Issuu on Google+

10145436


tekst Susanne van Nierop illustratie Tim Enthoven

Garech boven Garech boven

4 creatie


gasthoofdredactie

Dubbelpartners The Stone Twins schuwen oppervlakkigheid, terwijl integriteit en authenticiteit hoog in het vaandel staat bij deze creatieven. Twee Ieren met een scherpe blik op het Nederlands designlandschap en de reclamewereld. Praat een half uur met Garech en Declan Stone, beter bekend als The Stone Twins, en je hebt een aantal goede quotes op zak: ‘Veel reclame is vulgair’ of ‘reclame is zo oninspirerend’ of ‘Dutch Design is niet meer dan behang.’ Het is geen effectbejag van de creatieven die het afgelopen jaar veel grote commerciële opdrachten deden voor onder andere Coke Zero, Fifa 10, Nokia (Wieden+Kennedy), Asics (Amsterdam Worldwide) en Nike (Indie). Overal zit een diepere gedachte of gevoel achter en bovendien is alles wat ze zeggen doorspekt met enig cynisme en bescheidenheid. En altijd is er dat onderlinge gevoel voor humor. Als de ene broer een serieus betoog houdt over het afglijdende niveau van de Nederlandse ontwerpwereld, kun je erop wachten dat de andere broer op een gegeven moment een vileine opmerking maakt, waardoor er weer een relativerende noot wordt geplaatst. The Stone Twins zijn op elkaar ingespeeld zoals alleen familie dat kan zijn. Garech en Declan werden geboren in Dublin en waren – gestimuleerd door hun ouders – altijd al met tekenen en schilderen bezig. Hoewel een wetenschappelijke carrière er gezien hun capaciteiten ook in had gezeten, viel de keuze op de kunstacademie. Declan: ‘Design stond in Ierland niet zo hoog aangeschreven als in Nederland. We hebben gewoon ons instinct gevolgd.’

Storytelling

De opleiding ‘visuele communicatie’ was vooral praktisch ingesteld, omdat autonoom design in de Brits-Ierse traditie minder gangbaar is dan in Nederland. Gecombineerd met de lange traditie van Ierse storytelling in literatuur en muziek, vormden Garech en Declan zich tot designers die van huis uit breder denken dan alleen een logo of huisstijl. Garech: ‘We kunnen goed verhalen vertellen en uiten dat in design. Het is nooit alleen de bedoeling iets moois te maken, we willen mensen bij een merk betrekken.’ Als simpel voorbeeld noemt

Garech het concept voor TA-2 (een initiatief van Toneelgroep Amsterdam gericht op het ontwikkelen van regietalent). Hiervoor bedacht het duo een serie posters met beeldkaders, waarbinnen een aantal talentvolle kunstenaars hun interpretatie van de voorstelling visueel weergaven op locatie. Het resultaat was een ‘happening’ en een reeks kunstwerken die werden tentoongesteld op verschillende reclamedragers. The Stone Twins vestigden zich ruim 15 jaar geleden in Nederland. Ierland bood op dat moment geen economisch perspectief, waardoor Nederland met zijn goede culturele infrastructuur al snel in het vizier van Declan kwam. Garech maakte eerst nog een korte stop in Londen, maar voelde zich net als zijn broer aangetrokken tot de rijke Nederlandse designtraditie met iconen als het briefgeld, de posterijen en de NS. Zij werkten voor opdrachtgevers in de muziekindustrie, zoals voor de bands Doe Maar en Supersub – een voorloper van Moke waarvoor zij nog altijd bijna alle ontwerpen maken. Al snel bleek dat samen beter was dan alleen. Declan: ‘We zijn gaan samenwerken omdat we dat leuk vonden.’ Garech: ‘Het belangrijkste is denk ik dat we elkaar door en door kunnen vertrouwen. Dat gaat over financiële zaken, maar dat werkt vooral door in het creatieve proces. We kunnen dingen blind aan elkaar overlaten.’ Declan: ‘Het gaat om respect. Ik vond het schokkend om bij de bureaus waar ik heb gewerkt te zien dat ideeën en inspiratie helemaal niet gedeeld werden. Dan kwam er een spannende briefing binnen en trokken alle individuele creatieven zich terug om een week later met ideeën te komen die niemand eerder had gezien. Zulke onderlinge interne competitie is erg schadelijk.’

Incestueus gedrag

Declan refereert aan de tijd dat hij leiding gaf aan de Designen Interactive-afdeling van BBH New York. Na een paar jaar als The Stone Twins te hebben gewerkt, kregen de broers

creatie 5


‘Inhoud en boodschap staan centraal: wat betekent het?’

een aanbieding van BBH. Voor Declan een ‘offer he couldn’t refuse’. BBH was toen – in 2005 – al toonaangevend op het gebied van de integratie tussen print, tv en internet. Garech had vooral privé andere prioriteiten en bleef in Nederland. Hij werkte twee jaar lang bij 180 Amsterdam. Het brengt het gesprek op de ambivalente houding die The Stone Twins hebben ten opzichte van de reclamewereld. Ook al werken zij veelvuldig en met plezier voor reclamebureaus, ze blijven tegelijkertijd kritisch over het incestueuze gedrag en het niveau van de output. Declan: ‘Veel reclame is voor mij vulgair en oninteressant. Ik kijk er ook nooit naar. Het is gewoon oninspirerend. We zaten vorig jaar de Champions League-finale te kijken in de kroeg met wat creatieven en iedereen ging naar de wc in de rust, behalve de mensen van 180 en Wieden.’ Garech: ‘We zijn wat cynisch misschien, maar na mijn ervaring bij 180 waardeer ik ook de “buzz” bij het zien van een “global spot” tijdens de rust van een belangrijke voetbalwedstrijd. Het is inderdaad grappig om het eens van de andere kant te zien.’ Declan: ‘Ik heb het ook niet over de opdrachten en het werk. Het gaat om creatieven die zichzelf nogal hoog hebben zitten. Prijzenfestivals, met name Cannes, zetten dit soort mensen op een podium. Die creëren teams die alleen aan hun eigen toekomst kunnen denken. Het vak wordt er erg egogedreven door. Er moet wat meer realiteitszin komen. Het lijkt misschien of we mensen belachelijk maken, maar het gaat ons echt om het vinden van de juiste boodschap en de kern van een opdracht.’

6

creatie

Jullie sturen zelf ook werk naar festivals. Waarom? Garech: ‘Competities zijn een belangrijke benchmark en waarschijnlijk de enige manier om je werk te spiegelen aan anderen. Ze dragen ook bij aan het profiel. Het is dan natuurlijk fantastisch als je wint – zeker voor de opdrachtgever. Maar het moet geen obsessie worden. De laatste jaren hebben we een Lamp, een Dutch Design Award en een prijs voor karaoke in Portugal gewonnen.’ Declan: ‘In 2008 maakten wij het perfecte statement over prijzen. Voor het concept van het ADCN Jaarboek vroegen we de Koninklijke Landmacht een kogel dwars door elk afzonderlijk boek te schieten. We wilden onze lopen eens richten op alle ego’s in de reclame. Het boek is een statement tegen de kortzichtigheid en zelfverheerlijking binnen de reclamewereld. Zo trachten we creatieven te engageren.’ Jullie zijn op een gegeven moment weer weg gegaan bij BBH en 180. Waarom? Declan: ‘Bij een bureau als BBH gaat iedereen helemaal op in het leven daar. Het was spannend en inspirerend, roof-top feestjes, openingen, 24/7 – maar er is meer in het leven.’ Garech: ‘Een van de redenen dat ik bij 180 ben vertrokken, buiten het feit dat ik mijn Nike’s weer kan dragen, was dat ik de chemie met Declan miste. Hij was net terug uit New York. Nu hebben we een goede combinatie gevonden waarbij we én bij grote bureaus zitten én eraan toe komen eigen werk te maken. Het is leuk om een gigantische Nokia-klus te doen en een week later een relatief kleine huisstijl te maken. Die mix


is belangrijk. Zo’n groot global account neemt je leven over, het is financieel heel lonend, maar fysiek en mentaal ben je helemaal gesloopt. Daarom hebben we ook kleine projecten zoals voor Moke nodig. Dat geeft voldoening.’ Vorig jaar kwam het bericht dat jullie op vaste basis bij Indie gingen werken. Declan: ‘Het was geen vaste plek maar een onafhankelijke parttime samenwerking. Het was een interessante ervaring, omdat het een Nederlands bureau is met internationale ambitie. Wij hadden een groot aandeel bij het binnenhalen van het Nike-account – en dat was voor ons de reden. We hadden het idee dat we iets voor elkaar konden betekenen. Maar na een halfjaar kwamen we erachter dat er culturele verschillen, maar vooral ook creatieve verschillen waren.’ Garech: ‘Uiteindelijk klikte het gewoon niet echt. We hebben ook leuke dingen gedaan, zoals de “Gouden Ster”-advertentie voor Nike. Met deze uiting herinnerden we iedereen aan de echte missie voor Oranje: het winnen van de World Cup.’ Benaderen jullie Moke hetzelfde als Asics? Declan: ‘Iedere klant is anders en we proberen ons altijd zo goed mogelijk in te graven. Voor het nieuwe album van Moke hebben we samengewerkt met Anton Corbijn. Hij heeft een interpretatie van de “Moke stripe” – de verticale streep die het dominante visuele element van het grafisch ontwerp voor Moke vormt – gemaakt en dat was een heel bijzondere samenwerking. We waren er snel uit en het stond

in groot contrast met het werken op een internationale klus voor Asics, van Amsterdam Worldwide. We hebben in lijn met de gedachte achter Asics “Anima Sana in Corpore Sano” (een gezonde geest in een gezond lichaam) de campagne “What’s a left without a right?” gemaakt. Een vraag die bij het publiek andere vragen oproept, als “What is Lennon without McCartney?” Of Rangers without Celtic?’ Jullie kwamen naar Nederland omdat jullie zoveel waardering hadden voor de Nederlandse designtraditie. Hoe heeft het zich de afgelopen tien jaar ontwikkeld? Garech: ‘Onze mening is dat door de manier waarop Dutch Design is gemarket het een soort label is geworden. Vandaag de dag gaat het meer en meer over “designsterren”. Het is ver van de massa komen te staan en wordt meer autonome kunst. Daardoor is het gemeengoed geworden, een item in een exclusieve galerie of een aspiratieve levensstijl. De plek waar we zitten is een goed voorbeeld.’ Het interview vindt plaats in het Fashion Hotel in Amsterdam, dat afgelopen zomer werd geopend. Over het interieur – dat wordt gedomineerd door zwart-wit, afgewisseld met felle kleuren en wat pompeuze accessoires – heeft zich duidelijk een ontwerper gebogen. ‘Dit is wat Dutch Design nu is. Het is letterlijk behang geworden dat je op de muur kan plakken. Als je in Engeland bent en het hebt over design, dan gaat het over James Dyson of Paul Smith, Jonathan Ive. De referenties zijn de Concorde, de plattegrond van de metro, postzegels en engineering.’

