De Europese varkenshouderij in verandering visie van Robert Hoste
Transport van A tot Z
Europese transportverordening dieren interview met Isabel Pinto (ANTA)
Wat doet VAEX? van big tot bord
Van Denemarken naar Albanië samenwerking met Edoardo Rrotani (melkvee)
Roemenië drie loyale klanten in het zonnetje
Van Parma tot Palermo: VAEX actief in Italië
Cappuccino, koekjes en controle Percilla over 9 jaar VAEX
Koken met Bart – Steak tartaar
Van uitdaging naar ondernemerschap in de melkveehouderij interview met Marijn Dekkers (Rabobank)
‘
Er verandert veel, dat merken we allemaal.’
Je hebt ons magazine weer in handen. Altijd mooi om te laten zien waar we mee bezig zijn. Niet om te pronken, maar gewoon om te delen wat er speelt in onze wereld.
We nemen je mee van de varkensstal in Nederland tot een melkveesector in Albanië. Je leest over diergezondheid, transport, veranderingen in Europa en hoe wij daar mee omgaan. Maar ook over collega’s, zoals Jeroen en Percilla. Gewoon echte verhalen, zoals ze zijn.
Er verandert veel, dat merken we allemaal. Regels, dierziektes, markten... het blijft in beweging. Maar als je blijft schakelen en weet wat je doet, kom je een heel eind. Dat is ook precies wat we bij VAEX blijven doen. Samen.
Ik hoop dat je met plezier door het magazine bladert en denkt: ja, de veehandel is echt veelzijdig.
Groet,
Dit is een uitgave van: VAEX THE LIVESTOCK TRADERS
Het is een jaar waarin de diergezondheid in Europa onder een vergrootglas ligt. Waar in het ene land de situatie weer stabiel lijkt, steken in het andere gebied nieuwe uitbraken de kop op. Van blauwtong in Nederland tot Afrikaanse varkenspest op verschillende plekken in Europa, want als handelspartner moet je scherp zijn. En vooral: goed geïnformeerd.
PRRS: EUROPESE AANPAK, EUROPESE
OPLOSSINGEN
PRRS is geen ziekte die je moet melden, zoals sommige andere ziektes die verderop aan bod komen, maar het blijft wel een belangrijk onderwerp binnen de varkenssector. De meeste bedrijven zijn van oorsprong PRRS-positief, maar steeds vaker zie je regio’s of groepen bedrijven die PRRS-negatief zijn. Er is geen goed of fout, maar het is wel interessant om te zien hoe dat in verschillende landen en regio’s in Europa verschilt. In gebieden met veel varkens is het lastig om bedrijven PRRS-negatief te krijgen, dat lukt alleen met een gezamenlijke aanpak. In streken met minder varkens is het daarentegen beter te doen om het virus buiten de deur te houden.
HONGARIJE: Kondigde in 2014 aan PRRS-vrij te willen worden. Later werd dat zelfs verplicht. Met strenge maatregelen, zoals depop-repop en een importverbod op PRRS-positieve dieren, lukte dat in 2021. Sindsdien is het als eerste land officieel gelukt PRRS-negatief te worden, een knappe prestatie.
DENEMARKEN: Zij hebben ook aangegeven te willen gaan voor een volledig PRRS-vrij land. Inmiddels zijn alle bedrijven verplicht om jaarlijks hun PRRS-status te rapporteren. Eén regio is al PRRS-negatief. Hoe de verdere aanpak eruit gaat zien, moet nog worden bepaald.
SPANJE: Hier is een paar jaar geleden, naast de Europese en Amerikaanse PRRS-variant, een derde stam opgedoken: de Rosalia-stam. Deze agressieve variant zorgt voor grote problemen, want er is nog steeds geen vaccin tegen. Waar uitbraken plaatsvinden, heeft dat een enorme impact op de productiecijfers van varkensbedrijven.
ITALIË: In het noorden van Italië is de varkensdichtheid hoog, waardoor bijna alle bedrijven PRRS-positief zijn. Ze kopen daarom liever PRRS-positieve dieren aan en zorgen dat die goed gevaccineerd zijn.
OOST-EUROPA: Nieuwe vermeerderingsbedrijven in Oost-Europa starten vaak met PRRS-negatieve dieren. Omdat de varkensdichtheid daar lager is, lukt het goed om die status te behouden.
NEDERLAND: In sommige regio’s is de varkensdichtheid hoog, waardoor het lastig is om bedrijven PRRS-negatief te krijgen. Toch lukt het steeds vaker, dankzij een gezamenlijke aanpak en goede gezondheidsprotocollen. Andere bedrijven kiezen ervoor hun dieren te vaccineren.
Visueel overzicht van besmettingshaarden in Europa (najaar 2025)
HOE AVP EUROPA IN KWAM
2007 Georgië (genotype II) → verspreiding naar Rusland/ Belarus.
2014 Eerste EU-gevallen: Baltische staten & Polen (vooral everzwijn).
Waar we AVP meestal in Oost-Europa zagen, kwam het dit jaar dichtbij. In België is het virus eerder ook opgedoken, maar daar laat de situatie zien dat het ook weer kan weggaan. Afgelopen jaar werden in West-Duitsland, vlak bij Nederland, besmette wilde zwijnen gevonden. Daar waar uitbraken zijn grijpt de overheid direct in en er wordt streng gemonitord. Dit vraagt extra aandacht van transportbewegingen: extra schoonmaakrondes, duidelijke voorlichting aan chauffeurs en scherp toezicht op de routes die we rijden. Want één ding weten we zeker: voorkomen is beter dan genezen.
Hoe het zich verspreidt
AVP beweegt op twee manieren door Europa. Langzaam via wilde zwijnen en vooral via menselijk verkeer: materiaal, voertuigen en besmette vleesproducten. Die combinatie verklaart waarom er perioden van rust zijn, gevolgd door nieuwe stippen op de kaart. Het is geen rechte lijn, meer een golfbeweging.
Wat je ziet bij een uitbraak
Autoriteiten werken met zones, monitoring en in het wild soms afrastering om het gebied klein te houden. Bij wilde zwijnen blijven besmettingen vaak langer circuleren; bij gehouden varkens wil je juist snel ingrijpen om verdere
verspreiding te voorkomen. Dat spel tussen wild en gehouden dieren bepaalt het tempo van de uitbraak.
Seizoenen en patronen
Het heeft invloed op de handel in Roemenië, Servië, Kroatië en Italië. Regio’s gaan daar geregeld ‘op slot’, waardoor routes veranderen, zendingen schuiven en we plannen sneller moeten bijsturen.
AVP gedraagt zich niet seizoensgebonden zoals griep, maar er zit wél ritme in alles eromheen. Drukte op de weg, migratie van wild, recreatie en handelspieken vergroten de kans op nieuwe introducties. Daarom zijn er periodes waarin de kaart wekenlang nauwelijks beweegt, gevolgd door momenten waarop er ineens veel in gang komt.
Waar het naartoe gaat
De verwachting: AVP blijft meebewegen met Europa. Niet in een rechte lijn, wel met terugkerende patronen, clusters in wild, incidenteel een bedrijf, vervolgens weer afbouw door maatregelen. Wie de kaart, de regels en de rapportages leest, ziet die cyclus terugkeren. Er is nog geen vaccin beschikbaar tegen AVP, waardoor preventie, hygiëne en strikte controle belangrijk blijven.
MOND- EN KLAUWZEER:
SAMENWERKING LOONT
In Duitsland werd begin 2025 het eerste geval van mond- en klauwzeer (MKZ) vastgesteld. Kort daarna volgden meldingen in Hongarije en Slowakije. Daardoor ging de handel daar tijdelijk op slot, omdat het ook zeer besmettelijk is. Het virus kan makkelijk meereizen via voertuigen, kleding of voertransport.
De ziekte treft vooral runderen, maar ook varkens zijn er gevoelig voor. Varkens worden meestal niet echt ziek, maar kunnen het virus wel meedragen en verspreiden en dat maakt snelle en strakke maatregelen extra belangrijk. Runderen kunnen koorts krijgen en blaasjes ontwikkelen in de bek en op de poten, waardoor ze minder eten en slechter lopen.
Ondanks de veranderende marktsituatie zoeken we continu naar nieuwe transportroutes en manieren om klanten te blijven bedienen. Flexibiliteit en samenwerking maken het verschil, zeker in tijden waarin omstandigheden snel kunnen veranderen.
WAT DOET VAEX CONCREET?
Zodra ergens in Europa een ziekte oplaait, schakelen wij. Dit doen we:
Met ons grote Europese netwerk blijven we zoeken naar oplossingen.
Alternatieve laadlocaties vinden met onze transportpartners.
Duidelijk advies geven over hygiëne, ventilatie en bescherming.
Routes aanpassen als landen (tijdelijk) dichtgaan.
BLAUWTONG: BETER VOORBEREID DAN OOIT
Blauwtong is niet weg. In Nederland, België en Duitsland zien we opnieuw besmettingen, vaak op dezelfde hotspots als vorig jaar. Binnen de EU circuleert het virus breed. Runderen die de grens over gaan, vertrekken alleen met een recente negatieve test. Voor export buiten de EU gelden strengere eisen: soms tot 30 dagen quarantaine op een erkende locatie, met strakke monitoring, maar soms helemaal geen mogelijkheid op export.
