tele scoop 3
tele scoop 3
Ruben Foubert Matthias Herreman Eveline Smets Chris Van Broeck Annemie Van Cleemput Ria Van Mol Coördinatie: Annemie Van Cleemput
Je les in eigen handen Ontdek het onlineleerplatform iDiddit! Vooraan in dit boek vind je de activatiecode. Activeer snel je account op www.ididdit.be en maak er een geweldig schooljaar van!
ISBN 978-94-647-0834-9
608597
vanin.be
Doorstroom finaliteit
Via www.ididdit.be heb je toegang tot het onlineleerplatform bij TeleScoop.
Heb je nog geen account? Ga naar myvanin.be en registreer je. Registreer je via een Smartschool-account? Koppel dan je e-mailadres aan je account.
Heb je je account aangemaakt? Meld je aan op myvanin.be. Activeer onderstaande code. Klik op het geactiveerde leermiddel om ermee aan de slag te gaan op iDiddit. Lukt het niet om de code te activeren? Neem dan contact op met onze klantendienst.
tele
3
LET OP: DEZE CODE IS UNIEK, EENMALIG TE ACTIVEREN EN GELDIG VOOR EEN PERIODE VAN 12 MAANDEN NA ACTIVATIE
!
3
IN
tele
Ruben Foubert
Matthias Herreman Eveline Smets
N
Chris Van Broeck
Annemie Van Cleemput Ria Van Mol
©
VA
Coördinatie: Annemie Van Cleemput
Dit leermiddel is onderdeel van de lesmethode TeleScoop van Uitgeverij VAN IN. Het is ontwikkeld met de intentie dat iedere leerling zich herkent en thuis voelt in beeld en tekst. Heb je op- of aanmerkingen, dan kun je contact opnemen met Uitgeverij VAN IN.
Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen.
IN
Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden leest u op www.ididdit.be.
© Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2026. Alle rechten voorbehouden. Tekst- en datamining (TDM) niet toegestaan.
VA
N
De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.
Credits foto’s en figuren
©
p. 71 gezinsplanning in China © World of Stamps / Shutterstock.com, p. 79 geboortebeleid in India © Boris 15 / Shutterstock.com, senioren Azië © Boris 15 / Shutterstock.com, p. 80 eenkindbeleid in China © Tony V3112 / Shutterstock.com, Mao Zedong © Claudio Zaccherini / Shutterstock.com, jeugd in Niger © Barktumler / Shutterstock.com, p. 107 Cargill-fabriek © Mike Mareen / Shutterstock.com, p. 108 melkkoeien bedrijven © Agentschap Landbouw en Zeevisserij op basis van Statbel (Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium), p. 117 teeltvrije strook © Vlaamse Landmaatschappij, p. 121 zuurstofarme zones © VRT / Breitburg, D., M. Gregoire, K. Isensee (eds.), CC BY-SA 3.0, p. 126 PAKT Antwerpen © Maxim Hectors / Shutterstock.com, p. 135 metalen in mobiele telefoons © Volkskrant, p. 136 herkomst kritieke grondstoffen © Benjamin Sprecher, Leiden-Delft-Erasmus Universities, p. 140 Samsung Noida © A4ASHISHMISHRA / Shutterstock.com, p. 143 Volvo EX30 © Veyron Photo / Shutterstock.com, p. 147 ArcelorMittal Gent © Make more Aerials / Shutterstock.com, p. 148 kledingfabriek Java © RWicaksono / Shutterstock.com, jeansfabriek Lesotho © Lesotho-based MNN Centre for Investigative Journalism, supported by the Pulitzer Center, p. 153 mijn Kolwezi © Jean-Mobert Senga voor Amnesty International, p. 159 vergroeningsproject ArceloMittal © Belgaimage Credits video’s
p. 116 nitraat in grondwater © Vlaamse Milieumaatschappij, p. 128 druppelirrigatie Kruisem © Agentschap Landbouw en Zeevisserij, p. 157 groen staal © Fix Media
Eerste druk 2026 ISBN 978-94-647-0834-9 D/2026/0078/25 Art. 608597/01 NUR 126/128
Coverontwerp: Banananas Ontwerp binnenwerk: Banananas, B.AD Figuren en grafieken: Geert Verlinde Illustraties: Goed Blauw Opmaak: Barbara Vermeersch
IN
Inhoud Werken met TeleScoop iDiddit: het onlineleerplatform bij TeleScoop
4 6
Blik op de wereldkaart
7
1 Wereldkaart versus wereldbeeld
8
15
1 De aarde is een systeem 2 Het natuurlijk broeikaseffect 3 De natuurlijke koolstofcyclus
16 23 31
De bewoonde aarde
41
1 2 3 4
42 53 69 78
N
Het klimaatsysteem van de aarde
VA
Het systeem aarde biedt kansen Bevolkingscijfers liegen niet De Great Acceleration verklaard Geboortebeleid: meer of minder kinderen?
Landbouw tussen groei en grenzen
87
1 2 3 4
88 101 116 125
Voedselproductie in een veranderende wereld Voedselproductie: lokaal of globaal? Het systeem aarde onder druk Het kan anders!
133
1 Race naar grondstoffen 2 Industrie zet druk op de aarde 3 Het kan anders!
134 145 155
©
Industrie in transitie
Referentiekaart België Referentiekaart Europa Referentiekaart wereld
WERKEN MET TELESCOOP 3 TeleScoop bestaat uit een leerwerkboek en digitaal materiaal dat je op iDiddit terugvindt.
1 DE AARDE IS EEN SYSTEEM
TeleScoop bestaat uit vijf thema’s. Elk thema herken je aan de specifieke themakleur. Een thema start met een themapagina en een overzicht van de verschillende hoofdstukken.
KERNVRAAG WAAROM IS DE AARDE EEN SYSTEEM?
IN
LEERWERKBOEK
Dit overzicht geeft je inzicht in welke onderdelen je waar kunt vinden.
1 CHECK-IN
In de lessen van de eerste graad heb je de relaties tussen en binnen landschapsvormende lagen onderzocht.
Elk hoofdstuk is op dezelfde manier opgebouwd. We starten met een cartoon en een kernvraag. Het antwoord op de vraag in de cartoon vind je op iDiddit aan het eind van het hoofdstuk.
Op de wereldkaart kun je de grote reliëf-, klimaat- en vegetatiezones aanduiden en benoemen. Nu zoomen we uit en bekijken we de aarde vanop afstand.
In OP ONDERZOEK krijg je alle leerstof overzichtelijk aangeboden. Doorheen het thema staan belangrijke nieuwe vet gedrukt. In het leerwerkboek én 2 OPbegrippen ONDERZOEK op iDiddit vind je de verklaring in een begrippenlijst. 1 Energie en materie veranderen een systeem De aarde is de enige planeet die we kennen waarop levende wezens voorkomen. Satellietopnames vanuit
de ruimte vertellen ons heel wat over het aardoppervlak en de dampkring. Alles op aarde maakt deel uit van een van de vier sferen. Ontdek online op iDiddit wat in elke sfeer thuishoort.
Vervolgens ga je in ieder hoofdstuk in vier fases aan de slag met de leerinhouden:
De continenten, dampkring, oceanen en het leven op aarde veranderen voortdurend. Ze werken op oneindig veel manieren samen. Daarom is de aarde een systeem, een geheel van elementen die elkaar beïnvloeden. Stel je een beker met water voor als een eenvoudig systeem. Aan dat systeem kan energie of materie toegevoegd worden,
CHECK-IN OP ONDERZOEK AAN DE SLAG TEST JEZELF
of het kan net energie of materie verliezen. Je kent die
N
1 2 3 4
twee begrippen uit de lessen natuurwetenschappen. We spreken van een geïsoleerd systeem als het afgesloten is van de omgeving en er dus geen materie of energie in of uit kan. Bij een open systeem kunnen er materie en energie in en uit.
geïsoleerd systeem
Bij een gesloten systeem kan er geen materie in of uit, maar wel
Fig. 2.1
open systeem
gesloten systeem
Soorten systemen
VA
energie.
THEMA
START HOOFDSTUK
© DIGITAAL
Op iDiddit vind je per thema ook: - begrippenlijsten - checklists met lesdoelen - kennisclips bij vaardigheden - interactieve ontdekplaten - terreinfiches - uitbreiding: Mag het iets meer zijn? Wie wil, kan op iDiddit ook eigen notities bijhouden.
WERKEN MET TELESCOOP 3
THEMA 2 HET KLIMAATSYSTEEM VAN DE AARDE
TELESCOOP 3D_THEMA 2 DE KOOLSTOFKRINGLOOP_V2.indd 16
KERNVRAAG
Op iDiddit vind je alle informatie die ook in je boek terug te vinden is. Dat wil zeggen dat alle teksten, illustraties en opdrachten op papier ook digitaal aangeboden worden. De CHECK-IN en TEST JEZELF vind je uitsluitend online. Je kunt dus kiezen hoe je met TeleScoop aan de slag wilt gaan.
4
16
CHECK-IN
18/12/2025 09:16
OP ONDERZOEK
De eerste fase CHECK-IN activeert je voorkennis als start van het hoofdstuk. Deze opdracht vind je alleen op iDiddit terug.
4 Sferen beïnvloeden elkaar
3 AAn de SlAG
Er vinden heel wat processen plaats tussen de sferen. Die noemen we interacties of wisselwerkingen.
1
Bijvoorbeeld:
Dalende vruchtbaarheid
-
De bodem levert voedsel aan planten (fig. 2.4).
Onderzoek hoe scholing en ontwikkeling het vruchtbaarheidscijfer beïnvloeden. Raadpleeg de grafieken
-
De rivier spoelt zand weg (fig. 2.5).
online en beantwoord de vragen hierbij.
-
Wind zorgt voor golven in de zee (fig. 2.6).
-
Bomen geven zuurstof aan de lucht (fig. 2.7).
In de derde fase ga je begeleid zelfstandig AAN DE SLAG met de nieuwe leerinhouden. Je kunt de oefeningen op papier of digitaal maken. a
Ga naar de online grafiek over het verband tussen de scholingsgraad voor vrouwen en de vruchtbaarheid. Laat de tijdlijn lopen.
- Hoe bewegen de bolletjes van de meeste landen?
- Welk besluit kun je hieruit trekken?
IN
b Ga naar de online grafiek over het verband tussen HDI en vruchtbaarheid. Laat de tijdlijn lopen. - Hoe bewegen de bolletjes van de meeste landen?
Fig. 2.4
Fig. 2.5
Interactie geosfeer en biosfeer
Interactie hydrosfeer en geosfeer
Op iDiddit is het lesmateriaal bovendien verrijkt met interessante filmpjes en hyperlinks. In elk thema vind je extra materiaal via ‘Interessant om weten’ of ‘Mag het iets meer zijn’? (enkel op iDiddit). Dit is uitbreiding bovenop de basisleerstof. 2 Hoe wordt de veeteelt duurzaam? Vul het causaal diagram aan. Om meer duurzaam voedsel te produceren veestapel kleiner worden. Heb je extra tijd, dan kun je hiermee aan moet dedeslag. Fig. 2.6
Fig. 2.7
Interactie atmosfeer en hydrosfeer
Interactie atmosfeer en biosfeer
Bekijk ook hoe gps-technologie hierbij een rol kan spelen.
+
De overheid investeert in projecten die alleenstaanden aan hun ideale partner
gewas-
moeten koppelen.
N
De overheid beslist om anticonceptiemiddelen voor iedereen toegankelijk te maken.
–
Fig. 2.8 Vervuiling door een nikkelmijn lachgas in (N Mindanao + O) (Filipijnen) 2
broeikasgassen
+
Dorpsbewoners krijgen voorlichting over gezonde voeding.
Soms is het handig om een grafiek, nieuwsartikel of videofragment online te bekijken. Zie je dit icoon, dan kun je op iDiddit het materiaal raadplegen. Indien dit op school toegestaan is, kun je de pagina ook scannen met de VAN IN Plus-app. Het parlement keurde onlangs een immigratiewet goed met als doel
klimaat-
honderdduizenden buitenlandse arbeidskrachten aan te trekken om de vele
verandering
openstaande vacatures in te vullen.
Vorig jaar leerde je al dat ontbossing en klimaatverandering het Amazonewoud bedreigen. Door de kap van
–
bomen en de opwarming van de aarde wordt het regenwoud + droger en warmer. Hierdoor kan het veranderen
– veel CO2 op. in een soort savanne of zelfs een woestijn. Een slechte zaak, want een regenwoud neemt gps-technologie
Als er meer CO2 vrijkomt, dan warmt de aarde verder op. Ontbossing leidt ook tot veranderingen in
biodiversiteit
windpatronen en het verdwijnen van biodiversiteit (planten en dieren). Als we de bomenkap stoppen, kunnen we het regenwoud misschien nog redden en zal de aarde minder opwarmen.
stikstof (N)
waterkwaliteit
VA
THEMA 2 HET KLIMAATSYSTEEM VAN DE AARDE
+
–
hoeveelheid 18
land
maken aan kindhuwelijken.
opbrengst
activiteiten veroorzaken problemen. Door mijnbouw vervuilen + we de bodem, het water en de lucht (fig. 2.8). Ontbossing kan
Lees de verschillende maatregelen.
b Noteer bij elke maatregel of hij past binnen de geboortepolitiek van Japan of Niger.
meer kinderen te krijgen. Zo zouden er extra kinderdagverblijven bijkomen.
alle sferen voor grondstoffen, voedsel, water en lucht. Deze
Interessant om weten
a
De regering belooft maatregelen te treffen die jonge koppels moeten aanzetten om
+
afbreken. De mens, die deel uitmaakt van de biosfeer, gebruikt
bemesten
een overheid kan doen om de groei van de bevolking te regelen.
methaan (CH4)
de vier sferen. Zo kunnen ze landschappen opbouwenveestapel en weer
–
Verschillen in bevolkingsgroei zorgen voor een andere aanpak in geboortepolitiek. Onderzoek wat
De regering heeft met de hulp van Unicef een actieplan ontwikkeld om een einde te
Natuurlijke processen zoals vulkaanuitbarstingen, aardbevingen,
dan weer leiden tot woestijnvorming en dat wijzigt het klimaat.
2 Geboortepolitiek
geboortepolitiek
a Zeten bijmens de pijlen een + bij een versterkende relatie (de variabelen bewegen in dezelfde richting) en een – 5 Natuur veranderen het aardse systeem bij een verzwakkende relatie (de variabelen bewegen in tegengestelde richting). erosie en klimaatveranderingen hebben een grote invloed op
- Welk besluit kun je hieruit trekken?
b Formuleer een besluit door volgende zinnen te vervolledigen:
TELESCOOP 3D_THEMA 2 DE KOOLSTOFKRINGLOOP_V2.indd 18
18/12/2025 09:22
4 Geboortebeleid: meer of minder kinderen?
TELESCOOP 3D_THEMA 3 DE BEWOONDE AARDRE.indd 81
81
18/12/2025 09:24
- over het milieu: Door meer gebruik van gps-technologie neemt de bemesting en dus de hoeveelheid
stikstof (nitraat) in de bodem af en nemen de biodiversiteit en waterkwaliteit toe.
AAN DE SLAG
TEST JEZELF
- over het klimaat: Door de afname van de veestapel daalt de uitstoot van broeikasgassen en
VOLGEND HOOFDSTUK
SYNTHESE
remt de klimaatverandering af.
3 Druppelirrigatie
Bekijk via iDiddit het infofilmpje over druppelirrigatie in Kruisem. a
Wat is druppelirrigatie?
waarbij water via slangetjes druppelvind voor druppel rechtstreeks BijMethode de vierde fase TESTof buisjes JEZELF je in je bij de wortels van planten wordt afgegeven boek een overzicht van de oefeningen die op b Geef twee voordelen van druppelirrigatie. iDiddit te vinden zijn. Je kunt er individueel de - Er is geen verdamping want het water gaat direct in de bodem. - Er is precies genoeg waterhoofdstuk dat rechtstreeks naar de wortel van de plant gaat. leerstof van het mee inoefenen.
©
Na ieder thema vind je een BEGRIPPENLIJST. Op iDiddit kun je de betekenis van de begrippen ook makkelijk raadplegen bij de lesblokken.
4 TEsT JEzELF 1
Veestapel afbouwen
2 Overbemesting voorkomen 3
Elk hoofdstuk eindigt met een gestructureerde synthese. Zo krijg je een handig overzicht van de belangrijkste leerinhouden per hoofdstuk.
Smart farming
4 Gps- en computertechnologie
128
THEMA 4 LAndbouw TussEn groEi En grEnzEn
synTHEsE
TELESCOOP 3D_THEMA 4 LANDBOUW TUSS GROEI EN GRENZEN.indd 128
milieuvriendelijk
18/12/2025 09:30
landbouwareaal en veestapel in balans geodata gps-technologie
PRECISIELANDBOUW
precisiebemesting
BIOLOGISCHE LANDBOUW
LANDBOUW: HET KAN OOK ANDERS.
WERKEN MET TELESCOOP 3 STADSLANDBOUW
neemt de bemesting en dus de hoeveelheid
op daken en
5
Het onlineleerplatform bij TeleScoop
Mijn lesmateriaal Hier vind je alle inhouden uit het boek, maar ook meer, zoals checklists, ontdekplaten, filmpjes, extra oefeningen ...
IN
Extra materiaal Bij bepaalde stukken theorie of oefeningen kun je extra materiaal openen. Dat kan een videofragment zijn, een begrippenlijst, een extra bron of een leestekst. Dit materiaal helpt je om de leerstof onder de knie te krijgen. Opdrachten Hier kan de leerkracht opdrachten voor jou klaarzetten.
N
Resultaten Wil je weten hoever je staat met oefeningen en opdrachten? Hier vind je een overzicht van je resultaten.
VA
Notities Maakte je aantekeningen bij een bepaalde inhoud? Via je notities kun je ze terug oproepen.
©
Meer weten? Ga naar www.ididdit.be
Dit icoon geeft aan dat er aanvullend lesmateriaal of een didactische animatie op iDiddit staat. Soms is het handig dat je extra lesinformatie of een videofragment zelf kunt bekijken of beluisteren op je smartphone. Als je dit icoon ziet, open dan de VAN IN Plus-app en scan de pagina.
VAN IN Plus
6
IDIDDIT
tele
©
VA
N
IN
Blik op de wereldkaart
WERELDKAART VERSUS WERELDBEELD
IN
KERNVRAAG HOE STELLEN WE DE WERELD VOOR OP EEN KAART?
1 CHECK-IN
In de eerste graad maakte je al kennis met de wereldkaart. Je leerde over de sterrenkundige ligging en de ligging van continenten, werelddelen en oceanen. Je bestudeerde kaarten met klimaten, regenwouden, aardbevingen en vulkanen. Ook de namen van de breedtecirkels, lengtelijnen, halfronden en polen zijn je niet onbekend.
N
Maar ... wat als je de wereld op meer dan één manier kunt voorstellen? Wat als jouw beeld van de wereld niet helemaal overeenkomt met de werkelijkheid? Je ontdekt in deze les hoe de wereldkaart ons wereldbeeld vormt, en hoe we kritisch kunnen kijken naar de manier waarop onze aarde wordt weergegeven. Tijd voor een blikopener!
VA
2 OP ONDERZOEK 1
Van bol naar plat vlak
Op iDiddit vind je een filmpje over de projectie van kaarten. In je atlas staan veel verschillende wereldkaarten. Ook in je
vaklokaal hangt een wereldkaart. Al deze kaarten verschillen qua grootte, vorm, voorstellingswijze, thema … Om kaarten goed te lezen, moeten we rekening houden met de
problemen die gepaard gaan met de omzetting van een bol naar een plat vlak. Probeer maar eens om de schil van een
©
sinaasappel of mandarijntje op een plat vlak te leggen en de oorspronkelijke vorm te behouden. Dat is onmogelijk. Om de aarde of een deel ervan op kaarten voor te stellen, zijn een aantal kunstgrepen nodig. Kaartenmakers brengen de bol over op een vlak, of op een lichaam dat kan ‘opengelegd’ worden tot een plat vlak, zoals een cilinder of een kegel. Dat zijn kaartprojecties.
V6
In je atlas zie je enkele voorbeelden bij het thema ‘cartografie’ of bij het kaartblad ‘kaartprojecties’. Fig. 1.1
8
THEMA 1 Blik op de wereldkaart
Kaartprojectie: van bol naar plat vlak
2 Belangrijke vervormingen Elke kaart heeft vervormingen, een volledig correcte kaart bestaat niet. Je kunt de vervormingen van elke kaart en elke kaartprojectie vergelijken met de enige juiste voorstelling, de wereldbol of globe. Equidistante cilindrische afbeelding (afstandsgetrouw langs meridianen)
Fig. 1.2
Twee cilinderprojecties
3 Centraal op de kaart
IN
Conforme cilindrische projectie van Mercator (hoekgetrouw)
N
De wereldkaarten in onze atlassen hebben vaak een constante: centraal op de kaart liggen Europa en Afrika met de nulmeridiaan. Op andere plaatsen in de wereld ligt vaak een ander continent
VA
centraal op de kaart (fig. 1.3).
Fig. 1.3
De exportgebieden van Australië
4 De kaart in je hoofd
©
De kaart in ons hoofd is onze mentale kaart. Die krijgt geleidelijk aan vorm en is bepaald door persoonlijke ervaringen, zoals reizen,
lessen op school, boeken die je las, informatie uit de media …
Politieke, culturele en maatschappelijke gebeurtenissen geven we zo een plaats op onze kaart. Geen enkele mentale kaart is juist of fout, want ieder van ons slaat andere feiten in het geheugen op.
Fig. 1.4
Voorbeeld van een mentale kaart 1 WERELDKAART VERSUS WERELDBEELD
9
3 AAN DE SLAG 1
De wereld in je hoofd Onderzoek je eigen wereldbeeld. a
Teken de wereldkaart zoals ze in je hoofd zit. Duid België aan met een
. Vergelijk nu jouw tekening met
die van je buur. Wat is (ongeveer) gelijkend? Wat is verschillend?
V6
b Analyseer je zelfgetekende kaart aan de hand van de onderstaande tabel. Vergelijk met de wereldkaart uit
1
Dit is het werelddeel met de meest duidelijke vorm.
2
Dit werelddeel tekende ik het minst nauwkeurig.
3
Dit werelddeel ben ik vergeten.
N
4 Dit werelddeel staat in het midden van mijn schets.
2 Hoe wijkt mijn wereldbeeld af van de wereldkaart?
Onderzoek in welke mate jouw getekende wereldkaart beantwoordt aan de werkelijkheid. Vergelijk je schets met de vorm, onderlinge grootte en ligging van de werelddelen op de wereldbol of globe. a
Beantwoord de vragen: Welk werelddeel …
VA
V6
- ligt centraal op de wereldbol?
- heb je in verhouding te groot getekend? - heb je in verhouding te klein getekend?
- heb je in verhouding tot de andere werelddelen juist getekend?
b Jouw mentale kaart verschilt nogal wat van de afbeelding op de globe. Wat is het probleem met het afbeelden van de wereld op een kaart?
©
10
THEMA 1 Blik op de wereldkaart
Antarctica
Oceanië
Azië
Europa
Afrika
IN
Zuid-Amerika
Noord-Amerika
je atlas en zet kruisjes in de juiste kolommen.
3 Wat is het midden van de kaart? Op kaarten die wij gebruiken staat Europa centraal. Dat lijkt vanzelfsprekend. Maar hoe zien kaarten eruit die in andere werelddelen gebruikt worden? Bestudeer telkens de kaart en beantwoord de vragen. a
Wat is er anders op de kaart in vergelijking met ons wereldbeeld?
b In welk land of werelddeel kan deze kaart het best gebruikt worden? c
Teken op elke kaart de evenaar en de nulmeridiaan in het rood.
a
IN b
a
N
a
b
©
VA
b
Interessant om weten De wereldkaart waarop Europa centraal staat, wordt wereldwijd het meest gebruikt. Zelfs in Amerika is men fan van die weergave. Als je Amerika centraal plaatst, wordt Azië immers in twee delen gesplitst en dat is niet praktisch.
1 WERELDKAART VERSUS WERELDBEELD
11
V6
4 Mijn vliegtuigreis in kaart gebracht Stel, je reist met het vliegtuig van Brussel naar San Francisco. De rode lijn stelt de reis voor zoals je die op een kaart ziet, de groene lijn zoals je die op de globe waarneemt. Wat valt je op?
• Brussel
San Francisco •
IN
V20
5 Vertekend wereldbeeld
VA
N
Vergelijk de onderstaande kaarten met de globe. Wat klopt qua verhoudingen? Duid aan. En welke opvallende vervorming zie je? Noteer bij elke kaart.
Projectie van Gall-Peters
Op deze kaart kloppen de vormen van de landen /
Op deze kaart kloppen de vormen van de landen /
de onderlinge oppervlakten.
de onderlinge oppervlakten.
Antarctica en Groenland worden
Afrika en Zuid-Amerika zijn op de projectie van
©
Mercatorprojectie
en Afrika en Zuid-Amerika
afgebeeld.
Gall-Peters
Interessant om weten Dit is het logo van de Verenigde Naties. Deze afbeelding van de wereld verschilt van wat we gewoon zijn: de noordpool staat centraal, de aarde is ‘opengeplooid’. Om geen enkel land te bevoordelen koos men voor deze weergave.
12
THEMA 1 Blik op de wereldkaart
.
V6
6 Mentale kaarten Bekijk de onderstaande ‘mentale kaarten’ van leerlingen uit andere landen. Beantwoord de vragen. Noteer bij elke kaart de naam van het land waar je denkt dat ze gemaakt is.
IN
a
b Wat valt op als mensen kenmerken moeten geven van andere regio’s?
V9
7 De referentiekaart van de wereld Herhaal je kennis van de referentiekaart van de wereld. Maak gebruik van je atlas. a
N
V6
Noteer de namen van de werelddelen en oceanen op de juiste plaats op de figuur.
©
VA
b Benoem de gekleurde referentielijnen (in rood, blauw, geel en oranje) op de kaart.
0
3000 km
op de evenaar
Van elke belangrijke gebeurtenis op de wereld kun je de ligging opzoeken in je atlas. Als je die plaats aanvult op de referentiekaart (achteraan in je leerwerkboek), krijg je een goed beeld van waar wat gebeurd is.
4 TEST JEZELF 1
Mentale kaart van de wereld
2 Referentiekaart van de wereld 1 WERELDKAART VERSUS WERELDBEELD
13
SYNTHESE VAN GLOBE NAAR WERELDKAART TOT MENTALE KAART
DE WERELDBOL
= enige juiste voorstelling
ELEMENTEN: - werelddelen - oceanen
3D 2D: altijd vervormingen
MENTALE KAART = ons persoonlijk wereldbeeld
OPGEBOUWD UIT:
IN
REFERENTIEKAART = basiskaart van de wereld
OF GLOBE
- breedte- en lengtelijnen
- persoonlijke ervaringen: bv. - eigen omgeving - reizen - …
- invloed van de media: bv.
WERELDKAARTEN VERSCHILLEN:
- nieuws
- vorm van de werelddelen
- sociale media - …
N
- oppervlakte van de landen - centrum van de kaart
bv. op onze kaarten staan
politieke, maatschappelijke
Europa en Afrika centraal
en culturele gebeurtenissen
VA
© 14
THEMA 1 Blik op de wereldkaart
- beeld hangt af van sociale,
tele
IN
HET KLIMAATSYSTEEM VAN DE AARDE 16
2 Het natuurlijk broeikaseffect
23
3 De natuurlijke koolstofcyclus
31
©
VA
N
1 De aarde is een systeem
1 DE AARDE IS EEN SYSTEEM
IN
KERNVRAAG WAAROM IS DE AARDE EEN SYSTEEM?
1 CHECK-IN
In de lessen van de eerste graad heb je de relaties tussen en binnen landschapsvormende lagen onderzocht. Op de wereldkaart kun je de grote reliëf-, klimaat- en vegetatiezones aanduiden en benoemen. Nu zoomen
N
we uit en bekijken we de aarde vanop afstand. De aarde is de enige planeet die we kennen waarop levende wezens voorkomen. Satellietopnames vanuit de ruimte vertellen ons heel wat over het aardoppervlak en de dampkring. Alles op aarde maakt deel uit van een van de vier sferen. Ontdek online op iDiddit wat in elke sfeer thuishoort.
VA
2 OP ONDERZOEK
1 Energie en materie veranderen een systeem
De continenten, dampkring, oceanen en het leven op aarde veranderen voortdurend. Ze werken op oneindig veel manieren samen. Daarom is de aarde een systeem, een geheel van elementen die elkaar beïnvloeden. Stel je een beker met water
voor als een eenvoudig systeem. Aan dat systeem kan energie
of materie toegevoegd worden,
©
of het kan net energie of
materie verliezen. Je kent die twee begrippen uit de lessen natuurwetenschappen.
We spreken van een geïsoleerd systeem als het afgesloten is van de omgeving en er dus geen materie of energie in of uit kan. Bij een open systeem kunnen er materie en energie in en uit.
geïsoleerd systeem
Bij een gesloten systeem kan er geen materie in of uit, maar wel
Fig. 2.1
energie.
16
THEMA 2 HET KLIMAATSYSTEEM VAN DE AARDE
Soorten systemen
open systeem
gesloten systeem
2 Energie voor onze planeet Welke energiebronnen veroorzaken van binnenuit en buitenaf veranderingen in het systeem aarde? Van buitenaf beïnvloedt zonne-energie het weer
de aarde hitte op, die zich naar het aardoppervlak
en het klimaat op aarde. Ze is essentieel voor
verplaatst. Hierdoor kunnen aardplaten bewegen,
fotosynthese en speelt daardoor een belangrijke rol
wat aardbevingen en vulkanisme veroorzaakt.
in het leven van mens en dier.
Fig. 2.2
Energiebronnen van binnenuit en buitenaf
IN
Van binnenuit wekken kernreacties in de kern van
De aarde is een gesloten systeem. Ze krijgt voortdurend energie van de zon en ze straalt die energie weer uit in
N
de ruimte. Er komt bijna geen materie bij en er gaat bijna geen materie weg.
3 De sferen van de aarde
Bekijk de kennisclip over de vier sferen van de aarde.
VA
Het aardse systeem bestaat uit vier onderling verbonden sferen. De term sfeer komt van het Griekse ‘sphaira’ of bol. Ook de namen van de sferen ontlenen we aan het Grieks. De vier sferen beïnvloeden elkaar voortdurend: de atmosfeer, de gasvormige laag die ons omhult en beschermt;
-
de hydrosfeer, al het water op, onder en boven het aardoppervlak;
-
de geosfeer, de vaste, rotsachtige buitenkant en het binnenste van de planeet;
-
de biosfeer, alle levende organismen.
©
-
hydrosfeer
Fig. 2.3
atmosfeer
biosfeer
geosfeer
De vier sferen 2 DE AARDE IS EEN SYSTEEM
17
4 Sferen beïnvloeden elkaar Er vinden heel wat processen plaats tussen de sferen. Die noemen we interacties of wisselwerkingen. -
De bodem levert voedsel aan planten (fig. 2.4).
-
De rivier spoelt zand weg (fig. 2.5).
-
Wind zorgt voor golven in de zee (fig. 2.6).
-
Bomen geven zuurstof aan de lucht (fig. 2.7).
Interactie geosfeer en biosfeer
Fig. 2.5
Interactie hydrosfeer en geosfeer
VA
N
Fig. 2.4
IN
Bijvoorbeeld:
Fig. 2.6
Interactie atmosfeer en hydrosfeer
Fig. 2.7
Interactie atmosfeer en biosfeer
5 Natuur en mens veranderen het aardse systeem Natuurlijke processen zoals vulkaanuitbarstingen, aardbevingen, erosie en klimaatveranderingen hebben een grote invloed op
de vier sferen. Zo kunnen ze landschappen opbouwen en weer afbreken. De mens, die deel uitmaakt van de biosfeer, gebruikt alle sferen voor grondstoffen, voedsel, water en lucht. Deze
©
activiteiten veroorzaken problemen. Door mijnbouw vervuilen we de bodem, het water en de lucht (fig. 2.8). Ontbossing kan
dan weer leiden tot woestijnvorming en dat wijzigt het klimaat.
Fig. 2.8 Vervuiling door een nikkelmijn in Mindanao (Filipijnen)
Interessant om weten Vorig jaar leerde je al dat ontbossing en klimaatverandering het Amazonewoud bedreigen. Door de kap van bomen en de opwarming van de aarde wordt het regenwoud droger en warmer. Hierdoor kan het veranderen in een soort savanne of zelfs een woestijn. Een slechte zaak, want een regenwoud neemt veel CO2 op. Als er meer CO2 vrijkomt, dan warmt de aarde verder op. Ontbossing leidt ook tot veranderingen in windpatronen en het verdwijnen van biodiversiteit (planten en dieren). Als we de bomenkap stoppen, kunnen we het regenwoud misschien nog redden en zal de aarde minder opwarmen.
18
THEMA 2 HET KLIMAATSYSTEEM VAN DE AARDE
3 AAN DE SLAG 1
Het systeem aarde Wat voor een systeem is de aarde? Duid het juiste antwoord aan. De aarde is een open systeem: ze krijgt energie van de zon en er gaat ook weer energie naar buiten. Er valt ook heel wat materie op de aarde en er gaat ook veel materie weer weg. De aarde is een geïsoleerd systeem: er kan geen energie van de zon binnen of buiten. Er komt helemaal geen materie bij en er gaat geen materie weg. De aarde is een gesloten systeem: ze krijgt voortdurend energie van de zon en ze straalt die energie ook
2 Sferen en elementen
IN
weer uit. Er komt echter bijna geen materie bij en er gaat bijna geen materie weg.
Kun je de volgende elementen aan een sfeer toewijzen? Noteer per sfeer minstens drie voorbeelden.
algen en bacteriën – bergen – fossielen – gassen – gletsjers – grondwater – klei- en zanddeeltjes – lava –
-
de atmosfeer:
-
de biosfeer:
-
de geosfeer:
-
de hydrosfeer:
N
lucht – meren en rivieren – planten en dieren – rotsen – schimmels – wolken – zeeën en oceanen
3 Sferen in verandering
De vier sferen zijn onderhevig aan natuurlijke en ook menselijke invloeden. Welke invloeden kunnen de vier
natuurlijke invloeden
menselijke invloeden
©
VA
sferen veranderen? Noteer bij elke sfeer een voorbeeld in de juiste kolom.
geosfeer
hydrosfeer
atmosfeer
biosfeer
2 DE AARDE IS EEN SYSTEEM
19
4 Sferen in interactie Welke sferen werken op elkaar in? Bestudeer beide foto’s. a
Tussen welke twee sferen is er een interactie? Duid aan.
IN
b Leg deze wisselwerking kort uit.
Volcán de Fuego (Guatemala)
Seven Sisters (Verenigd Koninkrijk)
a
atmosfeer – biosfeer – geosfeer – hydrosfeer
a
atmosfeer – biosfeer – geosfeer – hydrosfeer
b
b
5 Het systeem aarde
N
De figuur hieronder toont het systeem aarde met de vier sferen. De pijlen geven de wisselwerkingen tussen de sferen aan. Bekijk de figuur aandachtig en beantwoord de vragen.
VA
atmosfeer
©
11
9
12
10
biosfeer
7
8
hydrosfeer geosfeer
20
THEMA 2 HET KLIMAATSYSTEEM VAN DE AARDE
a
Welke sfeer oefent invloed uit op een andere sfeer? Noteer het nummer bij de overeenstemmende pijl op de figuur. Let op: er staan telkens twee pijlen tussen twee sferen. Kies de pijl met de juiste richting. 1
De wind slijt rotsen af.
2
Als gevolg van aardbevingen kunnen tsunami’s ontstaan.
3
Door vulkaanuitbarstingen komen hete gassen in de dampkring.
4
Vruchtbare landbouwgrond zorgt voor hogere oogstopbrengsten.
5
CO2 uit de lucht lost op in de oceanen.
6
Water verdampt uit de oceanen.
8
9
10
11
12
N
©
VA
7
IN
b Kun je bij pijlen 7 tot 12 zelf een voorbeeld van een wisselwerking of interactie bedenken? Vul aan.
4 TEST JEZELF 1
De aarde is een systeem
2 Sferen herkennen 3
Sferen en elementen
4 Wisselwerking tussen sferen
2 DE AARDE IS EEN SYSTEEM
21
SYNTHESE HET SYSTEEM AARDE
De hydrosfeer bestaat
korst met gesteenten,
uit oceanen, meren,
lava, mantel en kern.
rivieren, ijs, grondwater en waterdamp.
Onderlinge relaties:
De atmosfeer bestaat
De biosfeer bestaat
uit de gasvormige laag
uit planten, dieren,
rond de aarde (lucht).
micro-organismen
IN
De geosfeer bestaat uit
en mensen.
- interacties of wisselwerkingen: de sferen zijn onderling verbonden en beïnvloeden elkaar - processen die plaatsvinden tussen de sferen: bv. de waterkringloop, verwering …
N
- De aarde is een systeem, omdat het een geheel van elementen is die elkaar beïnvloeden.
Voorbeelden van interacties:
- tussen geosfeer en atmosfeer: bv. vulkanen stoten gassen uit
- tussen hydrosfeer en geosfeer: bv. gesteenten verweren door neerslag
VA
- tussen biosfeer en atmosfeer: bv. mensen ademen lucht in
- tussen biosfeer en hydrosfeer: bv. vissen leven in het water - tussen alle sferen onderling:
©
bv. planten halen voedsel uit de bodem, nemen water op, halen CO2 uit de lucht en geven O2 af
22
THEMA 2 HET KLIMAATSYSTEEM VAN DE AARDE
2 HET NATUURLIJK BROEIKASEFFECT
IN
KERNVRAAG HOE ZORGT HET NATUURLIJK BROEIKASEFFECT VOOR EEN LEEFBARE TEMPERATUUR OP AARDE?
