Page 1

Opleidingen Bio-Farmaceutische Wetenschappen | Biologie | LST | MST

Founding and early days

lustrum

Maart 2015  jaargang 10

#3

LACDR joins the fight against ALS Culinaire Chemie met

Carel Stolker


NIEUWS

2  ORIGIN # 3

Dies Natalis Universiteit Leiden Op 9 februari vierde de Universiteit haar 440ste dies op extra feestelijke wijze in de Pieterskerk. Hanna Swaab, hoogleraar neuropedagogiek, gaf de diesoratie en er werden drie eredoctoraten uitgereikt, aan William Christie, Peter J. Katzenstein en Lilian GonçalvesHo Kang You. Daarnaast werd onder andere het lustrumt hema onthuld. Het universitaire lustrum zal verder gevierd worden op 25 en 26 juni.

Ontdekker van het jaar, beste proefschrift en onderwijsprijs 2014 Tijdens de nieuwjaarsreceptie van de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen op 6 januari 2015 is bekend gemaakt dat Annelien Zweemer, Leiden Academic Centre for Drug Research, is benoemd tot Ontdekker van het jaar 2014. Matteo Brogi, Leidse Sterrewacht, heeft het beste proefschrift van 2014 geschreven en Dennis Claessen, Institute of Biology Leiden, is verkozen tot de beste docent van 2014.

jaargang 10, maart 2015

Vier NWO-Top subsidies voor Leidse exacte wetenschappen Maar liefst vier Leidse wetenschappers in de astronomie en wiskunde hebben een TOP-subsidie toegekend gekregen van NWO. Het gaat om prof.dr. Koen Kuijken, dr. Robin de Jong, dr. Ivo Labbé en dr. Elena Rossi. In totaal ontvangen de wetenschappers 6 miljoen euro. NWO verdeelde in totaal 6 miljoen euro over 16 projecten gehonoreerde projecten.

Harmen Jousma wint de universitaire onderwijsprijs Tijdens de diesviering maakte Femke Vermeer, juryvoorzitter van het Leids Universitair Studentenplatform, de winnaar van de Onderwijsprijs 2015 bekend. De wel bijzonder stevige voorbereiding op de arbeidsmarkt is een van de redenen waarom Harmen Jousma, docent Science based business, de Onderwijsprijs verdient, aldus Vermeer. In zijn dankwoord benadrukte Jousma dat hij studenten klaar wil stomen voor de wereld buiten de universiteit. Zijn devies is: ‘Altijd de student centraal stellen met als uitgangspunt dat deze er ook als alumnus wat aan heeft.’

Rectificatie: Fout in Origin 10.2 Tot onze spijt is in de vorige editie van Origin per abuis een verkeerde foto geplaatst bij de fotowedstrijd. Wij bieden hiervoor onze excuses aan en willen benadrukken dat het om een onfortuinlijke fout ging, waarbij er geen enkele opzet om te provoceren of te kwetsen aanwezig was.

Heb jij de Origin Magazine facebookpagina al geliked? Sinds november houdt de webredactie van Origin Magazine een facebookpagina bij. Hierop vind je interessante nieuwsartikelen over wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast kun je nu ook via Facebook deelnemen aan de Boerhaaveprijsvraag, en vragen inzenden die we kunnen behandelen in de Bètavraagbaak.

Winnaar zintuigen fotowedstrijd De Origin redactie feliciteert Clinton Haarlem met het winnen van de zintuigen fotowedstrijd!.


inhoud #3

Universiteit Leiden 

3

special: 440 years of Leiden University 4 studenten: Lustrum BFW en LST 8 bètavraagbaak: Mother Nature knows best 12 Instituten: LACDR 14 centrefold: Vuurwerk 16 Ouden Doosch: Kleine legendes 18 Fotoreportagee: Winterbloeiers in de Hortus 20 culinaire chemie: prof.mr. Carel Stolker, rector magnificus 22 Interview: Dennis Claessen, winnaar onderwijsprijs 26 boekrecensie: Het exacte verhaal 29 Boerhaave mystery object 30 agenda colofon volgende nummer: 31

Special:

440 years of Leiden University  4

In 2015, our university celebrates her 440th birthday. Throughout the centuries, we experienced ups and downs, and had our fair share of interesting students and teachers. We take a quick journey through history, and try to look a little into the future.

Fotoreportage

Winterbloeiers in de Hortus  18 Ook in de winter is er genoeg te beleven in de Hortus Botanicus. Twee redactieleden gingen er op zoek naar bloeiende planten om het kleurenpalet fotografisch vast te leggen.

Culinary Chemistry:

Carel Stolker  24 Onze rector magnificus Carel Stolker is een drukbezet man, maar wist voor de Origin wat tijd vrij te maken. We vragen hem naar de feesten die op de agenda staan, zijn ervaringen met het rectorschap en zijn ideeën over de universiteit.

Ad multos annos! Ieder jaar vinden er Dies plaats, waar studenten vaak erg naar uitkijken. Een paar dagen of middagen roostervrij om te genieten van de activiteiten die georganiseerd zijn om een verjaardag te vieren. Elke vijf jaar is het extra feest, dan vieren we lustra. 2015 is een bijzonder jaar omdat veel lustra samenvallen. De faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen bestaat 200 jaar, de opleiding BFW 30 jaar, en LST 15 jaar. Verder viert de universiteit zelf haar 440e verjaardag, en de Hortus Botanicus wordt 425 jaar oud. Tot slot mogen wij van de Origin nog eens tien kaarsjes uitblazen! Genoeg feestjes dus dit jaar, maar hoe vieren we die? In de special kijken we terug op de afgelopen 440 jaar, en hoe de universiteit daarin veranderde. In het studentenartikel vertellen leden van de studieverenigingen van BFW en LST hoe zij hun lustra vieren, en de fotoreportage zet de Hortus nog eens in het zonnetje. Terugkijken op het verleden leidt vaak tot gedachten over de toekomst. Zo ver zijn we gekomen, wat komt er nu? Voor onze faculteit ligt de nieuwe bètacampus nog in de toekomst, maar voor de huidige studenten helaas nog iets te ver. Ikzelf kijk op dit moment iets minder ver vooruit, namelijk naar september. Dit jaar rond ik mijn bachelor biologie af, en dan is het tijd voor een masteropleiding. En daarna? Gelukkig heb ik daar nog even bedenktijd voor. Ik hoop dat jullie van deze Origin helemaal in de feeststemming komen, en genieten van alle feestactiviteiten die nog komen. Bekijk dus ook vooral de agenda om te kijken waar dat feestje is!

Marieke Vinkenoog Hoofdredacteur Origin Bachelorstudent Biologie


SPECIAL

4  ORIGIN # 3

jaargang 10, maart 2015

The foundations of our university are closely related to the day we now associate with hutspot, herring and white bread: the 3rd of October, the relief of Leiden (Leidens Ontzet). As a token of thanks for the courageous resistance against the Spanish, William I gifted Leiden the first university of the Netherlands. On the 8th of February, 1575, the university was officially opened in the Pieterskerk, where the opening of the academic year still takes place, 440 years later. In 1575, the Netherlands were officially still under the rule of Philip II of Spain, which is why his name and signature are on the foundation letter. He was, however, not a fan of the university at all: a few years later he published a notice in which he proclaimed all who attended the university to be heretics who did not deserve any dignity.

Auteur: Marieke Vinkenoog Bachelorstudent Biologie

Leiden University:440 years in a nutshell This year, the University celebrates her 440th birthday. It is obvious that in these four centuries, the University underwent many changes. Buildings came and went, and we’ve had our fair share of Nobel Prize laureates and royalty walking through our halls. In the next few pages, we will take you on a quick trip through the history of our university.


Lustrum

Universiteit Leiden 

5

Europe coming to our university. The university knew three main faculties: theology, law and medicine, in that order of importance. Education was in Latin and focused mainly on philosophy and classic Roman and Greek history. All universities at the time taught the seven liberal arts: Latin and Greek grammar, dialectic, rhetoric, arithmetic, geometry, music and astronomy. The University of Leiden distinguished itself with a fencing school. The fencing was to follow a very precise mathematical pattern. The theory of these patterns later led to the foundation of an engineering school, which focused on mathematics and applied physics in relation to agriculture, and was the only course given not in Latin but Dutch. The engineering school was important for military applications, as Prince Maurits had a need for schooled engineers that were skilled in firing techniques. But some engineers focused more on scientific applications. The founder of the engineering school, Ludolph van

The university knew three main faculties: theology, law and medicine, in that order of importance. The Academiegebouw in 1913, © Monumentenfotografie, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, afdeling Gebouwd Erfgoed In 1581, the university moved into the Academiegebouw, which is now the oldest building owned by the university. Two scholars that soon gave the university an acclaimed status were Joseph Scaliger (see Uit de oude doos, Origin edition 9.3) and Justus Lipsius. Lipsius was a strict Jesuit, who made his pupils get up at six in the morning, and then study classical authors such as Tacitus, Suetonius and Seneca all day (with short breaks for eating and walks), as well as write their own poems, in Latin, of course. This went on until nine o’clock in the evening, when it was time for bed. While this kind of teaching is hard to imagine in the present day, Lipsius was revered for it in his time, and chosen as rector magnificus four times. He himself writes that these were the happiest years of his life. Till this day, his name lives on in the university through the Lipsius building, which was named after him.

Ceulen, used his knowledge of circles in fencing to calculate the value of π to 35 decimals. He only wrote down 32 of these numbers in his publication, and after his death his wife chiselled the last three into his headstone in the Pieterskerk, making it the first scientific publication on a headstone. Another interesting person who attended our university during this period was Hugo de Groot. He was only eight years old when he started writing Latin poetry, and

17th century

The 17th century brought the Netherlands the Golden Age, which affected Leiden and the university as well. The city grew from 15,000 inhabitants in 1574, to 70,000 in 1670. This was partly due to protestant students from all over North

The gunpowder disaster in Leiden in 1807


6  ORIGIN # 3

jaargang 10, maart 2015

acclaimed position, thanks to the reputation of scholars such as Herman Boerhaave. He was a doctor, anatomist, botanist and chemist all in one, and was both rector magnificus and manager of the Hortus Botanicus. In medicine, he reintroduced clinical lessons at the bed of patients, instead of all theoretical lessons. He also attached great value to autopsy after death, to find causes of disorders and diseases. Today, we still find his name attached to the Boerhaave museum, and many hospitals have named clinics after him. From 1955 to 1961, he was depicted on the twenty guilders banknote. The fame of the University of Leiden was international. In 1765, the Encyclopédie of d’Alembert and Diderot called the university ‘la première de l’Europe’, saying “it seems like all famous men from the Republic of Letters have gone there to make it prosper.” The university employed Hugo de Groot escapes Loevestein castle by climbing into a book chest, 1622 not only professors that were advocates of Aristotle, but also scholars that were critical of him. This led eleven years old when he enrolled in the university. to several intense debates that drew the attention of whole He is mostly known from his imprisonment in LoeEurope, further contributing to Leiden’s international fame. vestein castle, and his subsequent escape by hiding in a chest that was supposed to contain books. He remained a student during his imprisonment, and 19th century wrote publications on law that were used by the Leiden was a decaying city in the beginning of the 19th university. After his escape, he could not stay in the century. Unemployment rates and poverty were high, and Netherlands, and instead fled to Paris, population numbers dropped to an allwhere he wrote some critical books on time low of 27,000. In 1807, a ship going the Dutch justice system. from Harlem to Delft, with almost 18,000 kilos of gunpowder on board, exploded in the middle of Leiden. 151 people died, 18th century and over 200 houses were destroyed. All After the big increase in Leiden’s poputhroughout Leiden, windows had shattelation in the previous century, the 18th red and roof tiles were blown off. century brought a decrease, to 30,000 Despite its famous reputation, the uniinhabitants at the end of the century. The versity consisted of no more than the Academiegebouw, a cause for this was the fall of the textile industry, and library, and a few small lecture rooms at this time. But by the the high cost of living. Still, the university maintained end of the century, the university was once more one i t s of Europe’s leading universities. This changed mostly due to the law on higher education that was passed in 1876. It changed the university from an institute that focused on general education to a scientific institute where education and research were intertwined. In the last half of the 19th century, the university expanded with a new chemistry/physics laboratory, the observatory, an expansion of the library and three new pharmaceutical laboratories.