creatie 7


‘We hebben geen masterplan, we struikelen door het leven’

Declan: ‘Vorig jaar op de expositie “Telling Tales” in de V&A in Londen was Dutch Design een prominent onderdeel. Er was veel “bling bling” – compleet de verkeerde tentoonstelling in deze tijd. Iedereen heeft het over duurzaamheid en dan is die frivoliteit niet op z’n plaats.’ Jullie leiden ook de afdeling ‘Man + Communication’ op de Design Academy. Grijpen jullie dat aan om het vak een spiegel voor te houden? Declan: ‘Wij zijn als een SAS-eenheid die elke twee tot drie weken met parachutes neerstrijkt in Eindhoven, met de taak een visie over te brengen en proberen zowel de studenten als docenten van onze afdeling te stimuleren. Anne Mieke Eggenkamp wilde ons denk ik graag hebben om die reden. Onze taak is heel simpel: wij moedigen studenten aan visuele communicatie in te zetten als een manier van spreken, als middel ook om een persoonlijke maatschappelijke signatuur te ontwikkelen. Inhoud en boodschap blijven centraal staan. “Wat betekent het?” vormt tijdens de hele studie een terugkerende vraag.’ Garech: ‘Het is zo jammer dat het wordt overschaduwd door sterren als Marcel Wanders en Job Smeets, of de bijnaam van de academie: “School of Cool”. En begrijp me niet verkeerd, dat zijn geweldige en vooruitstrevende ontwerpers, maar zij flirten met de kunst – een soort “haute design”. Dat kun je niet vergelijken met dingen van Max Barenbrug (van Bugaboo) of een boek van Christien Meindertsma. Studenten moeten dingen in verhouding kunnen zien.’

8

creatie

Is deze Creatie ook bedoeld als eyeopener voor creatieven en ontwerpers? Declan: ‘Ja, we hopen wel dat mensen geïnspireerd raken door onze keuze van creatieven. Als je naar de content kijkt, zie je als rode lijn dat het allemaal integere mensen met passie zijn. Zoals geobsedeerde en visionaire mensen als John DeLorean of Willy Wonka, en Anton Corbijn van wie we een minder bekende kant laten zien. En een nieuwe generatie zoals Johnny Kelly en Tim Enthoven.’ Garech: ‘Het is meer dan dat. We bewonderen bij al die mensen hun visie en geloof in zichzelf. Die authenticiteit waarderen wij in creatieven. Iedereen kent de typografie van Leo Beukeboom op de ramen van Amsterdamse cafés. Er is nauwelijks erkenning voor, terwijl het karakter van de stad erdoor wordt bepaald. Zonder zijn typografie is Amsterdam een nietszeggende en gehomogeniseerde internationale stad.’ Waar staan jullie over vijf jaar? Nog steeds aan het werk als The Stone Twins? Garech: ‘Dat is zo lastig om te beantwoorden. Ik hoop dat we dan nog steeds geprikkeld worden door nieuwe mensen en nieuwe dingen.’ Declan: ‘We hebben nooit een groot masterplan gehad en struikelen door het leven. Of zoals Gene Wilder, als Willy Wonka, zei: “The suspense is terrible. I hope it’ll last”.’


Ontwerp Bureau Studio Dumbar Klant AG2R La Mondiale Doelstelling Ontwerp een nieuwe identiteit voor de zeilrace La Transat AG2R La Mondiale en versterk daarmee de identi teit van AG2R La Mondiale. Omschrijving Na het ontwerp voor de Tour de France-ploeg van verzekeringsconcern AG2R La Mondiale, heeft Studio Dumbar ook de identiteit van de zeilrace van de verzekeraar ontworpen. De stijl is gebaseerd op de vlaggen die het nauti sche alfabet weergeven; in totaal zijn er 26 verschillende symbolen in de acht huisstijlkleuren van de Franse verzeke raar. Op 18 april start de 10de editie van de zeilrace La Tran sat van Concarneau, Bretagne, naar het mondaine St. Barts in de Caribische Zee. Concept Danny Kreeft, Rejane Dal Bello Fotografie Edouard Steru Projectmanagement Elodie Boyer

Bureau Thonik Klant NRC Doelstelling NRC Media lanceerde in januari een overkoepelende campagne voor alle NRC-merken. Het belangrijkste doel: groeien in betaalde abonneerelaties als resultaat van een hogere naamsbekendheid en voorkeurspositie in de doelgroep hoogst opgeleiden. Omschrijving Na zes jaar werd afscheid genomen van het door Ara ontwikkelde ‘Slijpsteen van de geest’. Thonik maakte de nieuwe campagne met als thema ‘Ik denk NRC’. Een opvallend visueel onderdeel is het nieuwe merkicoon, de guillemet (in Frankrijk en Zwitserland gebruikt als aanhalingsteken). Animatie JongeMeesters. Klant Gert Jan Oelderik, Jessica de Wit, Charles Lansu

creatie

7


fotografie Getty Images, ANP

Roestvrijstalen ziener The Stone Twins: ‘In 1981 aanschouwden we voor het eerst een De Lorean. Een onvergetelijke ervaring. Dat iemand een auto gemaakt had die op onze kinderkrabbels leek, vervulde ons met onmetelijke vreugde. Met zijn ranke lijnen, vleugel­ deuren en zilverkleurige carrosserie was het ontwerp zijn tijd ver vooruit. De auto mag dan onsterfelijk gemaakt zijn door de

14

creatie

film Back to the Future, het levensverhaal van de man achter de “DMC­12” was boeiender dan welke Hollywood­hit dan ook – het schreeuwt om een scenarioschrijver. ‘De bedenker van de auto heette John Zachary DeLorean* – briljant ingenieur, unieke zakenman, playboy, vrijbuiter en drugssmokkelaar in één. Voor ons blijft hij een ware ziener,


favoriete creatie

wiens sportauto gestoeld was op ethische overwegingen. Anders dan Ford of General Motors hamerde DeLorean op zuinigheid, veiligheid en duurzaamheid (door de roestvrijstalen afwerking van de auto was lak niet nodig en vervanging minder schadelijk voor het milieu). Ontwerper Giorgetto Giugiaro (en verder ontwikkeld door Colin Chapman van Lotus) nam al

deze overwegingen ter harte en maakte er een dramatisch en sexy geheel van. Een droom in roestvrij staal, dat is wat John DeLorean (1925-2005) gecreëerd heeft en daar doet niets afbreuk aan. Ooit zal een van ons er een kopen.’ www.delorean.com *) De spelling van zijn achternaam was zonder spatie, de officiële merknaam van de auto met.

creatie 15


tekst The Stone Twins

Frankie say... Paul Morley Paul Morley bedreef in de jaren ‘80 met het Britse label ZTT en Frankie Goes to Hollywood als uithangbord 360ºcommunicatie avant la lettre. Hij blijft onnavolgbaar. ‘Staccato genialiteit’

The Stone Twins: ‘Paul Morley (52) is niet makkelijk in een hokje te stoppen. Zo schreef hij tussen 1977 en 1983 voor de New Musical Express en voor de toonaangevende stijlbladen van de jaren tachtig: The Face, Blitz en i-D. Daarnaast was hij een van de bedenkers van Frankie Goes to Hollywood (FGTH) en stond hij aan de wieg van de groep Art of Noise. Hij was een van de oorspronkelijke presentatoren van The Late Show op BBC 2 en is nog steeds een gerespecteerd programmamaker, essayist en cultuurcriticus. Door de jaren heen dook hij ook nog op als producent, A&R-manager, dj, politieke radicaal, componist van soundtracks, platenbaas, remixer, schrijver, anglo-surrealist, zwarte humorist, sonische theoreticus en Dada-priester (wat dat ook zijn mag). ‘Onze eerste kennismaking met Morley’s talenten liep via FGTH waar wij fan van waren. De mix van seksueel getinte teksten en de gestroomlijnde electropop van producer Trevor Horn was het helemaal voor ons als dertienjarige jongens. De platen waren, en zijn nog steeds, fantastisch. We waren ook gefascineerd door de gewaagde visuele kunstuitingen zoals de bizarre illustraties en intrigerende hoesteksten. Pas jaren daarna realiseerden we ons dat Paul Morley daar verantwoordelijk voor was. Hij was niet alleen medeoprichter van Frankie’s platenlabel ZTT, maar had ook nog een aandeel in het ontwerpen van de hoezen en bedacht satirische en pakkende advertentieteksten, manifesten, prikkelende video’s en producten als het beroemde “Frankie say…” T-shirt (gebaseerd op de slogan T-shirts van Katherine Hamnett). Tegenwoordig hebben de snelle reclamejongens de mond vol van 360 gradencampagnes en geïntegreerde communicatie. Paul Morley en ZTT waren daar jaren geleden al mee bezig. ‘Kortom, wij vonden de tijd gekomen om de hele ZTT-marketingmachine, met zijn humor, visie en totale gekte te belichten. We daagden Paul uit om de ideeën achter zijn baanbrekende en ondergewaardeerde campagnes uiteen te zetten. De New York Times beschreef hem eens als “een man die te veel praat” en dat is inderdaad het geval. Zijn uitleg komt staccato, met een grote passie en energie die zijn ongebreidelde genialiteit verraadt. Het zou zonde zijn om zijn woorden te vertalen of zelfs maar in te korten.’