1 CHECK-IN
Onze atmosfeer werkt als een broeikas. Bepaalde gassen in de atmosfeer houden warmte vast. Om welke gassen
N
gaat het? En hoe warmt de aarde dan op? Test op iDiddit je kennis over broeikasgassen.
2 OP ONDERZOEK 1
Soorten stralingen
Overal om ons heen is er straling. Elke dag worden we eraan blootgesteld, vaak zonder dat we het beseffen.
VA
Denk maar aan zichtbaar licht, microgolven en infraroodstralen. Je leerde in de lessen natuurwetenschappen dat de verzameling van al die stralingen het stralingsspectrum genoemd wordt. Stralen verplaatsen zich als golven. Soms hebben ze veel energie en trillen ze snel met korte golven, zoals bijvoorbeeld x-stralen. Andere zijn minder
©
energierijk: ze trillen langzaam en met lange golven, zoals radiogolven (fig. 2.9).
Fig. 2.9
Het stralingsspectrum
2 HET NATUURLIJK BROEIKASEFFECT
23
2 Het broeikaseffect Waarom is het in een broeikas of serre warmer dan er buiten? Zonlicht dringt gemakkelijk door het glas van een broeikas en wordt in de aarde omgezet in warmte. Deze warmte (infrarode straling) wordt deels vastgehouden door het glas, waardoor de temperatuur in de broeikas stijgt. Dat is ideaal voor planten. Het natuurlijk broeikaseffect is te vergelijken met een serre, maar dan op veel grotere schaal. Net zoals het glas van
IN
een broeikas de warmte van de zon vasthoudt, zorgt onze atmosfeer ervoor dat de aarde niet ijskoud wordt. Bekijk de kennisclip over het
Fig. 2.10 Werking van een broeikas of serre
natuurlijk broeikaseffect.
De zon stuurt energie naar de aarde in de vorm van kortgolvige straling (geel). Wat er vervolgens met die straling gebeurt, zie je stap voor stap in de figuur (fig. 2.11): -
Bijna een derde van deze zonnestraling (30 %) wordt door het aardoppervlak en de atmosfeer teruggekaatst
N
of gereflecteerd in de ruimte. Dit reflectievermogen noemen we het albedo-effect. -
De gassen in de atmosfeer slorpen een deel van de straling (20 %) op, waardoor de dampkring opwarmt.
-
Ongeveer de helft van alle zonnestraling (50 %) wordt door de aarde opgenomen of geabsorbeerd.
-
Natuurlijke broeikasgassen in de atmosfeer, zoals koolstofdioxide (CO2), waterdamp (H2O), methaan (CH4)
Deze geabsorbeerde kortgolvige straling wordt omgezet in langgolvige warmtestraling (oranje). en lachgas (N2O), houden een groot deel van deze warmte vast en stralen dit terug naar het aardoppervlak.
VA
Net zoals glas laten ze de langgolvige straling of warmte moeilijk door. Het aardoppervlak wordt dus niet alleen verwarmd door de zon, maar ook door deze teruggestraalde warmte uit de aarde. Zonder dit effect zou de aarde gemiddeld - 18 °C zijn in plaats van + 15 °C. Het natuurlijk broeikaseffect is dus onmisbaar voor het leven op aarde.
-
De aarde koelt weer af door warmte uit te stralen (70 %). Instraling door de zon (100 %) en uitstraling (30 % + 70 %) zijn in evenwicht. Dit is de energiebalans van de aarde.
©
reflectie door wolken en stofdeeltjes
reflectie op het aardoppervlak
albedo
warmtestraling vrijgegeven door de aarde
absorptie van lichtstralen door het aardoppervlak
omzetting van kortgolvige lichtstralen naar langgolvige warmtestralen Fig. 2.11 Het natuurlijk broeikaseffect
24
verlies van warmte in de ruimte
THEMA 2 HET KLIMAATSYSTEEM VAN DE AARDE
CO2
CH4 N2O warmtestraling gevangen door broeikasgassen
H2O
Interessant om weten Het deel kortgolvige sneeuw 80-95 %
zonnestraling dat wordt teruggekaatst is de albedo.
maan 6-8 %
Daardoor is de aarde zichtbaar vanuit de ruimte. Lichte oppervlakken, zoals ijs en sneeuw, kaatsen veel zonnestraling terug en
baksteen 20-40 %
beton watermassa 17-27 % 10-60 % (afhankelijk van de invalshoek van de zon)
bossen 10-20 %
hebben een hoge albedo. zoals een asfaltweg, absorberen de straling en hebben een lage albedo.
landbouwgewassen 10-25 % zwart asfalt 5-10 %
IN
Donkere oppervlakken,
licht dak 35-50 %
grasland 25-30 %
donker dak 8-18 %
Fig. 2.12 Albedowaarden van verschillende aardoppervlakken
N
3 Het klimaatsysteem van de aarde Het klimaat is een samenspel van de atmosfeer (die zonne-energie doorlaat en warmte vasthoudt), de hydrosfeer (met oceanen die warmte opnemen en verdelen), de biosfeer (met planten die CO2 opnemen en O2 produceren) en de geosfeer (met vulkanen die
VA
gassen uitstoten). Deze vier sferen beïnvloeden elkaar voortdurend en vormen samen het klimaatsysteem van de aarde. Het klimaat en de veranderingen die het ondergaat, zijn dus het gevolg van de interacties
©
tussen de vier sferen.
Fig. 2.13 Klimaat als samenspel tussen de vier sferen
Je weet al dat er door verbranding van fossiele brandstoffen meer CO2 in de lucht komt. Meer CO2 leidt tot hogere temperaturen. De toename van broeikasgassen door menselijke activiteiten versterkt het broeikaseffect, wat leidt tot klimaatverandering.
Fig. 2.14 Verbranding van fossiele brandstoffen
2 HET NATUURLIJK BROEIKASEFFECT
25
3 AAN DE SLAG 1
Soorten stralingen Onderzoek het stralingsspectrum (fig. 2.9) en beantwoord de vragen. a
Zijn onderstaande stellingen juist of fout? Verbeter de foute stellingen. juist 1
fout
Infrarood, licht en ultraviolet zijn zichtbare stralingen voor de mens.
2
IN
Geluidsgolven maken deel uit van het stralingsspectrum.
3
Straling met een iets langere golf dan rood licht is ultraviolette straling.
4 Violet licht heeft een kortere golflengte dan rood licht.
N
5
Stralen met een kortere golflengte dan ultraviolet zijn gevaarlijk.
VA
6 Radiogolven verplaatsen zich met de kortste golflengte.
b In de studie van het broeikaseffect onderzoeken we vooral het zichtbare licht en infraroodstralen. Welke straling verplaatst zich met de kortste golven en welke met de langste? korte golven:
-
lange golven:
©
-
26
THEMA 2 HET KLIMAATSYSTEEM VAN DE AARDE
2 Het natuurlijk broeikaseffect
IN
Bekijk de kennisclip. Verduidelijk het natuurlijk broeikaseffect aan de hand van de figuur.
legende kortgolvige straling langgolvige straling (IR) broeikasgassen
Duid met stippen (zie symbool in legende) aan waar de broeikasgassen zich bevinden.
N
a
b Noteer de nummers van de uitspraken op de juiste plaats op de figuur. 1
Kortgolvige straling of lichtstralen kunnen ongehinderd door de atmosfeer.
2
Een deel van de warmte ontsnapt weer in de ruimte.
3
In de aarde wordt kortgolvige straling omgezet in langgolvige straling.
VA
4 De broeikasgassen houden het grootste deel van de warmte in de atmosfeer tegen. 5
De aarde weerkaatst een deel van de kortgolvige straling.
6 De onderste laag van de atmosfeer warmt op.
7
Broeikasgassen zijn onmisbaar voor het leven op aarde. Waarom? Leg bondig uit.
©
c
Een deel van de lichtstralen wordt gereflecteerd in de atmosfeer.
2 HET NATUURLIJK BROEIKASEFFECT
27
3 Natuurlijke broeikasgassen Bekijk de tabel. In de eerste kolom vind je de formules van de belangrijkste natuurlijke broeikasgassen. Gebruik de hyperlink om de tabel aan te vullen. a
Noteer in de tweede kolom de naam van het broeikasgas.
b Lees de tekst en noteer hoe deze gassen op natuurlijke wijze in de atmosfeer terechtkomen. formule
naam broeikasgas
komt op natuurlijke wijze in de atmosfeer door:
H2O
CO2
CH4
of moerasgas;
IN
N2O
N
distikstofoxide of
VA
omzetting van organische stof in de bodem door micro-organismen
4 Ken je begrippen!
Maak duo’s. Verbind telkens twee begrippen. infrarood
broeikasgas reflectie
©
warmte vasthouden
28
glas isoleren licht weerkaatsing
kortgolvige straling
warmte
atmosfeer
methaan
THEMA 2 HET KLIMAATSYSTEEM VAN DE AARDE
5 Natuurlijk broeikaseffect in beeld Waarom komen broeikasgassen in de atmosfeer? Bekijk de onderstaande foto’s en benoem telkens de oorzaak. Koppel hieraan ook telkens het natuurlijke broeikasgas dat past. Kies uit:
IN
CO2 – H2O – N2O – CH4
oorzaak:
oorzaak:
oorzaak:
VA
broeikasgas:
broeikasgas:
N
broeikasgas:
oorzaak:
broeikasgas:
oorzaak:
broeikasgas:
broeikasgas:
©
oorzaak:
oorzaak:
oorzaak:
broeikasgas:
broeikasgas:
4 TEST JEZELF 1
Het natuurlijk broeikaseffect
2 Het klimaat en de vier sferen 2 HET NATUURLIJK BROEIKASEFFECT
29
SYNTHESE HET NATUURLIJK BROEIKASEFFECT De zon straalt energie uit naar de aarde.
Een deel van de zonnestraling wordt weerkaatst.
Dit is vooral kortgolvige straling.
Dit is de albedo.
reflectie door wolken en stofdeeltjes albedo
warmtestraling vrijgegeven door de aarde
CO2
CH4
N2O
warmtestraling gevangen door broeikasgassen
H2O
N
absorptie van lichtstralen door het aardoppervlak
verlies van warmte in de ruimte
IN
reflectie op het aardoppervlak
omzetting van kortgolvige lichtstralen naar langgolvige warmtestralen
Het aardoppervlak straalt
VA
Het aardoppervlak absorbeert
Broeikasgassen houden
een deel van de zonnestraling
die warmte uit in de vorm
langgolvige straling vast,
en zet die om in warmte.
van infraroodstraling.
waardoor de aarde opwarmt.
Dit is langgolvige straling.
Broeikasgassen die op natuurlijke wijze in de atmosfeer komen: - waterdamp: verdamping van water uit oceanen, rivieren …
- koolstofdioxide: vulkanisme, bosbranden en afbraak van organisch materiaal - methaan: moerassen en vertering door herkauwers
©
- lachgas: omzetting organische stoffen in de bodem
Het is een natuurlijk proces dat de temperatuur op aarde regelt. Zonder dit effect was het op aarde 33 °C kouder. Het natuurlijk broeikaseffect is onmisbaar voor het leven op aarde. De toename van broeikasgassen door menselijke activiteiten versterkt dit effect, wat leidt tot klimaatverandering. Het klimaat en de klimaatverandering zijn het resultaat van de wisselwerking tussen de vier sferen.
30
THEMA 2 HET KLIMAATSYSTEEM VAN DE AARDE
3 DE NATUURLIJKE KOOLSTOFCYCLUS
IN
KERNVRAAG HOE WERKT DE NATUURLIJKE KOOLSTOFCYCLUS?
1 CHECK-IN
Koolstof (aangeduid met symbool C, van het Engelse carbon) is een van de belangrijkste bouwstenen voor
het leven op aarde. Koolstof kan de ene dag deel uitmaken van een plant, de volgende dag van een dier en
de dag daarna kan ze met het water van een rivier naar de zee stromen. Koolstof maakt zowel deel uit van levende wezens als van niet-levende wezens zoals water, lucht en zelfs rotsen. In dit hoofdstuk onderzoeken we op welke
N
manieren koolstof zich verplaatst tussen de vier sferen. Een van die processen is fotosynthese. Ontdek op iDiddit hoe de vier sferen daarbij samenwerken.
2 OP ONDERZOEK
De natuurlijke koolstofkringloop
VA
1
Bekijk vooraf het filmpje ‘Wat is de koolstofcyclus?’
Je weet al dat de aarde met de atmosfeer een gesloten systeem vormt. Er komt bijna geen materie bij en er verdwijnt ook bijna geen materie. De hoeveelheid koolstof op aarde blijft dus ongewijzigd, maar is wel in
©
beweging. Hier lees je hoe koolstof zich van de ene sfeer naar de andere verplaatst.
Fig. 2.15 Groen bladerdak van een mangrovebos 2 DE NATUURLIJKE KOOLSTOFCYCLUS
31
waterdamp of H2O
wolk = waterdruppels 1 CO2
CO2
fotosynthese 2 3
5 6
IN
7 ademhaling
vertering 4
oplossen
8
koolstofverbindingen (C) steenkool, aardolie en aardgas = fossiele brandstoffen 11
10 inkolen
CO2
9 sedimentatie
Koolstof in de atmosfeer 1
N
Fig. 2.16 Menselijke invloed op de koolstofkringloop
Koolstof komt in de dampkring voor in de vorm van koolstofdioxide of CO2.
VA
Koolstof in planten en dieren
2 Groene planten zoals varens of bomen zetten CO2-gas uit de lucht om in suikers door fotosynthese. 3
Tijdens hun groei gebruiken planten koolstof voor hun weefselopbouw. Ze bestaan dus vooral uit koolstofverbindingen.
4 De strooisellaag bestaat uit dode bladeren, naalden en takken die verteren. Die laag maakt deel uit van de bodem.
5
Wanneer plantenresten verteren, komt er weer CO2 in de lucht vrij.
6 Dieren en ook mensen eten planten. Zo nemen ze ook koolstof op.
7
Dierlijke organismen, en wij dus ook, ademen CO2 weer uit.
Fossiele brandstoffen
©
8 Ook plankton en algen in de oceanen doen aan fotosynthese.
9 Wanneer plankton en algen afsterven en op de zeebodem bedekt worden met een dikke laag zand of klei, ontstaat na tientallen miljoenen jaren aardolie. Dat proces noemen we sedimentatie.
10 Ook overblijfselen van planten die miljoenen jaren geleden leefden in moerassen, veranderen diep onder de grond in veen, bruin- en steenkool. We noemen dat inkolen. In die gesteentelagen zit de koolstof tot honderden miljoenen jaren gevangen.
11 Deze versteende overblijfselen van planten zijn brandbaar: dit zijn fossiele brandstoffen.
32
THEMA 2 HET KLIMAATSYSTEEM VAN DE AARDE
Interessant om weten Koolstof in gesteentelagen CO2 uit de lucht lost ook op in het oceaanwater. Koralen, schelpen, zee-egels en heel kleine eencelligen halen CO2-gas uit het water en binden het met calcium. Zo bouwen ze hun skelet uit kalk op. Wanneer die zeeorganismen naar de zeebodem zinken of sedimenteren, worden krijt- of kalksteenlagen gevormd. Vulkaanuitbarstingen brengen koolstof die in Fig. 2.17 De Tungurahua: actieve vulkaan in Ecuador
IN
gesteenten is opgeslagen deels terug in de atmosfeer.
2 Koolstofputten en koolstofbronnen
Koolstof is overal op aarde aanwezig en circuleert dus voortdurend doorheen het hele systeem: in de hydrosfeer, de geosfeer (de bodem), de biosfeer en de atmosfeer. In de oceaan zit ongeveer 50 keer meer koolstof dan in de biosfeer, en in de atmosfeer zo’n 19 keer meer koolstof dan in de biosfeer.
Er zijn heel wat plaatsen waar koolstof voor lange tijd opgeslagen blijft, bijvoorbeeld de oceanen, de bodem of steenkoollagen. We noemen ze koolstofputten, Andere plaatsen laten koolstof weer vrij, bijvoorbeeld bij
VA
N
bosbranden of vulkaanuitbarstingen. Dat zijn koolstofbronnen.
©
Fig. 2.18 Koolstofputten
3 Menselijke invloed op de koolstofcyclus Wanneer aardolie, aardgas of steenkool verbrandt, wordt de opgeslagen koolstof (C) weer gebonden aan zuurstof (O2). Op die manier ontstaat CO2 die in de lucht terechtkomt. Waterdamp (H2O) blijft niet in de atmosfeer hangen. Wanneer waterdamp condenseert, valt die in de vorm van
regen weer op de aarde. CO2 blijft wel aanwezig en stapelt zich op in de dampkring. Je weet al dat de aarde steeds meer opwarmt door het toenemende gehalte aan het broeikasgas CO2 in de atmosfeer.
2 DE NATUURLIJKE KOOLSTOFCYCLUS
33
3 AAN DE SLAG 1
De natuurlijke koolstofkringloop Maak de koolstofkringloop duidelijk op de onderstaande figuur en voer de opdrachten uit.
CO2
CO2 vulkaanuitbarsting fotosynthese
plankton en algen
zeeorganismen
IN
groene planten
groene planten aardolie
strooisellaag (humus)
dieren en mensen
kalksteen
steenkool
a
N
Noteer op de figuur de namen van de sferen in het juiste kadertje:
‘GS’ in de geosfeer, ‘HS’ in de hydrosfeer, ‘AS’ in de atmosfeer en ‘BS’ bij de biosfeer.
VA
b Noteer de nummers van deze zinnen in het juiste cirkeltje op de figuur. 1
Koolstof komt in de dampkring voor in de vorm van koolstofdioxide of CO2.
2
Door bosbranden komt de opgeslagen koolstof in de vorm van CO2 weer vrij in de atmosfeer.
3
Een uitbarsting van vulkanen brengt een deel van de koolstof die in gesteenten is opgeslagen terug in de atmosfeer.
4
Zeeorganismen halen CO2 uit het water en binden het met calcium. Zo wordt kalksteen gevormd.
5
Wanneer plankton en algen afsterven en bedekt worden met een dikke laag zand of klei, ontstaat na tientallen miljoenen jaren aardolie. Dat proces noemen we sedimentatie.
Groene planten (varens, bomen …) zetten CO2 uit de lucht om in suikers door fotosynthese.
7
Dieren en mensen eten planten en nemen zo koolstof op. Ze ademen CO2 weer uit.
8
Ook plankton en algen in de oceanen doen aan fotosynthese.
9
Afgestorven planten veranderen diep onder de grond in veen, bruin- en steenkool.
©
6
We noemen dat inkolen.
10
De strooisellaag bestaat uit dode bladeren, naalden en takken die verteren. Die laag maakt deel uit van de bodem. Wanneer plantenresten verteren, komt er weer CO2 in de lucht vrij.
34
11
CO2 uit de lucht lost op in het oceaanwater.
12
Koralen, schelpen, zee-egels en heel kleine eencelligen met een kalkskelet leven in de oceanen.
THEMA 2 HET KLIMAATSYSTEEM VAN DE AARDE
2 Koolstof circuleert tussen de sferen Onderzoek nu de kringloop van koolstof. Maak gebruik van de info uit oefening 1. Hoe verplaatst koolstof zich tussen de sferen? Vul de tabel aan en noteer ook de sfeer (GS, HS, AS en BS) erbij. van
sfeer
naar
sfeer
a
fotosynthese
lucht
AS
planten
BS
b
eten/voedsel
c
uitademen
d
verteren
e
inkolen
f
kalksteenvorming
g
sedimentatie
h
uitbarsting
3 Koolstofputten en koolstofbronnen
IN
proces
a
N
Er zijn heel wat plaatsen waar koolstof voor lange tijd opgeslagen blijft. Beantwoord de vragen. Plaats de volgende begrippen in de juiste kolom.
bosbranden – kalksteen – oceanen – ontbossing – plankton – steenkoollagen – tropisch regenwoud – verbranding van fossiele brandstoffen – vulkaanuitbarstingen
VA
koolstofputten
koolstofbronnen
©
b Vergelijk je antwoorden in beide kolommen en duid aan wat correct is. -
De opslag van koolstof in putten gebeurt vooral door natuurlijke / menselijke processen.
Ze verlopen meestal traag / snel.
-
Het vrijkomen van koostof is vooral het gevolg van natuurlijke / menselijke processen.
Ze verlopen meestal traag / snel.
2 DE NATUURLIJKE KOOLSTOFCYCLUS
35
4 Koolstofprocessen Bekijk de foto’s. Noteer het juiste proces van koolstof onder elke foto. Tip: zie oefening 1.
2
3
4
6
VA
5
N
IN
1
7
8
10
©
9
CO2
b Op welke foto’s zie je een proces waarbij CO2 vrijkomt en gaat het dus om een koolstofbron?
36
THEMA 2 HET KLIMAATSYSTEEM VAN DE AARDE
5 Menselijke invloed Ook de mens zorgt voor een toename van CO2 in de atmosfeer. Bekijk de figuur en beantwoord de vragen. waterdamp of H2O
verbranding van fossiele brandstoffen C + O2
wolk = waterdruppels
CO2 CO2
fotosynthese
ademhaling vertering
IN
verbranding
oplossen CO2
koolstofverbindingen (C) steenkool, aardolie en aardgas = fossiele brandstoffen
inkolen
Op de figuur kun je de korte en de lange koolstofcyclus herkennen. -
Overtrek de pijlen die de korte cyclus weergeven met groen. Leg deze uit.
Overtrek de pijlen die de lange cyclus weergeven met oranje. Leg deze uit.
VA
-
N
a
sedimentatie
b Welk verschil zie je nog tussen de lange en de korte cyclus?
c
Meer CO2 in de lucht is een probleem, maar meer waterdamp niet.
©
Hoe komt dat? Denk hierbij aan de watercyclus.
4 TEST JEZELF 1
Ken je begrippen!
2 Verplaatsing koolstof tussen sferen 3
Koolstofbron of koolstofput?
2 DE NATUURLIJKE KOOLSTOFCYCLUS
37
SYNTHESE DE KOOLSTOFKRINGLOOP
de natuurlijke
opnemen van
kringloop van
koolstof
doorgeven van koolstof
koolstof (C) tussen de vier
Op het land:
Planten
sferen
planten
dienen als
nemen CO2
voedsel voor
op door middel van korte
KOOLSTOFBRONNEN EN
PROCESSEN
fotosynthese.
dieren.
-PUTTEN vrijkomen van
koolstofbron:
koolstofput:
koolstof
plaats waar
plaats waar
CO2 vrijkomt in
CO2 wordt
de atmosfeer
opgeslagen
IN
WAT?
vertering
van planten
ademhaling van dieren
- bosbranden
- oceanen
- vulkanen
- atmosfeer
- …
- planten
vulkaan-
koolstofcyclus In de
uitbarstingen
oceanen: zee-
koolstofcyclus
organismen
N
lange
- bodem en
gesteentelagen (o.a. fossiele
brandstoffen en kalksteen)
leggen CO2
VA
vast.
Door fossiele brandstoffen zoals aardgas, aardolie en steenkool te verbranden, brengt de mens grote
©
hoeveelheden CO2 in de atmosfeer.
38
THEMA 2 HET KLIMAATSYSTEEM VAN DE AARDE
BEGRIPPENLIJST HET KLIMAATSYSTEEM VAN DE AARDE hoofdstuk
begrip
definitie
de absorptie
het opnemen of opslorpen van licht- of warmtestraling
2
de albedo
reflectie van de inkomende zonnestralen door de aarde en de wolken
1
de atmosfeer
of dampkring; gasvormige laag rond de aarde
1
de biosfeer
gedeelte van de aarde dat alle levende wezens omvat
2
het broeikasgas
een gas in de atmosfeer dat de warmte vasthoudt
1
de dampkring
of atmosfeer; gasvormige laag rond de aarde
2
de energiebalans van de aarde
de verhouding tussen de energie die de aarde ontvangt en de energie die
de fossiele brandstoffen
plant- en dierresten die miljoenen jaren geleden leefden en die in
de fotosynthese
het proces waarbij een plant zonne-energie gebruikt om uit water en
3 3
IN
2
de aarde weer uitstraalt naar de ruimte
de aardkorst zijn omgezet in energiebronnen (steenkool, aardolie en -gas) koolstofdioxide voedingsstoffen zoals glucose op te bouwen
1
de geosfeer
deel van de aarde dat de gesteenten van de aardkern, aardmantel en
N
aardkorst omvat
1
de hydrosfeer
alle vormen van water op aarde
2
infraroodstralen
straling met een grotere golflengte dan licht; IR voelt als warmtestraling
3
inkolen
het proces waarbij afgestorven planten diep onder de grond veranderen
VA
in veen, bruin- en steenkool
1
interageren
op elkaar inwerken; twee of meer elementen die elkaar beïnvloeden
3
de koolstofbron
plaats waar koolstof of CO2 vrijkomt in de atmosfeer; bv. door bosbranden,
vulkaanuitbarstingen, verbranding fossiele brandstoffen …
2
koolstofdioxide (CO2)
kleurloos en geurloos gas dat van nature in de atmosfeer voorkomt
3
de koolstofkringloop
of koolstofcyclus; de natuurlijke kringloop van koolstof op aarde tussen de vier sferen (geosfeer, hydrosfeer, atmosfeer en biosfeer)
3
de koolstofput
of het koolstofreservoir; plaats in de geosfeer (bodem) waar koolstof voor lange tijd opgeslagen blijft
de kortgolvige straling
lichtstraling
2
het lachgas (N2O)
een krachtig broeikasgas
2
de langgolvige straling
warmte- of infraroodstraling
2
methaan (CH4)
brandbaar gas dat ontstaat wanneer organisch materiaal verteert
2
microgolven
straling met een grotere golflengte dan infrarood; gebruikt voor radio en
©
2
andere communicatie 2 2
het natuurlijk broeikaseffect
het proces waarbij gassen in de atmosfeer zonne-energie vasthouden,
de reflectie
de weerkaatsing
waardoor de aarde op een leefbare temperatuur blijft
THEMA 2 BEGRIPPENLIJST
39
HET KLIMAATSYSTEEM VAN DE AARDE hoofdstuk 1
begrip
definitie
de satelliet
object dat, bemand of onbemand, rond een planeet draait, ten dienste van onderzoek of allerhande toepassingen
3
de sedimentatie
proces waarbij deeltjes worden vervoerd of afgezet, bijvoorbeeld in zee
2
het stralingsspectrum
verzameling van zichtbare en onzichtbare straling die ons omringt
1
het systeem
een geheel van elementen die elkaar beïnvloeden bv. het systeem aarde
2
het versterkt broeikaseffect
het proces waarbij de mens meer broeikasgassen in de atmosfeer brengt,
het zichtbare licht
straling uit het stralingsspectrum die we kunnen zien en waardoor
IN
2
waardoor het natuurlijk broeikaseffect versterkt en de aarde opwarmt we voorwerpen kunnen waarnemen
N
VA
©
40
THEMA 2 HET KLIMAATSYSTEEM VAN DE AARDE
tele
IN
De bewoonde aarde 42
2 Bevolkingscijfers liegen niet
53
3 de Great Acceleration verklaard
69
4 Geboortebeleid: meer of minder kinderen?
78
©
VA
N
1 Het systeem aarde biedt kansen
1 HET SYSTEEM AARDE BIEDT KANSEN
IN
KERNVRAAG WELKE FACTOREN BEPALEN DE SPREIDING VAN DE BEVOLKING OP AARDE?
1 CHECK-IN
De mens maakt niet alleen deel uit van de biosfeer, hij oefent er ook een grote invloed op uit. De eerste mensen verspreidden zich over alle continenten in een periode die ongeveer
N
150 000 jaar geleden begon. Ondertussen wonen er meer dan 8 miljard mensen op de aarde. Dat zijn ongeveer 55 mensen
per vierkante kilometer landoppervlakte. Dat valt op zich mee,
maar de bevolking is heel onregelmatig verspreid over de wereld. Sommige gebieden zijn onbewoond, terwijl in andere gebieden
VA
60 000 inwoners per vierkante kilometer wonen. In dit hoofdstuk
onderzoeken we die ongelijke spreiding van de mens op de aarde.
Fig. 3.1
Kathmandu (Nepal)
2 OP ONDERZOEK
1
SPREIDING VAN DE BEVOLKING OP AARDE
Hoe heeft de bevolking zich over de aarde verspreid? De wereldbevolking is niet gelijkmatig verdeeld over
©
de aarde. Sommige gebieden zijn dichter bevolkt dan andere. Dat is het gevolg van verschillende factoren.
noordpoolcirkel
kreeftskeerkring
evenaar
steenbokskeerkring
0
3000 km
op de evenaar
Fig. 3.2
42
minder dan 1 inw./km2
50 – 100 inw./km2
1 – 10 inw./km2
100 – 200 inw./km2
10 – 50 inw./km2
meer dan 200 inw./km2
Wereldkaart bevolkingsspreiding
THEMA 3 De bewoonde aarde
zuidpoolcirkel
1.1 FYSISCHE FACTOREN Fysische factoren zijn natuurlijke kenmerken die bepalen hoe aantrekkelijk een gebied is om te wonen. Ze hebben een invloed op de bevolkingsspreiding en de bevolkingsdichtheid. Klimaat •
Mensen geven de voorkeur aan gebieden met een gematigd klimaat, waar de temperaturen niet te extreem zijn en er voldoende neerslag valt.
•
Gebieden waar weinig of geen mensen wonen zijn bijvoorbeeld woestijnen (te droog, zoals de Sahara)
IN
en de poolgebieden (te koud, zoals Antarctica).
Fig. 3.3 De Marokkaanse Sahara
Reliëf •
Vlaktes zijn meestal dichter bevolkt, omdat ze
•
Bergachtige gebieden hebben een lage bevolkings-
geschikter zijn voor landbouw en infrastructuur. dichtheid, omdat ze moeilijk toegankelijk zijn.
Meer dan de helft van de wereldbevolking woont lager
N
•
dan 200 meter boven zeeniveau.
VA
Fig. 3.4 Het dorp Phu in de Nar Phu-vallei (Nepal)
Bodem •
Dichtbevolkte gebieden hebben vaak vruchtbare grond, wat landbouwactiviteiten mogelijk maakt.
•
Onvruchtbare bodems zijn minder geschikt voor landbouw en trekken minder inwoners aan.
Waterbeschikbaarheid •
Water is essentieel voor de drinkwatervoorziening,
de landbouw en de industrie.
•
Riviervlakten en kustgebieden zijn vaak dichtbevolkt: ze bieden toegang tot water, transport en handel.
Droge gebieden, zoals woestijnen, zijn dunbevolkt
©
•
vanwege het gebrek aan water. Fig. 3.5 Bangkok (Thailand)
Natuurlijke hulpbronnen De aanwezigheid van grondstoffen, zoals steenkool en aardolie, kan industrie en werkgelegenheid aantrekken. Dat leidt tot een hogere bevolkingsdichtheid.
Fig. 3.6 Lood- en zinkmijn in Broken Hill (Australië)
1 HET SYSTEEM AARDE BIEDT KANSEN
43
1.2 MENSELIJKE FACTOREN Naast de fysische factoren zoals klimaat, reliëf, bodem en beschikbaarheid van water en grondstoffen, zijn ook economische, sociale en politieke aspecten bepalend voor de bevolkingsdichtheid. Economische factoren Werkgelegenheid, goede transportmogelijkheden en basisinfrastructuur (water, elektriciteit, riolering, aardgas) trekken mensen aan. De aanwezigheid van industrie en handelsmogelijkheden stimuleert
IN
bovendien economische groei.
Fig. 3.7 Petrochemische industrie in Antwerpen
Sociale factoren Gebieden met voldoende veiligheid, goed bereikbare scholen, winkels, sport- en cultuurinfrastructuur en toegankelijke gezondheidszorg, zoals ziekenhuizen en
VA
N
huisartsen, zijn aantrekkelijker om te wonen.
Fig. 3.8 Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA)
Politieke factoren
Stabiele overheden, een rechtvaardige wetgeving
(bijvoorbeeld inzake immigratie), goed functionerende openbare diensten en een gunstig belastingbeleid
zorgen voor een leefomgeving waarin mensen zich
©
veilig en ondersteund voelen.
44
THEMA 3 De bewoonde aarde
Fig. 3.9 Het Virginie Loveling-gebouw in Gent
2 EVOLUTIE VAN DE WERELDBEVOLKING Sinds het ontstaan van de mens, ongeveer 300 000 jaar geleden, is de wereldbevolking voortdurend blijven groeien. In 10 000 v.C. leefden naar schatting zo’n 4 miljoen mensen op aarde, in 3000 v.C. waren dat er al ongeveer 15 miljoen. Tegen 1800 telde de wereld net geen miljard mensen. Pas in de voorbije eeuw ging de groei echt snel. In 1950 leefden er zo’n 2,5 miljard mensen op aarde; vandaag zijn dat er al meer dan 8 miljard. 1800
2025
15 miljoen mensen
1 miljard mensen
IN
3000 v.C.
8 miljard mensen
aantal inwoners per km2
Fig. 3.10 Evolutie van de bevolkingsdichtheid
De bevolkingsgroei is grotendeels het gevolg van verbeteringen in de gezondheidszorg, betere hygiëne en
voedselproductie. Daardoor leven mensen langer en daalt de kindersterfte. Zo’n snelle toename noemen we een bevolkingsexplosie. De groeicurve heeft de vorm van een hockeystick: lange tijd bleef de groei beperkt,
N
maar daarna volgde een plotselinge en sterke stijging (fig. 3.11).
9 8
8,3 miljard in 2026 8,23 miljard in 2025 7,8 miljard in 2020 7 miljard in 2011
6
6 miljard in 1999
5
5 miljard in 1987
4
4 miljard in 1975
3
3 miljard in 1960
miljard
VA 7
©
2
2 miljard in 1928 1,65 miljard in 1900
1
990 miljoen in 1800 600 miljoen in 1700 190 miljoen in 0
4 miljoen in 10000 v.C.
0 10000 v.C.
8000 v.C.
6000 v.C.
4000 v.C.
2000 v.C.
0
2030
Fig. 3.11 Evolutie van de wereldbevolking gedurende de laatste 12 000 jaar (bron: ourworldindata.org)
Bekijk de kennisclip over de Great Acceleration. Vanaf 1950 nam de welvaart in de meeste westerse landen sterk toe. Goedkope energie en groeiende wereldhandel zorgden voor een stijgende wereldwijde consumptie. Heel wat economische activiteiten begonnen na de Tweede Wereldoorlog sterk te groeien, en dat proces versnelde alsmaar. Deze periode staat bekend als de Great Acceleration of de Grote Versnelling. 1 HET SYSTEEM AARDE BIEDT KANSEN
45
Het wereldwijde bruto binnenlands product (bbp) steeg van ongeveer 9 biljoen dollar in 1950 tot bijna 100 biljoen dollar in 2024. Het bbp is de totale waarde van alle goederen en diensten die in een gebied in één jaar worden geproduceerd. Door de Grote Versnelling zijn consumptie en productie sterk toegenomen. Deze toename draagt, meer nog dan het groeiende bevolkingsaantal, bij aan de uitputting van Fig. 3.12 Textielfabriek in Dhaka (Bangladesh)
IN
hulpbronnen en de vervuiling van het milieu.
De 20ste eeuw kende een bevolkingsexplosie. Maar verwachten we voor de 21ste eeuw hetzelfde? Een
bevolkingsprognose is een schatting van de toekomstige grootte en samenstelling van een bevolking. Zulke prognoses zijn gebaseerd op huidige trends in demografische factoren zoals geboorte, sterfte en migratie
(in- en uitwijking). Ze helpen ons om beter voorbereid te zijn op de maatschappelijke en ecologische uitdagingen van de toekomst. Daarbij gaat het niet alleen om de vraag hoeveel mensen er zullen zijn, maar ook om hoe we samen willen leven op een leefbare aarde.
Interessant om weten
Over een paar decennia zullen er minder mensen op aarde
N
wonen. In bijna elk land krijgen gezinnen alsmaar minder kinderen. Tegen 2100 zal in 97 % van de landen het
geboortecijfer te laag zijn om de bevolking op peil te houden. In landen als China kan het aantal inwoners zelfs halveren.
Vroeger vreesden we voor overbevolking. Nu krijgen landen
VA
steeds vaker te maken met vergrijzing en bevolkingskrimp.
De wereldbevolking blijft de komende jaren nog wel groeien – tot ongeveer 10,3 miljard in 2084 – maar daarna zal die waarschijnlijk dalen. Minder mensen klinkt misschien positief: minder vervuiling, minder files, minder druk op de arbeidsmarkt. Ideaal, toch?
Maar een te snelle bevolkingsdaling brengt ook problemen met zich mee. Als er steeds meer ouderen zijn en steeds minder jongeren om te werken, komt er druk op pensioenen en gezondheidszorg. Een kleinere groep
©
werkenden moet dan zorgen voor een groeiende groep ouderen. Dat kan onze samenleving zwaar belasten.
46
THEMA 3 De bewoonde aarde
3 AAN DE SLAG 1
Groeiende wereldbevolking Ga naar het onlinelesmateriaal en open de hyperlink. Onderzoek hoe snel de wereldbevolking de voorbije 2 000 jaar groeide. Beantwoord de vragen. a
Hoeveel mensen vertegenwoordigt één geel of rood bolletje?
b Welke drie regio’s waren het dichtst bevolkt bij het begin van onze jaartelling (YEAR 1)?
c
IN
Waarom waren die regio’s dichtbevolkt volgens jou? Duid de mogelijke redenen aan. gematigd klimaat voldoende autosnelwegen vruchtbare bodem tewerkstelling in de industrie
laaggelegen gebieden
beschikbaarheid van water
energie-infrastructuur (elektriciteit, aardgas) transport- en handelsmogelijkheden
d Schuif het balkje verder tot het jaar 1800. Zijn de gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid gewijzigd?
