Voor alle professionals in het onderwijs
Nummer 1 / September 2025

roel van steensel
‘Begrijpend lezen is niet te vangen in een enkel didactisch model’
Basisvaardigheden

Nummer 1 / September 2025
roel van steensel
‘Begrijpend lezen is niet te vangen in een enkel didactisch model’
Basisvaardigheden
Sterke rekenaars
‘Daar zit onbenut potentieel. Begrip van procedures en handig rekenen zijn van belang’
Geheim wapen
Er heerst schrijfmoeheid door de nadruk op zakelijk schrijven. ‘Dat moet anders’
Verschijnt 5x per jaar
Een veilige omgeving voor nieuwkomers waar ze de basisvaardigheden oefenen
Sterk leesonderwijs is teamwerk. Of je nu een taalvak geeft of een zaakvak, als leraar lever jij elke dag een belangrijke bijdrage aan de leesvaardigheid, -motivatie en de literaire competentie van leerlingen.
Samen bouwen aan e ectief leesonderwijs? Doe de leesscan op lezeninhetvo.nl en ontdek waar je staat als team.
basisvaardigheden voorwoord
Hoe volg je een recept als je niet goed kunt lezen, hoe bepaal je de oppervlakte van een plaat hout als je niet goed kunt rekenen en hoe regel je een nieuw paspoort als je iemand niet durft aan te kijken? De basisvaardigheden zijn sleutels om te kunnen komen tot participatie en een welvarende en democratische samenleving.
Inmiddels zijn de berichten over de basisvaardigheden positiever. Alleen burgerschapsonderwijs blijft achter ten opzichte van de rest. Dat bleek uit De Staat van het Onderwijs 2025. PrimaOnderwijs informeert en inspireert graag weer rondom alle basisvaardigheden!
Hebben jouw leerlingen last van enig schrijfmoeheid zodra ze horen dat ze ‘alwéér een betoog moeten schrijven’? Op pagina 34 vind je wat creatief schrijven doet in de bovenbouw havo/vwo. Docente Anouk ten Peze onderzocht dat namelijk. Het is geen verrassing dat er een positieve uitwerking te benoemen is.
En wat rekenen betreft: “In Nederland is de kwaliteit van het rekenonderwijs best goed”, vertelde onderwijsonderzoeker Marian Hickendorff me toen ik haar sprak. Ze ziet nog wel ruimte tot verbetering bij de sterke rekenaars en pleit voor ‘handig rekenen’ bij álle leerlingen. Lees erover op pagina 8
Arjen Toet, netwerkmanager van Ontwikkelkracht legt op pagina 56 uit hoe het programma Ontwikkelkracht kan bijdragen aan het verbeteren van de basisvaardigheden: onderzoeken, kennis delen en verrijken en pionieren!
Hoogleraar Lezen en Onderwijs Roel van Steensel heeft me haarfijn uitgelegd dat begrijpend lezen een complexe vaardigheid is. Hiervoor is een aantal onmisbare dimensies nodig. Op pagina 14 lees je welke dimensies van belang zijn en welk onderwijs bijdraagt aan begrijpend lezen.
Een school die taal en lezen in het hele onderwijs heeft verweven is praktijkschool Pro Drachten. AVO-docent Famke Weersma-Wink vertelt er als taal- en leesspecialist graag over op pagina 48.
En hoe gaat dit dan op een school die nieuwkomers ontvangt? In gesprek met Taalschool Utrecht vertelt directeur Jenny Olsthoorn dat de leerlingen daar vaak al veel taliger zijn dan dat je zou denken. “Sommige kinderen spreken al wel drie talen als ze hier komen.” Zie pagina 52.
Ik denk informatie en inspiratie voldoende in deze eerste PrimaOnderwijs van dit schooljaar. Heb je nog tips voor de redactie? Mail ons gerust.
Veel leesplezier!
Wiesette Haverkamp Hoofdredacteur PrimaOnderwijs
Ideeën, vragen, verzoeken voor PrimaOnderwijs? Mail naar redactie@primaonderwijs.nl
Volg @PrimaOnderwijs ook op Instagram, LinkedIn, X, Facebook en Spotify.
Bestel het blik en maak jullie eetmoment leerzaam!
Per groep
Basisschool pakket
€45
€300
ONTDEK BLIK OP JE ETEN MET JOUW KLAS!
VOOR GROEP
1/2 3 4 5 6 7 8
Nieuw!
Vers verpakt en jarenlang houdbaar. Blik op je Eten is voor iedere groep van de basisschool vol met korte lesactiviteiten over eten. Leer samen over smaak, gezondheid, koken en meer. De opdrachten zijn kant-en-klaar en kunnen met weinig tot geen voorbereiding geserveerd worden. Er is een blik met 20 activiteiten voor iedere groep, zoals een quiz, kringgesprek of beweegopdracht. Een opdracht duurt zo’n 5 tot 10 minuten en is perfect voor of na ieder eetmoment.
Blik op je Eten is een samenwerking tussen Smaaklessen (Wageningen University & Research) en Kokkerelli (Kids university for Food & Health). Zowel Smaaklessen als Kokkerelli zijn erkende interventies door het RIVM. Blik op je Eten sluit aan bij verschillende kerndoelen voor het basisonderwijs.
1 september 2025
Voor alle professionals in het onderwijs
Onderwijsonderzoeker Hickendorff over rekenonderwijs 8
26
48
Volg ons
Ontmasker nepnieuws met het Huidfonds
Basisvaardigheden op praktijkschool
@ primaonderwijs
Hoofdredactie
Wiesette Haverkamp
Vormgeving
Martin Hollander, Tom Venema
Medewerkers
Marco van den Berg, Brigitte Bloem, Judith Kimenai, Erik Ouwerkerk, Esmee Weerden
Foto’s
Shutterstock, iStock
Redactie
Sales 030 - 241 70 21, account@edg.nl
Klantenservice
20
34
Zó werk je goed samen met ouders
Creatief schrijven als geheim wapen
10 Sterker taalonderwijs door betekenisvolle context
14 Begrijpend lezen: zo werkt het wél
16 De lezende leraar maakt het verschil
22 Werken aan basisvaardigheden in beroepsgerichte context
40 In de agenda: Week van de Studiekeuze
52 Taalschool Utrecht laat nieuwkomers groeien
56 De steun van Ontwikkelkracht
59 Kom naar De Nieuwe Schatkamer
60 Dít brengen voorleeswedstrijden in de klas
62 Een veilige basis voor getraumatiseerde kinderen
030 - 241 70 44, redactie@primaonderwijs.nl, postbus 40266, 3504 AB Utrecht
030 - 241 70 20 klantenservice@edg.nl
Verschijning en verspreiding PrimaOnderwijs verschijnt 5 keer per jaar. Verspreiding via gecontroleerde distributie door EDG Media bij alle basisscholen en scholen in het voortgezet onderwijs in Nederland. Naast het magazine biedt PrimaOnderwijs een wekelijkse nieuwsbrief en de website www.primaonderwijs.nl
Met 100.000 lezers het grootste blad voor alle onderwijsprofessionals.
PrimaOnderwijs is een uitgave van
©Copyright 2025 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgenomen of openbaar gemaakt zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. De uitgever is niet aansprakelijk voor enig handelen op grond van de in dit blad gegeven adviezen of gedane mededelinge n.
Heb jij een tip voor de redactie?
Stuur een e-mail naar redactie@primaonderwijs.nl
Nu gebleken is dat jullie graag naar onze podcast luisteren en we maandelijks het aantal luisteraars en volgers zien stijgen, hebben we besloten om ermee door te gaan. Onze eerste vijf afl everingen waren gelinkt aan de NOT, maar de volgende afl everingen sluiten vooral aan op verhalen die je in het magazine vindt. Hou daarom ons Spotify-kanaal in de gaten. Uiteraard maken we ook via onze nieuwsbrief en socialmediakanalen bekend wanneer een nieuwe afl evering live staat.
Benieuwd naar onze eerdere afleveringen?
Aflevering 2:
Aflevering 1:
René Peeters over inclusief onderwijs.
“Ik vind dat leerkrachten en daarmee ook leerlingen in een bepaalde rails geduwd worden, mede door de druk van toetsen.” Peeters benoemt de voordelen van een inclusief onderwijssysteem, waarin individuen elkaar meer ontmoeten en van elkaar leren. Ontdek met zijn tips hoe jij nieuwe stappen kunt zetten naar een inclusieve toekomst!
Floortje Scheepers over mentale diversiteit.
“Laten we niet in simpele hokjes denken als het gaat om mensen. En laten we diversiteit omarmen als kracht in de samenleving. Scholen zien nu talenten van kinderen en jongeren over het hoofd omdat er vooral naar cognitieve skills wordt gekeken. Er bestaat niet een soort blauwdruk van een mens, er zijn ontzettend veel variaties.”
Aflevering 3:
Willemijn Gnirrep over het belang van het naschoolse programma.
“Ik denk dat school zich vaak richt op de harde skills, maar het potentieel van die kinderen is breder. De ontwikkeling van kinderen stopt niet bij de deur van de klas.” Willemijn deelt hoe het naschoolse programma ‘Petje Af’ bij kan dragen aan talentontwikkeling en burgerschap.
Wouter van der Windt over het creëren van een goede werkomgeving.
Wouter van der Windt begon vijf jaar geleden als directeur van SBO Laurens Cupertino. Op dat moment was er weinig op orde. Beluister een mooi gesprek over een het creëren van een werkomgeving voor kinderen en leerkrachten, verbinding met ouders en over omgaan met polarisatie en verharding: hoe maken we scholen veilig én gezond?
Pleun Couwenhoven over de betekenis van muziek op school.
“Je brein kan sterkere verbindingen maken en muziek, maar ook dans en sport kan daarbij helpen. Je werkt tijdens muziek in de klas niet alleen aan cognitie, maar ook aan zelfbeheersing en (teksten) memorisering.”
Pleun geeft praktische tips over verschillende muziekdomeinen en je hoe je deze kunt combineren met bijvoorbeeld basisvaardigheden.
Langdurige personeelstekorten in de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI) bemoeilijken de behandeling en opvoeding van jongeren die er moeten verblijven. Dat levert risico’s op voor de veiligheid van werknemers en jongeren. De Inspectie van het Onderwijs, de Inspectie Justitie en Veiligheid en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd roepen de staatssecretaris Rechtsbescherming op om met spoed te zorgen dat er voldoende vakbekwaam personeel is, dat er voldoende hoog beveiligde plekken voor de jongeren beschikbaar zijn en dat de financiering voor deze inrichtingen passend is, ook voor uitbreiding met een extra JJI.
De 6 JJI’s kampen al jaren met personeelsgebrek. Dat is het afgelopen half jaar verergerd. Dagprogramma’s met scholing en behandeling die een veilige terugkeer van de jongeren in de maatschappij mogelijk moeten maken, zijn ingekort vanwege personeelsgebrek. Jongeren zitten langer alleen opgesloten op hun kamer, missen lesuren en kunnen hun naasten minder zien. Daarmee staat het pedagogisch uitgangspunt van het jeugdstrafrecht - leren van de straf door scholing, opvoeding en behandeling - onder druk. Dat schaadt de rechtspositie en ontwikkeling van de jongeren.
Een groot deel van de basisscholen neem dit jaar een andere doorstoomtoets af dan vorig jaar. Het gaat om het gebruik van een andere aanbieder. De toets van CITO was al het meest gebruikt en dat aantal is nu gestegen. De digitale doorstroomtoets Route 8 van het Apeldoornse bedrijf A-Vision is de grootste daler.
‘Vul
De meeste winst is te halen bij sterke rekenaars
Ondanks dat de media nogal eens negatief zijn over de kwaliteit van het rekenonderwijs, gaat het in Nederland best goed. Dat benadrukt Marian Hickendorff, onderwijsonderzoeker aan de Universiteit Leiden. Tegelijkertijd ziet ze ruimte voor verbetering, vooral aan de bovenkant van het leerlingenspectrum. Sterke rekenaars worden te weinig uitgedaagd en differentiatie blijft lastig. “Leerkrachten hebben een gereedschapskist nodig, goed gevuld met verschillende tools gecombineerd met de vaardigheid om in een split second te bepalen welke strategie ze inzetten.”
Tekst: Wiesette Haverkamp
Zorg dat ook de sterke rekenaars een doelgericht aanbod krijgen, dat hen uitdaagt en stimuleert
Volgens Marian is het Nederlandse rekenonderwijs al decennia lang stabiel. “Zeker aan de onderkant van de scoreverdeling doen leerlingen het goed. Toch wordt in de media en politiek vaak gewezen op een rekencrisis. Dat doet geen recht aan de werkelijkheid, en al helemaal niet aan de moeite die leerkrachten erin steken.”
Aan de bovenkant van het spectrum kunnen volgens Marian wel kansen benut worden. “We zien in TIMSS-resultaten en inspectierapporten dat sterke rekenaars nog vaak onder hun niveau blijven. Daar zit onbenut potentieel en daar valt winst te behalen. Zorg dat ook de sterke rekenaars een doelgericht aanbod krijgen, dat hen uitdaagt en stimuleert de diepte in te gaan. Daar hebben zij begeleiding en instructie bij nodig. Volg hun voortgang en geef feedback.”
Geen losse trucjes
Marian benadrukt verder het belang van het stimuleren van begrip van procedures en ‘handig rekenen’ voor álle leerlingen. Daar doet zij onderzoek naar. Handig rekenen houdt in: zo efficiënt mogelijk rekenen.
“Leerlingen moeten niet alleen kunnen uitrekenen hoeveel 643 - 299 is, maar ook begrijpen dat ze kunnen afronden naar 300 en dat dan terug compenseren. Die vaardigheid vraagt inzicht in getallen, flexibiliteit in denken en het vermogen strategieën met elkaar te vergelijken.”
Ze ziet dat zulke strategieën wel in rekenmethodes voorkomen, maar vaak los worden aangeboden zonder samenhang of aandacht voor keuzevaardigheid.
“Dan blijft het bij de opmerking: je kan het ook zó doen. Maar waarom en wanneer je die aanpak kiest, wordt niet altijd besproken. Daardoor kunnen het losse trucjes worden.”
Om die reden pleit Marian ervoor om rekenopgaven op meerdere manieren uit te laten werken en met leerlingen te bespreken wat er gebeurt. “Strategieën naast elkaar laten zien en vergelijken werkt goed. Bespreek waarom hetzelfde antwoord eruit komt. Wat is sneller of handiger? Door dat expliciet te maken, groeien leerlingen in hun begrip én hun flexibiliteit.”
Het vraagt ook iets van de leerkracht. “Wanneer leerlingen met een onverwachte aanpak komen, moet je snel kunnen schakelen. Begrijpt het kind wat het doet? Is het correct? Leent het zich voor klassikale bespreking of juist voor een individueel moment?
Dat afwegen vraagt vakdidactische expertise.”
Nederland is daarnaast een echt methodeland, merkt Marian. “We volgen methodes vaak als een keurslijf, terwijl ze zijn afgestemd op een gemiddelde klas. Die gemiddelde klas bestaat niet. Afwijken van de methode, teruggrijpen op een eerdere leerlijn of juist versnellen vraagt inzicht en lef van een leerkracht.”
In de war
Ze benadrukt hoe belangrijk kennis van doorlopende leerlijnen daarbij is. “Je moet weten waar je leerlingen vandaan komen en waar ze naartoe gaan. Als de rekentaal of strategie abrupt verandert van groep 4 naar 5, raak je leerlingen kwijt, omdat ze daarvan in de war raken. Maar ook als je wil differentiëren of afwijken van de methode, moet je zicht hebben op de leerlijnen. Daar ligt nu de grootste verbetermogelijkheid.”
Dat begint al bij de opleiding. “De tijd die op de pabo aan rekenen besteed wordt, is eigenlijk te beperkt. Je kunt niet alles in vier jaar goed onder de knie krijgen. Differentiëren, strategieën vergelijken, handig rekenen begeleiden – dat vraagt verdieping en vlieguren.” Daarnaast is het volgens Marian waardevol om kritisch te kijken naar de rol van toetsen. “De
doorstroomtoets toetst vooral procedures. Er zit geen probleemoplossend vermogen of wiskundige attitude in. Dat maakt de kans groot dat leerlingen trucjes aanleren zonder echt te begrijpen wat ze doen.”
Marian benadrukt dat de rekenkennis niet bij individuele leerkrachten alleen kan liggen. “Rekenonderwijs moet een teaminspanning zijn. Je bereikt weinig als één leraar een jaar lang iets fantastisch doet, zonder aansluiting met de rest van de school. Professionaliseren werkt het best als je dat samen doet. Schoolleiders moeten daar ruimte voor maken. En ik zie een sleutelrol voor de rekencoördinator als kartrekker. Die kan niet alleen expertise borgen binnen het team, maar ook de brug slaan met externe en/of bovenschoolse netwerken en wetenschappelijke inzichten vertalen naar de eigen schoolpraktijk.”
Handige instrumenten
Er bestaan inmiddels meerdere instrumenten waarmee je met je team het gesprek kunt voeren. Over de sterke rekenaars, over prioriteiten in de aanpak, of over gedeelde taal. “Die gezamenlijke basis is cruciaal als je iets duurzaam wilt verbeteren. Ik adviseer het prioriteitenspel van SLO of de reflectiewijzer van de inspectie. Daarmee kun je als team snel zicht krijgen op waar je staat en wat je gezamenlijk wilt versterken”, legt Marian uit.
Voor scholen die willen starten, is het advies: begin klein. “Er hoeft niet meteen een scholingstraject aan vast te zitten. Begin met het gesprek. Zet het op de agenda. Kijk samen wat goed gaat en waar ruimte zit om te groeien. Vaak levert dat niet alleen beter onderwijs op, maar ook meer werkplezier.”
Als Marian op dit moment één ding zou mogen veranderen aan het Nederlandse rekenonderwijs? “Dan zie ik graag veel meer uren rekenen in de paboopleiding. Evenals in de professionalisering daarna. Want daar begint het allemaal.”
Taal zit overal in: in een gesprek, een boek, maar net zo goed in de speelhoek of bij een les over UV-straling. Wanneer taal verbonden is aan betekenisvolle situaties, leren leerlingen beter denken, praten en schrijven. Dat inzicht vormt de kern van drie nieuwe leidraden van het NRO voor het basis- en voortgezet onderwijs. Leerkracht Nadia Kuipers en docent Linda Vos vertellen hoe zij taal verweven in hun onderwijs en waarom dat werkt voor hun leerlingen.
Tekst: Esmee Weerden
Leren begint met taal
Voor jonge kinderen is taal geen opzichzelfstaande vaardigheid, vertelt Nadia Kuipers van OBS De Gouden Griffel in Rotterdam. “Het gaat erom dat taal verweven is met wat kinderen meemaken, dát maakt het krachtig.” De leidraad Betekenisvol en functioneel taalonderwijs in groep 1-2 onderstreept het belang van een betekenisvolle context. Bij jonge kinderen is dat spel. “Als ik als leerkracht bewust inspeel op wat er gebeurt in het spel, zie ik kinderen groeien. Zo zou je het spel in de speelhoek handig in kunnen zetten voor een rijke taalontwikkeling. Stel bijvoorbeeld vragen aan kinderen die soep maken, zoals: ‘Hoe weten we dat de soep klaar is?’. Op die manier breiden ze hun taal uit zonder dat ze het zelf doorhebben.”
Ook thematisch werken draagt daaraan bij, legt Nadia uit. “Ik kies het liefste voor brede thema’s, zoals ‘groeien’ en ‘eten en drinken’. Dat nodigt uit tot verdieping, en biedt ruimte voor nieuwe begrippen of verhalen.” Een uitstapje naar de markt werkte bijvoorbeeld goed: “Kinderen gingen op pad met een boodschappenlijstje, leerden nieuwe woorden en voerden gesprekken met marktkooplui. De woorden die ze geleerd hadden tijdens het boodschappen doen, kwamen daarna op een natuurlijke manier terug in de speelhoek.”
Ook in het vo: taal zit overal in Taal zit in elk vak verweven, stelt Linda Vos, docent Nederlands en leescoördinator op de Bonifatius Mavo in Emmeloord. Als lid van de commissie die werkte aan de leidraad voor het voortgezet onderwijs Taal in alle vakken, pleitte Linda daarom voor de term taalbewust onderwijs. “We verwachten niet dat docenten ineens taalspecialist zijn, maar wel dat ze zich bewust zijn van de taal die leerlingen in hun vak nodig hebben.”
