Page 1

Opleidingen Bio-Farmaceutische Wetenschappen | Biologie | LST | MST

NEP

Januari 2014  jaargang 9

#2

Fake

science A

nature

reserve

Culinaire Chemie met

Mario van der Stelt


2  ORIGIN # 2

jaargang 9, januari 2014

NIEUWS

inhoud #2 Leiden heeft vier topopleidingen in Keuzegids Universiteiten waaronder Biologie en Sterrenkunde Volgens de Keuzegids Universiteiten 2014 heeft Leiden vier topopleidingen. Dat zijn Biologie, Sterrenkunde, Griekse en Latijnse taal en cultuur en Biomedische wetenschappen. In de vergelijking tussen de brede, klassieke universiteiten staat Leiden op de tweede plaats. De Keuzegids Universiteiten heeft alle opleidingen op grond van diverse criteria gewaardeerd op een schaal van 1 tot 100. Opleidingen met meer dan 75 punten, hebben het keurmerk ‘topopleiding’ gekregen.

Marjolein Soethoudt wint Unilever Research Prijs 2013 Marjolein, Masterstudente Bio-Pharmaceutical Sciences, deed haar onderzoek op het raakvlak van de chemie en biologie naar zowel nieuwe medicijnen tegen diabetes als de mogelijke bijwerkingen ervan. Soethoudt ontdekte bovendien een manier om fouten bij medicijnontwikkeling in de toekomst te voorkomen. Op 28 november nam zij de prijs van 2500 euro in ontvangst.

Leidse biologen ontrafelen eerste twee slangengenomen De Leidse biologen Freek Vonk en Michael Richardson zijn erin geslaagd om de eerste twee slangengenomen te ontrafelen, dat van de koningscobra en de tijgerpython. Zij publiceerden 2 december hun bevindingen in twee artikelen in het toonaangevend blad PNAS. De bevindingen uit dit onderzoek kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe medicijnen. Ook bieden ze aanknopingspunten om vaccinaties te ontwikkelen tegen slangenbeten, die jaarlijks nog 150.000 doden eisen.

Universiteit Leiden wint Benelux Algorithm Programming Contest 2013

Het Leidse team ‘Geen Syntax’, bestaande uit Bas Nieuwenhuizen, Mathijs van de Nes en Raymond van Bommel, heeft in Utrecht de Benelux Algorithm Programming Contest 2013 gewonnen. Met bijna een uur over tot het eind van wedstrijd losten deze Leisde studenten wiskunde en informatica alle 10 de opgaven op, sneller dan alle andere teams. Het is niet de eerste keer dat deze programmeerwedstrijd voor studententeams wordt gewonnen door een team van de Universiteit Leiden; dat gebeurt recent ook nog in 2007, 2008 en 2011.

Special:

Fake science  4

Alongside science, pseudoscience has always thrived. What exactly is the difference between the two? And why does pseudoscience persist?


DOSSIER NEP

Universiteit Leiden 

3

Fake science 4  boekrecensie: Why we believe the impossible 9 studenten: Historische medische missers 10  bètavraagbaak: Is het Placebo-effect ‘nep’ 14  centrefold: Daisies show their colours 16 Instituten: Nano-LEGO 18  The dirty secret of soap: Why you do not need it as much as you may think 20  culinaire chemie: Mario van der Stelt 29  Interview nieuwe vice-decaan Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen 26  on the origin of : a nature reserve 28 Column: In vitro meat: The holy grail for vegetarians? 30  special:

agenda colofon volgende nummer :

31

Leugens

Culinary Chemistry:

Fotoreportage

Mario van der Stelt  22

A nature reserve  28

Join us for dinner as we visit dr. Mario van der Stelt. Read all about his studies on medical cannabis and his love for wildlife photography.

Although some people suspect otherwise, the documentary 'De Nieuwe Wildernis' proved that the Netherlands does in fact have some majestic natural scenery. Or didn't it? Origin has investigated the area.

Of het nou een telefoon uit Hong Kong betreft of een verzonnen verhaal op het internet, mensen houden niet van nep. Nep wordt veelal gezien als onwenselijk en minderwaardig aan het origineel, maar is dat verdiend? Wat is überhaupt de definitie van nep? Het zijn vragen die niet zo makkelijk te beantwoorden blijken, want de grens is vaak vaag. Waar ligt deze bijvoorbeeld in de wereld van de medicijnen? Is een placebo nep als het effect heeft (pagina 14)? Als bioloog vraag ik mezelf ook wel eens af: wanneer is een landschap nou echt? We zien graag ongerepte natuur, maar bestaat deze nog? Onlangs bracht de documentaire “De Nieuwe Wildernis” ons een majestueus plaatje van de Oostvaardersplassen. Maar wat blijft er nog over van dit beeld zonder de indrukwekkende slow motion opnames en ontroerende muziek? In de fotoreportage zoeken wij dit uit (pagina 28). Uiteindelijk kunnen we ons over de echtheid van onze omgeving niet altijd druk blijven maken. Onze hersenen maken voortdurend aannames, waardoor wij ons kostelijk kunnen vermaken met deze voor de gek houden met illusies en spookverhalen. We kunnen alles klakkeloos aannemen, of voortdurend sceptisch blijven. De waarheid ligt, zoals zo vaak, meestal ergens in het midden.

Linda Poppe Hoofdredacteur Origin Magazine Bachelor student Biologie


SPECIAL

4  ORIGIN # 2

jaargang 9, januari 2014

Auteurs: Linda Poppe Hoofdredacteur Origin Magazine Bachelor student Biologie

Jessica Elferink, BSc Master student Biology

“In a nutshell” Pseudoscience: noun - a collection of beliefs or practices mistakenly regarded as being based on scientific method: the new pseudoscience of ‘counselling’ Even in times where science is held in high regard, some rather unscientific practices have persisted. As science develops, some people might have different ideas or beliefs. This can result in the birth of a pseudoscience. Homeopathy must be the prime example. But where did homeopathy and other pseudoscientific hypotheses come from? Why do people buy it? And are we not ourselves in danger of being unscientific?


DOSSIER NEP

According to the Oxford dictionary pseudoscience is ‘a collection of beliefs or practices mistakenly regarded as being based on scientific method’. Pseudoscience is often characterized by the use of vague, contradictory, exaggerated or improvable claims. It also focuses more on confirmation of the theory than trying to prove that the current idea is incorrect. There is also often a lack of openness to evaluation by other experts and there is a general absence of systematic processes to rationally develop theories. The word ‘pseudoscience’ comes from the Greek word pseudo meaning false and the English word science. The term pseudoscience has already been in use since the late 18th century. In 1796 it was mostly used to describe alchemy. The concept that pseudoscience is distinct from real or proper science was first recorded in the Northern Journal of Medicine in 1844. It is sometimes difficult to distinguish the difference between pseudoscience and real science. One of the most important proposals for performing science is the falsification criterion developed by Karl Popper. The falsification criterion states that nothing in the empirical sciences can ever be proven, but all concepts need to be scrutinized by decisive experiments. If the results of the experiments do not correspond to the existing theory, there should be no modification or maneuvering of the data to still fit with the existing theory. Today we still perform science according to this philosophy. But still pseudoscience is widespread and very diverse. And despite failing to meet the scientific criteria, many pseudosciences survive. This is often due to a large group of people with absolute belief in the pseudoscience, who refuse to accept the scientific criticism. But often popularity is also a factor, as seen by astrology, which is still popular despite the lack of scientific evidence.

Homeopathy

In the late 1700s the German physician Samuel Hahnemann began developing what we now know as homeopathy. During that time it was normal to cure a patient through bloodletting, leeching and all kinds of other medical procedures which often did more harm than good. Samuel Hahnemann developed another way to cure these patients by his’ law of similars’. He theorized that the symptoms of

Universiteit Leiden 

5

disease represented a disturbance in the body’s ability to heal itself, and that it could be cured by extremely small amounts of substances which would activate the healing process. He started with small amounts of known medicines, but later on he used extreme dilutions with the idea that the smaller the dose, the more powerful the effect. An idea which is nowadays referred to as the ‘law of infinitesimals’ and completely the opposite of the doseresponse relationship pharmacologists wield. Hahnemann and his colleagues performed ‘provings’ in which they ingested herbs, minerals and other substances to healthy people, including themselves, and kept a detailed records of what they observed. They used healthy people as they theorized that symptoms of a disease could be cured by extremely small amounts of a substance that would produce similar symptoms in healthy people when the substance was administered in large amounts. These recordings together formed lengthy reference books called the materia medica in which they matched the patient’s symptoms to a corresponding drug. Because the homeopathic remedies were actually less dangerous than those of nineteenth-century medical procedures, many medical practitioners began using them. And at the turn of the twentieth century, homeopathy had about 14,000 practitioners. As mentioned before homeopathic products are made from minerals, herbs and other plants, and several other sources. If the original substance is soluble, one part is diluted with either nine or 99 parts of distilled water and/ or alcohol and this mixture is then shaken vigorously. If the original substance is insoluble, it is finely ground and pulverized in similar proportions with powdered lactose and then diluted. One part of the diluted medicine is then further diluted, and this process is repeated until the desired concentration is reached. Dilutions of 1 to 10 are designated by the Roman numeral X (1X = 1/10, 3X = 1/1,000, 6X = 1/1,000,000). Similarly, dilutions of 1 to 100 are designated by the Roman numeral C (1C = 1/100, 3C = 1/1,000,000, and so on). Most homeopathic medicines today range from 6X to 30X dilutions, but products of 30C or more are also marketed. A popular homeopathic medicine for the ‘relief of colds and flu-like symptoms’ is Oscillococcinum. It is a 200C product and the active ingredient is prepared by incubating small amounts of a freshly killed duck’s liver and heart for 40 days. The solution is then filtered, freezedried, rehydrated, repeatedly diluted, and stored into sugar granules. If a single molecule of the duck’s heart or liver were to survive the dilution, its concentration would be 1 in 100200. This huge number, which has 400 zeroes, is vastly greater than the estimated number of molecules


6  ORIGIN # 2 in the universe (about one googol, which is a 1 followed by 100 zeroes). This medicine is sold in 60 countries and has an estimated sale of more than 20 million dollars in the U.S.A. alone. The U.S. News & World Report wrote in 1997 that only one duck per year is needed to manufacture this product. The magazine dubbed the unlucky bird ‘the $20-million duck.’ As scientists cannot find any active ingredients in Oscillococcinum, some homeopathy critics call the product ‘oh-silly-no-see-um’. The absence of active ingredients is a common problem for most of the homeopathic medicines. Even Hahnemann himself realized that the original substance never could remain in the extreme dilutions, but he believed that the vigorous shaking or pulverizing with each step of dilution leaved a “spirit-like” essence behind which cures the patient by reviving the body’s “vital force.” Even modern practitioners belief that even when the last molecule is gone, a ‘memory’ of the substance is retained. Other practitioners claim that homeopathic products resemble vaccines because both provide a small stimulus that triggers an immune response. This comparison is however not completely valid as the amounts of active ingredients in vaccines are much greater and can be measured. Moreover, vaccinations produce antibodies whose concentration in the blood can be measured, but high-dilution homeopathic products produce no measurable response.

