuurders bestaan ten dele uit beroepsbestuurders en ten dele uit gekozen bestuurders De gekozen bestuurders dienen te behoren tot de direkt-betrokkenen De verhouding in aantal tussen beroepsbestuurders en gekozen bestuurders dient ofwel gelijk te zijn ofwel met gelijk met een meerderheid voor gekozen bestuurders De gekozen bestuurders dienen benoemd te worden door de minister op voordracht van de raad De beroepsbestuurders zijn van buiten komende personen en worden in overleg met de raad door de minister benoemd De raad is verantwoordelijk voor het algemene beleid Aldus draagt de raad ook de verantwoordelijkheid voor het beleid m de financiële sfeer, de raad heeft de verantwoording terzake van de ontvangen geldmiddelen jegens de betrokken minister Het contact met de minister over deze verantwoording van de raad zal uitsluitend worden onderhouden door het bestuur Het bestuur treedt dan op als vertegenwoordiger van de raad inzake de verantwoordingsplicht van de raad jegens de minister Het IS daarbij wenselijk, dat het beginsel van autonomie voor universitaire gemeenschappen een ruimere bevoegdheid v o o r de raad op financieel terrein tot gevolg heeft, dan de huidige financiële bevoegdheid v o o r de huidige colleges van curatoren. Vraagpunten m dit verband zijn o a of de leden van het bestuur tevens lid moeten zijn van de raad en of er voor de raad dan wel het bestuur dan wel voor beide behoefte bestaat aan een neutrale voorzitter IV Onder III is tot uitdrukking gebracht, dat bij de o p b o u w van de raad ook een groepering is begrepen, welke bestaat uit van buiten komende personen Anders dan in de nota-Vennga liqt de klemtoon hier niet op ,,vertegenwoordigers der maatschappij', doch op het van buiten komen van deze personen, het zijn personen, komend uit de maatschappij welke de universiteit omringt, die niet behoren tot de direkt-betrokkenen en die ook met de pretentie hebben de gehele buiten de universiteit staande maatschappij te vertegenwoordigen In de bestuurlijke sfeer bestaat op het hoogste niveau behoefte aan dergelijke personen, omdat het als een beginsel van zindelijke ordening w o r d t beschouwd dat in het hoogste bestuurscollege de menings- en besluitvorming mede w o r d t bepaald door met direkt-betrokkenen Het is echter duidelijk dat een dergelijke groepering een minderheidspositie in de raad heeft en ook geen personen kan leveren voor de voordracht van de gekozen bestuurders De aanwezigheid van deze groepering w o r d t fundamenteel geacht, omdat daarmee het overleg en de besluitvorming op het hoogste bestuursniveau met geschiedt m een confrontatie van alleen de direkt-betrokkenen, die tevens hun groepsbelang behartigen Let wel, de behoefte aan inspraak van de maatschappij bestaat op deze wijze alleen in de bestuurlijke sfeer De eventuele behoefte aan inspraak van de maatschappij op het gebied van onderwijs en wetenschap dient op faculteitsniveau te worden gerealiseerd, wellicht door instelling van een landelijke raad hiervoor In dit verband dient een o m b o u w van de Academische Raad te worden overwogen De totstandkoming van de groepering van van buiten komende personen in de universiteitsraad respectievelijk hogeschoolraad moet nog nader w o r d e n uitgewerkt Vraagpunten hierbij zijn o a • wie benoemt deze personen in de raad, wie maakt de voordracht voor de benoeming, zijn er speciale groepen m de maatschappij waaruit deze personen kunnen voortkomen, bijvoorbeeld de kring van afgestudeerden, etc ? V De paragraaf 4 van de nota-Vennga, handelend over de eenheid van het wetenschappelijk corps, moet als zeer onbevredigend w o r d e n aangemerkt Bij een ingrijpende herziening van de universitaire structuur
9
THB 4
28 november 1969
Mededelingen
Algemeen mag een principiële verandering in de structuur van het docentencorps met ontbreken Bij het beraad en overleg over de herstructurering van het wetenschappelijk corps moet principieel worden uitgegaan van het beginsel van de eenheid van het wetenschappelijk corps Dit impliceert de afschaffing van de leerstoel en inplaats daarvan het opdragen van de verantwoordelijkheid voor onderwijs en wetenschap binnen een bepaald vakgebied aan vakgroepen Overigens zal de invoering van de hier bedoelde nieuwe structuur voor het wetenschappelijk corps kunnen leiden tot het ontstaan van een tamelijk grote groep assistenten of meer in het algemeen gesteld een groep academici, belast met wetenschappelijk werk - o a pas afgestudeerden en personen voor wie de proeftijd nog loopt - die geen deel uitmaken van het wetenschappelijk corps in engere zin Ook deze groep zal in een nieuwe universitaire structuur een plaats moeten hebben VI De opbouw van de raad, als omschreven onder lil, houdt impliciet de afwijzing in van het one-man-one-vote-systeem als integraal systeem voor de gehele universitaire gemeenschap De opbouw vanuit de genoemde geledingen is meer in overeenstemming met de maatschappelijke realiteit dan een integrale doorvoering van het one-manone-vote-systeem Dit laatste berust op de democratische gelijkwaardigheid van iedere betrokkene doch dit houdt met in dat iedere betrokkene ook een gelijke positie binnen de universitaire gemeenschap heeft Daar echter, waar in de praktijk zich gevallen van gelijke posities binnen het universitaire gebeuren voordoen, dient ook het recht tot direkt medebeslissen voor ieder, die m genoemde positie verkeert, te worden erkend De door de geledingen gekozen personen dienen te worden beschouwd als vertegenwoordigers van de onderscheiden geledingen, iedere geleding moet zijn eigen vertegenwoordigers kiezen In de bestuurlijke sfeer op het hoogste niveau - in de