Het gaat erom dat taal verweven is met wat kinderen meemaken, dát maakt het krachtig
Op haar school krijgt dat concreet vorm. “Twee keer per week leest de hele school. Niet alleen tijdens Nederlands, maar ook bij vakken als biologie en maatschappijleer. Docenten zoeken actief naar rijke teksten die aansluiten bij hun lesdoelen. Laatst kwam een collega natuurkunde naar me toe met een artikel over UV-straling. Samen bedachten we hoe leerlingen tijdens het lezen woorden konden markeren: technische termen in het blauw, onbekende woorden in het rood. Vervolgens zochten ze de betekenissen op of legden die aan elkaar uit. Zo wordt taal geen extraatje, maar een vanzelfsprekend onderdeel van ieder vak.”
Thematisch en geïntegreerd
Zowel in het po als in het vo schuift taalonderwijs op van losse lessen naar een geïntegreerde, thematische aanpak. Linda: “Waar we vroeger taal opknipten – begrijpend lezen hier, grammatica daar – brengen we het nu samen rond een thema. Bijvoorbeeld sociale media. Dan verzamelen we informatieve artikelen, fictieteksten en opiniestukken die passen bij dat onderwerp. Soms kijken we samen naar een aflevering van Lubach of Tegenlicht, gevolgd door een gesprek. Leerlingen schrijven daarna over wat ze gelezen of gezien hebben en wisselen meningen uit in de klas.”
Jeugdliteratuur is ook een goed vertrekpunt. “Bij het boek Patroon van Marco Kunst koppelen we hoofdstukken aan schrijfopdrachten en gesprekken over verantwoordelijkheid. Zo verbinden leerlingen lezen, denken en schrijven op een natuurlijke manier.”
Kleine stapjes, grote winst
Beide leraren benadrukken: begin klein. “Je hoeft het roer niet meteen om te gooien”, besluit Linda. “Pak één rijke tekst, stel gerichte vragen of laat leerlingen belangrijke woorden markeren. Daarmee zet je al iets in gang.” Nadia vult aan: “Kijk eens naar je routines. Tijdens het fruit eten kun je bijvoorbeeld spelenderwijs rijmen, klanken herkennen of korte gesprekken voeren. Zo verrijk je het taalaanbod, zonder je programma op zijn kop te zetten.”
Ook voor schoolleiders ligt hier een rol. “Loop eens bewust mee tijdens zo’n routine. Wat zie je gebeuren? Waar liggen kansen om taalontwikkeling te stimuleren? Als school vorm je samen de taalomgeving waarin kinderen zich ontwikkelen.”
Doorlopende taal-lijn
In de NRO-leidraden wordt alle relevante wetenschappelijke kennis verzameld en vertaald naar praktische aanbevelingen. Van groep 1 tot en met het voortgezet onderwijs beslaan deze drie publicaties de hele doorlopende taal-lijn.
Betekenisvol en functioneel taalonderwijs in groep 1-2
Betekenisvol en functioneel taalonderwijs in groep 3-8
Waar we vroeger taal opknipten – begrijpend lezen hier, grammatica daar –brengen we het nu samen rond een thema
Els Stronks, Hoogleraar Vroegmoderne
Nederlandse letterkunde, Universiteit Utrecht en voorzitter leidraadcommissie Taal vo: “Alles wat je rond taalonderwijs doet, wordt effectiever als je het schoolbreed aanpakt. Dan krijgen leerlingen bij elk vak dezelfde visie en aanpak mee. Dat helpt hen om taal bewust in te zetten als ze praten, schrijven of denken. En het geeft ruimte voor beleid op thema’s als meertaligheid of vakspecifieke taal.”
Martine Gijsel, senior onderzoeker Expertisecentrum Nederlands en tekstschrijver leidraden po: “Er zijn veel meningen over goed taalonderwijs, maar de leidraden zijn gebaseerd op feiten.
Onderzoek laat duidelijk zien wat werkt. Leraren kunnen zo beter onderbouwde keuzes maken die passen bij hun school. Begin klein en bekijk met het team waar kansen liggen. Met een open, onderzoekende houding maak je het verschil.”
Binnenkort beschikbaar: Taal in alle vakken (voortgezet onderwijs)
ONDE RW IJSKENNIS v an het NR O
In het onderwijs staat het leren van basisvaardigheden centraal. Dat is al zo sinds kinderen onderwijs volgen. Ook op het vmbo is er extra aandacht voor, vooral ook tijdens de andere vakken.
Op de basisschool leer je lezen, schrijven en rekenen. Naarmate een kind meer jaren onderwijs volgt, leert het meer basisvaardigheden. Lezen op avi-niveau wordt functioneel lezen en rekenen wordt wiskunde (al zijn rekenen en wiskunde twee verschillende vakken). De beheersing van basisvaardigheden is nodig om je in ‘ingewikkelde’ situaties je te kunnen redden: bijvoorbeeld bij het afsluiten van een hypotheek, het berekenen van maandlasten en het lezen van officiële brieven. Basisvaardigheden stellen mensen in staat te functioneren in de maatschappij. Maar we horen voortdurend dat het slecht gaat met de beheersing van basisvaardigheden. Leerlingen kunnen niet meer op het gewenste niveau lezen, schrijven en rekenen. Leerlingen in het vo slagen wel voor hun diploma, maar de eisen schijnen steeds lager te liggen. Dat moet anders, horen we iedereen zeggen. Maar hoe?
Geen extra lessen taal en rekenen
Of we nu te hoge eisen stellen, te ingewikkelde regelingen bedenken die in onleesbare brieven worden uitgelegd of inderdaad ‘zakken’ in niveau: het beter leren beheersen van taal en rekenen leren vmbo-leerlingen niet met extra lessen Nederlands en wiskunde. Wel door extra aandacht te besteden aan basisvaardigheden in andere vakken, bijvoorbeeld door teksten te lezen die hun belangstelling hebben, je stimuleert namelijk ook de leesvaardigheden door een instructie voor een machine te lezen of een uitleg voor de zorgrobot te maken. Berekeningen kun je leren in wiskundesommen, maar ook door berekeningen uit te voeren die passen bij een levensechte (beroepsgerichte) opdracht.
In elk vak op dezelfde manier aandacht
Bij SPV hadden we een bestuurslid dat altijd zei: ‘Elke docent bij mij op school is ook taal- en rekendocent en gezamenlijk spreken we af op welke manier we ‘taal en rekenen’. We spreken af welke strategieën we toepassen om deze basisvaardigheden te leren en op welke manier we taal en rekenen aan de orde laten komen in elk vak. Samen zijn we verantwoordelijk dat leerlingen taal en rekenen zo beheersen dat ze in de maatschappij kunnen functioneren. Die opdracht ligt niet alleen bij de docent Nederlands en wiskunde. Aan basisvaardigheden wordt niet alleen tijdens de lessen Nederlands en wiskunde aandacht besteed.
Ervaring leert dat dit werkt. Alle leerlingen van deze bestuurder slaagden met een voldoende en op 2F niveau, het niveau waarvan we samen bepaald hebben dat je dat moet beheersen om te kunnen functioneren in de maatschappij.
Binnen het bestuur zijn er verschillende weddenschappen afgesloten over deze aanpak en telkens weer bleek dat die werkt. Het betreffende bestuurslid had na verkoop van tijd zijn wijnkast behoorlijk vol liggen. ◗
Jacqueline Kerkhoffs
“Wanneer leerlingen langere tijd lezen over hetzelfde thema, bouwen ze expertise op. Met die expertise groeit hun zelfvertrouwen.” Onderwijswetenschapper Roel van Steensel legt uit dat onderwijs in begrijpend lezen niet slechts het aanleren van een paar trucjes behelst: “Strategieën kunnen helpen, maar een strategie is slechts een van de instrumenten om tot beter leesbegrip te komen.”
Tekst: Wiesette Haverkamp
Roel is hoogleraar Lezen en Onderwijs aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoogleraar Leesgedrag aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is en was betrokken bij verschillende onderzoeken naar begrijpend lezen. Zo publiceerde hij in 2019 samen met collega’s de literatuurstudie De vele kanten van leesbegrip, in opdracht van de Inspectie van het Onderwijs. “We onderzochten wat uit wetenschappelijk onderzoek bekend is over effectieve kenmerken van begrijpend leesonderwijs”, vertelt hij. De inzichten uit dat onderzoek vormden een basis voor de kennisbundel De zeven pijlers van onderwijs in begrijpend lezen (2022), bedoeld als praktisch toepasbaar geheel. “We wilden één verhaal maken dat de praktijk écht verder helpt.”
Meerdimensionale benadering
Uitgangspunt van beide publicaties is dat begrijpend lezen een complexe vaardigheid is die niet te vangen is in een enkel didactisch model. “Lezen is een samenspel van kennis, vaardigheden en attitudes”, licht Roel toe. “Er is niet één silver bullet: je moet aan meerdere knoppen draaien om teksten diepgaand te kunnen verwerken.” Startpunt is onderzoek naar het leesproces. Wat gebeurt er cognitief wanneer een lezer een tekst verwerkt. Welke kennis en vaardigheden spreekt de lezer daarbij aan?” Hij noemt een aantal onmisbare dimensies:
Achtergrondkennis “Wanneer je weinig weet over een onderwerp, is een tekst moeilijk te begrijpen. Kennis van de wereld maakt het verschil.”
Leesdoelen “Waarom lees je een tekst? Voor je plezier, om iets te leren of om een brochure te maken? Het doel bepaalt hoe diepgaand je een tekst verwerkt.”
Actieve verwerking “Praten over teksten, schrijven naar aanleiding van teksten, aantekeningen maken: dat helpt bij verdieping.”
Leesmotivatie “Motivatie en vaardigheid hebben een wisselwerking. Hoe meer leerlingen gemotiveerd zijn om te lezen, hoe beter ze worden en dat versterkt weer de motivatie.”
Leesstrategieën “Strategieën zijn nuttige gereedschappen, mits je weet wanneer je ze inzet en waarom.”
Tekstaanbod “Goede teksten zijn rijk en uitdagend, niet vereenvoudigd. Leerlingen moeten er iets uit kunnen leren.”
begrijpend lezen is niet te vangen in een enkel didactisch model
De hoogleraar illustreert de wisselwerking tussen tekst en voorkennis met een voorbeeld: “Als je leest ‘Sanne en Elma bouwden een kasteel. Ze hadden zand tussen hun tenen’: Waar zijn ze dan? Dankzij achtergrondkennis kun je afleiden: dit gaat waarschijnlijk over een zandkasteel op het strand. Maar dat staat nergens expliciet. Je maakt die interpretatie op basis van wat je al weet. Die koppeling tussen tekst en kennis is essentieel voor begrip.”
Thematisch werken als alternatief
Kritiek op het huidige leesonderwijs is er genoeg. “Begrijpend lezen is lang beschouwd als een geïsoleerde losse les. Leerlingen kregen een op zichzelf staande tekst met als doel: vragen beantwoorden.”
Volgens Roel is dat geen natuurlijke manier van lezen. “Een tekst lezen om er alleen vragen over te beantwoorden, is niet de meest natuurlijke leessituatie.”
Thematisch werken biedt een alternatief. “Als je leerlingen langere tijd laat werken rond een thema dat hen interesseert, geef je ze echt de kans om kennis op te bouwen. En die toenemende expertise draagt ook bij aan het zelfvertrouwen van een leerling. Thematisch werken vergroot niet alleen hun begrip over het thema, maar ook de betrokkenheid en de motivatie. Zeker als je toewerkt naar een relevante opdracht, zoals het maken van een brochure of presentatie.”
Ook leesstrategieën krijgen binnen de context van het thematisch werken een andere plek. “De strategieën worden dan functioneel. Niet als doel op zich, maar als hulpmiddel om informatie uit teksten te halen.” Hij benadrukt dat strategieën pas effectief zijn als leerlingen begrijpen wanneer en waarom ze die gebruiken. “We zagen in eerder onderzoek dat strategie-instructie pas effect heeft als die expliciet en doelgericht wordt aangeboden. Hierin speelt uitleg van de leraar ook een grote rol.”
Kies een duidelijke focus
Wat moeten scholen doen om tot beter leesonderwijs te komen? “Kies een duidelijke focus”, bepleit Roel. “En zorg dat die keuze zichtbaar wordt in het hele gebouw.”
Hij noemt Het Open Venster in Rotterdam als voorbeeld. “Daar kiezen ze bewust voor een focus op lezen. Je ziet overal boeken. Leerkrachten werken thematisch en gebruiken literaire en informatieve teksten. Dat ademt leesbevordering.” De rol van de schoolleider is cruciaal. “Deze moet het team meenemen, tijd en ruimte organiseren, investeren in professionalisering en zorgen voor een goede leesomgeving.”
Vakoverstijgende thema’s
Thematisch werken is bij uitstek geschikt voor vakintegratie. “Thema’s als duurzaamheid, migratie of de middeleeuwen lenen zich uitstekend voor vakoverstijgend onderwijs”, zegt de hoogleraar. “Je kunt werken met jeugdliteratuur, informatieve teksten, zaakvakken en schrijfopdrachten. Zo versterk je taalvaardigheid en kennisopbouw tegelijkertijd.”
Voorwaarde is dat het team hierin meebeweegt. “Leerkrachten moeten weten wat er aan kinderen jeugdliteratuur beschikbaar is zodat ze kunnen begeleiden bij boekkeuze en teksten kunnen bespreken. Dat vraagt vakmanschap.”
Het gaat volgens Roel niet om grootse vernieuwingen, maar om doordachte keuzes. “Begin klein. Kies samen een thema, lees mee met je leerlingen, praat over boeken. Maak van lezen een gedeelde cultuur op school.”
Begrijpend lezen is geen foefje of handigheidje. Het is een samenspel van factoren, met de leraar als spil. “Zorg dat je weet hoe teksten werken, wat leerlingen nodig hebben, en hoe je ze begeleidt naar betekenisvol begrip. Dán maak je het verschil.”
Kunnen een biologieles over het menselijk brein, een geschiedenisles over de Tweede Wereldoorlog en een les Nederlands iets met elkaar gemeen hebben? Als het aan Stichting Lezen ligt wel: ze kunnen allemaal krachtiger en rijker worden door de inzet van rijke teksten. “Lezen is een basisvaardigheid die álle leraren aangaat”, zegt Tamar van Gelder, directeur-bestuurder van Stichting Lezen. “De leraar maakt het verschil, ook als het gaat om effectief leesonderwijs.”
Tekst: Wiesette Haverkamp Foto’s: Annemarie Terhell
Onderwijs draait steeds meer om basisvaardigheden en lezen is daarvan misschien wel de meest fundamentele. Niet alleen voor het vak Nederlands, maar juist vakoverstijgend. “Een goede tekst helpt leerlingen om de wereld beter te begrijpen”, legt Tamar uit. “Dat geldt voor alle vakken. Denk aan hoe een roman als Hersenschimmen aansluit bij een les over neurologische verbindingen in je hersens, of hoe mythologische verhalen geschiedenislessen verdiepen. Lezen biedt context, empathie en verdieping.”
Effectief leesonderwijs gaat uit van wetenschappelijk bewezen aanpakken. Stichting Lezen ontwikkelde hiervoor in samenwerking met SLO een reeks bouwstenen. Op de platforms lezeninhetpo.nl en lezeninhetvo.nl vinden docenten, leraren en schoolleiders een schat aan kennis en inspiratie: van het opzetten van een rijke taal- en leesomgeving tot tips voor het kiezen van rijke teksten.
De lezende leraar: een voorbeeldfunctie
Wie zelf leest, leest vaardiger. En wie vaardiger leest, is gemotiveerder om te lezen. Dat geldt voor leerlingen, maar net zo goed voor hun leraren. “Het is
Caroline Wisse, docent vmbo Nederlands:
“De nut en noodzaak van lezen moet vanuit de docent komen. Die moet ook aangeven dat lezen niet per se ‘leuk’ hoeft te zijn. Word je boos van een verhaal, dan wil ik als docent weten waarom. Je mág emotie voelen tijdens lezen.”
eigenlijk heel simpel,” verklaart Tamar. “Als leraar ben je een rolmodel. Als je zelf plezier beleeft aan lezen, kun je dat enthousiasme ook overbrengen op je leerlingen.”
En lezen is meer dan literatuur. “Een krant, een nonfictieboek, een goed artikel: alles draagt bij aan de ontwikkeling van leesvaardigheden”, benadrukt ze. “Belangrijk is wel dat leraren op de hoogte zijn van het actuele aanbod en weten hoe ze leerlingen kunnen prikkelen. Wie dat kan, helpt leerlingen aan meer kansen in het leven. Lezen vergroot empathie, welzijn en zelfs kansen op de arbeidsmarkt. Er is overtuigend onderzoek dat dat aantoont.”
Van leesdip naar leesritme
Juist in het voortgezet onderwijs dreigt vaak een leesdip. “We weten dat bij de overstap van primair naar
Marieke Willems, docent biologie: “Ik las een stuk voor uit Hersenschimmen, toen ik in de klas aan de slag ging met hersenen en zenuwbanen. Literatuur maakt de soms droge stof voelbaar.”
Ewoud Kieft, historicus
“Mijn ervaring is dat ook juist non-fictie leerlingen over de grens kan trekken. Er zijn veel leerlingen geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld.”
het voortgezet onderwijs het leesgedrag van veel leerlingen verandert”, vertelt Tamar. “Daarom is het zo belangrijk om ook in het voortgezet onderwijs een levendige leescultuur te hebben.”
Een praktische eerste stap is de leescan die scholen direct kunnen doen via beide websites. “Daarmee krijg je als school inzicht: waar staan we nu? Welke stappen kunnen we zetten?” aldus Van Gelder. “De scan wordt mooi schematisch weergegeven en werkt als gesprekstarter voor het team en helpt om beleid op te bouwen.” De rol van schoolleiders is hierbij cruciaal. “Zorg dat er tijd, ruimte en middelen worden vrijgemaakt. En dat het onderwerp niet alleen bij de sectie Nederlands blijft liggen, lezen is iets voor het hele team.”
Hardnekkig enthousiast
Wat vraagt het in de dagelijkse praktijk? “Volhouden”, zegt Tamar resoluut. “Blijf in drie vwo gewoon voorlezen. Praat erover in de klas. Maak boeken zichtbaar. Lees zelf mee tijdens stille leestijd, in plaats van je administratie te doen. Hardnekkig enthousiast zijn, dat is de kunst.” Hou daarnaast oog voor meertaligheid op je school, vindt Tamar: “Laat leerlingen ook in hun thuistaal lezen. Dat versterkt hun algemene leesvaardigheid én de band met thuis. Wat je leest telt, in welke taal dan ook.”
Het aanbod is er: op lezeninhetvo.nl en lezeninhetpo.nl staan volop tips voor rijke teksten, praktische voorbeelden en inspirerende lessuggesties. Ook is er aandacht voor het opbouwen van een actuele collectie, het samenwerken met de bibliotheek en het inzetten van leesconsulenten.
Niet onbelangrijk: in de nieuwe kerndoelen basisvaardigheden krijgt lezen expliciet aandacht. De inspectie kijkt daar vanaf dit schooljaar ook actief op toe. “Scholen móeten hier dus echt mee aan de slag”, stelt Tamar. “En dat is mooi, want het loont. De lezende leraar maakt het verschil—voor de leerling van vandaag én de volwassene van morgen.” ◗
Famke Weersma-Wink:
“Iedereen voelt de urgentie om aan de slag te gaan. Vervolgens wordt er een training voor het hele team georganiseerd en dan blijkt dat de directeur tijdens die meeting in een andere meeting zit.”
Zelf aan de slag?
Wil je met leesonderwijs op jouw school aan de slag? Bezoek lezeninhetpo.nl of lezeninhetvo.nl en doe de leescan!
Dropje is nieuwsgierig, zacht en altijd zichzelf. Met het Dropje-lespakket geef je kinderen houvast bij het praten over emoties, vriendschap en jezelf zijn, op een manier die bij hun belevingswereld past.
✔ Stimuleert taal, sociaal gedrag en emotionele ontwikkeling
✔ 26 kant-en-klare lessen bij de populaire afleveringen op Schooltv
✔ Inclusief kringgesprekken, speelse opdrachten en werkbladen
✔ Praktisch, speels en direct inzetbaar
*
Een sociaal veilige school begint bij relaties met leerlingen, collega’s én ouders. Een sterk educatief partnerschap draagt niet alleen bij aan het welzijn en de ontwikkeling van leerlingen, maar ook aan rust, vertrouwen en duidelijkheid in de school. “Door ouders als volwaardige partners te zien, voorkom je misverstanden én vergroot je de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het kind.”
