Page 1

VROUWEN EN EERLIJKE HANDEL 1


2


VROUWEN EN EERLIJKE HANDEL 3


Verantwoordelijke uitgever Carl MICHIELS COÖRDINATIE Phenyx43 REDACTIE Dan AZRIA - Phenyx43 Florence NEYRINCK CONCEPT Julie RICHTER - Phenyx43 Foto cover Association des Villageois de N’Dem - Senegal Fotocredits: Fédération Artisans du Monde David Erhart

De meningen die in deze publicatie naar voren worden gebracht zijn die van de auteurs en weerspiegelen niet noodzakelijk de opvattingen van BTC of de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Uittreksels uit deze publicatie mogen gebruikt worden voor niet-commerciële doeleinden en op voorwaarde dat de herkomst en de auteur vermeld worden. © BTC, Belgisch ontwikkelingsagentschap, Brussel, maart 2012


INLEIDING

7

VROUWEN EN ONTWIKKELING

9

EEN HOOFDROL IN DE ONTWIKKELING ONGELIJKHEID EN ONRECHT ACHTERGROND

EERLIJKE HANDEL EN VROUWEN

EERLIJKE HANDEL BEGRIJPEN VOORDELEN VAN EERLIJKE HANDEL VOOR VROUWEN DE PLAATS VAN VROUWEN IN ORGANISATIES VOOR EERLIJKE HANDEL

10 11 14

17 18 22 26

OPMERKELIJKE INITIATIEVEN

31

BESLUIT

60

IN AFRIKA IN LATIJNS-AMERIKA IN AZIË

32 44 49


6


INLEIDING In de meeste landen van de wereld worden vrouwen niet als de gelijken van mannen beschouwd. Ze verdienen minder, hebben minder toegang tot bestaansmiddelen en onderwijs, genieten minder rechten, enz. Op de vijf continenten blijft het patriarchaat het dominante systeem, weliswaar in verschillende gradaties. Het beperkt de kansen op emancipatie en zelfstandigheid van de vrouwen die om te overleven afhankelijk zijn van hun echtgenoot, hun vader of hun broers. Dat is een groot onrecht. Het is niet alleen onbillijk maar ook contraproductief. Indien vrouwen dezelfde rechten op werk, eigendom of onderwijs zouden krijgen als mannen, zou dat de armoede aanzienlijk verminderen en de snelle ontwikkeling in veel landen bevorderen. Duurzame handel is een alternatief groeimodel dat het welzijn van de werkende mensen centraal plaatst in de economische activiteit. Het legt hiervoor formele normen vast die de producentenorganisaties moeten naleven. Een van deze normen is de volledige gelijkheid tussen mannen en vrouwen. En dat werkt. Zoals we hierna zullen zien, is eerlijke handel een machtig wapen om vrouwen de kans te geven zich te ontplooien, te werken, te leren en nieuwe verantwoordelijkheden op te nemen.

7


Crédit : Artisans du/ Monde - Ndem Coopérative Gumutindo (Oeganda) - Fotocredits: Gumutindo Where’s my coffee

8


VROUWEN EN ONTWIKKELING

EEN HOOFDROL IN DE ONTWIKKELING ONGELIJKHEID EN ONRECHT ACHTERGROND

9


Kagera (Tanzania) - Fotocredits: Andy Carlton / Twin

EEN HOOFDROL IN DE ONTWIKKELING Vrouwen spelen een hoofdrol in de groeidynamiek. Studies over dit onderwerp tonen duidelijk aan dat de ontwikkeling van werkgelegenheid voor vrouwen bijdraagt of zou bijdragen tot de oplossing van een groot aantal problemen waarmee de volkeren van het Zuiden kampen, onder meer op het vlak van de voedselsoevereiniteit. Een rapport van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) toont bijvoorbeeld aan dat men wereldwijd 100 tot 150 miljoen mensen extra zou kunnen voeden als vrouwen in rurale gebieden in dezelfde mate als de mannen toegang zouden krijgen tot grond, technieken, financiĂŤle diensten, opleiding en markten1. Alleen al door vrouwen dezelfde toegang tot landbouwmiddelen te geven, zou men in de ontwikkelingslanden (waar bijna alle ondervoede mensen van de planeet leven - 925 miljoen in 2010) de productie van de landbouwbedrijven met 20 tot 30 % kunnen verhogen. Deze studie toont ook dat een verandering van de praktijken en van de mentaliteit het aantal ondervoede mensen wereldwijd met 12 tot 17 % zou doen verminderen. Dit zijn 100 tot 150 miljoen vrouwen, mannen en kinderen.

10


In veel landen van de wereld worden vrouwen niet als de gelijken van mannen beschouwd.

ONGELIJKHEID EN ONRECHT Ongelijkheid vloeit vaak voort uit voorouderlijke tradities die de mannen een superieure sociale en politieke rol toekennen. Ze past in een wereldbeeld dat dikwijls botst met de moderniteit en ze soms afwijst. Hoewel de systemen van sociale ongelijkheid veel punten van overeenkomst vertonen, moeten we elke situatie in haar eigen culturele context beschouwen. In de westerse landen zien we die ongelijkheid vooral op het werk: vrouwen verdienen vaak minder dan mannen met vergelijkbare bekwaamheden en verantwoordelijkheden en zijn minder goed vertegenwoordigd in de bestuursorganen. De ongelijkheid is meestal groter in de ontwikkelingslanden en vooral in de armste milieus. Armoede, gebrek aan onderwijs en de druk van de tradities leggen de vrijheid van vrouwen aan banden en beperken hun toegang tot de middelen en rechten die door de mannen worden opgeĂŤist. We mogen deze problematiek echter niet veralgemenen, want natuurlijk vertonen niet alle ontwikkelingslanden dezelfde kenmerken. Veel landen van het Zuiden leveren verdienstelijke inspanningen om de gelijkheid tussen mannen en vrouwen te bevorderen. Sommige zijn op dat vlak zelfs lichtende voorbeelden. Rwanda is bijvoorbeeld het land met het grootste aantal vrouwen in het nationale parlement. In India wordt het maatschappelijk evenwicht sterk verstoord door de vele kindermoorden op meisjes. De vrouwen zijn er traditioneel ondergeschikt aan de mannen en hun recht op eigendom is strikt beperkt. Ze worden als tweederangspersonen beschouwd en kunnen mishandeld of verjaagd worden als hun familie hun bruidsschat of bruiloft niet kan betalen. Weinig jonge meisjes gaan er naar school (in India geldt dit zelfs voor 40 % van de meisjes jonger dan 14 jaar 3) en gearrangeerde huwelijken van erg jonge meisjes komen nog veel voor.

In de Arabische landen wegen godsdienstige kwesties heel zwaar op de betrekkingen tussen mannen en vrouwen. Heilige teksten onderwerpen de vrouw aan de wil van haar vader, haar broers en haar man. In bepaalde islamitische en animistische delen van Afrika mogen de mannen meerdere vrouwen hebben (polygamie). In Latijns-Amerika discrimineert de machocultuur de vrouwen en houdt ze hen gevangen in hun rol van huisvrouw of moeder.

Een kritische blik 2

. .

Wereldwijd zijn meer dan 2 op 3 analfabeten vrouwen. Meer dan 65 % van de kinderen van 6 tot 11 jaar die niet naar school gaan, zijn meisjes.

.

Ongeveer 900 miljoen mensen zijn ondervoed: voor het merendeel meisjes, zwangere vrouwen, vrouwen op vruchtbare leeftijd en zogende vrouwen (in AziĂŤ lijdt 80 % van de zwangere vrouwen aan bloedarmoede).

.

Bijna 70 % van de 1,2 miljard mensen die van minder dan 1 dollar per dag leven, zijn vrouwen.

.

80 tot 90 % van de arme gezinnen heeft een vrouw als gezinshoofd.

.

Meer dan 32 % van de vrouwen wordt geconfronteerd met huiselijk geweld.

.

Elk jaar worden meer dan 4 miljoen vrouwen en meisjes gekocht en verkocht aan een echtgenoot, een pooier of een slavenhandelaar.

.

Wereldwijd zijn 80 % van de vluchtelingen vrouwen en kinderen.

Deze verschillen zijn belangrijk en mogen niet over het hoofd worden gezien. Toch zien we dat het patriarchale model op de vijf continenten duidelijk het overwicht heeft en dat het de vrouwen heel dikwijls in dezelfde functies opsluit en structureel in een ondergeschikte positie houdt.

11


Vrouwen worden vaak harder getroffen dan mannen door de grote kwalen die de mensheid teisteren.

NEVENSCHADE In oorlogsgebieden (Democratische Republiek Congo, Afghanistan, Somalië, Tibet, enz.) krijgen vrouwen te maken met extreem geweld. In de ergste conflicten zien ze hun echtgenoten en zonen naar de wapens grijpen en worden zijzelf soms als buit beschouwd, verkracht en mishandeld. Zelfs in minder brutale omstandigheden (militaire bezetting, dictatuur, kolonisatie) leiden een minderwaardig identiteitsgevoel of maatschappelijke vooroordelen ertoe dat ze worden uitgesloten uit de civiele maatschappij en hun rechten verliezen. Wanneer de conflicten eindelijk bedaren en de tijd van vrede en wederopbouw aanbreekt, worden vrouwen vaak vergeten en krijgen ze geen hulp voor de trauma’s die ze hebben ondergaan. Een voorbeeld: een studie van de conflicten in Mozambique, Sierra Leone en Angola heeft aangetoond dat meisjes bijna nooit worden meegeteld in de programma’s voor de reïntegratie van kindsoldaten, hoewel ze met duizenden onder dwang werden ingelijfd. Volgens de auteurs van de studie had dat voornamelijk te maken met het seksisme dat aan de uitwerking van deze programma’s voor “Ontwapening, Demobilisatie en Rehabilitatie” ten grondslag lag4. Ook wanneer grote pandemieën de minst ontwikkelde delen van de wereld treffen, worden vrouwen er het vaakst aan blootgesteld. Wanneer ze zelf niet ziek worden, betalen zij de menselijke tol. In de landen die het zwaarst worden geteisterd door het hiv- en/of aidsvirus, worden de productieve generaties het meest getroffen (bijvoorbeeld 23 % van de 15-49-jarigen in Zuid-Afrika5). Daardoor daalt de gemiddelde levensverwachting en wordt de leeftijds­ piramide omgekeerd met een verzwakte volwassen bevolking en wereldwijd meer dan 20 miljoen wezen6. Veel van die weeskinderen worden door hun grootmoeders opgevoed. Die laatsten moeten soms 10 tot 15 kinderen voeden en worden zo “de familiale steun van hun zieke kinderen of van hun kleinkinderen die vaak alleen komen te staan wanneer hun ouders ziek worden of sterven”7.

De ongelijkheid is des te onrechtvaardiger omdat vrouwen veel harder werken dan mannen.

Godavari Delta Women’s Lace Artisans (India) Fotocredits: Trade Aid New Zealand

VROUWENWERK

Wereldwijd presteren zij tweederde van de gewerkte uren. Ze verdelen hun tijd tussen de productie (meestal landbouw of ambachtelijk werk), het huishouden (waarin ze tien keer actiever zijn dan de mannen) en het gezin.

12

Women in Zimbabwe Fotocredits: Wagner Horst / UNESCO

Vrouwen verzorgen het leeuwendeel van de taken en activiteiten die de menselijke samenlevingen in staat stellen om te functioneren zoals het onderwijs, de zorg voor de kinderen, het huishouden, het koken, het verzamelen van hout en het werk op het veld, in de fabriek of aan het weefgetouw. Toch hebben ze veel minder bestaansmiddelen dan mannen (ze verdienen slechts 10 % van het wereldinkomen8) en wordt het grootste deel van hun arbeid niet betaald en op geen enkele manier naar waarde geschat.


VELE VORMEN VAN ONGELIJKHEID De verschillen in behandeling tussen mannen en vrouwen hangen af van de juridische structuren en de gewoonten en tradities in verschillende delen van de wereld. In het algemeen zijn meer rechten en gelijke toegang tot middelen de centrale factoren om vat te krijgen op deze toestanden en ze te doen evolueren. De economische en sociale systemen kennen vele soorten en vormen van ongelijkheid.

Toegang tot grond en productiemiddelen

Toegang tot onderwijs

Voor arme volkeren is de toegang tot grond en landbouwmiddelen (vee, zaaigoed, enz.) van primordiaal belang. Een lapje grond of een koe is vaak hun enige bron van rijkdom en hun enige manier om in de behoeften van hun gezin te voorzien.

Het onderwijs is het tweede domein waarin de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen het meest opvalt en de grootste gevolgen heeft voor de ontwikkeling. Veel minder meisjes dan jongens gaan naar school. Wereldwijd zijn bijna tweederde van de 900 miljoen analfabeten vrouwen. Meisjes vertegenwoordigen slechts 30 % van de schoolbevolking. In de periode 1985-1994 waren 63 % van de volwassenen die niet konden lezen of schrijven vrouwen. In de periode 2000-2006 bedroeg dat percentage 64 %11. Er is dus geen vooruitgang.

Hoewel vrouwen het grootste deel van het werk in de landbouw leveren (in Afrika bijna 75 %9), zijn zij bijna nooit eigenaar van het land dat ze bebouwen en het vee dat ze verzorgen. Ze mogen ze alleen gebruiken. 70 % van de mensen die in Mali of Burkina Faso het land bewerken, zijn vrouwen. Slechts 2 % van hen is grondeigenaar. In Afrika produceren vrouwen meer dan 80 % van het voedsel maar bezitten ze minder dan 10 % van de grond10. In veel traditionele systemen kunnen meisjes geen grond of vee erven (of zelfs bezitten). Ze hebben er alleen toegang toe via hun echtgenoot of hun vader. Ze staan in dienst van de mannen en krijgen alleen toegang tot economische middelen om te werken en hun gezin te voeden. Als wetten en reglementen hen dan eindelijk toch rechten toestaan, maken ze er zelden gebruik van uit onwetendheid of angst voor de reacties van de mannen van hun gemeenschap.

Wanneer ze toch naar school kunnen, worden meisjes vaak gedwongen om vroeger te stoppen om hun moeder in het huishouden te helpen om voor de jongste kinderen te zorgen of omdat ze moeten trouwen of zwanger zijn. Deze vorm van ongelijkheid is misschien de ergste, niet alleen omdat ze vrouwen kennis ontzegt maar vooral omdat ze hen opsluit in onwetendheid en uitsluit van andere rechten of middelen (opleiding, kredieten, enz.). Een voorbeeld is Bolivia. Veel plattelandsvrouwen krijgen er ondanks ingrijpende verbeteringen nog steeds geen onderwijs en leren geen Spaans. Dit beperkt hun contacten met de administratie, de media en de sociale organisaties sterk.

Toegang tot krediet Financiering is een fundamenteel probleem voor de ontwikkeling. Om over meer middelen te beschikken en hun productiviteit te verhogen, moeten ambachtslieden en boeren uit het Zuiden immers kunnen investeren in bijvoorbeeld zaaigoed, gereedschap en machines of om hun oogst vooraf te financieren. Ook hier is de ongelijkheid schrijnend. Omdat ze minder waarborgen kunnen geven, minder gemakkelijk kunnen reizen (ze moeten immers voor het gezin zorgen), maar ook omwille van culturele redenen hebben vrouwen veel minder toegang tot krediet dan mannen. Dat vormt een sterke rem op hun vermogen om productief te zijn en op hun onafhankelijkheid. Vrouwen in Afrika krijgen bijvoorbeeld slechts 10 % van de leningen voor kleine boeren en minder dan 1 % van alle leningen die naar de landbouw gaan, terwijl zij toch verantwoordelijk zijn voor 80 % van de landbouwproductie van het continent. De gewoonte die vraagt dat grond en zijn opbrengst alleen van vader op zoon of van man op man in de familie worden doorgegeven, plaatst vrouwen in een minderwaardige positie. Initiatieven om investeringen door vrouwen te bevorderen (meer bepaald het microkrediet) hebben echter aangetoond dat ÂŤvrouwen met meer succes investeren dan mannen en de leningen stipter afbetalenÂť12.

13


ACHTERGROND HET BEGRIP GENDER Het geslacht is niet het meest relevante criterium om de problematiek van de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen te begrijpen en te doen evolueren. Vanuit systemisch oogpunt worden de verschillen tussen vrouwen en mannen gedicteerd door de sociale en culturele omstandigheden en niet door de biologische verschillen. We spreken dan niet van geslacht maar van gender. «Gender verwijst naar de rollen en de verantwoordelijkheden van vrouwen en mannen zoals ze in het gezin, de maatschappij en de cultuur gestalte krijgen. Het concept gender omvat ook de verwachtingen tegenover de eigenschappen, de bekwaamheden en het gedrag van vrouwen en van mannen (vrouwelijkheid, mannelijkheid). De aan elk geslacht toegewezen rollen en verwachtingen liggen vast»13. De studie van de genderproblematiek richt zich dus op de maatschappelijke betrekkingen tussen vrouwen en mannen, hun verschillende functies in de maatschappij en het beeld dat die maatschappij van hen heeft. Anders dan het biologische verschil, dat universeel is, past het begrip gender in een gegeven cultureel kader dat afhangt van het ontwikkelingsniveau, het gewicht van de tradities, de godsdienstige praktijken, enz.

EMPOWERMENT: EEN KERNBEGRIP Het proces waarmee vrouwen onafhankelijk kunnen worden en uit die dwangbuis kunnen ontsnappen heet “empowerment”, een Engelse term die in het Nederlands geen echt equivalent heeft. Versterking? Emancipatie? Autonomisering? Het begrip empowerment overkoepelt die verschillende concepten en omvat ook noties die het bruikbaar maken om de ongelijkheden waaronder de vrouwen gebukt gaan te begrijpen en te bestrijden14. Empowerment, gericht op samenwerking met vrouwen om hen meer greep te geven op hun omgeving, is een zeer belangrijke hefboom geworden voor het ontwikkelingsbeleid.

14


SIPA (India) - Fotocredits: Trade Aid New Zealand

Studies over het onderwerp tonen aan dat empowerment van vrouwen uit vier componenten bestaat 15: > Willen: De obstakels die vrouwen beletten om de > Weten: gelijken van mannen te zijn, hebben niet altijd een juridisch of economisch karakter. De belangrijkste zijn van psychologische aard. Om toegang te krijgen tot empowerment, om zich te emanciperen, moeten vrouwen dat eerst willen. Het verlangen om te willen wordt soms zo sterk gefnuikt en tegengewerkt dat men het eerst moet stimuleren om daarna de problemen van de rechten en de toegang tot de middelen te kunnen aanpakken.

> Kunnen: Om een meer gelijkwaardige status en positie te bereiken, moeten vrouwen de obstakels kunnen overwinnen die hen hun rechten ontzeggen. Allerlei taken, van huishoudelijk werk tot de opvoeding van de kinderen of het sprokkelen van hout, beletten heel veel vrouwen om collectieve verantwoordelijkheden op te nemen of zich voor economische of maatschappelijke projecten in te zetten. Empowerment impliceert dus dat er aan het probleem van de materiële capaciteit wordt gewerkt. Het volstaat niet dat vrouwen zich willen inzetten voor productieve activiteiten of voor gemeenschapswerk, ze moeten het ook kunnen. Ze mogen niet worden belemmerd door verplichtingen en taken. Het begrip “kunnen” omvat ook het probleem van de knowhow en de technieken. Het benadrukt de noodzaak om vrouwen de vaardigheden (“skills”) mee te geven die ze voor hun empowerment kunnen gebruiken.

