Page 1

NR.7 6 MAART 2017

onafhankelijk universiteitsblad

Verkiezingen 2017 Framing gefileerd Wetenschappelijke trends Wie doet het met wie? Stadsboulevards De ringweg van de toekomst Dertig jaar Erasmusbeurs

GRENZEN VERLEGGEN


6 MAART 2017

08 COVER

TRENDS Wat is hot en wie werkt met wie? Data-expert dr. Bijan Ranjbarsahraei (3mE) bracht de belangrijkste steekwoorden van TU-publicaties in beeld.

12 INTERVIEW

HANS DE BRUIJN Je eigen werkelijkheid creëren. Hoogleraar bestuurskunde Hans de Bruijn over framing: “We hebben slachtoffers, helden en schurken nodig.”

20 REPORTAGE

ERASMUSBEURS

VERDER 04 06 15 18 19 22 26 27 31

Column Nieuws Master Sport Lifestyle Essay Starter Desgevraagd Science

Van 3200 studenten uit elf landen tot meer dan negen miljoen die in het buitenland hebben gestudeerd.

22 STADSBOULEVARDS Zeven ontwerpteams komen met nieuwe ideeën om stad en snelweg met elkaar te verknopen.


Delta

3

TU Delft

COVER De Spaanse Erasmus-studente Alicia studeert een half jaar in Nederland. Ze maakt regelmatig tripjes door de Benelux. De trein is dus een logische plek om haar te fotograferen, even heen en weer naar Rotterdam voor de foto is geen probleem. Helemaal achterin de trein is een coupé met ruimte. (Fotograaf Sam Rentmeester)

COLOFON

MEDEWERKERS AAN DIT NUMMER Jorinde Benner, Maurice van Bussel, Dap Hartmann, Auke Herrema, Jeroen Manders, Ana McGinley, Damini Purkayastha, Molly Quell, Abel Streefland, Jimmy Tigges, Roos van Tongeren, FOTO’S Marcel Krijger, Sam Rentmeester BLADCONCEPT EN VORMGEVING Maters & Hermsen, Leiden LAY-OUT Liesbeth van Dam, Saskia de Been

Pop-up restaurant De Hartige Samaritaan is dankzij crowdfunding tot stand gekomen. Delftenaren en vluchtelingen zorgen voor lekker eten uit de hele wereld en voor een cultureel programma. Met op 8 maart Arabisch dansen, 10 maart Open Podium, 13 maart Pub Quiz en 25 maart de Slotavond. Kijk voor meer activiteiten op facebook.com/HartigeSamaritaan

REDACTIE-ADRES Universiteitsbibliotheek, Prometheusplein 1, 2628 ZC Delft, 015 278 4848, delta@tudelft.nl ADVERTENTIES H&J Uitgevers, 010 451 5510, delta@henjuitgevers.nl DRUK Quantes Grafimedia B.V. Oplage 4.500 Jaargang 49 ISSN 2213 8838 Meld je aan voor de wekelijkse nieuwsbrief op de website. MEER INFORMATIE OP www.delta.tudelft.nl/colofon.

REAGEER!

Rectificatie

Ludiek

Dap en Tim

Extra geld Kavli

In Delta 6 is op pagina 4 een fout geslopen in een interview met Jack Pronk. Op stelling 1: ‘Een vertrouwenspersoon wetenschappelijke integriteit is een must voor een universiteit als de TU’ staat als antwoord ‘nee’, maar Pronk antwoordde ‘ja’.

Delta-columnist Dap Hartmann en collegevoorzitter Tim van der Hagen schrijven elkaar iedere twee weken een openhartige brief over de toekomst van de universiteit, muziek en goede boeken. Hartmann: ‘Hopelijk vinden we elkaar op common ground waarop we ongedwongen van gedachten kunnen wisselen.’ Van der Hagen: ‘We zijn uit op hetzelfde: een uitwisseling over 'hoe we de TU Delft nog beter kunnen maken.’ delta.tudelft.nl/32858

Om de belangen van promovendi beter te behartigen, solliciteren promovendi naar het voorzitterschap van universiteitenvereniging VSNU. De sollicitatie is ludiek bedoeld, maar heeft een serieuze ondertoon. delta.tudelft.nl/32842

Het Kavli Instituut ontvangt de komende tien jaar jaarlijks 200 duizend dollar (190 duizend euro) extra van de Kavli Foundation. De TU Delft draagt hetzelfde bedrag bij. De financiële aanvulling is vrij te gebruiken voor onderzoek en activiteiten. delta.tudelft.nl/32824

Wat stemmen we?

Op 15 maart zijn er Tweede Kamerverkiezingen. Een korte serie, met elke vrijdag een nieuwe aflevering, beantwoordt de vraag: wat stemmen TUmedewerkers en studenten? Jorino van Rhijn, president van de TU Delft Debating Club, hoogleraar huisvestingssystemen Peter Boelhouwer, universitair hoofddocent en lid van De Jonge Akademie Arjan Houtepen, 'innovative teaching talent 2016' Felienne Hermans en Lisa Büller, praeses van studievereniging LIFE gaven al antwoord op vragen als: Op welke partij ga je stemmen? Op welke partij zou je nooit stemmen? Wat zou je doen als je premier zou worden? delta.tudelft.nl/32779, 32812, 32831 en 32256

(Foto: Sam Rentmeester)

REDACTIE Saskia Bonger (hoofdredacteur), Tomas van Dijk, Dorine van Gorp, Connie van Uffelen, Jos Wassink, Katja Wijnands


4

Column Dap Hartmann Taalbewaking In een interview uit 1991 met NRC Handelsblad zei Willem Frederik Hermans: “De Nederlandse taal gaat naar de bliksem. En het nare is dat het gewone mensen niets kan schelen.” Ik weet niet precies wat ik onder ‘gewone mensen’ moet verstaan, maar ik hoop dat het de universitaire gemeenschap wél wat kan schelen. Dus wat kunnen wij doen om te voorkomen dat de Nederlandse taal naar de gallemiezen gaat? Laten we om te beginnen eens trots zijn op onze moedertaal, haar veelvuldig gebruiken, en kritisch zijn op de verloedering ervan. Ik was door de Universiteit van Vilnius in Litouwen uitgenodigd als extern lid van de promotiecommissie die een oordeel moest vellen over het proefschrift ‘Universiteto verslumo skatinimas taikant informacines ir komunikacines technologijas’ en de openbare verdediging. Het is vrij lastig om zo’n Litouws proefschrift te beoordelen op basis van alleen de (uitgebreide) Engelse samenvatting. Ook de verdediging was volledig in het Litouws. Ik mocht mijn vragen weliswaar in het Engels stellen, maar de antwoorden kreeg ik in het Litouws. Gelukkig was er een uitstekende vertaalster die mij alles wat er gezegd werd in het Engels influisterde. Waarom doen die Litouwers dat? Is het niet veel verstandiger om proefschriften in het Engels te schrijven, zodat ook de rest van de wereld daar kennis van kan nemen? Litouwen is heel bezorgd dat de Litouwse taal verloedert en op den duur zal verdwijnen. Daarom is bij wet vastgelegd dat proefschriften en afstudeerscripties in de moedertaal moeten worden geschreven. Ook al het universitaire onderwijs is in het Litouws. Daar is wat voor te zeggen, want Litouwen is maar een klein land met minder dan 3 miljoen inwoners waarvan ook nog eens 16 procent niet Litouws is. Samen met de circa 500 duizend Litouwers die zijn geëmigreerd, is het een piepklein taalgebied. Om die unieke taal te beschermen zijn dergelijke draconische ingrepen noodzakelijk, hoewel die natuurlijk op gespannen voet staan met de wetenschappelijke lingua franca. Het Nederlandse taalgebied is een stuk groter, dus je zou denken dat wij dit soort maatregelen niet nodig hebben. Ik ben daar niet zo zeker van. Er zijn in Nederland 250 duizend analfabeten en 1,3 miljoen laaggeletterden (functioneel analfabeten). In 2006 berichtte de Onderwijsinspectie dat één op de vier leerlingen de basisschool verlaat met een leesachterstand van twee jaar. Luisterend naar wat ik gemiddeld op straat hoor, slaat de schrik me om het hart. W.F. Hermans heeft (zoals altijd) gelijk: het Nederlands gaat naar de ratsmodee. De verantwoordelijkheid voor het in standhouden van onze moedertaal rust op de schouders van de hoger opgeleiden. Maar als we op de universiteit (en straks wellicht ook op de hogescholen) uitsluitend in het Engels communiceren, dan komt het Nederlands steeds verder in de verdrukking. Op dit moment zijn alle masteropleidingen in het Engels, en er gaan stemmen op om ook de bachelors in het Engels te verzorgen. Niet doen! Het is nu al uitermate zorgwekkend gesteld met de beheersing van het Nederlands door studenten. We spiegelen ons zo graag aan Amerikaanse universiteiten, maar we vergeten gemakshalve dat alle opleidingen daar gewoon in de moedertaal worden gegeven. Dap Hartmann is astronoom. Hij werkt als onderzoeker bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Het college van bestuur wil brassen bij constitutieborrels van studieverenigingen verbieden. Bij brassen werken twee studenten elkaar duwend en trekkend op de grond terwijl zij elkaars revers vasthouden. Luuk Hofhuis, secretaris van de Studieverenigingenraad (SVR) was bij de overleggen met het college van bestuur. 1. Brassen hoort bij studieverenigingen.

NEE

3. We weten zeker dat brassen wordt afgeschaft bij constitutieborrels van studieverenigingen.

JA

2. Brassen is gevaarlijk.

NEE

4. Als we brassen niet meer toestaan, worden de borrels rustiger.

JA

Op welke stelling wil je terugkomen? “Zoals het er nu uitziet, willen we het brassen gaan verbieden. Maar een volmondig ‘ja’ kan ik er nog niet op geven, omdat het in de lente pas officieel wordt besloten. Het brassen geeft geen goed beeld van studieverenigingen. Het gebeurt alleen op constitutieborrels en verder eigenlijk nooit, in tegenstelling tot studentenverenigingen. Toen dit werd besproken kwam er enig protest, maar de reden dat het traditie is vonden wij niet goed genoeg. Studieverenigingen zijn nauw verbonden met de TU en brassen past niet goed binnen het beleid en beeld van de TU.” (RvT)


Delta

5

TU Delft

Cijfer

Wie je moet kennen... Prof.dr. Isabel Arends (TNW) speelt een belangrijke rol binnen de nieuwe structuur van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Ze is vice-voorzitter van de afdeling toegepaste en technische wetenschappen (TTW). Voorheen ontfermde onderzoekfinancier en technologiestichting STW zich over toegepast onderzoek maar deze club is opgeheven. Tegelijk met de afschaffing van STW werd NWO heringericht. De organisatie is nu onderverdeeld in vier afdelingen; behalve eerder genoemde TTW zijn dat ‘zorgonderzoek en medische wetenschappen’, ‘exacte- en natuurwetenschappen’ en ‘sociale en geesteswetenschappen’. “Het TTW treedt op als hoeder van de technische wetenschappen en gaat de best practices van STW voortzetten”, aldus Arends. (Foto: NWO) Het zijn explosieve goedjes waarmee prof.dr. Antoine van der Heijden experimenteert. De hoogleraar bij 3mE gaf op 17 februari zijn intreerede. Die ging over energetische materialen: ‘verbindingen waarin chemische energie is opgeslagen die onder invloed van ontsteking of verbranding in een korte tijd vrijkomt, meestal zelfs zonder extra zuurstof toe te voegen’, aldus het persbericht van de TU. “Ik wilde het woord explosieven liever vermijden”, vertelt de hoogleraar. “Dat klinkt zo heftig.” Reden tot zorg is er niet. Van der Heijden experimenteer in speciale bunkerruimtes bij TNO. Hij test daar onder andere een brandstof dat als alternatief kan dienen voor het veel gebruikte en milieuvervuilende ammoniumperchloraat. (Foto: TU Delft)

5731 Op 8 maart is het weer Internationale Vrouwendag. Hoeveel vrouwen studeren er nu eigenlijk aan de TU Delft? Per 1 december

Celdeling, gebarentaal, antimaterie, nationale identiteit en meer: 34 ervaren wetenschappers kregen onlangs een Vici-beurs van anderhalf miljoen euro voor hun onderzoek van NWO. Onder hen één Delftenaar; IO-hoogleraar design for experience Pieter Desmet. Met zijn onderzoek ‘Van somber naar vrolijk’ wil hij achterhalen waarom sommige producten een positieve en andere een negatieve invloed hebben op de stemming van mensen. “Tot nu toe zijn de oorzaken van stemmingen sterk onderbelicht gebleven. Design-onderzoek focust traditioneel op de emoties van de gebruiker op de korte termijn, en negeert lange termijn stemmingen”, aldus Desmet in een TU-persbericht. (Foto: TU Delft)

2016 waren dat er 5731, bijna vijfhonderd meer dan in het jaar daarvoor: 5260. Het aantal studentes aan de TU groeit langzaam maar gestaag van één op vijf in 2006 (en in 2009) naar één op vier nu. Per 1 december 2016 waren er 2922 bezig met hun bachelor, 2734 met hun master en 75 met hun schakelopleiding.

Uit Delftse bronnen TESTUDO

A

fgelopen maand was er bij de afdeling informatica van EWI een bescheiden feestje. Computerpionier Willem van der Poel vierde er zijn negentigste verjaardag met een symposium. Van der Poel ontwierp al tijdens de hongerwinter, net klaar met de hbs, een elektronische rekenmachine met stapschakelaars en relais uit de telefoontechniek. In Delft begon hij na de oorlog een studie toegepaste natuurkunde. In 1950 bouwde hij als afstudeerproject een échte computer - één van de eerste van Nederland. Het project was een opdracht van de hoogleraar optica Bram van Heel, die berekeningen aan bijvoorbeeld groothoeklenzen wilde doen. Het apparaat werd voorzien van zo’n zeshonderd telefoonrelais, door het centra-

Computer Testudo was niet zo snel.

