Page 1

Opleidingen Bio-Farmaceutische Wetenschappen | Biologie | LST | MST

wereldwijd

Juni 2015  jaargang 10

#4

Science and the Age of Discovery Interview met

Freek Vonk

Culinaire Chemie met

Johan Lugtenburg


2  ORIGIN #4

NIEUWS

jaargang 10, juni 2015

Faculty of Science neemt voortouw in het delen van onderzoeksapparatuur

Betere, snellere en vroegere diagnose met de nieuwe Metabolomics Faciliteit

Universiteit Leiden maakt haar publiek gefinancierde onderzoeksapparatuur toegankelijk voor andere universiteiten en bedrijven middels de ‘Open Access Research Infrastructure’ (OARI) portal, opgezet door de Faculty of Science. Dit stimuleert het gebruik, verhoogt de bezettingsgraad en voorkomt dat apparaten onnodig worden aangekocht. De site is gelanceerd op 29 april en te vinden op oari.science.leidenuniv.nl.

Op vrijdag 17 april opende de burgemeester van Leiden, de heer Lenferink, de Metabolomics Faciliteit van de Universiteit Leiden. Metabolomics onderzoek maakt veranderingen in de stofwisseling zichtbaar waardoor in de toekomst een diagnose beter, sneller en vroeger kan worden gesteld en het effect van behandelingswijzen voorspeld. Het ultieme doel is om ziektes te voorkomen en de gezondheid van de mens tijdens het verouderingsproces te verbeteren.

Studentenvereniging Lugus voor ondernemers Leiden heeft er sinds kort een studentenvereniging bij. Lugus wil ondernemende studenten van HBO en Universiteit helpen bij het opstarten van hun bedrijf, door werkplekken te bieden, workshops te geven en nog veel meer. De vereniging komt voor uit de ‘Vrij-

Actieplan Diversiteit en Inclusiviteit gelanceerd tijdens symposium Op 14 april vond het symposium Diversiteit en Inclusiviteit plaats op de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen. Tijdens het symposium lanceerde de decaan van de Faculteit, Prof. Dr. Geert de Snoo, het actieplan Diversiteit en Inclusiviteit. In het actieplan zijn de stappen beschreven die de Faculteit tot 2016 zet om de diversiteit en inclusiviteit van de Faculteit te versterken en bijvoorbeeld het aantal vrouwen in topposities te vergroten.

plaats’, en heeft nu een eigen pand: het oude kantoor van de Kamer van Koophandel aan de Stationsweg. Op het moment van schrijven waren er 41 deelnemende bedrijven, misschien zijn het er inmiddels al wel meer. Meer informatie op lugus.nu.

Studenten ontmoeten bedrijfsleven: Bètabanenmarkt 2015 Zo’n 650 bèta-studenten van de ­Universiteit Leiden en de Hogeschool Leiden ontmoetten hun potentiële werkgevers tijdens de 31e editie van de Bètabanenmarkt. De bezoekers konden zich inschrijven voor verschillende workshops waaronder een workshop entrepreneurship en een workshop met advies over een goed CV. Meer dan 30 bedrijven hadden hun stand opgezet op de bedrijvenmarkt in de Gorlaeus Laboratoria. Later op de dag waren er ook speeddate sessies

en er werd afgesloten met een netwerkborrel.


inhoud #4

special:

Universiteit Leiden 

3

Science and the Age of Discovery 4 studenten: Studeren in het

Buitenland 8 bètavraagbaak: Adembenemende Natuur 12 interview: Freek Vonk 14 centrefold: Internet 16 uit den ouden doosch: Heike Kamerlingh Onnes 18 culinaire chemie: prof. dr. Johan Lugtenburg 20 fotoreportage:

the Map of the Elements 24 SLHC 26 stappenplan bui-

tenland studeren 27 small talk: the Big Bang Theory 28 boekrecensie: Darwins Peepshow 29 boerhaave mystery object 30 agenda colofon volgende nummer: 31 Special:

Science and the Age of Discovery  4 How did Columbus and Copernicus contribute to the age of discovery, and how did exploration boost science? Our current knowledge, almost everything you’re studying now, is a result of the Age of Discovery.

Interview

Freek Vonk  14 Freek Vonk, ooit een Leidse biologie student, nu als avonturier en gepromoveerd bioloog een nationale beroemdheid. Als expert op het gebied van slangen heeft Freek vele expedities wereldwijd afgewerkt, voor zijn onderzoek en eigen tv-programma’s.

Culinary Chemistry:

Johan Lugtenburg  20 Deze maand treffen wij prof. dr. Johan Lugtenburg onder het genot van een luxe lunch. Johan, die al ruim 55 jaar aan de Universiteit verbonden is, heeft colleges gegeven zoals ‘organische chemie’ en hij heeft onderzoek verricht op het gebied van fotochemie.

Ave et vale Het academisch jaar loopt ten einde, en binnenkort zullen de universiteitsgebouwen die nu krioelen van de studenten twee maanden lang een stuk leger zijn. En die studenten zitten dan… ja, waar niet? De één gaat in Amerika dinosauriërs opgraven, de ander naar Zweden voor het EK taido. Zelf ga ik acht dagen naar het Ohridmeer in Macedonië, om daar vooral van de zon te genieten. Maar ook tijdens het studiejaar hoef je niet in Nederland te blijven. Elk jaar gaat een flink aantal Leidse studenten naar het buitenland, om daar aan een universiteit vakken te volgen of onderzoek te doen. En andersom komen er ook veel buitenlandse studenten naar Leiden. Fanny van der Eerden, Industrial Ecology student, vertelt ons in het studentenartikel over haar scriptieonderzoek, dat haar naar Jakarta leidde, en Matija Babic laat ons zien hoe het voor een student uit Kroatië is om hier te studeren. Genoeg te lezen en te ontdekken dus weer in deze Origin – tevens mijn laatste als hoofdredacteur. Ik heb er dit jaar van genoten dit blad voor jullie samen te stellen, samen met de geweldige redactie. Vanaf volgend jaar zullen jullie op deze bladzijde begroet worden door een nieuwe foto; wie op die foto staat blijft nog even geheim. Voor nu, succes met de laatste loodjes van dit studiejaar, en een heel fijne vakantie toegewenst!

Marieke Vinkenoog Hoofdredacteur Origin Bachelor student Biologie


SPECIAL

4  ORIGIN #4

jaargang 10, juni 2015

Humans are animals with a great sense of curiosity. Since we originated in Africa we have spread over the whole surface of the earth in record speed, driven by the need for a new habitat, or maybe fleeing from danger. Millions of years later, when modern western ­society was well established, our curiosity took the upper hand. It started to point us in new directions from the early 15th century onwards.

Auteurs: Rebecca van Rijn Bachelor student Biologie

Joris Westerveld Bachelor student Biologie

In a nutshell How did Columbus and Copernicus contribute to the age of discovery, and how did exploration boost science? Our current knowledge, almost everything you’re studying now, is a result of the Age of Discovery.


wereldwijd

Universiteit Leiden 

The 15th century is viewed as the start of the 'Age of Discovery'. European explorers started to discover new horizons, and behind these, complete continents showed up! This resulted in colonisations overseas, but also in an unimaginable flow of unknown plants, animals, foods and people. 16th Century scholars found it difficult to incorporate all these new findings in their existing framework of classical Greek and biblical knowledge. Imagine their awe when specimen after specimen of unknown species went through their hands. The story of Noah’s ark in the old testament didn’t mention any of those, so their curiosity led them to find new explanations. Thanks to the Age of Discovery, modern science was born. There are many examples of human exploration, like the stories of Columbus and Copernicus, the polar expeditions and, something contemporary, space travel. But how did Columbus and Copernicus contribute to the Age of Discovery coming into existence, and how did exploration boost science? Most importantly, why is our current knowledge, almost everything you’re studying now, somewhere a result of the Age of Discovery?

becoming available to scholars, led to a change in the way people thought about our earth. As classical and biblical theories failed to explain all these new findings, modern science took flight. So the fact that new worlds were being revealed led to a significant change in our view of ourselves, and the world we are living in. This can be nicely illustrated by the following example. Nicolaas Copernicus, a scientist from the 16th century, was no explorer of terra incognita himself. Amidst a rapidly changing scientific environment, he presented new proof for a theory called Heliocentrism. Heliocentrism is a model in which the sun, instead of the earth is the centre of our planetary system. This theory, revolutionary at that time, was the beginning of the Scientific Revolution. This revolution was of great value, as a period of very fertile and productive new products and thoughts. Why was this idea so important, and why so typical for this period? Copernicus did not accept the concept of the earth being the centre of the planetary system. Like scholars did when they started receiving unknown specimens from the New World, people began to second guess things the church stated as the truth. This was a very important point in time, because if it is not true what the church states, what is? Exactly this thought was the beginning of a new generation with scientists and new discoveries. Doing discoveries, one needs to think outside the box. This new point of view is one of the changes that can be attributed to Copernicus.

Why was this idea so important, and why so typical for this period?