The absence of active ingredients is a common problem Though it has been used for centuries and some studies have reported positive findings, the practice has still no known scientific basis. Regardless, supporters say homeopathic medicines should not be discounted simply because it cannot be explained. After all, for years no one knew how aspirin worked. Sometimes scientists did not fully understand the mechanism behind a drug which showed positive clinical results. Despite the criticism, homeopathy is still prospering. In the U.S.A. homeopathic sales reached an astonishing $6.4 billion in 2012, a growth of 16% over the last five years.

Alchemy

One of the most well-known and long-lasting scientific traditions is alchemy. This might seem like an odd thing to say, as alchemy is quite pseudoscientific. How is it any different than homeopathy? While most people know alchemy practitioners for their quest for the recipe for gold, eternal life and the philosopher’s stone, we would be doing them no justice by calling this quest silly.

jaargang 9, januari 2014


DOSSIER NEP

Universiteit Leiden 

7

After all, we can consider alchemy the precursor of the widely accepted fields of chemistry and medicine. Before alchemy became pseudoscience, it was a way of using scientific method to do research on the natural, chemical and spiritual. Although alchemy often involved some sort of magic that we would certainly not rely upon today, it was widely accepted in earlier days and closely intertwined with other fields of study. Most alchemists were also astronomers, physicist and mathematicians. And they were no idiots either. In fact, Sir Isaac Newton was one of the last alchemists, writing more on this subject than he ever did about physics.

Ufology

To discover new worlds and territories has always been a wish of mankind. And as people gazed upon the unknown night sky, they longed to discover its secrets. As early as Ancient Greece, stories have been told of traveling to the moon. But only as religious reasoning gradually gave way to scientific method did the idea of extra-terrestrial life appear. Especially after scientists discovered canals on Mars (which later turned out to be an optical illusion), the public’s attention was fixed upon space. And after the publication of novels such as “The War of the Worlds” by H.G. Wells, one could no longer imagine being alone out there.

Most of these sightings turn out to be related to air balloons, comets and mass-hysteria Some sightings of bizarre flying objects had already been reported before, even 214BC, but ufology (the investigations associated with unidentified flying objects) truly took off around 1947, as the name UFO was created and the strange spacecrafts were suddenly called ‘flying saucers’. At that point in time, people started researching the validity of reported encounters. Results were usually not very surprising. Most of these sightings turn out to be related to air balloons, comets and mass-hysteria. But some cases baffled not only the local people involved, but also the researchers. Especially when, after a couple of years, people also started reporting abductions, where they claim to have been subjected to odd experiments, talking to the aliens or even having alien lovers. Simply calling all these people lunatics won’t do. So what has happened? Are the extra-terrestrials really out there? According to websites like niburu.nl and the political party SOPN, they certainly are. Around the world,


8  ORIGIN # 2 a significant percentage of the population believe aliens are trying to contact humans. Most are convinced we should contact them and learn from them. Also, some mention that considering the aliens have been out there for a while, the government and scientists are misinforming the public and hiding information. The political party SOPN even goes as far as mentioning science is fundamentally flawed: we only look at the material world and neglect the truly important energy balances and patterns that truly control the world. This obviously makes proving anything else quite tricky. And this is what eventually creates a pseudoscience: the denial of scientific method and research that discards the original hypothesis. Considering the episodic and non-reproducible evidence, ufology is not capable of advancing as a field. And as the researchers from commonly accepted science and pseudoscience seem to disagree on a fundamental level, we are never going to be capable to learn anything from each other.

‘the public believes what it likes to hear’ But is that really the case? Has ufology and other pseudo-sciences never brought us any good? The research, perhaps not. But it has given us a great insight in the human mind. Websites such as niburu.nl are incredibly popular. Psychologically speaking at least, UFO sightings and other (nearly) supernatural phenomena are an intriguing subject. Why is there a lasting interest in claims from health-gurus, psychics and ufologists? And what makes some hypotheses believable, why others might be immediately discarded? The question is not easily answered, but most people agree on a single thing: the public believes what it likes to hear. While astrology is considered nonsense by most people, the advises are often generic and slightly flattering. Those who do believe, will nearly always read exactly what they want to read. This also applies to ufology, as the main source of evidence for extra-terrestrial life is the target audience. Therefore, whatever happens to be popular at the time will show up in the records, strengthening the supposed validity. This positive feedback loop will keep a lot of people pleased.

Bad science

But keeping oneself and others pleased is something all scientists, be they from physics or astrology, have to comply to. Sometimes this has disastrous consequences. It has become important to publish articles as of-

jaargang 9, januari 2014 ten as possible, and they’d better be good. This sometimes results in the alteration of data to suit the needs of one or several parties involved or simply put: fraud. Fraud has always been a tender issue, but with the current climate science is subject to, it has become nasty to deal with. There are reasons aplenty to change your data and a lot of little things will go unnoticed. Usually, it is the longlasting, unsubtle case that will blow up in the researcher’s face. For instance, the misconduct of Diederik Stapel only made the news because the manipulation involved several years and at least 55 publications. Of course, not all data-manipulation is in fact done on purpose. It is easy to conclude the wrong things based on your own assumptions, even if you had no intention of doing so. So how can we safeguard ourselves from these surprisingly common mistakes? Second opinions might be a good start. Several people are more likely to spot the errors, but what applies to the public also applies to scientists: we like to believe what we want to hear.

Conclusion

No matter what the subject might be, it does no harm to conduct some research before believing what we are told. Old conducts such as homeopathy might live to see quite a few days to come, or might in the end develop into something truly scientific as alchemy has. But as soon as new developments arise, so will new pseudo sciences. As ufology came to be when our eyes turned to space, so did magnetism, radio waves and electricity cause new beliefs of their own. In the end, there is no way of avoiding them. As scientists, we can only stick to our own scientific method, without making assumptions or alterations. When we ignore what we do not want to see, science has suddenly become quite pseudoscientific itself.

Read more:

http://articles.chicagotribune.com/ http://www.homeowatch.org/ www.niburu.nl http://www.nrc.nl/nieuws/trefwoord/diederik-stapel/


DOSSIER NEP

Universiteit Leiden 

Why we believe the impossible

‘Paranormality’ is an absolute delight to anyone interested in the occult and its origins. The book is filled to the brim with anecdotes about ghosts, magical machines and psychic animals. Fans of TV shows such as ‘Brain Games’ may already recognize some of the stories, but that will not affect the joy of reading: Wiseman’s witty style of writing manages to entertain nonetheless. Despite some lengthy explanations, the story remains pleasant to read, without resorting to either complicated or oversimplified language. Using the anecdotes, Wiseman explains where supernatural phenomena might come from and why people believe in them. His explanations often rely on research by himself and other skeptics/enthusiasts, which (scientifically!) prove that what people assume is happening, is often not what really happens. It is often a matter of tricking our brains, perhaps with a dash of wishful thinking. But not only does Wiseman tell you about such trickery, he also adds little experiments for the reader, to show

c i s n e c e R Auteaur

By: Linda Poppe Have you ever spotted a ghost lurking in a haunted castle? Heard him knock on the old wooden doors or cabinets? Or have you perhaps dreamt of an event that was still to come? Congratulations, you are a perfectly normal human being. At least according to the psychologist (and magician) Richard Wiseman. In his book ‘Paranormality’, Wiseman portrays a series of remarkable sightings and supernatural talents. Also, he explains why these peculiar phenomena are actually quite normal after all.

9

that you are just as easily tricked as well. And as an extra, very enjoyable touch, Wiseman has added self-help guides about how to trick people yourself. If you ever find yourself in the need to impress your friends, ‘Paranormality’ offers you a fine set of tools. It must be noted that Wiseman is, as is to be expected, quite the skeptic. Critics have called him biased and, in a way, he is. He assumes the paranormal does not exist. Naturally, this is the scientific thing to do, so most scientists won’t complain. But for believers of the paranormal, an assumption like that is not likely to convince. Also, although Wiseman never mocks the subjects involved, he is fond of puns and slightly inappropriate jokes, which can definitely offend. If you’re highly convinced paranormal activity is a thing, perhaps this book is not your cup of tea.

Richard Wiseman Prof Richard Wiseman is based at the University of Hertfordshire, where he holds Britain’s only Chair in the Public Understanding of Psychology. He has gained an international reputation for research into unusual areas of psychology, including luck, deception, and the science of self-help.

Omslag

For all other people intrigued by the paranormal and the workings of the human mind, this book is like a tea sandwich: it is understandable, yet satisfying. The sheer amount of anecdotes and story-telling makes the book both fun and interesting, but not convincingly thorough. Look elsewhere if you need all the arguments, but if you want to snuggle up on your couch and still learn something new, ‘Paranormality’ is certainly worth your time.

Recente besprekingen Darwin in Leiden


STUDENTEN

10  ORIGIN # 2

jaargang 9, januari 2014

Historische medische missers Wetenschap bedrijven is vallen en opstaan, missers maken en successen boeken. Dat geldt ook voor de geneeskunde. In de uitgebreide collectie van museum Boerhaave in Leiden zijn artefacten opgenomen van zowel de medische missers als de succesverhalen. Uit die collectie selecteerde Origin negen medische instrumenten die achteraf toch niet zo behulpzaam bleken. Enkele studenten mochten raden naar de beoogde functie van de instrumenten. Door: Carlos de Lannoy

Negen voorwerpen die een hedendaagse arts hopelijk niet (meer) hanteert


DOSSIER NEP

Universiteit Leiden 

11

Het panel Twee groepen studenten raadden naar de functie van de instrumenten, aan de hand van de afbeeldingen. Probeer zelf ook de functie van de voorwerpen te achterhalen voor je de beschrijving leest en kijk of je beter presteert dan zij! Sarah, Jordy en Martijn, drie studenten biologie. Barbara en Michelle, beide rechtenstudenten.

