Page 1

Maandblad van Tot Heil des Volks | juli-augustus 2018 | jaargang 81 | 948

de Oogst SINDS 1855

Weekbudget Eva’s gezin: 25 euro per week

‘Ik ga elke week met papa naar de voedselbank’ Topondernemer ontmoet daklozen

Psycholoog Aline over prostitutie als trauma


INHOUD

THEMA: WIE ZIE JIJ?

6 Rondkomen van 25 euro per week ‘Mijn gezin is mijn rijkdom’

10 Ontmoet Amsterdam Anders Met recensies, tips en nieuws van OAA

12 Thema-artikel ‘Wie zie jij?’ Een iconische manier van kijken

16 Nieuws Nieuws en ontwikkelingen rond de projecten van THDV

18 Project in beeld Kijk op Ontmoet Amsterdam Anders

20 Interview met psycholoog Aline Terpstra Ze begeleidt de vrouwen van SK. Wie ziet zij?

22 Topondernemer ontmoet daklozen Gesprekken over handel, geld en succes

28 Van Zeeland naar Amsterdam Verslag van een bijzondere reis door Amsterdam

30 Bijbelstudie Gert Hutten Over elk oog dat Hem zal zien…

32 Interview zorgboerin Caroline ‘De persoonlijke verhalen van SK-vrouwen raken me’

36 Recensies Recensies van diverse boeken

38 Leeservaring Met dit keer het boek De Trooster van Esther Gerritsen


TOT HEIL DES VOLKS

REDACTIONEEL: RONALD KOOPS

Wie zie jij? Het thema van deze Oogst is ‘Wie zie jij?’ Een vraag die leidend is voor hoe we naar mensen willen kijken bij THDV. Kwetsbare groepen in onze samenleving worden vaak niet gezien: we weten dat ze bestaan, maar dat is het dan. Onbekend maakt onbemind, en zo kunnen hele groepen ‘vergeten’ worden. We hebben het soms zo druk met onszelf dat we geen oog hebben voor de ander. Een paar weken geleden zag ik van dichtbij hoe een minimagezin met een schuld van 65.000 euro probeert te overleven in Amsterdam-Noord. Ik sprak met Eva (zie cover) en haar moeder Risma. Dit gezin woont op een flatje in Amsterdam-Noord. Met z’n vieren moeten ze rondkomen van 25 euro per week en het gezin is vaste gast bij de voedselbank. Ze hebben een schuld omdat iemand uit hun vorige kerkelijke gemeente heeft opgelicht. Maar ik zag geen enkel spoor van wrok of zelfmedelijden. Ik zag alleen eenvoud, dankbaarheid, een grote liefde voor Jezus en de bereidheid om het weinige dat ze hebben te delen: na het interview ging ik naar huis met een zakje chocola van de voedselbank. Eva gaf dat aan mij: ‘Voor je kinderen.’ Zoiets raakt me. Bij THDV hanteren we voor onszelf de vraag: wie zien wij ten diepste? Zien we ‘daklozen’ en ‘minimagezinnen’, alsof dat hun identiteit is? Of zien we de mens erachter?

DE OOGST

Uitgave Tot Heil des Volks Redactie Matthijs Hoogenboom (eindredacteur) Ronald Koops (hoofdredacteur) Vormgeving, opmaak en druk Buijten & Schipperheijn, Amsterdam i.s.m. Aperta, Hilversum Fotografie Arie Ambachtsheer Elisabeth Stam (+ coverfoto) Ruben Timman

Mannen, vrouwen en kinderen die naar Gods beeld geschapen zijn, met dromen, verlangens, vreugde en verdriet? Als je iemand echt wilt zien, moet je dichtbij komen. Dan zie je vaak veel kwetsbaarheid en ellende, maar tegelijkertijd brengt het je eigen kwetsbaarheid. Ook topondernemer René Broekman nam de stap om kwetsbare mensen van dichtbij te zien: hij had een bijzondere ontmoeting met vaste gasten van daklozen­ inloop AHA. Welke lessen hij van hen leerde, lees je vanaf pagina 22. Zorgboerin Caroline komt ook aan het woord. Ze heeft een groot hart voor de vrouwen van Scharlaken Koord en biedt hun al jarenlang een vakantie aan. Hoe ze naar deze vrouwen kijkt en wat haar drijft, lees je in deze Oogst. Namens alle medewerkers van dit nummer: veel inspiratie gewenst! Ronald Koops Hoofdredacteur de Oogst

FOTOGRAFIE: RUBEN TIMMAN

JAARGANG 81 | NUMMER 948 | JULI-AUGUSTUS 2018

Medewerkers Matthijs Guijt Matthijs Hoogenboom Gert Hutten Ronald Koops Arie de Rover Simone Schoemaker Rob van Waarde Correctie Hannie Tijman

Redactie en administratie THDV, O.Z. Voorburgwal 241, 1012 EZ Amsterdam totheildesvolks.nl 020 344 6310 info@deoogst.nl 020 420 2394

De Oogst is voor visueel gehandicapten ook verkrijgbaar in gesproken vorm. Nadere informatie bij de CBB, Christelijke Bibliotheek voor Blinden en Slechtzienden te Ermelo. 0341 565 499. Abonnement De Oogst kost € 22,50 per jaar inclusief verzendkosten. Nieuwe abonnees kunnen zich aanmelden via totheildesvolks.nl

DE OOGST

3


TEKST: RONALD KOOPS / BEELD: ARIE AMBACHTSHEER

4

DE OOGST


Ik zie jou Als je hart gebroken is en je hoop vervlogen, weet dan dat Ik je zie. Als je hoofd gebogen is en je hart doet zeer, weet dan dat Ik je zie. Dus kom naar Mij als je vermoeid bent en belast, geef al je zorgen maar aan Mij. Nog even en het recht zal dagen, de nacht heeft niet het laatste woord. Het geknakte riet zal Ik niet breken, het kleine vlammetje blaas Ik niet uit. Ik zal voorzichtig werken aan jouw herstel, want Ik zie jou.

Naar MattheĂźs 11:28, Jesaja 42 en Psalm 37

DE OOGST

5


THEMA

TEKST: RONALD KOOPS / BEELD: ELISABETH STAM

Met z’n vieren rondkomen van 25 euro per week

‘Mijn gezin is mijn rijkdom’ Risma (42) moet – samen met haar man en twee dochters – rondkomen van 25 euro per week. Hoe is het om in armoede te leven en elke week naar de voedselbank te gaan?

6

DE OOGST


Risma met haar jongste dochter Eva DE OOGST

7


‘Mijn man zegt altijd: “Mijn gezin is mijn rijkdom.” Zo ervaar ik dat ook. De warmte en het contact vinden we belangrijk als gezin. Daarom eten we altijd samen aan tafel en nooit op de bank. We vinden het belangrijk om regelmatig tijd met elkaar door te brengen. We hebben geen betaalde baan – we zijn beiden afgekeurd – maar we doen wel veel vrijwilligerswerk. Via de woningbouw zijn we buurtcoach, we houden de buurt in de gaten op zwerfafval, overlast, enzovoort. Ook zijn we vrijwilliger bij onze kerk, Hoop voor Noord, daar hebben wij onze bediening. Ik ben floormanager in de kerk, dat betekent dat ik ervoor zorg dat iedereen die een taak heeft in de dienst, er op tijd is en dat de dienst goed verloopt. Verder kook ik veel voor De Gulden Middenweg, een initiatief van onze kerk Hoop voor Noord. Dat is een netwerk van mensen met allerlei tekorten, meestal ook geld. Iedere vrijdag komen we bij elkaar om naar elkaars verhaal te luisteren. Ook doen we regelmatig catering­ projecten waar we wat geld mee verdienen, waardoor we als groep leuke dingen kunnen doen met elkaar.’ Opgelicht ‘Vanaf 2010 zijn we in de schulden terechtgekomen. In dat jaar werd ik plotseling ziek en kon ik mijn arm niet meer goed gebruiken. Daardoor lukte het me niet meer om onze administratie te doen. Het voorgangersechtpaar van onze toenmalige gemeente bood aan de administratie voor ons te doen. Dus in vertrouwen hebben we onze hele administratie uit handen gegeven. Vervolgens hebben zij een persoonsgebonden budget (pgb) aangevraagd, om dat zelf op te strijken, zo bleek jaren later. Wij hadden totaal geen argwaan, het echtpaar hielp zelfs mee in onze huishouding. Toen mijn moeder in 2015 een keer bij ons logeerde, hoorde ze dat de vrouw van het voorgangersechtpaar nogal bazig aan mijn dochter vroeg haar te helpen bij het schoonmaken van de wc. Toen de vrouw weg was, zei m’n moeder: “Wat gebeurt hier allemaal? Waar zijn jullie mee bezig?” Vanaf dat moment zijn we goed gaan opletten.

‘Mijn man en ik hebben nu samen een totale schuld van 65.000 euro’ Intussen belde de contactpersoon van de pgb datzelfde jaar met de vraag waarom ik alle afspraken met hen tot nu toe had afgezegd. Ik zei dat ik nooit een uitnodiging had ontvangen. Toen is men bij ons thuis geweest. Ze vroeg: “Weet je wie ik ben?” Maar ik had werkelijk geen idee. Ze vertelde dat ze van het zorgkantoor was en dat op onze naam pgb was aangevraagd. Ze vroeg of ik wist hoeveel geld ik kreeg, waarop ik antwoordde dat ik nooit wat had ontvangen. Ik zei dat het voorgangersechtpaar van onze kerk onze administratie en ons geld beheerde. Ze adviseerde ons direct naar de politie te gaan om aangifte te doen. Dat hebben we gedaan, maar het probleem is dat wij zelf getekend hebben voor het feit dat zij de administratie van ons overnamen. Er zijn meer broeders en zusters die slachtoffer zijn geworden van dit voorgangers­ echtpaar. Hun kerk bestaat ondertussen niet meer. Later bleek dat het echtpaar ons als terminaal had aangemeld

8

DE OOGST

Help mee! Eva (9), de jongste dochter van Risma, gaat elke week naar Het Fort, een project van THDV in Amsterdam-Noord. Het Fort is er speciaal voor kinderen zoals Eva: kinderen uit gezinnen die het financieel niet breed hebben. Daarom zijn er geen kosten verbonden aan deelname aan Het Fort. Het Fort is financieel afhankelijk van donaties en fondsen. Help jij ons mee om de kinderen van Het Fort te helpen? Word dan nu donateur! Ga naar thdv.nl/hetfort of bekijk de giftenbrief die bij deze Oogst zit. Alvast hartelijk bedankt!

waardoor ze een grote vergoeding konden opstrijken: 15.000 euro per jaar in totaal. Toen we hen daarop aanspraken, deden ze of er niets aan de hand was. Mijn man en ik hebben nu samen een totale schuld van 65.000 euro. Op een gegeven moment kreeg ik een incassobrief van de instantie die het pgb uitkeert: binnen enkele dagen moest ik tienduizend euro betalen. En als ik niet zou betalen, zou ik naar de rechtbank moeten. Dus nu moet ik vanaf dat moment betalen aan het incassobureau. Maar onze vaste lasten zijn hoger dan onze inkomsten. Dus daarom hebben we op dit moment met z’n vieren maar 25 euro per week te besteden. Om die reden gaan we sinds kort ook naar de voedselbank. En als de kinderen iets nodig hebben, dan moet dat wachten.’ Advocaat ‘We vinden onze financiële situatie moeilijk, maar we redden ons wel, hoewel onze kinderen er best moeite mee hebben. Ze stelden ons regelmatig vragen waarom we zo weinig te besteden hadden en bepaalde dingen niet konden kopen. Toen hebben mijn man en ik hier met onze dochters over gesproken en ze verteld wat ons was overkomen. Nu zegt onze oudste dochter (12): “Mama, ik wil advocaat worden, om voor mensen zoals jullie op te komen. Mensen die onrecht is aangedaan.”

‘Ik voel me soms schuldig dat we onze kinderen niet kunnen geven wat ze nodig hebben’ Omdat we zo weinig te besteden hebben, kunnen we onze meiden ook geen zakgeld geven. Soms vragen ze waarom. Dan zeg ik: “Je weet dat mama het niet breed heeft; daarom kunnen we ons geen vast bedrag per week voor zakgeld permitteren. Als je ergens naartoe moet, geef ik je ter plekke geld als dat nodig is.” Verder spaar ik veel kleingeld op. En gelukkig krijg ik heel veel kleren van vrienden van mijn kinderen. Toch blijft het soms moeilijk: onze oudste is twaalf en begrijpt de dingen nu beter, ook hoe onze situatie is en wat we niet kunnen. Dat is soms pijnlijk. Ik voel me soms schuldig dat we onze kinderen niet kunnen geven wat ze nodig hebben.’


den het wel. Misschien zijn er wel mensen die het nog moeilijker hebben dan wij. En m’n deur staat altijd open. We hebben het niet breed, maar voor andere mensen heb ik altijd eten als ze het nodig hebben. Als iemand binnenkomt en ik eten heb, dan mag hij of zij mee-eten, altijd. Soms denken mensen dat dat al helemaal niet te betalen is. Maar, weet je, dan improviseer ik wel wat.’

