Issuu on Google+

—    —  de superpony  Emma en het paardenplan


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Vertaling Corry van Bree Illustraties Ina Hallemans Vormgeving Studio Lannoo Oorspronkelijke titel © Teddy till salu Oorspronkelijke uitgever Rabén & Sjögren Agency, Zweden © Lin Hallberg & Rabén & Sjögren Agency, Zweden, 2007 © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2014 ISBN 978 94 014 1958 1 D/2014/45/416 NUR 282 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Lin Hallberg Met illustraties van Ina Hallemans Vertaald door Corry van Bree

— de superpony — Emma en het paardenplan


Emma Emma is meestal een vrolijk en levendig meisje. Maar vandaag, wanneer mama Emma na school ophaalt, is Emma boos. Ze gaat tekeer tegen haar moeder en zegt dat alles, echt alles, namaak is. ‘Waarom heb ik een namaakvader?’ vraagt ze. Emma’s blonde haar zit hoog op haar hoofd in een staart. Ze ziet eruit als een spuitende fontein als ze boos met haar voet op de grond stampt.


‘Vind je Johan niet lief meer?’ Mama kijkt verbaasd naar Emma, maar dan krijgt Emma pijn in haar buik. Zo bedoelde ze het niet. Natuurlijk vindt ze Johan lief. Hij is de allerliefste namaakpapa ter wereld. ‘Had ik maar een echte zus’, zegt Emma. ‘Het is heel stom om een namaakzus te hebben.’ ‘Maar Maud is toch niet stom?’ Mama kijkt nadenkend naar Emma. ‘Je hebt gisteren nog gezegd dat Maud de liefste grote zus van de hele wereld is.’ ‘Iedereen lachte’, mompelt Emma. Daarna vertelt Emma waarom ze nu zo boos is. Eigenlijk is ze vooral verdrietig. Emma vertelt dat ze voor de klas over haar familie moest vertellen en dat alle kinderen begonnen te lachen. ‘Ze bedoelen het vast niet verkeerd’, zegt mama terwijl ze haar armen om Emma heen slaat. ‘Alles is namaak’, mompelt Emma met haar neus in mama’s trui. ‘Je kunt misschien een ander woord bedenken’, stelt mama voor. ‘Bonuspapa, extra papa of cadeau­ papa misschien.’

10


‘Cadeaupapa…’ mompelt Emma chagrijnig. ‘Dat klinkt net alsof hij een pop is of zo.’ ‘Maar ik vind dat je ook gewoon papa en grote zus kunt zeggen’, gaat mama verder. ‘Kan dat?’ vraagt Emma. ‘Ik vind van wel’, zegt mama. ‘Maar ik kan nooit zeggen dat Santos van mij is’, zegt Emma terwijl ze naar mama kijkt. Dan komen de tranen weer. Ze vertelt hoe gemeen de meisjes in de klas tijdens de pauze zijn geweest. Vooral Kaat, die van achter haar dikke brillenglazen heel onaardig naar Emma heeft gestaard. Ze heeft gezegd dat als namaakpaarden meetelden, ze thuis een hele stal vol zou hebben. Emma heeft geantwoord dat Santos echt is. Dat hij groot en zwart en ontzettend lief is. Maar toen begon Kaat te zingen: ‘Emma heeft een namaakpapa met een namaakdochter met een namaakpaard.’ Iedereen vond het hartstikke leuk.

11


Emma wil nooit meer naar school. ‘Jij plaagt soms toch ook’, probeert mama. ‘Dat kan heel gemakkelijk verkeerd overkomen.’ ‘Toch ben ik niet van plan om nog te gaan’, antwoordt Emma koppig.

12


‘Weet je wat’, zegt mama. ‘Ik geloof dat Kaat jaloers is. Omdat zij geen namaakzus heeft met een eigen paard.’ Emma schopt met twee voeten in de lucht. Ze probeert boos te blijven, maar dan bedenkt ze dat Kaat van alle dieren het allermeest van paarden houdt. En dat ze met rijlessen is begonnen. Ze hebben altijd heel veel plezier als ze spelen dat ze paarden zijn. ‘Het is een hele tijd geleden dat Kaat en jij samen gespeeld hebben’, zegt mama. ‘Misschien moet je haar vragen of ze een keer hier komt spelen. Dan kun je haar laten zien dat Santos echt bestaat.’ ‘Denk je dat ze dat zou willen?’ Emma kijkt naar mama. ‘Volgens mij is dat precies wat ze wil’, zegt mama. Nu is Emma niet boos meer. Terwijl mama eten gaat koken, trekt Emma haar rubberlaarzen aan en gaat naar buiten. Ze wil Maud helpen in de stal.

