De weg naar Magnolia Glen (9789492408761)

Page 1


DE WEG NAAR

MAGNOLIA GLEN Langs de Natchez-route Pam Hillman Roman Vertaald door Gerda Bijzet

Uitgeverij de Parel – Doornenburg 2


De weg naar Magnolia Glen is het tweede deel van de serie Langs de Natchez-route, die je meeneemt naar het achttiende-eeuwse Natchez, Mississippi. Eerder verscheen De belofte van Breeze Hill.

Nederlandse vertaling © Uitgeverij de Parel – Doornenburg, 2019 www.uitgeverijdeparel.nl Oorspronkelijk verschenen in het Engels onder de titel The Road to Magnolia Glen. Copyright © 2018 by Pam Hillman De Bijbelcitaten in deze uitgave zijn afkomstig uit De Herziene Statenvertaling. Vertaling: Gerda Bijzet Opmaak omslag: TMgraphics.nl Opmaak binnenwerk: TMgraphics.nl ISBN 9789492408761 NUR 342 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, hetzij mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor recensies mogen korte bloemlezingen worden gebruikt. All rights reserved. No part of this publication might be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording, or otherwise, without the prior written permission of the publishers. The only exception is brief quotations in printed reviews. 3


Ik draag dit boek op aan mijn jongste zoon Darin. Stille wateren, diepe gronden, luidt het spreekwoord. En dat is precies zoals ik Darin ken. Ogenschijnlijk is hij een nuchtere jongen, gemakkelijk in de omgang en altijd even charmant. Voor iedereen die hij tegenkomt, heeft hij wel een glimlach paraat. Deze jongeman draagt je boodschappentassen al voordat je hem gevraagd hebt of hij je wil helpen, hij opent voor elke vrouw (jonge vrouwen, maar ook iets oudere) het autoportier en verliest nooit zijn geduld, tenzij hij ziet dat iemand gepest wordt. Ik kan me maar van ĂŠĂŠn keer in zijn leven herinneren dat hij daadwerkelijk uit zijn vel sprong (de ruzietjes met zijn broer niet meegerekend) en dat was toen hij er als tiener getuige van was dat een aantal jongedames werd lastiggevallen door onbekenden. Het is toch geen wonder dat juist deze jongen, met zijn gulle karakter, zorgzame houding en de gave om met voor zowel jong als oud te zorgen ervoor koos om in de medische wereld te gaan werken? Darin Hillman is een echte heer, met het hart op de goede plaats.

4


5


Proloog De Lady Gallant, midden op de Atlantische oceaan Januari 1792 ‘Ik wil jouw broertje niet langer in de buurt van mijn zusje zien!’ Quinn O’Shea zette zijn voeten nog wat verder uit elkaar, in een laatste poging om zijn evenwicht te bewaren. Na weken aan boord van de Lady Gallant te zijn, had hij behoorlijk last van zeebenen gekregen. Een woeste storm had alle passagiers ertoe gedwongen dagenlang binnen te blijven. Maar de kooien op het tussendek waren nauwelijks geschikt voor varkens, laat staan mensen. Nu was de storm echter voorbij. Althans, als je degene die tegenover hem stond, met haar vurige blauwe ogen, de witblonde lokken haar die door de wind alle kanten op werden geblazen en haar wangen die door alle opwinding een appelrode kleur hadden gekregen, niet meetelde. Haar verschijning was mooier dan de blauwste zomerlucht, of het zuiverste goud. Hij had haar twee keer eerder op het dek gezien, maar ze viel een beetje uit de toon bij al die krioelende mensen die als blokken hout in de buik van het schip waren opgestapeld. Hij kon het niet laten te grinniken. ‘Aha, en welke van mijn twee broers zou dat dan moeten wezen, jongedame? Rory of Patrick?’ Als antwoord op zijn vraag vormden haar wenkbrauwen, die drie tinten donkerder waren dan haar haar, zich samen tot een frons. Ze ging iets rechterop staan en keek hem hooghartig aan. ‘Je gaat me toch niet vertellen dat er nog meer van die deugnieten rondlopen?’ 6


