Page 1

LIMBURG waar het bloeit, waar het kraakt

WERKEN Gezondheid

n e r e L LEIDERSCHAP

Burgerinitiatieven

Verkenners 9 maanden onderweg voor Sociale Agenda: Wat gaat al goed, wat moet beslist beter?


Het begon in augustus 2016 met een vraag van gedeputeerde Marleen van Rijnsbergen aan zes provinciegenoten met een verschillende achtergrond. ‘Willen jullie verkenner voor ons zijn? Peil eens in de provincie wat er na twee jaar Sociale Agenda in gang is gezet. Waar gebeuren mooie dingen, waar schuurt het nog? Waar kunnen wij als provincie nog actiever in zijn? Waar kunnen we versnellen? En als jullie dan toch onderweg zijn, verbindt dan alvast mensen en initiatieven.

Dit magazine is een uitgave van zes onafhankelijke verkenners van De Vereniging Limburg

Wij gingen op pad. We zagen veel moois; van Gennep tot Vaals. Maar ook plekken waar het botst. De ene bijzondere ontmoeting stimuleerde ons om op zoek te gaan naar de volgende. We spraken met bijna alle gemeenten en veel instellingen. We organiseerden tafels met opbouwers, onderwijsmensen, strategen, startups, werkgevers, politici, burgerinitiatieven. We doken wijken in, vonden parels en zagen ook problemen. Zo spraken wij met honderden mensen. Ons enthousiasme kostte wel wat meer tijd dan we dachten: 3 maanden werden bijna een jaar.

Anita Bastiaans, Ben van Essen Ellen Janssen, Wil Rutten Tjeu Seeverens, Bart Temme Hoofdredactie: Tjeu Seeverens Redactie: Dan Vanhoudt (eindredactie) Anita Bastiaans, Myriam Cuypers, Ankie Debije, Ben van Essen, Sylvia Heijnen, Meyke Houben, John Huijs, Ellen Janssen, Tom Janssen, Martijn Rumpen, Wil Rutten, Monique Steijvers, Bart Temme, Jean Vroemen Foto’s: John Peters, Hans Raymaekers Sacha Ruland, Ynze de Wit met speciale dank aan alle gemeenten instellingen en bedrijven die hun eigen beeldmateriaal ter beschikking hebben gesteld Columnisten: Marcia Adams, Petra Dassen, Govert Derix, Janko Grassère, Egid van Houtem, Raf Janssen, Jo Maes, Bert Martens, Vince Meens, Petra Stienen, Sami Sezin, Mathieu Wagemans, Frans Wilms, Tof Thissen Vormgeving: Jesse Quaedackers / ’t Swarte Schaap Heerlen Druk: Schrijen-Lippertz Voerendaal Met uitzondering van beeldmateriaal mag alles uit deze uitgave worden overgenomen om kennis te delen. Bronvermelding wordt op prijs gesteld. www.devereniginglimburg.nl

Het kan niet anders. Al die inspirerende gesprekken stop je niet weg in een dikke beleidsnota. Daarom een magazine met de echte verhalen van mensen die we onderweg spraken plus een online parelkaart. In het slothoofdstuk geven we ons beeld van de sociale staat van Limburg samen met onze conclusies en aanbevelingen. In dit magazine passen we de door ons zo warm aanbevolen ‘ontschotting’ zelf toe. Bij de koppeling van thema’s en mensen ontdekten we dat de personen die echt het verschil maken, ook hierbij maar moeilijk in hokjes te plaatsen zijn. We hebben de sociale agenda vanuit zoveel mogelijk invalshoeken in kaart gebracht, in het volle besef dat het onmogelijk is om daarin volledig te zijn. Er bloeit en kraakt nog zoveel meer in Limburg. Als laatste onderdeel van onze verkennerstocht waren we in juni 2017 op tien plekken – verspreid over Limburg – te gast om onze inzichten te verbinden met degenen die verder gaan met de beweging. Ons werk zit er op. Wij moedigen iedereen aan om verder te bouwen aan het geluk van Limburg. ANITA BASTIAANS:  DE ONDERNEMENDE VERKENNER - MANAGER STICHTING RADAR EN INITIATIEFNEMER ATHOS BEN VAN ESSEN: DE STRATEGISCHE VERKENNER - ADVISEUR EN STRATEEG VAN O.A. PROVINCIALE PROJECTEN ELLEN JANSSEN: DE SOCIALE VERKENNER - PROGRAMMAMANAGER WIJKONTWIKKELING ROERMOND WIL RUTTEN: DE ONTRADIONELE VERKENNER - VERBINDER VAN LIMBURGSE KRACHTEN TJEU SEEVERENS: DE VRIJE VERKENNER - ONDERWIJSMENS EN SCHRIJVER BART TEMME: DE REBELSE VERKENNER - ONDERNEMER WAAR MENS EN TECHNIEK ELKAAR ONTMOETEN


Op de cover: Roermondse wethouder Marianne Smitsmans-Burhenne ‘belt aan’ bij Yassine Mrijina. Dat doet ze met het teken van de verkenners; de deurbel staat symbool voor toenadering en verbinding. Beide personen zijn schoolvoorbeelden van succesverhalen in het sociale domein. Marianne behoort sinds dit jaar tot de top-3 van beste lokale bestuurders van Nederland, altijd op zoek naar contact en gesprek. Yassine werd geïnspireerd en maakte een indrukwekkende opmars van probleemjongere tot bevlogen jeugdwerker. Verderop in dit magazine hun verhalen.

INHOUDSOPGAVE 4 t/m 27

 risdenkers F Wim Hazeu 4/Birgit op de Laak 8/ Peter Broekmans en Vivian Kersten 10/ ‘t Zorghuus 12/ Ves Reijnders 14/ Nieuwe verbinders 16/ Vince Meens 17/ Marianne Smitsmans-Burhenne 18/ Petra Stienen 19/ Donderberg 20/ Nieuwe leiders 24/ Petra Dassen-Housen 25/ Harry Coumans 26/ Frans Wilms 27 + parels

28 t/m 43

De Kloof Ynze de Wit 28/ Marion 30/ Sami Sezin 31/ Werk in de wijk 32/ Hub Vossen 35/ Amy en Maurice 36/ Sabria Kara Khalil 37/ Maria Jansen en Andries de Grip 38/ Ans Fransen 40/ Simoon en Thei Verstappen 42/ Raf Janssen 43 + parels

44 t/m 65

Werken Theo Thuis 44/ Mathieu Wagemans 47/ Anita Bastiaans en Shadi Mousili 48/ Jan Zuidam 52/ De ZZP’er 53/ Lieve Schouterden 54/ Tof Thissen 57/ Roel Linssen 60/ Ronald Goedmakers 62/ Saskia Klosse en 4Limburg 64 + parels

66 t/m 83

Leren Staat van Limburgs onderwijs 66/ Jeroen Janssen en Stan Vreuls 68/ Lars Leerssen 70/ Bert Martens 71/ Yassine Mrijina en Patrick Pranger 74/ Egid van Houtem en Janko Grassère 75/ Ellen Laeven 76/ Merie Michels 78/ Citaten 81/ Wim Horsch en Ans Pennartz 82 + parels

84 t/m 99

Gezondheid Machteld Huber 84/ Jo Maes 88/ Andrew Simons 90/ Govert Derix 91/ Marcia Adams 95/ Stimuliz 96/ Paul Schefman 97 + parels

100 t/m 111

Zelfsturing Geert Schmitz 100/ Leonard Keulemans 102/ Reg van Loo en Monique Kerbusch 103/ Joost Stemkens en Piet Geurts 106/ Cynthia Smeets 110 + parels

112 114 115

Interview met gedeputeerde Marleen van Rijnsbergen Gouden tips voor burgerinitiatieven Parelkaart Limburg

116

Eindrapport verkenners

126 129 130

Social Tinderen Frietje Sociaal De stilte?

PARELS Kijk op de Facebookpagina, het YouTube-kanaal en de site van De Vereniging Limburg. En vooral op haar speciale Parelkaart: www.parelkaartlimburg.nl


Wim Hazeu: het voorbeeld van een 3P-aanjager in Limburg

FRISDENKERS

Het mobiele buurthuis van Wonen Limburg stimuleert informeel met huurders te praten.

Het was onze laatste Heidag. We dachten in Kessel als verkenners ook na over wie het stokje van ons in juli zou kunnen overnemen. Het uitgangspunt was snel geformuleerd: het zijn de aanjagers in Limburg die het vooral moeten doen. Mensen met een 3P-profiel, zoals een van ons formuleerde: Passie, Potentie, Positie. Oftewel, gepassioneerde aanjagers met kennis van zaken die ook in de maatschappelijke positie zitten om echt het verschil te (gaan) maken. De suggestie kwam om individueel de naam van één iemand op te schrijven die we tijdens onze trektocht hadden ontmoet bij wie we de 3P’s meteen konden plaatsen. Dat zou het gemakkelijker maken een lijst samen te stellen. Opmerkelijk: op bijna alle geeltjes stond een paar seconden later dezelfde naam, die van Wim Hazeu. Wim Hazeu is bestuurder van woningcorporatie Wonen Limburg. Maar vooral een inspirerende leider nieuwe stijl, die de mens echt centraal plaatst, vertrouwen geeft, durft los te laten en gedurfde keuzes maakt als de situatie daarom vraagt. En een geluksmaker voor kwetsbare groepen. Zo iemand die je elke organisatie in Limburg gunt.

FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P4 www.socialeagendalimburg.nl

WAAR STAAT WONEN LIMBURG VOOR? Wim Hazeu: “Wonen Limburg wil de mensen in onze 26.000 woningen, verspreid over heel Limburg, een thuis bieden. Wij willen geen traditionele woningcorporatie zijn die stuurt op stenen, vastgoed. Onze strategie is om bewust een andere koers te varen.

Vastgoed is bij Wonen Limburg een middel om maatschappelijke doelen te bereiken. Het onderhoud van vastgoed gebeurt nu al steeds meer door derden. Voor nieuwbouw zijn er ketenpartners/ bouwondernemers. De corporatie krijgt voor haar vastgoed meer een opdrachtgeversrol en wordt dienstverlener op het vlak van wonen en woonomgeving. Daarin staat de mens centraal. Door samenwerking


vergroten we de zelfredzaamheid van mensen in onze maatschappij. Zo creëren we met elkaar, voor iedereen een thuis. De huurder is steeds diverser. Dat vereist bij woningcorporaties inclusie-denken: niemand mag buitengesloten worden. Vanuit dat vertrekpunt hebben we een belangrijke rol in het signaleren van potentiële problemen in een wijk of straat. Onze medewerkers zijn vaak de enigen die achter de voordeur komen. Het gaat dan om het verbinden van wonen en zorg. Wonen Limburg kiest daarnaast bewust voor een doelstelling op het vlak van wonen-lerenwerken. Vergeet niet dat het voor ons ook een economisch belang is dat onze huurders goed in het leven staan. Dan betalen zij immers ook hun huur. Daarom investeren we in acties en activiteiten die mensen een stap laten zetten in hun leven en in social return. Daarom zetten we bijvoorbeeld kansmakelaars in.”

DE SAMENLEVING VERANDERT IN HOOG TEMPO EN VRAAGT OM ANDERS WERKEN…

‘Stuur niet enkel op geld en regels’ Ook Wonen Limburg wil anders gaan werken, nog meer wijkgericht. En daarbij het lef hebben én tonen om los te laten en niet meer enkel te sturen op geld en regels. Vertrouw op de uitvoerende niveaus. De deskundigheid, identiteit en bevlogenheid van medewerkers en huurders moeten centraal komen te staan en die zit op wijk- en straatniveau.”

HET EIGENAARSCHAP VERANDERT DUS? “Zet mensen in organisaties in hun kracht. Creëer eigenaarschap. Daar hoort overigens ook een scherp periodiek gesprek bij over wat iemand kan, wil én feitelijk doet. Ik wil passie zien. En als die er helemaal niet is, moet je zo iemand ook een alternatief bieden, desnoods ook buiten de eigen organisatie. Daarmee sleutelen we continu ook aan ons eigen dna. Waarbij de instroom van nieuwe medewerkers ook weer nieuwe kansen biedt. Wonen Limburg daagt haar medewerkers geregeld uit om intensief met één van onze huurders op te trekken in de woning van die huurder, om mee te lopen met collega's in de wijk of om tijdelijk te werken bij een andere organisatie. Wat dat betreft zou een Uitwisselingscentrum op Limburgse schaal kansen kunnen bieden. Kortom, we moeten actief verbindingen leggen over onze eigen institutiegrenzen heen. Dat zal samenwerken en verbindingen leggen ten goede komen.”

“We zien een samenleving die in een steeds hoger tempo opereert. Veel wordt steeds vluchtiger. Kennis hebben is niet meer zo belangrijk, wel kennis vinden en delen. Bij deze wijze van samenleving horen geen ‘schotten’, maar is de oplossing: durf over schotten heen te gaan. Integraal werken moet een nieuwe dimensie krijgen. Instituten zoals we die nu kennen, zijn daarbij vaak een sta-in-de-weg, en daarmee ook in hun eigen ontwikkeling. Daar denkt iedereen in eigen rollen en taken, passend binnen de gangbare, bestaande kaders en binnen de veiligheid van het eigen instituut. Maar het is juist zaak om crossovers te maken, buiten de instituten om. Velen vinden dat eng, want waar is je grip, wie heeft waarvoor mandaat? Ik zie die angst versterkt terug bij (semi)overheden en het maatschappelijk middenveld, waarin wettelijke kaders en Haagse verantwoording vaak de boventoon voeren. En een praktisch voorbeeld dicht bij huis waar mijn organisatie vaak mee stoeit: veelal moeten we binnen een gemeente in aparte vergadercircuits met twee aparte afdelingen spreken terwijl het allemaal over dezelfde bewoner gaat: 1x over zijn metselwerk/huis, 1x over de persoon zelf... Kijk bijvoorbeeld op het gebied van energiebesparing waar de kwaliteit van de woning (fysieke domein) enerzijds en mogelijke schuldsaneringsvraagstukken anderzijds (sociale domein) echt in direct verband met elkaar kunnen staan.

‘In Limburg moet een Uitwisselingscentrum komen’ FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P5

www.socialeagendalim


DE HUURDERS BETREKKEN BIJ DE WONINGCORPORATIE: WILLEN ZE DAT WEL? “Het functioneren van traditionele organisatievormen staat fors onder druk. Mensen herkennen zich steeds minder in de wijze van bijvoorbeeld de politieke besluitvorming. En door de bank genomen zijn steeds minder mensen bereid zich structureel aan een vorm van vereniging te binden. Ook onze eigen huurdersorganisaties kampen met dat probleem. We zitten dus midden in een zoektocht hoe we mensen weer aan het meedoen krijgen. Daarvoor moeten enerzijds mensen geraakt worden in hun passie of deskundigheid. Anderzijds moeten we ook accepteren dat hun inzet veel vaker een vluchtig karakter kent. Mensen kiezen meer dan voorheen vooral de voor hen interessante krenten uit de pap. We koersen nu op een ‘regiestand’ voor onze huurderorganisaties. Samen brengen we vraagstukken, problemen en eventuele kansen in beeld. Maar vervolgens hebben we een ‘gereedschapskist’ met instrumenten ontwikkeld, waarmee we op eigentijdse, lossere manieren huurders weten te betrekken bij de zoektocht naar de juiste antwoorden op deze vraagstukken. In die gereedschapskist zit bijvoorbeeld het Wonen Limburg Lab, maar ook ons mobiele buurthuis waarmee we door Limburg gaan om op locatie met huurders op een informele manier in gesprek te gaan.”

Het Wonen Limburg Lab is een rondetafelgesprek waarin één actueel thema wordt besproken. Bijvoorbeeld een onderwerp waarover medewerkers van Wonen Limburg veel vragen krijgen, waarop ze niet direct een antwoord hebben. Of een maatschappelijke trend, die in de toekomst gevolgen heeft voor het werk van de woningcorporatie. De bedoeling is dat het gesprek een concreet antwoord of idee oplevert, dat vervolgens verder wordt uitgewerkt. Er zijn al Wonen Limburg Labs geweest over Samen wonen, Samen zorgen en Huren zonder inkomen.

Zijn er nog meer innovatieve plannen? Wim Hazeu: “We anticiperen op de bevolkingskrimp. Maar ook op het gegeven dat het wonen, in navolging van o.a. ons werk en onze relaties, in de toekomst steeds flexibeler wordt. We denken na over anders, meer conceptueel bouwen en bijvoorbeeld over vormen van coöperatief eigendom van woningen. Maar ook over verplaatsbare woningen en tijdelijke huurcontracten. Deze tijdelijke woningen noemen we Kompaswoningen: ideaal voor mensen die nog zoekend zijn, nog geen vaste grond willen of nodig hebben. De animo voor de woningen is o.a. groot bij starters, arbeidsmigranten maar ook bij mensen die plotsklaps, bijvoorbeeld door een scheiding, een eigen plek zoeken.”

Woningcorporatie Maasvallei Ook elders in Limburg hebben we als verkenners woningcorporaties gezien die hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Bijvoorbeeld Maasvallei in Maastricht en omgeving met ongeveer 4.800 woningen in bezit en beheer. Maasvallei vindt ook dat het bevorderen van de leefbaarheid behoort tot één van haar kerntaken. ‘Leefbaarheid heeft op méér betrekking dan alleen de woning. De woning en leefbaarheid horen bij elkaar. Het woongenot wordt bepaald door de woning én de woonomgeving.’ Maasvallei werkt nauw samen met de universiteit Maastricht bij de integratie van vluchtelingen met een verblijfsstatus in de Maastrichtse wijken. Studenten zetten projecten op, die statushouders en de andere inwoners van wijken dichter bij elkaar brengen. De deelnemende studenten kunnen - als tegenprestatie bij minimaal 10 uur per week inzet voor dit doel - gebruikmaken van bijna gratis huisvesting (alleen servicekosten) in een van de woningen van Maasvallei. In de gemeente Eijsden-Margraten heeft deze woningcorporatie meegedacht over andere mogelijkheden om statushouders te huisvesten

FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P6 www.socialeagendalimburg.nl

in lege panden. In de voormalige school in Noorbeek en peuterspeelzaal in Sint Geertruid werden volgens een nieuw concept (‘Tempy’) in korte tijd tijdelijke wooneenheden geplaatst. De unit van Tempy bestaat uit een keuken, douche, toilet en opbergruimte. Door het plaatsen van deze unit in het midden van een ruimte ontstaan sober, maar doelmatig een woongedeelte en een slaapgedeelte. De units zijn ook weer eenvoudig

te verwijderen, waardoor het een duurzame en flexibele oplossing is. Door gebruik te maken van dit concept wordt een nieuwe toekomst gegeven aan leegstaande gebouwen. De panden zijn in eigendom van de gemeente en worden verhuurd door woningcorporatie Maasvallei. Deze oplossing legt geen extra druk op de beperkte sociale woningvoorraad in deze regio.


GÉÉN BLAUWDRUK HUISKAMER IN RIMBURG Ook in de gemeente Landgraaf vind je in de kernen huiskamerprojecten. In de subsidiepot zit daarvoor 8000 euro, te verdelen over 23 (!) huiskamers. In de kern Rimburg werden bewoners daar toch niet blij van, zo bleek uit een onderzoek van de lokale belangenvereniging. Een wijkinlooppunt op 3 km afstand van het dorp werd afgewezen. En, zo vonden de Rimburgers, als je uit deze subsidiepot snoept, dan worden veel van de activiteiten opgelegd en dat wilden zij niet. Samen werd een eigen variant bedacht én gerealiseerd. Het lokale gemeenschapshuis kent inmiddels een eigen Dorpinlooppunt. De gemeente ondersteunt met een bijdrage in de huur. Elke week komen er ongeveer 20 bezoekers. Er worden activiteiten georganiseerd die de bezoekers zelf voorstellen. Vrijwilligers koken er een warme maaltijd, waarvan gretig gebruik wordt gemaakt. Het resultaat van een bewuste keuze: ‘geen blauwdruk, maar zelf de regie pakken’.

MAATSCHAPPELIJKE BEURSVLOER SWAP LEUDAL SWAP (SamenWerken Aan Partnerschap) is een initiatief dat de gemeente Leudal in samenwerking met Synthese tot leven heeft geroepen. Vanuit de behoefte om inwoners van de gemeente met elkaar te verbinden is het idee van een maatschappelijke beursvloer ontstaan. Sinds 2015 wordt SWAP elk jaar georganiseerd. Het doel is om tijdens een maatschappelijk netwerkevenement verschillende partijen in Leudal dichter bij elkaar te brengen. Door met een gesloten beurs te onderhandelen in diensten, kennis, ervaringen of mankracht worden creatieve samenwerkingen bedacht. Een tennisvereniging die moeite heeft met de boekhouding, kan de directeur van een bank vragen om dit voor hen te doen. In ruil daarvoor wil de bankdirecteur wel gebruikmaken van de tennisbaan om daar een teamuitje te houden. Op deze manier vinden vrijwilligers en ondernemers elkaar op de beursvloer en onderhandelen ze samen over vraag en aanbod.

DORPSCOÖPERATIE STEINGOOD De tijd is rijp is voor nieuwe vormen van dorpsorganisaties waarin het sociale met het zakelijke wordt verenigd. Dat vinden ze in Beringe, een dorp in Noord-Limburg met iets meer dan 2200 inwoners. Dus kwam er in 2013 een eigen dorpscoöperatie, Steingood. Bewoners kunnen er voor 2 tientjes per jaar lid van worden. De eerste speerpunten van Steingood waren de ontwikkeling van de buitensport en activiteiten voor de jeugd. Nu is de coöperatie aan de slag gegaan met het beheer en de exploitatie van de brede school en het zoeken naar een herbestemming van de kerk en pastorie. Dat geldt ook voor bekende leefbaarheidsthema’s zoals zorg aan huis, een dorpsondersteuner, kinderopvang, (verkeers)veiligheid en het lokale windmolenpark Beringe. Ook is de dorpscoöperatie in overleg met jonge huisartsen voor de oprichting van een dorpsgezondheidscentrum Beringe. De coöperatieraad komt maandelijks bij elkaar. Beringe heeft doelbewust voor de coöperatievorm gekozen om ook de zakelijke ambities te kunnen realiseren. Het gaat de initiatiefnemers niet alleen om sociale en vrijwilligersactiviteiten. Ook de zakelijke voorzieningen van ondernemers en professionele diensten van instellingen zijn van belang voor een levendig dorp. Dit geheel van woon- werk- en leefklimaat is het domein van Steingood. (bron: Zelfsturing 3.0 Peel en Maas)

D’R DURPSWINKEL: VAN ONTMOETING NAAR STEUN In D’r Durpswinkel in Simpelveld en Bocholtz draait het volgens Angelica Koster maar om één ding: vanuit elkaar ontmoeten op een ander moment hulp durven vragen. Angelica is onder andere consulent vrijwillige inzet bij welzijnsorganisatie Impuls Alcander in Parkstad. Je hoeft maar een paar woorden met haar te praten om te ervaren hoe betrokken zij is. En zij kent precies haar rol als hulpverlener nieuwe stijl: een bemiddelaar en facilitator met een helikoperview. ‘Je moet aanvoelen wanneer je moet helpen en wanneer je juist helemaal niets moet doen.’ D’r Durpswinkel kent twee locaties: De Rode Beuk in Simpelveld en Op de Boor in Bocholtz. Angelica: “Mijn werkwijze is: zorg eerst voor een omgeving die mensen als prettig ervaren om elkaar te ontmoeten. De Rode Beuk was een brasserie en al redelijk bekend voordat ik er drie jaar geleden startte. Dan begin ik met een aantal laagdrempelige activiteiten, zodat mensen de tijd krijgen om aan elkaar te wennen. Als vertrouwen is opgebouwd, hoor of krijg ik vanzelf individuele hulpvragen. Die probeer ik, als het maar even kan, om te zetten in een groepsactiviteit of zelfs een burgerinitiatief. Zo zijn de afgelopen tijd bijna vijftien projecten en initiatieven ontstaan. Drie voorbeelden: een 80-jarige ex-lerares was bang voor de naderende eenzaamheid. Ze vertelde wel enthousiast over haar hobby: kalligraferen. Ik stimuleerde haar het lesgeven weer op te pakken. Ze heeft aan een groepje tien lessen kalligraferen gegeven. Mijn taak is om dan in die groep een paar mensen te vinden die straks bereid zijn deze mevrouw te helpen als ze hulpbehoevender wordt. Voor een groep anderstalige nieuwkomers is er in de Rode Beuk een taalcafé. Maar dan ga ik toch nog voor meer verbinding. Een meisje uit die taalgroep gaf aan dat ze wat vaker zou willen wandelen. Die hulpvraag heeft ertoe geleid dat er nu een wandelgroepje van jonge vrouwen in Bocholtz is dat wekelijks samen wandelt, inclusief de moeder van het meisje die nooit buiten kwam. En een hulpvraag van een jonge moeder heeft geleid tot zowel een groep jonge moeders als een groep oppassende opa’s en oma’s die zich buigen over wat er allemaal bij het verzorgen en opgroeien van baby’s komt kijken. Dit ontstaat allemaal onder één dak en wordt dan verspreid door de gemeente heen. Dan pas kan volgens mij een doelgroep / project ook echt een plek in de samenleving krijgen.” In Bocholtz heeft alles wat meer tijd nodig. Angelica: “Dat dorp kent een enorm rijk verenigingsleven, echt uniek. Daardoor is er ook minder behoefte om elkaar op andere momenten nog op te zoeken. Het is ook lastiger om er als buitenstaander je plekje te vinden. Dat kost meer tijd dan in Simpelveld. Gun de mensen die tijd. Zoek ondertussen naar mensen die je meehelpen om zaadjes te planten. En realiseer je dat de ene plant nu eenmaal wat meer groeitijd nodig heeft dan de andere.” Een ander succesvol project in Simpelveld is ANWB AutoMaatje: vrijwilligers vervoeren hun minder mobiele plaatsgenoten tegen een geringe onkostenvergoeding. Simpelveld is de eerste gemeente in Limburg die achter dit landelijk idee is gaan staan en is daar positief over. FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P7

www.socialeagendalim


Birgit op de Laak vraagt om verbeeldingskracht In de afgelopen maanden organiseerden de verkenners diverse 'Tafels'. Ontmoetingen dwars door Limburg van allerlei mensen die zich sterk verbonden voelen met een thema uit het sociale domein. Zo waren er tafels voor opbouwwerkers, startups, zorgverleners, onderwijsmensen en ook van strategen. Tijdens die Tafel van de Strategen in het Heerlense C-Mill werd een keynote verzorgd door Birgit op de Laak, wethouder van Horst aan de Maas. Die sprak zo tot de verbeelding dat we die integraal afdrukken in dit magazine. Stap ter inspiratie achter op de fiets, eerst van die van de wethouder en daarna op die van een burger uit Horst die 'anders' is. Ik ben Birgit, en wethouder. Ik schets u een fictieve, maar voorstelbare dag van zo iemand als ik. Deze dag bedenk ik aan het ontbijt dat de keuken in ons huis nu echt niet meer kan. Ik besluit eventjes door te rijden naar de bank om een lening te bespreken. Dan zou die nieuwe keuken er voor dat familiefeest nog in kunnen zitten. Ik zet dan ook maar direct die ochtend koers naar de plaatselijke vestiging van de bank en meld me bij de receptie. “Hallo, kan ik heel even de directeur spreken, ik heb een idee en een vraag.” “Heeft u een afspraak mevrouw Op de Laak?” vraagt de receptioniste. Ik counter: “Nee, maar ik heb ook maar heel even nodig.” “Zou net tussen twee afspraken van de directeur in kunnen. Gaat u maar even zitten, ik regel een kopje koffie en sein de directeur even in.” Het gesprek met de directeur verloopt allervriendelijkst en na een minuut of tien sta ik met een toezegging weer buiten. Ik vertrek tevreden richting volgende afspraak. Daarbij snijd ik een stukje rondweg af, door even tegen het eenrichtingsverkeer in, een route door het dorp te nemen. Ik zwaai links en rechts verontschuldigend naar tegenliggers die even aan de kant gaan. Geen probleem. FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P8 www.socialeagendalimburg.nl

Bij de plaatselijke supermarkt besluit ik aan de koffietafel aan te schuiven met mijn tablet. Ik heb wat tijd over en kan net zo goed daar werken. Met een gratis bak koffie blader ik eerst eens door een tijdschrift uit het rek. De filiaalleider komt langs en vraagt in alle vriendelijkheid of het bevalt om in zijn zaak te flexwerken, of de wifi goed is en of ik misschien een koekje bij de koffie wil. Ik heb geen tijd om er ook boodschappen te doen, want herinner me dat ik nog langs zou gaan bij de startende ondernemer die zich recent in een woonwijkje vestigde. Verder dus naar die woonwijk. Aangekomen realiseer ik me dat ik het adres niet precies weet, dus ik rijd al zoekend langzaam door diverse straten. Het duurt niet lang totdat een buurtbewoner me groet en vraagt of hij me kan helpen. Ik ben overduidelijk iets of iemand aan het zoeken. Als ik vertel wie ik zoek, fietst hij vervolgens voor me uit en kom ik bij het juiste adres aan. Top geregeld, wat een warme, vriendelijke leefomgeving hebben we hier. We boffen maar. Ik ben Marian, ik woon sinds kort in Limburg, nadat ik enkele jaren in een GGZ instelling heb gewoond. Mijn behandeling zit er bijna op, ik ga er alles aan doen om er iets van te maken! Helaas

heb ik behoorlijke schulden opgebouwd, het eerste waar ik nu mee aan de slag wil. Ik heb het hele weekend gewerkt aan een plan en trek vandaag de stoute schoenen aan om het met de bank te gaan bespreken. Bij die bank tref ik een receptioniste die me vraagt of ik een afspraak heb. Dat is niet zo, maar ik heb maar kort tijd nodig van een medewerker. 0mdat ik een uitgewerkt plan voor ze heb hoe ik in korte tijd schuldenvrij kan worden. De receptioniste vraagt mijn klantnummer en ziet dat ik een termijnbetaling van vorige maand niet heb voldaan. In die wetenschap krijg ik te horen: “We werken hier alleen op afspraak en zoals ik het zie bent u uw betalingsafspraak niet nagekomen. Dat maakt een gesprek daarover sowieso onmogelijk.” Binnen tien minuten sta ik met de moed in de schoenen buiten. Terugfietsend naar het dorp neem ik per ongeluk een nieuw ingerichte eenrichtingsstraat in de verkeerde richting. Dat wordt me snel duidelijk gemaakt door de automobilisten met toeter en middelvinger. Geschrokken strijk ik even neer bij de supermarkt voor enkele boodschappen en een korte adempauze aan de koffietafel. Ik zit er net


Fietsend door Horst aan de Maas als een medewerker aan me vraagt wat hier de bedoeling van is. Ik mag even blijven zitten, maar hij houdt me in de gaten. Niet lang daarna doet de opgeroepen bedrijfsleider daar een schepje bovenop door me te sommeren nu plaats te maken voor andere gasten. Ik zie die gasten niet direct, maar betaal mijn boodschappen en vertrek. Als laatste actie van deze dag zet ik koers naar het klein bureautje voor schuldhulpverlening waar ik van gehoord heb. Het zit in een woonwijk vlakbij en wellicht kan deze professional mijn plan eens beoordelen en deuren voor me openen. In de betreffende wijk fiets ik aarzelend en zoekend rond, omdat ik niet meer precies weet waar ik moet zijn. Links en rechts gaat een gordijntje opzij. Op het moment dat ik me voorneem daar aan te bellen en de weg te vragen, rijdt een politieauto de straat in. De agent houdt me staande en weet te melden dat er meerdere telefoontjes binnen zijn gekomen over een verwarde persoon in de doorgaans zo rustige woonwijk. Ik vraag om uw verbeeldingskracht. Met dit portret als een sterk vereenvoudigde weergave van de sociale staat van Limburg. Je hoort erbij (en op grond waarvan dan?) of je bent een outsider (en waarom?). En ik zoom met u in op het kleine verhaal. De eenvoudige stap die een wereld van verschil kan maken. Om u en mij te inspireren eerst en vooral de mens te zien in plaats van de klant, de cliënt, de wethouder of de onbekende. En met elkaar te kijken wat daar uit voort kan komen. Gemakshalve laat ik buiten beschouwing wat er aan krachtige sociale initiatieven te vinden is in alle hoeken van onze provincie. De economische crisis met verlies van werkgelegenheid, de decentralisaties in de zorg hebben o.a. gezorgd voor een Limburg in een gezonde staat van onrust en reuring. En hoe jammer is het dat de economische crisis alweer voorbij lijkt en de zorg op de meeste plekken rustig geland. Het ergste wat ons nu kan gebeuren is dat we de broedplaatsen van sociale innovatie zien verschrompelen

tot probeerseltjes van wereldvreemde buitenbeentjes. En dat de zichzelf rationeel noemende ondernemende types de oude route van macht en oude economische groei terug omarmen als het meest wenselijke scenario. Rennen voor je leven en wie niet meekan, is het zelf schuld. De aloude 85 % van ons zal in die loopwedstrijd wel weer min of meer meekunnen. Met links en rechts een burn-out, vechtscheidingen, schulden, stress, isolement. Een 15% van de mensen die om allerlei redenen (bewust of onbewust) niet aanhaken, niet mee kunnen of willen. Al die ziektebeelden en problemen en de niet-meedoeners lossen we dan weer op met zorg, medicijnen, indicaties, behandeling en re-integratieprogramma’s. Ik wens Limburg die reflex-route niet toe. Ze ligt op de loer, maar het is een route van menselijke en sociale armoede en bepaald niet van geluk. In het kielzog van de economische crisis, waarin Limburgse werknemers baan- en bestaanszekerheid zagen verdwijnen, werd ons ook nog gevraagd open te staan voor mede-Europeanen op zoek naar een beter bestaan en vluchtelingen uit oorlogsgebied. Voor Limburg helemaal niet zo nieuw, maar vanwege de individuele onoverzichtelijkheid van het bestaan en de verloren gegane bekende sociale structuren (kerk, vereniging, vakbond) trekken we ons terug achter de eigen muren en wachten op z’n Limburgs tot het voorbij is. In het ergste geval hebben we tegen die tijd onze oude sociale verbandjes, van ons kent ons, alweer zo dichtgetimmerd dat er geen plek is voor nieuwkomers en andersdenkenden. Dat zou het sociale failliet van Limburg zijn. De uitdaging ligt er dan ook in om in relatieve overzichtelijkheid (lees: veiligheid) de deur open te houden en een nieuwe inclusieve samenleving te bouwen. Op zoek te gaan naar de verbinding, de overeenkomsten in plaats van de verschillen. Op Facebook circuleert een treffend filmpje waarin mensen gegroepeerd naar onder andere beroep (verpleegsters), uiterlijke

kenmerken (tattoo-boys), leeftijd (ouderen) en religie (gesluierde moslima’s) vervolgens gevraagd wordt naar voren te stappen als ze moeder zijn, van tuinieren houden, of vroeger ervan droomden piloot te worden. Het resultaat kunt u raden en wellicht ook de vrolijke sfeer die ontstond tussen voorheen onbekenden. Bij huisarts Jung in de Limburgse gemeente Bergen start het consult met het antwoord op de vraag hoe men zijn geluksgevoel laat scoren op een schaal van een tot vijf. Het gesprek dat daarop volgt, leidt vaker tot een verwijzing naar de plaatselijke ontmoetingsactiviteit dan tot paracetamol. Begrijp me goed, we hoeven niet allemaal volksdansend door het gemeenschapshuis en in de woonbuurt voortdurend aan de gezamenlijke BBQ. Alhoewel dat allemaal reuze gezellig kan zijn, is het niet voor iedereen en alles de vitale gemeenschap om gelukkig in te zijn. Sonja Visser, ontwikkelaar van het zelfregiecentrum, wijst er met kracht op dat het voor bijvoorbeeld een autistische jongere heel waardevol is een wellicht digitaal contact te kunnen leggen met een gelijkgestemde ergens in Nederland of ergens op de wereld. Het waardevol contact met een ander mens, dat belangrijke haakje van verbinding, legt een bodem die niet door therapieën, behandelingen et cetera te vervangen is. Het legt de bodem voor inclusie. Erbij horen. Voor sommigen één op één, voor anderen in hele clubs. We hebben een gezonde staat van onrust en reuring nodig om die echte contacten en verbinding tot stand te laten komen en te bestendigen. Daar kunnen we vandaag mee beginnen. Gewoon door iemand te vragen hoe hij zijn geluksgevoel zou scoren op een schaal van een tot vijf, of desnoods door het labeltje van de thee te gebruiken als aanleiding voor een goed gesprek. FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P9

www.socialeagendalim


Zorg om de zorg Met en voor de lokale gemeenschap bliezen maatschappelijk ondernemer Peter Broekmans en collega Vivian Kersten in meerdere Noord- en Midden-Limburg leegstaande en vaak beeldbepalende gebouwen nieuw leven in. Onder de vlag van het in 2009 opgerichte Rendiz runnen zij samen op die manier de meest uiteenlopende bedrijven. De gemeenschappelijke noemer: zorg. Over de toekomst van die zorg zijn ze allerminst onbezorgd, betoogt Peter Broekmans.

“Rendiz is een sociale onderneming die mensen de kans wil bieden om dromen te vertalen naar concrete acties die leiden tot ontwikkeling. En dan specifiek mensen van wie je op het eerste gezicht zou zeggen dat ze daar beperkt in zijn. Omdat ze een lichamelijke of psychische belemmering hebben, een ernstige levenservaring hebben meegemaakt of omdat ze bijvoorbeeld geen opleiding hebben afgemaakt. Of omdat ze verslaafd zijn, diep in de schulden zitten of simpelweg door de crisis hun baan zijn verloren. Bij Rendiz draait het niet om wat deze unieke mensen níet kunnen, maar waarderen we hen om wat ze wél kunnen.

VEELZIJDIG Omdat onze doelgroep zo breed is, hebben we ook een breed scala aan activiteiten. Een mooi voorbeeld van die veelzijdigheid is de Bekkerie, een voorziening die Rendiz in samenwerking met zorginstelling Dichterbij in het Venlose kerkdorp Boekend heeft gerealiseerd. De Bekkerie is een bakkerij, lunchroom, copyshop en bibliotheek in één. Mensen met een verstandelijke beperking en hun begeleiders runnen de voorziening. Andere projecten van Rendiz waar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werken, zijn een werkplaats voor het opknappen van meubels, een schoonmaakbedrijf, een broodjeszaak met lunchroom en dienstencentrum waar vraag en aanbod voor kleine diensten aan elkaar worden gekoppeld. En een kinderboerderij die sinds 2014 is uitgebreid met een pannenkoekenhuis, een was- en strijkservice, een historische dagbestedingslocatie in een voormalige ringoven die ook ruimte biedt aan onderwijsactiviteiten van de tegenovergelegen basisschool en het oude stationsgebouw van Horst-Sevenum. Daarin zijn nu ook een lunchroom en een bed and breakfast gevestigd. Tussen de verschillende locaties en diensten zijn allerlei kruisverbanden georganiseerd. Toffe Dag, een evenementenbureau dat leuke dagjes en avondjes uit organiseert, helpt extra klandizie te genereren voor de verschillende horecagelegenheden. En ondertussen heeft Rendiz een eigen bouwteam, waar vanuit C3 Living is ontstaan. Daar vertel ik zo meteen meer over. Voor het realiseren van dit soort activiteiten werken we nauw samen met zorgorganisaties en daarmee ook met financieringsvormen die via deze zorgorganisaties lopen. We streven er naar dat onze projecten maximaal met vijftig procent zorggelden worden gefinancierd. Dat lukt onder meer doordat we dankbaar gebruik maken van de inzet van circa honderd vrijwilligers.

FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P10 www.socialeagendalimburg.nl


Nieuwe kansen zien we in C3 Living, ons concept voor het realiseren van snelle en betaalbare huisvesting voor bijvoorbeeld statushouders. Bij C3 Living in Panningen bouwen we volgens het Cradle to Cradleprincipe (C2C) compacte eenpersoons appartementen. Deze compacte woningen zijn ultra duurzaam, vandaar de naam C3: compact en C2C. Intussen hebben we er daar een stuk of acht, negen van geplaatst. Marktstudie wijst uit dat er veel vraag is naar stapelbare units voor éénpersoonshuisvesting.

COMPLEX In de praktijk lopen we momenteel ook met C3 Living nog op veel plekken tegen regelgeving en bureaucratie aan. Is het roerend of onroerend goed? Met of zonder btw doorbelasten? Is er een tijdelijke of een permanente vergunning voor nodig? Kan er een hypotheek op gevestigd worden? Ga zo maar door. Complexe vraagstukken die vanuit verschillende loketten op het bordje van een ondernemer komen…. Zal het ooit veranderen?” Tekst: John Huijs Foto: Rendiz

REGELZUCHT Maar zonder de bank kunnen we niet. Sinds de bankencrisis is het voor mkb-bedrijven, dus ook voor Rendiz, steeds lastiger leningen te krijgen voor de activiteiten die wij doen. Bovendien is het realiseren van nieuwe projecten steeds moeilijker als gevolg van de toenemende bureaucratie, de decentralisatie en de regelzucht van de overheid. Simpel voorbeeld: toen de Bekkerie zes jaar geleden open ging, vroeg ik de gemeente toestemming om een bruin verwijzingsbord te plaatsen zoals dat ook voor andere horecavoorzieningen wordt gebruikt. Het zou uiteindelijk ruim twee jaar duren voordat dat ik dat bordje kreeg, omdat het volgens de regels onduidelijk was of de Bekkerie een horecavoorziening of een zorginstelling was…

A73 VENRAY

HORST

A67 VENLO MAASBREE

PANNINGEN

A73

ROERMOND 1

FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P11

www.socialeagendalim


’t Zorghuus in Ysselsteyn: voorbeeld voor de hele zorgsector? Ysselsteyn is een Noord-Limburgs dorp in de gemeente Venray met nauwelijks meer dan 2000 inwoners. En toch heeft het dorp ’t Zorghuus gerealiseerd: een eigen woonzorgcomplex voor 24 Ysselsteyners met geheugenproblemen, dementie of een verstandelijke of meervoudige beperking. Daardoor kunnen ook deze mensen in hun eigen dorpse omgeving in de buurt van vrienden en familie blijven wonen. Een prachtig voorbeeld van een even gedurfd als geslaagd burgerinitiatief. Projectleider Willie Koonings deelt graag de opgedane kennis met andere dorpen én de grote zorginstellingen.

’t Zorghuus neemt een centrale plek in het dorpje Ysselsteyn in.

VISIE EN BEDRIJFSPLAN Willie Koonings: ‘Alles begint met een sterke visie en een goed businessplan. En met doorzettingsvermogen. In eerste instantie ondervonden we vooral tegenwerking van zorginstellingen en woningcorporaties. Overal kregen we te horen: in zo’n klein dorp als Ysselsteyn krijg je de exploitatie van een zelfstandig woonzorgcomplex nooit rond. Veel verstandiger is het om die zorg te bundelen op één centrale plek in de gemeente Venray. Maar wij bleven zelf wel mogelijkheden zien. In 2010 besloten we: ‘als we dan geen medewerking krijgen, nemen we het toch in eigen hand!’ Nadat wij grondig over het basisidee en de visie hadden nagedacht, was de eerste vraag: wie is de expert die ons verder kan helpen? We kwamen uit bij Paul Oostveen van KplusV. Hij begeleidt innovatieve oplossingen voor vraagstukken die er maatschappelijk en FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P12 www.socialeagendalimburg.nl

economisch toe doen. In de eerste fase is door KplusV de haalbaarheid van onze plannen beoordeeld en aangescherpt. Toen bleek dat er een duurzame onderneming van te maken was, is het bedrijfsplan uitgewerkt. Dat werd door de gemeente en de banken zeer positief beoordeeld. Vanaf dat moment was dit businessplan leidend en de cruciale succesfactor.

ORGANISATIE Daarna hebben we naar het organisatiemodel gekeken. Vertrekpunt: we gaan voor vrijwilligers met professionele kennis en ruime ervaring. Mensen die ook in het dagelijks leven accountant, communicatiedeskundige, bouwbegeleider of installateur zijn, maar die voor dit project hun expertise gratis ter beschikking stelden. We hebben slechts twee specialisten aan de voorkant moeten financieren. Ook belangrijk: we hebben vanaf

het begin heel veel energie gestoken in het creëren van draagvlak bij de dorpsbewoners. Er waren vijf bijeenkomsten nodig om het dorp en de omgeving echt warm voor onze plannen te krijgen. Maar daarna ging het dorp er ook helemaal voor en werd er in korte tijd door allerlei acties en activiteiten 4 ton bij elkaar gebracht. Dat verleidde de provincie en gemeente om ook elk 120.000 euro bij te dragen. Over de voortgang van het project is steeds intensief met het dorp gecommuniceerd. Dat leverde ook nog eens een hele grote groep vrijwilligers op toen ’t Zorghuus in juni 2013 geopend werd. ’t Zorghuus heeft voor Ysselsteyn inmiddels ook een behoorlijke economische impact. Alle inkopen worden bij de lokale supermarkt gedaan en de kapper heeft er 25 klanten bij. Familie die op bezoek komt, gaat regelmatig uiteten bij het café-restaurant in het dorp… Tel maar op. We hebben een gezonde financiële exploitatie. Wij huren het gebouw en onze


bewoners huren weer bij ons een appartement. Zij betalen de zorg via hun persoonsgebonden budget. Zo kunnen we de beroepskrachten die de zorg verlenen op de loonlijst plaatsen. Het gaat om 25 fte.” Willie Koonings eindigt zijn betrokken verhaal met een wens, waarin een ultieme droom zit verpakt: “Wat vreemd is, is dat zo’n succesvol initiatief nog nergens anders in Limburg of daarbuiten is overgenomen. Er zijn wel steeds meer kleinschalige zorgvoorzieningen, maar nergens zijn die eigendom van een dorp. De grote zorginstellingen kampen vaak met financiële problemen. De bewoners klagen er vaak over onvoldoende persoonlijke aandacht. Dat is bij ’t Zorghuus allemaal niet aan de orde.”

Het hospice/verblijfhuis het Plattelandshoés in Panningen

Willie Koonings zittend voor de muur met de kernwaarden van 't Zorghuus

Onderzoek gevraagd! Willie Koonings zou graag willen dat bijvoorbeeld de universiteit van Maastricht een onderzoeker naar Ysselsteyn stuurt om wat men met ’t Zorghuus realiseert af te zetten tegen hoe elders in Limburg en de rest van Nederland de zorg wordt geregeld en bekostigd. Hij denkt namelijk dat dit model overal toegepast kan worden en dan alleen maar ‘winst’ voor alle partijen oplevert.

Niet alleen in het kleine Ysselsteyn maar ook in Panningen, het grootste dorp van Peel en Maas, hebben particulieren zelf de regie in handen genomen om het zorgaanbod in hun eigen omgeving duurzaam te regelen. Het resultaat is het hospice/verblijfhuis ‘Het Plattelandshoés’ in Panningen. Een burgerinitiatief van zes enthousiaste bewoners van de gemeenten Peel en Maas én Leudal. Zij bedachten het PRO-Zorg-concept en brengen dat binnen het Plattelandshoés in de praktijk. Het PRO-Zorg-concept staat voor: Palliatieve, Respijt- en Overbruggingszorg. Dat wordt aangeboden in appartementen, waardoor ook de partner, familieleden en/of mantelzorgers bij de naaste in het hospice/verblijfhuis kunnen verblijven, zodat zij zich helemaal kunnen richten op het afscheids- of herstelproces van hun naaste.

In het Plattelandshoés kunnen mensen in een soort hotelomgeving verblijven tijdens de laatste fase van hun leven. Er zijn ook appartementen voor mensen die uit het ziekenhuis ontslagen zijn, maar nog niet zelfstandig naar huis kunnen. En voor mensen, van wie de mantelzorger even tijd nodig heeft voor zichzelf en de zorg tijdelijk overdraagt aan het Plattelandshoés. Ook biedt het PRO-concept zorg aan mensen met een lichte verstandelijke beperking. Het Plattelandshoes draait op 135 vrijwilligers, alleen de medische verzorging is in handen van professionals van Proteion, die in het Plattelandshoés zijn gedetacheerd.

FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P13

www.socialeagendalim


Ondernemer Ves Reijnders

‘Wege entstehen dadurch, dass man sie geht’ Grijze lokken onder een zwarte hoed en heldere ogen die je met een twinkeling aankijken. Ontmoet ondernemer Ves Reijnders! Een mooi gesprek over zelf doen. Over zijn passie. Over halers en brengers. Over prikkels en jongeren. Over bestuurders die worden teruggefloten. Over een kloof én investeren in de toekomst. Op zijn kantoor in Panningen hangt de ene na de andere inspiratiebron voor Ves: een krantenartikel over één van zijn klanten, een door zijn zoon gemaakt schilderij van inspirerende muzikanten (waarin Keith Richard en Tina Turner duidelijk naar voren komen), een poster met ‘real beauty’s’ en nog veel meer. Je kijkt je ogen uit. En daar eindigt Ves’ inspiratie niet. “Ik leer iedere dag: van mensen die ik tegenkom, door te lezen, uit de praktijk. Maar, niets komt vanzelf!” vertelt ondernemer Ves Reijnders. “Wege entstehen dadurch, dass man sie geht”. Een uitspraak van Franz Kafka, die tijdens het gesprek meerdere malen terugkomt.

vertelt Ves. “Ik wil iets toevoegen, echt zoeken naar een aanvulling, zodat iets kan groeien. Combinaties van bestaande elementen maken het nieuwe mogelijk.”

toch niets?!’ Nou, gebruik ze juist om nieuwe ideeën te ontwikkelen! Als je ze prikkelt, gaan ze als een trein.”

Zo is het ook met mensen. “De een kan de ander versterken. De kick van dat prikkelen, van dat versterken: van die positieve dronk wil je meer. Ik krijg energie van brengers. Niet van halers. De wisselwerking van brengers is het fijnste om mee bezig te zijn. Jij voegt iets toe aan mij en ik iets aan jou. Met als insteek: investeren in de toekomst. Je komt elkaar altijd wel weer ergens tegen. We hebben nog te veel korte termijn denkers,” zegt Ves.

PASSIE

PRIKKELS

“Geef je energie aan brengers ... en ben zelf een brenger.”

Als ondernemer is Ves Reijnders zich gaandeweg gaan toeleggen op zijn creatieve kracht. Hoe? Door de bedrijfsvoering bij anderen te leggen. Daardoor creëerde hij ruimte voor zijn passie en innovatieve kwaliteiten. “Samenwerkingen en verbindingen leveren niet alleen werk op. Maar ook nieuwe ontwikkelingen voor anderen,”

Het zijn vooral de jongeren die op Ves’ aandacht en energie kunnen rekenen. Studenten bijvoorbeeld, die meedenken en oplossingen bedenken voor allerlei vragen van bedrijven en instellingen. “Jongeren hebben een frisse blik. Ik ben nieuwsgierig wat zo iemands toekomstvisie is. Daar krijg ik energie van. Vaak is de houding: ‘Een nieuwe, die weet

FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P14 www.socialeagendalimburg.nl

Hoe prikkel je ze dan? “De kunst is om vanuit ieders talent, ieders mogelijkheid of onmogelijkheid, ergens een positieve prikkel te kunnen geven. Dat vraagt om goed luisteren en er voor open staan. Je weet zelf niet alles ’t beste. Vraag het gewoon. Het gaat erom mensen vertrouwen te geven. Het zou wat


BESTUURDERS DIE ÉCHT WILLEN VERNIEUWEN Dat eigen pad is niet altijd even makkelijk. “Ik zie bij gemeenten en andere overheden ook bestuurders die écht willen vernieuwen. Maar ik zie ook ambtenaren die hen terugfluiten of dat de bestuurders vastlopen op ambtenaren. Waarom? Omdat die ambtenaren het doen zoals ze het altijd al doen. Dat levert frustratie op. Het duurt even voordat je dat door hebt. Totdat iemand het patroon doorbreekt. Tuurlijk zijn er ook ambtenaren die willen vernieuwen. Net zoals bestuurders die vooral hun ego laten gelden. Dat maakt ook direct de afhankelijkheid met wie je van doen hebt, duidelijk. Als je altijd hetzelfde doet, dan blijft vernieuwing uit. En als er niets gebeurt, zul je iets van richting moeten geven, willen anderen meegaan,” duidt Ves.

OP EEN ANDER PAD BRENGEN En iets mee willen geven, is precies wat Ves met één van zijn initiatieven, de Stichting Kidzbase, wil én doet. En toch zegt hij: “Het is erg dat Kidzbase groeit. Dat betekent namelijk dat er weer méér kinderen in de ellende zitten. Kinderen die niet meer thuis kunnen opgroeien door een verstoorde thuissituatie. Kinderen die beschadigd zijn voor het leven Wat komt er van hen terecht? Vanuit de Stichting Kidzbase willen we de omgeving hiervan bewust maken én dat we met een gezamenlijke inspanning iets extra's kunnen bieden aan deze kwetsbare groep.” zijn als we die neiging van ‘beheersen’ die veel mensen hebben, eens zouden kunnen loslaten.

ONTWIKKELEN VANUIT PASSIE EN DRIJFVEREN Kijk bijvoorbeeld eens naar Spirare Talent Valley op het Floriade terrein in Venlo. Een niet-traditionele en persoonlijke ontwikkelomgeving voor jongeren in de leeftijd van 9 tot 25 jaar. Een omgeving waarin de behoeften van jongeren– hun passies en drijfveren – centraal staan. Of dat nu muziek is of als ze ’t even zat zijn, pijl en boog schieten. Het kan allemaal,” vertelt Ves enthousiast. “Aandacht, tijd en ruimte zorgen ervoor dat er dingen gebeuren, die normaal echt niet gebeuren. Het jaarlijkse Dropout Festival (dit jaar was dat op 20 mei) helpt daarbij ook een handje. Het festival is een ode aan de Drop Outs, aan de veranderaars, de vernieuwers en de creatievelingen. Een feestje voor iedereen die zijn eigen pad durft te belopen.”

We willen het leven voor deze kinderen meer kleur geven. Daarbij werken we samen met professionele organisaties waarmee we onze krachten kunnen bundelen. Zo kunnen we deze kinderen net dát beetje extra geven dat hen een positieve stimulans kan geven. Een stimulans om hen meer zelfredzaam te maken en hun welzijn te verbeteren. Ook met het oog op de toekomst. We willen iets op gang brengen door te laten zien wat ze wel kunnen en mogen. Met individuele projecten zoals zwemles of kleinschalige projecten zoals activiteiten en uitjes. Die momenten dat je die kinderen geluk kunt brengen, hun zorgen even kunt laten vergeten: daar doe ik het voor. Ik besef me tegelijkertijd dat alles je op een bepaalde manier vormt. En ik hoop dat het positieve meer is dan het negatieve.“

KLOOF “De diversiteit die je in de samenleving tegenkomt, kan je ogen openen,” vervolgt Ves. ”En tegelijkertijd: kijk naar Den Haag. Daar zitten veelal mensen uit eenzelfde club, veelal met dezelfde opleidingen of uit hetzelfde

milieu. Als de diversiteit van de samenleving ook beter vertegenwoordigd zou zijn bij de overheid, zouden veel dingen anders zijn. Ik zie vanuit de overheid vaak moeilijk leesbare stukken, omdat ons systeem zo in elkaar zit dat alles afgedekt moet zijn. Maar die taal is niet mijn wereld en dat geldt voor vele bevolkingsgroepen. Die taal veroorzaakt een fikse kloof tussen de afzender en ontvanger die het moet begrijpen. Maak het leesbaar. Haal er iemand bij uit bijvoorbeeld een re-integratietraject en kijk er samen naar. Sluit aan bij wat iemand bezighoudt, wat iemand kan of niet kan.”

BEWEGING “Als je met mensen omgaat en hen een stapje verder wilt brengen, moet je ook dingen open laten en niet direct afmeten aan het resultaat. Dan krijg je de meest verrassende dingen. Misschien niet direct, maar uiteindelijk wel. En dat maakt me ook nieuwsgierig naar De Vereniging Limburg en vooral hoe bestuurders er in staan. De Vereniging Limburg wil wat veranderen. Wat brengen ze in beweging? Niet direct. Maar op de langere termijn. De vraag is: Kunnen bestuurders daar zo lang op wachten? Juist dat wat je niet weet, maakt het zo interessant. We weten niet waarvan de weg gemaakt wordt en met wie, afhankelijk van dat wat samenkomt. Wege entstehen dadurch, dass man sie geht.” Tekst: Silvia Heijnen

Over Ves Reijnders Ves Reijnders is (mede)oprichter van o.a. De Tuinjuwelier, De Groenjuwelier, Grand-café Gallery, Galerie Gallery en InnoChallenge. Hij is Floriade-ondernemer en bestuurslid bij o.a. KidzBase. Daarnaast is hij onder meer founding father van duurzaamheidscoöperatie GLOEI Peel en Maas, De SIFfabriek in Panningen (Sustainable Innovation Factory), Usit Design en ondernemershotel Boezst. Ook is hij lid van serviceclub Kiwanis Peel en Maas, organisator van diverse evenementen en winnaar van de Cultuurprijs 2000 in de toenmalige gemeente Helden. Daarnaast verkent hij ook continu diverse mogelijkheden, zoals de oprichting van een Gezondheidspark op het Floriadeterrein en het Demontagecentrum. Dat is een plek waar mensen met achterstand tot de arbeidsmarkt en mensen uit de ‘kaartenbak van de gemeente’ zinnig werk doen en de afvalberg verminderen door demontage en grondstofsplitsing. Verbindingen met bedrijfsleven, gemeente en particulieren horen daarbij. En bij al deze werkzaamheden is hij vooral de creatieve verbinder.

FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P15

www.socialeagendalim


MAKELAARS EN REGISSEURS

De nieuwe verbinders Gelukscoördinator Laurens Bijl Waar een kleine gemeente groot in kan zijn? In geluk! Inmiddels zijn er in de gemeente Roerdalen 25 geluksplekken gerealiseerd, voorzien van opdrachten die je ter plekke geluk laten ervaren. De gemeente wil actief bijdragen aan het geluk van zijn medewerkers en inwoners en heeft dit vertaald in een tien punten lijst die je tegemoet straalt zodra je het Gemeentehuis binnenstapt. Er zijn kernwaarden, speerpunten, workshops onder het motto: ‘Geluk moet je doen’. Laurens Bijl is de gelukscoördinator en geniet in zijn vrije rol van het geluk dat bruist.

Regisseur Leefbaarheid Harold van der Haar Harold van der Haar is ruim twee jaar regisseur leefbaarheid in Nederweert. Van der Haar legt slimme verbindingen en is een soort sociale thermometer. ‘Wat gaat goed, wat kan beter?’ “Ik ondersteun en faciliteer allerlei leefbaarheidsinitiatieven. Verder probeer ik mensen te enthousiasmeren en te ‘prikkelen’ zodat ze merken dat er ruimte is om met ideeën te komen en vooral zelf aan de slag te gaan. Ik stel me daarbij dienstbaar, flexibel en gelijkwaardig op, vanuit een partnerschap. Er zit veel kracht in Nederweert. Samen creatieve oplossing bedenken, win-win, ruimte krijgen en geven, eigen initiatief nemen, herkenbaar zijn en ogen en oren open houden voor wat er leeft, dat maakt mijn werk leuk en afwisselend. Ik heb vooral met positieve mensen en fijne collega’s te maken, die het verschil willen maken. Minder vanuit regeltjes denken, maar kijken waar écht behoefte aan is. Gewoon doen, de juiste vragen stellen en achter de voordeur durven kijken, want daar gebeurt het allemaal. Het is zeker geen 9 tot 5 baan, waarbij soms een lange adem nodig is, maar dankbaar werk. Laten zien dat anders kan, mensen actief bij de samenleving betrekken en gebruik maken van elkaars kracht en talenten, zijn voor mij mooie uitdagingen.” Banenmakelaar ISD Kompas Alexandra Spierings ‘Werken loont’, dat is het credo van ISD Kompas. Als Intergemeentelijke Sociale Dienst van de gemeenten Nuth, Simpelveld en FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P16 www.socialeagendalimburg.nl

Voerendaal zoekt Kompas continu naar kansen voor iedereen met een bijstandsuitkering. Spin in het web hierbij zijn de banenmakelaars. Zij fungeren in principe als de ogen en oren van zowel werkgevers als werkzoekenden. Banenmakelaar Alexandra Spierings geeft een kijkje in de keuken. “Het uiteindelijke doel is natuurlijk om werkzoekenden te koppelen aan regionale werkgevers,” vertelt ze. “Wij profileren ons daarom nadrukkelijk als zichtbare partners in de regio. Bijna dagelijks bezoeken we werkgevers om werk(ervarings)plekken te inventariseren en de geschikte mensen met de juiste competenties in beeld te brengen. Ook adviseren wij ondernemers over de diverse plaatsings- en maatwerkmogelijkheden zoals de werkervaringsplaats en jobcarving, subsidiemogelijkheden en social return. Wij informeren en adviseren daarnaast ook over de veranderde regelgeving inzake de Participatiewet en de gevolgen daarvan.” Inzet is altijd om duurzame matches te creëren. “Dat kan alleen als je ook de werkzoekenden goed kent,” beklemtoont ze. “Daarbij leggen wij altijd de nadruk op wat wél kan. Dat is met name van groot belang bij de bemiddeling van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daarnaast wordt ook actief aangesloten bij diverse landelijke en lokale projecten zoals bijvoorbeeld het project ‘Dress for succes’ en ‘Talent Werkt’.”

