Issuu on Google+


redactioneel

De fiets “Al die k*lere toeristen op de fiets!� Deze uitroep hoor je regelmatig langskomen in Amsterdam. Een groot deel van de mensen beweegt zich in Amsterdam voort op een fiets en fietsen daar is een vak op zich. De verkeersregels gaan voor fietsers in Amsterdam niet helemaal op. De agent op straat zal het er niet mee eens zijn, maar dat is wel de realiteit. Amsterdammers op de fiets wachten lang niet altijd tot het licht op groen springt, maar rijden zodra zij vinden dat het kan. Hierdoor wordt de fiets een erg effectief vervoersmiddel. Zo effectief dat het zelfs over langere afstanden niet veel minder snel is dan het OV. Daarom, en omdat sommige mensen een weekend-OV hebben, is de werkende fiets een belangrijk bezit voor de Amsterdamse student. Hij, of zij natuurlijk, kan je overal naar toe brengen, heeft nooit meer vertraging dan jij, en als je er 's nachts gebruik van maakt, blijft het gratis. Je fiets biedt dus de vrijheid die je graag wilt hebben tijdens je studententijd. Nu je je aan de

controle van je ouderlijk huis hebt onttrokken, is er, gesteund door je fiets, niets of niemand meer die je kan vertellen tot hoe laat je ergens wel of niet blijft. In de eerste weken van onze studietijd gingen wij ook fietsend door het leven. Nou ja, Gosse fietste en Soufyan stond achter op. Op deze manier hadden we wekenlang veel bekijks van de Japanners op rondvaartboten die allemaal een foto wilden maken. Het was voor ons ultieme vrijheid want niemand hield ons tegen (totdat een agent ons vertelde dat staan achterop de fiets verboden is in Nederland, who knew?). Aan het einde van de nacht werd het meestal wel lastiger, want dan vergat Gosse soms dat er iemand achterop stond en remde hij opeens waardoor Soufyan voorover over hem heen viel. Maar dat was een prijs die we graag betaalden voor de vrijheid van de fiets.

So ufyan en Goss e Onafhankelijk antropologisch tijdschrift Cul is verbonden aan de afdeling Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie van de Universiteit van Amsterdam. Deze Mini Cul is deels een samenstelling van artikelen van eerder gepubliceerde artikelen in de Cul.

Hoofdredacteur:

Soufyan el Hammouti

2.

Adjunct-hoofdredacteur: Gosse Vuijk

Layout:

Charlotte Reekers, Irene Beydals, Zwaan Lakmaker

Penningmeester: Irene Beydals

Eindredactie:

Drukkerij:

Drukkerij Wilco B.V.

Merel Remkes

Webredactie:

Joris van den Outenaar

Oplage: 600 ISSN: 18760309 Dank aan CSW

Bijdragen dienen zelf van spelfouten ontdaan te zijn. De redactie heeft het recht bijdragen in te korten of te weigeren. Informatie via redactie@tijdschriftcul. nl. Voor advertentie mogelijkheden mail naar pr@ tijdschriftcul.nl Adres: Cul, OZ Achterburgwal 185, 1012 DK Amsterdam, info@tijdschriftcul.nl www.tijdschriftcul.nl

Colofon

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1


Inhoudsopgave

Vaste Rubrieken

inhoudsopgave Verder in deze Mini Cul

4 Op de bank met... Floris Paalman 12 KookCul

6 10 11 13 14 16 20 22 24 26

Kwakiutl stelt zich voor LaSSa en OC Column: Bronzen beeld in mijn boomgaard Column: Duizend en één revoluties Schaken op Tahrirplein Downward Mobility: An anthropological documentary on Indian youngsters in London. Een (on)geluksvogel Afwassen met blote schouders Rechtse hobby’s Het Spinhuis

4

6

14

16

22

26

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1

3.


Op de bank met...

Floris Paalman Do o r Ruben Sibon

Entreeweek 1993, Floris Paalman begint aan de studie Culturele Antropologie. Als een van de weinige opleidingen aan de UvA heeft Antropologie geen eigen blad. Twee studenten van Kwakiutl vertellen Floris dat er wel een potje beschikbaar is om iets op te zetten. Nog datzelfde jaar wordt de Cul geboren, met Paalman en een paar medestudenten als founding fathers. Inmiddels is het achttien jaar verder en is Floris Paalman in antropologie- en filmkringen een bekend documentairemaker. Vorig jaar leverde hij de documentaire Hier in de Dapperbuurt af die een succesvolle première had in het Tropentheater. Maar Paalman heeft nog veel meer documentaires en antropologisch getinte films gemaakt.

Vrij chaotische start We beginnen met een kijkje in ‘den ouden doosch’ vol met oude Cul's die in de afgelopen achttien jaargangen zijn gemaakt. Paalman: “Gelukkig heeft iemand op een gegeven moment besloten te bewaren wat er is.” De Cul kende in de eerste jaar een vrije chaotische start, vertelt hij: “Zowat elke editie veranderden weer de functies van de redactieleden. Ik sta soms zelfs niet eens in de colofon genoemd, ook al was ik er altijd bij betrokken. Het logo veranderde ook elke keer weer...” De eerste Cul's blinken inderdaad niet altijd uit in consistentie, maar er was in ieder geval een blad waar antropologen in het Spinhuis hun creatieve energie in konden steken. De Cul komt voort uit een ander blad dat een jaar heeft bestaan. Paalman: “De voorloper van de Cul was eigenlijk niet meer dan een paar geniete stencils, heette Quoi-Que!? [spreek uit als 'kwa-kie'

4.

- RS] en werd nog gemaakt door Kwakiutl. Bij hen bleek er eigenlijk niet zoveel animo meer om dit in stand te houden.” Een discussiepunt in de geschiedenis van de Cul is de oriëntatie die het blad zou moeten hebben. “Ik was wat meer idealistisch en wilde discussies opstarten met de Cul. Eigenlijk wilde ik het blad het begin laten zijn van een beweging,” reflecteert Paalman. “Maar daar was niet iedereen het mee eens. Uiteindelijk heeft het blad onder iemand die er later bijkwam meer een 'glossy'-achtige wending genomen, meer gespiegeld aan de populaire psychologie magazines, maar dan voor de antropologie. Ik denk dat dit uiteindelijk wel een goede keuze is geweest: het tijdschrift kreeg zo meer een gevestigde vorm.” Een vraag die natuurlijk absoluut niet onbeantwoord mag blijven is hoe het nou precies zit met die naam ‘Cul’: “Die komt eigenlijk van mij. We zaten lang te zoeken naar een naam, maar dat was moeilijk. We wilden een vlotte, aansprekende titel en het moest vooral niet al te serieus zijn. Zo kwam ik uiteindelijk op Cul. We zaten nog te denken om het ‘Kul’ te noemen, maar gelukkig hebben we dat niet gedaan! In die achttien jaar zou je toch wel verwachten vaker zo'n woordgrapje te horen, maar dat lijkt volgens mij nog wel mee te vallen.” Heel af en toe pakt Paalman de Cul nog wel

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1


rubriek

Titel intro

D o or

eens mee, mocht hij op het Spinhuis zijn. Het blad heeft volgens hem wel vooruitgang geboekt sinds die beginjaren. “In opzet en uitstraling is het wel strakker geworden en beter georganiseerd. Het is mooi als je die ontwikkeling ziet, maar tegelijkertijd is het ook leuk om te zien, wanneer ik er zo even kort doorheen blader, dat het toch nog veel overeen heeft met wat wij in het begin ook deden. Bijvoorbeeld qua verscheidenheid aan stukken, het reflecteert wat studenten interesseert. Een blad met gedichten erin of recepten of weet ik wat. Dat soort totaal verschillende dingen zie je natuurlijk niet in de Etnofoor en dat maakt dit nog steeds een leuk blad om te lezen.”

baan. ”Het eerste filmproject dat ik wilde doen was al in mijn eerste jaar. Ik volgde in het tweede semester een vak over visuele antropologie bij John Kleinen en had een zestien millimeter camera gekocht, waarmee ik alles filmde wat maar los of vast zat, inclusief een vergadering met de Cul-redactieleden. In die tijd wilde ik onder andere Paasgebruiken in Twente filmen, maar dat mislukte omdat het stortregende en mijn camera het begaf. Ik heb over dat onderwerp uiteindelijk wel een stukje geschreven in de Cul. Eerst was ik veel bezig met rituelen in relatie tot moderniteit en later ben ik me ook met

“Ik heb de dingen altijd heel dichtbij willen zoeken” Film en stedelijkheid In de tijd dat Paalman antropologie studeerde, ging het er zacht gezegd nog wat anders aan toe dan nu: studenten konden zelf initiatief nemen om nieuwe vakken op te zetten, over de eindscriptie deed men nog minstens drie jaar en de docenten werden nog niet verzwolgen in de bureaucratische molen. Het is in deze context dat Paalman de mogelijkheid zag al in het tweede jaar iets te gaan doen met film en daarmee een module te beginnen in samenwerking met visueel antropoloog John Kleinen. Daarnaast studeerde Paalman ook nog eens aan de Rietveld Academie met de richting film. Het is de combinatie van film en een antropologische kijk op wat er om hem gebeurd, die vanaf het begin centraal heeft gestaan in zijn loop-

urbane antropologie gaan bezighouden.” Al die jaren is Paalman’s centrale vraag hetzelfde gebleven: ‘Wat gebeurt er nu, op dit moment, om mij heen?’ “Ik heb de dingen altijd heel dichtbij willen zoeken.” Hij kwam al snel terug bij film. “Het biedt als methode en manier van kijken een unieke visie op allerlei situaties.”