De toon van haar stem en de manier waarop ze haar kin in de lucht stak, deden vermoeden dat de wind een onaangename geur in haar richting had geblazen. Hij fronste. Ze sprak met een Brits accent dat een klein vleugje van de klank van het thuisland in zich droeg. Maar ze deed duidelijk wanhopig haar best om die te verdoezelen. Zo iemand dus. Er vloeide kennelijk genoeg Brits-aristocratisch bloed door haar aderen om haar Ierse afkomst te verloochenen. Hetzelfde gedrag had hij ook bij veel Britse landheren bespeurd. ‘Deugnieten zijn het, absoluut.’ Quinn deed een stap in haar richting en hield haar blik vast. Ze knipperde met haar ogen en deinsde achteruit. ‘En aye, het is er meer dan één. Dus hoe moet ik weten over welke van de twee boefjes je het hebt?’ Twee goedgeklede mannen, die op dat moment juist bezig waren met een ronde over het dek, kwamen bij hen staan en keken Quinn wantrouwend aan. ‘Juffrouw Young,’ richtte een van de heren zich tot het meisje, ‘valt deze, eh… jongeheer u lastig?’ Hij wierp Connor een neerbuigende blik toe. ‘Nee, meneer Marchette.’ Haar jurk ruiste toen ze een lichte buiging voor hem maakte. De zijden roomkleurige rok plooide rond haar enkels op het dek en viel over Quinns afgetrapte laarzen. ‘Hij bood me juist aan om mijn zusje te gaan zoeken. Maar ik waardeer uw betrokkenheid, meneer.’ ‘Graag gedaan, juffrouw. Fijne dag.’ Nog voordat de mannen goed en wel uit het zicht waren, wendde het hooghartige meisje zich weer tot Quinn. Als een vijandige hond die zijn bot bewaakt, ging ze verder: ‘Ik weet niet hoe jouw broer heet, maar sinds die storm is overgewaaid, hebben hij en mijn zusje als ratten over het schip gezworven. Ik ben echt ten einde raad.’ ‘En nu verwacht je van mij dat ik hem bij jouw zusje uit de buurt houd? Waarom kiest jouw zusje er zelf niet voor om bij mijn broertje uit de buurt te blijven?’ ‘Daar probeer ik ook heus wel op toe te zien.’ Haar blauwe ogen flikkerden. ‘Maar als jij zo vriendelijk zou willen zijn om ook… O!’ Het schip slingerde opzij. Ze deed een greep naar de reling, maar miste. Quinn aarzelde niet en sloeg zijn arm om haar middel, precies op tijd om te voorkomen dat ze tegen het ruwhouten dek zou vallen. Haar blauwe ogen vonden de zijne. Ze waren niet langer vol woede, 7


maar eerder groot van verbazing. Heel even vormde haar roze lippen een verraste O, waarna ze ze direct weer stijf op elkaar perste. Het ongenoegen straalde van haar af. Ze trok zich los, streek haar jurk glad en koos de aanvalsstrategie. ‘Mijn zusje is te jong om zich met jongens in te laten.’ Op haar jukbeenderen verschenen kleine, rode vlekjes. ‘Je bedoelt te jong om met arme, Ierse sukkels om te gaan?’ Quinn probeerde het plagend te laten klinken, maar vanbinnen kookte hij. ‘Dat heb je mij niet horen zeggen.’ Ze slaakte een zucht. ‘Kijk, meneer…’ ‘O’Shea, Quinn O’Shea.’ Quinn tikte even tegen zijn hoed en gaf haar een kort knikje. ‘Meneer O’Shea, zoals je wellicht weet zullen we binnen een paar weken in Natchez arriveren en, nu ja, weet je, ik sta op het punt te gaan trouwen. En…’ Ze beet op haar lip. Het vuur in haar ogen veranderde in een bezorgde gloed. ‘Ik heb mijn handen vol aan Megan. Ze gedraagt zich nogal jongensachtig en hoe minder problemen ze veroorzaakt, hoe beter het voor ons allemaal is.’ ‘Jongensachtig? En dan maak je je zorgen omdat ze met mijn broertje Rory optrekt?’ Hij keek haar vragend aan. ‘Vertel eens, hoe oud is uw zusje precies?’ ‘Ze is acht…’ ‘Acht?’ Quinn gooide zijn hoofd in zijn nek en barstte in lachen uit. ‘Ik begrijp niet wat daar zo grappig aan is.’ Het vuur had haar ogen weer gevonden. ‘Zoals ik al zei, ik heb twee broertjes en ik weet bijna zeker dat je je echt geen zorgen over Patrick hoeft te maken. Hij en jouw zusje zijn allebei acht. Wat voor kattenkwaad kunnen die twee nou allemaal uithalen?’ ‘Dat ben ik niet met je eens. Heb je ook maar enig idee waar ze op dit moment uithangen?’ Hij keek haar fronsend aan. ‘Nou, eigenlijk niet…’ ‘Dus ze zouden overboord kunnen vallen zonder dat jij iets in de gaten hebt?’ ‘Dat is misschien een beetje vergezocht, juffrouw…’ ‘Young, Kiera Young.’ Ze sloeg haar armen over elkaar. ‘Ik zou denken dat het juist een behoorlijk aannemelijke gedachte is. Weet je waar ik ze gisteren 8