The discoveries done in the 15th century would not have happened without the technological and navigational progress that was made. It simply made longer ocean voyages possible. Although proof has been found that there used to be small Norse settlements on Greenland and that the Chinese might have visited the Americas earlier, Christopher Columbus’ ‘discovery’ in 1492 was different. After he and his men set foot on American soil, a chain reaction of events was set in motion. The discovery of America resulted in the colonization of America by Spain. The mere existence of the New World, with its resources and mysteries

The first navigation around the world in 1522 was completed by a ship that started off as a part of an expedition

5


6  ORIGIN #4

jaargang 10, juni 2015

Research in the arctic region Good proof of how nosy explorers opened up new parts of the world, and made them attractive to science, is the existence of the International Polar Year (IPY). In 2007-2009 the fourth IPY was organised. The IPY is a large scientific programme focused on Arctic and Antarctic regions, with over 60 countries contributing to more than 200 projects in the fields of physics, biology, sociology, meteorology and more. In a time of abundant evidence that our world is suffering from climate change, research in those areas, where the changes are drastic, is necessary. The IPY researchers look at changes in snow and ice cover and what consequences it has on ecosystems. What is the impact of melting ice sheets on the global sea level and what is happening with the earth’s magnetic field? How did a scientific project of a scale this large come into existence? Just like in big scientific discoveries there were a few key persons and lots of vigour needed to become what it is now. We go back to the late 14th century, when explorers were looking for shortcuts to travel to Asia. Dutchman Willem Barents was one of them. The perils he and his crewmen suffered when they were surviving winter on Nova Zembla in ‘Het Behouden Huys’ are well known. One of the officials named Gerrit de Veer, recorded everything in his journal. This was later published. Also, he was the first to describe a natural phenomenon called the Nova Zembla effect (not to be confused with aurora, caused by the earth’s magnetosphere). It appears the sun is rising while the polar night has not at all come to an end yet. This is caused by sunlight reflecting between atmospheric layers, resulting in a polar mirage of a rising sun. The existence of this effect was proven as late as 500 years after the first time it was observed.

One of the initiators of the project was Buys Ballot, the famous meteorologist who founded the Dutch meteorological service, the KNMI. He saw the importance of scientific data from the polar region. But other members of the committee were driven by the fact that names given by Barents were disregarded by other, foreign explorers. They smartly used the Dutch people’s patriotism to raise funds for the expeditions. The research vessel, appropriately named Willem Barents, set out to place memorial stones on the different sites Barents had visited. It was also used to collect scientific data, ranging from physical oceanographic values, earth magnetism and zoological data collected using dredging nets. Meanwhile, in 1879, Austrian polar explorer Carl Weyprecht had presented his ideas to the international congress of meteorologists in Rome. He said it was necessary to organize a network of stations regularly taking measurements using identical devices in order to achieve an understanding of the Arctic region. In 1882 his vision was realised. The international meteorological committee, of which Buys Ballot was a member, organised the first International Polar Year. Eleven countries built stations in the Arctic to take comparable measurements from all over the region. This international effort was an important scientific feat, as the data they collected that year proves to be of great value. The data can now be used to compare to the current situation and helps us understand the effects of climate change on the polar regions as well as on a global scale.

How did a scientific project of a scale this large come into existence?

In the end Barents’ expedition was no direct contribution to science, as it was done out of mere economic interest. However, he mapped Nova Zembla’s coastline and came up with names for geographic landmarks. This was one of the reasons a Dutch research vessel was able to make several scientific expeditions in the arctic region in the early 1880’s.

So what happened to the Dutch expedition during the first International Polar Year? They went through a Willem Barents experience 2.0. The expedition set out on a leased Norwegian ship called the Varna. Their assigned station was Port Dikson, on the Russian mainland east of Nova Zembla. But they never reached it as the ship got captured in ice on the Kara sea. They set up their research station on the ice and collected measurements anyway. Eventually, the Varna succumbed under the pressure of the ice. The crewmembers then set out to reach Siberian mainland on foot. They managed to bring all the data they collected and after a month of slow progress they were noticed by a ship and rescued.


wereldwijd

led by Ferdinand Magellan. In the following centuries more land was discovered as the America’s were further explored and trade routes were set up between Europe and Asia. After that, Australia and Oceania followed. But not only the West and the East were explored. Pushed by trade opportunities offered by newly discovered territories, the Dutch sailed north, hoping to find a shorter route to the West-Indies, the so-called Northeast passage. Sea ice blocked every single attempt for almost another 300 years. In 1878 Swedish explorer Adolf Erik Nordenskiöld was the first one to reach the pacific via this passage. By that time most places on earth were explored, with the polar regions as an exception. Being inhospitable environments, these regions kept their secrets to the world for a long time. But again it was our curiosity that led us to explore these hostile places. Read more about this in our case study about scientific research in the arctic region. After the age of discovery, the first half of the 20th century would be full of similar expeditions. While discovering the last remote places on earth, new technological breakthroughs offered us the possibilities to go even further. On the 12th of april 1961, Jouri Gagarin was the first person to leave earth’s atmosphere and enter space. Soon after that many more missions followed, including the Apollo 11 mission in 1969, during which Neil Armstrong would become known as the first man to walk on the moon. During the second half of the 20th century, an immense progress in spaceflight was made. A secondary effect of the ‘space race’ Russia and the United States were in, would be the advancements in science. The numerous satellites that circle our earth helped us understand earth’s magnetosphere, global weather patterns and forecasting and nowadays help us find our way when we are driving in our cars, thanks to navigational systems based on

Universiteit Leiden 

GPS. See how Columbus reaching America and Magellan circumnavigating our earth relates to you, using your TomTom? In the introduction, we stated: ‘Thanks to the Age of Discovery, modern science was born’. This statement needs refinement. Scientific progress and the events marking history are indistinguishably entwined, so we can surely conclude that we would not have been where we are today hadn’t someone dared to cross the horizon. But someone would not have dared to cross the horizon and be successful doing so without help of new navigational techniques, made accessible by science. Is the age of discovery really over? Although it still has some secrets for us, such as the darkest depths of the oceans or its inside, we are fairly familiar now with our earth, its atmosphere and the space around it. But yet, we have not been able to physically reach the closest planet in our solar system that is most like our own, Mars. With news coming out last march that the MarsOne project consisting of setting up a colony on Mars might be hoax, chances are low this will happen anytime soon. The first probe to leave our solar system and enter interstellar

Yes, the age of Discovery has ended, but another one will begin. space, the Voyager 1, did so recently after travelling more than 30 years. Still there are about 200 billion solar systems in our galaxy, the milky way, and there are more than 100 billion galaxies in the universe. Yes, the age of Discovery has ended, but another one will begin. We can only imagine what we will find behind this interstellar horizon and the implications it will have for science.

7


STUDENTEN

8  ORIGIN #4

jaargang 10, juni 2015

From Croatia to the Netherlands When I packed my bag for a first short trip to the Netherlands, I could never imagine that it would become my home soon after that. It was May 2013, and my boyfriend and I decided to visit his cousins in Rotterdam. I was excited to have an opportunity to go there, but I didn't really know what to expect. I’d been to Germany before so I thought it might be similar. Before I even found a moment to do some research, we were already on the plane to Amsterdam. When the pilot announced we were about to land, I was excited. The door opened and to my great surprise cold air blew straight into my face startling me from my thoughts… It was raining, hardly even nine degrees in cloudy Schiphol... “So this is May in the Netherlands,” I said to my boyfriend. From twenty degrees and hot spring in sunny Split, Croatia we came on cold “winter” and nine degrees... Excitement turned into a disappointment when I realized I barely had anything warm to wear during the next few days. On the other side, being the optimist that I am, it meant we had to go shopping! After settling down, the first place to visit was Rotterdam. Amazingly enough, the weather was awesome the next few days. After a walk through the centre I fell in love with that city. Big modern buildings, wide streets, astonishing port... Everything was just delightful. After seeing a few cities, we came to Leiden and I was truly caught by its spirit. It was

Matija Babic Croatia MSc ICT in Business, ­Leiden Institute of Advanced Computer ­Science, Leiden

completely different from what I imagined and original expectations that it might be similar to Germany just vanished. A small "students city" with impressive history, Leiden was a real surprise and total contrast to Rotterdam. Whenever we travel somewhere, my boyfriend always asks if I could imagine myself living in that city. This time the answer was yes without any doubts. It was not only the beauty of the country and nature that impressed me. The people did even more! As tourists we didn't feel like we were in a foreign country (except when we heard Dutch language). Everyone was willing to help and show us the way, even share some tips on what to see and visit. The Netherlands was a really pleasant surprise and we decided to definitely come back again. Ever since I started my studies I wanted to go abroad for further specialization. During my bachelor's I have met numerous Erasmus exchange students and even helped them in the first days of student life. That experience had increased my desire to go abroad. I wanted to explore the world, meet different people, different cultures and experience studying in a foreign country. Hearing their positive experiences as internationals in my country made me think about where to go for my master studies. Coming from Croatia, I had been trying to find a place where international students are welcome by all means, that would give me a solid foundation for the future, prepare me to enter the competitive job market and at the same time ensure a very diverse social life. I conducted research on various universities in Europe, trying to find a suitable one based on my preferences and EU student rights. After much research I found that the Netherlands compared to the other European countries has the most master programmes taught in English, and can provide me with almost everything I wanted. Given the very pleasant experience I had while visiting the Nether-


wereldwijd

lands, I decided to explore the options of studying here. I liked the idea of studying here, especially because it was “love on the first sight” when I visited. After carefully studying the programme in Leiden along with the future possibilities and participating in the Master open day I decided that it is most suitable for me and my ambitions. I applied here in Leiden University and that turned out to be one of the best decisions I have made. I started last September, and I'm really pleased with everything, especially with the way of teaching. Professors are very helpful and friendly as well as fellow students. What I found interesting is that professors are not only people with impressive academic background but they also have exceptional “real life” experience in business and IT, which gives us students a chance to meet “both sides” of ICT in Business world. The quality of the programme is really high. Compared to my home country the approach is different; oriented towards practical, concrete and ready¬ to¬ apply knowledge rather than just abstract theory and that is what I like the most. During this first six months I already had an opportunity to work on several projects and every time with a different group of people, which had great influence on both my personal and professional development. The variety of cultures and ethnicity in our class is stunning and represents an enormous opportunity for cultural exchange. It is worth to mention that I don’t live in Leiden thus I have to travel every day. While many Dutch people are complaining about the public transport, I can only say positive things. Of course things could always be better than they are, but in most cases trains and buses are right on the time, so I am usually on

Universiteit Leiden 

9

time for my classes. Even though sometimes I am late due to public transport, professors are tolerant. The only thing I still don’t like is the weather. I miss the sun and warm weather, especially in spring and fall seasons. What I find amazing is how weather here changes so fast. In one day you can have all four seasons, making it almost impossible to plan and rely on. Sometimes that can be frustrating but I am slowly getting used to it. All in all, being a student here in the Netherlands is a great experience and, as I mentioned before, the mix of the multiculturalism along with the efficient technology are the things that I admire the most at my university. For me, living and studying here has a significant impact on my personal development, attitude and understanding the real meaning of tolerance and respect. In my opinion, if one would want to settle down here, he or she should be open minded, a hard worker, polite and straightforward which in short would describe Dutch people and their culture. Last but not least: learn the Dutch language as it significantly increases the opportunities to find the job you are dreaming of.