1 [Bezoar]

Een rode steen in een houder van filigrijn uit de zestiende eeuw. ‘Iets om kruiden in te doen en boven je hoofd te zwaaien’, oppert Barbara. Michelle tuurt naar het plaatje en stemt in: ‘Ik denk ook dat er kruiden in moeten. Misschien kun je hem ook om je nek dragen?’ Ook de drie biologiestudenten denken dat je dit voorwerp het best heen en weer kunt zwaaien. Martijn: ‘Je kunt hem dopen in wijwater. In de middeleeuwen hadden geneeskunde en geloof meer met elkaar te maken.’ Sarah heeft nog wat andere suggesties: ‘Misschien is het een houder van een kunstoog. Of je kun je hem doorslikken om opstoppingen te verhelpen? Nee, misschien is dat wat onwaarschijnlijk met een doorsnee van vier centimeter.’ Jordy kijkt peinzend mee: ‘Is het een bezoar? Nee, dat kan toch haast niet.’ Jawel Jordy, het is een bezoar! Bezoars vormen zich in het lichaam van een dier of mens, vaak uit onverteerbare stukjes in voedsel. Tot ver in de middeleeuwen geloofden mensen dat een bezoar in je drinkbeker eventueel gif kon neutraliseren. In 1567 nam de Franse arts Ambroise Paré de proef op de som en liet een ter dood veroordeelde gif drinken dat behandeld was met een bezoar. Het gif bleek nog prima te werken. Net als Paré’s proefpersoon stierf de bezoarbehandeling daarna een langzame dood.

2 [Antimoonbeker]

Een beker uit de zeventiende eeuw, gemaakt van antimoon en bezet met medaillons. ‘Is het een zware beker?’ vraagt Michelle. Antimoon is inderdaad zwaar, maar dat heeft niets met de functie van dit kopje te maken. Barbara doet een gok naar het gebruik: ‘Ik denk dat er geneesmiddelen in gemengd werden.’ Martijn meent dat de giftigheid van antimoon iets met de functie te maken heeft: ‘Deze kan net zo gebruikt zijn als bekers van taxushout. Daarmee werden mensen vroeger vergiftigd.’ ‘Maar de gifbeker heeft niet bepaald een medische toepassing’, werpt Sarah tegen. ‘Je kunt er ook iets in opvangen. Misschien kun je het gebruiken als een test, dat het antimoon je urine verkleurt als je ziek bent.’ Deze beker dankte zijn ‘geneeskrachtige’ eigenschappen inderdaad aan de giftigheid van antimoon. Als je arts meende dat ‘kwaadaardige’ stoffen je lichaam hadden vervuild, adviseerde hij je deze beker met wijn te vullen en na een paar nachten leeg te drinken. De met antimoon vervuilde wijn liet je vervolgens heftig braken, waarbij de arts in kwestie aannam dat de kwaadaardige stoffen meekwamen. Op dezelfde manier werden bekers van taxushout inderdaad gebruikt voor executies.

3 [Drakentand]

Een stenen driehoek op een fluwelen voetstuk, twaalf centimeter hoog en tien centimeter breed. Michelle fronst. ‘Moeilijk’, oordeelt ze. ‘Het is een tand, maar hij is wel heel groot.’ Zou je er medische instrumenten op kunnen slijpen?’ vraagt Barbara. Jordy meent dat het een haaientand is, maar een medische functie kan hij niet noemen. Sarah ziet in het voorwerp een primitieve scalpel. ‘Kun je er iemand mee opensnijden? Nee, daarvoor werd dit ding toch te recentelijk nog gebruikt.’ Martijn houdt het op een krabber tegen chronische rugkriebel. Ooit stond deze tand inderdaad in de bek van een haai; de reusachtige Mechaselachus mechalodon, die anderhalf miljoen jaar geleden uitstierf, reet er zijn prooi mee aan stukken. In de zeventiende eeuw was het bestaan van deze oceaanreus moeilijk voor te stellen, dus meenden de meeste mensen dat de tand wel van een draak afkomstig moest zijn. Net als veel andere resten van mythologische wezens werd ‘drakentand’ beschouwd als een probaat middel tegen allerlei kwalen, van malaria tot verlamming.


12  ORIGIN # 2

jaargang 9, januari 2014

4 [Kopsnepper]

Een negentiende-eeuws metalen doosje met een opwindbare veer erin. Met een druk op de knop schiet een scherp mesje uit de onderkant. Barbara weet wel een functie voor dit curieuze doosje. ‘Je zou het kunnen gebruiken om snel iemand open te maken, voor een operatie. Waren gewone mesjes in die tijd misschien te bot om netjes door de huid te komen?’ Ook de biologen zijn het erover eens dat het mesje gebruikt werd om door huid te snijden. Over de precieze functie lopen de meningen uiteen. Martijn denkt aan een hulpmiddel voor euthanasie en Jordy gokt op een functie bij het aderlaten. Sarah wijst op de gelijkenissen met hedendaagse prikpennen voor het meten van bloedsuiker. Deze doosjes, kopsneppers genaamd, werden inderdaad gebruikt om snel en netjes door de huid te snijden, maar niet voor operaties. Jordy had het bij het rechte eind; het mesje moest helpen bij het aderlaten. Van de oude Griekse beschavingen tot in de negentiende eeuw meenden artsen dat ze hun patiënten in veel gevallen een deugd deden door een flinke hoeveelheid bloed af te tappen. Zo zou het helpen tegen ontsteking van wonden en tegen koorts. Bij veruit de meeste ziektes is het aftappen van bloed echter een slecht idee, omdat het een zieke nog zwakker maakt dan voor de behandeling.

5 [Levenwekker]

Een houten handvat, 25 centimeter lang, eindigend in tientallen loden naaldjes. Gemaakt in de negentiende eeuw. ‘Zou wel eens iets voor acupunctuur kunnen zijn’, stelt Michelle. ‘Of bloedprikken? Voor als één naaldje niet werkt’, voegt Barbara er lachend aan toe. ‘Het ziet er wel pijnlijk uit.’ Ook Jordy denkt aan een vorm van acupunctuur, ‘maar je kunt hem ook gebruiken om oedeem te behandelen.’ Bij die laatste suggestie sluit Martijn zich aan. Deze staf, een zogenaamde levenwekker, dankt zijn naam aan het effect dat hij heeft op bewusteloze drenkelingen die ermee gepord werden. De pijnprikkel bracht ze weer bij hun positieven. De levenwekker werd echter ook veelvuldig ingezet bij de behandeling van aandoeningen, zoals obesitas. De beschrijving ‘iets voor acupunctuur’ past dus heel aardig.

6 [Medisch-astrologische schijf]

Een negentiende-eeuws medaillon waarin woorden in Latijn en nummers zijn gegraveerd. De bovenste schijf is draaibaar. In de juiste volgorde spellen de gekrulde letters DIES MEDICINALES. ‘Het lijkt op een zonnewijzer,’ vindt Michelle, ‘misschien één die je vertelt wanneer je je medicijnen moet innemen.’ Barbara denkt in een andere richting: ‘Een pendel waarmee mensen zich lieten hypnotiseren?’ Ook onder de biologen ontstaat twist. Is het een kompas of een gradenmeter? Martijn oppert dat de ernst van de afwijking bij O-benen erop af te lezen is. En anders is het zeker onderdeel van een pim-pam-petspel. Michelle’s suggesties zat het dichtst bij de bedoelde functie van dit medaillon. Het is een medisch-astrologische schijf. Een sterrenwichelaar gebruikte dit voorwerp om te bepalen wanneer je het beste een behandeling kon ondergaan of medicatie kon nemen voor een bepaalde aandoening. Deze schijf is een kopie van een zeventiende-eeuws origineel.

7 [Phrenologische buste]

Een buste waarvan het hoofd verdeeld is in vakjes waarin woorden gekrabbeld zijn. Op de voet van de buste is het woord ‘phrenologi’ te lezen. Gemaakt rond 1830. ‘Lijkt me zoiets dat je ook wel eens ziet bij de fysiotherapeut. Een buste waarop verschillende drukpunten zijn aangegeven. Misschien is het lesmateriaal’, oppert Barbara. Ze krijgt bijval van Michelle ‘iets met drukpunten ja, zoiets moet het zijn.’ De biologen hebben aan een blik genoeg. ‘Oh, dat ding’, laat Jordy ontsnappen. ‘Vroeger dachten mensen dat je aan de vorm van een schedel kon zien of iemand crimineel gedrag zou vertonen,’ zegt Sarah, ‘bijvoorbeeld als je een bult op een bepaalde plaats had. Op de buste zijn die plaatsen gemarkeerd.’ De biologen zijn duidelijk eerder in museum Boerhaave geweest. Deze buste is inderdaad gebruikt als referentiemateriaal voor beoefenaars van frenologie, het


DOSSIER NEP

Universiteit Leiden 

aflezen van karaktertrekken uit de vorm van de schedel. Deze pseudowetenschap was in de negentiende eeuw zeer populair, maar verloor begin twintigste eeuw veel aanhang aan de psychoanalyse en neurowetenschap.

8 [Elektrostatische riem]

Een metalen kistje en een stoffen doek. Metaaldraden verbinden de doek met het kistje. Een twintigste-eeuws maaksel. ‘Iets om stroomstoten toe te dienen’, meent Michelle. ‘Is dit de voorloper van die apparaten om iemands hart weer op gang te krijgen?’ Dat het iets te maken heeft met stroomstoten staat ook voor Barbara vast. ‘Maar waar is die doek dan voor?’, vraagt ze. ‘Misschien kun je hem aantrekken, dat draden in de doek dan de stroom geleiden.’ De biologen zijn het met Michelle en Barbara eens; dit apparaat heeft met elektriciteit van doen. Sarah kan nog wel een andere functie bedenken. ‘Misschien was het bedoeld om snurken af te leren. Als het snurkgeluiden detecteert, geeft het een schok.’ Beide teams hebben gelijk; dit apparaat was bedoeld om je flink onder stroom te zetten. Deze elektrostatische riem werd gebruikt door mannen tegen allerlei ‘mannenproblemen’, zoals impotentie. Eind negentiende eeuw en begin twintigste eeuw was elektriciteit een populaire genezingsmethode voor allerlei aandoeningen. Apparaten als deze vonden gretig aftrek, ook al richtten ze tegen de meeste aandoeningen niet veel uit.