Tekst: Wiesette Haverkamp
Waar ouderbetrokkenheid soms nog wordt gezien als iets wat ‘moeilijk van de grond komt’, zien projectleider Ursula Prinsen en adviseur Daniëlle van der Meer van Stichting School & Veiligheid juist volop kansen. “Ouders zijn dé belangenbehartigers van hun kind. En als school ben je medeverantwoordelijk voor hun ontwikkeling”, legt Ursula uit. “Die rollen zijn verschillend, maar in de samenwerking op school zijn ze gelijkwaardig.”
Relaties als fundament
Bij educatief partnerschap gaat het om meer dan ouderavonden en nieuwsbrieven. Het draait om een wederkerige relatie waarin school en ouders elkaar kennen en weten te vinden. “Een goede band opbouwen begint bij interesse en contact, ook als er niets aan de hand is”, zegt Daniëlle. “Een startgesprek aan het begin van het schooljaar, een telefoontje om iets positiefs te delen – het maakt dat je elkaar beter begrijpt.”
Juist die band maakt het makkelijker om met elkaar in gesprek te blijven als er wél iets speelt. “Als je elkaar al kent, verloopt een gesprek over zorgen veel constructiever”, zegt Ursula. “Dat is de kern van sociale veiligheid: elkaar vertrouwen en samen
optrekken. Ouders willen het beste voor hun kind. En als er frictie is, komt dat vaak voort uit zorg of onduidelijkheid”, zegt Ursula. “Juist dan is het waardevol als je al hebt geïnvesteerd in de relatie.”
Gedeelde visie, gedeelde verantwoordelijkheid Een goed partnerschap vraagt om meer dan goede bedoelingen. “Een gedeelde visie helpt enorm”, stelt Daniëlle. “Als schoolteam moet je duidelijk hebben: hoe willen wij met ouders samenwerken? Wat verwachten we van hen? En wat kunnen zij van ons verwachten?” Zulke afspraken bieden houvast –ook voor ouders. “Het voorkomt verrassingen én laat zien waar je als school voor staat.”
Op de website van School & Veiligheid vinden scholen concrete handvatten om deze visie vorm te geven. Denk aan het spel Gedragen Gedrag of de poster met tien tips om effectief te bouwen aan de ouderrelatie.
Wat kun je concreet doen?
Ursula en Daniëlle benadrukken dat er veel praktische mogelijkheden zijn om het partnerschap te versterken. Denk aan:
• het opzetten van klankbordgroepen of ouderteams per klas
• structurele informatie-uitwisseling die verder gaat dan een nieuwsbrief
• en vooral: informele, laagdrempelige contacten
“Nieuwsgierigheid naar de thuissituatie is helpend”, zegt Daniëlle. “Wanneer je weet wat er thuis speelt, begrijp je de ouders en het kind beter. Dat werkt twee kanten op.” In het voortgezet onderwijs kan de mentor hierin een spilfunctie vervullen, zeker bij een goede overdracht vanuit het po. “Leerlingen op het vo krijgen steeds meer autonomie, maar ouders blijven een belangrijke partner, zeker in de onderbouw.”
Emotie mag, agressie niet
Ook in sterke relaties kunnen spanningen ontstaan. “Het is belangrijk dat scholen voorbereid zijn op moeilijke gesprekken of lastige situaties”, zegt Ursula. In het algemeen geldt: emotie mag, agressie niet. Zorg voor heldere organisatienorm voor ontoelaatbaar gedrag. En dat medewerkers deze kennen, zodat ze hiernaar handelen. Ook als zij zich persoonlijk niet bedreigd voelen. Op deze manier trek je als organisatie één lijn.
Voorkom escalatie, ook als het schuurt. Heb daarom aandacht voor de emotie en zorg van ouders. Als het uit de hand loopt of als er agressie is: blijf kalm en professioneel. En stel grenzen: benoem duidelijk dat het gedrag niet acceptabel is. Bijvoorbeeld: “Ik wil graag met u in gesprek blijven, maar niet op deze toon. Als dit zo doorgaat, beëindig ik het gesprek.” Veiligheid staat voorop: als een gesprek uit de hand loopt, verbreek het contact of roep hulp in.
Heb je vragen over educatief partnerschap?
Scan de QR-code voor het Adviespunt.
Ondersteuning op maat
School & Veiligheid merkt dat steeds meer scholen bezig zijn met vragen over dit onderwerp. “We krijgen veel adviesvragen, zowel uit het po als vo”, vertelt Daniëlle. “Van ‘Hoe krijgen we ouders beter in beeld?’ tot ‘Hoe pakken we een conflict aan?’ Vaak gaat het over meedenken, sparren en samen zoeken naar oplossingen.”
Kritische betrokkenheid als compliment
De mondige ouder is geen bedreiging, maar een kans, vinden zij beiden. “Het onderwijs heeft jarenlang ingezet op kritische, betrokken burgers. Dan is het niet vreemd dat ouders die rol ook oppakken”, zegt Daniëlle. “Het vraagt wel dat je als school stevig staat in je visie en open staat voor dialoog.”
Die houding begint bij het schoolteam. “Door als team te reflecteren op wat je belangrijk vindt, geef je richting en houvast,” zegt Ursula. “En kun je met ouders bouwen aan een partnerschap waarin je elkaar versterkt – ook als het even schuurt.”
Meer weten?
De vernieuwde themapagina van School & Veiligheid over educatief partnerschap met ouders verschijnt in september op www.schoolenveiligheid.nl
Op de website vind je ook de poster met tien tips, de mogelijkheid om je aan te melden voor de gratis nieuwsbrief en andere tools die je in kunt zetten.
Vragen over sociale veiligheid op school?
Neem contact op met ons Adviespunt, dat is op schooldagen bereikbaar van 9.00 tot 16.00 uur.
Telefoon: 030 285 66 16
E-mail: adviespunt@schoolenveiligheid.nl
In geval van een calamiteit, zijn onze crisisadviseurs 24/7 bereikbaar via bovenstaand telefoonnummer.
Taal leer je ook in de keuken
Hoe verbind je basisvaardigheden aan de praktijk zonder de lesdruk te verhogen? Op vmbo-school François Vatel in Den Haag begint het antwoord in de keuken. Een recept lezen in de bakkerij, de juiste verhoudingen berekenen in het restaurant, en een product presenteren met duidelijke taal: hier zijn de basisvaardigheden verweven met de praktijk.
Tekst: Esmee Weerden
Een traditionele vmbo-school is François Vatel al lang niet meer. Waar het ooit begon met één bakkersklas, kiezen leerlingen nu uit meerdere profielen: Horeca, Bakkerij & Recreatie (HBR), Media Vormgeving & ICT (MVI), en in de toekomst Dienstverlening & Producten. “We zijn niet langer een smalle vakschool”, vertelt directeur Marco van Wijngaarden. “Leerlingen oriënteren zich breder en ontdekken op hun eigen tempo wat bij hen past.”
De school staat midden in de Haagse wijk Mariahoeve, waar in december 2023 een grote explosie plaatsvond. Het team is gewend aan werken in een dynamische omgeving met een diverse leerlingenpopulatie. “We trekken leerlingen uit heel de regio. Van het Westland tot Wassenaar. Wat ze gemeen hebben: ze leren het beste door te doen.”
Praktijk als uitgangspunt
Omdat leerlingen op François Vatel sterk praktijkgericht zijn, worden basisvaardigheden bewust gekoppeld aan de beroepsgerichte vakken. In de onderbouw krijgen leerlingen elf uur praktijk, waaronder praktijkgerichte opdrachten zoals spreekbeurten, excursieverslagen en recepturen lezen.
Leerlingen oriënteren zich
breder en ontdekken op hun eigen
tempo wat bij hen past
In de bovenbouw kiezen ze een profiel, en ook daar zijn taal en rekenen zichtbaar aanwezig.
Dat gaat niet vanzelf, zegt Van Wijngaarden. “We merkten: als je echt wilt dat leerlingen taal en rekenen toepassen, moet je docenten daarin meenemen. Praktijkdocenten waren zich niet altijd bewust van hun invloed op taalontwikkeling. Dus zijn we gestart met de scholing Taalgericht vakonderwijs. Daarmee maken we docenten taalbewust, ook als ze geen taaldocent zijn.”
Taal zit overal
Die bewustwording maakt het verschil. “Een recept lezen is begrijpend lezen. Een website maken vraagt om taalgevoel en communicatie. En als je korting geeft op een menu, heb je procenten nodig.” Daarom
worden begrippen zoals verhoudingen, procenten en volumes over meerdere vakgroepen heen op dezelfde manier aangeboden. “We wilden af van het idee dat iets ‘bij wiskunde hoort’ of ‘bij economie’. Taal en rekenen zitten overal in.”
In het praktijkexamen komt dat samen. “Dat duurt bij ons 560 minuten. Leerlingen lezen een recept, wegen ingrediënten af, bakken een product en presenteren het. Ze benoemen wat ze gemaakt hebben, waar ze tegenaan liepen – allemaal taalvaardigheid. En het vraagt rekenen, plannen, logisch redeneren. Die verbinding maken we expliciet.”
Evidence-informed aanpak
De aanleiding lag in de wens om gericht aan de slag te gaan met burgerschap. “We deden mee aan het Rovict-onderzoek mede ontwikkeld door de Universiteit van Amsterdam om een nulmeting te doen. Maar bij het analyseren van de resultaten bleek de taalvaardigheid van onze leerlingen verder achter te liggen dan we dachten. We realiseerden ons: zonder taal kun je geen goed burgerschapsonderwijs geven. Dat inzicht heeft onze koers bepaald.”
In plaats van direct méér lessen toe te voegen, koos de school voor verdieping: wat doen we al en hoe kunnen we basisvaardigheden daarin integreren?
“We wilden geen extra taal- en rekenlessen in boekjes. We wilden aansluiten bij wat we al doen. Alleen dan bewust en onderbouwd.”
François Vatel vmbo werkt vanuit een PDCA-cyclus: plannen, uitvoeren, evalueren en bijstellen. Docenten worden hierin gefaciliteerd en gestimuleerd om eigen toetsen te ontwerpen, te analyseren en te evalueren met hun leerlingen. “Dat levert veel op. Docenten stellen nu vragen als: waarom toets ik dit eigenlijk? Wat levert het op? En hoe kan ik het beter maken?”
Veranderen vraagt tijd
De opbrengsten zijn hoopgevend, maar voorzichtig. “We zien meer overleg en afstemming tussen vakdocenten. Ze worden zich bewuster van elkaars aanpak en zoeken actief naar verbinding. Leerlingen herkennen steeds vaker dat ze dezelfde begrippen tegenkomen in verschillende vakken, al vraagt dat nog veel herhaling en toelichting. Het kantelpunt komt niet vanzelf. Je moet het blijven benoemen, herhalen en koppelen.”
Marco van Wijngaarden
We merkten: als je echt wilt dat leerlingen taal en rekenen toepassen, moet je docenten daarin meenemen
Dat vraagt wat van het team. “Docenten zijn lerende, net als de leerlingen. Het vraagt tijd, ruimte en soms ook een duwtje in de goede richting. Elke stap, hoe klein ook, vieren we. We zorgen dat het ergens naartoe werkt en houden het doel steeds zichtbaar. En we zijn als schoolleiding duidelijk: dit is waar we naartoe willen, en daar blijven we samen aan bouwen.”
Wat andere scholen kunnen leren
Van Wijngaarden hoopt dat andere scholen zich niet laten verleiden tot ‘meer, meer, meer’. Zijn tip? “Start niet vanuit de richtlijnen, maar vanuit je eigen praktijk. Meet eerst waar je staat. Kijk wat je al doet. En bouw van daaruit. Evidence-informed werken betekent ook: weten waarom je iets doet. En dat kan alleen als je eerst goed kijkt naar waar je als school staat en welke ontwikkeling past bij je team en leerlingen.”
Taal en rekenen hoeven geen aparte blokken te zijn. Ze kunnen net zo goed leven in een keuken, studio of restaurant. “Zodra leerlingen begrijpen dat ze met taal en rekenen hun vak beter leren beheersen, krijgen basisvaardigheden betekenis. En precies dat maakt dat het blijft hangen.” ◗
Ga voor meer informatie over het vmbo en de basisvaardigheden naar:
(1) www.platformsvmbo.nl (SPV) (2) www.platform-tl.nl (3) www.masterplanbasisvaardigheden.nl
29 oktober 2025 RO il kwalit om n
ober 2025, NBC Nieuwegein -congres eit aar
Wil jij met kennis uit onderzoek de kwaliteit van je onderwijs versterken? Kom naar het NRO-congres: Kennis in beweging
estel nu je ticket op
daagt uw talentvolle, meer- en hoogbegaafde leerlingen uit!
Acadin is dé digitale leeromgeving voor de talentvolle, meer- en hoogbegaafde leerlingen (groep 1-8) in het primair onderwijs. Een omgeving die is gevuld met >650 interessante en uitdagende leeractiviteiten over allerlei onderwerpen. Speciaal geselecteerd om het leren op school voor deze kinderen te verrijken. Acadin helpt leerkrachten leerlingen te prikkelen met uitdagende leerstof waar ze hun tanden in kunnen zetten, maar ook met korte opdrachten voor de laatste 10 minuten van de les. Kenmerkend voor deze leeractiviteiten is dat ze een open karakter hebben. Leerlingen leren niet alleen feitenkennis en vaardigheden, ze leren ook hoe ze moeten leren.
“Acadin heeft veel voordelen, je ziet kinderen echt opbloeien!”
“Acadin beviel zo goed dat het al snel schoolbreed is ingevoerd.”
“Acadin kan worden ingezet voor alle leerlingen, maar is vooral interessant voor leerlingen die wel wat extra uitdaging kunnen gebruiken.”
Interesse?
Opbouw Acadin
Inhoud – >650 leeractiviteiten groep 1-8
Planningsmodule – activiteiten toekennen met startdatum en deadline
Begeleidingsmodule – beoordelen, portfolio
Meer informatie over Acadin vindt u op www.acadin.nl. U kunt zich hier ook aanmelden voor het gratis webinar op 29 september 2025 (van 15.30 - 16.15 uur) of voor een gratis proefabonnement (tien weken). www.acadin.nl | info@acadin.nl | (070) 315 41 00
Geef jouw leerlingen een vliegende financiële start!
Bestel nu gratis het beste lesmateriaal over geld
Maak het verschil in de klas: laat jouw leerlingen spelenderwijs en moeiteloos kennismaken met geld. Ontdek het gemak van het volledig kant-en-klare lespakket voor alle groepen.
Bestel gratis! eurowijs.nl/bestellen
Geschikt voor alle groepen in het basisonderwijs, speciaal onderwijs én onderbouw VO
Aanbevolen door 98% van de leerkrachten
Leerkrachten beoordelen Eurowijs met een 8,7
Voor elke leerling eigen lesmateriaal
Inclusief aansprekende filmpjes
Minimale voorbereidingstijd
Een inspirerend alternatief voor de rekenles
Eenvoudig voor de hele school te bestellen
Over Eurowijs Eurowijs ontwikkelt aansprekend en zorgvuldig opgebouwd lesmateriaal waarmee kinderen spelenderwijs leren omgaan met geld. Het materiaal is door het Nibud getoetst op verschillende leerdoelen en onderwijsniveaus. Zo heeft elke leerling toegang tot hoogwaardig financieel onderwijs.
Ontdek hoe waardevol financiële educatie is!
Dermatoloog Rob Volkering helpt nepnieuws over huidverzorging te ontmaskeren
‘
Meer dan de helft van de docenten in het voortgezet onderwijs zegt dat hun leerlingen nepnieuws niet herkennen. Dat is problematisch, zeker als het gaat over iets dat letterlijk onder de huid kruipt, zoals zonbescherming. “Ze geloven eerder hun favoriete influencer dan een dermatoloog”, zegt Rob Volkering. Rob is dermatoloog en een van de gezichten van het lesprogramma Ontmasker nepnieuws, een gratis lespakket van het Nationaal Huidfonds voor leerjaar 1 en 2 in het voortgezet onderwijs.
Tekst: Wiesette Haverkamp
Zonbescherming en skincare zijn hot topics op TikTok en Instagram. Maar de informatie die daar circuleert is niet per se de juiste. Rob: “Leerlingen zien dagelijks misinformatie voorbijkomen op sociale media, ook over de huid. Dat beïnvloedt hun gedrag – en dus hun gezondheid. Tijd om dat te doorbreken.”
Schadelijke ‘skinfluencers’
Volkering ziet het terug in zijn spreekkamer. “Jongeren gebruiken bijvoorbeeld middeltjes die ze vaak helemaal niet nodig hebben zoals retinol of zuren die de huid juist beschadigen. Je ziet eczeem verergeren of acne uit de hand lopen.” Ook over zonbescherming doen bizarre ideeën de ronde. “Het gekste dat ik heb gehoord is dat mensen beweren dat je je anus in de
zon moet leggen om snel vitamine D binnen te krijgen. Daarnaast wordt nog steeds verkondigd dat zonnebrandcrème kankerverwekkend zou zijn. Die berichten klinken lachwekkend, maar worden door jongeren regelmatig als waarheid aangenomen en zijn daarom erg schadelijk.”
Volgens Volkering is het lesprogramma van het Huidfonds precies wat nu nodig is. “Jongeren volgen populaire gezichten en nemen hun adviezen klakkeloos over, zonder enige research. Het lesprogramma leert hen kritisch na te denken over wat ze online zien, ook wat betreft hun eigen lichaam.”
Jong geleerd, gezond gebleven Huidkanker is de meest voorkomende vorm van kanker in Nederland. “We denken dat de huidkanker die op oudere leeftijd ontstaat vooral veroorzaakt wordt door
zonschade op jonge leeftijd”, zegt Volkering. “DNAschade die je als puber oploopt, zie je jaren later terug in de vorm van huidkanker of pigmentvlekken. Daarom is het cruciaal dat jongeren al leren: beschermen begint nu.”
Hij windt er geen doekjes om: “Je huid bruin laten worden, betekent al dat je huid schade heeft opgelopen. Mensen lachen mij vaak uit omdat ik altijd zo wit blijf, ik smeer dan ook élke centimeter in. Ik zie de gevolgen van nalatigheid van dichtbij. Geloof me: een litteken in je gezicht door het verwijderen van huidkanker is één ding, maar uitzaaiingen door huidkanker die zelfs kunnen leiden tot de dood, kunnen ook ontstaan!”
In het lesprogramma Ontmasker nepnieuws reageren deskundigen zoals Volkering op stellingen en filmpjes die rondgaan op sociale media. Daarmee wordt het lesmateriaal herkenbaar, actueel en laagdrempelig. Tegelijkertijd leren leerlingen hoe ze bronnen kunnen checken en waarom wetenschappelijke kennis betrouwbaarder is dan populaire meningen. “We willen ze weerbaar maken. Niet alleen tegen huidkanker, maar ook tegen desinformatie. Dit gaat over mediawijsheid en informatievaardigheden – en die kun je breder toepassen dan alleen op skincare.”
Volkering merkt dat jongeren steeds vaker al met een mening binnenkomen. “Ze hebben online gelezen wat helpt tegen acne of rimpels, en daar houden ze zich aan vast. Dan is het lastig uitleggen waarom dat juist níét werkt. Je moet eerst het nepnieuws afpellen voordat je iets nieuws kunt opbouwen. Daarom is onderwijs hierin zo belangrijk.”
Niet alleen voor de zomer
Wie denkt dat zonbescherming alleen een zomeronderwerp is, heeft het mis, benadrukt Volkering. “Vanaf een UV-index van 3 – en dat gebeurt ook in de winter of op wintersport – is het belangrijk om je regelmatig in te smeren met zonnebrandcrème. Bovendien draait zonbescherming niet alleen om kankerpreventie. Het helpt ook tegen rimpelvorming, iets waar jongeren vaak wel gevoelig voor zijn.” Volgens Volkering is het dan ook verstandig dat scholen het hele jaar door aandacht besteden aan dit thema. “In het lesprogramma wordt dat goed uitgelegd. Leerlingen leren wanneer smeren zinvol is, welk huidtype extra kwetsbaar is, en waarom je factor 30 om de twee uur moet herhalen – ook als het bewolkt is.”
Wat kun jij doen?