‘We kunnen nooit eten met alles erop en eraan’ Ze is even stil om tranen uit haar ogen te vegen. Dan zegt ze: ‘De Here laat jou nooit in de steek. Dat weet ik. Ik heb altijd eten in huis. Ik heb altijd rijst, dat kan ik opbakken met peper en zout, dan heb je toch een maaltijd. Als ik eten van de voedselbank heb gekregen dat ik niet nodig heb, dan geef ik het aan andere mensen die het nodig hebben. Meestal bereid ik groente, we eten veel rijst en een keer per week vlees. Omdat we minder vlees eten, vragen de kinderen er ook niet om. Ze zijn allang blij dat ik iedere dag eten op tafel kan zetten. Elke dag kijk ik wat ik nog in huis heb als ik ga koken en dan improviseer ik. En als ik naar de winkel ga, neem ik daar drie kwartier de tijd voor, want ik moet altijd alle prijzen vergelijken om het goedkoopste mee naar huis te nemen. Alle goedkope spullen liggen op de onderste schappen, weet ik ondertussen. Altijd. Vervolgens kijk ik wat er in de aanbieding is. Dat scheelt behoorlijk.’

Voedselbank ‘Mijn man gaat elke woensdag naar de voedselbank, onze jongste dochter Eva gaat dan altijd mee. Wat ze daar halen? Ja, van alles. Groente en brood vooral, maar soms ook rijst, pasta of koeken. Eva krijgt altijd wat lekkers daar. Voor haar is het echt een uitje: samen met papa naar de voedselbank. Elke woensdag staan ze geduldig in de rij. Ondanks dat we elke week naar de voedselbank gaan, moeten we nog steeds elk dubbeltje omdraaien. Wat ik zou doen als iemand mij geld geeft om samen wat leuks van te doen? Ik denk dat we de kinderen mee uit eten zouden nemen naar een plek waar zij graag heen willen gaan. Dat zal dan wel de McDonald’s worden. Nu kan dat niet en is het altijd puzzelen; de kinderen kunnen een chilichicken of een los broodje hamburger bestellen, die zijn 1 euro. Een heel menu kan niet, want dan is m’n weekgeld op. We kunnen nooit eten met alles erop en eraan. En dat zou ik eigenlijk weleens willen: dat je niet steeds nee hoeft te verkopen aan je dochters. Ook als we op vakantie willen, dan moet ik op de sites van vakantieveilingen kijken wat ik kan doen, zodat de kinderen er toch uit kunnen.’ Geloofstwijfel ‘Toch ben ik uiteindelijk dankbaar. Er is veel gebeurd, maar we hebben elkaar tenminste nog als gezin. We red-

Veel geld, toch klagen ‘Er zijn veel mensen die genoeg geld hebben, maar niet goed kunnen delen. Dat maakt me weleens verdrietig. Niet jaloers, maar verdrietig. Het valt me op dat mensen die weinig hebben, juist meer delen met anderen. Mensen die veel hebben, zijn vaak ontevreden omdat ze naar hun idee niet genoeg hebben. Dan denk ik: waarom? Als ik mijn kinderen af en toe wat geld toestop om wat leuks voor te kopen – maximaal 1 of 2 euro – zeg ik altijd: ­bewaar een deel van dat geld als offergave voor de Here en doe het in de collecte van de kerk, want Hij zorgt ervoor dat we eten hebben. En dat we met elkaar zijn. Elke morgen zitten we met z’n vieren aan tafel en dan danken we en bidden we. We dragen de dag op aan de Heer: hier zijn we, gebruik ons vandaag waar U wilt. We zijn allang blij dat we ’s morgens onze ogen opendoen en dat we er nog zijn. We leven per dag.’ ◄

Podcast ‘Voedselbank’ In de podcast ‘Voedselbank’ kun je luisteren naar het verhaal van Eva (9). In deze documentaire vertelt ze hoe het voor haar is om in een minimagezin op te groeien. Ze legt uit hoe de voedselbank werkt en wat ze leert ze op Het Fort. Ook haar vader, moeder en oudere zus komen aan het woord. De podcast kun je beluisteren via thdv.nl/podcast.

DE OOGST

9


ONTMOET AMSTERDAM ANDERS

  

MATTHIJS HOOGENBOOM

Ontmoet Amsterdam Anders

THDV organiseert onder de naam ‘Ontmoet Amsterdam Anders’ evenementen in Amsterdam. Omdat we graag de ervaringen met je delen die wij opdoen in ons werk. Omdat we enthousiast zijn over de mooie stad waar wij werken. Omdat we jou graag ontmoeten.

Wandelen in de zomer 19 juli – Amsterdam in WOII 24 juli – Wie zie jij? ‘Wie zie jij?’ is de vraag die de gids je al wandelend door Amsterdam stelt. Je hoort over het ontstaan en het werk van THDV onder prostituees, daklozen en toeristen. Lunch in de Shelter. 2 augustus – Gracht Wandeling langs de mooiste grachten van Amsterdam met koffie, appelgebak en een rondleiding bij museum Van Loon. Lunch in de Shelter. 10 augustus – Amsterdam in WOII 16 augustus – Joods Amsterdam Een indrukwekkende wandeling langs de Portugese synagoge, de Hollandsche Schouwburg, het Auschwitzmonument en de Dokwerker. Start in de Hoftuin en lunch in de Shelter. 31 augustus – Joods Amsterdam Ga voor meer data en aanmelden naar onze vernieuwde website: ontmoetamsterdamanders.nl

Agenda 30 juli - 3 augustus

‘Geen dag zonder Bach’ in de Westerkerk

11 - 17 augustus

Grachtenfestival

Check deze link voor nog veel meer agendatips als je een dagje naar Amsterdam gaat: thdv.nl/ontmoet-amsterdam-anders/agendatips

10

DE OOGST

Stilte in Amsterdam ‘In tijden niet zo’n vrede ervaren’, was een van de reacties op onze stiltewandelingen in het voorjaar. Vanwege het succes van deze wandelingen gaan we dit najaar weer in stilte wandelen. Op woensdag 19 september, 17 oktober en 21 november neemt Ronald Koops je mee langs stille hofjes en kapellen in Amsterdam. Je bezoekt de lunchpauzedienst op het Begijnhof en luncht in de Shelter. De dag eindigt met een stilteconcert. Geef je snel op via ontmoetamsterdamanders.nl, want vol = vol.


Recensie: Zie Amsterdam Een boek met zo’n titel kan natuurlijk niet onbesproken blijven in de Oogst. ‘Wie zie jij?’ is het motto van THDV en de titel van de wandeling langs onze projecten. Onze gidsen helpen deelnemers met andere ogen naar Amsterdam te kijken. Wie zie je achter al die gebouwen, bomen, grachten? De mensen maken de stad. En is er ook iets van Gods aanwezigheid te merken? In Zie Amsterdam wordt dat heel concreet zichtbaar in een prachtige foto van de Bijbelkiosk naast het Concertgebouw. Maar ook een muurschildering van een jonge vrouw, een broedende ooievaar tussen de wolkenkrabbers, en een slapende zwerver in de hal van een appartementencomplex zetten je aan het denken. Wie of wat zie ik eigenlijk? Veel mensen zijn onder de indruk van historische grachtenpanden, maar Amsterdam heeft zoveel meer gezichten. Fotograaf Daniel Koning heeft dat knap in beeld gebracht.

COLUMN / MATTHIJS HOOGENBOOM

Vuilcontainer Pal naast ons huis zit een ondergrondse vuilcontainer. Dat heeft voordelen; poepluiers moet je niet te lang binnenshuis houden. Dat het ook nadelen heeft, had ik bij de koop van ons huis niet helemaal voorzien. De gemeente test momenteel of het helpt als de containers een beetje aangekleed zijn. Met plastic grasmatjes en bloemetjes en zo. Rotterdam-Zuid heeft namelijk nogal de neiging om troep gewoon naast de container te zetten als die vol is. Nu is het ook vrij irritant als je met je volle zak onderweg bent naar de bushalte en je kunt hem niet kwijt. Maar ja, je zult ernaast wonen. Er staan boetes op. Daarom vind ik het zo dom als je de doos van je internetbestelling met naam en adres en al op straat zet. Ik besluit tot een kleine opvoedsessie en bel aan bij het betreffende adres. De deur blijft dicht, dus zet ik de dozen voor de deur.

Ik besluit tot een kleine opvoedsessie en bel aan bij het betreffende adres

Zie Amsterdam Daniel Koning Ipso Facto Publishers € 39,95

Later, de irritatie is wat afgezakt, vind ik het toch niet de vriendelijkste manier. Trouwens, het waait, dus de kans is vrij groot dat de dozen straks op straat liggen. Ik pak mijn fiets en rijd met de dozen achterop naar de oudpapiercontainer op de hoek van de straat. Die zit vol. Het ‘ik ben best goed bezig’-gevoel slaat in een oogwenk om in (opnieuw) irritatie. Ik fiets naar de volgende papiercontainer. ‘Beste buren, jullie dozen heb ik even naar de papiercontainer gebracht. Geen probleem, maar zouden jullie het volgende keer zelf willen doen? Groet, de buurman.’ ‘Leuk gedaan’, dat kaartje, vindt mijn vrouw. ‘Heb je het er ook in het Engels op gezet?’ ◄ Matthijs Hoogenboom is gids en ­coördinator van Ontmoet A ­ msterdam Anders

FOTOGRAFIE: RUBEN TIMMAN

DE OOGST

11


12

DE OOGST


THEMA

TEKST: ROB VAN WAARDE / BEELD: ARIE AMBACHTSHEER

WIE ZIE JIJ?

Een iconische manier van zien Het motto van THDV is: ‘Wie zie jij?’ Hiermee dagen we onszelf uit tot een echte ontmoeting en een gelijkwaardige relatie met de ander. Aansluitend bij onze missie – ‘Zie Jezus, leef vrij’ – zien we in die ander iets van Jezus omdat we geloven dat hij (onder andere) zichtbaar wordt in de kwetsbare mens. Zij brengen ons dicht bij het hart van Jezus. Rob van Waarde onderbouwt deze visie in zijn studie, waarop dit artikel een introductie is.

Vanuit kerken en religieuze stichtingen bestaan vele initiatieven die verbindingen leggen over de breuklijnen in de samenleving, zowel diaconaal als missionair: straaten buurtpastoraat, kerk- en buurtwerk, inloophuizen, maatjesprojecten en woongemeenschappen. Zij richten zich op een brede groep mensen. In de context van grote steden gaat het bijvoorbeeld om bewoners van zogenoemde achterstandswijken: mensen zonder werk, daken thuisloos, mensen met een psychiatrische achtergrond of een gering sociaal netwerk of migranten of mensen die een stigma dragen in de samenleving, zoals prostituees of woonwagenbewoners. Sommigen stellen vragen bij de tijd en aandacht die kerken aan dit werk besteden. Moeten kerken zich in tijden van secularisering niet concentreren op de eigen gemeenschap? Anderen zien diaconie als een wezenlijke bijdrage aan maatschappelijk welzijn. Vanuit een religieuze achtergrond dragen gelovigen een steentje bij aan het algemeen belang. Maar waarin onderscheidt die bijdrage zich dan van seculier welzijnswerk? Nog weer anderen zien die ondersteuning als een voorbereidende stap naar bekering. Maatschappelijke ondersteuning is volgens hen een middel waarmee een geloofsgemeenschap kan laten zien dat ze betrouwbaar en aantrekkelijk is voor gemarginaliseerde mensen, en zo kan die gemeenschap misschien wel gaan groeien. Daarmee dreigen we echter een belangrijke stap over te slaan. Er ontbreekt iets als de verbinding vanuit gelovige

organisaties en initiatieven met mensen in situaties van uitsluiting alleen vanuit een psychologisch of sociaal perspectief wordt beschouwd. Als we de toegevoegde waarde van deze religieuze initiatieven willen weten, dan moeten we in eerste instantie zijn bij de bewoners. (Om neutrale termen te gebruiken en vanwege de eenvoud zal ik spreken van beroepskrachten enerzijds en bewoners anderzijds, maar evengoed kan men in plaats daarvan vrijwilligers respectievelijk dak- en thuislozen lezen.) Wat is de betekenis voor hen? ‘Dit is heilige grond’, vertelde Erik, een voormalig dakloze bezoeker, over de betekenis van een inloophuis in Eindhoven voor hem. Die woordkeus laat al zien dat er voor hem meer aan de hand is dan een bijdrage aan psychische gezondheid of sociaal welzijn. Hoewel sommige andere bezoekers juist geen religieuze woorden gebruiken, zet hij ons toch op een spoor. Wat ziet iemand als Erik dat niet zomaar te zien is en dat hij heilig noemt? Wat voor vitaliteit ontstaat er in deze verbindingen tussen beroepskrachten aan de ene kant en bewoners aan de andere? Verschillende sociale posities Daarvoor moeten we eerst een goed besef hebben van de sociale positie van de bewoners. Veel bewoners in achterstandswijken ondervinden op een of andere manier effecten van marginalisering en uitsluiting. Marginalisering is een sociaal fenomeen. De socioloog Willem Schinkel legt uit dat marginalisering een residu-categorie, een restgroep is van de ‘samenleving’. DE OOGST