9 [Anti-aardstralenkastje]

Een dichtgeschroefd metalen doosje dat werd gemaakt tussen 1925 en 1975. Dergelijke doosjes waren vaak gevuld met plaatjes van verschillend metaal in houten rekjes of rollen metaaldraad. Op het plaatje is de merknaam te lezen: ‘Original Phylax’. ‘Met al die verschillende metalen denk ik dat het iets met geleiding te maken heeft’, zegt Barbara. Verder komen de rechtenstudenten niet. ‘Geen idee waar dit voor is’, concludeert Michelle. Ook Sarah, Jordy en Martijn tasten in het duister. Sarah: ‘Er zitten verschillende soorten metaal in, dus het kan een set zijn voor het testen op verschillende allergieën.’ Martijn heeft ook een suggestie: ‘Kun je erop gaan staan om jezelf te aarden als je met elektronica werkt?’ Toegegeven, dit zwarte doosje is wel het meest mysterieuze voorwerp van allemaal. Dit is een anti-aardstralendoosje. Dergelijke doosjes werden halverwege de vorige eeuw verkocht aan mensen die last hadden van ‘aardstralen’, schadelijke stralen uit water of mineralen diep onder de grond. Klopte je aan bij een aardstralenexpert met gezondheidsklachten, dan kon je erop rekenen dat je het advies kreeg om een dergelijk kasje voor veel geld in huis te halen. De expert kwam langs om de optimale plaatsing van het anti-aardstralenkastje te bepalen, om de aardstralen zo veel mogelijk te blokkeren. Inmiddels is de populariteit van anti-aardstralenkastjes sterk afgenomen en geloven weinigen nog in het bestaan van de geheimzinnige ondergrondse stralingsbronnen.

Carlos de Lannoy, BSc Master student Biology

13


14  ORIGIN # 2

jaargang 9, januari 2014

Bètavraagbaak

Is het PlaceboNeem nog maar een pilletje, dat zal wel helpen. Want dat ‘pilletje’ bevat normaal gesproken werkzame stoffen die de kwaal moeten helpen verlichten of genezen. Soms kan een medicijn zelfs helpen zonder werkzame stof: voelen patiënten verlichting van de klachten na het innemen van een neppil, dan is er sprake van het placebo-effect.

Rebecca van Rijn Bachelor student Biologie

Het placebo-effect zou worden veroorzaakt door het vertrouwen dat een patiënt heeft in de heilzame werking van een behandeling. Maar kan vertrouwen je beter laten voelen? Kan je je lichamelijk verlicht voelen zonder de werkzame stoffen van het medicijn? Hoe komt dat? In deze bèta-vraagbaak zoeken we het antwoord op: Hoe nep is placebo? Bij het testen van medicijnen wordt ook een controlegroep, de nulmeting, getest. Deze groep krijgt pillen die eruit ziet als het echte medicijn, maar de actieve bestanddelen ontbreken. Deze worden vaak suikerpillen of placebo’s genoemd. Er is sprake van het placeboeffect wanneer er in de nulgroep net zoveel als, of soms zelfs meer verlichting optreedt in de klachten dan bij de actieve medicijnen. Deze verlichting is dus eigenlijk volledig psychologisch: wanneer mensen een medicijn innemen, verwachten ze zo sterk dat ze zich er beter door gaan voelen, dat het ook gebeurt. Maar wanneer er verlichting van klachten optreedt, zonder de inname van een werkzaam medicijn, is deze verlichting dan nep? Daar is natuurlijk al menige discussie over gevoerd. Vroeger dachten veel mensen dat het placebo-effect, dus de verlichting, nep was – dat het eigenlijk niet kon bestaan. Hoewel uit onderzoeken bleek dat het placebo-effect in ongeveer 30%

van de gevallen (dit zijn dan testen met placebo’s) optreedt, was voor sommige tegenstanders dit percentage te laag om te overtuigen. Arts Leonard Cobb bond bij mensen die meer zuurstof in hun hart nodig hadden twee aders af, een behandeling die het zuurstof tekort van de patiënten zou moeten verlichten. Hij voerde nepoperaties en echte operaties uit, en de patiënten knapten daarvan evenveel op. Tegenwoordig zijn onderzoekers er al achter dat het placebo-effect zelfs optreedt wanneer proefpersonen weten dat ze mogelijk een placebo toegediend krijgen. Dit is vooral bijzonder, omdat dan ook het mogelijke ‘vertrouwen’ in het medicijn er niet meer is. Blijkbaar zijn de gedachten van verlichting van klachten en het innemen van medicijnen zodanig gekoppeld dat er zelfs verlichting kan optreden als men weet van de kans op placebo’s. Dit laatste is pas sinds kort duidelijk geworden. Het heeft tot veel vragen geleid in de medische wereld. Hoeveel kosten zou het immers kunnen schelen als je mensen beter kunt maken met een nepmedicijn? Hoewel tegenstanders spreken van een bedrieglijke tactiek, zou 50% van alle Amerikaanse artsen hun patiënten placebo’s voorschrijven. Omdat het placebo-effect wel klachten verlicht, maar geen kwalen geneest, moet men zich afvragen of


DOSSIER NEP

Universiteit Leiden 

15

-effect ‘nep’? dit geen gevaren met zich meebrengt. In Amerika gebruikten artsen placebo’s bijvoorbeeld bij de behandeling van de ziekte van Parkinson. Deze behandeling bestaat uit dopamine injecties. De placebo-testers krijgen geen volledige behandeling. Ook worden vaak placebo’s gebruikt bij de behandeling van depressiviteitsklachten. Er worden vaker placebo’s gebruikt bij de behandeling van geestelijke ziektes en minder vaak bij de behandeling van lichamelijke aandoeningen. Kwakzalverij Is het gebruik van placebo’s kwakzalverij? Wat is er eigenlijk het verschil tussen? Hebben de tegenstanders gelijk? Deze vragen moet vanuit een ethische oogpunt bekeken worden. Wanneer je tussen ‘normale’ medicijnen bij de apotheek ook placebo’s doet, is dit dan wel verantwoord? Zouden de patiënten dat dan van tevoren moeten weten of werkt het beter als het onbekend blijft? Moeten de artsen dit dan wel weten? Alleen al het gebruik van het woord ‘placebo’ is bij sommige mensen genoeg om het vertrouwen in een medicijn te verliezen en daarmee zou de werking van het echte medicijn dan weer afnemen. Verschillende studies hebben in de loop van de jaren aangetoond dat er verschillende factoren zijn die invloed hebben op de mate van het placeboeffect, zoals bijvoorbeeld de gevoeligheid voor beïnvloeding van de patiënt,

de persoonlijkheid van de therapeut en het scenario waarin de behandeling plaatsvindt. Dit betekent dat het placebo-effect zelfs al zou kunnen optreden wanneer iemand een medisch onderzoek ondergaat. Hoe indrukwekkender en ingewikkelder het onderzoek, hoe groter het effect. Zelfs de manier van medicatie zou er toe doen (een injectie heeft meer effect dan pillen). De autoriteit van de arts zorgt ook voor een groter effect. De eigenschap die het belangrijkst is voor het placebo-effect, is congruentie. Congruent zijn wil zeggen dat de arts moet doen wat hij zegt en zelf ook moet geloven wat hij zegt. Anderzijds kan ook de motivatie van de patiënt het placebo-effect vergroten. Namelijk, als jij al niet denkt dat de paracetamol gaat helpen, werkt deze ook minder goed. Dit is een voorbeeld van het tegenovergestelde van het placebo-effect: nocebo-effect. Door dit nocebo-effect kan een patiënt last krijgen van symptomen als die bij een geconstateerde ziekte horen, zelfs als de patiënt deze eerst nog niet had. Wat is er nep? Nu het antwoord op de vraag: is het placebo-effect nep? Placebo’s zijn in ieder geval nep, want daar zitten geen werkzame bestanddelen in. De merkbare verlichting van de klachten wordt als echt ervaren, dus je zou kunnen

zeggen dat het placebo-effect echt is. Het enige wat nog als argument voor ‘nep’ overblijft, is het feit dat een placebomedicijn geen echte genezing is voor de aandoening. De klachten worden wel verlicht, maar niemand wordt minder ziek van een placebo. Kort samengevat zou je kunnen zeggen dat het placebo-effect in het grensgebied ligt tussen echt en nep.


16  ORIGIN # 2

jaargang 9, januari 2014


DOSSIER NEP

Universiteit Leiden 

Daisi es

rs u o l o c r i e h t w o h s

ured flowers on uce brightly colo Some plants prod help. With a few s just need a little their own. Other ve many plain uring, you can gi drops of food colo yo y colour u like! white flowers an flowers slanted. t the stems of your Make sure you cu out twenty drops water and add ab Put them in warm er a few hours, Aft 100 ml water. r pe g in ur lo co of food ll start to change of the flowers wi ls ta u? pe ite wh e th nt enough for yo ur not extravaga rffe di th wi ds colour. Is one colo two en m and treat the l is ta pe ich wh Then split the ste n er sc will be able to di ent colours. You the stem. of d en ich wh fed by but within the may seem simple, This experiment les the plant to mechanism enab plant an intricate its petals. As g) food colourin to nd (a r te wa rt transpo negative pressure from the flower, es at or ap ev r te wa tissue called rough specialized suck s water up th e end of the e way down to th th l al ns ru ich xylem, wh each other, this ecules adhere to ol m r te wa As . stem to take up water causes the xylem re su es pr e tiv ga ne of the stem. from the bottom

k-

ph: Thin Lannoy, Photogra Text by: Carlos de stock.com

17


18  ORIGIN # 2

Institute

jaargang 9, januari 2014

1

2

3

Nano-LEGO: hoe we met eiwit-klittenband alles specifiek aan elkaar kunnen plakken Dit jaar is de Nobelprijs voor Fysiologie en geneeskunde toegekend voor het onderzoek naar membraanfusie, een van de meest belangrijke processen voor een levend organisme. Hiermee is een cel in staat om de eiwitten en moleculen die het produceert op te sluiten in minuscule blaasjes om ze als pakketje efficiĂŤnt en doelgericht te transporteren. Naast dit transport is membraanfusie ook verantwoordelijk voor alle communicatie in je lichaam; je zenuwen en hersenen kunnen niet zonder.