Verbindingsmakelaar Kenneth Leunissen Kenneth Leunissen is Verbindingsmakelaar in Gulpen-Wittem. Hij brengt bewoners in contact met elkaar en met de vele verenigingen en activiteiten die er binnen deze gemeente zijn. Ook is hij betrokken bij het project Jongeren op Gezond Gewicht.

Beweegmakelaar Jolanda Mikic In Vaals ondersteunt beweegmakelaar Jolanda Mikic inwoners die zelf niet goed in beweging kunnen komen. Omdat ze niet precies weten waar ze terechtkunnen, wat bij hen past of met wie ze kunnen gaan. De Beweegmakelaar kijkt mee naar wat iemand kan, nodig heeft of leuk vindt om weer actief te worden. Zij kent alle mogelijkheden en zoekt samen naar wat het beste past. Dat kan een beweeggroep zijn of sportvereniging, maar dat kan ook vrijwilligerswerk zijn of een maatje zoeken om samen een hobby of liefhebberij op te pakken.

Kansmakelaar Wonen Limburg Roeland Cleuren Ondernemende bewoners zijn belangrijk voor een leefbare buurt. De kansmakelaar zet zich bijvoorbeeld in om mensen te activeren naar (vrijwilligers)werk. Ook bij de eerste stappen naar het ondernemerschap. Roeland Cleuren is kansmakelaar in de wijk Donderberg in Roermond. ‘Wonen Limburg wil dat mensen zich thuis voelen in hun buurt. Daar hoort ook bij dat mensen lekker in hun vel zitten. Ik draag hieraan bij door enthousiaste mensen een helpende hand te bieden met al hun goede ideeën,” licht Roeland enthousiast toe.


De revolutie begint in Heerlen WONEN ZUID: MEEPRATEN OVER DE TOEKOMST VAN JE WIJK Ook Wonen Zuid daagt bewoners op allerlei manieren uit om actief mee te denken over de toekomst van hun wijk. Zoals in april tijdens het ‘Pleingesprek’ in de Roermondse wijk De Kemp. Persoonlijker Wijkcoördinator Nadia Ferreira van Wonen Zuid: “Bewoners hebben vaak veel meer kennis over hun wijk dan ze zelf beseffen. Toch is het niet altijd makkelijk om bewoners zover te krijgen dat zij hun ideeën en visie hierover delen. Daarom besloten we het anders aan te pakken, persoonlijker. De Kemp is een familiegerichte, hechte wijk met een actief verenigingsleven. Zo kwamen we op het idee om een ‘pleingesprek’ te combineren met spellen: sjoelen, balspellen, dart en poker. Bij elk spel beantwoordden bewoners vragen en reageerden zij op stellingen over hun wijk. Iedereen kreeg er energie van en we hebben goede informatie gekregen voor de wijkvisie. De sterke punten, de zwakke punten, wat de Kempenaren belangrijk vinden. Bewoners hopen dat De Kemp weer op de kaart komt! Precies waar we met deze wijkvisie op willen inzetten.” Ook voor de medewerkers van Wonen Zuid was het een waardevolle ervaring. Zij kregen een veel beter beeld van wat er leeft in de wijk. Zeker voor herhaling vatbaar dus, vindt Nadia. “Al zullen we altijd moeten kijken welke manier het beste past bij bewoners van een bepaalde wijk. Zo zijn jongeren misschien weer beter te bereiken via social media.”

Veel meer parels? Kijk op de Facebookpagina, het YouTube-kanaal en de site van De Vereniging Limburg. En vooral op haar speciale Parelkaart: www.parelkaartlimburg.nl

door Vince Meens De belangrijkste bron van welvaart zit in Limburg niet langer in de grond of bij grote bedrijven. Die zit bij ons, de mensen. Door de unieke ligging en grenzen van onze provincie zijn we genoodzaakt over grenzen heen te denken voor onze bedrijvigheid. Maar ook op kleinschaliger niveau, door samenwerking tussen gemeentes. Niet langer kan één individu, organisatie, bedrijf of gemeenschap zijn problemen geïsoleerd oplossen. Geholpen door techniek zal de trend van verbinding de komende jaren steeds verder doorzetten. De technologie die hierbij een grote rol in gaat spelen, heet blockchain. Dat is een logische aanvulling op het internet. Blockchain is namelijk een universele database die ons in staat stelt om tussen mensen, apparaten en bedrijven op een betrouwbare manier dingen vast te leggen en transparant naar elkaar te maken. Iedereen krijgt door middel van de technologie van blockchain een geanonimiseerde sleutel, net als een anonieme ov-chipkaart, om aan dit nieuwe netwerk van verbindingen deel te nemen. Het vastleggen van verbindingen in blockchain kan grote waarde hebben voor de sociale sector in Limburg en überhaupt de wereld. Neem nu bijvoorbeeld het proces van een baan zoeken. Via een cv en - als alles meezit - een gesprek, krijgen we zicht of iemand een goede kandidaat is. De nuances van een mens zijn echter niet volledig te vatten in één korte, opgepoetste samenvatting. Zou het niet veel realistischer zijn om iemand te kunnen vinden op basis van haar/zijn impact op overig personeel, het bedrijf of de klanten? En zou het bijvoorbeeld niet mooi zijn om in een wijk, op basis van data, te kunnen zien wie de verbinders zijn? De mensen die de stoep vegen of de klaar-overs zijn bij de basisschool? Zodat we weten welke sleutelfiguren daadwerkelijk een activerende rol in de gemeenschap spelen en positieve invloed kunnen hebben op het welzijn van een wijk, buurt, dorp of stad? Blockchain maakt het mogelijk. Vanwege de enorme belofte die blockchain in zich draagt, heeft de Brightlands Smart Services Campus in Heerlen deze technologie als één van de aandachtspunten benoemd in de ontwikkeling van Techruption. Dat is een

ondernemende speeltuin voor blockchain, kunstmatige intelligentie en klimaatverandering. Verschillende startups uit de regio, maar zeker ook daarbuiten, verleiden we voor deelname in Techruption. Limburg heeft de potentie om voorop te lopen met aan blockchain gerelateerde initiatieven. Laten we samen kijken hoe we met slimme toepassingen dan ook werken aan de sociale opgave die er ligt in de provincie. Hoe kunnen we bijvoorbeeld Limburgers aan een baan helpen met behulp van blockchain? Of mensen gezonder laten worden? En, hoe kunnen de we onze regionale economische infrastructuur verbeteren door middel van deze nieuwe technologie? Om antwoorden te vinden op deze vragen moeten we de levendige blockchain-beweging van studenten, startups en andere enthousiastelingen verbinden aan deze provinciale uitdagingen. Wereldwijd zijn de eerste contouren van een grootscheepse verandering door de toepassing van blockchain zichtbaar. In bijvoorbeeld de financiële sector, de retail en het mondiale informatieverkeer. De mogelijkheden van blockchain worden herkend, maar worden nog lang niet ten volle benut. Laten we die kans - de kans om als regio wereldwijd blockchainkoploper te worden - met beide handen aangrijpen. Laten we van Limburg de internationale playground maken, waar veel slimme startups werken aan de uitdagingen in de wereld én de regio, aan de hand van blockchain. De revolutie begint hier. Vince Meens is manager Blockchain Entrepreneurship Development voor de innovatiecampussen van Brightlands. Voorheen was hij oprichter en eigenaar van JetWise; een startup gericht op het slim verhuren van privéjets, om zo een efficiëntere inzet van vliegtuigen mogelijk te maken. Brightlands in Heerlen brengt wetenschap, midden- en kleinbedrijf, startups en grote corporates samen op verschillende manieren. Het doel is organisaties te helpen innoveren en nieuwe bedrijven op te richten. Een deelcultuur en de bereidheid tot samenwerken is essentieel voor het succes van deze veelbelovende community.

FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P17

www.socialeagendalim


Marianne Smitsmans-Burhenne: ontschotting van de ambtenarij De Roermondse wethouder Marianne SmitsmansBurhenne omschrijft haar werkhouding als open, eerlijk en nieuwsgierig. Een bestuurder zonder zak geld en met een boodschap waarin het allemaal wat minder wordt. “Ik verhul dat niet en mijn ervaring is dat mensen dat waarderen. Natuurlijk zijn ze soms boos of teleurgesteld. Ik nodig ze dan altijd uit voor een kop koffie. Niet om ze hun zin te geven, maar om te praten, uitleg te geven en te proberen ze toch tevreden naar huis te laten gaan.” Door deze no-nonsense werkwijze riepen college-bestuurders haar aan het begin van het jaar uit tot een van de beste lokale bestuurders van Nederland. Ze eindigde op de derde plek en als enige vrouw in de top tien. De beschrijvingen van collega’s geven een duidelijk beeld. ‘In roerige tijden pleitte Smitsmans-Burhenne voor meer openheid en transparantie van het stadsbestuur. Haar betrokkenheid en bevlogenheid op het gebied van zorg, ouderen & jongeren en het betrekken van burgers komt tot uiting in het persoonlijk contact met de mensen’. Een persoonlijke politieke aanpak is broodnodig volgens de wethouder: “Mensen op de gemeente werken vanuit de traditie te veel achter schotten en daarom pleit ik voor ontschotting van de organisatie. Ik geloof erin: de manier waarop je bestuurt, zo gaan mensen met je om. Je moet het goede voorbeeld geven. Uit die ivoren toren komen en communiceren op locatie. Alleen dan word je als politicus geconfronteerd met de echte realiteit. Onze beleidsmedewerkers gaan ook in toenemende mate de wijk in. Minder denken en werken vanachter het bureau. Ik ben de tel kwijtgeraakt in het aantal gesprektafels waar we afgelopen jaar zijn aangeschoven.” Een succes noemt Smitsmans-Burhenne het preventief armoedebeleid van Roermond. “Je

FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P18 www.socialeagendalimburg.nl

moet mensen bereiken voordat ze in de schulden zitten. Daarvoor moeten we in gesprek met die mensen. Ik plaatste een oproep op Facebook en had binnen 24 uur 15 mensen en gezinnen die behoorden tot de doelgroep en met wie we openhartig in gesprek zijn gegaan. Openhartige gesprekken met mensen van wie je het vaak niet verwacht dat ze in deze situatie terecht zijn gekomen. Ik heb hun gevraagd: 'Wanneer denk je dat het is begonnen?' Ik wilde weten waar het mis ging. Enkele voor de hand liggende zaken: echtscheiding, baan verliezen, maar ook trouwen en een kind krijgen zijn in dit verband risicovolle gebeurtenissen . Vanuit die groep van 15 mensen kwam het idee om met jongeren en 65-plussers te gaan praten. Het waren indrukwekkende gesprekken. Bij de jongeren bleek dat meer dan de helft uit de jeugdzorg kwam. Ze gaven aan dat wet- en regelgeving niet of slecht op elkaar aansluiten. Zodra ze 18 jaar zijn, lopen ze groot risico op schulden en armoede. Het succes van deze nieuwe aanpak is dat we beter weten waar problemen beginnen. De uitdaging is om het te signaleren en aan te pakken.” Onder Smitsmans komen er zorgteams in de wijk. “Een groot winstpunt, want nu zitten meteen de juiste mensen aan tafel als we met wijkbewoners in gesprek gaan.

Ik heb vaak slechte boodschappen te vertellen aan zorgaanbieders. Toch blijf ik zeggen dat we naast moeten elkaar staan; we moeten samen aan tafel gaan en op een slimme manier zorgen dat mensen de juiste zorg krijgen. Hieruit is bijvoorbeeld het zorg- en innovatieplatform opgericht, samen met zorgaanbieders. Bezuinigingen hoeven een goede kwaliteit niet per se in de weg te staan als er goed samengewerkt wordt.”

'Je moet mensen bereiken voordat ze in de schulden zitten' De wethouder besluit: “Wat we inzetten, moet verduurzaamd worden. Ik houd niet van popups en trends. Dingen moeten effect hebben en dat blijven hebben.” Tekst: Dan Vanhoudt


Wijkwerk begint eerst met aandacht en acceptatie, en dan pas met aanmoedigen door Petra Stienen Dit magazine gaat vooral over mensen die echt onze aandacht verdienen. Daar begint het altijd mee. Je gaat met mensen in gesprek. Je vraagt, vraagt en vraagt. Je luistert oprecht. Daarmee krijgen mensen het gevoel: ‘Oh, ik krijg aandacht en ik word geaccepteerd in wie ik ben, met mijn hele verhaal. Die vorm van aandacht kost tijd en zorgt voor acceptatie. Pas dan is die ander toe aan de volgende stap: aanmoedigen. Dat is wat ik graag mijn Triple A noem: aandacht – acceptatie – aanmoedigen.

Wat ik in Limburg zie, is dat veel professionals een buitenstaander zijn voor de wijkbewoners, omdat ze er niet wonen of nauwelijks tijd nemen om echt contact te maken. Ik zeg altijd: ‘Zie Christoffel, de beschermheilige van Roermond, als een bron van inspiratie.’ Hij is de patroon van de reiziger, maar ook een veerman. Iemand die heen en weer reist tussen twee oevers en echt vertrouwen krijgt. Dat verwacht ik ook van de mensen die werken in en met wijken zoals de Donderberg in Roermond.

Maar vooral de mensen die jongeren op weg willen helpen, ook de professionals, beginnen vaak niet met aandacht maar meteen met aanmoedigen. ‘Zou jij niet eens…?’

Toon leiderschap door nieuwsgierig naar de ander te luisteren. En als je vanuit jouw vertrouwde oever naar de overzijde vertrekt, weet je dat daar een heel andere wereld wacht met mensen die om jouw aandacht en acceptatie vragen. Daar zit ook iemand achter de voordeur die vanuit zijn of haar perspectief naar de wereld kijkt. Wees dan de veerman die het vermogen heeft om die ander te blijven zien zoals die is. Zonder meteen te oordelen en veroordelen. Ga liever op zoek naar overeenkomsten.

De oplossing is al bedacht. Vaak heeft dat met een gebrek aan tijd, financiën en ongeduld te maken. Als jongere kun je je dan aangevallen voelen, zeker als het de zoveelste hulpverlener is die je zo ontmoet. Je wilt alleen gezien en gehoord worden. Je keert je af, schiet in de weerstand. Ook als je ouders of docenten vooral kritisch op jou zijn. Steeds opnieuw zeggen ze: ‘Zou je niet eens…?’ Of zelfs: ‘Waarom doe jij nooit eens…?’ Zijn je problemen groot en krijg je alleen maar met zulke mensen te maken, is de kans groot dat je je van de samenleving afkeert. En dat met al die goede bedoelingen van de volwassenen, die gehaast contact zochten vanuit de aanmoediging. Ze hebben het tegenovergestelde bereikt. Neem dus eerst tijd voor aandacht, ook al kost je dat enkele uren extra. Uiteindelijk levert het louter tijdwinst op. Dat is volgens mij ook het geheim van homeopathie: je krijgt een heel uur lang vele druppeltjes aandacht.

Wat ik bij dat wijkwerk ook zie, is dat die professionele hulpverleners snel op zoek gaan naar de sleutelfiguren in de wijk. Dat zijn de vertegenwoordigers van de jongeren, de wijkraad, van ouderen, van scholen. Het gevaar dreigt dat je precies de mensen uitzoekt die nogal op jou of je verwanten lijken. Want daar schuurt het nog in Limburg: we voelen ons niet zo prettig bij mensen die anders zijn. Als het gaat op mensen die op ons of op mensen aan onze kant van de oever lijken, vinden we het nog wel te doen om daar langs te gaan voor een gesprek. Komt ‘anders’ in het spel, vinden we het veel moeilijker om oprechte aandacht te geven. Als het een alcoholist is, iemand die zeven kinderen heeft, iemand die

uit onmacht zijn vrouw slaat… of iemand met een hele andere cultuur of achtergrond. Maar een veerman of -vrouw heeft pas het vermogen om echte aandacht geven als die ook kan omgaan met ‘anders’. Als je een activiteit organiseert, vraag mensen dan iemand mee te nemen die anders is dan zij zijn. In opleiding, achtergrond, leeftijd, levensvisie. En zorg ervoor dat niet altijd de haantjes-de-voorsten het gesprek bepalen. Organiseer ontmoetingen zo, dat ook anderen voelen dat er aandacht voor hen is. Petra Stienen is publiciste, zelfstandig adviseur en Arabiste. Haar kracht ligt in het verbinden van mensen op basis van hun eigen verhalen en drijfveren. Haar jarenlange ervaringen als diplomate in de Arabische wereld en spreekster in binnen- en buitenland komen hierbij goed van pas. Ze schreef twee boeken over het Midden-Oosten: ‘Dromen van een Arabische Lente (2008)’ en ‘Het Andere Arabische Geluid (2012)’. Maart 2015 verscheen haar derde boek, ‘Terug naar de Donderberg’. In 2016 kreeg zij de Aletta Emancipatieprijs. Momenteel werkt ze met Maximiliaan Winkelhuis aan een boek over Communicatiekracht & Charisma. Ze is 1 dag per week senator voor D66.

FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P19

www.socialeagendalim


Netwerksamenwerking in de wijk

Zo doen we dat op de Donderberg Donderberg is een wijk in Roermond die in veel cijferlijsten slecht scoort. Maar de laatste jaren wordt er keihard gewerkt aan de ontwikkeling van de wijk. Sinds 2012 zijn daar vier partijen heel actief bij betrokken: gemeente Roermond, provincie Limburg, Wonen Zuid en Wonen Limburg. En het aantal actieve organisaties, partners groeit nog altijd. Vanaf het begin is er nauw contact met de bewoners op de Donderberg, individueel en in allerlei bewonersoverleggen. Ook die vier partijen hebben sinds 2015 hun overleg goed en structureel georganiseerd rondom thema’s als wijkeconomie, woonzorg en onderwijs. Opmerkelijk was hoe weinig partijen elkaar kennen, met elkaar samenwerken of zich bewust zijn van de kenmerken van het gebied waar ze voor werken. Er was (en is) een wereld te winnen voor zowel de organisaties als ook de wijk.

MENSEN DIE DE STENEN MAKEN Goede resultaten zijn geboekt met een serie ‘centrumgesprekken’. Hiervoor waren alle actieve partijen, van ondernemers tot maatschappelijke organisaties, uitgenodigd. Ook de gemeente is er met één vertegenwoordiger namens de ruim tien afdelingen bij aanwezig. Er is maar één doel: Donderberg te laten bruisen. Niet enkel door een fysieke herinrichting, maar vooral door verstevigde samenwerking. Het zijn immers de mensen die de stenen maken.

NOODZAKELIJK DAT BESTUURDERS MEE DOEN Wat zie je nu gebeuren? Een veel betere samenwerking en afstemming tussen ‘de vier O’s’: overheid, onderwijs, ondernemers en omgeving: de bewoners en maatschappelijke organisaties. Om echt tot slagkracht te komen, is het ook noodzakelijk dat de bestuurders van de in de wijk actieve organisaties meedoen. In het eind 2016 ingezette traject ‘Aan zet op de Donderberg’ nemen bestuurders deel, samen met hun ‘werkvloer-collega’. Om als organisaties te ontdekken wat ze elkaar te bieden hebben en hoe ze elkaar kunnen ondersteunen in het realiseren van hun eigen doelen. Om daarmee tegelijk ook het dagelijks leven voor de inwoner van de Donderberg te verbeteren. Concrete thema’s zijn: ‘leren en werken’, ‘zorg’ en ‘wonen als middel’. Merkbaar is dat juist dit overstijgend samenwerken leidt tot onorthodoxe, creatieve werkwijzen of een verbeterde insteek van een bestaande aanpak.

INVESTEREN IN WIJ(K)KRACHT Ook wordt eraan gewerkt meer bewoners betrokken te krijgen. Via het cursustraject ‘Ontdek je wij(k)kracht’ is geïnvesteerd in een tiental actieve bewoners. Met als insteek dat zij als wijkcoach een sleutelrol vervullen in het vooruit helpen van medebewoners en hen waar mogelijk enthousiast te maken actief mee te doen in de (wijk)samenleving.

DE KRACHT VAN DE DONDERBERG Het resultaat: de kracht van de Donderberg komt steeds meer naar voren. Het is een mooi voorbeeld van netwerksamenwerking in een wijk, waarbij bewoners en professionals elkaar kennen. Waar formeel en informeel nauw samengaan. Met korte lijntjes en regelmatige contacten. Waar gezamenlijke innovatiekracht wordt verkend en benut. Om zo elkaars plannen en dromen te verbinden en te realiseren. Zo doen we dat op de Donderberg! Tekst: Ellen Janssen Foto: John Peters

FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P20 www.socialeagendalimburg.nl


'Actieve bewoners vervullen nu de rol van wijkcoach'

MULTI KOKEN & BEWEGEN In Roermond is Multi Koken & Bewegen actief. Met Bedia Tanburoglu als drijvende kracht, ondersteund door Fatma en diverse anderen. Met medewerking van corporatie Wonen Limburg werken zij sinds 2014 als sociale wijkonderneming. “Elke maand verzorgen wij een maaltijd vanuit het KEC Roermond. Dat is een kennis- en expertisecentrum voor kinderen van 0 tot 18 jaar met een leer- of gedragsstoornis. Iedereen die wil aanschuiven, is welkom en kan voor 10 euro per persoon genieten van een wereldmaaltijd.” Ook leerlingen van het KEC werken mee en steken veel van de samenwerking met Multi Koken & Bewegen op: ze leren diverse eetculturen kennen, samenwerken, structureren, organiseren en serveren. “Ongeveer 60 gasten per avond leren elkaar kennen en leggen contacten die elders vast weer van pas komen,” stelt Bedia. Verder geeft Multi kookworkshops op locatie en verzorgen ze catering bij de mensen thuis. Er is ook nog aandacht voor bewegen: gratis kan, door wie dat wil wekelijks, aan twee wandelingen worden deelgenomen. “Voor vrouwen helpt het samen actief zijn voor Multi Koken & Bewegen over een drempel te komen, uit hun schulp te kruipen en zelfvertrouwen op te bouwen. En ook structuur in het leven op te bouwen en nieuwe mensen te leren kennen. En heus niet alleen allochtone vrouwen, maar ook autochtone Nederlanders en mannen zijn aangesloten. Trots zijn we erop dat mensen hier werkervaring opdoen en al een aantal keer vanuit dit vrijwilligerswerk een baan hebben gevonden in bijvoorbeeld de keuken van een zorginstelling. Maar jammer voor ons, want dan missen we weer een vrijwilliger!” En ja, de actievelingen hebben nog wensen: “De droom is een eigen keuken en liefst een restaurant in de wijk waar elke wijkbewoner, met grote én kleine beurs, er even uit kan zijn en we een maaltijd van wereldklasse kunnen aanbieden.”

FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P21

www.socialeagendalim


Diana Bolk, actieve wijkbewoner Donderberg

‘Je moet je gewoon laten horen bij de dames en heren!’ “Jullie doen allemaal veel te ingewikkeld. En maar praten praten praten. Het zal allemaal best complex zijn, hoor. En dus is het nodig om er goed over na te denken en samen te overleggen. Maar kan het niet wat minder?” Aan het woord is Diana Bolk, één van de kartreksters van de Woonzorgbrigade / Burenhulp op de Donderberg. Deze dame met onvervalst Amsterdamse tongval en al jaren woonachtig in Roermond, is recht voor zijn raap. Ze neemt geen blad voor de mond. Zo ook toen ze Erik Geurts, gedeputeerde, uitleg gaf over het nut van een informele zorgvoorziening als de woonzorgbrigade: “Als jij daar aan de deur komt in je strakke pakkie, dan doen ze de deur niet eens open. Sta ik daar, gewoon als buurtbewoonster, dan doen ze zelfs in hun pyjama FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P22 www.socialeagendalimburg.nl

met krulspelden open. En kan ik dus in gesprek komen met mensen met wie jullie als professionals niet eens een eerste contact krijgen.”

BEWONERS DIE ZICH DURVEN TE LATEN HOREN De professionele ondersteuners die actief zijn op de Donderberg hebben het geluk te mogen werken met wijkbewoners als Diana. Bewoners die zich durven te laten horen, en daar ook van harte toe worden uitgenodigd. Bijvoorbeeld in het woonzorg-overleg waar medewerkers van formele zorgpartijen in overleg zijn met kartrekkers van informele zorgplekken uit bijvoorbeeld huiskamers en woonzorgbrigade. Maar ook in het overleg waar afstemming plaatsvindt tussen alles wat gebeurt in de wijk en waarbij vaak het belang van helder en open communiceren naar voren komt. Dan zegt Diana: ‘Jongeman, net zeg je nog dat je over zes weken start met slopen van dat woonblok. En nou vertel je dat het eind juni is. Wie kan hier nou niet rekenen?’ en ook: ‘Jeetje, wij als wijkbewoners zien niks

gebeuren, terwijl jullie heel wat doen achter de schermen. Dat moet je ook vertellen, want wij denken altijd dat die professionals zitten te niksen.’

SAMENWERKING TUSSEN BEIDE WERELDEN

Bewoners die alles weten over het gebied waar ze wonen. Professionals die zich met hart en ziel inzetten voor de taak die ze hebben. Welkom en noodzakelijk is de samenwerking tussen beide werelden! Want waar de kennis en kracht van de ene ophoudt, start die van de ander. Door bewust over elkaars schouder mee te kijken, ontstaat er begrip, wordt het vertrouwen vergroot en komt er meer slagkracht om tot verbetering van het dagelijks leven te komen. “Ja, zo doen we dat op de Donderberg!,” aldus Diana. “Je moet je gewoon laten horen bij de dames en heren!” Tekst: Ellen Janssen Foto: John Peters


Als Marokkaan sta je achter “Als Marokkaan sta je 1-0 achter. Dat is geen mening, dat is een feit. Dan heb je twee mogelijkheden. Je accepteert het en gaat je zo gedragen. Of je doet er alles aan om te laten zien dat je 1-0 vóór staat”, zegt Abdel-Ilah Aziz op zachte, maar overtuigende toon.

Abdel-Ilah is een geboren en getogen Donderberger (Roermond), 25 jaar oud en de jongste in een gezin van drie kinderen. Alhoewel uit zijn Cito-toets een havo-advies rolt, is de school van mening dat hij beter op zijn plaats is in het vmbo-t. Ondertussen is hij via het mbo in het derde jaar van het hbo beland en verwacht hij deze studie volgend jaar met succes af te ronden.

BOEIEN EN BINDEN KWETSBARE JONGEREN Hij loopt stage bij wijkorganisatie DB4ALL. Vanuit die rol is hij één van de coördinatoren van voetbalclub de Tigers. In deze voetbalclub van 4 tot 40 jaar zijn alle kleuren van de Donderbergse regenboog vertegenwoordigd. Ook denkt hij actief mee over het verder verstevigen van DB4ALL. Zodat het zich kan richten op het binden en boeien van kwetsbare jongeren, vanuit een vaste basecamp in de wijk en met begeleiders uit de groep zelf. Om zo vanuit

informele contacten preventief te werken en jongeren te begeleiden naar opleiding en werk. Met korte lijntjes naar formele partijen voor momenten waar dat nodig is.

VERSCHILLENDE ACTIVITEITEN Abdel-Ilah heeft een druk leven. Naast studie, stage en sporten is hij ook nog taxichauffeur. Als één van de vele jongeren die op initiatief van DB4ALL (in samenwerking met de gemeente Roermond en taxibedrijf Motax) een taxiopleiding succesvol heeft afgerond. “Ik wil mijn hbo-diploma halen, een goede baan, trouwen en vader worden. Een beetje huisje, boompje, beestje. Mijn grote voorbeeld is mijn oudere broer. Die is jaren geleden begonnen als bouwvakker en heeft zich opgewerkt tot projectleider in de bouw. Ik ben trots op hem”.

GEBEURTENISSEN ELDERS Ondertussen voelt hij de gebeurtenissen elders in de wereld ook in zijn leven: “Het zijn kleine speldenprikken die je laten voelen dat je anders bent. Twee voorbeelden. Voor mijn opleiding reis ik met de trein. Dan zit ik in mijn eentje in een coupé: nog drie plaatsen over. Mensen kijken en gaan dan toch ergens anders zitten waar het drukker is. Onlangs is er een nieuwe beveiliger aangesteld op mijn school. Iedereen loopt naar binnen, maar ik word tegengehouden en moet mijn schoolpas laten zien. Van nature ben ik niet agressief, vaak lach ik deze gebeurtenissen weg. Maar ik kan me voorstellen dat het anderen minder goed lukt om hiermee te dealen”. Tekst: Ida Kersten Foto: Pieter Kersten

FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P23

www.socialeagendalim


Gevraagd: nieuwe leiders?

De wereld verandert. Dat is de enige vastigheid. De periodes van geleidelijke verandering en abrupte, zeer snelle innovaties wisselen elkaar af. Organisaties moeten zich steeds aan die veranderende omgeving aanpassen om op langere termijn te overleven. Ook in Limburg is een nieuwe periode van zeer snelle, opeenvolgende veranderingen aangebroken. Dat heeft hoe dan ook gevolgen voor de manier waarop we met elkaar omgaan.

Er is bijvoorbeeld steeds minder behoefte aan een overheid die alle problemen als overheidsproblemen ziet en de oplossingen voorschrijft. Kernwoorden in deze dynamische tijd zijn met elkaar kunnen samenwerken, de dialoog aangaan, elkaar vertrouwen, participatie, co-creatie en kennis delen. Maar tegelijk moeten we beseffen dat we vandaag soms wat pijn moeten accepteren om uiteindelijk een hoger eigen of collectief doel te realiseren. Denk aan McDonald’s die groenten gaat verkopen om zo uiteindelijk meer klanten binnen te halen. Maar denk ook aan de transformatie in het sociaal domein: nu investeren in - en dus meer betalen aan - anders werken rondom sociale zekerheid, om op langere termijn meer mensen economisch zelfstandig te hebben. In de veranderende wereld is het verder zaak niet te veel energie te besteden aan allerlei organisatiestructuren. Steek die liever in het maken van afspraken over de samenwerking en het creëren van ontmoetplekken waar dingen kunnen ontstaan. Arena’s waar mensen in en uit kunnen stappen. Waar iedereen zijn stukje van de puzzel kan inbrengen om zo Nederland, Limburg of zijn eigen buurt te verbeteren en tegelijk de eigen (organisatie)doelen te realiseren.

Bij dat werken vanuit een alliantie-gedachte staat niet langer de organisatiestructuur maar de mens centraal. De professionals (laag) in organisaties, de inwoners van gemeenschappen. Zij hebben kennis van wat goed gaat en wat beter kan. Deze situatie vraagt nadrukkelijk ook om nieuw leiderschap. Om leidinggevenden die nieuwsgierig en onderzoekend in het leven staan. In organisaties én in gemeenschappen. Om de interpersoonlijke verhoudingen en relaties centraal te zetten, samen met het hebben van een visie op hoofdlijnen. In dit blok van het magazine treft u verhalen en columns aan van Limburgse Leiders die uitvoering geven aan dit gedachtegoed. Er zijn gelukkig al meer personen die ‘verbindend leiden’. Er zijn ook personen die dit zouden kunnen doen. Deze moeten de ruimte en het vertrouwen krijgen van de zittende leiders en hun omgeving. In positie gebracht worden om op deze wijze aan de slag te gaan. Help, naast het lering trekken uit die verhalen en columns, vooral jonge mensen in het zadel. Om daarmee Limburg de kans te bieden zijn wendbaarheid rond de omgevingsdynamiek te vergroten en samen tot een participatief Limburg te komen. Ellen Janssen, verkenner

FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P24 www.socialeagendalimburg.nl


ONDERBANKEN HEEFT EIGEN OPLEIDING VOOR ANDERE MANIER VAN WERKEN AMBTENAREN De gemeente Onderbanken is een mooi

Vijf inzichten om sociale agenda tot wasdom te laten komen

voorbeeld van een gemeente die de veranderingen binnen het sociaal domein aangreep om de verantwoordelijkheid en eigen kracht van de inwoners centraal te stellen. Bijzonder is dat deze gemeente hiervoor nu een eigen opleiding heeft waarin medewerkers leren hoe zij de stap moeten maken van het ‘oude werken’ naar nieuwe vaardigheden. Met als doel om burgers met zelfredzaamheidsproblemen te kunnen coachen en samen met hen, op maat, tot oplossingen te komen die gericht zijn op herstel van zelfredzaamheid. Zo kent Onderbanken nu een ‘coach Arbeid’ die alle betrokken burgers kent en deze personen begeleidt naar mogelijkheden om te participeren in zijn of haar eigen omgeving. Om dit te bereiken verbindt de coach lokale ondernemers, verenigingen en vrijwilligers met ontwikkeltrajecten zoals het buurtbeheerbedrijf.

Die nieuwe aanpak slaat duidelijk aan: de burgers in Onderbanken gaven bij een recent klanttevredenheidsonderzoek Wmo de dienstverlening van de gemeente Onderbanken het hoogste cijfer!

door Petra Dassen-Housen, ‘Ik laat altijd een spoor van verbinding achter’. Deze pakkende spreuk van Loesje kwam ik onlangs tegen en hij toverde een glimlach op mijn gezicht. Treffend! Dat is de leidraad voor de sociale agenda van Limburg. Klaar is mijn column dacht ik gelijk, ‘in der Beschränkung zeigt sich der Meister’! In tweede instantie gingen mijn gedachten natuurlijk toch weer verder. Wat betekent dat nu dan concreet? Ik formuleer vijf inzichten die verbinding als kern van de sociale agenda tot wasdom laten komen. Ten eerste: investeer samen. Toen Ronald Reagan ooit zei dat de tien gevaarlijkste woorden uit de geschiedenis van de politiek in de Verenigde Staten zijn: ‘Ik ben van de overheid, klaar om je te helpen’, had hij maar gedeeltelijk gelijk. Het gaat er juist om dat overheid, onderwijs, bedrijfsleven en burgers samen ergens voor gaan. Dat niet de een naar de ander kijkt en omgekeerd, maar dat de handen ineen geslagen worden. Dan ontstaan eigenaarschap en gedeelde verantwoordelijkheid. Ten tweede: denk in kansen. Maak het onmogelijke mogelijk, als ambtenaar, docent, bestuurder, ondernemer en burger. Ten derde: creëer bezieling. Welke passie deel je met elkaar? Maak dit expliciet, en je zult zien dat de samenwerking geen zakelijke overeenkomst is, maar iets waaraan de betrokkenen hun hart verpanden en dat is vele malen krachtiger.

Ten vierde: benut een hot issue. Als je samen aan iets werkt, kan er ook sprake zijn van brandende kwesties, van dreigende invloeden. Keer het om, zie de manier waarop je hiermee omgaat als een kans om tot een sterker commitment te komen. Ten vijfde: zoek leiders die verbinding met een hoofdletter V schrijven. Dat betekent dat het niet om hen gaat, maar om de manier waarop ze mensen verenigen in een gezamenlijke opdracht. Met deze vijf inzichten laten we een spoor van verbinding achter en op dat spoor rijdt de trein van de sociale agenda. Iedereen kan instappen, het tempo bepalen we samen. Maar de trein rijdt wel en dat is wat Limburg nodig heeft. Petra Dassen-Housen, burgemeester Beesel

FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG DEVERENIGINGLIMBURG P25

www.socialeagendalim


CULTUURVERANDERING BIJ EEN GEMEENTE: ZES TIPS Harry Coumans is gemeentesecretaris van Kerkrade. Zijn motto: investeer in de relatie, dan komt het altijd goed.

“Durf binnen de gemeente te ‘shinen’. Het vertrekpunt is: wat doe je graag, wat wil je ontwikkelen en met wie?”

“Toen ik 2013 in Kerkrade begon, trof ik een sterk sectorale organisatie aan. Wethouders en afdelingsdirecteuren vochten allemaal voor hun eigen sector. Ik ben meteen met iedereen in gesprek gegaan om zo snel mogelijk de stap te maken van denken in eilanden naar gezamenlijke belangen. Ik geloof niet in dikke visiedocumenten over de bekende stip aan de horizon. Mijn rode draad én meetlat zijn een zestal kernwaarden:

1. ORGANISCH PROCES “Denk niet in vaste structuren. Geloof in wat mensen samen bedenken. Zij weten wat in een bepaalde situatie en omgeving nodig is. In de buitendienst vragen mensen om duidelijkheid en een hiërarchische aansturing. Bij de wijkontwikkeling is er juist behoefte aan zelfsturing met alleen iemand met senioriteit als contactpersoon en regelaar. De taak van de leidinggevende is om samen met de mensen te ontdekken welke organisatievorm er bij hun werk past.”

FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG P26 www.socialeagendalimburg.nl

2. NATUURLIJK MOMENT

4. ZELFREDZAAMHEID

“Ontstaat er een vacature dan gaan we niet blindelings een advertentie plaatsen. Eerst kijken we of er binnen onze organisatie iemand voor die klus te vinden is. Interne mobiliteit zorgt voor beweging, motivatie, inspiratie en nieuw elan. En anders gebruiken we dit natuurlijk moment om te verjongen, vers bloed van buiten naar binnen te halen en daarmee power & creativiteit. Met een nieuwe collega gaan de burgemeester en ik altijd een broodje eten. Dan geven we de boodschap mee: blijf goed kijken, stel veel vragen, blijf je verwonderen en denk na hoe je je kunt ontwikkelen. Wees proactief.”

“We zijn binnen de gemeente op zoek naar ‘willers’ die het ook nog eens kunnen en doen. Die groep faciliteren we altijd als ze iets vragen.”

5. TEVOORSCHIJN KOMEN “Durf binnen de gemeente te ‘shinen’. Het vertrekpunt is: wat doe je graag, wat wil je ontwikkelen en met wie? Toon initiatief, steek de vinger op, kom boven het maaiveld uit. Toon ondernemersgeest en durf de gebaande paden te verlaten.”

6. VERVLOEIEN 3. CO-CREATIE “Zeker binnen het sociaal domein moet je gaan voor samenwerking en verbinding. Dus ook binnen je gemeentelijke organisatie. Ontdek samen wat nodig is, ga samen aan de slag met die oplossingen en betrek daar weer andere partijen bij.”

“Verlaat het hokjesdenken, sloop schotten. Alles hangt met elkaar samen. Zie de verbindingen die mogelijk zijn en lever er je bijdrage aan. Ga met elkaar de dialoog aan.” Harry Coumans voegt er wel graag iets aan toe: “Bescheidenheid is op zijn plaats: we zijn onderweg, maar hebben nog een weg te gaan.”


De verkeerde vraag: ‘Hoe krijg ik anderen mee?’ door Frans Wilms Hoe krijg ik andere mensen mee? Waarom is er zoveel weerstand? Hoe overwin ik die weerstand? Wellicht zijn dit op dit moment wel de meest gestelde vragen van ambitieuze wethouders, directieleden, beleidsmedewerkers en programmamanagers in het sociale domein. Een beweging maken Frans Wilms: ‘Het zijn vragen die ik heel goed kan begrijpen. Je wilt niet in de transitie blijven steken. Je wilt een beweging maken, die leidt tot een blijvende verandering. De leefwereld, preventie, maatwerk en totaaloplossingen vóórop in plaats van de systemen, de indicatie en schotten tussen hulpverleners. Maar wanneer het al zo moeilijk is om in je eigen organisatie deze beweging tot stand te brengen, hoe moet dat dan in samenwerking met andere? Natuurlijk, je hebt een groepje mensen om je heen, die dit helemaal met je meevoelen. Maar hoe krijg je de rest mee? Weerstand tegen verandering? Herken je je in deze positie? Dan biedt het gedachtegoed van Robyn Thomas en Cynthia Hardy (2011) je een kans om uit deze worsteling te komen. ‘Hoe gaan we om met weerstand tegen verandering?’ vragen zij zich af. Ze benoemen de twee meest gangbare wijzen van denken. De eerste is de gedachte dat je weerstand moet zien te overwinnen. Het tweede is die, waarbij we juist tegenovergesteld redeneren en we de weerstand omarmen. Thomas en Hardy maken duidelijk dat beide denkkaders uitgaan van de vooronderstelling dat degene die eigenaar is van de verandering, bepaalt wat weerstand is en wat niet.

Met een verwrongen beeld kijken Wanneer je bij anderen weerstand ziet, dan plaats je je eigen waarheid boven die van de anderen. Of je je nu verzet tegen die weerstand of dat je haar juist omarmt. In beide gevallen blijf je de bijdrage van de ander als weerstand zien. Je zet je eigen perspectief centraal. Van waaruit kijk je? Thomas en Hardy maken duidelijk, dat je zo vanuit een verwrongen beeld naar de werkelijkheid kijkt. Je plaatst jezelf in het centrum van de wereld en bepaalt van daaruit wat weerstand is en wat niet. In werkelijkheid vertegenwoordigt iedereen op het ene moment kracht en op het andere moment weerstand. Sterker nog: eenzelfde positie kun je vanuit het perspectief van de één als kracht en vanuit het perspectief van de ander als weerstand zien. De Friese singer-songwriter Daniel Loheus (2008) zegt het in ‘Hier kom ik weg’ speels en heel treffend: ‘Jij woont hier ver vandaan’, zeggen ze elders in het land. Dan zeg ik: ‘Insgelijks, u ook, a’j ‘t zien van dizze kant’… Weerstand wordt energie Zowel het overwinnen van weerstand als het omarmen ervan doet onrecht aan de praktijk van alledag: kracht gaat rond in een complex web van mogelijke actoren, die allemaal een plek in dat web hebben. De uitkomst ervan is situatie-gebonden en niet vooraf te bepalen. Wanneer je zo tegen weerstand aankijkt, gebeurt er iets heel bijzonders. Weerstand ga je als energie zien. Er zijn geen verstoringen meer. Wat zich aandient, dient zich aan en daarmee ben je in interactie. Met als intentie om de aanwezige krachten te verbinden.

zijn, waar je juist dit van inspirerende bestuurders en ambtenaren mag verwachten, is dat dan niet het sociale domein? Bij jezelf beginnen In het sociale domein verwachten we van hulpvragende inwoners, hun netwerk, de professionele zorgmedewerkers en hun directies om te transformeren. We vragen het van alle mensen om ons heen. Misschien is dat wel de paradox die geldt voor alle ambitieuze wethouders, directieleden, beleidsmedewerkers en programmamanagers in het sociale domein. Wil je dat anderen blijvend veranderen, dan moet je bij jezelf beginnen. Door weerstand als energie te zien. Frans Wilms is bestuurder bij Radar, een zorgorganisatie in Zuid-Limburg en auteur van het boek ‘Groeien in leiderschap. Begin bij jezelf en doe het samen.’

De verkeerde vraag De vraag ‘hoe krijg ik de anderen mee?’ is dus de verkeerde vraag. Alleen al door die vraag te stellen ga je ervan uit dat jij de weg weet en dat anderen alleen nog maar hoeven te volgen. In plaats daarvan zou je vragen moeten stellen die gebaseerd zijn op gelijkwaardigheid en wederkerigheid. Wat zijn hún drijfveren? Tegen welke problemen lopen zíj aan? Wat kan ik voor hen betekenen? Wat verwachten ze van mij? Hoe kijken ze aan tegen mijn drijfveren? Wat zit hen dwars? Hoe kan ik hun ambities en acties verbinden met die van mij? De zekerheid loslaten Natuurlijk is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. Wat doe je dan met dat Raads- of Collegebesluit waarin harde deadlines neergezet zijn? Moet je de geplande uitrol van het programma, waar je verantwoordelijk voor bent, dan maar aan je laars lappen? We gaan toch niet keer op keer onze doelen bijstellen? Wat is dan nog ons houvast? Het vraagt om de zekerheid los te laten, dat jij alleen op het goede pad zit. Ik weet dat dit niet gemakkelijk voelt. Maar wanneer er één plek zou

FRISDENKERS|DEVERENIGINGLIMBURG DEVERENIGINGLIMBURG P27

www.socialeagendalim


Volledig ontsporen en toch overleven "Ik telde twintig jaar lang niet mee," zegt Ynze de Wit, nu werkzaam als freelance fotograaf. Hij woont samen met zijn vriendin in een particuliere huurwoning in Eijsden en is vader voor haar twee zonen en hun gezamenlijke zoontje van ruim 2 jaar. "Vanaf mijn zestiende ontdekte ik het genot van blowen en drank is me letterlijk met de paplepel ingegoten. Daarna ging het door tot harddrugs. Met deze zaken kon ik wegvluchten van het leven dat ik niet begreep, waar ik mijn plek niet kon vinden en waar ik meer voor anderen zorgde dan dat ik mezelf iets gunde." Een leven dat geweldig startte, in een fijne Limburgse buurt met vriendjes en verre zomervakanties. Maar waarin hij in zijn tienerjaren meemaakte dat zijn ouders, allebei gerenommeerde journalisten, altijd al erg veel dronken. In huis was veel verbaal geweld waarbij zijn zusje en hij zich kleinmaakten en Ynze optrad als beschermer van zijn zusje en moeder. Waarin hij als kind de afkickklinieken van zijn ouders van binnenuit meemaakte. Zijn moeder leek het altijd beter in de hand te kunnen houden. Een omgeving waar hij enkel bij de buren steun ervoer.

SAMEN ZUIPEN

DE KLOOF

Jaartje mavo, drie jaar internaat in België, nooit een diploma. Niemand stimuleerde hem iets af te maken of interesseerde zich voor hem. Leraren die Ynze lastig vonden omdat hij zijn huiswerk niet maakte en een te zelfstandige houding etaleerde. "Ik had thuis andere besognes dan huiswerk maken". Zijn ouders merkten niet dat hij op vrijdagmiddag als 16-jarige stoned en laveloos naar huis kwam, ze waren zelf ook van de wereld. Ze gingen uiteindelijk scheiden, waarna vooral zijn moeder haar leven hervatte. "Ik ging nog wel eens bij mijn pa langs. Dan zopen we samen. Uiteindelijk trof ik hem als 23-jarige dood aan in zijn huis. Het was vreselijk. Hij lag er overduidelijk al een hele tijd...” "Twee jaar deed ik kunstacademie waar ze mijn talent zagen maar ook de drugs ontdekte.” Zijn vlucht was destijds een reis naar Australië en Indonesië samen met een groep vrienden. Daar nam het alcoholgebruik nog meer toe. “Maar toen mijn moeder diverse beroertes kreeg, ging ik voor haar zorgen. Al snel dronken we samen. Want je bent een alcoholist of je bent het niet." Toen zijn moeder doodging, viel zijn 'dekmantel' van voor haar zorgen weg. Evenals haar huis. Hij belandde antikraak in een Maastrichts flatje. "Mijn vriendin van toen zoop ook.” Reumaklachten traden op, wellicht in de lijn van jicht als gevolg van het overmatige drinken. Hij belandde even op de vaart, maar viel van zatheid van het schip. Terug in Maastricht restte er niets anders DEKLOOF|DEVERENIGINGLIMBURG P28 www.socialeagendalimburg.nl

dan slapen op straat. "Met drank op is dat een heerlijk vrij bestaan.” Of bij kou in het Slaaphuis van het Leger des Heils. "Daar is het een hel door de junks die je rollen als je slaapt. Als je zegt dat je op wachtlijst staat voor een afkickkliniek word je uitgelachen. Aan werk kun je niet komen, want elke werkgever wil je woonadres weten. Terwijl vele mensen daarbinnen echt geen domme lui zijn en allemaal hun talent hebben. Zie maar eens uit de vicieuze cirkel te komen..."

‘Veel mensen in het Slaaphuis van het Leger des Heils zijn geen domme lui, hebben allemaal hun talent.’ TROTS Ynze is het gelukt. Hij is nu 44 jaar en heel trots op waar hij staat: al meer dan vijf jaar heeft hij geen druppel alcohol meer gehad. En sinds kort ook met blowen gestopt. Een betaalde baan en freelance fotografie-opdrachten van mensen die zijn talent zien. "Het is helemaal waar dat als je een rol hebt in de samenleving, je gezondheid verbetert. Waarbij niet alleen een baan, maar ook het actief zijn als vrijwillig fotograaf op de school van mijn zonen van belang is geweest. Daar heb ik velen laten zien wat ik kan, maar er ook veel mensen ont-

moet die om mij geven. Daardoor voel ik me onderdeel van een gemeenschap. Dat sociale netwerk kan en wil ik niet bedonderen. Samen met mijn gezin is het de gemeenschap die mij stimuleert door te gaan op de huidige weg."

DE MOEITE WAARD "Ik deed drie keer een zelfmoordpoging, want waarom of voor wie zou ik afkicken? Drank, drugs, blowen. Heerlijk. Een vlucht uit de maatschappij". Cruciale mensen kwamen op zijn pad. In afkickklinieken, in het slaaphuis, gewoon op straat of in de bar in Limburg en elders in Europa. Heel belangrijk was de psycholoog in een kliniek. Als 37-jarige kreeg Ynze van haar te horen dat hij hoogbegaafd is, hypersensitief en ADHD heeft. Dat hij te weinig jeugd heeft gehad en te veel als beschermer en verzorger van zijn familie optrad. Vooral van belang is zijn huidige vriendin. Hij ontmoette haar via een datingsite. Met lood in de schoenen vertelde hij haar - omdat hij steeds moest uitloggen om 22.00 uur - dat hij in een afkickcentrum zat. Waarop zij antwoordde: ‘Dus je vindt jezelf de moeite waard om aan te werken!’ "Een magisch antwoord was dat. Het triggerde me om na deze kliniek echt clean te blijven!" Want tot dan toe kreeg hij klinieken via-via gesponsord. "Daardoor voel je je minder 'eigenaar' over je eigen traject en ben je binnen een week vaak opnieuw weer aan de drank.”

GEVAARLIJK MOMENT Onlangs was een gevaarlijk moment: vriendin burn-out, problemen met autistische zoon, te weinig freelance opdrachten. "Toen ik op een avond boos ons huis verliet, belde mijn vriendin de politie, want ze was bang dat ik mezelf iets aan zou doen. Dat was zeker niet zo, maar vervolgens kregen we wel een goed gesprek met de leden van het sociaal team over onze zoon. Hij krijgt nu begeleiding en wij worden gecoacht in onze houding richting hem. Ik ging op zoek naar uitzendwerk om financieel minder afhankelijk te zijn van mijn vriendin. Uiteindelijk vond ik via mijn eigen schoolnetwerk een job bij een hoveniersbedrijf.


Het werken brengt ritme in ons gezin. Fluitend sta ik 's ochtends op, tegelijk met de kids start ik stralend de dag. Mijn vriendin en ik hebben daardoor allebei meer ruimte in onze bezigheden. Al drie weken kom ik moe van alle fysieke arbeid thuis. Ik kan er mijn energie in kwijt en ben er rustiger door. Met blowen ben ik daarom ook gestopt. Dat heb ik niet meer nodig. Het mooiste is te merken dat ik zo blij word van het fysiek bezig zijn en dat ik nog veel mooiere foto’s maak nu de ' blow-deken' uit mijn hoofd is.”

DROOM "Mijn droom is te kunnen leven van de fotografie en van het inzetten van mijn levenservaring 'aan de andere kant van de samenleving'. Bijvoorbeeld als ervaringsdeskundige. Ik krijg er een kick van om anderen te helpen, ben een sociaal beestje. Tegelijk weet ik dat je om mensen omhoog te trekken soms keihard moet zijn en dat een stevige en tegelijk omarmende aanpak nodig is.” Ynze heeft op verzoek van de verkenners foto’s voor deze uitgave gemaakt.

‘Dus je vindt jezelf de moeite waard om aan te werken!’ Een magisch antwoord.


Marion werd haar leven weer de baas Het begon toen Marions oudste zoon in een crisis terechtkwam. Hij was nog maar tien jaar oud en het hele gezin leed eronder. "Toen zijn leven weer op de rails was, ontspoorde het mijne. Ik was de hele dag doodmoe. Buiten de kinderen van school halen en de belangrijkste dingen doen in het huishouden kon ik niks meer. Iedereen vond dat ik me aanstelde. Zelf wist ik ook niet wat er aan de hand was. Op een gegeven moment heb ik tijdens de afwas pillen geslikt. Dat heeft er alleen maar toe geleid dat ik doodziek werd. Daarna heb ik nog een tiental pogingen gedaan. Pillen, het spoor: ik heb alles geprobeerd. Elke keer kon ik na een paar dagen crisisopvang weer naar huis. Totdat het echt mis ging en ik in een gesloten inrichting terechtkwam. De enige behandeling die ik kreeg, waren sessies met de psychiater om mij nieuwe medicatie voor te schrijven en met de psycholoog, die nooit genoeg tijd had voor een echt gesprek. Met als gevolg dat ik van mijn kamer naar de separeer ging en weer terug. Pas na enkele jaren kwam er verbetering en mocht ik naar een open inrichting. Dat heeft alles bij elkaar zeven jaar geduurd. Pas toen ik op mezelf mocht wonen, ging het beter.

“Luisteren is beter dan behandelen.” Mijn buren noemden mijn flatje de Arch van Noach, omdat ik dieren verzamelde, van alles twee. De onvoorwaardelijke liefde van mijn dieren en het feit dat ik in mijn nieuwe buurt weinig tot geen contacten had, hebben mij ertoe aangezet om trainingen te gaan volgen. Als ervaringsdeskundige deel ik mijn verhaal met mensen met een GGZ-achtergrond en op basisscholen. Daar vertel ik hoe het is om anders te zijn. En hoe belangrijk het is als mensen naar je luisteren. Mijn man, familie, omgeving: niemand toonde begrip. Alleen mijn vader en moeder hebben me altijd gesteund. Later heb ik begrepen dat ik een depressie had, veroorzaakt door gebeurtenissen uit het verleden en met de crisis rond mijn zoon als trigger. Mensen die oprecht naar je luisteren. Dat is bij mij nooit gebeurd.” Tekst: Myriam Cuypers

onderwijsinstellingen en burgerinitiatiefgroepen. Ze vormen een community, een mix van mensen, die complementair zijn aan elkaar en elkaars doelen delen. Caracola zou maar tijdelijk gehuisvest zijn op de huidige locatie. Hier lijkt een kanteling in te komen. De komst van een integraal kindcentrum lijkt op deze locatie op de langere baan te zijn geschoven. Bart kan er met zijn collega’s in ieder geval nog drie jaar langer aan de slag gaan met het verwezenlijken van hun dromen en ervoor te zorgen dat ze zo verankerd zijn, dat hun tijdelijk onderkomen verandert in een permanente plek.

CARACOLA MAASTRICHT: WERKEN AAN SOCIALE ONGELIJKHEID Bart Dekker, de man achter Caracola, komt oorspronkelijk uit Enschede. Door contact te zoeken met mensen met eenzelfde zienswijze is hij in Maastricht geland en gebleven. Tijdens zijn studie werd hij zo geraakt door een boek over Transition Towns, dat hij besloot Transition Towns Maastricht op te richten. Hier is de basis gelegd voor het huidige Caracola, een sociale hub. Bart en zijn collega’s willen zich niet neerleggen bij de sociale ongelijkheid die er heerst, het langs de kant staan van veel mensen, angst die op veel plaatsen in Nederland lijkt te regeren. Met Caracola willen zij Maastricht voeden met een andere, betrokken, positieve energie. En dat op een plek waar burgers elkaar ontmoeten, inspireren, met elkaar samenwerken en vooral samen experimenteren, op weg naar een mooie en duurzame wereld. Om dit te bereiken bieden ze bijvoorbeeld werk– en ontmoetingsplekken aan voor innovatieve en creatieve professionals, startende ondernemers, DEKLOOF|DEVERENIGINGLIMBURG P30 www.socialeagendalimburg.nl

Ze zijn toe aan een volgende fase: ‘de Warmoezerij’. Het idee behelst een aantal facetten, waaronder een sier-, proef- en kruidentuin, een mediterrane tuin, fruitbomen en bloemenweides. Ook de Warmoezerij galerij, een plek voor ontmoeting en de Warmoes Proeverij, een horecagelegenheid overdag en de plek waar ’s avonds buurt- en stadsinitiatieven elkaar kunnen ontmoeten. Bart en zijn collega’s geloven dat dit plan kan uitgroeien tot een duurzame, sociale onderneming, maar dan is er wel een investering in het pand nodig. Geloven is niet genoeg om potentiële financierders over de streep te halen, daar is een haalbaarheidsonderzoek voor nodig. Tijd, dus geld is nodig om dit te doen. Het is financieel niet haalbaar voor Caracola om dit onderzoek kosteloos uit voeren. Afgelopen twee jaren zijn nodig geweest om te komen waar men nu staat. Er is vooral veel geïnvesteerd in opbouw, leggen van verbindingen, ideeën tot bloei laten komen. Deze fase vraagt om een enorme investering in tijd. Tijd die je dan niet hebt om geld te verdienen, dus blijft dit vaak genoeg achterwege. Het moment is nu om aan te tonen dat het idee van de Warmoezerij een belangrijke bijdrage kan leveren aan de inclusieve samenleving en zelfvoorzienend kan zijn. Dus gaat men op zoek naar partijen die geloven in hun plan en een financiële bijdrage willen leveren. Zou er zoiets zijn als het basisinkomen zijn, was voor Bart het probleem allang opgelost, hij zou al zijn energie kunnen stoppen in de verwezenlijking van de gezamenlijke droom van de Warmoezerij.


Zoese neet – Maud Wilms ‘t Woont in een tehoes Dit is zien veerde sjool dit jaor Euver twiea maondje verhoest ‘t weer ’t haet d’r gaar gein zin mièr in

De kloof of de kloofjes?

Hae haet zien hoeswerk neet aaf Hae zaet: 'sorry, mevrouw, maar het lukt niet Mijn ouders die gaan uit elkaar' Hae haet gein auch toe gedaon vannach door Sami Sezin Esse wils mer 't lukt tich neet Es ’t lökt mer doe wils neet Zoese neet Esse laefs tusse haop en vrees Esse dènks detse nemes höbs Zoese neet Zoese neet ’t loestert noa rapmeziek ’t haet mich weurd inne mondj ’t sjèld de ein nao de angere oet En ’t sjtroaf hoof ’t neet te make van thoes Op maondig stuit d’r inne gezit Dit is de derde kièr dees moandj De foute vrunj en ’n brutale mondj Mer van mien vruntjelijkheid haet d’r neet truuk Esse wils mer 't lukt tich neet Es ’t lökt mer doe wils neet Zoese neet Esse laefs tusse haop en vrees Esse dènks detse nemes höbs Zoese neet Zoese neet Maud, Zoese neet (YouTube) Maud Wilms

Mij is gevraagd een stukje te schrijven over De Kloof. De Kloof tussen bevolkingsgroepen, als die al bestaat. Bestaat er zoiets als De Kloof? Sterker nog, bestaat er zoiets als bevolkingsgroepen? Er zijn vele kloofjes als ik het bekijk vanuit het dagelijkse leven in de wijk en op straat. Vaak is er een kleine afstand en er zijn heel veel kloofjes die overbrugd kunnen worden als men dat wil. Maar als we spreken van bevolkingsgroepen kijken we naar waarin de een zich onderscheidt van de ander. Dan kijken we naar verschillen in religie, in culturele of etnische afkomst, naar sociale positie, hoogte van het inkomen, et cetera. Maar dan kijken we niet naar waar mensen overeenkomsten hebben. Namelijk dat het allemaal mensen zijn, die vergelijkbare levensfasen doorlopen. Van geboorte, via peuter, kleuter, kind zijn naar puber, (jong)volwassene, ouder, grootouder / senior tot aan de dood. Dat al die mensen in de basis hetzelfde willen. Als ik ga schrijven over De Kloof, veroorzaak ik die juist. Als ik ga schrijven over kloofjes, daag ik mensen uit om die te overbruggen. In de dagelijkse praktijk zie ik dat velen daarin slagen. Die kloofjes kunnen veroorzaakt worden door vele factoren, zoals verschillen in taal, in culturele afkomst of subculturele identiteit. Als we die zien als iets negatiefs, maken we het groot. Maar als we dat zien als iets positiefs, maken we die kloofjes overbrugbaar. Velen gaan op vakantie naar een ander land, juist omdat daar de taal, de cultuur, het eten en de subculturen anders zijn. Dan zien we die kloofjes als overbrugbaar. Met handen en voeten en een woordenboekje proberen we bij de winkel iets te kopen.

De manier waarop we die kloofjes proberen te overbruggen is door elkaar te leren kennen. Uit nieuwsgierigheid of uit noodzaak gaan we op zoek naar ‘wie is die ander?’ Dus als we elkaar niet kennen, de culturele gewoontes van een ander niet kennen, het normen en waarden kader van een ander niet kennen, ervaren we kloofjes. Maken we daar een negatieve beleving van, worden die kloofjes groot. Dit hoeft niet gerelateerd te zijn aan etnische afkomst, ook tussen ‘autochtone bevolkingsgroepen’ kunnen verschillen bestaan. Door te focussen op verschillen in opleiding, maatschappelijke positie, inkomen, of zelfs de buurt, wijk of dorp/stad waaruit iemand oorspronkelijk komt. Wat er gebeurt als we die kleine kloofjes groot maken? Onbegrip, conflicten, ‘spreken over’ in plaats van ‘praten met’, langs elkaar leven in plaats van samenleven… Wat kunnen we doen? Ook dat ligt voor de hand: mensen bij elkaar brengen, mensen informeren over de wereld van de ander, mensen laten ervaren dat nieuwsgierigheid naar het anders-zijn van de ander een verrijking kan opleveren. Dat dient van twee kanten te komen. Soms is er ook sprake van een eenzijdige kloof, dat een bevolkingsgroep zich afzet tegen of positioneert aan een zijde van een kloof. Maar de andere bevolkingsgroepen herkennen of erkennen die kloof niet en weigeren aan de andere kant te gaan staan. Dan wordt het lastig om mensen bij elkaar te brengen, maar niet onmogelijk. Over elke kloof kan een brug, hoe lastig ook. Soms vergt het echter creativiteit, innovatieve technieken, niet-voor-de-hand-liggende oplossingen durven uitproberen, experimenteren en daarbij vooral ‘het oude durven los te laten’. Sami Sezin, opbouwwerker.

