Page 1

iïlt W -f >*»!•»*.-

KONTAKILBLAÜ ymn de Hittorische Vomi%iog het Land van Maa* en Waal «n Rijk van

-/ v1-


Nummer 8 Januari 1970

Uitgave van de vereniging tot beoefening van de geschiedenis van het Land van Maas en Waal en l westelijk deel 1 fyari" : :ïïs&i,$Kvan Nijmegen.

TWEE STROMEN LAND

Secretariaat en redacties J„ v,d. Bovenkamp Grotestraat 11, Batenburg, C, v. Kouwen Boksdoorns traat 84 Nijmegen,,

Eindredactie s H. van Heiningen Greffelingsedijk 39 Alphen, Contributie: a f 7»50 t te storten op girorekening nr. 907416 van de Boerenleenbank te Bruten t.n.v. Mej o G.Klabbers, Penningmeesteresse. - Tijdschrift ter bevordering van de kennis van de eigen streek-


1, Bij het begin van de nieuwe decade 1970 wensen wij alle leden van de vereniging een voorspoedig nieuwjaar. De vereniging begint door de kinderziekten heen te komen door de groei tot volwassenheid,, Eén. der "belangrijke feiten van het verleden jaar is het openstellen van vitrines, twee staande en twee liggende kijkkasten, in het gemeentehuis van Druten, waar de eerst© tentoonstelling is van voor» werpen uit het verledens praehistori® tot late mid<= deleeuwen, reBpeotievelijk de vorige eeuw, groeps~ gewijs ingedeeld naar tijdperk en naar het soort voorwerpen§ tin, koper en aardewerk» Het is de bedoeling om per 3 maanden de inhoud van de kasten te veranderen om het "doodkijken" erop te voorkomen. Van de aanvankelijke bedoeling om een afgesloten ruimte te vragen is afgezien, daar dan alleen door degene, die reeds belangstelling hebben de tentoonstelling bezocht wordt. De binnenhuisarohitect Dhr. de Goei had echter een juistere kijk: door de kasten in de grote hal te plaatsen, waar iedereen komt en waar wachtende gemeentenaren verwijlen, valt hun oog onwillekeurig op deze voorwerpen en ligt het dus in het bereik van iedereen. Het komt als het ware naar de mensen toe. De sluimerende interesse kan hierdoor wakker gemaakt worden. Een gemeensohapshuis, waar in de burgerzaal culturele, andere kunstuitingen en vergaderingen plaats zullen vinden en waar bovendien een permanente wisselende schilderijen en plasieken e.d, tentoonstelling is, lijkt ons dus de beste plaats. Het past hier om enkele namen te noemen? Allereerst de gemeente Druten, die de mooie kasten en de ruimte beschikbaar stelde en die de kosten betalen zal van de noodzakelijke verzekering tegen diefstal e,d., wat men verplicht is t.o.v. de uitleners der voorwerpen, Dhr. Paul van Dinteren, die een collectie koperen en tinnen voorwerpen en aardewerk tijdelijk in bruikleen gaf. Verder de vondsten uit de


2.

Roodhekksnpas, de eerste opgravingen door leden van de vereniging gedaan. Prof. Knippenberg van het semenarie Beekvliet, die bij het plaatsen en inrichten van de kasten advies gaf en speciaal hiervoor uit Michielsgestel overkwam. Tenslotte Dhr, Hubrechts, directeur van het Rijksmuseum Kam te Nijmegen, die een vitrine vulde met voorwerpen in bruikleen gegeven en advies gaf bij de opstelling van de voorwerpen. Be Heer Van Mulukom uit Druten voorzag de voorwerpen van mooie passende naambordjes. De inrichting geschiedde pas de laatste dag voor de officiële opening, wat aanleiding tot nogal haastwerk gaf. Het was de bedoeling om bij de opening van het gemeentehuis de tentoonstelling in ieder geval klaar te hebben, omdat dit een unieke gelegen» heid was om alle genodigden op directe wijze kennis te doen nemen van een mooie activiteit van on° ze Historische Vereniging. We hopen, dat hierdoor wéé*r een nieuwe stimulans gegeven zal worden voor een grotere bloei van de Historische Vereniging "Twee Stromenland." F.Wasmann, voorzitter.


MEDEDELING VAN HET BESTUUR. BENOEMING,

Op 2 mei 1969 is de Heer Hcvan Heiningen uit Alphen ( Red» Gelderlander Pers té -Tiel) benoemd tot 1e ere lid. van de historische vereniging Twee Stro= mes Land0 Het "bestuur is tot dit besluit gekomen op grond van ?;ijn verdiensten, voor d-s vereniging en zijn vele publicaties betreffende de geschiede^ nis van bet Land van Maas én V/aal, Wij hopen dat in d@ toekomst nog veel van zijn hand aal vers©hij= nen en dat d© vereniging nog vaak van zijn dien= st@n als adviseur ©n als eindredacteur van dit kontaktblad gebruik zal mogea maken.

dr„ P.Wasmann voorzitter.

J„v.d<


4. LEZING,

Op Vrijdag 2 mei hield Prof. dr. J„E0Bogaers uit Nijmegen voor onze vereniging een lezing over het onderwerp "Waar lag Gasha Herculis". Hoewel het uit diverse publikaties al bekend was waar de professor dacht dat deze Romeinse plaats gelegen zou kunnen hebben (zie vorig nummer), was er toch een ruime belangstelling voor deze avond. Ongeveer 40 leden vormde in het wat krappe zaaltje van Café v.d.Hurk te Bruten een aandachtig gehoor voor prof.Bogaers, en verdiepten zich met hem in de problemen en raadsels van de Peutingerkaart. Aan het einde van de leerzame avond had de heer van Heiningen nog enkele interessante mededelingen voor ons, zo bleek dat het schip dat ontdekt is in de Linge,tussen Tiel en Geldermalsen (zie de Gelderlander d.d. 21 Aug. '68) toch Romeins was. Het hout van het schip dat volgens de C 14 methode onderzocht is, gaf een datering te zien van 160 n C, Maar het belangrijkste was toch wel dat hij die dag de hand had weten te leggen op het vermiste proces dossier van Jacob Mom, waardoor het mogelijk was zijn afleveringen in de Gelderlander over deze Maas en Waalse ambtman voort te zetten. Het daarna aan hem verleende ere lidmaatschap was dus wel op zijn plaats. C.v.K. EXCURSIE 1.

Op zaterdag 5 juli had onze vereniging een excursie gepland naar het Boerenwagens museum in Buren, Of het nu kwam door het mooie weer of omdat de vacanties al begonnen waren, weten we niet, maar meer dan 14 leden en enkele niet leden hebben we niet geteld, Bat was wel jammer, want een bezoek aan dit museum is zéér de moeite waard. C.v.K.


5. EXCURSIE 2,

Zaterdag 30 augustus ging onze vereniging op be~ zoek In Nijmegen en wel op het stadhuis„ De prach= tig® wandtapijten ©n schilderijen di© hier t® zi«n zijn vormden wel de hoofdschotel van deze zeer g<s=» slaagd® middag, wat niet in het minst t® danken wai aan dé voortreffelijk® rondleid@r9 de heer Kramer* önz® hartelijk© dank aan de gemeente Nijmegen, dis dit mogelijk maakt®„


6. Maandag 24 november j.l. hield onze vereniging haar eerste najaarsbijeenkomst. Als spreker was uitgenodigd Prof. Knippenberg die voor ons een uitstekende lezing hield over het onderwerp: "De herberg in d® zuidelijk® Nederlanden". De lezing werd verduidelijkt met een grote versoheidenheid aan dia's. Het geheel gaf een duidelijk overzicht van de herkomst en betekenis van thans nog veel voorkomende namen van cafés enz. zoals: De Rode, De Gouden en De Zwarte Leeuw, De Zwaan, en Het Witte Paard en nog vele andere namen werden op een prettige en duidelijke wijze uiteen gezet. Ook over het ontstaan en de functie van de herberg in de loop der eeuwen wist de spreker ons veel te vertellen. Nogmaals onze hartelijke dank! Hierna hielden we voor het eerst in ons bestaan een bestuursverkiezing. Het zittende bestuur, dat tot nu toe had bestaan uit oprichters en her-oprichters, trad in zijn geheel af, maar stelde zich herkiesbaar. Nu er uit de vergadering 4 personen naar voren waren gekomen voor een bestuursplaats, vond hij het beter zijn plaats af te staan aan iemand die in Maas en Waal woonachtig is. De nieuwe gegadigden waren: Mej. van Oijen uit Boven-Leeuwen; de Heer A.Sengers uit Beneden-Leeuwen; de Heer M.Bergevoet uit Druten en de heer Dekkers uit Druten. Daar het bestuur volgens de statuten maar uit 7 personen mag bestaan, er waren nu totaal 9 kandidaten, moesten er tijdens de stemming 2 afvallen. Bij de eerste stemming werd het zittende bestuur en Mej. van Oijen direct gekozen. De heer M.Bergevoet viel met de minste stemmen af, terwijl de heer Sengers en de heer Dekkers met hetzelfde aantal stemmen eindigden. Bij de tweede stemming werd de heer Sengers in het bestuur gekozen. Het nieuw bestuur bestaat nu uit de volgende personen: Voorzitter: dr. P.Wasmann uit Druten.


7. Secretaris t de heer J„v.d.Bovenkamp uit Batenburg0 Penningmeesteresses MeJ. GeKlabbers uit Bruten, Ledeni MeJ,F,van Oijen uit Boven-Leeuwen de heer J0van Wezel uit Alphen de heer A.Smolders uit Altforst de heer A,Sengers uit Beneden»Leeuwen« De heer C„van Kouwen uit Nijmegen blijft in samenwerking met de heer van Heiningen uit Alphen belast met de redactie van het Kontaotblad.


8. EEN MUNTVONDST TE ALPHEN.

Een paar weken geleden heeft het dorp Alphen in een silverrush geleefd, nadat een paar kinderen van de kleuterschool een handvol prachtige oude zilveren munten hadden gevonden op een terrein waarop enkele weken tevoren het oude herenhuis " 't Hof" was afgebroken» Vooral toen "bleek dat daar vrij waardevolle munten over het gehele terrein verspreid zo ongeveer; voor het oprapen lagen, verdrongen zich op het terrein van "t Hof" tientallen Alphenaren, die gewa- \ pend met een spade, een hark of een schoffel pro- \ "beerden een deeltje van de "buit "binnen te halen. j Vrij veel mensen hebben daar inderdaad munten gei vonden, • t De grootste buit kwam overigens bij de caféhouder Story terecht, die zich een vrachtje grond van " 't Hof " had laten thuisbrengen en daaruit later ruim 140 munten viste. Ongeveer honderd munten die bij de gemeente Appel» tern terecht kwamen, de munten van de heer Story en een honderdtal munten die door andere dorpsbewoners werden gevonden, konden geregistreerd worden door het Koninklijk Penningkabinet. Helaas zijn waarschijnlijk niet alle munten die daar gevonden werden geregistreerd kunnen worden, er is wat grond ervan in de Maas terechtgekomen en ondertussen is men op dit terrein begonnen met de bouw van een nieuwe school. Het zal dus nimmer mogelijk zijn precies vast te stellen hoe groot de hier begraven muntschat precies is geweest. Wel kon worden vastgesteld, dat deze schat begraven moet zijn geweest onder de vloer van het voorste ge. deelte van een boerderij, die al in het begin van deze eeuw grotendeels is afgebroken om plaats te maken voor een herenhuis. Er waren verschillende munten bij die nog fonkelnieuw waren en op de rest zat relatief weinig oxydatie, zodat ze waarschijnlijk "droog" hebben gezeten. Aan één van de munten kleef, de een stukje grofgeweven linnen, waaruit geconclu-


9. deerd zou kunnen worden, dat ze in een linnen zak begraven zijn geweest^ De maa die het grote huis met de daarbij behoren» de sohuur met een kraan heeft gesloopt, zal waar<= schijnlijk d© munten opgeschept hebben toen hij uit de Toormalige kelder wat grond haalde om het terrein te egaliseren. Bij dat egaliseren zullen ze uit elkaar geraakt en over het geh&l® terrein verspreid zijn. Spelend® kinderen raapten er een week later tientallen op, die lagen te glanzen in de zon, De muntvondst bestaat uit een zeer groot aantal specimen. Ze zullen waarschijnlijk rond 1800 zijn begraven. De jongst® zijn van 1795» doeh er zijn enkele munten bij dié zeer waarschijnlijk door de Franse bezett«ras die toen ona land "binnenvielen? in omloop moéten zijn gebra@ht0 T»e rest aijn alle» maal Hollaadaë munten van all® gtedsn en provin» oies, die munten sloegen. Er is een dubbelt gouden Louis bij van 1786 en aen gouden Hollandse dukaat van 1755ï all© andere munten, zijn van zilver, D® oudst® munten zijn van 1616, dosh dit zegt niet ve@l omdat de schellingen ^n stuivers uit dé eer= sts helft van de 17® eeuw soms meer dan tweehon» de£°d jaar in omloop blev<éB,a Heel wat- van deze ou= d® munttn zijn 20f®r afgasleten, dat z® onheyken» baar zijn gewordt§a0 Het zijn over het algemeen bekende munten. Er zijn een groot aantal om het zilvergehalt© toen zeer geliefd® Zeeuwse rijksdaalders bij, voorts tiental» len prachtig® driaguldenstukk®», ruim. zestig gul» dens, wat daalders, dubbel® daalders, ongeveer twintig florijnen en wat sehellingen0 Ze dragen alle= maal versohillendê jaartallen tussen 1616 en 1795 en diverse sohellingen en florijn^'a hebben een "klop™. Er zijn geen twee munten bij die precies gelijk zijn. De vondst wekt de indruk bijeengegaard te zijn door een "potter", mogelijk door een man die daar

i.


10.

vele jaren een cafĂŠ exploiteerde, zijn in de loop van de tijd bijeengebracht bezit aan de grond toevertrouwde en niet meer de gelegenheid kreeg het geld te laten rollen. v.H.