DOSSIER NEP

Universiteit Leiden 

19

Membraanfusie 1: individuele blaasjes 2: herkenning klittenband 3: volledige fusie Dit complexe proces regelt de natuur door middel van eiwitten, die in het membraan van het blaasje verankerd zijn. Op de plaats van bestemming bevindt zich een complementair eiwit, een soort receptor. Zodra beide eiwitten elkaar tegenkomen binden ze als een soort rits aan elkaar en trekken ze de verschillende membranen zo strak tegen elkaar aan dat ze fuseren. Beide membranen vormen nu een geheel en de inhoud van het blaasje is afgegeven op de plek van bestemming. Het mooie van dit systeem is dat de inhoud van het blaasje volledig geïsoleerd is van zijn omgeving. Alles wat je erin stopt, bijvoorbeeld medicijnen, is onbereikbaar vanaf de buitenkant totdat er fusie optreedt. In onze vakgroep hebben we een modelsysteem van deze speciale eiwitten ontwikkeld, dat op een eenvoudige wijze dit complexe proces kan nabootsen. De minimale vereiste voor membraanfusie is de vorming van de ‘ritssluiting’ c.q. klittenband tussen de eiwitten; dit hebben we bereikt door het ene eiwit op specifieke plaatsen een positieve lading te geven en het andere eiwit op dezelfde plaatsen een negatieve lading. Als deze twee eiwitten elkaar tegenkomen, plakken ze stevig aan elkaar vast. In mijn promotieonderzoek gaan we nog een stapje verder. Is het ook mogelijk om 4 verschillende soorten klittenband tegelijk te gebruiken, zodat je dus 4 verschillende pakketjes kan maken die je onafhankelijk van elkaar op 4 verschillende locaties kan bezorgen? Als dit lukt kan je over een aantal jaar bijvoorbeeld verschillende medicijnen aan een patiënt toedienen, die elk alleen werkt op de ziekte waar hij voor bedoeld is. Dan kunnen we de huidige bijwerkingen van medicijnen vergeten, omdat medicijnen niet meer op de verkeerde plek in het lichaam

afgeleverd worden. Dan valt bij een chemokuur je haar niet meer uit, omdat de chemicaliën specifiek bij de tumor worden losgelaten. Een andere toepassing van een universeel eiwit-klittenband is het gebruik van nanodeeltjes. In samenwerking met de universiteit van Wageningen willen we deze eiwitten gebruiken om kleine plastic korrels op een specifieke manier aan elkaar te laten plakken, zodat je lego kan spelen met hele kleine steentjes. Deze steentjes kunnen nog erg in grootte variëren. Wij gebruiken deeltjes van 0,01 tot 10 micrometer groot; een mensenhaar heeft een dikte van zo’n 50 micrometer. Het materiaal waar deze steentjes van gemaakt zijn doet er niet zoveel toe. Het kunnen gouddeeltjes zijn, maar ook silica (zand) en plastic deeltjes kunnen we maken of bestellen. Als we de deeltjes in handen hebben, bevestigen we aan de ene set deeltjes een halve klittenband (1 eiwit), en een andere set deeltjes decoreren we met de andere helft. Als we nu beide helften bij elkaar brengen, plakt het klittenband en zitten de deeltjes uiteindelijk stevig aan elkaar vast. Wat we nu gaan onderzoeken is hoeveel invloed we kunnen hebben op de structuren die zich vormen, door bijvoorbeeld de grootte en de vorm te veranderen van de deeltjes die we gebruiken. Kunnen we bijvoorbeeld een ‘dambord’ maken als we twee verschillende deeltjes gebruiken die wel

even groot zijn? Wat gebeurt er als het ene deeltje 10 keer zo groot is als het andere deeltje? Welke bouwwerken worden er gevormd als je bijvoorbeeld een deeltje gebruikt in de vorm van een staafje, in plaats van een bolletje? We willen ook gaan kijken wat het effect is van temperatuur. We weten dat, afhankelijk van de sterkte van het klittenband, de deeltjes pas weer loslaten als je de temperatuur verhoogt. Als je daarna weer alles heel gecontroleerd af laat koelen, hebben alle deeltjes ruim de tijd op elkaar weer op te zoeken en een net bouwwerk te maken. De temperatuur kan ook in een shock omlaag gaan, zodat je het systeem in een keer bevriest, en je meer willekeurige structuren krijgt. Zo kunnen we door fundamenteel onderzoek te doen naar specifieke interacties tussen eiwitten veel verschillende toepassingen creëren, van een pakketdienst voor medicijnen tot nieuwe materialen die tot op de nanoschaal nauwkeurig geordend zijn. Ook krijgen we meer inzicht in het mechanisme van membraanfusie, waardoor we het menselijk lichaam en andere levende organismes beter leren begrijpen.

Geert Daudey PhD student Werkzaam bij het Leids Instituut voor de Chemie (LIC), de afdeling Soft Matter Chemistry, in de groep van dr. Alexander Kros


20  ORIGIN # 2

While TV-commercials emphasize the necessity of ‘pearl particles’ and ‘cucumber extracts’ in your shower products, a growing group of people choose to go without soap almost entirely. At Origin, we believe that all ideas deserve proper investigation. Therefore one of our squeaky clean editors joined ‘the great unwashed’, as this group of soap avoiders is referred to.

jaargang 9, januari 2014 As the first years after the second world war passed, life standards improved greatly in Western society. One pleasant improvement was the availability of bathrooms, complete with showers and baths, for every household. Clearly, this sparked a sense of cleanliness in people. Nowadays many people do not let a day go by without a shower. And what is a shower without some fragrant shower gel and a thorough shampooing? ‘Nothing’, soap manufacturers seem to assure us in their commercials. Did the average Joe plainly stink before he got to indulge himself in soapy goodness on a daily basis? Not many people are left to remember, but current society definitely looks down on people who do not wash ‘properly’; they are perceived as unhygienic. For long, I have shared this thought. A soapy shower has always been part of my daily routine. Therefore, it came as somewhat of a shock when I learned that some of my friends do not use soap on their bodies at all. Some hesitantly

Corynebacterium striatum and Malassezia furfur, just two of the pesky micro-organisms that may take over your skin if you use soap too often. admitted that they can even stop washing themselves for a week (under the right conditions), without smelling the part.

plains. Disrupting this balance may lead some of those species to grow wild, which causes all kinds of unpleasantness. ‘For example,

The dirty sec

Why you do much as yo

My friends do not stand alone; a movement of non-washers has garnered attention for several years now, mainly in the US. A New York Times article ironically referred to them as ‘the great unwashed’1, a last-century term for common folks. Some wash themselves periodically, others daily but without the use of any soap. Although most are afraid for negative reactions and do not openly admit their unconventional washing methods, they report that it goes unnoticed. So is there any reason why you should not wash with soap regularly? Wilma Bergman, professor of dermatology at the LUMC, can give you several. ‘Washing daily with soap ruins the natural microflora of the skin. This flora consists of hundreds of microbe species, which maintain a balance’, she ex-

some yeasts may cause itches and the smell of sweat and Corynebacterium-species may take over your feet and cause bad odour.’ Ironically, washing with soap may actually make you stink faster. But there are more side effects, Bergman continues. ‘Soap removes oils from the corneal layer of your skin and activates certain proteases, which break down proteins in your skin. Both the activation of proteases and the removal of oils make your skin flaky and itchy.’2 For years, Bergman has flabbergasted her interns and patients, advising them to wash only with water and use some fragrant oil afterwards. As an epidermologist, she can only agree with ‘the great unwashed’: ‘Although some professions, like doctor or car mechanic, require regular hand washing, there is no reason to use


DOSSIER NEP

Universiteit Leiden 

21

soap on your body daily from a medical point of view.’

than usual, but my hair is becoming increasingly greasy.

Famous unwashed

The experiment

Day 15

Steve Jobs

Julia Roberts

According to his biography by Walter Isaacson, Apple’s mastermind did not shower at all. Jobs thought that being a vegetarian rendered the use of soap and deodorant unnecessary. His co-workers disagreed, however.3

Reportedly goes for days without a shower, which earned her the title of ‘total hippie’ by one of her bodyguards. Apparently, it did not stop her from being a successful actress.

I found sufficient reason to add myself to the ‘unwashed’ ranks, at least for a little while. For two months I followed a ‘light’ regime of the unwashed; I still washed daily and used deodorant, but banned soap and shampoo from my shower. Of course, I still used hand soap before preparing food and after bathroom visits. I continued to take part in society as usual. To better describe the stages between being an avid washer and an ‘unwashed’, I have kept

Showering without shower gel appears to be a great success. Nobody has noticed a difference, including me, friends, family and my significant other, whom I had not informed about this experiment until now. They respond enthusiastically. The lack of shampoo is noticeable, however. My hair is very greasy now, but has not yet elicited a response from anyone. Where it not for the continuity of this experiment, I would wash it thoroughly with shampoo immediately.

cret of soap

not need it as ou may think a diary about this period. If you think about toning down on soap yourself, read on to learn what you can expect.

Day 0

A cold day in October seems like the perfect day to start this operation. Should my experiment backfire now, then I would not have to sit through a warm, sweaty day.

Day 1

Showering without soap feels off. But although I miss the feeling of soap during the shower, I feel just as clean afterwards. A quick check on body odours also reveals no anomalies. My hair is a bit greasier than usual, but not noticeably so.

Day 7

I have gotten used to showering without shampoo and soap now. I still do not smell any different

Day 30

Remarkably, the greasiness of my hair has peaked and seems to be declining now. Another explanation is that I may simply have started caring less about it. So far, only my girlfriend has commented on it.

Day 61

I declare this experiment a success; not once during the past two months have I noticed any effect of the lack of shower gel. Completely ceasing the use of shampoo was somewhat less successful. Although the tallow production of my scalp seems to adapt, not shampooing for two months has resulted in a shabby look, which I would not recommend for job interviews. However, using shampoo once or twice a week should still suffice for me.

Sources: Saint Louis C (2010) The great unwashed. The New York Times, published October 29:

1

http://goo.gl/1q7p7G. Rawlings AV, Voegeli R (2012) Stratum corneum proteases and dry skin conditions. Cell

2

tissue res 351:217-235. Isaacson W (2011) Steve Jobs, de biografie. ISBN:9789000302727, page 111.