raad - is m principe mogelijk dat de onderscheiden geledingen ieder overeen gelijk aantal stemmen beschikken Op faculteitsniveau echter waar behalve bestuurlijke aspekten ook aspekten van onderwijs en wetenschap aan de orde komen, dient de geleding wetenschappelijk corps tenminste 50 % der stemmen te verkrijgen, althans bij een opbouw uit drie gejedingen (wetenschappelijk corps, administratief/technisch personeel en studenten) Indien er op faculteitsniveau twee geledingen aan bod komen (wetenschappelijk corps en studenten) dient de geleding wetenschappelijk corps de meerderheid der stemmen te verkrijgen BIJ de discussies over herstructurering van de faculteiten dient ook aandacht te worden geschonken aan de belangrijke rol in de meningsen besluitvorming, die de studieraad kan worden toegedacht terzake van de onderwijsproblematiek VII Met betrekking tot het veel gebruikte begrip autonomie van de universiteit" valt op te merken, dat dit altijd een relatieve autonomie zal zijn Te allen tijde zal rekening moeten worden gehouden met de maatschappij die de universiteit omringt de universiteit is een deel van de maatschappij en er zal sprake zijn van wederzijdse beïnvloeding Autonomie wil in dit kader tot uitdrukking brengen, dat de maatschappij aan de universiteit datgene moet overlaten, wat even goed of zelfs beter door de universiteit zelf kan worden gedaan Men zou in dit verband kunnen spreken van ,,souvereiniteit voor de eigen kring" Deze terreinafbakening tussen universiteit en omringende maatschappij zal in gemeenschappelijk overleg tot stand moeten worden gebracht BIJ dit alles dient met vergeten te worden dat bezinning op de doelstelling van de universiteit, te weten het verzorgen van onderwijs en wetenschap, noodzakelijk is Fundamenteel is, dat een voldoende niveau van onderwijs en wetenschap gewaarborgd wordt Nader onderzocht moet worden of uitbreiding van de onderwijstaak van de universiteit gewenst is Men denke m dit verband aan post-doctoraal en aan buiten-doctoraal onderwijs Bovendien is een opgeworpen vraagpunt of het verschil tussen onderwijs en wetenschap van invloed moet zijn op de bestuursstructuur Tilburg, 22 oktober 1969 A. Overbosch
42e DIES NATALIS V A N DE H O G E S C H O O L Door omstandigheden was de redaktie van het Hogeschoolblad verhinderd aanwezig te zijn bij de viering van de 42e Dies Natalis van de hogeschool Een verslag van de rede van Prof Dr L Janssen SJ getiteld , Over de verhouding van Economie en Sociologie in het Ontwikkelingsvraagstuk' is daarom met voorhanden Belangstellenden kunnen de tekst van de rede opvragen bij het Bureau Public Relations LITERATUUR DATABANK Onderwijs, kritiek, aktie (over het middelbaar onderwijs) f 2,90 Seksinfo (verslag Studium Generale Utrecht) , 3— Tilburg, het begin (Tilburg tot en met de bezetting) ' 4 9o Notulen van senaatsvergaderingen van voor en tijdens de bezetting Materiaal over België (vooral Leuven en Gent) Hogeschoolbladen (gratis) Handelingen en stukken Tweede Kamer der Staten-Generaal (ter inzage) RIP Demokratiese Universiteit (over 100% regeling en Veringa) ƒ0 75 ENQUÊTE-KOMMISSIE Op voorstel van de hogeschoolvergadering heeft de ATSO een Enquête-kommissie ingesteld Deze heeft tot taak na te gaan hoe de studenten willen dat besluitvorming met betrekking tot ATSO-beleid moet plaatsvinden WIJ hopen de enquête te houden voor de Kerstvakantie Er wordt naar gestreefd waarborgen te krijgen met betrekking tot wetenschappelijkheid door inschakeling van het Sociologisch Instituut en/of Instituut voor Arbeidsvraagstukken De enquête dient los te worden gezien van de gehouden verkiezingen en werkt duidelijk op lange termijn OPENINGSTIJDEN MENSA In verband met de feestdagen in december a s werden de volgende openingstijden vastgesteld Kerstmis woensdag 24 december 1969 geen avondmensa donderdag 25 tot en met zondag 28 december gesloten maandag 29 en dinsdag 30 december geen avondmensa Oudjaar woensdag 31 december gesloten Nieuwjaar donderdag 1 januari 1970 gesloten vrijdag 2 tot en met zondag 18 januari 1970 geen avondmensa MEDEDELING BUREAU STUDENTENBELANGEN De balie van Bureau Studenbelangen zal van 29 december tot en met 2 januari gesloten zijn VAKATURES Juridische faculteit 1 student-assistent staatsrecht 3 student-assistenten Nederlandse rechtsgeschiedenis 1 wetenschappelijk (hoofd)medewerker strafrecht Sociale faculteit 1 wetenschappelijk medewerker sociale geschiedenis (v d Eerenbeemt) 1 wetenschappelijk medewerker psychologie (van Doorn) 1 wetenschappelijk medewerker sociale pedagogiek (Stalpers) HET NEDERLANDS STUDENTENORKEST Het NSO houdt dit jaar zijn na-auditie op zaterdag 20 december om half 11 in het clubgebouw van de UVSV, Drift 19 te Utrecht Er zijn nog plaatsen voor enige cellisten, bassisten, alt-violisten en een trompettist Op 3 januari 1970 begint de repetitieperiode en op 30 januari wordt de tournee in het Concertgebouw in Amsterdam afgesloten Reiskosten boven de ƒ5 — worden vergoed Verdere inlichtingen zijn te verkrijgen bij J T V M de Jong, Mauritsstraat 90 te Utrecht, tel 030-510983 10
I
I
ƒ 2,90 „ 3, 4 90 ïetting
Mededelingen
lAlgemeen [KOMMISSIE INTERNATIONALE S A M E N W E R K I N G
(KIS)