“Laat dit programma zien in de klas”, raadt Volkering aan. “Het leert jongeren namelijk om zélf na te denken
Buiten sporten = vaker smeren Gymdocenten spelen een belangrijke rol in het gedrag rondom zonbescherming, benadrukt Volkering. “Zij zijn vaak buiten met hun leerlingen. Dan ben je niet alleen zelf kwetsbaar, maar heb je ook een voorbeeldfunctie. Laat zien dat je zelf ook smeert. Dat normaliseert het gedrag én vergroot de kans dat leerlingen het ook echt gaan doen.” Op sommige openbare plekken verschijnen al zonnebrandpalen, ziet Volkering. “Waarom niet straks ook op schoolpleinen?”
over wat ze lezen en zien op social media. Niet alleen over huidverzorging, maar ook over bredere gezondheidsthema’s.”
Zijn wens? Dat we afrekenen met het meest hardnekkige nepnieuwsfeit: dat zonnebrandcrème schadelijk zou zijn. “Dat is écht onzin. Er is zóveel bewijs dat het juist beschermt. Maar het blijft aanhoudend rondzingen. Als ik dat uit alle hoofden kan halen, zou ik daar heel gelukkig van worden.”
Help je leerlingen en meld je gratis aan Ontmasker nepnieuws is een gratis lesprogramma van het Huidfonds, bedoeld voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Het lesmateriaal sluit aan bij kerndoelen rond mediawijsheid en informatievaardigheden en is breed inzetbaar: van verzorging tot maatschappijleer.
Meld je aan via onderwijsinformatie.nl/ontmasker-nepnieuws
Formatief evalueren
Complete set
Deze complete set geeft je alle kennis en praktische handvatten om leerlingen actiever te betrekken bij hun leerproces. Met inzichten van internationale experts, praktijkvoorbeelden en direct toepasbare technieken voor in de klas.
Inclusief in de complete set en los verkrijgbaar:
Formatief evalueren schoolbreed implementeren
Dit boek helpt schoolleiders om samen met hun leraren te werken aan een schoolbrede cultuur van formatief evalueren.
Feedback om leren zichtbaar te maken
Leer meer over het effect van feedback, hoe je een feedbackcultuur realiseert, wat goede feedback is en hoe je dit in de lessen organiseert.
Leerdoelen & succescriteria
De sleutel tot doelgericht lesgeven en leren ligt bij het focussen op het leerproces, in plaats van op het eindresultaat.
Alles van Bazalt Groep vind je op:
Column
De onderwijswereld van Esther van der Knaap onderwijswereld-po.nl
Al enkele jaren zijn we in het primair onderwijs bezig met een mondiale herstelopdracht aangaande de basisvaardigheden van onze leerlingen. De resultaten moeten omhoog en naar mijn mening moeten daarmee dus ook onze eigen kennis en vaardigheden verbeterd worden. Maar geldt die verbeteringsslag alleen voor de leerkracht?
Wat ik op veel scholen zie, en in retroperspectief mag ik daarbij ook de hand in eigen boezem steken, is dat leerkrachten zo vergroeid zijn met de methode(s), dat ze zich nauwelijks bewust zijn van de leerlijnen per vakgebied. Schrijf voor jezelf eens op welke taaldoelen leerlingen in jouw leerjaar allemaal moeten beheersen en leg deze naast de SLO doelen. Hoe kwam je uit?
Inzicht in eigen vaardigheden
Hoe vaak plannen jullie op school collegiale consultatie in? Hoe vaak worden er lesbezoeken door een specialist gedaan? Hoe vaak doet de directie een groepsbezoek of bekijken en bespreken jullie elkaars lessen door middel van opgenomen lessen? Is dit iets dat in het dna van jullie school zit? Mijn ervaring, door alle school- en groepsbezoeken die ik doe, is dat vrijwel alle scholen hierin winst kunnen behalen.
Hoewel het van tevoren spannend lijkt dat er iemand in je groep komt kijken, komt er na afloop van de evaluatiegesprekken altijd boven tafel ‘dat dit echt heel waardevol is. Zouden we vaker moeten doen.’ Precies! Leer van en met elkaar, maak gebruik van elkaars expertise om zo allemaal beter te worden.
Kritische blik aangaande methodes
Voor de zomervakantie op 17 juni werd het kwaliteitskader taal voor leermiddelen gepresenteerd. Dit kader is tot stand gekomen door een samenwerking van zowel de PO-raad als de VO-raad met het NRO en het Platform Samen Onderzoeken. Het schetst een kader waarvan onze werkgeversorganisatie verwacht dat we er ons aan gaan houden. Het kader is gebaseerd op de nieuwe kerndoelen taal/Nederlands en geeft passende handvatten om kritisch naar onze methodes te kijken: komen alle doelen aan bod, past de methode bij de visie van de school, is er sprake van een geïntegreerd aanbod? Veel methodes zeggen wel aan al deze punten te voldoen, maar doen dat in de praktijk (nog) niet.
Taal
Kwaliteitskader leermiddelen
Samen aan effectief taalonderwijs werken in het primair onderwijs
Kennistafel Effectief Leesonderwijs
Kwaliteitskader Taal voor Leermiddelen nú beschikbaar | PO-Raad Scan de QR-code voor de download.
Methodes die binnen twee weken na het verschijnen van de nieuwe conceptkerndoelen al aangaven volgens deze nieuwe doelen te werken, mag je op voorhand al serieus onder een vergrootglas leggen: een methode op een kwalitatief goede manier aanpassen aan deze nieuwe doelen kost nu eenmaal tijd.
Gebruik het kwaliteitskader vooral om het gesprek aan te gaan: is jullie methode passend, voldoet deze en sluit het aan bij jullie leerlingenpopulatie? Durf jezelf daarbij ook af te vragen of je die methode nodig hebt, of dat je met verbeterd inzicht en vaardigheden ook zonder zou kunnen.
Samengevat kunnen we dus zeggen dat deze herstelopdracht niet alleen voor de scholen geldt, maar dat er van de methodemakers ook een kwaliteitsslag verwacht wordt.
Mijn volgende column lees je in januari. Die sluit aan bij deze column en gaan over professionalisering. Alles valt of staat immers met de kwaliteit van de leerkracht.
Esther van der Knaap
Een goedgevulde kenniswand, krokodillen in de klas en kinderen die nóg meer teksten willen: groep 6 van basisschool ‘t Valder is enthousiast over de pilot met het eerste kennisthema van het vernieuwde Nieuwsbegrip. Ontwikkelaar
Astrid Kraal bezocht de school, observeerde in de klas en interviewde een aantal leerlingen. “De lessen zijn soms lang, maar zo leuk dat je het niet doorhebt.”
PrimaOnderwijs & CED-Groep
Samen op avontuur
Het thema-avontuur begint met een filmpje over twee mensen die een dierentuin willen beginnen. Het boek ‘Help, we hebben een dierentuin’ is ook onderdeel van de reis. Via vier speelse lessen per week bereiken de leerlingen de eindbestemming van het thema: een opdracht waarin zij een eigen ontwerp maken voor de dierentuin van de toekomst. “Onderweg hebben zij veel geleerd en hebben zij ook hun mening kunnen vormen”, vertelt Astrid. “Welke diersoorten zijn er?
Hebben dieren bewustzijn? Hoe ziet de natuurlijke habitat eruit? Wat eet een krokodil? Wat kost een
De kinderen geven aan dat ze het fijn vinden om langer aan een thema te werken, omdat ze het dan beter begrijpen
Astrid Kraal, ontwikkelaar Nieuwsbegrip, CED-Groep
dier? Aan welke eisen moeten hokken voldoen?
De kinderen hebben een debat gevoerd over de vraag: moeten dierentuinen afgeschaft worden? Dat vonden ze heel leuk en de leerkracht wil dat vaker gaan doen. Leerlingen leren zich verplaatsen in een ander en hoe ze een perspectief kunnen innemen.”
Kennis groeit
Een belangrijk onderdeel van het werken met een kennisthema is de kenniswand. Na iedere les groeit het thema. Kinderen kunnen hun eigen vragen opschrijven op de wand. Zijn ze beantwoord?
Dan verplaatsen ze naar een andere plek. De kenniswand maakt voor de leerlingen zichtbaar wat ze aan het doen zijn en de leerkracht geeft het verband aan tussen de onderwerpen.
Wat ga je doen: flexibel kiezen
Julia heeft het thema voor de pilot tot in de puntjes gevolgd. “Elke week zijn er vier lessen. Ik was al gewend om eerst de teksten en de handleiding te lezen. Dat heb ik nu ook gedaan, zeker omdat er ook andere werkvormen inzitten, zoals een debat en een boomdiagram. Alles staat superduidelijk in de handleiding beschreven, zodat je stevig voor de klas staat als je het hebt doorgenomen. Dan kun ik in alle rust tussen de kinderen heen lopen en dan is er ruimte voor coaching. Als je met zo’n thema werkt, is het goed om flexibel naar je planning te kijken: wat overlapt met andere lessen? Wat kan ik ergens anders minder doen?”
Julia Scholten, leerkracht groep 6, basisschool ‘t Valder
‘De betrokkenheid is echt heel hoog’
Julia Scholten is de leerkracht van groep 6 van basisschool ‘t Valder in Landgraaf. Zij deed mee met de pilot en probeerde het eerste kennisthema uit met haar groep. “Het viel me meteen op dat de betrokkenheid bij elke les echt heel hoog is. Dat was bijzonder om te zien. De kinderen zijn ook anders gaan denken. Ze zijn kritischer. Gisteren gingen we bijvoorbeeld naar de dierentuin. Ik had ieder kind een schriftje gegeven, zodat ze aantekeningen konden maken voor de eindopdracht. Stuk voor stuk zag ik ze schrijven en overleggen. En ze gebruikten hun kennis: ‘Dit hok is niet goed, maar die wel’, hoorde ik om me heen. Dat was voor mij een cadeautje. Ik merk dat ze linken leggen, dat zij in hun hoofd connecties maken. Kennis van de wereld en woordenschat zijn zo belangrijk. Door deze manier van werken neemt dit toe. Er zaten pittige teksten bij, maar die kunnen ze gewoon aan.”
Het is het mooiste om te zien
dat alle kinderen succeservaringen hebben.
Ook de kinderen die moeite hebben met lezen
Nieuwsgierig geworden? Ontdek de vernieuwingen op nieuwsbegrip.nl/next
Boordevol uitdagende spellen en oefeningen!
Slimme Kleuter Kist
Stimuleer het denken, bouwen en ontdekken met onze speciaal samengestelde kist voor slimme kleuters!
Methodes voor:
meer-/hoogbegaafdheid
Gratis Paletti Spelbord bij 4 Paletti Plus mapjes!
Paletti is een speels leersysteem waarmee leerlingen zelfstandig aan de slag kunnen.
Bestel nu en ontvang een gratis Paletti spelbord bij aanschaf van 4 Paletti Plus mapjes! Schoolmaterialen.nl
Prik en Ko, Pienter, Op Ontdekkingsreis en nog veel meer bestel je op Schoolmaterialen.nl IQ Pakket Deluxe met 16 Smart Games spellen
Opgroeien in een gezonde omgeving en zonder moeite kiezen voor een gezonde leefstijl? Op dit moment is het nog niet de realiteit maar slechts een streven van de Rijksoverheid. CORPUS ‘journey through the human body’ deelt deze visie en zet zijn bezoekers aan tot bewegen, motiveert hen om verantwoord te eten en inspireert hen om gezond te leven.
PrimaOnderwijs & CORPUS
De basis van het leven is het menselijk lichaam, jouw lichaam! Een complex systeem waar een gezonde leefstijl een grote positieve impact op heeft. In CORPUS maken leerlingen kennis met de wonderen van het menselijk lichaam in een 55 minuten durende ‘reis door de mens’. Tijdens de ‘reis’ leren leerlingen op een spectaculaire manier hoe de organen in hun lichaam dag en nacht, 24/7 met elkaar samenwerken. De ‘reis’ start in de knie, waar de functie van het spierstelsel wordt uitgelegd en eindigt in het commandocentrum van het menselijk lichaam: de hersenen. Maar na de ‘reis’ is het avontuur van de leerlingen nog niet voorbij!
Het belang van een gezonde leefstijl wordt nader toegelicht in het interactieve gedeelte van CORPUS. Dit tweede gedeelte bestaat uit verschillende exhibits en games die ontwikkeld zijn in samenwerking met de Health Partners. De exhibits dagen leerlingen onder andere uit om hun eigen voedingspatroon te evalueren. Ook wordt het effect van omgevingsfactoren op de gezondheid van het menselijk lichaam uitgelegd. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld deelnemen aan een gehoortest die hen bewust maakt van gehoorschade.
Extra winst
Een bezoek aan CORPUS draagt niet alleen bij aan de bewustwording van kinderen en jongeren rondom een gezonde leefstijl, maar ook aan hun algemene kennis. De kennis die wordt overgebracht sluit naadloos aan op het biologie curriculum voor zowel basisscholieren als middelbare scholieren. Tijdens de ‘reis’ en in het interactieve gedeelte leren leerlingen namelijk over de bouw van het menselijk lichaam, de vorm en functie van lichaamsdelen, en de voortplanting van de mens. Deze onderwerpen zijn onderdeel van kerndoel 41 voor basisonderwijs en kerndoelen 29 en 34 voor het middelbaar onderwijs zoals opgesteld door Stichting Leerplanontwikkeling. ◗
Spelenderwijs kennis maken met het menselijk lichaam?
Reserveer nu gemakkelijk jouw bezoek voor CORPUS ‘journey through the human body’ via onze website.
“Moeten we nu alweer een betoog schrijven?”, klinkt het in de vwo-4-klas van docente Nederlands Janine. Terwijl de ene leerling een gefrustreerde blik naar het plafond werpt, valt het hoofd van de andere moedeloos voorover op tafel.
Tekst: Judith Kimenai
In de bovenbouw van veel middelbare scholen heerst een vergelijkbare schrijfmoeheid. Dat is niet zo gek als we kritisch kijken naar het huidige curriculum. Leerlingen worden enkel nog getoetst op zakelijk schrijven. Creatievere schrijfvormen die leerlingen over het algemeen meer aanspreken, zijn al jaren nagenoeg afwezig in de bovenbouw. Dat moet anders, vindt Anouk ten Peze, docente Nederlands aan het Mendelcollege in Haarlem.
Bewijs uit de praktijk
Anouk heeft recht van spreken: ze deed promotieonderzoek naar creatief schrijven. “Ik onderzocht wat het verschil was tussen het creatieve en het zakelijke schrijfproces van leerlingen in de bovenbouw havo/ vwo. Uit de resultaten bleek dat leerlingen bij creatief schrijven sneller werkten. De leerlingen reviseerden minder tijdens het schrijfproces en leken dus meer
in een flow te komen. Bovendien waren de teksten meestal langer dan hun zakelijke tegenhangers. Een andere belangrijke conclusie was dat leerlingen betere teksten schreven als ze schrijven leuk vonden en als ze zichzelf creatief vonden. Motivatie en zelfvertrouwen zijn dus enorm belangrijke aspecten binnen het schrijfonderwijs.”
In een tweede onderzoek bekeek Anouk wat het verband was tussen zelf opgezette lessenseries creatief schrijven en zakelijk schrijven. “Hieruit bleek dat leerlingen die eerst creatief hadden geschreven, daarna betere zakelijke teksten schreven. Er leek dus een transfer te zijn van het creatieve naar het zakelijke schrijfproces.”
Creativiteit als basis
Eerder dit jaar publiceerde SLO de definitieve concept-
HET bleek dat leerlingen die eerst
creatief hadden geschreven, daarna betere zakelijke teksten schreven
kerndoelen Nederlands. Daarin krijgt creatief taalgebruik weer meer ruimte. Anouk: “Ik ben blij dat creatief schrijven weer onderdeel wordt van het curriculum. Daarnaast ben ik blij met de keuze voor de term ‘creatief taalgebruik’ in de nieuwe kerndoelen. Creativiteit krijgt daarmee niet alleen ruimte bij schrijven, maar ook bij andere onderdelen van het vak. Denk bijvoorbeeld aan spreekvaardigheid. Dit nodigt ook uit voor meer samenhang tussen de verschillende onderdelen.”
Ook buiten het vak Nederlands moet creativiteit volgens Anouk een grotere rol krijgen. “Uit het recentste PISA-onderzoek naar creatief denken blijkt dat Nederlandse leerlingen net onder het gemiddelde scoren. Daar komt bij dat slechts 30% van de ondervraagde Nederlandse leerlingen creativiteit beschouwt als een vaardigheid die je kunt verbeteren.”
Creativiteit laten groeien
Anouk vervolgt: “Als je denkt dat je je creatieve vaardigheden niet kunt ontwikkelen, ben je ook niet gemotiveerd er iets mee te doen. Hier is een belangrijke taak voor het onderwijs weggelegd. Als docent kun je leerlingen laten zien dat ze creatief gezien wel degelijk kunnen groeien, maar dat ze daarvoor wel moeten oefenen. Als daarmee het zelfvertrouwen groeit, is de kans op betere prestaties ook hoger.”
Leg uit en begeleid
Creatief schrijven biedt een uitgelezen mogelijkheid om hiermee aan de slag te gaan. “Houd het echter niet bij oefenen, maar geef je leerlingen ook achtergrondinformatie. Leg ze uit wat creatief denken is, waarom het belangrijk is en op welke momenten ze het kunnen inzetten. Vertel ze daarnaast dat ze door middel van oefening beter worden. Doordat ze beter begrijpen wat ze doen, groeien motivatie en zelfvertrouwen.”
Een ander belangrijk onderdeel van creatief schrijven is het divergent denken. Anouk legt uit: “Je daagt je leerlingen dan uit om zoveel mogelijk ideeën te bedenken, zonder enig oordeel. Alles mag, niets is fout. Uit die ideeën kies je er eentje, dat je vervolgens met een nieuwe brainstormsessie weer alle ruimte geeft. Ook dit moeten kinderen leren. Je moet ze hier dus wel in begeleiden. Geef ze bijvoorbeeld een denkopdracht mee. Of werk met verhalendobbelstenen. Leerlingen gaan door deze werkwijze zien dat hun eerste idee niet per se het beste is.”
Gebruik wat er al is
Het lijkt misschien lastig om creatief schrijven in te passen in een toch al volle agenda. Toch hoeft dat volgens Anouk helemaal niet ingewikkeld te zijn. “Gebruik wat er al is. Zo is Het Schrijflab, de lessenserie uit mijn onderzoek, gewoon online beschikbaar. Verdeel daarnaast je krachten: creatief schrijven hoeft echt niet binnen de muren van het lokaal Nederlands te blijven. Ook docenten biologie, maatschappijleer of geschiedenis kunnen korte schrijfopdrachten geven, bijvoorbeeld aan de hand van foto’s.”
Ten slotte is het volgens Anouk erg belangrijk dat je iets met de geschreven teksten doet. “Een leerling schrijft om gelezen te worden. Omdat ik als docent vanwege tijdgebrek niet alles kan lezen, zet ik regelmatig klasgenoten in. In groepjes van vier wisselen de leerlingen teksten uit. Iedere leerling schrijft een tip en een top op voor de andere groepsgenoten. In de klas behandel ik dan nog verhalen die opvielen. Ook hierdoor groeit de motivatie.”
Van schrijfmoeheid naar schrijfhonger
De kernboodschap van Anouk is duidelijk:
“Geef leerlingen vertrouwen in hun eigen creatieve vermogen. Leer ze dat ze daarin kunnen groeien. Daarmee groeit de motivatie, wat ten goede komt aan de prestaties. Ook bij andere schrijfopdrachten.”
Creatief schrijven kan bovendien zomaar het geheime wapen zijn tegen schrijfmoeheid. De verlammende weerzin waarmee leerlingen een schrijfopdracht ontvangen, kan met de juiste begeleiding zomaar omslaan in een onstilbare schrijfhonger.
Groep 1-2
Spelend de wereld ontdekken
Leerlingen maken kennis met cijfers, letters en de wereld om zich heen.
10 6 8
2
Waar zie je het cijfertwee?
2 x 5 = ??
Groep 3-5
Leerlingen oefenen alle schoolvakken met leuke quizzen en games, op hun eigen niveau.
Groep 6-8
Via een persoonlijk leerpad oefenen leerlingen met rekenen en taal. Zo gaan ze vol zelfvertrouwen de toetsen tegemoet.