16

creatie


interview Let op! Dit is Engels

Co-ordination: Zang Tuum Tumb Records:

You co-founded ZTT with producer Trevor Horn (and his manager + wife Jill Sinclair); how did that come about? How did a journalist with the NME team up with the kitsch frontman of Buggles? ‘I had interviewed Trevor a couple of times, once when he was a Buggle, when they made music that seemed half prog and a bit pop, and which seemed a little novelty off putting to me, and I wasn’t keen, and once when he had started producing, Dollar, ABC and Malcolm McLaren, these electronic distillations of various pop ideas – Dollar were a sort of slightly sinister combination of europap and soft centred Kraftwerk, and considering how MOR they were, there was an oddness about them that I eventually realised was because they were Trevor Horn records, and he was beginning to explore the recording studio and invent new ways of producing and blending sound and rhythm – Trevor developed these techniques with ABC and had better material to work with, so the ABC music was like a northern/ Sheffield pop fan love letter to American soul music filtered through modern studio technology and a perceptive appreciation of pop structure, all very tantalizing… and then the McLaren music was further out again, a provisional anticipation of how sampling and music tourism was going to alter the pop landscape, a sort of pop response to Eno and Byrnes my life in the bush of ghosts, and suggested that in his own way Trevor was a kind of anglo surrealist, something I could relate to. The second time we talked we got on, and so when he was offered the chance to start a label, he asked me – for some reason I think it had to do with the fact that I questioned his motives, and pushed him to explain the point of great pop – to in his words “invent a label”. I loved the thought of inventing a label, and this was a time when pop labels were being invented, post-punk labels like factory, new hormones, mute, fast, fetish, postcard, rough trade, 4AD, labels that had artistic sensibility, philosophical personality, and very individual looks – they were all a combination of sound and design, and the music on these labels was completed by how the records looked as objects, and you could tell from a design what the label stood for, and each label was separate from the other. I loved the idea of a record label being itself a kind of work of art, with a very definite set of ideals, based around a manifesto or two, and having written about music for a few years but always being interested in action and ideas and provocation, the invitation seemed perfect. I really did fancy and then fantasise the idea that I as an NME journalist interested in experimental pop music and the post-surreal history of 20th century art from Duchamp to Beuys would start up a very distinctive and somehow articulate and even argumentative record label inspired as much by Warhol’s Factory as Manchester’s Factory which had Trevor Horn as its house producer. In a way as I have said before I was writing a story about such a thing happening and then it sort of did happen, each event a chapter, each release a sentence, each campaign an illustration, each slogan a chapter heading. Other words and concepts and writers and dreamers that seemed important as I started thinking up the label:

Europe Ballard Barthes Sparks Bolan Kraftwerk Marinetti Hugo Ball Faust The Hidden Persauders Eno Stockhausen McLuhan Devo Baudrillard Todd Rundgren Brecht Futurism the Monkees Burroughs Nico XTC Can Sontag ECM Records Talking Heads Interview magazine Wyndham Lewis Roxy Music Adorno Lynch K Dick Vonnegut Peter Saville Steve Reich Buzzcocks.’

It is the traditional task of the prophet to denounce systems of rule and life which deny the freedom of the flesh or the imagination creatie 17


Sleeve assembled by XLZTT: A world apart, in trousers 18

creatie


Is it true that there was no standard spelling of ‘Zang Tumb Tuum’? How did this work for the Inland Revenue? ‘Well, it was my dream, to keep things literally fluid and moving, to represent progress and change, that the three words would on each record be spelt differently, as part of some long running far reaching pattern, and also just as a sign that the minds behind the project were constantly alive, never fixed, never settling down, that there was constant life and excitement… as with many of the ideas with the label a hint of a future that was a long way off, the web world, where things, ideally, can be changed and moved constantly, and in a way images and words and sentences and therefore meaning can constantly be shifting in front of your eyes and making new connections. I also planned it that it would also be something that would be abbreviated – just the initials, ZTT, as in CBS, EMI, RAK, RCA, WEA, a sort of surrealist echo, a subversion, of that kind of corporate anonymity – being a critic, a cultural commentator, there was much about the label that was intended as implicit and explicit criticism of the routine and tedious ways major record labels packaged, promoted and sold pop music, as if it was easily controlled product and not strangely captured fantasy. ‘Minor delight – that every cheque would feature a different spelling of zang tuumn tumgn/. ‘It was something that has continued with me to this day – the idea that much marketing, criticism, journalism somehow wants to get rid of mystery, and make everything easily understood and easy to put in a box. I wanted there to always be some sense of mystery, a sense of otherness, an avoidance of the plain and mundane. ‘I’m very pleased to see, in this context, the way Autechre use their song titles, which I like to think makes some of zang tuum tuerms way with words and packaging a kind of ancestor – if zands truem true had continued by now it would be written in ways that would resemble autechre titles, z.xx tre^ ( ). It was an extreme attempt to challenge the way that language can pin things down, fix meaning into place, stop the flow of ideas, even though language itself is actually the start of all meaning – it is really the beginning and end of meaning, and I was determined, insanely, for the label never to settle down, and to project this sense that it was always on the move even down to the fact that it never had the same name from second to second. This idea never as such caught on and it is an interesting metaphor for how difficult it is to explore and display exotic but unsettling ideas in a commercial context that increasingly the pressure was on for me to not be so “whimsical”. The difference between the Z”a/g Tuuuuuuuuuuuuuuu/xx Tumb and the ZTT did point out the difference between the record label as uncompromising, delightful entertainment and the record label as organised business – a relationship between the exuberant and everyday, representing the general tension in pop etc between art and commerce, that soon caused tension.’ You describe your role at ZTT as head of the ‘Dream Department’. Can you explain? ‘I never thought of myself as having a job title nor a department that I was running, and started work at the label not really knowing what was expected of me nor what people working at record labels really did. What I did know, having the very specific standards and expectations of a critic, having a very personal view of pop history and where it was going next, was that I wanted to be in control of all aspects of a records release, from what the music was, what the groups looked like, what the sound was like, what the sleeve consisted of, what the record label looked like, what the promotional material featured, what the magazine adverts said, not knowing this essentially meant I was in fact doing a number of jobs. I didn’t feel at the time I was doing A&R, marketing, sleeve design, art direction, PR, video commissioning, I was just dreaming up the characters and style of a futuristic early 80s record label that intended to combine

pop excitement with sophisticated bloody minded attention of detail and a belief that a record label was not as such a business but a kind of promise, and then a glorious reality, and then a spectacular memory. In hindsight, as people do still wonder what it was I did, not clear that in many ways I did all the things that didn’t involve invoices, cash flow, wages etc, I explained that I was a department head – but it was not a managing director, or a head of this, that or the other, or a vice president, I was the head of the dream department… in the sense that if Zsssg Trrrm T*** was a film I was the director, if it was a novel I was the author, if it was a logo I designed it… and it became a dream, in the sense that it didn’t quite make sense, there was very little logic to it all, and it ended up as something of a nightmare.’ As mentioned above, the buzzword in modern advertising is ‘360-degree campaigns’ – yet you orchestrated one with the promotion of FGTH, way back in 1984. A campaign whose tentacles infiltrated news channels (that is: offered dialogue on the nuclear debate with a provocative video and arresting print ads), created the ‘must-have’ fashion item (the Frankie say T-shirts) and included the band’s appearance in Brian De Palma’s ‘Body Double’ and a top-selling computer game... And then delivered ultimate chart success. How did this come about? Was there a master-plan? ‘There was a plan, not necessarily a master plan, but in the end just the reality that for a while I was in control of the look, feel, atmosphere and story this unorthodox assembly of music, text, images, visuals was becoming… because I started out with various plans, ambitions, manifestos, intentions, ideologies, there was a definite structure to the campaign that became more pronounced the more successful things were – to some extent I was just writing ideas and some times those ideas, about the value of pop, about the history of progress, about the relationship between technology and creativity, between songs and audiences, between fantasy and reality, between past, present and future, would just become an article or an essay… here they became a kind of interruption, an actual pop culture event, and for a while I could keep introducing the ideas as if there was some relationship between my very personal ideas and the success of the group. The success of the group was mostly because Trevor Horn was producing the best commercial pop music of the day outside of Quincy Jones, but on the other hand my ideas about packaging, marketing, culture, image, language were for a while the perfect conceptual attachment. What I did drew a chaotic, or sometimes quite organised, level of attention to what the pop music was doing, and was the only kind of record industry hype that could have kept up with where Horn’s music was – somehow the ideas I had borrowed from great artistic exhibitionists and cultural soothsayers were the perfect match for the sound and music. And because the music was so powerful and successful, what I did, which became the marketing, caused a kind of ancillary commotion – a kind of virus, so that where Frankie went that did not need or use the music, there were ideas and teases and provocations coming out of what I did that helped maintain the pressure. One thing would lead to another, and my little ideas, about what a pop T-shirt was – why did it have to have a face on it, couldn’t it be a walking billboard – about the kind of information you put on a sleeve – why did it have to be so faceless and corporate, why couldn’t there be the pop equivalent of the great jazz and pop sleeve notes of the 60s – about a music paper full page ad – why couldn’t a pop group be advertised with as much sophistication as any consumer product, why can’t the language used to sell a group be alive with intelligence – about a video – why can’t it be an invitation to some kind of extraordinary party that usually people can’t get to - it all added up to what appeared to be a highly co-ordinated multi media assault on the senses.