De Kommissie Internationale Samenwerking (KIS) houdt zich bezig met het verstrekken van informatie over seminars, konferenties, bijeenkomsten die betrekking hebben op internationale onderwerpen in Nederland of m het buitenland en andere studiemogelijkheden aan buitenlandse universitaire instanties Verder worden steeds de meest relevante vakatures in ontwikkelingslanden vermeld Het Bureau Buitenland (BB) is gevestigd op de Bredaseweg 391 te Tilburg in het Instituut voor Ontwikkelingsvraagstukken (IVO), telefoon 70960 toestel 326 Sekretaris is Drs H A J Coppens De sekretaresse mej A Clous kan verdere inlichtingen verschaffen over het bovengenoemde Seminars N e d e r l a n d Europe-Africa seminar Dit jaar organiseren de Studentenvereniging voor Internationale Betrekkingen en het Europa-Huis te Bemelen weer een congres dat handelt over de relatie tussen Europa en Afrika Het congres zal worden gehouden van 4 tot 11 januari 1970 in het Europa-Huis te Bemelen en zal als onderwerp hebben ,,Social aspects of rural development in Africa and the influence of Europe on it De voertaal zal Engels zijn Kosten $ 23 (80 gulden), inclusief logies Er wordt naar gestreefd om uit zoveel mogelijk landen deelnemers te krijgen ook uit Afrikaanse landen Ook uit Nederland zullen een aantal deelnemers welkom zijn, in verband daarmede w o r d t u verzocht om, mdien u belangstelling hebt en bereid bent om u enigszins in de materie te verdiepen (of al deskundig bent), u te wenden tot de heer R J van Houtum Witte Singel 75 te Leiden alwaar u alle inlichtingen alsmede een aanmeldingsformulier kunt krijgen Wel w o r d t er van u verwacht, dat u een kort verhaal samenstelt, waarin u uw visie op en uw mening over het gekozen onderwerp uiteenzet Gezien het feit, dat slechts 70 deelnemers kunnen worden toegelaten verdient het aanbeveling om een en ander binnen afzienbare tijd te doen Reistoelagen s u b s i d i e s b e u r z e n b u i t e n l a n d Verenigde Staten: Voor het akademiese jaar 1970/1971 stelt de United States Educational Foundation reistoelagen beschikbaar Deze zijn bedoeld voor professoren, wetenschappelijke onderzoekers en studenten, die aan een Amerikaanse universiteit willen doceren, wetenschappelijk onderzoek verrichten of studeren Zuiver W e t e n s c h a p p e l i j k O n d e r z o e k ( Z W O ) ZWO een Nederlandse organisatie voor zuiver wetenschappelijk onderzoek, is gevestigd in Den Haag Zij verleent de diverse subsidies 1 subsidie v o o r w e t e n s c h a p p e l i j k onderzoek in Nederland of in het buitenland, wat de geestes- en maatschappijwetenschappen betreft, ook voor toegepast wetenschappelijk onderzoek Aanmelding voor 1 maart 1970, 2 een aantal beurzen voor korte studiereizen in het buitenland voor 1970, 3 stagebeurzen m het buitenland voor 1970 4 stipendia voor degenen die zich in het buitenland verder willen ontwikkelen op hun wetenschapsgebied en zich daarna willen^ _ binden drie jaar werkzaam te zijn in Nederland Aanmelding v ó ó r 1 januari 1970 De algemene WO-kondities zijn een doktoraal- of ingenieursexamen te hebben afgelegd of op andere wijze in hun vakgebied te zijn gekwalificeerd Leeftijd met ouder dan 40 jaar Vakatures ontwikkelingslanden Indonesië: Econoom die gespecialiseerd is op het gebied van zeetransport en die werkzaam zal zijn met het scheepvaartteam v o o r het herstel van het mter-insulaire scheepvaartverkeer Engels en Nederlands sprekend World Health Organisation ( W H O ) : Vraagt een ekonoom voor de gezondheidszorg en hospitaaladministratie Spaans sprekend IVlontreal: De International Civil Aviation Organisation (ICAO) heeft op haar hoofdkantoor enkele staffunkties open 1 rechtskundig adviseur, gespecialiseerd op het gebied van luchtvaart-
recht en internationaal recht Akademiese opleiding vereist, personeelschef akademiese of soortgelijke opleiding vereist met veel ervaring in een dergelijke funktie bij overheid of bedrijfsleven, 3 ekonoom, gespecialiseerd in statistiek, bij voorkeur met ervaring in de luchtvaart Intergovernmental IVIantime Consultatieve Organisation ( I M C O ) heeft enkele staf- en adviesfunkties open v o o r 1 jurist met ervaring in maritiem recht en scheepvaartzaken in Accra (Ghana) voor een jaar, 2 financieel deskundige, als hoofd van de financiële administratie van de organisatie Akademiese opleiding vereist Sollicitatiebrieven te richten aan en nadere gegevens te verkrijgen bij het Ministerie van Buitenlandse zaken t a v Bureau W e r v i n g van de Directie Technische Hulp Versteegstraat 2 te V o o r b u r g , telefoon 0 7 0 614941 Universitaire Leergangen Nederland 2
De Stichting der Nederlandse Universiteiten en Hogescholen voor Internationale Samenwerking (NUFFIC) organiseert in verschillende steden een kollegecyclus die zal gaan over de ,,Ontwikkelingsproblematiek Nijmegen: 10 januari tot en met 9 mei 1970 in het Preklinisch hoofdgebouw Heyendaal, Utrecht: 10 januari tot en met 9 mei 1970 in de Dependance van het hoofdgebouw Rijksuniversiteit Achter de Dom 22 De kolleges zullen worden gegeven op een zaterdagochtend en er w o r d t gelegenheid geboden om tot diskussie over te gaan Studenten van alle studierichtingen en belangstellenden op w e t e n schappelijk niveau kunnen hieraan deelnemen Inschrijfgeld voor studenten ƒ 10,—, voor belangstellenden ƒ 2 5 — Aanmelding NUFFIC, Molenstraat 27 te Den Haag, telefoon 070 630550 toestel 237/238
COLLEGES AKTUELE
INTERNATIONALE VRAAGSTUKKEN
donderdag 4 december - 11 00 uur Oosteuropese visie op de ontwikkelingsstrategie" Prof J Bognar, directeur van het Instituut voor Afro-Aziatisch onderzoek van de Hongaarse Academie van Wetenschappen te Budapest donderdag 4 december (onder voorbehoud) Prof Dr Ota Sik, oud-minister van Economische Zaken van Tsjecho-Slowakije
