__MAIN_TEXT__

Page 1

STUDIUM GENERALE UNIVERSITEIT UTRECHT PRESENTEERT:

Zijn wij ons brein? Kettingreactie 2011-2012


Motto

Ted: Free will... is obviously not a big factor in this little world of ours. Allegra: It’s like real life. There’s just enough to make it interesting. eXistenZ (regie David Kronenberg, 1999)


Voorwoord

Hoe kun je zeker weten dat de wereld om je heen bestaat, dat je waarnemingen geen hallucinaties zijn en dat je lichaam er echt is? Descartes stelde zichzelf deze vragen en moest concluderen dat hij aan alles kon twijfelen. In zijn methodische twijfel wist hij toch één ding zeker: namelijk dát hij twijfelde. Cogito ergo sum; ik denk dus ik ben. Voor Descartes betekende dit ook dat lichaam en geest van elkaar te scheiden zijn, waarbij de geest primair is en onafhankelijk bestaat van de materie. 
 
 Bijna vier eeuwen na Descartes’ uitspraak die de richting van filosofie en wetenschap verregaand bepaalde, lijkt het tij opnieuw gekeerd. In plaats van de geest, lijken nu het lichaam en de materie op de eerste plek te staan. Onderzoek naar gedrag, cognitie en emotie grijpt steeds vaker terug op hersenonderzoek. Het brein staat natuurlijk in relatie tot de omgeving; steeds meer onderzoek gaat over de wisselwerking tussen hersenen, omgeving, genen en sociaal gedrag. We bestuderen de mens via zijn genetische opmaak en de invloed van zijn omgeving. Wat voegt kennis over de werking van de hersenen hieraan toe? En wat zijn de maatschappelijke implicaties van die kennis?
 
 Dick Swaab ontketende met zijn bestseller Wij zijn ons brein in 2010 een verhit wetenschappelijk en publiek debat over hersenen, lichaam en geest. Ziektes, aandoeningen, afwijkingen, gedrag en gedachten, komt dat alles werkelijk voort uit anderhalve kilo grijze massa? Deze visie roept prangende vragen op, die praktisch maar ook filosofisch van aard zijn en raken aan alle mogelijke wetenschappelijke disciplines. Als de hersenen allesbepalend zijn, ii


Dr .i r .Mel ani ePet er s Dr s.J essi eWaal wi j k Dr s.Mi r i am Rasch Ri ckBer ends


Kettingreactie 1 | Prof. dr. Willem Koops

Over ‘Grosshirn-Voodoo’ VRAGEN

Prof. dr. Willem Koops


1. Welke componenten van de neurowetenschap spelen een rol in uw onderzoek naar gedrag?

Willem Koops is decaan van de faculteit Sociale Wetenschappen van de

2. Welke rol spelen hersenen in uw onderzoeksgebied?

Universiteit Utrecht.


3. Waarnemen is nog geen denken en denken nog geen gedrag, hoe ziet u de link hiertussen?

Ik ben ontwikkelingspsycholoog en in mijn eigen onderzoek heeft de

4. Waar zou hersenonderzoek zich concreet op moeten richten wil ze iets kunnen betekenen voor de sociale wetenschappen?

ingewikkelder werden als je de hersenen erin betrok. Als je Ockhams scheermes

Universiteit Utrecht en Universiteitshoogleraar. Sinds 2007 bekleedt hij de leerstoel Foundations and History of Developmental Psychology and Pedagogy aan de 
 neurowetenschap, of als je wilt hersenonderzoek, nauwelijks enige rol gespeeld. Heel lang is het zo geweest dat verklaringsmodellen in de psychologie alleen maar (of lex parsimoniae) hanteert, dan blijf je als psycholoog vaak liever buiten het hersenonderzoek: we geraken liever niet van de wal in de sloot.
 
 Waarom vindt iedereen inmiddels hersenonderzoek belangrijk? Wel: in de jaren zestig en nog lang daarna hanteerde iedereen sociale verklaringsmodellen voor menselijk gedrag. Wereldwijd vroeg het cultuurhistorische klimaat kennelijk om zulke verklaringen. Het was de tijd na een afschuwelijke oorlog; men wilde solidariteit, tussenmenselijke steun, groepsgeest, onderlinge afhankelijkheid, samen, samen, samen. Dat is ergens in de jaren negentig van de vorige eeuw 4


geheel omgeslagen: concurrentie, individualisme, neoliberalisme,

die met enig recht fascistisch kan worden genoemd. De Victor

het totale failliet van het socialisme (weg IJzeren Gordijn:

Lammes en de Dick Swaabs van vandaag de dag, zouden er

markteconomie!). Daar past het allerindividueelste onderzoek van

goed aan doen Kouwer te lezen, die 43 jaar na zijn dood actueler

de eigen hersenen bij.

is dan ooit. Lamme (‘Weg met de psychologie’, De vrije wil bestaat niet. Over wie er echt de baas is in het brein) die meent

Voordeel van een verwijzing naar hersenonderzoek is dat de meeste mensen, vooral ook leken, denken dat het bestuderen van

dat de psychologie tot aan zijn eigen hoogleraarschap overbodig

hersenprocessen wetenschappelijker is dan gedragsonderzoek.

is: het hersenonderzoek van vandaag komt ervoor in de plaats, of

Anekdote: ik zat in de trein met een collega die hoogleraar in de

beter, het onderzoek van Lamme komt ervoor in de plaats.

scheikunde was. Tegenover ons een aardige dame, die kennelijk

Swaab, die domweg beweert ‘Wij zijn ons brein’ (de titel van zijn

luisterde naar onze academische conversatie. Ze vroeg aan mijn

bestseller), mag blij zijn dat dat onzin is: immers als het waar was

collega: ‘Wat doceert u?’ Hij zei: ‘Chemie.’ Ze vroeg het

had hij zijn boek niet kunnen schrijven (hersenen schrijven niet) en

vervolgens aan mij en ik zei: ‘Ontwikkelingspsychologie’.

zou niemand het gekocht hebben (hersenen kopen niet). Wie

Mevrouw reageerde naar mij met een vaag ‘interessant’ en zette

bewustzijn en vrije wil ontkent, wie meent dat denken vooral

vervolgens de conversatie voort met mijn collega. Dit leken-idee

onbewust verloopt, wie meent dat wij onze hersenen zijn, zo

van hoe dichter bij het molecuul hoe wetenschappelijker, noem ik ‘lekenpositivisme’. Positivisme houdt in dat men altijd meent dat verdergaande reductie wetenschappelijker is, en trouwens ook dat wetenschap ooit af zal zijn. Beide onzin…
 
 Julian Huxley, de bioloog, zei eens tegen zijn gehoor: ‘U bent een verzameling zenuwcellen.’ De scherpzinnige Groningse (oorspronkelijk Utrechtse) hoogleraar psychologie Kouwer zei tegen ons dat iemand die zulke dingen zegt, eigenlijk beweert dat bewustzijn niet bestaat. Maar als dat waar is dan kan er dus geen gesprek met je gevoerd worden, je wordt gereduceerd tot materie. Zo iemand neigt tot een moraal, waarvan Kouwer zei dat

iemand ontkent de mogelijkheid van het tussenmenselijk gesprek.
 
 In Der Spiegel stond op 2 mei 2011 een prachtig artikel over de twijfelachtige omgang van wetenschappers met fMRI. Het artikel heeft de mooie titel ‘Neurowissenschaft: Grosshirn-Voodoo’. Het opent met het beroemde experiment van Craig Bennett, die aan een dode zalm plaatjes van geëmotioneerde mensen liet zien en – in het dode dier dus! – interpreteerbare hersenactiviteit vond. Moeten wij vrezen dat dode vissen nog in de pan tot empathie in staat zijn? Bennett maakt duidelijk dat het bij nader inzien gaat om statistisch toevallige uitslagen, maar ook dat volgens hem tussen de 25 en 40 procent van de onderzoekers zulke correcties 5


niet of niet goed uitvoert. De neurowetenschapper Kriegeskorte

wat er in de hersenen gebeurt, je dan dichter bij oorzaken bent

van Cambridge stelt vast ‘dat de uitkomsten van de fMRI van de

aangeland. Dat is waarin bijvoorbeeld de hoogleraar Jelle Jolles

stofwolkjes van de psyche opgevat worden als spijkerhard’. Het

grossiert, met als bekendste voorbeeld de redenering dat bij

gaat er niet om de fMRI te zien als de koninklijke methode. Men

ontstentenis van voldoende hersenontwikkeling, pubers niet in

beseffe het volgende: een fMRI-beeld is geen foto van het

staat zijn tot planning en zelfregulatie. En ‘dus’ moet je ze niet in

werkende brein. Het meet de toegenomen doorbloeding die het

een studiehuis-omgeving zetten. Hoezo ‘dus’? Misschien kunnen

gevolg is van hersenactiviteit. Daartoe worden de hersenen in de

we de hersenontwikkeling wel enorm stimuleren door die

regel in blokjes van ongeveer drie millimeter opgedeeld,

kinderen op veel jongere leeftijd studiehuis-zelfstandigheid bij te

zogenaamde voxels. Een voxel omvat tussen de 500.000 en drie

brengen. Dit soort discussies zijn talloze malen gevoerd, maar

miljoen neuronen en meer dan honderd kilometer zenuwbanen en

zelden met als resultaat dat onderzoekers als Jolles tot

ongeveer 27 miljard synapsen. Enfin, lees het mooie artikel in Der

bescheidenheid worden gebracht.


Spiegel om te begrijpen hoeveel er vervolgens mis kan gaan met 


de te verrichten metingen en de talloze ongecontroleerde

Psychologen moeten natuurlijk proberen de ontwikkelingen in de

condities die de doorbloeding van hersenen kunnen beïnvloeden.

neurowetenschappen te volgen. Zijn er mooie voorbeelden in mijn

En niet te vergeten de tamelijk willekeurige statistische criteria die

eigen vakgebied? Natuurlijk. Slechts één voorbeeld noem ik hier.

gehanteerd worden om meer of minder doorbloeding vast te

Ik ben bijzonder geïnteresseerd in het onderwerp ‘The Child’s

stellen.


Theory of Mind’ (ToM). Dat gaat over het vermogen van kinderen

van uiteenlopende leeftijden om zich te verplaatsen in de Vind ik dat psychologen moeten ophouden met fMRI en met

gedachten en belevingswereld van medemensen, een vermogen

hersenonderzoek? Neen, geen misverstanden, dat vind ik niet.

dat zich al zeer vroeg in de ontwikkeling voordoet. Een vermogen

Maar ik vind dat psychologen tot taak hebben menselijk gedrag

ook dat kinderen tot echte medemensen maakt. Veel van de

te verklaren en niet om hersenen te begrijpen, want wij zijn in het

vragen die in de loop van de tijd uit onderzoek naar voren zijn

geheel niet onze hersenen. Psychologen moeten alleen de

gekomen, worden een stapje vooruit gebracht door fMRI-

hersenen in hun redeneringen betrekken als dat voor het

onderzoek, zoals blijkt uit een belangwekkend special issue van

begrijpen van het gedrag helpt, en niet wanneer dat begrijpen er

Social Neuroscience over Theory of Mind, verschenen in 2007. Uit

ingewikkelder van wordt. Het ergste wat een psycholoog kan

de gemaakte hersenplaatjes wordt bijvoorbeeld duidelijk dat bij

doen is het lekenpositivisme overnemen en menen dat als je weet 6


cognitieve en emotionele ToM verschillende gebieden van de

vakgebied een rol speelt. Ik zie dat fMRI een methodologische

hersenen actief zijn, waaruit duidelijker dan voorheen volgt dat je

toevoeging van recente datum is, waaraan psychologen veel

deze twee domeinen niet over één kam kunt scheren. Ook bleken

plezier kunnen beleven als het gaat om de heuristische waarde

‘distinct brain mechanisms to respond to distinct emotional

voor de theorievorming.


expressions’. Zulke bevindingen brengen het onderzoek vooruit 


doordat ze nieuwe vragen oproepen over hoe de vroege

3. Waarnemen is nog geen denken en denken nog geen

ontwikkeling verloopt. Zo zijn er natuurlijk veel meer voorbeelden

gedrag, hoe ziet u de link hiertussen? De relatie tussen

te geven van prachtig hersenonderzoek dat psychologische

waarnemen, denken en gedrag is uiterst gecompliceerd en omvat

theorievorming stimuleert, corrigeert en vooruitbrengt. En daarom

bijna de complete psychologische onderzoeksuitkomsten van

is het noodzakelijk dat dat enorm dynamische gebied van de

meer dan honderd jaar, die opgetast zijn in een nauwelijks te

neurowetenschappen beschikbaar wordt gemaakt voor

overziene hoeveelheid publicaties. Het probleem van de moderne

psychologen. Dat doe je door ze in hun opleiding een stevige

filosofie is: hoe blijf je buiten de empirische wetenschap en stel je

basiskennis bij te brengen. En dat doe je ook door diezelfde

toch interessante vragen vanuit de wijsbegeerte? Als je toch iets

studenten bij te brengen dat het maken van hersenplaatjes een

empirisch verifieerbaars zegt, dan kun je er niet omheen kennis te

middel is om tot theorievorming over gedrag te komen en niet het

nemen van de resultaten van de empirische wetenschap. 


middel! Psychologen hebben veel meer middelen: het experiment: de rijke testtraditie, observatietechnologie et cetera.

Recent is daar dan fMRI aan toegevoegd. That’s it.


4. Waar zou hersenonderzoek zich concreet op moeten richten wil ze iets kunnen betekenen voor de sociale


 1. Welke componenten van de neurowetenschap spelen een

wetenschappen? Als ontwikkelingspsycholoog vind ik dat vooral

rol in uw onderzoek naar gedrag? Zelf heb ik geen fMRI-studies

de ontwikkeling van de hersenen in relatie tot de psychologische

verricht en in mijn eigen onderzoek heb ik tot vandaag geen

ontwikkeling van kinderen bestudeerd zou moeten worden. Dat is tot nu toe een onderontwikkeld gebied, dat zowel de

neurowetenschap nodig gehad. 


neurowetenschappen als de psychologie veel zou kunnen

opleveren.
 2. Welke rol spelen hersenen in uw onderzoeksgebied? Ik stel 


vast dat hersenonderzoek steeds vaker en frequenter in mijn 


7


Ten slotte: Ik zou prof. dr. Jan van Gijn willen vragen of hij meent dat een natuurwetenschappelijk uitgangspunt, of beter een cartesiaans georiĂŤnteerde methodologie voor de studie van het menselijk gedrag, zich noodzakelijkerwijs dient te oriĂŤnteren op hersenstudies. Of simpeler: denkt hij dat er naast de neurologie een zinvolle plaats is voor de psychologie?

8


Kettingreactie 2 | Prof. dr. Jan van Gijn

Van gedrag valt geen hersenfoto te maken VRAGEN

Prof. dr. Jan van Gijn


1. ‘Wij zijn ons brein’ – wat denkt u als neuroloog van die stelling?

Jan van Gijn studeerde geneeskunde in Leiden en werd opgeleid tot neuroloog in

2. Zijn hersenscans noodzakelijk voor een goede behandeling?

gebied van de hersenvaatziekten.


3. Hoe verhouden lichamelijke klachten zich tot de hersenen zoals we die zien op fMRIscans?

‘Ohne phosphor kein Gedanke’ schrijft in 1852 de fysioloog Jacob Moleschott

4. Is er naast de neurologie een zinvolle plaats voor de psychologie?

stelling had hij daarbij wel degelijk op het oog, voortbordurend op ideeën uit de

Rotterdam en Londen. Zijn wetenschappelijke activiteiten zijn vooral gericht op het 
 (1822-1893). Dat stelt hij in een technisch betoog aan het adres van vakgenoten, over de samenstelling van hersenweefsel. De materialistische implicaties van zijn radicale verlichting. Ook ik ga er – en niet als enige – van uit dat al ons denken en handelen voortvloeit uit activiteit van zenuwcellen in de hersenen. Hoe belangrijk fosfor daarbij is doet even niet ter zake; voor zenuwcellen zijn nu eenmaal talloze bouwstoffen nodig. Even belangrijk is wat zenuwcellen doen: zij zetten zuurstof en glucose om in elektrische en chemische signalen. Al die signalen samen bepalen het gedrag van een individu.
 
 Maar nu het omgekeerde. Betekent dit dan ook dat bestudering van de activiteit van hersenweefsel ons kan leren hoe denken en handelen tot stand komt – sterker nog, dat we dit kunnen begrijpen en verklaren? Welnee. De onmogelijkheid 9


daarvan is niet theoretisch, maar praktisch: onze methoden voor

gedraagt de patiënt zich niet anders dan verwacht, dan is een

het meten en analyseren zijn te onvolmaakt in vergelijking tot de

aandoening van het zenuwstelsel zo goed als zeker uitgesloten.


complexiteit van het orgaan. Hersenen bevatten ongeveer

Worden er daarentegen bij het lichamelijk onderzoek

honderd miljard zenuwcellen. Dat getal gaat elk

uitvalsverschijnselen gevonden, dan kan de neuroloog deze vaak

bevattingsvermogen te boven, maar het helpt om te bedenken

direct herleiden tot een bepaalde plaats in het zenuwstelsel waar

dat dit getal vijftien maal zo groot is als het aantal mensen op

de afwijking zich moet bevinden. De ‘elementaire

aarde. En het wordt helemaal complex door de onderlinge

functies’ (bewegen, voelen, zien, horen, ruiken, proeven) hebben

verbindingen tussen die cellen. Stel dat we vanuit een satelliet die

namelijk in het zenuwstelsel een bekend verloop. Toegegeven, het

rond de aarde cirkelt gegevens opvangen over warmte,

is een tamelijk grillig verloop (neuro-anatomie), maar in wezen niet

radioactieve straling, licht, geluid of wat dan ook. Kunnen we

anders dan het bedradingsschema van een huis (als het licht in

daaruit vervolgens verklaren waarom er een volksverhuizing

de wc en de keuken uitvalt, kan in het stoppenschema worden

plaatsvindt, een economische crisis is uitgebroken, een politicus

opgezocht welke zekering vervangen moet worden). Dat dit

wordt vermoord? Nou dan.


lokaliseren ook bij hersenafwijkingen betrekkelijk eenvoudig kan

zijn, komt doordat de ‘uitgang’ (voor bewegen) en de 1. ‘Wij zijn ons brein’ – wat denkt u als neuroloog van deze

‘ingangen’ (voor de zintuigen) een beperkte – en bekende – plaats

stelling? Hersenziekten maken een belangrijk deel uit van het vak

in de hersenen hebben.


neurologie – naast ziekten van ruggenmerg, zenuwen en spieren.

Als een patiënt klaagt over pijn, een verlamming of een

Maar nu stoornissen van menselijk gedrag. Dan gaat het niet

gevoelsstoornis, beperkt het onderzoek van de neuroloog in de

meer om de ingangen of de uitgang, maar om de verbindingen

spreekkamer zich vaak tot elementaire functies. De patiënt moet

binnen in de hersenen. Het onderzoek wordt daarmee een stuk

zich uitkleden en de neuroloog test op de onderzoekbank de

ingewikkelder. Nu is het ook weer niet zo dat de honderd miljard

functie van zintuigen, spieren en reflexen aan hoofd, ledematen

hersencellen een ongeordende flipperkast vormen. Er zijn wel een

en romp. Patiënten beschouwen dit trouwens vaak als

paar specialisaties en bekende verbindingen, maar het zijn er niet

‘oefeningen’, maar in feite wordt het hele samenstel van het

veel. Zo is de taalfunctie bij de meeste mensen in de

centrale zenuwstelsel, perifere zenuwen en spieren daarmee

linkerhersenhelft te vinden (meer naar voren voor de

doorgemeten. Is de uitslag van dit onderzoek normaal en

taalproductie, meer naar achteren voor de taalperceptie). De 10


rechterhersenhelft is weer belangrijk voor ruimtelijke oriëntatie. En

voorgesteld als een apparaat waarmee je gedachten kunt lezen.

de geheugenfunctie verloopt via een bepaalde structuur

Willem Koops heeft al globaal uitgelegd hoeveel bewerkingen er

(hippocampus) diep in de beide slaapkwabben, waar de

nodig zijn voordat ‘plaatselijke hersenactiviteit’ zichtbaar is.

herinneringen worden verwerkt; waar ze worden opgeslagen,

Daarbij moet nog bedacht worden dat de activiteit niet ‘online’

weten we niet. Bovendien zijn er verschillende soorten geheugen

gevolgd wordt. Elke ‘hot spot’ is niets meer dan een optelling van

(voor onder meer belevenissen, beelden, woorden, bewegingen).

verschillende reacties op een kortdurende prikkel: bijvoorbeeld

Zo raken we langzamerhand het spoor bijster. Als alle bekende

een lichtflits, een plaatje of een prikje. Die optelling is nodig om

functies op het hersenoppervlak (de schors) worden ‘ingekleurd’,

het signaal boven de ruis uit te tillen; bovendien moet de

blijft negen tiende nog wit. Als de neurochirurg uit een van die

rustactiviteit van de hersenen er nog van af worden getrokken.

‘witte’ gebieden een tumor verwijdert, zal de patiënt niet deels

Welnu, door een hele reeks lichtflitsen toe te dienen, kan zo

verlamd of gevoelloos zijn, of niet meer goed kunnen spreken,

worden aangetoond dat het allerachterste deel van de hersenen

maar zijn karakter zal dikwijls veranderd zijn – en lang niet altijd

die visuele signalen verwerkt. Maar dat wisten we natuurlijk al

op een onvoorspelbare manier. Toch horen ook stoornissen van

lang, uit onderzoek met oudere technieken en (sinds de Eerste

gedrag en geheugen bij de neuroloog thuis. Alleen onderzoekt hij

Wereldoorlog) door onderzoek van patiënten met verwondingen in

die niet op de onderzoeksbank, maar met behulp van

dat gebied.


psychologische tests. Daar kom ik aan het slot op terug.
 


Als we de prikkel ingewikkelder maken, wordt de reactie van de 2. Zijn hersenscans noodzakelijk voor een goede

hersenen ook ingewikkelder. Twee voorbeelden. Bij het ene

behandeling? Hersenscans zijn voor de neuroloog aan de orde

onderzoek kregen de proefpersonen achtereenvolgens

van de dag. Maar dan heb ik het over computertomografie (CT-

verschillende speelkaarten te zien. Bij één bepaalde kaart die ze

scan) of ‘magnetic resonance imaging’ (MRI), technieken die de

tevoren hadden gezien kregen ze opdracht om daarover te

structuur van de hersenen weergeven. Die kunnen allerlei

jokken. Bij het andere onderzoek kregen Schotse

ziekteprocessen laten zien die gepaard gaan met grofstoffelijke

voetballiefhebbers hele korte videofragmenten te zien van

veranderingen: tumoren, infarcten, bloedingen, ontstekingen,

wedstrijden van hun favoriete club. Fragmenten met goals (aan

butsplekken, en wat niet al. In deze discussie gaat het eerder om

de goede kant) waren de testconditie, neutrale spelmomenten op

de functionele MRI (fMRI). In populaire bladen wordt de fMRI

het middenveld de controleconditie. Welnu, wie een ‘jokcentrum’ 11


of een ‘juichcentrum’ dacht te vinden, kwam bedrogen uit. Links

3. Hoe verhouden lichamelijke klachten zich tot de hersenen

en rechts in de hersenen was activiteit zien, telkens ook nog op

zoals we die zien op fMRI-scans? Bij afwijkingen op ‘gewone’,

verschillende plaatsen. De primitieve verwachting dat met de

anatomische scans is dat verband meestal zonneklaar (die scans

fMRI de hersenen te ‘begrijpen’ zouden zijn, doet denken aan de

zijn trouwens op zichzelf al een wonder voor iemand die in de

frenologierage in de negentiende eeuw. Artsen moesten er niets

jaren zestig van de vorige eeuw geneeskunde gestudeerd heeft). 


van hebben, maar het grote publiek was er dol op. Schema’s 


werden gepubliceerd waarin elk plaatsje op het hersenoppervlak

Anders ligt het bij onverklaarde pijn, dat wil zeggen pijn zonder

in verband werd gebracht met een bepaalde psychische functie,

dat er iets ‘stuk’ is. Daarbij heeft onderzoek van groepen (let wel:

van eerbied voor je ouders tot Franse werkwoorden. Bij mensen

groepen, geen individuen) ons wel iets geleerd. Eerst iets over

met speciale talenten waren de desbetreffende gebieden

‘gewone pijn’, bijvoorbeeld wanneer iemand zich brandt door het

zogenaamd groter, wat weer overeen zou komen met een

vastpakken van een hete pan; de pijn zit dan natuurlijk in de

bobbeltje op de schedel (denk aan de ‘wiskundeknobbel’).

vingers. Toch is het in de hersenen en niet in de huid waar de

Vandaar dat de fMRI door critici ook wel eens ‘frenologische MRI’

sensatie ‘pijn’ ontstaat. Uiteindelijk komt elk gedeelte van huid,

wordt genoemd.


botvliezen en pezen overeen met een bepaald gedeelte van de

sensibele hersenschors, langs bekende opstijgende banen via Heeft fMRI dan helemaal geen zin? Niet voor onderzoek en

ruggenmerg, hersenstam en thalamus. Die ‘klassieke weg’

behandeling van individuele patiënten. Wel voor wetenschappelijk

bepaalt de gewaarwording waar de sensatie vandaan komt, en

onderzoek naar hersenfuncties, zowel bij gezonden als zieken.

wat het is (jeuk, strijken, drukken of prikken bijvoorbeeld). 