creatie 19


The time for the Americans to attack would be New Years Eve, because everybody was drunk and there was no-one on duty 20

creatie


There was intentional structure, but never with the idea that it would actually succeed, nor indeed was the eventual structure that close to what was originally anticipated.’ You could be described as a true-polymath, a Renaissance man – an individual who was pulling the strings of so much of ZTT’s artistic output. Could you briefly explain the extent of your creative contributions for the launch campaign and promotion of Frankie’s ‘Two Tribes’? In particular, the video-script (Reagan and Chernenko wrestle match), sleeve notes and print ads (featuring the nuclear capability of the US and Russia) and the voice-over introductions on the various 12”s. ‘I started off by designing the sleeves, and as always I wanted there to be different ones for the seven and twelve inch records, the cassettes, and actually there were a few ads for the record in magazines like the Face and iD months before the record was released, because Trevor spent longer on it than we thought – but this actually worked after Relax being number 1 for a few weeks in setting up a level of expectation that made it seem like we were doing it all on purpose, and this level of expectation and indeed the kind of sleeves I was designing, with all the information and imagery about nuclear war, fed into the making of the record… and then I got Trevor to do a cover version of Edwin Starr’s “War” for the record, which became more than a b-side, something that made the whole thing seem like a musical, and then we created various versions of the track for the fashion of the time, extended 12” mixes, and this was Trevor and me was the label at its best as I could supply Trevor with various carefully sourced material about war and fear that he could then feed into the track. The words we used about what to do in the event of a nuclear attack were the actual words that would be read out in the actual event of a nuclear attack – and I got the actual actor who read out for the government those words to read them out for us for the record. I only added one line – this is the last voice you will ever hear, which made all the boring nonsensical advice he was giving about what to do seem particularly chilling. Godley and Creme came in to make the video and the way I briefed them was to show them everything I had done and then say, continue in your way in the spirit of this. They could see the humour as well as the seriousness, and relished the opportunity to have fun with dark ideas. I think to some extent the whole Two Tribes event had a little more detail and meaning attached to the pop music because I was in charge of the sleeves, videos, marketing, promotion etc etc, and I wasn’t the usual person who would be in control of such a campaign. I was in a way an intellectual, or at least someone who read books, interested in the history of art, pop culture, technology, the turbulence of the 20th century etc, a cultural commentator interested in the way cultural events make their presence felt, and all of this made the few weeks Two Tribes was in the air – in 1984, which was an important year for me, because of Orwell – a sign of how rich, seductive and evocative pop music could be and how it is at it’s best when it is both in the charts but also fancying itself as doing something innovative with both sound and image.’ After a quarter of a century, do you agree that the visually daring, iconic, engaging and sometimes plain weird album artwork of ZTT has been overlooked? Why is it that the graphic output of Factory Records (c/o Peter Saville) or 4AD is universally acknowledged – and not that of ‘XL ZTT’? Did the commercial success and mainstream phenomenon of FGTH compromise the artistic integrity of the label? ‘Also I was strangely modest and even though on one hand I was boasting etc about my input I never really clearly credited myself as the auteur, the overseer, of the whole damned thing, I slipped myself in as the ZTT part of XL ZTT, and very quickly the slightly

corrupt business side of the whole thing took over, obliterating the more surreal, sensitive, playful, idealistic and indeed weird side of the label - I thought of it as a glamorous, inventive independent label that curated a very unique pop art sensibility, but the business side just wanted a sort of functional production pop music company for Trevor, and it did indeed lack the integrity of the label as a contributor to the radical energy of Mute, Factory or 4AD. Also I think having been an NME critic and still being a writer there was that suspicion there is certainly in Britain of someone doing more than one thing was not a good thing - the dilettante problem, the annoyance that you wanted to do more than one thing, and the fact that I had a certain show off-y arrogance about it all, which was really just part of the show, but it did irritate people, and there was a general relief from both the record industry, who were a little anxious that one slightly crazed individual was showing them up, or last least pointing out how insipid they were at branding and selling themselves, and from the media when it all started to fall apart. Also I think that it was not really indie and not really major caused confusion, it was a sort of hybrid of pampering mainstream values and punishing avant-garde impertinence.’ As two 13 year-olds, we poured over the details of the sleeve artwork of FGTH for hours. Aside from the iconic visuals, we were intrigued by the numerous columns of copy (which become image themselves) and the citations from Nietzsche, Dostoyevsky, Kierkegaard and other figures that we can’t pronounce... Who’s idea was this to mix extreme pop with extreme avant-garde references? ‘The fact that even now it is not clear that it was obviously me who threw in all those references even to fans is a sign, which I actually quite like, that it all could still have been the ideas of Trevor Horn. But I think at the heart of everything I have done, as writer, broadcaster, documentary maker, theorist, record company fantasist, there has been this delight in mixing up the pop and the avant-garde – I think it all goes back to what I was like as a thirteen year old, when I would be buying Bowie and T.Rex, and reading Mailer, Wolfe, Ballard, Pynchon, Joyce, philosophy, and also listening to Robert Wyatt, Miles Davis, Pink Floyd – I perversely found consolation in the avant-garde, pleasure in serious, progressive writing, and fabulous madness in pop, and never saw a difference between one and the other… Marc Bolan led me to Dylan and then to Rimbaud and Baudelaire an then back to Patti Smith and Richard Hell, and I just carried on that idea that the imagination was brilliantly represented and reflected by all sorts of minds and attitudes, and that if you liked great pop you would like great imaginative writing/art/cinema/theatre… it seemed very natural therefore to put a reading list on the Frankie album with the idea that even if just one person got turned on by this reading list it would have been worth doing. And if we were going to sell Frankie clothes by mail order then why not point out by naming the socks and underwear after Baudelaire and Hemingway that there were great worlds of the mind to be discovered out there, and pop was just a part of it all.’ Likewise, other ingenious and mysterious sleeve notes play with the various formats. For example, on the vinyl version of Frankie’s ‘The Power of Love’, the name of the act and the song title are omitted in favour of the copy ‘Thou Shall Not Bend’ (‘Thou Shall Not Steal’ is on the back)… Were such audacious acts down to the explosive success of FGTH or was it just you bending the rules, playing around in a post-modern media landscape? ‘Again – mystery, grace, avoidance of the obvious, discretion, resistance of the vulgar and banal, and the idea that nothing was what it seemed, even when it absolutely surely was what it seemed, i.e. a pop record, and that there was many different

creatie 21


ways of presenting a song, a single, and indeed of twisting the idea of entertainment and pop music around the imagination. Also, by the time of the Power of Love, at the end of 1984, the group was the biggest pop act in the country, and I didn’t want to them just become ordinary and conventional, but I wanted to continue the ambitious, elusive spirit of the label regardless of its new position… and the spirit of the label was connected very directly to original thinking, and an acceptance that such commitment to original thinking in what was after all a commercial organisation was absurd yet potentially spectacular.’ Were you involved with the spoken word introduction to one 12” version of Frankie’s ‘Welcome to the Pleasuredome’ – a quotation by Friedrich Nietzsche’s ‘The Birth of the Tragedy’? Set against Trevor Horn’s bombastic production, the text is equally poppy and pretentious. The full quote is: ‘In song and in dance I express myself as a member of a higher community. I have forgotten how to walk and speak. I am on the way toward flying into the air... dancing. My very gestures express enchantment. I feel myself a god. Supernatural sounds emanate from me. I walk about enchanted, in ecstasy, like the gods I saw walking in my dreams. I am no longer an artist, I have become a work of art.’ Was this a boast about Frankie’s invincibility at this time? Or was it just another example of mickey-taking? What did the members of FGTH think about all this? ‘It was a boast, it was a joke, it was a comment on Trevor’s prog side mixed with an acknowledgement of my interest in literary greatness and philosophy, it was deadly serious, it was the idea that the Buggle was now quoting Nietzsche, it was the fact it was out of copyright, it was the fact that the quote used words such as supernatural, enchanted, ecstasy, gods, art, it was the fact that it worked, it sounded alive and challenging, and at the same time ridiculous, it was a hint about how gorgeous and transcendent it might be inside the pleasure dome, it was the ultimate fulfilment of the idea I had when thinking of things where I wouldn’t want the question to be why are you doing that but why not, and also there is so much in pop and entertainment and art that doesn’t do this kind of thing, so, indeed, why not an occasional hint of the preposterously flamboyant.’ What do you think about the current music industry? Are there any record-labels that are ‘magical, unpredictable, idealistic, poetic, profound, fluid and intense’ (your words to describe ZTT)? ‘There are labels I like because they have their own identity and continue in difficult times the tradition of the record label that goes back via Factory, New Hormones and Mute to Island, Charisma, Atlantic, Chess… the Beggars stable of XL Recordings, 4AD, Matador, Rough Trade etc… I like Warp very much and Domino… I like Leaf… others that don’t leap to mind right now… they are not as tragicomic, as vocal, as conceited, as self-conscious as ZTT, perhaps with good practical reason, and there is little sign of the kind of “me” at a record label packing so much pretence, precision and passion inside a marketing campaign, possibly because I proved that such a thing is ultimately futile or at least leads to a certain sort of madness, and certainly alienates many of the acts on the label, which is not exactly recommended. …I suppose the collapse of Factory and Za1 Tu2 Tu3 confirms that a record label with too much personality is not particularly efficient. On the other hand, the collapse as such of the record industry suggests a little more of that kind of personality, as opposed to the bland corporate type that took over in the 90s, and lashed out against the possibilities of new technology, might help a new model of the record label make it into the future.’