vandaan heb gevist?’ ‘Waar?’ vroeg Quinn. Hij wist niet zeker of hij het antwoord wel wilde weten, maar ze zou het hem toch wel gaan vertellen. Ze wees met haar vinger richting de grote mast. ‘Daar. Halverwege de scheepswand. En dan denk jij dat jouw broertje een goede invloed op mijn zusje heeft?’ Quinn kon een glimlachje niet onderdrukken, maar probeerde de jonge vrouw tegenover hem toch zo ernstig mogelijk aan te kijken. ‘Het spijt me zeer. Ik zal mijn uiterste best doen om dat schelmse broertje van mij uit de buurt van jouw… eh, lieve, kleine zusje te houden.’ ‘Daar reken ik op.’ En met die woorden draaide ze zich om en vertrok.

9



1 Drie WeKen Later natcheZ-unDer-the-hiLL, aan De mississippi FeBruari 1792 ‘Niet weglopen, hoor.’ Kiera hield haar blik strak op de bedrijvige kade gericht en pakte Megans hand stevig beet. Ze wilde er zeker van zijn dat haar avontuurlijke zusje niet zomaar ergens in het gedrang zou verdwijnen. ‘Maar Kiera, ik wilde nog afscheid nemen van Patrick.’ ‘Die snotneus?’ De zestien jaar oude Amelia trok haar neus op. ‘Geloof mij, Megan, hij is niet het soort jongen waarmee jij zou moeten omgaan. Tuig van de –’ ‘Amelia, zo kan het wel weer.’ Kiera probeerde rustig te klinken en zocht nerveus de kade af naar een glimp van de man die haar aanstaande echtgenoot zou moeten zijn. Amelia snoof en keek toen zo evenwichtig en koninklijk als het maar kon weg. Ze deed wanhopig haar best om zo min mogelijk op haar ongetemde jongere zusje te lijken. Soms was het alsof haar beide zusjes haar zo hard in twee tegenovergestelde richtingen trokken en dat het niet lang meer zou duren voor Kiera doormidden zou scheuren. Ze wist niet over wie van beide zusjes ze zich de meeste zorgen maakte; degene die voor niemand bang was en geen enkele uitdaging uit de weg ging, of de ander, die niets liever wilde dan in de voetsporen van hun flirterige halfzus Charlotte treden. Kiera slaakte een zucht. Als er één ding was waarvoor ze dankbaar mocht 11