Omdat de TU Delft dit jaar 175 jaar bestaat, reflecteert universiteitshistoricus Abel Streefland op het verleden. Deze maand: de eerste computer van Nederland.

le laboratorium van de PTT aan Van der Poels hoogleraar ‘geleend’. Opmerkelijk, want relais waren in de naoorlogse jaren vrijwel niet te krijgen. Het apparaat werd Arco gedoopt: Automatische Relais Computer voor Optica. Later kreeg de computer de koosnaam Testudo, naar het Latijnse woord voor schildpad: testu. Snel was de computer inderdaad niet. Van der Poel herinnerde zich later: “Het apparaat had 30 seconden nodig voor één optel- of aftreksom en 45 voor een vermenigvuldiging, deling en worteltrekking en berekende ’s nachts in 16 uur wat een optisch ontwerper in een achturige werkdag zou kunnen doen wanneer die niet at en geen fouten maakte.” Een doorontwikkelde versie van de Testudo heeft twaalf jaar lang berekeningen aan lenzen verricht. Een ponsband met daarop de specificaties van de lens en de glassoort werd daarvoor aan de computer bevestigd. Het apparaat bezat vier soorten geheugens, tien registers, een groot aantal instructies op stapschakelaars en later nog een kast met extra ‘levend’ geheugen. Na zijn afstuderen werkte Van der Poel een paar jaar voor het centraal laboratorium van de PTT, waar hij met behulp van elektronenbuizen twee nieuwe computers bouwde: de Ptera (PTT elektronische rekenautomaat) en de Zebra (Zeer eenvoudige binaire rekenautomaat). Latere versies van de Zebra maakten gebruik van transistors. Daarna keerde Van der Poel terug naar de TH waar hij van 1962 tot 1990 hoogleraar zuivere en toegepaste wiskunde was. De Testudo bestaat nog. Een deel van de computer is elke maandag te bekijken bij de studieverzameling van EWI.


6

Nieuws

Een tien voor Teije Niet veel studenten krijgen een tien voor hun afstuderen. Ingenieur civiele techniek Teije van der Horst wel.

V

an der Horst weet nog steeds niet hoe hij het voor elkaar heeft gekregen. “Ik heb onderzoek gedaan waar ik zo ontzettend enthousiast van werd dat ik er veel tijd in wilde steken om alles uit te pluizen. Dat werd kennelijk beloond”, vertelt hij via Skype op de luchthaven van Johannesburg. Hij kreeg het reisje van zijn vriendin. Het werk van Van der Horst was uitzonderlijk goed en innovatief, vertelt zijn afstudeerbegeleider Martine Rutten. Van der Horst onderzocht bodemdaling van de voormalige hoofdstad van Myanmar: Yangon (vroeger Rangoon). De verwachting was dat deze stad aan het verzakken was door grondwateronttrekking, maar tot op heden was er niets over bekend. Via InSar: Interferometric synthetic aperture radar kon Van der Horst verzakking in het gebied berekenen. “Ik heb er lang over gedaan om me de principes van die techniek eigen te maken. Ik denk dat dat het grootste deel uitmaakte van mijn masteronderzoek.” De commissie die zijn afstuderen beoordeelde vond dat Van der Horst goed met de satellietdata en InSar aan de slag ging. “Hij heeft mensen uit Myanmar geïnterviewd en de discipline watermanagement goed kunnen linken aan geowetenschappen en remote sensing”, zegt Rutten. “Dat is echt een andere

opleiding.” Was er sprake van perfectie? Nee, zegt zowel Rutten als Van der Horst. “Er blijven altijd vragen over, maar op een gegeven moment is het gewoon genoeg geweest en dan is het af”, zegt de jonge ingenieur. Maar, weet Rutten, je mag een tien geven bij uitmuntende prestaties. Daarbij kijkt de faculteit naar inhoudelijke diepgang, bruikbaarheid van het eindresultaat, verslaglegging en functioneren. Rutten is vooral te spreken over Van der Horsts wetenschappelijke aanpak en ‘excellente leiderschap’. “Teije heeft tegenslag gehad, maar is met een net verslag en een goed eindproduct gekomen. Hij was

Tip van Tije: wees niet bang jezelf uit te dagen sociaal en communicatief goed. En hij heeft samengewerkt met een gastonderzoeker uit Myanmar. Professor Ramon Hanssen zei: wat zouden we nog meer kunnen verwachten?” Toch liep Van der Horst soms behoorlijk vast. Na berekeningen aan een berg satellietopnames, kon hij geen verzakking zien. Hij moest daarvoor eerst een ander computerprogramma leren beheersen en schrijven in computertalen die hij nog niet kende. “Daar ben ik anderhalve maand mee bezig geweest zonder vooruit te komen. Toen het eenmaal werkte, zag ik resultaat.” Voor andere studenten heeft hij de volgende tips. “Wees niet bang jezelf uit te dagen. Kies een onder-

Teije van der Horst: "Hou genoeg tijd over voor andere dingen. Afstuderen is geen excuus om je voor de wereld af te sluiten." (Foto: Teije van der Horst)

werp waar je veel energie van krijgt en ga uitdagingen niet uit de weg. Als je er doorheen zit: ga even op vakantie, pak desnoods een ander onderwerp. Ga gewoon wat simpele problemen oplossen, dat geeft toch voldoening. Houd genoeg tijd over voor andere dingen. Afstuderen is geen excuus om je voor de wereld af te sluiten.” (CvU)

TU-psychologen maken crisisprotocol Zelfdoding bij jonge mannen neemt toe, blijkt uit CBS-cijfers. Voor jonge mannen én vrouwen is suïcide zelfs doodsoorzaak nummer één. Hoe zit dat aan de TU?

C

ijfers over suïcide onder studenten aan de TU Delft zijn er niet en worden ook niet bijgehouden, zegt Caroline Scheepmaker, hoofd career & counseling services. "Het is zelfs onduidelijk hoeveel studenten overlijden. Dat hoeft namelijk niet gemeld te worden, tenzij men teruggave van collegegeld vraagt. Laat staan dat we altijd te horen krijgen als iemand zich suïcideert." Studentenpsychologen aan de TU hebben naar eigen inschatting twee tot drie keer per maand te maken met

crises. Denk aan problemen met alcohol, drugs, agressie of radicalisering. Gemiddeld één keer per zes weken is er een mogelijke suïcidedreiging waarbij ze crisisdiensten inschakelen. Om dat soepel te laten verlopen werkt career & counseling services aan een crisisprotocol dat samenwerking regelt tussen betrokken instanties voor veiligheid en hulpverlening. Naar verwachting is dat protocol eind maart klaar, waarna de communicatie volgt naar de mensen die een signalerende functie hebben. Het psychologenteam denkt daarbij aan in eerste instantie aan docenten, mentoren en studieadviseurs. Om hen te ondersteunen bieden ze masterclasses aan, bijvoorbeeld over suïcidepreventie. Cursisten leren daar hoe je risicogedrag herkent, hoe je een student doorverwijst en hoe je de problemen van de student bespreekbaar maakt. Dat laatste wordt geoefend in rollenspelen.

Studentenpsycholoog Inge Verhoeven haalt UvA-hoogleraar klinische psychologie Ad Kerkhof aan die zegt dat technische studenten vaak 'effectiever' zijn in zelfmoordpogingen dan leeftijdsgenoten. Studentenpsychologen aan de TU hechten daarom aan vroege signalering van zelfmoordrisico omdat er vaak geen tweede kans bestaat om in te grijpen. Het crisisprotocol, dat overigens meer behelst dan suïciderisico's, sluit aan bij het crisisprotocol van de TU-dienst integrale veiligheid. Scheepmaker werkt aan nauwere samenwerking met Delftse instellingen als het GGZDelfland (geestelijke gezondheidszorg), de crisisdienst van het GGZ, studentengezondheidszorg SGZ Delft en de verslavingszorg. Heeft een student al een tijd geen studiepunten gehaald, dan is dat volgens de psychologen een goede aanleiding om een gesprek aan te gaan. Een stokkende studie kan het topje

van een ijsberg zijn van eenzaamheid, zorgen of somberheid. Inmiddels zijn faculteiten daar meer op gaan letten. (JW)

SPOEDEISENDE HULP NODIG? 1. De huisarts – eerst je eigen huisarts. Bij afwezigheid kun je contact opnemen met de SGZ huisartsenpost van 015-2511930 of via huisartsenpostdelft.nl 2. I n geval van nood – bij suïcidedreiging kun je 0900 -0113 bellen. In alle andere gevallen van nood bel je 112. 3. D  elft Eerste Psychose Team (DEPT) Bij psychose kun je contact opnemen met het GGZ-team via telefoon 015-2608818 of via ggz-delfland.nl Bron: Career & Counselling Services TU Delft


Delta

7

TU Delft

Verkiezingen 2017: wat stem jij? Hoe denken politieke partijen over de hete hangijzers in onderwijs en wetenschap? Voor wie nog niet weet wat te stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen op 15 maart, aan kieswijzers geen gebrek.

W

e kennen allemaal de Stemwijzer en het Kieskompas als digitale stemhulp. Je geeft antwoord op een aantal stellingen en ziet na afloop met welke politieke partijen je

mening het beste overeenkomt. Jongerenplatform Het Rechtenstudentje telde dit jaar in totaal 31 stemwijzers en zette die op een rijtje op website hetrechtenstudentje.nl. Sommige zijn algemeen, andere gaan over specifieke onderwerpen. Studentenorganisaties LSVb en ISO werkten bijvoorbeeld mee aan de Jongerenkieswijzer van de Nationale Jeugdraad. In twintig stellingen vraagt deze kieswijzer jongeren naar de betaalbaarheid en toegankelijkheid van onderwijs. Maar ook het eigen risico in de zorg, klimaat en softdrugs komen aan bod. De Nationale Wetenschapsagenda ontwikkelde Online Science Debate, een kieswijzer over wetenschap. Het

KIESWIJZER Partijen promoveren is werk

investeringen onderzoek

investeringen hoger onderwijs

vrije wetenschap

is geen doorsnee stemwijzer: je kunt niet aangeven of je het eens of oneens bent met bepaalde stellingen. In plaats daarvan is bij tien stellingen te zien wat de visie is van CDA, SP, D66, PvdA, Partij voor de Dieren, GroenLinks, SGP en ChristenUnie. De PVV wilde niet meewerken en de VVD wil meedoen maar had het vooralsnog te druk, aldus een woordvoerster van de Nationale Wetenschapsagenda. Met een soortgelijke stemwijzer kwam Promovendi Netwerk Nederland vorige week. Het netwerk spitte partijprogramma’s door en bekeek stemmingsuitslagen van moties om te bepalen wie promoveren werk vindt, wie er investeert in (fundamenteel) wetenschappelijk onderzoek en wie vindt dat jonge onderzoekers een vaste baan moeten krijgen. Verder maakten drie verenigingen van ingenieurs en chemici (KIVI, KNCV en VNCI) en hun bladen de Technische Stemwijzer met stellingen als: Schiphol krijgt de mogelijkheid een zevende landingsbaan aan te leggen, de komende vier jaar verdwijnen de studentenstops in de bètatechnische studierichtingen door het creëren van extra opleidingscapaciteit en windenergie op de Noordzee wordt fors uitgebreid. (CvU, HOP)

belang open science

meer vaste aanstellingen onderzoekers

positief standpunt

geen of neutraal standpunt

HOOFDPUNTEN ONDERWIJS De kiezer kan natuurlijk ook zelf de verkiezingsprogramma’s er op nakijken en debatten volgen. Dan blijkt het volgende over het onderwijs: • Herinvoering basisbeurs? Voor: CDA, SP, ChristenUnie Tegen: VVD, PvdA, D66, GroenLinks, SGP • Medezeggenschap in het onderwijs Meer macht: GroenLinks, D66, SP Genoeg (of te veel) inspraak: VVD, PvdA, CDA, ChristenUnie, SGP • Tweede studie goedkoper dan nu? Voor: D66, GroenLinks, ChristenUnie, SP, SGP, PvdA Tegen: VVD Onbekend: CDA • Selectie aan de poort? Voor selectie: VVD, CDA, SGP, ChristenUnie Liever niet: PvdA, D66 Iedere student is welkom: SP, GroenLinks • Nederlandse studenten voorrang bij fixusopleidingen? Ja: PVV, SP, CDA, SGP Niet nodig: PvdA, GroenLinks, D66, VVD, ChristenUnie

negatief standpunt

Brightspace wisselend ontvangen www.hetpnn.nl

facebook.com/hetpnn

De eerste reacties op Brightspace zijn zowel positief als negatief. De faculteit Industrieel Ontwerpen begon op 13 februari met een pilotversie van deze nieuwe leeromgeving. Een projectgroep is bezig de kinderziektes eruit te halen.