Meer informatie: •‘Hier in de Dapperbuurt’ is te vinden op HollandDoc.nl •Artikelen van Floris Paalman die in de Cul zijn verschenen staan op onze website: www.tijdschriftcul.nl • Kijk ook op onze website voor de eerste Cul-covers en illustraties van de hand van Paalman!

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1

5.


Kwakiutl stelt zich voor Kwakiutl is de studievereniging van Culturele Antropologie aan de UvA. De nieuwe bestuursleden van dit jaar stellen zich hier aan jullie voor.

NAOMI - VOORZITTER en minder studiegerelateerde activiteiten te organiseren.

Al bijna een kwart eeuw huist in het hartje van Amsterdam de Antropologische studievereniging Kwakiutl, achter het blauwe hek in het geliefde Spinhuis. Elk jaar probeert het Kwakiutl-bestuur, bestaande uit zeven enthousiaste studenten, jullie studietijd nog leuker te maken. Studeren kan meer zijn dan alleen naar colleges gaan, boeken lezen, papers schrijven en tentamens maken. Het is ook naar interessante lezingen en congressen gaan, relevante documentaires zien en napraten in de Common Room, waar ook sociologen gezellig op de bank hangen en koffie drinken. Wat studeren precies betekent is voor ieder mens verschillend. Daarom proberen wij als studievereniging zoveel mogelijk leuke studiegerelateerde

6.

Lid zijn van Kwakiutl is geheel vrijblijvend, dus niemand hoeft zich verplicht te voelen mee te doen met welke activiteit dan ook. Ik heb zelf ervaren dat de congressen, wekelijkse donderdagborrels, filmavonden, liftwedstrijden, feesten, weekendjes weg en De Andere Blik die maandelijks voor de donderdagborrel plaatsvinden veel meerwaarde kunnen geven aan je studententijd. Dit jaar hopen wij als Kwakiutl-bestuur veel mensen ook enthousiast te kunnen maken over de georganiseerde activiteiten. Lucien Palmboom die vorig jaar ook al een bestuursfunctie heeft bekleed, vervult komend jaar de functie van secretaris. Ghislaine Gill is onze penningmeester en komt namens Kwakiutl in het LaSSA-bestuur. De LaSSA(Landelijke Samenwerking Studenten Antropologie) organiseert jaarlijks meerdere evenementen voor studenten Antropologie uit heel Nederland zoals de Beroependag, het liftweekend en het succesvolle landelijke congres. Romi Biesheuvel wordt onze coรถrdinator studieverdieping. Ruby Houweling vervult de functie van coรถrdinator reizen en Aniek Meijer is dit jaar de coรถrdinator sociaal. Soufyan el Hammouti is dit collegejaar hoofdredacteur van het tijdschrift Cul en houdt zich vooral bezig met het contact tussen het antropologische tijdschrift en Kwakiutl. En ik hoop dit jaar als voorzitter van het bestuur veel mensen te enthousiasmeren voor Kwakiutl! Ieder een succesvol collegejaar toegewenst!

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1


ANIEK – COÖRDINATOR SOCIAAL

Mijn naam is Aniek Meijer en ik begin aankomend jaar aan het tweede jaar van mijn verkorte bachelor Culturele Antropologie. Binnen het Kwakiutl-bestuur heb ik de allerleukste functie, namelijk die van Coördinator Sociaal! Dit betekent dat ik me bezighoud met alle sociale activiteiten die worden georganiseerd door Kwakiutl. Hieronder vallen onder andere alle feesten, inclusief het Kerstgala, die altijd een groot succes zijn. Ook hebben we een kookcommissie die ons bijvoorbeeld tijdens themaborrels van lekkere gerechten voorziet. Daarnaast ga ik ervoor zorgen dat het welbekende ‘Nutter-weekend’ ook dit jaar weer super gezellig wordt. Tijdens dit

weekend, waarin niks moet en alles mag, reizen we met een groep Antropologen en Sociologen af naar het plaatsje Nutter. Als laatste organiseren we aan het einde van het studiejaar altijd een leuke (en gratis!) eindbarbecue en ook hier hoop ik een groot succes van te maken. Maar eigenlijk kan ik helemaal niet spreken van ‘ik’ want bij het organiseren van alle spetterende feesten, het supergezellige Nutter-weekend, het maken van lekkere gerechten en het voorbereiden van de eindbarbecue heb ik jouw hulp hard nodig! Zonder enthousiaste en actieve commissieleden zijn al deze activiteiten namelijk echt niet mogelijk. Lijkt het jouw leuk om actief te zijn binnen een commissie? Kom dan naar de commissiebeurs of stuur mij een mailtje op: coordinator-sociaal@ kwakiutl.nl. Wil je meer weten over de activiteiten, of wat het commissiewerk inhoudt, kijk dan op onze website: www.kwakiutl.nl. Niet te vergeten is er iedere week een borrel in het Spinhuis waarbij je me natuurlijk ook altijd aan kunt spreken. Ik hoop jullie snel te zien in het Spinhuis!

GHISLAINE - PENNINGMEESTER

Leuk dat je Antropologie bent gaan studeren aan de UvA! Heb je al een kamer, en heb je tijdens de Intreeweek leuke mensen leren kennen? Dat is namelijk niet onbelangrijk als je Amsterdam tot jouw stad wil maken. Tijdens mijn eerste jaar had ik geen kamer, mijn nieuwe vrienden woonden eveneens buiten Amsterdam en feestjes hier sloeg ik vaak over. Amsterdam was nog niet echt mijn stad, en met het studeren had ik dus ook wat minder. Na mijn propedeuse ben ik een jaar ertussen uit gegaan, en daarna ben ik weer begonnen met Antropologie. Deze keer ging het anders, ik had al een kamer en ik ging werken in Amsterdam (i.p.v. Utrecht). En belangrijker: ik had me ingeschreven voor

de feestcommissie. Om een feest te organiseren ga je samen uit eten om te vergaderen en bedenk je creatieve dingen om het feest nog leuker te maken. Natuurlijk ook eens per maand de borrel bijwonen, maar actief lid worden is echt leuker. Je organiseert activiteiten met andere Antropologen uit verschillende jaren en je leert veel mensen kennen. Dit jaar ben ik penningmeester. Als onderdeel van het bestuur mag ik niet alleen mee naar alle activiteiten zoals de studiereis en de liftwedstrijd, ik beheer ook de financiën. Dat houdt in dat als er iets wordt georganiseerd waar geld voor nodig is dit via mij gaat. En ik maak enge dingen als het jaarverslag. Tot slot ben ik actief voor de LaSSA (Landelijke Samenwerking Studenten Antropologie). De LaSSA organiseert activiteiten voor Antropologiestudenten uit Leiden, Nijmegen, Utrecht, de UvA en de VU. Ik zoek nog iemand die mij hier mee wil helpen! Je zal dan samen met mij en Antropologiestudenten uit heel het land onder andere de LaSSA liftwedstrijd en de LaSSA beroependag organiseren.

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1

7.


LUCIEN - SECRETARIS

Hé Antropologen in spé! Antropologie studeren is meer dan slechts de colleges volgen en deadlines halen. Wat ik dit jaar als secretaris ga doen is jullie op de hoogte houden wat er nog meer relevant en leuk is voor ons! Van stages tot lezingen, ik hou het contact open met andere studieverenigingen, interessante locaties voor lezingen of feestjes en zit in het dagelijks bestuur. Als secretaris ga ik vaak mee naar vergaderingen extern van Kwakiutl, waar ik onze voorzitter bijsta. Tijdens vergaderingen maak ik de notulen. Als secretaris ben je verantwoordelijk voor de communicatie tussen bestuur en leden dus eens in de twee weken zorg ik ervoor dat de nieuws-

brief er goed uitziet en verstuurd wordt. Ook bekommer ik me om de Kwakiutl-site (www. kwakiutl.nl) up to date te houden. Mijn plan is om dit jaar de toegankelijkheid van de site te verbeteren zodat jullie allemaal makkelijk kunnen zien wat er allemaal te doen is voor een gedreven Antropologiestudent. Naast mijn functies in het dagelijkse bestuur heb ik de coördinatie over de promotiecommissie en de liftwedstrijdcommissie. De samenwerking tussen het promotieteam en secretaris is een goede match omdat op die manier de relevante informatie op een mooi gepresenteerde manier bij studenten komt. De promotiecommissie is vrij in creativiteit en met vragen kunnen ze bij mij terecht. Kom ook bij een commissie! Vanaf dit jaar kunnen studenten makkelijker in een commissie gaan zonder dat ze vastzitten aan een activiteit waar hun hart niet bijligt. Je kunt nu bijvoorbeeld alleen in de promotiecommissie gaan en mooie posters en anders promotiemateriaal maken, of deel uitmaken van de liftwedstrijdcommissie. Ik hoop dat jullie een fantastisch jaar tegemoet gaan!