Wij werken met actuele info en via overheidsinstanties kijken we wat er mogelijk is in vraag en aanbod: doen of niet doen, en precies wat nodig is om door te kunnen.
De gezondheid van dieren in Europa blijft een uitdaging, met wisselende situaties per regio en per ziekte.
Blauwtong is nog steeds aanwezig in grote delen van Europa, en laat zien hoe belangrijk het is om up-to-date te blijven, snel te schakelen en samen te werken. Bij VAEX volgen we de ontwikkelingen op de voet en vertalen we die kennis naar praktische oplossingen voor onze klanten en partners. Wij denken niet in problemen, maar in routes, acties en samenwerking.
Nieuwe vaccins tegen BTV-3 in Europa inmiddels zijn goedgekeurd.
Sinds de eerste uitbraken in 2006, blauwtong is uitgegroeid tot een structureel risico binnen de EU.
De knuttenvrije periode niet meer bestaat sinds een aantal jaar, want de knutten blijven in de stal actief
“Of het nou blauwtong is of AVP: we blijven bewegen. Door goed samen te werken en flexibel te blijven, komt de handel niet stil te liggen.”
Dirk, VAEX The Livestock Traders
Wil je meer weten over de gezondheidssituatie in een bepaald land of specifieke regels voor transport? Neem dan gerust contact op met jouw vaste contactpersoon bij VAEX.
EEN OCHTEND BIGGEN LADEN MET JEROEN
Het is vroeg in Reek. In de VAEX-kantine staat de koffie al klaar en Jeroen van Oort pakt zijn eerste mok. Hij maakt een kort praatje met collega’s over de rit van vandaag en loopt daarna naar de Amarok. Al jaren helpt hij bij het laden van biggen. Hij kent het werk, de mensen en de dieren door en door. Vandaag gaan we met hem mee op pad.
De dag begint met de planning Jeroen weet meestal een dag van tevoren waar hij heen moet. “Vaak zijn het vaste adressen waar ik wekelijks kom, dus ik ken de boeren en de bedrijven goed,” zegt hij. Vandaag gaat de rit naar Goch. De planning komt via VBL, waar VAEX dagelijks mee samenwerkt. “Daar staat alles in: waar ik heen ga, hoeveel biggen er geladen moeten worden, hoe laat de dierenarts er is… Dat check ik altijd meteen. Je wilt niet te laat komen, want als de dierenarts te lang door moet, heb je een probleem.”
Altijd voorbereid op
In de Amarok liggen wat vaste spullen: spuitbussen om de biggen te merken en een rammelaar. Overalls en laarzen pakt hij meestal bij de boer. “Het meeste ligt daar wel klaar, maar ik zorg dat ik heb wat ik nodig heb. Dan kan ik meteen beginnen.”
Wat het werk leuk maakt
Voor Jeroen zit de voldoening in het werken met levende dieren.
“Geen dag is hetzelfde. Je bent onderweg, ziet verschillende bedrijven, en als alles netjes geladen is en de klant tevreden is, dan is mijn dag geslaagd.”
“Je moet opletten dat het vlot maar ook rustig gaat. En de communicatie met chauffeur, boer en dierenarts moet kloppen. Je bent eigenlijk de schakel tussen die drie.”
Even contact maken
Op het erf maakt Jeroen altijd even tijd voor een praatje.
“Vroeger schoof je nog weleens aan voor koffie of zelfs wat eten, nu gaat het vaker sneller. Maar even contact houden vind ik belangrijk, dat werkt prettiger.”
Onderweg belt hij regelmatig met collega’s of de planning.
“We staan echt in de top van Europa. Dat mag best vaker gezegd worden”
Hij houdt altijd in de gaten hoe het met de biggen gaat.
“Het voelt als mijn verantwoordelijkheid. Ik wil dat het goed gaat.”
Letten op de details
Laden is meer dan biggen de vrachtwagen in sturen.
In de zomer zijn er warmteprotocollen, en altijd is er de uitdaging om de dieren rustig en goed verdeeld te laden.
“Dat contact heb je nodig. Soms is er nieuwe informatie over de verkoop of moet er iets worden afgestemd. Eén belletje en we zijn weer bij.”
Tevreden naar huis
Een goede dag is voor Jeroen als alles netjes geladen en op weg is.
“Dan is het nog even afwachten tot ze aankomen, maar ik informeer vaak even of alles goed gegaan is. Soms geef ik chauffeurs nog tips, bijvoorbeeld als er slecht weer aankomt. Dat hoort er gewoon bij.”
Trots op het vak
Volgens Jeroen zien veel mensen niet hoeveel organisatie er achter een stukje vlees zit.
“Nederlandse boeren werken heel goed en volgens strenge regels. We staan echt in de top van Europa. Dat mag best vaker gezegd worden.”
Met Jeroen op pad merk je: dit werk draait om ervaring, aandacht en goede samenwerking. Het is niet zomaar laden en wegwezen, maar zorgen dat alles klopt: voor de dieren, voor de boer en voor de klant.
DE EUROPESE VARKENSHOUDERIJ IN VERANDERING
Kansen en trends volgens Robert Hoste
De varkenshouderij in Europa staat nooit stil. De ene keer is het een ziekte die roet in het eten gooit, de andere keer nieuwe regels of plotselinge prijsschommelingen.
Varkenseconoom Robert Hoste loopt al meer dan dertig jaar mee in de sector en ziet het allemaal voorbij komen. Volgens hem heeft elk land zijn eigen verhaal en overal liggen kansen, als je maar oplet.
Productie schuift op Kijk je naar de afgelopen tien jaar, dan zie je duidelijke verschuivingen. Spanje is uitgegroeid tot een moderne en concurrerende speler. Nieuwe stallen, een sterke vleesindustrie en export naar China hebben de sector daar vleugels gegeven. Maar de Rosalia-variant van PRRS gooit flink wat roet in het eten. Die kan zomaar 20 tot 40 procent van de dieren wegvagen.
Het gevolg: er gaan nu miljoenen biggen vanuit Nederland en Duitsland naar Spanje. “Dat is nu gunstig voor de export,” zegt Hoste, “maar ooit krijgen ze het daar weer op orde. Je moet dus vooruitdenken.”
In Oost-Europa is Afrikaanse varkenspest een constante dreiging. Bedrijven die de ziekte buiten houden, draaien vaak goed, zeker met hulp van overheidssubsidies. Toch blijft de productie per zeug daar gemiddeld lager dan in het westen. Dat maakt biggen uit landen als Nederland en Denemarken extra interessant.
In West- en Noordwest-Europa (Nederland, Duitsland, België) krimpt de varkensstapel. Strenge milieuregels, welzijnseisen en opkoopregelingen drukken het aantal varkens. Denemarken is de uitzondering: daar ligt de focus op biggenproductie en export. Gemiddeld 34,8 gespeende biggen per zeug per jaar, bijna drie meer dan in Nederland.
“Niet meer varkens, maar meer marge. Daar gaat het om,”
“De kunst is om niet alleen naar aantallen te kijken, maar naar wat de markt waardeert. Daar zit vaak de echte winst.”
Uitdagingen waar iedereen mee te maken heeft
Of je nu in Brabant zit, biggen naar Spanje vervoert of samenwerkt met een integratie in Hongarije, sommige dingen spelen overal.
Gezondheid is nummer één. AVP en PRRS kunnen in korte tijd enorme schade veroorzaken. Dan heb je nog de grilligheid van de markt. De oorlog in Oekraïne joeg de voerprijzen in 2022 in vier maanden tijd van € 348 naar
€ 457 per ton. En natuurlijk de maatschappelijke en wettelijke druk: strengere welzijnseisen, milieuregels, vergunningstrajecten die lang duren.
Kansen zien en pakken
Toch ziet Hoste in iedere situatie mogelijkheden. “Niet meer varkens, maar meer marge. Daar gaat het om,” zegt hij. Dat kan via marktprogramma’s die extra waarde toevoegen, zoals Beter Leven of vergelijkbare labels in andere landen. Ook export naar plekken waar de vraag groot is en de productie achterblijft, kan interessant zijn.
Over technologie is Hoste nuchter: “Je kunt slimme technologie alleen zinvol gebruiken als je het vakmanschap en het bedrijfsmanagement goed op orde hebt. Wie denkt dat technologie alle problemen oplost, komt bedrogen uit.”
Wat volgens hem wél het verschil maakt, is samenwerking in de keten. Goede afspraken met afnemers over volumes, kwaliteit en prijzen zorgen voor stabiliteit. “Door samenwerking met afnemers en toeleveranciers ontvlucht je de waan van de dag en kun je prijsschommelingen en andere risico’s samen afvangen.”
Vooruitkijken
Hoste verwacht dat West- en Noordwest-Europa de komende jaren verder krimpt, maar zal wel een biggenleverancier blijven voor andere Europese landen. Terwijl andere regio’s hun positie houden of licht groeien. Biggenhandel tussen landen blijft bestaan zolang er prijsverschillen zijn.
Zijn advies: blijf investeren in kwaliteit, speel in op de vraag van de markt en zorg dat je wendbaar bent. “Kijk naar wat je klant écht waardeert, of dat nu gezondheid, welzijn of leveringszekerheid is, en wees daar de beste in.”
