Page 1

TWEESTROMENLAND MAAS EN WAALS TIJDSCHRIFT VOOR STREEKGESCHIEDENIS

28.111.1997 - verschijnt ten minste vier maal per jaar - NUMMER 91

\ "T W-


TWEESTROMENLAND

Administratie: P.G. Leussink, Beuningen

Opgericht 15 mei 1964. Doel: in zo breed mogelijke kring bevorderen van de belangstelling voor de geschiedenis in al haar aspecten en onder ieder opzicht, in het bijzonder van het werkgebied, het Land van Maas en Waal en het westelijk deel van het Rijk van Nijmegen.

Kopij: Kopij dient getypt (zo mogelijk op floppydisk met uitdraai in WP 5.1), gedateerd en ondertekend te worden verzonden aan: De redactiesecretaris, postbus 343, 6600 AH Wijchen. Kan een artikel niet in machineschrift worden geleverd, dan gaarne in een

Lidmaatschap: Het lidmaatschap geeft recht op toezending van tijdschrift en nieuwsbrief, op deelname aan excursies en tevens korting op de boekhandelsprijs bij uitgaven uit de Tweestromenlandreeks.

duidelijk leesbaar handschrift. Afbeeldingen moeten, indien men ze terug wil hebben, aan

Contributie: De contributie voor 1997

exclusief f 2,50 verzendkosten. Te bestellen bedraagt f 35,-.

Men mag ook meer storten bij wijze van gift, te voldoen door storting op postgiro 2622012 ten name van Penningmeester Tweestro-

de achterzijde voorzien zijn van naam, adres

en woonplaats van de bruikleengever. Losse nummers tijdschrift: Nrs. 19 t/m 91 voorradig. Per stuk f 7,50

door storting op giro 2622012 ten name van Penningmeester Tweestromenland, Postbus 343, 6600 AH Wijchen.

menland, Postbus 343, 6600 AH Wijchen.

TSSNr 1381

Ledenadministratie: Postbus 343, 6600 AH Wijchen, tel.: 0487594336, voor de opgave van nieuwe leden,

Inhoud

- Qfrft V____________________

adreswijzigingen en eventuele opzeggingen (vóór l december).

Secretariaat: Postbus 343, 6418987

6600 AH Wijchen, tel.: 024-

Ereleden: H. van Heiningen, J.P.M, van Os, Bestuur: A.W.P.A. Banken, Beneden-Leeuwen Mevr. W.M. Berris-Visschers, Wijchen, wnd. voorz. J.P.H. Daverveld, Wijchen,wnd. secr. Mevr. G.Y.M. Derks-Klabbers, Druten, wnd. penningmeester G.W. van Gelder, Beneden-Leeuwen A. Kamerman-Wümink, Wijchen M. van der Putten, Beneden-Leeuwen G.A.A. Rooijakkers, Overasselt W.J. van Sommeren, Beneden-Leeuwen C. Visser, Druten

3 G. van Tussenbroek, Van Apeltre tot Appeltern; de vroegste vermelding van Appeltern 7 Jules van der Zandt (f) /Jan van Gelder, Chirurgie - Heelkunde - Geneeskunde 15 Anne Marie het veer over

17 Algemene begraafplaats in de gemeente Bergharen 21 Jan van Gelder, Pröts, of pröts of pruts? 22 Genealogie Willems 24 M. Bergevoet, LiteratuurSignalement Nieuwsbrief

Op de voorkant: Huis te Appeltern in 1732. Gravure uit 'Gezigten van voorname Hollandsche dorpen'. Afbeelding uit de collectie Historische Vereniging Tweestromenland, Wijchen.


Streekarchief Bommelerwaard

TWEESTROMENLAND MAAS EN WAALS TIJDSCHRIFT VOOR STREEKGESCHIEDENIS Redactie: Hugo van Capelleveen, Gijs van Dijk, Jan van Gelder, Kees van Kouwen, Ernest Mettes, Pieter Roelofs, Harry de Rouw (redactiesecretaris).

NUMMER 91

1997/1

G. van Tussenbroek

Van Apeltre tot Appeltern; de vroegste vermelding van Appeltern Het dorp Appeltern kent een geschiedenis die vele eeuwen teruggaat in de tijd. Hoe oud het dorp precies is, is onbekend. Vele plaatsen in het Gelderse rivierengebied zijn in de loop van de Middeleeuwen ontstaan als eenvoudige nederzettingen van vissers of boeren. Pas wanneer in zo'n plaats een kerk werd gesticht, of de handel een belangrijke rol begon te spelen, nam de activiteit van de nederzetting toe en werd het waarschijnlijker dat /ij in een oorkonde werd genoemd. Een andere categorie van plaatsen is die van de bewust gestichte nederzetting, zoals bijvoorbeeld 's-Hei togenbosch, dat rond 1185 door Hertog Hendrik I van Brabant is gesticht. Dit gebeurde als onderdeel van een welbewust programma van stadsstichtingen. 1 De oorsprong van Appeltern behoort duidelijk tot de eerste categorie. Er z i j n geen gegevens over een welbewuste stichting, noch zijn er aanwijzingen die op een politieke en strategische rol van betekenis duiden, die een dergelijke stichting aannemelijk zouden maken. DE BETEKENIS VAN DE NAAM APPELTERN De herkomst van de naam Appeltern is niet uniek en ligt aan meerdere 1 plaatsen ten grondslag. Er is sprake van een samentrekking van'twee woorden, namelijk apiddra of apuldmn, hetgeen appelboom betekent, en hem, wal /oveel wil /eggen als woonplaats.Behalve Appeltern /.ijn hiervan voorbeelden te vinden in de plaatsnamen van Apeldoorn op de Vel uwe, Appelterre, even ten westen van Brussel en Appeldorn, even ten oosten van Kal ka i. Verder heeft in de Middeleeuwen nog een neder/etting bestaan met de/elfde

etymologische herkomst. Het gaat hier om Applonthemuka, dat waarschijnlijk in Gelderland lag. Aan de/e vermelding wordt later in de/.e bijdrage nog aandacht besteed, APPELTERN IN DE ACHTSTE EEUW? 'Appeltern stijgt tot ee.ne grij/e oudheid op, indien de/e plaats in 797 door Aspeltornika wordt aangeduid', schreef de Orthense pastoor Schutjes in /ijn geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch.' Schutjes baseerde xich, /oals hij /elf schreef, op de lĂŻijdragen van Nijhoff.' In de/e bundel vinden we een bijdrage van L.Ph.C. van den Bergh, waarin


deze ingaat op de oorsprong van plaatsen in Gelderland.' Over Appeltern vinden we: 'Apelteren: In 997 wordt cene plaats Axpellmnika vermeld, wier ligging on/.eker is'. 11

Wat we hier dus zien, is dat Schutjes zich niet alleen heelt verschreven, waardooi hij Appeltern tweehonderd jaar te vroeg dateerde, maar dat hij ook nog eens heeft aangenomen dat liet genoemde Aspel lornika betrekking zon hebben op Appeltern. Van den Rergh schreef juist dat het helemaal niet zeker was waar deze plaats moest worden gelocaliseerd, zodat As/wZ (orytzAM ook betrekking kan hebben op Apeldoorn, of op een plaats die om één of andere reden van de

kaart is verdwenen.

APPELTERN IN DE TIENDE EEUW? De vermelding van Schutjes dat Appeltern al

in 797 werd genoemd, kan dus naar het rijk der fabelen worden verwezen. Maar hoe zit het met het genoemde A^gZ (or»iArf ui( 997? Van den Rergh was in 1847 zeker niet de laatste die hierover heeft geschreven. We vinden AjjbcZ /«r»:A« terug in het oorkondenboek van het Sticht Utrecht. In een oorkonde van keizer Otto III, gedateerd op 18 december 990 (!) wordt de plaats genoemd in verband met een conflict met het klooster Elten. Voor de

schrijfwijze worden diverse varianten gegeven: A^fZ&Tui&a, A^ff (rrmA«, A;/»?/ ^77»A«, A.s/w&ormrA/z. Muller identificeerde de plaats als Appelderbroek bij Putten, hetgeen later door Künzel is weerlegd." Men zou dus kunnen redeneren dat de plaats waarvan hier sprake is Appeltern kan zijn. Om nu inzicht te krijgen op basis waarvan een dergelijke onduidelijke naamsvermelding zou kunnen worden geïdentificeerd, moeten we kijken naar aanwijzingen in de tekst zelf. Vaak worden plaatsen in een bepaalde volgorde genoemd, of worden clustertjes bij elkaar gezet, zodat de ontbrekende schakel kan worden ingepast in het geheel. We zullen hier later nug een voorbeeld van zien. Een andere mogelijkheid is dat in de oorkonde wordt aangegeven waar een bepaalde plaats zich bevindt. Zo levert bijvoorbeeld de vroegste vermelding van Appelterns (bijna)

naamgenoot Apeldoorn weinig problemen op. In de Latijnse tekst vinden we dat 'in Felaowa [.. .1 in villa vel marca appoldro , op de Veluwe [...] in de buitenplaats of nederzetting Apeldoorn [. . . |, tweederde van een hoeve met bijgebouwen wolden geschonken.'' Keren we nu terug naar het As^wV (»f/aA^ van 990. Helaas wordt hiervan niet gezegd waar het ligt, zoals in het bovenstaande voorbeeld van Apeldoorn wel het geval was. In tegenstelling daartoe wordt een groot aantal plaatsen genoemd, waaronder Kssen, Quedlinburg, Gandersheim, Emmerich. Arnhem, Renkum, Herveld, Lienden, Tuil, Malsen, Brummen, Putten.'" Deze opsomming geef) geen duidelijk inzicht in waar Ajjbc/ !or%%A« kan worden gelokaliseerd. De naam kan dus zowel betrekking hebben op Apeldoorn,

Appeltern als op een andere, in vergetelheid geraakte plaats. Wat verder tegen een toeschrijving aan Appeltern pleit is de schrijfwijze van de plaats, die zeer afwijkt van de manier waarop Appeltern in de Middeleeuwen is geschreven. Een kopie van dezelfde oorkonde uit 1129 brengt evenmin helderheid in deze kwestie."

EEN LATERE DATERING Het toeschrijven van het genoemde Av^f /or-

mA« aan Appeltern zou op basis van bovenstaande gegevens onjuist zijn. Er zijn geen argumenten die dit kunnen rechtvaardigen. We moeten dus up zoek naar een latere vermelding van Appeltern, die deze plaats een eerste anker in de geschiedenis zou kunnen geven. Zo'n latere vermelding vinden we in het oorkondenboek van Sloet, uit 1872.'' In de hier genoemde acte schenkt ene Godfried, proost van Xanten, inkomsten uit de kerken van Wamel, Rhenen en Appeltern aan de kerk van Xanten. Appeltern wordt in de oorkonde genoemd, zij het dat Sloet de datering niet zekerstelt. Hij dateert de oorkonde tussen 1129 en 1134. De oorkonde is oorspronkelijk afkomstig uit het dodenboek van Xanten, en lijkt op zichzelf betrouwbaar." Toch schuilt ook hier weer een adder onder het gras, die door


De middeleeuwse kerk en omgeving, gezien vanaf de Maas in 1674 naar een tekening van J. de Grave. Gemeente Museum Arnhem Sloet zelf al kenbaar is gemaakt. In de index van zijn oorkondenboek laat hij namelijk door middel van een noot weten, dat hij een fout heeft gemaakt. Bij oorkonde nummer 250, waarin de schenking van Godfried staat vermeld, heeft Sloet geschreven dat de/e eigenlijk door oorkonde nummer 477 had moeten

zijn

vervangen. Deze oorkonde

dateert uit 1238 en werd door Sloet bij het samenstellen van zijn tekst nog gezien als

een bevestiging van een vroegere oorkonde. Hij heeft dit echter zelf ontkracht, waarmee ook deze oorkonde als vroegste vermelding komt te vervallen.

Appeltern op zoek zijn. Deze kunnen we namelijk enkele jaren eerder stellen, en wel in 1139. Op 31 maart van dat jaar bekrachtigde Paus Innocentius II de bezittingen van de abdij van Sint Servaas.1' Innocentius was paus van 1130 tot 1143, het jaar van de tweede vermelding van Appeltern."' Hij stelde het als volgt: '[...] Bevestig aan u17 tot in de eeuwigheid en onverminderd, en mogen zij [de bezittingen] voortdurend blijven. Wij onderwierpen deze, in eigen woorden uitspreken-

de, namelijk [...] Weert met haar kerk,'"Ooien met haar kerk,19 Echt met haar kerk,-" de kerk van Appeltern,- 1 de kerk van Megen," de kerk van Dinther,-' [...]."-'

HET VERLOSSENDE WOORD: 1139 Hoewel Sloet zich bij de samenstelling van

zijn oorkondenboek heeft vergist, zat hij er wat het tijdstip van de vroegste vermelding van Appeltern betreft, slechts enkele jaren naast. Ook wat de datering van de oorkonde

betreft, had hij niet voor 1238 hoeven te kiezen. KĂźnzel dateert haar namelijk op 1143." Deze oorkonde is echter niet interessant wanneer we naar de oudste vermelding van

We zien hier duidelijk een concentratie van plaatsen die op een steenworp afstand van elkaar te vinden zijn, namelijk Oijen, Appeltern en Megen. Deze omstandigheid, gevoegd bij het feit dat de schrijfwijze van Appeltern, namelijk Apeltre, overeenkomst

vertoont met de latere schrijfwijze, maakt deze oorkonde zeer aannemelijk als vroegste vermelding van Appeltern." In de oorkonde, die in druk drie bladzijden beslaat, is verder


niets te vinden over de vroegste geschiedenis van Appeltern.

1872. p. 127. 4.

5. BESLUIT Maar liefst 342 jaar later dan Schutjes aan-

vankelijk deed vermoeden, duikt Appeltern op in de geschiedenis, en wel in 1139. Xoals

in de inleiding al is aangegeven, ligt het voor de hand dat Appeltern ouder is dan het genoemde jaartal 1139. Pas toen het enig bezit en aanzien had vergaard, kon het een rol gaan spelen in een groter verband.

6.

Ibidem, p. 240.

7.

S. Muller, A.C. llouman (uitg.), OorAoM&vi&wA %;«» Af/ .SV;r/!/ (//rcr/i/ M 73W. Deel I. Utrecht,

1920. p. 141. nr. 140. 8. 9.

Hoe lang Appeltern heeft bestaan voordat

het voor het eerst werd vermeld, valt niet meer te achterhalen. Een mogelijke aanwijzing zou de kerk van Appeltern kunnen vormen, die, zoals Schulte aangeeft, een van de oudste is in het Land van Maas en Waal.^De tufstenen toren van de kerk wijst op een datering voor of in het begin van de twaalfde

Künzell988, p. 69. K. Glöckncr (ed.), Codex A/mfKs/MMOWM. Arbeiten der historischen Kommission für den Volksstaat Hessen. 3 dln. Marmstadt,

1929-1936. Deel l, p. 381, nr. 99. K). Muller 1920. p. 142. 11. E. von Otthenthal, 11. Hirsch (ed.), D*f (/rAundf» dfr rZfM(.vr/(f» A/m/gr uwf Am.wr W//; d/f [/TA«»dm AfV/mrs ƒ//. M»d (Z*r AJ««mM /&rA/7!z«. Monumenta (k-nnaniae Historica. Rerlin,

eeuw." Dit is dus eerder dan de oorkonde

van 1139. Dergelijke problemen vormen een bekend verschijnsel, dat echter geen helderheid kan brengen in het begin van de bewoningsgeschiedenis van een plaats. Derhalve blijft in het geval van Appeltern het jaar 1139 staan als vroegste vermelding. Ook valt in kwesties als deze niet uit te sluiten dat er vroegere vermeldingen in oorkondes zijn geweest, die de tand des tijds niet hebben weten te doorstaan. Hierdoor is de vroegste vermelding van een plaats altijd een belangrijk houvast, als uitgangspunt van de geschiedschrijving van een dorp of stad. In het geval van Appeltern is helderheid geschapen in haar vroegste vermelding, die nu het uitgangspunt kan gaan vormen, voor verdere geschiedschrijving.

l.A. Nijholï (uitg.). ZJi/Wmgp» wor wwArffW^w gpjr/«V(//'»M f» o«(Mf/dA»Mdf. V, (1847). L.Ph.C. van den Rergh, 'Over den oorsprong en de beleekeuis der plaatsnamen in Gelderland'. In: Nijholi 1847. p. 233-276.

1927. p. 23, nr. 19. 12. L.A.J.W. Sloet, OoW;o»dmAwA dcrgTYm/Af/M/i/jp» f»?Zrf «7i %M(/p», («! o^ dr» i/«^ WM WbfnwgKM. 5

jun; J2M. 'x-Gravenhage, 1872-1876. p! 245. in. 250. 13. A.|. Binterim, 'Kalendarium necrologium Xantense saeculi XIII'. In: /JifEny/iozf.w J%Y». I. p. 382. Z.i.

14. Künzel 1988, p. 69. 15. MJ. Habets, 'Codex diplomaticus Mosae-Traiectensis, vervolg'. In: /4tM:r»f;Vmi de 4» .Sorz«/é /f»YoT7^M« *( AyrAfoZo^Mf d«7» ^? f/MrA#? «^ Lz;»-

6o«*^. V, (1868). p. 22-79. p. 26. nr. 29. Het is niet bekend waar de oorkonde zich momenteel bevindt. 16. G. Rarraclough, 7 Af w!«jzfüa/ ^la^ani. 2e dr.

London, 1972. p. 100. 17.

Hiermee wordt de abdij van Sint Servaas bedoeld.

Noten:

18. Künzell988, p. 387. 19. Ibidem, p. 271.

1.

20. Ibidem, p. 123. 21. Ibidem, p. 69.

H.L.Janssen, Mm J&w (o( Mad, opgrmviMgK» m ';Affrfogp»6a«Vi. 's-Hertogenbosch, 1983. p. 17. Volgens recente opvattingen heeft de stichting van 's-Hertogenbosch rond 1195 plaatsgevonden.

2.

R.E. Künzel e.a., Afxiro» wi» Mxffr^;»^»? (o^w-

3.

Ttifwrn (o( 7200. Amsterdam, 1988. p. 69. L.H.C. Schutjes, (««cAmff»» »«» Af( 6»dom S7/fy*ogg»6ojr/t. Deel III. St. Michielsgestel,

22. Ibidem, p. 247. 23. Ibidem, p. 112. 24. Habets 1869, p. 27: ƒ.. J /irma 1106» m /«T^tm;» f(!%6«<« ^)fr»MM<?aM(, i» ^iM&it.s &v ^/ro^/rizj .suAiMM%im«j «c^nwifM/^i uoo^f». u:VfcKrf( ^.../ Wr!« p»*» ?r(VM:<z, Oya rum «rr^m, JL(A( rMm gfr^gaVz. frc^i»w (&?/y«?Z&?. c«r&.?:«?» (ff Affgf»«, «rc^g-


siamdeDinlre [...]. 26. A.G, Schuilt-, Hel Land van Maas en Waal; de 25. Zoals we al hebben gezien werd het in 1143 monumenten van geschiedenis en kunst. 's-Gragenoemd als Apeldrem. In 1188 komen we venhage, 1986. p. 320. Appeltern tegen als Apelderhem. KĂźnzel 27. Ibidem. 1988, p. 69.

Jittes van der Zandt (f)/Jan van Gelder

Chirurgie - Heelkunde - Geneeskunde We zijn al toe aan het zevende verhaal van Jilles van der Zandt uit Druten. ledere keer verbaast het je weer hoe uitgebreid en tot in de fijnste bijzonderheden Jilles alles heeft nagespeurd en op papier heeft gezet. Af en toe wijkt hij wel wat af van zijn onderwerp, maar dat is verleidelijk en ook begrijpelijk als je, zoals hij, helemaal opgaat in de gebeurtenissen van die jaren, die ook zijn jeugdjaren waren. Zo kon hij gewoon niet voorbijgaan aan het belangrijke werk van zijn moeder en grootmoeder en kreeg ook de eigen bakker een ruime vermelding vanwege dat enkele snoepje, dat de kinderen wekelijks van hem kregen. Tegelijk maakte hij iedereen wegwijs over de aanwezige paadjes en brugskes en wie er woonden. De tuinman, tevens koetsier van de dokter, hoorde eveneens bij het medische werk, vooral omdat diens been met goed gevolg ook nog door zijn eigen huisdokter en werkgever werd geamputeerd. Kom daar tegenwoordig maar eens mee voor de dag. Al menen sommigen dat deze verhalen niet zo belangrijk zijn, afgezien van taal en stijl, we zijn toch tot publicatie overgegaan omdat ze duidelijk het leven en werken van vroeger tijden weergeven, dus historisch van belang zijn voor de streek. Zeker een groot deel van onze ouderen zal dit herkennen, terwijl het voor de jongeren geen kwaad kan zich in het zo eenvoudige leven van hun voorvaderen te verdiepen. Jilles heeft als oud-leraar van de ambachtsschool waarschijnlijk als een taak gezien om dit alles voor het nageslacht vast te leggen. Veel van het heden vinden we terug in de gebeurtenissen van het verleden. Jilles vertelt nu verder over de genezers, de doktoren, en over de manier waarop en de bezieling van hen, die dit beroep ook onder primitieve en moeilijke omstandigheden uitoefenden. CHIRURGIE - HEELKUNDE GENEESKUNDE In de 19e eeuw (1800- 1900) en ook ver in de 20e eeuw (1900 - 2000) werden bij ziektegevallen de huismiddelen van grootmoeder of grootvader gebruikt. In het dorp, in de buurt of in de eigen familie was altijd wel iemand, die bij een letsel of ongeval op zijn of haar manier kon helpen. Dit helpen met huismid-

deltjes was een familietraditie geworden. Uit deze huismiddelendoos zijn eigenlijk de vele drankjes ontstaan die nu als medicijnen door de huisarts worden voorgeschreven. Een veel gebruikt middel dat werd toegepast en waarin de goedgelovige mensen geloofden, was het 'bespreken', Dit gebeurde bij de jeugd meestal bij het


'/wikken'. Dit heeft niets te maken met kaarten, maar is een verstuiking, men zakte bijvoorbeeld door /.ijti enkel. Dit gebeurde nogal eens bij het hardlopen op /.ware klompen, bij verspringen, over een sloot springen, van een ladder of trap springen of wanneer men bij het lopen over een weg met gaten in een gat trapte. Hierbij werd de beursband om het enkelgewricht geweld aangedaan, bijv. bij het voetballen. De enkel zette dan flink op, werd dik, en dan wilde een nat verband en de voet op de stoel wel eens helpen. Met veel pijn kon men dan wel eens rondstrompelen. Het 'bespreken' van een letsel gebeurde bij tandpijn en een ontstoken kies, evenals bij een steek van een wesp, hommel of paardenvlieg (daas of horzel). Dit gebeurde nogal eens als men met opgestroopte mouwen in de wei, buiten in het veld, de koeien, de geit of het schaap aan het melken was. Wanneer bij het voetballen of bij het ongelukkig terecht komen bij een val de knie opzette, waren de beursbanden om het kniegewricht in verdrukking gekomen. Het gewonde lichaamsdeel gaf dan een verdikking of opzwelling te zien. Dit gebeurde ook als men met kokend water morste in de keuken of in de bakkerij. Bij het 'bespreken' van een letsel werd, meestal door een oude man of vrouw, ééti of meer kruistekens met de duim of wijsvinger over het getroffen lichaamsdeel gemaakt. Hierbij gingen de lippen van de man of vrouw op en neer en hij of zij bad om beterschap. Men riep hierbij de hulp van God of één van zijn heiligen in. Rij tandpijn riep men de heilige Apollonia aan. Met de hand werd dan over de dikke knie of de opgezette wang gestreken. Gewoonlijk was het dan net of de knie of wang bij de aanraking van de strijkende hand warm werd. De mensen zeiden dan: 'Hij of zij heeft iets in zijn of haar lichaam', iets dat een kracht uitstraalt, dat bij de zieke in het zieke gedeelte wordt opgenomen. Hier in Maas en Waal waren twee mensen die bij het bespreken goede resultaten bereikten, nl. het boertke van Winssen en Helm van den Hurk (Wilhelmus) uit Horssen.

8

Zij hielden op bepaalde dagen en uren zitting. Op die uren kwamen veel mensen tot zelfs uit Brabant, Limburg en af en toe uit Duitsland en België. Zij rekenden niets voor die visites. Ze waren geen geneesheren, maar de klanten legden het geld. dat /.e wilden geven, op tafel. Ze leefden er goed van en wat ze verdienden was vast hoog en genoeg. De resultaten waren soms verbluffend, zoals het volgende voorbeeld aangeeft. Ken dame moest van Druten naar Nijmegen reizen om op haar werk te komen. Daar ze de hele week last had gehad van tandpijn en ze met de klanten aan het loket moest praten en deze een goed advies moest geven, had ze

een afspraak gemaakt met de tandarts 's morgens om tien uur. Ze moest om half negen op haar werk beginnen. Daar de stoomtram uit Maas en Waal te vroeg in Nijmegen kwam en ze niet op straat wilde wachten, ging ze met de fiets. Het was mooi weer want het was nog zomer. Of het zo moest zijn begon de kies weer van zich te laten horen toen ze tussen Deest en Winssen was. Ze wist dat het boertke van Winssen bijna aan de Van Heemstrabaan of Van Heemstraweg woonde en er zo vroeg bijna nog geen klanten waren. De pijn werd steeds erger en was bijna niet meer te houden, waar nog bij kwam dat ze dacht: 'Ik moet dat hele stuk tot in Nijmegen nog fietsen . Ze ging naar binnen en het boertke zag direct aan de dikke wang en het vertrokken gezicht wat de oorzaak was. Hij liet haar niet aan het woord komen en zei, toen ze op een stoel zat, alleen: 'Doe de mond eens open'. Zij opende de mond en hij ging er met een korte, dikke vinger in en streek over de ontstoken tand. Daarna maakte hij nog een kruiske over de wang. Hij nam afscheid, zij gaf hem een gulden en hij zei nog: 'Voor je in Nijmegen bent is de pijn allang over'. Toen ze in Beuningen was voelde ze al geen pijn meer. Ze heeft met een opgezette wang haar werk gedaan, ofschoon enkele klanten tegen haar zeiden dat zij thuis in bed hoorde. Tegen tien uur was ze hij de tandarts. Toen


en woonde tegenover de 'dom' van Pijflijk. ze geen pijn had. Ongelovig keek hij haar Daar was ook nog een kruidenierszaak gevesaan omdat zij zo'n opgezet gezicht had, maar tigd. geen pijn. Ging men langs Van Hulst, dan kwam men Hij heeft de kies zonder verdoving getrok- op een kerkpad tussen Van Hulst en Kersten. ken. Aan de kies hing een etterzakje. De tan- Ging men over het kerkpad in de richting darts liet dat aan zijn klant zien en zei tegen van de kerk, dan kwam men langs twee naast elkaar staande woningen. Hier woonden de haar: 'Je moet een gruwelijke pijn hebhen'. Zij zei: 'Ik voel niets', maar ze durfde niet van gebroeders Pardoel. Eén van dexe gebroehet boertke van Winssen te vertellen. ders was schilder en nogal een flinke, zware man. Van de grote straat, langs hakker Wim Mijn moeder heeft het ook veel gedaan, de Klein, kon men hier ook komen. vooral bij tandpijn e.d., maar eigenaardig Pardoel kon ook 'bespreken'. genoeg bij ons, haar eigen kinderen, niet. Op een keer, lang geleden, was Antoon van Als wij iets hadden moesten wij altijd naar Hulst in de bakkerij bezig met voorbereidineen oude man bij ons in de huurt. gen voor zijn werkzaamheden in de bakkerij. Hierbij vertel ik iets wat ik zelf heb meege- Is hij in de bakkerij aan het werk, bijvoormaakt. De familieleden die nog leven kun- beeld deeg aan het maken, dan heeft de baknen het bevestigen. ker de mouwen opgestroopt. Antoon had Wij hadden in Pijflijk en Druten een vaste een emmer kokend water op de trog klaar bakker: Antoon van Hulst uit Puiflijk. Hij staan. Door de een of andere oorzaak werd kwam het brood altijd zelf brengen met de hij afgeleid en stootte hij de emmer met bakkerswagen met paard. Op zaterdag was kokend water om. Hij kreeg bijna de hele hij altijd laat. Dan moest hij 's nachts en 's emmer over één van zijn armen. Hij morgens bakken. Dan moest de oven op schreeuwde het uit van de pijn. warmte gebracht worden met schansbossen Vliegensvlug rende hij met de voorschoot en (gewoonlijk afkomstig uit een naburig dorp: alles nog om over het kerkpad naar Pardoel. Bergharen). Deze had schijnbaar slecht geslapen en de Het brood moest afkoelen en dan ging hij bokkepruik op en geen goede zin. Hij maakte de deur open en zag Van Hulst met zijn zelf het brood bij de klanten in Puiflijk verbrande arm. Hij gooide de deur weer bezorgen en van de hele week afrekenen, 's Avonds kwam hij in Druten, door de Kerk- dicht en 'besprak' de arm niet. straat en de Heersweg. Vloekend en tierend ging Antoon weer naar Wij, op het Javaplein, waren altijd de laat- huis. Hij maakte het poortje bij de schilder sten. Dan werd het brood op tafel gelegd en dicht en ... ineens was de pijn over. Dus had het overgebleven snoepje, dat gewoonlijk in Pardoel toch het geval 'besproken'. een grote zak zat, werd naast het brood op Ik hoor het Toon nog bij ons thuis vertellen. tafel gegooid. Daar zaten wij, kinderen, op te Hij liet ook zijn verbrande arm en hand zien. wachten. De vellen hingen erbij. Wij kregen door de week geen snoepjes, maar ook 's zondags niet. Vandaar dat wij, als De mensen die in de chirurgie werkten, in de we het paard met de bakkerswagen hoorden, geneeskunde, werden in vroeger tijden, ook ons ongeduld bijna niet konden bedwingen. in onze streken, chirurgijnen genoemd. Het Wij bleven 's zaterdags altijd langer op. We waren dikwijls mensen die het vak thuis hadwaren gewassen en verschoond, hadden den geleerd. Ze waren in de leer geweest bij gegeten en ... nu was het wachten op Van een oude chirurgijn en hadden geen school Hulst. Eigenlijk was het het wachten op het gedaan aan een geneeskundig instituut. In snoep, want dat was voor ons het voornaam- onze omgeving was zo'n instituut te Den Bosch. Later kwamen hier in Maas en Waal ste. En nu komt waarom ik dit vertel. Antoon, de bakker, was nog niet getrouwd wel dokters die in Den Bosch of een andere de/e zijn onderzoek beëindigde vroeg hij of


plaats, bijvoorbeeld Utrecht, Leiden of Amsterdam, waren geslaagd. Daar men bij de meeste zieken met een laatmes aderlating toepaste, waren veel chirur-

lijk te maken met 'zalf of met 'zelf doen'. Zelfroom werd gebruikt als men zich niet goed voelde.

gijnen vroeger barbier geweest. De meeste Bij de gewone akkefietjes, zoals zwerende scheepsartsen, die op de wereldzeeĂŤn voe- vingers, een wond ontstaan door een roestiren, waren als barbier begonnen. ge spijker of door het werken met prikkeldraad, het steken van een doorn of van hommels, bijen, wespen, muggen en horzels Veel barbiers die goed van de tongriem (dazen/paardevliegen), ontstond al snel een gesneden waren -luister nu nog maar eens naar een kapper- gaven zich uit voor chirur- ontsteking omdat de mensen gebrek hadden gijn. Ze hadden een bord met een embleem aan vitamines. Voor deze ontstoken wonden gebruikte men erop, bijvoorbeeld een laatmes. Meestal hebben deze dokters geen papieren weegtreeblad (weegbreeblad). Dit blad was om aan te tonen dat ze aan een academie smal, langwerpig, groot en ruig. De plant

geslaagd waren. Bij de meeste ziektegevallen kwam het laatmes te voorschijn. Gewoonlijk werd de ziekte

groeide vooral in de paden van de tuin of van het akkerland, waar de mens liep en met zijn kruiwagen reed om mest op de akkers te

geschoven op teveel of verkeerd bloed. Dan brengen of groenten, aardappelen e.d. er werd tegen de zieke patiĂŤnt, die in een bed- van af te halen. stee lag, gezegd dat aderlaten de uitkomst Weg - tree - blad. 'Weg' had dus te maken met het pad, waarzou zijn. Met het laatmes werd een ader opengesneden, gewoonlijk in een arm, en over men ging om naar de akkers of naar het teveel aan bloed liet men uit de ader stro- huis te gaan. 'Tree' had te maken met het men. Aftappen in een fles of bak gaf de hoeveelheid aan. Als men geen laatmes (lancet, laatijzer)

gebruikte had men nog altijd bloedzuigers.

treden, stappen of gaan.

Als men zo'n blad aftrekt, dus niet afsnijdt, voor eigen gebruik of voor konijnenvoer, dan komen er witte strengen (de nerven)

Deze bloedzuigers werden op de blote arm

tevoorschijn. Ze blijven aan de plant hangen

of een been gezet en zogen zich vol. De vol-

en verschrompelen. De bladeren werden gewassen en met gesmolten boter of smout (vet van het var-

gezogen bloedzuigers werden daarna van de

arm afgenomen en in een fles of doos meegenomen om later weer opnieuw te worden gebruikt. De meeste mensen gebruikten veel huismid-

deltjes die door de mensen op het platteland zelf werden gemaakt van kruiden, bladeren, zaden of de bloesem van geneeskrachtige

planten die buiten in de vrije natuur groeiden of thuis in de tuin waren gepoot. Er stond vroeger bij ons in de tuin een houtachtige struik met bladeren, die veel weg

ken) ingesmeerd. In dit ingesmeerde blad werd een stuk niet te dik spek gewikkeld. Dit werd dan op de zweer of de wond gebonden

met een stuk linnen. De zwerende wond trok open en het pus of de etter trok uit de wond

in het weegbreeblad met de linnenomslag of verband. Bij een volgend verband met hetzelfde middel werd de wond meer gezuiverd en begon het genezingsproces.

hadden van de kleur van ezelsharen. De bladeren waren maar klein en behaard als de

Ook nam men bij het zweren van gekregen

haren van een ezel. Ze waren grijsachtig gekleurd. Men noemde deze struik 'zelf-

wonden, dit gebeurde praktisch altijd door te weinig goede voeding en een groot gebrek

plant'. Deze bladeren werden in

melk

aan vitamines, het beproefde middel lijn-

gekookt. Men noemde deze melk 'zelfroom'.

Hoe de werkelijke naam van deze plant was

meel. Dit is gemalen of fijngemaakt lijnzaad of vlaszaad. Van lijnzaad wordt ook lijnolie

heb ik nooit geweten. 'Zelf had waarschijn-

gemaakt, die de schilder bij de verf gebruikt.

10


Het lijnmeel werd gekookt en in linnen gedaan, men sprak van lijnmeelpap, en op de wond of zweer vastgemaakt als een soort verband. De zweer ging open en de etter, het wondvocht, trok uit de wonde in het doekje met lijnmeel. Na één of meer herhalingen was het genezingsproces zover dat men met pappen op kon houden.

GRONDSTOFFEN VOOR GENEESMIDDELEN Van de bloesem van de vlier, de meidoorn en de kamille ging men thee zetten. Meidrank, of meibloesemthee, was donker gekleurd met veel vitaminen. Deze drank werd gebruikt tegen buikpijn, gewoonlijk een ontsteking in de blaas, of' als men veel last van jeuk had. Thee gezet van gedroogde zwarte bessen was uitstekend voor blaas- en nierziekten. Van de vlierbessen kookte men ook thee. Deze thee werd vliertje, vlierthee of bessenthee genoemd. Zo ging het ook met de kamille. Langs de wegen in de grasbermen, in en langs de landwegen, in het veld langs de akkers en in de parken en grote tuinen zag en ziet men gelukkig nog de kamille groeien en bloeien. Als deze plant bloeit, en dat kan vele weken duren, wordt de plant met wortel en al uitgetrokken. Men bindt meerdere kamilleplanten tot bossen. Deze bossen hangt men in het achterhuis tegen de muren of balken, in de schuur of'op de zolders, aan een spijker. Van de bloesem wordt kamillethee gezet. Men gebruikte deze thee bij tandpijn of een ontstoken mond (roos). Nu nog wordt deze kamillethee door de huisarts of de tandarts aanbevolen. De kamillethee is bij de huisarts, die zelf een apotheek heeft, in de drogisterij of bij de apotheek in zakjes net als de theezakjes te verkrijgen.

In de lente nam mijn moeder ieder jaar weer een mes om buiten in veld, akker, boomgaard of wegberm een dertiental verschillende soorten groenten te zoeken en af te snijden.

Eén van die soorten was de molsla. Deze slasoort groeide onder de grond van een opgeworpen molshoop. Het waren de jonge bladeren van de 'kettingpol', in gewoon Nederlands de bladeren van de paardebloem. Moeder vertelde dat ze dit van haar grootmoeder en moeder had geleerd. Misschien was dit nog van Middeleeuwse oorsprong.

Bijgeloof en geloof speelden allebei een natuurlijke hoofdrol. Moeder was een hardwerkende, simpele vrouw, die meer een eigen opvatting over alles in de wereld had en die ook uitvoerde. Ze heeft in haar leven veel aan zelfwerkzaamheid gedaan. Op 10-jarige leeftijd ging zij haar moeder (mijn grootmoeder) voortaan de hele dag helpen, want haar vader (mijn grootvader) was overleden en er was praktisch weinig of" geen inkomen. Mijn moeder was de oudste van een vijftal kinderen. Zij ging van school af en ging iedere dag barrevoets, met de benenwagen, naar de steenfabriek om steen op te zetten. Kwam ze 's avonds laat thuis, doodmoe van het hollen met die zware, ongebakken stenen, dan ging ze nog meehelpen om het pak tabak te striepen, want dat moest 's morgens klaar zijn om weggebracht te worden naar de firma J. Albers te Druten. Zij was een geweldige vrouw die niets voor zichzelf vroeg of eiste en haar gehele leven klaar stond om anderen te helpen. Voor zulke mensen worden geen standbeelden opgericht, maar zij verdienen het wel. Venkel had specerij-achtige zaden, die olieachtig vocht bevatten. Als men de zaden kookte, dan was de warme thee of warme drank een opwekkend geneesmiddel (artsenij) om neerslachtigheid en moeheid te verdrijven. Men kan zich soms wel eens uitgeblust voelen. Dan was deze venkelthee een uitkomst. Tijm groeide ook bij ons in de tuin. Deze was door moeder zelf geteeld. De bladeren gaven, gekookt, een opwekkende drank.

11


Rosmarijn of rozemarijn, een specerij die uit Zuid-Europa kwam, was bij moeder in de keuken te vinden. Zij had heel veel specerijen uit het buitenland. In potjes en doosjes had zij van alles en nog wat. In de beschrijvingen viste ze veelal uit waar alles voor diende.

DOKTOREN VAN BRUTEN De vroegere doktoren van Druten waren allemaal van buiten. Met 'van buiten' bedoelen we 'van buiten Maas en Waal'. Hier zeggen we 'van buiten de streek'. De meesten van hen waren als doktergeneesheer in Den Bosch geslaagd. Gewoonlijk werden ze, behalve als dokter-geneesHuislook groeide bij ons op het dak. Het groeide het beste in de holte aan de boven- heer, door de gemeente, B en W, benoemd kant van de dakpan. De bladeren waren kort tot gemeente-arts met een vaste jaarwedde en dik en groen of soms bruin-rood. Ze had- van die gemeente. Deze dokters werden ook den een rondachtige gedaante van ongeveer armen-dokters genoemd. In hun aanstelling twee cnr. stonden niet alleen de voordelen, bijvoorbeeld de grootte van hun jaarwedde en het Bieslook, ook wel tuinkruid genoemd, groei- alleenrecht om hun beroep uit te oefenen, maar ook de verplichtingen die ze op hun de in de tuin. schouders hadden genomen toen ze Knoflook hadden we niet. Die behoort tot de akkoord gingen met de gemeente, namelijk ui-achtige planten en heeft een zeer sterke de armenzorg. lucht. Gegeten was en is knoflook een zeer Door de jaarwedde werd het geven van doktershulp en medicijnen aan zieken vergoed, sterke gasmaker. maar ook lijkschouwing. Deze gebeurde Gekookte lindebloesem, ook wel lindethee, vooral bij verdrinking, verhanging, doodslag, werd aan een zieke te drinken gegeven bij moord enz. een vastzittende kou. Dit middel diende Bij de schouw werd het lijk of de lijken bekeken, onderzocht en de doodsoorzaak vastgeervoor om te transpireren. steld. Hiervan moest door de gemeente-arts een Zwarte bessen zijn reeds beschreven. deskundig rapport worden opgemaakt en Een drank, getrokken van rozenbottel, dien- ingediend bij de gemeentelijke dienst. de voor geur en smaak aan groente en fruit. De voorouders van dokter Deelen (hij kwam Mierikswortel was voor de keukenpririses. uit Tilburg) kwamen van het kasteel van Druten. Deze dokter kwam te wonen in een rianRammenas, familie van de radijs, wordt rauw te woning naast de R.K. pastorie aan de in schijfjes op brood gesneden (met zout of Hoogestraat te Druten. Hij, Frederik Gerardus Deelen, was gehuwd met Constancia suiker). Helena Dericks, geboren in BelgiĂŤ. De specerij bonenkruid werd bij de tuinbo- De familie Dericks had hier in Druten een nen (willebonen) gedaan. De bladeren wor- pannen- en steenfabriek. den gedroogd en fijngewreven. Bonenkruid De tweede gemeente-arts was dokter Sauter. groeit in de tuin. Deze was afkomstig van Breda en waarschijnlijk van oorsprong uit het Duits sprekende Peterselie is een soepgroente, net als selderij. deel van Zwitserland. In Zwitserland zijn drie Kervel is zowel soepgroente als geneesmid- taalgebieden, waar deze talen worden del. gesproken: Duits, Frans en het Romaans (een zeer oude taal). Dolle kervel of'scheerling is giftig. De bessen Er stond tegenover het Ambthuis (gemeenzijn giftig.

12


tehuis) een boerderij, die 'Boldershof werd genoemd. Dit huis kocht dokter Sauter. Hierin kwam ook zijn apotheek. Toen later de 'Franse Zusters', weggejaagd uit Frankrijk, hier kwamen, zijn ze in de Boldershof, het doktershuis van dokter Sauter, opgenomen. Dokter Sauter was een kundig en bekwaam arts. Hij was gezien bij de mensen. Hij was vriendelijk voor zijn patiënten en mens met de mensen. Was er iets ernstigs bij een patiënt dan greep hij zelf in. Ook chirurgisch greep hij in, met verbluffende resultaten. Niet voor niets werd in de volksmond dan ook van hem verteld: 'Dokter (Segia) Sauter

Kuppen sprong van het rijtuig en opende voor dokter Sauter het portier. Hij pakte de tas van de dokter en bracht die naar de deur van de zieke. Hier nam de dokter de tas over en werd gewoonlijk de deur al opengedaan, want Kuppen had al gebeld of geklopt als er geen bel was. Dan ging Kuppen terug naar de koets. Als hij stilstond met de koets was altijd zijn eerste werk: de rem op de koets. Kuppen was met zijn koets een echte dorpsfiguur geworden en bijna niet meer uit het dorpsbeeld weg te denken. In de winter van 1901, het vroor flink, is Kuppen bij het afstappen bij een zieke van de geneest zieken en gezonden en laat zelfs treeplank afgeschoten en gevallen. De treedoden uit het graf opstaan'. plank was glad (bij het rijden was er een Hij bezocht zijn patiënten niet alleen op ijslaagje op de afstap gekomen) en daardoor 'BoldershoF, maar tot in de verre omtrek van gleed Kuppen voor het wiel en het paard liep Druten. Hij deed dit in een rijtuig. Dit was in nog even door. Kuppen kwam met zijn rechdie tijd het gewone vervoermiddel, zowel terbeen onder het wiel en brak zijn been. voor een plattelandsdokter als voor een dok- Dokter Sauter heeft Kuppen voorlopig ter uit de stad. geholpen bij het rijtuig en hem toen naar zijn huis gebracht, achter Jan in den Bosch, Op Boldershof bij de Franse zusters werkte bij zijn dochter Ciska. een Drutenaar als tuinman. Deze Gerardus Er kwamen complicaties bij, de meeste beenKuppen had dikwijls als koetsier meegehol- deren waren door het gewicht van het rijtuig pen bij het koetsiersbedrijf van Cees van den versplinterd. Dokter Sauter besloot tot Hoff. Dit bedrijf stond op de hoek Ambthuis- amputatie van het been. In zijn eigen huiskastraat - Hooistraat. Daar woonde Gerard Kup- mer is Kuppen toen geholpen. Hij werd op pen vlakbij. Om Kuppen te bereiken moest een grote tafel gelegd. Zijn been werd vermen het kerkpad tussen de kunstsmeden, de doofd, terwijl een kap over zijn hoofd voor gebroeders Ansems, en de kapper Jan in den de verdere verdoving zorgde. Bosch doorlopen naar achteren. De hulp die dokter Sauter op een niet te verZijn dochter Ciska (Francisca) was getrouwd beteren manier kreeg was van Gerard Arnolmet Has den Bennenmaker (Johannes Jans- dussen, de leider van de muziekband 'de Ratsen). ten'. Kuppen werd door dokter Sauter aangesteld Het been werd geamputeerd. Dit was voor om hem als koetsier overal naar toe te bren- die tijd een geweldige prestatie, waarvan ook gen, ook voor dringende gevallen 's nachts. in de 'Maas en Waler', de krant van Druten, Koetsier Kuppen was wat trots als hij door een uitgebreid verhaal werd geschreven. Druten reed met dokter Sauter als passagier. Later kreeg de voormalige koetsier een houIn een soort koker stond zijn zweep met een ten been (houten stok) om zich te verplaatvlaggetje aan de top. Kaarsrecht en trots trok sen. Hij is in november 1933 in zijn woning hij door Druten en soms ver van Druten af bij zijn familie gestorven. Hij was toen 83 naar de zieken die de hulp van dokter Sauter jaar. nodig hadden. Tweeëndertig jaar lang (1901-1933) zag men Was Kuppen bij de zieke aangekomen dan hem rondlopen in zijn omgeving. was het 'Huuijj' tegen het paard en dat moet

Zijn

gezegd, het stond stil.

(Antoon) Bul.

opvolger

als

tuinman

was

Tontje

13


Dokter Hoho, geboren in Wittem (Zuid-Limburg), kwam als assistent bij dokter Deeleri, naast de R.K. pastorie. Daar hij dokter Deelen assisteerde kwam hij intern in het doktersgezin. Dokter Deeleri, afkomstig uit Heeze bij Eindhoven, kwam naar Druten vanwege ten eerste de familiebezittingen van de Van Deelens van het kasteel Druten, ten tweede de relaties die de Van Deelens hiervoor in Druten en in Maas en Waal nog hadden, ten derde omdat dokter Frederik Gerardus Deelen gehuwd was met Constantia Helena Dericks, geboren in België. De familie Dericks kwam oorspronkelijk uit Druten. Het Drutense bedrijf in België had een Drutense uitvoerder, Wilhelmus van Mulekorn, gehuwd met Arnolda (Artje) van der Sterren, eveneens uit Druten. Dokter Hoho huwde met een dochter van dokter Deelen, nl. Caroline, Maria Cornelia Deelen. Dokter Hoho kocht een eigen huis buitendijks, waar nu een café is gevestigd van de weduwe Gertruda Koppens-van Mulekom.

Intussen was hier een tweede assistent gekomen, dokter A.MJ.H.R. Piters. Hij assisteerde dokter Sauter. Dokter Piters kwam uit Eijsderi, eveneens uit Zuid-Limburg. Hij studeerde in Rolduc (één van de bekendste R.K. opleidingen van ons land), later in Utrecht. Hier slaagde hij voor dokter in de medicijnen. Zijn vader was dokter in Eijsden, zijn moeder was van adel. Zij heette Adelaïde Augustine Louise de Steenhuijsen. In de latere Drutense jaren heeft dokter Piters de adellijke titel 'De Steenhuijsen' erbij gekocht en mocht hij deze bij zijn achternaam voeren. Zijn achternaam werd nu: De Steenhuijsen Piters. Dokter Piters werkte tijdelijk in een ziekenhuis in Amsterdam en werd daarna scheepsarts op één van de boten die een lijn Amsterdam - Nederlands Indië onderhielden. Hier in Druten zag men hem bij goed weer in wit tropenkostuum met de witte helm op. Dokter Sauter was gemeente-arts en Piters

14

werd dat dus bijna automatisch. Dokter Hoho voelde er ook voor om gemeente-arts te worden. Beide dokters, zowel Piters als Hoho, werden door de gemeente aangesteld. Zij kregen ieder een jaarwedde. Beiden waren armendokter en moesten bij verdrinking, verhanging, moord, doodslag etc. lijkschouwing verrichten en in een geneeskundig verslag aan het gemeentebestuur een schriftelijk rapport uitbrengen. Daar was die jaarwedde voor. Toen dokter Sauters stierf werd dokter Piters zijn opvolger. Veel later werd dokter Steenhuijsen Piters de eerste geneesheer-directeur van huize Boldershof.

Dokter Hoho verkocht zijn huis aan de dijk en kocht op de Hoogestraat een pand, dat doktershuis is gebleven. Hier hebben als opvolger van dokter Hoho nog gewerkt: dokter Hoeks (een zoon van dokter Hoeks werd directeur-geneesheer van Boldershof, terwijl zijn zuster Trees onderwijzeres op Boldershof is geweest), dokter Wasman en nu dokter Bogaerds. Het doktershuis van dokter Piters werd de villa 'Weltevreden'. Later is deze villa de dienstwoning van de directeur-geneesheer van de Stichting Huize Boldershof geworden. De opvolger van dokter Piters als directeurgeneesheer op Boldershof werd dokter Hoeks. Als particulier verkocht dokter Piters zijn praktijk aan dokter Thuis, die het gebouw 'de Hanzebank' tegenover de R.K. kerk 'H.H. Ewalden' kocht en inrichtte als doktershuis met wachtkamer en apotheek. Zijn opvolgers waren: dokter De Cleijn, dokter Willems en nu dokter Schoenmaker. Dokter Willems was van oorsprong een oude Drutenaar, van de Hanze-familie.

DE KWARTJESDOKTER Als we het hebben over mensen die indruk maken en in het geheugen van het nageslacht blijven hangen, dan moeten wij wel iets zeggen van dokter Van Megen, nl. 'dok-


NIEUWSBRIEF BIBLIOGRAFIE TWEESTROMENLAND

In de Tweestromenlandreeks zal onder het reeds eerder gereserveerde nummer 13 gaan verschijnen 'BIBLIOGRAFIE HISTORISCHE VERENIGING TWEESTROMENLAND. Het Land van

Maas & Waal en Rijk van Nijmegen West tot en met 1984'. In deze bibliografie zijn die boeken en tijdschriftartikelen opgenomen, die geheel of gedeeltelijk over Tweestromenland handelen of over personen/families die uit deze streek stammen of er gewoond hebben danwei genoemd zijn naar plaatsen in deze streek. Eén simpele vermelding van de streek of een plaats in een boek of een artikel, zonder een concreet onderwerp aan te snijden, is in het algemeen buiten beschouwing gelaten. Wél zijn vragen in de zoekrubrieken van, vooral genealogische, tijdschriften opgenomen. Ook zijn buiten beschouwing gelaten de historische artikelen in de diverse edities van de Gelderlander Pers en inventarissen van archieven. Beide onderdelen vergen een eigen, uitgebreid, specialistisch en tijdrovend onderzoek. In 1972 werd er door het toenmalige bestuur de 'Commissie Bibliografie Tweestromenland' ingesteld om te komen tot een uitgave van dit boek. Aan dit boek is bijna vijfentwintig jaar gewerkt. Vele medewerk(st)ers en onafhankelijke deskundigen hebben hun bijdrage geleverd aan de totstandkoming van dit boek. Nu is het af. Het zal nog wel enige maanden duren alvorens het boek feitelijk zal verschijnen. Alle tijd wordt nu besteed aan het vinden van een drukker, het verzorgen van de lay-out, het zoeken van enkele foto's om het geheel te verlevendigen. Kortom alle werkzaamheden welke nodig zijn om ook naast het vele werk besteed aan de inhoud- met een goed uiterlijk voor de dag te komen. Het boek komt uit op A4-formaat en zal ongeveer 350 pagina's omvatten, waarvan 260 pagina's tekst, 60 pagina's houdende de inhoudsopgave,

maart 1997

enkele foto's, inleiding en voorwoord. Degene onder u die belangstelling heeft voor dit boek kan zich geheel vrijblijvend aanmelden om nader geïnformeerd te worden over de omvang en de prijs van het boek. Zodra de Vereniging hierover uitsluitsel heeft wordt u benaderd om nader te beslissen. Het adres van de Vereniging staat op de binnenzijde van de omslag van dit tijdschrift.

EVENEMENTEN COMMISSIE

Avondexcursie naar Grave op dinsdag 20 mei 1997 De avond-excursie van dit jaar brengt ons naar het eeuwenoude vestingstadje Grave. Onder leiding van de gidsen van het Cloveniersgilde zullen we daar een rondwandeling maken en ons laten wijzen op specifieke Graafse gebouwen en andere aangelegenheden. Grave staat momenteel in de schijnwerpers van de landelijke pers, niet alleen omdat het de meest belegerde vesting van Nederland is, maar ook omdat recentelijk enkele kostbare renovaties en restauraties in de binnenstad zijn uitgevoerd. Bovendien staan er momenteel recreatieve plannen op stapel, die hun weerga in den lande niet hebben. Het programma is als volgt: 19.00 uur ontvangst met koffie en gebak in Oranje-hotel in de Brugstraat t.o. St. Catrien. Er is voldoende parkeergelegenheid 19.30 uur aanvang stadswandeling met o.a. bezoek aan de Hampoort, Maaspoort, omgeving stadhuis, St. Elisabethkerk en Hoofdwagt, alsmede Infirmerie nabij Mariagraf-kerk. 21.00 uur terug in het Oranje-hotel, nadere toelichting voor geïnteresseerden met mogelijk nog een dia-presentatie en gezellig samenzijn (drankje voor eigen rekening).


Kosten:

voor leden ƒ11,- per persoon, voor niet-leden en introducés ƒ 12,-. Voor vervoer op eigen gelegenheid kan, mits vermeld bij opgave, voor meerijders een regeling worden getroffen.

U kunt zich, tot 15 mei, telefonisch opgeven bij het Streekdocumentatiecentrum van Tweestromenland 024-6413012 en bij Toon Banken, Beneden-Leeuwen 0487-593505.

ZATERDAGMIDDAG-EXCURSIE NAAR BUREN OP 21 JUN11997

Programma: 13.30 uur ontvangst met koffie en gebak in restaurant De Swaen aan de Voorstraat te Buren. Vervoer voor eigen rekening; parkeren even buiten de stadswal aan de Tielse zijde, op loopafstand van het restaurant. 14.00 uur begin van een stadswandeling met uitleg door gidsen van de V.V.V. O.a. staan op het programma een bezichtiging van de St. Lambertuskerk en het graf van Maria van Nassau. 15.30 uur bezoek aan het museum der Koninklijke Marechaussee, waarin U alles aantreft, dat vroeger te maken had met de ordehandhaving door o.a. de veldwachters. Het museum is ondergebracht in het voormalig weeshuis, een monumentaal gebouwen-complex, in 1616 gesticht door Maria van Nassau, evenals Emilia van Nassau, de Wijchense kasteelvrouwe, een dochter van Willem van Oranje. Een museumgids zal ons rondleiden door het gebouw. 17.00 uur einde excursie, na-praten en voor degenen, die daar behoefte aan hebben, gezellig samenzijn in de Swaen. Kosten:

INFORMATIE & OPGAVE (tot 15 juni) telefonisch, aan het Streekdocumentatiecentrum Tweestromenland 024-6413012 en bij Toon Banken, Beneden-Leeuwen 0487-593505. Voor vervoer op eigen gelegenheid kan, mits vermeld bij de opgave, een regeling worden getroffen voor meerijders.

UITSLAG ENQUÊTE NAJAARSEXCURSIE 1996

Op de terugreis van de najaarsexcursie naar Hattem zijn enquêteformulieren aan de deelnemers uitgereikt met betrekking tot verlaging van de buskosten door beperking van het aantal opstapplaatsen tot twee (Wijchen en Druten) en het al dan niet invoeren van een diner ter afsluiting. De deelnemers hebben er thuis rustig over kunnen nadenken en 41 % van hen heeft de moeite genomen om het ingevulde formulier terug te sturen. De uitslag van de enquête is als volgt:

- een ruime meerderheid is tegen beperking van het aantal opstapplaatsen, omdat zij deze service niet kunnen of willen missen - een ruime meerderheid kiest voor de combinatie busreis/entree/koffietafel (dus zonder afsluitingsdiner) Deze uitslag is op de meest democratische wijze tot stand gekomen, zodat de Evenementencommissie deze dient te aanvaarden. Conclusie: de huidige gang van zaken blijft in de komende jaren gehandhaafd.

DE HISTORISCHE VERENIGING EN DE WIJCHENSE OMROEP

Op de vierde zondag van de maand van 13.00 uur tot 14.00 uur heeft de Wijchense Omroep in haar programma 'Wijchen Centraal' het eerste kwartier sinds enkele maanden gereserveerd voor de Historische Vereniging. voor leden ƒ 15,- p.p. voor niet- De Vereniging heeft alle vrijheid om hier invulling leden en introducés ƒ. 17,- all-in, aan te geven. Historie in de meest brede betekebetaling bij aankomst. nis van het woord is het uitgangspunt. Dit kun-


nen zijn Maas en Waalse verhalen, historische gebeurtenissen, activiteiten van de Vereniging; enfin vult u zelf maar verder in. Het is van het bestuur ook de intentie om zoveel mogelijk leden van de Vereniging aan het woord te laten. In principe is dit een afspraak van onbeperkte duur. Om u een indruk te geven hieronder onze bijdrage sinds september 1996: September: Maas en Waals verhaal door Jan van Gelder. Oktober: Streekdracht en Mode door Wies Berris-Visschers. November: Knipseldienst van het documentatiecentrum door Harry van Bommel December: De Gregoriaanse kalender door Sjef Daverveld. Januari: Honderd jaar NCB door Ton Duffhues. Hij is tevens de schrijver van boek 'Voor een betere toekomst. Het werk van de NCB voor bedrijf en gezin, 1896-1996'

Het Westelijk Rivierengebied heeft geo-morphologisch een geschiedenis, waardoor het mogelijk was dat zich hier zeer vroeg mensen konden vestigen. In het meso-lithicum (4000-2000 v. C.) vestigden zich hier al de Eerste Boeren o.a. de Michelbergscultuur. Dit was mogelijk door de rivier- of stuifduinen, die hier circa 10.000 v. C. ontstonden. Het Westelijk Rivierengebied is daarom wat bewoningsgeschiedenis betreft een van de interessantste gebieden van Nederland, omdat het van de vroegste tijden af permanent bewoond is geweest. De strijd tegen het water heeft de mensen gevormd. In de Toeristische Werkgroep is het idee ontstaan rondom dit gegeven een publieksevenement te ontwikkelen op verschillende lokaties in de maand augustus.