ROMI - COÖRDINATOR STUDIEVERDIEPING

De zomer is achter de rug en we hebben weer alle energie om fris en uitgerust aan een nieuw collegejaar te beginnen. Dat Antropologie een leuke studie is hoef ik jullie natuurlijk niet te vertellen. Wat wel de moeite waard is om te vertellen, is dat er ook andere activiteiten worden georganiseerd. Ik ben komend jaar de coördinator studieverdieping binnen Kwakiutl. Naast alle ontzettend interessante en leerzame vakken die je volgt, kun je je nog meer in de stof verdiepen door studiegerelateerde activiteiten. Zo vindt er over een paar maanden onder andere een congres plaats in het Tropenmuseum. We nodigen een aantal sprekers uit over een bepaald thema en je

8.

krijgt toegang tot het museum. Samen met een aantal commissieleden zorg ik ervoor dat alles goed verloopt en onderhoud ik de communicatie met het Tropenmuseum. Daarnaast hebben we het hele jaar door de filmcommissie, want hoe kan een studie als Antropologie nou bestaan zonder mooie films en interessante documentaires? Deze commissie bestaat nog niet zo heel lang en ik ga ervoor zorgen dat er een aantal filmavonden worden gehouden. Je raadt het waarschijnlijk al: leden voor deze twee commissies zijn van harte welkom! Wil je in een iets minder serieuze commissie, maar toch iets doen voor je medestudenten? We hebben ook een aantal keer per jaar een themaborrel op donderdagavond waar we actieve en creatieve studenten voor nodig hebben. Rond een bepaald thema maken we dan met een aantal leden een feestelijke borrel door middel van hapjes, drankjes en versiering. Ik zou heel blij zijn met leuke ideeën van jullie kant. Twijfel niet langer om actief lid te worden van één van de commissies binnen Kwakiutl! Tot ziens op de borrel!

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1


RUBY - COÖRDINATOR REIZEN

Nihao allemaal! Ik ben Ruby Houweling, 21 jaar , en dit wordt mijn tweede jaar als Antropologiestudent aan de UvA. Vorig jaar zat ik in de feestcommissie, waar ik het ontzettend gezellig heb gehad. Dit jaar wilde ik het net zo, zo niet nóg gezelliger maken en daarom zit ik nu in het bestuur. Ik hou , waarschijnlijk net zoals de meesten van jullie van reizen (ik schrijf deze introductie dan ook vanuit China!) en als reiscoördinator wil ik het mogelijk maken om een leuke, gezellige budgetreis te beleven. Samen met mijn commissie ben ik het grootste gedeelte van het jaar bezig om de studiereis te organiseren. Ik hoop er dit jaar twee te kunnen orga-

niseren, één naar een locatie wat dichterbij, de ander wat verder weg. Hiervoor heb ik dus twee commissies nodig die mij gaan helpen met het plannen ervan. Naast het plannen van de reis ben ik ook verantwoordelijk voor het introductieweekend voor eerstejaars, de Sinterklaas/Kerstborrel en De Andere Blik. Op elke laatste donderdag van de maand wordt er in het Spinhuis De Andere Blik georganiseerd, een avond waar enthousiaste studenten en professoren over hun onderzoek vertellen. Voor De Andere Blik heb ik twee contactpersonen nodig die zoeken naar deze enthousiastelingen. Lijkt het jou leuk lid te worden van één van de reiscommissies, of te helpen met De Andere Blik? Je kunt mij altijd even aanspreken, langskomen op de commissiebeurs, of mailen naar info@kwakiutl.nl.

SOUFYAN - HOOFDREDACTEUR TIJDSCHRIFT CUL

De Cul is een antropologisch tijdschrift dat volledig gemaakt wordt voor en door studenten Antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. Komend jaar ben ik hoofdredacteur van de Cul. In elke editie van de Cul staan een of meerdere thema´s centraal. De Cul zou geen antropologisch tijdschrift zijn als we niet regelmatig aandacht besteden aan zaken buiten Nederland. Daarom gaan we sinds drie jaar elke zomer op reportagereis. We bezoeken een bijzondere plek om zelf onderzoek te doen naar de situatie daar. Zo ging de eerste reportagereis in 2009 naar Moldavië om verslag te doen van het gebrek aan persvrijheid. In 2010 onderzocht de redactie op het zonnige Malta een minder zonnig onderwerp: migratieproblematiek in

Europa. Op dit moment zijn we net terug van een reis naar Caïro. In oktober zal de speciale editie van de Cul dan ook helemaal gaan over de roerige transitieperiode waarin Egypte zich bevindt, tussen het gedwongen aftreden van president Mubarak afgelopen februari en de aankomende verkiezingen. Het waren lange nachten op het Tahrirplein, met een constante dreiging dat het leger elk moment het plein schoon kon vegen, maar ook met interessante gesprekken en nieuwe vriendschappen. Wil je ook onderdeel uitmaken van de redactie van de Cul? Meld je dan aan! We zoeken mensen voor verschillende functies: penningmeester, vormgevers, secretaris eindredactie en iemand die zich bezighoudt met het binnenhalen van advertenties en abonnees. Daarnaast kan je ook een bijdrage leveren door het schrijven van artikelen. Ervaring is niet vereist. De enige voorwaarden zijn dat je je in wil zetten om samen een tijdschrift te maken en een mailtje stuurt met een korte motivatie voor een functie naar redactie@tijdschriftcul.nl. Of spreek mij aan als je me ziet lopen in het Spinhuis!

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1

9.


brengt je in contact LaSSA brengt leden van verschillende Antropologieverenigingen met elkaar in contact door activiteiten te organiseren. LaSSA (Landelijke Samenwerking Studenten Antropologie) is in 1993 opgezet door vier studieverenigingen Antropologie: Umoja uit Nijmegen, Itiwana uit Leiden, Djembé uit Utrecht en Kwakiutl uit Amsterdam. Sindsdien neemt faculteitsvereniging EOS van de VU ook deel aan LaSSA. Elk jaar organiseert LaSSA meerdere evenementen voor Antropologiestudenten uit heel

Nederland, waaronder discussiebijeenkomsten, een LaSSA-weekend, een groot landelijk congres en de Beroependag. Tijdens de Beroependag kun je oud-studenten Antropologie horen vertellen hoe het hen is vergaan op de arbeidsmarkt. Kijk voor meer informatie op www.antropologen.nl/lassa.

Opleidingscommissie houdt de kwaliteit in de gaten Dag (eerstejaars) Culturele Antropologie studenten! ‘Een opleidingscommissie, wat is dat?’ ‘Wat doen jullie en hoe kunnen wij jullie bereiken?’ Dit is zijn zomaar een aantal vragen die wij regelmatig horen. Met dit stukje hopen wij duidelijk te maken wat een opleidingscommissie (OC) is, wat we doen en hoe jullie ons kunnen bereiken. Een OC is een inspraakorgaan. Dit betekent dat wij geen besluiten kunnen afdwingen, maar wel adviezen kunnen geven. De geadresseerde (of dit nu de onderwijsdirecteur is of de opleidingscoördinator) moet aan de OC laten weten wat er met het advies gebeurt. Als deze persoon besluit om van het advies af te wijken, dan moet aangegeven worden waarom. De onderwerpen waar een OC (on)gevraagd advies over uitbrengt, zijn altijd onderwijs gerelateerd. Naast het uitbrengen van advies houden wij ons ook bezig met de OER (onderwijs en examenregeling). In de OER staan belangrijke zaken voor studenten en voor docenten, zoals de geldigheidsduur van tentamens, regels voor vrijstelling van bepaalde vakken, doorstroom vanuit het HBO. Na elk semester moeten jullie evaluaties invullen. Deze evaluaties worden, vertrouwelijk, besproken tijdens onze maandelijkse

10.

vergaderingen. Zo houden wij de kwaliteit van vakken en docenten in de gaten. Tot slot bespreken we ook klachten en problemen die wij binnen krijgen via de Blackboard Community. Deze community is nog niet in gebruik door studenten, maar wij zorgen ervoor dat er voor elk vak de mogelijkheid bestaat over met elkaar in discussie te gaan. Wij versturen jullie nog een e-mail met de exacte instructies om je aan te melden. Met andere woorden: wij zijn druk bezig om de kwaliteit van onze opleiding te waarborgen en problemen/klachten op te lossen waar nodig. Maar dat kunnen wij niet alleen, daarvoor hebben wij jullie nodig. Daarom willen wij jullie vragen om actief te worden op onze community. Tot slot willen wij graag de leden van onze OC voorstellen. Op dit moment zijn er vier docentleden en drie studentleden. De docentleden zijn Oskar Verkaaik (voorzitter), Julie McBrien, Barak Kalir en Vincent de Rooij. De studentleden zijn Khadija Ammelah, Willemijn Rijper en Cecilio do Rosario. Jurian Glas is secretaris. De OC is te bereiken via: opleidingscommissie-ca@uva.nl.

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1


column

Bronzen beelden in mijn boomgaard D oor Merel Remkes

Het is een van de favoriete ‘Wat zou jij doen als…?’-vragen: Wat zou jij doen als je de loterij won? Antwoorden variëren van een huis kopen, een wereldreis maken, feestjes organiseren, je geliefden verwennen. En alleen nog maar leuk werk aannemen. Met dat miljoen ligt de wereld aan je voeten.

Wat zou jij doen als je de loterij won?

Nee bedankt… Nauwelijks de 25 bereikt, kampte ik al met burn out verschijnselen. De reden? Nee, geen seksueel intimiderende chef, niet vier bloedjes van kinderen die mijn trommelvliezen kapot schreeuwen. Keuzestress. Voor mensen in andere tijden en werelddelen waarschijnlijk volstrekt onbegrijpelijk, maar de symptomen zijn er niet minder om: chronisch verkrampte rugspieren, vicieuze piekercirkels, ademnood. Als alles kan, móet ook alles: studie ten maximale benutten, bestuursfunctietje tussendoor, stoere freelance opdrachten, lekker spontaan met vrienden naar een festival, drie keer per week trainen voor de marathon, weekendje Barcelona, vrijwilligerswerk in Kenia, een boek schrijven, Chinees leren, een tweede studie, een derde. En een cursusje mindfulness om tot je authentieke kern te komen.