13


Dat blijkt uit de manier waarop gemarginaliseerde groepen ter sprake komen in de media, politiek en wetenschap, zoals het integratiedebat of de discussie over de participatiesamenleving. Als we spreken over integreren, inburgeren of participeren, dan veronderstelt dat een bepaalde opvatting van wat de ‘samenleving’ is. Criteria daarvoor zijn: de culturele achtergrond en etniciteit, een betaalde (loop)baan, een afgeronde opleiding, taalvaardigheden en een woning. Deze criteria zijn echter niet absoluut of neutraal. Ze weerspiegelen een waardesysteem waarin men zich oriënteert. Zo’n waardesysteem ligt niet absoluut vast, maar is het resultaat van een sociaal proces in politiek en media. Wie zich een voorstelling maakt van het ‘wij’ in Nederland in 1910 ziet vanzelf dat ‘wij Nederlanders’ allang veranderd zijn en dat dit ‘wij’ continu opnieuw wordt bepaald in een sociaal proces. Nu heeft dat sociale proces wel een functie: het zorgt namelijk voor een collectieve identiteit en saamhorigheid. Maar tegelijk daarmee ontstaat er een ‘residu’. Veel bewoners in achterstandswijken voldoen niet aan dit beeld van de ‘samenleving’ en kunnen dat ook niet. Niettemin wordt er van hen verwacht dat ze ‘meedoen’, ‘integreren’ en zich aanpassen aan de verwachtingen die ‘wij als samenleving’ van ‘onszelf’ hebben. Begrijpelijkerwijs is dat destructief voor hun eigenwaarde. Verbinding leggen: hoe houd je het zien uit? Beroepskrachten – en veel vrijwilligers – bevinden zich in een andere sociale positie dan deze bewoners. Zij hebben werk, een opleiding en een dak boven hun hoofd. Ze maken deel uit van het ‘wij’ van de ‘samenleving’. Maar als ze in een inloophuis verhalen horen van bewoners over discriminatie of schuldenproblematiek wordt vaak confronterend zichtbaar hoe achterstelling en stigmatisering op mensen uitwerken. Wie meegaat naar een sociale dienst ondervindt hoe bewoners soms worden bejegend. Het is voor beroepskrachten niet eenvoudig om het uit te houden met wat mensen van hun leven laten zien. Dat heeft enerzijds te maken met het pijnlijke van de situaties. Maar daarin kan nog iets anders zichtbaar worden voor beroepskrachten. Het contact met de bewoners brengt hen in een dubbele positie: enerzijds zijn zij getuige van de manier waarop de samenleving mensen uitsluit en hoe dat in hun persoonlijk leven kwetsuren nalaat. En anderzijds zijn beroepskrachten zelf deel van die samenleving. Zij zien zichzelf en anderen ‘met de ogen van de samen-

14

DE OOGST

leving’, dat wil zeggen met die opvattingen over wie erbij hoort en wie in de marge verkeert. Het zal duidelijk zijn dat de verbindingen zich niet werkelijk kunnen ontwikkelen als beroepskrachten bewoners zien met de ogen van de samenleving. Dan zien ze namelijk enkel het tekort van bewoners: dat wat hun volgens de gangbare normen ontbreekt. Willen de verbindingen met bewoners zich ontwikkelen, dan moeten beroepskrachten leren van wat bewoners hun te zien geven. Dat gaat niet altijd vanzelf en daarvoor is dan ook halverwege de jaren 80 is een trainingsvorm ontwikkeld die beroepskrachten helpt om te leren van wat zij zien, horen of aanvoelen in hun omgang met bewoners. Het komt erop aan open te staan voor het leven in achtergestelde omstandigheden: niet alleen voor het tekort, maar ook voor de kracht en de levenslust daarin. Welke betekenis heeft deze ontvankelijke blik van beroepskrachten voor bewoners?

De blik waarmee mensen gezien worden ‘Een heilige plek’ noemde Erik het Eindhovense inloophuis. En hij is niet de enige. Voor veel bewoners die het vertrouwen verloren zijn dat iemand betekenis hecht aan hun situatie is het een weldadige ervaring als zij merken dat iemand interesse heeft in wat er in hen omgaat. Aandacht voor wat er in hun leven omgaat, voor kwetsuren en wijsheid, biedt hun de ruimte om zich bewust te worden van hun diepere verlangens. Dit is een sterke bron van motivaties. Hun verlangen wordt gewekt. Door deze ontvankelijke benadering komen ze tot nieuwe initiatieven en kan hun zelfachting groeien. Waardoor kan ‘gezien worden’ zo’n sterke religieuze betekenis hebben? Mensen zien zichzelf niet alleen van binnenuit, als een autonoom wezen. Mensen vormen zich een beeld van zichzelf door de manier waarop anderen hen zien. Via de blik van de ander leert iemand zichzelf zien en ontwikkelt een beeld van wie zij of hij is. Nu kan die blik van de ander geladen zijn met normen en verwachtingen. Anderen zien iemand in zoverre diegene voldoet aan het beeld dat die anderen hebben van wat volgens hen goed is. Dit


is een objectiverende manier van zien. De blik vanuit de ‘samenleving’ waarmee bewoners in achterstandswijken worden gezien is daarvan een voorbeeld. Deze blik geeft bewoners het beeld dat zij tekortschieten en biedt hun geen mogelijkheid zich in eigen termen te uiten en ontwikkelen. Maar er is ook een andere, meer heilzame manier mogelijk om een ander te zien. Die blik wil niet de eigen verwachtingen bevestigd zien, maar verlangt te zien wat er in een ander omgaat. Een ander die het uithoudt met lijden, kracht, onvermogen en levenslust. Wie met zo’n geïnteresseerde blik gezien worden, kunnen ook op een andere manier naar zichzelf gaan kijken. Daarom is dit een subjectiverende manier van zien. Op dezelfde manier – schrijft de psychiater Antoine Mooij – kan een kind zich vanuit de liefdevolle blik van een ouder gaan zien als beminnenswaardig. Via de ogen van de ouder wordt het verlangen om te leven gewekt en het besef dat het kind van betekenis is. Wie nooit met zo’n blik is gezien, is niet ten volle tot leven gewekt. De vitaliserende werking daarvan ondervinden mensen als Erik, als beroepskrachten hen verlangen te zien, zonder daarbij normen op te leggen. Een iconische blik Dat de ervaring gezien te worden een spiritueel karakter heeft, komt in de joods-christelijke traditie het meest naar voren in de iconentheologie. De spiritualiteit in de omgang met iconen helpt om de spiritualiteit tussen bewoners en beroepskrachten te begrijpen. Een eerste kenmerk daarvan is de omkering van de blikrichting. Wanneer gelovigen tegenover een icoon staan of zitten, gaat het er niet om dat zij naar de icoon kijken. In tegenstelling tot verhalende schilderijen, zoals de voetwassing, hoeft de gelovige zich niet met de afgebeelde figuren te identificeren en een voorbeeld te nemen aan bijvoorbeeld Jezus of Petrus. Het gaat er juist om dat gelovigen zich gezien weten door de icoon. De icoon heeft dezelfde werking als er van een menselijke blik uitgaat. De blikrichting keert zich honderdtachtig graden om. Deze omkering is ook heilzaam voor gemarginaliseerde bewoners die verondersteld worden om te integreren. In plaats van zich te moeten richten op de normen van de samenleving ontmoeten ze een ‘iconische’ blik die zich op hén richt. Een tweede kenmerk van de omgang met iconen is dat er een nieuw perspectief ontstaat voor degene die gezien wordt. Zoals eerder gezegd, zien we onszelf via de blik waarmee anderen ons zien. Vanuit de blik van de icoon komt een nieuw perspectief op en dat is in staat het verlangen van de gelovige te wekken. Het geeft de mogelijkheid onszelf, ons leven, op een nieuwe manier te verstaan. Op dezelfde manier kunnen bewoners een nieuw verstaan van zichzelf in hun situatie vinden en kunnen zij veranderen. Een geïnteresseerde, iconische, blik reikt een perspectief aan waarmee ze hun eigen waarde kunnen erkennen. Maar, als derde en laatste kenmerk, de icoon laat dit nieuwe perspectief slechts dóór. Een icoon is heilzaam doordat deze verwijst naar zijn oorsprong. In de traditie wordt gezegd dat Christus Zichzelf ‘uitdrukt’ in een icoon. De icoonschrijver – zoals een schilder van iconen heet – moet daarom de eigen verwachtingen en opvattingen over

de af te beelden heilige terzijde schuiven en zichzelf ‘leeg maken’. Zo is het ook voor beroepskrachten van belang om hun eigen verwachtingen en normen achterwege te laten. Het gaat er niet om wat beroepskrachten aan bewoners laten zien (bijvoorbeeld een wijs persoon, een charismatisch leider). Ook gaat het er niet om een beeld op de bewoners te projecteren (bijvoorbeeld als een nieuw lid van de geloofsgemeenschap of een bezoeker van het inloophuis). Hun blik is voor bewoners heilzaam als die leeg is van verwachtingen en interesse heeft in wat er in bewoners omgaat. De wijze waarop zij zelf geraakt zijn door het heilige drukt zich uit in de iconische, compassievolle (of soms ook kritische) manier waarop zij anderen zien. Besluit Enkele belangrijke vragen blijven in het bovenstaande open. Dat het van beroepskrachten veel vraagt om bewoners te blijven zien werd al duidelijk, maar wat dit voor hun eigen geloof betekent, bleef buiten beschouwing. Evenmin kon ik niet ingaan op de mogelijke vorming van (geloofs)gemeenschappen als er wederkerige relaties ontstaan tussen bewoners en beroepskrachten. Wel heb ik het verschil dat religieuze initiatieven kunnen maken, duidelijk willen maken door het perspectief van de bewoners centraal te stellen. Waar mensen, op de breuklijnen van de samenleving, elkaar willen zien voorbíj de eigen verwachtingen en doelstellingen, kunnen ontmoetingen een spirituele of gelovige betekenis krijgen. Die vitaliserende manier van zien is niet uniek, maar kun je vanuit de theologie een ‘iconische’ blik noemen. De blik is ‘iconisch’, omdat die voor bewoners de mogelijkheid opent opnieuw tot verlangen te komen. Deze manier van zien reikt verder dan de eigen verwachtingen, die ook in religieuze organisaties – vaak impliciet – bestaan: als beroepskrachten zichtbaar willen zijn in de samenleving, dan dreigen zij bewoners al snel te zien als een ‘klant’ van de diaconie of als een ‘doelgroep’ van missionair werk. Theologisch is echter cruciaal om de ander als ander te willen zien. Een blik wordt iconisch niet zozeer door wat iemand zelf ‘doet’, maar door zijn ontvankelijkheid voor wat er in het wezen van de ander omgaat. Voor wat hem mens maakt. ◄

Rob van Waarde promoveerde in het najaar van 2017 op een theologisch onderzoek naar de exposure­ benadering, een werkbenadering die beroepskrachten in staat stelt verbinding te leggen met bewoners in allerlei situaties van uitsluiting en marginalisering. Daarmee deed hij tussen 2002 en 2010 ervaring op in het kerk- en buurtwerk in de Rotterdamse wijk Lombardijen. Momenteel is hij dominee bij het studentenpastoraat in Leiden. Zie ook de bespreking van zijn boek ‘Oog in oog’ op de recensie-pagina. Wil je meer weten over de missie van THDV? Ga naar onze site thdv.nl

DE OOGST

15


DICHTBIJ

NIEUWS / MARIJKE WILLEMS

Het Fort zoekt vrijwilligers! Gezocht: Vrijwilliger voor Het Fort (4 uur per week) in Amsterdam-Noord Ben jij op zoek naar vrijwilligerswerk waar je echt een verschil kunt maken in het leven van een kind? Wij zoeken mannen en vrouwen met een hart voor kinderen die met regelmaat op dinsdag- of donderdagmiddag een paar uurtjes van hun tijd willen geven. Wat is Het Fort? Bij Het Fort geloven wij dat ieder kind recht heeft op een kansrijke toekomst, zelfs als je opgroeit in moeilijke omstandigheden. Wij geloven in de kracht van liefdevolle aandacht en langdurige begeleiding. Spelenderwijs leren we de kinderen life skills zodat zij stevig in hun schoenen komen te staan en gaan geloven in het potentieel dat al in hen zit. Wij doen dit omdat we geloven dat Jezus elk kind heeft geschapen als een uniek en waardevol mens. Meer weten? Bekijk de hele vacature op thdv.nl/vacatures

Fietsen voor Het Fort Zaterdag 2 mei jl. hebben we met vijftig mensen uit onze achterban gefietst voor Het Fort. Het was een geweldige dag! Er waren

16

DE OOGST

mooie ontmoetingen, deelnemers genoten van het prachtige achterland van Amsterdam, we hebben gezellig gepicknickt op de boerderij van de familie Hoogendoorn

en op diverse plekken samen gezongen en gebeden. Er is 800 euro opgehaald om de verjaardagen van de kinderen op Het Fort te vieren. Deelnemers bedankt!