22

creatie

Could you tell us what it was like to work with the young Anton Corbijn (pre-U2 and -Depeche Mode)? Were you involved in his first video, Propaganda’s ‘Dr Mabuse’? ‘The very great Anton and I worked together in the NME days from Joy Division on. He was the first person I contacted when it became clear I was going to be able to art direct the label – he took photos of Frankie and Propaganda, and I asked him to do the Propaganda video, and I am very proud I was the first in London to ask him to do a video. He helped give the label something I was very keen on having, something that was not connected to the American tradition, the cliché of the usual rock imagery, but that was rooted in the Europe of Cocteau, Fassbinder, Bergman, Kafka – and in fact because he was such an artist it gave the whole thing such a lift in terms of the visual impact, and helped me establish the combination of magic, intelligence and pop – and again, I loved the idea of having Anton as part of the zang tuum team, the fact that a Buggle’s label featured such dramatic, original and poetic photography. He basically contributed to the debut Propaganda album “A Secret Wish” the cover image, the photography, and paintings for each track – a beautiful hint of all he would do later for the image and presence of U2 and Depeche Mode. If zxxx txxx tqqq had been alive by the 21st century then his Control film would have been the kind of thing I would have wanted to be doing. I think of it as in the spirit of a zzzztttttttt event. (I wrote a book “Words and Music” that was about, among many other things, Kylie Minogue’s “Can’t Get You Out of My Head”, and in a way the whole book was the sleeve notes I would have written on the record sleeves if the single had been, which it resembled, a Zxng Txum Txmb release.)’ Your success in building a compelling product story (FGTH), via different media channels, and achieving ultimate commercial success is something that most advertising agencies aspire to. Have you ever been approached to apply your magic to marketing a soft drink? ‘I am still waiting for the call. I still feel that the ZTTFGTH moment is a kind of rehearsal for something that could be done, as if sometimes nearly done, with the standard post-modern web world product. The idea of the product having a consciousness, voice, a sensibility of its own, an awareness of history, and an awareness of its own position in history, and an ability to adapt to pulsating cultural circumstances as if it is itself in control of its own dynamic. In a way, if the mobile phone companies do want to enter the pop world as a sort of post-modern post internet record label, I would love to get the call, as Z%%% T//// T.com was a provisional hint of the world to come - I think of those informative, thoughtful sleeves as being like “acoustic” web sites.’ Do you miss the energy and excitement of the early days of ZTT? In other words: we’ve seen the past, talked the present, what is the future for Paul Morley? ‘To some extent Z!T!T? was something that could only be done from inside the naivety, arrogance and self-confidence of relative youth, and to some extent I’ve not totally lost all of that naivety, arrogance and self-confidence, and still feel, with my better essays, documentaries, interviews, profiles, radio programmes, music, books, biogs, etc, etc… that I am still adding to the perfect idea of the za.ng tu.um tu:mB catalogue as an arrangement of thinking, pleasure, communication and looking forward. (A television essay on Brian Eno broadcast on BBC4 in January, an essay on the life and death of Michael Jackson to be published by Faber in Loops in the spring, an essay written for the release of the new Autechre album “The Showing Off”… multimedia on line show I do for The Observer are definite additions to the catalogue.) The future, I still seem to be believing, is something that can yet be an astounding punchline to the things I did dream-working as ZangZ TumbT TuumT.’


creatie 23


tekst The Stone Twins fotografie Marc Driessen

Amsterdamse Leo Beukeboom (66) beschilderde decennia lang ramen van (bruine)

24

creatie


interview

meester cafĂŠs. Tot 2003. Hij kent geen opvolger.

creatie 25


‘Het volgende moment vloog er een kruk door het raam’

Is het niet zonde dat moderne bars en cafés in hun communicatie steeds meer op elkaar lijken? ‘Natuurlijk vind ik dat zonde. Het beste kwam mijn werk tot zijn recht in een bruine kroeg, inclusief houten vloer met wit zand, eikenhouten meubilair, glas-in-loodramen, koperen roeden, kanten gordijntjes én krulletters. Maar het gezellige, bruine karakter van de stad gaat steeds meer verloren.’

Waarom doet u het werk zelf niet meer? ‘Ik heb in 2003 een beroerte gehad. Ik had heerlijk geslapen, maar het was alsof mijn rechterzijde niet wakker werd; uitrekken hielp ook niet. Ik zegde al mijn klussen op tot het weer goed zou gaan, maar die gevoelloosheid is niet meer weggegaan. Als het ooit weer goed zou komen, pak ik de penseel direct weer op. En voor zo lang mogelijk.’

U versierde jarenlang bars voor Heineken. Hoe ging dat? Hebben ze uw werk ooit gebruikt in een reclamecampagne? ‘Aanvankelijk gaf de brouwerij het als service aan uitbaters, mits er ook Heineken op het raam kwam te staan. Ik kreeg carte blanche en stuurde maandelijks een rekening. Maar in 1988 werd er reclamebelasting ingevoerd. Men moest nu betalen voor de teksten, zoveel gulden à zoveel centimeter. Veel cafés vroegen of de brouwerij dat ook wilde betalen, maar dat ging ze te ver. Waarop het letterschilderen voor Heineken stopte. Klanten belden me nadien, voor eigen rekening, nog wel op. Nee, ze hebben mijn sierletters nooit gebruikt in een reclame.’

Hoe werkte u? Maakte u bijvoorbeeld schetsen voordat u ramen beschilderde? ‘Ik deed alles ter plaatse, met krijt voorschetsen en schilderen, en dezelfde dag stond het erop.’

De Britse letterontwerper David Quay heeft eens gezegd dat u ‘waarschijnlijk meer betekend heeft voor het “merk” Amsterdam dan welk designbureau dan ook’. Wat vindt u daarvan? ‘Ik kan daar eigenlijk wel in komen. Ik heb overigens niet alleen in Amsterdam gewerkt. Maar ook in Maastricht, Bergen, Purmerend, Muiden, Weesp, Haarlem. En België. Een uitbater uit Gent vroeg me tien bierhuizen net zo te beschilderen als Café De Geus in de Korte Leidsedwarsstraat. Daar besefte ik dat wat ik in Amsterdam deed toch wel bijzonder was.’ U begon op 16-jarige leeftijd (Beukeboom doorliep daarna het Grafisch Lyceum, red.). Inmiddels is handgeschilderde typografie een uitstervend ambacht. Kent u mensen die kunnen wat u kon? ‘Nee, ik vrees van niet.’

Hoe lang blijven uw letters op de ramen zitten? ‘Met gewone glansverf gaan ze wel dertig jaar mee. Maar een wisseling van eigenaar is de belangrijkste reden voor verdwijning.’ Heeft u wel genoeg erkenning gekregen? ‘Ik ben eens opgenomen in het jaarboek van de toenmalige Grafische Federatie. Daarvan moest je eigenlijk lid zijn, maar voor één keer besteedden ze ook aandacht aan andere lettergekken. Daarnaast heb ik wel eens in een horecavakblad gestaan en huis-aan-huisblad De Echo. En op internet is er over mij geschreven vanuit Los Angeles, Ontario, Buenos Aires, Milaan en Londen. Dankzij Ramiro Espinoza van ReType (een typografische stichting, die tevens werkt aan een Leo Beukeboom-font, red.). Hij heeft mijn werk onder zijn hoede genomen.’ Wat is uw meest memorabele herinnering terwijl u aan het werk was? ‘Dat was bij een broodjeszaak in de Amstelstraat. Ik was net klaar, maakte mijn penseel schoon, toen ik zag dat er binnen ruzie ontstond. Het volgende moment vloog er een kruk door het raam. Ik kon nog net wegduiken. Even later kwam de eigenaar naar buiten en vroeg me droogjes of ik enkele dagen later terug kon komen.’

Hommage The Stone Twins: ‘Toen we de bruine cafés van Amsterdam voor het eerst gingen verkennen, vielen we meteen voor de karakteristieke belettering op de ruiten (al zagen we die meestal van de verkeerde kant en werd het zicht allengs vager). Veel van die visuele kunstwerkjes waren van de hand van één man: Leo Beukeboom. Hoewel hij niet meer werkt, leeft zijn vaardig vormgegeven typografie voort. Zijn letters staan bol van gevoel, gratie en karakter. Ze herinneren aan een tijd waarin de winkelstraten nog van elkaar te onderscheiden waren, een tijd waarin het centrum van de stad nog niet overgeleverd was aan de ketens die ook de typische Amsterdamse kroegen meesleurden in hun onstuitbare opmars naar eenvormigheid. Deze fotoserie is een hommage aan de meester.’