V

eel witte vlakken, lange laadtijd, onduidelijke navigatie; Brightspace moet nog wennen. “Het ziet er mooi uit door fancy flashdingetjes, maar daardoor laadt het langer. Erg irritant”, aldus IO- masterstudente Mitsue Osaka. “De app lijkt me wel handig, want die van Blackboard werkt niet goed meer.” “Natuurlijk zijn er punten van verbetering”, zegt Erna Kotkamp, projectmanager bij de centrale werkgroep Brightspace. “Daarom is het een pilot. Veel punten hadden we verwacht. De witte blokken zijn

@hetpnn

heel groot, dat is niet mooi. Verder is de laadtijd alleen bij Chrome snel. De leverancier is druk bezig dat te verbeteren.” Verschillende adviesgroepen kijken kritisch naar het systeem om dit soort kinderziektes eruit te halen. “Dat moet ook”, vertelt Kotkamp. “Op 1 april krijgen we te horen of we een go of een no go hebben. Op 1 mei moeten de laatste kinderziektes eruit zijn, want dan gaan we docenten van de hele TU instrueren.” In een van die adviesgroepen zit student Daan Picavet. Hij helpt met het invoeren van het systeem. “De projectgroep bestaat uit twee studenten, vier medewerkers en twee medewerkers van de centrale werkgroep. Wekelijks vergaderen we over Brightspace. We focussen op het overzetten van vakken en behandelen vragen van studenten en docenten. Dat doen we via de mail, telefoon en we zitten elke dag vanaf 14.00 uur in C4.250 waar studenten en docenten hun vraag kunnen stellen. Degene die daar zit heeft contant met de centrale werkgroep, zo blijven de lijntjes kort.” Er zijn daarnaast meer plannen om te doorgronden

wat studenten en docenten van Brightspace vinden. “Zoals het afnemen van vragenlijsten”, vertelt Kotkamp. “Verder gaan we naast studenten en docenten zitten om te kijken hoe zij de leeromgeving gebruiken. Zo zien we precies wat er waar fout gaat.” Over de privacy van het nieuwe systeem stelde de studentenraad in november vragen. “We staan niks anders toe dan nu al op Blackboard het geval is”, stelt Kotkamp gerust. “Als we daar al iets in willen veranderen, moet dat langs het college van bestuur en gebeurt dat dus niet zomaar.” Picavet is erg te spreken over het nieuwe systeem. “Het is veel intuïtiever met drag and drop. Blackboard vond ik een stuk logger. Het inschrijven en een announcement maken was omslachtig. Brightspace is ook als app te gebruiken, iets wat echt miste bij Blackboard.” Picavet en Kotkamp hebben er vertrouwen in dat ze op 1 mei de andere docenten kunnen instrueren. “Er is nog een technisch probleem aan de achterkant en verder zijn het redelijk onbelangrijke vormgevingszaken die nog verbeterd moeten worden.” (RvT)


8

Het brein

Wat is hot en wie werkt met wie? Data-expert dr. Bijan Ranjbarsahraei (3mE) bracht de belangrijkste steekwoorden van tienduizenden publicaties van de TU Delft in beeld. Clusters en knopen lichten in zijn plaatjes op alsof het functionele MRI’s zijn van een brein.


van de TU

Lees verder op pagina 10


10

K

ijk door je wimpers en met een beetje fantasie zie je rechtsonder een hersenschors in blauw oplichten. Met woorden als basin, erosion en sediment is dit het domein van de hydrologie. Onderzoekers van de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen zwaaien hier de scepter. Het is ver verwijderd van de wereld van electronspins en semiconductors, in de ‘frontale kwab’, roze, links boven. Daar is vooral de faculteit Technische Natuurwetenschappen actief. Maken neurologen atlassen van het brein, dr. Bijan Ranjbar-Sahraei deed iets soortgelijks voor de universiteit met behulp van steekwoorden. Daarvoor verzamelde hij uit de database Web of Science de titels en abstracts van alle wetenschappelijke artikelen waaraan onder-

Delta

zoekers van de TU Delft hebben meegewerkt tussen 2003 en 2015: zo’n twintigduizend. “Hoe dichter woorden bij elkaar in de buurt liggen, hoe vaker ze samen voorkomen in publicaties”, vertelt de Iraanse postdoc van de faculteit Werktuigbouwkunde, Maritieme Techniek & Technische Materiaalwetenschappen (3mE). “De kleuren geven de clusters aan die het programma herkent.”

WEGWIJS MAKEN EN TRENDS HERKENNEN Ranjbar-Sahraei bracht de verwantschap van de wetenschappelijke termen in kaart met het visualisatieprogramma VOSviewer, ontwikkeld door onderzoekers van het Centre for Science and Technology Studies (CWTS, Universiteit Leiden). Met hulp van de TU Library, wist hij elke publicatie bovendien te koppelen

CiTG

BK

EWI

IO

CiTG EN EWI

Tekst: Tomas van Dijk Beeld: Bijan Ranjbar-Sahraei/VOSviewer

TU Delft

aan een of meer faculteiten. Daardoor kun je van elke faculteit zien welke onderwerpen geregeld in haar publicaties voorkomen en of er overlap is met andere faculteiten. De datavisualisaties vormen een voorbeeld van wat je met VOSviewer en aanverwante programma’s kunt doen. Het zijn de uithangborden van het project Aida (Automatic Identification of Research Trends). Het doel van Aida is om onderzoekers wegwijs te maken in de wetenschappelijke literatuur, en, zoals de naam al zegt, trends te herkennen. “Vooral voor promovendi die net beginnen en tenure trackers die hun onderzoek goed willen positioneren, kan dit erg behulpzaam zijn”, zegt dr. Rudy Negenborn, initiatiefnemer van Aida en universitair hoofddocent bij de afdeling maritime & transport technology (3mE).

TBM

CiTG en EWI lijken elkaars spiegelbeeld. Ze zijn beiden over een breed spectrum actief. CiTG neemt de onderste ‘hersenhelft’ voor haar rekening, EWI de bovenste. “Deze plaatjes kunnen erop wijzen dat er onbenutte kansen liggen voor samenwerking”, zegt Negenborn.

BOUWKUNDE, IO EN TBM Bouwkunde, IO en TBM lijken op een breed spectrum aan onderwerpen actief. Opvallend is de grote ruimte midden boven, daar waar de faculteit EWI fel turquoise kleurt. Over woorden als converter, power consumption en KHz schrijven de onderzoekers van de drie faculteiten nauwelijks.


11 “Elke maand verschijnen duizenden nieuwe wetenschappelijke artikelen”, zegt Negenborn. “Het aantal tijdschriften en kanalen waarlangs publicaties naar buiten komen, neemt alsmaar toe. Het wordt voor onderzoekers steeds lastiger om overzicht te houden op hun vakgebied.”

EFFECTIEVER NETWERKEN Wie door de bomen het bos niet meer ziet, kan bij Aida aankloppen. Onderzoekers die deelnemen aan het project, onder wie RanjbarSahraei, en collega’s van het Leidse CWTS en de TU Library, helpen je om je onderzoeksveld te verkennen. “We helpen hen om met automatische big data analyse tools in beeld te brengen welke onderzoekers en onderzoeksgroepen in Nederland, en daarbuiten, actief zijn in hun veld en wat de

trends zijn”, zegt Ranjbar-Sahraei. “Met wie kun je wellicht samenwerken? En zijn er groepen waarmee je wilde coöpereren maar die zich de laatste jaren profileren met andere onderwerpen? Ook dat soort inzichten kunnen uit de analyses voortvloeien. Dit zijn handige verkenningen ter voorbereiding op congresbezoeken - je kunt effectiever netwerken. En het is handig bij het schrijven van subsidieaanvragen.”

SLAG OM DE ARM Terug naar de faculteiten. De interpretatie van de plaatjes is vooralsnog lastig. “Ik moet nog een slag om de arm houden”, zegt de Iraniër. “We staan aan het begin van de exploraties. Sommige woorden komen misschien niet zoveel voor maar zijn toch belangrijk, en andersom kan ook. Daarom is het erg belangrijk dat we

de visualisaties interpreteren met onderzoekers van verschillende disciplines die steekwoorden kunnen duiden.” Ranjbar-Sahraei wil verder inzoomen op de faculteiten, en de plaatjes die daaruit voortkomen later dit jaar met de decanen van de TU doornemen. “Het onderzoek kan wijzen op mogelijkheden voor betere samenwerking tussen secties en afdeling die faculteiten nu laten liggen.” 3mE-decaan Theun Baller is alvast enthousiast over het initiatief dat binnen zijn faculteit is ontstaan. “Datamining en het gebruik van big data, zoals in dit project gebeurt, is belangrijk. Deze tools kunnen ons onderzoek zeker verder versterken.” <<

In het voorjaar organiseert Aida een workshop. Meer informatie: aida.tudelft.nl

3mE

TNW

3ME

TNW

3mE lijkt een brug te slaan tussen veel verschillende faculteiten. Ze heeft veel termenoverlap met TNW, met de materiaalonderzoekers van L&R en met de wiskundigen en netwerkanalisten van EWI.

Kijk weer door je oogharen. Je ontwaart een tweespalt. Links een grote concentratie van woorden en rechts. In het midden is veel leegte. De faculteit Technische Natuurwetenschappen lijkt vrijwel alleen links actief. “Het linker gedeelte bevat meer fundamenteel georiënteerd onderzoek”, zegt RanjbarSahraei. De meest frequente woorden links zijn reaction en substrate. Vergelijk dat eens met woorden als participant en decision helemaal aan de rechterkant van het veld. Die woorden zou je aan meer toegepast onderzoek kunnen koppelen. Ranjbar-Sahraei heeft lang geworsteld met de faculteit TNW. Ze produceert veruit de meeste wetenschappelijke artikelen. De Iraniër heeft een gewichtscorrectie moeten uitvoeren om ervoor te zorgen dat de termen die ertoe doen bij faculteiten die minder publiceren ook zichtbaar zijn. Door de enorme hoeveelheid TNW-publicaties dreigden ze onder te sneeuwen.

L&R

L&R Bij de meeste faculteiten is aardig wat overlap tussen de onderzoeksonderwerpen. De faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek toont een ander patroon. Het lijkt wel een archipel. In het midden bevindt zich een kern van onderwerpen rondom vleugelprofielen (de woorden airfoil en rotorblade). Dit wereldje is ver verwijderd van de aardobservatie, helemaal rechtsonder, waar de namen van de satellieten Goce en Grace prijken, en met de composietexperts (helemaal links) of vliegveldonderzoekers (uiterst rechts).

Data-analist Bijan Ranjbar-Sahraei (1986) werkt sinds vorig jaar bij de TU aan het Aida-project. De jaren daarvoor deed hij promotie-onderzoek aan de Universiteit van Maastricht. In 2016 verdedigde hij zijn proefschrift ‘Mining and Modeling of Dynamic Social Graphs’. In 2011 behaalde hij zijn mastersdiploma in Control Engineering aan de Shiraz University in Iran. Zijn afstudeeronderzoek ging over het aansturen van robotische zwermen. (Foto: Sam Rentmeester)


Hoe kan een samenleving zich wapenen tegen politici die leugens verkopen in een mooi frame? Wat lijken populisten beter te doen dan andere politici? Hoogleraar bestuurskunde Hans de Bruijn: “Hoe meer informatie en data, hoe meer iedereen zijn eigen werkelijkheid creëert.”

‘WE HEBBEN SLACHTOFFERS, SCHURKEN EN HELDEN NODIG’


Tekst: Connie van Uffelen Foto’s: Sam Rentmeester

Delta

H

ans de Bruijn hield zich het afgelopen half jaar in zijn vrije tijd bezig met de retoriek van de Amerikaanse president Donald Trump en diens gevecht met Hillary Clinton. Nu de verkiezingen in Nederland naderen, merkt hij dat hij het drukker krijgt. Politieke partijen, maar ook veel technologisch-georiënteerde organisaties in de ict, architecten en Rijkswaterstaat, vragen hem hoe ze de essentie van hun boodschap zodanig over het voetlicht krijgen dat die de tegenstander overtuigt. Alles draait om framing.

Welke voorbeelden van framing zijn u opgevallen in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen? “Rutte die zegt: ‘ik wil de stille meerderheid aanspreken’. Niemand weet precies wat de stille meerderheid is, maar het is heel plezierig om daar bij te horen. Ambachtelijk gezien vind ik dat een mooi frame. Er zit iets in van: ik word genegeerd. Er wordt een soort slachtoffer van me gemaakt. Dat is vaak aantrekkelijk, want slachtoffers hebben ergens recht op. In frames heb je altijd slachtoffers, schurken en helden nodig.”

Wie is in de Nederlandse politiek kampioen framen? “Dat hangt af van je politieke voorkeur. Er is niet echt een kampioen. We doen er allemaal aan.”

Waaraan voldoet een goed frame? “Hij moet een beetje pakkend zijn. Het kan dus een oneliner zijn, een lekker bekkende metafoor, soms een klein verhaaltje. Als tweede geldt dat je het met een frame intuïtief eens moet zijn. Als ik zeg: ‘Vandalen gaan betalen’, kun je daar niet tegen zijn. Zo komen we vanzelf tot een derde: in een goed frame zit een schurk. Als ik tegen jou zeg: ‘Je moet eens goed luisteren, vandalen gaan betalen’, dan suggereer ik dat jij dat met je linkse ideeën tegenhoudt. Daar zit een goede schurk in. Een goed frame pakt je op je kernwaarden.”

TU Delft

13

de ellende in de zorg en het onderwijs verklaart. Dan denk je: ‘Oké, ik begrijp het weer’. Er zijn honderden verschijnselen met één verklaring. De werkelijkheid is natuurlijk andersom: een verschijnsel heeft honderd verklaringen. Zo’n frame geeft een soort houvast, een ‘in control’-denken.”

Wat zou je als tegenstander moeten doen met zo’n frame? “Er niet in meegaan. Want als ik in jouw frame stap, stap ik in jouw taal, in jouw feiten, in jouw manier van kijken naar de werkelijkheid. Dan speel ik een uitwedstrijd en jij een thuiswedstrijd. Dat gaat meestal mis. Je moet reframen. Dat betekent: we gaan over het onderwerp spreken, maar in mijn taal, mijn frames. Je laat een ander perspectief op diezelfde werkelijkheid zien.”

Hoe kun je daar als kiezer doorheen prikken? “De enige manier is dat je het debat erover volgt. Een mooi voorbeeld vind ik het debat over global warming. De generatie wetenschappers tot 2005 heeft dit slecht geframed. Zij hebben niet nagedacht hoe ze hun boodschap zodanig konden brengen dat mensen overtuigd raakten van het feit dat global warming veroorzaakt is door de mens. Als je alleen maar vertelt wat er uit onderzoek komt, lukt dat niet. Er zijn bijvoorbeeld wetenschappers die zeggen: het is een gevolg van menselijk handelen en het zal leiden tot voedselcrises, immigrantenstromen en economische crises, maar ook een morele crisis. Allemaal misschien waar, maar als je het zo brengt, wat is dan de impact? Je maakt mensen passief en murw. ‘Oké, dit is verschrikkelijk en er is niks meer aan te doen.’ De volgende stap is dat er een andere hoogleraar voorbijkomt die zegt: ‘Gelul, we hebben ijstijden en we hebben opwarming. Dat is een ritme.’ Je bent daar dan extra vatbaar voor geworden en denkt: ‘Gelukkig, het is toch nog wat beter dan ik dacht.’ Door je boodschap plompverloren neer te leggen zonder na te denken over het frame, creëer je tegenstand en een tegenovergesteld effect.”

Kunt u een voorbeeld noemen? “Neem Rijkswaterstaat. Als wordt gezegd: ‘Jullie hebben de expertise niet meer om tunnels te bouwen, want alle goede ingenieurs zitten bij adviesbureaus’, dan voel je je als Rijkswaterstaat aangevallen. Je stapt in mijn frame als je zegt: ‘We hebben wél de goede mensen en we kunnen wél tunnels bouwen’. Het beeld dat ontstaat, is dat er getwijfeld wordt of Rijkswaterstaat tunnels kan bouwen. Verder is het altijd erg fijn als een frame een verklaring heeft voor ongelooflijk veel ellende. Denk aan Wilders met zijn Marokkanen, of aan de SP met haar marktwerking die

‘Hoe meer informatie en data, hoe meer iedereen zijn eigen werkelijkheid creëert’

Hoe moet je die boodschap wél over brengen? “Daar zijn allerlei strategieën voor. Die zie je nu overal opkomen, vooral sinds Obama. Zorg altijd voor een handelingsperspectief. Zeg: ‘We kunnen wat doen. Je kunt je eigen energie gaan opwekken. Je bent ‘in control’.’ Het is ook belangrijk die acties te koppelen aan leefstijl.”