Het project staat onder verantwoordelijkheid van de Toeristische Werkgroep Wijchen, waarin vertegenwoordigd de Gemeente Wijchen, de VW Rijk van Nijmegen, het Toeristisch Bedrijfsleven en het Museum Kasteel Wijchen. Diverse instellingen nemen aan dit project deel, De maanden februari, maart en april staat in het waaronder de Historische Vereniging, de Stichkader van de archeologie. Omdat Wijchen rijk is ting Museum Tweestromenland te Benedenaan archeologische plekken en vondsten heb- Leeuwen en de Maas en Waalse Monumentenben wij de Stichting Vrienden Frans Bloemen, stichting Baet en Borgh. beheerder van het archeologisch museum, gevraagd deze maanden te verzorgen. Immers De projectgroep heeft de volgende doelstelling geformuleerd: De bedoeling is dat de bewoners ook archeologie is historie. van het gebied en de bezoekers de cultuur-hisWij staan open voor suggesties betreffende de torische waarde van het gebied gaan ontdekken inhoud van het programma. Kent u personen of om daarmee de cultuur-participatie op de lange instellingen die iets te vertellen hebben over de termijn te vergroten; door middel van de organihistorie van de gemeente Wijchen laat het ons satie van een cultuur-historisch evenement. dan weten. De coรถrdinatie berust bij Sjef Daver- Als thema heeft de projectgroep gekozen: 'Een gebied en haar bewoners' veld. De reden om het thema zo ruim te nemen komt vooral voort uit het gegeven dat het Westelijk GELDERLAND CULTUURLAND 1997 deel van het Rivierengebied zich in feite voor het eerst als geheel in toeristisch opzicht presenHet provinciaal Project Gelderland Cultuurland teert. Het project Gelderland/Cultuurland biedt 1997 beoogt om gebieden binnen de provincie, daartoe een structurele mogelijkheid. welke landschappelijk en cultuur-historisch gezien de moeite waard zijn, onder de aandacht Om de cultuurparticipatie te bevorderen worden van de mensen te brengen. Dat geldt zowel de er een drietal cultuurhistorische dagen georganibewoners in het gebied, als bezoekers en recre- seerd: anten.


a. een dag Beneden-Leeuwen op 10 augustus b. een Wijchense dag op 24 augustus c. een Batenburgse dag op 17 augustus Per dag wordt er een aantal culturele evenementen, die kenmerkend zijn voor de streek aangeboden, waaruit door de bezoekers een keuze kan worden gemaakt. De dagen zijn gratis toegankelijk. Er worden verbindingsroutes ontwikkeld om de bezoeker de mogelijkheid te geven het landschap en de bebouwde omgeving te verkennen. Het gebied is immers rijk aan kastelen, kerken, molens, boerderijen, etc. Daarnaast is Batenburg een interessant voorbeeld van vroeg-stedelijke ontwikkeling in het gebied. In een programma-informatieboekje worden de routes beschreven.

Op deze manier zijn wij de bezoekers van het Documentatiecentrum van dienst. Dit betreft zowel bezoekers die aan de hand van een thema onderzoek doen als bezoekers die op zoek zijn naar kranteknipsels over bepaalde personen en/of families. De knipseldienst is nog op zoek naar een paar medewerk(st)ers die mee willen werken om de achterstand weg te werken. Heeft u interesse, dan gelieve u voor nadere informatie kontakt op te nemen met het Documentatiecentrum of met Harry van Bommel (tel. 024 - 6422960).

LIDMAATSCHAPSKAART

Bij de uitnodiging voor de Algemene Ledenvergadering heeft u uw lidmaatschapskaart van de In ons volgende tijdschrift hopen we nadere Historische Vereniging ontvangen. Op vertoon informatie te geven op de dan uitgewerkte plan- van deze kaart krijgt u: nen van de werkgroep. Tevens maken wij u * gratis toegang tot het Documentatiecentrum attent op berichtgeving in de dag- en weekblavan de Historische Vereniging den. * korting op bepaalde boeken die worden verkocht in het Documentatiecentrum en het Streekhistorisch Museum Tweestromenland MEDEWERKERS GEVRAAGD * 50% korting op de entree van dit museum VOOR DE KNIPSELDIENST * korting bij reisjes en excursies, georganiseerd door de vereniging In het afgelopen jaar is het werk aan het knipsel- Wanneer nog meer mogelijkheden voor korting archief voortgezet. De kranteknipsels, afkomstig komen wordt u hiervan via de Nieuwsbrief op de uit de Gelderlander, de Wegwijs, de Waalkanter hoogte gehouden. en incidenteel ook uit andere bladen, werden Op uw lidmaatschapskaart is de jaarzegel voor door meerdere personen aangeleverd. Ze wor- 1997 geplakt. den opgeborgen in enige ladenkasten in het In het vervolg ontvangt u ieder jaar een nieuwe Documentatiecentrum. zegel. U dient uw kaart dus goed te bewaren, Om het opzoeken te vergemakkelijken is geko- daar deze een aantal jaren gebruikt kan worden zen voor een alfabetische ordening in rubrieken. Er is een lijst gemaakt van 164 rubrieken, waarvan enkele, zoals onderwijs, muziek en sport, GENEALOGISCH NIEUWS weer gesplitst zijn in diverse onderrubrieken. Gelderse contactdag Behalve de knipsels worden ook complete kranDe 9e Gelderse Contactdag zal plaatsvinden op ten verzameld, zoveel mogelijk per jaargang. Van zaterdag 5 april 1997 in motel Tiel, Laan van het kantoor van de Gelderlander ontving onze Westroyen 10, 4003 AZ Tiel. vereniging onlangs 10 ingebonden jaargangen. Toch is er nog steeds behoefte aan, vooral, Programma oudere kranten uit het hele gebied van Maas en 10.00 uur Zaal open. Bezoekers melden zich Waal. bij de receptie voor het betalen van


toegang en de tevoren opgegeven lunch en nemen de badges, lunchbonnen, consumpties enz. in ontvangst. 12.00-13.00 uur Gelegenheid tot lunchen. 16.00 uur Sluiting. Organisatie en presentatie - NGV afd. Achterhoek: genealogische informatie Achterhoek - NGV afd. Betuwe: DTB's en indices andere bronnen w.o. de collectie Culemborg - NGV afd. Gelderland: microfiches Gelderse huwelijken en tolregisters Arnhem - NGV afd. Kwartier van Nijmegen: DTB's en bijzondere bronnen in Nijmegen - NGV afd. Veluwe: genealogische informatie Veluwe - Werkgroep Maas en Waalse Geslachten: fiches DTB Land van Maas en Waal, diverse historische en genealogische naslagwerken - Werkgroep Familie- en Boerderijgeschiedenis in Oost-Gelderland: boerderijenbibliografie - Historische Kring Kesteren en Omstreken en Arend Datema Instituut/AIC Betuwe: transscripties oud-rechterlijk archief, indexen BS en DTB. Overige presentatoren - Antiquariaat en boekhandel Johan Beek, Barneveld - Computerdemonstraties van: Gens Data, door NGV afd. Computergenealogie * Pro-Gen, door J. Mulderije en DJ. Scholte in 't Hoff * Haza Data, door Telepas Software BBS Usselstein (Bulletin Board System), door Stichting Digit - Dhr. Te Boekhorst: Algemeen Historisch Archief - Dhr. A. van den Heuvel: grote bidprentjescollectie (200.000) - Dhr. M. Ijzerman: genealogische en historische bronnen West-Betuwe (ca. 100.000 namen) - NGV: Contactdienst, Dienst Informatie en Promotie, Onderzoekruildienst, Verenigingscentrum, Heraldiek en Familieorganisaties - Oostgelderse Stichting voor genelogische en

-

-

-

algemeen historische documentatie: publicaties en diverse DTB's Achterhoek Vereniging Veluwse Geslachten: contactdienst, publicaties en heraldische collectie Rijksarchief in Gelderland Vrijwilligersgroep bewoningsgeschiedenis Nijmegen in kaart gebracht Westdeutsche Gesellschaft für Familienkunde, Bezirksgruppe Kleve/Mosaik Familienkundliche Verein für das Klever Land e.V.; voorlichtingsmateriaal en naslagwerken Mw. Geeske Meierink, heraldisch tekenares.

Deelname De kosten voor deelname aan deze dag bedragen ƒ 6,- p.p. entree incl. informatieboekje. Een lunch kost ƒ 15,50 (soep, croquet, diverse soorten brood, vleeswaren, kaas- en zoetwaren, vers fruit, bavarois, koffie, thee en melk), consumpties (via bonnen) ƒ 2,50 (koffie, thee, bier, frisdrank en sherry, géén gedistilleerd). Entree en lunch te betalen aan de zaal. Bereikbaarheid Per auto: de autoweg A15, uit de richting Arnhem/Nijmegen: afslag Tiel-Maurik; uit de richting rotonde Deil: afslag Tiel-Maurik (niet Tiel-West!). Bij de afslag ziet u het motel. Per trein: aankomst te Tiel uit de richting Arnhem/Nijmegen 8.29, 9.29, 10.29 en verder elk uur; uit de richting Geldermalsen 8.59, 9.26, 9.56, 10.26,10.56 en verder elk half uur. Vertrek per bus vanaf station NS naar halte bij motel elk uur met lijn 85, richting Druten/Nijmegen, om 9.02,10.02 enz. Vertrektijden bus richting NS-station: 13.53, 14.53 enz. elk uur. Reistijd tot NS-station is 10 minuten. Toegang tot motel: zij-ingang Zalen.

Inlichtingen W.G.M. Arts, Wijchen

tel. 024-6413012 (b.g.g. 024-6416247) J. Hiddink, Ede tel. 0318-618618 C.P.H. Soetens, Hoeven tel. 0165-504846 C.L.J. Kooien, Malden tel. 024-3582277 F.F.J. Nieuwenhoff, Bennekom tel. 0318-415166


NIEUWE PUBLICATIES

INFORMATIE GEVRAAGD

Kerkeraadsacten van de Nederduits Gereformeerde Gemeente te Nijmegen 1592-1651

- Wie heeft gegevens, archiefmateriaal, foto's e.d. betreffende de Maas en Waalschen Bond Kunst en Vriendschap en de harmonie 'Koningin Wilhelmina' te Wamel? Het gaat hierbij vooral om de periode vóór 1940. Graag kontakt opnemen met M. van Rossum, Wilhelminastraat 14, 6659 BW Wamel, tel.

Auteurs: dr. A.E.M. Janssen/mr. W.J. Meeuwissen De acta van de Nijmeegse kerkeraad uit de eerste zestig jaar van zijn bestaan hebben uiteraard in de eerste plaats betekenis als bron voor de geschiedenis van kerk en stad, maar zij zijn daarnaast ook van belang voor wie zich bezighoudt met de historie van regio en gewest. Voor verdere informatie kan men terecht bij het Gemeentearchief te Nijmegen.

0487-501541.

- Voor de oorlog werd op een groot aantal plaatsen in Wijchen het spel 'jenzen' gespeeld. Jenzen lijkt op een tafelvariant van het beugelen. Wie kan mij aan de spelregels van dit verdwenen spel helpen?

De eerste volksvertegenwoordigers van Gelderland in 1795 Eindredactie en inleiding: P.W. van Wissing (Thesaurus 8).ISBN 90-72872-14-2. VII + 312 pp.

Informatie naar: Wil van Peppelen, Ketsheuvel 55, 5231 PS Den Bosch.

Prijs ƒ 59,50. In dit boek zijn de prosopografische gegevens van alle 366 volksrepresentanten van Gelderland

NIEUWSBRIEF VAN HET STREEKHISTORISCH MUSEUM TWEESTROMENLAND

bijeengebracht. De volksrepresentanten zijn gerangschikt volgens de bestuurlijke indeling van de Veluwe. De uitgave is daarmee een belangrijke bron voor de lokale en regionale geschiedenis van Gelderland vóór de Franse tijd. Voor verdere informatie kan men terecht bij: Schiphouwer en Brinkman, Kikkenstein 210, 1104 AJ Amsterdam, tel. 020-6980812. Boek Duizend Jaar Deest In de Nieuwsbrief in Tijdschrift nr. 89 stond de aankondiging dat dit gedenkboek over Deest zou verschijnen. Geïnteresseerden konden zich hiervoor aanmelden en kunnen dat nog steeds. Wij weten nu dat het boek eind mei 1997 zal verschijnen. Met degenen die zich reeds hebben aangemeld nemen wij dan kontakt op over de inhoud en de prijs van het boek. Daarna kunt u definitief uw bestelling plaatsen.

6

maart 1997

Vrienden doen aankoop ten behoeve van Museum In de vorige uitgave van deze Nieuwsbrief vertelden wij u reeds het een en ander over de 'Vrienden van het Museum'. Wij spraken daar de hoop uit dat zij uit zouden groeien tot een organisatie die niet alleen maar geld voor het Museum vergaart, hoe belangrijk dat op zich zelf ook is. En die Vrienden willen ook graag iets meer doen. Toevallig deed zich onlangs een gelegenheid voor waarbij zij het Museum te hulp konden schieten. Het Museum heeft een aantal 'bruikleengevers', die voorwerpen aan het Museum te leen hebben gegeven. Na afloop van de bruikleentermijn kunnen deze gevers hun zaken weer terughalen. Eén van deze bruikleengevers wenste zijn voorwerpen terug tenzij het Museum die aan zou kopen. Het ging hier om zaken die wij eigenlijk niet kunnen missen, zoals de onderkaak van de mammoet. Voor deze aankoop was geen budget aanwezig. Wij doen wel eens kleine aan-


kopen maar dan gaat het meestal om enkele tientjes. Maar een bedrag van meer dan duizend gulden kunnen wij niet zomaar opbrengen. Hier schoten de Vrienden te hulp. Zij kochten de voorwerpen van die bruikleengever en schonken deze aan het Museum. Het is wellicht wel aardig om, behalve die mammoetonderkaak, enkele van die voorwerpen te noemen: een houten wagenwip om een wagen op te tillen als er een wiel gerepareerd moest worden, een graanmolen, een gietijzeren breipot

ging te beschermen tegen eventuele financiële calamiteiten bij het Museum. Die calamiteiten hebben zich niet voorgedaan en het Museum heeft zich een solide financiële ondergrond verschaft. Dat was prettig voor de Vereniging maar had een ander onvoorzien gevolg: het Museum ging steeds zelfstandiger opereren. Dat heeft wel eens tot een woordenwisseling geleid, maar wordt nu door iedereen geaccepteerd.

Dat het Museum zelfstandiger is geworden en als stichting geen leden heeft wil nog niet zeg-

met houten lepel, een houten katrol, een vijfkop, dat is een vijflitermaat, vier ingelijste devotiona-

gen, dat het Bestuur van het Museum geen verantwoording behoeft af te leggen. Er zijn spon-

lia, een grote houten ratel, en nog meer. U ziet, een bonte verzameling van voorwerpen die niet meer worden gebruikt maar wel allemaal uit de streek komen. Wij zijn blij dat ze in het Museum

sors en donateurs die hun geld geven en er zijn medewerkers die hun tijd geven. Zij hebben het

kunnen blijven.

recht, en zeker het morele recht, het Bestuur verantwoording te vragen over het gevoerde beleid. Die verantwoording wordt nu voortaan niet meer afgelegd tegenover de leden van de Vereniging.

Jaarverslag van het Museum over 1996 Het jaarverslag van het Museum over 1996 is

dezer dagen door het Bestuur vastgesteld. Het bestaat uit twee delen:

1. een verslag van de activiteiten in de loop van het jaar, 2. een financieel verslag. Voor leden van de Club van Honderd, donateurs en medewerkers van het Museum is het verslag gratis verkrijgbaar. Een telefoontje is voldoende om het franco thuis gestuurd te krijgen. Bel dan 0487-595002, 591535 of 517282.

Om een misverstand te voorkomen: het verslag handelt niet over de Stichting Vrienden van het Museum.

Bijeenkomst met sponsors en donateurs Tot en met verleden jaar presenteerde het Museum haar jaarverslag op de Algemene Ledenvergadering van de Historische Vereniging Tweestromenland. Na het behandelen van het jaarverslag van de Vereniging werd dan ook nog dat van het Museum besproken. Dat bespreken was nogal vrijblijvend want het Museum is een stichting en heeft dus geen leden. Dit alles was begrijpelijk met het oog op de ontstaansgeschiedenis van het Museum: bedoeld als een werkgroep van de Vereniging, maar met een afwijkende juridische vorm om de Vereni-

Het Bestuur wil die verantwoording afleggen op twee bijeenkomsten, één voor de medewerkers en later éénvoor de sponsors en donateurs. Deze bijeenkomst wordt gehouden opvrijdag 18 april a.s. om 20.00 uur in het Museum. Wij willen er geen vergadering van maken, maar onder het genot van een drankje en een hapje kan over van alles gesproken worden. Er kunnen dan ook kritische opmerkingen gemaakt worden, bijvoorbeeld over onze benadering van sponsors en donateurs. Wij hopen dat velen van deze gelegenheid gebruik zullen maken! Wij zien graag dat zij hun levenspartner meenemen. Museumweekend op 12 en 13 april Op zaterdag 12 en zondag 13 april is het weer Museumweekend. Het Museum is op beide dagen open van 11.00 tot 17.00 uur. Iedereen heeft dan toegang voor half geld.

Dat weekend staat dit jaar in het teken van het wandelen. Wij hebben deze gelegenheid aangegrepen om een wandelroute uit te zetten. De route begint en eindigt natuurlijk bij het Museum. Daar kunt u een routebeschrijving krijgen. De route loopt langs allerlei aardige plekjes in Beneden-Leeuwen en vooral langs de Waalbandijk. De totale lengte is ongeveer 4,6 km. Er zijn


enkele interessante variaties op deze route mogelijk. Bijvoorbeeld door het natuurgebied in aanleg buitendijks. Maar dan moet er een overzetveer over de Strang geĂŻmproviseerd worden. Of dat mogelijk is weten we nu nog niet. Een andere variatie loopt bij de Waalbrug even omhoog en biedt dan een fraai uitzicht over Leeuwen. De lengte wordt dan ca. 6 km. Komende exposities Op dit moment zijn er, naast de vaste collecties, twee wisselexposities te zien: Ruilverkaveling en Waterbeheersing in West Maas en Waal en Kinderkleding uit de tijd vlak voor de Eerste Wereldoorlog. Deze exposities zijn nog te zien tot begin juni van dit jaar. In die maand zal een nieuwe wisselexpositie worden ingericht met Mineralen als onderwerp. Deze mineralen komen uit een verzameling van de heer W. Ellebroek te Oss. Gedachtig aan het succes van de zandtentoonstelling verleden jaar verwachten wij hier veel belangstelling voor. Deze expositie wordt volgens de plannen op 28 juni geopend.

In december van dit jaar hopen wij een expositie over Religie in Maas en Waal te kunnen openen. Dit is een oud plan dat nu maar eens verwezenlijkt moet worden. Het zal hierbij niet alleen over de Katholieke religie, maar ook over Protestanten en over de Joodse godsdienst gaan, voorzover in Maas en Waal beleden. Er zijn nog andere plannen voor wisselexposities, bijvoorbeeld in verband met het onderwerp van de Open Monumentendag in september, Oude Schoolgebouwen. Verder zijn er kleine 'exposities' van allerlei in ons bezit zijnde collecties te zien in onze kastvitrines. U zult er van opkijken! Oproep voor informatie over kleding van vroeger Deze oproepen zijn in vorige nummers van deze Nieuwsbrief al eens geplaatst. Maar omdat er nog onvoldoende informatie verkregen is doen wij dat nog maar een keer. Wie kan ons vertellen hoeveel onderrokken er in de streek werden gedragen bij de zwarte rokken, welke kleur had zo'n onderrok, van welke stof

8

werd zo'n rok gemaakt en waren er ook gestreepte of geruite rokken? En de bovenrok, zal daar een brede zoom van gekleurde, gestreepte of gebloemde stof aan, van soms wel 30 of 40 cm. En tot welke tijd werd dat gedragen? Kinderkleding van vroeger. Tot welke leeftijd droegen jongens een jurkje? Hebt u daar foto's van ? Weet u iets over kinderkleding tot ca. 1925? De hansop, een typische jongensdracht, welke kleur had dat kledingstuk, van welke stof werd het gemaakt, zaten er lange of korte mouwen aan, waren de pijpen lang of kort, tot welke tijd werd het gedragen? Enzovoort. Graag vernemen wij van u dit soort informatie. Wij kunnen onze documentatie over deze zaken daarmee aanvullen. U kunt bellen met: 024-6417461, 024-6413012 of 0487-595002.

Zonodig wordt u teruggebeld. Wij houden ons ook graag aanbevolen voor oude kledingstukken. Onze collectie oude kleding is nooit helemaal volledig en wij kunnen het gebruiken voor onze presentaties.


ter Baptist'. Men noemde hem nooit zo, maar hij stond

Hij gaf het nooit bij de politie aan. Ook hebben ze hem wel eens van zijn fiets

onder mensen, ook onder die van Maas en

getrokken, in een eenzaam veld, ver van de

Waal, bekend als een humaan mens die zich zijn gehele leven heeft ingezet voor zijn medemensen. Hij vroeg nooit: 'Wie ben je? Hoe heetje? Waar kom je vandaan?' Voor een consult bij hem thuis betaalde men 25 cent. Bij een visite ging hij altijd met de fiets. Al was het nog zo ver of nog zo laat, hij kwam en weer was het tarief een kwartje. Kwaaddenkende mensen (die waren er vroeger ook al!) hebben zijn fiets dikwijls vernield, zodat hij terug naar huis moest lopen.

bewoonde wereld. Ze hebben hem na een flink pak smeer (slaag) laten liggen als een stuk vuil, terwijl zij juist zelf het vuil en uitvaagsel van de streek waren. Kwam de politie het, ondanks dat er geen aangifte was gedaan, van verontwaardigden en medelevenden te weten, dan zei hij tegen de politie of het gemeentebestuur van Megen: 'Laat maar zitten. Het is voorbij. Ik wil geen wraak. Zij weten niet beter. Ik heb liever dat men er geen werk van maakt'.

Jan van Gelder

Anne Marie het veer over Een 15-jarige scholiere uit Ewijk schreef in 1947 een opstel. Ze was in de stad op school en in

die tijd hadden de meeste stadsen geen enkel idee van het leven op het platteland. Zeker niet van het land van Maas en Waal, dat veelal als een arme streek met een domme bevolking overkwam. Anne Marie deinsde niet gauw ergens voor terug. Ondanks de regen en het stormachtige weer ging ze helemaal alleen een wandeling maken. Vanuit de Wilgenpas in Ewijk, waar ze woonde, naar de Waaldijk. Daar stond het veerhuis van Verweij, die ook zelfveerman was en met een zeilbootje of roeiboot de voetgangers en fietsers overzette naar de andere kant, de

Betuwe. Toen ze het veerhuis naderde werd er gebeld vanaf de andere kant. Er moest iemand overge-

zet worden. Aanvankelijk drong het geluid niet door tot de veerman, maar toen de klant niet ophield kwam hij toch naar buiten en ontmoette ook Anne Marie, die hij goed kende. Zij was immers de oudste dochter van de 'sik' uit Ewijk, Theo Overmars, een goed uit de kluiten gewassen jonge meid met zin voor het leven, de natuur, de wind en de storm. Volkomen lijkend op haar

vader, die ook het avontuur niet schuwde. Ook nu nog, toen we haar op de feestdag van de H. Antonius Abt, die van het varken, op 17 januari in het Antoniuskapelleke van Heukelom in Limburg en later in Bergen ontmoetten. Haar glimlach, haar rust, haar gang weken op geen enkele wijze af van die van haar vader, die

een bijzondere Antoniusvereerder was. Hij zou nu al een mooi eindje in de negentig zijn geweest, maar kon die negentig net niet halen. Anne Marie vertelde, sprak over haar jeugd en over dat opstel, dat ze in 1947 schreef. Het was

onlangs tussen de verouderde spullen vandaaan gekomen. Wat moest ze ermee? Kon het ergens voor worden gebruikt? Als dank en ter ere van de 'sikkedochter', die ĂŠĂŠn dezer dagen 65 is geworden en in Deurne woont, drukken wij het opstel hierbij af.

15


O)


^'f*y&*+^ s£-S~~~ s S

--^*^C ^4fê4+*~p>^J.***..

'é^ s^^._/ ^Z^€^fA^T.

._ ^ _ /^-£**<<fe

-sU&cSz* 4*

^é*~ t-yisttXJe*, ___ <^?*<£&4^^£*f4^ -.^&&é*. ^t+efldOA...

-^U , ^^~

£(*:*>*—. iqf. ^*^^?^ /£%**

T£éi!*^-.4sép.i ^ «^.^#!S**' -+~f 0£._*_

^r_/r_^*'_ . j^*?=3^-^6. ^ x^-x , .'o'' ^L*csiï" 0*?''*' ~sx*£ at-si^t.-*.. .^3-e^**1?**^

**^*^.— *yf

sZ&<eSï<-' ^t^^^ .46~~-

Jan van Gelder

Algemene begraafplaats in de gemeente Bergharen Iedere gemeente moest ook vroeger al, naast bijzondere begraafplaatsen, de beschikking hebben over een algemene begraafplaats, waar mensen konden worden begraven, die niet behoorden tot een kerkgenootschap. Ook werden daar ongedoopte kinderen begraven, evenals mensen die tijdens een epidemie waren gestorven of die zelf een einde aan hun leven hadden gemaakt. In de gemeente Bergharen beschikte men wel over 3 begraafplaatsen bij 4 kerken, die aanvankelijk ook als algemene begraafplaatsen werden beschouwd, maar waar later alleen mensen van het eigen kerkgenootschap konden worden begraven.

17


Van hogerhand werd hiervoor nogal eens

kon.

aandacht gevraagd aan de gemeentebestu-

We geven hier de letterlijke tekst met oude

ren, maar vaak werd dit op de lange baan geschoven of werd een hoekje op een bijzon-

spelling weer.

dere begraafplaats gereserveerd.

De grondwet van 1813 had al wel het één en ander vastgelegd, maar Bergharen hield

ALGEMEENE BEGRAAFPLAATS De Raad der gemeente Bergharen: Overwegende dat ofschoon de begraafplaatsen dezer gemeente, gelegen rondom de

voorlopig een eigen methode in gebruik.

Hervormde Kerk te Bergharen, de R.K. Kerk

De R.K. kerk, die in 1795 opnieuw van start te Hernen, de Hervormde Kerk te Leur, ging met een schuurkerk, hield er aanvanke-

steeds onder de naam van algemene begraaf1

lijk geen eigen kerkhof op na, maar bleef begraven op het kerkhof bij de Protestantse

plaatsen hebben bekend gestaan, echter sedert een aantal jaren slechts lijken van de

kerk. Dat kan zijn oorzaak hebben gehad in

tot de gezindheid dier kerken behoorenden

de gedachte dat men door de komst van de Fransen en daarmee tegelijk godsdienstvrijheid, ook nog eens de verloren kerk terug zou krijgen en daarmee vanzelf ook het kerkhof. Doch die gedachte verdween toen werd

zijn begraven; Overwegende dat het mellig later tot moeilijkheden zou kunnen aanleiding geven, wanneer lijken voortkwamen van personen die tot geene te minste bekendige gezindte

ontdekt dat deze kerk zich in een zeer slechte staat van onderhoud bevond en beter een

behooren ofwel personen, die op de een of andere wijze hun leven hebben te kort

nieuwe kerk -misschien wel met subsidie- kon

gedaan;

worden gebouwd. Het ging kennelijk vrij goed tussen protestant en katholiek. Samen werden ze op het-

Overwegende de wenselijkheid om bij mogelijke epidemieën zoo ook bij hooge water-

zelfde kerkhof begraven. De roep om een

vloeden een geschikt terrein te hebben tot

eigen kerkhof bij de katholieke kerk werd echter steeds groter, maar de gemeenteraad -

het begraven van lijken; Gelet op artikel 194, letter F der Gemeentewet

in grote meerderheid toch katholiek- werkte

Besluit

nog niet direct mee. Het duurde tot 1841 eer dit tot stand kwam. Daarover is meer te lezen in het boek over de Sint Annakerk in Bergharen vanaf 1795.

Er zal op de gemeente Bergharen der afdeeling Bergharen een algemeene begraafplaats worden aangelegd ten dienste mede voor de dorpen Hernen en Leur. De afdeeling Hernen en Leur zal de helft van Waren het naast de grondwet aanvankelijk de kosten aan aanleg moeten dragen, doch de reglementen van provincie en gemeen- overigens gratis van de bedoelde begraaften, die alles regelden, op 10 april 1869 plaats gebruik kunnen maken. kwam de Begraafwet tot stand. Dat beteken- De thans onder de naam van algemeene de meer zekerheid en meer eenheid op dat bekende begraafplaatsen zullen voor het verterrein. Hierdoor moesten ook bepaalde volg als bijzondere vermeld worden. plaatselijke regelingen worden aangepast. Extract dezes zal voor zoveel nodig ter goedDat gebeurde in Bergharen vrij vlot in een keuring aan Heeren Gedeputeerde Staten vergadering van 16 oktober 1869 na een opgezonden worden. voorstel van burgemeester en wethouders met burgemeester Van Koolwijk, secretaris Op 21 oktober 1869 werd dit besluit toegeJan Verheijen en de wethouders Wouter van zonden aan Gedeputeerde Staten. Hoe snel Bronkhorst en Jan van Haren. er in die tijd door Gedeputeerde Staten zonHoofdzaak daarbij was de aanleg van een der typemachine en wel met kroontjespen nieuwe begraafplaats, waar iedereen altijd, werd gewerkt, blijkt wel uit de datum van l ook bijvoorbeeld bij watersnood, terecht november 1869, toen als antwoord niet de

18


i ~^i u r~~ / ^f^^C'Y)

1T

•i •««•.,T'ov-, ^^t^ *

\£n.«6 fe*kH

-y

gevraagde goedkeuring kwam, maar een bericht van: 'voor kennisgeving aangenomen', hetgeen wel neerkwam op een goedkeuring. In die brief werden ook de door de raad vastgestelde voorwaarden letterlijk overgenomen. De gemeente kon dus aan de slag. Helaas vonden we nergens een besluit over de juiste plaats, de kosten van de aanleg en verdere benodigdheden. Uit eigen waarnemingen geven we toch nog een vervolg.

De nieuwe begraafplaats kwam terecht op de 'berg', zoals die hier wordt genoemd. In feite

is het een heuvelrug, die er in de ijstijd is

neergekwakt. Deze loopt vanaf het Duitse Reichswald tot aan Puiflijk, waar er echter weinig meer van terug te vinden is. In Bergharen is die ondanks wat ontgrondingen en zandhandel nog grotendeels gebleven en begroeid met vele boom- en struiksoorten. De motorcross is er sinds een paar jaar geheel verdwenen en alles kan weer volop groeien. Bovendien is het overgrote deel in dit prachtige natuurgebied een paar jaar geleden in handen gekomen van het Geldersch Landschap, waardoor een goed beheer verzekerd is. Voor alle gemotoriseerd verkeer -behoudens bij wat onderhoud- is de 'berg' nu afgesloten en is het meer dan ooit tevoren een rustig

19


Motorcrosscoureur Broer Derks uit Valkenswaard met startnummer H 12. Hij bestijgt in de voorhoede ĂŠĂŠn van de toppen van het heuvelgebied in Bergharen. In die omgeving lag in de 60-er jaren ook de algemene begraafplaats, die door een bulldozer in het zand verdween en niet meer- is hersteld.

wandelgebied geworden, waar de jeugd zich ook nog volop kan vermaken in het rulle zand. Kr wordt nu ook veel aandacht besteed aan uitbreiding van de beplanting in de naaste omgeving en het terugbrengen van het al jaren bestaande gedeelte in de oorspronkelijke toestand.

We zijn eigenlijk naar deze 'berg' gegaan in verband met de algemene begraafplaats. Daarvoor werd een terreintje afgcrasterd met ijzeren paaltjes en bandjes. Er zijn slechts weinig oudeten overgebleven die deze plaats kennen en wie hem kent vindt er nieLs meer van terug. Wandelend met de boswachter van het Geldersch Landschap hebben we nog vrij nauwkeurig aan kunnen geven waar de hegraalplaats is geweest en ook kunnen vertellen op

20

welke manier de hele begraafplaats is verdwenen. De motorcross, die er zo'n 40 jaar heeft gedraaid, heeft er zijn sporen achtergelaten, maar zal, evenals het kerkhof, in de vergetelheid verdwijnen, althans voor het oog. Op papier is er nog van alles terug te vinden. Tijdens de voorbereidingen voor het houden van een motorcross had men (?) een bulldozer ingeschakeld om het terrein hier en daar wat aan te passen met een bosje, een heuveltje, een hochtje. Daarbij is men gesluit op die ijzeren paaltjes en banden, waarvoor men geen verklaring had. Het materiaal werd ingeleverd op het gemeentehuis en overgebracht naar de gemeentelijke werkplaats. Voor een insider was het niet moeilijk de oorsprong ervan te verklaren. Het kerkhof was hiermede ter ziele, want het


gemeentebestuur vond het niet belangrijk

meer om alles nog te herstellen. Het was nl. mogelijk om via een regeling met een naburige gemeente in de omgeving gebruik te maken van de algemene begraafplaats aldaar. Er is toen niets op papier gezet, maar het Geldersen Landschap en ook het I.V.N. zijn ervan op de hoogte gebracht.

Er werd ook bij verteld wie er zijn begraven. Het aantal beperkte zich tot twee, nl. Bram Engelen, een zwerver die Bergharen nogal eens aandeed, en Dikke Willem, een kolonel van elders die in het Leurse bos zijn levenseinde vond.

Het lukte ons echter niet om in de registers van de burgerlijke stand iets te vinden van een overlijdensakte. Bij Bram Engelen kan dat in een naburige gemeente zijn geweest, terwijl het bij Dikke Willem nog moeilijker is, omdat we zijn achternaam niet kennen.

Wat het onderhoud van dit kerkhof betreft is bekend dat de gemeentewerkers er toch een paar maal per jaar heen gestuurd werden om

het zanderige terrein van onkruid en vuil te ontdoen.

Nakomelingen of andere familieleden hebben zich nooit gemeld.

JbM wm GeMer

Prรถts of prรณts of pruts? Je moet kennelijk Maas en Waler zijn om dat woord te kennen en te verstaan en ook nog uit te

kunnen spreken. Ben je hier geboren en getogen, dan zul je er weinig moeite mee hebben. Je spreekt het uit zonder er bij na te denken en je weet wat het betekent. Een goede naam heeft het woord niet.

Het woord drong echter pas goed tot mij door toen een I^eeuwense Marie met gelijke naam als de mijne, maar ver weg in de gezamenlijke stamboom, dit woord eens benadrukte. Het

was, meen ik, nog in de oorlogstijd toen ik met mijn jongere broer, onze Henk, Hendrik d'n urste, bij Marie op kantoor kwam en wij samen met haar broers onze bewondering toonden voor haar schrijfmachine en meer nog voor haar tikkunst. Gewoon een wonder. We voelden ons bij haar ten achter gesteld, waren jaloers op haar bezit en haar kundigheid en wisten niets anders te doen dan maar een eind weg te kletsen. Sommige boze tongen beweren nu nog dat wij dat niet verleerd zijn.

Marie aanhoorde het allemaal, keek soms bedenkelijk, maar was ook zo'n anderhall jaar ouder dan ik. Ze is er nog en zoals gemerkt: ik ook nog. Na lang stilzwijgen en diep en ernstig denken kregen we haar rake antwoord: 'Wae gij prรณt is gin praot. Wae ik praot, dae is paes praot Gij prรณt prรถts...'

Mijn geheugen lijdt inmiddels aan aftakeling, maar dit is er diep in verankerd.

21


16

17

19

18

20

21

WILHELMUS THIJSSEN

MARIA REIJNDERS

GEERD DAANEN

HENDRINA PETERS

MARTINUS v d ANKER

MARIA v d BOEK

zn. van Mathijs Ariëns en Antonia Janssen

dr. van Godefridus Reijnders en Johanna Willems

zn. van

dr. van Petrus Jacobs

zn. van Ludovicus Hendricks

dr. van Albert Hermens vd Broek

•Wijchen 6-6-1732 t Wijchen 26-7-1806

en

* Wijchen 30-4-1734 t Wijchen 4-8-1785

*

t Balgoij 25-7-1794

oo Wijchen 27-10-1760

zn. van Wilhelmus Hamer

zn. van

en

en

en

en

Jacoba Hendricks

Maria Martens

* Balgoij

* Balgoij 13-7-1705 t Balgoij 4-4-1788

* Balgoij 7-11-1737 t Balgoij

* Balgoij

* Balgoij

20-7-1732 t Balgoij 27-5-1818

15-4-1731 t Balgoij 15-1-1803

9

dr. van

en

en

Johanna Loeffen

8

LAMERT THUSSEN

zn. van

en

oo (2) Balgoij 8-6-1760

GEURTJE DE WAAL

dr. van

Johanna Martens

oo Balgoij 14-4-1760

*

*

*

+

*

t

t

t

t

t

t

WILHELMINA GEERDS-DAANEN

CORNELIS LOEFFEN vd ANKER

WILHELMINA ARNOLDS WILLEMS

WILHELMUS COELEN

JACOBA REUNDERS

landbouwer ~ Wijchen 5-5-1764 t Keent 17-2-1830

~ Balgoij 11-3-1766 t Keent 7-2-1850

landbouwer ~ Balgoij 19-12-1762 t Balgoij 28-3-1846

~ Balgoij 31-1-1761 t Balgoij 13-4-1843

schoenmaker ~ Maastricht tCuijk 18-11-1811

-Cuijk ± 1752 t Cuijk 1-2-1820

4

* Balgoij 3-2-1714 t

HELENA VOS

dr. van Cornelis Hermes v Velp en Wilhelmina Jans

* Balgoij 17-5-1712 t Overasselt in 1794

oo Balgoij 3-2-1736 15

14

MATHIJS LAMERS

MARIA OLLEVEN v KESSEL

landbouwer ~ Overasselt 26-3-1743 ~ Balgoij 31-12-1747 t Nederasselt 15-3-1831 t Nederasselt 3-2-1832 w Balgoij 4-5-1789

» (2) Cuijk 30-10-1785

°o Balgoij 25-5-1788

en

13

12

11

zn. van

Arnoldus Driessen en Bertha Alefs

oo Overasselt 25-7-1734

oo Cuijk 12-4-1749

31

30

dr. van

en

en

MATHIJS WILLEMS THIJSSEN

oo Balgoij 6-5-1792

29

GERTRUDE ADOLPHUS ARDTS CLAESSEN

*

00

10

28

27

REINIER JANS REINDERS zn. van

en

oo Balgoij 30-3-1765

26

25

dr. van Hubertus Linders

Sehilla Hendriks

8-5-1733 t Balgoij 2-11-1803

24

23

22

ARNOLDUS ALLEGONDA WILLEMS HUUBERS ;

7

6

5

WILHELMUS WILLEMS

MARIA VAN DEN ANKER

JOHANNES COELEN

JACOBA LAMERS

landbouwer ~ Balgoij 23-11-1798 t Keent 14-11-1871

~ Balgoij 21-1-1796 t Keent 13-4-1843

schoenmaker ~ Cuijk 30-9-1786 t Nederasselt 8-4-1839

~ Balgoij 17-10-1791 t Keent 20-5-1875

oo Overasselt 13-5-1813

oo Balgoij 21-1-1819

3

2

MATHIJS WILLEMS

JACOBA COELEN

landbouwer * Keent (Balgoij) 10-5-1833, f Keent (Balgoij) 17-5-1920

* Nederasselt 3-12-1834 t Keent 16-8-1906

00

Overasselt

25-5-1867

i

JACOBUS dr. Maria Jacoba Willems, * Keent 8-2-1902, t Nijmegen 16-6-1991 Hendrikus L. Francissen, * Keent 8-2-1899, t Groesbeek 7-7-1979

* Keent t Velp (NB) arbeider / oo Balgoij 12-4-1901, Petronella Jacobs,

Opgemaakt met WordPerfect 6.0. Afgedrukt met HP laserjet. RCC

22

WILLEMS 7-10-1870 27-1-1957 landbouwer * Overasselt 8-10-1880 f Nijmegen 24-8-1969 Inzender: P.J. Francissen Goalbertstraat 16, 5521 GB Eersel

23


LiteratuurSignalement

De niet een * gemerkte titels / i j n op hel Documentatiecentrum van Tweestromenland raadpleegbaar.

* ARENDS, C,.]., Slui/en en Stuwen. De ontwikkeling van cle sluis- en stuwbowv in Nederland tot 1910; Delft/Zeist, 1994; 279

p., atbn., bijln., lit. (626.4 en 627.4) Bouwtechniek in Nederland deel 5 stuw (en sluis) Ie Lilh/Alphen; Maas-Wnalkanadl met schutsluizen te Heumen en Weurt

renovatieproject in beeld; in: De Waalkan-

ter, d.d. 09-06-1994 (629.12 en 639) VVaalse/iokker Neeltje jantje gerestaureerd * VEEN, J.H.S.M., De verbindende schakel. De geschiedenis van de spoorlijn TilburgVHerlogenbosc h-Nijmegen; in: Rail Maga/ine, speciaal nr. l'() (juni 1994), 80

p., afbn. (656.2/4) iiilg. Stg. Rail Publicaties

* * DRIESSEN, A.M.A.J., Watersnood tussen Maas en Waal; overstromingsrampen in hel rivierengebied tussen 1780 en 1810; /iilphen, 1994; 333 p., afbn., l i t . , reg.

BOEIJEN, W.T.J., Het vergeten vliegveld Keent/airstrip B 82 Grave. Oorlogsgeschiedenis op de grens van Gelderland en Noord-Brabant; Grave, 1994; 278 p., afbn.,

lit.

(656.7 en 355.48)

(627.517) (k'lderse Historische Reeks deel 21 * | GELDER, J.A. van], Aan ramp ontsnapt. Het /iedende water van Maas en Waal; in:

* BATO'S, - (;ilde b.v.: maatwerk in ambachtelijke stenen; in: Monumenten, jrg. 5 nr. 4 (april 1994), p. 15, afbn. (666)

Hier en Ginder, jrg. 35 nr. l (jan. 1994), p. 1-4, afb. (627.517)

JANSSEN. G.B., Steenbakkers te Beunin-

(1994), p. 121-122. (627.517)

'(673) '

gen. Baksteenfabricage langs de Waal; Laag Keppel, 1994 (2'delen); 88 en 64 p., aibn. (666 en 929.5) * HEUVEN-Van NES, E. van, Koning VVillem III en de watersnoodramp van 1861; Apeldeel 1: schets van de baksteenindustrie doorn/Zutphen, 1994; 46 p., afbn., bijln. te Reun ingen (627.517) deel 2: gez.i-nssl.aten van de fabrikanten o.n. Monument aan de Dijk te Leeuwen en een verslag van de Staatscommissie. Arbeid.sew/ue/e 1891 * JURGENS, S., Recensie: A.M.A.J. Driessen, * VENNER, (i., Een /oektocht naar BatenWatersnood tussen Maas en Waal; in: Hisburgse klokken in Roermond; in: De Maastorisch Geografisch Tijdschrift, jrg. 12 gouw, jrg. 113 (1994), kol. 253-264, afbn.

* K[OGK-WILLEMSJ, T.

24

d i e ] , (ieslaagd

KOOIMAN, M .A., en L. PRINS, Gultuur-


historische waarden in het Gelders rivierdijkenlandschap. Een rapportage opgezet door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg op verzoek van de provincie Gelderland; Zeist, 1994; 36 p., afbn., bijln., lit.

(712) LITJENS, G., Waaier van geulen. Rapportage historische morfologie van de Leeuweiise en Drutense Waard; Laag Keppel,

1994; 40 p., afbn., lit. (712 en 627.1)

KUPPEVELD, F.G.M.M. van, Het monument van de Nassau's in Heumen; in: Rond de Grenssteen, nr. 19 (1994), p. 17, afbn. (725.94 en 355.48) * SCHOLTEN, F.T., en M. RATSMA, Monumenten in beeld. Beeldhouwkunst op en aan monumenten; Amsterdam, 1994; tekn. (725.94 en 92) p. 36-37: tandbeeld voorJ.D. van der Capellen tot den Poll te Rome

LITJENS, G., W. OVERMARS en W. HEL-

SMIJERS, A.G.W.F., Het monument van

MER, Natuurlijke oevers Waalbochten;

de Nassau's in Heumen; in: Rond de

Laag Keppel, 1994; 68 p., af b., lit. (712 en 627'. l)

Grenssteen, nr. 18 (1991), p. 1-3, afbn. (725.94 en 355.48)

DIJK,

A.

van,

Romaans

Nederland; * K[OCK-WILLEMS]

Amsterdam, 1994; 352 p., (72) CROLS, R., en Th. KNIBELER, Postkanto-

ren; Utrecht, 1994; 63 p., afbn. (725.1) Gelderse Monumentenreeks deel l 35 postkantoren uil de periode 1872-1954 * [GELDER, J.A. van], Watertoren Leur; in: Hier en Ginder, jrg. 35 nr. 4 (april 1994), p. 49-50, afb. (725.1)

T.d[e], Restauratie redt kerkje van Altforst; in: De Waalkanter d.d. 08-12-1994, afb. (726.54) Ned. Herv. kerk

* LEMMENS, G.T.M., Een onbekend gezicht op de oude kerk van Beuningen door C. Pronk (1732); in: Numaga, deel 37 (1990), p. 88-90, afbn. (726.54 en 912)

* RECTIFICATIE, -; in: Tweestromenland, nr. 80 (1994/11), p. 27. (726.54) * SCHOLTEN-BALLAST, P.D., Molen- kerk Deest nieuws: Beuningen; in: Gelders Erfgoed, * ROOMS, R.K. Kerk in Wamel bestaat 40 1994-4, p. 26, afbn. (725.4) jaar; in: De Waalkanter d.d. 21-04-1994, afb. (726.54) TYMAN, E., J. SCHEIRS en D. ZWEERS, De Standerdmolen. Bouw, geschiedenis, verschijningsvormen en bedieningswijze * WIE, - kan ons helpen!?; in: De Waalkanter d.d. 13-01-1994, afb. (726.54) van Nederlands oudste windmolentype; Utrecht, 1994; 136 p., afbn. (725.4) restauratie r. k. kerk.Pui/lijk standerdmokns te Alphen, Batenburg en Beu* ARTS, M.G. en C.C.A. van der BORGT, ningen Het torentje van Den Blanckenburgh te Beuningen; /.pi., 1994; 24 p., afbn., krt. * K[OCK-WILLEMS], T. d [e], De SToep bestaat twintig jaar; in: De Waalkanter d.d. (728.8) uitg. Bouwprojectontwikkeling Stienstra-Zuid 29-09-1994, afb. (725.7) Nederland Blauwe Sluis

* ZEEUW, T. de, Brouwershof: puur natuur; in: De Telegraaf-Weekeinde d.d. 02-041994, p. 19, afb. (725.7) Beneden Leeuwen

BAUER, T.C., Batenburg; in: Castellogica, band III (1993-), blz. 119-123, tekn.

(728.8)

25


* K[OCK-WILLKMS], T. d [e], Muziek maak je niet voor jezelf alleen; 'm: De Waalkanter d.d. 27-10-1994 (784) 25-jarig bestaan koor Con Rrio Wamel

* K[OCK-WILLEMS], T. d H,

Muziekver-

eniging St. Barbara viert 75:jarig bestaan;

in: De Waalkanter d.d. 264)5-1994 afb

(785) Dreumel

* FANFARE, - N.A.G. viert 75:jarig jubileum; in: De Waalkan ter d.d. 26-05-1994 (785) Wmrl * K[OCK-WILLEMS], T. d [c], Groots dat ik

* RL'NST, '- en Volharding' vierde zestigjarig jubileum; in: De Waalkanter d.d. 27-01-

1994 (785) muziekvereniging Keurlingen

dat nog vertellen kan ...; in: De Waalkan- * VIJFENZEVENTIG, - jaar muziekvereniter d.d. 05-05-1994, afb. (785 en 92) ging St. Barbara; in: De Waalkanter d d P. de Wild over muziekvereniging St. Karbara 08-12-1994, afb. (785) Dreumel Dreumel Martin Kergevoel

Een boerderij in Alphen a/d Maas op de hoek van de Elsweg en de Greffelingsestraat. Een foto uit de dertiger jaren. EĂŠn van onze redactieleden weet er mee,- van en mogelijk komt er eens een beschrijving van. Wat hij met weet zijn de namen van de vrouw achter en het kind in de kruiwagen. Wie deze namen eventueel wel kent kan telefonisch contact opnemen met nummer 0487-531427. Weet u ook zo'n oude boerderij in om Tweestromenland, dan houdt de redactie zich aanbevolen voor een foto met bijgevoegde informatie.

26


Algemeen Postadres: HISTORISCHE VERENIGING TWEESTROMENLAND Postbus 343, 6600 AH WIJCHEN.

Het Streekhistorisch Museum Tweestromenland Pastoor Zijlmansstraat 3, 6658 EE BENEDENLEEUWEN, tel.: 0487-595002.

Speciale adressen en/of bezoekadressen: Het Streekdocumentatiecentrum Tweestromenland Uitsluitend bezoekadres: Kasteellaan 24 te Wijchen; tel.: 024-6413012.

Openingstijden: Elke zondag en elke woensdag van 14.00-17.00 uur. Rolstoeltoegankelijk. Groepen kunnen volgens afspraak terecht.

Openingstijden: elke woensdagmiddag van 14.00-1700 uur, vrijdagavond (voorafgaande aan de eerste zaterdag van de maand) van 18.3021.00 uur en elke eerste zaterdag van de maand van 9.30-12.30 uur (dan de zij-ingang van het gemeentekantoor). In de maanden juli en augustus gesloten.

Postadres van het museum: De Heuvel 107, 6651 DC Druten, tel. 0487-517282.

PUBLIKATIES uit de TWEESTROMENLANDREEKS ledenprijs dl 1 dl 2 dl 3 dl 4 dl 5 dl 6 dl 7 dl 8 dl 9 dl 10 dl 11 dl 12 dl 13 dl 14

Maas en Waals woordenboek Aan het volk van Nederland Leeuwen en Elisabeth Boldershof Ewijks klooster Stoomtram deel l Schoolstrijd Appeltern Wee den vergetenen (watersnood 1926) Dorp Horssen Stoomtram deel II Kwartierstatenboek DorpAfferden Bibliografie Tweestromenland Van Vamele tot Wamel (Kosten porto ƒ 9,-) Kosten porto deel 1 t/m 12

uitverkocht ƒ 9,75 18,50 18,50 13,50 uitverkocht 9,75 uitverkocht uitverkocht 30,00 uitverkocht 35,00

niet-ledenprijs

9,75

25,00 25,00

15,00 9,75

35,00

45,00

35,00 (op korte termijn verkrijgbaar) 45,00

ƒ 6,00

ƒ 6,00

U kunt alle publikaties van de Tweestromenlandreeks bestellen door overschrijving op postgiro 26 22 012 t.n.v. Penningmeester Hist. Ver. Tweestromenland, Postbus 343, 6600 AH Wijchen. Boeken zijn aan te kopen in het Streekdocumentatiecentrum Tweestromenland te Wijchen en in het Streekhistorisch Museum Tweestromenland in Beneden Leeuwen tijdens de openingsuren.

27


;r,-elf-r-" •„T

TWEESTROMENLAND MAAS EN WAALS TIJDSCHRIFT VOOR STREEKGESCHIEDENIS

12.VII.1997 - verschijnt ten minste vier maal per jaar - N U M M E R 92


TWEESTROMENLAND Opgericht 15 mei 1964. Doel: in zo breed mogelijke kring bevorderen van de belangstelling voor de geschiedenis in al haar aspecten en onder ieder opzicht, in het bijzonder van het werkgebied, het Land van Maas en Waal en het westelijk deel van het Rijk van Nijmegen.

Lidmaatschap: Het lidmaatschap geeft recht op toezending van tijdschrift en nieuwsbrief, op deelname aan excursies en tevens korting op de boekhandelsprijs bij uitgaven uit de Tweestromenlandreeks. Contributie: De contributie voor 1997 bedraagt f 35,-. Men mag ook meer storten bij wijze van gift, te voldoen door storting op postgiro 2622012 ten name van Penningmeester Tweestromenland, Postbus 343, 6600 AH Wijchen. Ledenadministratie: Postbus 343, 6600 AH Wijchen, tel.: 0487594336, voor de opgave van nieuwe leden, adreswijzigingen en eventuele opzeggingen (vóór l december). Secretariaat: Postbus 343, 6600 AH Wijchen, tel.: 024-

6418987 Ereleden: H. van Heiningen, J.P.M, van Os, Bestuur: A.W.P.A. Banken, Beneden-Leeuwen Mevr. W.M. Berris-Visschers, Wijchen, voorz. J.P.H. Daverveld, Wijchen, secr. Mevr. G.Y.M. Derks-Klabbers, Druten, wnd. penningmeester G.W. van Gelder, Beneden-Leeuwen A. Kamerman-Wilmink, Wijchen M. van der Putten, Beneden-Leeuwen G.A.A. Rooijakkers, Overasselt W.], van Sommeren, Beneden-Leeuwen C. Visser, Druten

Administratie: P.G. Leussink, Beuriingen Kopij: Kopij dient getypt (zo mogelijk op floppydisk met uitdraai in WP 5.1), gedateerd en ondertekend te worden verzonden aan: De redactiesecretaris, postbus 343, 6600 AH Wijchen. Kan een artikel niet in machineschrift worden geleverd, dan gaarne in een duidelijk leesbaar handschrift. Afbeeldingen moeten, indien men ze terugwil hebben, aan de achterzijde voorzien zijn van naam, adres en woonplaats van de bruikleengever. Losse nummers tijdschrift: Nrs. 19 t/m 92 voorradig. Per stuk f 7,50 exclusief f 2,50 verzendkosten. Te bestellen door storting op giro 2622012 ten name van Penningmeester Tweestromenland, Postbus 343, 6600 AH Wijchen. ISSN:l38l-950X

Inhoud

3 Jan van Gelder/Harry de Rouw, Wevershof of Boschlust? 7 Jilles van der Zandt (f)/Jan van Gelder, Op weg naar een Ambachtsschool 18 Nieuwe schoorsteen voor de Tuut, Mijlpaal voor monument 21 Wie kan informatie geven? 22 Genealogie Van Hulst 24 M. Bergevoet, LiteratuurSignalement 27 Uitgave Kapellenboekje Nieuwsbrief Op de voorkant: Boerderij Wevershof/Boschlust, Meerenburg l te Hernen. In dit tijdschrift is een arti-

kel gewijd aan deze boederij en zijn bewoners in verleden en heden.


TWEESTROMENLAND MAAS EN WAALS TIJDSCHRIFT VOOR STREEKGESCHIEDENIS Redactie: Hugo van Capelleveen, Gijs van Dijk, Jan van Gelder, Kees van Kouwen, Ernest Mettes, Pieter Roelofs, Harry de Rouw (redactiesecretaris).

NUMMER 92

1997/11

Jan van Gelder/Harry de Rouw

Wevershof of Boschlust? In Hier en Ginder, een plaatselijk contactblad voor missie, zending, ontwikkelingswerkers en emigranten, hebben we in het maartnummer van 1978 een artikel opgenomen over de Wevershof in de Molenhoek in Hernen. Deze Molenhoek -niet te verwarren met de Mookse Molenhoek- wordt wel gezien als het mooiste gebied van de hele streek en ligt tussen het Hernenseen het Leurse bos. Er ligt ook nog een prachtig natuurlijk meer bij. In dit gebied ligt dus de Wevershof, die ook de omslag van dit nummer van Tweestromenland siert. Het kasteel van Hernen en de molen mogen dan voornamer zijn en een aantal grotere boerderijen, zowel binnen als buiten het dorp, mag dan indrukwekkender aandoen, de Wevershof heeft in de loop der jaren zichzelf overwonnen en is door de prachtige ligging uitgegroeid tot een oord om verliefd op te worden. Het is geen boerderij met grote graanzolders of moderne veestallingen. Wevershof ... we zijn naar dat afgesloten stuk dorp gegaan, maar niettemin is het boerderijtje toch nog van twee kanten te bereiken. Het ligt in een machtig stukje natuurgebied, meer dan 100 meter van de verharde Meerenburg en is bereikbaar via een oude zandweg. Rechts en achter je zitje onmiddellijk in het Hernense bos. Vogels fluiten er hun hoogste lied, de krekels sjierpen, fazanten vliegen op, een hond blaft, Fjordenpaarden grazen rustig tussen het ingebrachte hooi en

de stadsmensen. Wel afgelegen en eenzaam, maar toch goed bereikbaar, Er is in de loop der jaren weinig aan veranderd en het is dan ook niet verwonderlijk dat Monumentenzorg het op de lijst van beschermde monumenten heeft geplaatst, Het rieten dak, dat zo'n kleine 40 jaar geleden werd vernieuwd, is eigenlijk weer aan een onderhoudsbeurt toe, evenals de oudHollandse pannen aan de onderkant van het dak. De muren zijn oud, maar door een

sieren de omgeving.

bepaalde bewerking toch beduidend minder

Daarachter staat een wit landhuisje, een kleine boerderij, weliswaar ruim 200 jaar oud, maar ongelooflijk landelijk, rustig, mooi, om jaloers op te worden, in de schaduw van de Hernense molen. Erg gewild bovendien bij

vocht doorlatend dan meestal van dergelijke muren wordt verondersteld, De fundamenten zijn niet al te best, zoals bij een reparatie al eens bleek. Grote dubbele deuren in de zijgevel wijzen er


al op dat er sprake is van een bepaald type boerderij. Het is een boerderij van het halletype met een dwarsdeel. De deuren zijn zelfs zo hoog dat men er met een wagen hooi naar

binnen kan rijden. Ook van binnen is er weinig veranderd. Door de voordeur komt men in de gang, die

links met een trapje toegang geeft tot de opkamer. Rechts ligt de woonkamer en

gangetje lagen twee varkenshokken en helemaal naar rechts, bij de grote achterdeuren, was nog een ruimte voor 4 beestjes. Dwars over de hele breedte ligt de koeiestal

en een hondehok. Ook is er nog een kolenhok. Op een klein stukje deel kan men fietsen kwijt. Voor hooi en stro is aardig wat

ruimte op de stal en de balken.

rechtdoor de keuken.

De zolder boven het woongedeelte is grotendeels open. Slechts één slaapkamer is erop

De toegangsdeuren vallen op. Ze zijn geschilderd in eikenhoutkleur en dat schilderwerk

gebouwd. Het houtwerk onder het dak ziet nog goed uit. Het is eikenhout en geen rond-

zit er al jaren op. Ook de deurknoppen zijn

hout, zoals men in zo'n boerderij zou verwachten, maar gezaagd. Dat harde hout vindt men ook in ramen en kozijnen. Op het erf is een hooischuur te vinden en een kippenhok, dat echter in gebruik is als paardestal. We mogen ook de hondenren niet vergeten, want gecombineerd met de ruimte binnen op de deel, is al een aantal jaren sprake van een hondenkennel.

nog van het oorspronkelijke houten model. De niet te grote woonkamer heeft een houten vloer en het oorspronkelijke plafond met de harde, onverslijtbare balken. Vóór de schoorsteen brandt de kolenkachel, bijna evenveel gezelligheid uitstralend als een open haard.

Vanuit de woonkamer zijn twee slaapkamers te bereiken. Naast de schoorsteen bevindt zich tussen of tegen de balken nog de spijl, die de worsten of de hammen droeg. Bedsteden heeft de woning, voor zover is na te gaan, nooit gekend. Een schilderij en diverse foto's van paarden sieren de wanden van de huiskamer. De opkamer is klein, maar wel geschikt voor het ophangen van paardetuig. De keuken is wat gemoderniseerd met een nieuw aanrecht en wat tegels, maar de

schouw, waarin vroeger spek en worst werden gerookt, is intact gebleven. Een luik geeft toegang tot de kelder die overwelfd is en een stenen trap heeft. Op de keldervloer liggen rode en grijze plavuizen. De keukenvloer is van cement, maar ook daar lagen vroeger plavuizen, waarop moeder de vrouw het witte zand strooide in sierlijke en soms kunstige vormen.

