Issuu on Google+

Jaargang 14 | juni/juli 2012 | nummer 6/7

Onafhankelijk vaktijdschrift over voedsel, voeding en gezondheid

Special: Voeding en gedrag

Di

Ko

rt in gi g o t Zi al p S e pa e Di em gi ĂŤt ina na is r 35 t!

Minister Schippers op werkbezoek Automatismen in voedingsgedrag Huisarts pakt leefstijl aan _vnu0612_a 1

21-06-12 11:25:21


Darmgezondheid Allergie Immuunsysteem Antibioticum-geassocieerde diarree

PDS Probiotica Stoelgang Buikpijn

Darmproblemen Obstipatie Duursport microbiota

Probiotica en darmgezondheid zijn ook relevant in uw vakgebied. Wilt u weten op welke manier? Science for Health heeft een uitgebreid en actueel kenniscentrum op het gebied van probiotica en darmgezondheid met informatie die toepasbaar is binnen uw vakgebied. We hebben al ruim 75 jaar ervaring met goede bacteriën en wetenschappelijk onderzoek. En dat delen we graag met u!

Wat biedt Science for Health: • (geaccrediteerde) bijscholingen en symposia • (gratis) brochures voor u en uw cliënten • wetenschappelijke literatuur • (digitale) nieuwsbrief • rondleiding Yakult fabriek

Kijk voor meer informatie over ons aanbod op onze website of neem contact met ons op.

Is dit antwoordkaartje al verstuurd? Neem dan voor meer informatie contact met ons op! www.scienceforhealth.nl Telefoon: 0203472100 E-mail: info@scienceforhealth.nl

_vnu0612_002-002 2

21-06-12 10:23:04


redactioneel

‘voedingsgedrag vaak onredelijk’ Hans KraaK Hoofdredacteur

Colofon MYbusinessmedia Postbus 8632, 3009 aP rotterdam essebaan 63c, 2908 lj capelle aan den ijssel tel. 010-2894075, fax 010-2894076 www.voedingnu.nl redactie.voedingnu@ mybusinessmedia.nl Uitgever suzanne Wanders redactie Hans Kraak, hoofdredacteur, tel. 010-2894035; h.kraak@mybusinessmedia.nl marjolein spek, eindredacteur, tel. 010-2894007; m.spek@mybusinessmedia.nl maurice de jong, redacteur tel. 010-2894041; m.jong@mybusinessmedia.nl nathan strik, webredacteur tel. 0570-504380; n.strik@mybusinessmedia.nl nadin salehy (stagiaire)

_vnu0612_b 3

redactieraad Prof. dr. j.j. van Binsbergen, dr. H. van den Berg, ir. W. Bosman, dr. ir. c.d. de gooijer, mw. prof. dr. ir. l.c.P.g.m. de groot, mw. drs. i. Huybrechts, mw. m. jansen, mw. dr. ir. e.j. Kok, mw. dr. ir. m.c. ocké, dr. j. Plat, dr. j. schrijver, drs. a. siemensma, mw. dr. ir. a. stafleu, prof. dr. H. verhagen, mw. B. van Wezel.

abonnementen voor vragen over abonnementen, bezorging en of adreswijzigingen kunt u:

Media-adviseur rachel Hopman tel. 010-2894092 r.hopman@mybusinessmedia.nl

nederland jaarabonnement België en luxemburg jaarabonnement Buitenland jaarabonnement Proefabonnement student nederland student proefabonnement los exemplaar los ex. Belgie en lux voeding nu los exemplaar Buitenland

Marketing Kathelijne Koster tel. 010-2894013 k.koster@mybusinessmedia.nl Vormgeving en opmaak de opmaakredactie, Wehl ontwerp graaf lakerveld vormgeving

Bellen met: 010-2894008 mailen naar: voedingnu@mybusinessmedia.nl schrijven naar: mYbusinessmedia bv, voeding nu, Postbus 8632, 3009 aP rotterdam 2 73,00 2 95,00 2 119,00 2 29,00 2 37,50 2 15,00 2 8,65 2 9,50 2

lijk geschieden, uiterlijk drie maanden voor het einde van de abonnementsperiode; nadien vindt automatisch verlenging plaats.

3 | juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

als obesitas.’ En dat geldt volgens Van Vugt ook voor de manier waarop we met de natuur omgaan, want ook de prehistorische mensen maakten al troep en putten hun hulpbronnen uit. In de afgelopen decennia hebben gedragswetenschappers het menselijk gedrag vooral vanuit een rationeel mensbeeld benaderd. Zij veronderstelden dat ze van doen hadden met redelijk denkende mensen die volgens redelijke processen te sturen zijn. Helaas, veel beslissingen van de mens in zijn voedingsgedrag blijken minder weloverwogen dan we denken en gestuurd door onbewuste processen of automatismen. Een wetenschap waarmee rekening moet worden gehouden voor het bereiken van positieve gedragsverandering. Dat gedrag niet altijd weloverwogen is, neemt echter niet weg dat er geen resultaten te behalen zouden zijn met het redelijk plannen van (gezond) gedrag. Zo wordt aan de universiteit van Utrecht veel onderzoek gedaan naar zelfregulatie. Met zogeheten implementatieintenties worden individuen bewuster van hun gedrag gemaakt, opdat ze het kunnen veranderen. Het lijkt te werken. Maar vooralsnog zijn de processen die bij gedragsverandering een bepalende rol spelen niet onder controle en wordt de moderne mens in zijn voedingsgedrag vooral nog gedreven door smaak, prijs en gemak.

| voeding nu |

Op een aantal congressen die ik de afgelopen tijd bezocht, stond het menselijk gedrag centraal en meer in het bijzonder zijn voedingsgedrag. Positieve gedragsverandering krijgt steeds meer aandacht, want het wordt gezien als sleutel voor een gezondere samenleving en een duurzamer wereld. Niet alleen door de overheid die de gezondheid van haar burgers wil bevorderen, maar ook door het bedrijfsleven dat maatschappelijk verantwoord onderneemt en niet in de laatste plaats door individuen zelf. Althans, geëngageerde individuen dan, want van nature is de mens niet zo geïnteresseerd in duurzaamheid of gezondheid. Dat komt naar voren in een recent gepubliceerd onderzoek van Mark van Vugt, hoogleraar sociale psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam: ‘De evolutionaire benadering laat zien dat ons brein geprogrammeerd is om dingen te doen die vroeger wel goed voor ons waren, maar nu niet meer. Dat komt doordat ons brein veel langzamer verandert dan onze omgeving. Zo hebben we van oorsprong een grote behoefte aan zoet en vet voedsel. Vet vlees en zoet, rijp fruit bijvoorbeeld, gaven onze voorouders de schaarse calorieën die zij nodig hadden om te overleven. Tegenwoordig is er in de ontwikkelde landen een overvloed aan voedsel en leidt deze oerneiging tot levensgevaarlijke aandoeningen

druk drukkerij tesink, Zutphen issn 1389-7608 Het auteursrecht op de inhoud wordt uitdrukkelijk voorbehouden. Publicaties geschieden uitsluitend onder verantwoording van de auteurs. alle daarin vervatte informatie is zorgvuldig gecontroleerd. de auteurs kunnen echter geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor de gevolgen van eventuele onjuistheden.

5,00

*Prijzen zijn excl. 6% btw en 2 3,75 administratiekosten excl.19% btw jaarabonnement geldt tot wederopzegging. Beëindiging van het abonnement kan uitsluitend schrifte-

21-06-12 11:12:53


Inhoud

10

| voedIng nu |

13

| junI/julI 2012 | nummer 6/7 |

4

Controle over ons gedrag

8

Een beslissing voor het ene of het andere product in een supermarkt is binnen no time gemaakt. Maken we wel of niet een gezonde keuze? Daarbij wordt ons gedrag voor een belangrijk deel bepaald door automatische processen waarover we niet altijd controle hebben. Rob Holland, als universitair hoofddocent verbonden aan het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit Nijmegen, onderzoekt de mechanismen die ons gedrag bepalen en hoe we ongewenst gedrag beter zouden kunnen controleren.

Werkbezoek minister

10

‘Ik geloof in samenwerken, dan heb je vaak meer resultaat, opleggen van bovenaf werkt niet.’ Dit concludeert demissionair minister Edith Schippers van Volksgezondheid na afloop van haar werkbezoek aan twee scholen, basisschool Prins Bernhard in Zoetermeer en de Francois Vatelschool (vmbo) in Den Haag. De minister bekeek met andere verantwoordelijken hoe deze scholen een gezonde leefstijl onder leerlingen bevorderen en was positief verrast.

_vnu0612_c 4

Eetverslaafd 13 Topsportster Denise de Haan (25) en voormalig ondernemer Aart Bakker (36) leiden compleet verschillende levens en hebben op het eerste gezicht niets met elkaar gemeen. Maar schijn bedriegt, want ze hebben wel degelijk gelijkenissen: allebei waren ze eetverslaafd en allebei zijn ze hier vanaf gekomen met behulp van het programma Ready for Change. Hoe gaat dit programma in zijn werk?

Onbewust gedrag 16 Beelden van ongezonde snacks zetten aan tot ongezond eetgedrag. Maar als beelden van ongezonde snacks mensen aanzetten tot ongezond eetgedrag, kunnen beelden van gezonde voeding eetgedrag dan positief beĂŻnvloeden? En geldt dat ook voor woorden met betrekking tot gezond eten? Omdat niet iedereen openstaat voor bewuste gedragsverandering, gaat dit artikel in op onbewuste gedragsverandering. Priming is hiervoor een goed hulpmiddel.

21-06-12 11:42:42


rob Holland over impulsgedrag 8

16

18 | voedIng nu | 5

18

De voordelen van een gezonde leefstijl zijn bekend, maar hoe begeleid je patiënten optimaal op hun pad richting die gezonde leefstijl? Deze intrigerende vraag, die speelt op zowel het gebied van beleid, wetenschap als in de huisartsenpraktijk, stond centraal tijdens een afscheidssymposium van prof. Jaap van Binsbergen op 10 mei in Nijmegen.

Imago het Vinkje

26

Het is zo’n anderhalf jaar stil geweest rond het logo van de Stichting Ik Kies Bewust, maar vanaf september brengt een grote communicatiecampagne daar verandering in. De organisatie wil het nieuwe Vinkje-logo beter bekend maken bij een breed publiek. Het logo wil een motor zijn achter productinnovatie en het gezonder maken van producten.

| junI/julI 2012 | nummer 6/7 |

Huisarts en leefstijl

En verder Redactioneel 3 Kort nieuws 6 Externe omgeving moet gezonde keuze faciliteren 21 Producten onder de loep Groentefriet: alternatief voor aardappelfriet 22 De passie van... Mildred van Vrijberghe de Coningh 25 ‘Het werkt net als een bonuskaart’ 29 Toom houden in tijden van tomeloze overvloed 30 Het laatste woord: Lara van Aalst 32 Onderzoek 33

BIj de voorpagIna: eetgedrag wordt ook Bepaald door de socIale omgevIng van een persoon. Foto: Istock

_vnu0612_c 5

21-06-12 11:42:48


kort nieuws

‘Merken inzetten om consumentengedrag te

| voeding nu |

veranderen’

| juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

6

‘Dagelijks komen ongeveer 2 miljard mensen met een van onze producten in aanraking, er ligt daar een geweldige mogelijkheid om consumenten positief in hun gedrag te beïnvloeden, een kans die we niet mogen laten liggen. Sterker nog, we zijn het verplicht om onze merken in te zetten om een bijdrage te leveren aan een gezondere en duurzamere wereld’. Dit bracht Unilever-topman Paul Polman naar voren tijdens het congres Behaviour Change for Better Health: Nutrition, Hygiene and Sustainability, dat in juni in Vlaardingen plaatsvond. Het congres ging in op de wetenschap achter gedragsverandering en de uitdaging die er ligt consumenten gezonder en duurzamer keuzes te

laten maken. ‘Consumenten zijn voor ongeveer 70 procent verantwoordelijk voor de ecologische voetafdruk die Unileverproducten gedurende hun levenscyclus veroorzaken’, zegt Polman. ‘Dit betekent dat we er niet zijn met het duurzamer maken van onze producten alleen. Dat geldt ook voor het gezonder maken van producten. Het is ook onze verantwoordelijkheid consumenten te helpen hun gedrag aan te passen.’ De topman wil dat zijn bedrijf consumenten stimuleert een gezonde leefstijl aan te nemen of duurzamer gedrag te vertonen. ‘We zien dat voor velen prijs, smaak en gemak nog steeds de belangrijkste drijfveren zijn om producten te kopen, pas later komen gezondheid en

milieu, voor Unilever ligt er een uitdaging hierop in te gaan. We doen dat al door samenwerkingsverbanden met maatschappelijke organisaties, maar dat kan ook via onze merken.’ Zoutreductie Een van de speerpunten op voedingsgebied van Unilever is zoutreductie. Op de tweede dag van het symposium zette voedingskundige Gerda Feunekes uiteen hoe haar bedrijf samen met IUNS (International Union of Nutrition Societies) in de afgelopen jaren wereldwijd workshops opzette om de aanpak van zoutreductie in verschillende landen aan te kaarten. Workshops in China, India en Brazilië komen nog. De bijeenkomsten zijn bedoeld om de bewustwor-

Paul Polman

ding rond zoutreductie met verschillende stakeholders te bespreken opdat activiteiten rond zoutreductie verder worden uitgerold.

‘Aanbeveling voor vitamine B12 verouderd’

De vitamine huidige B12- aanbevelingen zijn vooral gebaseerd op oudere studies. Dat komt naar voren in de promotiestudie van Esmée Doets waarop ze 15 juni promoveerde aan Wageningen Universiteit. Ook worden de huidige aanbevolen hoeveelheden voor vitamine B12 omgeven door onzekerheden. Bewijs over gezondheidsuitkomsten in relatie tot vitamine B12-inname of B12-status (cognitief functioneren en botgezondheid) is tot nu toe zeer beperkt. De bestaande gegevens zijn volgens de promovenda niet geschikt als basis voor het opstellen van een vitamine B12-aanbeveling. Er is meer onderzoek gewenst naar de inname, die nodig is om symptomen van een te-

_vnu0612_d 6

kort te voorkomen en naar de handhaving van minimale voedingsstatus. Hogere aanbeveling De berekeningen laten zien dat innames die nodig zijn om normale lichaamsvoorraden van vitamine B12 te handhaven, mogelijk tot vijf maal hoger kunnen liggen dan de huidige vitamine B12- aanbevelingen die gericht zijn op het voorkomen van symptomen van deficiëntie. Doets in haar proefschrift: ‘Doordat gegevens over het verband tussen de lichaamsvoorraden van vitamine B12 en waarneembare effecten op de gezondheid ontbreken, blijft het onzeker of deze hogere vitamine B12-aanbeveling daadwerkelijk gezondheidsvoordeel oplevert.’