11. HOE BESCHERMT DE WET ONZE MONUMENTEN?

Oude kerken, kastelen, huizen en gebouwen beschouwen wij, indien ze kunsthistorische of alleen historische waarde hebben, als monumenten. Maar ook de bodem herbergt tal van zaken die wij volgens de wet van 22 juni 1962 monumenten, kunnen noemen <, Immers de monumentenwet verstaat onder deze term; 1e. Alle voor tenminste 50 jaar vervaardigde zaken, welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun volkenkundige waarde. 2e. Terreinen, welke van algemeen belang zijn we» gens de daarin aanwezige zaken als bedoeld onder 1. 3e. Alle zaken en terreinen welke van algemeen belang zijn wegens de daaraan verbonden geschiedkundige herinneringen. Voor archeologische monumenten hanteert men meestal de vuistregel dat dit zaken betreft van védr het jaar duizend* De monumentenraad adviseert de minister via vijf afdelingen, nl* de Rijkscommissies, voor oudheidkundig bodemonderzoek, voor de monumentenzorg, voor de musea, voor de monumenten beschrijving en voor de bescherming van de monumenten tegen oorlogsgevaar o De taak van de raad is onder meer het samenstellen van een lijst van onroerende monumenten, welke naar zijn oordeel voor bescherming in aanmerking komen, waarbij de redenen die de plaat» sing op de lijst wettigen worden vermeld. De eigenaren van deze onroerende monumenten ontvangen schriftelijk een kennisgeving van de voorgenomen plaatsing op de lijst. Er kunnen monumenten aan de lijst worden toegevoegd of worden afgevoerd. Door de eigenaar/ gebruiker van een monument, bouwkundig of archeologisch, bestaat de mogelijkheid van beroep tegen plaatsing op de lijst. Op ieder gemeente secretarie en kadasterkantoor


12. is een lijst van de in die gemeente bestaande monu-l menten aanwezig en voor iedere belanghebbende kos- j teloos ter inzage, j Over de gang van zaken ten aanzien van genoemde l lijst geeft de wet allerlei voorschriften. Wie j daar mee te maken denkt te hebben, leze deze wet [ maar eens na. Wat hier ons direct interesseert is de bescherming die het op de lijst voorkomende monument geniet. Het is o.m, streng verboden een beschermd monument te beschadigen of te vernielen of zonder vergunning van de minister, of in strijd met in deze vergunning gestelde voorwaarden, een monument af te breken, te verplaatsen, of in enig opzicht te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het ontsierd of in gevaar gebracht wordt. Speciaal ten aanzien van archeologische monumenÂť ten geldt dat bepaalde werkzaamheden waarvan vast staat, dat hierdoor het monument wordt be= schadigd of vernield, niet zonder vergunning van de minister mogen worden uitgevoerd, dit zijns diepploegen, ontginnen, ontgronden, egaliseren, leggen van draineerbuizen, rioleringen en leidingen, het graven van funderingssleuven en bouwputten, en het graven van wegcunetten. Er worden door de minister instellingen en personen aangewezen, die bevoegd zijn graafwerk uit te voeren volgens door hem vast te stellen regels, dat ten doel heeft het opsporen of onderzoeken van monumenten. Een rechthebbende op een terrein waarin of waarop zich zulke monumenten bevinden, moet dulden dat hierin graafwerk met bovengenoemd doel wordt verricht. Schade, die de rechthebbende hierdoor zou lijden, wordt door het Rijk vergoed. Roerende monumenten, die bij dit graafwerk worden gevonden, zijn eigendom van de persoon die, of de instantie dat, het graafwerk uitvoert, De grondeigenaar ontvangt een vergoeding gelijk aan de helft van de waarde van het monument. Wanneer iemand toevallig bij graafwerk een voor-


13. werp vindt, waarvan hij kan aannemen dat het een monument is, d.w,z, oudheidkundige waarde kan heb=> ben, moet daarvan binnen drie dagen de burgemees<= ter van zijn gemeente mededeling doen. De laatste moet hiervan onverwijld aan de direateur van de Rijksdienst voor oudheidkundig Bodemonderzoek te Amersfoort, kennis geven. Indien bij graaf- of baggerwerk een vondst wordt gedaan, kan de monumentenraad de minister adviseren ten behoeve van een in te stellen wetenschappe» lijk onderzoek voorschriften te geven met betrekking tot de uitvoering van het werk of hij kan tijdelijk het werk geheel of gedeeltelijk doen stilleg° gen. De daardoor ontstane schade wordt door het Rijk vergoed. Voor dit gedeelte in de wet heeft men over het algemeen een heilige angst. Dit is echter zeer ten onrechte omdat dit in de praktijk zeer soepel wordt toegepast,, Men komt, voordat men tot

een dergelijke maatregel overgaat, in de meeste ge° vallen tot een voor beide partijen aanvaardbare re«= geling, waardoor de schade in tijd of andersinds zo klein mogelijk blijft. Bij verschillende werkzaamheden waar oudheidkundige zaken aan het lisht kwamen, heeft men in d« veron<= derstelling dat de eenmaal gealameerde archeoloog het werk zou stilleggen, de vondst verzwegen. Dit artikel hoeft daarom geen enkele reden te zijn,om, zoals helaas nog herhaaldelijk gebeurt, een vondst niet te melden of te verdonkeremanen, Er zijn in deza wet verschillende strafbepalingen opgenomen tegen hen, die opzettelijk handelen in strijd met al d'eze aanwijzingen,, Yan belang voor de archeologische monumenten is ten slotte nog dat gedurende de tijd na het in werking treden van de monumentenwet, zolang de lijst van monumenten nog niet geheel is vastgesteld, de onroerende zaken, vermeld in de voorlopige lijst van Nederlandse monumenten voor geschiedenis en kunst, zoals deze is uitgegeven door de Rijkscommissie voor de monumentenzorg, worden beschouwd als beschermde monumenten. Óp deze lijst komen steeds meer archeologische monumenten voor, men is


14.

tereoht hard aan. het werk om een inventaris van onroerende monumenten, die in archeologische zin van betekenis worden geacht, samen te stellen. Voor het Land van Maas en Waal en het Rijk van Nijmegen komt deze lijst ongeveer overeen met de publicatie van profÂť Modderman uit 1951 en telt voorlopig ongeveer 125 plaatsen, dooh deze lijst is nog niet compleet, zodat we dit aangaande nog niets kunnen publiceren. 1) Men is momenteel nog bezig met inventariseren, Er wordt een repensatieve keuze gedaan gebaseerd op wetenschappelijke, cultuurhistorische, landschap! pelijke- recreatieve en planologische overwegin- j gen. 2) | Het is daarom van het grootste belang dat wij allen, zowel binnen als buiten de vereniging, on<= ze medewerking hieraan verlenen en er op blijven toezien, dat er geen enkel archeologisch of ander monument verloren gaat. Ook dient er meer toe=> zieht te komen op graafwerkzaamheden, verder zou het niet ongewenst zijn om bij de opleiding van mensen die met dit werk te maken hebben aandacht te schenken aan de archeologie en de betekenis hiervan. Want hoe vaak zal een vondst niet verloÂť ren gegaan zijn omdat men er totaal geen kennis van had. We weten helaas nog te weinig van de mensen die eeuwen geleden ons land bewoonden en dienen daarom zeer behoedzaam en zorgvuldig om te gaan met hetgeen ze aan ons hebben nagelatenÂť

C,v.Kouwen. 1) P.J.R.Modderman. De oude woongronden in het land van Maas en Waal. 2) "Monumenten Wet en Archeologie" uitgave van het R.O.B.


15. ONTVANGST EN UITGAVE YAH DE KERK TE PEUTEN, (vanaf

1 augustus 1827 tot 19 april 1875)

24 Juni 1830, .De oolleste onder den Rosenkrams, de coll»ote bij het houden van een uit° vaart welke eerst volgens hier bestaand» gebruik, voor de kostar waarej ook is hier tegen vervallen al 't geen vat de koster ontvangt van de ke° velaarsgangen 't welk au ten voordeel® van de kerk komt, dit ©onteast is aan» gegaan, in September 1829, ingevolge dit 'oontraot is aaa J» Scheeren op dea 24 Juni j 1830 vooy drit quartaale uit=> betaalt. ... 5 gulden en vijftig

18J4 1834 1834 1835

1835 1835

ontvangen van ®en goede hand tot het daarstellea van e@m planke besehot agtey de pastorij. = .20 guldea<, Deo ontvangen van onsen Zeer GeEerbiedig» den Koning Eene gratificatie van 980 gulden,, Uitgave aan Martinus de bode voor het mandaat van 980 gulden. . .4 gulden» Uitgave aan vijf schaften bikkelen . Aug, . « 10 gulden. 12 Mei, Uitgave aan joSuRieff op rekening gegeven van het stukador werk der Kerk te Bruten . . 70 gulden, Juli j. Aan G iel Domensino de verver voor het verven van de pastorij van binnen En buiten. ... 42 gulden. Aan j, van oss voor geleverd 6 mud Aug0 gruis voor beplijstering van buiten aan de kerk in juli j 1834. «9 gulden»


16. 1837 mei. Aan de Haan Koperslager wegens voorschotten en werkloon oude pomp . . , . . 11 gulden 68 cents» 1837 Junij„Aan de Heer j»m. Hieff voor het stukadore der kerk te Druten, 797 gulden «n 10 cents van deze som is reeds in mei 1835. • 70 gulden En in januarij 1836 100 gulden in uitgave gebragt dus blijf nog in de uitgaeve te brengen de som van . o 627.10 1838 febo Ontvangen van j„Russen Kopersmit wegens pacht van het Kerkeland over het jaar oiroa 1816 de som van. ,21 gulden» 1838 Maart„Aan Hent van der Horst Koster in vol» doening van drie quartaelen van zijn tractement. » . 27 gulden, 1838 M«i„ Bij mijne komst in deze Gemeente Bruten, hebben mij de Kerkmeesters aangekondigd, dat het vierdedeel jaaregeld voor het geheele jaar is driehonderd en twintig gulden maar voegden tevens daarbij, dat mij 'n voorganger den Eerw, Heer G,Mel= sen uit aanmerking van den behoeftigen staat der Kerk elk jaar een honderd gul° den aan de Kerk geschonken heeft, het=> welk ik hun toezegde ook provisioneel te doen, zoo dat ik mijn regt op de bovenbedoelde fl 320.00 niet langer dan ik goed vind, of sta. - G.van den Bosoh Pastor. 1839 8 Julij» Het aan Onze Lieve Vrouw geofferde goud verkooht- daarvoor ontvangen fl 84.37il'« 1839 5 Aug.Aan Jacobus de Grouw Mr» koperslager voor 6 kandelaars. . 153*00 gulden. 1840 Maart»ontvangen uit de inteekening voor het orgel. . f 491.--


17.

01

1840 19 Junij, aan de heer Smits Mr, orgelmaker f 509»00 van de opbrengst uit de inteekening f 491.00 1840 29 dec. ontvangen den tweeden termijn der ingeteekende f 509.voor het orgel 408,00 gulden 491... in totaal f 1000.1841 7 Januarij. Ontvangen van den WeIEdelen Heer A. Schouten tot den aankoop van het huisje van den Heer van Deelen f 12.50 1841. Maart en in het begin van April. Ontvangen van den derden termijn der ingeteekende gelden voor het orgel 41.25 gulden. Uit d® tweede inteekening voor de jongelieden 42,60. 1841 1 Mei» Ontvangen van den Heer P.Albers, te Druten, betalende voor de R0C.Kerk te Bruten de som van zeg en veertig gulden veertig cents, voor kosten van transport van huis en land op de huoht, met zegels, registratie,—— en kadaster: Druten 1 mei 1841. Joh.Pool. 1842 21 Mei. Van Smits orgelmaker ontvangen voor twee Jaren intrest van 1000 gulden, op het orgel vooruit betaald f 80,00 1842 25 meie Met Pinksteren van 1842 is het door Smits orgelmaker te Beek vervaardig» de orgel voor het eerste bespeeld tot daarstellen van dit orgel is eene intekening geopend, waarin alle parochianen hebben ingeschreven, uitgenomen jan van der Vielen.


18.

Drie maanden hierna wordt voor het eerst een organist onder de uitgaven vermeld. Het tractement aan den organist eer1842 Aug, ste quartaal f 25,00 Traotement aan den organist tot slot f 22.00 1843 5 April. Aan den organist traotement van jan. tot 1 Mei f 62.50 1845 4 Juni J. aan den blaasbalgtrapper f 12.00 dit voor een geheel jaar vanaf ingebruikneming van het orgel. Verdere gegevens tot een volgende keer. Paul v. Binteren.


19. "Ben inheemse nederzetting uit de 2 de eeuw te Ewijk".

In het kader van de ruilverkaveling Rijk van ïïijme» gen Noord zijn op het terrein de oude woongrond Wolfsdarm aan de Krukse Dijk in de gemeente Ewijk de hierna te noemen grondwerken uitgevoerd. De woongrond dateert uit de Romeinse tijd en komt voor op de monumentenlijst van de gemeente Ewijk» De kern van het terrein van de woongrond wordt gevormd door een hooggelegen akker, in het vervolg te noemen "de akker", Grondwerkena 10 De voormalige onverharde weg Krukse Dijk is 11 m in westelijke richting verl»g40 Zij is nu verhard. De Krukse Wetering die de Kniks® Dijk begeleid» de is gehandhaafd. De nieuw® weg wordt nu aan de oostelijke zijde door een 11 m brede berm, in het westen door een 5 m brede berm begrensd*, Langs de westelijke berm is e«n smalle sloot ge° gr aven <, 2o De weg buigt ©a, 50 m ten zuiden van de akker in westelijk* rishting om„ De bermsloot door= snijdt de weide die in het zuiden aan de akker grenste 3» De sloot tussen de akker en de onder 2 genoemd» weide is gedempt<, 4» Langs de grens van de akker met de in het noorden aangrenzende akker is een wetering gegraven,,

Uitgestrektheid en opbouw van de woongrpnd» Uit de taluds van de twee weteringen en de bermsloot konden gegevens worden gewonnen met betrekking tot de uitgestrektheid en d® opbouw van d® woongrond. De bewoning strekt sieh nog ©aa 30 m over de noor= delijke akker in noordelijke riehting uitö In de talude van de nieuwe watering komt d® bewoning voor tot ea<, 20 m ten oosten van de westelijk* greng van


20.

de akker. Overigens komen op resp, 8m en 63 m van» af deze grens in westelijke richting nog 2 ongeveer n,o„-z,w. lopende greppels voor, Bewoningsresten werden ook aangetroffen in de "bermsloot voorbij de ombuiging in westelijke richting. Hierin loopt de bewoning naar het westen toe uit f waarsohijalijk komt zij bij de westelijke grens van de weide niet meer voor» Tenslotte blijken zich nog volop resten voor te doen in het westelijk talud van de Kruksft Wetering, Op grond van deze waarnemingen kan de woongrond voorlopig tussen de volgende ooördinaatpunten worden ingesloten: kaartblad 39 O (H), 177,53/430,54 (uiterste grens)» 177o38/430,52 (waarschijnlijk uiterste grens)177<>39/430,44 (zeker nog voorbij dit punt, doch vermoedelijk niet vér)- 177,51/430,47 (zeker nog voorbij dit punt, onbekend hoe ver). Bij de bewoning hoort een licht tot donker blauw= grijs gekleurde vegetatiehorizont (laklaag), Deze ligt op 0,50-0,60 m beneden het maaiveld. De in het centrum van het terrein van de woongrond gelegen akker en een deel van de in het zuiden daaraan grenzende weide steken duidelijk boven de omgeving uit. Uit de profielen van de bermsloot en wetering is komen vast te staan dat de hoogte een natuurlijke verhevenheid is en als zodanig deel uit maakt van het micro-relief van de stroomrug, waarop deze en de overige woongronden in de omgeving zijn gelegen, "Van een woerd is hier derhalve geen sprake, Vondsten, Bij genoemde grondwerken zijn vondsten gedaan, die onder meer werden verzameld door de heer C, van Kouwen, Boksdoornstraat 84, Nijmegen, d,d, 3*5» 1969. Deze vondsten werden aan de R,O,B, gemeld op 8,5,1969 door de heer S.tó.Tuijn, Wolter Degenstraat 26, Nijmegen,


21.