3

Foto's: Wikimedia Commons


22  ORIGIN # 2

jaargang 9, januari 2014

Culinaire Chemie met

XXX's Mentu:

ch Voorgere i Antipast cht: e r e g d f o Ho Risotto Dessert:kje Kaasplan

Mario van der Stelt

Dit nummer dineert Origin Magazine met dr. Mario van der Stelt, universitair hoofddocent medicinale chemie aan de Universiteit Leiden. We komen te weten over zijn interessante, veelbesproken onderzoeken. Naast dat dr. van der Stelt zich thuis voelt in het lab, in de collegezaal en niet te vergeten in de keuken, komen we te weten dat hij ook vertrouwd is met de ongetemde natuur. Door: Danique Keiman en Marit van Santen


DOSSIER NEP

Na een korte wandeling door de binnenstad van Utrecht komt Origin aan bij het appartement van Mario van der Stelt. We worden vriendelijk ontvangen en zodra we binnenkomen zien we dat de pan al op de elektrische kookplaat klaarstaat. Het ruime appartement oogt open en fris. Niet te missen is de luxe keuken, waarachter van der Stelt al is gaan staan en zijn werk voortzet. Verwachtingsvol vragen we wat we gaan eten. ‘Italiaans’, zegt Mario van der Stelt, ‘risotto.’ We geven toe dat we stiekem al op Italiaans hadden gehoopt, toen we op zijn Linkedin profiel lazen dat hij in Italië onderzoek had gedaan. We vragen ons af hoe het allemaal begonnen is, Mario antwoordt: ‘Ik ben altijd in de natuur geweest en ik kom oorspronkelijk ook uit een klein dorpje naast de Biesbosch. Ik was vaak in de Biesbosch te vinden, waar ik regelmatig aan het vissen was en naar vogels keek. Ook deed ik aan sterren kijken. Vanaf toen wist ik het eigenlijk al.’ Als kind had Mario van der Stelt interesse in scheikunde en in biologie. Hij wist ook al snel dat hij de medische kant op wilde gaan. ‘Maar dan zonder in mensen te hoeven snijden’, grapt hij. Omdat hij tijdens zijn studie al wist welke kant hij op wilde gaan volgde hij ook enkele biologie georiënteerde vakken. Bijvoorbeeld het vak neurochemie, te danken aan zijn interesse in het functioneren van de hersenen. Deze belangstelling vertaalt zich door naar de rest van zijn carrière. Als AIO heeft van der Stelt hersenonderzoek uitgevoerd aan de Universiteit van Utrecht. Dit zette hij voort tijdens een post-doc aan een onderzoeksinstelling in Italië. Als wij vragen naar de verschillen tussen Nederland en Italië op onderzoeksgebied, krijgen we te horen dat in Italië het systeem een stuk hiërarchischer is. Terwijl Mario kundig de drank in de pan schenkt, vertelt hij verder: ‘Omdat het systeem een stuk hiërarchischer is, heeft dat invloed op hoe kritisch de studenten zijn. Als je daar een bepaalde positie wilt bereiken, moet je examens afleggen. Vaak wordt van te voren al bepaald wie deze positie krijgt, die persoon krijgt dan soms de antwoorden.’ Mario weet ons daarna wel te verzekeren dat dit zeker niet overal het geval is.

Universiteit Leiden 

Mario vraagt of we ondertussen al honger hebben gekregen. Als hij ons vraagt hoe laat wij normaal eten moet hij lachen. Het is al bijna acht uur. Omdat hij moet reizen vanuit Leiden en lange dagen maakt in het lab, eet hij nooit vroeg. Hij biedt ons een plankje aan met antipasti om de ergste trek te stillen. Dan vertelt hij verder over zijn promotieonderzoek: ‘Mijn onderzoek was ondanks dat het geen directe toepassing had bij de mens, zeker nieuwswaardig te noemen. Het heeft in de krant gestaan en is zelfs op tv geweest. Het gaat namelijk om marihuana.’ Sommige Origin lezers zullen dit onderzoek misschien kennen van het artikel dat in oplage 8.3 is gepubliceerd.

Verslavend onderzoek

Tijdens zijn promotieonderzoek in Utrecht toonde van der Stelt aan dat de actieve stof in marihuana, THC, bescherming biedt tegen schade door herseninfarcten in ratten. Zodra dit onderzoek naar buiten werd gebracht, kwamen er reacties op. ‘Op het moment dat onze resultaten bekend werden gemaakt, werd ik benaderd door mensen die zeiden dat ze geïnteresseerd zijn in de medicinale werking, terwijl zij het eigenlijk alleen gebruiken om politieke doeleinden te willen bereiken. Er waren ook mensen die gewoon illegaal hun jointje wilden

23

kunnen roken.’ Toch vindt Mario dat het belangrijk is om je resultaten te kunnen vertalen naar het publiek, om jongeren te laten zien hoe mooi het is om wetenschappelijk onderzoek te doen. Daarnaast worden de onderzoeksideeën gerealiseerd door onder andere belastingsgeld. Marihuana kan worden gebruikt voor de behandeling van ziekten of als pijnverlichting. THC werkt op bepaalde receptoren in het lichaam, waarvan er in ieder geval twee types bestaan (CB1 en CB2). De activering van de CB1 receptor in de hersenen is verantwoordelijk voor de kenmerkende effecten van het ‘high’ zijn na het nuttigen van drugs met THC. Toen van der Stelt werkte bij Merck Research Laboratories in Oss, leidde hij de zoektocht naar nieuwe moleculen waarbij hij de gunstige effecten probeerde te scheiden van de negatie-


24  ORIGIN # 2

jaargang 9, januari 2014

ve bijwerkingen. Het lichaam kan ook zelf cannabinoïden aanmaken, deze worden dan endocannabinoiden genoemd. Naar endocannabinoiden en zijn receptoren, samen het endocannabinoid systeem genoemd, heeft Van der Stelt erg veel onderzoek gedaan. Verhoogde endocannabinoide niveaus zorgen voor chronische cannabinoïde CB1 receptor activatie. Dit wordt geassocieerd met een verhoogd verlangen voor eten en gewichtstoename in patiënten die lijden aan obesitas. Naast obesitas speelt het endocannabinoid systeem mogelijk ook een rol bij neuropathische pijn, kanker, ziekte van Parkinson, multiple sclerose en schizofrenie. Dit zorgt voor de belangstelling van de farmaceutische bedrijven om potentiële kandidaat-geneesmiddelen voor de regulering van het endocannabinoïd systeem te ontdekken. Op dit moment werkt Mario in Leiden nog steeds aan het endocannabinoïd systeem. Hij probeert moleculen te ontdekken die interfereren met de enzymatische routes verantwoordelijk voor de biosynthese van endocannabinoïden: ‘In het lab ontwerpen we deze stoffen en optimaliseren we deze om in dierenmodellen te testen. Dit gebeurt in samenwerking met verschillende partners. Bij het optimaliseren testen we hoe goed deze stoffen de biosynthetische enzymen kunnen remmen. Naast dat de moleculen goed moeten kunnen remmen, moeten ze ook oplosbaar zijn in water. Dit is zodat ze opgenomen kunnen worden in de maag en in de darmen. Ook moeten de stoffen stabiel zijn.’ Dit is een langdurig traject, waar veel bij komt kijken. Het is evenzeer een duur proces, waarbij samenwerking met verschillende partners, zoals farmacologen, toxicologen en biologen, cruciaal is. Het mooie aan dit werk vindt van der Stelt dan ook het multidisciplinaire aspect. Mario vertelt verder over zijn huidige aanstelling als tenure tracker, welke hij anderhalf jaar geleden heeft bemachtigd. ‘Je moet je dan in vijf jaar bewijzen,’ zegt hij. ‘Dit houdt onder andere in dat je subsidies moet binnenkrijgen, zodat je genoeg onderzoek kan doen. Het is belangrijk dat

je jezelf kunt onderscheiden.’ Mario vertelt dat internationale erkenning en publicaties in goede tijdschriften helpen bij het bemachtigen van een vaste aanstelling. Zodanig heeft Mario van der Stelt onder andere de Young Scientist Award gewonnen. Mario geeft aan dat de druk om te presteren groot is, maar hij werkt met een goed team in een mooie omgeving waarbij er veel technieken beschikbaar zijn. Zijn team bestaat uit vier assistenten in opleiding en twee postdocs. Naast onderzoek geeft Mario ook nog onderwijs en zijn er de algemene management taken. Als we verder vragen naar het onderwijs vertelt hij een aantal colleges te geven: ‘Modern drug discovery, chemical genetics en ontwerp & synthese aan tweedejaars biofarmaceutische wetenschappers.’ Mario vertelt dat hij van zijn baan geniet, ondanks de intensiviteit. Het zijn zo toch wel veel verschillende taken naast elkaar, maar al met al vindt van der Stelt dat hij samenwerkt met mensen met goede expertise en dat hij absoluut niet mag klagen.

Fotografie

Ons hoor je ook niet klagen, want de risotto is klaar en ruikt heerlijk. Mario schept de risotto op in grote vierkanten borden. Wat een plaatje. Het ziet er erg lekker uit en we kunnen niet wachten om te beginnen met eten. Maar hij herinnert ons er eerst

aan om een mooie foto ervan te maken. Op de vraag of hij ook nog op de foto wilt antwoordt hij snel van niet: ‘Ik vind het leuk om foto’s te maken, maar minder leuk om er zelf op te staan.’ Aan tafel beginnen we te praten over de grootste hobby van Mario van der Stelt: wildlife fotografie. Mario wijst naar de muur: ‘Aangezien er net verbouwd is hangen de foto’s nog niet aan de muur.’ Hij legt uit dat hij in de vakanties samen met zijn partner wildparken in het buitenland bezoekt. Hij is al in Tanzania, Peru, Costa Rica, Oeganda en Namibië geweest. Van de vraag of het gevaarlijk is, moet van der Stelt lachen: ‘Nee. De meeste foto’s worden vanuit de auto gemaakt, ik verzeker jullie dat ik niet uitstap bij de leeuwen. In de jungle loop ik bijvoorbeeld wel rond, maar dat is altijd met een gids.’ Naast natuurfotografie leest Mario graag en zegt hij ook het nieuws graag te volgen: ‘Kan ik dat een hobby noemen? Nee, het is voor mij gewoon natuurfotografie.’ Hij is niet voor niets ook lid van de natuurfotografen Utrecht waarbij eens in de maand een bijeenkomst wordt gehouden met lezingen en waarbij fotografen foto’s uitwisselen. Mario staat op en legt een stapel albums op tafel. Tijdens het eten bladeren we door een aantal boeken. Zo zien we prachtige wildlife plaatjes, maar ook adembene-


DOSSIER NEP

mende landschapkiekjes en komen we een grote variatie aan diersoorten tegen. We zijn erg onder de indruk. Mario geeft aan graag nog naar Indonesië of Nieuw Guinea te willen. Ook wil hij in ieder geval nog terug naar de amazone, waar de grootste diversiteit aan soorten te bezichtigen is. Onze borden zijn helemaal leeg. Volgens Mario is het geheim van lekkere risotto dat je langzaam alles toevoegt en niet alles in een keer in de pan gooit. Dr. van der Stelt houdt wel van koken. Hoewel hij doordeweeks vaak tijd tekort komt, maakt hij er in het weekend vaak tijd voor en met kerst pakt hij echt uit. Zo heeft hij wel eens een acht gangen menu bij elkaar gekookt.