Door het verzamelen van groepen patiënten met een goed 


omschreven stoornis van de hersenfunctie, zoals schizofrenie of

Terug naar de fMRI bij onverklaarde pijn. Hoe sterk en hoe

een bepaalde vorm van dementie, en door deze groep patiënten

onaangenaam de sensatie of pijngewaarwording is, blijkt mede te

vervolgens te vergelijken met een controlegroep, kan ons begrip

worden bepaald door een ‘omweg’. Een parallel systeem

een heel klein stapje verder komen – wat nog heel iets anders is

versterkt of verzwakt de gevoelssignalen onder invloed van allerlei

dan die stoornissen ‘snappen’.


bijkomende factoren, zoals verwachtingen, herinneringen, angst,

somberheid, vermoeidheid, opwinding en agressie. Overigens zijn 


dat allemaal abstracte, door mensen bedachte begrippen, die 12


beslist niet op omschreven plaatsen in het zenuwstelsel zijn terug

Literatuur


te vinden. Er zijn wel bepaalde hersengebieden voor het

1. Moleschott J., Der Kreislauf des Lebens. Mainz: V. von Zabern,

aansturen van spieren en voor het ontvangen van signalen uit

1852.


onze vijf zintuigen, maar er bestaan geen zenuwkernen voor

2. Sunaert S., Thomas B. ‘An introduction to clinical functional

bijvoorbeeld ‘stemming’ of ‘angst’. Al met al heeft het woord

magnetic resonance imaging of the brain.’ In: Rombouts S.A.R.B.,

‘voelen’ dus twee dimensies: een beperkte (’Ik voel jeuk’) en een

Barkhof F., Scheltens P. (red.). Clinical Applications of Functional

ruimere (’Ik voel me naar’). 


Brain MRI. Oxford: Oxford University Press; 2007. p. 1-37.


3. McLean J., Brennan D., Wyper D., Condon B., Hadley D., 4. Dient een natuurwetenschappelijk uitgangspunt, of beter

Cavanagh J., Localisation of regions of intense pleasure response

een cartesiaans georiënteerde methodologie voor de studie

evoked by soccer goals. Psychiatry Res. 2009 ;171:33-43.


van het menselijk gedrag, zich noodzakelijkerwijs te

4. van Gijn J., Lijf en leed. Geneeskunde voor iedereen.

oriënteren op hersenstudies? Simpeler gezegd: is er naast de

Amsterdam/Antwerpen: Atlas, 2011.

neurologie een zinvolle plaats voor de psychologie? Voor onderzoek van gedrag is psychologie onmisbaar, zoals gezegd. Eenvoudige testjes kunnen neurologen zelf leren uit te voeren, maar een volledig psychologisch functieprofiel testen en interpreteren is werk voor neuropsychologen. Die discipline heeft dan ook een onmisbare eigen rol bij het onderzoeken van zowel normale als gestoorde hersenfunctie. Mijn slotsom is: gedrag ontstaat dankzij materie, maar kan daar niet uit worden afgeleid.
 
 Ik dank dr. G.J. Biessels, neuroloog, voor commentaar op een eerdere versie van dit betoog.
 
 
 
 13


Kettingreactie 3 | Dr. Thomas Müller

Filosofen en neurowetenschappers over de vrije wil VRAGEN

Dr. Thomas Müller


1. Wat is de rol van de filosofie in het debat over de vrije wil?

Thomas Müller is als filosoof werkzaam aan de Universiteit Utrecht en is

2. Is het mogelijk dat de neurowetenschappen het bestaan van de vrije wil uitsluiten?

Starting Grant van 1,5 miljoen euro om de komende vijf jaar onderzoek te doen

3. Hoe zouden neurowetenschappers en filosofen vruchtbaar kunnen samenwerken op het vlak van vrije wil?

4. Leidt een materialistisch uitgangspunt wat betreft de hersenfunctie noodzakelijkerwijs tot determinisme, of is het juist de complexiteit van ontelbare kleine krachten die nog ruimte laat voor de vrije wil?

2. Nee.


verbonden aan het Descartes Centre. In augustus 2010 ontving hij een ERC naar de vrije wil. 
 Eerst de korte versie van mijn antwoorden:
 1. Zonder filosofie weten we niet eens waar het over gaat.
 3. Goed naar elkaar luisteren en samen methodologie en interpretatie verbeteren.
 4. Materialisme kan prima zonder determinisme; complexiteit geeft nog geen vrije wil.
 
 Er is natuurlijk ook een langere versie. (Complete, afsluitende antwoorden zijn er volgens mij niet; wetenschap, en dus ook filosofie, is nooit af.)
 
 1. Wat is de rol van de filosofie in het debat over de vrije wil? Deze vraag heeft meerdere betekenissen en als filosoof ben ik voorstander van analyse. Dus: 14


letterlijk genomen is dit een vraag naar de hoeveelheid filosofie in

een ‘vrije wil’. Er is natuurlijk niets mis met nauwkeurige definities

het debat, zoals dat zich manifesteert in kranten en boeken, en

– in de natuurwetenschappen kun je niet zonder. Wat gebeurt er

op tv, internet en de radio. Aan die vraag kan ik als filosoof niets

nu als de wetenschap vaststelt dat de vrije wil, zoals gedefineerd,

bijdragen, want die vereist empirisch onderzoek – het tellen van

maar een plezierige illusie is? Laten we ons voorstellen dat dit de

trefwoorden in artikelen, of zoiets. De uitkomst zal waarschijnlijk

uitkomst van zorgvuldig doorgevoerde natuurwetenschappelijke

zijn dat de filosofie een betreurenswaardig kleine rol speelt.

experimenten is. Wat hebben we aan de uitkomst? Wij weten nu

Echter, door hier ‘betreurenswaardig’ te zeggen, komt de tweede

slechts dat datgene wat precies zó gedefineerd is, niet bestaat.

betekenis van de vraag naar voren: wat zou de rol van de filosofie

Toch worden er vaak grote consequenties aan verbonden: het

in het debat over de vrije wil moeten zijn? Omdat ook dat niet

strafrecht moet anders, ons zelfbeeld moet veranderen. Hoe zit

eenduidig is, stel ik voor om te herformuleren:


dat? Hier is bij uitstek een taak weggelegd voor de filosofie. Wie

anders kan toetsen of de genoemde definitie een goede definitie Wat zou de rol van de filosofie moeten zijn als het om de

is? Wat is überhaupt de rol van technische definities in de

vraag gaat of de mens een vrije wil heeft? Deze rol ligt volgens

wetenschap, en wat is de rol van ons zelfbeeld hierbij?


mij vooral in het verhelderen van de vraag. Wat vragen wij als we

willen weten of de mens een vrije wil heeft? ‘De vrije wil’ hoort bij

Soms ontstaat door een wetenschappelijke definitie gewoon een

ons alledaagse beeld van de mens en bij hoe we in de

heel nieuw begrip. Je kiest een nieuw woord (’Aronszajn-boom’,

omgangstaal over menselijk gedrag praten. Het is geen

‘quark’), of je geeft een bestaand woord een nieuwe betekenis

theoretisch begrip. In de alledaagse betekenis is de vrije wil iets

(’verzameling’, ‘energie’), en daarmee ga je verder. Echter, vaak

wat we aan iedereen toekennen. We kennen wel uitzonderingen in

probeer je door een definitie niet iets helemaal nieuws te

speciale gevallen (ziektes, invloed van drugs), maar de vrije wil

benoemen, maar de grenzen van iets bekends duidelijk te maken

hoort toch gewoon bij de mens. Er zijn ook tal van

of opnieuw te trekken. In de wetenschapsfilosofie kun je dan van

dwarsverbanden met psychologische begrippen, zoals in de

explicatie spreken. Een bekend voorbeeld: walvissen zijn geen

voorgaande bijdragen zijn genoemd.


vissen, dat weten wij; het biologische taxon ‘vis’ sluit walvissen

uit. Wat gebeurt hier? Ontstaat hier alleen maar een nieuwe, In het huidige debat omtrent de vrije wil is er echter vaak sprake

technische betekenis van een oud woord, of wordt er normatief

van een geoperationaliseerd of technisch gedefineerd begrip van

ingegrepen in ons taalgebruik, vanuit de wetenschap? En mag 15


dat? Wie heeft het voor het zeggen? Dat zijn allemaal filosofische

de mogelijkheid om te besluiten iets wel of niet te doen zonder

vragen, uit de taalfilosofie en de wetenschapsfilosofie. In het

interne of externe beperkingen die deze keuze bepalen’ (379). Is

geval van de vissen, dat kunnen we zeker stellen, hebben de

dit een heldere definitie, en is ze goed? Wat betekent ‘zonder dat

biologen het voor het zeggen. In plaats van vissen in te delen

interne of externe beperkingen de keuze bepalen’? Zijn er nog

naar de positie van de achtervin, rechtop of dwars – de

andere beperkingen denkbaar, noch intern noch extern, die hier

taxonomie van Moby Dick – is het biologisch veel zinvoller om

niet worden uitgesloten? Of gaat het om de afwezigheid van

eerst vissen van zoogdieren te scheiden en de walvissen niet

beperkingen überhaupt? Dat kun je op een heel sterke manier

meer tot vissen te rekenen. Dit heeft ook invloed op heel

lezen: zonder dat er iets aan te wijzen is dat met de keuze

praktische dingen buiten de biologie, bijvoorbeeld dat wij het nu

samengaat, of aan de keuze voorafgaat. Als de definitie zodanig

niet zo gepast vinden om walvis te eten. (Er zijn trouwens goede

wordt gelezen dat empirisch aantoonbare verschijnselen

argumenten, weer vanuit de biologie, om het niet bij vissen en

voorafgaand aan een keuze uitgesloten moeten zijn (en zo klinkt

zoogdieren te houden, maar de taxonomie opnieuw om te gooien

het soms bij Swaab), dan is er in die zin geen vrije wil. Zo’n soort

en te verfijnen.)


vrije wil kan niet bestaan als wij biologische wezens zijn. Dat is

echter niet zo spannend – hiervoor is maar een beetje filosofisch Wat voor een soort vis is dan de vrije wil? Bij het definiëren van

inzicht nodig, helemaal geen experimenteel onderzoek. In het

‘vrije wil’ speelt meer dan alleen de algemene filosofische vraag

debat over de vrije wil moet de filosofie helpen om de vraag

naar de werkwijze van definities. Dit is ook een geval waar de

helder te krijgen en foute en irrelevante conclusies te voorkomen.


filosofie het voor het zeggen heeft over de juistheid van zo’n 


definitie of explicatie. De vrije wil is immers niet zomaar een

2. Is het mogelijk dat de neurowetenschappen het bestaan

verschijnsel, maar iets dat sterk verbonden is met tal van andere

van de vrije wil uitsluiten? Zoals gezegd is mijn korte antwoord

filosofische noties: handeling, verantwoordelijkheid, ethiek. 


hierop ‘nee’. Ik wil echter niet uitsluiten dat de

neurowetenschappers het voor elkaar krijgen dat mensen geloven Laten we nu filosofisch kijken naar een technische definitie van

dat ze geen vrije wil hebben (of eigenlijk, dat de mensen geloven

‘vrije wil’. In zijn bestseller Wij zijn ons brein (ik ben het met

dat ze geloven dat ze geen vrije wil hebben; want echt geloven

Willem Koops eens dat delen ervan ‘Grosshirn-Voodoo’ genoemd

dat je geen vrije wil hebt, maakt je gek), en dat de grote

moeten worden) citeert Dick Swaab zo'n definitie: ‘de vrije wil [is]

meerderheid van de bevolking zou zeggen dat er geen vrije wil is. 16


Men zou kunnen stellen dat een aantal neurowetenschappers hier

filosofie zou moeten doen met de natuurwetenschappen. Volgens

al goed mee bezig is. Ook hier wordt echter een subtiel punt over

hem hebben wij op dit moment twee beelden van de mens: een

het hoofd gezien. Experimenten kunnen de vrije wil niet uitsluiten

‘manifest’ beeld in de vorm van (gezuiverde) alledaagse

omdat het begrip van een experiment zelf berust op een

begrippen (inclusief de psychologische begrippen voor het

vooronderstelling van vrije wil. Dit is een simpel feit. Als je een

beschrijven van gedrag, ethische begrippen enzovoort), en een

experiment doet, grijp je in in de loop der dingen. Experimenten

‘scientific’ beeld, dat wordt ontworpen door de

werken met door de onderzoeker na vrije keuze vastgelegde

natuurwetenschappen. Daarbij moet wel in acht worden genomen

randvoorwaarden. Geen vrije keuze van randvoorwaarden – geen

dat het ontwerpen van het wetenschappelijk beeld iets is wat wij

experiment – geen experimentele wetenschap. Deze samenhang

vanuit ons alledaags beeld doen, bijvoorbeeld door handelingen

is uitvoerig besproken in het wetenschapsfilosofisch debat

te verrichten in het laboratorium en door sociale processen. De

omtrent kwantumcorrelaties, maar heeft nog veel te weinig

filosofie moet volgens Sellars naar beide beelden kijken en ernaar

invloed op het debat over vrije wil. Een van de doelen van mijn

streven om ze samen te zien. Hiervoor moet men het ‘scientific

eigen onderzoek is dan ook om hier iets aan te veranderen.


image’ natuurlijk helder voor ogen hebben. 



 De vrije wil is een noodzakelijke voorwaarde van de

Er valt in die zin ontzettend veel te leren van de empirische

experimentele neurowetenschap, en daarom kan zulk onderzoek

wetenschappen. Een zinvolle invulling van vrije wil moet recht

ook nooit het bestaan van de vrije wil zeggen uit te sluiten zonder

doen aan de ‘manifeste’, alledaagse rol daarvan, met al zijn

zichzelf tegen te spreken. Wat wel kan, en wat heel spannend is,

dwarsverbanden, maar ook passen bij het wetenschappelijk

is proberen door neurowetenschappelijk onderzoek beter inzicht

beeld van de mens als een biologisch wezen. Echter, het

te krijgen in hoe de vrije wil te begrijpen is als een biologisch

paradoxale karakter van experimenteel onderzoek naar de vrije

gegronde vaardigheid van de mens. Daar weten we op dit

wil moet helder blijven. Niemand, ook de neurowetenschapper

moment nog heel weinig over.


niet, leeft alleen in het wetenschappelijk beeld.



 3. Hoe zouden neurowetenschappers en filosofen vruchtbaar

Hier is een concreet voorstel: laten we – vanuit de filosofie –

kunnen samenwerken op het vlak van vrije wil? De

onderzoek doen naar de officiële methodologie van

Amerikaanse filosoof Wilfrid Sellars heeft mooi beschreven wat de

neurowetenschappelijke experimenten over de vrije wil, zoals 17


opgeschreven in de ‘Methods’-delen van publicaties. De filosofen

kwantumverschijnselen: als er überhaupt experimenten mogelijk

moeten paradoxale tegenspraken in de interpretatie van

zijn dan ligt zoals gezegd de loop van de wereld niet vast en is

resultaten blootleggen. Daarna zouden in samenwerking de

determinisme dus onwaar. De wereld – en daarmee a fortiori ook

methodes zodanig beschreven moeten worden dat de

het brein – kan prima materialistisch zijn (in de zin van: bestaat uit

beperkingen van mogelijke interpretaties van resultaten helder

materie en bevat geen geesten of spoken) zonder deterministisch

zijn. Hierbij leren de filosofen ook iets over de concrete

te zijn. Er is geen geldig argument dat determinisme zou volgen

biologische grondslagen van het maken van vrije keuzes.


uit het materialisme.



 4. Leidt een materialistisch uitgangspunt wat betreft de

Je kunt ook vragen of de overtuiging van het materialisme vaak

hersenfunctie noodzakelijkerwijs tot determinisme, of is het

leidt tot de overtuiging van het determinisme – en dat is een

juist de complexiteit van ontelbare kleine krachten die nog

psychologische of misschien historische vraag. Daarop is het

ruimte laat voor de vrije wil? Ik was geboeid door de tekst van

antwoord denk ik ja (je ziet dit bijvoorbeeld bij veel

Jan van Gijn en het lijkt mij volledig juist om de genoemde

neurowetenschappers), maar om het zeker te weten, is onderzoek

populaire misvattingen omtrent fMRI aan te wijzen. Maar ik heb

vereist waar ik als filosoof weer niet geschikt voor ben. In de

moeite met zijn vraag. Ik ga ook hier analytisch naar kijken. De

vraag staat ‘noodzakelijkerwijs’, en daarom is het antwoord nee:

vraag heeft de vorm van een dilemma: of A, of B. Een

één tegenvoorbeeld is (ruim) voldoende om een noodzakelijk

vooronderstelling is dat er geen derde mogelijkheid C is. Volgens

verband af te wijzen. Ik wil hier mezelf als tegenvoorbeeld

mij moeten A en B helderder geformuleerd worden om een

noemen: ik deel een materialistisch uitgangspunt (in de

antwoord te kunnen geven, en mijn antwoord is dan: ‘noch,

genoemde zin, niet in de zin dat ik me uitsluitend interesseer in

noch’.


materieel bezit – anders werk je niet op de universiteit), maar ik

geloof niet in determinisme.
 Dus, A: ‘Leidt een materialistisch uitgangspunt (…)

noodzakelijkerwijs tot determinisme?’ Determinisme is een

En nu B: ‘Is het de complexiteit van ontelbare kleine krachten die

bewering over hoe de wereld in elkaar steekt, en is als zodanig

nog ruimte laat voor de vrije wil?’ We moeten eerst naar de

waar of onwaar. (We hebben de beste redenen om aan te nemen

vooronderstellingen van deze vraag kijken. B wordt aangeboden

dat determinisme niet waar is. Niet alleen vanwege bepaalde

als het alternatief voor A: volgens B is er misschien ruimte voor 18


vrije wil. De vooronderstelling is dus dat A – in de zin van:

Samenvattend: materialisme kan prima zonder determinisme.

determinisme is waar – geen ruimte laat voor vrije wil. Dat is een

Voor vrije wil is indeterminisme vereist, maar immaterialisme niet.

positie die ik inderdaad deel: geen vrije wil zonder

De onvoorspelbaarheid van menselijk (keuze)gedrag is uit de

indeterminisme. De meerderheid van de filosofen die zich met

complexiteit van hersenprocessen af te leiden, hiervoor doet

vrije wil bezig houden, zijn echter compatibilisten en denken dat

determinisme of indeterminisme er niet toe. Maar vrije wil is meer,

determinisme juist goed verenigd kan worden met vrije wil, of

en iets anders, dan onvoorspelbaarheid. De vrije wil is een

zelfs dat determinisme een noodzakelijke voorwaarde is voor het

biologisch gebaseerde vaardigheid van de mens; vrije keuzes zijn

bestaan van een vrije wil. (Het argument is dat indeterminisme

geen toeval, maar kunnen rationeel beoordeeld worden. We

alleen kan betekenen dat menselijk gedrag toevallig is, en dus

moeten vrije wil vooronderstellen, niet alleen voor alledaagse

ook niet vrij. Dit debat is moeilijk te overzien; volgens mij hebben

ethische begrippen als schuld en verantwoordelijkheid, maar ook

de compatibilisten ongelijk vanwege een foutieve opvatting van

als we wetenschap als een menselijke praktijk willen begrijpen.

indeterminisme, maar dat zal ik hier buiten beschouwing laten.)


Om de vrije wil echt als zodanig te gaan begrijpen, moeten

filosofen en natuurwetenschappers samenwerken.
 Gaan we mee in de vooronderstelling van het incompatibilisme: 


als er vrije wil is, dan alleen op basis van indeterminisme. De

Aan dr. Iris Sommer wil ik het volgende vragen: Zijn mensen die

vraag B is dan of het de complexiteit van kleine krachten is die

stemmen horen, beperkt in hun vrije wil? Kan men zich tot

vrije wil mogelijk maakt. Volgens het incompatibilisme is dat niet

stemmen verhouden als iets van buiten (ook al is dat vaak lastig),

zo. Echter, de zaak ligt ook hier ingewikkeld. Volgens sommigen

of bepalen ze soms het gedrag direct? In uw onderzoek toont u

is er al ruimte voor vrije wil als we niet kunnen voorspellen hoe

aan dat het niet ingaan op stemmen een eerste belangrijke stap is

mensen zich gedragen. De complexiteit van neuronale processen

om beter met ze te leven. Hiervoor lijkt wel een keuze nodig. Is

in de hersenen, op basis waarvan ons gedrag tot stand komt, is

die er altijd?


inderdaad zodanig hoog dat gewoon niet te voorspellen is (en ook 


in de afzienbare toekomst niet voorspelbaar wordt) hoe iemand

Literatuur (aanbevelingen)


zich precies gaat gedragen. Als men hiermee tevreden is, dan is

Robert Kane, A Contemporary Introduction to Free Will. Oxford:

er ruimte voor vrije wil – maar materialisme of determinisme doen

Oxford University Press, 2005.


er dan niet toe.


Geert Keil, Willensfreiheit. Berlijn: de Gruyter, 2007. 19


Kettingreactie 4 | Dr. Iris Sommer

De magie van fMRI VRAGEN

Dr. Iris Sommer


1. Wat vindt u van het veelvuldige gebruik van fMRI?

Iris Sommer is psychiater in het Universitair Medisch Centrum Utrecht. In 2006

2. Wat is wel mogelijk met fMRI en wat niet?

verbale hallucinaties.


heeft zij de Utrechtse stemmenpoli opgericht. Ze doet onderzoek naar auditief 


3. Kan fMRI concreet iets betekenen voor patiënten of is de techniek alleen nuttig voor onderzoek?

1. Wat vindt u van het veelvuldige gebruik van fMRI? Als psychiater kun je natuurlijk dwars door alle materie heen recht in iemands ziel kijken. Voor neurowetenschappers die daar minder bedreven in zijn bestaat de fMRI. Helaas heeft de neuroscience de afgelopen jaren niet alleen briljante fMRI-studies voortgebracht. Het meest storend vond ik de artikelen waarin fMRI werd gebruikt om open deuren in te trappen, waar dat h elemaal niet nodig was voor het beantwoorden van de vraagstelling. Voorbeelden zijn studies waarin patiënten met Alzheimer in de scanner geheugentaakjes moesten uitvoeren. De scans lieten zien dat hun dorsolaterale prefrontale cortex (DLPFC) minder actief was, en de conclusie was een verminderd werkgeheugen. Een simpele ‘paper-and-penciltask’ had hetzelfde antwoord kunnen geven.
 
 Er was een tijd dat fMRI-plaatjes fancy waren en de toevoeging garant stond voor een mooie publicatie, maar die tijd is gelukkig voorbij. Het ergerlijke is dat de 20


bevindingen op een scan in zulke studies vaak als oorzakelijk

boven de twintig komt, begint meting 2 behoorlijk goed op meting

worden gezien; er wordt al snel geconcludeerd dat de

1 te lijken. Studies die bijvoorbeeld de hersenactiviteit meten van

Alzheimerpatiënt de geheugentaak niet zo goed meer kan

vijf vrouwen tijdens de eisprong en nogmaals tijdens menstruatie,

uitvoeren omdat de stoornis in de DLPFC zit. Onzin natuurlijk!

zullen dus zeker een verschil vinden, maar of dat iets met de

Stel dat we met fMRI de activiteit in de beenspieren zouden

hormonale cyclus te maken heeft is zeer twijfelachtig. 


meten van iemand die hardloopt, en dat vergelijken met iemand 


die wandelt. Je hoeft geen psychiater te zijn om te begrijpen dat

Toch schuilt er wel degelijk magie in fMRI, mits ingezet voor het

de beenspieren een hogere activiteit vertonen bij de persoon die

beantwoorden van de juiste vraagstellingen. Een fMRI-scan kan

hardloopt. Als we de parallel met cognitie doortrekken, zouden

op vrijwel iedere gewone MRI scanner gemaakt worden, het is

we dan dus concluderen dat de wandelaar niet harder kan omdat

niet schadelijk en je hoeft niets in te spuiten. Geen centje pijn. En

zijn beenspieren minder actief zijn.


de hersenspecialisaties, neurologie en psychiatrie, leveren de

fMRI-onderzoeker een mère a boire.
 2. Wat is wel mogelijk met fMRI en wat niet? fMRI geeft een 


weerspiegeling van de activiteit in de hersenen, niet meer en niet

De interessantste vraagstellingen vind ik die waarin juist geen

minder. Over de richting van de causaliteit vertelt het je niets. Een

verschil in gedrag is, maar wel een verschil in breinactivatie. Een

ander voorbeeld van slecht fMRI-onderzoek zijn de imaging

rechtshandige proefpersoon verzint de juiste woordjes met zijn

studies waarbij piepkleine groepjes gebruikt worden. Ik zeg niet

linkerhersenhelft. De linkshandige proefpersoon verzint er net

graag iets lelijks over fMRI, want ik ben dol op deze techniek,

zoveel in een minuut, maar gebruikt daar beide hersenhelften

maar hier kan ik niet omheen: de standaardvariatie van deze

voor. Een kind heeft op jonge leeftijd een hersenhelft moeten

methode is allerbelabberdst. Bijna net zo groot als de gemeten

inleveren in verband met ernstige epilepsie. Vijf jaar later volgt hij

activiteit. Wil je een zinnige vergelijking maken tussen twee

regulier basisonderwijs en kan goed meekomen. Hoe heeft bij

groepen, dan zul je dus een flinke n nodig hebben. Meet je een

zo’n patiëntje reorganisatie plaatsgevonden? fMRI kan je vertellen

groepje van slechts zes mensen tweemaal achter elkaar, dan is

waar alle cognitieve functies in die ene hersenhelft zijn

het resultaat van de eerste en de tweede fMRI-meting

ondergebracht. 


gegarandeerd significant verschillend, zelfs wanneer je alle 


omstandigheden gelijk houdt. Pas wanneer de groepsgrootte 


21


3. Kan fMRI concreet iets betekenen voor patiënten of is de

(bijvoorbeeld spreken) kan bij een tweede meting wel eens 5 cm

techniek alleen nuttig voor onderzoek? Een CVA-patiënt kan na

verderop liggen dan bij de eerste fMRI-scan. En het komt ook

een afatische periode weer spreken. Is zijn aangedane hersenhelft

voor dat er 15 cm verschil is tussen scan 1 en scan 2. Als

hersteld, of heeft de andere hemisfeer het overgenomen? fMRI

neurochirurg kun je daar niet op varen. Nog niet. Maar er is hoop

zal het je zeggen. Een jongetje met ADHD wordt ingesteld op

voor de toekomst. Hogere magneetvelden zorgen dat we

Ritalin. Ineens kan hij zijn aandacht wel bij de les houden, wat

gedetailleerde opnames kunnen maken, snelle verwerking maakt

daarvoor nooit lukte. Wat gebeurde er in zijn brein door die

realtime fMRI mogelijk. Veelbelovend is het onderzoek naar brain-

medicatie? Kun je dat effect ook zonder pillen bewerkstelligen?

computer interface, waarbij een fMRI-weerspiegeling van

Bijvoorbeeld door psychotherapie of met neurofeedback?

hersenactiviteit gebruikt wordt om de muis, de rolstoel of de

Patiënten met schizofrenie horen stemmen die niemand anders

telefoon aan te sturen. Ook voor de focale behandeling van

kan horen. Hun hersenen registreren geluid, maar laten ook

psychiatrische klachten, zoals stemmen horen, dwanggedachten,

taalproductie zien, zowel in de linker- als in de rechterhersenhelft.

depressie en tics geloof ik beslist dat fMRI veel zal bijdragen. Als

Wanneer je gezonde mensen vraagt om zich een stem in te

die verdraaide variabiliteit tussen metingen maar eens verminderd

beelden kun je zo’n zelfde activatiepatroon niet ontdekken. 


kon worden…


 fMRI heeft ons veel geleerd over de pathofysiologie van neurologische en psychiatrische ziektebeelden. Wij zetten deze kennis in voor de patiënten: enerzijds om hen uit te leggen wat er in hun hoofd gebeurt, anderzijds om nieuwe behandelingen te ontwikkelen. Dus het antwoord op de vraag of fMRI de kliniek kan helpen is volmondig: ja!
 