26

creatie


creatie 27


Verfrissend verwrongen The Stone Twins: ‘Onze bewondering voor Tim Enthoven is ontstaan aan de Design Academy in Eindhoven, waar wij hoofd van de afdeling Man + Communication zijn. Achter het uiterlijk van een “debonaire” (jonge)man van de wereld gaat een kunstenaar schuil met een verfrissend verwrongen, groteske kijk op de wereld. Zijn bizarre, surrealistische en

28

creatie

vaak gewelddadige tekeningen laten je even ontsnappen aan de eenduidigheid van het dagelijkse geploeter. Wij denken dat deze jonge “Hagenees” het ver gaat schoppen. Het begin is er: afgelopen december studeerde hij cum laude af. Tim maakte tevens de cover en de illustratie op pagina 4.’ www.timenthoven.nl


portfolio

creatie 29


Depeche Mode volgens Anton Corbijn The Stone Twins: ‘Onze bewondering voor het werk van Anton Corbijn loopt parallel aan onze liefde voor Depeche Mode. Als creative director bepaalt hij praktisch in zijn eentje het gezicht van de band: van fotografie en hoes­ ontwerp tot – en dat is wellicht een onderbelicht aspect van zijn werk – het podiumontwerp voor de optredens van de

30

creatie

band sinds 1993. Voor de lopende Tour of the Universe heeft Corbijn opnieuw een aantal intrigerende, inventieve en visueel pakkende effecten bedacht. ‘Vooral de combinatie van een balvormig en een plat videoscherm, en de interactie tussen de twee is prachtig. Tijdens het nummer Precious, bijvoorbeeld, verandert het


© Anton Corbijn

ronde scherm in een “golfbal” van een elektrische type­ machine die een gedicht uittikt van de Perzische dichter Hafiz en tijdens weer een volgend nummer, Policy of Truth, neemt het de vorm aan van een kauwgomballenautomaat waar gekleurde kauwgomballen uitrollen. Later, tijdens Walking in my shoes, vormt het het enorme oog van een

raaf, terwijl op de achtergrond beelden worden vertoond van deze duistere vogel. Elke clip is speciaal voor deze show gemaakt; er wordt nergens teruggegrepen op eerder gemaakt promotiemateriaal. ‘Corbijns visuele effecten en de energie van leadzanger Dave Gahan vormen het hart van elk live optreden van

creatie 31


© Anton Corbijn

Depeche Mode en zijn een welkome afleiding van de andere bandleden die meestal bewegingsloos achter een stapel synthesizers staan. Het merendeel van de clips is poëtisch en lyrisch. Soms illustreren ze de tekst van de song terwijl ze op andere momenten de sfeer en de toon van de muziek van Depeche Mode ondersteunen.

32

creatie

Corbijn zegt met deze clips een uitstapje naar vrijer werk gemaakt te hebben. Bevrijd van het keurslijf van MTV heeft hij een autonome vorm van artistieke expressie weten te ontwikkelen.’ www.corbijn.co.uk


Š Anton Corbijn

creatie 33


Fantastisch moralistische typografie The Stone Twins: ‘De oorspronkelijke filmversie van Willy Wonka & the Chocolate Factory uit 1971 was ongetwijfeld de beste en meest rijke. Vergeet het gemaakte, steriele probeersel van Tim Burton uit 2005 met Johnny Depp. Met Roald Dahl zelf als scenarioschrijver is deze versie vele malen authentieker qua scherpte, fantasie en zwarte humor.

34

creatie

De film wemelt ook van de literaire citaten en toespelingen die in Dahls boek niet voorkomen. Zo barsten de OompaLoompas in de loop van de rondleiding door de fabriek – waarbij ieder weerzinwekkend kind getroffen wordt door een kleine ramp – uit in een fantastisch moralistisch lied. De gezongen kritiek op ongebreidelde consumptie, of het nu


eten of tv kijken betreft, wordt benadrukt en nog meer tot leven gebracht door het oogverblindende, speelse en avantgardistische gebruik van typografie. Eigenlijk is de centrale rol die de letters in de film spelen op zich al een reden voor vreugde. Ze zijn “scrumdiddlyumptious”!’

creatie 35


36

creatie


130% (max)!!

creatie 37


The Stone Twins: ‘In de originele versie van Willy Wonka & the Chocolate Factory zijn veel van de teksten van Wonka doorspekt met (zinpselingen op) citaten van grote denkers als Samuel Ta


aylor Coleridge, William Shakespeare, Oscar Wilde en Thomas Edison. Het citaat op deze pagina spreekt ons in het bijzonder aan, en wordt toegeschreven aan Horace Walpole.’ (beeld ANP)


CONFIRMED SPEAKERS: KEVIN NODDY (USA) Kevin holds the position of Senior Cognitive Anthropologist at Rice Crispy Porter, the international agency that boasts 62 nationalities. Once ranked in the top 10 of leading copywriters by some obscure poll, Kevin is often credited with creating the iconic “Awesome Albatross” campaign for Domestos in the 80s. At FAD, Kevin will discuss the ‘BIG idea’ – and question why it never lasts for more than one year.

FUTURE OF ADVERTISING AND DESIGN (AND WHATEVER THAT ENTAILS) 13TH – 15TH MAY 2010 BEURS VAN BERLAGE, AMSTERDAM FAD is a new vital international advertising and design conference. Over three-days, FAD will bring together communication professionals to explore utopian visions and seat them in a room full of Berkeley hippies. You’ll receive a free lunch, a branded lemon, a laminated name tag to hang around your neck and, of course, the indispensable conference bag to house all the other rubbish. So, discover what exactly terms like Twittertising, UGC, PITA or codswallop actually mean. Be introduced to the new advertising paradigm, and learn why many CCO’s have ponytails. Up to 35 renowned wasters from around the globe are already confirmed.

Foto: © ANP Nederland

WWW.FAD2010.ORG

GIJS SCHOLTE (NL) Gijs is Executive Creative Director at BlueMonkey Amsterdam. He will discuss the model of his agency that revolves around open partnerships with other specialists from a range of disciplines including a salvage diver, a Catholic liturgist and a fire-eating midget. Gijs will explain this concept, tagged “The Power of Freeloading”, in his talk. As well as having a penchant for PowerPoint-type catchphrases, Gijs’ interests include Shakin’ Stevens, business books sold at airports and his pet anteater, Rubin. STEFAN ROUTEMASTER (GER) Stefan is probably the most ubiquitous and tallest graphic designer in the world. As a regular on the conference circuit, he hasn’t actually created any real work for about 10 years. Entitled “Reasons why I have Reasons”, Stefan’s spiel will dispel the myth that all Germans like Helvetica. His déjà vu inducing presentation in a heavy Bavarian accent, will guarantee delegates a smile and a promise of enlightenment. DANIEL ANDERSSON (SWE) Chief Swashbuckler and Idea Merchant at digital agency splURGE, Stockholm, Andersson has spearheaded some of the most successful online campaigns in the history of the internet. In 2006, the year that he shaved off his beard and began to iron his shirts, Andersson created the unique crosscultural integrated campaign with Estonia’s slaughterhouse music act, Fire On Metal. Andersson will present a creative social session entitled “Digital is Dead – Long Live the Fax”. DAVID GROSSMAN (SA) David Grossman is not only the world’s most awarded creative but actually the world’s most awarded person. As Worldwide Chief Creative Officer of Leo Burnit Worldwide, he gets to put his credits to the work of 126 global offices. David’s work has garnered every major creative accolade, including the prestigious Cannes Grand Prix, a FAD Fist and a Mojo Hero Award. Naturally, his past jury experience includes all of the above. His talk is entitled “Why award-shows are good for business, chicks and the Moroccan lead industry”.


favoriete creatie

tekst Nils Adriaans

‘Ik voel me vaak een idioot’ De Ier Johnny Kelly (29) maakt indrukwekkend versimpelde animaties. Onlangs kreeg hij zijn eerste opdracht uit Nederland: hij regisseerde de nieuwe leader van Het Klokhuis. Wist jij dat de Klokhuis-leader hier een begrip is? ‘Sinds ik laatst iemand uit Nederland op een feestje ontmoette wel. Die zei: verkloot het niet.’ En heb je dat niet gedaan? Lacht: ‘Nee, ik geloof het niet. Het was een aparte opdracht: ik kreeg het logo in 2D opgestuurd, een appel met van alles erin, zoals een steak waar bloed uit kwam. En ik kreeg het budget door (van KesselsKramer, red.). Dat was alles. Heel verfrissend, zoveel vrijheid. Ik heb vaak met Amerikanen gewerkt. Die zijn altijd aardig, vinden alles prachtig, maar waar je echt aan toe bent, weet je niet.’ Hoe heb je het aangepakt? ‘Een appel van papier maken was te lastig. En van plasticine te kliederig. Uiteindelijk heb ik 3D-ontwerpen gemaakt en die laten uitprinten (bij Shapeways in Eindhoven, red.). De verschillende objecten heb ik vervolgens met stop-motion en vreemde elementen als wolken van gekleurd wol frame voor frame vastgelegd. Deze werkwijze was nieuw voor mij; het had meer weg van het bouwen van een installatie. ‘Ik heb dat overigens niet alleen gedaan. Ik hou ervan om met anderen te creëren; dat verbreedt mijn blik. Zo werkte ik voor Het Klokhuis met Jethro Haynes, beeldhouwer en mo-

delmaker, die voor alles wat ik bedacht vijf opties had. Voor de outro, waarbij de appel wordt “stukgeslagen” door een enorme houten hamer, had ik drie frames nodig. Hij zorgde er voor dat ik er dertien kon maken.’ Nam je niet veel risico om iets te doen waarvan je nog niet wist of je het kon? ‘Ik ben ooit begonnen als grafisch ontwerper. Ik was er niet heel goed in, maar vond het geweldig. Wat deed ik? Ik scande Creative Review, op zoek naar houvast. Mensen hebben

Energie The Stone Twins: ‘We leerden Johnny Kelly kennen toen hij nog in Dublin woonde, de stad waar wij vandaan komen. We waren toen al onder de indruk van zijn drijfveer, passie en energie – hij publiceerde in die dagen eigenhandig een magazine. Kelly heeft sindsdien terecht veel lof en prijzen vergaard met zijn korte animaties. Wij vinden dat Johnny de gave heeft een helder en boeiend verhaal te vertellen waarbij hij geholpen wordt door zijn begrip voor wat mensen drijft en zijn fantastische illustratieve vaardigheden. En het is ook nog een leuke gast.’