"Je voorkomt gedoe door het voor te zijn, dat is het hele vak."
TRANSPORT VAN A TOT Z Verder voor de beste start
Waarom biggen soms ver reizen en hoe we dat goed regelen
Op het laadplein is het vroeg en nog rustig. Twee veewagens draaien achteruit, zaagsel ruikt vers, koffie dampt en de papieren liggen klaar. Over een uur zijn we onderweg richting het zuiden: Nederlandse biggen op weg naar Spaanse stallen. Aan de andere kant van Europa wacht een lege stal, voer staat klaar, water loopt. “Wij leveren dieren die elders lastig te fokken zijn,” zegt Dirk Govers van VAEX The Livestock Traders. “Dan moet je soms kilometers maken om kwaliteit op de juiste plek te krijgen.”
Waarom die kilometers tellen
Wie in de varkenshandel werkt, weet: de markt is nergens perfect in balans. De ene regio heeft veel mestcapaciteit en te weinig biggen; de andere heeft goede stallen maar wil genetisch een sprong maken. Nederland is van oudsher sterk in fokken en gezondheid. Jaren selecteren op voerefficiëntie, uniformiteit en groei zorgt voor dieren die elders verschil maken. Daar komt bij: niet elk land heeft de infrastructuur of schaal om snel voldoende eigen biggen te fokken. Dan is gericht transport geen luxe, maar een logische schakel in de keten.
Alles boven de acht uur noemen we langeafstandstransport. Denk aan ritten naar Noord-Spanje. Voor dat soort ritten gelden extra eisen en extra aandacht. Niet alleen omdat het zo in de regels staat, maar omdat rustig reizen het verschil maakt aan de klep.
Hoe bereid je zo'n rit goed voor?
Langeafstandstransport begint niet op de dag van vertrek, maar al eerder.
• VAEX plant de ritten ruim van tevoren in.
• De exportkeuring wordt aangevraagd: met duidelijke informatie over diergroep, bestemming, route en het exacte voertuig.
• Een dierenarts bekijkt de dieren aan de laadklep en controleert of de planning klopt en of de dieren fit zijn. Pas daarna mag er geladen worden. De voertuigen zijn ingericht voor dit soort ritten. Ze hebben onder andere:
• GPS-tracking en temperatuursensoren per compartiment.
• Drinksystemen die onderweg werken.
• Stro of zaagsel voor comfort en grip.
Wat gebeurt er onderweg?
Bij lange ritten zijn altijd twee chauffeurs aanwezig. Niet alleen voor de gezelligheid, maar om door te kunnen en scherp te blijven. Voor biggen plannen we om binnen 24 uur aan te komen en te lossen. Dat lukt alleen met strak plannen en rustig rijden. Geen harde remmers, geen wilde bochten, want je hebt een levende lading achterin.
Bij elke stop of chauffeurswissel checkt het team hetzelfde rijtje: liggen de dieren rustig, is er overal waterdruk, draaien de ventilatoren, blijft de temperatuur stabiel? Als iets bij-
gestuurd moet worden, gebeurt dat direct. “Je voorkomt gedoe door het voor te zijn,” zegt een van de chauffeurs. “Dat is het hele vak.”
Aankomst: wat zie je dan?
Als alles goed is gegaan, merk je dat meteen bij het lossen.
De biggen stappen rustig van boord, gaan snel drinken en snuffelen aan het voer. De opname verloopt vlot, en de dieren zijn nieuwsgierig en alert. Dat is belangrijk: een dier dat ontspannen aankomt, start beter op. Ook de houder ziet het verschil: een egale groep, actief en zonder zichtbare stress.
Wat levert het op?
Goed georganiseerd transport zorgt voor voorspelbare batches die uniform, gezond en passend bij het bedrijf van de afnemer zijn. Zo kun je sneller schakelen, leegstand beperken en genetische stappen zetten zonder dat je zelf moet gaan fokken.
Wat doen we aan dierenwelzijn?
Dierenwelzijn begint niet op de vrachtwagen. Het begint bij selectie en fitheid aan de voorkant. We laden wat reizen kan, twijfelgevallen blijven achter en gaan eventueel naar Pigarné (het slachthuis gespecialiseerd in het verwaarden
Voorbereiding
Exportkeuring en dierenartscontrole
Onderweg
GPS en temperatuurmonitoring, drinksystemen en ventilatie actief
Laden
Rustig laden onder toezicht en gezondheidscheck aan de klep
Aankomst
Direct eten en drinken, dierenwelzijn geborgd
"Mijn dag is geslaagd als de biggen netjes op stal liggen en aan het voer zitten"
van biggen die niet geschikt zijn voor het verdere mesttraject). Tijdens het laden kijken exporteur, chauffeur en dierenarts mee. Onderweg houden klimaat, water en ruimte de omstandigheden stabiel. Sensoren registreren alles, GPS toont de route. Niet als gadget, maar als stuurinformatie en als transparantie naar klant en toezichthouder. Zo borg je tegelijkertijd welzijn en kwaliteit.
Zo houden we het vlot en vriendelijk voor de biggen
• vooraf matchen we dier en bestemming, met gezondheidsstatus op orde
• gekeurde wagens met klimaatcontrole, drinkwater en strooisel
• twee chauffeurs, rustig rijgedrag, vaste controlemomenten
• route en reistijden geborgd, ritdata (temperatuur, GPS) beschikbaar
• na aankomst directe opname en korte nazorglijn richting klant
Behind the scenes
Loop een keer mee op een laaddag en je ziet het ritme. Weegbrug op nul, papierwerk in orde, zaagsel wat dikker als de buitentemperatuur oploopt. Een knikje van de dierenarts, de laatste check van de drinklijnen, kleppen dicht. Geen
spektakel, wel concentratie. En ja, ook met 1500 kilometer voor de boeg kun je het vooral rustig houden.
Tot slot
Langeafstandstransport klinkt groots, maar het is in de kern simpel: breng het juiste dier, op de juiste manier, naar de juiste plek. Soms is dat om de hoek, soms is het over de Pyreneeën. Als je goed voorbereid, zorgvuldig rijdt en blijft kijken naar het dier, dan worden die kilometers een investering in een betere start. En daar profiteert de hele keten van van handelaar tot houder en van voerleverancier tot slachterij.
Kijk mee
Scan de QR-code en kijk achter de schermen mee, van klepkeuring in Nederland tot lossen op stal in Spanje.
NIEUWE REGELS MOETEN WERKBAAR ZIJN. OOK VOOR DIER EN BOER
Dat verschil in aanpak kan volgens haar tot verwarring leiden, zeker in het grensoverschrijdende transport. “Een Europese harmonisatie zou daar enorm bij helpen.”
Nieuwe regels, nieuwe zorgen
tisch blijven. “Ze moeten gebaseerd zijn op de praktijk. Geen mooie plannen op papier die in de stal of op de weg niet uitvoerbaar blijken.”
Actieve rol vanuit de sector
Isabel
Pinto (ANTA) over de aanpassing van de Europese transportverordening
De Europese transportverordening voor dieren staat op het punt te veranderen. En dat raakt iedereen in de sector – van veehouder tot transporteur. Isabel Pinto, presidenta van de Spaanse branchevereniging ANTA, volgt de ontwikkelingen op de voet. In dit interview deelt ze haar visie op de voorgestelde aanpassingen en legt ze uit waarom goede bedoelingen niet altijd leiden tot betere uitkomsten. “De nieuwe regels moeten het welzijn van dieren verbeteren, maar ze moeten óók werkbaar blijven.”
Reizen, rusten en rekenen Volgens Pinto draait de discussie vooral om drie hoofdpunten: reistijden, temperaturen en dichtheden. “Wat veel mensen vergeten, is dat het meeste stress bij een dier ontstaat tijdens het laden en lossen,” zegt ze. “Dus als we de maximale reistijd verkorten, zoals nu wordt voorgesteld (van 24 naar 21 uur) dan zorgen we juist voor méér laad- en losmomenten. En dat is allesbehalve bevorderlijk voor het dierenwelzijn.”
Ook het onderdeel temperatuur roept vragen op. “We pleiten er al langer voor dat niet alleen de temperatuur in de laadruimte gemeten wordt, maar ook de gevoelstemperatuur wordt meegenomen. Want een varken dat in Zuid-Spanje leeft, is andere omstandigheden gewend dan eentje uit Noord-Europa. De regels zouden daar rekening mee moeten houden.”
En dan is er nog het punt van de dichtheid, namelijk hoeveel dieren er tegelijk vervoerd mogen worden. “De voorgestelde nieuwe rekenmethode levert in de praktijk onbruikbare uitkomsten op. We moeten zorgen dat regels ook uitvoerbaar blijven voor mensen die het werk doen.”
Grote betrokkenheid in Spanje
Dat deze wijzigingen leven in de sector, blijkt wel uit het enorme aantal reacties op de consultatie van de Europese Commissie: meer dan 3.100. Volgens Pinto is dat geen toeval.
“In Spanje zijn transporteurs en veehouders zich heel bewust van de impact van deze regels. Iedereen weet: dit raakt ons in de praktijk, elke dag weer. Dus het is logisch dat er veel betrokkenheid is. Vanuit ANTA merken we ook dat mensen actief meedenken en reageren. Ze willen regels die werken, voor mens en dier.”