21-06-12 11:12:08


kort nieuws

Portiegrootte belangrijke oorzaak voedselverspilling

Betere prestaties met koffie? Of het nu gaat om recreatief sporten of topsport, in de nieuwe brochure Koffie en Bewegen van het Kenniscentrum Koffie en Gezondheid wordt op basis van wetenschappelijke literatuur ingegaan op de effecten van koffie, in het bijzonder cafeïne op fysieke prestaties. Volgens de brochure is er voldoende onderbouwing voor een ergogeen effect van cafeïne op sportprestaties aangetoond. Volgens de meeste onderzoeken bij duursporters kregen de proefpersonen 3-6 mg cafeïne toegediend, waarna ze een vaste afstand moesten rennen, fietsen of roeien. De gemiddelde prestatieverbetering na cafeïneinname op grond van 33 studies bedroeg 3,2 ± 4,3%, maar varieerde sterk tussen de verschillende studies (0-17%). Het gebruik van cafeïne is bij sporten met intervalactiviteit zoals bij teamsporten ook bevorderlijk. Uit diverse simulatiestudies blijkt cafeïne met name de wendbaarheid, balvaardigheid en de concentraties te verbeteren in vergelijking met een placebo. Bovendien blijkt cafeïne het gevoel van vermoeidheid te verminderen. ErgogEEn EffEct Het ergogene effect van cafeïne laat zich het beste verklaren door de antagonistische werking van cafeïne op de adenosinerecep-

optimaal EffEct Het ergogene effect van cafeïne is optimaal bij een matige dosis: ongeveer 3 mg per kg lichaamsgewicht. Eén kopje koffie bevat gemiddeld 85 mg cafeïne. Dus de dosis staat gelijk aan twee tot drie kopjes koffie of een flinke mok. Deze voordelen blijken zowel te gelden voor getrainde sporters als voor mensen met een relatief inactieve leefstijl. Ook is sprake van het ergogene effect bij diverse bewegingsvormen, intensiteit en duur. gemiddelde hoeveelheid cafeïne in producten Product

mg cafeïne

7 | juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

FoTo: Zoran grBiC

_vnu0612_d 7

toren. Sporten kan leiden tot een verhoogd adenosinegehalte in de skeletspieren, de gladde spieren, het bloed en de hersenen. Adenosine leidt onder meer tot verhoogde pijnperceptie, verminderde waakzaamheid. Ook de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft in 2011 na uitgebreide evaluatie vastgesteld dat er sprake is van een oorzaak- en gevolgrelatie tussen cafeïne en verhoogde duurprestaties, duurcapaciteit en verminderde waargenomen inspanning. Cafeïne staat overigens sinds 2004 niet meer op de dopinglijst van de World AntiDoping Agency (WADA).

| voeding nu |

Portiegrootte is een van de belangrijke oorzaken van voedselverspilling, kwam naar voren tijdens het symposium ‘Gezond en Duurzaam: Pak de juiste Portie’ van het Voedingscentrum. ‘Uit onderzoek blijkt dat het aanbieden van porties op maat bij 60 procent van de mensen tot minder voedselverspilling leidt’, legde Corné van Dooren van het Voedingscentrum uit. Ook benoemde hij dat in de loop der jaren de huishoudens in Nederland kleiner zijn geworden, terwijl in de supermarkt juist producten voor grote huishoudens (4-5 personen) worden aangeboden. Van Dooren gaf aan dat 65 procent van de huishoudens uit 1 of 2 personen bestaat, ‘daarom is het belangrijk om verpakkingen meer af te stemmen op deze grootte van huishoudens om zo verspilling te voorkomen’. Volgens hem gaat het met eieren wel goed als het verspilling betreft: ‘uit onderzoek blijkt dat eieren nauwelijks worden weggegooid.’ Tijdens het symposium kregen studenten van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen nog de achtste Voedingscentrum Bachelor’s Award voor gezonde innovaties uitgereikt. Ze wonnen met hun creatie Visknaks, een soort knakworstje, maar dan met vis; een gezond en gemakkelijk product waarmee mogelijk ook kinderen meer vis gaan eten, zo denken de makers.

koffie voor een betere prestatie

gemiddeld Koffie (125 ml = 1 kopje) Filter

85

Pads

85

espresso (50 ml)

65

instant

60

Cafeïnevrij

3

Thee (125 ml = 1 kopje) Theezakje of theeblaadjes

30

ijsthee (180 ml =1 glas)

16

Cola (180 ml = 1 glas)

18

energiedranken (250 ml = 1 blikje)

80

Chocolademelk (180 ml = 1 glas)

4

melkchocolade (30 g = 1 reep)

6

Pure chocolade (30 g = 1 reep)

14

Bron: Kenniscentrum Koffie en gezondheid

De brochure is gratis te bestellen en te downloaden via de website van het Kenniscentrum Koffie en Gezondheid: www.koffie.nl

21-06-12 11:12:14


Voeding en gedrag

onderzoeker rob Holland over impulsgedrag:

‘Voor een bewust gezonde keuze is een rustig werkgeheugen nodig’

| voeding nu |

Hans Kraak

| juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

8

Een beslissing voor het ene of het andere product in een supermarkt is binnen no time gemaakt. Maken we wel of niet een gezonde keuze? Daarbij wordt ons gedrag voor een belangrijk deel bepaald door automatische processen waarover we niet altijd controle hebben. Rob Holland, als universitair hoofddocent verbonden aan het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit Nijmegen, onderzoekt de mechanismen die ons gedrag bepalen en hoe we ongewenst gedrag beter zouden kunnen controleren. Veel van ons gedrag wordt gestuurd door automatische processen, zo komt uit sociaal-psychologisch onderzoek naar voren. Impulsen en associaties bepalen mede wat iemand doet. Bijvoorbeeld: je loopt door Schiphol en ruikt de geur van koffie. Trek in koffie? Kan zijn, omdat het zo lekker ruikt bijvoorbeeld of er gezellig uitziet, maar er zijn natuurlijk ook tal van andere prikkels die afleiden van het kopje koffie (en dat is op een druk Schiphol op weg naar de vertrekbalie niet onwaarschijnlijk). ‘Of je ingaat op een impuls hangt af van de hoeveelheid prikkels (‘cues’) of associaties die je krijgt in relatie tot de doelen die je jezelf op dat bepaalde moment hebt gesteld’, legt Holland uit. ‘Het blijkt dat vooral positieve associaties en impulsen een sterke bron zijn voor het vertonen van gedrag. Het gaat om automatische processen waarvan wij willen onderzoeken of je ze kunt beïnvloeden om gedrag te veranderen.’ Bepaalde omgevingsprikkels kunnen associaties activeren waardoor ze toegankelijk worden in het zogeheten werkgeheugen van mensen, ze zijn dan direct beschikbaar. Naarmate de capaciteit van het werkgeheugen sterker belast is, wordt het moeilijker controle te houden over associaties, impulsen en het uiteindelijke gedrag. ‘Gedurende een lange tijd werd door onderzoekers gedacht dat de mens vooral rationele, overwogen keuzes maakt’, zegt Holland. ‘Vanuit een rationeel mensbeeld werd vervolgens gezocht naar toepassingen om gedrag te veranderen, bijvoorbeeld in de richting van gewenst gezond gedrag, maar dat was een naïeve gedachte. We weten nu dat gedrag voor een belangrijk deel gestuurd wordt door automatische componenten die verder van de ratio af staan. Als je mensen wilt aanzetten tot gezonder eetgedrag zou je hiermee rekening moeten houden.’ Het lijkt het erop, met alle associaties die mensen kunnen hebben, dat we nogal ongecontroleerd of onbewust door het le-

_vnu0612_e 8

rob Holland: ‘We Weten inmiddels dat gedrag voor een belangrijk deel gestuurd Wordt door automatiscHe componenten die verder van de ratio af staan.’

ven kunnen gaan. ‘We gaan veelal af op het eerste dat bij ons opkomt, dat gebeurt bijvoorbeeld ook als we door de supermarkt lopen’, bevestigt Holland. ‘Maar we weten nu ook dat als mensen meer rust en tijd hebben, de mogelijkheden en de juiste motivatie, om wat met hun associaties te doen, ze een meer rationele afweging kunnen maken. Keuzes worden dan langer in het werkgeheugen verwerkt, waardoor er een meer gewogen oordeel uit voorkomt. Dit geldt zowel voor de meningsvorming als voor concrete handelingen.’ Invloed medIa Volgens Holland worden associaties vooral gevoed door de omgeving, de media of ervaringen. Kennis hierover komt vooral uit onderzoek dat gedaan is naar vooroordelen over andere culturen in Nederland. Zo krijgen Nederlanders sneller negatieve associaties bij een plaatje van bijvoorbeeld een Marokkaan, dan bij het zien van een plaatje van een blanke. ‘De mensen die aan zulke onderzoeken meedoen, kunnen vaak zelf niet zo veel aan hun negatieve associatie doen’, zegt Holland. ‘De beeldvorming in de media over onderwerp is onevenredig negatief waardoor een scheef beeld ontstaat. En dat geldt ook vaak voor andere zaken, omdat over positieve zaken nu eenmaal minder wordt bericht. Mensen worden hierdoor herhaaldelijk aan negatieve beeldvorming blootgesteld. Als ik mensen laat zien dat ze in tests (onder tijds-

21-06-12 12:06:49


Voeding en gedrag

druk) bevooroordeeld hebben gekozen, geloven ze vaak zelf niet dat het hun mening was. Deze onmiddellijke associaties staan ook niet gelijk aan hun mening, maar kunnen wel degelijk invloed hebben op hun gedrag (bijvoorbeeld door de afstand die je tot iemand neemt, hoe soepel een gesprek loopt). Aan de andere kant gaat hetzelfde mechanisme op voor positieve associaties, bijvoorbeeld rond voedsel. Als mensen een chocoladereep zien, dan hebben ze daarbij vrijwel direct een positieve associatie, ook al weten ze dat het ongezond kan zijn.’

9

een lijstje maken voor in de supermarkt Helpt, Hoe concreter Hoe beter.

land. ‘Ook een lijstje maken voor in de supermarkt kan helpen, hoe concreter hoe beter. Natuurlijk kun je niet op alles zijn voorbereid, wat een uitdaging is voor dit type onderzoek, maar je bent door het maken van een specifiek plan sneller in staat gewenst gedrag te activeren. Er zijn meer dan 80 studies die de werking van dergelijke plannen ondersteunen.’ Ook als het om ongezonde voeding gaat wil Holland gaan testen hoe positieve associaties, bijvoorbeeld bij het zien van een zak chips, gekeerd kunnen worden om beter controle te krijgen op het eetgedrag. ‘Je zou kunnen denken aan een afbeelding van iets walgelijks nadat mensen een positieve associatie hebben gehad bij het zien van een zak chips.’

| juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

_vnu0612_e 9

| voeding nu |

voorspellen van gedrag Meer controle over de positieve of negatieve associaties is het sleutelwoord voor beter gecontroleerd gedrag, maar zoals bij een computer is het niet mogelijk het werkgeheugen uit te breiden met het gewenste aantal megabites. ‘Een van de mogelijkheden om de controle te verhogen is rust’, zegt Holland. ‘Goed uitgerust zijn helpt. Dit blijkt uit tests met mensen die een inspannende taak moesten doen alvorens een keuze te maken. Collega-onderzoekers hebben gekeken wat uitputting met mensen doet in verband met een keuze voor chocolade. Het blijkt dat naarmate de uitputting sterker is, de controle over de inname beperkter is en mensen eerder afgaan op hun impuls. Een soortgelijke test hebben we gedaan met stemmingen. Naarmate iemand in een positievere stemming is, zal hij of zij eerder geneigd zijn af te gaan op positieve associaties of impulsen, terwijl in een negatieve stemming keuzes meer overwogen worden gemaakt. Er zijn nog niet veel studies op dit gebied gedaan, maar duidelijk is dat ze ons iets kunnen vertellen over het voorspellen van gedragingen.’ Er zijn nog andere manieren waarop onderzoekers de automatische processen te lijf gaan. Zo is er een onderzoek uitgevoerd naar positieve associaties bij alcohol, waarbij de proefpersonen bij het zien van een plaatje van alcohol een afwendende, vermijdende beweging moesten maken. ’Normaal maken we een toenaderende beweging bij iets positiefs, maar nu moesten ze een afkerende beweging maken, vertelt Holland. ‘En niet één keer, maar vijfhonderd keer op een dag, vier dagen in de week, zes weken lang. Het bleek na een jaar nog meer controle over impulsgedrag op te leveren, dan in de uitgangssituatie. Ook hebben onderzoekers uit Utrecht bekeken hoe we impulsen kunnen onderdrukken door er herhaaldelijk helemaal niet op te reageren, bijvoorbeeld op positieve associaties bij chocolade. Ook dan blijkt er meer controle mogelijk over de inname. Hier wordt inhibitie van gedrag aangeleerd.’ Een andere potentiële mogelijkheid voor de controle van impulsen en associaties draait om de bewuste planning van gedrag: zogeheten implementatie-intenties. ‘Het blijkt dat als je je goed voorbereidt op situaties waarin je wordt blootgesteld aan impulsen, bijvoorbeeld een voorstel van vrienden om een biertje te gaan drinken terwijl je moet studeren, je deze impulsen sterker in de hand hebt’, zegt Hol-

mIndfulness Om ongezond voedingsgedrag aan te pakken, worden op dit moment in Nederland regelmatig cursussen aangeboden die mindfulness als uitgangspunt hebben. Het gaat hierbij om een techniek die gericht is op bewust handelen, hierbij leren mensen impulsen te constateren en ze weer te laten gaan. Holland noemt het een interessante, nieuwe route. ‘In Utrecht worden experimenten gedaan waarbij mindfulness wordt gerelateerd aan eetgedrag. Wij zijn ook geïnteresseerd of dit klopt, maar vooral in hoe het werkt. Maar veel van dit soort onderzoek staat nog in de kinderschoenen. Ik denk dat we over vijf jaar pas meer weten.’

21-06-12 12:06:50


Voeding en gedrag

Werkbezoek minister Schippers aan basisschool en vmBo

integratie van een gezonde leefstijl in het onderwijs

| voeding nu |

Hans Kraak

| juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

10

‘Ik geloof in samenwerken, dan heb je vaak meer resultaat, opleggen van bovenaf werkt niet.’ Dit concludeerde demissionair minister Edith Schippers van Volksgezondheid na afloop van haar werkbezoek aan twee scholen, basisschool Prins Bernhard in Zoetermeer en de Francois Vatelschool (vmbo) in Den Haag. Schippers werd vergezeld door de directeur Jeugd Onderwijs en Zorg van het ministerie van Onderwijs en door vertegenwoordigers van Convenant Gezond Gewicht, het Voedingscentrum, VeiligheidNL, de Koninklijke Vereniging van leraren Lichamelijke Opvoeding en het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB). Tijdens het werkbezoek lieten de scholen zien hoe ze in de praktijk werken aan een structurele aanpak voor een gezonde leefstijl op hun school, waarbij het accent ligt op gezonde voeding, beweging en sporten. Op de basisschool Prins Bernhard in Zoetermeer viel minister Schippers vooral de speciale ‘ouderkamer’ op waardoor de betrokkenheid van de ouders bij de gezonde school kan worden vergroot. Ook heeft deze school om een gezonde leefstijl te bevorderen twee fruitdagen per week verplicht gesteld. ‘Ik zie dat ook op de andere dagen vaker fruit wordt meegenomen’, zegt schooldirecteur Willy van Riet. ‘Voorheen hadden we schoolfruit, maar het blijkt dat mensen goed weten waar ze goedkoper fruit kunnen halen.’ Op de Francois Vatelschool (vmbo) in Den Haag sprong bij de minister vooral de sportkaart in het oog, een knipkaart waarmee de scholieren moeten aantonen dat ze per jaar minstens tien keer een sport buiten de schooldeuren hebben gedaan. Ook vond ze de buurtsportcoach die op de school actief is een goed idee. Deze is aangesteld door de gemeente en dient in wijken en op scholen als een soort vliegwiel om kinderen meer aan het bewegen te krijgen en om een verbinding te leggen tussen sportverenigingen en scholen. ‘Wij maken beleid, maar het is goed om te zien hoe er in de praktijk mee gewerkt wordt. Waar mogelijk kunnen we er nog zaken van meenemen in toekomstig beleid’, aldus Schippers. Pitch Tijdens de bijeenkomst op de basisschool mochten de verschillende vertegenwoordigers van de maatschappelijke organisaties een pitch houden om hun belang bij de minister en de OCW-topambtenaar voor het voetlicht te brengen. De directeur van het Voedingscentrum, Felix Cohen, haalde het succes van het onderwijspro-

_vnu0612_f 10

ondankS de demiSSionaire StatuS van het kaBinet Bracht miniSter SchipperS van volkSgezondheid een WerkBezoek aan tWee Scholen.

gramma Smaaklessen aan, dat op meer dan 90 procent van de scholen wordt gegeven. ‘Dat gebeurt meestal vrijwillig, bovenop de verplichte lesstof’, zegt Cohen. Minder tevreden zei hij te zijn over de voortgang van de Gezonde Schoolkantine. ‘Op dit moment doet ongeveer 20 procent van de middelbare scholen mee aan het project, 330 van de 1700 scholen, dat gaat niet snel genoeg. We moeten eigenlijk alle scholen waar het nog niet goed gaat, waar het aanbod niet gezond is, gaan bezoeken, samen met de GGD. Als je een keer kunt uitleggen wat een gezonde kantine inhoudt, dan bereik je al heel veel.’ Maar zelfs als een kantine gezond is gemaakt, zoals op de Francois

21-06-12 11:14:44


Voeding en gedrag

Vatelschool, die gespecialiseerd is in horeca-onderwijs, dan lijkt het niet mee te vallen het pubergedrag altijd de gezonde kant op te sturen. Want er zijn nog steeds leerlingen die van buiten een zak chips meenemen of andere minder gezonde tussendoortjes, vertelde de keukenbeheerder. Niettemin lijken de maatregelen als verplicht op school blijven (dus niet naar de supermarkt in de pauze), sportmogelijkheden in de pauze en zes voedingslessen per jaar, gegeven door diëtisten, hun vruchten af te werpen, zo wisten enkele gemotiveerde leerlingen aan het gezelschap duidelijk te maken.