Populisme tiert nu welig in Europa en de Verenigde Staten. Wat doen populisten beter dan andere politici? “Ik denk dat er twee dingen spelen. We leven in een wereld waarin alles met alles samenhangt. Wie had zich jaren geleden kunnen voorstellen dat een idioot kleine economie als die van Griekenland een hele eurozone uit het lood kon trekken? Dat twee banken die omvallen in Amerika, het begin kunnen zijn van een diepe crisis wereldwijd? We hebben immigratiestromen als gevolg van oorlogen. Dat is nu eenmaal zo. De wereld globaliseert en dat heeft veel mensen het idee gegeven niet meer ‘in control’ te zijn. Dat is angstaanjagend en in alle westerse landen is er de afgelopen vijftien jaar een cultuur ontstaan waarin politici Lees verder op pagina 14


14

‘Wij hebben overspannen verwachtingen van onze politici’ daarvan de schuld krijgen. ‘Politici zijn zakkenvullers, incompetent en nemen foute beslissingen.’ Populisten zeggen controle te hebben: ‘We gaan een muur bouwen, we gaan de grenzen dichtgooien, we gaan de euro afschaffen en die gekke elite er uit flikkeren.’ Dat is een emotie die veel mensen aanspreekt.”

Hoe kijkt u wat dat betreft naar Donald Trump? “Als een representant van een dominante stroming waarvoor alle wetmatigheden die wij kennen niet gelden. Eigenlijk is dit de eerste keer dat zo’n populist echt gaat besturen. En de vraag is: waar houdt het op? Waar zal hij geconfronteerd worden met de werkelijkheid en de bestuurlijke tegenkrachten? Daar ben ik ongelooflijk benieuwd naar. Er is een mooi gezegde: ‘The American political system was designed by geniuses, so it could be run by idiots.’ De founding fathers hadden al het idee dat er een gek en incompetent iemand op die plek kon komen. Daarom hebben ze een systeem van checks and balances gemaakt, met democratische meerderheden en rechters. Voorlopig vertrouw ik daar op.”

Hoe zouden zijn politieke tegenstanders met hem moeten omgaan? “In een campagne is het ontzettend lastig, want Trump is van de afdeling ‘in control’. Ik vond zijn tegenstanders helemaal niet slecht qua framing, maar mevrouw Clinton was toch wel losgezongen van ex-democraten in staten die niet hebben geprofiteerd van de globalisering.”

Wat kunnen wij leren van Amerika? “Dat we blij moeten zijn dat we hier geen tweepartijenstelsel hebben en dat geen enkele partij de meerderheid heeft. Dat dwingt tot gematigd gedrag. We moeten er blij mee zijn dat we veel betere regels hebben als het gaat om campagnegelden. Waarom hadden we Clinton en geen andere democratische kandidaat? Clinton had gewoon de meeste centen. Die was volgens mij al geld aan het werven vanaf haar geboorte.”

Hoe kun je je als samenleving wapenen tegen politici die nepnieuws verkopen in een mooi frame? “Het is nog breder, want je hebt nepnieuws, je hebt een oceaan aan informatie op internet en je hebt big data. En Verlichtingsoptimisten zullen zeggen: hoe meer informatie hoe beter wij geïnformeerd zijn en hoe beter de besluitvorming. Maar wat we zien is dat hoe meer informatie en data, hoe meer iedereen zijn eigen werkelijkheid creëert. Want je kunt bij iedere vooropgezette opvatting wel data vinden.”

Wat kunnen we doen tegen politici die leugens verkopen?

CV Hans de Bruijn (1962, Gouda) studeerde rechten in Leiden. Na zijn afstuderen in de politicologie promoveerde hij in 1990 bij de Erasmus Universiteit Rotterdam op het onderwerp ‘Economische zaken en economische subsidies: een instrumentele en organisatorische analyse van de toepassing van economische subsidies’. In 1992 kwam hij naar de TU Delft.

Sinds 1998 is hij hoogleraar bestuurskunde. Hij onderzoekt onder meer management en sturing van complexe besluitvormingsprocessen in de publieke sector. Framing is voor hem een uit de hand gelopen hobby. Hij heeft er een wekelijkse column over in dagblad Trouw en maakte er een mooc (massive open online course) over.

“Daar waar echt gelogen wordt, moet je dat aan de orde stellen. Ik geloof dat de kiezer wel gevoelig is voor het feit dat liegen niet de bedoeling is en een beetje dom en incompetent. We moeten trouwens niet onderschatten wat de impact is van een globaliserende wereld. Ons oude idee van de politiek - dat wil zeggen: je maakt een programma en je kunt vier jaar later worden afgerekend op het nakomen daarvan - is idioot. De realiteit is: je gaat besturen en op dag twee is de werkelijkheid al volledig anders. Toen Harold Macmillan Brits premier werd, werd hem gevraagd wat bepalend zou zijn voor zijn regering. Hij zei: ‘Events, dear boy, events.’ Er zullen gebeurtenissen komen die we nu niet kennen en waarvoor stuurmanskunst nodig is.”

Hoe moeten we verkiezingsprogramma’s lezen? Er wordt van alles in beloofd. “Je moet een paar punten hebben waar je voor gaat. Ik wil dan weten: hoe reageer je als er een economische crisis komt, een immigratiecrisis en misschien oorlog? Ben jij voor een kleinere overheid of een grotere overheid? Ben jij voor ondernemerschap of voor uitkeringen? Ben je voor een sterke defensie? De wereld is ongelofelijk fluïde. De kiezer zweeft, de bestuurder moet maar reageren op ontwikkelingen. Besturen is een ingewikkeld vak geworden.”

Ik zou bijna medelijden krijgen met bestuurders. “Nou, zeker. Wij hebben overspannen verwachtingen van onze politici en zijn geneigd om altijd maar bij hen uit te komen. Zij moeten het maar oplossen en dat is natuurlijk onzin. Ze zijn niet ‘in control’ over ons. Zij zijn dat net zo weinig als wij.” <<


de

Master Martijn van Boven C’est le ton qui fait la musique, maar geen enkele gitaar ter wereld heeft exact dezelfde toon. Moet je net een student werktuigbouwkunde hebben. Martijn van Boven besloot het probleem voor zijn afstuderen bij 3mE voor eens en altijd de wereld uit te helpen. Een kniesoor die er last van heeft, zou je zeggen, maar voor gitaarbouwers – zowel industriële als ambachtelijke – is het toonverschil tussen gitaren een wezenlijk probleem. Martijn van Boven (25) bouwde een paar jaar geleden uit hobbyisme zijn eerste gitaar, en ondervond aan den lijve hoe schijnbaar onmogelijk het is om een gitaar exact het juiste geluid of, beter gezegd: dynamisch gedrag, te laten produceren. De simpelste reden: het instrument is deels een natuurproduct. Een houten kast werkt, en elk stuk hout reageert op zijn eigen manier op trillingen. “Voor fabrikanten die een gitaarserie willen verkopen en massaproductie is dat lastig”, weet Van Boven. “Bedreven gitaarbouwers kunnen er best mee omgaan, door bijvoorbeeld de balkjes aan de binnenkant van het bovenblad bij te schaven, net zo lang tot de juiste klank is bereikt. Maar dat is ontzettend tijdrovend werk, waarvoor je bovendien gerust zo’n twintig jaar ervaring nodig hebt.” Zijn idee: als je een algoritme zou bouwen dat per gitaar berekent hoe hoog en breed de balkjes binnenin de klankkast moeten zijn, dan maak je het werk van zowel de ambachtelijke bouwer als de industrie stukken preciezer en sneller. “Wanneer je een microfoon voor de gitaar plaatst en met een hamertje tegen de kast tikt, levert dat een grafiekje op; een soort vingerafdruk van hoe dat specifieke instrument reageert op trillingen. Op basis daarvan kun je inspelen op klankverschillen die ontstaan door variaties van de materiaaleigenschappen. Én dus hetzelfde gedrag bereiken als in de rest van de serie.” Het is bijna niet te geloven dat die methode, of uitgebreide literatuur hierover, nog niet bestaat. “Toch is hij vooralsnog niet van plan werk te maken van zijn computermodel. “En ja, normaal naar gitaarmuziek luisteren kan ik ook nog.” Wel zo handig, voor de gitaarmasterclasses die hij geeft met gitaarvirtuoos en componist Harry Sacksioni. (JB)

Foto: Sam Rentmeester

ONDERWERP: ‘Dynamic Response Optimization of an Acoustic Guitar’

EINDCIJFER:

8

Voor gitaarbouwers is het toonverschil tussen gitaren een wezenlijk probleem


Ik ga op Erasmus en ik neem mee… Vlucht geboekt, tas gepakt, kamer geregeld en gaan! De Erasmusbeurs bestaat dit jaar dertig jaar. Het financiële steuntje in de rug voor Europese studenten begon in 1987 met 3200 studenten uit elf landen en is uitgegroeid tot een fenomeen waarmee meer dan negen miljoen studenten in het buitenland hebben gestudeerd.

NAAM: Deborah de Bruycker STUDIE: Luchtvaart- en ruimtevaarttechniek LAND VAN OORSPRONG: België ERASMUS IN: 2010 NAAR: Kopenhagen, Denemarken “Ik ging naar Denemarken omdat ik meer over windenergie wilde leren en zij daar veel onderzoeksinstituten op dat gebied hebben. Als Belg ben ik in Delft natuurlijk al een buitenlander, maar je kunt vanaf hier met de trein zo naar huis. Een half jaar in Denemarken studeren vond ik enger dan ik had gedacht. Je zit daar helemaal alleen. Gelukkig ontmoette ik tijdens de introweken veel mensen. Dat waren vooral andere internationals. We gingen vaak samen wat drinken, al was dat in Dene-

marken wel duur. Daar had ik me erg op verkeken. Met de borg en een maand huur voor mijn kamer was mijn beurs er al bijna doorheen. Op een gegeven moment moest ik mijn ouders bellen om bij te springen. Toch was dit het zeker waard. Je komt met een heel andere kijk op de wereld weer terug. Je oordeelt altijd vanuit je eigen perspectief en dat past zich aan als je in het buitenland studeert. Doordat ik in Denemarken heb gestudeerd, durfde ik ook de stap te zetten om in Brazilië mijn master te doen.”

‘Je komt met een heel andere kijk op de wereld terug’


Tekst: Roos van Tongeren

NAAM: Alicia Fernández Lezaun STUDIE: Master telecommunicatie (Electrotechniek) LAND VAN OORSPRONG: Spanje ERASMUS IN: 2016-2017 NAAR: Delft, Nederland

Delta

TU Delft

17

NAAM: Jan-Carel Diehl STUDIE: Industrieel Ontwerpen LAND VAN OORSPRONG: Nederland ERASMUS IN: 1992 NAAR: Loughborough, Engeland

“Mijn zus vertelde zulke mooie verhalen over haar Erasmustijd, dat ik het ook wilde doen. En ik vind het zelfs nog leuker dan ik van tevoren had verwacht. Ik reis veel, ik leer nieuwe mensen kennen, alles is nieuw. In Spanje woon ik nog bij mijn ouders. Hier hoef je aan niemand te verantwoorden waar je heen gaat. En dat is maar goed ook, want er zijn veel feestjes. Vooral tijdens de introductietijd, dan heb je twee weken feest met tweeduizend internationale studenten. Daarna was het wat minder, maar nu gaan we doordeweeks naar de ESN-borrel (een borrel speciaal voor Erasmusstudenten), Bebop en de Bouwpub en in het weekend naar andere steden. Ik kreeg zelfs de meeste stemmen voor grootste party-animal en won een chocolademedaille. Ik leerde hier mijn vriendin kennen, zij woont nu in Duitsland. In Spanje hield ik het een beetje af omdat ik wist dat ik een jaar in Delft zou studeren en niet wilde latten. En nu heb ik een vriendin in Duitsland! Naast het feesten studeer ik hard, elke dag zit ik van negen tot zes aan mijn masterthesis. Die wil ik afgerond hebben voor het einde van het jaar.”

“Voor mij was het een heel avontuur; ik ging in mijn eentje met de ferry en de bus met mijn Mac Classic in een grote rugzak. Wat een gesleep. De sfeer op de universiteit was heel anders dan ik hier in Delft gewend was. Ik woonde in een Virgielhuis en was altijd op de soos te vinden. In Loughborough zat ik bij een oude landlord op een kamer, met een groot wit bed en een gehaakte sprei. Dat was wel een omschakeling. In plaats van feestjes draaide het daar om sporten. Het waren drie maanden van veel sporten, geen internet, veel boeken lezen op je kamer en onderzoek doen. Op de TU had ik wel statistiek gehad, maar ik had het nog nooit toegepast. Daar heb ik een onderzoek opgezet over een mountainbikezadel in de Pyreneeën. Het duurde maar drie maanden, maar het heeft me erg veel gebracht. Ik ging daarna serieus afstuderen en ben altijd in de internationale hoek gebleven. Ik woonde een tijdje in New York, in India, en nu doe ik allerlei gekke internationale projecten. Mijn vrouw is Turks, ik was haar begeleider tijdens haar Erasmustijd in Delft. We hebben twee kinderen. Het lijkt soms alsof studenten hun Erasmusprogramma alleen maar voor de lol doen, om nieuwe mensen te leren kennen. Dat moeten ze zelf weten. Ik zou zeggen dat lol nummer twee is en dat voorop staat dat je iets nuttigs doet met die tijd en interessant onderzoek gaat doen.”

‘Hier hoef je aan niemand te verantwoorden waar je heen gaat’

‘In Loughborough zat ik bij een oude landlord op een kamer’


18

SPORTZAKEN

TEAMGEEST TEAM: Delft Challenge SPORT: Offshore zeilen TRAINING: Elke zaterdag en zondag SCHIPPER: Jelger Rozendaal WOORDVOERDERS: Job Seuren, Jurjen Streng NIVEAU: Amateurs in professioneel veld

Worstelen tot en met de laatste pijl Schijngevechten en klinkende resultaten, maar het is niet alles goud of zilver dat er blinkt: degradatie dreigt voor basketballers.

TEAMKARAKTERISTIEK

DOEL

“Op het water zo professioneel mogelijk, op de wal goede vrienden. Wij zijn een studententeam, we regelen alles zelf. Van financiën tot trainingen, inschrijvingen en logistiek. Dat maakt ons een buitenbeentje in de professionele zeilwereld.”