DEKLOOF|DEVERENIGINGLIMBURG P31

www.socialeagendalim


Wat werkt in wijkwerk?

‘Toen de vraag werd losgelaten, kwamen de antwoorden vanzelf’ Sjoerd is universitair onderzoeker in wijken met complexe problemen. Nee, hij was onderzoeker. Want tijdens zijn oorspronkelijke opdracht kwam de worsteling. Als je echt wilt achterhalen wat de problemen in een wijk zijn en mogelijke oplossingen, dan moet je niet de onderzoeker blijven maar de medemens in die buurt worden. Een verhaal van binnenuit dat pijnlijk scherp de kloof in onze samenleving blootlegt.

'Des te meer ik dingen op me af liet komen, des te meer kwam ik tegen wat ik zocht' “Ik heb in mezelf of op papier vaak vooraf, voordat ik de wijk inging, vragen gesteld. ‘Wat hebben mensen in die wijk nodig?’ en ‘Wat is er nodig in… om…?’ Of ik was druk bezig mijzelf af te vragen hoe ik een goed ‘needs assessment’ zou kunnen doen, zodat we een rapport konden schrijven, een andere interventie konden plannen of tenminste antwoorden konden vinden en een advies uitbrengen. Ik zag ambtenaren, uitvoerende beroepskrachten, ervaren academici, docenten en studenten ook bezig met deze vragen. We waren trots op deze vragen die we als opdracht hadden bedacht, meegekregen of meegegeven. Soms was zo’n DEKLOOF|DEVERENIGINGLIMBURG P32 www.socialeagendalimburg.nl

vraag verpakt in een leuk maar sluw jasje: ‘Wat is uw droom? Hier mag u met deze viltstiften tekenen over…’ Op de een of andere manier heb ik die vragen beetje bij beetje leren loslaten. Des te meer ik dingen op me af liet komen, des te meer kwam ik tegen wat ik zocht. Ik kreeg stukken van ‘real life’ van mijn onderzoeksdoelgroepen te zien. En daarmee meer antwoorden of begrip dan ik me had kunnen voorstellen. Wat nodig bleek, begon met een open houding en met mijzelf steeds meer te laten onderdompelen in de levens van anderen. Intenties vervaagden en het

De straat op deze foto is niet de straat uit dit verhaal. verschil tussen onderzoeksdoelgroep, stadsgenoten, buren en vrienden bestond uiteindelijk niet meer. Dat betekende misschien het einde van een rol als universitair onderzoeker en het toenmalige onderzoeksproject, maar het was ook het begin van nog meer diepgang, het ervaren van medemenszijn van iedereen en zo veel meer.

STEL JE EENS VOOR… Je woont in een buurt waar de huizen in rijtjes aan elkaar gebouwd zijn en dicht tegenover elkaar staan. De muren en ramen zijn dun, de voordeur


tocht, omdat deze niet direct zichtbaar, maar wel degelijk scheef geworden is door jaren verwering. De buren, ja die... Aan de ene kant heb je weinig last. Het zijn geen mensen met wie je een fijn gesprek hebt, maar ze zeggen altijd gedag en ze onderhouden hun huis en tuin. Als je stil bent, kun je door de muur een paar woorden opvangen van het gesprek dat ze dagelijks hebben terwijl hun vaste tv-serie aanstaat. Het eindigt meestal na een minuut of tien, net zoals deze keer: “Ik zei toch, hou je waffel!” Aan de andere kant zitten, sinds het overlijden van mevrouw Theunis, studenten. De eerste bewoner is nog op de koffie geweest bij je, maar al snel zag je hem niet meer en zijn er twee nieuwe studenten gekomen. Eentje zegt je wel voorzichtig gedag, de andere hoor je alleen als ze de deur dichtslaat. Je partner heeft ze al drie keer aangesproken: of ze de tuin een beetje willen bijhouden en het hekje dicht willen doen. Vorige week heb je de bouwvereniging gebeld. De vuilniszakken die ze buiten laten staan, zitten steeds weer vol met gaten, niet van één muis. In dit stuk straat zitten sowieso zo veel muizen. Ze zitten ook in je plafond. Dat irriteert je dus echt… De mevrouw van de bouwvereniging aan de telefoon zei tegen je dat ze de melding zou noteren. Je hebt haar duidelijk gemaakt dat dit al de derde melding is over de rommel bij mensen in de tuin, als je die twee over de achterburen erbij telt. Die hadden de brandnetels zo hoog staan dat je de vuilzakken bijna niet meer kon zien. Het zijn buitenlanders, die niks tegen je zeggen. De jongste zoon zit, als het niet regent, regelmatig een halve middag buiten te roken zonder een woord. Ja die vrouw, die zegt nog wel eens dag terug en ze deed nog wel eens wat in de tuin vroeger, maar ze lijkt er met de jaren ook steeds minder zin in te hebben gekregen. Dat zou je zelf ook hebben met een man en drie volwassen zoons die niks doen. De bouwvereniging heeft hun ‘buurtteam’ er pas geleden op afgestuurd. Die hebben daar twee bomen flink gesnoeid en de zakken waren weg. Sinds de maand erna staan de zakken er gewoon weer. Om het helemaal mooi te maken, de tuin van het buurtteam-huis zelf hier schuin achter, is sinds de afgelopen drie maanden aan het verwilderen. Die Irakees van een paar deuren verder, die altijd zo vriendelijk tegen iedereen is terwijl hij zijn 5 of 6 kinderen elke dag bezighoudt als hij thuiskomt, die zie je al bijna drie maanden niet meer. Sindsdien is dat oudste zoontje van een jaar of tien degene die het moet doen. De vader ging al eens naar familie in hun land van oorsprong, maar nooit zo lang... Die vrouw die zie je vrijwel nooit, ze doet de deur ook niet open als iemand aanbelt. Nu hij er niet meer is, zie je ook dat het afval op straat steeds meer wordt. Je let erop van wie het is, maar je hebt het nog niet gezien, anders kon je ze aanspreken. Zoals toen over de auto. Dat had die vader goed opgepakt en die oudste herhaalde dat: “Je mag niet zo kort langs die auto fietsen van de buren!” Haha, laatst zei die oudste het nog eens tegen dat

mannetje van om de hoek. Daar kan die rommel ook vandaan komen. Daar woont wat! Ja Sjef, de overbuurman, maakt zich er druk om. En hij is al een paar keer opgenomen geweest in het ziekenhuis met zijn ziekte. Toen je hem laatst uitnodigde voor een kop koffie, vertelde hij je heel voorzichtig over zijn situatie, want een aantal buren roddelen nog al. Dat vindt hij verschrikkelijk. Sjef is hier om de hoek geboren, maar buiten de paar contacten die hij heeft met enkele buurtbewoners die hier al langer wonen, is zijn enige familie een zus van 81 die ver weg woont. Je ziet dat hij zich nu druk maakt over die brief van de bouwvereniging over de mogelijke afbraak van de huizen. Er is al zoveel om hem heen veranderd…

MIJN PARTICIPATIEF PERSPECTIEF “Ik heb enkele jaren participatief onderzoek gedaan in buurten. Het bovenstaande verhaal is letterlijk een greep uit het dagelijks leven op een plek in een stad in Limburg. Het kan worden geplaatst als een neutraal gesprek. Dezelfde (je-)persoon hierboven heeft heel veel meer meegemaakt. Dat is logisch te beredeneren, want mensen vertellen niet zomaar over hun hele leven. Pas als we elkaar regelmatig hadden ontmoet, hoorde ik de indringende ervaringen van mensen – het meeste maakten ze mee voordat zij mijn leeftijd hadden. Ervaringen die ik niet of nauwelijks kende uit mijn oorspronkelijke omgeving. In mijn werk kwam in de loop der tijd verhalen tegen van misbruik tot moord. Nadat ik mensen beter leerde kennen, heb ik emoties gevoeld van moeilijke levens. Ook kreeg ik bijvoorbeeld harddrugs voor de verkoop onder mijn ogen te zien. Toch wil ik daar niet in blijven hangen of op focussen. Mensen die merkbaar liefdevol waren naar anderen en naar mij, lieten mij op respect-

volle wijze zien hoe zij in hun leven regeltjes omzeilden en wat ze op hun kerfstok hadden. Wat ik zie of zag als misdrijven of wat leek op traumatische ervaringen, bleken net als ervaringen van overlast en eenzaamheid, allemaal consequenties te zijn van een complex geheel. Een geheel dat niet uiteen te halen valt in losse delen, laat staan in sociale stempels en theoretische concepten. Mensen die vluchten van hun huis om oorlog met hun landgenoten, of die vluchten om de haat-liefde verhouding met hun eigen moeder. Die hun weg aflegden via allerlei landen, weeshuizen of een circuit van prostitutie en/of drugshandel. Pas bij nader kennismaking zag ik het leven van

de vastgelopen bankzitters en herkende ik de stoer-zachte helden en Moeder Teresa-achtige vrouwen in de straat. Ze hielden zich weg van de sociale organisaties. Tot mijn verlichtend inzien moesten zij bepaalde regels en orde omzeilden om zichzelf te zijn én er te zijn voor anderen. Het was een orde met regels op zich. Bij mensen van wie het leven onder het concept ‘kansarmoede’ zou vallen, leerde ik over geven, nog eens geven, delen en nemen. Bij al die mensen leerde ik over mijn oordelen, aannames, invullingen, mijn vertrekpunt ofwel mijn referentiekader. Maar ook leerde ik over de consequenties van grotere invloeden, invloeden die ik nog moeilijker vind om te beschrijven dan sociale democratie, kapitalisme, grenzen-overschrijdende ego’s, en lokale en internationale politiek. Verschillende mensen vertelden mij ook over wat ik zou kunnen omschrijven als ‘invloeden van vorige levens’. Elk trauma of nadeel bleek z’n les of voordeel te hebben. Als ik maar goed genoeg luisterde en keek, dan kwamen de vertellingen en verklaringen vanzelf. Zonder DEKLOOF|DEVERENIGINGLIMBURG P33

www.socialeagendalim


te veel nadenken en aannames ervoer ik een groter en nieuw begrip, en het leek alsof die anderen dat ook ervoeren.

AFSTAND EN BETROKKENHEID IN DE PRAKTIJK Mogelijk vraagt u als lezer, bijvoorbeeld in de functie van beleidsmedewerker, zich af wat u heeft aan deze verhalen en persoonlijke ervaringen of lessen. Ik deel hier de conclusies die ik uit mijn werkzaamheden heb getrokken, omdat ze iets in andermans dagelijks werk kunnen betekenen. Ik concludeer dat ‘bemoeien met’, ‘vooraf bedachte vragen blijven stellen’, en ‘professionele afstand nemen’ niet voldoende zijn in het werk met mensen. Sterker nog, te veel afstand, te veel vragen bedenken, te veel willen helpen, zijn onderdeel van het probleem gebleken. Hoe meer schakels, hoe groter de organisatie of projecten en doelen, des te groter de afstand die te overbruggen is voor de mens in de buurt. Hoe groter ook de afstand voor de mens in de management-positie. Als ik ter illustratie terugkom op het conceptuele doel ‘we moeten bruggen bouwen’, dan klinkt dat in de oren van ‘de mensen’ – die mensen die die je nodig hebt voor je realisatie - al gauw als een nieuwe invasie van de grote organisaties. Ik zag slechts enkele mensen in mijn werkveld die volgens de kenners (de doelgroep, de betrokkenen in de wijk) echt een verschil maakten. Zij werkten misschien met enkele trucs of spraken over een soort ezelsbruggetjes, maar zij hadden het nooit over ‘bruggen bouwen’. Zij waren hooguit een brug geworden, omdat hun organisatie hen in de spagaat had gedwongen tussen wijkrealiteit en maatschappelijke organisatie.

DEKLOOF|DEVERENIGINGLIMBURG P34 www.socialeagendalimburg.nl

WAT IS NODIG BIJ WIJKWERK? Als we nu terugkomen op de vraag ‘wat is nodig om?... kan ik een paar tips delen vanuit mijn ervaringen in het werken met buurt, vriend en burgemeester: 1. Directe betrokkenheid is altijd nodig. – Als ik manager ben, kan ik met vaste regelmaat naar de wijk komen en meelopen met mijn lokale kracht. Dat doe ik niet om het af te vinken of omdat ik volgens de trend over bottom-up aanpak moet kunnen schrijven. Ik als leidinggevende wil mijn praktijk en mijn mensen in alle lagen kennen, en zij krijgen allen de kans mij te leren kennen. Niet alleen zij die mij gelijk geven. 2. Betrokken zijn kan alleen oprecht met een open houding. – Hoe zou ik zelf benaderd willen worden? Zeker niet te beschermend, met verkapte belangen en bureaucratische kronkels. 3. Oprecht en open zijn, kan alleen als vooraf gestelde doelen en vragen worden losgelaten. – Ik krijg bij die open houding (zonder oordelen) al snel door welke wijkkrachten en andere figuren welk deel onder de knie hebben en wie wat (nog) niet. De vervelende rebel blijkt misschien een expert op een vlak waar ik zelf en de meeste anderen dat niet zijn. 4. Oefening in laten gebeuren baart kunst. – De ‘natuur’ of natuurlijke intelligentie in de dingen en mensen neemt het over en kan het veel beter dan ik kan bedenken. 5. Op kantoor, in de vergadering neem ik de ervaringen en energie van de mensen mee in mijn uitwerking. Ik neem de uitwerking ook altijd mee terug naar de betrokkenen. Ze zijn wijzer en/of anders dan ik kan bedenken en kennen en controleren hun omgeving als geen ander. Bovendien zou ik zelf ook graag willen weten wat er met mijn inzet is gebeurd. 6. Dus ik blijf checken met de betrokkenen, ik blijf open en dan gaat (een levenlang) leren en het verbeteren van werkwijze of beleid vanzelf. 7. Ik vergeet gerust de bovenstaande geboden. – Begin ik namelijk met loslaten en met een oprechte open houding betrokken te raken in de zaken waaraan ik werk, dan komt de rest ‘vanzelf’ - als een natuurlijke kracht - naar me toe. Om dat te ervaren, om mijzelf te oefenen, begin ik hiermee elke dag opnieuw. Liever nu een beetje, dan de belofte over morgen veel. *Ter anonimisering van mens en buurt zijn details veranderd.


DE NIEUWE ARMOEDE VOLGENS DE KERK Ook de kerken in Limburg signaleren de Nieuwe Armoede. De verkenners spraken met Hub Vossen. Hij is stafmedewerker van DKS, de Dienst Kerk en Samenleving van het bisdom Roermond. Hij constateert dat de onderkant van de Limburgse samenleving steeds verder wegzakt en nieuwe groepen zich melden. langduriger contact aangaan, vertrouwen winnen. Dat kan niet met spreekuurtjes van 45 minuten. We moeten echte verbinding maken en dat kost tijd. Bovendien moet die verbinding gebaseerd zijn op respect: accepteer dat groepen een andere leefstijl kiezen en dwing ze niet om zich aan te passen aan onze leefstijl. Gebruik niet te snel de stempel ‘onaangepast’. Laten we vooral ook bouwen aan contacten in de buurt, omzien naar elkaar helpt enorm.”

“Het is een oproep aan ieder van ons. Hoe gedragen we ons tegenover elkaar? Wat doen we er zelf aan om onze samenleving zo in te richten dat iedereen zich veilig weet en thuis kan voelen?” (Koning WillemAlexander)

Foto: Ynze de Wit

NIEUWE GROEPEN Hub Vossen: “De eerste groep bestaat vooral uit mannelijke 45-plussers. Ze zijn hoogopgeleid en hadden jarenlang een goede baan, een mooie woning en een gelukkig leven. Maar dan opeens worden ze werkloos, tellen niet meer mee. Ze hebben het er erg moeilijk mee, krijgen psychische problemen, die ook een zware wissel trekken op hun huwelijk. Als ze dan ook nog met een scheiding geconfronteerd worden en geen werk meer vinden, stort hun leven in en zijn ze vaak de weg helemaal kwijt. Een tweede groep is die van stateloze allochtone jongeren van 18+. Vaak laagopgeleid, kwetsbaar en buiten het zicht van de leerplichtambtenaar. Zij zijn niet bij machte hun leven in te richten, kunnen hun vraag ook niet formuleren en belanden snel in het criminele circuit. Ook Wil Linssen van het Leger des Heils Maastricht en wijkpastor Martin Jeukens van Wittevrouwenveld signaleren een toename van

dolende groep jongeren. Het Sociaal Fonds Sittard-Geleen probeert dergelijke jongeren te ondersteunen met leermiddelen, die niet door de ouders of jeugdzorg betaald worden. Jongeren in opleiding kunnen schoolboeken/lesmateriaal niet betalen en haken dan af. Deze groep jongeren kan zijn probleem niet beschrijven en dus is het probleem er niet. Onderzocht wordt of er mogelijk een relatie is met de toename van zelfdoding onder jongeren. Als je er buiten valt en tegenslag op tegenslag krijgt, geef je het op. In Heerlen-Noord is Fien Cruts wijkpastor. Ook zij constateert dat het steeds moeilijker is om mensen erbij te houden. “Een groep keert zich af van de samenleving.” En een derde kwetsbare groep zijn de woonwagenbewoners en de Roma en de Sinti. Er zijn er 30.000 in Limburg. De vraag is: schrijven we deze groepen af? Als dat niet de weg is, moeten we een andere aanpak kiezen. We moeten met mensen een

Bedreiging Hub Vossen noemt ook een concrete bedreiging om tot echte oplossingen te komen. “Voor deze groepen zoeken bestaande instellingen vooral naar oplossingen vanuit hun juridisch kader. Het eigen speelveld wordt als grens gesteld om geen risico’s te lopen. Een voorbeeld: ‘Schuldhulpmaatjes’ is een samenwerkingsproject met Humanitas/ Alcander/Impuls, waarbij vrijwilligers aantreden waar de professionals stoppen. Diezelfde professionals roepen nu de discussie op wat er gebeurt als die vrijwilligers fouten maken. Daarmee wordt het project bedreigd! Terwijl Schuldhulpmaatjes Heerlen met 80 vrijwilligers al meer dan 750 mensen heeft geholpen.”

Naast Hub Vossen, Wil Linssen van het Leger des Heils Maastricht, wijkpastor Martin Jeukens van Wittevrouwenveld en wijkpastor Fien Cruts zijn op dit gebied bijvoorbeeld ook aanjagers wijkpastor Hub van den Bosch van Jongerenkerk Venlo en pater Martin de Korte uit Munstergeleen voor de Roma.

DEKLOOF|DEVERENIGINGLIMBURG P35

www.socialeagendalim


Drempels weg tussen mensen en instanties Amy Degener en Maurice Bruntink uit Heerlen zijn acht jaar een stel. Uit eerdere relaties hebben ze samen tien kinderen. Allebei staan ze onder bewind. Omdat ze apart wonen, krijgt Amy (drie thuiswonende kinderen) 80 euro en Maurice (een thuiswonende zoon) 70 euro per week om van rond te komen. Daarnaast krijgt Maurice 1 euro per uur van de gemeente voor zijn vrijwilligerswerk.

Amy heeft ooit van een psycholoog te horen gekregen dat deze niet verder meer op de oorzaak van haar problemen wilde ingaan, omdat dit voor Amy te pijnlijk zou worden. Zij vindt dit een goed advies. Het leven gaat door en je moet er het beste van maken.

Maurice en Amy vinden hun geluk in het helpen van mensen. Dit doen zij bijvoorbeeld door het wegnemen van drempels. Tussen mensen onderling en tussen mensen en instanties. "Veel mensen die we kennen, zijn bang voor ambtenaren. Daardoor lopen ze veel mis en krijgen ze niet de hulp waar ze recht op hebben." Vaak blijkt die angst onterecht. Daarom organiseren Amy en Maurice samen met een hechte groep mensen uit de buurt het evenement ‘Dag zonder Drempels’. Het evenement op Sportpark Varenbeuk vindt plaats met financiële steun van de gemeente en met hulp

DEKLOOF|DEVERENIGINGLIMBURG P36 www.socialeagendalimburg.nl

van sponsoren. Informatiestands, activiteiten voor jong en oud: ze bieden de bezoekers van alles wat. Amy: “Allerlei instanties doen mee en er komen zelfs kinderen uit het noorden van het land om een sportdemonstratie te geven. Een plaatselijke supermarkt sponsort de lunchpakketten.” Maar sponsors hebben ze nooit genoeg, want het blijft niet bij dit ene evenement. Maurice: "De Dag zonder Drempels is het eerste evenement dat we organiseren, maar er komt meer. Binnenkort hopen we een uitstapje te

organiseren voor kinderen die anders nooit wat leuks buitenhuis zouden doen. Met hulp van sponsoren hebben we inmiddels 42 entreebewijzen voor diverse activiteiten klaarliggen. Maar daarmee is natuurlijk nog niet alles geregeld. Bovendien is er ingebroken in jongerencentrum The Move, waar we allebei vrijwilliger zijn. Er is meer schade dan ze hebben meegenomen. Alles moet worden vernieuwd." Tekst: Myriam Cuypers Foto: Ynze de Wit


Sabria Kara Khalil

‘Bied vluchtelingen sneller de kans hun talenten te laten zien’ Vier jaar geleden vluchtte Sabria Kara Khalil met haar man en twee kinderen uit Syrië. In haar eigen land was Sabria docente Engelse taal en literatuur. Ze doet er alles aan om ook in Nederland zo snel mogelijk weer een baan op haar oude niveau te vinden.

Sabria Kara Khalil kan het niet genoeg benadrukken: het leren van de taal is het allerbelangrijkste om goed mee te kunnen doen in Nederland. Zelf spreekt ze, naast Koerdisch, Turks, Arabisch en Engels, intussen uitstekend Nederlands. “Ik heb behalve de inburgeringscursus ook staatsexamen Nederlands als tweede taal op het hoogste niveau gedaan”, vertelt Sabria. “Maar ik wil me zelf blijven verbeteren. Mijn kinderen, die allebei op de basisschool zitten, spreken nu al beter Nederlands dan Koerdisch, hun moedertaal. Ik wil niet dat zij straks woorden gebruiken die ik niet ken. Voor hen, maar ook voor mijn eigen toekomst, is het van belang dat ik alles begrijp wat er wordt gezegd.” Het gezin Chapo woont sinds drie jaar in Eijsden. “We zijn hier heel goed opgevangen. De mensen in het dorp zijn aardig en behulpzaam. We hebben goed contact met onze buren, met docenten op school en andere Syrische families die hier gehuisvest zijn.” Sabria en haar man, die technisch ingenieur is, zijn beiden actief in het vrijwilligerswerk. “Twee dagen in de week werk ik als klassenassistent op de school van mijn kinderen. Daarvoor was ik vrijwilliger in museum Het Ursulinenconvent in Eijsden.

Maar als klassenassistent leer ik sneller de taal en krijg ik bovendien een inkijkje in het schoolsysteem. Dat sluit beter aan bij mijn ambitie: een betaalde baan als docent Engels of als vertaler.”

INTAKE Om haar doel te bereiken is Sabria onder de hoede van het UAF in Utrecht, dat hoogopgeleide vluchtelingen (financieel) ondersteunt bij studie en werk. Alles om zo snel mogelijk een baan te vinden. Sabria: “In Syrië was ik vijftien jaar docent en vier jaar coördinator en tolk. Maar hier moet ik weer vanaf nul beginnen. Dat het lastig is om een baan te vinden als je de taal niet beheerst, begrijp ik. Daarom grijp ik elke kans die zich voordoet, ik wil namelijk heel graag werken.”

‘In Syrië was ik vijftien jaar docent, coördinator en tolk. Hier begin ik weer vanaf nul’

Hoewel ze dankbaar is voor alle hulp die haar gezin heeft gekregen, heeft Sabria nog wel een paar tips voor de instanties die zich bezighouden met de opvang van vluchtelingen. “Het zou heel fijn zijn als de UAF bijvoorbeeld ook in Maastricht begeleiding zou bieden. Dat scheelt een hoop reistijd. Ze zouden ook een intake kunnen organiseren, zodat meteen duidelijk is welk niveau iemand heeft. Voor de toekomst hoop ik dat vluchtelingen sneller de kans krijgen te laten zien waar hun talenten liggen. Als je thuis zit, weet niemand wat je kunt. Daarom pleit ik ervoor om nieuwkomers meteen een - onbetaalde - stage te laten doen, bij voorkeur op hun eigen vakgebied. Dan kun je bewijzen wat je waard bent en misschien van daaruit sneller doorstromen naar een betaalde baan. Want dat is goed voor iedereen: voor ons, maar ook voor Nederland.” Tekst: Meyke Houben Foto: Ynze de Wit

DEKLOOF|DEVERENIGINGLIMBURG P37

www.socialeagendalim


Op zoek naar de Limburg-factor In februari 2015 vragen Provinciale Staten van Limburg om een rapport over de oorzaken van de Limburgse achterstanden in gezondheid en participatie. Professor Maria Jansen weet dit samen met onder meer professor Andries de Grip vast te leggen in het rapport ‘Op zoek naar de Limburgfactor’. Dat wordt de basis voor de Sociale Agenda Limburg 2025. Wat signaleren ze nu, twee jaar later?

DEKLOOF|DEVERENIGINGLIMBURG P38 www.socialeagendalimburg.nl

WAAR STAAT LIMBURG? Maria Jansen: “We zien dat vooral in de Zuid-Limburgse steden de problematiek stapelt. Het zijn diepgewortelde patronen. En beleidsmakers versterken die patronen in veel gevallen. Je ziet de afscheiding van bevolkingsgroepen tussen delen van Limburg, maar ook binnen een stad als Maastricht. Aan de ene kant van de stad zit het vmbo, aan de andere kant van de stad havo en vwo. Het contact tussen die kinderen en hun ouders is dus minimaal. Als we iets willen veranderen dan moeten we die patronen gaan doorbreken.” Andries de Grip: “Zo is er sprake van een groep mensen die echt op alle fronten langs de kant staat, qua gezondheid, qua onderwijs, en ook in de werk- en leefsituatie. Tegelijkertijd is er ook een groeiende middengroep die onzeker is op het terrein van de gezondheid en in de werksituatie. Het gaat dan bijvoorbeeld om oudere werknemers die zich afvragen of ze wel in staat zijn om door te werken tot hun pensioengerechtigde leeftijd, of flexwerkers en zzp’ers die niet weten of er over enkele jaren voldoende werk voor hen is.” Volgens De Grip zijn talenten de grondstoffen voor een kennissamenleving. Met de aantrekkende economie en schaarste op de arbeidsmarkt is het cruciaal die talenten maximaal te benutten. “We willen in Limburg topfaciliteiten voor toppers in wetenschap en industrie. Dat vraagt óók vakmanschap en sterke dienstverlening. Bovendien wil je voorkomen dat mensen langs de kant staan met alle maatschappelijke kosten van dien.” Die kosten kwamen voorheen voor rekening van een landelijk sociale zekerheidssysteem. Nu moeten die dichter bij huis worden gedragen. Komen mensen er zelf niet uit dan moet de gemeente inspringen. Liefst op een slimme manier: inspelend op de kansen die ondernemers bieden. Maria Jansen: “Je ziet in verschillende wijken innovatieve concepten ontstaan. Het gaat dan vooral om plekken waar meer ruimte is voor persoonlijke aandacht.”


Tegelijkertijd is sprake van een grote groep mensen die met moeite een plek kan vinden in de samenleving en waar ontsporing op de loer ligt. Maria Jansen: “Met minder zorgvoorzieningen moeten we sneller en vroeger ingrijpen. Die waakzaamheid is nog onvoldoende ontwikkeld. Vooral in de gezinszorg en op scholen is forse winst te halen bij de jeugd. Tijdig ingrijpen kan uitval voorkomen.”

soms best wat steviger ingrijpen om ze te verleiden tot gezond gedrag.”

WELKE STAPPEN HEEFT LIMBURG GEZET EN TE ZETTEN?

‘Er moet snel een participatiecampus in Limburg komen’

De ambitie van de Sociale Agenda Limburg 2025 vraagt veel van gewone Limburgers, maar ook van bestuurders en professionals. Maria Jansen: “We moeten niet vergeten dat de kwetsbaarste groepen alle zeilen moeten bij zetten om zich te handhaven in het dagelijks leven. School of werk komt dan soms op het tweede plan.” En tegelijk ligt er ook nog een forse uitdaging bij professionals en beleidsmakers. Maria Jansen is nauw betrokken bij het Kennis-as project ‘Gezonde basisschool van de toekomst’. “We zijn in Limburg gekomen uit een situatie van sterk gestuurde leefpatronen. Er ligt in Limburg daardoor een extra uitdaging om goed op jezelf te letten, en om elkaar aan te spreken. We kunnen alleen iets veranderen als we gedrag bespreekbaar maken. Bij de jeugd mogen we

Jansen signaleert dat Limburg bol staat van de netwerkjes die maar moeizaam tot actie over kunnen gaan. Bij de gezonde basisschool hebben onderwijskoepel Movare, Universiteit Maastricht, GGD Zuid-Limburg en Provincie Limburg die stap wel gezet. De proeftuinen ‘Positieve gezondheid’ in Limburg zijn voor Maria Jansen een volgende testcase.

De Grip: “Als we kijken naar de personeelswerving van VDL Nedcar, dan kunnen we vaststellen dat in bijzondere economische omstandigheden bijzondere sociale innovaties tot stand komen. VDL Nedcar laat echter ook zien dat gemeenten wisselend weten te profiteren van de mogelijkheden die er liggen. Ook is het de vraag of er voldoende leereffecten zijn, waarvan men in de toekomst bij andere wervingsprojecten kan profiteren.” Volgens beide professoren heeft Limburg behoefte aan een Participatiecampus, die de hele provincie omvat en er snel komt. De afgelopen jaren heeft Limburg forse successen weten

te boeken met haar Brightlands campussen. Structureel onderzoek en innovatie liggen aan de basis van dat succes. Bij sociale innovatie werkt dat net zo. Op het terrein van de arbeidsmarktparticipatie heeft de Universiteit Maastricht enorm veel toegepaste kennis in huis. De Grip: “Tegelijkertijd vinden de Limburgse gemeenten nog te vaak het wiel opnieuw uit. Er wordt nog onvoldoende beleid gevoerd waarbij ook de overheid gebruik maakt van effectmetingen, die wetenschappelijk zijn onderbouwd, Grijp je die kans, dan kun je vaak het beleid tijdig bijsturen. Limburg heeft ook een inhaalslag nodig in de arbeidsparticipatie van de bevolking. Voor de komende jaren ligt er een bijzondere kans om een belangrijk deel van de 20.000 Limburgse jongeren weer bij de samenleving te betrekken die op dit moment niet werken noch op school zitten!” Op dit moment werken Maria Jansen en Andries de Grip mee aan het een nieuw Kennis-As project: 4Limburg. Tekst: Martijn Rumpen Foto’s: Universiteit Maastricht

DEKLOOF|DEVERENIGINGLIMBURG P39

www.socialeagendalim


DEKLOOF|DEVERENIGINGLIMBURG P40 www.socialeagendalimburg.nl


De buurt kent Ans en Ans kent de buurt Ans Fransen is inwoonster van Heerlen Noord, vrijwilligster en lid van het zogeheten Burgerpanel. Als vrijwilligster heeft zij haar hele leven de handen uit de mouwen gestoken voor haar buurt en haar buurtgenoten. Via al het vrijwilligerswerk kwam ze aan een ‘Melkertbaan’ die weer leidde tot een baan als bewonersondersteuner bij Welzijnsgroep Alcander. Door ziekte is zij moeten stoppen. Een jaar geleden werd Ans gevraagd lid te worden van het Burgerpanel Heerlen Noord. Samen met ‘ervaringsdeskundigen’ uit deze wijk laat zij zien tegen welke muren bewoners oplopen als zij bij instanties aankloppen voor hulp of steun. “We weten waar we over praten, omdat we allemaal op de een of andere manier ervaren hebben hoe moeilijk het is om gehoord te worden. Dat begint al bij het gebruik van dure woorden. Ik heb gewerkt bij Alcander, maar voor veel laagopgeleide ouderen is het gewoon niet te begrijpen. Ik ken veel van deze mensen in mijn buurt. Ik stap gewoon op mensen af en vraag wat er nodig is.

‘Het invullen van formulieren is ingewikkeld en vaak onzinnig’

Deze ouderen komen namelijk niet voor zichzelf op. Als de thuishulp niet komt opdagen dan laten ze het erbij, omdat ze niet weten bij wie ze dit moeten melden. Maar dan gaat er toch een rekening naar de gemeente, die daar niet van op de hoogte is. Ik heb gezien dat ouderen soms wel drie weken geen hulp krijgen, terwijl de gemeente denkt dat het geregeld is. Het invullen van formulieren is ingewikkeld en vaak onzinnig. In gezinnen met verschillende soorten hulp moet jaarlijks voor elke onderdeel apart worden opgegeven of en welke hulp er nodig is. Bij een gebroken been is dat logisch, maar een verstandelijke beperking is echt niet opeens weg na een jaar. Daar mag wel wat meer maatwerk in zitten. Maak het de mensen toch niet zo moeilijk. Hier in Heerlen Noord maken bewoners zich ook over andere zaken druk dan in bijvoorbeeld een wijk als Welten. Er wonen hier veel laagopgeleide ouderen en mensen met een uitkering. Ook wonen er relatief veel alleenstaanden met kinderen. Als bijvoorbeeld vrouwen alleen achterblijven met kinderen en veel schuld, dan is dat geen fijne thuissituatie. Jongeren gaan op straat rondhangen en kattenkwaad uithalen. Dat ligt niet aan die kinderen. Help die vrouwen, dan gaat het met die kinderen ook beter.”

‘Maak het de mensen toch niet zo moeilijk’ Het Burgerpanel klopt vervolgens met ervaringen, ideeën en verbeterpunten hard op deuren, zo ook bij de gemeente Heerlen. “Ik heb tegen wethouder Peter van Zutphen gezegd: ‘Als jij jeugdbeleid wilt maken in Heerlen, dan moet je gaan praten met mensen zoals die ook in het burgerpanel zitten.’ En dat gaat hij dus ook doen heeft hij toegezegd. Ik ben er best trots op dat we dat als burgerpanel hebben bereikt.” Tekst: Monique Steijvers – Van der Veer Foto’s: Ynze de Wit

DEKLOOF|DEVERENIGINGLIMBURG P41

www.socialeagendalim


Van het kastje naar de muur Van de ene diagnose naar de andere, van het kastje naar de muur. Dat is de ervaring van Simoon en Thei Verstappen uit Maastricht. Samen hebben zij vier kinderen, die allemaal te maken hebben met een stoornis. Hun oudste zoon is vanaf zijn peutertijd van de ene zorginstelling naar de andere gestuurd. Inmiddels is hij 22 jaar en nog steeds een probleemkind.

'Terugvallen op je eigen netwerk? Ze zien je aankomen met een hyperactief kind!'

DEKLOOF|DEVERENIGINGLIMBURG P42 www.socialeagendalimburg.nl

Volgens Thei en Simoon kan veel worden voorkomen door beter te luisteren naar de ouders, vooroordelen los te laten, en mensen niet te betuttelen. Bovendien vinden zij dat instanties minder makkelijk moeten verwijzen naar PGB’s en eigen netwerken. Simoon en Thei pleiten voor beter observeren van de thuissituatie en op basis daarvan beter diagnosticeren op jongere leeftijd. Ook onderstrepen zij het belang van het inzetten van ervaringsdeskundigen, zoals zijzelf. Simoon: “Wij kennen de weg die veel mensen nog moeten gaan.” Die weg heeft voor hun eigen gezin tot de nodige problemen geleid. Op een gegeven moment is Simoon volledig ingestort. Daardoor kwam de zorg voor het huishouden en de kinderen op de schouders van Thei terecht. Door alle stress kreeg hij te maken met rugklachten en werd hij werkloos. En dat lijkt een uitzichtloze situatie. Thei (47): “Ze wijzen me af, omdat ik geen papieren heb. Ervaring telt niet."

Gelukkig kan Thei zijn energie kwijt als vrijwilliger bij het gehandicaptenvoetbal. “Onze middelste wilde gaan voetballen, maar jongeren met een gedragsstoornis of beperking kunnen niet meedraaien in een gewoon voetbalteam. Daarom voetbalt hij in een g-team. En dat werkt geweldig. De jongeren kunnen hun energie kwijt en ontwikkelen sociale vaardigheden. Elke voetbalvereniging zou een g-team moeten hebben." Simoon: “Verder zijn we samen met mensen uit het professionale circuit aan het bekijken of we een ‘huiskamer’ kunnen opzetten voor zwerfjongeren. Vaak zijn dat probleemjongeren die hulpmoe zijn. Eigenlijk is dat hetzelfde verhaal als bij onze oudste zoon. Ze hebben het allemaal al gezien en gehoord, en willen op een gegeven moment alleen maar rust. Ze komen dan op straat terecht en vluchten in de drugs. Dat moet geen enkel kind hoeven meemaken. Tekst : Myriam Cuypers Foto: Ynze de Wit


LEVENLANG LEREN Er was iemand die mij leerde fietsen: een voorjaarsdag een groen fietsje met een vlaggetje een straat waar de stenen in vissengraat lagen ‘Niet loslaten,’ riep ik ‘Niet loslaten’ Er was iemand die mij leerde zwemmen een hekje tussen het diepe en het ondiepe bad en mijn hoofd die in mijn dromen vaak bekneld

Dicht de kloof niet te snel

raakte tussen de spijlen

door Raf Janssen Er was iemand die mij leerde dat een beleving meer overtuigt dan een bewering Met open mond keek ik toe hoe een regenworm uit elkaar werd getrokken als bewijs dat beide helften door zouden leven Er was iemand die mij leerde duiken een zomer in Italië eerst zittend op de rand van het zwembad voorover laten vallen met mijn hoofd naar beneden dan op mijn hurken en dan staan Er was iemand die mij een trucje leerde met drie bekertjes en een knikker en het succes dat je daarmee kunt hebben op feestjes Er was iemand die mij leerde kussen met mijn tong met z’n tweeën in een slaapzak op de zaal van de jongens en maar oefenen… Er was iemand die mij leerde dat dood gaan geen ernstige zaak is dat het laatste wat je uitblaast een grapje kan zijn dat tranen van het lachen en van het huilen net zo zout zijn en dat zout het leven smaak geeft Er was iemand die mij leerde dat alles eindigt en dat alles een nieuw begin is

Het vraagt veel van mensen om te overleven in een kwetsbare positie. Bovendien zien deze mensen als geen ander waar het aan schort in onze samenleving. Daar zit dus een enorme potentie om te veranderen ten goede. Dat is wat ik noem ‘woede constructief maken’. Tegelijkertijd vraagt dit wel om een omgeving die talent en krachten onderkent en erkent, ook als die zich aandienen in een andere vorm dan doorgaans wordt gevraagd. Ik zeg wel eens, we kunnen van kamelen geen werkpaarden maken, maar kamelen kunnen wel wat en het zijn nog aardige beesten ook. Als we het hebben over de kloof in de samenleving moeten we niet zozeer denken aan mensen die zielig zijn, die hulp nodig hebben, waar we het welzijnswerk op af moeten sturen. En we moeten ook niet te snel proberen de kloof te dichten. Om te begrijpen wat er aan de hand is, doen we er beter aan de kloof eerst goed uit te diepen. Dan groeit het inzicht dat deze kloof alles te maken heeft met toenemende onzekerheden en afnemende voorzieningen die nodig zijn om kwaliteit van leven te behouden. Steeds meer mensen voelen de bodem onder hun bestaan wegvallen. Dat heeft heel veel te maken met de wijze waarop onze economie zich wereldwijd ontwikkelt. Naast winnaars zijn er verliezers. En als deze laatsten niet geholpen worden een nieuw perspectief op voldoende kwaliteit van leven op te bouwen, zal de kloof alleen maar groter worden.

voor basisinitiatieven van groepen mensen in buurt, wijken en dorpen: door samenwerking verbetermogelijkheden scheppen die je in je eentje niet voor elkaar krijgt. Dat geldt verder ook voor partijen, partners, die hierin een ondersteunende rol kunnen spelen. In de eerste plaats denk ik dan aan gemeenten. Die kunnen lokale initiatieven ruimte en steun geven om zich te ontwikkelen. Verder kan gedacht worden aan ondernemingen die in hun bedrijf niet alleen individuele personen nieuwe ontwikkelkansen kunnen bieden, maar ook samen met buurt- en dorpsinitiatieven nieuwe vormen van lokale economie kunnen verkennen en ontwikkelen. Ook het onderwijs kan hier een rol spelen door nieuwe perspectieven te ontwikkelen en basisinitiatieven te ondersteunen in het leggen van denk- en doefundamenten voor het overbruggen van kloven in de samenleving. Raf Janssen, wethouder Peel en Maas

Er was iemand Er was iemand Er was iemand

Anouk Saleming (dichter/actrice)

Wat kan Limburg doen om ‘de kloof’ te overbruggen? Ik ben groot voorstander en mede-aanjager van een initiatief in Limburg onder de noemer ‘collectieve redzaamheid’. Een samen optrekken om álle Limburgers aan te spreken om door onderlinge samenwerking elkaars mogelijkheden te ontdekken, te ontwikkelen en te vergroten. Dat geldt op de eerste plaats DEKLOOF|DEVERENIGINGLIMBURG P43

www.socialeagendalim


ANALYSE

Theo Thuis over dé uitdaging van Limburg:

Waar halen we straks onze mensen vandaan? Bij de trektocht door Limburg hebben de verkenners tal van aanjagers met innovatieve denkbeelden én daden ontmoet. Theo Thuis bijvoorbeeld. Hoofdfunctie: directeur innovatie van Q Park. Strateeg, visionair en arbeidsmarktdeskundige. Hij is trots op de economische groei van Limburg. Zijn waarschuwing: zelfgenoegzaamheid door dit succes zal ons snel fataal worden. Een messcherpe analyse. SUCCES Theo Thuis: “De situatie in Limburg typeer ik als ‘de dubbele schaar’. Aan de ene kant is er succes. En hoe! Limburg maakt een economische groei door die boven het landelijk gemiddelde is. De werkloosheid ligt onder dat landelijk gemiddelde. Samen met Zeeland heeft Limburg op dit moment de laagste werkloosheid. 50 jaar na de sluiting van de mijnen is dat een ongekende situatie. In Limburg scoren we in een aantal sectoren heel erg goed. Bijvoorbeeld transport en logistiek: in Noord-Limburg wat grootschaliger en in Zuid-Limburg wat hoogwaardiger.

ning maakt de situatie in Limburg uniek in Europa. Die combinatie stelt deze regio voor enorme opgaven. We kunnen het ons absoluut niet permitteren om door die economische groei zelfgenoegzaam achterover te leunen. Dan verzuipen we in Limburg sneller dan we nu kunnen vermoeden. In een recordtempo heeft Limburg hoge werkloosheid ‘ingeruild’ voor een dreigend groot tekort aan arbeidskrachten. Dat kunnen we slechts voor een deel oplossen met het inzetten van mensen die nu nog aan de kant staan. Het verschil tussen de vaardigheden van deze groep en de behoeften van de Limburgse bedrijven en instellingen is daarvoor vaak te groot.

NUGGERS

WERKEN

‘We zijn in Limburg in veel sectoren bovengemiddeld goed’ We zijn ook heel goed in de zorg en dan vooral in de verzorging. Ook in de procesindustrie én hospitality. Op onze vier snel groeiende Brightlands campussen ontwikkelen onderzoekers, ondernemers, investeerders en studenten nieuwe oplossingen op het gebied van materialen, gezondheid, voeding en smart services. Ze vormen ook voor het mkb een inspiratiebron om steeds verder te groeien.

DE ANDERE KANT Er is ook een andere kant: de vergrijzing en ontgroening. Het aandeel ouderen in de bevolking stijgt sterk, het aandeel jongeren daalt explosief. Die ‘dubbele schaar’ van economische groei en tegelijk vergrijzing en ontgroeWERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG P44 www.socialeagendalimburg.nl

De grootste uitdaging die Limburg nu kent: waar vinden we die nieuwe, grote groepen geschoolde arbeidskrachten die nodig zijn? De huidige arbeidsvoorraad in Limburg is daarvoor volstrekt ontoereikend. Dan kom je dus uit bij nieuwe doelgroepen waarover nog nauwelijks is nagedacht. Asielzoekers en statushouders bijvoorbeeld. De nieuwe immigratieagenda van de provincie speelt daar gelukkig al op in. Limburg kent ongeveer 100.000 ‘nuggers’: de niet-uitkeringsgerechtigden. Dat zijn vrouwen en mannen die al lang afscheid hebben genomen van betaald werk. Ze krijgen geen uitkering, werken nu niet of in elk geval minder dan 12 uur per week en doen graag ‘leuke’ dingen. In de nieuwe situatie hebben we hen op de arbeidsmarkt weer heel hard nodig. Die arbeidsmarkt wordt de sleutel in de verbinding tussen economisch en sociaal. Mensen die nu met pensioen gaan, moeten we verleiden om tegen aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden toch nog twee dagen per week door te werken. Ook degenen die al vele jaren onder de WAO of WIA vallen, moeten we inspireren en uitnodigen om weer parttime beschikbaar te zijn op de arbeidsmarkt voor klussen die voor hen ook echt te doen zijn. Het wordt hoe

dan ook een geweldige uitdaging. Maar lossen we dit dreigend tekort aan arbeidscapaciteit niet op, dan zullen bedrijven uit Limburg vertrekken en staat de volgende economische crisis voor de deur. Kijk naar Noorwegen, waar dit proces zich al heeft voltrokken. Dit land kent door zijn natuurlijke hulpbronnen als olie en gas al jaren een ongekend hoge economische groei. Tegelijk is er een gigantisch tekort aan arbeidskrachten. Eerst probeerden de Noren dat op te lossen door grensbewoners uit het buurland Zweden te verleiden in Noorwegen te komen werken. De Zweden kregen lonen aangeboden die twee keer zo hoog lagen dan in hun eigen land. Het bleek onvoldoende om het probleem te tackelen. Vervolgens hebben ze voor de banen in de schoonmaak, de facilitaire sector en de persoonlijke verzorging honderdduizend (!) mensen uit Zuidoost-Azië gehaald. Ze hebben de oplossing dus elders in de wereld gekocht. Geld was voor de Noren namelijk geen probleem. Maar dat is natuurlijk geen duurzame oplossing als je streeft naar een goede samenlevingsopbouw. Voor Limburg is het in elk geval geen oplossing om in een ver land 100.000 arbeidskrachten te werven om al die handjes te leveren die hier nodig zullen zijn in de zorg, dienstverlening, in de land- en tuinbouw en ga zo maar door. We zullen hoe dan ook oplossingen moeten bedenken waardoor we de 200.000 Limburgers kunnen inzetten die nu nog een onbenutte potentiële groep arbeidskrachten vormen. En ja, ook deze mensen gaan vooral harder lopen als ze netto meer loon op hun rekening krijgen gestort. Dat vraagt om slimme oplossingen door alle partijen.

DRAMATISCH De arbeidsmarkt kent nog een dramatisch probleem dat we moeten durven te benoemen en aanpakken. Ook in Limburg zijn er mensen uit bijvoorbeeld de bank- en verzekeringswereld die tijdens de economische crisis werkloos zijn geworden. Ze hebben in ons systeem


‘Verleid mensen met pensioen om nog twee dagen te werken’ WERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG P45

www.socialeagendalim


twee, drie jaar recht op een uitkering van 70 procent van het laatst verdiende loon. Die uitkering is echter nog zo hoog dat je hen niet kunt verleiden om tegen 1000 euro per maand minder een baan te accepteren bij bijvoorbeeld Mercedes Benz, NedCar of Medtronic. Bedrijven die zitten te springen om deze mensen die nu thuis op de bank zitten. Misschien moeten we wel naar een Limburgs Sociaal Statuut dat ervoor zorgt dat mensen van werk naar werk worden geleid en dat zulke financiële verschillen tijdelijk te overbruggen zijn.

die tussendoor nog voor zijn zoon naar de rechtbank moet. Vandaar mijn advies: eerst die randvoorwaarden aanpakken met steun van leefcoaches die proactief aan de slag gaan. Je vindt die bijvoorbeeld al bij de Stichting MEE in Heerlen. Deze leefcoaches doen fantastisch werk. Vervolgens is er nog een tussenstap nodig, een soort voorportaal met werk-leertrajecten waardoor deze mensen arbeidsfit worden gemaakt. Ze worden door die aanpak weer in hun kracht gezet en ontwikkelen zich meestal op een mbo-niveau.

Hoe goed Limburg het economisch het ook doet, er zullen groepen mensen blijven die niet zullen profiteren van dat succes. Vaak heeft dat te maken met persoonlijke omstandigheden: gezondheidsproblemen, gebroken gezinssituaties, snel oplopende schulden, verslaving, criminaliteit. In de huidige situatie worden zij begeleid door een jobcoach. Mijn stelling is dat deze mensen in eerste instantie veel meer hebben aan een leefcoach. Zo iemand helpt je een aantal zaken voor elkaar te krijgen voordat je aan de slag gaat. Je krijgt niet iemand aan het werk die de hele dag wordt belaagd door deurwaarders en andere schuldeisers en

‘Eerst een leefcoach en dan pas een jobcoach’ Er blijft een kwetsbare groep over die dit nooit zal redden. Voor deze mensen zullen we een vorm van beschut werken moeten blijven

Theo Thuis is managing director Innovation bij Q Park, voorzitter van de Raad van Commissarissen bij de MTB, zakelijk leider van 4Limburg/ Universiteit Maastricht en voorzitter van de Stichting Maatschappelijke Projecten Maastricht.

organiseren. Dat zal een eigentijdse variant zijn op de sociale werkvoorziening. Zorg je voor zinvol werk op hun niveau en organiseer je dit in groepsverband met goede begeleiding dan gaan ze ervoor. Ook deze mensen kunnen veel meer dan wij denken. Wat we ons in elk geval niet kunnen permitteren, is dat we mensen aan de kant laten staan. Dan zal de samenleving nog meer polariseren. De sociale ongelijkheid neemt in dat geval verder toe. De armoede in de wereld is nog nooit zo klein geweest. Tegelijkertijd zijn in de westerse wereld de sociale verschillen tussen arm en rijk nog nooit zo groot geweest. En dat is de bron van veel ellende. We moeten dus in Limburg mensen uit hun sociaal isolement halen, ook nu het economisch zo goed gaat. Het bedrijfsleven beseft dat ook. ‘Iedereen aan boord’ staat ook op de businessagenda. Het bedrijfsleven realiseert zich dat als we niets doen aan de sociale ongelijkheid de kans op politieke instabiliteit groot wordt. Daar zit geen enkel bedrijf op te wachten.” Tekst: Tjeu Seeverens, verkenner Foto: Ynze de Wit

F Daarnaast telt Limburg ruim 30.000 werklozen die het risico lopen tot de kwetsbare groepen te gaan behoren als de bemiddeling naar werk niet voortvarend wordt opgepakt.

HARDE CIJFERS De economische groei gaat volledig voorbij aan een deel van de Limburgse samenleving.

F Verder zijn ruim 25.000 Limburgers aangewezen op de sociale werkvoorziening of beschutte werkplekken. Het gaat hier om een schatting. De exacte aantallen zijn moeilijk te identificeren en vermoedelijk hoger.

F Een deel van de Limburgse jongeren heeft moeite om op school te blijven of aan het werk te komen. Bijna 20.000 jongeren zijn zelfs totaal uit beeld. Dit is een kwetsbare groep met een verhoogd risico op langdurige werkloosheid en armoede. Ze hebben vaak schulden, belanden in de criminaliteit of radicaliseren.

F Er zijn ook Limburgers die geen uitkering ontvangen en niet werken. Een deel van hen is ontmoedigd geraakt en heeft hulp nodig om weer in beweging te komen. Het is niet duidelijk om hoeveel mensen het gaat. Deze groep is namelijk nergens geregistreerd. We gaan daarom uit van een conservatieve schatting van zo’n 20.000 personen.

F Limburg kent ook een relatief groot aantal mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Zo zitten van de ruim 30.000 mensen met een bijstandsuitkering naar schatting ruim 10.000 mensen langer dan vijf jaar in de bijstand. Zij hebben moeite om zelfstandig aan te haken. Dat geldt ook voor bijna 70.000 met een arbeidsongeschiktheidsuitkering.

F Ook nieuwkomers en statushouders lopen tegen barrières op, niet alleen bij het vinden van werk, maar ook om de handen uit de mouwen te steken in hun wijk, buurt of kern. Blijft dit zo dan lopen zij het risico langdurig werkloos te worden en daardoor toe te treden tot de rangen van de kansarmen. (bron: 4Limburg)

WERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG P46 www.socialeagendalimburg.nl


In een notendop

POSITIEF: F Limburg kent sterke economische groei; F Snelle daling werkloosheid; F Limburg is goed in transport, logistiek, zorg, procesindustrie, hospitality, nieuwe kennis (Brightlands campussen). PROBLEEM: F Dreigend groot tekort aan arbeidskrachten; B Oorzaak: sterke economische groei in combinatie met vergrijzing en ontgroening. AANBEVELINGEN: F Beperk grote groepen arbeidskrachten uit buitenland; F Gebruikmaken van talenten statushouders; F Niet-uitkeringsgerechtigden (‘nuggers’) terug op arbeidsmarkt; F Mensen met pensioen verleiden weer twee dagen per week te werken; F Instellen Limburgs Sociaal Statuut voor mensen met te hoge uitkering; F Investeren in arbeidsfit maken langdurige werklozen (leef-/ jobcoaches); F Meer mensen uit sociaal isolement halen. Iedereen aan boord.

Bureaucratie doodt inspiratie door Mathieu Wagemans Wereldwijd staat Nederland bekend als een land waar we de zaken keurig op orde hebben. Dat geldt niet alleen voor de aangeharkte tuintjes maar vooral ook voor de wijze waarop we alles hebben georganiseerd en geordend. Regels geven aan hoe we ons hebben te gedragen. We hebben heel precies bevoegdheden verdeeld. Overheidsbesluiten komen niet via willekeur tot stand maar via zorgvuldig georganiseerde processen. Maar in tijden van ingrijpende veranderingen kunnen al die regels ook een hinderpaal vormen voor verandering. De omslag naar een participatiesamenleving is daar een treffend voorbeeld van. We willen de rol van de overheid terugdringen en bevorderen dat burgers zelf initiatieven nemen en zich gaan gedragen als verantwoordelijke burgers. Vaak echter blijken regels dan een lastige sta-in-de-weg. De Franse filosoof Michel Serres staat nogal kritisch tegenover de overdreven drang naar ordening. Ieder ordening werkt uitsluitend. Wat niet binnen onze ordeningen valt, raakt buiten beeld. Of anders gezegd, de waarde van een definitie is niet wat binnen de definitie valt maar juist wat wordt buitengesloten. Serres vraagt juist aandacht voor die ‘buitenwereld’. Hij roept het beeld op van eilanden waar overheid en wetenschappers vreselijk druk zijn met zichzelf maar het echte maatschappelijke leven speelt zich af op de oceaan tussen de eilanden.

Onze cultuur van regels en protocollen staat haaks op het lopen van risico’s. We kunnen het onverwachte niet goed aan. In plaats daarvan kiezen we liever voor wat binnen onze ordeningen en regels past. We weten wat we hebben en gaan onzekerheid liever uit de weg. Maar, zo stelt Serres, de antwoorden op onze vragen moeten we juist buiten onze ordeningen, buiten onze eilanden zoeken. De zekerheid van onze ordeningen is een schijnzekerheid. Regels dwingen om het verleden te herhalen in plaats van de toekomst te ontwerpen. We moeten de systeemwereld verlaten en de leefwereld van burgers leren kennen. Dat vraagt lef maar de beloning is dat we weer de inspiratie vinden die we juist door de overdaad aan regels gaandeweg zijn kwijtgeraakt. Mathieu Wagemans werkte veertig jaar als beleidsambtenaar bij de rijksoverheid en is ruim dertig jaar actief in de gemeentepolitiek (raadslid, wethouder, locoburgemeester). Hij schreef een proefschrift over ambtelijke oppositie binnen een Ministerie. Recent verscheen zijn boek ‘Een oceaan van betekenisloosheid, Een kritische analyse van beleid, politiek en wetenschap met een verwijzing naar de filosofie van Michel Serres’. Hij beheert de website www.ontganiseren.nl

Ik moest daaraan denken toen ik begin februari de bijeenkomst van de Verkenners bijwoonde in Heerlen. Mij viel op hoe ambtenaren en medewerkers van zorg- en welzijnsinstellingen enerzijds graag ruimte wilden bieden aan nieuwe initiatieven maar tegelijkertijd zich beperkt voelden door geldende regels en de cultuur binnen hun organisatie. Er zijn sterke krachten die steeds weer dwingen de bekende en platgetreden paden te volgen en die het betreden van ongebaande paden belemmeren.

WERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG DEVERENIGINGLIMBURG P47

www.socialeagendalim


'Bij Athos in Maastricht ben je welkom vanuit de gedachte dat iedereen wel iets kan en wil bijdragen' WERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG P48 www.socialeagendalimburg.nl


Athos Maastricht: een plek voor iedereen Athos Eet-Maakt-Doet is een ontmoet- en ontwikkelplek in Maastricht waar mensen naar vermogen kunnen en mogen meedoen. Een open voorziening, voor iedereen die vrijwillig arbeid wil verrichten. Of je nu van het UWV, de Sociale Dienst, Vluchtelingenwerk of uit de Wajong komt. Dakloos, bejaard, professional, amateur of iemand met ’wat tijd over’. Of je nu kennis komt brengen of halen, iedereen is welkom! Je achtergrond maakt niet uit. Je bent welkom vanuit de gedachte dat iedereen wel iets kan en wil bijdragen. Athos is mede mogelijk gemaakt door stichting Radar en de gemeente Maastricht. Mensen een podium bieden om hun talent te ontwikkelen, dat is wat Athos drijft. Mensen trots laten zijn op wie en wat ze zijn, op wat ze maken en/of doen. Samen wordt gestreefd naar het hoogst haalbare. Niet alleen in het maakproces, maar ook in het resultaat. En dat resultaat vertaalt zich in het bevorderen van de zelf- en samenredzaamheid. Het concept slaat enorm aan: de toeloop heeft op de huidige locatie bijna de grens bereikt. Er wordt daarom uitgekeken naar een heel wat grotere nieuwe plek. Nog meer mensen, nog meer activiteiten. Aan ideeën, dromen en idealen voor zo’n locatie ontbreekt het niet. Ook niet aan een goed plan. Wel (nog) aan beslissers die knopen durven en kunnen doorhakken, ook als daarvoor soms buiten de lijntjes gekleurd moet worden. Athos was tot een aantal jaren geleden een activiteitencentrum van stichting Radar, exclusief voor deelnemers met een verstandelijke beperking. Door de inzet van stichting Radar om mensen vanuit de dagbesteding zoveel mogelijk te laten aansluiten in een zo regulier mogelijke setting, stroomde de locatie leeg. Er waren twee mogelijkheden: de locatie sluiten of het verwezenlijken van een droom. De droom van Anita Bastiaans, kartrekker vanuit stichting Radar, was het realiseren van een inclusieve ‘samenleving in het klein’. Laten zien dat het kan: dat het bij elkaar brengen van mensen uit verschillende doelgroepen, combineren van activiteiten en geldstromen veel meer oplevert dan de som der delen.

AMBACHT ALS MIDDEL Binnen Athos ziet men bij deelnemers een sprankeling ontstaan als men kan meewerken aan mooie ambachtelijke producten die binnen de verschillende werkplaatsen van Athos worden gemaakt. Zoals houten producten voor Blanche Dael/Coffeelovers en Gulpener Bierbrouwerij. Er waren een tijdje meubels te koop in een eigen pop-up store van Athos in de Bijenkorf. Bezoekers van Athos Eet kunnen elke doordeweekse dag genieten van volledig

versbereide lekkernijen. Weer op een ander moment bereiden de deelnemers een heerlijke lunch op locatie.

MAAKINDUSTRIE En als het aan Anita Bastiaans en haar team ligt, gaat er op korte termijn nog veel meer gebeuren. Anita: “Economische groei zorgt niet altijd voor het toenemen van de kansen op de arbeidsmarkt voor de deelnemers van Athos. Het matchen van de banen die voorhanden zijn met de deelnemers is vaak niet mogelijk, nu niet en ook niet in de toekomst. Dus moeten we het anders durven aan te pakken. De maakindustrie heeft vroeger een grote rol van betekenis gespeeld in Zuid-Limburg. Steden en makers waren trots op deze industrie. Het vormgeven van een nieuwe maakindustrie ligt zeker op de loer en biedt mogelijkheden voor tal van mensen. Steeds vaker is de tendens er om eerlijk, lokaal en duurzaam te produceren. Zo wordt er vanuit Athos samen gewerkt met industrieel ontwerper René Holten aan een meubellijn ‘René Holten by Athos’. Hoe mooi zou het zijn om deze meubels straks in Loods 5 in Maastricht te kunnen kopen.”

tot het naar wens was van de vier heren. Ze verbonden er de eerste letters van hun namen aan. BRAT was een feit. Elke broek wordt gemaakt van exclusieve, handgeweven stoffen van Seven Senses Amsterdam. Deze organisatie werkt met micro-kredieten in ‘the middle of nowhere’ in het noorden van India, waar zo’n 40 gezinnen de katoen telen en de katoenbollen met de hand spinnen, weven en enkel met natuurlijke materialen verven. Voor de productie van 100 meter stof, waar ongeveer 40 broeken uit gaan, is een maand nodig. De gehele productie is sociaal en milieutechnisch verantwoord, maar ook kostbaar. Deze stoffen liggen dan ook buiten handbereik van de commerciële merken en zijn doorgaans bestemd voor haute-couture en designer labels.