The fame of the University of Leiden was international.

20th century

Hermanus Boerhaave on the twenty guilders banknote, © Bankpapier.com

At the end of the 19th century, Heike Kamerlingh Onnes used these new facilities to create temperatures that were only one degree above absolute zero. He was also the first to create liquid helium, and he discovered the principle of superconductivity in metals. The next century was


Lustrum

Universiteit Leiden 

one of prizes: sixteen Nobel Prizes were awarded to scholars who were attached to the university between 1901 and 1981. Two of these were awarded (separately) to the brothers Jan Tinbergen and Niko Tinbergen. First, in 1969, Jan Tinbergen received the Nobel Prize for Economics. He became mostly known for his Tinbergen Norm, which states that the ratio between the highest and lowest income in Niko Tinbergen, Nobel Prize lau- a company should stay below five, or it will be counterproreate, © The Nobel Foundation ductive and not help the company. His work on macroeconomic models is still the underlying theory of monetary policies used by central banks today. His younger brother Niko Tinbergen was successful in an entirely different field: biology. Together with Karl von Frisch and Konrad Lorenz, he was one of the founders of ethology, which is the study of animal behaviour. He described four questions that should be asked of any animal behaviour, which are still taught in behavioural biology classes today. These questions pertain to the causation, development, function and evolution of the behaviour, and are considered the cornerstone of modern ethology. The 20th century was also when the student life started to blossom. The first student associations, Minerva and Sanctus Augustinus (now simply Augustinus), were founded in the 19th century, but after 1900 more independent societies were formed, partly as a reaction to the elite status of the corps. Catena, SSR and Quintus were created, completing the ‘big five’ of the student associations. At the same time, study associations gained in popularity, founded at the university itself. This increase of bonding opportunities for students played a large part in making Leiden the student city that it is today.

The oldest university of the Netherlands, and in 2014 the 77th best university in the world, according to the Academic Ranking of World Universities. 21st century

Today, the Leiden University has seven faculties, and over 20,000 students. Its buildings are all over the city. Our own Faculty of Science is mostly concentrated in the new Bio Science Park, where education, research and business are combined to give students the best opportunities for internships and jobs. One big change we will go through this century is the construction of the new science campus. This new building will house all fields of study in the Faculty of Science. It is the largest investment in the history of the university, and will bring the fields closer together, as well as be more efficient regarding use of energy and space. The oldest university of the Netherlands, and in 2014 the 77th best university in the world, according to the Academic Ranking of World Universities. From one building on the Rapenburg to buildings all over the city and one successful Bio Science Park. It’s clear that throughout the past 440 years, progress has been an important marker for our university, and I think we can be proud of that.

Plans for the new science campus, © Universiteit Leiden

7


STUDENTEN

8  ORIGIN # 3

jaargang 10, maart 2015

L.P.S.V. Aesculapius lustrum Op 15 oktober 2014 was het dan zover: het lustrum van één van de opleidingen van de faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen werd gevierd op grootste wijze. Professoren, werknemers, alumni en studenten zijn allen bijeengekomen in de Marekerk in het centrum van Leiden om deel te nemen aan het ‘BFW 30 jaar’ symposium. Op 15 oktober werd aan de hand van het ’30 jaar BFW symposium’ gekeken naar alles wat er is bereikt door de opleiding. Ook werd er gekeken naar de toekomst van onze prachtige opleiding BioFarmaceutische Wetenschappen (BFW). Uiteraard sloegen het LACDR, het opleidingsbureau BFW en L.P.S.V. „Aesculapius” op zo’n dag de handen ineen om te vieren dat wij 30 jaar bestaan. Tot aan 1985 bestond er echter geen Bio-Farmaceutische Wetenschappen, maar was Leiden een thuishaven voor de studie Farmacie. De regering besloot in 1984 dat de hoeveelheid Farmacie studies in Nederland van vier naar twee moest worden verkleind en zo geschiedde het. Gelukkig zorgde professor Breimer voor het maken van een doorstart van Farmacie naar de studie voor multidisciplinair geneesmiddelonderzoek, Bio-Farmaceutische Wetenschappen. Destijds bestond de studie uit alleen een bovenbouwdeel, maar inmiddels bestaat deze gerenommeerde studie uit een Bachelor- en Masterfase. Het zal u niet verbazen dat op 15 oktober 2014, professor Breimer de teugels van het symposium in handen had. Hij begeleidde ons langs verschei-

Jordi Haubrich h.t. praeses Aesculapii

dene personen en instanties die momenteel belangrijk zijn voor BFW en voor het Leiden Academic Centre for Drug Research (LACDR). Want ook BFW en het LACDR gaan hand in hand met elkaar. Het LACDR verzorgt namelijk de opleiding BFW en is sinds 1991 de belangrijkste schakel in het aanbieden en geven van goed onderwijs. Ondanks een goed aangeschreven studie en een internationaal zeer belangrijke onderzoeksgroep, is het natuurlijk belangrijk om te kijken naar verbeteringen en vernieuwingen. Tijdens dit prachtige symposium deed professor Van der Graaf dan ook twee belangrijke mededelingen over het LACDR. De ene mededeling betrof het nieuwe woordmerk van het LACDR en de andere mededeling was van meer inhoudelijke aard. Zo werd er gemeld dat het LACDR een samenwerking aan gaat met Treeway. Treeway is een toonaangevende organisatie die voorop loopt in de ondersteuning van het onderzoek naar genezingsmethoden van amyotrofe laterale sclerose (ALS). Bernard Muller, één van de oprichters van Treeway en ALS patiënt, besloot om zelf bij te dragen aan het onderzoek naar ALS. Hij startte samen met twee andere ALS patiënten het bedrijf Treeway, een bedrijf dat het geneesmiddelonderzoek naar ALS wil versnellen. Er is immers nog steeds geen genezing mogelijk van deze terminale ziekte. Bernard Muller kreeg tijdens dit symposium dan ook de kans om te vertellen over zijn initiatief en deed dit op zeer indrukwekkende wijze, vanuit een stoel op het podium door zijn ziekte. Ook vertelde professor Van Eck als opleidingsdirecteur van BFW over de afgelopen 30 jaar van deze studie. Uiteraard kwam daarbij de oprichting van de opleiding aan bod en werd voor ons het originele doel van de opleiding uiteengezet. De opleiding moest alle aspecten van de ontdekking en de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen aan bod laten komen. Daarvoor werden vier aspecten als uiterst belangrijk gezien: De ontdekking van nieuwe doelwitten voor de behandeling van ziekten, het ontwerp en de synthese van nieuwe geneesmiddelmoleculen, geneesmiddelwer-


Lustrum

king, van cellulair niveau tot in vivo en geneesmiddelenonderzoek, van computermodelling tot fase III-onderzoek. Na 30 jaar BFW was dit dus een uitgesproken kans om de opleiding te evalueren en kijken naar eventuele bottlenecks die nu opspelen. Gedurende 30 jaar is BFW natuurlijk ontzettend veel veranderd: van een driejarig doctoraal programma zonder eigen propedeuse naar een vijfjarige opleiding bestaande uit een Bachelor- en Masterfase. De vier gestelde belangrijke aspecten worden nog steeds als de hoofdpijlers van de opleiding gezien en zij komen nog steeds terug in het curriculum van BFW, zij het dat er gemoderniseerd is en dat er vele vakken zijn afgeschaft en vele bij zijn gekomen. Het grote verschil zit hem erin, dat deze opleiding niet meer een aanvulling is op een propedeuse Biologie, Farmacie, Scheikunde of Gezondheidswetenschappen. BFW is een volwaardig traject dat begint bij het begin van de propedeuse. En daar waar in 1985 slechts een negental studenten aan de opleiding begonnen, zijn er in het 30e levensjaar van BFW maar liefst 214 studenten gestart. Dit brengt uiteraard allerlei structurele veranderingen met zich mee, die de studie en de opleiding een ander karakter geven. Met name de enorme groei van de laatste jaren zal uiteindelijk haar effect hebben op deze opleiding en de opleiding veranderen. Als studievereniging hebben wij veel bijgedragen aan het organiseren van het symposium en zijn wij trots op onze studie en op alles wat het LACDR heeft bereikt. Ook de studievereniging heeft een hoop bereikt in de afgelopen 30 jaar, en is van gedaante veranderd. In 1985 werd dan ook het 100-jarig bestaan van L.P.S.V. „Aesculapius” gevierd met een groot eeuwfeest, ook werd hier gesproken over het voortbestaan van de vereniging, vanwege het veranderen van opleiding. Inmiddels zijn we bijna 30 jaar verder en maakt ook „Aesculapius” zich op voor haar 26e lustrum. Onze lustrumviering zal gaan aan de hand van een hoop activiteiten gedurende het hele jaar met als klapstuk de lustrumweek. Naast extra activiteiten in het aankomend jaar

Universiteit Leiden 

zullen in één week aan de hand van 8 activiteiten de bloemetjes buiten worden gezet. Onder andere met grootse symposia en uiteraard met veel activiteiten voor onze reünisten en leden. Maar voor het zo ver is, zal natuurlijk eerst het lustrum van deze faculteit worden gevierd. En wat maakt dát 2015 toch een bijzonder jaar voor deze faculteit. Met de enorme groei aan studenten van de afgelopen jaren bij alle studies aan deze faculteit, staat ook de faculteit voor grootste uitdagingen. Met name de overgang naar de nieuwbouw zal een belangrijke gebeurtenis zijn wat in het aankomende jaar zal gaan starten. Uiteraard zijn we enorm benieuwd naar het nieuwe gebouw, en kijken we uit naar de open ruimtes die te zien zijn op de afbeeldingen naast de maquettes in de wandelgangen van het Gorlaeus. En uiteraard zijn we enorm benieuwd naar de nieuwe studeer- en onderzoeksomgeving. Aankomend jaar wordt een zeer bijzonder en speciaal jaar voor deze faculteit en voor alle mensen die daarvan gebruik maken. Vier het lustrum daarom groots, en laten we tijdens deze viering vast in de toekomst kijken naar de grote uitdagingen van aankomend jaar.