creatie 41


‘Ik hou ervan me oncomfortabel te voelen’

vaak de neiging iets te maken wat al succesvol is gedaan. Ik kwam er gaandeweg achter dat het spannender is om niet precies te weten waar je aan toen bent. Sterker nog, ik hou er – inmiddels – van om me oncomfortabel te voelen. Ik ben bang voor stagnatie.’ Hoe ga jij om met dat oncomfortabele gevoel? Het blijft een naar gevoel. ‘Toen ik begon met animatie op het Royal Collage of Art (RCA) in Londen voelde ik me een buitenstaander; dat was ik ook. Maar het voelde gezond, het dwong me om mijn uiterste best te doen. Ik ging er harder van werken én ruimer van denken.’ Wat is jouw achtergrond? ‘Ik ben de jongste uit een gezin van vier kinderen. Mijn zus is architect, en mijn beide broers (kunst)filmmakers. Met een van hen, Mickey, heb ik op mijn achttiende een digitale strip gemaakt over een “leprechaun”, een wat groot uitgevallen kabouter die misdaden oploste. Dat werd opgemerkt door Hollywood; uiteindelijk is er nooit iets mee gedaan, maar we hebben toen tijdelijk de rechten verkocht. Daarnaast vormden we een tijdje een duo met de gênante naam Design Pirates en delen we tot op de dag van vandaag een website, mickeyandjohnny.com. Ook heb ik in een band gezeten. Om

42

creatie

een lang verhaal kort te maken: ik hou van verhalen vertellen. ‘Waar die behoefte vandaan komt? Mijn vader is een niet onverdienstelijk fotograaf, maar van huis uit scheikundig ingenieur. Daar houdt het wel een beetje mee op. Wat ik wel weet is dat we iedere zomer een maand lang een huisje huurde op een eiland voor de Ierse kust, waar het altijd regende – noem het katholieke zelfkastijding. Het enige wat we deden was tekenen, dagenlang. Nu ik in Londen werk, waardeer ik dat een stuk meer.’ Je hebt eerst een opleiding tot grafisch vormgever gedaan en vervolgens een tijdje gewerkt, voordat je begon aan de masteropleiding animatie aan het RCA. Die periode moet een ‘scharnierfase’ zijn geweest in je carrière. ‘Ik werd aanvankelijk niet eens uitgenodigd voor een gesprek op het RCA. Ik woonde al in Londen met mijn vriendin (designer Jennifer Chan, red.), en werkte inmiddels bij het prestigieuze ontwerpbureau NB: Studio, maar had geen noemenswaardige ervaring op het gebied van illustratie en animatie. En toen waren de aanslagen in Londen, op 7 juli 2007, nota bene op mijn verjaardag, waardoor veel studenten afhaakten. Tja, ironisch, hè? ‘Wat me toch wel verbaasde was dat animatie heel traditioneel, ambachtelijk werd benaderd. Ik heb in die periode de


totaal belachelijke animatie Shelly gemaakt, over een kreeft die muziek herontdekt. Let wel: muziek die lijkt op het geluid dat kreeften maken als ze levend gekookt worden. Het ontwerp daarvoor had ik op de computer gemaakt, dat ik vel voor vel heb overgetekend – waarbij ik het computerscherm op zijn rug legde – en vervolgens heb ingescand. Ik wilde per se een handgetekend effect. Weet je hoe lang dat duurt, hoe saai dat proces is? Ik was compleet gek.’ Daar spreekt, links- of rechtsom, een enorme wil uit. ‘Ja, maar ik voel me vaak een idioot als ik dit vertel. Omdat het belachelijk is! Dat is het probleem van animatie: het ontwikkelen van het verhaal – het storyboard, character en het script – is tien procent van het werk. De rest is poetsen. Animatie is het tegenovergestelde van film, van improviseren. Procrastination (Kelly’s eindexamenfilm, waar hij internationaal naam mee maakte, red.) was daar een reactie op.’ Hoe bedoel je dat? Procrastination is nogal rijk aan verschillende illustratiestijlen en droogkomische voiceover teksten (‘procrastination is doing the dishes, it’s not knowing how to finish something’. ‘Hoe zeer ik de term ook haat, is Procrastination behoorlijk organisch tot stand gekomen. Ik liep totaal vast in mijn laat-

Een Ier in Londen Johnny Kelly (Dublin, 7 juli 1980) debuteerde op 18-jarige leeftijd met een strip over de Ierse kabouter Colometers Davis P.I. (private investigator). Vervolgens doorliep hij het Dublin Institute of Technology School of Art, Design & Printing, was mede-initiatiefnemer van creatievenblaadje Co-Op Magazine en maakte brochures voor de Ierse tapdansgroep Riverdance voordat hij naar Londen ging. Daar werkte hij voor ontwerpbureau NB: Studio en volgde de tweejarige masteropleiding animatie aan het Royal College of Art (RCA). Kelly brak in 2007 door met zijn eindexamenfilm Procrastination, waarvoor hij onder meer de Jerwood Moving Image Prize, de Animator First Boards Award en een Young Guns Award (van de Art Directors Club New York) kreeg. Daarnaast werd de animatie geselecteerd voor Saatchi & Saatchi’s New Director Showcase. Sindsdien heeft hij campagnes gemaakt voor grote merken als Adobe (The Seed, opdracht Goodby, Silverstein & Partners, eind 2008), het Verenigde Naties Vredeskorps (een animatie met George Clooney, voorjaar 2009) en – ‘being one of the least sporty people’ – de site van het IOC, Olympic.org. Kelly is sinds najaar 2007 als ‘regisseur’ verbonden aan het Londense agentschap Nexus Productions. www.nexusproductions.com

creatie 43


Procrastination

ste jaar aan het RCA. Ik was zó op zoek naar een ongebruikelijk onderwerp dat het kunstmatig werd. Waarop ik een lijstje van dingen ben gaan opschrijven die ik wel kende: thee zetten, de afwas doen, een potlood door je neusgat willen rammen et cetera. Zo is Procrastination (“uitstelgedrag”) ontstaan, en gaandeweg het maakproces gegroeid – dat is het voordeel van een lijstjesconcept. ‘Ik weet nu dat de mooiste, simpelste ideeën kunnen ontstaan uit een kluwen van twijfels, probeersels, omwegen nemen en lanterfanten. Ik krijg bijvoorbeeld de beste ideeën als ik lig. Dat betekent dat ik vrij vaak een dutje moet doen – het hoort bij het creatieve proces. Het gevaar schuilt er wel in dat je uitstelgedrag (lees: perfectionisme) dusdanig gaat koesteren, dat je apathisch of depressief wordt. Daar waak ik voor. Maar ik permitteer mezelf wel de ruimte om op een website voor zelfgemaakte monorailstellen terecht te komen, zonder dat ik weet hoe ik daar ben gekomen.’ Waar streef je met je werk eigenlijk naar? Na enige stilte: ‘Ik ben blij dat ik met Procrastination, dat iets wegheeft van een showreel, bij Nexus (Productions, agentschap in Londen, red.) terecht ben gekomen. Ik heb een eigen werkruimte en ik krijg de ruimte om te groeien zoals ik wil; ik mag nee zeggen tegen opdrachten en buiten Nexus

44

creatie

om werken. Zo heb ik onlangs een poster – een soort poppenhuis in de vorm van een gezicht – gemaakt voor Don’t Panic, dat tienduizenden flyers distribueert; het was een cadeautje voor studenten. ‘Mijn drijfveer is dat ik goed en nieuw werk wil maken. Een eerdere agent vond dat mijn illustraties all over the place waren, terwijl de meeste wel degelijk gelijkenis vertoonden. Animatie is pas all over the place. Zoals je met grafisch ontwerp illustratie, fotografie en typografie combineert, combineer je illustratie, 3D-ontwerp, stop-motion, teksten en muziek.’ Wanneer is iets af? ‘Lastige vraag. Naarmate een project vordert, krijg ik er vaak een hekel aan. Omdat ik er zo hard aan werk. Ik weet het dan niet meer. Zo was ik ziek van The Seed (voor Adobe CS4, waarin op vernuftige wijze de levenscyclus van een appelzaadje in beeld is gebracht om te laten zien wat er met de software mogelijk is, red.). Nu pas, ruim een jaar later, vind ik ‘m goed – ook nadat veel anderen hebben gezegd dat ze ‘m goed vinden. Eerst moet ik scheiden. ‘Hoe dan ook, in de praktijk doe ik er zolang over als ik er, qua deadline, over kan doen. Als er humor in een film zit, werk ik sneller; een maand over een grap doen, kan niet.’


The Seed

Over monnikenwerk gesproken: The Seed is deels getekend en bestaat deels uit papieren modellen, waarvan de bewegingen met stop-motion zijn vastgelegd. ‘Het kon niet anders. Aanvankelijk gebruikte ik echte appelstukjes, maar die werden na verloop van tijd bruin – en weinig mensen kijken graag naar rottend fruit. Als ik het budget had gehad, zou ik de ontwerpen net als voor Het Klokhuis in 3D hebben laten uitprinten. Dit was een traag, maar goedkoop alternatief: de 3D-modellen ontwierpen we op de computer, en die maakten we vervolgens na van papier. Hoe het met mijn vingers is? (Lacht) Heb je het over de sneetjes of de superlijm?’ Procrastination was helemaal van jou. Hoe ervaar je het om zulk arbeidsintensief werk te doen voor anderen? ‘Als ik als animator begonnen zou zijn, zou ik nog veel onzekerder zijn geweest. Maar ik heb als grafisch ontwerper al met klanten te maken gehad. Zolang er voor mij genoeg te interpreteren valt, en dat is tot nu toe het geval geweest, ervaar ik een commerciële opdracht niet wezenlijk anders. Aan de andere kant stimuleert Nexus vrij werk; Alan Smith en Adam Foulkes van Nexus waren afgelopen jaar zelfs genomineerd voor een Oscar met hun korte film This Way Up. Links- of rechtsom, mijn situatie voelt vrij.’

Vrij werk of werk in opdracht: wat is de gemene deler? Waarin verschillen Procrastination en The Seed bijvoorbeeld niet van elkaar? ‘In beide gevallen laat ik een proces zien, daar hou ik van.