zijn nu ze de halve wereld over gescheept was, ver bij haar geliefde Ierland vandaan, was het wel dat Amelia en Charlotte nu minstens een oceaan van elkaar verwijderd waren. Het was vreselijk om te zien hoezeer Charlottes persoonlijkheid Amelia de laatste twee jaren had beïnvloed. Kiera had nachtenlang op haar knieën gelegen om voor de toekomst van haar zestienjarige zusje te bidden. Amelia had het liefst in Ierland willen blijven, maar Charlottes echtgenoot had haar geen keuze gelaten. Toen vader stierf, had Charlottes echtgenoot besloten om het familiebezit in Ierland te verkopen, om daarmee zijn eigen transacties in Londen te kunnen financieren. Sinds George met hun oudste zus getrouwd was en hij de regie over al hun vaders bezittingen had gekregen, had hij het recht om te doen wat hij dacht dat goed was. Maar dat betekende niet dat Kiera geen heimwee meer had – heimwee naar het enige thuis dat ze ooit gekend had. Slechts een paar weken nadat George opgewekt had aangekondigd dat hij de nalatenschap van haar vader zou verkopen, had hij nog meer verrassingen voor hen gehad. Hij had een nogal gunstig huwelijk voor haar kunnen regelen met iemand in de koloniën. Samen met Charlotte had hij besloten dat het beter zou zijn wanneer Amelia en Megan met haar mee naar het Natchez-district zouden reizen. Alleen al bij het idee aan haar komende huwelijk met een volslagen vreemdeling sloeg haar maag op hol. Het lukte haar bijna niet om de paniek te drukken. Ze was niet de eerste vrouw die op het punt stond een schijnhuwelijk aan te gaan met een man die ze nog nooit had ontmoet. En ze zou ook zeker niet de laatste zijn. Ze zou George juist dankbaar moeten zijn dat hij een huwelijk voor haar had kunnen regelen en ervoor gezorgd had dat ze haar zusjes niet achter hoefde te laten. Hij had hen ook op straat kunnen zetten. Als Britse edelman had hij immers geen enkele verplichtingen aan de Ierse halfzusjes van zijn echtgenote. Maar het was gewoon allemaal te snel gegaan. Of misschien had ze het onvermijdelijke wel te veel genegeerd tijdens de lange oceaanreis vanuit Dublin. Maar nu stonden ze hier, op het punt om van boord te gaan, en viel er niets meer te negeren. 12


Haar blik dwaalde opnieuw over de kade. Dokwerkers in gehavende kleren haalden de bagage van boord, andere passagiers verlieten het schip en verdwenen in de massa, op zoek naar rijtuigen of vrienden en familieleden die hen opwachtten. Maar er waren ook mensen zoals zij, die onzeker bij de reling bleven staan, niet wetend waar ze naartoe moesten of wat hun straks te wachten stond. Tientallen vervoermiddelen baanden zich een weg door de menigte, de steile helling op, naar het stadscentrum dat zich op een grote klif hoog boven de kade uitstrekte. Zelfs vanaf haar plek bij de reling kon ze verscholen onder groene, bladerrijke bomen verschillende grote huizen onderscheiden. Vanaf de brede veranda’s had je zo te zien een mooi uitzicht op de rivier, die een zacht zomerbriesje meevoerde. Zou het niet geweldig zijn als haar aanstaande zo’n woning bezat, met van die fraaie rolornamenten en een grote veranda? Maar daar wilde ze nu nog niet te veel over nadenken. Als haar echtgenoot een godvrezend man was, met een vriendelijk karakter, zou ze pas echt gezegend zijn. Opnieuw zocht ze de kade af en ze fronste toen ze de medepassagiers een voor een van boord zag gaan. Het was al ver voorbij het middaguur en ze wilde toch wel gesetteld zijn voordat de avond inviel. Waarom was haar aanstaande er nog niet om haar en haar zusjes te ontmoeten? Ze zag dat de jonge Patrick O’Shea en zijn twee oudere broers zich door de menigte wurmden. Quinns brede schouders en grote passen deden de mensenmassa als vanzelf uiteenwijken; zonder erom te hoeven vragen werd er een weg voor hen gebaand. Hij liet zijn broers achter bij een grote stapel bagage en stapte zonder aarzelen een klein gebouwtje binnen aan de voet van de klif. Ze probeerde het bord te lezen. Dhr. James Bloomfield, advocaat. Ze beet op haar lip en bestudeerde de deur die toegang gaf tot het advocatenkantoor. Gauw hakte ze een knoop door en gebaarde naar de stuwadoors dat ze hun koffers van boord konden halen. Ze haastte zich naar de loopplank. ‘Kom, meisjes.’ Toen ze eindelijk voet op onbekende bodem zetten, waar ze helemaal niemand kenden, werd ze overvallen door een nieuwe vlaag van paniek. Ze haalde diep adem en mompelde een schietgebedje toen er een stel dronken 13