Op de deel is een combinatie van douche en toilet gebouwd. De huidige bewoner, Wim Derks, heeft het op deze manier laten verbouwen. Vroeger kon men via de keukendeur rechtdoor naar de w.c. de ouderwetse plee, die

tegen de achtermuur was gebouwd. Het raampje zit er nog. Links en rechts van het

Een nog grotere hobby haalden we hierboven al aan: de fokkerij van Fjordenpaarden. Deze isabelkleurige paardjes, waarover we volgens Wim Derks niet hoeven te schrijven,

vormen een onderdeel van de boerderij. Maar als Wim het niet doet brengt zijn vrouw Marie met oprechte trots de jaarlijkse fokdag op de laatste zaterdag van juli ter sprake. Dit jaar gaat dat al voor de 23e keer gebeuren op het eiland aan de Meerenburg. Op die dag draaien ook de wieken van de molen. De publieke belangstelling voor deze dag neemt met het jaar toe.

En het is geen wonder dat de fokdag juist hier in Hernen wordt gehouden. Wim en Marie zetten zich daar volledig voor in en sparen kosten noch moeite. ledere kenner van fjordenpaarden zegt dan ook dat er geen betere ambassadeur (en Marie vindt dat zo'n machtige uitdrukking!) te vinden is dan Wim Derks. * Zo'n 42 jaar geleden kwam hij voor het eerst in aanraking met dit Scandinavische paardenras en hij werd er meteen verliefd op. Via het stamboek kocht hij zijn eerste Fjor-

denpaard, Irma. Zij had al 5 merries voortge-


Op de voorkant van dit tijdschrift ziet u een foto van de voorgevel van boerderij Wevershof/Boschlust in de Molenhoek te Hemen. Hierboven een tekening van Hugo van Capelleveen, waarin ook de zijgevel met de hoge toegang naar de deel is opgenomen. bracht en was juist uit Noorwegen ingevoerd. Wim ging ermee fokken en het eerste veulen dat ze bij hem bracht was een hengst. Het jaar daarna kreeg ze een merrieveulen, Isolde. Deze merrie is inmiddels overleden, maar van haar heeft Wim nog een dochter, de reeds 27-jarige Omiek. Deze merrie is bij kenners bekend, niet alleen door haar fokkerij, maar ook door haar optreden in o.a. het televisieprogramma 'Wedden dat' in 1987. Ook rijdt Wim Derks jaarlijks met haar het ringsteken op Koninginnedag in Bergharen

en bij de Hernense stratenmarkt. Het fokbedrijf loopt goed. Er zijn momenteel zo'n 40 tot 50 merries op het bedrijf, evenals een dekhengst.

De paarden vormen niet uitsluitend een luxe bezit. Ze zijn ook uitstekend te gebruiken in

de land- en bosbouw. En uiteraard heeft de jeugd uit Wijchen en verre omtrek het paardrijden en de verzorging van paarden geleerd met de Fjorden van Wim Derks. Maar behalve boer en fokker van Fjordenpaarden is Wim Derks ook nog boswachter geweest en heeft hij zich ingezet voor de bescherming van de dassen, het bestrijden van stropers en het op peil houden van de vossenstand. Vier jaar geleden is hij echter als boswachter met pensioen gegaan. Wat afgedwaald door al dat beestengedoe, keren we terug naar de woning, de naam ervan, de eigenaar en de bewoners.


De boerderij is gepacht. Hij was oorspronkelijk in bezit van mejuffrouw (l Mekelenkamp, in Hemen bekend als juffrouw Corrie, die in 1940 voor de symbolische prijs van Ć&#x2019; l ,het kasteel verkocht aan de Stichting Vrienden der Gelderse Kastelen. Zij wees als erfgenaam voor het boerderijtje aan: mevrouw A.M. van Stockum c.s., gehuwd met H.A. Freiherrvon Maltzahn. De naam Wevershof lijkt van oudsher bekend te zijn. Vader Derks gebruikte die altijd al als afzender op zijn brieven en zijn kinderen namen het over. In het pachtcontract wordt echter gesproken van Boschlust. Wat is nu het geval? De gronden naast Boschlust, waarop Hent de Kleijn en Frans Loeffen hebben gebouwd, en ook het weilandje ernaast van Jan de Kleijn, een schoonzoon van de oorspronkelijke eigenaar Tien Arts-Sijmens, kennen de naam Wevershof. Het lijkt ons dat deze grond vroeger hij het boerderijtje hoorde. Praktisch alle z.g. herengoed had een naam. Soms bestond die al lang uit overlevering, soms werd een toepasselijke naam bedacht. De rentmeesters waren daar altijd wonderlijk goed in. Omdat er nu een splitsing ontstond in de gebruikers van het boerderijtje, het hof dus, en een gedeelte van de grond, is het niet uitgesloten en zelfs waarschijnlijk dat de naam van de boerderij gewijzigd is. Daarom houden wij het maar op Wevershof, hoewel de huidige bewoners de naam Boschlust aanhouden, de naam die, zoals eerder gezegd, ook in het pachtcontract wordt gebruikt. Uitdrukkelijk hebben we daar nog bij gezet "in de Molenhoek". Het hele gebied rond de molen mag met recht Molenhoek worden genoemd. De adressering is echter sinds 1969 Meerenburg 1. We kunnen wel stellen "zeer tot verontwaardiging van ...", maar ja, de weg erlangs heet sinds jaar en dag nu eenmaal Meerenburg en dus zijn de woningen, welke aan deze weg staan of rechtstreeks uitweg hierop hebben, ook aan de Meerenburg genummerd. Aan de Molenhoek zijn alleen die woningen genummerd, die aan de daarlangs lopende

onverharde zandweg liggen. Maar goed, we gunnen de Meerenburgers de Molenhoek wel van harte en ze mogen er nog trots op zijn ook... Dan was er in 1840 nog de benaming Rotsenhoek aan den steenoven, maar daarover heeft nog niemand uitsluitsel kunnen geven. Aan namen dus geen gebrek. Wevershof (woonde er een wever?), Boschlust, Steenoven, Rotsenhoek, Molenhoek, Meerenhurg. Herres Bos... Voeg er Fjordenburcht of paardenhonk, misschien ook hondenpret of fazantenlust en boswachtershut aan toe en het is allemaal toepasselijk. tn 1840 was de nummering B 26, van 1850 -

1860 B 6 en van 1860 - 1969, dus meer dan 100 jaar, B 7. Als oudste bewoners vonden we terug het

gezin van Johannes van Stippen, geboren op 27 mei 1805 in Reek, overleden op 19 augustus 1879, en Henrica Janssen, geboren op 29

maart 1803 te Hemen, overleden op 6 januari 1879. Ze zijn in 1836 getrouwd, maar het is bekend dat Van Stippen al op l mei 1816 met zijn ouders naar die boerderij is gekomen. Hun namen zijn ons niet bekend. Het gezin Van Stippen-Janssen kreeg 3 kinderen, te weten Jacoba, geboren op 16 augustus 1837, Martinus, geboren op 27 september 1840, en Johannes, geboren op 12 september 1842. Martinus is op 25 februari 1868 in Rome aangekomen en het zou helemaal niet zo verwonderlijk zijn als hij behoorde tot de Zouaven die de Paus indertijd gingen verdedigen. Wie weet daar meer van? In ieder geval is Martinus levend teruggekeerd, want in 1863 vertrok hij naar Wijchen. De oudste dochter, Jacoba, trouwde op 4 november 1887 met Johannes de Vlam, geboren op 7 juni 1840 in Wijchen. Ook zij woonden korte tijd in hetzelfde huis, nl. tot september 1889, toen ze naar Wijchen vertrokken. De Vlam was geen riet- maar strodekker en dat was in die tijd heel gewoon, omdat strooien daken veel goedkoper waren dan rieten. Zoon Johannes van Stippen trouwde met


Bernardina Janssen, geboren op 25 februari 1856 in Winssen. Johannes overleed op 16 januari 1908 en zijn echtgenote vertrok op 22 oktober 1910 naar Wijchen, tezamen met

haar twee kinderen, Hendrika P., geboren op l november 1888, en HendrikusJ., geboren op 17 januari 1891.

- Anthonius J. op l februari 1912. Hij was

getrouwd met een Bergharense Sommeidijk en groepscommandant der Rijkspolitie in Wijchen. Hij is inmiddels overleden. - Maria W. op 16 oktober 1913, getrouwd

met P. van Heumen in Ewijk, inmiddels beiden overleden.

In het jaar 1900 hadden zij twee kolonialen

- Wilhelmina Th.

in de kost, nl. Kempenaars en de Pool Wladislaus Gladijszewski. Dit kwam in deze omgeving wel meer voor. Na het vertrek van de familie Van StippenJanssen vestigde het gezin Van Eldik-Lous zich op de boerderij. Hendrikus W.A. van Eldik, geboren op 7 juni 1881 in Tiel, overleden op 22 september 1920, en Elisabeth J.G. Lous, geboren op 17 april 1877 in Lith, overleden op 26 september 1921 (dus een jaar na elkaar), kregen 5 kinderen, 3 zoons en 2 dochters, die allen na het overlijden van hun ouders in 1921 naar Wijchen verhuisden. De oudste was toen 16, de jongste pas 6 jaar. Moeders moeder, Anna Lous-van Hoften, geboren op 10 juli 1843 in Wadenoijen, kwam in mei 1911 vanuit Lith eveneens naar Hernen en vertrok daarna naar Wijchen, zodat het huis leeg stond. Het bleef zelfs anderhalf jaar leeg staan, omdat de ouders aan de toen zo geheten en gevreesde tering waren gestorven en er pas na ontsmetting weer iemand in durfde. En die iemand was Gradus Derks, geboren op 4 maart 1882 in Batenburg, overleden op 24 juni 1963 in Hernen, die op 24 april 1911 was getrouwd met Theodora Bernts, geboren op 26 februari 1885 in Ewijk, overleden op 31 oktober 1928 in Hernen. Voor Theodora Bernts was dat het tweede huwelijk. Zij was eerst getrouwd met Antoniusj. Otten, die al spoedig overleed. Zij had toen ĂŠĂŠn kind, BerthaJ. Otten, geboren op 17 april 1909, overleden in 1995. In die tijd was er grote armoede en de weduwe Otten-Bernts ging met haar kind als dienstbode in een gezin in Batenburg werken. Zodoende was het voor Gradus Derks een kleine moeite haar te vinden. In Batenburg werden de navolgende kinderen geboren:

getrouwd met M. Peters in Hernen. M. Peters is overleden. - Theodorus op 29 december 1916,

op

12 februari

1915.

getrouwd met Susanna Christina Fransen en gewoond hebbend in Hernen. Theodorus is overleden op 4 j u n i 1994 en

zijn vrouw op 24 oktober 1994. - Het laatste in Batenburg geboren kind was Theodora H., ons Zus. Zij werd geboren op 30 oktober 1920 en is beter bekend als zuster Hilaria in Noorwegen. Gradus Derks was botermaker in de Leurse

boterfabriek en de verhuizing naai Hernen was dus gunstig. Hij ging ie voel naar zijn

werk, wat eigenlijk geen probleem was. Immers in zijn diensttijd in de eerste wereldoorlog ging hij te voet op en neer naar Ecle. bij de geboorte van Mien, op 12 februari 1915, zelfs 2 dagen achter elkaar.

- Wilhelmus H. werd op 3 mei 1923 als eer-

ste in Hernen geboren. Hij trouwde op 12 juli 1949 met Maria G. van Beuiiingen uit Horssen. - Joseph G.B. werd tijdens de watersnood op

20 januari 1926 in Wijchen geboren. Hij trouwde ene Savelkouls en heeft in Cuyk gewoond. Ook hij is inmiddels overleden. - De jongste, Hendrika A., werd op 3 september 1928 geboren. Zij trouwde metv.d. Post en heeft in Moordrecht gewoond, waar ze is overleden. De wens van de huidige bewoners van de Wevershof/Boschlust, Wim en Marie, is er zo

lang mogelijk te kunnen wonen en de boerderij zoveel mogelijk in deze staat te handha-


Jilies van der Zandt (-f)/Jan we» Gelder

Op weg naar een Ambachtsschool In de nummers 85 tot en met 91 van ons Tijdschrift hebben we teksten ingeleid en opgenomen, die door Jilles van der Zandt zijn geschreven over Bruten en een aantal andere dorpjes in deze omgeving in het land van Maas en Waal. Geboren op 17 maart 1911 in Druten was hij goed bekend in en met de streek. Hij kende er bijna iedereen en heeft tot in de kleinste bijzonderheden het leven van elke dag van de plattelander vastgelegd. Juist dit leven op het land sprak hem aan en ook zelf ging hij al op 12yarige leeftijd de boer op om er voor het gezin van zijn ouders iets bij te verdienen. Na een paar jaar lokte het werk bij de bakker als bezorger en kort daarna pakte hy het boerenwerk weer op, omdat het vee en de vrije natuur hem bleef boeien. De inkomsten waren bijzonder laag en de steenfabriek bood beduidend meer loon. Het werk daar werd hem echter noodlottig. Een been kwam terecht tussen de kamwielen van een steenpers en moest worden geamputeerd. Hij was toen pas 17 jaar. Onderwijzer worden speelde al eerder in zijn gedachten. Door het noodlottige ongeval kreeg hij van veel kanten hulp aangeboden, deed veel aan thuisstudie, maar omdat zijn voorstudie te kort was geweest, duurde het nog wel tot 1934 voordat hij de onderwijzersakte kreeg uitgereikt. De crisistijd bood echter weinig vooruitzichten. Maar als tijdelijke kracht kon hij toch in Puiflijk beginnen, om daarna over te stappen naar de AVO op de centrale werkplaats, voorloper van de ambachtsschool. In 1968 nam hij er afscheid. Op 4 augustus 1987 is hij overleden. Vele honderden oud-leerlingen denken nu nog in dankbaarheid aan hem terug. Na zijn pensionering is hij gaan schrijven. Hij was bovendien een liefhebber van de hengelsport en verzekerde zich van een eigen viswater, waar hij vaak vertoefde en zijn gedachten over het verleden kon laten gaan. We beginnen nu aan zijn achtste en laatste verhaal. Gestart met Maas en Walers, die in Holland gingen werken, ging hij verder met de manden- en hoepelmakerijen. Het vroegere armoedige leven kwam aan bod en ook de vroegere gewoonten en gebruiken. Het ontstaan van Maas en Waal, de woningbouw en de hoogwaardigheidsbekleders werden in één artikel verwerkt. Een apart hoofdstuk is gewijd aan Maas en Waal een eeuw geleden. Het voorlaatste artikel ging over de heelkunde en de doktoren. In dit nummer een verzameling over diverse onderwerpen, zoals onbekendheid van Maas en Waal, dialect, wegen en paden, steenfabriek, tabaksteelt, boerenbedrijven, hout, tienten, Golijn, crisisjaren, fietsplaatje en oorlog met als sluitstuk de ambachtsschool, zijn school, die belangrijk was voor het ambachtsvolk en een belangrijke steun in de ontwikkeling van vele Maas en Walers. 8


De nu nog beschikbare lectuur kan in gedeelten in de toekomst waarschijnlijk nog wel eens in combinatie met andere artikelen worden gebruikt. Met dank voor alles aan zijn vrouw, die op 11 juni 1997 is overleden, en zijn kinderen voor het beschikbaar stellen en aan Paul van Dinteren en Jo van Os uit Druten voor het ordenen van het geschreven materiaal, beginnen we nu voorlopig aan het slot van deze reeks in 8 delen. Jilles van der Zandt besluit: Onze Gemeentelijke Ambachtsschool is uit nood geboren in een "vergeten" stukje Nederland.

Nijmegen - Druten - Wamel vice versa. Reizigers konden van Nijmegen via Druten naar Wamel. Zo ook het goederenvervoer. Voor de veiling te Nijmegen: groenten, appels, kersen, aardappelen, eieren voor Als we spreken over de voorgeschiedenis van de eiermijn te Nijmegen. En voor de markt onze Gemeentelijke Ambachtsschool te Druten dan moeten we eerst iets zeggen over het in Nijmegen op de maandagen: vee, varkens en biggen, voor aan- en verkoop. land, de streek, de bewoners en de strijd om die "streekschool". De wagons met steenkolen en turf werden losgekoppeld op de stations van bestemming en op een zijspoor gezet, waar deze Met het land van Maas en Waal bedoelen we het land, gelegen tussen de rivieren de Maas goederen dan met paard en wagen dooide steenkolenhandelaren werden afgeen de Waal en het Maas-Waal-kanaal, gelegen tussen Weurt en Heumen en de brug tussen haald. Rossum en Heerewaarden. De winkeliers haalden op de stations hun winkelwaar, zoals boter (margarine), rijst, koffie, thee enz., terwijl de cafĂŠhouders ONBEKEND Maas en Waal was een onbekend stukje hun drank in fusten ook daar kwamen afhalen. Nederland, waarvan de meeste Nederlanders nog nooit hadden gehoord. Enkele tiental- 2. Zo was er ook de Nijmeegsche Boot. Deze voer van Nijmegen via Ochten, Druten en len jaren terug (en soms nu nog) zeiden de mensen uit de westelijke provincies, als /e de Tiel, waar aanlegsteigers waren voor het lossen van goederen. bloesemtocht in de lente hadden gehouden, Ook konden er reizigers mee naar Nijme"Wat staat de Betuwe weer mooi in bloei" en ze hadden de Betuwe gewoonlijk helemaal gen, Tiel, Rotterdam en omgekeerd. niet eens gezien. De meeste bloesemkijkers De dorpen waren meestal op zichzelf aangewezen. Zij behielden hun eigen karakkwamen Maas en Waal binnen via Zaltbomter, zeden en gewoonten. De bewoners van mel, Rossum en Heerewaarden en gingen er de verschillende dorpen moeiden zich weer uit over de Maas- of Waaldijk of de oude niet vlug met andere mensen over kwesties Koningsweg, later de Van Heemstrabaan (ofweg), over Weurt, Wijchen of Grave. die hen niet direct aangingen. Ieder dorp was een gesloten kaste (gemeenschap), waarin een buitenstaander zoveel mogelijk MAASKANT EN WAALKANT In het begin van de 19e eeuw waren er toch werd geweerd. twee dingen, die de Waalkan t van Maas en Waal een voorsprong gaven op Midden Maas DIALECT In de eerste jaren van onze school en op de en Waal en de Maaskant. Centrale Werkplaats kon men, als de leerlin1. De stoomtram deed zijn intrede in Maas gen bijv. op de speelplaats met elkaar spraken, aan de uitspraak (tongval) horen uit en Waal. Hij liep door Maas en Waal van


Niemand nam het initiatief voor herstel en verbetering van deze karrepaden. Dit kostte tijd en geld. Voetgangers, om- en aanwonenden verloren vaak hun klompen in de smurrie van de moddergaten in deze wegen. Ze haalden hun klompen uit de moddergaten, want hoe kwamen ze weer aan nieuwe? Zulke wegen kwamen gewoonlijk uit op de iets hoger gelegen grindwegen. De mensen die ergens ver weg werkten of naar de stad moesten, verwisselden hier hun klompen voor gepoetste schoenen. Tijdens de voettocht over de modderpaden hadden ze gewoonlijk de veters van de schoenen vastgeknoopt en de schoenen om de hals gehangen. De klompen of schoenen die uitgetrokken werden, werden bij de dichtstbijzijnde mensen in de schuur gezet en later opgehaald. Dit was zo langzamerhand traditie geworden, waaraan niet getornd werd. Verder was er nog in en bij ieder dorp een WEGEN De wegen waren grindwegen met in het mid- groot aantal paden en paadjes, dwars door den een paardepad van straatstenen, oor- dorp of veld, rechttoe rechtaan. Men zei ook "We gaan richttoe", de rechte lijn volgen. spronkelijk aangelegd voor vervoer met paarden. Langs deze wegen lagen hier en daar Hier maakte men te voet veel gebruik van. vooral de kerkgangers en om boodschappen hopen grind voor het onderhoud. De hoofdweg voor Maas en Waal van Dreu- te halen of weg te brengen, op familiebezoek mel over Druten naar Nijmegen was de te gaan, de school te bezoeken enz. Had men jarenlang (30 jaar of langer) van Koningsstraat of Koningsweg. Deze werd reeds ten tijde van de Romeinen genoemd deze paden gebruik gemaakt, dan bleven deze "kerkpaden", zoals ze werden geen was een grindweg, ook wel wasbord noemd, bestaan. Deze paden mochten dan genoemd, want de weg was ongelijk, vol met gaten en kuilen. Hotsend en stotend reed niet afgesloten worden. Nu nog zijn er in verschillende dorpen kerkpaden, waarvan men men over die wegen. Kr waren nog twee hoofdwegen, namelijk de de oorsprong of herkomst niet meer kan bepalen of kent. Maasdijk en de Waalbandijk. l<angs deze wegen in Maas en Waal en ver Behalve voornoemde grindwegen waren er daarbuiten in Brabant en Limburg zag men ook nog karrepaden, waarvan de hoeren gebruik maakten voor het wegbrengen van in de bermen (de taluds waren grashellinde landbouwbenodigdheden, zoals zaaigoed, gen) geiten en hier en daar melkschapen (deze werden de melkkoeien van de arbeider mest, afrasteringspalen, ijzerdraad en prikgenoemd), vastgebonden aan een paal met keldraad, voor het halen van de oogst (koren, hooi. aardappelen, bieten), het gaan een touw of ketting. Men kent hier in onze streek nog twee wegen melken enz. Deze wegen waren gewoonlijk verwaarloosd die naar deze huisdieren waren genoemd. en werden door tientallen boeren en men- De Scharenhurgsestraat in Puiflijk heette sen die aan deze wegen woonden, gebruikt. vroeger, en in de volksmond nรณg, de "Sikkestraat". Tussen Horssen en Appeltem de We zouden kunnen zeggen dat ze gemeengoed geworden waren. "Mekkersteeg", naar het geluid dat geiten en welk dorp of welke streek zij kwamen. De uitspraak van de verschillende dorpen was onderling totaal verschillend. Het verschil was het grootst tussen de Maas- en de Waalkant. Dit velschil is nu (1983) praktisch niet meer te horen. De connectie in het verkeer heeft de uitspraak bijna volledig gelijk geschakeld, vooral bij de jongere generatie. Kr is nu sprake van het Maas en Waalse dialect. Bij de oudere bevolking is nog heel veel van het oudere te horen en te zien. In de Retuwe was de uitspraak weer heel anders. Sprak men een leerling van de overkant, dan klonk zijn uitspraak zangerig en langer aangehouden. In de drie jaren dat de leerlingen bij elkaar kwamen (de gehele cursus duurde drie jaren) groeiden ze naar elkaar toe wat uitspraak en verbroedering betreft.

10


schapen maken. STEEN- EN PANNENFABRIEKEN De mensen, die hier woonden, waren voor 80% arbeiders en /eer arm. 7e werkten meestal 's /omers bij de boeren en, als /.e niet te ver weg woonden, op de steen- en pannenfabrieken. In de /omermaanden, met werkweken van 100 uren of meer, moesten /.e proberen de kost te verdienen. De fabrieksarbeiders uil Bergharen, Horssen en Altforst en soms nog verder weg, moesten lopen, soms over de grindwegen of kanepaden. Was hel teveel om, dan trokken /e, meestal in groepjes, met de polsstok over de schouder door de velden. De polsstok diende om over brede sloten en leigraven te springen. Bij de/e tochten, die soms u i e n duurden, hadden de mensen hun mondvooi raad voor de hele dag bij /ich. In de winter lag het werk op de/e fabrieken stil. Waarom lagen de meeste steen- en pannenfabrieken langs of dichtbij de Waal? Het antwoord is drieĂŤrlei: 1. De grondstof'voor stenen en pannen is de rivierklei, die langs de Waal op de uiterwaarden of langs de dijken landinwaarts werd gevonden. 2. De brandstof voor de/e fabrieken, gewoonlijk turf uit Drenthe en steenkool uit Limburg, werd per schip aangevoerd, want Maas en Waal be/at geen spoorlijn. 3. De klaargemaakte stenen en pannen, gebakken op de f a b r i e k met genoemde brandstoffen, werden met de schepen, die de brandstoffen brachten, weer weggevoerd. De rivierklei kwam uit de kleiputten. De/e klei werd door de mensen met spader r en schoppen gestoken, in kipkarreljes geladen en over rails met trekpaarden naar de kleihut gereden. De mensen die cle klei staken stonden met blote voeten in de natte klei met veel water. Een gewone waterpomp moest proberen het opborrelende water weg te pompen, wat gewoonlijk maar gedeeltelijk lukte. De oude kleiputten vindt men nog hier eri

Nog een laatste foto vanjilles van der Zandt. daar langs de Waal of de d i j k . Men karr de/c putten nog/ien in de Heersweg, de v i s p n t t e n van Druten aan de Van Heemstraweg, i r r de Koningsstraat te A f f e r d e n tegenover de Gelenberg en bij de Boshut van de familie Dericks. Op de fabrieken w e r k t e alleen de paardekracht. In de /omer had men de/e dieren nodig voor de t r e k k r a c h t op de fabriek. (.1 asland was er gewoonlijk irr overvloed voor de/e d i e r e n . Er waren drie ploegen: de inkruiploeg, de uitkruiploeg en de scheepsploeg. Ook de slokers werkten winter en /omer. Gedroogde pannen en stenen gingen de oven in door de inkruiploeg, de stokers stookten de produkten gaar (bakken van stenen en pannen). De gebakken produkten gingen de oven u i t , de uitkruiploeg /orgde hiervoor, en werden op het asfalt of in de schuren opge/el of opgetast. Daar werden ook de stenen en pannen gesorteerd. Ook in de winter werden de/e pannen en stenen afgevoerd per schip door geheel Nederland en /elfs naar Engeland. De/e schepen

11


brachten de brandstof, turf en steenkool, mee.

TABAKSTEELT In Maas en Waal werd in deze jaren, de jaren van de 19de en 20ste eeuw (1801 - 1945), tabak geteeld. Deze boeren werden tabaksboeren genoemd. Ze zaaiden in de lente onder glas (eenruiters of meerruiters) het

tabakszaad. De grond werd zwaar gemest, intensief bewerkt en op wallen gewerkt, waar twee rijen planten op konden staan. Het geheel werd omzoomd door bonenheggen

om stukwaaien van de grote tabaksbladeren te voorkomen. Gewoonlijk hadden deze mensen nog een stukje grond voor groenten, aardappelen en bieten. Ze hadden enkele geiten, soms enkele koeien, kippen en varkens, ook een mestvarken. De tabaksteelt vergde veel tijd: in herfst en winter bemesten en omspitten van tabakswallen en bonenheggen, in de lente zaaien, poten, onderhouden, hakken, schoffelen enz. In de zomer de bladeren afbreken, naar huis brengen met de kruiwagen, snijden (dit

was met een scherp mes een snede aanbrengen in de nerf), aanrijgen aan houten spijlen en in de gebinten in het achterhuis of schuur te drogen hangen. De bladeren onder aan de plant werden

aardgoed genoemd, omdat ze tegen de grond aangroeiden. De middelste bladeren

waren soms wel méér dan een meter lang en wel 20 a 30 cm breed. De bovenste topbladeren werden dief genoemd.

Na het drogen werden de bladeren in bossen gedaan en met sisal vastgebonden. In de herfst werd de gedroogde tabak met paard en wagen naar een bekend pakhuis of schuur in de dorpen gebracht. Hier volgde dan keuring, weging en uitbetaling. Had men zelf geen gerij, dan werd de tabak met een bekende mede-tabaksteler meegegeven. Woonde men dicht bij het pakhuis, dan ging de tabaksvracht ook wel met de kruiwagen of de hondekar. Eén van de tabakskopers in Maas en Waal was Wim Litjes

uit Afferden.

12

LEVEN IN ARMOEDE Voorbeelden uit Druten van de slechte gang van zaken omstreeks 1920: Een klein boertje had een toom van zes biggen bij een geit (voor de eerste maal gebigd). De grote varkenskoopman voor Maas en Waal was de firma Van Os uit Tiel. Deze kocht de zes biggen voor ƒ 24,-. Dit was dus voor een big van plm. 40 pond per stuk J 4,-. De eieren brachten aan de eiermijn in Nijmegen plm. ƒ 2,25 - ƒ 2,50 per 100 stuks op. Het kleinste wettige betaalmiddel was de '/> cent, het bekende halfje. Was de eierprijs j 2,50 per 100 stuks, dan gaf de uitbetaling geen problemen, want dan kreeg men voor elk ei 2/écent. Maar was de marktprijs ƒ 2,25, dan was dat 2X cent per stuk. De helft van Yi cent werd X deel of partje genoemd. Een cent was 4 partjes en een halve cent dus 2 partjes. Had de boerin een even aantal eieren, dan leverde dat geen problemen op, maar had ze een oneven aantal eieren dan moest ze een ei mee naar huis nemen. Kreeg men overigens een partje te weinig of teveel, dan werd dit met de volgende aflevering verrekend. In de zomer gingen de moeders met hun kinderen bij de grote boeren het graan opbinden. De maaiers werkten met sikkels of zichten. Bij het binden werd de prijs per 100 stuks betaald. 100 stuks heette een vim. Bij gerst, tarwe en haver was één band voldoende. Bij rogge, waar de strohalm langer was, moesten de vrouwen en kinderen twee banden leggen. Deze gebonden bossen werden garven genoemd. Gewoonlijk werden deze garven in hopen van 10 stuks opgezet. Dit hoorde bij het binden en de boer kon dan de hopen tellen, met tien vermenigvuldigen en hij had het aantal vimmen. Hopen van 10 garven werden schoven genoemd. Opgezet kon men het koren ook gemakkelijk opsteken en laden. Mensen, die bij de boeren voor het graanbinden zorgden, mochten het losliggende koren oprapen, "oogsten" noemde men dat, en het 's avonds mee naar huis nemen. Dit was soms wel een kruiwagen vol. He werd in zakken gedaan, dus niet los op de kruiwagen geladen, om


verlies tegen te gaan. Het stro was voor de geiten of de varkens. Deze aten er dan iets van op en wat er dan overbleef werd als strooisel gebruikt. Het graan werd aan de kippen, geiten of varkens gegeven of uitgewreven, het kaf weggeblazen of op een zeef buiten in de wind gezuiverd en gemalen in de koffiemolen werd dit koren dan ook voor de pap gebruikt. In de winter, en soms reeds in de herfst, ging men hout sprokkelen (hout noesten). Dit gebeurde door met de klompen het droge vermolmde hout er af te stampen. Het droge vermolmde hout stampte men af van de elzenhouten klossen die in de moerassige grond waren geplant en die om de twee of driejaar werden gekapt. Het oude hout (de eigenaar gaf gewoonlijk toestemming om dit te verzamelen) werd in zakken gedaan, het sprokkelhout op bossen (schansbossen genoemd) gebonden met griendhout of wilgenhout en per kruiwagen of op de rug naar huis gebracht. Veelal had men een open haard onder de schoorsteen en in die schoorsteen hing een ijzeren ketting, waaraan de ijzeren pot kwam te hangen om het eten te koken. Steenkolen waren voor veel mensen te duur. Vandaar dat men veel populieren, appelbomen en andere bomen ging rooien. De grond werd van de wortels verwijderd en deze wortels werden dan met de aks afgehakt. De boom werd omgehakt (natuurlijk waren dit bomen die doodgegaan waren of geen of niet veel appels meer droegen). De knar of boomstronk moest ook uit de grond worden verwijderd. Deze werden thuis fijnof kortgehakt of gezaagd. De takken werden dan gewoonlijk gesleept. Vroeger had men dus van armoede een haard, terwijl dit juist nu in deze tijd, in de jaren 80 dus, een weelde-object is. In de herfst zag men 's zondags tegen een uur of 9 (door de week hadden ze immers geen tijd, want ze werkten op de fabriek of bij de boer) mannen met kinderen lopen, gewapend met een stuk hout of met zakken bij zich. Ze hadden aan de boeren, die een boomgaard hadden, gevraagd om de appels

en peren, die na het plukken waren blijven hangen (de bomen waren zeer groot en binnenin bijna nooit gesnoeid), af te mogen slaan, vooral die binnenin hingen. Tienten noemde men dat. Tienten is afkomstig van "tiende" uit de Riddertijd. Tienden werden in navolging van de Riddertijd door boeren, die op de grond van de ridder woonden, aan de leenheer of de kerk gegeven. COLIJN De jaren 1920 - 1940 zouden we het tijdvak Colijn (Hendrik) kunnen noemen. De meeste ministeries stonden onder zijn premierschap. Colijn was de leider van de Anti Revolutionaire Partij (ARP) geworden. Hij werkte om een meerderheid te hebben (de Tweede Kamer had toen 100 leden) samen met de RKPS (Rooms-Katholieke Staatspartij) en met de Christelijk Historische Unie (CHU). Colijn werd de sterke man van Nederland genoemd. Hij werkte als officier bij het KNIL in Oost-Indië samen met generaal Van Heutz, die Atjeh op Sumatra veroverde. Hij heeft ook nog bij de oliemaatschappij KPM als directeur (als burger) in Indonesië gewerkt. Hij werd in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers geïnterneerd en overleed in 1944 in gevangenschap. DE CRISISJAREN 1929 -1940 Crisis heeft twee betekenissen. In de geneeskunde en in de economie. We bedoelen hier natuurlijk de tweede betekenis. Gewoonlijk is het een tijdvak van moeilijkheden en onrust, als de welvaart van de gehele wereld terugloopt. Crisisverschijnselen zijn: ineenstorting van de export, verval en dumpprijzen, teruggang van de produktie, hierdoor sluiting van fabrieken, werkplaatsen, werven etc. en daardoor toename van de werkloosheid. Hele generaties herinneren zich nog de noodlottige dag, waarop de crisis uitbrak: de "zwarte donderdag", 24 oktober 1929. Op de geldmarkt te New York, "Wallstreet", waar de Amerikaanse effectenbeurs staat, gingen die dag de noteringen van effecten, aandelen, de koers van de dollar en andere wisselkoer-

13


sen, met sprongen omlaag. De beurzen van de geldwereld (Londen, Parijs, Amsterdam enz.) volgden in duizelingwekkende vaart. De prijsnoteringen gaven een afgrond te zien, waarvan het einde niet in zicht was. De meeste betaalmiddelen kelderden.

die gewoonlijk goed vervolgonderwijs op de Rijksnormaalscholen, kweekscholen, gymnasium of HBS buiten Maas en Waal hadden

gevolgd,

probeerden

op

vergaderingen,

door voorlichting in kranten, in raadsverga-

Als er een crisis heerst, zoals van 1929 - 1940,

deringen (burgemeester, wethouders en raadsleden) directeuren van scheepswerven,

komt het protectionisme (economisch stelsel dat steunt op beschermende rechten) al heel

aannemers en vaklieden wakker te schudden om met hen ertoe te komen hier in Maas en

gauw om de hoek kijken om de eigen industrie te beschermen door hoge invoerrechten

Waal vervolgonderwijs door te voeren voor toekomstige vakmensen.

te heffen voor buitenlandse produkten en

In Maas en Waal was ook geen vervolgonderwijs voor andere categorieën, zoals ULO,

staatssubsidies aan eigen ondernemingen te verstrekken voor de uitvoer. De welvaart gaat achteruit, veel fabrieken kunnen de internationale concurrentie niet

meer aan en gaan failliet, weer andere relaties met zich meesleurend. De werkloosheid neemt toe, de waarde van het geld wordt internationaal minder en de devaluatie is er het gevolg van.

Onder de sterke man van Nederland, de premier H. Colijn, devalueerde de gulden in 1935. Een groot object, de Maaskanalisatie, werd in Werkverschaffing door werklozen

uitgevoerd. Krommingen in de Maas werden rechtgetrokken en de vaargeul op diepte gebracht. Dit gebeurde in Maas en Waal tus-

MULO, HBS en Gymnasium. In het oosten was men aangewezen op Nijmegen, aan de

Maaskant op Oss en in het westen op Tiel. De grootste handicap hier in Maas en Waal was en is ook nu nog de onderlinge rivaliteit

tussen de gemeenten. Klopte men bij het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen aan en verwachtten de aanvragers ruggesteun van het gehele thuisfront, dan was die steun gewoonlijk averechts. Men probeerde elkaar te dwarsbomen, bang als men was dat het een andere gemeente beter zou gaan dan bij de eigen

gemeente. Men probeerde bij elkaar onder de duiven te schieten. Men had geen enkel

sen Batenburg en cle gemeente Appeltern, tot en met Dreumel. De lonen waren toentertijd in een vijftal klassen ingedeeld. De grote steden Ie klas; Druten was ingedeeld in

vertrouwen in elkaar en als er geen vertrouwen is kan er ook geen samenwerking zijn.

de 3e klas en de Maaskant in de 4e of 5e klas. Dus de mannen uit de steden: metselaars, stukadoors, schilders, timmerlieden e.d., die

Waal te verbeteren.

nog nooit grondarbeid hadden verricht, kre-

gen een hoger loon dan de Maas en Waalse mensen, die juist in de polders en op de steen- en pannerifabrieken grondwerk

Die samenwerking was toch broodnodig om de toekomst van de bewoners van Maas en Twee gemeenten traden vóór 1940 hierin op

de voorgrond, namelijk Wamel (Beneden Leeuwen) en Druten. Niets gaf men elkaar cadeau; men gunde elkaar niets. Maar wie was hiervan de dupe? Juist, de jeugd van Maas en Waal.

gedaan hadden en dus dit werk kenden. Er kwamen nieuwe belastingen: het fietsplaatje werd geboren, in een leren foudraal-

tje om het aan de fiets te hangen of aan de fiets te monteren. Deze plaatjes werden op de PTT-kantoren tegen ƒ 3,- (per jaar) verkocht. Iemand die werkloos was kreeg, als hij of zij kon aantonen werkloos te zijn, een kosteloos plaatje. Ter onderscheid zat in een kosteloos plaatje een rond gaatje geponst. Vooruitstrevende mensen uit deze contreien

14

CENTRALE WERKPLAATS In 1935 probeerde het gemeentebestuur van Druten, gesteund door de vakmensen, de bonden, fabrieken, middenstand en zakenlieden, een centrale werkplaats te krijgen voor de jeugdige werklozen van Maas en

Waal. Door te weinig of helemaal geen steun van de andere gemeenten werd dit door Den Haag afgewezen. Men bleef hier in Druten hameren op het-


NIEUWSBRIEF NIEUWS UIT HET STREEKHISTORISCH MUSEUM

Expositie Van Mineralen en Fossielen in het Streekhistorisch Museum te Beneden-Leeuwen. Vanaf 28 juni a.s. zal in het streekmuseum, twee maanden lang, een zogenaamde wisseltentoonstelling worden ingericht met mineralen, fossielen en stenen. Exposant is de heer Wim Ellebroek uit Oss. Als onderwerp ten behoeve van de geplande activiteit voor Gelderland Cultuurland heeft het museum voor dit onderwerp gekozen. Ook na het afblazen van dit evenement handhaaft het museum de expositie omdat hiermee iets bijzonders in huis is gehaald. Wim Ellebroek is sinds 20 jaar verslingerd aan mineralen. Eigenlijk moet je zeggen de familie Ellebroek. Zonder die samenwerking zou het niet mogelijk zijn een huis en tuin vol te stouwen met letterlijk tonnen gesteenten, allemaal zelf verzameld in steengroeven in Duitsland. Een geweldige verzameling vulkaanstenen waarin fraaie kleurrijke mineralen zijn verzameld. Maar ook fossielen zoals walviswervels en haaietanden tot wel 60 miljoen jaren oud. Deze Albert Heyn onder de verzamelaars brengt zijn vakanties meestal door in de omgeving van Idar Oberstein (tussen Moezel en Rijn) in Duitsland. Dit voormalige vulkanische gebied is rijk aan mineralen en een hof van Eden voor verzamelaars als Ellebroek. In steengroeven, waar rotsformaties worden opgeblazen voor basaltwinning, worden de meest interessante vondsten gedaan. Tussen de steenmassa's bevinden zich stukken lavasteen met gasbellen (geo's) waarin door inwerking van kiezelzuur en zuurstof mineralen zijn gevormd. Gewilde mineralen zijn agaat, amethist, kwarts, calciet, pyriet en gloriet.

juli 1997

Op vakantie in het buitenland zie je vaak mensen in rivierbeddingen zoeken naar "mooie stenen". Zo ook, lang geleden, Wim Ellebroek. Met een mooie steen ging hij naar de vereniging GEO in Oss. Nadat de steen was doorgezaagd bleek dat hij een eeuwenoude amatist-geode had gevonden. Vanaf die tijd beheerst het zoeken van mineralen en fossielen zijn leven. Zowel in het eerder genoemde gebied als in het Sauerland geeft het zoeken hem een "kick" welke anderen krijgen van postzegels verzamelen of het kijken naar mooie vrouwen. Als Wim in de steengroeve aan het werk is verliest hij alle notie van tijd. Het uitkappen is gruwelijk zwaar werk maar als na een dag van ploeteren een steen met vijf of zes mineralen erin is gevonden kan zijn dag niet meer stuk. Die man komt met zijn uitzonderlijke collectie naar het streekmuseum. Niet alleen om die stenen daar neer te leggen. Neen, op een aantal dagen zal de verzamelaar ook zelf aanwezig zijn om zijn kennis van stenen en mineralen aan u te vertellen. Daarnaast zal door middel van een dia- en videopresentatie een beeld worden gegeven van het zoeken in de vrije natuur. Wim Ellebroek exposeert regelmatig met groot succes. In Oss was hij enkele jaren geleden goed voor 1500 bezoekers in twee dagen. Het streekhistorisch Museum is open op zondag en woensdag van 14.00 -17.00 uur. Andere dagen en tijden voor groepen in overleg met de beheerder Therus van Sommeren tel. 0487 - 595002/591535.

De toegangsprijs bedraagt ƒ 4,~ p.p. Kinderen ƒ 2,— en Museum Jaarkaart ƒ 1,--. Piet Luites


OPEN MONUMENTENWEEKEND

13 EN 14 SEPTEMBER 1997

De Evenementencommissie heeft de organisatie van de Nationale Monumentendag voor de Gemeenten Beuningen, Druten, Heumen, West Maas en Waal en Wijchen op zich genomen. Inmiddels is, in navolging van vele andere plaatsen, besloten, er een monumentenweekend van te maken. Centraal thema is Monumentale Schoolgebouwen. Uitgaande van bestaande en gecorrigeerde auto- en fietsroutes worden de deelnemers in de gelegenheid gesteld school- en andere monumenten te bezoeken. Ook de musea in BenedenLeeuwen en Wijchen verlenen hun medewerking. Evenals elders is onze regio niet echt zuinig geweest op de oude karakteristieke schoolgebouwen. In het rivierengebied waren dit vrijwel uitsluitend scholen voor lager onderwijs, in de meeste gevallen eigendom van kerken of religieuze orden. Door de dereligisatie en de vernieuwing van het onderwijs hebben de oude gebouwen vaak een andere bestemming gekregen, zijn afgebroken of hebben zodanige verbouwingen ondergaan dat het oorspronkelijke niet meer is terug te vinden. Uitzondering op de regel is het voormalige schoolgebouw aan de Waalbandijk nr. 37 te Boven-Leeuwen. Deze voormalige zaalschool is door toedoen van de Historische Vereniging Tweestromenland in

1974 op de Rijksmonumentenlijst geplaatst. Dankzij die visie is het gebouw nu één van de boegbeelden van Open Monumentendag 1997. Niet alleen regionaal doch ook landelijk wordt het gebouw in de schijnwerpers gezet. Gedeeltelijk authentiek is de kloosterschool in Beuningen, een oude school met onderwijzerswoning in Weurt, de Pascalischool in Wijchen,een tweetal scholen in Malden, de school aan de Kasteellaan te Overasselt alsmede het schoolhuis en school in het voormalige kloostercomplex te Nederasselt. Uitgaande van deze erfstukken en aangevuld met schoolse activiteiten in de musea zal het programma worden ingericht. Naast het themaprogramma zal zeker ook een beroep worden gedaan op andere monumenten. Historische gebouwen, te kust en te keur. Te veel om in één dag te bezichtigen. Organisaties welke "hun gebouw" willen betrekken bij de monumentendag 1997 kunnen dit kenbaar maken bij de de voorzitter van de commissie dhr. Toon Banken, tel 0487 - 593505. In de eerstvolgende uitgave van dit tijdschrift, begin september, zullen wij uitvoeriger een aantal monumenten uit het schoolthema beschrijven. Dan kunnen wij u ook informeren welke monumenten te bezoeken zijn en op welke tijden. Noteer het weekend van 13 en 14 september alvast in uw agenda. Piet Luites


Verslag Algemene Ledenvergadering Historische Vereniging Tweestromenland Datum: dinsdag 18 maart 1997. Plaats: Slot Doddendaal te Ewijk. Aanvang: 20.30 uur.

Aanwezige bestuursleden: A. Banken (aspirant-lid), W. Berris-Visschers (voorzitter a.i.), J. Daverveld (secretaris a.i.), G. Derks-Klabbers (penningmeester a.i.), H. van Elk (aspirant-lid), G. van Gelder, A. Kamerman-Wilmink (aspirant-lid). G. Rooijakkers, W. van Sommeren, C. Visser (aspirant-lid).

3. Verslag ALgemene Ledenvergadering 25 april 1996 Over dit verslag zijn geen opmerkingen en het wordt goedgekeurd en vastgesteld.

4. Jaarverslag 1996 a. In het hoofdstuk 'Bestuur' is C. Visser niet vernoemd, hoewel hij tot september 1996 deel heeft uitgemaakt van het bestuur, b. F. Verheijen zegt dat vorig jaar is afgesproken dat de Nieuwsbrief vaker zou verschijnen en dat er zou worden gewerkt aan advertenAanwezig volgens presentielijst: 53 leden. tiewerving om de kosten hiervan te dekken. Hij kan hierover niets terugvinden in het jaarAfwezig met kennisgeving: M. van der Putten verslag. (bestuur), J. van den Burg, dhr. De Goeij, P. W. Berris zegt dat de Nieuwsbrief het afgeloLeussink, dhr. Nota. pen jaar niet vaker is verschenen. Wel heeft het bestuur gesproken over een brief in het Notulist: H. de Rouw kader van de advertentiewerving. Verder merkt F. Verheijen op dat zou worden 1. Opening bekeken of het logo van de vereniging op de W. Berris opent de vergadering. omslag van het Tijdschrift kan worden afgeZij bedankt H. van Capelleveen. Deze heeft, drukt, maar hij mist dit nog steeds. voorafgaande aan de vergadering, een diaJ. van Gelder zegt in een reactie hierop dat vertoning verzorgd over Slot Doddendaal en volgens de redactie geen advertenties in het een rondleiding door het slot. Tijdschrift moeten worden geplaatst. Het oorZij overhandigt hem namens de vereniging spronkelijke doel was inderdaad extra uitgaeen attentie. ven van de Nieuwsbrief te bekostigen. Vervolgens memoreert zij het overlijden van Tot slot oppert hij dat hierover misschien toch de heer J. van Wezel en vraagt een moment overleg kan plaatsvinden tussen het bestuur stilte. en de redactie. c. F. Verheijen informeert vervolgens naar de 2. Vaststelling Agenda stand van zaken betreffende de microfiches. Er is een brief binnengekomen van de heren J. Daverveld zegt dat de microfiches van de Jansen, Van de Weem en Kleijnen. Deze gemeente Heumen al binnen zijn en dat die betreft de oprichting van een werkgroep van Wijchen binnenkort ook zullen volgen. Lokale Geschiedbeoefening en de schrijvers Andere gemeenten hebben afwijzend vragen hem tijdens deze vergadering te beschikt op een verzoek van de vereniging. behandelen als ingekomen stuk. De gemeente Nijmegen heeft gezegd fiches De brief zal als punt 7.a. aan de agenda worvan de burgerlijke stand te willen uitwisselen met de vereniging. den toegevoegd. Wanneer de zaken rond zijn zullen de fiches toegankelijk worden gemaakt voor het


publiek. d. J. van Gelder mist H. de Rouw in het stuk over de redactie van het Tijdschrift, terwijl hij zijn benoeming tot redactiesecretaris wel had vermeld. J. Daverveld zegt dat in het jaarverslag alle personen staan vernoemd in de samenstelling van de werkgroepen en commissies. J. van Gelder geeft aan dat ook vermeld had moeten worden dat W. Arts na het vertrek van P. van Bernebeek tijdelijk het redactiesecretariaat heeft waargenomen. W. Berris zegt dat deze omissies in het jaarverslag in de eerstvolgende Nieuwsbrief zullen worden rechtgezet. e. W. Arts zegt dat aan de medewerkers van de werkgroep Maas en Waalse Geslachten de heer en mevrouw Willemse moeten worden toegevoegd. Ook dit zal in de eerstvolgende Nieuwsbrief worden vermeld. f. J. Jansen merkt op dat de leden van de commissies en werkgroepen in het jaarverslag als zodanig staan genoemd, maar dat dat niet eerder kan dan nadat zij door de Algemene Ledenvergadering zijn benoemd. W. Berris antwoordt hierop dat vorig jaar is goedgekeurd dat deze benoeming integraal zou geschieden door de vaststelling van het jaarverslag.

Vervolgens wordt het jaarverslag goedgekeurd en vastgesteld. 5. Financieel jaarverslag 1996 De kascontrolecommissie heeft op 28 november 1996 bij de overdracht van het penningmeesterschap door de heer Jansen aan mevrouw Derks de financiĂŤle stukken gecontroleerd en in orde bevonden. Vervolgens heeft de commissie voor de resterende periode van 1996 op 11 maart 1997 een controle gehouden. Hierbij zijn geen onregelmatigheden geconstateerd. De kascontrolecommissie, bestaande uit de heren Van Duijghuijzen en Van Ooijen, wordt voor haar werkzaamheden bedankt. De Algemene Ledenvergadering dechargeert de penningmeester.

De heer Duijghuijzen is aftredend en in zijn plaats wordt de heer Visser benoemd tot lid van de kascontrolecommissie. De administrateur, P. Leussink, is vanavond niet aanwezig. Daarom kan nu maar een gedeelte van de vragen worden beantwoord. De rest zal door het bestuur worden meegenomen en hierop zal in een later stadium worden teruggekomen. W. Arts mist op blz. 31 bij het Documentatiecentrum de vermelding van de Beheerscommissie. Hij zou graag duidelijkheid hebben over een budget voor deze commissie. W. Berris zegt dat de Beheerscommissie niet apart is vermeld omdat deze onder het Documentatiecentrum valt. Op de vraag van de heer Arts zal worden teruggekomen na overleg met de heer Leussink. Vervolgens wordt het financiĂŤle verslag over 1996 goedgekeurd en vastgesteld. 6. Bestuursverkiezing Volgens rooster is de heer G. Rooijakkers aftredend. Hij stelt zich opnieuw verkiesbaar. De aanwezigen gaan akkoord met zijn herbenoeming. Verdere kandidaten zijn mevrouw A. Kamerman-Wilmink namens de Literatuurcommissie en de heer A. Banken namens de Evenementencommissie. De aanwezigen gaan akkoord met hun benoeming. De heer C. Visser is sinds 1981 bestuurslid geweest. In september 1996 is hij teruggetreden, maar nu is hij weer kandidaat namens de Topografisch Historische Atlas. De aanwezigen gaan eveneens akkoord met de benoeming van de heer Visser. Naast bovenstaande bestuursleden is de heer H. van Elk aspirant-lid. Hij zal de komende tijd als zodanig de bestuursvergaderingen bijwonen en wellicht stelt hij zich volgend jaar definitief kandidaat, waarna hij kan worden benoemd. W. Berris zegt tot slot dat de heer P. Luites de PR voor de vereniging zal gaan verzorgen. F. Verheijen zegt dat het bestuur officieel

moet bestaan uit 10 leden namens de werk-


groepen en secties en uit 3 leden op zgn. 'vrije' plaatsen. Het is goed daar bij de samenstelling van het bestuur rekening te houden. W. Berris antwoordt dat dit door het bestuur wordt meegenomen. Hierop aansluitend zegt J. Daverveld dat het bestuur enerzijds rekening houdt met de bepalingen van de statuten, maar daarnaast ook met mensen die binnen de vereniging actief willen zijn. W. Betris staaft dit met het volgende voorbeeld: het is belangrijker dat het Tijdschrift viermaal per jaar uitkomt dan dat een redactielid in het bestuur zit. De huidige redactieleden vinden het verschijnen van het Tijdschrift belangrijker. W. Arts merkt op dat het bestuur, na de benoemingen van vanavond, een even aantal leden heeft. Het bestuur heeft vorig jaar aan de Algemene Ledenvergadering mandaat gevraagd om met een even aantal leden te werken. Dit mandaat is toen voor ĂŠĂŠn jaar gegeven en zou nu dus moeten eindigen. W. Berris zegt dat de omstandigheden met zich meebrengen dat de huidige situatie (een even aantal bestuursleden) moet worden gecontinueerd. De Algemene Ledenvergadering gaat hiermee akkoord. 7a. Werkgroep Lokale Geschiedbeoefening Op 14 maart jl. heeft J. Jansen een brief geschreven, waarin hij aan het bestuur vraagt wat de reden is om negatief te reageren op het verzoek om een werkgroep Lokale Geschiedbeoefening op te richten en aan welke voorwaarden moet worden voldaan om tot de instelling van zo'n werkgroep te komen. Tevens heeft hij aangegeven dat de brief in de Algemene Ledenvergadering moet worden behandeld. Vandaar dat deze aan de agenda is toegevoegd. W. Berris zegt dat de gestelde vragen door het bestuur worden meegenomen en zullen worden behandeld in de AB-vergadering op 26 maart a.s. J. Jansen zegt dat hij het bestuur reeds eerder had gevraagd te besluiten een werkgroep in te stellen met alle voor zo'n werkgroep gel-

dende faciliteiten, o.a. gebruik van het Documentatiecentrum . Het bestuur heeft dit geweigerd en gezegd dat de werkgroep op de normale openingstijden in het Documentatiecentrum terecht kan. Hij is enige keren voor een gesloten deur komen te staan en wil daarom een sleutel, zodat hij altijd terecht kan wanneer hij dat nodig acht. H. v.d. Weem zegt hierop aansluitend dat hij het jammer vindt dat de vereniging zo weinig voelt voor werkgroepen die zich bezighouden met de lokale historie. Hij wil dat het bestuur hierover vanavond een besluit neemt. Zo niet dan stapt hij op als lid van de Evenementencommissie. W. Berris ontkent dat de vereniging niets voor zo'n werkgroepen zou voelen en zegt dat men duidelijk heeft aangegeven dergelijke initiatieven toe te juichen. F. Verheijen zegt dat het bestuur een verstandig beleid voert wanneer het niet iedereen op elk moment in het Documentatiecentrum toelaat. Dit is zeker geen uiting van wantrouwen tegen personen, maar meer het aanbrengen van structuur in de gang van zaken. J. Jansen stelt dat de weigering om een sleutel van het Documentatiecentrum te geven weldegelijk een kwestie van wantrouwen is. Hij wil dat de Algemene Ledenvergadering nu haar mening hierover geeft. A. Banken zegt dat nog een beleid moet worden ontwikkeld t.a.v. nieuw op te richten werkgroepen. Hij vraagt daarom begrip hiervoor en geduld totdat een duidelijk beleid is geformuleerd. J. Jansen blijft erbij dat hij het essentieel vindt dat hij een sleutel krijgt en wil dit nu aan de orde gesteld zien. W. Berris wil dit agendapunt nu afsluiten en zegt dat de zaak in de AB-vergadering op 26 maart a.s. zal worden besproken. G. Rooijakkers stelt tenslotte dat de werkgroep Overasselt al jaren uitstekend functioneert zonder gebruikmaking van het Documentatiecentrum of andere door de heer Jansen gevraagde faciliteiten. 7b. Rondvraag a. J. Jansen vraagt hoe het met een meer-


waarde van het lidmaatschap te rijmen valt wanneer bij een bezoek aan het Documentatiecentrum door een echtpaar de ene echtgenoot vrije toegang heeft en de andere moet betalen. W. Berris antwoordt dat dit aan de beoordeling van de medewerkers van het Documentatiecentrum wordt overgelaten en dat zij naar alle redelijkheid zullen handelen, b. De heer Grammen zegt dat tijdens de vorige ledenvergadering de aanpassing van de statuten en het huishoudelijk reglement uitvoerig aan de orde zijn geweest, maar dat daarover naderhand niets meer is gehoord. W. Berris antwoordt dat deze zaak inderdaad is blijven rusten omdat er andere prioriteiten waren. Maar er ligt een concept voor nieuwe statuten en dit punt zal binnenkort weer worden opgepakt. c. De heer Gremmen zegt dat in het jaarverslag geen duidelijke toelichting is gegeven op de bestuursmutaties die hebben plaatsgehad. Hij vindt de excuses, die W. Berris hiervoor aanvoert, nl. dat het nogal persoonlijke en emotionele redenen betrof, mager. Daarop licht F. Verheijen toe dat de redenen voor de bestuursmutaties spanningen binnen het bestuur waren. Wat zijn vertrek als voorzitter betreft speelden een studieopdracht en gezondheidsredenen een rol. Wat de toenmalige secretaris betreft, deze was zeer enthousiast maar de samenwerking

tussen voorzitter en secretaris verliep moeizaam. Een aantal leden had al een motie van wantrouwen tegen de secretaris voorbereid, maar deze heeft dit niet afgewacht en is uit eigen beweging opgestapt. Daarop heeft ook C. Visser als bestuurslid bedankt. Hij zat de vergadering, waarin dit allemaal gebeurde, voor en zag aankomen dat hij de kar alleen moest trekken. Hier voelde hij niets voor. F. Verheijen zegt tot slot bewondering'te hebben voor de overgebleven bestuursleden en het werk dat zij verrichten. 8. Sluiting Vervolgens bedankt W. Berris de aanwezigen voor hun inbreng, wenst iedereen wel thuis en sluit de vergadering.

PUBLICATIES

De mogelijkheid bestaat om in te tekenen op de reeds aangekondigde bibliografie van Tweestromenland. U kunt intekenen tot 1 oktober 1997 en de intekenprijs bedraagt f 59,95. Tevens kunt u intekenen op het boek dat wordt uitgegeven ter gelegenheid van het duizend-jarig bestaan van Deest. De intekenprijs van dit boek bedraagt f 42,50 en intekenen is mogelijk tot 1 augustus 1997.


Persbericht

De Vereniging heeft contact opgenomen met de redactie van "Ook dat nog". Hun advies (en ook dat van ons) is:

Wijchen, mei 1997

Eerst zien en dan pas betalen!!! Wellicht ten overvloede brengt het bestuur van de Historische Vereniging Tweestromenland het volgende onder uw aandacht. Omdat in de praktijk is gebleken dat er nogal wat onduidelijkheden zijn, maakt het bestuur bekend dat dhr. Johan Jansen, Aalsburg 17-60 te Wijchen, sinds oktober 1996 geen zitting meer heeft in het bestuur van onze Historische Vereniging Tweestromenland. Omdat betrokkene geen formeel lid meer is van het bestuur en derhalve niet meer namens de Vereniging kan handelen verzoeken wij u uw contacten met de Vereniging via het Documentatiecentrum en/of het bestuur te laten lopen.

Afhankelijk van verdere reacties en/of contacten zal de redactie hier mogelijk na het zomerreces opnieuw aandacht aan besteden. Heeft u soortgelijke ervaringen dan vragen wij u om ons dit schriftelijk te laten weten. Schrijf in het kort uw bestelling en betaling. De Vereniging bundelt de reacties en draagt er zorg voor dat deze op de redactie van "Ook dat nog" worden bezorgd. Maar vooral:

Betaal niets alvorens uw bestelling gezien te hebben.

Wij vertrouwen erop hiermee alle belanghebbenden voldoende te hebben geïnformeerd. Persbericht Voor eventuele nadere informatie kunt u contact opnemen met mevr. W.M. Berris-Visschers, tel.