 Wat fMRI nog niet zo goed kan is het regisseren van tailor made behandelingen. Wanneer we willen opereren op geleide van fMRI wordt het lastig. We zagen al dat fMRI niet zo heel erg betrouwbaar is. Activiteit tijdens een bepaalde functie 22


Kettingreactie 5 | Prof. dr. Johan Bolhuis

Kan evolutie ons denken verklaren? VRAGEN

Prof. dr. Johan Bolhuis


1. Wat kunt u uit uw onderzoek naar gedrag bij dieren afleiden over zoiets als de vrije wil bij de mens?

Johan Bolhuis is hoogleraar Gedragsbiologie aan de Universiteit Utrecht. Na enige

2. Hoe complementeert diergedragskundig onderzoek het onderzoek dat wordt gedaan door bijvoorbeeld neurowetenschappers, psychologen en sociale wetenschappers?

jaren als universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden werd hij benoemd in Utrecht in 2001, het jaar waarin hij ook de Nederlandse Zoölogieprijs won.
 Als gedragsbioloog doe ik onderzoek aan brein, cognitie en gedrag bij dieren, en vergelijk dat met mensen. Als goede bioloog plaats ik mijn werk ook in het brede

3. Op welke manier werkt u samen met anderen om grip te krijgen op dit soort begrippen? Als dieren geen vrije wil hebben, zijn er wel fundamenten van bewustzijn, geweten of gepland gedrag te onderkennen bij dieren?

kader van de evolutietheorie van Darwin, en denk ik na over de rol van evolutie in

4. Is het uitoefenen van de vrije wil volgens u aan te leren of te oefenen? Hoe verhoudt vrije wil zich tot emotie en aangeboren gedrag?

de mechanismen van brein en cognitie. Daarnaast ben ik het helemaal eens met het uitgangspunt van deze kettingreactie, namelijk dat wetenschappers van verschillende disciplines met elkaar in gesprek moeten blijven. Alleen zo kun je de grote problemen in de moderne wetenschap op de juiste manier te lijf gaan. Naast neurowetenschappers en evolutiebiologen werk ik zelf dan ook samen met psychologen, taalkundigen en filosofen. 
 
 1. Wat kunt u uit uw onderzoek naar gedrag bij dieren afleiden over zoiets als de vrije wil bij de mens? Zoals Thomas Müller al aangeeft is ‘vrije wil’ een allesbehalve eenvoudig begrip, dat je om te beginnen filosofisch moet benaderen. (vandaar misschien de formulering ‘zoiets als de vrije wil’...). Ik interpreteer ‘vrije 23


wil’ maar even als de idee dat ons gedrag niet geregeerd wordt

eenvoudige hiërarchie van cognitieve vermogens in de

door dan wel een ‘aap in ons’, zoals Frans de Waal ons wil doen

evolutionaire stamboom. Daarnaast is het zo dat voor bepaalde

geloven, of door een ‘geest uit de steentijd’ die in onze moderne

vormen van menselijke cognitie (zoals taal of inlevingsvermogen)

schedels zou huizen, zoals de evolutionaire psychologie het

überhaupt geen dierlijk equivalent is. Het is dus niet uitgesloten –

formuleert. Deze interpretaties gaan ervan uit dat ons denken

en zelfs heel waarschijnlijk – dat de manier waarop wij denken

bepaald wordt door de geschiedenis van dat denken. Op het

fundamenteel verschilt van die van andere dieren. Evolutionaire

eerste gezicht een vreemde suggestie, maar wel één die zich in

overwegingen sluiten het bestaan van ‘zoiets als vrije wil’ daarom

een grote populariteit mag verheugen. Ten onrechte, vind ik, want

niet uit.


het idee is gebaseerd op een misvatting. De idee van de ‘aap in 


ons’ impliceert dat er een bepaalde evolutionaire relatie is tussen

Is het misschien zo dat onze manier van denken stamt uit de

brein en cognitie bij de mens en andere dieren. In principe is dat

oertijd, zoals de evolutionaire psychologie ons wil doen geloven?

ook zo, maar deze verhouding is zeker niet eenduidig en simpele

Wordt ons denken geregeerd door oerdriften en hebben we dan

vergelijkingen van mensen en ‘hogere’ dieren hebben tot veel

toch geen vrije wil? Ook die redenering gaat niet op. We kunnen

misverstanden geleid. Vaak neemt men aan dat mensapen –

slechts gissen hoe onze voorouders in de steentijd dachten (er

evolutionair gezien onze nauwste verwanten – cognitief het meest

zijn geen gefossileerde gedachten) en dat is geen solide basis

op ons zullen lijken. Dus als er ‘zoiets als de vrije wil’ is bij

voor wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast is het maar de

mensen zou je in het dierenrijk bij mensapen wellicht iets kunnen

vraag of je de evolutie van het denken kunt analyseren zoals dat

vinden dat erop lijkt. 


bij andere biologische eigenschappen wordt gedaan. Neem

bijvoorbeeld de menselijke taal. Die is naar men denkt vijftig- à Het wordt echter steeds duidelijker dat deze redenering niet

honderdduizend jaar geleden ontstaan (vrij plotseling in

opgaat. Er zijn vele voorbeelden van menselijke cognitieve

evolutionaire verhoudingen) en sindsdien vrijwel niet veranderd.

vermogens waarvoor geen equivalent is bij mensapen, maar wel

Een kind uit een geïsoleerde stam in het Amazonegebied zou

bij ‘lagere’ diersoorten. Kinderen leren bijvoorbeeld spreken door

moeiteloos Nederlands leren indien het in Utrecht zou worden

volwassenen na te doen. Deze vocale imitatie komt bij mensapen

opgevoed, en andersom. Voor andere cognitieve eigenschappen

niet voor, maar wel weer bij zangvogels en dolfijnen. De manier

geldt dat culturele evolutie waarschijnlijk veel belangrijker is dan

waarop zangvogels leren zingen lijkt dan ook nog eens heel veel

genetische evolutie. Wat mij betreft het belangrijkste argument

op de manier waarop kinderen leren praten. Er is kortom geen

tegen evolutionaire psychologie is dat de werking van het brein of 24


de geest niet kan worden afgeleid uit haar geschiedenis.

er ook zoiets in het kinderbrein? 


Evolutiebiologie is in feite een historische wetenschap die de 


geschiedenis van bepaalde eigenschappen probeert te

3. Op welke manier werkt u samen met anderen om grip te

reconstrueren. Iets dergelijks zou je ook voor het denken kunnen

krijgen op dit soort begrippen? Als dieren geen vrije wil

proberen, evolutiepsychologie dus. Maar in beide gevallen kun je

hebben, zijn er wel fundamenten van bewustzijn, geweten of

met deze methoden niet achterhalen hoe ons brein of ons denken in elkaar zit; daar gaat evolutie eenvoudigweg niet over. 


gepland gedrag te onderkennen bij dieren? Ik werk samen met psychologen, filosofen en taalkundigen. Samen onderzoeken wij

en denken we na over de rol van evolutie in de mechanismen van 2. Hoe complementeert diergedragskundig onderzoek het

brein en denken. Ik heb enige resultaten van ons werk aan

onderzoek dat wordt gedaan door bijvoorbeeld

vogelzang, spraak en taal hierboven aangeduid. Een andere vraag

neurowetenschappers, psychologen en sociale

waar we ons mee bezig houden betreft de evolutie van bewustzijn

wetenschappers? Gedragsbiologisch onderzoek heeft intrinsieke

en moraliteit. Hebben dieren ook een soort inlevingsvermogen?

waarde, maar kan ook gebruikt worden om hersenen en gedrag

Hebben ze empathie met andere individuen? Hebben ze wellicht

van mens en dier te vergelijken. Aldoende kun je enerzijds

een eenvoudige vorm van moraliteit? Zoals ik hierboven uiteen

proberen om de evolutie ervan te reconstrueren, en anderzijds

heb gezet is er geen evolutionaire reden om aan te nemen dat

kun je diermodellen ontwikkelen voor menselijk denken, brein en

dieren deze eigenschappen zouden (moeten) hebben. Daar kun je

gedrag. Bijvoorbeeld, de manier waarop kinderen leren spreken

alleen achter komen door gericht vergelijkend onderzoek te doen.

lijkt veel op de manier waarop zangvogels leren zingen. Door

En dat onderzoek heeft tot nu toe geen overtuigend bewijs

middel van gedragsonderzoek bij vogels kunnen we meer te

opgeleverd voor bewustzijn, taal of moraliteit bij dieren. Het is

weten komen over het leerproces bij kinderen en de mogelijke

mogelijk dat dieren ook emoties hebben die soms vergelijkbaar

problemen daarbij, zoals stotteren. Wij hebben onder meer

zijn met onze emoties. Op deze emotionele ondergrond zou dan

aangetoond dat de manier waarop het brein bij dit proces

onze moraliteit gebaseerd kunnen zijn. Op een vergelijkbare

betrokken is ook te vergelijken is tussen mens en vogel. Bij vogels

manier zou ons taalvermogen gebaseerd kunnen zijn op de

is het iets eenvoudiger om in te grijpen in de werking van het

gestructureerde vocalisaties die je ook bij zangvogels aantreft,

brein dan bij baby’s. Bij zangvogels is een apart hersencircuit

met gebruikmaking van hersenmechanismen die je bij alle

gevonden dat betrokken is bij de ‘brabbelfase’ van zang leren. Is

gewervelde dieren (ook bij apen) kunt vinden. 
 25


4. Is het uitoefenen van de vrije wil volgens u aan te leren of te oefenen? Hoe verhoudt vrije wil zich tot emotie en aangeboren gedrag? Dat is een lastige vraag, met name omdat niet geheel duidelijk is wat bedoeld wordt met ‘zoiets als de vrije wil’. Het is wel zo dat menselijk bewustzijn en moraliteit zich ontwikkelen in het leven. Zoals ik eerder zei zou moraliteit gebaseerd kunnen zijn op onderliggende emotionele systemen, die misschien ook bij dieren aanwezig zijn. Gedrag is per definitie niet aangeboren, maar het gevolg van een ingewikkelde interactie tussen het individu en zijn of haar omgeving, een interactie die tijdens de ontwikkeling van het individu ook nog eens voortdurend mee verandert. Volgens sommigen is er een soort universele moraliteit, analoog aan de universele grammatica die Noam Chomsky bij mensen veronderstelt. Als we de vergelijking met taal doortrekken dan is het wellicht zo dat onze moraliteit ergens in de loop van de geschiedenis is ontstaan. De vraag is dan of deze net zo weinig aan verandering onderhevig is geweest als de universele grammatica. 
 
 Aan dr. Ria van der Lecq zou ik de volgende vragen willen voorleggen: Wat is de verhouding tussen ‘mental language’, taal en bewustzijn? Is bewustzijn een soort bijproduct van taal, zoals Euan Macphail beweert? Is taal een uiterlijke manifestatie van ‘mental language’?

26


Kettingreactie 6 | Dr. Ria van der Lecq

Vrije wil, filosofie en interdisciplinariteit VRAGEN

Dr. Ria van der Lecq


1. Hoe beschouwt een filosoof het aloude concept van de vrije wil?

Ria van der Lecq werkte lange tijd als universitair hoofddocent op het gebied van

2. In de discussie over vrije wil komen enorm veel vakgebieden samen. Wat levert een interdisciplinaire blik op?

wieg van de nieuwe bacheloropleiding Liberal Arts and Sciences in Utrecht.


3. Hoe draagt iemand die getraind is in het doen van interdisciplinair onderzoek bij aan deze discussie? Welke plek zou zo iemand hebben in een onderzoeksteam?

historicus van de wijsbegeerte (in het bijzonder van de middeleeuwen) en

4. Wat is de verhouding tussen ‘mental language’, taal en bewustzijn? Is bewustzijn een soort bijproduct van taal, zoals Euan Macphail beweert? Is taal een uiterlijke manifestatie van ‘mental language’?

de middeleeuwse filosofie aan de Universiteit Utrecht. In 2003 stond zij aan de 
 Mijn perspectief op het vraagstuk van de vrijheid van de wil is dat van een interdisciplinair onderzoeker. Of beter: ik onderzoek hoe interdisciplinair onderzoek in z'n werk gaat. Hoe kijk ik aan tegen de vrije wil als een oud filosofisch concept en op de rol die een interdisciplinair onderzoeker in dit debat zou kunnen spelen? Dat het hier om een interdisciplinair vraagstuk gaat, is al duidelijk door het feit dat verschillende disciplines zich met het probleem bezighouden. Maar daarover later meer. Nu eerst iets over het begrip 'vrije wil' als filosofisch concept.
 
 Allereerst is het interessant om te constateren dat het begrip 'wil' weliswaar oud is, maar dat Aristoteles het niet gebruikte. Het Grieks kent een woord voor wil of wens, maar in zijn Ethica gebruikt Aristoteles het niet. De uitdrukking die hij daar gebruikt (hekousion) is het best te vertalen met 'uit eigen beweging' of 'opzettelijk'. In de Engelse vertalingen wordt dit vaak vertaald met 'voluntary', maar het woord 27


voluntas is bij mijn weten geïntroduceerd door Cicero die het als

een interessant voorbeeld, niet alleen omdat hij een heel

een vertaling van de Stoïcijnse term boulèsis gebruikte. Het grote

scherpzinnig en creatief denker was, maar ook omdat hij als

Latijn-Engelse woordenboek Lewis & Short geeft als vertaling van

specifieke opdracht had dat hij het antieke

voluntas: ‘will, free-will, choice, desire, inclination’. Een deel van

noodzakelijkheidsdenken moest verenigen met de dogma's van

de verwarring in de discussies over het thema 'vrije wil' is mijns

het christelijk geloof zoals verwoord door Augustinus. Dat

inziens te verklaren doordat al deze betekenissen in één term –

illustreert goed de complexiteit van het vraagstuk. Ook wordt

wil – zijn vervat. Het maakt namelijk nogal wat uit of je het hebt

duidelijk dat het antwoord op de vraag of de wil vrij is, afhankelijk

over een verlangen of wens of over een keuze. Dat wij vrij zijn om

is van de aannames waarmee men werkt. Als goed katholiek ging

van alles en nog wat te willen (wensen) lijkt wel duidelijk. De

Thomas ervan uit dat de mens van nature tot het goede geneigd

meesten van ons willen veel geld verdienen, reizen, lang en

is en dat standpunt trof hij – gelukkig voor hem – ook aan bij

gezond leven, en er is niets of niemand die ons kan dwingen dit

Aristoteles. Aangezien de wil volgens Thomas en Aristoteles het

niet te willen. Of wij vrij zijn bij het maken van concrete keuzes die

verstand volgt (nog een aanname), is de wil in zekere zin

zich in ons leven voordoen, is een andere vraag. 


'gedwongen' om voor het goede te kiezen. Augustinus leerde

hem echter precies het tegenovergestelde, namelijk dat de wil in Ik ben het met Thomas Müller eens als hij schrijft dat de

alle opzichten vrij is. Dat conflict lost Thomas op door een

belangrijkste taak van de filosoof is, de vraag te verhelderen.

onderscheid te maken tussen wilsonvrijheid als gevolg van dwang

Maar die vraag kan wel per vakgebied verschillen, zoals ook blijkt

van buitenaf – daarvan is volgens hem geen sprake, want

uit de andere bijdragen, en naar mijn mening is de vraag die de

niemand kan ons dwingen iets wel of niet te willen – en

filosoof zou moeten stellen: ‘wat bedoelen wij als wij zeggen dat

wilsonvrijheid als gevolg van intrinsieke motivatie, namelijk

we uit vrije wil handelen’. De geschiedenis van de filosofie geeft

wanneer het verstand ons voorschrijft hoe te handelen. In het

goede voorbeelden van pogingen om deze vraag te

laatste geval is de wil niet meer vrij om de conclusie van een

beantwoorden, maar een eenduidig antwoord zullen we niet

rationele afweging te negeren. De wil is immers zelf ook een

aantreffen, omdat er verschillende en conflicterende aannames

rationeel vermogen. Overigens is Thomas ook van mening dat

een rol spelen.


juist het feit dat we over bepaalde keuzes nadenken, duidelijk

maakt dat we wel degelijk in veel gevallen vrij kunnen kiezen. De dertiende-eeuwse filosoof en theoloog Thomas van Aquino is

Maar die 'vrije' keuze is dan wel gebaseerd op kennis en argumenten. In de intellectualistische filosofie van Thomas van 28


Aquino is een keuze tussen reële alternatieven de uitkomst van

(her)definiëren. Conceptuele analyse is een onmisbaar onderdeel

een complexe interactie tussen wil en verstand. Zeker is dat een

van interdisciplinair onderzoek. Bij het onderhavige probleem zou

mens volgens hem niet willens en wetens een verkeerde keuze

de interdisciplinair onderzoeker er mijns inziens goed aan doen

kan maken. De onderzoeker uit de bijdrage van Thomas Müller

om te onderzoeken wat men in de verschillende disciplines

zal dus niet 'vrij' zijn om te kiezen voor een experiment waarvan

verstaat onder 'interne en externe beperkingen die de keuze

hij al weet dat het niet werkt.

bepalen' (uit de definitie van Dick Swaab, die Thomas Müller

Thomas van Aquino heeft op allerlei filosofische deelterreinen geprobeerd een brug te slaan tussen inzichten die zijn gebaseerd op verschillende en conflicterende wereldvisies en hij heeft

citeert). Het zou mij niet verbazen als vooral de interne beperkingen door de verschillende disciplines op verschillende wijzen worden gedefinieerd.

daartoe een uitgebreid instrumentarium ontwikkeld, dat later

Aan prof. dr. mr. Herman Philipse stel ik de vraag: Thomas Müller

bekend is geworden als de scholastieke methode. In zekere zin

is van mening dat de rol van de filosofie bestaat uit het

was hij een interdisciplinair onderzoeker avant la lettre.

verhelderen van de vraag, maar uit de bijdragen van de anderen

Tegenwoordig gaan we ervan uit dat interdisciplinair onderzoek

blijkt dat elke discipline over dit onderwerp zijn eigen vragen heeft

zinvol is bij onderwerpen die door verschillende vakgebieden

geformuleerd. Wat houdt dan 'het verhelderen van DE vraag' in?

worden bestudeerd of bij maatschappelijke vraagstukken, die

Wordt van filosofen niet ook af en toe eens een antwoord

zich immers meestal niets van disciplinaire grenzen aantrekken.

verwacht?

Interdisciplinaire onderzoekers vervullen daarbij de rol van conflictbemiddelaar. Zij analyseren en evalueren de meest relevante disciplinaire inzichten, brengen verschillen en overeenkomsten in kaart, wijzen oorzaken aan van de verschillen (aannames, epistemologie, onderzoeksmethoden?), overbruggen de eventuele conflicten en geven ten slotte een integratief antwoord op de onderzoeksvraag. Het oplossen van de conflicten gebeurt door op zoek te gaan naar een gemeenschappelijk fundament (common ground) of, als dat er niet is, een nieuw fundament te creëren, bijvoorbeeld door belangrijke termen te 29


Kettingreactie 7 | Prof. dr. mr. Herman Philipse

Een vruchtbare samenwerking VRAGEN

Prof. dr. mr. Herman Philipse


1. Wat is de rol van de filosofie in het debat over de vrije wil?

Herman Philipse is filosoof en sinds 2003 Universiteitshoogleraar aan de

2. Is het mogelijk dat de neurowetenschappen het bestaan van de vrije wil uitsluiten?

aan de Leidse universiteit. Een trimester per jaar geeft hij gastcollege aan Oxford

3. Hoe zouden neurowetenschappers en filosofen vruchtbaar kunnen samenwerken in het onderzoek naar de vrije wil?

Het is een verdienste van psychologen en neurowetenschappelijke onderzoekers

4. De rol van de filosofie kan bestaan uit het verhelderen van de vraag, maar uit de bijdragen van de anderen blijkt dat elke discipline over dit onderwerp zijn eigen vragen heeft geformuleerd. Wat houdt dan 'het verhelderen van DE vraag' in? Wordt van filosofen niet ook af en toe eens een antwoord verwacht?

Universiteit Utrecht, na achttien jaar hoogleraar in de Wijsbegeerte te zijn geweest University.

dat ze het aloude wijsgerige probleem van de vrije wil recentelijk weer op de agenda hebben geplaatst. De laatste mode begon met onderzoek van Benjamin Libet (1983, 1985, 2004) en Daniel Wegner (2002) in de Verenigde Staten. Inmiddels is ze overgewaaid naar Nederland door toedoen van Victor Lamme (2010) en Dick Swaab (2010). De drie laatste auteurs betogen dat zoiets als een vrije wil eenvoudigweg niet bestaat en op z’n best een ‘plezierige illusie’ is.
 