zeelieden voorbijkwam, die hun handen onbeschaamd naar Megan uitstaken. Wees ons nabij, Heere. Haar onbekende aanstaande echtgenoot was ongetwijfeld een veel verzorgdere man dan de mannen die ze hier zag en werden omgeven door de stank van dode vis, ongewassen lijven en losbandigheid. De stuwadoors dumpten hun koffers onder aan de loopplank en gingen ervandoor. Ze wilden vast zo snel mogelijk op zoek gaan naar sterkedrank in een van de ruwhouten gebouwen langs de kade. Ze rechtte haar schouders. Meneer Bloomfield kon haar waarschijnlijk wel vertellen bij wie ze verwacht werd. Ze probeerde Amelia’s blik te vangen. ‘Pas jij even op onze spullen? Ik ga proberen een voertuig te regelen.’ Amelia reageerde geïrriteerd. Kiera slaakte een zucht en knielde bij Megan neer. ‘Blijf bij je zus in de buurt, goed? Wat er ook gebeurt, niet weglopen.’ Megan knikte, maar keek nieuwsgierig naar de chaos om haar heen. ‘Ja, hoor.’ Kiera liep de overbevolkte kade over. Ze beklom de trappen naar het advocatenkantoor en wierp een vlugge blik over haar schouder. Haar zusjes zaten samen op een van de koffers. Megan nam de omgeving met grote ogen in zich op, terwijl Amelia ontzettend haar best leek te doen om het erop te doen lijken dat het haar allemaal niets interesseerde. Kiera betrad het kantoor, in de hoop zo snel mogelijk de juiste antwoorden op haar vragen te krijgen. Zachtjes deed ze de deur achter zich dicht en draaide zich om. Quinn O’Shea stond naast een kalende man met een klein brilletje op zijn neus. Beide mannen keken vragend op, maar het was Quinns opgetrokken wenkbrauw die Kiera’s gezicht warm deed worden.

Quinn nam het meisje in zich op: de gladde, satijnen jurk, het blonde, opgestoken haar dat haar gezicht omlijstte, het witte mutsje met de blauwe strik, die perfect bij haar ogen paste. ‘Juffrouw Young.’ ‘Meneer O’Shea.’ 14


‘Goedemiddag, juffrouw.’ Meneer Bloomfield gaf haar een knikje en keek Quinn vragend aan. ‘Meneer Bloomfield, dit is Kiera Young, een medepassagier van de Lady Gallant. ‘Fijn u te ontmoeten, juffrouw Young.’ Meneer Bloomfield gebaarde naar Quinn. ‘Vindt u het een probleem als meneer O’Shea en ik eerst even ons gesprek afronden? Dan kom ik zo bij u.’ ‘Helemaal niet, gaat u alstublieft verder.’ Ze ging bij het raam staan om de mannen iets meer privacy te bieden. Quinn richtte zich weer tot meneer Bloomfield. ‘Wat zei u als laatste?’ Bloomfield glimlachte. ‘We keken enorm uit naar de komst van u en uw broers. Toen ik hoorde dat jullie aan boord van Lady Gallant waren, heb ik direct een bericht naar Thomas Wainwright gestuurd…’ ‘Thomas Wainwright?’ ‘Ja, de Wainwrights zijn goede vrienden van uw broer en zijn schoonfamilie. Ze hebben een huis hier in Natchez.’ Bloomfield bladerde door zijn papieren. ‘Zodra de boodschapper terug is, zal ik hem vragen u en uw broers naar hun huis te brengen. Dan kunt u vanuit daar verder trekken naar Breeze Hill.’ ‘Waar is het wachten op?’ Quinn fronste. Hij had drie maanden opgesloten gezeten in de buik van een schip en zag het absoluut niet zitten om nu opnieuw ergens te moeten zitten en wachten, zeker niet wanneer hij ook rechtstreeks naar de plantage van zijn broer kon gaan. ‘Als u me vertelt hoe ik bij Breeze Hill kom, zal ik vandaag nog vertrekken.’ ‘Nee, nee, ik kan u niet alleen laten gaan. De Natchez-route is te gevaarlijk. Het zou beter zijn wanneer u met het gezelschap van de Wainwrights meereist.’ Quinn probeerde zijn ongeduld te verbergen. ‘Ik begrijp het.’ Iemand klopte op de deur. ‘Kom binnen,’ riep Bloomfield. Een man die oud genoeg was om zijn vader te kunnen zijn, kwam het kantoortje binnen, op de voet gevolgd door de voorname man die aan boord van de Lady Gallant naar Kiera’s welzijn had gevraagd. De tweede man knikte vriendelijk naar Kiera en wendde zich toen tot Quinn. Na een kort zwijgen maakte hij een kleine buiging, als teken van herkenning. ‘Meneer Wainwright, ik had u nog niet zo snel verwacht.’ Meneer Bloom15