Stages, projecten en het bedrijfsleven

We zijn ook erg benieuwd naar wat voor stages Mario heeft gelopen tijdens zijn studie. Hij vertelt dat hij een stage bio-organische chemie in het ziekenhuis in Rome heeft gelopen. Hij heeft daarom ook een half jaar in Rome gewoond. Ook heeft hij een celbiologisch of meer neurochemische stage gelopen in het ziekenhuis in Utrecht. ‘Het is erg leuk om bij te kunnen dragen aan de ontdekkingen van de hersenwerking. Dat is eigenlijk een van de grootste mysteries.’ ‘Hebben jullie al zin in een kaasplankje?’ vraagt van der Stelt daarna. Hij komt terug uit de keuken en zet het kaasplankje op tafel. Op het plankje ligt Gorgonzola, Pecorino (een Italiaanse schapenkaas), Camembert en een Roodschimmelkaas. ‘ Het plankje bestaat uit twee Italiaanse kazen’, vertelt Mario. ‘Ik had graag in het thema willen blijven’, zegt hij, ‘maar dan had ik naar een echte kaasspecialist moeten gaan’. Terwijl wij plakjes kaas op de crackers smeren vertelt hij verder over zijn werk in Leiden: ‘We werken niet alleen aan hersenziekten, maar we werken ook samen met het Nederlands Kanker Instituut. Er is laatst een nieuwe alliantie opgericht. Dit is een samenwerking tussen het Nederlands Kanker instituut en het screening centrum in Oss.’ ‘In dat samenwerkingsverband proberen

Universiteit Leiden 

we in drie jaar tijd nieuwe kandidaten voor geneesmiddelen tegen kanker te vinden. Dat is ook interessant aan mijn beroep: je hoeft geen medisch specialist te zijn om na te mogen denken over de verschillende ziektebeelden, waardoor je dus erg breed werk kan doen. Een van onze taken is ook om stoffen te ontwerpen die meehelpen om biologische vraagstukken op te lossen. Uiteindelijk hebben alle processen immers een chemische oorsprong.’ We vragen naar Mario’s tijd als projectleider bij het farmaceutische bedrijf Merck in Oss. Hij begint te vertellen: ‘Twee jaar nadat ik in dienst was gekomen, werd een project voorgesteld om nieuwe pijnstillers te ontwikkelen voor chronische neuropathische pijn en dat was gebaseerd op mijn ervaring met het endocannabinoïd systeem. Verschillende patiënten gebruiken marihuana als zelfmedicatie ter pijnbestrijding, bijvoorbeeld patiënten met multiple sclerosis. Het nadeel daarvan was alleen dat je high wordt en het verslavend werkt.’ ‘Mijn idee was om stoffen te ontwikkelen die wel de pijnstillende werking hadden, maar waar je niet high van wordt en niet verslaafd aan raakt. Dat kan, omdat de CB1-receptor verantwoordelijk is voor het high worden en de verslavende ef-

25

fecten en de CB2-receptor niet. Dus mijn idee was om selectieve stoffen te maken die alleen op die tweede receptor zouden werken en dit bleek te lukken. Op die manier is het project ontsprongen.’ ‘Er is een samenwerkingsverband tussen drie verschillende onderzoeksgroepen ontstaan: een in Oss, een in Newhouse en een in Milaan. Het was een samenwerking tussen verschillende nationaliteiten maar ook tussen verschillende disciplines. De chemie, voor het maken van de stoffen, dat werd in Oss gedaan. Het testen van de stoffen in diermodellen in Schotland en het uitzoeken hoe alles nu precies werkt in Milaan. Uiteindelijk was dit een team van twintig man waar ik leiding aan gaf. Dit heb ik zo vijf à zes jaar gedaan.’ De kaasjes hebben gesmaakt. We bedanken Mario van der Stelt voor het diner. Het Italiaanse thema in zowel het voor-, hoofd- als nagerecht was erg goed uitgewerkt en het heeft ons heel goed gesmaakt. Ook hebben we erg genoten van zijn fotoalbums. Al met al was het een ontzettend leuke buitengewoon culinair chemische avond!


26  ORIGIN # 2

Prof.dr. Han de Winde (1962) is per 1 april 2013 de vice-decaan en portefeuillehouder onderwijs in het faculteitsbestuur van de Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen (W&N). De Winde is benoemd voor een periode van vijf jaar en volgt prof.dr. Edgar Groenen op, die sinds 28 mei 2008 vice-decaan bij W&N was. Per dezelfde datum is de Winde ook benoemd tot hoogleraar bij W&N met als leeropdracht ‘Industriële Biotechnologie’. Origin redacteur Rembrandt Donkersloot maakt kennis met de nieuwe vice-decaan. Brug tussen onderzoek en industrie

De kamer van de Winde was al dermate ingericht dat je niet zou zeggen dat hij hier pas enkele maanden zit. Een gigantische kamerplant naast het bureau en verschillende platen aan de muur geven de kamer een gezellige sfeer. Ik schonk een kop koffie in en vroeg de Winde naar zijn achtergrond. De Winde vertelde dat hij scheikunde studeerde aan de VU Amsterdam. Daarna promoveerde hij in 1992 in de moleculaire biologie aan de Universiteit van Amsterdam. Na zijn promotie bleef hij nog twee jaar in Amsterdam en was werkzaam als een van de eerste postdocs aan het Biocentrum Amsterdam. Het wetenschappelijk werk wierp in 1994 zijn vruchten af en dit vertaalde zich in een beurs van de Europese gemeenschap, die een tweejarig onderzoek naar intracellulaire signaaltransductie ondersteunde. Dit onderzoek kon plaatsvinden in Oxford, Leuven of Parijs. De Winde koos voor de Universiteit van Leuven vanwege de uitstekende

jaargang 9, januari 2014

Interview nieuw Faculteit Wiskunde en internationale context en expertise op het gebied van de microbiële biotechnologie. De Vlaamse gemeenschap omarmde het onderzoek en de twee jaar die oorspronkelijk gepland stonden werden er bijna zes. Eind 1999 keerde de Winde terug naar Nederland om bij DSM in Delft te gaan werken als senior en later als principal scientist. Een bewuste stap om vertrouwd te raken met de ins en outs van industriële research en development. In 2002 werd de Winde benaderd door de TU Delft voor een aanstelling tot deeltijd hoogleraar in de microbiële genetica en genomics. Eind 2005 werd hij gevraagd WD (in Delft: Afdelingsvoorzitter) te worden van de afdeling Biotechnologie van de TU Delft en daarmee voltijds hoogleraar. Dit heeft de Winde met veel plezier (bijna) 2 termijnen van 4 jaar gedaan, totdat hij werd benaderd door

Leiden voor een positie als vice-decaan bij W&N. Vol enthousiasme geeft de Winde aan deze nieuwe uitdaging graag te hebben aangenomen. Hij zal zijn ervaring gebruiken om de komende 5 jaar met hart en ziel aan kwalitatief hoogstaand onderwijs te mogen werken.

Delft en Leiden

Ik vroeg de Winde of zijn ervaringen die hij heeft opgedaan in Delft van toepassing kunnen zijn in Leiden. Immers, een klassieke universiteit als Leiden is nogal verschillend van een universiteit waarin ingenieurs worden opgeleid. Ook werkt de bestuurscultuur en de medezeggenschap anders. Toch geeft de Winde aan dat er wel degelijk overeenkomsten zijn. ‘De drive waarin onderzoekers en studenten zich bezighouden met hun vakgebied is echt niet anders in Leiden of Delft’.De Winde geeft aan dat we op bepaalde gebieden veel kunnen leren


DOSSIER NEP

mits men zichzelf daar ook voor wil inzetten. Wanneer eventueel problemen ontstaan zullen de juiste mensen klaarstaan om hieraan te werken. Het is belangrijk dat iedere student beseft dat er op onze universiteit hard gewerkt wordt aan het waarborgen van de onderwijskwaliteit. Het moet echter wel van twee kanten komen; een student komt hier niet alleen om te consumeren. Daarbij is feedback over kwaliteit en inrichting van het onderwijs van net zo groot belang. We gaan ervoor, met elkaar.’

27

INTERVIEW

Universiteit Leiden 

Faculteit W&N over 5 jaar

we vice-decaan Natuurwetenschappen van Delft. Zeker als het gaat om de samenwerking met de industrie. Ondanks dat er vanuit de industrie veel vraag is naar hoog opgeleide bèta’s, weten we in Leiden vaak nog niet goed waar de wensen vanuit de industrie precies liggen. De Winde geeft aan dat onze faculteit zeer zeker de expertise bezit die kan bijdragen aan het tegemoet komen aan deze vraag. De samenwerking tussen Delft en Leiden wordt langzaam maar zeker steeds intensiever, op gebied van onderwijs en onderzoek. Omdat hij beide werelden goed kent, kan en wil hij zich graag inzetten voor de groeiende samenwerking.