 Wat is de rol van de filosofie in het debat over de vrije wil? Laten we aannemen dat deze eerste vraag normatief bedoeld is (zoals ook Thomas Müller stelt) en slaat op de recente discussie die werd aangezwengeld door neurowetenschappelijk onderzoek. Dan kunnen we drie functies van de wijsbegeerte onderscheiden: (a) begripsanalyse, (b) wetenschapsfilosofische analyse, en (c) het overdenken van de 30


implicaties van wetenschappelijke ontdekkingen voor onze

men het vermogen begrijpt als een algemene capaciteit om

wereldbeschouwing in het algemeen.


anders te handelen in vergelijkbare situaties. Wanneer men echter

stipuleert dat een beslissing pas vrij is indien het subject in (a) In de wijsgerige traditie zijn veel verschillende begrippen van

precies dezelfde situatie anders had kunnen handelen, is het

vrije wil ontwikkeld, die allemaal naast elkaar kunnen bestaan en

bestaan van vrijheid in deze zin niet direct empirisch toetsbaar,

deels aansluiten bij het alledaagse spraakgebruik. Men kan

omdat een subject nooit voor een tweede keer in precies dezelfde

wilsvrijheid bijvoorbeeld begrijpen als een vermogen of dispositie

situatie verkeert.


om op grond van goede redenen te kiezen uit verschillende

gedragsmogelijkheden. In deze betekenis is de ene mens vrijer

Een derde begrip van de vrije wil is de cartesiaanse notie dat een

dan de andere en er zijn altijd beperkingen van vrijheid. Om

wilsbesluit pas dan geheel vrij is indien het op geen enkele wijze

meteen de tweede vraag erbij te betrekken: is het mogelijk dat de

causaal is beïnvloed. Dat vrijheid in deze zin bestaat werd al

neurowetenschappen het bestaan van de vrije wil in deze zin

ontkend door Hobbes en Spinoza op grond van hun

uitsluiten? Hoe vrij bepaalde individuen zijn in deze eerste

deterministische wereldbeeld. Arthur Compton (Nobelprijs voor

betekenis is een empirische kwestie, maar in het algemeen is

de Natuurkunde 1927) betoogde in 1931 (Science 74, p. 1911)

gedragsonderzoek voldoende om dit te ontdekken. De ene roker

echter dat kwantummechanisch indeterminisme ruimte biedt voor

is in staat ermee op te houden en de andere niet.

menselijke vrijheid, aldus gedefiniëerd. De fysicus Pascual Jordan

Neurowetenschap kan een bijdrage leveren aan het verklaren van

beargumenteerde iets dergelijks in 1932, vlak voordat hij lid werd

deze verschillen. Ze zal echter nooit kunnen ontdekken dat

van de NSDAP en zich in november 1933 aanmeldde bij de

wilsvrijheid in de zin van dit vermogen in het geheel niet bestaat,

Sturmabteilung. Kunnen de neurowetenschappen ontdekken dat

want het is een empirisch feit dat mensen het in verschillende

vrijheid in deze betekenis niet bestaat? Dat hangt er geheel van af

mate bezitten.


welke positie men inneemt in het wijsgerige debat over de

verhouding tussen lichaam en geest. Substantiedualisten zoals Ook vrije wil in de iets andere betekenis van een vermogen

Descartes, Karl Popper en Richard Swinburne zijn van mening dat

anders te handelen dan men deed, is een empirisch

vrije beslissingen genomen worden door een aparte ziel of

constateerbare eigenschap die bij de ene mens in grotere mate

geestelijke substantie. Dan rijst de vraag hoe dergelijke

aanwezig is dan bij de andere. Dit is althans het geval wanneer

zielsactiviteiten causaal kunnen inwerken op onze hersenen 31


zonder de behoudswetten te schenden die gelden voor materiële

De algemene les van deze uiterst onvolledige opmerkingen is dat

systemen. Sir John Eccles betoogde in 1986 dat

het antwoord op de vraag of neurowetenschappelijk onderzoek

kwantumindeterminisme hier ruimte voor biedt, omdat mentale

het bestaan van de vrije wil kan uitsluiten geheel afhangt van het

acties de waarschijnlijkheid dat neurotransmitters afgescheiden

specifieke begrip van vrije wil dat men hanteert. Het is een taak

worden op presynaptische uiteinden van zenuwcellen, zouden

(a) van de filosofie deze begrippen nauwkeurig te onderscheiden

kunnen beïnvloeden.


en door wat Peter Strawson ooit connective analysis noemde te

laten zien hoe ze onderling samenhangen en welke conceptuele Tegenwoordig is substantiedualisme echter een weinig populaire

connecties ze hebben met andere begrippen, zoals morele of

positie. De meeste filosofen menen op goede gronden dat

strafrechtelijke verantwoordelijkheid, opzet, schuld en dergelijke.

mentale toestanden en acties in de een of andere zin

Sommige begrippen van vrije wil zijn bijvoorbeeld compatibel met

‘superveniëren’ op hersentoestanden en -processen. Dan rijst de

hersendeterminisme en andere niet. Ik neem aan dat hiermee ook

vraag of kwantumindeterminisme, aangenomen dat dit een

de vierde vraag is beantwoord, namelijk wat precies het

objectieve eigenschap van de natuur is en niet louter een product

verhelderen van ‘DE’ vraag over het bestaan van vrije wil inhoudt.

van onze onwetendheid, een rol kan spelen in biologische

Vele verschillende vragen moeten nauwkeurig worden

systemen zoals ons brein. Alleen dan zou een vrije wil in de

onderscheiden. Sommige kunnen door empirisch onderzoek

cartesiaanse betekenis immers mogelijk zijn. Experts hebben op

beantwoord worden, terwijl dit bij andere vragen niet kan omdat

dit punt verschillende posities verdedigd en in beginsel zijn er

ze zuiver conceptueel zijn.


twee wetenschappelijke strategieën denkbaar. Men kan proberen

op puur theoretische gronden te beslissen of kwantummechanica

(b) Laat ik tot slot iets zeggen over een tweede rol van de

relevant kan zijn bij het verklaren van neuronale processen. Zo

wijsbegeerte, namelijk wetenschapstheoretische analyse. Hier zal

argumenteren sommigen bijvoorbeeld dat kwantumeffecten

de filosoof een veelheid van problemen opwerpen, zoals het

verdwijnen wanneer men opstijgt van het microfysische niveau

volgende. Stel dat men het vage begrip ‘vrije wil’ preciseert in de

van atomen en chemische verbindingen naar het niveau van

eerste zin als boven vermeld, namelijk als een vermogen of

levende cellen. Men kan echter ook proberen aan te tonen dat

dispositie om op grond van goede redenen te kiezen uit

zeer specifieke biologische macromoleculen zich stochastisch

verschillende gedragsmogelijkheden. We beantwoorden de vraag

gedragen (cf. Colquhoun & Hawkes 1981).


‘waarom deed je dat’ meestal door het geven van redenen. 32


Wanneer ik bijvoorbeeld overhaast afscheid neem bij een feestje,

werkelijk uit voorbeelden van gestoorde handelingen die niemand

vraagt de gastvrouw mij: ‘Waarom heb je zo’n haast te

vrij zou noemen, zoals de slaapwandelende moordenaar Kenneth

vertrekken?’ Mijn antwoord: ‘Ik wil de laatste trein halen en die

Parks of het gedrag van de patiënten van François Lhermitte door

gaat over tien minuten.’ Hoe verhoudt zich nu het verklaren of

een consilience of inductions concluderen dat ook normale

motiveren van handelingen door het geven van redenen, tot het

mensen nooit vrij zijn? En kan men uit een psychologisch

verklaren van lichaamsbewegingen door het opsporen van

experiment waarbij proefpersonen drie glazen cola wordt

hersenoorzaken? Omdat de logica van deze verschillende

voorgezet waarbij hen wordt voorgelogen dat het om

verklaringswijzen verschillend is, is het weinig plausibel dat de

verschillende merken gaat, concluderen dat alle redenen die

eerste gereduceerd kan worden tot de tweede. Hersenonderzoek

mensen geven rationalisaties zijn? Bij dit onderzoek bleken de

zal daarom niets kunnen bijdragen tot het verklaren van

redenen die de proefpersonen gaven voor het prefereren van de

handelingen in termen van redenen.


ene cola boven de andere beïnvloed te worden door onbewuste

associaties. Is dit ook zo wanneer ik als reden voor mijn Nu betoogt Victor Lamme echter in zijn populaire boek De vrije wil

overhaaste vertrek zeg dat ik de trein moet halen? Zijn voorts de

bestaat niet (2010) dat onze alledaagse visie volgens welke veel

redenen die Lamme geeft voor zijn conclusie dat alle redenen

van ons handelen berust op een vrije keuze die gemotiveerd is

rationalisaties zijn, zelf rationalisaties? Dat zou hij moeten

door redenen ‘een regelrechte vergissing’ is (p. 220). Volgens hem

concluderen indien hij consequent is. Dan raakt hij echter in een

kan menselijk handelen alleen goed verklaard worden door

paradox verzeild. Waarom zou men zijn conclusie dat alle redenen

hersenprocessen die, net als bij een kikker, geen enkele ruimte

rationalisaties zijn, geloven, indien de redenen voor die conclusie

laten voor vrijheid. Alle redenen die we voor ons gedrag geven

niets meer zijn dan rationalisaties? Ik vermoed dat Lammes

zijn volgens hem slechts rationalisaties, achteraf geproduceerd

radicale conclusies ten dele gemotiveerd zijn door zijn

door een mechanisme in de linkerhersenhelft dat hij de

preoccupatie met hersenonderzoek. In ons brein zijn vrijheid en

‘kwebbeldoos’ noemt. Dit mechanisme zou ook de illusie van vrije

redenen natuurlijk niet te vinden, evenmin als in de hersenen van

wil scheppen om het ‘falen van onze voorspelmodule’ te

een kikker. In hersenen ontwaren we slechts neuronen,

maskeren (p. 221). De wetenschapsfilosoof zal op dit punt

synaptische connecties, enzovoort. Maar daaruit volgt nog niet

onderzoeken hoe waarschijnlijk het empirische materiaal dat

dat vrijheid of goede redenen niet kunnen bestaan.

Lamme aandraagt deze verregaande conclusie maakt. Kan men 33


Victor Lamme had dergelijke redeneerfouten kunnen vermijden

Literatuur


door zo nu en dan samen te werken met een goed getrainde

Colquhoun, D., & A. G. Hawkes, ‘On the Stochastic Properties of

filosoof, die zich specialiseert in de problematiek van de vrije wil.

Single Ion Channels’. Proceedings of the Royal Society of

Omgekeerd kan de filosoof zich natuurlijk alleen verantwoord

London, B: Biological Sciences 211: 205-235, 1981.


uitlaten over dergelijke problemen indien hij het empirische

Eccles, Sir John, ‘Do Mental Events Cause Neural Events

onderzoek erover goed kent, en bijvoorbeeld op de hoogte is van

Analogously to the Probability Fields of Quantum Mechanics?’

de werking en de beperkingen van fMRI-scans, waarover Iris

Proceedings of the Royal Society of London, B: Biological

Sommer en Willem Koops behartenswaardige opmerkingen

Sciences 227: 411-428, 1986.


maken.


Jordan, Pascual, ‘Die Quantenmechanik und die Grundprobleme

der Biologie und Psychologie’. Naturwissenschaften 20: 815-21, Mijn antwoord op de derde vraag, ten slotte, is dan ook dat

1932.


samenwerking geboden is. Wijsgeren die zich bezighouden met

Lamme, Victor, De vrije wil bestaat niet. Amsterdam: Bert Bakker,

de problematiek van de vrije wil moeten regelmatig in gesprek

2010.


met psychologen, neurowetenschappers, en kwantummechanici.

Libet, B. et al., ‘Time of conscious intention to act in relation to

Omgekeerd doen de laatsten er goed aan hun artikelen over de

onset of cerebral activity (readiness-potential). The unconscious

vrije wil te laten controleren door vakfilosofen. Mooie voorbeelden

initiation of a freely voluntary act.’ Brain, 106: 623-642, 1983.


van een dergelijke samenwerking zijn het koppel Karl Popper en John Eccles (wat niet wil zeggen dat ik hun visie deel), of het boek Philosophical Foundations of Neuroscience van de hersenonderzoeker M. R. Bennett en de filosoof P. M. S. Hacker (Blackwell 2003), dat Victor Lamme nooit las omdat zijn hond het verslond (persoonlijke mededeling).
 
 Een vraag voor prof. dr. Frans Verstraten: Bent u het als psychoog eens met Victor Lamme en Dick Swaab dat de menselijke vrije wil niet meer is dan een ‘plezierige illusie’?


Libet, B., ‘Unconscious cerebral initiative and the role of conscious will in voluntary action.’ Behavioral and Brain Sciences, 8: 529-566, 1985.
 Libet, B., Mind time: The temporal factor in consciousness. Cambridge, MA: Harvard University Press, 2004.
 Swaab, Dick, Wij zijn ons brein. Van baarmoeder tot Alzheimer. Amsterdam/Antwerpen: Contact, 2010.
 Wegner, D. M., The Illusion of Conscious Will. Cambridge, MA: MIT Press, 2002

34


Kettingreactie 8 | Prof. dr. Frans Verstraten

De wil en wetenschappelijke vooruitgang VRAGEN

Prof. dr. Frans Verstraten


1. Welke invloed heeft de omgeving op ons denken?

Frans Verstraten is hoogleraar Psychologische Functieleer aan de Universiteit

2. Kunnen we gedrag het best vanuit de hersenen en het lichaam bestuderen en begrijpen (van binnenuit) of door te kijken naar de interactie van de mens met zijn omgeving (van buitenaf)?

Hij publiceerde verschillende boeken over zijn vakgebied voor een groot publiek,

Utrecht. Zijn onderzoek spitst zich toe op het gebied van de visuele waarneming. waaronder Psychologie in een notendop en Het brein te kijk. 
 
 ‘Sterker dan alle legers ter wereld is een idee wiens tijd is gekomen.’ Een klassieke uitspraak van Victor Hugo die misschien wel beter bekend is in de Engelse

3. Herman Philipse is van mening dat samenwerking geboden is met betrekking tot het onderzoek naar de vrije wil. Hoe denkt u hierover? 4. Bent u het als psycholoog eens met Victor Lamme en Dick Swaab dat de menselijke vrije wil niet meer is dan een ‘plezierige illusie’?

vertaling: ‘Nothing is stronger than an idea whose time has come.’ De wetenschapspagina’s in kranten, de populairwetenschappelijke tijdschriften en zeker ook de tv-programma’s die wetenschappelijk pretenderen te zijn, doen je geloven dat de tijd voor hersenen en gedrag is gekomen (waarbij het boek van mijn voorganger Piet Vroon Bewustzijn, hersenen en gedrag uit 1976 aan de aandacht lijkt te zijn ontsnapt). 
 
 Wie ben ik? Voor sommigen ben ik een psycholoog, voor anderen een cognitiewetenschapper of zelfs een cognitieve neurowetenschapper. Ik zie mezelf vooral als wetenschapper. Ik houd niet van grenzen om wetenschappers heen. Die zijn ooit ontstaan omdat nieuwe wetenschapsvelden zich moesten invechten en 35


bewijzen tegenover reeds bestaande. Grenzen worden thans – in

schreef hij toen al over het effect van hoofdwonden op gedrag als

mijn ogen – vooral onderhouden om het leven van (financieel)

spraak en actie. De ontdekking van de ventrikels door medici in

beheer makkelijker te maken. Een echte wetenschapper kijkt

Alexandrië leidde tot de ‘drie cellen-theorie’ die vervolgens

echter vanuit zijn interesseveld en probeert de antwoorden overal

eeuwenlang ons denken over de organisatie van ons brein heeft

te vinden. Vaak zoek je dan juist over de traditionele grenzen

bepaald. Later waren het de neurologische aandoeningen, soms

heen. Dat is althans mijn beeld als iemand die is afgestudeerd als

door toevallige problemen als bij de patiënt Tan van Paul Broca of

psycholoog (bij een fysicus), gepromoveerd bij biologie (bij een

expres gemaakte laesies in dieren die aan het denken over de

elektro-ingenieur) en via onder andere oogheelkunde en

werking van het brein en daarmee gedrag bijdroegen.

telecommunicatie weer bij de psychologie belandde. Ik werkte

Neurowetenschappen, hersenen, gedrag en zelfs geest gingen

echter overal nagenoeg aan hetzelfde onderwerp.


vaak samen.



 Neurowetenschappen en gedrag: iets nieuws? Je zou met alle

De huidige nadruk op het (mogelijke) succes van de (cognitieve)

media-aandacht de indruk kunnen krijgen dat de rol van

neurowetenschappen komt mijns inziens vooral door de

neurowetenschappen, of in ieder geval de rol van het neurale

ontwikkelingen in de methoden om naar het brein in actie (en rust)

substraat, in het bestuderen van gedrag en denken (waarbij je je

te kijken. Ik denk niet dat dit veel te maken heeft met wat Willem

kunt afvragen of denken geen vorm van gedrag is) iets nieuws is.

Koops in zijn bijdrage als een cultuurmaatschappelijke

Dat is natuurlijk niet zo. Met wat fantasie zouden we de

omwenteling in het denken ziet. Koops plaatst die gebeurtenissen

geschiedenis van de invloed van de neurowetenschappen op

in de jaren negentig van de vorige eeuw. De Nobelprijzen in 1981

gedrag kunnen laten beginnen in het stenen tijdperk, toen men al

aan David Hubel, Torsten Wiesel en Roger Sperry waren meer

trepanatie uitvoerde. Misschien werden die gaten in de schedel

dan de voorbode dat de tijd er rijp voor was. Niet voor niets

van onze voorouders gemaakt om mensen die abnormaal gedrag

werden de jaren 1990 tot 1999 door de toenmalige president

vertoonden weer bij de les te brengen. Imhotep, tegenwoordig

George Bush uitgeroepen tot The Decade of the Brain. Het feit

door toedoen van de filmmakers in Hollywood beter bekend als

dat juist de toch niet als snelle denker bekend staande Bush dat

The Mummy, was in zijn tijd bij de Egyptische farao’s een meer

deed, geeft aan dat dit al jaren, en dus ver voor de jaren negentig,

dan gewaardeerd arts (hij bracht het tot halfgod!). Als het

in de lucht moet hebben gehangen


bekende Edwin Smith-papyrus daadwerkelijk van zijn hand is,


 36


De psychologie van verandering: niet iedereen wil Dat niet alle

dat wil, om welke reden dan ook, is zoals gezegd een gegeven;

mensen blij zijn met nieuwe ontwikkelingen is een altijd

zo bleef Skinner tot aan zijn dood een behaviorist. Voor

terugkerend gegeven bij wetenschappelijke omwentelingen of bij

vooruitstrevende wetenschappers zijn nieuwe technieken altijd

de introductie van alternatieve onderzoeksmethoden. Toen in het

welkom, ook als ze zich nog niet bewezen hebben. Want nieuwe

midden van de vorige eeuw, met name door de ontwikkelingen

technieken openen misschien wel wegen naar wetenschappelijke

voor elektrofysiologische metingen aan hersencellen (door onder

vooruitgang en vele mensen uit vele verschillende gebieden

anderen de reeds genoemde Nobelprijswinnaars), het denken

zoeken wat er voor hen in zit. Sommigen zien de voordelen of

over ons brein veranderde waren er – zoals vaak bij doorbraken –

vinden voordelen. Anderen kijken, als in het geval van de neuro-

twee uitersten, zeker in de psychologie. Aan de ene kant had je

imaging, vaak vanwege de complexiteit van experiment en

de psychologen die de biologische grondslagen van het gedrag

analyse aan de zijlijn mee om toch te kunnen profiteren van de

‘de waan van de dag’ noemden. Hun redenering: ik hoef niet te

nieuwe inzichten en resultaten. Aan de andere kant van het

weten hoe de fysiologie werkt of waar de processen zich afspelen

spectrum heb je altijd een establishment dat liever vasthoudt aan

in de grijze en witte massa, om het gedrag van mensen te kunnen

het wereldbeeld waaraan het gewend is. Op zichzelf niet erg,

begrijpen. Anderen zagen de nieuwe bevindingen als een

behalve als ze meedoen aan sfeervorming zonder zich te

verrijking en keken wat er voor hun wetenschappelijke onderwerp

verdiepen in de mogelijkheden en onmogelijkheden en de

te halen viel. Het behaviorisme, dat van de psychologie een echte

problemen. Dat Willem Koops het even beroemde als door de

wetenschap wilde maken, had niet voor het gewenste succes

populaire media uitentreuren uitgemolken voorbeeld van de dode

gezorgd en gedragswetenschappers snakten naar nieuwe

zalm aanhaalt is jammer en laat vooral zien dat niet iedereen niet

bronnen van inspiratie. Zo was het idee dat een zenuwcel kon

wil – of beter kan – begrijpen waarom dat experiment überhaupt

vuren of niet vuren inspirerend voor vele wetenschappers; zij

is uitgevoerd. Sommige nieuwe technieken vereisen een studie-

zagen overeenkomsten met de enen en nullen waarvan de

investering om de goede of slechte kanten te kunnen beoordelen.

computer gebruik maakte, een ander, toen opkomend, technisch

Kritische, maar ingewijde wetenschappers kunnen dan de nuance

hoogstandje. Het werd dan ook snel een van de katalysators van

zoeken en op basis van argumenten hun punt maken. Ook grote

de overgang van het behaviorisme naar de cognitieve

voorstanders van de huidige ontwikkelingen maken zich schuldig

psychologie. Dat het later allemaal wat complexer bleek dan

aan selectief denken. Met name als het gaat om wetenschap in

aanvankelijk gehoopt of gedacht doet daar niets aan af; de

de media. Ik geef hieronder een aantal voorbeelden.


wetenschappers streefden naar vooruitgang. Dat niet iedereen 37


Popularisering en wetenschap: selectieve pr Wetenschappers

hersenactiviteit links of rechts kan afslaan of vooruit en achteruit

die in het nieuws willen komen moeten vooral dingen roepen die

rijden. 


‘human interest’ hebben en liefst niet nuanceren. Dat hoeft vaak 


ook niet want de journalisten verzinnen er zelf wel een boeiend

Gelukkig nemen wetenschappers soms ook nog de regie in eigen

statement bij. Voorbeelden te over. Zo heb je de ideeën van een

hand. In Radboud Magazine, het Nijmeegse alumniblad van de

van de betere denkers van deze tijd: mijn Amsterdamse collega

universiteit met dezelfde naam, stond onlangs een stuk over de

Victor Lamme, die denkt dat het bestaan van een vrije wil moeilijk

progressie van het hierboven genoemde Braingain project. De

te verdedigen is. Wat lezen we in de krant in de tijd van de

journalist vroeg de wetenschapper over de

verkiezingen? ‘Uw brein heeft allang bepaald wat u gaat

toepassingsmogelijkheden. Hoe bijvoorbeeld het registreren van

stemmen, daar heeft u geen invloed op.’ Denkt u echt dat als

hersenactiviteit te vertalen naar een interface? ‘Ik bedenk een

Lamme, twee seconden voor hij zijn stem zou uitbrengen, zou

vraag en die verschijnt direct op mijn iPad?’ Gelukkig reageerde

horen dat zijn kandidaat een seriemoordenaar is, hij die stem niet

de onderzoeker correct door te antwoorden: ‘Dat lees je in de

zal aanpassen? 


media, maar we weten nog niet eens wat een gedachte is!’ De

journalist liet zich niet uit het veld slaan en vroeg vrolijk: ‘Zien we Een ander voorbeeld: het met miljoenen gesponsorde Braingain-

je straks in de top tien van de Quote 500?’ Je moet wat als

project, dat gaat over brain-computer interfaces en waaraan ook

journalist.


Utrecht mee doet, wordt in de media neergezet als de grote stap 


naar converseren met mensen die niet meer kunnen praten als

Anders is het wanneer krasse uitspraken gebruikt worden om

gevolg van bijvoorbeeld een beroerte. Als de hersenen nog

mensen te laten nadenken. Dat mag wat mij betreft gerust met

werken dan kan de activiteit met elektroden op het hoofd worden

wat emotie. Zo was de titel van Victor Lammes oratie ‘Weg met

opgepikt en omgezet naar een actie op een beeldscherm of zelfs

de psychologie’. Hij wilde een discussie op gang brengen en gaf

de besturing van apparaat als een rolstoel. Natuurlijk moet daar in

een doordachte aanzet. Een academische discussie volgde. Dit is

een krantenbericht of media-optreden weer aan toegevoegd

heel wat anders dan het verhaal van de dode zalm gebruiken om

worden dat we op termijn misschien wel vliegtuigen kunnen

je lekenmening kracht bij te zetten. De discussie over hoe de

besturen met onze gedachten. Feit is dat we na jaren onderzoek

neurowetenschappen bijdragen aan denken en gedrag is al

nog steeds geen rolstoel hebben die probleemloos op basis van

decennia, zo niet eeuwen aan de gang, en de nieuwe technieken 38


hebben al veel opgeleverd. Het is goed dat de discussie levendig

1. Welke invloed heeft de omgeving op ons denken? Met deze

blijft, want onderbelichte aspecten als de kosten-batenanalyse

vraag kun je alle kanten op. Veel onderzoek laat zien dat de

van sommige toch erg dure aanvullingen aan onze

omgeving heel belangrijk is. Je peers bepalen mede wat je leuk

wetenschappelijke gereedschapskist moet blijvend worden

en niet leuk vindt. Denk daarbij maar aan muziek, kleding en zelfs

gevoerd, maar dan wel door mensen die weten waar ze het over

politieke voorkeur. De kennis die je opdoet in je omgeving bepaalt

hebben. Dat geldt ook voor journalisten. Zij kunnen er ook voor

hoe je tegen allerlei aspecten van deze maatschappij aankijkt. Het

zorgen dat de leken buiten de discussie worden gehouden.

geeft je een breder raamwerk waarmee je van alles in een bredere

Daarvoor een laatste voorbeeld ter lering en vermaak. Nog niet zo

context kunt zien. De vraag zal echter eerder gaan over

lang geleden zat de Belgisch-Rotterdamse hoogleraar Willem

onbewuste beïnvloeding door de omgeving. Ik moet daar nog

Verbeke bij Pauw & Witteman. Hij had een brein voor zich op tafel

eens goed over nadenken en durf geen boude uitspraken te

staan en werd aangekondigd als neuro-econoom. Op de vraag

doen. Hoewel ook voor dit idee de tijd lijkt te zijn gekomen en er

wat een neuro-econoom was antwoordde Verbeke met een

veel wordt geroepen en geschreven, is ook dit onderwerp niet zo

onmiskenbaar mooi Belgisch accent: ‘da’s unne combinaaatie

nieuw als de media en de mediagenieken onder de

van d’n neurologgie en d’n ecconommie’. Ik zat intussen op het

wetenschappers ons willen doen geloven. Jaren geleden hadden

puntje van mijn stoel en toen hij de rol van de amygdala

we de hidden persuaders, ijsblokjes met seksueel getinte

(amandelkern) in ons brein besprak, viel ik bijna van dezelfde

berichtjes, achtergrondmuziek en geurtjes in winkels die ons

stoel van het lachen. Hij vertelde dat zo’n kern ‘af gaat’ als hij

allerlei producten zouden doen kopen et cetera. Nu zijn het vooral

geïrriteerd zou raken. Helaas wisten de heren Pauw en Witteman

niet bewust waarneembare berichten en informatie die onze

te weinig van het brein om de discussie het juiste vervolg te

meningen, koop- of stemgedrag zouden beïnvloeden, zo niet

geven. Ze hadden een plaatje van een zenuwcel (neuron) moeten

bepalen. Een andere insteek voor deze vraag is naar aanleiding

laten zien en de zelfbenoemde neuro-econoom moeten vragen

van Johan Bolhuis’ bijdrage. De meeste mensen zien evolutie als

wat de voor- en wat de achterkant van het neuron was. Vijftig

bron van verandering (mutaties!). Daarmee is ons genetisch

procent kans, maar bij de foute keuze waren alle andere mensen

pakket een zeer bepalende factor. Hoe nuttig de resultaten van

die menen iets te moeten zeggen over de rol van de

bepaalde mutaties zijn hangt vooral af van de omgeving. Dit is

neurowetenschappen voor de toekomst gewaarschuwd: doe

echter typisch iets dat zich over generaties voltrekt en wordt vaak

eerst je huiswerk voordat je krasse uitspraken in een

in één adem met de naam Darwin genoemd. Maar als we over

wetenschappelijke context gaat doen! 