Onder schooltijd is Squla gratis te gebruiken in de klas en ideaal om in te zetten als extra oefening, zelfstandig werk of klaaropdracht.
Nog geen Squla in de klas? Meld je gratis aan via squla.nl/leerkracht.
aan
Squla is er ook voor gezinnen die minder te besteden hebben. Via stichtingen zoals Leergeld is Squla voor thuis gratis aan te vragen. Ga naar squla.nl/alle-kinderen voor meer informatie.
Als je wilt gaan solliciteren is het handig als je beschikt over diverse vaardigheden. Misschien voor de meeste mensen een gegeven, iets waar je niet wakker van hoeft te liggen. Maar wat als je een achterstand hebt op het gebied van taal? Wat als je moeite hebt met sociale situaties? Wat als je moeite hebt met mensen aankijken? Bij leerlingen van het praktijkonderwijs is dit vaak het geval, daarom bieden wij bij ons op school al jarenlang sollicitatietrainingen aan voor de leerlingen in de bovenbouw om sollicitatiegesprekken te oefenen in de praktijk.
Afgelopen week was het weer zover. Voor deze training komen professionals uit het werkveld naar ons toe om samen met de leerlingen gesprekken te oefenen. Uit ervaring weten wij dat dit voor de leerlingen vaak spannend is, maar vergeet de professionals niet! Die zijn echt wel iets gewend, maar ook zij zijn op een bepaalde manier nerveus. Wat voor groep krijg je voor je? Zijn ze gemotiveerd om te leren? Of zijn ze juist passief en weinig enthousiast? Een van de professionals deed HR werk, leg dat maar eens uit in begrijpelijke taal.
Er ontstond in mijn groep op een gegeven moment een grappige situatie. Een van de trainers stelde wat vragen en kwam toen bij Omar terecht. Het probleem was echter dat Omar niet heel duidelijk sprak. Waarschijnlijk een combinatie van zenuwen en praten met iemand die je nog niet zo goed kent. De trainer vroeg Omar waar hij op dit moment stage aan het lopen was. Zijn antwoord: “Bij een autogarage.” Tot zover geen probleem. Daarna vroeg de trainer wat hij bij die stage mocht doen en wat hij het leukste vond. Het antwoord van Omar was kort en binnensmonds: “Kleine beurtje, mevrouw.” De trainer verstond het niet gelijk en vroeg of hij het antwoord wilde herhalen. “Kleine beurtje, mevrouw”, was opnieuw zijn antwoord, terwijl hij naar de grond keek.
Er ontstond verwarring. Wat zei hij nou? De trainer keek mij aan in de hoop dat ik het wel had gehoord en wist wat ‘kleine beurtje’ betekende.
Intussen kleurde het hoofd van Omar roder en roder. Een klasgenoot bood gelukkig snel uitkomst. “Hij bedoelt auto’s een kleine beurt geven, mevrouw. U weet wel, onderhoud.”
“Ooooh”, zei de trainer, “nu snap ik je! Wat leuk!”
Even later zat Omar tegenover de twee professionals uit het werkveld om daadwerkelijk dat sollicitatiegesprek te oefenen. Hij deed het fantastisch. Leerlingen in de klas beoordeelden hem op verschillende onderdelen en zagen hem onder andere begroeten met een stevige hand, vragen stellen, de trainers aankijken en heel gemotiveerd overkomen om de baan te krijgen. Ik mocht als mentor van een klein afstandje meegenieten van dit mooie tafereel.
Aan het einde van het gesprek kreeg Omar opnieuw de vraag wat hij het liefste deed als hij de baan zou krijgen.
“Je weet toch, mevrouw. Kleine beurtje geven”.
Hoe kun je deze jongen nou níet aannemen.
Meester - Stefan
@meesterstefan_hrlm
“Als docent hoef je niet technisch te zijn. Begin gewoon.” Dat is de boodschap die Bastiaan Verrips, wiskundedocent aan VO-school de Passie in Utrecht, wil meegeven aan collega’s die twijfelen over deelname aan FIRST ® LEGO ® League. Zijn advies? “Zet die robot op tafel en je staat versteld van wat er gebeurt.”
PrimaOnderwijs & Platform Talent voor Technologie
FIRST® LEGO ® League is een onderwijsprogramma met wedstrijdelement dat op een laagdrempelige manier vaardigheden bij leerlingen stimuleert: van probleemoplossend, innovatief denken en samenwerken tot programmeren. Het idee dat je als docent technische kennis nodig hebt om met FIRST LEGO League te starten, wuift Bastiaan direct weg. “Ik geef wiskunde en had geen ervaring met robotica”, vertelt hij. “Toch dacht ik: we proberen het gewoon. Het lesmateriaal is zó goed opgebouwd dat je als docent vooral begeleidt in proces en samenwerking. In het begin voelt het misschien een beetje raar om toe te kijken. Maar op een gegeven moment gaat het
stromen tussen die kinderen. De leerlingen worden vanzelf de expert. Soms weten ze echt meer dan jij. Dan zie je hun zelfvertrouwen en verantwoordelijkheidsgevoel groeien.”
Bastiaan is overtuigd van de kracht van het programma: “Om wat het uit de leerlingen haalt. Want zij doen het werk: ze ontdekken, proberen, botsen tegen problemen aan, lossen ze op. Ik kijk mee, stel vragen, maar ik geef geen antwoorden. Dat is even wennen – voor henzelf én voor mij. Ik ben meer coach dan docent.”
FIRST LEGO League is meer dan een robot wedstrijd. De FIRST® Core Values staan centraal, met aandacht is voor teamgevoel, respect voor elkaar, creativiteit en het besef dat al je acties impact hebben op de wereld om je heen. De leerlingen werken in teams, soms met leerlingen die ze nog niet kennen. “En dan gebeurt er iets bijzonders”, zegt Bastiaan. “Ze ontdekken dat ze niet de enige zijn met slimme ideeën, dat iedereen de rol neemt die hem of haar past. Dat werkt stimulerend. Er ontstaan vriendschappen. Ze leren samenwerken. Want dat is de sleutel – de ideeën komen dan vanzelf.”
Om samenwerking te bevorderen reikt Bastiaan na elke sessie een Teamwork Award uit. “Voor leerlingen die iets bijzonders doen: iemand helpen, een goed idee pitchen, frustratie benoemen of het team op koers houden. Je merkt dat de sfeer daardoor verandert. Ze letten op elkaar en willen zelf bijdragen aan een goed teamgevoel.”
Innovatieproject met impact
Elk jaar kiest FIRST LEGO League een actueel thema: het innovatieproject. Het project geeft leerlingen vaak inzicht in beroepsperspectieven en een kijkje in andere technische werelden. Voor komend schooljaar is het thema: UNEARTHED, waarbij de leerlingen het verleden gaan onderzoeken om de toekomst te ontdekken. “Het innovatieproject spreekt verschillende leerlingen aan”, vertelt Bastiaan. “Ik doe nu alleen nog met een plusklas mee aan FIRST LEGO League, maar ik zou het graag met een hele klas doen. Want elk kind heeft eigen talenten: de een gaat voor het programmeren en de ander kan misschien een heel cool idee bedenken voor het innovatieproject of geweldig presenteren. Dat maakt het interessant voor alle leerlingen, zeker ook voor het vmbo of praktijkonderwijs. Daar zijn leerlingen vaak technisch sterker. En omdat het zo veelzijdig is – van programmeren tot bouwen, innovatief denken, presenteren en samenwerken –kan iedereen een rol pakken.”
Bastiaan merkt dat leerlingen door de innovatieprojecten meer nadenken over thema’s als duurzaamheid en milieu-impact: “In het begin was het zoeken om leerlingen echt de inspiratie te geven om aan de slag te kunnen met het thema. Maar het is leuk om daar zelf een beetje voor op zoek te gaan. Zo heb ik vorig jaar bij het thema SUBMERGED een NOS op
3-video over onderzeese grondstoffen laten zien; wat betekent dit nou voor die oceanen en voor ons? Er is zoveel goede content online te vinden. En het programma geeft ook best veel handvatten, bijvoorbeeld aan welke beroepen je kunt aanhaken. Dat helpt enorm.’
Geen competitie, maar samen winnen
Deelnemen aan de (regio)finale van FIRST LEGO League is voor veel leerlingen een hoogtepunt. Toch is de competitie geen doel op zich. ‘In het begin denken ze: we gaan winnen. Maar eenmaal daar vinden ze de andere teams zó leuk, dat ze elkaar gaan helpen. Dat is precies waar de organisatie op stuurt: gracious professionalism.’
Bastiaan vat samen: “Het enige dat je nodig hebt om van FIRST LEGO League een succes te maken is nieuwsgierigheid, van jou en je leerlingen. Het materiaal begeleidt jou net zo goed als hen. Op de regiofinales spreek ik met collega’s die ook teams begeleiden en vaak niet zo veel met programmeren hebben. En waar gaat het over? Hoe goed het liep in het team. Ik denk dat FIRST LEGO League een van de tofste dingen is die je je leerlingen kunt gunnen: een wedstrijd met een LEGO robot, iedereen kan meedoen en ze leren er ook nog eens heel veel van. Dat is toch fantastisch? En dan die finales! Daar staan veertien- vijftien jarige pubers letterlijk te springen van enthousiasme. Dat gun je je leerlingen toch?
De inschrijving van FIRST LEGO League voor het nieuwe schooljaar is geopend. Kijk voor alle informatie op www.firstlegoleague.nl
Dit jaar organiseert BiOND voor het eerst de Week van de Studiekeuze, die plaatsvindt van 1 tot en met 7 oktober. Deze week is hét officiële startpunt voor het studiekeuzeseizoen.
Ieder jaar maken jongeren uit de eindexamenklassen van het vmbo, de havo en het vwo een grote, belangrijke keuze. Voor veel jongeren is dat een beladen keuze met keuzestress tot gevolg. Zeker in een veranderende, onrustige wereld.
Daarom focussen we dit jaar op het kiezen met impact: niet alleen de individuele keuze staat centraal, maar ook de maatschappelijke context. In wat voor wereld wil je wonen, welke bijdrage kan en wil je leveren?
“Kiezen met impact is niet alleen betekenisvol voor leerlingen, maar raakt de hele samenleving. Met de Week van de Studiekeuze helpen we jongeren bewust kiezen; zo versterken we hun autonomie én verbondenheid. En dat past precies bij thema van deze editie. Jongeren maken een keuze die effect heeft op henzelf én op de wereld om hen heen. Een zeer belangrijk aspect van burgerschap.”
Tijdens de Week van de Studiekeuze focussen we elke dag op een ander aspect van het studiekeuzeproces:
> 1 oktober – De impact op jezelf
Start met jezelf: wie ben jij, wat wil jij, waar krijg jij energie van?
> 2 oktober – De impact op de maatschappij
Wat jij kiest doet ertoe voor de wereld van morgen!
> 3 oktober – De impact van regelzaken
Van studiefinanciering tot toelating en een zorgeloze start.
Minette van den Bemd, directeur van BiOND
4 oktober – De impact van een opleiding
Zoveel richtingen, zoveel mogelijkheden: welke past bij jou?
5 oktober – De impact van een tussenjaar
De wereld in, jezelf ontdekken en ontwikkelen.
6 oktober – De impact van je omgeving
Je ouders, docenten, vrienden: wie helpt jou kiezen?
7 oktober – De impact op je toekomst
Zet vol vertrouwen de eerste stap, de rest volgt.
LoopbaanOntwikkeling en -Begeleiding (LOB) is met alle vaklessen te combineren. Leerlingen leren na te denken over hun eigen ontwikkeling, mogelijkheden en talenten in relatie tot de maatschappij. Ze ontdekken wat ze drijft en hoe ze keuzes maken die bij hen én bij de wereld passen. Ook in jouw vakgebied! Hieronder een paar voorbeelden:
1. Nederlands: laat leerlingen reflecteren op hun passie – waar schrijven en praten ze over? Koppel hun antwoord aan mogelijke studierichtingen.
2. Rekenen/wiskunde: bespreek beroepen door te werken met rekenopgaven uit actuele beroepscontexten.
3. Biologie/scheikunde: voer het gesprek over duurzaamheid, gezondheid en maatschappelijke impact. Wat kun jij bijdragen met jouw studie?
4. Aardrijkskunde/mens & maatschappij: laat leerlingen onderzoeken welke internationale uitdagingen hen aanspreken. Ook dat beïnvloedt studiekeuze.
5. Taal en cultuur: laat leerlingen internationale trajecten en culturele aspecten vergelijken. Welke rol speel jij als wereldburger in de interculturele samenleving?
Meer weten?
Op www.maakjestudiekeuze.nu vind je alle informatie rondom de Week van de Studiekeuze. Denk aan:
> Handige websites die leerlingen helpen bij het kiezen.
> Handige tips, tricks en tools die jou als onderwijsprofessional helpen om het kiesproces te begeleiden.
> Interviews met ambassadeurs en ervaringsdeskundigen.
> Podcast met leerlingen die we volgen tijdens het studiekeuzeseizoen.
> Interessante cijfers/feiten rondom studiekeuze.
> Campagnemateriaal en social media templates (mediakit) voor partners, scholen en media. Zodat je ook zelf op school de Week van de Studiekeuze kunt promoten.
Extra ondersteuning nodig?
Neem dan een kijkje op www.biond.nu voor meer informatie over studiekeuzebegeleiding. Bestel de BiOND Studiekeuzespecial, bekijk het trainingsaanbod om jouw begeleiding naar een volgend niveau te tillen of ga met jouw leerlingen aan de slag met opdrachten uit de gratis ACT in LOB Toolkit via act-in-lob.biond.nu
Doe mee en win!
Op Wereldschoolmelkdag 24 september draait alles om creativiteit, plezier en natuurlijk: melk! Pak je stiften of glitters erbij, drink een lekker glas melk, laat je fantasie de vrije loop en ontwerp de leukste muts van Nederland.
Meedoen is simpel én leuk
Kies jouw favoriete kleur muts op www.wereldschoolmelkdag.nl en download direct het sjabloon. Teken, kleur of plak erop los en maak jouw unieke winter-eye-catcher. Upload je ontwerp tot en met 24 september en maak kans op een bijzondere prijs!
Wat kun je winnen?
In elke leeftijdscategorie (4 t/m 6, 7 t/m 8 en 9 t/m 11 jaar) kiezen we 3 winnaars. In totaal ontvangen 9 kinderen de door hen ontworpen wintermuts cadeau. Daarbovenop wordt als hoofdprijs 1 creatie gekozen als de absolute topper. Deze winnaar mag samen met de hele klas naar een sportieve schaatsclinic bij de Sven Kramer Academy!
Waarom meedoen?
Samen ontwerpen, is niet alleen leuk, maar ook een creatieve manier om met anderen iets moois te maken. En wie weet, ga je met jouw ontwerp straks het ijs op.
P.S. Leerkrachten kunnen van deze ontwerpwedstrijd een leuke klassikale activiteit maken. Wie weet staan jullie straks samen op het ijs!
Download nu het sjabloon via de QR-code en doe vóór 24 september mee!
Technologie en kunstmatige intelligentie (AI) maken een steeds groter deel uit van ons dagelijks leven. Hoe mooi is het als leerlingen daar op school spelenderwijs mee leren werken? Met Ozobot Ari breng je een veelzijdig leermiddel in de klas, dat naadloos aansluit op de SLO-kerndoelen voor digitale geletterdheid en AI.
PrimaOnderwijs & Ozobot-Benelux.nl
Ozobot is een slimme, programmeerbare mini-robot die leerlingen uitdaagt om technologie te ontdekken. De nieuwste variant, Ozobot Ari, combineert de toegankelijkheid van eerdere modellen met geavanceerde AI-functies en sensoren. Dankzij het interactieve touchscreen en het Android-platform biedt Ari een dynamische leer ervaring die meegroeit met de leerling. Via veilige Wi-Fi verbinding met de Ozobot servers heeft Ari toegang tot nieuw lesmateriaal en updates.
Programmeren op elk niveau
Ari is geschikt voor zowel primair als voortgezet onderwijs en kan op drie manieren geprogrammeerd worden:
• Schermvrij met stiften en kleurcodes
• Visueel via blokprogrammeren in de Ozobot Editor (Blockly)
• Gevorderd met Python, voor echte tekstuele codering
Zo kunnen leerlingen op hun eigen niveau aan de slag met programmeren en technologie.
AI en next-gen technologie in de klas
Ozobot Ari is uitgerust met een scala aan sensoren: van obstakeldetectie (net als een zelfrijdende auto) tot spraakherkenning en machine vision. Hierdoor ontdekken leerlingen hoe AI werkt in herkenbare situaties:
• Obstakels detecteren
• Reageren op spraakopdrachten
• Objecten herkennen en beoordelen
Deze praktische toepassingen maken het mogelijk om complexe, technische begrippen op een begrijpelijke en speelse manier te behandelen als onderwijsmiddel.
Direct toepasbaar met gratis lesmateriaal
Met een uitgebreid aanbod aan kant-en-klare lessen en activiteiten voor vakken als rekenen, biologie, informatica en meer, is Ari direct inzetbaar in de klas. Zo verrijk je niet alleen het vakinhoudelijke onderwijs, maar stimuleer je ook vaardigheden als logisch denken, samenwerken en probleemoplossend vermogen.
Voorbereid op de toekomst
Dankzij de slimme AI-functies sluit Ari perfect aan bij de digitalisering in het onderwijs. Leerlingen ontdekken hoe kunstmatige intelligentie concreet wordt ingezet in de wereld om hen heen, van zelfrijdende voertuigen tot slimme zorgrobots. Door actief met Ari te werken, leren zij niet alleen programmeren, maar ook kritisch nadenken over de rol van AI in de samenleving.
Of je nu lesgeeft in het primair of voortgezet onderwijs, met Ari geef je leerlingen de kennis en vaardigheden mee die zij nodig hebben voor een toekomst waarin technologie en AI onmisbaar zijn.
Meer informatie over Ozobot Ari? Scan de QR-code of ga naar ozobot-benelux.nl .
Rekensprint
Help leerlingen in groep 3 t/m 8 om hun rekenbasis stevig neer te zetten met Rekensprint. Voorkom en verklein rekenproblemen door vroeg te starten met gerichte oefening en automatisering op 1F-niveau. Dankzij een heldere en consequente rekenstrategie is Rekensprint uitermate geschikt voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Dankzij een koppeling met Bareka zet je na de meting de juiste oefening(en) klaar.
Ontdek het nieuwe aanbod educatieprojecten voor het primair onderwijs voor schooljaar 2025-2026. Wij hebben voor elke leeftijd, van kleuters tot achtstegroepers, een project op maat. Met boeiend lesmateriaal voor in de klas en een spetterend concert in Het Concertgebouw als kers op de taart.
PrimaOnderwijs & Het Concertgebouw
Muziek verbindt, van muziek word je blij, je voelt je er beter door. Komen jullie dit jaar ook met al je leerlingen naar Het Concertgebouw? Mis dit muzikale avontuur niet, en schrijf je klas of school nu in via concertgebouw.nl/educatie
Van klaslokaal naar concertzaal
In de klas gaan de leerlingen eerst samen aan de slag met het voorbereidend lesmateriaal. Ze studeren onder leiding van de leerkracht liedjes in, maken opdrachten of krijgen les in bodypercussie met behulp van het interactieve platform LessonUp!. Daarna brengen de leerlingen een bezoek aan Het Concertgebouw, waar ze samen met professionele musici de muziek tot leven brengen.
De beste musici
Bij de ontwikkeling van de educatieprojecten zijn de beste orkesten, ensembles, musici en regisseurs betrokken. Zo werken wij samen met het Concertgebouworkest, Amsterdam Sinfonietta en het Nederlands Philharmonisch Orkest.
Startworkshop voor leerkracht
Bij elk project hoort een facultatieve startworkshop voor de leerkracht. De ideale aftrap van het project! Deze workshop is online en er zijn geen kosten aan verbonden.
Gratis vervoer
Het openbaar vervoer (bus, tram of metro) binnen Amsterdam en Amstelveen met het GVB is gratis op vertoon van een toegangskaart. Vanaf nu kunnen scholen ook gebruik maken van de Museumpleinbus. Dan combineer je het bezoek aan Het Concertgebouw met een bezoek aan het Rijksmuseum. Lees hierover meer op: museumpleinbus.nl. ◗
Het Concertgebouw biedt educatie aan zowel po als vo. Ga naar www.concertgebouw.nl/ of scan de QR-code voor meer informatie.