Onderwijs van hoge kwaliteit

Een flink verschil betreffende het onderwijs is het bindend studieadvies zoals dat geldt in beide steden. In zekere zin lijkt het onderwijs in Leiden wat strenger ingericht. De invoering van het tweedejaars

BSA in Leiden is hier een voorbeeld van. Ik vroeg de Winde hoe hij hier over dacht. ‘Ik sta er volledig achter’, antwoordde hij. ‘We kennen verschillende voorbeelden dat het studietempo in het tweede jaar terugzakt. Met het behalen van het eerstejaars BSA heeft de student in feite al bewezen dat hij of zij het niveau en studietempo aankan. Het tweedejaars BSA is ingevoerd om te helpen dit tempo vast te houden, zodat de student verzekerd is om binnen 4 jaar de bachelor te halen. Hierbij is de studeerbaarheid van de curricula ook van groot belang. Dit zal tot uiting moeten komen in geïntensiveerd, kwalitatief hoogstaand onderwijs, waarmee iedere student de mogelijkheid heeft zich naar beste vermogen te ontplooien en daarbij naar behoeven begeleid te worden.’ ‘Studenten die hier komen studeren zullen op allerlei manieren geholpen worden om van de studie een leuke tijd te maken,

Ter afsluiting vroeg ik de Winde hoe hij de faculteit zag over 5 jaar. De Winde geeft aan dat hij hier niet zomaar een antwoord op heeft. Immers, hij kent de faculteit nog niet goed genoeg om deze vraag nu al in detail te kunnen beantwoorden. De Winde voorziet wel dat de faculteit in de toekomst beter zichtbaar is voor de buitenwereld. In landelijk verband zijn we een relatief kleine faculteit, maar er gebeuren in het onderwijs en onderzoek hele mooie dingen. We stellen ons echter vaak erg bescheiden op en slaan zeker onszelf niet op de borst. Binnen de verschillende vakgebieden hebben wij top onderzoekers rondlopen. Wij hebben echt iets te vertellen, te presenteren, alleen wordt dat niet altijd even sterk naar buiten gecommuniceerd. Een manier om dit te verbeteren is via onze alumni. De meesten van hen zitten op hele goede posities in universiteit, bedrijfsleven of overheid. De faculteit is druk bezig een goed alumni netwerk op te zetten. We hopen dat dit netwerk binnen 5 jaar goed zal kunnen bijdragen aan onze profilering.

Rembrandt Donkersloot Rembrandt Donkersloot, BSc Master Physics Eindredacteur


28  ORIGIN # 3

jaargang 9, januari 2014

On the origin of ostvaarderO e th f o er d or b rn te This is the wes wers of Almere. The eastspassen, with the to lystad, another city. ern border is near Le

The southern border is defined by the railway which runs between Lelystad and Almere. Almost every 10 minutes, a train passes by the nature reserve.

The northern border is by a dyke with the N701 highway and the Markermeer.


DOSSIER NEP

Universiteit Leiden 

a nature reserve

The Oostvaardersplassen is a beautiful nature reserve of 56 square kilometers. It was established in 1968 when the polder was created and over time nature got free reign. The Oostvaardersplassen became a home for a lot of animals and plants. But how natural is this nature reserve when it is a closed area, lacking top predators? Text and images by: Jessica Elferink

The Oostvaardersplassen can be divided into a wet area in the northwest and a dry area in the southeast. Especially the wet area is a home for many birds, including some rare species. The Oostvaardersplassen is a Special Protection Area for birdlife and a great location for birdwatchers.

There is a lot of wildlife present in the Oostvaardersplassen, but some of it is not entirely natural. An example are the Konik ponies, who were introduced to curb the growing woodland to maintain the open area which gives rise to the habitat for the water birds. All in all, we can conclude that the Oostvaardersplassen is not an all-natural ecosystem. It is an isolated area with no corridors connecting the area to other nature reserves. The area itself is too small and impoverished to accommodate the natural processes for the large herbivores and to allow for vegetation growth. Around 30-60% of the animals have to be shot down. But the Oostvaardersplassen does have a certain natural beauty, making it well worth a visit.

29


COLUMN

30  ORIGIN # 2

jaargang 9, januari 2014

In vitro meat

The holy grail for vegetarians?

Vegetarians are often hailed as being supremely sustainable, But with the breakthrough in cultured ‘test tube’ meat non-vegetarians might now have an edge. By: Dylan van Gerven they produce more tissue and thus more meat. It is, in a sense, a form of cellular workout. Nonetheless, producing in vitro meat costs energy. The same amount as beef originating from conventional livestock farms. Still, the net environmental gain will be larger. Hanna Tuomisto, from the university of Oxford, found that the surface area required for artificial meat is only a fraction of the land necessary for keeping live animals. As a result, in vitro meat is the definitive winner when it comes to sustainability.

‘ethically speaking, vegetables get all the glory.’ Prof. dr. M.J. Post, professor of Vascular Physiology and Tissue Engineering at Maastricht University, presents the concept of in vitro meat. “Mark Post - Meet the new meat” by TEDxBrainport is licensed under CC BY NC ND 2.0

Have you ever asked a vegetarian why she stopped eating meat? I would not recommend it. Chances are that you will be served a discourse on animal welfare, a lecture on sustainability and be called cruel for the rest of your dietary career. Inevitably, you retort that humans are omnivores by evolution, meat is tasteful and has great health benefits. The discussion goes ever on. It is very likely that you will be getting more of these conversations, as the number of vegetarians appears to be growing. Accordingly, the reputation of meat is deteriorating steadily. This decline may be partly due to the increased awareness of animal suffering, but also by the realization that eating meat is more selfish than being a vegetarian. With the average person’s ecological footprint being beyond the carrying capacity of planet earth, the current pattern of meat consumption must change. However, artificially produced beef might render this unnecessary.

As a non-vegetarian, I should be very pleased with such a sustainable alternative to my unsustainable behavior. Nevertheless I am not. The concept of artificial meat takes away the main reason vegetarians do not eat meat, that is, animal suffering. In doing so, in vitro meat will surely win over many vegetarians to the camp of the omnivore. A switch of sides that is totally unnecessary, for being a vegetarian is still the best option environmentally speaking. As the New York Times put it: ‘ethically speaking, vegetables get all the glory.’ Besides, the problem of how we are going to feed the earth’s population is not a technical one. It is a dilemma deeply rooted in our values and will therefore not have a technical solution. In vitro meat allows us to continue with the same mindset as before. Like fracking, it extends, in a way, the time we can keep up living the way we always used to without fundamentally changing our behavior. Non-vegetarians that are doubting to quit meat might not make the transition once meat is getting ‘greener’. It might sound queer, but when the day comes that artificial meat will be readily available, I will instantly become a vegetarian. References: Maastricht University (2013) Description of 'in vitro meat' project. http://www.maastrichtuniversity.nl/web/file?uuid=4639a911-614f-446e-ab5e-

In vitro meat, as it is called, is produced by taking stem cells from cows and allowing them to proliferate in a nutrient solution with added growth-promoting chemicals. These are then transferred to smaller dishes where they form small strips of muscle tissue. To grow, they need to exercise. Once attached between two anchor points the training commences. As the strips contract and relax,

a0f5e682fb2e&owner=4ca0966f-90c7-435f-af33-64b59f8eb1fe Korteweg, J. (2013) Kweekvlees is een charmant, maar achterhaald idee. Volkskrant. http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3487690/2013/08/06/ Kweekvlees-is-een-charmant-maar-achterhaald-idee.dhtml BBC (2013) World's first lab-grown burger is eaten in london. News Science & Environment. http://www.bbc.co.uk/news/science-environment-23576143


DOSSIER NEP

Universiteit Leiden 

AGENDA 1 februari 2013 

Universitaire Open Dag Maak kennis met alle bacheloropleidingen van de Universiteit van Leiden in en om de Pieterskerk. Meer informatie op opendageninleiden.nl 13 februari

Proefstuderen Geïnteresseerd in onze opleidingen? Schrijf je dan in voor het proefstuderen: www. proefstuderen.leidenuniv.nl. Je bent een dagdeel te gast bij de opleiding en gaat actief aan het onderwijs deelnemen in de vorm van een hoor- en/of werkcollege. Zo kun je voor jezelf vaststellen of je voorlopige studiekeuze wel de juiste is. 7 maart

Masterdag Leer vandaag alles over de masteropleidingen die de Science Faculty rijk is. 21 maart

Facultaire Open Dag Bacheloropleidingen, op locatie Wil jij weten hoe het is om na het VWO een bèta studie in Leiden te volgen? Ervaar het zelf en kom langs bij onze opleidingen. Elke dinsdag

This Week’s Discoveries Korte presentaties van onze eigen onderzoekers over hun recente ontdekkingen (12h30-13h15), gevolgd door een gezamelijke lunch (13h15-13h45). Locatie: De Sitterzaal, Oortgebouw. Elke donderdag

Science Club borrel Verschillende verenigingen of onderzoeksafdelingen staan achter de bar om vanaf 16h00 een drankje met elkaar te drinken. Van harte aanbevolen!

VOLGEND NUMMER Een tijger economie is de economie van een land dat zich razendsnel ontwikkelt. ‘Tijgerwelpen’ zijn pas net begonnen. Op wat voor manieren dragen deze landen bij aan de wetenschap? Is kennis belangrijk voor de groei? En waar kunnen wij, als westerse landen, nog wetenschappelijke groei behalen? In het volgende nummer onderzoeken we: wetenschap in opkomst. › Studenten delen hun ervaring: hoe is studeren aan een buitenlandse universiteit? ›  Special: Hoe ontwikkelen ‘tijgerwelpen’ zich? ›  En meer…

COLOFON Oplage 4.700 Redactieadres Origin Magazine Einsteinweg 55 2333 CC Leiden originredactie@gmail.com www.originmagazine.nl 071 527 4538

Aan deze Origin werkten mee Geert Daudey, Mario van der Stelt, Han de Winde Redactie eindredactie

Rembrandt Donkersloot hoofdredactie

Linda Poppe

Marit van Santen, Anja Rienitz, Annette Emerenciana, Carlos de Lannoy, Dylan van Gerven, Joris Voorn, Linda Poppe, Lisette Hemelaar, Mark Weijers, Jessica Elferink, Rob van Wijk, Danique Keiman, Rebecca van Rijn, Marieke Vinkenoog, Rembrandt Donkersloot

redactie

ISSN 2352-0051

Productie Drukkerij De Bink Ontwerp en vormgeving Balyon Origin en al haar inhoud © Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen, Universiteit Leiden. Alle rechten voorbehouden.

31


Heb jij een profiel natuur en techniek of een profiel natuur en gezondheid? Wil je weten hoe het is om na het vwo een bèta studie in Leiden te volgen? Ervaar het zelf en kom langs bij onze opleidingen tijdens de Open Dag op locatie

vrijdag 21 maar t 2014!

Bij ons leer je de wereld kennen

e nd u isk W mie o de con n E ku ie ren ica & oly log n r e e St mat echn - Bio app r urs de Info & T logy nsch o t n e ! Lab rku ica - ienc hno ete en u c u at Sc Te e W g s t a vr ge Na orm lar & isch e e l e j l u f l In lec ienc eut fco la o c c e e a t o M e S rm S Pr s Lif -Fa t n a de Bio tic tu

s ac ur Pr o t ee M

20132014 origin#2  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you