STUDENTEN

10  ORIGIN #4

jaargang 10, juni 2015

Onderzoek in Jakarta Het is nog net zomervakantie als ik de universiteitscampus op loop voor mijn eerste afspraak inzake scriptie. Spannend, hier heb ik het afgelopen jaar voor gezwoegd! Ruim 80 ECTS behaald in het eerste jaar, om het tweede jaar me helemaal te storten op mijn favoriete onderwerp: fashion. Laat ik me even voorstellen: ik ben Fanny van der Eerden, 26 jaar, en ik neem deel aan het MSc programma Industrial Ecology aan de Universiteit van Leiden en TU Delft. Deze master gaat over duurzame technologische innovaties voor industriële processen en behoort tot het instituut Centrum voor Milieu­wetenschappen Leiden en de faculteiten, Technische Natuurwetenschappen en Techniek Bestuur & Management (beide Delft). Hoewel veel onderzoek binnen deze studie zich richt op onderwerpen als windmolens, algen, biobrandstof, stadsboerderijen en zonnecellen, richt ik mij op duurzame vraagstukken in de mode-industrie. Denk hierbij aan keuze voor grondstoffen, maar ook de bijbehorende landbouwprocessen, textielproductie, fabricage van kledingstukken, transport, handel, marketing, consumentenvraagstukken, het wassen van kleding en recycling. Voor mijn scriptieonderzoek wil ik op zoek gaan naar het antwoord waarom er wel al duurzame productiemogelijkheden bestaan, maar deze nog niet worden geïmplementeerd. Kleding wordt voornamelijk in ontwikkelingslanden gemaakt en daarom leg ik eind augustus een plan neer om over de Indonesische kledingproductie-industrie te schrijven. Mijn

Fanny van der Eerden Master student Industrial Ecology

eerste begeleider weet van mijn fascinatie voor textiel en vraagt: “Waarom ga je er niet heen? Kijk je zelf hoe het nu zit.” Wauw. Niet over nagedacht. Lichtelijk verbijsterd loop ik na de afspraak het campusterrein over terug naar het ov om naar huis te gaan. Ik, naar Indonesië? Eenmaal thuis aangekomen, valt het kwartje pas echt goed en heb ik besloten: ik ga naar Indonesië! Een druk half jaar volgt waarin ik naast mijn theoretische voorbereiding ook een hele boel praktische zaken moet regelen voor mijn onderzoek in Indonesië. Een vliegticket, een visum dat langer geldig is dan een maand, een verblijfplaats, vaccinaties, etc. Op bezoek bij de studieadviseur voor buitenlande studietrips leidt tot nog meer vragen: moet ik de taal misschien leren? Of heb ik een tolk nodig? Is het wel veilig, alleen onderzoek doen als vrouw? Kan ik wel aan informatie komen? Na een half jaar voorbereiding en hard werken om de onderneming te bekostigen ben ik dan afgelopen 4 februari op het vliegtuig gestapt! Aangekomen in Jakarta duurde het even voordat ik ‘geland’ was. De eerste weken kan ik gelukkig bijkomen bij familie en wennen aan het Indonesische leven. In Nederland liet ik de sneeuw achter me en hier is het elke dag rond de dertig graden. Dat is echter niet het enige. Hier ben ík de buitenlander en bij aankomst merkte


wereldwijd

ik bijvoorbeeld meteen op dat ik extreem lang lijk tussen al deze kleine Indonesiërs. De eerste twee weken is het dan ook wennen aan ander volk, een andere taal, ander eten en een hele andere omgeving! Wat betreft de mensen: het is een maatschappij met enorme verschillen in rijk en arm, etniciteit en mentaliteit. Dit is soms nog steeds wennen, maar met de tijd leer je beter inschatten hoe en wat bij wie en waar. Make sense? Qua eten: het eten is heerlijk en volop verkrijgbaar! Ik eet in Nederland ook overwegend Indonesisch, maar de verscheidenheid aan gerechten hier is overweldigend. Zowel Indonesisch als fastfood en andere Aziatische keukens, zoals Koreaans, Chinees en Japans. Wel is eten en drinken even wennen voor elke buitenlander, en ik heb vorige week mijn eerste buikgriep ervaren. Dit is geen leuke ervaring, maar met wat medicijnen en rust kom je er gelukkig weer boven op. De omgeving is het gaafst! Ik zit in een enorme stad met ca. 13 miljoen mensen, tientallen skyscrapers, tientallen e-malls en duizenden auto’s, bussen en scooters. Desondanks zie je overal groen om je heen: palmbomen, bananenplanten, etc. Dit is heel controversieel, aangezien ik hier ben omdat ze zo enorm milieu-onvriendelijk zijn. Het is een scherp contrast tussen die geweldige natuur, de vervuiling en de armoede. Een fascinerende tragedie waar geen romantiek te vinden is!

Universiteit Leiden 

11

Na twee weken bijkomen, genieten en voorzichtig rondkijken begin ik half februari dan met mijn eerste ‘werkdagen’. Ik probeer elke dag een leuk koffietentje met Wifi te vinden om onderzoeken te lezen, afspraken voor te bereiden en te rapporteren. Dit is een hele fijne manier van werken, omdat je lekker zit, Jakarta-life meemaakt, en natuurlijk de koffie met bijbehorende manis (zoetigheid). ’s Middags heb ik afspraken of ga ik zelf op expeditie, of verruil ik mijn ochtendlocatie simpelweg voor een leuke lunchtent. Voor mijn vertrek heb ik in Nederland al wel een netwerk aangelegd, zodat ik geen tijd zou verliezen in Indonesië. Afspraken heb ik, gelukkig, niet van tevoren gemaakt, want ook zaken als transport en afspraken gaan hier anders. Jakarta is een wereldstad, waar mensen druk bezet zijn en je flexibel moet zijn rond hun agenda. Tenslotte wil ik informatie van hen hebben. Anderzijds is er een Indonesisch gezegde dat luidt jam karat, wat ‘rubberen tijd’ betekent. Dit geldt zeker - en hoe! Ik houd momenteel één afspraak per dag aan, aangezien afspraken later aanvangen, worden verzet of enorm uitlopen. Ook files in en om Jakarta zijn orde van de dag en af en toe dien je vier tot zes keer de tijd in te plannen die in theorie nodig zou moeten zijn. Ik heb een keer drie uur en 45 minuten in de auto gezeten, terwijl de reis in theorie 35 minuten zou duren. Maar, ben je over de eerste schokken en griepjes heen, weet je hoe je rekening moet houden met de Indonesische lifestyle, dan kan ik maar een ding zeggen: het is verslavend! Ik heb onder andere International Labor Organization gesproken, ga binnenkort met H&M om de tafel, en bezoek vanavond de Indonesia Fashion Week. Er zijn problemen zat, maar ook zoveel rijkdommen, en vooral heel veel kansen! Indonesië heeft in ieder geval mijn hart gestolen, en ik sluit een toekomst in Indonesië zeker niet uit! Meer lezen over wat Fanny meemaakt? Lees dan haar blog op jakartafan.blogspot.nl! Foto’s eigendom van Fanny van Eerden


1 2  ORIGIN #4

jaargang 10, juni 2015

Bètavraagbaak

Ademb Welke natuurverschijnselen horen op ieders bucket list te staan?

Onze wereld kent een enorme diversiteit aan landschappen en natuurverschijnselen. Terwijl sommige natuurverschijnselen regelmatig voorkomen, zijn anderen juist zeer zeldzaam of zelfs uniek. In deze bètavraagbaak behandelen we onze top drie van bijzondere natuurverschijnselen.

© lamamapachama.com

Er zijn voldoende mensen die mineralen verzamelen. Sommigen kopen hun aanwinsten op mineraalbeurzen, anderen proberen zoveel mogelijk zelf te verzamelen. Maar hoe groot je mineralencollectie ook is, deze valt in het niets bij wat er in Cueva de los Cristales in Mexico te vinden is. Deze grot bevat namelijk de grootste kristallen ooit gevonden. In 2000 werd Cueva de los Cristales door mijnwerkers ontdekt. De grot bevindt zich bijna 300 meter onder het aardoppervlak en heeft een constante temperatuur van tegen de 60 °C. Duizenden jaren lang waren de omstandigheden in de grot perfect om kristallen te groeien. Hij was gevuld met water van ongeveer 60 °C dat

verzadigd was met calciumsulfaat. Hierdoor begonnen er selenietkristallen te vormen. Deze heldere gipskristallen hadden vervolgens millennia de tijd om te groeien. Pas rond 1985 werd het groeiproces in Cueva de los Cristales stopgezet. Mijnwerkers gebruikten pompen om het waterniveau in de mijn te laten dalen. Hierdoor kwam ook de grot met haar reusachtige kristallen droog te staan en hield het groeiproces onmiddellijk op. Al vlak na de ontdekking gingen meerdere wetenschappers op ontdekkingstocht door de grot. De Spaanse kristallograaf Juan Manuel García-Ruiz was één van de eerste wetenschappers die in 2001 onderzoek deden naar de enorme kristallen. Uit zijn onderzoek blijkt dat de grotere kristallen in de grot waarschijnlijk rond de 600.000 jaar oud zijn. Hiernaast was men in staat om uit sommige kristallen pollenkorrels te halen. Deze korrels geven aan dat het deel van Mexico waarin de grot zich bevindt ooit met bossen bedekt was. Op dit moment worden de kristallen in Cueva de los Cristales ernstig bedreigd. De grot is immers niet meer gevuld met water, wat een ondersteunde en bewarende functie had. Hiernaast bedreigen instromende CO2-gassen en alle mijnwerkzaamheden het voortbestaan van de kristallen. Toerisme zal waarschijnlijk niet snel een bedreiging zijn voor de grot. Door de enorm hoge vochtigheidsgraad (90 tot 100%!) en temperatuur is het namelijk geen pretje om door de grot heen te lopen.