Basisschool De Plataan werkt al jaren met de boeken van Lappa Books – en is enthousiast. Grondlegger en eigenaar van de uitgeverij Mirjam Touwslager geeft aan: “De boekjes ondersteunen leerlingen bij het behoud van hun thuistaal en het leren van een nieuwe taal. Ze dragen bij aan het behoud van een stukje van jezelf en je roots. Tegelijktijdig zijn de boeken een verbinding naar een nieuw leven in een nieuw land.”
Bianca Zuijdam en Ilona Zijlstra
PrimaOnderwijs & Lappa Books
Wanneer je als ouder het schoolplein niet durft op te stappen omdat je de taal niet spreekt, voelt school ver weg. Dat wilde De Plataan in Velsen-Noord anders. “Wij hebben hier kinderen van ruim veertig verschillende nationaliteiten”, vertelt directeur Ilona Zijlstra. “We zochten naar manieren om al die ouders te betrekken. De tweetalige prentenboeken van Lappa Books bleken precies wat we nodig hadden.”
Meer dan een prentenboek
Lappa Books is de enige Nederlandse uitgever die zich volledig toelegt op tweetalige prentenboeken en leesboeken voor kinderen van 0 tot 8 jaar. De boeken zijn beschikbaar in het Nederlands in combinatie met inmiddels 24 thuistalen, van Arabisch tot Pools, Oekraïens en Tigrinya. De insteek: kinderen helpen hun thuistaal te behouden én tegelijk het Nederlands te leren. De boeken zijn interactief. Zo vindt je in elk boek een kijkplaat en is er op elke bladzijde een zogeheten vriendjesvraag opgenomen, zoals:
Wat doe jij als je boos bent? Wat is jouw lievelingsdier? Zorgcoördinator bij De Plataan Bianca Zuijdam die eerder met VVE Thuis werkte, zag de meerwaarde van de tweetalige prentenboeken meteen. “Wat mij aansprak, is dat je de moedertaal benut om uiteindelijk het Nederlands goed te gaan beheersen. Als een kind zich goed kan uitdrukken in de eigen taal, leert het sneller en beter Nederlands.”
De samenwerking ontstond op een internationale boekenbeurs in Bologna, waar Zijlstra op zoek was naar kwalitatieve meertalige boeken. “Ouders gaven aan dat de boeken die we toen gebruikten slecht vertaald waren. Ze waren blij dat ze hun kind konden voorlezen in hun moedertaal, maar als je dan 15 euro betaalt voor een boek dat niet klopt, haakt iedereen af.” In Bologna ontmoette ze Mirjam Touwslager in de stand van Lappa Books. “We raakten aan de praat en ze gaf me wat boeken mee. Die waren aantrekkelijk, goed vertaald en sloten wél aan bij de belevingswereld van onze kinderen.”
Terug op school werden de boeken direct omarmd. “We hebben ouders toen ook betrokken bij het lezen van de vertalingen”, vertelt Zuijdam. “Die betrokkenheid werkte heel goed.”
Webshop en Verteltafel
Vanaf september zijn de Lappa-boeken beschikbaar in een nieuwe webshop, inclusief de nieuwe Verteltafel: vellen met stevige figuren uit het prentenboek Lappa bij de dokter, die je kunt gebruiken om een leuke verteltafel te maken. De Verteltafel nodigt uit tot samen vertellen, spelen en lezen – zowel thuis als op school.
In de webshop vind je ook AVI-leesboeken voor 6-8 jaar, tweetalige Lappa Little peuterboeken, de Lappa-knuffel en samengestelde leespakketten. Nieuw is ook de mogelijkheid om prentenboeken in andere taalcombinaties dan Nederlands te bestellen, bijvoorbeeld Engels-Hindi of Duits-Arabisch. Op je eerste bestelling in de nieuwe webshop krijg je in september en oktober bovendien 5% korting.
De Plataan gebruikt de boeken inmiddels structureel in groep 1 en 2, met uitstapjes naar groep 3 en 4. “We geven de boekjes mee naar huis en werken met een uitleensysteem. Is het thema afgelopen, dan levert de ouder het boek weer in en krijgt een nieuwe mee”, zegt Zijlstra. “Zo hebben we altijd boeken op school en thuis beschikbaar. En thuis voorlezen, ook in de thuistaal, is altijd een goede taalstimulering.”
Ouders reageren positief. “Ze vinden het juist heel leuk”, aldus Zuijdam. “Sommigen willen heel graag iets met hun kind doen, maar weten niet waar ze moeten beginnen. In sommige culturen is het ook niet vanzelfsprekend om met kinderen te knutselen of voor te lezen. Maar deze boekjes geven houvast. En het is laagdrempelig.”
Taal als middel, niet als doel
Wat De Plataan vooral waardeert, is de pedagogische kracht van de boeken. “Het boekje is eigenlijk een middel”, zegt Zuijdam. “Een manier om ouder-kindinteractie te stimuleren. Die betrokkenheid tussen ouder en kind is zo belangrijk voor de ontwikkeling.” En de verhalen? Die zijn rijk. “Er worden moeilijke begrippen uitgelegd, zoals ‘geduld hebben’. De woordenschat en het taalbegrip worden gestimuleerd.” Zijlstra vult aan: “We zien ook dat ouders zich herkennen in de thema’s. Ze worden een beetje kind met hun kind. Ze gaan knutselen of bladeren zoeken in het bos. Die beleving zorgt dat het niet alleen leerzaam is, maar ook leuk.”
Verbinding en vertrouwen
Wat de Lappa boeken volgens De Plataan vooral bijzonder maakt, is dat ze de brug slaan tussen thuis en school. “Ouders voelen zich gezien”, zegt Zijlstra. “En dat vergroot het vertrouwen. We staan meer naast ouders.” Zuijdam beaamt dat: “De communicatie tussen school en thuis is verbeterd. En wij hebben ouders echt op een voetstuk gezet door te zeggen: jouw moedertaal doet ertoe.”
Of ze andere scholen de tweetalige prentenboeken aanraden? “Zeker”, zeggen beiden tegelijk. “Vooral scholen met een diverse populatie. Maar eigenlijk geldt het voor iedereen. Elke ouder wil weten wat er op school gebeurt. En met Lappa geef je ze een ingang.”
Meer weten of bestellen?
Bekijk de nieuwe webshop op www.lappabooks.nl Gebruik de QR-code en ontvang 5% korting in september en oktober op je eerste bestelling.
Hoe praktijkschool Pro Drachten basisvaardigheden verweeft in ál het onderwijs
Een recept lezen. Een werkinstructie begrijpen. Zelf een OV-kaart aanvragen. Voor de leerlingen van praktijkschool Pro Drachten zijn deze zaken allerminst vanzelfsprekend. Toch gelooft docent Famke Weersma-Wink (47) dat ook zij lezers kunnen worden. “Als wij het niet doen, wie dan wel?” Sinds 2005 zet ze zich in om taal en lezen schoolbreed te verweven. Niet alleen in het Nederlands lokaal, maar juist ook op de werkvloer – van houtbewerking tot zorg & welzijn.
Tekst: Marco van den Berg
Famke werkt als AVO-docent (Algemeen Vormend Onderwijs) op deze school in Drachten en vervult ook de rol van taal- en leesspecialist. Leerlingen krijgen bij haar niet alleen Nederlands en rekenen, maar ook mens & maatschappij, filosofie en sociale vaardigheden. Daarmee richt het onderwijs zich op de basisvaardigheden die nodig zijn om volwaardig mee te doen in de samenleving. Lezen, schrijven, rekenen en burgerschapsvorming dus, altijd met het oog op praktische toepasbaarheid.
De doelgroep is breed: van leerlingen die uitstromen naar beschut werk of werk tot jongeren die doorstromen naar mbo. Er is ook een grote NT2-populatie – jongeren die door trauma of oorlog geen regulier onderwijs konden volgen. “Onze grootste groep heeft structurele leerachterstanden. Ze lezen vaak nog op of onder het niveau van midden groep 5. Dan kun je dus niet zelfstandig een kookrecept volgen of een werkinstructie begrijpen. En dat beperkt op alle fronten.” Als je op je twaalfde nog niet vlot leest, kom je in het vervolgonderwijs en de maatschappij voortdurend tekort. Daarom werd het taalonderwijs op school thematisch ingericht. “We werken met thema’s van zes weken waarin we technisch lezen, woordenschat en kennisopbouw combineren. Voorkennis maakt een groot verschil. Als je alles weet over Formule 1, snap je een tekst over Max Verstappen veel sneller – ongeacht je leesniveau.”
Die aanpak beperkt zich niet tot de taallessen. Ook in de praktijkvakken wordt taalbewust gewerkt. “We hebben met docenten besproken: welke woorden
en handelingen moet een leerling kennen in jouw vak?
Zo is er een taal- en leeskoppeling ontstaan door de hele school. In het praktijklokaal hangt een poster met het gereedschap van de week. Daar praten ze over en oefenen ze mee.”
AutoWeek en babyverzorging
Een voorbeeld: de mobiliteitsdocent merkte dat zijn leerlingen op stage niet mee konden praten in de kantine van het autobedrijf. “Ze lazen nooit over auto’s. Nu begint hij zijn les met een artikel uit het magazine AutoWeek. Zo geef je leerlingen woorden én context. Dat is taalonderwijs in de praktijk.”
Geen Harry Potter in de werkplaats, maar een tijdschrift over boerderijdieren bij groen, of een tekst over babyverzorging bij zorg & welzijn
Ook in zorg & welzijn, groen of beeldende vorming wordt met taal gewerkt. “We zoeken manieren om boeken of tijdschriften bij het thema te betrekken. Geen Harry Potter in de werkplaats, maar een tijdschrift over boerderijdieren bij groen, of een tekst over babyverzorging bij zorg & welzijn.”
In 2020 startte Pro Drachten als eerste praktijkschool van Nederland een samenwerking met de bibliotheek op school. Sindsdien is er een actuele collectie aanwezig, begeleid door een leesconsulent. “Die consulent denkt mee over hoe je boeken in je vak kunt inzetten. Maar het belangrijkste is: we creëren een schoolcultuur waarin lezen normaal is. In elk theorielokaal hangt een leesmuur met tekeningen, teksten en gedichten.’
Tijdens de nationale gedichtenweek worden elke ochtend gedichten voorgelezen via de intercom. “Eerst deden we het zelf – dus de directeur, de leesconsulent en ik. Toen wilden leerlingen ook. Wat begon als een week, werd uiteindelijk drie weken lang poëzie door de luidspreker. En het mooiste: het werkt. Leerlingen herkennen teksten, vragen ernaar, doen mee. Het wordt iets van henzelf.”
Iedereen is taaldocent
“Taalonderwijs is niet alleen van de taaldocent”, zegt Famke. “Iedereen op school – van conciërge tot balie – moet zich bewust zijn van wat leerlingen wel of niet begrijpen. Dat geldt ook voor ouders. In onze regio is 16 procent van de volwassenen laaggeletterd. En 75 procent daarvan heeft Nederlands als eerste taal.”
Daarom is er een breed gedragen taalbeleidsplan.
“We hebben gekeken: wat doen we al, wat werkt en hoe borgen we dat? Alleen door het structureel aan te pakken, krijg je duurzame verandering. Dan weten nieuwe collega’s ook: ik moet in mijn vak aandacht geven aan taal en materiaalkennis.”
Wat scholen volgens Famke nodig hebben, is een helder ‘waarom’. “Het begint bij de schoolleider die snapt dat dit tijd, geld en energie kost. Het is geen projectje, maar een gezamenlijke visie. Dan kun je plannen maken: wat doen we, wat missen we, wie kunnen we inzetten?”
Famke Weersma-Wink
Begin met je eigen situatie
Ze krijgt wekelijks vragen van collega’s: mag ik jullie taalbeleidsplan, jullie lessencyclus? “Iedereen wil iets overnemen. Of scholen weten vaak niet waar ze moeten beginnen. Maar ik zeg altijd: begin met je eigen situatie. Wat is de talige kern van jouw vak? Welke woorden gebruik je? Welke voorkennis verwacht je? En breng je curriculum in kaart. Dan heb je de essentie te pakken.”
Je kunt alleen de cirkel van laaggeletterdheid doorbreken als je samenwerkt, weet Famke. “Dus met de consultatiebureaus, de voorschoolse opvang, po, vo, de mensen en organisaties in de wijken, de gemeente en de bibliotheek.”
Wat betreft opbrengsten wijst ze op de leesmonitor van de bibliotheek die leesgedrag en leesplezier meet. Maar belangrijker nog is wat ze in de school ziet. “Leerlingen die meedoen, praten over teksten, schrijven, tekenen, een gedicht willen voorlezen via de intercom. Dat zijn geen toetscijfers, maar het laat wel zien dat het werkt.”
Het World Economic Forum verwacht dat in 2030 meer dan 90 procent van alle banen digitale vaardigheden vereist. Digitale geletterdheid is daarmee net zo onmisbaar als taal en rekenen. Het stelt leerlingen in staat om kritisch te denken, creatief te zijn en zich veilig en zelfstandig te bewegen in een wereld die steeds digitaler wordt.
PrimaOnderwijs & dé Codeerschool
Hoeveel punten scoort jouw school op onze digitale geletterdheidtrap?
Veel scholen worstelen met de implementatie van digitale geletterdheid door gebrek aan tijd, kennis of personeel. Dé Codeerschool biedt uitkomst. Wij zijn dé expert in digitale geletterdheid binnen het onderwijs. Samen met partners als Microsoft Dream Space, Essent, de Nationale AI Cursus Junior en zelfs het weekblad Donald Duck maken wij digitale geletterdheid begrijpelijk, leuk en haalbaar voor elke school.
Onze aanpak is praktisch en overzichtelijk.
Urgentie
Bewustwording
“Onze leerlingen krijgen écht nieuwe vaardigheden en leren anders naar vraagstukken te kijken. Wat betreft digitale geletterdheid is dé Codeerschool een must voor iedere school!”
Pieter Bosman, directeur IKC Het Talent
We sluiten aan op waar jouw school nu staat en bouwen daarop voort. Ons doel: elke leerling en leerkracht digitaal vaardig vóór 2030.
Wat wij bieden:
• Implementatiebegeleiding zonder extra werkdruk
• Vakleerkrachten die direct voor de klas staan
• Leerlijnen op maat, passend bij jullie schoolvisie
• Nulmetingen om precies te weten waar het team staat
• Inspirerende gastlessen en workshops voor leerlingen én leraren
• Beleidsadvies om digitale geletterdheid duurzaam te verankeren
Het resultaat?
Een toekomstbestendige school met digitaal vaardige leerlingen en een ontzorgd team.
Benieuwd wat wij voor jouw school kunnen betekenen? Start vandaag nog met een nulmeting via www.codeerschool.nl/nulmeting en ontdek waar jullie staan op het gebied van digitale geletterdheid.
Een school met een bijzondere opdracht: het verwelkomen van kinderen die de Nederlandse taal nog niet spreken. “Maar verder is de Taalschool Utrecht een gewone basisschool”, benadrukt directeur Jenny Olsthoorn. “We werken net als andere scholen voor en met kinderen. Daarin zijn we universeel, los van waar kinderen vandaan komen. Kinderen willen spelen, zijn leergierig. We bieden nieuwkomers een veilige omgeving waar ze met plezier en focus de basisvaardigheden lezen, spelling, rekenen, burgerschap en digitale geletterdheid oefenen.”.
Tekst: Brigite Bloem Foto’s: Taalschool Utrecht
Op dit moment telt de Taalschool Utrecht 362 leerlingen met 46 verschillende nationaliteiten, verdeeld over 21 groepen. De Taalschool is hun eerste halte op weg naar een succesvolle schoolloopbaan in Nederland. Leerlingen verblijven doorgaans één tot anderhalf jaar op de Taalschool, waarna ze doorstromen naar een school in de wijk. De instroom van de Taalschool fluctueert en hangt nauw samen met conflictsituaties in de wereld, crisis- en noodopvang in de stad Utrecht en internationalisering. “Onze leerlingen zijn vaak veel taliger dan je misschien zou denken”, vertelt leesspecialist Rianne Roodbeen. “Sommige kinderen spreken al wel drie talen als ze hier komen.”
Zachte landing
“Elke leerling begint in een instroomgroep”, legt kwaliteitscoördinator Marleen van Bladeren uit. “Daar kijken we: is een kind al naar school geweest?
Kan het lezen en schrijven in de eigen taal? Lijkt de thuistaal qua klanken op het Nederlands of helemaal niet?” De instroomgroep geeft elk kind een zachte landing na vaak een nare, of in ieder geval hectische tijd. De kinderen oefenen deze eerste weken bovendien
We zeggen hier vaak tegen elkaar: volwassenen
kunnen een voorbeeld nemen aan hoe onze leerlingen met elkaar omgaan
met schoolse routines en andere relevante vaardigheden. Na zes tot tien weken stromen ze binnen de Taalschool door naar de groep van hun eigen leeftijd. Leerlingen die er klaar voor zijn (doorgaans dus na één tot anderhalf jaar), kunnen op twee momenten uitstromen naar het reguliere basisonderwijs: aan het begin van het schooljaar en na de voorjaarsvakantie. “Soms blijven leerlingen tot en met groep 8 bij ons”, licht Marleen toe. “Voor kinderen die pas op oudere leeftijd in Nederland zijn gekomen, kan dat beter zijn. Wij zorgen dan voor een goed onderbouwd schooladvies richting het voortgezet onderwijs.”
Veilige sfeer, voorspelbaarheid en structuur “We zeggen hier vaak tegen elkaar: volwassenen kunnen een voorbeeld nemen aan hoe onze leerlingen met elkaar omgaan”, zegt Jenny. “Wij sluiten alleen maar in, we sluiten niemand uit. Iedereen is veilig hier. Dat is misschien voor onze doelgroep extra belangrijk, maar eigenlijk geldt het voor ieder kind.” Die veilige sfeer is voelbaar in alles. “We spreken kinderen aan op gewenst gedrag, niet op ongewenst gedrag”, verduidelijkt Jenny. “We bieden voorspelbaarheid en structuur. En we kijken altijd met een traumasensitieve blik. In alles merkt de leerling dat we naast hem of haar staan en er voor ze zijn.”
De basisvaardigheden die betrekking hebben op burgerschapsonderwijs zijn mede daarom door het hele curriculum verweven. De Taalschool heeft hiertoe een eigen leerlijn ontwikkeld met drie pijlers: ‘We werken en leren samen’, ‘We zorgen voor de omgeving en elkaar’ en ‘Iedereen mag er zijn’ (zie foto).
Meertaligheid als kracht
Een opvallende aanwinst dit schooljaar: een meertalige boekencollectie met titels in 27 verschillende talen. “Lezen in de eigen taal geeft kinderen zelfvertrouwen”, aldus Rianne. “Ze mogen zelf kiezen: een boek in hun thuistaal, of in het Nederlands. Het helpt om op een veilige manier de overstap te maken naar Nederlandse boeken.” Deze aanpak is ook een tip voor reguliere basisscholen, vindt ze. “Zorg in je schoolbibliotheek voor boeken in de thuistalen van je leerlingen. Je zult zien: de leesmotivatie gaat omhoog.”
Vanzelfsprekend krijgen de leerlingen van de Taalschool ook rekenonderwijs. “Het Nederlandse rekenonderwijs is heel talig”, zegt Marleen. “We besteden daarom veel aandacht aan specifieke rekentaal. En we stimuleren interactie: kinderen leggen elkaar dingen uit en werken veel samen.”
Digitale geletterdheid in alle groepen
Digitale vaardigheden zijn niet weg te denken, ook niet op de Taalschool. “We werken met educatieve apps”, vertelt Rianne. De meeste leerlingen van de Taalschool beschikken thuis niet over een device. En niet elk kind heeft al ooit een computer gezien. “Dan is zo’n scherm natuurlijk een fascinerend object”, lacht Rianne. “We leren ze daar zorgvuldig mee omgaan.”
Digitale geletterdheid komt aan de orde in alle groepen. In de bovenbouw zijn de leerlingen nu bijvoorbeeld bezig met het herkennen van fake news. De onderwijsinspectie gaf de school onlangs een pluim voor het rijke aanbod aan tastbaar lesmateriaal. “Kinderen leren door te doen, door te benoemen wat ze vastpakken”, licht Jenny toe. “Dat helpt enorm bij taalverwerving.”