Stap in de wereld van… de ander THDV vertelt graag verhalen. Sinds kort zijn er op onze website verschillende podcasts te beluisteren. Deze verhalen nemen je mee in de wereld van kwetsbare mensen. Luister bijvoorbeeld naar het verhaal van Jelmer. Jelmer groeide op in een christelijk gezin, met alles erop en eraan: kerkdiensten, zondagsschool en jeugdwerk. Maar het ging grondig mis: hij raakte zwaar verslaafd aan harddrugs. ‘Verkeerde dingen doen met verkeerde vrienden heeft mij genekt.’ Hoe zag zijn leven eruit? En wat was de impact voor het gezin? Of luister naar het verhaal van Anisa. Zij groeit op in een minimagezin in Amsterdam-Noord. Haar ouders gaan elke week naar de voedselbank en er is geen geld voor vakantie. Wat vindt zij daarvan? Amira vertelt je hoe het is om jarenlang als prostituee op de Wallen te werken. Ze maakte veel mee: agressie, uitgelachen

Zeeuwse Vrouwenloop Wat een bijzondere vrouwen kwamen we tegen in Zeeland! Op zaterdag 26 mei 2018 organiseerde Zij & Zeeuws een vrouwenloop voor Scharlaken Koord. Ruim 270 vrouwen gingen de uitdaging aan en liepen door het prachtige landschap van Walcheren. Onderweg kwamen wij deze twee toppers tegen - bewogen met het werk onder prostituees in Nederland en vastbesloten ons te helpen vrouwen hun waardigheid terug te geven. We kunnen ons geen betere ambassadeurs wensen! Ook zin om een actie voor ons te organiseren? Check voor inspiratie onze website thdv.nl/doe-mee

Levensechttour THDV in najaar van start! Opnieuw trekt THDV dit najaar met een avondvullend programma door het land. Na het succes van vorig jaar komt de ‘Levensecht tour’ terug met het programma ‘Rauwheid & Hoop in Verslaving’. Een avond over de impact van een verslaving, de vreugde van vrijheid, verhalen uit ons werk en prachtige muziek. Zie ook de poster op de achterkant van deze Oogst. Welkom in Bunschoten (3/11), Ede (10/11) of Twenterand (17/11)! thdv.nl/levensecht

worden door toeristen en nog veel meer. Wat deed het werk met haar? En hoe zag haar leven eruit? Alle podcasts zijn te beluisteren via onze website thdv.nl/podcast

THDV Kinderen in armoede ‘De juf vraagt of ik na de kerstvakantie naar Het Fort wil gaan, dat is een plek hier in de buurt waar ze spelletjes doen en waar je na school mag komen. De jongens vinden het stom, ze zeggen dat het dom is daarnaartoe te gaan, maar ik denk dat het best leuk kan zijn. Misschien kan ik daar wel knutselen en iets anders doen dan voetballen. Vannacht had ik weer nare dromen en heb ik lang wakker gelegen. Ik hoorde mama schreeuwen, iets over een betaling of zo, ik weet het niet…’ Hassan (8) groeit op in armoede. Lees zijn hele verhaal op thdv.nl/hassan. We hebben nieuwe stukken aan zijn verhaal toegevoegd!

DE OOGST

17


PROJECT IN BEELD / TEKST: MATTHIJS HOOGENBOOM / BEELD: RUBEN TIMMAN

In de rubriek ‘Project in Beeld’ laten we via een foto het werk van de verschillende projecten van THDV zien.

18

DE OOGST


Waar zijn we: Amsterdam Wat zien we: Het Mr. Visserplein in Amsterdam. De eerste zonnestralen vallen over de olijfbomen en een van de twee torens van de Mozes- en ­Aäronkerk (niet meer in gebruik als kerk) in de voormalige Joodse wijk. Eeuwenlang is Amsterdam een vrijplaats voor de Joodse gemeenschap geweest. In februari 1941 wordt op het Jonas ­Daniel Meyerplein – om de hoek – de eerste razzia gehouden die de aanleiding vormt tot de Februaristaking. Op 1 maart 1941 wordt de Joodse Lodewijk Ernst Visser ontslagen als voorzitter van de Hoge Raad. Niemand protesteert. Meer over dit project: Onder de naam Ontmoet Amsterdam Anders organiseert THDV evenementen in Amsterdam die deelnemers uitdagen om naar de stad te kijken met de vraag: ‘Wie zie jij?’ – het motto van THDV. Meer informatie: ontmoetamsterdamanders.nl

DE OOGST

19


HET SCHARLAKEN KOORD

TEKST: RONALD KOOPS

Psycholoog Aline Terpstra behandelt ex-prostituees:

‘Prostitutie werkt traumatiserend’ Aline Terpstra is gezondheidspsycholoog en helpt onder meer ex-prostituees om hun trauma’s te verwerken. ‘Om te kunnen prostitueren moet je in staat zijn je gevoels­ leven uit te zetten, met alle schadelijke gevolgen van dien.’

Met enige regelmaat helpt Aline vrouwen die – vaak met behulp van Scharlaken Koord – uit de prostitutie zijn gestapt en de nodige trauma’s te verwerken hebben. Trauma’s die vaak diep weggestopt zijn en van de buitenkant nauwelijks zichtbaar zijn. Ze kent de stoere verhalen van de prostituees: ik kies zelf voor de prostitutie, ik bepaal zelf wat ik wil, de seks met klanten raakt me niet. Maar als deze vrouwen bij haar in therapie zijn, ziet ze vaak een andere kant van deze vrouwen: een uiterst kwetsbare kant met scherpe pijn, diep verdriet en enorme trauma’s.

‘Als het meest intieme wat je hebt voor geld te koop is, raakt dat je diepste gevoel van eigenwaarde’ Volgens Aline zijn deze trauma’s het gevolg van het ‘werk’ als prostituee: ‘Je identiteit als vrouw is je meest diepe kern. Als het meest intieme wat je hebt voor geld te koop is, raakt dat je diepste gevoel van eigenwaarde. Het zelfbeeld van deze vrouwen is dan ook ernstig beschadigd, evenals het vermogen een bevredigende (seksuele) relatie aan te gaan.’

Wat is de impact van het werken achter de ramen op vrouwen? ‘Dat werkt traumatiserend. Om te kunnen prostitueren moet je in staat zijn je gevoelsleven uit te zetten, met alle schadelijke gevolgen van dien. Veel prostituees geven dit ook aan en zeggen dat ze niets voelen bij de seksuele handelingen die ze verrichten of ondergaan. Tegelijk brengt het grote angst en afkeer met zich mee om als vrouw zomaar wildvreemde mannen toe te laten

20

DE OOGST

bij de meest intieme delen van je lichaam. Bovendien heb je als prostituee soms ook te maken met fysieke bedreiging, als mannen niet precies krijgen wat ze willen, of niet willen betalen. Vaak komt alle opgekropte angst en afschuw er veel later uit. Zo heb ik een vrouw behandeld die zich als prostituee heel sterk en krachtig voelde. Ze vertelde dat ze nooit bang was en zelf de regie had welke man ze wel en niet toeliet. Eenmaal uit de prostitutie lukte het niet meer haar gevoelens “uit” te zetten en had ze vaak, zonder voor haarzelf duidelijke aanleiding, last van alles overspoelende angst. Ze beleefde zichzelf als een angstige vrouw. Een van de uitdagingen van de behandeling is daarom om weer verbinding te maken met eigen, vaak geïsoleerde of afgesplitste gevoelens en die vervolgens te verwerken.’

Hoe pakt u dat aan? ‘Ik kijk meestal eerst hoe vrouwen omgaan met “normale” teleurstellingen of negatieve emoties: een vriendin die niet terugbelt, terwijl je dat zo nodig had, voelt dat vervelend of zeg je: “Dat doet me niets hoor, zo zit wereld nu eenmaal in elkaar”? Veel prostituees hebben een beschermmasker om de pijn niet te hoeven voelen. Ze mogen ontdekken dat er gevoel en emotie in hun lichaam zit en dat ze dat mogen ervaren. Pas daarna gaan we aan de slag met heftige emoties. En we helpen vrouwen om minimaal twee vrouwen om zich heen te hebben op wie ze kunnen terugvallen tijdens de therapie. Omdat veel vrouwen helemaal niemand hebben, zijn we heel blij dat de maatjes (vrijwilligers, red.) van Scharlaken Koord deze vrouwen helpen door er gewoon voor ze te zijn, met ze te praten of leuke dingen met ze te doen. Dat is een enorme stimulans als je in een heftige therapie zit. Ik waardeer Scharlaken Koord daarnaast erg om zijn betrouwbaarheid, ook van de straatwerkers die elke week langs de


Door het straatwerk van Scharlaken Koord is het voor prostituees zichtbaar dat er mensen zijn die om hen geven. Aline Terpstra: ‘Ze zijn als het ware Gods stem en Gods gezicht. Dat is van onschatbare waarde.’

ramen gaan. Het is voor prostituees zo zichtbaar dat er mensen zijn die om hen geven; ze zijn als het ware Gods stem en Gods gezicht. Dat is van onschatbare waarde. In momenten van wanhoop kan een visitekaartje van Scharlaken Koord een laatste anker zijn, omdat ze weten: deze mensen wijzen mij niet af.’

‘Veel prostituees hebben een beschermmasker om de pijn niet te hoeven voelen’ Waarom doe je dit soort werk? Wat is je passie? ‘Ik doe dit werk omdat ik als kind heb ondervonden hoe schadelijk het is als je een trauma niet verwerkt: mijn vader is op jonge leeftijd overleden – ik was toen twaalf jaar – en vier jaar voordat hij overleed raakte hij, door het maken van een gewone verkeersfout, zoals wij die allemaal regelmatig maken, betrokken bij een ongeluk met dodelijke afloop. Dat heeft hij nooit kunnen verwerken. Zoals ik en vele anderen er nu op terugkijken, is hij achteraf gezien aan zijn trauma overleden. Dat heeft onbewust mijn passie gevormd om te werken met mensen die een trauma hebben opgelopen. Niets doen is zo schadelijk. Ik word enorm gelukkig als ik zie dat mensen weer tot leven komen wanneer ze in therapie zijn. Ze kwamen getraumatiseerd en angstig binnen en als ze dan gaandeweg weer openbloeien, is dat fantastisch. Ik moet denken aan een cliënt die erg getraumatiseerd was en nu een geweldig werk voor God doet en echt floreert in Zijn Koninkrijk.’

Je bedoelt dat je soms ziet dat God mensen heelt en vernieuwt? ‘Ja, dat zie ik regelmatig gebeuren. In de Bijbel staat een prachtige tekst over het karakter van God: het geknakte riet zal Hij niet verbreken en de walmende vlam zal Hij niet doven. Dat is zo tegengesteld aan wat de samenleving vaak doet: wat zwak en kwetsbaar is, wordt kapotgemaakt en gebruikt voor eigen doeleinden. God is zo anders, Hij pakt dat gedeelte dat nog “leeft” in mensen, en daar gaat Hij mee verder. Dat zie ik ook gebeuren als psycholoog. Ik behandel zowel christenen als niet-christenen en ik zie vaak dat een relatie met God een enorme krachtbron is voor een cliënt. Dat bedoel ik niet als quick fix, ook christenen moeten net zo goed door bepaalde trauma’s heen, maar als je dit samen met God doet, dan is Hij echt een Heelmeester, Die mijn werk als klein stukje ook wil gebruiken.’ Is er altijd hoop? ‘Als christen en als hulpverlener zeg ik: uiteindelijk is er altijd hoop en is God altijd uit op een nieuw begin, wat je verleden ook is. Maar je kunt het vaak niet alleen, de kracht van een helende en veilige gemeenschap, zoals een kerk, is van onschatbare waarde. Nu weet ik dat dat lang niet altijd zo is. Daarom nodig ik mensen altijd uit om kwetsbaar te zijn. Als je zelf kwetsbaar durft te zijn, heb je veel dieper contact en kun je veel meer tot zegen zijn als iemand in nood is.’ ◄

DE OOGST

21


THEMA

TEKST: RONALD KOOPS / BEELD: RUBEN TIMMAN

Ondernemer René ontmoet daklozen bij AHA

‘Ik hoop ooit zover te Wat gebeurt er als een succesvolle ondernemer een ontmoeting heeft met dak- of thuislozen? We namen de proef op de som en organiseerden een ontmoeting in AHA, de daklozeninloop van THDV. Gesprekken over rijkdom, succes en armoede. ‘Geld maakt van mensen over het algemeen geen betere mensen.’ 22

DE OOGST


komen als zij’

René, Joop en Leo DE OOGST

23


Leo (rechts) vertelt aan René waarom hij bijna elke dag bij AHA is. ‘Ik voel me thuis tussen deze jongens.’