field klonk verrast. ‘Ik heb zojuist een boodschappenjongen uw kant op gestuurd.’ ‘Arme knul.’ De man die Wainwright werd genoemd grinnikte. ‘Dan is zijn reisje helaas tevergeefs. Zodra ik de Lady Gallant aan de kade zag liggen, ben ik gekomen om meneer Marchette te begroeten.’ Wainwright gebaarde naar zijn compagnon. ‘Mijn zakenpartner uit Londen, Alistair Marchette.’ ‘Van Marchette Shipping?’ ‘U kent ons?’ ‘Natuurlijk, beste man.’ Bloomfield glimlachte en schraapte zijn keel. ‘Wat vindt u ervan om vanavond een hapje met mij te eten? Ik heb verschillende klanten die graag gebruik zouden maken van een gerenommeerd scheepvaartbedrijf in Londen.’ ‘Daarom ben ik hier.’ Marchette spreidde zijn armen en beantwoordde Bloomfields glimlach. ‘Ik sta geheel tot uw beschikking, heren.’ ‘Perfect.’ Bloomfield verborg zijn handen achter zijn rug en richtte zich tot Wainwright. ‘Wat denk je, Thomas? Het zou me een deugd doen als je ons vanavond zou vergezellen.’ ‘Ik voel me vereerd.’ Bloomfield wendde zich tot Quinn. ‘Neem me niet kwalijk, meneer O’Shea. Het vooruitzicht van een samenwerking met Marchette Shipping deed me mijn manieren vergeten. Thomas, dit is de broer van Connor, Quinn O’Shea.’ ‘Fijn om u eindelijk te mogen ontmoeten, meneer O’Shea. Het is me een genoegen.’ Wainwright schudde hem de hand. ‘Mijn zoon is goed bevriend met jouw broer. Beter gezegd, mijn schoondochter en de vrouw van jouw broer zijn schoonzussen.’ De verwarring stond duidelijk op Quinns gezicht te lezen, want Wainwright schoot in de lach en sloeg hem vriendschappelijk op de rug. ‘Het is nogal ingewikkeld. Je zult gauw genoeg ontdekken hoe deze constructie in elkaar zit. Ik heb Connor beloofd dat ik je hier zou opvangen en je transport naar Breeze Hill zou regelen.’ ‘Transport, meneer?’ ‘Jazeker, de plantage bevindt zich hier minstens een dagreis vandaan.’ ‘Ik begrijp het.’ ‘Meneer O’Shea, als u deze papieren even voor mij ondertekent, kan 16


