a product message image
{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade

Page 1

Antropologisch Tijdschrift | Jaargang 27 | Nummer 3

cul In De Ban Van

Achterhoekse trots Japanse arbeid tot het einde Jouw lingerie uit de gevangenis


Colofon

Hoofdredactioneel

Onafhankelijk antropologisch tijdschrift Cul is verbonden aan de afdeling Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie van de Universiteit van Amsterdam. Hoofdredacteur Adjunct-hoofdredacteur Vormgeving Beeldredactie

Eindredactie Coördinator sociaal Reiscoördinator Penningmeester & Acquisitie Webredacteur Cover

Paola Leijssen Pascal de Haas

Lola Rogaar Sam van den Nieuwenhof Rowan Meereboer Hillinde Buist Oscar Slagveer Daniëlle Kronenburg Lucca de Ruiter Roos Metselaar Marije Nieuwland Stans de Jong Jip Leferink Yasmine Fikken Eva Frijns Rowan Meereboer

Speciale dank aan Geertje Geertsma, Marie Voerman, Linda Valkeman en Carien van Beek Tijdschrift Cul is altijd op zoek naar nieuw schrijftalent. De redactie heeft het recht bijdragen in te korten of te weigeren. Voor informatie en advertentiemogelijkheden mail naar redactie@tijdschriftcul.nl Drukkerij Andeko Graphic Oplage: 500 ISSN: 18760309 Tijdschrift Cul Nieuwe Achtergracht 166 1018 WV Amsterdam redactie@tijdschriftcul.nl www.tijdschriftcul.nl Volg ons nu ook op Facebook en Instagram! @tijdschriftcul

2

Tijdschrift Cul

Iedereen heeft wel een interesse: een passie

voor voetbal, een liefde voor duurzaam leven of een obsessie met sporten. Maar de mate waarin we ergens van in de ban van zijn, verschilt. Het kan je leven beïnvloeden, vormen, en zelfs zodanig laten veranderen dat datgene waarin je geïnteresseerd bent, het centrum van je leven wordt. Bij de redactie stond de Cul afgelopen weken weer centraal in onze levens, met een nieuw thema: In De Ban Van. We hebben hard gewerkt om deze uitgave opnieuw interessant en verrassend te maken. De variatie van onderwerpen in deze uitgave is enorm. De redacteuren hebben uiteenlopende en interessante onderwerpen uiteengezet en beschreven. In deze Cul zijn interviews, essays, columns en achtergrondartikelen te lezen over onder andere het werkethos in Japan, de afkeer tegen politiek-incorrecte scheldwoorden en het gevangenissysteem in de Verenigde Staten. Wij hopen u op deze manier te laten zien wat het inhoudt om ergens van ‘in de ban te zijn’ en welke gevolgen dat heeft op ons leven. Daarnaast komt u er misschien zelf ook wel achter waar uw verborgen interesses liggen. Wij wensen u veel leesplezier! Paola Leijssen Hoofdredacteur Pascal de Haas Adjunct-hoofdredacteur


Inhoud

Achtergrond 19 Stimming voor de stemming Rowan Meereboer Essay 22 Verliefd op de liefde Lucca de Ruiter

4

Student in beeld Marie Voerman Jip Leferink

Recensie 6 Educated Lola Rogaar Achtergrond 7 Lingerie van Prison Inc.ÂŽ Roos Metselaar Alumni 10 Carien van Beek Yasmine Fikken Reportage 12 Een vlag om niet te worden vergeten Eva Frijns

Column 24 Het was maar een grapje Stans de Jong Interview 25 Obroni wawu Marije Nieuwland Reportage 28 Het wonder van de paddenstoel Hillinde Buist Achtergrond 30 De invasie van het fandom Oscar Slagveer Column 33 Schattenjacht Pascal de Haas

Column 15 Competitiedrift is een online wereld Paola Leijssen Essay 16 Karoshi Sam van den Nieuwenhof Column 18 Zalig kraanwater DaniĂŤlle Kronenburg Tijdschrift Cul

3


Student in beeld

Student in beeld: Marie Voerman Over de vele kanten van K-pop-fan zijn K-pop, oftewel ‘Koreaanse pop’, is een mu-

ziekgenre dat de wereld verovert. De pakkende deuntjes en de fantastische muziekvideo’s hebben ervoor gezorgd dat K-pop razend populair is geworden. Marie Voerman, een tweedejaars studente antropologie en K-pop-fan, vertelt over wat het muziekgenre voor haar betekent, het fandom van K-pop en over de duistere kanten die K-pop heeft.

4

Tijdschrift Cul

Tekst Jip Leferink Beeld Sam van den Nieuwenhof

‘Het is een onderdeel van mijn identiteit in plaats van mijn volledige identiteit’


Student in beeld

Fan van K-pop Wanneer ik met Marie praat over K-pop glundert ze. Ze spreekt met enthousiasme over de artiesten, de productie en over alles wat met K-pop te maken heeft. Toen ze twaalf was kwam ze voor het eerst in aanraking met het genre. Haar liefde voor de muziek en de artiesten groeide door de jaren heen en tot op de dag van vandaag is ze een loyale K-pop-fan. Elke dag luistert ze in meer of mindere mate naar de muziek, maar ze benadrukt dat ze vooral bezig is met de sociale media omtrent het muziekgenre. Door sociale media kan ze de artiesten, die Marie idols noemt, volgen en op de hoogte blijven van wat ze doen: ‘Wie zij zijn is een heel groot onderdeel van K-pop. Het hele plaatje is belangrijk en zo wordt het ook neergezet door de industrie’. K-pop heeft Marie naar eigen zeggen erg gevormd in de afgelopen jaren. Zo is ze afgelopen zomer zelfs naar Zuid-Korea geweest en heeft het er volgens haar ook indirect voor gezorgd dat ze antropologie is gaan studeren. Het muziekgenre heeft haar geïntroduceerd aan de Koreaanse cultuur. Hierdoor merkte ze hoe leuk ze het vond om zich te verdiepen in een cultuur die ze nog niet kent. Ondanks dat het muziekgenre een belangrijke positie heeft in haar leven, benadrukt ze dat het niet haar volledige identiteit vormt. ‘Veel mensen gaan ervan uit dat je als K-pop-fan gelijk heel obsessief bent. Het is een onderdeel van mijn identiteit in plaats van mijn volledige identiteit’. Vriendschap op afstand Wat K-pop zo bijzonder maakt, is de manier waarop de artiesten worden neergezet. Om een K-pop artiest te worden moet je alles in huis hebben: je moet goed kunnen zingen, goed kunnen dansen, je moet knap zijn en je moet er zijn voor je fans. Hierdoor krijgen fans de mogelijkheid om een band te creëren met de artiesten. ‘Het is alsof je bevriend raakt met iemand. Het zijn mensen die eigenlijk heel ver van me af staan, maar zo voelt dat helemaal niet.’ De idols maken Marie blij, ze leeft heel erg mee met de artiesten. Ze vertelt opgewekt dat één van de bandleden van haar favoriete boyband EXO binnenkort gaat trouwen en dat ze dat echt fantastisch vindt. ‘Ik vind het zo fijn om iemand die je steunt zo blij en gelukkig te zien’. Ze vertelt me dat meeleven met iemand die ver weg van je staat heel fijn en ‘comfortabel’ kan zijn. De idols vervullen een rol van vrienden die er altijd voor de fans zijn. ‘Je wordt als fan echt erkend en je wordt altijd goed ontvangen. Je hebt altijd een plekje daar’. K-pop vervult op deze manier verlangens die ieder mens heeft, namelijk verlangens als vriendschap, warmte en affiniteit.

K-pop vervult verlangens die ieder mens heeft, zoals vriendschap

Niet alleen rozengeur en maneschijn Om een idol te worden moet je deelnemen aan een auditie of ontdekt worden door een agentschap. Zij zijn verantwoordelijk voor de volledige carrière van de artiesten. Ze stellen strenge contracten voor de idols op. Hierin staat dat het agentschap het dieet van de artiesten mag bepalen en zelfs mag eisen dat een artiest plastische chirurgie ondergaat, om aan het schoonheidsideaal te voldoen. Marie staat zelf niet achter deze contracten, maar ze vindt het wel mooi om te zien hoe idols hun doel nastreven. ‘Ik vind het ook iets heel tofs, dat ze zo hard werken en dat ze er zoveel voor over hebben gehad om te worden wat ze zijn. Aan de ene kant vind ik het jammer dat ze dit er allemaal voor over moeten hebben, maar aan de andere kant is het een bewuste keuze geweest en hebben ze echt iets bereikt’. De afgelopen jaren is K-pop met enige regelmaat negatief in het nieuws gekomen. Het is bekend geworden dat de mentale gezondheid van veel artiesten lijdt onder de hevige concurrentie en de agentschappen die de levens van de artiesten controleren. De rol vervullen van de ‘perfecte’ idol is haast een onmogelijke taak. Het is een ontzettend harde industrie en dit eist zijn tol. Dit kwam vooral naar buiten toen in de laatste maanden van 2019 drie artiesten zelfmoord pleegden. Marie geeft aan dat ze gek is op de muziek en de idols , maar dat ze de industrie erachter heel akelig vindt. Volgens haar vinden de agentschappen winst belangrijker dan de gezondheid van de artiesten. Haar manier om hier mee om te gaan, is om geen K-pop albums meer te kopen. Wel kijkt ze nog de YouTube video’s, om de artiesten te supporten: ‘Ik vind het lastig dat er weinig steun is vanuit de industrie voor de idols. Ze moeten gewoon meer mentale support krijgen, bijvoorbeeld door een psycholoog aangewezen te krijgen’. Marie legt uit dat dit niet alleen een probleem is binnen K-pop, maar ook binnen de Koreaanse maatschappij. ‘Korea is één van de top tien landen waar het meest zelfmoord wordt gepleegd. Er is heel veel sociale druk in Korea, er wordt heel veel van je verwacht. Het paradoxale is dus dat je als je niet succesvol wordt, je ook niet geaccepteerd wordt. Beide kanten op is het dus fout’. Positieve ontwikkelingen Marie vindt het lastig dat de industrie zo verstikkend is, maar ze zou K-pop er niet voor opgeven. Het maakt haar simpelweg heel erg gelukkig. De muziek is een constant element in haar leven en ze heeft in de afgelopen jaren een band opgebouwd met sommige idols. Wel krijgt ze vaak kritische vragen over fan zijn van K-pop in combinatie met de harde industrie die erachter zit. ‘Er wordt als fan heel vaak van je gevraagd om over je fan-zijn na te denken terwijl je het liefste de idols gelukkig wil zien zonder de hele giftige industrie erachter’. Als ik Marie vraag hoe ze denkt dat dit zich gaat ontwikkelen, vertelt ze me dat ze het toekomstbeeld positief inziet. ‘Het voordeel is dat hoe meer er naar buiten komt over de foute industrie, hoe meer idols zelf naar buiten durven te komen door te zeggen dat ze er zelf ook niet achter staan. Er komt vanuit de artiesten ook steeds meer kritiek op de labels en dat is wel een goede ontwikkeling. De negatieve aandacht van buiten gaat er misschien wel voor zorgen dat er van binnen wat gaat veranderen. Dat hoop ik ten minste.’

Tijdschrift Cul

5


Recensie

Educated Een boekrecensie over de zoektocht naar een eigen plek in de wereld Geboren op 27 of 29 september, als zevende kind van een streng mormoons gezin in Idaho, groeit Tara Westover op zonder geboortecertificaat en leidt haar leven zonder ooit voet te zetten in een ziekenhuis of school. De overheid is de duivel en kan niet vertrouwd worden, net als dokters, leraren, autoriemen en het drinken van Coca-Cola. Een moeder die kruidendokter en verloskundige is, de Bijbel en paar schoolboeken in de kelder zijn alles wat de kinderen nodig hebben om hetgeen te leren wat er volgens hun vader toe doet. Tekst Lola Rogaar Beeld Hillinde Buist In de aangrijpende, meeslepende biografie vertelt Tara Westover over de psychologische en intellectuele reis die zij in haar leven aflegde. Ze vertelt over de keuzes die ze maakte en zo een andere weg insloeg dan haar zwaar gelovige, mormoonse familie. Tegen de zin van haar vader in begon Tara, tussen haar werkuren op de schroothoop van de familie, te studeren. Aan de hand van een aantal, met plaatjes gevulde, schoolboeken voor kinderen, het Oude Testament en The Book of Mormon leerde Tara zichzelf wiskunde, het schrijven van essays en het begrijpen van de wereld om haar heen. Deze zelfeducatie leidde uiteindelijk tot haar toelating aan de Brigham Young University, waarna zij, door een studiebeurs, op Cambridge University terecht kwam en daar haar PhD in geschiedenis behaalde. Het boek volgt de ontwikkeling van Tara’s perspectief ten opzichte van haar strenggelovige, eigenzinnige familie. Een familie die leeft volgens vaders angstige, paranoïde wereldbeelden en ideeën over het einde van de wereld. Zij zagen de wereld door de ogen van hun vader. De lezer wordt meegetrokken in Tara’s wereld, in haar acties, gedachten en weifelingen. Het is zo knap geschreven dat iedereen de stress ervaart van de moeilijke keuzes en situaties waar Tara voor komt te staan. Iedereen komt in zijn of haar leven weleens voor keuzes te staan waarbij de afwegingen enorm in balans staan; waarbij het absoluut niet duidelijk is wat nou de beste weg naar een goed en gelukkig leven is. In die zin is de kern van

6

Tijdschrift Cul

Educated, hoe absurd, gruwelijk en bijna ongeloofwaardig

de gebeurtenissen in het boek ook zijn, herkenbaar voor de lezer. Het roept vragen op als ‘Wie ben ík in de wereld?’, ‘Hoe ben ik aan mijn kennis en perspectieven gekomen?’ en ‘In hoeverre laat ik mijn wereldbeeld beïnvloeden door mijn dierbaren en door de mensen om mij heen?’. Het boek opent de deuren naar een voor velen onbekende wereld. Een wereld die, van buitenaf gezien, herkenbaar is als de wereld waarin wij allen leven. Dit verhaal zoomt echter in op individuen die dezelfde fysieke wereld op zo’n andere, perceptuele wijze waarnemen, dat de wereld met haar geschiedenis, wetenschappen en vanzelfsprekendheden zoals wij die kennen verdwijnt en plaatsmaakt voor een nieuwe parallelle wereld: zoals de wereld gezien door de ogen van een strenggelovig mormonen gezin uit Idaho.