N
Duid de juiste uitspraken aan.
Het oosten van China is nog steeds dichtbevolkt. India is nog altijd heel dichtbevolkt.
Aan de kusten van Australië wonen nu veel mensen. Het oosten van Noord-Amerika is nu dichtbevolkt.
VA
In Europa ligt het zwaartepunt nu noordelijker, namelijk in West-Europa. e
Wat merk je in verband met de groei van de bevolking vanaf die periode?
f
Hoe verloopt de groei in de 19de en de 20ste eeuw?
2 Bevolkingsspreiding in de wereld
Bekijk op de volgende pagina de wereldkaart met de bevolkingsspreiding. Onderzoek de dunbevolkte en dichtbevolkte gebieden en beantwoord de vragen. Gebruik je atlas.
©
V6
a
Bekijk de dunbevolkte gebieden (cijfers 1 tot 4) op de kaart. Leg per cijfer uit welke fysische factor de lage bevolkingsdichtheid verklaart.
1
2
3 4
1 HET SYSTEEM AARDE BIEDT KANSEN
47
b Focus nu op de dichtbevolkte gebieden op de kaart. Welke fysische factoren zorgen ervoor dat ze aantrekkelijk zijn om er te wonen? Voer onderstaande opdrachten uit en formuleer een besluit. - Omcirkel West-Europa, India en het oosten van China in het blauw op de wereldkaart. - Beschrijf het reliëf zo nauwkeurig mogelijk. Noteer minstens twee opvallende reliëfgebieden. 1 4
1
1
1
4
2
kreeftskeerkring
IN
2
noordpoolcirkel
3
3
2
4 2 0
3000 km
op de evenaar
evenaar
2
minder dan 1 inw./km2
50 – 100 inw./km2
1 – 10 inw./km2
100 – 200 inw./km2
10 – 50 inw./km
2
meer dan 200 inw./km2
steenbokskeerkring
zuidpoolcirkel
- West-Europa:
N
Wereldkaart bevolkingsspreiding
- het oosten van China:
VA
- India:
Besluit:
c
Noteer de belangrijkste klimaattypes. Formuleer daarna een besluit. - West-Europa:
- het oosten van China:
©
- India:
Besluit:
d Welke drie natuurlijke rijkdommen spelen een belangrijke rol zodat mensen in hun levensonderhoud kunnen voorzien? Noteer er ook telkens een reden bij. - - -
48
THEMA 3 De bewoonde aarde
3 De bevolkingsexplosie Blijft de wereldbevolking onbeperkt groeien? Onderzoek hoe de bevolking aangroeide vanaf het midden van de 20ste eeuw. Beantwoord de vragen. a
Ga naar iDiddit en open de hyperlink. Vul de tabel aan: Hoeveel mensen zijn er op aarde ... ? aan het begin van de les?
aan het einde van de les?
tijdens de les bijgekomen?
b Onderzoek hoe snel de wereldbevolking aangroeit met behulp van figuur 3.11 (p. 45).
met telkens 1 miljard inwoners aan?
- Beschrijf het verloop van de curve.
IN
- Bekijk op de curve de verticale as tussen 1975 en 2024. In hoeveel jaar tijd groeit de wereldbevolking
- De vorm van de curve kun je vergelijken met
.
4 Groeiende problemen
VA
N
Hoe bedreigt de bevolkingsgroei onze planeet? Bekijk de tekeningen en noteer de bedreigingen.
©
1 HET SYSTEEM AARDE BIEDT KANSEN
49
5 De Grote Versnelling Vergelijk de curve van de wereldbevolking met de curves die het verbruik en de productie van een aantal
2
1800
80
1850
1900
1950
0 1750
2020
waterverbruik 4
25 20 15 10
1900
1950
2020
3 2
0 1750
1800
1850
1900
1950
2020
1900
1950
2020
papierproductie
4
1
5 1850
120
40
0 1750
2020
duizend km3
duizend dammen
3
IN
1950
verbruik van kunstmest
160
4
1
30
1800
200
5
stuwdammen
0 1750
energieverbruik
miljoen ton
35
6
miljoen ton
wereldbevolking 8 7 6 5 4 3 2 1 0 1750 1800 1850 1900
exajoule (EJ)
miljard
goederen en voorzieningen weergeven. Beantwoord de vragen.
3 2 1
1800
1850
1900
1950
2020
0 1750
1800
1850
a
N
Grafieken socio-economische ontwikkelingen (bron data: igbp.net)
Wat valt er op als je de curves met elkaar vergelijkt?
VA
b In welk jaar situeer je de knik? c
Hoe verklaar je de vorm van de curves?
d Kun je nog andere producten bedenken waarvan de vraag en dus ook de productie en consumptie sterk toenemen als gevolg van de sterk stijgende wereldbevolking?
©
50
THEMA 3 De bewoonde aarde
6 Kijk in de toekomst Bekijk de grafiek met de bevolkingsprognose voor deze eeuw. Beantwoord de vragen.
gemiddelde jaarlijke groei totale bevolking
PROGNOSE
8
60
6
IN
80
jaarlijkse bevolkingsgroei (in miljoen)
10
40
4
20
2
0
0
1980
2000
2020
2040
2060
2080
N
–20 1951
totale bevolking (miljard inwoners)
100
2100
Bevolkingsprognose 21ste eeuw (bron data: ourworldindata.org)
a
Hoe ziet volgens deze prognose de jaarlijkse bevolkingsgroei eruit in het vervolg van de eeuw?
VA
Gebruik de grafiek online om de data per jaartal te raadplegen. - Hoeveel mensen komen er dit jaar bij (afgerond)? - Markeer wat juist is.
Dit zijn er de volgende jaren minder – evenveel – meer.
- Wat merk je na 2085?
b Onderzoek nu de curve met de totale bevolking. - Wat merk je hier voor 2085?
©
- Hoeveel mensen wonen er dan op aarde?
c
Hoe evolueert de wereldbevolking deze eeuw verder? Formuleer een besluit.
4 TEST JEZELF 1
Invloed fysische factoren
2 Invloed menselijke factoren
1 HET SYSTEEM AARDE BIEDT KANSEN
51
SYNTHESE 1 SPREIDING VAN DE WERELDBEVOLKING De mens is niet gelijkmatig over de aarde verspreid. De bevolkingsdichtheid varieert sterk per regio. Verschillende factoren bepalen de aantrekkelijkheid van een gebied om er te wonen. Fysische factoren KLIMAAT aantrekkelijk: gematigd nat klimaat
•
onaantrekkelijk: te droog, te warm of te koud klimaat
IN
•
RELIËF •
aantrekkelijk: vlaktes en plateaus
•
onaantrekkelijk: gebergtes
NATUURLIJKE RIJKDOMMEN
bv. aanwezigheid van water, vruchtbare bodem, grondstoffen en energiebronnen
N
Menselijke factoren ECONOMISCHE FACTOREN
SOCIALE FACTOREN
POLITIEKE FACTOREN
bv. werkgelegenheid,
bv. veiligheid, nabijheid van
bv. openbare diensten, sociale
scholen, ziekenhuizen en
zekerheid (ondersteuning bij
(wegen, openbaar vervoer,
winkels, sociale voorzieningen
ziekte, werkloosheid, ouderdom,
(lucht)havens), infrastructuur
(zoals kinderopvang),
verbouwing ...), gelijke rechten
voor nutsvoorzieningen (water,
infrastructuur voor sport,
voor iedereen, politieke
elektriciteit, riolering, aardgas) …
cultuur en ontspanning …
stabiliteit en beleid …
VA
transportmogelijkheden
2 SNELLE GROEI VAN DE WERELDBEVOLKING
9
Hockeystickcurve
©
een explosieve toename sinds ongeveer 1950
Great Acceleration of Grote Versnelling
7,8 miljard in 2020 7 miljard in 2011
7
miljard
= groei wereldbevolking in de vorm van een hockeystick met
8,3 miljard in 2026 8,23 miljard in 2025
8
6
6 miljard in 1999
5
5 miljard in 1987
4
4 miljard in 1975
3
3 miljard in 1960
2
2 miljard in 1928 1,65 miljard in 1900
1
990 miljoen in 1800 600 miljoen in 1700 190 miljoen in 0
4 miljoen in 10000 v.C.
0 10000 v.C.
8000 v.C.
6000 v.C.
4000 v.C.
2000 v.C.
0
2030
= een periode van versnelde groei sinds het midden van de 20ste eeuw -
TOENEMENDE VRAAG, PRODUCTIE EN HANDEL: de bevolkingsgroei leidt tot een sterke toename van de vraag naar water, voedsel, huisvesting, transport, grondstoffen, energie, consumptiegoederen ...
-
DRUK OP DE PLANEET: de stijgende vraag naar producten verhoogt de druk op het milieu wereldwijd.
-
AFREMMENDE GROEI: hoewel de wereldbevolking nog toeneemt, vertraagt het groeitempo. Naar verwachting bereikt ze eind 21ste eeuw een piek, waarna een stabiele of zelfs dalende trend mogelijk is.
52
THEMA 3 De bewoonde aarde
2 BEVOLKINGSCIJFERS LIEGEN NIET
IN
KERNVRAAG WELKE FACTOREN BEPALEN HET BEVOLKINGSAANTAL IN EEN LAND?
1 CHECK-IN
De bevolking van een land kan groeien of krimpen. Dat komt door twee belangrijke processen: natuurlijke groei en migratie. Natuurlijke groei in een bepaald gebied is het verschil tussen het aantal geboortes en het aantal
overlijdens. Migratie houdt in dat mensen verhuizen van de ene woonplaats naar een andere, binnen hetzelfde
N
land of over landsgrenzen heen. Beide processen bepalen mee hoe onze wereld eruitziet en waar mensen wonen.
2 OP ONDERZOEK
Wat bepaalt de bevolkingsgroei?
VA
1
In 2025 leven er meer dan 8,2 miljard mensen op onze aardbol. Maar daar blijft het niet bij: de wereldbevolking groeit in snel tempo verder. We zitten allemaal op deze ene planeet en moeten de beschikbare middelen samen delen (fig. 3.13). Maar zijn er wel genoeg middelen voor iedereen?
Om de bevolkingsgroei te onderzoeken, maken we gebruik van demografische indicatoren. De demografie is de wetenschap die zich bezighoudt met de grootte, structuur, spreiding en evolutie van de bevolking. Om landen goed met elkaar te kunnen vergelijken,
©
drukken we die indicatoren uit per 1 000 inwoners. Dat noemen we het promille (‰).
Fig. 3.13 “We zijn allemaal astronauten op een klein ruimteschip dat de aarde heet.” (R. Buckminster Fuller)
1.1 NATUURLIJKE AANGROEI De bevolking van een land groeit als er meer mensen geboren worden dan er sterven. Het geboortecijfer geeft aan hoeveel kinderen er per 1 000 inwoners per jaar worden geboren. Het sterftecijfer toont hoeveel mensen er per 1 000 inwoners per jaar overlijden. Het verschil tussen beide cijfers noemen we de natuurlijke aangroei, ook wel de natuurlijke aanwas of het geboorteoverschot. Is het geboortecijfer hoger dan het sterftecijfer, dan is de natuurlijke aangroei positief. Is het geboortecijfer lager dan sterftecijfer, dan spreken we van een negatieve natuurlijke aangroei. De natuurlijke aangroei wordt meestal uitgedrukt per 100 inwoners (in procent of %).
2 Bevolkingscijfers liegen niet
53
-2%
Data source: UN, World Population Prospects
Fig. 3.14 Natuurlijke aangroei in de wereld (2023)
-1%
IN
-3%
0%
1%
2%
3%
OurWorldinData.org/population-growth | CC BY
Wereldwijd zien we de hoogste percentages van natuurlijke groei vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara
N
(fig. 3.14). In deze regio worden veel meer kinderen geboren dan er mensen sterven, wat leidt tot een snelle bevolkingstoename. In veel Europese landen en delen van Oost-Azië is de natuurlijke aangroei veel lager of zelfs negatief. Daar ligt het geboortecijfer dicht bij het sterftecijfer, of sterven er zelfs meer mensen dan er geboren worden. Dat kan op lange termijn leiden tot een bevolkingsafname.
VA
1.2 MIGRATIE
Migratie betekent dat mensen verhuizen van het ene land naar het andere. Wie zo’n grens oversteekt om zich elders te vestigen, is een migrant. Het migratiesaldo van een land is het verschil tussen het aantal immigranten (inwijkelingen) en het aantal emigranten (uitwijkelingen) per 1 000 inwoners in een bepaald jaar (fig. 3.15).
+29—
+22–28
©
+16–21 +11–15 +7–10 +4–6 +2–3 +1
0‰
–1
–2–3 –4–6
–7–10 –11–15 –16–21 –22–28 –29—
Fig. 3.15 Migratiesaldo in ‰ in de wereld (2023)
54
THEMA 3 De bewoonde aarde
Een positief migratiesaldo (meer immigratie dan emigratie) komt vaak voor in economisch welvarende landen met veel werkgelegenheid, politieke stabiliteit en een hoge levensstandaard. Denk aan delen van NoordAmerika, West-Europa en sommige landen in het Midden-Oosten. Ook landen die veel vluchtelingen opvangen kunnen tijdelijk een positief saldo hebben. Een negatief migratiesaldo zien we meestal in landen die kampen met armoede, conflicten, politieke instabiliteit of weinig toekomstperspectief. Zo valt bijvoorbeeld Oekraïne duidelijk op de kaart op. Het migratiesaldo kan snel veranderen door politieke gebeurtenissen, economische schommelingen of sociale ontwikkelingen – zoals oorlog, natuurrampen of strengere migratiewetten.
1.3 TOTALE BEVOLKINGSGROEI De wereldkaart van de totale bevolkingsgroei toont de combinatie van natuurlijke groei en het migratiesaldo.
VA
N
IN
Zo krijg je het meest volledige beeld van hoe de bevolking in verschillende regio’s wereldwijd evolueert (fig. 3.16).
Fig. 3.16 Totale bevolkingsgroei in de wereld (2023)
In landen in Afrika ten zuiden van de Sahara zien we de hoogste totale bevolkingsgroei. Die regio combineert vaak hoge geboortecijfers met een beperkt negatief migratiesaldo. Dat leidt tot een snelle bevolkingstoename.
©
In Europa en Oost-Azië ligt de natuurlijke groei laag of zelfs negatief. Sommige van deze landen zien toch een lichte groei dankzij een positief migratiesaldo. Landen met zowel een lage natuurlijke aangroei als een negatief migratiesaldo ervaren daarentegen een versnelde bevolkingsafname.
2 Bevolkingscijfers liegen niet
55
2 Hoe meten we de bevolkingsgroei? Sommige landen groeien razendsnel, terwijl andere met dalende bevolkingscijfers kampen. Om die verschillen te begrijpen, gebruiken we een aantal meetinstrumenten. Die leveren cijfers op over hoe snel de bevolking verandert, hoeveel kinderen mensen gemiddeld krijgen, hoe oud mensen worden en hoe de bevolking is opgebouwd naar leeftijd. Zo kunnen we verschillen bevolking zich in de toekomst zal ontwikkelen.
2.1 VERDUBBELINGSTIJD
Fig. 3.17 Elke bevolkingspiramide vertelt een verhaal over groei, vergrijzing of verjonging
IN
tussen landen verklaren én beter voorspellen hoe een
De snelheid waarmee een bevolking groeit, wordt uitgedrukt in de verdubbelingstijd. Dat is het aantal jaren dat een bevolkingsaantal nodig heeft om zich te verdubbelen. Hoe minder jaren er nodig zijn om de bevolking te verdubbelen, hoe sneller die zal groeien.
800
1543
N
594 jaar (van 0,375 tot 0,75 miljard)
1737
500 400
VA
verdubbelingstijd (in jaar)
600
300
1803
269 jaar (van 0,5 tot 1 miljard)
200
0 1500
1928
100
1600
1700
1800
1900
5j
m ot 2
) jard mil d) 3 r t to lja 1,5 4 mi van 2 tot ( r jaa an 95 jaar (van 5,5 tot 11 miljard) in 2088 76 aar (v j 7 69 jaar (van 5 tot 10 miljard) in 2056 4 49 jaar (van 4 tot 8 miljard) in 2024 37 jaar (van 2,5 tot 5 miljard) in 1987 an
12
rd)
ilja
(v aar
1975
700
Het duurde 697 jaar voor de wereldbevolking om te verdubbelen – van 0,25 miljard in 837 tot 0,5 miljard in 1543.
1t
2000
2100
©
Fig. 3.18 Verdubbelingstijd van de wereldbevolking (bron data: ourworldindata.org)
2.2 VRUCHTBAARHEIDSCIJFER In België kregen mensen vroeger meer kinderen dan nu. Het vruchtbaarheidscijfer is het gemiddelde aantal kinderen dat een vrouw krijgt tijdens haar vruchtbare periode. Dat cijfer is de afgelopen decennia gedaald. Om de bevolking van een land stabiel te houden, is een vruchtbaarheidscijfer van 2,1 nodig. Twee kinderen zijn nodig om de ouders te vervangen, en de extra 0,1 dient als reserve omdat niet elk kind de vruchtbare leeftijd bereikt.
56
THEMA 3 De bewoonde aarde
IN
0 geboortes 2 geboortes 4 geboortes 6 geboortes 1 geboortes 3 geboortes 5 geboortes 7 geboortes Data source: UN, World Population Prospects
OurWorldinData.org/fertility-rate | CC BY
N
Fig. 3.19 Vruchtbaarheidscijfer per vrouw wereldwijd (2023)
2.3 LEVENSVERWACHTING
De levensverwachting bij de geboorte geeft aan hoelang iemand gemiddeld nog zal leven. Figuur 3.20 toont de wereldwijde levensverwachting van mannen en vrouwen samen. Volgens Statbel, het Belgische statistiekbureau, bedroeg de levensverwachting bij geboorte in België in 2024 gemiddeld 82,4 jaar voor de totale bevolking. In het
VA
Vlaams Gewest steeg die verwachting van 78,5 jaar in 2000 naar 84,1 jaar in 2024. In het Brussels Hoofdstedelijk
©
Gewest steeg ze in dezelfde periode van 77,9 jaar naar 82,2 jaar.
40 jaar
45 jaar
50 jaar
55 jaar
60 jaar
65 jaar
70 jaar
Data source: Human Mortality Database (2024); UN, World Population Prospects
75 jaar
80 jaar
85 jaar
OurWorldinData.org/life-expectancy | CC BY
Fig. 3.20 Levensverwachting wereldwijd (2023)
2 Bevolkingscijfers liegen niet
57
2.4 LEEFTIJDSSTRUCTUUR Om de leeftijdsstructuur van een land te onderzoeken, gebruiken we een leeftijdshistogram of leeftijdspiramide. Dat is een grafiek waarin de bevolking wordt verdeeld in leeftijdsklassen van telkens vijf jaar. De verticale as toont de leeftijdsklassen. De horizontale balken geven aan hoeveel vrouwen (roos) en mannen (blauw) er in elke leeftijdsklasse zitten. In het onderstaande leeftijdshistogram (fig. 3.21) is de waarde van de horizontale balken
N
IN
uitgedrukt in absolute cijfers: het werkelijke aantal mannen en vrouwen in elke leefijdsgroep.
VA
Fig. 3.21 Leeftijdshistogram van België (2024)
De verhouding tussen jongeren en ouderen heeft een grote invloed op de bevolkingsgroei. In een land met veel jongeren is het geboortecijfer meestal hoog. Zijn er vooral ouderen in verhouding tot het aantal jongeren, dan spreken we van vergrijzing. Die treedt op bij een combinatie van hoge levensverwachting en dalend geboortecijfer. In een vergrijzende bevolking is het aandeel van de oudste generatie hoger, waardoor ook
©
het sterftecijfer stijgt.
58
THEMA 3 De bewoonde aarde
3 AAN DE SLAG 1
Natuurlijke aangroei: België versus China Hoe snel groeit de bevolking in een land aan? Maak de opdrachten om de patronen en oorzaken van bevolkingsgroei in verschillende delen van de wereld beter te begrijpen. a
Bereken het geboorte- en sterftecijfer van België in de tabel. Rond af tot op één cijfer na de komma. Schrijf je bewerking erbij.
b Hoe bereken je de natuurlijke aangroei? Noteer de juiste formule.
Bereken nu de natuurlijke aangroei in % en in ‰ voor zowel België als China. Vul aan in de tabel. België: 11 800 000 inwoners
aantal
108 680
geboortes
IN
c
aantal
in 2024
geboortecijfer
sterftecijfer
N
in 2024 in 2024
112 131
sterfgevallen
in 2024
natuurlijke groei in ‰:
VA
natuurlijke groei in %:
China: 1 420 000 000 inwoners
aantal
9 540 000
aantal
geboortes
sterfgevallen
in 2024
in 2024
geboortecijfer
6,7 ‰
©
in 2024
sterftecijfer
10 930 000
7,7 ‰
in 2024
natuurlijke groei in ‰: natuurlijke groei in %:
d Markeer wat juist is. - In België ligt het aantal geboortes en sterfgevallen lager/ hoger dan in China. - Het geboortecijfer en sterftecijfer liggen lager/ hoger in België. - Dit wil zeggen dat ondanks het veel kleinere absolute aantal, er per 1 000 inwoners in België er meer / minder kinderen geboren worden. - Dat er per 1 000 inwoners in China meer / minder mensen sterven. 2 Bevolkingscijfers liegen niet
59
2 Internationale migratie in België Onderzoek de internationale migratie voor België in 2024. Bereken en interpreteer de cijfers. a
Gebruik de gegevens in de tabel om het internationale immigratie- en emigratiecijfer van België te berekenen. Rond af tot één cijfer na de komma en noteer je berekening.
b Hoe bereken je het migratiesaldo? Noteer de juiste formule.
c
Bereken nu het migratiesaldo in % en in ‰ voor België. Vul aan in de tabel.
aantal
194 887
immigranten
IN
België: 11 800 000 inwoners
aantal
128 538
emigranten
in 2024
in 2024
immigratiecijfer
emigratiecijfer
in 2024
in 2024
N
migratiesaldo in ‰: migratiesaldo in %:
VA
d Wat betekenen de cijfers in de tabel? Beoordeel de stellingen: juist of fout?
Er zijn meer mensen die uit andere landen in België komen wonen dan dat er mensen uit België verhuizen naar een ander land.
©
Een positief migratiesaldo doet de bevolking groeien.
60
THEMA 3 De bewoonde aarde
juist
fout
3 Totale bevolkingsgroei in België Onderzoek hoe snel de bevolking in België aangroeit. a
Hoe meet je de bevolkingsgroei? Plaats eerst alle begrippen juist in het schema. Kies uit: migratiesaldo – geboortecijfer – bevolkingsgroei – immigratie – natuurlijke aangroei – sterftecijfer – emigratie
b Bereken nu volgens de juiste formules de natuurlijke aangroei, het migratiesaldo en de bevolkingsgroei
N
IN
in % en in ‰. Vul deze cijfers in het schema aan.
9,5 ‰
VA
9,2 ‰
16,6 ‰
10,9 ‰
©
c
Wat betekenen de cijfers in de tabel? Beoordeel de stellingen: juist of fout? juist
fout
Er is een negatieve natuurlijke aangroei in België. Er is een negatief migratiesaldo in België. Er zijn meer inwijkelingen dan dat er mensen geboren worden in België. De Belgische bevolking groeit door een positief migratiesaldo, ondanks de negatieve natuurlijke aangroei. Zonder immigratie daalt het Belgische bevolkingsaantal.
2 Bevolkingscijfers liegen niet
61
4 Evolutie van de Belgische bevolking Hoe evolueerde de bevolking in België tot 2024 en hoe ziet de prognose er op lange termijn uit? Beantwoord de vragen aan de hand van de cijfergegevens in de grafiek.
140 000 internationaal migratiesaldo natuurlijke aangroei
120 000 100 000
IN
80 000 60 000 40 000 20 000 0
–40 000 1992
N
–20 000
2002
2012
2022
2032
2042
2052
2062
2072
Bron: 1992-2024 Statbel; prognose voor 2024-2072 Federaal Planbureau
Bevolkingsgroei in België
Wat betekenen de stippellijnen op de figuur?
VA
a
b Markeer wat juist is.
- De natuurlijke aangroei in België is in 2024 negatief / rond de nulgroei / positief. - Het migratiesaldo in België is in 2024 negatief / rond de nulgroei / positief.
c
In het jaar 2020 is de natuurlijke aangroei plots sterk negatief en daalt ook tegelijkertijd het internationale migratiesaldo. Verklaar.
©
d Wat is de oorzaak van de stijging van het internationale migratiesaldo in 2022?
e
Wat gebeurt er met de natuurlijke aangroei na 2040?
f
Zal vanaf 2040 de bevolking dan afnemen?
62
THEMA 3 De bewoonde aarde
5 Bevolkingsgroei meten
N
IN
Bekijk de wereldkaart met de bevolkingsevolutie en los hierbij de vragen op.
Wereldkaart bevolkingsevolutie
a
Op welke manier wordt de evolutie van de bevolking in je atlas weergegeven?
VA
b Hoeveel bedraagt de verdubbelingstijd in België?
c
Welk werelddeel kent de kortste verdubbelingstijd?
d Beoordeel de uitspraken over de evolutie van de verdubbelingstijd op figuur 3.18 (p. 56). Juist of fout? juist
fout
De verdubbelingstijd van de wereldbevolking bleef doorheen de geschiedenis constant.
©
De verdubbelingstijd van de wereldbevolking was het kortst in de tweede helft van de 20ste eeuw.
Sinds het einde van de 20ste eeuw is de verdubbelingstijd van de wereldbevolking opnieuw aan het afnemen. Op dit moment verdubbelt de wereldbevoking sneller dan ooit tevoren. Een langere verdubbelingstijd betekent dat de bevolking minder snel groeit.
2 Bevolkingscijfers liegen niet
63
6 Leeftijdsstructuur van België Het geboorte- en sterftecijfer beïnvloeden de leeftijdsstructuur van de bevolking en omgekeerd. Onderzoek de leeftijdsstructuur van de bevolking in België. a
Bekijk de leeftijdshistogrammen. - Wat wordt op de verticale as afgebeeld? - Wat wordt op de horizontale as afgebeeld?
b Zet op het gepaste histogram een kruisje in de balk waartoe jij behoort. Houd het jaartal goed in de gaten.
c
- voor jongens?
%
- voor meisjes?
%
IN
Wat is het aandeel van jouw leeftijdsklasse?
Lees de infotekst. Plaats de nummers bij de namen in het leeftijdshistogram van 1990 en 2025.
N
Omar (1) wordt in 1988 geboren als eerste zoon van Nele (2), die dan 22 jaar is. Haar man Youssef (3) is drie jaar ouder dan zij. Ze leerden elkaar kennen toen ze samen in Leuven studeerden. Omar gaat naar het kinderdagverblijf, maar elke donderdag wordt hij opgevangen door oma Rita (4). Zij is zestig jaar ouder dan Omar en net met pensioen. In 2006 start hij zijn studies geneeskunde. Twaalf jaar later vertrekt hij samen met zijn vriendin Sarah (5) met Artsen zonder Grenzen op stage naar Bangladesh. Zij is zeven jaar ouder en heeft al als vroedvrouw in Afghanistan gewerkt. In januari 2025 keert hij terug naar huis en krijgt daar te horen dat zijn opa Paul (6) op 96-jarige leeftijd overleden is.
België (1990)
0 % 100+ 0 % vrouw 0 % 95-99 0 % 0,1 % 90-94 0,2 % 0,3 % 85-89 0,7 % 0,7 % 80-84 1,4 % 1,2 % 75-79 1,9 % 1,3 % 70-74 1,7 % 2,5 % 65-69 2,9 % 2,7 % 60-64 2,9 % 2,8 % 55-59 3,0 % 2,8 % 50-54 2,9 % 2,8 % 45-49 2,8 % 3,6 % 40-44 3,6 % 3,7 % 35-39 3,6 % 4,0 % 30-34 3,8 % 4,1 % 25-29 4,0 % 3,8 % 20-24 3,6 % 3,4 % 15-19 3,2 % 3,1 % 10-14 2,9 % 3,1 % 5-9 2,9 % 3,0 % 0-4 2,9 % 6% 4% 2% 0% 0% 2% 4% 6%
8%
©
10 %
Leeftijdshistogram België 1990
(2025) België (2020)
0 % 100+ 0 % vrouw vrouw 0,10 % 95-99 0,2 % 0,3 0,6 % 0,2 % 90-94 0,7 % 85-89 1,2 % 1,1 % 80-84 1,5 1,6%% 1,9 75-79 1,5%% 1,82,3 %% 2,4 % 70-74 2,6 2,2 2,5 % 2,9 65-69 3,1%% 2,6%% 2,8 3,3 60-64 3,4%% 3,2%% 3,2 3,4%% 55-59 3,3 3,5 3,4 % 3,3%% 50-54 3,2 3,5 3,4%% 3,2%% 45-49 3,2 3,4 3,2%% 3,2%% 40-44 3,2 3,3 3,2%% 3,2%% 35-39 3,3 3,3 3,3 %% 3,2%% 30-34 3,2 3,2 3,2%% 3,0%% 25-29 2,9 3,2 3,1%% 2,9%% 20-24 2,8 2,9 2,8 %% 3,0 15-19 2,9%% 2,8 % 2,7 2,9%% 10-14 2,8 3,0 2,8 %% 5-9 2,6 3,02,7 %% 2,8%% 0-4 2,32,7 %% 2,82,4 %% 4% 2% 0% 0% 2% 4% 6%
man man
VA
man
8%
10 %
10 %
8%
6%
Leeftijdshistogram België 2025
d Vergelijk nu beide leeftijdshistogrammen. Wat is de invloed van de tijd hierop?
64
THEMA 3 De bewoonde aarde
8%
10 %
7 Geboorte- en sterftecijfers V6
Welke factoren bepalen of en hoe sterk de bevolking van een land aangroeit? Onderzoek met je atlas. a
Zoek in je atlas de wereldkaart met het geboortecijfer. Vergelijk voor Europa en het deel van Afrika ten zuiden van de Sahara de geboortecijfers. Wat stel je vast?
Ouderen in Europa
IN
Jonge kinderen in Sub-Sahara-Afrika
b Hoe kun je dat verschil verklaren? Zoek de verklaring in je atlas. Gebruik de kaarten over het aantal jongeren, het aantal ouderen en de zuigelingensterfte. - In Sub-Sahara-Afrika:
- In Europa:
c
N
Zoek de wereldkaart met het sterftecijfer. Vergelijk voor Duitsland en Peru de sterftecijfers. Wat stel je vast?
VA
©
Woonzorgcentrum in Duitsland
Jongeren in Peru
d Hoe kun je dat verschil verklaren? Zoek de verklaring opnieuw in je atlas. De onderschriften bij de foto’s zetten je op weg om de juiste atlaskaart(en) te vinden.
e
Geboorte- en sterftecijfers zijn dus afhankelijk van de leeftijdsstructuur van de bevolking. Markeer wat past. - In landen met een jonge bevolking is het geboortecijfer laag / hoog en het sterftecijfer laag / hoog. - In landen met een oudere bevolking is het geboortecijfer laag / hoog en het sterftecijfer laag / hoog.
2 Bevolkingscijfers liegen niet
65
8 Vruchtbaarheidscijfers Het aandeel jongeren en ouderen in een land heeft duidelijk impact op de bevolkingsgroei. Om die invloed uit te schakelen, onderzoeken we de groei aan de hand van het vruchtbaarheidscijfer. 9 geboortes 8 geboortes 7 geboortes Niger
6 geboortes
IN
5 geboortes 4 geboortes
Rwanda
3 geboortes
wereld Iran België Italië Taiwan
2 geboortes 1 geboortes 0 geboortes
1947
1960
1970
1980
1990
2000
Data source: UN WPP (2024); HFD (2024)
2010
2023
N
OurWorldinData.org/fertility-rate | CC BY
Aantal kinderen per vrouw (bron: ourworldindata.org)
a
Bekijk de bovenstaande figuur en lees de omschrijvingen in de tabel op de volgende pagina. Vul op basis hiervan de namen van de landen in kolom 1 aan.
VA
b Lees op de grafiek het vruchtbaarheidscijfer per land voor het jaar 2023 af. Noteer in kolom 2. Kies uit: hoog – gemiddeld – laag
V6
c
Zoek de landen op de kaart van de (extreme) armoede in je atlas. Bekijk de legende en noteer in kolom 3 of ze arm, gemiddeld of rijk zijn. Kies uit:
zeer arm – arm – gemiddeld – rijk – zeer rijk
d Zoek dezelfde landen op de kaart met analfabetisme. Noteer in kolom 4 in welke mate de bevolking kan lezen en/of schrijven in de moedertaal (of andere taal). Kies uit: zeer laag – laag – gemiddeld – hoog – zeer hoog
Zoek in de atlas de levensverwachting van deze landen op. Bekijk de legende en noteer in kolom 5
©
e
de ingeschatte verwachting voor deze landen. Kies uit:
66
THEMA 3 De bewoonde aarde
laag – gemiddeld – hoog
land
vruchtbaarheid
In dit land is het vruchtbaarheidscijfer in 2023 iets lager dan 1 kind per vrouw. Er zijn nochtans veel interessante maatregelen om meer kinderen te krijgen: goedkope kinderopvang, lang zwangerschapsverlof en betaald onderwijs voor elk tweede kind.
In dit land is het vruchtbaarheidscijfer de afgelopen 30 jaar met 70 % gedaald. Dat is de grootste daling in de menselijke geschiedenis.
In dit arme land groeit de bevolking heel snel aan. Pas in 2016 daalde het aantal kinderen per vrouw onder de 7.
Dit land in Afrika heeft een veel lager vruchtbaarheidscijfer omdat de overheid er een actieve geboortepolitiek voert, onder andere door voorbehoedsmiddelen te voorzien.
In dit Europees land zorgt de ongunstige socio-economische situatie voor een zeer laag vruchtbaarheidscijfer.
rijkdom
zeer laag
hoog
IN
zeer rijk
levensverwachting
gemiddeld
N
VA
Bestudeer nu de bovenstaande ingevulde tabel. Wat kun je besluiten? Markeer wat juist is.
©
f
analfabetisme
- In arme landen krijgen vrouwen minder / meer kinderen. - In rijke landen is het analfabetisme laag / hoog. - Hoe rijker het land, hoe lager/ hoger het vruchtbaarheidscijfer. - Hoe hoger de bevolking geschoold is, hoe minder / meer kinderen een vrouw krijgt. - In arme landen met een laagopgeleide bevolking, zal je minder oud / ouder worden.
4 TEST JEZELF 1
Natuurlijke bevolkingsgroei
2 Leeftijdshistogrammen
2 Bevolkingscijfers liegen niet
67
SYNTHESE bevolkingsgroei berekenen
MIGRATIESALDO
= natuurlijke aanwas,
= een positief
geboorteoverschot
of negatief saldo
geboortecijfer
sterftecijfer
= aantal geboortes
= aantal sterfgevallen
per 1 000 inwoners
per 1 000 inwoners
IN
NATUURLIJKE AANGROEI
aantal immigranten
aantal emigranten
= inwijkelingen
= uitwijkelingen
per 1 000 inwoners
per 1 000 inwoners
VERDUBBELINGSTIJD = aantal jaren dat de bevolking nodig heeft
VRUCHTBAARHEIDS-
LEVENSVERWACHTING
LEEFTIJDSSTRUCTUUR
CIJFER
= hoelang een persoon
= samenstelling van
= gemiddeld aantal
gemiddeld zal leven
bevolking verdeeld over
kinderen dat een vrouw
VA
om te verdubbelen
N
bevolkingsgroei meten
leeftijdsgroepen
krijgt tijdens haar
korte verdubbelingstijd
vruchtbare periode
= snelle bevolkingsgroei
lange verdubbelingstijd
< 2,1: bevolking daalt
= trage bevolkingsgroei
= 2,1: bevolking stabiliseert
©
> 2,1: bevolking stijgt
68
THEMA 3 De bewoonde aarde
dit wordt voorgesteld in een leeftijdshistogram
3
IN
DE GREAT ACCELERATION VERKLAARD KERNVRAAG WAT VERKLAART DE SNELLE GROEI VAN DE WERELDBEVOLKING?
1 CHECK-IN
Je weet al dat de wereldbevolking de voorbije decennia sterk is toegenomen. Maar hoe komt het dat die
groei eigenlijk al ruim twee eeuwen geleden begon? Welke factoren lagen aan de basis van die wereldwijde
N
bevolkingsgroei? En waarom versnelde dat proces nog meer in de 20ste eeuw?
2 OP ONDERZOEK 1
De demografische transitie
VA
De natuurlijke aangroei – het verschil tussen geboortes en sterfgevallen – kan van regio tot regio sterk verschillen. In Afrika ten zuiden van de Sahara vinden we de hoogste natuurlijke groei: daar zijn veel meer geboortes dan sterfgevallen, waardoor de bevolking snel groeit. In veel Europese landen en delen van Oost-Azië is de natuurlijke groei veel lager, of zelfs negatief. Dat betekent dat de bevolking er daalt. Hoe dat komt, ontdek je hier. De spectaculaire bevolkingsexplosie van de afgelopen twee eeuwen is het gevolg van de demografische transitie. Een transitie is een overgang of verandering. In dit geval: van een situatie met veel geboortes én veel sterfgevallen naar een situatie met weinig geboortes én weinig sterfgevallen.