ATHOS FASHION Nieuw is ook Athos Denim. Het gebeurde langs de lijn. Terwijl hun kinderen samen voetbalden, raakten Rob Hermens, een ervaren inkoper van kleding, en Tom Dauphin van Athos Maakt in gesprek. Rob zag met eigen ogen hoe kleding in landen als bijvoorbeeld Bangladesh wordt geproduceerd. Ooit zou hij het anders aanpakken. Dat ooit maakt hij nu samen met Tom waar met Athos Fashion: eerlijke mode gemaakt op een sociale wijze. Een sponsoring van DSM maakt dit mede mogelijk. Onder de neus van couturier Christian Lagerwaard werd een knoopsgatmachine weggekaapt. De volgende stap was het ontwerpen van het eerste kledingstuk: een broek. Samen met Anas, een ervaren en getalenteerd kleermaker uit Syrië en Bjorn, werd het eerste patroon ontworpen, gepast, aangepast, weer gepast en bijgeschaafd WERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG P49

www.socialeagendalim


KRAKEN EN SCHUREN Iedereen die weleens bij Athos is geweest, merkt het meteen: het voelt goed, hier is een droom hard op weg om volledige realiteit te worden. Maar het is niet alleen hosanna. Innovatie zorgt doorgaans ervoor dat het kraakt en schuurt op verschillende plekken. Dit is geen onbekend fenomeen, ook niet voor Athos. Anita Bastiaans: “Steeds vaker komen mensen op eigen gelegenheid naar ons toe. Ze willen ergens gezien worden, gehoord worden en willen meedoen in onze maatschappij. Een groot gedeelte van deze mensen komt juist naar Athos toe om niet gestickeerd te worden binnen een bepaald systeem. De problematiek

is bij een deel van onze deelnemers groter dan gedacht. Lastig is ook dat Athos meestal langs dezelfde meetlat als de reguliere business wordt gelegd. Dat zorgt voor onbegrip en soms ook frustratie. Zo past de huidige locatie officieel niet bij het zo aansprekende concept. Er moet een aanpassing van het bestemmingsplan komen, maar dat verloopt moeizaam. Een vraag van een deelnemer past regelmatig niet precies bij het overheidsloket waar hij of zij zich voor ondersteuning moet melden. Soms heeft iemand meer nodig en is het budget niet toereikend genoeg en soms kan het ook met minder en ontvangt men een te hoog budget.” En zo kan Anita nog een heel rijtje opnoemen.

Maar dat weerhoudt haar niet om scherp de stip aan de horizon te benoemen: “In 2025 vinden veel mensen uit verschillende gemeenten een plek binnen soortgelijke locaties als Athos. Daar wordt hard gewerkt aan de zelf- en de samenredzaamheid, om meedoen midden in de samenleving mogelijk te maken. Op alle locaties zie je dan hetzelfde concept: het op ondernemende wijze bij elkaar brengen van mensen, activiteiten en middelen, met als uitgangspunt dat ieder mens gelijkwaardig is, maar niet gelijk.” Oftewel, Athos heeft de ambitie een van de toekomstige uithangborden voor een Limburg te zijn waar iedereen aan boord is.

SHADI MOUSILI GRIJPT BIJ ATHOS ZIJN KANS Twee jaar en vijf maanden geleden is Shadi zijn thuisland Syrië ontvlucht. Zijn ouders en zussen zijn achtergebleven. Door zijn achtergrond in interieurontwerp en zijn eigen bedrijf op het gebied van interieur styling heeft Vluchtelingenwerk hem een keer meegenomen naar Athos. Shadi vindt dat je iedere kans moet grijpen. Hij is blij dat hij bij Athos kon aansluiten bij een plek waar hij met zijn passie aan de slag mocht gaan. En dat er een mix aan mensen was die hem bij het verfijnen van zijn Nederlandse taalvaardigheid kon helpen. Al snel ging hij met de lasergraveersnijma-

WERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG P50 www.socialeagendalimburg.nl

chine aan de slag. Shadi had ergens hele mooie lampen gezien, die met eenzelfde soort machine waren gemaakt en wilde nu met dit hulpmiddel nog mooiere lampen ontwerpen en maken. Inmiddels zijn deze lampen al in productie genomen. De coaching van Tom, man achter Athos Maakt, waarbij hij zo nu en dan een spiegel krijgt voorgehouden, ervaart hij als zeer prettig. In zijn dagelijkse leven in Nederland voelt hij zich vaak onzeker, bij Athos niet. Athos voelt voor hem als thuis, de sfeer is goed en de mensen bij Athos geloven in hem. Waar nodig helpen ze hem in de goede richting. Athos is het vangnet waar hij op kan terug-

vallen als hij het nodig heeft. Zijn droom is om over een aantal jaren een gezond en groot bedrijf te hebben in kleine meubels en woonaccessoires. Zijn afzetmarkt is Europa en het Midden-Oosten. Hij is getrouwd met een mooie vrouw en heeft 3 kinderen en woont in een mooi huis. Ondanks de hoeveelheid aan regels waar hij in Nederland mee te maken krijgt, is Shadi ervan overtuigd dat hij dit jaar zijn bedrijf kan starten. In mei legde hij zijn staatsexamen af en voor 15 juni moet hij zijn bedrijfsplan helemaal compleet hebben en voorleggen bij de sociale dienst.


Het nieuwe opbouwwerk als verbindende schakel Opbouwwerk. Hard nodig om in sommige kernen of buurten echt tot verandering te komen. Om te komen tot mensen die elkaar kennen, elkaar respecteren, elkaar helpen. Die zich inzetten voor hun leefomgeving. Niet het opbouwwerk van de geiten-wollen-sokken, hippies met baarden en wat rondhangen bij buurtbarbecues. Nee, opbouwwerk nieuwe stijl, uitgaande van de triple A-aanpak: aandacht, acceptatie en aanmoedigen. Met opbouwwerkers in alle soorten, maten en kleuren. Die zich niet druk maken om doelgroepen, maar om groepsdoelen. En bijdragen aan het slaan van bruggen tussen de verschillende doelgroepen.

In sommige kernen of buurten is de opbouwwerker helemaal niet nodig. Daar is de gemeenschap krachtig en hecht genoeg. Maar er zijn vele plekken in Limburg, zeker in de steden, waar meer opbouwwerk ingezet zou moeten worden. Omdat juist een opbouwwerker de zo hard nodige aandacht kan geven, bijdraagt aan acceptatie en aanmoedigt tot actie. ‘Leve de opbouwwerker!’ zou daar het motto moeten zijn. De verkenners van de provincie spraken de afgelopen periode veel met mensen uit het veld. Zo werd er eind vorig jaar een Verkennerstafel Opbouwwerk georganiseerd in de Donderie in Roermond, waar de verkenners hun taak in het kader van de Sociale Agenda 2025 aan de aanwezige opbouwwerkers uitlegden. Want het is duidelijk dat er al veel gebeurt in Limburg maar er is nog veel te doen om iedereen (naar vermogen) te laten meedoen. Hierin past de (mobilisatie)taak van de opbouwwerker. Community-builder Joop Hofman sprak tijdens de bijeenkomst en stelde de vraag wat opbouwwerk kan doen voor het laten meedoen van mensen. Hij benadrukte dat de opbouwwerker de zwijgende meerderheid weet te vinden. De opbouwwerker voert

het ‘andere gesprek’, nooit vraaggericht en vormt een schakel naar de connectoren in de wijk. Het gaat om ‘presentie en nabijheid’. Hoe miserabeler de wijksituatie, hoe blijer de opbouwwerker… Ook de moeilijk bereikbaren nemen aan informele verbanden deel. De opbouwwerker weet deze verbanden door creatief denken te traceren en schakelt tussen leef- en systeemwereld. Een echte systeemverandering duurt gemiddeld 7 jaar. Heb je het idee dat het misgaat, dan zit je volgens Hofman op de goede weg en ben je bezig met verandering. Hij riep op tot het koesteren van ‘kassameisjes’ in elke organisatie, personen die bijdragen aan verandering door te doen wat deugd doet voor de klant, in plaats van altijd eerst om toestemming te vragen. De opbouwwerkers gingen vervolgens aan de slag om aan de hand van de Sociale Agenda de toegevoegde waarde van de opbouwwerker te verkennen. Hoe kan de opbouwwerker helpen in de beweging van onderop? Welke tools heeft de opbouwwerker nodig om te schakelen tussen systeem- en leefwereld? De waardevolle informatie die uit de gesprekken kwam, is door de verkenners meegenomen in hun rapportage. Tekst: Ellen Janssen

ENKELE BEVINDINGEN: F Ben als opbouwwerker beweegmakelaar; F Realiseer je: voor sommige burgers -vooral in dorpen- is het moeilijk om hulp te vragen; F Benut de kracht in buurt/dorp/stad om vitaliteit te versterken; F De overheid dient te faciliteren, eventueel met het beschikbaar stellen van een innovatie-/werkbudget; F Geef tijd/aandacht en heb geduld voor processen; F Waak ervoor om meer in overleg te zitten dan buiten aan het werk/present te zijn; F Maatschappelijke effecten monitoren is moeilijk; F Bespaar door preventie; F Ga voor laagdrempelig ontmoeten; F Heb lef; F Opbouwwerkers horen zaken die beleidsmedewerkers niet horen; zij kunnen partners kwesties laten oppakken; F Stimuleer burgerinitiatieven gericht op voldoende kwaliteit om te realiseren; F Blijf netwerken; F En de nieuwe rol van de provincie: uitwisselen van kennis, initiatieven en good practice.

WERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG P51

www.socialeagendalim


We lopen voorop, maar moeten blijven innoveren Jan Zuidam laat zich bij Eagle Simrax in Kerkrade de techniek uitleggen door algemeen directeur Dennis van Well.

“We zijn goed bezig in Limburg. We staan steeds beter op de (inter-)nationale kaart. Het is goed en zelfs noodzakelijk om naast een goed functionerende economische agenda een sociale agenda te hebben. Deze twee kunnen elkaar versterken en hebben elkaar ook nodig. Want door de aantrekkende economie loopt de druk op de arbeidsmarkt op en hebben we iedereen hard nodig. We moeten werken aan een inclusieve arbeidsmarkt. Hierin is er voor iedereen een plek. Op dit moment is de arbeidsparticipatie is Limburg nog te laag, 62% in Limburg ten opzichte van gemiddeld 65% in de rest van het land. We moeten er samen aan werken, met overheid en onderwijs, om het deel van de bevolking dat deelneemt aan het arbeidsproces te laten toenemen. Hierbij kunnen we enerzijds doorgaan op reeds succesvol ingeslagen wegen maar moeten anderzijds ook blijven vernieuwen om uiteindelijk alle vacatures te vullen.

SUCCESVOL Banenafspraak De banenafspraak binnen de Participatiewet is een belangrijke en ambitieuze mijlpaal om in 10 jaar tijd 100.000 banen te creëren voor mensen die normaliter erg moeilijk aan een baan zouden komen. In Limburg lopen we vaak voorop en innoveren we aan de lopende WERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG P52 www.socialeagendalimburg.nl

band. Misschien is het juist daarom dat Limburgse ondernemers het beste scoren in de uitvoering van die banenafspraak, zoals blijkt uit een recente meting. Een pluim! In Limburg hebben we vele mooie voorbeelden van bedrijven die hier heel goed mee bezig zijn, zoals Vebego in Voerendaal, Jalema in Reuver en Eagle Simrax in Kerkrade. Schoolvoorbeelden van hoe het óók kan. Het inzetten van arbeidsgehandicapten is na jaren vervlochten geraakt met de bedrijfsvoering.

plaatsen en zoekt het baanopeningen per branche. Vebego heeft andere mensen nodig dan VDL, terwijl ze allemaal in dezelfde kaartenbak zitten. Zo heeft iedere branche eigen behoeftes en kan LED de verbindende schakel tussen vraag en aanbod zijn. In de praktijk heb je vaak dat oliemannetje nodig dat partijen bij elkaar brengt en zaken kan ontzorgen.

Andere ondernemers kunnen de ervaringen die door deze en andere werkgevers zijn opgedaan, als uitgangspunt gebruiken. Ze hoeven zelf niet opnieuw het wiel uit te vinden. Ook zijn er organisaties die de ondernemer kunnen ondersteunen zoals het UWV of SW-bedrijf. Met name ervaring in het begeleiden is belangrijk. Je krijgt er als ondernemer veel voor terug.

Om echt de goede match te kunnen maken tussen mensen die nu nog aan de kant staan en de vacatures die er zijn, is het noodzakelijk dat de competenties van iedereen goed in kaart worden gebracht. Nu is dit nog niet zo. Vooral gemeenten hebben hier nog een taak.

Zij-instroom Of ga eens kijken bij het zij-instroomproject van de Samenwerkende Industrieterreinen Maastricht (SIM). Los van elkaar is het voor bedrijven vaak lastig om iets te organiseren. Als ze samenwerken, hebben ze veel meer daadkracht. SIM toont dat aan. Samen met Manpower geven ze schooluitvallers een nieuwe kans in combinatie met school en werk. Een tijdje geleden mocht ik zelfs 20 diploma’s uitreiken aan mensen die zo’n tweede kans hadden gekregen. Een prachtige ervaring met enthousiaste studenten, ouders, kinderen, opleiders en ondernemers!

Activatie Om mensen uit de kaartenbak weer in het systeem te krijgen, is LED bezig met het Mobility Talent Centre en organiseert het opleidings-

VERNIEUWEN

Werkgeversservicepunten In heel Limburg zijn nu nog te veel werkgeversservicepunten. In Zuid-Limburg bijvoorbeeld zijn er dat vier, dat zou er één moeten zijn. Het is voor ondernemers vaak niet duidelijk waar ze terecht kunnen en wat ze kunnen verwachten. Ik pleit voor een betere samenwerking tussen de partijen die hierbij betrokken zijn met een grotere rol voor de ondernemers. Daarnaast moet ook de kwaliteit van de dienstverlening omhoog. Doorlooptijden zijn nu vaak nog te lang. Verbetering van deze zaken zou helpen om de goede weg die we als Limburgse ondernemers hebben ingeslagen, op volle kracht te kunnen voortzetten. Jan Zuidam, voorzitter van de Limburgse Werkgevers Vereniging (LWV, VNO-NCW in Limburg) Foto: Mick Vogels


Het harde gevecht van de ZZP’er in Limburg

‘Geen luxepositie om exclusief te zijn.’ Uit recent onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat ZZP'ers een verhoogde kans op armoede hebben. Toch zijn er steeds meer ZZP'ers in ons land. Hoe is het echter om ZZP'er te zijn in Limburg? Voor dit magazine deelt de Limburgse ondernemer F. – op diens verzoek anoniem – zijn ervaringen. “Inmiddels ben ik bijna negen jaar ZZP'er. Met mijn bedrijf help ik jongeren zonder baan om weer aan het werk te gaan. Dat is grotendeels dankbaar werk om te mogen doen. Als het lukt om iemand daadwerkelijk aan een baan te helpen, krijg ik daar veel voor terug. Wat dat betreft, ben ik een – wat ze tegenwoordig noemen – social entrepreneur. Het gaat mij niet direct om financiële winst. Voor mij is de 'menselijke winst' het belangrijkst. En uiteindelijk de verandering die ik op kleine schaal teweegbreng, doordat mijn aanpak erg verschilt van de traditionele manier van denken. Maar juist omdat ik financiële winst niet voorop zet, wordt er naar mijn gevoel vaak misbruik van mij gemaakt. Dan wordt er door de markt een beeld van mij geschetst dat ik het geld niet per se nodig zou hebben. Terwijl ik ook gewoon boodschappen moet kunnen doen of de huur moet betalen. Daarom vond ik die campagne '#tegendebakker' zo treffend: dingen die mensen wél tegen freelancers zeggen, maar niet tegen de bakker. “Ja, deze opdracht is toch goed voor jouw publiciteit?” en dan niet betalen. Dat soort dingen. Sowieso zijn de betalingen vaak een crime. Hoewel Europese regels voorschrijven dat opdrachtgevers binnen dertig dagen moeten betalen, duurt het in de praktijk vaak veel langer. Als ondernemer in de sociale sector heb ik bovendien veel te maken met de overheid. Die preekt innovatie en prijst nieuwe

manieren van denken. Alleen, als je echt aan opdrachten wilt komen, dan krijg je te maken met verouderde instrumenten. Zoals aanbestedingen bijvoorbeeld. Dan gaat het plots niet meer om hoe innovatief je bent als ondernemer, maar juist om hoe goed je bent in het doorlopen van zo'n stug en bureaucratisch aanbestedingstraject. Ik vind ook dat de overheid goed met belastinggeld moet omgaan, maar die aanbestedingsprocedures zijn louter risicomijdend en totaal niet gericht op vernieuwing. En daar zit de crux: de overheid vermijdt risico's terwijl ondernemers juist wél risico's durven te nemen. Maar het één beknot het ander. Innovatie kan niet SMART geformuleerd worden. Vertrouwen bouw je door samen successen te boeken. Begin klein en werk samen toe naar grote successen. Innovatie in de sociale sector in Limburg is echt broodnodig. We liggen hier op zoveel gebieden structureel achter op de rest van Nederland. Neem bijvoorbeeld gezonder leven of meer bewegen: daar valt nog echt wat te winnen. Maar er zijn twee redenen waarom we die inhaalslag nog niet maken. Aan de ene kant door het verouderde instrumentarium dat de overheid hanteert, anderzijds door het ontbreken van een 'level playing field'. Dat is een rechtvaardigheidsprincipe, waarbij niet noodzakelijk is dat elke speler evenveel kansen heeft om te slagen, maar wel dat alle spelers het spel spelen volgens dezelfde regels. Als ondernemer, zeker als beginnend ZZP'er, boks je op tegen mensen met een langere staat

van dienst. Mensen die een bepaalde positie hebben verworven. Voor die 'ons kent ons’ -groep wordt in Limburg (te) snel gekozen. Bij hen wordt vaak innovatie gezocht, terwijl die in veel gevallen juist zit bij de startende ondernemer. Jonge ondernemers zouden meer geholpen moeten worden. Niet door hun handje vast te houden, maar gewoonweg door naar ze te luisteren. En niet door bij voorbaat de risico's uit te sluiten, door iemand niet toe te laten omdat hij zich nog niet bewezen heeft. Láát mensen zich bewijzen. We verkeren in Limburg niet in de luxepositie om exclusief te zijn. Wees juist open en inclusief. Als we ondernemerschap in Limburg willen stimuleren, dan moeten we vooral investeren in mensen. Nu gaat het meeste geld naar het leggen van stenen en het inrichten van organisaties. Ook belangrijk, maar in eerste instantie zou de focus meer moeten komen te liggen op goede, talentvolle en gedreven mensen. Mensen maken namelijk het verschil, niet die stenen.” De ZZP'er F. is een fictieve ondernemer. Zijn verhaal is daarentegen samengesteld op basis van onderzoek en gesprekken met verschillende ZZP'ers in Limburg, zowel ervaren als onervaren en zowel binnen als buiten het sociale domein. En op de verhalen die de verkenners onderweg hebben opgetekend.

WERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG P53

www.socialeagendalim


Lieve Schouterden over het verhaal achter VDL Nedcar

'Denk in mensen, niet in functies' WERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG P54 www.socialeagendalimburg.nl


Door een vernieuwende aanpak zijn sinds het voorjaar van 2016 meer dan achthonderd uitkeringsrechtigden uit de bijstand aan een baan geholpen bij VDL Nedcar in Born. Een overweldigend aantal mensen, dat de komende tijd alleen nog maar zal toenemen. Spin in het web van deze baanbrekende ontwikkeling is projectleider Lieve Schouterden.

‘Ik weet toch zélf het best wat ik wel of niet kan?’ Zomaar een maandagmiddag op het Centrumhof in Born, het zenuwcentrum van de organisatie die zoveel mensen weer aan het werk zet. Het is een komen en gaan van kandidaten voor een baan. En van mensen die hun spullen komen halen om hun eerste dienst te gaan draaien in de autofabriek. In het provisorisch ingerichte kantoorlandschap rinkelen voortdurend telefoons. Dat er koortsachtig gewerkt wordt, is een understatement. Tussen alle hectiek lijkt projectleider Lieve Schouterden een baken van rust. Natuurlijk heeft zij - vóóral zíj - het enorm druk. Maar ogenschijnlijk geniet ze. De van origine Belgische zuigt de nerveuze energie met gretigheid op. Liefst zeshonderd nieuwe mensen moeten worden 'geplaatst', zoals Schouterden het noemt. "VDL Nedcar heeft meer mensen nodig om de productie te realiseren die we willen," legt ze uit. "Dus dat biedt kansen voor weer een grote groep mensen om hier aan de slag te kunnen."

MENSEN DIE WILLEN Schouterden, die jarenlange ervaring bezit als interim-manager in de overheidswereld, is sinds vorig jaar aan de slag met dit project in het Centrumhof. Ze is aangesteld als projectleider door de Limburgse gemeentes en helpt hen de uitdaging te realiseren om een aantal van de bijna dertigduizend mensen aan het werk te krijgen, die in deze provincie aan de zijlijn van de arbeidsmarkt staan. "Wij zoeken vooral mensen die willen werken", stelt Schouterden. "Regelmatig organiseer ik ‘open’ presentaties, waarvoor werkloze mensen in een gemeente worden uitgenodigd. Als mensen dan komen met het verhaal dat ze niet hoeven of kunnen werken, dan stel ik al vrij snel de vraag: wil je werken, dan helpen we je aan een baan, maar wil je niet, dan hoeft het ook niet en mag je weer gaan. Uiteindelijk blijft, op een enkeling na, iedereen." De aanpak van Schouterden en haar team wordt gekenmerkt door een vernieuwende, flexibele manier van ‘omdenken’. Functies zijn niet langer leidend. Er wordt gekeken naar

wat mensen al dan niet kunnen en vooral of ze daadwerkelijk gemotiveerd zijn. "Iemand die vroeger bijvoorbeeld in de bouw of bij een bank heeft gewerkt, kan ook bij VDL Nedcar werken. Als je ooit in de bouw zat, betekent dat toch niet dat je enkel en alleen in de bouw kunt werken? Zo iemand zou kunnen leren om met machines bij VDL Nedcar om te gaan. Of om dingen in elkaar te zetten." Functies zijn star, vindt de projectleider. Zelden vind je mensen die ‘onmiddellijk en volledig passen’ op functies. "Bovendien gaat het om mensen. Gewoonweg mensen, die willen werken", zegt ze gepassioneerd. "Zó zouden we moeten denken, niet in functies of in profielen." Zo worden eventuele persoonlijke hindernissen van potentiële werknemers vroegtijdig weggenomen. "Denk bijvoorbeeld aan het gemis aan eigen vervoer. Dan wordt een oplossing geregeld zoals collectief busvervoer door de gemeenten, renteloze lening voor eigen vervoer, leaseauto’s of lease-scooters waarbij de bijdrage gefaseerd door de werknemer wordt (terug)betaald, financiële hulp bij het behalen van rijbewijs of bromfietscertificaat, enzovoorts. Of als men de taal niet spreekt, dan stimuleren wij de gemeenten om taalcursussen te organiseren en kunnen ze die ook volgen. Zo ontzorgen we een werkgever als in dit geval VDL Nedcar ook nog eens." Schouterden werkt samen met alle 33 Limburgse gemeenten, op basis van een convenant. Ook het UWV en de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling zijn actief betrokken, evenals de uitzendbureaus Randstad en Adecco. "Dat de gemeenten op deze manier samenwerken is heel bijzonder,” benadrukt ze. "De gemeenten dragen nu niet meer afzonderlijk mensen aan bij een werkgever. Dat gaat nu allemaal langs hier."

ANDERE MINDSET Maar de aanpak is niet enkel een vernieuwing op organisatorisch niveau. Ook op het vlak van denken over werk, is de aanpak innovatief. "Wij plakken geen label op de mensen," legt Schouterden uit. "Kijk, VDL Nedcar heeft mensen nodig en aan de andere kant zijn er mensen die willen werken. Met hen zouden we dus het probleem van VDL Nedcar kunnen oplossen. En dan maakt de achtergrond van die mensen niets uit. Als ze maar willen werken en bereid zijn om te leren, zodat ze straks kunnen meedraaien in het productieproces in de fabriek." Schouterden loopt al jaren rond in

de Limburgse overheidswereld. Desondanks behoudt ze haar scherpe blik en probeert ze haar gesprekspartners te bewegen om anders te durven denken. "Ik vind bijvoorbeeld dat consulenten bij een gemeente veel meer zouden moeten denken zoals een intercedent dat doet bij een uitzendbureau. Probeer een match te maken tussen het aanbod van werk en mensen die willen. En dát te doen door met mensen in gesprek te gaan en te vragen wat zij graag zouden willen doen. Plak niet ‘van achter de computer’ een stickertje op iemand. Ik heb de afgelopen tijd heel veel mensen leren kennen die lang en zelfs meer dan tien jaar in een uitkering zaten! Puur omdat niet gekeken wordt óf ze willen werken, maar omdat ze het label hebben dat ze niet kúnnen werken of dat er voor hen geen functies zouden zijn. Dat is schrijnend! Gelukkig zijn zij nu ook aan het werk.”

‘Functies zijn bij VDL Nedcar niet meer leidend’ De drive van iemand die weer aan het werk wil, is en blijft doorslaggevend. En ook op dat gebied zou de overheid een andere rol kunnen spelen, vindt Schouterden. "Nu houden we mensen als het ware 'aan het zuurstof," stelt ze. "Laatst maakte ik mee dat iemand die de georganiseerde bus naar het werk gemist had, zijn contactpersoon op het Centrumhof opbelde. Die sprong vervolgens vrijwel direct in de auto om deze persoon op te halen en naar Born te brengen. Dat vind ik fout! Je kunt ook tegen zo iemand zeggen: 'Zo en zo laat vertrekt de volgende bus, de halte is ginds en zo kom je daar terecht.' Dan stimuleer je iemand om zelfredzaam te worden. Tenslotte, deze mensen zijn toch ook in staat om geheel zelfstandig online een vlucht te boeken, om in Eindhoven of Charleroi op het vliegtuig te stappen en in het buitenland op hun vakantiebestemming te geraken? Dan moet in Born komen toch ook lukken?" Toch krijgt Schouterden in zulke gevallen vaak te horen dat veel mensen echt niet zo denken. "Als consulenten dat tegen mij zeggen, dan wil ik hen best geloven. Maar het is dan wel de uitdaging om deze mensen dat te leren, zodat ze in hun zelfredzaamheid kunnen gaan staan.”

WERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG P55

www.socialeagendalim


KANS GEGREPEN Eén van de mensen die via het project van Lieve Schouterden weer aan de slag kon, is Jos Palmen (52) uit Heerlen. Sinds enkele maanden werkt hij op de logistieke afdeling van VDL Nedcar. "Op een dag vond ik een flyer in de bus over een bijeenkomst over werken bij VDL Nedcar in het Cultuurhuis in Heerlen", vertelt Jos, die vanwege ziekte al een tijdlang een uitkering had. "Die flyer sprak me aan. Ik ben er naartoe gegaan en merkte direct dat deze bijeenkomst anders was. Lieve was daar en gaf een presentatie van de mogelijkheden. Dat verhaal klonk zó goed, dat ik dacht: Deze kans moet ik grijpen." Jos stapte op Schouterden af en vroeg of hij voor de volgende bijeenkomst zijn vrouw Patricia mocht meenemen. Dat mocht. "Graag zelfs!" luidde het antwoord van de projectleider. Inmiddels is niet alleen Jos' vrouw Patricia (46) werkzaam bij VDL Nedcar, maar ook de familieleden Jeanny van Heumen-De Kok (53) en haar man Roel (51). Ze hebben het enorm naar hun zin nu ze niet meer thuis zitten, maar weer hun brood kunnen verdienen. Al was het even wennen in het begin. "Ja, we moesten even acclimatiseren", lacht Patricia. "Je ritme verandert behoorlijk. Maar nu ben ik er helemaal aan gewend. Bovendien voel ik mij veel fitter." Jeanny knikt instemmend. Ook zij stond jarenlang aan de kant, maar dankzij Jos en Patricia en vooral ook haar eigen inspanning, werkt ze nu weer. "Toen ik hoorde van het verhaal van Jos en Patricia, heb ik direct mijn contactpersoon bij de gemeente Kerkrade gebeld. Ik zei: ‘Dit wil ik!’ Volgens de gemeente kon dat eigenlijk niet; ze kwamen met allerlei bezwaren aanzetten. Op een gegeven moment was ik het zat. Toen heb ik met de vuist op tafel geslagen en gezegd: “Ik weet toch zélf het best wat ik wel of niet kan?" Haar man Roel heeft de afgelopen jaren steeds kortstondig en op verschillende plekken kunnen werken. Maar nergens voelde hij zich helemaal serieus genomen. Steeds werd hij vroegtijdig aan de kant gezet. Met zijn baan in de bodyshop van VDL Nedcar is die situatie voor hem veranderd. Hij is blij met de kans die hij gekregen én aangegrepen heeft. Dat maakt hem zichtbaar emotioneel. "Ik ben gewoon trots dat ik nu elke dag ergens naartoe kan gaan om te kunnen werken."

Tekst: Tom Janssen / Foto’s: Sacha Ruland

WERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG P56 www.socialeagendalimburg.nl


Iedereen telt mee! door Tof Thissen

HET WERKHUIS IN VENRAY Het Werkhuis is één van de organisaties die deelneemt aan de pilot ‘arbeidsmatige dagbesteding’ van de gemeente Venray. Via de pilot kunnen mensen met aan arbeidsbeperking of een afstand tot de arbeidsmarkt werkzaamheden verrichten die passen bij hun mogelijkheden. Ze worden daarbij intensief begeleid. Dit biedt een goede basis om vervolgens door te ontwikkelen naar vrijwilligerswerk, een opleiding of betaald werk. Het Werkhuis wil zoveel mogelijk gebruik maken van de vaardigheden die cliënten al hebben. Wat goed gaat, wordt uitgebreid en wat minder goed gaat, wordt getraind. Daarom wordt voor iedere cliënt een plan opgesteld met doelen. Het uiteindelijke doel is dat cliënten uitstromen naar één van de bovenste drie treden van de participatieladder, deelnemen aan sociaal maatschappelijke activiteiten en als het kan aan (beschut)werk en vrijetijdsbesteding. Er worden ook werkzaamheden op externe locaties uitgevoerd, zoals groenonderhoud en schilderwerk. Het Werkhuis werkt nauw samen met UWV, gemeente, reclassering en bedrijven in de regio.

Veel meer parels? Kijk op de Facebookpagina, het YouTube-kanaal en de site van De Vereniging Limburg. En vooral op haar speciale Parelkaart: www.parelkaartlimburg.nl

Ondanks de groei van de Nederlandse economie neemt de werkgelegenheid niet genoeg toe om iedereen die kan of wil werken een betaalde baan te bieden. Daarmee dreigt maatschappelijke uitsluiting voor groepen die in de crisis hun arbeidsmarktpositie zagen verslechteren, zoals laaggeschoolden, (oudere) langdurig werklozen, arbeidsgehandicapten en niet-westerse migranten. Dit is de boodschap in de UWV Arbeidsmarktanalyse 2017. Het rapport beschrijft de belangrijkste arbeidsmarktuitdagingen waar Nederland voor staat en biedt daarmee een boodschap voor het nieuw te vormen kabinet. De werkloosheid daalt minder dan na vorige crises. Bedenk dat het werkloosheidspercentage in 2008 bijvoorbeeld gemiddeld slechts 3,7% bedroeg, maar in 2016 gemiddeld 6,0%. De analyse laat zien, dat een aantal groepen hierdoor extra wordt geraakt. Hun werkloosheidsniveau ligt structureel hoger, de arbeidsdeelname structureel lager, ze slagen er ook minder vaak in om vanuit werkloosheid weer werk te vinden en als ze werk vinden doen ze dat vaker in een flexibele baan. Van een aantal groepen (die al op achterstand stonden) is de arbeidsmarktpositie met de crisis ook verslechterd en na de crisis (nog) niet verbeterd . Kijken we naar de situatie in Limburg, dan zien we dat het aantal lopende WW-uitkeringen in april 2017 bijna 17% lager is dan een jaar geleden. Die daling is sterker dan de landelijke afname. Om precies te zijn, zijn er eind april 2017 26.800 lopende WW-uitkeringen in Limburg. De laagste WW-percentages hadden de gemeenten Eijsden-Margraten (3,8%), Maastricht (3,9%) en Vaals (3,9%). In de gemeenten Venlo (5,9%), Heerlen, Venray en Weert (allen 5,3%) was het WW-percentage in april 2017 het hoogst. Het goede nieuws is, dat in alle Limburgse gemeenten het aantal WW-uitkeringen in de periode tussen april 2016 en april 2017 afnam.

Uit onderzoek blijkt dat niet-participeren op de arbeidsmarkt kan leiden tot maatschappelijke problemen en daarmee tot hoge maatschappelijke kosten. Als je geen werk hebt, loop je een groter gezondheidsrisico, kan het leiden tot schuldenproblematiek, sociale uitsluiting of tot ongewenst maatschappelijk gedrag, zoals criminaliteit. Werk houden of vinden is de beste remedie om uitval (ziekte, multiproblemen) te voorkomen. De arbeidsmarkt is aan het kantelen. Dat geldt ook voor de provincie Limburg. Voor een deel van de werkzoekenden zijn de perspectieven minder gunstig (economisch-administratief op lager niveau bijvoorbeeld) terwijl in bepaalde sectoren (logistiek, techniek, ICT, bouw) de personeelswerving steeds meer onder druk komt te staan. Zijn hier oplossingen voor? Jazeker! Ik denk dan aan intersectorale mobiliteit maar vooral ook aan scholing. Gelukkig hebben we voldoende mooie voorbeelden van resultaten. Zoals de voormalige chef groente van de supermarkt die momenteel in de lakstraat bij VDL Nedcar staat. Ik realiseer me dat we nog een hoop uitdagingen hebben voor de arbeidsmarkt! U vindt ze veel uitgebreider terug in onze arbeidsmarktanalyse op de website van het UWV. Tot slot wil ik graag de ambitie uitspreken dat we de arbeidsmarkt de komende jaren nog beter werkend krijgen en mismatches weten te voorkomen! Uitdagingen genoeg voor UWV maar evengoed voor een nieuw kabinet. Laten we samen zorgen dat ieder mens naar vermogen mee kan doen en niemand aan de kant blijft staan. Iedereen telt mee. Voorwaarde voor meedoen!

Tof Thissen Algemeen directeur UWV Werkbedrijf

WERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG P57

www.socialeagendalim


DE GAZONMAN IN VENRAY

KANSARME JONGEREN, GO4IT!

Het doel van het project ‘de Gazonman’ in Venray is mensen weer in een normale dagelijkse structuur te brengen, arbeidsvaardigheden op te laten doen en voor te bereiden op een mogelijk betaalde baan. De mensen die dit niveau niet halen, worden begeleid naar een andere vorm van dagbesteding. Het gaat om mensen uit Nederland, Polen, Irak, Syrië en Eritrea. Samen met begeleider Toon Aben zijn deze mensen actief in agrarische bedrijven in Venray en in het onderhoud van terreinen en aanleg van particuliere tuinen in de gemeente Horst aan de Maas.

Go4it! Is een initiatief van woningbouwvereniging Wonen Limburg. Het gaat daarbij om een duurzame oplossing voor een groep kansarme jongeren met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Hoe? Via een vrijwilligerstraject wordt een opstap geboden naar een opleiding, een stageplek of betaald werk. Deze vrijwilligerswerkzaamheden zijn individueel afgestemd op de jongeren en variëren van tuin- en plantsoenonderhoud tot onderhouds- en opruimwerkzaamheden in hun eigen wijk. In Weert, Venray, Heerlen en Roermond werkt Wonen Limburg met Go4it! Uiteindelijk doel: de arbeidstoeleiding van 100 kansarme jongeren in Limburg.

Het streven is dat bedrijven zo betrokken raken dat de deelnemers uiteindelijk een plek in bijvoorbeeld zo’n agrarisch bedrijf krijgen. Momenteel kent het project zeven kandidaten die kunnen doorgroeien naar 32 uur inzet per week.

MENSONTWIKKELBEDRIJF BETERE BUREN BRUNSSUM

‘KANDOEN’ VENLO: GEKEND EN ERKEND WORDEN IN DE EIGEN WIJK

Voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt is een plek aan de zijlijn van onze samenleving vaak een drama. De gemeente Brunssum wil met het ‘mensontwikkelbedrijf’ Betere Buren deze mensen de kans geven om (weer) mee te doen. Dat gebeurt door ze in te zetten voor zinvolle werkzaamheden voor de samenleving. Terwijl ze dit doen, werken ze aan vaardigheden die hen geschikt maken voor de arbeidsmarkt.

In Venlo wordt door het project ‘KanDoen’ de arbeidsmatige dagbesteding en beschut werk zoveel mogelijk integraal in de wijk georganiseerd. Daarbij wordt vooral ingezet op de samenwerking met de wijkbewoners. Vanuit KanDoen worden activiteiten uitgevoerd die nuttig zijn voor de gemeenschap zoals onder andere post sorteren, houtbewerken, licht assemblagewerk en naaien. Deze dragen bij aan de zelfredzaamheid van de deelnemer en het bevorderen van de participatie van de deelnemer in de eigen wijk. Ook wil KanDoen een wijkeconomie op gang brengen, bijvoorbeeld met stadslandbouw op een voormalige speelplaats.

WERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG P58 www.socialeagendalimburg.nl


DE IMPACTFABRIEK

HONDERDPROCENT HEERLEN GAAT VOOR JONGEREN HonderdprocentHeerlen is een kleinschalig erkend leerbedrijf voor jongeren in de Geleenstraat in Heerlen. De producten die binnen de leer- werkplaats worden geproduceerd, worden in de winkel bij de werkplaats verkocht. In de vijf jaar dat Honderdprocent Heerlen bestaat, zijn 40 jonge mensen - voornamelijk meisjes / jonge vrouwen - vanuit een situatie met weinig kansen op de arbeidsmarkt en meestal moeilijke privéomstandigheden – een half jaar intensief en persoonlijk begeleid. Daardoor doorlopen ze nu wel een duurzaam arbeids- of scholingstraject en kunnen ze weer structuur in hun leven aanbrengen.

ROERMONDS PROJECT TOP-VROUWEN VOOR ALLEENSTAANDE MOEDERS Roermonds project TOP-vrouwen voor alleenstaande moeders TOP-vrouwen staat voor Talentvolle, Ondernemende, Proactieve vrouwen. Binnen dit project werken bureau ‘Bijstand naar werk’ en de gemeente Roermond samen om een groep alleenstaande moeders vanuit een uitkeringssituatie weer aan het werk te helpen. Op interactieve wijze gaan ze aan de slag en schrijven een ondernemersplan waarin persoonlijke doelen worden gesteld. Via een app wordt vervolgens de ontwikkeling zichtbaar gemaakt. Inmiddels is al meer dan de helft van de TOP-vrouwen betaald aan het werk!

Sociaal ondernemers leveren steeds meer een concrete, constructieve en betekenisvolle bijdrage aan maatschappelijke vraagstukken. Niet alleen vanuit idealisme, maar ook om als ondernemer bestaansrecht te houden. Wil je namelijk als ondernemer je economisch rendement kunnen waarborgen dan zul je nú al moeten nadenken over thema’s als mantelzorg, vergrijzing en een krimpende arbeidsmarkt. Bovendien bieden deze thema’s ook kansen om nieuwe business te ontwikkelen. De Impactfabriek is dé plek in Noord-Limburg waar start-ups, sociale ondernemingen en reguliere ondernemers werken aan een economisch en maatschappelijk sterk Noord-Limburg, van nu én van morgen. Dit gebeurt door stimuleringsprogramma’s, workshops, inspiratiesessies en challenges. Hierbij worden stakeholders zoals gemeenten, onderwijs en burgers betrokken zodat er écht impact wordt gecreëerd. Op dit moment draait een startersprogramma met 18 deelnemers en het programma Hart ter Zake voor sociaal ondernemers in Venray. De Impactfabriek is een initiatief van Elisa Hoeijmakers-Kruiper en Kim Hendriks. Zij zijn gestart vanuit het geloof in de kracht van samen en in de kracht van ondernemers om vraagstukken aan te pakken die vragen om een innovatieve oplossing.

ENERGIE – EN ZORGCOACH Bij Dubbel Duurzaam worden mensen met afstand tot de arbeidsmarkt opgeleid tot energie/zorgcoaches die voor een schappelijk bedrag een woningscan doen. Ze geven na een korte opleiding een laagdrempelig advies hoe de woning energiezuiniger kan worden en hoe de bewoners langer zelfstandig in de woning kunnen blijven wonen. Uiteindelijk is het doel dat deze personen door de werkervaring bij Dubbel Duurzaam weer langdurig werk vinden. Het is een samenwerkingsproject van o.a. de gemeenten Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Schinnen, SittardGeleen, Valkenburg aan de Geul en de Natuur en Milieufederatie Limburg.

WERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG P59

www.socialeagendalim


Restaurateur Roel Linssen

‘Waardevol om mensen weer een kans te geven’ Sinds de opening in maart 2016 helpt restaurant BRL in Venray als leerwerkbedrijf mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt op weg naar betaald werk. Uitbater Roel Linssen: ‘We boeken gelukkig meestal succes maar het is zeker niet allemaal rozengeur en maneschijn.’ de kans om zich rustig te ontwikkelen in een veilige werkomgeving. In het bedrijfsleven is er altijd de druk om te presteren. Voor deze groep kan dat averechts werken en leiden tot een terugval. Dat risico bestaat hier ook, maar hier kunnen ze zich dat permitteren omdat er begeleiding is. Je kunt mensen na een begeleidingstraject niet gelijk in het diepe gooien. Daar is de druk veel te hoog voor. Eigenlijk zou er vanuit de uitkeringsinstanties nog pakweg een half jaar een vorm van nazorg moeten zijn. Bij mij kunnen de mensen naderhand altijd nog terecht voor hulp, zelfs als ze in een andere branche dan in de horeca werken. Maar strikt genomen is die nazorg niet mijn taak.”

Maar liefst vijftien mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zijn momenteel aan de slag bij het Venrayse restaurant BRL, wat staat voor Bij Roel Linssen. Een uiterst gemêleerd gezelschap, zowel in achtergrond als in leeftijd. “De overeenkomst is dat ze in het begin allemaal afwachtend zijn, maar over het algemeen slaat die afwachtende houding om in blijdschap dat ze weer een kans krijgen”, stelt Roel Linssen vast. Roel Linssen heeft een 3-jarig contract met de gemeente Venray op basis waarvan mensen met behoud van uitkering maximaal anderhalf jaar onder begeleiding van een coach van de gemeente aan de slag kunnen bij BRL. Daarnaast kan de ondernemer rekenen op begeleiding van zorginstelling MET ggz.

PUF Waarom heeft Roel er voor gekozen om te werken met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt? “Ik vind het waardevol om mensen weer een kans te geven. Ik snap dat deze doelgroep moeite heeft om weer aan de slag te gaan. Ga zelf maar eens een jaar thuis zitten. Dan verander je. Deze mensen hebben vaak drie, vier jaar of nog langer thuis gezeten en hebben dikwijls helemaal geen puf meer om weer aan de slag te gaan. Maar als ze die stap eenmaal zetten, al dan niet gedwongen, ontdekken ze na een paar maanden dat ze er een heleboel voor terugkrijgen.” “Want contacten met anderen heb je niet als WERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG P60 www.socialeagendalimburg.nl

je thuis op de bank zit. In een werkomgeving kom je weer in een ritme, in een flow, en word je weer enthousiast, zeker als ik hen dan ook nog eens zeg dat ze hun werk goed doen. Soms ontwikkelen mensen zich hier zo hard dat ze binnen een half jaar een baan hebben. Vaak hebben ze alleen maar even dat ene positieve duwtje nodig om die negatieve spiraal om te buigen. Maar niet iedereen slaagt daarin. Ik heb hier ook al meer dan tien mensen gehad die het niet voor mekaar kregen om weer werkfit te worden. Ook hier moet je op tijd komen en er verzorgd uitzien.” Soms krijgt Roel Linssen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt weliswaar snel werkfit, maar komen zij tot de ontdekking dat de horeca niks voor hen is. Roel: “Dat kan natuurlijk. Daarom heb ik contacten met andere leerwerkbedrijven, zodat overplaatsing naar bijvoorbeeld een tuinbouwbedrijf, een timmerfabriek of een schoonmaakbedrijf mogelijk is. Ik heb bijvoorbeeld iemand een jaar gehad die net een baan in het groenbeheer heeft gekregen. Ik beschouw dat als een geslaagd traject. Het gaat er mij niet om mensen in de horeca te krijgen, maar om ze op weg te helpen naar een betaalde baan.”

DRUK Degenen die op enige moment uitstromen naar betaald werk, hebben het daar aanvankelijk vaak niet makkelijk, is de ervaring van de Venrayse ondernemer. “Hier krijgen mensen

‘Blij met kans’ Vian Hassa (45) werd geboren in Irak en groeide op in Syrië. In het Midden-Oosten had hij een eigen zaak waar hij vegetarische broodjes verkocht. In Nederland werkte Vian een paar jaar als uitzendkracht voor een schoonmaakbedrijf. De laatste drie jaar doet hij vrijwilligerswerk. Maar liefst wil hij weer betaald werk gaan doen. “Maakt mij niet uit welk soort werk. Ik hoop dat dat via deze weg lukt. Ik ben al blij met de kans op betaald werk die ik op deze manier krijg. Het bevalt me hier bij BRL tot nu toe erg goed. Ik leer veel en er werken hier heel aardige mensen. We lachen veel.”

‘Ik wil graag werken voor mijn geld’ Celina Mika (57), geboren in Polen, vindt het maar niks dat ze de laatste jaren de hand op moet houden. “Ik ben altijd gewend geweest om voor mezelf en voor mijn dochter te zorgen. Ik heb jarenlang bij Rank Xerox en later bij Océ gewerkt. Toen ik daar werd ontslagen, heb ik overwogen een cateringbedrijf te starten, maar dat bleek lastig. Het werk bij Roel bevalt goed. Het is hier net één grote familie. Ik hoop via deze weg aan een betaalde baan te komen, want ik wil graag werken voor mijn geld. Tegelijkertijd realiseer ik me dat ik mijn leeftijd niet mee heb.” Tekst: John Huijs


Vierkante tafel Bij alle bijeenkomsten van de verkenners waar wat meer mensen aanwezig waren, was er altijd een broodje en/of een kop soep. Verkenner Wil Rutten was daar de grote stimulator van. Zijn filosofie: 'Als je echt samen wilt klankborden of architecten dan is een vierkante tafel met een eenvoudige dagschotel vaak toch de inspiratie om samen iets nieuws te bedenken en verder te komen. En bij grote groepen geeft het samen iets kleins eten en een cultureel accent vaak een boost om een beweging op gang te brengen.' U begrijpt: als verkenners schoven we voor ons overleg vaak en graag aan bij de vierkante tafel bij Wil thuis. Dat gaan we hoe dan ook missen.

Visitekaart van de Wijk De verkenners Anita Bastiaans en Tjeu Seeverens bedachten en werkten in januari op de Sociale Top in Eindhoven mee aan het idee van een Visitekaart van de Wijk: een overzicht van wie allemaal in een wijk een rol zou kunnen spelen bij het vroegtijdig signaleren van mensen die het moeilijk hebben. Een mogelijkheid voor professionele zorgverleners om mogelijke bronnen in hun eigen wijk in kaart te brengen.

De Visitekaart van de Wijk is getekend door INK Strategy uit Amsterdam, een bureau dat o.a. bijeenkomsten en congressen visualiseert. WERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG P61

www.socialeagendalim


CEO Ronald Goedmakers van Vebego:

‘Ware reden voor een afstand tot arbeidsmarkt verdwijnt niet’

‘In Limburg vergeten we vaak dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt moeite hebben met keuzes maken’

WERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG P62 www.socialeagendalimburg.nl


Op basis van de missie ‘Vebego vitaliseert werk en zorg’ timmert de multinational vanuit Voerendaal met een werkleger van 35.000 mensen in tal van landen aan de weg. In de eigen provincie ziet CEO Ronald Goedmakers met lede ogen toe dat er in Limburg ongeveer 200.000 mensen zijn die ‘niet meedoen’. Een jaar of tien geleden werden de eerste signalen hoorbaar dat vooral het zuiden van Limburg rekening moest gaan houden met een krapte op de arbeidsmarkt als gevolg van krimp en vergrijzing. Vebego besloot daarop te onderzoeken in hoeverre de onderneming die klappen op zou kunnen vangen door meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in te zetten.

KOSTENDRUK Ronald Goedmakers: “Dat blijkt best moeilijk. Als een organisatie onder kostendruk genoodzaakt is om een steeds meer zaken efficiënter te organiseren, blijkt het lastig om een aantal mensen op te nemen met wie je op een heel andere manier om moet gaan, ook al krijg je daar subsidie voor. Voor een medewerker met een afstand tot de arbeidsmarkt krijg je als werkgever niet voor niks een subsidie. Die medewerker heeft begeleiding nodig en kan in de regel niet onder een bepaalde druk en spanning werken. Het is moeilijk voor veel leidinggevenden om van pakweg negen reguliere werknemers een bepaald prestatieniveau te kunnen verwachten en van de tiende veel minder, terwijl je daar meer tijd in moet investeren en anders mee moet communiceren. Dan is het makkelijker om tien dezelfde te hebben.” Veel werkgevers proberen met heel veel goede bedoelingen een werkplek voor iemand met een afstand tot de arbeidsmarkt te creëren, maar uiteindelijk ontbreken de capaciteit en de ervaring om zo iemand ook succesvol in te zetten, stelt Goedmakers. “Vebego heeft daaruit geconcludeerd dat we medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt vooral in groepen moeten inzetten. Dan kunnen we daar ook voldoende en ervaren leiding en begeleiding op zetten die weten hoe je het maximale uit deze mensen kunt halen. Wat trouwens wel werkt, is als je zo’n groep versterkt met één of twee reguliere medewerkers. Die blijken de hele groep een stuk omhoog te trekken. Dat kun je tot 20 à 30 procent doen, zo leert de praktijk.” Het gros van de medewerkers van Vebego werkt op locatie bij klanten, als

schoonmaker, als hulp in de thuiszorg of in het groenbeheer. Al die activiteiten hebben met elkaar gemeen dat het gaat om dienstverlening door mensen zonder of met een lage opleiding. Goedmakers: “Iedereen vindt dat nuttig werk maar niet altijd krijgt dat werk de waardering die het verdient. Voor een deel komt dat omdat schoonmakers buiten kantoortijd aan de slag zijn en daarmee onzichtbaar zijn. Daarom zijn we initiatieven gestart om de schoonmakers vaker overdag in te zetten en hen zo zichtbaar te maken in de organisatie van de klant. Dan kunnen medewerkers van klanten direct aan onze medewerkers kenbaar maken wat ze van hen verwachten. Het werkt veel beter als je rechtstreeks tegen een schoonmaker kunt zeggen dat je graag wilt dat die je toetsenbord in de toekomst een keer extra schoonmaakt. Daarmee wordt de kwaliteit van onze dienstverlening beter en tegelijkertijd is het voor de schoonmaker fijn om te weten voor wie die werkt. Ook het sociale contact vinden sommige schoonmakers prettig, maar dat geldt niet voor iedereen. We hebben ook medewerkers die sociale contacten met medewerkers van klanten storend vinden om hun tempo te kunnen halen. Bij het indelen van taken en diensten houden we daar rekening mee.” In Brabant kijken gemeenten volgens Goedmakers goed naar wat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen. De betrokkenen worden gescreend en krijgen vervolgens een advies voor het soort werk en de werkomgeving waar zij het best tot hun recht komen; in de schoonmaak of in het groen. “Dat geeft die medewerkers duidelijkheid. Dat werkt over het algemeen heel goed. Je hebt namelijk te maken met een doelgroep die het moeilijk vindt keuzes te maken.” Veel Limburgse gemeenten daarentegen laten die keuze aan de medewerker over, stelt Goedmakers vast. “Dat leidt af en toe tot rare situaties. In Limburg hebben wij permanent een stuk of vijftig vacatures voor medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daarom zijn we bij Limburgse bedrijven vaak gedwongen om die plaatsen op te vullen met reguliere mensen. Terwijl we daar hebben geïnvesteerd in leiding en begeleiding voor de primaire doelgroep.”

LAGE PARTICIPATIEGRAAD “Als je het rapport van de verkenners ziet, valt het op dat Limburg een lager dan gemiddeld WW-percentage heeft. Dan zou je zeggen: niks aan de hand. Maar als je kijkt naar de participatiegraad, dan is die heel erg laag. Dat betekent dat we in Limburg heel veel mensen in allerhande regelingen hebben, waardoor die niet werken. Parkstad heeft niet voor niks een van de grootste sociaal werkvoorzieningsbedrijven van Nederland.”

Wat zou u op dit terrein veranderen als u minister van sociale zaken was? “Die nieuwe Wet werk en zekerheid is een gedrocht. Werkgevers noch werknemers zijn er gelukkig van geworden, dus daar zou ik iets aan doen. Ik zou het voor werkgevers interessanter maken om mensen weer een vaste baan met carrièreperspectief te geven. En linksom of rechtsom zou ik er voor zorgen dat het weer wat meer oplevert om te gaan werken in plaats van met een uitkering op de bank te zitten. De politiek mag uitvechten of de uitkeringen omlaag moeten of de lonen omhoog. Als je een actieve samenleving nastreeft, moet je mensen niet met een uitkering voor hun tv thuis parkeren en riskeren dat ze afglijden naar een crimineel circuit.”

‘Die nieuwe Wet werk en zekerheid is een gedrocht’ COMPLEX Tegelijkertijd zegt Goedmakers zich te realiseren dat het lastig is om al deze zaken aan te pakken. “In Nederland heeft alles met elkaar te maken. We hebben een uiterst complex systeem regelingen, subsidies en wat dies meer zij. Dat ontslaat ons niet van de plicht om al het mogelijke te doen, ook al heb je daar geen wettelijke taak voor. Vebego werkt daarom mee met het initiatief Kansen voor Jongeren van het Oranjefonds om jongeren te helpen een startkwalificatie te krijgen. Daarvoor hebben we samen met de grotere klanten een aantal leer-werkbedrijven gestart.” Belangrijk is volgens de CEO dat er meer werkgevers opstaan die hiermee echt aan de slag willen. “En niet vanwege subsidie of ander financieel voordeel, maar omdat ze daadwerkelijk de intentie hebben mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt voor lange termijn aan een job te helpen. Want die mensen stromen niet zomaar uit naar een reguliere baan. Dat is iets wat de politiek zwaar overschat. De ware reden waarom iemand helemaal of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is of die afstand tot de arbeidsmarkt heeft, die verdwijnt meestal niet.”

Tekst: John Huijs Foto: Sacha Ruland WERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG P63

www.socialeagendalim


GEDURFDE KEUZES

Kennisinstellingen in actie In het voorjaar van 2015 blijkt

dat ook de kennisinstellingen in Limburg bereid zijn een impuls te geven aan de ‘koers voor een vitaler Limburg per 2025’. Professor Martin Paul wordt gevraagd als boegbeeld op te treden. Hij is voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit Maastricht. Welke stappen zijn van toen af gezet?

'Ook de universiteit van Maastricht wil met 4Limburg het verschil maken in het streven naar een vitaler Limburg'

WERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG P64 www.socialeagendalimburg.nl


op achilleshiel van Limburg De ambitie is in elk geval even verrassend als groot: in het streven naar een vitaler Limburg wil ook de universiteit het verschil maken in de Limburgse samenleving. De arbeidsmarkt wordt daarin als cruciale schakel gezien om de economische en sociale ambities van Limburg te kunnen bereiken.

tot maatschappelijke waarde te brengen.”

WAT VRAAGT DEZE AANPAK VAN JULLIE EN VAN JULLIE PARTNERS?

Excellente wetenschap combineren met maatschappelijk leiderschap. Overgaan tot echte actie. Meehelpen om zoveel mogelijk mensen die nog niet meedoen, duurzaam in te schakelen in de Limburgse samenleving. Zo’n strategie van een universiteit is uniek in de academische wereld. Op zoek naar de achtergronden en de concrete uitwerking van die gedurfde keuzes komen we terecht bij professor Saskia Klosse. Samen met collega-wetenschappers ontwikkelde zij het programma 4Limburg.

“Het inspireert ons enorm dat wij ondernemers en bestuurders van overheden en instellingen tegenkomen die hetzelfde doel hebben. Met 4Limburg kunnen wij elkaar steunen zodat Limburg zich ontworstelt uit de bekende gangbare patronen en prestatiemechanismen. Er zitten veel prikkels in ons systeem die in de hand werken dat hele bevolkingsgroepen zich afzonderen. In 4Limburg sporen we die mechanismen op. We doen dit samen met ondernemers en bestuurders die bereid zijn heel andere paden te bewandelen en risico’s te lopen.”

HET PROGRAMMA

WAT BETEKENT 4LIMBURG VOOR JULLIE PARTNERS?

Saskia Klosse: “Wij hebben onze koers vertaald in een programma met vier aandachtsgebieden: • jong talent aanspreken; • werkenden arbeidsfit houden; • het arbeidspotentieel in Limburg optimaal benutten; • en meer mogelijkheden creëren tot participatie door ander beleid. We noemen het programma ‘4Limburg’. Samen met Limburgse gemeenten, werkgevers en onderwijspartners hebben we dat ingevuld. Een eerste ronde heeft geleid tot diverse projecten die voor doorbraken kunnen zorgen waar mogelijk heel Limburg van profiteert. Het gaat om kansrijke projecten in het kader van die vier aandachtsgebieden. Ons doel is onze kennis en ervaring volop in te zetten en in Limburg van elkaar te leren wat werkt en wat niet werkt. Waar nodig vragen we om experimenteerruimte om de kans op succes te vergroten. Wij krijgen steun van het college van bestuur om het verschil te maken in de samenleving. 4Limburg biedt geen zicht op extra internationale publicaties. Het streven is nu onze kennis

Saskia Klosse: “We zijn afhankelijk van goede initiatieven en leiderschap. We hebben een eerste ronde met goede initiatieven. Zo is de Limburgse Werkgevers Vereniging (LWV) bereid om samen met ons 200 ondernemers te werven die zien dat zij kunnen groeien door onbenut talent aan te spreken. De uitdaging: duurzame oplossingen voor 5000 mensen met een arbeidsbeperking. Dit zijn Limburgse ondernemers die ook niet willen wachten op een opgelegd quotum in het kader van het landelijke ‘100.000 banenplan’. Ook zien we gemeentebestuurders die heel goed zien welke perverse prikkels ertoe leiden dat ambtelijke diensten en kwetsbare Limburgers elkaar gevangen houden in een afhankelijke positie. We gaan met gemeenten in gesprek over het opzetten van een Limburgbreed experiment waarin de verplichte dagbesteding (op straffe van een korting op de uitkering) wordt losgelaten.

currentie met elkaar aan. Ze zorgen ervoor dat de professionals met de voeten in de modder het vertrouwen en de ruimte krijgen om vanuit hun deskundigheid en betrokkenheid samen met de burger te regelen wat nodig is. Uniek! Initiatieven als deze openen heel nieuwe perspectieven voor Limburgers. Daarachter zitten mensen die hun nek durven uit te steken. Naar meer van zulke aanjagers en hun projecten is 4Limburg op zoek.

OPROEP Ondernemers en bestuurders die snappen dat het zo niet langer kan en hoeft zijn onze partners. We hebben concrete inzichten en handreikingen te bieden en zetten die graag in om elkaar te ondersteunen. Samen kunnen we zo het verschil maken en bijzondere stappen zetten in Limburg.”

4Limburg en de Vereniging Limburg zijn partners in de koers voor een vitaler Limburg 2025

Het programma 4Limburg is een initiatief van vijf hoogleraren van de Universiteit Maastricht. Zij geven met dit programma gehoor aan de oproep van de provincie Limburg om gezamenlijk in actie te komen voor een vitale, inclusieve Limburgse samenleving waarin alle Limburgers tot hun recht komen, elkaar ondersteunen en naar vermogen kunnen meedoen op de arbeidsmarkt.