Spanje vs. Nederland: twee werelden
Hoewel de regels Europees zijn, is de manier waarop ze worden toegepast per land nogal verschillend. “In Nederland is er vaak een striktere interpretatie,” legt Pinto uit. “Daar is het toezicht strakker geregeld, met meer centrale aansturing en digitale controle.”
In Spanje is de situatie anders. “Wij hebben te maken met verschillende regio’s die elk hun eigen aanpak kennen. Dat zorgt soms voor minder uniformiteit en maakt het toezicht complexer.”
De aanpassingen brengen voor transporteurs flink wat uitdagingen met zich mee. Zo betekent een kortere maximale reistijd dat routes aangepast moeten worden, met meer tussenstops of het inzetten van extra voertuigen. “Dat maakt het werk logistiek ingewikkelder en zorgt voor hogere kosten,” zegt Pinto.
Ook het digitale aspect van de nieuwe regelgeving is een punt van aandacht. “Natuurlijk is het goed om met systemen te werken die ritten registreren en temperaturen monitoren. Maar dat vraagt wel om investeringen, opleidingen en tijd. Voor kleine ondernemers is dat een flinke stap.” Een ander probleem is de verschillen in interpretatie tussen landen. “Dat maakt het lastig om internationaal te werken. Als we in elk land andere regels moeten toepassen, wordt het er niet eenvoudiger op.”
Kansen voor de toekomst
Toch ziet Pinto ook kansen. “Als we dit goed aanpakken, kan de nieuwe regelgeving zorgen voor duidelijkere regels en betere digitale controle. Dat helpt niet alleen het dierenwelzijn, maar ook de professionalisering van de sector.” Een voorwaarde is volgens haar wel dat de regels realis-
ANTA zit er namens Spanje bovenop. “We hebben actief deelgenomen aan de openbare consultatie en blijven in contact met Europarlementariërs van alle partijen,” vertelt Pinto. “We delen informatie, geven input en werken samen met collega-organisaties in andere landen. Ons doel is helder: zorgen voor een evenwichtige, haalbare en duidelijke regelgeving.”
En dat is nodig, benadrukt ze, want de impact van deze nieuwe regels zal groot zijn. “Dit wordt een kantelpunt voor de hele sector. We willen allemaal hetzelfde: goed voor de dieren zorgen. Maar het moet ook werkbaar blijven voor de mensen die dat elke dag doen.”
Gelijke regels voor heel Europa
Tot slot doet Pinto een duidelijke oproep aan Brussel: “Zorg voor gelijke spelregels voor iedereen. De sector heeft behoefte aan helderheid, uniformiteit en een eerlijke behandeling. Als elk land zijn eigen interpretatie blijft hanteren, schiet het z’n doel voorbij.”
“Het is tijd dat Europa laat zien dat het echt kan samenwerken, in het belang van dieren, boeren en transporteurs.”
"Zorg voor gelijke spelregels voor iedereen."
VAN BIG TOT BORD WAT DOET VAEX?
Een inkijkje in een handelshuis met karakter
Wie VAEX zegt, zegt varkens. Al sinds de jaren ’70 worden er vanuit
Reek duizenden biggen en varkens per week verhandeld naar klanten in heel Europa. Maar achter die cijfers schuilt veel meer dan alleen handel. VAEX is in de loop der jaren uitgegroeid tot een dynamisch bedrijf met een breed netwerk, slimme nevenactiviteiten en een nuchtere mentaliteit. Tijd voor een kijkje onder de motorkap.
Europese biggen, dat is waar het om draait
De handel in biggen is de motor van VAEX. Elke week worden duizenden dieren geleverd aan klanten in Spanje, Italië, Kroatië, Servië, maar ook in landen als Hongarije, Duitsland, Polen, Griekenland, Bosnië etc. Geen bulkwerk, maar maatwerk. Want elk bedrijf heeft andere wensen qua genetica, gewicht, gezondheid en planning.
Wat VAEX bijzonder maakt, is de combinatie van kennis van de Europese markt en korte lijnen. Door dagelijks contact met leveranciers en afnemers weet het team precies wat er speelt en kunnen ze snel schakelen.
Meer dan alleen biggen
Naast biggen is VAEX ook actief in de handel van slachtvarkens en fokgelten. Door stijgende genetische eisen en betere fokprogramma’s kiezen steeds meer bedrijven voor specialistische fokgelten. VAEX heeft een aandeel hierin vanwege Europese connecties en het maken van koppelingen.
Van levend dier naar vlees
Sinds enkele jaren is VAEX ook actief aan het andere eind van de keten. Via Pigarné, een gespecialiseerde slachterij voor biggen, worden biggen die niet geschikt zijn voor verdere opfok toch optimaal benut. De karkassen gaan direct door naar de landen en de vleesverwerkende industrie waar biggenvlees geconsumeerd wordt, met name Duitsland, Zuid- Oost Europa en Azië.
Blik op Europa
VAEX denkt verder dan de bestaande lijnen. Zo wordt er op dit moment onderzocht of en hoe het kan bemiddelen bij de verkoop van Roemeense varkensbedrijven.
beweging is, en met de juiste partnerschappen kan VAEX een verbindende rol spelen. Ook in Italië liggen nieuwe kansen. Er worden daar zelf vleesvarkens gemest. Dat geeft meer inkijk en gevoel bij onze klanten.
Altijd in ontwikkeling
Ook in de rundveesector is VAEX geen onbekende. Wij doen vooral handel in fokvee (voornamelijk dragende vaarzen), zowel melk- als vleesrassen, Europa-breed en daarbuiten. Dankzij een betrouwbaar netwerk en kennis van de veterinaire eisen per land, kan VAEX ook deze markt goed bedienen.
In West-Europa zijn er veel boeren die stoppen of hun heil in het buitenland zoeken, terwijl de sector daar volop in
Pigarné (biggenslachterij)
Varkenshandel
Fokgelten
Europese biggenhandel
Runderen
Wat VAEX typeert, is de wil om te blijven vernieuwen. Niet schreeuwerig, maar wel doortastend. Door slimme combinaties te maken tussen verschillende markten, diensten en landen, blijft het bedrijf relevant. Geen dag is hetzelfde, maar de rode draad is altijd duidelijk: betrouwbaar handelen, met beide benen op de grond. Of het nu gaat om een vracht biggen naar Zuid-Duitsland, een partij fokgelten voor een Italiaans bedrijf of een deal voor diepgevroren biggen naar de Balkan naar OostEuropa, bij VAEX weet je waar je aan toe bent. En dat is misschien wel de grootste kracht van allemaal.
Van Denemarken naar Albanië:
SAMEN BOUWEN AAN EEN MELKVEESECTOR
“Met de juiste dieren en mensen om je heen kun je veel bereiken”
Een lange rit, over bergen en door dalen, bracht onlangs een groep Deense vaarzen van het hoge noorden naar het zonnige zuiden: Albanië. Niet zomaar een levering, maar een nieuwe stap in de samenwerking tussen VAEX en de Albanese handelaar Edoardo Rrotani. Een samenwerking die al vijftien jaar draait op vertrouwen, kwaliteit én een gedeelde visie op de toekomst van de melkveehouderij in Albanië.
Van mestvarken naar melkkoe
Edoardo Rrotani is geen onbekende in de veehandel. In 2004 begon hij zijn bedrijf, toen nog met een brede focus: varkens, kalveren, mest en handel door elkaar. “Op een gegeven moment had ik zelfs een eigen varkensbedrijf met zo’n 2.000 mestvarkens,” vertelt hij. “Maar uiteindelijk ben ik daar mee gestopt. Het werd minder interessant. De handel bleef altijd trekken.”
Vandaag de dag richt Edoardo zich volledig op de handel in jonge kalveren en dragende vaarzen. En dat doet hij niet alleen: al sinds 2010 werkt hij nauw samen met VAEX The Livestock Traders. Die samenwerking begon via via, maar groeide al snel uit tot iets veel groters. “In het begin was het puur zakelijk. Maar door de jaren heen zijn we bijna als familie geworden.”
Vertrouwen als fundament Wat maakt die samenwerking zo sterk? Voor Edoardo is het duidelijk: vertrouwen en wederzijds respect. “Ik koos destijds voor VAEX omdat het een bekende naam is in Europa, maar vooral omdat ik bij Dirk Govers en zijn team hele correcte mensen ontmoette,” zegt hij. “Betrouwbaarheid is voor mij het allerbelangrijkst. Als ik met iemand werk, wil ik erop kunnen rekenen.”
Die betrouwbaarheid gaat twee kanten op. Ook bij VAEX is Edoardo inmiddels een bekende én gewaardeerde part ner. Samen bouwen ze al jaren aan een stabiel netwerk tussen West-Europa en Albanië, met als doel: de varkensen melkveehouderij daar verder helpen ontwikkelen.
Waarom juist Deense vaarzen?
De recente levering van dragende vaarzen uit Denemar ken is daar een goed voorbeeld van. Volgens Edoardo sluiten de Deense dieren perfect aan op de vraag van de Albanese markt. “Onze klanten willen dieren met goede genetica en hoge productiviteit,” legt hij uit. “De vaarzen uit Denemarken zijn ideaal voor kleinere boerengezinnen. Ze zijn sterk, geven goed melk, en passen goed bij onze bedrijfsomstandigheden.”