“Vorig jaar hebben we weinig wedstrijden gevaren en ons gefocust op het neerzetten van een solide organisatie. Komende zomer willen we aan een paar grote wedstrijden meedoen, misschien een in Engeland. Het grote doel is de Tour in Arabië in februari 2018, met de huidige ploeg. We zijn amateurs, maar van zeilen tegen professionele teams leer je ontzettend veel. En alles is daar tot in de puntjes geregeld.”

OVERGANGSPERIODE

Foto: Sam Rentmeester

“2016 was een fantastisch jaar. Na onze deelname aan Sailing Arabia The Tour, in februari 2016, maakten vier ervaren teamleden plaats voor vier jonge talenten. We hebben onze geleende boot teruggevaren naar de eigenaar in Zweden. In oktober hebben we een eigen boot, een Farr 30, gekocht, om aan te klussen. Sinds begin december ligt hij in het water en trainen wij ermee. Eerst in Hellevoetsluis, nu in Scheveningen, onze thuishaven.”

STUDIE “Het is passen en meten met de studie. Je zit elk weekend op het water en doordeweeks klussen we aan de boot, vergaderen we en proberen we sponsoren te regelen.” (JT)

Punch-basketball speelt al jaren in de promotiedivisie, het bijna hoogste landelijke niveau. Doorgaans draait de ploeg keurig mee zonder serieus in aanmerking te komen voor promotie of degradatie. Maar niet dit seizoen. Het nog altijd door levende legende Jan Sikking gecoachte team staat voorlaatste en dat is een degradatieplaats. Er is hoop, want ruim een week geleden werden The Black Eagles verslagen, waardoor de achterstand op New Stars, dat op de veilige plek nummer 10 staat, slonk tot twee punten. Komende zaterdag (11 maart) komt die ploeg naar Delft. Een sleutelduel. Het vorige week op de unit sport gehouden Tegeltjestoernooi kende hele andere belangen. De resultaten van dit door schermverenigingen DFC en Prometheus georganiseerde evenement tellen mee voor de nationale ranglijst. “Dit betekent dat het toernooi relevant is voor plaatsing op het NK, EK en WK”, verduidelijkt toernooivoorzitter Lisa van der Linde. Geen uitzonderlijke prestaties van Delftse deelnemers, al mocht de vijfde plaats voor David van Nunen (IO) er zijn, in het met 50 deelnemers numeriek sterk bezette degentoernooi. Bij de vrouwen op de sabel werd Henriette Hofman van DFC derde. Wel degelijk uitzonderlijk was de prestatie van handboogschutster Sietske Visser. Zij kon haar geluk niet op na het behalen van de Nederlandse titel in de recurveklasse in Zoetermeer. “Ik heb vaak op het nationale podium gestaan, alleen nog niet op de hoogste trede. Deze keer wel, goud!”, jubelde de IO-studente op Facebook. Met een kwalificatiescore van 564 (van maximaal 600 punten) drong zij door tot de afvalrondes. In de finale daarvan versloeg zij haar opponent Claire van Dijck met duidelijke cijfers: 6-2. “De hele dag door was het een worsteling om te schieten, maar ik heb het volgehouden tot en met de laatste pijl, happy!” Minstens zo happy was atlete Veerle Bakker (IO) die op het NK indoor in Apeldoorn de 3000 meter aflegde in een tijd van 9:44.71, goed voor nationaal zilver. Er waren ook TU-studenten actief op internationaal niveau. In Sofia nam eerstejaarsstudent Bryan Lusse deel aan het EK karate onder 21 jaar in het onderdeel kumite, het schijngevecht. In de gewichtsklasse tot 75 kilogram versloeg hij de Wit-Rus Pavel Kiryievich, maar werd hij in de tweede ronde geklopt door de Sloveen Ardit Rusiti. In hetzelfde weekend schaatste Tijmen Snel (werktuigbouw) op het junioren-WK in Helsinki met zijn twee teamgenoten naar een gouden respectievelijk zilveren medaille bij de teamsprint en de teamachtervolging. Dat loont de moeite. (JT)

Tips? Jimmy.tigges@hetnet.nl


Delta

WAT: Festival Aangeschoten Wild WAAR: Lijm & Cultuur WANNEER: Vrijdag 31 maart, van 15.30 tot 2.00 uur PRIJS: € 14,PARTYPROGNOSE

8 Als de knoppen aan de bomen verschijnen en je met de lente in je bol een onstuitbare behoefte krijgt aan een festival, dan ga je naar Aangeschoten Wild, eind deze maand.

19

TU Delft

Festival met TU-knipoog Met de negende editie in aantocht en een inmiddels gevestigde naam in Delft, zou je bijna vergeten dat Aangeschoten Wild een initiatief is van studentenvereniging Sint Jansbrug. Toch heeft het festival bij Lijm & Cultuur met ruim tweehonderd studenten achter de schermen aan alle kanten links met de TU. ‘We blijven Delfts, en zo bekijken we ook het festival regelmatig met een technische blik’, schrijft Sanne Telder (19, technische bestuurskunde), dit jaar verantwoordelijk voor de indeling en uitstraling van het festivalterrein. Zo neemt ze samen met cultuurprogrammeur van het festival Laurens Oostwegel (20, bouwkunde) de hoge, glazen en lastig in te richten boilerruimte op de schop, die elk jaar wordt omgetoverd in het Aangeschoten Wild Café. De organisatie van het festival wisselt jaarlijks van samenstelling. Een studentenfeest is het verder allerminst te noemen: nadrukkelijk iedereen is welkom. Wat ook voor de acts geldt, overigens. De studenten maken er een sport van om bands te spotten

die op het punt van doorbreken staan, maar nog een podium nodig hebben. Zo waren in voorgaande jaren bands te zien als Chef’s Special, Go Back to the Zoo, Eefje de Visser en John Coffey. Én mag de winnaar van de jaarlijkse Sint Jansbrug Bandcontest optreden, die nog bekend gemaakt moet worden. Publiekstrekkers van de komende editie zijn de bands OIJ (elektropop in een lichtkooi en voormalig 3FM Serious Talent), The Cavern (gitaren) en Starfish (ska, reggae en punk). Andere namen: het muzikale kleinkunstduo Maartje & Kine, cabaretier en singer/songwriter Isabel Nolte, The Silverfaces en Grote Prijs van Nederland-winnaar Woot. Om er maar een paar te noemen. Even rust? Op het festivalterrein zijn ook foodtrucks te vinden. En bier natuurlijk. Want aangeschoten, wild of niet: je bent tenslotte in drie keer rollen thuis. (JB)

aangeschotenwild.com

Geen zin om te koken? Haal een hamburger Het is zijn grote hobby en ook zijn beroep. Toch heeft ook Maurice van Bussel soms geen zin om te koken. Af en toe heb ik zo’n dag dat ik nergens zin in heb. Ik sta bijtijds op en neem me voor een productieve dag te hebben. Elke activiteit die ik bedenk, schiet ik enkele seconden later alweer af. Geen zin. Zo gaat het de hele dag door en dan is het etenstijd. Ondanks dat koken mijn grote hobby is en momenteel ook mijn beroep, vind ik het af en toe moeilijk om mij ertoe te zetten. Je moet naar de supermarkt

lopen, nadenken wat je nodig hebt en op zo’n slome dag kost dat allemaal te veel moeite. Wat er dan rest is ergens een goedkope hap scoren. Dit keer ga ik naar de Ark op het Bastiaanplein. Het restaurant bevindt zich in een glazen kubus midden op het plein en de specialiteit is grillburgers. Voor 7 euro heb je een hamburger en met friet erbij ben je een tientje kwijt. Ik word snel geholpen door vrolijke maar niet ontzettend professionele bediening, wat verder niet storend is. De Ark heeft een aardige keus aan burgers en ik ga voor de Napoliburger van rundvlees met blauwe kaas en gebakken champignons. Na niet te lang wachten krijg ik een flink bord eten waardoor je volledig voldaan weg kan gaan. De burger is helaas te ver doorgebakken en heeft geen roze kern. Daarnaast zit er een pittige saus op de burger die zo overheersend is dat dat het enige was dat ik proef. Al met al mist het liefde. Iets meer zorg en aandacht en de burger is een stuk beter. Dus: heb je een slome dag en wil je een hamburger eten, die niet volgepropt zit met conserveermiddelen zoals bij de McDonalds, dan is dit een prima keus. Wil je echt een lekkere goedkope hap, dan ben je waarschijnlijk beter af bij de Wijnhaven of bij Café de V. Maurice van Bussel (23) is vierdejaars student Industrieel Ontwerpen en werkt bij sterrenrestaurant Niven in Rijswijk.


20

ESSAY

‘Questioning design. Prometheus, resign.’ Can engineers design? The question might irritate engineers. ‘Of course we can!’ Social science, however, easily proves the opposite, writes assistant professor Bauke Steenhuisen.

L

et’s roast our precious dogma ‘In design we trust’, because our design education vastly improves, if we question ourselves more radically. Design has always been the celebrated core of engineering, but we do not agree on what it actually means. There are two competing tribes at our university. We could call them the positivist and the postmodern. The first tribe typically agrees with an engineering society, defining design as a systematic approach to generate and select alternatives based on a set of requirements. The postmoderns, on the other hand, have a broader understanding of design, as an art or a reflective creativity. Though part-time member of both tribes, I seek to desert. In my view, the positivists lack real-world validity and the postmoderns have such broad ideas that design may refer to virtually anything. So, bad news. The core of engineering is hollow. The good news though is that we don’t need design to bind our engineering disciplines.

SEARCHING FOR DESIGN If you want to know more about design, you run into a few practical problems. Since there is no general course called design, you could visit the TU Delft Library to search for a bookshelf with cross-

disciplinary books on design. There is none. Each engineering discipline has its own bookshelves. The next problem is to read these books. Each time the word design appears, you need to figure out what it means this time. Is it an activity or an outcome? If it is an outcome, is it a drawing, a prototype, the real thing or all three together? Or is it a process instead? Or the underlying structure? In everyday language, design may also simply mean intentional or refer to IKEA. If design is fundamental for engineers, why is it so vague and inconsistent?

FLIRTING WITH THE OLYMPUS I blame Prometheus, the Greek god who stole the godly fire for the benefit of humanity. He is the TU Delft mascot. His myth is enchanting and relevant, but it has a weakness. Naturally, engineers like to see themselves as the brains behind creations, perhaps not omnipotent and all-knowing, but close enough to be trusted for whatever they plan to. Engineers are not gods, though we keep forgetting. Design is inextricably bound up with this temptation. Countless social scientists, however, have shown that design is a naïve and hyper-rational disillusion. Their argument is very simple. The world is complex, wicked and unruly. Hence, we cannot control, manage or design. We are humans, hence not gods.


Delta Tekst: Bauke Steenhuisen

The irreducible essence of design, whatever tribe you belong to, is a promise. Design is no accident. Designers do not throw dice. They take up a challenge and promise to create an energy neutral house, a self-driving car or an elegant algorithm. Such a promise is hollow without design requirements or if the anticipated effects do not materialize. If we want engineers to design, a few conditions should be put in place. Let’s focus on the obvious ones. A designer needs to have a list of requirements, understand how the world works and make choices in order to promise that their design will have certain desirable effects when implemented. These simple conditions are not at all trivial in the real world, and they are crucial to design. What if designers ask for a list of requirements but they don’t get one? What if the world keeps changing during and after the design process? What if designers disagree whether the world has changed or whether requirements should change? What if designers don’t know how the world works? What if designers cannot convince each other or the relevant decision-makers to make certain design choices? What if we simply don’t know who actually makes the design choices, even after the choices have been made? What if implementation compels to fundamentally redesign the artefact? What if designers don’t oversee the implementation? What if a designed artefact meets all the requirements, but the effects are neither predicted nor desirable? Think of any interesting challenge in our complex world. ‘Oops’ or ‘mmm’ will be well represented in response to the questions above. There are always plenty of unknowns, dynamics and disagreements in the game to compromise the opportunity to design. Yet, we stubbornly keep teaching as if design is our only hope.

FOUR SUGGESTIONS Let’s get practical. What would it mean for our design education, if we try to correct for this bold contradiction? I have four suggestions.

1

DON’T OFFER DESIGN CHALLENGES

Teachers in Delft routinely confront students with design challenges. It seems a reasonable and innocent thing to do. But I object, because it implies two disputable things. Do teachers know what the challenge is, and is design the way to deal with it? If we want students to be smart in solving real-world problems, we need to pay more attention to the questions that our teaching too often skips. Practically, all what if questions above are skipped when teachers say, “Here is a design challenge.” Some enlightened design teachers might already prescribe students to do a context analysis before designing. This, indeed, might relate to most of the iffy questions I raised. I plead for the same thing, but suggest to do it constantly, not only once and, most important, before you conclude whether to design or not.

2

TEACH EDUCATED ENGINEERING INSTEAD

What alleged designers really do is educated engineering. Social scientist Donald Schön and followers empirically studied how designing works. Supposed designers find themselves in situations that are fundamentally dynamic, subjective and unknown. Problems and solutions tend to co-evolve with little opportunity to make systematic choices based on requirements. A professor at the Faculty of Aerospace Engineering compares what we do

TU Delft Delta TU Delft

to stirring a soup full of uncertainties. So, it is fair to say that only in retrospect we can explain why certain choices have been made. Promise does not work in retrospect. Engineers can’t keep this promise. But don’t throw away design.

3

TEACH DESIGN AS UTOPIAN

Admit that the promise of design is a utopian idea. Treat design as such, not as description of what we do, but as a model or ideal type. If you take design seriously, you make a caricature out of it. You could make an analogy with economics. Design failure is probably as inevitable as market failure. Who needs examples? We are like a university of economics teaching how to create markets without considering market failure as a ubiquitous phenomenon. Shame on us. We need to build and propagate a better developed theory with design failure as its cornerstone. My fingers are itching. If students, nevertheless, want to start a design process, that’s fine, but not without showing where the train goes off the cliff and why that would not ruin all.