©
2 De transitie in fases
De demografische transitie verloopt in vijf fases. Elk land doorloopt dezelfde volgorde, maar niet elk land bevindt zich in dezelfde fase volgens het transitiemodel (fig. 3.22). Landen met een hoog inkomen, zoals in Europa en Noord-Amerika, bevinden zich in fase 4 of 5. In die fases is het geboortecijfer sterk gedaald en kan de bevolking zelfs beginnen krimpen. In veel landen met een laag inkomen, zoals in Afrika, zijn de geboortecijfers nog hoog. De transitie is daar nog volop bezig, waardoor de bevolking er sterk blijft groeien.
3 de Great Acceleration verklaard
69
fase
1 hoogstationaire fase
2 vroege expansiefase geboortecijfer
40 ‰
3 late expansiefase
4 laagstationaire fase
5 afnemende fase
30 ‰ sterftecijfer
20 ‰ 10 ‰
natuurlijke aangroei totale bevolking
0
IN
tijd Fig. 3.22 Het demografische transitiemodel
2.1 DE HOOGSTATIONAIRE FASE
In de eerste fase blijven de bevolkingsaantallen voor lange tijd stabiel. Zowel het geboortecijfer als het sterftecijfer liggen hoog, waardoor de natuurlijke aangroei verwaarloosbaar is. De bevolking stagneert en blijft, ondanks veel geboortes, nagenoeg stationair.
De vele geboortes zijn in belangrijke mate een gevolg van de hoge kindersterfte. Door een gebrek aan medische kennis, slechte hygiënische omstandigheden en wijdverspreide ondervoeding overleeft een aanzienlijk deel van
N
de kinderen de eerste levensjaren niet. Gezinnen kiezen bewust voor veel kinderen, in de hoop dat er voldoende overleven. Kinderen hebben op jonge leeftijd vaak al een economische waarde: ze helpen mee als werkkracht. Op latere leeftijd zijn ze een vorm van sociale zekerheid: ze worden geacht voor hun ouders te zorgen. Ook het sterftecijfer blijft hoog. Door de ontoereikende medische voorzieningen en een gebrekkig begrip van hygiëne worden
VA
ziektes gemakkelijk verspreid en eisen epidemieën geregeld een
zware tol. Het leven is onzeker, met een lage levensverwachting als gevolg. Vanaf 1750 maakte Engeland als eerste de
demografische transitie door. De tweede fase startte er bij het begin van de industriële revolutie.
Fig. 3.23 Een Britse familie in 1800
2.2 DE VROEGE EXPANSIEFASE
In de tweede fase neemt de natuurlijke aangroei sterk toe
©
(= expansie). Het sterftecijfer daalt snel dankzij verbeteringen in de medische zorg, een betere hygiëne en een efficiëntere voedselproductie. Vooral de kindersterfte neemt sterk af, waardoor meer mensen de volwassen leeftijd bereiken en de levensverwachting stijgt. Het geboortecijfer blijft in deze fase nog steeds hoog. Culturele en godsdienstige gewoontes, economische motieven en een gebrek aan kennis over geboortebeperking zorgen ervoor dat men nog steeds kiest voor veel kinderen. Het gevolg is een demografische explosie: er worden veel kinderen geboren, én steeds meer mensen blijven langer in leven.
Fig. 3.24 Een kroostrijk Afrikaans gezin
70
THEMA 3 De bewoonde aarde
Het bevolkingsaantal groeit in deze fase snel.
2.3 DE LATE EXPANSIEFASE In de derde fase zet de bevolkingsgroei zich voort, maar begint hij geleidelijk af te remmen. Niet alleen blijft het sterftecijfer verder dalen, ook het geboortecijfer begint nu gevoelig af te nemen. De daling van het geboortecijfer is het gevolg van maatschappelijke veranderingen. Door de dalende kindersterfte is het niet langer noodzakelijk om veel kinderen te krijgen. Bovendien verdwijnt de economische functie van kinderen geleidelijk: het verbod op kinderarbeid en de invoering van de leerplicht maken dat kinderen niet langer bijdragen aan het gezinsinkomen. Ze worden eerder een kost dan een hulp.
IN
Fig. 3.25 Schoolgaande jeugd in 1946
Ook de positie van de vrouw verandert: vrouwen krijgen meer rechten, nemen vaker deel aan het arbeidsleven
en kiezen bewust voor kleinere gezinnen. Tegelijk neemt de invloed van de godsdienst op de gezinsplanning af, waardoor contraceptie breder aanvaard en toegepast wordt.
De natuurlijke aangroei blijft groot, maar neemt naar het einde van deze fase merkbaar af. Dankzij medische vooruitgang (vaccinaties, medicatie, betere gezondheidszorg ...) blijft het sterftecijfer licht dalen en stijgt de levensverwachting verder.
N
2.4 DE LAAGSTATIONAIRE FASE In de vierde fase blijven de sterftecijfers laag, terwijl het
geboortecijfer verder daalt. Die daling is het gevolg van
veranderingen in levensstijl en gezinsplanning: koppels trouwen
op latere leeftijd en kiezen bewust voor een kleiner gezin dankzij de ruime beschikbaarheid van voorbehoedsmiddelen. Daarnaast
VA
verschuift de maatschappelijke focus. Meer aandacht gaat uit naar comfort, consumptie, reizen en culturele activiteiten. Kinderen
worden minder als economische meerwaarde beschouwd en meer als een kostenpost binnen het gezinsbudget. Het sterftecijfer daalt nog licht verder, vooral door de toenemende levensverwachting en de verbeterde zorg voor ouderen.
Fig. 3.26 Gezinsplanning in China
Tegen het einde van deze fase liggen het geboortecijfer en sterftecijfer dicht bij elkaar. De natuurlijke groei neemt af en stabiliseert uiteindelijk rond de nulgroei: de bevolking blijft dus min of meer stabiel.
©
2.5 DE AFNEMENDE OF ONTGROENINGSFASE In deze laatste fase slaat de natuurlijke groei om in een negatieve trend: er sterven jaarlijks meer mensen dan er geboren worden. Het geboortecijfer is gedaald tot onder het sterftecijfer, wat leidt tot een afnemende bevolking. De samenleving vergrijst. Het aandeel ouderen neemt toe, terwijl het aantal jongeren sterk afneemt. Deze ontgroening zorgt ervoor dat het vruchtbaarheidscijfer laag blijft: er zijn eenvoudigweg minder vrouwen in de vruchtbare leeftijd, en zij kiezen gemiddeld voor weinig of geen kinderen.
Fig. 3.27 Laag geboortecijfer door vergrijzing van de bevolking
3 de Great Acceleration verklaard
71
3 AAN DE SLAG 1
Evolutie van geboorte- en sterftecijfers in België Onderzoek de bevolkingsevolutie in ons land en pas dit toe op een Belgische familie.
De demografische transitie: daling van het sterftecijfer gevolgd door een daling van het geboortecijfer Zowel het geboorte- als het sterftecijfer worden uitgedrukt per 1 000 inwoners. geboortecijfer sterftecijfer bevolking
35
12
IN 10
25
8
20
6
15
4
10
2
0 1830
1860
N
5
1880
1900
1920
1940
1960
1980
0 2000
2020 2024
Evolutie Belgische bevolking (bron: ourworldindata.org)
a
Hoe evolueren het geboorte- en sterftecijfer in België vanaf het einde van de 19de eeuw tot nu?
VA
b Hoe bereken je de natuurlijke aangroei?
c
Het geboortecijfer en sterftecijfer zijn aangeduid in de grafiek. Hoe kun je de natuurlijke aangroei
aanduiden in de grafiek? Arceer de natuurlijke aangroei in blauw op de grafiek.
©
d Lees de tekst in de tabel. Plaats de nummers en de eerste letters van de namen van de personen op de juiste plaats op de curve van het geboorte- of sterftecijfer. Markeer de reden waarom je het nummer bij het geboorte- of sterftecijfer plaatst geel in de tekst. Theophile Peeters (1) wordt geboren op 7 januari 1883. Hij is het zevende kind van de twaalf kinderen van zijn ouders Gustaaf en Philomena. De kindersterfte daalt op dat moment in België. Dankzij voldoende en gezondere voeding en een betere hygiëne blijven tien van de twaalf kinderen van het gezin in leven. Zijn moeder Philomena (2) overlijdt als hij 22 jaar is. Hij wordt aangesteld als voogd voor zijn jongere broers en zussen.
72
THEMA 3 De bewoonde aarde
miljoen
per duizend (in ‰)
30
Hij trouwt in januari 1913 met Leontine. Zij zal een maand later hun oudste zoon op de wereld zetten. Nog een jaar later wordt zijn zusje Anna (3) geboren. Voorbehoedsmiddelen bestaan in die periode nog niet. Theophile (4) wordt opgeroepen als soldaat bij de infanterie. In augustus 1914 sneuvelt hij in de buurt van Luik als een van de eerste Belgen. Leontine (5) overlijdt in oktober 1918 tijdens de tweede golf van de Spaanse griep. Haar twee kinderen zijn nu wezen. Ze worden liefdevol opgevangen in een pleeggezin. De Spaanse griep maakt in België bijna 300 000 slachtoffers. De bevolking neemt af. Anna Peeters trouwt in 1933 met de zoon van haar pleegouders, Cyriel Van de Walle. Hun oudste dochter Christiane (6) wordt op kerstdag 1934 geboren. Omdat in die periode kinderen verplicht zijn om naar school te gaan in België,
IN
daalt het geboortecijfer. Het economisch nut van kinderen neemt af.
Onmiddellijk na de oorlog volgt de babyboom: een periode waarin aanzienlijk meer kinderen
geboren worden. Anna krijgt nog een nakomertje: in 1951 ziet de kleine Jan (7) het levenslicht. Christiane trouwt met Achilles Deprez en zij kiezen bewust voor een gezin met drie kinderen. Hun oudste zoon Erik (8) wordt in 1958 geboren. Er volgen nog een dochter en een zoon. Dan is het gezin compleet. Dat kan dankzij het gebruik van de anticonceptiepil.
Wanneer de oudste dochter van Erik, Kristel (9), ter wereld komt in 1991, zijn er in België net 10 miljoen inwoners. Aisha (10). f
N
Kristel gaat samenwonen met haar vriend Yassin en zij krijgen in maart 2021 hun eerste kindje,
Plaats de foto’s ter illustratie bij de bovenstaande tekst. Noteer de letters in de tabel.
B
VA
A
©
D
C
E
F
3 de Great Acceleration verklaard
73
2 België in het demografische transitiemodel Bestudeer opnieuw de grafiek van de Belgische bevolking. Beantwoord de vragen.
De demografische transitie: daling van het sterftecijfer gevolgd door een daling van het geboortecijfer Zowel het geboorte- als het sterftecijfer worden uitgedrukt per 1 000 inwoners. geboortecijfer sterftecijfer bevolking
30
12
25
10
6
15
4
10
2
5 0 1830
8
IN
20
0
1860
1880
1900
1920
1940
1960
1980
2000
2020 2024
N
Evolutie Belgische bevolking (bron: ourworldindata.org)
a
Teken blauwe verticale lijnen die de fases van het demografische transitiemodel afbakenen.
b Noteer de nummers van de vier fases op dezelfde grafiek. c
Bepaal aan de hand van de bovenstaande grafiek de natuurlijke aangroei en in welke fase van het
VA
demografisch transitiemodel ons land zich bevindt. - natuurlijke aangroei:
- fase demografisch transitiemodel:
3 De demografische transitie in andere landen
De bevolkingsevolutie van de meeste landen verloopt volgens het demografische transitiemodel.
Onderzoek dit nu voor andere landen dan België. a
Ga na hoe het geboortecijfer evolueert. Lees de redenen daarvoor af uit de tabel. Kies uit:
©
hoog – snelle daling – laag – verdere daling tot stilstand – hoog
b Ga na hoe het sterftecijfer evolueert. Lees de redenen daarvoor af uit de tabel. Kies uit:
c
stilstand – lichte toename – snelle daling – lichte daling – hoog
Ga na hoe de natuurlijke aangroei evolueert. Noteer dit in de tabel. Kies uit: stilstand – lichte toename – toename neemt af – sterke toename – afname
d
Noteer per fase een land. Raadpleeg de wereldkaart van de natuurlijke aangroei (fig. 3.14 op p. 54) of de kaarten via de hyperlinks bij het onlinelesmateriaal. Kies uit: D.R. Congo – China – Portugal – Frankrijk – Mexico – Rusland – België – Verenigde Staten – Marokko – Niger – Turkije
74
miljoen
per duizend (in ‰)
35
THEMA 3 De bewoonde aarde
1 hoogstationaire fase
fase
2 vroege expansiefase
3 late expansiefase
4 laagstationaire fase
5 afnemende fase
geboortecijfer
40 ‰ 30 ‰
sterftecijfer
20 ‰
natuurlijke aangroei
10 ‰
totale bevolking
0
- dalende
- gezinsplanning
laag vrucht-
- invoer van
baarheidscijfer
- kinderen zijn sociale zekerheid (werkkrachten, opvang van ouders
redenen
geboortecijfer
- hoge kindersterfte
bij ziekte en op oude dag …)
IN
kindersterfte
voorbehoeds-
- geen kinder-
middelen
arbeid meer,
kinderen gaan naar school
- betere
levensstandaard
- vrouwenrechten
- ziekten en epidemieën
N
- geboortepolitiek
- gebrekkige
- dalende
stijgende levensverwachting
kindersterfte
redenen
verouderde bevolking
voedsel-
hygiëne
- ontoereikende
- toenemende
VA
sterftecijfer
- hongersnoden
productie
- verbeterde
medische hulp
medische zorg en hygiëne
- verbeterd transport
- levensver-
aangroei
voorbeelden
©
natuurlijke
wachting stijgt
geen enkel land meer
tijd
3 de Great Acceleration verklaard
75
4 Leeftijdshistogrammen en het demografische transitiemodel De vorm van een leeftijdshistogram volgt de fases van de demografische transitie. Herken je de onderstaande kenmerken in elk histogram? Noteer de juiste fase in de tabel. 1 Er worden nog veel kinderen geboren. Doordat er minder kinderen sterven, worden de onderste balken van het histogram breder. 2 De bevolking vergrijst, waardoor het sterftecijfer hoog is. Er worden weinig kinderen geboren. Het histogram heeft daardoor een smalle basis en een brede top. 3 In elke leeftijdsklasse overlijden mensen. Hoe hoger in het histogram, hoe smaller de balken. De brede basis wijst op veel jongeren en een hoog geboortecijfer. 4 De bevolking is stabiel. Door de stijgende levensverwachting wordt de top wordt breder. door een dalend geboortecijfer. Fase 2: hoog geboortecijfer, sterftecijfer daalt
0,7 % 100+ 0,7% vrouw 1% 95-99 1% 1,3 % 90-94 1,3 % 1,6 % 85-89 1,6 % 1,9 % 80-84 1,9 % 2,2 % 75-79 2,2 % 2,5 % 70-74 2,5 % 2,8 % 65-69 2,8 % 3,1% 60-64 3,1 % 3,4 % 55-59 3,4 % 3,8 % 50-54 3,8 % 4,1 % 45-49 4,1 % 4,4 % 40-44 4,4 % 4,7 % 35-39 4,7 % 5% 30-34 5% 5,3 % 25-29 5,3 % 5,6 % 20-24 5,6 % 5,9 % 15-19 5,9 % 6,2 % 10-14 6,2 % 8,6 % 5-9 8,6 % 8,8 % 0-4 8,8% 10 % 8% 6% 4% 2% 0% 0% 2% 4% 6% 8% 10 %
0 % 100+ 0 % vrouw 0 % 95-99 0 % 0 % 90-94 0 % 0,1 % 85-89 0,1 % 0,2 % 80-84 0,2 % 0,3 % 75-79 0,3 % 70-74 0,5 % 0,6 % 65-69 0,7 % 0,8 % 60-64 0,9 % 1,0 % 55-59 1,1 % 1,2 % 50-54 1,3 % 1,4 % 45-49 1,7 % 1,8 % 40-44 2,0 % 2,1 % 35-39 2,3 % 2,4 % 30-34 2,7 % 2,6 % 25-29 3,3 % 3,3 % 20-24 4,1 % 4,0 % 15-19 5,4 % 5,3 % 10-14 6,5 % 6,4 % 5-9 7,7 % 7,5 % 0-4 9,3 % 9,0 % 10 % 8% 6% 4% 2% 0% 0% 2% 4% 6% 8% 10 %
0 % 100+ 0 % vrouw 0 % 95-99 0 % 0 % 90-94 0,1 % 0,1 % 85-89 0,1 % 0,2 % 80-84 0,3 % 0,3 % 75-79 0,5 % 0,5 % 70-74 0,6 % 0,7 % 65-69 0,9 % 60-64 1,0 % 1,1 % 1,2 % 55-59 1,3 % 1,4 % 50-54 1,5 % 45-49 1,8 % 1,8 % 40-44 2,1 % 2,1 % 2,7 % 35-39 2,8 % 30-34 3,2 % 3,4 % 25-29 3,9 % 4,1 % 4,7 % 20-24 4,9 % 15-19 5,7 % 5,8 % 10-14 6,3 % 6,2 % 5-9 6,6 % 6,4 % 0-4 7,0 % 6,7 % 8% 6% 4% 2% 0% 0% 2% 4% 6% 8% man
10 %
0 % 100+ 0 % vrouw 0 % 95-99 0 % 0,1 % 90-94 0,1 % 0,2 % 85-89 0,2 % 0,3 % 80-84 0,4 % 0,5 % 75-79 0,6 % 0,7 % 70-74 0,8 % 1,0 % 65-69 1,1 % 60-64 1,3 % 1,4 % 1,7 % 55-59 1,9 % 2,1 % 50-54 2,4 % 45-49 2,6 % 2,8 % 40-44 3,0 % 3,3 % 3,5 % 35-39 3,8 % 30-34 3,7 % 4,0 % 25-29 4,0 % 4,2 % 4,3 % 20-24 4,5 % 15-19 4,9 % 4,8 % 10-14 5,0 % 4,8 % 5-9 5,0 % 4,9 % 0-4 5,0 % 4,8 % 6% 4% 2% 0% 0% 2% 4% 6%
10 %
10 %
8%
0 % 100+ 0 % vrouw 0 % 95-99 0 % 0,1 % 90-94 0,1 % 0,2 % 85-89 0,3 % 0,5 % 80-84 0,6 % 75-79 0,8 % 1,0 % 1,2 % 70-74 1,5 % 1,6 % 65-69 2,0 % 60-64 2,1 % 2,4 % 2,5 % 55-59 2,9 % 2,7 % 50-54 3,1 % 45-49 3,0 % 3,3 % 40-44 3,3 % 3,5 % 3,7 % 35-39 3,8 % 30-34 3,8 % 3,8 % 25-29 3,9 % 3,9 % 4,0 % 20-24 3,8 % 15-19 4,0 % 3,9 % 10-14 4,0 % 3,8 % 5-9 3,9 % 3,7 % 0-4 3,7 % 3,5 % 6% 4% 2% 0% 0% 2% 4% 6% man
man
8%
10 %
10 %
8%
8%
N
man
Fase 5: hoger sterftecijfer dan geboortecijfer
Fase 4: toenemende levensverwachting
Fase 3: snelle daling van het geboortecijfer
Fase 1: hoog geboorte- en sterftecijfer man
IN
5 De basis van het histogram wordt smaller. Elke jongere leeftijdsklasse is kleiner dan de vorige,
5 Demografische transitie in de toekomst
De demografische transitie verloopt niet overal gelijktijdig. Hoe verloopt ze in de toekomst?
VA
Bekijk de prognoses voor de verschillende regio’s in de wereld. a
Naar welke fase evolueren de landen in Noord- en
Bevolkingsgroei per regio
miljard
wereld – voorspelling Azië – voorspelling Afrika – voorspelling Europa – voorspelling Noord-Amerika – voorspelling Zuid-Amerika – voorspelling
Zuid-Amerika, en Europa?
10
b Wanneer gaat Azië als regio over
8
van fase 4 naar fase 5?
6
4
© c
Welke fase doorloopt Afrika in deze eeuw?
2
4 TEST JEZELF 1
Demografische transitie
2 Leeftijdshistogrammen
76
THEMA 3 De bewoonde aarde
0 1960
1980
Bevolkingsgroei per regio
2000
2020
2040
2060
2080
2100
10 %
SYNTHESE DEMOGRAFISCHE TRANSITIE = de overgang van hoge naar lage geboorte- en sterftecijfers
fase
1 hoogstationaire fase
40 ‰
2 vroege expansiefase geboortecijfer
3 late expansiefase
4 laagstationaire fase
5 afnemende fase
sterftecijfer
20 ‰ 10 ‰
IN
30 ‰ natuurlijke aangroei
totale bevolking
0
tijd
en sterftecijfer beide hoog - kleine natuurlijke
- geboortecijfer
- geboortecijfer
daalt betere
daalt minder
en sterftecijfer
is lager dan
voeding en
economisch
zijn beide laag
sterftecijfer
medische
nut en invoe-
verzorging
ring leerplicht
- natuurlijke
- natuurlijke
aangroei
aangroei
VA
aangroei
- sterftecijfer
- geboortecijfer
N
- geboortecijfer
neemt toe
- kleine
- natuurlijke
natuurlijke
aangroei is
aangroei
negatief
neemt af
De bevolking
De bevolking
De bevolkings-
De groei komt
De bevolking
groeit amper.
groeit sterk.
groei remt af.
tot stilstand.
neemt af.
0 % 100+ 0 % vrouw 0 % 95-99 0 % 0,1 % 90-94 0,1 % 0,2 % 85-89 0,2 % 0,3 % 80-84 0,4 % 0,5 % 75-79 0,6 % 0,7 % 70-74 0,8 % 1,0 % 65-69 1,1 % 1,3 % 60-64 1,4 % 1,7 % 55-59 1,9 % 2,1 % 50-54 2,4 % 2,6 % 45-49 2,8 % 3,0 % 40-44 3,3 % 3,5 % 35-39 3,8 % 3,7 % 30-34 4,0 % 4,0 % 25-29 4,2 % 4,3 % 20-24 4,5 % 4,9 % 15-19 4,8 % 5,0 % 10-14 4,8 % 5,0 % 5-9 4,9 % 5,0 % 0-4 4,8 % 6% 4% 2% 0% 0% 2% 4% 6%
0 % 100+ 0 % vrouw 0 % 95-99 0 % 0,1 % 90-94 0,1 % 0,2 % 85-89 0,3 % 0,5 % 80-84 0,6 % 0,8 % 75-79 1,0 % 1,2 % 70-74 1,5 % 1,6 % 65-69 2,0 % 2,1 % 60-64 2,4 % 2,5 % 55-59 2,9 % 2,7 % 50-54 3,1 % 3,0 % 45-49 3,3 % 3,3 % 40-44 3,5 % 3,7 % 35-39 3,8 % 3,8 % 30-34 3,8 % 3,9 % 25-29 3,9 % 4,0 % 20-24 3,8 % 4,0 % 15-19 3,9 % 4,0 % 10-14 3,8 % 3,9 % 5-9 3,7 % 3,7 % 0-4 3,5 % 6% 4% 2% 0% 0% 2% 4% 6%
0,7 % 100+ 0,7% vrouw 1% 95-99 1% 1,3 % 90-94 1,3 % 1,6 % 85-89 1,6 % 1,9 % 80-84 1,9 % 2,2 % 75-79 2,2 % 2,5 % 70-74 2,5 % 2,8 % 65-69 2,8 % 3,1% 60-64 3,1 % 3,4 % 55-59 3,4 % 3,8 % 50-54 3,8 % 4,1 % 45-49 4,1 % 4,4 % 40-44 4,4 % 4,7 % 35-39 4,7 % 5% 30-34 5% 5,3 % 25-29 5,3 % 5,6 % 20-24 5,6 % 5,9 % 15-19 5,9 % 6,2 % 10-14 6,2 % 8,6 % 5-9 8,6 % 8,8 % 0-4 8,8% 10 % 8% 6% 4% 2% 0% 0% 2% 4% 6% 8% 10 %
0 % 100+ 0 % vrouw 0 % 95-99 0 % 0 % 90-94 0 % 0,1 % 85-89 0,1 % 0,2 % 80-84 0,2 % 0,3 % 75-79 0,3 % 0,5 % 70-74 0,6 % 0,7 % 65-69 0,8 % 0,9 % 60-64 1,0 % 1,1 % 55-59 1,2 % 1,3 % 50-54 1,4 % 1,7 % 45-49 1,8 % 2,0 % 40-44 2,1 % 2,3 % 35-39 2,4 % 2,7 % 30-34 2,6 % 3,3 % 25-29 3,3 % 4,1 % 20-24 4,0 % 5,4 % 15-19 5,3 % 6,5 % 10-14 6,4 % 7,7 % 5-9 7,5 % 9,3 % 0-4 9,0 % 10 % 8% 6% 4% 2% 0% 0% 2% 4% 6% 8% 10 %
0 % 100+ 0 % vrouw 0 % 95-99 0 % 0 % 90-94 0,1 % 0,1 % 85-89 0,1 % 0,2 % 80-84 0,3 % 0,3 % 75-79 0,5 % 0,5 % 70-74 0,6 % 0,7 % 65-69 0,9 % 1,0 % 60-64 1,1 % 1,2 % 55-59 1,3 % 1,4 % 50-54 1,5 % 1,8 % 45-49 1,8 % 2,1 % 40-44 2,1 % 2,7 % 35-39 2,8 % 3,2 % 30-34 3,4 % 3,9 % 25-29 4,1 % 4,7 % 20-24 4,9 % 5,7 % 15-19 5,8 % 6,3 % 10-14 6,2 % 6,6 % 5-9 6,4 % 7,0 % 0-4 6,7 % 8% 6% 4% 2% 0% 0% 2% 4% 6% 8% man
man
10 %
man
10 %
10 %
8%
man
8%
10 %
10 %
8%
8%
10 %
©
man
THEMA 3 synthese
77
4 GEBOORTEBELEID: MEER OF MINDER KINDEREN?
IN
KERNVRAAG HOE KAN DE OVERHEID DE EVOLUTIE VAN DE BEVOLKING BEÏNVLOEDEN?
1 CHECK-IN
In sommige landen, vooral in Afrika, groeit de bevolking erg snel. In andere landen krimpt ze. In beide gevallen
komt de samenleving onder druk te staan. Een snel groeiende bevolking vraagt meer voedsel, water, energie en grondstoffen. Dat kan leiden tot schaarste en stijgende prijzen. In landen waar de bevolking afneemt, zijn er te
N
weinig werkenden om de groeiende groep ouderen te ondersteunen. Overheden wereldwijd proberen daarom de bevolkingsgroei te beïnvloeden, zowel bij een tekort als bij een teveel aan geboortes.
VA
2 OP ONDERZOEK 1
VRUCHTBAARHEID EN SCHOLING VAN MEISJES
In de vorige hoofdstukken zag je hoe sterk de groei van de bevolking tussen regio’s kan verschillen. Regeringen kunnen maatregelen nemen die de vruchtbaarheid van meisjes beïnvloeden, bijvoorbeeld door onderwijs te stimuleren. Hoe langer meisjes naar school gaan en hoe later ze trouwen, hoe kleiner het gemiddeld aantal kinderen dat ze krijgen. Onderwijs vergroot hun kansen en hun kennis over gezondheid en gezinsplanning.
vruchtbaarheidscijfer (gemiddeld aantal kinderen per moeder)
Niger
Afghanistan
gemiddeld aantal jaren onderwijs genoten (vrouwen 25+)
©
Jemen
Ghana
Filipijnen
Maleisië Verenigde Staten Argentinië België Zweden
10
5
0
5
10
15
Fig. 3.28 Verband tussen vruchtbaarheid en onderwijs (bron data: ourworldindata.org, Statbel)
78
THEMA 3 De bewoonde aarde
20
2 DE HUMAN DEVELOPMENT INDEX (HDI) HDI staat voor de Human Development Index of de Index van de Menselijke Ontwikkeling. Het is een maatstaf die door de Verenigde Naties wordt gebruikt om de ontwikkelingsgraad van landen te meten en te vergelijken. De HDI is gebaseerd op drie belangrijke factoren van de menselijke ontwikkeling (fig. 3.29): hoe gezond mensen leven (gezondheid), hoeveel scholing ze krijgen (kennis) en hoe hoog het inkomen per inwoner is (levensstandaard).
KENNIS
EEN BEHOORLIJKE LEVENSSTANDAARD
Levensverwachting bij de geboorte
HDI
IN
LANG EN GEZOND LEVEN
Aantal jaren scholing van volwassenen Het verwachte aantal jaren scholing voor kinderen
Human Development Index
Het bruto nationaal inkomen (bni) per inwoner
Fig. 3.29 De drie pijlers van de Human Development Index (HDI)
N
De HDI geeft een score tussen 0 en 1, waarbij een hogere score duidt op een hogere mate van menselijke ontwikkeling. Landen met een hoge HDI hebben doorgaans lagere vruchtbaarheidscijfers. Met de socio-economische ontwikkeling zien we vaak een verschuiving van grotere naar kleinere gezinnen: door onder meer betere toegang tot gezondheidszorg en anticonceptie, een hogere status van vrouwen en
VA
veranderende economische behoeften.
3 HOE LANDEN OMGAAN MET HET TEVEEL OF TEKORT AAN GEBOORTES Overal ter wereld proberen overheden invloed uit te oefenen op het aantal kinderen dat er geboren wordt. In landen waar de bevolking snel groeit, proberen ze het geboortecijfer af te remmen. In andere landen zie je het tegenovergestelde: er zijn weinig jonge mensen en veel ouderen, dus daar willen overheden het aantal geboortes net doen stijgen.
Ingrijpen door de overheid verschilt dus van land tot land,
Fig. 3.30 Geboortebeleid in India in de 20ste eeuw
©
afhankelijk van hoeveel kinderen men wenselijk acht. De
maatregelen die de overheid daarvoor neemt, noemen we het geboortebeleid of de geboortepolitiek. Figuur 3.30 toont een Indiase postzegel uit een campagne voor geboortebeperking.
3.1 JAPAN: EEN SNEL GRIJZENDE BEVOLKING Japan kampt al jarenlang met een alarmerend laag geboortecijfer en is een van de snelst vergrijzende landen ter wereld. Dat zet de sociale zekerheid (zoals de ziekteverzekering en pensioenen), de economie en de arbeidsmarkt zwaar onder druk.
Fig. 3.31 Vergrijzing in Japan
4 Geboortebeleid: meer of minder kinderen?
79
De Japanse overheid probeert met verschillende maatregelen het aantal kinderen weer omhoog te krijgen: -
financiële steun voor de kosten van een bevalling;
-
kinderbijslag voor gezinnen met kinderen;
-
ouderschapsverlof om werk en gezin beter te combineren;
-
uitbreiding van kinderopvang, inclusief gratis opvang;
-
subsidies voor studiekosten in het hoger onderwijs.
3.2 CHINA: VAN EEN NAAR DRIE KINDEREN China voerde in 1979 een streng eenkindbeleid in uit bezorgdheid voor overbevolking en om de economische groei te versnellen. Dat leidde tot een sterke daling van het geboortecijfer.
IN
De maatregelen waren ingrijpend: hoge boetes wanneer je
een tweede kind kreeg, verlies van sociale voordelen, en soms verplichte sterilisaties of abortussen.
Fig. 3.32 Het voormalige eenkindbeleid in China
Toen een vergrijzende bevolking en een kleiner wordende beroepsbevolking de economie bedreigden,
versoepelde China naar een tweekindbeleid (2015) en later naar een driekindbeleid (2021). Maar het geboortecijfer blijft laag door de grote werkdruk en hoge kosten voor wonen en onderwijs. Het is nog onzeker of het driekindbeleid de demografische problemen zal oplossen.
Interessant om weten
N
De Grote Sprong Voorwaarts (1958-1962) was een ambitieus maar rampzalig economisch plan van leider Mao Zedong. Het had als
doel om China snel te industrialiseren en de landbouwproductie te
verhogen. Door onrealistische doelen en dwangmaatregelen leidde het tot een enorme hongersnood waarbij miljoenen mensen
VA
omkwamen.
3.3 NIGER: EEN JONGE, SNELGROEIENDE BEVOLKING De situatie in Niger staat in schril contrast met die van China of Japan. Niger heeft een van de hoogste geboortecijfers ter wereld. Cultuur en religie spelen een grote rol, waardoor meisjes erg jong trouwen en grote gezinnen vaak als
©
wenselijk worden gezien.
Fig. 3.33 Schoolgaande jeugd in Niamey (Niger)
De snelle bevolkingsgroei in Niger leidt tot grote problemen: er is druk op schaarse natuurlijke hulpbronnen, voedselonzekerheid en armoede. De infrastructuur raakt overbelast, de jeugdwerkloosheid is hoog en de toegang tot onderwijs en gezondheidszorg is beperkt. Dat belemmert de economische ontwikkeling.
Dit zijn de maatregelen die de Nigerese overheid neemt:
80
-
inspanningen doen om kindhuwelijken af te schaffen;
-
zorgen voor een betere toegang tot voorbehoedsmiddelen en voorlichting;
-
onderwijs voor meisjes bevorderen;
-
religieuze leiders betrekken om boodschappen rond gezinsplanning te promoten.
THEMA 3 De bewoonde aarde
3 AAN DE SLAG 1
Dalende vruchtbaarheid Onderzoek hoe scholing en ontwikkeling het vruchtbaarheidscijfer beïnvloeden. Raadpleeg de grafieken online en beantwoord de vragen hierbij. a
Ga naar de online grafiek over het verband tussen de scholingsgraad voor vrouwen en de vruchtbaarheid. Laat de tijdlijn lopen. - Hoe bewegen de bolletjes van de meeste landen?
- Welk besluit kun je hieruit trekken?
IN
b Ga naar de online grafiek over het verband tussen HDI en vruchtbaarheid. Laat de tijdlijn lopen. - Hoe bewegen de bolletjes van de meeste landen?
- Welk besluit kun je hieruit trekken?
2 Geboortepolitiek
N
Verschillen in bevolkingsgroei zorgen voor een andere aanpak in geboortepolitiek. Onderzoek wat een overheid kan doen om de groei van de bevolking te regelen. Lees de verschillende maatregelen.
VA
a
b Noteer bij elke maatregel of hij past binnen de geboortepolitiek van Japan of Niger. geboortepolitiek
land
De regering heeft met de hulp van Unicef een actieplan ontwikkeld om een einde te maken aan kindhuwelijken.
De regering belooft maatregelen te treffen die jonge koppels moeten aanzetten om meer kinderen te krijgen. Zo zouden er extra kinderdagverblijven bijkomen. De overheid investeert in projecten die alleenstaanden aan hun ideale partner
©
moeten koppelen.
De overheid beslist om anticonceptiemiddelen voor iedereen toegankelijk te maken.
Dorpsbewoners krijgen voorlichting over gezonde voeding.
Het parlement keurde onlangs een immigratiewet goed met als doel honderdduizenden buitenlandse arbeidskrachten aan te trekken om de vele
openstaande vacatures in te vullen.
4 Geboortebeleid: meer of minder kinderen?
81
V6
c
Vul aan welke landen het gewenste geboortebeleid kunnen voeren. Plaats ze in de juiste kolom. Raadpleeg daarvoor de wereldkaart met de natuurlijke groei (fig. 3.14). Rusland – India – D.R. Congo – Hongarije – Spanje – Ethiopië
verlagen van het aantal geboortes door: - inzetten op voorlichting - toegang tot anticonceptie
3 Welvaart en bevolkingsgroei 1
IN
verhogen van het aantal geboortes door: - financiële steun aan gezinnen bij geboorte - belastingvoordelen voor grote gezinnen
Onderzoek wat de beste manier is om de snelle groei van de wereldbevolking af te remmen. Bekijk het filmpje en beoordeel de stellingen. Verbeter indien fout.
juist
1
Kinderen in arme landen redden, leidt tot overbevolking in de wereld.
In arme landen worden de ouders gemiddeld vervangen door twee van hun kinderen.
3
N
2
In landen waar de kindersterfte het hoogst is, groeit de bevolking ook het snelst aan.
VA
4 Wereldwijd wonen er zeker 5 miljard mensen in een arm land.
5
Enkel in Europa en de Verenigde Staten hebben ouders gemiddeld twee kinderen.
6 Wanneer elk gezin twee kinderen heeft, groeit de bevolking niet meer aan.
7
In gezinnen waar de welvaart toeneemt, worden er minder kinderen geboren.
©
8 De Verenigde Naties (VN) verwachten dat de wereldbevolking tegen het einde van de 21ste eeuw stopt met groeien.
82
THEMA 3 De bewoonde aarde
fout
2 Onderzoek de relaties tussen de demografische indicatoren. a
Lees de eerste stelling in de tabel als voorbeeld. Noteer nu zelf in de tabel enkele stellingen die je aan de hand van de gegeven bevolkingsfactoren maakt (zie schema bij opgave d).
b Beoordeel nu de relaties tussen de factoren. Versterken of verzwakken ze elkaar? - Stijgen of dalen de factoren allebei? Noteer een + in de laatste kolom. - Stijgt de ene en daalt de andere factor? Noteer een – in de laatste kolom. +/– 1
Wanneer het aantal geboortes afneemt, neemt de bevolkingsgroei af.
+
IN
Vul nu op basis van de bevolkingsfactoren en jouw stellingen het causaal diagram in.
N
c
d Formuleer nu met behulp van het diagram een besluit.
VA
bevolkingsaantal
geboortecijfer
sterftecijfer
– levensverwachting
scholingsgraad (meisjes)
welvaart (bnp/inw.)