DOSSIER TIJD

Universiteit Leiden 

13

enemende Natuur

Een meer toegankelijk natuurverschijnsel is het Noorderlicht. Meestal bevindt de zone van Aurora Borealis, zoals het poollicht ook wel genoemd wordt, zich op ons halfrond tussen de 60 en 70° noorderbreedte. Dit houdt in dat het Noorderlicht meestal van Midden- tot Noord-Scandinavië te zien is. De intensiteit van het Noorderlicht is afhankelijk van de activiteit van de zon. Onze zon stoot voortdurend deeltjes uit. Eens in de zoveel tijd vindt er een zogenaamde zonnevlam plaats. Wanneer dit gebeurt, worden er in korte tijd een heleboel deeltjes de ruimte in geslingerd. Wanneer deze uitgestoten zonnedeeltjes het magnetische veld van onze aarde raken, worden zij afgebogen. Ze volgen vervolgens de magneetlijnen van onze aarde. Uiteindelijk belanden de zonnedeeltjes ofwel op de Noordpool, of op de Zuidpool. Pas bij een grote zonnevlam bestaat er de mogelijkheid dat we ook in Nederland het Noorderlicht kunnen zien. Soms zorgt een grote zonnevlam zelfs voor veel schade, zoals bijvoorbeeld in 1989. Toen veroorzaakten binnenkomende zonnedeeltjes in Canada veel schade aan elektriciteitscentrales. Het poollicht heeft niet altijd dezelfde kleur. De kleur van het licht is afhankelijk van het soort elektronen en op welke atoomsoorten deze botsen. Welke atomen de zonnedeeltjes tegenkomen is weer afhankelijk van de hoogte waarop ze zich bevinden. Aurora Borealis komt voor op een hoogte van 80 tot 1000 km in onze atmosfeer. Wanneer

de deeltjes in het bovenste gedeelte van de atmosfeer op zuurstofatomen botsen, ontstaat er groen of rood poollicht. Iets lager in de atmosfeer kunnen de elektronen op stikstofprotonen botsen. Wanneer dit gebeurt, ontstaat er rood licht. Blauw poollicht is vrij zeldzaam. Deze kleur ontstaat wanneer zonnestralen de bovenkant van het poollicht raken. Aurora Borealis is een verschijnsel dat je zeker met eigen ogen gezien moet hebben. Maar hoe bijzonder dit verschijnsel ook is, het is zeker niet uniek. Poollicht komt namelijk ook op andere planeten voor. Wetenschappers hebben aangetoond dat het Noorderlicht ook op exoplaneten voorkomt. Bij deze planeten kan het licht bovendien veel intenser zijn dan hier op aarde. De diepzee kent enorm veel geheimen. Lang werd er gedacht dat er niets in de diepzee kon leven. Inmiddels weten we wel beter. De biodiversiteit van de diepzee is vaak verrassend divers. Hydrothermale spleten in de oceaanbodem vormen een interessant natuurverschijnsel. Vanuit deze spleten stroomt water dat door de aarde opgewarmd is en dat een belangrijke energiebron voor diepzeeorganismen is. Water uit onze oceanen kan op sommige plekken via spleten

door de aardkorst heen sijpelen. Terwijl dit water door magma enorm heet wordt (soms tot wel 400 °C), lossen er allerlei metalen en mineralen in op. Uiteindelijk komt dit water via de hydrothermale spleten weer terug in de oceaan. Doordat het hete water direct in contact komt met koud water slaan alle opgeloste metalen en mineralen meteen neer, waarbij er rond de spleet een schoorsteen wordt gevormd. Dat er zoveel organismen rondom de schoorstenen kunnen leven heeft alles met bacteriën te maken. Er leven namelijk speciale bacteriën rondom de spleten die een temperatuur van maar liefst 113°C kunnen overleven. Ook zijn zij in staat om uit waterstofsulfide, via chemosynthese, energie te produceren. Deze bijzondere eigenschappen zorgen ervoor dat zij in staat zijn te overleven op zulke dieptes. En dankzij deze bacteriën kunnen ook andere organismen bij de hydrothermale spleten overleven. Door een alternatieve enegiebron te gebruiken zorgen deze bacteriën ervoor dat er in de diepzee soms hele ecosystemen ontstaan. Uiteraard zijn de drie besproken verschijnselen slechts een puntje van de ijsberg van bijzondere natuurverschijnselen. Van sommige verschijnselen weten we alles al, terwijl we andere net ontdekken. In ieder geval zijn ze allemaal bijzonder genoeg om te onderzoeken. Literatuur - http://en.wikipedia.org/wiki/Hydrothermal_vent - http://ngm.nationalgeographic.com/2008/11/ crystal-giants/shea-text/1 - http://wwf.panda.org/about_our_earth/ blue_planet/deep_sea/vents_seeps/ - http://www.bommeltje.nl/website/ weerstation-grave/noorderlicht/ - https://www.heel.al/2014/02/06/noorderlicht/

Joni Eilbracht Master student Biology


Institute

1 4  ORIGIN #4

jaargang 10, juni 2015

Interview:

Freek

Freek Vonk, ooit een Leidse biologiestudent, nu als avonturier en gepromoveerd bioloog een nationale beroemdheid. Als expert op het gebied van slangen heeft Freek vele expedities wereldwijd afgewerkt, voor zijn onderzoek en eigen tv-programma’s. De Originredactie spreekt met Freek Vonk af in zijn nieuwe kantoor in het Sylvius laboratorium, waar hij ons vertelt hoe het allemaal begon.

Rembrandt Donkersloot Master student Physics

Lisette ­Hemelaar Bachelor student Biologie

Freek vertelt dat zijn wetenschappelijke publicaties het startpunt waren. “Eén van mijn eerste artikelen schreef ik tien jaar geleden, in 2005, met als onderwerp giftige hagedissen. Het artikel werd gepubliceerd in Nature. Naar aanleiding van dit artikel werd ik door een aantal radiozenders benaderd om iets over dit onderzoek te vertellen. Daarna volgden regionale tv-zenders. Toen ik op hetzelfde onderwerp in 2008 opnieuw een publicatie in Nature kreeg, kwam er meer media-aandacht, waaronder van De Wereld Draait Door. Dat was echt een doorbraak en een springplank naar de ontwikkeling van mijn eigen programma.”

jaar uitgespreid, maar ik mag de beurs spreiden over vier jaar zodat ik minder uur per week aan onderzoek kwijt ben en tijd over heb voor mijn nevenactiviteiten. Deze positie is gezeteld bij Naturalis. Daarnaast ondersteunt een promovendus van Naturalis mijn onderzoek. Verder ben ik als gastmedewerker aangesteld bij de Universiteit Leiden. Naast mijn onderzoek heb ik veel andere werkzaamheden. Zo moet ik veel lezingen geven, boeken en programma’s schrijven en shows opvoeren. De grote uitdaging is om alles te combineren. Dit is alleen mogelijk dankzij de goede samenwerking met mijn collega’s. Zo ga ik nu twee maanden weg naar Miami, de Everglades en Costa Rica, voor opnames voor mijn programma. Michael Richardson, mijn oude promotor, neemt dan de leiding over mijn studenten en promovendus over. Zo blijven de zaken thuis goed op orde. Als ik weg ben, worden mijn studenten altijd geholpen en begeleid zodat ik mijn shows kan doen en boeken kan publiceren.”

De grote uitdaging is om alles te combineren. Dit is alleen mogelijk dankzij de goede samenwerking met mijn collega’s

Bent u nog verbonden met de Universiteit Leiden? Zo ja, op wat voor manier?

“Ik heb vorig jaar een NWO beurs (Veni) gekregen voor een post doc positie. Deze beurs wordt normaal gesproken over drie


wereldwijd

Universiteit Leiden 

15

Vonk kunnen halen, waarbij ik het gif zal gaan aanleveren.”

Verzamel je zelf je gifmonsters?

Met welk onderzoek houdt u zich op dit moment bezig?