Empowerment is een proces, een stap, een evolutie naar een minder ongelijke en meer rechtvaardige toestand. Vrouwen die deze stap willen zetten (te beginnen met het willen) moeten absoluut toegang krijgen tot kennis. Hoe gebeurt het elders? Hoe doen andere vrouwen het? Wat zijn mijn rechten? Empowerment veronderstelt toegang tot informatie en tot kennis. Daarom zijn onderwijs en doorlopende opleiding belangrijke instrumenten voor de ontwikkeling en voor de bestrijding van ongelijkheid.

> Hebben: Deze laatste component is waarschijnlijk de meest voor de hand liggende maar niet noodzakelijk de belangrijkste. Hij verwijst naar het probleem van de toegang tot bedrijfsmiddelen (grond, vee, geld, enz.) en tot de middelen om ze te exploiteren en vrucht te doen dragen. Het begrip “hebben” heeft dus betrekking op eigendom en zijn regels, maar ook op de mechanismen die het mogelijk maken om eigendom te benutten, erin te investeren, te transformeren, te verkopen en te kopen. Ten slotte heeft deze pijler van empowerment meer algemeen betrekking op toegang van vrouwen tot de politieke macht die vaak aan de eigendomsproblematiek gebonden is (grond, kudden, enz.).

De rode draad die door deze beschouwingen loopt, is de noodzaak om de emancipatiedynamiek te kaderen in een globale holistische benadering. Het begrip empowerment is de synthese van veel onderzoekswerk. Het benadrukt het belang van een evenwichtige, coherente benadering van deze vier dimensies om resultaten te produceren en vrouwengroepen in een gegeven omgeving de kans te geven om zich nieuwe rechten, nieuwe middelen en nieuwe verantwoordelijkheden toe te eigenen.

15


KKM Handweaving (India) - Fotocredits: Trade Aid New Zealand

16


EERLIJKE HANDEL EN VROUWEN

EERLIJKE HANDEL BEGRIJPEN Eerlijke handel lijkt een krachtig instrument om empowerment van vrouwen te bevorderen. Waar komt deze alternatieve vorm van handel vandaan en hoe wordt het gendervraagstuk erin behandeld?

17


Cacaocultrice (Ghana) - Fotocredits: Max Havelaar-Stiftung

HET ONTSTAAN VAN EERLIJKE HANDEL Eerlijke handel is ontstaan uit een eenvoudige vaststelling: het verschil in rijkdom tussen de bevolking van de rijkste en de armste landen wordt voortdurend groter, ondanks de grote sommen die men in ontwikkelingshulp investeert. Het begrip eerlijke handel met als basisprincipe “Trade, not Aid” (Geen hulp maar handel) werd voor het eerst gedefinieerd in 1964 tijdens de Conferentie van de Verenigde Naties voor Handel en Ontwikkeling (UNCTAD). In de jaren 1960 openden de eerste winkels voor eerlijke handel hun deuren in Europa terwijl in de ontwikkelingslanden coöperaties en organisaties van producenten ontstonden die door deze rechtvaardigere handel werden begunstigd.

18


WAT IS EERLIJKE HANDEL? De belangrijkste internationale organisaties voor eerlijke handel (de World Fair Trade Organisation - WFTO, de Fairtrade Labelling Organizations - FLO, de European Fair Trade Association - EFTA en het Network of European World Shops - NEWS) zijn het in 1999 eens geworden over een gezamenlijke definitie:

«

Eerlijke handel is een commercieel partnerschap dat steunt op dialoog, transparantie en respect met als doel te komen tot een rechtvaardigere wereldhandel. Eerlijke handel draagt bij tot duurzame ontwikkeling door betere handelsvoorwaarden te bieden en door de rechten van de producenten en de gemarginaliseerde werknemers te waarborgen, vooral in het zuidelijke halfrond. De organisaties voor eerlijke handel (gesteund door de consumenten) verbinden zich ertoe actief de publieke opinie te sensibiliseren en campagne te voeren voor veranderingen in de regels en praktijken van de conventionele internationale handel.

«

In de praktijk waarborgt eerlijke handel de producenten van de armste landen aankoopprijzen die meestal boven de wereldkoersen liggen, samen met een relatieve stabiliteit van de prijzen en de toepassing van betere betalingsvoorwaarden en termijnen (of zelfs de mogelijkheid van voorfinanciering). Zo hoeven landbouwers en ambachtslieden hun producten niet tegen spotprijzen te verkopen en moeten ze geen woekerleningen aangaan. De eerlijke prijs dekt alle productiekosten van het product, incluDe organisaties hebben sief de milieukosten, en verzekert gedefinieerd om dit de producenten een fatsoenlijke levensstandaard. De kopers van economische systeem tot stand te brengen: eerlijke producten verbinden zich bovendien tot de uitkering van bijkomende premies (de zoge1. Kansen creëren voor economisch naamde ontwikkelingspremies) die achtergestelde producenten. worden gebruikt voor productieve investeringen en/of sociale pro2.  Transparantie en geloofwaardigheid bevorderen. gramma’s (alfabetisering, toegang tot zorgverstrekking, enz.). 3.  De individuele capaciteit aanmoedigen.

10 grote principes

4.  Eerlijke handel bevorderen. 5.  De betaling van een eerlijke prijs waarborgen. Bead for Life (Oeganda) - Fotocredits: Bead for Life

6.  Toezien op de gelijkheid tussen de geslachten. 7.  Fatsoenlijke arbeidsomstandigheden verzekeren. 8.  Kinderarbeid verbieden. 9.  Het milieu beschermen. 10. Op vertrouwen en wederzijds respect gebaseerde handelsbetrekkingen aanmoedigen. 19


Wanneer een producentenorganisatie de stap naar eerlijke handel zet, laat ze haar producten labelen en/of treedt ze toe tot een van de referentieorganisaties (waarvan de Wereldorganisatie voor Eerlijke Handel, WFTO, de belangrijkste is). Maar welke weg ze ook kiest, ze moet altijd de 10 basisprincipes naleven.

HET GENDERVRAAGSTUK IN DE EERLIJKE HANDEL Een van die principes heeft uitdrukkelijk betrekking op het gendervraagstuk. Het is het zesde principe, over de niet-discriminatie, de gendergelijkheid en de vrijheid van vereniging. Dit artikel zegt16:

«

Dekyiling Handicraft (India) - Fotocredits: Erik Törner

De organisatie discrimineert op geen enkele wijze bij de aanwerving, de beloning, de toegang tot een opleiding, promotie, ontslag of pensionering op basis van ras, kaste, nationale afkomst, religie, handicap, geslacht, seksuele geaardheid, lidmaatschap van vakbonden, politieke gezindheid, hiv- en/of aidsstatus of leeftijd. De organisatie biedt ook kansen aan vrouwen en mannen om hun vaardigheden te ontwikkelen. Ze bevordert actief dat vrouwen zich kandidaat stellen voor vacante betrekkingen en voor directiefuncties binnen de organisatie. Ze houdt rekening met de bijzondere behoefte aan veiligheid en gezondheid voor zwangere vrouwen en moeders die borstvoeding geven. De vrouwen nemen volledig deel aan de beslissingen over het gebruik van de voordelen die uit het productieproces voortvloeien ». Dit zeer fundamentele artikel verwijst ook naar het vraagstuk van de materiële gelijkheid:

«Organisaties die rechtstreeks met de producenten in contact staan, zorgen ervoor dat vrouwen altijd worden betaald voor hun bijdrage aan het productieproces en dat ze hetzelfde loon ontvangen als de mannen wanneer ze hetzelfde werk doen. De organisaties zien er ook op toe dat de vrouwen werkzaamheden kunnen verrichten op basis van hun capaciteiten en dat, in situaties waarin het werk van de vrouwen minder wordt gewaardeerd dan het werk van de mannen, het werk van de vrouwen wordt opgewaardeerd om op gelijke hoogte te komen met de vergoeding van de mannen.

«

20

Dit is de duidelijkste bepaling, de meest rechtstreekse verwijzing naar het gendervraagstuk. Maar ook andere principes van eerlijke handel hebben een weerslag op empowerment van vrouwen en hun participatie aan de productieve activiteiten van hun gemeenschap. Het opleggen van organisatorische normen (een participatief besluitvormingssysteem en democratische instanties) en het belang dat aan de milieuproblematiek wordt gehecht, hebben - zoals we verderop zullen zien - zichtbaar positieve gevolgen voor de status van de vrouw, haar emancipatie en meer algemeen voor haar welzijn en gezondheid.


COOPAC (Rwanda) - Crédit : COOPAC

DE GELABELDE KETEN EN DE GEÏNTEGREERDE KETEN Sinds 1988 en sinds de oprichting van WFTO, de Wereldorganisatie voor Eerlijke Handel* enerzijds en de lancering van het Max Havelaar-label anderzijds bestaan twee grote modellen voor de regulering van eerlijke handel naast elkaar: de geïntegreerde keten en de gelabelde keten. *WFTO heette tot in 2009 IFAT, de Internationale Organisatie voor Eerlijke handel

21

De geïntegreerde keten is het historische organisatiemodel van eerlijke handel. Het belangrijkste kenmerk ervan is het feit dat alle actoren die betrokken zijn bij de ontwikkeling en commercialisering van het product (producent, verwerker, importeur en verkooppunten) zich engageren voor eerlijke handel en vrijwillig de principes ervan naleven. WFTO wordt sinds haar stichting in 1989 als de belangrijkste coördinator van de geïntegreerde keten beschouwd. Ze telt 400 ledenorganisaties (overwegend in de ontwikkelingslanden) die alle schakels van de keten van eerlijke handel vertegenwoordigen (producenten, verwerkers en distributeurs). Sinds 2007 ontwikkelt WFTO haar eigen certificeringsysteem, het WFTO Fair Trade System. In de praktijk bewijst de conformiteit van een organisatie met deze vrijwillige norm dat de organisatie een geheel van praktijken en procedures heeft ingevoerd die een goed beheer op het sociale, economische en ecologische vlak aantonen.

De grote meerderheid van de ambachtelijke organisaties voor eerlijke handel, die bovendien meestal uitsluitend vrouwelijk zijn, zijn aangesloten bij WFTO. Dit verklaart het belang van deze keten in het onderzoek naar de genderproblematiek. De gelabelde keten berust op de certificering van het gecommercialiseerde product. De ondernemingen die deze producten voortbrengen, verbinden zich tot de naleving van een welomschreven bestek en bevoorraden zich bij producentenorganisaties van de ontwikkelingslanden (vaak coöperaties) die erkend zijn door het organisme dat het label toekent (een onafhankelijke organisatie die de naleving van de criteria voor toekenning van het label nagaat). De gelabelde producten kunnen vervolgens in om het even welk verkooppunt worden verkocht, ook in de klassieke grootdistributie. Het label Fairtrade Max Havelaar is het bekendste maar er zijn nog meer labels, elk met hun eigen aanpak of logica (onder meer Fair for Life, FairWild, Ecocert ESR, Naturland Fair).


VOORDELEN VAN EERLIJKE HANDEL VOOR VROUWEN Eerlijke handel is een ontwikkelingsmodel dat empowerment van vrouwen en hun deelname aan de productieve activiteiten van hun gemeenschap in de hand werkt. Uit talrijke studies blijkt dat dit economisch systeem een groot aantal voordelen heeft die verder gaan dan de economische aspecten verbonden aan inkomensverhoging.

Kasinthula Cane Growers (Malawi) - Fotocredits: Candico / Fairtrade

22


Wanneer een project van eerlijke handel wordt opgezet, moedigt men de producenten aan om zich te structureren in groeperingen (vaak coöperaties). De gezinnen van de arbeiders, de ambachtslieden of de boeren sluiten zich hierbij aan. Dit spoort de vrouwen aan om uit hun huis te komen, elkaar te ontmoeten en zich te organiseren.

WAARDIGHEID EN LUISTEREN CenfroCafé (Peru) Fotocredits: Trade Aid New Zealand

Hoewel het economisch project voorrang heeft, is de ontwikkeling van het sociale netwerk dat uit deze kansen voortkomt bijzonder belangrijk voor de vrouwen. Zij krijgen de ruimte om ideeën uit te wisselen en te discussiëren. Ze krijgen een forum, er wordt naar hen geluisterd, ze kunnen persoonlijke of gemeenschapsproblemen bespreken en durven zich uit te drukken en in het openbaar het woord te voeren. Op persoonlijk vlak krijgen ze zelfvertrouwen, bevrijden ze zich van hun angsten en leren ze hun ideeën te uiten17. Het verhaal van Inès van de Peruviaanse vereniging Kuyunakuy benadrukt hoe belangrijk dit alles is: “Wij vrouwen zijn bang om te spreken. Wij maken altijd fouten, wij spreken niet vlot, wij hebben nooit behoorlijk Spaans geleerd. We zijn bang dat we flaters zullen begaan. Maar nu zijn we wat minder bevreesd. Ik heb in mijn organisatie leren spreken. Nu kan ik met mensen praten zonder bang te zijn. Ik kom beter uit mijn woorden en ik durf mijn mening te geven. Ik ga graag naar de vergaderingen, ik voel me er gelukkig”18. Deze vrouwen leefden vroeger geïsoleerd. In het kader van het project voor eerlijke handel van hun gemeenschap werken ze in groepen. In deze groepen krijgen de vrouwen “een nieuw zelfbeeld, een positieve identiteit; ze ontwikkelen zelfrespect en waardigheid”19. In dit aspect van eerlijke handel komt dus het “willen” op de voorgrond, de eerste pijler van empowerment van de vrouwen.

NIEUWE VERHOUDINGEN OPBOUWEN In de gemeenschappen die aan eerlijke handel doen, nemen de vrouwen deel aan de werking van de organisaties en zijn ze actief in de productiesystemen. Ze verdienen geld en dragen bij aan het inkomen van het gezin. Deze nieuwe functies bevorderen hun maatschappelijke erkenning en leiden tot een mentaliteitswijziging. Ze worden ook anders behandeld, zowel in hun omgeving als in hun gezin. Vroeger waren ze volledig afhankelijk van hun man, hun vader of hun broers. Nu worden ze actieve economische spelers en verdienen ze een inkomen dat ze zelf kunnen beheren. Deze economische transformatie (die de aspecten “hebben” en “kunnen” illustreert) heeft gevolgen voor hun autonomie en hun status, maar ook voor het maatschappelijke systeem waarin ze functioneren. Ter illustratie, een getuigenis van de vrouwen van Panjora Mahila Shimitee in Bangladesh die artikelen in jute produceren: “Vroeger vroegen wij 2 takas (0,04 euro) aan de mannen. Nu gebeurt het dat zij ons om geld vragen. De vrouwen gaan zelf de deur uit om hun sari’s te kopen. Echtscheidingen door verstoting komen in ons dorp niet meer voor”20.

23


Deze evolutie van de machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen is erg belangrijk om de ongelijkheid blijvend te verminderen. Zeker omdat ze een positieve weerslag heeft op het beeld dat de kinderen krijgen van de werking van het gezin en van de betrekkingen tussen de geslachten in het algemeen.

Kuapa Kokoo (Ghana) Fotocredits: Max Havelaar France

Sabine Denis, de directrice van Business & Society, kreeg de kans om kleine koffieboeren in Latijns-Amerika te ontmoeten. Ze vertelt over haar gesprekken met boerinnen in Nicaragua21: “Een vrouw vertelde me dat ze vroeger nooit antwoordde op vragen van een vreemde, zoals ik, maar altijd haar man het woord liet voeren. Nu drukt ze zich vrijer uit. Vroeger moest die vrouw voor alles toelating vragen. Nu is ze onafhankelijker. Zelfs het geld van het huishouden wordt nu door man en vrouw samen beheerd. Partnergeweld, in de hand gewerkt door armoede en alcoholisme, blijft een ernstig probleem. Dankzij eerlijke handel staan de vrouwen nu sterker in hun schoenen. De regel zegt bijvoorbeeld dat er geen koffie wordt gekocht van een boer die zich schuldig maakt aan echtelijk geweld!”

KUNNEN LEREN In hun fairtradeorganisaties kunnen vrouwen opleidingen volgen en nieuwe productiemiddelen onder de knie krijgen (weefgetouwen, landbouwmachines, enz.). Ze leren technieken en krijgen vaak ook toegang tot basiskennis, aangeboden in het kader van sociale programma’s. Die worden gefinancierd met de ontwikkelingspremies van de kopers van eerlijke handel.

Alfabetisering, gezondheidseducatie, commerciële opleidingen, talen, informatica ... dankzij eerlijke handel zetten deze vrouwen de eerste stap naar onderwijs en opleiding. Ze verwerven kennis (de derde pijler van empowerment), ontdekken hun rechten, nemen nieuwe verantwoordelijkheden op en dragen bij tot de verandering van de mentaliteit en de praktijken.

Victoria, die bij de Boliviaanse coöperatie Q’Antati verantwoordelijk is voor de commercialisering, beklemtoont de voordelen van de opleidingen die ze heeft gevolgd: “Mijn levenskwaliteit is misschien niet erg veranderd, maar ik heb geleerd mijn angsten te overwinnen. Ik kan nu met vakmensen praten en dat is prettig. Het maakt me trots. Ik heb een leidinggevende functie in mijn vereniging. Eerst wilde ik dat niet, ik had er geen zin in, maar de vrouwen zeiden dat ik er moest voor gaan. Dan kun je niet weigeren...”22

Minka (Peru) - Fotocredits: Trade Aid New Zealand

ONDERLINGE HULP EN SOLIDARITEIT In tegenstelling tot klassieke ondernemingen werken de producentenorganisaties die aan eerlijke handel doen in de eerste plaats voor het welzijn van hun leden. Ze proberen dus vaak om werk en gezin beter met elkaar te verzoenen. Dit doen ze door soepele werkuren aan te bieden of systemen in te voeren die vooral de vrouwen van de gemeenschap ten goede komen. Rosa, een werkneemster uit Sartañani in de Boliviaanse Alto, legt uit dat de vrouwen van haar coöperatie hun kleine kinderen kunnen meebrengen naar het werk: “De organisatie van ambachtsvrouwen vindt het goed dat wij met onze baby komen werken en brengt begrip op wanneer we te laat komen”.

24


PFTPC (Palestijnse Gebieden) Fotocredits: Simon Rawles / Fairtrade

Liliana werkt bij de organisatie Casa Betania in Peru. Ze is blij met het systeem dat de organisatie heeft ingevoerd: “Wij werken volgens de tijd waarover we beschikken. Dat is een groot voordeel. Ik heb een zoontje en dus werk ik tot twee uur ‘s middags. In andere ateliers heb je die mogelijkheid niet en moet je twaalf uur aan een stuk meedraaien”23. Wanneer het systeem dergelijke oplossingen niet zelf aanbiedt, kunnen de vrouwen in de fairtradeorganisaties nog altijd met elkaar samenwerken en zich organiseren om beter om te gaan met de opvoeding van en de zorg voor de kinderen. Zo ontstaan er netwerken van jonge moeders die de taken verdelen, zodat ze allemaal een rol kunnen spelen in het gemeenschapsproject. Dat is het “kunnen”: de vierde component van empowerment.

ECONOMISCH BESTAAN In een uitvoerig gedocumenteerde studie24 over dit onderwerp zegt een Indiase dorpsvrouw over deze evolutie: “Een dochter hebben is nu goed, want ze kan ook geld verdienen”.

De billijke vergoeding van de vrouwen in de producentengroeperingen is een formele eis van de certificatieagentschappen en de internationale organisaties voor eerlijke handel. Het systeem onderscheidt zich daarmee duidelijk van de traditionele modellen waarin het werk van de vrouwen slechts heel zelden wordt betaald. Het feit dat vrouwen een eigen inkomen hebben, heeft rechtstreekse gevolgen voor hun emancipatie en hun onafhankelijkheid, maar ook voor het welzijn van hun gezinnen. Vrouwen investeren het geld dat ze verdienen heel vaak in de opvoeding van de kinderen, in gezondheidszorg en meer algemeen in de verbetering van de levensomstandigheden en het dagelijkse bestaan van het gezin. Mannen doen dat veel minder. Los van de materiële weerslag evolueert het beeld van de vrouw en van haar rol in de maatschappij en het gezin wanneer ze bijdraagt aan de welvaart van het huishouden. De perceptie van de traditionele taken van de vrouw verandert. Ze krijgt een productieve waarde die haar vroeger werd ontzegd.