4

TEACH NOT TO DESIGN

A structural lack of opportunity to design is not fatal. Engineers can solve problems without design, but why would we? Teaching design is way too much fun. And the struggle for students to learn how to design is way too instructive. If design doesn’t make sense, but still works, why change it? Because we can improve. Currently, many students just start designing by default. I want not designing to be the new default. As students explore a real-world challenge, they should critically study whether and to what extent design is an option. If the opportunity to design is compromised, you do not need to design. Without design you may still overcome the challenge. There are plenty alternatives. You can imagine, draw, calculate, copy-paste, develop, invent, redesign, experiment, etc. But there is more. The opportunity to design is not a given for engineering students. You can manipulate it. Reframe the problem and the challenge. Do research. Negotiate the conditions. The sky is the limit. Do not just scrutinize the opportunity to design. Get tempted by the promise and play with it. Be a DJ, as it were, a design jockey.

QUESTIONING OUR DESIGN EDUCATION Zeus chained Prometheus up a Caucasian cliff to punish him for his audacity. Similarly, I think teachers punish students by pretending that design is an obvious thing to do. Stop the punishment. Unchain and set free. By the way, if poor Prometheus resigns as our mascot, we also get rid of the fossil fire on the T of TU Delft. More human and forward looking symbols of engineering are not hard to find. How about a beat by Armin van Buuren? Thanks to the Design Education Network for inviting me to write this essay and for organizing discussions on this topic. <<

Dr. Bauke Steenhuisen is assistant professor at the Faculty of Technology, Policy and Management.

21


Van snelweg naar stadsboulevard

Toekomstig transferium aan de Lelylaan. (Beeld: Ontwerpteam UNStudio)

Steden groeien, en zo ook de mobiliteit. Er zijn nieuwe ideeën nodig om stad en snelweg met elkaar te verknopen. Zeven ontwerpteams komen met nieuwe oplossingen voor verkeersknooppunten in de Randstad. Tekst: Jos Wassink

L

uchtvervuiling, geluidsoverlast, en snelwegen die stadsdelen van elkaar scheiden. Het samengaan van snelwegen en steden wordt met de toenemende drukte steeds minder vanzelfsprekend. Tegelijkertijd zullen opkomende trends als elektrisch en autonoom vervoer ook de inpassing van verkeersaders in de stad beïnvloeden. Als gezamenlijk initiatief van het Delft Deltas, Infrastructure & Mobility Initiative (Dimi) van de TU Delft en branchevereniging Nederlandse architectenbureaus (BNA Onderzoek) bedachten zeven ontwerpteams vanaf begin vorig jaar nieuwe oplossingen voor verkeersknooppunten en ringwegen bij Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Die ontwerpen zijn, samen met verdiepende essays, opgenomen in het in februari verschenen boek ‘Snelweg X Stad’. Volgens projectmanager drs.ing. Hans de Boer (Dimi) raken de bekende oplos-

singen als het dure ondertunnelen van de snelweg of de aanleg van een extra ringweg uitgewerkt. Dat laatste leidt volgens hem alleen tot nog meer verstedelijking en een herhaling van de problemen over 10 tot 20 jaar.

ding vormt tussen Rotterdam-Noord en Schiebroek. Als door de verlengde A4 en de extra verbinding tussen A16 en A13 de verkeersdrukte op de A20 vermindert, kan daar de gemiddelde snelheid

GEBIEDSONTWIKKELING Multidisciplinaire teams, bestaande uit onder meer architecten, stedenbouwkundigen, verkeerskundigen in interactie met ambtenaren van gemeente en Rijkswaterstaat, kregen daarom oplossingen te ontwerpen voor mobiliteit. Maar tegelijkertijd ook voor gebiedsontwikkeling, leefbaarheid, water, groen en duurzaamheid. Parallel daaraan werkten bij Bouwkunde studententeams onder begeleiding van Bouwkunde-docente dr. Fransje Hooijmeijer in workshops aan onderdelen zoals ‘toekomstige mobiliteit’ of ‘A13-Overschie’. Als voorbeeld noemt projectmanager De Boer de noordrand van Rotterdam waar nu de A20 een harde schei-

De toekomst van de A13 bij Overschie. (Beeld: Ontw


23

omlaag. Tel daarbij op dat het vervoer in toenemende mate elektrisch wordt en het beeld ontstaat van een ‘stadsboulevard’ in plaats van een autosnelweg. Minder snelheid, minder geluid en minder uit-

werpteam Mecanoo)

laatgassen maken de verkeersader meer benaderbaar. Dat is ook de context van de schets die ontwerpgroep Mecanoo maakte van een parkachtige omgeving voor het Kleinpolderplein. Langs de stadsboulevard tussen Kleinpolderplein en Terbregseplein zou langs de A20 zelfs een heel nieuwe zone kunnen ontstaan met stadsgroen, woningbouw en publieke voorzieningen.

FUTURISTISCHE VISIE De toekomstvisie op het knooppunt A10 en Lelylaan in Amsterdam van ontwerpteam UNStudio toont meer een metropool. Een futuristische lichtgevende conus trekt de aandacht. Het is een parkeergarage en OV-knooppunt. Zulke transferia zullen naar verwachting een grote rol gaan spelen in de toekomstige stadsmobiliteit als overgang tussen stad en regio. Het knooppunt straalt van licht en energie, want behalve een parkeergarage is het gebouw ook een oplaadplek en een verdeelpunt van elektriciteit. Een aantal locaties uit het

boek wordt geciteerd in het onderzoek voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) voor een betere bereikbaarheid van Rotterdam en Den Haag.

ONTWERPATELIERS Voor Hans de Boer telt vooral dat de methode van het ‘ontwerpend onderzoek’ navolging krijgt. In het kader van het MIRT organiseren landelijke en lokale overheden ontwerpateliers met belanghebbenden en experts om ontwerpend tot breed gedragen oplossingen te komen voor ruimtelijke vraagstukken. Voor beleidsmakers is dat spannend, denkt prof.dr.ir. Marcel Hertogh (faculteit CiTG en Dimi). Door in dialoog te gaan met betrokkenen geeft een ambtenaar bij Rijkswaterstaat of de gemeente een stuk van zijn autonomie op. “Dat voelt spannend en onzeker. Maar de oplossingen hebben meer waarde en krijgen meer waardering.” <<

SNELWEG X STAD Tijs van den Boomen, Hans de Boer, Jutta Hinterleitner (red.), ‘Snelweg X stad, De toekomst van de stedelijke ringweg’, paperback, 160 pagina’s, BNA onderzoek (NL) en Public Space (BE) 2017, 29,95 euro. Verkrijgbaar in de bouwshop bij Bouwkunde of via bna.nl.


24

OPINIE (1) Cultuur kunnen we samen veranderen Hoogleraar Caspar Chorus luidde in de vorige Delta de noodklok over werkdruk en burn-out aan de TU. Rector magnificus Karel Luyben reageert: ‘Nee zeggen mag.’

M

et een ingezonden stuk over zijn burn-out neemt Caspar Chorus een moedige stap. Zijn verhaal was wel bekend bij collega's en inderdaad bij ons, het college van bestuur. Dat hij daar nu de openbaarheid mee zoekt, geeft aan hoe urgent dit probleem volgens hem is. En hij heeft gelijk. Er is veel in zijn verhaal dat ik herken. Werkdruk blijft een factor waarop we als universiteit, en andere universiteiten met ons, slecht scoren. Hoe komt dat? Een deel van de verklaring zit 'm in wat we zijn, een academie. Academische vrijheid betekent dat er heel veel kan, en dat trekt ambitieuze mensen die veel willen. Daar schept een universiteit alle ruimte voor. Maar daarnaast is er ook veel dat moet. Laat me even een rekensommetje maken. Zo'n twaalf jaar geleden hadden we twaalfduizend studenten, inmiddels 22 duizend. De bijdrage die we van de overheid ontvangen is, behoudens indexering, vrijwel gelijk gebleven. Dit ondanks de heldere signalen die we hierover bij herhaling afgeven. En dus moeten we met ongeveer hetzelfde aantal medewerkers aanzienlijk meer studenten bedienen. Wat kunnen we dan wel doen om de werklast te beperken? Kwalitatief minder onderwijs is voor niemand bij de TU Delft bespreekbaar. In de meer dan vijfentwintig jaar dat ik onderwijs heb gegeven, was de onderwijstaak me heilig en ik weet dat voor velen bij de TU Delft ook zo is. Minder onderzoek

dan, zou je zeggen, maar ook dat is niet iets waar onze wetenschappers gauw toe geneigd zijn. Dus compenseren ze vaak door meer uren te draaien. Daar komt nog bij dat de kansen op succes bij subsidieaanvragen flink zijn gedaald. Gevolg: men gaat nog meer tijdrovende aanvragen indienen, waardoor de werkdruk verder toeneemt. En dan komt het soms voor dat mensen uitvallen, of bij de universiteit vertrekken omdat ze de weg naar voren niet meer zien. Of erger, zoals Caspar Chorus schetste. Dat mag natuurlijk niet gebeuren.

VERGADERCULTUUR Dit is dan ook een onderwerp dat hoog op onze agenda staat. Onlangs nog hebben we een TU-brede medewerkersmonitor onder alle medewerkers verspreid om precies in kaart te brengen hoe het zit met werkbeleving en arbeidsbelasting. De resultaten daarvan worden momenteel geïnventariseerd en op basis daarvan zullen we gerichte maatregelen nemen om te zorgen dat we de risico's veroorzaakt door werkstress zoveel mogelijk beperken. Uiteraard doen we dit in goede samenwerking met de medezeggenschap. Caspar Chorus doet voorstellen om datzelfde te bereiken en ik ben het in grote lijnen met hem eens. Neem die vergadercultuur. Als bestuurder kom ik daar natuurlijk niet echt onderuit, maar ik kan me voorstellen dat het op andere plekken in de organisatie best een tandje minder kan. Er zijn tegen-

woordig toch ook zoveel meer mogelijkheden om elkaar te informeren en te betrekken zonder fysiek om een tafel te gaan zitten? Dat zouden we bij de TU Delft als geen ander moeten weten.

TOPSPORTMETAFOOR Daarbij kan het inderdaad helpen om die topsportmetafoor eindelijk eens overboord te gooien. Als wetenschap al met sport te vergelijken is, is het vooral met de breedtesport. Wetenschap levert namelijk bijdragen aan de maatschappij die veel verder gaan dan de medailles of trofeeën alleen en waarbij de teaminspanning minstens zo belangrijk is als degene die het winnende doelpunt scoort. Genoeg dus over sport. Ik heb wel nog een kleine nuancering bij zijn aanbevelingen. De instituten hebben we juist opgericht zodat onderzoekers elkaar makkelijker kunnen vinden. Dat zou de samenwerking moeten verbeteren, niet alleen intern, maar door betere zichtbaarheid ook extern. Uiteindelijk zou dat de efficiency moeten verhogen en ook bijvoorbeeld de slaagkans bij subsidieaanvragen voor grote, multidisciplinaire projecten. Instituten moeten dus helpen, geen extra druk vormen. Als dat anders blijkt te werken in de praktijk, is dat een aandachtspunt dat bij de periodieke evaluatie van zo'n instituut zeker aan de orde zal komen. Want uiteraard zit niemand te wachten op een papieren tijger of een vergadervehikel. Ik kan me ook voorstellen dat juist wetenschappers van de Facul-

SUDOKU VARIATION

CULTUUROMSLAG Want waar Caspar Chorus volgens mij vooral naar toe wil is een cultuuromslag. De cultuur die we met zijn allen hebben gecreëerd, kunnen we samen veranderen. Laten we elkaar dus ruimte geven om ons te richten op dat waar we goed in zijn en minder op de randverschijnselen. Laten we met elkaar in gesprek gaan over kwaliteit, niet over kwantiteit. En laten we vooral onze ogen niet sluiten voor signalen dat iemand 'erdoor zit', want we moeten ook voor elkaar zorgen in onze organisatie. Nu ben ik zelf misschien niet het beste voorbeeld. Het is algemeen bekend dat ik met weinig slaap toe kan, waardoor er een heleboel werkbare uren in de dag zitten. Dat betekent echter niet dat ik hetzelfde verwacht van anderen. Het is belangrijk dat we onze eigen grenzen kennen, dat we aangeven waar die liggen en dat we dat van elkaar respecteren. Dus bij dezen mijn appèl: 'nee' zeggen mag, ook tegen uw Rector Magnificus. Prof.ir. Karel Luyben, rector magnificus

Solution Delta Sudoku 6

In a regular Sudoku, every row, column and block of 3x3 cells must contain the digits 1 through 9 exactly once. There are nine more items to solve. These are the eight groups of four cells, either marked in pink or in blue. Each group holds a series of four digits, arranged in their natural order, e.g. 4567 or 8912. Each series starts in the upper cell of its group. The ninth item isare the group of nine cells, marked with a dot, that also must contain the digits 1 through 9 exactly once.

teit Techniek, Bestuur en Management (TBM) met hun unieke expertise vaak en graag gevraagd worden om een rol te spelen binnen die instituten – misschien is overvraagd zelfs wel het juiste woord. In dat geval is de oplossing die Caspar Chorus zelf aandraagt natuurlijk geboden: zeg ook eens 'nee'.

© 2016 www.sudoku-variations.com


Delta

25

TU Delft

OPINIE (2)

BOEKEN

De waarde van de wetenschap

Rijk, veeleisend en dakloos

Rijk Mercuur heeft het gevoel als promovendus in een dwangbuis gestopt te worden. Hij grijpt het burn-out-essay van hoogleraar Caspar Chorus aan voor een pleidooi voor ‘bewustwording van de signalen die we afgeven’.