KOSTELOZE BELASTINGADVIEZEN Hierdoor maakt het bestuur van de S m e e t s k n n g te Tilburg bekend, dat in het leven is geroepen een Belastingadviescommissie, welke ten doel heeft het uitbrengen van belastingadviezen aan studenten en andere leden van de hogeschoolgemeenschap Hieraan w o r d t medewerking verleend door de studenten van de fiscaal-jundische en de fiscaal-economische studierichtingen Raadpleging kan kosteloos geschieden - door bezoek aan de ,,spreekuren op dinsdagmiddag om de 14 dagen van 13 00 tot 14 00 uur, - door kontakt op te nemen met een van de twee kontaktpersonen Fons de Kort, Terrahof 27 te Tilburg, teelfoon 04250 - 74865, Paul van Nierop, Domtorenstraat 43 te Tilburg Tijdens kantooruren Hertogstraat 18 te Eindhoven, telefoon 040 18541 Het eerstvolgende spreekuur w o r d t gehouden op 9 december a s (hogeschool, C 13)
BESTUUR TSGV JHESEUS' Het bestuur van de T S G V ,Theseus' is v o o r het jaar 1969/1970 als volgt samengesteld James Ch M Gerwert, voorzitter. Hem M J A Smits, sekretaris, Harrie J M Berden, penningmeester. Jan Th M Hamers, lid. Jack Th J J Vogels, lid 11
THB 4
28 november 1969
Mededelingen
VAN DE FAKULTEITEN
Algemeen
Ekonomische Fakulteit
SENAATSBESTUUR Besluiten en mededelingen vergadering 30 oktober
1969
1 De promotie van Drs P A Moerman is vastgesteld op 17 december 1969 Als promotores zijn aangewezen Prof Dr P A Verheyen en Prof Drs J Kriens Titel proefschrift „ M e t h o d i s c h e tactische planning" 2 Aan curatoren is verzocht de bouwcommissie-derde-nieuwbouw naast de vertegenwoordiging daarin van curatoren als volgt samen te stellen a
de voorzitters van de faculteiten en de hoofden van de faculteitsbureaus als hun plaatsvervangers, b een afgevaardigde stafconvent, c een afgevaardigde A T G , d een afgevaardigde A T S O
3 De commissie die pre-advies zal uitbrengen over het rapport van de Academische Raad ,,Structuur van het wetenschappelijk c o r p s " (rapport-Van Os) en de nagekomen beschouwingen hierover, is als volgt samengesteld Prof Dr H W J Bosman, Prof M r H J M Jeukens, Prof Dr Ph C Stouthard, Drs G Frinking, Mr A Overbosch en Drs P H M Ruys
ECONOMIE NATIONAAL BESTUURSWETENSCHAPPELIJKE RICHTING In het magazijn is verkrijgbaar een overdruk van het artikel van M r L Prakke ,,Het rechterlijk toetsingsrecht van wet aan g r o n d w e t "
DOCTORAAL I- EN -ll-EXAMEN Op donderdag 29 januari 1970 zal alsnog doctoraal I-examen m de economische wetenschappen worden afgenomen en op donderdag 12 februari 1970 namiddag doctoraal II Opgeven tot 1 januari 1970
COLLEGES BEDRIJFSECONOMIE De colleges bedrijfseconomie voor candidandi in de fiscaal-jundische studierichting, welke tot op heden werden verzorgd door Drs A J Schoorlemmer, zullen met ingang van 26 november a s worden gegeven door Drs A G Vissers, als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de economische faculteit
4 Deelname van de Stichting Theologische Faculteit aan de oprichting van een inter-universitair instituut voor toegepaste ethiek in de geïndustrialiseerde samenleving w o r d t positief beoordeeld 5 Vanwege zijn aftreden als secretaris van de economische faculteit heeft Prof Dr Th C M J van de Klundert geen zitting meer in het senaatsbestuur
ACADEMISCHE VACANTIE
6 Het verzoek van de KIS om over te kunnen gaan tot aanstelling van een full-time secretaris zal in behandeling worden genomen nadat de technische begrotingscommissie haar werk heeft voltooid
Van 12 december 1969 tot 2 februari 1970 worden er géén colleges gegeven
7 Naar aanleiding van de bespreking tussen de KIS en de voorzitters van de faculteiten is besloten de subsidieregeling buitenlandse reizen v o o r studenten te laten blijven regelen door de faculteiten
FILMLIGA
8 In de Commissie Herziening Promotieplechtigheid is mplaats van Mr A L L Habraken benoemd Dr J W H C M Schneider
Gezocht, v o o r zo spoedig mogelijk een penningmeester, een secretaris en een propaganda-agent en zo, die het nieuwe bestuur moeten gaan vormen van de Studenten Filmliga Tilburg.
9 Aan het curatorium zal nogmaals worden verzocht een onderzoek te laten instellen door econometristen naar de benodigde capaciteit van de~arukRerij
Gegadigden dienen te beschikken over een brede kulturele belangstelling, toegespitst op het medium film en over voor de specifieke funkties kreatieve handvaardigheid
10 Het senaatsbestuur is van oordeel, dat de toekomstige uitbouw van de hogeschool gezocnt dient te worden in een uitbreiding met een wiskunde-faculteit en met Alfa-faculteiten
Sollicitaties met grote spoed richten aan ondergetekenden of opgeven bij Chris (Prof Verbernelaan 44 telefoon 72919) Indien geen belangstelling, zien wij ons genoodzaakt de SFT op te heffen, want wij houden er na al die jaren mee op
11 Nagegaan zal worden of de universiteit van Bujumbura hulp kan w o r d e n geboden door een zending boeken 12 O p vrijdag 21 november 1969, Dies Natalis van de Katholieke Hogeschool, zal Prof Dr L H Janssen SJ een rede houden over een onderwerp betrekking hebbend op de ,,Ontwikkelingsproblematiek" Van 16 45 tot 17 30 uur zal over dit onderwerp kunnen worden gediscussieerd aan de hand van een aantal door Prof Janssen te publiceren stellingen 13 Bij gelegenheid van de Dies Natalis zal afscheid worden genomen van Drs J A M F Lindner, lector Accountancy 14 In aansluiting op het senaatsbesluit over de toekenning van het stemrecht m de senaat aan buitengewone hoogleraren, gewone lectoren en buitengewone lectoren, hebben de economische en juridische faculteit eenzelfde besluit over het stemrecht in de faculteiten van buitengewone hoogleraren, gewone lectoren en buitengewone lectoren genomen Door een verstoring van de vergadering van de sociale faculteit d d 16 oktober 1969 is het punt van dit stemrecht naar een volgende vergadering van deze faculteit verschoven
BESTUUR AGRARISCHE KRING Het bestuur van de Agrarische Kring is met ingang van 21 oktober jl als volgt samengesteld R v d Linden voorzitter, L Mertens, sekretaris en H Thielen, penningmeester.