‘Hé, Ronald! Kom je weer een stukkie schrijven voor de Oogst?!’ Een paar vaste gasten van daklozeninloop AHA ‘doen buiten een sjekkie’. Ze kennen mij ondertussen en ik ken hen. Ik gebaar ze quasiboos dat ze even moeten dimmen, want vandaag ben ik niet alleen. Ik heb een gast meegenomen: mijn goede vriend René Broekman, eigenaar van een goedlopend internationaal bedrijf. Ik wil hem voorstellen aan andere vrienden van me, de vaste mensen die ik vaak bij AHA ontmoet, zoals Gerard, Erik, Kees, Leo en Joop. Zo’n ontmoeting lijkt me leerzaam en inspirerend, want ik vraag me af: bestaat er een groter verschil tussen een succesvolle zakenman en dak- en thuislozen? Of zijn de verschillen kleiner dan verwacht? Dat wil ik ontdekken!

Joop: ‘Ik heb alles, ik heb een heel bedrijf’ Ondernemer Nog voordat we binnenstappen bij AHA, raakt René buiten al aan de praat met Leo. René ontdekt al snel dat Leo ook ondernemer is geweest. De eerste overeenkomst. René: ‘Grappig, ik ben ondernemer, en dat ben jij ook geweest.’ Leo knikt instemmend. ‘Ik ben zelf ook ondernemer geweest en heb een man of zeven in dienst gehad, maar ik ben nooit materialistisch geweest.’ René: ‘Dus we liggen dichter bij elkaar dan je in eerste instantie zou denken. Ik heb een internationaal bedrijf en we zijn wereldwijd actief. Zijdelings ben ik ook sterk betrokken bij het werk van THDV. Het leukste vind ik de mens. Ik heb niet zo heel veel met producten en geld. Geld is wel heel makkelijk, maar ik vind vooral mensen heel erg boeiend. Maar ik ben ook best wel materialistisch, merk ik aan mezelf. Ik vind mooie dingen heel mooi.’

24

DE OOGST

Leo: ‘Ooit ben ik ook best rijk geweest, ik ben getrouwd geweest met een dochter van een grote paardenhandelaar in het Gooi, ga maar na! Maar het klikte gewoon niet met haar. Ik had twee kinderen met haar en die heb ik dertig jaar niet gezien. Ook had ik nog een zoon bij een andere vrouw, en die heeft iedereen weer bij elkaar gebracht uiteindelijk. Dat is gelukkig goed gekomen.’ Nadat ik een tijd in een caravan heb gewoond, ben ik ook een periode dakloos geweest. Nu heb ik een klein pensioentje en voel ik me best hier tussen de jongens van AHA.’ René: ‘Heb je nu contact met al je kinderen?’ Leo: ‘Ja, gelukkig wel. En ik heb ook drie kleinkinderen. Maar de periode dat ik geen contact had met m’n kinderen, was erg zwaar. Dan zat ik in m’n caravan of in het café.’ René: ‘Soms leeft het leven je ook, hè? Dan kun je weinig sturen. Dat herken ik ook wel in bepaalde perioden van mijn leven.’ Geld maakt gelukkig? Als ik vraag welke rol geld in hun leven speelt, antwoordt René: ‘Ik ben wel een beetje materialistisch. Dat komt, denk ik, toch omdat je meer dan genoeg centjes hebt. Als je meer dan genoeg te besteden hebt, dan begint dat ook iets voor je te betekenen. Als ik geen geld had, zou ik me niet druk maken om een leuk horloge bijvoorbeeld: je kunt het immers toch niet betalen. Dus die “zorg” heb je dan niet, dat gevoel van “dat wil ik graag hebben”, want het is geen optie. Maar op het moment dat het bereikbaar wordt, houdt het je toch wel bezig. En ik baal daar zelf van, hè? Dat is eigenlijk helemaal niet wat ik wil.’ Leo: ‘Ik heb zelf altijd genoeg geld gehad en ik help mensen ook wel financieel. Soms wil iemand die dakloos is geld van me lenen. Dan zeg ik: “Als ik iets geef, wil ik het


als ik nu leef en ik kijk ook niet meer terug naar wat er allemaal gebeurd is, want je moet toch vooruit.’ René: ‘De vraag is of iemand geslaagd is in het leven, of geslaagd als persoon. Vroeger moest je bij mij geslaagd zijn in het leven: je moest succes hebben naar maatschappelijke maatstaven, oftewel: je moest geld hebben. Tegenwoordig vraag ik me af: is hij of zij een geslaagd mens? Is het iemand die zijn of haar plek in de maatschappij inneemt en goede dingen doet voor anderen, zoals jij Leo, vrijgevig als jij bent. Dat is steeds meer mijn definitie van succes.’

Leo: ‘Als ik iets geef, wil ik het niet terughebben’ René en Joop zijn beiden erg geïnteresseerd in handel en horloges. Logisch dat het ijs al snel gebroken is.

niet terug hebben.” Het interesseert me ook niet. Ik heb een pensioentje en alles wat m’n hartje begeert, maar er zijn mensen die helemaal niets hebben. Ik denk dat ik per dag wel twee pakjes shag weggeef aan de jongens. Dat vind ik helemaal niet erg. Dan zeggen sommige mensen: “Je moet dat helemaal niet doen.” Maar dan zeg ik: “Jullie hebben niet meegemaakt wat ik meegemaakt heb.” Ik ben namelijk van behoorlijke rijkdom naar diepe armoede toe gegaan en nu heb ik een beetje te besteden, maar ik heb ermee leren leven en ik voel me gewoon happy. Ik ga straks met een goed gevoel naar huis toe. Ik heb altijd gezegd: als ik iemand kan helpen, doe ik het.’

René: ‘De vraag is of iemand geslaagd is in het leven, of geslaagd als persoon’ René: ‘Wat je als laatste zegt, herken ik heel erg. Mijn bedrijf werkt veel met mensen die weleens pech hebben gehad in hun leven, waarbij het niet altijd even goed is gegaan. We willen die mensen graag een zetje geven door ze bij ons te laten blijven of ze van ons uit naar een ander bedrijf door te laten stromen. Dat sociale, dat zit er wel in en ik heb ook m’n tegenslag in het leven wel gehad, maar dingen die u hebt meegemaakt, heb ik niet meegemaakt.’ Hoe kijkt Leo naar mensen zoals René die naar maatschappelijke maatstaven ‘succesvol’ zijn? Leo: ‘Ik heb daar geen oordeel over. Kijk, die mensen hebben daarvoor gewerkt, maar ik zie op AHA ook mensen die alleen maar lopen te klagen, terwijl er voldoende middelen zijn om wat te maken van je leven.’ René: ‘Maar ja, wanneer ben je succesvol? Toen ik jong was, was succes voor mij vooral veel geld hebben en dure auto’s. Nu ik een stukje ouder ben, verschuift mijn idee over succes wel. Voor mij is succes vooral dat je gelukkig bent in het leven en dat heeft niets te maken met veel geld of spullen. Ik heb twee jongens die heel verschillend zijn, maar als gezin hebben we het fijn met elkaar. En dat begint steeds meer mijn definitie van geluk te bepalen.’ Leo: ‘Het succes heb ik achter de rug gelaten. Ik leef zo-

Leo: ‘Ik heb weleens een periode heel veel geld gehad. Ik kreeg mijn vaders deel van de erfenis, en dat heb ik allemaal verbrast. Maar toen ik het deel van mijn moeder kreeg, besloot ik het anders te doen: ik heb haar erfenis verdeeld onder mijn twee kinderen. Ik heb 50.000 euro voor mezelf gehouden en mijn kinderen allebei een ton gegeven. En ik heb ook wel mensen geholpen met geld die mij later bedrogen hebben. Ik neem ze dat niet kwalijk want ik ben er zelf bij. Maar ik heb geen rancune.

René Broekman (46) is CEO/ eigenaar van Labor International, een handelsonderneming die gespecialiseerd is in de inen verkoop van verschillende boren. De boren en accessoires worden in verschillende landen geproduceerd en uitgeleverd in 44 landen over de hele wereld.

Leo (75) is in zijn werkende leven ondernemer geweest en hij werkte onder meer in de bouw. Op het dieptepunt van zijn leven kwam hij op straat terecht. Nu leeft hij van zijn AOW en een klein pensioentje, en is dagelijkse gast bij AHA.

Joop (74) zit in de handel. Hij koopt en verkoopt spullen zoals laptops, sieraden en mobiele telefoons. Hij is bijna dagelijks bij AHA te vinden en kent bijna iedereen.

DE OOGST

25


Levensverhalen worden gedeeld, soms wordt er gelachen, soms aandachtig geluisterd naar elkaar.

En diezelfde mensen geef ik nu wat ze nodig hebben, omdat ik zelf weet wat armoede is.’ René: ‘Ik vind jou als mens wel heel succesvol. Wat je doet voor de mensen om je heen, maakt indruk op mij. Ook het feit dat je gepakt bent door die gasten en dat je toch zonder rancune en wraakgevoelens met ze kunt praten en door kunt leven, dat vind ik succesvol. Als ik naar mijn leven kijk, dan hoop ik ooit als mens zover te komen als jij nu bent. Dat je kunt delen, ook als mensen je gepakt hebben. Dus aan mensen geven en om mensen geven. Voor mezelf heb ik het gevoel dat ik zover nog niet ben. Geld maakt van mensen over het algemeen geen betere mensen.’ Tussenkop Als we binnenkomen, ontmoeten we een paar van de vaste gasten van AHA: Gerard, Erik, George uit Engeland en Joop. Ik vraag aan René en Joop of ze zich aan elkaar willen voorstellen. Handen worden geschud en René vertelt kort iets over zijn bedrijf. Als hij daarna vraagt wat Joop in het dagelijks leven doet, antwoordt deze in onvervalst Amsterdams: ‘Ik heb alles, ik heb een heel bedrijf. Alles heb ik, ik heb niets meer nodig, ik heb alles. Fietsen heb ik, laptops heb ik, horloges heb ik. Ja, echt hoor! Ik heb niets meer nodig. Ik heb alles in dozen zitten. Horloges met telefoons heb ik ook. Maar ja, daar reken ik zo duizend euro voor. Die zijn duur, hè?’ Als René vraagt of Joop uit Amsterdam komt, heeft hij maar één woord nodig om dat te bevestigen: ‘Ras.’ Hij weet veel over Amsterdam, vertelt hij. ‘Ik weet alles van de stad. Ik krijg ook weleens vragen, of ik word geïnterviewd. En als mensen vragen stellen over Amsterdam,

26

DE OOGST

dan weet ik bepaalde dingen. Wat denk je hoe oud ik ben? Je mag één keer raaien.’ René: ‘Och jongens, weet ik veel. Ik had Leo ook op 65 jaar geschat, maar die bleek 75 te zijn.’ Joop: ‘Nou, raad maar.’ René: ’62?’ Joop: ’74. Dat geloof je niet, hè? Jaja, ik heb een goede uitstraling en een mooie babbel. Roken doe ik niet. Eten wel, en af en toe een biertje.’ En zo gaat het gesprek nog even verder. De handel van de beide heren wordt vergeleken met elkaar, alsmede de horloges. Die van Joop is waterdicht en heeft licht, maar ja, die van René heeft dan weer twee tijden, een Nederlandse en een in te stellen buitenlandse tijd. Joop:

Podcast THDV ‘Van de straat’ Op thdv.nl/podcast kun je luisteren naar de podcast-serie ‘Kwetsbaar’, een aantal podcasts van Tot Heil des Volks over kwetsbare mensen uit ons werk. In de tweede aflevering (‘Van de straat’) volgen we dakloze Kees (naam en foto zijn gefingeerd). Hij leeft op straat en slaapt in de open lucht. Toch komt hij niets tekort, zegt hij. Hoe ziet zijn leven eruit? Hoe is het om geen dak boven je hoofd te hebben als het koud is? Hoe komt hij aan eten? En wat is zijn filosofie van het straatleven?


Wie zie jij als je naar deze mannen kijkt?

‘Mooi ding hoor, dat horloge van je.’ Ondertussen maakt fotograaf Ruben foto’s. Steeds steekt Erik twee vingers omhoog achter het hoofd van Joop waardoor de foto jammerlijk mislukt, tot hilariteit van de groep. Daarna wil Ruben graag nog een foto maken van de bakfiets van Cees. Op naar buiten dus. ‘Maar wel opschieten’, roept iemand.