De selectie gebeurt altijd zorgvuldig. Geen standaard bulk, maar gericht zoeken naar het juiste type dier voor de juiste klant. “Elke levering is maatwerk. Daarin denken de men sen van VAEX echt mee. Dat is veel waard.”
Een markt vol uitdagingen… en kansen Albanië is nog volop in ontwikkeling als het gaat om melk veehouderij. Slechts 20% van de nationale melkbehoefte wordt lokaal geproduceerd. De rest komt uit landen als Hongarije, Bosnië en Servië. “Dat is natuurlijk niet houd baar op de lange termijn,” zegt Edoardo. “Als we vooruit willen, moeten we investeren. In betere stallen, betere voeding én vooral: betere genetica.”
“Door goede vaarzen te importeren, geven we onze boeren de kans om nieuwe bedrijven te starten en bestaande bedrijven te verbeteren.”
Samen naar de toekomst
Voor Edoardo is de toekomst helder: blijven bouwen, blijven samenwerken en blijven verbeteren. “We hebben nog een lange weg te gaan, maar ik geloof erin. Zolang we blijven investeren in kwaliteit, komt het goed.” Hij ziet de samenwerking met VAEX dan ook als een belangrijk onderdeel van die toekomst. “Zonder goede partners red je het niet. Maar als je de juiste mensen om je heen hebt, kun je veel bereiken. Dat is wat we doen met VAEX. Samen vooruit.”
Een stevige basis
Daar komt de import van dragende vaarzen om de hoek kijken. Die vormt volgens Edoardo de motor voor vernieuwing: “Door goede vaarzen te importeren, geven we onze boeren de kans om nieuwe bedrijven te starten en bestaande bedrijven te verbeteren.” En die verbeteringen zijn zichtbaar. Steeds meer boeren stappen over op moderne houderijmethoden. Er worden nieuwe melkstallen gebouwd, er is meer aandacht voor voeding en verzorging, en ook jonge ondernemers durven weer te investeren.
De samenwerking met Edoardo Rrotani laat goed zien hoe VAEX zich inzet om ook buiten Nederland en buiten de varkenshandel bij te dragen aan sterke, duurzame veehouderijsystemen. Of het nu gaat om biggen naar Spanje of vaarzen naar Albanië, het draait altijd om maatwerk, kwaliteit en vertrouwen. En of je nou in Denemarken begint of in Albanië eindigt: als het fundament goed is, kan er gebouwd worden. “Onze sector heeft melk nodig. En melk begint bij een goede koe.”
Samenwerking om trots op te zijn
In Roemenië werkt VAEX al jaren samen met een aantal trouwe klanten en leveranciers. Zonder hen zou ons werk simpelweg niet mogelijk zijn. Daarom vonden we het hoog tijd om deze bijzondere relaties eens extra in het zonnetje te zetten. Onze manager Carmen en salescollega Cecilia reisden af om drie partners persoonlijk te bedanken met een speciaal presentje. Een mooi moment om samen stil te staan bij de weg die we tot nu toe hebben afgelegd en om vooruit te kijken naar de toekomst.
VERES AGRO
Een vaste waarde sinds 2019
Veres Agro is inmiddels niet meer weg te denken als leverancier van biggen voor VAEX Romania. Sinds december 2019 hebben ze meer dan 300.000 biggen geleverd – een indrukwekkend aantal dat de basis vormt voor een langdurige samenwerking.
Met een zeugenbedrijf van 4.000 zeugen en 10.000 vleesvarkens, aangevuld met 2.000 hectare landbouwgrond, runnen ze een echt familiebedrijf. Het voelt vertrouwd en prettig om met zulke ondernemers samen te werken.
Tijdens een gezamenlijk diner overhandigde Carmen een handgemaakt bord als blijk van waardering. “Het is heel bijzonder om met een familiebedrijf als Veres Agro samen te werken,” vertelt Carmen. “Ze zijn betrouwbaar en denken altijd met ons mee. Dat maakt de samenwerking zo waardevol.”
KATI EN PALL ANDOR II
Trouwe klanten vanaf het begin Herinneringen die blijven
Kati en de familie Pall zijn vanaf de start van VAEX Romania al trouwe klanten. Ooit begon de samenwerking met het leveren van vleesvarkens voor hun slachterij, maar inmiddels is het bedrijf flink gegroeid. Ze hebben nu ook een zeugenbedrijf en opfokplaatsen, en VAEX levert zowel biggen als vleesvarkens. Zelfs op het gebied van transport vonden we elkaar: via VAEX The Truck Traders kochten zij een gebruikte veewagen. “Wat ons bindt, is de lange termijn,” zegt Cecilia. “We werken al ruim vijftien jaar samen en dat kan alleen als er vertrouwen is van beide kanten. We kennen elkaar door en door.”
Een relatie die al sinds 2008-2009 bestaat en die door de jaren heen alleen maar sterker is geworden – een schoolvoorbeeld van wederzijds vertrouwen.
HORATIU EN VASILE
Sommige klanten hebben niet alleen zakelijke waarde, maar ook een speciale plek in je hart. Voor Carmen geldt dat zeker voor Horatiu en Vasile, de ondernemers achter Knitwear, Adem Prod en Ultra Suin. Dit was namelijk het allereerste Roemeense bedrijf waaraan ze biggen verkocht.
Carmen vertelt lachend: “We zouden samen vanuit Boedapest naar Nederland vliegen. Ik zat op tijd in het vliegtuig, maar Horatiu en Vasile misten hun vlucht. In plaats van op te geven, stapten ze in de auto en reden helemaal naar Nederland. Ze kwamen nog op tijd aan om de biggen te laden en zijn daarna direct weer teruggereden naar Roemenië. Ik vloog alleen terug. Het is een herinnering die ik nooit vergeet – het laat zien hoe gedreven en toegewijd ze zijn.”
SAMEN VOORUIT
Deze drie voorbeelden laten zien hoe belangrijk duurzame relaties zijn in onze sector. Vertrouwen, loyaliteit en wederzijds respect vormen de basis van succesvolle samenwerking. Bij VAEX zijn we trots op onze partners in Roemenië en kijken we uit naar nog vele jaren samen bouwen aan mooie resultaten.
VAN PARMA TOT PALERMO: VAEX ACTIEF IN ITALIË
Hoe VAEX al bijna 50 jaar een brug slaat tussen Nederland, Denemarken en de Italiaanse varkenshouderij
Een lange geschiedenis in Italië
Het begon allemaal bij de Gebroeders Govers: Toon en Leo. Op 1 januari 1976 reden Leo en zijn vrouw José Govers, in dichte mist, naar de varkensbeurs in Milaan op zoek naar een commissionair. Die vonden ze in Pino Boglio uit Genova, bij Turijn. Via zijn netwerk ging de eerste vracht slachtvarkens in het voorjaar van 1976 naar Pelisero in Baldichieri d’Asti (It).
Wat begon op vertrouwen en een handdruk, groeide uit tot een stabiele stroom. Italië, met z’n sterke vleesverwerking en hammen, bleek de ideale partner voor VAEX.
Groei en professionalisering
In de jaren tachtig en negentig lag de nadruk op slachtvarkens en in mindere mate op biggen. Slachterijen door heel Italië, van noord tot zuid, werden geleverd. We groeiden die jaren hard en zaten snel stevig in de Italiaanse markt.
“Het
Vandaag: Deense Duroc-biggen voor Noord- en Centraal-Italië
Waar het ooit draaide om slachtvarkens, ligt de focus van VAEX in Italië tegenwoordig vooral op de levering van Duroc-biggen uit Denemarken. Duroc-biggen leveren vlees met een betere balans tussen mager en vet, en dat proef je terug in de uiteindelijke producten. Bovendien kunnen ze beter groeien tot de zware varkens die zo typisch zijn voor Italië (vaak boven de 170 kilo) waardoor de hammen en lendenen groter zijn en langer en beter rijpen. En hammen, dat is waar het veel om draait bij de Italiaanse varkensproductie!
begon met de eerste vracht naar Turijn. Alles op vertrouwen en een handdruk."
In 1992 kozen we de naam die is blijven hangen: VAEX, kort voor Varkens Export. Leo Govers leerde zelf “Italiaans”… of nou ja, een vrolijke mix van Spaans en Italiaans, zijn eigen dialect haha. Ook oude salescollega’s in de jaren ‘90 als Peter Smulders sloten aan, daarna opgevolgd door Ezio Bocca. In begin jaren 2000 nam de nieuwe generatie over en haakte in Italië Dirk Govers aan, terwijl Pim Govers zich ging oriënteren op Spanje. Onderling natuurlijk geinen over waar je het allerbeste eet. Italië bleef een belangrijke markt, maar ook in andere delen van Europa kwamen er steeds meer klanten bij.
Noord en Zuid: twee werelden Roberto De Pol, sinds 2017 agent van VAEX in Italië, ziet een duidelijk verschil tussen Noord- en Zuid-Italië. In het noorden gaat het om schaal, goede logistiek en groei; in het zuiden om kleine familiebedrijven met sterke streekproducten. Beide werken met VAEX: het noorden voor volume en structurele leveringen, het zuiden voor kwaliteit en traditie. VAEX bedient beide kanten.