ik u daarna laten gaan.’ Meneer Bloomfield overhandigde hem een stapel formulieren en deed een stap achteruit. ‘Neem me niet kwalijk heren, dan richt ik me nu even tot juffrouw Young.’ Quinn zette zijn handtekening op de aangewezen plek en sloeg de bladzijde om. Toen hij klaar was, legde hij de formulieren terug op het bureau. ‘Ik neem aan dat je een rustige overtocht hebt gehad?’ vroeg Wainwright belangstellend. ‘Het was –’ ‘De Blauwe reiger? Weet u het zeker, juffrouw?’ Bij het horen van Bloomfields verschrikte stem draaide Quinn zich abrupt om. ‘Ja, meneer.’ Kiera Young keek hem onzeker aan en richtte zich toen weer tot meneer Bloomfield. ‘Is dat een probleem?’ ‘Nou, weet u, juffrouw, de Blauwe reiger is nu niet bepaald een gelegenheid voor jongedames zoals u, als ik zo vrij mag zijn. En u zegt dat u twee jongere zusters heeft? Ik ben bang –’ ‘Meneer Bloomfield, mijn zwager heeft me naar Natchez gestuurd met de boodschap dat ik hier zal trouwen. Het adres dat hij me meegaf, is toch echt dat van de Blauwe reiger.’ Ze schonk de advocaat dezelfde blik die ze aan boord van het schip ook Quinn had toegeworpen. ‘Zou u alstublieft een rijtuig voor ons kunnen regelen?’ ‘Ja, natuurlijk. Maar…’ Bloomfield liet zijn hulpeloze blik door de ruimte gaan. ‘Is er een probleem, juffrouw Young?’ onderbrak Marchette hun gesprek. ‘Nee hoor, dank u wel, meneer Marchette.’ Kiera’s gezicht kreeg een hoogrode kleur. ‘Hooguit een misverstand.’ De advocaat trok een zakdoek uit zijn binnenzak en veegde zijn bezwete voorhoofd af. ‘Juffrouw Young, u lijkt de heren Marchette en O’Shea al te kennen. Mag ik u voorstellen aan een van onze meest vooraanstaande burgers, Thomas Wainwright?’ ‘Prettig kennis met u te maken, juffrouw.’ Wainwright maakte een lichte buiging. ‘Welkom in Natchez.’ ‘Dank u wel, meneer.’ ‘Juffrouw Young, als u me toestaat, meneer Bloomfield heeft het volste recht om zich zorgen te maken. De Blauwe Reiger is nu niet bepaald de 17


juiste locatie voor een jonge vrouw om een aanstaande echtgenoot te ontmoeten.’ Meneer Wainwright schonk haar een bezorgde, vaderlijke glimlach. ‘Weet u zeker dat u goed begrepen –’ ‘Heel zeker, meneer. Mijn zwager heeft het huwelijk gearrangeerd en –’ De deur vloog open en Patrick stormde naar binnen. ‘Quinn, kom gauw! Die man probeert Megan en Amelia te ontvoeren!’ ‘Ontvoeren? Waarnaartoe?’ Kiera tilde haar rok op en snelde naar de deur. Quinn holde achter haar aan. Hij bleef even op de veranda staan om te ontdekken waar Kiera’s zusjes zich bevonden. Ondanks dat de zon al onderging, was het nog steeds een drukte van belang aan de waterkant van Natchez-Under-the-Hill. Daar. Onder aan de loopplank. Zijn broer Rory stond met een kapotte plank te zwaaien en de twee meisjes stonden ineengedoken achter hem. Een kolossale bruut van een man stak een scherp lemmet in Rory’s richting en stormde op hem af. Iedereen kon zien dat de zestienjarige jongen absoluut geen partij voor deze reus was. ‘Megan! Amelia!’ Kiera rende de kade over, haar rok wapperde alle kanten op. Quinn sprintte achter haar aan, greep haar arm beet en trok haar achter zich. ‘Niet doen!’ Hij tastte naar zijn mes en posteerde zich tussen Rory en de bruut. Met zijn linkerhand stak hij het mes in de lucht. ‘Wacht even! Wat ben je van plan?’ ‘Ga uit de weg, monsieur. Dit zijn uw zaken niet.’ Quinn hurkte neer, zijn mes in de aanslag. Het leek erop dat hij en Rory in de problemen zaten en hij wist niet eens precies wie of wat deze commotie had veroorzaakt. Een groep ruige mannen verzamelde zich stil maar waakzaam om hen heen. In vodden geklede vrouwen en kinderen met vuile gezichtjes verdrongen zich om het schouwspel goed te kunnen zien. Niemand bood zijn hulp aan, niemand deed moeite om het rumoer te stoppen. ‘Quinn, hij…’ ‘Stil nou,’ gromde Quinn om Rory tot zwijgen te brengen. De reusachtige man die om hem heen cirkelde, leek niet in de stemming om gewoon te praten over wat hem zo kwaad had gemaakt. En te oordelen naar de littekens die kriskras over zijn gezicht liepen, had hij minstens tien keer meer ervaring met vechtpartijen dan Quinn. 18