‘Het is bijna halfeen. Dan gaan we eten.’ Als ik afscheid heb genomen, loop ik naar ons kantoor, dat even verderop ligt aan de Oudezijds Voorburgwal. Ik voel me blij: ik heb prachtige mensen ontmoet, die allemaal op hun eigen manier ten diepste even succesvol zijn. ◄ DE OOGST

27


TEKST: SIMONE SCHOEMAKER / BEELD: THDV

Van Zeeland naar Amsterdam-city Een aantal vrouwen die de conferentie van Zij & Zeeuws bezochten in april, won een bijzonder dagje Amsterdam, om met eigen ogen het werk van THDV te zien. ‘De duisternis ligt letterlijk op de stoep van de kerk.’

rdam, maar het is Middelburg naar Amste of es Go , werk gen sin Vlis uit hebben gevoerd voor ons Het is een heel eind van ging Zij & Zeeuws actie eni dag ver de n als rte ze sta dat Na We . het zeker waard dichtbij te bekijken. nu tijd om het werk van onder prostituees, is het straat. met gebed, gewoon op

‘Dit maakt echt indruk, heel bijzonder om deze dag mee te maken!’ Zomaar een ­enthousiaste reactie van een van de winnaars van onze prijsvraag.

‘Heel indrukwekkend, ik ben blij dat we gekomen zijn’

28

DE OOGST

Onze gids neemt ons mee naar de rand van het Wallengebied, een plek waar honderden vrouwen dagelijks hun diensten aanbieden. In dit gebied is, naast de vele ramen, ook veel te zien van God. We zien een gevelsteen van Noach en de Ark, een veilige schuilplaats.

‘Het valt me op hoe alle s hier met elkaar verweven is. Een kerk, bor delen, kinderopvang, seksshops en gebedshui zen, alles staat hier door elkaar. Ik dacht alti jd dat die werelden gescheiden waren, ma ar hier ligt de duisternis letterlijk op de stoep van de kerk.’


Naast het beruchte Casa Rosso zitten we een tijdje in de kapel van Oudezijds 100, een geloofsgemeenschap midden op de Wallen. Het contrast kan niet groter; een stiltekapel naast een sekstheater, er staat alleen een muur tussen. In de kapel wordt gebeden en staat de liefde van God centraal.

Na onze wandeling ove r de Wallen vertrekke n we richting ­Second Ste p, de tweedehandswinkel van Scharlaken Ko ord. Hier doen vrouwen die uit de prostitutie zijn gestapt werkervaring op en leren zij hun lev en weer op te bouwen.

‘Belangrijk werk is dit! Licht brengen aan mensen die dat nodig hebben’

klaaren een geweldige high tea voor ons De vrouwen van Second Step hebb , geeft ster werk lijk appe tsch maa line, in. Else gezet op het terras in de binnentu en. hebb en gezi we en we na over alles wat uitleg over Second Step. Hier prat

We sluiten af met een mooie groepsfoto; bijzondere vrouwen die andere vrouwen willen laten weten hoe kostbaar ze zijn!. Ook zin in een dagje Amsterdam? Check onze website thdv.nl en kom langs! DE OOGST

29


BIJBELSTUDIE / GERT HUTTEN

Elk oog zal Hem zien... Hij komt te midden van de wolken, en dan zal iedereen Hem zien... (Openbaring 1:7) Wie zie jij? Gezien worden en anderen zien is enorm belangrijk. Ik weet nog dat ik een pastoraal gesprek had met een autistische jongen, die enorm veel problemen had, en zomaar out of the blue vroeg hij aan mij: ‘Gert, hoe gaat het eigenlijk met jou?’ Ik kreeg tranen in mijn ogen. Ik werd gezien.

Als dominee word je geacht veel te geven, en veel dominees vergeten zichzelf en worden te weinig gezien. Soms noemen ze dat ook nog eens lijden om Christus wil, afzien van jezelf en de ander uitnemender achten dan jezelf. Veel dominees zijn eenzaam. Eenzaamheid is misschien wel een van de grootste problemen in Nederland. In Arnhem, de plaats waar ik woon, is 8% van de mensen eenzaam. We hebben het dan over meer dan twaalfduizend (!) mensen. Het zijn mensen die niet gezien worden en die niemand hebben die naar hen omkijkt. Kijk eens om je heen. In je straat, in je buurt, op je werk, op de sportclub en stap eens af op iemand die altijd alleen staat. Is God eenzaam? Is God soms alleen en eenzaam? Misschien denk ik dan te menselijk over God. God spreekt en God openbaart Zich en de Bijbel heeft het steeds weer over de mensen die horende doof en ziende blind zijn. God vindt het erg als wij Hem negeren, als we ontrouw zijn, als we Hem niet zien of als we een karikatuur van Hem maken. Dit is het eeuwige leven, dat zij God kennen. Het eeuwige leven, dat is dat zij U kennen, de enige ware God, en Hem Die U gezonden hebt, Jezus Christus (Johannes 17:3). Het eeuwige leven is God kennen. Wie is God voor jou? Er staat een prachtig en zeer humoristisch verhaal in de Bijbel, over wie God is: het verhaal van Jona. Jona is boos over Gods liefde en barmhartigheid. Als zijn wonderboompje (waaronder hij heerlijk in de schaduw ligt) ineens doodgaat, wordt hij woest. God stelt dan deze ­legendarische vraag: ‘Als jij je al zoveel zorgen maakt over jouw boompje, mag Ik Me dan zorgen maken over al die mensen en dieren in deze stad?’ Dat is God. Elk oog zal Hem zien Er komt een moment dat iedereen zal zien wie Jezus wer-

30

DE OOGST

kelijk is. De Bijbel gebruikt daar veel beelden voor: een bruiloft, de grote scheiding, het laatste oordeel, de wederkomst, en zo zijn er nog meer. Het lammetje zal naast de leeuw liggen. Alle wapens zullen omgesmeed worden tot ploegen. Sprekende beelden. Bezig zijn met de toekomst is niet typisch christelijk. Iedereen is bezig met zijn of haar toekomst. Christenen hebben het soms gemakkelijk over de ‘pluk-de-dag’-mentaliteit, maar misschien moeten we ons wel veel meer zorgen maken over mensen die vluchten uit het heden. Jezus leert juist ‘leef vandaag’. Maak je geen zorgen over de dag van morgen. Iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen dingen. ‘Leef nu’ en ‘bezig zijn met de toekomst’ zijn met elkaar verbonden. Als je nadenkt over de toekomst gaat het altijd over de vraag ‘wat betekent de toekomst voor nu en wat betekent nu voor de toekomst?’ Wat betekent mijn gedrag voor latere generaties? Als we zo door blijven consumeren, wat gebeurt er dan met het klimaat? Komt er na een financiële crisis ook een klimaatcrisis, een voedselcrisis of een watercrisis, zoals sommige oordeelsprofeten aankondigen? Als wij hier blijven groeien, blijven er miljoenen armen op deze aarde. Hoe groter de hap wordt die wij nemen uit alles, hoe minder er overblijft voor anderen. Groei is juist dat we moeten leren met minder toe te kunnen. Consuminderen! Nadenken over de toekomst is niet een typisch christelijk feestje. Zelfs veel niet-christelijke schrijvers laten zien dat de mensheid bezig is om zichzelf te vernietigen. Er komt een catastrofe. Er zijn veel films over gemaakt. Veel songs gaan over het verlangen naar een mooie wereld. De toekomst als bron Hoop hebben is belangrijk voor je leven nu. De Bijbel zegt het sterk: ‘Hoop is het anker van je ziel’. Een mooi beeld.


Hoop geeft vastigheid en zorgt ervoor dat je niet op de klippen loopt of losslaat. Hoop hebben is dat er altijd een opening is. Dat is wat God belooft. Er is altijd een opening. Je hebt uitzicht. Je kunt altijd weer verder. We zijn onderweg, zegt de Bijbel, naar de hemel op aarde. God zal bij ons wonen. Nooit meer tranen en nooit meer pijn. Een goede vriend van mij is ernstig gehandicapt. Hij kan het volhouden omdat hij toekomst heeft en omdat hij weet dat hij straks wel een perfect lichaam krijgt. ‘Hoop doet leven’ is voor veel mensen geen koude theorie, maar echte werkelijkheid. Je hebt een doel. We gaan ergens heen met zijn allen. Een doel bepaalt altijd de reis en je keuzes. Het beste komt nog. Als hier al het beste moet zijn, wil je alles uit het leven halen wat erin zit. Dit leven is niet alles. Tegelijkertijd geloof ik ook dat het beste dat komt je nu motiveert om er het beste van te maken. Dat is de paradox van de toekomst. De Bijbel ziet de toekomst niet als een vlucht uit het heden, maar als de bron. Dit vooruitzicht geeft enorm veel energie. Zie Jezus Theoretiseren over de toekomst heeft geen zin. Onze toekomst is namelijk een persoon. Jezus. Hij is de eersteling van de nieuwe schepping. Jezus is wat er gebeurt als God dichtbij komt. Jezus is het paradijs in actie. Hij is het eenpersoonsparadijs. Hij is onze hoop, zegt de Bijbel. Als het bij Hem gebeurt, dan kan het iedereen overkomen. In Hem zie je de hemel op aarde functioneren. Zoals het met Hem gebeurde, zo zal het met iedereen gaan. Hoop is een persoon. Jezus is, zeg maar, een sneakpreview van de film van jouw leven. Zo gaat het worden. Bij Jezus gebeurde onze toekomst al. Hij leeft het einde der tijden. Hij is de trailer van ons verhaal. (Deze gedachten komen uit Gids voor de laatste dagen van Reinier Sonneveld. Leestip!) Geloven in de wederkomst van Jezus (elk oog zal Hem zien) is dat je gelooft dat God nadert. Hij komt. Hij is onderweg. De wederkomst is al bezig. Nu. Wat gebeurt er als God dichterbij komt? Kijk maar naar Jezus. Als God op aarde komt, is er aan de ene kant bevrijding, genezing, vergeving, liefde en omhelzing. En aan de andere kant weerstand, uitlachen en chagrijn. Hoe dichterbij God komt, hoe meer liefde je gaat zien, hoe bedreigder bestaande machten zich voelen. Het einde van de wereld zal dus lijken op het einde van Jezus. Zijn laatste woorden aan het kruis over verlatenheid, dorst, vergeving en het paradijs zijn tekeningen van de laatste dagen. Stel je voor hoe ‘Het is volbracht’ zal klinken aan het einde van de geschiedenis. Elk oog zal Hem zien. Wie zie jij? ◄ Zie Jezus... 1. Als je kijkt naar Jezus, weet je hoe jouw leven er straks uit zal zien. 2. Als je kijkt naar Jezus, weet je hoe het einde van de wereld eruit zal zien. Het einde van de wereld zal lijken op het einde van Jezus. 3. Als je kijkt naar Jezus, weet je wat er gebeurt als God dichterbij komt. De wederkomst is dat God nadert. Hij komt eraan. Hij is onderweg. 4. Als je kijkt naar Jezus, weet je wie God is. Alleen door Hem ken je de Vader. Dat is het eeuwige leven: God kennen.

COLUMN / ARIE DE ROVER

Dieper kijken ‘Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet en de kleur is…’ Mijn ouders spraken deze magische zin meestal uit tijdens verre autoritten op het moment dat wij ons begonnen te vervelen en het geklier op de achterbank begon. Nu ik ouder ben, laat ik mij niet meer verleiden om op zoek te gaan naar een kleur, maar voel ik nog steeds de uitdaging om mijn ogen goed de kost te geven. Niet alleen mijn fysieke ogen, maar vooral mijn geestelijke. Met die ogen ga ik vaak op zoek naar wat er te zien is achter het gedrag van iemand. Dus niet alleen kijken naar de buitenkant, naar wat iemand doet of gedaan heeft, maar naar wie er achter dat gedrag schuilgaat. Het vraagt heel wat oefening om hier goed in te worden.

‘Jij bent geen moordenaar. Je bent een mens die iemand heeft vermoord.’ Kort geleden zag ik in een documentaire een kampioen op dit gebied. Haar naam is Agnes. Zij is de moeder van Patricia en de oma van Chris. Patricia en Chris zijn beiden vermoord door Leonard die daarvoor levenslang zit opgesloten. Na de vreselijke moord is Agnes in shock en belandt ze in een maandenlange depressie. Als ze daar langzaam uit komt, besluit ze via brieven contact te zoeken met Leonard. Door haar initiatief ontstaat een intensieve en openhartige briefwisseling tussen die twee. Hierdoor leert ze de man achter de moord kennen. Na tien jaar briefwisseling is Agnes zover dat ze Leonard kan vergeven. Met dikke tranen in de ogen vertelt Leonard: ‘Agnes was de eerste persoon die zei: “Jij bent geen moordenaar. Je bent een mens die iemand heeft vermoord, dat is iets anders.” Door Agnes kon ik anders naar mijzelf kijken en dat was het begin van een verandering.’ Wat een impact van dieper kijken. Voor Leonard en voor Agnes. Hoe diep kijk jij? ◄ https://www.kro-ncrv.nl/ kruispunt/seizoenen/seizoen-2018/hetonvergeeflijkevergeven

Arie de Rover is coach.