Cees Goos - Urban Hovers - Theo Kuijpers Tom Odems - Chris van Riel - Henk Wijnen Jan Wilms STICHTING
NOSTRORUM
Vergadering 5 november
SANITAS 1969
Het bestuur besluit -
wat betreft de bestuursvergaderingen duidelijk het principe van openbaarheid uit te spreken Hen, die de vergadering als toehoorder willen bijwonen, w o . d t verzocht dit tevoren aan het sekretanaat (Bureau Studentenbelangen) mede te delen,
-
de in overleg met de heer Verkerk opgestelde taakomschrijving voor de manager van de mensa, goed te keuren,
-
een subsidieverzoek om de inventaris van de mensa uit te breiden, goed te keuren,
-
onverwijld de aanstellingsprocedure van een studentenarts ter hand te nemen,
-
te streven naar een zo spoedig mogelijke aanstelling van een tweede psycholoog
De volgende vergadering is op 9 december 1969 12
Ijuridische Fakulteit GESLAAGD
i
Doctoraalexamen rechtswetenschappen oktober 1969 p H J Jeurissen
Roermond
'GESLAAGDEN Candidaatsexamen rechtswetenschappen oktober 1969 j G J M Smits Asten P A W Scheffelaar Klots Den Bosch R C M Rijk Bergen op Zoom
STUDIERAAD FACULTEIT DER
Th F R Muller Bergen op Zoom H J F M Berkvens Den Haag
RECHTSGELEERDHEID
Besluiten v a n de v e r g a d e r i n g v a n d o n d e r d a g 9 o k t o b e r 1969 1 Op korte termijn zal een bespreking plaats vinden van de nota over doceren en examineren Hiervoor zullen in ieder geval v^/orden uitgenodigd de samenstellers van de nota en de heren Loeff en De Miranda De studieraad zal zich nogmaals met deze nota bezighouden in een extra vergadering na de studieraadsvergadering van 6 november a s 2 De studieraad besluit met algemene stemmen om - het nodige te doen dat het reglement van de studieraad gewijzigd wordt in die zin dat de studieraad uit zijn midden voor de tijd van een I jaar een voorzitter en een plaatsvervangend-voorzitter benoemt, 1 - op voorhand van de wijziging van het reglement op het des« betreffende punt tot benoeming van een voorzitter over te gaan Tot voorzitter van de studieraad w e r d gekozen Prof Mr C Bronkhorst 3 De studieraad besluit aan de faculteit voor te stellen om de studenten nog gedurende een jaar gelegenheid te geven om het D 1-examen gesplitst af te leggen, met dien verstande dat, uitzonderingsgevallen daargelaten, in september/december 1970 voor het laatst gelegenheid bestaat om voor de eerste maal een gesplitst D 1 af te leggen 4 Met betrekking tot het staatsrecht zal aan de faculteit worden voorgesteld dat de vierdejaars - aan het einde van het vierde jaar een vrijstellend tentamen rechtsbescherming kunnen afleggen bij Prof Van der Burg - het onderdeel parlementair stelsel kunnen afleggen bij Prof Jeukens op het D 1-examen, _ - in beide bovengenoemde onderdelen kunnen worden geëxamineerd a op het D 1-examen door Prof Van der Burg en Prof Jeukens, zonder T dat dit een verlenging van het examen tengevolge zal hebben Terzake van de derdejaars zal de studentensectie met het derde jaar contact opnemen over onderstaande regeling * J De gehele stof van het staatsrecht w o r d t geëxamineerd op het ^ D 1-examen, met uitzondering van het onderdeel rechtsbescherming, waarin een vrijstellend tentamen bij Prof Van der Burg afgelegd kan worden Met betrekking tot de colleges actualia zal er op worden aangedrongen, dat deze zoveel mogelijk aansluiten bij de reeds behandelde stof 5 Terzake van het handelsrecht zal aan de faculteit voorgesteld worden dat - in het onderdeel zeerecht een vrijstellend tentamen kan worden afgelegd bij Prof Deelen, - met betrekking tot de resterende stof op het D 1-examen kan worden afgelegd bij Prof Lowensteyn voor wat betreft de door deze behandelde stof, bij Prof Schoordijk voor wat betreft de stof van in totaal 8 a 10 uren overzichtscollege, welke deze zich voorstelt te zullen geven J 6 De studieraad is van mening dat het gewenst is dat voor studenten syllabi beschikbaar zijn, waarin pagina's worden opgegeven die uit de ijving voor literatuur bestudeerd moeten worden, alsmede in een schema de volgorde van de te behandelen stof wordt aangegeven breiden, Aan de faculteit zal worden voorgesteld, dat zoveel mogelijk de jaarscommissies worden ingeschakeld wanneer overleg tussen hoogleraren 3 ter hand en studenten nodig is De studieraad is van mening dat m het tekort aan materials moet een tweede worden voorzien, door voor de studenten zoveel mogelijk reproducties beschikbaar te doen zijn 7 De studieraad besluit aan de faculteit voor te stellen, dat aan de studenten bij de uitslag van het examen w o r d t medegedeeld, welke
cijfers ZIJ behaald hebben en aan het desbetreffende besluit van de faculteit terugwerkende kracht te verlenen 8 De studieraad besluit dat de studentensectie zich met de achterban zal beraden terzake van de aanwezigheid van de wetenschappelijke staf bij de ludicumbepaling van een examen 9 De studieraad besluit op de faculteitsvergadering van 23 oktober a s eventueel opnieuw aandacht te schenken aan de concept-begroting 10 De studieraad besluit, dat zal worden onderzocht of er van faculteitswege financiële middelen beschikbaar kunnen worden gesteld voor de uitgave van een faculteitenblad 11 De studieraad besluit de faculteit te adviseren om bij het onderwijs aan de eerstejaars aandacht te schenken aan de methode van studeren 12 Aan de faculteit zal worden verzocht een roostercommissie in te stellen, waarin vertegenwoordigers van hoogleraren, wetenschappelijke staf en'studenten zitting zullen hebben, alsmede de heer De Bont *
Inmiddels is hierover overeenstemming bereikt
Besluiten van de vergadering van donderdag 23 oktober