9


STUDENTEN

10  ORIGIN # 3

jaargang 10, maart 2015

S.V. LIFE Lustrum Life Science & Technology en studievereniging LIFE zijn afgelopen september 15 jaar oud geworden. Dit is natuurlijk slechts een zeer jonge leeftijd vergeleken met andere studies en studieverenigingen in het Gorlaeus, dat is echter geen reden om dit niet goed te vieren. De Life Sciences zijn een jong en ‘hot’ vakgebied, waarin legio mogelijkheden

zijn om je stempel te drukken op de wereld. Het vakgebied verandert bijna net zo snel als datgene wat wij bestuderen: het leven. Deze parallel kan vervolgens nog doorgetrokken worden naar onze studie. De snelheid waarmee onze opleiding de veranderingen in het vakgebied incorporeert, alsmede verbeteringen in het curriculum doorvoert, is geweldig. LIFE houdt elk jaar een feestje om te vieren dat er weer een nieuw jaar is om te leren. Dit jaar doen ze daar, in samenwerking met de opleiding, nog een schepje wat bovenop. Tot nu toe hebben we al een aantal grote activiteiten gehad: een openingsfeest, een middag met lezingen en een wintersportdag. Bovendien zal er binnenkort nog een gala plaatsvinden, en een ouderdag, waarbij, anders dan in andere jaren, ouders van alle LST-studenten uitgenodigd zijn. Verder zal nog een dag voor de alumni georganiseerd worden en, om de cirkel rond te maken, een eindfeest om het jaar feestelijk af te sluiten. Het lustrum begon echter niet echt met het openingsfeest. Het begon nog net iets eerder, op de dag dat LST en LIFE echt jarig zijn: 9 september. Rond deze dag heeft de opleiding namelijk, zoals traditie is, alle LST-studenten en medewerkers van de uni-

Sam de Jong Masterstudent Life Science & Technology

versiteit getrakteerd op taart. Niemand minder dan Mathieu Noteborn, onze opleidingsdirecteur, heeft het op zich genomen om de feestvreugde te regelen en zodoende heeft hij, in zowel Delft als Leiden, taart rondgebracht. Een week na de verjaardag zelf werd het lustrum dan officieel afgetrapt met het openingsfeest. De locatie die voor dit feest was uitgekozen was Lijm & Cultuur in Delft. Lijm & Cultuur was vroeger een lijmfabriek, maar wordt tegenwoordig uitsluitend voor evenementen geëxploiteerd. Op de avond zelf was de fabriekshal aangekleed als cel, een oogwenk naar de Delftse kant van LST, waarbij wij juist de cel als fabriek trachten te gebruiken, in plaats van omgekeerd. DNA aan het plafond, een endoplasmatisch reticulum achter de DJ en een fotohoek met het glucose-katabolisme op de achtergrond gaf het feest een uniek LST-thema. Tot in de vroege uurtjes is er die dag door honderden LST’ers gefeest. Bovendien waren er voldoende studenten van andere studies die een kijkje kwamen nemen in onze wereld. Daarna was het tot 19 november wachten totdat de lustrumactiviteiten verder gingen. Op deze dag vond de lustrumlezing namelijk plaats. De lezing was eigenlijk een soort mini-symposium. Na een introductie door Mathieu Noteborn hebben drie experts binnen de Life Sciences het woord genomen over hun kijk op de ontwikkelingen én de toekomst binnen ons vakgebied. De eerste spreker was Jacques Neefjes van het Nederlands Kanker Instituut. Hij heeft in zijn lezing de aanwezigen verteld over het nut


Lustrum

van onderzoek naar medicijnen die niet meer geproduceerd worden, en om deze te vergelijken met medicijnen die wel nog gebruikt worden. Zijn onderzoek spitst zich vooral toe op Topoisomerase II inhibitoren. Hij vergeleek de veelgebruikte medicijnen Doxorubicin, Daunorubicin en Etopiside met een ander medicijn dat vroeger veel werd gebruikt bij chemotherapie: Aclarubicin. Aclarubicin wordt in Nederland al 15 jaar niet meer gebruikt, maar in China wel, waardoor dit vergelijkingsonderzoek nog mogelijk was. Hij concludeerde met een muizenproef dat de nu gebruikte medicijnen

Universiteit Leiden 

11

telde hij over de mogelijkheden die op dit moment liggen in de ‘Bio-Based economy’. In een wereld waar fossiele brandstoffen steeds schaarser raken (hoewel deze nog verre van op zijn) en de CO2uitstoot omlaag moet, is het sluiten van de cycli der elementen noodzakelijk. Sagt vertelde over hoe DSM hieraan bijdraagt door bijvoorbeeld van afvalstromen van de landbouw bio-ethanol te produceren. Een zogenaamde tweede generatie biofuel concurreert niet met de voedselproductie en is dus al vele malen beter dan alle nu bestaande biofuels. Tot slot vertelde Sagt over een droomscenario, eentje waarvan hij moest toegeven dat het nog jaren zou duren totdat deze gestalte kreeg: de derde generatie biofuels. Maar ooit zal dit mogelijk zijn, en dan zullen we letterlijk biofuels produceren uit lucht en water; met algen zal namelijk water en koolstofmonoxide met behulp van zonlicht omgezet worden in ethanol. De laatste spreker van de middag was Peter Laird van het Van Andel Institute in Michigan, VS. Laird is een expert op het gebied van de epigenetica en heeft uitgelegd hoe methylering, en dan met name hyper- en hypomethylering, groot effect kan hebben op cel metabolisme. Een verstoord metabolisme kan kanker veroorzaken en kennis over hoe verandering in methylering van DNA dit kan induceren is zeer waardevol. Bovendien vertelde hij over een project waaraan hij meewerkt: The Cancer Genome Atlas (TCGA). Hierin probeert hij, samen met vele onderzoekers op de wereld, een compleet beeld te maken van alle kanker-inducerende veranderingen op het menselijk genoom. Dit besloot een buitengewoon boeiende dag.

kanker niet tegenhouden, sterker nog, hij meent dat deze medicijnen kanker induceren, terwijl Aclarubicin kanker wel tegenhoudt. De voornaamste reden dat dit medicijn niet meer in Nederland wordt geproduceerd is dat het patent al 15 jaar verstreken is, en dus geen goede ‘cash-cow’ meer kan zijn voor een farmaceut. Dit leert ook een belangrijke les: namelijk dat farmaceuten ook maar bedrijven zijn en, hoewel het ene medicijn misschien beter is dan het andere, bedrijven winst moeten maken om te overleven. De tweede spreker van de middag was Cees Sagt van DSM, voor een meer Delfts perspectief op de Life Sciences. In zijn lezing ver-

Als laatste onderdeel van het lustrum tot op heden was tijdens de kerstvakantie de wintersport. Een select groepje LST’ers besloot om van het eerste halfjaar bij te komen op de piste. ‘Bijkomen’ is echter een groot woord: menig deelnemer van de reis was namelijk verrast dat wintersport vermoeiend is (aangenomen zou kunnen worden dat het woord ‘sport’ in wintersport deze indruk al zou geven). Dat kon echter de pret niet drukken; men was namelijk al blij genoeg dat de pistes überhaupt open waren. Twee dagen voor vertrek was de berg nog bruin/groen en leek het vooruitzicht slecht, maar een waar kerstwonder voltrok zich en zodoende konden de LST’ers toch de piste op. De helft van het lustrum zit erop, de helft moet nog komen. Tot nu toe was het geweldig om het allemaal mee te maken en als de tweede helft net zo spectaculair is, dan zal het een lustrum worden om nooit te vergeten.


1 2  ORIGIN # 3

jaargang 10, maart 2015

Bètavraagbaak

Mother Innovaties afgekeken bij moeder natuur Dieren en planten zijn vaak enorm goed aangepast aan het milieu waarin zij leven. Door speciale aanpassingen kunnen organismen in de meest uitlopende gebieden overleven. Van hete woestijnen tot de ijskoude polen en van hoog in de bergen tot ver in de diepzee. Het is dan ook niet gek dat de natuur vaak een enorme inspiratiebron voor wetenschappers is. Ook bij de ontwikkeling van verschillende (technische) innovaties heeft de mens afgekeken bij moeder natuur. Het vakgebied dat zich bezighoudt met onderzoek naar de werking van natuurlijke systemen en de mogelijke technologische toepassing hiervan is de bionica. Deze speciale wetenschap heeft al voor veel handige innovaties gezorgd.

Joni Eilbracht Biology MSc

Een goed voorbeeld hiervan zijn honingraadpanelen. Sinds het eind jaren ’40, begin jaren ’50 wordt dit concept op grote schaal toegepast. Honingraatpanelen bestaan uit verschillende lagen waarbij de binnenste laag een honingraatstructuur heeft. De techniek die wordt gebruikt bij deze panelen is, zoals de naam al doet vermoeden, afgekeken bij bijen. Doordat de honingraatpanelen zeer sterk en tegelijkertijd vrij licht zijn, zijn ze ideaal voor het gebruik bij constructieve toepassingen waarbij het gewicht een rol speelt. Zo worden honingraatpanelen bijvoorbeeld veel gebruikt in de luchtvaart. Maar ook in ons dagelijkse leven komen we verschillend innovaties tegen die op zaken uit de natuur zijn gebaseerd. Denk bijvoorbeeld maar eens aan klittenband. Dit handige alternatief voor knopen is een uitvinding van de Zwitser George de Mestral. In 1941 kwam hij op het idee van klittenband na een wandeling met zijn hond. Hij verbaasde zich namelijk over het feit dat hij zo moeilijk klitvruchten uit zijn kleding en uit de vacht van zijn hond kon krijgen. Toen George de vruchten van dichtbij bekeek, zag hij dat op het oppervlakte allemaal kleine haakjes zaten. Na het zien van deze haakjes, bedacht George dat dit principe wellicht ook

handig was voor sluitingssystemen. En het was inderdaad een goed idee. Nu, 74 jaar later, gebruiken we nog steeds dagelijks dit vernuftige systeem.

Waterdruppel op lelieblad Bron: Vlieg via Wikimedia.

En nog steeds wordt er nog veel onderzoek gedaan technische toepassingen van natuurlijke snufjes. Een meer recentere uitvinding is een speciale hydrofobe (waterafstotende) coating voor allerlei oppervlakken. Je kunt als consument nu al op verschillende websites allerlei coatings bestellen om al je spullen water- en vuilafstotend te maken. Met één simpele spray is bijvoorbeeld de tuintafel perfect beschermd en makkelijker schoon te houden. Maar op welk principe zijn dit soort coatings dan gebaseerd? De coatings zijn gebaseerd op waterleliebladeren. Deze bladeren stoten water af, waardoor het gemakkelijk van de bladeren afglijdt. Je kunt dit zelf heel gemakkelijk uitproberen.