Rielekst man. Ik sleep mezelf door Londen’s Soho om sfeer op te snuiven, maar eigenlijk wil ik een winterslaap doen. Winterslaap is echter zooo… never. Ik lig op de grond van de woonkamer te bedenken wat voor iets onwijs ludieks ik nu weer zal doen met mijn inrichting. De fruitschaal als lampenkap, is dat niet retecool? Of andersom? Een diepe existentiële vermoeidheid belet me op te staan.

Zzzz… Ik hoef dat miljoen niet, hoor. Dan moet ik het namelijk uitgeven. Aan weekendjes Kaapstad en Sjanghai. Bronzen beelden in mijn boomgaard. Nog zeven studies. Want het kan. En zo is niets meer iets waard, omdat het allemaal voor het oprapen ligt. De enige uitdaging zit hem erin nog meer geld te verdienen. Voor het eerst in mijn leven snap ik bankiers die van baan wisselen voor een nóg grotere bonus, ondanks hun duizelingwekkende bankrekening. Als je al rijk bent, valt er niets meer te veroveren. Dan wordt geld geen middel meer, maar een doel. Ben ik even blij dat ik een arme antropoloog word.

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1

11.


Fortuin in een koekje Do o r Femke Awater

Fortune Cookies, kleine droge koekjes met er in een stukje papier waarop een voorspelling, wens of wijsheid staat, zijn bij velen bekend. Waar de koekjes vandaan komen is echter onduidelijk. Hoewel velen er vanuit gaan dat het koekje origineel uit China komt, omdat de koekjes vaak na een maaltijd in een Chinees restaurant geserveerd worden, komen de koekjes daar vrij weinig voor. Ze worden vooral in Amerika geproduceerd en vanuit daar ook geëxporteerd. De grootste gelukskoekjesfabriek, Wonton, staat dan ook in Amerika en produceert 4,5 miljoen koekjes per dag. Deze fabriek heeft een archief met ongeveer 10.000 spreuken. Dat is nog eens geluk produceren op grote schaal! In Nederland en in een aantal andere Europese landen zijn de koekjes populair in de Chinese restaurants en zo gaat een Amerikaans fenomeen in een chinees jasje de wereld in en is de globalisatie cirkel weer rond. Omdat de koekjes al zo lang bestaan en enigszins beginnen te vervelen, heeft Wonton nu ook iets anders bedacht, namelijk de Evil fortunes. In plaats van geluksbriefjes zitten er in deze koekjes ongelukkige wensen, voorspellingen of wijsheden. Dit koekje met een ietwat negatievere ‘bite’ kan wellicht een uitkomst bieden om oude familie irritaties te uiten of ongewenste gasten subtiel de deur te wijzen. Geluk of ongeluk, voor deze koekjes hoeven we nu niet meer naar de Chinees. Cul biedt het recept voor een fortuinlijk koekje van eigen deeg!

Recept: (On)Geluks koekjes Ingrediënten • 1/2 anijsblokje • 250 g bloem • 80 g lichtbruine basterdsuiker • snufje kruidnagelpoeder • zout • 2 eieren (middel groot) • 2 eetlepels olie • olie om te frituren • 2 eetlepels bloem voor bestuiven

12.

Anijsblokje met bolle kant van eetlepel verpulveren. Boven kom bloem zeven. Basterdsuiker, anijs, kruidnagelpoeder en snufje zout erdoor mengen. Ei erboven breken en olie toevoegen. Van midden uit tot samenhangend deeg roeren. Verder met hand tot soepel deeg kneden. Aanrecht bestuiven met bloem en deeg uitrollen tot dunne lap van ca. 30 x 24 cm. Lap in 20 vierkantjes van 6 x 6 cm snijden. Op elk vierkantje klein papiertje met spreuk leggen. Vierkantjes diagonaal dubbelvouwen en hoeken naar elkaar toe buigen, randen goed dicht drukken. In frituurpan olie verhitten tot 175 ºC. Fortune cookies in 4 porties in ca. 5 minuten goudbruin frituren. In vergiet met keukenpapier laten uitlekken.

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1


column

Duizend en één revoluties Er was eens… een menigte van gewone mannen, vrouwen en kinderen die op een groot plein in het midden van een oude Egyptische stad de onderdrukkers verjoegen. Het Tahrirplein in Cairo is de setting voor een sprookje waarvan niemand had gedacht dat het ooit verteld zou worden. En het bleef niet bij Egypte. Het volk van het kleine Tunesië ging hen voor en als dominostenen stonden ook in de landen er omheen gewone mensen op om hun dictator te vertellen dat ze de onderdrukking niet langer accepteren.

D o or Coco Gu bbels

Na het succes in Tunesië kwam ook Egypte in opstand, daarna Libië, Jemen, Algerije, Jordanië, Bahrein, Oman en Syrië. Vooral Tunesië en Egypte kwamen in het nieuws door het succes van de revolutie, terwijl in Algerije, Jemen en nu Syrië deze opstand bloedig wordt neergeslagen. Overigens niet geheel succesvol; tot op de dag van vandaag gaan mensen nog steeds de straat op. Libië is een geval apart omdat we daar, als land en met de NAVO, hebben gekozen voor inmenging. Maar over die inmenging zelf of over het verloop van de situatie in die landen wil ik het niet hebben. Nee, ik wil het hebben over de manier waarop Nederland omgaat met dit nieuws. Zelf heb ik dagen en nachten mijn ogen niet van Al Jazeera English af kunnen houden. Niet de NOS, niet RTL, niet een andere Nederlandse zender. Slechts summier druppelde de Arabische lente de Nederlandse huiskamers binnen. Pas toen het echt ging vlammen in het Midden Oosten leek het alleen nog maar daar over te gaan in de media. Wel of niet deelnemen leek in de media nog belangrijker dan wat er daadwerkelijk gebeurde in het Midden Oosten. In elk programma werden deskundigen uitgenodigd: Nieuwsuur, Pauw en Witteman, De Wereld Draait Door, Uitgesproken, Eenvandaag… deskundigen van Clingendael, politi-

cologen, oorlogsdeskundigen, Midden Oosten deskundigen, maar geen enkele antropoloog. Onderwerpen bleven steken in politiek, aanvallen, leger, politie, revolutie, heden en toekomst. En niemand die kwam vertellen over de culturele achtergrond waarin deze revoluties tot stand kwamen. Geen inzicht in waarom in Libië de revolutie anders verloopt dan in Egypte. Waar bleef de culturele benadering? Is het een gebrek geweest aan de kant van de media of aan de kant van de antropologen? Hebben de media niet het inzicht gehad om ook de antropologie te raadplegen in deze ontwikkelingen? Is de materie te complex en hebben ze daarom graag iemand die met oneliners de situatie ontknoopt en is daarom niet gekozen voor antropologen? We staan nu eenmaal bekend als uitwijdende, alles afwegende academici. Of zijn het de antropologen die verzuimd hebben zich te melden? Zijn de deskundigen zich niet bewust van de dringende noodzaak zich in dit soort situaties juist aan te bieden en te laten zien hoe belangrijk hun inzichten en kennis zijn? We zullen het misschien nooit weten. Wat ik wel weet, is dat ik het gebrek aan een antropologische bijdrage als een gemiste kans zie. Voor de media, voor de kijker en vooral voor de antropologie.

Waar bleef de antropologische blik op de Arabische lente?

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1

13.


Schaken op Tahrirplein De Cul-redactie maakt ieder jaar een reis om antropologisch verslag te doen van fenomenen, gebeurtenissen en problemen. Zo schreven we over journalistieke vrijheid in Moldavië en bootvluchtelingen op Malta. Deze zomer bezochten we het roerige Caïro. Na de massademonstraties die eind januari het aftreden van president Mubarak in gang zetten, werd het in het voorjaar weer relatief rustig in Egypte. Op 8 juli stroomde het Tahrirplein weer vol met demonstranten, die meer hervormingen eisten. Een sfeerverslag van het beroemde revolutieplein.

D o or M e re l Re mkes Het is nog rustig op het Tahrirplein, als een festivalterrein na een concert. In de tenten op het midden van het plein liggen mensen te slapen. Sommigen zijn hier 24 uur per dag. Bij de omheining van het plein checken burgerwachten de paspoorten van de eerste bezoekers, podia worden opgebouwd. Bijna in Koninginnedagstijl liggen er overal revolutie-parafenalia op kleedjes: stickers, armbandjes, petjes, vlaggen, T-shirts in de kleuren van de Egyptische vlag. Er zijn stalletjes met flesjes water en hapjes te koop. Mensen met potjes verf schilderen Egyptische vlaggen op armen en gezichten, voor een paar pond. De commercialisering van de revolutie. Er is een medische post, waar vrijwilligers demonstranten verplegen. Nu gaat het alleen om wat mensen die door de hitte zijn bevangen, maar verder is het rustig. De politie laat zich niet zien. Dat was eind januari en begin februari wel anders, toen demonstranten werden bekogeld door traangas, (rubber) kogels en waterkanonnen. Halverwege de middag stroomt het plein vol. Op de podia schreeuwen mannen woeste woorden het publiek in. De mensenmassa roept leuzen na. Ze eisen snellere berechting van corrupte bewindslieden, van politieagenten die in januari demonstranten doodschoten. Er zijn spandoeken, spotprenten van Mubarak en kornuiten. Iemand heeft een schoen op zijn hoofd gebonden. Een laars van een politieagent, blijkt. De een vindt het fantastisch dat er weer zoveel mensen op de