Of denk aan bijzondere initiatieven als ‘Gewoon Doen’ in Horst aan de Maas of Athos in Maastricht die erop gericht zijn om mensen te ondersteunen op weg naar herstel en zelfredzaamheid. Of aan STAND-BY! Heerlen: zorgaanbieders gaan daar niet langer de conWERKEN|DEVERENIGINGLIMBURG P65

www.socialeagendalim


Trendbreuk onderwijs nodig in Limburg De inrichting van het onderwijs in Limburg speelt een centrale rol om de trendbreuk te bereiken, die de Sociale Agenda Limburg beoogt. Daarom gingen de Verkenners in gesprek met zo’n 25 experts uit het Limburgse onderwijsveld. De gezamenlijke conclusie is: Het onderwijs zit op een omslagpunt. We moeten die omslag nu echt maken, want de tijd haalt ons in. ONZE JONGEREN

LEREN

De signalen die wij als Verkenners kregen over de positie van de jongeren, waren alarmerend. We lopen een aantal zorgpunten na. Ook Limburg kent ‘spookjongeren’. Jongeren die noch in opleiding zijn, noch aan het werk, noch in een uitkering (NEETS). Zij zijn uit beeld. Ontwikkelkansen voor jongeren zijn ongelijk verdeeld. Een lage sociaal economische status van je ouders verkleint je kansen. En dat gaat generaties door. Limburg scoort slecht op het punt van kinderarmoede en ondersteuningsmogelijkheden. Cijfers over Voortijdig School Verlaters (VSV) zijn nog steeds, zeker in Zuid-Limburg, relatief hoog. Wim Horsch van onderwijskoepel SVO|PL stelt dan ook elders in dit magazine: “De toename van het aantal VSV’ers in Limburg moet de komende drie jaar hoe dan ook stoppen.” Volgens cijfers van de Educatieve Agenda Limburg scoort Limburg op de citotoets samen met Utrecht nog altijd het hoogst. Uit de eindexamencijfers blijkt vervolgens dat Limburgse VO-leerlingen met afstand het slechts presteren in Nederlands. Dat is nogal een tegenstelling! Daarbij komt nog een bijzonder vraagstuk: de ontgroening. Alle Limburgse LEREN|DEVERENIGINGLIMBURG P66 www.socialeagendalimburg.nl

regio’s hebben te maken met een stevige daling van het aantal leerlingen. In 2025 gaan 14.000 kinderen minder naar school dan in 2000. Inmiddels zijn al 10-tallen PO-scholen gesloten of samengevoegd en er volgen er nog meer. Bij al deze ontwikkelingen is onze indruk dat de nood in de Limburgse klassen soms hoog is. Zijn onze hoge verwachtingen van het onderwijs wel reëel? Moet daar alles goedgemaakt worden waar het in het dagelijks leven aan schort: overgewicht, ouders die geen tijd hebben, gedragsproblemen, et cetera? We kunnen niet alle maatschappelijk vraagstukken op het bord van het onderwijs gooien. De uitdrukking ‘it takes a village to raise a child’ geldt ook voor ons. Opvoeden en leren is iets van de hele gemeenschap. Onderwijsvernieuwer Jan Fasen (Mundium College) vat de effecten van het huidige onderwijssysteem in Nederland als volgt samen: “In geen enkel land buiten Nederland zijn kinderen zo weinig gemotiveerd voor school (OESO 2016). Daarbij stimuleert ons onderwijs ook nog eens ongelijke kansen voor kinderen (Onderwijsinspectie 2016).”

TRENDBREUK ONDERWIJS Op veel plekken in Limburg wordt onder woorden gebracht dat het anders moet. Enkele voorbeelden. Bert Nelissen, bestuursvoorzitter van PO- onderwijskoepel Innovo Zuid-Limburg, stelt: “Het piept en kraakt in het basisonderwijs. Er dreigt een systeemcrash: te traditioneel onderwijs, overbelasting van vooral oudere leraren, bestuurlijke versnippering”. In het Kompas Scholen in Beweging (Noord-Limburg West, december 2016) staat: “Het onderwijssysteem is versleten en aan vervanging toe.” En in de Visie voor toekomstgericht funderend onderwijs Parkstad (januari 2017) lezen wij: “De structuur van het onderwijssysteem in Nederland is hiërarchisch, bureaucratisch en verkokerd. Dit laat weinig ruimte voor de ontwikkeling van het individu en het ontdekken van wie hij is, wat hij kan en wat hij wil.” De noodzaak van fundamentele verandering wordt dus breed erkend. In vele nota’s wordt de veranderrichting uitgezet. Maar waar vindt de echte doorbraak plaats? Natuurlijk, er zijn parels in het Limburgs onderwijsland zoals het Mundium College met Agora en Niekée in Roermond, de initiatieven voor tienerscholen,


de excellente scholen en de Nieuwe Thermen in Heerlen met een innovatief onderwijsconcept bedacht door docenten. Of de plannen voor een Mondragon Team Academy in Heerlen en het gepersonaliseerd leren volgens een innovatief Zweeds onderwijsmodel bij Stella Maris in Meerssen. En Innovo (52 PO/SO scholen) waar men de samenvoeging van scholen, nodig vanwege de krimp, slim gebruikt om gebouwen aan te passen aan nieuwe vormen van leren. En niet te vergeten de Gezonde Basisscholen van de Toekomst van onderwijskoepel Movare in Landgraaf, het United World College in Maastricht en het nieuwe Techniekcollege vmbo/mbo in Parkstad. De onderwijswereld in Limburg weet wat nodig is, dat is onze stellige indruk. Maar we zien te veel onderwijsbestuurders die in beslag genomen worden door de zorgen van alledag. Daarbij is het eigenbelang te vaak sturend. Willen we de achterstanden die Limburg heeft, echt aanpakken dan is hard nodig dat we nu gaan doen wat we zeggen. In het onderwijs lopen talloze projecten, wordt veel vergaderd met elkaar, maar de overgang naar actie blijft uiterst moeizaam.

• In 2025 is het onderwijs hervormd tot één regionaal afgestemd netwerk van onderwijsaanbod dat alles in zich heeft om kinderen in Limburg te ondersteunen in de ontwikkeling van hun talenten. Als we dit willen invullen is er behoefte aan een krachtig tweesporenbeleid. Bouw in de eerste plaats aan een beweging van onderop. Maak ruim baan voor de onderwijsvernieuwers die de aansluiting met jongeren weten te maken (alles wat aandacht krijgt, groeit). Daarbovenop moeten alle partners rond jeugd-onderwijs-arbeidsmarkt hun kracht bundelen. Daarbij gaat het in de eerste plaats om een effectieve aanpak van de voortijdig schoolverlaters, met name in Zuid-Limburg. Iedereen erbij houden vanaf de eerste signalen dat er thuis of in de klas dingen niet goed

lopen. Voor het onderwijs Limburg-breed ligt er een stevige basis: de Educatieve Agenda Limburg. Dat is een samenwerkingsverband tussen de vier instellingen Hoger Onderwijs (Universiteit Maastricht, Zuyd Hogeschool. Fontys Hogescholen en Open Universiteit), het middelbaar beroepsonderwijs (MBO), het voortgezet onderwijs (VO), het primair onderwijs (PO) en de Provincie Limburg. De Agenda is een combinatie van nieuwe en bestaande initiatieven om de kwaliteit van het Limburgse onderwijs uit te bouwen en de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren. De opgave is om die ontwikkeling te versnellen. Een van de initiatieven is ‘De Werkplaats’. Daarin hebben de Limburgse schoolbesturen voor Primair- en Voortgezet Onderwijs een onderwijsinnovatie agenda geformuleerd. Nu nog de uitvoering. Tekst: Ben van Essen, verkenner

AAN DE SLAG Als Verkenners roepen we alle partners in en rond het onderwijs op om actie te ondernemen om de volgende doelen te bereiken voor Limburg: • In 2025 zijn alle vormen van voortijdig schoolverlaten in positieve trajecten omgezet in Limburg;

Reactie Hans Teunissen Gedeputeerde Hans Teunissen heeft onder andere onderwijs in zijn portefeuille. Hij onderschrijft de constatering van de verkenners dat er in Limburg een trendbreuk in het onderwijs nodig is. “Als provincie hebben we daar eigenlijk niets over te zeggen. Maar juist dan kun je van betekenis zijn door mensen bijeen te brengen. Voor alle duidelijkheid: ik wil niemand binnen de onderwijswereld voor de voeten lopen, het eigenaarschap daar laten waar het thuis hoort. Maar als er goede plannen op basis van echte samenwerking komen, kan ik ondersteunen. Krachten moeten nu echt worden gebundeld om scherp geformuleerde doelen te bereiken. Bijvoorbeeld bij de aanpak van voortijdig schoolverlaten. ‘Geen jongere verlaat nog zonder startkwalificatie het onderwijs in Limburg.’ Dat moet je naar elkaar durven uitspreken. Ik heb als wethouder gezien dat direct actie ondernemen veel oplevert als een leerling vaak verzuimt. Niet pas na een paar weken op huisbezoek gaan, maar meteen na een paar dagen. Natuurlijk is een aanpak over de volle breedte nodig maar snel in gesprek gaan, is belangrijk.

Twee jaar geleden, toen ik aan deze klus begon, heb ik gezegd: we richten de onderwijsagenda vooral op het basis- en voortgezet onderwijs en het mbo. 65% van onze werkenden komt uit het mbo. Daarom heb ik het mbo opgeroepen een gezamenlijk aanpak neer te zetten. Daarnaast is de aansluiting tussen basisschool en voortgezet onderwijs een speerpunt. In die overgang gaat nog te veel mis. Volle aandacht vraagt ook de laaggeletterdheid. Dat is in sommige steden zoals Venlo, Heerlen en Kerkrade echt een serieus probleem. De provinciale middelen voor bibliotheekwerk zet ik daar met name op in. Zo trek ik samen met collega Marleen van Rijsbergen op, die binnen de sociale agenda met laaggeletterdheid te maken heeft. Ik ben ervan overtuigd dat we een trendbreuk kunnen realiseren als de verantwoordelijke onderwijsbesturen samen werk maken van duurzame oplossingen die echt het verschil maken. Dan is de provincie graag partner en ondersteuner. Ook financieel.”

LEREN|DEVERENIGINGLIMBURG P67

www.socialeagendalim


Jonge ondernemers helpen schooljeugd keuzes te maken Het aantal voortijdig schoolverlaters in Zuid-Limburg blijft stijgen, terwijl elders sprake van een daling is. De jonge starters van InFlex uit Parkstad willen graag meewerken aan het voorkomen van die uitval. Jeroen Janssen en Stan Vreuls hebben een eigentijds programma ontwikkeld dat leerlingen eerder en beter moet laten nadenken over wat ze nu echt met hun leven willen. Oftewel LoopbaanoriĂŤntatie en -begeleiding (LOB) nieuwe stijl, nu door jongeren zelf vormgegeven. Al spreekt het tweetal liever van een inspiratietraject.

Stan Vreuls

LEREN|DEVERENIGINGLIMBURG P68 www.socialeagendalimburg.nl


'Soms komen er dingen op je pad die je totaal niet had verwacht'

Jeroen Janssen: “School gaf mij nooit echt inzicht in wat ik wilde doen. Ik wist op de middelbare school niet wie ik was of wilde zijn. Ja, ik had danstalent, maar gebruikte het dansen in die tijd vooral als vlucht uit de realiteit van het schoolse leven. Het heeft een tijd geduurd voordat ik inzag dat dansen ook mijn echte realiteit kon zijn. School heeft me nooit gestimuleerd om dat eerder te ontdekken. Toen ik wat later wist wat ik wilde, stond ik opeens enthousiast in het leven, was ik steeds in een flowtoestand en kon ik me opeens wel focussen. Doordat ik inzag dat ik die flowervaring kon gebruiken, heb ik die ook leren toepassen op andere gebieden in mijn leven. Deze nieuwe manier van leven heeft me veel gebracht. Ik ontwikkelde een interesse voor het mentale en fysieke vlak van de mens. Ik ruilde mijn dansopleiding in voor mindfulness- en fitness-cursussen, verdiepte me in de filosofie en psychologie van motivatie.

TALENT

motivatiespeeches en verzorgen van workshops op scholen. De volgende stap is nu het geven van een inspiratietraject. Daarmee willen we jongeren geven wat wij hebben gemist in onze schooltijd: inspiratie en motivatie op het gebied van eigen interesses en persoonlijke ontwikkeling!” Stan Vreuls vult aan: “Soms komen er dingen op je pad die je totaal niet had verwacht. Bijvoorbeeld Jeroen leren kennen en erachter komen dat onze visie en droom zo op elkaar lijken dat samenwerken een vanzelfsprekendheid lijkt. Ook ik ben van mening dat je je moet focussen op wat je gelukkig maakt. Uiteindelijk wil iedereen iets in zijn leven doen waaraan je plezier beleeft en wat je gelukkig maakt. Het probleem is alleen dat de meeste jongeren niet weten hoe ze dat moeten aanpakken. Maar laat dat nou net onze specialiteit zijn. Team Inflex geeft jongeren de kans om samen met jonge ondernemers wat langer stil te staan bij hun eigen persoonlijke ontwikkeling, passie en keuze(s).

En toen wist ik het: ik wil samen met een team van gepassioneerde ondernemers jongeren helpen eerder te ontdekken wat hun talent is en hoe ze dat kunnen inzetten. De gemeente Heerlen ondersteunde me bij het houden van

Jeroen Janssen

LEREN|DEVERENIGINGLIMBURG P69

www.socialeagendalim


Een levenlang leren ook in de autobranche en mkb

Eisen aan medewerkers blijven veranderen

De leercultuur binnen het mkb in Limburg is lang niet altijd gericht op de toekomst, laat staan op een levenlang leren. Die constatering kwamen we als verkenners de afgelopen maanden vaker tegen. Tijdens een mbo bedrijven- en beroependag in Parkstad hoorden we van Lars Leerssen een heel ander verhaal. Lars is aftersales manager bij autodealer Wealer. Zo iemand zorgt ervoor dat klanten die een auto hebben gekocht, tevreden zijn en blijven met hun aankoop door goede service en onderhoud. Daar ging zijn verhaal niet over. Wel over hoe Wealer de (mede)verantwoordelijkheid neemt voor professioneel opgeleide medewerkers, die verleid worden om blijvend in zichzelf te investeren. “Ook bij ons is binnen de serviceafdeling het personeelsverloop het grootst en de aanwas aan de onderkant het moeilijkst. Een aantal jaren geleden was er sprake van grote technische veranderingen in de autowereld door de overgang van mechanische naar meer elektronica onderdelen. De scholen hebben destijds die slag gemist. Ze bleven automonteurs opleiden die wel de ouderwetse maar niet de moderne technieken beheersten. De oorzaak? Leerprocessen gaan langzamer dan arbeidsprocessen. Ook ontbreekt in het onderwijs vaak het geld om meteen te investeren in nieuwe ontwikkelingen. Gelukkig zie je dat er nu zeker binnen de ROC’s in Limburg een inhaalslag wordt gemaakt, maar de aangeboden leermodules sluiten nog niet altijd aan op wat we op de arbeidsmarkt nodig hebben. LEREN|DEVERENIGINGLIMBURG P70 www.socialeagendalimburg.nl

‘De leermodules op de ROC’s sluiten nog onvoldoende aan’ COMPLEX PROBLEEM Het probleem is behoorlijk complex. Ouders sturen bij hun kinderen veel meer op beroepen waarbij ze niet met hun handen hoeven te werken. En wie wel voor het vak van automonteur koos, kwam bij ons even stage lopen om vervolgens weer door te leren, het liefst richting hbo. Tegenwoordig werven we vooral onder mbo niveau 3-leerlingen. Die hebben op school de basis geleerd en wij leren hun de rest wel. Ze gaan wel al aan het werk, maar moeten nog deelcertificaten halen. Daarvoor kunnen

we een beroep doen op de eigen academie van de importeur. Dat betekent nog een interne opleiding van ruim twee jaar voordat je, volledig gecertificeerd, complexe reparaties aan onze auto’s mag uitvoeren. Dan ben je zeker niet uitgeleerd. We bieden alle medewerkers online trainingen aan zodat ze steeds op de hoogte te blijven van trends, nieuwe modellen en technische ontwikkelingen. Bedrijven en onderwijsinstellingen moeten elkaar nog vaker opzoeken, zodat het verschil in inzicht over welke kennis en vaardigheden in de praktijk nodig zijn, steeds kleiner wordt. Een andere stap in de goede richting zou zijn als er op middelbare scholen en ROC’s een reëler beeld over de functies in onze branche wordt geschetst. Als je mbo-4 niveau hebt, word je echt niet meteen werkplaatsmanager. Dat werd wel in de voorlichting op scholen verteld om leerlingen maar te verleiden voor die richting te kiezen.

EUREGIO Ik zou wel voorstander zijn van het Duitse model: een combinatie van leren op school en al vroeg in het bedrijf ruime ervaring opdoen.


In Nederland kiezen we, wat mij betreft, te veel voor een algemene basisopleiding. Helaas vinden Limburgse jongeren het door de taalbarrière en de hogere kosten vaak nog niet aantrekkelijk in Duitsland een vakopleiding te volgen. En de leerlingen van Belgische vakopleidingen in onze branche zijn gedisciplineerder, maar weten doorgaans minder van de nieuwe ontwikkelingen.

‘De service– adviseur zoeken we bijvoorbeeld ook in de horecawereld’ WERVEN VAN VAKMENSEN We realiseren ons maar al te goed dat we proactief aan de slag moeten om in de toekomst voldoende vakmensen in huis te hebben. Zo gaan we een branchedag organiseren om mensen enthousiast te maken voor ons vak en bedrijf. Bijvoorbeeld voor ouders van kinderen die nu in een auto van ons rijden, collega’s die nu nog elders werken en scholieren die nog een studiekeuze moeten maken. Dan komen ook havisten nadrukkelijk in beeld. Neem bijvoorbeeld het vak van serviceadviseur. Dat is iemand die de auto aanneemt voor onderhoud. Die functie is de laatste jaren zo veranderd. Vroeger waren dat mensen met een technische achtergrond en een commerciële inslag. Tegenwoordig moeten ze vooral communicatief heel vaardig zijn en de rol van gastheer/ - vrouw vervullen. Ook de functie-eisen aan een verkoper zijn scherp aangepast. Klanten zoeken eerst online alle informatie over een auto op. Ze stappen steeds minder een showroom in om uitleg te krijgen over de auto die ze mogelijk willen kopen. Ze weten het allemaal al als ze zich bij ons melden en zijn dus meteen potentiële, volledig geïnformeerde kopers. Voor de verkoper betekent dat een andere vorm van klantencontact. Je bent meer een klantenmanager dan een verkoper. Vroeger had je één grote particuliere opleiding voor autoverkopers in Driebergen. Nu werven we deze mensen bijvoorbeeld ook in de horecawereld omdat die vaak commercieel kunnen denken en weten wat gastheerschap inhoudt. Nu het vinden van de juiste mensen ook in onze branche onder druk staat, is het fijn dat het keuzeveld is uitgebreid.”

Geen thuiszitters meer als we echt samenwerken door Bert Martens, Over de getallen valt zoals altijd te twisten. Het getal van 30.000 is blijkbaar de optelsom van alle jongeren die gedurende een jaar kortere of langere tijd thuiszitten. Op enig moment zullen er volgens de onderwijsinspectie 6000 jongeren thuiszitten in het hele land, nog veel te veel natuurlijk. Deze getallen vernam ik op een landelijke bijeenkomst in Utrecht op 6 februari van dit jaar tijdens de ‘nationale thuiszitters-top’. Gemeentebestuurders en samenwerkingsverbanden passend onderwijs - vooral uit de grote steden - en ouderorganisaties waren uitgenodigd door twee staatssecretarissen. Centraal stond de vraag: hoe gaan we dit probleem aanpakken en dus elke jongere kansen geven zich te ontwikkelen? Samen met een delegatie uit Friesland waren wij als samenwerkingsverband passend onderwijs Roermond uitgenodigd toe te lichten hoe wij dat aanpakten: zo min mogelijk thuiszitters meer. Van zo’n 60 in 2012 naar nu 5. Tevoren was er een filmpje geschoten op het Kennis- en expertisecentrum in Roermond, waarin alle spelers al uitlegden hoe het werkt. Hoe werkt het dan? Er is in Roermond een actietafel thuiszitters, waarin alle betrokken partijen zitting hebben: onderwijs, zorg, gemeente. Die actietafel vergadert onder leiding van een onafhankelijke voorzitter om de drie tot vier weken over daadwerkelijke thuiszitters of jongeren voor wie dat dreigt. Aan die tafel geldt een eenvoudige regel: voor elke jongere moet er een oplossing komen, en een van de partijen aan tafel zorgt daarvoor. Niemand de deur uit voordat er een oplossing is. En over het geld spreken we achteraf, niet vooraf, zodat dat nooit een blokkade vormt.

Ik liet het filmpje aan mijn vrouw zien, die niet in het onderwijs zit. Ze zei: heel logisch om het zo aan te pakken. En zo is het. Hoe kan het dan toch zijn dat zoiets simpels en logisch als voorbeeld moet dienen voor partijen uit het hele land? Kunnen die dat dan niet bedenken? Jazeker kunnen die dat. Maar er speelt iets anders. Het blijkt in de andere regio’s nogal moeilijk te zijn het belang van de jongere voorop te stellen. Er worden op zo’n top een hele hoop woorden aan gewijd, maar het komt erop neer dat er toch echt pas samengewerkt kan worden als er eerst: - een stelselwijziging komt, zodat duidelijk is wie er nu echt over gaat; - de zogenaamde doorzettingsmacht is geregeld, zodat duidelijk is wie er een knoop mag doorhakken; - de wet veranderd is en het geld meekomt zodat partij a, b of c zijn verantwoordelijkheid kan nemen. En zo nog meer drogredenen, allemaal aangevoerd om niet te doen wat zo simpel is: samenwerken. Ik werd er een beetje moe van. Heb nog ingebracht: als het zo moeilijk voor jullie is samen te werken, waarom zoek je dan niet uit waarom dat zo is? Kom je misschien wel verder. In Roermond gaan we gewoon door op onze manier. We willen verder komen: ook jongeren die veel verzuimen op school zijn een soort thuiszitters. Willen we ook samen naar kijken. Ook wij zijn er nog lang niet. Maar we waren toch een beetje trots, daar in Utrecht. Bert Martens, voorzitter SWV Passend Onderwijs Roermond

LEREN|DEVERENIGINGLIMBURG P71

www.socialeagendalim


MEETUP043 VOOR LIMBURGSE ONDERWIJSMENSEN

KANSEN VOOR KWETSBARE JONGEREN BIJ ROCKWOOL

Meetup043 is een initiatief van betrokken Limburgse onderwijsmensen. Zij willen collega’s van basisscholen tot en met universiteiten in (Zuid-) Limburg met elkaar in verbinding brengen. Het is een platform voor het delen van kennis en ervaring op het gebied van onderwijs en leren.

De gemeente Roermond, het UWV en het Citaverde College zijn samen met ROCKWOOL een project gestart om een aantal jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt een plek te bieden. De jongeren krijgen een BBL-opleiding voor assistent logistiek medewerker. Werken en leren worden vanaf het begin gecombineerd. Het traject duurt twee jaar. In die tijd draaien de jongeren mee bij ROCKWOOL onder begeleiding van een interne jobcoach, de stagebuddy. Het resultaat is dat ze door het werk echt opbloeien.

Met enige regelmaat organiseert Meetup043 bijeenkomsten waar iedere keer een ander thema centraal staat. Op de bijeenkomsten krijgen leerlingen, ouders, docenten en andere onderwijsbetrokkenen een stem. De bijeenkomsten zijn gratis. Soms wordt een kleine vergoeding voor de onkosten gevraagd. Vrijwilligers organiseren zo’n bijeenkomst en iedere meet-up wordt door een school of maatschappelijke locatie gehost. Wie een goed idee voor een thema heeft, wil mee-organiseren of host zijn, kan contact opnemen: www.meetup043.nl ‘We can use the collective wisdom to do great things when we are connected.’- Steven W. Anderson

TALENTONTWIKKELING IN STEIN

POSITIEVE BENADERING JEUGDLEDEN Verenigingen met jeugdleden vinden het vaak lastig om met opvallend gedrag om te gaan. Het Centrum voor Jeugd en Gezin Midden-Limburg biedt samen met Stichting Wel.Kom extra ondersteuning. In de kern komt het er op neer om richting de kinderen en jongeren vooral te benadrukken wat er goed gaat. Zo kan iedereen op een positieve manier genieten van sporten, muziek maken of knutselen. Binnen de voetbalclub SVC2000 n Roermond zijn de eerste positieve resultaten van de ondersteuning al zichtbaar.

LEREN|DEVERENIGINGLIMBURG P72 www.socialeagendalimburg.nl

‘Alle kinderen in de Stein in staat stellen hun talenten zo goed mogelijk te benutten’. Dat is het beoogde effect van het Lokaal Integraal Jeugdbeleid van Stein. Daarbij gaat het dus niet alleen om het oplossen van problemen, maar vooral om het stimuleren van de mogelijkheden die kinderen hebben. Een kind moet de beste mogelijkheden krijgen om een gezonde volwassene te worden. In Stein komen daarom alle disciplines rondom een kind en het gezin samen om een goed functionerend netwerk te vormen. Passend onderwijs, jeugdhulp en VVE zijn een gedeelde verantwoordelijkheid van verschillende partijen. Wethouder Janssen onderstreept het belang van een sterk integraal jeugdbeleid: ‘Door de ontwikkeling van kinderen zo goed én vroeg mogelijk te volgen, hebben we zicht op risico’s en talenten van de Steinse jeugd. Waar nodig kunnen we op basis van vroegsignalering die ontwikkeling van het kind bijsturen of bevorderen. We willen ontschotten en verbinden. Samen met alle partners in het lokaal integraal jeugdbeleid gaan we bijvoorbeeld een kindvolgsysteem ontwikkelen.”


LAAGGELETTERDHEID In Limburg is 12,8% van de beroepsbevolking laaggeletterd (92.000 tussen 16-65 jaar). We vallen daarmee binnen het landelijk gemiddelde van 13%, maar er zijn flinke verschillen tussen gemeentes. Venlo en Kerkrade scoren bijvoorbeeld meer dan 16%, zo blijkt uit een analyse van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt en de Maastrichtse universiteit. De economische ontwikkelingen, de snel veranderende arbeidsmarkt en de maatschappelijke omslag vragen om zelfredzaamheid van burgers. Daarbij is taal- en digitale vaardigheid belangrijk. Mensen die moeite hebben met lezen, kunnen niet goed omgaan met informatie over gezondheid en komen problemen tegen op de arbeidsmarkt. Zij zijn in deze zin een kwetsbare groep. Een nieuwe uitdaging betreft de inburgering van nieuwe Limburgers. Inburgering begint met taal. In Limburg worden veel inspanningen gedaan door overheden, bibliotheken, onderwijs, arbeidsmarkt, maatschappelijke organisaties, de stichting Lezen en Schrijven en burgerinitiatieven. Er is ook steun van de rijksoverheid en de provincie. We zien dus een waaier van initiatieven, maar…. de situatie verbetert niet: De cijfers zijn al jarenlang stabiel! De vraag is dan ook of men voldoende weet (en leert) van elkaar? Moet er meer worden samengewerkt? Aanvalsplan laaggeletterdheid in Venlo Venlo heeft inmiddels een aanvalsplan tegen laaggeletterdheid. De partners - gemeente, bibliotheek Venlo, GGD, welzijnsstichting Wel.kom, Gilde Opleidingen en stichting Groen Licht - willen het gemiddelde de komende vijf jaar terugbrengen naar het landelijk niveau. Door deze bundeling van krachten van deze organisaties worden meer laaggeletterden bereikt. Zo ontstaat er een gevarieerd aanbod dat goed aansluit bij de verschillende hulpvragen van laaggeletterden. Het recent geopende Taalhuis speelt hierin een grote rol. Hier kunnen inwoners van Venlo terecht die een taalvraag hebben. Ook zijn er taalcursussen in de bibliotheek en de buurthuizen, wordt de taalmeter ingezet en is er een zogenaamde ‘VoorleesExpress’.

Niet mee kunnen doen omdat je laaggeletterd, analfabeet of de taal niet beheerst, is een enorme kloof om mee te kunnen doen en vitaal en gezond door het leven te gaan. Voor mij een grote kloof in de samenleving en het leven van mensen. Daarom een kort gedichtje:

Geletterd of ongeletterd Wat doe jij voor de rest van je leven? Ga je aan de slag. Ga je geletterd of ongeletterd door het leven? Ga aan de slag ook jij kunt net als anderen geletterd door het leven gaan Je krijgt er veel voor terug als beloning... Mieke Reynen (Positieve Gezondheid)

LEREN IN EEN REËLE PRAKTIJKSITUATIE SO-VSO Mikado is een school in Gennep met onderwijs voor zeer moeilijk lerende kinderen. Voor deze doelgroep is een prachtige pilot in het leven geroepen: ‘Project Bergen’. Daarin krijgen deze kinderen de kans om ervaringen op te doen in reële praktijksituaties, dus buiten het klaslokaal en binnen het bedrijfsleven. Oftewel ‘thuisnabij onderwijs’. "Dit sluit helemaal aan bij ons doel om zorg dichtbij in de directe omgeving te organiseren,” stelt wethouder Lia Roefs. "De leerlingen worden zo al tijdens hun schoolperiode zichtbaar in de gemeenschap en in de omgeving waarin zij later werken. Daarom worden ook de lokale ondernemers nauw betrokken bij dit project. De praktijksituaties vormen de lessen, ver weg van het 'klassieke' klaslokaal. Zo leren leerlingen in 'de echte wereld' de noodzakelijke vaardigheden te ontwikkelen. Dat bevordert de persoonlijke ontwikkeling van de leerlingen en helpt hen de stap van onderwijs naar praktijk makkelijker te maken."

LEREN|DEVERENIGINGLIMBURG P73

www.socialeagendalim


‘Weten wie je bent en wat je wilt, geeft een fantastisch gevoel’

Ze zien elkaar minder dan voorheen, maar het wederzijdse respect is nog steeds groot. Patrick Pranger en Yassine Mrijina ontmoetten elkaar ruim vijf jaar geleden voor het eerst. Patrick was én is projectmanager ePortfolio bij het Arcus College in Heerlen. Hij werkt namens die mbo-opleiding ook als procescoördinator Scholing en Arbeid Jeugd voor de Regio Parkstad. Yassine was destijds zoekende: wel de middelbare school af, maar geen vervolgopleiding; wel aan het werk, maar niet lang op dezelfde plek. Nu, in 2017, is Patrick (53) nog steeds werkzaam voor Arcus en de Regio en is Yassine (28) uitgegroeid tot een bevlogen jongerenwerker bij welzijnsorganisatie Alcander. De echo's uit het recente verleden klinken nog door. “Vaak genoeg hoor ik mijzelf praten tegen jongeren met wie ik werk,” vertelt Yassine. “En dan ben ik bezig over dingen die Patrick altijd tegen mij gezegd heeft. Vooral het woord 'competenties' kan ik haast dromen.” Patrick schiet in de lach. “Maar Yassine, competenties zíjn ook het belangrijkst!” Om vervolgens serieus te onderbouwen waarom. “Ik vind dat het onderwijs daar veel meer op gericht moet zijn. Op gedrag en vaardigheden die aansluiten op wat de praktijk vraagt.”

ePORTFOLIO Yassine kwam Patrick tegen tijdens een ePortfolio-traject op het Arcus College. Jongeren LEREN|DEVERENIGINGLIMBURG P74 www.socialeagendalimburg.nl

komen er via het UWV terecht. “Het is een oriëntatietraject voor werkloze jongeren, die gedurende vijf weken in groepen aan de slag gaan om een portfolio voor zichzelf te bouwen. Aan het einde van het traject moeten de jongeren zich presenteren. Welke competenties hebben ze? Wat willen ze graag? En vooral: wie zijn ze? Op die manier krijgen de jongeren een goed beeld van zichzelf en wat ze kunnen.” “Het 'pitchen' helpt hen volgens Patrick enorm in hun ontwikkeling. Alles draait om communicatie. De jongeren moeten zichzelf dusdanig kunnen presenteren, dat potentiële werkgevers meteen weten met wie ze te maken hebben. Op dat gebied valt nog zoveel winst te boeken. Bovendien geeft het vertrouwen als je je goed kunt presenteren.” Yassine beaamt dit. “Met zo'n portfolio onder de arm weet je waar je het over hebt. Je hebt het in vijf weken tijd zélf opgebouwd en er zélf vorm aan gegeven. Het is

echt iets dat helemaal van jou is. Dat geeft een fantastisch gevoel.”

KEUZE Yassine was zo'n vijf jaar geleden erg gebaat bij het ePortfolio-traject. “Ik stond destijds voor een keuze: of werk zoeken of terug naar school. Het werken lukte niet zo. En terug naar school zag ik aanvankelijk al helemaal niet zitten. Maar ergens in mij was er iets wat zei dat ik het moest doen. En eigenlijk voelde ik mij al heel snel thuis.” Vooral de kennismaking met gelijkgestemden gaf Yassine een fijn gevoel. “Ik ontmoette plotseling mensen die in dezelfde situatie zaten. Met wie ik kon praten, ook buiten school. Dat schepte direct een band. Daarna ontdekte ik ook meer over mijzelf. Wie ik was, wat ik wilde en welke kansen er waren. En zo vond ik het opeens leuk om weer naar school te gaan.”


Hoewel Patrick een andere achtergrond heeft als Yassine, herkent hij veel in diens verhaal. “Ik moest na de middelbare school naar de universiteit. Maar dat was het niet voor mij, dus ben ik al na zes maanden gestopt. En op dat moment wist ik ook niet precies wie ik was en wat ik wilde. Die gedachte heeft mij altijd gesterkt in het werken aan het ePortfolio-traject. Want met dit traject kunnen we juist antwoord vinden op zulke vragen.” Yassine onderbreekt zijn voormalige docent. “Patrick, ken je die ene reclame, over die man op kantoor die zich eindelijk afvraagt wat hij altijd al had willen worden?” Zonder een antwoord af te wachten, gaat hij vol vuur verder: “Zo is het gewoon! Vaak kiezen mensen voor een bepaald beroep, omdat ze dat moeten of omdat ze daar toevallig aanleg voor hebben. Maar ze kiezen bijna nooit voor iets wat ze willen of wat ze écht leuk vinden.”

DROOMBAAN Yassine staat in ieder geval op de drempel van het volledig verwezenlijken van zijn 'droombaan': dit jaar hoopt Yassine zijn diploma van de mbo-opleiding Medewerker Maatschappelijke Zorg te behalen. Hij werkt inmiddels al voor Alcander, waar hij jongeren in moeilijke wijken coacht en helpt. “Het jeugd- en jongerenwerk is mijn ware liefde,” glimlacht Yassine. “Ik herken mij in de jongeren met wie ik werk en dat voelen zij. Kijk, de meeste studenten weten wel dat ze soms foute dingen doen. Dat hoeven we niet telkens te herhalen. Ik probeer de nadruk te leggen op de positieve dingen en op de mogelijkheden die ze hebben.”

VOETBAL Centraal in Yassine's werk met jongeren staat het voetbal. Niet geheel toevallig ook de passie van Patrick. “Ik ben al jarenlang actief als trainer in het voetbal. Toen ik Yassine leerde kennen, heb ik hem op een gegeven moment gevraagd om mee te trainen bij mijn zaalvoetbalclub. In het voetbal draait het om respect, om samen iets neerzetten. Dat helpt enorm als je mensen in hun kracht wilt zetten.” Yassine knikt instemmend. “Ik heb nu een voetbalteam opgericht voor de jongeren met wie ik werk. Respect is een centrale waarde. Er zijn bovendien regels, waar ze zich aan moeten houden.” Sport geeft zóveel kracht en vertrouwen. Er zijn nu al jongens bij die weer teruggaan naar school.” Tekst: Tom Janssen Foto: Hans Raymaekers

Stop met innoveren, begin met verbeteren! door Egid van Houtem en Janko Grassère Huh? Dit stukje zou toch over onderwijsinnovatie gaan? Ja, maar voor ons is een innovatie pas een innovatie als het een waardevolle toepassing is van een ontwerp. Wij vragen ons bij Grasswoods telkens af: wat werkt? En in het onderwijs nog specifieker: wat werkt voor de leerlingen? Vervolgens natuurlijk ook voor de docent en het ondersteunend personeel. Dat zou volgens ons de enige doorslaggevende factor bij elke verandering moeten zijn. Dat kan ook betekenen dat de huidige situatie goed is, of zelfs dat de vorige situatie beter was. De beoordeling komt pas na het testen van de hypothese. Innoveren is voor ons daarmee vooral geen werkwoord, maar innovatie is de uitkomst door constant te werken aan verbeteringen. Mythe In tegenstelling tot de wijdverspreide mythe van innovatie als een soort magische creatieve uitbarsting, gaat het meer over beginnen met doen, proberen, leren en opnieuw doen. Overal in het onderwijs zien wij verbeteringen en innovaties. Helaas blijven de verbeteringen te vaak alleen in de veilige ruimte van de eigen lessen, klaslokaal, sectie of ‘innovatieclub’ steken. Waar het in onze ervaring aan ontbreekt, is opschalen naar de grotere groep. Daarvoor heb je al die kleine innovaties wel nodig. En moet je iedereen het zelfvertrouwen geven dat de waarde en verbeteringen die zij aandragen, waardevol kunnen zijn. Je moet allereerst zorgen voor psychologische veiligheid, een begrip geïntroduceerd door Harvard hoogleraar Amy Edmondson. Mensen in organisaties moeten zich veilig voelen om zich uit te spreken, ook als dat tegen de consensus in gaat. Dat ontdekte ook Google in het Aristoteles onderzoek naar effectieve en innovatieve teams, dat teams met deze eigenschap beter werkten en dat IQ, type en teamrol van ondergeschikt belang zijn. Helden? Niet alleen moet innoveren als werkwoord overboord, ook de mythe van de geniale innovator. Pablo Picasso, Steve Jobs (Apple) of bijvoorbeeld de makers van Angrybirds hebben heel veel kleine stapjes moeten zetten. Duizenden schetsen, prototypes en games gingen aan hun succes vooraf. Ze hadden een visie, maar om er te komen hebben ze heel veel werk moeten verzetten. Er kwam geen magie aan te pas. Ze lanceerden kogels, geen bommen. Wat werkte en wat werkte niet. Als het werkte, dan pas gingen ze er volledig voor! Hoe nu verder? Eigenlijk zijn er best veel voorwaarden aanwezig om succesvol te verbeteren en tot mooie onderwijsinnovaties te komen. Er zijn volop ervaren docenten, veel jonge docenten met nieuwe ideeën en er is best wat geld in onderwijs gestopt de afgelopen jaren (al ligt dat nog

te vaak bij schoolbesturen, zo bleek onlangs uit onderzoek van de Correspondent). Maar bovenal is er enorm veel betrokkenheid bij leerlingen. Toch denken we dat er enkele aandachtspunten zijn om het succes te kunnen vergroten: 1. W  alk the Talk - Werken aan verbeteringen kost tijd, en tijd kost geld. Scholen en schoolbesturen die hun onderwijs willen verbeteren zouden daar (meer) middelen voor vrij moeten maken. Wellicht betekent dat ook dat je andere zaken niet of minder moet gaan doen. Zorg dat je de visie op orde hebt om hierin keuzes te kunnen maken. 2. Stop met tegenstellingen - De tweedeling tussen oud en nieuw onderwijs benadrukken roept logischerwijs tegenstellingen op en is onproductief. De wereld is in toenemende mate complex en het onderwijs ook. Het gaat er niet om of iets nieuw of oud is, maar of het beter is voor de leerling. Profiteer van ervaring, maar wees kritisch op stilstand. In elke medewerker is waarde te vinden, als je begint bij de motivatie voor zijn/haar werk. 3. D  e leerling - We verwachten dat leerlingen communicatief vaardig zijn, dat ze betrokken zijn bij het onderwijs. Geef ze dan ook een plek in het verbeteren van het onderwijs. Praat niet over leerlingen, maar met hen. Dat betekent dus niet: ‘U vraagt wij draaien!’ Zoals Henry Ford zei: “Als ik aan de mensen had gevraagd wat ze wilden, hadden ze ’snellere paarden’ gezegd”. 4. E  en lerende organisatie - Het moet veilig zijn om te kunnen spreken over wat goed en niet goed gaat. Er moet structuur en helderheid geboden worden om teleurstelling te voorkomen. Er moet ruimte zijn om het tegendeel te bewijzen. Het is een misvatting dat creativiteit en innovatie niet binnen kaders kunnen bestaan. Keep your eyes on the prize: je doet het voor de leerling! 5. Begin! Ga het doen - Wat kun jij verbeteren? Weet je niet waar te beginnen? Vraag je collega eens: Hoe kan ik je helpen of wat kan ik van je leren? Succes! Grasswoods van Egid van Houtem en Janko Grassère is een bureau dat business, producten, services en verhalen ontwerpt. Ze helpen grootbedrijf, mkb en (semi-)publieke organisaties zoals onderwijsinstellingen met innovatievraagstukken. Ze zijn gevestigd in het Field Lab Qeske in Kerkrade. In onderwijsland vallen ze op door op een andere manier tegen onderwijsvernieuwing aan te kijken. Vandaar deze column.

LEREN|DEVERENIGINGLIMBURG P75

www.socialeagendalim


Studenten Zuyd Hogeschool

LEREN|DEVERENIGINGLIMBURG P76 www.socialeagendalimburg.nl


werken in de wijk De tijd dat je als student uitsluitend binnen de muren van je eigen onderwijsinstelling aan het werk was, zijn definitief voorbij. Dat is althans de overtuiging van Ellen Laeven, kwartiermaker sociale innovatie bij Zuyd Hogeschool. “Wij willen onze studenten toekomstperspectief bieden. Dan is het belangrijk dat ze niet alleen kennis hebben, maar ook een aantal essentiële vaardigheden en de juiste houding,” legt Ellen uit. “Onze maatschappij is steeds complexer geworden. Om vraagstukken uit de samenleving goed te kunnen aanpakken, is een integrale benadering noodzakelijk. Bij Zuyd Hogeschool werken we daarom met proeftuinen, ‘communities of practice’. Studenten met een bepaalde kennisbasis krijgen de kans om in de wijken praktische vraagstukken te onderzoeken. Dat doen ze samen met de bewoners, gemeenten en het bedrijfsleven. Die samenwerking is gebaseerd op de onderzoekende houding van de studenten, hun kennis van het eigen domein en hun oprechte interesse in de andere professionals.”

‘Studenten met een kennisbasis onderzoeken in de wijken praktische vraagstukken’ Ellen haalt een voorbeeld aan van de proeftuin in Kerkrade-West. Die wijk heeft te maken met krimp, verouderde bebouwing en leegstand, sociale problematiek en mobiliteitsvraagstukken. “Onder leiding van lector Nurhan Abujidi en haar team hebben hier studenten van verschillende hogescholen uit Nederland, Italië, India, Peru, Vietnam en België een week intensief samengewerkt. Eén grote designworkshop was het. Na afloop hebben de studenten voorstellen gepresenteerd voor de wijken Gracht, het Carboonplein en Kaalheide. Inmiddels heeft de gemeente enkele plannen met de wijk ‘geadopteerd’. Dat is de kern waar het in de proeftuinen om draait. Ik ben ervan

overtuigd dat we door op deze manier samen te werken een positieve bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij.”

maar wel is gebleken dat er zo min mogelijk bureaucratische drempels moeten zijn en dat plezier een belangrijke factor is.”

‘Door te profiteren van elkaars expertise geven we samen een impuls aan de vitaliteit van onze provincie’

De proef in Kerkrade is geëvalueerd. Besloten is het project verder te ontwikkelen. Ellen: “Lectoren van de verschillende domeinen binnen Zuyd Hogeschool bereiden de volgende stap voor en zijn daarover in gesprek met docenten.” In het kader van de integrale aanpak ziet Ellen voor Zuyd Hogeschool niet alleen een rol weggelegd in het overdragen van kennis, maar zeker ook in het faciliteren van ontmoetingen. Ontmoetingen tussen studenten onderling en tussen studenten en het bedrijfsleven. Want vitaliteit en werk hebben alles met elkaar te maken. “Als Zuyd Hogeschool hebben we in Limburg goede contacten met de vier Brightlands campussen. Zeker nu de arbeidsmarkt aantrekt, is het waardevol om studenten daar kennis mee te laten maken. Door te profiteren van elkaars expertise geven we samen een impuls aan de vitaliteit van onze provincie.” Tekst: Meyke Houben Foto: Ynze de Wit

Om inwoners actief te betrekken bij de samenleving en vitaliteitsopgave, is het belangrijk om eerst hun wensen en behoeftes te peilen. Ellen: “Eveneens in Kerkrade-West zijn vierdejaarsstudenten van onze opleidingen Built Environment, Facility Management, Ergotherapie en Social Work gaan onderzoeken welke kansen er zijn om de achterstandsituatie in te lopen. Ze begonnen met het interviewen van betrokkenen en wijkbewoners. Daarbij keken ze ook vanuit hun eigen achtergrond: studenten techniek focusten bijvoorbeeld op de manier waarop de huizen zijn gebouwd en hoe het is gesteld met de duurzaamheid. Studenten uit het sociale domein keken dan weer meer naar de bevolkings-en leeftijdsopbouw en hun welbevinden. Door de gesprekken probeerden studenten laagdrempelig te ontdekken wat de echte vraagstukken in de wijk waren. Wat zouden voor de inwoners passende oplossingen zijn? De centrale vraag daarbij was: hoe kunnen we de bewoners betrekken bij de activiteiten in de wijk? Een duidelijk antwoord is er nog niet, LEREN|DEVERENIGINGLIMBURG P77

www.socialeagendalim


Jongvolwassenen van 23 tot 27 jaar zonder diploma

‘Geef deze Limburgse jongeren weer een perspectief’ Over het probleem van voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) hebben heel wat partijen een mening. De overheid, het bedrijfsleven, het onderwijs en de jongeren zelf. Veel wordt in allerlei projecten en regelgeving in de steigers gezet. Maar de ‘vsv-wereld’ kent in Limburg twee grote problemen: links weet niet wat rechts doet. En duizenden jongeren zonder startkwalificatie of diploma hebben we gewoon niet in beeld. Een omvangrijke kwetsbare groep in deze categorie zijn de jongeren van 23 tot 27 jaar zonder startkwalificatie. We weten vaak niet wie en waar ze zijn. Daardoor vallen ze tussen wal en schip. Merie Michels zet zich als regionaal adviseur onderwijs/arbeidsmarkt intensief in voor de aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt, samen met datzelfde onderwijs en bedrijfsleven.

WAT MOET ER SNEL GEBEUREN VOOR DEZE KWETSBARE GROEP? “Voor iedereen die zich voor deze groep inzet, geldt: stop met vooral je eigen ding voor deze jongvolwassenen te blijven doen, hoe goed bedoeld ook. Bestuurders, het bedrijfsleven en het onderwijs moeten met een gezamenlijke aanpak echt in de doe-stand komen. Tegen elkaar zeggen: wat gaan we voor deze jongeren doen, wie betaalt en hoe gaan we het aanpakken? Alleen als we samen optrekken, kunnen we deze jongeren weer in hun kracht zetten. Daar worden ze zelf beter van en het heeft ook zijn weerslag op de samenleving. Onder andere de MBO Raad heeft onlangs de oproep gedaan aan wethouders om samen met het onderwijs te komen tot een Perspectiefpact. Het doel daarvan is de kwetsbare jongvolwassenen perspectief te geven op (beter) werk. Ze hebben vaak geen of onvoldoende beroepsopleiding, ervaren belemmeringen in de persoonlijke situatie en hebben soms schulden. Of negatieve ervaringen met werk en opleiding. Ze missen vaak ook zelfvertrouwen en een netwerk om uit deze situatie te komen. Het doemscenario voor hen is: een levenlang ‘baantje in-baantje uit’, ‘uitkering in-uitkering uit’. Het gevaar van te weinig aandacht voor deze groep is evident: een beperkte maatschappelijke participatie en een relatief grote kans op uiteindelijk toch een beroep te moeten doen op de sociale zekerheid. Het kernidee is dat er een zogenaamd ‘perspectief jaar’ komt. Daarin wordt met intensieve begeleiding en een maatwerkaanpak toegewerkt naar werk en inkomen over een langere periode. Merie Michels: “De invulling van het jaar is LEREN|DEVERENIGINGLIMBURG P78 www.socialeagendalimburg.nl

maatwerk. Vaste onderdelen zijn opleiding en training, coaching, een leer-werkplek en een vorm van inkomen. Dit kan leiden tot een erkend diploma, maar dat hoeft niet. Het is niet moeilijk voor te stellen dat daardoor de kansen voor deze jongeren op de arbeidsmarkt echt groter worden.”

DAT KLINKT OPNIEUW ALS EEN MOOI PLAN, MAAR WERKT DAT STRAKS OOK IN LIMBURG? Merie Michels: “Ook in Limburg ontbreekt één gemeenschappelijke visie over: ‘wat willen we nu met elkaar voor deze groep? Zo heeft elke gemeente eigen regels en mogelijkheden in het kader van het sociaal domein als het om deze doelgroep gaat. Bijvoorbeeld ten aanzien van loonkostensubsidie, behoud van bijstand of uitkering en extra begeleiding. Bedrijven die deze jongeren in dienst nemen, moeten er vervolgens rekening mee houden dat het echt verschil kan maken of je een jongere uit Maastricht, Parkstad of Sittard-Geleen aanneemt. Dat maakt dat ze in het ‘oerwoud van regels’ vaak door de bomen het bos niet meer zien. En dat terwijl de ondernemer ‘gewoon’ op zoek is naar een gemotiveerde medewerker met potentie. We willen allemaal hetzelfde: iedereen, van skater tot rollator, laten participeren in de maatschappij. Het ontbreken van die samenwerking staat echter een snellere en succesvolle aanpak in de weg.”

HOE DOORBEEK JE DAT GEBREK AAN SAMENWERKING EFFECTIEF? “Gedeputeerde Marleen van Rijsbergen heeft regelmatig overleg met de wethouders van de drie centrumgemeenten Venlo, Roermond en Heerlen. Zij zou, na ruggespraak met de andere deputés, heel concreet met deze wethouders kunnen afspreken hoe je samen met het beroepsonderwijs én bedrijfsleven tot één aanpak voor deze doelgroep komt. Het onderwijs heeft bijvoorbeeld meer middelen nodig als het gaat om de bekostiging van de begeleiding. Het

bedrijfsleven wil ontzorgd worden. Gemeenten zien het liefst dat het mbo meer maatwerk biedt. Ze vinden dat het onderwijsaanbod niet flexibel genoeg is. Waarom moeten jongeren die vastlopen maanden wachten tot het volgende officiële instroommoment binnen het mbo? Waarom gaan we niet voor een tussentijdse oplossing, ook wat de financiering betreft? Benut voor die flexibele instroommomenten ook het online leren.

‘Limburg kent 1200 openstaande leerbanen’ Uit de praktijk: Janneke (20 jaar) uit Parkstad heeft haar vmbo-diploma gehaald. Daarna begon ze aan haar horecaopleiding mbo. Janneke was niet gemotiveerd om de opleiding af te maken. Zich inschrijven bij het UWV heeft ze niet gedaan? Waarom zou ze dat doen? Thuiszitten bij pap en mam vindt ze voorlopig prima. De vraag is: wie haalt haar van de bank en tja, wat dan? Dan spreken we Maartje die bijna 18 jaar wordt, het laatste jaar op de praktijkschool zit en naar het mbo zou kunnen gaan. Pff...vrienden van haar hebben het op het mbo niet gered, vertellen daarover verhalen die haar angstig maken. Op de praktijkschool kon ze altijd naar haar coach. Maar als ze 18 jaar is, moet ze het allemaal zelf doen. “Help, bij wie kan ik dan terecht?” vraag ze zich af.


‘Stop met vooral je eigen ding voor deze jongvolwassenen te blijven doen’

LEREN|DEVERENIGINGLIMBURG P79

www.socialeagendalim


‘Is dit de volgende verloren generatie?’ Merie Michels en Frank Beulen van Leeuwenborgh opleidingen beklemtonen de noodzaak van samenwerken. Maak ook meer werk van het arbeidsfit maken van deze groep door ze extra opleiding te bieden. Denk aan een BHV-opleiding of het behalen van een heftruckcertificaat waarmee je de kansen op de arbeidsmarkt meteen vergroot. Er wordt al hard gewerkt aan het invoeren van deelkwalificaties voor jongeren die nooit een starkwalificatie kunnen halen. Het is een kwestie van goede afspraken maken met betrokken partijen. Deze jongeren staan op eigen benen, hebben geld nodig en hebben geen studiebeurs meer. Wat doe je met dat gegeven? Het eerder genoemde Perspectiefjaar reikt oplossingen aan. Laat Limburg die kans proactief grijpen, zou ik zeggen.

We moeten ook zien waar de kansen liggen. Limburg kent ruim 1200 openstaande leerbanen, waarvan verreweg het grootste deel in Zuid-Limburg. Daar liggen dus veel mogelijkheden voor gemotiveerde jongeren. Gemeenten weten alleen vaak niet waar de werkgevers zijn die jongeren ervaring kunnen laten opdoen, en hebben geen of slecht zicht op het eigen bestand. Spreek met elkaar af hoe je ervoor gaat zorgen dat veel meer mensen weten om welke leerbanen het in hun regio gaat. Maak daarover afspraken met de scholen. Dan hoeven de jongvolwassenen ook niet voor een baan naar elders te vertrekken. We hebben ze in de regio veel te hard nodig.”

Een aantal gemeenten vangt drempels op voor de 23- tot 27-jarigen, bijvoorbeeld als het om schulden of te grote risico’s voor de scholen gaat. Door het opvangen van schulden kan er weer perspectief ontstaan. In een andere gemeente kunnen zij starten met een mbo-opleiding. Als dat na die beginperiode een succes blijkt, wordt het een reguliere inschrijving.

Tekst: Tjeu Seeverens / Foto's: Hans Raymaekers

In een notendop

1 FWillen we voorkomen dat deze kwetsbare groep jongvolwassen de volgende verloren generatie wordt, dan moet er een regionale ketenaanpak komen. 2 FDat vereist een regionale gezamenlijke visie tussen gemeenten, onderwijs en bedrijfsleven.

De conclusie van het alarmerend verhaal van Merie Michels: LEREN|DEVERENIGINGLIMBURG P80 www.socialeagendalimburg.nl

3 FWerkgevers moeten aangeven waar ze behoefte aan hebben zodat onderwijs de goede onderwijspramma’s kan aanbieden. Dat maakt dat jongeren beginnen aan een opleiding met perspectief. En dat is op termijn weer financieel gunstig voor de gemeenten.

4 FLimburg moet voorop lopen als het om het nieuwe Perspectiefjaar voor deze doelgroep gaat. 5 FWe moeten de 1200 openstaande leerbanen veel beter benutten en investeren in het arbeidsfit maken van deze kwetsbare jongvolwassenen.


Opmerkelijke citaten uit de vele gesprekken Vele honderden gesprekken hebben we als verkenners de afgelopen negen maanden gevoerd. Uit alle verslagen kozen we citaten die tot nadenken aanzetten. ‘Er zit verandering in de lucht in zowel het sociale als politieke domein. Mensen accepteren de verhoudingen niet meer. Met name de relatie tussen burgers onderling en tussen groepen burgers worden belangrijker dan de relatie tussen overheid en burger. De oorzaak hiervan is de boosheid en verwardheid over de afbrekende verzorgingsstaat. Mensen gaan zich verzetten of zichzelf verbinden. Juist vanuit die groepen en gemeenschappen die de nieuwe weg zoeken, zal verandering komen.’ Raf Janssen, wethouder Peel en Maas ‘Ooit heb ik de opmerking gekregen dat er burgers zijn die het ‘naar de gemeente moeten gaan’ vergelijken met een tandarts-bezoek. Bang voor de gemeente? Dat zou niet mogen!’ Peter van Zutphen, wethouder gemeente Heerlen ‘Er is een toename van een dolende groep jongeren, vaker van allochtonen-afkomst. Deze groep jongeren kan zijn probleem niet beschrijven. Door instanties kunnen zij dan niet geholpen worden, omdat er geen ‘vatbaar’ probleem door deze jongeren wordt aangegeven.’ Martin Jeukens, wijkpastoor Wittevrouwenveld ‘In de bijstand zitten is iets dat soms van generatie op generatie overgaat. Die cirkel willen we doorbreken en dat begint bij kinderen. We hebben in Heerlen het kindpakket ontwikkeld, met allerlei voorzieningen. Alle gezinnen die het betreft, zijn via de inkomensconsulent uitgenodigd om daarover te komen praten. In die gesprekken kijkt de consulent meteen ook of er nog andere problemen zijn.’ Cheryl Slüper, Bureauhoofd Inkomen gemeente Heerlen ‘Aansluiten bij de leefwereld vraagt niet alleen om anders organiseren en massaal buurt- en wijkgericht werken. Het vraagt vooral om de professional die ter plekke present is. Die echt

in gesprek gaat met de burger en het durft om een maatwerkoplossing te bieden.’ Evelien Meijerink, teammanager Zorg, Welzijn, Gezondheid en Zelfsturing gemeente Maastricht ‘Van onderop wil niet altijd zeggen dat je als gemeente geen kaders kunt aanreiken als die nodig zijn. Het gaat om de balans tussen soms loslaten en soms sturen.’ Evelien Meijerink, gemeente Maastricht ‘Buurtapp Nextdoor gaat over alles wat je in de buurt kan delen. Het goede is dat de nieuwe technologie flink helpt bij het ontwikkelen van burgerinitiatieven. De overheid is er zelden bij betrokken en dat hoeft ook niet.’ José Hendriksen, directeur Stimulansz ‘Je moet bij een coöperatieve vorm van samenwerken de vraag ‘what’s in for me?’ durven uit te stellen. We knokken voor de werksoorten die van belang zijn in het sociaal domein en niet op de eerste plaats voor de eigen organisatie. Tegelijkertijd moet je accepteren dat de ene organisatie daar meer tijd voor nodig heeft dan de andere.’ Erik Hoesbergen en Yvonne Kelder van STAND-BY! Heerlen, de wijkcoöperatie waarbij zorginstellingen en gemeente samenwerken. ‘Het klopt niet dat elke burger en buurt zo zelfredzaam zijn. Daar is meer voor nodig. Daartoe moet het opbouwwerk losser gemaakt worden. De opbouwwerker moet waar mogelijk nog meer op zijn handen zitten. Iets meer afstand houden en bewoners toerusten om zaken zelf te doen. Er zijn andere werkvormen nodig en deze moeten samen ontdekt worden en zullen per buurt verschillen.’ Ellen Laeven, Zuyd Hogeschool ‘Vrijwilligerswerk is van groot belang, omdat daarmee iemands talent ontdekt kan worden. Er moet voor jongeren de ruimte zijn om

dergelijk werk de eerste stap te laten zijn en daarnaast te solliciteren of uitkering te ontvangen. Dat betekent maatwerk met als doel dat jongeren niet stilstaan.’ Medewerker Credo Huis voor (t)huisloze jongeren in Maastricht De sociale dienst van de gemeente Heerlen kent op dit moment een interessante en bijzondere cultuuromslag van het louter toepassen van regels en wetten naar het integraal kijken naar het levensdomein van de burgers. Het kolomdenken is verlaten. Het gaat bij de sociale domein om veel meer dan alleen het toekennen van een aanvraag.‘’ Idian Bocken, gemeente Heerlen ‘De afrekensystematiek vanuit het Rijk en de starheid van het UWV zijn echt een probleem. Er komen nog steeds meer kader en regels bij die belemmerend zijn en waar niet doorheen te komen is.’ Carola van Iersel, 100% Heerlen ‘Het draait allemaal om vertrouwen. Hoe zorgen we ervoor dat mensen (weer) vertrouwen krijgen in een gezamenlijke samenleving? Een samenleving waarin de ogen ook daadwerkelijk zien en de oren ook datgene horen wat de ander tot uitdrukking wil brengen/zegt!’ Gehoord tijdens de bijeenkomst ‘Provinciale ogen en oren Limburg’ ‘Zet de kwetsbare mens centraal, ga uit van de initiatieven die er zijn of aanvullend nog komen. Laat gemeenten beschikken over alle gelden die nodig zijn om hun inwoners te laten meedoen naar vermogen. En zorg dat partijen rondom deze kwetsbare groepen samenwerken. Dan maken we echte stappen.’ Uit het verslag van het gesprek bij Athos Maastricht

LEREN|DEVERENIGINGLIMBURG P81

www.socialeagendalim


Er wordt al hard gewerkt aan oplossingen

Het aantal voortijdig schoolverlaters moet omlaag Een startkwalificatie is een havo- of vwo-diploma of minimaal een mbo-2 diploma. Voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) zijn jongeren van 12 tot 23 jaar die zonder die startkwalificatie het onderwijs verlaten. Zij hebben minder snel een kans op een baan en vormen vaak een risicogroep. Het aantal nieuwe vsv’ers neemt landelijk al jaren af. Maar dat is (nog) niet zo in Zuid-Limburg. Op zoek naar de oorzaken en oplossingen kwamen de verkenners ook uit bij Wim Horsch (programmaregisseur VSV in Zuid-Limburg) en Ans Pennartz (programmamanager VSV in Noord- en Midden-Limburg). Zij zijn vanaf dit schooljaar in deze functie actief. Het tweetal staat voor een uitdagende klus, samen met iedereen die zich met voortijdig schoolverlaters in dit gewest bezighoudt.

Cijfers In het middelbaar beroepsonderwijs in gewest Zuid-Limburg valt ongeveer 84% van de nieuwe vsv’ers uit, in het vo is dat 16%. Opvallend: vooral in de bovenbouw van het vmbo zijn de cijfers slechter dan het landelijk gemiddelde. Wim Horsch: “Deze cijfers zijn wel ‘vervuild’. Zo zijn er in Maastricht elk jaar weer leerlingen die in België onderwijs volgen. Als die op 1 oktober nog geen uitschrijving hebben, tellen ze bij ons mee als vsv’er. In het mbo scoren alle niveaus in Zuid-Limburg slechter dan het landelijk gemiddelde en de streefnorm. Opvallend is dat meer dan de helft van de mbo-uitval plaatsvindt op niveau 3 en 4.”

