Issuu on Google+

LUCIEN VAN IMPE RIK VAN WALLEGHEM ERIC VANDERAERDEN EDDY PLANCKAERT EDWIG VAN HOOYDONCK JOHAN MUSEEUW GUIDO BELCANTO ARMAND DESMET MICHAEL BOOGERD JO PLANCKAERT PETER VAN PETEGEM WALTER GODEFROOT FILIP MEIRHAEGHE PETER FARAZIJN DRIES DEVENYNS HANS BOURLON EDDY MERCKX ANDRÉ DENYS ERIC LEMAN LEIF HOSTE


20

19

18

Monteberg

Kluisberg

Tiegemberg

17

P.12

16

P.20

Tenbosse 15

Bruine Put

Alsemberg Paterberg 6

Kemmelberg

Kwaremont

Koppenberg P.198

P.174

3

P.152

Oude

2

P.128

Bosberg 4

P.140

Kwaremont P.164

8

P.100

P.118

Berendries 5

P.78

Kruisstraat 7

P.110

11

9

P.88

Taaienberg

Rodeberg

P.68

Molenberg 10

13

P.48

Eikenberg 12

P.58

Edelare 14

P.38

P.28

1

Muur

van Geraardsbergen P.208

P.186


#

Overzichtskaart :=>::4748BC =>>A3I44

>>BC4=34

=84DF?>>AC

1AD664 44:;>

E40



E4DA=4 38:B<D834 E403

C84;C 348=I4

          

89 I4 A

64=C

E40

A>4B4;0A4 ;48

?>?4A8=64

84?4A

4

F0A464< :>ACA89:

>D34=00A34 18

13 3 20

2 5$4 8 19

16 14 10

12 7 17

9 A>=B4

   



6



AANLOOP

3>>A=8:

E429

0C7

6


20 MYTHISCHE VLAAMSE BERGEN

1

Muur van Geraardsbergen GERAARDSBERGEN

2

Koppenberg MELDEN

     

I4;I0C4

3

KEMMEL

B8=C=8:;00B

0=CF4A?4=

           E19

<4274;4=

B2

38

34=34A<>=34



4

Oude Kwaremont

5

Kwaremont

6

Bosberg

7

Berendries

KWAREMONT/KLUISBERGEN

KWAREMONT/KLUISBERGEN A T E M B E K E / GA L M A A R D E N

MICHELBEKE

E17

34 74;

Kemmelberg

9;

4

A12

8

Paterberg

9

Kruisstraat

KWAREMONT/KLUISBERGEN

RONSE

10

Taaienberg ETIKOVE

11

Alsemberg ALSEMBERG

00;BC 0BB4 I>CC464<

Molenberg

13

Rodeberg

SINT-DENIJS-BOEKEL

WESTOUTER

=8=>E4 34

=

1ADBB4;

A 34

64A00A3B14A64= 1

12

6

70;;4

15 11

E411

14

Eikenberg

15

Bruine Put

16

Edelare

17

Tenbosse

MAARKE-KERKEM

LOT/DWORP

OUDENAARDE/EDELARE

NEDERBRAKEL

F0E4A

18

Tiegemberg

TIEGEM

19

Kluisberg RUIEN

E19

20

Monteberg DRANOUTER

=89E4;


17 #

Tenbosse Aanloop

Briek Schotte op de Muur van Geraardsbergen.


# EN GOD SCHIEP DE HELLING

‘Vlaanderen, mijn vlakke land’, zong Jacques Brel en hij had gelijk. Vlaanderen stond achter in de rij toen God het landschap van bergen voorzag. En toch weet de Vlaamse wielerfanaat wel beter: wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd! Met als gevolg dat sinds de uitvinding van het stalen ros en zijn pedaalridder elke lichte glooiing de status van de Olympus krijgt toegemeten. Bergjes zijn heilig in ons vlakke land en al wat heilig is moet worden vereerd. Wanneer kan dat beter dan tijdens de koers? Een mooier uithangbord dan een wielerwedstrijd bestaat immers niet. Want zeg nu zelf, welke molshopen die met moeite honderd meter hoog zijn, hebben dezelfde internationale faam als de Muur van Geraardsbergen of de Koppenberg? De helling wikt en beschikt. Onze wielerhelden zijn letterlijk en figuurlijk slechts passanten in het rijk der Vlaamse heuvels. Wie te licht bevonden wordt, moet onherroepelijk afstappen. Waardige onderdanen wordt een vlotte overtocht gegund. De grootste atleten treden voorgoed uit de schaduw van de heuvel en betreden het godendom. Net als ten tijde van de Grieken gedijen echte goden immers het best op heuvels. Bergjes halen het primaire in de mens naar boven. Ze wakkeren de competitiegeest aan. De onnozelste oneffenheid wordt door fietsrecreanten verheven tot ‘een afspraak met de geschiedenis’. Hét moment om het verschil te maken en de anderen te tonen hoe goed de benen wel zijn. Trainingstochtjes netjes over de plaatselijke hobbels leiden vergt doorgaans heel wat bochtenwerk, maar dat nemen wielertoeristen er graag bij, naar het voorbeeld van onze allergrootste coureurs.