‘De jeugd in het basisonderwijs is een prima voertuig om zaken aan te leren’

_vnu0612_f 11

op BaSiSSchool prinS Bernhard iS naaSt tWee verplichte fruitdagen ook veel aandacht voor BeWeging en Sport.

bezoek. Daar bracht hij de eerste cijfers naar buiten over het project VMBO in beweging dat de afgelopen drie jaar op ruim 70 vmboscholen is gehouden. ‘We zien dat er 12 procent minder inactieve vmbo-leerlingen zijn door het project VMBO in beweging’, zegt hij. ‘We hebben samen met TNO een onderzoek gedaan onder zo’n 20.000 vmbo-leerlingen die aan het programma deelnamen. De cijfers zijn voor ons verbluffend, al hebben ze nog wat nadere analyse nodig. We hadden als doel dat 10 procent van de inactieve leerlingen door het programma weer actiever zouden worden, dat blijkt nu zo’n 12 procent te zijn. Het gaat erom dat zij de beweegnorm van een uur per dag halen.’ Binnen het programma VMBO in beweging kreeg de deelnemende school financiële middelen om beweging en sport meer in het reguliere schoolprogramma te integreren, onder meer door sportverenigingen bij de school te betrekken.

11 | juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

meer actieve vmbo’ers Dat interventies voor een gezondere kantine of meer beweging aan kunnen slaan, vertelde Peter Barendse, programmamanager van het NISB, bij de evaluatie van het werk-

| voeding nu |

curriculum OCW-vertegenwoordiger Fons Dingelstad, directeur van Jeugd, Onderwijs en Zorg, was enthousiast over de manier waarop beide scholen omgaan met de stimulering van een gezonde leefstijl. Maar als smaaklessen al zo vaak worden uitgevoerd, is het dan niet voor de hand liggend dit in het curriculum van scholen op te nemen? ‘De jeugd in het basisonderwijs is natuurlijk een prima voertuig om zaken aan te leren; gezonde jongeren, gezonde volwassenen. Maar wij zitten voortdurend in een spanningsveld tussen de verplichte zaken als het reken- en taalonderwijs en andere zaken die ook belangrijk zijn. Naast voeding horen daar bijvoorbeeld ook het milieu of muziek bij. Voeding zit voor een deel al in het curriculum, bijvoorbeeld via de biologielessen. Daarnaast is gedrag een belangrijk item op scholen, een gezonde leefstijl is daar een uiting van, dus in deze zin is het goed daar aandacht voor te hebben. Smaaklessen is een relatief klein programma dat makkelijk uit te voeren is en dat past binnen de leerdoelen rond voeding en gedrag. Maar dat neemt niet weg dat wij natuurlijk steeds zoeken naar de beste invulling van het curriculum op scholen.’ Een curriculum van scholen verandert niet van de ene op de andere dag, maar er komt wel meer aandacht voor een structurele aanpak voor een gezonde leefstijl in het onderwijs. Zo hebben de raden voor het basisonderwijs (PO-raad), het voortgezet onderwijs (VO-raad) en het middelbaar beroepsonderwijs (MBO-raad) een miljoen euro ter beschikking gekregen om gezamenlijk een onderwijsagenda uit te voeren die gericht is op leefstijl, sport en bewegen. Per 1 juli 2012 wordt hiermee gestart.

essentiële factor Paul Rosenmöller, voorzitter van het Convenant Gezond Gewicht en ambassadeur JOGG, was verheugd dat minister Schippers meedeed aan het werkbezoek. ‘Ondanks de demissionaire status van het kabinet, is het toch belangrijk dat de minister gekomen is. Het betreft hier een politiek minder heikel onderwerp, waarover het beleid in de toekomst gewoon verder gaat. Een gezonde omgeving, waar de gezonde keuze de makkelijke is, is belangrijk voor kinderen. De school is hierbij een essentiële factor, maar de school kan het niet alleen. Alle partijen rond een school, landelijk en lokaal, moeten de handen ineen slaan.’

21-06-12 11:14:46


FOCUS op Ondervoeding

9 oktober, 13.30-17.30 uur, Kasteel De Hooge Vuursche, Baarn

Voeding Nu houdt op 9 oktober 2012 de kennisbijeenkomst

Focus op Ondervoeding

Deskundige sprekers gaan tijdens dit middagcongres in op de laatste ontwikkelingen rondom het thema Ondervoeding. Vanuit een mix van wetenschap en praktijkervaring krijgt u handvatten aangereikt die u meteen in uw eigen praktijk of instelling kunt toepassen.

U krijgt antwoord op de volgende vraagstukken: • Wat is de positie van de diëtist bij ondervoeding in de eerste en de tweede lijn? • Wat zijn de laatste wetenschappelijke inzichten rond ondervoeding? • Wat zijn de successen en knelpunten in de eerste lijn bij het te lijf gaan van ondervoeding? • Hoe verleidt u de ondervoede patiënt tot beter eten? In parallelsessies over eerstelijns zorg, ketenzorg, ziekenhuizen en andere zorgsectoren wordt dieper ingegaan op de materie voor elk van deze segmenten. U kunt dus zelf kiezen welke sessie voor u het meest relevant is. Voor wie? Deze bijeenkomst is gericht op professionals die in hun werk met ondervoeding te maken hebben, onder wie diëtisten, voedingskundigen, voedingsconsulenten, beleidsmakers en docenten in de zorg.

Enkele van de sprekers tijdens Focus op Ondervoeding: • Lisette de Groot, hoogleraar Voeding en Gezondheid aan Wageningen Universiteit • Anja Evers, directeur NVD • Marcel Loot, manager eenheid Gastvrijheid, en Mandy Portzgen, coördinator Room Assistants van het Groene Hart Ziekenhuis • Hinke Kruizinga, coördinator onderwijs Diëtetiek & Voedingswetenschappen VU medisch centrum en projectleider Stuurgroep Ondervoeding • Karin van Halen, projectleider Stichting Eerstelijns Ondervoedingsinstituut Kijk voor het actuele programma op www.voedingnu.nl/bijeenkomst Korting voor abonnees Abonnees van Voeding Nu betalen voor deelname aan deze bijeenkomst slechts 2 145 (i.p.v. 2 245). Dit is incl. congresdocumentatie en catering en excl. BTW en 2 3,75 administratiekosten.

Wilt u zich als sponsor profileren tijdens deze bijeenkomst?

Aanmelden kan op 3 manieren:

Neem contact op met uw media-adviseur: Ilona van Zuidam, 010-2894018, i.zuidam@mybusinessmedia.nl Rachel Hopman, 010-2894092, r.hopman@mybusinessmedia.nl

1. Website: www.voedingnu.nl/bijeenkomst 2. E-mail: congressen@mybusinessmedia.nl 3. Telefoon: 010-2894008

www.voedingnu.nl/bijeenkomst

_vnu0612_012-012 12 0120531-01_OndervoedingV2.indd 2

21-06-12 11:02:22 10:59:24


Voeding en gedrag

Programma ready for Change helpt denise en Aart

Lotgenoten onmisbaar bij afkicken eetverslaving

Haar prijzenkast puilt uit van de trofeeën. Denise de Haan rijgt Europese en wereld­ titels aaneen alsof het kralen zijn. De wake­ boardster reist de hele wereld rond om mee te doen aan wedstrijden. De uitvalsbasis is een groot deel van het jaar Singapore. Veel zon, zee en strand dus en dan is De Haan ook nog coach van het wakeboardteam van Jong Oranje. Denise is pas 25 jaar en ze

heeft dus nog een hele sportcarrière voor zich. Geen vuiltje aan de lucht, zou je zeg­ gen. Toch schuilt achter die stoere sportster een onzeker meisje dat wordt verscheurd door eenzaamheid en onzekerheid. Nie­ mand zou achter deze atlete iemand zoeken met een serieus eetprobleem. Toch is het zo. Bij Aart Bakker daarentegen valt zijn eet­ probleem niet te ontkennen. Op het diepte­

Heeft onlAngs HAAr eetverslAving een bloeiende wAkeboArd CArriëre.

_vnu0612_h 13

13 | juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

denise de HAAn

| voeding nu |

Topsportster Denise de Haan (25) en voormalig ondernemer Aart Bakker (36) leiden compleet verschillende levens en hebben op het eerste gezicht niets met elkaar gemeen. Maar schijn bedriegt, want ze hebben wel degelijk gelijkenissen: allebei waren ze eetverslaafd en allebei zijn ze hier vanaf gekomen met behulp van het programma Ready for Change.

21-06-12 11:19:02


Voeding en gedrag

| voeding nu |

punt van zijn verslaving woog hij maar liefst 160 kilo. Hij kampte met serieuze gezond­ heidsklachten en depressies. Van jongs af aan vormde hij het middelpunt van ontelba­ re pesterijen. Hoe is het zo ver gekomen met Denise en Aart?

| juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

14

Voorgeschiedenis Al op zijn veertien­ de vertoonde Bakker de eerste tekenen van een eetverslaving. ‘Ik was gewoon mijn emo­ ties aan het weg eten.’ Hij merkte dat hij maar moeilijk met zijn gevoelens kon om­ gaan. Het overlijden van zijn oma, pesterijen op school: het maakte het er allemaal niet beter op. Bakker groeide steeds verder dicht, hij geraakte in een isolement en de pesterijen verergerden. Op een gegeven moment woog de geboren Rotterdammer 160 kilo. Een maagverkleining bood enig soelaas. ‘Maar de emoties gaan niet weg. De verslaving blijft in je hoofd zitten.’ Zijn overgewicht bracht mentale problemen met zich mee zoals slaapproblemen en depressiviteit. En ge­ zondheidsklachten waren er ook. Zo kreeg Bakker last van beginnende suikerziekte en van zijn hart en longen. ‘Als ik een trap op liep, was ik versleten. Ik had niet eens meer energie om te douchen.’ Ook zijn huwelijk kwam onder druk te staan en hij vond zich­ zelf geen goede vader voor zijn kinderen. Tot overmaat van ramp ging zijn bedrijf in 2008 failliet. Hierdoor moest het gezin het koop­ huis verlaten en belandde het in de schuldsa­ nering. Een aantal persoonlijke familiedra­ ma’s de afgelopen jaren, waaronder het overlijden van Bakkers schoonmoeder op 54­jarige leeftijd, maakte de rampspoed com­ pleet. Het absolute dieptepunt in het leven van de Rotterdammer leek bereikt. Het leven van De Haan ziet er op het eerste gezicht minder traumatisch uit. Haar eetver­ slaving/boulimia speelde zich vooral in de anonimiteit af. Haar ‘ziekte’ manifesteerde zich op zestienjarige leeftijd toen ze al drie jaar leefde voor haar sport, het wakeboar­ den. ‘In korte tijd kwam ik veel aan en mijn coach zei dat ik iets aan mijn gewicht moest doen. Ik leefde echt op Special­K en Cup­a­ Soup.’ Haar obsessie voor gewicht nam ver­ der toe en bereikte een climax toen ze voor 2,5 jaar naar Singapore verhuisde om van daaruit wedstrijden af te gaan in het wereld­ circuit.

_vnu0612_h 14

‘Eten vulde gevoelens van eenzaamheid’ Tussen de wedstrijden door werkte De Haan liters ijs, bakken spaghetti en andere lekker­ nijen weg om daarna boven de toiletpot te hangen om alles er weer uit te gooien. ‘Alles draaide om eten. Alleen tijdens wedstrijden werd het iets minder. Maar het eetprobleem was altijd bij me.’ Het ging zelfs zover dat ze haar trainingen en werk om haar eetmo­ menten heen plande. Net als bij Bakker vulde het eten een emoti­ oneel gat en gevoelens van eenzaamheid. Op de momenten dat ze niet sportte, bij­ voorbeeld tijdens een blessure, verergerden de eetproblemen. Toen ze door een knie­ blessure negen maanden niet kon sporten voelde ze zich uit het leven gerukt. Haar hele gevoel van eigenwaarde ontleende ze aan het wakeboarden. Gek genoeg leed haar sportloopbaan nooit onder haar eetproble­ men. ‘Ik ben voormalig wereldkampioen en momenteel nummer één op de wereldrang­ lijst. Ik ben een doorzetter: presteren en eten’, weet de 25­jarige. het programma De Haan realiseerde zich eind 2011 dat ze haar doorzettingsver­ mogen maar eens moest aanwenden om van haar verslaving, ‘ziekte’ noemt ze het zelf, af te komen. ‘Ik zat thuis in Almere met een wereldtitel op zak en had net een moei­ zame relatie beëindigd. Ik dacht: nu komt het geluk, maar dat was niet zo’, blikt ze te­ rug. ‘Het voelde alsof ik geen volwaardig lid was van de maatschappij. Ik zat op de bank en dacht, wat ben ik aan het doen?’ Via een vriendin kwam ze in contact met het pro­ gramma Ready for Change (zie kader). In het programma staat het verslavingsgedrag met bijbehorende gedachten centraal. Vier we­ ken van cognitieve­ en groepssessies volg­ den. Ook waren er een­op­een gesprekken met een psycholoog. ‘In eerste instantie moet je je probleem erkennen en toegeven dat je dit niet in je eentje kunt stoppen’, zegt de sportvrouw. ‘Ik heb onder ogen

moeten zien dat het een chronische ziekte is waar je je leven lang last van blijft hou­ den. Dat kan ik maar moeilijk accepteren. Ik ben sportster en gewend alles naar eigen hand te zetten.’ Na afloop van het program­ ma bleef De Haan sessies met medever­ slaafden bezoeken en had ze steun van een sponsor en oud­verslaafde die het program­ ma eerder volgde. Ze maakt gebruik van het 12­stappen Minnesotaplan dat de zieke hou­ vast biedt. ‘Het plan houdt me bewust dat ik ziek ben, maar niet hopeloos.’ Ready for Change kwam ook voor Bakker als geroepen. Hij was bezig de afgrond in te glijden en had zonder het programma de veertig niet gehaald, zegt hij zelf. Het leerde hem dat het probleem in de bovenkamer zit en dat er prima mee te leven valt. ‘Ik maak­ te weekschema’s, hield een dagboek bij, schreef mijn levensverhaal en had familie­ gesprekken met mijn vrouw. Zo moest ik haar brieven schrijven.’ Na het officiële pro­ gramma had Bakker bijna dagelijks contact met zijn sponsor. ‘Ik kan bij hem alles uit­ spreken. Na vijf of tien minuten voel ik me al beter. Iets waar de psycholoog een jaar over doet ben ik in vijf minuten kwijt.’ Iede­ re week bezoekt hij één tot twee keer bij­ eenkomsten van lotgenoten. Dat helpt hem enorm. Bakker was laatst een week op va­

12-stappen Minnesotamodel Het 12-stappen minnesotamodel is gebaseerd op het gedachtegoed van de AA (Anonieme Alcoholisten), ook wel bekend als de 12 stappen. dit model heeft zich wereldwijd al ruimschoots bewezen. Het 12-stappen minnesotamodel ziet verslaving als een chronische ziekte, zowel fysiek, mentaal als spiritueel. Het doorbreken van verslavingsgedrag staat centraal.