Olievlek van kennis
Om reguliere basisscholen beter toe te rusten voor leerlingen die nog maar kort in Nederland zijn, organiseert de Taalschool samen met de Hogeschool Utrecht/Lectoraat Meertaligheid en de Marnix Academie (pabo) een trainingstraject voor ‘nieuwkomersspecialisten’. “We hebben nu al bijna vijftig basisscholen in de stad Utrecht bereikt”, zegt Jenny trots. “We leren ze hoe je omgaat met meertaligheid, met traumasensitief lesgeven en cultuursensitief werken. We gaan dat ook doen voor leraren van het voortgezet onderwijs.”
Leraar als spil
Jenny en haar collega’s hebben tot slot nog wat tips voor collega’s in het reguliere onderwijs. “Koester meertaligheid en durf af te wijken van de methode in het belang van je leerling. En vergeet nooit: Leraar, jij doet ertoe in het leven van je leerlingen.” Want zoals ze bij de Taalschool weten: leren begint met gezien worden. Elke dag weer!
Schildersezels
Flex tafels
Leerkrachtendesk
Kies uit verschillende flexibele klasmeubels van Nathan!
Laat leerlingen samen de mooiste kunstwerken maken met de stevige schildersezels van Nathan. Dankzij de klemmen en opbergbakken heb je alles bij de hand. Combineer met de leerkrachtendesk en flex tafels voor een compleet en flexibel in te richten klaslokaal.
“We vonden educatieve spellen vaak een beetje saai”, vertelt marketingmanager Charlie Hemmes van 999 Games. “Daar wilden we verandering in brengen.” Het resultaat? Schuifpret, het eerste spel uit de nieuwe educatieve spellenlijn Speel & Leer.
PrimaOnderwijs & 999 Games
Schuifpret is samen met leerkrachten ontwikkeld en sluit aan bij methodes en toetslijnen zoals Cito en IEP. Spelontwikkelaar Bert Calis: “We wilden iets maken waarmee kinderen echt het gevoel hebben dat ze aan het spelen zijn, terwijl ze oefenen met spelling.” Het schuifmechanisme doet denken aan de schuifpuzzels van vroeger, maar dan met letters en opdrachten.
Het spel bevat 160 opdrachten in dertien categorieën, van rijmen tot verkleinwoorden, alfabetische volgorde en rebussen. De opgaven zijn verdeeld over vier niveaus: van groep 3 tot en met groep 6. Elk kaartje heeft twee kanten. “Een kind uit groep 4 pakt het juiste niveau en maakt zelfstandig een opdracht”, legt Bert uit. “De opdracht kan zijn om een woord te maken dat rijmt op slang. Als ze de schuifjes op hun plek klikken, is dat qua gevoel en geluid satisfying. Daar krijgen we veel reacties op van kinderen.”
Altijd oplosbaar
De opdrachten zijn zo ontworpen dat ze altijd op te lossen zijn. “We hebben ze uitvoerig getest op scholen”, licht Bert toe. “Wat werkt? Wat motiveert? Wat is te moeilijk of juist te makkelijk? Die input van leerkrachten was onmisbaar.”
Het bordje is magnetisch, stevig en gemakkelijk schoon te maken. “We hebben goed nagedacht over hoe kinderen ermee omgaan”, zegt Charlie.
“Vieze handjes en een halve banaan? Geen probleem. Na het schoonmaken klik je de letters er weer in en gaat verder. En doordat het magnetisch is, hoeven leerlingen het niet per se aan een bureau te doen.”
De kracht van het spel zit in de herhaling. Door actief met letters te schuiven en woorden te vormen, beklijft de spelling beter. “Ze moeten steeds nadenken: wat rijmt op slang? Hoe spel ik dat? Welke letter komt eerst?”, legt Bert uit. “Dat letter voor letter nadenken helpt bij het leren.” Scholen kunnen het spel inzetten tijdens de weektaak, in hoekenwerk, voor plusleerlingen of juist voor extra ondersteuning. “Het werkt zelfstandig, is zelfcorrigerend én sluit aan bij de lesstof”, aldus Charlie. “Ook onderwijsassistenten kunnen er goed mee uit de voeten.”
Op de NOT-beurs kreeg Schuifpret al enthousiaste reacties van leerkrachten. “Ze wilden het ter plekke aanschaffen”, vertelt Bert. “We merken dat er echt behoefte is aan educatieve spellen die leuk zijn én leerzaam.” 999 Games is benieuwd naar ervaringen uit de klas: “We hopen op een heleboel mini-ambassadeurs,” lacht Charlie. “Leren mag best een beetje leuk zijn.” ◗
Naast Schuifpret spelling, is er ook een variant voor rekenen
Scan de QR-code voor meer info.
Dat het niveau van de basisvaardigheden van leerlingen beter kan, is algemeen bekend. Maar hoe doe je dat? Het Nationaal Groeifonds vertrouwt op het lerend vermogen van scholen en versterkt deze onder meer via het programma Ontwikkelkracht.
Tekst: Erik Ouwerkerk
Ontwikkelkracht
ondersteunt scholen met ruimte, tijd en kennis
Leraren streven naar het beste onderwijs met effectieve methoden, maar de werkdruk is hoog en kennis over wat werkt, is niet altijd toegankelijk. Ontwikkelkracht ondersteunt scholen daarom met ruimte, tijd en kennis, vertelt Arjen Toet, netwerkmanager van Ontwikkelkracht.
Praktijkervaring en inzichten uit onderzoek samenbrengen, samenwerking tussen leraren onderling en met onderwijsonderzoekers vergroten én een lerende aanpak: dat zijn de basis-ingrediënten om basisvaardigheden naar een hoger plan te tillen. Toet: “Er is geen eenduidige aanpak om tot goed onderwijs te komen. Dat kan niet, omdat scholen en hun context niet hetzelfde zijn. Tegelijkertijd hoeven scholen het wiel ook weer niet zelf helemaal uit te vinden, vanuit vele onderzoeken weten we al heel goed wat werkt. Ontwikkelkracht helpt scholen via vier pijlers om bewezen effectieve aanpakken toe te passen in de lespraktijk, te weten: Onderzoeks- en verbetercultuur, Kennisdeling, Co-creatielabs en Expertisescholen Ontwikkelkracht.”
Aan de slag met de onderzoeks- en verbetercultuur op school
“De twee trajecten die vallen onder de pijler Onderzoeks- en Verbetercultuur, te weten Groeikracht en De Transformatieve school, vormen de basis van ons aanbod. Samen vaststellen waar de uitdagingen voor de school liggen, hiervoor ontwikkelplannen opstellen en leren van elkaars lessen en aanpak door klasbezoeken: het is dé voorspeller van duurzame kwaliteitsverbetering. Of een school daarbij nu de focus wil leggen op vaardigheden als technisch lezen, leesmotivatie, leerdoelgericht rekenen of iets anders: het kan, want het team bepaalt zelf waaraan gewerkt wordt.”
Kennis delen is kennis verrijken “Bij kennisdeling staan publicaties en handreikingen van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) centraal. Dat zijn wetenschappelijke inzichten uit relevant onderzoek op alle mogelijke onderwijsaspecten, dus ook rond de basisvaardigheden, die vertaald zijn naar de praktijk door mensen uit de praktijk. Je vindt alle relevante inzichten, waaronder heel
veel over de basisvaardigheden op de website Onderwijskennis.nl. Via Kennisrotonde.nl kun je zelf een vraag stellen aan onderzoekers, waarna zij antwoord geven op basis van relevante wetenschappelijke inzichten.”
Pioniers gaan de uitdaging aan
Voor de pioniers zijn er de Co-creatielabs van Education Lab. Daar proberen leraren zelf een interventie in de klas uit voor bijvoorbeeld het wegwerken van leesachterstanden via Pageturner of de Bibliotheek op school Plus. Ook evalueren ze met behulp van wetenschappers, vertelt de netwerkmanager.
Leren van andere scholen
“Een best practice werkt heel inspirerend”, aldus Toet over de vierde pijler. “De Expertisescholen Ontwikkelkracht vormen de spil van regionetwerken van ongeveer acht tot tien scholen. Samen met de school en experts - op bijvoorbeeld het thema kennisgericht burgerschap of levend taalbeleid - maken we inzichtelijk waarom deze school het zo goed doet. Wanneer we weten waar de kracht ligt, trainen we een aantal professionals van die school om de expertise op een evidence-informed manier over te brengen op collega’s van andere scholen. Niet zodat zij het een-op-een kopiëren natuurlijk, want altijd is er weer die unieke context van de eigen school.”
Van onderop
Ontwikkelkracht gaat ervan uit dat het onderwijs een grote sprong kan maken met continue scholing van onderwijsprofessionals. Maar hoeveel rek zit er nog in leraren en schoolleiders? Is het wel redelijk om nog meer te vragen van mensen van wie al zoveel verlangd wordt? Toet vindt van wel: “Gelukkig is Ontwikkelkracht ontstaan vanuit de vraag van onderwijsmensen zélf. Zij beginnen startbekwaam zodra ze van de lerarenopleiding komen, en het vak krijgen ze verder in de vingers in de praktijk. Maar dat is niet genoeg. Om het vakmanschap verder te voeden en meesterschap te bereiken heb je ook regelmatig nieuwe inzichten en inspiratie nodig om te integreren in je lessen. Mensen die in het onderwijs werken, willen dat ook graag: ze willen leerlingen nog beter onderwijs bieden, maar komen er door allerlei omstandigheden niet altijd genoeg aan toe.
De afgelopen dertig jaar zorgden bij- en nascholing weliswaar voor inspiratie met mooie lezingen en studiedagen, maar helaas lang niet altijd voor effectieve onderwijsverbetering. Daarvoor moet je namelijk minstens vijftien uur bezig zijn met een onderwerp of methode. Ook moet het een directe aansluiting hebben in de eigen praktijk én moet de nascholing evidence-informed zijn. Het zijn de professionals zelf die beseften dat ze meer uit hun leervermogen konden
Mensen die in het onderwijs werken, willen leerlingen nog beter onderwijs bieden, maar komen er niet altijd genoeg aan toe
halen. Daarom zijn ze samen met onderwijswetenschappers en onderzoekers op zoek gegaan naar manieren om het onderwijs te verbeteren. Daar is Ontwikkelkracht uit ontstaan. Dat leidt niet alleen tot betere resultaten maar ook tot meer werkplezier, omdat steeds meer aan de behoeften wordt voldaan van de bekende drie-eenheid autonomie, competentie en verbondenheid.”
Interesse om deel te nemen aan Ontwikkelkracht?
Heb je een ontwikkelvraag voor jouw school? Ontwikkelkracht biedt verschillende aanpakken die aansluiten bij de behoeften van het team. Je kunt zelfstandig aan de slag of samen met je team een begeleidingstraject volgen. Voor de trajecten ontvang je naast begeleiding een vergoeding om de geïnvesteerde uren geheel of gedeeltelijk te compenseren. Bekijk de mogelijkheden op www.programmaontwikkelkracht.nl en vraag een verkennend gesprek aan om te bespreken welke aanpak past bij de ontwikkelvraag van jouw school.
oktober
Verras je team met een passend cadeau. Ontvang tijdelijk korting met onze speciale actie.
5 minuten spellen
Bestellen of actievoorwaarden bekijken?
Scan de QR-code of ga naar: shop.bazalt.nl/inspiratie/dag-van-de-leraar
Kom dit najaar met je klas naar De Nieuwe Schatkamer van De Nederlandsche Bank!
Al meer dan 15.000 scholieren en studenten hebben alles geleerd over goud, geld en de economie in De Nieuwe Schatkamer. Komen jullie ook?
In De Nieuwe Schatkamer van De Nederlandsche Bank leren scholieren door middel van interactieve spellen over de werking van de economie en de rol van DNB. Het is een unieke gelegenheid om je lessen te verrijken en studenten inzicht te geven in de werking van het financiële systeem.
Tijdens de rondleiding kunnen de leerlingen:
✓ Plaatsnemen aan de tafel van de Europese Centrale Bank en meer leren over Europese samenwerking.
✓ Vals geld van echt geld onderscheiden.
✓ Nadenken over vraagstukken rond crypto, digitaal geld en een duurzame economie.
✓ Door interactieve spellen leren over abstracte onderwerpen als inflatie en monetair beleid.
✓ In de kluis het mysterie ervaren van de plek waar het goud van Nederland lag opgeslagen.
✓ Vragen stellen aan deskundige kennismakers over verschillende aspecten van het bankwezen en het monetair beleid.
Reserveer snel een plekje voor je klas of school. We zijn er voor alle onderwijsniveaus, en vanaf 13 jaar.
Wat brengt een voorleeswedstrijd de klas? Heel wat, zo blijkt uit de verhalen van leraar
Nederlands Claudia Doek van het Esdal College in Emmen (Read2Me!) en leerkracht
Rebecca Vliegen van basisschool De Vlinder in Schiedam (De Nationale Voorleeswedstrijd). Hun boodschap aan collega’s: “Doe vooral mee!”
“Voorlezen is een van de mooiste dingen die je samen met kinderen kunt doen”, vindt Claudia. “Leerlingen leren woorden en zinsconstructies die ze thuis of op straat niet snel tegenkomen. Ze vergroten hun woordenschat, hun fantasie én hun empathisch vermogen. Bovendien levert het in de klas een rustmoment op: als de leerlingen helemaal in een boek verdwijnen, laat ik ze gerust nog even doorlezen.”
Claudia begeleidde brugklasleerling Ceyda (13), winnares van de landelijke finale van Read2Me!, de voorleeswedstrijd voor het voortgezet onderwijs. “We doen mee met alle brugklassen. In de eerste ronde leest iedereen in kleine groepjes. Dat is verplicht, maar naarmate leerlingen verder komen, is deelname vrijwillig. Zo ervaart iedereen het plezier van voorlezen, zonder dat het een ‘moetje’ wordt.”
Ook in groep 8 van De Vlinder is het enthousiasme groot, vertelt leerkracht Rebecca. Haar leerling Jayshri (12) werd dit jaar Nederlands kampioen bij De Nationale Voorleeswedstrijd. “We organiseren op school altijd een voorleeswedstrijd voor groep 7 en 8. Ook groep 6 doet bij ons al mee, maar die gaan niet door naar volgende rondes. Kinderen kiezen zelf of ze meedoen. Soms staan dan juist kinderen op van wie je dat niet verwacht. En als je dan met de hele klas naar de finale mag, levert dat een geweldig groepsgevoel op.”
Oefenen en groeien
Wat levert deelname de leerlingen op? “Je hoort hoe anderen voorlezen, je krijgt feedback, je oefent en je groeit”, zegt winnares Jayshri. “Mijn vader hielp bij het oefenen. Dan las ik voor en zei hij wat ik beter kon
doen. Daardoor merkte ik bij elke ronde dat ik vooruitging. Ook in Utrecht bij de finale zag ik hoe anderen het aanpakten, daar leer je echt veel van. De finale was heel professioneel: een echte jury, een groot podium, veel publiek. Dat maakte het extra speciaal.”
Winnares Ceyda: “Je leert hoe je mensen kunt raken met je stem en hoe je spanning opbouwt. Ik had een scène gekozen uit een boek over Nederlands-Indië, waar ineens iets dramatisch gebeurt. Tijdens het voorlezen voelde ik hoe ik het publiek daarin meenam. De jury zei zelfs dat ik een stem heb om een luisterboek mee in te spreken! Dat vond ik echt een geweldig compliment. Het gaf me ook zelfvertrouwen: ik durf nu veel meer voor groepen te spreken dan eerst.”
Volgens Claudia biedt de wedstrijd waardevolle leermomenten voor de hele klas. “Leerlingen ontdek-
Winnaar Read2Me
“Lezen verrijkt je fantasie. Door mee te doen, kreeg ik de kans om een verhaal te delen én om andere voorlezers te horen. Dat inspireerde me enorm. Het was zo leuk om bij de finale in Utrecht te zien wat voor boeken anderen hadden gekozen en hoe zij voorlazen. Het maakt lezen echt leuker. Ik voelde me ook serieus genomen — alsof je als lezer écht iets te vertellen hebt. Zeker weten: andere leerlingen en scholen moeten volgend jaar ook meedoen!”
Ceyda Kunt , Esdal College Emmen
Meer over Read2Me!
Read2Me! is de landelijke voorleeswedstrijd voor brugklassers van het voortgezet onderwijs. Tijdens de wedstrijd ervaren leerlingen hoe leuk en inspirerend lezen en voorlezen kan zijn. Vanaf schooljaar 2025-2026 krijgt de wedstrijd een nieuwe vorm: er is geen landelijke maar een provinciale finale als feestelijke afsluiter. Meedoen biedt de kans om lezen binnen je school extra te stimuleren. > Meer info: www.read2mevoorleeswedstrijd.nl
ken nieuwe boeken en praten erover. Ze geven elkaar complimenten en boekentips, dat werkt veel beter dan wanneer ik als docent iets aanbeveel. Bovendien oefenen ze presentatievaardigheden. En: als iemand uit de klas wint, zijn ze daar samen trots op.”
Laagdrempelig
Rebecca benadrukt dat het meedoen niet veel organisatie vraagt. “Je krijgt vanuit de landelijke organisatie alle informatie en begeleiding. De sfeer bij de wedstrijden is geweldig: kinderen ervaren dat lezen niet saai is, maar juist leuk en spannend. Zeker in tijden waarin veel kinderen minder lezen, helpt zo’n wedstrijd om het leesplezier te stimuleren.”
Claudia besluit: “Wij gaan er mee door. Voorlezen is zo waardevol, juist ook voor vo-leerlingen die op dat moment heel veel nieuwe kennis en woorden te verwerken krijgen.”
Winnaar De Nationale Voorleeswedstrijd “Ik vond het geweldig om te zien hoe anderen voorlazen en daar weer van te leren. Door het oefenen merkte ik dat ik zelf ook steeds beter ging voorlezen. Mijn klas leefde heel erg mee. Toen ik na de provinciale finale terugkwam op schoolkamp, kreeg ik een applaus van de hele klas. Zo’n moment vergeet je nooit! En ja, ik raad het iedereen aan om mee te doen: ook als je niet wint, leer je er superveel van én heb je een leuke ervaring.”
Jayshri Sundaram , De Vlinder, Schiedam
Meer over De Nationale Voorleeswedstrijd De Nationale Voorleeswedstrijd is dé voorleeswedstrijd voor leerlingen uit groep 7 en 8 van het basisonderwijs. Leerlingen starten met een klassenronde en kunnen via school-, lokale, regionale en provinciale finales uiteindelijk deelnemen aan de landelijke finale in Utrecht. Deelname is laagdrempelig en biedt kinderen een podium om hun voorleesvaardigheden te laten zien én hun leesplezier te vergroten.
> Meer info: www.denationalevoorleeswedstrijd.nl
De kinderboerderij als veilige basis voor getraumatiseerde kinderen
De Glind, tussen Barneveld en Amersfoort, is een uniek dorp waar kinderen opgroeien die niet meer thuis kunnen wonen. In gezinshuizen – gewone huizen met professionele opvoeders – krijgen zij structuur, veiligheid en een plek om te herstellen, midden in een actieve dorpsgemeenschap.
Een gezinshuis biedt kleinschalige jeugdhulp. De kinderen wonen tijdelijk of langdurig in De Glind. Een vertrouwde omgeving en -gezinshuisouders helpen hen stabiliteit en en verbondenheid terug te vinden. Een opvallend belangrijke plek daarin is de kinderboerderij.
Veilig en voorspelbaar
Gedragswetenschapper Karin Blankespoor ziet dagelijks de impact van de kinderboerderij. “Het is een veilige, voorspelbare plek, iets wat deze kinderen vaak hebben gemist”, vertelt ze. Veel kinderen in De Glind zijn uit huis geplaatst vanwege trauma’s door onveilige thuissituaties. Vertrouwen opbouwen gaat langzaam, maar dieren helpen daarbij.
“Dieren vragen niets terug”, zegt Karin. “Kinderen kunnen vertrouwen oefenen
Word gezinshuisouder
Bouwen aan veerkracht
De kinderboerderij draagt ook bij aan het versterken van veerkracht. Karin noemt vier bouwstenen:
1. Meesterschap – “Kinderen ontdekken dat ze ergens goed in zijn, zoals zorgen voor dieren.”
2. Controle – “Ze ervaren dat ze invloed kunnen uitoefenen, iets wat ze vaak zijn kwijtgeraakt.”
3. Vrijgevigheid – “Ze zorgen voor anderen en merken dat ze iets kunnen bijdragen.”
4. Erbij horen – “Ze hebben een duidelijke rol en verantwoordelijkheid, wat hun gevoel van eigenwaarde versterkt.”
zonder directe sociale druk. Bijvoorbeeld door samen met de beheerder een paard te borstelen: een gedeelde activiteit zonder de noodzaak tot praten.” Ook fysieke aanraking, zoals aaien, werkt stressverlagend.