DOSSIER TIJD

Universiteit Leiden 

Giet maar eens een handje water over een uit het water stekend lelieblad. Je zult zien dat het water er in no-time vanaf gegleden is. Het principe waarvan lotusbladeren gebruik maken wordt het lotuseffect genoemd. Op het oppervlakte van lotusbladeren allemaal microscopisch kleine bolletjes met daartussen lucht. Aangezien lucht hydrofoob is, glijdt water gemakkelijk van de bladeren

goed gebruikt kunnen worden voor vislijnen. Het is dan niet langer een probleem als je lijn tijdens het vissen afbreekt. Ook is spinzijde bijzonder geschikt om gebruikt te worden als chirurgisch hechtdraad. Het heeft naast haar mechanische eigenschappen namelijk ook het voordeel dat het niet giftig is voor de mens. Op dit moment is men bezig om te kijken of spinzijde ook voor kogelvrije

af. Hetzelfde principe wordt gebruikt in alle hydrofobe coatings. Vaak zitten er in deze coatings microscopisch kleine bolletjes die vergelijkbaar zijn met de bolletjes van de lotusbladeren.

vesten geschikt is. Voordat spinzijde daadwerkelijk ergens voor gebruikt kan worden, moeten wetenschappers eerst nog een aantal problemen oplossen. Zo wordt er op dit moment onder andere bekeken hoe men spinzijde op grote schaal kan produceren.

13

Tokeh Gekko Bron: Nick Hobgood via Flikr.

Nature Knows Best Tegenwoordig wordt er ook veel onderzoek gedaan naar spinzijde. Spinzijde is een enorm sterk en praktisch eiwit. Het is volledig aangepast aan zijn doel: het vangen van prooien

Spinnenweb met waterdruppels Bron: Wusel007 via Wikimedia.

in een web. Spinzijde is sterk genoeg om prooien tegen te houden en elastisch genoeg om als schokdemper te fungeren voor vliegen die op volle snelheid het web invliegen. Wanneer dit niet het geval was, zouden de draden namelijk makkelijk breken, waardoor een vlieg op volle snelheid simpelweg door een web heen zou kunnen vliegen. Door haar speciale eigenschappen kan spinzijde op veel verschillende manieren gebruikt worden. Zo zou dit materiaal geschikt zijn voor de bouw van kabelbruggen. Doordat spinzijde licht en sterk is, zouden we veel langere bruggen kunnen bouwen. Een ander voordeel van spinzijde is dat het biologisch afbreekbaar is. Hierdoor zou het

Heb je altijd al zoals spiderman een muur willen beklimmen? Deze mogelijkheid komt met een andere recente uitvinding een stapje dichterbij. Amerikaanse wetenschappers van de Stanford universiteit hebben namelijk speciale gekko-handschoenen ontwikkeld. Met deze handschoenen kan een mens van 70 kilo tegen een glazen muur oplopen. Het principe achter deze handschoenen hebben de wetenschappers afgekeken van, zoals de naam al aangeeft, gekko’s. Gekko’s verplaatsen zich zonder enige moeite over elk oppervlakte en in iedere richting. Dit doen ze door slim gebruik te maken van een speciaal natuurverschijnsel: de vanderwaalskracht. Vanderwaalskrachten zijn elektromagnetische krachten tussen atomen of moleculen. Om gebruik te kunnen maken van deze krachten heeft de gekko speciale poten ontwikkeld. Op iedere poot zitten namelijk een half miljoen harde haartjes. Op elk van deze microscopisch kleine haartjes zitten op de uiteinden ook nog eens 400 tot 1000 speciale setae. Deze platte uitlopers zorgen ervoor dat de poot van een gekko een nog grotere aantrekkingskracht heeft. De haren zijn ook nog op speciale manier georiënteerd en hebben een specifieke kromming om zo de kleef-

kracht te maximaliseren. Uiteindelijk is de vanderwaalskracht zo groot dat een gekko met gemak over het oppervlakte kan lopen. Zoals alle voorbeelden al aangeven, heeft de mens via de bionica al aardig wat zaken geleerd. Terwijl we sommige innovaties niet meer uit ons dagelijks leven weg te denken zijn, leren we andere pas net kennen. Wellicht zijn gekko-handschoenen over een aantal decennia niet eens zo bijzonder meer. Tot die tijd blijven wetenschappers nog lekker “afkijken” bij moeder natuur.

Gebruikte literatuur - Hsia, Y., Gnesa, E., Pacheco, R., Kohler, K., Jefferey, F en Vierra, C. (2012). Synthetic spider silk production on a laboratory scale. - Leal-Egaña, A. & Scheibel, T. (2010). Silkbased materials for biomedical applications - Van Hest, J.C.M. (2004). De spinnoff van spinzijde - http://www.hydrobead.com/ - http://www.neverwet.com/self-cleaning.php - http://nanexproducts.tumblr.com/ post/64205435661/this-hydrophobiccoating-makes-things-super-water - http://nl.wikipedia.org/wiki/Bionica - http://nl.wikipedia.org/wiki/Lotuseffect - http://www.kijkmagazine.nl/nieuws/studentklimt-als-gekko-tegen-glazen-wand-op/ - http://rsif.royalsocietypublishing.org/ content/12/102/20140675.article-info - http://www.rtlnieuws.nl/economie/ toekomstmakers/klimmen-als-spiderman-dankzij-gekko-handschoen - http://www.volkskrant.nl/wetenschap/ gekko- klimt-met-molecuulkracht~a562985/


Institute

1 4  ORIGIN # 3

jaargang 10, maart 2015

LACDR joins the fight against ALS

Amyotrophic Lateral Sclerosis (ALS) is a fast progressing neurodegenerative disorder, characterised by the death of neurons controlling voluntary muscle movements. The disease leads to a progressive weakness, resulting in difficulties moving, speaking, swallowing, and eventually breathing. The patients’ cognitive function usually remains unaffected. The majority of the people contracting ALS, experience the first symptoms of the disease in their upper or lower limbs, i.e. difficulties moving their arms or legs. For some people, the disease first affects the bulbar functions, e.g. speech and swallowing. The paralysis has a fast progression, and leads for most patients to death due to respiratory failure within 5 years after disease onset.

of riluzole are rather modest, it only prolongs life expectancy with approximately 3 months. Many other drugs have been tested in ALS patients over the last 20 years, but all failed to prove clinical efficacy. Some of the drugs probably failed due to poor pharmacological properties, while others failed due to poorly designed clinical trials. Two key problems in the design of clinical trials in ALS patients are: the insufficient understanding of the underlying disease progression, and the lack of a reliable biomarker which can be used to show drug efficacy. The severity of ALS is measured through the ALS Functional Rating Scale (ALSFRS), which consists of 10-12 questions where the patients (or their caregiver, or physician) rate their ability to complete certain tasks, on a scale from 0 to 4. The disease progression is then assessed based on the decline in the total ALSFRS score, and a possible drug effect is evaluated based on the assumption that the drug an adult onset disease, even in individuals In the western world, there are approxiwill slow down the disease progression, born with a gene mutation that increases mately 75,000 people living with ALS, and thereby result in a shallower decline the risk of contracting the disease. Most which classifies ALS as an orphan disease. in the total ALSFRS score. people developing ALS are between 40 The cause of ALS is unknown, but it seems Treeway is a small biotech company, and 70 years at the time of onset. like the development of ALS might be a founded in 2012 by two ALS patients. The only drug approved for ALS treatment multistep process, where several factors The company’s mission is to develop new is riluzole, which was marketed already have to occur to trigger the onset. This drugs for ALS, and to find a cure for the in 1996. However, the beneficial effects theory is supported by the fact that ALS is disease. Based on the ALS community’s experiences of failed clinical trials, they contacted the pharmacology division at Leiden Academic Centre for Drug Dr Åsa M. Johansson Research (LACDR), to start a collaboraLeiden Academic Centre for Drug Research tion with the aim to reduce the risk of trial failure by application of pharmacometric modelling. Pharmacometric modelling is the development of mathematical-statistical mod-


Figure1.pdf Lustrum

1

25-03-15

Universiteit Leiden 

10:43

Handwriting

1.00

Turning in bed

Level: 0

Probability

0.75

1

0.50

2

0.25

3

0.00

4 −2

0

2

4 −2

0

Disease stage of ALS

2

4

Figure 1. The item response theory model for 2 out of 12 tasks from the ALS functional rating scale. The disease stage of ALS (x-axis) ranges from normal function (left) to severe disease stage (right), the different colours represents different levels of fulfilment of the tasks, and the curves shows how the probability to fulfil the different task levels change with the disease stage. The left hand panel shows the model for “Handwriting” and the levels of fulfilment are: (0) Normal, (1) Slow or sloppy; all words are legible, (2) Not all words are legible, (3) Able to grip pen but not able to write, (4) Unable to grip pen; the right hand panel shows the model for “Turning in bed” and the levels of fulfilment are: (0) Normal, (1) Somewhat slow and clumsy, but no help needed, (2) Can turn alone or adjust sheets, but with great difficulty, (3) Can initiate, but not turn or adjust sheets alone, (4) Helpless.

Figure 2. The change of disease stage of ALS over time after start of (clinical) study. The disease stage of ALS is the latent trait variable from the item response theory model, i.e. a continuous variable, and the time scale is in days. The blue line is the smoothed conditional mean, showing the general trend in the data. A linear (or non-linear) model can be applied to describe the change in disease stage over time, and covariates can be included in the model to describe some of the variability observed between individuals.

els to describe the interactions occurring between the drug and the human body, over time. This involves the pharmacokinetic properties, i.e. the absorption, distribution, and elimination of the drug in the body, and the pharmacodynamic properties, i.e. the beneficial and harmful effects of the drug on the body. In a disease like ALS, where there is an underlying disease progression which tends to conceal

the drug effect, the modelling process also involves the development of a robust model for the disease progression. A disease progression model for ALS would mainly be based on the ALSFRS scores, even though other measurements, like the outcomes of lung function tests, could be incorporated as well. The simplest type of disease progression model would be to apply a linear (or non-linear)

15

model to describe the change in total ALSFRS score over time. The main drawbacks with this approach are that: the ALSFRS score can only take on integer values between 0 and 48 – while a linear (or non-linear) model assumes that the variable is continuous, missing data on one or more of the question items makes the total score useless, and there is no possibility to distinguish between progressions (and at a later stage, drug effects) affecting different question items in the total score. Therefore, an alternative approach was desirable. Item response theory (IRT) was developed to assess students’ abilities based on their answers to questions in a test. Instead of grading the students based on their total score, IRT does not assume that each question (item) is equally difficult. The theory thereby allows different grading of students achieving the same total score, depending on the difficulty of the questions the students scored correctly. The ability of the student is referred to as a latent trait, since it is only possible to measure it indirectly, via the test questions. The latent trait is assumed to be normally distributed in the population, which allows a mapping of the probabilities to respond correctly to the different questions, to the overall ability in the population. The mathematical functions, describing how the probabilities of correct responses change with the ability of the student, are referred to as an IRT model (Figure 1). IRT was recently, for the first time, applied in pharmacometric modelling. Instead of grading students’ abilities based on test questions, it is in this setting used to assess the disease stage of patients, based on their abilities to complete certain tasks (items). In ALS, IRT can be applied to assess the disease stage of the patients, based on the rating of their abilities to complete the tasks evaluated within the ALSFRS. A linear (or non-linear) model can then be applied to describe the change in disease stage over time (Figure 2; the disease stage is a continuous variable). The final disease progression model will also contain covariates, which can explain some of the variability observed between individuals, and a model for patient survival. This IRT based pharmacometric model is expected to increase the power to detect drug effects in clinical trials in ALS patients.