COLLECTIEVE VERANTWOORDELIJKHEDEN De voordelen van eerlijke handel gaan voor vrouwen vaak verder dan louter binnen het kader van hun organisaties. De beheerscapaciteiten en het zelfvertrouwen die ze in de werkomgeving verwerven, stellen hen in staat om nieuwe verantwoordelijkheden op te nemen in hun gemeenschap, in verenigingen of in de politiek. Zo merkt men in Bolivia een steeds sterkere aanwezigheid van vrouwen uit fairtradecoöperaties in de gemeenteraden, de vakbonden en de sociale bewegingen. Deze maatschappelijke emancipatie vormt een krachtige ontwikkelingsfactor want de vrouwen die voor deze weg kiezen, zijn een voorbeeld voor de jonge generaties. Bovendien zetten zij zich vaak in voor organisaties met een sociaal oogmerk, waarschijnlijk omdat ze zich door hun eigen ervaringen laten inspireren en kennis hebben gemaakt met de voordelen van solidaire participatieve systemen. Vrouwen die in het kader van de fairtradedynamiek zijn opgeleid, komen in actie om bij te dragen aan het welzijn van hun gemeenschap en aan de bestrijding van de ongelijkheid. Ze doen dat in tal van domeinen, van microkredieten tot crèches, kantines, weeshuizen of opvoedhulp. Ze worden ook rechtstreeks politiek actief en ijveren dan meestal voor de rechten van de armsten.

25


DE PLAATS VAN VROUWEN IN ORGANISATIES VOOR EERLIJKE HANDEL

EERLIJKE HANDEL ALS MIDDEL, EMPOWERMENT ALS DOEL Initiatieven voor eerlijke handel ontstaan vaak uit het verlangen van ambachtslieden of boeren in het Zuiden om hun inkomsten te verbeteren door handel te drijven op markten met structurele garanties die de conventionele markten niet kunnen bieden (hogere en stabiele aankoopprijzen, duurzame handelsrelaties, ontwikkelingspremies, enz.). Organisaties gebruiken eerlijke handel vaak als een instrument om de armoede en uitsluiting te bestrijden waarvan veel minderheden in de ontwikkelingslanden het slachtoffer zijn (mensen met een handicap of hiv en/of aids, gemarginaliseerde etnische gemeenschappen, enz.). Dat geldt in het bijzonder voor vrouwengroepen die empowerment als bestaansreden hebben en die eerlijke handel (meestal in het artisanaat) gebruiken om hun sociale activiteiten te financieren, opleidingen te verzorgen en netwerken voor onderlinge hulp en uitwisseling op te zetten. Een voorbeeld in Peru is Casa Betania, opgericht voor vrouwen uit gemarginaliseerde wijken. Deze organisatie startte haar project voor de vervaardiging van eerlijke kleding pas nadat ze eerst de geestelijke gezondheidszorg in hun gemeenschap had aangepakt25.

26


VROUWEN IN DE MEERDERHEID Zowel in de westerse distributie- en ondersteuningsnetten als in de producentengroeperingen in het Zuiden hebben de vrouwen een sterke meerderheid in de fairtradeorganisaties en -instanties. Volgens EFTA, de Europese Vereniging voor Eerlijke Handel, zijn bijna 80 % van de Europeanen die als vrijwilliger werken in de eerlijke handel vrouwen. Bij Artisans du Monde, een van de grote federaties van de sector, zijn 70 % van de voorzitters van de lokale groepen vrouwen26. Dezelfde verhouding (70 tot 80 % vrouwen) treft men ook aan in de coöperaties en de artisanale verenigingen voor eerlijke handel in de ontwikkelingslanden (in de landbouwsector zijn de vrouwen minder goed vertegenwoordigd)27. Watford & Three Rivers Fairtrade Directory (UK) Fotocredits: Abbots Langley News

GEMENGDE OF LOUTER VROUWELIJKE GROEPEN Vanuit genderoogpunt bekeken, bestaan er twee organisatiemodellen met verschillende kenmerken: uitsluitend vrouwelijke en gemengde groepen.

Gemengde groepen

Vrouwenorganisaties

De gemengde groeperingen, die in de landbouwsector sterk in de meerderheid zijn, hebben het voordeel dat ze de werkcontacten tussen mannen en vrouwen bevorderen en ertoe bijdragen dat de mannelijke leden van de organisatie rekening houden met de vrouwen. Dit model wordt vooral verdedigd wanneer de problematiek van de toegang tot hulpbronnen (zoals water of grond) niet kan worden opgelost zonder de medewerking van mannen.

Wanneer we empowerment als een van de belangrijkste doelstellingen van het project voor eerlijke handel beschouwen, hebben de louter vrouwelijke groeperingen een aantal specifieke voordelen. Ze kunnen beter inspelen op de specifieke problematiek van de vrouwen. Samen kunnen ze grond kopen (als de wet het toelaat), materiaal aanschaffen, leningen aangaan door geld samen te leggen, opleidingen en sociale programma’s financieren of externe steun zoeken. Vrouwen onder elkaar krijgen bovendien meer zelfvertrouwen en krijgen bepaalde vaardigheden sneller onder de knie. De geïnterviewde vrouwen zeggen “dat ze in de groep hebben geleerd om in het openbaar te spreken, argumenten te ontwikkelen en zelfvertrouwen te krijgen”29.

Toch stelt men in de praktijk vaak vast dat de verantwoordelijke functies meestal door mannen worden bekleed, ook al leggen de basisteksten inzake eerlijke handel nog zo sterk de nadruk op gelijkheid. Het werk van een onderzoeksteam van de universiteiten van Leuven en Luik28 wijst erop dat er “in gemengde organisaties weliswaar een zekere mate van openheid voor genderongelijkheid en het gebrek aan vrouwenparticipatie bestaat, zoals we hebben aangetoond, maar dat de vrouwen vinden dat er minder naar hen wordt geluisterd en dat ze meer problemen hebben om inspraak en respect te krijgen”. Uit de vergelijkende studie van de twee modellen blijkt het belang van het criterium van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen in de gemengde organisaties, vooral omdat het de vrouwen toegang geeft tot hulpbronnen die traditioneel voor de mannen voorbehouden zijn.

27

Dit leerproces, dat in een gemengde omgeving veel moeizamer verloopt, kan later worden benut in situaties waarin mannen en vrouwen samenwerken, zoals gemeenteraden of vakbondscellen. “Mijn vader vraagt nu dat ik hem vertegenwoordig omdat ik ons beter kan verdedigen dan hij,” zegt een vrouw van een Boliviaanse coöperatie in Sartañani. Andere vrouwen leggen uit dat zij in hun vrouwengroep standpunten voorbereiden die ze vervolgens in de gemeenteraad (waar de vrouwen traditioneel geen stem hebben) kunnen verdedigen30.


Het onderzoek naar de plaats van vrouwen in eerlijke handel en de voordelen die eruit voortvloeien, moet rekening houden met hun werkomgeving. De stad, het platteland, het veld, het atelier en de fabriek zijn telkens andere situaties en moeten dus apart worden beschouwd.

Keleltu Hasegola Co-perative, Oromia (Ethiopië) Fotocredits: Trade Aid New Zealand

STAD EN PLATTELAND, ARTISANAAT EN LANDBOUW Sinds de lancering van de eerste initiatieven voor eerlijke handel eind jaren 60, hebben vooral de landbouw en de ambachtelijke sector baat gehad bij deze meer rechtvaardige vorm van handel. De landbouwketens die voor solidaire handel kozen, profiteren van de labeling van hun productie met onder meer hogere marges en vooral stabielere markten. En dat ondanks de wisselvalligheid van de koersen en een grote afhankelijkheid van het klimaat. De eerlijke handel in ambachtelijke producten deed het minder goed.

Fairtradeartisanaat : overwegend vrouwelijk Het artisanaat in de ontwikkelingslanden wordt gekenmerkt door niet-gestandaardiseerde artikelen die met eenvoudig gereedschap worden gemaakt, in kleine hoeveelheden en met behulp van technieken die van generatie op generatie worden overgeleverd. De traditionele handwerknijverheid is een van de belangrijkste inkomstenbronnen voor miljoenen armen in Latijns-Amerika, Afrika en Azië. Meestal zijn het de vrouwen die sieraden, manden, borduurwerk, keramiek of muziekinstrumenten vervaardigen. De opbrengst van die activiteiten gaat vooral naar het onderwijs, de gezondheidszorg en de dagelijkse behoeften van het gezin. Het artisanaat, tot in de jaren 1990 de belangrijkste sector van de eerlijke handel, vertoont kenmerken die het bijzonder geschikt maken voor vrouwenwerk. Ambachtelijk werk kan immers thuis worden gedaan, zonder

vaste uren en los van externe omstandigheden (zoals het weer). Het heeft bovendien het voordeel dat het weinig hulpbronnen of investeringen vereist. Anderzijds krijgt deze sector nu te maken met problemen die de ontwikkeling ervan beperken. Het fairtradehandwerk wordt geconfronteerd met de industriële concurrentie van de opkomende Azia­tische landen en lijdt ook onder structurele problemen, zoals de slechte organisatie van de productieketens en de gebrekkige afstemming van het aanbod op een groot aantal marktsegmenten. Terwijl men het eerlijke karakter van voedingsproducten vrij gemakkelijk kan certificeren en bevorderen, is dat veel moeilijker met handwerkproducten: de sector is erg informeel en telt een groot aantal productie-eenheden, vaak gezinnen of gemeenschappen.

Ongelijkheid in de landbouw Eerlijke handel wordt vandaag in grote mate door de landbouw gedomineerd. De markt van eerlijke landbouwproducten (koffie, cacao, fruit, thee, wijn ...) kent sinds een jaar of tien een aanhoudende groei die veel heeft bijgedragen aan de geloofwaardigheid van het fairtrademodel. De organisaties voor eerlijke landbouw, die bijna altijd gemengd zijn, hebben het voordeel dat hun stijgende productie veel mannen en vrouwen werk kan geven. Hun belangrijkste tekortkomingen hebben te maken met hun gemengde karakter (zie boven) en met de beperkte toegang van vrouwen tot de traditionele (en symbolische) hulpbronnen: grond, water of vee.

28


Prokitree (Bangladesh) - Fotocredits: Trade Aid New Zealand

TOCH IS NIET ALLES VOLMAAKT De eerlijke handel vormt dus een geschikt kader voor empowerment van vrouwen. Ze vinden er effectieve productiemiddelen om hun dagelijks leven te verbeteren, krijgen toegang tot hulpbronnen die ze vroeger moesten ontberen en verwerven nieuwe vaardigheden. De ontwikkeling van een fairtradeproject voor vrouwen kan echter ook problemen opleveren, hoewel die meestal meer te maken hebben met de aard van de activiteit dan met het eerlijke karakter ervan.

In bepaalde delen van India zeggen de vrouwen die aan dergelijke projecten meewerken bijvoorbeeld dat hun nieuwe economische status niet noodzakelijk een nieuw evenwicht schept in de machtsverhouding (en de taakverdeling) in het huishouden. Sommige vrouwen klagen zelfs dat hun man minder energiek naar werk zoekt sinds zij geld binnenbrengen31. De nieuwe commerciĂŤle eisen (vooral in termen van tijdsgebruik) waaraan de vrouwen moeten voldoen, hebben soms een negatieve weerslag op de levenskwaliteit. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat het hele gezin tot in de vroege uurtjes moet werken om een bestelling op tijd te kunnen leveren. Wanneer de economische eisen voorrang krijgen op het maatschappelijk doel van het fairtradeproject kan dat nefaste gevolgen hebben voor de sociale samenhang van de organisatie. Mensen die te weinig tijd, middelen of kwalificaties hebben om aan de vraag te voldoen, kunnen zich dan uitgesloten voelen van de productieve dynamiek en de groep. Door empowerment van vrouwen te bevorderen stelt eerlijke handel hen bloot aan reacties van de mannen uit hun gemeenschap. De mannen zien dat hun traditionele rol in het gedrang komt en verzetten zich tegen de sociale veranderingen die het fairtradeproject teweegbrengt.

29


Annie Tenda誰, National Handicraft Center (Zimbabwe) - Fotocredits: Trade Aid New Zealand

30


OPMERKELIJKE INITIATIEVEN

Overal ter wereld liggen vrouwen aan de basis van of werken ze mee aan projecten voor eerlijke handel. Met hun sociale impact en economische prestaties zijn deze initiatieven een concrete illustratie van de voordelen van het solidaire model dat empowerment van vrouwen in de hand werkt en hen een stem geeft in de wereld. De initiatieven die we hierna voorstellen, zijn slechts een kleine selectie.

31


IN AFRIKA Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog heeft Afrika veel geleden. De onafhankelijkheidsstrijd, de brutale onderdrukking door koloniale machten, bloedige autoritaire regimes, incoherente grenzen, de plundering van natuurlijke rijkdommen, stammentwisten, oorlogen om diamant en aanpassingsprogramma’s zijn de belangrijkste oorzaken van de humanitaire, sociale en economische problemen van het continent. Problemen waarvan de vrouwen de eerste slachtoffers zijn. Vandaag zien de Afrikaanse toekomstperspectieven er wat rooskleuriger uit. We zien dan ook dynamische en verantwoordelijke nieuwe elites opstaan die zich soms inzetten voor een eerlijkere en meer duurzame handel. In deze initiatieven, en meer algemeen in de solidaire netwerken, spelen de vrouwen een beslissende rol. Hun toegang tot economische middelen en verantwoordelijke functies is een grote uitdaging voor de ontwikkeling van het continent.

Association des Villageois de N’Dem (Senegal) - Fotocredits: Fédération Artisans du Monde

32


GUMUNTINDO - KOFFIE VAN OEGANDESE VROUWEN Tijdens de hele koloniale periode beschouwden de westerlingen, die het land ontdekten toen ze de mythische bronnen van de Nijl zochten, Oeganda als “de parel van Afrika”. Toen het in 1962 onafhankelijk werd, had Oeganda een heleboel troeven om een moderne toekomst tegemoet te gaan: prachtige landschappen, een rijk gevarieerde fauna en flora, vruchtbare grond, welvarende plantages en succesvolle boeren. Maar de spanningen tussen de Nijlvolkeren in het noorden en de Bantoes in het zuiden liepen snel hoog op. In 1971 greep Idi Amin-Dada de macht en stelde hij een terreurbewind in.

Ruwenzori Mountain Lady (Oeganda) - Fotocredits: Dylan Walters

Men schat dat hij 200.000 slachtoffers maakte: vrouwen, mannen en kinderen. Zeven jaar later, in november 1978, viel het Tanzaniaanse leger Oeganda binnen en verdreef de dictator. Maar de problemen hielden aan en de dictaturen volgden elkaar op. De inflatie bereikte astronomische hoogten, een verschrikkelijke hongersnood teisterde het land, de oppositie werd brutaal onderdrukt. In januari 1986 nam Yoweri Museveni de macht over en begon hij aan de wederopbouw van het land (stabilisatie van de inflatie, duurzame groei, enz.). In het noorden bleef het echter moeilijk: de gewelddadige rebellen van het Verzetsleger van de Heer (Lord’s Resistance Army) voerden met steun van het islamitische Soedan een terreurbewind.

In de Bugisu-taal betekent Gumutindo «goede boer»

Ontvoeringen, verkrachtingen, excessen: de Oegandese vrouwen hebben vreselijk geleden in deze decennia van etnisch en godsdienstig geweld. Vandaag kent Oeganda weer vrede, ook al blijven er nog altijd geweldhaarden bestaan. Ondanks een opmerkelijke verbetering van de wetgeving gaan de vrouwen nog altijd gebukt onder de last van traditie en bijgeloof, terwijl hiv en/of aids een hoge tol eist.

Lydia Nabulumbi, Gumutindo (Oeganda) - Fotocredits: Trade Aid New Zealand

Gumutindo Coffee Cooperative Enterprise Koffie wordt in Oeganda hoofdzakelijk verbouwd in het oostelijke district Mbale, tegen de grens met Kenia, op de hellingen van de hoogste berg van het land Mount Elgon. Het subtropisch klimaat en de vruchtbare vulkanische grond vormen een ideale omgeving voor de productie van koffie. In deze streek stichtten in 2000 enkele basiscoöperaties (Primary Societies), ontstaan uit de overblijfselen van het oude Oegandese coöperatieve systeem, de Gumutindo Coffee Cooperative Enterprise. Hun doel: koffie van hoge kwaliteit produceren die tegen de beste prijs kan worden verkocht. In 2003 kreeg de koffie van Gumutindo de FLO-Fairtradecertificering. Een jaar later ontving de volledige productie van de aangesloten plantages de biologische certificering van EcoCert. Vandaag omvat de Gumutindo Coffee Cooperative Enterprise 11 grote basiscoöperaties (Primary Societies) die samen ongeveer 6.500 landbouwers vertegenwoordigen.

Koffiespecialiteiten voor fijnproevers - met de steun van het Trade for Development Centre Na de reeds behaalde successen met de eerlijke en biologische certificering van zijn koffie mikt Gumutindo nu op nieuwe nichemarkten met een zeer hoge toegevoegde waarde, namelijk die van de speciale koffies. Het wil eerlijke en biologische koffie van topkwaliteit op de markt brengen, zorgvuldig gekozen om aan de specifieke eisen van de importeurs te voldoen. In bepaalde heel winstgevende marktsegmenten willen de importeurs immers koffie van absoluut topniveau aanbieden en promoten. Dergelijke speciale koffies brengen beduidend meer op dan eerlijke en biologische koffie. Het Trade for Development Centre van BTC, het Belgisch ontwikkelingsagentschap, steunde deze commerciële dynamiek in het kader van een project dat in januari 2011 afliep. Met deze hulp kon de coöperatie nieuwe variëteiten “Single Origin”-koffie van superieure kwaliteit ontwikkelen. Zij worden nu met succes aangeboden op markten in het Westen en het Verre Oosten.

33


De koffie van de vrouwen van Gumutindo Sinds haar stichting kent de centrale coöperatie Gumutindo een centrale plaats toe aan de vrouwen van de landbouwersgemeenschappen. Ze moedigt hun inzet aan op alle niveaus. Vier van de zeven directeurs zijn vrouwen. Het dagelijks bestuur is voor de helft uit vrouwen samengesteld, hoewel minder dan 20 % van de leden vrouwen zijn. Dat is een bewuste keuze van de coöperatie want “wanneer een vrouw een gedeelte van de gezinsinkomsten controleert, is dit op veel manieren voordelig voor het gezin. De veranderingen hebben zichtbare en belangrijke positieve gevolgen voor haar gezin en haar gemeenschap”32. Sinds 2009 ontwikkelen de koffieplanters van de coöperatie in nauwe samenwerking met het directieteam een gamma eerlijke en biologische koffie van hoge kwaliteit die uitsluitend door vrouwen wordt verbouwd. Het initiatief “Women’s Coffee” krijgt steun van een groot aantal fairtradeorganisaties, onder meer van Equal Exchange. Het vertrekt van zowel technische als commerciële overwegingen. De koffie die de vrouwen van Gumutindo verbouwen, oogsten en verwerken is van hoge kwaliteit aangezien de vrouwen heel veel aandacht besteden aan hun plantages en hun werk. De koffie voldoet aan de strengste eisen inzake traceerbaarheid. Bovendien hebben de consumenten almaar meer belangstelling voor de her-

komst van de producten die ze kopen (vooral die uit eerlijke handel) en voor het verhaal erachter. De grote meerderheid van de mensen die de koffie in de winkels kopen, zijn vrouwen die bijzonder gevoelig zijn voor de emancipatie- en gelijkheidsproblematiek en die het initiatief graag willen steunen door deze “Women Made”koffie te kiezen. De realisatie van deze uitsluitend vrouwelijke productieketen past duidelijk in het algemene ontwikkelingsproject dat Gumutindo nastreeft en waarin empowerment van vrouwen een pijler vormt. Ondanks belangrijke juridische ontwikkelingen blijft de toegang van vrouwen tot de productiemiddelen beperkt ten gevolge van de rurale tradities. Om dat te veranderen is er een mentaliteitswijziging nodig bij de mannen van de gemeenschappen. Het succes van dit project, het vertrouwen en de verantwoordelijkheden die de vrouwen krijgen “zullen hen aanmoedigen om meer van deze voortreffelijke koffie te verbouwen, te produceren en te verkopen. Dat zal hun mannen aanzetten om hen te steunen en te helpen”33. Bovendien komt de verkoop van de koffie vooral ten goede aan de vrouwen van Gumutindo zodat zij een deel van de opbrengst en de ontwikkelingspremies kunnen besteden aan activiteiten waarvan zij de eerste begunstigden zijn.