21-06-12 11:19:03


Voeding en gedrag

AArt bAkker toen (links) en nu.

| voeding nu | 15

de terugVal ‘Of ik al ben teruggeval­ len? Nee, op 2 juni was ik precies acht maanden clean’, aldus een trotse Bakker. Het blijven volgen van meetings met lotge­ noten, contact met de sponsor en werken aan het 12­stappenplan zijn wel essentieel om niet terug te vallen, geeft hij eerlijk toe. Thuis gaat het goed. Hij toont weer emo­ ties. ‘Ik ben weer compassievol en lief voor de ander en dat had ik 21 jaar lang niet. Ik ben nu de persoon die ik altijd al had willen zijn.’ Met 86 kilo heeft Bakker ook weer een gezond gewicht. ‘Ook slaap ik goed, heb

geen suikerziekte meer en ik sport zelfs te­ genwoordig.’ Het succes van Ready for Change is dat het zo simpel is. ‘Zoiets moe­ ten ze onderwijzen op scholen.’ De Haan geeft eerlijk toe dat ze al twee keer is teruggevallen sinds de dagbehandeling van Ready for Change. ‘Ik voelde me wel een loser. Maar het hoort erbij en wat je ermee doet is het belangrijkst. Je moet ervan leren en niet bij de pakken neerzitten.’ De Haan: ‘Eten moet je iedere dag, dus iedere dag is een strijd en dat is best vermoeiend.’ Ze probeert zoveel mogelijk factoren weg te ne­ men die de verslaving weer zouden kunnen

doen opleven. ‘Eenzaamheid is een trigger, dan komt de ellende. Ik probeer de dag daarom wel zo vol mogelijk te plannen.’ Na haar eetverslaving voelt De Haan zich meer mens. ‘Nu komt er eindelijk ruimte om te ontdekken wie ik echt ben.’ Toch reali­ seert ze zich dat haar hele leven een gevecht blijft tegen een mogelijke terugkerende eet­ verslaving. ‘Ik heb nu eenmaal het versla­ vingsgen. De ene persoon is een stevige drinker en bij mij is het eten geworden. Dat is gelukkig wel het minst schadelijk voor een sportcarrière.’

| juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

kantie en dat viel hem zwaar. ‘Ik was blij dat ik weer thuis was. Na drie minuten op zo’n bijeenkomst voelde ik me weer tiptop.’

ready for Change

‘Het stappenplan houdt me bewust dat ik ziek ben, maar niet hopeloos’

_vnu0612_h 15

ready for Change is een tweedelijns ggZ-instelling gespecialiseerd in de behandeling van verslaving. Het programma maakt gebruik van het 12-stappen minnesotamodel, ready for Change biedt een vijfdaags intensief behandelprogramma van vier weken gericht op geestelijke, lichamelijke en spirituele aspecten. de belangrijkste onderdelen zijn: gedragsverandering, ontspanning en beweging. Het doel is eetgedrag onder controle te krijgen door onder andere het doorbreken van de vicieuze cirkel van eten en compenseren (overgeven, laxeren en overmatig sporten). de zorgverzekeraar vergoedt het programma. meer info: www.readyforchange.nl

21-06-12 11:19:07


Voeding en gedrag

Kunnen woorden en beelden eetgedrag positief beïnvloeden?

een duwtje in de goede richting

| voeding nu |

Gabriella M. van Dijk en Saskia A. Schwinghammer, Voedingscentrum, Den Haag

| juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

16

Beelden van ongezonde snacks zetten aan tot ongezond eetgedrag blijkt uit onderzoek. Maar als beelden van ongezonde snacks mensen aanzetten tot ongezond eetgedrag, kunnen beelden van gezonde voeding eetgedrag dan positief beïn­ vloeden? En geldt dat ook voor woorden met betrekking tot gezond eten? Binnen het programma Voorbeeldgedrag Ouders*, waarin ouders worden gestimuleerd gezond te eten en voldoende te bewegen om zo hun kinderen het goede voorbeeld te geven, is een onderzoek uitgevoerd om een antwoord te vinden op bovenstaande vragen. Ook is gekeken wat dit betekent in de dagelijkse praktijk: gelden de resultaten ook bij een alledaagse bezigheid als boodschappen doen en hoe zijn resultaten te gebruiken in foldermateriaal? Programma Voorbeeldgedrag ouders Het programma Voorbeeldgedrag Ouders van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen en het Voedingscentrum heeft als doel ouders aan te zetten tot een gezonde leefstijl, om zo het goede voorbeeld te geven aan hun kinderen. Een deel van het programma is erop gericht ouders bewust te maken van hun eigen eet- en beweeggedrag en de invloed daarvan op hun kinderen. Hierbij worden ouders gestimuleerd om hun gedrag aan te passen en gezond te eten en voldoende te bewegen. Omdat niet iedere ouder openstaat voor bewuste gedragsverandering, hebben de onderzoekers in het programma gezocht naar mogelijkheden om gedrag op een onbewuste manier te beïnvloeden. Priming kwam vanuit de literatuur over onbewuste beïnvloeding als een potentieel effectief middel naar voren. Priming verwijst naar het fenomeen dat blootstelling aan een beeld of een woord de cognitieve toegankelijkheid van dat concept of verwante concepten vergroot. Deze geactiveerde concepten kunnen het gedrag van mensen in daaropvol-

gende situaties beïnvloeden zonder dat zij zich daarvan bewust zijn. Zo is in een klassiek primingexperiment aangetoond dat als mensen blootgesteld worden aan woorden die met ouderdom te maken hebben (wandelstok, bejaard), zij even later langzamer lopen dan mensen die niet blootgesteld zijn aan woorden die aan ouderdom gerelateerd zijn (1). Eerder onderzoek heeft laten zien dat priming ook werkt om onbewust eetgedrag te beïnvloeden, maar dit onderzoek heeft zich vooral gericht op effecten van ongezonde primes (2). Bij aanvang van het programma was nog weinig bekend over de mogelijkheden om mensen met priming op een onbewuste manier aan te zetten tot gezond eet- en beweeggedrag. Om die reden heeft de Universiteit van Utrecht in opdracht van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen en het Voedingscentrum een onderzoek uitgevoerd naar het effect van priming op eet- en beweeggedrag (3-7). resultaten: woorden In het onderzoek hebben de onderzoekers gekeken naar verschillende soorten primes; woordprimes (bijvoorbeeld volkoren, vitamines, groente) en beeldprimes (bijvoorbeeld foto’s van salade, volkoren brood, fruit) en het effect daarvan op eetgedrag. Dit hebben ze onderzocht door middel van (online) vragenlijsten. Ook is gekeken in een veldexperiment of de gevonden effecten van priming optraden binnen een alledaagse bezigheid: boodschappen doen in de supermarkt. De resultaten van het onderzoek laten zien dat het mechanisme van priming effectief kan zijn bij het beïnvloeden van (determinanten van) gezond eetgedrag en dat priming ingezet kan worden om gezond gedrag te bevorderen. Woorden en beelden die refereren aan gezond eten, hebben dus een positief effect op het eetgedrag.

goed voorbeeld doet goed volgen: ouders die bewegen (met spelcomputer), Kinderen die bewegen; ouders die gezond eten, Kinderen die gezond eten.

_vnu0612_g 16

21-06-12 12:09:22


Voeding en gedrag

Priming met woorden die betrekking hebben op gezonde voeding leidt tot hogere motivatie om gezond te eten en tot een relatief sterkere voorkeur voor gezond eten (versus ongezond eten). Maar deze effecten van priming traden niet op bij respondenten die aangaven het betreffende gezonde eten niet lekker te vinden. In andere woorden: priming met woorden met betrekking tot gezonde voeding leidt alleen tot een grotere motivatie en een sterkere voorkeur voor gezond eten als men dit gezonde eten lekker vindt.

effecten werden wederom alleen gevonden bij mensen met een hoge BMI. Er werd geen effect gevonden bij mensen met een lage BMI. Ook hier kwam naar voren dat mensen met een lage BMI relatief beter waren in het reguleren van hun eetgedrag, met andere woorden, zij compenseren ongezonde keuzes met gezond eetgedrag op andere momenten.

resultaten: beelden Blootstelling aan beelden van gezonde voeding leidt eveneens tot gezondere keuzes. Dit was echter alleen het geval bij proefpersonen met een hoge BMI en met ongezonde eetgewoonten. Bij mensen met een lage BMI en gezonde eetgewoonten werd dit positieve effect niet gevonden. Er werd zelfs een trend gevonden in omgekeerde richting. Een opvallende bevinding hierbij was dat er een hoge correlatie bestond tussen lage BMI en de mate van zelfregulatie. Mensen met een lage BMI zijn beter in staat om hun eetgedrag te reguleren dan mensen met een hoge BMI.

Foto: bill branson

17 | juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

Veldonderzoek De positieve effecten van priming werden ook aangetoond in het veldexperiment dat als laatste is uitgevoerd. Hierbij kregen supermarktbezoekers, als zij hadden aangegeven mee te willen doen aan een onderzoek, bij de ingang een receptflyer in handen waarin beelden en woorden te zien waren die gerelateerd waren aan gezond eten en een gezond gewicht. Na afloop werd de proefpersonen gevraagd een vragenlijst in te vullen en werd een foto van de kassabon gemaakt. Proefpersonen die waren blootgesteld aan de gezonde primes kochten minder ongezonde snacks. Deze positieve

| voeding nu |

Priming inzetten Het onderzoek heeft aangetoond dat priming met woorden en beelden met betrekking tot gezond eten en gezond gewicht kan leiden tot gezond(er) eetgedrag en determinanten hiervan (motivatie en voorkeur). Ook tijdens een alledaagse bezigheid als boodschappen doen is dit effect waarneembaar. Opvallend is dat dit effect vooral optreedt bij de mensen die dat het meest nodig hebben: mensen met een hoge BMI en met ongezonde eetgewoonten. Tevens werd duidelijk dat priming ook alleen effect heeft als mensen het gezonde eten waar ze voor kunnen kiezen lekker vinden. Je kunt door middel van priming mensen dus niet aanzetten tot iets dat ze niet lusten of willen. Deze bevindingen hebben duidelijke implicaties voor voorlichting over gezonde voeding en het materiaal dat daarbij wordt gebruikt. Het is belangrijk te beseffen dat beelden en woorden die gebruikt worden in materialen en programma’s een onbewust effect kunnen hebben op de doelgroep. Kies deze beelden en woorden daarom zorgvuldig en ga na of het effectieve primes zijn, of ze het gewenste gedrag duidelijk en eenduidig uitdrukken. Ook valt aan te raden om woorden en beelden die gekoppeld zijn aan ongezond eten te vermijden, omdat deze via hetzelfde mechanisme van priming tot ongezond eetgedrag kunnen leiden. * Het Programma Voorbeeldgedrag Ouders werd gefinancierd door ZonMw. ** Voor de volledige resultaten wordt verwezen naar de rapporten die de Universiteit van Utrecht heeft geschreven over het onderzoek (zie referenties). referenties 1. Bargh, J.A., Chen, M. & Burrows, L. (1996). The automaticity of social behavior: Direct effects of trait concept and stereotype activation on action. Journal of Personality and Social Psychology, 71, 230-244. 2. Harris JL, Bargh JA, Brownell K. Priming effects of television food advertising on eating behavior. Health Psychology. 28, 404-413. 3. Van Koningsbruggen, GM. The Impact of Healthy Food and Lifestyle Primes on People’s Choices of Food and Activities. Boosting the Reinforcing Value of Low-Calorie Food.(2010) Universiteit van Utrecht, Utrecht. 4. Van Koningsbruggen, GM. The Impact of Healthy Food and Lifestyle Primes on People’s Choices of Food and Activities. Boosting Wanting for Healthy Foods and Activities. (2010) Universiteit van Utrecht, Utrecht. 5. Papies, EK. Priming healthy food choices. Report on Online Experiment Healthy Eating Behavior. (2011) Universiteit van Utrecht, Utrecht. 6. Papies, EK. Priming healthy activities. Report on Online Experiment Healthy Exercising Behavior. (2011) Universiteit van Utrecht, Utrecht. 7. Papies, EK. Healthy primes in daily life. Field experiment to facilitate healthy choice behavior in daily life (2012) Universiteit van Utrecht.

_vnu0612_g 17

21-06-12 12:09:25


Voeding en gedrag

de alledaagse sociale omgeving als startpunt voor patiënt­ gebonden leefstijladvisering

‘Kijk naar de context’

| voeding nu |

Laura Bouwman1, Maria Koelen1, Jaap van Binsbergen2, Ton Dapper3,1

| juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

18

1Health & Society, Wageningen Universiteit; 2huisarts (niet-praktiserend), emeritus hoogleraar Voedingsleer en Huisartsgeneeskunde, UMC St Radboud; 3huisarts-onderzoeker, UMC St Radboud, Nijmegen

Het verband tussen leefstijl en gezondheid is evident. De voordelen van een gezonde leefstijl zijn bekend, maar hoe begeleid je patiënten optimaal op hun pad richting die gezonde leefstijl? Deze intrigerende vraag, die speelt op zowel het gebied van beleid, wetenschap als in de huisartsenpraktijk, stond centraal tijdens een afscheidssymposium op 10 mei in Nijmegen. Het symposium vond plaats ter ere van het afscheid van prof. Jaap van Binsbergen als bijzonder hoogleraar Voedingsleer en Huisartsgeneeskunde aan het UMC St Radboud. Het was tevens de start van intensieve samenwerking op dit gebied tussen de leerstoelgroep Gezondheid en Maatschappij, Wageningen Universiteit en de Afdeling Eerstelijnsgeneeskunde UMC St Radboud Nijmegen. Toepasbaar advies Onderzoek toont aan dat een succesvol adviestraject begint vanuit de sociale context van de patiënt (1). Dit betekent dat het advies in alledaagse situaties, waar naast gezondheid ook andere ambities worden nagestreefd, toepasbaar moet zijn. Deze vorm van patiëntgebonden leefstijladvies past uitstekend binnen de bestaande werkwijze in de huisartspraktijk. Twee promovendi zijn inmiddels gestart met onderzoek naar de randvoorwaarden voor succesvol advies. Emily Swan onderzoekt de alledaagse strategieën die mensen inzetten om hun eigen gezonde context voor voedselkeuze te creëren. Huisarts Ton Dapper doet onderzoek naar de effecten van gecoördineerde acties voor gezondheidsbevordering vanuit de huisartsenpraktijk. paTiënTgebonden advies In zijn algemeenheid geldt dat leefstijladvies moet aansluiten bij de sociale context waarin kinderen opgroeien, mensen leven, werken en hun vrije tijd besteden. Zo heeft het op veel manieren invloed op het doen en laten van mensen. Met andere woorden: patiëntgebonden leefstijladvies stelt de alledaagse situatie van de patiënt centraal en moet relevant en toe-

_vnu0612_i 18

de lage mate van therapietrouw duidt erop dat advies onvoldoende aansluit op de omstandigheden van alledag waarin het bijvoorbeeld niet lukt om te stoppen met roken.

21-06-12 11:09:35


Voeding en gedrag

HuisarTs als faciliTaTor Op de eerste plaats: een patiënt heeft een aandoening, maar is geen aandoening. Wat voor ziekte een patiënt ook heeft, deze pathologie is slechts een deel van zijn leven, en niet zijn gehele leven. Mensen streven naast gezondheid ook andere ambities na die het leven waardevol en zinnig maken. De vraag is niet: “waarom is deze patiënt niet gemotiveerd?” maar: “waarvoor is deze patiënt wel gemotiveerd”? Patiënten ‘barsten’ echter van de ambivalenties bij gedragsveranderingen. Deze ambivalenties hangen nauw samen met de sociale en fysieke context. Motiverende gespreksvoering is een methode die helpt deze ambivalenties te verhelderen en helpt patiënten zich voor te bereiden op verandering (6). De leefstijladviezen moeten ingepast worden in het leven van alledag van de patiënt. Zoals Weick & Chamberlain (7) zeggen: “Having problems is not the real problem. What really matters is how to face, cope with, and exceed problems”. Vanuit dit perspectief is de patiënt de regisseur van zijn eigen leven. De huisarts treedt op als partner ofwel facilitator, iemand die helpt en ondersteunt in het leren omgaan met de problemen. Een huisarts moet zichzelf als centrale zorgverlener verplaatsen in de context waarin de patiënt zijn leven leidt, openstaan voor ‘een andere manier van leven’ van de patiënt, en vanuit diens perspectief komen tot een advies of behandelplan. Dit vraagt een verandering van denken en werken bij huisartsen.