1 6  ORIGIN # 3

jaargang 10, maart 2015


Lustrum

Universiteit Leiden 

Fireworks

Firework s usually only mean one thing: party time! With the exception of emergency firework s, we use firework s to celebrate. Over the last few years, however, there has been some controversy. In the Netherlands, there was a discussion about a potential ban on private firework s. Some towns set up some “fireworks free zones”, where the use of firework s was prohibited. Also, the time from which firework s were allowed to be set of on New Year’s Eve, changed from 10:00 AM to 6:00 PM. However, there were over 71500 complaints about inconvenience caused by firework s. we sometimes experience some annoyance by firework s, many do only Not (wild) animals also suffer from the firework’s bangs and flashes. Pet owners may have noticed panicking or restless cats and dogs when the firework s went off. Animals that live in the wild can suffer as well. In De Bilt in the Netherlands, the activity of aquatic birds during New Year’s has been measured with a special “bird-radar”. When the clocks stroke twelve, the radar became bright red, indicating that many birds flew away from their resting spot. Of course, fleeing after a loud noise is not directly harmful to an animal, but it is a kind of stress that an animal experiences, which, especially in the long run, can indeed have negative consequences on for example breeding success. Photo by Eddie Berthier at the International Firework s Festival at Scheveningen, 2013

Text by Lisette Hemelaar

17


1 8  ORIGIN # 3

jaargang 10, maart 2015

Uit den oud ouden en Do Doosch osch

Kleine legendes

Een jaar vol lustra is een uitgelezen moment om herinneringen op te halen. Een 440-jarig lustrum is een heuse verjaarpartij en betekent natuurlijk ook 440 jaar vol met geschiedenis. Zo zijn er grote ontdekkingen gedaan, zijn er prijzen in de wacht gesleept en zijn beroemde onderzoekers de boeken ingegaan om nooit te vergeten. Maar hoe zit het met de kleinere verhalen? Hoe veel vertelsels zouden er in omloop zijn die aan het oor van velen ontgaan? Wat voor fratsen horen roemrijk te zijn, maar komen de koffiekamer niet eens uit? Hoog tijd om deze kleine legendes op te halen.

meegegaan naar de bestuursvleugel van het Gorlaeus Laboratorium, ter ondersteuning van een slagvaardig faculteitsbestuur. Of de knuppel vaak is gebruikt is een zaak van discretie. Zo ja, dan is hij inderdaad altijd goed schoongemaakt. Jan Kijne

Seksisme in de koffiekamer

De Rijksknuppel

Het succesvolle Instituut Moleculaire Plantkunde van Universiteit Leiden is aan het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw ontstaan door een fusie van moleculaire en cellulaire onderzoeksgroepen van het Botanisch Laboratorium, het Zoölogisch Laboratorium en het Biochemisch Laboratorium. Professor Kees Libbenga was de eerste wetenschappelijk directeur en daardoor was hij verantwoordelijk voor goede samenwerking en de goede orde. Om zijn argumenten meer kracht bij te kunnen zetten hebben we iets ingenieus uitgevoerd. We hebben een oude tafelpoot, die ergens in een hoek van het Botanisch Laboratorium rondzwierf, voorzien van de teksten "Rijksknuppel" en "Schoonmaken na gebruik" aangezien er aan de kop van de knuppel lelijk scherpe uitsteeksels bevestigd zitten. Een touwtje zorgde ervoor dat de imposante knuppel opgehangen kon worden. Kees was blij en de knuppel is met het instituut meeverhuisd naar het Clusius Laboratorium. Toen Kees decaan van de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen werd is de knuppel

Dit verhaal komt uit de tijd dat ik nog op het Van der Klauw zat. In de koffiekamer was er een tafel waar de mannen van de technische dienst zich installeerden voor de koffie. Iedere ochtend zaten ze daar, aan dezelfde tafel. Hun favoriete bezigheid was het pesten van de secretaresse. Ze ging altijd goed gekleed en de mannen maakten daarom graag gekke opmerkingen over haar kleding. Het was op een gegeven moment zo erg dat de secretaresse niet meer langs de koffiekamer durfde te lopen. Ik besloot haar te helpen. Ik liep op de mannen af en ik zei: “Waarom pesten jullie de secretaresse altijd zo, terwijl ze zulke mooie broeken draagt? Jullie broeken zijn maar saai.” Waarop de mannen vroegen: ”Rinny, draag jij ook een broek?” Waar ik verontwaardigd op reageerde met: ”Dat zie je toch, ik sta toch niet in mijn blote kont?!” De hele kamer lag op de grond van het lachen. Maar de secretaresse en ik waren nog niet klaar. We besloten de mannen in de maling te nemen. Sinterklaas kwam er aan en wij bedachten een sluw plan.


Lustrum Bij de zeeman kochten wij vijf broeken, die we helemaal ondertekenden met bloemen, seksesymbolen, vlinders en nog meer vrolijkheden. Daarna verpakten we ze alle vijf apart in cadeaupapier en zorgden we dat Sint ze zou krijgen zodat wij niet verdacht zouden worden. Later op het sinterklaasfeest werden de mannen en wij tweeën naar voren geroepen. We moesten voor de hele zaal van broek verwisselen. Wij waren daar echter op voorbereid en we hadden een legging onder onze broek aangetrokken zodat wij ons niet hoefden te schamen. We hebben met z’n vijven nog wat foto’s gemaakt om deze grap altijd te blijven herinneren. En de secretaresse werd nooit meer geplaagd. Rinny Kooi

Roerdomp

Tijdens de studiereis van de biologen heb ik de studenten eens flink in de maling genomen. We gingen dat jaar naar Zweden. Op een gegeven moment in Stockholm gingen de docenten naar een museum waar de studenten niet heen gingen. Tijdens de studiereis loopt er altijd een fotowedstrijd waar ik

altijd trouw aan mee doe. In het museum zagen we een opstelling van een opgezette roerdomp die zich tussen het riet begaf. Ik maakte er een foto van en stuurde het in voor de wedstrijd. We vertelden de studenten dat we de roerdomp vlakbij het museum hadden gezien en iedereen was stikjaloers. Deze bijzondere vogel laat zich namelijk niet snel zien. Jarenlang dacht men dat de foto echt was, tot ik deze grap publiceerde in het blad van de biologen. Rinny Kooi

Flessenpost

In het verleden ging ik vaak mee met de

Universiteit Leiden  studiereis van de biologen, en dat jaar reisden we een stuk met de boot. Ik maak altijd kleurplaten, zodat ze zich niet hoeven te vervelen tijdens de lange reis in de bus. Bovendien kunnen ze dan meedoen aan mijn kleurplatenwedstrijd. De winnaar krijgt altijd een prijs in de vorm van een souvenir. Toen we op de boot waren, stopten de studenten een kleurplaat met adresgegevens van mij voor de grap in een fles en gooide deze in het water, om nooit meer terug te zien. Dat dachten ze tenminste. Een tijd na de reis kreeg ik dezelfde kleurplaat, ingekleurd en wel, terug van een 9-jarig Duits jongetje uit Uslar. Ik vond dit zo bijzonder en de tekening was van dusdanige kwaliteit, dat ik de jongen een prijs heb toegestuurd. Rinny Kooi

Assessorendromen

Eén van de verworvenheden van de wet Modernisering Universitair Bestuur is geweest dat er vanaf 1 september 1997 een student verplicht deel uitmaakt van het faculteitsbestuur. Het toenmalig faculteitsbestuur was daar helemaal geen voorstander van, maar toen de wet een feit was vond er direct een werving plaats. De eerste assessor was Vincent Berk, student Informatica en oud-praeses van De Leidsche Flesch. De inhoud van de functie was nauwelijks omschreven dus de assessor moest dat werkende weg met de andere bestuursleden invullen. De decaan en de vice-decaan waren direct enthousiast over de nieuwe collega; de bedrijfsvoerder in het bestuur was wat minder in zijn nopjes. Onze assessor had een hardnekkige droom die hij wilde realiseren, namelijk het creëren van een ontmoetingsruimte waar studenten en docenten aan het eind van de dag onder het genot van een drankje met elkaar van gedachten konden wisselen. Dat was niet bepaald de eerste prioriteit van de bedrijfsvoering, aangezien de financiën van de faculteit niet rooskleurig waren en de hele organisatie op de schop moest. Na een jaar van het kastje naar de muur gestuurd te zijn, heeft Vincent het assessorstokje aan zijn opvolger doorgegeven zonder dat de droom van zijn ontmoetingsruimte een stap dichterbij was gekomen. Terug bij het LIACS deed hij zijn verhaal tegen de toenmalig wetenschappelijk directeur Harry Wijshoff. Het LIACS verzorgde in die tijd enkele succesvolle commerciële ICT opleidingen voor het bedrijfsleven, onder andere voor KPN. Dat was nog voor het klappen van de ICT zeepbel en het insti-

19

tuut had een klein spaarpotje aan deze activiteiten overgehouden. Harry hoorde het verhaal aan en zei tegen Vincent: Hier heb je 10.000 gulden; ga hem maar bouwen. Dat was het begin van wat nu de FooBAR heet. Het eerste tapbier konden we nuttigen op 17 december 1999 om 17:00 uur. FooBAR1 heeft in het Snellius gefunctioneerd tot 2003. Toen moest de ruimte wijken voor extra collegezalen en dreigde de bar zelfs helemaal te verdwijnen. Het barmeubel heeft gedemonteerd eerst een jaar in de liftschacht van het Huygens opgeslagen gestaan en heeft daarna enkele jaren dienstgedaan bij de collega’s van de Borrelbunker op het Gorlaeus. Toen de Borrelbunker in de kelder van het LCP gesloten moest worden, werd een nieuwe ontmoetingsruimte voor de assessoren weer actueel. Joris Berkhout, ook oud-praeses van De Leidsche Flesch, was de assessor in het academisch jaar 2005-2006. Joris wilde de ruimte in zijn bestuursjaar realiseren en nu had hij het hele faculteitsbestuur aan zijn kant. Dit keer moest echter alles via de officiële kanalen aangepakt worden en waren er flinke verbouwingen nodig waarbij het bouwteam met allerlei tegenslagen te maken kreeg. Ook Joris heeft tijdens zijn bestuursjaar weinig concreets van de grond zien komen en het heeft tot begin 2010, in het bestuursjaar van Wouter Bruins, geduurd voordat de Science club officieel in gebruik werd genomen. Ron van Veen

Wisselkoers

Ik weet wel een grappig verhaal over een onderzoeksproject dat we in 2001 aan het opzetten waren. Er moesten zware onderhandelingen gepleegd worden, de geldschieters vonden het namelijk veel te duur. Uiteindelijk, na vele overleggen, ging de geldschieter toch akkoord. Wat bleek nou achteraf? Wij hadden het hele project in guldens uitgedacht en de geldschieter dacht dat het over euro’s ging. We hadden dus twee komma twee keer zoveel te besteden. Joost Kok

Sanne van Gammeren Masterstudent Biologie


20  ORIGIN # 3

jaargang 10, maart 2015

On the origin of Wie op een mistige, waterig koude januaridag door de parken in Leiden loopt komt meer kleur tegen dan men zou verwachten. Er zijn namelijk veel cultuurgewassen die winterhard zijn en zelfs ’s winters bloeien.