De dagelijkse routine van dieren voeren geeft structuur en grip. ◗
Karin Blankespoor
De kinderboerderij is veel meer dan een plek met dieren: het is een bron van herstel. Zo wordt in De Glind ‘it takes a village to raise a child’ werkelijkheid. Voel jij dat dit ook past bij jou? Er is ruimte voor nieuwe gezinshuizen. Mensen met een groot hart, die stevig in hun schoenen staan, en die kinderen een tweede kans willen geven. Er zijn zelfs al huizen beschikbaar in het dorp – klaar voor wie de stap durft te zetten.Maak van je leven je werk. Word gezinshuisouder.
Meer weten?
Kijk op www.zorgindeglind.nl, download het e-book en ontdek hoe jij een thuis kunt bieden.
Gepest worden in de klas, gevoelens van onzekerheid of een thuissituatie die niet fijn is. Praten helpt! En soms is het fijn om te praten met iemand die je niet kent en geen belang heeft bij jouw situatie: dan is er De Kindertelefoon.
De vrijwilligers van De Kindertelefoon bieden een veilige plek en helpen kinderen en jongeren om gesprekken te voeren en hun (zelf)inzicht te vergroten. Hiermee leren ze te vertrouwen op hun eigen kracht. Zo ervaren kinderen en jongeren al op jonge leeftijd dat praten oplucht!
Zit één van jouw leerlingen met een vraag of probleem die ze (nog) niet durven, kunnen of willen bespreken in hun eigen omgeving? Verwijs dan eens naar De Kindertelefoon. Dagelijks voeren we gesprekken over uiteenlopende onderwerpen omdat ALLES bespreekbaar is. Kinderen en jongeren van 8 tot 18 jaar kunnen ons bereiken op: 0800-0432 of kindertelefoon.nl (chat & forum).
Gemiddeld 1.000 gesprekken per dag voert via chat en telefonie?
Dé vindplek voor mentale gezondheid, speciaal voor jongeren van 16 t/m 27 jaar. Met betrouwbare en begrijpelijke informatie, ervaringen van anderen en tips en tools om zelf aan de slag te gaan. Jongeren kunnen er terecht voor een luisterend oor via telefoon en chat én ontdekken welke laagdrempelige hulp er verder is, online of in de buurt. Meer info? Kijk op injebol.nl/toolkits
Periodiek onderzoek doet naar thema’s die leven onder kinderen en jongeren op basis van geanonimiseerde gespreksdata?
In je bol is een initiatief van: De Kindertelefoon, MIND, MIND Us, 113 Zelfmoordpreventie, Join Us, Transformers Community en @ease
Vrijwilligers zoekt? Vind jij het ook belangrijk dat kinderen in vertrouwen kunnen praten over álles wat hen bezighoudt en ben je goed in luisteren?
Dan is vrijwilligerswerk bij De Kindertelefoon misschien wel iets voor jou. Het vrijwilligerswerk is flexibel te combineren met je baan, gezin of hobby’s. Meld je aan voor één van onze vijf locaties: Groningen, Tilburg, Nijmegen, Amsterdam of Utrecht. Kijk voor meer informatie op: kindertelefoon.nl/vrijwilliger
Oracy, de kracht van spreken, denken en luisteren
“Een waardevol boek over het grote belang van mondelinge taalvaardigheden.” Jelle Jolles, emeritus hoogleraar
Prijs € 37,95
Auteurs Miriam Op de Beek en Bob Coenraats
ISBN 9789065083081
Sector po
Sluit aan bij de nieuwe kerndoelen Nederlands voor mondelinge taalvaardigheid.
56 activerende tools om leerlingen te coachen
Bevat 56 handige tools waarmee je het proces van zelfregulerend leren doelgericht kunt activeren, ondersteunen en begeleiden.
Prijs € 39,95
Auteurs Ariena Verbaan en Miriam Op de Beek
ISBN 9789065082640
Sector vo en mbo
Stille leerlingen die niet meedoen? Dat kan het eerste signaal van een beperkte woordenschat zijn. Maar wat als het juist die enthousiaste prater is die moeite heeft om de juiste woorden te vinden?
PrimaOnderwijs & Rezulto
Het signaleren van een woordenschatachterstand is een uitdaging waar veel leerkrachten voor komen te staan. Deze leerlingen haken af bij instructies, worstelen met begrijpend lezen en vinden het lastig een verhaal tot in detail na te vertellen. Een zwakke woordenschat is een rem op hun ontwikkeling, niet alleen bij taal, maar bij álle vakken. Woordenschat is het fundament van alle basisvaardigheden.
Fundament voor basisvaardigheden
Hoe geef je deze leerlingen het juiste duwtje in de rug? Het antwoord ligt in een gestructureerde en doelgerichte aanpak. Door goed te observeren in de klas, ontdek je welke leerlingen extra ondersteuning nodig hebben. Het geheim zit in het blijvend aanbieden van nieuwe woorden binnen een rijke, betekenisvolle context die aansluit bij de belevingswereld en de thema’s die in de klas behandeld worden. Daag leerlingen uit om te variëren met taal en niet vast te houden aan steeds dezelfde, simpele woorden.
Wanneer je als school structureel investeert in woordenschatonderwijs, zie je direct resultaat. Leerlingen bloeien op: ze begrijpen teksten beter, nemen actiever deel aan gesprekken en bouwen aan hun zelfvertrouwen. Voor jou als leerkracht biedt een aanpak als ‘Met woorden in de weer’ of ‘LOGO’ houvast om structureel met woordenschat bezig te zijn. Hiermee kun je voor de leerlingen een wezenlijk verschil maken. Dit geldt zowel voor leerlingen met Nederlands als tweede taal, als voor Nederlandstalige leerlingen die baat hebben bij extra woordenschatontwikkeling.
Een rijke woordenschat opent de deur naar een grotere wereld en creëert kansen voor iedereen. Benieuwd hoe Rezulto jou kan ondersteunen bij effectief woordenschatonderwijs? ◗
Scan en lees het hele blog op rezulto.nl
Herken de signalen dat jouw leerling moeite heeft met woordenschat.
Veel leraren herkennen het probleem: de gesprekken van je leerlingen hebben een sociale functie, maar dragen niet enorm bij aan kennis- en woordenschatontwikkeling. Wanneer je probeert om de gesprekken over koetjes en kalfjes te sturen naar de lesinhoud, loop je vast. Leerlingen zijn namelijk niet gewend om op een gestructureerde manier, geïmplementeerd in het leerproces, te spreken. Hoe kun je dit ombuigen en het spreken effectief integreren in de leerlijn?
PrimaOnderwijs & CPS Onderwijsontwikkeling en advies
Islamitische basisschool El Habib in Maastricht werkt met Oracy. Dit is een schoolbrede aanpak waarmee routines en technieken worden ontwikkeld om leerlingen communicatiever te maken, hun leerproces te verbeteren en hen te helpen zich beter uit te drukken.
Mondelinge taalvaardigheid als basis
Leerkracht Yousra Bouazza: “We kiezen ervoor om mondelinge taalvaardigheid bij alles centraal te stellen. We bouwen schoolbreed aan routines en technieken voor mondelinge taalvaardigheid en passen ze in alle vakken toe.” Deze aanpak is niet vrijblijvend, maar vormt de basis van het onderwijs op El Habib, aldus leerkracht Emel Baskaya-Serdan.
De noodzaak voor deze aanpak kwam voort uit bevindingen van het team zelf, waarbij werd vastgesteld dat de mondelinge taalvaardigheid van leerlingen achterbleef ten opzichte van andere vaardigheden. Daarnaast constateerde de directie van El Habib dat er verschillen waren in de leerkrachtvaardigheden op dit gebied en dat er behoefte was aan schoolbrede afspraken. Het implementeren van Oracy is een duurzaam proces waar scholen gemiddeld twee jaar voor uittrekken.
Positieve ontwikkelingen
De effecten van de Oracy-aanpak zijn zichtbaar, ook al is de school nog maar kort bezig. De leerlingen spreken met meer zelfvertrouwen en in langere zinnen. Ook de stillere leerlingen en leerlingen met een TOS laten zich nu horen. Zelfs de kleuters geven graag
spreekbeurten, geholpen door een praatpapier met foto’s. Yousra Bouazza: “Je ontdekt dat de stillere leerlingen óók heel veel te vertellen hebben, als ze de kans krijgen.” Een belangrijk hulpmiddel zijn de startzinnen, die leerlingen helpen om een gesprek te beginnen. “Met de startzinnen lukt het iedere leerling om te spreken in de groep.” Ook werken met gespreksrollen (zoals ‘de starter’, ‘de bouwer’ en ‘de uitdager’) zorgt ervoor dat iedereen regelmatig oefent in spreken en luisteren.
Concrete technieken en structuren
Op El Habib werd al veel aandacht besteed aan taalstimulerende activiteiten, zoals veel scholen dat doen, met extra aandacht voor woordenschat, voorlezen en taalspelletjes. Sinds september 2024 heeft het team verschillende concrete Oracy technieken en structuren ingevoerd om de mondelinge taalvaardigheid te stimuleren. Er is in korte tijd een rode draad ontstaan door de hele school waarbij mondelinge taalvaardigheid centraal staat. Structuren en routines worden visueel gemaakt, er is een enthousiaste groep kartrekkers en er wordt in alle groepen bewust omgegaan met spreekruimte en basisafspraken voor gesprekken. Leerkrachten maken tweewekelijks met ib’ers afspraken over de lessen, waarbij terugkoppeling, reflectie en coaching centraal staan. Deze structuren zorgen ervoor dat de Oracy-aanpak niet verwatert en integraal in alle vakken wordt toegepast.
De leerlingen profiteren op verschillende manieren van de Oracy-aanpak. Ze leren hun gedachten beter te verwoorden en tonen meer betrokkenheid en zelfvertrouwen. Ook de taalzwakkere leerlingen en leerlingen die voorheen stil waren, pakken nu de ruimte om deel te nemen aan gesprekken. “Er is geen moment waarop ze niet weten wat ze moeten zeggen, want ze kunnen altijd terugvallen op de startzinnen”, merkt een leerkracht op. De zinsopbouw van leerlingen is verbeterd en stiltes vallen weg in de klas. Uit onderzoek blijkt dat het schoolsucces van leerlingen in belangrijke mate wordt bepaald door hun mondelinge taalvaardigheid.
(bron: https://www.onderwijskennis.nl/themas/ mondelinge-taalvaardigheid)
Miriam Op de Beek en Yonina Pullens.
Ontwikkel de stem van alle leerlingen met Oracy
ISBN 9789065083081 www.cps-uitgeverij.nl
Samenwerking en professionalisering
Oracy begint klein. Je kunt bijvoorbeeld beginnen met korte gesprekken over de lesstof. Het krachtigst is echter om de gesprekselementen bij verschillende vakken aan te bieden. De gewoontevorming is de grootste succesfactor. De samenwerking met CPS wordt daarom bij El Habib als zeer waardevol ervaren. “We krijgen handvatten om ons gezamenlijk doel voor mondelinge taalvaardigheid te bereiken”, aldus het team. De scholing is inspirerend, praktisch en effectief, met concrete tips en voorbeelden. Bovendien leren de leerkrachten ook van elkaar door veel samen te delen en te reflecteren. Zo leren ze om niet alleen hoge verwachtingen te hebben van hun leerlingen, maar ook van zichzelf.
De school wil de Oracytechnieken de komende tijd nog verder uitbreiden naar alle vakken en het spreken en schrijven nog sterker aan elkaar koppelen. Het doel is om schoolbreed de mondelinge taalvaardigheid van alle leerlingen van groep 1 tot en met 8 te verbeteren. “We willen een school zijn die uitblinkt in mondelinge taalvaardigheid”, aldus het team. De ervaringen van El Habib laten zien dat een schoolbrede aanpak van Oracy een krachtig middel is om de communicatieve vaardigheden van leerlingen te ontwikkelen, hun zelfvertrouwen te vergroten en hun leerproces te ondersteunen.
Bij Oracy combineer je het leren spreken, leren door te spreken en leren over spreken zodat het een centrale plek heeft in het leerproces. Het is meer dan mondelinge communicatie; het omvat ook luistervaardigheden, argumentatie en het vermogen om ideeën helder over te brengen. Zo integreer je mondelinge taalvaardigheid in het curriculum, help je je leerlingen om beter te communiceren en dieper te leren.
Ieder jaar op Prinsjesdag presenteert de overheid de Miljoenennota. Om scholieren te leren wat deze nota inhoudt, is er een Miljoenennotaposter. De poster geeft een begrijpelijk overzicht van de verwachte inkomsten en geplande uitgaven van 2026. Hang deze poster op in je lokaal en je hebt de actuele cijfers altijd binnen handbereik! Handig wanneer je in de klas aandacht besteedt aan overheidsfi nanciën of gerelateerde onderwerpen.
De nieuwe Miljoenennotaposter 2026 wordt even na Prinsjesdag verstuurd aan docenten economie in het voortgezet onderwijs. Wil je ook een Miljoenennotaposter in jouw klaslokaal? Ga naar onderwijsinformatie.nl/minfin en bestel een gratis exemplaar.
Op de afbeeldingen zie je de edities van 2024 en 2025.
In het onderwijs staat het leren van basisvaardigheden centraal. Dat is al zo sinds kinderen onderwijs volgen. Ook op het vmbo is er extra aandacht voor, vooral tijdens de andere vakken.
PrimaOnderwijs & Avans+
De waarde van een taalcoördinatoropleiding volgens alumni
Petra Witte en Nancy Lamping, alumni van de opleiding Taalcoördinator, onderschrijven allebei de noodzaak voor een gestructureerde en consistente aanpak om de taalvaardigheid van alle leerlingen te bevorderen.
“Waar ik vooral naar op zoek was in de opleiding waren meer theoretische kennis en het kunnen sparren met andere collega’s over goed taalonderwijs. De opleiding heeft me de mogelijkheid gegeven om uit te kunnen zoomen van de drukte van de dag en kritisch te kijken naar wat taal- en schrijfonderwijs nu precies inhoudt”, begint Petra.
Ze vervolgt: “Vaak wordt er bij taal direct gedacht aan de Cito en de resultaten daarvan, maar ik sta graag stil bij meerdere invullingen en domeinen van taal. Zo bevat taal namelijk ook het domein schrijven en gaat het daarnaast over het stimuleren van creatief denken.”
Nancy herkent zich hier wel in en vult aan: “Ik vind het altijd leerzaam om bezig te zijn met mijn eigen ontwikkeling en bij te leren. Uit de taalmodule heb ik veel werkvormen gebruikt, enkele werkvormen kende ik nog niet dus die kon ik direct in de praktijk toepassen. Daarnaast heb ik een eigen methode voor
het gehele taalonderwijs met alle domeinen ontwikkeld en heb ik de opleiding gebruikt om de methodiek te finetunen. Dit alles geeft zelfvertrouwen en dat valt anderen ook op. Mijn directeur geeft me regelmatig de feedback dat hij me ziet groeien en ook van ouders krijg ik tijdens ouderbijeenkomsten over onze methode voor begrijpend lezen vaak terug dat het mooi is wat we hebben gemaakt.”
Stel je eigen leerroute samen: flexibel en modulair
Het uitgangspunt van onze opleidingen is altijd jouw onderwijspraktijk. Onze lerarenopleidingen zijn volledig flexibel en modulair opgebouwd. Jij bepaalt je tempo en de volgorde waarin je de opleiding volgt. Stapel modules, kies zelf wanneer je studeert en neem gerust een korte pauze als dat beter past. Alle modules zijn los te volgen, dus geen vast programma dat je verplicht moet doorlopen. Ontdek het volledige aanbod en laat jezelf én jouw leerlingen groeien op het gebied van basisvaardigheden. ◗
Scan de QR-code en verken welke opleidingen er mogelijk zijn.
Picoo brengt energie in de klas. Het is een uniek, interactief systeem zonder schermen, ontworpen om leerlingen actief en betrokken aan het werk te zetten. De slimme controllers brengen leerstof in beweging: samen leren, spelen en ontdekken.
Waarom het werkt:
Gemaakt voor spelers van 4-16 jaar
Verhoogt de betrokkenheid van leerlingen
Werkt binnen en buiten, zonder WiFi of GPS
Maakt leren fysiek, sociaal en leuk
Ga voor de back to school actie naar onze website:
www.picoo.com/news-item/b2s-2025/
HOE DOEN WE DAT?
✓ Kwalitatieve gymlessen
Met vakleerkrachten bewegingsonderwijs, structureel of op invalbasis
✓ Bewegend leren
Afwisseling tussen inspanning en ontspanning binnen de bestaande lesmethodes
✓ Pleinspelen
Actieve en inclusieve pauzes onder begeleiding van gecertificeerde sportbegeleiders, zodat leerlingen zich motorisch én sociaal ontwikkelen
DÉ BEWEEGPARTNER IN HET ONDERWIJS EN KINDEROPVANG
Voldoende beweging gedurende de dag draagt bij aan een vergroting van de leeropbrengst voor leerlingen. Wilt u uw sportactiviteiten naar een hoger niveau tillen, Sportdocent helpt!
✓ Sportieve evenementen Volledige organisatie van o.a. Koningsspelen, Pietengym en sportdagen
✓ Sportibox Verrijdbare boxen met leskaarten en materialen:
• Pleinspelen
• Kleuterlessen
• Bewegend Leren
• Klein Gymmateriaal
Must-have voor de onderbouw
Vaak wordt gezegd dat het leren lezen begint in groep 3, maar al in de groepen 1 en 2 is het belangrijk om kinderen bewust te maken van gesproken taal. Dit is een voorwaarde om in groep 3 goed te leren lezen én om latere leesproblemen te voorkomen. Daarom leer je in les 1-32 voor groep 1/2 jouw leerlingen op een interactieve manier alle aspecten rondom fonemisch bewustzijn. In de lessen 33-100 leer je jouw groep 3 lezen tot het niveau van AVI M3.
100 unieke lessen met een duidelijk uitgewerkt script
Marita Eskes & Marcel Schmeier | paperback 228 pagina’s | ISBN 9789493336377 | € 34,95
Een functioneel handschrift is van groot belang voor het leren lezen, spellen, rekenen en het opbouwen van algemene kennis. Het is dus nog altijd een belangrijke leervoorwaarde. Volgens de auteurs bieden de gangbare handschriftmethodes te weinig kennis over lettervormgeving om effectief te zijn. Handschriftproblemen hebben dan ook niets te maken met de motoriek – zoals vaak wordt gedacht – maar zijn het gevolg van tekortschietende instructie.
Effectieve schrijflessen van de kleuterklas t/m groep 8
Freek Turlings en Sanne Kuster | paperback 252 pagina’s | ISBN 97894932093 | € 27,50
Voor meer info of bestellen: www.uitgeverijpica.nl
Met Burgerschat bieden de auteurs een heldere visie op burgerschap, een doordacht didactisch model en een cyclus voor kwaliteitsverbetering. Dit boek helpt je om je eigen curriculum burgerschap te ontwerpen en te verfijnen. Het bevat concrete voorbeelden, praktische uitwerkingen en een complete leerlijn als bijlage. De leerdoelen van deze leerlijn zijn geformuleerd in termen van concreet waarneembaar gedrag. Hierdoor komt het vak burgerschap dichter bij de werkvloer dan ooit.
Sociale en maatschappelijke competenties ontwikkelen
Wijnand Gijzen & Ynte Essers | paperback 156 pagina’s | ISBN 9789493336292 | € 19,95
EDI is een manier van lesgeven waarbij jij als docent centraal staat. Elke les heeft een duidelijk lesdoel en je geeft kraakheldere instructie. Door het gebruik van wisbordjes en willekeurige beurten krijg je scherp zicht op het leren van de leerlingen en kun je jouw lessen optimaal afstemmen op hun leerproces. Doordat leerlingen moeten schrijven, overleggen en nadenken over de vragen die je stelt, worden je lessen in hoge mate actief en responsief.
EDI is te gebruiken bij alle vakken en iedere lesmethode
Marcel Schmeier | paperback 208 pagina’s | ISBN 9789493209770 | € 25,95
Gratis verzending vanaf 20 euro! (Alleen binnen Nederland)