Achtergrond

Lingerie van Prison Inc.®

De economische en racistische wortels van overvolle Amerikaanse gevangenissen Sinds 1980 is het aantal gevangenen in de Verenigde Staten (VS) met zo’n 500% toegenomen, terwijl het aantal misdaden juist is gedaald. Deze schokkende cijfers zijn niet enkel een indicatie van de Amerikaanse fascinatie met gevangenissen, maar vertellen een veel heftiger verhaal. Ze laten ons de gevolgen van de obsessies met ras en geld zien, die geworteld zijn in de Amerikaanse samenleving. Wanneer je het gevangenissysteem ontrafelt, wordt duidelijk dat slavernij in de VS nooit écht is afgeschaft. Op de plek waar vroeger de Angola Plantage te vinden was, staat nu Louisiana State Penitentiary, in de volksmond ook wel ‘the farm’ genoemd. Op foto’s van de gevangenis is een lange rij zwarte mannen met schoffels te zien. De mannen worden in de gaten gehouden door een witte man op een groot paard. Het beeld vormt een schrijnende overeenkomst met de slavernij die nog geen tweehonderd jaar geleden op dit terrein plaatsvond, vooral wanneer je weet dat de gevangenen onderweg zijn om onder andere katoen te oogsten. In de VS zijn honderden gevangenissen zoals ‘the farm’. Alleen al in de staat Californië kan je een route van zo’n negenhonderd mijl afleggen langs de stalen hekken van gevangenissen, ongeveer dezelfde afstand als van Amsterdam naar Florence. Langs de route zie je 33 mega gevangenissen en 57 kleinere gevangenissen. Het grootste deel van dit enorme aantal gevangenissen is gebouwd na 1984. In 2016 zaten van elke honderdduizend Amerikanen, 655 Amerikanen opgesloten. Ter vergelijking: in Duitsland waren dit op hetzelfde moment maar 77 van elke honderdduizend inwoners. Waarom is het aantal gevangenen in de VS sinds de jaren 70 en 80 tot zo’n enorm niveau gegroeid?

Tekst Roos Metselaar Beeld Rowan Meereboer

Zijn we kleurenblind? De enorme obsessie van Amerikanen met gevangenissen begon tijdens de presidentschappen van Nixon en Reagan. Beide presidenten legden de focus op een drugsepidemie die Amerika in zijn greep hield en opgelost moest worden door een ‘oorlog’

Tijdschrift Cul

7


Achtergrond

tegen drugs. Het klinkt logisch dat een toename in het gebruik van drugs en de daaropvolgende strengere wetgeving van deze presidenten hebben geleid tot een toename van het aantal gevangenen. Toch is dit niet het hele verhaal. In deze verklaring wordt de toename van gevangenen gezien als een toevallige reactie op een toename in misdaad. De criminaliteitscijfers begonnen in de jaren 80 echter alweer te dalen, terwijl de strengere wetgeving en de bouw van nieuwe gevangenissen bleven toenemen. Burgerrechtenadvocaat Michelle Alexander geeft in haar boek The New Jim Crow een nieuwe verklaring voor het fenomeen massa-opsluiting. Het opsluiten van zwarte Amerikanen is volgens haar een nieuwe vorm van racisme. Door middel van overheidsbeleid zouden zwarte Amerikanen bewust tot gevangenen gemaakt worden. Alexanders theorie klinkt misschien wat vergezocht. In eerste instantie lijkt het idee dat Amerikanen al decennia lang bewust worden opgesloten een complottheorie, en daarnaast: in de moderne samenleving zijn we toch kleurenblind? Vertelt de American Dream ons niet dat iedereen alles kan bereiken ongeacht de kleur van je huid? Als dat waar is, hebben al die gevangenen dan niet gewoon verkeerde keuzes gemaakt?

Racistische wetgeving Michelle Alexander onderbouwt haar argument met een analyse van het Amerikaanse drugsbeleid sinds de jaren 70. In 1984 werd bijvoorbeeld de Sentencing Reform Act doorgevoerd, waarin voor veel misdrijven verplichte minimumstraffen werden vastgesteld. Deze minimumstraffen waren vooral van toepassing op geweldloze drugsmisdrijven. Ook werden nieuwe drugs illegaal gemaakt, waarvan crack cocaïne één van de belangrijkste was. Sinds de invoering van de Anti-Drugs Abuse Act in 1968 staat er op de verspreiding van vijf gram crack cocaïne een minimum gevangenisstraf van vijf jaar. Voor de verspreiding van cocaïne in poedervorm krijg je die straf pas bij vijfhonderd gram. Omdat crack cocaïne aanzienlijk goedkoper was, werd dit vooral gebruikt door de arme zwarte bevolking, terwijl rijkere witte Amerikanen vooral cocaïne in poedervorm gebruikten. Door dit verschil in wetgeving werden arme Amerikanen van kleur dus veel zwaarder gestraft voor hun drugsmisdrijven. Regelmatig werden deze straffen nog hoger door de zogenoemde ‘three strikes’-wetten, die ervoor zorgden dat een derde overtreding een hogere straf opleverde. Een klein, geweldloos delict kon in sommige gevallen zelfs leiden tot een levenslange gevangenisstraf. In samenspel met, soms onbewuste, vooroordelen bij de politie en andere gerechtsambtenaren, hebben deze wetten een enorm aantal arme, met name zwarte gevangenen op-

8

Tijdschrift Cul

geleverd. Uit onderzoek van het Bureau of Justice Statistics blijkt dat één op de drie zwarte Amerikaanse mannen ooit in zijn leven in de gevangenis belandt. Voor een witte man is dit ‘slechts’ 6%. Zo’n gevangenisstraf heeft ook na afloop grote gevolgen. Amerikanen die eerder zijn veroordeeld voor drugsmisdrijven hebben bijvoorbeeld geen recht meer op overheidshulp, zoals voedselbonnen. Van sommige ex-gevangenen wordt ook permanent het stemrecht afgenomen. Het standpunt van Alexander klinkt na deze informatie minder extreem. Je zou inderdaad kunnen zeggen dat er sprake is van een nieuwe vorm van onderdrukking, die gelijkenis vertoont met het eerdere systeem van Jim Crow. Haar argument wordt nog aannemelijker als je kijkt naar wat soms het belangrijkste onderwerp in de Amerikaanse samenleving lijkt: geld. Slavernij na 1865 Slavernij was nooit enkel een systeem van racistische uitsluiting, maar was ook een economisch systeem. Door slaven te gebruiken als vorm van goedkope arbeid verdienden de slaveneigenaren groot geld aan hun ‘bezittingen’. In 1865 werd de slavernij afgeschaft, maar het systeem verdween niet. Het convict lease system was een getransformeerde versie van dezelfde onderdrukking. Na de afschaffing van de slavernij werden ‘black codes’ ingevoerd, waarin voormalige slaven verplicht werden jaarlijkse arbeidscontracten te tekenen. Wanneer ze dit weigerden of werden betrapt op dakloosheid, kwamen ze in de gevangenis terecht. Die gevangenis kon de voormalige slaven vervolgens weer ‘uitlenen’ aan plantages. Door te werken, konden de gevangenen hun vrijheid terugverdienen, maar in werkelijkheid bleek dit vrijwel onmogelijk. Op deze manier werd er ook na de afschaffing van de slavernij nog geprofiteerd van goedkope slavenarbeid. Filosofe, schrijfster en activiste Angela Davis stelt dat hetzelfde nu gebeurt in Amerikaanse gevangenissen. Haar theorie, die zich vormt rondom het concept ‘penitentiair-industrieel complex’, is gebaseerd op het eerdere militair-industriële complex, een term die geïntroduceerd werd door president Eisenhower.


Achtergrond

Het militair-industriële complex is een omschrijving voor de belangrijke rol van de oorlogsindustrie in de Amerikaanse economie tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Vlak voor de oorlog vond er een grote economische depressie plaats. Om economische groei weer aan te wakkeren investeerde de Amerikaanse overheid flink in de oorlogsindustrie. Tijdens de oorlog groeide de productie van wapens van 1% van het bruto binnenlands product naar ruim 40%. Het militair-industriële complex was de manier om de economische voordelen van de oorlog ook na de oorlog te behouden: de oorlogsindustrie werd voortgezet, met als argument dat de VS dan altijd klaar zou zijn voor een oorlog. Angela Davis beargumenteert nu dat dit systeem zich heeft ontwikkeld en dat gevangenissen ook onderdeel van het industriële complex zijn geworden: het penitentiair-industrieel complex. Geld verdienen aan opsluiting Als je naar de gevangenis als economisch systeem kijkt, zie je dat er in deze institutie veel kapitaal rondgaat. Zowel de bouw als het dagelijks functioneren van de gevangenis kan gebruikt worden om economische groei op gang te brengen. Ten eerste leveren de constructie en het onderhouden van de gevangenissen nieuwe banen op. Er moeten bedrijven worden ingeschakeld om het gebouw neer te zetten, maar ook om het schoon te houden, om voor het eten te zorgen en om de gevangenen te bewaken. Volgens sociaal-geografe Ruth Wilson Gilmore is de locatie van de gevangenissen dan ook niet toevallig. In haar boek Golden Gulag gebruikt ze de staat Californië als voorbeeld om te laten zien dat nieuwe gevangenissen vaak worden gebouwd op plaatsen waar eerder kapitaal is weggetrokken en veel werkloosheid is. Een nieuwe gevangenis betekent op deze plekken optimisme: het is een mogelijkheid om de economie weer op gang te helpen. Naast de bouw en het onderhoud van de gevangenissen, bestaat er ook een industrie buiten de gevangenissen. Zo zijn er bedrijven die zich specialiseren in cadeaus voor gevangenen. Op de website van iCare kan je in een aantal stappen een gevangene in een Amerikaanse gevangenis vinden en vervolgens een cadeau sturen dat volledig voldoet aan de eisen van de gevangenis. Vaak zijn de pakketten op dit soort websites duurder dan in een normale winkel, maar familieleden van gevangenen hebben weinig andere keuze omdat veel gevangenissen niet toestaan dat bezoekers cadeaus meenemen. Dit soort bedrijven verdienen flink aan deze gevangenis-industrie en dat komt niet alleen door de hoge prijzen, maar ook door een ander belangrijk onderdeel van het penitentiair-industrieel complex: de drie grootste bedrijven die dit soort cadeaupakketten leveren, waaronder het bovengenoemde iCare, hebben hele goedkope werknemers, namelijk de gevangenen zelf. Het bedrijf Union Supply Direct gaf in 2014 toe dat het gevangenen onder andere inzet voor het schoonmaken van vriezers en het in elkaar zetten van elektronica. Het jaarlijkse loon voor een gevangene die dit fulltime doet is 1248 dollar, een bedrag dat een Amerikaan, uitgaande van het minimumloon van $7,25 en een werkweek van veertig uur, eigenlijk in iets meer dan een maand zou moeten verdienen. Hier zit de maas in de Amerikaanse wet, waar bedrijven maar wat graag gebruik van maken: in gevangenissen geldt geen minimumloon. De Amerikaanse grondwet stelt dat slavernij strafbaar is, tenzij iemand is veroordeeld voor een misdaad. Het inzetten van gevangenen voor minder dan het mini-

mumloon is dus hartstikke legaal. Volgens historicus Heather Ann Thompson verdienen gevangenen ongeveer tussen de 0,13 en 0,32 dollar per uur. De gevangenen die voor Union Supply Direct werken zou je dan dus nog ‘geluksvogels’ kunnen noemen. Niet alleen bedrijven die direct verbonden zijn met de gevangenis-industrie maken gebruik van deze moderne vorm van slavernij. Zo zijn de Game Boys van Nintendo die je vroeger misschien wel hebt gebruikt, de uniformen van werknemers van de Amerikaanse McDonald’s en de koffiebonen van Starbucks ingepakt en gemaakt door gevangenen. Ook in de populaire netflix-serie Orange is the new black is gevangenisarbeid terug te zien: de vrouwen werken als naaisters voor het fictieve lingeriemerk Whispers. Wat weinig mensen weten, is dat deze verhaallijn is gebaseerd op een echte situatie. In de jaren 90 werd de lingerie van Victoria’s Secret gemaakt door bewoners van een gevangenis in South Carolina. Wanneer de gevangenen in de serie in een catalogus de prijzen zien van de lingerie die zij hebben gemaakt, zegt hoofdrolspeelster Piper: ‘And I get 45 cents to make them. It’s basically slave labor’. Ze heeft helemaal gelijk. De beweging die pleit voor het hervormen van gevangenissen groeit. Presidentskandidaat Bernie Sanders gebruikt in zijn plannen zelfs de term penitentiair-industrieel complex, een term die voorheen vooral door activisten werd gebruikt. Hij pleit voor minder gevangenen en meer rechten. De vraag is echter of dit genoeg is. Ook de roep om het afschaffen van gevangenissen klinkt steeds luider. Ik denk dat het vooral belangrijk is dat we ons, ook in Nederland, afvragen: is het huidige gevangenissysteem wel de juiste manier om onze samenleving beter en veiliger te maken?

De Game Boys die je vroeger hebt gebruikt zijn misschien wel gemaakt door gevangenen

Tijdschrift Cul

9


Alumni

Alumnus aan het woord: Carien van Beek

De zoektocht van een dochter naar haar vaders tumultueuze oorlogsverleden Journalist, televisiemaker en antropoloog Carien van Beek vertelt over de weg naar haar eerste boek Verscheurd Verleden, een bewogen, waargebeurd verhaal over Cecilia en de zoektocht naar haar vaders oorlogsverleden. Hoe kon het dat George, de jazz-liefhebbende deelnemer aan de Februaristaking, in 1942 met de Waffen-SS richting Stalingrad marcheerde? George zag zijn fout snel in en legde een jaar later, in 1943, de verzetseed af na succesvol gedeserteerd te zijn uit het nazi-leger. Tekst Yasmine Fikken Beeld Sam van den Nieuwenhof

10 10

Tijdschrift Cul Tijdschrift Cul

Carien van Beek studeerde op latere leeftijd antropologie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Als reisjournaliste voor verschillende tijdschriften was ze voor haar dertigste al drie keer de wereld rond geweest. Al deze reiservaringen wekten een verlangen bij haar op om meer inzicht in cultuur en maatschappij te krijgen dan de veelal vluchtige journalistiek haar kon bieden. Na het realiseren van haar andere droom om een eigen reisprogramma te maken voor televisie, besloot Carien meer diepgang te zoeken en weer te gaan studeren. Na het proberen van een aantal verschillende studies aan de UvA, kwam ze uiteindelijk bij antropologie uit, een natuurlijke keuze voor iemand met interesses in reizen en cultuur. In 2007 behaalde ze haar master antropologie, met een focus op Japanse cultuur. Via de UvA kon ze als freelance docent aan de HOVO (Hoger Onderwijs Voor Ouderen) in Utrecht een collegereeks over Japanse cultuur en geschiedenis geven. Toen ze een aantal jaar na haar afstuderen in contact kwam met Cecilia Debagis verschoof haar focus van Japan


Alumni

naar het Nederlandse oorlogsverleden. Cecilia was er onlangs via geruchten in haar familie achter gekomen dat haar vader George tijdens de Tweede Wereldoorlog bij de Waffen-SS had gezeten. Compleet in shock door deze informatie begon ze een lange zoektocht naar haar vaders verleden. Deze zoektocht bracht haar op talloze locaties: niet alleen binnen Nederland, maar ook naar Rusland tijdens een winter van -26 graden om George’s mars met het nazi-leger naar het huidige Wolgograd na te lopen. Goed of fout? Carien vertelt dit verhaal in Café Schiller aan het Rembrandtplein in Amsterdam, een plek waar George in het verleden graag kwam. Voor het uitbreken van de oorlog was George een zanger, crooner, in een jazzband, een muziekstijl waar de nazi’s een expliciete hekel aan hadden vanwege de Afro-Amerikaanse, in nazi-ogen ‘inferieure’, oorsprong en Joodse invloeden. In 1941 liep George mee met de Februaristaking tegen de bezetting. Hij was zelfs actief in het verzet, iets dat maar weinig andere Nederlanders in die tijd deden. Niks wees erop dat George op het punt stond om nazi-Duitsland te steunen. Toch tekende hij eind april 1942 op eenentwintigjarige leeftijd voor deWaffen-SS. In haar zoektocht naar de waarheid vond Cecilia de dagboeken van George die hij schreef in de tijd dat hij bij de Waffen-SS zat. Hij schreef gelijk ‘ontnuchterd’ te zijn op het moment dat hij bij zijn opleidingskamp aankwam. George wilde het liefst direct weer weg. Hij besloot om met een list te deserteren. Zijn vertrek plannen werden verstoord toen alle SS-troepen in november 1942 opgeroepen werden om naar het Oosten te trekken om Stalingrad te ontzetten. George moest mee. Iets meer dan een jaar later, in de zomer van 1943, lukte het hem wel om te deserteren. Hij wist met de hulp van een ‘goede’ Duitser weer in Nederland terecht te komen. Zijn oude verzetsvrienden en de Rooms-Katholieke kerk hielpen George zich te verbergen voor het naziregime. Voor deserteurs rest immers alleen een kogel. Vervolgens maakte George tot het einde van de oorlog deel uit van het gewapend verzet.