OORZAKEN Ans Pennartz: “Je ziet een soort breuklijn tussen het aantal schoolverlaters in Noord- en Midden- Limburg en Zuid-Limburg. Boven Sittard-Geleen is vooral in steden als Venlo en Roermond nog genoeg werk aan de winkel, maar de situatie in Zuid-Limburg verdient intensieve aandacht.” Wim Horsch: “In deze regio valt de complexheid van het probleem op. Er zijn aantoonbare oorzaken die buiten het onderwijs liggen. De gevolgen van de bezuinigingen in de welzijnssector zijn zichten voelbaar. LEREN|DEVERENIGINGLIMBURG P82 www.socialeagendalimburg.nl


‘Kwetsbare krijgt een traject dat alsnog naar een plek op arbeidsmarkt moet leiden. Zo probeer je te jongeren komen devoorkomen dat deze groep jongeren meteen in de kaartenbakken van de gemeenten belandt. later in beeld en worden daardoor ‘Leerlingen minder snel moeten, voordat ze studiekeuzes geholpen’ maken, eerder Kwetsbare jongeren komen later in beeld en worden daardoor minder snel geholpen. De en vaker in armoedecijfers stijgen. We zien een toename van het aantal gezinnen met veel verschillende aanraking met problemen. Maar ook van pubers met een heel complex aan persoonlijke problemen. Maar bedrijven komen’ we moeten ook naar het onderwijs zelf durven te kijken. De overgang van vmbo naar mbo kunnen we nog beter organiseren. Soms wordt – vanuit een grote mate van enthousiasme en betrokkenheid - nog te veel in eigen oplossingen gedacht. Te veel studenten wisselen in het mbo van opleiding, niet alleen in leerjaar 1, maar ook in leerjaar 2 en 3. Voor een aantal vmbo-basisleerlingen blijkt uiteindelijk het mbo 2-niveau te moeilijk.” Ans Pennartz: “Het idee achter passend onderwijs is prima. Scholen hebben vanaf 2014 de zorgplicht voor alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Maar we zien nu ook jongeren met zeer complexe problematiek, die op deze scholen maar moeilijk te handhaven zijn. Zo heeft een derde van de vsv’ers te kampen met geestelijke problemen, bijvoorbeeld door een onveilige thuissituatie.”

OPLOSSINGEN De toename van het aantal vsv’ers in Limburg moet de komende drie jaar in elk geval stoppen. Welke aanpak is daarvoor nodig? Wim Horsch: “Er is al veel in gang gezet. In het vmbo krijgt loopbaanoriëntatie (LOB) structureel meer aandacht. Wat beter kan: leerlingen zouden, voordat ze studiekeuzes maken, eerder en vaker in aanraking met bedrijven moeten komen. Dat geldt zeker voor de vmbo t- leerlingen. De basis- en kaderleerlingen in het vmbo lopen al meer stage in het bedrijfsleven. De commissie doelmatigheid mbo adviseerde recentelijk nog om de oriëntatiefase voor leerlingen te verlengen, ook in het mbo. Ans Pennartz: “Op middelbare scholen in Midden- en Noord-Limburg zijn nu vsv-makelaars die meteen met jongeren aan de slag gaan die dreigen uit te vallen. Zij dragen deze risicojongeren ook over aan de vsv-coach in het mbo. Wie niet een startkwalificatie haalt,

Met elke student die voortijdig zijn mbo-studie afbreekt, wordt een gesprek gevoerd over die keuze, en een plan opgesteld hoe het nu verder moet. In het voortgezet onderwijs en vooral het mbo, is een sterke groei van speciale trajecten (‘plusvoorzieningen’) die erop gericht zijn om overbelaste jongeren alsnog een diploma te laten halen. Het traject MBO Jobmatch ondersteunt mbo’ers die op zoek zijn naar werk of een stageplek. Ans Pennartz: “Ook allerlei out-of-the box-oplossingen worden bedacht. Twee seniordocenten worden ingezet als buddy voor overbelaste jongeren. Een ander voorbeeld zijn de actietafels, zoals in Roermond. Diverse instanties zitten daar samen aan tafel om naar oplossingen voor individuele leerlingen te kijken. Ook hebben we een dashboard ontwikkeld waardoor alle betrokken instanties direct de actuele stand van zaken over vsv’ers kunnen inzien.” Wim Horsch: “Bij dat laatste initiatief is de privacywetgeving soms een stain-de-weg. Door die privacyregels mogen we sommige systemen niet aan elkaar koppelen. De relevante informatie is daardoor vaak niet toegankelijk. Dan is het moeilijk om gedegen onderzoek te doen naar oorzaken van en verbanden binnen vsv.

MISSIE Ans en Wim zien het als hun opdracht om vooral de goede initiatieven die binnen de organisaties zijn ingezet effectief met elkaar te verbinden. Met maar één doel: elke jongere blijft aan boord. Tekst: Tjeu Seeverens, verkenner Foto: Hans Raymaekers LEREN|DEVERENIGINGLIMBURG P83

www.socialeagendalim


Positieve Gezondheid in Limburg Op dit moment sterven we in Limburg eerder dan in de rest van Nederland en leven we ongezonder. Maar Limburg heeft de ambitie om de eerste Positief Gezonde Provincie van ons land te worden. Wat houdt dat in en wat is daarvoor nodig?

GEZONDHEID

NIEUW BEGRIP Positieve Gezondheid is een nieuw begrip in de zorg dat snel opmars maakt. Voormalig huisarts Machteld Huber werd zelf ziek en bespeurde dat ziekte, en daarmee ook ‘gezondheid’, veel meer inhoudt dan wat zij in haar studie had geleerd. Zij ontdekte allerlei factoren die haar herstel en welbevinden konden bevorderen en meende dat hiermee voor patiënten een wereld te winnen was. Om deze principes van ‘veerkracht’ toegevoegd te krijgen aan de zorg besloot zij van haar ervaringen wetenschap te maken. Zo werd zij na haar herstel tevens onderzoeker. Vele jaren én onderzoeken later had zij aangetoond dat ervaren patiënten de mening deelden die zij destijds had opgedaan, namelijk dat ‘gezondheid over het hele leven gaat’. Deze brede visie op gezondheid noemde zij ‘Positieve Gezondheid’. In 2014 promoveerde Huber op haar onderzoek in Maastricht en in 2015 richtte zij het Institute for Positive Health (iPH) op, om te helpen deze benadering handen en voeten te geven.

over wat jij belangrijk vindt in je leven en waar jij gelukkig van wordt. Wanneer je dát weet, helpt dat je bij het maken van keuzes en het nemen van beslissingen, bijvoorbeeld als het gaat over het kiezen voor wel of niet een bepaalde behandeling als je ziek wordt. Als mensen hun situatie begrijpen, het gevoel hebben zelf de regie over hun leven te kunnen voeren en hun leven als zinvol ervaren, dan verhoogt dat hun veerkracht. Daarnaast is ook heel belangrijk dat mensen in het sociale leven het gevoel kunnen hebben ‘dat ze er mogen zijn’, ‘dat ze er

toe doen’ en ‘dat ze het goed doen’. Positieve Gezondheid kan daarbij helpen. Het verbindt zorg en welzijn, het sociale en het alledaagse leven. Positieve Gezondheid is uitgewerkt in een spinnenweb met zes domeinen: lichamelijk, psychisch, zingeving, kwaliteit van leven, sociaal meedoen en dagelijks functioneren. Elk domein is uitgewerkt in een aantal onderdelen. Die helpen je bewust te worden van hoe je vindt dat het met je gaat, op allerlei gebieden. • • • • • • •

• • • • • • •

Je gezond voelen Fitheid Klachten en pijn Slapen Eten Conditie Bewegen

Zorgen voor jezelf Je grenzen kennen Kennis van gezondheid Omgaan met tijd Omgaan met geld Kunnen werken Hulp kunnen vragen

OMGAAN MET JE SITUATIE Positieve Gezondheid gaat niet over afwezigheid van ziekte, maar over het kunnen (leren) omgaan met je situatie (en eventueel ziekte) en daarbij het gevoel hebben en behouden dat jij zoveel mogelijk zelf de regie hebt. Het gaat GEZONDHEID|DEVERENIGINGLIMBURG P84 www.socialeagendalimburg.nl

• • • • • • •

Sociale contacten Serieus genomen worden Samen leuke dingen doen Steun van anderen Erbij horen Zinvolle dingen doen Interesse in de maatschappij

www.mijnpositievegezondheid.nl

• • • • • • •

• • • • • • •

Onthouden Concentreren Communiceren Vrolijk zijn Jezelf accepteren Omgaan met verandering Gevoel van controle

• • • • • • •

Zinvol leven Levenslust Idealen willen bereiken Vertrouwen hebben Accepteren Dankbaarheid Blijven leren

Genieten Gelukkig zijn Lekker in je vel zitten Balans Je veilig voelen Hoe je woont Rondkomen met je geld ©Gespreksinstrument IPH – versie 1.0 – oktober 2016


Vervolgens is de vraag of je op een bepaald gebied de behoefte hebt iets te veranderen of verbeteren voor jezelf. Hoe zou je dat kunnen bereiken? Wat kun je zelf doen? Weet je dat al of heb je daar informatie voor nodig? Waar heb je hulp of ondersteuning bij nodig? Zijn er omstandigheden die veranderd zouden moeten worden? Hierover praten met iemand die vertrouwd is, kan enorm helpen. Dat kan je huisarts zijn, of iemand van het sociale wijkteam, een familielid of vriend, of iemand die ‘ervaringsdeskundig’ is op juist dat gebied.

WAT IS NODIG? De Provincie Limburg wil deze ‘manier van omgaan met het leven’ – want daar komt het toch op neer – helpen meer tot gewoonte te laten worden. Met als verwacht resultaat dat de Limburgers er gezonder en gelukkiger van worden. Is dat haalbaar en wat is daarvoor nodig? Om die vraag te beantwoorden heeft in het najaar van 2016 en voorjaar van 2017, in opdracht van de Provincie, het iPH in de personen van Machteld Huber en haar collega’s Carl Verheijen en Mieke Reynen, veel gesprekken gevoerd in Limburg. Hun conclusie is dat het proces, richting deze ‘manier van leven’, in Limburg al heel sterk op gang is gekomen. Limburg bruist van de initiatieven! Op lokaal niveau vormen burgers samen zorgcoöperaties (America) of richten een buurttuin in (Berg en Terblijt). Gemeenten starten een ‘Jaar van de Positieve Gezondheid (Voerendaal). Regio’s, zoals de Noordelijke Maasvallei, besluiten binnen 5 jaar helemaal vanuit Positieve Gezondheid te gaan werken. Er zijn heel actieve proeftuinen die experimenteren met nieuwe vormen van samenwerking, bijvoorbeeld tussen zorg, welzijn en ervaringsdeskundigen. Er zijn zorgverzekeraars die meewerken met deze experimenten. En er is een actief steunende Provincie. Uniek!

BELEMMERINGEN Kortom, er is heel veel initiatiefkracht en dat maakt de ambitie zo veelbelovend en kansrijk. Maar Positieve Gezondheid kun je als benadering niet opleggen. Mensen moeten er volgens Huber iets in herkennen en er zelf iets mee willen. Vervolgens helpt het als je met maatjes een ‘coalition of the willing’ kunt vormen en gezamenlijk stap voor stap de vormen vindt die bij je situatie passen. Het moet een groeiproces zijn. Want er zullen allerlei belemmeringen zichtbaar worden, bijvoorbeeld in structuren en regelingen in ‘het systeem’. Zo is de samenwerking tussen de zorg en het sociale domein soms ingewikkeld, omdat ze elkaars taal niet spreken en omdat er naar de verschillende sectoren verschillende geldstromen gaan, bijvoorbeeld vanuit de zorgverzekeraar of de gemeente. Ook zijn er juridische obstakels, bijvoorbeeld bij het in de samenwerking uitwisselen van informatie over personen, omdat in de zorg strenge privacyregels gelden. Bij Positieve Gezondheid hoort, behalve het spinnenweb, ook het ‘andere gesprek’. In plaats van de vraag ‘Wat is uw klacht?’ komt de vraag ‘Hoe gaat het met u?’ en daar mag een ander dan alleen ‘lichamelijk’ antwoord op komen. Dat hoeft natuurlijk niet altijd en bij iedereen, maar in bepaalde gevallen is het goed om ‘de vraag achter de vraag’ te kunnen bespreken. Dat vraagt meer tijd dan dokters over het algemeen hebben en dat heeft financiële consequenties, waarover gesproken moet worden met de zorgverzekeraar. Bovendien willen dokters eigenlijk ook niet geprikkeld worden om onderzoeken te doen die eigenlijk niet echt nodig zijn. Dat komt hun portemonnee ten goede. Er ontstaat behoefte aan andere financieringsvormen. De andere werkwijze vraagt ook training voor de professionals, onder andere voor de praktijkverpleegkundige, en die moet beschikbaar komen. Het derde

onderdeel van Positieve Gezondheid is dat er een overzicht beschikbaar moet komen van de mogelijkheden die er voor burgers zijn om zelf iets ter hand te nemen of om gelijkgestemden te vinden. Daarvoor is de beschikbaarheid van een digitale sociale kaart of ‘marktplaats voor gezondheid’, voorlopig per gemeente, zeer wenselijk. Kortom, er komt veel kijken om echt vanuit Positieve Gezondheid te werken en te leven, omdat het zoveel terreinen raakt. Maar juist daarom is het elkaar kunnen vinden en horen van elkaars aanpak zo waardevol.

COMMUNICATIE De noodzakelijke basis onder al deze ontwikkelingen is een goede communicatie. Volgens Huber betekent dat op allerlei manieren uitleggen waar Positieve Gezondheid over gaat, voorbeelden geven van hoe mensen het creatief oppakken, bij voorkeur met filmpjes, zodat alle Limburgers er geleidelijk vertrouwd mee raken. Belangrijk is dat zij zich vrij voelen om er wel of niet iets mee te doen; ze zullen dat alleen oppakken als het hen inspireert. Maar het is niet ondenkbaar dat Limburg inderdaad de eerste Positief Gezonde Provincie wordt en daarmee een voorbeeld voor de rest van Nederland.

Baarlo weet dat er in het dorp behoorlijk wat mensen zijn die dagelijks worden geconfronteerd met zorgtaken voor familie of verwanten. Dat er veel mensen zijn die moeilijk de vinger opsteken om ondersteuning te vragen bij deze dagelijkse taken. Baarlo wil deze groep mensen via nieuwe wegen proberen te bereiken en sluit zich daarom aan bij het gedachtegoed van Positieve Gezondheid. In dit dorp mag gezondheid niet langer meer strikt het domein van de zorgprofessionals zijn, maar wordt dat van iedereen. Een dorpsondersteuner gaat die samenwerking van alle partijen begeleiden en maakt gebruik van wat er al is. En dat is ook in Baarlo veel. Wat nog nodig is, is iets meer samenhang en het bewustzijn dat er nog meer mogelijk is als er meer onderlinge verbondenheid ontstaat (bron: Zelfsturing 3.0 gemeente Peel en Maas).

GEZONDHEID|DEVERENIGINGLIMBURG P85

www.socialeagendalim


GEWOON DOEN IN HORST AAN DE MAAS THEATER EN TV VOOR MENSEN MET VERSTANDELIJKE BEPERKING Gewoon Doen is een kleinschalige dagbesteding in Horst aan de Maas voor mensen met een verstandelijke beperking. Vaste onderdelen van het aanbod zijn ‘theater’ en ‘foto/film/internet”. Theater Kleinkunst van Gewoon Doen maakt al meer dan 15 jaar artistiek verantwoorde producties voor een breed publiek. Daarbij wordt volop ingezet op de authentieke eigenschappen van deze acteurs, die door het publiek en de pers als een verrijking van het bestaande kunstaanbod worden gezien. Een wekelijkse tv-uitzending bij de lokale omroep vormt de basisactiviteit van de groep foto/film/internet. Die uitzending is ook te zien op een eigen YouTube-kanaal. Eigenaar Sandy Uytterhoeven bedacht en coördineert Gewoon Doen. “We willen ontroeren en warmte brengen in de samenleving, geloven in de kracht van elk mens en kijken altijd naar mogelijkheden. Bij ons vind je geen dikke beleidsplannen en we vergaderen ook niet urenlang. We hebben ons doel en kader helder geformuleerd en vanaf dat moment zijn we in de doe-stand. Het liefst in samenwerking met anderen. Onze kracht is om alles simpel te houden. Gewoon Doen, met je gezonde verstand!”

GEZONDHEID|DEVERENIGINGLIMBURG P86 www.socialeagendalimburg.nl


GEZONDHEID|DEVERENIGINGLIMBURG P87

www.socialeagendalim


‘Mensen in een kwetsbare positie zijn moediger dan ik’ Graag deel ik met jullie mijn worsteling met moed en macht. Jarenlang was ik hulpverlener. In de intervisie leerde ik naar mezelf in de spiegel kijken. Wie ben ik, wat doe ik, hoe gedraag ik me, hoe kijk ik naar de wereld? Ik ging het verschil zien tussen macht en moed. Als hulpverlener heb ik macht omdat ik voor mensen de toegang ben naar zorg en het sociale domein. Als beleidsmaker heb ik macht omdat ik procedures en regels kan uitschrijven. Als directeur van het Huis voor de Zorg heb ik macht omdat ik middelen die de provincie mij geeft, kan inzetten ten behoeve van de Limburgse samenleving. In de psychiatrie leerde ik de macht van de diagnostiek. Mensen met levensechte problemen kregen een diagnose om toegang tot hulp te krijgen. Zonder diagnose geen hulp. Ik probeerde er ook echt te zijn voor mensen en echt naar ze te luisteren.

GEZONDHEID|DEVERENIGINGLIMBURG P88 www.socialeagendalimburg.nl

Ik zag dat etiketten dodelijk zijn. Ook voor de zelfredzaamheid van mensen. Daarom kies ik er voor de mens voorop te stellen en in een bijzin iets aan te geven over de persoon die ik tegenover me heb. Daarom omschrijf ik mensen die hulp nodig hebben als mensen in een kwetsbare positie. Ik plak ze geen etiket op. Daklozen, diabeten, gehandicapten, alcoholisten, kankerpatiënten, het zijn allemaal mensen! Na verloop van tijd begon ik ook te zien dat die mensen in een kwetsbare positie sterker zijn dan ik en meer moed hebben dan ik. Ik zag dat zij zich in deze moeilijke wereld handhaafden terwijl ze bovendien met handen en voeten gebonden waren door een (levenslange) beperking van welke aard dan ook: geestelijk, lichamelijk of verstandelijk. Ik besefte dat ik er gek van zou worden als ik onafgebroken stemmen zou horen of in een rolstoel zou moeten zitten.

Door echt naar deze mensen te luisteren ontdekte ik wat ze al allemaal deden om zich te handhaven en dat ze er ongevraagd nog een aantal extra uitdagingen bij kregen vanwege die beperkingen. En zo bouwde ik de redenering op dat ik als mens bevoorrecht ben omdat ik gezond ben. Ik ben niet zo moedig als degene die op mijn hulp is aangewezen. Ik heb macht en geen moed. Mensen in een kwetsbare positie zijn moediger dan ik. Zou deze kijk op mensen in een kwetsbare positie ons helpen als we de doelen van de sociale agenda willen realiseren? Jo Maes directeur Huis voor de Zorg


ATELIER JERUSALEM ONDERSTEUNT KWETSBARE BURGERS Atelier Jerusalem in Venray is samengevoegd met Maatjes Noord Limburg om kwetsbare burgers in de regio te ondersteunen, zodat zij gestimuleerd worden om activiteiten in hun eigen omgeving op te pakken. Het gaat dan vooral om steun bij creatieve, muzikale en kunstzinnige uitingen die de persoonlijke ontwikkeling versnellen. Zo kunnen deze mensen positieve stappen maken op de participatieladder en zijn ze niet langer of minder afhankelijk van professionele zorg. Ondanks dat bijna iedereen binnen Atelier Jerusalem zich positief ontwikkelt, is de doelstelling om binnen 1,5 jaar uit te stromen niet altijd reëel en haalbaar. Voor de meest kwetsbare groep deelnemers fungeert Atelier Jerusalem als een steunsysteem 'om erger te voorkomen'. Deze deelnemers voelen zich op deze plek veilig, blijven actief bezig en weten dat men belangrijk is voor anderen. Juist deze groep biedt andere deelnemers ook kansen om zich te profileren en te ontwikkelen. De persoonlijke ontwikkeling van alle deelnemers laat zien dat met de presentiebenadering een belangrijke bijdrage geleverd wordt aan zelfvertrouwen en zelfredzaamheid. Deelnemers die tot voor kort aangewezen waren op (mantel)zorg en een zeer beperkte leefwereld bezaten, zijn nu in staat om weer een sociaal netwerk op te bouwen en nieuwe vriendschappen te sluiten.

CARELESS RUNNING VOOR MOEDERS VAN KIDS MET BEPERKING Samen hardlopen, zonder zorgen. Dat is wat de moeders die meedoen aan Careless Running allemaal ervaren. Het project is speciaal bedoeld voor moeders van kinderen met een beperking. “Het geeft mij energie en het is ook heel leuk om dit in een groep te doen. Na afloop denk ik altijd: Dat hebben we samen toch maar mooi gedaan. Dan kan ik alles weer even aan,” vertelt Angelique Horselenberg. Ze heeft een 13-jarige dochter die verstandelijk beperkt is en neemt deel aan Careless Running. De opzet van het project is heel eenvoudig, vertellen initiatiefnemers Fanny Drenthe en Bert Ramakers. Zij zijn zelf recreatieve hardlopers en begeleiden de moeders bij het hardlopen in het Stadspark in Sittard. Naast deze wekelijkse training krijgen de vrouwen ook ‘huiswerk’-trainingen mee. Fanny Drenthe is consulent van MEE en komt regelmatig bij alleenstaande moeders van kinderen met een beperking. “Die moeders denken vaak: Ik ben de enige die dit allemaal meemaakt. Daarom wilde ik ze zo graag bij elkaar brengen.” De deelneemsters zeggen dat zij zich energieker en gelukkiger voelen. Ze hebben nieuwe mensen leren kennen en zijn trots op zichzelf dat ze dit kunnen. Daardoor kunnen ze de zorg voor hun kinderen beter aan.”

’WIE HELPT, DIE OOGST!’ Je eigen tomaten, appels of kruiden kweken en tegelijkertijd je buurt mooier maken. Het kan met de Samentuin. De gemeente en woningvereniging Nederweert ondersteunen en faciliteren de opstart van dit initiatief. De opzet is dat er centraal in een wijk een gezamenlijke moestuin komt waarvan de opbrengst bestemd is voor de bewoners. De tuin wordt aangelegd op een stukje grond van de gemeente. In de Samentuin telen de buurtbewoners groenten, fruit, kruiden en bloemen onder het motto ’wie helpt, die oogst!’ De initiatiefnemers vinden het vooral goed voor het contact met de buurt. Maar er zijn meer voordelen. Een greep uit de reacties: “Het is leuk om te doen. De kinderen vinden het leuk. Ik tuinier graag, maar m’n eigen tuin is te klein. Het is biologisch. Lekker dichtbij.” Ontmoeting en contact met buurtbewoners staat centraal. Inmiddels zijn er drie ‘samentuinen’ in de gemeente Nederweert. “Samen iets doen, schept een band en maakt mensen extra betrokken bij hun buurt. Dat is goed voor de leefbaarheid,” aldus Harold van der Haar, regisseur leefbaarheid bij de gemeente. “Nu het voorjaar is, zijn de bewoners aan de slag gegaan met het ontwerp en wordt er ook al getuinierd. Sommige deelnemers wisten niet dat ze bij elkaar in de straat wonen en hebben elkaar dus via dit initiatief leren kennen.”

GEZONDHEID|DEVERENIGINGLIMBURG P89

www.socialeagendalim


Gezonde basisschool van de toekomst Andrew Simons werkt bij Movare en is projectleider van de ‘Gezonde Basisschool van de toekomst’. Hij vertelt over de gezonde lesdag en de muren die geslecht moeten worden om gezond gedrag structureel onderdeel te kunnen laten zijn van elke gewone schooldag.

‘Geen cognitieve vakken om 9.00 uur ’s morgens, dat is niet effectief’ Andrew Simons: “Wij zien een toename van kinderen met obesitas en andere aan welvaart gerelateerde aandoeningen op onze scholen. Scholen voelen wel een urgentie, maar zijn niet altijd bereid hierin iets te betekenen. Gezond gedrag aanleren hoort immers bij opvoeden en dus bij ouders. Wij experimenteren in Parkstad met twee scholen waar gezond eten en meer bewegen onderdeel uitmaken van elke schooldag. Twee andere scholen experimenteren met meer bewegen. Daarnaast zijn er vier controlescholen aangewezen voor het onderzoek van de Universiteit Maastricht naar de effecten.” “We beginnen met creatieve vakken, bewegingsonderwijs of techniek. Geen cognitieve vakken om 9.00 uur ’s morgens, dat is niet effectief. Pas daarna start het taal- en rekenonderwijs. In de kleine ochtendpauze GEZONDHEID|DEVERENIGINGLIMBURG P90 www.socialeagendalimburg.nl

krijgen kinderen gezonde snacks zoals noten, fruit of groentechips. En water, geen sap of frisdrank. Voor de middagpauze nemen we de tijd. Samen eten duurt minstens een half uur. Op het menu staan bruin brood met gezond beleg, groente en fruit, we drinken melk, karnemelk of sojamelk. Onderdeel van die middaglunch is het ‘proeven’ van onbekende groenten, fruit, vis en vleessoorten. En in het kader van duurzaamheid altijd seizoensgebonden, hè. Kinderen krijgen een breder smaakpalet, leren over hun voedsel én ze vinden het leuk! Daarna is het ‘bewegen’ aan de beurt. Vrijwilligers en pedagogisch medewerkers van de kinderopvang verzorgen dit onderdeel. Omdat niet elk kind een ‘beweegtalent’ is, bieden we ook activiteiten aan als drama, dans of beeldende kunst. Het aantal conflicten na de pauze is vanaf dag

1 nihil, de sfeer is enorm verbeterd. Kinderen gaan rond 15.30 uur naar huis of naar de BSO, waar ook gezonde snacks worden aangeboden. Die samenwerking is cruciaal: een gezonde levensstijl houdt niet op bij de deur van de school. We zijn nu ook met verenigingen in gesprek om verenigingsactiviteiten te organiseren tussen 16.00 en 18.00 uur om zo ouders verder te ontzorgen en het bewegen nog makkelijker te organiseren.”

‘Het aantal conflicten na de pauze is vanaf dag 1 nihil’


Fabel– achtige zorg door Govert Derix Volgens een oude fabel stak Zorg ooit een rivier over en raakte geïnspireerd door de vruchtbare klei. Ze nam een stuk, boetseerde daaruit een wezen, en vroeg Jupiter het geest in te blazen. Toen Zorg zei dat ze het nieuwe levende wezen naar zichzelf wilde noemen, protesteerde Jupiter. Ook de Aarde ging zich ermee bemoeien. Om ruzie te voorkomen, vroegen ze Saturnus om een oordeel. De God van de Tijd sprak als volgt: ‘Als het wezen sterft, gaat de geest naar Jupiter en het lichaam naar Aarde. Maar omdat Zorg het geschapen heeft, zal het, zolang het leeft, aan haar toebehoren. Het wezen noem ik ‘homo’ omdat het uit humus (aarde) gemaakt is.’

“We willen met de metingen aantonen dat er flinke gezondheidswinsten geboekt kunnen worden én dat leerprestaties verbeteren. Áls we maar bereid zijn aan de basis te investeren in gezond gedrag. De grote uitdaging is: hoe maken we dit regulier onderdeel van het schoolsysteem, inclusief de opvang? Een eerste belangrijke stap zou kunnen zijn om geld beschikbaar te stellen voor gezonde lunches op basisscholen. Dat kost miljoenen euro’s. Maar dan moet het nieuwe kabinet ook tussenschoolse opvang bekostigen, zodat een gezonde basisschool ook daadwerkelijk voor elk kind bereikbaar wordt.” Tekst: Monique Steijvers – van der Veer Foto's: Movare

Bovenstaande fabel is te vinden in Zijn en Tijd van Martin Heidegger. In dit boek uit 1927 liet de filosoof zien dat de mens van begin tot eind een zorgend wezen is. Alles wat wij doen is doordrenkt van zorg. De hele samenleving met haar ziekenhuizen, theaters, begraafplaatsen, zebrapaden, scholen, steden en parlementen is te begrijpen als een organische zorgstructuur waarin mensen geboren worden, hun weg vinden of verdwalen, om uiteindelijk, aan het einde van hun tijd, op te gaan in de elementen. Zo bezien zijn de zogenaamde decentralisaties manna uit de hemel. In de oude (centralistische) praktijk was zorg de taak van dokters, psychologen, ouders, sociaal werkers en ander verzorgend personeel. In de nieuwe wereld is zorg een gedeelde verantwoordelijkheid die overal van toepassing kan zijn.

Ieder mens is een centrum van zorg. Mensen zijn broeders en zusters in een complexe wereldomspannende zorgstructuur, en zullen dat altijd blijven. Zorg is de bedding waarin wij iets voor elkaar betekenen. Zorg maakt mogelijk dat wij worden wie wij kunnen zijn. Daarom is het logisch dat de ‘transformaties in het sociaal domein’ (het zou een titel van een ingewikkeld filosofieboek kunnen zijn...) niet alleen over zorg en welzijn gaan, maar ook over werk, leefbaarheid, geletterdheid en welvaartverdeling. Zorg gaat over de manieren waarop wij samen vorm en inhoud geven aan onze samenleving. Dat begint met houding en bagage. Wat mij betreft mag de Sociale Agenda van de provincie Limburg daarom zwaar inzetten op onderwijs, opvoeding en cultuur. Hoe leren wij kinderen en volwassenen groeien en bloeien als zorgende wezens? Hoe maken we dit basale inzicht aantrekkelijk en geloofwaardig? Als er al een kloof heerst tussen burgers en overheden, dan heeft die te maken met geloofwaardigheid. Het vreemdste van onze samenleving is dat het geloof in een gedeelde toekomst op diverse fronten lijkt weg te sijpelen. We scoren hoog op de geluksindex, maar zijn somber ten aanzien van onze planetaire toekomst. Tegelijk zie ik prachtige initiatieven. Van het Pieterke in Eijsden tot De Vlinder in Maastricht tot de ‘onderop’-beweging die op vele andere plaatsen vibreert. Geloof en twijfel, hoop en vrees gaan zij aan zij. Het zijn spannende tijden. Laten we ervoor zorgen dat het ook fabelachtige tijden worden. Samen steken we over naar een tijd waarin we, misschien voor het eerst in de geschiedenis, onszelf kunnen doorgronden en doorleven als zorgende wezens. Dat is geen fabel, maar een verhaal dat steeds opnieuw geboren wordt door het in vele varianten te vertellen. Aan kinderen en kleinkinderen, aan ongelovigen, aan onszelf, aan de aarde. Je bent wat je doet, zeiden leerlingen van Heidegger. Leve de zorgende mens! Govert Derix is schrijver, filosoof en adviseur. Onlangs verscheen zijn nieuwe roman ‘Mensheid is een brief aan jou’. Foto: Jean-Pierre Geusens

GEZONDHEID|DEVERENIGINGLIMBURG DEVERENIGINGLIMBURG P91

www.socialeagendalim


SOCIALE ISOLEMENT DOORBREKEN MET DE KETEL

CLIC: VOOR, DOOR EN MET JEUGDIGEN CLIC staat voor Cliënt Centraal in Jeugdhulp. Deze organisatie behartigt de belangen van jongeren in de Limburgse jeugdhulp, waarbij goed naar de jeugd zelf wordt geluisterd. CLIC komt voort uit de Stichting Jeugd Zorgvragers en het Servicebureau jeugdzorg. Er zijn drie regioadviseurs en Cyril Laughs is een van hen. Wat ze vooral doen, is aansluiten bij de leefwereld van de jongeren om zo met hen in gesprek te komen. Een tip van Cyril: kies een thema dat voor hen belangrijk is en organiseer op laagdrempelige wijze ontmoetingen rondom dit thema. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de kooksessies. Men neme een blik verse politici; liefst doorgewinterd, gerijpt en nog niet uitgekookt. In staat om met volle mond te praten over de toekomst van de jeugdhulp, maar ook over hun eigen opgroeien. Verder neemt men een blik frisse jongeren; vroegrijp van karakter, met een eigen mening over jeugdhulp, vol smaakvolle tips en gezouten kritiek. Vaak zijn ze ervaren in pleegzorg, gezinshuizen, ambulante jeugdhulp of crisisopvang. Tijdens het bereiden en nuttigen van de maaltijd ontstaan mooie waardevolle gesprekken op een ongedwongen wijze.

Buurtnetwerk Meerssen wilde een aantal jaren geleden graag een plek waar mensen uit de buurt samen kunnen komen. Dat werd de Ketel. Een sociaal buurtcentrum met als doel mensen uit hun sociaal isolement te halen. Het ontmoetingspunt is een laagdrempelige inloopvoorziening waar mensen die een stukje gezelligheid zoeken kunnen binnenlopen. Dagelijks worden er tal van activiteiten georganiseerd die uiteenlopen van vlaaien bakken, samen eten, kledingreparatie tot bloedprikken en een spreekuur voor vluchtelingenwerk. Het buurtcentrum draagt bij aan de ‘revitalisering’ van Meerssen-West. Niet alleen het opknappen en vernieuwen van woningen en straten doen er toe, ook de sociale contacten en elkaar ontmoeten zijn hierin belangrijk! Het succes van De Ketel komt door de samenwerking tussen Woonvorm Radar Meerssen, medewerkers van Trajekt en de vele vrijwilligers. Nicole Ramakers, coördinator: “Het is geweldig om te zien hoe blij mensen worden als ze bij De Ketel langskomen!” Bij De Ketel komen alle gemeenschappen bij elkaar. Dit heeft goed uitgepakt.

Binnen de Sociale Agenda speelt Positieve Gezondheid een belangrijke rol. CLIC vertaalt dit gedachtengoed voor de jongeren door naar ‘Positief opgroeien in Limburg’. Positief opgroeien heeft betrekking op veel meer aandachtsgebieden dan alleen jeugdhulp en heeft ook zeker niet alleen betrekking op de jeugdigen in de positie van cliënt. Positief opgroeien als uitgangspunt vraagt om nauwe samenwerking met maatschappelijke (jeugd)organisaties en bijvoorbeeld ook Huis voor de Zorg. Welke zaken zorgen eerder voor een belemmering in plaats van een positief effect op het gebied van Positief Opgroeien in Limburg? Vaak wordt er gestuurd op incidenten en niet op basis van een lange termijnvisie. Jeugdigen die een tijd hebben doorgebracht binnen speciaal onderwijs en dan via passend onderwijs weer deel uit gaan maken van regulier onderwijs hebben het vaak erg moeilijk. Terugplaatsing is niet altijd het beste voor het kind. Bij het bieden van de ondersteuning voor de jongere, thuis en of op school ervaart men nog te veel schotjes, dit belemmert het leveren van maatwerk. Verder dienen de onderwerpen 18+/18- en armoede onder kinderen veel meer aandacht te krijgen. CLIC heeft haar meerwaarde de afgelopen jaren bewezen. De komende twee jaar gaan zij participeren in verschillende relevante maatschappelijke projecten die door derden worden gedragen. Voorbeelden hiervan zijn; No Drama, Community of Practice Jeugd, Zin in Leven, Smartmaatje, LOGG (Limburg op Gezond Gewicht), Werken aan je Toekomst en 18 jaar en op weg naar zelfredzame zelfstandigheid. Cyril is er vooral trots op dat door de verschillende activiteiten die ze ondernemen met CLIC, ze in staat zijn de stem van de jongeren ook echt te laten horen. Voor, door en met jongeren.

GEZONDHEID|DEVERENIGINGLIMBURG P92 www.socialeagendalimburg.nl

HUISKAMERS PLUS IN ECHT- SUSTEREN Weg met die schotten binnen het gemeentehuis en vooral op zoek gaan naar verbindingen. Dat er dan iets heel moois kan ontstaan, bewijst bijvoorbeeld wethouder Frische, zo ontdekten de verkenners in Echt-Susteren. Hij heeft het lef om op een andere en toch betaalbare manier inwoners te mobiliseren en met elkaar in contact te brengen. Een concreet voorbeeld is het lokale Huiskamer Plus – project (HKP) in elke kern, met nieuwe vormen van dagbesteding onder regie van professionele activiteitenbegeleiders.


HOE GELUKKIG IS LIMBURG? De Atlas voor Gemeenten gaat dit jaar over geluk. Wat blijkt? Venlonaren worden sneller gelukkiger dan de overige Nederlanders. Venlo neemt op de gelukranglijst van de 50 grootste Nederlandse gemeenten plek 20 in. Maar de stad gaat fier aan kop als het om de toename van dat geluksgevoel van de inwoners gaat. Nergens steeg dat zo hard de laatste vijftien jaar als in Noord-Limburg. De inwoners van Sittard-Geleen (plek 46), Heerlen (plek 45) en Maastricht (plek 44) blijken gemiddeld genomen minder gelukkiger dan veel landgenoten. Maar nog altijd is een ruime meerderheid (tussen de 83 en de 86 procent) van de inwoners van alle grote Limburgse steden gelukkig. De inwoners van Maastricht blijven stabiel qua geluk. De inwoners van Heerlen, Sittard- Geleen en met name dus die van Venlo worden steeds gelukkiger. Enkele andere opvallende feiten: huizen zijn het goedkoopste in Heerlen. In Sittard-Geleen gaan de inwoners gemiddeld het vaakst van alle Nederlanders naar de huisarts, gevolgd door die van Heerlen en die van Maastricht. Heerlen staat op plek vijf van de steden met de meeste rokers, Venlo op 43. Gaat het om zware drinkers dan doet de Maastrichtenaar het opvallend ‘goed’. De stad staat op plek drie, maar een troost is dat zware drinkers gelukkiger zijn dan nietdrinkers. Heerlen telt opvallend veel eenoudergezinnen (plek 6) en Maastricht scoort na Rotterdam het slechtste waar het gaat om de participatie van vrouwen in het arbeidsproces. Bij de bijstandsgerechtigden staat Heerlen pal boven nummer 50 Rotterdam. Procentueel de meeste arbeidsongeschikten wonen in Heerlen gevolgd door Sittard-Geleen. Op het gebied van de podiumkunsten scoort Heerlen landelijk echter opnieuw uitstekend met een derde plek. Op culinair gebied is Maastricht nog altijd Nederlands beste. Bronnen: Atlas voor Gemeenten en De Limburger, 19 mei 2017

GEZONDHEID|DEVERENIGINGLIMBURG P93

www.socialeagendalim


BIE GERDA’ IN MEERS: TREFPUNT VOOR MENSEN VAN ALLE LEEFTIJDEN

MEETELLEN EN MEEDOEN VOLGENS DE METHODE PIETERKE

In Meers, gemeente Stein, staat een bijzondere dorpsdagvoorziening: ‘Bie Gerda’. Voorzitter Cel Thans: “Het is een trefpunt voor mensen van alle leeftijden. Iedereen brengt zijn talenten in. Samen kunnen we heel veel. Dat versterkt de onderlinge band.” Penningmeester Jack Hendrix: “Op verzoek worden onze bezoekers gehaald en gebracht door Wensauto Meers. Daardoor is Bie Gerda ook toegankelijk voor mensen die minder goed ter been zijn. Omdat we daarvoor een kleine vergoeding vragen, komt er wat geld in het laatje. Je kunt ook een vergaderruimte bij ons huren. De opbrengsten gaan in ons activiteitenpotje.”

Eens woonde slager Pieter in een monumentaal gebouw in Eijsden. Iedereen in het dorp kende hem. Als iemand het in Eijsden had over de kinderen - en later kleinkinderen van Pieter, dan had hij het over ‘die van Pieterke‘. Zo werd de naam van Pieterke een begrip binnen de gemeenschap. De huidige bewoners van de voormalige slagerij, inmiddels een kleinschalige woonlocatie van zorgaanbieder WonenPlus en de Stichting Vrienden van Pieterke, zijn allemaal mensen met een verstandelijke beperking.

Secretaris Thei Maesen vult aan: “Met steun van de gemeente Stein hebben we een stichting opgericht om de volledige zeggenschap over onze activiteiten en financiën te hebben. De lijnen zijn kort, want de ambtenaren en de wethouder komen regelmatig bij ons over de vloer. Dat houdt de vaart er goed in.” Nieuwe recente of nog te ontwikkelen activiteiten: het project Ipad Buddy, De Eettafel en het Repair Café Meers.

De instandhouding van de aanduiding ‘Pieterke‘ voor haar huidige bewoners is een bijzondere, bijna liefkozende gewoonte van de dorpsbewoners. Het geeft aan dat deze mensen nagenoeg volledig zijn opgenomen in het dorpsleven, iedereen kent de bewoners ook! Ze nemen optimaal deel aan de gemeenschap. De integratie van de bewoners in hun buurt en dorp is zo een praktijkvoorbeeld van een samenleving die inclusie stimuleert. Een samenleving waarin iedereen welkom is en iedereen een bijdrage kan leveren. In de visie van WonenPlus maken mensen met beperkingen hun eigen keuzes. Ze wonen in een wijk, hebben een betekenisvolle dagbesteding en kunnen net als alle burgers gebruik maken van voorzieningen die in de maatschappij aanwezig zijn. Ze leiden een zo gewoon mogelijk leven, en voeren hier zoveel mogelijk zelf de regie over.

SCHILDERSGROEP GELEEN VOOR MENSEN MET EEN BEPERKING ’t Kweske is een schildersgroep voor mensen met een verstandelijke beperking in de Geleense wijk Lindenheuvel. Hier ligt een woonzorgcentrum van zorgorganisatie Daelzicht met een aantal appartementen voor begeleid wonen. Kunstenares Tiny Prevo is een van de initiatiefnemers van ‘t Kweske. “We wilden iets doen voor mensen met een beperking. En dat is beslist gelukt. Want naast ’t Kweske worden er tal van andere activiteiten georganiseerd, zoals samen wandelen, picknicken, barbecueën en schilderen op de rommelmarkt. Ook gaan cliënten en vrijwilligers elk jaar een midweek naar een hotel in Drenthe. In totaal doen 33 cliënten mee en er zijn 9 vrijwilligers.”

GEZONDHEID|DEVERENIGINGLIMBURG P94 www.socialeagendalimburg.nl


DE BEWEEG- EN SPEELSTRAAT IN HORST AAN DE MAAS Hof te Berkel is een nieuwe wijk in Horst aan de Maas waar jonge gezinnen, senioren en mensen die zorgafhankelijk zijn door elkaar wonen. Door een geslaagd burgerinitiatief worden deze groepen steeds meer met elkaar verbonden. Het gaat in Horst om een beweegen speelstraat waarvan iedereen gebruik kan maken. De initiatiefnemers vonden het belangrijk meer ontmoeting en beweging in de wijk mogelijk te maken. Als ouderen meedoen in groepjes onder begeleiding van vrijwilligers zijn ze in beweging en ontmoeten ze anderen. Na de oefeningen is er tijd voor een kopje koffie. De beweegstraat wordt gecombineerd met speeltoestellen voor jongeren om ook de ontmoeting tussen oud en jong te bevorderen.

‘DE VOGELHUT IN VENLO: EEN PLEK VOOR IEDEREEN’ Een plek waar wijkbewoners elkaar kunnen ontmoeten en zich kunnen ontplooien, daar staat ’t Huis van de Venlose wijk De Vogelhut voor. Een breed netwerk van vrijwilligers zorgt ervoor dat het een open en laagdrempelige plek is voor wijkbewoners. De activiteiten zijn voornamelijk gericht op educatie, welzijn, zorg, wonen, leefbaarheid en participatie. Bijvoorbeeld een multiculturele vrouwengroep die bij elkaar komt om elkaar te ontmoeten en de Nederlandse taal te leren. Of een klusbus om de mobiliteit voor kluswerkzaamheden te verhogen en anderzijds de participatiemogelijkheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te vergroten. De jeugd wordt twee avonden per week in de Vogelhut opgevangen. De ernstige overlast in de wijk is nu afgenomen en er is een beter begrip tussen de wijk en de jeugd ontstaan.

Iedereen heeft talent (maar soms zien we dit niet meteen) door Marcia Adams Ik heb een afspraak met Elly. We geven samen een presentatie in de Baersdonck in Grubbenvorst.

Als we de middag afsluiten raakt Elly me voor een tweede keer. “Dat waren leuke mensen, hè!”

Elly vindt het spannend. Ik, als ik eerlijk ben, ook. Het is druk en ik ben ondanks alle positieve gesprekken toch een beetje ongerust of het dorp wel openstaat voor Elly en haar collega’s. We zijn vanuit Dichterbij met het dorp in gesprek over het behoud van een prachtige pand en wat we voor elkaar kunnen betekenen. We willen meer weten over de dromen en wensen van de bewoners van Grubbenvorst. Hier zoeken wij de verbinding met de talenten, dromen en wensen van een groep mensen met een lichtverstandelijke beperking.

“Waarom vind je ze leuk?” vraag ik haar. “Iedereen zei gewoon Elly tegen me, ik kreeg lekkere koffie en ze gingen ook nog een zoetje zoeken. Ja, hier ben ik echt iemand”.

Deze mensen hebben veel moeite met wat de maatschappij van hen vraagt. Ze hebben in hun leven weinig steun gekregen van hun omgeving, vaak is er misbruik van hen gemaakt. Ver weg van de maatschappij hebben ze hard gewerkt aan hun problemen en in deze veilige omgeving gaat het goed. In gesprekken over hun talent, dromen en wensen komt steeds weer naar voren dat ze zo graag van betekenis willen zijn voor een ander en contact willen hebben. Vandaag vertelt Elly over haar problemen bij de gasten en vrijwilligers van ‘Kom Er Bij’. Dagopvang voor de oudere bewoners, georganiseerd door het dorp. Ik word geraakt door haar eerlijkheid. Ik vraag Elly of ze haar dromen wil delen. “Jazeker!” Elly begint aanstekelijk te lachen. “Ik houd heel erg van oude mensen.” “Daar hebben we er hier genoeg van,” roept iemand uit de zaal. “Oh ja, en van koffiedrinken”, glundert ze.

Het openstaan voor anderen en het samen op zoek gaan naar wat we voor elkaar kunnen betekenen is absoluut een verdienste van de regio Noord-Limburg. Wat nog beter kan, is dat wij als zorgorganisaties energie steken in het leggen van de verbinding met de dorpen en wijken waar wij mensen met een zorgvraag ondersteunen. Het met elkaar in gesprek zijn, oog hebben voor elkaars talenten, wensen en dromen. Ik nodig u van harte uit om te kijken op “als je het mij vraagt” op Facebook of op www.alsjehetmijvraagt.nl waar we elke dag een filmpje van een waarmaker posten. Marcia Adams, directeur Dichterbij Dichterbij ondersteunt in het stroomgebied van de Maas mensen met een verstandelijke beperking, hun ouders en verwanten. In 2015 was Marcia Adams Zakenvrouw van het Jaar in Noord-Limburg.

GEZONDHEID|DEVERENIGINGLIMBURG P95

www.socialeagendalim


Limburg koploper bij overgewicht kinderen

Startup Stimuliz zoekt naar oplossingen Limburg is koploper als het gaat om kinderen met overgewicht. Kijk je naar de landelijke cijfers, dan heeft 14% van de kinderen overgewicht. Van hen heeft 2,6% obesitas. Dat is een chronische ziekte waarbij een zodanige overmatige vetstapeling in het lichaam bestaat dat dit aanleiding geeft tot gezondheidsrisico's. En meer dan 80% komt hier nooit meer vanaf. Dat kost de maatschappij € 2,5 miljard per jaar en ook dat cijfer stijgt. In Limburg is de situatie nog schrijnender, is dat percentage nog hoger en dus naar verhouding ook de kosten. Stimuliz is een startup in Parkstad die een bijdrage levert aan structurele oplossingen voor kinderen met obesitas op basis van informatie. Het bedrijf bestaat nu bijna 3 jaar en is gevestigd op de Brightlands Smart Services Campus in Heerlen. Bijna elk proces in onze maatschappij is informatiegestuurd. Wáárom de gezondheid van onze kinderen dan niet, vroegen de mensen van Stimuliz zich bij de start af. Die is namelijk van veel factoren afhankelijk. Heeft het kind overgewicht? Hoe gedraagt het kind zich in de groep? Wordt het gepest? Kan het goed mee tijdens de gymles? Scholen verzamelen deze informatie vaak al, maar dan gefragmenteerd. Deze Informatie en de onderlinge verbanden bieden inzichten die nog niet voorhanden waren. Zo ontstaat een persoonlijk gezondheidsprofiel, dat aandacht op maat mogelijk maakt. Daarnaast biedt deze verzamelde informatie inzicht in specifieke groepen, zoals bijvoorbeeld scholen, wijken en leeftijdscategorieën. Op basis van deze informatie kan vervolgens beleid worden ontwikkeld en getoetst. Volgens deze jonge sociale ondernemers zien gelukkig steeds meer gemeenten en scholen het belang in van sturing op basis van informatie. Sittard-Geleen, Brunssum, Roermond en Venlo zijn al partners. Daar zijn de eerste positieve veranderingen in de gezondheid van deze kinderen te zien. Maar de versnipperde aanpak in de provincie vindt Stimuliz pittig om mee te dealen. Elke gemeente zoekt naar eigen oplossingen voor haar specifieke situatie, terwijl er veel gemene delers aanwezig zijn. Stimuliz hoopt nu op een gezamenlijke aanpak en daarbij een rol te kunnen spelen. GEZONDHEID|DEVERENIGINGLIMBURG P96 www.socialeagendalimburg.nl


STAND-BY! Heerlen bewijst: samenwerken in de zorg, het kan echt In het najaar van 2015 stelden enkele zorgen welzijnsorganisaties en de gemeente Heerlen zichzelf en elkaar de vraag: ‘Wat kan anders, wat kan beter en waar lopen we tegenaan bij de Wmo-ondersteuning? En kunnen we elkaar vinden in een gezamenlijke ambitie?’

Het antwoord kwam er. Dat zorgde voor een aanpak met een voorbeeldfunctie voor niet alleen Limburg maar het hele land: STANDBY! Heerlen. Die gezamenlijke ambitie en visie werden gevonden tijdens een aantal co-creatiesessies. In een pilot in Hoensbroek werd in 2016 eerst de nieuwe manier van werken in de praktijk getoetst. Met succes. Die aanpak werd daarom uitgangspunt van een aanbesteding die ertoe heeft geleid dat vanaf 1 januari 2017 in Heerlen de Wmo-taken via één samenwerkingsverband van welzijns- en zorginstellingen zijn geregeld: STAND-BY! Heerlen. Coöperatie Erik Hoesbergen, voorzitter van het dagelijks bestuur, geeft aan wat STAND-BY! Heerlen zo bijzonder maakt: “Er is één bedrag voor één coöperatie van alle samenwerkende instellingen. Met als uitgangspunt: geen financiering meer op basis van het aantal contacten, maar op basis van het resultaat. Iedere burger van Heerlen kan een beroep op ons doen, zonder eigen bijdrage of indicatie. Dat kan vaak in de eigen wijk of buurt, want we hebben 14 teams die in heel Heerlen actief zijn. De medewerkers hebben allemaal hun eigen wijk of wijken. Daardoor leren ze de buurt en haar bewoners beter kennen, waardoor we de ondersteuning die we bieden natuurlijk weer beter op hen kunnen afstemmen.” Veel minder bureaucratie Verantwoordelijk wethouder Peter van Zutphen: “Dit is een unieke keuze in de zorgen welzijnssector, waar doorgaans wordt gekozen om de marktwerking en concurrentie tussen zorgaanbieders te stimuleren. In

Heerlen krijgen de professionals met de voeten in de modder door STAND-BY! Heerlen het vertrouwen en de ruimte om samen met de burger te regelen wat nodig is. We besparen op deze manier heel veel op bureaucratie." Ruimte voor cliënt en professional Een belangrijke rol vervulde ook Paul Schefman. Deze visionair en aanjager is voorzitter van de Raad van Bestuur van de LEVANTOgroep, die mensen in Midden- en Zuid-Limburg ondersteunt op het gebied van geestelijke gezondheid en maatschappelijke opvang. Hij is ook secretaris van het dagelijks bestuur van STAND-BY! Heerlen. “Dit gaat verder dan welk vergelijkbaar initiatief in Nederland dan ook. We ruimen alle elementen op die ons belemmeren om de juiste zorg en ondersteuning te verlenen. Van de schotten tussen organisaties tot de eigen bijdrage en gemeentelijke beschikkingen. Dit schept ruimte voor de cliënt en professional. Hier hebben we met z’n allen naar gezocht.” De breed gedeelde ambitie om dit marktbreed en integraal op te pakken, hebben de verkenners bij hun trektocht als een van de grootste parels op dit moment binnen het sociaal domein in Limburg ervaren. Een initiatief dat snel navolging verdient. De acht samenwerkende aanbieders van zorg binnen STAND-BY! Heerlen zijn: welzijnsgroep Alcander, Cicero Zorggroep, de LEVANTOgroep, de MeanderGroep, NOVIzorg, Radar, Gehandicaptenzorg Limburg en Oase. GEZONDHEID|DEVERENIGINGLIMBURG P97

www.socialeagendalim


GROENE HELD 2017: D’R MOOSTUIN IN BERG EN TERBLIJT D’r Moostuin in Berg en Terblijt is door IVN uitgeroepen als Groene Held 2017. D’r Moostuin wil jongeren, ouderen, inwoners, bedrijven, zorgcentra en scholen, ofwel de lokale samenleving met elkaar verbinden door middel van een duurzame belevingstuin. Een gezonde en lokale voedselvoorziening als ontmoetingsplek, midden in het dorp, waar van alles gezonds te beleven is voor jong en oud. Top!

ROERMOND STEEDS DEMENTIEVRIENDELIJKER Roermond heeft aandacht voor dementie. De stad wordt steeds dementievriendelijker. De gemeente geeft publieksvoorlichting in samenwerking met vrijwilligers over dementie en hoe je het herkent. En vooral ook hoe je er mee om moet gaan. Winkels, horeca en een vervoersbedrijf zijn inmiddels ondersteund met een branchegerichte training. Zo kunnen ook mensen met dementie blijven deelnemen aan onze samenleving.

EETPUNTEN IN MAASGOUW Uit de vraag van inwoners om vaker samen te eten en sociaal contact te hebben zijn ook in Maasgouw eetvoorzieningen ontstaan. Vrijwilligers bereiden, vaak samen met ondernemers, een maaltijd voor waar inwoners tegen betaling gebruik van kunnen maken. Na het eten is er ruimte om gezellig na te praten, een kaartje te leggen, een wandeling te maken of een spelletje te doen. Alle kernen in Maasgouw hebben een eigen eetpunt. Elk dorp organiseert het op zijn manier.

HART VOOR VOERENDAAL Samen wandelen in de mooie omgeving van onze gemeente: Hart voor Bewegen... Een concert bezoeken van één van de getalenteerde Voerendaalse zangkoren: Hart voor Cultuur... Je eenzame buurman of buurvrouw meenemen naar een leuke activiteit in het wijksteunpunt: Hart voor Elkaar... Deze nieuwe benaderingen van het begrip gezondheid staan centraal tijdens de campagne ‘Hart voor Voerendaal’. Ze sluiten helemaal aan bij de nieuwe stroming van ‘Positieve Gezondheid’. Wethouder Patrick Leunissen: ‘’Het welzijn van alle Voerendalers gaat mij aan het hart. Ook onze inwoners hebben veel talent en kwaliteit. Het doel van tal van activiteiten in onze gemeente zal de komende maanden zijn dat iedereen deze kwaliteiten kan en mag benutten, want dat maakt je leven fijn en zinvol. Hierdoor voel je je ook gezonder. Mijn oproep: geloof in jezelf en in je eigen talenten en werk met ons mee aan een Positief gezond Voerendaal.’’ Hart voor Voerendaal: https://vimeo.com/201848068

GEZONDHEID|DEVERENIGINGLIMBURG P98 www.socialeagendalimburg.nl


OOG VOOR DE MANTELZORGER IN ROERMOND EN SWALMEN In november 2015 vond in Roermond de aftrap plaats van de campagne ‘Oog voor de mantelzorger’. In de vorm van gesprektafels werd de dialoog opgezocht met de omgeving van mantelzorgers en de mantelzorgers zelf. De gemeente Roermond organiseerde de eerste gesprekstafel. Daarna namen andere organisaties het stokje met succes over. Veel belangstelling voor gesprekstafel Zo ook Joke Geraerdts van het Servicepunt Swalmen. “Dit Servicepunt is een informatievoorziening door vrijwilligers in Swalmen. Inwoners kunnen hier terecht met allerlei vragen op het gebied van financiën, welzijn, wonen en zorg. Het was even zoeken naar de aanpak, de onderwerpen en hoe we mensen konden motiveren deel te nemen aan de gesprekstafels. Onze aanpak was een schot in de roos. We zochten de samenwerking met een lokale zorginstelling St. Jan Baptist en maakten gebruik van hun ruimte. Het voordeel was dat op deze plek veel mantelzorgers komen. Zorgprofessionals en vrijwilligers informeerden mantelzorgers tijdens de gesprekstafel waaraan meer dan 60 inwoners uit Swalmen deelnamen. Zoveel belangstelling hadden we niet verwacht.”

LEISUREPARK IN DE BANDERT IN ECHT In Echt is het vernieuwde zwembad ‘In de Bandert’ in gebruik genomen. Maar er zijn nog veel meer ontwikkelingen op deze locatie gepland. Uiteindelijk zal leisurepark in de Bandert een familiepark zijn dat toegankelijk is voor iedereen. Bij de renovatie is ook rekening gehouden met een multifunctionele dagbestedingsruimte voor bijzondere doelgroepen. Wethouder Geert Frische: “Zo zijn er vergevorderde plannen om er een project met dementerenden en hun mantelzorgers onder te brengen. In de directe omgeving komen aangepaste beweegtoestellen en fitness-voorzieningen. Het speciaal aangelegde therapiebad, ook wel doelgroepenbad genoemd, is geschikt voor kinderen, senioren, mensen met een beperking en bezoekers met klachten zoals reuma, artritis en harten vaatproblemen.

Krachten bundelen Joke gaat verder: “Het was duidelijk dat het thema leeft in Swalmen en er ook veel mantelzorgers zijn. We hebben daarom extra acties ondernomen. De vrijwilligers van het servicepunt hebben een scholingsbijeenkomst gehad van het Steunpunt Mantelzorg. Inwoners kunnen nu ook hier terecht voor informatie over mantelzorgondersteuning. Binnenkort gaat ook het sociale wijkteam van de gemeente Roermond spreekuur houden op dezelfde locatie. Hierdoor kan er een unieke samenwerking ontstaan tussen informele en formele ondersteuning. We willen graag vooral praktische en laagdrempelige informatie en steun bieden aan medebewoners van Swalmen. Er is een enthousiaste groep vrijwilligers, die graag zou willen samenwerken met andere partners in Swalmen. Zo weten we van elkaar wat we doen, kunnen we dingen samen organiseren en kunnen we krachten bundelen.”

ZORG OM NAASTEN IN LOMM In de kleine gemeenschap Lomm is de ZON een begrip geworden. De ZON verzorgt een dagvoorziening op dinsdag voor ouderen, mensen met een beperking en iedereen die niet meer van het reguliere aanbod van de Lommse verenigingen gebruik kan maken. Daarnaast is er een vrije inloop op vrijdag voor iedereen. Alle activiteiten in de ZON worden geheel door 23 betrokken vrijwilligers georganiseerd en ondersteund door de gemeente Venlo.

Versterking van mantelzorgers In totaal vonden in 2016 tien gesprekstafels plaats met een afsluitend congres in november. Tijdens dit congres hebben alle betrokken organisaties een concrete intentie uitgesproken over wat zij in 2017 gaan doen ter versterking van mantelzorgers. Oog voor mantelzorgers, niet alleen door de gemeente maar door de hele gemeenschap. Dát is waar gemeente Roermond samen met haar partners, vrijwilligers en professionele organisaties aan werkt.

GEZONDHEID|DEVERENIGINGLIMBURG P99

www.socialeagendalim


Peel en Maas hét voorbeeld van Zelfsturing 3.0 Tijdens hun lange trektocht door Limburg hebben de verkenners al heel wat keren opgedane kennis meteen gedeeld. Als het onderwerp aan tafel ‘zelfsturing’ betrof, suggereerden zij al snel contact op te nemen met de collega’s van Peel en Maas. Deze gemeente ontstond in 2010 uit de fusie van de gemeenten Helden, Kessel, Meijel en Maasbree. Maar al tien jaar daarvoor werd in de ontwikkelingsvisie van de toenmalige gemeente Helden over zelfsturing gesproken. Daar zijn ze in Peel en Maas trots op en alle opgedane kennis en ervaringen willen ze graag delen.

ZELFSTURING

Roland van Kessel is wethouder vitale gemeenschappen Peel en Maas. Hij legt in het voorwoord van het uitstekende boek ‘Zelfsturing 3.0’ – online gratis te downloaden – de drie fases uit die Peel en Maas in 15 jaar op het gebied van zelfsturing heeft doorlopen.

ZELFSTURING 1.0 “De eerste tranche van dorpsontwikkelingsvisies, zeg maar zelfsturing 1.0, was vooral gericht op fysieke projecten. Zoals de bouw of verbouwing van gemeenschapshuis, school, inrichting van de dorpskern of verfraaiing van het dorpsbeeld. Bij deze projecten kwamen de ideeën op tafel in gesprekken van inwoners van de dorpskernen, terwijl de gemeente een belangrijke rol speelde bij de realisatie van de fysieke voorzieningen.

ZELFSTURING 2.0 ZELFSTURING|DEVERENIGINGLIMBURG P100 www.socialeagendalimburg.nl

Spoedig kwam hier de aandacht voor sociale ontwikkelingen bij, zoals voorzieningen voor ouderen, aandacht voor het welzijn van alle inwoners: zelfsturing 2.0. De rol van de gemeente veranderde steeds meer richting het faciliteren van inwoners om deze sociale projecten uit te kunnen voeren. Het onderscheid in eigenaarschap – ‘Wat is van wie?’ - werd steeds sterker gemaakt. De dorpskernen gingen steeds meer over hun eigen identiteit en toekomst.