“Mijn huidige onderzoek is eigenlijk een voortzetting van een eerder onderzoek wat vorig jaar is gepubliceerd in PNAS over het slangengenoom van de koningscobra, een erg gevaarlijke slang. Bij dat onderzoek hebben we voornamelijk gekeken hoe de gifgenen georganiseerd liggen op het genoom en waar ze vandaan komen. Dat willen we nu gaan doen bij een ander soort slang. We weten nog steeds niet of alle genen naast elkaar liggen op het genoom of juist verspreid door het genoom heen. We gaan dus hetzelfde onderzoek doen, maar dan met de Maleisische grondadder, de resultaten kunnen we gebruiken als vergelijkingsmateriaal uit het eerdere onderzoek met de koningscobra. Het gifmechanisme van de koningscobra en de Maleisische grondadder zijn onafhankelijk van elkaar geëvolueerd, en hebben een verschillend gifmechanisme gecreëerd. Nu is het interessant om te kijken wat de overeenkomsten en verschillen zijn van deze genomen. Mijn promovendus Harold Kerker is daar nu ook voornamelijk mee bezig. Verder hebben we onlangs geleden een groot nieuw project binnen gehaald, onder leiding van post doc Gilles van Wezel. We gaan kijken hoe we uit gif antibiotica

“Ik heb wel eens gif direct uit de jungle gehaald, maar per monster is dit een erg dure methode. Uiteraard kan dit interessante dingen opleveren omdat je gif onderzoekt waar nog niemand aan werkt. Vervolgens ga je zoeken naar eiwitten en moleculen in dat gif die gebruikt kunnen worden voor medicijnonderzoek. Ik vind het belangrijk dat je moleculen zoekt die nog niemand anders heeft gevonden. Als je bijvoorbeeld gif koopt bij Sigma, dan werk je aan gif waar honderden andere wetenschappers ook aan werken. Dat doe ik niet. Ik melk mijn eigen slangen. Het beste zijn natuurlijk de wilde slangen, maar het is lastig om daaraan te komen. Ik gebruik vaak slangen die in de terraria gehouden worden in Nederland en Duitsland. Zelf heb ik geen slangen meer thuis, ik heb helaas geen tijd meer om ze te verzorgen. Ze verblijven nu allemaal bij een vriend van mij.”

den door van de ene naar de andere kant te lopen, maar ook door gekke dingen te doen zoals exotische dieren mee te nemen. Daarbij ga ik altijd heel respectvol om met deze dieren en laat ik zien hoe mooi ze zijn. Ik gebruik dieren tijdens mijn shows als ambassadeur voor de hele soort. Ik zou graag de hele zaal willen meenemen naar de jungle en ze daar de dieren laten zien, dat is natuurlijk het mooiste. Maar helaas, dat gaat natuurlijk niet. Het is mijn doel om mensen te fascineren voor de natuur en daarmee hoop ik een nieuwe generatie natuurbeschermers te creëren. Men moet dan gaan inzien dat we de natuur kunnen gebruiken, bijvoorbeeld voor het creëren van nieuwe medicijnen. We kunnen veel leren van de natuur, vooral op het gebied van duurzaamheid. Wij zijn de minst duurzame soort op de aarde, terwijl de natuur op zichzelf erg duurzaam is, er gaat weinig verloren.”

Het is mijn doel om mensen te fascineren voor de natuur en daarmee hoop ik een nieuwe generatie natuurbeschermers te creëren.

Wat is uw motivatie om biologie toegankelijk te maken voor het grote publiek?

“Ik vind het gewoon erg leuk om te doen en om te zenden. Ik ben een echte verhalenverteller. Het is mijn fascinatie om kinderen aan te spreken, zij zijn immers de onderzoekers van de toekomst. Hierbij is erg belangrijk dat je het publiek blijft boeien. Die aandacht kun je vasthou-

We sluiten af door te vragen of Freek nog tips heeft voor de Leidse student:

“Het is belangrijk dat je een eigen niche creëert bij datgene wat je interessant vindt, en niet aansluit bij massaal lopend onderzoek. Zo heb ik het slangenonderzoek naar Leiden gehaald, daar werd nooit eerder diepgaand onderzoek naar uitgevoerd.”


1 6  ORIGIN #4

jaargang 10, juni 2015

Twitterworld


wereldwijd

Universiteit Leiden 

This is the world, as connected by Twitter, created by Eric Fischer. He used the geotags of Twitter-users and the data of to whom they were replying. This map, a complex network, shows us to whom people were speaking (purple lines), where they were going (green lines) and the places that are connected by both travel and talking (white lines). The constructed map reminds us once again of the impact of the internet on our everyday life, and how the world wide web connects people everywhere in the world, resulting in physical communities without borders.�

Image: Creative Commons / BY 2.0 Eric Fischer Text: Rembrandt Donkersloot

17


1 8  ORIGIN #4

jaargang 10, juni 2015

ch en Doosch en ouden Uit den

Heike Kamerlingh Onnes en het koudste plekje op aarde

De koudste plaats op aarde, waar ligt die? Het zal je niet verbazen dat het antwoord ‘in Antarctica’ is. Maar wat je waarschijnlijk niet wist is dat van 1909 tot 1933 het koudste plekje op aarde zich in Leiden bevond. Om specifieker te zijn: aan de Steenschuur 25, in het Kamerlingh Onnesgebouw.

Heike Kamerlingh Onnes, 1913.

Het Kamerlingh Onnesgebouw, of ‘het KOG’, zoals studenten het liefkozend noemen, is nu onderdeel van de rechtenfaculteit. Toch verwijst de naam nog naar zijn verleden als natuurkundig laboratorium. Toen in 1882 Heike Kamerlingh Onnes werd aangesteld als hoogleraar experimentele natuurkunde aan de Universiteit Leiden was zijn eerste ambities om het laboratorium om te bouwen tot één van de meest geavanceerde onderzoekslaboratoria ter wereld. Het vernieuwde gebouw bevatte onder andere een koudelaboratorium, waar Kamerlingh Onnes experimenten uitvoerde bij extreem lage temperaturen. De aanleiding tot deze experimenten was het onderzoek van Johannes van der Waals, met name de Vergelijking van Van der Waals. Hij ontdekte dat de algemene gaswet, die het gedrag van ideale gassen onder invloed van druk, volume, aantal deeltjes en temperatuur beschrijft, alleen geldt voor verdunde gassen. Dit komt doordat in verdunde gassen de gasmoleculen als deeltjes zonder volume en dus zonder wisselwerking kunnen worden benaderd. In zijn harde-bollenmodel worden moleculen als deeltjes met eindige afmetingen beschouwd, die een eindige ruimte innemen. Zo kwam Van der Waals tot zijn algemene toestandsvergelijking,

waarin gasafhankelijke parameters een rol spelen. Van der Waals’ tweede grote ontdekking kwam erop neer dat je in de Van der Waalsvergelijking de druk, het volume en de temperatuur kunt delen door respectievelijk de kritieke druk, het kritieke volume, en de kritieke temperatuur, en dat je dan een formule krijgt die onafhankelijk is van het betreffende gas. Van der Waals concludeerde hieruit dat ieder gas vloeibaar gemaakt kon worden, als de temperatuur maar onder de kritieke temperatuur komt. Vrijwel alle gassen waren al eens vloeibaar gemaakt, behalve waterstof (en helium, maar dat element was nog niet ontdekt). Kamerlingh Onnes besloot zich dus te richten op het maken van vloeibare waterstof, Maar met hem vele anderen: in 1898 slaagde de Brit James Dewar erin voor het eerst waterstof vloeibaar te maken. Triomfant verklaarde hij: “all known gases have now been condensed into liquids.” Het ging hierbij om 20 cc vloeibare waterstof – voor hij méér kon maken raakte zijn installatie verstopt door de bevroren lucht in de leidingen. De race verloren, besloot Kamerlingh Onnes zich niet te haasten om een installatie te maken zoals Dewar, die


WERELDWIJD

Universiteit Leiden 

19

Kamerlingh Onnes met collega’s bij de supergeleider.

Kamerlingh Onnes (links) en Johannes Diderik van der Waals (rechts) bij de helium liquefactor. een buisje vloeibare waterstof kon produceren puur voor de roem. In plaats daarvan wilde hij een liquefactor maken die voor langere tijd enkele liters vloeibare waterstof per uur zou produceren. Die waterstof zou dan vervolgens opgeslagen worden zodat er meer experimenten mee gedaan konden worden. Om dit te bereiken was opnieuw een flinke verbouwing nodig. Acht jaar later, in 1906, was de opstelling voltooid. Deze opstelling bleek een stuk efficiënter dan die van Dewar: in 1906 produceerde hij 71 liter vloeibaar waterstof, en het jaar daarop al 167 liter. Inmiddels was helium het enige gas dat nog niet vloeibaar gemaakt was. Er barstte weer een felle strijd los, ditmaal tussen Dewar, de twee Poolse Olszewski en Wroblewski, en onze eigen Kamerlingh Onnes. Die laatste was nu in het voordeel, door zijn geavanceerde nieuwe laboratorium. In 1908 slaagde hij er dan ook in om voor het eerst helium vloeibaar te maken: het hoogtepunt in zijn carrière, waarvoor hij in 1913 de Nobelprijs won. Met een temperatuur van 0,9 K (-269 °C) werd Leiden het koudste plekje op aarde, en tot 1923 was Leiden de enige plek waar helium vloeibaar kon worden gemaakt. Maar dat was nog niet het einde van Kamerlingh Onnes’ experimenten. Nu hij zulke lage temperaturen kon creëren in zijn laboratorium begon hij aan een reeks experimenten aan elektrische weerstand

van metalen rond het absolute nulpunt. Er was namelijk al bekend dat de weerstand afneemt met de temperatuur, maar wat er zou gebeuren bij 0 K was nog onbekend. Er heersten drie theorieën: die van Augustus Matthiessen, die van Lord Kelvin, en die van de Nederlandse natuurkundige Hendrik Lorentz. De eerste meende dat de weerstand van een metaal bestond uit de optelling van een temperatuur afhankelijke elektronenweerstand en een temperatuur onafhankelijke restweerstand. Volgens deze theorie zou de weerstand dus afnemen met de temperatuur en dan geleidelijk afbuigen naar de constante restweerstand. Lord Kelvin daarentegen meende dat elektronen bij extreem lage temperaturen hun beweeglijkheid zouden verliezen, en op de positieve ionen zouden vastvriezen. Hierdoor zou het metaal een oneindig hoge weerstand krijgen. Tenslotte was er nog Lorentz, die stelde dat de weerstand werd veroorzaakt door trillingen van het ionenrooster. Bij afnemende temperatuur neemt die trilling af, en bij het absolute nulpunt is er geen trilling meer en dus geen weerstand. Kamerlingh Onnes begon met het noteren van de weerstand van een platinadraad bij verschillende temperaturen. De weerstand nam af met de temperatuur, en leek constant te blijven bij enkele graden boven het absolute nulpunt, wat de theorie van Matthiessen zou ondersteunen. Om dit te verifiëren deed Kamerlingh Onnes dezelfde

proef met zeer zuiver kwik. Hier vond hij een ander resultaat: bij 4,2 K zag hij dat de weerstand plotseling naar nul daalde. Ook bij lood en tin vond hij deze resultaten: bij temperaturen vlak boven het absolute nulpunt daalde de weerstand tot nul en werden de metalen supergeleidend. De theorie van Lorentz bleek de juiste. De ontdekkingen van Kamerlingh Onnes zijn van grote invloed geweest op de wetenschap, en worden vandaag de dag nog steeds gebruikt. Het mechanisme van supergeleiding staat bijvoorbeeld aan de basis van MRI-scanners in ziekenhuizen, en supergeleidende spoelen in deeltjesversnellers. Het Kamerlingh Onnes gebouw is daarom op 9 februari 2015 erkend als ‘EPS historic site’ door de European Physical Society. De plaquette is te bewonderen voor de hoofdingang.