©
vruchtbaarheidscijfer
- Wanneer de welvaart toeneemt,
- Wanneer de welvaart toeneemt,
Besluit:
4 TEST JEZELF 1
Geboortecijfers en bevolkingsgroei
2 Geboortebeleid in China
4 Geboortebeleid: meer of minder kinderen?
83
SYNTHESE GEBOORTEPOLITIEK = ingrijpen op het aantal geboortes
afname van de bevolking bv. Japan
Problemen:
IN
snelle groei van de bevolking bv. China (in het verleden), Niger
Problemen:
•
schaarse hulpbronnen en voedsel
•
te weinig infrastructuur
•
te weinig scholen, werk …
Geboortebeleid
•
vergrijzing van de bevolking
•
tekort aan werkkrachten
•
hoge kosten voor pensioenen en ouderenzorg
Geboortebeleid
= gericht op het afremmen van geboortes
= gericht op het stijgen van geboortes
eenkindbeleid (bv. China in het verleden)
•
financiële voordelen (bv. kinderbijslag)
•
voorlichting en toegang tot anticonceptie
•
plaatsen voor kinderopvang
•
meer meisjes naar school (bv. Niger)
•
maatregelen om werk en gezin te combineren
©
VA
N
•
84
THEMA 3 De bewoonde aarde
BEGRIPPENLIJST DE BEWOONDE AARDE hoofdstuk
begrip
definitie
het analfabetisme
ongeletterdheid; het niet kunnen lezen of schrijven (boven 15 jaar)
1
de bevolkingsdichtheid
het gemiddeld aantal inwoners dat op 1 km2 leeft
1
de bevolkingsexplosie
zeer snelle groei van de wereldbevolking sinds 1950
2
de bevolkingsgroei
de som van de natuurlijke aangroei en het migratiesaldo
1
de bevolkingsprognose
de voorspelling van de groei en samenstelling van de bevolking
1
de bevolkingsspreiding
de manier waarop mensen over een bepaald gebied verdeeld zijn;
het bruto binnenlands product (bbp)
de totale waarde van alle goederen en diensten die in een land in een jaar
3
de contraceptie
het voorkomen van zwangerschap door gebruik van verschillende middelen
2
de demografie
de wetenschap of studie die de grootte, samenstelling, spreiding en
geeft aan waar mensen dicht bij elkaar of ver uit elkaar wonen worden geproduceerd
N
1
IN
2
evolutie van de bevolking bestudeert
2
een cijfer dat iets zegt over de kenmerken of evolutie van een bevolking,
de demografische transitie
proces waarbij een land in vijf fases evolueert van hoge geboorte- en
zoals het geboorte-, sterfte- of vruchtbaarheidscijfer sterftecijfers naar lage geboorte- en sterftecijfers
VA
3
de demografische indicator
2
de emigrant
of uitwijkeling; iemand die zijn of haar land verlaat om zich in een ander land te vestigen
3
de expansie
de uitbreiding
3
de expansiefase
periode in de demografische transitie; de bevolking groeit sterk doordat het sterftecijfer daalt en het geboortecijfer hoog blijft
4
het geboortebeleid
of de geboortepolitiek; een reeks maatregelen van de overheid om het aantal geboortes te beïnvloeden
het geboortecijfer
het aantal geboortes per 1 000 inwoners per jaar in een land
3
de gezinsplanning
het bewust bepalen van het aantal kinderen dat een gezin wil en
©
2
1
1
4
2
het moment waarop ze geboren worden
de Great Acceleration
of de Grote Versnelling; periode sinds 1950 waarin bevolking, productie en
de hockeystickcurve
vorm van een grafiek (bv. over bevolking) die een plotse sterke groei toont
consumptie razendsnel toenemen na een lange trage toename
de Human Development Index (HDI)
of Index van de Menselijke Ontwikkeling; een maatstaf om
de immigrant
of inwijkeling; iemand die van een ander land komt om zich in jouw land
de ontwikkelingsgraad van landen te meten; houdt rekening met gezondheid, kennis en de levensstandaard te vestigen
2
het leeftijdshistogram
of de leeftijdspiramide; een grafiek die de verdeling of samenstelling van de bevolking toont volgens leeftijd en geslacht THEMA 3 BEGRIPPENLIJST
85
DE BEWOONDE AARDE hoofdstuk
begrip
definitie
de levensverwachting
het gemiddeld aantal jaren dat iemand bij de geboorte naar verwachting
2
de migrant
iemand die naar een andere streek of land verhuist
2
het migratiesaldo
het verschil tussen het aantal immigranten en het aantal emigranten in
2
nog zal leven (bij dezelfde levensomstandigheden)
een land in één jaar
3
de natuurlijke aangroei
het geboorteoverschot of de natuurlijke aanwas; het verschil tussen
de ontgroening
de daling van het aandeel jongeren in de totale bevolking, meestal doordat
het geboortecijfer en het sterftecijfer
IN
2
er minder kinderen worden geboren 2
het promille (‰)
een promille betekent per duizend mensen; bv. een geboortecijfer van 12‰ wil zeggen dat er jaarlijks 12 kinderen worden geboren per 1 000 inwoners
2
de scholingsgraad
het percentage van de bevolking dat onderwijs gevolgd heeft of een bepaald opleidingsniveau bereikt heeft
3
de sociale zekerheid
systeem waarbij de overheid zorgt voor financiële steun bij verlies van inkomen, zoals bij ziekte, werkloosheid of ouderdom
stagneren
tot stilstand komen
3
stationair
stilstaand of niet veranderen
3
de stationaire fase
N
3
periode in de demografische transitie; fase met weinig tot geen groei omdat geboorte- en sterftecijfer ongeveer even hoog zijn
2
het sterftecijfer
3
de transitie
het aantal sterfgevallen per 1 000 inwoners per jaar in een land een geleidelijke overgang van de ene situatie naar een andere;
VA
bv. de demografische transitie
1
de trend
de algemene richting waarin iets evolueert of zich ontwikkelt over een langere periode
2
de verdubbelingstijd
geeft aan hoe snel een bevolking groeit; de tijd (in aantal jaren) die nodig is om de bevolking te verdubbelen
2
de vergrijzing
de toename van het aandeel ouderen (65-plussers) in de totale bevolking
2
het vruchtbaarheidscijfer
het gemiddeld aantal kinderen dat een vrouw krijgt tijdens de vruchtbare
de welvaart
mate waarin mensen in materiële behoeften kunnen voorzien
©
2
periode in haar leven
86
THEMA 3 De bewoonde aarde
tele
IN
Landbouw tussen groei en grenzen 88
2 Voedselvoorziening: lokaal of globaal?
101
3 Het systeem aarde onder druk
116
4 Het kan anders!
125
©
VA
N
1 Voedselproductie in een veranderende wereld
1
IN
VOEDSELPRODUCTIE IN EEN VERANDERENDE WERELD KERNVRAAG HOE ZORGEN WE ERVOOR DAT ER GENOEG ETEN IS VOOR IEDEREEN?
1 CHECK-IN
Voedsel is levensnoodzakelijk. Het aantal mensen op aarde blijft toenemen. Tegelijkertijd stijgt de consumptie in
N
opkomende economieën. Daardoor groeit de vraag naar voedsel. Meer voedsel produceren legt een grote druk op het systeem aarde. We moeten op zoek gaan naar duurzame manieren om aan voedsel te geraken. Ontdek in de oefening op iDiddit wat je al weet over duurzame voeding.
2 OP ONDERZOEK
Voedselvoorziening
VA
1
Zoals je in het vorige thema leerde, is de bevolkingsgroei de laatste decennia exponentieel gestegen. Dat heeft uiteraard gevolgen voor de voedselvoorziening: steeds meer mensen moeten gevoed worden. Bovendien zorgen mensen minder vaak zelf voor hun eten via een eigen moestuin, omdat ze in steden wonen. Figuur 4.1 toont het landgebruik in de wereld. Het stedelijke gebied beslaat slechts een kleine oppervlakte in vergelijking met de oppervlakte aan akkerland, weiland en bos. Toch woont meer dan de helft van de wereldbevolking in steden. Die mensen zijn meestal afhankelijk van voedselproductie buiten de stad, waardoor de druk op landbouwgronden
©
en op het platteland blijft toenemen.
stedelijk gebied
bewoond gebied akkerland weiland bos ongerept gebied Fig. 4.1
88
Landgebruik in de wereld (bron: ecotope.org; bloomberg.com)
THEMA 4 Landbouw tussen groei en grenzen
Om aan landbouw te doen is kapitaal nodig. Een goede graadmeter hiervoor is het bruto binnenlands product per inwoner (bbp/inw.). In een land met een hoog bbp per inwoner worden veel goederen geproduceerd en is de dienstverlening uitgebreid. De meeste inwoners hebben in deze landen genoeg financiële middelen om in hun basisbehoeften zoals voedsel en huisvesting te voorzien. Naarmate de materiële welvaart stijgt – uitgedrukt in een hoger bbp per inwoner – neemt de koopkracht toe. Mensen kunnen zich daardoor niet alleen meer, maar ook betere en gevarieerdere producten veroorloven. Dat leidt tot een hogere consumptie van duurdere
IN
voedingsmiddelen, zoals vlees. Die
toegenomen vraag weerspiegelt zich
in de grote variatie en het ruime aanbod
Fig. 4.2
in onze supermarkten.
Variatie aan groenten en fruit in een supermarkt
2 Landbouwareaal vergroten en intensiveren
In de afgelopen decennia is de wereldbevolking sterk toegenomen, een evolutie die je al kent als de Grote
Versnelling of Great Acceleration. Om meer voedsel te produceren, hebben landbouwers twee mogelijkheden: het landbouwareaal uitbreiden;
-
intensiveren, of de opbrengst per hectare aanzienlijk verhogen.
N
-
Dankzij verbeterde landbouwmethodes levert een gemiddelde hectare nu drie keer zoveel
graan op als in 1960. Op dezelfde oppervlakte
VA
kunnen meer gewassen geproduceerd
worden door het gebruik van mest en irrigatie. Met moderne middelen en technieken
zoals bestrijdingsmiddelen, machines,
kunstmest, zaadselectie en ggo’s (genetisch gemodificeerde organismen) wordt de
opbrengst per hectare nog verder opgedreven.
Fig. 4.3
Tarweoogst
Interessant om weten
Genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) zijn onder strikte voorwaarden toegestaan in de Europese
©
Unie. Het gebruik is sterk gereguleerd en beperkt. •
Teelt: slechts één ggo-gewas (maïsvariant MON810) is momenteel toegelaten voor commerciële teelt in een beperkt aantal landen.
•
Import en gebruik: de EU laat de import en het gebruik van ggo’s wel toe in diervoeder en sommige voedingsmiddelen, mits ze goedgekeurd
zijn door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) en duidelijk zijn gelabeld. •
Etikettering: producten met meer dan 0,9 % ggo, moeten dat vermelden op het etiket.
Fig. 4.4
Onderzoek naar ggo’s
1 Voedselproductie in een veranderende wereld
89
3 Industriële landbouwbedrijven Industriële landbouw streeft naar meer opbrengst en lagere productiekosten. Dat kan door uitbreiding van het landbouwareaal en intensivering zo optimaal mogelijk te combineren. Landbouwbedrijven worden groter doordat ze worden samengevoegd. Dat noemen we schaalvergroting. In Vlaanderen zie je dat het aantal landbouwbedrijven daalt, terwijl de gemiddelde grootte van de percelen en het aantal dieren per bedrijf net toenemen. Vaak wordt op grote stukken landbouwgrond wordt slechts één gewas verbouwd. Dat maakt het werk efficiënter en goedkoper, maar brengt ook risico’s met zich mee, zoals bodemuitputting en een grotere kans op ziektes.
Fig. 4.5
4 Genoeg voedsel voor iedereen?
IN
er gekozen voor monocultuur:
Monocultuur in Vlaanderen
N
Door schaalvergroting, monocultuur en het gebruik van moderne landbouwtechnieken is de voedselproductie sterk toegenomen. Sinds de jaren zestig groeit de productie zelfs sneller dan de bevolking, waardoor er per persoon meer voedsel beschikbaar is. Toch blijft de voedselverdeling wereldwijd erg ongelijk: in sommige regio’s is er overvloed, in andere heerst er schaarste.
De Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties definieert voedselonzekerheid als ‘de situatie
VA
waarin mensen geen veilige toegang hebben tot voldoende hoeveelheden veilig en voedzaam voedsel voor normale groei en ontwikkeling en een actief en gezond leven’. Vooral in Afrika, en ook in delen van Zuid-Amerika,
©
heeft een groot deel van de bevolking nog altijd moeite om aan genoeg en gezond voedsel te geraken (fig. 4.6).
Fig. 4.6
90
Aandeel van de bevolking met ernstige voedselonzekerheid (2022; bron data: FAO; ourworldindata.org)
THEMA 4 Landbouw tussen groei en grenzen
5 De belangrijkste graanproducenten De voedselproductie is niet gelijkmatig verdeeld over de wereld. Die grote verschillen tussen landen vormen de motor achter de wereldhandel. Op de kaart (fig. 4.7) zie je dat de Verenigde Staten, China, India, Brazilië en Rusland de belangrijkste graanproducerende landen zijn. Zij staan samen in voor de helft van de graanproductie.
Fig. 4.7
N
IN
Het is geen toeval dat die vijf landen ook in de top tien staan van de meest bevolkte landen ter wereld.
Totale graanproductie (maïs, tarwe, rijst, gerst, rogge, gierst e.a.) in ton (2023; bron data: FAO; ourworldindata.org)
VA
6 Duurzame voedselproductie of niet?
Voedsel levert ons de energie, uitgedrukt in calorieën, die we nodig hebben om dagelijks te functioneren. Wereldwijd halen we ongeveer 20 % van onze calorieën uit dierlijke producten en 80 % uit plantaardige producten (fig. 4.8). Toch nemen vlees en zuivel ongeveer 80 % van al het landbouwareaal in, tegenover slechts 14 % voor plantaardige producten. Dat betekent dat een klein deel van onze calorieën uit vlees en zuivel komt, maar dat het een groot deel van de beschikbare landbouwgrond opslorpt. De productie van vlees is daardoor weinig duurzaam.
beschikbare landbouwgrond
©
80 % veestapel: vlees en zuivel 39 miljoen km2 inclusief weiland + oppervlakte gebruikt voor productie van voedergewassen
20 % vlees en zuivel
14 % voedingsgewassen 7 miljoen km2 6 % andere 3 miljoen km2 industriegewassen, verlies landbouwgrond, zaadproductie
80 % plantaardig voedsel
wereldwijde calorievoorziening Fig. 4.8
Beschikbare landbouwgrond en wereldwijde calorievoorziening (bron data: ourworldindata.org)
1 Voedselproductie in een veranderende wereld
91
Ook het waterverbruik maakt vleesproductie minder duurzaam. We spreken hierbij van virtueel water: de totale hoeveelheid water die nodig is om een product te maken. Voor de productie van 1 kg rundsvlees is gemiddeld meer dan 15 500 liter water nodig, terwijl 1 kg tarwe slechts ongeveer 1 500 liter vraagt. Het water voor de productie van rundsvlees gaat vooral naar de teelt van veevoer, drinkwater voor het vee en de schoonmaak van stallen (fig. 4.9). Door minder vlees en zuivel te consumeren, kan het waterverbruik
7 Landgrabbing
Fig. 4.9
Waterverbruik in melkveestal
IN
in de voedselketen dus sterk worden verminderd.
Landgrabbing is een methode om het landbouwareaal te vergroten. Buitenlandse investeerders kopen of huren grote stukken landbouwgrond, vaak in het Globale Zuiden. Dat gebeurt meestal ten koste van de plaatselijke bewoners. In Ethiopië verwerven investeerders uit India en China op die manier grote stukken vruchtbare landbouwgrond. Die gronden worden vooral gebruikt voor de teelt van exportgewassen zoals suikerriet en palmolie. Vaak heeft dat zware gevolgen: lokale gemeenschappen worden verdreven, verliezen hun toegang tot hun land en water, en plaatselijke
N
ecosystemen raken aangetast. Landgrabbing zorgt er
dus voor dat lokale boeren en gemeenschappen vaak hun traditionele leefomgeving en bestaansmiddelen
verliezen, en dat leidt tot ernstige bedreiging van hun voedselzekerheid en levensonderhoud.
Fig. 4.10 Landgrabbing
VA
8 Ons eetpatroon onder druk
Niet alleen de bevolkingsgroei, maar vooral ons consumptiepatroon legt een enorme druk op de planeet. De groeiende vraag naar vlees en zuivel, ook in het Globale Zuiden, leidt tot grootschalige ontbossing voor veeteelt en voedergewassen. Bovendien vraagt deze productie gigantische hoeveelheden water. Ook de intensieve landbouw draagt sterk bij tot de problemen: het gebruik van kunstmest en pesticiden leidt tot bodemuitputting, watervervuiling en verlies van biodiversiteit. Verder putten het transport van voedsel over lange
©
afstanden (voedselkilometers) en de enorme voedselverspilling de grondstoffen onnodig uit.
Fig. 4.11 Ons consumptiepatroon zet druk op de aarde
92
THEMA 4 Landbouw tussen groei en grenzen
3 AAN DE SLAG 1
Toename van de voedselproductie Waarom is er steeds meer voedsel nodig? Gedurende vele honderden jaren is de manier waarop we met ons voedsel omgaan sterk veranderd. Beantwoord de vragen. a
Wat weet je over de geschiedenis van de voedselproductie? Lees de infotekst en plaats de begrippen in juiste volgorde op de tijdlijn. 1 voedsel in blik 2 invoer van de aardappel 3 jagers-verzamelaars 4 uitvinding koelcontainer 5 sedentaire landbouwers 6 het drieslagstelsel
IN
Je herinnert je uit de geschiedenislessen zeker het beeld van de mens die de aarde rondtrok als jagerverzamelaar. Ongeveer 10 000 jaar geleden vestigde de rondtrekkende mens zich op een (liefst
vruchtbare) plek om daar voedingsgewassen te kweken en vervolgens ook vee te houden. Nog later, in de
tijd van de ontdekkingsreizen, bracht hij uitheemse producten zoals aardappelen en tomaten naar Europa. De komst van die voedingsmiddelen was in die tijd heel bijzonder, terwijl ze nu een alledaags onderdeel van ons menu zijn. Vanaf de 19de eeuw werd het voedseltransport gemakkelijker dankzij nieuwe technieken zoals het bewaren van voedsel in blik. Tegenwoordig wordt voedsel op grote schaal
voor ca. 10 000 v.C.
na ca. 10 000 v.C.
vanaf 8ste eeuw
vanaf 16de eeuw
vanaf 19de eeuw
na 1950
Bekijk de foto’s. Maak jij in jouw voedselkeuzes gebruik van deze voorbeelden? Waarom wel / niet? -
maaltijdboxen:
-
insecten:
-
kweekvlees:
©
VA
b
N
wereldwijd getransporteerd met behulp van vliegtuigen, bulk-, koel- en containerschepen.
containerschepen
voedsel in blik
insecten als voedsel
voedingsgewas (voor brood)
maaltijdbox
kweekvlees
1 Voedselproductie in een veranderende wereld
93
c
Bedenk zelf enkele manieren om meer voedsel te produceren.
d Bekijk de onderstaande grafiek over de bevolkingsgroei en de groei van de graanproductie. Raadpleeg ook
N
IN
de onlinegrafiek via iDiddit. Wat kun je besluiten?
VA
Verandering in graanproductie, opbrengst, landgebruik en bevolking (bron data: FAO; ourworldindata.org)
-
Hoe sterk is de wereldbevolking toegenomen sinds 1961?
-
Beschrijf de evolutie van de oppervlakte van het landgebruik voor graan.
-
De totale graanproductie (in miljoen ton) is duidelijk gestegen. Hoe sterk is die stijging?
Markeer wat juist is.
©
-
Per inwoner is er meer / minder graan ter beschikking dan 65 jaar geleden.
-
Trek nu een duidelijke conclusie. Markeer wat juist is. De wereldbevolking nam sinds de jaren 60 sterk af / toe, terwijl de voedselproductie nog sneller steeg / daalde. Het landbouwareaal van graan is licht afgenomen / gelijk gebleven / licht toegenomen, maar de graanopbrengst per ha vertoont wel een duidelijke stijging / daling. Dat is het gevolg van meer /minder intensivering. Per inwoner is er dus meer / minder graan ter beschikking dan in de jaren 60.
94
THEMA 4 Landbouw tussen groei en grenzen
2 Methodes voor hogere voedselproductie Ga na op welke manier de landbouwer zijn areaal vergroot of intensiveert. a
Verbind de foto’s met de juiste omschrijvingen.
b Noteer het juiste begrip bij de juiste foto. Kies uit: bemesting – ggo’s – irrigatie – landgrabbing – ontbossing – zaadselectie
Dit is het opkopen of huren van landbouwgronden door buitenlandse investeerders, veelal
●
in het Globale Zuiden, wat vaak ten koste gaat van de plaatselijke bewoners.
IN
●
Als je op deze manier land creëert, verhoog je
het risico op bodemerosie. Er zijn ook gevolgen
●
●
voor het klimaat aangezien er daarna minder CO2
wordt omgezet in O2. Voor het milieu betekent
dit dat dieren hun leefgebied verliezen en dat de
N
biodiversiteit afneemt.
Deze toepassing maakt het mogelijk om gewassen in droge gebieden van water te voorzien. In warme
●
●
gebieden verdampt dat water snel. Hierdoor blijft het zout uit het water in de bodem achter, wat na
VA
verloop van tijd tot verzilting van de bodem leidt.
●
●
Dit is het zoeken naar zaden waar de hoogste opbrengst uit te halen is. Verschillende plantenvariëteiten worden gekruist zodat hun nakomelingen hogere opbrengsten geven of beter bestand zijn tegen ziektes. Deze methode kost veel geld.
©
Dit is het toevoegen van voedingsstoffen om organismen beter te laten groeien. Dat zorgt voor
●
●
geurhinder in de directe omgeving. Een teveel aan dierlijke mest met stikstof veroorzaakt verzuring van de bodem, wat nadelig is voor veel planten.
Dit zijn organismen, zoals gewassen, waarvan het genetisch materiaal zo aangepast wordt
●
●
dat het bijvoorbeeld minder vatbaar is voor ziektes. Het toepassen van deze techniek brengt hoge kosten met zich mee.
1 Voedselproductie in een veranderende wereld
95
c
Heeft irrigatie te maken met het vergroten van landbouwareaal of met intensivering? Bekijk de foto’s en
irrigatie in de woestijn
IN
markeer wat juist is. Noteer ook waarom hier irrigatie gebruikt wordt.
irrigatie op akkerland
vergroten van landbouwareaal / intensiveren
vergroten van landbouwareaal / intensiveren
N
d De rol van kunstmest: Vergelijk de grafiek over het verbruik van kunstmest met de grafiek over de bevolkingsevolutie (zie fig. 3.11, p. 45). Wat stel je vast?
200
VA
miljoen ton
160
120
80
©
96
THEMA 4 Landbouw tussen groei en grenzen
40
0 1750
1800
1850
1900
Gebruik kunstmest wereldwijd (bron data: igbp.net)
1950
2000 2020
3 Duurzaamheid van voedselproductie 1 000 jaar geleden werd slechts 4 % van het bewoonbare land gebruikt voor landbouw. Bekijk de grafiek over het huidige landgebruik en beantwoord de vragen.
Landgebruik in procent voedingsgewassen 4,5 % andere 42 %
voedergewassen 3,5 %
bossen 25 %
weiland 23 %
industriegewassen 1,5 %
IN
akkerland 10 %
overig gebruik akkerland 0,5 %
a
N
Verdeling land en landbouwgrond per functie in de wereld (bron data: metabolic.nl)
Welke gronden behoren tot het landbouwareaal?
b Welk deel van de totale beschikbare grond op aarde wordt gebruikt voor landbouw?
VA
ongeveer een tiende ongeveer een kwart
ongeveer een derde
c
Hoeveel procent van het beschikbare landbouwareaal wordt gebruikt voor de productie van voedingsgewassen? ongeveer 7 %
ongeveer 14 %
ongeveer 25 %
d Welke gronden worden gebruikt voor veeteelt?
©
e
Hoeveel procent van het beschikbare landbouwareaal wordt gebruikt voor veeteelt? ongeveer 20 % ongeveer 50 % ongeveer 80 %
1 Voedselproductie in een veranderende wereld
97
4 Virtueel water Ga na hoeveel liter virtueel water en hoeveel kilogram graan er op je bord liggen. a
Leg in eigen woorden uit wat virtueel water is.
b Bekijk de figuur over het hoge waterverbruik voor vee. Wat zijn mogelijke oplossingen voor dat probleem?
1 kilo kip
4,5 kilo veevoer
4 300 liter water
1 kilo varken
1 kilo rund
1 kilo vlees (gemiddeld)
1 dag geen vlees (0,16 kilo)
9 kilo veevoer
6 000 liter water
=
15 500 liter water
25 kilo veevoer
8 600 liter water per kilo vlees
12,9 kilo veevoer per kilo vlees
+
1 366 liter water bespaard
N
IN
2 kilo veevoer bespaard
Verbruik van water en graan per kg vlees (bron data: www.nudge.nl)
c
De productie van dierlijk voedsel is dus niet zo duurzaam. Dat betekent dat het milieu en het klimaat meer belast worden dan bij de productie van plantaardig voedsel. Geef hiervoor twee redenen.
VA
5 Voedselstromen
V6
Voedsel voor eigen gebruik of voor export? Maak gebruik van je atlas en beantwoord de vragen. Vergelijk de productie voor tarwe en rijst in de Verenigde Staten met die in China. Markeer wat juist is. Verenigde Staten
China
Vooral productie van ...
tarwe / rijst
tarwe / rijst
Het graangewas wordt vooral ...
geïmporteerd / geëxporteerd
geïmporteerd / geëxporteerd
± 6 % / ± 12 % / ± 15 %
± 10 % / ± 15 % / ± 25 %
©
a
Aandeel in wereldproductie van tarwe per jaar (in %) Aandeel in wereldproductie van rijst per jaar (in %)
± 15 % / ± 22 % / ± 40 %
b Wat kun je hieruit besluiten? Markeer de juiste antwoorden. - De productie van tarwe in de VS is voornamelijk gericht op eigen gebruik / export. - De productie van rijst in China is voornamelijk gericht op eigen gebruik / export.
98
THEMA 4 Landbouw tussen groei en grenzen
c
Bekijk figuur 4.6 (p. 90). Welk werelddeel produceert te weinig voedsel voor zijn groeiende bevolking?
d In China is de landbouwgrond bijna volledig benut en sterk geïntensiveerd. Om aan extra voedselvraag te voldoen, moet China voedsel importeren of landbouwgrond buiten de landsgrenzen zoeken. - Hoe wordt dit verschijnsel genoemd? - Bekijk de kaart. In welk continent doet China dat voornamelijk?
IN
noordpoolcirkel
Kreeftskeerkring
evenaar
Steenbokskeerkring
3000 km
investeringslanden
landen waar gronden opgekocht worden
N
0
op de evenaar
zuidpoolcirkel
Wereldhandel in landbouwgrond (bron data: www.newsecuritybeat.org)
Bekijk het filmpje. Markeer wat past.
VA
e
Landgrabbing in Afrika heeft vrijwel altijd positieve / negatieve gevolgen voor de lokale bevolking. Grote stukken landbouwgrond worden door buitenlandse bedrijven / lokale boeren opgekocht, waardoor veel lokale boeren hun land kwijtraken. Dit maakt het moeilijker / gemakkelijker voor hen om voedsel te verbouwen en in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Bovendien leidt het vaak tot conflicten binnen gemeenschappen, armoede / rijkdom en tot sociale gelijkheid/ sociale ongelijkheid. Grote gebieden worden bebost / ontbost en omgezet in kleinschalige gemengde landbouw / grootschalige monoculturen. Dit leidt tot het verlies / de uitbreiding van
©
waardevolle ecosystemen en de planten- en diersoorten die daar leven.
4 TEST JEZELF 1
Landgebruik en bbp
2 Areaaluitbreiding en intensivering 3
Evolutie in landbouwmethodes
4 Overmatige consumptie
1 Voedselproductie in een veranderende wereld
99
100
en diensten
THEMA 4 Landbouw tussen groei en grenzen
irrigatie
ggo’s
zaadselectie
bemesting
intensiveren
irrigatie
landgrabbing
ontbossing
landbouwareaal vergroten
andere/betere
goederen en diensten
meer goederen
bbp - welvaart
bv. monocultuur
lagere productiekosten
grotere opbrengsten
schaalvergroting
PRODUCEREN
MEER VOEDSEL
15 500 L/1 kg rundsvlees
vleesproductie:
ongelijke productie in de wereld
virtueel water
14 % landbouwareaal
80 % calorieën plantaardige producten
80 % landbouwareaal
20 % calorieën dierlijke producten
LANDGRABBING
levensonderhoud moeilijker
voedselzekerheid in gedrang
verlies van land
in het Globale Zuiden
landbouwareaal vergroten
gericht op export
buitenlandse investeerders
in het Globale Noorden
import versus export
IN
DE PRODUCTIE
VERDELING VAN
DUURZAAM?
N
VOEDSELPRODUCTIE IN EEN VERANDERENDE WERELD
VOEDSEL NODIG
STEEDS MEER
VA
©
bevolkingsgroei
SYNTHESE
2 VOEDSELPRODUCTIE: LOKAAL OF GLOBAAL?
IN
KERNVRAAG WELKE FACTOREN BEPALEN HET LANDBOUWSYSTEEM?
1 CHECK-IN
Of je nu peren teelt in Haspengouw of citroenen in Italië, een veeboer bent in West-Vlaanderen of een ranger in
Texas, rijst verbouwt in China, koffie oogst in Ethiopië of een ananasplantage hebt in Costa Rica: elke landbouwer moet met heel wat factoren rekening houden. De keuze die landbouwers maken uit een waaier aan methodes
N
en technieken, hangt af van de fysische en socio-economische omstandigheden. Daardoor ontstaan wereldwijd uiteenlopende manieren van werken en verschillende opbrengsten. Ga in de oefening op iDiddit verder aan de slag met de verschillende landbouwvormen.
VA
2 OP ONDERZOEK 1
Het landbouwsysteem
De productie van gewassen onderzoeken we in het landbouwsysteem. Je weet al dat een systeem een geheel is van onderdelen die elkaar beïnvloeden. Wanneer één element verandert, zoals het klimaat of de welvaart van de bevolking, heeft dat gevolgen voor de andere elementen.
Het landbouwsysteem bepaalt in grote mate hoe het landbouwlandschap eruitziet. De keuzes die landbouwers maken over gewassen, veeteelt, bemesting, irrigatie en andere praktijken creëren herkenbare patronen in het landschap (fig. 4.12). Denk aan akkers en weilanden, maar ook aan grachten, stallen, silo’s en tal van andere
©
elementen die samen het landbouwlandschap vormgeven.
Fig. 4.12 Een landbouwlandschap in de Henegouwse Leemstreek bij Doornik
2 Voedselproductie: lokaal of globaal?
101
Het landbouwsysteem oefent invloed uit op de omgeving: het milieu (planet), de mensen die er wonen (people) en de economie (prosperity) van het land. Centraal staan drie onderdelen in het landbouwsysteem (fig. 4.13): -
input: de factoren die nodig zijn om landbouwproducten te telen. Die verschillen naargelang het landbouwtype (akkerbouw of veeteelt) en de hoeveelheid arbeidskrachten. Ook de omgevende factoren spelen mee, zoals fysische factoren (bv. bodem) of menselijke factoren (bv. inkomen van de bevolking).
-
proces: de manier waarop de landbouwer producten kweekt, bv. al dan niet sterk gemechaniseerd, duurzaam ...
-
output: de landbouwproducten die uiteindelijk bij de consument terechtkomen. Ze kunnen bestemd zijn voor consumptie op de lokale markt of voor uitvoer naar andere gebieden.
IN
LANDBOUWLANDSCHAP
mest
LANDBOUWSYSTEEM
PLANET
OMGEVENDE FACTOREN
PEOPLE
MENSELIJKE FACTOREN inkomen bevolkingsdichtheid werk in de landbouw scholingsgraad verstedelijkingsgraad
Proces
Output
WAT? landbouwproducten telen
WAT? voedselgewassen voedergewassen industriegewassen
HOE? = productieproces traditioneel / modern intensief / extensief handenarbeid / gemechaniseerd klein- / grootschalig duurzaam / niet duurzaam
AFZETMARKT (consumptie) binnenland buitenland (export)
HOEVEEL? productie / ha productie / dier
N
FYSISCHE FACTOREN GS: bodem, reliëf AS: warmte, CO2 HS: neerslag, bodemwater BS: oorspronkelijke plantengroei
Input fysische factoren oppervlakte grond vee arbeidskrachten machines gebouwen meststoffen veevoeder
handelsovereenkomsten
WINST
PROSPERITY
(import)
belasting overheid
VA
Fig. 4.13 Het landbouwsysteem
2 VAN TRADITIONELE NAAR MODERNE LANDBOUW De traditionele landbouwkringloop is een
gesloten keten waarbij de boer de natuurlijke
veestapel
processen op zijn bedrijf centraal stelt (fig. 4.14). Dierlijke mest, compost en groenbemesters
verzekeren de vruchtbaarheid van de bodem,
terwijl wisselbouw de uitputting van de grond
©
tegengaat.
De boer gebruikt weinig kunstmest of bestrijdingsmiddelen. Veehouderij en akkerbouw zijn op elkaar afgestemd: dieren leveren mest en de akkers brengen onder meer
mest
gewas
voedergewassen op. De productie is gericht op de lokale markt, dit is zelfvoorzienende landbouw. Het is een systeem dat in evenwicht is met de omgeving. Hoe dat er in de praktijk uitziet, lees je in de infotekst ‘Bij de boer in Kerksken’.
bodem Fig. 4.14 Traditionele gesloten landbouwkringloop
102
THEMA 4 Landbouw tussen groei en grenzen
Bij de boer in Kerksken
IN
Laurens De Meyer groeide op in Kerksken, in vogelvlucht ongeveer 6 km ten zuidwesten van Aalst. Op een steenworp van zijn ouderlijk huis stond een boerderij. Een gemengd bedrijf met aardappelen, tarwe, bieten, maïs, een twintigtal melkkoeien, een handvol varkens en veel grasland. De veestapel was afgestemd op het aantal hectaren grond nodig voor mestafzet en voederproductie. Kringlopen werden zo veel mogelijk gesloten op het bedrijf. De landbouwer had de eerste melkrobot van de streek en een zelf ontworpen 'kalverkruiwagen' maakte het gemakkelijker als een koe beviel in de wei. Laurens leerde dat de boer niet enkel voedsel kweekte, maar ook hagen, knotwilgen en de eeuwenoude linde met kapelletje onderhield. Naar: Knack, 20/12/2020
Moderne landbouw is een landbouwsysteem dat sterk leunt op wetenschappelijke kennis, moderne technologie en machines. Er wordt gewerkt met hoogwaardige inputs zoals kunstmest, bestrijdingsmiddelen en gespecialiseerde methodes om de productie per hectare en per dier zo groot mogelijk te maken (output). Dit systeem is
gericht op grootschalige productie voor binnen- en buitenlandse markten. Wanneer het hoofddoel de verkoop op grote schaal is en zoveel mogelijk winst te maken, spreken we van commerciële landbouw.
Een voorbeeld daarvan vind je in Limburg, waar een modern intensief melkveebedrijf toont hoe schaalvergroting
N
en technologie hand in hand gaan (infotekst ‘Megastal in Ellikom’). Toch brengt die aanpak met meer input uitdagingen met zich mee. Denk bijvoorbeeld aan ongewenste output zoals het overschot aan dierlijke mest.
Megastal in Ellikom
VA
In het Limburgse Ellikom (gemeente Meeuwen-Gruitrode) heeft de familie Leyssen een melkveebedrijf. De oorspronkelijke boerderij, waar de familie nog altijd woont, mochten ze niet uitbreiden wegens geurhinder. In februari 2018 bouwde de veehouder daarom een nieuwe stal voor 400 koeien op een nieuwe locatie. Het landbouwareaal omvat 102 ha met 40 ha grasland, 55 ha maïs en 7 ha voederbieten. De melkkoeien eten vooral gras en maïs. De rest is krachtvoer dat onder andere uit sojameel bestaat. Die soja komt voornamelijk uit Zuid-Amerika.
©
Op de plaats van hun nieuwe bedrijf hebben ze vrijwel geen beperkingen en kunnen ze zonder problemen tot 400 tot 600 melkkoeien houden. De gemiddelde melkproductie bedraagt 8 000 liter melk per koe per jaar. Melken gebeurt met 6 melkrobots. Boer Leyssen beschikt over een melksilo met een capaciteit van 30 000 liter. De melk gaat naar het zuivelbedrijf Limelco in Zonhoven. Dat bedrijf is gespecialiseerd in verse kazen, desserts in blik, melkdrankjes, karnemelk, room en melkpoeder voor de industrie. Hun producten worden naar alle werelddelen uitgevoerd.
Het melkveebedrijf van de familie Leyssen in Limburg
De stalmest van het melkveebedrijf van de familie Leyssen wordt via mestroosters opgevangen. De stal is voorzien van in totaal 8 000 m3 ondergrondse mestopslag. Dat is voldoende voor een periode van drie maanden. De veehouder is ook verplicht om regenwater op te vangen in een bassin van 900 m3. Naar: boerderij.nl, 01/11/2018
2 Voedselproductie: lokaal of globaal?
103
Interessant om weten René Leyssen verkocht zijn vroegere boerderij in Oudsbergen aan Natuurpunt. In die stal is nu plaats voor 300 Gallowayrunderen. In de zomer begrazen ze natuurgebieden, in de winter blijven ze binnen. Volgens hem zijn koeien helemaal geen onbetrouwbare dieren: “Je moet ze gewoon met rust laten en niet aanraken. Een Galloway op wandel kun je gerust passeren. Natuurrunderen zijn rustige dieren, ook al hebben ze minder omgang met mensen. Wandelaars laten ze met rust. Bovendien selecteert Natuurpunt de dieren streng. Een eventuele ‘deugniet’ hoort niet in de groep, want Natuurpunt kan zich geen ongevallen permitteren.”