Al is de leugen nog zo snel Na de oorlog werd George door een bekende verraden en belandde hij uiteindelijk in Kamp Vught. Drie jaar lang zat hij zonder proces vast in verschillende interneringskampen, verschrikkelijke plekken waar naoorlogse woede en vergelding heersten. Toen zijn proces eindelijk voorkwam, werd hij onder meer veroordeeld op basis van een dubieus document. Vervolgens besloot George de oorlog te begraven. Zijn dochter Cecilia zou dit verhaal nooit van hem horen. De waarheid kwam echter toch boven tafel en na haar vaders overlijden hoort Cecilia de roddels over zijn verleden voor het eerst. Een zoektocht van zeven jaar volgt voordat Cecilia uiteindelijk de gehele waarheid, waar die nog te vinden was, heeft gevonden. Met behulp van archieven en oude vrienden van George, of nabestaanden van deze, weet ze zijn verleden zo goed mogelijk aan elkaar te puzzelen. Toch blijven er door het lange zwijgen voor altijd stukjes ontbreken. ‘Het verhaal van George en Cecilia is natuurlijk een heel persoonlijk verhaal, maar het geeft tegelijkertijd veel maatschappelijke context weer’. In haar nog te verschijnen boek, bij uitgeverij Schaep 14, over dit bijzondere verhaal getiteldVerscheurd Verleden, weerlegt Carien een aantal hardnekkige mythes over het Nederlandse oorlogsverleden. Met behulp van haar antropologische blik, de geschiedenis van George en de daaropvolgende zoektocht van Cecilia geeft ze de lezer ook een beeld van de Nederlandse samenleving voor, tijdens en na de oorlog. Ze laat zien dat de waarheid veel gecompliceerder was dan het populaire beeld van ‘goede’ Nederlanders en ‘slechte’ Duitsers. Ook legt ze haar vinger op de zere plekken wanneer ze praat over de pijn die het lange zwijgen over de gebeurtenissen tijdens de oorlog met zich mee bracht zelfs nu, meer dan zeventig jaar na de oorlog, blijven er gaten in onze kennis over deze zwarte bladzijde in de geschiedenis. Carien hoopt door het verhaal van Cecilia en George te publiceren, anderen te inspireren om genuanceerder op het Nederlandse oorlogsverleden te reflecteren, dit lange zwijgen te doorbreken en zo ook de duistere kanten van deze bladzijde het licht te laten zien.

KOM BIJ DE KRING Afgestudeerd! En dan? Antropologen belanden na hun studie in zeer diverse beroepen die niet altijd (direct) gerelateerd zijn aan de studie. De kans is groot dat je na verloop van tijd binding met je vakgebied en de academische wereld kwijtraakt. Zonde, nietwaar? Wil je na je studie graag op de hoogte blijven van de ontwikkelingen in jouw vakgebied? In contact blijven met studiegenoten en docenten? Word dan lid van de Kring Antropologie/Amsterdams Netwerk Cultureel Antropologen (ANCA).

Wat heb ik aan mijn lidmaatschap? - Gratis toegang tot activiteiten van de Kring Antropologie (borrels, lezingen, filmavonden). - Gratis lenerspas voor de UvA-universiteits bibliotheken. - Gratis toegang tot de jaarlijkse alumnidag van de UvA. - Flinke korting op UvA-voorzieningen (zoals: Universitair Sportcentrum en UvA-colleges). Kijk voor meer informatie op: www.uva-alumni.nl/antropologie Tijdschrift Cul

11


Reportage

Een vlag om niet te worden vergeten Reportage over de populariteit van de vlag die Achterhoekers een identiteit geeft Op de fiets van station Doetinchem naar het huis van mijn ouders, word ik overspoeld door een groene golf van vlaggen. Elk bezoek lijken er weer een paar bij te zijn gekomen. Zelfs de mutsen en sjaals zijn steeds vaker groen gekleurd. Waar de gemiddelde Achterhoeker zich geen leven meer zonder kan voorstellen, heeft het overgrote deel van Nederland er nog niet naar omgekeken. Tekst Eva Frijns Beeld Rowan Meereboer & Eva Frijns

In 2018 hebben een aantal Achterhoekse organisaties, waaronder de Zwarte Cross en Grolsch, de Achterhoekse vlag in het leven geroepen. Het doel van de organisatoren was om Achterhoekers, in het bijzonder de jongeren, iets te geven om trots op te zijn. Zij mogen volgens de initiatiefnemers namelijk best wat trotser zijn op hun identiteit. Met een vlag hopen ze hieraan bij te dragen. Vooral voor de jongeren was er in de voorgaande jaren namelijk weinig om trots op te zijn. De meesten, waaronder ikzelf, verhuisden uit de regio en zullen waarschijnlijk niet terugkeren vanwege het slechte

12

Tijdschrift Cul

toekomstperspectief in de regio. Dit overheersend negatieve beeld veranderde in augustus 2018 toen op de Zwarte Cross de Achterhoekse vlag werd geĂŻntroduceerd. De niet-Achterhoekers feestten vrolijk door, terwijl voor de identiteit van de Achterhoekers een historische verandering plaatsvond. Weer terug in de Achterhoek en overspoeld door de hoeveelheid vlaggen, vraag ik me af waar dit enthousiasme vandaan komt en wat deze Achterhoekse vlag eigenlijk betekent voor verschillende Achterhoekers.


Reportage

Tijdschrift Cul

13


Achtergrond

Woar bu’ j vaan? (Waar kom je vandaan?)

Bij mijn ouders thuis aan de keukentafel is de vlag vaak een onderwerp van discussie. Waar mijn vader zo ver mogelijk van de vlag weg blijft, wil mijn moeder er juist graag een sticker van op de auto plakken. Wanneer ze dan buiten de Achterhoek rijdt, kan ze zo haar trots over de Achterhoek uitdragen. Vaak geconfronteerd met negatieve stereotypes over Achterhoekers als dom en boers, ziet mijn moeder de vlag als een kans om hiertegen in te gaan. Ze hoeft zich niet meer te schamen om Achterhoeker te zijn en kan ze op deze manier laten zien: ‘Ik ben blij om bij de Achterhoek te horen.’ Mijn moeder is niet de enige die de Achterhoekse vlag graag laat zien buiten de Achterhoek. Zo is er bijvoorbeeld een Facebook-pagina waarop foto’s worden geplaatst van de vlag die wappert in het buitenland, van Vietnam tot aan Aruba. Maar ook dichter bij huis wordt de vlag enthousiast gebruikt, bijvoorbeeld door verschillende studenten die uit de Achterhoek zijn verhuisd in verband met hun studie. Quita (22), student in Leiden, heeft bijvoorbeeld vol trots de vlag in haar kamer in Leiden hangen. Op deze manier kan ze aan haar vrienden in de Randstad laten zien waar ze vandaan komt. Zoals de Achterhoek met haar vlag niet vergeten wil worden, wil Quita de Achterhoek niet vergeten. Het doel van de initiatiefnemers om door middel van de vlag jongeren zoals Quita meer te verbinden met de Achterhoek lijkt dan ook geslaagd. Of deze jongeren uiteindelijk na de studie terug zullen verhuizen blijft alleen nog de vraag. In het geval van Quita zal dit waarschijnlijk niet gebeuren. Hoewel ze het zelf graag zou willen, ziet zij namelijk weinig carrièremogelijkheden voor zichzelf in de Achterhoek. Veel Achterhoekse jongeren denken er hetzelfde over. De vlag is echter niet de enige manier waarop initiatiefnemers jongeren met de Achterhoek proberen te verbinden. Met het geld dat de verkoop van de vlag opbrengt, worden ook initiatieven gesteund om de leefbaarheid voor jonge mensen in de Achterhoek te vergroten. Naast de symbolische waarde van de vlag, draagt deze dus ook financieel bij aan de toekomst van de regio. Dit wordt dan ook als reden aangedragen door onder andere de Gemeente Doetinchem om voor het gemeentehuis deze vlag uit te hangen.

I’j bunt niet van hier, dat ku’j wel marken (Jij komt

hier niet vandaan, dat kun je wel merken) De vlag als symbool voor de Achterhoek werd in 2018 met groot enthousiasme ontvangen, niet alleen omdat deze de Achterhoekse identiteit bevestigde maar ook omdat de vlag een symbool tegen de Randstad vormde. Zo stelt Ben (61), al twintig jaar wonend in de regio, dat ‘de populariteit van de Achterhoekse vlag ook wel eens te maken kan hebben met een gevoel dat bij de mensen leeft dat de Achterhoek achtergesteld wordt tegenover de Randstad’. De vlag bouwt volgens hem voort op een Achterhoeks saamhorigheidsgevoel tegenover dat van de Randstedelingen.

14

Tijdschrift Cul

Een collectieve identiteit, zoals het zijn van een Achterhoeker, zet zich vaak tegen iets af, door bijvoorbeeld gemeenschappelijke kenmerken te benadrukken. In elk gesprek dat ik voerde met Achterhoekers werd dan ook het specifieke, gemeenschappelijke karakter benadrukt. Zo zou een typische Achterhoeker zich bijvoorbeeld onderscheiden door zijn nuchterheid en de liters bier die er gedronken worden. Oury (37), volkszanger in Doetinchem, zegt dan ook dat het verschil tussen hem en zijn ‘echte’ Achterhoekse vrienden is dat zij na liters bier nog steeds rechter kunnen lopen dan hij na één cola. Ondanks dat hij is opgegroeid in Doetinchem voelt hij zich geen ‘echte’ Achterhoeker omdat hij hier niet geboren is, maar in Amsterdam als zoon van een Nederlandse moeder en Israëlische vader. Toch zou ook de openheid en tolerantie van de regio kenmerkend zijn. Zo stellen de initiatiefnemers van de vlag bijvoorbeeld dat ‘Achterhoekers vreemdelingen net zo lang bier gaven totdat het geen vreemdelingen meer waren’. Iedere inwoner van de Achterhoek hoort er dus na een paar biertjes bij en de vlag is hier een uiting van. Toch leeft dit sentiment niet bij iedereen. Bij de moskee in Doetinchem hangen alleen de Nederlandse en de Turkse vlag. Erkan, bestuurslid van deze moskee, vertelt: ‘De verbondenheid met de Achterhoek en dit tot uiting brengen door bijvoorbeeld de Achterhoekse vlag, leeft nog niet onder onze gemeenschap.’ Hij ziet het ophangen van de vlag, naast de Nederlandse en Turkse vlag, wel als mooie manier om verbondenheid met de Achterhoek te creëren. Hier is het er alleen nog niet van gekomen. Toevallig heeft hij zelf wel een sticker op zijn auto. Ook ikzelf heb een tijd een sticker van de vlag op mijn mobiel geplakt. Hiermee hoopte ik eigenlijk vooral mezelf het gevoel te geven dat ook ik op een manier deel ben van de Achterhoek. Daar opgroeiend had ik namelijk vaak het gevoel dat ik, als lesbienne, er niet thuis hoorde. Het metaforische Achterhoekse biertje heb ik helaas niet zo vaak gezien. Maar gewapend met de vlag geplakt op mijn mobiel, hoopte ook ik het gevoel weer te krijgen dat de Achterhoek mijn plek is. Met haar groen gekleurde vlag biedt de regio voor velen al een thuis. Hopelijk is er in de toekomst ook ruimte voor anderen.