“De deelname aan eerlijke handel is erg positief voor vrouwen. Wij beheersen de koffieproductie en de eerlijke handel heeft ons geleerd hoe we de kwaliteit ervan kunnen verbeteren. Het heeft ons ook geholpen om onze productie te verkopen zodat goede markten voor ons zijn opengegaan. De eerlijke handel geeft vrouwen bovendien meer vrijheid om zich uit te drukken. Wanneer wij worden betaald, kopen wij wat we willen zodat we onze mannen niets hoeven te vragen. We weten hoe we moeten omgaan met het huishoudgeld. We hebben de koffie geproefd die CaféDirect voor ons verkoopt. Hij is verrukkelijk!” Jennipher Wattaka, koffiebouwster en lid van Gumutindo34

Gunstig voor de vrouwen De lijst van collectieve acties die Gumutindo dankzij de opbrengst van de eerlijke en biologische handel heeft kunnen realiseren, is indrukwekkend: de aankoop van nieuwe opslagplaatsen en moderne kantoren in 2006, de uitbreiding van de kliniek, de bouw van drie basisscholen en een middelbare school, de opening van twee plaatselijke gezondheidscentra, de elektriciteitsvoorziening van de dorpen, enz. Sinds het project “Women Made” in 2009 werd gelanceerd, is speciale aandacht besteed aan acties ten gunste van de vrouwen van de gemeenschappen van Gumutindo. Er is een specifieke werkgroep samengesteld om de rechten van de arbeidsters en de boerinnen te bevorderen. Er zijn ook initiatieven genomen zoals de stichting van een toneelgroep om de vrouwen te mobiliseren en bewust te maken van de gender- en gelijkheidsproblematiek. De nadruk ligt vooral op de besluitvorming in de huishoudens, het partnergeweld en de steun aan de slachtoffers van hiv en/of aids, in het bijzonder aan de wezen.

Voor meer informatie: www.gumutindocoffee.co.ug - www.wheresmycoffee.co.uk - www.twin.org.uk www.fairtrade.org.uk - www.cafedirect.co.uk

34


WOMEN IN WINE - ZUID-AFRIKA South African wine grapes - Fotocredits: Tim Parkinson

De toestand van de Zuid-Afrikaanse vrouwen In Zuid-Afrika hangen de levensomstandigheden van de vrouwen en hun reëel empowerment in grote mate af van hun huidskleur, hun etnische achtergrond en hun sociale positie. De zwarte vrouwen van het platteland en de armste buitenwijken van de steden kennen de moeilijkste, meest gewelddadige en ongelijke situaties. De invoering van een nieuwe grondwet in 1996 zegt dat Zuid-Afrika een verenigde, niet-raciale en nietseksistische democratie is die vrouwen alle burgerrechten toekent. Desondanks worden veel zwarte vrouwen geconfronteerd met seksueel geweld, het hiv- en/of aidsvirus en, wanneer ze ziek worden, uitsluiting. In dit land, een van de zwaarst door de pandemie geteisterde landen ter wereld, worden vooral vrouwen getroffen. Ze vertegenwoordigen bijna 55 % van de hiv- en/of aidspatiënten. Besmetting met hiv en/of aids is bij vrouwen onder de vijfentwintig drie tot vier keer groter dan bij mannen van dezelfde leeftijdsgroep35. Amnesty International heeft op het platteland getuigenissen verzameld van vrouwen die uitleggen dat zij zich niet tegen besmetting kunnen beschermen omdat ze bang zijn voor geweld wanneer ze voorstellen om condooms te gebruiken. “Het leven van de vrouwen op het Zuid-Afrikaanse platteland wordt gekenmerkt door aanhoudend geweld in hun gezin, hun huis en hun dorp. Er heerst onveiligheid en de politiemacht is er onderbemand”, zegt Michelle Kagari, adjunct-directrice van het Afrikaprogramma van Amnesty International. Ze voegt eraan toe: “De combinatie van de hiv-epidemie en het geweld tegen vrouwen is buitengewoon schadelijk voor de vrouwen, meisjes en kleine meisjes in Zuid-Afrika, zowel lichamelijk als psychologisch”36. Afgezien van deze ernstige toestanden tonen studies een beduidende verbetering aan van de sociale en professionele status van de zwarte vrouwen in de steden. Deze vooruitgang, die wordt geïllustreerd door de opkomst van een zwarte vrouwelijke middenklasse in het land, heeft positieve gevolgen voor hun politieke vertegenwoordiging. De vrouwen hebben momenteel bijna 40 % van de zetels in het Lagerhuis van het parlement. Dit is het derde hoogste percentage in de wereld37.

Women in Wine: vrouwelijk, ethisch en (weldra) eerlijk De organisatie Women in Wine werd in 2006 gesticht door een groep van twintig zwarte vrouwen die beroepshalve in de wijnsector actief waren. Deze vrouwen hebben verschillende achtergronden, maar zijn allemaal bezield door een liefde voor de wijnbouw. Ze wilden “de vrouwen, vooral de arbeidsters van de boerderijen en de wijngaarden, en hun gezinnen de kans geven om belanghebbende partij te worden in de wijnbranche”40. Zo werd Women in Wine het eerste wijnbedrijf dat uitsluitend eigendom is van vrouwen en door hen wordt gecontroleerd en beheerd. Hun gemeenschappelijk doel is de werkneemsters te laten profiteren van de economische vruchten van de wijnsector.

35

Eerlijke wijn uit Zuid-Afrika Zuid-Afrika is een van de grootste producenten van eerlijke landbouwproducten ter wereld. Zijn fairtradewijn is het paradepaardje van het dynamisme en de kwaliteit van de Zuid-Afrikaanse eerlijke handel. De vele prijzen die de wijnboeren de jongste jaren hebben gewonnen met fairtradecertificering bewijzen de internationale waardering voor hun rode wijn, witte wijn en schuimwijn38. Dit onmiskenbaar succes mag ons de problematische raciale en sociale realiteit van de wijnsector in Zuid-Afrika echter niet doen vergeten. De wijnbouw blijft een van de economische sectoren van het land waar het beleid voor positieve discriminatie, dat de regering in het kader van het Black Economic Empowerment-programma (BEE) heeft ingevoerd, de minst concrete resultaten oplevert. “Hoewel de wijnbouw goed ingeburgerd is in Zuid-Afrika, is het een sector die wordt gezien als een bastion van blanke macht en invloed. Minder dan 1 % van de bedrijven is eigendom van zwarte zakenmensen”39.


“Om onze visie waar te maken en de Zuid-Afrikaanse wijnindustrie te doen evolueren, moesten wij nieuwe en creatieve oplossingen vinden. We moesten breken met de traditie die wilde dat je alleen grote, uitstekende wijnen kunt maken als je land, wijnstokken, kelders en een groot bedrijf voor de export hebt.” zegt Beverly Farmer, stichtster en CEO van Women in Vine (Pty) Limited. De vennoten van de onderneming rekenen op hun expertise en op een nauwe samenwerking met leveranciers van topklasse, onder meer afkomstig uit wijnketens met fairtradecertificering.

Beverly Farmer, stichtster en CEO van Women in Vine (Pty) Limited 41.

Een van die partners is Boland Kelder die voor Women in Wine wijnen produceert en levert die aan gedetailleerde specificaties voldoen. Beverly Farmer legt uit: “Wij geven onze leveranciers heel duidelijke verwachtingen mee en we stellen erg hoge eisen, want onze twee merken, “Women in Wine” en “Eden’s Vineyards” zijn de grote troeven van ons bedrijf. We werken onophoudelijk aan hun reputatie als superieure kwaliteitswijnen.” Bijna 500 arbeidsters van boerderijen en wijngaarden van de Kaap zijn bij het project betrokken en profiteren van de groei ervan. Daarnaast hebben ongeveer duizend vrouwelijke eigenaars van drankgelegenheden in de streek een aanzienlijke participatie in de onderneming. Het initiatief boekt veel succes op de internationale markten. Dankzij de gekozen structuur, een gezamenlijke trust, kan men de opbrengsten verdelen. Een aparte organisatie “Farmworkers Women in Wine Trust” beheert een gedeelte van de winst en investeert het in de ontwikkeling van de vakkennis en de opleiding van de arbeidsters. Deze organisatie leidt ook gemeenschapsprojecten om de levenskwaliteit van de vrouwen en kinderen op de landbouwbedrijven te verbeteren en een verantwoordelijk verbruik van wijn te bevorderen. De stichtsters en de leden van Women in Wine, die veel belang hechten aan deze sociale dimensie, werken nu aan de fairtradecertificering van hun rode en witte wijnen. Het beroemde Britse vakblad “The Drinks Business” beloonde hun inspanningen met zijn Prijs voor Ethiek.

Voor meer informatie: www.womeninwine.co.za

36

Whitewine South Africa - Fotocredits: Merlin Bungart

“Het is onze plicht en ons recht om de plaats die ons toekomt in te nemen in de door mannen gedomineerde hoogste regionen van de economie. De smaak van ons product bewijst onze knowhow. Onze wijn spreekt voor ons”.


UNION DES GROUPEMENTS DES PRODUCTRICES DES PRODUITS DE KARITÉ - BURKINA-FASO

Burkina Faso Women - Fotocredits: FAS USDA

Burkina Faso, gelegen in het hart van westelijk Afrika, is sinds 1991 weer een democratie. In datzelfde jaar nam het een grondwet aan die formeel de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (en dus ook van de vrouw) onderschrijft. Ondanks een wettelijk kader dat de gelijkheid van de geslachten bevordert en ondanks een ingrijpende vooruitgang van de regelgeving is de toestand van de vrouwen in Burkina Faso nauwelijks anders dan in de buurlanden. De vrouw is echtgenote, moeder, waterdraagster, handelaarster, boerin. Ze is een echte pijler van de Afrikaanse maatschappij, alomtegenwoordig in elk aspect van het sociale leven. Maar het zijn de mannen die het leeuwendeel van de inkomsten en de economische middelen controleren. In de meest rurale gebieden is de ongelijkheid bijzonder groot, zeker wat de alfabetisering en de toegang tot gezondheidszorg betreft. Anderzijds is er veel vooruitgang geboekt in de strijd tegen het geweld tegen vrouwen. De bewustmakingcampagnes van de regering in de voorbije jaren hadden een reële impact op de meest brutale voorouderlijke praktijken zoals vrouwenbesnijdenis, verkrachting of beschuldigingen van hekserij die tot mishandeling en uitsluiting van alleenstaande oude vrouwen leidden.

Vrouw zijn in Burkina Faso “Het lot van een vrouw in een plattelandsgezin in Burkina Faso is niet benijdenswaardig. Ze staat voor dag en dauw op en loopt kilometers - soms meerdere keren per dag - om water te putten en dat zonder enig transportmiddel naar huis te dragen. Twintig tot dertig liter water op je hoofd dragen is zwaar, zeker als je jong en hongerig bent. Zodra ze kunnen lopen, leren de kleine meisjes gierst stampen. Water halen is belangrijk, maar er is ook hout nodig om te koken. Omdat hout schaars is, moeten de vrouwen het ver, vaak te ver, gaan zoeken. Na die opwarming, waarbij de vrouw ook nog het kind moet zogen dat ze op haar rug draagt, is het tijd voor het echte werk. Een maaltijd klaarmaken in een land waar de gierstteelt centraal staat in de voeding is eenvoudig: je moet hem alleen maar stampen. Daarna kan de vrouw aan het werk gaan, met andere woorden, productief worden: op de markt groenten verkopen, als het tenminste nog geen tijd is om te slapen”42. Zoals in veel ontwikkelingslanden is de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen het meest opvallend in het domein van het werk en de waardering daarvan. De vrouwen hebben tal van productieve en sociale taken waarvan niemand de waarde betwist, maar zitten gevangen in de informele economie. Behalve in een handvol sectoren (vooral de administratie en de ngo’s) worden vrouwen heel zelden betaald en zijn ze meestal uitgesloten van verantwoordelijke functies in openbare of privéinstellingen.

“Karité is de man van de weduwen en de vader van de wezen” Burkina Faso bezit een schat die alleen aan de vrouwen toebehoort. Alleen zij kennen het geheim ervan. Karité, het «groene goud» van de Burkinese vrouwen, is een noot met een heleboel bijzondere eigenschappen. De dikke olie die men eraan onttrekt (“karitéboter”) beschermt, verzorgt en hydrateert de huid, de lippen en het haar. Decennia lang kenden alleen de Afrikaanse vrouwen deze eigenschappen en werd de productie uitsluitend op de plaatselijke markten verkocht. Een vrouw heeft gemiddeld twee dagen nodig om op ambachtelijke wijze een kilo karitéboter te maken. Ze moet de noten oogsten, van hun bolster ontdoen en pellen, pletten en branden en een ezel en een kar huren om ze naar de dorpsmolen te brengen waar ze worden gemalen. Daarna moet ze het maalsel kneden en karnen, het verscheidene keren wassen, driemaal koken en driemaal filteren. Pas dan is de kostbare kilo karitéboter klaar43.

37


Deze productie is bijna altijd het werk van vrouwen en is belangrijk om de inkomsten van de gezinnen op het platteland in evenwicht te brengen. De opbrengst ervan vult die van de traditionele landbouw (maïs, rijst en yam) aan. Voor alleenstaande vrouwen is ze het enige middel van bestaan.

De Union des Groupements des Productrices des Produits de Karité de la province de la Sissili-Ziro (UGPPK/SZ) Op anderhalf uur rijden ten zuiden van de hoofdstad Ouagadougou (dichtbij de grens met Ghana) ligt Léo, een stadje in het hart van de streek van Sissili en Ziro. In januari 2001 sloegen 18 vrouwengroepen hier de handen in elkaar om de Union des Groupements de Productrices de Produits de Karité te vormen en op die manier hun competenties te versterken, een duurzaam beheer van karité te verzekeren, een concurrerende productie van hoge kwaliteit te ontwikkelen en toegang te krijgen tot nieuwe, lonende markten. Het basisidee kwam voort uit een eenvoudige vaststelling: de vrouwen die op het platteland karitéboter maakten, ondervonden veel problemen om toegang te krijgen tot de exportmarkt. De belangrijkste oorzaken van die moeilijkheden waren het gebrek aan geloofwaardigheid van de vrouwengroepen bij de internationale klanten, de wisselvallige kwaliteit van de producten, de geringe productiecapaciteit en de ongeletterdheid van de leiding44.

De UGPPK werd gesticht als een centrale coöperatie “om de krachten en de middelen van de vrouwengroepen in een blijvende structuur te bundelen, productiecentra op te richten en een commercieel en logistiek exportkanaal tot stand te brengen”45. De UGPPK stapte snel en met succes in de eerlijke handel. Ze werd de eerste producentenvereniging van karitéboter die in 2006 door FLO-International werd gecertifieerd. In 2008 verkreeg ze ook een certificering van Bio Ecocert. Het grootste gedeelte van de karitéboter wordt aan fabrikanten van fairtradecosmetica verkocht en de exportvolumes (vooral naar Frankrijk en Canada) groeien snel (van 8 ton in 2002 naar bijna 200 ton in 2009). De grootste klanten van de UGPPK zijn l’Occitane, Alter Eco, Thémis, Nature et Vie en Ten Thousand Villages.

Door vrouwen, voor vrouwen (en hun gezinnen) In fairtradekringen wordt de Union des Groupements des Productrices des Produits de Karité de la province de la Sissili-Ziro als een referentie beschouwd op het vlak van empowerment van vrouwen door eerlijke handel. De centrale coöperatie UGPPK telt vandaag 72 groepen met in totaal bijna 3.000 producenten. De belangrijkste doelstellingen zijn de verbetering van de inkomsten van de vrouwelijke producenten, hun gelijke behandeling op juridisch en praktisch gebied en de harmonieuze ontwikkeling van de gemeenschappen. In het kader van de eerlijke handel ontvangen de producenten het tweevoud of zelfs het drievoud van de prijs die op de conventionele markt betaald wordt. De leden van de coöperatie krijgen bovendien een bijkomende premie van $ 0,30 per verkochte kilo: 40 % gaat naar alfabetisering, 20 % naar de opvang van wezen, 10 % naar milieubescherming en 30 % naar de financiële autonomie van de plattelandsvrouwen46. De opbrengsten van eerlijke handel hebben belangrijke sociale projecten mogelijk gemaakt die vooral de vrouwen van de coöperatie ten goede zijn gekomen maar ook de meest kwetsbare leden van hun gemeenschappen. De premies worden bijvoorbeeld aangewend voor de opleiding van de vrouwen in landbouwtechnieken, de financiering van bewustmakingprogramma’s rond het hiv- en/of aidsvirus en de aankoop van schoolmateriaal voor weeskinderen. De UGPPK heeft ook een ludotheek opgericht voor de kinderen die door begeleidsters worden opgevangen terwijl hun moeders werken en een crèche voor de kleintjes. Op die manier kunnen de jonge meisjes die normaal voor de kleinste kinderen zouden moeten zorgen eveneens naar school. De inspanningen van de centrale coöperatie zijn echter het grootst en ook het meest zichtbaar in het domein van de alfabetisering en het onderwijs van de vrouwen. Meer dan 800 vrouwen hebben dankzij de programma’s leren lezen en schrijven. Sinds 2007 organiseert de UGPPK elk jaar een “uitmuntendheidsdag” om de beste leerlingen van de alfabetiseringscentra te bekronen. Dit initiatief geldt nu als een voorbeeld in het hele land en voor andere empowermentprojecten. Tenslotte onderscheidt de coöperatie zich al sinds jaren door haar milieu-inspanningen (boomplantingen, gebruik van zonne-energie, enz.).

38


Winnaar van de Be Fair Awards 2010 In oktober 2010 won de Union des Groupements des Productrices des Produits de Karité de Be Fair Award voor de beste fairtradeorganisatie die voornamelijk uit vrouwen bestaat. In het kader van de Week van de Fair Trade organiseert het Trade for Development Centre van BTC, het Belgisch ontwikkelingsagentschap, deze wedstrijd die de meest effectieve of dynamische initiatieven voor eerlijke handel beloont in verschillende domeinen. De jury waardeerde vooral “de sterke sociale impact (alfabetiseringscentra, milieubescherming, verhoging van de inkomsten van de vrouwen, ...)” en benadrukte “de kwaliteit van de producten in een vaak bekritiseerd Afrika”47. De Union des Groupements des Productrices des Produits de Karité is georganiseerd volgens een coöperatief model. Dit betekent dat de vrouwen samen eigenaar zijn van de organisatie en samen deelnemen aan het besluitvormingsproces. Dit systeem is typisch voor fairtradeproducentengroepen en bevordert de participatie van de vrouwen in het leven van de gemeenschap. De vrouwen worden daardoor sterker betrokken bij het gemeentelijk beleid, kunnen hun standpunten vertolken en hun rechten en die van de armsten verdedigen. De Union des Groupements des Productrices des Produits de Karité is het verhaal van een voorouderlijke traditionele vrouwenproductie die een factor van empowerment geworden is. Een mooi avontuur en een grote stap in de ontwikkeling.