Hieronder wordt een korte beschrijving van de vondsten gegeven, Bij het aardewerk wordt de meerderheid gevormd door de inheemse ceramiek (schatting 60 a70^). Fragmenten van potten van uiteenlopende types,extremen: hooghalzige pot met een groeflijn op de scherpe knik naar de smalle schouder, en tonvormig tot vlak bij de rand besmeten. Fragmenten van kommen en bakjes, onder meer van een zeef. Voorts delen van talrijke schalen met eenvoudige rand of één of tweemaal gebruikte rand. Enkele fragmenten hebben een "golfrand". Versiering komt vrij spaarzaam voor, meestal kam» versiering, daarnaast een versiering van grove lijnen of van in serie(s) geplaatste indrukken. Voor de verschraling is aardewerkgruis gebezigd, zelden kwartsgruis. Het inheemse aardewerk maakt de indruk overwegend 2de-eeuws te zijn. Naar aanleiding van een klein aantal scherven kan eventueel aan een datering in de Bronstijd gedacht worden. Zij zijn rijkelijk met kwartsgruis verschraald, een kenmerk van het Hilversum-Drakenstein aardewerk uit de Vroege en Midden-Bronstijd, Mijn inziens moet echter nog ge» twijfeld worden aan deze datering, omdat een duidelijke in de richting van de Bronstijd wijzende context op de vindplaats ontbreekt c.q. nog niet onderkend is, en kwartsgruisverschraling als reeds gezegd ook bij het inheemse aardewerk uit de Ro= meinse tijd wel kan voorkomen. Van het Rome i ns e a arde we r k kan het volgende nader worden beschreven. Bij de zogenaamde geverniste waar vallen op een randscherf van een beker met karniesrand en een fragment met zandbestrooiing. Bij het ruwwandige aardewerk fragmenten van potten met hartvormig randprofiel, van kommen met een horizontale rand, borden met verschillend geprofileerde rand, bor= den met een binnenwaarts verdikte rand en een groeflijn op de buitenzijde, borden met ongepro-

J


22.

fileerde rand. Vermelding verdient ook de vondst van talrijke fragmenten van één terra nigra "beker, Holwerda, Belgische Waar type Jlb, Holwerda plaatst deze beker in de 2de eeuw. Het Romeinse aardewerk mag zonder meer in de 2de eeuw worden gedateerd. In het rivierengebied — geenszins uitzonderlijk meer te noemen zijn de glazen armbanden, waaraan door Th.N.Haevernick een studie is gewijd (Die Glasarmringe und Ringperlen der Uittel- und Spëtlatènezeit, 1960). Ook hier werd een fragment van een armband gevonden, en wel van het type Hae° vernicsk 7a« De kleur van het glas is donkerblauw» Het is bekend dat enkele types, waaronder type 7» van deze als Keltisch bestempelde armbanden ook in de Romeinse tijd nog gebruikt moeten zijn« Tenslotte mogen nog genoemd worden een drietal Romeinse dakpanfragmenten} een fragment gebakken klei met enkele twijgindrukken aan één zijde, ge= heel vlak aan de andere zijde} een ijzerslak, ve= Ie stukken natuursteen, o,a, fragmenten van maal= stenen van bazaltlava en een klein fragment van een smalle langwerpige slijpsteen en talrijke beenderresten.

R.O.B. Amersfoort

19.5.1969.

R.S, Hulst. Een inheemse nederzetting te Ewijk.

Op de vraag wat voor mensen op deze plaats gewoond hebben, kunnen we slechts een paar opmerkingen maken, die over het algemeen voor alle inheemse nederzettingen in het rivierengebied gelden. Deze mensen, waarschijnlijk Bataven of leden van een aanverwante stam, woonden in vrij grote rechthoekige huizen waarvan de afmetingen ongeveer 6 bij 12 meter bedroegen» Het vrijdragende rieten dak rustte op een stevige palen constructie en stak


23. ongeveer één meter over de zijwanden uit. Deze zijwanden "bestonden uit op korte afstand van el= kaar geplaatste houten paaltjes waartussen twijgen gevlochten waren, de "binnen en buitenkanten werden met klei bestreken„/In het z.g0 korte ge=> deelte verbleven d® mensen, wat men nog kan zien aan de stookplaats die zioh daar bevindta In het andere gedeelte bevonden zioh het vee en de opslagplaats , Een dergelijke nederzetting bestond meestal maar uit 3 of 4 huizen, waarin hele families met hun vee bij elkaar woonden. Deze huizen gingen ongeveer 50 of 60 jaar mee, als ze tenminste niet eerder door brand verwoest werden. Dit laatste is eohter een gelukkige omstandigheid voor de archeoloog omdat de verkoold® resten van hout en riet heel goed in d@ bodem bewaard blijven. Ook de door de hitte gebakken klei van de zijwanden blijft als z»g. "hutten leem" goed herkenbaar de plaats aangeven waar de huizen gestaan hebben» Wat de nederzetting in Ewijk betreft vallen nog twee zaken bizonder opj 1e, Gezien het groot aantal runder- en paar» denbeenderen die op het terrein voorkomen vonden de mensen die er woonden, naast de landbouw, zeker hun hoofd-bestaan in de veehouderij» 2e, Het hoge percentage Romeins aardewerk geeft aan dat er goede handelskontakten bestonden met de Romeinen, die onze streken in die tijd bezet hielden. Ook waren veel Bataven als militair in Romeinse dienst, Het is mogelijk dat deze plaats reeds bewoond is geweest door mensen uit de bronstijd (van 1800 tot 800 v.C,) De Bataven hebben er g@~ leefd van af het begin van de jaartelling tot ongeveer 260 n.C,, waarna ze waarschijnlijk door het water zijn verjaagd, C.v.K.

/~~De ingang bevond zich aan de zijkant op ongeveer 1/3 van de lengte van de woning.


24.

Een Romeinse nederzetting te Druten.

Dit voorjaar heeft de A.W,N.werkgroep Nijmegen en omstreken met medewerking van de gemeente Bruten een onderzoek ingesteld naar een Romeinse neder» zetting te Druten. Deze nederzetting, die «rlobaal gelegen is ten zul=> den van de van Heemstrahaan, tussen Ruimzicht en de Scharenburgsestraat, is geheel afgedekt met een -kleilaag van gem. 100 cm. Zodoende konden de spo= ren van deze nederzetting alleen maar in enkele nieuw gegraven sloten "bekeken worden (zie napost R.O.B.). De grond die vrijgekomen was, is doorzooht op Romeinse resten. Het resultaat van het onderzoek treft U ook hierbij aan. Deze zomer zijn met het afsohuinen van sloten op hetzelfde terrein ook weer talrijke Romeinse resten gevonden, waarbij twee afvalputten. Hier uit konden naast veel aardewerk scherven en bouwmateriaal, de volgende zaken geborgen worden» Een geëmailleerde schijf fibula, een ivoren speelschijfje en nog enkele kleine bronzen voor= werpjes» Tientallen ijzeren spijkers en krammen, enkele stukken Romeins vensterglas en kalkspecie met rode muurschildering. Bij het aardewerk zijn enkele stukken rijk versierde terrasigilata. In het volgende nummer komen we hier nader op terug. C.v.K. RIJKSDIENST YOOR OUDHEIDKUNDIG BODEMONDERZOEK.

Rapport verkenning Druten, 14.1»1969.

39 O (H) 170.55/453.07- 170.55/ 455.05. Verkenning van de wanden van de recent opgeschoon-de en verbrede bermsloten ter weerszijden van de provinciale weg, de Heemstraweg. In de profielen is een uit de Romeinse tijd date-


25. rende "bewoning aangetroffen. Het bijbehorende maaiveld is een lichtgrijs tot donkervuilgrijs kleiig pakket (zgn, laklaag), dat de afsluiting vormt van een zeer zaridige stroomruggrond. De bewoning is op een duidelijk waar te nemen rug gelegen. Het pakket dat de bewoning afdekt, bestaat uit vrij zware stroomruggrondj 48 m ten westen van de Mr.van Coothstraat duikt het oude maaiveld op, op een diepte van ca. 1.10 m. Bij de 20m. verder gelegen duiker onder de provinciale weg bedraagt de diepte 0.80 m. In westelijke richting verdergaande komt de bewoningslaag op 0,50 m voor om daarna geleidelijk weer te dalen. Tot 160 m van genoemde duiker, bij een tweede duiker onder de weg, was de slootverbreding gevorderd. Hier ligt de bewoningslaag weer op een diepte van 0,90 m, Aan d@ overzijde van de weg konden waarnemingen verrieht worden vanaf de eerste duiker over een afstand van 44 ni in oostelijke richting tot de scheidingssloot met een laaggelegen bebost per° ceel0 Hier ligt de bewoningslaag op een diepte van 0,90 m. Op enkele plaatsen werden bij de bewoning horende grondsporen waargenomen. De vondsten bestaan uit scherven van naar het schijnt uitsluitend Romeins aardewerk, voorts uit enkele dakpanfragmenten, fragmenten van tubuli, een fragment tufsteen en vele beenderresten,, Date° rings II. Defin (vondsten): M.J.J, Bergevoet, Hogestraat 66, Drutenj G,A„Sa Volgens de heer M,J,J,Bergevoet, die gedurende een geruime tijd vondsten op deze plaats heeft gedaan, strekt de bewoning zich niet verder in noordelijke richting uit. De vindplaats zou derhalve aan de noordelijke rand van de nederzetting zijn gelegen. De vindplaats is gemeld door de heer W.N„Tuyn, W, Degenstraat 26, Nijmegen, d.d, 13°1,1969. Amersfoort, 15.1.1969.


26.

Yondstenlijst Bruten (v.Heemstraweg, Mr.van Coothstraat) d.d, 10.5,69. A»W,ïï. werkgroep "Nijmegen en Omstreken" Romeinse bewoning 2e en Je eeuw N.C,Terrasigilata 2 randfragmenten Drag. 33

1 1 1 1 1

Datering, 2e eeuw randfragment Drag. 33 2e eeuw. 2e eeuw, randfragment Drag, 51 randfragment Drag. 37 zonder lijst 2e eeuw. begin 3e randfragment Drag. 45 eeuw. bodem met stempel .../VS

Geverfd aardewerk. 1 bodem roodachtig ker.zwart geverfd, einde 2e begin 3e eeuw, 1 bodem witte ker. bruin/zwart " 2e eeuw, 1 rand fragment geel/rode ker. zwart geverfd. 2e eeuw. 1 wandfragment bestrooid met stukjes pijpaarde, bruin/zwart geverfd. 2e eeuw. Terra Nigra, 1 rand fragment (dunwandig)

2e eeuw.

Diverse soorten Romeins aardewerk. 1 bodem van bruin, dun en hardgebakken materiaal 1 pijpaarden kruikhalsje met ringvoreinde 2e mige lip Stuart t. III eeuw. 1 groot fragment ruww. kookpot met midden 2e deksel goul.Arentsb. 94-441 eeuw. 1 rand fragm.ruww» kookpot grijs gemidden 2e e. smoort Stuart tijpe 203


27, 1 rand fragment ruww.kookpot bleekrood met platte rand midden 2e eeuw, 1 rand fragment ruww, bord grauw 2e eeuw, Arentsb, afb, 94-241a 1 rand fragment ruww, bord geel 2e eeuw. Arentsb. afb. 94-250 1 bodem fragment ruww, kookpot geel 2e eeuw, Arentsb, afb. 1 rand fragment van bolle grijze pot met platte rand Hofheim t, 91A 2e eeuw, 2 deksels 1 ruww,bleek, rood, 1 pijp2e eeuw. aarde Arentb, afb, 94-255 2 oren rode ker. 1 klein fragm, br, 2? mm, 1 groot oor br. 35 mm» 1 rand fragm, dolium zandkleurig, kleine soort, Rand br„ 55 mm. 1 wand fragm. •van een kruikamphoor ArentsB, afb<, 90=54 1 stand punt van buikige amphoor 1 rand fragm, van een wrijfschaal, midden 2e zandkleurig Arentsb, 32? eeuw. 1 bodem fragm. van een wrijfschaal, roodkleurig " " 6 randfragmenten van plompe grijze kookpotten met dikke ronde rand Arentsburg afb, 92 no. 141b, 141c en 142 ï fragment met ingekraste graf~ fiet op de rand 2e en 3e eeuw. 1 bodem fragm, van ruww, Holdeurnse schotel bodem $ 35 om«

Metalen. 4 ijzeren spijkers lengte van 5 tot 16 om. 1 ijzeren klamp lengt® 11 cm, 1 ijzeren strip met rondgat lengte 12 cm»


28.

Div. fragmenten, tegula (platte dakpan) K M imbrex (vorstpan"1 tl nijpocaustegel (vlaertegel) tl tubuli, waarvan sommige ruitvormig ingekrast. Lotharingse kalksteen, "brokken mergel, tufs'teen. kwartsiet. Div. div.beenderen van dieren 1 rand fragm.inlands aardewerk zwart gepolijst met gladde rand en S.profiel,gemagert met fyne kiezel en scherfgruie.1 rand fragm.vroeg middel.aardewerk lichl blauw tot grijze kleur. z. g. s teengoed. ________Determinatie V.N.Tuin Nijmegen_________ Nieuwe vindplaats van Romeins- Inheems en middeleeuws aardewerk te Bruten,

Nabij de dorpskom te Druten, om precies te zijn Brouwerstraat 4, is door de heer G.van Mulukom tijdens graafwerk in zijn tuin een hoeveelheid schervenmateriaal verzameld. Dit bevond zich in veelal gestorte grond tot op een diepte van ongeveer 1.23 meter, zodat tot nu toe geen juist verloop in de bewoning is te constateren. Drs. R.S. Hulst van het R.O.B, te Amersfoort was zo vriendelijk heteerste gedeelte van de fragmenten als volgt te beschrijven} DATERING I.

Romeins geĂŻmporteerd en inheems aardewerk Terra sigillata kom, Dragendorf 37 eind I-IV Eeuw. Fragmenten gevernist aardewerk met zandbestrooing, eind I-II Eeuw. Randfragmenten van amforen en andere grote vormen*


29. DATERING II.

Middeleeuws aardewerks Fragmenten Pings dorf aardewerk Randfragment met rad & tempel ornament Randfragment inheemse kogelpot, Datering XI - XII» Eeuw,

Later gijn nog Romeinse dakpan fragmenten waargenomen, Verder veel leiateen-stukken en brokken tufsteen, Vermeldingswaard is nog een benen glis met een lengte van 16 |s- ©m. Het slijtvlak is nagenoeg vlak, zowel in de lengte als breedte; Verder zijn géén sporen van bewsrking- of ander gebruik waar te nemen,

P0v, Dinteren0

AD DÏÏODE ODIUM JA OF NEE?