Column

Competitiedrift in een online wereld Het alsmaar meer en beter willen doen Tekst Paola Leijssen Beeld Oscar Slagveer

Dat we in een prestatiemaatschappij leven is oud nieuws. De één is er misschien gevoeliger voor dan de ander, maar iedereen heeft ergens wel een competitieve zelf. Is het niet op het gebied van werk, dan is het wel bij sport. De lat moet steeds hoger worden gelegd en wanneer je eindelijk het doel hebt bereikt waar je zolang naar toe hebt gewerkt, wil je meer en meer. Er is geen stop, geen rem. Daar is de prestatiegerichte sport-app Strava een heel goed voorbeeld van. De app registreert door middel van het GPS-systeem je routes en analyseert je sportprestaties. Ook kan je foto’s delen, worden mijlpalen beloond in een virtuele ‘trofeeënkast’ en kunnen mensen hun activiteiten vergelijken met anderen. Je kan iedereen die de app heeft volgen, van vrienden en familie tot bekende topatleten. En dat maakt de app juist zo leuk. Prestaties in hardlopen en wielrennen worden het meest geüpload, maar ook andere sporten zoals zwemmen, skiën, roeien, gewichtstraining worden met de buitenwereld gedeeld. De activiteiten van je volgers kan je vervolgens ‘kudos’ geven, de ‘ik-vindhet-leuk’ knop van Strava. Deze kudos geven je voldoening en een zetje in de rug. Je wilt je bewijzen, niet alleen aan jezelf, maar ook aan anderen. En dan kom je in een vicieuze cirkel. Je bent lekker aan het sporten. Je wordt steeds beter. Je gaat meer sporten. Je gaat jezelf vergelijken met mensen die betere tijden hebben dan jijzelf en je denkt: dat wil ik ook. Je verlegt steeds je doelen en merkt dat je steeds beter presteert. Het is een verslaving. Zit je eenmaal in die (runners) high, dan wil je alleen nog maar meer en meer. Het voldane gevoel na een

activiteit geeft je nog meer drang om te gaan sporten. Het geeft je een kick. Maar dat niet alleen. Je leert ook andere routes kennen doordat je ziet waar mensen allemaal sporten: van een rondje rennen door het Central Park tot wielrennen in de Provence tot roeien op de Amstel. Het haalt je uit je ‘rituele’ rondje. Doordat Strava je activiteiten analyseert zie je ook je persoonlijke records en hoe je hebt gepresteerd in het algemene klassement, wat weer die competitiedrift naar boven brengt. Want waarom vijftigste in het klassement zijn als je ook in de top tien kan eindigen? Dus verleg je je grenzen weer en verbeter je je tijd. Zo zal de cirkel altijd rond blijven gaan. Echter is niet bij iedereen de drift tot prestatie zo sterk. Laatst vertelde ik een vriend dat ik erg teleurgesteld was dat ik 3 seconden boven mijn streeftijd zat van een hardloopsessie. Ook wanneer ik erg ontevreden ben over mijn activiteit, ik de sessie op privé zet zodat alleen ik hem kan zien. Hij moest enorm lachen. Hij gebruikt zelf ook de app maar heeft totaal geen drang om zichzelf voortdurend boven de anderen te willen bewijzen. De activiteiten van zijn volgers hebben maar weinig invloed op zijn eigen sportprestaties. Wel gaf hij toe dat wanneer Strava zijn activiteit niet goed had opgeslagen of het GPS-systeem niet werkte hij het gevoel had dat hij voor niks had gesport. Dat hij daar enorm gefrustreerd om kon worden. Ik kon me daar totaal in vinden en ik denk dat iedereen die Strava heeft het herkent. Soms vraag ik me dan af: waar zijn we toch met zijn allen mee bezig?

Tijdschrift Cul Cul Tijdschrift

15 15


Essay

Karoshi

Sterven als gevolg van overmatig werk in het land van de rijzende zon Japan is waanzinnig. Dat is een mening die door veel mensen gedragen wordt: het land van perfectie, schone straten, onweerstaanbaar eten en indrukwekkwende cultuur. Japan is Japan. En het is schitterend. Toch zit er een keerzijde aan de schoonheid van ‘het land van de rijzende zon’. De werkcultuur die er heerst is met geen ander land te vergelijken. Het werkethos van Japanners kan in veel gevallen desastreuze gevolgen hebben. Tekst & Beeld Sam van den Nieuwenhof Volgens de arbeidswet in Japan, die in 1987 zijn intrede deed, bestaat een werkweek uit maximaal veertig uur. De realiteit is echter anders. In 2014 werkte 30% van de Japanse mannen 49 uur of meer. Een slordige 10% van de vrouwen deed hetzelfde. Overwerken hoort er nu eenmaal bij volgens veel Japanners. De gevolgen van een ontevreden baas kunnen ernstige vormen aannemen. Eenzaamheid en een maatschappij die je afstoot, zijn maar enkele voorbeelden. Mocht je je baas wel tevreden willen houden dan zijn werkweken van dik zestig uur ‘normaal’. Wie niet mee kan of wil zal op de blaren moeten zitten.

16

Tijdschrift Cul

Arbeid macht nicht frei

De Duitse veronderstelling dat arbeid ons vrij zal maken gaat voor veel hardwerkende Japanners niet helemaal op. Karoshi, ofwel dood door werk, is één van de gevolgen van de uitputtende, stressvolle werkweken waar veel Japanners mee te maken hebben. Fysieke kwalen zoals fatale hartinfarcten en hersenbloedingen zijn vaak direct te linken aan de enorme werkdruk waar Japanners onder leiden. De hiërarchische cultuur, die in het overgrote gedeelte van Japan heerst, zorgt bij veel werknemers voor het idee dat je niet eerder naar huis mag dan een hoger geplaatste collega. Wanneer de werkgever of leidinggevende, die door de norm omtrent hiërarchie vaak behandeld wordt als God, niet naar huis gaat, zullen Japanners dus altijd blijven. Als de werkgever of leidinggevende aangeeft dat het hele team na werktijd blijft borrelen, dan gebeurt dat. Als je teveel vakantiedagen opneemt zorgt dit voor scheve gezichten bij de rest van je collega’s. Gevolgen van deze enorme werkdruk zijn korte nachten, lange dagen, stress, burn-outs, hartklachten en uiteindelijk, in sommige gevallen, dat het lichaam het niet meer aankan en het begeeft - sterft. Een ander groot probleem waar de Japanse maatschappij mee te maken heeft is Karojisatsu, ofwel zelfdoding met als oorzaken arbeidsduur en arbeidsintensiviteit. Volgens de Japanse versie van ‘het bureau voor de statistiek’ zijn er in 2015 maar liefst 24025 mensen omgekomen door zelfdoding. Werkgerelateerde problemen werden bij een slordige 10% als reden gegeven. Daarnaast pleegde een onbekend percentage zelfmoord door eenzaamheid, die indirect veroorzaakt werd door te hoge werkdruk en burn-outs.


Essay

Neerwaartse spiraal Toen ik laatst door het fotoalbum van mijn reis door Japan heen bladerde, viel het mij pas op. Een overgroot deel van de mensen op de foto’s heeft het uiterlijk van een persoon van middelbare leeftijd of ouder. Dit opvallende fenomeen werd tijdens het schrijven van dit artikel pas echt interessant. Afgelopen jaar bereikte Japan namelijk een dieptepunt omtrent het geboorte- en sterftecijfer. Het aantal geboren kinderen dook onder de gevreesde negenhonderdduizend en er stierven zo’n half miljoen mensen meer dan dat er geboren werden. Eén van de oorzaken, die tevens direct aansluit bij de hoge werkdruk in Japan, is het aantal demente ouderen en de zorg die deze mensen nodig hebben. Het aantal verplegers en doktoren dat zorg draagt voor deze groep is niet toereikend. Voor de zorgdragers leidt dit logischerwijs voor langere werktijden en een hogere werkdruk. Deze immense druk die ervaren wordt door mensen in de verpleging zorgt er uiteindelijk ook voor dat de mogelijkheid hebben om een kind op te voeden slinkt, puur door de tijd die hun werk in beslag neemt. Aan de basis van de concepten karoshi en karojisatsu staat eigenlijk de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Gedurende de jaren na de oorlog was het herstellen van de Japanse economie de topprioriteit van de toenmalige premier van Japan, Shigeru Yoshida. Door mensen ‘levenslange’ contracten te bieden, in ruil voor eeuwige loyaliteit aan hun baas, werd het Japanse werkethos, dat nu nog steeds bestaat, bijgeschaafd. Op deze manier werden mensen bijna gedwongen om deel te nemen aan de hiërarchische relaties. Wie niet meekon, moest afhaken. Het werkte: Japan werd binnen rap tempo een economische grootmacht. De derde plek die ze bezetten op de ‘wereldranglijst’ voor economieën is dus mede een gevolg van Yoshida’s inspanningen destijds. Eenzelfde aanpak was echter nodig om deze derde plek te behouden na de wereldwijde financiële crisis van 2009. Japan werd hard geraakt. Het gegeven dat de export voor 90% bestond uit zeer inkomenselastische industriële benodigdheden, kapitaalgoederen en duurzame consumptiegoederen, zorgde voor grote werkloosheid die ergens opgevangen moest worden. Nieuwe strategieën op het gebied van productie voor export, zoals hernieuwde focus op landbouw, moesten mensen weer aan het werk helpen. De huidige premier Shinzo Abe spoorde al

zijn burgers aan om net even dat extra stapje te zetten en om net even dat uurtje over te werken. Japan kwam uit de crisis, maar paradoxaal gezien belandden veel burgers juist in een crisis. Gelukkig wordt deze ‘burgerlijke’ crisis, die veroorzaakt werd door te veel en te hard werken, nu ook gezien door de overheid en wordt er eindelijk op geanticipeerd. Hoop Uit meerdere krantenstukken en wetenschappelijke artikelen blijkt dat premier Shinzo Abe zogeheten ‘overwerkteams’ in het leven heeft geroepen. Deze teams moeten strikt toezien op het feit dat bedrijven en werkgevers hun werknemers op tijd naar huis sturen. Jurist Aki Tanaka schreef dat Japan sinds de nieuwe wet met de naam ‘Work Style Reform Legislation’ een nieuwe weg probeert in te slaan. Vanwege deze wet worden grote bedrijven, met vijftig werknemers of meer, sinds april 2019 streng in de gaten gehouden en worden kleinere bedrijven vanaf maart 2020 streng gecontroleerd op het laten overwerken van werknemers. Zo hangen er flinke celstraffen en geldboetes van zo’n 2500 euro boven het hoofd van werkgevers die hun werknemers langere werkweken geven dan de toegestane veertig uur. ‘Hoop doet leven’ is in dit geval een uiterst relevant gezegde. Het enorme werkethos dat sinds de Tweede Wereldoorlog de overhand heeft in de Japanse samenleving heeft al aan genoeg mensen het leven gekost. De strengere handhaving van ‘normale’ werkweken zal werknemers zoals de 31 jarige Miwa Sado, die in 2017 na 159 uur overwerken het noodlot trof en overleed, moeten beschermen. Karoshi, dood door werk, en Karojisatsu, zelfdoding door werk, kennen vele oorzaken en tot op heden heeft premier Shinzo Abe van Japan nog geen alomvattende oplossing gevonden. Ik blijf hopen, hopen dat het land waar ik zo verliefd op ben geen onaangename keerzijde meer zal hebben in de nabije toekomst.

Tijdschrift Cul

17


Column

Zalig kraanwater Tekst & Beeld Daniëlle Kronenburg Zolang ik me kan herinneren heb ik een enorme waardering gevoeld voor de boekenkast van mijn vader. Al die prachtige bundels verhalen staan in verschillende diktes en kleuren zorgvuldig gesorteerd op zijn statige witte planken. Die boekenkast is nu het ideaalbeeld waar ik naar streef. Wanneer ik in een goedkope boekwinkel ben, koop ik het liefst gelijk drie boeken die allemaal iets zeggen over wie ik ben en daarmee een mooie toevoeging zijn aan mijn persoonlijke boekenkast. Een aantal keer per jaar neem ik een middag vrij om alles opnieuw te sorteren en er weer nieuw leven in te blazen. Wanneer dit project klaar is, neem ik nog een uur om op de bank te zitten en dit kunstwerk te bewonderen. Daarna geef ik minstens één iemand een uitgebreide rondleiding in de nieuwe wereld die ik gecreëerd heb op mijn zwarte houten planken. ‘Ik denk dat jij hier meer enthousiast over bent dan ik’ is een reactie die ik hier en daar voorbij heb horen komen. Deze opmerking krijg ik niet alleen over mijn boekenkast, maar onder andere ook over mijn passie voor lekker kraanwater, mijn gewoonte om namen te geven aan mijn planten en mijn obsessie voor koffie met havermelk. Als ik iets leuk vind, dan vind ik dat met mijn hele zijn. Alles wat ik leuker kan maken, zal ik proberen te verheven. Iets ‘een beetje leuk vinden’ bestaat niet in mijn wereld. Iedereen kent passie: de explosieve wil om alles op alles te zetten om weer een niveau dieper te duiken in hetgeen dat je hart sneller doet kloppen. Stel je voor dat dit gevoel al opkomt bij de kleine dingen. Zo voelt het om te leven met de meta-obsessie. Dit enthousiasme geldt niet alleen maar voor de leuke dingen in het leven. De echte meta-obsessie reageert overal groots op. Discussies zijn heviger, tegenslagen voelen intenser en waar de pieken hoger zijn, zijn de dalen dieper. Aan de andere kant zijn je ervaringen kleurrijker en heeft jouw bril op de wereld een sterker roze filter dan die van de mensen die jouw geestdrift niet kunnen bevatten. Als je altijd reageert in hyperbolen weten mensen je reacties niet te plaatsen op hun eigen maatstaf van enthousiasme. Waar jij iets arbitrairs kan waarderen in grote expressie, zal een ander er weinig tot geen mening over hebben. Mensen begrijpen niet waarom je reageert zoals je doet, terwijl jij gewoon je enthousiasme wilt delen met de rest. Dit kan leiden tot miscommunicaties en teleurstellingen voor beide partijen. Echter, als puntje bij paaltje komt, blijkt dat mensen toch net zo kunnen genieten van jouw expressiviteit als jij kunt genieten van een nieuw boek in de kast.

18

Tijdschrift Cul

Ondanks de moeilijkheden die de meta-obsessie met zich mee kan brengen, zou ik dit voor geen goud willen missen. Het risico om soms grotere teleurstellingen te ondergaan en om door een gesprekspartner niet altijd begrepen te worden, is het voor mij niet waard om mijn enthousiasme in te trekken. Wat ik ervoor terugkrijg is de kunst van het grote genieten. Ik ben in de ban van het leven.