UGPPK (Burkina Faso) - Fotocredits: Alter Eco

“Dankzij de UGPPK verdien ik meer. Ik heb een fiets kunnen kopen voor mijn zoon, een naaimachine voor mijn dochter en ik heb een kamer kunnen bijbouwen voor mijn dochter en mijn kleinzoon. Ik kan de doktersbezoeken en de geneesmiddelen betalen en kleren kopen. Het is prachtig!” Abibata Ido, producente van karitéboter, lid van de UGPPK 48

Voor meer informatie: www.afriquekarite.com www.befair.be

39


In Marokko wil de traditie dat vooral vrouwen actief zijn in het textielambacht. Zo leveren zij hun bijdrage aan het gezinsinkomen. In Marrakech, in het hart van een van de mooiste steden van Marokko, heeft zich door de eeuwen heen een in het hele Middellands Zeegebied erkende weeftraditie ontwikkeld. Het is in deze oude stad van duizend kleuren dat in 1991 de coöperatie “Femmes de Marrakech” het leven zag. Hun bedoeling was om een lijn kwaliteitsvolle modeaccessoires te ontwikkelen en de inkomsten van deze vrouwen-producenten te verhogen.

VROUWEN VAN MARRAKECH - Marokko De uitdagingen

Het verhaal begint in 1987 wanneer een Amerikaanse styliste beslist om in Marrakech een klein naaiatelier op te richten voor damesconfectiekleding. De naaisters werken met de luxueuze, fijne stof “sousdi” die traditioneel in de regio van Fez wordt gemaakt. Enkele jaren later beslist de styliste om het atelier te verkopen en klant te worden van de toekomstige overnemers. De arbeidsters van het atelier, vooral arme en laaggeschoolde vrouwen, kopen het bedrijf met de financiële steun van een investerings- en ontwikkelingsmaatschappij (la Société d’Investissement et de Développement International) en stichten een vereniging die in 1994 een coöperatie wordt. Het begin is moeilijk maar dankzij contacten met fairtradeorganisaties, in het bijzonder Artisans du Monde, slaagt de groep vrouwenproducenten erin zijn werk op de markt te brengen en in de behoeften van zijn leden te voorzien.

Doorheen de jaren worden de verantwoordelijken van de coöperatie zich bewust van de zwakke punten die de ontwikkeling van hun activiteiten in de weg staan.

Actie wordt ondernomen om deze obstakels weg te werken. Dit gebeurt met de steun van fairtradekopers in Europa die de opleiding van de arbeidsters ondersteunen.

De voordelen van eerlijke handel

Een project voor de toekomst

In 2005 wordt de coöperatie ‘Femmes de Marrakech’ gecertifieerd door de WFTO (World Fair Trade Organization, toen nog IFAT). De voordelen van deze certificering laten zich snel zien. De organisatie wordt democratisch bestuurd en alle vrouwen beslissen mee over strategische keuzes, arbeidsvoorwaarden en lonen. Deze vrouwen, afkomstig uit achtergestelde milieus en vaak analfabeet, hebben correcte en regelmatige inkomsten (vaste lonen) en kunnen opleidingen volgen, zoals alfabetiseringscursussen aan het Institut Français de Marrakech.

In 2005 wordt in Rome Esprit Equo opgericht, een fairtradeboetiek die zich inzet voor coöperaties uit landen in het Zuiden. De boetiek ontwikkelt nieuwe productlijnen om de tradities en knowhow van de kleine producenten te promoten. Dankzij de contacten tussen de oprichters van de Italiaanse winkel en de vrouwen van de Marokkaanse coöperatie kunnen ze snel de structurele zwakheden in hun activiteit onderscheiden: beperkt gamma, gebrek aan productinnovatie, gedateerde ontwerpen, ontoereikende marketing, geen kennis van de internationale markten, slechte kwaliteit van de grondstoffen en weinig betrouwbare leveranciers.

Femmes de Marrakech (Marokko) Fotocredits: FM / Esprit Equo

De coöperatie en haar activiteiten

Amina Naoui, schatbewaarster van de organisatie, zegt daarover in 2003 het volgende “al beheersen de meeste vrouwen de stappen van het naaiproces (stof bestellen in Fez, knippen, naaien, afwerken, eerste controle, verven, eindcontrole en verpakking), toch beseffen we dat we commerciële vaardigheden en technieken tekortkomen, zoals in onderhandelen, Engels en informatica, om niet te spreken over het analfabetisme”49.

Om deze situatie te verhelpen en de knowhow van de Marokkaanse coöperatie te benutten, denken ze samen een geïntegreerd ontwikkelingsproject uit. Doelstellingen zijn de productkwaliteit verbeteren, zowel inzake ontwerp als inzake grondstoffen, en haar commercieel en promotiebeleid moderniseren.

40


Femmes de Marrakech (Marokko) - Fotocredits: FM / Esprit Equo

De resultaten van het project Het project gaat in april 2009 van start en combineert de werkpraktijken van de Italiaanse stylisten met de traditionele knowhow van de Marokkaanse vrouwen in het kader van een dynamische en duurzame verstandhouding. Doordat ze betrokken worden bij het ontwerpen van de collecties van Esprit Equo hebben de arbeidsters van Femmes de Marrakech geleerd hun productie te organiseren in functie van deze nieuwe logica en selecteren ze de kwalitatief meest hoogstaande grondstoffen. Om de tekortkomingen van de traditionele tussenpersonen weg te werken, is men op zoek gegaan naar nieuwe leveranciers, vooral voor grondstoffen. Dit vormde meteen ook de gelegenheid om de voorkeur te geven aan nieuw fairtrade- en duurzaam textiel.

Een nieuw hedendaags productengamma Uiteindelijk leidt het project tot het ontwerp en de promotie van een gamma kwaliteitsvolle modeartikelen. Jurken, riemen, handtassen, accessoires, … De collectie 2010-2011 van Esprit Equo, gemaakt door Femmes de Marrakech, is mooi en verfijnd. De nieuwe collectie wordt in september 2010 in avant-première onthuld op de Ethical Fashion Show, de ethische modebeurs, en zal ook een ereplaats krijgen tijdens de ‘Critical Fashion’ in Milaan in maart 2011.

Saida CHAABOUNI en Hassan BAJAJ, Femmes de Marrakech

Met de steun van het Trade for Development Centre van BTC, het Belgisch ontwikkelingsagentschap Dankzij dit project heeft de coöperatie uit Marrakech zich de meest veeleisende technieken van de Europese mode eigen kunnen maken en er tegelijkertijd de knowhow en tradities van de Marokkaanse vrouwen in kunnen verwerken. Het project kreeg financiële steun van het Trade for Development Centre van BTC voor een bedrag van 28.000 euro (74 % van de totale projectkost).

Voor meer informatie: www.espritequo.com www.artisansdumonde.org

41

Femmes de Marrakech (Marokko) Fotocredits: FM / Esprit Equo

“De nieuwe collectie “Femmes du Maroc” van Esprit Equo combineert Italiaanse styling met het vakmanschap van de Marokkaanse naaisters. Ze symboliseert de symbiose tussen moderne elegantie, innovatie en sociale ethiek”.


Women and children of Nivali (Mozambique) - Fotocredits: Stig Nygaard

UNION GÉNÉRALE DES COOPÉRATIVES DE MAPUTO (UGC) - MOZAMBIQUE De opstand van de weduwen “Gemeenschaps- of nationale ontwikkeling is onmogelijk zonder de bijdrage van de vrouwen”. Celina Cossa Voorzitster van de Union Générale des Coopératives de Maputo Laureate van de Africa Prize for Leadership for the Sustainable End of Hunger 199855 Laureate van de Civil Society Movers and Shakers Award 200956

In het begin van de jaren 1980 verscheurde een burgeroorlog Mozambique. Veel mannen kwamen in het geweld om het leven, werden onder dwang ingelijfd of moesten vluchten naar de buurlanden. In deze woelige periode stichtte een groep vrouwen de Union Générale des Coopératives de Maputo om hun schamele middelen te bundelen en met elkaar te delen. Veel van deze vrouwen leefden in armoede. Het waren vaak weduwen of oude vrouwen. Julieta en Rosita Lhamine werkten mee aan de stichting van de beweging. Ze blikken erop terug: “Het was echt moeilijk. We moesten altijd op onze hoede zijn voor de strijders van RENAMO (Résistance Nationale du Mozambique, de zeer gewelddadige antimarxistische beweging die door Rhodesië en Zuid-Afrika werd gesteund). Wij bleven op het land werken, maar na de middag was dat vaak onmogelijk. Zelfs nu kan ik de woede en de doodsangst nog voelen. Ik zie de lijken nog, de lichamen van de mensen die ze hadden gevangen en doodgeslagen terwijl wij vluchtten, en die we achteraf moesten begraven,” zegt Julieta. Haar zuster gaat verder: “Wij hadden geen pompen, geen gieters, geen slangen, niets. We hebben toen de Union Générale gesticht om onze coöperaties te helpen en te trachten meer middelen te krijgen”50.

Aan de zijde van de boerinnen Twintig jaar later is de UGC een van de grootste landbouwbedrijven van Mozambique en de belangrijkste leverancier van fruit, groenten en kippen aan de hoofdstad Maputo. In de loop der jaren hebben meer en meer coöperaties uit de streek zich aangesloten bij de organisatie die volledig geherstructureerd werd toen de regering haar liberaliseringsbeleid invoerde.

42


Vroeger was de UGC een productieorganisatie, nu is ze een dienstencoöperatie die haar leden technische opleidingen aanbiedt en voor de financiering zorgt die de banken weigeren te verstrekken. In de jaren 1990 zette de UGC zich samen met de Union Nationale des Paysans du Mozambique (UNAC) in om haar leden te helpen de achtergelaten grond die ze bewerkten officieel in bezit te krijgen. Deze politieke en juridische strijd vergde jarenlang alle krachten van de organisatie. Celina Cossa, voorzitster van de UGC, herinnert het zich: «Toen wij beseften dat we de grond dreigden te verliezen, hebben we op tijd maatregelen genomen.» De organisatie vocht op alle fronten. Op het terrein hielp ze haar leden om de topografische kaarten en andere documenten te bemachtigen die ze nodig hadden om de eigendom van de grond te verwerven. Haar meest charismatische vertegenwoordigsters, onder wie Celina Cossa die nu ook de Union Nationale des Associations Paysannes leidt, lobbyden bij het parlement voor de invoering van een positieve hervorming van het recht op grondbezit. De jaren van strijd hebben vruchten afgeworpen. De overgrote meerderheid van de producenten is nu officieel eigenaar van de bewerkte grond. De nieuwe wet op grondbezit die in 1997 werd goedgekeurd, bevestigt dat en beschermt de rechten van de kleine producenten. Het lobbywerk van de UGC heeft ook grote gevolgen gehad voor de rechten van de vrouwen. Het nieuwe wettelijke kader bevordert de gelijkheid tussen mannen en vrouwen op het vlak van grondbezit en bepaalt dat het erven van gronden “onafhankelijk van het geslacht” van de betrokken personen moet gebeuren51. De regering van Mozambique is onder de indruk van het werk van de boerinnenorganisatie en heeft haar zelfs gevraagd om deel te nemen aan het comité dat toeziet op de toepassing van het nieuwe grondeigendomstelsel.

Ontwikkeling en solidariteit De Union Générale des Coopératives de Maputo kan indrukwekkende realisaties voorleggen. Ze is van een marginale structuur uitgegroeid tot een van de machtigste boerinnenorganisaties van het land (met 10.000 leden in 200 coöperaties). De leidsters worden nu in de hele wereld gewaardeerd en warm ontvangen. De organisatie is een echte referentie geworden. Ze dankt haar succes zowel aan de solidariteitswaarden die ze verdedigt als aan haar economisch en commercieel succes. Vanaf de eerste jaren in vrede steunde de organisatie de diversificatie van de activiteiten van haar leden en ontwikkelde ze de kippenkweek met eigen middelen en met financiering van de Wereldbank. Vandaag is de organisatie de grootste kippenproducent van Mozambique.

43

De resultaten in termen van ontwikkeling zijn buitengewoon belangrijk.

Het gemiddelde inkomen van de producenten die lid zijn van de organisatie ligt gemiddeld 50 % boven het nationale minimumloon. “In aanmerking genomen dat de meeste van onze leden ongeletterd zijn, een bepaalde leeftijd hebben bereikt en dus zeer moeilijk werk vinden, begrijpt men beter welke belangrijke rol de coöperaties spelen in het economische en sociale leven van het armste deel van de bevolking en vooral van de vrouwen,” zegt Celina Cossa52. De organisatie verstrekt niet alleen diensten die de productie ondersteunen, maar levert ook gezondheidszorg en kinderopvang. Sinds enkele jaren trekt ze grote middelen uit voor het onderwijs van de vrouwen (die 95 % van de leden vertegenwoordigen )53. Er worden ook technische opleidingen gegeven in landbouw en veeteelt, schrijnwerk en artisanale productie. Daarnaast krijgen de leden systematisch algemeen en alfabetiseringsonderwijs aangeboden. Het onderwijs van de vrouwen wordt namelijk als een prioriteit beschouwd. Celina Cossa, voorzitster van de UGC, beklemtoont dat dit onderwijs “hen voorbereidt op een leidersrol in hun gemeenschap”54. De UGC financierde bovendien de bouw van gezondheidscentra die alle basiszorgen verstrekken. Ze zijn gratis voor alle leden van de organisatie.

Onweerlegbaar eerlijk De resultaten spreken voor zich. De Union Générale des Coopératives de Maputo is formeel niet voor eerlijke of duurzame handel gecertifieerd, maar met de grote sociale en menselijke impact van haar activiteiten en de gehechtheid van haar leden aan de waarden van met elkaar delen, speelt ze ontegensprekelijk een grote rol in de sociale vooruitgang en bewijst ze de voordelen van de solidaire handel en economie in Afrika. Celina Cossa heeft in 1998 de Africa Prize for Leadership for the Sustainable End of Hunger van de ngo Hunger Project gekregen. In 2009 werd ze bekroond met de Civil Society Movers and Shakers Award van het Food Agriculture Natural Resources and Policy Analysis Network (FANRPAN).

Voor meer informatie: http://spesmru.intnet.mu/sepac/ugc.htm www.pbs.org/hopes/mozambique www.fanrpan.org http://africaunchained.blogspot.com http://africa.ipsterraviva.net


IN LATIJNS-AMERIKA Na de komst van de Portugese en Spaanse ontdekkingsreizigers viel Latijns-Amerika eeuwenlang ten prooi aan de hebzucht van de grootmachten en kende het brutale interne conflicten. Het continent heeft perioden van veel geweld meegemaakt met slachtingen van de inlandse bevolking door de kolonisten, sociaal onrecht, het Amerikaanse en het Sovjet-kapitalisme, de opstanden van de “landlozen� en de gevolgen van de slavenhandel. Zoals vaak waren de vrouwen en de minderheden de eerste slachtoffers van het geweld. Sinds het einde van de Koude Oorlog is de situatie sterk verbeterd. Op dit historisch continent van eerlijke handel waar de eerste fairtradeprojecten het licht zagen, zetten de vrouwen zich dynamisch in voor initiatieven die economische ontwikkeling combineren met solidariteit en vermindering van de ongelijkheid.

Prodecoop (Nicaragua) - Fotocredits: Trade Aid

44


JAMBI KIWA - AUTOCHTONE VROUWEN Women in Ecuador (Ecuador) Fotocredits: Presidencia de la República del Ecuador

Om historische redenen is in Ecuador de genderproblematiek onlosmakelijk verbonden met het etnisch vraagstuk. Meer dan 3,5 miljoen van de ongeveer 12,5 miljoen Ecuadoranen zijn inheemse volkeren. Ze zijn verdeeld over elf etnische groepen met als belangrijkste het Quechua-volk in de Andes en Amazonië. De ongelijkheid tussen mannen en vrouwen valt samen met etnische en sociale breuklijnen. De situatie van de blanke vrouwen van Spaanse afkomst die in de steden wonen is niet te vergelijken met die van de autochtone vrouwen in de meest landelijke gebieden. De eerste categorie trekt profijt van de nieuwe grondwet uit 2008 die de juridische situatie van de vrouwen fel heeft verbeterd. Dat geldt veel minder voor de afstammelingen van de inheemse volkeren, zegt Rosa Rodriguez, een Ecuadoraanse specialiste in ontwikkelings- en genderproblematiek: «De vrouwen hebben alsmaar meer ruimte gekregen om gelijkwaardig te worden en ten volle deel te nemen aan het economische, politieke, sociale en culturele leven van het land. Ze zijn volwaardige burgers geworden”. Maar die vooruitgang heeft de meerderheid van de inheemse vrouwen nog niet bereikt: “Er bestaat een permanent uitsluitingsproces. De toestand van de autochtone vrouwen wordt gekenmerkt door een dubbele discriminatie: etnisch en seksueel. Daarom kennen de meeste vrouwen nog geen vooruitgang in de deelname aan het openbaar leven”57. Toch beginnen de inheemse vrouwen van Ecuador en de vrouwen van Afrikaanse afkomst – hoedsters van voorouderlijke kennis en tradities – zich nu te laten horen, zich te organiseren en hun rechten op te eisen in gemeenschappen die gekenmerkt worden door een patriarchale machocultuur. Hun vooruitgang was lang beperkt door armoede en ellende, maar nu het land groeit en zich ontwikkelt, worden zaken als gender, burgerschap en gelijkheid ernstiger genomen.

Jaren van strijd De Spaanse kolonisatie heeft de indianen van de Andes eeuwenlang van hun grond beroofd en veroordeeld tot horigheid en dwangarbeid op de haciënda’s van de grootgrondbezitters. In de streek van Chimborazo waar de Puhura-indianen leven, is dat systeem tot in de 20ste eeuw blijven bestaan en weerstond het alle hervormingspogingen. De inboorlingen leefden er in een soort apartheid die hen uitsloot van de openbare diensten (en in het bijzonder van de scholen) en hen als minderwaardige wezens behandelde. De eerste emancipatiebeweging kwam pas in de jaren 1960 op gang met het historische engagement van monseigneur Proaño, de bisschop van Riobamba, die de zijde van de inheemse bevolking koos. Veel indianengemeenschappen organiseerden zich en begonnen hun rechten op te eisen op het land waar ze leefden. Na tientallen jaren strijd en sociaal geweld werden hun inspanningen in de jaren 1990 beloond en kregen ze een gedeelte van hun voorvaderlijke gronden terug.

Vrouwenlevens De autochtone bevolking van Chimborazo heeft haar grond gedeeltelijk heroverd, maar de armoede en de demografische druk zijn zo groot dat de meeste mannen van actieve leeftijd de streek verlaten en naar de steden of de grote landbouwbedrijven migreren. Meestal vertrekken ze na het ploegen en keren ze pas voor de oogst naar het dorp terug. In hun afwezigheid zijn het de vrouwen die voor het land en de dieren (varkens, schapen, enz.) zorgen. In deze context ontstond in 1999 de vereniging Jambi Kiwa die nieuwe economische activiteiten wilde creëren om de endemische armoede in de streek te bestrijden, de plattelandsvlucht tegen te gaan en de vrouwen in staat te stellen met traditionele kennis in aanzienlijke mate bij te dragen tot de bestaansmiddelen van hun gemeenschappen58. De vrouwenvereniging begon snel met de productie en verkoop van geneeskrachtige planten en aromatische kruiden. De teelt van deze kostbare planten is een traditionele activiteit van de inheemse vrouwen. Zij kennen de geheimen en geven ze van generatie op generatie door. De teelt vraagt weinig investeringen (een met drinkwater geïrrigeerd tuintje) en relatief weinig onderhoud.