H

et is mijn eerste week als promovendus en ik zit in een lokaal samen met een paar andere gelukkige zielen. Ons pad in de wetenschap begint en ons licht op dit pad, de Graduate School, vertelt. Wij luisteren. “Het is mijn taak om jou zo snel mogelijk door deze PhD te loodsen”, hoor ik. Het leven is een middel tot een nooit besproken doel. Zo leer ik - in een oersaaie introductie - dat de universiteit staat voor autonomie en efficiëntie. Paternaliserend hoongelach valt mij geregeld ten deel als ik uitschreeuw dat ik vooral wil samenwerken en de wereld wil verbeteren. Waar is mijn universiteit als bastion van creativiteit en verbinding? Waar zijn de wandelingen door de natuur waar in een we-

Voor advertenties bel met:

T (010) 451 55 10 F (010) 451 53 80 E delta@henjuitgevers.nl

derzijds gesprek grootse ideeën opborrelen? Wanneer leer ik hoe je een ander echt begrijpt? Hoe je constructieve feedback geeft? Hoe je samenwerkt in een team? Langzaam worden we ingelijfd in een dwangbuis van waarden die geen enkele individu hier ondersteunt. Wie hier houdt gepassioneerde gesprekken over efficiëntie, geld of je kapot werken ‘s avonds aan de keukentafel? En alhoewel ik in woord graag kennis en liefde belijd, verraden mijn daden de waarheid. Op onze sectiedag - de oproep tot samenwerking waar ik om smeek - druk ik mijn neus om een paper af te schrijven. Zelden praat ik over het mysterie van weten, mijn visie op de wereld of de elegantie van een prachtige theorie. Het enige wat ik met mijn collega’s lijk te delen is het samen lijden. Luidkeelse zelfkastijding van weekenden doorwerken en het te druk hebben om onze gemeenschappelijke passie (toch?) te delen. Een eerste stap zit in bewustwording van de signalen die we afgeven. Zolang mijn universiteit spreekt over autonomie en efficiëntie ga ik ervanuit dat dat belangrijk is. Zolang we allen weekenden doorwerken, ga ik ervanuit dat dat belangrijk is. Zolang we vragen naar formaliteit, in plaats van wat ons vandaag echt weet te boeien, ga ik ervanuit dat dat belangrijk is. Zolang we spreken en niet luisteren, ga ik ervanuit dat dat belangrijk is. De wetenschap is een hardloopwedstrijd, stelt Caspar Chorus tot zijn spijt vast... laten we dan in ieder geval zorgen dat de finish het waard is.

Rijk Mercuur is promovendus aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management.

H & J Uitgevers Bosscheweg 76 5151 BE Drunen

Neem contact op met Hennie de Ruyter of Mireille van Ginkel voor nadere informatie.

Google-oprichter Larry Page krijgt regelmatig een mailtje van Elon Musk: ‘Ik weet niet waar ik vannacht moet slapen. Kan ik bij jou langskomen?’ Een man van tien miljard dollar die aan couch surfen doet. Page vindt dat ‘wel grappig’.

H

et is een van de talloze anekdotes rond Elon Musk in zijn biografie. Biograaf Ashlee Vance kreeg toegang tot Musks bedrijven, vrienden en familie. Zijn meeslepende boek toont de ontwikkeling van een verlegen nerd naar een meedogenloze en veeleisende baas. Het beschrijft de wording van een man die twee industrieën, die in Amerika op sterven na dood waren, nieuw leven heeft ingeblazen: auto’s en ruimtevaart. Dit is een ultiem jongensboek als je een beetje door de (ver-)taalfouten heen kijkt. Het lijvige boek behandelt Musks jeugd in Zuid-Afrika, de wording van de internetbank die bekend werd als Paypal, het avontuur Space Exploration Technologies (SpaceX) en de ontwikkeling van elektrische auto’s met sexappeal (Tesla). Teveel om op te noemen inderdaad. Musks jeugd was geen pretje, zoveel wordt duidelijk. Vader Errol was een talentvol ingenieur die zijn zonen bekend maakte met stenen, sanitair en elektra. Maar hij was er ook goed in ‘het leven ellendig te maken’. In zijn slechtste tijd werd Elon op school geslagen en thuis geïntimideerd. Geen wonder dat hij de wijk nam naar Canada zodra hij de kans kreeg. Dankzij de verkoop van zijn eerste bedrijf had Elon in 2001 op z’n dertigste 250 miljoen dollar ter beschikking waarmee hij van Silicon Valley naar Los Angeles trok. Toen hij daar in contact kwam met de Mars Society was dat het begin van SpaceX. Hij komt tot de ontdekking dat de Amerikaanse ruimtevaart nog met technologie werkt uit de jaren zestig en dat alleen de bureaucratie zich alsmaar verder heeft ontwikkeld. De heruit-

vinding van de ruimtevaart op een eilandje bij Hawaii levert mooie scenes op. ‘Op 24 maart 2006 was het dan tenslotte toch zover. De Falcon 1 stond op zijn vierkante lanceerplatform en ontbrandde. Hij schoot de lucht in en veranderde het eiland eronder in een groen stipje te midden van een groot blauw uitspansel.’ Een halve minuut later stort het ding dan alsnog neer. Het avontuur met de elektrische

Aan mooie verhalen geen gebrek auto’s begint in 2003. Musk ontmoet dan J.R. Straubel, een ingenieur die een oude Porsche had gekocht, leeg gehaald en van elektromotoren voorzien. Het ding trok als een lier, maar had een aanhangwagen met generator nodig voor langere afstanden. Aan mooie verhalen geen gebrek. Wel frons ik soms de wenkbrauwen wanneer ik lees over naden in de carrosserie van 40 millimeter (wel erg groot) of over het in de achteruit zetten bij regeneratief remmen (huh?). (JW)

Ashlee Vance, Elon Musk, Hoe de topman van SpaceX en Tesla onze toekomst weergeeft, Bruna Amsterdam 2016, 448 pagina’s, 25 euro.


26

26

Delta

POEM

DE STARTER

TU Delft

In de serie De starter vertellen starters over hun leermomenten, verkeerde inschattingen en fouten.

The Ganges and the Bramaputra Foto: Marcel Krijger Foto: Marcel Krijger

Being both river people, it so seems the Dutch would share a lot with Bangladeshians but while our rivers flow in tepid fashions they have much wilder, untamed, fickle streams. Youval Kuipers (links) en Maarten Kamphuis.

The Ganges and the Bramaputra flow in ways that vary very, very much. Compared to what we’re used to see, as Dutch it is hard to understand and timely know

just when and where an offtake may fall dry and how to halt a likely lethal drought. Mere facts quickly grow obsolete, that’s why

computer simulations must help out. So now potential lack we can foresee because of 2-D depth in Delft3D.

Jeroen Manders

Chosing ‘a 2-D depth average numerical model using the software package Delft3D’ R. Vila Santamaria made a computersimulation of the streams of Bangladesh so that dry fall of off-takes and thus problematic droughts can be foreseen and prevented. (Closure of offtakes in Bangladesh, uuid:691dbc0b-a713-4f29-9354-202c713cc4bc)

CrossGuard kruist de degens Hun Facebook-profielfoto oogt als de flyer van een nieuwe fantasyfilm. CrossGuard, het bedrijf van industrieel ontwerper en TUdocent Maarten Kamphuis (34) en zijn compagnon Youval Kuipers (33), draait om zwaardvechten.

E

en vrij nieuwe sport, bevestigt Kamphuis. En dat betekent: een markt die nog volledig veroverd kan worden. Kamphuis gaf de aanzet tot zijn bedrijf onbedoeld al in 2010, toen hij afstudeerde op een zwaard aan de faculteit Industrieel Ontwerpen. “Het frustreerde me dat er zo weinig te vinden was op het gebied van beweeglijkheid en veiligheid in de martial arts.” Dus ontwierp hij een zwaard dat realistisch én veilig was, en sleepte er onder andere de prijs voor Beste Afstudeerder van de TU mee in de wacht. “Mijn compagnon Youval ontmoette ik tijdens mijn afstudeeronderzoek; een klik op het eerste gezicht. We zochten een handschoen die je goed beschermt tegen het zwaard, en je tegelijkertijd niet beperkt in je bewegingen. Ken je het gezegde: ‘Het beste moment om een boom te planten, was honderd jaar geleden. Het op één na beste moment is nu’?” Ze sprongen in het diepe en ontwierpen hem zelf. Schreven een afstudeerproject uit voor de TU om de boel te starten, lanceerden in 2013 een crowdfundingactie en vertrokken in 2014 naar YesDelft. Een jaar later hadden ze investeerders te pakken. “Het is aantrekkelijk dat wij als zwaardvechters een

sterke binding hebben met de markt.” Maar het is meer dan dat: hun ProGauntlet, een ontwerp voor een zwaardvechthandschoen die veilig en comfortabel is, lijkt ook geschikt voor andere markten. Defensie, bijvoorbeeld. Of de spoorbouw, offshore-industrie en hockey.

ONTWERPERS GEZOCHT Dit jaar verschijnt de bètaserie, en Kamphuis en compagnon verdienen er ondertussen een acceptabele boterham aan. Hebben zelfs werknemers in dienst. “En we zoeken hard naar nieuwe ontwerpers. Dat investeerders nu feitelijk ons salaris betalen, maakt de druk groot om nu snel met een succesvol product op de proppen te komen. Daar komt een hoop bij kijken. Biomechanica bijvoorbeeld, want hoe beweegt een hand en hoeveel kan hij hebben? En ergonomie, want elke hand is anders. En dan zit je nog met de productie, een combinatie van 3D-printen en gieten, zodat we relatief goedkoop maatwerk kunnen leveren. Mijn tijdelijk tachtig-urige werkweek heb ik inmiddels wel teruggebracht tot een slordige veertig uur. Daarin houd ik me voornamelijk bezig met ontwerpen; Youval is ‘director of All Other Stuff’.” Is meteen een les voor aankomende ondernemers, denkt Kamphuis. “Alles duurt altijd langer dan je verwacht, dus zorg er wel voor dat je onderneming echt je passie is. Houd het leuk voor jezelf door de balans eromheen te bewaren en de juiste mensen om je heen te verzamelen. En bovenal: vraag niet tevéél advies. Experts spreken elkaar nog weleens tegen. Op een gegeven moment moet je er gewoon voor durven gaan.” (JB) progauntlet.nl


27

DESGEVRAAGD

Stelling

Sober en doelmatig of een liefdeloos technocratisch ontwerp? De plannen voor een nieuwe Sint Sebastiaansbrug krijgen eindelijk vorm.

E

indelijk komt er schot in de vervanging van de Sint Sebastiaansbrug, meldt het wijkblad ‘Delft op Zondag’: ‘Er is een voorlopig ontwerp, de bouwvergunning wordt deze maand aangevraagd (…) In het tweede kwartaal van 2018 zou de bouw moeten beginnen, de oplevering is medio 2019. De tram rijdt begin 2020 over de brug.’ Projectleider Iwan de Vries spreekt over een ‘sober en doelmatig ontwerp’. Teleurgestelde buurtbewoner Floris le Conge Kleyn vindt het een ‘liefdeloos technocratisch ontwerp.’ Wat is er toch aan de hand met dit ‘hoofdpijndossier’ dat het blijft wringen? “De Sebastiaansbrug is een erfenis uit de jaren zestig”, zegt prof.dr.ir. Han Meyer, emeritus hoogleraar stedenbouwkunde aan de faculteit Bouwkunde. “De brug maakte een deel uit van een plan om autoverkeer via de Mekelweg en over de Schie rechtstreeks naar de Markt te leiden. Het zuidelijk deel van Delft zou daarvoor gesloopt worden. Dat was toen heel gewoon. Zo was er in Rotterdam een tracé getekend vanuit het Oude Noorden over de gedempte Rotte en de Mariniersweg

via een nieuwe brug naar Zuid. Stadsvernieuwers keken in die tijd met afgunst naar Rotterdam omdat daar, dankzij de bombardementen, ruim baan was voor ingrijpende plannen. De gemeente zag er vanaf omdat het verzet tegen die bruuske ingreep groeide. De brug was echter al aanbesteed, die kwam er evengoed. Dat werd de Willemsbrug. Doordat nu het tracé ontbrak, eindigde de weg over de brug in een haakse bocht.” Ook in Delft

Gezien de omstandigheden is er niet veel beters van de brug te maken, lijkt het ging de sloop voor een doorgaande verkeersader niet door zodat ook de Sebastiaansbrug met een haakse bocht aansluit op de Zuidwal. Meyer toont een studie uit 1989. Gemeente Delft en de TH Delft hadden een ontwerpcompetitie georganiseerd voor een integraal plan voor TU Noord, centrum zuid en de Sint Sebastiaansbrug. Het rapport

‘Locatie Zuidpoort Delft’ door Rein Geurtsen bevat vijf verschillende plannen. De aanleiding was ook toen al de constatering dat de brug er verweesd bij lag nadat de doorgaande verkeersstroom was gecanceld. Maar verder dan een rapport is het destijds niet gekomen. Autoverkeer heeft grote invloed op de uitvoering van de brug, vertelt Meyer. Met weinig autoverkeer is openen en sluiten van de brug voor passerende scheepvaart niet zo’n bewaar en kan de brug lager uitgevoerd worden. Bij veel autoverkeer staat brugbediening de doorstroming in de weg en wordt, zoals nu, gekozen voor een hoge brug (4,5 meter). Gezien de omstandigheden is er niet veel beters van de brug te maken, lijkt het. Meyer: “Sinds de jaren zestig is centrum zuid twee keer verbouwd. De TU heeft de aanpak van Delft Zuid zelf ter hand genomen met de aanleg van het Mekelpark en het opnieuw in gebruik nemen van het hoofdgebouw. Tussen de campus en het centrum ligt nu die brug met een onduidelijke verkeersfunctie. In plaats van de beoogde integrale aanpak zijn er nu drie losse dingen ontstaan en die verhouden zich enigszins wringend tot elkaar.” Tijdens de aanleg zal al het zuidelijk autoverkeer richting centrum over de Kruithuisbrug worden geleid. (JW)

‘Toegang tot elektriciteit moet een mensenrecht zijn’ PRADYUMNA BHAGWAT ingenieur technische bestuurskunde Uit proefschrift: ‘Security of supply during the energy transition’ “Elektriciteit is een basisbehoefte geworden in onze samenleving. De komst van elektriciteit heeft gezorgd voor economische groei en heeft onze levensstandaard enorm verhoogd, of het nu gaat om toegang tot informatie, onderwijs, gezondheidszorg, mobiliteit en entertainment. Maar tegelijkertijd leeft een groot deel van de wereldbevolking nog zonder elektriciteit. De toegang daartoe zou deze mensen vooruit helpen op de energieladder en hun leven aanzienlijk verbeteren. Daarom vind ik dat iedereen overal elektriciteit moet hebben. Het moet een fundamenteel recht zijn.” Verdediging 18 december 2016


28

News

Text: Damini Purkayastha Photo: Marcel Krijger

New DISS board determined to bridge divide

English pages

Did you know that there is lots more English-language content available online? Follow for instance Tim Hermans’ blog on delta. tudelft.nl. He is a master's student in space exploration and participates in the 'Drop Your Thesis!' programme at the European Space Agency. The coming year, Tim will post monthly blogs every last Friday of the month.

The new board of DISS, from left to right: Sara Toscano, Shiwankar Garg, Sakshi Aggarwal, Ramy al Sharif.

Once again, integration is the top priority of an international student organisation. The new board of Delft International Students Society (DISS) believes the key to bringing Dutch and international students together lies in collaboration.