Bronnen: Dirk van Delft, Heike Kamerlingh Onnes. Een biografie. De man van het absolute nulpunt.

Marieke Vinkenoog Bachelor student Biologie


20  ORIGIN #4

jaargang 10, juni 2015

The Map of the Elements

Silver

Silver is one of the most known metals. Even before our era, silver was used as a currency and as ornament. Excavations have shown that silver was separated from lead 4000-3500 B.C. This happened on islands in the Aegean sea (near Turkey). Silver was associated with the moon, the sea and several Gods. The Latin word for silver is argentum, which is reflected in its symbol Ag. Besides the beautiful appearance of silver, some compounds with silver can be very toxic. They cause permanent gray or black stains on the skin, which is called Argyrie.

Silver

Gold

With the name ‘’King of Metals’’, soon will be thought of gold. Gold is called so, because it is stainless. In ancient Egypt around the 26th era B.C., gold was used as a currency. Gold was seen as magic and was a symbol for purity. Something remarkable was that alchemists were searching a long time for the Philosopher’s Stone. The Philosopher’s Stone would be a stone which could transform materials into gold. The Latin word for gold is aurum, which is reflected in its symbol Au. Gold is generally not toxic for the human body. But if compounds with gold enter the body in high dose, it could cause liver and kidney failures, skin inflammation and intestine inflammation.

Gold


WERELDWIJD

Universiteit Leiden 

Aluminum

Aluminum-containing compounds were already known in antiquity. One such compound, known as alum, was used to stop bleeding. In 1807 a British man called Humphry Davy, tried to make pure aluminum out of aluminum oxide. Many went after him, but aluminum was hard to obtain. Aluminum was so valued, witness the solid aluminum top of the Washington Monument. In 1886 it became known how to make aluminum by electrochemistry, which yield aluminum on a large scale. The Latin word for aluminum is alumen, which is reflected in its symbol Al. A long time men thought there was a link between aluminum and Alzheimer’s disease. However, proof was never found. In-vitro research has found that a high dose of aluminum in the human body could be neurotoxic.

Aluminum

Copper

Copper is one of the oldest known metals. Excavations have shown that copper was already used in 8700 B.C. in the north of the land now known as Iraq. Besides that, in the ancient Egypt around 3000 B.C., copper was used to make brass. The famous mummy Ötzi, who died around 3300 B.C., wore tools which were made out of 99,7% copper. In the antiquity, copper was associated with the goddess Aphrodite, because of its clear shine. The Latin word for copper is cuprum, which is reflected in its symbol Cu. Almost all compounds with copper are toxic for the human body, but also vital; copper serves as a cofactor of many enzymes.

Copper Photos and text by Lotte de Vrijer Bachelor student Bio-Farmaceutische Wetenschappen

21


2 2  ORIGIN #4

jaargang 10, juni 2015

Culinaire Chemie

Een greep uit het ­verleden

Rebecca van Rijn Bachelor student Biologie

Sanne van Gammeren Master student Biology

Nat van de regen worden we verwelkomd door het vrolijke interieur van De Stal: het voormalige onderkomen van de Stier Herman, de eerste genetisch gemodificeerde stier. De banken toepasselijk bedekt met koeienprint, groene lakens gedrapeerd over de tafels en bij ieder bord een schaaltje met kleurrijke paaseitjes. Hoewel Johan een minuut na afspraaktijd binnenkomt, verontschuldigt hij zich waardig voor het te laat zijn. Hij heeft nog niet plaatsgenomen of hij gaat al van start met zijn verhalen.


WERELDWIJD

Tentamenstress en aparte professoren

“Als ik één van de duizend dingen zou uitvoeren die mij overkomen zijn, dan zou ik ontslagen worden (nu emeritus red.)” zegt hij grijnzend. Hij gaat er even goed voor zitten, trekt zijn stropdas recht en gaat van start. “Ik weet nog goed dat ik in 1963 tentamen moest doen bij Van Arkel. Het was vereist om je in blauw driedelig kostuum bij de professor thuis te melden. In die tijd stond de professor ongeveer even hoog als God, kan je je voorstellen hoe ik mij voelde toen ik bij hem thuis aan kwam en hij nog in bed lag. Ik moest een halfuur wachten, en toen zat hij alsnog in pyjama op bed! Blijkbaar had zijn secretaresse de afspraak niet correct in zijn agenda gezet.” Je moest erg pienter zijn voor het halen van een tentamen. “Als Van Arkel een vraag stelde, wist je dat hij verder dacht in dertien dimensies. Je moest dan proberen met hem mee te denken.” We worden even onderbroken door de ober die onze bestelling opneemt: een witte wijn, een glaasje fris en een cappuccino. Johan vervolgt vrolijk: “Een andere hoogleraar, Wolvekamp, kon je bijvoorbeeld vragen naar de definitie van bloed. Dan kwam jij met een ingewikkeld antwoord terwijl hij op het antwoord ‘rood’ uit was! Dit tentamen Fysiologie werd dan ook door niet zo veel Biologen gehaald.” Johan maakt nog eens duidelijk dat je dus je best moest doen om bij de professoren in de smaak te vallen: “Je moest goed uitkijken voor de huisdieren van Van Arkel. Wanneer die naar jou toekwamen en besloten dat ze jou niet mochten, dan had je het tentamen per direct niet gehaald. Zo kwam Van Arkel bij de studenten die hij niet meer op de Universiteit wenste te zien met een ‘Negatief Bindend Studieadvies’ (Consilium abeundi) en mocht je de Universiteit prompt verlaten.” Op een doorsnee werkdag zit Johan ’s och-

Universiteit Leiden 

tends om zeven uur al fris en fruitig op kantoor achter zijn computer om daar de volgende twee uur het nieuws uit wetenschapsland door te nemen. Hij doet dit niet zomaar. “Op mijn leeftijd moet je de hersenen soepel houden. De bibliothecaresse zorgt er voor dat de nieuwste artikelen netjes op mijn computer komen. Ik moet jong van geest blijven, ik wil dit werk namelijk nog wel even blijven doen.” Johan vertelt ook dat hij het zo zonde vindt dat er veel papieren tijdschriften uit de bibliotheek in het Gorlaeus verdwijnen. “Ik kan eigenlijk alleen met de mail overweg, maar dankzij de bibliothecaresse blijf ik toch op de hoogte.”

“Op mijn leeftijd moet je de hersenen soepel houden, ik wil dit werk namelijk nog wel even blijven doen!” De studententijd van de oude garde

Niet alleen het afleggen van tentamens, maar ook de tijdindeling van het studentenleven was anders, als je Johans studententijd vergelijkt met die van ons allemaal. Het eerste grote verschil is het gebruik van de zaterdag. Deze dag hoorde in de jaren ’60 ook bij de werkweek: college van elf tot één op zaterdagochtend was heel gewoon. De studenten van nu zijn redelijk gehecht geraakt aan hun tweedaagse weekend. Daarnaast was de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen de grootste faculteit van de Universiteit Leiden. Ook daar is verandering in gekomen. Rond Johans studententijd werd de faculteit erg uitgebreid. In 1957 lanceerden de Russen de Spoetnik en als gevolg hiervan

23

werd de wetenschap in de Westerse wereld enorm gestimuleerd. Er waren hoogleraren die ook graag een graantje mee wilden pikken. “Piekaar, hoofd van de afdeling Wetenschap op het ministerie van Onderwijs en wetenschappen, was een van de hoogleraar die graag wilde uitbreiden. Hij was van mening dat er voor iedere wetenschapper vijf werkplekken voor normale lieden zouden ontstaan.” Dan vlijt de ober zich naast onze tafel en wordt het eten uitgeserveerd. Johan heeft gekozen voor een tosti met een gebakken eitje er op, voor ons wordt een bord met een grote clubsandwich en een kom met Griekse salade op tafel gezet. We komen niets te kort aangezien Johan ons om de zo veel tijd beleefd vraagt: “Kan ik u nog iets te drinken aanbieden?” Terwijl wij verlekkerd aan onze uitgebreide lunch beginnen, kan Johan niet wachten om zijn verhalen te hervatten. Tijdens het eten komt het uitbundige gebruik van telefoons door studenten ter sprake. Johan weet zich hier direct wat over te herinneren. In het Universiteitsgebouw waar hij onderzoekswerk deed