1 De faculteit besluit, vanwege tijdgebrek, met deel te nemen aan het onderzoek naar de functie-analyse van de jurist 2 Aan de studieraad zal worden verzocht om uit haar midden een commissie ,,gastcolleges te formeren De bedoelde commissie zal tot taak hebben voorstellen te doen voor de uitnodiging van gastdocenten 3 Aan buitengewone hoogleraren gewone en buitengewone lectoren wordt stemrecht verleend Aan het senaatsbestuur zal worden verzocht het nodige te doen dat het reglement op de inwendige inrichting op dit punt gewijzigd wordt 4 Een vaste delegatie van studenten heeft als waarnemer toegang tot de vergadering van de faculteit met uitzondering van het punt benoemingen, dat opnieuw aan de orde zal worden gesteld 5 De concept-begroting voor 1971 w o r d t goedgekeurd, onder de aantekening dat nog enige punten nader zullen worden bekeken Voor 1970 zullen aan het curatorium voorstellen worden gedaan ter zake van twee buitengewone lectoraten, die als onbenoemd voorkomen op de begroting 1969 6 Het concept-financieel schema voor de jaren 1972-1975 w o r d t goedgekeurd Over het budget voor student-assistenten zal nog overleg plaats vinden 7 Het reglement inzake de subsidiering van studiereizen w o r d t goedgekeurd, onder de bepaling dat ook eendaagse binnenlandse studiereizen voor subsidiering in aanmerking kunnen komen 8 Het D 1-examen zal nog gedurende een jaar gesplitst kunnen worden afgelegd met dien verstande dat, uitzonderingsgevallen daargelaten m s e p t e m b e r / d e c e m b e r 1970 voor het laatst gelegenheid bestaat om voor de eerste maal een gesplitst D l af te leggen 9 Met betrekking tot de rechtshistorische vakken zowel voor de studierichting Nederlands recht als voor de fiscaal-juridische studierichting wordt besloten 1 ter zake van de colleges - in het eerste semester van het eerste jaar krijgen alle studenten zowel een algemene introductie in het romeins recht als in de Nederlandse rechtsgeschiedenis - in het tweede semester kunnen zij kiezen of voor een verdieping van de kennis van het romeins recht of v o o r een verdieping van de kennis van de Nederlandse rechtsgeschiedenis Het onderwijs in het tweede semester zal dan in beide vakken omvatten leerstukken van het zaken- en verbintenissenrecht, terwijl voor wat het romeins recht betreft ook aandacht geschonken zal worden aan procesrecht en erfrecht 2 ter zake van het examenprogramma - kiest men voor een verdieping van de kennis van het romeins recht dan kan men na het eerste semester (in het algemeen in januari) een vrijstellend tentamen Nederlandse rechtsgeschiedenis afleggen De totale stof van het romeins recht, behandeld in het 13
(
1969
THB 4
28 november 1£
VAN DE FAKULTEITEN
Juridische Fakulteit (vervolg) -
-
eerste en het tweede semester, is examenstof op het C 1-examen, kiest men voor een verdieping van de kennis van de Nederlandse' rechtsgeschiedenis dan kan men na het eerste semester (in het algemeen m januari) een vrijstellend tentamen romeins recht afleggen De totale stof van de Nederlandse rechtsgeschiedenis behandeld in het eerste en tweede semester is examenstof OD het C 1, legt men het vrijstellend tentamen met met gunstig gevolg af, dan blijft het betreffende vak examenstof voor het C 1
In verband met het feit dat de HBS-ers, die de cursus van de heer Rietveld volgen, eerst rond 15 maart hun tentamen Latijn kunnen afleggen, wordt voor deze kandidandi gelegenheid gegeven om omstreeks 1 april het tentamen romeins recht af te leggen.
-
bij Prof Schoordijk voor wat betreft de rest van het handelsrecht waarover Prof Schoordijk 8 a 10 uren overzichtscolleges zal geven
13 In verband met de verzorging van materials v o o r het onderwijs, w o r d t toegezegd de mogelijkheden voor het aanstellen van studentassistenten te onderzoeken 14 De nota over doceren en examineren zal, na eerst in ander verband te zijn behandeld, in de faculteit aan de orde worden gesteld 15 Aan de studenten zal bij de uitslag van het examen worden meegedeeld, welke cijfers zij behaald hebben Aan dit besluit wordt terugwerkende kracht verleend
V o o r de studenten in de fiscaal-juridische studierichting (die waarschijnlijk gezien hun vrijstelling van het Latijn voor een verdieping van de kennis van de Nederlandse rechtsgeschiedenis zullen kiezen) is de stof van het romeins recht m het eerste semester lichter dan voor de studenten in de studierichting Nederlands recht Dit komt tot uitdrukking m de werkcolleges romeins recht, in de te bestuderen literatuur en m de quantiteit, maar vooral de moeilijkheidsgraad van de examenvragen Hetzelfde geldt voor de fiscaal-juridische studenten met betrekking tot de Nederlandse rechtsgeschiedenis op het C 1-examen
17 De faculteit besluit dat zoveel mogelijk gebruik gemaakt zal worden van de diensten van jaarcommissies indien nader overleg tussen hoogleraren en studenten over zaken welke in de betreffende studiejaren aan de orde zijn, gewenst is
In verband met de grote aantallen studenten zal het tentamen respectievelijk examen schriftelijk worden afgenomen
18 De faculteit besluit om bij het onderwijs aan de eerstejaars bijzondere aandacht te schenken aan de methode van studeren
V o o r studenten van de studiejaren ouder dan het studiejaar 1969/1970 bestaat de mogelijkheid om te kiezen voor de oude of de nieuwe examenopzet
19 De faculteit besluit een roostercommissie in te stellen, waarin vertegenwoordigers van hoogleraren, wetenschappelijke staf en studenten zitting zullen hebben, alsmede de heer De Bont
10 Met betrekking tot het vak bedrijfseconomie als onderdeel van het kandidaatsexamen in de fiscaal-juridische studierichting wordt besloten dat in de maand september van het tweede jaar gelegenheid bestaat om een vrijstellend tentamen af te leggen Dit impliceert dat in het eerste studiejaar college in het vak bedrijfseconomie zal moeten worden gevolgd
20 De faculteit besluit de mogelijkheden te onderzoeken voor het volgen van stages door studenten
11
Inzake het staatsrecht w o r d t besloten
1
met betrekking tot de huidige vierdejaars - aan het einde van het vierde jaar wordt een vrijstellend tentamen rechtsbescherming afgelegd bij Prof Van der Burg, - op het D 1-examen wordt geëxamineerd in het parlementair stelsel bij Prof Juekens, - op het D 1-examen kan in beide bovengenoemde onderdelen examen worden afgelegd bij de hoogleraren Van der Burg en Jeukens Dit zal geen verlenging van het examen tengevolge hebben