Achtergrond

Stimming​voor de stemming

Een antropologische analyse op zelfstimulerend gedrag Misschien ken je het wel. Je bent aan het studeren en je voet kan het niet laten om te gaan tikken. Of je hebt een balpen in je hand en kan het niet laten te gaan klikken. De academische term voor dit gedrag is zelfstimulerend gedrag, afgekort als s​timming. Stimming​ is voor de meeste mensen die het doen waarschijnlijk iets kleins en onbelangrijks. Voor anderen, zoals voor mijzelf, maakt het echter een groot deel uit van wie je bent. Tekst & Beeld​Rowan Meereboer

Stimming​is een gedragsvorm van alsmaar herhalende bewe-

gingen, geluiden, woorden en het verplaatsen van objecten. Stimming​komt bij bijna iedereen tot een bepaalde mate voor. Dan hebben we het over kleine dingen zoals het tikken met je voet of het klikken met je balpen. Bij mensen met autisme of andere neurologische afwijkingen zoals ADHD, ADD en OCS is stimming echter vaak intenser en maakt het een groter deel uit van hun dagelijks leven. Veel voorkomende vormen van deze intensere vorm van ​stimming​ zijn onder andere: ijsberen, fladderen, schommelen, in de handen klappen, friemelen en met de ogen knipperen. In de psychologische

literatuur wordt s​timming​ omschreven als gedrag dat wordt gedaan wanneer een persoon overprikkeld of juist onderprikkeld is. In beide gevallen ontstaat er eenzelfde soort stemming van apathie, die dus op te lossen is met het herhalen van bewegingen. Bij mij is behalve ADD verder geen neurologische afwijking geconstateerd. Stimming,​zoals dit bij mensen met autisme en bij mezelf voorkomt, en waar ik dus bekend mee ben, is echter een vorm van gedrag dat door velen als iets raars wordt gezien. En laten we eerlijk zijn, als je iemand op straat met zijn handen ziet fladderen, zal je dit op zijn minst opmerkelijk

Tijdschrift Cul

19


Achtergrond

vinden. Ikzelf heb ook heel lang gedacht dat ik abnormaal gedrag vertoonde. Het is echter van belang dat dingen als stimming bespreekbaar worden en dat er begrip voor komt.​ Stimming ​is namelijk niet het gedrag, maar vooral de beleving. Daarnaast is het ook iets dat in verschillende culturele contexten voorkomt en iets dat waar te nemen valt buiten het menselijke domein. Spring-in-’t-veld Ik moet zo’n vier jaar geweest zijn toen ik voor het eerst zelfstimulerend gedrag vertoonde. Ik observeerde een stuk speelgoed, ging met het speelgoed draaien en ging hierbij springen en met mijn handen wapperen. Zo had ik als kind een Playmobil-geitje dat een bepaald gevormd staartje had. De vorm van het staartje van de geit prikkelde mijn associaties en mijn fantasie. In dit geitenstaartje zag ik veel meer dan alleen dat staartje, maar bijvoorbeeld een neus van een persoon, een deurknop, een zwaard en ga zo maar door. Toen later mijn fascinatie met speelgoed verdween, evolueerde ‘mijn s​ timming’​in een soort huppelen om vervolgens te evolueren in ijsberen. Mijn ouders noemden het gedrag altijd ‘springen’. Een vriend die mij eens op mijn gedrag betrapte, had het over ‘dansen’, wat mij een mooiere aanduiding leek. Lang wist ik niet wat dit gedrag was, waarom ik het deed en dat ook andere mensen dit gedrag vertonen. Totdat ik ging googelen naar een Duitse DJ met de naam Stimming en andere dingen tegenkwam. Omdat ik aan s​timming deed maar niet wist wat stimming​was, heb ik het lang geen plaats kunnen geven. Naar alle duidelijkheid is s​timming niet iets leuks om te doen of een vorm van recreatie, maar iets dat moet gebeuren. Het komt bij wijze van spreken overeen met naar de wc gaan. De drang naar s​ timming​ ervoer ik als kind dan ook als iets lichamelijks. Het waren mijn benen die wilden springen of dansen, ook als ik het zelf niet wilde. Sensatie kweken Bij s​timming is het niet zozeer het repeteren van bewegingen, maar de gedachten die het aantrekkelijk maken om te doen. Het is daarom belangrijk om te weten wat een persoon ervaart tijdens stimming. D​e psychologie van s​ timming​is echter moeilijk concreet uit te leggen. De drang om te ‘dansen’ ontstond bij mij wanneer ik behoefte had aan sensatie. Zo’n behoefte had ik bijvoorbeeld wanneer ik mij verveeld voelde of mij gevangen voelde door de misère van de dag. Wanneer je het gevoel hebt dat de wereld stil staat, kan je door stimming​ de wereld weer laten draaien. Verleden, heden en toekomst flitsen aan je voorbij. Wereldrijken worden geboren, veroverd en vergaan weer. Op het moment dat je aan stimming doet, week je jezelf los van de realiteit en laat je aan de hand van de realiteit de verbeelding het werk doen. De vastomlijnde werkelijkheid vertroebelt en je stelt je voor wat er in deze wereld allemaal mogelijk had kunnen zijn. Naast dat je je apathisch kan voelen door te weinig prikkels, kan je je ook apathisch voelen door een teveel ervan. Door mijn ADD ontstaat er daardoor een chaos en een gevoel van ‘dingen geen plek kunnen geven’. Veel impulsen tonen zich voor je zicht, maar niks of weinig komt echt binnen. Alles verzamelt zich voor je oogleden in een ondoorzichtige mist. Daar waar kleur in de buitenwereld mist, wordt in de

20

Tijdschrift Cul

beleving kleur opgewekt. Daar waar het aan frictie en sensatie in de buitenwereld mist, wordt dit in de beleving opgewekt. Stimming​werkt als het ware als een mentale deeltjesversneller. Alle data in je bewustzijn komt aan je voorbij en klontert samen in een grote maar overzichtelijke massa. Op de site van de Vlaamse Vereniging van Autisme beschrijft een respondent onder het pseudoniem Linder Vlinder het volgende: ​‘Via stimming is het net alsof ik een deel van mijn innerlijke lading naar buiten kan brengen. Ik geef het af aan de lucht, de vloer, of een voorwerp; ik geleid de spanning via mijn ledematen uit mijn hoofd’. Het gegeven dat s​timming wordt beschreven onder een pseudoniem laat al zien dat er een zekere mate van schaamte is omtrent s​timming. Zo kan ik dit ook zelf beamen. In onze westerse maatschappij is stimming geen sociaal geaccepteerd gedrag. En toch is s​timming​ een vorm van gedrag dat meer universeel is dan je zou vermoeden. Dit is terug te zien in de sociaal geaccepteerde en sociaal georganiseerde vormen van stimming.

Wanneer je het gevoel hebt dat de wereld stilstaat, kan je door stimming de wereld weer laten draaien


Achtergrond

Stimming als rite Wanneer we s​timming​ definiëren als repeterende uitingen

van spraak of gedrag die geen praktisch doel dienen, kunnen we ook andere dingen aanduiden als vormen van stimming. Wanneer je iemand voorstelt die met volle toewijding zijn hoofd heen en weer aan het wiegen is, kan je aan twee dingen denken. Je zou kunnen denken aan iemand die aan zelfstimulerend gedrag doet. Een andere optie is dat je moet denken aan een Joodse gelovige die, al heen en weer wiegend, zijn gebeden opleest bij de Klaagmuur in Jeruzalem. Het heen en weer wiegen van het lichaam tijdens het bidden wordt ​shokeling genoemd, wat van het Jiddische woord voor schudden komt. Het is niet gek om​shokeling​enstimming​met elkaar in verband te brengen. Beide zijn vormen van repetitief gedrag die de mens in een roes kan brengen. Niet alleen ​shokeling k​an gezien worden als vorm van stimming​. Ook z​ikr,​een soefistisch islamitische vorm van meditatie waarin mannen of vrouwen zinnen als mantra’s herhalen en hier repeterende bewegingen bij maken, kan met s​timming ​worden geassocieerd. Een soefi van de Nederlandse Soefi Beweging stelde dan ook, tijdens een interview dat ik met hem afnam, dat z​ikr een ‘innerlijke extase’ veroorzaakt waarin depersonalisatie optreedt. Deze ‘ego-dead’’​zou de soefi tijdens z​ ikr​dichter bij God brengen. In de westerse maatschappij wordt ​stimming gemedicaliseerd. Alsof er iets in de groei van iemands brein is misgegaan, wordt het in verband gebracht met geestelijke of neurologische afwijkingen, stoornissen of ziektes. Binnen bepaalde sociale en situationele contexten wordt het repetitief

motorisch gedrag, zoals de voorbeelden van s​ hokeling en z​ikr, als een manier gezien om dichter bij God te komen. Het neemt niet weg dat​stimming​ niet geproblematiseerd dient te worden. Het gedrag kan namelijk in strijd zijn met het dagelijks functioneren van een persoon. Dat kan ik ook vertellen uit eigen ervaring. En wanneer je stimming overdoseert, kan je je goed duizelig en vaag voelen. Toch valt er voor de westerse maatschappij wat te leren over de omgang met s​timming​. Onze westerse geseculariseerde samenleving geeft in tegenstelling tot de soefistische of joods-orthodoxe gemeenschappen geen plek voor vormen van menselijke gedrag dat te aan te duiden valt als ‘​stimming’.​ Dit terwijl​ stimming​ diep in de menselijke natuur geworteld zit en ook evolutionair te verklaren valt. Stimming komt namelijk niet alleen bij mensen voor, maar het gedrag wordt ook waargenomen bij dieren. Ook ijsberen ijsberen Bij dieren komt repetitief motorisch gedrag vooral voor wanneer dieren in gevangenschap leven. Zo komt het woord ‘ijsberen’ aan zijn naam. Het enige referentiekader dat de Nederlander namelijk van een ijsbeer had, was de ijsbeer in de dierentuin, die continue rondjes aan het lopen was in zijn hok. Misschien is het je ooit opgevallen dat olifanten in gevangenschap zachtjes heen en weer wiegen. Door biologen wordt dit gedrag bij olifanten ‘weven’ genoemd. Volgens Animals Today, een dierenrechtenorganisatie, doen olifanten dit wanneer zij zich verveeld of juist gefrustreerd voelen doordat zij in gevangenschap verkeren. Tijdens dit weven, wordt er endorfine aangemaakt in het olifantenbrein waardoor het dier in een soort roes komt. Endorfine is een neurotransmitter die pijn-onderdrukkend werkt en een gevoel van geluk en euforie bewerkstelligt. Het weven van de olifant is dus een soort zelfmedicatie om gevoelens van stress en algemeen misnoegen tegen te gaan. Of bij mensen die aan repetitief motorisch gedrag doen dit neurologisch gezien hetzelfde werkt, is nog niet bewezen. De overeenkomsten tussen mens en dier lijken duidelijk. Zowel mens als dier gebruiken stimming​ om met stress, frustratie of verveling om te gaan. Ikzelf kan me in ieder geval goed verplaatsen in de wevende olifant. Een nieuwe visie op stimming Door een verdere analyse van ‘afwijkend’ gedrag onder mensen te relateren aan gedrag bij andere culturen en gedrag bij diersoorten kunnen we ​stimming beter begrijpen en bespreekbaarder maken. Wanneer we verschillende vormen van​ stimming bij mens en dier onderzoeken, zien we veel verschillende uitingen en redenen voor dit gedrag. Je zou kunnen speculeren dat s​timming​bij zowel dier als mens een gedrag is dat in verband staat met een gevoel van gevangen of onvrij te zijn. Misschien geldt namelijk ook voor mensen die aan zelfstimulerend gedrag doen, dat zij hun ‘natuurlijke gedrag’ niet kunnen uiten. Immers stelt antropoloog Clifford Geertz dat mensen gevangen zijn in een web dat wij zelf hebben gespannen. We zijn dan ook gebonden aan sociale verplichtingen, de dagelijkse routine en de vier muren waarin wij wonen. Of misschien zijn we, zoals de soefi’s stellen, gevangen door ons ego en is s​timming​ een manier om ons daarvan te bevrijden.

Tijdschrift Cul

21


Essay

Verliefd op de liefde Waarom liefde als levensdoel niet vanzelfsprekend is Wie tijdens een overstap op het treinstation een willekeurige AKO binnenloopt, treft een bestseller plank aan die voor tweederde gevuld is met zelfhulpboeken. ‘Vind je eindman’ en ‘Liefdesbang’ zijn enkele titels die voorbijkomen. Gewoonweg je gevoel volgen blijkt moeilijker dan ooit. Het vinden van de liefde is een doel op zich geworden. Langzaam verandert onze houding ten opzichte van liefde. Hoe kunnen we deze mentaliteit beter begrijpen?

Tekst Lucca de Ruiter Beeld Daniëlle Kronenburg & Lucca de Ruiter

Liefde wordt door de meeste mensen, op sommige cynici na, beschouwd als één van de mooiste dingen in het leven. Voor sommigen is liefde zelfs de zin van het leven. Toch begrijpen we er vrij weinig van. Dat komt omdat we de liefde niet willen begrijpen. We willen weten hóe we de liefde kunnen vinden, maar niet waaróm we dat eigenlijk willen. Liefde is in onze verbeelding spontaan, vreemd en een explosie van emoties. Het proberen te begrijpen zou afdoen aan de poëzie ervan: het ongrijpbare is misschien wel wat het zo interessant maakt en waarom bijna iedereen ernaar streeft. En laten we eerlijk zijn, het verwetenschappelijken van het proces van verliefd worden is niet echt ‘sexy’. Vaak komt dat bij exacte wetenschappen neer op een biologisch oerverlangen naar een sterk nageslacht en bij sociale wetenschappen op een strategische match in het belang van de familielijn. Toch speelt de maatschappij waarin we leven en haar culturele geschiedenis een essentiële rol in de vormgeving van romantiek. Het beter begrijpen van deze rol kan ons helpen te begrijpen waarom velen van ons tegenwoordig zo geobsedeerd zijn met liefde.

We willen weten hóe we de liefde kunnen vinden, maar niet waaróm we dat eigenlijk willen

22

Tijdschrift Tijdschrift CulCul

Liefde is een illusie Liefde is geen universeel, tastbaar concept. Het wordt vormgegeven door de dominante houding ten opzichte van liefde die heerst in de tijd waarin we leven. Volgens de populaire filosoof Alain de Botton leven we vanaf ongeveer 1750 in het tijdperk van Romanticisme. Het belangrijkste kenmerk van dit tijdperk is dat ‘ware liefde’ wordt gezien als het einde van eenzaamheid, een idee waarmee we van jongs af aan al worden geconfronteerd. Volgens sommige wetenschappers is deze vorm van verlangen niets meer dan een gecommercialiseerd ideaal dat gepromoot wordt door de Westerse massamedia. Dat zou impliceren dat het wereldwijde Romanticisme niets meer is dan een illusie en dat het concept ‘ware liefde’ afkomstig zou zijn uit het Westen. Wellicht is liefde niet alleen in andere delen van de wereld een illusie, maar is het Westerse idee van liefde óók een illusie. In het Westen zouden mensen, volgens de Britse socioloog Anthony Giddens, onder het mom van Romanticisme zoeken naar een geschikte partner, maar dit zou slechts een reactie zijn op het gebrek aan gemeenschapsgevoel in de huidige neoliberale maatschappij. Giddens ziet dit als een positieve ontwikkeling, waarbij mensen hun partner erkennen als een onafhankelijk persoon. Betekent dat dan dat we zonder neoliberalisme nooit op het idee van liefde waren gekomen? Dat lijkt onlogisch: hoewel liefde sterk beïnvloed wordt door de samenleving, is het wel degelijk gebaseerd op fundamentele impulsen die voor het ontstaan van neoliberalisme allang aanwezig waren. Zo bestond er in de Middeleeuwen een opmerkelijk trucje om iemand te versieren: het maken van een liefdestaart. Deze taart moest je naakt bakken, en het deeg tegen je oksels aandruk-