In "Romeinse aardewerkvondsten in Druten" (Kontakt<=> blad 5 , jan 1968, blz. 4) heb ik over de vindplaats van Romeinse scherven te Druten gessegds "Het is geer wel mogelijk, dat dess® woonplaats d® naam AD DUODECIMTJM heeft gedragen, " Enkele verhandelingen over de Pen t i nge r ka ar t hebben mij echter aan het denken geaetf al spoedig bleek mij, dat de ogenschijnlijk voor de hand liggende conclusie helemaal niet waar hoeft te zijn. Op de Peutinger» kaart wordt namelijk met twee maten gewerkt en wel? 1 , de leugeeof Gallische mijl van 2,2 km. en 2, de millia passuum of Romeinse militair® mijl van 1 ,5 km, Hier beginnen de moeilijkheden al, want volgens de

j

leugae zou AD DUODECIMUM (in het vervolg A 0 D 0 ) 12x 2,2« 26,4 km van Noviomagi liggen; volgens de Romeinse mijlen 12 x 1,5 - 18 km. We komen resp. uit


30. tussen Wamel en Beneden-Leeuwen en juist ten oosten van Druten,

Nu echter blijkt de Peutinger kaart getekend te zijn in een tijd (2e=3e eeuw), dat de millia pas~ sumn in dez* streken, nog niet gebruikt werda D« Romeinse cijfers, die tussen de verschillend® plaat= sen op de kaart staan, stammen uit een iets latere tijd en geven de afstand in milliae passuum aana De plaats A<,D0 zou dan ouder zijn dan de afstands~ getallen. Op deze manier rekenend, zou A0D0(LAPI= DEM= bij de twaalfde mijlpaal) op 12x2,2^26,4 km. van Noviomagi liggen. Tussen A.D, en Noviomagi staat op de P.K„ het cijfer XVIII («18). Volgens dit oijfer is de afstand 18x1,5*27 km. Volgens d@~ ze twee afleidingen zou A 0 D 9 dus komen te liggen tussen Vamel en Beneden-Leeuwen, Dit alles redenerend^vanuit Noviomagi. Gaan we nu uit van de plaats Grinnibus, waarvan men tegenwoordig algemeen aanneemt dat zij d*zelf= d» is als de woonplaats bij Rossum, dan komen we opnieuw voor een moeilijkheid te staan0 Juist ten oosten van Grinnibus is nog de V (=5) te zien van een getal. Maar dan volgt er een gat in de kaart. De schrijvers van enkele oude verhandelingen over de P.K,, die nog gebruik konden maken van de onbeschadigde kaart, geven hier VIIII op, een oude schrijfwijze voor IX (9). De afstand VI Grinnibus- A.Da zou dan 9x1,5!=13,5 km. bedragenj en weer komen we juist ten oosten van Wamel uit. Nog even terzijdes de afstand van 12 leugae of 18 passuum (-27 km) is een afstand die door een zwaar bewapend leger als het Romeinse was, juist in één dag te voet kon worden afgelegd. Uit het voorgaand» meen ik te kunnen concluderen, dat we AD DUODECIMUM ni«t ten oosten van Druten moeten zoeken, maar ergens op een nog niet teruggevonden plaats tussen Wamel en Beneden-Leeuwen, Nu rijst onmiddellijk de vraag: welke woonplaats ligt er dan wel ten oosten van Druten?


31. Ook hierop meen ik een antwoord te kunnen geven. Op de P.K9 staat namelijk in de weg tussen A„D„ en Noviomagi juist ten oosten van A<,D. een knik ge=> tekend» Bij alle knikken in wegen op deze kaart staan plaatsnamen! bij deze eshter ontbreekt de naam„ De redenen waarom zijn ons niet bekend,, Waar° schijnlijk was de plaats niet belangrijk genoeg om genoemd te worden en was het voldoende haar met een knik in de weg aan te geven,, Nu spreekt Taeitus over een plaats tussen A«,D,, en Noviomagi, veel dichter bij deze plaats gelegen dan bij de tweede, die niet op de P. K. ligt, na=. melijk VADA„ VADA is uiteraard lateins en betekent zoveel als "doortocht", "oversteken"» Het is bekend dat de Vaal in de Romeinse tijd niet veel breder was dan de Linge nu j d® Romeinen, hebbtn de Waal zelfs bij d® afsplitsing uit ds Rijn afga» damd0 Hat zal dus niemand verwonderen dat de Remeinen op sommige plaatsen d© Waal zijn overg®~ stok©n0 In hetzelfde Kontaotblad staat op bla0 18, dat Afferden in 1165 te boek staat als Af orden,, Dit kunnen w® splitsen in twee delenj A en Porden^ De naam A, Aa, Amer, E, Ee of Eem(s) is een cer<=Nederlands® naam voor rivier; In Brabant hebben w® nog de Aa, terwijl de Dokkummer Ee «veneens een veelgevraagd® Nederlandse rivisr is in krnis= woordpuzzelso Ford, Vorde, Voord®, Foort is moge» lijk nog Nederlandsen, ja zelfs oer-germaans» In het duits hebben we nog Furd® en versohillend® plaatsen met-Furde liggen of lagen langs een ri=. vier. Ook in het engels is Vorde niet onbekend. De naam Oxford is hetzelfde als het Nederlandse Coevorden. De betekenis van Ford®, Vord® enz, is; doorwaadbare plaats, oversteekplaats. Etymologisch betekent Afferdea dus hetzelfde als Vada0 Het staat voor mij dan ook vast, dat de Romeinse woonplaats ten oosten van Drutan de naam VADA heeft gedragen, en dat de Romeinen hier d® Waal o» verstaken en niet ergens ten westen van 'Drutsn tij de "Twaalfde mijlse afwag", die ook wel, en in te-


32, genstelling met wat Kakebeeke zegt (zift lid 1„

opg») zelfs vaker en met meer klem "Twaalfmer" gense afweg" wordt genoemd. literatuur? 1 <, A<,D0Kakebeekes "Het nederlandse gedeelte van de

Peutingerkaart" in Brabants Heem? jrg IV, 1952. 3, H0v0Heiningem "De Historie van het Land van Maas en Waal" 1965» 4* " " " § idem 2. de aldaar genoemde l i 1era tuur . 5 . Konradj "De Peutingerkaart"»

M„Bergevoet Jr.

KORTE VONDST-BERICHTEN.

Kernen, Bij een zandafgraving te Hemen is deze zomer een kleine urn gevonden met daarin nog de crematie resten« Datering begin van de jaartelling. C.v.K.

Bergharena Bij een zandafgraving in de omgeving van de Mo-

lenberg zijn deze zomer talrijke resten van inheems keramiek gevonden<> Datering 2e eeuw» De A.W„N, werkgroep heeft hiervan op verzoek van het R.O.Bo het een en ander verzameld. T.z.t. zal dit gepubliceerd worden. A.W.N.


33. Wijohen. De opgravingen bij de Pas in Wijohen zijn dit jaar voorlopig afgesloten met het ontgraven van een put of drinkplaats aan de rand van het ondergestoven ve.n (zi* vorig nummer)» Ook hierin zijn talrijke aardewerk resten gevonden uit d® ijzertijd (600 v. G.), De put zelf bestond uit ongeveer 30 cm. hoog vlechtwerk met een middehlijn van ongeveer 160 em. A.W.N.

Alphen-Appeltern0 Bij het slechten van heuveltjes, waarop oude boerderijen stonden, zijn in desse plaatsen de afgelo= pen jaren verschillende keren munten gevonden, die men hier in kwade tijden in de grond stopte. Datering 17® tot eind 18e eeuw, meestal zilveren mun~ ten, een enkel© keer een gouden» Het is wel aan te bevelen om bij deze werkzaamheden wat voorziohti= ger te werk te gaan, zodat we ook eens iets over de vondstomstandigheden te weten kunnen komen. C.v.K.

Vamele Tijdene het leggen van riolering in de Kerkstraat zijn de uit kloostermoppen bestaand* funderingen van een middeleeuws klooster te voorschijn gekomen. De A.W,F<, werkgroep heeft hiervan nog wat kunnen tekenen en fotograferen, ook zijn er nog wat aar» dewerksoherven verzameld. Datering 15e en 16e eeuw. Het is alleen jammer dat men bij de uitvoering van deze werkzaamheden wat al te voortvarend te werk is gegaan, waardoor veel gegevens verloren zijn.


34. )Altforst. Op de Monniken Woerd is men bezig een onderzoek

in te stellen naar de resten van een oude proosdij, die hier in 1134 gesticht is. T.z.t. hopen wij hierover meer te kunnen vertellen* C.v.K,

Pruteni Tijdens grondwerkzaamheden voor het zwembad op de Gelenberg te Druten is een vuurstenen kling gevonden» De heer A.Bruijn van het R.O.B, te Amersfoort, bracht de 30 mm. lange geretoucheerde kling thuis in het mesolithicum ( ong. 8000- 4000 voor Chr.). P.van Dinteren, Bergharen»

Door de gemeente secretaris G.B.Schillemans zijn enige jaren geleden scherven opgegraven van een grijze kookpot met 3 brede uitgeknepen voetjes. De korte en nauwe hals is oilindrisch. De totale hoogte bedraagt ongeveer 29 cm. De vondst bevond zich op ongeveer 75 cm» diepte in een gele zandgrond,. De vondst is reeds gerestaureerd en is te dateren in de 14* eeuw» P.van Dinteren. De vondsten van de"Roodhekkenpas" te Druten zijn geschonken aan het Museum Kam te Nijmegen. P.van Dinteren.


35. KASTEEL APPELTERN,

Vanneer we tij de Noord=Zuid verbinding nabij Appeltern aan de Maas het doorgaans zo jachtige leven even vergeten en eens rustig de dijk volgen in Oostelijke richting, zien we verscholen tussen hoog geboomte de resten van het eens zo trotse kasteel Appeltern, Het kasteel waar de bekende Joan Derk van der Capellen tot de Poll, in de zomer van 1781, anoniem, zijn pamflet "Aan het volk van Nederland" schreef. Het is jammer dat dit eer» tijds zo reusachtige kasteel in 1884 in slopershanden kwam, waardoor het voor ons vrijwel geheel verloren ging. Slechts een deel der bijgebouwen ontkwam aan deze sloperswoede. In een der muren van de overgebleven bouwhuizen zijn enkele wapenstenen met wapens van vroegere bezitters ingemetseld, voorzien van de jaartallen 1686 en 1786» Op deze muur sloot vroeger een vleugel van het kasteel aan. Het kasteel, dat een Gelders leen was en dat in 1686 werd vernieuwd, wordt in de Tegenwoordige Staat van 1741 e«n aanzienlijk Herenhuis genoemd. Duidelijk kan men nu aan de omtrekken van de langzaam dichtgroeiende grachten zien waar dit reusachtige kasteel gestaan heeft en hoe groot dit geweest moet zijn. Thans zijn de bouwhuizen als boerderijen in gebruik, In de middeleeuwen hebben de Heren van Appeltern hun invloed duidelijk doen gelden en met de bewoners van de plaats waar nu een zo weelderige plan» tengroei wordt aangetroffen moest qua belangrijkheid duchtig rekening gehouden worden. Ook dit kasteel ging in de loop der eeuwen over op verschillende geslachten. In 1484 van Van Appeltern op Van Gent. Na executie van Sweers de Landes in 1687 op Van der Capellen en later op Van Reohteren. Daarna via baron van Dedem op de heer Nienhuis. De tegenwoordige bewoner is R,J,van der Weerd en al» leen met diens toestemming zijn deae 18e eeuwse kasteelresten te bezichtigen, F.J„van Capelleveen,


36. Literatuur s 1 0 EsZandstra, Kastelen en Huizen in de Betuwe0 z.je pag„ 65 en 92a 20 H„Manders, Het land tussen Maas en, Waal» (1953) pag0 1?0S 3 o Gelre LIX «n M. 4<= Kastelen in Nederland, A„N 0 W e B 0 (1961) pag a 11 e 5. Holland in vroeger tijd, deel VI (I964)pag0l65<, (d, ia een herdruk van de Tegenwoordige Staat van

1741). 6„ H0 van Heiningen, De Historie van het Land -van Maas en Waal, (1965) pag 103 en 188, af b, 52, l o Algra, Dispereert niet„ z<,j», III 42 V0 DE MUIT VAK BATEKBÏÏRG0

Aan Batenburg is het als énig® plaats In Maag en Waal vergund geweest eertijds muntrecht t® b®git<= tmna Wanneer de stad muntreoht heeft g&kregea is niet meer na te gaan„ Be oudste munten van Baten«= burg dragen de beeldenaar van Gijsbert van Brorik° horst» Deze Gijsbert Tan Bronkhorat begon in 1351 te munten, zodat dit jaar mogelijk als begin vam de Batenburgse munt gezien moet wordan» Door de bannerhersn Tan Batenburg van het geslaeht Van Bronkhorst werd het muntre0ht gewoonlijk in Baten burg uitgeoefend. Alleen onder Gijabert II en Die derik II tevens te Anholt, dat ook aan hen behoor de„ De volgende Van Bronkhorst«n hebben te Baten<= burg munten laten slaan t Gijsbert I 1351-1361 1361=1407 Diederik I Gijsbert II 1407=1429 Diederik II 1429-1451(gestaakt 1435) Willeai 1556-1573 Herman Diederik 1573=1602(gestaakt 1533) Maximiliaan 1602-1641(gemunt ca. 1616-1622) Omdat de door oneerlijke muntmeesters gedreven munt van Batenburg munten afleverde van slecht gehalte (soms zeer tot genoegen van de Heer van Batenburg die hierdoor grote winsten maakte) had