H

aving recently taken over, the board is still getting to know its role. Most of the members are multilingual and, the chairman, Ramy Al Sharif, spent a large part of his childhood in the Netherlands so is proficient in Dutch. “I was born in Kuwait but grew up in the Netherlands before moving to Jordan. I have always been part of an international community and understand what that means. But, I also have the convenient advantage of speaking Dutch, which will come handy as we try and bridge the

gap,” said Al Sharif. Their key plan is to collaborate with other student associations on campus, especially Dutch ones, on events and activities. “Every association has its own established network. If we can work together, we can reach out to more people and achieve more,” he said. An exceptional fact about this board is that the women outnumber the men. “The previous board had only one woman, so when we all met we were pleasantly surprised,” said Sara Toscano, the treasurer. The board is currently looking into how their predecessors functioned. Toscano, who was a member of DISS last year, is somewhat familiar with the ropes. She added that they will continue with some of the collaborations that started under the previous board but will add a lot more. Their first official event was the After Party of the Spring Introduction Programme. “There were 250 students enrolled in the programme and 300 people showed up. It was a great suc-

‘It was a great success, people were even dancing on tables’

cess, people were even dancing on tables.” said Al Sharif. The more serious business starts in March. Every Thursday from 18:00 – 20:00 starting on March 2, 2017 onwards, students can go to their new office at Canaalweg 4, to get help translating Dutch documents. “This is an important point for us. Many students struggle with Dutch official documents. Online translation websites are not credible or accurate enough for these documents.” In May they plan to launch a project to help international students with housing. Meditation Mondays, Language Exchange Meetings and Cultural Projects and a revamped website and logo are also on their agenda. And they’ve started on some projects with the Dutch student organisation VSSD, including a petition to demand that the Delft Station make important train announcements in English and Dutch. “We will also focus on bringing the campus together. My faculty [Chemical Engineering] is the last building on campus and we don’t have much contact with the rest of the university. We plan to host events that will bring people across faculties together,” added Toscano.


Delta

29

TU Delft

Bye bye boxes The iconic spaceboxes behind the Faculty of Electrical Engineering, Mathematics and Computer Science have all been demolished and the occupants have been moved to the newly built International Students House (ISH) on Prof. Schermerhornstraat.

T

he compact housing containers were built 2003 and all were 16m2 self-contained studios. They served as a way of quickly increasing housing capacity for foreign students. Not all of these students were enthusiastic about their homes. Occupants complained about the noise and vibrations of the metal stairs and cat-

walks as well as the poor insulation and ventilation. Also there was a feeling of segregation of international students because of the large numbers of Asian students living in the boxes. That is all history now since the first phase of construction of ISH is being completed. One hundred and seventy eight international students, some of them from the spaceboxes, have moved in. The ISH is owned by student accommodation provider DUWO. The next 155 students are expected to move in this month. Each of the 332 non-independent housing units has its own shower and toilet, with shared living room and kitchen facilities. These students however are not the only ones moving to another room. Last month 160 students have moved to the former Deltares building on Keverling Buismanweg (behind the new tower rising on Stieltjesweg). DUWO reserves 109 rooms for foreign students and 52 studios for Dutch students. Thus all 450 spaceboxes have been replaced.

The second phase of this project is the new tower on Stieltjesweg, comprising of 504 student rooms. The building is expected to be ready in June 2017. DUWO itself moved from Kanaalweg 4 to a renovated office on Kanaalweg 3b. This office is a former TU Delft building and national monument with two old lecture rooms, which DUWO will be renting. In

On Keverling Buismanweg DUWO reserves 109 rooms for foreign students the front 47 rooms were made for PhD-students. They have just moved in. The old office on Kanaalweg 4 hosts twelve student associations, like Delft International Student Society. (CvU)

Phd students create new MOOC A new MOOC, 'Rethinking the City: New Approaches to Global and Local Urban Challenges' will join the list of online courses available from TU Delft on the EdX platform.

U

nique to this MOOC (Massive Open Online Course) is that it is the first to be instigated and produced solely by students. Last year a group of TU Delft PhD students, from various specializations, began mulling over whether they

could join forces to produce a MOOC based on their current research interests and experience of urban challenges confronted by city planners, designers and architects in developing countries. Many of these students were already contributing to Global Urban Lab, a website proffering research projects and discussion on using alternative theories to find solutions to the urban challenges evident in emerging economies. Igor Pessoa is a PhD candidate in OTB â&#x20AC;&#x201C; Research in the Built Environment, and together with Luz Maria Vergara coordinates Global Urban Lab. Pessoa explained that the idea of the MOOC is based on the idea that by teaching

students to think critically using new theories in design/housing/spatial justice/resilience paired with examples of successful urban designs â&#x20AC;&#x201C; students could begin to tackle problems in their own urban environments. A meeting that gave birth to the MOOC took place in March 2016. The resultant proposal was accepted by TU Delft Extension School, responsible for the university's online learning program, and funding was granted. After months of putting together the course syllabus, the MOOC team are now busy filming the video components in the studio at the Faculty of Industrial Design. The course is due to begin on March 28, 2017.

The MOOC 'Rethinking the City: New Approaches to Global and Local Urban Challenges' will be a free beginner level course, with students having the option to pay for certification. The course format is a series of 20 lectures given by mentors, practitioners and PhD students. As extra incentive to enroll, organizers have created a prize providing one student with the opportunity to attend TU Delft summer school, with airfares, accommodation and expenses included. To date, enrolments have reached about 1,000 students from more than 100 different countries. (AM)


30

Text: Damini Purkayastha Photo: Marcel Krijger

DELFT SURVIVAL GUIDE Surviving board games Why stay home and curse the weather when you can sit at a cafe and play a challenging board game, a competitive game of chess or a round of Jenga with beer? Don’t worry if you don’t have any games, some cafes in the city keep their own stash. Here a look at where you can get your game on in Delft. SPELDORADO This game shop in the city centre used to host game nights. At the moment they’re redecorating and waiting to get new tables, then plan to host tournaments. “As we sell all kinds of games, our events will feature all sorts of games including those that don’t have text and can be played by people by who don’t necessarily have a common language as well,” said Roeland Prins, the owner. Games that are currently popular include Pandemic and Dixit. “Another really popular game with Dutch students is Dominion. It’s language independent and one game lasts about 30 minutes.” Hippolytusbuurt 21-25 015 364 9190

KOBUS KUCH Dig into the city’s most famous apple pie as you and your friends play. The cafe has a number of games and a cosy corner where a big group can gather. “We’re usually busy on weekends, but on other nights people are

In cafe Kobus Kuch you can play chess, Monopoly, Trivial Pursuit and Scrabble amongst others.

welcome to come and relax over a game,” said Randy Keijzer who works at the cafe. Though the Scrabble they have has Dutch scoring on the letters, it might be interesting to play a version of the game where the letter Z is only worth 4 points. Beestenmarkt 1 015 212 4280

BIERHUIS DE KLOMP This cafe has had board games on the premises for years. They’re so popular that the management tries to update their collection often. “It’s fun for people to come and play together. It’s real life, outside of their mobile phones, with real people,” says

‘It’s fun for people to come and play together. It’s real life, outside of their mobile phones, with real people’

Heleen Huis, the owner. “At one point people played chess...in the 60s card games were really popular. But there was some criticism also, because people got so involved and so intense that they made a lot of noise. Jenga and Cranium are popular now.” De Klomp also hosts gaming clubs and people are welcome to bring their own games. Binnenwatersloot 5 015 212 3810

BIERCAFE DOERAK Popular with internationals and locals alike, Biercafé Doerak has a collection of games in-house, including multiple poker sets. According to Jasper Van Schie, the owner, their most popular games are Kolonisten, Risk, Monopoly and Mastermind. They also have a fair selection for internationals. “Stapelwoord is German, Nametrain is English, Rummikub, poker and chess and checkers don't use language,” he said. The

cafe also hosts a tournament for Klaverjassen, a typical Dutch card game. Vrouwjuttenland 17 015 234 5678

THE BEST GAME OF THE YEAR Every year, people in the Netherlands vote for the best game of the year (Speelgoed Van Het Jaar), a competition hosted in partnership with TV channel Telekids and retailers such as Bart Smith and Blokker. Votes are cast for games in different age categories and the first shortlist is made by a jury panel of journalists, buyers and toy experts. The shortlisted games are then voted on by the public. The winner of the 12+ game of 2016 is Escape Room The Game, a 60 minute game where players are “locked” in a room and have to solves mysteries and codes in order to get out. speelgoedvanhetjaar.nl


Delta

31

TU Delft

SCIENCE Arm prostheses require too much force PhD candidate Mona Hichert says we should get rid of current body-powered prostheses because they require operational forces that are too high.

Nasa’s X-57 electric plane. (Photo: Nasa)

Mona Hichert wanted to know why many patients don’t use their hand prostheses (Photo: Jos Wassink)

better job in designing prostheses that require less force to operate, says Hichert. Equally, clinicians should recommend only devices that their patients can routinely use, based on individual strength measurements. At the 2016 Cybathlon in Zürich, the Delft Institute of Prosthetics and Orthotics (DIPO) together with Bob Radocy, founder, and owner of TRS Prosthetics, finished first. Radocy lost his hand and wrist in a

car accident in 1971. He was so disappointed with available devices that he has set out to develop something better. He did so partly in collaboration with TU Delft. Their success showed that technology designed with the end-user firmly in mind can make a large difference. (JW) delta.tudelft.nl/32821

EU regulations ignore improved atmospheric sensing ESA’s latest satellite mission, Sentinel-5P, promises unprecedented air quality measurements. But regulation enforcing agencies are not allowed to use satellite data. “This has to change quickly.”

E

More news on delta.tudelft.nl/science

Flying Prius

F

ormer top handball player and biomechanical engineer Mona Hichert has studied why almost half of arm prosthesis users eventually do not use their artificial arm and hand. Rejection rates reportedly vary between 26 and 45%. The main reason is that the high force needed to operate the hand causes fatigue, irritation or pain. Hichert compared the force that users can provide routinely with forces needed to handle various prostheses. Guidelines say that the routine force is 20% of the maximum. The results are shocking, as they show that, depending on the device, 26 to 100% of the users cannot use active closing devices (like tweezers) without fatigue. Actively opening prehensors (like clothes pin) score even worse with 52-91% of the users experiencing fatigue or irritation, depending on the device.Engineers should do a

SHORT

xpectations are high. The instrument aboard the satellite Sentinel-5P, Tropomi, which stands for Tropospheric Monitoring Instrument, will be able to study air quality with a seven by seven kilometre resolution thus locating the sources of pollution. It is scheduled for launch in June 2017. Dr. Pieternel Levelt is the scientific initiator of Tropomi. She is a professor in the atmospheric remote sensing group (CEG) and leader of the R&D Satellite Observations Department at KNMI. Levelt expects satellite data

will be used by agencies in future; currently this is not possible due to European regulations. As it stands now, agencies that monitor air quality and give out permits for industrial activities are obliged to use data from ground stations. “I expect that this will change in the future, due to the setup of the EU Copernicus system,” she said during the symposium Urban Air Quality, on February 17, 2017 at TU Delft. Tropomi will make daily global observations of O3, NO2, SO2, CO and CH4. Dutch Space built two predecessors of Tropomi: Sciamachy (2002) and OMI (2004). The most significant advancement will be Tropomi’s data density. Tropomi has a resolution that is four times higher than its predecessors. Sentinel-5P and Tropomi are not alone. They are part of Copernicus, the world’s largest single Earth observation program. (TvD)

TU Delft has received more than two million euros to design a hybrid-electrically driven airplane. Project leader Dr. Leo Veldhuis (Faculty LR) has chosen for a hybrid approach. “We will more or less copy the automobile industry.” According to research partner Netherlands Aerospace Centre NLR, hybrid-electric propulsion combined with a new aircraft configuration can reduce fuel consumption by 10%. delta.tudelft.nl/32802

Targeted chemotherapy

TU Delft researchers Antonia Denkova and Rienk Eelkema received STW Open Mind funding. Their project involves activating chemotherapy specifically at a tumour with blue Cherenkov light. The team wants to deploy Cherenkov radiation to produce light at the site of a tumour to activate a drug that has accumulated there. With the STW funding, they will try to show the effectivity of their proposal on small (0.3 millimetre) lumps of cancer cells in the lab. delta.tudelft.nl/32769

Back and forth

Energy leader Jørgen Randers delivered a lecture on Monday, February 13, 2017. He looked back on 40 years working for sustainability and ahead towards 2050. Long ago, in 1972, Randers was one of the coauthors of the shocking book ‘Limits to Growth’. In his talk for the Delft Energy Initiative, Randers looked ahead. He recommends that people should focus less on economic growth and more on well-being. More on his views can be found on his website or in his book ‘2052, A Global Forecast for the Next Forty Years’. delta.tudelft.nl/32792


28

30

31

New Diss board

Board games

Arm protheses

MAIN

Contents International

SURVIVING

SCIENCE

WHAT'S HIDING IN DELFT Gaudi with a twist of Delft Blue

T

here’s a curiously shaped sofa-cumart installation with Delft Blue tiles in the garden of Museum Het Prinsenhof. This sculpture is a tribute to two artist traditions – the nature-inspired art of 19th Spanish architect Antoni Gaudi and iconic Delft Blue Pottery. Called ‘Homage to Gaudi’, it was made by Dutch artist Marianne Burgers in 1988. “I always knew I wanted to do something unusual with Delft Blue tiles. At first I thought of lining one of the canals with tiles. While on a holiday in

Spain, I encountered the work of Gaudi and was really inspired by it,” said Burgers. She started on a self-funded project, sourced durable material for the sofa and worked with a number of pottery painters to make the tiles. One of those artists was Netherlands-based American artist Chris Dagradi. Once completed, Burgers created a presentation about her project to the counselor of art, hoping to get a small return on her expenditure. “But they were so happy with it that they funded the whole thing eventually,” she recalled. About 15 years ago, Burgers and Dagradi were asked to renovate the

sofa and the new version has original Delft Blue artwork by Dagradi. A few years ago, the museum garden was closed at night and students would jump the fence to use the sculpture as a “love seat”. “It makes me very happy to see how the sofa has become so important to the city. So many wedding photographs and photoshoots and selfies are shot there, it’s really nice to see” said Burgers.

Text: Damini Purkayastha Photo: Marcel Krijger

Delta 7  

Magazine TU Delft

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you