ZELFSTURING 3.0 De laatste jaren komt zelfsturing 3.0 in beeld: de dorpsgemeenschappen focussen zich meer en meer op hun ‘mentale staat’. Hierbij gaat het om vragen als: hoe groeien kinderen en jeugd op in ons dorp? Hoe leven en wonen generaties samen? Hoe kunnen verenigingen samenwerken? Wat voor dorp willen we over 10 jaar zijn? De drie generaties zelfsturing kennen in iedere dorpskern een ander verloop en een ander ritme. Een dorpsgemeenschap bepaalt zelf haar tempo waarin ze de verschillende stadia van zelfsturing doorloopt.

ZELFSTURING IN 10 ASPECTEN Geert Schmitz is strateeg van de gemeente Peel en Maas. De man bij uitstek om te vragen of hij de essentie van zelfsturende vitale gemeenschappen wil benoemen. En vooral ook hoe de overheid zich daartoe kan verhouden. Zijn handreiking vat hij in 10 aspecten samen.

1. COMMUNICATIEVE ZELFSTURING Het bepalend systeem in deze tijd van individualisering is het geldkapitalisme met twee leidende ankerpunten voor het leven: je moet het maken en je moet genieten (consumeren). Je ziet dit perspectief terug in het ontbreken van samenhang in een gemeenschap en de vele zich manifesterende tegenstellingen: hyperdruk versus vereenzaming; werk versus werkloos; hoog versus laag opgeleid; vermogend versus arm. De typering van deze gemeenschap is samenloos. Als reactie op die tijdgeest zien we nu de ontluikende fase van communicatieve zelfsturing. Kenmerkend is het collectieve, gedragen door een zelfbewuste mens die zelf het startpunt wordt van beslissingslijnen en handelingen. Mensen zetten zich voor elkaar in. De vele benoemde parels van de Verkenners in dit magazine zijn daar een prachtig bewijs van. Een andere overheid, de communicatieve overheid, is nodig om de gemeenschap te kunnen ontmoeten in deze nieuwe rol. Daarin laat die overheid zich zien als gelijkwaardig partner. Ze is niet de baas, laat overheidsregels thuis en sluit aan op zich manifesterende - soms nieuwe, soms bestaande - gemeenschappen.

2. TOEKOMSTGERICHT DENKEN Een vitale gemeenschap is een gemeenschap die zich een toekomstgerichte vraag stelt. Een gemeenschap die als gemeenschap bewust een eigen, zelfbepaalde toekomstige positie kiest. De vele dorpsvisies van de kernen van Peel en Maas zijn daar sprekende voorbeelden


van. De overheid kan deze toekomstgerichte vragen stimuleren door aandacht te geven aan de inzet van mensen en door op aanvraag ondersteuning te bieden en kennis beschikbaar te stellen. Zonder het proces te sturen of de agenda te bepalen. Dat doet ze juist niet.

3. HEELHEID Het collectieve van een gemeenschap, vanuit positieve emoties en actieve passies, wordt een steeds krachtiger factor. Gemeenschappen zijn niet een groep mensen met allerlei problemen, juist niet. Iedereen is anders en juist dat is waardenvol. Iedereen telt mee, verscheidenheid en diversiteit zijn voorwaarde voor actie en voor heelheid. Als iedereen precies hetzelfde is, gebeurt er niets. Vanuit de overheid hebben we voortdurend de neiging te denken in doelgroepen, in silo’s als metafoor. Denk aan ons sociaal beleid. Steeds zijn we bezig met het etiketteren en daarop een normatief beleid los te laten. Zeker op het gebied van gezondheid (preventie) zijn de etiketten en doelgroepen niet meer te tellen. En het effect? Juist ja, we slopen de heelheid en denken dat een gemeenschap pas vooruit kan als we er problemen uitgeknipt hebben. Het daadwerkelijk effect is het bevorderen van samenloosheid.

4.IDENTITEIT De individualisering en het doelgroepenbeleid maakt het collectieve zwakker. De globale economie zorgt ervoor dat we nergens meer bij horen (anywhere). Er is wrijving nodig: tegentrends en waarden die het collectieve weer perspectief geven (somewhere). We zien dit laatste op veel plaatsen ontluiken. De overheid heeft een perspectief nodig om dit nieuwe tegemoet te treden. Dat kan door sociale duurzaamheid en sociale diversiteit te omarmen. Het vraagt van de overheid ook het aangaan van relaties van hoge kwaliteit, vanuit de context en waarden van de gemeenschap.

5. VERTROUWEN Vertrouwen is een heel belangrijk facet van de gemeenschap. Dat vertrouwen moet onderling groeien. Dat lukt vaak ook wel omdat de natuurlijke houding er een is van empathie. Je helpt de ander en doet dat in het vertrouwen dat dit wederkerig is. Je weet dat je elkaar nodig hebt. Vertrouwen in de overheid is een belangrijk punt. Als je als overheid steeds opnieuw wordt gemaand om problemen op te lossen en je daarbij ook nog aangeeft ‘als ik jou iets geef, heeft de ander er ook recht op’, dan ontstaat er een eenzijdige relatie. De burger vraagt, de overheid draait. En ja, dat draait vast zoals we weten. Volwassenheid in de relatie, diversiteit als logisch perspectief, zelden zijn twee dingen gelijk… Dát moet verinnerlijkt worden. Je krijgt wat volgens de kaders van de overheid redelijk is. En je krijgt ook iets niet als dat erbuiten valt. Transparantie van raadskaders en uitvoeringsbeleid van het college is heel belangrijk en consequent zijn hoort daarbij.

6. SYNCHRONICITEIT Overheden en maatschappelijke partijen moeten gezamenlijk de nieuwe tijdgeest tegemoet treden. Iedereen vertelt hetzelfde verhaal over zelfsturing , dat is de kunst. Dat vraagt andere verhoudingen met maatschappelijke partijen die zijn gebaseerd op partnership en vertrouwen. Zelfsturing kan alleen slagen als alle delen van de driehoek - gemeenten, maatschappelijke partijen en burgers - in dezelfde richting gaan lopen. Er is massa nodig om de beweging naar meer collectiviteit robuust te maken.

neer je alleen maar problemen ziet en daar in silo-denken op focust, dan kun je best wel een smart geformuleerde goede prestatie leveren, maar dan help je de leefwereld waarschijnlijk niet. Soms is overheidshandelen noodzakelijk en maatschappelijke partijen hebben ook nadrukkelijk een rol. Maar ben je bewust van je eigen deel en de logica die systemen in zich dragen. Wij denken en werken als overheid in managementtaal met een vaak wettelijk bepaalde planningstijd. Dat is fundamenteel anders dan het leefwereld-ritme.

9. OP OVEREENSTEMMING GERICHTE COMMUNICATIE

7. OPBOUWWERK Het uitgangspunt is: gemeenschappen richten zelf hun leefwereld in en bepalen daarmee zelf de koers van de gemeenschap. Gemeenschappen geven ook zelf hun grenzen aan. Professionals hebben vanuit hun expertise vaak de neiging dat voor de gemeenschap te doen. Dat maakt ons als gemeenschap afhankelijk en dat willen we niet. We hebben behoefte aan een ondersteuner die genererende vragen stelt en ons helpt bewust te zijn van ons eigen vermogen. De overheid en maatschappelijke partijen vullen desgevraagd aan op wat de gemeenschap aangeeft dat ze niet kan. Dat aanvullen waar nodig, is een belangrijke zekerheid die gemeenschappen sterk maakt en vertrouwen schenkt in wat ze wel kunnen. En ook dat aanvullen kan zo worden ingericht dat het de logica van de wijk of het dorp ondersteunt.

8. HET LEEF-EN SYSTEEMWERELDPERSPECTIEF De leefwereld heeft een eigen logica. De leefwereld verzamelt zich rond een eigen identiteit die (vaak verborgen) zit in gedeelde waarden. Help de leefwereld dat eigen perspectief te zien door er aandacht aan te geven. De leefwereld heeft een eigen ritme, een eigen werkelijkheid en een eigen leervermogen. Dat staat totaal los van de planningstijd. Heb daar oog en respect voor. Voor de overheid is het zien van dat verschil van eminent belang om überhaupt die aandacht te kunnen geven aan de leefwereld. Wan-

In een gemeenschap is het belangrijk dat een aantal mensen de kar trekt. Wanneer dat in de context van belangen gebeurt, zie je de zogenaamde ‘dorpspastoors’ ontstaan. Mensen die heel vaak op stap gaan om iets binnen te halen voor de gemeenschap. Ze keren dan wel of niet met succes terug van een gesprek aan het bureau van de wethouder of de directeur van de corporatie. Dat moet anders. De ideale leefwereld wordt gedragen door mensen die het proces van ontwikkeling begrijpen en die in staat zijn de gemeenschap te verbinden met communicatie die gericht is op dialoog en verbinding. Die het weet, mag het zeggen en niemand is de baas. Voorkom als overheid dat je de dorpsoverleggen in de positie brengt van belangenvertegenwoordigers. Die valkuil is heel groot. Wanneer je als overheid burgers wilt uitnodigen om mee te denken over overheidsdingen, steek dan de roeptoeter omhoog en nodig zelf uit. Voorkom dat de wijk of het dorp weer gaat kijken wat ‘zij’, die altijd met de overheid praten, ervan terechtbrengen.

10. EIGENAARSCHAP EN FASEN Het onderstaand schema met verschillende activiteiten waarbij de rolverdeling tussen gemeenschap en overheid duidelijk is, helpt de gemeenschap en de overheid om met elkaar en in de eigen kring het gesprek te voeren.

EIGENAARSCHAP

Openbaar domein

Publiek domein

Type 1 activiteiten: gemeenschap is eigenaar Type 2 activiteiten: gemeenschap is eigenaar en gemeente of maatschappelijke partij levert bijdrage Type 3 activiteiten: gemeente of maatschappelijke partij is eigenaar en burgers leveren bijdrage

= zelfsturing

= interactief beleid/uitvoering

Type 4 activiteiten: gemeente of maatschappelijke partij is eigenaar

Bij type 2 en 3 is er dus in de regel veel contact. De gemeenschap is het oranje deel. Bij type 1 zijn ze zelf helemaal alleen aan zet. Bij type 2 helpt de overheid, maar het eigenaarschap ligt in de gemeenschap. De overheid is het blauwe en groene deel. Bij type 3 nodigt de overheid de burgers uit om het overheidsproduct mee te bedenken, te maken en/of te beheren. Het gaat dan om interactief beleid. Bij type 4 is alleen de overheid aanzet en functioneert het politieke bestuur op basis van de eigen politieke voelhorens. Het college handelt met gezag op basis van communicatie die gericht is op begrip. ZELFSTURING|DEVERENIGINGLIMBURG P101

www.socialeagendalim


Zelfsturing in het Heuvelland ‘Een boeiende worsteling, maar we maken progressie’

Ook bij het thema zelfsturing zagen de verkenners grote verschillen tussen Noord, Midden en Zuid en tussen steden en dorpen. Alle reden dus om na de juichverhalen in Peel en Maas over Zelfsturing 3.0 af te zakken naar het Heuvelland. Hoe zit het met die zelfsturing in bijvoorbeeld Vaals en Gulpen-Wittem? De eerste ideeën over zelfsturing worden in Gulpen-Wittem in 2011 beschreven in de nota ‘Ik ben omdat wij zijn.’ Daarin wordt zelfsturing gezien als middel om de leefbaarheid en vitaliteit in de vele kernen te verhogen. En die burger weet zelf wel welke knelpunten er spelen in zijn omgeving en hoe die samen met de gemeente kan worden opgelost. ‘Het is aan de gemeente en het maatschappelijk middenveld om burgers hiervoor het vertrouwen, de ruimte en zo nodig de handvatten aan te reiken,‘ zo staat in die nota. Dat betekent dus ook in Gulpen-Wittem voor de lokale overheid faciliteren in plaats van regelen en voorschrijven, en ondersteunen en enthousiasmeren in plaats van pamperen. Voormalig gemeentesecretaris Leonard Keulemans, een mensenmens die makkelijk contacten legt, wordt voor dat doel de nieuwe interne coördinator Leefbaarheid. Hij heeft het totaaloverzicht van alle projecten in de kernen, is het eerste aanspreekpunt en de herkenbare schakel tussen gemeente en burgers. Die keuze kent veel voordelen. Het gevaar ligt op de loer dat binnen de gemeente de projecten te veel als iets van deze coördinator worden gezien. Keulemans vertelt in het gesprek met verZELFSTURING|DEVERENIGINGLIMBURG P102 www.socialeagendalimburg.nl

kenners enthousiast over de voortgang van zelfsturing in kernen als Partij, Wahlwiller en vooral Slenaken, maar durft ook de pijnpunten te benoemen. Hij constateert in november 2016 dat in het hele zelfsturingsproces de kernen verder zijn dan de gemeentelijke organisatie. Voor een aantal ambtenaren gaat het te snel. Er is ook vergeten deze ambtenaren voldoende mee te nemen in alle facetten die de transitie naar zelfsturing met zich meebrengt. Dat geldt eveneens voor de raad. Bij zelfsturing krijgen ook raadsleden een heel andere rol en daar is niet iedereen gelukkig mee. Raadsleden zijn ook in het Heuvelland gewend zelf projecten te bedenken of aan te dragen en daarmee stemmen te werven. Loslaten betekent dat je veel minder het succes van een project in ‘jouw’ kern(en) kunt claimen. Dat geldt tevens voor wethouders. Ook zij moeten in de communicatie leren het succes van projecten nadrukkelijker te gunnen aan de zelfsturingsgroepen in de kernen. Als onlangs huis-aanhuis de krant ‘Samen Doen’ over alle gemeentelijke projecten binnen het sociale domein in de brievenbus ligt, komt de verantwoordelijke wethouder nadrukkelijk ‘in beeld’. Een heel essentieel pijnpunt is wat er uiteindelijk met de opbrengst van de zelfsturing in

de kernen gebeurt. De gemeente vraagt aan de kernen om niet met louter kleine fysieke projecten te komen, maar met een overkoepelend dorpsontwikkelingsplan (DOP). Daaraan zitten vaak nogal wat financiële consequenties vast. Daardoor zie je vaak te weinig of zelfs niets van zo’n dorpsplan terug in het uiteindelijk beleid. Burgers, vaak vrijwilligers uit de buurt, haken teleurgesteld af. Maar dan wordt het 1 december 2016. De raad – en niet het college – heeft alle kernoverleggen uitgenodigd om in Epen te komen vertellen hoe het nu echt met de zelfsturing gaat. Er wordt zeker niet met modder gegooid, maar de toon is kritisch. Vooral het ontbreken van heldere kaders komt die avond steeds aan de orde. Soms is dat al de doodsteek voor de betrokkenheid van burgers in een kern. Toch wordt er een zaadje geplant dat volgens Keulemans op dit moment al tot een gezonde en stevige zelfsturingsplant is uitgegroeid. De kernoverleggen besluiten na die avond namelijk de krachten te bundelen. De GK is een feit: de Gezamenlijke Kernoverleggen. In korte tijd komt er een Actieplan dat zo ambitieus is dat geheel volgens het oud denken er een besloten raadsconferentie komt. Maar nu is de GK de


'In Vaals denken we soms aan lasso's om de ambtenaren te kunnen 'vangen' die niet meer achter hun bureau te vinden zijn, maar in de buurten en kernen.' initiatiefnemer om op 11 mei in de kern Partij de raad uit te nodigen om samen af te spreken hoe het nu met die zelfsturing verder moet. Er worden die avond flinke stappen gezet. Het lijkt erop dat er een externe coördinator komt die de GK gaat ondersteunen. De kernoverleggen besluiten regelmatig bij elkaar op bezoek te gaan om van elkaar te leren. Als positief wordt ook ervaren dat de gemeente bereid is het budget behoorlijk te verhogen waarmee de GK zelfstandig binnen de samen afgesproken kaders kunnen werken. Het is een mogelijkheid voor de gemeente om een stap te zetten richting ‘meer loslaten’. Sabine Meuzelaar, de beleidsambtenaar Wmo en Welzijn, noemt wel nog een pijnpunt. De huidige subsidieverordening is gebaseerd op een gelijkmatige verdeling van de subsidiegelden over de kernen. Maar door zelfsturing verschillen de aard en omvang van de projecten in de kernen. Dat houdt in dat de kaders van de subsidieverordening ook moeten worden aangepast aan het gevraagde maatwerk. Ook dat is een cultuuromslag, vraagt een andere manier van denken. Accepteert de ene kern dat de andere kern meer krijgt? Accepteren raadsleden dat? Ook Sabine vindt dit omdenken niet eenvoudig in haar rol als beleidsadviseur. In het gesprek met de verkenners komt de vraag op tafel in hoeverre zelfsturing wel democratisch is. Raadsleden zijn gekozen. De sleutelfiguren bij de zelfsturing in de kernen zijn dat niet. Er wordt wel opgemerkt dat het ‘zelfreinigend

vermogen’ in kleine kernen vaak voldoende is als niet de juiste mensen zich binnen dit zelfsturingsproces profileren.

geletterdheid in samenwerking met de lokale bieb. Men zou meer willen doen, maar het geld daarvoor ontbreekt.

Een andere herkenbare worsteling: wat gebeurt er met de genomen maatregelen als er straks na de komende verkiezingen weer een ander college zit met nieuwe beleidsplannen en ankerpunten? Hoe borgen andere gemeenten de duurzaamheid van het huidige beleid in het Sociaal Domein, vraagt men zich af. Gulpen-Wittem heeft bijvoorbeeld op verschillende domeinen een strategie gekozen die afwijkt. Zo zijn er bij jeugdzorg meer hulpverleners in dienst genomen om zo vroeg mogelijk het kind met problemen in beeld te krijgen en zo veel problemen voor te zijn.

Volgens Gulpen-Wittem is de gewenste nieuwe aanpak zo samen te vatten:

De uitvoeringsbudgetten voor jeugdzorg liggen in deze gemeente dan ook hoger dan de landelijke standaard. Een bewuste keuze, maar hoe borg je dit? In Gulpen-Wittem horen we als verkenners ook kritische geluiden richting provincie. “Als de provincie burgerparticipatie- en zelfsturingsprojecten in het kader van de Sociale Agenda daadwerkelijk zo belangrijk vindt, dan zou daarvoor meer provinciaal geld vrij moeten worden gemaakt. In Gulpen-Wittem moet de aandacht over alle kernen worden verdeeld. Voor zulke projecten zijn de middelen vanuit de provincie op dit moment niet toereikend. Dat geldt in deze gemeente bijvoorbeeld voor de aandacht die men graag wil geven aan laag-

F De provincie moet eerst samen met gemeenten duidelijke kaders formuleren; F Daarna dienen de gemeenten meer geld te krijgen voor hun sociale agenda; F Vervolgens geef je als provincie diezelfde gemeenten meer ruimte om het te voeren beleid binnen die kaders uit te voeren en te faciliteren; F Uiteraard moet dat gekoppeld worden aan een stevige financiële en inhoudelijke verantwoording achteraf.

VAALS PAKT HET OP EEN EIGEN WIJZE AAN In het kleinere Vaals wordt er wat anders over zelfsturing gedacht. Burgemeester Reg van Loo zegt bij ons bezoek: ‘We hebben hier een gouden meetlat: doen we al het mogelijke wat het welbevinden van onze burgers ten goede komt? Als je steeds opnieuw antwoord op die vraag wilt krijgen – en dat willen we – dan betekent dat automatisch dat je die burgers elke dag opnieuw moet opzoeken. Dat doen we zoveel mogelijk.” Gemeentesecretaris John Bertram beaamt dat. ‘Ik hoor wel eens van colZELFSTURING|DEVERENIGINGLIMBURG P103

www.socialeagendalim


lega’s dat hun ambtenaren zo’n moeite hebben om achter hun bureau uit te komen. In Vaals hebben we eerder de neiging om lasso’s aan te schaffen om al die ambtenaren te vangen die weer buiten aan het werk zijn…”

Zelfsturing is weten wat je wilt en hoe je die doelen kunt bereiken. Bepalen andere mensen die doelen voor jou, maar maak jij de keuzes op de route naar het bereiken ervan, dan gaat het om zelfregulering. In heel wat gemeenten in Limburg wordt dat door de lokale overheid door elkaar gehaald, zo constateerden we als verkenners. Dat roept uiteindelijk frustratie bij inwoners op.

DE VAALSER MANIER Monique Kerbusch, sectorhoofd maatschappij: “Wij moeten er dan voor zorgen dat ze niet overspoeld worden met het schrijven van dikke nota’s en veel te veel administratieve werkzaamheden. We zoeken elkaar en de burger zoveel als mogelijk op om zo de echte dialoog aan te gaan. Dat is de Vaalser manier van werken. Wij profiteren binnen het sociaal domein ook optimaal van de kleinschaligheid. We winnen veel tijd omdat we met een klein team zijn en hierdoor snel integraal schakelen en snel verbindingen maken. Dat is ook zo met de zelfsturing in onze kernen. Door onze vele contacten met de burgers in hun eigen omgeving voelen, weten, horen en zien we wat er nodig is om hen te ondersteunen. Individueel maar ook als kern. Dat geldt voor raadsleden, ambtenaren,

hulpverleners of maatschappelijke organisaties. Die korte lijnen en kleinschaligheid werken ook door in de samenwerking binnen het college. In grotere steden zie je wethouders en afdelingsdirecteuren zich helemaal focussen op hun eigen beleidsgebied. Hier zijn die schotten dus niet. Dat zorgt vanzelf voor een natuurlijke integrale aanpak.”

ARMOEDE Reg van Loo: “Ik ken de namen en de families van de jongeren die voor overlast kunnen zorgen, spreek hen ook rechtstreeks aan. En anders doet dat bijvoorbeeld ook Rob Meijs, onze sociale boa. Dat is jeugdzorg op maat in Vaals. Iemand die precies weet hoe hij mensen in bepaalde situaties moet aanspreken en tegelijk altijd een luisterend oor heeft. De gemeenschapszorg zit bij onze medewerkers diep. Maar we hebben het nu over onze manier van werken, de interne cultuur. Daarmee willen we beslist niet het beeld oproepen dat hier in Vaals alles vlekkeloos verloopt. Hier wonen bijvoorbeeld te veel mensen die met armoede te maken hebben. De armoedecijfers voor Vaals kloppen niet helemaal. Inwoners die in Duitsland werken en daar belasting betalen, zie je niet terug in de statistieken. Armoede is hier weinig zichtbaar. Echte achterstandswijken hebben we niet. Het zit achter de voordeur.” Maar dat Vaals een armoedeprobleem heeft, ontkent de burgemeester niet. Zo zei hij in een NRC-interview: “De sluiting van de textielindustrie en de mijnen werkt nog altijd door. En gek genoeg lijkt het alsof de grenzen de afgelopen decennia harder zijn geworden. Net na de oorlog werd er makkelijker in Duitsland en België gewerkt dan nu. Dat is een van de redenen waarom ik voorstander van een tweetalige basisschool (Nederlands/Duits) in Vaals ben,

maar dat besluit ligt niet bij ons. Nu gaat ook vanuit de provincie te veel geld versnipperd naar allerlei leuke talige projectjes.” Dat herkent ook wethouder De Graauw: “Door onze ligging zitten ook veel kinderen uit Vaals in België op school. Wij investeren heel veel in jeugdzorg. De ene keer op een orthodoxe wijze door extra subsidie te verstrekken voor de jeugdleden van onze vereniging. De andere keer door het ondersteunen van jongerenwerkers die op een heel eigen manier zich voor hun doelgroep inzetten. Of in de vorm van extra participatiegelden voor kinderen uit arme gezinnen en extra middelen voor de monitoring van de jongeren die het niet makkelijk hebben. Met België is het moeilijk hierover afspraken te maken. In feite beginnen jongeren weer bij nul wat zorg betreft als ze die overstap maken. Onze buren vinden het moeilijker om wat flexibeler met regels om te gaan. Wij gaan uit van het principe: ‘Je krijgt in Vaals de ondersteuning die je nodig hebt.’ Dat is in België een brug te ver. Bij het streven naar zelfsturing is die flexibiliteit in denken, naast dat directe contact, juist een voorwaarde.”

KEUZE BURGERS Monique Kerbusch spreekt met trots over de manier waarop Vaals inzet op actief burgerschap. “Ook daar hebben we een eigen kijk op. We denken niet vanuit een vast systematisch kader, maar vanuit de context van het onderwerp of de locatie. Dit houdt in dat initiatieven niet ontstaan vanuit ‘organieke’ systemen of organisaties, maar door het samenbrengen van mensen met bepaalde interesses en affiniteit rond een thema. Vaals kiest voor actief burgerschap op maat. Niet de gemeentelijke maat, maar de maat waarvoor burgers zelf kiezen.”

VERENIGING KLEINE KERNEN LIMBURG: VRAAGBAAK VOOR GEMEENSCHAPSVORMING Van Vaals tot Mook zetten meer dan 110 bewonersorganisaties in Limburg zich in om de leefbaarheid van hun dorp te versterken. Ze noemen zich dorpsraad, dorpsoverleg, dorpsforum of dorpscoöperatie. 103 van hen zijn lid van de Vereniging Kleine Kernen Limburg (VKKL). Samen met de leden heeft de VKKL veel kennis en ervaring rond gemeenschapsvorming. Het gaat er steeds om hoe bewoners zich mobiliseren rond de vraagstukken die zij belangrijk vinden. Dat begint vaak met het maken van een dorpsvisie, samen met het dorp. De thema’s daarin veranderen met de tijd. De ene keer gaat het over vervoer, de andere keer over zorg of over de school die moet sluiten. Het gemeenschapshuis vervult een belangrijke functie. Daarom kent de VKKL een aparte ondersteuningsafdeling voor gemeenschapshuizen, Spirato. In verband met de sterke opkomst van zorginitiatieven kent de VKKL ook een Knooppunt Zorgen voor elkaar Limburg. Tweejaarlijks organiseert de VKKL samen met andere maatschappelijke organisaties een LimburgLab. De VKKL ondersteunt de bewonersorganisaties bij allerlei vragen. Bijvoorbeeld: hoe haal ik de wensen van de bewoners op in mijn dorp? Of hoe organiseer je een bewonersinitiatief? Ook gemeenten kloppen aan met vragen, bijvoorbeeld hoe zij het beste met de participatiesamenleving kunnen omgaan. Via Inspiratiebijeenkomsten en andere communicatiemiddelen wordt kennis uitgewisseld. Het werkt nog altijd het beste als de ene dorpsraad van de andere hoort hoe zij een vraagstuk hebben opgelost waar ze allebei mee zitten. ZELFSTURING|DEVERENIGINGLIMBURG P104 www.socialeagendalimburg.nl


LEEFBAARHEID KERNEN LANDGRAAF

KOKEN IN DE PASSART

De gemeente Landgraaf is al geruime tijd bezig met het stimuleren en faciliteren van maatschappelijke initiatieven. Uitgangspunt is dat het initiatief bij de inwoners ligt en een bijdrage levert aan de leefbaarheid en sociale samenhang in de buurt en betrokkenheid van diezelfde inwoners. Gaat het erom de buurt sterker te maken, kan er een beroep worden gedaan op het lokale burgerinitiatievenfonds. De voorstellen worden niet alleen ingebracht maar ook beoordeeld door inwoners. De rol van de gemeente is enkel stimulerend en faciliterend.

Het Plataanplein heeft zich ontwikkeld tot het sociale hart van Heerlen Passart. De meest laagdrempelige en informele hulp wordt in deze buurt verzorgd door buurtsteun het Plateintje. Deze vrijwilligers houden een oogje in het zeil, organiseren activiteiten en brengen mensen die hulp nodig hebben in contact met andere buren die deze hulp kunnen bieden. Elke dinsdag organiseert vrijwilliger Fred Pol de kookclub. Samen met vaste kookhulpen wordt een gezond driegangenmenu bereid. Fred Pol: ‘’Voor veel mensen in de Passart is dit vaak de enige warme maaltijd in de week. Maar dat is niet het enige wat telt. De kookclub is gezellig. Iedereen doet mee, zelfs met de afwas. En pas rond een uur of acht gaan de meeste mensen weer naar huis. Elke week. Een teken dat zij de avond op prijs stellen.’’ Mensen komen op deze manieren met elkaar in contact, spreken iets af en helpen elkaar ook.

Het eerste gehonoreerde burgerinitiatief was de Brokkelze Broest dat de saamhorigheid en daarmee de leefbaarheid in het dorp Rimburg moest bevorderen. De bedachte middag en avond stonden in het teken van een gezellig samenzijn en een sportieve activiteit, waarbij de deelnemende teams van de lokale verenigingen zich eerst in een ludiek defilé aan burgemeester Raymond Vlecken presenteerden voordat ze de onderlinge strijd aangingen.

ZELFSTURING|DEVERENIGINGLIMBURG P105

www.socialeagendalim


Kartrekkers moeten kansen zien

In 1964 bestond ons land nog uit 977 gemeenten. Op 1 januari 2017 stond de teller op 388. Elk jaar heeft Nederland minder en dus steeds grotere gemeenten. Critici zeggen dat herindelingen en schaalvergrotingen de toegankelijkheid van het gemeentebestuur doen afnemen en de afstand tussen bestuur en inwoners laten groeien. Waar critici kanttekeningen plaatsen, zien anderen kansen om het heft in eigen handen te nemen.

Twee zulke Limburgse kartrekkers zijn Joost Stemkens en Piet Geurts. In hun dorpen Meijel en Koningslust zijn ze sleutelfiguren geworden. Ze zagen dat het niet goed ging met hun dorp en zonder te klagen ondernamen ze actie. “Het begint allemaal bij een visie”, zegt Piet Geurts, 65 en manager bij een groot bedrijf in Venlo. “Als je weet waar je naartoe wilt, kun je pas een planning maken. Mensen moeten zich realiseren dat zelfsturing, in welke vorm dan ook, een proces is van vele jaren. Het is geven en nemen, investeren in je omgeving om de leefbaarheid te verbeteren.” Stemkens heeft de uitleg van zelfsturing in Jip-en-Janneketaal voorbereid: “Als je op de kermis een euro geeft aan je dochter, dan komt ze snel terug om een nieuwe euro te vragen. Geef haar een tientje, de verantwoordelijkheid over de besteding en ze heeft een geweldige dag. Net zoals ouders, zou de overheid meer moeten loslaten en meer moeten helpen/coachen in plaats van uitvoeren.” De belangrijkste taak die beide heren voor hun dorp hebben vervuld, is de opzet van nieuwe samenwerkingsverbanden. Ze zijn oprichters van het lokale Dorpsoverleg en brengen daarin niet alleen bewoners bij elkaar, maar ook ondernemers, studenten, talenten en lokale professionals op welk gebied dan ook. “In een dorp kun je niemand missen”, zegt Stemkens. “Samenwerking is cruciaal om dingen voor elZELFSTURING|DEVERENIGINGLIMBURG P106 www.socialeagendalimburg.nl

kaar te krijgen. Een gemeente kan het ook niet alleen. Pas als mensen de verantwoordelijkheid voor hun omgeving volledig op zich nemen, kan alles veranderen.”

MEIJEL De weg van Keulen naar Den Bosch voert van oudsher door Meijel. Enkele decennia geleden had het dorp aan de rand van de Peel zelfs nog drie hotels, waarvan er nog eentje over is. Er komen al 25 jaar dezelfde veehandelaren overnachten. Meijel ligt op een kruispunt van verbindingen en is een gastvrij dorp.

‘Geef je dochter op de kermis een euro en ze komt snel terug. Geef haar een tientje en ze heeft een geweldige dag’ In 2009 stond de gemeentelijke herindeling voor de deur en ging Meijel op in de gemeente

Peel en Maas. Een doorn in het oog van veel bewoners, maar gedreven ondernemer Stemkens (53) ziet kansen en richt het Dorpsoverleg op. Geboren en getogen is hij verbonden met het lot van zijn dorp. “Er was weerstand, maar dat mag iets constructiefs nooit in de weg zitten. Als je iets wilt, dan moet je iets organiseren en samenwerken. In die eerste gesprekken hebben we grof besproken wat we willen zijn, wat de unieke aspecten van Meijel zijn. Wat hebben we al? Wat levert dat op? Wat zijn kansen? Wat moet beter? Meijel was veel te weinig zichtbaar in een tijd van marketing. De grote valkuil is dat je het zelf niet ziet.” Het eerste doel van het Dorpsoverleg was betere zichtbaarheid en marketing, intern en extern. Dorpsgenoten beseften dat ze zich prima konden profileren als Peeldorp, al ligt Meijel aan de buitenrand van het natuurgebied. Met horecaondernemers werd afgesproken om Peelelementen te laten zien in hun etablissementen. Maar er moest meer aan Meijel gebeuren; een nieuw centrum. Het Dorpsoverleg liet een eerste onderzoek uitvoeren, bracht de projectontwikkelaar in contact met investeerders en woningcorporaties. Er vloeide vervolgens nog flink wat water


gemeente en het ontbrak aan zelfvertrouwen om (grote) dorpsprojecten te kunnen realiseren. Verenigingen werkten nauwelijks samen. Geurts benadrukt dat zelfsturing pas kan werken als er genoeg draagvlak in het dorp bestaat. “Je hebt dat niet zomaar voor elkaar, het kost jaren. Daar vergissen mensen zich soms in. Resultaten laten vaak jaren op zich wachten. Je moet vertrouwen hebben in de samenwerking en je moet zelf ook altijd een betrouwbare partij zijn. Met een visie voor de toekomst kun je dingen bereiken. Zonder visie is het pappen en nathouden en zal er weinig veranderen. Het is vooral willen investeren in de samenleving.”

“We zijn momenteel bezig aan een pilot samen met de gemeente om huishoudelijke hulp aan te bieden. Een belangrijk aspect hierbij is het kunnen signaleren van problematiek. Eenzaamheid is een sluimerend probleem en onze mensen van de stichting houden constant een oogje in het zeil.” Hier stopt het natuurlijk niet. Nog steeds als sleutelfiguren blijven Stemkens en Geurts aan de wegen van het dorp timmeren. Ze hebben inmiddels andere kartrekkers met hun enthousiasme-virus besmet. Allen hebben hetzelfde doel: nieuwe kansen zien én benutten. Tekst: Dan Vanhoudt

Succesverhalen van zelfsturing zijn er in Koningslust genoeg. Nieuwe invullingen van het dorpshuis en het oude schoolgebouw zijn slechts enkele voorbeelden van bewoners die zelf bepalen hoe een dorp in de toekomst kan functioneren.

Joost Stemkens

door de Maas, maar inmiddels heeft Meijel een gloednieuw centrum, waarvoor zowel gemeente Peel en Maas en de Provincie Limburg geld voor hebben vrijgemaakt. Stemkens is trots: “Ons centrum is een voorbeeld van betrokken dorpsbewoners die gezamenlijk plannen maken en doelen stellen. Een ambtenaar ziet niet alleen Meijel, maar de hele gemeente. Er is weinig lokale betrokkenheid van overheid. Ik vind de gemeente ook niet geschikt om dat te bepalen. Dat moet het dorp zelf doen. Daar is de behoefte en de drive om er iets van te maken.”

KONINGSLUST Piet Geurts verhuisde in ’82 van Helden-Dorp naar het prachtige Koningslust. Met een prima managementbaan voelde hij zich verplicht om iets terug te geven aan de samenleving. Begin jaren negentig stond Geurts aan de wieg van de Dorpsraad, het huidige Dorpsoverleg, en bracht vele problemen in kaart, vooral op het gebied van leefbaarheid. “Zo waren voorzieningen zoals basisschool en gemeenschapshuis niet voorbereid op de grote veranderingen die eraan kwamen. Nog belangrijker: het ontbrak in Koningslust aan ‘wij-gevoel’. Er was weinig vertrouwen in de

Een ander prachtig voorbeeld is de stichting Bevordering Welzijn Inwoners Koningslust. Geurts vertelt: “Ontstaan in de crisisjaren, waarin we ons als leden van het Dorpsoverleg hebben toegelegd op het vinden van nieuwe kansen. Nu is de stichting een schoolvoorbeeld van hoe het echt anders kan als mensen de krachten bundelen. De stichting begon ooit als voorziening voor dagbesteding voor ouderen. In de loop der jaren groeide het concept uit tot lokale zorginstelling met een heuse uitleenservice van medische hulpmiddelen. Als mensen in het dorp iets nodig hebben zoals krukken, een rollator, rolstoel of douchestoeltje, dan wordt het dezelfde avond nog aan de deur bezorgd.”

‘Resultaten laten vaak jaren op zich wachten. Je moet vertrouwen hebben in de samenwerking en je moet zelf ook altijd een betrouwbare partij zijn’ Piet Geurts

ZELFSTURING|DEVERENIGINGLIMBURG P107

www.socialeagendalim


EEN VIJF STERREN BURGERINITIATIEF: DOE- EN DROOMPLEIN DE WIEËR Planologen, opbouwwerkers, politici, projectontwikkelaars, architecten en nu ook een ‘verkenner’. Martin van der Heyden heeft er bijna een dagtaak aan om al die mensen te ontvangen die naar het Doe- en Droomplein in zijn wijk De Wieër in Heerlerheide komen kijken. En ze komen van overal: uit Limburgse dorpen en steden, Amsterdam en Leuven. Dan moet het toch wel om een bijzonder burgerinitiatief gaan. Dat is ook zo. In 2015 werden de twee flats tegenover het huis van Martin afgebroken. Even verderop nog eens vier. Betonrot. Woningcorporatie Weller gaf aan dat er geen nieuwbouw zou komen maar veel groen. Martin kreeg spontaan angstdromen over illegale hondenuitlaatplaatsen, hangplekken en dus dagelijkse overlast. Zijn levensinstelling: ‘Als je niks probeert, kan het nooit wat worden.’ Dus ging hij samen met een groepje buurtbewoners langs alle 130 deuren om ideeën voor een andere invulling te verzamelen. Het resultaat: aan één kant een natuurlijke speelplek voor de kids tot 12 jaar en in het verlengde daarvan een ontmoetingsplek voor jong en oud. Om het net als vroeger weer samen gezellig in de volkswijk te maken en het wij-gevoel terug te brengen. In de zomer samen barbecueën, jeu-de-boulen of openluchtfeestjes organiseren. Met overdekte zitplaatsen die ook geschikt zijn voor rolstoelgebonden medemensen en voor wie wil een eigen grote planten- of kruidenbak. Oftewel een eigen ‘Doe- en Droomplein’, bedacht en uitgevoerd door de buurtbewoners zelf. Eenvoudig was de klus niet. Martin: “In het begin moesten ambtenaren van de gemeente wennen aan het idee dat we alles zelf bedachten en aanpakten. We kregen vaak te horen: ‘Mooi bedacht, maar volgens de regels mag het niet’. Er was bij het presenteren van onze uitgewerkte plannen ook wel verbazing over hoe groot het draagvlak was en hoever we al waren. Tegenwoordig denkt de gemeente in bijna alles mee. Van de gemeente en Stichting Carisven kregen we ieder 5000 euro startkapitaal. We hadden het geluk dat de sloper van de flats te lang deed over het verwijderen van de fundering. Daarvoor moesten ze eigenlijk een boete betalen, maar ze kozen voor een alternatief: het verharden van een deel van ons nieuwe plein. Opeens moesten we ook een stichting worden, omdat er een rechtspersoon moest komen voor het geval dat er iets mis zou gaan. We hebben samen met kunstenaar Matthijs de Bruijne en buurtbewoners ‘het Manifest van de Wieër’ samengesteld waarin we beschrijven hoe we met elkaar willen omgaan.” De lessen van het hele traject vat Martin op verzoek van de verkenners samen voor alle andere buurtbewoners die in de toekomst zo’n ontmoetingsplek in hun wijk willen creëren: 1. Begin met een goed stappenplan. Onderzoek wie de grondeigenaar is en wat je wel en niet met die grond mag ZELFSTURING|DEVERENIGINGLIMBURG P108 www.socialeagendalimburg.nl

doen. Mag je er bijvoorbeeld iets op bouwen? Hoe voorkom je geluidsoverlast, is open vuur wel of niet toegestaan, moet er een stichting worden opgericht? 2. Begin er alleen aan als er draagvlak is in de buurt. Maak er geen eigen projectje van. Houd er rekening mee dat sommigen toch (moeten) afhaken. Wees daar niet teleurgesteld over. 3. Maak meteen goede afspraken over onderhoud en toezicht. 4. Zorg voor voldoende netwerkers, die makkelijk contacten kunnen leggen met bestuurders, instellingen en media. 5. Betrek vanaf het begin de jeugd uit de buurt bij het project. De kinderen hebben zelf hun speelveld mogen inrichten en de toestellen uitgekozen. Kinderen uit de buurt van 4 tot 12 jaar nemen samen met volwassen begeleiders deel aan het project ‘Heerlen Schoon’. Met prikkers verzamelen ze dan in een herkenbaar hesje het afval in de wijk. Daarvoor krijgen ze elke keer een sticker ter waarde van anderhalve euro. Na zes keer kunnen ze dan gratis naar de film of er iets anders voor kopen. Elke vrijdagavond rijdt de bus van welzijnsgroep Alcander bij ons plein voor. Vanuit en in die bus worden dan allerlei spelen met de kinderen gedaan. Daardoor wordt het ook hun plein en zorgen ze er goed voor. Tot slot heeft Martin een dringend verzoek voor en advies aan iedereen die zich met regelgeving bezig moet houden: ‘Bedenk eens wat vaker dat tussen zwart en wit nog een grijs gebied ligt dat ook nog wat kan opschuiven. Er zijn mensen in de wijk die al twee jaar of meer uitgeteld op de bank zitten. Ze willen toch graag een bijdrage aan ons plein leveren. Al is het vaak een klein gebaar, omdat ze tot meer niet in staat zijn. Maar vaak durven ze niet, bang als zijn dat zo’n beetje vrijwilligerswerk verkeerd wordt uitgelegd door de uitkeringsambtenaar. Nog zo’n voorbeeld: statushouders wilden met Pasen ons helpen met het aanbrengen van een dak op het kunstwerk ‘Steengang Gluckauf’. Je moest eens weten hoeveel keer ik daarover heb moeten bellen en mailen met het UWV in Den Haag. Ze bleken voor die klus een aparte werkvergunning te moeten hebben. En dan maar vragen om burgerparticipatie!”


’T LAEFHOES IN AMERICA America - een dorp van 2200 inwoners – heeft sinds kort een LaefHoês. Het begon met dorpsdokter Van Dongen die in 2010 met dorpsbewoners een doel neerzette: we willen een plek waar professionals samen met bewoners de zorg voor een gezonde toekomst organiseren. Vraag bewoners wat nodig is om iedereen in het dorp gelukkig oud te laten worden en er komt veel los. In America ging een Dorpsdagboek rond, waarin jong en oud leefbaarheidsideeën opschreven. 220 bladzijden werden samengevat in 7 thema’s en voor elk thema startte een werkgroep. Bestaande initiatieven zoals de Eettafel werden ondergebracht bij een Dorpscoöperatie. Er kwam een bouwwerkgroep, een vrijwilligers-vervoersdienst, een ruilbieb, een dorpskeuken en een Kloostertuin. Ook het gebouw werd samen met dorpsbewoners ontworpen. Meer dan 40 dorpelingen hielpen vervolgens mee in de bouw. Dorpsondersteuner Hay verbond al die initiatieven. In zes jaar is de betrokkenheid van het dorp gegroeid van een kleine groep naar meer dan 100 vrijwilligers. Acht zorgdiensten en enkele vrijwilligerswerkgroepen gaan sinds de opening in maart in ’t Laefhoês aan de slag. Samen met andere dorpsinitiatieven maken zij van America een levensloopbestendig dorp. De een noemt het Positieve Gezondheid, het dorp zegt: we zorgen voor elkaar.

THE MASTERS: DAGBESTEDING MAAR DAN ECHT ANDERS Sheila Oroschin uit Maastricht verdiepte zich voor haar kind in dagbestedingsprojecten. Ze werd daar niet vrolijk van en dacht: dit moet anders en dat ga ik zelf regelen. Het resultaat: The Masters. Dat is een particulier initiatief met impact dat beoogt ‘anders getalenteerde’ jongeren een zinvolle plek in onze samenleving te geven. Sheila vertelde haar verhaal al op TedXMaastricht. Sheila: “Vaak vindt dagbesteding ver van huis plaats en is die niet afgestemd op de talenten en dromen van deelnemers. Ik wilde niet dat mijn kind ergens in afzondering zakjes zou moeten dichtplakken. Daarom heb ik The Masters bedacht. Een beweging die de anders ontwikkelde mensen zichtbaar maakt en ze dichtbij huis in de lokale gemeenschap laat meedoen. We inventariseren de behoefte in een wijk en zoeken de samenwerking met alle stakeholders in de wijk, brengen mensen samen en gaan bouwen. We betrekken ondernemers en maken duidelijk wat onze meerwaarde is. Wat we neerzetten? Plekken waar iedereen meedoet en gelijkwaardig is. We organiseren en coördineren veel verschillende activiteiten. Bijvoorbeeld de ‘The Masters2Masters’ bijeenkomsten, gaan op zoek naar ervaringsplekken bij lokale ondernemers. En we bedenken eigen projecten waar Masters kunnen meedraaien en daardoor van maatschappelijke waarde zijn.”

ROLLENDE WOONKAMER IN BLERICK Een bank, salontafel, schemerlamp en tapijt die door de wijken rollen en zich verplaatsen. Dat is het centrale idee van de rollende woonkamer in Bkerick. Op gezette tijden vindt er in de vroege avond een laagdrempelige bijeenkomst plaats. De woonkamer bevindt zich dan op een openbare plek in de wijk en de omwonenden worden uitgenodigd om aan te schuiven, zelf een stoel mee te nemen. Voor drank en een versnapering wordt gezorgd. Het gesprek mag over van alles gaan en naast de bewoners zijn ook professionals aanwezig. In ieder geval zijn de bewonersondersteuners en een of twee mensen van de gemeenten aanwezig: de stadsdeelmanager en iemand van de openbare ruimte. Ook wordt gevraagd wie er verder met hen wil praten over de wijk en wat daar speelt. Het doel is om in contact te komen met bewoners en te horen, zien en voelen wat er in de buurten en wijken speelt. Wat vinden de bewoners belangrijk om op te pakken? Daarna wordt dan samen aan de uitvoering gewerkt, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid. ZELFSTURING|DEVERENIGINGLIMBURG P109

www.socialeagendalim


HET VERNIEUWERSLAB VERBINDT MAATSCHAPPELIJKE OPGAVES MET BIJZONDERE IDEEËN

Een kickstart voor elk goed idee

‘Het Vernieuwerslab: een plek waar probleemeigenaren en creatievelingen elkaar ontmoeten om samen nieuwe ideeën te ontwikkelen’ Als we de complexe uitdagingen waar we als samenleving voor staan de komende jaren echt te lijf willen gaan, vraagt dat om een flinke dosis nieuwsgierigheid, onbevangenheid, geduld en lef. Het Vernieuwerslab biedt Limburg concrete handvaten om samen structurele verandering tot stand te brengen. Een prachtige pareltip uit Parkstad van Cynthia Smeets. “Overal in de provincie barst het van de goede initiatieven van bewoners, ondernemers, het onderwijs en maatschappelijke organisaties. Tegelijkertijd missen veel van die initiatieven de kennis, gereedschappen of connecties om die initiatieven daadwerkelijk tot bloei te brengen. Stel je voor dat er een fysieke plek zou zijn waar probleemeigenaren, creatievelingen en die initiatiefnemers elkaar ontmoeten en samen hun ideeën kunnen ontwikkelen. Die plek is het Vernieuwerslab. Op dit moment worden er door de provincie en in het verlengde daarvan de verkenners van de Vereniging Limburg volop initiatieven opgehaald en aangemoedigd. Nog veel ZELFSTURING|DEVERENIGINGLIMBURG P110 www.socialeagendalimburg.nl

belangrijker is het om de ingezette beweging de komende jaren daadwerkelijk te borgen, waardoor ook nieuwe initiatieven voortdurend kunnen rekenen op hetzelfde enthousiasme en dezelfde katalyserende werking. In 2016 zijn we samen met een groep vernieuwers die bestond uit studenten, ondernemers en medewerkers van maatschappelijke organisaties gestart met het ontwikkelen van een community voor bijzondere ideeën. Het Vernieuwerslab is ontstaan vanuit mensen die oplossingen willen bedenken voor huidige en toekomstige uitdagingen. In de bijeenkomsten bleken thema’s zoals onderwijs, wonen, werken, gezondheid, duurzaamheid, armoede, jong en oud zijn in de regio belangrijke aandachtsgebieden. Al snel bleek dat Het Vernieuwerslab een regionaal laboratorium zou kunnen zijn waar we van elkaar kunnen leren door successen en belemmeringen met elkaar te delen, maar vooral ook te doen! Het creëren van Het Vernieuwerslab als regiolab voor initiatieven in de samenleving gaat niet van vandaag op morgen, dat vraagt om geduld en keihard werken en bovendien voortdurend balanceren om alle verschillende partners – burgers, overheden, maatschappelijk middenveld – aan boord te

houden en samen stappen te zetten. Het aan boord krijgen van verschillende partners, het vinden van de juiste financieringsbronnen en de ruimte krijgen om onszelf te bewijzen is iedere dag opnieuw een uitdaging. We zijn relatief een klein initiatief dat nog niet verbonden is aan grote organisaties en dat vinden potentiele partners soms lastig. Tegelijkertijd zijn we ervan overtuigd dat dit het moment is. Nu is de tijd om samen in beweging de komen en deze provincie echt te veranderen. Wij zijn er klaar voor!”

Het Vernieuwersblab gaat over verbindingen en samen bouwen aan succes. Dus of je nou burger, organisatie, bedrijf, overheid of investeerder bent, laat van je horen en sluit je aan! Op 30 mei is Het Vernieuwerslab officieel van start gegaan met het organiseren van meet-ups, een reeks van bijeenkomsten over die maatschappelijke thema’s.

Tekst en foto: Cynthia Smeets


INSPIRATIESESSIES OVER SOCIALE VRAAGSTUKKEN IN VENLO

BUURTPARK DE BENGELE BEWEEGT

Tijdens de inspiratiesessies in de gemeente Venlo komen organisaties en netwerken met nieuwe oplossingen voor sociale vraagstukken. Gestimuleerd wordt om op zoek te gaan naar andere manieren van werken. De thema’s die op tafel komen, worden na een brainstorm verder uitgediept in kleinere groepen. Het resultaat moet dan een concrete en werkbare oplossing zijn, bijvoorbeeld in de vorm van een pilot, prototype of een kort plan van aanpak. Met deze inspiratiesessies, waaraan inwoners, bedrijven maar ook bijvoorbeeld experts uit andere gemeenten deelnemen, wordt geprobeerd de kennis en kunde binnen de lokale samenleving duurzaam te behouden en verder te ontwikkelen.

De veranderende samenleving waar participatie, ontmoeting, zelfsturing en maatschappelijk ondernemen steeds meer centraal komen te staan, vraagt ook in Nederweert om een andere rol van traditionele sportparken en aanbieders. Gebruikers van het lokale sportpark De Bengele, variërend van sportvereniging tot basisschool, kinderopvang en schutterij, hebben daarom de handen ineengeslagen. Dat heeft geresulteerd in de stichting De Bengele Beweegt. Die streeft ernaar om het buurtpark tot dé sociale ontmoetingsplaats in Nederweert te ontwikkelen. Met voor alle leeftijds- en doelgroepen een gevarieerd, vernieuwend en kwalitatief sport-, beweeg- en cultureel aanbod.

BURENHULPGROEP OPHOVEN-PARK

STEIN: SAMEN ZELF DOEN!

Elkaar helpen waar het kan. Zonder noodzaak, gewoon iets voor een ander kunnen betekenen. Dat is wat buurtvereniging OphovenPark voor ogen heeft met de Burenhulpgroep. Zeven enthousiaste vrijwilligers bliezen het initiatief dit jaar nieuw leven in. En het werkt, laten vrijwilligers Elly en Marianne weten: “Alleen al van samen een kopje koffiedrinken, zie je de mensen opleven. Hulp zoeken of hulp vragen is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Daarom laten wij onze buurtbewoners weten dat wij er voor hen zijn. We zijn een sociale buurt en kennen elkaar. En als je elkaar kent, kun je elkaar ook helpen.” Bert Budé, voorzitter van buurtvereniging Ophoven-Park legt uit: “Door meer en meer met elkaar te doen ga je je ook verbonden voelen met je buurt. Door dit kleinschalig te doen, lukt dat ook. Wij willen dat iedereen zich thuis voelt in onze buurt. Eenmaal in contact gekomen met je buur, komen hulpvragen en behoeften vaak op een natuurlijke manier ter sprake. En dan kun je ook echt iets voor een ander betekenen.”

Burgers van Stein zorgen er samen zelf voor dat dingen voor elkaar komen en dat er mooie dingen groeien, los van overheden en politiek. Dat geeft ze eigen kracht en een boost voor de sociale cohesie. Inmiddels zijn er in deze gemeente ruim 40 initiatieven in het kader van de ‘DOPsgewijze aanpak’. Het zijn bottom up initiatieven die ontstaan doordat de gemeente met mensen de dialoog aangaat, samen optrekt en ondersteuning aanbiedt. De gemeente adviseert ook, bijvoorbeeld via buurtopbouwwerk en de dorpscontactpersonen.

ZELFSTURING|DEVERENIGINGLIMBURG P111

www.socialeagendalim


Gedeputeerde Marleen van Rijnsbergen

‘We komen op stoom maar er moet nog veel gebeuren’ Deputé Marleen van Rijnsbergen (Werk & Welzijn) stuurde zes onafhankelijke verkenners ruim een half jaar op pad. Hun opdracht: ‘zoek uit: wat gaat er sinds de aanzet van de Sociale Agenda goed in Limburg? Wat moet beslist beter?’ In gesprek met zo’n verkenner maakt ze de tussenbalans op.

Een Sociale Agenda is eigenlijk geen taak van de Provincie. Marleen van Rijnsbergen: “ De achterstand op het gebied van gezondheid en deelname aan het arbeidsproces is in Limburg te groot. Dan moet je daadkracht tonen, durven buiten de lijntjes te kleuren. Niet alleen een subsidieverlener zijn, maar ook verbinder, kennismakelaar of facilitator. Met maar één doel: ervoor zorgen dat Limburg versneld socialer en vitaler wordt. Die Sociale Agenda is in 2015 niet even van achter een bureau bedacht. Er zijn eerst talloze gesprekken en bijeenkomsten van noord tot zuid gehouden met Limburgers, gemeenten, zorg- en kennisinstellingen, werkgevers. Nu we twee jaar onderweg zijn, zie je steeds meer mooie initiatieven binnen het sociaal domein ontstaan.”

BOOS Tegelijkertijd zijn nog veel Limburgers boos en teleurgesteld. Hoe komt dat? “Het gaat om de vraag: ‘Wie heeft deze mensen zo boos gemaakt?’ Ik woon al jaren in Stadbroek, een Sittardse probleembuurt. We woonden naast een buurthuis dat gesloten werd. In korte tijd werd het 29 keer in brand gestoken. ‘s Nachts stond ik met een pasgeboren baby in mijn armen op straat. De tuin stond blank. Als buurtbewoners vroegen we met klem het pand zo snel mogelijk te slopen. Dat kon niet, werd tegen ons gezegd. Op het dak stond een antenne van de KPN en dat contract liep nog. We konden wel een gratis brandmelder krijgen… Op zo’n moment voel je je niet gehoord, niet gezien. En de politieman zei tegen mij: ‘Ja, dat krijg je als je in zo’n buurt woont.’ Dat kan dus niet. Er is maar één soort burger, ook in Stadbroek. Dus begrijp ik waarom mensen afhaken, cynisch worden en het vertrouwen hebben verloren in de overheid, zorginstellingen of woningcorporaties. Als deputé wil ik vooral luisteren naar mensen en dan samen aan de slag gaan om Limburg duurzaam vitaler te maken.”

DEVERENIGINGLIMBURG P112 www.socialeagendalimburg.nl

LEF EN INITIATIEF “Door die Sociale Agenda kom ik nu overal veel makkelijker aan tafel. Er is respect voor deze aanpak, ook elders in het land. Die Sociale Agenda heeft mensen tot nadenken aangezet, verleid om lef en initiatief te tonen, zaken radicaal anders aan te pakken. Er is aantoonbaar een beweging op gang aan het komen van ‘samen zelf doen’. Een mooi gevoel. Maar we zijn er zeker nog niet. Ook dat heeft de trektocht van jullie als verkenners aangetoond. Daarom moeten we nu doorpakken.”

ACTIECENTRUM Hoe gaat u versnellen? Zoveel tijd heeft u niet. “Doen! Daar gaat het nu om. Dat gebeurt gelukkig ook steeds meer. Kijk naar de vele nieuwe burgerinitiatieven. In Parkstad werken opeens zorginstellingen intensief samen op een manier die in ons land nog nooit is vertoond. Kijk hoe VDL in Born in korte tijd ongekend veel nieuwe arbeidsplaatsen wist in te vullen. Neem de beweging rondom Positieve gezondheid van de voormalige huisarts en wetenschapper Machteld Huber. Zij is landelijk uitgeroepen tot de invloedrijkste persoon in de zorgsector. Machteld denkt met ons mee over hoe we door haar concept de achterstand op het gebied van gezondheid kunnen wegwerken. We zien dat het aanslaat. Gemeenten vragen massaal: ‘Kan zij ook bij ons aan de slag gaan?’ Dan moet je in de actiestand schieten. Huber, de GGD’s, CZ, het Huis voor de Zorg en de Provincie bedachten samen in hele korte tijd het Actiecentrum Positieve Gezondheid: een centrale plek van waaruit al die verzoeken om ondersteuning meteen opgepakt worden. Alle partijen leverden dezelfde week nog menskracht. Het officiële plan moest nog geschreven worden toen de uitvoering al werkte!”

GEZONDE ONRUST Wethouder Birgit op de Laak van Horst aan de Maas zei bij ons bezoek: ‘Limburg moet juist nu het wat beter gaat vooral in een staat van gezonde onrust blijven.’ “Graag! De economie bloeit op. Het is wetma-

tig voorspelbaar dat er ooit weer een periode van economische neergang in Limburg komt. Hoe zorgen we ervoor dat de kwetsbare mensen die we nu wel naar de arbeidsmarkt kunnen leiden, straks niet weer als eersten op straat staan? Anneke Goudswaard van TNO helpt ons daarbij. Zij onderzoekt wat de succesfactoren bij VDL en in de logistieke sector in Venlo zijn, maar ook waar het knelt. Daar moeten we van leren om ervoor te zorgen dat bedrijven en regio elkaar blijvend versterken. En ook de universiteit van Maastricht is aan boord. Het omvangrijke UM- project 4Limburg richt zich de komende jaren ook op de duurzame inzetbaarheid van werknemers in Limburg. Zo verbind je de sociale agenda met de economische en onderwijsagenda. Weg met die schotten!”

ONGEDULDIG “Ik ben soms een ongeduldig mens. Wil graag dat dingen sneller gaan. Toch verdient elke verandering ook zijn eigen proces. Zo’n langer proces is soms beter voor de duurzaamheid van het resultaat. Maar het mag nooit stroperig worden. Allerlei regeltjes mogen de actiebereidheid niet in de weg staan. De Sociale Agenda is nog geen sneltrein maar een diesellocomotief. We komen op stoom. We moeten die ingezette beweging op gang houden en blijven aanjagen, ondersteunen. Ik ben pas tevreden als veel meer Limburgers zich echt gezien en gehoord voelen. Dat je hartelijk wordt ontvangen als je je met een burgerinitiatief aan het loket van het stadhuis meldt en de gemeente dan zegt: ‘Wij gaan ons uiterste best doen je daarbij te ondersteunen.’ Je wordt niet meer van het kastje naar de muur gestuurd. Bij de huisarts krijg je ruim de tijd om met hem of haar in gesprek te gaan over je positieve gezondheid. En als werkzoekende word je niet zomaar naar een bedrijf gestuurd of moet je maar blijven solliciteren. Nee, samen met jou wordt er naar een blijvend perspectief gezocht. Dan zijn we op de goede weg en begint de Sociale Agenda het gewenste effect te krijgen.” Tekst: Tjeu Seeverens, verkenner Foto: Provincie Limburg


'Er is aantoonbaar een beweging op gang aan het komen van ‘samen zelf doen' DEVERENIGINGLIMBURG P113

www.socialeagendalim


15 gouden tips voor burgerinitiatieven In vier wijken in Heerlen draaide in 2015 het project ‘We Fresh’. De bewoners stonden aan het roer om een lelijke plek in de buurt aan te pakken en professionals hielpen de bewoners verder een duwtje in de juiste richting te geven. Het werd een succes. Op basis van de veelzijdige ervaringen in de klei - heel soms achter het bureau - en veel gesprekken met de oliemannetjes in de wijk, werd er na afloop een lijst van ‘golden’ tips samengesteld. Wat werkt wel en niet bij een burgerinitiatief? 1. Slimme verbindingen en het inzetten van talent uit de wijk is vele malen beter en krachtiger dan alles zelf willen doen. 2. De meest krachtige vorm van communicatie is aanbellen, voorstellen en koffiedrinken. 3. Houd je organisatie zo plat mogelijk. 4. Neem de tijd, zeker in contact met bewoners. 5. Onderzoek eerst goed van wie het terrein is waar je iets wilt beginnen. 6. Wees altijd enthousiast, opportunistisch en positief naar alle betrokkenen. Hoe moeilijk dat soms kan zijn (want dat gaat het zijn!) 7. Borg je onafhankelijkheid. 8. Die onafhankelijkheid is goud waard, maar zoek wel naar oliemannetjes: ambassadeurs van partnerorganisaties. 9. Laat je niet verleiden tot het kiezen van een kant bij reeds lang lopende conflicten voordat er sprake van het burgerinitiatief was. 10. Het tempo van een gemeente is anders dan het tempo van bewoners. Reageer je niet af. Dat is negatieve energie en vaak willen de medewerkers ook anders, maar mogen ze dat niet. 11. Vier elke succes, hoe klein ook. Herken het, benoem het. 12. Maak jezelf mede-probleemeigenaar en benader de uitdaging ook op die manier. 13. Leg sterk de focus op de direct omwonenden en zorg dat je in die groep ook een oliemannetje of -vrouwtje vindt. 14.  Maak een wethouder ambassadeur van je initiatief. Dat zorgt voor extra olie in de machine die gemeente heet. 15. Je hebt nog nooit zoveel werkplekken kunnen hebben. Vergeet het bureau maar. Ben steeds onderweg en zichtbaar.