24  ORIGIN #4

was er maar één telefoon. De hele universiteit zat in het centrum van Leiden en zo vaak werd er nog niet gebeld. “Als er telefoon voor jou was dan werd er met een sleutel tegen het buizensysteem getikt en werd je naam keihard geschreeuwd. Dan wist je dus dat je naar boven moest komen.” Over het gebruik van de mobieltjes van de studenten weet hij niet zoveel: “dat gaat allemaal veel te snel voor mij,” zegt hij grinnikend. Johan heeft een duidelijke mening over hoe je tegen studenten moet optreden. “Tenzij het geleverde werk echt heel slecht is, hanteer ik in mijn beoordeling een kromme van een cijfer van 6 tot 10. Ik weet nog dat professor Havinga heel mild was. Hij vroeg je naar het aantal koolstofatomen in glucose. Als je als antwoord ‘acht’ noemde, was dat ook je cijfer,” vertelt hij lachend. “Ze moeten zelf leren wat verantwoordelijkheid is. Ik probeer het volgende in hun hersenen te stoppen: als je een fout maakt, gaat er iemand dood.” Johan heeft tot nu toe zo’n 450 publicaties op zijn naam staan en is het meest te spreken over de fotochemische reacties. “In de 10-14 seconde (10 femtoseconden) dat het licht binnenvalt is het zichtproces van het oog al begonnen!” merkt Johan enthousiast op. Johan heeft veel

jaargang 10, juni 2015

connecties in het buitenland en hij weet waar de toekomst van de chemie ligt: “Ik heb samengewerkt met mensen uit Japan, Nepal, Amerika, Spanje en China. Singapore en China liggen qua ontwikkeling voorop. Nederland is denk ik over haar top heen. Tsja, het geld is op.” Geld is ook een ding dat hem dwars zit, volgens hem is de wetenschap er door veranderd. Hij vindt dat hoogleraren tegenwoordig andere doelen hebben. “In plaats van onderzoeken ontwikkelen en bezig zijn met de studenten, zijn onderzoekers vooral aan het schrijven. Ze willen, naar mijn mening, tegenwoordig te veel geld verdienen.” Ondanks dat houdt Johan nog steeds heel veel van dit vak, onderzoeken houdt immers je geest scherp. Over stoppen wil Johan dan nog niet nadenken. “Ik heb nog een hoop te doen voordat ik klaar ben. Ik wil graag veel praten over het

“Als de huisdieren van Van Arkel je niet mochten, dan had je het tentamen per direct niet gehaald.”

verleden. Ik loop nog vaak los op het Gorlaeus, grijp een student aan en vertel hem of haar mijn mening,” vertelt Johan geamuseerd. Dan vervolgt hij op melancholische wijze: “Alles verandert zo snel. Ik wil jullie als tip meegeven: leg alles wat je nu normaal vindt vast, het maakt niet uit hoe. Over vijftien jaar is namelijk alles anders.” Hij legt zijn mes en vork rechts op zijn bord en is klaar met eten. Terwijl Johan nog zit na te genieten met zijn wijntje trekken wij onze jassen aan om de warme gezelligheid van De Stal te verlaten. Johans frisse kritische kijk heeft ons aan het denken gezet over het verleden van de Universiteit. Hoewel hij de hoogleraren op veel fronten weet te keuren, heeft hij ook een goed woord voor ze over. “Er is gelukkig een goede sociale samenhang tussen studenten en hoogleraren, vooral bij Bio-Farmaceutische Wetenschappen en Biologie. Ik vind het belangrijk dat studenten goed begrijpen.” Vlak voordat we daadwerkelijk de deur uit gaan, verzoekt hij ons nog vriendelijk: “Komt u vooral nog eens langs voor een goed gesprek?” 


The Faculty of Science celebrates its 200th anniversary! 2 August 2015 marks the 200th anniversary of our Faculty, an event that we will be celebrating throughout the 2015-2016 academic year! The entire academic year will revolve around the Lustrum. The Lustrum Committee is working hard behind the scenes to create a diverse range of activities, from lectures by eminent speakers to a Science Run and a Leiden Science Family Festival.

leidenscience-200.nl


2 6  ORIGIN #4

jaargang 10, juni 2015

Honoursstudenten verenigd in de LHC Ben jij een honoursstudent en wil je andere honoursstudenten ontmoeten? Wil je je horizon verder verbreden en je vriendenkring nog meer uitbreiden? Of heb je gewoon zin in extra gezelligheid en handige workshops? Word dan lid bij de Leiden Honours Community! De Leiden Honours Community, ook wel de LHC genoemd, is het equivalent van een studievereniging, maar we zijn er voor alle Honoursstudenten van de Universiteit Leiden. Onder het motto Connecting Ambitions willen wij de Honoursstudenten samen laten komen en nieuwe vriendschappen en connecties vormen. Dit doen wij door verschillende borrels, activiteiten en reizen te organiseren. Op 10 april hebben wij een bezoek gebracht aan de Wallen in Amsterdam. Dit bonte stukje van de hoofdstad heeft namelijk zoveel meer geschiedenis en cultuur dan alleen de schaars geklede dames en de Bananenbar. We hebben alle hotspots bezocht onder begeleiding van een exclusieve gids die alle ins en outs kent. Verder werd er 25 april nog een dagtrip naar Antwerpen georganiseerd door de evenementencommissie. Hierbij werd een bijzonder bezoek aan de luchthaven gebracht waarbij we alles te weten kwamen over de bedrijvigheid in een drukke luchthaven. Natuurlijk was er ook voldoende tijd om de nodige Vlaamse patatjes, wafels en Belgische bieren te nuttigen. Het LHC-jaar wordt afgesloten met de studiereis. De bestemming van dit jaar is het zonnige Israël! Het beloven gezellige dagen te worden waarbij we de hoogtepunten van Israël bezoeken alsmede verschillende topuniversiteiten, onderzoeksinstituten en bedrijven.

Maar Connecting Ambitions heeft ook betrekking op het bedrijfsleven. De LHC is er dan ook om de brug te slaan tussen de academische omgeving en het bedrijfsleven. Zo organiseren wij verschillende interactieve workshops en evenementen in samenwerking met prestigieuze bedrijven. Met deze activiteiten willen wij de Honoursstudenten voorbereiden op het bedrijfsleven. We organiseren bijvoorbeeld verschillende diners en workshops met bedrijven en instanties zoals het consultancybureau McKinsey & Company en bedrijfsuniversiteit Nyenrode. Hierbij kunnen de deelnemers al hun vragen aan de recruiters van de instanties stellen. De LHC geeft je ook de mogelijkheid om belangrijke (bedrijfsgerichte) skills te cultiveren. Zo hebben we workshops georganiseerd met uiteenlopende thema’s zoals communicatie, presentatievaardigheden tijdens een sollicitatie, onderhandeltechnieken en decisionmaking. Wil je meedoen met één van onze activiteiten of workshops of wil je mee met onze dagtrip of studiereis? Dat kan! Je hoeft je alleen maar in te schrijven via onze website: www.slhc.nl. Daar vind je ook een link naar onze facebook pagina.


WERELDWIJD

Stappenplan: Studeren en stage lopen in het Buitenland

Universiteit Leiden 

27

Lijkt het jou ook leuk om in het buitenland te studeren en/of stage te lopen? Lekker een jaartje of een semester ervaring opdoen in de internationale wereld? Of misschien is het volgen van een Summer school programma iets voor jou? Volg dit stappenplan voor jouw perfecte buitenlandervaring. Stap 1: Oriëntatie

Stap 2: Aanmelden

Stap 3: Voorbereidingen

Kijk eerst wat je wilt en of dat kan! Als je plannen hebt om in het buitenland te studeren is het zaak je eerst goed te oriënteren op de mogelijkheden. Doe dit op tijd: een jaar van tevoren is niet overdreven. Soms krijg je te maken met vroege deadlines van zowel beurzen als universiteiten. Het International Office van de faculteit organiseert 2x per jaar (in oktober en in maart) een infosessie over studeren én stage lopen in het buitenland, waarin zij alle mogelijkheden en procedures uitleggen. Zorg dat je naar deze infosessie bent geweest en check de website: www. science.leidenuniv.nl/index.php/english/ study-abroad.

De eerste stap is altijd een afspraak maken met ons International Office om je plannen te bespreken (via: outgoing@ edufwn.leidenuniv.nl). Doe dit ten minste 3 weken voor de aanmeldingsdeadline.

Voordat je daadwerkelijk naar het buitenland vertrekt, moet je een aantal praktische zaken goed hebben geregeld, zoals financiën, je zorgverzekering, je visum, woonruimte in het buitenland zoeken, je kamer hier onderverhuren en tickets. Afhankelijk van waar je naar toe gaat en wat je plannen zijn, kan het duur zijn om naar het buitenland te gaan. De universiteit biedt verschillende beurzen aan zoals de Erasmus+ Scholarship, de Holland Scholarship en Lustra+. Er is altijd wel een beurs voor jou beschikbaar! Ook is het erg belangrijk om het reisadvies van het ministerie naar dat land te checken. Maak daarnaast bij het VGM Travel Clinic een gratis afspraak voor gezondheidsadvies en vaccinaties.

Aanmeldingsdeadlines studie/exchange: Binnen Europe: 1 oktober (2e semester 2015-2016) en 1 februari (1e semester 2016-2017) Buiten Europa: 1 december (2016-2017) Aanmeldingsdeadlines stages: Start minimaal 6 maanden voor vertrek* *Er zijn soms uitzonderingen mogelijk, bijv. voor SBB.

De verdere aanmeldingsprocedure verschilt per programma (stage, exchange binnen Europa of buiten Europa), maar je moet altijd goedkeuring van de examencommissie aanvragen. De procedures staan uitgebreid beschreven op de website: http://www.science.leidenuniv. nl/index.php/english/study-abroad/application.

Meer weten? Check de website, stuur een

e-mail (outgoing@edufwn.leidenuniv.nl) of loop even langs bij ons International Office tijdens de inloopuren op ma – vr tussen 10.00 – 13.00 uur in Gorlaeuslab HB 2.05. Gloria Schildwacht en Yasmin Kursun helpen je heel graag verder!