13


Emma en haar mama zijn net verhuisd naar een woning buiten het dorp. Mama’s nieuwe man, Johan, en zijn dochter Maud zijn daar ook naartoe verhuisd. Nu vormen ze samen een gezin. Emma vindt het meestal leuk dat ze met z’n vieren in plaats van met z’n tweeën in één huis wonen. Het is heel spannend om de oude stal vanuit haar slaapkamerraam te zien en te weten dat Mauds paard Santos daar woont. Soms wordt Emma ’s ochtends wakker omdat Santos hard hinnikt. Dan wil Santos dat Maud snel naar buiten komt om hem zijn ontbijt te geven. Santos is zo mooi. Zijn vacht is roetzwart. Als hij niet in de wei heeft gerold en zich vies heeft gemaakt, glanzen zijn lange, zwarte manen. Zijn voorpluk hangt over zijn ogen en raakt zijn neus bijna. Hoewel Santos niet namaak is, vindt Emma dat hij eruitziet als een echt sprookjespaard.

14


Maud leert Emma rijden. Eén keer per week krijgt ze een echte rijles van haar, net als in de manege. Op Santos rijden is het allerfijnste wat er bestaat. Als Emma ’s avonds in bed ligt te slapen, droomt ze altijd over Santos. In haar dromen is hij van haar en galopperen ze samen over de weilanden achter hun huis. In werkelijkheid kan Emma nog niet galop­ peren. Maud is streng. Wanneer Emma zeurt, zegt ze dat Emma eerst moet leren draven voordat ze mag galopperen. Emma trekt de staldeur open en loopt naar binnen, maar de stal is leeg. Het zadel en het hoofd­ stel van Santos hangen niet op hun plek. Maud is vast een buitenrit aan het maken. ‘Dan ga ik het hier netjes maken’, zegt Emma. Ze praat tegen zichzelf terwijl ze de kleine krui­ wagen pakt. Die heeft Johan voor haar gekocht. ‘Kleine stalknechten hebben kleine kruiwagens nodig’, zei hij. Daarna kocht hij ook nog een kleine hooivork en een kleine schep voor Emma. ‘We moeten allemaal helpen als we willen dat Santos hier woont’, zei hij.

15


Emma wil heel graag helpen. Soms wil ze zo veel doen dat Maud zich aan haar ergert en tegen haar zegt dat ze naar huis moet gaan en iets anders moet doen. Maar nu heeft Emma de stal voor zichzelf. Santos’ drollen zijn te groot voor de kleine mest­ vork en het is heel zwaar om de mest op te tillen en in de kruiwagen te gooien. Maar als je een paard hebt, dan moet je leren om de stal schoon te houden. Emma bijt op haar tanden en werkt door.


‘Alle mest en al het natte stro’, zegt ze streng tegen zichzelf. Emma vult de kleine kruiwagen een paar keer en wankelt door de deuropening naar buiten, naar de mesthoop. Wanneer Maud terugkomt met Santos staat Emma in de box en verspreidt schoon stro over de vloer. Haar trui en haar zitten vol kaf van het stro. ‘Wat goed van je’, zegt Maud nadat ze heel zorg­ vuldig om zich heen gekeken heeft en ziet dat het echt schoon is. ‘Je mag Santos’ hoofdstel eraf halen als je dat wilt.’ Maud geeft de teugels aan Emma. ‘Weet je nog hoe je dat moet doen?’ Emma weet het nog. Ze legt de teugels over haar arm zodat ze niet over de grond slepen. Eerst maakt ze de neusriem los, daarna de keelriem. Ze pakt het kopstuk achter Santos’ oren vast en trekt het hoofd­ stel naar beneden. Santos houdt het bit in zijn mond. Het lijkt alsof hij Emma plaagt wanneer hij smakken­ de geluiden maakt.

19


‘Is het zo lekker?’ giechelt Emma. Santos’ neus is nat van het zweet door de neus­ riem. Hij wil tegen Emma aan schuren.


‘Santos! Nee!’ Emma probeert streng te klinken, maar ze moet veel te hard giechelen. Santos is zo schattig. ‘Santos!’ Maud duwt Santos’ hoofd weg. ‘Emma is toch geen boom…’ Daardoor begint Emma nog harder te giechelen. Alsof Santos dat niet ziet! Wanneer Emma het bit uit Santos’ mond heeft gehaald en heeft gewassen, hangt ze het hoofdstel op de haak onder zijn zadel. Mama roept dat het eten klaar is, maar Emma en Maud blijven nog even bij Santos staan. ‘Arme Santos’, zucht Maud. ‘Hij is zo alleen.’ ‘We moeten zo vaak mogelijk bij hem zijn’, zegt Emma ernstig. ‘Eigenlijk moet hij een paardenvriend hebben’, zegt Maud verdrietig. ‘Paarden zijn kuddedieren. Het is niet de bedoeling dat ze alleen zijn.’

21


De meisjes blijven zo lang weg dat mama uiteindelijk naar de stal komt om te zien wat ze aan het doen zijn. ‘We moeten eigenlijk hier eten’, zegt Emma tegen mama. ‘Santos is zo alleen.’ Dat mag niet van mama. Eten doen ze in de keuken en slapen doen ze in hun bed. En dat is dat. ‘Wat stom’, mompelt Emma heel zachtjes.


9789401419581