Sinds 1 maart 1997 zijn de archieven en de collecties van het Rijksarchief in Gelderland ook op zaterdag de gehele dag te raadplegen. Tussen Met vriendelijke groeten, 09.00 en 17.00 uur kunnen bezoekers hiervoor terecht in het rijksarchiefgebouw aan de Markt 1 W.M. Berris-Visschers, J.P.H. Daverveld, te Arnhem (tussen het Paleis van Justitie en het voorzitter a.i. Huis der Provincie). U kunt dan zowel de genesecretaris a.i. alogische als niet-genealogische archiefbestanden - zoals gebruikelijk - gratis inzien. MedewerWAARSCHUWING kers van het Rijksarchief zullen u op die dag ook met raad en daad bij uw onderzoek bijstaan. Het zal in maand april j.l. geweest zijn, dat het Deze ruimere zaterdagopenstelling houdt echter KRO-programma "Ook dat nog" aandacht heeft wel in dat het Rijksarchief niet meer geopend is besteed aan Regio Boek Uitgevers te Neerijnen. op de maandag, terwijl de zaterdagdienst ook Het blijkt dat deze uitgeverij niet of nog niet in niet in de zomermaanden (juli en augustus) geldt. staat is om waar te maken hetgeen men belooft. De medewerkers menen echter dat de verruimde Meerdere mensen, die geïnteresseerd waren in zaterdagopenstelling vooral mogelijkheden biedt één van de aangekondigde boeken, blijken voor mensen die door de week nauwelijks of betaald te hebben. Doch het bestelde is niet geen tijd vinden om het Rijksarchief te bezoeken. afgeleverd. Het Rijksarchief in Gelderland beheert de overInmiddels zullen velen onder u een uitgebreide gedragen archieven van de Provincie Gelderfolder met bestelbiljet ontvangen hebben van land, de Rijksinstellingen in de provincie en J.H. Elfring uit Mirande (Frankrijk). Dit blijkt archieven van particulieren (zoals verenigingen, dezelfde persoon, personen en/of uitgeverij te stichtingen, bedrijven en families). Een groot zijn. deel van de burgerlijke stand is op microfiche te 024-6417461.


raadplegen. Het Rijksarchief bevindt zich op ruim een kwartier lopen van het station. U kunt ook vanaf het station buslijn 7 (halte Stadhuis) nemen. Mocht u met eigen vervoer komen, dan verzoeken wij u gebruik te maken van de (betaalde) parkeermogelijkheden op het marktplein of langs de Rijn (achter het Huis der Provincie). Het terrein van het Rijksarchief biedt geen parkeermogelijkheid meer. Voor nadere inlichtingen kunt u contact opnemen met Peter Wouters (hoofd Studiezalen) of Pieter van Wissing (hoofd Externe Dienstverlening), tel. 026 - 4420148; fax 026 -4459792.

GENEALOGISCH NIEUWS

De werkgroep Maas en Waalse Geslachten heeft onlangs de microfiches van de Burgerlijke Stand, vanaf 1811-1893 (1912) van de voormalige gemeenten Balgoy, Batenburg, Bergharen, Heumen, Niftrik, Overasselt en Wijchen in bruikleen ontvangen. Hierbij behoren de dorpen Hernen, Leur, Malden en Nederasselt.

bezoekers gesloten. Vanaf woensdag 3 september is het documentatiecentrum weer open. Echter op zondag 31 augustus zal de werkgroep met een informatiestand over genealogie aanwezig zijn op de Toeristische Markt in Deest.

OPROEP

Bij een verhuizing of na iemands overlijden zijn er vaak spullen waar u of de nabestaanden geen interesse meer voor hebben. "Gooi maar weg", is het dan. "Zonde om weg te gooien" zeggen de bestuurs- en werkgroepleden van de Historische Vereniging Tweestromenland. Er zitten meestal nog dingen bij die zij graag willen bewaren, bijvoorbeeld: Trouwkaarten, geboortekaartjes, trouwfoto's, pasfoto's, klassenfoto's, rouwkaarten, bidprentjes, krantenknipsels, herdenkingsboeken, foto's van jubilea, prentbriefkaarten en straatfoto's. Dringend verzoek: Bel het documentatiecentrum van de Historische vereniging (tel. 024 6413012) en wij komen het halen. Bij voorbaat onze hartelijke dank.

Deze microfiches liggen ter inzage gedurende de gebruikelijke openingsuren van ons documentatiecentrum. De werkgroep is verheugd dat twee gemeenten in ons werkgebied deze fiches beschikbaar hebben gesteld. De werkgroep hoopt dat de andere gemeenten eveneens hun microfiches ter beschikking zullen stellen. De werkgroep neemt in de maanden juli en augustus een kleine rustperiode. Gedurende deze periode is het documentatiecentrum voor

Uiterste datum voor het inleveren van kopij voor Tijdschrift nr. 93 en bijbehorende Nieuwsbrief is 1 augustus 1997


EVENEMENTENCOMMISSIE

Najaarsexcursie naar OOTMARSUM in Twente zaterdag 11 oktober a.s. Ootmarsum is een heel oud stadje met een rijke historie. Daarvan getuigen tot op heden de vele fraaie gebouwen, gevels en monumenten. Rond 1300 kreeg Ootmarsum stadsrechten. De hoofdvorm van het stadje met de grachten rondom, is gaaf bewaard gebleven. Midden in het stadje liggen de Markt en Kerkplein. De R.K. Kerk dateert uit 1220 en deze herbergt een grafkelder en fraaie kunstschatten. Hier rondomheen ligt een wirwar van gezellige straten, steegjes en pleintjes, geplaveid met veldkeien, kunstig bestraat en voorzien van molgoten zoals weleer. Een wandeling door Ootmarsum is een ontdekkingstocht. Steeds nieuwe ontdekkingen op de route: hier een rijtje mooie vakwerkhuizen, een fraaie stadspomp en daar een glorieus koopmanshuis of een rustieke boerenschuur. Het leuke is dat Ootmarsum echt geen openluchtmuseum is, maar een springlevend en oergezellig stadje waar het goed toeven is.

Folklore en traditie zijn hier niet kunstmatig in ere gehouden vanwege het toerisme. Verschillende gebruiken leven van oudsher sterk bij de bevolking en zijn gewoon een deel van de levensstijl en waard om in ere te blijven. Zo maakt jaarlijks op oudejaarsnacht de Nachtwacht z'n ronde, vindt er met Pasen een rondgang met religieuze achtergrond plaats, het zogenaamde Vlรถggel'n. In de Kersttijd zijn er de melancholieke klanken van de midwinterhoorn te beluisteren. Kortom: een stadje dat het waard is om met een bezoek te eren. Programma van deze dagtocht: De bus voert ons vanuit het Land van Maas en Waal richting Apeldoorn. Omstreeks 9.00 uur zijn we dan in wegrestaurant ~de Somp-, waar de koffie en het gebak op ons wachten. Daarna rijden we door een mooie streek naar Ootmarsum, waar we om goed 11.00 uur aankomen. Allereerst bezoeken we de R.K.Kerk met de vele en rijke kunstschatten. Om 12.30 uur worden we verwacht in cafe-restaurant 't Plaske, Kerkplein 24. Een echte uitgebreide Twentse koffietafel staat daar voor ons gereed. Om 13.30 uur starten we onder leiding van ervaren gidsen voor een wandeling door het stadje.

Antwoordstrook Naam:.

. . . . . . . . . . . . . . .................... .............. .. ................................. ................ . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Straat en huisnummer: Postkode en woonplaats: Telefoonnummer: Neemt deel aan de najaarsexcursie naar Ootmarsum. Aantal personen: Gewenste opstapplaats:

Deze strook uiterlijk 20 september a.s. inzenden aan: Evenementencommissie Tweestromenland Postbus 343, 6600 AH Wijchen.

9


De gidsen leveren ons uiteindelijk af bij de ingang van het openluchtmuseum "Los Hoes". In dit voor Twente unieke museum wordt getracht, een zo volledig mogelijk beeld te geven van de wijze

waarop werd geleefd en gewerkt op de Twentse boerderij. Als we dan ongeveer alles gezien hebben, gaan we om ongeveer 16.00 uur weer op huis aan. Maar onderweg zullen we zeker nog een stop maken om een drankje te drinken en om gezellig na te praten. Kosten: ƒ 69,— per persoon voor leden en gezinsleden; ƒ 76,- per persoon voor niet-leden.

Aanmelden: uitsluitend schriftelijk via onderstaande antwoordstrook tot 20 september a.s.

Betaling: De kosten voor deelname dienen uiterlijk 25 september a.s. overgemaakt te zijn op postgiro 2622012 ten name van de penningmeester Tweestromenland, Postbus 343, 6600 AH Wijchen.

10


MEERWAARDE LIDMAATSCHAP

In het kader van de meerwaarde van het lidmaatschap van de vereniging heeft het bestuur het volgende besloten: Leden van de vereniging hebben op vertoon van hun lidmaatschapskaart gratis toegang tot het Documentatiecentrum * Leden van de vereniging krijgen op vertoon van hun lidmaatschapskaart korting bij excursies en evenementen * Leden van de vereniging hebben op vertoon van hun lidmaatschapskaart voor de helft van normale prijs toegang tot het Streekhistorisch Museum Tweestromenland te Beneden Leeuwen * Leden van de vereniging krijgen op vertoon van hun lidmaatschapskaart korting op diverse publicaties

* Een individueel bezoek kost ƒ 2,50 per keer; voor ƒ 25,-- kan men een jaarkaart kopen * Studenten betalen bij een individueel bezoek ƒ 1,— per keer * Leden van de vereniging hebben gratis toegang op vertoon van hun lidmaatschapskaart.

*

LEDENWERVING

Weet u bij verjaardagen, jubilea of speciale gelegenheden niet wat u moet geven??? Wat dacht u van een lidmaatschap van de historische vereniging tweestromenland???

Bij tijdige aanvraag en betaling verzorgen wij Met ingang van 1 januari 1997 gelden voor de voor u een oorkonde op naam zonder extra entree voor het Documentatiecentrum de vol- kosten. gende tarieven:

Geschenklidmaatschap Nieuw lid: Naam/voorletters: Straat/huisnummer:

Postcode/woonplaats: Ondergetekende heeft de contributie van ƒ 35,- overgemaakt op giro 262220012 t.n.v. de penningmeester Tweestromenland te Wijchen en verzoekt om toezending van de oorkonde op naam.

Naam/voorletters: Straat/huisnummer:

Postcode/woonplaats: Datum:

Handtekening:

11


zelfde onderwerp en in 1937 was het hek van de dam. Den Haag besliste en men kreeg van het ministerie zijn fiat. Eerst had men nog stille hoop gehad dat er een ambachtsschool zou komen, maar dit werd door Den Haag op de lange baan geschoven. In 1937 werden de tabakshallen van de firma Frederiks aan de Molenstraat aangekocht. Hier is nu de oude Trio gevestigd. De eerste algemene leider van deze onderwijsinstelling werd de aannemer-architect Jacobus van den Broek uit Deest De jeugd uit onze streek, met die uit de Betuwe (ze kwamen en gingen met de Gemeentepont) kon hier een vak leren en kreeg ook nog een kleine vergoeding (zakgeld). Deze instelling liep behoorlijk en bleek later de voorloper te zijn van de gemeentelijke ambachtsschool. De oorlog dreigde voor ons land. Onze burgervader, de heer J.A.C. Bruineman, die met het gemeentebestuur en enkele notabelen uit de regio ijverde voor een ambachtsschool in onze gemeente, kreeg in het begin van de jaren veertig houvast op het departement van Onderwijs. De Duitsers hadden in de meidagen van 1940 Nederland, ondanks fantastische tegenstand (denk aan de Grebbeberg en de bruggen bij Rotterdam), door een verpletterende meerderheid (vliegtuigen, tanks en manschappen) onder de voet gelopen en we kwamen onder het juk van de Duitsers. Bruineman was, behalve burgemeester van Druten, lid van de Eerste Kamer (senator), hoofd van de distributiedienst Maas en Waal, hoofd van het wegcomité van de Van Heemstraweg (genoemd naar baron Van Heemstra, commissaris van de koningin in Gelderland). Jarenlang had Bruineman in het Dagelijks Bestuur van de Nederlandse Archipel (Nederlands Oost Indië) gezeten. Hij was lector in de Indische en Chinese talen aan de Universiteit van Utrecht.

Voornoemde Van Heemstraweg werd aangelegd voor de ontsluiting van Maas en Waal. In 1935 was deze weg klaar tot hetjavaplein. De burgemeester kende als senator veel mensen in Den Haag, vooral van het Departement van OK en W. Deze departementen

of ministeries werden van 1940 tot 1945 onder drukvan de NSB, geruggesteund door de Duitsers, Rijksbureau's genoemd. Toen puntje bij paaltje kwam kreeg onze senator steun van het Rijksbureau voor het Nijverheidsonderwijs in Nederland. Inspecteur ir. Hesselfeld werkte samen met het nieuwe schoolbestuur te Druten (het college van B & W en de gemeentesecretaris). Drie pluspunten gaven Druten een groot voordeel: - De Centrale Werkplaats had, met zijn gebouwen, lokalen, machines, werkbanken, gereedschappen en een kleine voorraad hout en ijzer, al een groot bestaansrecht. De Rijksgebouwendienst uit Den Haag keurde de gebouwen aan de Molenstraat te Druten voorlopig goed. - Er was 's winters in het Patronaat reeds van vroeger een tekenschool gevestigd, die straks wel bij de avondtekenschool van de nieuwe school kon komen. De Centrale W'erkplaats zou, zoals werd aangekondigd, eind februari 1943 worden opgeheven. - Eén van de voornaamste punten was ook de centrale ligging van Druten.

AMBACHTSSCHOOL De gebouwen waren, voor zover de oorlogsomstandigheden het toelieten, behoorlijk onderhouden. In het grote gebouw waren de praktijklokalen, als men door de poort kwam, rechts. Gelijkvloers een groot lokaal voor de smeden-bankwerkers. In het midden stond het smidsvuur met een geweldige kachel, die met cokes werd gestookt. Vanuit dit lokaal gaf een brede trap met een groot luik toegang tot een groot lokaal op de eerste verdieping (het timmerlokaal) en een kleiner lokaal. Hier zouden we kunnen spreken van een tekenlokaal voor beide klassen. Hier waren ook twee kachels. De ene kachel in het tekenlokaal was wel iets kleiner. Als men door de poort kwam was er aan de linkerkant een kleiner gebouw. Hierin was aan de zuidkant het kantoor met de administratie gevestigd. In het voorste gedeelte met cementen vloer stond een pomp met gemetselde water- en spoelbakken. Een kolenka-

15


(hel voltooide het geheel. Dit lokaal werd in 1943 ingericht voor de AVO-vakken (Algemeen Vormend Onderwijs). Naast deze gebouwen lagen nog aan de uiterste linkerkant (wee grute houten barakken, die als magazijn werden gebruikt voor de opslag van hout en ijzer. Het schilderwerk in deze gebouwen werd vcivorgd door Hein Domensino, die achter de kerk aan de Kattenburg woonde (naast garage Van Woezik). De heer Frickel uit Nijmegen, kunst- en siersmid, had hier op de Centrale Werkplaats les

gegeven. Het touwtrekken tussen de gemeenten om de amhachtsschool was dus voorgoed van de haan. De gemeente Druten kreeg de voorkeur om op l april 1943 (de overgang op de lagere school, het verlaten van deze scholen en hef toelaten in de eerste klassen) de leerlingen van de nieuwe ambachtsschool te ontvangen en met de nieuwe school te beginnen. In de maand december 1942 kreeg het onderwijzend personeel van de Centrale Werkplaats een brief, waarin het met dank voor bewe/en diensten eervol werd ontslagen. Dit personeel bestond toen uit: algemeen leider de heer Drijvers, de heren Gradussen en Palmen (timmeren), de heer Frickel (kunstsmid), de heer Vissers (montage en smeden), de heer Van der Zandt (1VIOondciwijs) en de heer Marcus (administrateur). De heren Gradussen en Van der Zandt kregen ieder nog een aparte tweede brief om op een middag in de eerste week van januari 1943 in de burgemeesterskamer van het gemeentehuis te komen in verband met hun sollicitatie voor resp. leraar timmeren en AVO. Tijdens deze vergadering, waarbij aantve/ig waren de burgemeester als voorzitter en de gemeentesecretaris, de heer Driessen, leerden we de eerste directeur, de heer Kanters uit Den Bosch, kennen. De heren Gradnssen en Van der Zandt werden met ingang van l april 1943 tijdelijk aangesteld, terwijl de heei Kanters voor vast werd benoemd. Bij de/e bespreking was ook een schrijver (klerk) van het gemeentehuis aanwezig.

16

Deze moest alles noteren en aan de gemeentesecretaris ter hand stellen. Bij deze bespreking, waarbij de burgemeester praktisch alleen het woord voerde, kre-

gen we onze opdrachten, welke allen vóór l april klaar moesten zijn. Tijdens dit gesprek kwam inspecteur ir. Hes-

senfeld binnen, die zich bij de heer Bruinema verontschuldigde over zijn te laat komen vanwege de slechte verbinding met Den

Haag. De heren Kanters en Gradussen moesten ervoor zorgen dat voor het timmeren en smeden en bankwerken voor de eerste twee klassen in de praktijklokalen en het tekenlokaal alles op l april 1943 in orde was. De heer Van der Zandt moest zorgen voor de AVO-boeken en verder kijken wat er tekort was aan tekenvellen, krijt, bordenwissers, borddoeken, pennen, penhouders, maatlat-

ten, potloden, schriften en wat verder nog nodig was. Verder kreeg de heer Van

der

Zandt

opdracht om de ouders van de laatste leerlingen van de Centrale Werkplaats te bezoeken en te proberen hen zover te krijgen dat ze hun zonen naar de nieuwe school zouden sturen. Ook de ouders over de Waal uit Ochten, Dodewaard, Hien en Hemmen moesten door de heer Van der Zandt worden gepolst.

Gradussen en Van der Zandt hadden met de leerlingen van de Centrale Werkplaats tijdens de lessen reeds veel gesproken over het

opgeven als nieuwe leerling aan de nieuwe ambachtsschool. Voor de ouders van de knapen, die op l april van de school kwamen, de schoolverlaters van de lagere school, kreeg

Van der Zandt de opdracht hun adressen te noteren. Dan kregen de ouders van het bestuur van de gemeentelijke ambachtsschool een uitnodiging om ongeveer midden maart 1943 een vergadering in een lokaal in Druten bij te wonen. Hier konden de leerlingen zich dan opgeven. Tevens werd in dat schrijven vermeld hoe laat de nieuwe school op l april zou beginnen. Daar er maar twee klassen kwamen werd de heer Van der Zandt, behalve voor het geven van AVO-lessen op twee dagen, ook nog aangezocht voor de administratie en het con-


ciergeschap. De maand februari werd nog uitbetaald, maar in maart moesten Gradussen en Van der Zandt hun tijd gratis geven. Beide heren hadden hier niets op tegen, blij als ze waren aan de slag te kunnen aan de nieuwe school. Het praten met de ouders en de oud-leerlingen van de Centrale Werkplaats had een geweldige uitslag. We hadden veel verwacht, maar dit niet. Het was voor de volle 100%. Praktisch allen wilden naar de ambachtsschool, want daar konden ze een diploma halen en op de Centrale Werkplaats niet. Wilde men later verder leren, en dat wilden de meesten, dan had men een diploma ambachtsschool nodig. De meeste leerlingen waren al ouder dan de eerstejaars leerlingen van de ambachtsschool, maar zij kwamen zich spontaan melden in de maand maart. Het was een driejarige cursus, dus voor oudere leerlingen een hele opgave. Maar, en dat was zo kenmerkend voor deze sympathieke groep, geen enkele leerling van de oude Centrale Werkplaats bleef achter De heer Van der Zandt bezocht niet alleen de ouders van de oud-leerlingen, maar ook diegenen die de lagere school verlieten. Dit werd bij de meeste ouders in Druten en omgeving goed ontvangen. Maar aan de Maaskant, Maas en Waal West en Maas en Waal Oost was het vechten tegen de bierkaai. In deze streken van Maas en Waal waren reeds veel leerlingen die in Tiel en Nijmegen naar school gingen. Hier was het reeds een ingeburgerde gewoonte geworden. Gewoonlijk was het de familie, of waren het vriendjes, die de oudere jongens meetroonden. De afstand naar Druten was soms groter dan die naar Tiel of Nijmegen. Bovendien was de toestand van de wegen slecht door het weinige onderhoud in de oorlogsjaren. Bovendien waren de banden van de fietsen van de jeugd niet te best. Aan fietsen en banden was in oorlogstijd niet te komen. Volgens de distributiediensten gingen bij verdeling daarvan grote mensen, die op de fabrieken of bij de werkverschaffing werkten, voor. Bovendien had Maas en Waal een grote afkeer van Druten. Druten had zich altijd

verheven gevoeld boven de andere dorpen in Maas en Waal. "De kwartjesheren", zoals de inwoners van Druten werden genoemd, voelden zich het "Haagje" van Maas en Waal. Dat hadden de mensen van Druten aan zichzelf te danken. Resultaat: de oud-leerlingen van de Centrale Werkplaats kwamen allemaal naar de vergadering van ouders en nieuwe leerlingen. Er werden zoveel leerlingen aangemeld en genoteerd, dat we met twee grote klassen konden beginnen. Het College van Burgemeester en Wethouders van Druten was het eerste bestuur van de Gemeentelijke Ambachtsschool. De samenstelling van dit college was op l april 1943: BurgemeesterJ.A.M. Bruineman, voorzitter Eerste wethouder, J.H. Bruens Tweede wethouder, K.H. Hoeben Secretaris, JJ.G. Driessen. Om het schoolbestuur te assisteren werd een commissie van toezicht opgericht. De samenstelling hiervan was: J.Th. Jansen, directeur scheepswerf, Druten H. v.d. Werff, scheepswerf, Deest Th. Baars, aannemer, Druten J.W. AriĂŤns, meubelfabrikant, Deest H. Knijpers, schilder, Druten, Voorzitter was J.A.M. Bruineman, Druten. Per l september 1941 was de gemeenteraad in opdracht van de Duitsers opgeheven. Dus had het college van B en W met de gemeentesecretaris alleen de volledige bevoegdheid over de nieuwe ambachtsschool. Het uiterlijk vertoon voor de officiĂŤle opening op l april was zeer eenvoudig. We leefden nog midden in de Tweede Wereldoorlog. Alle ouders van de toegelaten leerlingen waren, natuurlijk met hun zoons, aanwezig. Ook present waren het schoolbestuur, de commissie van toezicht, de inspecteur van het nijverheidsonderwijs de heer ir. Hessenfeld, en vele genodigden uit Druten en omgeving.

Burgemeester Bruineman opende de bijeenkomst met een speciaal welkomstwoord voor de inspecteur van het nijverheidsonderwijs.

17


Verder heette hij de ouders, de toekomstige

leerlingen en de genodigden welkom. Hij hoopte op een vruchtbare samenwerking met de commissie van toezicht, en met de directeur van de school en zijn leraren. Voor de commissie van toezicht voerde J. Janssen uit Druten het woord. Ir. Hessenfeld memoreerde aan de prettige

samenwerking met het schoolbestuur en de directeur met zijn staf. Burgemeester Bruiiieman kreeg een pluim op zijn hoed voor de prettige samenwerking en zijn grote deskundigheid. Na een gezellige vergadering werd cloor de

directeur, de heer Kanters, meegedeeld dat alle leerlingen de volgende dag, 2 april, om half'negen present moesten zijn.

Aan de dagschool kwam ook een avondtekenschool, die geopend zou worden in

oktober 1943. Aan de leerlingen zou godsdienstles worden gegeven door kapelaan Van Rooy en ds. Panhuijse. Eerst werden deze lessen gratis gegeven. Later kreeg men voor het geven van godsdienstlessen ook lesgeld, net als de andere leerkrachten.

Op school liep in 1943 alles fantastisch goed wat de mentaliteit en de samenwerking tussen de leerlingen en de leerkrachten betreft.

Alleen was het dikwijls een puzzel hoe aan ijzer en hout te komen. De toewijzingen voor plaatijzer, draadijzer enz. moesten van het

ministerie (Rijksbureau) komen. Men sprak van nonferro-metaal.

Met twee firma's uit Nijmegen en één uit Tiel deden we hier goede zaken. Dit waren de firma Jonkers uit Tiel en Van Campen uit Nijmegen. Zaten we op school wat aan de krappe kant wat ijzer betreft, dan was gewoonlijk een telefoontje naar de Deester scheepswerf, directeur de heer V.d. Werff, voldoende. Bernard Klarenbeek ging dan met zijn paardentractie op stap en op de werf in Deest werden dan één of twee wagens met oud ijzer volgestouwd en ging het richting ambachtsschool in Druten. In oktober 1943 kwam een administrateurconciërge in dienst voor hele dagen, de heer Guus Marcus.

Toelichting van de redactie Dan volgt een uitgebreid verhaal over de oorlogshandelingen vanaf 1943/1944 dat we, verkort weergeven, omdat daarover al zo vaak uitvoerig is gepubliceerd. Het jaar 1943 verliep rustig. Van de bezetting weinig last. Wel wat problemen met de fietsen en fietsbanden, omdat er door de distributiediens/ niets aan de scholieren werd toegewezen. Het werkvolk had voorrang. Een aantal handige Maas en Waters lukte het uit oude autobanden een fietsband te maken zonder' binnenband. Ken harde band zonder lucht, maar men kon er zich toch heel aardig mee behelpen. Door de rneesle leerlingen kon de ambachtsschool tot hal]september 1944 worden bezocht. Toen naderde de bevrijding door de geallieerden en de laatste Duitse vernielingstroepen, verlieten op dinsdag 19 september-met gevorderde, paarden en wagens, beladen met de nog achtergebleven munitie, het land van Maas en Waal, vloekend en dreigend naar de nieuwsgierige inwo-ners, die met veel leedvermaak langs de weg stonden en de nationale vlag al klaar hadden liggen om uil te steken. De voor de geallieerden slecht afgelopen slag om Arnhem hield de Be.tuwe in handen van de Duitsers. Van daaruit kwamen zij van tijd lot tijd de Waal over voor brandstichtingen, vernielingen en om onschuldige mensen mee te nemen, die later werden gefusilleerd. De Druten.se en Wamelse kerken moesten het eveneens ontgelden door granaatvuur. Schoolbezoek was te gevaarlijk. Pas in april 1945 kwam er meer rust en op 5 mei volgde het einde van de oorlog in ons land en gaven de Duitsers zich over. Jules vervolgt hierover: Leraar Van der Zandt werd in het begin van de zomer van 1945 met een aantal leerlingen

aangewezen om de tanks en andere voertuigen te gaan demonteren. De onderdelen,

zoals rupsbanden, motoren en alles wat ze te pakken konden krijgen, werden naar de ambachtsschool gebracht. Daar Van der Zandt het werk niet alleen af kon werd F. van der Bracht, een HTS-er, meegestuurd. De heer Van der Bracht was in

18


pension bij ds. Panhuijse op de Hervormde pastorie.

Van de onderdelen van de tanks en ander Engels oorlogsmateriaal werd een rupsvoertuig gemaakt.

Vóór onze school was een terrein met veel gaten en kuilen, ontstaan toen men de windmolen van de familie Sengers afbrak. In deze kuilenformatie, maar ook in egaal terrein, voldeed ons rupsvoertuig bijzonder goed. Tientallen mensen kwamen naar het spektakel kijken als de rups aan het oefenen was. Verschillende mensen toonden niet alleen hun belangstelling, maar informeerden zelfs naar de prijs. De heer B. Toonen Dekkers uit Bergharen kocht de trekker. In 1945 hadden enkele leerlingen een niet ontplofte V-2 van de overkant gehaald. Deze was op de tweede krib gevallen. In juni en later hebben we duizenden meters telefoondraad en kabel opgehaald, die door de Engelsen en Canadezen waren achtergelaten. Na 1945 werd de school meer en rneer te klein door het toenemende aantal leerlingen. In een barak bij de Protestantse school en in de lagere school aan de Hooistraat hadden we dependances voor de AVO-vakken (gewoonlijk theorie).

Eind 1948 kregen we toestemming om in de nieuwe Margrietstraat een nieuwe ambachtsschool te bouwen. Het werd een semibouw. In 1950 werd deze school door burgemeester J. de Vries geopend. En nu staat er een aan de Van Heemstraweg, een modern gebouw met bijna 600 leerlingen. Als we ons afvragen wat er zoal gebevird is in

de jaren van 1943 tot 1983, dan moeten we erkennen dat, met Gods hulp, de energie van de besturen, de leidingen, de heren leraren, het personeel, de leerlingen van de school enz., iets tot stand is gebracht waarop iedereen, die eraan heeft meegewerkt, trots mag zijn. Onder leiding van de onderstaande heren

directeuren is één en ander gerealiseerd. Vanaf 1943 tot heden zijn dit: De heer De Kanten l april 1943-1 april 1947 De heer v.d. Bijl: l april 1947 - l september 1950 De heer Tornassen: l september 1950-

1 november 1954 De heer Tacke: l januari 1955 - l augustus 1957 De heer Hoenderop: l december 1957 -

NIEUWE SCHOORSTEEN VOOR DE TUUT

Mijlpaal voor monument Vrijdag 16 mei jongstleden was een dag waar wij, de leden van monumentenstichting Baet en Borgh, al lange tijd naartoe hadden geleefd. Het contract werd getekend met aannemer Brink, die de schoorsteen van stoomgemaal De Tuut in Appeltern opnieuw gaat bouwen. Voor ons was 1996, het jaar van het indus- en bedrijven. Iedereen die begaan is met het trieel erfgoed, bij uitstek de aanleiding om behoud van monumenten in het Land van ons sterk te maken voor de herbouw van de

schoorsteen, waarmee nu een start is gemaakt. Dat onze plannen gerealiseerd gaan worden is niet alleen te danken aan de financiële bijdragen van rijk, provincie en gemeente, maar zeker ook aan de steun van talrijke donateurs, particuliere organisaties

Maas en Waal zal verheugd zijn over deze stap vooruit.

In Nederland zijn nog maar weinig bouwers te vinden die een specialistisch karwei als het bouwen van een monumentale schoorsteen

kunnen klaren. Na uitvoerig overleg hebben

19


wij nu dus het contract getekend met aannemer Brink uit Arnhem. Deze zal de schoorsteen herbouwen tot een hoogte van 35 meier. Hiervoor zijn ongeveer 00.000 stenen nodig, die worden geleverd door een steenoven uit zuid-Duitsland, tiet zijn taps toelopende, ietwat ronde, rode stenen, die de

gemaal dienst hebben gedaan. Daarvan stonden er 8 in het Land van Maas en Waal. Het gemaal De Tuut is het enige overgebleven

stoomgemaal in Gelderland, en met zijn type machines bovendien het enige van zijn soort dat in Nederland als rivierpoldergemaal bestaat.

Haait-, strakronde vorm aan de schoorsteen

/uilen geven. Ingenieursbureau Ilaskoning uit Nijmegen heelt bij wij/e van sponsoring onderzocht hoe de 10 (lonten palen van de bestaande

fundering eraan loc waren. Deze bleken nog in een uitstekende staat te verkeren. De palen van S meter lengte hebben gemiddeld l meter onder water gestaan. Tussen de hou-

Gelukkig zijn er nog vele windmolens bewaard gebleven, van vele typen windmolenbouw, die nog bij tientallen in de provincie zijn te bezichtigen. Na het windtijdperk, waarin de molens via windkracht werden aangedreven, kwam in de negentiende eeuw

de stoommachine tot ontwikkeling, die weldra werd ingezet om gemalen aan te drijven,

maar die ook andere industriële toepassingen kende. Vele honderden fabrieken draaiden rond de eeuwwisseling op stoom. Helaas voel aanwe/ig. I l a s k o n i n g heeft ook het ont- zijn deze fabrieksstoommachines allemaal ten palen en het begin van de schoolsteen is namelijk nog een ."> meter lange betonnen

werp van de nieuwe schoorsteen gemaakt: de b u i t e n k a n t overeenkomstig liet oorspronkel i j k ontwerp en de binnenkant aangepast aan de huidige omstandigheden. Zo zal er een /ogeheieii (iorten stalen binnenmantel in \\orden geplaatst om te voorkomen dat de b u i t e n m a n t e l dooi condens wordt aangetast, l!; i is namelijk de bedoeling dat de schooilecn weer vier weekends per jaar gaat roken •.om hei publiek. Mei de bouw van de schoorsteen is ook de uu '.ylijkheid aanwc/ig om de ketels te gaan

siokcn mei kolen en de stoommachines te l a t e n draaien. De machines en de ketels zijn enige tijd geleden nog goedgekeurd door liet Sloomwczcn. Alleen de leidingen zijn na 'SO jaar aan vervanging toe. Maar als de bouwk u n d i g e werk/aaml'eden en de leidingbouw • :; u.ial / i j n voltooid, kunnen de vrijwilliX' ' \ aan de slag om het geheel in te regelen i n de nog lallo/e kleine zaken te realiseren, /ij / u i l e n ook degenen zijn die straks de insiallatie /uilen stoken en laten draaien.

KKN MONUMENT OM ZUINIG OP TE ZIJN \ \ a a i o m is sioomgcmaal De Tuut zo uniek? li / i j n in de p i o \ i n t ie Gelderland circa 34 sloomgeinalen geweest die als rivierpolder-

20

verdwenen, op een enkele na. Zo is in Gelderland de stoomhoutzagerij in Groenlo nog als museum aanwezig en periodiek in gebruik. Daarnaast maakte bijvoorbeeld ook de scheepvaart in vroeger tijden op grote schaal van stoomkracht gebruik. Met uitzondering van de stoomzuivelfabriek in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem is de stoomopwekking bij gemalen en bij andere toepassingen na de Tweede Wereldoorlog geheel verloren gegaan. De ontwikkeling van diesel- en elektromotoren in industrie en polderbemaling heeft het stoomtijdperk vrij snel doen vergeten. De stoomketels waren erg arbeidsintensief, terwijl andere vormen van machineaandrijving goedkoper werden, en bovendien minder vervuilend, zowel voor mens als milieu. In het Land van Maas en Waal functioneren tegenwoordig 2 poldergemalen (een dieselen een elektrisch gemaal). Zij hebben de taak overgenomen van de 8 gemalen van vroeger. In het kader van het behoud van het industrieel erfgoed van rond de eeuwwisseling is stoomgemaal De Tuut met zijn nog volledige machine-installatie een uniek complex.


De Tuut krijgt een nieuwe schoorsteen. V.l.n.r.: aannemer Brink, M. Thijssen (bestuurslid Baet en Borgh) en J. Reijnen (voorzitter Baet en Borgh).

Wie staat er vandaag de dag nog bij stil hoe elektriciteit ontstaat? We drukken op een knopje en de lamp brandt. Maar we hoeven niet ver terug in de tijd om te zien dat het toen niet zo gemakkelijk ging, dat er met kolen gesjouwd moest worden, dat het vuur in grote ketels opgestookt moest worden om water te verhitten tot stoom, die dan weer het

nes en de schoorsteen bezichtigen. Maar

natuurlijk zal niemand u beletten om tussentijds eens op de fiets te stappen om te zien hoe straks een van de hogere punten van de streek, de schoorsteen van De Tuut, steen voor steen dichter naar de wolken klimt. Monumentenstichting Kaft en Rmgh

gemaal in werking zette, waardoor de mensen in het Land van Maas en Waal 's winters niet overvallen werden door het water. Door een bezoekje aan De Tuut ga je dat soort dingen met andere ogen bekijken. De herbouw van de schoorsteen is voor ons een

mooie aanleiding om u regelmatig via persberichten op de hoogte te houden over onze open dagen. U kunt dan de ketels, de machi-

21


n

16

18

19

JACOBUS

GEERARNOLDUS JOHANNA TRUIDA (Jan) van van der MULDERS ILLSttman) vanTOOR ZANDT zn. van Johannes xmers Hulsman en Arnolda Wilhelmina

zn. van dr. van Geurt Jan Claesen Mulders van der Sandt en en Meijntje Janse Geertrui van Meulekom van Vlaanderen

dr. van Jacobus van Thoor en Christina van Meulekomt

20

PAULUS

21

AGNES DEKKERS

van OSS

22

ADRIAAN

van den

23

JOHANNA van de GEER

27

26

25

24

MARIA JOHANNES GOSUINA JOHANNES JANSSEN GERRITS van HAREN JANSSEN

HEUVEL

zn. van Nicolaas van Oss en Johanna Hendriks

dr. van Theodorus (lansen) Dekkers en Ida (Theunissen) van der Sandt

zn. van en

dr. van Wilhelmus Willems van de Geer en Antonia Scheers

zn. van Oradus Gerrhs en Maria van Luenen

dr. van Jacobus van Haren en Petronella (Peters) Verhoud

zn. van ? Johannes Christiaans en Wilhelmina

zn. van Herman us Voet en Bisabeth van der Maasen

dr. van Johannes Gerardus van de Camp en Maria van Erp

landbouwer

landbouwster

- Megen 9-8-1777 t Megen 6-3-1843

- Haren 20-4-1778 t Megen 20-5-1844

dr. van Abraham Mingelis en Maria Theodora Wouters

Verhoeven

smid

tuinman ~ Reek 31-3-1751 t Afferden 15-9-1814

~ Afferden 14-4-1750 t Afferden 27-3-1829

- Afferden 11-4-1779

~ Puiflijk 4-6-1746 t

tabaksplanter/ schoenmaker — Druten 3-6-1761 t Druten 4-9-1831

~ Puiflijk 7-3-1767 t

« Puiflijk 14-3-1791

tabakplanter ~ Druten 10-11-1759 t Druten 10-9-1831

o° Druten 25-6-1784

8

9

JACOBUS VAN HULST(MAN)

JOHANNA MULDERS

metselaar * Afferden 6-9- 1782 t Puiflijk 8-12-1853

* Puiflijk 27-3-1792 t Puiflijk 26-2-1832

bouwman

arbeider

* Leeuwen

~ Puiflijk 15-8-1749 t Puiflijk 10-4-1829

t Puiflijk 1798

- Balgoij 1769 t Wijchen 18-6-1835

°° Druten 1-3-1772 10

~ Overlangel - Dieden 14-12-1752 23-2-1762 Altforst t Wijchen t 26-4-1834 12-1-1827

* Altforst ~ 2-1-1755 t Altforst 4-1-1815

~ Haren 11-6-1786 t Megen 11-4-1866

- Oijen 18-8-1768 t Megen 31-8-1848

13

12

van de CAMP

- Megen 9-8-1810

-Megen 28-4-1813

~ Altforst 4-5- 1783

00

11

31

JOHANNA

zn. van Bernardus van de Camp en Maria Cobus Am

dr. van Derk Janssen en Allegonda de Bruin

30

29

28

WILLEM THEODORA MARCELLIS van de CAMP MANGELIS VOET

15

14

VAN OSS

THEODORA VAN DEN HEUVEL

JACOBUS GERRITS

ALDEGUNDIS JANSSEN

HERMANUS VAN DE CAMP

JOHANNA VOET

tabaksplanter/ schoenm . * Druten 25-3-1792 t Puiflijk 8-2- 1864

* Puiflijk 9-3-1791 t Puiflijk 24-3-1877

landbouwer * Wijchen 27-9- 1793 t Altforst 3 1-5- 1863

* Altforst 1-2-17% t Altforst 28-3- 1860

bouwman * Megen 15-1-1815 t Megen 10-10-1886

* Megen 25-1-1813 t Megen 3-3- 1865

HENDRIK

oo Puiflijk 26-1-1814

°° Puiflijk 4-5-1818

oc Megen 22- 11- 1837

« Appeltern 7-5- 18 18

4

7

6

5

ANTONIUS VAN HULST

WILHELMINA VAN OSS

HENRIK GERRITS

THEODORA MARIA VAN DE CAMP

metselaar * Puiflijk (Druten) 29-8-1827 t Puiflijk (Druten) 6-9-1879

* Puiflijk 17-6-1826 t Puiflijk 9-5- 1909

planter, landbouwer * Altforst 27-1-1836 t Altforst (Appeltern) 28-3-1914

landbouwster * Megen 6-9-1847 t Altforst 7-8-1919

- Puiflijk 13-4-1855

- Megen 1-5-1869

3

2 CORNELIS VAN HULST

ALLEGONDA GERRITS

metselaar

* Altforst 12-4-1870

* Puiflijk (Druten) 4-11-1869, t Puiflijk (Druten) 20-3-1955

t Puiflijk (Druten) 8-4-1905 °° Druten

26-1-1900

1 JACOBUS HENDRIKUS landbouwer * Puiflijk 20-9-1902 «> Wamel 19-7-1913, Hendrika Wilhelmina van Wamel Opgemaakt met WordPerfect 6.0. Afgedrukt met HP deskjet. RCC

22

VAN HULST t Beneden Leeuwen 6-1-1971 * Leeuwen 19-7-1913 t Beneden Leeuwen 2-2-1991 Inzender: mevr. P.M.J. Brons, ReUtraat 3, 6658 DB Beneden Leeuwen, (tel. 0487-59 44 41)

23


Wie kan informatie geven over deze foto? Wie kent de personen en waar en wanneer is deze foto genomen?

Reacties graag naar tel. nr.: 0487-531427 of 024-64113012.

24


.-T-——*> LiteratuurSignalement — ' " fm ""-Oiirsr-gTi ~ De met een * gemerkte titels zijn op het Documentatiecentrum van Tweestromenland raadpleegbaar. * TONEELVERENIGING, - Plankenkoorts 10 jaar; in: De Waalkanter, d.d. 24-02-1994, afb. (792) Winssen * K[OCK-WILLEMS], T. d [e], Toneelgroep "Leeuwen" viert veertigjarig bestaan; in: De Waalkanter, d.d. 17-03-1994, afb. (792) Beneden Leeuwen * VOLKSDANSCLUB, - "Geralina" viert eerste lustrum; in: De Waalkanter, d.d. 03-021994, afb. (794.3) Pui/lijk * JUBILEUMJAAR, - Boemerang Komeet; in: De Waalkanter, d.d. 25-08-1994 (796.3) volleybalvereniging Druten, opgericht l september 1970 * K[OCK-WILLEMS], T. d [e], Aqualeon 25 jaar jong!; in: De Waalkanter, d.d. 27-10-

1994

(797.2)

zwem- en poloclub Beneden Leeuwen

* ES, W.A. van, De Romeinse Vrede; in: Romeinen, Friezen en Franken in het hart van Nederland: Van Traiectum tot Dores-

tad (50 v.C. - 900 n.C.); Utrecht/Amersfoort, 1994; p. 48-63, afbn., lit., tekn. o.red.v. W.A. van Es en W.A.M. Messing Druten, Wychen

* TUYN, W., Een paar vondsten van de Schoenaker te Beuningen; in: Tweestromenland, nr. 82 (1994/IV), p. 30-31, afbn. (902) * BROEKE, P.W. van den, Nederzettingsaardewerk uit de late bronstijd in Zuid-Nederland; in: Nederzettingen uit de bronstijd en de vroege ijzertijd in de Lage Landen; Amersfoort, 1991, p. 194-211, lit, tabn., tekn. (903) o.red. v. H. Fokkens en N. Roymans; = Ned.Archeol.Rapporten nr. 13 p. 198-199 Wychen-De Berendonk

* VISSER, C., Oud Maas en Waal in Beeld; in: Tweestromenland, nr. 80 (1994/II), p. 26, afb.; idem, nr. 81 (1994/III), p. 31, afb. (912) * HEUSDEN, P.J.W. van, Hetzelfde misdrijf na vele jaren in de 18e en 20e eeuw opgelost; in: Kwartier van Nijmegen, jrg. 3 nr. 3 (aug. 1994), p. 57-61 (92) moord op Jan van Heumen in Lith 1719 * KILSDONK, M.D., Kwartierstaat M.D. Kilsdonk; in: Gens Nostra, jrg. 49 (1994), p.

526-527 (92) Peter Swartjes, gedoopt Beuningen 1756 * KILSDONK, M.D., Kwartierstaat K.J.J. van Rijn; in: Gens Nostra, jrg. 49 (1994), p. 530531 (92) Johanna van Os(ch), geboren Druten 1805 en Catharina Krielen, gedoopt Druten 1809

25


* KLEIJNEN, M.D.M., Kwartierstaat van H.P.D. Kleijnen; in: Tweestromenland, nr.

81 (1994/III),p. 33-34 (92) * KOMMER, P.C., Vinck-Greup; in: Gens Nostra, jrg. 49 (1994), p. 454 (92) Hendrik Janssen Vinck uit Wely trouwt 1738 te Beuningen met Catharina Greup uit Beuningen

* MOOR, G. de, Het cisterciënserinnenklooster Leeuwenhorst en de familie Van Baaxen; in: De Nederlandse Leeuw, jrg.

111 (1994), kol. 141-157, afbn. (929.5)' diverse leden van deze familie waren ambtman van Maas en Waal ROOIJAKKERS, f., Trilogie der familie Rooijakkers; Nijmegen, 1994 (929.5)

* LOEFFEN, L.W., Van de Niers naar Maas en Waal; in: Tweestromenland, nr. 80

VISSEREN-Van HEGK, C.T.M., Van Heek.

(1994/11), p. 18-19 (92) Jan van Niersen, ca. 1750 in Pui/lijk

Een Liths geslacht; Eerbeek, 1994; 147 p., afbn., reg. (929.5)

* OMMEREN, P. van, Een held die nooit genoemd werd; in: De Waalkanter, d.d. 2212-1994 (92 en 355.48) K. van de. Hater tijdens de Tweede Wereldoorlog in Drulen

ZON, W.M.T. van, Genealogie van de familie Van Zon. Beschrijving van 300 jaar ener Gelders-Utrechtse familie; Utrecht, 1994;

72 p., afbn., reg.

(929.5)

* KATTENBERG, W., Wighene dorp aan de * OS, J. van, Elft- en zalrnnetten te koop. Erfhuis bij een beroepsvisser in Ewijk-Winsseii (1812); in: Tweestromenland, nr. 80 (1994/11), p. 10-18, afbn. (92 en 639) Hendrik van Spierenburg te Winssen, overleden 19febr. 1809

Maas 500 v.C. - 1960. Cursus lokale geschiedenis Volksuniversiteit Wycheii, 1994;

Wychen, 1994; 150 p., afbn. '(93D) * RUTJES, P., Wel en wee op 'n Wychense hofstee; Wychen, 1994 (93D)

* ROSSUM, W. van. Kwartierstaat van Ber- * VISSER, C., Dertig jaar Tweestromenland;

narda van Eldijk; in: Tweestromenland, nr. 80 (1994/11), p. 24-25 (92) * SENGERS, J.P., Batenburger wil Maria Roepaan in Ottersum in oude luister herstellen. Droomklooster van Tonnie Knijpers; in: Dagblad voor Noord-Limburg,

d.d. 20-10-1994, afbn. (92) * TAKX, W., Mobilisatie bracht hen bijeen ...; in: Tweestromenland, nr. 81 (1994/III),

p. 4-8, afbn. (92) echtpaar W. Takx-L. Smulders te Harsten BRUYSTENS, H.J., Het boerengeslacht Bruystens rondom Heusden aan de Maas; Gapelle aan de IJssel, 1994; 182 p., reg.

(929.5) HEUS, F. de, e.a., De Familie De Heus I. De voorgeschiedenis; Erichem, 1994

(929.5)

26

in: Tweestromenland, nr. 80 (1994/11) , p. 3-9, afbn. (93D) M. Bergevoet


Uitgave Kapellenboekje Onze Historische Vereniging werd door de Stichting Cultura benaderd over de inventarisatie van kapellen en bedehuisjes in deze streek. Er is wel het één en ander bekend, maar we zullen er zeker nog enkele missen. Mocht in uw plaats.dorp of buurt nog niemand daarover zijn benaderd, wordt u verzocht contact op te nemen met ons Documentatiecentrum in Wijchen, tel. 024-6413012. Voor verdere gegevens verwijzen wij naar de inhoud van onderstaande brief van de Stichting Cultura. De redactie Stichting Cultura Amsterdamsestraatweg 29d 1411 AW Naarden Tel.:035-6953354 Fax : 035 - 6953539 BETREFT: UITGAVE KAPELLENBOEKJE Stichting Cultura is een stichting die zich als doel stelt het culturele erfgoed in Nederland te beschermen en te promoten. Dat is onder meer terug te vinden in de totstandkoming van het boek Langs 's-Heren Wegen, een veldkapellengids voor Noord-Brabant die vorig jaar in mei verscheen. Het succes rond die uitgave heeft Stichting Cultura doen besluiten een tweede boek samen te stellen, deze keer met betrekking tot (veld) kapellen in de provincie Gelderland.

eindelijk een handzame gids wordt, waarin een cultuurhistorisch beeld wordt geschetst van allerlei kapellen en bedehuisjes in de provincie Gelderland. Voorts ligt het in de bedoeling om enkele fïetsroutes op te zetten langs de kapellen en deze los in het boek met een korte beschrijving en een kaartje bij te sluiten.

Om u ervan te overtuigen dat steun aan het project in allerlei opzichten een positief gevolg zal hebben willen we de volgende zaken nog even voor het voetlicht halen: - De Kempen Group uit Eindhoven zal het boek uitgeven - Er zijn van de uitgave over Noord-Brabant al meer dan 3.000 exemplaren verkocht, waarvan 2.000 in de voorverkoop (oplage 4.000 stuks) Inmiddels zijn er behoorlijke vorderingen - De pers heeft uitgebreid aandacht besteed aan de uitgave en zich positief over het inigemaakt met de inventarisatie van kapellen tiatief uitgelaten en bedehuisjes, maar er blijken nog altijd kapellen en bedehuisjes te zijn, waarvan het - Er zijn onderhandelingen gaande om een televisieprogramma over dit onderwerp te bestaan bij ons niet bekend is. Daarom wendt maken de Stichting Cultura zich nu tot instellingen als de uwe met het verzoek om informatie - Kapellen worden door de uitgave onder de aandachtvan een groot publiek gebracht. over deze (veld) kapellen en bedehuisjes, indien u daarover beschikt. Het gaat daarbij Indien u belangstelling heeft voor het boek niet alleen om kleine kerkelijke bouwwerken, of meer informatie wenst over het project, maar bijvoorbeeld ook om Mariabeelclen kunt u ons natuurlijk altijd bellen. onder afdakjes (waaraan bij voorkeur allerlei Tot slot willen wij, wellicht ten overvloede, vertellingen zijn verbonden). benadrukken dat elke bijdrage aan ons initiaHet is de bedoeling dat de kapellengids uit- tief zeer welkom is.

27


Algemeen Postadres: HISTORISCHE VERENIGING TWEESTROMENLAND Postbus 343, 6600 AH WIJCHEN.

Het Streekhistorisch Museum Tweestromenland

Speciale adressen en/of bezoekadressen: Het Streekdocumentatiecentrum Tweestromenland Uitsluitend bezoekadres: Kasteellaan 24 te Wij-

Openingstijden: Elke zondag en elke woensdag van 14.00-17.00 uur. Rolstoeltoegankelijk.

chen;

Pastoor Zijlmansstraat 3, 6658 EE BENEDENLEEUWEN, tel.: 0487-595002.

tel. : 024-6413012.

Groepen kunnen volgens afspraak terecht. Openingstijden:

elke

woensdagmiddag

van

14.00-1700 uur, vrijdagavond (voorafgaande aan

de eerste zaterdag van de maand) van 18.3021.00 uur en elke eerste zaterdag van de maand

Postadres van het museum: De Heuvel 107, 6651 DC Druten, tel. 0487-517282.

van 9.30-12.30 uur (dan de zij-ingang van het

gemeentekantoor). In de maanden juli en augustus gesloten.

PUBLIKATIES uit de TWEESTROMENLANDREEKS

ledenprijs dl dl dl dl

1 2 3 4

Maas en Waals woordenboek Aan het vol k van Nederland Leeuwen en Elisabeth Boldershof

dl 5

Ewijks klooster

dl 6 dl 7 dl 8 dl 9 dl 10 dl 11 dl 12 dl 13 dl 14

Stoomtram deel l Schoolstrijd Appeltern Wee den vergetenen (watersnood 1926) Dorp Horssen Stoomtram deel II Kwartierstaten boek DorpAfferden Bibliografie Tweestromenland Van Vamele tot Wamel (Kosten porto ƒ 9,-) Kosten porto deel 1 t/m 12

uitverkocht ƒ 8,00 18,50 18,50 13,50

uitverkocht 9,75 uitverkocht uitverkocht 20,00 uitverkocht 39,00

niet-ledenprijs

9,75 25,00 25,00 15,00 9,75

25,00 39,00

(op korte termijn verkrijgbaar) 42,50

45,00

ƒ 6,00

ƒ 6,00

U kunt alle publikaties van de Tweestromenlandreeks bestellen door overschrijving op postgiro 26 22 0121.n.v. Penningmeester Hist. Ver. Tweestromenland, Postbus 343, 6600 AH Wijchen. Boeken zijn aan te kopen in het Streekdocumentatiecentrum Tweestromenland te Wijchen en in het Streekhistorisch Museum Tweestromenland in Beneden Leeuwen tijdens de openingsuren.

28


Streekarchief Bommelerwaard

TWEESTROMENLAND MAAS EN WAALS TIJDSCHRIFT VOOR STREEKGESCHIEDENIS

6.IX. 1997 - verschijnt ten minste vier maal per jaar - NUMMER 93


TWEESTROMENLAND Opgericht 15 mei 1964. Doel: in zo breed mogelijke kring bevorderen van de belangstelling voor de geschiedenis in al haar aspecten en onder ieder opzicht, in het bijzonder van het werkgebied, het Land van Maas en Waal en het westelijk deel van het Rijk van Nijmegen. Lidmaatschap: Het lidmaatschap geeft recht op toezending van tijdschrift en nieuwsbrief, op deelname aan excursies en tevens korting op de boekhandelsprijs bij uitgaven uit de Tweestromenlandreeks. Contributie: De contributie voor 1997 bedraagt f 35,-. Men mag ook meer storten bij wijze van gift, te voldoen door storting op postgiro 2622012 ten name van Penningmeester Tweestromenland, Postbus 343, 6600 AH Wijchen. Ledenadministratie: Postbus 343, 6600 AH Wijchen, tel.: 0487594336, voor de opgave van nieuwe leden, adreswijzigingen en eventuele opzeggingen (vóór l december). Secretariaat: Postbus 343, 6600 AH Wijchen, tel.: 0246418987 Ereleden: H. van Heiningen, J.P.M, van Os, Bestuur: A.W.P.A. Banken, Beneden-Leeuwen Mevr. W.M. Berris-Visschers, Wijchen, voorz. J.P.H. Daverveld, Wijchen, secr. Mevr. G.Y.M. Derks-Klabbers, Druten, wnd. penningmeester G.W. van Gelder, Beneden-Leeuwen A. Kamerman-Wilmink, Wijchen M. van der Putten, Beneden-Leeuwen G.A.A. Rooij akkers, Overasselt WJ. van Sommeren, Beneden-Leeuwen C. Visser, Druten

Administratie: P.G. Leussink, Beuningen Kopij: Kopij dient getypt (zo mogelijk op floppydisk met uitdraai in WP 5.1), gedateerd en ondertekend te worden verzonden aan: De redactiesecretaris, postbus 343, 6600 AH Wijchen. Kan een artikel niet in machineschrift worden geleverd, dan gaarne in een duidelijk leesbaar handschrift. Afbeeldingen moeten, indien men ze terugwil hebben, aan de achterzijde voorzien zijn van naam, adres en woonplaats van de bruikleengever. Losse nummers tijdschrift: Nrs. 19 t/m 93 voorradig. Per stuk f 7,50 exclusief f 2,50 verzendkosten. Te bestellen door storting op giro 2622012 ten name van Penningmeester Tweestromenland, Postbus 343, 6600 AH Wijchen. ISSN: 1381-950 X

Inhoud 3 Peter Roelofs, Een Wijchense peuter op bezoek bij Hendrick Goltzius 13 Gomarius Emmanuel Mes, "Op den Doddendaal' 24 Genealogie Van Kessel 26 M. Bergevoet, LiteratuurSignalement Nieuwsbrief

Op de voorkant: Het Slot Doddendael, op de binnenplaats, 1731.


TWEESTROMENLAND MAAS EN WAALS TIJDSCHRIFT VOOR STREEKGESCHIEDENIS Redactie: Hugo van Capelleveen, Gijs van Dijk, Jan van Gelder, Kees van Kouwen, Ernest Mettes, Pieter Roelofs, Harry de Rouw (redactiesecretaris).

NUMMER 93

1997/IH

Pieter Roelofs

Een Wijchense peuter op bezoek bij Hendrick Goltzius "[...] tot een spiegel aller menschen siende Goodts straffe noch over ons te blyven ende vermaent deur zyn wondere wercken ons misdaet te bekennen ende van sondighen op handen. " Het Land van Maas en Waal heeft in de geschiedenis menigmaal als inspiratiebron gediend voor rondreizende kunstenaars. Het pittoreske karakter van deze streek sprak grote aantallen schilders, tekenaars en grafici sterk tot de verbeelding. Dikwijls kozen zij Maas en Waalse dorpsgezichten, monumentale kerken, kastelen en landschappen tot hun onderwerp. Het merendeel van deze kunstenaars is inmiddels in de vergetelheid geraakt, maar een enkeling heeft, door werk te maken dat net iets afweek van het gangbare op dat moment, een eeuwigdurende plaats in de kunstgeschiedenis weten te verwerven.1 Een inleiding als bovenstaande suggereert dat de relatie tussen kunstenaars en het Land van Maas en Waal altijd gebaseerd was op een eenrichtingsverkeer. Kunstenaars reisden naar het rivierenland en raakten daar geïnspireerd. Een omgekeerde weg lijkt moeilijk voor te stellen, aangezien het gebied zich onmogelijk in de richting van de schilders, tekenaars of grafici kon bewegen. Bij een dergelijke redenering wordt echter aan een belangrijke uitzondering voorbij gegaan. Ook de inwoners van het Tweestromenland konden de moeite van het portretteren waard zijn. Maas en Waal heeft door de eeuwen heen voldoende markante persoonlijkheden voortgebracht om deze gedachte te ondersteunen. Zij waren wel in staat bij de

kunstenaars in verre streken op bezoek te gaan. Een zeer uitzonderlijk voorbeeld van deze werkwijze vormt een kopergravure in het Rijksprentenkabinet te Amsterdam. De prent is van de hand van de Haarlemse kunstenaar Hendrick Goltzius (Mühlbracht 1558-1617 Haarlem) en toont een portret ten voeten uit van een wel heel uitzonderlijke Wijchense peuter (afb. l) .2 HENDRICK GOLTZIUS Hendrick Goltzius was één van de meest vooraanstaande grafische kunstenaars uit de late zestiende en vroege zeventiende eeuw (afb. 2). Zijn werk was niet alleen in de Nederlanden bekend, maar ook ver over de grenzen. Van Italië tot de Duitse landen werd


'ÏJtt- kaïf fttr eam njMfam im dnn m/f . limiG&£}i'intiifim m fmj>£ü^fjjSaiafmftvtitfi* A jiJr&vy.jsnraiifmTt-fnifflf •htfr-vmi iiatr tw<ffatfftÜriulft»>tr KvffürH, i*wrr armtrt, iftrff mi/f

r/rn

(Mfin/r

artn om artt nafffrqqftfnifr,

(^fff enfant uf dïpus ff? itay \njftit firuriGIa Vifff namnufJAamiafaitn •twj'laer amreflr •Wuiffn J^Ji 4rJfKirwr(£yjsy ? marot ~T4i en JêiacjSntrrr ytrfnat^..-^v/att t{aa^tiffrf< ,{fti\ ft-ar £v»frnr tfijattf ,t 1,-ni-ivrduivL.•. rt

anein- vtirtanf&> rut/è'/wtr-dnrrtrr

hittfr-e pmdanr'rt iiufra drt< \ i,t»r6rr -Jv.rnr

axf

fTlttsy J.1f/'/r<'

JïtfiKfr

HW^fnltirf

titwKrtrn

tirtnllllf', /Sr1rrf-»srtf:r

- t/ttl^

turr fatarrrtt/ ftnir fwrr Irurmi. nt .TfHifr

firwtiHjiif, f^,/ru.\ fn'ff

-TfarfUmiai Gat yfm I ^ J**9 & ->S7 f K n? Henriats gtffütf iitmuftieftrt-üerGii £ jfjamtr ^*n itx&irm *fr\ atttijtvf ir nuf aiÜüf in fatrrjfcfnn&i tot-efnjjnafi'affrr mnt/fStnjirtHlr epmflr finrffrHarfairrmrtr ppmm rtrar wermafrttttrur zgi^wndtrr uvrtftn aHt miflaet tr (ffnnm mtrtvn

Ftvr/ ./Hi/tt mfnnc fff pauvimtrt par mcv •TffTtnait (jaflnisjGz*-ffiair Jfjuiny (£ JS?c (fcttfwnnfa Kitrfrm j ft mnfr rnanutr /«_ ewurrwHtr isri rxpttjflf dr tvz^ftfrn'nr* t "Voytnt (ireiïr£ai. ettrttmiëmMrtrGrmtfjjisr fffltmmt enffrtfjiarja taatrrr tffirrtuifEiUrt &r^atïrrHoz^effoiftrrt-crjvr-ifajMt£ex^,

Jrwifffrn

n^ Atgurt firmr sar

off Saui&i.