DEVERENIGINGLIMBURG P114 www.socialeagendalimburg.nl


Om de slagingskans van nieuwe ideeĂŤn en projecten te vergroten, hebben we besloten een groot aantal fantastische projecten in de hele provincie uit te lichten. Van moestuinen tot gezondheidshuizen en jongerenprojecten, alle belangrijke informatie is makkelijk per initiatief te vinden. Laat je inspireren, leer ervan of neem contact op met de mensen die succesvolle initiatieven hebben gestart. Succes met je eigen verhaal en leg vooral een verbinding met collega's! (mocht je daarbij hulp zoeken, check het magazine voor een frietje sociaal..)

www.parelkaartlimburg.nl

DEVERENIGINGLIMBURG P115

www.socialeagendalim


Eindrapport met analyses, voorbeelden, aanbevelingen en conclusies De verkenners aan het woord De provincie Limburg heeft in 2015 een Sociale Agenda gemaakt. Aanleiding was de achterstand die Limburg heeft in participatie en gezondheid. Het doel is om dat patroon in 2025 te doorbreken. Ondernemers, kennispartners en overheden zouden daarvoor de handen ineen moeten slaan met de bewoners. Om te zien hoe de ontwikkeling er na twee jaar voor staat, stuurde de provincie ons als (6) verkenners op pad. Wij mochten met meer dan 500 bestuurders, professionals en bewoners in gesprek gaan, soms in groepen, soms persoonlijk. Wij - Anita, Ellen, Bart, Tjeu, Wil en Ben - hebben positieve maar ook zorgelijke verhalen gehoord. In dit magazine staan de eigen verhalen van veel prachtige Limburgers die verschil maken. Op deze slotpagina’s nemen wij als verkenners zelf het woord en geven antwoord op de vraag die de provincie ons heeft meegegeven: hoe gaat het met de mensen in Limburg? In overheidstaal: hoe staat het met de bestuurlijke en de maatschappelijke veerkracht in Limburg? Is er beweging en gaat die de goede kant op? Wat is nodig om verder vooruit te komen? Limburg is nog maar twee jaar op weg met de Sociale Agenda. Dat is heel kort. Toch zien wij belangrijke verschuivingen: • In 2015 sudderde de economische crisis nog na. Meer banen was de roep. In 2017 zien we stevige economische groei, de werkloosheid neemt zeer snel af. Er zijn nu al belangrijke tekorten. • Per 2015 kregen de gemeenten extra verantwoordelijkheden in het sociaal domein (Wet Maatschappelijke Ondersteuning, de Participatiewet en de Jeugdzorg). Na twee jaren van ‘oefenen’ zien wij grote verschillen. Sommige gemeenten zetten echte stappen vooruit, in andere gemeenten is sprake van stagnatie. • De tegenstellingen in de Limburgse samenleving zijn in enkele jaren tijd aanzienlijk groter geworden. De kloof tussen groepen is niet alleen zichtbaarder geworden, maar ook dieper. Ondanks statistieken dat het goed gaat met velen, neemt het vertrouwen in de overheid, in organisaties DEVERENIGINGLIMBURG P116 www.socialeagendalimburg.nl

én in elkaar verder af. En dat vertrouwen was al laag in Limburg. Het besef groeit dat die tegenstelling overbrugd moet worden. De brede inzet die daarvoor nodig is, hebben wij als verkenners nog onvoldoende Limburg-breed kunnen ontdekken. • De sociale opgave in Zuid-Limburg en in de grote steden was en is vele malen groter dan in Noord-Limburg en de middelgrote gemeenten. Wij zien nog niet dat die verschillen kleiner worden, integendeel zelfs. • De beweging van onderop, zoals zorginitiatieven van bewoners, was er in 2015 al, maar is in twee jaar enorm gegroeid. Maar we zien ook dat het nog broos is. Lukt het om die beweging echt de ruimte te bieden of missen we de boot? De Sociale Agenda heeft, samen met partners, al veel in gang gezet. Bijvoorbeeld vele initiatieven vanuit de samenleving zoals genoemd in dit magazine: het Limburg Werkt Akkoord, de Gezonde Basisschool van de Toekomst, aandacht voor Positieve Gezondheid en de samenwerking met kennisinstellingen. Vanwege de verschuivingen die we hierboven beschrijven, is onze aanbeveling om de sociale en economische agenda (‘s) in Limburg sterker te verbinden. De tijd is er rijp voor. Vanwege het economisch belang, maar vooral vanwege het sociaal belang. Want: er lonkt een mooi perspectief voor Limburg. Limburg en met name Zuid-Limburg, vocht heel lang tegen een relatief hoge werkloosheid. Dat gevecht heeft diepe sporen nagelaten. Limburg heeft achterstanden in participatie en gezondheid. De Sociale Agenda verbindt initiatieven om die achterstand te doorbreken. Dat moet leiden tot een trendbreuk. Wij zien een kans om die grote opgave nu te versnellen. In zeer korte tijd is Limburg de provincie geworden met de minste werklozen (op Zeeland na). Als we de economische en de sociale agenda tot een sterke eenheid maken, kunnen we de scheidslijnen in Limburg verkleinen. Als het ons is gelukt om in de afgelopen 50 jaren zoveel werkgelegenheid te creëren, waarom zou dit ons dan nu ook niet kunnen lukken? Het inzicht dat er meer kan, zien wij nog te weinig. En als men het al ziet, wordt het lang niet altijd opgepakt. Oude manieren, zoals kerktorenpolitiek, blijven hardnekkig. Te

vaak hoorden wij wethouders en bestuurders roepen dat zij in het belang van de burger, de leerling, de cliënt handelen (zonder dat die burger mee aan tafel zat). Te vaak bepalen de managers echter zelf wat dat belang dan is, passend bij de eigen organisatie. Zo willen zij controle houden. Daarmee komen we er niet. We hebben verbindende leiders op alle niveaus nodig. En ook die hebben wij gesproken; de wethouders, de ondernemers, de ambtenaren, de schoolbestuurders, de professionals en de lokale helden die de moed hebben om door muren heen te breken. Als we die pioniers met elkaar verbinden, kan de beweging die nodig is, sterker worden. Zo kan de Vereniging Limburg groeien. Ze wijst ons dan via olifantenpaadjes de weg naar een toekomst waarin iedereen meedoet naar zijn of haar talent. Onze oproep aan alle partners in Limburg is om de Sociale Agenda sterker te maken. Want de wind is gunstig. We kunnen de trendbreuk op weg naar 2025 een extra duw geven. Een trendbreuk waarbij ook Zuid-Limburg in 2025 zijn achterstandspositie qua gezondheid en participatie in kan lopen. Mensen maken het verschil. Iedereen heeft talent, iedereen kan bijdragen. Dat is de basis. Door kwetsbaarheid om te zetten in kracht wordt Limburg in alle opzichten sterker en gelukkiger. Om duidelijk te maken dat verandering in Limburg nodig én mogelijk is, gebruiken wij stevige woorden. Wat ons bijvoorbeeld opviel, is dat juist daar waar de maatschappelijke opgave het grootst is, de samenwerking het zwakste is. In Zuid-Limburg en in de grote steden zien wij stagnatie.


De 4 grote uitdagingen Alle partners worden door ons uitgedaagd nu concreet in te zetten op vier prioriteiten: 1. Groei voor iedereen; 2. Aan de slag met onze jongeren; 3. Werken aan een gezonde samenleving die de kloof overbrugt; 4. Nieuw leiderschap in Limburg. In de laatste periode van onze trektocht zijn wij op zoek gegaan naar de personen en netwerken die een leidende rol willen en kunnen vervullen in versterking van de Sociale Agenda. Voor elke prioriteit beschrijven we de situatie en geven wij de richting aan voor verbetering met voorbeelden van acties die al in gang gezet zijn of worden.

Opgave 1 Groei voor iedereen De afgelopen 50 jaren heeft Limburg (met name Zuid-Limburg) herstructureringsbeleid gevoerd. Eerst is hard gevochten tegen de grote werkeloosheid na het wegvallen van industrie, met name de mijnsluitingen. Dat herstructureringsbeleid was niet altijd succesvol. De afhankelijkheid op het vlak van gezondheid en uitkeringen bleven boven het landelijk gemiddelde. Inmiddels heeft de Limburgse economie krachtige groeimotoren gevonden en wordt de internationale ligging beter benut. We kennen nu een werkloosheidspercentage dat beneden het landelijke gemiddelde ligt. De schaarste aan goede arbeidskrachten is de zwakste schakel in het Limburgse vestigingsklimaat. De zwakke arbeidsmarkt is nu voor ondernemers in 35% van de gevallen de reden om Limburg te verlaten. Tegelijkertijd ligt de arbeidsparticipatie in Limburg 3% onder het landelijk gemiddelde, het laagste van alle provincies. Noord-Limburg zit nog tegen het landelijke gemiddelde, Zuid-Limburg heeft de laagste arbeidsparticipatie van alle Nederlandse regio’s. Met de aantrekkende economie, de

voortrazende technologische ontwikkelingen en de vergrijzende en krimpende beroepsbevolking zullen de spanningen alleen maar groter worden.

Doeners in dit magazine zijn o.a. Theo Thuis/4Limburg, Lieve Schouterden (de Limburg Aanpak) Werkcoöperatie Schinnen, Rendiz Maasbree, Vebego, Betere Buren Brunssum, Dubbel Duurzaam ZL, Atelier Jeruzalem Venray, Athos Maastricht, Gewoon Doen Horst.

Berekend is dat we rond 2025 zo’n 180.000 banen moeten invullen (160.000 vervanging, 20.000 nieuwe banen). Als je bij elkaar optelt dat in diezelfde periode 100.000 jongeren van school komen plus de mensen in uitkering plus de stille reserves, dan lijken de optelsommen dicht bij elkaar te komen. De 100.000 jongeren vormen natuurlijk een belangrijke basis, mits er geen voortijdige schoolverlaters zijn. Maar waar halen we de overige 80.000 mensen vandaan? Hoeveel uit de bijstand of uitkering? Hoeveel uit de groep arbeidsgeschikten? En hoeveel van buiten de provincie- en landsgrenzen? Een grote opgave zowel in aantallen als in kwaliteit. Het aanbod moet namelijk ook nog eens passen bij de vraag. ROA/Etil berekent voor de komende vijf jaar een tekort van 20.000. Maar dat zal veel groter zijn als het aanbod niet aansluit bij de vraag. De conclusie is dat we alle talenten in Limburg hard nodig hebben. We kunnen daarbij niet alleen vertrouwen op een aantrekkende economie. Daarvoor is de werkloosheid, met name in Zuid-Limburg, te hardnekkig. Tegelijkertijd moeten we ervoor zorgen dat de kwetsbare mensen die we stimuleren om nu de arbeidsmarkt op te stappen, straks niet als eersten op straat staan als het economisch minder gaat. De groep werkenden wordt steeds ouder. Voor werkgevers wordt het dus ook steeds lastiger om hun personeel gezond en productief aan het werk te houden. Vooral in het Limburgse mkb, waar meer dan 75.000 medewerkers (van de 275.000) ouder zijn dan vijftig jaar, levert dit problemen op. Talentmanagement en een veel

sterkere ‘levenlang leren’- cultuur is in het mkb hard nodig. Bij regionale samenwerking leggen de spelers in het veld vaak het accent op óf de economie, óf het onderwijs óf de werkgelegenheid óf de zorg of... ‘Het samenbrengen van die ontwikkelingen is nodig om de welvaart en economische groei te bevorderen, de concurrentiepositie te versterken en te stimuleren dat iedereen kan meedoen en meeprofiteren’ (een citaat uit het SER-advies ‘Regionale samenwerking: leren van praktijken’). Sociale diensten zoals Kompas (Nuth, Onderbanken en Voerendaal) tonen aan dat een proactieve en samenhangende aanpak succesvol is. De Limburg Aanpak van VDL, onder leiding van Lieve Schouterden, bewijst dat goede samenwerking resultaat oplevert. Ondanks de aantrekkende economie en een neiging naar volledige werkgelegenheid zal er een groep kwetsbare burgers blijven. Hub Vossen, aalmoezenier van Sociale Werken, noemt bijvoorbeeld de groep van oudere hoogopgeleiden die na ontslag de grond onder hun voeten kwijtraken. Of de groep dolende jongeren. Vaak zijn dat probleemjongeren die ‘hulpmoe’ zijn, zoals Simoon en Thei Verstappen uit Maastricht aangeven. Schrijven we die groepen af of maken we contact? Dat vraagt dan wel om het vermogen om de vraag los te laten, zoals Sjoerd Cratsborn in dit magazine zo treffend aangeeft. Voor die groepen zijn volgens Paul Schefman van de LEVANTOgroep naast bestaande maatregelen nieuwe routes nodig, zoals verbreding van het begrip arbeid, experimenten met het basisinkomen of een alternatieve aanpak van schuldhulpverlening als het Goede Gierenfonds. We vragen ook aandacht voor de mensen die vanwege een beperking niet voor een (volle betaalde) baan in aanmerking komen. ‘Ook die mensen hebben talent, en dat zouden we meer moeten waarderen,’ aldus Marcia Adams van de Stichting Dichterbij. Athos Maastricht richt zich op deze groep en noemt zich een ‘inclusieve samenleving in het klein’. Rendiz in de regio Maasbree (Peter Broekmans/Vivian Kersten) weet als onderneming met maximaal 50% zorggeld veel mensen met een arbeidsbeperking een werkplek te bieden. Hun belangrijkste vraag: Wat kun je wél? Atelier Jeruzalem DEVERENIGINGLIMBURG P117

www.socialeagendalim


in Venray en Gewoon Doen in Horst bieden kwetsbare mensen een ontwikkelplek. En zo zijn er zeker meer prachtige voorbeelden als bewijs dat het kan. Er kan veel meer als we de krachten bundelen. De aantrekkende economie gaat dat niet zo maar oplossen. Met name voor Zuid-Limburg

geldt dat groepen al heel lang de aansluiting met de arbeidsmarkt verloren hebben. Daar is een krachtig offensief nodig, inclusief het verbreden van het begrip arbeid. ‘Denk in mensen, niet in functies,’ zegt Lieve Schouterden van VDL Nedcar. Dat betekent dat we op onze werkvloeren, in onze klassen en in onze wijken en kernen extra ruimte moeten maken

voor talent. Zodat niemand meer buiten de boot valt. Vanuit de trekkracht van onze sterke economie, vanuit onderwijs dat leidt naar een baan en vanuit maatregelen die mensen stimuleren om te klimmen op de participatieladder.

De richting Van:

B

Tekorten op de arbeidsmarkt Gevecht tegen werkloosheid Lage arbeidsparticipatie Arbeidsonzekerheid voor velen Accent op winst Smal arbeidsbegrip: loon

Naar: Een goed functionerende arbeidsmarkt Volledige werkgelegenheid Stijgende arbeidsparticipatie/alle groepen Arbeidszekerheid voor velen Accent op sociaal ondernemen + winst Breed arbeidsbegrip: maatschappelijke meerwaarde

Wie is al in actie? Ondernemend Limburg (LLTB, LWV, mkb)

Ondernemend Limburg biedt met het plan Limburg Next Level (titel ‘Limburg maakt Nederland groter’) een breed investeringsprogramma aan. Een van de doelen is het uitbannen van werkloosheid van alle Limburgers onder de 30 jaar.

4Limburg van de universiteit van Maastricht

• Een duurzame, inclusieve arbeidsmarkt die ook voor kwetsbare mensen toegankelijk is. Dat is het uiteindelijk doel van 4Limburg, een initiatief van vijf hoogleraren van de Universiteit Maastricht. Volgens de hoogleraren staan er op dit moment ongeveer 200.000 mensen tussen de 20 en 60 jaar aan de zijlijn, dat is 1 op de 5 Limburgers. Onder hen ook niet-uitkeringsgerechtigden en vluchtelingen. • 4Limburg stelt niet alleen dat meer mensen aan het werk kunnen, maar ook dat het begrip arbeid verbreed moet worden. Het gaat er om dat mensen zinvol bezig zijn. • Om dat te bevorderen zijn onder andere meer experimenten nodig. Die experimenten wil 4Limburg op een wetenschappelijke manier monitoren, zodat duidelijk wordt wat wel en wat niet werkt. En voor wie iets werkt. • De hoogleraren willen samen met het mkb de zogeheten Balansmeter inzetten bij 50-plussers. Met dit instrument, ontwikkeld door de universiteit, kunnen vroegtijdig werknemers met een verhoogd risico op verzuim, worden opgespoord.

Ondernemende gemeenten

Gemeenten worden uitgedaagd om hun arbeidsmarktbeleid en inzet op arbeidsparticipatie proactiever op te pakken zoals Kompas, sociale dienst voor Nuth, Onderbanken en Voerendaal dat doet. Dat vraagt onder andere om het doorbreken van verkokering, intensieve samenwerking met het bedrijfsleven en de regionale werkbedrijven.

Huis voor de Zorg

Draagt bij aan de verbreding van de arbeidsparticipatie in Limburg, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen.

Provincie

• De Economische Agenda Limburg, met onder andere de vier campussen; • De Sociale Agenda met onder andere het Limburg Werkt Akkoord; • Het onderwijs-arbeidsmarkt beleid met onder andere grensoverschrijdend Leren en Werken en Human Capital Agenda’s, die antwoord geven op de vraag wat de arbeidsmarkt voor bijvoorbeeld techniek nodig heeft en hoe dat kan worden ingevuld.

DEVERENIGINGLIMBURG P118 www.socialeagendalimburg.nl


Opgave 2 Aan de slag met onze jongeren Als we een echte trendbreuk willen in Limburg, is extra aandacht nodig voor onze jongeren. Natuurlijk, met het grootste deel van onze jeugd gaat het goed. Maar er is ook een percentage jongeren dat de aansluiting niet weet te maken. Ook al zien we dat er jongeren zijn die later toch de overstap weten te maken. Wie dat niet lukt, staat voor een moeizame toekomst. Willen we sociale overerving doorbreken, dan moeten we de jeugd een bijzondere plek geven. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) becijferde dat in Limburg ongeveer 20.000 jongeren buiten beeld zijn. Zij hebben noch opleiding, noch werk, noch uitkering. Het zijn de NEETS: Not in Education, Employment or Training. Omdat ze niet in de bestanden van bijvoorbeeld onderwijsinstellingen en uitkeringsinstanties voorkomen, heeft de overheid ze niet goed op de radar. Vaak krijgen ze geen begeleiding bij het zoeken van een opleiding of een baan. En dat terwijl dit een kwetsbare groep is met een verhoogd risico op langdurige werkloosheid, armoede en schulden. Belangrijke vraag is hoe we contact maken met die groepen. Abdel-Ilah Aziz, geboren en getogen in de Roermondse wijk Donderberg, loopt stage bij wijkorganisatie DB4ALL en is één van de coördinatoren van voetbalclub de Tigers. Hij toont aan hoe sport/voetbal een verbindende schakel kan zijn naar kwetsbare jongeren. De decentralisatie van de jeugdzorg naar de gemeenten zou de basis moeten zijn om alle invalshoeken, verenigingsleven, jeugdgezondheid, opvoedingsondersteuning et cetera, met elkaar te verbinden om onze jongeren optimale kansen te bieden. Die inzet leunt niet alleen op de overheid of de instellingen. Ook van werkgevers mag extra aandacht voor onze jongeren gevraagd worden.

Doeners in dit magazine zijn o.a. Abdel-Ilah Aziz (Donderberg), Patrick Pranger (Arcus) SO-VSO Mikado (Gennep), Wim Horsch/ Ans Pennartz (VSV-aanpak), Jan Fasen (Mundium College).

Kinderen met gelijke capaciteiten krijgen niet dezelfde kansen in het onderwijs. De verschillen worden zelfs groter, ook in Limburg. Daarnaast scoort Zuid-Limburg bovengemiddeld waar het gaat om voortijdig schoolverlaten en is er zelfs hier en daar sprake van een toename (o.a. in Maastricht). Jongeren die voortijdig of aan het einde van hun schoolcarrière het onderwijs verlaten zonder kwalificatie, vallen gemakkelijk tussen wal en schip. De samenleving heeft er alle belang bij om dat te voorkomen. Over Voortijdig School Verlaten zegt VSV-deskundige Ans Pennartz: ‘Boven Sittard-Geleen is, zeker in sommige steden, nog genoeg werk aan de winkel, maar de situatie in Zuid-Limburg verdient intensieve aandacht.’ Merie Michels, regionaal adviseur onderwijs arbeidsmarkt, daarover: ‘De ‘VSV-wereld’ kent in Limburg twee grote problemen: links weet niet wat rechts doet. En duizenden jongeren zonder startkwalificatie of diploma hebben we gewoon niet in beeld. We hebben géén gemeenschappelijke visie. Mijn oproep: stop met vooral je eigen ding voor deze jongvolwassenen te blijven doen, laten we vooral heel snel samen aan oplossingen werken.’ Het onderwijs in Limburg speelt een centrale rol om onze jongeren de beste kansen te geven. In onze gesprekken met het onderwijsveld in Limburg is gebleken dat men de noodzaak van fundamentele verandering erkent. Het onderwijs zit op een omslagpunt. We moeten die omslag nu echt maken, want de tijd haalt ons in. Onze stellige indruk is dat het onderwijs weet in welke richting de verandering nodig is. Dat is positief. De uitvoering daarvan valt echter tegen. Natuurlijk, er zijn parels in het Limburgs onderwijsland, maar we zien te veel onderwijsinstellingen die in zichzelf gekeerd blijven. Er moet meer ruimte komen voor de onderwijsvernieuwers in de scholen. Ruimte voor kleine veranderingen, zoals Egid van Houtem zegt. Tevens moet de samenhang in het aanbod veel beter aansluiten bij de talenten van onze kinderen. Patrick Pranger van Arcus College in Heerlen helpt jongeren met ‘weten wie je bent en wat je wilt’. Inzet is tevens dat de relatie met de arbeidsmarkt verder verbetert. Lars Leerssen van Wealer wijst bijvoorbeeld op het Duits model: een combinatie van leren op school en al vroeg in het bedrijf ruime ervaring opdoen.

DEVERENIGINGLIMBURG P119

www.socialeagendalim


De richting Van:

B

Groepen ‘spookjongeren’ Stijgende schooluitval Ongelijke kansen in het onderwijs Leren en werken los van elkaar

Naar: Alle jongeren in beeld Iedere schoolverlater heeft een kwalificatie Gelijke kansen voor alle jongeren Leren en werken in combinatie

Wie is al in actie?

Het onderwijsveld: primair onderwijs, • De Educatieve Agenda Limburg wordt versterkt inclusief een nog efficiëntere aansluiting voortgezet onderwijs, middelbaar van het onderwijs op de Limburgse arbeidsmarkt; beroeps onderwijs • De toename van het aantal VSV’ers in Limburg moet de komende drie jaar hoe dan ook stoppen. Een effectieve VSV-aanpak, gebaseerd op echte samenwerking, is nodig, met name in het Zuiden. Kijk daarbij naar het succesvolle actietafel-model in Roermond: ‘We gaan niet eerder uit elkaar totdat er een passende oplossing voor alle te bespreken jongeren is.’ • ’De Werkplaats’ is een nieuw gezamenlijk initiatief van de Limburgse PO- en VO -besturen waarmee ze zelf een onderwijsinnovatie-agenda hebben geformuleerd. Een kwartiermaker is onlangs benoemd, met ondersteuning door de provincie. Daar kan het niet bij blijven, hoe goed deze stap ook is. Meer samenwerking tussen alle onderwijsgeledingen is noodzakelijk.

Kennisinstellingen

Instellingen als de GGD, de Universiteit Maastricht en Zuyd Hogeschool voelen zich aangesproken om de jongeren die van de radar verdwijnen in beeld te brengen. Vervolgens wordt met onderzoek en met partners die deze jongeren kunnen opsporen, erop ingezet om jongeren te activeren naar opleiding, werk of dagbesteding.

Ondernemende gemeenten

Gemeenten zijn aan zet om een samenhangende aanpak te organiseren waarin alle jongeren tot hun recht komen, op basis van de inzet van alle spelers in het veld, onder andere het onderwijsveld, de jeugdzorg, de werkgevers.

Huis voor de Zorg

Het Huis voor de Zorg wil met zijn ervaring partner zijn om de aansluiting met de jongeren zelf te versterken. We weten immers dat initiatieven die onvoldoende vanuit het perspectief jongeren genomen worden, zelden effectief zijn.

Provincie

• De inzet van de provincie voor het onderwijs is vastgelegd in de Kaderbrief Onderwijs. Daarin ligt de focus op de ontwikkeling van PO/VO en MBO. Bij PO/VO wordt de nadruk gelegd op doorlopende leerlijnen. Het MBO is door de provincie uitgenodigd om met een samenwerkingsplan te komen. • Het ministerie van OCW heeft opgeroepen tot een ‘Gelijke Kansen Alliantie’, waarmee de kansenongelijkheid voor jongeren aangepakt moet worden. De provincie wil daarin proefregio voor Nederland worden.

DEVERENIGINGLIMBURG P120 www.socialeagendalimburg.nl


Opgave 3 Werken aan een gezonde samenleving die de kloof overbrugt Wonen in een prettige en veilige wijk, uitgedaagd worden om je talent te benutten, het gevoel hebben er bij te horen… Die zaken bepalen de kwaliteit van leven in de Limburgse wijken en dorpen. Al die onderdelen komen terug in het begrip Positieve Gezondheid. Als we de achterstand in gezondheid willen inlopen in Limburg, moeten we er aan werken dat iedereen het gevoel heeft dat hij of zij meetelt. Op dat punt zijn we nog lang niet. Limburgers hebben meer dan andere Nederlanders moeite om te werken, op school te blijven of de handen uit de mouwen te steken in hun wijk of kern. De gezondheid blijft navenant achter. De groep die echt langs de kant staat en de groep met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt – samen ongeveer 30% - vechten voor hun bestaan. Lage sociaal economisch status heeft een directe relatie met (on)gezondheid en meedoen: het vertrouwen in de medemens ligt bij hoogopgeleiden op 86%, bij de laagstopgeleiden is dat slechts 39%. Deze groepen voelen een grote afstand tot de Limburgers die bestaanszekerheid kennen en gewoon meedraaien in het onderwijs- en arbeidsproces. De afstand wordt nog versterkt door beleidsmakers en politici. Zij leggen verantwoordelijkheid terug naar mensen zelf en knabbelen aan zekerheden. Denk aan flexibilisering, digitalisering, globalisering, europeanisering, meer eigen risico in de zorg, latere pensioenleeftijd. Zo ontstaat een participatiesamenleving die lonkt voor de één en misschien wel dreigt voor de ander. Limburgers zijn afhankelijker van zorgvoorzieningen. Het hoge gebruik van zorgvoorzieningen past niet in de landelijke rekenmodellen voor het verdelen van de zorgbudgetten. Dit legt met name in Zuid-Limburg een extra grote druk op de financiers (zorgverzekeraars, gemeenten), maar ook in steden als Venlo. In Limburg is 12,8% van de beroepsbevolking laaggeletterd (92.000 tussen 16 en 65 jaar). We vallen daarmee binnen het landelijk gemiddelde van 13%, maar er zijn grote verschillen tussen gemeenten. Venlo en Kerkrade scoren bijvoorbeeld meer dan 16%. Beide steden werken actief aan verbetering. Er ligt een grote opgave. Dat gaat de komende jaren extra spannen omdat de middelen te krap zijn om vast te houden aan de oude aanpak, gebaseerd op strakke scheiding tussen vraag en aanbod. Het lukt in Limburg nog onvoldoende om mensen in een kwetsbare positie deel te laten nemen in het onderwijs, op de arbeidsmarkt en in de samenleving in bredere zin. De muren tussen de kwetsbare Limburgers en de organisaties in de economie, het onderwijs en de leefomgeving zijn hoog. De leeftijdscategorie tussen 16 en 26 jaar krijgt onvoldoende aandacht. Jeugdzorg en Wmo ontwikkelen zich te veel gescheiden van elkaar.

Op vele terreinen, o.a. die van participatie, zorg en huisvesting, ontbreekt het aan samenhangende en effectieve aansturing. Veel gebruikt excuus: de speelruimte is financieel beperkt, de prestatiedruk is groot en de doelen en voorwaarden zijn scherp bepaald. ‘Zo leidt de huidige werkwijze tot hokjesbeleid, gebrekkige samenwerking en een onoverzichtelijk speelveld,’ stelt Paul Schefman van de LEVANTOgroep. Nieuwe wegen zijn nodig om uit dat moeras te komen. Bijvoorbeeld met coöperatieve modellen op basis van populatiebekostiging zoals STAND-BY! Heerlen, een initiatief met een grote voorbeeldfunctie voor de rest van Limburg ėn Nederland.

Doeners in dit magazine zijn o.a. STAND-BY! Heerlen, Coöperatie Steingood Beringe, Dorpsknooppunt Rimburg, ‘t Zorghuus Ysselsteyn, LaefHoês America, Bie Gerda Meers.

De opgave verschilt sterk voor Noord- en Midden-Limburg ten opzichte van Zuid-Limburg. Vergeleken met de rest van Nederland is de participatie en gezondheid in Noord- en Midden-Limburg op en soms zelfs boven het landelijk gemiddelde. In Zuid-Limburg blijft sprake van een zwakke arbeidsparticipatie, hoge uitval in het onderwijs, slechte gezondheid en beperkte betrokkenheid bij de directe leefomgeving. Volgens Huub Narinx, directeur van de Limburgse werkgevers (LWV), is het ‘voor ondernemers een kwestie van lijfsbehoud om een steeds groter wordende kloof te voorkomen.’ Theo Thuis van 4Limburg en Q-Park sluit daarbij aan: ’Wat we ons in elk geval niet kunnen permitteren, is dat we mensen aan de kant laten staan. Dan zal de samenleving nog meer polariseren. Daar zit geen enkele ondernemer op te wachten.’ We moeten naar een samenhangende aanpak, die vertrekt vanuit het gewone leven van mensen. Dat vraagt een andere houding en gedrag van alle betrokkenen. Van papier naar praktijk, van lijdzaam naar leidend. Van sturen op geld, regels, aanbod en eigenbelang naar samenwerking gericht op wat nodig is. Een verbinding met veiligheid, (passend) onderwijs, publieke gezondheid, wonen/ruimtelijke inrichting en schuldhulpverlening is nodig. Volgens filosoof Govert Derix gaat de transformatie in het sociaal domein over alles. Bovendien moeten we mensen anders benaderen. Petra Stienen noemt dat de Triple A-aanpak: eerst aandacht, dan acceptatie en dan (pas) aanmoedigen. Ook de wijkenaanpak leert dat het om mensenwerk gaat en niet om instituties. Succes is vooral afhankelijk van mensen die in de wijk bekend zijn en met hun voeten ‘in de modder staan’. Ze kunnen politicus zijn, ambtenaar, buurtconciërge, teamleider, professional of

burger, maar als ze op een bepaalde plek hun energie kwijt kunnen, kunnen ze bergen verzetten. De wijkenaanpak blijkt een bijzonder soort aantrekkingskracht uit te oefenen op dit soort mensen. Zowel onder burgers als beroepskrachten. Ze zijn als spil in de wijk goud waard, omdat ze op gevoel werelden aan elkaar schakelen en mensen mobiliseren. Volgens onderzoeker en filosoof Gabriël van den Brink ondervinden zij, binnen en buiten hun organisaties, naast complimenten ook de nodige tegenwerking. Dat vraagt om meer leidinggevenden die rugdekking bieden. Wij zagen krachtige voorbeelden van een nieuwe aanpak. Enkele ervan staan in dit magazine. Zo richt Wonen Limburg zich niet langer op de stenen maar op zelfredzaamheid van mensen. Peel en Maas bouwt aan communicatieve zelfsturing waarin de kracht van de gemeenschap voorop staat, met een overheid die zich daaraan aanpast. Acht instellingen in Parkstad hebben STAND-BY! Heerlen opgericht. Verder zien we in Limburg ook een ontwikkeling van onderop. Lokale helden die zich van binnenuit inzetten voor hun medebewoners, zoals Diana Bolk in de Donderberg en Ans Fransen in Heerlen. In korte tijd zijn in Limburg meer dan 100 kleinschalige bewonersinitiatieven ontstaan rond zorg en welzijn en die groei gaat gestaag door. De initiatieven variëren van eenvoudige projecten zoals een huiskamer voor dorp of wijk tot bewoners die een verzorgingshuis (Ysselsteyn), Dagopvang (Bie Gerda Meerssen) of een gezondheidscentrum nieuwe stijl (America) realiseren. Die beweging van onderop is nog broos. Ze kan groeien als we ze serieus nemen en vertrouwen geven, inclusief regelruimte en financiën. Daarbij geeft een aantal koplopers aan dat er behoefte is aan een plek waar kennis bij elkaar gebracht wordt over die beweging. Wim Hazeu heeft het over een Uitwisselingscentrum, Maria Janssen over een Participatiecentrum. Hier en daar zijn er al initiatieven in die richting, zoals de Regio Venlo Academie en het Vernieuwerslab in Parkstad. Het Knooppunt Zorgen voor Elkaar Limburg richt zich speciaal op zorgcollectieven (VKKL). De echte winst zou zitten in het verbinden van die initiatieven. Limburg heeft behoefte aan social tinderen op alle niveaus: aan mensen die elkaar bewust vaker opzoeken omdat die bundeling van krachten zoveel meer oplevert. In het begrip Positieve Gezondheid komen alle onderdelen voor een gelukkig leven samen. Positieve Gezondheid gaat over zes dimensies: lichamelijke gezondheid, dagelijks functioneren/zorgen voor jezelf, je mentaal goed voelen, zingeving/levenslust, meedoen/sociale contacten en kwaliteit van Leven (inclusief wonen, veiligheid). Werken aan Positieve Gezondheid helpt om Limburg gezonder en vitaler te maken. Met steun van de provincie ligt er een plan van aanpak dat van Limburg de eerste ‘positief gezonde provincie’ van Nederland moet maken. Dit moet in de periode 2019-2022 worden bereikt. Onderdeel van dit plan is het Actiecentrum Positieve Gezondheid waarin GGD’s, Huis voor de Zorg, zorgverzekeraar CZ en het Institute for Positieve Health en de Provincie Limburg samenwerken. DEVERENIGINGLIMBURG P121

www.socialeagendalim


De richting Van:

B

Sturen op geld, regels, aanbod, eigen belang Zwakke wijken Bewoners zijn passief in de wijk Gezondheid = niet ziek zijn Je moet meedoen

Naar: Coöperatief aanbod dat aansluit bij de vraag Veerkrachtige wijken Bewoners nemen het voortouw in de wijk Gezondheid = eigen regie hebben (Positieve Gezondheid) Aandacht, acceptatie, aanmoedigen

Wie is al in actie? Zorgverleners, zorgverzekeraars

In Limburg zijn drie proeftuinen Positieve Gezondheid al in uitvoering. De eerste onderzoeksresultaten van drie proeftuinen tonen aan dat zorg sneller verleend kan worden, tevredenheid bij zorggebruikers toeneemt en de totale zorgkosten (in de keten) afnemen. De proeftuinen lopen door. Met het Actiecentrum Positieve Gezondheid wordt samengewerkt.

Ondernemende gemeenten

Alle hier genoemde vraagstukken raken in sterke mate de verantwoordelijkheid van gemeenten. Werken aan een gezonde samenleving die de kloof overbrugt is een kernopgave voor gemeenten.

Huis voor de Zorg

• Het Huis voor de Zorg wil zich ontwikkelen naar een ‘Netwerk voor Burgerkracht’. • Het Huis voor de Zorg kan een verbindende rol vervullen voor de initiatieven die er zijn rond kennisdeling over de beweging van onderop.

Woningcorporaties

Corporaties richten zich vooral op de huisvesting van personen die door hun inkomen of andere omstandigheden moeilijkheden ondervinden met het vinden van passende huisvesting en daardoor zijn aangewezen op huurwoningen. Zij hebben daarmee een bijzondere positie voor kwetsbaren. Corporaties gaan daar verschillend mee om. Voor woningcorporaties als Wonen Limburg is vastgoed een middel om maatschappelijke doelen te bereiken. Andere woningcorporaties als Maasvallei en Wonen Zuid kiezen ook steeds nadrukkelijker voor maatschappelijke ondersteuning van mensen in kwetsbare posities en een bescheiden inkomen.

Bewoners (beweging van onderop)

Bewoners nemen initiatieven vanuit de vraag wat nodig is in hun leefomgeving. Zij zijn daarin zelf eigenaar. In Limburg zijn daar veel krachtige voorbeelden van, een aantal daarvan staat in dit magazine. Hoe kunnen we die beweging versterken? Onder meer door kennisuitwisseling te ondersteunen. Een tweede belangrijke factor is het samenspel met de gemeente. In dat samenspel is nog veel te verbeteren. De gemeente Peel en Maas is daarin een landelijk gewaardeerd voorbeeld. Gemeenschapsontwikkeling is daarin de basis. Dat vraagt van de gemeente dat zij kan omgaan gaan met de rol van communicatieve zelfsturing. In dit magazine geeft Geert Schmitz, strateeg Peel en Maas, aan hoe dat werkt.

Actiecentrum Positieve Gezondheid

Het Institute for Positive Health heeft met een aantal partners, waaronder de provincie, een Plan van Aanpak opgesteld om van Limburg de eerste ‘positief gezonde provincie’ van Nederland te maken. Daarmee wordt het gedachtegoed van positieve gezondheid ingezet om de veerkracht en zelfregie van de Limburgers te stimuleren. Hulp- en zorgverleners worden ondersteund in het voeren van ‘het andere gesprek’ met cliënten, patiënten en burgers.

Kennisinstellingen

Willie Koonings van ‘t Zorghuus Ysselsteyn is op zoek naar kennispartners die onderzoek doen naar de kracht van bewonersinitiatieven. In Noord-Limburg zijn al veel kennisinstellingen actief om zorgcollectieven te ondersteunen met kennis en onderzoek. Er is behoefte aan verbinding tussen de inzet van die kennisinstellingen.

Provincie

De opgave die wij hier aangeven, is onderdeel van de Sociale Agenda. Veel initiatieven zijn al in gang gezet (zie elders). De uitvoering van de Sociale Agenda wordt de komende tijd aangevuld met onder andere: • het versterken van de sociale infrastructuur in Limburg met onder meer de Maatschappelijke Organisaties en het Huis voor de Zorg; • het versterken van de Wijkenaanpak gericht op wijken met een lage sociaaleconomische status.

DEVERENIGINGLIMBURG P122 www.socialeagendalimburg.nl


Opgave 4 Nieuw leiderschap in Limburg Wij hebben op onze trektocht ervaren dat Limburg nog te veel getekend wordt door bestuurlijke scheidslijnen. Ondernemers, instellingen in de zorg en sociale dienstverlening en ruimtelijke ontwikkelaars praten en werken te vaak langs elkaar heen. Ook binnen en tussen gemeenten zien wij dat het overbruggen van afstanden moeizaam gaat. Zo ontstaan ‘eilanden van betekenisloosheid’ volgens Mathieu Wagemans. We lossen dat niet op met nog meer nieuwe structuren. Als we een sterke beweging willen, dan moeten we op zoek naar manieren om de leiders, inclusief de inspirerende leraar, voetbaltrainer of buurtbewoner, met elkaar te verbinden. Het gaat om de mensen met passie, positie en potentie om iets te veranderen. Het recept om daar een beweging van te maken is elkaar kennen en ontmoeten in combinatie met ondersteuning. De Vereniging Limburg kan een drager zijn voor die beweging. De maatschappelijke kracht in Limburg, met name in stedelijk Zuid-Limburg, blijft achter. De verantwoordelijke spelers in het veld vinden elkaar onvoldoende om de hardnekkige vraagstukken aan te pakken. De Verkenners zijn geschrokken van de wijze waarop partners in Zuid-Limburg met deze opgave omgaan. Op dat punt blijft het eerder regen dan zonneschijn. De verbinding met de economische omgeving is bij overheden en instellingen zwak. Zuid-Limburgs sociaal beleid is op veel plekken ingericht om probleemsituaties te beheersen (veel bureaucratie, controle wint van kansen, weinig verbinding met ondernemers). Soms is beleid daardoor zelfs probleemversterkend. De bestuurlijke en ambtelijke samenwerking wordt binnen en tussen de steden sterk gehinderd door positiespel en lokaal en sub-regionaal zelfs tegengewerkt. Zowel bij gemeenten als bij de instellingen. Leiderschap is nodig om de grote afstand tussen werk, onderwijs en de Limburgers te verkleinen. Grote financiële beperkingen maken dit ook nog eens onvermijdelijk. De opgave is groot. Het is niet meer van deze tijd om daarbij alles van de overheid te verwachten. Zeker niet in een periode waarin het vertrouwen in die overheid en in de politiek afneemt. Als de overheid al ooit spelbepaler is geweest, dan vraagt de huidige tijd om een overheid die weet te schakelen. Soms is de overheid sturend, vaker is zij coproducent. We moeten van een gulzige overheid naar een coöperatieve overheid. Tegelijkertijd mag veel meer verantwoordelijkheid van de partners in de samenleving

gevraagd worden. De werkgever, de bestuurder van een instelling, de leraar, de bewoner zelf. Zij worden allemaal uitgedaagd om zelf en samen het verschil te maken. Dat vraagt een veel beter samenspel waarbij het eigenbelang ondergeschikt wordt gemaakt aan de kernopgave: het geluk van alle Limburgers. ‘We moeten door de schotten heen,’ stelt Wim Hazeu van Wonen Limburg. Mooie plannen zijn daarbij niet voldoende. Het gaat om de uitvoering.

Doeners in dit magazine zijn o.a.: Frans Wilms, Petra Dassen Harry Coumans, Wim Hazeu, Birgit op de Laak, Theo Thuis, Lieve Schouterden, Peter Broekmans, Marcia Adams, Ves Reijnders, Jan Fasen, Abdel-Ilah Aziz, Patrick Pranger.

In dit magazine, in de voorbereiding van onze tour door Limburg (juni 2017) en in onze gesprekken met partners hebben wij geproefd dat de koplopers de noodzaak zien voor verandering. De eerste stappen daarvoor zijn gezet. Limburg is in beweging. Met goede initiatieven in de praktijk (van onderop) en met de aankondiging van een vereniging op Limburgse schaal (Limburg-breed). De volgende stap is om die twee in elkaar te vlechten. Samen met de Provincie die daarbij ondersteunt en faciliteert. Wij zien beweging bij: •  Ondernemers: Limburg maakt Nederland groter/Limburg next level, waarbij ondernemend Limburg zijn opgave in relatie tot de sociale agenda scherp heeft gedefinieerd voor de komende jaren; • Kennispartners: 4Limburg en een educatieve agenda die aansluit bij een ‘gelijke kansen alliantie’, die juist in Limburg hard nodig is; • Burgers: steeds meer krachtige initiatieven vanuit de samenleving. Om te zorgen dat die beweging niet versnipperd blijft, wordt de sociale infrastructuur versterkt met onder andere het Actiecentrum Positieve Gezondheid, het Huis voor de Zorg en de inzet van maatschappelijke organisaties; • Overheden en instellingen: positieve ontwikkeling in Noord- en Midden-Limburg en in de middelgrote gemeenten. Voor Zuid-Limburg is extra aandacht nodig omdat het op punten echt vastloopt in het bestuurlijke leiderschap.

Hoe brengen we die beweging in een volgende fase? Wij noemen enkele tips voor de Vereniging Limburg: •  Mensen maken het verschil. De kern van de beweging vormen die sleutelfiguren/ lokale helden die in houding en gedrag verbindend leiderschap praktiseren. Zie bijvoorbeeld de bijdragen van Frans Wilms en Petra Dassen in dit magazine; •  Netwerken functioneren op basis van vertrouwen. Dat ontstaat waar mensen elkaar kennen en ontmoeten. Daarvoor moeten kruispunten georganiseerd worden. Structurele ontmoetingen waar de dialoog verder gebracht wordt. Zo groeien netwerken, lokaal of regionaal. •  Een aanpak met ‘verkenners’ levert veel op. Wij hebben ervaren hoe waardevol het gesprek is. De verhalen van mensen over wat er werkelijk gebeurt en hoe dat voelt, leveren inzichten en inspiratie op die veel verder gaan dan beleidsnota’s. Bovendien konden wij, door in de keuken te kijken, de kennis van de een doorgeven aan de ander; • Wij hebben gezien dat samenwerking in Noord- en Midden-Limburg verder is ontwikkeld dan in Zuid-Limburg. Tevens zagen wij dat de ontwikkeling in middelgrote steden aanzienlijk beter verloopt dan in de grote steden. Zuid-Limburg en de grote steden vragen daarom extra aandacht en daadkracht om alle partners wakker te schudden en te ondersteunen om nu echt in te zetten op een positieve koers. • ‘Kennis is nodig om de juiste keuzes te kunnen maken,’ zegt Andries de Grip van de universiteit van Maastricht. Daarom is er een belangrijke rol voor kennisinstellingen/GGD/Smart Services Campus. Voor het delen van kennis kunnen leertrajecten opgezet worden voor overheid, zorg, onderwijs’, et cetera. •  Er moet één punt zijn in Limburg waar de koers voor de Vereniging Limburg wordt uitgezet en zicht wordt gehouden op de voortgang. Liefst in combinatie met een klein team van ‘aanvonkers’. Een team dat stimuleert, aanjaagt, en coördineert. De provincie is daarbij de verbindende en faciliterende partner. De provincie is met haar agenda’s zelf aan zet in de Vereniging Limburg en tevens ondersteunend naar ‘de gangmakers’ om hen te verenigen. Om de voortgang - en het gesprek daarover - levend te houden is effectmeting noodzakelijk. Met een scherpe analyse van de maatschappelijke situatie, inclusief gesprekken met de mensen om wie het gaat. Zo wordt gewerkt aan verdere verbetering.

DEVERENIGINGLIMBURG P123

www.socialeagendalim


De richting B Naar: Managers (korte termijn) Verbindend leiderschap (lange termijn) Kluitjesvoetbal Teamwork Hoe krijg ik de ander mee? Hoe kan ik aansluiten? Logge structuren Verbonden netwerken, lokaal en regionaal Veel plannen Uitvoering en experimenten Van:

Wie is al in actie? Ondernemers

Overheid Organisaties

Bewoners

Ondernemers die maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Bijvoorbeeld Ondernemend Limburg (Limburg maakt Nederland groter). Ondernemende gemeenten en een actieve provincie die krachtig samenwerken. Verbindende leiders die verder kijken dan het eigen belang (Coรถperatie Verbindend Leiden).

De vele bewonersinitiatieven in Limburg die de beweging van onderop sterker maken.

Met dank aan allen die ons inspireerden, de verkenners Anita Bastiaans, Ben van Essen, Ellen Janssen, Wil Rutten, Tjeu Seeverens, Bart Temme Limburg, mei 2017

DEVERENIGINGLIMBURG P124 www.socialeagendalimburg.nl


DE CIJFERS Saamhorigheid Het contact met de buren/buurt en verantwoordelijkheid voelen voor elkaar en de omgeving? Limburg als geheel scoort licht boven het Nederlands gemiddelde. Binnen Limburg zijn de scores uiteenlopend. Noord- en Midden-Limburg horen tot de dertien beste regio’s. Zuid-Limburg doet het met een 34ste plaats (van 40 regio’s) een stuk minder goed. Bovendien toont de saamhorigheid in Zuid-Limburg sinds 2012 een neerwaartse trend.

Misdaad Limburg scoort niet goed op dit aspect. Zuid-Limburg neemt een 38ste plek in van 40 Nederlandse regio’s. Noord- en Midden-Limburg presteren beter dan Nederland gemiddeld.

Levensverwachting Limburg presteert onder het Nederlands gemiddelde. Binnen Limburg zien we dat Midden- en vooral Noord-Limburg het net beter doen dan Nederland gemiddeld. Zuid-Limburg blijft achter en hoort binnen Nederland bij de regio’s met de geringste levensverwachting: plek 36 van 40. Kerkrade is de Limburgse gemeente waarvan de inwoners de geringste levensverwachting hebben: 78,9 jaar. In Nederland scoren slechts twee gemeenten lager.

Werkgelegenheidsfunctie Limburg bekleedt een middenpositie wat betreft werkgelegenheid. In Noord-Limburg is er een bovengemiddelde werkgelegenheid; in Midden- en Zuid-Limburg ligt de werkgelegenheid onder het landelijk gemiddelde. In Limburg zijn minder arbeidsplaatsen binnen een half uur bereikbaar dan gemiddeld in Nederland. Binnen Limburg scoort Zuid-Limburg het hoogst en Noord-Limburg het laagst. Bij deze indicator speelt de grensligging van Limburg een rol: gegevens van het buitenland worden niet meegenomen.

Regionale arbeidsmarkt De Limburgse arbeidsmarkt is voor een groter aandeel Limburgse ondernemers reden om de regio te verlaten dan om zich in de regio te vestigen. De ondernemers uit overig Nederland hebben een gunstiger beeld van de Limburgs arbeidsmarkt. In vergelijking met Nederland ervaren in Limburg bijna twee keer zo veel ondernemers problemen met het invullen van vacatures. Een vijfde van de ondernemers heeft problemen met het invullen van vacatures, tegenover een tiende in Nederland. De arbeidsmarkt is in een derde van de gevallen de reden om Limburg te verlaten, tegenover een vijfde in Nederland.

Werkloosheidspercentage Limburg heeft iets minder werkloosheid dan Nederland. In Midden-Limburg ligt de werkloosheid een vol procentpunt onder die van Nederland. Zuid-Limburg kent juist wat meer werkloosheid dan Nederland.

Bruto arbeidsparticipatie De bruto arbeidsparticipatie geeft aan welk deel van de inwoners 15-75 jaar werkt of werk zoekt. Limburg heeft de geringste bruto arbeidsparticipatie van alle provincies. Binnen Limburg neemt de participatie van noord naar zuid duidelijk af. Noord-Limburg zit nog tegen het landelijke gemiddelde, Zuid-Limburg heeft de geringste arbeidsparticipatie van Nederlandse regio’s.

Starters Limburg staat op de laatste plek qua startende ondernemingen. De Limburgse regio’s nemen plekken 36, 37 en 38 in van de 40 Nederlandse regio’s.

Verschil in Nederland Het SCP (2015) becijfert dat Nederland is in te delen in zes segmenten (Verschil in Nederland). Twee segmenten daarvan staan centraal in de Sociale Agenda Limburg 2025. (1) Een groep mensen die langs de kant staat en in armoede leeft. Armoede in breedste zin, qua geld, kennis, netwerk, gezondheid. Vaak gestapeld. Dit betreft 15% van de Nederlanders. (2) Ook gaat het om een groep mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt, wat effectief al begint bij opleidingsniveau VMBO 1-2 of lager. Dit betreft 14% van de Nederlanders. We weten uit onderzoeken dat delen van Limburg op dit punt steviger in de negatieve cijfers zitten. Het leidt tot scheidslijnen die te maken hebben met objectieve verschillen, maar ook met sociale en politieke identificatie.

DEVERENIGINGLIMBURG P125

www.socialeagendalim


Social Tinderen Onderweg hebben de verkenners al heel wat mensen met elkaar verbonden die samen nog meer het verschil kunnen maken. Verkenner Tjeu Seeverens vond daarvoor de term Social Tinderen uit. In Kessel bedachten de verkenners dat de volgende mensen en organisaties in elk geval dat Social Tinderen zouden moeten oppakken. Liefst informeel. Bijvoorbeeld met een kop koffie of Frietje Sociaal, zoals verkenner Bart Temme aanbeveelt.

It's a Match! Huub Vissers, afdelingshoofd SZ Roermond met Brahim Ait Melouk, directeur sociale dienst Kompas Frank Knols, Pedagogisch Sociaal Werk (PSW) met Anita Bastiaans van Athos/Radar in Maastricht Jim Janssen, wethouder SZ Maastricht met Konnect'Os van samenwerkingsverband werkgevers MVO Midden-Limburg Ger Smith/Harrie van Beers van het Starterscentrum met Sheila Oroschin van The Masters John Geven van Rockwool met Hans Martin Don van Leger des Heils Directeur uitzendbureau met directeur werkgeversservicepunt (WSP) Wim Hazeu van Wonen Limburg met Roy van der Broek, wethouder Schinnen over de coรถperatie Startups/ creatieve ondernemers met Ves Reijnders (SIF Panningen) en Peter Broekmans (Rendiz) Sanne Bloemen, gemeente Venray met Vivian Kersten van Rendiz over Social Impact Bonds Sanne Bloemen, gemeente Venray met Ivo Dohmen van Peel en Maas over Ondernemerscollectief Gemeente Venray met 4Limburg/Theo Thuis over arbeidsparticipatie

DEVERENIGINGLIMBURG P126 www.socialeagendalimburg.nl


Kopje koffie?

Wim Horsch van VSV Zuid-Limburg met Bart van Kessel (SMV VO Midden-Limburg) over actietafel Directeuren basisscholen met veel gewichtleerlingen met Cindy Brock, directeur Vincent van Gogh Roermond Starten weekendschool? met Cindy Brock van IMC Weekendschool Roermond Ger Koopmans en Hans Teunissen (gedeputeerden) met Huub Narinx (LWV) mkb-Limburg met Lars Leerssen van Wealer over levenlang leren Wat werkt in het onderwijs? met Rob Martens en Paul Kirschner van de Open Universiteit Voortijdig schoolverlaters? met Merie Michels van SBB en Kim van Arensbergen van Lef Team Maastricht Wilma Steegh, gemeente Venlo met Gerard Linders van Stg ABC en met Ilse Lodewijks van Cubiss over laaggeletterdheid Laaggeletterdheid ook met opstellers aanvalsplan Venlo en Schunck* Heerlen Opleiden ondernemers van de toekomst? met Lars Rompen van MTA Heerlen

Pilske pakke? Jo Bisscheroux, wethouder Eijsden met Diana Bolk van burenhulp-brigade Roermond Huiskamers in kleine kernen met Joep Kleinen van Dorpinlooppunt Rimburg Huiskamers gemeentebreed met Huiskamers Plus in Echt-Susteren Zorgaanbod in kleine kernen met Willie Koonings (’t Zorghuus Ysselsteyn) Zorgaanbod in kleine kernen met Ben van Essen (’t Laefhoes in America) Zorgaanbod in kleine kernen met Wim Daniëls (Plattelandshoémas Panningen) Zorgcollectieven van bewoners met Esther Koenen (VKKL) Universiteit Maastricht (4Limburg) met Willie Koonings (’t Zorghuus) over onderzoek Mantelzorg in kleine gemeenten met Joke Geraerdts van Servicepunt Swalmen Vervoer ouderen door vrijwilligers met ANWB AutoMaatje Simpelveld Multifunctioneel maken bestaande accommodaties met gemeente Echt-Susteren Positieve Gezondheid? met Institute Positive Health/Machteld Huber Positieve Gezondheid (in de praktijk) met Syntein/Janneke van den Bergh van Syntein DEVERENIGINGLIMBURG P127

www.socialeagendalim


Ommetje maken? Dorpsraden met dorpscoöperatie Steingood in Beringe Opzetten maatschappelijk netwerk met Beursvloer SWAP in Leudal Theo Bovens, gouverneur met Wim Hazeu van Wonen Limburg Gemeenten die worstelen met zelfsturing met Peel en Maas/Geert Schmitz Nieuw leiderschap overheid met Harry Coumans van gemeente Kerkrade Verbindend Leiderschap? met Leo Crombach van Coöperatie Verbindend Leiden Gemeente Kerkrade met Ministerie BZK/projectleider Leefbaarometer i.v.m. Digitale wijkkaart Zelfsturing in het onderwijs? met Jan Fasen van Mundium College

Woningcorporaties met Peter Broekmans Rendiz (compacte appartementen) Marc Schroten van Wonen Zuid i.s.m. Marianne Smitsmans, wethouder Roermond met Leo Crombach van Credohuis over woonruimte 18- tot 25-jarigen Ynze de Wit, fotograaf, ervaringsdeskundige met Martijn Koopmans van MetGGZ Kees van Rooij van KNHM met Kelly Regterschot van IBA Parkstad

Effe babbele? TIP:

Organisaties die beweging van onderop willen faciliteren met Jo Maes van Huis voor de Zorg en Nicole Estejé van het Project Collectieve Zelfredzaamheid Overbruggen Kloof? met aalmoezenier Hub Vossen

ONTWERP BINNEN JE ORGANISATIE EEN EIGEN SOCIAL TINDEREN-KAART Met wie ga jij een frietje sociaal eten? DEVERENIGINGLIMBURG P128 www.socialeagendalimburg.nl


'Friet

a l'

ocia S je

Wij, als verkenners geloven dat mensen die het gesprek met anderen opzoeken vaak het verschil maken. Mensen zijn, zeker wanneer er goed wordt samengewerkt, in staat tot geweldige dingen! Zelf merkten we onderweg dat gelijkwaardigheid in communicatie en positie enorm goed werkt om elkaar te leren kennen en te luisteren naar elkaars ideeĂŤn. De eettafel is een van de favoriete vormen gebleken om gelijkwaardig met elkaar in contact te komen. Vergadertafels, presentaties en werkvloeren kennen toch vaak een beduidend andere sfeer, nietwaar? Niet iedereen legt zomaar makkelijk contact met een ander. Welnu, zie hier onze aanmoedigingsbon voor een Frietje Sociaal. De rekening betaal je dan wel zelf, maar iedereen die deze aanmoedigingsbon ontvangt met zijn of haar naam erop, weet wat er te doen staat. Iedereen lust wel een frietje, toch? Nodig dus je buurman, een ouder of juist veel jonger iemand, je collega, iemand uit een hele andere richting of een bestuurder uit voor een informeel gesprek bij een lokale frietjesconnaisseur (of zo) en bedenk samen waanzinnig goede nieuwe initiatieven! Deze aanmoedigingsbon is te downloaden op www.devereniginglimburg.nl of te vinden op onze Facebookpagina.

Voor:

Ik wil met jou graag om tafel voor een Frietje Sociaal (of zo) om het te hebben over:

Bel me even als je het een goed idee vindt: .....................................................................

Afzender:

Tip: Mochten jullie met elkaar in contact komen op basis van deze aanmoediging, schroom niet om via social media het een en ander te communiceren! #devereniginglimburg of via Facebook of Instagram (@devereniginglimburg). Smakelijk denken! DEVERENIGINGLIMBURG P129

www.socialeagendalim


En nu de stilte? Negen maanden waren we onderweg. Vele honderden gesprekken hebben we gevoerd over wat er binnen het sociaal domein in Limburg goed gaat en beslist nog beter moet. Tijdens een heuse tour door Limburg, inclusief een grote ‘startmanifestatie’ in Panningen, door onze scherpe analyse in een eindnotitie én dit magazine hebben we laten zien wat we onderweg allemaal zijn tegengekomen. Het was een maximale poging van ons als zes verkenners om te signaleren, verbinden, ogen te openen, aan te zetten tot actie aan de ene kant en het in de schijnwerpers plaatsen van de vele parels. Wij waren aan zet, zijn nu klaar met onze opdracht. Vooral de laatste weken hebben we geprobeerd zoveel mogelijk mensen te vragen en stimuleren nu het stokje over te nemen en de nieuwe aanjagers te worden. We hebben, denken we, gezien dat er op alle niveaus meer dan voldoende mensen in Limburg bereid zijn deze rol te pakken. Het is aan de provincie om daarin de nieuwe rol als verbinder, kennismakelaar en facilitator nog meer op te pakken. En een voorbeeldfunctie te vervullen als het om ontschotting, nieuwe vormen van bestuurskracht en echte zelfsturing gaat. Dan is de gewenste trendbreuk zeker haalbaar. En voor ons als verkenners zal het even wennen zijn om niet meer elke dag bezig te zijn met onze opdracht. Waar van anderen nu verwacht wordt dat ze in de actiestand komen, mogen wij de stilte opzoeken. Daarvoor hebben we al een symbolische plek gevonden. Voor veel Limburgers is nog steeds Klooster Wittem in het Heuvelland een dankbare pleisterplaats voor de ziel. Theatermaker Lieke Benders opende er onlangs een stiltelab (www.hogefronten.nl/stiltelab/). Hier onderzoekt ze samen met kunstenaars, wetenschappers en anderen de stilte in al haar verschijnings- en verdwijningsvormen. Het mooie is dat dit stiltelab niet stil staat. Het is verplaatsbaar: vanuit de stilte ga je weer op weg. Dat zijn wij als verkenners – misschien ooit weer samen of bij nieuwe uitdagingen – zeker ook van plan. Anita, Bart, Ben, Ellen, Tjeu en Wil Foto: Moon Saris


www.devereniginglimburg.nl

Limburg waar het bloeit, waar het kraakt  

Sociale Agenda Limburg, Limburg, De Vereniging Limburg, Verkenners, Magazine Verkenners, Sociale domein Limburg

Limburg waar het bloeit, waar het kraakt  

Sociale Agenda Limburg, Limburg, De Vereniging Limburg, Verkenners, Magazine Verkenners, Sociale domein Limburg