Handel op gevoel
In de beginjaren werd vaak letterlijk aan de keukentafel zaken gedaan, iets wat nog steeds in Italië vaak voorkomt. Een kop koffie erbij, en dan op weg naar de volgende klant. Het persoonlijke contact stond centraal, iets wat VAEX tot op de dag van vandaag hoog in het vaandel houdt.
Vertrouwen als sleutelwoord
Wat altijd overeind is gebleven in al die decennia: vertrouwen. Zowel aan Nederlandse als aan Italiaanse kant weet men dat afspraken nagekomen worden, dat kwaliteit geleverd wordt, en dat er iemand bereikbaar is als er een probleem is.
Dat vertrouwen is misschien wel de belangrijkste reden dat VAEX nog steeds stevig verankerd is in de Italiaanse markt. En met de focus op Duroc-biggen uit Denemarken proberen wij bij te dragen aan de Italiaanse varkenssector.
Vooruitblik
Italië blijft voor VAEX een belangrijke markt, met volop kansen. De vraag naar kwaliteit, betrouwbaarheid en partners die meedenken, groeit alleen maar. “Zolang wij die rol kunnen blijven vervullen,” zegt Roberto, “blijft Italië een land waar VAEX zich thuis voelt.”
En zo is de cirkel rond: van die ene vrachtwagen naar Turijn in 1976, tot een moderne en solide samenwerking die vandaag de dag niet meer weg te denken is uit de Italiaanse varkenshouderij.
diverse vrachten onderweg naar Italië in de jaren 80/90
Toon Govers selecteert varkens voor Italiaanse klanten.
WAAR DE HAM WERELDBEROEMD WORDT
ITALIË’S CULINAIRE TROTS
Italië en ham horen bij elkaar. Denk aan de namen Parma en San Daniele: dat zijn DOPproducten. Denominazione di Origine Protetta, oftewel Beschermde Oorsprongsbenaming.
Simpel gezegd: deze hammen moeten onder strakke regels worden geproduceerd.
Het varken moet geboren, getogen en geslacht worden in Italië en er zijn regels aan voeding, genetica en leeftijd. Deze dienen te worden nageleefd en worden strak gecontroleerd door het Consorzio.
Naast deze producten die DOP-geregistreerd zijn worden er in Italië ook veel goede en lekker gedroogde hammen en salumi zonder deze registratie geproduceerd. Voor deze producten is de herkomst niet bepaald, en mogen de biggen of varkens wel van buiten Italië komen. Dat geeft ruimte om kwaliteit en beschikbaarheid te combineren met de juiste prijs.
Zware varkens: de basis van kwaliteit
Voor de Italiaanse gedroogde hammen worden zware varkens van 165 tot 180 kilo gebruikt, voor de productie van Parmaham zelfs met een minimaal vereiste leeftijd van 9 maanden. Waarom? Simpelweg om het juiste gewicht te hebben voor de gedroogde hammen, en de juiste vetbedekking te hebben. Zwaardere hammen hebben een grotere vetbedekking die de juiste smaak aan de ham meegeeft.
Specifieke genetica speelt hierbij een sleutelrol. Denk aan kruisingen van Italian Large White, Italian Landrace en Duroc. Vooral die laatste is belangrijk: de Duroc geeft vlees een uitstekende balans tussen mager en vet. Dat intramusculaire vet (het fijne marmeringseffect) is erg belangrijk hierin.
Van genetica tot smaak
Het succes van Italiaanse ham begint al in de stallen. De juiste genetica en voer bepalen hoe het vlees zich gedraagt tijdens de rijping. Een te mager varken droogt te snel uit, een te vet varken geeft geen fijne structuur. Het is die delicate balans die producenten zoeken.
Veel producenten kiezen daarom voor kruisingen met Duroc: die leveren doorgaans precies die balans tussen mager en vet die nodig is om de juiste smaak en beleving te creëren.
Fiocco della Valtellina
Crudo di Cuneo
Prosciutto
Prosciutto di Parma
Prosciutto di Norcia
Van noord naar zuid: hoe zware varkens en VAEX
bijdragen aan Italië’s trots
Het netwerk erachter
In Italië zie je dus twee lijnen, namelijk de DOP-hammen (waarbij herkomst uit Italië vaststaat ne het productieproces gecontroleerd), en de productie buiten DOP waarbij de herkomst niet nader bepaald is. Daar waar varkens of producten geproduceerd worden niet hoeven te voldoen aan DOP-registratie, is VAEX een leverancier aan haar Italiaanse afnemers van Duroc-biggen (voornamelijk uit Denemarken) en zware slachtvarkens, als daar extra vraag naar is.
Het voordeel voor de Italiaanse varkenshouder om biggen te importeren, is dat technische bedrijfsresultaten gemiddeld gezien beter zijn dan met dieren van Italiaanse herkomst. Het voordeel om varkens van Italiaanse herkomst te houden en te produceren onder de DOPregistratie, is dat de opbrengst van het varkens hoger is, door de bescherming van deze markt en het product.
Of het nu gaat om de bekende Parmaham of een kleine regionale specialiteit: het geheim zit in de combinatie van traditie, zware varkens en partners die begrijpen wat kwaliteit vraagt. Daarin speelt VAEX een rol, al sinds 1976 en die door de jaren heen alleen maar sterker is geworden.
WIST JE DAT...
VAEX heeft een eigen Italiaanse BV opgericht om dichter bij klanten te staan en beter in te spelen op de markt.
Er ook fokgelten verkocht aan Italiaanse boeren, die zo hun eigen veestapel kunnen verbeteren.
Naast de structurele biggenhandel doet VAEX ook met enige regelmaat zaken in zware varkens – precies de dieren die nodig zijn voor Italiaanse hammen en andere streekproducten.
di San Daniele
SAMEN GROEIEN IN ITALIË
Passie van generatie op generatie OP BEZOEK BIJ S.A.I.M.
Het verhaal van Società Agricola S.A.I.M. laat zien hoe diep de liefde voor de varkenshouderij in Italië zit. In 1984 begonnen de grootouders van de huidige eigenaar “met een hut van stro en twee zeugen”. Binnen tien jaar stonden er “twee stallen met bijna tweeduizend plaatsen en een eigen mengvoerfabriek,” vertelt de huidige bedrijfsleider.
Zijn vader zette door en sinds 2009 staat hij zelf aan het roer: “Ik kreeg vertrouwen, kon investeren en mijn ideeën uitvoeren. Met veel offers bouwde ik een extra stal voor achthonderd dieren en verbeterde ik de hele boerderij.” Inmiddels is er plek voor 2.600 vleesvarkens.
De grootste inspiratiebron? Zijn grootmoeder: “Zij was de echte boerin… zij leerde mij de liefde voor de dieren.” Die passie betaalt zich uit: “We halen rendementen en voederconversies die vroeger ondenkbaar waren.”
Samenwerking met VAEX
Sinds zeven jaar werkt SAIM samen met VAEX. “Het is een samenwerking die altijd gericht is op verbetering. VAEX let op elk detail en dat helpt ons om te groeien.”
Tegelijk zijn de regels streng. “We volgen strikt de voorschriften van de lokale gezondheidsautoriteiten. Dat kost veel tijd en geld, maar met de juiste mentaliteit zie je dat het werkt. We leveren een product van hoge kwaliteit dat in veel landen bewondering oproept.”
Blik op de toekomst
Toch maakt hij zich zorgen over het gebrek aan opvolgers in de sector. “Veel jonge mensen kiezen niet meer voor dit beroep. Terwijl het een prachtig vak is, vol passie en voldoening. Er zouden eigenlijk opleidingen moeten komen
om jongeren beter voor te bereiden en te enthousiasmeren. Alleen zo houden we de sector levendig.”
Al bijna 30 jaar tussen de varkens
Een persoonlijke kijk op de Italiaanse markt door VAEX-consulent Roberto De Pol
“Ik werk nu bijna dertig jaar in de varkenssector,” zegt
Roberto De Pol. Zijn rol: “contacten onderhouden, nieuwe klanten vinden, kansen spotten”, zoals de recent gestarte initiatieven soccida en VAEX Commerciale. Wat hij er leuk aan vindt: “het directe contact met mensen… begrijpen wat ze nodig hebben.”
Onzekerheid door Afrikaanse varkenspest
“Er is veel onzekerheid,” legt Roberto uit. “De prijzen zijn nu goed, maar een besmet wild zwijn kan een regio op slot zetten. Je kunt van €2 per kilo naar €1,50 zakken, zonder dat je daar iets aan kunt doen.” Dat is voor veel boeren natuurlijk frustrerend.
Daarnaast kampen bedrijven met hoge productiekosten, strengere regelgeving en een tekort aan personeel. Toch ziet Roberto ook kansen: “Bedrijven die blijven investeren, met oog voor genetica en prestaties, zullen overleven. Zeker nu steeds meer kleine spelers verdwijnen.”
Zwaar varken, unieke smaak
Italië is wereldberoemd om zijn Prosciutto di Parma en San Daniele. Daarvoor zijn zware varkens (>170 kg) cruciaal, ook voor grotere hammen. ”Duroc-varkens geven de juiste balans tussen mager en vet”.