1. Hendrick Goltzius, Abnormale geboorte, 1579, mm), Amsterdam, Rijksprentenkabinet.

kopergravure, 128 x 160 mm (met tekst 223 x 160


hij geroemd en geprezen. Goltzius werd in de vroege wintermaanden van 1558 geboren te Mühlbracht, het tegenwoordige Bracht aan de Rijn in Duitsland, als oudste zoon van Jan Goltz II en Anna Fullings. De familie Goltz was een traditioneel schildersgeslacht. Vader Jan Goltz II was van beroep glasschilder, grootvader Jan Goltz I was lid geweest van het Sint-Lucasgilde in Düsseldorf en overgrootvader Hubrecht Goltz had als schilder in Venlo zijn brood verdiend.3 In de vroege jaren zestig verhuisde het gezin van Mühlbracht naar Duisburg. Naar alle waarschijnlijkheid zal Goltzius daar op jonge leeftijd door zijn vader al vertrouwd zijn gemaakt met de kneepjes van het kunstenaarsvak. In Duisburg kwam hij ook in contact met Dirck Volckertsz. Coornhert (Amsterdam 1522-1590 Gouda), die in die jaren in Xanten woonachtig was. Coornhert was kunstenaar, dichter, staatsman en humanist. Hij was afkomstig uit Haarlem, maar had zich gedwongen gevoeld uit deze stad te vluchten nadat hij zich openlijk tegen de overheersing van de Nederlanden door Spanje had uitgesproken.4 In 1574 kwam Goltzius op zestienjarige leeftijd bij hem in de leer. Van Coornhert ontving hij gedurende driejaar teken en etsonderwijs.5 Coornhert keerde in 1577, kort nadat Haarlem zich weer van de Spanjaarden had weten te bevrijden, terug naar zijn moederstad.6 Hij werd enige tijd daarna gevolgd door zijn Duitse leerling. De invloed van Coornhert op Goltzius bleef ook in Haarlem voortbestaan.7 Daarnaast werd de kunstenaar-theoreticus Carel van Mander (Meulebeke 1548-1606 Amsterdam?) in deze jaren belangrijk voor zijn artistieke ontwikkeling. Via Van Mander kwam Goltzius in contact met het werk van de Haarlemse kunstenaar Bartholomeus Spranger (Antwerpen 1546-1611 Praag), hofschilder van Rudolf II in Praag, wiens invloed vanaf die tijd in de stijl van Goltzius is op te merken. Van Mander was zeer te spreken over het werk van Goltzius. In zijn beroemde Schilderboeck uit 1604 noemde hij hem een "uitmuntend schilder, graveur en glazenier".

Bovendien was Van Mander zeer goed met

2. Hendrick Goltzius, Zelfportret, circa 1591-92, zwart en rood krijt, wit gehoogd, penseel in groen en blauw, 365 x 292 mm, Stockholm, Nationaalmuseum, inv. NMH1867/1863. Goltzius bevriend. In het Schilderboeck rondde hij zijn biografie over Goltzius af met de woorden: "Zo ben ik er blij om dat ik meer dan twintig jaar vriendschappelijk heb omgegaan met mijn vriend Goltzius, die zich geheel aan de kunst wijdt."8 In oktober 1590, enkele dagen na de dood van Coornhert, vertrok Goltzius voor een verblijf van ongeveer een jaar naar Italië. Via Hamburg, München, Venetië, Bologna en Florence reisde hij naar Rome. Daar verbleef hij van januari tot augustus 1591. In de Eeuwige Stad tekende hij naar klassieke sculptuur en het werk van Italiaanse renaissance-kunstenaars.9 Het Italiaanse verblijf had grote invloed op Goltzius' latere carrière. Terug in Haarlem aan het einde van 1591 gebruikte hij de tekeningen die hij in Italië had vervaardigd als motievenschat voor zijn prenten en schilderijen. Vanaf de eeuwwisseling tot aan zijn dood op l januari 1617 concentreerde hij zich in toenemende


mate op de schilderkunst, ten koste van de grafische kunsten waarmee hij zich in jongere jaren zo vermaard had gemaakt.

DE GRAVURE De kopergravure van de Wijchense peuter in het Rijksprentenkabinet te Amsterdam werd door Hendrick Goltzius in 1579 vervaardigd.10 De voorstelling toont een naakt jongetje met twee hoofden en een gespleten wervelkolom, staand in de klassieke contraposthouding, gezien van zowel de voor- als de achterzijde. Door het kind tegen een egaal gearceerde achtergrond te plaatsen, benadrukte Goltzius de anatomie van het kleine naakt. In latere staten van de gravure, waarvan Museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam en de Bibliothèque National te Parijs exemplaren bezitten, werd de voorstelling door Goltzius in monogram gesigneerd, "HG".11 Onder de afbeelding plaatste hij in de Nederlandse en de Franse taal een toelichtende tekst. "Dit kint hier boven is ghebooren een cleyn myle /

Van de Stadt Nieumegen in een plaetse ghenaemt / Wiechen den 12 february. 1577 omtrent een ofte / twee uren naer middach hebbende twee hooffden, / twee armen, d'een arm om den hals legghende, /

ende den ander hangende, ende twee beenen, / hebbende oock dubbele inghewant, twee

blyven ende vermaent deur zyn wondere / wercken ons misdaet te bekennen ende van / sondighen op hauden."12

EEN JONGEN UIT WIJCHEN Het jongetje werd, volgens het opschrift op het exemplaar van de gravure dat zich in het Rijksprentenkabinet bevindt, geboren te Wijchen op 12 februari 1577. In de afdruk van een latere staat die Museum Boijmans Van Beuningen bezit, werd echter in plaats van 1577 het jaartal 1579 ingevuld. Waarom en door wie dit geboortejaar werd veranderd, is niet meer bekend. Helaas is het tegenwoordig ook niet meer mogelijk de identiteit van het kind te achterhalen. Uit het laatste kwart van de zestiende eeuw zijn in Wijchen geen geschreven bronnen bewaard gebleven, die ons iets over deze abnormale geboorte zouden kunnen vertellen. Over de afwijking van het jongetje is daarentegen meer informatie bekend. De misvorming wordt in de medische wetenschap aangeduid als teraton anadidymon, een monstrum ontstaan door de gedeeltelijke splijting van de kiem, van boven af." Het gaat om een onvolledige deling in het kiemstadium van de vrucht, waaruit een slechts gedeeltelijk gespleten ruggewervel ontstaat, te vergelijken met een niet ten volle gescheiden eeneiïge tweeling. De mate van scheiding bepaalt of het kind als enkel- of dubbelgeboorte wordt beschouwd. In beide gevallen overlijden kinderen met deze afwijking meestal binnen enkele maanden na de geboorte.14

herten, /

twee longeren, ende twee leveren, eet. Welcke / voorschreven komt opten 24 Juriy Ao.

1579by/ my Henricus Golsius wonachtich te haerlem de /

gedaente van tlichaem gheconterfeyt is ende / aldus in coper ghesneden tot een spiegel

aller / menschen siende Goodts straffe noch

over ons te /

ALBRECHT DÜRER Het was onder kunstenaars in de vijftiende en zestiende eeuw niet ongewoon om dergelijke wonderlijke geboorten af te beelden. lr ' In het Kupferstichkabinett van de Staatliche Museen PreuBischer Kulturbesitz in Berlijn wordt een gekleurde houtsnede met xylografïsche druk bewaard van de hand van de beroemde Duitse kunstenaar Albrecht Dürer (Neurenberg 1471-1528 Neurenberg). 16 De voorstelling van Dürer laat een vergelijkbare misgeboorte zien als de gravure van Goltzius,


waaraan de kunstenaar in Oudduits toevoegde: "Anno domini MCCCCC3 vnd XII uff den XX tag deB hemonets ist diB wunderbarlich geburt geboren In ainem dorff gênant ertingen by rudlingen ander thonowgelegen in der loblichen herren land zus werdenberg Item oberhalb der girtel II hoepter und isd Jedes besunder II hend hinderm rucken den sy vor dem ganczen kerppel nit her fir nirgend aber die anderen II hend herfornen vnd sind also oberhalb der girtel II menschen vnd vnderhalb dem nabel nit mer dan ain mensen mit Köpfen der Kinder deren Namen Elsbeth, Elisabethen." Het meisje, of misschien liever gezegd de meisjes, werden blijkens dit opschrift geboren in 1512 in het dorp Ertingen bij Rudlingen in het graafschap Werdenberg. "Het bovenlichaam van het meisje bestond uit twee mensen, het deel onder de navel uit niet meer dan één mens", zo stelde Dürer. Evenals het Wijchense jongetje had het Duitse kind twee hoofden. Bovendien was het in het bezit van vier armen, wat de term 'dubbelgeboorte' beter op zijn plaats doet zijn dan bij het Maas en Waalse kind. De houtsnede wordt in de kunsthistorische literatuur beschouwd als uitgangspunt voor een tekening die Dürer omstreeks 1517-20 van dezelfde misgeboorte vervaardigde (afb, 3). Ook deze afbeelding droeg een onderschrift: "Item do manczalt noch Grist gepurt 1512 Jor do ist ein solch frücht lm peyrlant geporen worden wy oben lm gemell angeczeigt Ist In der herren van werdenberg land In eim dorff ertingen gênant zw negts pey riedlingen awff den Zwenczigsten dag des hewmans und sy würden getawft das eine hawbt nant man elspett das ander margrett."" Het is opvallend dat Dürer op de houtsnede aangaf dat het kind de namen Elsbeth en Elisabethen droeg, terwijl hij op de tekening in plaats van Elisabethen de naam Margrett toevoegde. Waarschijnlijk was de naam Elisabethen juist, aangezien deze ook voorkomt op een houtsnede van dezelfde dubbelgeboorte

O f* * T"* *•ƒ C^^ ,;-,'*. %. f. ï^foj^

yy*, **,*£~t- „f.^ -,—,i*ïi~; ,£j-,

jr

-1 «/

F-

*s T- ^^ ^ *-*-**• ^ T^ITlT"^ ^ ^^ry-~*^^&Z?££r,f_— /w y <****,. -*^.^^ZJ^ST^ **—*~A^. •>—,»»

'

—/ ^M-f^.

3. Albrecht Dürer, De tweeling van Ertingen, 1517-20, pen en inkt, 157x208 mm, Oxfard, Asftmolean Museum, inv, P. 1.291. door een anonieme kunstenaar, die zich tegenwoordig eveneens in het Prentenkabinet te Berlijn bevindt (afb. 4). Uit het feit dat de twee hoofden afzonderlijk werden gedoopt, kan worden geconcludeerd dat in die tijd werd aangenomen dat het kind twee zielen bezat, die beide van de erfzonden moesten worden verlost om in de gemeenschap der gelovigen opgenomen te kunnen worden. Of dit bij de Wijchense misgeboorte eveneens het geval was, is om voornoemde redenen niet meer te achterhalen. VREEMDE VOLKEN In de zestiende eeuw waren zowel in de Nederlanden als in de Duitse landen misgeboorten en monsterlijke creaties erg populair. In 1552 werd in Basel het boek Cosmo-

graphia van de Duitse humanist Sebastian Munster (1488-1552) uitgegeven. Dit werk bevatte een uitgebreide beschrijving van de wereldbevolking, met een sterke nadruk op de Duitse landen. Geïllustreerd met meer dan vijfhonderd houtsneden, toonde Munster de wonderlijke wezens op de aardbodem. In Azië woonden, zo schreef hij, mensen met hondenkoppen, éénogen, éénbenigen, mensen met één grote voet die zij als parasol gebruikten en mensen met enorme oren, die als draperie hun lichamen bedek-


de wereldvolken werden naar hem, "Punische soorten" genoemd. Tussen ongeveer 1550 en 1580, de periode waarin Goltzius zijn prent maakte, vond er in de westerse wereld een keerpunt in de intellectuele geschiedenis plaats. Door de toename van de wereldreizen en de intensivering van het wetenschappelijk onderzoek nam het geloof in het bestaan van monsterlijke creaties in verre uithoeken van de wereld in hoog tempo af. Deze omslag is ook af te lezen in de afbeeldingen van de inheemse volken. De gesuggereerde monsterlijkheid van deze mensen werd in voorstellingen

voortaan gereduceerd tot de diversiteit in vreemdsoortige kleding die zij droegen.1'1 ANATOMISCHE WETENSCHAP In de zestiende eeuw groeide de interesse voor de anatomie in Europa in hoog tempo. Het was niet langer verboden om lichamen viv nuvvi; ii.vvnVfin klHtfltnffliMVhï van overleden mensen aan een anatomisch . .., .^^«y^'V^WniwWRw-wKrtSï'' WtH<iifrf?,v-"--' ,w, Wlifrf?*»*. ij fiHctiW,, «,(• f^fc "1 ^/Tv»> ? " onderzoek te onderwerpen, waardoor gefaln\ «f -~•'•• A-\' Av g.»^"» ______ ".„c neeskundigen vrij braan kregen.20 Langzaamaan onstonden op diverse plaatsen •#. Anonieme kunstenaar, De tweeling van Ertin- in de Nederlanden anatomische collecties. gen, 1512, houtsnede, Berlijn, KupferstichkabiEen interessant voorbeeld van een dergelijke nett, Staatliche Museen Preuflischer Kulturbesitz. verzameling, die weliswaar uit de zeventiende eeuw dateert, ruim honderd jaar nadat ten. In Afrika kwamen daarnaast dwergen Goltzius zijn gravure vervaardigde, was de met twee hoofden voor, die grote overeen- collectie van de Amsterdamse apotheker en komsten vertoonden met het Wijchense jon- geneeskundige Frederik Ruijsch (1638getje dat Goltzius vastlegde (afb. 5). Mun- 1731).21 Zijn geconserveerde anatomische sters uitgave was zeer gewild. Het boek werd preparaten waren een grote bezienswaardigdoor de bovenlaag van de samenleving heid.22 Onder de grote aantallen bijzondergebruikt bij de opleiding van de jongeren. heden bevond zich ook een misgeboorte met Jongelingen werden verplicht iedere dag in twee gezichten en een slechts ten dele de Cosmographiate lezen.18 gespleten wervelkolom. Dit preparaat op Het wereldbeeld, zoals dat door Munster alcohol, dat Ruijsch in een glazen pot werd gepresenteerd, ging terug op de bewaarde, is illustratief voor de afwijking Romeinse wijsgeer Plinius, die in de eerste waaraan ook de Wijchense peuter leed (afb. eeuw na Christus zijn Historia Novalis schreef. 6) .2S In de boeken drie tot en met zes van dit geschrift beschreef hij de monsterlijke cre- VAN WIJCHEN NAAR HAARLEM aties die in de Oude Wereld voorkwamen. Hoe het jongetje in het atelier van Goltzius Plinius werd in de zestiende eeuw veelvuldig te Haarlem terecht kwam, is onbekend. gelezen. Zijn Historia Navalis diende als uit- Onder invloed van de groeiende interesse gangspunt voor de 'antropologische' studies voor de anatomie en anatomische afwijkinvan de humanisten. De zogenaamde vreem- gen in het bijzonder, lijkt de verklaring van

8


een rondreizende bezienswaardigheid zeer plausibel te zijn. Het is niet onwaarschijnlijk dat het kind door het hele land als attractie werd getoond in medische theaters, waarna de gerenommeerde, wetenschappelijk geïnteresseerde kunstenaar Goltzius het kind uiteindelijk portretteerde.24 Of hij hierbij waarheidsgetrouw te werk ging, valt te betwijfelen. Uitgaand van het onderschrift bij de gravure kan worden geconcludeerd dat Goltzius het kind wel in werkelijkheid had gezien voor hij de prent vervaardigde, wat bij Dürer te betwijfelen valt. De kopergravure werd mogelijk gebaseerd op tekeningen die Goltzius, zoals hij zelf zei, op 24 juni 1579 in zijn werkplaats van het jongetje maakte. "[...] De gedaente van tlichaam gheconterfeyt [...] ende aldus in coper ghesneden [...]." De toevoeging van de exacte datum verhoogde de gesuggereerde betrouwbaarheid van deze bewering. Het uiterlijk van de afbeelding doet echter anders vermoeden. De klassieke pose waarin Goltzius het kind weergaf, wekt sterk de indruk dat de kunstenaar de voorstelling enigszins aan zijn eigen artistieke wensen aanpaste. In de zestiende en zeventiende eeuw was dit binnen de kunstenaarspraktijk onder invloed van het Neoplatonisme een algemeen gebruik geworden, dat de waarde van de afbeelding zelfs verhoogde. Echte kunst was geen slaafse imitatie van de werkelijkheid, maar een uiting van de creatieve "idea" van de kunstenaar. Hij moest de werkelijkheid als het ware naar zijn eigen hand zetten. Uitgangspunt kon de realiteit zelf zijn, maar evengoed een kunstwerk van een andere kunstenaar of zelfs de fantasie van de maker.25

5. S. Munster, Cosmographia, Heinrich Petri, Basel 1552, folio 1240.

zijds functioneerde de voorstelling als waarschuwing voor de gehele mensheid om niet te zondigen. Onder de afbeelding graveerde Goltzius: "Een spiegel aller / menschen siende Goodts straffe noch over ons te / blyven ende vermaent deur zyn wondere / wercken ons misdaet te bekennen ende van / Sondighen op hauden." De boodschap voor de beschouwer was helder. Hij moest een onberispelijk en bovenal christelijk leven leiden. Week hij van het rechte pad af, dan was de straf van God duidelijk. Met deze diepere betekenisgeving sloot Goltzius volledig aan bij een traditie die terugging tot in de vijftiende eeuw, maar ook na hem nog tot ver in de zeventiende eeuw voortduurde. Een Duits pamflet dat in 1578 werd uitgegeven in de stad Neurenberg illustreert deze gewoonte. Onder een afbeelding van een misgeboorte werd in het Oudduits toegevoegd: "Wir Christen aber wissens / daB solchs durch die Sünde verursacht wird / und daB der Satan allerley gelegenheit sucht / dass herzliche werck der MenschliDE MORAAL chen natürlichen Geburt / einen SchandfHet doel dat Goltzius uiteindelijk voor ogen lecken anzuhengen."'* had was tweeledig. Enerzijds gaf hij een voor- Het is in dit licht dat ook de Wijchense misstelling weer van een kind met een abnor- geboorte moet worden beschouwd. De maal lichaam, dat als bijzondere beziens- afbeelding toonde wat de zondaar te wachwaardigheid diende voor de sterk groeiende ten stond. Het Maas en Waalse jongetje vergroep in anatomie geïnteresseerde mensen. wees in dit opzicht niet alleen naar zichzelf In dit opzicht stond hij met beide benen in als anatomisch interessante abnormale de beeldtraditie waartoe ook de afbeeldin- geboorte uit het rivierengebied, maar diengen van Albrecht Dürer behoorden. Ander- de bovenal een moraliserende functie ten


collectie van het Teylers Museum te Haarlem. 3. De biografische gegevens voor dit artikel zijn grotendeels ontleend aan [Reznicek 1961] en [Strauss 1977]. Hendrick signeerde zijn vroege werken met "Goltz" of "Gols". Later verlatiniseerde hij zijn achternaam tot "Goltzius", een verschijnsel dat in de Nederlanden aan het einde van de zestiende eeuw veel voorkwam. 4. [Veldman 1990, pag. 16]. 5. [Van Mander 1995, pag. 332]. Van Mander schreef over Goltzius' leerperiode bij Coornhert: "Hij probeerde ook met zijn lamme hand in het koper te graveren, wat hem onmiddellijk zo goed lukte dat Coornhert, die in die tijd vier mijl van hem vandaan woonde, hem als leerling in het graveren wilde aannemen." 6. [Strauss 1977, pag. 11]. In 1587 vestigde hij zich in Gouda. Daar overleed hij drie jaar later op 29 oktober 1590. 6. Misgeboorte met twee gezichten en een gesple7. In Haarlem trad Goltzius in het huwelijk, ten wervelkolom, preparaat op alcohol in glazen pot, hoogte 265 mm, doorsnede 150 mm, Sintwaardoor hij stiefvader van de latere graveur Petersburg, Museum voor Antropologie en EtnoJacob Matham werd. 8 . [Van Mander 1995, pag. 343]. grafie, inv. 4199-89. 9 . [Brussel & Rome 1995, pag. 200-09]. overstaan van alle inwoners van de Nederlan- 10. De datum 24 juni 1579 op de prent geldt als den.27 zogenaamde terminus post quem. De afbeelding moet na die datum vervaardigd zijn. Met dank aan Manfred Sellink, Maartje de 11. De gravure in Parijs toont waarschijnlijk de Haan en Bram Meij, medewerkers van het tweede staat van het ontwerp. De jaartallen prentenkabinet van Museum Boijmans Van werden op alle vier de plaatsen weggehaald Beuningen te Rotterdam, die mij in de gelegenen het monogram werd toegevoegd. In het heid stelden vertrouwd te raken mei de wereldexemplaar te Rotterdam, dat tot de derde vermaarde collectie tekeningen en grafiek, en staat moet behoren, werd in alle vier de ruimaan Karin van Lieverloo voor de verhelderende tes het jaartal 1579 ingevuld. discussies. 12. Prenten werden dikwijls in opdracht gegeven door uitgevers en boekhandelaren. Zij lieten vervolgens intellectuelen een tekst in het Nederlands, Latijn of Frans aan de afbeeldinNoten: gen toevoegen. Of dit ook bij deze gravure 1. Dit is deel 2 in een serie artikelen over het van Goltzius het geval was, is niet bekend. Zie Land van Maas en Waal in de beeldende voor deze praktijk: [De Jongh & Luijten 1997, kunst en beeldende kunst in het Land van pag. 32-36]. De tweetaligheid van het onderMaas en Waal. Voor deel l zie P. Roelofs, schrift kan wijzen op een brede afzetmarkt. "Suze Robertson in Batenburg", Twe.estromen13. Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuninlnnd,XC (1996), pag. 3-9. gen, brief Dr. L J. Endtz aan de wetenschap2. [Bartsch 1982A, pag. 126, B 128]; [ Bartsch pelijke staf van het prentenkabinet, geda1982B, pag. 115-16, B 128]. Een exemplaar teerd Den Haag 28 juni 1972. van deze zelfde uitgave bevindt zich ook in de 14. Wanneer de ruggegraat tot de bekken

10


gescheiden is, hebben de kinderen meer kans tot overleven. In dit geval bestaat echter het risico dat één van de twee bovenlichamen eerder komt te overlijden dan het andere. Een dergelijk gedeeltelijk sterfgeval bood medici in de zestiende en zeventiende eeuw meestal aanleiding ook de andere helft van het kind te doen sterven. Zie hiervoor [Hollander

1921, pag. 98-112]. 15. Zie voor meer voorbeelden [Hollander 1921]. 16. Houtsnede, gekleurd, met xylografische druk, 254 x 180 mm, Berlijn, Kupferstichkabinett, Staatliche Museen PreuBischer Kulturbesitz, inventarisnummer 328-10, [München

1971, pag. 225, cat. 449]. 17. Pen en inkt, 157 x 208 mm, Oxford, Ashmolean Museum, inventarisnummer P. 1.291, [München 1971, pag. 225, cat. 450]. 18. [Mason 1994, pag. 44]. Thomas Cecil, zoon van een onderminister van Koningin Elizabeth van Engeland, moest toen hij in 1561-63 in Frankrijk verbleef, iedere ochtend een uur in de Cosmographia lezen. 19. [Mason 1994, pag. 46]. 20. [Amsterdam 1996, pag. 47]. 21. Deze collectie kan door de late datering niet als voorbeeld voor de verzamelingen in de zestiende eeuw dienen. 22. [Amsterdam 1996, pag. 47-69]. Een groot deel van de verzameling werd in 1697 gekocht door tsaar Peter de Grote en onder begeleiding van Laurentius Blumentrost naar Sint Petersburg vervoerd.

23. [Amsterdam 1996, pag. 183, cat. 91]. 24. Van 1536 tot 1568 was de Heerlijkheid Wijchen in het bezit van de familie Van Bronckhorst. Na elkaar waren Herman van Bronckhorst en zijn zonen Willem, Karel en Gijsbert eigenaar van het gebied. Willem van Bronckhorst sneuvelde in 1573 aan het Manpad bij Haarlem. Dit voorval lijkt de enige directe relatie tussen Wijchen en Haarlem in de jaren zeventig van de zestiende eeuw te zijn geweest. Zie hiervoor [Manders 1981, pag. 54-

55]. 25. Afbeeldingen van vreemde, wonderlijke volken in verafgelegen werelddelen werden vanaf 1550-80, de periode van de intellectuele omwenteling, ook voor de weergave van mis-

geboorten uit de eigen omgeving gebruikt.

Zonder aanpassingen werden oude koperplaten en houtblokken door de kunstenaars opnieuw gehanteerd voor een nieuwe voorstelling met een andere betekenis. Dat de getoonde voorstelling op dat moment niet meer overeenkomstig de werkelijkheid was, werd door de beschouwer blijkbaar niet als bezwaarlijk ervaren. Overtuigende typologische voorbeelden waarop Goltzius zijn gravure gebaseerd kan hebben, zijn niet bekend.

26. Geciteerd naar [Hollander 1921, pag. 321]. Het pamflet is afgebeeld in [Hollander 1921, pag. 353, tig. 197]. Een ander Duits pamflet uit 1620, dat zich tegenwoordig in de collectie van de Neue Pinakothek te München bevindt geeft eveneens een verklaring voor de misgeboorte. "Was nun Gott der Allmachtige der bösen und schnöden Welt durch diese wunderbarliche MiBgeburt für eine zukünftige Strafe ihres taglichen fortgeseBten ruchlosen und sündlichen Lebens, zur Warnung andeuten und prafigurieren lassen wollen, das wird zwar leider Gott erbarms die Zeit mit sich bringen: es ist aber unschwer zu erachteri, daB es mehr ein Zeichen und ein Vorbote seines wider uns erbrannten gerechten göttlichen Zorns, als eines signum futurae pacis amoris et fraternitatis mutuae sein werde. Seine göttliche Allmacht wolle gedoch alles um der Rechtglaubigen und in der wahren allein seligmachenden Religion standhaftig verharrenden frommen Christenwillen zum Besten wenden." Geciteerd naar [Hollander 1921, pag. 83]. 27. Zie [De Jongh & Luyten 1997, pag. 36-38] voor de discussie rond de moraliserende betekenis van met name genreprenten tussen

1550 en 1700.

Literatuur:

* Eugen Hollander, Wunder, Wundergeburt und Wundergestalt in Ein blattdrucken des fünfaehnten bis achtzehntenjahrhunderts, Stuttgartl921. * E.KJ. Reznicek, Die Zeichnungen von Hendrick Goltzius. Mit einem beschreibenden Katalog, 2 delen, Utrecht 1961.

11


* Catalogus, 1471 Albrecht Dürer 1971. Ausstellung des Germanischen Nationalmuseums Nürnberg21. Mai bis 1. August 1971, München 1971. * Walter L. Strauss, Hendrik Goltzius 15581617. The Complete Engravings and Woodcuts, 2 delen, New York 1977. * J.H. Manders, Het land tussen Maas en Waal, Zutphenl981. * The illustrated Bartsch, 3 (formerly volume 3, part 1), "Netherlandish artists. Hendrik Goltzius", New York 1982. * The illustrated Bartsch, 3 (commentary), "Netherlandish artists. Hendrik Goltzius", New York 1982. * Ilja M. Veldman, De Wereld tussen Goed en Kwaad. Late prenten van Coornhert, Den Haag 1990. * "Goltzius-studies. Hendrick Goltzius (1558-1617)", Nederlands Kunsthistorisch Jaarboek, XLII-XLIII (1991-1992), Zwolle 1993. * Peter Mason, 'The Resistance of History.

12

Avatars of the Monstrous Human Races", Thamyris, I (herfst 1994), l, pag. 43-79. Karel van Mander [ed. H. Miedema], Het schilderboek. Het leven van de Nederlandse en Hoogduitse schilders in de vijftiende en zestiende eeuw. In hedendaags Nederlands overgebracht, Amsterdam 1995. Catalogus, Fiamminghi a Roma 1508-1608. Kunstenaars uit de Nederlanden en het prinsbisdom Luik te Rome tijdens de Renaissance, Brussel & Rome 1995. Catalogus, Peter de Grote en Holland. Culturele en wetenschappelijke betrekkingen tussen Rusland en Nederland ten tijde van Tsaar Peter de Grote, Amsterdam 1996. E. de Jongh & G. Luijten, Spiegel van alledag. Nederlandse genreprenten 1550-1700, Amsterdam 1997. Christian Muller [et. al.], Dürer, Holbein, Grünewald. Meisterzeichnungen der deutschen Renaissance aus Berlin und Basel, Basel 1997.


Gomarius Emmanuel Mes Bij de naam van Gomarius Mes past een toelichting. Velen van ons, die in de twintiger en dertiger jaren naar school gingen, zullen van een plaatje op de schoolbanken zich de naam Kooymans-Mes herinneren. Er stond ook Wijchen bij, maar zelfs als Maas en Waler van oorsprong en nog als zodanig voortlevend, kan ik me niet herinneren, dat de juffrouw of de meester daar ooit op in zijn gegaan. Nooit heb ik horen vertellen, dat er een beroemdheid achter deze banken zat en nog wel eentje uit de eigen streek. Het historisch gevoel leefde kennelijk onvoldoende en Wijchen was voor vele Maas en Walers ver weg. Wel kreeg hij een straatnaam mee. Na de schooltijd kwam het meer op je af. Een schoolbankenfabriek in de eigen streek, die heel Nederland van die banken en ook vele schoolattributen voorzag. Op zijn minst had die man al een standbeeld moeten hebben. En nu kwam er dan een verhaal bij Tweestromenland binnen, dat de moeite waard was om te worden gepubliceerd. Een verhaal over een man, die rond trok door de streek en het kasteel Doddendaal in Ewijk ontdekte. Die te doen kreeg met dieven en moordenaars, maar ook met de kasteelvrouwe, waardoor alles tot een goed einde kwam. De schrijver er van, diezelfde Gomarius Mes, heeft het echter zelf allemaal niet meegemaakt. Het verhaal heeft dan ook meer weg van een legende. Waar haalde hij de gegevens? Was hij mogelijk toch persoonlijk de bedenker van de gehele inhoud of vond hij los en vast het ene hier en het andere weer daar en maakte er een goed geheel van? Hoe dan ook, Gomarius bleek te kunnen schrijven. De Doddendaal en het dorpje Ewijk leverden voldoende stof, maar het had allemaal even goed in andere dorpen in onze streek kunnen gebeuren. Voor ons is nu meer van belang om van Gomarius Mes wat meer te vermelden. Zijn oorsprong, zijn leven, zijn activiteiten. Hij werd op eerste Kerstdag, 25 december 1849 geboren in Zeeland, het dorpje Heinkenszand. Hij overleed in 1918 in Wijchen. Hij trouwde met een Maas en Waalse, een Dreumelse schone met de naam Kooymans. Vijf dochters en drie zoons waren hun kroost en troost en trots. Nazaten genoeg dus, waarvan er best nog heel wat op te sporen zijn. Wegwijsredacteur, Arno van Eldijk, schreef er al uitgebreid over in de Wegwijs van 12 juni 1991 na een gesprek met ĂŠĂŠn van de kleinzoons. Van zijn gegevens kunnen wij dankbaar gebruik maken. Wie was die Gomarius Mes en hoe kwam hij er toe om een schoolbankenfabriek op te richten? Het staat er duidelijk: hij was onderwijzer, dichter, uitgever en fabrikant. Het lijkt een merkwaardige combinatie, die niettemin begrijpelijk wordt, als men meer weet van de schooltoestanden in de vorige en ook het vooroorlogse deel van deze eeuw. De leerplichtwet werd pas ingevoerd in 1901 en er was nauwelijks bijzonder onderwijs, want dat werd niet gesubsidieerd.

13


Pas bij de Lager Onderwijswet van 1920 met ingang van 1921 kwam daar verbetering in. Gomarius maakte die oude armoedige toestanden mee en voelde zich geroepen om zijn aandeel in de verbeteringen te leveren, omdat hij als onderwijzer - hij werd hoofd der school in Alverna - meer wilde doen voor de kinderen van de streek. Hij dook daarvoor ook in de landelijke politiek en was een fervent aanhanger en bevriend man van dr. Schaepman, die het katholieke volk in een eigen partij wist te verenigen en achter de plannen van Gomarius stond. Maar de goeie man met zijn 8 kinderen in een kelderachtige woning achter bakkerij Van Dorst op de Wijchense markt, had er al moeite mee om met zijn Ć&#x2019; 700,-JAARsalaris rond te komen. Hij zocht naar bijverdiensten, waarmee hij zijn gezin maar eveneens het onderwijs kon gerieven. Hij schreef gedichten, gaf schoolboekjes uit, die bij de Gelderlander werden gedrukt, en met behulp van vaklieden zette hij zich in voor betere schoolbanken en allerlei ander materiaal. Waar nu zaal Sterrebos is, huurde hij een ruimte, vestigde zich daarna aan de Nieuweweg en vervolgens kwamen de Meshallen van de grond. Dit laatste maakte hij zelf' niet meer mee. Merkwaardig komt dan de naam Kooymans-Mes over. We schreven al, dat zijn vrouw Kooymans heette. Daar maakte hij handig genoeg gebruik van. Als onderwijzer, zeker als gemeentelijk onderwijzer, mocht hij de gemeente niet tegen zich injagen. Een bedreiging met ontslag had hij al lang binnen. Alle bijkomstigheden zette hij nu op naam van zijn vrouw en formeel kon daar weinig tegen worden ondernomen. Kooymans-Mes leeft dus voort, maar Gomarius Mes niet minder. Ook met het verhaal over de Doddendaal zal hij wel iets bij verdiend hebben. In ieder geval een man, die nog meer aandacht verdient. Die waard is, dat zijn boeken en geschriften nog eens worden verzameld, een taak voor Tweestromenland, dat zich aanbevolen houdt om zoveel mogelijk gegevens, die ook voor onze streek van groot belang zijn geweest, te verzamelen en te verwerken. Jan van (leider

Op den Doddendaal 'Et dinket my wesen staude Dat de lieden van den lande Ander giesten vele weten,

En sy des hebben vergheten, Wanen sy selve zijn gheboren'.

Melis Stoke

Wanneer de landminnende reiziger de rijk uitgebouwde stad Nijmegen verlaat en den fraaien weg opstapt die door de vruchtbare landstreek naar het dorp Winssen voert, ontmoet hij bij den zwaargestutten toren van de Roomsche kerk te Ewijk een oud wit eerbiedwaardig gebouw, den Doddendaal geheeten. Daar is in geheel het Rijk van Nijmegen en de Maas-Waalsche gouwe wellicht geen stichting aan te wijzen, zoo oud en zoo rijk aan herin-

14

neringen van lang vervlogen eeuwen als deze plaats. Bewoond als zij is geweest van de dagen, toen Batavieren en Romeinen, Franken en Germanen hier rustig samen leefden, - Doddendaal willen de geleerden verklaren als doodendaal, dat is: begraafplaats onzer eerste voorouders, - zag zij alle de wisselingen der voorgeslachten nu eens langzaam en vredig, dan weer met grooten spoed en onder oorlogsrumoer voorbijtrekken, Zij herinnert aan namen van mannen, groot en machtig in de geschiedenis, zoowel van het landbouwend gewest als van Nederland en de toenmaals beschaafde wereld. De Doddendaal roept in het geheugen terug: Karel den Groote, Lodewijk den Vrome, Frederik Barbarossa, Karel den Stoute, proosten van Utrecht, Xanten en Syflick, graven en hertogen van Gelderland, heeren van Ewijk, Wychen en Winssen, baronnen van Borsse-


Huis Doddendaal gezien vanuit het zuidoosten len, de familie Stepraedt, die in de rampzalige en benauwde dagen van de vervolging der Maas-Waalsche katholieken hunne poorten voor de paria's der XVIe en XVIIe eeuw wagenwijd openzetten, Gerarda Canisius, abdisse en halve zuster van den vermaarden

(Foto Monumentenzorg, 1956) H. Petrus Canisius uit Nijmegen, Paters Minderbroeders van Megen en de JesuĂŻeten van Tiel en Wamel, alsmede de bisschoppen van Roermond. Hare geschiedenis gelijkt volkomen op den daar langs vloeienden Waalstroom, wiens zwellende en bruisende wate-

15


ren nu eens met dam en dijk den spot drijven, en alles onder donderend en krakend geweld aan gruizels stooten, dan weer met statige kalmte daarheen vloeien, terwijl beurtschip en stoomboot van inwoner en vreemdeling stapels koopwaren aanvoeren en millioenen baksteenen opladen, of de stuurman der talrijke houtvlotten in een weemoedig lied den lof zijner dierbare heimath zingt. Thans is alles rustig en kalm. De huidige bewoner, de heer H. van Koolwijk, beheert als rentmeester het nog aanzienlijke goed de Doddendaal voor de hoogwelgeboren heeren Von Nagell-Dornick, die op hun buitengoed te Vernholtz in Munsterland wonen. Alles is er rustig, al giert en fluit de scherpe wind zoo dikwerf langs trans en rondboogvensters, wellicht alleenlijk om den bezoeker op te wekken een der vele sagen en legenden na te vorschen en op te teekenen, die het vrome en trouwe katholieke volk van MaasWaal in zoo talrijke hoeveelheid bezit. Wij deden dit met liefde en vertellen alzoo van den voortijd. Daar leefde eens op den Doddendaal een rijk en machtig heer. Alhoewel zijne landgoederen zich naar alle windstreken heinde en ver uitstrekten, het goud en zilver in kassen en kelders tot bergen werd opgestapeld, zoo behoorde hij in geenen deele tot de gelukkigen dezer aarde. Aanhoor, lezer! waarom. God had zijn vrouw reeds op middelbaren leeftijd in bloeiende gezondheid voor Zijn rechterstoel geroepen, en zijne kinderen, velen in getal, had men denzelfden weg ten grave gedragen, uitgezonderd een enkele dochter, Philippota geheeten. Dit kind was hem alles, letterlijk zijn afgod. Alle zijne zorgen, alle zijne genegenheden en dit zegt wat in zulk een ijzeren soldatenhart, - waren haar gewijd. Zij beminde den vader gelijk een rechtgeaarde dochter, die niets ter wereld dan hem bezit, kan beminnen. Philippota deed ontzaglijk veel goed aan de arme, lijdende en diep beklagenswaardige menschheid van dien tijd. Het landvolk bewees haar overvloedigen dank en eerbied;

16

haar bleek en toch fraai gelaat, haar ietwat menschenschuw karakter bewees ten duidelijkste dat de tevredenheid, ondanks de talrijke gaven des Hemels, haar aandeel niet was. Vele jongelieden uit de aanzienlijkste standen van Gelderland, Brabant en Kleef dongen naar heur hand, -wellicht meer nog naar 's vaders kostelijke bezittingen als erfgoed, allen werden door den ouden heer zonder omhaal van woorden en onbarmhartig afgewezen. En dat waarom? De oude baron had onder eed gezworen dat niemand, hoe aanzienlijk, hoe deftig, hoe vermogend ook, zijn eenig kind ten huwelijk zou ontvangen, die met zijn dochter ook niet hem gelukkig en tevreden maakte. Was dat louter eigenbelang, of was het de liefde voor zijn kind, dat niet gelukkig kon zijn, zoo de vader zulks ook niet was? Zijne eischen waren niet gering te noemen, zoo er bijgevoegd wordt, dat hij bijna blind was en het gezicht terugwenschte; dat dikwerf hevige ziekten op het kasteel heerschten, vooral de ijlende of dolkoorts, dat zijn geweten werd omgewoeld door bedauwde wroegingen en angsten en dat zijn eenige dochter immer treurde en onmerkbaar zacht, doch gewisselijk wegkwijnde. Aan dat alles moest de schoonzoon een einde kunnen maken. Menig ridderlijke jongeman, wien deze boodschap bij de huwelijksaanvrage nuchter en rauw werd voorgelegd, droop stil af, kwam niet terug en noemde den ouden baron een dwaashoofd; doch onder de weinigen, die daar wel ooren naar hadden, waren twee gebroeders, Reinhold en Gaspar, Zonen des heeren van Bylandt', die op zijn riddergoed tussen Wychen en Overasselt, in de onmiddellijke nabijheid van de Sint-Antonius-kapel bij Lunen, in allesbehalve weelderigen toestand leefde. Beiden, naar ziel en lichaam goed ontwikkeld, - zij hadden hun opleiding ontvangen bij de Benedictijner paters van het klooster te Overasselt, - namen zich voor alle bezwaren uit den weg te ruimen, ten einde door een huwelijk met de schatrijke erfdochter van den Doddendaal den schuldenlast der


NIEUWSBRIEF NIEUWS UIT HET STREEKHISTORISCH MUSEUM

Als de leden van de historische vereniging dit stukje lezen heeft de wisselexpositie met mineralen al weer plaats gemaakt voor iets anders. Zo'n 4 keer per jaar wordt één van de zalen volledig gewisseld. Eerder dit jaar was langdurig de metamorfose van Maas en Waal in de jaren '50 te zien. In verband met het thema van Open Monumenten Weekend (13/14 september) zal het museum een oude schoolklas inrichten. Bij het schrijven van dit stukje, begin augustus, is nog niet exact bekend hoe het er gaat uitzien. Dat hangt mede af van de voorwerpen welke worden aangeboden. Het museum bezit een aantal oude schoolbanken, een lessenaar en schoolplaten. Ook de bekende kroontjespen met bijbehorende attributen zoals inktpot en inktlap zullen niet ontbreken. Nog ouder zijn leiplaat en griffel. In onze streken hadden veel scholen een godsdienstige achtergrond. Dat komt ondermeer tot uiting in voorwerpen en gebruiken. Catechismus en het morgengebed bij aanvang van de les zal menig ouder persoon zich nog herinneren. Tot slot van dit jaar zal een speciale expositie over religies in Maas en Waal worden ingericht. Hiervoor worden thans de eerste activiteiten ontplooid. Als er mensen zijn welke bijzondere voorwerpen in hun bezit hebben welke hierbij gebruikt kunnen worden dan zullen wij u dankbaar zijn deze te mogen gebruiken. Neem s.v.p. even contact op met dhr. Therus van Sommeren.

In de krant was het al eerder te lezen, het museum ondergaat in deze periode weer een opmerkelijke gedaanteverandering. Vanuit het oude verpleeghuis waren in de diverse vertrekken vaste kasten. Wij gebruikten deze voor opslag. De meeste kasten zijn op een simpele manier tot vitrine omgebouwd. Hierdoor is het mogelijk voorwerpen welke vroeger lagen opgeslagen op de zolder ten toon te stellen. Genoemd kunnen worden de vitrines over het klooster St. Elisa-

september 1997

beth, een vitrine over de tabaksteelt in Maas en Waal, aardewerk en modellen van boerenwagens. Onlangs kwam het museum door een schenking in het bezit van een grote collectie oude strijkijzers. Ook deze staan ter bezichtiging. De ambachtelijke afdeling is eveneens vernieuwd. De schoenmakersmachines en gereedschappen van de heer van Riel uit Wamel en de loodgieterswerkbank van de heer de Grauw uit Beneden-Leeuwen hebben hun vaste plek gevonden. Beide dragen bij om, aan met name jeugdige bezoekers, uitleg te geven over die beroepen. De collectie bij de baksteenfabricage is uitgebreid met een drietal bijzondere stenen. Deze speciale profielstenen welke onlangs zijn gebruikt bij de bouw van de schoorsteen bij het gemaal aan de Tuut vragen erom om bewaard te blijven. Een lang gekoesterde wens is kortgeleden in vervulling gegaan. De boerenkamer is voorzien van een dubbele bedstee. Niet zomaar een bedstee. Neen een bedstee met een verhaal. Een renovatieverhaal wat heel vaak aan de orde is als mensen voorwerpen aanbieden aan het museum. Voordat iets geëxposeerd kan worden dient het te worden opgeknapt. Het museum beschikt over een aantal mensen welke door oude vakkennis en liefhebberij in staat zijn oude voorwerpen te renoveren. Dat is erg belangrijk, nu en ook in de toekomst. Een bedstee is in feite een grote kast waarin een bed is gebouwd. Het front wordt gevormd door een houten wand. Om die wand gaat het in dit geval. Deze stamt uit Altforst, van een boerderij aan de Woerd bewoond door de gezusters van der Zwalem. Zo'n 30-35 jaar geleden is deze boerderij gesloopt en is het bedsteepaneel van de ondergang gered door de heer Paul van Dinteren. Deze is lange tijd eigenaar geweest en heeft het onlangs overgedaan aan het museum. Hierna is restaurateur Wim van Ooyen uit Wamel aan de slag gegaan. Het paneel is een drieluik met afbeeldingen van Maria, een prekende


Redemptorist en een Christusfiguur. Om het in de oude staat terug te brengen moesten 3 ontbrekende planken worden bijgemaakt, juiste hout, juiste kleur enz. Maar ook de onderkant was door jarenlange plaatsing op een vochtige vloer niet meer in goede staat. Een maandenlange klus voor Van Ooyen welke voor het schilderwerk werd bijgestaan door zijn buurman de heer Wilbert Vernooy. Deze heeft met vakmanschap de beschadigde schilderstukken stuk voor stuk hersteld. Het paneel is naar schatting 200 jaar oud. Wie de oorspronkelijke schilder is valt niet meer te achterhalen. Inmiddels is het paneel in het museum geplaatst en zijn de bedden erin aangebracht. Zoals u ziet is een bezoek aan het museum zeker de moeite waard. Daar wordt overigens druk gebruik van gemaakt. Zo druk dat erover gedacht wordt het museum in de zomer op meer door de weekse dagen open te stellen. Dat vraagt wel meer vrijwilligers. Mensen die bereid zijn zich beschikbaar te stellen voor surveillance of gidsen verzoeken wij contact op te nemen met de heer C.Visser. U kunt uw wensen zelf kenbaar maken, inroosteren, een vaste middag per week of per maand, alleen of met partner.

Piet Luites. PR medewerker

PROGRAMMA OPEN MONUMENTENWEEKEND 13 EN 14 SEPTEMBER 1997

De deelnemende gemeenten Beuningen, Druten, Heumen, West Maas en Waal en Wijchen hebben positief gereageerd op het conceptprogramma dat door de Evenementencommissie van de Historische Vereniging is opgezet. Medewerking verlenen de Monumentenstichting Baet & Borgh, het Agrarisch Museum Garstkamp te Overasselt, Museum Kasteel Wijchen en het Streekhistorisch Museum Tweestromenland te BenedenLeeuwen. Zoals bekend is het centrale thema dit jaar: Monumentale schoolgebouwen. Rond dit thema en aangevuld met een aantal activiteiten is het volgende programma ontstaan:

* 1 autoroute * 7 fietsroutes * 2 wandelroutes. Deze voeren langs monumentale schoolgebouwen, industriĂŤle en overige monumenten. U kunt daarbij een bezoek brengen aan musea en exposities. Op zondag 14 september is er tussen 2 uur en half vijf een reĂźnie-achtige activiteit in het schoolgebouw van de voormalige ULO/ MULO/ MAVO aan de Geerweg te Druten. Hieraan werken mee de volksdansgroep uit Puiflijk en de werkgroep Streekdracht en mode van de Historische Vereniging. Uitgangspunt is dat u op elk punt in de routes kunt starten. Via de weekbladen zal op 11 september uitgebreide informatie worden gegeven op welke adressen u in het bezit kunt komen van routebeschrijvingen. De meeste objecten zijn gratis te bezoeken. In alfabetische volgorde staat het volgende te gebeuren: * Alphen: Standerdkorenmolen te bezoeken. * Appeltern: Stoomgemaal de Tuut te bezoeken * Batenburg: Stadswandeling en Standerdkorenmolen * Beneden-Leeuwen: historische schoolklas + diavertoning historische schoolgebouwen in Museum. * Beuningen: voormalig klooster, oude mannenhuis en school, exposities Torentje van Blanckenburg, beiden te bezoeken. * Boven-Leeuwen: voormalige Zaalschool aan de Waalbandijk nr. 37 * Dreumel: N.H. kerk aan de Hienkershof te bezoeken * Druten: zondag 14 september, 14 uur: reunie voormalige Don Bosco school * Hernen: Monumenten wandelroute en Kasteel Huis te Hernen. * Malden: school met woning Broekkant 2 en voormalige kloosterschool hoek Rijksweg/Kloosterstraat. * Nederasselt: School en Schoolhuis, Kerklaantje6-10


deze met de historische gegevens aangeleverd bij Monumentenzorg te Zeist. Het directe gevolg van deze actie is geweest dat het gebouw op de "voorlopige lijst" van beschermde monumenten is gekomen. Hierop heeft het Polderdistrict Maas en Waal aangegeven geen belangstelling meer te hebben voor het gebouw. Wel schreef het Polderbestuur een brief aan de Gemeente Wamel met het verzoek om het schooltje van de voorlopige lijst afgevoerd te krijgen. Een voorstel daartoe werd in de Raadsvergadering van 6 mei 1974 besproken. Op dat moment heeft de heer van Dinteren contact opgenomen met de Historische Vereniging. Gezien de voorliggende documentatie is de Rectificatie invloed van de Vereniging daarna wel meer OP DE BRES VOOR DE ZAALSCHOOL geweest dan in de herinnering van de heer Van Dinteren voortleeft. Uit o.a. een stuk van de In de vorige uitgave van dit tijdschrift is geschre- Gemeente d.d. 5 augustus 1974 blijkt de rol van ven over de organisatie van het Open Monumen- de Historische Vereniging. Deze heeft samen ten Weekend op 13 en 14 september 1997. Op met de Rijksdienst voor Monumentenzorg in een de inhoud van dit artikel is een reactie gekomen vergadering met B&W op 18 juni van datzelfde van de heer Paul van Dinteren uit Druten. Deze jaar de doorslag gegeven waardoor de Raad het reageert op de passage inzake de redding van voorstel kreeg zich niet te verzetten tegen het de voormalige Zaalschool te Boven-Leeuwen. plaatsen op de definitieve lijst van Monumenten onder voorwaarde dat dit de veiligheid bij een De heer Van Dinteren stelt dat de zinsnede eventuele dijkverzwaring niet zou aantasten. "Deze zaalschool is door toedoen van de Histori- Reeds vanaf 1973 was de heer Van Dinteren in sche Vereniging in 1974 op de Rijksmonumen- onderhandeling met de diaconie van Boventenlijst geplaatst" onjuist of op z'n minst niet Leeuwen, hetgeen ertoe leidde dat hij op 24 mei helemaal juist is. Als voormalig eigenaar van het 1974 eigenaar werd van het gebouw. Hierna is gebouw weet de heer Van Dinteren waarover hij hij direct begonnen de school voor verder verval spreekt. Bovendien overlegt hij documenten en ontsiering te behoeden en het een beter aanwaarmee zijn bewering wordt gestaafd. Ere wie zien te geven. Hierna is de procedure van restauere toekomt. ratie begonnen. Helaas is het hem, vanwege ziekte, niet gelukt dit af te maken en is er gezocht Het voormalige schoolgebouw was eigendom naar een gegadigde met hart voor het Rijksmovan de Kerkvoogdij van Boven-Leeuwen. In het nument. Dat dit gelukt is moge blijken uit de huibegin van de jaren zeventig was het niet meer in dige situatie. Het zaalschooltje in Boven-Leeugebruik en de aftakeling sloeg hard toe. Nie- wen is een pronkstuk van schoolarchitectuur uit mand in Maas en Waal deed ook maar een de 19e eeuw en staat als model in het Bouwcenpoging het gebouw uit 1837 voor verval te trum te Rotterdam. Regelmatig vinden er publibehoeden en voor lange tijd als monument caties over plaats in zowel kringen van architecten als onderwijs-historisch. Ook in de mediazeker te stellen. Het Polderdistrict heeft op een bepaald moment stukken van Open Monumenten Dag 1997 staat een bod op grond en gebouw uitgebracht. De het weer uitgebreid beschreven. heer van Dinteren had hierbij het vermoeden dat "de Polder" het gebouw wilde afbreken i.v.m. Ik ben de heer Van Dinteren dankbaar dat hij mijn dijkverbreding. Om dit te voorkomen heeft hij oppervlakkige beschrijving van een historische spoorslags een aantal foto's laten maken en situatie heeft aangegrepen om het hele verhaal Niftrik: Schoolgebouw en meesterswoning, Kerkstraat 9 Overasselt: School aan de Kasteelsestraat 1 en diavertoning historische schoolgebouwen in Agrarisch Museum Garstkamp. Puiflijk: R.K. kerk St. Jan de Doper, renovatieproject te bezoeken Weurt: voormalige school en meesterswoning. Pastoor v.d. Marckstraat 24-26 Woezik: voormalige Paschalischool, Woeziksestraat 18 Wijchen: Kasteel Wijchen aan de Kasteellaan.


nog eens op papier te zetten. De nieuwe generatie heeft daar wat aan.

Piet Luites. PR medewerker

PRESENTATIE BESTUURSLEDEN

Het is al weer enige tijd geleden dat bestuursleden zich in de Nieuwsbrief aan u voorstelden. In deze uitgave wordt hieraan een vervolg gegeven.

Voor de leden die mij nog niet kennen, wil ik mij even voorstellen. Mijn naam is Toon Banken, geboren in 1933 in het stadje Batenburg. Sinds 1962 woon ik in Beneden Leeuwen. Mijn vrouw en ik hebben vier kinderen. Na de middelbare schoolopleiding en militaire dienstplicht was ik vijf jaar bedrijfsleider van betonmortelbedrijven in Nijmegen en Amersfoort. Vanaf 1962 tot januari 1993 ben ik werkzaam

geweest in de produktie (eigen bedrijf) en groothandel van champignons. Mijn voorouders waren reeds vanaf het jaar 1600 schepen van Bakel en Milheeze in Oost Brabant. Sinds die tijd zijn er altijd leden van de Bankenfamilie in overheidsfuncties werkzaam geweest. In september 1966 volgde ik het voorbeeld van mijn voorvaderen en werd raadslid en wethouder van de gemeente Wamel (thans gemeente West Maas en Waal). Het wethouderschap vervulde ik tot september 1974 en ik bleef lid van de raad tot mei 1981. Ook ben ik gedurende dertien jaar (dagelijks) bestuurder geweest van de regionale woningstichtingen "Rivierengebied". Daarnaast vervulde ik vele andere maatschappelijke functies.

Momenteel ben ik o.a. voorzitter van de gemeentelijke indicatiecommissie voor verpleeg- en verzorgingstehuizen, bestuurslid van de Historische Vereniging Tweestromenland en voorzitter van de evenementencommissie van deze vereniging. In de functies bij de Historische Vereniging wil ik een bijdrage leveren om de interesse voor de historie bij de inwoners van ons werkgebied te bevorderen.

Persbericht HEILIGEN IN NEDERLAND

Heiligen zijn eeuwenlang verbonden geweest met het leven van alledag. Zij behoedden mens en dier voor ziekte en onheil en beschermden reiziger, boer en ambachtsman. De feestdagen van de heiligen, vastgelegd in de heiligenkalender, markeerden de wisseling van de seizoenen. Museum Catharijneconvent in Utrecht, Museum van het Boek/Museum Meermanno-Westreenianum in Den Haag en het Museum voor Religieuze Kunst in Uden schenken in het najaar van 1997 aandacht aan het thema 'Heiligen in Nederland'. Utrecht geeft een beeld van de ontwikkelingen in bedevaarten dicht bij huis, zoals die in Nederland ondernomen werden en worden. In Den Haag staat de Legenda Aurea centraal, de beroemdste legendenbundel uit de Middeleeu-


wen. Uden legt de nadruk op de volksdevotie, waarbij de heiligenkalender als leidraad dient. BEDEVAARTEN IN NEDERLAND

is de titel van de tentoonstelling in Museum Catharijneconvent te Utrecht. Bedevaarten staan duidelijk meer in de belangstelling dan enkele decennia geleden. Voorbeelden zoals Cunera te Rhenen, Onze Lieve Vrouw van Den Bosch, Onze Lieve Vrouw ter Nood te Heiloo, Onze Lieve Vrouw van Kevelaer en de Martelaren van Gorkum geven de bezoeker een beeld van Nederlandse bedevaarten door de eeuwen heen.

Uden volgt de heiligenkalender. Kunstvoorwerpen, ex-voto's en kruiden roepen een beeld op van de verering door het jaar heen van een aantal belangrijke en karakteristieke heiligen in het middeleeuwse aartsdiakenaat Kempenland (grofweg het huidige Noord-Brabant en Limburg). Tevens wordt aandacht geschonken aan de heiligenverering die zich in dit gebied vanaf de Middeleeuwen tot op de dag van vandaag heeft afgespeeld. Nedere informatie: Museum Catharijneconvent Presentatie & Communicatie Nieuwegracht 63/Postbus 8518 3503 RM Utrecht

De expositie GOUDEN LEGENDEN. Verhalen over heiligen in de Middeleeuwen in Den Haag schetst de betekenis en de verspreiding van de Legenda aan de hand van vele zeldzame Middeleeuwse handschriften, vroege drukken en kostbare voorwerpen zoals beelden en panelen. Naast bijzondere boeken uit de eigen collectie zal het Museum van het Boek topstukken tonen uit verzamelingen in binnen- en buitenland.