37. de Batenïmrgse munt een zeer sleshte naam. Er ia een verhaal van een Batenburgse muntmeaster die het zo bont gemaakt had, dat hij in 1434 t« Deventer levend gekookt werd» D« koperen ketel, waar= in dit gebeiorde, is nu nog te s§ien„ Ze hangt aan de rechterzijde van de Waag te Deventer,, Door deze vervalsingen trad een vrij snelle muntverzwakking op en er werden dan ook verschillende placoaeten uitge-vaardigd om deze vervalsingen aan banden te leggen. Vanaf 1576, het jaar waarin de Pacificatie van Gent tot stand kwam, werd niet uitsluitend meer gemunt op gezag van Philips II» De Staten gingen nu in hun eigen gewesten munten» Hiermee verdween Philips beeldenaar echter nog niet van de munten» Juist in Gelderland, dat de spaanse Koning nog steeds als Hertog erkend®, sloeg men nog munten met zijn beeldenaar en titels» Pas in 1581 werd de Spaanse Koning afgezworen door de Staten ala gevolg van de intussen steeds verscherpte verhouding tussen de Koning en d« Nederlanden» De staten verboden de Batenburgse munt op de landdag in juni 1581 te Zutphen. Daar werd opnieuw besloten het nogal chaotische muntwezen te regelen» Het z.g» "Placcaet van Verlatinghe" bepaalt? - Ordonneren en bevelen daer en boven, dat voortaene in egheenderhande munte van d« voorsz. gheunieerde lende sal gheslaghen worden den naem, titele ofte wapenen van den voorsz» Coninck van Spaegnien (Philips II), maer alsulcken slach ende forme als gheordonneert sal worden tot eenen nieuwe gouden ende silveren penninok met syne ghedeelten. Strenge maatregelen werden uitgevaardigd om het clandestien munten (hagemunterij) tegen te gaan in de plaatsen Batenburg, Hedel, Bommel en Berg. Dat on» danks dat verbod daarna toch weer munt geslagen wordt, blijkt uit een placcaet der Staten van 28 mei 1616 waarbij, vanwege het sleohte gehalte, de duiten en sohellingsn van Batenburg verboden worden. Ook dit verbod blijkt onvoldoende want in 1622 worden nog, en nu voor hst laatst, Batenburgse

l


38.

munten geslagen. Uit dit alles "blijkt dat d® be= palingen over het muntwezen van de Unie van U= treaht in 1579 vastgesteld, het munten toeh nog niet behoorlijk regelde. Pas met de komst van Lei~ oester, die in 1585 landvoogd werd, kwam er enige verbetering,, Het beroemde placoaet van 1606 regel= d® uiteindelijk de muntslag. Er kon echter pas na diverse koersaanpassingen rond 1625 een stabiel muntwezen gerealiseerd worden dat voor lange tijd ao zou blijven» Tegenwoordig is in de Ned.Herv«kerk van Batenburg nog een grafsteen te zien van een in 1616 overle<=> den muntmeester0 In de Grotestraat van Batenburg staat ook nu nog het gebouw waar vroeger munt geslagen werd0 Eer» tijds werd het gebouw gesierd door het jaartal 1666, hetgeen wijst op een verbouwing nadat het munten reeds enkele jaren was gestaakt» Het ge» bouw heeft het uiterlijk van een, overigens slecht onderhouden, witgekalkt® boerenwoning en vormt een wezenlijk deel van de als monument zo belangrijke stadskern. In de gevel van de straatzijde is een steen inge=> metzeld met het opschrift: DIE MVNTE. Aan de west» kant zijn duidelijk enkele steunberen te zien die doen vermoeden, dat het gebouw vroeger meer dan alleen een woonfunotiehad0 Waarschijnlijk is het achterste deel de werkplaats geweest van de zo beruchte muntmeesters. Gelukkig is door de Minister van Cultuur Recreatie en Maatschappelijk werk en de minister van Volkshuisvesting en Ruim-telijke ordening, krachtens artikel 20 van de

Monumentenwet, op 12 juli 196? besloten voor Batenburg een beschermd stadsgezicht vast te stellen. Hieronder valt ook de Munt, waardoor het gebouw in de toekomst waarschijnlijk nog wel eens gerestaureerd zal worden en verder verval daardoor hopelijk kan worden tegengegaan. F.J.van Capelleveen.


39. LITERATUUR;

1.P,Verkade, Muntboek, Van de Paeifioatie van Gent tot heden, Sohiedam, 1848„ 2. PeOoVan der Ghija, De munten der voormalige graven en hertogen van Gelderland, Haarlem,

3„ Mr, J.VoKuyk en Drs, H„Enn© van Gelder, De penningen en het geld van de tachtigjarige oorlog, 1948. 4. A„van der Wiel, De Nederlandsen® Munten 15761808, Aanwezig in het Kabinet van s'Rijks Munt te Utrecht, 1953. 5« P0Oh,de Vries, Compendium van de munten der zeven verenigde Nederlanden van 1576 tot 1795» Deel 3, Gelderland, 1962, 6. Dr, E,H,ter Kuile, Zuid Salland, deel 4 van de Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst, 1964, 7. H,v„Heiningen, De Historie van het Land van Maag en Waal, 1965, 8. Dr, H.Enno van Gelder, De Nederlandse Munten, Aula boekenreeks no, 213, 1965» 9. Gelders Oudheidkundig Contaotberioht, no. 37" april 1968,

WETENSWAARDIGHEDEN UIT MAAS EN WAAL.

S3 = «KSSSSSK!»m««S=t= = =ffl = =ffife2S = :=ï:5S = E3 = ^SS==SKSSSS = SS:=:ï=

Onderwijs te Deest«

In de 1e helft van de 19* eeuw was een zekere van de Donk schoolmeester in Deest, Hij woonde op dezelfde plaats waar nu ook d® familie v,d,Donk nog woont, hij woonde daar op een "boerderij met veel tabaksland* Voor dagloners en kleine boeren die het onderwijs van hun kinderea niet konden betalen, had hij de volgende regeling gemaakt. De vader van de le«r~ ling moest dan een of meerder® dagen in de week


40, bij hem op het tabaksland komen werken om op die manier het lesgeld te voldoen,,

Het kerkhof t« Betegt,

Hst kerkhof w&e vroeger es», plaats waar men, in het geheel niet kwam0 Het was een wild stuk grond zonder perken of paden met hier *a daar eea s er k ©f houten kruisje,, Be pastoor kon ia de zomer dan ook heel moeilijk iemaiid vinden om het gras eeng af t« maaieEu Ook voor het hooi, wat er dan vanaf kwam, had men een heilige angst» Het werd ©p een opper gezet ©n dan ging de brand er in, want ds koeien zouden beslist giek worden, wanneer «se het op louden et&a, dacht aten» Wie weet zaten er de geesten van da overledenen er wel in.

Opgetekend tijdens een gesprek met een van de oudste inwoners van Deest» C.v.K.

In de doopboeken van dorpen van de overzijde van d« Maas komt men vaak dingen tegen uit Maas en Waal zoals deze lijst van gevormde kinderen uit Bruten Hi segecentes Confermati sunt ab Episoopo Ruromuden si in Dreuten die 14 et 15 Julie Anno 1"Ö02 Claes, Aeldert, Joanna, Caet, Marianne, Meintje, de kinderen van Hermien van OorBOUW. Cornelia, Caet, Tonie, Jan, Hannes, de kinderen van Joannes Aerts Roelofsen. Hannes, Johanna, Doremarie, Willem, de kinderen van Claes Schonenberg. Hannes, en Krijntje van den Boogaert. Aerdt, Hannes, Tonieke, Mieke en Marianneke de kinderen van Tonie van Lent. Hanneke van Teeffelen. Johanna en Mieke Janse Sohonenberg. Jan en Hannes van Sonsbeek.


41 Jan en Pauw Verhoeven» Jande, Willem en Kees van Leeuwen* Roelof, en Hanneke Aleets„ Adri~ aan en Mieke Mangelis» Gerardus en Dor® van Langeveld» Betje «n Johanna van Havenstein. Hanna Weijer80 Willem, Cleus, en Gonde van Osch. Geert van Hesevijko Re i j nier, Dore en Ida van Dijk, Bastiaan Mol» Dirk van den Heuvel, Cleus en Hanna Sohonenbergo Jan Kroes, Truij, Doremarie en Jan» nemike van Oseh, Claes van Boekei, Anna Schouten. Piet Yerhoeven» Geertruij Miohels. Piet van Lent. Jan en Hendrien Weijers, Arike en Jenneke Henskens. Jenneke van Brp. Caihrien van Loon. Wouter en Marianne Gooien. Gerardus, Jan, en Betje Schersen, Dore en Truij Herakens. ita mestor H.Melis Pastor in Oijen.

en


42. Lecturis Salutem.

Als in den jaaren 1745 de Rooms Catholeijeke gemeen te den Eerwaarden Pater D.Wolf als naaren Pastoor en missionaris verlooren hadden en den Eerck op den Dod dendaal eenigen tijdt geslooten seijnden ick onderga teekende als bediende van dezelven gemeente van seijn Hoogweerden A.I.Josephus Wesenbroeek Biseop Saliger gedagtenis van Bureminde aangesteld zijnde om dezen desolaten gemeenten te bedienen en door permissian van den Hoogwelgebooren Grave Adriaan van Lijnden Burggraaf etc. dezen last van bedieningen op mij ge noomen hadden, soo heb ik nog kelk nog Ciborium nog Venerabel (monstrans) nog eenig onthaar of priester; ornament maar de gemeente gans geapolieert van alle berooft beeendenj in eenen soo beweenlijken staat van een kerk heeft mijn voor allen endere de behulpe li^ke hand geboden Wolter Peters van den Oudenweijer Stethouders D s S: Doddendael en sig voor alle andere gedistungueert hebbende in het geeven mit aangebood medegentheit en mildigheidt van een Silveren Cibori' met een kruis daarop en nog een silveren vergulden Star met haar toebehoor; dienende voor een venerabei en daarvoor ter eere Godts betaald een somma van 18; Guldj 15 stuivers, item heeft ook gegeven verscheid) eiken boomen en planken tot de zangersbank tot zooli hout voor de gemeente banken en tot zijn eigen gest te en tot een preekstoel item in waarde 18 Guld: tot het verven en schilderen authaar etc.Hier neffens heeft hij nooit gemanckeert om als den eersten genoemt te worden tot onderhoudt van haren Sielsorger en Pastoor dan hij heeft zich voor allen gedistingueert om veelen liberalen giften en precenÂŤ ten te doen soe dat ik nooit wat gevraagt hebbe daaj ik niet van hem sauden in voldaan zijn. Daarom dan booven alle zijne verdiensten bij Godt waarvoor ik bidden zal dat ze dagelijks meer en mee; vermeerdert mogen worden oock verdient heeft voor al Ie andere als goetdoender het arm kerkenhuis te Ewij en deszelfs Pastoor ten allen tijde geĂŤert en geret pecteert te worden in waarheid alles dezes en nog


43-

meerder is onderteeken ik mijnen naam met allen eer en veneratie. Hermanus Joaephua van der Weerden Pastor in Ewijck Beuningen en Winssen etc. etc. Ewijckx den 29 Junij in festo S:Apost.Petri et Pauli Anno 1?62 w.g. Herman v.d,Weerden, pastoor (Gemeente archief Ewijk)


44. I M H O U D bldz. 1, Mededelingen van het "bestuur 3Âť Benoeming H.van Heiningen 4. Lezing Prof.dr.J.Bogaers; Excursies 6. Najaarsbijeenkomst 24 november 1969 8, Muntvondst te Alphen 11. Hoe beschermt de wet onze monumenten 15ÂŤ Ontvangsten en uitgaven van de kerk te Druteu 19. Een inheemse nederzetting te Ewijk 24. Een Romeinse nederzetting te Druten 24. Nieuwe vindplaats van Rom.-Inheems en Middel eeuws aardewerk te Druten. Rapport verkenning 26. Vondstenlijst Druten 28. Nieuwe vindplaats Brouwerstraat 4 te Druten van Rom.- Inheems en middeleeuws aardewerk 29. Ad Duodecimum Ja of Nee? 32. Korte vondst berichten. 35. Kasteel Appeltern. 36. De munt van Batenburg. 39. Wetenswaardigheden uit Maas en Waal.

L


LT l p/? l

W^l


:

' ' '

:

'

;-;

1


LEZINGEN EH EXCURSIES

Lezing overt"De historie van de steenbakkerijen" Op 23 januari jl.sprakme j .dr. J.Hollestelle over het bakken van stenen van de oudste tijd tot heden. Zij verlevendigde haar lezing met dia's en ander aanschouwelijk materiaal, dat verzameld door de leden, tentoongesteld lag zoals: handvormen, verschillende stenen en dakpannen etc. Deze woorden stonden enkele dagen later in De Gelderlander: "Men heeft diverse oude steenovenresten gevonden ten oosten van Nijmegen onder Ubbergen en Berg en Dal en verder in Limburg op verschillende plaatsen waaronder Tegelen, waar nog veel steenindustrie is en Maastricht, Roermond e.d. Na de Romeinse periode werden geen stenen meer gebakken; men maakte houten woningen maar eerst rond 1200 zien we de steenbakkerijen weer terugkomen als de kloosters gebouwd worden. Onder de kloosterlingen zijn Italianen en Fransen die in een open stapel voor het eerst de stenen gaan stoken. Later ging men daarvoor ovens bouwen, met vaste stookpoor* ten en nog later een stenen bouwwerk. BĂ&#x2013; stenen die vroeger werden gebakken waren van binnen grijs en van buiten te hard gebakken en rood van kleur. Dit kwam ondermeer door een tekort aan zuurstof bij het stoken. Later ging men deze methode gebruiken voor de zgn gesmoorde pannenÂť ^e gesmoorde pannen hebben nl, een grijze kleur. In de winter laat men de klei uit vriezen om de humusdeeltjes te laten rotten.Men baggerde of groef de klei op en reed deze op bulten hetgeen men ook wel "in de rot zetten" noemde. De verwerking van de grond gebeurde doordat men van de klei eerst modder maakte door deze met de"heusschop"hat te maken en daarna met de voeten te treden(Pannenbakkerij), later met paarden, nog later met molens. De stenen worden in open vormen gemaakt en dan afgestreken d.w.z.de bovenkant glad gemaakt met een plankje of beugel met ijzerdraad. Later is men dit alles machinaal gaan doen. De stenen werden te 1.