Essay

ken om het zweet op te nemen. Wanneer je deze taart voerde aan je geliefde zou dit resulteren in hartstochtelijke passie. Lang voordat kapitalisme voet aan de grond kreeg, waren we dus al druk bezig met flirten en veroveren. Veel literatuur toont aan dat zowel de ideologie als de praktijk van romantische liefde aanwezig waren in andere samenlevingen, zoals in Japan, China en India, voordat Romanticisme wereldwijd gepropageerd werd. Hoe weten we dat daar sprake was van liefde en niet van strategische relaties, zoals vaak in sociale wetenschappen beschreven wordt? Dit zien we door te kijken naar de verhalen over buitenechtelijke relaties. In veel van deze samenlevingen vond liefde namelijk niet plaats binnen het huwelijk. Het huwelijk was een strategische zet om families aan elkaar te binden. Daarbuiten hadden mensen (met name de elite) hartstochtelijke affaires. Liefde bínnen het huwelijk was zelfs onwenselijk. Dit is volgens antropoloog Charles Lindholm goed terug te zien in de Japanse Tokugawa periode tussen 1603 en 1868. Deze periode werd gekenmerkt door isolationistische politiek en om die reden waren er dus weinig Westerse invloeden. Liefdesdrama’s in die tijd gingen altijd over relaties tussen mannen en hofdames. Het feit dat mensen buiten de sociale norm om relaties hadden, toont aan dat hier sprake was van liefde in plaats van slechts strategische matches die dienden om welvaart binnen de familie te houden. Het idealiseren van liefde is wellicht een typisch Westers fenomeen, maar liefde zelf komt over de hele wereld voor. Liefde is aanpassing We zijn niet altijd zo veel bezig geweest met liefde als persoonlijk ideaal. Tot ongeveer de negentiende eeuw identificeerde niemand seksualiteit door middel van categorieën als heteroseksueel of LHBTQ+. Mensen hadden bepaalde verlangens en plakten daar geen labels op. De Franse filosoof Michel Foucault stelde dat dit labelen pas begon toen de wetenschap seksualiteit wilde categoriseren op basis van verlangens. Volgens Foucault internaliseren we deze normen en monitoren we onszelf en elkaar om te zorgen dat we voldoen aan de standaard. Hij stelt: ‘De Westerse mens is een bekentenissenbeest geworden’. Deze theorie over seksualiteit is ook toepasbaar op ons idee van romantische liefde als levensdoel. Als het door iedereen als normaal en gezond wordt gezien om een partner te hebben en je familie bij elke verjaardag vraagt ‘of je nou al een relatie hebt’, is het logisch dat de druk om te conformeren steeds groter wordt. Wanneer iemand dan romantische interesse toont, ben je eerder geneigd om er op in te gaan dan als deze druk er niet was. Filosoof François de La Rochefoucauld stelde zelfs dat we misschien wel nooit verliefd zouden worden als we er nog nooit van gehoord hadden. Onze omgeving speelt dus zeker een rol in de creatie van onze hedendaagse obsessie met liefde. Hoewel de markt een sterke invloed heeft op romantiek, is commodificatie eerder een poging om geld te verdienen aan al bestaande menselijke verlangens. Neem bijvoorbeeld Valentijnsdag: bijna niemand denkt bij Valentijnsdag aan de martelaar Sint Valentijn van de katholieke kerk. In plaats daarvan vinden

we het passend om een lingerie setje cadeau te doen. Er zijn weinig andere rituelen te verzinnen waarbij traditionele oorsprong en praktische uitkomst zo ver uit elkaar liggen. Van biologische liefdesverlangens is zeker sprake, maar die verschaffen ons geen alomvattende verklaring voor onze huidige houding ten opzichte van liefde. Een combinatie van sociale druk, economie en biologie heeft ervoor gezorgd dat we nu in het Romanticisme leven. Vroeger volgden we strategie, nu de maatschappij en in de toekomst…liefdesguru’s?

De westerse mens is een bekentenissenbeest geworden

Tijdschrift Tijdschrift Cul Cul

23 23


Column

Het was maar een grapje Tekst Stans de Jong Beeld Oscar Slagveer Ze zeggen dat in elke grap een kern van waarheid zit. Natuurlijk is dit niet altijd het geval, maar waar ligt de grens? Het neemt al snel een andere wending als je het over minderheden hebt. Dan gaan onderliggende denkbeelden namelijk een belangrijke rol spelen. Brengen zulke grappen misschien onbewuste, onderliggende gedachten naar de oppervlakte in plaats van dat het ‘maar een geintje’ is? Ik ben aan het einde van de avond beland. In een snackbar waar ik zojuist een kroket uit de muur heb gehaald, sluit ik de avond rustig af. Samen met wat andere mensen zit ik stilletjes te genieten van mijn zojuist aangeschafte snack. Tot er een groepje jongens binnenkomt. Het zijn jongens van mijn leeftijd, studenten, eigenlijk gewoon een groepje jongens zoals je overal zou kunnen tegenkomen. Voor hen is de avond nog maar net begonnen. Het lijkt erop dat deze snackbar als tussenstop fungeert. Een van de jongens heeft er overduidelijk geen zin meer in: ‘sorry, mega gay, maar ik ga zo naar huis hoor.’ De andere jongens zijn het hier niet mee eens: ‘ah homo!.’ Naast het groepje staat een man die niet gecharmeerd is van de woordkeuze van de jongens: ‘zeg kan het wat minder met dat “homo”?.’ Er wordt gelachen: ‘Ach stel je niet zo aan joh, het is toch maar een geintje.’ Het valt me steeds meer op hoe om mij heen de woorden ‘homo’ en ​‘g​ay​‘​ als scheldwoord, als grap of gewoon als woord om iets negatiefs mee aan te duiden worden gebruikt. Hetzelfde geldt voor seksistische of racistische opmerkingen. Overal hoor je mensen grappen maken met min-

24

Tijdschrift Cul

derheden in de hoofdrol. Vaak wordt iets als humoristisch ervaren als het op ‘het randje’ is. Er ontstaat dan een bepaalde spanning, omdat je weet dat wat je zegt eigenlijk niet kan. Door zo dicht mogelijk bij de rand de komen, krijg je een kick. En als je deze kick van iemand afneemt door te zeggen dat je de grap niet apprecieert, ben je al snel een zeikerd, een humorloos persoon en iemand die graag in de slachtofferrol kruipt. Wie wil dat nou zijn? Juist ja, niemand. Maar moet je het dan negeren en doen alsof het er niet is? We leven in een land waar het recht op vrijheid van meningsuiting bestaat. Dat betekent dat je in principe alles mag zeggen wat je wilt. Er wordt dan ook vaak fel gereageerd als iemand een gemaakte grap of opmerking bekritiseert, want ‘een grapje moet toch kunnen en ik bedoel er heus niks mee’. Je mag dus álles zeggen, maar hier vervolgens niet vrij op reageren. Natuurlijk is niet iedereen op een bewuste manier minderheden aan het kleineren. Maar als iemand een grapje ‘niet zo bedoelt’, dan wil dat nog niet zeggen dat hier geen onderliggende denkbeelden aan vooraf gaan. Dit besef moet gecreëerd worden. Juist door de grapjes te negeren omdat je niet moeilijk wilt doen, worden dit soort onbewuste onderliggende denkbeelden in stand gehouden. Dus maak alle grapjes die je wilt, want inderdaad, we leven in een vrij land. Maar dat betekent ook dat hierop gereageerd mag worden. Dus kruip dan niet in die slachtofferrol als je een keer tegenspraak krijgt, zeikerd.


Interview

Obroni wawu Fast fashion in Ghana Kantamanto is de grootste markt voor tweedehands kleding van Ghana. Hier, in de binnenstad van Accra, vind je wat Ghanezen obroni wawu noemen: ‘kleding van dode witte mensen’. In tijden van fast fashion gaat deze term niet meer volledig op. Kleding wordt al ver voor het einde van een leven weggegooid. De welvarende, westerse mens wil steeds wat nieuws en consumeert erop los. Dit vertaalt zich in steeds hogere stapels obroni wawu in Ghana. Tekst Marije Nieuwland Beeld Linda Valkeman

Struinend langs de marktkraampjes van Kantamanto ontrafelt Linda Valkeman de sociale impact van kledingdonatie. Linda is afgestudeerd als modeontwerper, maar haar werk is beter te plaatsen ergens tussen ontwerpen en antropologie in. Ze omschrijft zichzelf dan ook liever als ‘materieel verteller’. De afgelegde weg van kledingstukken neemt ze op in fashion passports, waarna ze deze stukken samenstelt tot outfits. Op deze wijze geeft ze het verhaal van de zender en ontvanger weer en start ze een discussie over de huidige fast fashion industrie. Linda’s fashion passports brengen de reis van benzinepomp-petjes, opblaasbare flamingo’s, ovenwanten, wintertruien en gedragen ondergoed in kaart. Zulke objecten kunnen bijvoorbeeld ontworpen zijn in Frankrijk, gemaakt in China en gedragen worden in Nederland. Wat ze alle gemeen hebben, is dat ze op hun laatste bestemming zijn aangekomen: de Ghanese hoofdstad. Wanneer ze hier niet verkocht worden, zullen ze terechtkomen op een vlakte net buiten Accra. Een vlakte die de komende vijftien jaar gereserveerd is voor het verbranden van kleding die niemand meer wil, ‘zelfs’ de armste Ghanezen niet. Maar die vlakte is na een jaar al overvol geraakt. Steeds vaker wordt er kritiek geuit op de huidige mode-industrie. We lijken meer stil te willen staan bij de productie van kleding die we aanschaffen en dragen. Modebedrijven voelen de verplichting om zich te verantwoorden op het gebied van arbeidsomstandigheden en duurzaamheid van materialen. Enerzijds kan dus gesteld worden dat het bewustzijn betreffende het begin van de productieketen groeit. Maar er is nog weinig aandacht voor het einde van die keten. Doneren van kleding wordt voornamelijk als positief gezien: je doet iets goeds voor de ‘hulpbehoevenden’ van onze planeet en geeft een kledingstuk een tweede leven. Toch is de ethiek van kledingdonatie complexer dan dat. Linda verschuift onze aandacht naar de afvalberg van fast fashion. Is deze afvalberg een nieuwe koloniale grens?

We lijken blind voor de waarheid van de westerse consumptiemaatschappij Geef goed door ‘Je tweede kledingkast’ staat op de kledingcontainers van Wereld Missie Hulp. Samen met de organisaties Sympany en Curitas is Wereld Missie Hulp bepalend in de Nederlandse kledingdonatie industrie. Waarschijnlijk ben je wel eens langs zo’n container gefietst. Misschien ben je zelfs even gestopt en heb je er een paar afgetrapte Nike’s ingegooid, in de veronderstelling dat het een plekje zou krijgen op een schoenenrek ergens ver weg. Het zal vast een geruststellend gevoel hebben gegeven, dat idee van die tweede kledingkast. Op deze manier is het geen verspilling, toch? Tijd voor een paar gloednieuwe sneakers. Het doneren van kleding is niet altijd problematisch of onethisch, maar binnen een kapitalistisch fast fashion systeem staat liefdadigheid niet centraal. Kledingdonatie is een miljoenen-business geworden. Alleen al in Nederland wordt per jaar ruim 112 miljoen kilo gedumpte kleding gesorteerd.

Tijdschrift Cul

25


Interview

Naast het feit dat veel kledingstukken direct de verbrandingsoven ingaan, wordt ongeveer de helft doorverkocht, waarna het vaak belandt op Afrikaanse tweedehandskleding markten zoals Kantamanto. In werkelijkheid wordt je afgedankte kleding niet gedoneerd. Het wordt verhandeld om winst te kunnen maken. We kunnen daarom vraagtekens zetten bij de leus ‘geef goed door’ op de containers van Sympany. In vijftien jaar tijd is het aantal kledingstukken dat een Nederlander in een jaar koopt verdubbeld. Daarbij worden deze spullen twee keer zo snel weggegooid. Bedrijven die kleding sorteren, weten niet wat ze met deze enorme hoeveelheden kleding aan moeten. Een product dat ooit voor luxe stond, is een wegwerpproduct geworden. Kwantiteit wordt boven kwaliteit verkozen. Luxe zit niet meer in het product zelf, maar in de mogelijkheid die iemand wel of niet heeft om te kunnen ‘kopen, weggooien en vervangen’. Het succes van fast fashion hangt direct samen met de centrale plek die het individu inneemt in een geseculariseerde, neoliberale consumptiemaatschappij. Het individu kan hierbinnen de eigen ‘zelf ’ ontwikkelen. Identiteit is daardoor minder vaststaand geworden, helemaal nu afkomst geen bepalende rol meer speelt. In diezelfde samenleving wordt van je gevraagd jezelf als stabiel ‘merk’ op de arbeidsmarkt te zetten. Status is belangrijk om jezelf te kunnen verkopen. We dromen ervan een sterke identiteit te ‘verkrijgen’, maar kunnen hier onmogelijk in slagen. Identiteit is niet maakbaar en geen bezit, maar veranderlijk en relatief. Als oplossing grijpen we naar spullen, want die zijn stabiel en solide. Via kledingstukken probeert men te laten zien wie hij of zij ‘is’. Mode suggereert een brug tussen wat in de werkelijkheid bestaat en wat een droom is. Deze brug is echter een illusie: het consumeren van spullen kan onmogelijk identiteit fixeren. Toch werkt het tijdelijke gevoel van maakbare bestendigheid dat mode kan geven verslavend. Juist doordat dit gevoel tijdelijk is, blijven we consumeren.