3 Sojateelt in Brazilië
IN
Fig. 4.15 Gallowayrunderen in natuurgebied
Soja is een van de belangrijkste landbouwproducten ter wereld. Het grootste deel wordt verwerkt tot veevoer, maar ook in voeding en industriële producten speelt soja een grote rol. Brazilië is de grootste uitvoerder van
sojabonen. De sojateelt levert aanzienlijke inkomsten op, maar leidt ook tot ontbossing en verlies aan biodiversiteit. In augustus 2025 besliste de Braziliaanse overheid om het zogenaamde sojamoratorium open te breken. Die afspraak uit 2006 moest vermijden dat het Amazonewoud verder zou worden ontbost voor sojateelt.
N
Milieuorganisaties waarschuwen dat hierdoor een gebied ter grootte van Portugal bedreigd wordt door ontbossing. Vooral vanuit de staat Mato Grosso, hét sojabonencentrum van Brazilië, wordt politieke druk uitgeoefend. Lees in de onderstaande infotekst hoe soja er geteeld wordt.
VA
De fazenda Santa Maria da Amazônia is de grootste producent van sojabonen in de staat Mato Grosso, in Brazilië. De monocultuur van soja neemt de plaats in van de boomsavannes en het tropische Amazonewoud. Dankzij de regelmatige neerslag is Mato Grosso heel geschikt voor de teelt van soja. Met een totale oppervlakte van 13 000 hectare was de fazenda oorspronkelijk gericht op veeteelt. In de jaren 90 van de vorige eeuw zorgde de stijging van de sojaprijzen ervoor dat de landbouwers geleidelijk aan omschakelden naar de teelt van sojabonen. Het overgrote deel van de soja is bestemd voor veevoer.
©
De eigenaar besloot nieuwe teeltmethoden toe te passen om de bodemvruchtbaarheid te verbeteren. Hij gebruikt daarvoor kwaliteitsvol zaad en kunstmest, maar ook genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) en verdelgingsmiddelen. De allernieuwste tractoren en machines ploegen de velden om en halen de oogst binnen. De toepassing van die nieuwe technieken maakt deel uit van een proces van intensivering van de landbouw. Het uitgestrekte landgoed ligt ten noorden van Sorriso, aan de oevers van de rivier de Teles Pires. Het ligt nabij de BR-163, de belangrijkste autoweg voor de export van sojabonen naar de haven van Santarém. Daar staan reusachtige silo’s die tot 120 000 ton soja kunnen opslaan. Via de haventerminal van het bedrijf Cargill wordt soja op schepen geladen en naar het buitenland vervoerd. Bronnen: Géoconfluences, 15/05/2009 en De Wereld Morgen, 26/07/2017
104
THEMA 4 Landbouw tussen groei en grenzen
Fazenda Santa Maria da Amazônia (Brazilië)
4 Melkveehouders en zuivelbedrijf in Senegal In Senegal leeft bijna 30 % van de bevolking van veeteelt. Toch is de melkproductie laag: gemiddeld levert een koe maar 250 liter melk per jaar. In het droge klimaat oefent de grote veestapel bovendien druk uit op de beschikbare vegetatie. Wanneer planten te intensief worden begraasd en niet meer herstellen, spreekt men van overbegrazing. Om het inkomen van veetelers te verbeteren en tegelijk de melkproductie beter te organiseren, zijn in de voorbije jaren nieuwe initiatieven ontstaan. Hoe dat er in het dagelijkse leven uitziet, lees je in onderstaande infotekst over Abu Sow, een veeteler uit het zuiden van Senegal.
IN
Melkveehouderij in Senegal
Abu Sow, een grote, trotse, Senegalese man, kijkt toe terwijl een van zijn vrouwen de koeien van de familie melkt. Hij woont in het zuiden van de Sahel, een strook land die grenst aan de Sahara.
N
De veetelers trekken met hun vee rond op zoek naar graasland. Soms trekken ze verder zuidwaarts om hun vee na de oogst op de stoppelvelden van de landbouwers te laten grazen. Zijn runderen zijn zeboes, een ras dat goed bestand is tegen het warme klimaat en tropische ziekten.
VA
Tegenwoordig is Sow een rijk man, maar acht jaar geleden was de situatie van zijn gezin veel moeilijker. Ze hadden niemand om hun melk aan te verkopen en schonken die meestal gewoon weg. Wanneer ze onvoorziene uitgaven hadden, moesten ze een van hun koeien verkopen.
©
Melkophaling en verwerking door zuivelbedrijf La Laiterie du Berger (Senegal)
Abu Sows melk wordt nu opgehaald en verwerkt door een melkfabriek. In 2006 werd het familiebedrijf La Laiterie du Berger (berger = herder) opgericht. De melkfabriek ligt in Richard Toll, in het noorden van Senegal. Het bedrijf heeft een netwerk opgezet om twee keer per dag verse melk op te halen bij bijna 2 300 melkveehouders, in een straal van 50 km rond de fabriek. Daarmee produceren ze zuivelproducten, zoals gepasteuriseerde melk en yoghurt van het merk Dolima. Die melkproducten worden voornamelijk op de markten van Saint Louis en Dakar verkocht. Dankzij de samenwerking met La Laiterie du Berger hebben de veetelers nu een vast inkomen door de verkoop van hun melk. Daarmee kunnen ze hun dagelijkse leven verbeteren en onvoorziene kosten maken zonder afstand te moeten doen van een van hun koeien. Naar: The Guardian, 24/09/2016 en lalaiterieduberger.wordpress.com
2 Voedselproductie: lokaal of globaal?
105
5 Gesloten landbouwkringloop wordt open kringloop De traditionele landbouwkringloop was een gesloten systeem: mest van dieren maakte de bodem vruchtbaar en de gewassen van de akkers dienden grotendeels als veevoer (fig. 4.14, p. 102). In de moderne landbouw is dat kringloopdenken doorbroken om de productiviteit te verhogen (fig. 4.17). Nieuwe input: -
Ingevoerde kunstmest brengt stikstof en andere voedingsstoffen in het systeem, waardoor de afhankelijkheid van natuurlijke mest afneemt.
-
Daarnaast wordt geïmporteerd veevoer, zoals soja, gebruikt en komen er voedingsstoffen van ver weg binnen.
Nieuwe output: De extra aanvoer leidt tot hogere opbrengsten en meer uitvoer van landbouwproducten.
-
Maar er ontstaat ook een overschot aan voedingsstoffen. Resten van kunstmest en dierlijke mest komen in
IN
-
het milieu terecht en veroorzaken water- en bodemvervuiling.
Interessant om weten
Vee heeft water nodig om te drinken, en boeren gebruiken ook water om stallen uit te mesten (input). Dat kan behoorlijk veel zijn. Daarom zoeken
boeren steeds meer manieren om water te besparen, op te vangen én te
hergebruiken. Zo kunnen ze regenwater van daken verzamelen of bekkens aanleggen en het water gebruiken voor hun dieren en de boerderij. Soms
N
wordt water dat al gebruikt is (output) na zuivering opnieuw ingezet, bijvoorbeeld voor irrigatie (opnieuw input). Op die manier verbruiken boeren minder drinkwater en gaan ze zuiniger om met wat er beschikbaar is.
Fig. 4.16 Waterspaarbekken
6 Handelsstromen van soja en melk
VA
De wereldhandel in soja en melk verbindt verschillende werelddelen, met ingrijpende gevolgen.
land: België
product: melk
binnenlandse consumptie van dierlijke producten
land: Senegal
export van dierlijke producten
land: Brazilië
product: soja
©
product: melkpoeder
geïmporteerd voer
stikstofprobleem
veestapel probleem: overbemesting
export van gewassen
import van kunstmest
overschot aan mest
mest gewas oplossing: export van vaste mest
bodem
land: Frankrijk product: gedroogde mestkorrels
Fig. 4.17 Moderne open kringloop met internationaal transport van landbouwproducten
106
THEMA 4 Landbouw tussen groei en grenzen
Soja van Brazilië naar Vlaanderen Soja uit Brazilië dient als veevoer voor kippen, varkens en runderen in Europa, vooral in regio’s met intensieve veehouderij zoals Vlaanderen. De teelt leidt tot ontbossing en verdringt kleine boeren in Brazilië: bossen verdwijnen, grote producenten nemen de landbouwgrond in en kleine boeren trekken weg.
Open kringloop in Vlaanderen Grote melkveebedrijven hebben veel voer nodig, vaak soja, dat rijk is aan stikstof. De koeien produceren daardoor grote hoeveelheden mest. Dat zorgt in Vlaanderen voor een overschot aan stikstof in de natuur en het tast ecosystemen aan.
IN
Melkpoeder van Europa naar Senegal Europa voert steeds meer melkpoeder uit naar Afrika. Deze goedkope melk, vaak aangelengd met plantaardige vetten, maakt het moeilijk voor Afrikaanse boeren om hun eigen melk te verkopen. De wereldwijde handel in soja en melk beïnvloedt zo de landbouw én het leven van boeren in Zuid-Amerika, Europa en Afrika.
Interessant om weten
België produceert door de intensieve veeteelt meer mest dan het nodig heeft, wat milieuproblemen kan veroorzaken. Om dat mestoverschot te verkleinen, wordt een deel van de mest verwerkt tot gedroogde
korrels die dienen als organische meststof. Die verwerkte mestkorrels worden vervolgens uitgevoerd naar landen met uitgestrekte landbouwgebieden, zoals Frankrijk. Dat land is al jaren het voornaamste
N
exportgebied voor onverwerkte mest uit Vlaanderen. Daar verbeteren de mestkorrels de vruchtbaarheid van de landbouwbodems.
VA
7 De rol van multinationale ondernemingen
Cargill is een Amerikaanse multinational die op industriële schaal voedingsmiddelen produceert en verhandelt. Het is een van de grootste inkopers, verwerkers en vervoerders van sojabonen ter wereld. Die soja koopt het bedrijf wereldwijd bij boeren en vervolgens vervoert het die met schepen, treinen en vrachtwagens naar eigen fabrieken om te verwerken tot veevoer.
©
Fig. 4.18 Fabriek van Cargill
Hoewel Cargill zelf geen melk produceert, levert het wel veevoer aan de melkveehouderij. Zo krijgen koeien genoeg energie en voedingsstoffen om melk te produceren. Cargill is een van de bedrijven die melkpoeder in Senegal importeert. Het poeder wordt daar opgelost in water en verkocht als vloeibare melk of verwerkt tot andere zuivelproducten. Voor de Senegalese zuivelsector is het moeilijk om te concurreren met deze goedkope import, ondanks inspanningen van de overheid om de lokale productie te versterken.
2 Voedselproductie: lokaal of globaal?
107
3 AAN DE SLAG 1
Intensieve melkveehouderij in Vlaanderen 20 % van de landbouwbedrijven in Vlaanderen houdt melkkoeien. Ga aan de slag met de informatie die je krijgt om de vragen te beantwoorden. a
Bestudeer de onderstaande grafiek en duid in de tabel aan wat past: juist of fout?
% 240 220
gemiddeld aantal dieren aantal bedrijven
IN
200 180 160 140 120 100 80 60 40 2002
2004
2006
2008
2010
2012
2014
2016
2018
2020
N
2000
2022
2024
Gemiddeld aantal melkkoeien en aantal bedrijven (2001-2023)
juist
fout
In 20 jaar tijd is het aantal bedrijven met melkkoeien in Vlaanderen gehalveerd.
VA
Het aantal melkkoeien per bedrijf is in die periode meer dan verdubbeld.
b Lees de tekst over de moderne landbouw (p. 102) en de landbouwkringlopen (p. 106). Beoordeel nu de stellingen: juist of fout? Duid aan.
Schaalvergroting in de veehouderij …
juist
leidt over het algemeen tot een hogere kostprijs per liter melk. heeft uitsluitend positieve gevolgen voor het milieu.
©
gaat vaak gepaard met een toename van het aantal arbeidskrachten per bedrijf. kan leiden tot een grotere afstand tussen de producent en de consument.
c
Hoe kan een Vlaamse landbouwer zijn productie verhogen?
-
-
d Markeer wat correct is.
108
-
De productie van melk gebeurt op een traditionele / moderne manier.
-
Het werk gebeurt vooral handmatig / gemechaniseerd.
-
De afzetmarkt is de lokale markt / het buitenland / zowel de eigen markt als het buitenland.
THEMA 4 Landbouw tussen groei en grenzen
fout
2 Extensieve akkerbouw in Brazilië In Brazilië nemen grootschalige sojaplantages steeds meer landbouwgrond in. Onderzoek de informatie over een fazenda in Mato Grosso en beantwoord de vragen. Lees de infotekst (p. 104) en onderzoek het traject van soja naar de haven. -
Duid de stad aan waar de fazenda Santa Maria ligt.
-
Duid de haven aan waar de soja van de fazenda uitgevoerd wordt.
-
Overtrek de BR-163 van de fazenda naar de haven en plaats de naam erbij.
Itacoatiara
Santarém
Porto de Barcarena Itaqui
Sorriso
IN
a
Salvador
Vitória Santos Paranguá São Francisco do Sul
zeehaven spoorweg waterweg autoweg
N
Rio Grande
b Bekijk het landschap rond de fazenda in het filmpje en beantwoord de vragen. 1
Als je over de Fazenda Santa Maria vliegt, wat zie je dan vooral? kleine veldjes met verschillende gewassen door elkaar
VA
enorme, uitgestrekte velden met alleen maar sojaplanten een mix van sojavelden en grote stukken bos runderen die vrij rondlopen
2
Hoe groot lijken de sojavelden rond de fazenda in vergelijking met een voetbalveld?
ongeveer even groot als een voetbalveld iets kleiner dan een voetbalveld
vele malen groter, soms zo ver als je kunt kijken allemaal kleine stukken ter grootte van een voetbalveld
3
Hoe zou je dit landbouwsysteem omschrijven? polycultuur
©
gemengde landbouw monocultuur wisselbouw
c
Markeer wat correct is. -
De productie van soja gebeurt op een traditionele / moderne manier.
-
Het werk gebeurt vooral handmatig / gemechaniseerd.
-
De afzetmarkt is de lokale markt / het buitenland / zowel de eigen markt als het buitenland.
2 Voedselproductie: lokaal of globaal?
109
3 Traditionele melkveehouderij en Senegal In Senegal leven veel gezinnen van de veeteelt. Toch blijft de melkproductie laag en vormt de import van goedkoop melkpoeder een grote uitdaging. Bestudeer de informatie over de melkveehouderij in Senegal. a
Bekijk eerst het filmpje en lees vervolgens de infotekst (p. 105). Wat is de belangrijkste output van de melkveebedrijven en voor wie is die bestemd?
b Het noorden van Senegal maakt deel uit van de Sahel. Los de vragen met de kaart op.
binnenlands ingevoerd 1000
500
250
MAURITANIË
100
x 1000 liter
IN
Productie
Sahel
NIGER
MALI
TSJAAD
BURKINA FASO
GAMBIA GUINEE BISSAU
BENIN
GUINEE
NIGERIA
N
CAP-VERD
SENEGAL
IVOORKUST
TOGO
SIERRA LEONE
LIBERIA
GHANA
VA
Import van melk in verhouding tot binnenlandse productie
V6
-
De Sahel is een overgangsgebied tussen twee vegetatiezones. Zoek in je atlas op welke dat zijn.
-
Noteer drie landen die vooral hun eigen melk verbruiken.
-
Noteer vier landen die in verhouding tot hun eigen productie veel melk invoeren.
-
Geef een verklaring op basis van de ligging van deze landen.
©
c
110
Markeer wat correct is. -
De productie van melk gebeurt op een traditionele / moderne manier.
-
Het werk gebeurt vooral handmatig / gemechaniseerd.
-
De afzetmarkt is de lokale markt / het buitenland / zowel de eigen markt als het buitenland.
THEMA 4 Landbouw tussen groei en grenzen
4 Vergelijk de landbouwsystemen Landbouw ziet er overal anders uit. Vergelijk de landbouwsystemen in enkele landen aan de hand van de informatie die je kreeg in ‘Op onderzoek’ (fig. 4.13, p. 102). Beantwoord de vragen.
V6
a
Onderzoek het gekozen landbouwsysteem. Gebruik je atlas en vul de tabel in of markeer wat past. Vlaanderen
Brazilië
Senegal
- reliëf
-
-
-
- grondsoort
- n.v.t. (vee op stal)
- tropisch – voedselarm
- zand
- klimaat
-
-
-
Input (menselijk)
- arbeidskrachten: weinig / veel / heel veel - scholingsgraad: weinig / goed geschoold
Proces
- traditioneel / modern - extensief / intensief - mechanisering:
IN
Input (fysisch)
- arbeidskrachten: - scholingsgraad:
weinig / veel / heel veel
- scholingsgraad:
weinig / goed geschoold
weinig / goed geschoold
- traditioneel / modern
- traditioneel / modern
- extensief / intensief
- extensief / intensief
- mechanisering:
- mechanisering:
weinig / veel / heel veel
weinig / veel / heel veel
- kleinschalig / grootschalig
- kleinschalig / grootschalig
- kleinschalig / grootschalig
- product
- ander
Afzetmarkt
lokaal / uitvoer
lokaal / uitvoer
lokaal / uitvoer
Milieuprobleem
- ontbossing
- ontbossing
- ontbossing
- overbegrazing
- overbegrazing
- overbegrazing
- overbemesting
- overbemesting
- overbemesting
VA
N
weinig / veel / heel veel Output
b Welke landen horen bij de onderstaande omschrijvingen? Noteer er telkens twee. Kies uit: Zweden – Zuid-Afrika – Verenigde Staten – Senegal – Kenia – Brazilië
- De welvaart stijgt, maar de ongelijkheid tussen inwoners is nog groot. De scholingsgraad is hoog, de economie groeit en natuur wordt omgezet in landbouwgrond. Toch daalt het aandeel landbouwers.
©
V6
- arbeidskrachten:
weinig / veel / heel veel
- Hier zijn de welvaart en de scholingsgraad laag. Een groot deel van de bevolking werkt in de landbouw. Er worden nog nieuwe landbouwgronden ontgonnen, waardoor het oppervlak aan bos nog afneemt.
- Dit land is heel welvarend: de scholingsgraad ligt er hoog, er werken nog weinig mensen in de landbouw en de verschillen in welvaart zijn eerder klein. De algemene levensstandaard is hoog in dit land.
2 Voedselproductie: lokaal of globaal?
111
5 Handelsstromen Door de groeiende wereldbevolking en de stijgende welvaart nam de vraag naar vlees en zuivel wereldwijd sterk toe. Onderzoek de in- en uitvoer van landbouwproducten tussen drie bedrijven. a
Bekijk figuur 4.17 (p. 106). In het midden zie je de kringloop van een gemengd bedrijf in Vlaanderen. Door schaalvergroting wordt de kringloop doorbroken. Ontdek hoe dat gebeurt. - Welke relatie vind je tussen het bedrijf in België en Brazilië?
- Welke relatie vind je tussen het bedrijf in België en Senegal?
IN
- Welke relatie vind je tussen het bedrijf in België en Frankrijk?
b Volg de stromen van soja en melk via het Google Earth Project op iDiddit.
- Volg de weg die soja aflegt van Brazilië tot de runderstal in Vlaanderen. Sojaroute:
V20
N
Fazenda Santa Maria (Brazilië) via BR-163 Cargill Santarém haven Antwerpen veevoederbedrijf megastal in Ellikom
- Volg de weg die melk aflegt van de stal in Vlaanderen tot de markt in Senegal. Melkroute:
VA
megastal in Ellikom (België) melkbedrijf Limelco haven West-Afrika Richard Toll (Senegal)
c
Overtrek op de kaart alle pijlen die in a en b aan bod kwamen. Noteer de landen op de juiste plaats.
Europa
©
NoordAmerika
0
Azië
Kreeftskeerkring
evenaar
Afrika
ZuidAmerika
Oceanië
3000 km
op de evenaar
Wereldwijde handel van soja en melk
112
noordpoolcirkel
rest van Europa
THEMA 4 Landbouw tussen groei en grenzen
handel van sojaproducten
Steenbokskeerkring
handel van vleesen zuivelproducten zuidpoolcirkel
6 Duurzame landbouw Duurzame landbouw houdt rekening met mens, milieu en economie. Onderzoek hoe onze voedselproductie het milieu belast en hoe landbouwsystemen duurzamer kunnen worden. a
Soja is vaak onzichtbaar. Eet jij soms soja? Waarschijnlijk meer dan je denkt. De gemiddelde Europeaan consumeert 60,6 kg soja per jaar. Waarom is dit zoveel?
IN
b Noteer rond de foto waarom (runds)vlees het milieu sterk belast.
N
VA
©
2 Voedselproductie: lokaal of globaal?
113
c
Een duurzaam landbouwsysteem houdt rekening met drie pijlers. Lees de uitspraken en plaats ze met hun nummer in het juiste deel van het diagram. Noteer er ook de beginletter van het land of gebied
Planet
(Brazilië, Senegal, Vlaanderen) bij. Sommige uitspraken
(leefmilieu)
horen in een overlappend deel thuis. S10 is al gegeven.
leefbaar
eerlijk
Prosperity (economisch):
•
geld verdienen en winst maken People (sociaal):
• •
zorgen voor de mens en de gemeenschap
People
Planet (leefmilieu):
(sociaal)
levensvatbaar
Prosperity (economisch)
IN
impact op het milieu
duurzaam S10
1
Vee houden is vaak een belangrijk onderdeel van de cultuur en tradities. Het verbindt mensen.
2
Grootschalige verkoop van soja aan andere landen levert veel geld op.
3
Door efficiënter te produceren in megastallen, kan voedsel goedkoper worden voor de consument.
4
Door geuroverlast nabij megastallen kan de leefbaarheid voor de buurt in het gedrang
komen. Luchtwassers en het gebruik van micro-organismen helpen bij de neutralisatie van geuren. 5
Lokale melkproductie zorgt ervoor dat het land minder afhankelijk is van import van zuivel.
6
Voor de sojateelt worden veel bossen gekapt. De EU verbiedt echter de import van soja die na eind
N
2019 op ontbost land is geproduceerd. 7
Bodemdegradatie door overbegrazing kan leiden tot migratie van veehouders en hierdoor ook tot sociale spanningen in andere gebieden.
8
Biologische bestrijdingsmiddelen die op de sojavelden worden gebruikt om het rendement te verhogen, zijn minder schadelijk voor planten, dieren en het water in de buurt.
9
Dankzij de samenwerking met de melkerij hebben de veetelers in dit land nu een vast inkomen en
VA
kunnen ze hun leefomstandigheden verbeteren.
10 Gecontroleerde graasmethoden kunnen op lange termijn de economische zekerheid van melkveehouders vergroten en de leefbaarheid in de gemeenschap ten goede komen.
d Extra: Noteer zelf nog twee stellingen, geef ze een nummer en plaats ze in het diagram. 11
©
12
4 TEST JEZELF 1
Het landbouwsysteem
2 Van gesloten systeem naar open kringloop 3
Handelsstromen
4 Duurzame landbouw
114
THEMA 4 Landbouw tussen groei en grenzen
SYNTHESE HET LANDBOUWSYSTEEM LANDBOUWLANDSCHAP
IN
mest
LANDBOUWSYSTEEM
PLANET
OMGEVENDE FACTOREN
Input fysische factoren oppervlakte grond vee arbeidskrachten machines gebouwen meststoffen veevoeder
FYSISCHE FACTOREN GS: bodem, reliëf AS: warmte, CO2 HS: neerslag, bodemwater BS: oorspronkelijke plantengroei
PEOPLE
MENSELIJKE FACTOREN inkomen bevolkingsdichtheid werk in de landbouw scholingsgraad verstedelijkingsgraad
Proces
Output
WAT? landbouwproducten telen
WAT? voedselgewassen voedergewassen industriegewassen
HOE? = productieproces traditioneel / modern intensief / extensief handenarbeid / gemechaniseerd klein- / grootschalig duurzaam / niet duurzaam
HOEVEEL? productie / ha productie / dier
AFZETMARKT (consumptie) binnenland buitenland (export)
handelsovereenkomsten
WINST
PROSPERITY
(import)
N
belasting overheid
VAN EEN GESLOTEN NAAR EEN OPEN KRINGLOOP IN DE LANDBOUW
VA
Europa
Zuid-Amerika
©
Afrika
binnenlandse consumptie van dierlijke producten
export van dierlijke producten
geïmporteerd voer
veestapel probleem: overbemesting
export van gewassen
overschot aan mest
mest import van kunstmest
gewas oplossing: export van vaste mest
bodem
THEMA 4 synthese
115
3 HET SYSTEEM AARDE ONDER DRUK
IN
KERNVRAAG HOE BEÏNVLOEDT BEMESTING IN DE LANDBOUW ONZE LEEFOMGEVING?
1 CHECK-IN
Overal ter wereld hebben landbouwers het landschap gevormd. Landbouwactiviteiten leveren ons voedsel,
maar ze leggen ook druk op de leefomgeving. In dit hoofdstuk ontdek je hoe landbouw de planetaire grenzen
beïnvloedt en welke gevolgen dat heeft voor mens en milieu. Maar ga eerst in de oefening op iDiddit na welke
N
uitspraken over landbouw en milieu correct zijn.
2 OP ONDERZOEK 1
Organische mest uit grootschalige landbouw
VA
Landbouwers gebruiken al eeuwen meststoffen om hun gewassen beter te laten groeien. Vroeger gebeurde dat
vooral met compost of stalmest. In de grootschalige veeteelt produceren runderen organische mest, zoals vaste stalmest en drijfmest. Drijfmest is een vloeibare meststof die vooral
bestaat uit een mengsel van dierlijke uitwerpselen, urine en
vaak ook spoelwater uit de stallen. In landbouwgebieden waar de intensieve veehouderij domineert, is dierlijke mest een
belangrijk middel om het akkerland te verrijken. Toch heeft
dit ook nadelen: de ammoniak (NH3) in de mest veroorzaakt
geurhinder. De stikstof komt onder de vorm van dit gas vrij in
©
de stal en bij het uitrijden van de mest op het land.
Fig. 4.19 Uitrijden van dierlijke mest
2 Kunstmest
Sinds het begin van de 20ste eeuw gebruiken land- en tuinbouwers steeds meer kunstmest of minerale mest. Dat is mest die op een chemische manier in fabrieken wordt gemaakt. In kunstmest zitten, net zoals in stalmest, voornamelijk drie belangrijke voedingsstoffen: stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K). Gemiddeld is ongeveer twee derde van de totale stikstofbemesting in Vlaanderen afkomstig uit dierlijke mest, en ongeveer één derde uit kunstmest. Fig. 4.20 Voedingsstoffen in de bodem
116
THEMA 4 Landbouw tussen groei en grenzen
3 Overbemesting en gevolgen Door de intensieve landbouw ontstaat een mestoverschot: dat heet overbemesting. De stikstof uit ammoniak (NH3) wordt door bodembacteriën omgezet in nitraat (NO3−). Dat is een belangrijke voedingsstof voor planten. Wanneer vervolgens gewassen dit nitraat niet volledig kunnen opnemen, komt het in het milieu terecht met waterverontreiniging en bodemdegradatie tot gevolg. -
Een teveel aan nitraat spoelt uit naar het grondwater, dat daardoor onbruikbaar wordt als drinkwater, en naar het oppervlaktewater, waar het algenbloei veroorzaakt. Deze algen geven het water een groene kleur. De afbraak van de algen leidt tot zuurstofgebrek en vissterfte.
-
Een teveel aan nitraat leidt ook tot verzuring van de bodem. Dat heeft een negatieve invloed op de aan voedingsstoffen: de biodiversiteit neemt af.
IN
bodemkwaliteit. Hierdoor verdwijnen er heel wat plantensoorten en gaan bomen verzwakken door een gebrek
De Vlaamse overheid probeert het stikstofprobleem aan te pakken via het Mestactieplan (MAP). Omdat er nog te veel nitraat in de waterlopen terechtkwam, is in het nieuwe Mestactieplan de vroegere teeltvrije strook van
1 meter vervangen door een bredere beschermingsstrook. Die is minstens 3 meter breed: de eerste meter is
volledig teeltvrij, de volgende 2 meter mogen enkel bedekt zijn met gras of andere bufferbegroeiing. In die strook mag je geen mest en geen gewasbeschermingsmiddelen gebruiken. In kwetsbare gebieden of op hellingen moet
VA
N
er bovendien nog een extra bemestingsvrije strook van 7 meter worden voorzien (fig. 4.21).
Fig. 4.21 Teeltvrije strook (1 m) binnen een bredere beschermingsstrook (3 m) (bron: VLM)
4 Minder intensieve landbouw
Natuurpunt geeft aan dat de intensieve landbouw in Vlaanderen leidt tot een overschot aan stikstof onder de vorm van nitraat, waardoor ruim 80 % van de natuurgebieden schade ondervindt.
©
Het stikstofoverschot, samen met de focus op monocultuur, hoge bemesting en pesticiden, verdringt kleinschalige landbouw en natuurlijke landschapselementen zoals bosjes, hagen, vijvers en boomgaarden. Gevolg is een afname van biodiversiteit: snelgroeiende, stikstofminnende soorten, zoals grassen, bramen en brandnetels domineren (fig. 4.22), terwijl kwetsbare, stikstofarme planten, zoals orchideeën en struikhei, verdwijnen.
Fig. 4.22 Brandnetels als ondergroei in bos
3 Het systeem aarde onder druk
117
5 Veeteelt produceert broeikasgassen Veeteelt draagt bij aan de uitstoot van broeikasgassen. Runderen produceren methaan (CH₄) tijdens hun vertering. Het gebruik van organische mest en kunstmest
CH4
N2O + CH4
N2O
CO2
zorgt N Oook voor de uitstoot van methaan 2
(CH4) in de atmosfeer. Alle bodems
stoten lachgas (N2O) uit door natuurlijke processen, maar het gebruik van kunstmest in landbouwbodems leidt tot een verhoogde
mestbeheer
N2O van bodems
uitstoot. Beide gassen zijn broeikasgassen
IN
darmfermentatie
opname CO2 uit atmosfeer
Fig. 4.23 Uitstoot en opname van broeikasgassen door landbouw
indirecte
enuitstoot hun vermogen om de atmosfeer op te warmen is vele malen sterker dan dat van koolstofdioxide (CO2).
Omgekeerd helpt landbouw om de klimaatverandering te vertragen door via de gewassen koolstof op te slaan in de bodem. Op figuur 4.23 zie je hoe landbouw zowel bijdraagt aan de uitstoot van broeikasgassen als aan de opslag van koolstof.
N
6 Akkerbouw veroorzaakt bodemerosie De Leemstreek in Midden-België is door het golvende reliëf en de leembodem
van nature gevoelig voor bodemerosie. Vooral tijdens hevige regenbuien,
die almaar vaker voorkomen door
VA
klimaatverandering, spoelt de
vruchtbare bovenlaag van de bodem weg (fig. 4.24).
Boeren verliezen daardoor de meest vruchtbare laag van hun akkers, wat
leidt tot lagere oogstopbrengsten. De
modder die wegspoelt, veroorzaakt ook problemen verderop: sloten en beken
slibben dicht en in lagergelegen dorpen
©
kunnen wegen en kelders overstromen.
Fig. 4.24 Bodemerosie door afspoelend water
De intensieve landbouw verergert het probleem. Akkerlanden blijven in de herfst vaak kaal achter en de bodem bevat weinig organisch materiaal. Zonder beschermende begroeiing is de aarde veel minder bestand tegen de kracht van regendruppels en stromend water. Ook zware landbouwmachines verdichten de bodem, waardoor regenwater minder goed kan infiltreren en afstroming toeneemt.
118
THEMA 4 Landbouw tussen groei en grenzen
3 AAN DE SLAG 1
Dierlijke mest en kunstmest Welke rol speelt bemesting in de landbouw? Beantwoord de vragen. a
Waarom maken landbouwers gebruik van bemesting?
b Wat is het voordeel daarvan?
Markeer wat correct is.
IN
c
Bemesten is een voorbeeld van intensiveren / vergroten van het landbouwareaal. d Wat is het belangrijkste verschil in oorsprong tussen kunstmest en dierlijke mest?
Kunstmest wordt volledig industrieel en chemisch gemaakt, terwijl dierlijke mest een natuurlijk bijproduct is van de veehouderij.
Dierlijke mest bevat enkel stikstof, kunstmest bevat enkel fosfor en kalium.
Dierlijke mest wordt enkel in de tuinbouw gebruikt, kunstmest enkel bij de akkerbouw. Kunstmest is traagwerkend, dierlijke mest is snelwerkend. e
Waarom is de Vlaamse overheid zo streng op de hoeveelheid mest die boeren mogen gebruiken?
N
Te veel mest veroorzaakt geurhinder in de omgeving.
De overheid wil voorkomen dat koeien ziek worden door op velden met te veel mest te grazen. De overheid wil ervoor zorgen dat boeren genoeg mest overhouden om onderling te verkopen. Nitraat uit mest kan uitspoelen naar het grondwater, waardoor het ondrinkbaar wordt.
VA
2 Nitraatprobleem
De Vlaamse overheid volgt de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater op, onder andere via het Mestdecreet. In deze opdracht onderzoek je met Geopunt en je atlas de relatie tussen bemesting, veeteelt en de aanwezigheid van nitraat in het water. a
Ga naar Geopunt. Selecteer de kaartlaag ‘Landbouw, visserij en economie’ > ‘Landbouw’ >
‘Gebiedstypes nitraat mestdecreet, 01/01/2025’.
b Lees de infotekst over de gebiedstypes.
De gebiedstypes van het Mestdecreet zijn een indeling van de Vlaamse overheid, gebaseerd op de nitraatconcentraties in oppervlakte- en grondwater. Vlaanderen is opgedeeld in vier gebiedstypes, elk met specifieke maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren. In gebiedstype 0 is de doelstelling
©
V18
van de Nitraatrichtlijn al bereikt, waardoor er geen gebiedsgerichte maatregelen nodig zijn. In de gebiedstypes 1, 2 en 3 zijn de doelstellingen nog niet gehaald. Hoe verder een gebied verwijderd is van een goede waterkwaliteit, hoe groter de vereiste inspanningen.
c
Klik in Geopunt op de dominante kleur van jouw schoolgemeente. Tot welk gebiedstype behoort jouw
schoolgemeente?
d Selecteer nu in Geopunt de kaartlaag ‘Gebiedstypes nitraat mestdecreet, 01/01/2023’. Is de waterkwaliteit in jouw schoolgemeente verbeterd ten opzichte van de vorige metingen?
3 Het systeem aarde onder druk
119
V6
e
Zoek in je atlas op waar in België de meeste varkensteelt voorkomt.
f
Vergelijk deze kaart in je atlas met de kaart op Geopunt (uit opgave a). Focus op Centraal-West-Vlaanderen. Markeer in de stelling wat past. Op de plaatsen in West-Vlaanderen waar veel varkensteelt voorkomt, vind je doorgaans ook de slechtere / betere resultaten voor nitraat in het grondwater.
g Zowel bij akkerbouw als groenteteelt wordt veel (kunst)mest gebruikt. Vergelijk in Geopunt de nitraatwaarden van 2019 en die van 2025. Markeer in de stelling wat past. We zien algemeen in heel Vlaanderen slechtere / betere resultaten voor de hoeveelheid nitraat in
IN
het oppervlakte- en grondwater.
3 Bodemerosie
Met behulp van Geopunt kun je verschillende kaarten combineren. Zo onderzoek je hoe reliëf, bodem en landbouw samen bepalen of een gebied gevoelig is voor erosie.
V18
a
Open Geopunt en selecteer de volgende kaartlagen.
- kaart 1: ‘Landbouw, visserij en economie’ > ‘Landbouwstreken België’
- kaart 2: ‘Natuur en milieu’ > ‘Bodem’ > ‘Erosiegevoeligheidskaart van Vlaamse gemeenten’ - kaart 3: ‘Hoogte’ > ‘Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen I, digitaal terreinmodel 5 m’
N
b Kies op kaart 2 een donkergroene en een rode gemeente uit. - donkergroen = zeer weinig erosiegevoelig - rood = zeer sterk erosiegevoelig c
Gebruik de lagen en legende in Geopunt om deze twee gemeenten met elkaar te vergelijken. Vul de tabel aan.
VA
Tip: klik op het oogje om een kaart aan/uit te zetten of pas de doorzichtigheid aan via de drie puntjes ).
donkergroen
rood
Landbouwstreek
©
(klik hiervoor op het symbool
Gemeente
Gevoeligheid bodemerosie
Hoogte (+ kleur)
d Formuleer een besluit.