Noord- en Zuid-Italië verschillen daarbij flink. “In het noorden zie je meer schaalvergroting en betere logistiek. In het zuiden zijn het vaak kleinere bedrijven met prachtige streekproducten, maar die blijven meestal lokaal.”
De klik met VAEX
Zijn samenwerking met VAEX begon op een beurs in Hannover. “Ik ontmoette Dirk, en er was meteen een klik. We zijn toen begonnen met het leveren van biggen aan boeren die open stonden voor een nieuw kanaal.”
Wat maakt VAEX volgens hem zo’n goede partner voor Italiaanse klanten? “De mentaliteit. Dirk is een professionele vent, geeft vertrouwen en weet dat geen klant hetzelfde is. En: we leveren kwaliteit. Bijna nooit problemen met de biggen, dat helpt enorm.”
Ook het serviceniveau ligt hoog. “Als er iets is, pakken we het meteen op. We werken hier met een eigen technisch adviseur, dr. Merlini, die direct schakelt met de Deense dierenartsen. Klanten voelen dat we meedenken en niet zomaar iets opleggen.”
Roberto De Pol (links) en Daniel Tonato
Percilla over negen jaar VAEX
CAPPUCCINO, KOEKJES EN CONTROLE
Als je belt met VAEX voor een order of factuur, is de kans groot dat je Percilla aan de lijn krijgt. Al meer dan negen jaar zorgt zij er op de binnendienst voor dat alles op rolletjes loopt. Van de eerste order tot de laatste factuur: ze houdt overzicht, let op de details en doet dat allemaal met een cappuccino (én twee koekjes) binnen handbereik.
“Ik begin mijn dag altijd met cappuccino en twee koekjes. Ontbijten lukt meestal niet, die cafeïne heb ik hard nodig want mijn zoontje slaapt nog steeds niet door.”
Van tijdelijke kracht naar vaste waarde
Percilla kwam ooit binnen als vervanger voor iemand met zwangerschapsverlof. “Ik had eigenlijk gesolliciteerd voor een administratieve functie, maar die ging aan mijn neus voorbij. Niet veel later belden ze: of ik tijdelijk wilde invallen op de planning. En nu ben ik er dus alweer negen jaar!”
Ze denkt nog weleens terug aan dat eerste gesprek. “Ze vroegen mij wat het verschil was tussen een beer en een zeug… Ik wist het niet! Daar zat ik dan, totaal niet voorbereid. Gelukkig zagen ze dat ik wel goed paste bij het team.”
Precisie boven alles
Haar werk is veelzijdiger dan veel mensen denken. “Ik verzamel de gegevens van de chauffeurs, verwerk die in het systeem en zorg dat alles klopt voordat er een factuur uitrolt. Mensen denken soms: dat is gewoon wat gegevens overnemen. Maar er komt veel meer bij kijken. Het moet precies kloppen, want anders gaat er in het hele proces
"Wat het werk zo leuk maakt is het contact met mensen."
iets mis.” “Een typefoutje lijkt klein, maar kan grote gevolgen hebben. Daarom werk ik secuur en check ik alles liever twee keer.”
Persoonlijk contact
Wat haar werk zo leuk maakt? Het contact met mensen.
“Ik heb dagelijks contact met collega’s, klanten en leveranciers. Het is fijn als je iemand écht vooruit kunt helpen. Of gewoon even een praatje maken over vakanties, kinderen of wat dan ook. Dat persoonlijke vind ik belangrijk.”
Ook over de sfeer binnen VAEX is ze enthousiast.
“We hebben een fijne, informele werksfeer. Even een grapje bij het koffieapparaat of samen lachen tijdens een bedrijfsuitje. Dat maakt het werk niet alleen leuker, maar ook lichter.”
Carpaccio en Van der Valk
Naast haar werk heeft Percilla haar eigen passies, zoals carpaccio. “Daar mag je me altijd voor wakker maken,” zegt ze lachend. Ook haar liefde voor Van der Valk-hotels
is bijzonder. “Sinds onze verloving is dat een bucketlist om allemaal een nachtje te slapen. We hebben er al 36 gehad! Met kinderen gaat het iets langzamer, maar ik vind het nog steeds heerlijk.”
En dan is er nog haar sportieve kant. “Ik heb jarenlang fanatiek gezwommen, zes keer per week zelfs. Nu zwem ik nog af en toe baantjes. Het voelt frisser dan de sportschool, dat blijf ik fijn vinden.”
Tevreden en stabiel
Als Percilla 1 dag van functie mocht ruilen binnen VAEX, dan zou ze wel even in de stoel van Dirk willen zitten. “Gewoon voor de leuke dingen, hoor,” lacht ze. “De echte verantwoordelijkheden zou ik niet willen dragen.”
Voor de toekomst heeft ze geen grootse plannen. “Ik ben gewoon tevreden. Ik hoop dat alles lekker stabiel blijft, zowel privé en op het werk. Dat is ook heel wat waard.”
Koken met Bart
“Eerlijk is eerlijk,” zegt Bart met een glimlach. “Ik kook niet zo vaak zelf. Meestal schuif ik gewoon aan of ga ik ergens eten. En als ik dan in een restaurant zit, bestel ik heel graag steak tartaar. Zo’n klassieker die je niet snel thuis maakt. Maar deze keer dacht ik: weet je wat, ik ga het zelf eens proberen. En ik kan je vertellen: dat viel helemaal niet tegen.”
STEAK TARTAAR
UIT DE KEUKEN, NIET VAN DE KAART
Voor 2 personen
Kwaliteit boven alles
Bart weet als geen ander hoe belangrijk de herkomst van vlees is. “Als je steak tartaar maakt, moet je honderd procent zeker weten dat je goed vlees hebt. Vers, eerlijk en van een kwaliteitsslager. Daar begint het mee. Je eet het rauw, dus je proeft meteen of het kwaliteit is. Daarom kies ik altijd voor rundvlees waarvan ik weet waar het vandaan komt. Net als bij VAEX draait het om respect voor het dier en om vertrouwen.”
Ingrediënten:
• 250 g vers rundvlees (biefstuk of ossenhaas, door de slager gesneden)
• 1 eidooier
• 1 kleine sjalot, fijngehakt
• 1 tl kappertjes, fijngehakt
• 1 tl augurk, fijngehakt
• 1 tl mosterd
• 1 tl worcestersaus
• Peper en zout
Optioneel: druppeltje tabasco of wat peterselie
Zo maak je het:
Zorg dat het vlees écht vers is en laat de slager het met de hand fijnsnijden (of doe het zelf met een scherp mes). Meng het vlees in een kom met sjalot, kappertjes, augurk, mosterd en worcestersaus. Breng op smaak met peper en zout en voeg eventueel wat tabasco toe. Vorm er een mooie ronde tartaar van, leg op een bord en maak een kuiltje bovenin voor de eidooier.
Gewoon proberen
Je moet er gewoon niet te moeilijk over doen,” zegt Bart.
“Met goede ingrediënten en een beetje aandacht kom je al een heel eind. En als het de eerste keer niet helemaal perfect is? Ach, dat hoort erbij. Je leert vanzelf. Het belangrijkste is dat je plezier hebt in wat je doet. Voor mij was het een kleine uitdaging om dit thuis te maken, maar ik was verbaasd hoe goed het lukte.”
Eenvoudig genieten
Volgens Bart zit de kracht juist in de eenvoud. “Ik heb mijn steak tartaar geserveerd met wat knapperig brood, augurkjes en een frisse salade. Meer hoeft het niet te zijn. Als het vlees goed is, doet dat al het werk. Dan hoef je er niets aan te verbloemen. En dat is eigenlijk precies waar wij bij VAEX ook voor staan: eerlijk, kwalitatief en puur.” Bart lacht: “En natuurlijk smaakt het in een restaurant ook prima, maar ik moet toegeven: als je het zelf maakt, geeft dat toch net iets meer voldoening. Je weet wat je eet en je hebt er zelf je handtekening onder gezet. Dat is genieten op z’n best.”
VAN UITDAGING NAAR ONDERNEMERSCHAP IN DE MELKVEEHOUDERIJ
De Nederlandse melkveehouderij is volop in beweging.
Rendementen zijn wisselend, vergunningen zijn lastig te krijgen en maatschappelijke discussies zorgen voor onzekerheid.
Toch ziet Marijn Dekkers, sectormanager bij Rabobank en zelf opgegroeid in de sector, volop perspectief. “Voor de blijvers ziet
het er helemaal niet verkeerd uit. Vraag naar melk blijft goed en ondernemers willen vooruit.”
Vanuit huis uit de sector ingerold Marijn kent de melkveehouderij van binnenuit. Hij groeide op in Zeeland, in een melkveefamilie. “Dat blijft je altijd bij,” vertelt hij. “Het mooie van de sector is dat het draait om familiebedrijven. Het gaat over voedselproductie, over lange termijn en continuïteit. Dat spreekt me enorm aan.”
Na zijn studie werkte hij eerst enkele jaren thuis in de maatschap naast het werk bij de bank, daarna stapte hij volledig over naar de bank.