T drogen gezet en na eerst vlak te zijn gedroogd op j de kant gezet of zoals men dit pleegt te noamen op-l gesneden, waarbij dan tevens de braam werd afgestre ken van de kanten,als die er op mocht zitten.Als de stenen droog waren gingen ze de stapel op om ge-= j stookt te worden of nog later in de oven geplaatst.) Eerst in de 17<ie eeuw zien we de bouw van rekken omj te drogen en nog later de hutten waaronder de ste- j nen werden neergeslagen. Als brandstof gebruikte men hout en later turf. J De brandstof werd tussen de stapels stenen in ge= gooid door een poortje. Een gat dus dat in de buitenwand van de stapelbedekking was gelaten. Later werden dit vaste poorten. De middeleeuwse ovens hadden een capaciteit van 50,000 stenen en in 1J60 bakte men in Arnhem in o<= vens van 60,000 stuks en wel 5 keer per jaar. Men kende daar een stadsstenenbakker die de bedrijfsleider was, die bovendien ambtenaar was en een tabberd mocht dragenÂť Se meeste ovens vond men aan de Waal, Rijn en in Brabant en Limburg maar ook wel langs de IJsel en in Groningen. Dus plaatsen waar men de juist geschikte grond kan vinden voor de fa bricage en personeel kon aantrekken daarvoor. Interessant waren ook de oude tekeningen en schil derijen waaruit een en ander kon worden verklaard. De kruiwagen zien we verschijnen rond 1200 a 1300 voorheen ging het per berry. Op een berry droeg men de klei dus aan. Dit is te zien op tekeningen rond het jaar 1000, In Egypte wordt alleen gedroogd niet gestookt omdat het daar vrijwel altijd droog weer was. De gron werd gemengd met stro voor de stevigheid. Ditzelfde zien we rond 1500 in ItaliĂŤ. Jan Luyken maakte meer dere tekeningen waaruit een en ander kon worden ver klaart. Rond 1880 zien we de ringoven verschijnen zoals w in onze omgeving verschillende kennen en in 1850 komt de eerste stoommachine te werk en in 1856 word deze gebruikt voor de steenpers. Dat deze invoering op tegenstand stuitte bij de arbeiders heeft Haafte ondervonden toen. Die waren sterk tegen de "moderni 2.


sering". Ook de gedwongen winkelnering kwam ter sprake en in de rondvraag werden diverse interessante onderwerpen "besproken. Het groepje zeer geïnteresseerde leden, dat het barre winterse weer getrotseerd had, ging voldaan naar huis. Lezing; "Nederland in de Romeinse tijd." Op 19 mr t sprak dr.A.Hubrecht, direkteur van Rijksmuseum Kam te Nijmegen over het onderwerp:"Nederland in de Romeinse tijd." Hij "besteedde bijzondere aandacht aan de Romeinse bezetting in 't Land van Maas en Waal en de letuwe, aangezien leden van onze Historische Vereniging en van de archeologische werkgroep van de A„W,N,Nijmegen en omstreken op het terrein aan de van Heemstraweg, waar in de toekomst de algemene begraafplaats zal komen en elders veel Romeins materiaal gevonden hebben, zoals aardewerkscherven van versierde potten en kruiken, 'n bronzen schijffibula (kledingspeld) etc. De heer Hubrechts wees zijn toehoorders erop, dat de bezetting door de Romeinen die £ 400 jaar moet hebben geduurd, een grote invloed gehad heeft op de bevolking van deze streek. Dat blijkt o.m.uit de grafstenen van Dodewaard-Herwen, het motief altaar van Kapel-Avezaath met de daarop voorkomende teksten en de gevonden Romeinse nederzettingen. Hij liet het een en ander zien van opgravingen van het Romeinse legerkamp te Nijmegen. Hij nodigde alle leden uit om een bezoek te brengen aan Museum Kam om alles zelf te aanschouwen. EXCURSIES

Op 30 mei waren leden van de Historische Vereniging te gast in de Oudheidkamer in Tiel. Daar hebben we een grote collectie prenten van oud Tiel bewonderd, evenals de maquette? verschillende opgegraven potten, kruiken, glaswerk en bronzen voorwerpen. Eén ruimte was voornamelijk ingericht met tinnen ge-

3.

i


bruiksvoorwarpen en de hulpmiddelen, die men nodig had voor het vervaardigen ervan. Voorts bezit de 0; heidkamer een verzameling oude munten, een boekbin derspers, verschillende meesterwerkstukjes, een prachtig oud poppenhuis, verschillend© kabinetten en nog veel meer. Ruim 2 uur hebben we onze ogen en oren de kost gegeven. Dank zij de voortreffelijke rondleiding. Zaterdag J oktober hebben leden van de Historische Vereniging Tvee Stromenland en andere belangstel» lenden de vitrines in het Gemeentehuis van Bruten bezichtigd. De commissieleden J.Dekkers en M.Bergevoet jr., (die zorgdragen voor het tentoonstellen van ge=» bruiks- en siervoorwerpen uit eigen streek) gaven uitleg over de prachtige gouden en zilveren voor» werpen en sieraden, afkomstig van families uit Druten en omgeving daterend uit de vorige eeuw of nog vroeger zoals s snuifdoosjes, beugeltasjes, gouden kettingen met horloges, fraai bewerkte hangers en kruisjes, horloges uit grootvaderstijd, waaronder ook de "knollen" sierlijk gevormde lepeltjes, 'n balboekje, sluitingen van kerkboeken eto. etc. Ook de prachtige monstransen, die verschillende periodes van onze cultuur vertegenwoordigen werden bewonderd, evenals het drinkerei uit vroegere tijden en de collectie munten uit Batenburg en Alphen met het Groot Gelders Plakaat-boek. Gesterkt door een heerlijk kopje koffie ging men op weg naar Ewijk waar het kasteel "Den Doddendaal" bezichtigd werd. Gezeten in comfortabele stoelen van vroeger en nu in de woonruimte, de vroegere hal van het kasteel, deelde de heer Huub Kortekaas zijn kennis over de historie van het kasteel'mee. Daarna dwaalden we door de grote ruimtes en kelders van het oude nog niet gerestaureerde kasteel. G.K.

4.


Kort verslag van de afgelopen bestuursperiode 1967-S69 door JVv.d<,Bovenkampc____________

Nadat de vereniging een paar maal ter ziele ging kunnen we als definitieve oprichting zien de vergadering in Batenburg op 24 mei 1967Âť Door enkele actieve leden die het voortbestaan van de vereniging zeer ter harte ging, is toen het volgende bestuur "benoemd." MejaKlabbers als penningmeesteresse, de heren Was=> mann voorzitter, van Heek viee~voorzitter, pastoor Sehellekens, van Wezel, van Kouwen en van Binteren als leden. De heren v.Dinteren, v.Heok en pastoor Schellekens hebben het bestuur in de loop der tijd weer verlaten, terwijl de heer Smolders er in 1968 bij kwam. De heer v3Heijningen zegde toe de eindredactie van het uit te geven kontaktblad op zich te nemen, terwijl de heer van Kouwen de samenstelling zou verzorgen. De doelstellingen van de vereniging zouden zijni 1e Het geven van informatie aangaande de geschiedenis van Maas en Waal. 2e Het uitgeven van een Kontaktblad. Je In het winterseizoen een aantal lezingen verzorgen en een aantal excursies in de zomer. Als naam voor de vereniging werd gekozen "Twee Stromenland". Verder werden er statuten opgesteld, en bij Notaris Libourel te Dputen passeerde de akte ter verkrijging van rechtspersoonlijkheid terwijl koninklijke goedkeuring is aangevraagd. De lezingen en excursies tot heden 1969 bestonden uit de volgende onderwerpen: De heer van den Heides "De archeologie in de IJselmeerpolders" 24 mei 196?. De heer Bruijns Middeleeuws aardewerk. De heer v.Heijningens De schutlakens in Maas en Waal. De heer Buurmans Gelderse kastelenÂť De heer Hatting: ^e Hollandse Molen. Prof.de Waeles Het Yaticaan Prof. Bogaers: Castra Hercuiis, Prof. Kuippenberg: De Herberg in <}e zuidelijke Ne-

5.


derlanden. Wij bezochten o.a.s Het museum Frans Bloemen te Wychen, het museum Kam te Nijmegen, het stadhuis in Nijmegen. In Alem hot klokkenmuseum en in Zaltbommel het Maarten van Rossumhuis. In Batenburg werden de Nâ&#x20AC;&#x17E;H.Kerk bezichtigd en de kasteelruine en in Buren het Boerenwagenmuseum. v.d.Bovenkamp INHOUD VAN DE VITRINES IN HET RAADHUIS TE BRUTEN 11 APRIL - 15 JULI 1970

1e staande vitrines Broodstempel uit Bruten Speeulaasplank St.Nicolaas te paard uit Appeltern Paar miniatuur klompjes uit Ewijk Beeldje Maria met kind uit Afferden 18e eeuw. Beeldje onbekende heilige uit Bruten 18e eeuw. Paar peperstrooiers Kerkje,model oude kerk Ewijk uit Ewijk Bakker s oven-= lamp je uit Bergharen 3 Koperen tabaksdozen Pijpje met porder Chanouka-lamp uit Horssen Tuitlampje Biedermeier vijzel 19e eeuw Paar stijgbeugels uit Ewijk Laadstok Tondeldoos uit Bruten Sigarenknipper Benen corpus uit Bruten Greep met versieringen uit Bruten Kandelaartjes, 2 stuks +_ 1700. 2e staande vitrine: Romeins aardewerk; in bruikleen van Museum Kam Nijmegen uit de 1e en 2e eeuw. 1e liggende vitrine: Grote prent,inscriptie H,Wâ&#x20AC;&#x17E;H0 uit Bruten 1872. Grote prent, 2 ruiters te paard uit Bergharen. Schamel, leeuw in hollandse tuin uit Afferden

6.


Strijkijzer met treefje uit Druten 18e eeuw 2e liggende vitrine: Koekplankje, 2 voorstellingen, uit Puiflijk. Koekplankje, 5 voorstellingen, uit Puiflijk, Plank, dame in biedermeier dracht uit Afferden 1$>e eeu» Speculaasplank uit Appeltern 2 Zeepaardjes (boerenwagen onderdeel uit Druten Wandelstok met ivoren knop uit Boven=Leeuwen. Druten, 1 juli 1970 De Museumcommissie M.Bergevoet jr. secr, HANDLEIDING BIJ DE EERSTE KAST

De voorwerpen in deze vitrine kunnen tot de volkskunst gerekend worden, Volkskunst is de kunst van de gemeenschap,niet die van de enkeling en zij bedient zich van overoude symbolen. Deze gaan ten dele nog terug tot de tijd waarin de mens zich door middelvan magische tekens tegen de natuurkrachten trachtte te beschermen. Doordat die oude vormen zich hardnekkig handhaafden, is het vaak moeilijk deze voorwerpen te dateren, KOEKPLANKEH

Zij behoorden tot het bakkersgereedschap. Het snyden van deze vormen behoorde dan ook tot de bakkersproef .Daarnaast waren er ook rondtrekkende handwerkers, die speculaasprenten vervaardigden. Hiervoor werd altijd inheems hout (zelden eiken) gebruikt.De figuren zijn meestal overgenomen uit een modellenboek. GROTE PREKT; herkomst Druten Gesigneerd H„W 0 N„anno 1872, De figuur op deze plank is een "grand seigneur", drager van de Orde van het Gulden Vlies. Zijn riddersporen worden bekroond met een veel gebruikt versieringsmotief, dat wellicht een symbool was. De degen maakt duidelijk, dat we hier met een "vrijer" te doen hebben. Let U ook eens op de vertekening in de verhouding boven-onderlichaam, De initialen op deze prent zijn vermoedelijk die

7.


T van de eigenaar; koekplanken werden wel eens uitgeleend, vandaar die naam. GROTE PRENT; herkomst Bergharen.

De afbeeldingen op deze prent behoren tot de moest voorkomende: ruiter te paard en man met paard. Het paard komt nooit alléén voor en altijd loopt, stijgert of staat het naar links gewend. Zó kon de planksnjjder het dier het makkelijkst afbeelden. Op de hoed van de ruiter en op het zadelkleed van het paard komt een radvormig teken voor. Het is een variant van de bekroning van de sporen op de drutense plank. BOERENWAGEN-ONDERDELEN.

In het Rivierengebied reden tot de tweede Wereldoorlog de mooiste boerenwagens van ons land.De meeste van deze wagens stamden uit de negentiende eeuw. Het speelde element leefde zioh voornamelijk uit op de zittekist, overlankboom (zie afbeeldingen op blze en op de achterschamel. 12 en 13) SCHAMEL; herkomst Afferden 9p deze schamel een uiterst primitieve, maar fraai afgewerkte Hollandse leeuw. In zijn ene klauw houdt hij een bundel van zeven pijlen(één voor ieder gewest) in zijn andere klauw een groot kromzwaard. Fel geklauwd en met zwiepende staart is de heraldische leeuw het symbool van bruisende kracht en onoverwinnelijkheid.De leeuw is omsloten door een gevlochten omtuining die aan de voorkant met een houten hekje is afgesloten.Sommigen zien de oorsprong van dit symbool in de belegering van Slot Hagestein door Graaf Willem III van Holland (15e eeuw).Let U eens op de fraaie ajour-bewerking en op de bloemen buiten de omheining. HANDLEIDING BIJ DE TWEEDE VITRINE KOEKPLANKEN;

Speculaasprentt herkomst Appeltern Dit is een eenvoudige rij-plank. Het aantal figuren op een dergelijke plank varieert meestal van twee 8.


tot vijf o Afgebeeld zijn van boven naar benedens een zeilschip, een koremolen, een hond, een hart, een vrouw aan de karnton, en een kat. De vrouw aan de karnton een tafereeltje uit het dagelijkse leven is een tamelijk zeldzame voorstelling,Merkwaardig is daarom dat deze afbeelding ook voorkomt op kof;kplank no«1,herkomst Puiflijk. De andere komen veelvuldig voor,Let U eens op de molens op speculaasprenten staan de wieken altijd in dezelfde kruisstand0 Koekplank no»1}herkomst Puiflijk De figuren op deze plank stellen voors een vrouw aan de karnton en een Madonna met haar kind. Maria draagt een kroon en heeft een scepter in haar hand» Het Christuskind draagt de wereldbol.Religieuze symbolen komen veelvuldig voor op koekplanken.In onze ogen is dit misschien een beetje merkwaardig.Maar algemeen wordt aangenomen, dat speculaas,gevormd tot menselijke en, dierlijke gestalten, een overblijfsel is van heidense offerkoeken, die misschien wel de plaats van de mens of het dier innamen. Later werden deze gebruiken gekerstend. Na de fieformatie werd het vervaardigen van "santen" en "santinnen"verboden.In Tiel mochten de kinderen zelfs op 5 december geen klomp meer zetten maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan,De heiligen verdwenen en de vrijers en vrijsters verschenen.En St.Nicolaas zelf werd vermomd als "ruiter te paard"0Alleen in het Brabantse en Limburgse kon de oude "santenkraam" zich handhaven. Koekplank no.2;herkomst Puiflijk.

Op deze rij-plank zijn afgebeeld: een zeemeermin, een hanerijder en een zwaan.Van alle herkenbare vogels zijn de zwaan en de haan de meest voorkomende. De hanerijder is een motief dat eigenlijk in Holland thuis hoort» De zeemeermin en ook het zeepaardje waren in de lage landen erg geliefd,Deze wezens personifieerden immers het wel en wee;ze zorgden voor voorspoedige zeereizen, maar ook voor 'het verzanden van havens.

9.


Speoulaasprent; herkomst: Afferden Deze plank stelt een dame in Biedermeier klederdracht voor. Hier is gebroken met de oude vormentaal, want de dame draagt zowel een korf je(d.i0het symbool voor een vrijster) als een paraplu. De paraplu is eohter, evenals de degen (zie:grote prent; herkomst:Bruten, in de eerste vitrine) het attribuut van een vrijer! BOERE WAGEN-ONDERDELEN

Zeepaardjes; herkomst: Druten Deze zeepaardjes waren aangebracht op de kortwagen, een onderdeel van het z.g.krankwerk (zie de bijgevoegde constructietekening op bldz.12)ÂŤVoor de verklaring van dit symbool verwijzen wij naar de beschryving van koekplank no.2jherkomst:Puiflijk. "KORTE VONDST BERICHTEN"

Peest Op de plaats waar vroeger de kloosterboerderij "De Munnikhof" stond is een klein onderzoek ingesteld door de AoW.N. Het resultaat was naast wat aardewerk scherm ven vanaf de middeleeuwen tot heden een wirwar van oude funderingen die zeker de moeite waard zijn om eens grondig te onderzoeken. Datering 10e tot 18e eeuw. â&#x20AC;&#x17E; v C.v.K. Peest Op een akker gelegen tussen de Grotestraat en het voormalig groene weggetje een aantal laat middeleeuwse scherven gevonden datering 15e tot 18e eeuw. Druten C.v,K. De vondsten door de jaren heen gedaan aan de van Heemstraweg te Druten, zullen voor zover nodig en mogelijk gekatalogiseerd en determineerd worden om t.z.t.in zijn geheel te publiceren. A.J, en M,B. 10.