Tel. 030-2313835/fax 030-2317896

Museum van het Boek/Museum MeermannoWestrenianum Prinsessegracht 30 2514 AP Den Haag tel. 070-3462700/fax 070-3630350

De tentoonstelling SANCTUS. Het jaar der heiligen in het Museum voor Religieuze Kunst te

Museum voor Religieuze Kunst Vorstenburg 1 5401 AZ Uden tel. 0413-263431

Data: Uden Den Haag Utrecht

13 september t/m 30 november 1997 11 oktober 1997 t/m 11 januari 1998 11 oktober 1997 t/m 11 januari 1998

Openingstijden: Uden Den Haag Utrecht

dinsdag t/m vrijdag za., zo. en feestdagen dinsdag t/m zaterdag zo. en feestdagen dinsdag t/m vrijdag za., zo. en feestdagen

10-17 uur 13-17 uur 11-17uur 12-17 uur 10-17 uur 11-17uur

N.B.: de drie musea zijn op maandag gesloten


Persbericht

CURSUSSEN OVER GESCHIEDENIS EN GESCHIEDBEOEFENING

m Het Gelders Oudheidkundig Contact, Stichting

Ă?ZtX^^W ^ b|:i!i: U|W;^!-! >!Wl JL^S* j W

WXtxtt-SE"

At^xlS

GE'St-SlCHT-E'M

Ondersteuning Musea Utrecht en Kunst & Cultuur Overijssel bieden in het seizoen 1997/1998 cursussen aan over de volgende onderwerpen:

GENEALOGISCH NIEUWS

Op zaterdag 1 november 1997 organiseert de - oud schrift - genealogie

Nederlandse Genealogische Vereniging afdeling

- studiedag volkskunde en film

Kwartier van Nijmegen voor de vierde maal haar tweejaarlijkse historisch-genealogische markt in

- kanalen in Gelderland

de aula van het Kandinsky-college (het voormali-

- lokaal archiefonderzoek - historisch onderzoek - huizenonderzoek

ge Elshofcollege) aan de Malderburchtstraat 11

- schrijven over geschiedenis

De opzet van deze markt is enerzijds veel genealogische informatie te geven en anderzijds de bezoeker te tonen dat goede genealogie alleen bedreven kan worden met een goede kennis van de geschiedenis van de streek, waar je voorouders vandaan komen.

- geschiedenis van het dagelijks leven - leven met seizoenen in de Weerribben en in

de Wieden - Gelderland van graafschap naar provincie.

in Nijmegen.

De cursussen zijn bestemd voor leden en

De afdeling Kwartier van Nijmegen nodigt daar-

bestuursleden historische verenigingen en andere belangstellenden.

om niet alleen archieven, verenigingen, instellingen en personen uit, die op genealogisch terrein

De eerste cursussen beginnen in september 1997. Meer informatie treft u aan in het Cursusoverzicht 1997/1998, dat ook cursussen over musea en museumbeheer vermeldt.

actief zijn, maar ook de historische en heemkundige groeperingen uit het gebied van deze afdeling.

Het Cursusoverzicht is gratis verkrijgbaar bij het

Gelders Oudheidkundig Contact, Postbus 4040, 7200 BA Zutphen

Inlichtingen en aanmelding: tel. 0575-511826

De markt vindt plaats van 10.00 tot 16.00 uur en

is gratis toegankelijk voor iedere geĂŻnteresseerde. De genealogische werkgroep Maas en Waalse Geslachten is met een gedeelte van haar collectie D.T.B.-fiches, genealogische naslagwerken,

bidprentjes, uitgewerkte gezinslijsten, informatiemateriaal en met het doop/huwelijk computerprogramma op deze dag aanwezig.


PUBLICATIES

De mogelijkheid bestaat om in te tekenen op de reeds aangekondigde bibliografie van Tweestromenland. U kunt intekenen tot 1 oktober 1997 en de intekenprijs bedraagt f 59,95.

EVENEMENTENCOMMISSIE

Najaarsexcursie naar OOTMARSUM in Twente zaterdag 11 oktober a.s. Ootmarsum is een heel oud stadje met een rijke historie. Daarvan getuigen tot op heden de vele fraaie gebouwen, gevels en monumenten. Rond 1300 kreeg Ootmarsum stadsrechten. De hoofdvorm van het stadje, met de grachten rondom, is gaaf bewaard gebleven. Midden in het stadje liggen de Markt en het Kerkplein. De R.K. Kerk dateert uit 1220 en deze herbergt een grafkelder en fraaie kunstschatten. Hier rondomheen ligt een wirwar van gezellige straten, steegjes en pleintjes, geplaveid met veldkeien, kunstig bestraat en voorzien van molgoten zoals weleer. Een wandeling door Ootmarsum is een ontdekkingstocht. Steeds nieuwe ontdekkingen op de route: hier een rijtje mooie vakwerkhuizen, een fraaie stadspomp en daar een glorieus koopmanshuis of een rustieke boerenschuur. Het leuke is dat Ootmarsum echt geen openluchtmuseum is, maar een springlevend en oergezellig stadje waar het goed toeven is. Folklore en traditie zijn hier niet kunstmatig in ere gehouden vanwege het toerisme. Verschillende gebruiken leven van oudsher sterk bij de bevolking en zijn gewoon een deel van de levensstijl en waard om in ere te blijven. Zo maakt jaarlijks in de oudejaarsnacht de Nachtwacht z'n ronde en vindt er met Pasen een rondgang met religieuze achtergrond plaats, het zogenaamde Vlöggel'n. In de Kersttijd zijn er de melancholieke klanken van de midwinterhoorn te beluisteren. Kortom: een stadje dat het waard is om met een bezoek te eren.

Programma van deze dagtocht De bus voert ons vanuit het Land van Maas en Waal richting Apeldoorn. Omstreeks 9.00 uur zijn we dan in wegrestaurant 'De Somp', waar de koffie en het gebak op ons wachten. Daarna rijden we door een mooie streek naar Ootmarsum, waar we om goed 11.00 uur aankomen. Allereerst bezoeken we de R.K. Kerk met de vele en rijke kunstschatten. Om 12.30 uur worden we verwacht in café-restaurant 't Plaske, Kerkplein 24. Een echte uitgebreide Twentse koffietafel staat daar voor ons gereed. Om 13.30 uur starten we onder leiding van ervaren gidsen voor een wandeling door het stadje. De gidsen leveren ons uiteindelijk af bij de ingang van het openluchtmuseum 'Los Hoes'. In dit voor Twente unieke museum wordt getracht een zo volledig mogelijk beeld te geven van de wijze waarop werd geleefd en gewerkt op de Twentse boerderij. Als we dan ongeveer alles gezien hebben gaan we om ongeveer 16.00 uur weer op huis aan. Maar onderweg zullen we zeker nog een stop maken om een drankje te drinken en om gezellig na te praten.

Kosten: ƒ 69,— per persoon voor leden en gezinsleden; ƒ 76,— per persoon voor niet-leden.

Aanmelden: Uitsluitend schriftelijk via de antwoordstrook op bladzij 8 tot uiterlijk 20 september a.s. Betaling: De kosten van deelname dienen uiterlijk 25 september a.s. overgemaakt te zijn op postgiro 2622012 ten name van de penningmeester Tweestromenland, Postbus 343, 6600 AH Wijcnen.

Uiterste datum voor het inleveren van kopij voor Tijdschrift nr. 94 en bijbehorende Nieuwsbrief is 1 november 1997


ACTIVITEITEN ZUSTERVERENINGEN

Op 29 september 1997 wordt de jaarmarkt in Lith gehouden. De Heemkundekring Maasdorpen in de Gemeente Lith heeft hier een kraam die gewijd is aan Anton Gooien, die 42 jaar geleden de eerste Lithse jaarmarkt opende.

Antwoordstrook Naam: •• ••••• • •••••• •-• - ••• -

••••• - • -••••• --••• ••••••

••••• •• ••••• ••......................................................

Straat en huisnummer:

Postcode en woonplaats: Telefoonnumer: Neemt deel aan de najaarsexcursie naar Ootmarsum. Aantal personen: Gewenste opstapplaats:

Deze strook uiterlijk 20 september a.s. inzenden naar: Evenementencommissie Tweestromenland Postbus 343, 6600 AH Wijchen

8


ouderlijke bezittingen uit te delgen en hunne ouders een onbezorgden ouden dag te verschaffen. Of zij beiden slaagden? Te mal zelfs om te vragen. Doch luister verder. Reinhold en Gaspar gingen gezamenlijk den weg op naar den Waalkant. Niet ver van Beesterhuizen verwijderd, een buurtschap destijds in zeer kwaden reuk, kwamen de gebroeders op een grasplekje in het hoogopgaand eikebosch. Daar zei Reinhold, de zachtste ven inborst, al gekscherend tot Gaspar, een echten driftkop en doordrijver: "Zeg broer, gij moest mij de kleinste uwer gouden ringen geven, dan heb ik ook iets van blinkende waarde." "Wat denkt gij, zotskap! dat ik zoo'n uilenstreek zou begaan. Ieder zoeke zijn eigen fortuin; gij het uwe en ik het mijne." Op het eene harde woord volgde het ander. Een hevige twist en gevecht ontstond binnen weinige minuten en Gaspar takelde den ouderen Reinhold zoodanig toe, dat deze als voor dood op het gras bleef liggen. De driftkop beproefde op het kasteel zijn fortuin, doch ontving, als zijn verdiend loon, de bekende barre afwijzing. Uren daarna kwam Reinhold eerst tot bezinning. Het was reeds diep in den avond en zijne gezwollen oogleden lieten zulk een flauwen lichtstraal door, dat hij zich zoo goed als blind waande. De nachtwind woei frisch door het gebladerte en de koude grond dwong hem op te staan. Aan naar huis keeren werd niet gedacht. Daar zat voor het ogenblik niets anders op dan de killen grond te verlaten en in het hoog geboomte een plaats tot nachtverblijf te zoeken. De pijn in alle gewrichten en vooral aan het hoofd, de ongemakkelijke houding in den eik, het ongewoon gezwerm, gepiep en gekras van vleermuis en nachtuil, hielden hem alleronaangenaamst wakker tot in het hartje van de nacht. Op eens werd hij door gescharrel in het hout, door gepraat, gelach en gevloek opgeschrikt. Wat er gaande was? Vier personen legden zich neer op het gras, waar de vechtpartij der broeders had plaats gehad. Oogenblikkelijk schenen zij de plaats zoo goed te herkennen, alsof zij er thuis waren, hielden het licht van hun dievenlanta-

rentje, dat zij van onder hunne mantels te voorschijn haalden, dichter bij den grond en bespeurden geronnen bloed, alsmede een afgescheurd stuk van een rijkbewerkten kraag. Deze boschzoekers en nachtwandelaars waren, gelijk Reinhold spoedig aan hun taal kon bemerken, leden eener tamelijk groote bende, wier hoofdman hierbij niet tegenwoordig scheen; menschen alzoo, die zichzelf buiten de samenleving plaatsten, van louter roof en plundering leefden en voor niets terugdeinsden. Zij noemden elkaar zekerheidshalve bij dierennamen: specht, wolf, vos en das. Na eerst elkaar ondervraagd te hebben, wie daar zoogenaamd uitgekleed was geworden, werden zij behoedzaam, daar niemand hunner er iets van begreep. Daar het eigenaardig geroep en gejank als van een wolf door den mensch-wolf niet werd beantwoord, vlijden zij zich als onnoozele kinderen tegen de vlakte, namen een langen teug uit de welgevulde ijzeren flesch, begonnen vrolijk te worden en het regende weldra kwinkslagen, korte vertelsels, jagers- en rooversuien. "Kom, Wolf! nu we toch hier een paar uur moeten uitluchten en drogen eer de spullenbaas komt, vertel reis een aardigheid uit den ouden, goeden tijd, toen alle menschen nog braaf waren!". "Ik wil wel vertellen," gaf de aangesprokene ten antwoord, "doch eerst een zucht uit den bobbel!'. Dan de fles aan de mond plaatsende, hoorde Reinhold, die zoo goed als boven hunne hoofden zat en natuurlijk geen vin durfde verroeren, eerst een langzaam geklok van een drinkend wezen, daarna het volgende vertelsel van den Wolf: "Wanneer die arme jongen van den Doddendaal daar wist, wat ik wist, zoo zoude hij reeds lang zijn goed gezicht terug hebben. Hij verdient niet te zien, wat hij bezit en behoeft niet te weten, hoe aardig wij de ganzen van de vele veeren ontdoen. Anders werden ons, onschuldige en onnoozele diertjes, eenvoudig de pootjes vastgebonden met die zware paternosters en kregen wij tot penetentie een jarenlang verblijf op water en brood in dat steenen kooitje onder de wapenhalle.

17


Was het nu nog maar daarnaast in de goed- "Als de rijke meneer," aldus begon de Vos, gevulde bier- of wijnkelders, dan kon men "als de rijke meneer van den Doddendaal het er nog een tijdje uithouden. Zoo de lieve- wist, wat ik wist, dan zou er spoedig goed ling nog maar ĂŠĂŠn nacht in het bosch sliep, drinkwater in de welputten zijn; want in den waar wij zoo rustig liggen te keuvelen, en 's slottuin ligt een groote blauwe steen. Deze morgens bij het ontwaken zijne oogen wasch- wordt altijd beduid als een der grafplaatsen te met Sint-Jansdauw, met den dauw van het van zijn overgrootvaders grootmoeders achgeboomte, dan week zijn oogziekte geheel terneef, maar dit is de deksteen van een put en al. Het is een geneesmiddel van mijn zus- met kostelijk drinkwater, van het beste drinkter, die bij de Nonnen van Munnikenwoerd water uit heel Maas-Waal. Zoo hij den steen eenvoudig liet wegnemen, dan schepte men (bij Altforst in Maas-Waal) op het veld werkt. "Jammer, erg jammer!" zei Das, "dat gij geen daar een drank, zoo zuiver en koel als bij rector van de Nijmeegsche school of prior baron Adam in het aardsche paradijs. Voor van de Benedictijnen zijt geworden. Gij hadt mijn part blijft dat ding daar rusten tot ik bepaald aanleg en een goed gezicht om een heer, eigenaar en beheerder van den Dodberoemd medicijnmeester te worden." dendaal word. Dan laat ik u allemaal zes "Goed gesproken, Das!" riep een ander. "Nu maanden lang feestvieren, slapen op rozengij toch aan het beweren zijt, vertel gij eens bedden, pauwentongen en forellen eten, en wat van uw beminlijken schoonvader op den gij drinkt Moezel en Niersteiner zoo fijn als de hertog van Bourgonje. Nu gij, Specht! wat Doddendaal!" "Wel," sprak Das gezwind, "wanneer de arme ligt u op het hart?" Lazarus van dat kasteel wist, wat ik wist, zoo "Och, lieve vrienden!' voerde Specht aan, zouden de boomen in zijn hof meer bloeien "wat zal ik, een lompe boer, u zeggen. Vooren beter vruchten dragen; want alles staat er eerst ken en wil ik niets van die rozenbedsinds jaren terug bladloos en zonder vrucht. denboel. Mijne knekels zijn te hard en mijne Geen vogeltje komt er fluiten, geen groene pezen te stram geworden op langehaverveehalm brengt leven, geen dauwdruppel geeft ren en boschblaren, om nu nog gekoesterd er voordeel of baat. Alles sterft er, de vrouw te worden door rozeblad en thijmstruik. Ik sterft, de jongens sterven, de meisjes sterven, wenschte wel enige lange teugen, zoo'n teug de knechten sterven en de meiden gaan er van een kwartier uit een kruik Moezel of een pint Niersteiner, dat zou mijn geest wat dood." "O ho, baas Das!' riep een der gezellen, opkwikken en den dorst lesschen, die waar"maar gij zijt toch niet gestorven, en gij waart achtig mijn keel verschroeit. En als den bulnog wel knecht in zoo'n fijne huisjapon bij derbast van den Doddendaal wist, wat ik wist, zoo kreeg zijn dochter hare roode kaken die potten- en pannenschraap!" 'Ja," antwoordde Das heel leuk, "maar ik ben weer terug en zij werd zoo vrolijk en dartel overgebleven om u te vertellen, dat er om dat als de fazanten uit hun mooie park. Dat bleekasteel, van de kerk te beginnen, een ketting ke Poteke (een verkorting van Philippota) is ligt, en wel een ketting kostbaarder dan van toch anders een goed poppetje. Zij zou mij goud. En zoo lang die ketting niet uitgegra- door heur zoet gepreek, toen zij laatst mijn ven wordt, zal daar geen geluk zijn. Gij zult Toote-Mie (benaming van zijn onzindelijk mij gelooven, als ik u zeg, dat de parochie- huismoedertje) bezocht, nog bekeeren en herder van Ewijk mij dat zelfheeft verteld." zoo fijn maken tot ik een Barrevoeter werd." "Zeg Vos! dat was een mooi karweitje voor u, "Sapperloot!' riep een uit de hoop, "wat een zoo'n ketting van goud er uit te halen en dat mooi gezicht. Verbeeldje even, onze Specht liefst op klaarlichten dag." sprak de Haas. En een echte Barrevoeter! Toch vrees ik, dat erbij voegend: "Kom, laten wij nog even van onze spullebaasje zoo'n nachtsermoen zou dat heerlijke gerstennat zuchten, onderwijl meegeven, dat de eeuwige grote belofte aan vertelt onze Vos een aardige mop uit zijn je Toote-Mie wel naar boven zou komen. Maar laat ik je niet onderbreken, vertel door, boekrol."

18


N

tv

j&.f >•*•>

«»^

/ .-WiV

'i.if'V*

//uw Doddendaal, noordelijke kelder, de voormalige schuilkerk, gezien naar het noorden. (Foto Monumentenzorg, 1974) Specht." En Specht begon: "Eenjaar of wat meer geleden, liet Philipotta gewijd water komen uit de Willebrordusput te Batenburg en in stede van het te geven aan koortslijders of andere zieken, wierp zij het in den vijver. Alle visschen, die daarin leefden en alle andere dieren die daarin hun dorst kwamen lesschen, werden ziek en stierven na langdurig lijden. Haar spotternij wordt aardig gestraft, en dat zit haar zoo in de maag, dat ze bijna rust noch duur heeft en al haar eetlust vergaat. Zoolang deze plaag niet ophoudt, zal haar bleeke kleur niet verdwijnen en geen gelukkig uur zal afwisseling brengen in haar toch zoo somber en onaangenaam leven." "Och," zei de wrevelige Vos, "dat rijke volkje moet ook wat hebben. Daar is zooveel in het vorstendom van Gelder wat mij hindert. Bovendien hebben die Doddendaalsche lui

heel wat op hun kerfstok. Kom, Specht! nog een spatje, dan zijn we zoo gelukkig als mijn vriend Reinaard, die een kippetje peuzelt." Nauwelijks waren deze woorden gesproken of er klonk uit de verte driemaal een langgerekt klagend geroep van een uil. De roovers sprongen overeind en gaven het antwoord door driemaal behendig het geklapper van een ekster na te bootsen. Zij trokken voort zonder den luistervink Reinhold in het geboomte bemerkt te hebben. Zoodra de morgen aanlichtte, bevochtigde Reinhold zijne oogen met den Sint-Jansdauw van het geboomte, maakte het kruisteeken en - hij werd ziende als te voren.2 Zonder zijne kleederen in orde te kunnen schikken, stapte hij op naar het kasteel den Doddendaal en vroeg om als knecht of bediende geplaatst te worden. Men wees hem een plaats aan bij den stalmeester, die

19


niet weinig verblijd was zulk een flinken jongeman in zijn dienst te bekomen; wijl, zoals reeds terloops werd opgemerkt, dikwerf de dolkoorts onder het dienstdoend personeel heerschte. Reinhold was beleefd, vlijtig, gehoorzaam, zeer gedienstig, kortom een juweel van een staljongen. Na enkele weken noemde men hem den lieveling van al de bewoners des kasteels. Geruime tijd na de akelige gebeurtenis op het grasplekje bij den eik kwamen op den burcht hooge gasten, die na een dag uitrusten den gastheer voorstelden op jacht te willen gaan in het groote bosch tusschen Ewijk en Wychen. "Gaarne," antwoordde de baron, "wenschte ik u te vergezellen bij de meestbeminde mijner uitspanningen, doch wat genoegen kan de jacht mij opleveren, daar ik geen pijl lengte van mij af kan zien." De tranen rolden hem uit de oogen, nu hij zoo ongelukkig was en aan de genotvolle dagen zijner jeugd en mannelijke jaren herinnerd werd. Reinhold, die met een paard aan de hand, in zijns meesters onmiddellijke nabijheid stond, wendde zich beleefd tot hem en sprak: "Wanneer gij, heer Baron, belieft te doen, wat ik u aanraad, dan zult gij spoedig het licht uwer oogen terug bekomen." Ietwat grommig gaf de heer tot bescheid: "Wat bazelt gij daar toch, paardenjonkske! Vele beroemde medicijnmeesters, tot zelfs dien van onzen doorluchtigen heer en keizer van het Heilig Roomsche Rijk heb ik geraadpleegd. Tevergeefs hebben zij alle hunne geneeskruiden aangewend en gij, een simpele staljongen, vermeent geleerder te zijn dan de kruidenmengers van het keizerlijk hof!

Maar, bij Sint Victor, mijn heilige patroon! gij hebt hier trouw gediend en ik heb geen

reden u te moeten mistrouwen. Spreek op en ik zal voor de zooveelste maal een goeden raad opvolgen." Reinhold's harte sprong op van blijdschap bij deze woorden. Al had men hem op dit oogenblik tot ridder geslagen, hij had niet gelukkiger kunnen zijn. Niets van zijn inwendige blijdschap latende bemerken, sprak hij:

20

"Ga in het bosch tusschen Wezel en Beesterhuizen, zoek daar een grasperkje op, dat ik u kan aanwijzen, slaap er een nacht in den top van een der boomen, bevochtig 's morgens bij het ontwaken uwe oogen met den dauw, die aan het gebladerte hangt, maak het kruisteeken en uwe oogen zullen genezen." Alhoewel de heer van den Doddendaal er zeer veel op tegen had om zijn woning in den nacht te verlaten, - men vermoedde eerst een fĂŻjngesponnen valstrik, - zoo werd door aanhouden van Reinhold tot dit vreemdsoortig nachtverblijf besloten, toen de staljongen zijn leven verpandde tot zoolang de heer ongedeerd op het kasteel zou teruggekeerd zijn. Van een goede wacht vergezeld trok de stoet uit en de heer vleide zich zoo goed en zoo kwaad als het ging in het kroonhout van een eik ter rust en deed alles naar 's jongelings voorschrift. De baron van den Doddendaal keerde gansch hersteld terug. Hij had thans geleerd, dat het eenvoudig en oprecht geloof meer waarde heeft, dan alle wijsheid bijeen van de beroemdste waanwijze kruidenmengers. Onnoodig te zeggen welk een vreugde er op den burcht ging heerschen. De poorten van de gunst werden ten wijdste voor den kundi-

gen arts Reinhold opengezet. Eerst kreeg hij een nieuw en kostelijk gewaad, daarna den titel van onder-stalmeester, ten slotte dien van lijfjonker en schilddrager des barons. Eenigen tijd daarna beklaagde deze zich, dat het drinkwater op den burcht zeer wansmakelijk was. Ook daarvoor wist Reinhold een verbeteringsmiddel. Hij gelastte namelijk een paar arbeiders om in tegenwoordigheid des barons den bekenden steen in den slottuin weg te nemen. Niet zoodra was dit geschied, of oogenblikkelijk sprong een heldere straal frisch bronwater ten hoogte. Men dronk en roemde dit water als het kostbaarste, wat in gansch Maas-Waal te vinden was. De heer van den Doddendaal prees zijn "jonker" en schudde hem zoo hartelijk de hand,

en gaf een menigte geschenken, alsof hij een veelbeminde zoon na lange afwezigheid had weergezien.

Eenigen tijd daarna wandelde de heer der


bezitting met Reinhold in den slottuin. Toen sprak de oude op diep weemoedigen toon tot hem: "Wat doet het mij toch leed, Reinhold! dat alles hier zoo treurig is; niets wil groeien, en als het groeit, sterft het toch vroegtijdig." Onverschrokken antwoordde de jonker, want zijn stalmeesterschap had reeds lang opgehouden: 'Vergeef mij, heer baron! Zoo ik u hierop in kwetsende en grievende bewoordingen het antwoord schenk. Daar staat geschreven: Geef God wat van God is en geef den keizer wat des keizers is. Herinner u, dat gij vele jaren geleden een ketting hebt gelegd, en wel van de kerk af tot rondom uw kasteel. Zoolang nu elke schakel van dezen ketting niet verbroken is, blijft alle groei en bloei achterwege." Gelijk iemand opspringt en in merg en been rilt en siddert, die door een slang of wild dier op het onverwachts wordt aangeraakt of gebeten, zoo was de toestand van den Doddendaalschen heer. Zijn gelaat verbleekte als van een doode, krampachtig balde hij de vuisten en riep met heesche keel, doch uit genegenheid voor den jongeman, met ingehouden drift: "Brutale vlerk! Heb ik u daarom gekoesterd en gestreeld? Hoe komt gij aan de geschiedenis van den twist tusschen de kerk en mij. Dat wist niemand dan de pastoor en ik. En de pastoor is reeds langen tijd overleden!" "Gedenk, heer baron!" sprak Reinhold als een tweede Samuel tegenover Heli, "gedenk, dat de koster bij de inbezitneming door u van het kerkelijk goed tegenwoordig was; dat de koster, die al het lijden van den heiligen en zwijgenden pastoor heeft meegeleefd en wellicht in dat lijden deelde; dat dezelfde man, die den pastoor ter aarde bestelde, later uw stalknecht werd om hem het zwijgen op te leggen en nog later door u verjaagd, als een echte struikrover zijne dagen en nachten thans besteedt aan de uitplundering en berooving zijner medemenschen. Zoo gij der kerk al het geroofde teruggeeft, den koster en zijn gezin, dat tegenwoordig groote armoede lijdt, in zijn oude staat herstelt, zal vrede in uw gemoed, zal groei en bloei in uwe bezittingen wederkeeren. Gedenk, heer

Baron! dat men niet straffeloos de hand slaat aan het goed der kerk en dat der armen en behoeftigen!" Na ernstig nagedacht te hebben en eenige malen op en neergewandeld te zijn, scheen de storm van het goede en het kwade in zijn gemoed te bedaren en sprak hij met aandoening in de stem: "Het zal geschieden, Reinhold, gelijk gij gezegd hebt en het begeert!" 's Anderendaags reeds werd de parochieherder van Ewijk ontboden en in tegenwoordigheid van aanzienlijke personen en geburen de oorkonde van teruggave der "genaaste" goederen der kerk opgesteld, geteekend en plechtstatig aan de opvolger van den beroofden geestelijke ter hand gesteld. En den heer van den Doddendaal beleed openlijk zijn grove onrechtvaardigheid, vroeg nogmaals vergiffenis en herkreeg den vrede des gemoeds, gelijk hij in geen reeks vanjaren gekend had. De tuin stond daarna in beerlijken bloei, tal van vogels vlogen om en rond in het groenend hout en schaterden luidkeels hunne blijde liedekens uit, gelijk geen lentedag ooit aan den burcht had geschonken. Toen de baron op zekeren dag tusschen dat hernieuwde leven rondwandelde, zeide hij tot zijn lieveling Reinhold: "Wat een heerlijkheid in zulk een tuin te kunnen genieten! En toch, jongen van mijn hart! mijn geluk is niet volledig. Nog altoos blijft mij een scherpe nagel in het vleesch zitten. Gij weet, dat onze dochter, het eenige overgebleven kind, mijn Philippota treurt en geen enkelen genoeglijken dag beleeft. Tegenover mij is zij schijnbaar opgeruimd, doch in haar eenzaamheid, - en hoeveel uren daags wijlt zij niet in haar werkkamer, - treurt en kwijnt zij!" Meteen sleepvoette zij daar langs het hoofdpad. "Zie nu eens Reinhold! wat een sombere en treurige figuur, wat een kwijnend leven, en dat van zulk een goede, een machtige ja alles bezittende jonkvrouw van den Doddendaal, nietwaar?" "Gij weet, heer baron! hoe trouw ik u en uw gezin gediend heb; gij weet, dat geen moeite mij te groot is, zoo het uw genoegen betreft. Daarom doe ik thans dit wel wat vermetel,

21


doch voorzeker niet minder oprecht gemeend, voorstel. Indien gij mij uw dochter tot vrouw geeft, zoo zal ik u zeggen, wat de oorzaak van haar ziekte is, en op welke wijze zij heur vroolijk gelaat en de vreugde des harten zal terugkrijgen." De baron deed een trede achterwaarts, richtte zich op in al zijne heerlijke waardigheid en sprak op driftigen toon: "Vermetele knaap, hoe durft gij zoo spreken! Wat al niet opkomt in de malle hersens van zoo'n bedorven huurling, van zoo'n schooierigen laat!" De uitval was wel driftig, elk woord vlijmde door de ziel van den jongeman, doch het gelaat des ouden heers stemde niet overeen met zijne barre woorden. Dit bemerkend als een fijn gelaatkundige, waagde Reinhold te antwoorden: "Ik ben geen laat, heer baron!" En hier nam zijn stem zulk een luiden klank, dat jonkvrouw Philippota woord voor woord kon hooren: "Mijne ouders zijn van goeden huize; mijn vader, alhoewel niet bemiddeld, is een edelman zonder vlek noch blaam en noemt zich heer Van Bylandt tot den Eyckhorst en mijn vrouw-moeder schaart zich onder de afstammelingen van den Kleefschen hertog. Op beider kwartieren kleeft smet noch vlek!" De oude heer bezon zich nu een wijle en nam het woord: "Zoo mijn dochter Philippotha u genegen is, wordt gij mijn schoonzoon en niemand anders!" "Uw dochter, mijn heer en gebieder! heeft indertijd het gewijd water van den Batenburgschen Sint-Willibrordusput ontheiligd, het onnuttig wanende en het spottenderwijs in den vijver geworpen. Al het vee en gevogelte, dat daaruit komt drinken, stierf en sterft nog en wel zoolang tot zij eereboete pleegt. Zoodra zij zelve een bekken water daaruit zal scheppen, dit door den slotkapelaan laat wijden, en met het water het teeken des kruises slaat, zal de plaag ophouden. Dan keert de zielevrede, de vreugde des harten en de blos der gezondheid op haar gelaat terug." Philippota deed gelijk Reinhold had gezegd en geboden. Zij schepte het water uit den vijver, verzocht den geestelijke van het kasteel

22

het te wijden, maakte daarmee eerbiedig het kruisteeken, schonk een aanzienlijke bedeeling van brood en kleederen aan de armen en - hare blauwe oogen straalden van innige vreugde, de gelaatsrozen kwamen in bloei, haar zilveren stemme klonk bij begeleiding eener klankrijke harp, en de gulle lach van de onbezorgde en vrome baronnendochter weergalmde door al de hallen van het eertijds zoo droevige kasteel. Met van vreugde stralende oogen kwam zij tot haar vader, viel hem om den hals en sprak vol aandoening: "Goede vader! voltooi thans mijn geluk en schenk mij den beminde mijns harten tot mijn gemaal in eeuwigheid." En Reinhold wenkend, die achter het hooge gordijn bij den ingang juist dat toneel aanschouwde, zeide hij tot beiden: "Mijne kinderen, dit is de aangenaamste ure mijns levens. God zegene u bij het voorgenomen huwelijk, dat u erfgenamen maakt van den Doddendaal en alle mijne goederen!" "Het doet mij leed, mijn heer vader, dat ik mij daareven niet duidelijker heb uitgedrukt. Ik bedoelde met de beminde mijns harten geen aardschen bruidegom; ik wensch de bruid des Heeren te worden in het klooster mijner tante Adegild te Monnikenwoerd bij Altforst." Schrik en ontsteltenis voer door het gebeente zoowel van den vader als bij Reinhold. Beiden stonden als aan den grond genageld. Geen hunner kon een woord uiten, zoo had hen deze bekentenis verrast. Philippota verbrak het stilzwijgen en zeide: "Ik begrijp zeer wel, hoe u deze tijding verrast, doch ongetwijfeld zult gij beiden het verlangen mijns harten eerbiedigen. Zoo gij, heer vader, het begeert, wil ik u dienen, zoolang gij leeft, en aan Reinhold schenk ik het drie-vierde mijner erfgoederen met inbegrip van den Doddendaal." "Zoo gij niet anders begeert, dan zullen wij uw gevoelen wel moeten eerbiedigen," gaf de vader een weinig wrevelig te kennen en voegde er bij: "Geliefde dochter! bedenk wel, wat gij doet! Overweeg nog enkele dagen en zeg daarna uw besluit." Philippota overwoog en bleef bij haar eenmaal genomen besluit. Na lang en vurig


gebeden te hebben, trok zij voor eenige weken naar het klooster om haar tante de gelukkige tijding persoonlijk mee te deelen, in welken tijd een verre bloedverwante, zekere jonkvrouw van Twist tot den Kannenburg, haar plaats in het huisgezin waarnam. Deze kennismaking gaf aanleiding, dat de oude heer, - na twee jaar de biddende Philippota te hebben tegengehouden - zijn toestemming gaf en wel aan de dochter om den sluier aan te nemen van de bruiden des Heeren, en aan Reinhold om te huwen met de freule van Twist, welk jonge paar als zijne aangenomen kinderen bij hem zou inwonen. Het afscheidsfeest van de beminde en weldoende Philippota was kort van duur en zeer stemmig, de bruiloft van den jonker werd met grooten luister en plechtigheid gevierd. Van heinde en ver stroomden de uitgenoodigde bloedverwanten, vrienden en bekenden naar den feestelijk getooiden burcht. Ossen en kalveren, kapoenen en ander gevogelte werden bij grooten getale geslacht; de bier-, mede- en wijnkelders werden danig geplunderd. Op de feestweide kwam het onderhoorige landvolk samengestroomd, waar het bruidspaar koek en suikerbier in overvloed aanbood. Juist bij het opdisschen van het brood met hamschijven naderde een ellendig gekleede bedelaar door het hek der omheining. Toen bruid en bruidegom hem zagen,stonden zij aanstonds van hunne zetels op, gingen hem tegemoet en Reinhold, die hem aanstonds herkend had, vroeg: "Kent gij mij?" De bedelaar gaf ten antwoord: "Hoe zou ik zulk een rijk heerschap kennen, ik een arme, in lompen gehulde en overal verstooten bedelaar, die niets ter wereld bezit en het brood van deur tot deur telkendage van der menschen goedheid moet afsmeeken." "Komaan, gij herkent mij niet meer? Maar ik herken u dadelijk. Gij zijt Gaspar van Bylandt, mijn broeder!" De bedelaar sprong terug van schrik, want hij meende, dat hij

voor elkeen onkenlijk was geworden en zijn broeder reeds lang gestorven en begraven

was. De bruidegom liet hem aanstonds kleeden en behandelen als zijn broeder, schonk hem van harte vergeving voor al het verledene, noodigde hem hartelijk uit aan den disch en vertelde hem 's anderendaags al het gebeurde tot dezen gelukkigen oogenblik. Beschaamd over zijn ellendig gedrag, verborg Gaspar zich voor de kennissen, ging naar het bekende bosch van Beesterhuizen en wachtte daar de komst van de roovers af, stellig meenende, dat die daar hunne geregelde bijeenkomsten hielden. En werkelijk, bij het middernachtelijk uur kwamen er drie van de oude bandieten, - de gewezen koster had deze loopbaan vaarwel gezegd door zijn teruggekregen goed aan de kosterie te Ewijk, - terug en Wolf begon: "Het duurt nog een geruimen tijd, eer de spullenbaas komt, willen wij wat gaan vertellen van den ouden tijd en den nieuwen jonker van den Doddendaal?" "Ik dank je feestelijk," zei de ander, "wij worden hier altoos beluisterd. Ik ga drinken en slapen, tot er geroepen en gewekt wordt." Den volgenden morgen klom Gaspar verdrietig den boom uit, ging tot zijn broeder op het kasteel en verhaalde wat er geschied was. Reinhold drukte zijn broeder de hand en zeide: "Laat het verledene maar rusten. Het moge ons beiden een gewichtige les zijn elkaar als broeders lief te hebben. Blijf bij ons zoolang het u belieft." Na eenige dagen in genoegelijk samenzijn doorgebracht te hebben, vertrok Gaspar naar het klooster der Benedictijnen in Overasselt, waakte, vastte daar overvloedig, diende God bovenal, beminde zijne evennaasten als een echt navolger van den grooten Leermeester aller volkeren en aller geslachten, en stierf hoogbejaard als een godvruchtig en heilig levend leekebroeder.

23


n

M

20

15

H

23

22

21

HARTOG

MARIA JOHANNES PETRONELLA ARNOLDA FRANCISCUS ELSEN van de WERT de LEEUW (Theunissc) van van OIJEN SWAM

en Christina (Jansen)Meier

dr. van Comelis (Oerritse) van Swam en Wilhelmina (Stevens) Hendriks

zn. van Everardus (lansen) den Hartog en Henrica Wosels

zn. van dr. van Coroeliui Amoldus-Aart (Gerrhi) van de van Swam Wen en en Elisabeth (Aertse) Berentje (Jansen) Schillen van Orsou

schipper

arbeidster

planter

- Wamel 21-10-1752 t Leeuwen 13-1-1818

~Puiflijk/L. 30-5-1763 t Leeuwen 23-3-1826

- Wamel 28-7-1755 t Leeuwen 12-7-1820

IDA CORNELIS (PETERS) vanSWAM rauKESSEL zn. van Petrus vanKessel

WILHEL-

MUS den

— Leeuwen 16-2-1749 t Leeuwen 2-10-1808

- Wamel 30-1-1775 t Leeuwen 14-9-1810

-Wamel/Leeuwen 28-2-1795

- Puiflijk 9-7-1780

~ Alphen 17-9-1755 t Leeuwen 21-2-1810

STEPHANUS VAN KESSEL

JOHANNA DEN HARTOG

JOHANNES VAN DE WERD

schipper * Wamel 27-5-1793 T Leeuwen 15-8-1842

plantster/naaister * Leeuwen 9-8- 1800 t Leeuwen 27-1-1878

schipper/herbergier * Leeuwen 12-6-1800 t Leeuwen 27- 11- 1868

•» Leeuwen 10-5-1817

dr. van Nicolus Smits en Erica van den Hof

29

- Wamel 22-2-1791 Leeuwen 13-11-1869

— Leeuwen 5-8-1803 t Leeuwen 22-1-1844

GRADUS EVERS

MARIA HERMSEN

zn. van ibhannes Janssen en Alijda

dr. van Albert van Groen en Richarda Bus/Bues

zn. van Oerardus Even en Maria lansen

dr. van Jan Herznsen

* Leeuwen 30-1-1801 t Leeuwen 3-10-1802

planter * Leeuwen 2-2-1828 t Leeuwen 23-8- 1911

- Gendt Huisse n/Mal 26-4-1768 10-10-1766 t Oosterhout t Herveld 10-9-1828 6-3-1807 «> Huissen 3-5-1791

13 EMERENTIA

WILLEM JURRIENS

en Hendrina van Raay

Elst/Huissen 3-3-1786 t Eist 28-1-1857

- Eist 27-4-1793 t Eist 20-10-1831

» Hst 12-4-1820

15

14

HOL

JOHANNES JANSSEN

MARIA EVERS

* Leeuwen 15-3-1825 t Leeuwen 17-6-1914

bakker * Herveld 10-6-1803 t Eist 22-3-1885

dienstmeid * Eist 30-4-1820 t Eist 27-5-1893

» Wamel 18-2-1860

oo Eist 21-9-1839

6

5

4

31

GEERTRUDIS van GROEN

Bonman

»Wamel 12-5-1824

MARIA VAN OIJEN

30

PETRUS JANSEN

arbeider

12

«. Wamel 10-8-1827

oo Wamel 30-6-1825

- Puiflijk 19-7-1796 t Alphen 20-7-1870

11

10

zn. vin Johannes Hol en Allegondis (Araolduste) Rijke

28

2

visscher

— Leeuwen 27-1-1790 t Leeuwen 25-6-1853

- Puiflijk 3-5-1783

~ Leeuwen 16-4-1780

9

8

dr. van Henricus Jacobs en Mechtildu Roelofs

planter

~ Leeuwen 27-7-1764 t Leeuwen 6-7-1845

— Leeuwen 10-3-1753 t Leeuwen 11-4-1830

26

JENNEKEN NICOLAAS 4LLEGONDA JURRIENS JACOBS HOL JANSSEN zn. van Wfflem Jurrisns en PetroneUa Verschoor

dr. van Jonas (Adrianus) Eisen en Maria Catnerina Oeenruida van Kilsdonk

dr. van zn. van Antonius Janssen Theodorus van Oijen de Leuw en en Margaretha Oertrudis van Hees/Heis (Joannis) van Robbe Avesaet

25

24

JAN

7

EVERT JAN VAN KESSEL

PETRONELLA JOHANNA VAN DE WERD

JAN WILLEM JURRIENS

AGNES ALEIDA JANSSEN

schipper * Leeuwen 15-12-1837 t Leeuwen 1-1 1-1916

* Leeuwen 22-1 1-1840 t Leeuwen 18-3-1925

herbergier in 1920, visscher in 1913 * Leeuwen 3-3-1861 t Dongen 25-6-1935

* Eist 1-1-1866 t Leeuwen 7-8-1897

- Eist 26-4-1889

- Wamel 21-6-1867

3

2 FRANCISCUS STEVEN VAN KESSEL

EMERANTIA MARIA JURRIENS

stoombootkapitein

* Leeuwen 8-7-1890

* Leeuwen 1-9-1874, t Rotterdam 14-7-1955

t Rotterdam 17-12-1965 « Wamel

26-1-1900

1 JOSEPHUS * Rotterdam

VAN KESSEL 19-3-1929

<x>

Dpgemaakt met WordPerfect 6.0. Afgedrukt met HP deskjet. RCC

24

Inzender: mevr. P M J. Brons, Retstraat 3, 6658 DB Beneden Leeuwen, (tel. 0487-59 24 41)

25


LiteratuurSignalement _

*^^

—.

•5=1 v? n _____

•S

—_____- —-

-TSr' l tS

.'

-**

..S*R&ij De met een * gemerkte titels zijn op het Documentatiecentrum van Tweestromenland raadpleegbaar

*—*~r^.» -.- • ^ h

**9ft .M

* HANDELAAR, Een - in preekstoelen; in: Dagblad voor Noord-Limburg, d.d. 14-101995, afb. (246/247; 339.17 en 92) Jan Peters te Horssen

* K[OCK-WILLEMS], T. d [e], Stichting Culturele Schoolactiviteiten Druten viert jubi- * VELDE, M. van der, Religieus interieur zit leum; in: De Waalkanter, d.d. 20-04-1995, in de lift; in: Zondagsnieuws, d.d. 24-12afb. (008 en 37) 1995, afb. (246/247, 339.17 en 92) 121 /2-jarig bestaan Jan Peters in Horssen * VISSER, C., Streekhistorisch Museum Tweestromenland. De verhuizing van het Streekmuseum naar Beneden-Leeuwen; in: Tweestromenland, nr. 83 (1995/1), p. 19-20, afbn. (069) * DEKKERS, J., Druten, bedevaartsoord?; in: Samen Kerk, jrg. 8 nr. 5 (mei 1995), p. 1013. (23) H. Lucia * EWALDENZONDAG , -; in: De Waalkan-

ter, d.d. 05-10-1995, afb.

(23)

Drutense parochie-heiligen

SCHUYF, J., Heidens Nederland. Zichtbare overblijfselen van een niet-christelijk verleden; Utrecht, 199.. (23) routebeschrijvingen naar 25 objecten, o. a. de Lapjesboom bij de St. Walrickskapel in Overasselt * GELDER, J. [A.] van, Historisch monument in Bergharens St. Annakerk; in: Tweestromenland, nr. 84 (1995/11), p. ISIS, afbn. (246/247)

romaanse doopvont

26

* DEKKERS, J., Tweehonderd jaar Ewaldenparochie; in: Samen Kerk, jrg. 8 nr. 5 mei 1995), p. 6-9, afbn. (262.2) Druten * K[OCK-WILLEMS], T. d [e], Feestelijk jaar voor Parochie H.H. Ewalden; in: De Waalkanter, d.d. 26-01-1995 (262.2) Druten * PETERS-SENGERS, T., Vincentius Vereniging Wychen 100 jaar. Een wandeling op

kousevoeten door een eeuw van sociale hulpvaardigheid en verborgen medemenselijkheid; Wychen, 1995;" 127 p., afbn. (267 en 361.8) * THISSEN, B. en P. BOER, Johan Moliart (+ 1356), Gelderse rentmeester en raad, bezien vanuit Nijmeegs perspectief; in: Jaarboek Numaga, deel 42 (1995), p. 23-

52, afbn.,bijln. (271) p. 37-38: M. had zich de Hof te Weurt van de abdij Mariënweerd bij Culemborg toegeëigend,

groot ca. 112 ha. * BOUWBOND, Bouw- en Houtbond FNV


afdeling Deest viert 50-jarig bestaan; in: De Waalkanter, d.d. 12-10-1995 (331 en

666) * ZANDT, J. van der, Maas en Walers gingen in Holland werken; in: Tweestromenland,

641/642) * ROMEINDERS, R.T.P. Elektrotechniek bestaat 80 jaar!; in: De Waalkanter, d.d.

14-09-1995 (339.17 en 621) Druten

nr. 85 (1995/III), p. 5-11. (331 en 323.3) * TWINTIG, - jaar Tuincentrum Buil; in:

* ANGELIQUE, - van der Zand zet "de zaak" voort; in: De Waalkanter, d.d. 14-09-

1995, afb. (339.17 en 64) manufacturenwinkel Druten * CATHALS, De - 25 jaar; in: De Waalkan-

ter, d.d. 12-10-1995, afb. (339.17) cadeau-artikelenwinkel Druten

De Waalkanter, d.d. 01-06-1995, afb. (339.17 en 635) Puiflijk * VAN, - Woerkom Juwelier, 25 jaar geleden pionier in Hogestraat; in: De Waalkanter, d.d. 23-11-1995, afb. (339.17) Druten

* [GELDER, J.A. van], Al in 1818 had Her- * HERDENKING, - Gesneuvelde Stoottroenen een jaarmarkt; in: Hier en Ginder, jrg. pers; in: De Waalkanter, d.d. 28-09-1995

36 nr. 5 (mei 1995), p. 65-66, afb. (339.17)

(355 en 355.48) Beneden-Leeu wen

* K[OCK-WILLEMS], T. d [e], Huisman Electrotechniek b.v. houdt "open huis". Feest bij het veertigjarig bestaan!; in: De

* K[OCK-WILLEMS], T. d [e], Vijftigste herdenking in Beneden-Leeuwen. Algemene Dodenherdenking Gesneuvelde StootWaalkanter, d.d. 08-06-1995, afb. (339.17 troepers; in: De Waalkanter, d.d. 05-10-

en 621) Afferden

1995

(355 en 355.48)

* AAN,- hen die vielen 1945-1955; [Bene* K[OCK-WILLEMS], T. d[e], Lemmers den-Leeuwen], 1995 (355.48) Zaadhandel: een halve eeuw jong!; in: De Waalkanter, d.d. 23-03-1995, afb. (339.17 * ARTS, W., De Franse inval in Maas en en 631.5) Waal: 1794; in: Tweestromenland, nr. 82 Beneden-Leeuwen (1994/IV), p. 9-25, afbn., krtn.; en nr. 83

(1995/1), p. 26 (355.48) * K[OCK-WILLEMS], T. d[e], Megens Woon- en Slaapcomfort al vijftig jaar een begrip; in: De Waalkanter, d.d. 21-09-1995 (339.17 en 643/645) Druten * K[OCK-WILLEMS], T. d [e], Wim Tromp vijfentwintig jaar begrafenisondernemer; in: De Waalkanter, d.d. 04-05-1995, afb. (339.17 en 393) Bergharen * K[OCK-WILLEMS], T. d [e], Wim Toebast bakt laatste broodjes ...; in: De Waalkanter, d.d. 21-12-1995, afb. (339.17 en

* [GELDER, J.A. van], Geschiedvervalsing mei 1940; in: Hier en Ginder, jrg. 36 nr. 4

(april 1995), p. 57, afb. (355.48 en 92) W. Jagtenberg op de Grebbeberg GULMANS, JJ., Operatie Market Garden; in: De bevrijding van Nederland 19441945. Oorlog op de flank, onder red. van C. Klep en B. Schoenmakers; Den Haag, 1995; p. 107-160 (355.48) * OS, J. van, Geschiedvervalsing over de meidagen van 1940. Wim Jagtenberg zet beroepshistorici in hun hemd; in: Twee-

27


stromenland, nr. 84 (1995/11), p. 16-17 (355.48 en 92) PELZERS, E., en M.P.J. KOK, Inventaris van de Archieven van het Militair Gezag in Gelderland (1941) 1944-1946 (1948); Arnhem, 1995; 58 p., afbn. (355.48 en 930.25) Gelderse Inventarissenreeks nr. 35

* K[OCK-WILLEMS], T. d[e], Bieblebons al twintig jaar in trek; in: De Waalkanter, d.d. 17-10-1995, afb. (373.2) peuterspeelzaal Druten-Zuid * K[OCK-WILLEMS], T. d[e], Basisschool De Terebint viert 65^jarig bestaan; in: De Waalkanter, d.d. 06-07-1995, afbn.

(373.2/3) Protestants-Christelijke basisschool Wamel

* SOLDAAT, - in den vreemde. Verhalen van toen; Dreumel, 1995 (355.48) 30 verhalen van gewone mensen uit en in Dreumel in de Tweede Wereldoorlog, uitgegeven door de Stichting Dreumel 1100

* LEEUWEN, W. van, Bidprentjes verzamelen, een bijzondere hobby; in: Maas en Waal Totaal, jrg. l nr. 3 (sept. 1995), p. 29

(393, 264 en 92) Albe-rt van den Heuvel uit Winssen

* H [AS], L, Zonnebloem afd. Winssen viert 25-jarig bestaan; in: De Waalkanter, d.d. * SALET, M., "Tot ziens in de hemel". A. van den Heuvel heeft meer dan 200.000 18-05-1995 (362.1) bidprentjes; in: Dagblad voor Noord-Lim* H [AS], L, 50 Jaar Rode Kruis Beuningen; burg, d.d. 29-10-1995, afb. (393, 264 en in: De Waalkanter, d.d. 12-01-1995 92) (362.1) * CARNAVALSVERENIGING, - "De Oude Gierpont" bestaat 40 jaar; in: De Waalkan* K[OCK-WILLEMS], T. d [e], Rode Kruis, afdeling Appeltern-Batenburg in het Zilter, d.d. 02-11-1995, afbn. (394.25) ver; in: De Waalkanter, d.d. 18-05-1995 Wamel

(362.1) * [GELDER, J.A. van], Ouderenbond 40 jaar in Bergharen-Hernen-Leur; in: Hier en Ginder,jrg. 36 nr. 3 (maart 1995), p. 38 (362.6)

* VEERTIG, - jaar K.B.O. Wamel; in: De Waalkanter, d.d. 28-09-1995, afb. (362.6) * W[IJNBERGEN], C. v[an], De Weesinrichting Neerbosch; in: De Heraut Gelre, jrg. 12 nr. 4 (dec. 1995), p. 2., lit.

(362.7/362.8)

28

* STICHTING, - Oranje-ComitĂŠ Dreumel 75 jaar; in: De Waalkanter, d.d. 12-10-1995 (394.4)

* GEEST, - of misplaatste grap? Gelderse Druten in rep en roer; in: Dagblad voor Noord-Limburg, d.d. 18-05-1995 (398.4) spookachtige verschijnselen in een Drutens gezin


Algemeen Postadres: HISTORISCHE VERENIGING TWEESTROMENLAND Postbus 343, 6600 AH WIJCHEN.

Speciale adressen en/of bezoekadressen: Het Streekdocumentatiecentrum Tweestromenland Uitsluitend bezoekadres: Kasteellaan 24 te Wijchen; tel.: 024-6413012.

Het Streekhistorisch Museum Tweestromenland Pastoor Zijlmansstraat 3, 6658 EE BENEDENLEEUWEN,

tel.: 0487-595002.

Openingstijden: Elke zondag en elke woensdag van 14.00-17.00 uur. Rolstoeltoegankelijk. Groepen kunnen volgens afspraak terecht.

Openingstijden: elke woensdagmiddag van 14.00-1700 uur, vrijdagavond (voorafgaande aan de eerste zaterdag van de maand) van 18.3021.00 uur en elke eerste zaterdag van de maand van 9.30-12.30 uur (dan de zij-ingang van het gemeentekantoor). In de maanden juli en augustus gesloten.

Postadres van het museum: De Heuvel 107, 6651 DC Druten, tel. 0487-517282.

PUBLIKATIES uit de TWEESTROMENLANDREEKS

ledenprijs dl 1 dl 2 dl 3 dl 4 dl 5 dl 6 dl 7 dl 8 dl 9 dl 10 dl 11 dl 12 dl 13 dl 14

dl 15

Maas en Waals woordenboek Aan het volk van Nederland Leeuwen en Elisabeth Boldershof Ewijks klooster Stoomtram deel l Schoolstrijd Appeltern Wee den vergetenen (watersnood 1926) Dorp Horssen Stoomtram deel II Kwartierstatenboek DorpAfferden Bibliografie Tweestromenland Van Vamele tot Wamel (Kosten porto ƒ 9,-) Duizdnd jaar Deest

Kosten porto deel 1 t/m 12

niet-ledenprijs

uitverkocht ƒ 8,00 9,75 18,50 25,00 18,50 25,00 13,50 15,00 uitverkocht 9,75 9,75 uitverkocht uitverkocht 20,00 25,00 uitverkocht 39,00 39,00 (op korte termijn verkrijgbaar) 42,50 45,00

47,50

47,50

ƒ 6,00

ƒ 6,00

U kunt alle publikaties van de Tweestromenlandreeks bestellen door overschrijving op postgiro 26 22 012 t.n.v. Penningmeester Hist. Ver. Tweestromenland, Postbus 343, 6600 AH Wijchen.

Boeken zijn aan te kopen in het Streekdocumentatiecentrum Tweestromenland te Wijchen en in het Streekhistorisch Museum Tweestromenland in Beneden Leeuwen tijdens de openingsuren.

29


TWEESTROMENLAND MAAS EN WAALS TIJDSCHRIFT VOOR STREEKGESCHIEDENIS 24.X11.1997 - verschijnt len ininsu- vier maal per jaai - N U M M K R 9 4


TWEESTROMENLAND Opgericht 15 mei 1964. Doel: in zo breed mogelijke kring bevorderen van de belangstelling voor de geschiedenis in al haar aspecten en onder ieder opzicht, in het bijzonder van het werkgebied, het Land van Maas en Waal en het westelijk deel van het Rijk van Nijmegen. Lidmaatschap: Het lidmaatschap geeft recht op toezending van tijdschrift en nieuwsbrief, op deelname aan excursies en tevens korting op de boekhandelsprijs bij uitgaven uit de Tweestromenlandreeks. Contributie: De contributie voor 1997 bedraagt f 35,-. Men mag ook meer storten bij wijze van gift, te voldoen door storting op postgiro 2622012 ten name van Penningmeester Tweestromenland, Postbus 343, 6600 AH Wijchen. Ledenadministratie: Postbus 343, 6600 AH Wijchen, tel.: 0487594336, voor de opgave van nieuwe leden, adreswijzigingen en eventuele opzeggingen (vóór l december). Secretariaat: Postbus 343, 6600 AH Wijchen, tel.: 0246418987 Ereleden: H. van Heiningen, J.P.M, van Os, Bestuur: Mevr. W.M. Berris-Visschers, Wijchen, voorz. J.P.H. Daverveld, Wijchen, secr. Mevr. G.Y.M. Derks-Klabbers, Druten, wnd. penningmeester A.W.P.A. Banken, Beneden-Leeuwen A. Kamerman-Wilmink, Wijchen M. van der Putten, Beneden-Leeuwen G.A.A. Rooijakkers, Overasselt WJ. van Sommeren, Beneden-Leeuwen C. Visser, Druten

Administratie: P.G. Leussink, Beuningen Kopij: Kopij dient getypt (zo mogelijk op floppydisk met uitdraai in WP 5.1), gedateerd en ondertekend te worden verzonden aan: De redactiesecretaris, postbus 343, 6600 AH Wijchen. Kan een artikel niet in machineschrift worden geleverd, dan gaarne in een duidelijk leesbaar handschrift. Afbeeldingen moeten, indien men ze terug wil hebben, aan de achterzijde voorzien zijn van naam, adres en woonplaats van de bruikleengever. Losse nummers tijdschrift: Nrs. 19 t/m 94 voorradig. Per stuk f 7,50 exclusief f 2,50 verzendkosten. Te bestellen door storting op giro 2622012 ten name van Penningmeester Tweestromenland, Postbus 343, 6600 AH Wijchen. ISSN: 1381-950 X

Inhoud 3 Johan van Os, Ko van den Boom, Bloed en losse haren op Kermiszondag inDeest(1772) 11 Jan van Gelder, Bergharens nooit erkend gemeentewapen toch in restauratie 15 Jan van Gelder, Over dieven en stropers rond het Hernense Bos . . . 19 Gomarius Emmanuel Mes, De Galgenberg te Wijchen (deel I) 24 Genealogiejansen 26 LiteratuurSignalement Nieuwsbrief Op de voorkant: Het, nooit erkende, wapen van de voormalige gemeente Bergharen. De geschiedenis van dit wapen wordt uitvoerig verteld in dit nummer van ons tijdschrift.


_,

_,

Streekarchief Bommelerwaard

TWEESTROMENLAND MAAS EN WAALS TIJDSCHRIFT VOOR STREEKGESCHIEDENIS Redactie: Hugo van Capelleveen, Gijs van Dijk, Jan van Gelder, Kees van Kouwen, Ernest Mettes, Pieter Roelofs, Harry de Rouw (redactiesecretaris).