Viburnum, ook wel sneeuwbal genoemd

Neem bijvoorbeeld het geslacht Viburnum, ook wel sneeuwbal genoemd. Zijn witte bloemen in schermen doorstaan weer en wind. De meeste soorten bloeien vanaf januari tot in het voorjaar. En wie kent het viooltje niet, in menig perk te vinden. Op de foto staat een gecultiveerd exemplaar, het wilde bosviooltje komt van oorsprong uit de onherbergzame Pyreneeën. De Narcis en het Sneeuwklokje zijn ook planten die het erg goed doen in het voorjaar, maar het lijkt wel of ze steeds vroeger bloeien. Klimaatverandering is hiervan de oorzaak. In 2010 publiceerden de Zwitsers Christian Körner en David Basler een artikel in Science waarin omschreven wordt hoe planten hun bloei timen. Het blijkt dat temperatuur een grote rol speelt. Dit verklaart waarom de narcissen en winterklokjes het in een milde winter zo goed doen. Ook daglengte en het aantal koude dagen zijn belangrijk. Niet alle planten passen hun timing op deze drie factoren in gelijke mate toe, waardoor bloeiperiodes uit elkaar kunnen gaan lopen. De kleur die men ziet in januari kan ook afkomstig zijn van het vorige seizoen, zoals het geval is bij de paarse bessen van Schoonvrucht. In tegenstelling tot de rode bessen van Hulst zijn ze niet aantrekkelijk voor vogels, waardoor ze soms tot ver in de winter blijven hangen.

Het wilde bosviooltje


Lustrum

Universiteit Leiden 

21

Winterbloeiers

De Narcis Het Sneeuwklokje Tekst en foto's door: Sanne van Gammeren Masterstudent Biologie

Joris Westerveld Bachelorstudent Biologie

De paarse bessen van Schoonvrucht


2 2  ORIGIN # 3

jaargang 10, maart 2015

Culinaire Chemie met

Carel Stolker Het Menu

Voorgerecht: Mandje brood met kruidenboter, ta penade en salsa Hoofdgerechten: & Satéschotel Ajam vegetarische penn e Nagerecht: Koffie & thee

Carel Stolker is sinds 8 februari 2013 Rector Magnificus en Voorzitter voor het College van Bestuur van de Universiteit Leiden. Van 2005 t/m 2012 was hij decaan van de Leidse rechtenfaculteit, de faculteit waar hij zelf ook aan heeft gestudeerd (1974 - 1979). We spreken met Stolker af in café-restaurant Babbels in Leiden. In dit gezellige eetcafé aan de Boisotkade vertelt hij ons meer over zijn taken als rector en zijn eigen studententijd.

Auteurs: Joni Eilbracht (volledig uitschrijven van het interview) Rembrandt Donkersloot (voorbereiding vragen interview)


Lustrum

Café Babbels bevindt zich op de hoek van Boisotkade, recht voor de Vreewijkbrug. Normaliter wordt er afgesproken bij de geïnterviewde thuis, maar Stolker wilde graag daar afspreken. Bij binnenkomst wordt al direct duidelijk waarom dit één van Stolkers vaste stekken is. Babbels is een klein, maar gezellig café waar overduidelijk een goede sfeer hangt. Volgens Stolker is het vooral in de zomer hier goed vertoeven. “Je zit hier echt op een geweldige plek. In de zomer gaat de zon hier pas laat onder. Daarnaast heb je hier een fantastisch uitzicht over Leidse Sterrewacht.” Gedurende het voorgerecht vertelt Stolker ons eerst meer over zijn achtergrond. Het wordt al snel duidelijk dat dit een goedlopend gesprek zal worden. Openhartig vertelt hij wat volgens hem een goede rector maakt. “De belangrijkste taak van een rector is om mensen met elkaar te laten praten.” De Universiteit Leiden telt zeven heel verschillende faculteiten, in Leiden en in Den Haag. “Al deze mensen zijn verschillend, net zo verschillend als hun disciplines,” zegt Stolker. Hij nodigt regelmatig mensen uit om samen te gaan lunchen. “Het is vaak fascinerend om erachter te komen dat deze mensen dan aan elkaar voorgesteld moeten worden. Ze kennen elkaar niet, soms zelfs als ze voor dezelfde faculteit werken. Dit is zonde: omdat de grootste ontdekkingen vaak op de grenzen van verschillende vakgebieden worden gedaan is juist dat interdisciplinaire contact van het grootste belang.” De Universiteit Leiden staat niet op de nummer 1 van de wereld, maar doet het wel erg goed. Zou verdere investering van de profileringsgebieden hierbij kunnen helpen? “De profileringsgebieden waren inderdaad ook bedoeld als marketing van de universiteit. Nu worden ze vooral gebruikt als bindmiddel. Het is belangrijk dat mensen met elkaar praten en onderzoek doen, en daarvoor heb je ontmoetingsplekken nodig. Dit kan zowel fysiek zijn als digitaal.” Een briljant voorbeeld van zo’n fysieke ontmoetingsplek is het Lorentz Center, vooral voor bèta en bèta-

Universiteit Leiden 

medisch. De universiteit gaat zo’n zelfde plek organiseren voor alfa/gamma. Volgens Stolker is een aantal zaken belangrijk voor een universiteit. “Na haar oprichting presteerde de Universiteit Leiden het om binnen 50 jaar de beste universiteit van Europa te worden. Het succes was vooral aan toe te schrijven aan het feit dat Leiden in staat was om in extreem korte tijd de beste wetenschappers van Europa binnen te halen.” Voor een academie is dit ook zeer belangrijk. Stolker legt uit dat er ten minste vier voorwaarden zijn om ‘top’ te worden en te blijven: “de beste onderzoekers/docenten, de beste studenten, en veel onderzoeksgeld. Daarnaast is autonomie

“Al deze mensen zijn verschillend, net zo verschillend als hun disciplines,” voor de academie van groot belang.” Ten slotte blijken goed leiderschap door de hele universiteit heen en een goede wetenschappelijke infrastructuur erg belangrijk te zijn om een topuniversiteit te worden en te blijven. Maar ook studie- en studentenverenigingen spelen een grote rol bij de kwaliteit van studeren. Volgens Carel leren studenten daar belangrijke sociale vaardigheden. De Universiteit Leiden is volgens hem heel erg van de kennisoverdracht. “Zij reikt studenten boeken aan, geeft verplichte leesstof door en laat weten wat daaruit bij tentamens van de studenten verwacht wordt.” De sociale ontwikkeling, zoals samenwerken, het oplossen van conflicten en het samen voor elkaar krijgen van dingen worden bij de universiteit veel minder geleerd. “Eigenlijk besteden we dat belangrijke deel van sociale vorming uit aan de verenigingen. Het liefste zou ik daarom zien dat iedere student actief lid is van een studie- of studentenvereniging. Studeren is niet alleen een kwestie van kennis verwerven, het is ook een kwestie van dingen

23

voor elkaar krijgen. Het is onderwijs in de breedste zin van het woord.” Hoe was u eigenlijk zelf als student? “Ik was tijdens mijn studententijd lid van Augustinus. Een studentenvereniging aan het Rapenburg, dat was natuurlijk wel wat.” Toch heeft Stolker niet zijn volledige studie in Leiden gedaan. Op zijn 20e kreeg hij dienstplicht en werd hij vrachtwagenchauffeur bij de eerste divisie van de landmacht. Wanneer hij niet achter het stuur zat, moest hij aan de slag als secretaris van zijn kolonel. Tussen de werktijden door probeerde hij verder te gaan met zijn studie. “In militaire dienst studeerde ik in de weekenden en ’s avonds echt keihard. Ik pluisde alle rechtsboeken uit. Ik plakte delen van de boeken op kaarten zodat die in de vierkante zakken van mijn gevechtstenue pasten. Overal waar ik zat, of dit nu in een schuttersput of in de vrachtwagen was, studeerde ik door.” Zo kwam Stolker zijn tweede studiejaar door, zonder ook maar één college of werkgroep te volgen. In ‘76 kwam hij terug uit militaire dienst. “Ik was na mijn militaire dienst iets minder actief bij Augustinus. Ik vond dat ik al genoeg mensen kende en wilde gewoon mijn studie afmaken. In die tijd bleek ik een talent voor rechten te hebben.” Vervolgens was Stolker één jaar lang student– assistent. Na zijn studie werd hij aangenomen als wetenschappelijk medewerker. Dit was in die tijd gebruikelijk. “Promoveren, zoals dat tegenwoordig gebeurt, was toentertijd veel minder gebruikelijk. Je startte gewoon met lesgeven en promoveren was eventueel iets voor later.” En nu, vele jaren later, bent u Rector Magnificus. Hoe kijkt u tegen uw voorgangers aan? “Toen ik hoorde dat ik rector werd, heb ik mijn voorgangers een beetje bestudeerd. Hoe deden zij het destijds allemaal? Op ieder moment heb je een andere soort rector nodig. Ze moeten qua werkwijze passen bij de plaats waarop een universiteit zich op dat moment bevindt.” Zelf probeert Stolker de goede dingen van zijn voorgangers te combineren. Daarbij


24  ORIGIN # 3

jaargang 10, maart 2015

maar het is ook gewoon handig om praktisch te zijn.” Die mix van rechtvaardigheid, rechtszekerheid en doelmatigheid staat als geheel ook weer in een geheel van maatschappelijke opvattingen van een land of een groep van landen. Zo kijkt men in de ene cultuur heel anders tegen bijvoorbeeld straffen aan dan in een andere cultuur. “Aan de universiteit proberen juristen vat te krijgen op dat volledige complex. We proberen een bijdrage te leveren aan het denken van wetgevers, rechters, advocaten en al die anderen die zich in het professionele leven met het recht bezighouden.” volgt hij een bottum-up benadering, iets wat echt Leids is, en door al zijn voorgangers werd gepraktiseerd. Maar niet alleen in zijn werkwijze is Stolker typisch Leids: hij is zelf ook een echte Leidenaar. Stolker vertelt ons dat hij twee straten verderop is geboren en tegenwoordig ook vlakbij Café Babbels woont. “Bij mijn benoeming heb ik dan ook gezegd: Veel Leidser kunnen jullie het niet krijgen.” Gedurende zijn studie heeft Stolker altijd in de UB gewerkt en nog steeds is hij daar in het weekend vaak te vinden. De Universiteit Leiden heeft volgens hem ook een geweldige setting. “De verschillende faculteiten zijn verspreid door heel Leiden. De universiteit en de stad zijn als het ware met elkaar vergroeid: de één kan niet zonder de ander. Je kunt de verschillende faculteiten van de universiteit zien als de bladeren van één grote bloem; ze vormen een evenwichtig geheel.” Heel bijzonder is bovendien het enorme succes dat de universiteit in Den Haag heeft. Daar studeren nu veel studenten, en er worden prachtige dingen gedaan, ook in het onderzoek. Hier is Stolker enorm trots op. De alfa- en bètawetenschappen bevinden zich in aparte faculteiten. Wat zijn nu de grote verschillen tussen deze twee wetenschappen? “De rechtenfaculteit wordt vaak ingedeeld bij de soft sciences. De faculteit wordt hier-

bij tegenover de natuurwetenschappen geplaatst, die zich zogenaamd met ‘hardere’ dingen bezighouden.” Volgens Carel zijn de oplossingen bij de bètawetenschappen exacter en goed te berekenen. Voor het recht is dat vaak moeilijker, omdat de oplossing deels persoons- en cultuurgebonden is. “Het recht is eigenlijk een voortdurend zoeken naar een ideale mix tussen rechtvaardigheid, rechtszekerheid en de doelmatigheid van een regel. Rechtvaardigheid geeft aan wat wij in het concrete geval eerlijk en ‘goed’ vinden. Dat is in zeker zin het normatieve stuk van wat wij doen.” Hiernaast heb je de rechtszekerheid. Het recht in een samenleving moet immers ook voorspelbaar zijn. Doelmatigheid, ten slotte, is ook belangrijk: “Je kunt wel heel erg subtiel en precies voor iedere gevalletje weer nieuwe regels bedenken,