Heere in de hemel, bescherm me vandaag. Laat het niet zo zijn dat ik mezelf al op mijn eerste dag in de Nieuwe Wereld in de nesten werk. ‘Claude, genoeg,’ doorbrak een stem met een zwaar Frans accent de spanning. De menigte week direct uiteen. Een goedgeklede heer stapte de kring binnen en ging tussen Quinn en de bruut met het mes in staan. Hij draaide zich naar hem om en zijn emotieloze, pikzwarte ogen boorden zich in die van Quinn. Zijn gezicht zou misschien onopvallend zijn geweest als er geen lang, grillig litteken van zijn slaap naar zijn kaaklijn had gelopen. De dunne lippen van de man krulden zich tot een sardonische glimlach. ‘Mijn compagnon heeft gelijk. Dit zijn uw zaken niet.’ Het lukte Quinn niet om zijn blik af te wenden. Hij bleef zowel de Fransman als de schurk met het mes doordringend aankijken. ‘Hij zei dat Amelia bij hem hoorde, dat hij haar zou meenemen naar een herberg en haar zou dwingen om…’ Rory’s stem haperde toen hij de afschuwelijke woorden van de man probeerde te herhalen. ‘Om…’ ‘Dat klopt, inderdaad. Deze filles vallen vanaf heden onder mijn verantwoordelijkheid.’ De Fransman deed een stap naar voren. ‘De kapitein van de Lady Gallant heeft betaald gekregen voor hun overtocht. Het spijt me als deze knul voor enige verwarring heeft gezorgd doordat hij zo gebrekkig Engels spreekt. Claude.’ Hij knipte met zijn vingers. ‘Laad als de wiedeweerga hun bagage in, dan kunnen we gaan.’ ‘Oui, monsieur Le Bonne.’ ‘Nee.’ Rory zwaaide met zijn plank, maar Claude wist in één vlugge beweging het hout te grijpen en uit Rory’s handen te trekken. Voordat Quinn hem kon tegenhouden, had hij zijn mes tegen zijn keel gedrukt. Met grote ogen keek zijn broer hem aan. Quinn hurkte opnieuw. Hij verplaatste zijn aandacht van de schurk naar de goedgeklede Fransman. Zijn hart bonsde in zijn keel toen hij zag dat het leven van zijn broer aan een zijden draadje hing. Langzaam legde hij zijn mes neer en stak met opgeheven palmen zijn handen in de lucht. ‘De jongen bedoelde het niet zo. Laat hem… laat hem alstublieft gaan.’ De Fransman hield zijn hand op en er daalde een ijzige stilte neer. De moed zonk Quinn in de schoenen, hij wist dat hij de dood in de ogen keek. De Fransman hoefde maar één keer met zijn vingers te knippen en Rory was er geweest. 19


Nog voordat hij haar kon stoppen, was Kiera al voor hem gaan staan. ‘Monsieur Le Bonne?’ Als een koopman die zijn ontvangen goederen bewondert, liet de Fransman zijn blik over Kiera glijden. Quinn moest zich bedwingen om niet boven op hem te springen. Het was het mes dat nog altijd tegen Rory’s hals gedrukt werd dat hem in bedwang hield. ‘Laat uw man alstublieft zijn mes loslaten. Ze friemelde aan het trekkoord van haar mantel. ‘Een brief. Hier is een brief van mijn zwager.’ Ze stak het papier naar hem uit, haar handen beefden. ‘Ik… ik ben uw aanstaande echtgenote.’

20