Trijntje Keever Bijgenaamd De Groote Meid (geb. 10/16-4-1616 – begr. Edam 7-7-1633), bezienswaardigheid: reuzin. Dochter van Cornelis (of Crelis) Keever, schipper, en Anna Pouwels, dienstmeid. Trijntje Keever bleef ongehuwd.
Al een tijdlang was ze het leven dat ze leidde meer dan zat. Ze wilde niet meer als bezienswaardigheid op markten staan. Trijntje had een plan dat hopelijk haar leven voorgoed zou veranderen. Op haar negende was ze ontvangen bij de verbannen Boheemse koning Frederik, die samen met zijn vrouw Elizabeth en dochter prinses Amalia in de zomers in Den Haag had gewoond. De koning had gehoord dat er in Holland een meisje was van wel acht voet lang. En omdat hij haar graag met eigen ogen wilde zien had hij haar en haar ouders uitgenodigd. Haar moeder was bijna uit elkaar gebarsten van trots. Trijntje wist het nog precies. Toen ze bij het zomerverblijf van de koning aankwamen, hadden er twee lijfwachten bij de poort gestaan. Trijntje kon zich haar verbazing en blijdschap nog goed herinneren, want één van die lijfwachten was zelfs iets langer dan zij. De koning had haar verteld dat deze lijfwacht John heette en uit Schotland kwam. Vanaf dat moment droomde Trijntje van een leven in Schotland, het land van de grote mannen, het land waar ze niet zou opvallen en waar ze niet als kermisattractie door het leven hoefde te gaan. Haar wensen waren bescheiden. Misschien kon ze ergens als dienst meid werken of als kindermeisje. En later trouwen, kinderen, wie weet? Plots klonk er rumoer op de markt. Mensen riepen, duwden elkaar opzij. Zou het te maken hebben met die koopman uit Antwerpen, waar gisteren iedereen in de herberg over sprak? Men zei dat hij mensen verkocht, zo zwart dat je in het donker alleen hun witte tanden kon zien. Trijntje keek over de menigte heen. Er kwam een man aangereden met paard en open wagen. Hij droeg een donkerblauwe pofbroek van fluweel met een goud gelen jasje met grote gouden knopen. Hij leek wel een edelman. Op de wagen zaten twee mannen en een vrouw, zo zwart als de nacht. Ze waren bijna helemaal bloot en rilden. Hun handen waren vastgebonden met
Schrijven over de 17e eeuw