2
met betrekking tot de huidige derdejaars - de gehele stof van het staatsrecht w o r d t geëxamineerd op het D 1-examen met uitzondering van het onderdeel rechtsbescherming waarin een vrijstellend tentamen bij Prof Van der Burg wordt afgelegd Het collegeschema is als volgt 2 uren staatsrecht door Prof Jeukens (gedurende 2 jaren), 1 uur rechtsbescherming door Prof Van der Burg (gedurende 1 jaar)
12 1 2
Inzake het handelsrecht wordt besloten m het onderdeel zeerecht kan een vrijblijvend tentamen worden afgelegd bij Prof Deelen, met betrekking tot de resterende stof kan op het D 1-examen examen worden afgelegd - bij Prof Lowensteyn v o o r wat betreft de door deze behandelde stof;
16 De faculteit ondersteunt het plan van de faculteitsvereniging om een faculteitsblad uit te geven De faculteitsvereniging wordt in overweging gegeven daartoe een post op de begroting op te voeren
Verslag over studiejaar
1968/1969
Sedert de studieraden op 9 mei 1968 door de toenmalige rectormagnificus Prof Dr R A de M o o r werden geïnstalleerd en de eerste vergadering van de studieraad m aansluiting daaraan plaats vond, heeft dit instituut zich binnen de faculteit een belangrijke plaats kunnen verwerven De studieraad is gaan fungeren als het orgaan, waar alle zaken betreffende onderwijs en examens worden behandeld, voordat zij in de faculteitsvergadenng aan de orde komen Dit bracht met zich mee, dat in het afgelopen studiejaar vertegenwoordigers van staf en studenten aanwezig waren bij de bespreking in de faculteitsvergaderingen van die punten, die vanuit de studieraad aan de orde waren gesteld De faculteit nam de voorstellen van de studieraad ongewijzigd over In de voorliggende periode heeft de studieraad zes maal vergaderd, te weten op 3 oktober 1968, 3 december 1968, 16 januari 1969, 25 februari 1969, 22 april 1969 en op 8 mei 1969 De samenstelling van de studieraad was als volgt G Th C van der Bilt, Prof M r C Bronkhorst Prof Mr J P A Coopmans, Prof Mr J E J Th Deelen, Mr J M van Dunne, A Hammerstem, Prof Mr H J M Jeukens (voorzitter). Prof Mr A L Olde Kalter,' M r A Overbosch, J A M Smulders, J W M Ullings, M r A M ' Wehberg (secretaris) In de eerste vergaderingen heeft de studieraad zich o a bezig gehouden met onderwerpen welke de gang van zaken van de vergaderingen betreffen, zoals daar zijn de openbaarheid en het contact met de achterban De besprekingen hebben er uiteindelijk toe geleid, dat daaromtrent een gedragslijn w e r d opgesteld, welke voor alle stüdieraadsleden aanvaardbaar was 14
Sociale Fakulteit v'oor wat betreft onderwijs en examens heeft de studieraad aan de ï f a c u i t e i t voorstellen gedaan inzake de eisen voor het Latijn en het 'romeins recht, de afwijzingstermijnen voor het C 1 en het C 2, de colleges en het tentamen in het vak kanoniek recht, het tentamen in het vak sociaal recht, de colleges in de vakken boekhouden en strafprocesrecht, alsmede in zake de regeling voor het D 1-examen. Met name werd met betrekking tot het D 1-examen voorgesteld om de derdejaarstoetsen om te zetten in vrijstellende tentamens voor het staatsrecht, het strafrecht, het huwelijksgoederen- en erfrecht, het familierecht en het internationaal privaat-echt, terwijl voor éénmaal een vrijstellend tentamen zeerecht werd voorgesteld. In een later stadium is op grond van de in de studieraad daaromtrent govoerde besprekingen aan de faculteit voorgesteld om de studenten de mogelijkheid te bieden om in juni/september het D 1-examen gesplitst af te leggen en de voorzitter te machtigen deze maatregel in s e p t e m b e r / d e c e m b e r te doen herhalen. Naar aanleiding van door studenten en staf gedane voorstellen tot wijziging van respectievelijk het programma van het kandidaatsexamen en van het gehele studieprogramma, besloot de studieraad tot instelling van een studiecommissie inzake studieprogramma's. Van deze commissie maken deel uit; Prof. Mr. J. P. A. Coopmans, P. A. W. Groot, Prof. Mr. H. C. F. Schoordijk, Mr. P. J. P. Tak, J W. M. Ullings en Mr. J. H. M. Willems. Daarnaast zijn in die studieraad onderwerp van bespreking geweest de data voor examens en tentamens, de studievoorlichting en de invoering van een semestersysteem en van projectonderwijs. Tenslotte dient vermeld te worden, dat direct na de opheffing van de sluiting van de hogeschool een vergadering van de studieraad heeft plaats gevonden om een regeling te treffen voor de colleges en voor een herziening van de data van examens en tentamens.
TUSSENTIJDSE TENTAMENS CANDIDAATSEXAMENS Voor de studenten, die zich op het candidaatsexamen voorbereiden, is de onderstaande facultatieve regeling getroffen: 1 Eind Januari kan een vrijstellend tentamen worden afgelegd over een gedeelte van de examenstof voor de vakken ,,algemene s o c i o l o g i e " en ,,sociale p s y c h o l o g i e " of voor een van beide. 2 Vrijstelling van de voor dit tentamen bestudeerde stof w o r d t verleend, indien voor dit tentamen een voldoende (minstens 6) is behaald. 3 Bij de vaststelling van het eindcijfer tellen de resultaten van het vrijstellende tentamen en het examen even zwaar. 4 Vrijstellingen krachtens deze regeling blijven ook geldig, indien men voor het examen wordt afgewezen en bij de eerstvolgende gelegenheid weer deelneemt. W o r d t men voor de tweede maal voor het examen afgewezen, dan verliest het tussentijdse tentamen zijn geldigheid. 5 Is het resultaat van het tussentijdse tentamien onvoldoende, dan kan, indien de candidaat dat wenst, bij het examen over de gehele stof worden geëxamineerd. Het cijfer van het vrijstellende tentamen zal in dit geval niet meetellen bij de vaststelling van het examencijfer. 6 Ook voor de studenten, die in januari voor het propedeutisch examen zijn geslaagd, geldt bovenstaande regeling, met dien verstande, dat zij de vrijstellende tentamens in juni kunnen afleggen. 7 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 1969.