relatief snelle effecten van onze omgeving willen praten, kunnen 39


we ook Lamarkiaans denken. Eigenschappen die de ouders zich

Externalisten nemen de fysieke en sociale omgeving van de

eigen hebben gemaakt tijdens hun leven kunnen binnen één

persoon in ogenschouw. Voor internalisten hoeft dat niet. Ik

generatie doorgegeven worden aan hun kinderen. Een voorbeeld

benader de vraag vanuit een experimenteel perspectief. Daar zijn

is fatsoen of, in bredere zin, beschaving. Ouders kunnen wel

beide belangrijk en het zou fijn zijn als alle onderzoekers zouden

degelijk binnen één generatie en dus aan hun kinderen iets van

weten wat er van binnenuit mogelijk is en wat er buiten allemaal

beschaving meegeven en dat bepaalt, gegeven ons

te halen valt. Om toch nog eens op het gebrek-aan-expertise-

referentiekader, hoe wij (en onze kinderen) denken. Ik ben het met

probleem terug te komen: een deel van de wetenschappers die

Willem Koops eens dat hersenonderzoek met zich ontwikkelende

graag willen meedoen met nieuwe ontwikkelingen moeten

kinderen – zover het mag – heel belangrijk is. Er is niemand die

gewoon weer het studieboek ter hand nemen. Zo is de

dat zal ontkennen en dit soort onderzoek wordt al op grote schaal

neuropsychologie helemaal aan het integreren met de

gedaan. Het zou wel goed zijn als er meer interactie was tussen

psychologische functieleer. Neuropsychologen begrijpen nu dat,

gedrags- en hersendeskundigen. Dat zou een nieuwe generatie

als je iets wil zeggen over de werking van het brein van

ontwikkelingspsychologen kunnen opleveren. Die is hard nodig,

bijvoorbeeld patiënten met een kleuragnosie, je niet alleen kennis

want in de traditionele ontwikkelingspsychologie is de kennis

moet hebben over waar zich de kleurgevoelige gebieden in het

gewoon niet toereikend en de wil om nieuwe wegen te

brein bevinden (van binnenuit), maar ook van wat je in de

bewandelen dientengevolge nagenoeg afwezig. Er wordt al jaren

buitenwereld, in ons geval vaak op het scherm, presenteert. Nog

geld gepompt in dat vakgebied maar mijn – toegegeven,

niet zo lang geleden wist de gemiddelde neuropsycholoog het

onwetenschappelijke – gevoel vertelt me dat de jeugd alleen maar

verschil niet tussen kleur- en luminantiecontrast of hoe je een

een groter maatschappelijker probleem wordt, zonder dat er

isoluminante stimulus moest maken, dan wel hoe je dit moet

oplossingen worden aangedragen die werkbaar blijken. Tijd voor

testen. Laat staan dat ze wisten dat het isoluminantiepunt voor

een andere benadering dus!


iedere persoon verschillend is. Dat is niet erg, ieder zijn of haar

specialisme. Maar om constructief met elkaar te praten moet je 2. Kunnen we gedrag het best vanuit de hersenen en het

wel bereid zijn te leren. 


lichaam bestuderen en begrijpen (van binnenuit) of door te

kijken naar de interactie van de mens met zijn omgeving (van

3. Herman Philipse is van mening dat samenwerking geboden

buitenaf)? Deze vraag is op allerlei niveaus te benaderen.

is met betrekking tot het onderzoek naar de vrije wil. 40


Wijsgeren moeten regelmatig in gesprek gaan met

aandacht naar voren gebracht en zij weten er veel meer van dan

psychologen, neurowetenschappers, en kwantummechanici.

ik. Ik heb reeds betoogd dat veranderingen of nieuwe ideeën niet

Omgekeerd doen de laatsten er goed aan hun artikelen over

alleen op tegenstand kunnen rekenen van een conservatief

de vrije wil te laten controleren door vakfilosofen. Hoe denkt

establishment, maar dat er ook vaak extreme standpunten

u hierover? Zoals ik al schreef, ik ben veel meer een

worden ingenomen. In die fase zitten we volgens mij momenteel. De wetenschappelijke nuance zal wellicht resulteren in een gulden

wetenschapper dan een psycholoog en dus werk ik altijd samen.

middenweg. Iedereen weet dat veel onbewust gebeurt en veel

Natuurlijk moet je brood bij de bakker halen en heeft iedereen een

ook bewust. Ik heb in dezen nog geen uitgekristalliseerde mening.

specialisatie, maar om goed met elkaar te kunnen discussiëren

Mijn toekomstige mening zal worden gevoed door mijn

moeten alle wetenschappers een investering doen om elkaars

denkkader. Hoe ziet dat eruit? Ik zie het brein als een luie

technieken, terminologie en mores te leren. Als dat gebeurt dan is

machine, die het liefst automatisch koerst op succesvolle

er niet alleen samenwerking, dan wordt 1 + 1 + 1 minimaal 5! Of

strategieën die we geleerd hebben in het verleden, en enkel

dit al kan waag ik te betwijfelen. Met elkaar in discussie gaan is

bewust wordt als we even goed moeten opletten of als er iets

vaak verhelderend, maar om elkaar te beoordelen is iets meer

gebeurt waar het brein – op basis van die kennis uit het verleden

nodig. De hamvraag is natuurlijk of alle partijen het over hetzelfde

– even geen raad mee weet. Dan bepaal ík wat er moet gebeuren.

hebben, wanneer ze het begrip ‘vrije wil’ gebruiken. Dat lijkt

Kortom, als ik naar mijn brein luister zie ik nog zeker ruimte voor

onwaarschijnlijk. Ik citeer Menno Lievers: ‘Lamme lijkt te denken

een vrije wil. Zoals gezegd, ik moet me nog goed in de literatuur

dat het een soort kwabje in de hersenen is, terwijl het volgens Kant een voorwaarde voor de mogelijkheid van het denken is,

verdiepen voordat ik een duidelijk standpunt in neem. En dat

zonder ontologische implicaties’. Maar zoals gezegd, van praten,

zouden meer mensen moeten doen.


overleg en discussie is nog nooit iemand dommer geworden.


Aan prof. dr. Nora van Oostrom vraag ik: Als we de media en 4. Bent u het als psycholoog eens met Victor Lamme en Dick

sommige wetenschappers moeten geloven en het zou inderdaad

Swaab dat de menselijke vrije wil niet meer is dan een ‘plezierige illusie’? Ik denk dat de soep niet zo heet gegeten wordt als ze wordt opgediend. In de voorgaande stukken hebben

zo zijn dat de mens geen vrije wil heeft, kan de mens dan nog verantwoordelijk worden gesteld voor zijn (foute) daden? Is het dan nog wel ethisch om iemand op te sluiten of te veroordelen?

Thomas Müller en Herman Philipse al een groot aantal punten van 41


Kettingreactie 9 | Prof. dr. Nora van Oostrom-Streep

De vrije wil in het recht VRAGEN

Prof. dr. Nora van Oostrom-Streep


1. In hoeverre wordt 'de vrije wil' (misschien impliciet) aangenomen in het recht?

Nora van Oostrom-Streep is rechtsgeleerde en assistent-professor bij het

2. Maakt een beroep op 'ik ben mijn brein' (en kan er dus niets aan doen) kans in de rechtzaal?

notariële vakgroep houdt zij zich onder meer bezig met onroerend goed, notariële

3. Zouden er naast forensisch onderzoekers en psychologen ook neurowetenschappers en filosofen betrokken moeten worden bij het rechtsproces?

Er zijn weinig terreinen waarop de vraag of wij ons brein zijn maatschappelijk zo

4. Als we de media en sommige wetenschappers moeten geloven en het zou inderdaad zo zijn dat de mens geen vrije wil heeft, kan de mens dan nog verantwoordelijk worden gesteld voor zijn (foute) daden? Is het dan nog wel ethisch om iemand op te sluiten of te veroordelen?

Molengraaf Instituut van de Universiteit Utrecht. Als verantwoordelijke voor de ethiek en onderwijsinnovatie. Daarnaast publiceert zij over het notariële recht. 
 
 relevant wordt als in het recht. Vrijwel alles wat wij in ons dagelijks leven ondernemen heeft rechtsgevolg, of het nu het aangaan van koopovereenkomsten, sluiten van een huwelijk, plegen van een misdaad of het maken van een testament betreft. Kernbegrippen zijn in het burgerlijk recht ‘handelingsbekwaamheid’ (onbekwaam zijn in beginsel minderjarigen en curandi), in het gezondheidsrecht ‘wilsbekwaamheid’ (het in staat zijn tot een redelijke waardering van je belangen bij onder andere de geneeskundige behandelingsovereenkomst) en in het strafrecht ‘toerekeningsvatbaarheid’. De discussie die gevoerd wordt over de samenhang tussen brein en zijn, is ook in het recht bijzonder actueel. Dit moge blijken uit een congres dat begin 2011 plaatsvond in Amsterdam en dat werd georganiseerd door het platform Psychiatrie en Recht van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie in samenwerking met de 42


faculteit Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit. De bundel bij deze

namens een kind, het plegen van een onrechtmatige daad, het

bijeenkomst, getiteld Toerekeningsvatbaarheid; Over vrije wil,

niet nakomen van een verplichting of het geven van toestemming

wetenschap en recht, behelst wat de titel belooft: bijdragen over

aan de buurman om vlak naast de schutting een conifeer te

precies datgene waarover deze kettingbrief gaat. Vanzelfsprekend

planten? Het in kaart brengen van de vele wetten en regels

beveel ik deze van harte aan. 


waaraan burgers onderworpen zijn, laat indringend zien hoe

omvangrijk de discussie wordt. Buiten het straf- en privaatrecht Opvallend is dat in de discussie over de verhouding tussen brein

hebben we immers ook het gezondheidsrecht, het bestuursrecht,

en recht, steeds de nadruk wordt gelegd op het strafrecht.

het internationale recht en ga zo maar door. Binnen al deze

Enerzijds is dit begrijpelijk. Er zullen maar weinig gebieden zijn

gebieden treden ‘natuurlijke personen’ op, en binnen al deze

waarop het maatschappelijk zo controversieel zal zijn de staat van

gebieden komt de vraag naar de vrijheid van de wil aan de orde.

het brein mee te laten wegen bij de boordeling van een zich

De vraag die we centraal moeten stellen in de discussie naar

voorgedaan hebbende misstand, als juist in het strafrecht. Ook

brein en recht is die of in het recht een vrije wil wordt

wringt het om iemand die geestelijk gestoord is op te sluiten.

aangenomen. Omdat deze bijdrage niet vanuit filosofisch

Anderzijds miskent de op het strafrecht gerichte vraagstelling, dat

perspectief wordt geschreven ga ik aan de filosofische visies op

het juist het privaatrecht is waarbinnen het gros van de

vrije wil en recht voorbij (hoe groot ook de verleiding is deze

rechtshandelingen plaatsvindt. Daarnaast gaat die eraan voorbij

opvattingen hierin te verwerken). Omdat ik me zelf bezighoud met

dat ook de gevolgen van het aangaan van een privaatrechtelijke

het privaatrecht zal ik me daarop concentreren en slechts

rechtshandeling door een geestelijk getroebleerde bijzonder

zijdelings aandacht besteden aan het strafrecht. 


ingrijpend kunnen zijn. Ik noemde al enkele rechtshandelingen

naar burgerlijk recht, te weten het aangaan van een

Wil in ons huidige private rechtsstelsel sprake zijn van een

koopovereenkomst, het sluiten van een huwelijk en het maken

rechtshandeling, dan moet er sprake zijn van ‘een op

van een testament. De lijst kan echter tot vrijwel oneindig worden

rechtsgevolg gerichte wil, die zich door een verklaring heeft

uitgebreid. Wat bijvoorbeeld te denken van het sluiten van een

geopenbaard’. Cruciaal is dus dat er met de handeling

arbeidsovereenkomst, het aangaan van een maatschap, het

rechtsgevolg wordt beoogd. Het begrip ‘wil’ dat hier wordt

oprichten van een bv, het optreden als executeur in een

gebruikt is een zogeheten geobjectiveerd begrip; het gaat om de

nalatenschap en het aangaan van een lening? Van het handelen

juridische duiding van bepaalde feiten. Wanneer we objectief de 43


feiten duiden, kijken we naar de juridische gevolgen van die

2. Een zodanig ontbreken van wil maakt een rechtshandeling

feiten, gevolgen die niet noodzakelijkerwijs afhankelijk zijn van de

vernietigbaar. Een eenzijdige rechtshandeling die niet tot een of

eigenlijke intentie ervan. Als voorbeeld kan worden gedacht aan

meer bepaalde personen gericht was, wordt door het ontbreken

de student die in de kroeg een biertje bestelt. De bedoeling van

van wil echter nietig.


de student zal zijn dat hij het biertje op kan drinken. Dat zojuist 


een overeenkomst van koop en verkoop is gesloten zal (om vele

Aan degene met wie de ‘gestoorde’ persoon heeft gehandeld

redenen) aan hem voorbij gaan. Dat uit de overeenkomst veel

kent de wet een bepaalde mate van bescherming toe, door artikel

meer gevolgen kunnen voortvloeien dan slechts de

3:35 BW als volgt geformuleerd: ‘Tegen hem die eens anders

eigendomsovergang van het bier, al helemaal. Toch gaan we in

verklaring of gedraging, overeenkomstig de zin die hij daaraan

het recht ervan uit dat de gevolgen van de overeenkomst, ook die

onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht

welke niet vooraf vaststaan omdat ze voort kunnen vloeien uit de

toekennen, heeft opgevat als een door die ander tot hem gerichte

redelijkheid en billijkheid, door de student en de barkeeper gewild

verklaring van een bepaalde strekking, kan geen beroep worden

zijn. Vorenstaande neemt niet weg dat er ook in het burgerlijk

gedaan op het ontbreken van een met deze verklaring

recht ruimte bestaat voor de opvatting dat een wil kan ontbreken.


overeenstemmende wil.’



 
 Artikel 3:34 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) bijvoorbeeld zegt

Hij die wederpartij is van een ‘gestoorde’, en objectief had

hierover letterlijk:


moeten begrijpen dat de geuite wil niet werkelijk door de uiter

1. Heeft iemand wiens geestvermogens blijvend of tijdelijk zijn

gewild werd, wordt niet beschermd. De verrichte rechtshandeling

gestoord, iets verklaard, dan wordt een met de verklaring

kan dan door de ‘gestoorde’ worden vernietigd. Belangrijk is dat

overeenstemmende wil geacht te ontbreken, indien de stoornis

bij de beoordeling van de wederpartij moet worden uitgegaan van

een redelijke waardering der bij de handeling betrokken belangen

het begripsvermogen van ‘de normale mens’ (wie dat ook moge

belette, of indien de verklaring onder invloed van die stoornis is

zijn). Aan wederpartijen met een bijzondere expertise mogen extra

gedaan. Een verklaring wordt vermoed onder invloed van de

eisen worden gesteld. Op mijn voorgangers in deze kettingreactie

stoornis te zijn gedaan, indien de rechtshandeling voor de

rust in dat opzicht dus een zwaarder bewijslast. Mocht de

geestelijk gestoorde nadelig was, tenzij het nadeel op het tijdstip

wederpartij echter gerechtvaardigd ervan uitgaan dat de

van de rechtshandeling redelijkerwijze niet was te voorzien.


‘gestoorde’ weldegelijk in staat was de gevolgen van zijn 44


handelen te overzien, dan is de rechtshandeling geldig en niet op

toestaat. Pas wanneer deze vraag bevestigend zou zijn

grond van artikel 3:34 BW aantastbaar vanwege het ontbreken

beantwoord, zou er vervolgens ruimte zijn voor een visie op de

van een op rechtsgevolg gerichte wil. Deze leer, de

vrije totstandkoming van de wil.


vertrouwensleer geheten, is gebaseerd op oudere rechtspraak 


van de Hoge Raad. De wil van de mens is hierbij ingekaderd,

Als we de media en sommige wetenschappers moeten

omdat zijn gedragingen worden beoordeeld niet vanuit strikt

geloven en het zou inderdaad zo zijn dat de mens geen vrije

wetenschappelijke, maar vanuit maatschappelijke maatstaven.

wil heeft, kan de mens dan nog verantwoordelijk worden

Het gaat, zoals dat wel wordt omschreven, om een sociale institutie. 


gesteld voor zijn (foute) daden? Is het dan nog wel ethisch

om iemand op te sluiten of te veroordelen? Deze vraag raakt

Vorenstaande betekent dat enerzijds in het recht weliswaar

aan de kern van de problematiek. Zou worden aangenomen dat

uitgegaan wordt van een vrije wil, maar ook dat de tweede vraag

er sowieso nooit sprake is van vrije wil, dan moet de uitleg van de

(of een beroep op 'ik ben mijn brein' kans maakt in de rechtzaal),

tot op heden gebruikte begrippen als handelingsbekwaamheid,

met een voorzichtig ‘ja’ kan worden beantwoord. Indien aan te

beschikkingsbevoegdheid, toerekeningsvatbaarheid en ga zo

tonen valt dat er geen sprake was van vrije wil (bijvoorbeeld

maar door helemaal op de schop. Het rechtsstelsel zoals we dat

vanwege een geestelijke stoornis), zal de verrichte

thans hebben opgebouwd, zou geheel afhankelijk worden van de

rechtshandeling nietig of te vernietigen zijn. Om te kunnen

uitkomsten van de neurologische bevindingen. Artikel 1 van de

bepalen of hiervan sprake is, wordt tot dusver met name gebruik

Grondwet (‘Allen die zich in Nederland bevinden worden in gelijke

gemaakt van medische verklaringen van bijvoorbeeld psychiaters.

gevallen gelijk behandeld’), krijgt een geheel andere klank, en

Zou echter de opvatting postvatten dat de ‘hardware’ de aanstichter van de wilsonbekwaamheid is, dan is het voorstelbaar dat dit moet worden aangetoond door neurowetenschappers. Welke rol filosofen hierin zouden kunnen vervullen weet ik eerlijk gezegd niet. De eerder door filosofen geuite visies op de vrije wil en de rede zouden immers niet meer relevant zijn, omdat de kernvraag steeds zou zijn of de hardware überhaupt een vrije wil

rechtszekerheid is verleden tijd. 
 
 Zelf voorzie ik grote maatschappelijke uitdagingen als de uitkomsten van procedures, zowel strafrechtelijk als anderszins, in handen zouden komen te liggen van neurowetenschappers. Hoe is immers in een voorkomend geval te bepalen of degene die door rood licht heeft gereden hiervoor wel of niet verantwoordelijk kan worden gehouden? En welk onderzoek vergt dit en van wie? 45


Niet alleen de kosten die aan dergelijke onderzoeken verbonden

gruweldaden verrichten ongestraft te laten. Dat iemand die niet

zijn (wie draagt deze?) maar ook de duur die met dergelijke

weet wat hij doet niet aan de door hem op zich genomen

onderzoeken gemoeid zal zijn, zullen gaan leiden tot massale

verplichtingen gehouden kan worden, kan worden geriposteerd

ontwrichting van ons huidige rechtssysteem. Het omgooien van

met het antwoord dat het evenmin acceptabel is de door hem

dit systeem is virtueel onmogelijk, mede gezien de samenhang

veroorzaakte schade af te wentelen op te goeder trouw

met internationale rechtsstelsels en de bestaande instituties als

handelende wederpartijen.


contractsvrijheid en aansprakelijkheid. 
 


In het strafrecht wordt, meer dan in het privaatrecht, al nagedacht Zou het betoog ‘ik ben mijn brein’ kunnen opgaan? Wie weet.

over genoemde ‘hardware’. De ‘toerekenbaarheid’ zoals die ten

Wellicht ook zou in een ideale setting de biologische reikwijdte

grondslag ligt aan de strafbaarstelling, valt bij het ontbreken van

van het individu uitgangspunt moeten zijn. Ideaal voor dat

een vrije wil weg, ofwel zoals artikel 39 Wetboek van Strafrecht

betreffende individu welteverstaan, want het toelaten van

het verwoordt: ‘Niet strafbaar is hij die een feit begaat, dat hem

dergelijke persoonsgebonden elementen als redenen om je te

wegens de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn

onttrekken aan de reguliere rechtsorde is naar mijn mening

geestvermogens niet kan worden toegerekend.’


maatschappelijk onaanvaardbaar. Geen verkoper zou er meer van 


uit mogen gaan dat zijn koper gehouden kan worden aan de door

Globaal zijn er twee vormen van ‘ontoerekeningsvatbaarheid.’


hem getekende koopovereenkomst. Datzelfde zou overigens

De eerste is de volledige ontoerekeningsvatbaarheid. Hiervan is

gelden voor de koper. Geen financier zou meer een lening

sprake wanneer de dader tijdens het begaan van een strafbaar

verstrekken zonder een recent neurologisch rapport dat jaarlijks

feit ‘onder invloed is van zijn stoornis’. Het strafbare feit wordt

moet worden bijgewerkt. Geen werkgever neemt meer iemand in

dan niet meer begaan vanuit de eigen wil, maar ‘in de wil van zijn

dienst zonder uitgebreid ‘hersenpaspoort’; stel je voor dat de

of haar stoornis.’ Wanneer sprake is van volledige

aangenomen vertegenwoordiger in naam van de onderneming

ontoerekeningsvatbaarheid is dat een zogeheten

rechtshandelingen verricht die hem in retrospectief niet kunnen

‘schulduitsluitingsgrond’ die aan de gedraging de verwijtbaarheid

worden aangerekend! De tegenwerping dat het niet ethisch zou

ontneemt. Omdat er geen sprake is van verwijtbaarheid van de

zijn om iemand op te sluiten die hier niets aan kan doen, kan

gedraging, ontbreekt een van de pijlers voor het strafbaar stellen

worden beantwoord in die zin dat het ook onethisch is om hen die

van de gedraging. Vaak worden deze personen veroordeeld tot 46


TBS. De tweede vorm is de verminderde

moeten leiden. Ik ben dan altijd benieuwd te vernemen hoe een

toerekeningsvatbaarheid. Dit is geen schulduitsluitingsgrond,

samenleving waarin niet geloofd wordt in vrije verkiezingen,

maar betreft de mate waarin de strafbare gedraging aan de

contractsvrijheid en strafrechtelijke aansprakelijkheid eruit zou

verdachte toe te rekenen is. Bij verminderde

moeten zien.’ Dit neemt overigens niet weg dat Buruma de

toerekeningsvatbaarheid is de gedraging dus wel aan de dader

nieuwe inzichten ook in het recht uitdrukkelijker aan de orde wil

toe te rekenen, maar kan het gevolg zijn dat hij hiervoor een

stellen.


mildere straf opgelegd krijgt. Uit de aard van de handelingen en 


de hierover ontstane leren, is de vraag naar de stand van het

De vraag naar vrije wil in het recht in samenhang met de stelling

brein in het strafrecht al langer actueel. Strafrechtgeleerden

dat wij ons brein zijn, levert derhalve een duivels dilemma op dat

breken zich het hoofd over de vraag hoe deze leer zich verhoudt

naar ik meen niet medisch, filosofisch of juridisch, maar politiek

tot de bestaande visies, getuige ook de gedachten die

opgelost zal worden en wel naar de stand van de dan geldende

strafrechtspecialist (en sinds kort lid van de Hoge Raad) Ybo

publieke opinie. Onbevredigend? Wellicht. Maar zoals ik het thans

Buruma, hierover heeft geuit, onder meer in de aan het begin van

zie onontkoombaar.


deze bijdrage genoemde bundel.
 


Dr. Martijn van den Heuvel schrijft dat mensen met efficiënter Buruma signaleert in eerste instantie over het huidige

georganiseerde informatieuitwisseling in het brein een hoger IQ

rechtsstelsel: ‘In feite schrijven wij juristen – met subtiele inventies

hebben. 'Je bent je connecties.' Wanneer onze (neurologische)

zoals die van het voorwaardelijk opzet – wil toe teneinde daaraan

connecties samenhangen met ons IQ, wat is dan de invloed

juridische en maatschappelijk relevante consequenties te kunnen

hiervan op ons gedrag? Is een hoger IQ rechtstreeks van invloed

verbinden.’


op ons gedrag, of is dit meer een kwestie van EQ? Of bevinden

we ons daarmee in de aloude nature/nurture-discussie? Heeft het Over de vraag in hoeverre we Lammes opvatting dat de vrije wil

maatschappelijk zin ons te richten op het verhogen van de

niet bestaat moeten toelaten tot het recht zegt Buruma, (naar mijn

efficiëntie van organisatie-uitwisseling, of moet dit

mening terecht): ‘Sommigen vinden deze benadering (de huidige,

noodzakelijkerwijs samengaan met gedragsontwikkeling?

NvO) oppervlakkig en menen dat de nieuwe breininzichten wel degelijk tot een geheel nieuwe opvatting over het recht zouden 47


Kettingreactie 10 | Dr. Martijn van den Heuvel

Je bent je connecties Dr. Martijn van den Heuvel


VRAGEN

Martijn van den Heuvel is neurowetenschapper en assistent-professor bij

1. Zijn wij ons brein of zijn wij de verbindingen in ons brein? Is hier een verschil tussen?

departement Psychiatrie van het UMC Utrecht. Daarnaast is hij als onderzoeker aangesloten bij het Utrechtse Rudolf Magnus Instituut. 


2. Hoe kunnen verschillende disciplines het best samenwerken om de mysteries rondom het brein te ontrafelen? Wat is de rol van de psychiatrie?


 Ben ik mijn connecties in mijn brein? Absoluut. Waar zou mijn ‘ik’ anders zitten? Ik wil u meenemen naar de basale bouwstenen van onze hersenen. Santiago Ramón

3. Wanneer onze (neurologische) connecties samenhangen met ons IQ, wat is dan de invloed hiervan op gedrag?

y Cajal liet in de late negentiende eeuw met duidelijke illustraties zien – google

4. Is een hoger IQ rechtstreeks van invloed op gedrag, of is dit meer een kwestie van EQ? Of bevinden we ons daarmee in de aloude nature/nurture-discussie?

verbindingen tussen de neuronen is. 