14.

been zijn deze zomer, dat de revolutie nieuw leven ingeblazen is, de ander schaamt zich voor deze ‘schijnvertoning’. “Het lijkt wel carnaval. Dit is nog maar een schim van de protesten in januari.” Een blanke man komt naar ons toe. ‘Are you journalists?’ vraagt hij met een Brits accent. Als we zeggen dat we studenten zijn, pakt hij enthousiast zijn notitieblokje. Hij is zelf namelijk wel journalist, van The Times. Of hij ons mag vragen wat we hier doen. We aarzelen. Na alle vreselijke verhalen van mishandelde journalisten en van spionage verdachte toeristen zijn we een beetje achterdochtig geworden. Willen we ons naam ergens zwart op wit hebben? Dan schudden we ons wantrouwen van ons af en beantwoorden zijn vragen. ’s Avonds ontmoeten een paar jongens van

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1


de 6th of April movement. Zij bivakkeren 24 uur per dag in een tentenkamp naast het standbeeld van de socialistische expresident Nasr. Er heerst een gemoedelijke sfeer. In het schaaktoernooi ‘Cul vs. 6th of April’ worden wij genadeloos ingemaakt. Het is al half twee ’s nachts als iemand z’n telefoon dichtklapt en zegt dat het leger er aan komt. We kunnen beter gaan. Sommigen relativeren de mededeling, anderen geven ons groot gelijk om niet te willen sterven voor andermans strijd. Maar zij zullen allemaal blijven. Met de gearresteerde Israëlische toerist in ons achterhoofd pakken we de taxi naar huis. Later blijkt het vals alarm. Maar nog geen week later is het wel raak; agenten bestoken demonstranten weer met traangas en uiteindelijk wordt het hele plein ontruimd door het leger. Dan zijn wij al weer veilig geland in Nederland.

De een vindt het fantastisch dat de revolutie nieuw leven ingeblazen is, de ander schaamt zich voor deze ‘schijnvertoning’.

De volgende editie van de Cul staat helemaal in het teken van de revolutie in Egypte!

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1

15.


Downward Mobility

An anthropological documentary on Indian youngsters in London Two former students and a professor from the anthropology department at the UvA recently made a documentary film, ‘Living Like a Common Man’ (2011). The film traces the lives of Indian youngsters who recently migrated to London and are going through a process of downward mobility. The film is the visual outcome of long-term anthropological research. It will be screened in Amsterdam on Wednesday 5th October (see insert) with discussion afterwards. D o o r Mar i o Ru t te n, Sand e rie n Ve r st ap p en and Isabel l e Makay

Over the past decade, the number of Indians entering the UK on a temporary work or student visa increased to more than 75.000 per year, most of them being younger than 30 years of age. ‘Living Like a Common Man’ documents the struggles, hopes and despair of seven young Indian migrants in London (aged between 24 and 26 years), who moved to Britain less than three years ago. All of them belong to relatively wealthy middle-class families in India and came to Britain on a student visa or a temporary work permit. Like many youngsters in developing countries, they dreamed of going to the West to earn money, to study and to get overseas experience to improve their positions at home. Once in London they ended up in low-status, semi-skilled jobs to cover their expenses, living crammed into a small paying-guest accommodation with other newly arrived migrants. The film follows the seven young Indian migrants in their daily lives in London, as well as their parents in the home region in Gujarat – who have high expectations of their sons and daughters. The film is based on intensive interaction with these young migrants from Gujarat over a period of two years, between May 2008

16.

and May 2010. During this period, the film makers went to London ten times and stayed with the youngsters for three to five days at a time. They also visited India for three weeks to film the wedding of four of them, and to meet the parents of all seven. Initial contact with the youngsters was established through Mario Rutten, who has known the family of two of the youngsters for almost 30 years, having conducted research in their home village in Gujarat since 1983. Sanderien Verstappen and Isabelle Makay became equally close to them during their visits to London and India. As visual anthropologists, they operated the camera and edited the film.

Downward mobility One of the key themes of ‘Living Like a Common Man’ is the process of downward mobility experienced by newly arrived Gujarati migrants after moving to London. Living in a smaller house than they are used to back home, they have to do menial work that they would never have accepted in India. One young man explains: ‘At the first day of my job, my boss said “You have to clean the

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1


Mario Rutten, Sanderien Verstappen and Isabelle Makay

garden”. I said: “What is this? I came here to clean the garden?” I went into the bathroom and I literally cried. I thought: “What am I doing here? Did I come to London to do all those things?”’ His move to London was a bad experience: ‘According to me, and from the culture I come, I think that I become smaller

with three in a room as big as our bathroom. So we feel a bit sad.’ His wife does not like her son to do menial work: ‘If he has to stay there for the rest of his life, I don’t like it. There they work as servants. When they return, they’ll have servants working under them.’

‘Living Like a Common Man’ documents the struggles, hopes and despair of seven young Indian migrants in London. by doing all these things.’ This experience of downward mobility is expressed most clearly in the statement which gave the film its title: ‘In India I live like a prince. I don’t need to do anything, everything is ready for me. I don’t need to use public transport, because I got a car, I got a motorbike. It’s the life of a prince. But in London I live like a common man.’ The parents of the youngsters are also aware of this process of downward mobility. One father states: ‘When he calls us, and we hear how lives there, we feel a bit sad. Here he lived in a house with 10 to 12 rooms. We have four bathrooms. But there, they live

Reflecting on downward mobility During the first six months of 2011, the film was screened privately to the main characters in London and in Gujarat. They recognized themselves in the final cut and insisted that we should show the film to youngsters in India, ‘so that they know that life is not so easy in London and that we have to struggle’. One of the private screenings took place in the same paying guest house where the film was shot. Apart from some of the main characters, a few more recently arrived housemates also attended this screening. Although they had had not participated in the

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1

17.


Segments from the documentary downward mobility

making of the film, having arrived only very recently, they recognized themselves and started to reflect on the choice they made coming to London. One girl who had arrived in London a few months before, felt a bit sad after seeing the film: ‘If I had seen this in India I would have probably decided not come to London. Or, perhaps I would have come anyway, but if I had seen all of this I would not have been so disappointed.’ The parents in India also watched the film with great interest. They already knew that the living circumstances of their sons and daughters in London were not very good, but were curious to get visual information on their children’s actual housing conditions. Some asked many questions about what they saw on screen. One of the fathers in India said ‘smilingly’ after seeing the film: ‘You made a very good film, you portrayed the life of our son well, but the only thing that you got wrong is the title of the film. It should not have been ‘living like a common man’, but ‘living as a common man’! They really live as common people in London.’

18.

Living Like a Common Man (2011) will be screened at De Balie, Amsterdam on Wednesday 5 October 2011 at 18:30 hrs. The film is followed by a panel discussion with the film makers. Announcements of tickets to follow early September. Sanderien Verstappen is Ph.D. researcher in Social Anthropology at the UvA. Mario Rutten is professor in Comparative Anthropology and Sociology of Asia at the UvA. Isabelle Makay is anthropologist and teaches at the Design Academy Eindhoven. Asian Studies in Amsterdam (ASiA/UvA) – International Institute for Asian Studies (IIAS) For further details about the film and sale of the DVD and accompanying booklet, see: http://sites.google.com/site/livinglikeacommonman/

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1


1.

antropologische kruiswoord

2.

3.

4. 5.

.

6

7.

8.

12.

9.

10.

11. HORIZONTAAL 1. Tweede deel van straatnaam Spinhuis 3. Daar wordt elke week een borrel gehouden 6. Ruil cadeaus 7. Schrijver ‘Coming of Age in Samoa’ 8. De conciërge van het Spinhuis 10. Betekenis antro11. Oprichter tijdschrift Cul VERTICAAL 2. Wat was het Spinhuis vroeger? 4. Wat is Kwakiutl? 5. Voorzitter Kwakiutl 9. Maakt documentaire over Indiaase jongeren 12. Welke antropoloog staat hierboven afgebeeld?

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1

19.


Een (on)geluksvogel De verhalen van Donald Duck zijn voor veel kinderen een wezenlijk onderdeel van hun jeugd. Behalve leuk zijn de verhalen ook leerzaam. De strips leren de lezer hoe de wereld in elkaar zit. Wat betreft het thema ‘fortuin’ zijn er drie karakters in de strip leerzaam. Donald Duck, Dagobert Duck en Guus Geluk vertellen een verhaal over de rol van fortuin in de wereld. Dat verhaal blijkt verrassend weberiaans en calvinistisch.

D o or Gosse Vu i j k Je loopt op een rustige middag met je vriendin over straat. Je komt toevallig langs de VazenGigant en je vriendin vraagt of je een vaas voor haar koopt. Ondanks dat je, zoals altijd, krap bij kas zit, stel je voor om toch even binnen te gaan kijken. Op het moment dat je naar binnen wilt lopen, dwalen je ogen één seconde af naar die mooie vrouw die naar buiten komt. Je vriendin ziet het, en vervolgens loop je ook nog eens tegen een pilaar aan. Tot overmaat van ramp stond op die pilaar een peperdure, grote vaas die nu op je valt en je zit klem in de vaas. Omdat de winkelhulpen de vaas niet van je af krijgen, zul je hem moeten kopen. Gelukkig is je vriendin nu wel tevreden, want zij heeft haar nieuwe vaas. Er is maar één persoon die zoiets kan overkomen: Donald Duck. Hij symboliseert (het gebrek aan) twee soorten fortuin. Ten eerste financieel fortuin, oftewel een grote zak met geld. En ten tweede karakteristiek fortuin, oftewel geluk zoals je dat kunt hebben bij een kansspel. In de strips wordt deze vorm van fortuin neergezet als een karaktereigenschap, vandaar de naam ‘karakteristiek fortuin’. Donald, zijn neef Guus Geluk en oom Dagobert Duck creëren op die manier een kapitalistisch discours over fortuin.