DATA TUSSENTIJDSE TENTAMENS CANDIDAATS De tussentijdse tentamens candidaatsexamen zullen op onderstaande data worden afgenomen: 26 januari 1970 n.m. * 28 januari 1970 n.m
sociologie
30 januari 1970 n.m
methoden en technieken van onderzoek
21 mei 1970 n.m. *
sociale psychologie
25 mei 1970 n.m. 27 mei 1970 n.m.
sociale psychologie
(geheel vrijstellend) methoden en technieken van onderzoek (geheel vrijstellend) sociologie
De precieze tijden zullen nader ad valvas beidend worden gemaai^t.
STUDIERICHTING SOCIOLOGIE VAN STAAT EN OPENBAAR BESTUUR
Kompositie met bleke verf op een grauwe achtergrond.
In het magazijn is verkrijgbaar een overdruk van het artikel van Mr. L. Prakke: ,,Het rechterlijk toetsingsrecht van wet aan g r o n d w e t " .
GESLAAGDEN Doctoraalexamen sociale wetenschappen oktober 1969 A. P. M. M. Cras, Geldrop G Janssen, Tilburg Foto: Th. Dusseldorp
J. H. B. Lieshout, Ede J. de Moy, Tilburg
REGLEMENT Het reglement ,,De examens in de faculteit der sociale w e t e n s c h a p p e n " is verkrijgbaar in het magazijn en op kamer N 78, tweede provisorium.
Dr. A. K. CONSTANDSE BUITENGEWOON LECTOR Conform het voorstel van het senaatsbestuur heeft het curatorium besloten het gewoon lectoraat van Dr. A. K. Constandse om te zetten in een buitengewoon lectoraat (4 uur), per 1 oktober 1969, voor de duur van één jaar.
SOCIOLOOG GEVRAAGD Er kan vrijwel onmiddellijk een socioloog geplaatst worden m Malawi voor onderzoek. Inlichtingen: dinsdagsmiddags bij het Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking, Goirkestraat 87 te Tilburg, telefoon 33346.
15
THB 4
28 november 1969
Van de Fakulteiten
Hogeschool Dag 1 december
Theologische Fakulteit OVERGANGSREGELING
KANDIDAATSEXAMEN
Derdejaars studenten, die voor Kerstmis 1969 alle tentamens van het eerste en tweede studiejaar hebben afgelegd hebben daardoor aan de eisen van het kandidaatsexamen voldaan Voor de overige derdejaars studenten gelden de overgangsregelingen, vermeld m de Inlichtingenbrochure 1969/1979, biz 5
14.00: Forum o.l.v. Mr. P. Kuypers,
Vierdejaars studenten, die het propaedeutisch examen (als regel aan het einde van het tweede studiejaar) met succes hebben behaald of voor Kerstmis 1969 nog zullen afleggen, hebben daardoor aan de eisen van het kandidaatsexamen voldaan Voor de overige vierdejaars studenten gelden de overgangsregelingen vermeld in de Inlichtingenbrochure 1969/1970, bIz 5
voorzitter struktuurkommissie met vertegenwoordigers uit de delegaties in de kommissie
Voor het kandidaatsexamen is een bedrag van ƒ60,— verschuldigd STUDIEDAG V A N 18 NOVEMBER 1969
16.00: Pauze
Op 18 november 1969 organiseerde de theologische faculteit een studiedag over de functionaliteit van de theologiestudie waarbij men zich bezon over het studieprogramma en de taak van de theoloog m kerk en maatschappij De commissie van voorbereiding werd gevormd door Dr G M Lukken (voorzitter), Dr A W M Keune, Dr A H Bredero, J W M Derks, A J M Handgraaf en P B M Theunen
16.30: Groepsdiskussies met gespreksleiders
KEUZE V A N STUDIERICHTING TWEEDEJAARS STUDENTEN De tweedejaars studenten wordt aangeraden zo spoedig mogelijk de keuze van studierichting te bepalen Zo kan het overleg tussen de studenten van eenzelfde stream onderling en met de docenten tijdig op gang komen
18.00: Mensa-maaltijd
PERSONALIA
20.00: Plenaire vergadering
Drs A C A Lemmers heeft om strikt persoonlijke redenen ontslag gevraagd en verkregen uit zijn functie van wetenschappelijk medewerker voor Schriftuur Nieuwe Testament C W M Vermeien is door de eerstejaars studenten aangewezen als hun vertegenwoordiger in de studieraad
Een evaluatie van de werkzaamheden van de struktuurkommissie is bij de
Dr J H Kamstra is verhuisd naar Amersfoortsestraatweg 20 te Soesterberg, telefoon 03463 - 1394 b g g 1755, en W F C van Dijk is verhuisd naar St Josephstraat 12 te Stevensbeek, telefoon 08858- 1857
Databank gratis verkrijgbaar De kolleges voor deze middag zijn
GESLAAGDEN Kandidaats I-examen
Kandidaats ll-examen
F H A P W A T A A B A A H H J A
G A H P F L R M F P J L P
A A M van Beek, Baarie Nassau A Broeders Raamsdonksveer A L F Damen Bergen op Zoom J Denneman Limmen A T M van Dongen Gilze Rijen J G Egging Arnhem H van der Geest, Oud-Ade J M Handgraaf (cum laude) Haarlem C Ivl de Lange Vinkeveen W N Loonen Hoensbroek M H Mommers Hilvarenbeek R M Polspoel, Sint Jansteen T A Verschuur Hedel J Wouters Hoogeloon P A M van de Ven Oirschot L F van der Zon. Hazerswoude
afgelast
L C van den Berg Rijpwetenng J Bisschop Rijpwetering J F Degen (cum laude) Ewijk G M van Hameren Leiden J T Janssen Groesbeek E Joosten Nuenen A de Koster Heinkenszand J C V d Sande (cum laude) Udenhout W M Luiten Hoensbroek Sinnema Duivendrecht T M A Spit St Michielsgestel J M Spijkers Roosendaal B M Theunen (cum laude) Dongen
Dag Hogeschool 16