Inmiddels werkt hij al heel wat jaren bij Rabobank, waarvan de laatste 13 jaar als sectormanager melkveehouderij.
“In die rol ondersteun ik onze Food en Agri teams in heel Nederland. Ik hou me bezig met lezingen, trainingen, beleid, visievorming en natuurlijk veel contact met ondernemers. Zo blijf ik dicht bij de praktijk.”
Winst en verlies liggen dicht bij elkaar
Dat de sector uitdagend is, staat buiten kijf. “Het ene jaar ligt de melkprijs zomaar tien cent hoger of lager,” legt Marijn uit. “En dat verschil is gigantisch voor het inkomen.
Ondertussen stijgen de kosten door bijvoorbeeld mestafzet, energie, grond, maar de melkveehouder kan zijn prijs niet zelf verhogen. Je moet dus creatief zijn om die stijgende kosten het hoofd te bieden.”
Daarom zie je volgens hem steeds meer boeren die hun verdienmodel verbreden of vergroten. “Naast groei van bedrijven zien we ook activiteiten als zelfzuivelen, energieopwekking en horeca, anderen sluiten zich aan bij duurzaamheidsprogramma’s om de melkprijs in de bestaande omvang te verhogen. Je merkt dat ondernemers zoeken naar manieren om waarde toe te voegen.”
Stikstof en vergunningen drukken zwaar Sinds 2019 is het stikstofdossier een dagelijks vraagstuk. Nieuwe vergunningen krijgen blijkt lastig en dat belemmert uitbreiding. Ook de afschaffing van de derogatie, het recht om meer mest uit te rijden op grasland, heeft grote gevolgen. “Bedrijven moeten nu meer mest afvoeren, en die kosten zijn de laatste jaren verdubbeld. Dat is echt een stevige last geworden.”
Daarnaast hangt de discussie over grondgebondenheid boven de markt. “Stel dat er straks echt een norm komt: een maximum aantal koeien per hectare. Dan is het slim om daar nu al over na te denken. Hoe zou ik extra grond aan mijn bedrijf kunnen koppelen? Het geeft rust als je die scenario’s alvast uitwerkt.”
Voorzichtig optimisme
Toch is Marijn niet somber. Integendeel. “De basis is goed. Nederland is een echt melkveeland: we hebben het klimaat, de kennis, de ondernemers en een sterke verwerkende industrie met korte lijnen. De vraag naar melk blijft wereldwijd goed goed en we zien dat het aanbod moeite heeft om mee te groeien. Dat betekent dat de blijvers perspectief hebben.”
Hij ziet ook investeringsbereidheid bij ondernemers. “Ondanks onzekerheid willen boeren door. Je kunt niet tien jaar stil blijven staan, dat past niet bij ondernemerschap.”“Boeren willen niet tien jaar stilstaan, ze willen
vooruit.” Soms betekent dat schaalvergroting, soms juist extensiever werken. Maar altijd met het oog op toekomstbestendigheid.
Technologie als stille motor
Een belangrijke factor voor die toekomst is technologie. Melkrobots zijn inmiddels breed ingevoerd, maar er is volgens Marijn nog veel te winnen op het gebied van data. “We hebben ontzettend veel informatie, maar we gebruiken het nog niet optimaal. Daar liggen echt kansen. Data kunnen je helpen om efficiënter te voeren, de gezondheid van je koeien beter te volgen of duurzaamheidsdoelen te halen.”
Duurzaamheid verzilveren
Duurzaamheid is in Nederland een sleutelwoord.
Programma’s van coöperaties als FrieslandCampina, Arla en Eko Holland betalen een premie voor duurzaam geproduceerde melk. “Daar kunnen boeren echt van profiteren,” benadrukt Marijn. Ook zijn er ondernemers die
zelf zuivel maken of direct verkopen, en zo hun duurzaamheidsclaim in euro’s vertalen.
Maar internationaal is dat lastiger. “De Nederlandse consument wil best betalen voor duurzaamheid. Maar in Duitsland of Azië gaat het vaker om prijs. Daar concurreren we met landen als Nieuw-Zeeland of de VS, waar de kosten lager liggen. Dat maakt het moeilijk om duurzaamheid buiten Nederland volledig te verzilveren. Duurzaamheid kun je in Nederland verzilveren, internationaal is dat lastiger.”
Internationale stromen: logische puzzel
De sector is sterk verweven met internationale handel. De afgelopen jaren kwamen er bijvoorbeeld slachtkoeien uit Kroatië en melk uit Duitsland om de Nederlandse verwerkingscapaciteit draaiende te houden. “Dat zijn vaak tijdelijke oplossingen,” legt Marijn uit. “Op korte termijn logisch, maar structureel gezien minder duurzaam. Toch zal er altijd disbalans ontstaan. En daar komt een partij als VAEX goed van pas: zij kunnen door hun netwerk invulling geven waar behoefte is, zowel in binnen- als buitenland.”
Jonge ondernemers geven vertrouwen
Ondanks alle hobbels ziet Marijn veel energie bij de nieuwe generatie. “Jonge boeren kijken verder dan hun eigen erf. Ze werken samen, investeren in data en techniek, en zijn gewend aan onzekerheid.
Dat geeft vertrouwen.” Zijn advies aan melkveehouders: “Ken je cijfers en blijf toekomstgericht. Laat je niet alleen leiden door de bank of adviseur, maar wees zelf eigenaar van je plannen. Dan kun je bewuste keuzes maken, of dat nou gaat over grond, schaal of duurzaamheid.”
Het perspectief is er echt
“Boeren willen niet tien jaar stilstaan, ze willen vooruit.”
De sector staat voor stevige uitdagingen, maar de toekomst biedt ook kansen. Marijn besluit: “Het perspectief is er echt. De vraag naar melk blijft, technologie helpt ons verder, en duurzaamheid kan een verdienmodel zijn. Voor de ondernemers die blijven, ligt er een mooie toekomst.”
VAN HOLLANDSE BIGGEN NAAR DE SPAANSE MARKT
Van vrijdag 31 oktober tot maandag 3 november reisden we met een groep van 13 personen, voornamelijk varkensfokkers die wekelijks hun biggen aan Spanje leveren, naar Spanje.
We kregen een mooie inkijk in de Spaanse varkenssector: boeiende presentaties, bedrijfsbezoeken en goede gesprekken met onze lokale partners. Natuurlijk was er ook tijd om samen te genieten van de Spaanse keuken en een wedstrijd van Real Madrid mee te pakken, een ervaring om niet snel te vergeten.
Een reis vol kennis, beleving en verbinding, precies waar VAEX voor staat.
OPEN MIDDAG BIJ
Op vrijdag 27 september gingen de deuren van slachterij Pigarné in Lichtenvoorde open voor mensen uit de sector. Bezoekers kregen een rondleiding door het bedrijf, dat zich richt op het slachten van jonge varkens uit de zeugenhouderij, de zogeheten slachtbiggen.
Dat is een aparte categorie dieren, die vaak een beetje buiten beeld valt. Niet groot genoeg voor de reguliere slacht, maar zonde om niks mee te doen. Pigarné laat
LEO 75 JAAR!
Jarenlang was hij volop actief in de handel, nu wat meer op de achtergrond, maar nog steeds betrokken bij wat er speelt. Hij stond mee aan de basis van VAEX en maakte verschil door gewoon te doen wat nodig was. Leo, bedankt voor alles. Hopelijk blijf je nog lang een beetje meedoen!
zien dat je deze dieren wél netjes en verantwoord kunt verwaarden. Tijdens de rondleiding werd duidelijk hoe dat gebeurt: schoon, efficiënt en met aandacht voor het dier.
Ook VAEX is bij deze ontwikkeling betrokken, onder meer via de aanvoer van slachtbiggen. Als schakel tussen boer, slachterij en markt helpt VAEX om waarde te creëren in delen van de keten die vaak minder zichtbaar zijn.
De middag gaf een realistisch inkijkje in een niche die in stilte belangrijk werk doet, voor het dier, de boer en de sector als geheel.
SAMEN ONDERWEG
Wat een mooie dagen! Onze Italiaanse klanten brachten eerst een bezoek aan Nederland, waar we ze in Reek ontvingen met Brabantse worstenbroodjes. Na een korte meeting bij VAEX The Truck Traders, volgde een rondleiding bij Pigarné.
Daarna reisden we samen door naar Denemarken. Daar stond alles in het teken van kennis delen en inspiratie opdoen. We bezochten een een exportplaats en een varkensfokker, zodat ze konden zien waar en op welke manier hun Duroc biggen geboren worden. Mooi om te zien hoe elk bedrijf en markt op zijn eigen manier werkt, maar dat passie voor het vak overal hetzelfde klinkt.
TOUR DE BOER: EVEN VAN BUREAUSTOEL NAAR STALVLOER
Soms moet je gewoon even de laarzen aantrekken. Tijdens onze Tour de Boer gaan collega’s van kantoor op pad om een kijkje te nemen in de stal. Niet achter de computer, maar tussen de dieren. Zo krijg je pas echt gevoel bij het werk dat we met z’n allen doen.
En eerlijk is eerlijk: het is niet alleen leerzaam, maar ook gewoon leuk. Even mee de stal in, vragen stellen en kijken naar hoe de varkenshandel in zijn werk gaat.