1997/IV

NUMMER 94 Johan van Os, Ko van den Boom

Bloed en losse haren op Kermiszondag in Deest (1772) In het jaar 1772 grijpt er tijdens de kermis in Deest een voorval plaats waaraan veel tijd en inkt verspild zal worden. Achteraf bekeken heeft het weinig om het lijf. Waarom dan al die drukte? Omdat justitie denkt dat ze drie zware criminelen uit Deest te pakken heeft. Maar wie zijn dit dan? Op de eerste plaats Enneke Janssen, de Smit. Verder Maria Janssen, bijgenaamd De Lepper, en haar zoon, Cornelis Gijsberls. Enneke de

Smit, Maria de Lepper en Cornelis zitten vast onder het Ambtshuis in Druten en /e zijn al een paar keer verhoord door het 'Hoog Adellijk Landgerigt'. Ze worden ervan verdacht dat ze in Deest getuige zijn geweest van een ernstige misdaad, maar dat ze daarover voor het gerecht staan te liegen. Wat is er gebeurd? Leste Deestse kennis Het hele geval doet zich voor op 21 juni 1772, op de zondagmorgen van de zogenoemde Leste Deestse Kermis, en wel iii en bij het huis van Derk Wouters. De baas, Derk zelf, is niet thuis. Hij zou in Afferden naar een schoenmaker geweest zijn. Kennelijk wel thuis is Derk's zoon Jan en de dienstmeid Maria, een dochter van Cornelis Schillen. Tussen die twee: zoon Jan en meid Maria, moet zich binnen iets hebben afgespeeld, maar niemand weet precies wat. In elk geval komt op een gegeven moment de meid met loshangend haar naar buiten gehold: een raar gezicht, want iedere fatsoenlijke dienstmeid

draagt in die tijd een muts. Even later komt_/an van Derk Wouters aankloppen bij Maria de Lepper, die een eindje verderop woont. Hij heeft twee gaten in zijn kop, het bloed loopt eruit. Jan vertelt tegen Maria de Lepper dat hij de grootste ruzie had gekregen met Maria, de meid, maar dit was een potige tante; ze had hem bijna afgemaakt. Voor Jan zat er niets anders op dan het mes te trekken. Niet ĂŠĂŠn keer. Nee, twee keer, drie keer misschien wel. Maria de Lepper staat even raar te kijken. Zulke dingen gebeuren niet elke dag in Deest. Maar goed, eerst de wonden maar 'ns verzorgen. Was Jan gevallen of had de meid hem zo bloedig toegetakeld? Hoe dan ook, het was er hard aan toegegaan in huize Wouters, dat kon je wel zien. Maar wie er begonnen was, waar 't over ging en hoe de vechtpartij tussen Jan en de meid nu precies verlopen was: niemand die 't wist! De verklaring (11 augustus) Zeven inwoners van Deest worden op 11

augustus 1772

als getuigen naar Druten

geroepen door Walraven baron van Halveren, heer van Weurt, rechter en dijkgraaf van


Wouters op haar hurken heeft zien zitten. Of

Dienstmeisje met muts. Maas en Waal. Hier komen ze, de getuigen:

1. Jan de Smit (in de 60) 2. Zijn zus: Enneke (Janssen) de Smit (54 jaar) 3. Maria 'de Lepper' (58 jaar) 4. Haai' /ÂŤon: Comdis (in de 20 jaar) 5. Deus Hendriks (20 jaar), knecht van Willem Gijsberts

6. Gonda Ăźelissen 7. 7 oow de Snijder (in de 30 jaar) Ze moeten een stel vragen beantwoorden. Uit hun antwoorden blijkt dat Jan de Smit, Toon de Snijder, Delis Hendriks en Maria de Lepper op de zondag van de Deestse kermis (21 juni) in de buurt geweest /ijn van het huis waar het gedonderjaag aan de gang was. fan de Smit heeft gezien, /egt hij, hoe de meid van Derk Wouters, Maria Schillen, de achterdeur uit kwam rennen: /onder muts, de haren om Viet hoofd. Toon de Snijder vertelt dat hij de meid hij de achterdeur van hui/e

zij nu wel of niet een muts op had, daar heeft De Snijder niet op gelet. Delis Hendriks heeft helemaal niets gezien. Maria de Lepper, buurvrouw, was in haar achterhuis en heeft van daaruit gezien dal er bij Derk Wouters een vrouwspersoon zonder muts naar buiten kwam, maar of het de meid was, Maria Schillen, dat wist ze niet. De Snijder, Delis Hendriks, Knneke de Smit en De Smit /elf verklaren alle vier dat ze Jan, de zoon van Derk Wouters, op dat moment niet hebben waargenomen, nergens. Jan van Derk Wouters zou de meid hebben uitgescholden voor 'canaille' of zoiets, meent het gerecht te weten. Is dit waar? Alleen Toon de Snijder zegt een mannenstem gehoord te hebben. 'Gij suli er tiijt,1 was er geroepen. Ook Delis Hendriks had wel iets gehoord, maar hij kon het niet verstaan. Maar Jan van Derk Wouters en de meid hadden die morgen toch ruzie gehad? Of de getuigen dat soms niet weten? - Nee, alleen Jan de Smit had wel aan ruzie gedacht, omdat de meid zonder muts naar buiten kwam. Hadden de getuigen dan gezien dat Jan verwondingen had opgelopen? - Toon de Snijder en Maria de Lepper was het wel opgevallen dat Jan een pleister op zijn hoofd had, ja. Jan zou ook gezegd hebben dat de meid hem een klap verkocht had met de deksel (het scheel) van een kan (tuit). Ook Delis Hendriks ten slotte hacl een plek gezien aan het hoofd van Jan. Interessante verklaringen, daar kan het gerecht mee vooruit. Maar niet iedereen blijkt zo spraakzaam te zijn. Enneke de Smit beweert gewoon van niks te weten. En ze heeft Jan van Derk Wouters ook echt niet horen zeggen dat Maria Schilten een hoer was. Nee, Enneke wist nergens van. Maar hoe kon dit dan? Enneke de Smit had het thuis in Deest wel degelijk over het voorval in huize Wouters gehad. Het gerecht wist zelfs met wie. Enneke heeft erover gepraat met Evert de Kuijperen diens vrouw Maria van Ingen. Of niet soms? Enneke maakte zich toch niet schuldig aan meineed? Daar was ze nog speciaal voor gewaarschuwd.


En Maria de Lepper en haar zoon Cornelis?

Hebben zij niet van Jan zelf of van iemand anders gehoord wat er was gebeurd bij Wouters? Eerst ontkennen Maria en Cornelis allebei, maar later geeft Maria toe dat ze op Deestse kermis de toedracht van Jan zelf heeft gehoord. Ze wist van de messentrekkerij. En nog mooier: ze had er thuis in Deest met Enneke de Smit al over geklept. Beiden, De Lepper en De Smit, wisten dus van wanten, maar toen de dames bij het eerste verhoor in het Ambtshuis aan de tand waren gevoeld, hadden ze allebei onder ede verklaard nergens van te weten. Zo kwamen de 54-jarige Enneke en de 58^jarige Lepper op 11 augustus beiden onder verdenking te staan van meineed. Maar Enneke de Smit beweerde door Maria de Lepper opgestookt te zijn om een valse verklaring af te leggen. Ja, daar stond ze dan, Maria Janssen, bijgenaamd De Lepper. Het had geen zin meer om zich van de domme te houden en ze biechtte het hele verhaal nu maar op. Jan van Derk Wouters had op Deestse kermis bij haar aangeklopt en haar de twee wonden aan zijn hoofd laten zien. Op één van de twee had Maria een pleister geplakt. Jan had haar verteld wat er was gebeurd. En enkele dagen voordat ze in Druten voor het gerecht getuigenis moesten gaan afleggen, hadden Maria, haar zoon Cornelis en Enneke de Smit bij Maria thuis afgesproken dat ze op het Ambtshuis alle drie maar moesten doen alsof hun neus bloedde. Het slachtoffer, Jan van Derk Wouters, had daar zelf bij gezeten. En eenmaal op weg naar Druten hadden Maria en Enneke elkaar nog een keer op het hart gedrukt zich voor het gerecht aan die afspraak te houden: niks loslaten. Bij De Kelder was dit geweest. De kortste weg van Deest naar Druten ging toentertijd door de uiterwaarden en dan kwam je langs het café dat al

het verhoor van 11 augustus bleven ze daar zitten, in afwachting van een nader onderzoek. Nader onderzoek (28 en 29 augustus) Het duurde meer dan 14 dagen eer de hoge heren van het Drutense gerecht weer eens tijd hadden voor de criminaliteit in Deest. Op 28 augustus werden de drie gevangenen, Maria de Lepper (58), Cornelis (±20) en Enneke de Smit (54) opnieuw naar boven geroepen. Ditmaal was ook het 'slachtoffer' van de partij: Jan van Derk Wouters. Waarom, wilden de heren weten, had Enneke de waarheid verzwegen? - Omdat Maria de Lepper haar het zwijgen had opgelegd, daarom. Jan van Derk Wouters zelf verklaarde dat hij niemand hacl aangezet de mond te houden, maar van de andere kant, zei hij, was het wel zo dat ook niemand iets van de messen trekkerij kon hebben gezien, want dit was binnen in huis gebeurd. Toch had Enneke in Deest

meer dan zes keer horen vertellen dat Jan de meid, Maria Schillen, met het mes van zijn lijf had moeten houden. Kwestie van zelfverdediging. Anders had de meid hem afgemaakt, beweerde Jan zelf, want 'sij was niet als een mensch, maar als een leeuw.' Was Enneke een dag of 10, 12 voordat ze naar Druten moest, nog bij Evert de Knijper geweest? - Ja, daar kwam ze bijna elke dag trouwens. En inderdaad, ze had het met Evert en zijn vrouw over Jan van Derk Wouters gehad en erbij gezegd: 'Ik sal mij maar houden dat ik nergens van weet.' Maar dat meende ze niet echt, ze had 't er zonder erg uitgeflapt. Gehoord worden Evert Franssen de Knijper en zijn vrouw Maria van Ingen. Hij is 23, zij onge-

veer 25 jaar. Hadden ze 10 a 12 dagen voordat de drie verdachten naar Druten moesten, nog bezoek gehad van Enneke de Smit? - Ja,

eeuwenlang bekendstond als De Kelder.

dat hadden ze. Volgens Enneke, aldus het

Daar hadden Maria en Enneke nogmaals hun besluit genomen. Ze zouden maar doen

echtpaar De Knijper, had Jan van Derk Wouters tegen Maria de Lepper verteld dat hij de meid niet van zijn lijf had kunnen houden en

alsof ze gek waren, in de hoop natuurlijk dat ze meteen naar huis gestuurd zouden wor-

dat hij uit noodweer het mes had moeten

den. Maar die vlieger was niet opgegaan. Maria, Cornelis en Enneke zaten nu al een

trekken. Evert had toen gezegd: 'Enneke, vertel dat maar niet verder, want dat is vast en

week of zes onder het Ambtshuis en ook na

zeker gelogen.' - 'Gelogen?' had Enneke


geroepen, 'en ik heb er zelf bijgezeten!'

|a, zegt ze, maar ze heeft zo'n raar gevoel in

Diezelfde dag was Enneke de Smit nog een keer hij Evert de Kuijper binnengelopen, met de oproep van de rechtbank in de hand.

het hoofd, alsof ze 'AaZf jimjbeC is. Waarom sluiten ze haar op in de gevangenis en moet ze hier een verklaring afleggen? Ze hoort op

Ze had hem om raad gevraagd. Wat moest ze

bed thuis. Ze kan zich van de hele zaak niets

zeggen in Druten? !ËMM^A^/ had Evert gezegd, 'fgyffZ dg recA(6«»A a/^.* «;«! /f AiVr A«/V twteM; «Z/es zwz( j<? wgf/ n«M &• M^.Mg»(rfAA«%;'.'

meer herinneren. Zulke uitvluchten zullen haar niet helpen, zeggen de heren. Ze wist best wat ze zei, toen ze werd verhoord. Het wordt tijd dat Enneke

Maar Enneke had geantwoord dat ze zich overal buiten zon houden. Naderhand, toen Enneke, Maria en Cornelis al vastzaten in Druten, had Jan van Derk Wouters onderweg De Kuijper aangehouden en hem gevraagd: 'Heb je al een verklaring afgelegd? Waar bemoei je je eigenlijk mee, je hebt toch niks gezien.' Daags na de bewuste zondag had Evert de

met de waarheid op de proppen komt. Nadat er wat druk op haar is uitgeoefend, vertelt Enneke dat Jan van Derk Wouters haar aan de achterdeur van Maria de Lepper had verteld dat hij ruzie met de meid had gekregen. Het kreng had hem met een deksel op zijn hersens geslagen. Als hij het mes niet had getrokken, had hij het niet gered.

Kuijper ook Maria Schilten, de meid, getrof-

Dat hij de meid bij de haren over de deel had

fen. Ze had Evert verteld hoe Jan haar '»:<?( Aa«*y?/MAA^M, door A(V Aw!/\ .s&%y%Ti, A^ »»<$ (*(A-

gesleept, daarover had hij met geen woord

&<?», *?»z. Aaddg WMAoidcM.'

Schilten gehoord, van de meid zelf. Dus. Enneke, concludeerden de rechters, je wis( het allemaal goed, maar toen Maria de Lepper je bij De Kelder giechelend aanspoorde jezelf maar ^e&' te houden in Druten, wat heb je daarop gezegd? - Niks, verklaarde Enneke, althans niks wat ze zich kan herinneren, want ze had ook (oen al zo n '?»M&7i/ ;?z AeZ Aoo/a". De beurt was nu aan Maria de Lepper. Bij het

Evert de Kuijper was daarop naar Maria de Lepper gegaan en die vertelde hem dat de

overschout bij Jan van Derk Wouters was geweest om een oproep van de rechtbank af te geven. Vervolgens was de overschout bij Maria de Lepper binnengestapt en had haar gevraagd of zij iets van het geval wist. - Nee, had Maria gezegd. Maar toen de overschout weer weg was, had vrouw Lepper de wind van voren gekregen van haar eigen zoon Cornelis. 'Moeder/'had Cornelis geroepen. 'A«fAo»d g%/ dat zegg^Tï, d»! g%/ w?g*v» t/«M zm.;?/ /«M Ace// i?»?»gr$ 6i/ Z)f .S»M/ zn Af (foMe AMZ/s g(%cz/(, d»/ /«{/ we/ /wee (ƒ dne Aeere» Ar( Mf.s A»d moeZe» ^rcAAe?z.' Bij hel eerste verhoor in Druten had (lornelis met zijn moeder toch maar onder één hoedje gespeeld. Maar deze keer, na de verklaring van Evert de Kuijper, gaf hij toe dat hij de Jowge Ja» (/c A'wtiV over het geval had horen praten. Alleen wist hij niet meer of dat vóór of na 11 augustus was geweest. Het verhoor duurde twee dagen, maar voorlopig werd de zaak aangehouden. De twee dames uit Deest en Comelis konden onder het Amhtshuis weer een paar weken nadenken, tot K) september. Derde verhoor: 10 en 11 september Heeft Enneke de zaak nog eens overdacht? -

6

gerept. Enneke had dit later pas van Maria

verhoor van 11 augustus, verklaarde zij, was zij zo van slag geweest dat ze niet wist wat ze zei. Ze had nog nooit voor de heren van het

gerecht gestaan en begreep niet wat ze haar hadden gevraagd. De enige echte waarheid had ze gesproken hij het verhoor van 28 en ^y augustus, namelijk over de wonden van Jan van Derk Wouters en over de messentrekkerij. Niemand had geprobeerd haar te beïnvloeden en nooit had ze zelf tegen Enneke gezegd: 'C;; y»«e! «w m/z»y /m»dfM «ƒ g%; gp& 6f »A' Na Maria wordt haai ±20yarige zoon aan een verhoor onderworpen. Hij krijgt onder andere voor de kiezen dat zowel zijn moeder als Enneke allebei afzonderlijk hebben beweerd dat Jan van Derk Wouters op kermiszondag naar huize De Lepper gekomen was en daar, in het bij/ijn van hem, Coi nelis, had verteld

dal hij het mes had moeten (rekken. Toch


Oude kerk Deest, gezien in de richting van de Waal. had Cornelis onder ede verklaard het verhaal van niemand te hebben gehoord. Hoe kon dit? - Omdat ik de vraag niet had begrepen, zegt Cornelis. Maar waarom had hij dan

klaar als de zon. Ze heeft meineed gepleegd. Bovendien heeft ze Enneke de Smit aangezet tot het achterhouden van de waarheid. Het is

na het vertrek van de overschout aan zijn

bewijzen liggen er: uit haar eigen mond en uit die van Enneke. Maria de Lepper en Cornelis worden er ook nog 'ns van verdacht dat /e een getuige hebben proberen te beĂŻnvloeden. Maar de rechtbank begrijpt het wel. Maria en Cornelis zijn 'behoeftige luijden'. Ze

moeder gevraagd: 'Moeder, hoe hondt gij zeggen dat gij nergens van wist ?' Daarop, zo wordt er door de gerichtsschrijver genoteerd, 'heeft gevangene zich zeer verlegen getoond, en deze tegenstrijdigheid niet weten bij eikanderen te voegen.' De zaak wordt weer een week opgeschort.

Vierde verhoor (16 september) Maria de Lepper gaat nu op dezelfde toer als

Eiineke. Ze is in de war geweest. Ze had de vragen niet begrepen en had zich slecht uitgedrukt. Maar, vindt de openbare aanklager, bij de verdere verhoren had ze toch niets nagelaten om Jan van Derk Wouters schoon te praten en 'haare woorden fijntjes te draaijm'. Ze was welberaden en rustig te werk gegaan.

Van misverstand kan geen sprake zijn. Haar strafbaarheid blijkt uit het laatste verhoor /o

haar niet gelukt zich eruit te praten. De

wonen in een huisje van Derk Wouters, de vader van Jan, en ze zijn dagelijks bij hem 'in den arbeid en over' de vloer'. Moeder en zoon

hebben het gewoon opgenomen voor hun baas. Volgens de openbare aanklager is vooral Cornelis 'voor de corruptie zeer vatbaar'. Hij moet ten volle voor meineed worden veroordeeld. Het gedrag vati alle drie is schandalig en kwalijk. Met een meineed beliegt men God en de waarheid. Er kan een onrechtvaardig vonnis uit voortvloeien, zo betoogt de openbare aanklager in zijn requisitoir, waardoor mensen soms zwaar gedupeerd worden. Meineed is tegenwoordig nog in de


mode geraakt ook. Daar moet met een

der is dan het geheugen en het verstand van andere

afschrikwekkende straf tegen opgetreden

mensen. Dit verdient bij haar getuigenis in aanmerkinggenomen te worden.' En de verdediger had nog een tweede verklaring bij zich, op 17 september afgegeven door Johanna Dorotea. van Rotterdam uit Deest. Zij was de weduwe van schout Reijnier de Raad

worden. Anders is het hek van de dam. Bij andere volken wordt dit misdrijf hard aangepakt en ook bij ons - ook in Deest - mogen meineedplegers niet zachtzinnig behandeld worden.

en Enneke had bij haar en haar man enkele

De verdediging (21 september?) Zoals iedereen hebben ook de twee vrouwen uit Deest en de jongeman recht op verdediging. De hun toegewezen advocaat, mr. J.F. van Omphal, maakt van zijn pleidooi een

meesterstuk. Enneke, Maria en Cornelis, betoogt hij, verdienen geen enkele straf. Ze worden beschuldigd van meineed: 'een delict, waarvan Beklaagdens verklaaren een vinnigen afschrik te hebben'. Meineed is het opzettelijk en onder ede ontkennen van de waarheid en

het vertellen van leugens. Dus als er sprake is van onwetendheid of van een misverstand, kan meineed niet aan de orde zijn. Enneke de Smit wordt ervan beschuldigd dat ze tegen beter weten in op 11 augustus had ontkend iets van de ruzie in huize Wouters af te weten. Ze had ook niet willen toegeven dat ze daarover zelf met Evert de Knijper had gesproken. Volgens de openbare aanklager had Enneke dus willens en wetens staan liegen. Maar weet L wel, Edelachtbare, vroeg de verdediger /ich af, 'dat sij een Mensch ia dikwüs niet alken memorieloos maar ook geheel en al van Verstand beroovt, soodanigdal sij bij een ieder bekend, ia voor een mensch dal haar verstand en sinnen niet magtig is?' Enneke kon niets onthouden, met andere woorden, en iedereen in Deest wist. wel dat zij ze niet alle zeven op een rijtje had. Om ook de rechtbank daarvan te overtuigen, las mr. Van Omphal een verklaring voor die Henricus van Haaff, de pastoor van Afferden en Deest, op 14 september had afgegeven: 'Een zekere medeparochiaan genaamd, Enneke Janssen, inwoner' van de buurtschap Deest, zit in hechtenis in hel Ambtshuis te Oruten, omdat ze niet juist heeft geantwoord op de vragen voor hel H oogadellijk Gericht. Daarom wil ik hier als Rooms priester van Afferden en Deest verklaren, dat liet geheugen van de genoemde Enneke Janssen niet naar behoren functioneert en aanzienlijk min-

8

jaren als dienstmaagd ingewoond. Mevrouw van Rotterdam kan de rechtbank verzekeren dat Enneke 'zig gedurende die tijd altoos trouw en eerlijk heeft gedragen, immers soo verre mij bekent is; dat ik egter alstoen reeds bemerkt hebbe, dal gem[elde] EnnekeJanssen de Smit, op verre na niet van de snedigste van verstand was. En dat sederd deselve uijt Holland terug gekomen is, het mij is voorgekomen dat meergem[elde] Enneke Janssen de Smit haar verstand en, sinnen niet altijd volkomen magtig is.' Terloops horen we hier dat de inmiddels 54jarige Enneke niet alleen dienstbode bij de

overleden dorpsschout De Raad is geweest, maar dat zij ook nog een tijdlang naar 'Holland' geëmigreerd is geweest. Iemand als Enneke een beëdigde verklaring laten afleggen, zo vervolgt Van Omphal, dat is vragen om meineed. Het vrouwtje is gewoon niet goed bij haar hoofd. En om hiervan een voorbeeld te geven: bij haar tweede ondervraging had zij beweerd dat er 's nachts iemand bij haar op bezoek was geweest. Op de vraag wie dat dan wel was, had Enneke geantwoord: 'Onze Lieve Heer.' Bovendien, aldus de advocaat, had verdachte nog nooit een eed afgelegd. Ze was helemaal uit haar doen. Ze kon lezen noch schrijven en ze was in cle veronderstelling dat men haar zon vragen of ze de messenti ekkerij had gezien. Dat had ze natuurlijk niet en daarom had zij zich voorgenomen: 'Ik zal zeggen, dat il; nergens van weet.' Er valt, volgens de pleitbezorger, ook al niets belastends te halen uit de verklaring van Evert de Knijper en zijn vrouw, want die twee zijn bepaald niet van het beste kaliber. Evert is aan de drank en losbandig van gedrag; bovendien is het dikke mik tussen hem en Maria Schillen, de meid van Derk Wouters. De Knijper en zijn vrouw hebben voor de


Ambtshuis in Druten, gefotografeerd omstreeks 1980. rechtbank trouwens uit hun nek staan lullen, want hebben ze niet gezegd dat Enneke bij

hen was gekomen met een oproep om op het Ambtshuis te verschijnen? Maar hoe wisten

ze dat? Ze kunnen geen van drieĂŤn lezen of schrijven... Mr. Van Omphal stipt vervolgens aan: 'de blanke onschuld van de tweede beklaagde': Maria Janssen bijgenaamd De Lepper, 58 jaar. Zij is 'een weduwe [...] met vijf kinderen van een gebrekkig lighaamsgestel,' die echter haar kinderen 'door haaren ijver en vigilantie [...] sondtr iemands adsistentie bijna heeft groot gebragt.' 'Het valt haar, die van een onlentelijken afkomst is, tig altijd fatsoenelijk gedragen heeft, haare kinderen tot deugd en godvrugt heeft opgewekt, niet weinig hard, thans als een crimineel' te worden

begrijpt. Volgens haar eerste verklaring heeft

ze bij de deur van huize Wouters een vrouwspersoon zonder muts zien lopen. Zou ze dat gezegd hebben, vraagt de advocaat, als ze Jan van Derk Wouters in bescherming had willen nemen? Nee toch? En dat ze Enneke zelfs op weg naar Druten, bij De Kelder, nog had willen aanzetten de waarheid te verzwijgen, op

ter moet verschijnen, weet ze met zichzelf

verzoek van en na afspraak met Jan, ook daar klopt niets van. Maar ondertussen is het wel zo dat Maria 'die thans siet, dat den tijd om dm tabak, waarvan sij en haare kinderen een geheel Jaar leven moeten, te plukken en drogen' aangebroken is, dat diezelfde Maria nu 'gevangen is en blijft [...] over een saak, waar omtrent sij van geen quaad bewust is, en in die vreese is, van in desen winter tot de nootsaaklijkheid, door het bederu van den tabak gebragt te sullen worden, van andere menschen giften te sullen moeten versoeken, hetgeen sij tot nog toe nimmer gedaan heeft.' Met andere woorden: Maria's tabak staat op

geen raad. Ze raakt van haar stuk en durft niet om uitleg te vragen, als ze een vraag niet

het land te schieten en te rotten. Als ze niet gauw vrij komt, blijft er niets van over, terwijl

behandeld, terwijl daar geen enkele grond

voor bestaat. Maria de Lepper is een eenvoudige boerin die nooit lezen of schrijven heeft geleerd, en wanneer zo iemand voor de rech-


zij en haar vijf kinderen toch een jaar lang van de tabaksoogst moeten leven. Straks kan ze bij andere mensen de hand gaan ophouden. Vandaar, betoogt de verdediger, 'dal beklaagde dom" droefheid sodaanig ijlhoofdig is, dat [zij] niet weet, wat sij doet, ofsegt.' Ten slotte de derde verdachte: Maria's zoon Cornelis. Het was nooit zijn bedoeling de waarheid geweld aan te doen. Evenmin als Maria zelf mag Cornelis lijden onder een ongefundeerde bekentenis van Enneke de Smit, want - dat weten we nu - Enneke is 'een mensch van memorie en sinnen beroovt'. En wat kan Cornelis er nu helemaal aan doen? Die

jongen heeft zich nou eenmaal meer beziggehouden met boerenarbeid dan met argumenteren. Ook hij heeft niet alle vragen van de rechtbank goed kunnen begrijpen, omdat 'door ontsteltenis zijn verstand belemmert was.' Uit de verklaringen van Cornelis blijkt nergens dat hij Jan van Derk Wouters heeft willen sparen. De openbare aanklager heeft nu wel staan beweren dat Maria de Lepper en Cornelis behoeftige lieden waren die in een huisje van Derk Wouters woonden en bij Wouters de kost verdienden. 'Dog Hoog WelGebooren Heeren,' sprak de advocaat, 'dit sijn praesumptien [veronderstellingen] van hondert in een dousijn.' Maria en Cornelis zijn weliswaar geen rijke lui, maar armlastig zijn ze even-

min. Ze wonen inderdaad in een pandje van Derk Wouters, maar daar wordt keurig huur

voor betaald, en verder hebben ze aan Derk Wouters of diens zoon Jan geen enkele verplichting. Mr. van Omphal spreekt van 'de geringheid der

naak'. De hele kwestie is volgens hem de praat niet waard. Als er al iets te eisen valt, zou het hoogstens een boete van 50 gulden

geschikte jongeman. Hij is de dupe van een misverstand.

De verdachten, concludeert Van Omphal, zijn alle drie eerlijke en fatsoenlijke mensen.

Enneke de Smit is een simpele ziel; in Maria de Lepper en Cornelis schuilt geen greintje

kwaad. Een eed hebben ze nog nooit afgelegd, ze wisten niet eens wat dit was. Alle vragen zijn hun voorgelezen in juristentaai. Ze

snappen er de ballen niet van. Is het dan gek dat ze met de mond vol tanden stonden en niet om uitleg durfden te vragen? Hoe den-

ken de mensen uit hun eigen omgeving over het drietal? De verdediger heeft zich gewapend met een verklaring van onverdachte Deestenaren. Beide buurmeesters en diverse inwoners van Deest hebben zwart op wit gezet dat zij Enneke, Maria en Cornelis heel goed kennen en: 'Dat wij deselve nooit anders gekent hebben dan voor eerlijke en ordentelijke lieden, op wiens gedrag en levensmanier niets nadeeligs te seggen viel; dal egt,er Enneke Janssen Smit onder het algemeene gerugt, is, van haar verstand en sinnen niet volkomen magtig Ie sijn. Aldus dese, daartoe gerequireert sijnde, onder espresse praesentatie van eede afgegeven en betekent binnen Deest, den [...] september 1772 G./, van Soelen als buurmeester H en t Pansier [?] Geurt Franssen Derk Comelissen Heijmerik Cuppes [...] van Soelen Gewit van Weeli Jan Hendricks van Weli Jan Peters Willf m Gijsberts'

kunnen zijn voor Jan van Derk Wouters, wegens mishandeling van de meid. Het lijkt warempel wel of Cornelis een moord heeft begaan. Op een middag is hij samen met zijn moeder, Maria de Lepper, braaf naar het Ambtshuis in Druten gekomen, zoals kastelein en schout _ƒ«« Meijer-zelf heeft gezegd. En wat gebeurt er? Alsof hij een misdadiger is, wordt hij de nacht daarop van zijn bed gelicht en vastgezet. Bij iedereen

in Deest staat Cornelis bekend als een

10

Kijk eens naar de wetgeving van keizer Karel de Vijfde, maant de advocaat de Druteiise rechtbank aan. Van meineed is alleen sprake, wanneer iemand omwille van geld, vriend- of vijandschap wezenlijk en opzettelijk een valse verklaring bezweert. Ook volgens het Friese recht komt een foutief getuigenis waartoe iemand niet is omgekocht, hoogstens op acht dagen water en brood te staan. Maar al hadden Enneke, Maria en


Cornelis zich schuldig gemaakt aan meineed, meent hun verdediger, dan nog was er niemand door benadeeld. De verdachten zijn door hun gevangenschap al driedubbel gestraft, is de slotsom van het pleidooi, en dienen onmiddellijk op vrije voeten gesteld te worden.

Enneke Janssen de Smit wordt niet ontvankelijk verklaard en Enneke mag naar huis. Maria Janssen de Lepper en haar zoon Cornelis worden wel degelijk schuldig bevonden aan meineed en krijgen er nog 14 dagen bij: op water en brood. In Deest staat hun tabak weg te rotten.

Het vonnis (19 oktober) Meer dan twee maanden na hun gevangenneming, pas op 19 oktober 1772 namelijk, krijgen de drie verdachten uit Deest op het Ambtshuis in Druten hun vonnis te horen. De eis van de aanklager tegen de onnozele

Bron: Oud-rechterlijk Archief van hel Ambt tussen Maas en Waal, Criminele Procesdossiers 1662-1810, Inv. nr. 0182; 15/8, Rijksarchief in Gelderland, Arnhem.

Jan van Gelder

Bergharens nooit erkend gemeentewapen toch in restauratie In het boek "Gemeente Bergharen zoals 't was 1818 - 1984", uitgegeven eind 1983 en gedrukt bij drukkerij De Kleijn in Wijchen, zijn we al uitvoerig ingegaan op het erkende, maar nog meer op het niet erkende gemeentewapen van de gemeente Bergharen. Beide wapens zijn naar de achtergrond verschoven, want Bergharen (met Hemen en Leur) en Batenburg zijn samengevoegd met het grote Wijchen. Het erkende wapen ging de kluis in, evenals dat van Wijchen. Het oude wapen van Batenburg ging als nieuw gemeentewapen fungeren. We nemen nu een aantal gegevens uit het boek over, dat in 1983 uit het Bergharens gemeente-archief is gehaald. Hoe kwamen wij nu aan een niet erkend

tijd, moest dan een afdruk op rood lak wor-

wapen en waar is het gebleven?

den ingezonden.

Het verhaal begint al direct na het vertrek van Napoleon met de Franse bezetting.

Was er geen wapen, dan moest er een worden aangevraagd "althans indien men zulks van

Vóór 1818 waren de dorpen Bergharen en

Hernen-Leur twee zelfstandige gemeenten.

belang rekende". Dat was kennelijk wat te zacht uitgedrukt,

Per l januari 1818 zijn ze samengevoegd tot de gemeente Bergharen. Echter vóór die samenvoeging bleek er al over een wapen of cachet gecorrespondeerd te zijn. Op 14 januari 1815 vroeg de kwartiercommissaris van Nijmegen aan de burgemeesters van dit gebied om een opgave van alle wapens van dorpen, districten, heerlijkheden en coöperaties. En, niet zo gemakkelijk voor die

want op 2 juli bleek de Gouverneur va.ii Gelderland daar geen vrede mee te hebben. Hij ging zelf aan het schrijven en vroeg aan het verzoek te voldoen. Hij had, zo liet hij op 13 november 1815 weten, geconstateerd dat het voeren van een wapen door deze gemeente van geen belang werd geacht. Eigenhandig voegde hij daaraan toe: "Daarom zoo autoriseer ik U Ed. om een Cachet te doen vervaar-

11


digen, waarop enkel staat "Gemeente Hernen en Leur" en de kosten vandien te brengen op de post van onvoorziene uitgaven

(één afdeeling), in het rechter kwartier eeiiig heuvelachtig land met boom, aangevende Hernen en daarvóór land met eene

over 1815." Merkwaardig genoeg was er over Bergharen

bouwploeg,

niets te vinden, maar er zal geen verschil zijn

Het geheele schild wordt gedeeld door een banderol, waarop drie kruisen, doelende op de dorpen Bergharen, Hernen en Leur, te/amen uitmakende ééne gemeente, nl. de gemeente Bergharen." Eén en ander kwam overeen met model en tekst van het tot nog toe gebruikte wapen, waarvan toen overigens nog nergens een beschrijving werd gevonden.

geweest met Hemen-Leur. Op 16 juli 1816 kwam daar wel een herinnering terecht, niet van de kwartiermeester of de gouverneur, maar van de secretaris van

den Hoogen Raad van Adel. De/e handelde niet eens op eigen ge/ag, maar "op laste van Zijne Majesteit, wiens begeerte het was daarin gelijkvormigheid te krijgen." In 1816 en 1818 voerde de Koning bepalingen in omtrent het verkrijgen van een wapen. Met die bepalingen moesten de Nederlanders het ruim honderd jaar doen. Pas op 23 april 1919 verscheen een Koninklijk Besluit tot wijziging van de bepalingen van 1818.

Kennelijk waren de gemeentebesturen van deze tijd wat sneller met hun reacties, want op 6 november 1919 besloten Burgemeester en Wethouders een nieuwe gemeente- en lakstempel in te voeren overeenkomstig het hierbij aangegeven model met de volgende tekst:

beduidende

Leur

(tezamen

ééne afdeeling).

Wel kwam het gemeentewapen ter sprake in de raadsvergadering van 2 september 1913. Het moest worden aangebracht in de voorgevel van het in 1912 gereed gekomen nieuwe gemeentehuis. Zonder verder in te gaan op een erkend wapen, dat bij Koninklijk Besluit van 28 okto-

ber 1953 werd goedgekeurd via de Hoge Raad van Adel, gaan we verder met het nooit erkende wapen. Dit werd netjes in steen gemaakt door ). van Hulst uit Harlingen, die er een bedrag voor vroeg van /eggen en schrijven ./ 51,-. Op de nota stond: "een paneel van geschilderde tegels, voorstellende het gemeente\va-

pen van Bergharen." De architect van het gemeentehuis, J.H.H. Veenendaal, gaf /ijn fiat. Of hij er /elf nog een nota voor indiende is niet bekend. Wel werd een nota ingediend door de Bergharense aannemer Gosuïnus Buijs, vader resp. grootvader van de latere aannemers Gerrit Buijs en jan Buijs. De/e kreeg de opdracht het tableau erin te metselen. Met nog wat bijkomende kosten moest boven de aankoop van ./ 51,- nog een bedrag van ./ 6,30 op tafel worden gelegd. Ook de/e nota willen we n niet onthouden. "De gemeeiitestempel /.al bestaan uit twee cirkels, bevattende de buitencirkel de woorden: 'Gemeente Bergharen, Prov. Gelderland' en de binnenste en kleinste cirkel een schild, waarop in cle linker bovenhoek eenige bergen, beduidende het dorp Bergharen

12

Intussen werd bekend dat het nieuwe gemeentehuis, inclusief inrichting en voormeld tableau bijna ƒ 6.000,- had gekost. Dat was ongeveer J 1.500,- hoger dan hel bedrag van de oorspronkelijke begroting.


De raadsleden sputterden, maar tenslotte ging een meerderheid met dat totale bedrag akkoord. Begin vijftiger jaren bleek het gemeentehuis te klein te zijn. De burgemeesterskamer was tevens trouwkamer en raadszaal. De secretaris had geen eigen kamer, maar zat bij de twee ambtenaren op de secretarie. Uitbreiding naar boven was wel mogelijk, maar in feite stond het midden op de straat tussen de Dorpsstraat en de Wijksestraat zonder parkeerruimte, zodat het gevaarlijk werd door het toenemende verkeer. Van Piet Eisen werd de vroegere burgemeesterswoning uit 1915/1916 gekocht. Na verbouwing kon de/e woning als gemeentehuis dienst doen en er kwam zelfs een bovenwoning in (tot 1966). Na het opheffen van de gemeente werd het in 1984 verkocht. Nu woont er nog het gezin Bijlsma. Al direct werd door de gemeenteraad beslist aan het nieuwe gemeentehuis ook het gemeentewapen aan te brengen. Het "oude" wapen uit het gemeentehuis van 1912 halen leek ondoenlijk. Het zou nooit heelhuids

verwijderd kunnen worden. Uit het archief werd wel een tekst gehaald, die leek op de eerder aangehaalde lakstempel, maar die toch op enkele punten afweek. Bovendien was er geen datum vermeld. We nemen de tekst hier ongewijzigd over: "Het gemeentewapen bestaat uit een vierkant vlak, waarbinnen een schild, waarop in den linker bovenhoek eenige bergen, beduidende het dorp Bergharen (één afdeeling) in het rechter kwartier eenig heuvelachtig land met boom, aangevende Hernen en daarvoor land met een bouwploeg, beduidende Leur (samen één afdeeling). Het geheele schild wordt gedeeld door een banderol, waarop drie kruizen, doelende op de dorpen Bergharen, Hernen en Leur, te samen uitmakende ééne gemeente, nl. de gemeente Bergharen. Dit schild is bekroond met eenen gekroonden maliënkolder met gesloten vizier en het geheel is omkranst met loofwerk. Het vierkant vlak is oranjegeel, het loofwerk bruingeel met azuurblauw. De kroon op den maliënkolder is donkergeel, de maliënkolder groen en lichtrood gevoerd.

13


Bij de fusie van de kruisverenigingen werd het gebouw verkocht en in september 1994 kwamen Toine Janssen en Jeanette Litjens erin. Zij hebben inmiddels twee kinderen:

Pim van 3 en Joep van \Y> jaar. Ondanks het feit dat dit gebouw zo midden

op straat lijkt te staan, hebben zij het er best naar hun zin. Uiteraard is er nogal het één en ander aan verbouwd en verbeterd.

Het voormalige gemeentehuis waarin het niet erkende wapen is ingemetseld boven de voordeur. De linker bovenhoek van het schild is donkerblauw, de bergen in dien hoek lichtgeel, de banderol /wart, de kruizen daarin wit, het heuvelachtig land met boom in het rechter kwartier is bladgroen, de ploeg donkerbruin met donkergroene schaar en kouter. Het laridvlak onder de ploeg is bruin."

Het gebouw is een paar jaar geleden op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst. Het vermeende wapen werd er een onderdeel van en het trof vooral dat het werd verkocht aan mensen, die veel belangstelling

hebben voor het behoud van een dergelijk gebouw en vooral ook voor dat niet erkende wapen.

Helaas is de tand des tijds ook gaan knagen en is nu ontdekt dat er geleidelijk een lekkage is ontstaan, waardoor regen en vorst vrij spel kregen. De tegels scheurden, lieten los en kwamen geleidelijk in stukken naar beneden.

De bewoners waarschuwden de gemeente. Aan de Hoge Raad van Adel werden nadere inlichtingen gevraagd.

Deskundigen bekeken één en ander en namen dit verlies heel hoog op. Bij schrijven van 3 augustus 1953 kwam er De gemeente streek over haar hart. Het een zeer verrassend en teleurstellend ant- belang van 84 jaar bezit speelde mee. woord: . . . Bergharen had geen gemeentewa- Er werden prijzen opgevraagd en de subsipen. De meegezonden afdruk werd betiteld diepot werd even geraadpleegd. Van de als een landschapsschilderij. Als eis voor 7.0'n behandelend ambtenaar kregen we het volwapen werden gesteld "eenvoud" en vandaar gende bericht:

het advies "Haal de bergen, de boom en de ploeg weg." Dan was het heraldisch verantwoord. Aldus geschiedde met inschakeling van een

"Tegeltableau aan pand Dorpsstraat 73

deskundige en op 28 oktober 1953 kwam de Koninklijke goedkeuring.

Een jaar of drie geleden reageerden de heer en mevrouw Janssen, eigenaren van het pand

In een kelder in het gemeentehuis van Wijchen wordt het wapen sinds 1984 bewaard. Het nooit goedgekeurde wapen bleef hier om er de oude dag te slijten. Overigens ging de eigendom voor de gemeente echter al in 1955 verloren. Het heeft nieuwe aandacht gekregen daar boven in de gevel van het vroeger gemeentehuis uit 1912. Het gemeentehuis werd in 1955 wijkgebouw voor de kruisvereniging, waarin ook de wijkverpleegster woonruimte vond.

aan de Dorpsstraat 73, richting afdeling

14

te Bergharen

Monumenten van de gemeente Wijchen. Zij vertelden dat het tegeltableau er slecht aan toe was. Door koude en vocht vielen er regelmatig stukken tegel naar beneden. Het zag er allemaal niet zo best uit. Aangezien dit tableau toch een zekere cultuurhistorische waarde voor de gemeente Wijchen heeft, werd besloten om te onderzoeken of en in hoeverre er herstelmogelijkheden waren. Er werd in eerste instantie contact opgeiio-


men met de heer Overeem, deskundige bij de Rijksdienst voor Monumentenzorg te Zeist.Ofschoon het hier niet om een Rijksmonument ging, wilde deze toch wel zijn visie/advies uitbrengen omtrent dit object. Nadat hij de situatie ter plaatse had bekeken kwam de heer Overeem tot de conclusie dat de toestand zo slecht was dat er eigenlijk niet meer van restauratie, maar van reconstructie gesproken moest worden. Op basis van dit gegeven is aan een aantal gespecialiseerde instanties gevraagd om offerte uit te brengen met betrekking tot reconstructie van het tableau. Van de ingekomen offertes was die van de heer G. Prins uit Streefkerk de laagste.

Bovendien werd hij, evenals de andere indieners van een offerte, ook aanbevolen door de heer Overeem van de Rijksdienst (de heer Prins is werkzaam in de restauratie en architectuur) . De kosten van reconstructie bedragen bijna

Ć&#x2019;6.000,-, inclusief BTW. Het is de bedoeling dat het gereconstrueerde tableau in het voorjaar van 1998, in overleg met de eigenaren, zal worden geplaatst door de heer Prins. Het zal dan in principe weer gedurende vele tientallen jaren de tand des tijds kunnen doorstaan. Afdeling Bouwzaken Fred Gooien'

Jan van Gelder

Over dieven en stropers rond het Hernense Bos . In nummer 92 van ons tijdschrift konden we een foto, een tekening en een artikel plaatsen van een oud boerderijtje in de Molenhoek in Hernen, Wevershof of Boschlust genoemd. De meningen over de naam lopen uiteen. In nummer 92 zijn we daar uitgebreid op ingegaan. We komen nu weer terug op dat boerderijtje, meer echter op een paar oudbewoners ervan: vader Gradus Derks en zijn oudste zoons Toon (uit 1912) en Theo (uit 1916), die eind twintiger jaren historie maakten. Er waren in hetgeziii van Gradus Derks 9 kinderen, 4 jongens en 5 meisjes. Dat was hard werken voor de ouders. Gradus had gelukkig een vaste baan in de boterfabriek in Leur.

dopje. "Dat waren nog eens tijden" wordt nu nog wel eens gezegd. De eisen van de mensen lagen niet hoog. Men was met het kleine tevreden.

Thuis had hij er nog een boerderijtje bij met een melkkoe, een paar stuks jongvee, een

Gradus Derks had de taak met zijn vrouw het grote gezin in het gelid te houden. In huis en de slacht, wat kippen en eenden en een paar op de boerderij was alles even primitief. Ze geiten. waren al blij als de kinderen na schooltijd bij Voor het onderhoud van het gezin leverde konden springen in het bedrijf. Wilden ze er dit al aardig wat etenswaren op, samen met iets bij verdienen dan moesten ze vaak de de aardappelen en de groenten van het land. boer op en de meisjes sprongen in andere De kippeĂŤieren waren in die tijd 11/2 a 2 grote ge/innen bij. Het was centen-, vierduicenten en konden worden afgeleverd aan de ten-, stuiver- en dubbeltjeswerk, maar ze eierveiling of aan huis verkocht. Voor het waren er blij mee, gewend als ze waren om op gezin bleven de kleinere eitjes en de gedeuk- de kleintjes te letten. te n over en die werden naar werk en leeftijd De twee oudste zonen mochten een paar verdeeld met een heel, een half ei en een konijnen houden en timmerden er zelf kooi-

zeug met biggen, een paar mestvarkens voor

15


en voor in elkaar. De konijnen werden jong gekocht voor een paar kwartjes en groot gebracht met wat veevoer, gras, hooi, korstjes brood en kettingpollen. Ze moesten opgroei-

werd en helaas te vroeg overleed. Toon kennende hebben we de overtuiging dat hij er smakelijk om gelachen en er zeker nog iets aan toegevoegd zou hebben.

en goeie fokkers of slachtkonijnen worden.

Het verhaal blijft interessant en is in genen

Vooral de Vlaamse reuzen waren in trek. Ze waren erg geliefd bij stropers en dieven. Dat

voor zijn familie. Iedereen zou achter hem

soort volk was 's avonds en 's nachts nogal

eens op de been. De stroper had als motief dat hazen, fazanten en ander wild, dat zich in

deel beledigend voor de betrokkene zelf of hebben gestaan en hem de carrière hebben gegund, die hij nadien heeft opgebouwd.

de polder of het bos ophield, gezamenlijk

Driejaar na het voorval kwam hij bij de militaire politie en werd hij vervolgens bij de

bezit was van iedereen. Maar de politie en de boswachter maakten er een sport van om de

rijkspolitie groepscommandant in het Achterhoekse Groenlo en vanaf 1972 tot aan zijn

stropers te vangen.

pensionering zelfs groepscommandant in Wijchen en omstreken. Toen hij overleed was er een enorme belangstelling bij de uitvaart en medeleven van vele kanten. Zijn vrouw, een Bergharense, leeft nog en woont in Wijchen. Toon stond bekend als een onverschrokken,

Met de stropers had men in veel gevallen nog wat genade, maar de dieven konden rekenen op een fikse boete en zelfs gevangenschap. Hoe dichter men bij het veld of het bos woonde, hoe verleidelijker het was om op strooptocht te gaan. Elke haas, die kon worden verschalkt, was een welkome aanvulling voor het vleeshudget. En het moet worden

eerlijk man, die goed met zijn personeel kon

gezegd dat de voorraad van dat spul in de

omgaan. Ook bij de gemeentebesturen, waarmee hij uit hoofde van zijn functie veel

twintiger jaren overvloedig was en ook nog

contact had, stond hij in hoog aanzien.

als schadelijk wild kon worden betiteld. Voor de dief had niemand een goed woord over. Stroper en dief waren meestal ook eikaars concurrent en vijand. Ook de familie Derks woonde in een gunstige strooppositie. Tegelijk was de boerderij

Zijn doortastendheid, maar tegelijkertijd ook zijn vriendelijkheid leven nu nog voort. Ook heeft zijn bekendheid met de bevolking

een gemakkelijk bereikbaar object voor de dief. Iedereen bereidde xich voor op die vij-

and,

zowel klein als groot.

Zo ook de familie Derks, beter gezegd nog de oudste jongens Toon en Theo. Onwetend

hier, waarmee hij de laatste jaren moest omspringen, hem nooit enig nadeel toegebracht. Met dit in gedachten moet het voor iedereen

prachtig zijn om het volgende verhaal van zijn broer, hier en daar wat bijgeschaafd, met smaak en voldoening te lezen. De hierbij

ook wel eens waaruit de voorbereidingen

geplaatste foto's zullen het zeker ook goed doen, evenals de titel:

bestonden, maar dat was een algemene kwaal in de meeste gezinnen, hetgeen niet

Theo Derks (f)

als

kwaadwilligheid

werd

aangemerkt.

Geruisloos werd dit meestal verborgen gehouden. Echter niet daar in de Molenhoek. Een aan-

Schoten in de nacht

In de twintiger jaren hadden mijn broer en ik konijnen. Die huisden in hokken die lang het huis uit waren, is Theo, die verplerechts voor het huis stonden. Ook hadden ger was, gaan schrijven. Interessante verha- we kippen en krielkippen. len van vroeger en het is al weer enkele jaren Met nog een bekende Herrese aan de andere geleden dat hij ons al die verhalen beschikkant van het bos had broer Toon er plezier in baar stelde. We hebben de gelegenheid om om het overvloedige en ook schadelijke wild in het bos in toom te houden en er tegelijk er met Toon over te praten helaas laten schieten. Daar kwam bij dat hij ernstig ziek smakelijk van te eten.

tal jaren later, toen de oudste kinderen al

16


NIEUWSBRIEF NIEUWS UIT HET STREEKHISTORISCH MUSEUM

Tussen 14 december 1997 en 18 januari 1998

december 1997

Hendrik de zakenman: Kunstenaars in Nederland slagen er doorgaans niet in financieel het hoofd boven water te houden. Hendrik voelde zich niet geroepen voor een

exposeert Hendrik Nijs recent werk in het Streekhistorisch Museum Tweestromenland in Beneden-Leeuwen. Met Hendrik Nijs haalt het museum niet alleen een kunstenaar binnen maar ook een bedrijf, een systeem.

bijstandsregeling en heeft zelf een methode gevonden om "zijn handel" aan de man te brengen. Of misschien kunnen we beter zeggen aan

In kunstcatalogi wordt zijn werk omschreven

opgericht. Via dit bedrijf komt de zakenman de

als hedendaagse impressionistische en abstracte kunst. Als museum zeggen wij herkenbaar en maatschappelijk geëngageerd. De expositie zal ca. 40 werken te zien geven.

Nijs in beeld. Zelf gemaakt werk wordt via Art Promotion verhuurd of geleasd aan bedrijven en instellingen. Tegen een vooraf overeengekomen

De in Nijmegen geboren schilder werkt sedert 1988 in Maas en Waal, atelier en galerie aan de Griendweg in Dreumel. Hendrik de schilder: Als je naar het werk van Nijs kijkt valt een aantal

zaken op. Bij olieverf stukken is de verf grof en dik op het linnen gezet. Op het eerste gezicht in

het wilde weg. Bij nadere beschouwing begint het beeld herkenbare contouren te vertonen, zoals mensen, dieren, stillevens. Maar een werk is ook een verhaal. Neem het grote doek: olifanten, 2.50 m x 2.50 m. De dieren hebben slechts één slagtand. Hiermee brengt de kunstenaar wildstroperij in beeld, waarbij de olifantenslagtand door de mens geofferd is voor de ivoorindustrie. Bij de fijnere pastei en krijttekeningen bepalen de kleurschakeringen het beeld. Hendrik Nijs werkt inmiddels zo'n vijftien jaar als kunstschilder. Begonnen als verkoper van bloemen ontwikkelde hij de kijk op kleur en samenstelling. Als kind kon hij op school al aardig tekenen. Een vriendin stimuleerde zijn vaardigheid en hij ging een opleiding volgen aan de vrije academie in Arnhem. Hierna is hij als beroeps aan de slag gegaan. De eerste jaren was het nodig erbij te werken doch sinds een aantal jaren moeten de schilderstukken voor het gezinsinkomen zorgen.

het bedrijf te brengen. In 1992 heeft Hendrik het bedrijf "Art Promotion"

prijs en tijd komt een zelf uitgekozen werk in een winkeletalage of binnen een kantoor te hangen. Ook dan is het stuk te koop. Wil de huurder tot koop overgaan dan laat Hendrik zich weer van een aardige kant zien: de inmiddels betaalde huurpenningen plus een bepaalde provisie wordt op de koopprijs in mindering gebracht. Momenteel hangen zo'n 150 werken her en der

bij bedrijven en instellingen, in onze streek maar ook ver daarbuiten tot en met het Duitse buurgebied. Hendrik de mens: Als rond kerst en nieuwjaar zijn expositie in Leeu-

wen hangt zullen de bezoekers de man achter dit verhaal vaak in levende lijve kunnen aanschouwen. Wij willen de achteloze museum gast wel even waarschuwen. Als Hendrik in beeld is staat daar iemand. Zijn imago is eveneens een pro-

dukt. Fors en vastberaden, compleet met hoed. Ga eens een gesprek aan en probeer die vulkaan

te doorgronden. Het is de moeite waard. Het museum is geopend op zondag en woensdagmiddag van 2-5 uur. Voor groepen na afspraak met de beheerder Therus van Sommeren, tel nr. 0487 595002/591535.

Tijdens de feestdagen is het museum extra open op de volgende dagen: eerste kerstdag, 29 en 30 december en nieuwjaarsdag 1998, steeds van 14.00 tot 17.00 uur.

Piet Luites, PR-medewerker


Om deze dag tot een succes te maken is ook aan de Historische Vereniging Tweestromenland Doe mee gevraagd hieraan haar medewerking te verlenen Geef u op en op te treden als contactpersoon. Per voor gemeente zullen er werkgroepjes geformeerd worden om de kar te trekken. Wij doen hier BRIEVEN AAN DE TOEKOMST graag aan mee. 15 mei 1998 Om dit project te laten slagen is het heel belangrijk dat zoveel mogelijk mensen reageren. MenHet Nederlands Centrum voor Volkscultuur heeft sen uit alle hoeken van de samenleving, van alle mede namens het Nederlands Openluchtmuse- gezindten, geloofsrichtingen en huidskleur. Jong um en het P.J. Meertens-lnstituut het volgende en oud, vrouwen en mannen, allochtonen en verzoek gericht aan alle Historische Verenigin- autochtonen, werkenden en niet-werkenden, gen en Heemkundekringen in Nederland: kortom iedereen wordt gevraagd om mee te Heeft u ook zoveel vragen over het dagelijks doen. leven van uw voorouders? Wat voor kleding droegen zij? Hoe hadden zij hun huis ingericht? De drie hierboven genoemde organiserende Wat aten ze? Met wie hadden ze allemaal con- instellingen willen namelijk dat (toekomstige) tact? Hoe stonden zij in het leven? Geloofden zij onderzoekers een betrouwbaar beeld krijgen van in God? Wat voor werk deden zij eigenlijk? Het het dagelijks leven anno 1998, op een alledaagantwoord op deze vragen is vaak maar heel las- se dag in de week. Met onze hulp willen zij vrijtig te vinden. Juist over die gewone en vanzelfdag 15 mei 1998 tot de best gedocumenteerde sprekende zaken is vaak maar heel weinig brondag uit de Nederlandse geschiedenis maken. nenmateriaal overgeleverd. En we weten al heleDe drie organiserende instellingen, de belangmaal weinig over hoe gewone mensen destijds rijkste volkscultuurinstellingen in Nederland, hun dagelijkse ervaringen beleefd hebben. staan er garant voor dat de ingezonden brieven Wanneer toekomstige onderzoekers het dage- zorgvuldig behandeld worden. Het materiaal lijks leven anno 1998 willen beschrijven, dan zul- wordt niet alleen verzameld met het oog op de len zij met vergelijkbare problemen te stellen krij- toekomst. Als eerste resultaat van het project zal gen. Behalve als wij daar nu iets aan doen. een boek verschijnen met een selectie uit de ingezonden brieven en ook zal (in het NederDaarom zal op vrijdag 15 mei 1998 aan alle Nederlanders gevraagd worden een brief te lands Openluchtmuseum) een tentoonstelling schrijven aan de toekomst. Brieven aan de toe- worden ingericht. De brieven en de tentoonstelkomst is een project zoals dat in Nederland nog ling zullen ons een spiegel voorhouden van wie nooit vertoond is. Vergelijkbare projecten in wij zijn, wat wij doen en hoe wij leven. Zweden en Denemarken leverden vele duizen- Ook uw dagelijks leven verdient het om vastgelegd te worden voor de toekomst! den brieven op. In hun brief aan de toekomst zullen zoveel mogelijk Nederlanders hun dagelijkse bezigheden beschrijven, al hun belevenissen die En ... U schrijft toch ook een brief? zij hebben meegemaakt op vrijdag 15 mei 1998. Hoe hebben zij deze gewone maar voor de toe- Zo ja, dan graag bijgaande strook invullen en Persbericht

komst zo bijzondere dag beleefd en doorgebracht?

opsturen zodat wij u over de voortgang en de

vorm van het project kunnen informeren.

naam: adres:

etc., etc.


PRESENTATIE BIBLIOGRAFIE TWEESTROMENLAND Op dinsdag 25 november jl. heeft in het kasteel te Hernen de presentatie plaats gevonden van het dertiende boek uit de Tweestromenlandreeks, zijnde. "BIBLIOGRAFIE TWEESTROMENLAND". Het land van Maas en Waal en Rijk van Nijmegen West t/m 1984. Helaas was het niet mogelijk middels de nieuwsbrief van het tijdschrift een algemene uitnodiging te plaatsen. Daarom hebben we ons beperkt tot hen die de bibliografie reeds besteld hadden, de subsidiĂŤnten van het boek en alle medewerk(st)ers van de Vereniging. Ruim 60 personen hebben we kunnen verwelkomen. Het boek is middels een avondvullend programma ten doop gehouden. Het programma was als volgt: Opening en welkomstwoord door mevrouw W.M. Berris-Visschers, voorzitter van de Historische Vereniging Tweestromenland.

exemplaar overhandigde aan Martin Bergevoet, de eindredacteur. Vanaf het begin, vijfentwintig jaar geleden, was hij betrokken bij de samenstelling van het boek. Het tweede exemplaar werd overhandigd aan P. Lemmers, vanwege zijn aandeel de laatste tien jaar in het invoeren van alle verzamelde gegevens in de computer. Met het heffen van het glas werd het boek bewonderd en verkocht. Het is de bedoeling om in een van de volgende tijdschriften cle lezingen van de sprekers te publiceren.

IN MEMORIAM TINY CUPPEN-VAN STIPPENT

Vervolgens waren er een drietal korte lezingen: Lezing door de heer dr. P.G. Aalbers, directeur van het Gelders Documentatiecentrum, over "spanning tussen ideaal beeld en werkelijkheid: het bibliografisch onderzoek in Gelderland in heden en verleden". Lezing door de heer J. Trijsburg, directeur van het Gelders Oudheidkundig Contact, over "Gaper met ezelsoren". Lezing door de heer M.J.J. Bergevoet, eindredacteur van de Bibliografie, over "de wijze van totstandkoming van de bibliografie". Vervolgens was er gelegenheid tot het stellen van vragen aan de sprekers. Daarna hield dr. J.J.M. Franssen, burgemeester van Wijchen, een toespraak. Hierin wenste hij de vereniging geluk met de bibliografie. Deze was het resultaat van een jarenlange arbeid en klonk als een klok. Tot slot werd het woord weer gegeven aan mevrouw W.M. Berris-Visschers, die het eerste

Op 29 oktober j.l. bereikte ons het droeve bericht dat Tiny tengevolge van een verkeersongeval om het leven was gekomen. In de korte periode dat zij lid was van onze werkgroep hebben wij haar leren kennen als een


enthousiaste, humoristische vrouw, die met hart en ziel verknocht raakte aan het namaken van antieke kledingstukken ten behoeve van de presentatie van de Maas en Waalse Streekdracht. Dan denken we vooral aan de kleding die zij voor haar kleindochters maakte. Ook voor haar dochter en haarzelf heeft zij mooie jakken gemaakt naar origineel model. Bij de presentaties van deze dracht kreeg ze vele complimentjes vanuit het publiek. Het was een vakvrouw! Ook aan de inrichting van de afdeling kleding/textiel van het Streekhistorich Museum Tweestromenland, heeft ze haar steentje bijgedragen. Wij missen haar. Haar familie wensen wij sterkte met dit verlies. Werkgroep Maas & Waalse Streekdracht en Mode Wies Berris-Visschers, coördinator.

Ook dit jaar wil de werkgroep Maas en Waalse Geslachten de contactdag houden in het Streekdocumentatiecentrum van de Historische Vereniging Tweestromenland vanaf 10.00 uur tot 16.00 uur.

Vele gastmedewerkers, zoals de NGV, afdeling Betuwe, afdeling Kwartier van Nijmegen en afdeling Land van Cuyk en Ravensten, computerinformatie, heraldiek en andere genealogische instellingen en particulieren verlenen vrijwillig hun medewerking om deze dag te doen slagen. Zij komen met een contactdienst/ledenservice, genealogische- en heraldische naslagwerken, publiciteitsmateriaal, computerinformatie en demonstratie, DTB-fiches, kaartmateriaal (o.a. kadaster en Nijmegen in kaart) en, indien mogelijk, met informatiemateriaal, speciaal afgestemd op beginners. De bezoekers kunnen in het centrum de collectie genealogische en historische boeken, tijdschriften, foto's, dia's, microfiches van de Mormonen, bidprentjes, alsmede de kopieën van de Doop-, Trouw- en Begraaf boeken (1609-1811) van de dorpen uit haar werkgebied en van de Brabantse Maaskant raadplegen. Ook het unieke computerbestand van de dopen en huwelijken is aanwezig (zie onder). Aankoop van de huwelijksbestanden, DTBinventaris, boeken en tijdschriften van de werkgroep en de vereniging is mogelijk bij de boekentafel van de vereniging.

GENEALOGISCH NIEUWS

UITNODIGING

voor de Maas en Waalse Genealogische Contactdag De werkgroep Maas en Waalse Geslachten van de Historische Vereniging Tweestromenland organiseert voor de negende maal op zaterdag 25 april 1998 haar tweejaarlijkse genealogische contactdag, die voor iedere belangstellende toegankelijk is. Zo worden mensen in de gelegenheid gesteld gegevens uit te wisselen en contacten te leggen.