120
THEMA 4 Landbouw tussen groei en grenzen
e
Beantwoord de vragen door telkens het juiste antwoord aan te kruisen. - Vergelijk een rode gemeente (X) met een groene gemeente (Y). Welke verklaring is het meest waarschijnlijk voor dit verschil? Gemeente X heeft meer landbouwgrond met erosiegevoelige teelten dan gemeente Y. Gemeente Y heeft meer bos dan gemeente X. Gemeente X ligt in een heuvelachtiger gebied met steilere hellingen dan gemeente Y. In gemeente X regent het meer dan in gemeente Y. - Welke landbouwpraktijk draagt het meest bij aan de vermindering van bodemerosie op hellende akkers in Vlaanderen? de helling opwaarts en afwaarts ploegen akkers in de winter braak laten liggen
IN
gewasresten (bv. van maïs) op de bodem laten liggen monocultuur van rijen gewassen zoals maïs
- Welke maatregel nemen landbouwers om het wegspoelen van vruchtbare grond te verhinderen? heuvels afgraven zodat een vlak gebied ontstaat
met zware machines over akkers rijden om grond stevig aan te drukken
een tweede gewas aanplanten (zodat de akker nooit helemaal braak ligt) geulen graven om het water sneller naar beneden te doen stromen
N
4 Dode zones in de oceanen Meststoffen die via rivieren en zeeën in oceanen terechtkomen, veroorzaken zuurstofarme gebieden waar zeeleven moeilijk kan overleven. In deze oefening onderzoek je hoe dode zones ontstaan, waar ze voorkomen en hoe intensieve landbouw hierbij een rol speelt. a
Bekijk het filmpje over dode zones in de oceanen. Wat zijn dode zones?
VA
b Vergelijk het voorkomen van deze zuurstofarme zones (zie onderstaande kaart) met de wereldkaart van de bevolkingsdichtheid in je atlas. Welk verband stel je vast?
©
V6
Kustwateren met een zuurstofgehalte lager dan 2 mg O2/l−1 (rood) en zones met een minimum aan zuurstof op 300 meter diepte (blauw) (bron: VRT NWS, 05/01/2018)
3 Het systeem aarde onder druk
121
c
Markeer de plaatsen waar zuurstofarme zones in zee voorkomen. kusten van Japan – Noordzee – kusten van Oost-Afrika – Golf van Mexico – Oostzee – Oostkust van Noord-Amerika – Noordelijke IJszee – Zwarte Zee – Zuidelijke IJszee
d In sommige gebieden in volle zee is het zuurstofgehalte nog lager (blauwe zones). Hier kunnen de meeste zeedieren niet overleven. In welk soort zeeën bevinden deze gebieden zich hoofdzakelijk? poolzeeën binnenzeeën gematigde zeeën tropische zeeën e
Ga naar iDiddit. Onderzoek op de wereldkaart over het jaarlijkse gebruik van stikstofmest de regio’s die
IN
meer dan 100 kg/ha gebruiken. Noteer er de juiste landbouwvormen bij. grootschalige intensieve veehouderij – irrigatielandbouw – grootschalige teelt van sojabonen – intensieve veehouderij op stal met veevoederproductie (gemengd bedrijf) – intensieve rijstteelt - Europa: - Zuidoost-Azië: - Verenigde Staten: - Midden-Oosten:
Verenigde Staten
Midden-Oosten
VA
Zuidoost-Azië
N
- Zuid-Amerika:
f
Brazilië
Ontdek hoe intensieve landbouw sterfte van zeedieren veroorzaakt. Vul ‘+’ (toename) of ‘–‘ (afname) in de vakjes van dit causaal diagram aan. De infotekst helpt je op weg.
Via rivieren en zeeën komen meststoffen in de oceanen terecht. Daar groeien veel algen door het teveel aan stikstof. Wanneer de algen afsterven, breken bacteriën ze af en verbruiken daarbij zuurstof. Zo ontstaat er een tekort aan zuurstof, waardoor vissen en andere zeedieren sterven.
meststoffen
algenbloei in de oceanen
zuurstof in de oceaan
zuurstofverbruik
afbraak van algen
©
intensieve landbouw
leven in zee
122
THEMA 4 Landbouw tussen groei en grenzen
door bacteriën
5 Gevolgen van bemesting voor de vier sferen Wat zijn de gevolgen van het gebruik van te veel meststoffen in de vier sferen op aarde? a
Noteer volgende begrippen op de juiste plaats op de figuur.
neerslag
IN
algengroei – chemische bodemdegradatie – geurhinder – methaanuitstoot – opname door planten – uitspoeling in rivieren – uitspoeling in grondwater – verschralen van de plantengroei – vorming van lachgas – zuurstofgebrek
kunstmest
bemesting van akkers
N
dierlijke mest
overbemesting
dode zone
VA
Vereenvoudigde stikstofcyclus
b Omcirkel op de figuur de begrippen die de invloed van de landbouw op de vier sferen weergeven. invloed op de atmosfeer: paars
-
invloed op de geosfeer: bruin
-
invloed op de hydrosfeer: blauw
-
invloed op de biosfeer: groen
©
-
4 TEST JEZELF 1
Bemesting en mestoverschot
2 Gevolgen voor het milieu
3 Het systeem aarde onder druk
123
SYNTHESE BEVOLKINGSGROEI EN LANDBOUW: HET SYSTEEM AARDE ONDER DRUK MEER VOEDSEL DOOR INTENSIVEREN
organische meststoffen: plantaardige en dierlijke afvalstoffen
broeikasgassen (CH4 – N2O)
MAP: nitraat
IN
intensieve veeteelt
GEVOLGEN VOOR HET MILIEU
BEMESTEN
terugdringen
intensieve akkerbouw -
kunstmest:
productie veevoer
chemisch gemaakt
(soja, maïs …) -
rijstteelt
-
…
mestoverschot: te veel nitraat
in bodem en
in rivieren
grondwater
en zeeën
N
afname bodemkwaliteit: bodemdegradatie
VA
afname waterkwaliteit: waterverontreiniging
algenbloei te weinig zuurstof dode zones
afname biodiversiteit
vorming van lachgas
uitstoot van methaan
©
neerslag
kunstmest dierlijke mest
bemesting van akkers uitspoeling in rivieren
opname door planten
124
THEMA 4 Landbouw tussen groei en grenzen
uitspoeling in grondwater
overbemesting
dode zone
4 HET KAN ANDERS!
IN
KERNVRAAG OP WELKE MANIEREN KUNNEN WE DE LANDBOUW DUURZAMER MAKEN?
1 CHECK-IN
De landbouwsector staat voor grote uitdagingen. Klimaatverandering, bodemdegradatie en de vraag naar meer milieu- en diervriendelijke productieprocessen dwingen boeren en onderzoekers om alternatieve methodes te
ontwikkelen. Landbouw duurzamer maken betekent produceren met respect voor de natuur, mens en economie, zowel nu als in de toekomst. Gelukkig bestaan er al heel wat nieuwe methodes die oplossingen bieden voor de
N
problemen van vandaag. Benieuwd welke dat zijn? Ontdek het op iDiddit.
2 OP ONDERZOEK Precisielandbouw
VA
1
Precisielandbouw is de kern van smart farming waarbij technologie wordt ingezet om specifieke planten of dieren de exacte zorg te geven die ze nodig hebben. Een van de nieuwe technologische toepassingen in die vorm van landbouw is het gebruik van geodata. Met satellietbeelden worden landbouwoppervlaktes nauwkeurig in kaart gebracht. Het computerprogramma dat de satellietdata verwerkt, kan de ligging en grenzen van percelen in kaart
©
brengen en de activiteiten op die percelen opvolgen.
Ook gps-technologie speelt hierbij een grote rol. Hiermee wordt de exacte positie van tractoren bepaald. Via een computersysteem krijgt de landbouwer belangrijke informatie over zijn akkers, zoals bodemkwaliteit en luchtvochtigheid, en kan hij indien nodig bijsturen. Zo kan hij heel precies zaaien, bemesten en oogsten. Tegenwoordig kunnen tractoren en machines zelfs automatisch rijden. De werkbreedte van sproeiers wordt dan automatisch aangepast aan de breedte van de stroken op de akker, zodat de mest overal gelijkmatig wordt verdeeld.
Fig. 4.25 Precisielandbouw: bemesting met gps-technologie
4 Het kan anders!
125
2 Biologische landbouw In de biologische landbouw stemt de boer zijn activiteiten af op natuurlijke processen. Het doel is om voedsel te produceren in een gesloten kringloop: de bodemvruchtbaarheid wordt op natuurlijke wijze verhoogd met compost en wisselteelt, terwijl chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest worden vermeden. Ook dierenwelzijn staat centraal. Om een mestoverschot te vermijden, moeten biobedrijven beschikken over voldoende grond om de mest van hun eigen dieren te kunnen verspreiden. Dat verklaart waarom zij een grotere grondoppervlakte nodig hebben. Daardoor ligt de opbrengst per hectare lager en is de prijs van de producten meestal hoger.
IN
3 Boerenlandbouw in Vlaanderen In Vlaanderen kiezen steeds meer landbouwers voor boerenlandbouw of natuurvriendelijke landbouw. Het is een
manier van werken waarbij boeren zo zelfstandig mogelijk voedsel produceren, met respect voor de natuur en de lokale omgeving. Het onderscheidt zich van grote, industriële landbouw. De boer staat zelf aan het roer en zorgt voor een gezonde bodem en veel plant- en diersoorten. Het doel is om meer biodiversiteit te creëren en een aantrekkelijker landschap, zonder dat de voedselproductie in gevaar komt. Landbouwers doen dit op verschillende manieren: -
Boerenlandbouw stimuleert de biodiversiteit door
bloemenranden langs akkers te gebruiken voor bestuiving -
N
en natuurlijke plaagbestrijding. Kleine landschapselementen zoals poelen, houtkanten
of heggen bieden voedsel en schuilplaatsen voor dieren (kikkers, vogels, egels …) en verfraaien het landschap. -
Een milieuvriendelijke bedrijfsvoering (met minder
pesticiden en later maaien) garandeert het voortbestaan
Fig. 4.26 Wilgenbomen in de Oude Kalevallei in Gent
VA
van weidevogels en insecten.
4 Stadslandbouw
Wanneer voedsel in een stedelijke omgeving wordt verbouwd, bijvoorbeeld op daken en verlaten terreinen, spreken we van stadslandbouw. Het doel is om voedsel lokaal te produceren, de band tussen stad en natuur te versterken én de gemeenschap te betrekken bij duurzame voedselproductie. Een voorbeeld is PAKT in Antwerpen, een stadsboerderij op de daken van een voormalig industriegebouw. Daar produceert coöperatie De Volle Grond groenten
©
en kruiden. De oogst wordt geleverd aan horecazaken in de buurt, waardoor een korte voedselketen ontstaat. PAKT verbindt stadbewoners met hun voedsel en stimuleert duurzaamheid. Een meer vernieuwende vorm van stadslandbouw zijn verticale boerderijen, waar groenten, fruit en kruiden in lagen boven elkaar worden geteeld, vaak in gesloten gebouwen. Ze zijn een antwoord op de groeiende vraag naar voedsel in steden en de
Fig. 4.27 Stadsboerderij PAKT in Antwerpen
126
Fig. 4.28 Teelt van basilicum in een verticale boerderij
THEMA 4 Landbouw tussen groei en grenzen
afnemende beschikbare landbouwgrond.
3 AAN DE SLAG 1
Maatregelen tegen overbemesting Vul in de kaders zowel positieve als negatieve elementen in over de maatregel in kwestie. Precisielandbouw Positief:
IN
Negatief:
Biologische landbouw
Positief:
N
Negatief:
VA
Stadslandbouw
Positief:
Negatief:
©
Verticale landbouw Positief:
Negatief:
4 Het kan anders!
127
2 Hoe wordt de veeteelt duurzaam? Vul het causaal diagram aan. Om meer duurzaam voedsel te produceren moet de veestapel kleiner worden. Bekijk ook hoe gps-technologie hierbij een rol kan spelen. a
Zet bij de pijlen een + bij een versterkende relatie (de variabelen bewegen in dezelfde richting) en een – bij een verzwakkende relatie (de variabelen bewegen in tegengestelde richting). methaan (CH4)
veestapel
gewas-
bemesten
gps-technologie
IN
opbrengst
lachgas (N2O)
broeikasgassen
biodiversiteit
N
hoeveelheid stikstof (N)
b Formuleer een besluit door volgende zinnen te vervolledigen: - over het milieu: Door meer gebruik van gps-technologie
VA
- over het klimaat: Door de afname van de veestapel
3 Druppelirrigatie
Bekijk via iDiddit het infofilmpje over druppelirrigatie in Kruisem.
a
Wat is druppelirrigatie?
©
b Geef twee voordelen van druppelirrigatie. -
-
4 TEST JEZELF 1
Veestapel afbouwen
2 Overbemesting voorkomen 3
Smart farming
4 Gps- en computertechnologie
128
klimaat-
verandering
THEMA 4 Landbouw tussen groei en grenzen
waterkwaliteit
SYNTHESE milieuvriendelijk
landbouwareaal en veestapel in balans geodata gps-technologie
PRECISIELANDBOUW
IN
precisiebemesting
BIOLOGISCHE LANDBOUW
N
LANDBOUW: HET KAN OOK ANDERS.
STADSLANDBOUW op daken en
VA
verlaten terreinen
verticale landbouw
BOERENLANDBOUW
boeren werken onafhankelijk van grote bedrijven aanpassing bedrijfsvoering meer biodiversiteit door
©
KNELPUNTEN VAN
DUURZAME LANDBOUW
bloemenranden kleine landschapselementen
hogere kosten voor de boer
meer grond nodig
hogere prijzen voor de consument
lagere opbrengsten
THEMA 4 synthese
129
BEGRIPPENLIJST LANDBOUW TUSSEN GROEI EN GRENZEN hoofdstuk 3
begrip
definitie
de algenbloei
massale groei van algen in water, veroorzaakt door een overschot aan voedingsstoffen (N en P)
3
de ammoniak (NH3)
een kleurloos, scherp ruikend en giftig gas; komt vrij uit mest en draagt bij aan het stikstofprobleem biologisch of chemisch middel dat planten beschermt tegen ongedierte,
1
de biodiversiteit
de verscheidenheid aan leven op aarde
4
de biologische landbouw
duurzaam landbouwsysteem met milieuvriendelijke praktijken,
3
de bodemdegradatie
verlies van waarde van de bodem door verkeerd bodemgebruik
4
de bodemerosie
het wegspoelen of wegwaaien van de bovenste laag van de bodem,
ziekte of onkruid
IN
het bestrijdingsmiddel
1
hoge biodiversiteit en aandacht voor dierenwelzijn
meestal door water of wind 4
de boerenlandbouw
een manier van werken waarbij boeren zo zelfstandig mogelijk voedsel
1 2
bruto binnenlands product (bbp)
de waarde van alle goederen en diensten die in één jaar in een land worden
de commerciële landbouw
grootschalige landbouwproductie die gericht is op de teelt van gewassen
de/het compost
geproduceerd, gedeeld door het aantal inwoners
en/of het fokken van vee om met de verkoop zoveel mogelijk winst te maken materiaal dat ontstaat na ontbinding van organisch materiaal
VA
2
N
produceren, met veel respect voor de natuur en de lokale omgeving
(zoals keuken- en tuinafval)
1
3
het consumptiepatroon (voeding)
de manier waarop we voedsel verbruiken, niet alleen de hoeveelheid maar
de dode zone
gebied in zeeën of rivieren met te weinig zuurstof, waardoor vissen
ook de aard van het voedsel (plantaardig, dierlijk …) en andere dieren er moeite hebben om te overleven
2
duurzaam
zo dat we in onze behoeften voorzien op een ecologisch verantwoorde, economisch haalbare en sociaal rechtvaardige manier, met oog voor de toekomst
de drijfmest
©
3
een vloeibare meststof die wordt geproduceerd door de combinatie van dierlijke uitwerpselen, urine en eventueel spoelwater
1
het exportgewas
landbouwproduct dat vooral voor verkoop in het buitenland wordt geteeld
2
de extensieve landbouw
landbouw waarbij weinig arbeid en kapitaal per hectare nodig is
2
de fazenda
zeer groot landbouwbedrijf in Brazilië, waar men op extensieve wijze produceert
4
de geodata
informatie die gekoppeld is aan een geografische plaats op aarde
1
de ggo’s
genetisch gemodificeerde organismen; gewas waarbij genetisch materiaal is aangepast zodat het beter groeit of beter bestand is tegen ziekte of droogte
1
het Globale Zuiden
groep landen met een lager sociaaleconomisch ontwikkelingsniveau vergeleken met het rijke, geïndustrialiseerde Globale Noorden
130
THEMA 4 BEGRIPPENLIJST
LANDBOUW TUSSEN GROEI EN GRENZEN hoofdstuk
begrip
definitie
2
de groenbemester
een gewas dat enkel geteeld wordt om de bodem te verbeteren
2
de input
alle middelen die nodig zijn om landbouwproducten te telen (arbeid, machines, kapitaal, grond …)
2
de intensieve landbouw
landbouw waarbij veel arbeid en kapitaal per hectare wordt ingezet
1
intensiveren
aanpassingen (via technieken of middelen) doen waardoor je op dezelfde oppervlakte meer produceert
de irrigatie
kunstmatige bewatering van gewassen in droge gebieden
4
de korte voedselketen
landbouwsysteem waarbij voedsel direct van producent naar consument
1
de kunstmest
chemisch geproduceerde meststof (minerale mest)
1
het landbouwareaal
totale beschikbare landbouwoppervlakte
2
het landbouwsysteem
geheel van activiteiten voor de productie van planten en dieren voor
IN
1
gaat en slechts een korte afstand aflegt
menselijk gebruik 1
landgrabbing
het opkopen of huren van landbouwgrond door buitenlandse investeerders, vaak in het Globale Zuiden, ten koste van de lokale bevolking
3 3
de lange voedselketen
landbouwsysteem waarbij voedsel van boer naar consument gaat via
het Mestactieplan (MAP)
maatregelen van de Vlaamse overheid die de landbouwers moeten volgen
de meststof
stof die aan de bodem wordt toegevoegd om planten beter te laten groeien
N
4
meerdere tussenschakels en vaak grotere afstanden aflegt voor het gebruik, het transport en de opslag van mest
VA
(dierlijk of kunstmatig)
de moderne landbouw
landbouw die gebruikmaakt van machines, kunstmest, bestrijdingsmiddelen
1
de monocultuur
het verbouwen van slechts één soort gewas op een groot stuk land
2
het moratorium
uitstel of tijdelijke opschorting (bv. een landbouwmoratorium)
2
de multinational
bedrijf dat in meerdere landen actief is in productie en verkoop
3
het nitraat (NO3-)
stikstofverbinding die planten nodig hebben en die ook in water en voedsel
2
en wetenschappelijke kennis, gericht op hoge productie en verkoop
kan voorkomen
de organische mest
mest afkomstig van dierlijke of plantaardige resten
2
de output
de landbouwproducten die een bedrijf produceert of oplevert
2
de overbegrazing
te intensieve begrazing waardoor vegetatie zich niet kan herstellen
3
de overbemesting
wanneer meer meststoffen worden toegevoegd dan gewassen kunnen
©
3
4
de precisielandbouw
opnemen; is nadelig voor inheemse planten landbouwmethode waarbij boeren technologie gebruiken (gps, drones, geodata ...) om precies water, mest of gewasbescherming toe te dienen; doel is opbrengst te verhogen en milieu-impact te verminderen
2
het proces
de manier waarop de landbouwer zijn producten kweekt
1
de schaalvergroting
streven naar grotere opbrengsten en lagere productiekosten door het gebruik van steeds meer grond, ruimte, arbeid en financiële middelen (kapitaal) optimaal op elkaar af te stemmen
THEMA 4 BEGRIPPENLIJST
131
LANDBOUW TUSSEN GROEI EN GRENZEN hoofdstuk
begrip
definitie
2
de silo
een cilindervormige opslagplaats voor graan of veevoeder
4
de stadslandbouw
landbouw die plaatsvindt binnen of rond de stad, vaak op kleine schaal
3
de teeltvrije strook
strook grond waar geen gewassen mogen worden geteeld om de milieuschade te beperken
de traditionele landbouw
landbouw met lokale middelen en kennis, weinig mechanisatie, productie
2
het verdelgingsmiddel
chemisch middel dat planten beschermt tegen ongedierte, ziekte of onkruid
4
de verticale boerderij
een methode waarbij voedsel (zoals groenten en fruit) binnen in gestapelde
bestemd voor de lokale markt
IN
2
rekken wordt gekweekt met behulp van kunstlicht 3
de verzuring
het zuurder worden van bodem en water door o.a. neerslag van stikstof-
verbindingen (zoals ammoniak) uit menselijke activiteiten (zoals landbouw) 1
het virtuele water
1
Voedsel- en LandVN-organisatie die honger bestrijdt en voedselzekerheid bevordert bouworganisatie (FAO)
1
de voedselonzekerheid
situatie waarin mensen geen veilige toegang hebben tot voldoende, voedzaam voedsel
N
1
de hoeveelheid water die nodig is voor de productie van een bepaald goed
de voedselverspilling
al het voedsel dat verloren gaat, hoewel het nog geschikt was voor menselijke consumptie
1
de voedselvoorziening de welvaart
2
de wisselbouw
en gezond voedsel
mate waarin mensen in hun behoeften voorzien met de beschikbare middelen
VA
1
systeem dat ervoor zorgt dat iedereen toegang heeft tot voldoende
op een akker afwisselend verschillende gewassen telen om uitputting van de bodem te voorkomen
1
de zaadselectie
het kiezen en kruisen van de beste zaden om goede eigenschappen te behouden of te verbeteren
2
de zelfvoorzienende landbouw
landbouw om vooral in de eigen behoeften te voorzien, niet voor verkoop
©
132
THEMA 4 BEGRIPPENLIJST
tele
IN
Industrie in transitie 134
2 Industrie zet druk op de aarde
145
3 Het kan ANDERS!
155
©
VA
N
1 Race naar grondstoffen
1 RACE NAAR GRONDSTOFFEN
IN
KERNVRAAG WAAROM HEBBEN WE ZOVEEL GRONDSTOFFEN EN ENERGIEBRONNEN NODIG?
1 CHECK-IN
De wereld telt vandaag ongeveer 7,4 miljard mobiele telefoons, die in gebruik zijn bij zo’n 5,8 miljard mensen. Dat betekent dat bijna 70 % van de wereldbevolking een smartphone heeft. Maar weet jij waar je smartphone vandaan komt, welke materialen erin zitten en wat er achteraf mee gebeurt als je hem niet meer gebruikt?
We zoomen in op de verschillende fases in de levensloop van een smartphone. Maar fris eerst in de oefening
N
op iDiddit je voorkennis over de verschillende grondstoffen en energiebronnen nog eens op.
2 OP ONDERZOEK
Het toenemende gebruik van smartphones
VA
1
Wereldwijd neemt het gebruik van smartphones snel toe. Figuur 5.1 toont hoe het aantal mobiele abonnementen per 100 personen wereldwijd sterk is gestegen. De toestellen zijn een onmisbaar onderdeel van ons dagelijkse leven: we gebruiken ze om te communiceren, informatie op te zoeken, te werken en ons te ontspannen. Dankzij technologische vooruitgang en dalende prijzen worden ze steeds toegankelijker, waardoor ook de consumptie ervan in een razendsnel tempo groeit. 180
Japan
160 140
©
China Europese Unie
120
Verenigde Staten
100
India
80 60 40 20 0
Fig. 5.1
134
1980
1990
2000
2010
2023
Mobiele telefoonabonnementen per 100 personen (1980-2023) (bron data: ourworldindata.org)
THEMA 5 Industrie in transitie
2 De vraag naar kritieke grondstoffen Een smartphone bevat meer dan dertig verschillende metalen (fig. 5.2). Zo worden goud en koper gebruikt voor de bedrading, terwijl lithium en kobalt nodig zijn voor de batterij. In de luidspreker zitten zeldzame aardmetalen zoals neodymium, dat zorgt voor kleine maar sterke magneetjes. Ook het scherm bevat een zeldzaam metaal:
©
VA
N
IN
indium maakt het aanraakgevoelig, waardoor je de smartphone eenvoudig met je vingers kunt bedienen.
Fig. 5.2
Voorbeelden van metalen in een mobiele telefoon (bron: de Volkskrant)
Zeldzame aardmetalen zijn niet alleen cruciaal voor smartphones, maar ook voor andere moderne technologieën zoals laptops, drones, windturbines en zonnepanelen. Vooral de energietransitie speelt hier een grote rol. Duurzame energiebronnen zoals zon, wind en waterkracht moeten in de toekomst fossiele brandstoffen vervangen. Elektrische voertuigen zullen benzine- en dieselwagens steeds meer verdringen. Voor autobatterijen zijn enorme hoeveelheden kritieke grondstoffen zoals lithium, grafiet, kobalt en nikkel nodig.
1 Race naar grondstoffen
135
Figuur 5.3 toont de verwachting dat de wereldwijde vraag naar grafiet tegen 2050 volgens het hoge scenario ruim 110 keer groter zal zijn dan in 2020, en de vraag naar lithium 89 keer groter. Ook de vraag naar zeldzame aardmetalen zal tegen 2050 veel groter zijn. In andere scenario's kan de werkelijke vraag echter aanzienlijk lager uitvallen. De energietransitie en de digitalisering zijn, samen met de bevolkingsgroei en de stijgende welvaart, verantwoordelijk voor de toenemende consumptie van goederen en diensten. En daarmee zal ook de vraag naar kritieke grondstoffen sterk toenemen.
78,5
laag scenario: uitstoot broeikasgassen daalt traag hoog scenario: netto geen CO2-uitstoot tegen 2050
34,1 3,2
12,9 8,1
12
8,7
12
4,9
11
1
4,6
1,3
4,5
1,5
2,4
Fig. 5.3
108
65,4
88,6
44,7
platina lithium nikkel kobalt
dysprosium koper
aluminium
neodymium
praseodymium terbium silicium
20 40 60 80 100 factor waarmee vraag naar kritieke grondstoffen in 2050 stijgt (t.o.v. 2020)
120
N
0
17,9
70
IN
17,4
109,7 grafiet
Toekomstige vraag naar kritieke grondstoffen (bron: Europese Commissie)
3 Herkomst en verwerking van kritieke grondstoffen
VA
Kritieke grondstoffen die nodig zijn voor de energietransitie worden grotendeels buiten Europa gewonnen (fig. 5.4). Australië en Chili zijn belangrijke producenten van lithium. Kobalt wordt vooral ontgonnen in de
©
Democratische Republiek Congo (DR Congo). De meeste zeldzame aardmetalen vind je in China.
Fig. 5.4
136
Landen waar de kritieke grondstoffen worden gewonnen en hun toepassing (bron: TU Delft)
THEMA 5 Industrie in transitie
3.1 DOMINANTIE VAN CHINA China heeft niet alleen een groot aandeel in de ontginning van kritieke grondstoffen, maar ook in de raffinage en de productie ervan (fig. 5.5). Zelfs grondstoffen die in andere landen worden gewonnen, zoals kobalt uit DR Congo, worden vaak in China verwerkt tot materialen die bruikbaar zijn voor technologische toepassingen. Het land beschikt over de fabrieken en de technologische kennis om dat op grote schaal te doen. Veel producten die wij dagelijks gebruiken, van smartphones over batterijen tot zonnepanelen, zijn sterk afhankelijk van grondstoffen en onderdelen die in China ontgonnen en verwerkt worden. Zo worden dysprosium en terbium, twee zeldzame aardmetalen die nodig zijn voor elektromotoren, volledig in China verwerkt. Voor lithium gebeurt 56 procent van de wereldwijde verwerking in China. Europa is dus zowel voor productie als voor
VS beryllium 67%
FINLAND NOORWEGEN POLEN cokeskolen 27% siliciummetaal 35% nikkel 38% koper 19% BELGIË arseen 59% FRANKRIJK hafnium 76% SPANJE strontium 31% MAROKKO fosfaatgesteente 27% TURKIJE antimoon 63% boor 99% veldspaat 51%
MEXICO fluoriet 33%
RUSLAND palladium 40%
KAZACHSTAN fosfor 71% titanium 36%
QATAR helium 35%
GUINEA bauxiet 63%
CHINA bariet 45% natuurlijk grafiet 40% AUSTRALIË vanadium 62% cokeskolen 25% bismut 65% gallium 71% germanium 45% magnesium 97% LREE 85% (lichte zeldzame aardmetalen) HREE 100% (zware zeldzame aardmetalen) wolfraam 32%
N
BRAZILIË niobium 92%
CHILI lithium 79%
DRC kobalt 63% tantaal 35%
ZUID-AFRIKA mangaan 41% iridium 93% palladium 36% platina 71% rhodium 81% ruthenium 94%
VA
rood = winning blauw = verwerking
IN
consumptie sterk afhankelijk van China.
Fig. 5.5
Leveranciers van kritieke grondstoffen in de EU (bron: Europese Commissie)
3.2 EUROPA TE AFHANKELIJK VAN CHINA
Die afhankelijkheid brengt risico’s met zich mee. Wanneer Europa sterk afhankelijk is van een land als China voor de toevoer van belangrijke grondstoffen en technologieën, kan dat tot geopolitieke spanningen leiden. Wanneer China door politieke spanningen de uitvoer zou beperken of stopzetten, kan de Europese industrie in de problemen komen. Tekorten en prijsstijgingen zijn dan haast onvermijdelijk. Om dat te vermijden wil de EU
©
tegen 2030 zelf 10 procent van de strategische grondstoffen ontginnen, 40 procent verwerken en 25 procent recycleren. Maar dat is niet eenvoudig. Het duurt vaak tien tot vijftien jaar om een nieuwe mijn te openen, en bovendien zijn slechts een beperkt deel van de nodige grondstoffen in Europa zelf te vinden. De EU zal dus altijd afhankelijk blijven van handel met andere landen om aan de nodige grondstoffen te geraken.
1 Race naar grondstoffen
137
4 Het industriesysteem Het industriesysteem (fig. 5.6) toont hoe de productie van goederen verloopt, vergelijkbaar met het landbouwsysteem uit het vorige thema. Ook hier staan drie stappen centraal: -
input: alles wat nodig is om producten te maken, zoals grondstoffen, energie, arbeidskrachten (hoog- of laaggeschoold) en kapitaal (intensief of extensief);
-
proces: de verwerking van grondstoffen tot half afgewerkte producten (bv. staal) gebeurt in de basisindustrie en de verwerking tot afgewerkte producten (bv. auto's) gebeurt in de verwerkende industrie. Het in elkaar zetten van de verschillende onderdelen heet assemblage;
-
output: de eindproducten die wij dagelijks gebruiken.
IN
Industriële productie verandert bovendien het landschap en verhoogt de druk op het milieu.
INDUSTRIELANDSCHAP PLANET
MILIEUDRUK INDUSTRIESYSTEEM
FYSISCHE FACTOREN: • reliëf • klimaat
N
OMGEVENDE FACTOREN
Proces
WAT? productie van goederen (basis- en verwerkende industrie) HOE? productiewijze (handenarbeid / gemechaniseerd)
VA
NATUURLIJKE HULPBRONNEN: Input • ontginning van grondstoffen • winning / opwekking energie grondstoffen – fossiele brandstoffen energiebronnen – hernieuwbare energie arbeidskrachten transport – kernenergie kapitaal – waterkracht
PEOPLE
Het industriesysteem
©
Fig. 5.6
SOCIO-ECONOMISCHE FACTOREN: • bevolkingsdichtheid • scholingsgraad • ontwikkelingsgraad (HDI) • politieke situatie
138
THEMA 5 Industrie in transitie
Output
AFZETMARKT
eindproducten
transport
IMPORT
investeringen
AFVAL
WINST PROSPERITY
transport
binnenlandse markt (consumptie in eigen land) buitenlandse markt (export naar buitenland)
3 AAN DE SLAG 1
Samsung-smartphones: van grondstof tot gebruiker Samsung is een van de grootste smartphonefabrikanten ter wereld. Op de kaart vind je de landen terug waar ze de belangrijkste onderdelen maken, waar ze smartphones assembleren en in welke delen van de wereld ze worden verkocht. Ga aan de slag met de informatie op de kaart. Het hoofdkantoor van Samsung bevindt zich in Seoel (Zuid-Korea). Het bedrijf werkt met een
IN
wereldwijd netwerk van productie- en assemblagefabrieken.
JAPAN
VERENIGDE STATEN
CHINA
ZUID-KOREA
INDIA
TAIWAN
VIETNAM
N
BRAZILIË
ontwerp (hoofdkantoor)
productie van onderdelen (chips, scherm, batterij, geheugen, camera) ... assemblage
VA
export (transport)
Wereldwijde keten Samsung-smartphones
Bestudeer de kaart. Vul de tabel aan met de landen (tabel 1) en regio’s (tabel 2) die bij elke stap van de productieketen van Samsung-smartphones horen. 1
categorie
landen
productie van
onderdelen
assemblage
©
a
2
categorie
regio’s
export vanuit Vietnam
export vanuit India
1 Race naar grondstoffen
139
b Conclusie: markeer wat juist is bij productie, assemblage en export. Productie van onderdelen Het zwaartepunt van de productie van onderdelen van de Samsung-smartphones ligt in de Verenigde Staten / Europa / Oost- en Zuidoost-Azië. Deze landen hebben een zwakke / sterke technologische industrie, weinig / veel arbeidskrachten en lagere / hogere arbeidskosten dan Europa of Noord-Amerika. Assemblage Samsung stelt deze smartphones voornamelijk samen in de Verenigde Staten / Europa / Zuid- en Zuidoost-Azië. Deze regio is aantrekkelijk voor arbeidsintensieve assemblage. Ook Brazilië assembleert
Export
IN
voor de eigen markt en buurlanden, om transportkosten en invoerheffingen te beperken.
Vanuit Vietnam / India worden toestellen naar bijna alle continenten uitgevoerd, terwijl Vietnam / India vooral levert aan de eigen regio en enkele opkomende markten. De consumptie van Samsung-
smartphones vindt dus plaats in het Globale Noorden / in het Globale Zuiden / overal in de wereld.
Interessant om weten
Om flexibel te blijven bij geopolitieke spanningen of handelsbeperkingen heeft Samsung de productie van
N
smartphones grotendeels verschoven van China naar Vietnam en India. Vandaag wordt meer dan de helft van alle smartphones in Vietnam gemaakt. Het land is zo uitgegroeid tot de draaischijf voor productie en export naar zowat de hele wereld. In India staat de grootste
Samsung-fabriek ter wereld. Die produceert vooral voor de Indiase markt, maar exporteert ook naar Afrika, het Midden-Oosten en Europa. Ook in Brazilië heeft Samsung een assemblagefabriek.
VA
Daarmee omzeilt het bedrijf de hoge invoerheffingen op
buitenlandse elektronica. De productie daar is vooral gericht op de
©
Braziliaanse markt en in mindere mate op de buurlanden.
140
THEMA 5 Industrie in transitie
Grootste Samsung-smartphonefabriek ter wereld in Noida nabij New Delhi (India)
2 Kritieke grondstoffen voor de energietransitie Voor de productie van technologieën voor hernieuwbare energie zoals zonnepanelen, windturbines en elektrische voertuigen stijgt de volgende decennia de vraag naar grondstoffen sterk. Onderzoek de verwachte vraag naar kritieke grondstoffen in de grafieken en beantwoord de vragen. koper (megaton) 50
lithium (megaton) 1,5
1,5x
40 30
8,7x
kobalt (kiloton)
grafiet (megaton)
600
20
3,9x
2,1x 91%
1,2
nikkel (megaton) 7,5
0,9
6,0
480
4,5
360
2,2x
15
200
zeldzame metalen (kiloton) 1,9x
160
12
120 63%
50%
0,6
56%
3,0
87%
50%
0,3 24%
0
2023 2030 2040
8
59%
80
65%
42%
45%
10
59%
240
0
1,5 56%
2023 2030 2040
0
groene energietechnologie
120
15%
41%
IN
20
2023 2030 2040
4
30%
0
0
2023 2030 2040
andere toepassingen
40
18%
28%
2023 2030 2040
0
2023 2030 2040
1,5x groeifactor (toename tussen 2023 en 2040)
Mondiale vraag naar kritieke grondstoffen (scenario: netto nul CO2-uitstoot tegen 2050) (bron data: IEA)
Welke kritieke grondstof kent de sterkste groei in de vraag tegen 2040? grafiet
nikkel
koper
lithium
N
a
b Voor welke kritieke grondstoffen verdubbelt de vraag tegen 2040 ten opzichte van 2023? koper nikkel
zeldzame aardmetalen
Gebruik de kaart over leveranciers van kritieke grondstoffen in de EU (fig. 5.5, p. 137). Vul de tabel aan.
VA
c
kobalt
lithium
nikkel
kobalt
grafiet
vindplaatsen binnen Europa
vindplaatsen buiten Europa
lithium
nikkel
kobalt
grafiet
©
kritieke grondstoffen
d Wat is je conclusie voor de Europese industrie? Markeer. Europa is voor zijn kritieke grondstoffen vooral afhankelijk van landen binnen Europa / buiten Europa / zowel binnen als buiten Europa. Daardoor kunnen geopolitieke spanningen de Europese industrie onder druk zetten / niet raken / versterken. Om de bevoorrading goedkoper te maken / veilig te stellen, zijn recyclage en circulaire economie onmisbaar.
1 Race naar grondstoffen
141
3 Andere materialen in elektrische auto‘s Staal en aluminium zijn twee veelgebruikte metalen in groene technologie. Onderzoek nu voor een auto welke materialen en grondstoffen nodig zijn. a
Bekijk de onderstaande figuur. Uit welke materialen en grondstoffen zijn de genummerde onderdelen gemaakt? Markeer in de tabel wat past.
IN
2 1
4
onderdeel motorkap
2
voorruit
materiaal
grondstof
glas / aluminium / staal / kunststof
erts / wit zand /aardolie
glas / aluminium / staal / kunststof
erts / wit zand / aardolie
VA
1
N
3
3
bumper
glas / aluminium / staal / kunststof
erts / wit zand / aardolie
4
onderstel
glas / aluminium / staal / kunststof
erts / wit zand / aardolie
b Zoek online naar andere onderdelen van de auto (bv. carrosserie, airbags, kabels …) en noteer bij ieder onderdeel telkens het materiaal en de grondstof. materiaal
grondstof
©
onderdeel
142
THEMA 5 Industrie in transitie
4 Volvo Cars Gent en elektrische auto’s Lees de infotekst en bekijk de reportage. Beantwoord daarna de vragen. a
Markeer in de tekst: - in het geel de redenen waarom Volvo in de fabriek in Gent investeerde; - in het groen de argumenten waarom Volvo een toekomstgerichte fabriek is.