9


Eddy Merckx, Lucien Van Impe, Freddy Maertens en Peter Van Petegem, allen hadden ze hun favoriete oefenbulten die hen wegwijzer moest maken over de conditie van het moment. Vlaamse hellingen nemen de rol van scherprechter maar al te graag op zich. Bovenal zijn ze gul in het tentoonspreiden van hun kwaliteiten. Voor de toeristische sector zijn ze een godsgeschenk. In het woord ‘herbergzaam’ staat niet voor niets ‘berg’. Bergen bieden een houvast. Een landschap zonder glooiing verzandt snel in een uitzichtloze en eentonige leegte. In het vlakke Vlaanderen wordt

10

AANLOOP

deze horror vacui (de angst voor de leegte) op een al te kortzichtige manier gecounterd: men bouwt als een bezetene alles vol, met als resultaat dat verstedelijkte dorpen en ellendige boulevards met winkelketens nu de ware horror zijn. Het Vlaamse platteland is gelukkig niet overal plat en volgebouwd. In het zuiden zorgen de heuvels sinds miljoenen jaren voor een natuurlijke ordening van het landschap. Ver weg van het verkavelde en geïndustrialiseerde Vlaanderen vormen de heuvellandschappen in de Vlaamse Ardennen en het West-Vlaamse Heuvelland oases van


authenticiteit en pastoraal genieten, à la recherche du temps perdu. Het geluid dat overheerst, is dat van de ketting op het tandwiel. Hier heeft men een kassei in plaats van ‘een baksteen’ in de maag. En net dát maakt onze pietluttige heuveltjes in een wereld vol onbenullige molshopen zo uniek. Het zijn hoofdrolspelers in ons rijke wielerverleden. Wat volgt is een adoratie voor de kasseien van de Taaienberg, de bochten van de Muur en de hellingsgraad van de Berendries. Hellingen met een toplaag eeuwige roem, flanken bezaaid met heroïek en een voet die baadt in het koerszweet. Hellingen die

gecontesteerd en aanbeden worden, hellingen die massahysterie afwisselen met stille natuurpracht. Hellingen die ons flandriens hebben geschonken. Twintig legendarische kuitenbijters uit de Vlaamse wielergeschiedenis. Twintig mythische Vlaamse bergen. Twintig unieke verhalen, gewikt en gewogen. Verloren wielererfgoed als de Kwaremont en de Edelare tegenover de WK-hellingen Tiegemberg en Kruisstraat. Bucolische bulten zoals de Paterberg en de Molenberg versus hellingen met een uitstraling tot ver over onze grenzen zoals de Kemmelberg en de Koppenberg. Een zoektocht naar het absolute hoogtepunt van de Vlaamse koers. De ultieme klim: van nummer twintig naar nummer één. Een zoektocht die tegelijk een ontdekkingstocht is langs vele hoogtepunten uit het Vlaamse heuvellandschap, want Vlaamse hellingen zijn slechts het topje van de toeristische ijsberg. Op en om de bergjes is het ongestoord genieten: van de sfeer van weleer in de volkskroegen, van de gastronomie in toprestaurants en de warme gezelligheid in eethuisjes, van een deugddoende wandeling over beboste heuveltoppen, van folkloristische tradities en eigenzinnige kunst en nog zoveel meer. Eén zaak is duidelijk, de Vlaming is trots op zijn hellingen, zijn streekproducten bij uitstek. Hoe minder een mens bezit, hoe meer hij immers zijn bezit koestert. God schiep de helling en ‘den Vlaming’ zag dat het goed was.

11


20_mythische_vlaamse_bergen