DE OOGST

31


PORTRET

TEKST: SIMONE SCHOEMAKER BEELD: ELISABETH STAM

De zorgboerderij van Caroline biedt vakanties aan voor vrouwen van Scharlaken Koord

‘Ik wilde nooit boerin

Caroline Snoeij heeft een groot hart voor kwetsbare mensen. Samen met haar man IJsbrand runt ze een zorgboerderij in Barneveld, waar de vrouwen van Scharlaken Koord dit jaar voor de vierde keer op vakantie gaan. ‘Ik wilde nooit boerin worden, maar dit is een geweldig concept!’

32

DE OOGST


worden’

DE OOGST

33


Prachtig verscholen in de bossen ligt Zorgboerderij ’t Paradijs in Barneveld. De plek ademt rust, warmte en veel gezelligheid. Allerlei groepen weten de weg naar deze bijzondere plek te vinden. Caroline: ‘Mijn man en ik hadden in 2004 een adviesbureau toen we een opdracht kregen van de Vereniging van Zorgboeren in Gelderland. Het was toen echt nog de begintijd van de zorgboerderij;

in 1998 waren er 75 zorgboerderijen in Nederland en nu zijn er al meer dan 1400. We leerden het echtpaar kennen dat hier in Barneveld de boerderij had met een dagopvang voor ouderen en een aantal melkkoeien. Het was voor hen financieel niet meer haalbaar om de boerderij te runnen en wij kregen de vraag om uit te zoeken wat er nodig was om er weer een zorgboerderij van te maken. Wij woonden op dat moment in Bennekom en werden uitgenodigd voor de koffie. We hadden een heel mooi gesprek en voelden echt dat dit een bijzondere plek was. Aan het eind van het gesprek kregen we plotseling de vraag of wij de boerderij niet wilden overnemen. Dat kwam totaal onverwacht. Ik wilde nooit boerin worden en had niet zoveel met de agrarische sector, maar door mijn werk voor ons adviesbureau leerde ik zorgboerderijen kennen en zag ik wat de kracht is van het buitenzijn, met elkaar optrekken en genieten van de rust, ruimte, natuur en dieren. Ik ben me toen meer gaan verdiepen in het concept van de zorgboerderij. Het is een combinatie tussen een gewoon boerenbedrijf en zorg voor kwetsbare mensen. Een bedrijf dat ingezet wordt om mensen die buiten onze maatschappij vallen weer een plek te geven waar ze kunnen opbloeien. Dat sprak me aan!’

‘De persoonlijke verhalen raken mij heel erg’ Er was één probleem: ze hadden geen geld om de boerderij te kopen. Op een bijzondere manier werd er toen een financier gevonden. Caroline: ‘Ik had nog wel twijfels en wilde alleen geloven dat dit een goede plek voor ons was als ons huis in Bennekom snel verkocht zou worden. We hebben ons huis te koop gezet en gebeden of God ons de weg wilde laten zien. Binnen vier dagen was ons huis verkocht en was de financiering voor de boerderij rond. Toen wisten we het zeker: we gaan naar Barneveld!’

34

DE OOGST


We hebben een hart voor kinderen en jongeren en die kwamen hier. We bieden weekendopvang voor kinderen met een vorm van autisme en hebben vier verschillende logeergroepen, en dagopvang in het weekend en op woensdagmiddag. Daarnaast bieden we onderwijsondersteunende arrangementen voor kinderen die tijdelijk uitvallen op hun school. Ook de ouderen met een vorm van dementie kwamen weer terug voor dagopvang en begeleiding. De derde doelgroep die hier komt zijn volwassenen met een psychiatrische achtergrond. Die laatste groep helpt ook het meeste mee op de boerderij. Want we zijn ook gewoon een bedrijf. Die combinatie is heel krachtig: mensen die geen ­betaalde baan kunnen hebben, worden hier in hun kracht gezet en werken mee in een gewoon bedrijf. Dit is hun werk en hier hebben ze hun plek.’ Sociale vaardigheden De mensen van de zorgboerderij werken in de verschillende groepen vooral aan sociale vaardigheden. Hoe maak je bijvoorbeeld vrienden? Hoe hou je ze vast? ­Caroline: ‘Met een groep kinderen waren we laatst aan het kijken bij het weiland. Een groep koeien stond bij elkaar en één koe werd steeds uit de groep geduwd. Een jongetje zei: “Dat ben ik, ik ben die koe.” Hij werd al zes jaar gepest en had geen vrienden. Hangend over het hek had ik een prachtig gesprek met hem. Ik vertelde dat we allemaal gelijk zijn en uniek gemaakt zijn. Misschien lijkt de koe die weggeduwd wordt, wel minder maar dat is hij niet. Het zijn allemaal dezelfde koeien toch? De houding van het kind veranderde hierdoor. Hij voelde zich even belangrijk als de rest. En door dat uit te stralen hield het pesten ook op.’ Caroline heeft altijd een warm hart gehad voor slachtoffers van mensenhandel en prostitutie, en ze wilden als team graag iets voor hen doen. Daarom vroegen ze hen hier op vakantie te komen. ‘We ontvangen de vrouwen hier drie dagen lang. We wandelen, doen spelletjes, gaan paardrijden en hebben samen een high tea.

Ook hebben we een creatieve activiteit en komt er een dames vocal group voor hen zingen. Dat laatste maakt altijd veel indruk. De samenwerking met THDV is heel waardevol en fantastisch. We werken allebei vanuit ons christen-zijn, niet opdringerig, maar juist accepterend en gastvrij. Het klikt tussen onze organisaties en dat merken de deelnemers ook. Vier vrouwen zijn hier zelfs tot geloof gekomen! Alles wat door THDV wordt voorbereid komt hier in de rust tot bloei.’

‘We wisten het zeker: we gaan naar Barneveld!’ Caroline: ‘Het is heel heftig wat vrouwen hebben meegemaakt, de persoonlijke verhalen raken mij heel erg. In de prostitutie gaan vrouwen stuk. Misbruik, bedrog, vernedering, dat onrecht raakt me enorm. Niemand werkt toch voor haar lol in de prostitutie? Ik ben zo blij om ze hier dan te zien zitten en ze een mooie en ontspannen tijd te geven. Ze zijn zo sterk! Ze hebben onbeschrijfelijke dingen meegemaakt, dat maakt hen niet zielig, maar juist krachtig. Daar heb ik heel veel bewondering voor. Vrouwen voelen zich hier welkom en zijn vaak verbaasd dat wij ze accepteren zoals ze zijn. Ze voelen zich vaak door de kerk of door mensen veroordeeld en vinden het heel bijzonder dat wij dat niet doen, maar juist liefde en warmte bieden vanuit ons christelijke geloof. Alle mensen zijn welkom op onze boerderij, toch hebben deze vrouwen echt een speciaal plekje in mijn hart.’ ◄

Meer informatie? ‘Zorgboerderij ’t Paradijs – Passie voor mens, landbouw en dier’ https://boerderijparadijs.nl/

DE OOGST

35


RECENSIES / REDACTIE: MATTHIJS HOOGENBOOM

Mijn wilde tuin Speciaal voor het zomernummer van de Oogst neem ik u mee naar de Vlakte van Jizreël, in het noorden van Israël. Een van de grootste schrijvers uit de moderne Israëlische literatuur, Meir Shalev, heeft daar jaren geleden een verwaarloosd stuk grond aangekocht. Hij legde er een nieuwe tuin aan, vol wilde bloemen, struiken en bomen. Een tuin die liefdevol door hem wordt verzorgd. Shalev, ook bekend van boeken als De grote vrouw, De kus van Esau en Een duif en een jongen, vertelt in geuren en kleuren over de zeeajuinen, cyclamens, Oosterse winde, citroenbomen en Palestijnse pistachebomen die zijn tuin bevolken. Hetzelfde geldt voor zijn belevenissen met blindmuizen, spechten, mieren en slangen. En zelfs voor Shalevs tuingereedschap en compostbak. Ze nodigen hem uit tot filosofische en humoristische bespiegelingen over het leven, de literatuur en koken (inclusief een aantal culinaire tips en recepten). Je hoeft echt geen (wild)tuinier zijn om van dit boek te kunnen genieten. Wat me bijzonder intrigeerde, is dat Shalev – zelf geen belijdende Jood – allerlei bijbelse gegevens, rabbinale wijsheden en weetjes over de Hebreeuwse taal verweeft in zijn aantekeningen. Regelmatig heb ik – hardop lachend – mijn echtgenote laten meegenieten van Shalevs luchtige, satirische humor en ontwapenende (zelf)spot. Een paar voorbeelden dienen ter illustratie hiervan. Ik denk aan de nachtelijke ontmoeting van de auteur met een wild zwijn (‘Een paar minuten bleven we tegenover elkaar staan, ik op de tafel en zij op de grond. We scholden, knorden en schimpten en maakten zwijnachtige gebaren naar elkaar.’), de ontroerende romance tussen twee dwergooruilen (‘Het mannetje hipt ongemakkelijk van zijn ene poot

36

DE OOGST

op de andere en dan staart hij haar met ronde ogen aan. “Ga niet weg,” weet hij ten slotte uit zijn snavel te krijgen.’) of Shalevs meedogenloze vernietigingsoorlog tegen een wespennest (‘Vanuit ieder mogelijk perspectief was ik de onderliggende partij: één tegen velen, een voetsoldaat tegenover gevechtsvliegtuigen, een vrijheidslievende democraat die mensenrechten in zijn vaandel had geschreven tegenover een totalitaire maatschappij die geen zier gaf om het leven van haar eigen strijders, laat staan om het leven van de vijand.’). Kortom: een aangenaam boek voor de lange, warme zomeravonden. Lees het boek bij voorkeur in de schaduw van een vijgenboom of wijnstok, onder het genot van een zelfgemaakte limoencello (zie blz. 136-139 voor het recept). / Matthijs Guijt

Mijn wilde tuin Meir Shalev Ambo Anthos € 21,99

Een pleidooi voor verveling Het leek me een goed idee om de recensiepagina in het zomernummer van de Oogst te openen met een pleidooi voor verveling. Voor wie – met mij – al weken van tevoren aan het bedenken is welke boeken er mee op vakantie gaan, een tip: koop dit boek. Je kunt het waarschijnlijk gebruiken. En de cover brengt je onmiddellijk in vakantiestemming. Als jij ook nog eens ieder loos momentje invult met het checken van je smartphone is dit boek helemaal een aanrader. Zomorodi geeft praktische tips om het gebruik ervan te minderen en toont aan dat verveling leidt tot creativiteit. Vlot en onderhoudend geschreven. / MH

Een pleidooi voor verveling: hoe je productiever en creatiever wordt door af en toe weg te dromen Manoush Zomorodi Lev Boeken (Bruna) € 20,--

Sterk door de liefde Heeft een prekenbundel van Martin Luther King aanbeveling nodig? Bisschop Michael Curry heeft in de trouwdienst van Harry en Meghan de wereld weer eens laten zien dat een passievol gebrachte preek inderdaad het hart kan raken. Hij begon met een citaat van King. Ik zou er tientallen kunnen kiezen om je te bewegen dit boek in je vakantietas te stoppen. Eentje dan: ‘God is de enige in het universum die “Ik Ben” kan zeggen en daar dan een punt achter kan zetten.’ / MH

Sterk door de liefde: preken die het hart raken Martin Luther King, Jr. Kok € 19,99


Geloven op de tast Halík begint met de treffende constatering dat atheïsten en traditionele gelovigen wellicht op elkaar lijken – ‘want niet alleen de zelfverzekerde ongelovigen, maar ook de zelfverzekerde gelovigen zoeken God niet’. Grün en Halík worden veel gelezen en dat is niet voor niets. In zekere zin sluit dit boekje mooi aan bij de boekbespreking op de volgende pagina. Naar aanleiding van het bijzondere gebed ‘Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp!’ (Markus 9:24) schrijft Halík: ‘Een voortdurende innerlijke dialoog kan je geloof verdiepen en je zonder twijfel ook helpen om met anderen in dialoog te treden om hen te verstaan. Laat de vragen echter niet eenvoudigweg onbeantwoord, maak het je niet gemakkelijk door in het aangename ‘misschien’ ergens tussen geloof en ongeloof te blijven hangen…’ / MH