5. Heeft het maatschappelijk zin ons te richten op het verhogen van de efficiëntie van organisatie-uitwisseling, of moet dit noodzakelijkerwijs samengaan met gedragsontwikkeling?

maar eens ‘neuron’ en je komt illustraties van hem tegen die na ruim honderd jaar nog altijd prachtig zijn – dat een van de meest basale kenmerken van ons brein de 
 It’s in the nature of our brain to connect. Of anders gezegd, onze hersenen zíjn hun verbindingen. Al deze connecties vormen samen een massaal netwerk, dat we het menselijk ‘connectome’ noemen. Hoeveel? Heel veel. Naar schatting heeft het menselijk brein 100 miljard neuronen en ongeveer vijf- tot tienduizend keer zoveel connecties, dat zijn veertien tot vijftien nullen. Wat zit er opgeslagen in al deze connecties? Alles. Onze ervaringen, herinneringen en persoonlijkheid. Het is de optelsom van de connecties die bepaalt wie we zijn. Niet één of twee connecties, 48


één los gebiedje of een ‘emotienetwerk’, ‘aandachtsnetwerk’ of

Beeldvormende technieken, zoals fMRI (functional Magnetic

een andere deelverzameling van gebieden, maar de continue

Resonance Imaging), zijn misschien wel, ongewenst, debet aan

interactie tussen de hersengebieden maakt wie we zijn. Deze

het idee dat onze hersenen als een koffiezetapparaat werken.

communicatie bepaalt dus ook onze intelligentie (IQ) en ons EQ

Reductionisme leert dat een complex systeem bestudeerd kan

(emotionele IQ).


worden door het uit elkaar halen en door elk onderdeel apart te

bekijken. Begrijpen we de onderdelen, dan begrijpen we het We zijn dus misschien onze connecties. Toch voelen velen zich

geheel. Dit laat echter de interacties – datgene wat naar mijn

wat ongemakkelijk bij dit idee. Waar komt deze weerstand

mening juist zo belangrijk is – tussen de onderdelen buiten

vandaan? Misschien is het interessant om aan te geven dat we

beschouwing. fMRI is een prachtige techniek die oorspronkelijk

ook even hebben moeten wennen aan het idee dat ons hart een

bedacht is om te bekijken ‘waar’ in het brein bepaalde functies

machine is, met als primaire functie het rondpompen van bloed

gelokaliseerd zijn. Mensen moeten een taakje uitvoeren en

door ons lichaam en niet het huisvesten van onze ziel. Misschien

vervolgens wordt er gekeken waar in de hersenen verhoogde

moeten we ook gewoon even wennen aan het idee dat ons brein

activiteit plaatsvindt. Dit heeft echter – onbedoeld – bijgedragen

een machine is, hoe complex en schitterend die ook is. Een

aan het idee dat onze hersenen een verzameling zijn van losse

mogelijke bron van deze ongemakkelijkheid – die we allemaal wel

onderdelen. Bestuderen we de onderdelen dan begrijpen we de

eens voelen – kan zijn dat de uitspraak ‘onze hersenen zijn een

werking van het menselijk brein. Dit werkt misschien goed voor

machine’ lijkt te impliceren dat alles van tevoren vast ligt. We

primaire functies (‘waar zit het motorgebied’, ‘waar wordt de

moeten onze hersenen echter niet met een koffiezetapparaat

informatie van onze ogen verwerkt’), maar bij hogere cognitieve

vergelijken. Een koffiezetapparaat doet elke keer hetzelfde. Water

functies wordt het lastiger. Al decennia lang wordt er bijvoorbeeld

erin, filter erin, koffie toevoegen en een vaste keten van acties

gezocht ‘waar’ precies in het brein intelligentie zit – met als

wordt ingezet. Dit met elke keer hetzelfde resultaat. Gedrag als

hoogtepunt misschien wel de wiskundeknobbel – maar dit alles

vaste actie op de invoer. Als we de hersenen als een heel groot

met weinig succes. Sommigen durven al niet eens meer op zoek

koffiezetapparaat zien is dat inderdaad best een enge gedachte:

te gaan naar waar ons bewustzijn vandaan komt.


al ons (toekomstig) gedrag en ons denken ligt dan al vast in de

onderdelen van de machine en is volledig voorspelbaar. 


In de jaren zestig ontdekte Lorentz dat een ogenschijnlijk simpele

set van formules, samen ‘onvoorspelbaar’ gedrag kunnen 49


veroorzaken. Lorentz bestudeerde de voorspelling van het weer

volledig vastligt? Hier komt mijns inziens de door Nora van

op lange termijn. Hij had een model gemaakt waarin hij steeds

Oostrom aangehaalde nature/nurture-discussie om de hoek

waardes invoerde in een vaste set van formules en de uitkomst

kijken. Is het nu de natuur (onze genen) of zijn het onze

ervan bestudeerde. Hij kwam erachter dat met welke precisie hij

opvoeding en ervaringen (nurture) die bepalen wie we zijn? Ik zou

deze initiële waardes ook invoerde, er elke keer toch weer een

zeggen, allebei. Zou ik nooit iets meemaken, en zouden mijn

iets ander resultaat uit kwam. En hoe langer hij zijn simulaties liet

hersenen dus nooit nieuwe invoer krijgen (wat misschien enkel

lopen hoe meer anders het werd. Lorentz ontdekte ‘chaos’ (zie

hypothetisch kan gebeuren), dan is denk ik de kans groot dat de

voor verder leesvoer bijvoorbeeld het prachtige boek Chaos:

uitkomst op den duur vast gaat liggen. Maar veel mooier dan

making a new science van James Gleick). Systemen kunnen

Sebastian Seung is het niet te verwoorden: ‘it’s in the

gevoelig zijn voor verschil van de invoerwaardes, hoe groot of hoe

connectome, where nature meets nurture’. Hoewel het misschien

klein dan ook. Lorentz omschreef chaos als het fenomeen dat één

nature is die de vorm, hoeveelheid en grove organisatie van ons

vlinderslag op termijn kan leiden tot een orkaan ergens anders op

connectome bepaalt, het is nurture – de omgeving, onze

de wereld. Of andersom, een immense orkaan kan ongedaan

opvoeding en onze ervaringen – die voor de uiteindelijke

worden gemaakt door een nietige vlinderslag. Misschien is dat

finetuning van de bedrading zorgt. Onze connecties – de

ook zo in onze hersenen: een kleine gebeurtenis (bijvoorbeeld één

Lorentzvergelijkingen van ons brein – liggen dus totaal niet vast.

neuron dat vuurt) kan uitlopen op een totale verandering in de

Natuurlijk, de route van de grote kabels is bij iedereen in zekere

toestand van onze hersenen, terwijl het ook een complete

zin gelijk, maar hoe ze aangesloten zijn is bij iedereen anders.

verandering kan neutraliseren. Ons brein balanceert op de rand

Onze waarneming, ervaringen en handelingen veranderen continu

van chaos: ‘everything can happen’. 


onze connecties. Ervaringen worden opgeslagen tot

herinneringen door bestaande connecties te verleggen, bij te Een chaotisch systeem kan nog steeds deterministisch zijn. Het

schaven of door verbindingen te creëren of te verwijderen en

klinkt misschien wat ingewikkeld, maar toekomstige toestanden –

hebben zo een direct en constant effect op de totale werking,

hoe onvoorspelbaar ook – zijn nog steeds vast gelegd in de

efficiëntie en complexiteit van het hele systeem. 


originele set van formules. Is het dan toch zo dat onze

connecties, hoe complex en hoe groot ook, ons gedrag compleet

Het is alsof de spelregels veranderen tijdens het spel, gedreven

huisvesten? Dat ons gedrag, hoe onvoorspelbaar ook, toch

door onze omgeving, ervaringen, herinneringen et cetera. Het is 50


naar mijn mening het continu veranderende connectome en haar

of bijvoorbeeld bepaalde middelen de efficiëntie van gezonde

organisatie en efficiëntie waar ons ‘denken’, ‘bewustzijn’ en ‘ik-

hersenen (tijdelijk) kunnen verbeteren.

zijn’ vandaan komen. Het waren Edelman en Tononi die als eersten suggereerden dat het misschien de ‘complexiteit’ van het netwerk is die zorgt voor het ontstaan van bewustzijn in het brein. Een complexiteit die niet gedreven wordt door vooraf vaststaande regels, maar die uit zichzelf ontstaat uit een natuurlijke selectie van neurale events. Hun ‘neurale darwinisme’-theorie is een sterk antireductionistische kijk op het brein, die aangeeft dat het de complexiteit is van de hersenen die zorgt voor het ontstaan van ons bewustzijn en ‘ik’-zijn. Mijn ‘ik’ is dan misschien niet meer dan functionele interacties tussen anderhalve kilo structurele connecties, maar het zijn wel míjn connecties die leiden tot een uniek, zelfgeorganiseerd evenwicht. Geïnitieerd door mijn genen en gevormd door mijn ervaringen en omgeving. Een prachtige creatie, volledig uniek, onvoorspelbaar en voor elk mens anders.
 
 Heeft het maatschappelijk zin ons te richten op het verhogen van de efficiëntie van organisatie-uitwisseling, of moet dit

Met 100.000.000.000.000 verbindingen in ons brein kan er snel iets fout gaan, alhoewel we even verbaasd moeten zijn over hoe vaak het goed gaat en hoe flexibel en toch robuust ons connectome is. Als ons connectome echter een zo cruciale rol speelt in het gezond functioneren van ons brein, dan is het zeer plausibel om aan te nemen dat veel hersenaandoeningen gepaard gaan met – of misschien wel veroorzaakt worden door – veranderingen in onze verbindingen. Dat kan zijn tijdens de eerste ontwikkelingen (bijvoorbeeld al in de baarmoeder), tijdens de eerste jaren, tijdens de puberteit of als we ouder worden. Een niet-optimale connectome-organisatie, of dat nu komt door een afwijkende ontwikkeling of door schade, gaat waarschijnlijk gepaard met veranderingen in ons gedrag en cognitief vermogen. Ik denk dat we er over vijf tot tien jaar achter zullen zijn gekomen dat veel psychiatrische en neurologische hersenaandoeningen gerelateerd zijn aan connectome-veranderingen.

noodzakelijkerwijs samengaan met gedragsontwikkeling?

Mijn vraag aan dr. Menno Lievers (als oud-student van hem) is: U

Laat ik deze vraag primair als neurowetenschapper benaderen.

schreef recentelijk dat ‘waarnemen nog geen denken is’. Denkt u

Misschien dat efficiëntie van de hersenen een belangrijke rol

echter dat we wel kunnen denken zonder te waarnemen? Denkt u

speelt in intelligentie, maar dat wil nog niet zeggen dat hogere

dat onze hersenen een ‘brein in het vat’ zouden kunnen zijn, dat

breinefficiëntie per definitie een goed iets is. Het is maar de vraag

kan doorgaan zonder enige invoer van buitenaf? Is niet een deel

of de balans veranderen (naar welke kant dan ook) het gewenste

van ons ‘ik’ de fysieke inbedding van ons lichaam in de natuur?

resultaat oplevert. Maar het blijft een een zeer interessante vraag

En als tweede vraag: moeten we niet de vraag stellen hoe onze 51


hersenen bewustzijn en vrije wil creëren, in plaats van of ze dat doen? En ons eerder richten op welke implicaties dit heeft voor ons zelfbeeld en ons ‘ik-zijn’?

52


Kettingreactie 11 | Dr. Menno Lievers

Vrije wil VRAGEN 1. Is een gedachte dus meer dan de onderliggende neurologische processen die deze mogelijk maken? Zo ja, wat dan?

Dr. Menno Lievers


2. Winnen de empirische wetenschappen in het debat terrein ten koste van de filosofie?

van de cognitiewetenschappen. In 1997 promoveerde hij aan de Universiteit van

Menno Lievers is docent theoretische filosofie aan de subfaculteit wijsbegeerte van de Universiteit Utrecht. Hij verzorgt onderwijs in de taalfilosofie en de filosofie Oxford op het proefschrift Knowledge of Meaning.

3. Hoe kijkt u aan tegen de manier waarop er over de vrije wil wordt gedebatteerd? Wat is de te volgen lijn?

1. Als we denken aan een hond is er nergens in 't brein een afbeelding van de

4. Zijn redenen te reduceren tot oorzaken?

neurologische processen die deze mogelijk maken? Zo ja, wat dan? Er liggen

5. Een neurologische reductie van onze gedachten schiet tekort als die deze omgevingen buiten beschouwing laat. Hieruit volgt toch niet logisch dat er een vrije wil is?   6. Moeten we niet de vraag stellen hoe onze hersenen bewustzijn en vrije wil creëren, in plaats van of ze dat doen? En ons eerder richten op welke implicaties dit heeft voor ons zelfbeeld en ons ‘ik-zijn’?

hond te vinden. Is een gedachte dus meer dan de onderliggende nogal wat vooronderstellingen ten grondslag aan deze vraag die eerst moeten worden opgehelderd om haar te kunnen beantwoorden. Ten eerste: wat wordt bedoeld met ‘een hond’? Gaat het om een concrete hond, bijvoorbeeld die van jezelf, laten we hem ‘Bruno’ noemen (wat wordt gesuggereerd door verderop in de zin te spreken van ‘de hond’)? Of gaat het om een variabele hond, een wezen dat onder het begrip hond valt? Deze vraag is belangrijk, omdat er in de filosofie van de geest veel aanhangers zijn van het zogenaamde principe van Russell: je kunt geen gedachte hebben over een specifiek object, zoals Bruno, wanneer je niet op de een of andere manier in (epistemisch) contact bent geweest met dat object. Is dat niet het geval dan gaat het om algemene, beschrijvende kennis. In dat laatste 53


geval is de vraag naar een afbeelding problematisch, zoals blijkt

De waarschijnlijkste interpretatie van de eerste zin lijkt me: ‘Als

uit het tweede punt.

we denken aan een concrete hond, zoals Bruno, is er nergens in ’t brein een representatie van Bruno te vinden.’ Zo gelezen is deze

Ten tweede: de vraag vooronderstelt dat afbeeldingen nodig zijn

bewering onwaar. Je bent geneigd te zeggen ‘ex falso quodlibet’,

om te denken. Dat is echter een weinig aangehangen theorie.

maar dat zou strikt genomen onjuist zijn, omdat dit alleen voor

Meestal gaat men ervan uit dat je denkt in begrippen. In dit geval zou er dus voor het denken een begrip van Bruno nodig zijn of, in

contradicties geldt en dit geen tegenspraak is. Het gebruik van

het geval dat het gaat om een variabele hond, het begrip hond. Er

het woordje dus is echter wel curieus, want de tweede zin waar

bestaan wel beeldtheorieën van het denken, maar die hebben

dit woordje in voorkomt gaat over iets geheel anders dan de

met abstracte begrippen, zoals ‘een hond’, van oudsher grote problemen.

eerste.
 
 ‘Is een gedachte meer dan de onderliggende neurologische

Ten derde: wat wordt er verstaan onder ‘afbeelding’? Wordt

processen die deze mogelijk maken?’ Ook deze vraag is voor

daarmee een plaatje of een soort foto bedoeld? Of is het een

meerdere uitleg vatbaar. Ten eerste ‘gedachte’. Wordt hiermee de

variant in alledaags Nederlands op het meer gangbare

inhoud van een denkact bedoeld? Dan is er geen verband met

‘representatie’? In het eerste geval moet er, net als bij een

‘neurologische processen die deze mogelijk maken’. Een

landkaart, isomorfie bestaan tussen de afbeelding en het

gedachte in die betekenis van het woord, bijvoorbeeld ‘de stelling

afgebeelde. In het tweede geval niet en moeten we de vraag

van Pythagoras’, wordt niet mogelijk gemaakt door

stellen wat een representatie van de hond zou kunnen zijn in de

hersenprocessen. ‘Gedachte’ moet dus worden opgevat als een

hersenen. Door de opkomst van het connectionisme weten we

concrete denkact in ruimte en tijd, laten we zeggen als een

hoe lastig die vraag is: kan een activatie van eenheden in een

verzameling hersenprocessen. Dan wordt de vraag: wat

neuraal netwerk nog een representatie worden genoemd? Zo’n

onderscheidt de verzameling hersenprocessen die we ‘gedachte’

afbeelding in de zin van plaatje of foto is waarschijnlijk nergens in

noemen van andere hersenprocessen? De vraag lijkt op een

de hersenen te vinden, maar we moeten wel aannemen dat er op

andere in de taalfilosofie: wat onderscheidt een willekeurige

de een of andere manier een afbeelding in de betekenis van

verzameling inktstrepen op papier van de strepen die een

representatie van een hond in het brein aanwezig is, omdat we

betekenisvolle zin realiseren? De eerste verzameling heeft geen

anders het menselijk handelen niet kunnen verklaren.


en de tweede heeft wel betekenis(-inhoud). Toegepast op zinnen, 54


luidt de vraag dan: ‘is een zin dus meer dan de onderliggende

zijn nogal wat filosofen die uitgaan van de eenheid van

inktstrepen die deze mogelijk maken?’ Het antwoord op deze

wetenschappen; filosofie onderscheidt zich van de empirische

vraag is ja en nee. Ja, een zin is meer dan een verzameling

wetenschappen hooguit door haar meer conceptuele, a priori

strepen op papier. Je kunt de betekenis van een zin dan ook niet

karakter, maar uiteindelijk moet, volgens deze opvatting van

reduceren tot die inktstrepen. Bovendien zou de zin ook op een

filosofie, de waarde van filosofie blijken uit de empirische

andere manier kunnen worden gerealiseerd, bijvoorbeeld, op een

rechtvaardiging van haar uitspraken. Verkies je deze opvatting

computerscherm of als geluidsopname. Je kunt ook ‘nee’

van filosofie, dan is de vraag nodeloos negatief geformuleerd,

antwoorden, want deze concrete zin bestaat als die inktstrepen.

want in zekere zin boekt de filosofie juist winst als haar uitspraken

Hetzelfde geldt voor gedachten en hersenprocessen.


vatbaar worden voor empirische toetsing.



 De criteria van identiteit van gedachten zijn niet identiek aan de

Er zijn ook filosofen die wijsbegeerte beschouwen als een

criteria van identiteit van verzamelingen hersenprocessen.

autonoom vakgebied, waarin onderwerpen worden bestudeerd

Gedachten en hersenprocessen zijn kortom dingen van een

die in alle wetenschappen worden gebruikt, maar waarover de

andere orde. Net zoals een zin niet meer is dan een reeks

filosoof over een eigen expertise beschikt. Het gaat dan om

inktstrepen, zo is ook een gedachte niet meer dan een

onderwerpen als ‘betekenis’, ‘waarheid’ en ‘oorzaak’. De vraag

verzameling hersenprocessen, maar je mist wel het essentiële van

wordt dan of het begrip ‘vrije wil’ tot dit autonome vakgebied

het verschijnsel als je een zin enkel beschouwt als een reeks

behoort of niet. Cruciaal is in dat geval of de vraag wat de vrije wil

inktstrepen en een gedachte enkel als een verzameling

is een empirische vraag is of niet. Nu hebben woorden

hersenprocessen.


betekenisinhoud op grond waarvan ze verwijzen naar

(verschijnselen in) de werkelijkheid. Dus voorafgaand aan de 2. Winnen de empirische wetenschappen in het debat terrein

vraag wat het verschijnsel vrije wil is in de werkelijkheid, moeten

ten koste van de filosofie? Het antwoord op deze vraag

we eerst weten wat het begrip vrije wil inhoudt. Wat betekent

vooronderstelt een bepaalde conceptie van filosofie. Als ik mij

‘vrije wil’? Dit lijkt me een vraag die vooralsnog geen eenduidig

beperk tot de westerse filosofie, dan kunnen verschillende

antwoord heeft gekregen, en op z’n minst vatbaar is voor a priori

opvattingen van wat filosofie is, worden gekenmerkt door de

reflectie, waarop filosofen zich toeleggen. Als we niet goed weten

verhouding tussen filosofie en de empirische wetenschappen. Er

wat de betekenis is van onze woorden, weten we helemaal niet 55


waar we naar verwijzen, wanneer we die woorden ‘vrije wil’

wel degelijk reële filosofische problemen die om een

gebruiken.


constructieve oplossing vragen en die niet schamper vanuit de

luie stoel kunnen worden afgedaan als ‘conceptuele Zo bezien winnen de empirische wetenschappen geen terrein in

verwarringen’. Wat zou trouwens het criterium van correctheid zijn

het onderzoek naar vrije wil. De vraag betrof echter het debat

van het ophelderen van een conceptuele verwarring?


over vrije wil. In een debat gaat het er niet alleen om of je gelijk 


hebt maar vooral om wie gelijk krijgt. De empirische

3. Hoe kijkt u aan tegen de manier waarop er over de vrije wil

wetenschappen hebben de wind mee in de media in het huidige

wordt gedebatteerd? Wat is de te volgen lijn? Ik vind het niet

tijdsgewricht, dat er een is van verzakelijking, reductionisme en

zo verheffend. Wat mij tegenvalt is dat de neurowetenschappers

antigeesteswetenschappen, waarin het negentiende-eeuwse

niet de moeite nemen om zich te verdiepen in de filosofische

Bildungsideaal aan het sterven is. In die zin winnen de empirische

literatuur, terwijl daar toch waardevolle inzichten te vinden zijn.

wetenschappen aan terrein in de beeldvorming, zonder dat ze de

Van de pers valt mij tegen dat ze zo weinig ruimte geven aan

oplossing van het probleem een jota dichterbij hebben gebracht.


tegenstemmen. Maureen Sie van de Erasmus Universiteit, die al

jarenlang onderzoek doet op dit gebied, verdient veel meer Er is nog een derde opvatting van filosofie (er zijn er uiteraard nog

aandacht. Waarom volstaat men met ex-cathedrainterviews met

meer), die je tegenkomt in het werk van epigonen van

Dick Swaab en organiseert men niet een twistgesprek tussen hem

Wittgenstein. Volgens hen berusten alle filosofische problemen op

en Maureen Sie die echt iets van het onderwerp weet? De

een verkeerd gebruik van woorden uit de dagelijkse omgangstaal.

deelnemers aan het publieke debat worden uitgekozen op grond

Het lichaam-geest-probleem bijvoorbeeld zou voortkomen uit

van hun mediabekendheid en niet op grond van hun

verkeerd taalgebruik. Die opvatting vind je in het werk van Peter

deskundigheid. 


Hacker (zie bijvoorbeeld het samen M.R. Bennett geschreven 


Philosophical Foundations of Neuroscience) Zij leidt tot zulke

4. Zijn redenen te reduceren tot oorzaken? In de

gênante uitspraken dat de gezworen aartsvijanden Dennett en

Angelsaksische landen wordt tussen redenen en oorzaken een

Searle de handen ineensloegen in hun afwijzing ervan in

scherpe scheiding gemaakt. Redenen horen thuis in

Neuroscience and Philosophy: Brain, Mind, and Language. Tyler

rechtvaardigingen; oorzaken in verklaringen. Een oorzaak wordt in

Burge noemt het in zijn laatste boek ‘filosofische hybris’. Er zijn

de Angelsaksische rechtspraak dan ook niet geaccepteerd als 56


argument in een rechtvaardiging. Als Jantje een brood steelt,

misvatting is. Zoals Burge betoogt op de website van The New

omdat hij honger heeft, dan is hij schuldig aan diefstal. Als hij te

York Times, zijn er ten minste drie misvattingen in het spel. Ten

laat komt, omdat de bus niet reed, dan heeft hij de regels

eerste, neurofysiologische bevindingen verschaffen weinig inzicht

overtreden, ook al kon hij er niets aan doen. In Nederland zijn we

in psychologische verschijnselen. Ze zijn vaak beschrijvingen van

daar minder streng in en zijn we geneigd ook oorzaken als

wat er aan de hand is in de hersenen, wanneer je droomt of

redenen te accepteren. Omgekeerd zijn er nogal wat filosofen die

kwaad of verliefd bent, maar ze geven daarin op zichzelf nog

in navolging van de Amerikaanse filosoof Donald Davidson,

geen inzicht en bieden daarvoor geen verklaring. Ten tweede, de

betogen dat redenen oorzaken kunnen zijn van gedrag. De vraag

neurobabbelaars verwarren verschillende niveaus van verklaring.

wordt dan hoe redenen hun causale invloed kunnen uitoefenen.

Lang niet alle verklaringen zijn reductionistisch. Je kunt de

Die vraag brengt ons terug bij het lichaam-geest-probleem. Een

voortplanting of de economische recessie niet verklaren op het

reden moet, om causale invloed te kunnen uitoefenen, bestaan

niveau van de kwantummechanica. Net zo zijn verklaringen van

als hersenproces dat in oorzaak-gevolg-relaties kan staan met

neurologische verschijnselen niet op zichzelf verklaringen van

andere neurofysiologische processen. De inhoud van de reden

psychologische toestanden. Ten derde worden door de media-

kan echter niet daartoe wetmatig worden gereduceerd. 


aandacht voor neurofysiologische verklaringen van de menselijke

geest, commissies die onderzoeksgelden moeten verdelen in de 5. U haalt in het NRC Handelsblad filosoof Tyler Burge aan.

verleiding gebracht om inferieur onderzoek te financieren,

Volgens Burge bepaalt niet alleen de fysieke maar ook de

waarvan de aanvragen zijn geschreven met de retoriek van de

sociale omgeving waarin we ons bevinden de inhoud van

neurowetenschappen. Waarnemingspsychologie, met als exponent aan de Universiteit Utrecht Frans Verstraten, staat op

onze gedachten. Een neurologische reductie van onze

een veel hoger niveau, dan al die in neurologische termen

gedachten schiet tekort als die deze omgevingen buiten

geformuleerde speculaties. Het gevolg is dat slechte wetenschap,

beschouwing laat. Hieruit volgt toch niet logisch dat er een

of liever gezegd, slechte speculatieve neurofilosofie wordt

vrije wil is? Dat uit het zogenaamde externalisme van Tyler Burge ‘logisch’ zou volgen dat er een vrije wil is, betoogde ik ook niet. Al dat neurogebabbel over de vrije wil suggereert dat alle vragen op het gebied van de geest moeten worden opgelost op het niveau van de neuronen. Het boek van Burge laat zien dat dit een

gesubsidieerd.
 