Eenden van fortuin Donald heeft geen fortuin; hij is werkloos, of doet slecht betaald werk, en geluk hebben is niet zijn ding. Hier komt ook nog eens bij dat elke keer als Donald wel fortuin heeft, in welke vorm dan ook, hij te hebberig wordt. Vervolgens verliest hij zijn baan door zijn arrogantie en hebberigheid. Vaak

20.

ontbreekt het Donald ook aan geld doordat hij lui is. Maar ook als hij wel goed zijn best doet, karakteristiek fortuin krijgt hij nooit. Donald maakt zo een aantal dingen duidelijk aan de lezer. Ten eerste leer je van Donald dat je tevreden moet zijn met het financiële fortuin dat je hebt. Elke keer als Donald dat niet is, als hij hebberig wordt, wordt hij afgestraft. Ten tweede laat Donald's gebrek aan financieel fortuin en werklust zien dat er een verband tussen de twee is. Er moet hard gewerkt worden om financieel fortuin te krijgen. Ten derde maakt Donald duidelijk dat karakteristiek fortuin een eigenschap is, want Donald doet of creëert geen pech maar hij heeft pech. Het wel of niet hebben van deze vorm van fortuin is dus onderdeel van je karakter, het is karakteristiek. Guus Geluk deelt de laatste betekenis met Donald. Hij heeft altijd geluk. Guus' karakteristieke fortuin zorgt ook voor zijn financiële fortuin. Door zijn karakteristieke fortuin kan hij per dag zijn financiële fortuin bij elkaar 'mazzelen'. Maar omdat Guus niet sober leeft, houdt hij nooit geld over. Het verschil in karakteristiek fortuin tussen Guus en Donald zorgt voor een verschil in financieel fortuin tussen de beide eenden. Dit leert de lezer dat ongelijke financiële situaties in de samenleving een kwestie van geluk zijn. Dit gaat in tegen de ideeën over financieel fortuin die door Donald worden gerepresenteerd, namelijk het idee dat je financiële situatie afhangt van je tevredenheid en je werklust. Het idee over tevredenheid komt sterk overeen met het Calvinistische idee van soberheid. Donald moet vooral niet meer willen dan hij nodig heeft, of dan hij verdient. Dit idee gecombineerd met het idee

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1


Het rationele denken van de familie Duck overwint altijd de irrationele magie van Zwarte Magica.

dat werklust loont, is de basis van 'the spirit of capitalism', zoals die door Max Weber beschreven werd in zijn boek The protestant ethic and the 'spirit' of capitalism (1905). Donald representeert dus deze ‘spirit’. Guus representeert de ‘spirit’ juist niet. De manier waarop hij zijn financieel fortuin verkrijgt en de manier waarop hij ermee omgaat is in contradictie met de ‘spirit’. Een goed voorbeeld van de juiste ‘spirit’ is Dagobert Duck. Hij heeft door hard werken en sober leven heel veel financieel fortuin opgebouwd. Er is echter nog een aspect van Dagobert dat interessant is wat betreft ideeën over fortuin. In Dagobert's geluksdubbeltje komen namelijk de twee verschillende vormen van fortuin samen. Dagobert is er van overtuigd dat hij zonder zijn dubbeltje bankroet zal gaan. Dit zou het idee van hard werken voor je geld tegenspreken, ware het niet dat Dagobert nog nooit failliet is gegaan terwijl zijn dubbeltje al meerdere malen gestolen is. Dagobert is rijk geworden en zal rijk blijven, door hard werken en rationeel handelen, niet door geluk. De lezer wordt dan ook voorgespiegeld dat het in de echte wereld eveneens zo werkt. De aartsvijand van Dagobert, de heks Zwarte Magica, bevestigt dit nog eens. Zij probeert altijd zijn‘duppie te jatten’ en daarmee de symbolische bron van zijn rijkdom te stelen. Ze is daar nog nooit in geslaagd. Het rationele denken van de familie Duck (Dagobert wordt in zijn strijd vaak geholpen door Donald en zijn neefjes) overwint altijd de irrationele magie van Magica. Deze strijd symboliseert het idee dat irrationaliteit een bedreiging is voor het vergaren van financieel fortuin en dat je altijd rationeel moet blijven om

deze bedreiging af te kunnen wenden. De voorkeur voor rationaliteit is onderdeel van kapitalistisch denken, dat draait namelijk om het afwegen van kosten tegen baten om zo tot een maximale winst te komen.

The spirit of Donald Duck De drie besproken eenden geven verschillende ideeën over fortuin weer. Guus representeert ideeën over fortuin die in tegenspraak staan met de ideeën die Donald en Dagobert representeren. Dit onderscheid wordt ook gesymboliseerd in de familieverhoudingen tussen de eenden. Donald en Dagobert zijn 'echte' Ducks. Guus daarentegen is geen lid van de Duck-familie. In het weekblad is de familie ook dominant. Hierdoor zou je kunnen stellen dat de ideeën die door Dagobert en Donald worden verbeeld de dominante ideeën zijn. Ook de relatie tussen Donald en Guus bevestigt dit, ze zijn namelijk rivalen. Donald is daarin de underdog waarmee de lezer zich identificeert. Van Guus (en alles waar hij voor staat) neemt de lezer afstand. De makers willen dus de door Donald en Dagobert gesymboliseerde ideeën, al dan niet onbewust, overbrengen op de lezers. Volgens deze ideeën moet je hard werken om financieel fortuin te vergaren en heeft karakteristiek fortuin daar niets mee te maken. Dat is maar goed ook want volgens diezelfde ideeën is karakteristiek fortuin iets wat je hebt of niet; je kunt het niet leren of op een andere manier verkrijgen. Zo bekeken is de Donald Duck een goed voorbeeld van de Weberiaanse 'spirit of capitalism' die gegrond is in het Calvinistische gedachtegoed.

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1

21.


Afwassen met blote schouders een foutje van de natuur? De zuidelijke provincie Kerala is met haar ruim 31 miljoen inwoners in traditioneel opzicht een van de meest conservatieve delen van India. Een zichtbaar aspect hiervan is de continu merkbare ongelijkheid tussen man en vrouw. Wettelijke maatregelen om de posities gelijk te trekken hebben binnen de bestaande sociale relaties weinig effect.

D o or Li e ke W i ssink “What?! What is he doing?” mijn buurmeisje Reshu in het Zuid-Indiase dorpje in Kerala onderbreekt abrupt ons gesprek en kijkt met oprechte verbazing richting keuken. Mijn mannelijke huisgenoot doet de afwas. “Really? But why? My husband does not even know how to wash dishes!” De lichte flikkering in Reshu’s ogen verraadt dat ze zelf wel wat ziet in een afwassende partner, maar ze is er van overtuigd dat ze niet bij haar man aan kan komen met een dergelijk voorstel. Jongens hoeven nooit de afwas te doen, legt ze uit. Dat doet de moeder, de zus en na het door de familie gearrangeerde huwelijk, de vrouwelijke partner. “It’s just like that.” De avond tevoren stond Reshu huilend voor de deur. Haar kleurrijke en met glinsterende palletjes overladen salwar stak in feestelijkheid misplaatst af bij haar fijne gezicht, waarop uitgelopen make-up en tranen overheersten. Ze kwam terug van de bioscoop waar onbekende medebezoekers haar hadden verweten dat, ondanks de traditionele salwar, haar schouders niet voldoende bedekt waren. De jongens wachtten haar na de film op om haar voor hoer uit te maken. Haar man was doorgelopen en zat al in hun geparkeerde auto. Geïntimideerd kwam ze later de auto in, teleurgesteld dat haar man haar niet te hulp was geschoten. “It’s our culture, it’s just like that. You won’t change it, so leave it”, was zijn reactie. Het oplettende oog ziet de oppervlakkige kenmerken van de tweedeling tussen mannen en vrouwen al bevestigd in het straat-

22.

beeld; de vrouwen dragen sari’s of salwar’s die de blote huid naar behoren bedekken. De mannen dragen veelal een omgeslagen witte doek, de lungi. Wanneer het na zes uur ‘s avonds donker is, is er nauwelijks nog een vrouw op straat te bekennen. De man is zonder uitzondering degene die aangesproken wordt in publieke, sociale situaties, terwijl de vrouw die ernaast staat nauwelijks aangekeken wordt. In het lokale vervoer zitten mannen en vrouwen apart en bij het kopen van treinkaartjes is er een aparte womens que. Bij de dagelijks ellenlange rij voor de wineshop, de enige verkoopplek van alcohol, is er van een dergelijke scheiding geen sprake aangezien het überhaupt ondenkbaar is dat vrouwen alcohol kopen. In de duistere cafés waar semi–legaal bier verkrijgbaar is, worden vrouwen geweigerd, zogezegd voor hun eigen ‘bescherming’.