In de Volvofabriek in Gent, de enige nog actieve autofabriek in België, is in 2025 de productie gestart van de Volvo EX30, een compacte en volledig elektrische SUV. Het model is populair door de lagere prijs in vergelijking met andere elektrische wagens van Volvo. De wagens worden nu ook gemaakt op de plek waar ze verkocht worden, aangezien 80 procent voor de Europese markt bestemd is.
IN
Door de EX30 op Europees grondgebied te bouwen, moet Volvo ook geen invoerheffingen betalen. Die zijn van toepassing op auto's die vanuit China Europa binnenkomen.
N
De Zweedse autobouwer, eigendom van het Chinese Geely, pompte meer dan 200 miljoen euro in de fabriek aan de John F. Kennedylaan. Er kwam een nieuwe productielijn met 580 robots en een grotere lasafdeling. Voor het eerst worden de deuren van de wagens in Gent geassembleerd, terwijl dat voorheen in Zweden gebeurde. Ook de batterij van de EX30 wordt in Gent zelf gemaakt. In de fabriek werken 6 500 mensen en met de komst van de EX30 komen er 300 banen bij. Naar: VRT NWS, 24/03/2025
VA
b Vul de tabel over het industriesysteem van Volvo Cars Gent met de juiste elementen aan. input -
grondstoffen
-
onderdelen
-
energie
-
arbeidskrachten
laagopgeleid / hoogopgeleid
-
kapitaal
kapitaalintensief / kapitaalextensief
proces
verwerking
-
mechanisering
geen / weinig / veel
©
-
output
afzetmarkt
4 TEST JEZELF 1
Geopolitieke spanningen rond grondstoffen
2 Vraag naar energie en grondstoffen
1 Race naar grondstoffen
143
SYNTHESE VAN FOSSIELE BRANDSTOFFEN NAAR HERNIEUWBARE ENERGIEBRONNEN
IN
zoals zon en wind
TOENEMENDE VRAAG NAAR METALEN
VA
N
zoals lithium (voor batterijen) en koper (voor kabels)
GEOPOLITIEKE SPANNINGEN
INDUSTRIELANDSCHAP
©
PLANET
MILIEUDRUK
INDUSTRIESYSTEEM
OMGEVENDE FACTOREN FYSISCHE FACTOREN: • reliëf • klimaat NATUURLIJKE HULPBRONNEN: Input • ontginning van grondstoffen • winning / opwekking energie grondstoffen – fossiele brandstoffen energiebronnen – hernieuwbare energie arbeidskrachten transport – kernenergie kapitaal – waterkracht
PEOPLE
SOCIO-ECONOMISCHE FACTOREN: • bevolkingsdichtheid • scholingsgraad • ontwikkelingsgraad (HDI) • politieke situatie
Proces WAT? productie van goederen (basis- en verwerkende industrie) HOE? productiewijze (handenarbeid / gemechaniseerd)
Output
transport
IMPORT WINST PROSPERITY het industriesysteem
144
THEMA 5 Industrie in transitie
AFZETMARKT
eindproducten
transport
investeringen
AFVAL
binnenlandse markt (consumptie in eigen land) buitenlandse markt (export naar buitenland)
2 INDUSTRIE ZET DRUK OP DE AARDE
IN
KERNVRAAG WAT ZIJN DE GEVOLGEN VAN MIJNBOUW EN INDUSTRIE VOOR ONZE PLANEET?
1 CHECK-IN
Het winnen van de grondstoffen voor je smartphone is erg belastend voor het milieu en gaat vaak gepaard met slechte arbeidsomstandigheden. Ook de productie van onderdelen en de assemblage ervan in fabrieken overal
ter wereld heeft een grote ecologische impact. Daarna legt je telefoon duizenden kilometers af voor hij in jouw
N
handen belandt. Hoe zwaar weegt dit alles op het systeem aarde? Test op iDiddit je kennis over mijnbouw.
2 OP ONDERZOEK
Lithiumwinning in Chili
VA
1
Lithium is een essentieel metaal voor batterijen in elektrische auto’s en dus onmisbaar in de energietransitie. Chili heeft de grootste lithiumreserves ter wereld en is, na Australië, de belangrijkste producent ervan (fig. 5.7).
Reserves (ton)
Chili
6 200 000
Australië
Argentinië
3 600 000
3 000 000
©
China
Verenigde Staten
Canada
9 300 000
44 000 86 000 9 600 33 000
1 100 000
4 000
930 000
3 400
Brazilië
390 000
4 900
Zimbabwe
310 000
3 400
Portugal 60 000
Fig. 5.7
Productie (ton)
380
Lithiumreserves en lithiumproductie per land in ton (2023; bron data: USGS)
2 Industrie zet druk op de aarde
145
In het noorden van Chili, aan de voet van de Andes, ligt de Atacama-woestijn (Salar de Atacama), een van de droogste plekken op aarde. Daar bevindt zich diep onder de grond een zoute waterlaag met pekel die rijk is aan lithium. Grote mijnbouwbedrijven pompen de pekel op en laten die in grote bekkens verdampen, zodat
Fig. 5.8
IN
het lithium kan worden gewonnen (fig. 5.9). Het oppompen doet het grondwaterpeil dalen.
Fig. 5.9
Zoutvlakte in Salar de Atacama
Lithiumontginning in Chili
Daarnaast gebruiken de bedrijven ook zoet water uit nabijgelegen rivieren die uit het Andesgebergte stromen.
Dat leidt tot conflicten met de lokale bevolking over de beschikbaarheid van water. Hoewel de ontginning relatief duurzaam gebeurt, is de impact op het landschap groot en worden lokale gemeenschappen getroffen, onder meer doordat jongeren in de mijnen gaan werken ten koste van de landbouw.
Het grootste deel van het lithium dat in Chili ontgonnen wordt, gaat naar China waar het verwerkt wordt in batterijen. Zodra Europa zelf voldoende batterijfabrieken heeft, kan Chili uitgroeien tot een belangrijke partner
N
voor de Europese markt. Dat zou de afhankelijkheid van China verminderen. Ook in Europa zijn lithiumvoorraden aanwezig. Toch stuiten nieuwe mijnbouwprojecten vaak op hevige weerstand, uit vrees voor milieuschade. Voorbeelden zijn de geplande mijnen van Rio Tinto in Servië en Barroso in Portugal. Daardoor is het erg moeilijk om nieuwe lithiummijnen in Europa te openen.
VA
2 Voormalige mijnbouw in België
In de 20ste eeuw waren er in België veel steenkoolmijnen, vooral in Limburg, de Borinage bij Bergen (Mons) en rond Charleroi (fig. 5.10). De terrils of steenbergen op voormalige terreinen van mijnen herinneren hieraan nog. De ontginning van steenkool gebeurde diep in de ondergrond, wat gevaarlijk en duur was. Toen het goedkoper werd om steenkool te importeren, stopte de ontginning in België. De laatste steenkoolmijn sloot in 1992 in Zolder (Limburg). De sluiting van de mijnen had grote gevolgen. Industrie die nauw verbonden was met de mijnbouw, zoals de staalnijverheid in Wallonië, verdween. De steenkoolmijnen leverden immers energie in de vorm van cokes voor de productie van staal. Het verdwijnen van de mijnbouw leidde zo tot de de-industrialisatie: het verlies van
©
belangrijke industriële activiteiten waaronder de staalindustrie.
Oostende
Turnhout Antwerpen
Brugge
Gent
Kortrijk
DELFSTOFFEN EN INDUSTRIE
Hasselt Leuven
BRUSSEL
Luik
Verviers
Namen
Bergen
Charleroi Dinant
DELFSTOFFEN Steenkool
INDUSTRIE IJzer en staal Andere metalen
Aarlen
Aardolieverwerking
Fig. 5.10 Steenkool en metaalindustrie in België
146
THEMA 5 Industrie in transitie
Fig. 5.11 Drijvende fietsbrug tussen de mijnterrils (Terhills Maasmechelen)
Op verschillende plaatsen kregen de sites nieuwe bestemmingen. Waar een nieuwe bestemming wordt gegeven aan oude ontginningsplaatsen, spreken we van reconversie. Een voorbeeld is de voormalige mijnsite van Beringen, die sloot in 1989. Ze werd omgevormd tot be-MINE, een toeristisch-recreatieve site met bedrijven,
IN
horeca, erfgoed, cultuur, natuur en avontuur (fig. 5.12).
Fig. 5.12 Site Beringen vroeger (links) en nu als bewaarde mijnsite be-MINE (rechts)
3 Staalproductie in België
ArcelorMittal in Gent is het enige staalbedrijf in België dat het volledige productieproces uitvoert van ijzererts
als grondstof tot afgewerkt staal. Het beschikt over hoogovens, waarin ijzererts en cokes worden omgezet in ruwijzer. Dat ruwijzer wordt verder verwerkt tot rollen plaatstaal (coils). Andere sites in België doen enkel aan
©
VA
N
staalverwerking.
Fig. 5.13 Staalbedrijf ArcelorMittal in Gent
De productie van staal is wereldwijd een van de grootste bronnen van CO₂-uitstoot. Het proces vraagt veel energie: bij de verbranding van cokes komt CO2 vrij en ook de chemische reacties in de hoogovens stoten CO2 uit. Daarnaast veroorzaakt de staalindustrie verschillende vormen van vervuiling zoals:
-
luchtverontreiniging: fijnstof, zware metalen en andere schadelijke stoffen;
-
waterverontreiniging: mogelijke verontreiniging van afvalwater met chemicaliën en zware metalen;
-
bodemverontreiniging: vervuiling door opslag van grondstoffen en neerslag van fijnstof uit de lucht.
Toch streeft ArcelorMittal ernaar om te voldoen aan alle milieunormen en investeert het bedrijf in duurzame technologieën om zijn impact te beperken.
2 Industrie zet druk op de aarde
147
4 De wereldwijde kledingindustrie De productie van kledij gebeurt vooral in landen met lage arbeidskosten, zoals China, Bangladesh, Vietnam en India. De vraag komt vooral uit Europa en Noord-Amerika. Azië is een van de snelst groeiende markten voor kleding. Tegelijk groeit de vraag naar kleding steeds sneller in Afrika. Door bevolkingsgroei en toenemende verstedelijking ontstaat daar een nieuwe en grote afzetmarkt. De productie vindt hierdoor meer in Afrika plaats, waar landen als Ethiopië, Kenia en Fig. 5.14 Kledingfabriek in Java (Indonesië)
Marokko opkomende productiecentra zijn.
IN
Fast fashion zorgt er ook voor dat Afrika belangrijker wordt, omdat het kan inspelen op snellere, goedkopere en flexibelere productie. De consumptie van fast fashion heeft een zware milieukost. Die impact blijft vaak verborgen voor de consument. Bij elke stap in de productie- en gebruiksketen ontstaan milieuvervuilende effecten. Twee voorbeelden hiervan zijn chemische vervuiling en microplastics.
Bij de productie van textiel ontstaat chemische vervuiling. In Lesotho, rond de hoofdstad Maseru, liggen
jeansfabrieken die produceren voor grote internationale merken. Tijdens het verven en stonewashen komen
synthetische kleurstoffen en andere chemicaliën vrij. Het afvalwater uit deze fabrieken wordt vaak ongezuiverd
geloosd in nabijgelegen rivieren. Daarnaast zorgen synthetische stoffen zoals polyester voor microplastics. Bij het wassen van deze kleding komen kleine plasticvezels vrij die in rivieren en oceanen terechtkomen. Ze zijn moeilijk
©
VA
N
afbreekbaar en vormen een bedreiging voor het zeeleven en uiteindelijk ook voor de mens.
Fig. 5.15 Kledingindustrie met waterzuiveringsstation rond de hoofdstad Maseru (Lesotho)
148
THEMA 5 Industrie in transitie
3 AAN DE SLAG 1 V20
Lithiumwinning Bestudeer hoe lithium wordt gewonnen in Chili en Australië. Gebruik de tekst en de figuren uit dit hoofdstuk, Google Earth en indien nodig extra bronnen. Beantwoord de vragen. a
Verken Salar de Atacama (Chili) en Greenbushes (West-Australië) in Google Earth. Beschrijf kort wat opvalt aan het landschap en de manier van ontginnen. - Salar de Atacama: - Greenbushes:
IN
b Vul de onderstaande tabel in en vergelijk zo de lithiumwinning in Chili (Salar de Atacama) met die in Australië (Greenbushes). Gebruik hiervoor eventueel een AI-zoekmachine.
Hoe wordt lithium gewonnen?
Wat zijn de voordelen voor
lokale bevolking?
VA lokale bevolking?
Chili en Australië kunnen beide economisch beter worden van de lithiumwinning en helpen de wereld
groener te maken. Maar het kan ook ten koste gaan van het milieu en de lokale gemeenschappen.
•
Beoordeel de uitspraken in de tabel: zijn ze positief (+) of negatief (–)?
•
Noteer of de uitspraak vooral de economie (1) of de ecologie (2) benadrukt.
•
Plaats de nummers van de uitspraken in het juiste kwadrant (economisch/ecologisch – positief/negatief).
+/–
1/2
©
c
N
op het milieu?
nadelen voor
Greenbushes (West-Australië)
Wat is de impact
Wat zijn de
Salar de Atacama (Chili)
uitspraken over lithiumontginning
[1] Ingenieur: “Lithiumwinning is essentieel voor de energietransitie, en we doen ons best om het zo efficiënt en veilig mogelijk aan te pakken.” [2] Lokale bewoner (Chili): “Het mijnwaterverbruik droogt onze regio uit en tast ons levensonderhoud aan, waardoor onze toekomst steeds onzekerder wordt.”; Lokale bewoner (Australië): “Ik maak me zorgen over de schade aan ons landschap.” [3] Politicus (Chili): “We moeten profiteren van onze grondstoffen, ze zorgen voor werkgelegenheid en inkomsten voor ons land.”; Politicus (Australië): “Lithiumexport versterkt onze economie en onze positie in de wereld, vooral nu de vraag toeneemt.” [4] Milieuactivist: “Het is paradoxaal dat we het milieu verwoesten om elektrische auto’s te maken, terwijl die net bedoeld zijn om het te beschermen.” [5] Autofabrikant: “Zonder voldoende lithium kunnen we de overstap naar elektrische mobiliteit niet waarmaken, want batterijen zijn cruciaal voor onze sector.” 2 Industrie zet druk op de aarde
149
+/–
1/2
uitspraken over lithiumontginning [6] Klimatoloog: “Lithium is onmisbaar om de CO₂-uitstoot wereldwijd te verlagen, maar de ontginning moet op een verantwoorde manier gebeuren.” [7] Bioloog: “De lithiumwinning verstoort kwetsbare ecosystemen en bedreigt unieke planten- en diersoorten. Dit is een impact die vaak onderschat wordt.” [8] Energiebedrijf: “De energietransitie creëert een sterkte groeimarkt. De vraag naar groene energie vraagt om grootschalige batterijopslag, en dus om meer lithium.” [9] Geoloog: “De voorraden lithium zijn eindig; we moeten nu al nadenken over hergebruik en alternatieven om de transitie duurzaam te maken.” [10] Directeur van een recyclagebedrijf: "Een circulaire aanpak maakt ons minder
IN
afhankelijk van eindige grondstoffen en vervuilende ontginning."
[11] Professor economie (Chili): "De afhankelijkheid van een exportproduct maakt onze economie kwetsbaar voor prijsdalingen."
[12] Gemeenteraadslid (Australië): "Het toerisme in onze regio lijdt onder de aantasting van het landschap, waardoor lokale inkomsten terugvallen."
VA
negatief
N
ecologische waarde (2) planet
economische waarde (1) prosperity
d Lees de uitspraken opnieuw na en trek een conclusie. - economisch positief:
©
- economisch negatief:
- ecologisch positief:
- ecologisch negatief:
150
THEMA 5 Industrie in transitie
positief
2 Reconversie in Duitsland en Australië Bekijk de onderstaande voorbeelden in Duitsland en Australië. Bestudeer hoe voormalige mijnsites een nieuwe bestemming kregen en vergelijk beide vormen van reconversie. a
Lees de onderstaande infotekst over het Zollverein in Essen (Duitsland) en check de website online. Hoe is het landschap hier veranderd?
IN
Het Ruhrgebied was lange tijd een van de belangrijkste industriële regio’s van Europa. Hier werd vooral steenkool ontgonnen en staal geproduceerd. Na de teloorgang van de industrie werd geprobeerd om er een toekomstgerichte en leefbare regio van te maken. Oude fabrieken en mijnen kregen een nieuwe bestemming als UNESCO-werelderfgoedsite en toeristische trekpleister. Een mooi voorbeeld hiervan is het Zollverein in de stad Essen, vroeger een van de grootste steenkoolmijnen van Europa.
N
b Lees de onderstaande infotekst over Lake Kepwari (West-Australië) en check de website online. Hoe is het landschap hier veranderd?
©
VA
Lake Kepwari ligt in de buurt van het stadje Collie in West-Australië. Vroeger was dit een mijn, waar men tientallen jaren lang steenkool uit de grond haalde. Toen de mijn gesloten werd, bleef er een diepe krater over. In plaats van een leeg mijnlandschap achter te laten, werd de mijnkrater gevuld met water en besloot de overheid het om te vormen tot een recreatiegebied. Vandaag is het een populaire plek om te zwemmen, vissen, waterskiën, kamperen en wandelen.
c
Vergelijk de reconversie in het Ruhrgebied met die in West-Australië. Markeer wat juist is. Bij de reconversie in het Ruhrgebied ligt de nadruk vooral op natuur en recreatie / cultuur en erfgoed en in West-Australië eerder op natuur en recreatie / cultuur en erfgoed. De verschillen in bevolkingsdichtheid spelen hierin een grote rol: het Ruhrgebied heeft een lage / hoge bevolkingsdichtheid en West-Australië een lage / hoge bevolkingsdichtheid. Er zijn in het Ruhrgebied / West-Australië dan ook meer mogelijkheden voor reconversie van natuurlijke landschappen dan van stedelijke landschappen. 2 Industrie zet druk op de aarde
151
3 ArcelorMittal in Gent In de basisindustrie worden grondstoffen omgezet in half afgewerkte producten. Ontdek meer over ArcelorMittal, een van de Belgische bedrijven die actief zijn in de basisindustrie.
V6
a
Neem de atlaskaart waarop je meer info vindt over het Gentse havengebied en zoek het bedrijf ArcelorMittal.
b Arceer de site van ArcelorMittal groen op de kaart. c
Waarom is de ligging van dat bedrijf goed gekozen?
IN
d ArcelorMittal heeft ook een belangrijke afnemer van
de staalplaten in de buurt. Over welk bedrijf gaat het? Arceer de site van dit bedrijf rood op de kaart.
Havengebied Gent (bron: NGI)
Ontginning en industrie oefenen grote druk uit op het systeem aarde. Noteer in de vakken bij de rode pijlen
N
e
waaruit die druk bestaat voor een staalbedrijf zoals Arcelor Mittal.
atmosfeer:
VA
geosfeer:
©
biosfeer:
hydrosfeer:
152
THEMA 5 Industrie in transitie
4 Winning van kobalt in DR Congo Bekijk de reportage en beantwoord de vragen. a
Waarom is kobalt tegenwoordig een belangrijke grondstof?
b Beschrijf de werkomstandigheden in de mijnen?
IN
N
Kinderarbeid in een kobalt- en kopermijn in Kolwezi (DR Congo)
c
Waarom heeft de grote voorraad grondstoffen in de Democratische Republiek Congo niet geleid tot een
VA
sterke industrialisatie van het land?
d Conclusie: markeer wat juist is.
Ondanks de bodemrijkdom is de DR Congo een van de armste / rijkste landen ter wereld. De inkomsten komen vooral terecht bij de eigen bevolking / buitenlandse bedrijven. De meeste arbeiders in de kleinschalige mijnbouw werken in veilige / gevaarlijke omstandigheden. Mijnbouw zorgt voor lokale werkgelegenheid, maar gaat vaak gepaard met betere leefomstandigheden / uitbuiting en milieuvervuiling. Als consument kunnen wij kiezen voor duurzame producten /
©
niets veranderen aan deze situatie.
4 TEST JEZELF 1
Mijnbouw
2 Industrie en reconversie
2 Industrie zet druk op de aarde
153
SYNTHESE INDUSTRIE ZET HET SYSTEEM AARDE ONDER DRUK
IN
ontginning van metalen voor energietransitie
-
milieuschade
-
watersnood bij de lokale
uitbuiting plaatselijke inwoners
N
-
gemeenschap
(ook kinderen)
-
gevaarlijke werkomstandigheden
VA
vergroening als uitdaging in veel industrietakken bv. staalproductie
atmosfeer: luchtvervuiling
©
+ uitstoot broeikasgassen
biosfeer:
geosfeer:
bedreiging voor
littekens in
planten en dieren
het landschap
hydrosfeer: watervervuiling en intensief waterverbruik
154
THEMA 5 Industrie in transitie
3 HET KAN ANDERS!
IN
KERNVRAAG HOE GAAN WE DUURZAAM OM MET GRONDSTOFFEN EN ENERGIEBRONNEN?
1 CHECK-IN
Niet alleen de ontginning van grondstoffen voor onze smartphone en de productie ervan zijn belastend voor het milieu. De gebruikte materialen zullen ook als afval terugkeren in het milieu.
N
Ontdek hoe jij slim kunt omgaan met je smartphone zonder offline te gaan en zonder de planeet te zwaar te belasten. Ga naar iDiddit en onderzoek hoe hergebruik een verschil kan maken.
Fig. 5.16 Recyclage van je smartphone
VA
2 OP ONDERZOEK
1
Recyclage van grondstoffen
Umicore in Hoboken bij Antwerpen is een van de belangrijkste bedrijven in Europa voor de recycling van elektronisch afval, ook wel urban mining genoemd. Uit de afvalstroom die bestaat uit afgedankte smartphones, roetfilters, moederborden … kan het bedrijf 17 metalen terugwinnen: van edelmetalen, zoals goud en zilver, tot onmisbare metalen voor de industrie, zoals antimoon dat materialen vuurvast maakt (fig. 5.17). Omdat Europa geopolitiek kwetsbaar is op het vlak van
©
grondstoffen, wil de EU minder afhankelijk worden van andere landen. Dat betekent dat Europa meer moet inzetten op eigen mijnbouw en raffinage, maar ook op hergebruik van grondstoffen. Vandaag wordt in de EU nog geen 10 % van de kritieke grondstoffen gerecycleerd. Zeldzame aardmetalen worden zelfs niet of nauwelijks herwonnen. Dat komt vooral doordat afgedankte toestellen te weinig worden ingezameld, en omdat recycling van kritieke grondstoffen vaak niet rendabel is.
Fig. 5.17 Smeltoven van de recyclefabriek Umicore in Hoboken
Urban mining speelt daarom een belangrijke rol in de overgang naar een circulaire economie waarin we materialen zo lang mogelijk in de kringloop houden. In plaats van altijd maar nieuwe grondstoffen uit de natuur te halen, gebruiken we wat al aanwezig is in onze samenleving. Dat spaart energie, beperkt afval, vermindert de druk op het milieu, en helpt ons schaarse grondstoffen beter te benutten.
3 Het kan ANDERS!
155
2 Groene waterstoffabriek Op aarde komt waterstofgas (H2) nauwelijks vrij voor. Waterstofatomen zijn meestal gebonden in andere moleculen, zoals water (H2O). Om waterstofgas te maken, moet je die bindingen verbreken, en dat kost veel energie. Wanneer H2 opnieuw verbindingen aangaat met andere atomen, komt die energie weer vrij. Zo is waterstof een energiedrager, net zoals een batterij. Er bestaan verschillende productiemethodes. Grijze waterstof wordt gemaakt met fossiele brandstoffen. Daarbij komt tijdens de productie CO₂ vrij in de atmosfeer. Groene waterstof wordt gemaakt door elektrolyse:
IN
water wordt met behulp van elektriciteit gesplitst in waterstof- en zuurstofgas
(fig. 5.18). Als die elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen komt, stoot dit proces geen CO₂ uit.
Fig. 5.18 Productie van waterstof door middel van elektrolyse
Waterstof kampt nog altijd met uitdagingen. Directe elektrificatie, zoals voertuigen of installaties die rechtstreeks
op elektriciteit werken, is veel efficiënter dan elektriciteit gebruiken om eerst waterstof te maken als energiedrager,
©
VA
N
omdat er veel energieverlies optreedt. Toch worden er steeds meer projecten opgezet (fig. 5.19).
Fig. 5.19 Elektrolyser voor de productie van waterstof
Zeebrugge is een mooi voorbeeld. Hier wordt de eerste Belgische fabriek voor groene waterstof gebouwd. De productie gebeurt volledig met zonne- en windenergie. Zo gaat er geen broeikasgas de lucht in. Bovendien kan overtollige energie nuttig worden ingezet: windenergie ’s nachts of een overschot aan zonne-energie overdag wordt omgezet in waterstof. Die waterstof kan later weer worden gebruikt wanneer er energie nodig is. De fabriek heeft een vermogen van 25 megawatt, te vergelijken met vier grote windturbines. De ambitie is niet alleen om waterstof te leveren aan de industrie en de transportsector, maar ook om het elektriciteitsnet in balans te houden. De installatie kan elektriciteit opnemen of kan tijdelijk stilgelegd worden, afhankelijk van wat nodig is.
156
THEMA 5 Industrie in transitie
3 Vergroening van de staalindustrie De behoefte aan staal in de wereld zal naar schatting tegen 2050 verdubbelen. Maar staal produceren is op dit moment allesbehalve duurzaam. Er zijn wereldwijd ongeveer 550 staalfabrieken en die stoten jaarlijks 2,8 gigaton CO2 uit. Dat is ongeveer 7 % van alle broeikasgasuitstoot wereldwijd. Daarmee is het de meest klimaatonvriendelijke industrie op aarde. Zweden is gestart met de productie van fossielvrij staal via het HYBRIT-project, een samenwerking tussen de staalproducent SSAB, het ijzerertsmijnbedrijf LKAB en het energiebedrijf Vattenfall (fig. 5.20). Hierbij wordt groene waterstof gebruikt in plaats van steenkool om ijzererts te reduceren tot ruwijzer. Dat ijzer vormt de basis voor fossielvrij staal, dat geproduceerd wordt zonder dat er CO2 vrijkomt – enkel waterdamp als bijproduct. Het Zweedse staalbedrijf SSAB beschikt hiervoor over voldoende hernieuwbare energiebronnen in de vorm van
VA
N
IN
waterkracht en wind, aangevuld met koolstofarme kernenergie.
Fig. 5.20 Fossielvrije staalfabriek van SSAB in het noorden van Zweden (Lulea)
Grootschalige productie van groen staal wordt pas haalbaar wanneer hernieuwbare stroom voldoende goedkoop is. ArcelorMittal in Gent heeft daarom zijn investeringen in waterstoftechnologie uitgesteld, omdat ze voorlopig niet rendabel zijn. Intussen lopen er projecten om groen staal te maken op basis van elektrochemische processen. Dat is onder meer het geval bij het bedrijf Boston Metal in de Verenigde Staten. Daar wordt elektriciteit gebruikt om via een chemisch proces ijzer uit ijzererts te halen.
©
Daarnaast wordt er in de sector van de staalproducenten ook geëxperimenteerd met koolstofafvang en -opslag (Carbon Capture and Storage of CCS). Dat is een techniek om de uitstoot van CO2 door fabrieken te stoppen. In plaats van het broeikasgas rechtstreeks in de lucht te brengen, wordt de CO2 afgevangen uit de schoorsteen van de fabriek. Dit wordt vervolgens samengeperst en via pijpleidingen diep onder de grond gepompt, bijvoorbeeld in lege gasvelden of diepe zoutlagen. Zo wordt voorkomen dat het broeikasgas in onze atmosfeer terechtkomt en de opwarming van de aarde versterkt. CCS grijpt dus in door de koolstof uit de korte koolstofcyclus te halen en die langdurig onder de grond op te slaan (fig. 5.21).
Fig. 5.21 Carbon Capture and Storage (CCS)
3 Het kan ANDERS!
157
3 AAN DE SLAG 1
Urban mining Staal is een materiaal dat onbeperkt en zonder kwaliteitsverlies kan gebruikt worden. De voorwaarde is wel dat het correct gesorteerd en verwerkt wordt. Bekijk het filmpje op iDiddit en koppel de foto's uit de kringloop aan de juiste fase van het recyclageproces.
IN
Het Belgische recyclage- en recuperatiebedrijf Stevens Recycling speelt een cruciale rol in het inzamelen van metalen zoals oud ijzer, koper en aluminium afkomstig vanuit de stad (urban mining). Het bedrijf sorteert, zuivert en vermaalt de metalen tot bruikbaar schroot. Vervolgens gaan de materialen naar smelterijen in binnen- en buitenland, die ze omvormen tot nieuw staal of andere producten.
4
N
3
VA
2
©
1
7
Het schroot wordt in de schrootpers samengeperst. Het schroot wordt verzameld. Het schroot wordt vermalen. Het schroot wordt naar de schrootverwerker getransporteerd. In de staalfabriek wordt het schroot hersmolten tot nieuw staal. Het versnipperde schroot wordt naar de staalfabriek getransporteerd. Gevaarlijke materialen zoals batterijen worden uit het schroot gehaald.
158
THEMA 5 Industrie in transitie
6
5
2 De toekomst van de scheepvaart Bekijk het filmpje over het vrachtschip Pyxis Ocean met windvleugels. Beantwoord de vragen. a
Waarom kunnen vrachtschepen met windvleugels de scheepvaart duurzamer maken?
b Vrachtschepen op batterijen zijn nog niet haalbaar voor grote vrachtschepen die lange afstanden afleggen. Daarvoor zijn ze te groot en te zwaar. Voor korte afstanden en binnenvaart kan het al wel. Zoek online naar
3 Vergroening van de staalindustrie
IN
concrete voorbeelden van vrachtschepen die elektrisch varen.
Lees het onderstaande artikel uit De Standaard. Beantwoord nadien de vragen.
Eerste grote vergroeningsproject van ArcelorMittal riskeert te stranden
N
De initiatieven van ArcelorMittal om minder CO2 uit te stoten, lopen niet van een leien dakje. Nu is ook de toekomst onzeker van een fabriek waarin koolstofrijke afvalgassen uit de hoogovens worden omgezet in ethanol.
VA
Steelanol, het grootste concrete vergroenings-project tot nu toe, stuit immers op technische problemen. Het is een installatie waarin Arcelor-Mittal, met de hulp van bacteriën, koolstofrijke afvalgassen uit de hoogovens van de staalfabriek omvormt tot ethanol. Die kan nadien gebruikt worden als grondstof in de chemie-industrie of als biobrandstof. De bouw van de installatie was het belangrijkste luik van een eerste grote vergroeningsinvestering ter waarde van 215 miljoen euro. Het gaat om pionierswerk, maar de topman van ArcelorMittal Gent steekt niet weg dat het opschalen van de ethanolproductie vertraging oploopt.
©
Bron: De Standaard, 18/06/2025
a
Wat is het beoogde doel van het Steelanol-project?
b Waarom is dat belangrijk voor het milieu?
1 Het kan ANDERS!
159
4 Verband tussen welvaart en investeringen Wat is de invloed van een hogere welvaart op investeringen in duurzame technologie? a
Vul het causaal diagram aan. Zet bij de pijlen een + bij een versterkende relatie (de variabelen bewegen in dezelfde richting) en een - bij een verzwakkende relatie (de variabelen bewegen in tegengestelde richting).
vraag naar producten
welvaart
en diensten
IN vraag naar hernieuwbare grondstoffen en
grondstoffen en
energiebronnen
energiebronnen
ontginning
recyclage
N
siteit
water- en bodem-
gassen
verontreiniging
VA
uitstoot vervuilende
b Noteer een besluit op basis van het schema.
©
4 TEST JEZELF 1
Recyclage van smartphones
2 Ecosteel 3
160
Welvaart en investeringen
THEMA 5 Industrie in transitie
verbeterde productieprocessen
vraag naar
biodiver-
duurzame technologie / investeringen
kwaliteit van het milieu
SYNTHESE INDUSTRIE: HET KAN ANDERS!
RECYCLAGE
DUURZAMERE PRODUCTIE DOOR TECHNOLOGISCHE INNOVATIE
IN
DUURZAMER CONSUMEREN
hergebruik (re-use)
bv. productie van groen staal
N
bv. urban mining
bv. via inzamelpunt van Recupel
©
VA
bv. refurbished mobiele telefoons
inzameling oude smartphones
THEMA 5 synthese
161
BEGRIPPENLIJST INDUSTRIE IN TRANSITIE hoofdstuk
begrip
definitie
1
afgewerkt product
product dat klaar is om te gebruiken, bv. een batterij voor een laptop
1
de assemblage
het in elkaar zetten van onderdelen tot een afgewerkt product
1
de basisindustrie
industrie die grondstoffen omvormt tot half afgewerkte producten
3
circulaire economie
economisch systeem dat duurzaam omgaat met grondstoffen, materialen
2
cokes
IN
en hulpbronnen door ze zo lang mogelijk in een kringloop te houden
brandstof die gemaakt wordt van steenkool en gebruikt wordt om ijzererts om te zetten in ruwijzer
2
coils
grote rollen opgerold staal, bv. om te verwerken in auto’s
1
de consumptie
het gebruik van goederen en diensten om behoeften te vervullen,
bv. voedsel, kledij, kapper en ook digitale inhouden (sociale media, muziek streamen, onlinewinkelen, bankieren, navigeren …) 2
de-industrialisatie
het verdwijnen van industrie in een bepaalde regio
1
de digitalisering
proces waarbij informatie, communicatie en processen steeds vaker
N
verlopen via digitale technologie, zoals computers, smartphones en internet
3
het elektrochemische proces
chemische reactie die op gang wordt gebracht door elektriciteit
3
de elektrolyse
proces waarbij elektriciteit wordt gebruikt om een stof te splitsen in aparte onderdelen; vaak gebruikt voor de productie van waterstof uit water
de energiedrager
slaat energie op en maakt het mogelijk om die energie naar een andere plek
VA
3
te verplaatsen of op een later moment te gebruiken
1
de energietransitie
de overgang van fossiele brandstoffen zoals olie, steenkool en gas naar duurzame energiebronnen zoals zon, wind en waterkracht
2
het erfgoed
wat we erven van vorige generaties en willen bewaren voor de toekomst
2
fast fashion
productie van goedkope, trendy kleding die ontworpen is om snel in de winkels te liggen en die inspeelt op de nieuwste modetrends
1
de geopolitiek
onderzoekt hoe factoren zoals ligging, grenzen en hulpbronnen de machtsverhoudingen, het beleid en conflicten tussen staten beïnvloeden
geopolitieke spanningen
ontstaan wanneer landen met elkaar in conflict komen over macht
grijze waterstof
waterstof die geproduceerd wordt met fossiele brandstoffen,
©
1
3
of controle over belangrijke grondstoffen of strategische belangen waarbij CO₂ in de lucht vrijkomt
3
groene waterstof
waterstof die geproduceerd wordt met duurzame energie
1
half afgewerkt product
een grondstof die al gedeeltelijk bewerkt is tot een industrieel product
het industriesysteem
het geheel van economische activiteiten waarbij grondstoffen worden
1
bv. een staalplaat, maar nog verder verwerkt moet worden tot eindproduct gebruikt voor de productie van goederen
1
kritieke grondstoffen
grondstoffen die onmisbaar zijn voor moderne technologie, maar waarvan de bevoorrading onzeker is of afhankelijk van een beperkt aantal landen
162
THEMA 5 BEGRIPPENLIJST
INDUSTRIE IN TRANSITIE hoofdstuk 1
begrip het metaal
definitie een scheikundig element dat voorkomt in ertsen, hard en glanzend is en zowel warmte als elektriciteit goed geleidt
3
megawatt
de eenheid van vermogen; 1 megawatt (MW) = 1 000 kilowatt (kW)
2
microplastics
kleine plasticdeeltjes (< 5 mm) die vaak in het milieu terechtkomen en moeilijk of niet afbreekbaar zijn
1
de ontginning
het winnen van grondstoffen uit de aardkorst
1
de productie
het verwerken van metalen of materialen tot producten, bv. batterijen
IN
voor elektrische auto’s 1
de raffinage
het zuiveren van de ruwe grondstof tot een bruikbaar metaal of materiaal
2
de reconversie
een gebied een nieuwe functie of bestemming geven nadat de oude
activiteit (vaak industrie) verdwenen is, bv. wanneer een fabrieksterrein wordt omgevormd tot een woonwijk 3
recycling
het hergebruiken of omzetten van afval naar nieuwe grondstoffen
3
urban mining
letterlijk ‘mijnbouw in de stad’; het terugwinnen van grondstoffen uit stedelijk afval, bv. elektronica, bouwmaterialen ...
het vermogen
hoeveelheid energie die per seconde wordt gebruikt of geproduceerd
1
de verwerkende industrie
het omvormen van half afgewerkte producten tot afgewerkte producten
1
zeldzame aardmetalen
groep van 17 metalen (zoals neodymium, dysprosium en terbium) die gebruikt worden in moderne technologie, zoals magneten, batterijen en elektronica
VA
N
3
©
THEMA 5 BEGRIPPENLIJST
163
VA
© N IN