Verplaats het probleem De westerse consumptiemaatschappij heeft Ghanese obroni wawu een andere betekenis gegeven. Het gaat het niet meer over de kleding van dode witte mensen. De ontwerpers, makers en eerste dragers van Kantamanto’s kleding leven in de meeste gevallen nog. Kledingdonatie is gekapitaliseerd en een sneltrein geworden. Ghana heeft haar eigen fast fashion gekregen. Net zoals in westerse steden de Zara en H&M wekelijks worden aangevuld met nieuwe items, komt in Accra elke woensdag- en zaterdagochtend een nieuwe lading afgedankt textiel binnen. Voor een paar Ghanese cedi neem je een muts van Unox of een tasje van Barbie mee. Kantamanto is een drukbezochte markt en populair bij stijlbewuste inwoners van Accra. Om beter te begrijpen hoe Ghanezen zich verhouden tot obroni wawu, sprak Linda trouwe bezoekers van de markt. De reacties waren overwegend positief. Kantamanto wordt gezien als een bron van betaalbare en modieuze kleding. Tegelijkertijd is men niet blind voor het gegeven dat de lokale verkopers onderdeel zijn van een globaal ‘kledingdonatie’ netwerk dat voornamelijk gericht is op het maken van winst. Het steeds groter wordende marktaandeel van obroni wawu heeft gevolgen voor beginnende Ghanese ontwerpers. Tegen de lage prijzen en hoeveelheden valt niet te concurreren. Er is hierdoor een groot tekort aan banen in de creatieve sector. Import van westerse kleding brengt het gevaar met zich mee dat de Ghanese creatieve industrie stil komt te liggen. De verhulde gevolgen van de westerse kledingindustrie worden zichtbaar. Kantamanto is het eindstation van fast fashion. De overschotten zijn enorm. Lokale ontwerpers kunnen niet concurreren tegen de komst van grote hoeveelheden ‘gedoneerde kleding’. Een groot deel belandt zelfs op afvalbulten buiten de stad. ‘We produceren meer dan we kunnen consumeren, we consumeren meer dan we kunnen gebruiken, we verspillen’ concludeert Linda. Westers ideaalbeeld Objecten, zoals kledingstukken, brengen altijd een verhaal met zich mee. De onafgebroken import van fast fashion verkondigt een neoliberaal ideaal van maakbaarheid en een westers schoonheidsideaal. Dit is terug te zien in de wekelijkse lading obroni wawu, die een fascinatie met snelheid en efficiëntie opdringt. Daarbij proberen de prinsessen op kindertasjes, voetbalshirts van Ronaldo en jurkjes geïnspireerd op de Kardashians te vertellen wat waardig is om na te streven. De bezoekers van Kantamanto gaan hier, volgens Linda, wel op

26

Tijdschrift Cul


Interview

geheel eigen creatieve wijze mee om. Kleding wordt vermaakt en samengesteld tot geheel nieuwe outfits. In een continue dialoog met het Westen ontstaat de Ghanese mode van vandaag de dag. ‘This is a dialogue between me and obroni wawu

and the uneasiness I feel finding myself in the middle of it all. Every knot, every section carries an information’ legt

de Ghanese modeontwerper Eyiwaa aan Linda uit. Eyiwaa maakt tassen door allerlei stoffen van obroni wawu aan elkaar vast te knopen. Ze creëert iets nieuws dat lastig terug te linken valt aan de westerse afkomst van de stoffen. De tassen van Eyiwaa laten zien dat de betekenis van een kledingstuk kan veranderen per tijd en plaats. De vrijheid waarmee er gespeeld wordt met kleding maakt het lastig om te stellen dat kledingdonatie een westers schoonheidsideaal oplegt. Wat wel kan worden geconcludeerd, is dat een westers schoonheidsideaal via obroni wawu wordt gecommuniceerd en Ghanezen daar vervolgens creatief een nieuwe betekenis aan geven. Het meest opdringerige verhaal wordt door alle kledingstukken van Kantamanto samen vertelt: koop, draag en gooi weg. De manier waarop dit gebeurt laat zien hoe een koloniale machtsverhouding in stand wordt gehouden. Grondstoffen en arbeidskrachten worden wereldwijd uitgeput voor de efficiënte productie van westerse kledingbedrijven. De overschotten en restjes worden ingezet om de mensen in Afrikaanse landen te ‘redden’, maar in werkelijkheid is kledingdonatie totaal niet berekend op wat deze mensen echt nodig hebben. Dit resulteert in ongepaste donaties zoals handschoenen en mutsen, en vlaktes vol afval in deze voormalige koloniën omdat er simpelweg te veel ‘gedoneerd’ wordt.

De ‘witte redder’ ziet kledingdonatie vooral als een manier om weg te kunnen kijken van een groot milieuprobleem dat hij of zij zelf creëert. Koloniale grenzen Afgelopen oktober exposeerde Linda haar werk in Maastricht tijdens het Fashion Clash Festival. Fashion passports en creatief samengestelde outfits bracht ze in contrast met foto’s van bulten afval. Met scherpe vraagstukken stuurde ze de bezoeker naar huis: ‘One man’s trash is another man’s treasure. Or should we say: one man’s food is another man’s poison? ’. Kledingdonatie is niet het probleem. Wat wel zorgwekkend is, is de hoeveelheid en snelheid ervan. Fast fashion beweegt zich razendsnel met grote vrachten over de planeet. Maar dit kan niet zonder eindstation. In Ghana wordt duidelijk hoe mode tot afval wordt gemaakt. We lijken blind voor de waarheid van de westerse consumptiemaatschappij: het Westen consumeert te veel. Landen in Azië, Zuid-Amerika en Afrika worden gebruikt om snelle en goedkope productie mogelijk te maken. Vervolgens fungeren dezelfde landen als afvalbult van de overschotten. Fast fashion is als de 4 keer 100 meter sprint: een estafette waarbij het stokje een kledingstuk is. Modebedrijven dagen elkaar uit zo snel mogelijk hun stokjes door te geven. Een ontwerper in Europa geeft het stokje door aan een producent in Zuidoost Azië, waarna het in voornamelijk westerse winkels belandt en zo uiteindelijk in jouw kledingkast. Maar de race stopt daar niet. Er is duidelijk een finishlijn, maar deze ‘finishlijn’ is een koloniale grens en ligt verder dan je misschien denkt.

Tijdschrift Cul

27


Reportage

Het wonder van de paddenstoel Een interview met kunstenaar en natuurliefhebber Geertje Geertsma De bladeren kraken. Een groepje wimperzwammetjes kijkt toe hoe de voeten van Geertje dichterbij komen en precies voor de zwammen stilhouden. Dan knielt ze zich voor hen en kijkt ze aan. Geertje Geertsma gaat vaak naar buiten om de meest uiteenlopende paddenstoelen te observeren. Als ze samen met de paddenstoelen in het bos is, vindt ze rust en harmonie in een wereld waarin een menselijke verbinding met de natuur niet altijd vanzelfsprekend is. Tekst & Beeld Hillinde Buist Wereldwijd wonen steeds meer mensen in steden, maar hoe verhouden mensen zich nog tot de natuur? De bosbranden in Australië vertellen hoe mensen in het huidige kapitalistische systeem met de natuur omgaan. Hoe kunnen we ons tot de natuur verhouden in een tijdperk van klimaatverandering waarin de effecten van menselijke uitbuiting ongekende vormen aannemen en het leven van immens veel organismen en ecosystemen onzeker is? In een interview met Geertje Geertsma wordt duidelijk hoe er in deze tijd plaats is voor kinderlijke verwondering. Observeren is leven in het moment Wanneer Geertje op pad gaat naar paddenstoelen, trekt ze een paar oude kleren aan en vertrekt ze naar buiten. ‘Paddenstoelen groeien echt overal. Ik ga minstens een paar keer per week naar buiten om paddenstoelen te bewonderen. Soms ga ik wandelen in natuurgebieden, en je hebt ook prachtige in de Hortus, maar ze groeien ook gewoon in de achtertuin’. Om paddenstoelen te kunnen observeren, neemt Geertje haar macrolens mee. ‘Veel paddenstoelen zijn zo klein, dat je ze bijna niet waar kunt nemen met het blote oog. Ik kan het wel even laten zien’. In haar achtertuin plaatst Geertje de macrolens vlak boven een tak waar ogenschijnlijk weinig op te zien is. Door de lens zien we nu beiden een pluizige verzameling van kleine zwammetjes. Door de lens verschijnt een nieuwe wereld met een eigen, autonome structuur. ‘Met de macrolens is een wereld te ontdekken,’ zegt Geertje, ‘maar eerder wist ik niet dat er zo dichtbij mij zulk prachtig leven is. Ik heb leren kijken naar wat er om mij heen leeft’. Als je je er niet van bewust bent, gaat dit leven ongemerkt aan je voorbij. De Vliegenzwam Als kind groeide Geertje op met sprookjes en was zij veel in de natuur. Altijd verwonderde zij zich over de vliegenzwam. Zomaar stond die voor je in het bos: een rode hoed met witte stippen. Hij was giftig, je moest oppassen, maar hij was ook

28

Tijdschrift Cul

een magische verschijning. De vliegenzwam komt in veel sprookjes voor en lijkt daardoor haast een eigen leven te leiden. Een vliegenzwam komt op als witte bol in de grond en ontpopt zich vervolgens tot een rode hoed op een witte steel. Hij knapt zich als het ware open. De transformatie van de vliegenzwam doet Geertje denken aan andere verschijnselen die dezelfde vorm aannemen, zoals het uitbarsten van een vulkaan of het exploderen van een atoombom.

Like a wind, like a storm, Like a fire, like an earthquake, Like a mudslide, like a deluge, Like a tree falling, A torrent roaring, An ice floe breaking, Like a tidal wave, Like a shipwreck, like an explosion, Like a lid blown off, Like a consuming fire, Like spreading blight, like a sky darkening, a bridge collapsing, A hole opening, Like a volcano erupting, ~ Susan Sontag

‘Blue Cloud’ en ‘Starry Night’ (emaille-glas op koper) Natuur als inspiratiebron Door het observeren van paddenstoelen en het lezen van sprookjes komt Geertje in een voor haar fascinerende wereld terecht, waarin natuur en mens in harmonie met elkaar zijn. Geertje vindt het raadselachtig hoe paddenstoelen groeien en hoe zij zich manifesteren in de meest uiteenlopende vormen. De rode kelkzwam lijkt bijvoorbeeld in eerste instantie op een glazig bloedlichaam en ligt zomaar aan je voeten in het bos. Of een plasmodium: een diepgele, fijnmazige substantie die zich als een bloedvatenstelsel over het oppervlak voortplant. Juist het autonome element van natuur en de sprook-


Reportage

jesachtige namen van paddenstoelen, zoals een elfenbankje, spreken Geertje zo aan. De verwondering en de magie die rondom paddenstoelen zweven, vormen ook een inspiratiebron voor Geertjes kunstwerken. In haar atelier geeft Geertje in de vorm van geëmailleerde glaskunstwerken uiting aan de verwondering die zij in de natuur heeft opgedaan. Leven vanuit natuur Als we natuur kunnen zien als autonoom en organisch leven, dan is er ruimte voor harmonie tussen mens en natuur. Natuur is sinds het kolonialisme grotendeels onderdeel geworden van de problematische wil om stukken grond met alles wat daarop leeft toe te eigenen en uit te buiten. Slavernij is daar een duidelijk voorbeeld en effect van. Naast mensen, werd ook de natuur uitgebuit voor het maken van katoen, tafels, bontjassen en dierentuinen. De leefomgeving van veel organismen kwam hierdoor in het gedrang en de effecten van uitbuiting lopen door tot het heden. De verhouding tussen mens en natuur is onduidelijk geworden omdat grote bedrijven alleen nog aandacht lijken te hebben voor natuur in termen van productiemiddel. Maar als wij bewust de vraag ‘hoe verhoudt een mens zich tot natuur?’ stellen, dan kunnen we in het huidige kapitalistische systeem begrijpen wat er nou eigenlijk echt wereldwijd gebeurt en wat de gevolgen hiervan zijn. Men kan zich afvragen: Hoe wil ik mij eigenlijk verhouden tot natuur? Koop ik een tafelblad van tropisch hout bij de bouwmarkt, of maak ik liever een wandeling door het bos? En wat vertelt de

natuur mij? Hoe ervaar ik het om één te zijn met de natuur? Wanneer ik door de macrolens van Geertje minuscule wezens zie die leven op een tak in haar achtertuin, ontstaat er ook iets levends in mij. Dan vraag ik mij af: hoe kan het dat hier zoveel leven is, en dat ik daar niets van weet? In die verwondering schuilt de afstand die er onopgemerkt bestaat tussen mij en natuur. Harmonie In de natuur vindt Geertje rust in het moment. Om haar heen bevindt zich leven: een boom met zijn takken verspreid in de lucht, een eekhoorn die zich achter een tak verschuilt, twee elfjes die zitten te gniffelen op een omgevallen holle boom, rode kelkzwammen, een spekzwoerdzwam en vlak voor haar voeten roodkleurige wimperzwammetjes. Geertje omringt zich met natuur en wordt gefascineerd door de wonderlijke levensvormen waarin die zich manifesteert. Zo ervaart ze eenheid met het leven. Paddenstoelen vormen de kern van deze eenheid en als je kijkt naar de levens van paddenstoelen is dat niet zo gek. Ze vormen een vrucht van schimmels die al miljoenen jaren leven mogelijk maken voor verschillende organismen in de natuur. Wie in sprookjes gelooft, kan zomaar eens dichter bij de natuur komen te staan. Voor Geertje mogen verwondering, verbazing en fantasie over de rijkdom van de natuur daarvan de weerspiegeling zijn. Want wie dichtbij de natuur is, merkt dat alle wonderen te observeren en tegelijk tastbaar zijn.

Atoomcollage I

Atoomcollage II

Zonder titel en ‘Starry Night’ (emaille-glas op koper)

‘Volcano Muscaria’ en ‘Pink Eruption’ (emaille-glas op koper)

Tijdschrift Cul

29


Achtergrond

De invasie van het fandom De koninkrijken van de moderne tijd De term ‘fandom’ komt uit een vermenging van het Engelse woord ‘kingdom’ en het woord ‘fan’. Tegenwoordig is deze term voornamelijk onder jongeren steeds populairder geworden. Het wordt dan ook voornamelijk gebruikt om een grote groep fans te omschrijven die een bepaald object of persoon idealiseren. Fandoms zijn steeds meer in de media te vinden. Wat maakt deze nieuwe sensatie zo bijzonder? Tekst & Beeld Oscar Slagveer Om echt te begrijpen waar de fandoms vandaan komen en waardoor de term tegenwoordig een grote aanhang heeft, is het belangrijk om te weten dat het fenomeen zelf niet nieuw is. Fans van de welbekende detective Sherlock Holmes worden beschouwd als de oprichters van het eerste moderne fandom . Zo hielden ze in 1893 al georganiseerde publieke demonstraties als reactie op de dood van het personage. Ook schreven zij hun eigen versies van de bekende verhalen, wat later ‘fanfictie’ genoemd werd. Zij waren eigenlijk de eersten die het fandom concept hebben opgezet. Toch zou het nog bijna vijftig jaar duren voordat dit prototype zich verder ontwikkelde tot het fenomeen dat het nu is.

Een dunne lijn onderscheidt adoratie van radicalisering De Jeugd komt in opstand De eerste stap in dit lange proces was het bevrijden van de jeugd, oftewel de jeugdemancipatie. Vóór deze tijd had het grootste gedeelte van de maatschappij helemaal geen tijd voor zoveel persoonlijke afleidingen. Men moest werken en had kinderen om op te voeden. De jeugdemancipatie zorgde ervoor dat er een groep ontstond die het zich kon permitteren om zich op andere dingen te storten dan werk of kinderen. Nadat de leerplicht werd ingevoerd hoefden jongeren niet meer vanaf een jonge leeftijd te werken. Langzaam konden ze zich loskoppelen van de dominante opvoeding van hun ouders. Als gevolg hiervan ontstond er een aparte cultuur die compleet los stond van die van hun ouders. Dit leidde uiteindelijk ook tot de ontwikkeling van een markt die zich exclusief op deze doelgroep ging richten. Dat was het begin van de jeugdcultuur, die later tevens de katalysator zou worden die de latere fandoms zou laten ontplooien. De eerste manifestatie van deze nieuwe jeugdcultuur vond al kort na deze tijd plaats met de popularisering van bekende supersterren zoals Elvis Presley en the Beatles. Voor het eerst stonden er rijen aan gillende tieners te wachten om hun idolen te mogen aanschouwen. Termen als Beatlemania werden opgepikt door bekende Engelse kranten en ook op televisie maakten journalisten volop rapportages over deze

30 30

Tijdschrift TijdschriftCul Cul

nieuwe trend. Nooit eerder werden muzikanten zo wereldwijd en hartstochtelijk geadoreerd door een specifieke leeftijdsgroep. Hierdoor werden the Beatles en Elvis Presley de gezichten van de jaren zestig en waren zij de eersten die de jeugdcultuur in de schijnwerpers zetten. Dit was de eerste keer dat duidelijk werd hoe lucratief deze nieuwe marktgroep was en in welke mate de jeugd nu een eigen stem had.