19 | juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

geen individuele keuze Een tweede aspect is dat leefstijl vaak wordt gedefinieerd in termen van een specifiek, geïsoleerd en ongezond gedrag, bijvoorbeeld roken, eten, te weinig bewegen (3). Maar onderzoek laat zien dat gezondheidsgedragingen vaak in samenhang voorkomen. Zo zijn roken, ongezond eten en weinig lichaamsbeweging vaak geclusterd (4). Een reviewstudie van Flay (5) wijst uit dat bijvoorbeeld alcoholgebruik, drugsgebruik en crimineel gedrag hoog correleren. Kortom: in plaats van enkelvoudig gedrag verwijst het begrip leefstijl juist naar een combinatie van gedragingen. In de praktijk krijgen patiënten enkelvoudige gedragsadviezen. Daarnaast is leefstijl – anders dan wel wordt gedacht – geen individuele keuze. Mensen leven niet in isolatie en zowel de sociale als de fysieke omgeving bevorderen of belemmeren dan ook een gezonde leefstijl (3). De keuzes die we maken worden in sterke mate door

externe factoren beïnvloed. Te denken valt aan het voorbeeld dat ouders geven, de al dan niet uitgesproken verwachtingen van vrienden en collega’s, de geschreven en ongeschreven regels die horen bij een bepaalde context en het werktijdenbeleid van de werkgever. Maar ook de fysieke omgeving speelt een rol. Zo stimuleert de aanwezigheid van groen, van fiets- en wandelpaden en van veilige speelplekken voor kinderen lichamelijke activiteit. Samengevat is leefstijl meer dan enkelvoudig gedrag en een individuele keuze. Het is veeleer de resultante van de interactie tussen het individu en zijn sociale en fysieke omgeving. Hier wordt bij leefstijladvisering vaak onvoldoende rekening mee gehouden.

| voeding nu |

pasbaar zijn in het leven waarmee elke patiënt te maken heeft. De lage mate van therapietrouw duidt er echter op dat advies juist onvoldoende aansluit op de omstandigheden van alledag waarin het de patiënt juist niet lukt meer te bewegen, minder te eten of te stoppen met roken. Onderzoek wijst uit dat 30 tot wel 70 procent van de patiënten adviezen niet of onvolledig opvolgt (2). Lage therapietrouw wordt veelal toegekend aan het ontbreken van kennis, motivatie en vaardigheden van de patiënt. De oorzaak wordt hiermee bij de patiënt zelf gezocht. De auteurs nemen een ander uitgangspunt, namelijk de context waarin de patiënt zijn leven leidt. In het advies wordt doorgaans te veel gekeken naar de ‘geïsoleerde patiënt en zijn gezondheidsklacht’ en niet naar de omstandigheden waaronder de patiënt leeft. Professionals leggen graag de nadruk op de aandoening. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over ‘een diabeet’, maar de persoon met diabetes legt de nadruk op zichzelf als ‘één geheel persoon’. Een persoon die verschillende rollen vervult: ouder, kind; docent, huisarts, vrachtwagenchauffeur, belastinginspecteur, buur, collega, sporter, iemand die eropuit gaat of juist geniet van een boek op de bank. Het zijn deze rollen die (mede)bepalend zijn voor het aanslaan van de geadviseerde leefstijladviezen; een patiënt is immers niet alleen maar een zieke. Patiënten hebben objectief gezien weliswaar een aandoening, toch voelen ze zich vaak gezond en leiden een kwalitatief goed leven. Er dreigt dus een verschil tussen de professionele en patiëntgebonden kijk.

saluTogenese Een tweede implicatie voor leefstijladvisering is dat professionals zich niet alleen moeten richten op de oorzaken van ziekte en ongezond gedrag maar ook op de oorzaken van ge-

‘Salutogenese zoekt antwoord op de vraag ‘wat creëert gezondheid’ in plaats van ‘wat is de oorzaak van ziekte’’

_vnu0612_i 19

21-06-12 11:09:36


foto: festival mundial, tilburg

Voeding en gedrag mensen leven niet in isolatie, dus zowel de sociale als de fysieke omgeving bevorderen of belemmeren een

| voeding nu |

gezonde leefstijl.

| juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

20

zondheid en gezond gedrag. In advisering ligt de focus vaak op mensen die ‘het niet goed doen’ en die ‘iets moeten veranderen’. Maar er zijn er ook velen die het wel goed doen, en die ondanks alle verleidingen in de omgeving erin slagen gezond te eten, voldoende te bewegen, een gezonde leefstijl en een gezond gewicht te handhaven. Dit sluit aan bij de salutogene-benadering binnen de gezondheidssector. Salutogenese is een aanvulling op de traditionele pathogene benadering en zoekt antwoord op de vraag “wat creëert gezondheid” in plaats van “wat is de oorzaak van ziekte”. Antonovsky is de grondlegger van deze benadering. Hij heeft veel onderzoek gedaan naar waarom sommige mensen in staat zijn gezond te blijven in moeilijke situaties, bijvoorbeeld in oorlogssituaties, daar waar anderen dat niet redden. Een belangrijk concept in deze ge-

Leefstijladvies in de huisartsenpraktijk de auteurs hebben de onderstaande aandachtspunten voor een pa­ tiëntgebonden leefstijladvies in de huisartspraktijk geformuleerd: – de oorzaak van therapie ‘ontrouw’ bij leefstijladviezen ligt vaak buiten de patiënt; – leefstijladvies dat zich slechts richt op ‘de patiënt’ en het ziekte­ beeld leidt niet snel tot gedragsverandering; – leefstijladvies met oog voor het individu en zijn ambities en met oog voor de context waarin patiënten hun leven leiden, heeft deze potentie wel; – het creëren van gezondheid is een actief proces van zich aanpas­ sen aan de situatie, het hoofd kunnen bieden aan de uitdagingen die zich voordoen in het leven van alledag; – de huisarts kan als centrale zorgverlener hierin een belangrijke faciliterende rol vervullen. met deze aandachtspunten als leidraad, richt het samenwerkings­ verband tussen wageningen en nijmegen zich de komende jaren op onderzoek en implementatie van leefstijladvies in de huisarts­ praktijk.

_vnu0612_i 20

dachtegang is de zogenoemde: sense of coherence. Dit kan worden beschouwd als een levensoriëntatie gebaseerd op zelf-vertrouwen, het vertrouwen in de eigen capaciteiten om het hoofd te kunnen bieden aan moeilijke omstandigheden, en het idee dat moeilijkheden kunnen leiden tot betekenisvolle oplossingen. Sence of Coherence (SOC) is gerelateerd aan concepten als veerkracht, eigen effectiviteit, controle en empowerment. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat een sterke SOC samengaat met een betere ervaren gezondheid, gezonder ouder worden, maar ook met gezondere leefgewoonten (8). Salutogenese als aanvulling op de pathogenese heeft voordelen. Deze benadering kijkt naar de dynamische interactie tussen mensen en hun sociale en fysieke omgeving en hoe gezondheid zich in deze interactie ontwikkelt. Het is een positieve benadering die aansluit bij het streven van mensen naar kwaliteit van leven en die ervan uit gaat dat zowel individuen als de omgeving beschikken over bronnen die kunnen helpen om het leven overzichtelijk, voorspelbaar en betekenisvol te maken. Een positieve kijk op gezondheid die ook recht doet aan het feit dat mensen met een ziekte, chronische aandoening of handicap niet alleen maar ‘ziek’, zielig of uitgerangeerd zijn; er zijn volop mogelijkheden om een zinvol, waardevol, actief leven te leiden. referenTies 1. Bouwman L. (2009). Personalized Nutrition Advice; an everyday-life perspective. PhD thesis. Communication Science. Wageningen: Wageningen University. 2. Menkeberg T, van Dijk L, Bensing J, van Dulmen S. (2008) Naar een solide basis voor therapietrouw; resultaten van een preprogrammeringsstudie naar draagvlak en contouren van een onderoeksprogramma. Nivel. 3. Koelen M. (2007). Lifestyle and health. In: Moerbeek H, Niehof A, van Ophem J. (Eds.) Changing families and their lifestyles. Mansholt Publication series - Volume 5 (pp. 295-302). Wageningen: Wageningen Academic Publishers. 4. Lytle LA, Kelder SH, Perry CL, Klepp KI. (1995). Covariance of adolescent health behaviours: the Class of 1989 study. Health Education Research Theory and Practice, 10, 133-146. 5. Flay BR. (2002). Positive youth development requires comprehensive health promotion programs. American Journal of Health Behaviour, 26 96), 407-424. 6. Miller WR, Rollnick S. (2008). Motiverende gespreksvoering: een methode om mensen voor te bereiden op verandering. Gorinchem: Ekklesia. 7. Weick A, Chamberlain, R. (1997). Putting problems in their place: Further explorations in the strengths perspective. In: Saleebey D (Ed.)The strenghts perspective in social work practice (pp. 39--48). White Plains, NY: Longman. 8.. Eriksson M, Lindström B. (2006). Antonovsky’s sense of coherence scale and the relation with health: a systematic review. Journal of Epidemiology and Community Health, 60(5), 376-81.

21-06-12 11:09:39


STANDPUNT

Onderzoek:

Externe omgeving moet gezonde keuze faciliteren

Fréderike Mensink & Saskia Schwinghammer, Voedingscentrum Den Haag

Beschikbaarheid. Als gezonde voedingsmiddelen duidelijk aanwezig zijn in de omgeving, zal hier ook eerder voor gekozen worden. Verandering van het assortiment in schoolkantines heeft dit positieve effect reeds laten zien. Dit kan bijvoorbeeld door het aandeel gezonde voedingsmiddelen ten opzichte van ongezonde voedingsmiddelen te vergroten, simpelweg door assortimentsuitbreiding of -verandering. De meeste winst valt waarschijnlijk te behalen op plekken waar nu vooral voedingsmiddelen worden verkocht die minder goed passen in een gezond eetpatroon, zoals benzinestations, treinstations, luchthavens, fastfoodrestaurants en automaten. Zichtbaarheid. Onderzoek laat zien dat hoe beter zichtbaar het eten is, hoe groter het verlangen is om het te eten. Gezonde voedingsmiddelen zijn veel beter zichtbaar als ze op ooghoogte worden aan-

_vnu0612_j 21

Aantrekkelijkheid. Het aantrekkelijk(er) presenteren van gezond eten, kan er ook voor zorgen dat mensen eerder een gezonde keuze maken. Denk aan aantrekkelijke verpakkingen, een mooie vormgeving, het vergroten van het gebruiksgemak, of het creëren van sterke associaties tussen het product en iets dat uit zichzelf als aantrekkelijk wordt gezien. Zo kopen mensen graag dingen die gezond, natuurlijk, duurzaam, hip of populair overkomen en die te maken hebben met familiebanden of romantiek.

21 | JUNI/JULI 2012 | NUMMER 6/7 |

Gewoontegedrag speelt hierin een belangrijke rol. Mensen reageren dan niet op basis van interne, maar op externe signalen. Ze overdenken geen voor- en tegenargumenten, maar laten hun gedrag afhangen van de tijd en plek. Dit geldt ook voor eetgedrag. We eten niet altijd omdat we honger hebben, maar omdat er een schaaltje met lekkere koekjes staat. En we bedenken echt niet altijd of een bepaalde keuze wel of niet gezond is; we ruiken dat saucijzenbroodje en zwichten. De prikkels in deze voorbeelden komen van buiten onszelf. Aanbod en geur bepalen in dit geval dat we gaan eten, en niet onze eigen interne afweging om een goede keuze te maken. Om tegenwicht te bieden aan overmatige consumptie en de overgewichtproblematiek, is het belangrijk ervoor te zorgen dat de externe omgeving minder ‘obesogeen’ wordt, en juist gezonde keuzes gaat faciliteren. In andere woorden: de gezonde keuze moet gemakkelijk gemaakt worden. Hoe gaat dat praktisch in zijn werk? Enkele voorbeelden.

geboden waar consumenten het eerst kijken, of op andere goed zichtbare plekken, zoals naast de kassa. Ook bordjes, vloerstickers, of plafondhangers kunnen de aandacht van consumenten naar gezonde voedingsmiddelen trekken. Op menukaarten kunnen gezonde voedingsmiddelen het beste aan het begin of het eind van hun categorie op het menu geplaatst worden. Wanneer mensen menukaarten scannen schenken ze namelijk extra aandacht aan de eerste en laatste items binnen categorieën op het menu.

| VOEDING NU |

Het is in Nederland steeds makkelijker om te kiezen voor te veel en calorierijke voeding. Consumenten kiezen doorgaans voor voedingsmiddelen die in hun omgeving duidelijk aanwezig of makkelijk te verkrijgen zijn. Het is dan ook niet verwonderlijk dat overgewicht en consumptie van ongezonde voedingsmiddelen toeneemt.

Toegankelijkheid. Het verlagen van de toegankelijkheid van ongezonde voedingsmiddelen kan ervoor zorgen dat mensen hier onbewust minder van gaan eten. Wanneer op een feestje bijvoorbeeld mensen moeite moeten doen om snacks te pakken, omdat ze naar een tafel moeten toelopen, dan zal dit een drempel vormen om ervan te pakken. Als de toegankelijkheid voor gezonde producten wordt vergroot, bevordert dit juist de gezonde keuze. Default-Opties. De default-optie is wat de consument standaard aangeboden krijgt, dus wat er gebeurt als de consument ‘niet kiest’. Denk bijvoorbeeld aan frisdrank die standaard bij een fastfoodmenu zit, of de friet en mayonaise die in een restaurant altijd geserveerd worden bij het hoofdgerecht. Consumenten kunnen deze default-opties wel aanpassen, maar de meerderheid ‘accepteert’ de aangeboden standaardkeuzes. Hierdoor zijn default-opties een effectief hulpmiddel om consumenten meer gezonde(re) voedingsmiddelen te laten consumeren. Restaurants zouden, in plaats van friet, standaard pasta of rijst kunnen aanbieden en ketchup in plaats van mayonaise. Op diezelfde manier kunnen suikerhoudende frisdranken worden vervangen door bronwater of light-frisdranken en witte broodjes door de volkoren variant.