45


Van de markten van de Andes naar de fairtradewinkel De eerste jaren verkochten de vrouwen van de vereniging hun zorgvuldig samengestelde kruidenmengsels (combinaties van tientallen soorten geneeskrachtige planten) op de markten van de dorpen en later aan de Ecuadoraanse burgers die ze buitengewoon op prijs stellen. Na het succes op de lokale markten besloot de vereniging haar productie te verbeteren en uit te breiden. De planten die vaak alleen in de Andes voorkomen, worden met elkaar gecombineerd en verbouwd op terrassen zonder gebruik van chemische producten. De grond wordt verrijkt met organisch compost vermengd met mest van gevogelte en kleinvee. Aardwormen die in speciale bakken worden gekweekt, zetten het compost om in goede humus. Het initiatief kende veel succes en de vereniging, die toen ongeveer 400 vrouwen telde, kocht met de hulp van het bisdom Riobamba een gebouw waar ze een drooginstallatie en hakmachines installeerde. Op die manier evolueerde ze van een artisanale productiewijze naar een kleinschalige industrie die kruidenthee en kruidenmengsels fabriceerde voor de lokale markten en voor de winkels van de hoofdstad Quito. In 2004 bedroeg de productie 10 ton gedroogde planten. Er werd toen een nieuwe verwerkingseenheid gebouwd met betere drooginstallaties en moderne hakmachines. In die periode kreeg de verenging de fairtradecertificering en begon ze haar productie te exporteren.

“Het was voor mij als vrouw moeilijk om grote sociale problemen aan te pakken, maar dankzij de vereniging ben ik erin geslaagd. Ik ben in de parochieraad verkozen, het belangrijkste bestuursorgaan van ons stadje. De mensen hebben mij gesteund omdat ze zagen dat wij met onze organisatie proberen dingen te veranderen en omdat ze onze realisaties waarderen”. Rosa Guaman, lid van Jambi Kiwa59

Rosa Guaman, Jambi Kiwa (Ecuador) - Fotocredits: Pobles Harmonia / Alejo Cock

Een beter leven dankzij eerlijke handel

Voor meer informatie: www.jambikiwa.com www.ethiquable.coop

46

De ontwikkeling van de activiteiten van Jambi Kiwa heeft een belangrijke invloed gehad op de levenskwaliteit van de vrouwen van Chimborazo en op hun gemeenschappen. De verkoop van geneeskrachtige, aromatische en keukenkruiden heeft de inkomsten van de gezinnen sterk verbeterd. De nationale integratie van de keten heeft bovendien nieuwe werkgelegenheid gecreërd in de teelt en de verwerking van de planten. De coöperatie die de biologische certificering van BCS Oko heeft verkregen, heeft zich door het dynamisme van haar leden laten inspireren om nieuwe vaardigheden te verwerven, vooral in de biologische landbouw en in het advies aan de vrouwelijke producenten. De vrouwen krijgen niet alleen alfabetiseringsprogramma’s aangeboden maar leren ook over rotatie van de gewassen, aanvullende teelten, natuurlijke bevruchting, grondbescherming en bosbouw. De nieuwe inkomsten worden onder de vrouwen verdeeld en hebben ertoe bijgedragen dat de migratie afneemt en de gezinnen ter plaatse blijven. De organisatie telt nu bijna 650 vrouwen en voert haar producten uit naar Europa, Canada en de Verenigde Staten. Er is een nieuwe dynamiek ontstaan die de creatie van infrastructuur, scholen en gemeenschapsvoorzieningen in de hand werkt.


Q’ANTATI - AMBACHTSVROUWEN IN BOLIVIA

Ecuador - Fotocredits: MacJewell

Aymara people (Ecuador) Fotocredits: Helen Marsh / Practical Action

Bolivia is een land van contrasten. Het is niet alleen het hoogste maar ook een van de meest geïsoleerde gebieden van Latijns-Amerika. Het ligt ingesloten tussen Chili, Peru, Paraguay, Brazilië en Argentinië. Het is een land met een buitengewone diversiteit aan landschappen en mensen: van het Amazone-woud tot de dorre Altiplano, van de schatten van de Andes tot de herinneringen aan het Inca-rijk. Het is bovendien een van de minst ontwikkelde naties van het continent, ook al bezit het rijke natuurlijke hulpbronnen in de vorm van ertsen en energie. Bijna de helft van de bevolking leeft onder de armoedegrens, vooral op het platteland en op de hoogvlakten. Toch is er in de voorbije jaren op sociaal vlak veel vooruitgang geboekt, vooral ten voordele van de vrouwen van het land. Zo hebben meer dan 700.000 vrouwen leren lezen en schrijven dankzij de in 2006 gelanceerde alfabetiseringscampagne “Yo sí puedo” (meer dan 85 % van de deelnemers zijn vrouwen). Veel vrouwen bevestigen het belang van dit programma om toegang te krijgen tot de economie en het recht60. Dankzij deze overheidsinspanningen is Bolivia goed op weg om de Millenniumdoelstellingen voor het onderwijs te bereiken (97 % van de volwassenen gealfabetiseerd, gelijkheid van de geslachten in het lager en middelbaar onderwijs tegen 2015). Toch zijn de problemen van het land nog altijd zo groot dat een beduidende terugdringing van de armoede een moeilijk te bereiken doel blijft. Corruptie, een gebrek aan infrastructuur, verboden cocaplantages, schulden, enz. zijn allemaal remmen op de economische en sociale ontwikkeling van het land. De armoede, vooral op het platteland en bij de inheemse gemeenschappen, treft op de eerste plaats de vrouwen. Zij worden pijnlijk geconfronteerd met echtelijk en gezinsgeweld (een buitengewoon hardnekkige kwaal in Latijns-Amerika) en zijn ondervertegenwoordigd in de leidende organen van de politieke, economische en sociale organisaties.

Q’Antati - Creëren om te bestaan

In 1974 besloot een groep ambachtsvrouwen, voor het merendeel behorend tot de Aymara-indianen, een groepering te stichten om hun ambachtelijke vakkennis te valoriseren en samen een reeks producten aan te bieden die op de nationale en de internationale markten zouden aanslaan. De nieuwe organisatie Asociación de Artesanos Q’Antati (“dageraad” in de taal van de Aymara) verenigt vrouwengemeenschappen uit de bergen en vrouwengroepen uit de stedelijke gebieden rond La Paz. Al deze groepen specialiseren zich in een vorm van traditioneel artisanaat. Met technieken die de indiaanse vrouwen al sinds generaties van moeder op dochter doorgeven, maken ze kledingstukken (handschoenen, mutsen, sjaals, enz.) en dekens van alpacawol, muziekinstrumenten en siervoorwerpen. Voor veel inheemse vrouwen uit de hoogvlakten vormt de opbrengst van de verkoop van deze artikelen een belangrijke aanvulling op de inkomsten uit de landbouw. De organisatie overkoepelt nu een dozijn groeperingen en in totaal ongeveer 450 ambachtsvrouwen die textiel en andere artikelen volgens de oude tradities spinnen, weven, borduren, sculpteren en snijden.

Eerlijke ontwikkeling

De centrale organisatie is gebaseerd op zelfbeheer en delen. Ze helpt haar leden met technische opleidingen (in innovatie, in het beheer van de productie en in de vorming van ketens) en steunt hen bij de modernisering van de productiemiddelen. Dit doen ze met volledig respect voor de traditionele knowhow van de vrouwengemeenschappen. De vrouwen hebben nu ook plannen voor een project voor eerlijk toerisme en parallel daarmee de ontwikkeling van een Zuid-Zuid-netwerk voor eerlijke handel. Als lid van de Wereldorganisatie voor Eerlijke Handel (WFTO) wordt Q’Antati vaak aangehaald als een referentie van eerlijke handel door en voor vrouwen. In een economisch en sociaal kwetsbaar land is deze organisatie van Boliviaanse inheemse ambachtsvrouwen erin geslaagd om gemeenschappen uit sterk verschillende streken samen te brengen en samen een gemeenschappelijke identiteit te creëren, synoniem met solidariteit, trots en traditie.

Voor meer informatie: www.tenthousandvillages.com

47


EERLIJKE QUINOA EN DE BOLIVIAANSE VROUWEN Op de koude, dorre vlaken van de Altiplano (na het plateau van Tibet de hoogste bewoonde streek ter wereld) groeit quinoa, een graan (of beter een pseudograan61) met een hoge voedingswaarde. De Inca’s noemden de plant “Chisiya mama”, wat in het Quechua “Moeder van alle granen” betekent. Quinoa is emblematisch voor de Andesculturen en was lange tijd het basisvoedsel voor de inheemse volkeren van de hoogvlakten.

Anapqui (Bolivia) - Fotocredits: Alter Eco

In 1983 sloegen de producentengemeenschappen van de Quechua- en de Aymara-volkeren uit het zuiden van de Altiplano de handen in elkaar. Ze stichtten de nationale vereniging van quinoaboeren ANAPQUI om hun oogstoverschotten te verkopen zonder via de lokale tussenpersonen en hun erg ongunstige commerciële voorwaarden te passeren. ANAPQUI vertegenwoordigt in totaal ongeveer 1.200 gezinnen. Met de hulp van ontwikkelingsagentschappen begon de centrale organisatie, die de lokale producentengroeperingen overkoepelt, aan biologische landbouw te doen. In 1997 ontving ANAPQUI de Ecocert-certificering. In 2006 volgde de certificering voor eerlijke handel van FLO. De quinoa van ANAPQUI wordt met groot succes verkocht in de fairtradenetwerken en reformzaken in de Verenigde Staten. De sociale voordelen van de groei werden snel zichtbaar. De ontwikkeling gaat zelfs zo snel dat ze ecologische en concurrentieproblemen heeft geschapen die de organisatie nu tracht op te lossen. Traditioneel zitten de inheemse vrouwen van de Altiplano gevangen in huishoudelijke en gezinsactiviteiten. De oprichting van ANAPQUI en het principe en de waarden van de eerlijke handel hebben veel bijgedragen tot hun empowerment en tot de evolutie van hun status in de indianengemeenschappen. Veel vrouwen spelen nu een rol op de verschillende niveaus van de organisatie. Zij kunnen aan het werk in de productie, zowel tijdens de oogst als in de fabrieken, in de verwerking en in de verpakking van de quinoa. Er zijn programma’s voor opleiding en technische bijstand om de rol van de vrouwen in de coöperaties te versterken, niet alleen in de productie maar ook in de administratie en het management. De opbrengsten van de vereniging en de ontwikkelingspremies worden geïnvesteerd in de verbetering van de productiestructuren en in grootschalige acties voor onderwijs en gezondheid die vooral zwangere vrouwen en kinderen ten goede komen. De aanleg van waterreservoirs voor het vee heeft in een dertigtal gemeenschappen het werk van de vrouwen veel lichter gemaakt sinds ze het water voor de lama’s niet langer moeten gaan putten62.

Diversificatieprogramma’s bevorderen de ontwikkeling van nieuwe toeristische en ambachtelijke activiteiten voor de vrouwen van de gemeenschappen. Ze verwerven nieuwe vaardigheden en kunnen hun traditionele knowhow benutten in organisaties waarin zij de meerderheid vormen. De ontwikkeling van de activiteiten van ANAPQUI op nationale schaal heeft de stichting van nieuwe eerlijke ondernemingen in Bolivia in de hand gewerkt, vooral in de sectoren van de verwerking van de quinoa. Een voorbeeld is La Coronilla, een bedrijf dat “Popsnacks” maakt en verkoopt. Dit is een soort popcorn op basis van quinoa die bij ANAPQUI wordt gekocht. De stichters van dit privébedrijf werken sinds het begin in 1972 aan empowerment van vrouwen en de opwaardering van de inheemse producten op de lokale markt.

48

Drie kwart van de werknemers, zowel in de productie als in de administratie, zijn vrouwen. Ze verdienen er meer dan het officiële minimumloon, krijgen een dertiende maand en genieten een uitgebreide sociale zekerheid (ziekte- en ongevallenverzekering). De mannen en de vrouwen verdienen evenveel, maar de vrouwen werken elke dag een uur minder, zodat ze tijd hebben voor het gezin en het huishouden. De vrouwen van La Coronilla krijgen betaald moederschapsverlof en worden aangemoedigd om deel te nemen aan programma’s voor onderwijs en doorlopende vorming63.

Voor meer informatie: www.anapqui.org.bo www.coronilla.com www.claro.ch


IN AZIË Azië is een bont tapijt van uiteenlopende culturen en tradities: van de Middellandse Zee in Turkije tot de archipels van het Verre Oosten. Klein-Azië, het oosten van Rusland, het Arabische schiereiland, het Indiase subcontinent, de honderden eilanden van Indonesië en de Filippijnen, China, Japan zijn allemaal regio’s die sterk van elkaar verschillen met culturen die de erfenis zijn van machtige, duizendjarige beschavingen. Sommige van de eerste initiatieven voor eerlijke handel zijn in Azië ontstaan. Zoals we zullen zien, waren ze vaak het werk van vrouwen om hun rechten te verdedigen, zich te emanciperen en over eigen middelen te beschikken.

Prokitree (Bangladesh) - Fotocredits: Trade Aid New Zealand

49


Bangladesh kent sinds het midden van de 20ste eeuw de ene crisis na de andere. Oorlogen, godsdienstige conflicten, natuurrampen, bloedige staatsgrepen en endemische corruptie hebben de ontwikkeling van de gewezen Britse kolonie bemoeilijkt. De wereldhandel leverde het land weinig sociaal voordeel op. De vrouwen zijn de eerste slachtoffers van het geweld dat het land teistert en gaan gebukt onder armoede en achterhaalde patriarchale tradities.

CORR THE JUTE WORKS - BANGLADESH CORR The Jute Works (Bangladesh) - Fotocredits: Trade Aid New Zealand

De vrouwenrechten in Bangladesh stellen bijzonder weinig voor. De vrouwen lijden onder een erg brutale discriminatie die vooral in familiekring en tussen echtgenoten tot uiting komt. Vrouwen die een gedwongen huwelijk weigeren of ongehoorzaam zijn aan hun man of broer worden vaak verminkt door zuur in hun gezicht te gooien. Vrouwen die vluchten, moeten zich prostitueren of belanden in de gevangenis waar ze het geweld van de cipiers ondergaan. De lauwe inspanningen van de overheid om de toestand van de vrouwen in Bangladesh te verbeteren, hebben weinig concrete gevolgen in het dagelijkse leven. Het door en door corrupte economische, sociale en gerechtelijke systeem negeert de maatregelen ten voordele van de vrouwen en maakt de bevolking niet gevoelig voor de problematiek van de gelijke rechten. De discriminatie van de vrouwen wordt gerechtvaardigd door religieuze teksten van zowel moslims als hindoes die eeuwenoud zijn maar nog steeds door de grondwet worden erkend. De industrialisering van het land in de voorbije jaren, de bittere vrucht van de mondialisering, heeft vrij weinig gevolgen gehad voor de rechten van de vrouw. Steeds meer vrouwen werken in fabrieken en migreren naar de stad waar ze sociaal zichtbaarder zijn maar buitengewoon kwetsbare prooien blijven voor seksueel geweld, repressie op het werk en godsdienstige vervolging.

Pimola and Rosi Nokrek, CORR The Jute Works (Bangladesh) Fotocredits: Trade Aid New Zealand

Het geweld overleven Toen in 1971 de derde oorlog tussen India en Pakistan ten einde liep, werden met de hulp van internationale agentschappen tal van organisaties gesticht om mee te werken aan de wederopbouw van het land en om de armste vrouwen en de tienduizenden weduwen zonder bestaansmiddelen te helpen. Dankzij de financiële en technische steun van de katholieke hulporganisatie CORR (Caritas Bangladesh) konden sommige vrouwen zich in 1973 verenigen in The Jute Works. De organisatie helpt hen met de productie en de verkoop van artisanale producten die voornamelijk van jute worden gemaakt. Met de lange, zachte vezels van deze plant kan men stof weven. The Jute Works werd gesticht om “de waardigheid van de uitgesloten en gediscrimineerde bevolkingsgroepen van de Bengalese maatschappij, in het bijzonder de vrouwen, te bevorderen en te verdedigen”. De organisatie werkt samen met de armste vrouwen zonder onderscheid van godsdienst, kaste of ras en besteedt een deel van haar middelen aan mensen met een handicap en aan weeskinderen. In 1981 kreeg de groepering het statuut van onderneming zonder winstoogmerk (ngo). Ze werkt als een nationale koepelorganisatie die de producten van haar leden verzamelt en op de markt brengt, vooral voor de uitvoer. Hun doel is het verbeteren van de levensomstandigheden van de plattelandsvrouwen, het erkennen van hun rechten en hen de kans geven om geld te verdienen met hun ambachtelijk werk.

50


“Ik maak sinds 1981, het jaar dat de groep in ons dorp werd gesticht, ambachtelijke producten voor The Jute Works. Een deel van mijn opbrengst gaat naar de groep die het geld aan de leden leent. Sinds ik er deel van uitmaak, heb ik genoeg verdiend om grond te kopen waarop we rijst verbouwen voor onze familie. Ik volg een opleiding om kalveren te fokken. Ik heb twee ossen en een ossenkar gekocht om mijn man met zijn werk te helpen. Ik heb kippen, geiten en een melkkoe gekocht waarmee ik een beetje geld verdien. Met het loon van The Jute Works hebben we achter het huis toiletten kunnen bouwen. Ik hoop dat mijn zus blijft studeren en een universitair diploma behaalt en ik zou graag hebben dat mijn zoon verder studeert en een goede baan vindt.”

Firoza, een ambachtsvrouw van The Jute Works65

Samen delen, samen werken The Jute Works werkt nu met bijna 150 ambachtelijke groeperingen die ongeveer 3.600 vrouwen (en 150 mannen) vertegenwoordigen, verspreid over 18 districten van Bangladesh. De groepen zijn zelfstandig maar kunnen altijd een beroep doen op de teams van The Jute Works terwijl de groepsleiders op het terrein toezicht houden op de productie. The Jute Works bezoekt de groepen regelmatig om de activiteiten te coördineren en ervoor te zorgen dat de bestellingen eerlijk tussen de leden van de groepen worden verdeeld. De centrale organisatie bundelt de aankoop van grondstoffen en verdeelt de bestellingen onder de verschillende groeperingen. Wanneer het werk klaar is, brengen de producenten de afgewerkte artikelen naar de afdeling voor kwaliteitscontrole van de ngo. Ze berekenen de inkomsten van de leden op basis van het aantal gewerkte uren. Omdat de vraag naar juteproducten daalt, heeft de ngo nieuwe productieprocessen ontwikkeld en de vrouwen hierin opgeleid. Naast artikelen van jute (tassen, manden, placemats, hangmatten) maken de groepen nu producten van aardewerk, was of banaanvezels. Ze vervaardigen ook ambachtelijke objecten van papier-maché, glazen kralen en leer64.