2 8  ORIGIN #4

jaargang 10, juni 2015

Small talk

The Big Bang theory is a theory that needs no further explanation. It answers some of our most fundamental questions about our existence and it is so commonly known, that almost everyone has in some sense heard of it. The name is so catchy, after a quick search on the internet, you will find several bands, songs, albums and TV-series named after it, from which the series “The Big Bang Theory” by Chuck Lorre and Bill Prady is probably the best known. Its popularity might be due to the alliteration of the name, or because it perfectly captures our imagination. In just two words, it explains exactly what the theory is about, namely a big bang.

Lisette Hemelaar Bachelor student Biologie

The funny thing about the name, however, is that the first use of it was in a cynical kind of way. The name “Big Bang Theory” was first used by Sir Fred Hoyle, a famous British astronomer. Hoyle, a supporter of the “Steady State Theory”, used the words Big Bang on a 1949 BBC radio broadcast and it has been the name of the theory ever since. Rumour has it that Hoyle chose these words to express disapproval of the theory, but Hoyle says he chose them to point out the differences between the Steady State Theory and the Big Bang theory. The Steady State Theory states, in contrast to the Big Bang Theory, that the observable universe is always the same in any given time or space. The Big Bang Theory, however, clearly states there is a “starting point” of the universe, namely the hot dense state from which it is expanding every day. According to the Steady State Theory, the universe does indeed expand, but new matter is created constantly during this expansion. Even though the theory was popular some decades ago, nowadays it has not so many supporters. The Big Bang Theory is now widely accepted and even though Steady State is also an alliteration, Big Bang Theory has a more prominent place in our modern-day world, thanks to Sir Fred Hoyle, and maybe also to Chuck Lorre and Bill Prady.


WERELDWIJD

Universiteit Leiden 

29

Boek

Recensie

Darwins Peepshow Laatst was ik op een symposium dat georganiseerd werd door de Leidse Biologen Club. Het thema: seks. Eén van de sprekers was Menno Schilthuizen, met als onderwerp de diversiteit en evolutie van geslachtsdelen. In een half uur nam hij het publiek mee in de wereld van genitalia, en na afloop stonden de studenten, onder wie ik, in de rij om zijn boek Darwins peepshow te kopen en laten signeren. “Dit boek gaat niet over seks,” luidt de eerste zin na het voorwoord, toepasselijk ‘voorspel’ genoemd. En inderdaad – hoewel Schilthuizen diverse soorten geslachtsdelen uitvoerig behandelt, komt er bijzonder weinig seks voor in Darwins peepshow. Bovendien blijkt de definitie van seks een stuk ingewikkelder te zijn dan je zou denken: dat is namelijk eerder ‘het uitwisselen van DNA tussen twee individuen’ dan ‘het inbrengen van het ene geslachtsorgaan in het andere’, en dat eerste heeft soms helemaal niets te maken met dat tweede. Dan kun je denken aan organismen als bacteriën, die überhaupt geen geslachtsdelen hebben, maar ook aan dieren die bij de eigenlijke seks hun geslachtsdelen gewoon niet gebruiken. Dat gebeurt bij beide geslachten. Bij bepaalde spinnensoorten heeft het mannetje wel degelijk een soort penis, al is het maar een klein gaatje in zijn achterlijf. Maar daarmee bevrucht hij geen vrouwtjes: voorafgaand aan de copulatie masturbeert het mannetje, en pakt hij zijn spermapakketje vast in zijn pedipalpen, die naast zijn kop zitten, en daarmee brengt hij zijn sperma vervolgens in bij het vrouwtje. En bij andere spinnen- en insectensoorten is het de vrouwelijke geslachtsopening die in onbruik geraakt is. Een mooi voorbeeld hiervan is Harpactea sadistica, een klein, gemeen spinnetje (de naam doet zo al vermoeden). Tijdens de seks neemt het mannetje het vrouwtje stevig vast in een soort houdgreep met zijn vier voorpoten. Vervolgens gebruikt hij zijn pedipalpen, waarin hij ook het sperma vasthoudt, om de buikwand van het vrouwtje te doorboren en het sperma direct in haar buikholte te injecteren.

Een ander opmerkelijk verschijnsel in het dierenrijk is spermacompetitie ná de copulatie. Dit kan gebeuren onder invloed van het vrouwtje, door bijvoorbeeld spermadumpen, waarbij ze simpelweg het binnengekomen sperma weer uitstoot. Maar ook mannetjes kunnen hier een handje bij helpen. Sommige dieren, zoals waterjuffers, hebben een klein schepje aan het uiteinde van hun penis zitten. Hiermee kunnen ze voordat ze hun eigen sperma inspuiten het sperma dat is achtergelaten door voorgaande partners van het vrouwtje uit haar vagina schrapen. Hierdoor is de kans groter dat het vrouwtje zijn sperma gebruikt om haar eitjes te bevruchten, en niet dat van een ander. Een alternatief voor spermaschrapen is het schoonspuiten van de vagina. Haaien doen dit met zeewater, voor ze met het betreffende vrouwtje paren. Krekels gaan hierin nog een stapje verder: zij spuiten het sperma van hun voorgangers naar buiten met hun eigen sperma, waarna het oude sperma op de schacht van hun penis terecht komt. Daarna eet het mannetje, soms samen met het vrouwtje, dat sperma op. Dit is slechts een kleine greep uit de verrassende en bizarre voorbeelden van genitalia die Menno Schilthuizen in Darwins peepshow beschrijft. Ik kan dit boek dan ook van harte aanraden; alleen al de blik op het gezicht van mensen als je met dit soort feitjes aankomt op feestjes (“wist je dat sommige libellensoorten een vibrator op hun penis hebben?”) is het meer dan waard.

Marieke ­Vinkenoog Bachelor student Biologie

Auteur

Menno Schilthuizen Menno Schilthuizen (1965) is als evolutiebioloog en –onderzoeker verbonden aan Naturalis Biodiversity Center in Leiden en als hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Hij schrijft regelmatig over evolutie en biodiversiteit voor NRC Handelsblad, de Volkskrant, New Scientist, Natural History en Science. Eerder verschenen van hem Het mysterie der mysteriën en Waarom zijn er zoveel soorten?

Cover

Ook interessant: Midas Dekkers – De kleine verlossing of de lust van ontlasten

Recent discussions


30  ORIGIN #4

jaargang 10, juni 2015

Mystery solved Upon its discovery at an excavation site in Delft, this tin-plate cylinder was thought to be a bullet casing. But when the dirt was cleaned off, small lenses became visible, revealing its function: it was a small telescope, most likely stemming from the early seventeenth century. This makes it the oldest telescope ever found in the Netherlands. The lenses are only 12 mm in diameter, and have one straight and one convex side. The small telescope has been restored and can now be admired in Museum Het Prinsenhof in Delft. Zhikang Zhong sent in the correct answer, and is this ­edition’s lucky winner!

New mystery object

Didn’t get it right last time? Here’s another chance! Let us know what you think this mystery object is, and maybe you’ll win a mystery prize. Sometimes you see an object and have no idea what it is. In Leiden, we are fortunate enough to have the Boerhaave museum, which is full of curious instruments. Many items in their collection appear mysterious to us in this day and age. In each edition of Origin, we show you one of these ‘mystery objects’. Do you know what object is shown in the picture? Don’t hesitate to send an email to originredactie@gmail.com, or send us a message via Facebook. The best answer receives a mystery prize!


WERELDWIJD

Universiteit Leiden 

AGENDA Donderdag 25 juni

University Sports Challenge Ga met je collega’s of medestudenten de strijd aan in het Universitair Sport Centrum. Om het 440e lustrum van Universiteit Leiden te vieren wordt vandaag een mega stormloopbaan opgezet bij het USC. Daarnaast is er nog veel meer sportiefs te beleven. Vrijdag 26 juni

Lustrumfeest Universiteit Leiden Geen verjaardag zonder feest! Vandaag wordt het 440-jarig bestaan van de universiteit groots gevierd met een borrel en diner in de Faculty Club en een feest in de Pieterskerk. Zondag 2 augustus

200-jarig lustrum FWN Vandaag bestaat de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden precies 200 jaar! Elke dinsdag

This Week’s Discoveries Korte presentaties van onze eigen onderzoekers over hun recente ontdekkingen (12h30 - 13h15), gevolgd door een gezamelijke lunch (13h15 - 13h45). Locatie: De Sitterzaal, Oortgebouw. Elke donderdag

Science Club borrel Verschillende verenigingen of onderzoeksafdelingen staan achter de bar om vanaf 16h30 een drankje met elkaar te drinken. Van harte aanbevolen!

Fijne zomervakantieja,ar!  tot volgend

COLOFON Oplage 5.700 Redactieadres Origin Magazine Einsteinweg 55 2333 CC Leiden originredactie@gmail.com www.originmagazine.nl 071 527 4538

eindredactie

Rembrandt Donkersloot, Joni Eilbracht, Annette Emerenciana, Lisette Hemelaar, Nadia Khemir, Linda Poppe, Rebecca van Rijn, Marieke Vinkenoog, Lotte de Vrijer, Joris Westerveld, Rob van Wijk

hoofdredactie

ISSN 2352-0051

Aan deze Origin werkten mee Matija Babic, Fanny van der Eerden, Johan Lugtenburg, Freek Vonk Redactie Anne Hommelberg Marieke Vinkenoog

redactie

Productie UFB Universiteit Leiden Ontwerp en vormgeving Balyon, Zoeterwoude Origin en al haar inhoud © Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen, Universiteit Leiden. Alle rechten voorbehouden.

31


The Faculty of Science celebrates its 200th anniversary!

2 August 2015 marks the 200th anniversary of our Faculty, an event that we will be celebrating throughout the 2015-2016 academic year! The entire academic year will revolve around the Lustrum. The Lustrum Committee is working hard behind the scenes to create a diverse range of activities, from lectures by eminent speakers to a Science Run and a Leiden Science Family Festival. leidenscience-200.nl

leidenscience

Bij ons leer je de wereld kennen

@leidenscience

20142015 origin#4  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you