De universiteit en de stad zijn als het ware met elkaar vergroeid: de één kan niet zonder de ander. Je kunt de verschillende faculteiten van de universiteit zien als de bladeren van één grote bloem; ze vormen een evenwichtig geheel

En hoe zit dat dan met fundamenteel onderzoek, komt dat dan ook voor? “Afgelopen augustus was ik met sterrenkundige Huub Röttgering in Chili. Ik vond het fascinerend om te zien hoe sterrenkundigen de industrie tot het uiterste drijven. Nee, ze willen geen zilveren laagje op een klein cd’tje. In plaats daarvan willen ze dat laagje op een sterrenkijker met een doorsnede van 39,5 meter. Zo zorgen wetenschappers ervoor dat de techniek een stukje verder komt – innovatie noemen we dat vaak.” De techniek ontwikkelt zich steeds verder, zowel voor als door de wetenschap. En die nieuwe technieken blijken vervolgens vaak weer ongedachte toepassingen te hebben. “Hoewel ik het misschien wat onaardig formuleer, is in zekere zin de valorisatie bij veel sterrenkundigen een bijvangst van hun uit pure nieuwsgierigheid gedreven onderzoek.” Bij juristen is het onderscheid tussen fundamenteel en niet-fundamenteel onderzoek volgens Stolker veel minder makkelijk te maken. Daar is het meer een onderscheid tussen goed en slecht onderzoek. “Tien keer dezelfde uitspraak van de Hoge Raad becommentariëren is minder nuttig, sterker nog: dat zie ik als slecht onderzoek.” U zit nu op de helft van uw termijn als Rector Magnificus. Zou u na deze termijn nogmaals rector willen zijn of gaat u liever terug naar het onderzoek? “Op dit moment combineer ik mijn hui-


Lustrum

dige functie met onderzoek door het onderzoekswerk een beetje in de weekenden en vakanties te plannen. Na deze termijn ben ik 63. Ik zou dus nog terug kunnen de faculteit in. Ik zie wel!” Maar de meeste oud-rectoren zijn na hun termijn met pensioen gegaan. Vaak gingen ze trouwens in gepensioneerde status nog gewoon door met hun onderzoek. Dit kunnen we waarschijnlijk ook van Stolker verwachten. “Ik heb altijd in de UB gewerkt en zal dat ook altijd blijven doen. Ik denk dat als ik straks 70 of 80 ben ik met mijn rollator over de Witte Singel schuifel naar de UB. Die plek is met al die studenten zo’n stimulerende omgeving. Het KOG is trouwens ook fantastisch, maar in de UB is de diversiteit van studenten en wetenschappers diverser.” Deze rubriek heet culinaire chemie, en normaal gesproken eten we thuis bij degene die we interviewen. Hoe had het diner eruit gezien wanneer dit ook vanavond het geval was? “Dan was het diner in ieder geval niet door mij gemaakt, en dat is maar goed

Universiteit Leiden 

ook,” vertelt Stolker ons openhartig. De laatste keer dat hij zelf gekookt had was op 25 februari 1991 en toen was het volstrekt mislukt. “Mijn vrouw kan erg goed koken. Dat ik liever niet kook, heb ik een beetje van mijn vader geërfd. Mijn vrouw, die verpleegkundige in het LUMC is, en ik hebben op dit punt een tamelijk klassieke verdeling en daar voel ik mij zeer prettig bij. En zij geloof ik ook wel. Ze kan trouwens ook heel goed banden plakken.”

25

Dit jaar wordt de 440e verjaardag van de universiteit gevierd, en het is ook nog een lustrumjaar. Dubbel feest dus. Kunnen wij nog iets bijzonders verwachten? “Jullie kunnen zeker nog iets speciaals gaan verwachten. Sowieso wordt de Dies Natalis erg bijzonder. Op 9 februari zal er een speciale son et lumière zijn. Ook komt er een grote tentoonstelling in de Meelfabriek, door de Lakenhal in samenwerking met de universiteit.” Veel meer kan de rector ons uiteraard niet verklappen, maar het wordt in ieder geval erg bijzonder. De festiviteiten voor dit feestelijke jaar worden in drie afzonderlijke blokken verdeeld. Stolker heeft er in ieder geval al heel veel zin in. “Ik vind het leuk dat we dit jaar een groot lustrumjaar kunnen houden. Met alle ellende die er in de wereld is, is het heel belangrijk dat we ook af en toe iets kunnen vieren. Dat geeft energie om al die ingewikkelde problemen van de wereld te helpen oplossen.” En met deze vrolijke boodschap nemen we afscheid van Carel Stolker. We bedanken hem voor het gezellige etentje en het goede gesprek. Natuurlijk sturen we hem niet met lege handen naar huis. Als dank voor het interview bieden we Stolker namens de hele Originredactie een mooi Leiden Science T-shirt en bijbehorende pet aan.


2 6  ORIGIN # 3

jaargang 10, maart 2015

Interview met de Glunderend met een bos bloemen, een ingelijste oorkonde en een glimmende cheque stond hij dinsdag 6 januari voor een zaal vol applaudisserende onderzoekers van de ‘Faculty of Science’. Dennis Claessen, biotechnologisch onderzoeker, is dit jaar door een jury van studenten verkozen tot winnaar van de onderwijsprijs. Hij mag zichzelf nu officieel de beste docent van 2014 noemen. Claessen vertelt over zijn bezigheden in het onderzoek en inspanningen waardoor hij de prijs heeft gewonnen.


Lustrum

Universiteit Leiden 

27

beste docent van 2014: Dennis Claessen "Het was ontzettend spannend! En als je dan ziet dat je in de finale staat, dan wil je ook wel winnen,” vertelt de trotse Claessen terwijl hij aan de lopende band handen schudt van mensen die hem willen feliciteren. “Het is een stukje erkenning voor de inzet die je toont. Op een gegeven moment doe je veel voor het onderwijs, je merkt dat studenten het waarderen en dat je collega’s het waarderen. Dáár doe je het voor, of er nou een prijs aan wordt gehangen of niet. En dan daadwerkelijk zo’n prijs winnen is gewoon fantastisch.” Aangenaam Dennis Claessen houdt zich bezig met streptomyceten met als doel het produceren van antibiotica. Ik ontmoet hem op zijn kamer in het Sylvius gebouw. Terwijl hij een kop koffie zet bekijk ik zijn kamer eens goed. Dat Claessen zich intensief bezighoudt met nieuwe technologie valt niet te missen: boeken over Apple oprichter Steve Jobs en computersoftware staan keurig opgesteld op een lange boekenplank. Zijn Apple laptop en mobiele telefoon proberen meerdere malen tevergeefs aandacht te vragen door blauwe lichten en dwingende tonen. De muur hangt vol met prijzen en oorkondes waaronder een tekening van een van zijn kinderen. “Als je naar streptomyceten kijkt dan zien ze er uit als spaghetti. Je hebt een hoop van die draden die aan elkaar klonteren,” zegt Claessen gniffelend, terwijl hij friemelende bewegingen nadoet met zijn handen. Claessen en zijn onderzoeksteam proberen de groei van dit soort bacteriën te verbeteren voor de industrie. “We hebben streptomyceten keihard nodig voor nieuwe antibiotica en tegelijkertijd heb je het probleem dat ze niet optimaal zijn als celfactories, ofwel de cel als een kleine fabriek voor wat je wil produceren.” Claessen ontving in 2013 de Vidi-subsidie, deze gaat uit naar getalenteerde onderzoekers. Men moet een aantal jaar onderzoek doen op postdoc-niveau en een aantal verplichte taken uitvoeren, zoals een aantal jaar onderzoek doen in het buitenland. “Ik ben direct na mijn promotie naar Engeland gegaan. Eerst naar Oxford en daarna naar Newcastle. Steeds met het doel om een onafhankelijke plek te krijgen zoals ik nu heb,” vertelt Claessen gedecideerd. “In 2010 ben ik hier begonnen. Vanaf dat moment kreeg ik de kans om mezelf te bewijzen. Je moet laten zien dat je onafhankelijk onderzoek kan doen en dat je met leuke innovatieve ideeën komt.” Ideeën heeft Claessen genoeg: “Een aantal dingen die ik in Engeland heb gezien en geleerd, heb ik vertaald naar een ander organisme. In Engeland werkte ik met de bacillus-bacterie, hier met

streptomyceten. Ze waren daar op dat moment dingen aan het doen waarvan ik dacht: als ik later de kans krijg wil ik die dingen ook in Nederland gaan doen. In Engeland liepen ze toen voorop, dus toen ik Nederland kwam, was ik een beetje een einzelgänger,” zegt hij grinnikend. De farmaceutische industrie maakt graag gebruik van eencellige streptAls je spaghetti en macaroni roert dan is de spaghetti veel zwaarder om te roeren dan de macaroni. Dat is het verschil tussen een eencellige en een meercellige bacterie, zoals streptomyceten van nature zijn.roert dan is de spaghetti veel zwaarder om te roeren dan de macaroni. Dat is het verschil tussen een eencellige en een meercellige bacterie, zoals streptomyceten van nature zijn. Dus ik probeer streptomyceten om te bouwen van meercellige tot eencellige bacteriën.” Claessen is al redelijk ver. “Het stadium van het laten groeien van eencellige streptomyceten hebben we inmiddels bereikt, maar die cellen zijn nu nog te zwak. Daarom gaan ze zelf weer terug naar die meercellige toestand, dat is een stevigere toestand van bestaan. We hebben nu een mutatie gemaakt in een van de genen waardoor ze nooit meer terug kunnen gaan naar meercelligheid. Vervolgens kunnen we met die stam gaan trainen om er een nog betere eencellige van te gaan maken.”

"Als je spaghetti en macaroni roert dan is de spaghetti veel zwaarder om te roeren dan de macaroni. Dat is het verschil tussen een eencellige en een meercellige bacterie, zoals streptomyceten van nature zijn."