De Grote Aalst ten zuiden van de van Heemstrabaan ten oosten van het dorp div.Romeins aardewerk scherven gevonden zoals? 1 o fragment rood gevernist aardewerk 2. fragment rood gevernist aardewerk met zandbestrooiing. 3. halsfragment van kruik(Stuart no.100 afb.6) 4o randfragment ruwwandigekookpot(stuart no»313 afb.20] 5» randfragmenten van ruwwandige bakjes. 6. idem met 2 evenwijdige groeven aan buitenzijde rand (Stuart no.396 - afb,23) 7. randfragmenten van div„ruwwandige potten (Holwerda Arentsburg afb.92 div.no.3) Datering in het algemeen He en Ille eeuw MaBo

Leur Onlangs zijn hier enkele oude funderingen ontgraven voor het onderzoek naar de bouwgeschiedenis van deze oude kerk. In een sleuf aan de noordzijde van de kerk een randscherf van vroeg Pingsdorf aardewerk met roodbruine vlekken gevonden. Datering 900-1000. Mogelijk werpt dit.,een nieuw licht op de vroege kerkbouw in Leur(zie Gelderlander van 17 april). In de funderingen zelf ie vooral op grotere diepte veel tufsteen gebruikt, wat mogelijk romeins afbraak materiaal kan zijn dat ergens in de omgeving verzameld is»

De Hogewaard in het Ewijkse veld. Ter plaatse zijn twee bermsloten gegraven langs een zg.ruilverkavelingsweg ten noorden van de woerd. Hierbij zijn talrijke resten van vroegere bewoning te voorschijn gekomen, die als volgt zijn te determineren. Inheems s Div.fragmenten aardewerk met golf en gladde randen, ruwwandig besmeten, kamversiering, nagelindrukken en gladgepolijst. Een fragment van een glazen armband en een ronde slijpsteen lengte 6 cm, dikte 1 5 mm. en een boorgaat van 5 mm. Romeins: Div,fragmenten terra sigilnta waarbij een zie verder blz.14 11.


EENBOERENVAGEN

overgenomen uit: Boerenwagens - M. C. A. Meischk Bussum, 1968.

0.

Schematische weergave van de onderdelen van een boerenwagen (uitgezonderd het krankwerk, hit trekwerk en de wielen) 1. 2. 3. 4.

steekleertje zittekist achterkrat zijborden

5. buikplank

6. achterschamel met rangen 7. achterasdam met assen fl. voorschamd met rangen 9. i'oorasdam met rijbord en assen


Het krankwerk (schematisch)

Š

1. voorasdam

2. rijbord 3. gat voor de bonnagel 4. schamelring (hierover draait het voorschamel) 5. vooras 6. bloktang

7. spanbout

8. kortwagen (plaats voor het 'zeepaardje') 9. bouten ter bevestiging van kortwagen, zwaarden m langboom 10. langboom (-wagen) 11. zwaarden 12. schamelbanden 13. achterschamel 14. achterasdam


wandfragment wrijfsehaal (kleinmodel) en een aantal fragmenten terra nigra» Verder veel fragmenten van kookpotten wrijfschalen (horizontale en verticale rand),kruiken, dolium, borden en schalen van dik ruwwandig aardewerk. Metaal5 Aantal spijkers, fragm.brons en zg.draacU fibula, bouwraat.div.fragmenten dakpannen (tegula en imbrex)tufsteen, kalkmortel en tegels. Munten! 1 munt van de 4e eeuwse keizer Theodocius. Frankisch: "Aantal aardewerk fragm.van rood-hard ; gebakken aardewerk met Zog.lensvormige bodems,een oor van frankische kruik. Merovingische/Karolingisch: Div „fragmenten van klei* ne geel/rood hardgebakken kookpotjes met omgebogen i rand en wandfragmenten met z.g.Badorfversiering j (radstempel). Verder nog aardewerkscherven van zg. Pingdorffaardewerk en veel fragmenten van MoEokookpotten.

Aan de Koningstraat is i.v.m.ruilverkavelingswerk«= zaamheden een sloot verbreed,(de Ooygraaf).Hierbij is een oud woonniveau aangesneden, op 4^ 50 cm,diepte. Vondsten: fragment wrijfschaal met verticale rand en enkele fragmenten van inheemse ruwwandig besmeten potten een fragment gladwandig gepolijst zg,S-profiel met gladde rand en fragmenten van Romeinse kerkpotten. Ten oosten van de Kruksedijk bij de aanleg van een weg, is een woonniveau aangesneden uit de Bronstijd Dit is een zeldzaamheid voor Maas en Waal! Vondsten: verschillende aardewerk fragmenten beenderen en vuursteen afslagen. Deze vindplaats wordt t.z.tcverder onderzocht.Datering +_ 1500 vóór Chr. Winsen: In een tuin van een woning aan de buitenzijde van d Waaldijk op welke plaats vroeger een herberg stond op de grens van Maas en Waal en het Rijk van Nijmegen veel aardewerk scherven gevonden uit de 15e 14.


n

i. L .eiin

tot en met de 19® eeuw.

b 4 V. K.»

Vinse n; Bij de aanleg van een afwateringsriool aan de zuidzijde van de 1Je eeuwse kerktoren verschillende aardewerk fragmenten gevonden uit de late middeleeuwen zoals Pingsdorffkannen, grijze kookpotten en veel zg. Keulsaardewerk Datering 12e tot 16e eeuw. Deze vondsten tonen aan dat de M„E,bewoning van Winsen zich dicht aan de kerk consentreerde. C.v.K. Wamel t Afgelopen najaar is men in Wamel begonnen met de aanleg van riolering, midden onder de Hogeweg» In de sleuf werden de volgende scherven gevonden. 1e scherf van steengoed aardewerk datering ± 1500, 2e scherf van zeer grote ruwwandige kookpot waarschijnlijk Karolingisch. In de sleuf konden de profielen van 4 wegen waargenomen worden. A. de huidige weg, B.40 cm.daaronder de 18e eeuwse weg, C.80 cm.daaronder een laatmiddeleeuwse weg waaruit scherf 1 kwam en C een vroegmiddeleeuwse weg op ± 30 cm waaruit scherf 2 kwam. Daar de sleuf tijdens de controle weer gedeeltelijk gedicht was kon de aanwezigheid van een Romeinse weg niet geconstateerd worden. Een bijzonderheid was nog een gang waarvan de bovenkant gelijk lag met weg C. Hoogte i 90 cm en de breedt ± 60 cm.Mogelijk een verbindingsgang tussen het klooster en een van de Wamelse kastelen, of een watergang tussen de Waal en de grachten van deze burchten. Ook deze plaats wordt verder onderzocht. _ .T 1VL • J3 o ~* -B. a J o

Over de Woertjes in Ewijk wordt momenteel een landbouwweg aangelegd. Ook hier zijn talrijke vondsten gedaan, zoals Bronstijd- , haténe, Bataafs en Romeins aardewerk, ^erwijl in de nieuw gegraven sloten duidelijk bewoningssporen te zien waren zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze plaats wordt nog verder onderzocht. C.v.K.


Wi jchèn s In de omgeving van Alverna bij een zandafgraving zijn veel resten gevonden van Romeins aardewerk. atering 2e eeuw, „ _ M oD o Vi jchènt

Bij een zandafgraving langs de Graafseweg onder Lunen zijn onlangs veel resten van Romeins aardewerk gevonden. Ook dakpanfragmenten met steunpels (tekst nog niet bekend) en ander bouwmateriaal.Bij het aardewerk waren twee fragmenten terra sigilata waar van een met stempel. Datering 80-120 en een fragment van een kommetje type Dragendorf 27. M o B o - C.v.K. Horssen: Bij zandwinning op de top van een heuvel waar vroe-» ger het Klooster Holtmeer stond (gesticht beg'in 1400 en afgebroken 1611 ) zijn resten van oude funderingen gevonden samen met schedels en beenderen van kloosterlingen die daar begraven zijn.Hopelijk komt hier t.z.t.nog meer te voorschijn. T, u_ ,V.K. O

DE DIJKERIEYEN VAN MAAS EN VAAL.

In het jaar 1321 gaf Graaf Reijnolt van Gelre voor het gebied tussen Maas en Waal voor het eerst een z.g.dijkbrief uit die de water huishouding en het bestuur zou gaan regelen. Naar aanleiding van dit gebeuren ligt het in de bedoeling van de redactie om in het kader van het 650 jarig bestaan van het polderdistricV'maas en Waal", zoals het in zijn tegenwoordige vorm heet, in deze en in de komende af» leveringen van het Kontaktblad, enige aandacht hier.j aan te besteden. Zo leek het ons een goed idee om eens de volledige tekst van enkele van deze brieven te publiceren, zodat U ook eens kennis kunt nemen van de inhoud van deze stukken die zo vaak door de historie schrijvers worden aangehaald. De orgine Ie brieven bestaan echter niet meer, zodat we ons met 15® eeuwse afschriften zullen moeten behelpen. 16,


Het zal U wel bekend zijn dat er al voor 1321 in het gebied tussen Maas en Waal verschillende waterkeringen bestonden de zg.sytwenden. Deze sytwenden, lage dijkjes die men heden ten dage -nog op sommige plaatsen kan vinden, beschermden de dorpen tegen het overtollige water van de hoger - oftewel oostelijkergelegen kerspels. Zij waren echter niet aan de rivier zijde gesloten, zodat water vrij de laag gelegen kerngebieden kon inlopen. De dorpen die op de hogere stroom ruggen lagen bleven hierdoor min of meer droog. Maar deze situatiezal aan begin van de 14ÂŽ eeuw niet meer houdbaar zijn geweest, omdat er steeds hogere waterstanden voorkwamen en ook de bevolking zal zijn toegenomen waardoor meer behoefte aan bruikbare landbouwgrond ontstond. In de dijkbrieven kan men dan ook lezen dat de dijken gesloten zullen worden, dat er "weteringen" moeten komen en dat, waar deze de sytwenden kruisen,"sluijsen" gemaakt moeten worden om het water beter de baas te kunnen blijven. Maar ook op het gebied van algemeen bestuur en rechtszekerheid van de inwoners zal het een en ander gaan veranderen, zoals men in de dijkbrieven van 1328-1403 en 13-10 kan lezen. Dat het uitgeven van deze dijkbrieven niet allĂŠĂŠn uit bezorgdheid over de inwoners van Maas en Waal plaats vond kunt u natuurlijk wel begrijpen. Het gaf nl. de graven en hertogen van Gelre ook de mogelijkheid om via de door hem te benoemen dijkgraaf en,rechters meer invloed in en inkomsten uit dit gebied te krijgen.Want zolang deze streken grote delen van het jaar onder water stonden, leverden er de landbouw maar weinig op,en was het voor de ambtenaren van de hertog onbereikbaar. Dit zal voor de bevolking en de ridderschap, die tot dan toe een vrij geisoleerd leven leidden, in dit moeilijk begaanbaar gebied wel de minder-prettige kant van de zaak zijn geweest. De ridderschap die hier van ouds een gewoon boeren bestaan leidden, had ook de rechtspraak in handen en voelden zich daardoor heer en meester in hun eigen gebied. En zo lang zij zich daar ongestoord door de landelijke overheid tegen het water konden handhaven, was er voor hen ook geen reden zich in dienst van de opperste landheer te begeven. Toen nu de 17.


landsheerlijke organisatie van het graafschap Gelre tot hun gebied was doorgedrongen, werd het ook voor hen voordeliger zich daarbij in te laten schakelen door een leenverbintenis of een openbare functie te aanvaarden. Waarmee dan zo'n 650 jaar geleden een nieuw tijdperk in de geschiedenis van het rivieren-» gebied een aanvang nam. Meer over dit onderwerp kunt U vinden in o.a. | 1. H.v.Heiningen "Historie van het land van Maas en j Waal." 2. Mej.j.v.JoM„v.Winter:"Ministeraliteit en Ridder» schap in Gelre en Zutphen." 5. v.Loon:"Het groot Gelders plakaatboek." C .v. Kouwen. LANDT-BRIEFF BY REYWOLT SONE

-van Gelre die van tusschen Maes en Wael gegeven. Anno 1 521 Wy Reynolt Soen des Greven van Gelre, Doen grueten mi kennisse der waerheyt allen den geenen die dese brie sullen sien off hoiren lesen, want 't gemeyne Lant tusschen Maese ende Waele beyde in der Greffschap en in' den Ryck begeert beyde dat Lant te bedycken ende te we teren, soe dat Lant daer by gebetert sye ende 't gemeyne Lant des niet overdragen noch volbrengen en kan, sonder raet ende hulpe van ons, Hieromme heb ben wy by raede onser vrienden omme beyde oirber ende behouff ons Lant voersohreven gefat geschworen Dyck=Greve ende Heemraeden in dit voorschreven Lant, die op oer eede die sy gesworen hebben, ende sweeren sullen die Dyck«=Greve ende Heemraede nae hem sullen wesen, su] len weteringe leyden ende doen graven, sluys sen,sydtw^ynden ende bruggen doen maicken ende leggen in 't gemeyne Lant, ende in elck deel des Lants den oversten ende nedersten gelyck daer 't hem dunokt de duncken sal den Lande nut ende oerberlyck. Yoirt tot elcke weteringe, sluysen, sytwynden ende bruggen graven maicken sal ende kostigen, ende wat erve die Heem-raeden tot elcke weteringe, sluysen, sytwynden, ende bruggen graven maicken ende kostigen 18.