21-06-12 12:08:45


producten onder de loep

Groentefriet: alternatief voor aardappelfriet

| voeding nu |

Nadin al Salehy en Hans Kraak

| juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

22

Groentefrieten zien eruit als friet, zijn iets donkerder gekleurd, maar niet gemaakt van aardappelen. Gepureerde witte bonen, wortelen en maïs vormen er de basis voor. Voedingstechnoloog Marc van Hulst bedacht de groentefriet en verwierf er een patent voor. Zes jaar onderzocht en testte hij zijn product en nu is het zover dat Groentefriet in productie is gegaan. De frietjes liggen nog niet in de winkel, maar dat hoeft niet lang meer te duren, want Van Hulst voert verschillende gesprekken met een aantal grote cateringbedrijven en retailers. Marc van Hulst, van Hulst & Partners ‘Ik heb mijn bedrijf zeven jaar geleden opgericht; ik begon zelfstandig opdrachten te doen in de levensmiddelenindustrie. Mijn missie is ‘improve the world with better food’. Ook vroeg ik me af hoe ik groenten

marc van hulst

_vnu0612_k 22

aantrekkelijker kon maken. Dat kwam vooral door mijn zoon Jaro, die wel friet at, maar met groenten veel meer moeite had. Kinderen eten wel wat groente, maar vaak moeten ouders ze steeds opnieuw opdringen. Het zit in de natuur van kinderen dat ze niet graag groente eten. Maar ondertussen krijg je als ouder wel stress aan tafel, en hoe ga je daarmee om? Ik wilde die stress verminderen door kinderen op een makkelijke manier groente te laten eten. Als aanvulling op de groenteconsumptie, niet als alternatief. Friet, maar dan met de positieve eigenschappen van groente, waarin vezels, vitamines en mineralen zitten. Een portie groentefriet voor kinderen is voldoende voor de helft van het aanbevolen vezelgehalte. Om het product op smaak te brengen heb ik geen zout gebruikt, maar kruiden. Natuurlijk kan je er zout bij doen, maar voor de smaak hoeft dat niet. Uit de tests die ik met kinderen heb gedaan, blijkt het goed aan te slaan. Kinderen uit de buurt komen regelmatig bij mij thuis om de groentefriet te eten. Door de witte bonen, maïs en wortelen hebben groentefriet een lage glycemische index (GI). Friet heeft een GI van 95, wat eigenlijk hetzelfde is als glucose drinken. Voedsel met een lage GI zorgt voor minder glucosepieken in het bloed. Voedingsmiddelen met een hoge GI zorgen voor pieken in de bloedsuikerspiegel, die gecorrigeerd moeten worden door insuline. Hoe meer pieken, hoe sneller een persoon last zal krijgen van insulineresistentie en later kans maakt om diabetes mellitus type 2 te krijgen. Daarom is het goed om dit te voorkomen door voedingsmiddelen te nuttigen met een lage GI. Groentefriet past goed in de gedachte van 2 ons groente per dag. Het is dus niet bedoeld als vervanging van

groente of aardappelfriet, maar als aanvulling op de groenteconsumptie. Als het mee zit, verwacht ik dat groentefriet voor het einde van het jaar in de supermarkt te koop zal zijn. Wie deze zomer op de Floriade komt, kan alvast een voorproefje nemen in het Huis van de Smaak, want daar wordt de friet al geserveerd.’ sigrid van der Marel-sluijter, diëtist & Power sliM coacH ‘Als ik aan bekende of aan onbekende mensen (via Twitter) vraag of zij groentefriet zouden eten als dit bestaat, dan hoor ik volmondig ‘ja’. Ik denk dat groentefriet een mooi alternatief is voor aardappelfriet. Volgens de Voedselconsumptiepeiling 20072010 krijgt het gemiddelde Nederlandse kind te weinig fruit, groente en vis binnen. De totale vetinname is niet te hoog, wel de hoeveelheid verzadigd vet; gemiddeld 13 procent. Als we naar de macronutriënten

21-06-12 11:16:27


producten onder de loep

t gda

energie

eiwit

vet

koolhy-

vezel

natrium

mono/

totaal

draten per 100 gram

kcal

totaal

totaal

verza-

totaal

digd (gemeten)

natrium

disacch.

g

g

g

g

g

g

mg

groentefriet

180

6,4

5,9

0,9

19,8

2,3

8,1

160

gda

2000

50

70

20

270

90

25

2400

volwassenen %

9%

24%

20%

4%

7%

3%

32%

7%

gda kind 5-10

1800

24

70

20

220

85

15

1600

10%

26%

10%

4%

9%

3%

54%

10%

jaar %

tabel 1. voedingsWaarde van groentefriet.

_vnu0612_k 23

23 | juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

sigrid van der marel-sluijter

willy gilbert-Peek, voorzitter diëtisten coöPeratie nederland ‘Met frituren krijg je veel producten lekker. Er zit voedingskundig niet zo’n groot verschil tussen groentefriet en aardappelfriet. Aangezien veel kinderen kampen met overgewicht moeten we voorzichtig zijn met het aanprijzen van dit soort producten. Een van de grootste pluspunten van groenten is dat ze veel voedingstoffen leveren en weinig energie. Dit grote voordeel is door het frituren verloren gegaan. Ouders kunnen op het verkeerde been gezet worden door het gezonde imago van groentefriet. Ik raad het product misschien een keer in de week aan als alternatief voor aardappelfriet. Groentefriet valt in de categorie ‘lekker’ en is niet zozeer te vergelijken met groente. Groente is gezond en heeft van nature veel bioactie-

ve stoffen zoals lycopeen en carotenoïden, maar we weten niet wat er wat met zulke stoffen gebeurt als we een groente-product gaan frituren. Wel is het vezelgehalte van groentefriet in vergelijking met dat van aardappelfriet vrij hoog; 7,8 gram per 100 gram, respectievelijk 3,2 gram per 100 gram. Het vezelgehalte van aardappelfriet kan lager uitgevallen zijn omdat er een gemiddelde genomen is van alle aardappelfrietsoorten (NEVO-bestand, red.). Er kunnen natuurlijk soorten aardappelfriet zijn met een hoger vezelgehalte, die door het middelen zijn weggevallen. Het eiwitgehalte is 7 gram voor de groentefriet vergeleken met 5,8 gram voor de aardappelfriet, wat niet een heel groot verschil is.’

| voeding nu |

kijken is bekend dat kinderen veel te weinig vezels en te weinig onverzadigde vetzuren binnenkrijgen, vooral de omega-3-vetzuren. De voedingswaarde van groentefriet ziet er prima uit: minder calorieën dan aardappel-

friet, meer vezels, meer proteïnen, meer onverzadigd vet (hoeveelheid omega-3-vetzuren is mij onbekend), minder verzadigd vet, minder transvet en een lagere glycemische index. En géén zout toegevoegd. Als ik de productomschrijving lees, dan kun je de groentefriet zo in de oven, Actifry of AirFryer doen. Als het makkelijk en in kleine porties te verkrijgen is en ook nog prima smaakt, dan zou ik het product aanraden. Of het bijdraagt aan een gezond voedingspatroon kan ik moeilijk beoordelen. Zelf ben ik een voorstander van ‘eet maar natuurlijk en gewoon’. Maar vaker groentefriet eten in plaats van patat lijkt mij een prima idee.’

Willy gilbert-peek

21-06-12 11:16:30


Het Huisartsenteam in West-Brabant start samenwerking met Weight Watchers Vorig jaar publiceerde het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift The Lancet de resultaten van een gerandomiseerde dubbel blind studie. Hieruit blijkt dat een samenwerking tussen arts of diëtiste en Weight Watchers de beste aanpak is bij patiënten met overgewicht. Het bericht haalde het half acht journaal, mede doordat het Diakonessenhuis, als eerste ziekenhuis, een directe samenwerking met Weight Watchers opstartte. De resultaten zijn zo overtuigend positief, dat nu ook Het Huisartsenteam in West-Brabant start met deze unieke samenwerking met Weight Watchers. “Wij zijn zeer trots dat onze jarenlange expertise op het gebied van gewichtsmanagement een weg vindt in een innovatieve samenwerking met zo’n vooruitstrevende eerstelijnsorganisatie als Het Huisartsenteam. Wij zijn ervan overtuigd dat dergelijke samenwerkingsverbanden de toon zetten voor de moderne invulling van de de Nederlandse zorg: verschuiving van behandelen naar voorkomen en verantwoordelijkheid voor de eigen gezondheid” Jeanine Lemmens, directeur Weight Watchers Benelux.

“Deze samenwerking sluit aan bij de visie van Het Huisartsenteam ‘Gezond houden is ten minste zo belangrijk als gezond maken’. De patiënt kan op de huisarts rekenen in ziekte en gezondheid én heeft ook een eigen verantwoordelijkheid hieraan een bijdrage te leveren”, aldus J.F.M. Mutsaerts, huisarts, directeur Het Huisartsenteam.

Patiënten die streven naar een gezonder gewicht zullen vanuit de huisartspraktijken worden doorverwezen naar lokale Weight Watchers bijeenkomsten met als doel de patiënten een werkzame laagdrempelige gewichtsreductiemethode aan te bieden. Het Huisartsenteam is een regionaal eerstelijnssamenwerkingsverband van veertig zelfstandig werkende huisartsen in West-Brabant. Het Huisartsenteam staat bekend om haar innovatieve instelling en zoekt continu naar goede oplossingen die een positieve bijdrage leveren aan de gezondheid van patiënten. Hierdoor hebben de partijen elkaar opgezocht en zijn zij samen tot dit unieke samenwerkingsverband gekomen. Het doel is om overgewicht als risicofactor te verminderen of weg te nemen en een laagdrempelige en overal voorhanden afslankmethode aan te bieden. In de regio zijn diverse locaties beschikbaar waar patiënten, die door de huisarts worden doorverwezen, een Weight Watchers bijeenkomst kunnen bijwonen. Aanleiding voor deze samenwerking zijn de publicaties in de internationale medische vaktijdschriften The Lancet en de BMJ in 2011, waarbij het effect van de Weight Watchers methode wetenschappelijk is aangetoond. Deelnemers die in samenwerking met de eerstelijnszorg aan het Weight Watchers programma deelnamen, behaalden na 12 maanden twee keer zoveel gewichtsverlies als deelnemers die begeleiding ontvingen van alleen de reguliere eerstelijnszorg.

Health Services 9310 (DV) ADV Voeding Nu_210x297_v7.indd 1

_vnu0612_022-022 24

18/06/12 16:31

21-06-12 10:25:54


de passie van...

naam: mildred van vrijBerghe de Coningh geBoren: 7 mei 1967 Woonplaats: leiderdorp FunCtie: geWiChtsConsulent, leeFstijlCoaCh lid van de Beroepsvereniging geWiChtsConsulenten nederland

| voeding nu |

Bgn-lid mildred van vrijberghe: ‘ik werk op basis van een persoonlijk plan’

25

Wat houdt je huidige Werk in? ‘Ik begeleid nu tientallen mensen als ge-

_vnu0612_L 25

wichtsconsulent en leefstijlcoach, ik doe dat vanuit mijn praktijk Slimmerfit en ook in samenwerking met een sportcentrum. Afvallen of een gezondere leefstijl aannemen is een ingewikkeld proces. Er gaat daarbij veel tijd zitten in de uitleg over de leefstijl en het achterhalen van de oorzaken van het ongezonde gedrag. Ik ga ervan uit dat met een normale voeding, die zo min mogelijk bewerkt is, de beste resultaten kunnen worden gehaald. Geen crashdiëten of calorieën tellen, maar het aanpakken van de oorzaken van het gedrag. Sommige mensen zijn gedemotiveerd als het niet snel genoeg gaat met hun gewichtsverlies. Alleen langzaam afvallen en een ander gedrag zal het meeste effect op de lange termijn hebben. Het gaat er bij veel cliënten om te achterhalen wat de valkuilen zijn en deze gezamenlijk aan te pakken, bijvoorbeeld te veel snacken bij de tv, onregelmatig eten of, wat ik toch ook geregeld hoor, te veel alcohol drinken. Samen met de cliënt probeer ik de oorzaken van ongezond gedrag te achterhalen, waarbij het natuurlijk het beste is als deze zelf en vanuit het eigen belang inziet, wat de oorzaken en mogelijke oplossingen van het probleem zijn. Met de

meeste mensen lukt het een goede vertrouwensband op te bouwen, op basis van een persoonlijk plan gaan we dan aan de slag. Er is niet één therapie die voor iedereen werkt.’

| juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

Hoe ben je in de voedingswereld terecHt gekomen? ‘Eigenlijk begon dat toen ik uit huis ging en zelf ging koken. Ik hield me vanaf toen bezig met het uitproberen van recepten, voeding en ook steeds meer met de gezondheidsaspecten ervan. Ik werkte in de marketing voor een farmaceutisch bedrijf waardoor ik ook in aanraking kwam met de medische aspecten van voeding en gezondheid, er werden onder andere medicijnen gemaakt voor de verlaging van het cholesterolgehalte en tegen diabetes. Ik verslond ook boeken over koken, gezonde voeding en over afvalmethodes. Niet dat ik zelf een probleem met mijn gewicht had, wel zag ik die problemen bij mensen in mijn directe omgeving. De relatie tussen leefstijl en gezondheid fascineren me. Gaandeweg merkte ik dat ik zo nu en dan advies gaf over voeding en afvallen en dat sprak aan. Hierom ben ik drie jaar geleden begonnen aan een opleiding tot gewichtsconsulent en ben ik lid geworden van de Beroepsvereniging Gewichtsconsulenten Nederland.’

wat zou je nog onderzocHt willen zien? ‘Er gebeurt al veel onderzoek naar voeding en gezondheid, alleen ik hoor nog steeds geluiden van mensen die zich afvragen of de huidige voeding wel voldoende voedingsstoffen bevat in vergelijking met vroeger. Aan de ene kant wordt er niet aan getwijfeld, maar ik hoor ook het tegendeel, daar zou ik wel wat meer duidelijkheid over willen. Daarnaast vraag ik me af of er niet wat te terughoudend met supplementen wordt omgegaan, aangezien veel mensen met een normale voeding niet de aanbevelingen halen. Zijn we niet te voorzichtig? Tot slot verbaas ik me erover dat we met zo veel kennis die er op voedingsgebied is er nog steeds niet in slagen de juiste vertaalslag naar de praktijk te maken. Te meer als je kijkt naar de stijging van problemen die aan voeding zijn gerelateerd, zoals diabetes en overgewicht. Daar ligt ook nog een uitdaging.’

21-06-12 11:13:44


Congres

massamediale campagne rond vinkje begint dit najaar

stichting IKB werkt aan sterker imago logo’s

| voeding nu |

Hans Kraak

Het is zo’n anderhalf jaar stil geweest rond het logo van de Stichting Ik Kies Bewust, maar vanaf september brengt een grote communicatiecampagne daar verandering in. De organisatie wil het nieuwe Vinkje-logo beter bekend maken bij een breed publiek. Dat kwam naar voren tijdens het congres Gezonde Voeding van de Stichting Ik Kies Bewust in Maarssen.

| juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

26

Het was even rustig rond het Ik Kies Bewust-logo, omdat de criteria voor gezonde voeding van het Voedingscentrum, en die van het Ik Kies Bewust (IKB)-logo, in elkaar geschoven moesten worden. Dat gebeurde door de wetenschappelijke commissie van de IKB-organisatie, die onafhankelijk van het IKB-bestuur te werk gaat. De criteria zijn nodig om te bepalen wanneer een bedrijf voor zijn product een Vinkje-logo mag voeren. De normen zijn gericht op onder andere de hoeveelheden vet, suiker, zout of vezel in voedingsmiddelen. Het Vinkje-logo heeft twee verschijningsvormen: een groen logo voor basisvoedingsmiddelen, dat aansluit op de Schijf van Vijf van

deelnemers krijgen uitleg over produCten

Motivatie Hans van Trijp, hoogleraar consumentengedrag van Wageningen Universiteit, vroeg zich tijdens een paneldiscussie af of communicatie over het logo alleen voldoende is om de consument te overtuigen van het nut ervan. ‘Ik denk dat er meer nodig is’, zegt hij. ‘Behalve informatie heeft de consument motivatie nodig om de bewuste keuze te maken. Daarbij zou ik er een voorstander van zijn als producenten de onderste vijf procent van de meest ongezonde voedingsmiddelen sowieso uit de schappen zouden nemen, waar-

Foto’s: sChuttelaar

Congres­

het Voedingscentrum en een blauw logo voor niet-basisvoedingsmiddelen, zoals tussendoortjes. In beide gevallen helpt het Vinkje de consument om binnen een productcategorie de gezondere variant te kiezen. Dat de gedachte achter het logo nog niet voor iedereen eenvoudig is, bleek wel uit de reacties van consumenten op vragen over het Vinkje-logo. Tijdens het congres Gezonde Voeding werden filmpjes vertoond waarin consumenten in supermarkten reageerden op vragen over het logo tijdens het winkelen. De nieuwe campagne is juist bedoeld om consumenten het logo beter te laten begrijpen.

met een vinkje.