Wetenschapscommunicatie

Tijdens de uitreiking van de onderwijsprijs werd Claessen geroemd omdat hij, naast het geven van kwalitatief goed onderwijs op de universiteit, het middelbaar onderwijs verrijkt. Samen met een aantal collega’s heeft hij lesmateriaal ontwikkeld voor het vwo. “Het is een box, een doe-het-zelfkit als het ware, om zelf antibiotica te verkrijgen door middel van streptomyceten. Leerlingen moeten een buisje met zand meenemen, dit mag bijvoorbeeld uit de tuin komen. Hieruit isoleren ze streptomyceten, produceren ze zelf antibiotica en ze leren wat voor effect het heeft.” Claessen en zijn team verrijken meerdere musea met projecten voor een breder publiek. “We hebben een microtour door Boerhave opgezet. Hier is ook een deel van ons onderzoek te zien. Daarnaast hebben we in samenwerking met Artis ‘Microbia’ opgericht. Dit is eigenlijk een bacteriedierentuin. Verschillende soorten microorganismen zijn daar te bewonderen, het is echt heel leuk om te


2 8  ORIGIN # 3

jaargang 10, maart 2015

zien.” Claessen zit vol van nieuwe ideeën: “het lijkt me erg leuk om kinderen college te geven over bacteriën. Je weet wel, met van die pluchen bacteriën,” zegt hij lachend. Claessen denkt dat het onderwijs steeds meer richting ‘blending onderwijs’ zal gaan. Omdat iedereen tegenwoordig wel een mobiel, laptop of iets dergelijks heeft, heeft iedereen constant toegang tot informatie. “Je zou een soort van online interactie kunnen beginnen. Dat de studenten je bijvoorbeeld via blackboard kunnen volgen of een tweet kunnen sturen met een vraag. Maar ik vind wel dat het meerwaarde moet hebben.” Zijn visie is dat studenten thuis instructiefilmpjes kunnen kijken en dat de contacturen worden gebruikt voor de verdieping van het onderwerp. “Je kunt studenten niet dwingen om te leren, dus je moet ze nieuwsgierig houden.” Wat voor docent is Claessen eigenlijk? Hij is betrokken bij verschillende biologiecursussen en hij heeft een aantal nieuwe cursussen ontwikkeld. Hij steekt op het moment de meeste tijd in de minor ‘Molecular Biotechnology’. Hij vindt het belangrijk studenten te stimuleren: “Ik merk tijdens mijn cursussen dat de meeste studenten het leuker vinden om uitgedaagd te worden in plaats van alles voorgeschoteld te krijgen.” Studenten worden tijdens deze cursus dan ook aangespoord om zelfstandig het onderzoeksproces te doorkruisen. “Het idee daarvan is dat het daarna mooi aansluit op de onderzoeksstage.”

De jury van de onderwijsprijs heeft de voorgedragen docenten op drie criteria getoetst: het verschaffen van kwalitatief, innovatief en interdisciplinair onderwijs. Op alle drie de fronten heeft Claessen overduidelijk bewezen dat hij de prijs verdient. Hij weet al wat hij met het prijzengeld gaat doen. “Ik wil mij verder verdiepen in de mogelijkheden van digitaal en blending onderwijs. Tijdens mijn onderzoek in Engeland heb ik gezien dat ze daar flink op ons voorlopen. Het lijkt mij daarom erg leuk om bij een aantal universiteiten langs te gaan om met verschillende docenten te praten.” Dat hij daardoor ook langs een aantal oud-collega’s kan, is een mooie bijkomstigheid. Foto's copyright Universiteit Leiden

"Ik wil mij verder verdiepen in de mogelijkheden van digitaal en blending onderwijs."

Sanne van Gammeren Masterstudent Biologie


Lustrum

Universiteit Leiden 

29

Boek

‘Het exacte verhaal’ Door Rebecca van Rijn, bachelorstudent biologie

Stel je voor, met jouw onderzoek op het gebied van de nieuwste medicijnen of spannende deeltjes in Nature. Jij en je team zijn allemaal in de zevende hemel. Je wordt uitgenodigd door De Wereld Draait Door… Help! Dat is wel erg jammer, want je bent een ster in je vakgebied, maar op televisie? In dit scenario zou ‘Het exacte verhaal’ van Ionica Smeets je een beetje meer zelfvertrouwen kunnen geven. Want na de vele tips voor het schrijven van een begrijpelijk stuk, geeft ze je ook tips om op televisie overkomen zoals je dat in gedachten had. Zo zegt ze bijvoorbeeld dat het erg handig is om te bedenken wat voor vragen er gesteld kunnen worden en om daar alvast antwoorden op te verzinnen. Iets anders waar bètawetenschappers hun hand niet zomaar voor omdraaien, is het geven van een presentatie. Ook daaraan is in dit boek een heel hoofdstuk gewijd. Smeets benadrukt het belang van een goede voorbereiding, want hoe goed jij je eigen onderwerp ook kent, je hebt het waarschijnlijk nog nooit aan een groot publiek uitgelegd. Een van de experts die aan het woord komen in het boek is Lieven Scheire, hij vertelt in dit hoofdstuk over wat hij vindt de ‘powerpointziekte’. Een powerpointpresentatie is bedoeld als ondersteuning, maar helaas wordt dit medium nog vaak misbruikt. Er is niet alleen aandacht voor mondelinge communicatie, vooral schriftelijke communicatie wordt behandeld in dit boek. Er zijn speciale hoofdstukken voor het gebruik van metaforen (wel doen of niet doen? Alleen als ze goed zijn) en hoe je het best om kan gaan met jargon. Waar veel wetenschappers niet bij stilstaan, is dat

het grote publiek andere associaties heeft met woorden als eiwitten, modellen en integreren dan onderzoekers. Makkelijk probleem om te omzeilen, maar dan moet je het wel doorhebben. In het boek is een lijstje ter illustratie. Smeets begint haar boek met de basics van het schrijven van een populairwetenschappelijk stuk. Ze geeft het verschil weer tussen de opbouw van een wetenschappelijk artikel en een populair artikel. Zo zijn er modellen als piramides, omgekeerde piramides en walvissen. Belangrijk hierin zijn vooral de plaatsing van de details en de diepgang. Boordevol tips dus, dit boek. Daarom is dit boek een echte aanrader voor iemand die ergens in zijn carrière aan popularisering gaat doen (iedereen dus). Want hoe handig ook, je bent na het lezen van dit boek niet opeens wetenschappelijk journalist, helaas. Er staan in het boek wel nog genoeg suggesties voor literatuur en beeldmateriaal om je verder te helpen.

Recensie Auteur

Ionica Smeets Ionica Smeets is wiskundige en wetenschapsjournaliste, naar eigen zeggen kan ze nog steeds niet kiezen wat van de twee ze wil worden. Ze is in 2005 cum laude afgestudeerd aan de TU Delft in Technische Wiskunde. Ze schrijft columns voor de Volkskrant, Technische Weekblad en Delta. Voor dit boek heeft ze verschillende professionals geïnterviewd en persoonlijke ervaringen toegevoegd.

Cover

Er is niet alleen aandacht voor mondelinge communicatie, vooral schriftelijke communicatie wordt behandeld in dit boek.

Origin Suggests: Dit boek is voor alle populairwetenschappelijke schrijvers in spé een echt voorbeeld. Toegankelijk voor kinderen, maar toch heel compleet.

Recent discussions


30  ORIGIN # 3

jaargang 10, maart 2015

Mystery solved This yellow apparatus was the first wireless echo scanner in the Netherlands. It was developed in the thorax centre in Rotterdam at the end of the ‘70s. Based on sonar techniques used by submarines, engineer Klaas Bom got the idea to apply this technique in medicine. At first, the machine was as big as a refrigerator, but soon a portably version was designed. You’d think this would’ve been a great success, but that was not the case. Doctors had never learned what healthy organs looked like on echo scans, so they couldn’t recognize diseased organs either. In the end, only 1000 of these machines were ever sold, and it wasn’t until the ‘90s that echo scans became commonplace. Rutger Dirks sent in the correct answer, and is this edition's lucky winner!

New mystery object Didn’t get it right last time? Here’s another chance! Let us know what you think this mystery object is, and maybe you’ll win a mystery prize.

Mystery object ? Sometimes you see an object and have no idea what it is. In Leiden, we are fortunate enough to have the Boerhaave museum, which is full of curious instruments. Many items in their collection appear mysterious to us in this day and age. In each edition of Origin, we show you one of these ‘mystery objects’. Do you know what object is shown in the picture? Don’t hesitate to send an email to originredactie@gmail.com, or send us a message via Facebook. The best answer receives a mystery prize!


Lustrum

Universiteit Leiden 

AGENDA Vrijdag 17 april

Proefstuderen Geïnteresseerd in onze opleidingen? Schrijf je dan in voor het proefstuderen: www.proefstuderen.leidenuniv.nl. Je bent een dagdeel te gast bij de opleiding en gaat actief aan het onderwijs deelnemen in de vorm van een hoor- en/of werkcollege. Zo kun je voor jezelf vaststellen of je voorlopige studiekeuze wel de juiste is. Zaterdag 25 en zondag 26 juni

Lustrumdagen Universiteit Leiden Op deze dagen zal het lustrum van de Universiteit Leiden gevierd worden. Elke dinsdag

This Week’s Discoveries Korte presentaties van onze eigen onderzoekers over hun recente ontdekkingen (12h30 - 3h15), gevolgd door een gezamenlijke lunch (13h15 - 3h45). Locatie: De Sitterzaal, Oortgebouw. Elke donderdag

VOLGEND NUMMER

Science Club borrel Verschillende verenigingen of onderzoeksafdelingen staan achter de bar om vanaf 16h00 een drankje met elkaar te drinken. Van harte aanbevolen!

Deze editie van de Origin stond volledig in het teken van de universiteit en haar geschiedenis. Volgende keer gaan we wat verder van huis, met als thema 'wereldwijd'. Uitwisselingsstudenten vertellen over hun verhalen, en we interviewen iemand die in het kader van onderzoek de hele wereld al is afgereisd. Mis de volgende Origin dus niet, want: bij ons leer je de wereld kennen!

COLOFON Oplage 5.700 Redactieadres Origin Magazine Einsteinweg 55 2333 CC Leiden originredactie@gmail.com www.originmagazine.nl 071 527 4538

Aan deze Origin werkten mee Dennis Claessen, Jordi Haubrich, Sam de Jong, Jan Kijne, Joost Kok, Rinny Kooi, Carel Stolker, Ron van Veen, Rob van Wijk en Åsa Johansson Redactie

Rembrandt Donkersloot, Joni Eilbracht, Annette Emerenciana, Dylan van Gerven, Lisette Hemelaar, Nadia Khemir, Linda Poppe, Rebecca van Rijn, Marieke Vinkenoog, Lotte de Vrijer, Joris Westerveld, Rob van Wijk

redactie

eindredactie

Anne Hommelberg hoofdredactie

Marieke Vinkenoog

ISSN 2352-0051

Productie UFB Universiteit Leiden Ontwerp en vormgeving Balyon, Zoeterwoude Origin en al haar inhoud © Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen, Universiteit Leiden. Alle rechten voorbehouden.

31


Heb jij een profiel natuur en techniek of een profiel natuur en gezondheid? Wil je weten hoe het is om na het vwo een bèta studie in Leiden te volgen?

n: nde e u ing enk a d i r le ter atic ie p e o e - S form nom e z y On und - In Eco logi olog gie e k ur und ca & Bio chn iolo pen u e t B & i k Na Wis mat tica e & T gy - chap a c or lo ns Inf form cien hno ete In ar S Tec e W l cu ce & isch e l t n o M Scie aceu m e Lif -Far Bio

Kom proefstuderen en beleef het zelf! vrijdag 17 april 2015

Meer informatie studereninleiden.nl Aanmelden kan vanaf begin maart 2015

Bij ons leer je de wereld kennen

20142015 origin#3  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you