Achtergrond

Deze ontwikkelingen leidden bovendien tot de eerste vormen van het moderne fandom. Zo ontstond kort hierna het zogeheten First Fandom. Dit was in principe de eerste informele vereniging van sciencefiction fans. Zij waren één van de eerste fandoms die zichzelf ook expliciet als zodanig neerzetten. Zij organiseerden de eerste Worldcon, een evenement dat zich compleet richtte op de wereld van de sciencefiction. Ook was deze groep speciaal omdat ze de eerste vorm van fan-jargon hadden gecreëerd, genaamd fanspeak. Dit was de eerste keer dat de vrije tijd die de jongeren hadden concreet gebruikt werd voor de creatie van een identiteit. Hobby’s en interesses werden niet alleen meer geassocieerd met vrije tijd maar werden een onderdeel van wie je was. Tijd overhouden was geen vereiste meer om je je in deze bezigheden te verdiepen, men maakte er nu tijd voor. Dit was daarom het begin van de normalisering van de term fandoms.

De fan blijft uiteindelijk altijd nog consument, en klant is koning

Van een meeting in de kelder naar de mainstream Tegenwoordig zijn er duizenden verschillende fandoms met leden van over de hele wereld. De fandoms zijn naar de voorgrond getreden op het gebied van media-aandacht. Zo heb je tegenwoordig krantenkoppen met: ‘Marvel fans boos nadat baas zegt dat diversiteit reden is van daling in comic sales ’, ’George R.R. Martin zal Game of Thrones fans een nieuw eind geven voor de serie’ en ‘Protesten vóór en tegen Beyoncé staan gepland’. De jeugdcultuur die heeft bijgedragen aan de bekendheid van de fandoms is tegenwoordig vrijwel geheel geïntegreerd binnen de populaire cultuur. Zo kun je termen als shippings, fan fiction, OTP, canon, slash en nog vele andere inmiddels in het dagelijks leven tegenkomen. Shipping slaat voornamelijk op het romantisch koppelen van twee personages. Dit is een fenomeen dat zowel binnen als buiten de media in de omloop is. Op middelbare scholen worden leerlingen vandaag de dag veel met elkaar geshipt. Ook in bronnen als het nieuws kan men af en toe een verwijzing vinden naar één van deze inmiddels populaire termen. Zo schreef het befaamde Amerikaanse tijdschrift The New Yorker een artikel over de potentie van de fanfiction. De invasie van de fandoms is nu een realiteit. Fandoms zijn nu veel diverser dan aan het begin van hun ontstaan. Met de groei van de media heb je tegenwoordig fandoms voor alles wat je kan bedenken: bekendheden, YouTubers, speelgoed, seksuele fetishes en nog veel meer. Het internet heeft het veel makkelijker gemaakt om contacten te leggen, waardoor interesses veel eerder gedeeld kunnen worden. Interesses waar mensen in de eerste instantie misschien niet voor uit durfden te komen kunnen zo worden gedeeld totdat het wordt genormaliseerd binnen een nieuwe groep. Dit heeft tot een enorme doorbraak van taboes geleid. Mensen die zich altijd geschaamd hebben voor hun fanatisme hebben nu een plaats om er zonder oordelen voor uit te komen. Op deze manier zijn fandoms een soort van veilige haven voor mensen mensen die buiten de norm vallen. Dit heeft echter ook zijn duistere kant. Deze formaties van nieuwe gemeenschappen op basis van gezamenlijke interesses kunnen ook tot radicalisering leiden. Uiteindelijk zijn het kleine groepen mensen die steeds meer naar elkaar toe trekken op basis van een gezamenlijke bewondering. Negatieve invloeden van de buitenwereld worden hierdoor snel buitengesloten, waardoor men eigenlijk steeds meer begint te leven in hun eigen positieve droomwereld. Net zoals bij elke andere vorm van adoratie komt extremisme onder fandoms hierdoor helaas ook voor. Zo zijn er in de media artikelen te vinden waarin fandoms worden beschuldigd van het mishandelen van beroemdheden en andere fans. Door de opkomst van sociale media is cyberpesten bijvoorbeeld iets dat haast onafscheidelijk is geworden van de fandom als subcultuur. Zo telt een lijst van de website cheatsheet.com al minstens tien beroemdheden waarvan wordt geclaimd dat fans ze van sociale media hebben weggepest. Het geweld blijft echter niet altijd alleen beperkt tot de digitale wereld. Er zijn meerdere gevallen geweest van bewonderaars die andere bewonderaars ook fysiek hebben aangevallen over bepaalde conflicten. Zo kent men in de voetbalindustrie al generaties lang de term hooligans. Dit zijn fans die het voetbal zo serieus nemen dat ze daar ook geweld voor willen plegen. Dit is een voorbeeld van de dunne lijn die adoratie onderscheidt van radicalisering.

Tijdschrift Cul

3131


Achtergrond

Incasseren en onderdrukken Fandoms spelen ook op economisch gebied een veel grotere rol dan vroeger. Zo is er tegenwoordig zelfs een term die deze nieuwe economie beschrijft: fan-economie. Dit houdt in dat er een markt is die zo gespecialiseerd is op deze nieuwe fandom-beweging en daar ook zo veel winst uit behaalt dat het wordt gezien als een aparte economische branche. Dit is vooral mogelijk door de popularisering van de franchise. Een franchise houdt hierbij in dat men een bepaald verhaal uitbrengt, zoals de eerste Star Wars film, en hier constant op verder bouwt met nieuwe verhalen en nieuwe concepten. Dit genereert vaak enorme aanhang omdat het de fans steeds nieuwe informatie geeft waarmee zij zich verder bezig kunnen houden. Het is dan ook geen verrassing dat er tegenwoordig veel films en series uitkomen die op dit concept proberen te kapitaliseren. Zo zijn meer dan de helft van de tien meest succesvolle films gemodelleerd naar het franchise-concept. In het geval van een franchise zoals Marvel kan dit bijvoorbeeld enorme winsten opleveren met meer dan drie van de meest succesvolle films ooit onder hun hoede. Met deze economische draagkracht worden fans daarom steeds meer gezien als een prominente en legitieme economische doelgroep. Dit fenomeen heeft echter ook zijn nadelen. Toen aanhangers ontevreden waren over het einde van hitserie Game of Thrones, luidde een ondertitel uit de Amerikaanse nieuwssite the Huffington Post bijvoorbeeld : ‘Fans maken

32

Tijdschrift Tijdschrift Cul Cul

plannen om het televisienetwerk te laten boeten voor het einde van de hitserie‘. Uit angst voor het verliezen van deze enorme koopkracht kunnen netwerken onder druk worden gezet om zich aan te passen aan de wensen van hun fans. Dit laat zien dat fans niet alleen invloed hebben op succes, maar ook kunnen zorgen voor de ondergang van een bedrijf. Zo werd de ophef in het geval van Game of Thrones zo erg dat de schrijvers van de show verschillende deals verloren met andere bedrijven zoals Disney en HBO. Ook kregen de fans uiteindelijk een nieuw einde aangeboden door George R.R. Martin, de originele schrijver van het verhaal. Hoewel over het algemeen dus wordt gedacht dat de fan een passieve rol heeft tegenover hun idool, schetst deze situatie juist het tegenovergestelde. De fan blijft uiteindelijk altijd nog de consument, en de klant is koning. Fandoms hebben raakvlakken met grote delen van de maatschappij. Fans hebben een enorme koopkracht en zijn dus ook heel erg waardevol voor de bedrijven die ze steunen. Ook hebben ze op een cultureel vlak een enorme invloed gehad qua taal en gedragingen. Daarbij blijkt dat ze ook een duistere kant kunnen hebben wat betreft radicalisering en online geweld. Het begrip fandom heeft dus zeker een speciale ontwikkeling doorstaan. Het is daarom maar de vraag hoe deze ontwikkeling zich in de toekomst verder zal manifesteren.


Column

Schattenjacht Tekst & Beeld Pascal de Haas We zijn allemaal op zoek naar de diamant. Het glinsterende object is de focus van ons leven. De diamant staat erom bekend dat hij kneiterhard is, en dus onbreekbaar. We willen rijkdom, gezondheid en geluk. We willen net zo hard schitteren als een diamant waar het licht op weerkaatst. De diamant staat symbool voor onveranderlijkheid. Door het harde materiaal is hij moeilijk te slijpen. De vorm en structuur zijn dus moeilijk aan te passen. Toch is elke diamant uniek. Elke diamant heeft zijn eigen vorm en structuur. De onveranderlijkheid en de uniekheid van een diamant is te vergelijken met de manier waarop mensen gelukkig, rijk en gezond willen worden. Iedereen heeft immers een eigen invulling van hoe dit bereikt moet worden. De zin van het leven, al klinkt het filosofisch en vaag, is er voor ieder mens. Er wordt namelijk van alles aan gedaan om hopelijk op je laatste dag te denken; ‘Nou, dit was het dan. Ik heb alles gedaan wat ik wilde’. Er is dus niet slechts één manier om het maximale uit je leven te halen en dat is maar goed ook. Stel je voor dat iedereen zijn leven op dezelfde manier uitvoert, om optimaal gebruik te maken van het leven. Dat zou betekenen dat iedereen dezelfde smaak, interesses en fantasieën heeft. We zouden allemaal dezelfde studie moeten doen, want dat is de enige manier om rijkdom te bereiken. Wacht even, dat betekent zelfs dat iedereen zou moeten studeren? De wereld werkt niet zo. De kracht van de mensheid is juist dat er diversiteit is, dat iedereen zijn eigen interesses heeft en zijn eigen ontwikkelingen kan doormaken. Een we-

reld vol advocaten zou zinloos zijn, want waar zijn dan de vuilnismannen, dierenartsen en antropologen? Toch lijkt er het idee te bestaan dat er maar één manier is om gelukkig, rijk en gezond te worden. Bij het mededelen aan kennissen dat je culturele antropologie en ontwikkelingssociologie studeert, liggen de opmerkingen ‘Wil je werkloos worden?’ of ‘Jij wist vast niet wat je wilde studeren’ vaak voor de hand. Mijn oom was verbaasd dat ik niet iets met marketing of economie ging studeren, want daarmee zou je toekomstperspectief echt veel positiever zijn. Het is vreemd dat we ons vaak bemoeien met hoe anderen hun levens leiden. Er wordt verwacht dat iedereen op dezelfde manier gezond kan worden, terwijl onze lichamen niet hetzelfde werken. Daarnaast geeft iedereen een eigen invulling aan rijk of gezond zijn. Rijkdom betekent niet voor iedereen dat er een groot bedrag op de bankrekening staat. Het kan namelijk ook betekenen dat iemand rijk is aan sociale contacten, herinneringen of mooie ervaringen. We zijn dus allemaal op zoek naar de diamant. De diamant heeft alleen zoveel facetten en vormen, net zoals dat mensen verschillende manieren hebben om het maximale uit het leven te halen. Op mijn vensterbank staat een klein schatkistje. Dit kistje is gevuld met edelstenen en buitenlandse valuta. Toch hecht ik geen waarde aan de materiële of economische waarde van de objecten die erin zitten. Het gaat me om de herinneringen, aan reisjes, familie, maar niet om de fysiek schitterende diamant.

Tijdschrift Cul

33


Kwakiutl

Kwakiutl Beste leden, De afgelopen maanden vormden weer een rollercoaster van plezier. De citytrip naar het rauwe Sofia met goedkoop plezier en goed gezelschap was weer een reis om niet te vergeten. Met de hike op de Vitosha berg en een uitzicht wat leek op een uitzicht vanuit de hemel. Heb je kleding teveel? Opnieuw een probleem dat opgelost kan worden middels de Kwakiutl kledingruil. De Common Room werd net als vorig jaar weer omgetoverd tot een gezellig vlooienmarkt waar iedere shoppaholic watertandend van de prachtige najaarscollectie heeft kunnen snoepen. De lezing over moderne liefde heeft weer nieuwe deuren naar de liefde geopend in een imposante discussie tussen filosoof Ype de Boer en relatiecoach Roos Reijbroek. Het heeft tot een onvergetelijke avond geleid. Hunselweekend comes and Hunselweekend goes, maar dat stekkie ergens in Limburg voelt ondertussen als een tweede thuis. Een weekend gezelligheid bestond uit culinaire hoogstandjes en beerpong totdat je er bij neervalt. De afgelopen evenementen hebben weer laten zien dat evenementen bepaald worden door creativiteit en actieve leden die samen met mede-antropologen deze toffe activiteiten van de grond krijgen. Lijkt het jou leuk om samen dit soort vette evenementen te bedenken dan hebben wij leuk nieuws want Kwakiutl wants you to join het nieuwe bestuur!! Binnenkort zullen de sollicitaties voor het nieuwe bestuur weer beginnen!! Meld je dus gauw aan als jij het nieuwe gezicht van Kwakiutl wilt worden. Lieve groet, Het Kwakiutl bestuur 2019/2020

34

Tijdschrift Cul


Reclame

za

o Umuh

GEEF GELD AAN DE ALLERARMSTEN EN LAAT HEN BESLISSEN WAT ZE ERMEE DOEN. Het idee is simpel: jij maakt geld over aan 1OOWEEKS en wij maken jouw geld over naar vrouwen in extreme armoede, op hun mobieltje. Elke vrouw krijgt zo 1OO weken lang €8 per week overgemaakt. De vrouwen beslissen zelf hoe ze het geld uitgeven want zij weten Rek.nr.: NL53 RABO O3O7 1913 11 t.n.v. Stichting 1OOWEEKS

het beste wat goed voor ze is. Omdat overleven geen dagelijkse strijd meer is, kunnen ze ondernemen en investeren in hun toekomst. Na 1OO weken stoppen de betalingen en zijn de vrouwen permanent aan de armoede ontsnapt.

1OOWEEKS.NL

+ ANBI status

Ziezoprint.nl is onderdeel van:

. .

DRUKKERIJ & GRA FI SCH E VORMGEVI NG

�i� D�����! s����� d j � � � i � O�� � do�� i� ������r .�� � ���z����n

DRUKKEN PRINTEN RECLAME

Andeko Graphic Bocksmeulen 22 9101 RA Dokkum info@andekodokkum.nl www.andekodokkum.nl T 0519 - 22 03 67

V�n� & � H��� �� es��� . �v �� vo�r �u�i� ���i�!

flyers - folders - posters - brochures - briefpapier - enveloppen - visitekaartjes - geboortekaarten uitnodigingskaarten - menukaarten - kalenders - memo/notitiebloks - stoepborden - stickers - belettering magneetplaten - reclameborden en nog veel meer!

www.ziezoprint.nl

Tijdschrift Cul

35


Profile for Tijdschrift Cul

In De Ban Van Cul  

In De Ban Van Cul  

Advertisement