_vnu0612_o 26

21-06-12 12:07:56


Congres

’s ‘De nieuwe campagne is juist bedoeld om consumenten het logo beter te laten begrijpen’

_vnu0612_o 27

gezonder maken van produCten.

nisatie schaart, hetgeen naar consumenten toe meer vertrouwen zal geven. Ook de directeur van het Voedingscentrum, Felix Cohen, was zichtbaar enthousiast over zijn deelname aan IKB: ‘Welke signatuur het nieuwe kabinet ook krijgt, de overheid zal zich steeds verder terugtrekken. Wij, de voedingsindustrie, retail, catering en maatschappelijke organisaties, zijn vooral op onszelf aangewezen; zelfregulering is het devies. Het Vinkje is wat dat betreft een unieke kans om Nederland gezamenlijk gezonder te maken. Alle lichten staan op groen. Het Voedingscentrum is trots op het Vinkje en popelt om hieraan een bijdrage te leveren.’

27 | juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

BetrouwBaarheid logo De multinationals Unilever, Friesland Foods en Campina hebben het IKB-initiatief ooit opgestart, maar inmiddels zijn er zo’n honderd verschillende bedrijven bij IKB aangesloten en is het Vinkje-logo op zo’n 6.600 producten geplaatst. ‘Het Vinkje is van iedereen. Met de evaluaties van de Wetenschappelijke Commissie zijn de criteria steeds meer een vertaling van de betere producten in iedere productgroep’, zegt Schuttelaar. ‘Met de integratie van de criteria van Albert Heijn en het Voedingscentrum is er één uniform beoordelingssysteem ontstaan, waar de consument op kan vertrouwen.’ Toch kwam tijdens het congres de vraag naar boven of het logo wel betrouwbaar is. Er is immers altijd een commercieel belang bij de deelnemende bedrijven. Dat is wat veel consumenten denken en dat werd tijdens het congres ook naar voren gebracht door nog niet aan het IKB-logo deelnemende bedrijven. ‘Natuurlijk hebben de deelnemende bedrijven ook een commerciële doelstelling’, reageerde Dick Roozen na afloop van het congres. Hij is bestuurslid van Stichting Ik Kies Bewust en algemeen directeur van Superunie (de retailorganisatie die 16 supermarkten en groothandels vertegenwoordigt, waaronder Sligro en Plus). ‘Maar we hebben ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid die we niet uit de weg willen gaan. Het sterke punt van het Vinkje-logo is dat we ook mensen aan de onderkant van de markt, met een lage sociaal-economische status, een eenvoudige tool geven om een gezondere keuze te maken. We staan stevig in onze schoenen en hebben wat te vertellen. Het is belangrijk dat wij laten zien dat we onze verantwoordelijkheid nemen in het streven producten gezonder te maken. Niet alleen door erover te communiceren, maar ook door (gezonde) productinnovatie te blijven stimuleren.’ Volgens Roozen en zijn medebestuursleden is het een enorm pluspunt dat het Voedingscentrum zich nu volledig achter de IKB-orga-

het ikB­logo wil een motor zijn aChter produCtinnovatie en het

| voeding nu |

mee het voor de consument niet meer mogelijk is daarvoor te kiezen. Aan de bovenkant kunnen producten dan gezonder gemaakt worden.’ Volgens Marcel Schuttelaar, directeur van Schuttelaar en Partners, het bureau dat de dagelijkse gang van zaken rond het Vinkje coördineert, zijn het logo en de onderliggende criteria juist bedoeld om via een geleidelijke weg tot een gezonder productaanbod te komen. ‘Het streven is om de criteria voor het verkrijgen van een Vinkje iedere paar jaar te herzien’, zegt hij. ‘Bij nieuwe criteria is het mogelijk dat producten die nu een logo hebben, het logo weer verliezen, tenzij ze aan de nieuwe criteria voldoen. Het IKB-logo wil zo een motor zijn achter productinnovatie en het gezonder maken van producten. Ik ben blij dat we in Nederland binnen Ik Kies Bewust al veel partijen op de goede weg hebben.’

Productinnovatie Hoe het streven naar gezondere producten in de praktijk gestalte kan krijgen liet Frenkel Denie zien. Als consumer marketing directeur Benelux van FrieslandCampina vertelde hij hoe zijn bedrijf jaarlijks 450 ton suiker en 500 ton zout minder verwerkt door betere productsamenstellingen. ‘Dit zijn eerste stappen en we gaan verder’, aldus Denie. Van FrieslandCampina’s producten in de categorie gezondheid en kinderen voldoet ruim 90 procent aan de criteria voor het Vinkje. Bij de basisproducten is dat 35 procent. Ook algemeen directeur Cees van Vliet van Albert Heijn toonde zich een voorstander van het Vinkje: ‘Wij zijn een grote speler, met 14 miljoen transacties per jaar en honderdduizend medewerkers. Daardoor kunnen we veel invloed uitoefenen. Albert Heijn gaat de uitdaging aan om gezonde voeding betaalbaar, gemakkelijk, lekker en gezellig te maken.’ Zijn collega Jeroen Pietryga benadrukte dat het van belang is dat zo veel mogelijk bedrijven zich achter het Vinkje scharen om een zo groot mogelijke impact te hebben op de gezondheid van de Nederlandse consument. Schuttelaar beaamde dat: ‘Het zou toch te gek voor woorden zijn als wij er in Nederland, met onze sterke voedingssector, met al onze voedingskennis, niet in slagen om het voor elkaar te krijgen over de hele linie gezondere producten te maken. Het is doodzonde als dat niet lukt.’

21-06-12 12:07:59


ALP-2012-MSC-Poster_A4_NL-HR.pdf

_vnu0612_028-028 28

1

24/04/12

10:57

21-06-12 10:25:16


IntervIew

nieuw monitoringssysteem voedingsinname topsporters

‘Het werkt net als een bonuskaart’

Maurice de Jong

| voeding nu |

Over ruim een half jaar begint NOC*NSF met het testen van een kassasysteem dat de voedselinname van topsporters realtime registreert in een nog nieuw te bouwen topsportrestaurant op Papendal. Dit stukje techniek helpt diëtisten om voedingsadviezen op maat af te leveren. ‘De diëtist weet nu nooit wat de sporter daadwerkelijk eet.’

29

RegistRatie voeding Een kassaregistratiesysteem zal straks precies bijhouden wat sporters eten. Nu krijgen sporters van de diëtist soms opdracht – digitaal of via een dagboek – gedurende een bepaalde tijd bij te houden wat ze eten. Onbetrouwbaar, benadrukt ex-atleet Maase. ‘De diëtist weet nu nooit echt goed wat een sporter daadwerkelijk eet.’ Het automatisch registreren van eetgedrag geeft diëtisten betere inzichten in het voedingspatroon van sporters waardoor ze, waar nodig, kunnen bijsturen op voeding. Het registreren zal op naam gaan gebeuren. Er moet dus een koppeling komen aan personen. Maase: ‘Alleen geautoriseerde personen krijgen toegang tot de database, zoals de diëtist die het programma begeleidt.’ Zo’n registratiesysteem werkt eigenlijk hetzelfde als een

_vnu0612_m 29

Kamiel maase

bonuskaart, aldus de oud-hardloper.’ FIT kent niet alleen een registratie- maar ook een advieskant die werkt via een smartphone-applicatie. ‘FIT levert een app die sporters die deelnemen aan de pilot zorgvuldig getimede en gepersonaliseerde adviezen verstrekt’, verzekert Maase. De toepassing op de telefoon is een van de methoden om voedingsadvies en trainingsarbeid beter aan elkaar te relateren, En, geeft de voormalig-topsporter toe, het kassaregistratiesysteem en de bijbehorende app zijn niet meer dan een hulpmiddel dat niet overal een oplossing voor heeft. Want wie zegt dat een sporter alles op eet wat hij bestelt? ‘Uiteindelijk moet een betere registratie van voedselinname een duidelijke analyse opleveren van wat de sporter eet en of dat eetpatroon past bij zijn of haar trainingsbelasting’, aldus Maase.

| juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

Wielrenners razen met hoge snelheid langs het trainingscomplex van Vitesse het bos in. Uit bus 109 stappen jongeren met grote sporttassen, die zich daarna snel verspreiden over het hele terrein van Papendal. Hier in het nationale sporthart van Nederland leeft iedereen voor zijn sport. Sporters grijpen iedere mogelijkheid aan om door training of voeding hun prestaties te optimaliseren. Kamiel Maase, zelf oud-hardloper, begrijpt dit maar al te goed. Als prestatiemanager op het gebied van wetenschap en innovatie houdt hij zich bezig met het project Functionele voedingsmonitor Individuele Topsporter, kortweg FIT. Centraal in het project staat het monitoren van het voedingspatroon van topsporters. Maase wijst naar het raam. ‘Hierachter wordt de Arnhemhal gebouwd. Hierin komt een nieuw restaurant waar sporters en begeleiders hun drie maaltijden kunnen nuttigen.’ Het is de bedoeling dat hier, in het najaar van 2012, een pilotproject begint waar geautomatiseerd valt bij te houden wat de sporters eten. Een beetje zoals het Restaurant van de Toekomst in Wageningen. Maase noemt dit initiatief een voorbeeld, maar er zal geen cameraregistratie komen. ‘Dat gaat te ver. Geen Big Brother-toestanden.’

BeteRe spoRtpRestaties Sportdiëtiste Anne-Marijke Amsbergen van Fit Consulting uit Soest vindt dat alles dat helpt om de voedselregistratie te verbeteren mooi is meegenomen. Een kassasysteem is goed voor de bewustwording van vooral jonge sporters, denkt ze. Het is daarbij belangrijk dat sporters inzage krijgen in het systeem. ‘Sommigen denken dat ze het goed doen, terwijl dat misschien niet zo is.’ In de kern draait het er volgens haar om sporters bewust te maken dat ze met goede voeding betere sportprestaties kunnen bereiken. ‘Als sporters bij elkaar zien dat een bepaalde aanpak werkt, dan gaat de rest ook om.’ Het NOC*NSF start in het eerste kwartaal van 2013 met de pilot van FIT.

21-06-12 11:40:35


RECENSIE

Toom houden in tijden van tomeloze overvloed

| VOEDING NU |

Hans Dagevos, LEI Wageningen UR

De Utrechtse psycholoog Denise de Ridder is graag tegendraads. In het prettig geschreven De grote voedselverleiding verdedigt ze met overtuiging dat lijnen een onbeholpen manier is om gezonder te gaan eten en een gezonder gewicht te krijgen. Wilskracht of zelfbeheersing alleen is ontoereikend en emoties als excuus gebruiken om je vraatzucht te rechtvaardigen is onzin.

ons moeite kost. Om weerstand te kunnen bieden aan de overdaad en onze voedselconsumptie binnen de perken te houden is het in ieder geval belangrijk de achteloosheid waarmee we eten te doorbreken. Wie graag gezonder wil gaan eten moet zelf het heft in handen nemen door vanuit een stevige motivatie concrete plannen te maken en specifieke doelen te stellen. Wie algemeen en abstract blijft (ik wil gezonder gaan eten) helpt zichzelf nauwelijks om zich een gezonde weg door de hedendaagse voedseljungle te banen.

| JUNI/JULI 2012 | NUMMER 6/7 |

30

Er wordt vaak veel te gemakkelijk gedacht over afvallen en je eetgedrag veranderen. Niet alleen door dieetgoeroes en afvalpriesters die hun (lezers)publiek proberen te laten geloven dat gezond eten weinig pijn en moeite hoeft te kosten en succes eigenlijk voor het grijpen ligt – alsof opeenvolgende afvalhypes en ontelbare jojo-effecten het tegendeel niet bewijzen. Maar ook door mensen zelf. Die denken nogal eens dat als ze de wens uitspreken dat ze gezonder willen gaan eten, ze het eigenlijk ook al doen. Tussen goede voornemens en daadwerkelijk handelen bestaat echter een kloof. Om die te overbruggen is heel wat nodig. Hoe kunnen we ons eetgedrag in toom houden in tijden van tomeloze voedselverleidingen waarmee we omringd worden? In De Ridders antwoord staat het begrip zelfregulatie centraal. Zelfregulatie is psychologentaal voor menselijk gedrag waarin geprobeerd wordt te laten wat we graag willen en doen waar we tegenop zien omdat het

Om voornemens in de praktijk van alledaags eetgedrag te brengen hecht De Ridder veel waarde aan implementatie-intenties. Dit zijn als-danplannen waarin je bewust nadenkt hoe je gezonde voornemens aan situaties in de praktijk wil verbinden. Dergelijke afspraken met jezelf zijn simpel en specifiek. Bijvoorbeeld: als ik in een treinof tankstation ben dan koop ik geen eten of drinken. Hoe beter de kwaliteit van de gemaakte actieplannen, des te groter de ondersteuning aan de realisatie van zelfregulatie. Met behulp van als-danplannen kunnen mensen zichzelf helpen hun impulsen te beheersen en weerstand te bieden aan voedselverleidingen waarmee ze zo overvloedig worden geconfronteerd. Met als-danplannen als hulpmiddel is het mogelijk aan de obesogene samenleving te ontsnappen. Dat de hedendaagse hoorn des overvloed het ons niet gemakkelijk maakt is overduidelijk. De Ridder wijst in dit kader nog op een opmerkelijk fenomeen. Er zijn aanwijzingen dat juist het uitbundige voedselaanbod van middelmatige kwaliteit als zwakke voedselverleidingen worden ervaren. Hierdoor gaan alarmbellen minder hard rinkelen en wordt zelfregulatie niet geactiveerd. Dit helpt te begrijpen waarom zulke vanzelfsprekende en overdadig aanwezige etenswaren in de vorm van gemaksvoedsel en fastfood zo onbekommerd en ongebreideld worden gegeten. Sterke voedselverleidingen als exquise delicatessen bijvoorbeeld hebben daarentegen een sterkere waarschuwende functie en helpen het eetgedrag daarom juist wel te reguleren. Dit maakt inzichtelijk waarom het abnormaal is om dergelijke lekkernijen zonder terughoudendheid te verorberen. Een extra reden om te kiezen voor kwaliteitseten. Denise de Ridder, De grote voedselverleiding: Over de psychologie van het eten. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker, 2011, 191pp. ISBN: 978-90-351-3634-2 Verkoopprijs: 16,95 euro

_vnu0612_n 30

21-06-12 11:41:30


Je praktijk uitbreiden met een

succesvol afslankconcept? Power Slim is een uitgebalanceerd afslankprogramma dat ontwikkeld is door diëtisten. Dit programma wordt inmiddels al op meer dan 200 locaties in Nederland aangeboden.

Power Slim zorgt voor nieuwe cliënten via landelijke marketing in magazines en op televisie en biedt ondersteuning op het gebied van sales, diëtetiek en marketing.

Het concept is ontwikkeld om overgewicht snel en doeltreffend aan te pakken. Het programma is eenvoudig te volgen, effectief en wetenschappelijk onderbouwd. Met het afslankprogramma geef je jouw cliënten persoonlijke begeleiding bij het afslanken en leer je ze een gezonde leefstijl aan. Behalve goede resultaten genereert Power Slim ook extra omzet. De goede resultaten zorgen voor veel mond-tot-mond reclame.

Wil je meer weten over werken met Power Slim binnen jouw praktijk? Neem een kijkje op www.powerslim.nl/dietisten of bel naar 040 - 222 2289 voor meer informatie. Wij komen graag bij je langs om het concept uit te leggen en de samenwerkingsmogelijkheden te bespreken.

Power Slim in mijn praktijk r, diëtist, arel-Sluijte /Zee. M r e d n a a Sigrid v npraktijk er Diëtiste 2feelbett

Het is mijn doel om te zorgen dat iemand met overgewicht of obesitas met hulp en advies zijn of haar leefpatroon zodanig verandert en zichzelf skills aanleert om af te vallen en op gewicht te blijven. Door meer te bewegen, koolhydraten te verminderen en hoogwaardige eiwitten te eten, kunnen mensen op de

Advertorial_A4_voeding _vnu0612_031-031 31 nu.indd 1

juiste manier afvallen. Ik maak daarbij enthousiast gebruik van het Power Slim afslankprogramma. Het is een compleet concept met producten met kwalitatief hoogwaardige eiwitten en de juiste balans in voedingswaarden. De cliënt wordt volledig begeleid tijdens het afslanken en krijgt voldoende handvatten waardoor het programma makkelijk te volgen is. De begeleiding stopt niet na het behalen van het streefgewicht, maar ook daarna werken we nog samen aan het behoud van het nieuwe gewicht. Want afvallen kan iedereen wel, maar het eraf houden is waar het om gaat.