 Ik wilde in het artikel een analogie trekken. Burge laat zien dat er een niveau van autonome psychologische verklaring is van de visuele waarneming. In die verklaring maak je gebruik van het 57


begrip representatie. Om de inhoud van een representatie

waarnemen? Denkt u dat onze hersenen een ‘brein in het vat’

adequaat te beschrijven moet je een beroep doen op de fysieke

zouden kunnen zijn, dat kan doorgaan zonder enige invoer

en sociale omgeving van het waarnemende individu. Net zo staat

van buitenaf? Is niet een deel van ons ‘ik’ de fysieke

het begrip vrije wil niet op zichzelf, maar is het verweven met tal

inbedding van ons lichaam in de natuur? En als tweede vraag:

van andere begrippen, zoals morele verantwoordelijkheid,

moeten we niet de vraag stellen hoe onze hersenen

rechtvaardiging, spijt, verwachting, sympathie, vriendschap, liefde. De filosoof Strawson geeft in zijn klassieke artikel ‘Freedom

bewustzijn en vrije wil creëren, in plaats van of ze dat doen? En ons eerder richten op welke implicaties dit heeft voor ons

and Resentment’ (te vinden in zijn gelijknamige essaybundel) een

zelfbeeld en ons ‘ik-zijn’? De frase ‘waarnemen is nog geen

mooi voorbeeld: wanneer iemand per ongeluk op je hand staat, in

denken’ was een in een slogan gecomprimeerde samenvatting

een poging je te helpen, dan is de pijn niet minder dan wanneer

van de opvatting dat er een groot verschil bestaat tussen

hij dat uit schaamteloze onverschilligheid of zelfs met opzet doet.

waarnemen en denken. Sinds Kant meent een groot aantal

Desalniettemin voel je in het tweede geval een gevoel van

filosofen dat je je zintuiglijke indrukken moet organiseren met

verontwaardiging of boosheid opkomen, dat je niet voelt in het

behulp van begrippen (of categorieën) om van waarnemen te

eerste geval. Ons begrip van vrije wil is nauw verweven met onze

kunnen spreken. Het slechts ontvangen van sensorische prikkels

morele reacties op elkaars gedrag en op dat niveau moet ook

is nog geen zien, stelt men. Of dit een juiste interpretatie van Kant

naar een verklaring worden gezocht.
 


is, laat ik in het midden, maar het is een feit dat de these van de

De vrije wil wordt door neurowetenschappers, zonder dat ze over

theoriegeladenheid van de waarneming in brede kring wordt

het begrip hebben nagedacht, voorgesteld als een soort

aangehangen. Burge wijst die theorie af en meent dat de

kwabbetje of wormvormig aanhangsel dat ergens in de hersenen moet zitten. Wanneer ze dat dan niet vinden, concluderen ze dat de vrije wil niet bestaat, alsof woorden alleen betekenis hebben, wanneer ze staan voor een object. 
 
 6. Recentelijk schreef u dat ‘waarnemen nog geen denken is’. Denkt u echter dat we wel kunnen denken zonder te

waarneming objectief is en geen begrippen nodig heeft.
 
 Of we zouden kunnen denken zonder te waarnemen lijkt me een empirische vraag, die de neurowetenschappers zouden moeten beantwoorden. Het filosofische aspect aan die vraag is wat we onder ‘denken’ en ‘waarnemen’ moeten verstaan. In de vorige eeuw ging men er voetstoots van uit dat denken talig is. Onder impuls van de kunstmatige intelligentie en de 58


neurowetenschappen is daar aan het einde van de twintigste

brain) alsof de geest samenvalt met de hersenen. Wat ik mij

eeuw een kentering in gekomen, en nu meent men dat het

herinner van mijn coschappen neurologie is toch iets heel anders.

begrijpen van taal slechts het topje van de cognitieve ijsberg is.

Het eerste wat je moet doen bij een patiënt die binnenkomt op de

(Excuses voor de lelijke metafoor, maar het maakt wel duidelijk

afdeling neurologie is zorgen dat de interne gesteldheid op orde

wat er wordt bedoeld.) Denken is niet hetzelfde als bewust

is. Vaak zie je dat ze dan geestelijk binnen een paar dagen

denken. Als je van mening bent dat voor het rechtop staan

helemaal opknappen. Het lijkt wel of men vergeet dat de

cognitie vereist is en je vindt dat cognitie synoniem is met

hersenen een orgaan zijn dat op talloze manieren verweven is met

denken, dan luidt het antwoord waarschijnlijk: ‘ja, we kunnen

de rest van het lichaam.


denken zonder waarnemen’, al kun je ook hier de vraag stellen of 


proprioceptie toch niet een vorm van waarnemen is.


De vraag naar de inbedding van het ‘ik’ in de natuur is van een

geheel andere orde. Denken is niet hetzelfde als denken in de Het gedachte-experiment van het ‘brein in een vat’ is ooit

eerste persoon enkelvoud. Dit raakt ook aan de vraag waaruit

geïntroduceerd door Hilary Putnam, als een twintigste-eeuwse

onze persoonlijke identiteit bestaat. Is het mogelijk om een zuiver

variant op Descartes’ kwade genius. Het brein-in-een-vat in dat

psychologische karakterisering van onze persoonlijke identiteit te

gedachte-experiment ontvangt wel degelijk zintuiglijke informatie,

geven of is ons lichaam essentieel voor onze persoonlijke

dus daar kan de vraag niet naar verwijzen. Een brein in een vat

identiteit? Ik ben ervan overtuigd dat dit laatste het geval is. De

zonder zintuiglijke input zou in ieder geval zuurstof en

manier waarop wij de werkelijkheid ervaren wordt essentieel

bloedtoevoer moeten krijgen. Je kunt je afvragen of voor het

bepaald door onze lichamelijke constitutie. Ook voor het hebben

ontvangen daarvan geen waarneming op cellulair niveau is

van ‘ik-gedachten’ is het essentieel dat wij onszelf ervaren als een

vereist, wat ons brengt bij de vraag wat je precies onder

lichaam te midden van andere lichamen en objecten, waar wij op

‘waarnemen’ moet verstaan. Neemt een rode bloedcel de

af kunnen lopen of die we achter ons kunnen laten. (Een vriend

concentratie aan stoffen in zijn omgeving waar of is dat slechts

van mij uit mijn Oxford-tijd, Quassim Cassam, heeft daar een

een reactie op zijn omgeving?


prachtig boek over geschreven: Self and World). 



 Wat mij opvalt aan de discussie is dat neurowetenschappers en

Moeten we niet de vraag stellen hoe onze hersenen bewustzijn en

neurofilosofen zo vaak spreken van de hersenen/geest (the mind/

vrije wil creëren, in plaats van of ze dat doen? Het eerste dat ik 59


moet opmerken is natuurlijk dat de vraag naar bewustzijn een

partnerkeuze, et cetera. Ontkennen zij dan ook dat er een verschil

geheel andere is dan die naar vrije wil. Het begrip bewustzijn is

is tussen iemand die per ongeluk op je tenen staat en iemand die

daarbij een hybride van fenomenaal bewustzijn, weten wat je

dat opzettelijk doet? Zoals ik al eerder schreef: het begrip vrije wil

weet, en zelfbewustzijn. Dus eerst zou moeten worden

komt niet alleen, maar is onlosmakelijk verbonden met al onze

opgehelderd waar de vraag op doelt. Maar in het geval van

morele gevoelens, kortom een essentieel onderdeel van ons

bewustzijn lijkt me dat het antwoord op de vraag is dat het

zelfbeeld. Ik geloof niet dat het kan, maar stel dat we het begrip

evident is dat je moet nagaan hoe wij bewustzijn creëren, want je

vrije wil uit ons conceptuele raamwerk zouden kunnen

wilt toch niet ontkennen dat wij bewustzijn hebben? Waar het de

schrappen, dan worden we andere mensen.


vrije wil betreft, doet me de vraag denken aan Kants opvatting 


over vrije wil. Om te kunnen nadenken over onszelf als personen

Mijn vraag voor prof. dr. Marjan Joëls: De vader van het

die morele verantwoordelijkheid dragen, moeten we

stressonderzoek, Hans Selye, schreef onder andere een artikel

vooronderstellen dat we vrij zijn. Hoe die vrijheid mogelijk is,

getiteld ‘Stress, cancer and the mind’. Wat is stress eigenlijk? Is

kunnen we echter niet verklaren. Je zou dus kunnen zeggen dat

het een geestelijk of een lichamelijk verschijnsel? In samenhang

het begrip vrije wil een postulaat voor ons denken is, net zoals de

hiermee: de ouderwetse psychosomatiek ging uit van de

wet van de non-contradictie dat is. Zo opgevat heeft empirisch

gedachte dat de geest het lichaam kon beïnvloeden. Als je je

onderzoek naar hoe we vrije wil creëren net zo weinig zin als

geestelijk niet in orde voelde kon dat gevolgen hebben voor je

empirisch onderzoek naar de vraag hoe de wet van non-

lichamelijk welzijn. Is dat onzin of laat het moderne

contradictie is gecreëerd.


stressonderzoek zien dat daar toch een kern van waarheid in zit?


 De vraag naar de implicaties van ons zelfbeeld is eerder gesteld door Strawson in het bovengenoemde artikel (en uitgewerkt door R. J. Wallace in Responsibility and the Moral Sentiments.) Hierbij zou ik de bewijslast op de schouders van de neurofilosofen willen leggen: wat betekent het voor ons zelfbeeld, wanneer zij gelijk hebben en de vrije wil niet bestaat? Laten ze maar eens uitwerken wat dat betekent voor onze rechtspraak, studiekeuze, 60


Kettingreactie 12 | Prof. dr. Marian Joëls

Train je hersenen en maak ze sterker VRAGEN

Prof. dr. Marian Joëls


1. Hoe hebben omgevingsfactoren invloed op onze fysieke gesteldheid?

Marian Joëls is directeur van het Rudolf Magnus Institute of Neuroscience en

2. Oefenen onze gedachten invloed uit op hoe we ons voelen en hoe werkt dat dan?

Centrum Utrecht. Haar onderzoek richt zich op de neurowetenschappen en

3. Is onze 'geest' meer dan hersencellen en hormonen?

4. Is psychologie nog nodig als we psychobiologie hebben?

Op heel veel verschillende manieren. Voor een deel hoeft dat helemaal niet via de

wetenschappelijk manager divisie Neurowetenschap aan het Universitair Medisch neurobiologie. 
 Hoe hebben omgevingsfactoren invloed hebben op onze fysieke gesteldheid? hersenen te lopen. Als je twee uur in de brandende zon zit, zal je huid daarop reageren door te verbranden en pigment aan te maken. Ook wordt het autonome

5. Wat is stress eigenlijk?

zenuwstelsel geactiveerd zodat je gaat transpireren, een manier om af te koelen. Maar als het onbehaaglijk wordt, dringt dat misschien ook wel tot je hersenen en bewustzijn door en besluit je toch maar in de schaduw te gaan zitten.
 
 Er zijn natuurlijk ook veel psychische factoren uit de omgeving die we waarnemen. Je moet bijvoorbeeld een jubilaris toespreken en realiseert je een minuut ervoor dat je de zorgvuldig voorbereide toespraak bent vergeten mee te nemen. Het angstzweet breekt je uit en het is een situatie die je de rest van je leven te binnen schiet als je een toespraak bijwoont. Beide effecten komen door stress, de 61


subjectieve beleving dat er iets bedreigends gebeurt. Daardoor

niet zinvol is om hersenen ook meer holistisch te benaderen en

wordt eerst het autonome zenuwstelsel geactiveerd waardoor het

bijvoorbeeld de werking alleen aan de buitenkant af te leiden, een

zweet je uitbreekt. Vervolgens wordt cortisol afgegeven dat ‘helpt’

meer psychologische benadering. Zeker op dit moment, met onze

om de gebeurtenis vast te leggen voor de toekomst. Het is

gebrekkige natuurwetenschappelijke inzichten in de werking van

natuurlijk evolutionair gezien goed als we bedreigende situaties

de hersenen, is dat een heel zinnig alternatief. 


voor altijd onthouden. In dit geval is het niet echt nuttig, je wilt 


zoiets vervelends liever vergeten. 


Is psychologie nog nodig als we psychobiologie hebben? Ja,

zo volgt uit bovenstaande. Het kijken naar en begrijpen van Oefenen onze gedachten invloed uit op hoe we ons voelen en

gedrag is een snelle en informatieve manier om iets over globale

hoe werkt dat dan? Tot op zeker hoogte kunnen ze dat. De

hersenwerking te weten te komen, zeker met de huidige

prefrontale schors (het voorste deel van de hersenen) is erg

(gebrekkige) neurobiologische kennis die we hebben. De twee

belangrijk voor de controle van onze emoties. Je kunt alle

vakgebieden zullen naar mijn idee steeds meer naar elkaar toe

verbindingen in de hersenen sterker maken door ze te trainen. Zo

groeien. Als neurobioloog wil je uiteindelijk toch graag weten wat

kun je leren om die cognitieve controle over emoties sterker te

een moleculair proces voor het menselijk gedrag betekent, terwijl

maken.


het voor psychologen uitdagend moet zijn om te begrijpen hoe

dat gedrag eigenlijk tot stand komt. 
 Is onze 'geest' meer dan hersencellen en hormonen? Als

bioloog zie ik geen reden om te denken dat er meer is dan de

De vader van het stressonderzoek, Hans Selye, schreef onder

genen en de omgeving, die in interactie bepalen hoe onze

andere een artikel getiteld 'Stress, cancer and the mind'. Wat

hersenen worden aangelegd en hoe ze reageren op wat we

is stress eigenlijk? Wij ontvangen continu signalen vanuit de

meemaken. Ik denk wel dat er een inherente toevalsfactor kan zijn

omgeving of ons lichaam dat er een mogelijke bedreiging is van

in hoe processen verlopen, waardoor het nog niet simpel is te

essentiële lichaamsprocessen. Bijvoorbeeld dat de omgeving te

voorspellen hoe alles precies wordt aangelegd en werkt. Maar

koud is om de lichaamstemperatuur op 37 graden te houden. Of

naar mijn idee kunnen de hersenen en hun werking als een

dat we kans lopen in het openbaar af te gaan, wat niet best is

natuurwetenschappelijk proces begrepen worden, al kunnen we

voor de positie die we in een samenleving innemen. Stress is de

dat nu bij lange na nog niet. Dat betekent natuurlijk niet dat het

subjectieve beleving van deze (potentiële) gevaren. Het is 62


subjectief omdat niet iedereen dezelfde situatie op dezelfde

kwetsbaar voor infecties. Over het algemeen neemt na langdurige

manier als bedreigend ervaart.

periodes van stress de flexibiliteit om op veranderingen te reageren af en dat maakt mensen kwetsbaar voor ziektes.

Is het een geestelijk of lichamelijk verschijnsel? De informatie over

Langdurige periodes van stress maken je dus niet ziek maar

potentieel bedreigende situaties bereikt ons via de hersenen. Dat

verhogen wel de kans op hoge bloeddruk, suikerziekte, depressie

kan aanleiding geven tot de activatie van twee systemen waarmee hormonen vrijkomen uit de bijnier. Die hormonen werken in de hersenen, maar ook in de rest van het lichaam. Stress brengt dus een geïntegreerde respons op gang van alle onderdelen van ons lichaam. In samenhang hiermee: de ouderwetse psychosomatiek ging uit van de gedachte dat de geest het lichaam kon beïnvloeden. Als je je geestelijk niet in orde voelde, kon dat gevolgen hebben voor je lichamelijk welzijn. Is dat

et cetera.
 
 Aan prof. dr. Ted Sanders wil ik de volgende vraag stellen: Het is opvallend dat als je iemand begroet, die ander heel vaak met precies dezelfde woorden teruggroet. Dus je zegt ‘Hallo’, de ander zegt ook ‘Hallo’ en niet ‘Goeiendag’, ‘Hoe gaat het’ of ‘Hoi’. Hoe komt dat?

onzin of laat het moderne stressonderzoek zien dat daar toch een kern van waarheid in zit?
 
 Langdurige activatie van het stresssysteem vraagt een paraatheid van lichaam en geest die op termijn tot een soort uitputting van organen kan leiden. Bijvoorbeeld, op het moment van een bedreiging is het functioneel dat je bloeddruk omhoog gaat en je hart harder pompt, zodat grote zuurstofconsumenten zoals de spieren of de hersenen voldoende energie krijgen. Als dat steeds maar weer gebeurt, raken je bloedvaten minder flexibel en ontspannen ze minder na een periode van stress. Dat kan op termijn leiden tot hoge bloeddruk. Ook onderdrukt stress het immuunsysteem. Dat is niet erg als het om een acute situatie gaat, maar als het dag-in-dag-uit gebeurt, dan word je wel erg 63


Kettingreactie 13 | Prof. dr. Ted Sanders

Cognitie, coherentie en communicatie VRAGEN

Prof. dr. Ted Sanders


1. Denken we in taal; is taal zichtbaar in de hersenen?

Ted Sanders is hoogleraar in de leerstoelgroep Taalbeheersing en Communicatie,

2. Kunnen we iets waarnemen als we geen taal hebben om het te duiden?

Geesteswetenschappen. Zijn onderzoek naar Discourse representation and

3. Welke rol speelt coherentie voor de mens? En is ons denken per definitie coherent?

4. Het is opvallend dat als je iemand begroet, die ander heel vaak met precies dezelfde woorden teruggroet. Dus je zegt ‘Hallo’, de ander zegt ook ‘Hallo’ en niet ‘Goeiendag’, ‘Hoe gaat het’ of ‘Hoi’. Hoe komt dat?

station in mijn woonplaats uit fiets, kom ik langs een toonbank waarachter meestal

en hoofd van het departement Nederlands van de faculteit processing is ondergebracht bij het Utrechts Instituut voor Linguïstiek.
 ‘Daaag-daaag’; ‘tot ziens-tot ziens’ Als ik ’s avonds de fietsenstalling bij het een besnorde man van een jaar of 45 staat. Hij werkt daar. Als ik voorbij kom, zeg ik: ‘daaag’ en hij antwoordt ‘daaag’. Zeg ik ‘tot ziens’, dan zegt hij ook ‘tot ziens’ en zeg ik ‘fijne avond’, dan wenst hij mij ook een fijne avond. Ik ben dit quasiexperiment gaan uitvoeren omdat het me was opgevallen dat hij in het spitsuur tegen een voorbijtrekkende rij fietsers binnen vijftien seconden vijf verschillende groeten achter elkaar produceerde: ‘daaag’, ‘groetjes’, ‘tot ziens’, ‘fijn weekend’, ‘houdoe’ (u hebt nu een idee van de regio waar we ons bevinden).
 
 Het taalgebruik van deze man concretiseert de vraag die Marian Joëls mij stelt – ik moest onmiddellijk aan hem denken. Waarom doet die man dat? Imiteert hij simpelweg de mensen die hem aanspreken? En hoe bijzonder is het taalgebruik 64


van deze man? Het antwoord op de laatste vraag is: dit is niet

kinderen dat: uitingen (zinnen) verbinden. Voegwoorden zoals en,

bijzonder. Zo doen taalgebruikers voortdurend, al wordt het

maar, omdat en hoewel vormen het cement waarmee alle

verschijnsel in dit geval nogal op de spits gedreven omdat de

taalgebruikers teksten bouwen; ze creëren coherentie. Deze

man in een context verkeert waarin hij in zeer korte tijd op

signalen maken duidelijk hoe zinnen met elkaar in verband staan.

verschillende gesprekspartners reageert. In de taalwetenschap

Zo kunnen twee zinnen een opsomming of tegenstelling vormen,

noemen we dit verschijnsel waarbij taalgebruikers voortdurend

de ene zin kan het gevolg of de oorzaak van een andere zin

hun bijdrage optimaal proberen af te stemmen op de

beschrijven, of er kan alleen een verband in de tijd zijn. 


gesprekspartner: speaker alignment (Pickering & Garrod, 2006). 


Interessant is dat het niet alleen op lexicaal niveau speelt

Kinderen die samenhangende teksten willen produceren, moeten

(woorden imiteren), maar bijvoorbeeld ook op grammaticaal en

leren zulke verbindingselementen goed te gebruiken. Hiervoor

fonetisch niveau: in een gesprek gaan mensen dezelfde

moeten ze twee dingen weten: dat je de verschillende verbanden

constructies gebruiken en hun gesprekstempo aanpassen aan

met speciale woorden kunt uitdrukken, en welk woord bij welk

hun gesprekspartner.


verband hoort. Nu blijken twee belangrijke factoren de volgorde

te voorspellen waarin verbindingselementen worden verworven: Wat zegt dit verschijnsel over de geest van de taalgebruiker? Zelf

ten eerste de relatieve complexiteit van de relaties en ten tweede

betoog ik regelmatig dat systematiek in taalgebruik van alles zegt

de input die kinderen krijgen van hun ouders – daar is de imitatie

over menselijke cognitie. Hoe zit dit dan? Bedenken mensen zelf

weer. 


ook nog iets, of papegaaien ze vooral? Daarmee raken we aan 


een fundamentele kwestie in taalverwerving: hoe leren kinderen

Laten we eerst eens kijken naar de complexiteit, zoals die blijkt uit

taal, en welke rol speelt imitatie daarbij? Eerder heeft Johan

een vaste volgorde waarin kinderen coherentie leren uitdrukken,

Bolhuis mensen al vergeleken met zebravinken, dus het is niet

niet alleen in het Nederlands, maar bijvoorbeeld ook in het Engels

vreemd als we hier aan papegaaien denken. 


en Duits. Het allereerste verbindingswoord is ‘en’; alle peuters

beginnen met het maken van lijsten of opsommingen (EversCoherentie en taalverwerving: een venster op cognitie 


Vermeul & Sanders, 2009).


Neem als concreet voorbeeld de manier waarop kinderen hun

uitingen tot teksten leren smeden. Vanaf hun tweede jaar doen 


65


Ouder: ‘Nou rijdt ’ie.’


Daan (2 jaar en 10 maanden): ‘Papa, geef jij even die schop want

Peter (2 jaar en 3 maanden): ‘En nou gaat ’ie in het schuur.’


ik ben hier nog niet klaar.’



 Dat en het eerste verbindingswoord is dat kinderen gebruiken, is

Thomas (2 jaar en 10 maanden): ‘Jij mag niet eh van drop, want

niet verwonderlijk. Allereerst gebruiken ze dit woord al om

dat is van mij!’


kleinere talige eenheden te verbinden, zoals in papa en mama, Jip 


en Janneke en eten en drinken. Het enige nieuwe is dat ze er hele

Als laatste verschijnen voegwoorden die in meer dan één opzicht

zinnen mee aan elkaar gaan smeden. Bovendien legt ‘en’ een

complex zijn: woorden als tenzij en hoewel. ‘Hoewel’ is zeer

relatief eenvoudig verband tussen de zinnen; het geeft alleen aan

complex, omdat niet alleen een negatieve relatie uitdrukt (zoals

dat de twee zinnen in opsommende zin bij elkaar horen. Dat is

maar), maar ook nog eens een oorzakelijk verband (zoals omdat).

anders in de volgende uiting van Sarah (3 jaar): ‘… macaroni

Met hoewel ontken je dus dat er een oorzakelijk verband is tussen

gegeten … en toen gingen we naar bed.’


twee zinnen. Hoewel is een van de laatste verbindingswoorden

die kinderen leren; menig kind beheerst dit type relatie pas echt Sarah markeert hier met ‘en toen’ een iets complexer verband. De

tegen het eind van de basisschool. En soms hebben volwassenen

twee zinnen horen niet zomaar bij elkaar; de tweede zin volgt in

ook nog moeite met de betekenis van hoewel – kijk maar eens

de tijd op de andere. Verbindingswoorden zoals als ‘en toen’, die

naar papers van eerstejaarsstudenten.


een verband in de tijd uitdrukken, verschijnen later in het 


taalgebruik dan ‘en’.


De conclusie is dat inherente complexiteit van de

coherentierelaties de volgorde verklaart waarin kinderen Nog complexer zijn voegwoorden die een reden of oorzaak

verbindingselementen leren: eerst opsommende, dan temporele

aangeven, zoals want, omdat en daarom. Toch blijken kleuters al

en dan pas causale relaties; eerst positieve en dan pas negatieve

vrij snel nadat ze dit soort woorden hebben ontdekt, heel

relaties. We beginnen met de eenvoudigste relaties en eindigen

bedreven te zijn in het motiveren van hun bevelen en verboden

met de meest complexe. Die kunnen kinderen blijkbaar pas later

aan anderen, vooral aan ouders natuurlijk.


bevatten. Zo bieden taalgebruik en taalverwerving inderdaad een

venster op menselijke cognitie. Maar dankzij een empirische 


oriëntatie op taalgebruik zien we ook dat dit niet de enige 66


verklarende factor is – ook de precieze samenstelling van de input

behendiger worden in het beantwoorden van deze vragen.

van de ouders doet ertoe. 