Een begin van hoop en rechtvaardigheid

Bangladesh is een moeilijk land voor vrouwen. De druk van archaïsche patriarchale tradities is er zo groot dat veel mannen in de landelijke streken zich verwoed verzetten tegen inspanningen om de vrouwen te leren lezen en schrijven of ze de kans te geven iets te verdienen met hun werk. In die omgeving speelt The Jute Works een enorm belangrijke rol in de ondersteuning van de empowermentdynamiek. Naast beroepsopleidingen organiseert de organisatie grootschalige programma’s voor onderwijs en bewustmaking rond basisgezondheid (hygiëne, gezinsplanning, beheer van de middelen). Ze bevordert de voedselzekerheid van de leden door zaaigoed voor de tuinbouw te verdelen en financiert de drinkwatervoorziening. De organisatie onderscheidt zich met haar initiatieven voor onderlinge hulp binnen het netwerk. Zo heeft ze een ontwikkelingsfonds opgezet dat democratisch door elke groepering wordt beheerd. Het fonds ontwikkelt lokale projecten en zet vrouwen aan tot aanvullende activiteiten. De organisatie riep sociale kassen in het leven met bijdragen van vrouwen en mannen van de groeperingen maar ook van organismen voor ontwikkelingshulp. Het geld dient om microkredieten aan te bieden, de gezondheidskosten van de leden te dekken en onderwijsprogramma’s te financieren. The Jute Works is sinds 2006 aangesloten bij de Wereldorganisatie voor Eerlijke Handel (WFTO).

Voor meer informatie:

Pimola Nokrek, CORR The Jute Works (Bangladesh) Fotocredits: Trade Aid New Zealand

www.cjwbd.com www.artisansdumonde.org www.etikebo.com

51


Het Nabije Oosten, waar de wieg stond van de grote monotheïstische godsdiensten in het Middellands Zeegebied en Europa, blijft een van de belangrijkste conflicthaarden van de planeet. Als gevolg van de oorlogen tussen Israël en de Arabieren, de controle over de olieroutes, het spel van de grootmachten tijdens de Koude Oorlog en het plichtsverzuim van sommige Arabische regeringen is dit een van de meest conflictgevoelige regio’s ter wereld.

SINDYANNA OF GALILEE De opkomst van het religieuze fundamentalisme in de voorbije twintig jaar heeft de situatie nog ingewikkelder gemaakt. Extremistische bewegingen kwamen aan de macht en stelden zich nog veel radicaler op dan hun voorgangers, vooral op het vlak van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. De vrouwen zijn vaak direct of indirect de grote slachtoffers van de spanningen in de regio. Zo lijden “de Arabische vrouwen in Palestina en Israël die geen toegang hebben tot onderwijs onder drie handicaps: ze zijn Arabisch in een Joodse staat, vrouwen in een patriarchale maatschappij en ongeschoolde arbeidsters”66. De eerlijke handel bevordert de participatie van de vrouwen aan de economische activiteit, terwijl die activiteit actief bijdraagt tot de verzoening tussen vroeger vijandige groepen.

Aan de zijde van de producenten De organisatie voor eerlijke handel Sindyanna of Galilee werd in 1996 gesticht door twee vrouwen: Hadas Lahav, een Joodse Israëlische journaliste, en Samia Nasser, een Palestijnse onderwijzeres. Ze kregen hierbij de steun van uitgeverij Hanitzotz die pacifistische militanten uit de twee gemeenschappen verenigt. Sindyanna of Galilee steunt organisaties van Arabische vrouwen in Israël en de bezette gebieden en promoot Palestijnse producten bij de economische actoren en consumenten in de regio, in Europa en in de Verenigde Staten67. De vereniging werkt samen met groeperingen die olijven, zeep en specerijen produceren. In die groepering zitten kleine boeren, meestal Arabieren, die geen overheidssteun noch subsidies krijgen die andere landbouwsectoren wel ontvangen. Ze geeft haar partners een betere prijs voor hun producten. Daarnaast organiseert ze opleidingen voor groeperingen van Arabische en Joodse vrouwen en financiert ze diverse maatschappelijke projecten. Sinds oktober 2003 is de organisatie aangesloten bij de Wereldorganisatie voor Eerlijke Handel (WFTO).

52

Hadas Lahav et Samia Nasser - Sindyanna of Galilee (Israël en Palestina) Fotocredits: Ross Stirling - Sindyanna of Galilee

Militanten voor de vrede Samen met uitgeverij Hanitzotz en de Palestijnse vakbond Workers’ Advice Center (WAC)68 vecht Sindyanna of Galilee voor de erkenning van de rechten van de Arabische bevolking, vooral de vrouwen, in Israël en op de Westelijke Jordaanoever. De organisatie zoekt alternatieve oplossingen voor het huidige Israëlisch-Palestijnse conflict. Parallel daarmee strijden Arabieren, Joden en internationale vrijwilligers samen onder de vlag van Sindyanna tegen de onteigeningen van boeren en het rooien van bomen door olijfbomen te planten. De organisatie levert ook grote inspanningen om landbouwinfrastructuur te ontwikkelen en de boeren te helpen om de kwaliteit van hun olijfolie te verbeteren69.


Sindyanna of Galilee (Israël en Palestina) Fotocredits: Sindyanna of Galilee

Door vrouwen voor vrouwen

Door projecten van vrouwenverenigingen in Israël en op de Westelijke Jordaanoever te steunen, wil Sindyanna of Galilee de onmisbare toenadering tussen de gemeenschappen bevorderen en de moeilijke levensomstandigheden aanklagen van de Palestijnse vrouwen. Zij gaan immers gebukt onder zowel de Israëlische bezetting als onder de starheid van de traditionele Arabische maatschappij. “Een minderheid van vrouwen werkt in de landbouw. Ze moeten via tussenpersonen passeren die hen naar het werk brengen en hun loon incasseren waarvan ze vaak 40 % achterhouden” vertellen Michal Schwartz en Asma Agbarieh-Zahalka. Zij zijn beide verantwoordelijke bij de vakbond WAC die met Sindyanna of Galilee samenwerkt om de emancipatie van de vrouwen te bevorderen en hun professionele projecten te begeleiden. Michal Schwartz gaat nog verder en denkt dat deze vrouwen een verandering teweeg kunnen brengen voor de bevrijding van de maatschappij en voor meer solidariteit tussen Arabische en Joodse arbeiders70. De steun die Sindyanna of Galilee verstrekt is heel concreet. De Arabische vrouwen nemen bijvoorbeeld deel aan onderwijsprojecten in culturele centra die door zowel door Joodse als door Palestijnse vrijwilligers worden geleid. Onlangs nog werd een atelier voor de fabricage van tenen manden geopend zodat de vrouwen van arme gemeenschappen een beroep kunnen uitoefenen maar ook in het dorp kunnen blijven om voor hun gezin en hun lapjes grond te zorgen71.

Met de steun van het Trade for Development Centre van BTC Het Trade for Development Centre van BTC leverde € 7.500 financiële steun. Hierdoor kon de organisatie Sindyanna of Galilee een professionele voedingsingenieur aanwerven om een systeem voor kwaliteitscontrole in te voeren. Hij heeft ook meegewerkt aan de verbetering van het handboek voor kwaliteitscontrole en hygiëne voor de vrouwen en de mannen van de producentengroepen.

Voor meer informatie: www.sindyanna.com www.wac-maan.org.il www.befair.be www.oxfammagasinsdumonde.be

Olie voor vrede Het project Peace Oil is de vrucht van een gezamenlijk initiatief van de belangrijkste fairtradeactoren in Israël en Palestina: Sindyanna of Galilee, Green Action en Canaan Fair Trade. De drie organisaties werken sinds 2005 samen om de Amerikaanse en Europese consumenten olijfolie van hoge kwaliteit aan te bieden die samen door Israëlische en Palestijnse boeren is gemaakt. De Olie van de Vrede wordt verkocht door Olive Branch Enterprise, een Palestijnse organisatie op de Westelijke Jordaanoever. Het is een initiatief met een sterke visie: “Een onderlinge economische afhankelijkheid tussen de volkeren tot stand brengen door middel van partnerships die iedereen ten goede komen en die een praktische en concrete aansporing tot vrede zijn” 72.

Voor meer informatie: www.peaceoil.net

53


Femmes à Deogarh, Orissa (India) - Fotocredits: Simon Williams, Ekta Parishad

Rural woman in an Self Help Group (India) Fotocredits: McKay Savage

SASHA ASSOCIATION FOR CRAFTS PRODUCERS - INDIA

“Waarom ben jij op de wereld gekomen, dochter, terwijl ik een jongen wou? Ga naar de zee en vul je emmer: ik hoop dat je erin valt en verdrinkt.” Indisch volksliedje 73

Op het vlak van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen staat India op de 112de plaats van 134 in de ranglijst die het Economisch Wereldforum in 2010 opstelde74. In dit immense land dat voor veel westerlingen synoniem is voor wonderen, exotisme en loomheid is de dagelijkse realiteit van de vrouwen er een van grote ongelijkheid en terugkerend geweld. Meisjes die niet als baby worden gedood, een praktijk die nog vaak voorkomt, worden al heel jong uitgehuwelijkt. Ze zijn onderworpen aan de wil van hun man, geplaagd door echtelijk geweld of blootgesteld aan verstoting en prostitutie. Veel Indiase vrouwen leven van de wieg tot het graf in onrecht en angst voor de mannen. Deze realiteit is het gevolg van een uiterst starre sociale structuur, zeer seksistische tradities en het hardnekkig voortbestaan van een wetgevend systeem dat vrouwen niet dezelfde rechten toekent als mannen. De Indiase vrouwen zijn “onderworpen aan op godsdienstige regels gebaseerde wetten over de persoonlijke status die de ongelijkheid tegenover de mannen versterken wat betreft echtscheiding, sociale basisrechten en erfrecht”75.

Het voortbestaan van het gewoonterecht in vele delen van India is een van de belangrijkste oorzaken van deze situatie ondanks het feit dat het land als “grootste democratie ter wereld” de jongste decennia veel vooruitgang heeft geboekt op sociaal en politiek vlak. De traditionele volkscultuur van India beschouwt een dochter als een last of een vloek. De ouders krijgen liever een zoon, want die zal de naam van zijn vader voortzetten, voor zijn ouders zorgen als ze oud zijn en – het belangrijkste – de grond erven. Een dochter levert niets op en kost zelfs geld, want haar ouders zullen een bruidsschat aan de familie van haar man moeten betalen. Een oud spreekwoord vat het als volgt samen: “Een meisje grootbrengen is als de tuin van een buur begieten”76. Tientallen miljoenen meisjes kunnen niet naar school en worden al heel jong door hun ouders uitgehuwelijkt. Zolang deze praktijken standhouden, zal de toestand niet beduidend verbeteren.

54


Artisanaat: de kennis van de armsten Sinds een jaar of twintig kent India een ingrijpende economische evolutie die vooral gekenmerkt wordt door de opkomst van centra voor geavanceerde technologieën en door een massale industrialisatie van de stedelijke gebieden. Op het platteland is er meestal weinig veranderd. Integendeel, de dynamische krachten van deze streken migreren naar de steden en de traditionele sociale bescherming verzwakt. Precies in de afgelegen provincies zijn de armoede, de ongelijkheid en het onrecht waarvan de vrouwen, de armsten en de leden van de “inferieure” kasten het slachtoffer zijn het grootst. In de rurale wereld van het moderne India is het artisanaat een erg belangrijke activiteit. Miljoenen mannen en vrouwen komen thuis en in ateliers aan de kost met het weven van stoffen, het bewerken van hout, het looien van leer, het bewerken van metaal en het houwen van steen. Voor wie niet het geluk heeft vruchtbare grond te bezitten (en meestal zijn dat vrouwen, onaanraakbaren, wezen, enz.), is het artisanaat een zeldzame bron van inkomsten.

Sasha Association for Crafts Producers De organisatie Sasha (Sarba Shanti Ayog) Association for Crafts Producers werd in 1978 gesticht in Kolkata (het vroegere Calcutta) om de meest gemarginaliseerde en armste leden van de Indiase maatschappij, en in het bijzonder de vrouwen, inkomsten te verschaffen en werk te geven. Van bij de start bevorderde en ontwikkelde de vereniging de ambachtelijke productie als betaald werk. Ze doet dat door netwerken van lokale groeperingen van vrouwen en mannen te vormen en hen technische, organisatorische en financiële steun te bieden. De productie van de ambachtslui wordt vooraf gefinancierd en gekocht tegen prijzen en voorwaarden die een fatsoenlijk, duurzaam inkomen waarborgen. Sasha werkt als een echt dienstenplatform. Het ligt aan de basis van de Enterprise Development Foundation die het ondernemerschap van de vrouwen en de armsten steunt door middel van financiering (microkredieten) en opleiding. De structuur wil ambachtsvrouwen aanmoedigen en motiveren om hun capaciteiten te ontwikkelen door hen kennis bij te brengen op het vlak van innovatie, productontwikkeling en ervaring, hen bewust te maken van het belang van kwaliteit en milieubescherming, hen internationale afzetmarkten te bezorgen, enz 77.

55

Deze gerichtheid op de ondernemingszin is een van de specifieke kenmerken van Sasha. De organisatie gaat ervan uit dat vrouwen en mannen, kleine producenten en straatambachtslui die zich organiseren en hun eigen activiteiten creëren, pijlers zullen worden van de economische en sociale ontwikkeling van hun gemeenschap. Die gemeenschap, hoe klein of arm ze ook is, haalt hier duurzaam voordeel uit en kan een lokale dynamiek van empowerment in gang zetten. Die dynamiek berust op nieuwe middelen en vooral op de wil om samen te ondernemen en samen succes te hebben. Wanneer jonge meisjes en jongens leren om te hopen in plaats van anderen te dienen, wanneer ze zelf werkgevers worden, verbeteren de ontwikkelingsindicatoren beduidend. Sasha ontwikkelde een zeer volledige en doeltreffende reeks hulp- en begeleidingsinstrumenten. Dankzij de diensten die haar teams aanbieden – aanmoediging tot innovatie en creativiteit, hulp bij het opstellen van een businessplan, verbetering van de technieken, contacten met financiers en met gevestigde vakmensen – functioneert de centrale organisatie als een echt ontwikkelingsagentschap dat zich inzet voor empowerment van vrouwen, de armsten en de verstotelingen van India.

Het team van Sasha bestaat grotendeels uit vrouwen. Momenteel werken er 150 groeperingen die bijna 5.000 ambachtslui omvatten, onder wie 65 % vrouwen, in de regio’s Oost-Bengalen, Orissa en Kamataka.

Roopa, Sasha (India) - Fotocredits: Trade Aid New Zealand

Sasha Association for Crafts Producers is sinds 2006 aangesloten bij de Wereldorganisatie voor Eerlijke Handel (WFTO). Het is een van de actiefste actoren in het Fair Trade Forum India en het Fair Trade Forum Asia.


Eerlijk ondernemerschap en economisch dynamisme Sasha (India) - Fotocredits: Trade Aid New Zealand

De bevordering en ontwikkeling van het solidair ondernemerschap zijn twee van de belangrijkste pijlers van de Indiase fairtradebeweging. In de loop der jaren heeft Sasha geleidelijk de middelen verworven om haar doelstellingen te verwezenlijken en de Indiase bevolking en elites te tonen dat economisch succes niet afhangt van het geslacht, de kaste of het sociale niveau. Sasha heeft in dat kader een organisatie opgebouwd die de leden helpt met hun projecten. Het opende bijvoorbeeld in Kolkata een winkel die in die chaotische megapolis en de omliggende gebieden beroemd geworden is met zijn smaakvolle, modieuze artikelen. Met verkoopt er het werk van de vrouwen en mannen die Sasha begeleidt: kleurige geweven kledingstukken, leren accessoires, gesculpteerde en vergulde mobielen, sierobjecten, juwelen in bewerkt metaal, enz.

Woman weaving (India) - Fotocredits: Shefshef

De mobielen, een van de bekendste producten van de vereniging, zijn typisch voor het traditionele ambachtelijke werk van het Indiase platteland. Vrouwengroeperingen maken ze van bonte, met katoen gevulde dierenpoppetjes. De poppetjes worden onderling verbonden door geweven stroken die met schelpen en keramische parels versierd zijn. De vrouwengroeperingen verdelen de fabricage in verschillende stappen: knippen, naaien, vullen, versieren en assembleren. Elke stap wordt door een andere vrouw verzorgd. Op die manier kunnen ook de minst opgeleide vrouwen onmiddellijk aan de productie meewerken door de gemakkelijkste taken op zich te nemen.

Woman right council (India) - Fotocredits: Lajpat Dhingra

De door Sasha opgeleide, gevormde en gesteunde Indiase vrouwen worden zich bewust van hun echte waarde en spelen een actieve rol in de veranderingen die ooit tot een Indiase maatschappij zullen leiden die hun legitieme rechten erkent.

Doel: empowerment Sasha wil met zijn diensten vrouwen en mannen de kans geven om uit de armoede te ontsnappen, hun gezin een fatsoenlijk leven te geven en op termijn zelf een stuwende rol te spelen in de ontwikkeling. Het ondernemerschap is een middel om die resultaten te bereiken. Om deze empowermentdynamiek te steunen is Sasha ook in andere domeinen actief. De fairtradeorganisatie moedigt haar leden, vooral de vrouwen, aan om hun inkomstenbronnen te diversifiëren en aan kleinschalige, biologische landbouw te doen. De vereniging bezit grond waarop ze met aangepaste productietechnieken experimenteert. Ze organiseert workshops en opleidingen en werkt aan de ontwikkeling van de beste variëteiten. Kurkuma, gember, rijst en groenten zijn de belangrijkste teelten die ze hier produceren. De organisatie levert haar leden zaaigoed en de knowhow om de nieuwe technieken toe te passen, zodat ze onafhankelijker worden in hun voedselvoorziening. Op sociaal vlak zette Sasha voor de rurale groepen die het begeleidt zeer belangrijke onderwijsprogramma’s op. De nadruk ligt hierbij op de ontwikkeling van het zelfvertrouwen van de kinderen, zowel meisjes als jongens. Zelfvertrouwen wordt namelijk beschouwd als de basis van ondernemingsgeest. Met het oog daarop organiseren ze workshops in de dorpen met veel aandacht voor muziek en dans.

Voor meer informatie: www.sashaworld.com www.bouticethic.com www.claro.ch

56

Sasha ijvert ook voor betere hygiëne en gezondheidszorg. Het zet zich in voor de preventie van ziekten als malaria, tuberculose en hiv en/of aids. In dat verband werkt het samen met de overheid om medicijnen en vaccins uit te delen aan alleenstaande vrouwen en arme gezinnen.


MDI VIETNAM EERLIJKE HANDEL OP DE HOOGVLAKTEN Vooruitgang en gevaren De toestand van de Vietnamese vrouwen is uiterst tegenstrijdig. Enerzijds kan het land er prat op gaan dat het de vrouwen economische en sociale vooruitzichten biedt die nauwelijks verschillen van die van de mannen. Anderzijds bestaan er schrijnende toestanden zoals het huiselijk geweld en de prostitutienetwerken die in sommige delen van het land erg actief zijn. Decennia van volkscommunisme hebben de Vietnamese vrouw in veel domeinen dezelfde rechten en dezelfde wettelijke status als de mannen gegeven. Sinds de jaren 1980 spant de regering in Hanoi zich in om de toestand van de vrouwen te verbeteren, vooral in de gezondheidszorg en het onderwijs. Zoals de marxistische cultuur het wil, is de toegang tot het onderwijs (van lager tot hoger) in grote lijnen identiek voor vrouwen en voor mannen. Meer dan 35 % van de bevolking bezit een universitair diploma78. Dit overheidsbeleid heeft zichtbaar positieve gevolgen op het vlak van de tewerkstelling van vrouwen. Zo “is de participatie van de vrouwen in het arbeidscircuit vergelijkbaar met die van de mannen en bedraagt ze meer dan 80 % voor de vrouwen tussen 20 en 30 jaar”79. Bovendien zijn de vrouwen in de hele hiërarchische piramide vertegenwoordigd. Ze bekleden veel leidende functies in de ondernemingen (bijna 25 % in 2011, terwijl het wereldgemiddelde 20 % bedraagt)80. Toch is niet alles rozengeur en maneschijn voor de vrouwen in het land van Ho Chi Minh. Volgens een nationale studie van de overheid en de Verenigde Naties zou meer dan de helft van de Vietnamese vrouwen het slachtoffer zijn van fysiek, seksueel of psychologisch geweld door hun man. Ondanks de alomtegenwoordigheid van het verschijnsel blijft huiselijk geweld in Vietnam een taboe.