ende voirt margen margen gelyck erflyck houden,ende alle die weteringen die die Seem„raet leyt sullen wy voerschreven Reynalt Soen des Greven van Gelre doen halden ende vryen doer onse Lant en doer alle die gerigten die tussen Mase en Vaele liggen, dat is te verstaen doer 't gerigt van Hoemen, van Balgoey,van Loer, van Hyrnen, van Batenborgh', van Horasen, van Apelteren, van Aeltforst, ende van Puyflyck, ende doer alle der geenre gerigten die tussehen Maese ende Wael gerigt hebben of hebben sullen,Ende doer alle der geenre erven, daer die weteringen om oirber des Lant-s doer werden geleyt» Voert geven wy ons Dyck-Greve magt te peynden by geheyten der Heem-raeden dat geit dat die weteringe, sluysen, sytwinden ende bruggen kosten aen alle die geene daer 't hem die Heem-raeden wysen te peynden, Ende die geen die tussen Mase en Waele in den anderen gerigten dan in den onse geërft syn, die sullen wy alsoe goet hebben by oeren lyve ende by oeren guede, dat syns mergentale oers erfs tot weteringen,sluysen, sytwinden ende bruggen gelden sullen eere geboere ende erflyck halden, Ende onse Dyck-Greve sal schouwen op-ten dyk tussen Maese ende Waele beyde in den Ryck ende in der Greafschap, alsoe mennige sohouwe als wy by regt hebben in ellicke gemaelschap,ende die Heemraeden moegen den dyck in elcken deel des landts meeren ende mynderen nae oirber des landts, ende elcks jaers sal die Dyck-Greve schouwen syn eerste schouwe op Sente Geertruden - dagh te halven Meerte, Ende daer nae als 't den Heem-raeden des landts oirber dunckt, Ende op eenen dyck die den Heem-raeden quaet wiest, sal die Dyck-Greve winnen vier schellingen ende zes penninck, eenen grooten Konincks tornoys van Vranckryck voer sesthien penningen gerekent, of payement daer voer, mer wie die Heem-raede wederseyde,die verboirt ses pondt des voerschreven payements,die sal half hebben die Dyck-Greve, ende half die Heem^raede, Ende wat dyok die Heem-raet wiest quat totter lester , schouwen, daer en sal die Dyck-Greve niet over schouwen, die Dyck-Greve en seet, dat die dycken goet sie, mer sal hem doen dycken ende maicken, ende wat hy daer in leet, dat magh hy twee volt uytpeynden aen den genen 19.


des die dyck is, ende aen den selven magh hy peynden die kost die hy doet mitten Heemraet, die wyle dat hem die dyck syn schouwe beneempt, Oick magh die l Dyck~Greve elcken tyt van een jaer den dyck doen Toe-j teren, daer den Heem=»raede dunckt dats 't lant t'doen! heeft,Oick sal die Dyck~Greve schouwen op weteringe,i sluysen,sytwinden en op bruggen, gelyck op-ten dycke^ wanneer die alsoe veer komen, dat den ïïeem-raet des j landts oirber dunckt,Ende hy magh schouwen met tweeni Heem-raeden,gelyck mit hem allen,oick sal die Dyck- f Greve die s ohouwen in elcker gemaelschap te goeder \ tydt doen kundigen,Ende wat erve die Dyck~Greve aen ', ons brenght van verloren dycken,sluysen,weteringen, ; sytwinden ende bruggen, dat sullen wy ontfaen ende ge[ ven hem dat die Heem-raeden seggen, dat hy daer innef geleet heeft,ende doen wy des niet,soe magh hy dat selve peynden aen onsen guede tussen Maeze en Wale di wy se hebben, Oick geven wy hem maght toe peynden aei ons selfs goeden,gelycke aen ander luden goede,al da hem die Heem~raet daer aen wiest te peynden,Voert wai ommer twee gemeyne weteringen doer 't landt moeten gaen,ende van Droemel Maesdyck in Terschbroecfc alsoe veer alst den Heem-raet nu,t ende oirber dunckt,Ende een t'Apelteren tot in Harenremeer,ende voert op alsoe veer alst den Heemraet des landts oirber dunck Hierom 't gemeyn landt gelyck gewetert sie, ende in weteringhe voersien worde,sóe sullen in elcker weteringe van dezen tween voorschreven weteringen drye sytwinden liggen,ende in elcker sytwinden een sluyse of alsoe mennich als daer in t'doen is in die steden die hier voer in desen brieff beschreven syn, die ne< derste sytwinden der weteringe die van Droemel maelschap opwert gaen,sal liggen tusschen Wamel ende Leu. wen,daer die ander sytwinden plach te leggen,ende dii sal gaen tusschen Apelteren ende Maesbomel aen die Maese,Ende die ander sytwinde der selver weteringen die sal leggen beneden den Holtmeer,ende sal gaen vsj Harenre geest ter ¥aelen-weert,daet den Heemraet nutj dunckt,Ende die nederste sydtwinde der weteringe dit! van Apelteren uyt sal opgaen,die sal liggen boven dsj Tuyt daer *t gerigt van Apelteren uytgeet, Ende die j 20,

l


ander daer naest die sal liggen tussehen Haren en Hyrnen, Ende die derde sytwinde sal liggen boven Ve~ sel in den Broick daer 't den Heem-raet des landts oerber dunekt,, Dese sytwinden sal men leggen ende maicken in dese voerwaerden,wanneer die nederste sluy sen uyttreeken ende lopen, soe sullen die sluysen die in den sytwinden syn open wesen,ende als de nederste sluysen niet uyt en trecken,dan sal men elcke sluyse die boven ia toe doen ende toehalden,alsoe lange dat kenliek is ,dat die nederste sluysen uyttreoken ende lopen,Ende dat sal die Heem~raet besien,ende doen off doen doen in oirber des landts den nedersten en den oversten gelyck,Ende elck van desen sytwinden voersohreven sullen halden margen margen gelyek die geene die beneden geĂŤrft syn,Toert weer iemandt die in des voir uytgescheyden gerigten die syn geboere van weteringe sluysen, sydtwinden 'bruggen off synen dyok niet en hielde,gelyek as dat men dat boven en beneden in onse gerigten dede,soe sal f t onse Dyck-Greve aldaer doen gelyek off dat in onsen gerigten weer,En sullen wy hen gestaen ende halden hem daer af schadeloos, Oiek moegen wy by onsen vrienden Dyck-Greve ind Heem~raet maioken ende onsetten, ende den Heem-raet minre ende meerre .fnaer oirber des landtsÂťEnde wy sullen die Heem-raet "syn off werden sullen,alsoe goet heb ben,dat sy deele voorschreven weteringe ende oick ander weteringe die hem den lande oerberlick duncken, voert dryven den oversten en nedersten gelyek,Toert sullen wy die Stadt van Ă?Timmegen van oeren erven ende oere gemeinten die in dea landts weteringe weteren moegen doen gelden morgens morgens gelyek,gelyek den anderen landen,Oick geloven wy den gemeynen Lande dese brieven, die wy hebben van desen voerwerden gegeven te vernyhen, als 't gemeyn lant des begeert, Oick eist te verstaen dat die Heem-raet dese voerschreven voirwerden sullen doen den nedersten ende den oversten gelyek,ende ommer op een verbeteren,Omme dat deze voirwaerden vast ende stede blyven,geloven wy voerseyde Reynalt Soen des Greven van Gelre voir ons en voir onse erven, ende sekeren in gueden trouwen, dese voorschreven voerwaerden alinck ende vol21.


komelyck te halden ende te doen halden,alsoe als hy hier boven in desen brieff geschreven staen. In oerkonde des briefs mit onsen Zegel besegelt, Gegeven in 't jaer ons ïïeeren dusent drie hondert ende een-en-twintigh des Maendaeghs nae derthiendach den men schryft 't latyn, Epiphania Domini. UIT DE ARCHIEVEN

Dit is ons seggen, dat hertog van Gelre ende van Gullick ende Greve van Zutphen seggen tusschen den Eerbaren Deken en Capittel der kercken van Xanten onsen lieven Vrienden aen die eyne stede, ende onse kerspelsluden van Drueten aen die andere syde, des sy by ons gebleven syn van den tymmeringen van den boedick der kercken van Drueten ende want on vriendlick versont is mitten Deken ende Capittel van Xanten ende mit onsen kerspelsluiden van Drueten voors., so hebben wy daer omme bevallen den Eerbaren hrn Jo-, han Baliewe,Deken tot Zutphen onsen lieven rayt endef vrient, dat hi van onserwegen dien voors onsen kirs-j pels luiden van Drueten ten vollenstens geven ende j betaelen sal tot hoer timmeringen vyftig goede guldene alde schilden op Sente Jacobs dach des heyligen apostels neestkommende#> ende hier mede seggen wy sie aen beyde syde van de timmeringen des boedicks der kircken van Drueten Vurs.op dese tyt alentllck gescheiden.In oirkonde onsers segels van onsen rechten Wetenheid op deesen brieff gedruckt.Gegeven int Jaer onsers heeren 1401,opten heyligen palmdach. Per Dominum Ducem praesentibus de concilio Dno Joanne Dno de Homoet milite et udo de Boese armigero. Allen den geenen die deesen brieff sullen sien off hoeren leesen, doen wy Baldeken van Lent, amptmantuj schen Mase en Waell, Heymeric van Druten, hern Ula soen, Gerrit van Drueten ende Arnt Wasschert ende J« han van den Hamme kerckmeisters der kercken van Drug ten, doen kond ende kenlick, dat wy mitten eersamen Heeren Deken en Kapittel der kyrken van Xanten guit<

22.


lick en.de mynlicker verleken geslieht ende geschei~ den syn van allen saken, aensprake, gecroen, ende

toeseggen, dat wy of gemeyne kerspel off kerckmeisteren van Drueten hebben gehad, off mugten hebben tot deesen daegen toe datum dies brieffs en enigerwya totten Yurs„ heeren van Xanten ende scheiden sie daer aff losss en aling quyt sonder alle argelist. In oirkonden der waerheid hebben wy Baldeken,Heyme~ ric, Gerrit,Arnt ende Johan voorgem? voor ons ende omme beeden wille des gemeinen kerspels van Drueten voors„ onse segelen aen deesen brieff gehangen. Gegeven int Jaer ons heeren 14^4 des neesten dagh nae heyligen Paischdag. Wegens reparatie der kereke tot Druiten accord,

¥y Henrieh van Baexen Richter tusschen Maes ende Waell tueghen dat voor ons commen syn in den gerichte van Druiten ende voor geriehtsliaède die hier nae beschreeven staen Heer Rutger Nassert Pastoir van Druiten, Heymerick van Mekeren, Claerbolt de Vryse als kerckmeisters ende vort die gemeine nabueren ende hebben gemaickt een Compositie voor ons ende onse naekonelirgen mytter Eerbaeren heeren Deken en Capittel ci.er kercken van Xanten als van den koer toe^ Druiten te stoppen, dat welcke die heeren voors. sachten aij niet schuldig en weeren ende die Pastoer mytten naebuerensachten sy werent schuldig te halden, aengesien dut sy "de geheele tyndt boerden, in daeke inde gereke van stoppen» Soe hebben die Eerbaere heeren Voors„ ende die kerckmeisters van Drueten die saeke gestelt ende geloefft Hendrik van Baxen de amptman, de welcke daer een uytspraeck aff gedaen heeft, dat die Eerbare Heeren Vurs.der kercken van Drueten geven solden vertien enckel gulden,daer voor solden sy verlaten syn van den koer te stoppen ende te deeken nu ende ten ewigen daegen, ende welckè3 vertien enckel gulden wy persoenen Vurs.ön &ff don' ken goede betaelinge„Hier waren over gerichtsluede Egbert van der Zandt ende Gerrit van Heeck ende andere veel goede luyden. Oirkond des so hebben wy Richter ende gerichtsluede Vurs.deesen brieff bèsegelt 23.


mit onsen Segelen. Gegeven int Jaer ons heeren 1496. ipse Die Georgii mris.

Afschrift van het manuscript van Frederik Jacob Pels, kanunik te Xanten, vol.4 bl.447/4485 kerkarchief van de parochie Druten, J.Dekkers en M.Bergevoet

Opgemaakt door Pastoor v.Hoogstraten van Afferdei voor "De Geschiedenis van het Bisdom 's Hertogen^ bosch" van Pastoor L.H.C.SchutJes (1870) OPROEP !

Hebt U eenvoudige, mooie, oude, hele, gerestau- « reerde of beschadigde voorwerpen, die uit onze streek komen, vervaardigd of gebruikt en die een plaatsje verdienen in vitrines, zodat meer mensei ervan kunnen genieten, stelt U zich dan in verbii ding met de leden van de museumcommissies Dhr.J.Dekkers of Dhr.M.Bergevoet > Hooistraat 28 Hogestraat 66 j Druten Druten • 08870-2482 (weekend) U kunt uw voorwerpen in volle vertrouwen in bruii leen geve». Ze komen in de vitrines opgesteld in de hal van het nieuwe gemeentehuis van Druten te staan. H E L P T

U

M E E . . . .

nieuwe leden te werven ???? Meer leden betekent ook voor onze vereniging....) m e e r

24.

m o g e l i j k h e d e n .


/.•'MfcSll^^ ;''••'• :';r'3r'-A^^it*'^^ ^ '^^v^yï^f^:^ r

':'};M^-:;5S^K

•,':v •^;'%^f';!'^

: 1tó^ :jfilSf^ •••'"V^l^MfeMiife^fe^^

' ".""/'..!=.' "8.".i

::.*7*S 'fi?^:'V^^'V^''1 v-^-'v''."»ï ?"'",- -^'B ''T. !•,-l--^ .W^v-s^i !^ï'""^-£l"':i^;:j;Vi^'"';^^T^fr

-C". , -"''•' i ' "'''^'^.i'*'v%':-; '^.>":> =''-'.-•-'" ;''' ""'.':"•'-"'ftx '"•>^ ^'iZ"1''.1-:^;^^^'?!^?'}" viyw* -^l^'^v-'-^

•^i^^^^j^Sï'^llÉ^^^ilS^ rf^èfi::^^ .:•-:"'Nu. '••:,:.• '"^^^Vït ^•J.Jv^.rf ^iï •

;

J£- ^^StgK^^aBÏ?*; l

.....„•?;."-;;.•>:• -^.; -i"..j.? :;:'HS»^!..,-v -.^"--K.,» p... ,-'-.'«,4«,tf.^;.,,<:,v*|i'«,,-ï',fjfïi3jiv;s»

;;

:^ *-a>:'feS'f '?»«•;»*> ^''üï : 'É:PSïÏ^SS-:f'-"^S*'"E||

•. • -•*-; «•'?»;-. i*'? i«; • ?;€PJ;e %'..; ¥• xs,,t: "rs-ïë^ ..ïpjiitf! te'' •;;'?*v;ï#;sl : •'•'i-'?!.''•'':f>^, ^^t/ip''Sij'/'S' l';41^'VH?;;"^<'.'*Ht':;^'S'^S »i3Vi,."^-' ^'S^ ^t^:t^'^^Sl^i^•X•fc••:M•^^ö^^

:.yy^SïS^^SlW^PWS^^^

i4^®^$s^i'^s^^iii^iM

^^^•'^^^:s^^^^^^^^i^^^.:^^^f!li ;

'^X^^Kf'^^t^^

:^^-^^^^^^SÉ^^&^f^3^S.^^É'^^^t :^ k^^fM^' ^&^^%. :

;•-",.!:.:?. *-•"•*'• A^i -«".-, "MJsrV/fc'

1970  

Tweestromenland Tijdschriften Jaargang 1970