Frustraties over de patriarchie Er worden wettelijk progressieve maatregelen genomen om de nadruk op het verschil tussen man en vrouw recht te trekken. Zo is er voor de lokale overheidsorganen in Kerala onlangs een quota geïntroduceerd om 50% van de banen te reserveren voor vrouwen. Toch brengen top-down maatregelen in de sociale praktijk weinig verandering met zich mee. De wekelijkse open pagina van de vooraanstaande, nationale krant The Hindu, wijdde een volledige editie aan ingezonden brieven over de huidige positie van vrouwen in de oplage voor Kerala. ‘The prejudice that

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1


De jongens wachtten haar na de film op om haar voor hoer uit te maken.

women face is still present…It has become something that insinuates itself into our subconscious minds, creeping into every hollow of our lives until we are no more conscious of its presence than we are of breathing… like how in a marriage the wife is expected to leave her life behind and move when her husband is offered a better job elsewhere; how women are portrayed in movies as being servile to men, and in how men and women in the workplace are given subtly different treatment’ (The Hindu 29/08/2010). De ingezonden brieven betogen dat de positie van de vrouw nog altijd volgens de traditionele verhoudingen bestaat in Kerala. Een maand later verschenen de reacties op de open pagina. Zonder te claimen representatief te zijn voor een collectief, geeft de ontstane discussie een beeld van de heersende frictie: ‘Let us be clear about one thing - men and women can never be perfect equals. Nature never intended them to be... Women are the gentle sex, not the weaker sex as it is commonly understood. Grace and beauty are typically feminine attributes just as physical powers is a manly quality’ (The Hindu 26/09/2010).  De genderverschillen worden door deze lezer gewijd aan de natuur. Dat het een sociaal construct zou zijn is niet aan de orde. Dit suggereert dat een streven naar gelijkheid, zoals de eerdere ingezonden brieven bepleitten, ‘onnatuurlijk’ zou zijn. Een volgende brief vervolgt: ‘…children should be taught about the need to appreciate and accommodate the natural gender

differences’ (The Hindu 26/09/2010). Door te pleiten voor onderwijs in de zogenaamd natuurlijke genderverschillen meet de inzender met twee maten. Gender als sociaal construct dat via onderwijs aangeleerd kan worden, en gender als natuurlijk verschil tussen man en vrouw wordt door elkaar gehaald. Juist dit idee van een verschil tussen genders als natuurlijk gegeven, maakt dat wettelijke maatregelen geen gelijkheid teweeg brengen. De maatregelen die van hogeraf genomen worden, reiken niet tot de privé sferen waar de ongelijke gender verhouding voortduurt. ‘…in India we still find that women, inside the family, are largely subordinated. It is true that today women working outside the family is no taboo and there is a certain level of economic independence. But they are still expected to do all the household chores, famously described by one writer as “the second shift”’ (The Hindu 29/08/2010). Ondanks Kerala’s vooruitstrevende maatregelen op overheidsniveau zijn de officiële cijfers die de vertegenwoordiging van vrouwen in verschillende organen van de samenleving weergeven misleidend. De kern van de sociale verdeling van de gender rollen heeft verandering van binnenuit nodig. Uiteindelijk heeft Reshu haar man zover gekregen dat zij niet meer de afwas hoeft te doen. Niet omdat haar man het vanaf nu zal doen. Ze nemen een schoonmaakster in dienst. Iedere ochtend komt zij - want ja ze is een vrouw -, de vloer vegen en de afwas doen. It’s just like that.

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1

23.


Rechtse hobby’s De huidige coalitiepartijen VVD, CDA en gedoogpartij PVV willen flink bezuinigen op de sector kunst en cultuur. Volgens Geert Wilders zouden er zelfs helemaal geen subsidies meer naar deze sector moeten gaan. Hij stelt dat dure, linkse hobby’s niet betaald moeten worden door de samenleving. Veel kunst en cultuur instellingen en organisaties kunnen zichzelf gemakkelijk in stand houden als ze zich richten op grotere groepen. Wat is eigenlijk de meerwaarde (en is er wel een meerwaarde?) van die kleine projecten en waarom zou iedere burger hiervoor moeten betalen?

D o or Fe m ke Awater Naast ‘linkse hobby’s’ betitelt de PVV de kunst en cultuur sector ook wel als een ‘elite sector’. Zeker de wat kleinere, minder bekende, exclusieve kunst wordt vaker bezocht door mensen met een hogere opleiding en meer geld dan de gemiddelde Nederlander. Deze kleine projecten worden echter vaak gesubsidieerd door de overheid, volgens de PVV een verkeerde gang van zaken. Wanneer we echter naar de feiten kijken, krijgen we toch een ander beeld. Op dit moment geeft de rijksoverheid per jaar 938 miljoen euro uit aan kunst en cultuur. Dit lijkt misschien veel, maar voor veel kunstinstellingen is dit niet genoeg. Om te blijven bestaan moet je hard werken en een groot deel van het personeel werkt voor een lager inkomen dan ze met hun opleiding zouden moeten krijgen. Daarbij krijg je als instelling niet zomaar subsidie, er moet ook een eigen inkomen gegenereerd worden. Op dit moment voldoet ongeveer 85% van de culturele instellingen aan de eigen inkomstennorm. Dit moet 100% zijn in 2013.

Fascistische nasmaak Toch moet er overal bezuinigd worden en in tijden van crisis lijkt het een logische keuze om dit juist hier te doen. De overheid wil in totaal ongeveer 18 miljard euro besparen tijdens hun regeringsperiode. Van de 938 miljoen die de overheid nu uitgeeft aan kunst en cultuur willen zij ongeveer 350

24.

miljoen euro bezuinigen. Hoewel dit veel geld is voor deze sector, levert het eigenlijk weinig geld op voor het begrotingstekort. De bezuinigingen zullen de projecten raken die zich richten op cultuur en vrije expressie. Musea en erfgoed krijgen nog dezelfde subsidies omdat deze sector bij zou dragen aan de Nederlandse cultuur en identiteit. Terwijl de stekker uit een hoop culturele projecten getrokken wordt en vrije expressie in extreme maten beperkt wordt, blijven projecten die het vaderland aanprijzen wel bestaan. Dit geeft de bezuinigingen een wat fascistische nasmaak. Of deze bezuinigingen uiteindelijk echt worden uitgevoerd, is nog onduidelijk. Er worden concessies gedaan en de plannen komen waarschijnlijk niet onaangepast door de Eerste Kamer. Het blijft echter typisch dat juist dit kabinet heeft gekozen voor deze bezuinigingen terwijl ze in wezen vrij weinig opleveren. Bezuinigingen op het wegennetwerk, bij Defensie of het instellen van publieke lonen zouden veel meer opleveren en een veel minder grote impact op deze sectoren hebben. De schatting van de totale kosten van de aanschaf van JSF-toestellen ligt nu bijvoorbeeld al rond de 7,6 miljard euro. Als de regering hier vanaf zou zien, kan er veel geld bespaard worden zonder schade toe te brengen aan de militaire sector. Hiervoor is niet gekozen. Er is gekozen voor het bezuinigen op de sector kunst en cultuur, waarmee die structureel van karakter veranderd.

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1


Commerciële kunst Toch is er ook een groot gedeelte binnen de kunst die het wel redt zonder subsidies. Joop van den Ende en Frans Bauer hebben geen subsidies nodig en hoeven niet bang te zijn voor de komende bezuinigingen. Wanneer men zich iets commerciëler instelt en zich richt op een groter publiek komt het dus wel goed met de kunst, is dan ook de redenering. Waarom dan nog investeren? Ten eerste moet gezegd worden dat ook Joop van den Ende en Frans Bauer het zullen merken als de subsidies worden stopgezet. Op dit moment springt de gemeente bijvoorbeeld bij als er te weinig kaartjes zijn verkocht in een groot theater dat anders te veel verlies zou maken. De kaartverkoop voor musicalkaartjes loopt in tijden van economische crisis terug en ook Joop van den Ende zal wel degelijk last hebben van een half lege zaal. Het valt natuurlijk te betwijfelen of dit erg is, maar het geeft wel aan hoe moeilijk het is om zelfs commerciële kunst, gericht op de massa, geheel aan de vrije markt over te laten. Toch, wanneer kunst openstaat voor de vrije markt, overleven de kunstprojecten die voor de massa aantrekkelijk zijn. Dit zou zorgen voor een beperkter aanbod dat minderheden met een andere smaak of achtergrond altijd uitsluit. De waarde en betekenis van kunst zullen veranderen. Waar kunst nu nog een manier van uitdrukking kan zijn, een vorm van vrije expressie en originaliteit, zal kunst in de toekomst enkel een vorm van vermaak worden. Educatieve kunst of kunst die het samenkomen van mensen van verschillende achtergronden bevordert, zal verdwijnen. Verder zal vrije meningsuiting in andere vormen dan tekst sterk worden beperkt. Al met al wordt kunst een product net zoals een pak melk, een huis of een auto dat nu is.