Vietnamese girl (Vietnam) - Fotocredits: Oceanik

De slachtoffers durven er niet over te praten. Ze schamen zich of zijn bang om gestigmatiseerd te worden. Sommige vrouwen denken zelfs dat brutaliteit normaal is in het huwelijk81.

Het spook van de prostitutie Het andere zwarte punt van de genderproblematiek in Vietnam is de vrouwenhandel. Vietnamese vrouwen worden geëxploiteerd in prostitutienetwerken die zich over heel Zuidoost-Azië uitstrekken. Vrouwen, bijna altijd uit de meest rurale gebieden, worden gelokt met het vooruitzicht van werk in de grote stad. Daarna worden ze naar Cambodja, China, Hong Kong, Macau, Maleisië, Taiwan en zelfs de Verenigde Staten gebracht. In de periode 2004-2010 had 65 % van de in China opgespoorde gevallen van vrouwenhandel betrekking op Vietnamese vrouwen. Meestal worden ze door Chinese mensenhandelaren verkocht aan prostitutienetwerken of als illegale arbeidsters of moeten ze trouwen met Chinese mannen van de lagere klassen, mannen van middelbare leeftijd zonder veel sociale status. Dit komt neer op een vorm van moderne slavernij82. De Vietnamese regering voert actief strijd tegen de netwerken die waarschijnlijk worden gerund door de grote misdaadorganisaties van het subcontinent. Haar inspanningen leveren echter weinig op, ondanks bewustmakingcampagnes om de meisjes van het platteland voor het gevaar te waarschuwen.

Vooruitgang en achterstand, platteland en stad Zoals in veel landen zijn ook in Vietnam de vrouwen uit de steden en de hoogst ontwikkelde streken het meest geëmancipeerd. Ondanks de aandacht van de regering voor een groter territoriaal evenwicht merkt men enorme verschillen tussen de situatie van de opgeleide vrouwen in de stad en die van de vrouwen in de meest landelijke provincies. De vrouwen van de etnische minderheden in de afgelegen hoogvlakten in het noorden van het land hebben het erg moeilijk. Sommige gemeenschappen zijn zo geïsoleerd dat ze vrijwel volledig autarkisch zijn bij gebrek aan moderne infrastructuur.

57


Eerlijke handel in de bergen van Vietnam In 2007 besloten Minh Tuyet Nguyen en Dominic Smith, twee coöperanten met jarenlange ervaring in ontwikkelingsprojecten, om de sociale onderneming MDI Vietnam (International Market Development and Investment JSC) op te richten die de gemeenschappen van de hoogvlakten zou helpen om hun thee en cashewnoten op de markt te brengen. Deze onderneming zette zich van bij de start in voor de ontplooiing van de plattelandsbevolking door middel van duurzame ontwikkeling en eerlijke handel met de producenten. De eerste maanden ontmoetten ze vooral boerengemeenschappen. Ze bekeken hoe ze de boeren konden helpen zich in groeperingen en gestructureerde ketens te organiseren, om de technieken voor het oogsten en drogen te verbeteren en om de kwaliteit van de producten te verhogen. In overeenstemming met haar filosofie koos de onderneming voor eerlijke handel en maakte ze de boerengemeenschappen die ze begeleidde bewust van de sociale, organisatorische en milieuaspecten waarmee ze met het oog op de certificering rekening moesten houden.

De verbouwing, oogst en verwerking van thee zijn in Vietnam traditioneel vrouwenwerk. De kwestie van de gelijke behandeling van mannen en vrouwen was dus onontkoombaar. De opbrengsten van de producerende gemeenschappen worden zonder onderscheid tussen de geslachten onder de arbeiders verdeeld, zoals de certificeringregels voorschrijven. MDI Vietnam heeft nu een fairtradecertificering voor zijn thee en cashewnoten. Het is ook het eerste bedrijf in een ontwikkelingsland dat van FLO-International de toelating heeft gekregen om eerlijke producten te produceren en te labelen83. Het Vietnamees bedrijf werkt met een twintigtal gemeenschappen die samen meer dan duizend gezinnen in verschillende landelijke gebieden vertegenwoordigen. Meestal gaat het om etnische minderheden die geen Vietnamees spreken.

Pionier van de eerlijke handel binnen het Zuiden

MDI (Vietnam) - Fotocredits: MDI

MDI Vietnam onderscheidt zich sinds zijn oprichting van andere fairtradeprojecten omdat het ernaar streeft zijn producten binnen Vietnam zelf te verkopen. De stichters en het team van het bedrijf beschouwen het als een erezaak dat hun producten zowel in eigen land als in andere ontwikkelingslanden verkrijgbaar zijn. “Iedereen heeft recht op maatschappelijk verantwoorde producten van hoge kwaliteit”, verklaart Dominic Smith. Door zijn merk “Betterday” (“better quality, better health and better for society”) in Azië op de markt te brengen, gaat MDI Vietnam in tegen het wijdverbreide idee dat de eerlijke handel alleen bedoeld zou zijn voor het miljard inwoners van de rijke landen van het Noorden.

58


Zijn rechtvaardige, militante opstelling leverde het bedrijf tijdens de Week van de Fair Trade in 2009 de Be Fair Award Zuid-Zuid op. Het Trade for Development Centre van BTC organiseert deze wedstrijd jaarlijks om de meest opmerkelijke fairtrade-initiatieven te belonen, ook voor eerlijke handel binnen het Zuiden. De jury bekroonde MDI Vietnam “vanwege zijn rechtstreekse impact op het leven van de kleine boeren, vooral vrouwen uit de etnische minderheden van Noord-Vietnam, en voor het dynamisme waarmee het de eerlijke handel in het Zuiden ontwikkelt”84.

De thee van de vrouwen Mannen produceren vooral cashewnoten. De verbouwing van thee is meestal vrouwenwerk. De onlangs verkregen certificering voor eerlijke handel heeft nog geen ingrijpende gevolgen gehad (o.a. voor de ontwikkeling van de infrastructuur), maar de eerste resultaten bewijzen de waarde van het project. In een jaar tijd zijn de inkomens van de theeproducenten verdubbeld. De boerinnen kunnen nu schoolbenodigdheden voor hun kinderen kopen. Ze worden rechtstreeks betaald voor hun oogst en krijgen evenveel als de mannen. De meeste gemeenschappen gebruiken de nieuwe opbrengsten eerst om hun productie-uitrusting te verbeteren, maar de verwachte groei zou het mogelijk moeten maken om het levenspeil beduidend te verbeteren en de vrouwen op weg te helpen naar een blijvende, duurzame ontwikkeling.

MDI (Vietnam) - Fotocredits: MDI

“De wetenschap dat onze thee in vele landen wordt verkocht, maakt ons geweldig trots. Ik kan maar niet geloven dat mijn foto op onze theedozen staat en dat zoveel mensen ze kunnen zien!” Een boerin van het Mong-volk, een partner van MDI Vietnam85

Voor meer informatie: www.mdivietnam.com www.befair.be

59


BESLUIT Vrouwen die zich willen engageren, die waardig willen leven en ontsnappen uit het dwangbuis van een achterhaald verleden, stoten op tal van obstakels: het gewicht van de traditie, de last van de onwetendheid, de druk van de armoede. Toch boeken zij successen, onder meer dankzij de eerlijke handel. Duizenden vrouwen, van de hoogvlakten van Bolivia tot de oevers van de Jordaan en de Ganges, gebruiken hun intelligentie, hun moed en hun kracht om bij te dragen aan het welzijn van hun gemeenschap. Ze organiseren zich en werken hard om hun gezin te voeden en de spoken van armoede, onwetendheid en geweld te verdrijven. Hun dochters zullen ongetwijfeld een betere wereld kennen dan zij. Ze zullen naar school gaan, een vak leren, onafhankelijk zijn en gemakkelijker zelf hun partner kunnen kiezen. Ze zullen het verhaal van hun moeders niet vergeten en zullen profiteren van hun ervaring en hun kennis. Nog een goede reden om eerlijke producten te kopen.

Women (Mali) - Fotocredits: Fairtrade Max Havelaar

60


BRONNEN EN REFERENTIES 1 Bron: FAO, Rapport “The State of Food and Agriculture 2010-11” - www.fao.org/publications 2 Bron: Artisans du Monde - Internationale Arbeidsorganisatie 3 Bronnen: UNIFEM, VN, US Dept, Widnet - Gerapporteerd op http://esterina.blog.mongenie.com 4 Bron: Saïd Aït-Hatrit, “Où sont les filles (soldats)? Elles sont les oubliées des après-guerres en Afrique” - Afrik.com - 16 april 2004 5 Bron: The World Factbook - CIA - www.cia.gov 6 Bron: www.orphelinsdusida.org 7 Bron: Falila Gbadamassi, “Le sida a transformé les grand-mères africaines en amazones” - Afrik.com - 18 augustus 2006 8 Bron: Amnesty International - www.amnesty.be 9 Bron: Artisans du Monde - Internationale Arbeidsorganisatie 10 Bron: “L’accès à la terre. Genre et accès à la terre”. Ritimo, Cridev, november 2007, dossier bijgewerkt in januari 2011 - www.ritimo.org/dossiers_thematiques/agriculture/acces_terre/acces_terre_genre.html 11 Bron: Nieuwscentrum VN - Unesco: taux d’alphabétisme en progrès mais situation préoccupante en Asie et Afrique - 6 oktober 2008 - www.un.org 12 Bron: Graça MACHEL, “L’injustice faite aux femmes africaines”, 24 juli 2010 - www.lalibre.be 13 Bron: UNESCO 14 Bron: Interview met Saskia RAVESLOOT, genderexperte bij BTC, Belgisch Ontwikkelingsagentschap, 24 maart 2011 15 Bron: “Empowerment van vrouwen - Een methodologische handleiding” en interview met Saskia RAVESLOOT, genderexperte bij BTC, het Belgisch ontwikkelingsagentschap, op 24 maart 2011 16 Bron: Wereldorganistie voor Eerlijke Handel - WFTO - www.wfto.com 17 Bron: Sophie Charlier, Isabelle Haynes, Amandine Bach, Alexis Mayet, Isabel Yépez, Marc Mormont, “Le commerce équitable face aux nouveaux défis commerciaux: évolution des dynamiques d’acteurs - Partie 1: Modes de production et de consommation durables” - Februari 2006 18 Bron: Idem 19 Bron: Idem 20 Bron: Artisans du Monde - www.artisansdumonde.org 21 Bron: Business & Society Belgium - www.businessandsociety.be 22 Bron: Sophie Charlier, Isabelle Haynes, Amandine Bach, Alexis Mayet, Isabel Yépez, Marc Mormont, “Le commerce équitable face aux nouveaux défis commerciaux: évolution des dynamiques d’acteurs - Partie 1 : Modes de production et de consommation durables” - Februari 2006 23 Bron: Idem 24 Bron: Idem 25 Bron: Idem 26 Bron: Artisans du Monde - www.artisansdumonde.org 27 Bron: Idem 28 Bron: Sophie Charlier, Isabelle Haynes, Amandine Bach, Alexis Mayet, Isabel Yépez, Marc Mormont, “Le commerce équitable face aux nouveaux défis commerciaux: évolution des dynamiques d’acteurs - Partie 1: Modes de production et de consommation durables” - Februari 2006 29 Bron: Idem 30 Bron: Idem 31 Bron: Idem 32 Bron: www.gumutindocoffee.co.ug 33 Bron: Idem 34 Bron: www.fairtrade.org.uk 35 Bron: “Afrique du Sud. Les femmes vivant en milieu rural sont les oubliées de l’action contre le VIH”, Amnesty International, 18 maart 2008 - www.amnesty.org 36 Bron: Idem 37 Bron: “Chiffres et données sur les inégalités femmes-hommes” - www.adequations.or 38 Bron: “Ethical practice awards for SA wines” - www.southafrica.info - 8 januari 2010 39 Bron: http://ethicalwine.com/fairtrade 40 Bron: www.womeninwine.co.za

61


41 Bron: www.womeninwine.co.za 42 Bron: Batiana Assomption, “La femme au Burkina, Un long combat pour le respect”, 25 september 2009 - http://batiana.over-blog.com 43 Bron: Le Labo Equitable - www.laboequitable.fr 44 Bron: www.afriquekarite.com 45 Bron: Idem 46 Bron: Fairtrade - http://fairtrade.ca/fr/producteurs/portraits/ugppk 47 Bron: www.befair.be 48 Bron: Yves Therrien, “Le karité, ce mari des veuves”, Le Soleil, 23 augustus 2009 - http://www.cyberpresse.ca 49 Bron: http://www.ambafrance-ma.org/articles/0310013icc.cfm?pop=1&institut=1 50 Bron: Hopes of Horizon - www.pbs.org/hopes/mozambique/transcript.html 51 Bron: Afrique Relance, een uitgave van de Verenigde Naties - www.un.org/french/ecosocdev/geninfo/afrec/vol12no4/womenfr.htm 52 Bron: Idem 53 Bron: FAO - www.fao.org/ag/againfo/themes/fr/infpd/documents/econf_bang/africa1.html 54 Bron: Afrique Relance, een uitgave van de Verenigde Naties - www.un.org/french/ecosocdev/geninfo/afrec/vol12no4/womenfr.htm 55 Bron: Idem 56 Bron: Menesia Muinjo en Geline Fuko, “Female farmer scoops award for food production”, 1 september 2009 http://africa.ipsterraviva.net/2009/09/01/female-farmer-scoops-award-for-food-production 57 Bron: Kintto Lucas, “Equateur - La longue marche des femmes indigènes” - www.alterinfos.org 58 Bron: www.ethiquable.coop 59 Bron: The Jambi Kiwa Story - www.jambikiwa.com 60 Bron: “700 000 femmes boliviennes cessent d’être analphabètes” - 22 maart 2011 - Comité Amérique Latine du Jura www.lecalj.com 61 Bron: http://fr.wikipedia.org/wiki/Quinoa 62 Bron: Agronomes et Vétérinaires Sans Frontières (AVSF) - Projet INTERSALAR SALINAS - BOLIVIA - Balans 2006 63 Bron: Julien Hutin, “Les pop-…quinoa” - Ex Aequo Journal des Magasins du Monde - nr. 19 september 2007 64 Bron: www.etikebo.com 65 Bron: www.artisansdumonde.org 66 Bron: Oxfam-Wereldwinkels - www.oxfamwereldwinkels.be 67 Bron: Astrid Bouchedor, “Mobilisation en marche pour la Palestine”, 22 mei 2009, Oxfam - Wereldwinkels www.oxfamwereldwinkels.be 68 Bron: www.wac-maan.org.il 69 Bron: “Sindyanna, un engagement politique et économique”, 9 januari 2009, Oxfam - Wereldwinkels www.oxfamwereldwinkels.be 70 Bron: Astrid Bouchedor, “Mobilisation en marche pour la Palestine”, 22 mei 2009, Oxfam - Wereldwinkels www.oxfamwereldwinkels.be 71 Bron: “Sindyanna, un engagement politique et économique”, 9 janvier 2009, Oxfam - Wereldwinkels www.oxfamwereldwinkels.be 72 Bron: www.peaceoil.net 73 Bron: “La Femme en Inde” - Fraternet Droit des Femmes - www.fraternet.com 74 Bron: Ricardo Hausmann, Harvard University, Laura D. Tyson, University of California, Berkeley, Saadia Zahidi, World Economic Forum, “The Global Gender Gap Report 2010”, World Economic Forum, Genève, Zwitserland 2010 75 Bron: “La Femme en Inde” - Fraternet Droit des Femmes - www.fraternet.com 76 Bron: Léa Capuano en Mia Angelo, “La situation de la femme en Inde”, 13 mei 2007 - http://esterina.blog.mongenie.com 77 Bron: www.bouticethic.com 78 Bron: “Des réalisations encourageantes des femmes dans l’éducation” - Le Courrier du Vietnam - 20 maart 2011 79 Bron: Carl Haub en Phuong Thi Thu Huong, “Population et développement au Vietnam” - Population Reference Bureau www.prb.org 80 Bron: “Augmentation du taux de femmes cadres au Vietnam” - Vietnam Plus - 8 maart 2011 - www.vietnamplus.vn 81 Bron: Joelle Palmieri, “Vietnam et violence domestique: plus d’une femme sur deux touchée” - 10 januari 2011 - MediaTerre www.mediaterre.org 82 Bron: Marie-José Richard, “Vietnam: triste record dans le trafic de femmes et enfants” - http://mjrichard.wordpress.com 83 Bron: www.bidnetwork.org/page/47111/fr 84 Bron: www.befair.be 84 Bron: “Q&A with Tram Nguyen-Stevenin, author of MDI Betterday Fairtrade Products case study in Vietnam” - Growing Inclusive Market - 28 april 2011 - www.growinginclusivemarkets.org

62


TRADE FOR DEVELOPMENT CENTRE

Het Trade for Development Centre (TDC) is een programma van BTC, het Belgisch ontwikkelingsagentschap. Wij geloven dat eerlijke en duurzame handel instrumenten zijn voor armoedevermindering en voor duurzame ontwikkeling van kleine producenten in ontwikkelingslanden. Het centrum streeft naar een economische en sociale heropleving van de kleine producenten in het Zuiden. We bieden hen professionalisering en toegang tot verschillende markten (lokaal, regionaal of internationaal). We werken rond drie grote pijlers. We stellen ze hieronder kort aan je voor. Per pijler vind je meer info op onze website www.befair.be.

> Steun aan producenten Financiële ondersteuning TDC steunt benadeelde producenten, kleine ondernemingen en projecten uit de sociale economie die actief zijn in eerlijke of duurzame handel. Zij moeten gevestigd zijn in een van de 18 partnerlanden van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking. Wij financieren activiteiten die hen betere toegang verlenen tot de markt of die hen helpen zich te professionaliseren. Marketingondersteuning TDC profileert zich als een expertisecentrum in “marketing & sales”. We verlenen concrete ondersteuning aan BTC-projecten die rechtstreeks of onrechtstreeks te maken hebben met het op de markt brengen van consumentenproducten of diensten: • Strategisch advies in business en marketing • Marktinformatie en marktanalyse • Coaching in marketing

> Expertise over eerlijke en duurzame handel Het Trade for Development Centre is een expertisecentrum dat nauwlettend de evolutie van eerlijke en duurzame handel opvolgt. TDC tracht consumenten, overheden, producenten en andere economische actoren zo objectief mogelijk te informeren, onder andere over de bestaande labels en garantiesystemen. We verspreiden informatie via onze website, nieuwsbrieven en verschillende publicaties. Daarnaast nemen we deel aan seminaries rond eerlijke en duurzame handel.

> Sensibilisering Het Trade for Development Centre organiseert campagnes die consumenten, bedrijven en de Belgische overheden sensibiliseren voor eerlijke en duurzame handel. De Week van de Fair Trade is onze meest bekende actie. Meer info over onze acties vind je op www.befair.be.


BTC - Belgisch ontwikkelingsagentschap TRADE FOR DEVELOPMENT centre HOOGSTRAAT 147 1000 BRUSSEL T +32 (0)2 505 19 35 www.btcctb.org www.befair.be 64

Profile for Trade for Development Centre - Enabel

Vrouwen en eerlijke handel  

In de brochure Vrouwen en eerlijke handel toont het Trade for Development Centre (TDC) dat eerlijke handel een sterk wapen is dat zowel vrou...

Vrouwen en eerlijke handel  

In de brochure Vrouwen en eerlijke handel toont het Trade for Development Centre (TDC) dat eerlijke handel een sterk wapen is dat zowel vrou...

Advertisement