Omgekeerde wereld Christian Borstlap, artdirector van KesselsKramer en ex-gasthoofdredacteur van Creatie, gaf Johnny Kelly de opdracht voor de Klokhuis-leader: ’Ik zag op Vimeo een filmpje dat Johnny Kelly had gemaakt: The Seed. Wat me opviel was de grote concentratie en aandacht waarmee het gemaakt was. Er zijn zoveel filmpjes te zien, ook stop-motion, maar Johnny’s werk sprong eruit door de verfijndheid en “goede smaak”. Hij is een ontzettend goede, precieze artdirector (en illustrator) en dat is terug te zien in de Klokhuis-leader. ‘Om een voorbeeld te geven: voor de sequentie van de smeltende binnenkant van de appel zijn zo’n 40 verschillende 3D-modellen gemaakt. Alles is on camera wat je ziet, er is niets digitaal gedaan. Sterker nog, computermodellen zijn weer analoog gefilmd, het is een soort omgekeerde wereld. Het zou zo logisch zijn zoiets digitaal op te lossen, en toch kiest hij daar niet voor. Dat is interessant. Anders gezegd, Johnny Kelly is nog niet lang bezig en heeft nu al een aantal iconische films gemaakt.’

creatie 45


Don’t Panic

En ik denk dat je kunt zien dat niets zomaar gedaan is; noem ‘t fijnzinnigheid. Overigens voel ik me er ongemakkelijk bij als mijn werk als kunst wordt gezien, zoals Procrastination. Zoals ik er op het RCA allergisch voor was wanneer het over onderdrukte emoties ging. Mijn vriendin is meubelontwerpster, dat is duidelijk – it makes sense. Wat ik doe veel minder. Om nou te zeggen dat ik geen kunstenaar wil zijn, klinkt ook pretentieus. Maar ik vind mijn werk daarvoor nog niet “waardig” genoeg.’ Kunstenaar of niet, wat wil je met je werk overbrengen? ‘Hoe zeer ik soms verstrikt raak in mijn eigen creatieve proces, probeer ik toch de schoonheid en plezier ervan – van het verhaal en de totstandkoming ervan – te laten zien. Animatie bestaat eigenlijk nog niet zo lang, althans niet in de huidige vorm. Als ik Procrastination tien jaar geleden had gemaakt, zou het slechts op enkele festivals zijn getoond. Nu krijgt het een tweede, veel groter leven op internet. En het strekt zich uit van looney tunes tot beeldende kunst, en van hyperdigitale effecten tot knip- en plakwerk. Het is een rijke, maar behoorlijk schizofrene discipline.’ Hoe zie je wat dat betreft je eigen toekomst? ‘Ik wil graag technisch beter worden, ik wil briefings beter

46

creatie

leren doorgronden, en nog beter verhalen kunnen vertellen. Daarnaast zou ik meer balans in mijn werk willen vinden; tussen animeren, illustreren en schilderen, dat ik sinds kort weer heb opgepakt. Maar het belangrijkste is dat ik mezelf en klanten ervan blijf weerhouden te zwichten voor uiterlijke schoonheid. Dat kent iedereen wel. Werk moet iets ongebruikelijks bevatten – nieuw werk doet dat per definitie. Anders raakt het niet en valt het niet op. Dat is mijn zekerheid: I’m playing it safe by not playing it safe. ‘En ik wil eindelijk auto leren rijden… Over risico nemen gesproken.’ Op creatie.nl/picknmix is meer (bewegend) werk van Johnny Kelly te zien, waaronder Procrastination en de strip over de ‘leprechaun’ Colometers Davis P.I.. www.mickeyandjohnny.com


I.M. The Stone Twins: ‘Bastiaan Rijkers was een collega, klant, inspirator, getalenteerd creatief, local hero, ondernemer, perverse optimist, een “pioneering” metroseksueel, uitgerust met uitstekende neus voor publiciteit, maar ook een kroeg­ maat, sneakergek, een hopeloze danser, drager van hemel­ tergende hemden, een rampzalige dj en een genereuze,

inspirerende mentor die openstond voor alles en voort­ gestuwd werd door zijn eindeloze energie en passie. Hij was de geliefde van Sara, een jonge vader, een zoon, een broer en onze vriend. Bas was simpelweg een fantastisch mens. Bas 4ever.’

creatie 47


tekst The Stone Twins

Een shotje Toss Mick Bunnage and Jon Link zijn de makers van het Britse Modern Toss. De simplistische cartoons, met grof taalgebruik en geweld, spotten met het moderne leven. Het interview is onvertaald vanwege de – eveneens – onverbloemde, maar gelaagde antwoorden.

What is Modern Toss? ‘Modern Toss started off as a website and comic full of cartoons we couldn’t get published anywhere else, cos there was too much swearing in them. The first Modern Toss cartoon was a bloke leading his dog through the park with a string of shit behind him so he could find his way home. Mr Tourette, the abusive sign-writer, was a very early favourite. Anyone who’s ever had a job recognises Tourette’s urge to ignore the brief and do whatever the fuck he likes.’ Who are Mick Bunnage and Jon Link? What fields have you worked in before? ‘Jon used to sell ice cream for a living and Mick used to stack chairs. We first started working together on a magazine, then

48

creatie

got kicked out of it and started up our own comic. Originally we were going to call our comic “Shitflap” but when we printed it out and looked at it, it made us feel sick. So we changed it to Modern Toss. When we get fed up with that we’ll change it to something else.’ The various outlets of Modern Toss are hilarious – on another level, they provide an important critique on modern life. Do you agree? What other artists do this? ‘We are constantly examining the shifting trends and changes of modern society. Then we draw a cartoon of a man pissing into a box. We’d like to see Constable (de Engelse landschapschilder en aquarellist John Constable, 1776-1837, red.) try that.’

Let op! Dit is Engels


interview

Getourmenteerde gekte The Stone Twins: ‘Al een paar jaar is een bezoek aan Londen niet compleet zonder een shotje Modern Toss. Deze stripboeken staan vol onaangepaste figuren die ranzige taal uitslaan of uitzinnige practical jokes verzinnen, dan wel zeuren over hun werk. Als je hun namen hoort – Sneezeman, Mr Tourette, Prince Edward, Royal Entrepreneur of Drive-by abuser – snap je wat we bedoelen. De typisch Britse inslag en de moedwillig klunzige tekeningen maken Modern Toss onweerstaanbaar hilarisch. ‘Modern Toss, dat door schrijver-tekenaars Jon Link en Mick Bunnage als “grof, beledigend en onpubliceerbaar” betiteld wordt, werd van cultblaadje een sensationeel mediasucces. Inmiddels produceert Modern Toss Ltd tv-series, fraaie hardbacks, merchandise (inclusief iPhone-app en de broodnodige ijskastmagneet) en publiceert de Guardian regelmatig bijdragen. Vorig jaar gebruikte schoenenmerk Kickers de typische stijl van Modern Toss voor hun reclamecampagne. ‘Aangezien de makers elkaar leerden kennen op de redactie van het

beruchte blad Loaded, in de jaren negentig, is het geen wonder dat hun humor beschreven wordt als puberaal, weerzinwekkend en grof. In werkelijkheid gaat er een grote scherpzinnigheid achter schuil. Hun begrip en commentaar op het moderne leven getuigen van diepte, en de tekeningen (in een soort losse, onhandige David Shrigley-krasstijl) zijn zowel boeiend als aantrekkelijk. De absurditeit en vijandigheid van de stripfiguren geven een werkelijkheid weer die saai is en uitsluitend gericht op “nemen”. Afgezien van de pretentieuze duiding zijn de tekeningen vooral dolkomisch. ‘Toen we Jon en Mick spraken, werd onmiddellijk duidelijk dat het interview met hen niet te vertalen was. Ons Nederlands kan ermee door, daar ligt het niet aan, maar vertaalprogramma Babel Fish is niet berekend op hun vocabulaire. Hun idiosyncratische, gelaagde taalgebruik en getourmenteerde gekte komen in het Nederlands niet goed over. Want hoe vertaal je in ‘s hemelsnaam “some kind of cunt”?’

creatie 49


Where did the urge to make a commentary on the mundanity of modern life come from? ‘Mainly from sitting in offices/buses/trains listening to the shit that comes out of people’s mouths. We feel it’s our duty to immortalise it in comics and fridge magnets.’ Some of the characters are great (for example, Dogkiller / Home-Clubber / Drive-by abuser / Mr Tourette); which ones are your favourites and why? And favourite taglines? ‘Our favourite character is probably Drive-by Abuser. He’s the one you’d be most likely to go on holiday with and still be mates with afterwards. He taps into everything that we’re about.

50

creatie

‘Interestingly enough he’s the first of our characters to have his own iPhone app. Our favourite tagline is Mr Tourette’s: “What are you? Some sort of cunt?”’ How come you can’t draw? ‘We draw in real time to the words that come out of our mouths. Try it, it’s not as easy as it sounds.’ This weird, obnoxious and offensive humour often goes over the (tall) heads of our Dutch colleagues. Can you explain this British gift for cutting satire? ‘It’s something to do with living on an island, packed out with idiots, pressure-cooker style. Have you been here recently? It’s like Alcatraz.’


What do you think of Dutch people? ‘They’re excellent. They like fucking things and orange and they don’t care who knows about it. Jon picked up a lot of information on the Dutch, when he worked in Rotterdam with Rem Koolhouse (Koolhaas, red.) on his Content magazine. He enjoyed it so much, it’s now his favourite country.’ What is the ‘Future’ Toss? ‘We’re going to make a feature film about a bloke’s brain, that’s all we can say at the moment. We’ll also have a new comic out in February, and a London exhibition of our new work in the summer. Our comics, bags and prints are available here at moderntoss.com. Buy something now and help kickstart the British economy yeah!’

creatie 51


52

creatie


creatie 53


Creatie (Feb. 2010)