Geloven op de tast: als geloof en ongeloof elkaar ontmoeten Anselm Grün en Tomáš Halík Meinema € 20,-De Bijbel en het gezag van God Dit is wellicht een wat pittig boekje voor in de vakantiekoffer, maar daarom niet minder belangrijk. Theologische of ethische discussies eindigen nog weleens in de opmerking: ‘Het staat toch gewoon in de Bijbel?!’ Dan heb je een patstelling, want hoe lees je die Bijbel? Tussen alles letterlijk nemen (onmogelijk lijkt me, maar dat terzijde) en alles tussen aanhalingstekens zetten zitten nogal wat manieren om de Bijbel te lezen. Wright weet dit op zijn eigen aansprekende manier helder

uit de doeken te doen om uiteindelijk uit te komen bij zijn Wrighteriaanse rode draad: ‘God die stap voor stap oplossingen zoekt voor Zijn wereld en uiteindelijk op beslissende wijze optreedt in en door Jezus Christus.’ / MH

De Bijbel en het gezag van God: hoe we Gods woord moeten lezen Tom Wright Van Wijnen € 19,95 Oog in oog Het is naar aanleiding van dit boek dat we Rob van Waarde vroegen het themaartikel van dit nummer te schrijven. Zie ook het kader daarbij. Hoewel dit boek is uitgegeven onder de wetenschappelijke tak van uitgeverij Boekencentrum is het door de heldere schrijfstijl en de vele praktische voorbeelden goed leesbaar. Een zeer verduidelijkend boek, ook als je bezig bent met de vraag hoe daad en woord zich in het missionaire werk verhouden. / MH

Oog in oog: een missiologische studie naar de betekenis van de exposure-benadering in de stedelijke context Rob van Waarde Boekencentrum Academic € 27,50 Dit broze bestaan Nieuwe woorden geven aan mijn geloof; dat is wat dit boek heeft gedaan. Ik houd van dit boek, ondanks dat ik Dekker niet in alles kan volgen. Hij haalt het scheppingsdebat uit de welles/

niets-sfeer en helpt de lezer – ook door zijn filosofische inzichten – een niveautje dieper te denken. Ik had het niet willen missen. / MH

Dit broze bestaan: over het geloof in God de Schepper Willem Maarten Dekker Boekencentrum € 19,99 Verlangen naar verbinding Het interessante is dat ik Verlangen naar verbinding gelijktijdig las met Dit broze bestaan. Dekker gaat in zijn boek namelijk nogal tekeer tegen Brown: ‘Mevrouw Brown is een van de meest onkwetsbare mensen ter wereld. Zij moedigt ons echter aan onze kwetsbaarheid niet te onderdrukken, maar als kracht te zien.’ Dat maakte het voor mij – toch al enigszins sceptisch vanwege de naam en faam die de Amerikaanse Brown heeft opgebouwd – redelijk lastig haar boek onbevooroordeeld te lezen. Ik kan een eind mee met Dekker die betoogt dat het niet fijn is om kwetsbaar te zijn – dat idee krijg je bij Brown nogal eens. ‘Zó zijn we gewild, eerst in de onschuldige kwetsbaarheid van het kind dat zichzelf niet eens voeden kan, en toen nog eens in de kwetsbaarheid onderworpen te zijn aan de leegte, aan het zuchten, aan het nog niet.’ Fijn is dat niet. Ik haak ook nogal eens af op die aaneenschakeling van voorbeelden en citaten, een stijl die veel Amerikanen eigen is. Desalniettemin doet Brown een moedig pleidooi: durf alleen te staan en durf je te verbinden aan de vreemde ander. / MH

Verlangen naar verbinding: er echt bij horen en de moed om alleen te staan Brené Brown Lev Boeken (Bruna) € 18,99

DE OOGST

37


BOEKBESPREKING / MATTHIJS HOOGENBOOM

‘Geloof is grote, onredelijke, ­hypocriete puinzooi’ THDV wil je helpen de verbinding te leggen met de onbekende ander. Film en literatuur leggen de gedachtewereld van die ander bloot. In deze rubriek bieden we je ter inspiratie kijk- en leeservaringen.

Boek: De Trooster Auteur: Esther Gerritsen Over de auteur: Esther Gerritsen (1972) groeide op in een rooms-katholiek gezin in Gendt bij Nijmegen. Zij debuteerde in 2000 met Bevoorrecht bewustzijn en werd in 2016 bekend bij het grote publiek door Broer, het door haar geschreven Boekenweekgeschenk. Gerritsen is columnist voor de VPRO Gids en schrijft naast boeken ook filmscenario’s. Ze woont met haar dochter in Amsterdam.

‘Het is meer iets dat ik doe, geloven, dan dat ik gelovig bén. Ik doe het stiekem, ondanks alles.’ – Esther Gerritsen in NRC N.a.v. De Trooster Esther Gerritsen Uitgeverij De Geus € 20,99

Dit is wat ik zo gaaf vind aan het schrijven van een boekbespreking: mij een tijdje verdiepen in een persoon, een schrijver. Ik doe dat nadat ik het boek gelezen heb. Weet ik meestal wel íets over degene van wie ik lees, over Esther Gerritsen wist ik niets. Zelfs het feit dat zij het Boekenweekgeschenk van 2016 schreef, was mij ontgaan. Hoe vaker ik dit doe, hoe meer ik overtuigd raak van de kracht van het motto dat we bij THDV hebben gekozen: ‘Wie zie jij?’ In deze vraag zit een oproep om onbevooroordeeld, zonder (dubbele) agenda, de ander te zien. Gerritsen heeft het in een interview over een thema dat

38

DE OOGST

haar bezighoudt: ‘verzet en overgave’. Overgave is volgens haar dat je jezelf ziet als klein. Want, zegt ze, ik vind mijzelf vaak zo belangrijk. Is dat, dacht ik, niet vaak het probleem, dat ik mijzelf zo groot maak dat ik de ander niet meer zie? De vraag ‘Wie zie jij?’ krijgt daarmee een heel diepe en bijbelse dimensie die weleens het middel zou kunnen zijn om de veelbesproken ‘kloof’ te dichten. Het gaat ten diepste over de keuze om de minste te durven zijn, over zelfverloochening. (On)gelovig De Trooster leent zich bij uitstek voor bespreking op een boekenclub of leeskring. Het gesprek zal des te meer diepgang krijgen als het gezelschap bestaat uit gelovigen en ongelovigen. Wellicht is het eerste wat je van elkaar leert dat dit onderscheid niet altijd zo helder is. Want, is Gerritsen nu gelovig of niet? Een gesprek met Thijs van den Brink in ‘Adieu God?’ eindigt met ‘Ik weet het niet.’ Ondertussen is er in wat zij zegt veel wat ik herken. Als zij haar geloof een ‘grote, onredelijke, hypocriete puinzooi’ noemt bijvoorbeeld. Veel meer kan ik er ook vaak niet van maken. Gerritsen vindt het beschamend om toe te geven dat ze gelooft dat haar overleden broer ergens is. ‘Ik weet niet of dat onder geloof valt?’ Als ze het met vrienden bespreekt, is het een explosief onderwerp en worden er algauw grappen gemaakt. Ze kent nauwelijks mensen die gelovig zijn. Ik ken bijna alleen maar mensen die gelovig zijn en die zo zeker weten dat er een hemel is dat ik het beschamend vind om toe te geven dat ik veel vragen heb over wat ik mij daarbij voor moet stellen en er op momenten zelfs aan twijfel of er wel een hemel is. Ik stel mij diezelfde vraag weleens: ‘Ik weet niet of dat onder geloof valt?’ ‘Ik word vaak heen en weer geslingerd tussen ontzag en “dit is allemaal onzin.”’ Troost Gedeeld is ook het verlangen naar troost. In haar columns en in interviews is Gerritsen heel open over zichzelf. Ze heeft last van wisselende stemmingen en gebruikt daar


medicijnen voor. Ze is gescheiden. Voelt zich soms eenzaam. Heeft last van negatieve gedachten. Allemaal herkenbare dingen waar iedereen wel iets in herkent. Waren maar meer mensen zo open. Wie heeft niet de behoefte getroost te worden? Op het moment dat Henry Loman – staatssecretaris die iets op zijn geweten heeft, iets met fraude – in De Trooster het klooster binnenwandelt, doen allerlei mensen pogingen hem te troosten. Jacob, de conciërge, wil Henry helpen te leven met zijn schuldgevoel. Samen knielen Jacob en Henry op Goede Vrijdag neer voor de kruisstaties in de kapel. Zijn vrouw troost door te doen alsof er niets is gebeurd; zij wil gewoon dat Henry thuiskomt. De prior neemt afscheid van Henry – die weinig schuldgevoel toont – met de dreigende woorden: ‘Het is niet voorbij.’ Mensen zijn nogal eens belabberde troosters. In dit boek zit iedereen zichzelf teveel in de weg om de ander echt te kunnen zien, troosten. Een verwijzing naar de cover van het boek is hier op zijn plaats. Het is een heel klein detail uit het rechterpaneel van het enorme drieluik ‘Tuin der Lusten’ van de middeleeuwse schilder Jheronimus Bosch. Het rechterpaneel stelt de hel voor. Is dat de hel – een plaats waar niemand troost of getroost wordt? Verlangen Jacob, de conciërge, heeft bij zijn geboorte vastgezeten waardoor zijn gezicht voor de helft misvormd is. Het is daardoor dat hij het liefst alleen is. Zodra hij onder de mensen komt, wordt er naar hem gekeken. Wanneer hij alleen is, voelt hij zich tevreden met zichzelf en gezien door God. Als mensen van hem schrikken, voelt hij zich verlaten, ook door God. De mensen staan tussen hem en God in. De ander zien, echt zien, is een flinke, zo niet onmogelijke opgave. Jacob en Henry, ik kan ze niet zien los van mijzelf. Ik wilde dat ik mij meer herkende in de pure Jacob, maar ik voel meer verwantschap met de ballerige Henry. Hoe kan ik troosten zonder in de weg te zitten? De Trooster komt aan het einde van het boek – dat eindigt met Pinksteren – binnengevlogen. Is Hij het antwoord? Mogelijk. Maar wat als mensen het zicht vertroebel(d)en? Niets is ongrijpbaarder dan ‘de Geest’. Wat blijft is een ontembaar verlangen om gezien te worden. Niet in de laatste plaats door God. Een verlangen dat ik niet zou hebben als ik niet gelovig was. ◄

Gespreksvragen 1 In wie herken jij je in dit boek? 2 In het boek loopt een lijn van vrijzinnig geloven naar kinderlijk geloven. Hoe verschillen die twee van elkaar en kun jij met een van de twee uit de voeten? 3 Herken je het verlangen naar troost? Waar vind jij dat (niet)? Opdracht Oefen de komende week in een ontmoeting met een ander waarin je die ander ziet.

ADRESSEN, GIFTEN EN TESTAMENT

THDV Oudezijds Voorburgwal 241, 1012 EZ Amsterdam 020 344 6310 info@totheildesvolks.nl thdv.nl facebook.com/totheildesvolks twitter.com/thdvamsterdam Instagram.com/totheildesvolks Linkedin: THDV Bereikbaar (ma t/m do): 09.15-12.15 uur 13.15-16.15 uur

THDV is een koepelorganisatie met diverse projecten. Voor contactgegevens, ga naar thdv.nl

THDV prostituees Scharlaken Koord Straatwerk, preventie en hulpverlening Second Step Werkervaringsplek voor kwetsbare vrouwen

THDV verslaafden Waypoint Urk, Kampen, Twenterand en Bunschoten Verslavingszorg en preventie

THDV dak- en thuislozen AHA Dagopvang voor dak- en thuislozen

THDV kinderen in armoede Het Fort Armoedebestrijding onder kinderen in Nederland De Bewaarschool Buurtgericht kinderwerk

THDV gastvrijheid Shelter City & Shelter Jordan Youth Hostel Ministry De Sikkenberg Vakantiepark in Onstwedde

THDV identiteit Different Christelijke hulpverlening rond seksuele identiteit en relaties Weerbaarheidstrainingen Beware of Loverboys, Love Limits en No Nonsense

Bezoekadressen Second Step, Willemsstraat 33, 1015 HW Amsterdam, secondstepshop.nl Kringloop Waypoint, Vliestroom 21, 1234 A Urk, kringloopwaypoint.nl Waypoint Kampen Kledingwinkel, Oudestraat 136, 8261 CX Kampen waypoint-kampen.nl

Testament en giften Testament Wilt u onze stichting testamentair gedenken? De tenaamstelling dient te luiden: Stichting Tot Heil des Volks te Amsterdam. De stichting bezit rechtsgeldigheid en is ingeschreven in het stichtingenregister bij de Kamer van Koophandel, dossiernummer 40530233. Giften Stichting Tot Heil des Volks Bankrekening: NL34INGB0000104944 BIC-code: INGNL 2A De stichting beschikt over een ANBI-verklaring. Mochten er in deze publicatie afbeeldingen staan waaraan rechten kunnen worden ontleend, dan verzoeken we je contact op te nemen met de uitgever. DE OOGST 39


40

DE OOGST

De Oogst juli augustus 2018  
De Oogst juli augustus 2018  
Advertisement