De werkgroep Maas en Waalse Geslachten maakt deel uit van en wordt financieel ondersteund door de Historische Vereniging Tweestromenland. De werkgroep heeft zich ten doel gesteld alle Doop-, Trouw- en Begraafboeken (1620-1811)

van de dorpen in haar werkgebied te kopiëren en toegankelijk te maken door middel van fichering. Elke aantekening is genoteerd op een fiche. De fiches zijn vervolgens alfabetisch gerangschikt en in laden ondergebracht. Het totaalbestand omvat meer dan 100.000 fiches. Daarnaast zijn de aantekeningen verwerkt via een computer en is het door middel van een

zoekprogramma mogelijk zeer snel toegang te


verkrijgen tot de inschrijvingen. Zo is er een toegang ontstaan op de huwelijken en gedeeltelijk op de dopen. Het restant dopen en de begraafaantekeningen staat voor de nabije toekomst op het programma. Van de gemeenten Heumen en Wijchen zijn micro-fiches van de Burgerlijke Stand (18131892) aanwezig. Geslaagde contactdag Om deze dag tot een voor u geslaagd geheel te maken wordt u aangeraden zoveel mogelijk gegevens mee te brengen, opdat de dag zowel voor u als voor anderen een optimaal resultaat zal hebben. Voor uitbreiding van onze bidprentjescollectie vragen wij u om bidprentjes dan wel kopieën hiervan indien u deze heeft.

De ingang van het Documentatiecentrum is met borden aangegeven. De toegangsprijs is ƒ 2,50 per persoon, bij entree te voldoen. Tegen bescheiden prijzen zijn koffie, thee, broodjes etc. verkrijgbaar. Informatie kunt u schriftelijk krijgen via postbus nummer 343, 6600 AH Wijchen dan wel telefonisch via nummer 024-6413012.

PRESENTATIE BESTUURSLEDEN

Programma 09.30 uur: Centrum open; bezoekers melden zich bij de receptie 10.00 uur: Aanvang negende genealogische contactdag 10.30 uur: Officiële opening met een kort welkomstwoord 16.30 uur: Sluiting (Omstreeks 12.30 uur bestaat er mogelijkheid voor een lunch). Bereikbaarheid Het Streekdocumentatiecentrum, telefonisch bereikbaar onder nummer 024 - 6413012, is gevestigd in het souterrain van het Gemeentekantoor van de Gemeente Wijchen, Kasteellaan 24 te Wijchen, tegenover het kasteel. Als u per trein wilt komen is dat alleen mogelijk

met de stoptrein vanuit 's-Hertogenbosch of Nijmegen, elk half uur. Vanaf het station via de Bronkhorstlaan naar de

Kasteellaan (richting centrum) en het Gemeentekantoor, waar het Streekdocumentatiecentrum is ondergebracht. Wie per auto komt, wordt aangeraden via de Stationslaan te rijden en bij het NS-station af te

slaan richting centrum (parkeerroute Gemeentekantoor). Er is voldoende parkeergelegenheid achter het Gemeentekantoor.

Veel mensen kennen mij van het Documentatiecentrum. Voor degenen die rnij niet kennen de volgende gegevens. Mijn naam is Aleid Kamerman-Wilmink, geboren in Hengelo (Ov.) in 1929. Daar heb ik maar drie jaar gewoond. Toen werd rni|n vader, met nog honderd andere gezinnen, overgeplaatst naar Haarlem. Daar heb ik mijn jeugd doorgebracht. Ik ben daar naar de lagere school gegaan en naar de H.B.S.

voor meisjes. Daarna heb ik een opleiding gevolgd voor huishoudkundige.


In mijn vrije tijd was ik druk in de padvinderij. Ik ben o.a. akela geweest. Ik heb in Haarlem gewerkt bij een uitgeverij en bij de Planologische Dienst van de Provinciale Waterstaat. In 1958 ben ik getrouwd met Lex Kamerman. Toen zijn wij in Heemskerk gaan wonen. Wij hebben twee zonen. In 1974 zijn wij naar Wijchen verhuisd. Toen we in 1976 de watersnoodtentoonstelling in kasteel Hernen bezochten, zijn wij lid geworden van de Historische Vereniging Tweestromenland. Sinds 1984 werk ik als vrijwilliger in het Documentatiecentrum, eerst als "hulpje" van Hanneke Verhoeven, de documentaliste, later met Anneke de Ruyter min of meer zelfstandig. Tegenwoordig doe ik, samen met Lex, de documentatie van de boeken en de tijdschriften. Als hobby heb ik genealogie. Verder verzamel ik melkkannetjes en hondjes en maak ik foto's van bovenlichten. Ook lees ik graag. Aleid Kamerman-Wilmink

EVENEMENTENCOMMISSIE

Verslag van de najaarsexcursie naar Ootmarsum op zaterdag 11 oktober 1997 De 41 deelnemers aan deze reis zullen hieraan met genoegen terugdenken. Aanvankelijk zag het ernaar uit dat we de nodige regenbuien zouden moeten trotseren, maar in feite is het weer erg meegevallen. Om 09.00 uur waren we al in Apeldoorn, waar in restaurant De Somp in een gezellige sfeer koffie en gebak werd genuttigd. Daarna ging het op weg naar Ootmarsum. Onderweg konden we genieten van de wisselende landschappen en van de verhalen van Jan Moelaert over de geschiedenis van Ootmarsum. Jan had zich terdege voorbereid, zodat hij op interessante en humoristische wijze ons veel kon vertellen over het stadje. De reis verliep zeer voorspoedig; we waren zelfs eerder dan gepland in dit mooie stadje. Allereerst werd onder leiding van een gids de R.K. kerk bezocht, toegewijd aan de heiligen

Simon en Judas. De kerk is een zeer merkwaardige pseudo-basiliek in zuiver Westfaalse romano-gotiek uit het midden van de 13e eeuw. Het hele gebouw is opgetrokken uit Bentheimer steen. Opmerkelijk is de rijkdom der vormen van kapitelen en gewelfribben. Tot de kerkinventaris behoort ondermeer een bijzonder fraaie gotische monstrans, omstreeks 1400, afkomstig uit het klooster Frenswegen in het graafschap Bentheim. Twentse koffietafel, de burgemeester en het afscheid van Jan Moelaert In restaurant 't Plaske stond om 13.30 uur de uitgebreide koffietafel gereed. Tijdens de soep kwam als onze gast Jos Verbeeten binnen, oudWijchenaar en thans burgemeester van Ootmarsum. Namens het gezelschap werd hij begroet door de voorzitter van de Historische Vereniging, Wies Berris. De voorzitter richtte bij deze gelegenheid eveneens een dankwoord tot Jan Moelaert, die voor het laatst aanwezig was als lid van de Evenementencommissie. Zij overhandigde Jan namens de vereniging en het reisgezelschap een cadeaubon. Aan de reacties te horen was men zeer tevreden over de uitgebreide koffietafel.

Stadhuis en stadswandeling Gesterkt door de koffietafel gingen we met als gids de burgemeester allereerst het stadhuis bezichtigen. Daarna volgde de stadswandeling onder de humoristische leiding van twee ervaren gidsen. Steeds nieuwe ontdekkingen op de route: een rijtje mooie vakwerkhuizen, een fraaie stadspomp, beeldhouwwerken, oude waterputten, een glorieus koopmanshuis of een rustieke boerenschuur. Dit alles in een wirwar van gezellige straten, steegjes en pleintjes, geplaveid met veldkeien, kunstig bestraat en voorzien van molgoten zoals weleer. De wandeling door Ootmarsum was een echte ontdekki ngstocht. Openluchtmuseum "Los Hoes" Als laatste programma-onderdeel bezochten we dit openluchtmuseum.


In dit voor Twente unieke museum wordt getracht een zo volledig mogelijk beeld te geven van de wijze waarop werd geleefd en gewerkt op een Twentse boerderij. Op ontspannen wijze kon iedereen van het gezelschap deze oudheidkundige zaken bezichtigen. Ootmarsum quiz Op de terugreis had Jan Moelaert nog een verrassing in petto. Hij deelde een quiz uit met 20 vragen over de historie van Ootmarsum. Enthousiast werden de vragen ingevuld, waarna Jan vertelde wat de goede antwoorden waren. Zo waren we weer snel in Apeldoorn, waar onder gezellig napraten een laatste consumptie werd genoten. Al met al een gezellige en leerzame reis, waar we met plezier op terugkijken. Toon Banken

Persbericht STREEKARCHIEF BOMMELERWAARD OP INTERNET

Start homepage Vanaf 1 september biedt het Streekarchief Bommelerwaard ook informatie aan via Internet. De homepage van het Streekarchief geeft onder meer een overzicht van alle archieven en collecties die het archief beheert en informatie over bronnen van stamboomonderzoek, bouw- en hinderwetvergunningen en de historische bibliotheek. Verder zijn op de homepage alle wapens van de Bommelwaardse gemeenten in kleur te zien met daarbij de wapenbeschrijving, de verklaring van de gemeentenamen en de oudste schriftelijke vermeldingen van die namen. Om een indruk te geven van de rijke fotocollectie van het Streekarchief is van alle plaatsen in de Bommelerwaard een historische foto opgenomen, die men desgewenst in het groot op het scherm kan laten verschijnen. Bovendien is er allerlei praktische informatie te vinden over bereikbaartheid, openingstijden en dergelijke en steeds actueel nieuws over het Streekarchief. Het is ook de bedoeling om

steeds wisselende artikelen te publiceren over aspecten van de streekgeschiedenis. Voor de eerste keer is gekozen voor een verhaal over de waterstaatsgeschiedenis van de Bommelerwaard. Verder wordt de bezoeker van de 'site' de gelegenheid gegeven om te reageren op de aangeboden informatie. Sponsoring door Rabobanken De gezamenlijke Rabobanken in de Bommelerwaard hebben het Streekarchief in de gelegenheid gesteld om deze stap voorwaarts in de dienstverlening aan de inwoners van de streek te kunnen maken. Ze stelden geld ter beschikking voor de aanschaf van een krachtige computer, compleet met modem, kleurenprinter en scanner. Daarnaast verlenen de banken het Streekarchief drie jaar lang een abonnement op Internet en de mogelijkheid om informatie aan te bieden op het net. Dat gebeurt via Trefpunt Bommelerwaard, een onderdeel van Trefpunt Nederland, de naam waaronder de Rabobank Nederland optreedt als provider. De Bommelerwaardse Rabobanken geven het Streekarchief bovendien uitgebreide technische ondersteuning om steeds meer informatie on-line beschikbaar te kunnen stellen. Door een gift van de Lionsclub Bommelerwaard kon het Streekarchief nieuwe software aanschaffen waardoor onder meer de bestaande geautomatiseerde bestanden op het Streekarchief gereed kunnen worden gemaakt voor Internet. Nog pas het begin Het ligt namelijk in de bedoeling om het niet te laten bij deze uitgebreide homepage, maar een koppeling aan te brengen tussen de homepage en allerlei databestanden. Daaraan wordt gefaseerd gewerkt. Ten aanzien van de drie bestanden zijn de voorbereidingen in volle gang: 1. Het nu al op de homepage aanwezige overzicht van alle aanwezige archieven en collecties zal straks ook op allerlei trefwoorden doorzocht kunnen worden. Nu kan nog alleen per gemeente worden gezocht. 2. De indexen op de akten van de burgerlijke stand van de Bommelerwaardse gemeenten zullen via Internet aangeboden worden. Zo


zullen onderzoekers van over de hele wereld voortaan via Internet kunnen zien of een bepaalde akte in het archief aanwezig is. 3. De catalogus van de bibliotheek zal via Internet bekeken kunnen worden. Indien het allemaal lukt zullen er in de toekomst steeds meer bestanden via Internet toegankelijk worden gemaakt. Allerlei inventarissen, catalogi en indexen lenen zich bij uitstek voor raadpleging op afstand. Waar? Wie de homepage wil bekijken kan terecht op het volgende Internetadres: http://www.tref.nl/bomrnelerwaard/streekarchief. Het e-mailadres van het Streekarchief is: sab@tref.nl.

Zolang de voorraad strekt kunnen leden van de vereniging het boekje gratis afhalen in het Documentatiecentrum te Wijchen of in het Museum te Beneden Leeuwen. U kunt het boekje ook schriftelijk aanvragen. In dat geval dient u ƒ 2,40 aan portokosten in te sluiten. Niet-leden betalen ƒ 1,— plus portokosten. Gens Nostra 1976 t/m medio 1997 Eén van onze leden stelt gratis ter beschikking bovengenoemde ingebonden jaargangen, inclusief "Mededelingen" en jaarregister. Liefhebbers kunnen zich melden bij het secretariaat van de vereniging. Publicaties In het najaar van 1997 is bij uitgeverij Kempen Group te Eindhoven het boek "Wees gegroet..." kapellenboek provincie Gelderland verschenen.

VRAAG EN AANBOD

Alverna De Historische Vereniging Tweestromenland heeft een groot aantal boekjes (40 pagina's) cadeau gekregen, getiteld "Alverna van begin tot einde 1887-1980". Het boekje bestaat uit twee gedeelten, namelijk: 1. "Het klooster en zijn bewoners 1887 - 1962" door Pontianus Polman O.F.M. 2. "De weg naar het einde 1962 - 1982" door Maturus Hendriks O.F.M.

In dit boek worden vrijwel alle devotiekapellen in de provincie Gelderland beschreven. Tevens is hierin in samenwerking met de Provinciale VW Gelderland een aantal fietsroutes opgenomen langs een selectie van de in het boek beschreven kapellen. De verkoopprijs van het boek bedraagt ƒ 25,—. Het boek is verkrijgbaar in de boekhandel.

Nieuwjaarswens De besturen van de Historische Vereniging Tweestromenland en het Streekhistorisch Museum Tweestromenland wensen de leden prettige feestdagen en een voorspoedig 1998 toe.

s


Bij de gebroeders Van Campen in Nijmegen werd een flobertbuks gekocht, welke voor goed geoefende jongelingen voldoende was om met negen van de tien schoten raak te schieten. Voor zo'n soort buks was echter een vergunning vereist. Die werd gewoon niet aangevraagd, want die zou aan het jonge volk toch niet worden verleend. Sowieso zouden zij als stropers worden betiteld. De wapenhandel dacht er wat gemakkelijker over en hield nog vele jaren de vrijheid om aan iedereen te verkopen. Voor zo'n jongens was het echter één van de weinige mogelijkheden voor wat vertier. De jagers-, boswachters- en politiewereld dacht er echter anders over. Sensatie volop toen we in een nacht lawaai hoorden bij de kippen en konijnen. "Inbrekers", riep onze Toon, "Kom we gaan erop af'. Ik kreeg een kniplichtje in de hand gestopt en we slopen naar beneden en naar buiten. Met bevende handen verrichtte ik het speurwerk, maar had al gauw succes. Twee duistere figuren kwamen in de lichtstraal. "Vuur!" riep ik. Mijn broer loste een paar schoten in de lucht en de dieven wisten via het bos de vlucht te nemen. In ieder geval hadden we dat "geteisem" duidelijk gemaakt wat hen eventueel te wachten stond. Voldaan kropen we weer onder de dekens. Het voorval was voorbij. Streep eronder! Ja, dat hadden we gedacht! De volgende dag kwam de vrouw van gemeenteveldwachter Van Bemmel om een uur of elf bij ons. Zij overhandigde een brief die Van Bemmel had geschreven en die was gericht aan mijn vader. Die brief luidde als volgt:

P. Leenders, jachtopziener. Hij figureert prominent in dit artikel.

"Geachte Heer Derks,

sonen kwamen. Eén volwassen persoon hield een schietgeweer in de handen. Dit personage werd begeleid door een kind. Het kind lichtte met een verlichtingsbron op ons beiden, waarna de volwassen man een schot in onze richting loste, zodat wij een veilig heenkomen moesten zoeken. Hier werd gepoogd twee ambtenaren de wettelijke uitoefening van hun functie te verhinderen, ja hen zelfs met geweervuur te doden. In verband met deze ernstige misdaad gelast ik u, direct na het kennisnemen van dit schrijven naar mijn huis te komen,

Afgelopen nacht om 03.30 uur waren ondergetekende en de boschwachter,

moeten leiden tot opsporing van de dader(s).

onbezoldigd Rijksveldwachter, P. Leenders op inspectie en passeerden daarbij Uw huis.

w.g. Van Bemmel,

Wij namen waar dat uit Uw huis twee per-

Gemeenteveldwachter"

ten einde inlichtingen te verstrekken, die

17


Bemmel, gemeenteveldwachter, Van Zoelen, Na dit gelezen te hebben had mijn vader geen tijd meer om te eten en toog hij direct gemeenteveldwachter van Bergharen, Schenaar Van Bemmel. pers, rijkspolitieman, en Leenders, boswachWat daar besproken is weet ik niet. Wel weet ter. ik dat er werd afgesproken dat mijn vader en Toen mijn vader en mijn broer de kamer mijn broer (de verdachte) 's avonds om binnengingen, stond Van Bemmel op en zeven uur bij Van Bemmel moesten komen sommeerde mijn broer de armen recht vooruit te steken. Mijn broer deed dit en tegelijen het onderzoek zou worden voortgezet, 's Avonds om zes uur kwam mijn broer thuis kertijd klikten er een paar handboeien om van het werk. Bij het binnenkomen merkte zijn polsen. hij dat er iets mis was. Mijn vader werd niet goed en mevrouw Van Mijn vader: "Heb jij een geweer, Toon?" Bemmel bood hem een stoel aan. De verToon: "Ja vader". dachte moest blijven staan. Een spervuur van vragen werd op mijn broer Vader "Ben jij nou helemaal van God verlaten? Het is toch verschrikkelijk met de jonge- afgevuurd. Hoe kwam hij aan een geweer en kogels? ren van tegenwoordig! Haal op dat geweer! Waarom liep hij met een geladen geweer Snotneus!" Mijn broer haalde het geweer en overhandig's nachts buiten? En . . . Waarom schoot hij de dat aan mijn vader. op politiemensen? Of hij wel begreep dat hij Ademloos beschouwde deze het geweer. "En verdacht werd van doodslag en dat daar nog wel een flobert. Heb jij daar vannacht twaalf jaar op stond? mee geschoten?" Mijn broer verdedigde zich zo goed dat men Ija vader". sympathie voor hem begon te krijgen. "Waarom?" Van Zoelen zei dat het beter was om een mis"Er waren inbrekers en die zaten achter onze dadiger een kans te geven. Schepers bevestigkippen en konijnen aan. Ik heb alleen maar

in de lucht geschoten. Het is zeker dat zij nooit meer terugkomen". "Weet jij wel, snotneus, wie die inbrekers waren?" "Hoe kan ik dat nou weten? Ze waren zo bang als een wezel en holden hard weg".

de dit en Leenders was nog steeds niet in staat een woord uit te brengen, zo erg had hem het schot aangegrepen. Tenslotte werd besloten dat men het met

mijn broer nog even zou proberen, maar bij een volgende misstap ging hij voor twaalf jaar de bak in.

Vader: "Het is toch verschrikkelijk met jou.

Op het laatst mengde mevrouw Van Bemmel

Hoe kom je aan dat geweer en die patronen?"

zich in het gesprek: "Zou het niet goed zijn als men zulke jongens een windbuks gaf? Dan konden zij zich toch uitleven en het was weinig gevaarlijk". Of mijn broer een windbuks wilde hebben?

"Die heb ik gekocht bij Van Campen". Vader: "Om zeven uur moeten jij en ik bij Van Bemmel komen". Toon: "Weet die het? Hebben de daders aan-

gifte gedaan?" Vader: "Sukkel, die je bent! jij hebt geschoten op Van Bemmel en Piet Leenders, die op patrouille waren!" Mijn broer kon geen woord meer uitbrengen. Hij had alles verwacht, maar dit, nee. Dat was het onmogelijke. Om zeven uur arriveerden vader en zoon met het geweer en de patronen bij Van Bemmel. In de beste kamer /.aten achter een tafel: Van

18

Dat wilde hij zeer graag. De onderzoekscommissie besloot tot het volgende: De verdachte zou voorlopig clementie krijgen. Het flobertgeweer en de pationen moest hij achterlaten. Hij kreeg meteen een windbuks met pluimpjes overhandigd. Hij mocht schieten op kritsen, eksters en spreeuwen. De handboeien werden losgemaakt en /o eindigde deze geschiedenis.


Op het artikel over Gomarius Mes in nummer 93 van ons tijdschrift kwamen nogal wat reacties binnen. Er blijkt veel meer over hem verzameld en gepubliceerd te zijn dan wij wisten. In het documentatiecentrum van onze vereniging was weinig te vinden, maar nu blijken toch nogal wat gegevens in particuliere archieven te zitten. Bovendien is contact gelegd met familieleden, die bereid zijn naar verdere gegevens te zoeken en deze ook beschikbaar te stellen.

In ons artikel zijn ook wat kleine onjuistheden geconstateerd, die we te zijner Ăźjd zullen corrigeren, wanneer alle gegevens binnen zijn. Dit keer plaatsen we een artikel over de Galgenberg in Wijchen. Het verhaal heeft niets met zijn levensloop te maken, maar is gewoon door hem geschreven. Jan van Gelder Gomarius Emmanuel Mes

De Galgenberg te Wychen (deel I) Tusschen het opbloeiend Nijmegen en het aan tering lijdend stadje Grave ligt een der oudste wegen van het lieve Gelderland. Zoo

men. Wie de spelers van het akelig treurspel geweest zijn, en in welk jaar de misdadigers hun rechtvaardige straf ondergingen, heb-

druk bezocht deze baan voormaals was, zoo

ben geene kroniekschrijvers opgeteekend,

stil en verlaten is zij thans: de spoorweg tus-

geen der oudste verhalers ons weten mede te deelen. De lezer veroorlove ons daarom volledige vrijheid om den juisten tijd en de wezenlijke personen naast de vermelding der plaats op te geven.

schen de Waalstad en 's-Hertogenbosch heeft alle levendigheid en vertier gedood. Wanneer de Sint-Teunis-molen, de Tol, Teersdijk en Lanen waren opgeruimd, bood deze breede en goede rijweg geen afwisseling meer dan bosch en koren, koren en bosch. Den Teersdijk even voorbij houdt elke reiziger thans een wijle stil en vraagt zich af, wat de menigte aardwerkers, metselaars en timmerlieden naar de hoogte beuren. De vriendelijke landbouwer dier streek zal hem onmiddellijk vol blijdschap op den reuzenbouw wijzen en zeggen: "Daar komt klooster en kerk onzer (d.i. der Franciscaner-) Paters, Alverna geheeten." Vlak tegenover dezen grootsen bouw' ligt aan de andere zijde der Graafsche Baan een aanmerkelijke hoogte met dennenhout beplant,

van ouder tot ouder den naam van Galgenberg dragend. Waarom het voorgeslacht deze afgelegen plek zoo gedoopt heeft, zegt ons

de volgende geschiedenis, uit lang ven-logen eeuwen van mond tot mond tot ons geko-

Het was op den vooravond van het beminlijk Kerstfeest in het jaar des Heeren 1473.

De

helderblauwe, wolkenloo/e hemel prijkte met tallooze fonkelende sterren. Een strenge koude, nog verscherpt door een fijnen, vinnige n wind uit het Noordoosten, joeg elk levend wezen van weg en pad, en vermeerderde niet weinig den angst der landelijke bevolking uit de kerspelen Wychen, Over- en Neerasselt, Heumen en Malden. Het overvloedige kwelwater -een eeuwige kwelgeesten plaagduivel dier zoo arbeidzame landbouwers- had eerst een aanzienlijke hoogte bereikt, was daarna door de spoedig invallende, gestrenge vorst in een uitgestrekt ijsveld herschapen, hier en daar nog overdekt bovendien door heuvelen opgejaagde sneeuw van drie tot vijf voeten.

19


Ondanks dit harre wintergetijde waagden zich drie jongelingen van omstreeks vijftien, zestien jaren aan een tocht van de stad Kleef', alwaar zij de opleiding tot den geleerden stand ontvingen, naar Wychen en Bergharen. Het waren Robrecht, zoon des bezitters van het adellijk goed, de Avezathe: Den Tienakker te Wychen, en de gebroeders Adolf en Willern van Hernen, wier vader op het kasteel van dien naam als heer en meester zijne bevelen gaf. Na met horten en stooten het dorp Heumen te zijn doorgesukkeld, bonden de jolige reizigers de schaatsen opnieuw onder, en snorden in luchtige vaart op het Wychense veen aan, zelfs haastiger dan te voren, daar de avond reeds begon te vallen, een tocht door de bosschen voor den vermoeiden rijder geen aangename was en de overzijde van de Graafsche Baan nog een goed halfuur vorderde. Een toeval -wie heeft op reis geene ongelukken of hindernissen?wilde nu, dat een van Robrechts schaatsenbanderi uiteensprong. De vrienden, het wachten om dat saai gesukkel wellicht minder aangenaam vindend, wijl hun weg de langste was, reden ondertusschen met minder drift, alhoewel Robrecht, een meester in vliegen en zwenken op het ijs, hun achterna riep: "Sukkelt maar door, ik heb u z贸贸 ingehaald!" De gezwollen, ietwat verstijfde handen van onzen student herstelden de breuk slechts ten halve. Hij was weldra thuis, zoolang kon het bindwerk wel vastblijven. Spoedig ging het vliegen gebrekkig, zoo gebrekkig zelfs, dat bij het vermeerderen van zijn snelheid, om de vrienden in te halen, die dra gingen scheiden, de noodlottige schaats hem onder den voet wegschoof, de rijder neerbonsde en terdege zijn knie bezeerde. Inhalen bleek nu onmogelijk, hen beroepen evenmin, wijl zij spoedig achter hout en heuvel waren verdwenen. Niet het minst klemde de vraag, welken weg zij waren ingeslagen. Alhoewel het schreien hem naderbij stond dan het lachen, vermande zich Robrecht, en strompelde zoo goed en kwaad hij kon, doch altoos uiterst langzaam in de richting van het Huis te Wychen, welks hoogen toren hij nog kort geleden voor oogen had. Eenmaal op den doolweg, blijft men aan het dolen, zegl

20

het spreekwoord, tot een goede engel ons op den rechten weg geleidt. Deze nu verscheen niet, om Robrecht de richting aan te duiden naar het vaderlijk huis, waar teedere harten voor hem klopten, en doodsangsten hadden uitgestaan, indien het hun bekend ware geweest, in welken toestand zich den doolaard bevond. Het zwellen der knieschijf nam evenwel sterk toe, de overgang van de schemering tot het sober sterrenlicht bracht hem van den goeden weg en het Kerstfeest van dat jaar werd op het oud, rijk Avezaath vol genoegen doorgebracht, zonder de minste onrust over jonker Robrecht, die goed en wel te Kleef den Kerstboom zou helpen plukken met zijne d贸贸rdartele, tucht en les vergetende kameraden. Bestaat er noodzakelijkheid den lezer te zeggen, dat de ouders van den vroolijken en veelbeminden jonker als verpletterd stonden, toen de Hernense knapen, door hunne bloedverwanten vergezeld, op Onnozele-kinderendag, naar de Ave/aath kwamen hooren, of hun vriend reeds reisvaardig stond voor den terugtocht? De korte uitleg der lange geschiedenis van hun tocht was spoedig gegeven. Zij, Adolf en Willem, waren doodbedaard doorgereden toen Robrecht even de schaats vaster bond, hadden hem zelfs de hoek om zien komen, namen de Nieuwe Wetring langs Wychen en waren alzoo niet op het Avezaath aangegaan. Eerstens werd hun thuiskomst vervroegd, tweedens was Robrecht mans genoeg om zelf zijne ouders te verrassen. Hun verregaande onvoorzichtigheid, om op zulk een gevorderd uur van den winterdag en op niet vertrouwbare wegen bij het rondspoken van de woeste Piekaarderr elkander te verlaten, werd wel begrepen, cloch maar even aangeroerd. Onnoodig hierbij te voegen, dat het gansche Avezaath en weldra het gehele dorp in rep en roer kwam wegens het verongelukken -het ergste krijgt vaak de eerste beurtvan den jonker. De eerste gedachte was: een bijt, het jammervolle graf van zoo menigen moedigen jongeling. Het tweede vermoeden viel op de stroopende soldeniers, die het landschap onveilig maakten. Onmiddellijk werd een der vertrouwdste


mannen, de jagermeester, te paard naar Kleef gezonden; in alle haast moesten renboden naar Nijmegen en de omliggende dorpen ijlen ten einde bij klokgeklep in het gansche Rijk en in Maas-Waal te verkondigen, Heumen naar het ouderlijk huis verdwaald was geraakt. Wie het eerst en een zeker bericht van zijn schuilplaats, hetzij na doode of in leven, gaf, kreeg de som van honderd daalders. Huizen en hutten der heide, hoeken en kanten van veen en bosch werden

gekend en zien opgroeien tot vaders en grootvaders. Zonder ophouden dreef hem telken stonde die gedachte naar een herberg aan de Graafsche Baan "de Heugt" genaamd3. De bewoners dezer afspanning waren snel vooruitgekomen, ondanks hun lage afkomst en betrekkelijk geringe inkomsten. Wel kregen zij, na de belegering van Nijmegen in Julimaand 1473 druk bezoek van den komenden en gaanden reiziger, wel hadden hoofdlieden en vaandrigs der talrijke benden van Karel den BourgondiĂŤr hun

doorzocht, poelen en plassen tot de nietigste

liefsten op- en intrek bij vrouw Liesbeth van

slootjes en molshoopen woelde men om en rond; doch avond aan avond brachten de volijverige dienstknechten en talrijke boschwerkers de hartverscheurende boodschap tot de van smart vergrijsde burchtbezitters: "niets gevonden!" Ook de tijdingen uit Kleef en Nijmegen luidden even verpletterend: "de jonker was wel uitgegaan, niet teruggekeerd; niemand had Robrecht gehoord of

de Heugt, doch alle de winsten geleken bij hunne verteringen - en grof waren deze - een

dat de jonker van Wychen op den weg van

gezien!"

Daags na Lieve-Vrouw-Lichtmisse werd de lijkdienst voor den betreurden zoon in de parochiekerk gezongen. De gansche gemeente lag in diepen ernst en rouw om de katafalk geknield, in breede plooien hingen de rouwgewaden langs de pijler en vensterboog om het daglicht als te beletten het treurige schijnsel te overstralen der knappende kaarsen rond altaren en niet het minst bij het hoogvereerde beeld der Zoete-Lieve-Vrouwe van Wychen. Door al de gebeden, voor de

nietige zaadkorrel in den brouwketel.

Den beminden herder een vrijen loop latende aan zijn gunstige gedachten omtrent de Heugtbewoners, gaan wij zien, of de herder zijne schapen kende en volgen we Robrecht op zijn moeilijken tocht door het laag en verward struikgewas, bezijden het veenpad, onder de sneeuw als begraven. De bezeerde knie dwong den moedigen jongen nu en dan tot rusten, zoodat het diep in den avond moest zijn, toen hem het vriendelijke licht

van de Heugt uitnoodigde daarheen zijne schreden te richten, wat uit te rusten en de gelegenheid te zoeken voor geld en goede

woorden thuis te geraken. Binnengekomen, bemerkte hij een drietal mannen, die bij een verwarmden drank aan het dobbelen waren, door de vrouw des huizes zoo goed als niet

zielerust des verdwenen jonkers ten hemel gezonden, drong een krachtige stem tot de

opgemerkt. De een, naar zijn uitspraak te hooren een Brabander, reisde in kanten, had zijn waar in Nijmegen aan den man

troon des Vaders: "Geef, goede Herder! dat

gebracht en beschikte over klinkende munt,

geen mijner toevertrouwden een wolf is, die

die den beiden medespelers de oogen deden

in schaapskleederen rondloopt."

schitteren van een onheilspellend vuur. Den grootste dezer gebaarde mannen spraken de

Had dan iemand met een enkel woord

slechts van een misdaad gewaagd? Waren er bewijzen gevonden, dat de soldaten van den BourgondiĂŤr een misdaad gepleegd hadden? Ieder wist dat zij roofden als hongerige wolven; niemand kon tot heden getuigen, dat wie der benden ook, ooit een kind leed had gedaan. Neen, niets van dit alles. En toch, toch rees telkens en telkens een vreeselijke

gedachte bij den bejaarden pastoor Adam op, die al zijn gemeentenaren als kind had

spelers aan als den hospes; hij was de broeder van de naaiende vrouw in het hoekje bij de schenkkast; zij ontving Robrecht met het vriendelijkst gezicht ter wereld, bezorgde

hem een goede plaats bij het hoogvlanimende houtvuur en dischte in enkele minuten op, wat een hongerig en afgemat reiziger van noode heeft, ter herstelling van lichaamskracht en levenslust. Zoodra de jonge reiziger zijn ovei kleed uil-

21


geworpen en het voornemen te kennen gegeven had, nog naar Wychen te willen, hetzij gaande of rijdende, bemerkte de gedienstige hospita zijn voorzichtige beweging met het rechterbeen en vroeg hem zeer belangstellend: "Gij schijnt een groote reis afgelegd te hebben, jonkheer! Wat vermoeid of gezwollen voeten misschien?" Onderwijl Robrecht het reisverhaal, den lezer reeds bekend, in al zijne kleuren en met al de openhartigheid, zijn gullen en bloeienden leeftijd eigen, mededeelde, keken vier oogen, van het spel afgewend, naar dien vreemden, kranigen vogel, gelijk de eigenaars van den Heugt hem veelbeteekenend noemden. Toch zagen allen met zekeren eerbied naar den rondborstigen, vrolijken jonkman op, bij de mededeeling, dat hij de zoon was van den Heer op het Avezaath, een bemind man wegens zijn goedhartigheid voor het ellendig onderdrukte en geknevelde landvolk, een gevreesd man, wijl hij hooge rechten bezat en als vrederechter zijn gezag streng handhaafde. Waar de zoon van zulk een vader was aangeland? Slaan we het geheimvolle boek vari het menschenhart eens open en lichten we den sluier op, die zooveel kwaads naast zooveel goeds verbergen kan. De Heugt was jarenlang in de spraak des volks een goede boerentaveerne op den weg, waarlangs ontelbare voertuigen dagelijks voorbijtrokken, de geleiders, alsook menige voetganger, een oogenblik kwamen uitblazen en een glas bier als hartsterking opnamen; waar kooplieden, marskramers en kwakzalvers zich voor een tainelijken prijs op een goed leger konden nedervlijen en de eersten vooral hun vee, bestemd voor Arnhemsche, Nijmeegsche en Brabantsche markten, mochten opstallen. De eigenaars der pleisterplaats, wier ouders het huis reeds lang geleden getimmerd hadden, genoten groot vertrouwen bij het steeds wisselend getal bezoekers, en gaven liever hunne zorgen aan vreemdelingen, dan dat zij door noeste vlijt in bosch en veld het ouderlijk bedrijf zochten te verbeteren of uit te breiden. Liesbeth, de oudste, ging door voor een handige huisvrouw en had naam en benijd-

22

sters onder de leden van het vrouwelijk geslacht der streek; Daan, de oudste zoon des huizes, droeg niet ten onrechte den titel bierbuik, en Gillis, de derde en krachtigste, die straks als boer verkleed tot de spelers behoorde, hield zich onledig met wat handel in varkens, kippen, eikels, looi- en timmerhout. Aller gedrag was vóór 1473 tamelijk onbesproken geweest, doch sinds een jaar kon het nauwlettend oog eens trouwen bezoekers telkens groote verandering in dit huisgezin bespeuren. De droevige omstandigheden, waarin het Geldersche hertogdom verkeerde, droegen daartoe in geen geringe mate hun aandeel bij. Zonder een krachtig vorst, die een zwaard durfde opsteken tot den heerszuchtigen Karel van Bourgondië, niet voorzien van een degelijke krijgsmacht in en rond welversterkte steden, tamelijk oneens op het punt van verdediging in zoo kort een tijdsbestek als lag tusschen de uitdagende feesten van Valenciennes en de bemeestering van de stedekens Gelder, Roermond en Grave, lag het heerlijk hertogdom open en bloot voor den overmoedigen en welgewapenden Karel. Tevergeefs beproefde de bannerheer van Batenburg minnelijke schikking te treffen met den krijgsman, die zich de evenknie waande van Frankrijks koning en hem getoond had, dat veroveren van landen en staten, het dwingen van sloten en steden hem lust, zelfs behoefte was geworden. Tevergeefs hielden edelen en magistraten der hoofdsteden Nijmegen, Arnhem, Zutphen en Roermond langdurige en veelbeteekenen.de vergaderingen; tevergeefs namen de Landschap en steden soldeniers in haren dienst. Karel, de onverbiddelijke, de ijzeren hertog, kwam om de Geldersche parel aan zijn kroon te hechten, waarmee hij schitteren zou op het luisterrijke feest van zijn kroning tot koning. Maastricht viel hem te voet, het land van Meuis werd van zijn vorst beroofd en een nieuwen geschonken, Goch bukte voor zijn macht, Tiel opende deemoedig de poorten en bood de sleutels met eerbied. Buren werd veroverd en den 28 Juni sloeg de Bourgondiër zelf het beleg voor de machtige stad Nijmegen. Troepen te voet en troepen te paard


trokken uit het Zuiden en Oosten door Grave naar de Waalstad, gaven wel vertier en beweging, doch Boven-MaasWaal geleek één groot legerkamp en werd vertreden onder de strijdlaarzen des krijgers, den dolste van eeuwen herwaarts. De taveerne op de Heugt voer daarbij zeer wel. Langdurige drinkgelagen vulden de beurs van Liesbeth en tooiden heur hals en vingers met schitterende gesteenten, een gravinne waardig; roof- en moordplannen werden ontworpen, waarbij de bierbuik vaak de rol van verkenner en wegbereider speelde; belangrijke geldsommen, dikwerf geroofde schatten van kloosters of de opbrengsten van naar rust hakende steden, gingen tijdens een enkele nachtwake uit de baronnen- en gravenbeurzen naar de leeren geldtasch van de schraperigen Gillis, die er valsche dobbelsteenen op na hield, en wiens spelen en drinken even regelmatig afwisselde als arbeid en rust van eerzame poorters en simpele huislieden. Bij het dunnen der legerscharen na de inneming en harde onderwerping der Nijmeegsche stede - Karel de Stoute trok met zijn brood in de vochtige spinde. De huisvrouw nam hare kleederen telkens fraaier en van kostelijker stof. De broeders schenen met den dag meer behoefte aan bedwelmend vocht te gevoelen: 't was of de eerste alle harer boosheden onder steeds wisselende kleuren, en de broeders onder het verdervend, geest- en zieledoodend nat wilden verbergen. De hebzucht had allen naar den afgrond gevoerd: Daan's speelwoede prikkelde Gillis, en beiden maakten Liesbeth tot deelgenoote hunner menschonteerende handelingen. Van de nachtelijke zwelgerijen en het grof gedobbel kregen de dorpelingen betrekkelijk weinig te weten: het huis op de Heugt lag eenzaam, telde op dergelijke tijden weinig dorpers onder de bezoekers, en de vreemde koop- en voerlieden, benevens de soldeniers, verwisselden zoo menigvuldig, dat aanwassende kleinigheden niet spoedig in het oog vielen, zoo op drank en bediening maar geene aanmerkingen gemaakt konden worden. Niet zoodra was Robrecht bij het vuur gezeten, of de oogen der Heugtbewoners gaven

genoegzaam te kennen: die vogel kon hier best een paar mooie veeren laten vallen, alhoewel Liesbeth in alle ernst den vinger omhoogstak en zeide: "Laat af, Daan! doe den jongen geen leed. Bedenk, dat zijn vader op het Avezaath woont, waar wel een mooie kelder is, doch geheel leeg!" "Wat zou het beteekenen zoo'n vetten vogel een paar veeren uit te trekken! Je maakt morgen de rekening zoo laag op als het eenigszins kan; ik belast me met de tiende uit de geborduurde geldbeurs en een paar gouden ringen meer zullen Liesbetteke van de Heugt geen zuur gezicht doen zetten!" En aan de boekkast, waar zij van allen genoegzaam verwijderd stonden, om niet gehoord te kunnen worden, een kanne bier inschenkend, voegde hij terugkeerend er bij: "Dat katje zal ik wel wasschen, Lies! en Gillis belast zich met den andere. Zorg maar vast, dat uw lieverd goed doorslaapt, net als de rijke Pickaard van de vorige week!" Daartoe had de fluwelen tong van de hospita weinig moeite te doen. Doodvermoeid, vol stramheid in de beenen, verzadigd van een goeden maaltijd en een glas warmen wijn, jong en zonder zorg stapte onze jonker, wél te vergeven, over de bezwaren van het wegblijven heen, en paaide zich met de zoete gedachte: bij het luiden voor de Kersunisse stap ik met het volkje hier ter kerk, en verras mijne ouders aan de ontbijttafel.

(Slot volgt) Dit artikel is overgenomen uil de Katholieke Illustratie, 20e jaargang, nr. 35 (1886/87)

Redactie

Noten: 1. Wij hopen later hierop in bij/.onderheden terug te komen. Alverna is de berg, waar de H. Frandscus den indruk van Jesus' H. Wonden ontving. 2. Krijgslieden van Karel den Stoute uit Picardië 3. Hoogte is in de volkstaal: Heugt

23


ie

zn. van

Jansen

dagloner

arbeidster

* Malden circa 1779 t Wijchen 28-4-1826

* Wijchen. 24-2-1775 t Wijchen 30-9-1866

strodekker arbeider te Hatert

Helena

t

en

en

* Wijchen? Circa 1770 t Nijmegen 8-7-1836

*

en

tabaksplanter te Deest *

arbeider te Ewijk * Ewijk 2-2-1781 t Ewijk 10-1-1811

t

9

HENDRINA (Heriette) TUSSEN

arbeider te Wijchen * Wijchen 21-10-1815 *Neerbosch 6-6- 1811 t Wijchen 8-4-1888 t Wijchen 8-6- 1890

zn. van

en

Gerardus Hoogstraten en Maria Willems

* Leur Bergharen c 1787 t Wijchen 24-8-1861

«. Afferden 10-4-1801

arbeider(1842) te Ewijk * Ewijk 24-9-1808 t Ewijk na 1876

dr. van Antonius Schonenberg en Johanna Peters/Tijssen

* Wijchen 12-1-1784 t Wijchen 5-12-1853

28

27

26

dr. van

zn. van Albernjs Jansen Kolders en

Amoldus Peters

Hermina Tijssen

Johanna Gerardussen

en

landbouwer en tapper * Overasselt * Overasselt 30-8-1807 t Wijchen t Overasselt 2-11-1835 6-12-1880

zn. van

dr. van

en

en

landbouwer (1846) * Neerbosch circa 1769

31

BARTHOLOMEUS WANDERS

HELENA BROUWERS

zn. van Grardus Wanders en Catharina

dr. van

t

*

* Hees/Nijm. Circa 1782 t

en

*

t Jaarsveld 7-9-1829

o» Nijmegen 6-1-1810 13

12

30

29

Reijnders

«•Overasselt 14-3-1831

00

t

OO

14

15

VAN GELDER

GRADUS HOOGSTRATEN

ARDINA JANSEN

PETRUS JANSEN

HENDRINA WANDERS

dienstmeid (1842) * Deest 20-5-1813 t Ewijk 28-2- 1854

arbeider te Wijchen * Wijchen 22-9- 1824 t Wijchen 11-9-1906

* Overasselt 19-8-1832 t Wijchen 26- 1-1 892

landbouwer (1846) * Nijmegen 28-6-1814 t Nijmegen 20-1-1891

dienstmeid (1846) * Niel (Pruisen) 17-4-1820 t Nijmegen 10-11-1887

IDA

~ Ewijk 30-4-1842

o» Wijchen 4-5-1844

25

11

10

JOHANNES (Jan) WILLEMS

24

ANNA JOHANNES MARIA MATTfflAS JOHANNA THEODORUS JANSEN SCHONEN- JANSEN PETERS HOOGMARIA STRATEN HOPMAN BERG (AALBERS)

dr. van

* Hernen circa 1779 t

t

oo Beuningen 2-5-1806

~Wijchen 11-11-1800

8

HENDRIKUS JANSEN

23

zn. van

dr. van Franciscus de Haart en Geertrui Melssen

zn. van

dr. van

en

~ Wijchen 4-5-1807

22

21

PETRUS CATHARINA FHEODORUS WENDELINA JOHANNES ANNA MARIA JANSEN WILLEMS (HENDRINA) van GELDER TELJSSEN PETERS de KAARDT MEGENS

dr. van Gerardus Hendrikus Sengers en Hendrina Jans Sengers

zn. van Jan Jansen en

20

19

18

17

FOHANNES HENRINA SENGERS JANSEN

o» Wijchen 7-7-1854

=° Nijmegen 30-4- 1846

5

4

6

7

HENDRIKUS JANSEN

JOHANNA WILLEMS

ADRIANUS HOOGSTRATEN

MARIA JANSEN (SLUIS)

irbeider (1891), timmerman (1924) Wijchen * Wijchen 9-8- 1857 t Woezik (Wijchen) 19-4-1932

* Ewijk 1-1-1849 t Woezik (Wijchen) 29-5-1923

* Linden (NB) 24-4-1864 t Woezik (Wijchen) 23-10-1955

* Neerbosch (Nijmegen) 14-11-1860 t Woezik (Wijchen) 31-7-1928

°oEwijk 29-4- 1891

°° Wijchen 30-9- 1892 2

3

HENDRIKUS JOHANNES JANSEN

HENDRINA ARDINA HOOGSTRATEN

timmerman (1924), landbouwer te Wijchen * Wijchen 16-4-1893, t Woezik (Wijchen) 2-8-1961

* Wijchen 3 1-10-1895 t Ewijk 20-9-1983 begr. Woezik oo Wijchen

25-4-1924 1

JOHAN ADRIAAN leraar m.b.o., lokaal * Wijchen

JANSEN historicus te Wijchen 28-1-1926

CO

Opgemaakt met Corel WordPerfect Afgedrukt met HP LaserJet 6L. RCC

24

Inzender: J.W. Heisen, Blauwehof 7212, 6602 XP Wijchen. (tel. 024-641 24 53)

25


LiteratuurSignalement

ï~————**•»•

--~~^*u***~-=r. O g»-^

De met een * gemerkte titels /ijn op het Documentatiecentrum van Tweestromenland raadpleegbaar. * BERENDSEN, H.J.A., River Courses in the Central Netherlands dnring the Roman Period; in: Berichten R.O.B., jrg. 40

^n n

^

1995; 95 p., afbn. (627.517) * RENES, H., Recensie: A.M.A.J. Driessen, Watersnood tussen Maas en Waal; in: Tijdschrift voor Geschiedenis, jrg. 108 nr. 2

(1995), p. 259-260 (627.517)"

(1990) (Amersfoort, 1992), p. 243-249, afb., krt., lit, tab. (627.1)

* STEM, De -van het water; z.pl., 1995; 16 p., afbn. (627.517)

* BODE, E., Watersnood herleeft!; in: De

uitg. Soe.-Ec. Voorlichting van de Federatie van Land- en Tuinbouworganisaties in Nederland

Telegraaf, d.d. 30-12-1995, afbn. (627.517; 77 en 92) film J. Kruisbergen over de watersnood

VALKENBURG, R., Toen de vloed over

jan.-febr. 1995

het land raasde: verhalen, tekeningen, foto's, impressies en documentatie over de

* A.M.A.J. DRIESSEN, De hulpverlening door de Oeconomische Tak na de watersnood van 1784; in: Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis, jrg. 4 nr. 2 (nov. 1995),

p. 67-82, afbn., krt.,' tab. (627.517) * HOOG, - water 1995 regio Nijmegen. Evaluatierapport; Nijmegen, 1995; 96 p.

(627.517 en 351.78) uitg. Regionale Brandweer Nijmegen e.o.

watersnood (627.517)

van

1855; Ede,

1995

* WATERSNOOD, - 1995. Nationaal Actieboek; Wormer, 1995: 128 p., afbn. (627,517) * WOLTERS, W., Recensie: A.M.A.J. Driessen, Watersnood tussen Maas en Waal; in: Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedeiiis,

jrg. 4 nr. 2 (nov. 1995), p. 98-99 (627.517) * IN, - de ban van het water; /..pi., 1995; 96

p., afbn. (627.517) Uitg. De Volkskrant NIETS, - is bestendig...: de geschiedenis van de rivieroverstromingen in Nederland; Utrecht, 1995

* OP, - de vlucht voor het water. Kroniek van een bange week in Gelderland; /.pi..

26

* TRIEST-AUGUSTINUS, N. van, Restauratie van het Stoomgemaal in Appeltern staat op een laag pitje; in: Maas en Waal Totaal, jrg. l nr. l (april 1995), p. 9-11,

afbn. (627.53) BIELEMAN, J., e.a., Anderhalve eeuw Gelderse landbouw. De geschiedenis van cle Gelderse Maatschappij van Landbouw en


het Gelderse Platteland; Groningen, 1995; 4l7p.,afbn. (63) * GOUDEN, - N.C.B.-afdeling Ewijk; in: De Waalkan ter, d.d. 16-03-1995 (63) * WILLEMSEN, P., en K. de WIT, De Bakermat van de Nederlandse Zuivelindustrie; Zutphen, 1995; 154 p., afbii., krtn., reg. (637) p. 27-28 zuivelfabriek Horssen; p. 116 foto De Maasstroom Appeltern en p. 131-134 alfabetische lijst zuivelfabrieken Gelderland * WOENSEL, J.[T.W.H.] van, Op een dood spoor. Initiatieven tot de aanleg en financiering van de spoorlijn Tilburg-'s-Herto-

genbosch-Nijmegen, 1842-1881 ;in: NEHAJaarboek voor economie, bedrijfs- en tech"niekgeschiedenis, dl. 58 (1995), p. 217242, afbn., krt., tabn. (656.2/4)

schapsbouw in ontwikkeling: het denken over een bijdrage aan ruilverkavelingsprojecten; Wageningen, 1985 (711 en 712) SEGERS, Y., Op het kruispunt van oud en nieuw; 75 jaar op de bres voor de schoonheid van Gelderland, 1919-1994 Gelders Genootschap; Den Haag, 1994; 300 p., afbn. (711) SMOUTER, R., Historisch-geografisch onderzoek ten behoeve van de ruilverkaveling "Land van Maas en Waal"; Arnhem, 1989 (711;911en93D) BRANS, E.J., Afferden-Dreumel; inventarisatie en betekenistoekenning cultuurhis-

torische waarden; z.pl., 1994 008)

(712 en

KNOOP. W., Architectuur en Stedebouw in Gelderland 1850-1940; Zeist/Zwolle, 1995; 176 p., afbn.

* K[OCK-WILLEMS], T. d[e], Van Echteld Transport 75 jaar in bedrijf; in: De Waal-

kan ter, d.d. 15-06-1995, afbn. (656.9) Beneden-Leeuwen

GEMEENTEHUIZEN, - in Gelderland. Van Aalten tot Zutphen, o.red. van T. en J. de Roos; Groningen, 1995; 300 p., afbn. (725.1)

* K[OCK-WILLEMS], T. d[e], NCB Bergharen viert veertigjarig bestaan; in: De Waal- * [GELDER, J.A. van], AriĂŤns in meubelen kanter, d.d. 21-09-1995, afb. (672) opent nieuwe fabriek. Al meer dan 30 jaar Moors Constructie en Machinebouw Bergin Bergharen; in: Hier en Ginder, jrg. 36 haren nr. 6 "(juni 1995), p. 81-82, afb.,' tek. (725.4 en 694) * DEKKERS, J., Aantasting Markt Druten; in: Nieuwsbrief Cuypersgenootschap * ZWEERS, D.J.K., De verdwenen windmo1995-1 (jan.), p. 15-16. (711 en 726.54) len van Lamers in Woezik; in: Tweestromenland, nr. 84 (1995/11), p. 20-25, afb., GRAVE, N.H.A., Ruilverkaveling; in: Het tek. (725.4) Gelderse Rivierengebied uit zijn isolement (o.red. v. H.P. de Bruin); Zutphen, GEMEENTEBESCHRIJVING, - Gemeen1988; p. 208-230 (711) te Druten; Monumenten Inventarisatie Project; Oosterbeek, 1991 (725.94) LANDINRICHTING, - Land van Maas en

Waal. Advies natuur, landschap en cultuurhistorie; Utrecht, 1990 (711) uitg. Natuurwetenschappelijke Commissie van de Natuurbeschenningsraad LUITEN, E., en R. de VISSER, Land-

GEMEENTEBESCHRIJVING, - Gemeente West Maas en Waal; Monumenten Inventarisatie Project; Oosterbeek, 1991

(725.94) * SCHAKELS, - in de keten. Tien jaar Fede-

27


rade Industrieel Erfgoed Nederland 12 nr. 4 (dec. 1995), p. 2, lit. (728.8) (FIEN) 1984-1994; 'Haarlem, 1995 * JONGEREN KOOR, - Beneden-Leeuwen (725.94) p. 19: Monumentenstichting Baet en brengt show "Zilver"; in: De Waalkanter, d.d. O l -06-1995, afb. (784) Borgh b.g.v. het 25-jarig bestaan * H [AS], L, Herstel hard nodig voor Beuningse Corneliuskerk; in: De Waalkanter, * K[OCK-WILLEMS], T. d[e], Robijnen dameskoor "Stella Matutina"; in: De Waald.d' 20-07-1995 (726.54) kanter, d.d. 17-10-1995, afb. (784) Beneden-Leeuwen * LEEUWEN, A.J.C, van, De maakbaarheid van het verleden. PJ.H. Cuypers als restauratiearchitect 1850-1918; Zwolle/Zeist, * TWEEHONDERD, 200 Jaar R.K. Kerkkoor St. Caecilia; in: De Waalkanter, d.d. 1995; ... p., afbn., lit., reg. (726.54) 13-04-1995, afb. (784) p. 42-43 en 150: H.H. Ewaldenkerk DruDruten ten

* REIJNEN, J., Restauratie kerkinterieur Puiflijk krijgt predikaat "voorbeeldig"; in: Nieuwsbrief Cuypersgenootschap, 1995-2 (mei), p. 5-6 (726.54) * RESTAURATIE, - één van de oudste kerken afgerond; in: De Waalkanter, d.d. 1105-1995, afbn. (726.54) Alphen

* KOLEN, J., Tussen Batenburg en Lieiiden: De Gordenaars; in: Tweestromenland, nr. 85 (1995/III), p. 22-29, afbn.

(728.1) * BERENDS, G., Bouwhistorie en wetenschap; in: Nieuwsbrief RDMZ., 1995-1, p.

7, alb.

(728.8)

Bronkhorster toren van kasteel Batenburg * GRAAFF, M. de, Kortweg - Restauratie van de maand: kasteel Wijchen; in: ANWBKampioen, jrg. 110 nr. 10 (okt. 1995), p. 53-54, afb. '(728.8 en 725.94) * JANSSENS, E., De toekomst van het "Torentje van Den Blaiickenburgh" is gegarandeerd; in: Maas en Waal Totaal, jrg. l nr. 2 (juni 1995), p. 9, afb. (728.8) Beuningen

* WUJNBERGEN], C. van, Het Huis Doddendael te Ewij k; in: De Heraut (lel re, jrg.

28

* TWEEHONDERD, 200 Jaar Kerkkoor St. Caecilia Druten; in: De Waalkanter, d.d. 26-10-1995, afb. (784) * HOFKAPEL, - De Bloasschutters viert 25jarig bestaan; in: De Waalkanter, d.d. 2610-1995, afb. (785) Dreumel * K[OKCK-WILLEMS], T. d[e], Fanfare St. W'illibrord roert de trom bij 't v ang bestaan; in: De W'aalkanter, d.d.28-091995, afb. (785) Boven-Leeuwen * BOEMERANG, - Komeet viert jubileum en houdt reunie; in: De Waalkanter, d.d. 08-06-1995, afbn. (796.3) Volleybalvereniging Druten 25 jaar * TWINTIG, 20 Jaar dameskorfbal; in: De Waalkanter, d.d. 18-05-1995 (796.3) N.A.S. Beuningen * TWINTIG, 20 Jaar Tikhard; in: De Waalkanter, d.d. 15-06-1995 (796.3) Tafeltennisvereniging Wamel

* DRUTURNIA, - 20 jaar; in: De Waalkanter, d.d. 06-04-1995, afb. (196.4) * KLOCK-WILLEMS], T. d[ej, Druturnia is er voor jong en oud; in: De Waalkanter,


d.d. 30-11-1995, afb. (796.4) * VEERTIG, 40 Jaar Maas en Waalse Fietstocht; in: De Waalkanter, d.d. 01-06-1995 (796.6)

Ewijk * KfOCK-WILLEMS], T. d [e], Zwerm ereniging Gelenberg in het zilver; in: De Waalkanter, d.d. 28-09-1995, afb. (797.2) Druten

* VOGELVERENIGING, - On/e Vogels bestaat 35 jaar; in: De Waalkanter, d.d. .Hl08-1995, afb. (798) Druten * OS, J. van, Het toponiem "Hostert". Veilig nest iri een barre wereld; in: Tweestro-

menland, nr. 85 (1995/III), p. 14-21, krt., lit. (801.311/801.312) M. Bergevoet

29


Algemeen Postadres: HISTORISCHE VERENIGING TWEESTROMENLAND Postbus 343, 6600 AH WIJCHEN.

Het Streekhistorisch Museum Tweestromenland Pastoor Zijlmansstraat 3, 6658 EE BENEDENLEEUWEN, tel.: 0487-595002.

Speciale adressen en/of bezoekadressen: Openingstijden: Het Streekdocumentatiecentrum Elke zondag en elke woensdag van 14.00-17.00 uur. Tweestromenland Uitsluitend bezoekadres: Kasteellaan 24 te Wij- Vanaf februari 1998 ook op dinsdag van chen;

tel.:024-6413012.

14.00-17.00 uur.

Rolstoeltoegankelijk. Openingstijden: elke woensdagmiddag van 14.00-1700 uur, vrijdagavond (voorafgaande aan Groepen kunnen volgens afspraak terecht. de eerste zaterdag van de maand) van 18.3021.00 uur en elke eerste zaterdag van de maand Postadres van het museum: van 9.30-12.30 uur (dan de zij-ingang van het De Heuvel 107, 6651 DC Druten, gemeentekantoor). tel 0487-517282. In de maanden juli en augustus gesloten.

PUBLIKATIES uit de TWEESTROMENLANDREEKS

ledenprijs dl 1 dl 2 dl 3

Maas en Waals woordenboek Aan het volk van Nederland Leeuwen en Elisabeth

dl 4 dl 5

Boldershof Ewijks klooster

dl dl dl dl dl dl

Stoomtram deel l Schoolstrijd Appeltern Wee den vergetenen (watersnood 1926) Dorp Horssen Stoomtram deel II Kwartierstatenboek

6 7 8 9 10 11

niet-ledenprijs

uitverkocht Ć&#x2019; 8,00 18,50 18,50 13,50

uitverkocht 9,75 uitverkocht uitverkocht 20,00 uitverkocht

dl 12

DorpAfferden

39,00

dl 13 dl 14

Bibliografie Tweestromenland Van Vamele tot Wamel

54,50 42,50

dl 15

Duizdndjaar Deest

47,50

9,75 25,00 25,00

15,00 9,75

25,00 39,00 59,50 45,00 47,50

De prijzen zijn exclusief administratie- en verzendkosten. U kunt alle publikaties van de Tweestromenlandreeks bestellen door overschrijving op postgiro 26 22 012 t.n.v. Penningmeester Hist. Ver. Tweestromenland, Postbus 343, 6600 AH Wijchen. Boeken zijn aan te kopen in het Streekdocumentatiecentrum Tweestromenland te Wijchen en in het

Streekhistorisch Museum Tweestromenland in Beneden Leeuwen tijdens de openingsuren.

30

1997  

Tweestromenland Tijdschriften Jaargang 1997

1997  

Tweestromenland Tijdschriften Jaargang 1997

Advertisement