Economische meerwaarde? Op deze bezuinigingsplannen is natuurlijk al veel reactie gekomen. Vorig jaar september stuurde een groot aantal vertegenwoordigers van de Nederlandse top de coalitiepartijen

een brandbrief tegen de bezuinigingen. Topmannen als Jos Nijhuis van Schiphol, Hans Wijers van Akzo Nobel en Wim Pijbes, werkzaam bij het Rijksmuseum, hebben de brief ondertekend, die het belang van kunst voor de hele samenleving benadrukt. De Trouw opende hier op 24 september een artikel over met de kop ‘Brandbrief tegen bezuinigingen op kunstsector. Bezuinigingen op Kunst en cultuur hebben enorme economische impact’. Het artikel benadrukt voornamelijk de positieve economische impact die de kunstsector op Nederland heeft. Hoewel de economische directe en indirecte winsten van de kunst- en cultuursector niet onderschat mogen worden, is het interessant dat we hier zoveel waarde aan hechten. In onze samenleving lijkt alles op de eerste plaats in economische termen te worden gemeten. Niet alleen kunst, ook onderwijs en de zorg zijn sectoren die winst en verlies kunnen maken. De kunst, de leerling en de patiënt zijn klanten of producten die klaar gemaakt worden in fabrieken die we kunstinstellingen, culturele centra, scholen, universiteiten of ziekenhuizen noemen. Kunst die niet winstgevend is kan verschillende waarden hebben. Het kan mensen samenbrengen, het kan bijdragen aan zelfontplooiing, ontwikkeling, schoonheid en geluk. Aspecten die de samenleving, juist in tijden van economische crisis niet mag, niet kan missen. Aspecten die, door de bezuinigingen, wel gemist zullen worden door een groot deel van de Nederlandse bevolking. Het lijkt zo langzamerhand een rechtse hobby te zijn om overal een economische waarde van te willen zien en alles wat niet winstgevend is, weg te bezuinigen. Hier zullen sommige mensen zoals Rutte, Verhagen en hun vrienden wellicht van profiteren, maar zeker niet de hele samenleving. Moet de hele samenleving hier dan toch aan meebetalen, aan die rechtse hobby’s? Bronnen www.rijksbegroting.nl www.geencommentaar.nl www.trouw.nl

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1

25.


Het Spinhuis Het Spinhuis is het antropologisch en sociologisch hart van de UvA. Daar drink je je bakkie koffie met medestudenten, napratend over een werkgroep, en borrel je elke donderdagavond tot in de late uurtjes. Hopelijk zien we jullie hier de komende jaren ook verschijnen, zo lang het nog kan.

D o or Gosse Vu i j k

Na deze heerlijk zoetsappige inleiding nu verder met de realiteit. Het Spinhuis is in eerste plaats een studieplaats. Nee, een walhalla voor Antropologie- en Sociologiestudenten. Het Spinhuis is namelijk een veilige plek om te studeren door de kleinschaligheid. In het Spinhuis hebben alle docenten, van werkgroepbegeleiders tot professoren, een kantoor waar ze studenten op vaste spreekuren of op afspraak kunnen ontvangen. Maar veel docenten vinden het ook prima om in de Common Room, de 'kantine/ bar' van het Spinhuis, af te spreken in een iets minder formele setting. Verder zijn er in het Spinhuis ook kleine collegezalen voor werkgroepen. Doordat het contact tussen docenten en studenten in het Spinhuis op kleine schaal is, zijn docenten voor studenten heel toegankelijk. Veel toegankelijker dan als ze alleen anoniem college geven aan een zaal van 200 studenten en dan verdwijnen. Daarnaast is de toegankelijkheid van het Spinhuis ook te danken aan misschien wel de belangrijkste persoon voor de dagelijkse gang van zaken, namelijk Frans. Frans is de onofficiele de baas van het Spinhuis. Je kunt hem bijna altijd vinden achter zijn balie. Als je door de poort de binnenplaats oversteekt, de deur door, het trappetje op en door de schuifdeuren, dan vind je hem recht tegenover je. Als je iets of iemand niet kunt vinden in het Spinhuis, is Frans je rots in de branding. Ook handig is het bord met namen van docenten, dat in de gang tegenover de 'kamer' van Frans hangt. Hierop kunnen docenten aangeven of ze wel of niet in het Spinhuis zijn. Maar ook het gebouw an

26.

sich is belangrijk voor de sfeer. Oud-student Freek Janssen geeft een rondleiding: “Gewapend met het allerbeste wat het Spinhuis biedt, namelijk Frans en zijn sleutelbos, ga ik op onderzoek uit. Zo komen we op zolder terecht, waar ooit de bibliotheek was en waar men nu nog steeds aanwijzingen kan vinden van de politie, die er ooit huisde. Op de eerste verdieping, een persoonlijk favoriet, vindt men, naast de commissariskamer, een soort kastdeur. Hierachter bevindt zich een stokoude gietijzeren wenteltrap met daarachter oude houten deuren. Het leidt naar een kamertje dat half is dichtgetimmerd. Er is niets meer te vinden, en sinds er asbest is verwijderd mag het niet meer gebruikt worden. De houten vloeren kraken en ik voel me ver verwijderd van de plastic tafelkleedjes van de Common Room. Eenmaal beneden zien we het geheime toiletkamertje in de commissariskamer (waar de commissaris ooit zijn haren kamde) de schouw en de oude prent die het vroegere leven in het Spinhuis weergeeft. Op naar de begane grond. In de zijvleugel van het Spinhuis, pal tegenover de kantine, bevindt zich stadssociologie. Deze ruimte is vrij toegankelijk en iedereen kan de gewelven bewonderen van wat eens de paardenstallen waren. Verder ziet men aan weerszijden van de grote ruimte de oorspronkelijke portiershokjes en de ouwe garagedeur. Hier werden eens de paarden gestald, omdat de Common Room ooit een garage was, eerst voor koetsen, later voor motorvoertuigen. Interessant aan het Spinhuis is dat het in oude tijden altijd een relatie heeft gehad met het strafrecht. Zo lezen we in de Spinhuissteeg,

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1


Vroeger deed het Spinhuis dienst als tuchthuis voor hoeren, dievegges en andere stoute vrouwen. Tegenwoordig is het Spinhuis het walhalla voor Antropologie- en Sociologiestudenten. op de poort (inmiddels nooduitgang) nog de spreuk van P.C. Hooft. Dit stamt nog uit de tijd toen het Spinhuis dienst had als tuchthuis voor hoeren, dievegges en andere stoute vrouwen. In de commissariskamer, uit de tijd van voor de Tweede Wereldoorlog toen het Spinhuis dienst deed als hoofdkantoor van de politie, vindt men ook een spreuk, en wel: Treck U niet aan van yeder zeght / maer doet dat billyckis en recht. Mocht u heden ten dage iemand willen opsluiten in het Spinhuis dan zou ik u overigens kunnen aanraden voor het verborgen kolenhok te kiezen in de kelder. Het is er kaal met dikke bakstenen muren en een enkel lichtpeertje, verborgen achter het gigantisch verwarmingssysteem. Of natuurlijk het kantoor van uwer minst favoriete docent.� Voor de gezelligheid in het Spinhuis is de Common Room grotendeels verantwoordelijk. Dit jaar zwaait Ricky er de scepter, dus jullie zullen hem regelmatig achter de bar zien staan. De Common Room is het grootste deel van de tijd een 'gewone' kantine waar je koffie, thee en een lekkere snack kunt eten. Er zijn tosti's in geweldige patatbakkies en koffie in een van de 'huismokken'. Ook de met-de-hand-bereide broodjes van de Common Room zijn het vermelden waard. Het klinische en afstandelijke sfeer van een gewone kantine heeft de Common Room niet. Daarbij komt ook nog eens de borrel op donderdagavond. Dan worden er naast de gangbare consumpties ook de nodige alcoholische versnaperingen aan de man en vrouw gebracht. Zeker bij themaborrels is het er erg gezellig en komen er meestal veel mensen.

Verhuizing Nog vier jaar kunnen studenten Antropologie en Sociologie genieten van het Spinhuis. In 2015 verhuizen de opleidingen naar Roeterseiland. Ondanks protesten verkast de gehele Faculteit der Maatschappij en Gedragswetenschappen, waar ook aanverwante studies zoals psychologie, geografie en communicatiewetenschap onder vallen. Dat is jammer. Het feit dat Antropologie en Sociologie in een monumentaal pand in de binnenstad huizen, is voor veel studenten een van de redenen voor de UvA te kiezen. Het Spinhuis is mooi van buiten Ên van binnen. De kleinschaligheid zorgt voor een informeel contact tussen studenten en docenten. Geregeld dient het Spinhuis als locatie voor het houden van borrels, discussieavonden en filmvoorstellingen. Juist omdat de studenten en docenten elkaar zo vaak tegenkomen, kunnen ze dit soort activiteiten geregeld bespreken en elkaar ervoor motiveren. Op Roeterseiland zal het allemaal wat anoniemer zijn. En kleiner. Vijf studieverenigingen zullen het daar moeten doen met een ruimte van 35 m².

tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1

27.


Uit bij CREA Plug & Play nieuwe bands, iedere 1e donderdag

CREA Debat lezingen, ďŹ lms en documentaires en debatten

CREA Open Podium nieuwe artiesten, iedere 2e donderdag

Theater voorstellingen van CREA gezelschappen en gasten

CREA Klassiek concertavonden, iedere 4e donderdag

CREA Popquiz uitkateren met muziek op zondagmiddag

Goedkoop Cabaret het cabaret van morgen voor de prijs van gisteren

Placebo improvisatietheater

www.crea.uva.nl/agenda

agenda

antropologisch v e r a n t w o o r d

- Eerste borrel van het jaar: donderdag 8 september De borrel is elke week in de Common Room van het Spinhuis en is een leuke gelegenheid om studiegenoten beter te leren kennen. - Commissiebeurs: donderdag 8 september Tijdens de eerste borrel is er de mogelijkheid om je aan te melden voor een commissie van Kwakiutl. - Introductieweekend: 23, 24 & 25 september Het introductieweekend is elk jaar een groot succes, waar je veel nieuwe mensen ontmoet. - Cul Cairo Presentatie: donderdag 6 oktober Tien antropologen zijn afgelopen zomer afgereisd naar CaĂŻro. Tijdens deze avond vertellen zij hun verhalen over de aanhoudende revolutie. tijdschrift cul 2011-2012 - jaargang 19 - nummer 1


19 * 1: Mini-cul