Bijna 3 jaar geleden heb ik het bedrijf achter het Power Slim afslankconcept leren kennen en ik werd direct enthousiast. Het is een fijn bedrijf waar gedreven mensen werken met hart voor de zaak. Het bedrijf staat altijd open voor suggesties, biedt ondersteuning op gebied van marketing en diëtetiek en geeft regelmatig trainingen en bijscholingen. Doordat ik werk met Power Slim kan ik de cliënt meer keuze mogelijkheden bieden, op een eenvoudige manier laten afvallen en leer ik ze tevens hoe ze het bereikte gewicht kunnen behouden. Dat is de kracht van de diëtist!

11-06-12 11:32 21-06-12 10:25:36


het laatste woord

| voeding nu |

social media: lees en luister, maar praat vooral terug!

| juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

32

Het wordt tijd dat wetenschappers uit hun ivoren toren neerdalen en zichzelf mengen in het maatschappelijk debat over voeding en gezondheid. Welk kanaal leent zich daar nu beter voor dan social media? De jonge generatie zal zich niet verbazen over deze vraag en hooguit haar schouders ophalen. Voor de meeste mensen onder de 30 is bloggen, twitteren en facebooken immers een tweede natuur geworden. De oudere generatie – en pas op: daar behoor je sneller toe dan je lief is – zal eerder de wenkbrauwen ophalen en zeggen dat social media te oppervlakkig zijn, dat daar geen tijd voor is of dat je dit beter aan communicatiedeskundigen kunt overlaten. Wat mij betreft is er echter geen tijd te verliezen! De vele tegenstrijdige berichten in ‘de media’ lijken het vertrouwen van het publiek in de wetenschap te ondermijnen. Dit baart wetenschappers en wetenschapsvoorlichters zorgen. Op 15 maart organiseerde de NAV een voorjaarsforum met het thema: ‘Gezonde voeding… wat te geloven?’ Centrale vraag: heeft

_vnu0612_p 32

de voedingswetenschap nog wel gezag? Op diezelfde dag staken wetenschapsvoorlichters en -journalisten de koppen bij elkaar om te debatteren over de veranderende vertrouwensrelatie tussen publiek en wetenschap. Duidelijke signalen! Het is verontrustend dat het publiek denkt dat wat vandaag nog gezond is, morgen ineens dodelijk kan zijn en er bovendien van overtuigd is dat de commercie alles bepaalt. Het publiek ziet nauwelijks onderscheid meer tussen krantenberichten, reclame-uitingen, voorlichtingscampagnes en blogs van ervaringsdeskundigen. De journalistiek is steeds minder objectief en bereid de nuances weer te geven óf er is te veel tijdsdruk voor check en dubbelcheck, zodat (pers)berichten vaak klakkeloos worden gekopieerd. Dus voedingswetenschappers, laat de sociale netwerken de ‘agenda’ beïnvloeden en meng je vervolgens in de discussie. Toon dat over de meeste voedingsvraagstukken waarmee het publiek zich bezighoudt wel degelijk consensus is. Wees ook niet bang te laten zien waar ver-

lara van aalst, lid nederlandse academie van voedingswetenschappen

schillen in opvatting over zijn of waar nog twijfel over is. Beperk je niet tot het ‘preken voor eigen parochie’. Houd je niet langer op de achtergrond, maar verwerf een leidende positie in het maatschappelijk debat. Laat zien wie de experts zijn, want alleen dan kunnen we het gezag en het vertrouwen in de voedingswetenschap terugwinnen.

21-06-12 11:13:17


onderzoek

Welke genen zijn betrokken bij het metabool syndroom?

AlternAtieven Bekend is dat als mensen afvallen hun bloeddruk en bloedsuikerwaarden dalen, de hoeveelheid buikvet afneemt en hun vetbalans zich herstelt. Daarom is gewichtsregulatie een effectieve interventie om het metabool syndroom als geheel, dus alle gezondheidsklachten samen, te voorkomen of te behandelen. Op dit moment is gewichtsregulatie de enige algemeen geaccepteerde interventie. Om andere, alternatieve preventie- en behandelingsstrategieën te ontwikkelen, is meer kennis nodig over de fysiologische processen die aan het metabool syndroom ten grondslag liggen. Genetisch onderzoek kan hier inzicht in geven. Genen sturen immers de fysiologische processen in ons lichaam aan. Een verstoring in een gen kan een verstoring in het gerelateerde fysiologisch proces veroorzaken.

verder onderzoek Om met zekerheid vast te stellen welke fysiologische processen van belang zijn, is meer onderzoek nodig. Daarna zouden mogelijk nieuwe preventie of behandelingsstrategieën kunnen worden ontwikkeld die aangrijpen op deze fysiologische processen. Droombeeld is dat deze strategieën er uiteindelijk aan bijdragen dat minder mensen het metabool syndroom hebben. Cécile M. Povel, Proefschrift Components of the metabolic syndrome: clustering and genetic variance, Wageningen Universiteit en RIVM, 2012

33 | juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

Er zijn verschillende manieren om het metabool syndroom te definiëren. Een veelgebruikte manier is om mensen met minimaal drie gezondheidsklachten het etiket metabool syndroom op te plakken en mensen met twee of minder het etiket ‘gezond’. Het is echter niet zeker of deze indeling de clustering van gezondheidsklachten wel goed weergeeft. Daarom zocht Cécile Povel (Wageningen Universiteit) in haar proefschrift naar manieren om het metabool syndroom zodanig te definiëren dat het juist de cluste-

ring van gezondheidsklachten goed weergeeft.

| voeding nu |

Te veel buikvet, hoge bloedsuikerwaarden, een verstoorde vetbalans (te hoge niveaus van triglyceriden en een te lage HDL-cholesterol spiegel in het bloed) en een hoge bloeddruk komen vaker samen voor in één persoon dan je door kans alleen zou verwachten. Dit cluster van gezondheidsklachten is inmiddels zo bekend dat het een eigen naam heeft gekregen, het metabool syndroom.

Het onderzoek van Povel had daarom ook tot doel inzicht te krijgen welke genen betrokken zijn bij de ontwikkeling van het cluster van gezondheidsklachten dat het metabool syndroom genoemd wordt. Ze bestudeerde de relatie tussen het metabool syndroom en genetische varianten die een rol spelen in diverse fysiologische processen. Op basis van haar onderzoek concludeerde de onderzoekster dat behalve genen gerelateerd aan gewichtsregulatie, ook genen gerelateerd aan het insuline metabolisme, het vetmetabolisme en ontstekingsreacties betrokken kunnen zijn bij de ontwikkeling van het metabool syndroom.

Meedoen aan een discussie over voeding? Meld je aan bij de discussiegroep van Voeding Nu op LinkedIn. Actuele thema’s: ADHD en voeding; voeding en beweging; stevia. Volg ons ook op Twitter @VoedingNu

_vnu0612_q 33

21-06-12 11:18:33


onderzoek

| voeding nu |

Middelomtrek voorspelt kans op sterfte bij ouderen

| juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

34

De laatste decennia heeft er wereldwijd een stijging in de prevalentie van overgewicht en obesitas plaatsgevonden in alle leeftijdsgroepen. Overgewicht en obesitas hangen samen met ziekten, zoals hart- en vaatziekten en respiratoire aandoeningen, een verminderde kwaliteit van leven en sterfte. De Body Mass Index is een veelgebruikte maat om gezondheidsrisico’s van overgewicht of obesitas in te schatten. Bij ouderen lijkt de BMI echter niet zo’n goede maat te zijn, omdat de vetverdeling verandert met het ouder worden en de lichaamslengte afneemt. Omdat met het ouder worden meer vetmassa wordt opgeslagen rondom en in de organen, hebben ouderen relatief meer (schadelijk) inwendig vet bij een bepaalde middelomtrek dan jongvolwassenen. Om deze redenen heeft Ellen de Hollander, werkzaam bij het RIVM en Wageningen Universiteit, samen met collega’s een groot onderzoek naar de relatie tussen middelomtrek en sterfte uitgezet. Hierbij maakten zij gebruik van data met betrekking tot middelomtrek, BMI en sterfte van meer dan 58.000 ouderen tussen de 65 en 75 jaar over de hele wereld (1). resultAten De onderzoekers onderzochten de sterfterisico’s van middelomtrek gecombineerd met BMI en vonden een verhoogd risico op sterfte in het algemeen en sterfte door harten vaatziekten bij een middelomtrek van

_vnu0612_q 34

≥102 cm bij mannen en ≥88 cm bij vrouwen binnen de BMI categorieën 20-25, 25-29,9 en ≥30 kg/m2. Het hoogste risico werd gevonden voor ouderen met ondergewicht (BMI <20 kg/m2). Zij hadden een tweevoudig verhoogd risico in vergelijking met de controles die geen afwijkende BMI, of middelomtrek hadden. Vervolgens onderzochten ze of de middelomtrek op zichzelf ook een goede voorspeller van sterfte was. Dit werd bevestigd. Ouderen met een middelomtrek van 123 cm (mannen) of 105 cm (vrouwen) hadden twee keer zoveel kans om te overlijden aan hart- en vaatziekten dan ouderen met een gemiddelde middelomtrek. De wetenschappers vonden dat het risico om te overlijden bij de huidig gebruikte afkappunten voor risicovol abdominaal obesitas (102 cm bij mannen en 88 cm bij vrouwen) niet relevant verhoogd was. Dit duidt aan dat deze afkappunten voor ouderen te laag zijn. Voor de klinische praktijk betekent dit dat de middelomtrek een goede voorspeller is voor sterfte bij ouderen, maar dat er eerst consensus bereikt moet worden over nieuwe afkappunten om risicovol abdominaal obesitas aan te duiden. Daarnaast is BMI met betrekking tot ondergewicht ook een goede voorspeller van sterfte bij ouderen. Deze studie onderzocht niet of een verhoogde BMI op zichzelf voorspellend was bij ouderen, maar een eerder onderzoek van Ellen de Hollander e.a. wel (2). Hieruit bleek dat een hoog BMI vanaf 30 kg/m2 voorspellend is voor sterfte bij ouderen (70-75 jaar). Het laagste sterfterisico lag niet tussen de 20 en 25 kg/m2 (geadviseerd gezond gewicht), maar tussen de 25 en 27 kg/m2. Dus ook voor BMI geldt dat de afkappunten om risicovol vet aan te duiden bij ouderen heroverwogen moeten worden. referenties 1. de Hollander EL, Bemelmans WJ, Boshuizen HC, et al. The association between waist circumference and risk of mortality considering body mass index in 65to 74-year-olds: a meta-analysis of 29 cohorts involving more than 58 000 elderly persons. Int J Epidemiol. Apr 28 2012. 2. de Hollander EL, Van Zutphen M, Bogers RP, Bemelmans WJ, De Groot LC. The impact of body mass index in old age on cause-specific mortality. J Nutr Health Aging. Jan 2012;16(1):100-106.

Signalen Self-reporting of height and weight: valid and reliable identification of malnutrition in preoperative patients Haverkort EB, de Haan RJ, Binnekade JM, van Bokhorst-de van der Schueren MA. Am J Surg. 2012 Jun;203:700-7 Vrije Universiteit Amsterdam Why the European Food Safety Authority was right to reject health claims for probiotics Katan MB. Benef Microbes. 2012;3:85-9. Vrije Universiteit Amsterdam Influences on body weight of female Moroccan migrants in the Netherlands: A qualitative study Nicolaou M, Benjelloun S, Stronks K, van Dam RM, Seidell JC, Doak CM. Health Place. 2012;18:883-91. AMC UVA Dietary acid load and risk of hypertension: the Rotterdam Study Engberink MF, Bakker SJ, Brink EJ, van Baak MA, van Rooij FJ, Hofman A, Witteman JC, Geleijnse JM. Am J Clin Nutr. 2012;95:1438-44. Top Institute Food and Nutrition, Wageningen B Vitamins and n-3 Fatty Acids for Brain Development and Function: Review of Human Studies van de Rest O, van Hooijdonk LW, Doets E, Schiepers OJ, Eilander A, de Groot LC. Ann Nutr Metab. 2012;60:272292. Wageningen Universiteit Factors determining the motivation of primary health care professionals to implement and continue the ‘Beweegkuur’ lifestyle intervention programme Helmink JH, Kremers SP, van Boekel LC, van Brussel-Visser FN, de Vries NK. J Eval Clin Pract. 2012;18:682-8. Maastricht Universiteit/Nutrim

21-06-12 11:18:34


| voeding nu | 35 05-06-12 14:22

30 augustus 2012, 12.30-16.45 uur, Meeting Plaza Maarssen

Seminar De Digitale Diëtist Verhoog uw omzet door inzet van social media, SEO en e-commerce Nu de vergoeding voor diëtistenbezoek uit het zorgstelsel is gehaald, moet u als diëtist harder zelf aan de slag om uw omzet op peil te houden. U moet uzelf duidelijker profileren, zeker ook online.

| juni/juli 2012 | nummer 6/7 |

222956_Kenniscentrum Koffie_adv (185x131).indd 1

Tijdens het seminar De Digitale Diëtist krijgt u antwoord op de volgende vragen: • Hoe zorg ik ervoor dat er relevante bezoekers naar mijn website komen? • Hoe kan ik Twitter gebruiken om mijn naamsbekendheid te vergroten? • Hoe kan ik blogs inzetten om mezelf te profileren? • Op welke manieren kan ik mijn omzet vergroten via mijn website? • Hoe werkt advisering online? Sprekers tijdens dit seminar zijn o.a. Marloes Collins en een vertegenwoordiger van Vodiservice. In samenwerking met

Korting voor abonnees Abonnees betalen slechts 2 95 (i.p.v. 2 149).

Dit is incl. catering, excl. BTW en administratiekosten.

Meld u aan via www.voedingnu.nl/digitaledietist 40_120612-01_dietist.indd 1

_vnu0612_035-035 35

20-06-12 16:56:02

21-06-12 12:07:33


Champignon Champignon Idee

de groente die alles kan!

Champignons, voor de variatie! Champignons (Agaricus bisporus) behoren voedingskundig gezien tot de groenten, ook al zijn het eigenlijk schimmels. Daarmee tellen ze dus ook mee voor onze dagelijks aanbevolen portie groenten. En terecht, want champignons zitten boordevol voedingstoffen, die je niet vaak in andere groenten vindt. Goed voor de variatie dus!

Veel voedingstoffen, weinig calorieen Champignons bevatten van nature weinig calorieën, maar relatief veel eiwit en voedingsvezel. Van de micronutriënten zijn vooral de B-vitaminen (B2, B3, B5, folaat) en de mineralen kalium en koper goed vertegenwoordigd. Deze nutriënten spelen een wetenschappelijk bewezen rol in tal van belangrijke lichaamsprocessen.

Vitaminen en mineralen in de champignon

Natuurlijk duurzaam Kiezen voor champignons is ook een duurzame keuze. Het telen van champignons vereist namelijk weinig water en heeft een lage CO2-uitstoot tot gevolg. Veel van de grondstoffen zijn daarnaast

% van de Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid per 100 gram

Vitaminen Vitamine

Vitamine

Vitamine

0,4 mg

3,6 mg

1,5 mg

44 µg

29%

23%

25%

22%

B2

B3

B5

Folaat Totaal

Mineralen

restproducten van andere bedrijven. Ook wordt er geen gebruik gemaakt van bestrijdingsmiddelen.

Kalium

Koper

318 mg

0,3 mg

16%

32%

Bronnen:

Campagne gefinancierd met steun van de Europese Unie

_vnu0612_036-036 36

• EFSA. EFSA Publications: NDA - Claims Art. 13. www.efsa.europa.eu • Reynal, B de. Audit nutritionnel résumé du champignon de Paris. Nutrimarketing, 2009 • RIVM. NEVO-online. RIVM, 2011. www.nevo-online.nl • Europese Commissie. Richtlijn 2008/100/EG van de Commissie. Europese Commissie, 2008

21-06-12 10:25:26


Voeding Nu editie 6/7