Scaffolding door ouderlijke waarom-vragen heeft ook een

domino-effect: doordat kinderen veel oefenen met uitgelokt Input en imitatie Dankzij onderzoekers als Tomasello (Max

gebruik, krijgen ze het zelfvertrouwen om connectieven

Planck instituut in Leipzig) en Heike Behrens (Basel), kunnen we

zelfstandig te gebruiken en om zelf waarom-vragen te stellen.

sinds een paar jaar serieus onderzoek doen naar de rol van input

Hierdoor laten ouders op hun beurt ook uitgelokt gebruik zien.

bij taalverwerving. Deze onderzoekers maakten jarenlang vrijwel

Uiteindelijk blijken kinderen dus zelf verantwoordelijk voor een

dagelijks opnames van kinderen en hun ouders. Met dat materiaal

gedeelte van de input die ze krijgen. We hebben dus cognitieve

kan het taalgebruik van ouders heel precies worden vergeleken

complexiteit, input en scaffolding nodig in een theorie die de

met de taalontwikkeling die kinderen doormaken. In een recent

acquisitie van connectieven een goede ‘window on cognition’ wil

Utrechts proefschrift onderzocht Rosie van Veen (2011) de rol van

laten zijn. 


inherente complexiteit en input bij de verwerving van causale

verbindingswoorden als ‘want’ en ‘omdat’. Inderdaad bleek

Experimenteel onderzoek in de geesteswetenschappen Tot

imitatie invloed hebben op de volgorde van verwerving van die

zover heb ik diverse bronnen van evidentie aangehaald: een

oorzakelijke verbindingselementen. Gebruiken vader en moeder

eerste toets in de fietsenstalling, mijn eigen observaties en

in een bepaald periode bijvoorbeeld meer ‘want’, dan zien we ook

corpusonderzoek naar taalverwerving. Een van de mooiste

een toename in ‘want’-gebruik bij het kind. Zoals de besnorde

ontwikkelingen in mijn vak vind ik die van de methodologische

man in de fietsenstalling de groeten van zijn clièntele herhaalt. 


convergentie. Waar klassiek taalkundig onderzoek veelal bestond

uit het in de studeerkamer uitdenken van ingewikkelde theorieën Interessanter dan deze effecten van kortetermijnimitatie zijn die

die gebaseerd waren op zelf gevarieerde, aan het eigen

van langetermijninput, waarin ook uitgelokt gebruik een

taalvermogen getoetste zinnen, daar worden tegenwoordig

belangrijke rol speelt: er is sprake van ouderlijke scaffolding door

steeds meer theorieën gefundeerd in gedragsobservaties,

het stellen van waarom-vragen. Ouders beginnen deze vragen te

corpusonderzoek en experimenteel onderzoek. In ons UiL OTS-

stellen vlak vóórdat kinderen zelf causale uitingen produceren.

lab doen we veel eye-trackingonderzoek, om

Bovendien bleek dat het aantal en de complexiteit van de

verwerkingsprocessen te doorgronden – ook bij jonge kinderen,

waarom-vragen toeneemt, naarmate kinderen ouder en

waarbij we vaak subtiele fenomenen over taal en cognitie aan het 67


licht brengen. Een voorbeeld van het laatste. Je kunt kinderen

Een experimenteel item in de objectieve conditie werkte als volgt.

naar plaatjes laten kijken, terwijl ze luisteren ze naar een stem die

Kinderen zien eerst de twee plaatjes in Figuur 1, en horen daarna

iets voorleest en de oogbewegingen van de kinderen nauwkeurig

de verbale stimulus ‘de beker komt op de grond’. Wanneer

worden geregistreerd. Zo onderzocht Van Veen (2011) in hoeverre

kinderen de verbale stimulus én de relatie tussen deze stimulus

twee- en driejarige Nederlandse kinderen verschillende soorten

en het plaatje begrijpen, zullen ze kijken naar het target plaatje

oorzakelijke relaties begrijpen, zowel in plaatjes als in de

(het linker plaatje). We noemen dit een objectief-causale relatie,

gesproken taal. 


omdat het een oorzaakgevolgrelatie in de werkelijkheid beschrijft. 
 



 Een experimenteel item in de subjectief-causale conditie werkt op een vergelijkbare manier. Kinderen zien eerst de twee plaatjes in Figuur 2, en horen daarna de verbale stimulus ‘de man is sterk’. Kinderen zullen naar het target plaatje (het rechter plaatje) kijken als ze de relatie tussen de verbale stimulus en het plaatje begrijpen. In het geval van subjectieve relaties moeten ze immers een redeneerrelatie construeren in de vorm van een bewering-


 Figuur 1.Visuele stimulus van een item in de objectieve conditie.


argument-paar dat niet zichtbaar is in de realiteit: ‘het feit dat de man een stoel vast heeft leidt tot mijn conclusie dat de man sterk is’. Dat is een type oorzakelijkheid dat we subjectief noemen en

als complexer beschouwen, omdat het kind zelf moet afleiden dat 


de man sterk is. Wat bleek? Om te beginnen, en niet heel verrassend, presteerden de ouders in beide condities beter dan de twee- en de driejarigen (ze waren sneller en keken vaker naar het juiste plaatje). Interessanter: in de objectieve conditie (‘de 


Figuur 2.Visuele stimulus van een item in de subjectieve conditie.


beker komt op de grond’) deden twee- en driejarigen het even goed. In de subjectieve conditie konden de driejarigen dit sneller en beter dan de tweejarigen. Onze conclusie is dat tweejarigen 68


nog moeite hebben met de complexere subjectieve relaties, maar

jezelf. In de jaren veertig van de vorige eeuw is de sterke versie

niet met objectieve relaties, terwijl de driejarigen al zowel

van dat idee ontzenuwd door een Amerikaans experiment waarbij

subjectieve als objectieve relaties begrijpen.


een man tijdelijk verlamd werd door een injectie. Hij kon ook niet

meer praten, maar hij bleek achteraf alles gehoord en begrepen te Zo brengt experimenteel onderzoek ons nog dichter bij inzichten

hebben en bovendien kon hij communiceren met spieren die nog

in de cognitie achter de taal van coherentie. In samenwerking met

niet verlamd waren. In die zin is er dus geen directe relatie tussen

Frans Verstraten hopen Arnout Koornneef en ik (dankzij een

taal en denken. 


subsidie in het ‘focus en massa’-programma Neuroscience and

Cognition) dichter bij vervolgvragen te komen over de

En de populaire mythe van de Eskimo’s die meer woorden voor

neurocognitieve aard van zulke conceptuele relaties: denken

sneeuw zouden hebben dan welke taal dan ook, omdat ze die

mensen in dit soort (causale) taal? En is de representatie van

nodig hebben, maar ook omdat hun waarnemingssysteem ze had

conceptuele relaties zoals causaliteit anders voor taal dan voor

leren onderscheiden? Hoe prachtig ook, het verhaal klopt niet.

visuele perceptie? Onze voorlopige resultaten – theorie in

Het idee (van Sapir & Whorf aan het begin van de vorige eeuw) is

combinatie met eye-tracking – suggereren dat ze inderdaad

veel later ontzenuwd: Eskimotalen onderscheiden op het niveau

vergelijkbaar zijn. We zouden graag fMRI-onderzoek doen om

van woorden eigenlijk alleen sneeuw en vlok. Taal bepaalt dus

zulke hypothesen echt ‘zichtbaar’ te maken. Want dat is een

ook in die zin niet ons denken, bepaalt niet onze perceptie. Wél is

techniek waarbij je bepaalde specifieke hersenactiviteiten

het zo dat Russen meer en gemakkelijker nuanceverschillen in

zichtbaar kunt maken. Hoe interessant dat is hebben Iris Sommer,

blauw zien dan wij. Waarom? Omdat ze als kinderen al geleerd

Frans Verstraten en Marian Joëls al laten zien; en dat geldt

hebben dat er verschillende woorden zijn voor donkerblauw en

natuurlijk onverkort voor specifieke ‘taaltaken’ die je kunt

lichtblauw, terwijl Engelsen, Duitsers en Nederlanders allebei die

bedenken. 


tinten toch gewoon blauw kunnen noemen. Russische kinderen

zijn dus vanaf het begin getraind in het herkennen van die Eskimo’s, taal en denken Denken we in taal? De relatie tussen

categorie. Dat maakt het voor Russische volwassenen

taal en denken is een centraal onderwerp in de psycholinguïstiek.

gemakkelijker om die tinten te onderscheiden – al kunnen de

Intuïtief denken veel mensen dat je alleen kunt denken in taal,

sprekers van de andere talen het ook wel. 


sterker nog: dat denken eigenlijk niets anders is dan praten in


 69


Cognitieve wetenschappen, linguïstiek en communicatie

Land, J.F.H., Sanders, T.J.M. & Bergh, H.H. van den, Effectieve

Observaties over taalgebruik zijn, samen met taalontwikkelings-

tekststructuur voor het vmbo. Een corpus-analytisch en

en corpusonderzoek én met experimenteel onderzoek –

experimenteel onderzoek naar tekstbegrip en tekstwaardering

uiteenlopend van eye-tracking tot neurocognitief onderzoek – een

van vmbo-leerlingen voor studieteksten. Pedagogische Studiën,

onmisbaar onderdeel van de convergerende evidentie die we

85 (2), 76-94, 2009.


nodig hebben om de cognitie achter taal te doorgronden. Ik heb

Pickering, M.J. & S. Garrod, Alignment as the basis for successful

hier vooral de nadruk gelegd op coherentie, die essentieel is in

communication. Research on Language and Computation, 2006.


menselijke communicatie. Niet alleen in de fietsenstalling, maar

Van Veen, R., The acquisition of causal connectives: The role of

bij het voeren van élk gesprek en bij het lezen van elke tekst,

parental input and cognitive complexity. Utrecht: LOT, 2011.

bijvoorbeeld in het onderwijs (Land, Sanders & Van den Bergh, 2009). De interdisciplinaire samenwerking tussen linguïstiek en cognitiewetenschappen draagt op deze manier bij aan cruciale inzichten in menselijke communicatie. 
 
 Ten slotte mijn vraag aan prof. dr. Marcus Düwell: Ethici wordt meer en meer gevraagd om de deugdelijkheid van experimenteel onderzoek te toetsen in zogenaamde (medisch-)ethische commissies. Dat lijkt zinvol. Maar wat vindt u ervan dat onderzoekers wel apen in een neurocognitie-experiment mogen vastschroeven, maar geen mensen? 
 
 Literatuur
 Evers-Vermeul, J. & T. Sanders, ‘The Emergence of Dutch connectives: how cumulative cognitive complexity explains the order of acquisition.’ Journal of Child Language, 36/4, 829-854, 2009.
 70


Kettingreactie 14 | Prof. dr. Marcus Düwell

Vrijheid, verantwoordelijkheid en mensbeeld VRAGEN

Prof. dr. Marcus Düwell


1. Wat is een mensbeeld? Is er één of zijn er meerdere?

Marcus Düwell is hoogleraar Wijsgerige Ethiek aan de Universiteit Utrecht. Hij

2. Als er meerdere mensbeelden zijn, hoe verhouden die zich tot elkaar? Kunnen verschillende mensbeelden makkelijk naast elkaar bestaan of zijn ze met elkaar in tegenspraak?

aanspraken. Hij is sinds 2003 onderzoeksdirecteur van het Ethiek Instituut aan de

3. Is het mensbeeld veranderd door toedoen van de neurowetenschappen? 4. Is de mens vrij of zijn we ons brein? 5. Ethici wordt meer en meer gevraagd om de deugdelijkheid van experimenteel onderzoek te toetsen in zogenaamde (medisch-)ethische commissies. Dat lijkt zinvol. Maar wat vindt u ervan dat onderzoekers wel apen in een neurocognitie experiment mogen vastschoeven, maar geen mensen?

specialiseert zich met name in vragen naar de rechtvaardiging van morele Universiteit Utrecht en wetenschappelijk directeur van de Landelijke Onderzoekschool Ethiek.
 
 1. Wat is een mensbeeld? Is er één of zijn er meerdere? Als we het hebben over ‘mensbeeld’, dan worden daarmee verschillende dingen bedoeld. Ik onderscheid in elk geval twee betekenissen:
 a) Een mensbeeld als basis van een morele positie. Je hoort weleens uit kringen van het CDA dat ze politieke beslissingen willen nemen vanuit het ‘christelijke mensbeeld’. Of het liberale mensbeeld wordt als te individualistisch bekritiseerd en tegenover een meer relationeel mensbeeld gezet. In de discussie functioneert dit dan zo: euthanasie is niet te verenigen met het christelijke mensbeeld. Of: in het liberale mensbeeld moet iedereen zelf weten hoe hij zijn leven leidt. Voorbeelden van het gebruik van ‘mensbeeld’, waaruit direct bepaalde morele of politieke standpunten worden afgeleid. Het begrip mensbeeld komt dan overeen met een bepaalde levensbeschouwing. Daarbij is voor het begrip ‘mensbeeld’ kenmerkend 71


dat het onmiddellijk een omvattende visie op de mens vormt. Een

vermoorden, dat ze de vrijheid van godsdienst moeten

mensbeeld maakt dan aannames over hoe de mens in moreel,

respecteren of dat ze hun leven overeenkomstig met de inzichten

cultureel, religieus en sociaal opzicht in elkaar zit. 


van de natuurwetenschappen moeten organiseren. Welke

verplichtingen je ook aan de mens adresseert, je veronderstelt b) Mensbeeld als verwijzend naar de basale kenmerken van de

daarbij altijd dat de mens een wezen is dat in staat is om

mens. In een fundamentelere zin spreken we ook van een

overeenkomstig met verplichtingen te handelen. Anders zou het

mensbeeld als we het hebben over de vraag of de mens een

opleggen van verplichtingen op zichzelf volstrekt onbegrijpelijk

wezen is waaraan we bepaalde basale capaciteiten kunnen

zijn. Om morele posities en levensbeschouwingen te ontwikkelen,

toeschrijven. Is de mens wel vrij, en kunnen we aan hem

zijn bepaalde aannames over de fundamentele capaciteiten van

verantwoordelijkheid voor zijn handelen toeschrijven? Of de

de mens dus noodzakelijk. Je kunt echter constateren dat men

discussie gaat over de ‘conditio humana’, dus wat essentieel is

op beide niveaus van mening verschilt: mensen zijn het zowel

voor het mens-zijn. We beschrijven de mens bijvoorbeeld als een

over basale capaciteiten van de mens als over concrete morele

wezen dat essentieel door taal gekenmerkt wordt, of als een

posities oneens.


cultuurscheppend wezen, een sociaal wezen enzovoort. Voor

morele en politieke discussies is dat natuurlijk ook belangrijk,

2. Als er meerdere mensbeelden zijn, hoe verhouden die zich

omdat men van morele posities zou kunnen verwachten dat ze

tot elkaar? Kunnen verschillende mensbeelden makkelijk

rekening houden met bepaalde basale antropologische gegevens.

naast elkaar bestaan of zijn ze met elkaar in tegenspraak? 


Maar deze basale kenmerken van de mens vallen niet samen met

In de lijn van het onderscheid dat ik hierboven geïntroduceerd

een bepaalde morele visie op de mens. Veeleer gaat het om zó

heb, zou je kunnen zeggen dat mensbeelden als morele posities

fundamentele eigenschappen dat ze aan alle mogelijke

natuurlijk in tegenspraak zijn en dat daarover ruzie gemaakt

levensbeschouwingen ten grondslag liggen. Als wij de mens

wordt. Maar ik vind het redelijk onzinnig om over dusdanige

bijvoorbeeld in een basale zin niet als vrij beschouwen, dan

morele verschillen in termen van mensbeelden te discussiëren.

kunnen we aan hem ook geen verantwoordelijkheid toeschrijven

Het is problematisch om uit te gaan van de mogelijkheid dat

en geen morele plichten opleggen. Dat geldt voor elke morele

politieke en morele standpunten uit het christelijke of liberale

positie: het maakt niet uit of je tegen mensen zegt dat mensen de

mensbeeld zouden kunnen worden afgeleid. We leiden dan

geboden van god moeten volgen, dat ze anderen niet mogen

namelijk morele normen af uit een omvattende visie van de mens. 72


Maar dat hoeft niet. Het is ook mogelijk om over morele normen

Naast de natuurwetenschappelijke discussie is er nog de manier

te debatteren op een manier die niet al een omvattende, gedeelde

waarop kennis van de natuurwetenschappen invloed heeft op het

visie van de mens veronderstelt. Bijvoorbeeld via mensenrechten:

maatschappelijke debat en dat is heel wat anders. In het

de mens moet zich aan de mensenrechten houden en de

maatschappelijk debat wordt soms geroepen dat de

mensenrechten gelden voor iedereen. Verder hebben we dan

neurowetenschappen dit of dat hebben laten zien. De

geen gedeelde opvattingen over kunst, religie en sport nodig.

maatschappij interpreteert ons zelf, ons handelen, onze emoties

Morele discoursen in een moderne maatschappij worden pas

en ons denken steeds meer vanuit de theoretische inzichten van

mogelijk als we niet over een mensbeeld in een dusdanig

de neurowetenschappen, die op de een of ander manier in het

omvattende zin spreken. Over de basale capaciteiten van de

publieke debat ingang vinden. Dat verandert het discours wel en

mens wordt ook ruzie gemaakt. Neem bijvoorbeeld de discussie

daarover zouden we het moeten hebben. Er zou een discsussie

over neurowetenschappen en vrije wil of de discussie over

moeten plaatsvinden over de vraag hoe de aannames die

evolutietheorie in de Verenigde Staten. 


neurowetenschappers over de mens maken, de filosofische

opvattingen over de mens en praktische concepten zich tot 3. Is het mensbeeld veranderd door toedoen van de

elkaar verhouden. Op dit moment lopen deze lijnen sterk door

neurowetenschappen? Zo ja, hoe? Als je het alleen hebt over

elkaar. De verhouding tussen de manier waarop

de wetenschappelijke discussie dan zou ik zeggen: nee. De

neurowetenschappers over de mens en zijn mentale capaciteiten

neurowetenschappen hebben vele en boeiende inzichten naar

denken en de manier waarop wij dat in de praktijk doen is niet

voren gebracht. Maar ik zie niet in waarom we op basis van deze

evident.


inzichten zouden moeten betwisten dat mensen vrijheid en

verantwoordelijkheid aan elkaar kunnen toeschrijven, dat mensen

Dat is trouwens vergelijkbaar met de manier waarop de

sociale verbanden kunnen aangaan en dat ze kunst kunnen

evolutiebiologie ingang vindt in allerlei vraagstukken over onze

produceren. Natuurlijk weten we nu meer over de verschillende

leefwereld. Frans de Waal bijvoorbeeld, trekt uit de

functies die daarachter zitten en snappen we beter wat bij

evolutiebiologie conclusies die betrekking hebben op de

mensen gaande is die bepaalde mentale beperkingen hebben.

interpretatie van mens-zijn. Waarom die interpretatie

Maar dat verandert nog niet de basale aannames die wij over de

daadwerkelijk uit het wetenschappelijke werk van de

mens hebben. 


evolutiebiologen zou volgen is niet helemaal duidelijk. Johan 73


Bolhuis heeft dit in vele publicaties op een mooie manier laten

veronderstelling die in ons handelen zelf naar voren komt en

zien.


waarover we geen theoretisch bewijs kunnen en hoeven te

voeren. Ik zie niet hoe de huidige neurowetenschappen feitelijk 4. Is de mens vrij of zijn we ons brein? Om te beginnen ben ik

deze veronderstelling betwisten. Als Dick Swaab een lezing geeft

het eens met veel van wat de collega-filosofen in deze reeks al

om te bewijzen dat wij niet vrij zijn, dan veronderstelt hij dat zijn

hebben gezegd, met name Thomas Müller. Dat de mens ‘zijn

toehoorders in staat zijn om zijn argumenten wel of niet af te

brein is’, is zo’n volstrekt onzinnig alternatief. Natuurlijk zijn wij

wijzen, zijn bewijsvoering wel of niet te volgen. Jan Verplaetse

niet ons brein. Als Dick Swaab in een lezing zegt: ‘Wij zijn ons

(‘het morele brein’) denkt zelfs dat de mens niet vrij is, maar dat

brein’, dan spreekt niet het brein van Dick Swaab maar dan

wij toch verantwoordelijkheid aan hem kunnen toeschrijven.

spreek Dick Swaab: zijn brein kan namelijk niet praten. Als je

Beiden nemen in de praktijk aan dat de mens een

vraagt of wij ons brein zijn, dan stel je dus de vraag wie wij zijn.

verantwoordelijkheidsbekwaam wezen is. Het toeschrijven van

De vraag wie wij zijn is echter een vraag die alleen een mens kan

verantwoordelijkheid veronderstelt echter dat we aan de mens

stellen en niet een brein. Deze vraag veronderstelt dat er mensen

ook vrijheid toeschrijven, dus het vermogen dingen wel of niet te

zijn die een leven leiden en die over zichzelf nadenken. Dat het

doen, anders is de toeschrijving van verantwoordelijkheid

brein bij de mogelijkheid om überhaupt zo’n vraag te stellen een

onbegrijpelijk. Of de neurowetenschap nu laat zien dat wij al dan

constitutieve rol speelt is juist, maar dat betekent nog niet dat wij

niet vrij zijn, vraagt om een gesprek over welk concept van

ons brein zijn.


vrijheid de neurowetenschappers veronderstellen. 



 Verder is het onduidelijk wat het betekent om te zeggen dat de

5. Ethici wordt meer en meer gevraagd om de deugdelijkheid

mens vrij ‘is’. Daarbij lijkt te worden verondersteld dat ‘vrij-zijn’

van experimenteel onderzoek te toetsen in zogenaamde

een bepaalde eigenschap van de mens is die hij gewoon heeft en

(medisch-)ethische commissie. Dat lijkt zinvol. Maar wat vindt

dat men het hebben van deze eigenschap empirisch kan toetsen.

u ervan dat onderzoekers wel apen in een neurocognitie

Dat is niet evident. Immanuel Kant heeft beweerd dat we niet

experiment mogen vastschoeven, maar geen mensen? Om te

kunnen bewijzen of vrijheid wel of niet bestaat. Veeleer is het (kort

beginnen moet ik zeggen dat ik het niet helemaal eens ben met

door de bocht) een noodzakelijke veronderstelling in al onze

de formulering dat medisch-ethische commissies de morele

praktijken dat we de mens als vrij moeten zien. Het is een

deugdelijkheid beoordelen. In de geneeskunde zijn bepaalde 74


standaarden vastgesteld (bijvoorbeeld in beroepscodes zoals de

en hoe meer het dus toch zo zou kunnen zijn dat zij over moreel

declaratie van Helsinki) en de commissies toetsen of het

relevante capaciteiten beschikken, des te meer reden om

onderzoek aan deze standaarden voldoet. Of deze standaarden

voorzichtig te zijn bij het wel of niet doorvoeren van experimenten

zelf ethisch verdedigbaar zijn of niet, staat in de commissies niet

die niet overeenkomen met het respect dat we jegens mensen

ter discussie. Daarom is ook over het algemeen de meerderheid

verplicht zijn. Ik denk dus dat we reden hebben om zeker bij apen

van de leden in zo’n commissie geen ethicus maar arts, jurist

voorzichtig te zijn in het toelaten van dit soort experimenten. Ik wil

enzovoort. Soms is er een ethicus bij. Over de rol van de

wel benadrukken dat ik hiermee niet wil zeggen dat er geen

commissies is ook veel discussie. Ikzelf vind bijvoorbeeld dat

moreel relevant onderscheid tussen mens en dier bestaat.

deze commissies wel een erg belangrijke functie hebben, maar

Helemaal niet; ik ben van mening dat dit onderscheid moreel

dat er een duidelijke neiging tot bureaucratisering heeft

fundamenteel belangrijk is. Maar als de moreel bijzondere status

plaatsgevonden die internationaal ook vragen oproept. Dat zal in

van mensen met bepaalde basale humane capaciteiten

de toekomst nog verdere discussie oproepen. 


samenhangt en als wij bij sommige dieren (bijvoorbeeld apen en

dolfijnen) niet zeker zijn in welke mate ze over deze capaciteiten Verder is het voor mij als ethicus niet helder of een bepaald

beschikken, dan hebben we reden om bij het doorvoeren van

onderzoek met apen moreel aanvaardbaar is. Ik ga (weer kort

experimenten waar zij een rol in spelen, extra terughoudend te

door de bocht) ervan uit dat wij morele redenen hebben om de

zijn. 


mens als wezen te respecteren vanwege bepaalde basale

capaciteiten die hij heeft. Ik ga ervan uit dat dit respect moreel

Mijn vraag aan Liesbeth Woertman: Wat is moreel handelen

vereist is omdat de mens bepaalde reflexieve capaciteiten bezit

volgens u? Is de mens daartoe in staat?

en omdat wij hem als een vrij wezen moeten beschouwen. Respect voor de mens is gebaseerd op basale vaardigheden van de mens. Om respect voor de autonomie van de mens te eisen moeten we aannames maken over reflexieve capaciteiten. Nu gaan we bij sommige dieren ervan uit dat ze niet over deze capaciteiten beschikken. Juist bij apen zijn we daar echter niet zo zeker van. Hoe meer redenen we hebben om daarover te twisten, 75


Kettingreactie 15 | Prof. dr. Liesbeth Woertman

Vrijheid is verwonderd in het leven staan VRAGEN

Prof. dr. Liesbeth Woertman


1. Is de mens vrijer dan hij denkt, of denkt hij dat hij vrijer is dan hij is?

Liesbeth Woertman is sinds 2009 onderwijsdirecteur psychologie en hoogleraar

2. Wat voor invloed heeft de omgeving op onze vrijheid? Is ze bepalend en zo ja, in welke mate en hoe dan?

werkte als psychologe mee aan de documentaire Beperkt houdbaar van Sunny

3. Is er een verschil tussen mannen en vrouwen in deze kwesties?

1. Is de mens vrijer dan hij denkt, of denkt hij dat hij vrijer is dan hij is? Aan

4. Wat is moreel handelen volgens u? Is de mens daartoe in staat?

opleidingsdirecteur psychologie gesteld? Of aan mij als onderzoeker op het gebied

Kwaliteit en Vormgeving Psychologie Onderwijs aan de Universiteit Utrecht. Ze Bergman, over de onrealistische afbeeldingen van vrouwenlichamen.
 
 wie wordt deze vraag eigenlijk gesteld? Wordt deze vraag aan mij als van lichaamsbeelden? Of is dit een vraag aan de klinisch psychologe? Is dit een vraag voor de (groot)moeder, de vriendin, de dochter of de minnares? 
 
 De vrije wil is een aanname als we over menselijk gedrag denken en praten. We gaan er in de geleefde werkelijkheid van uit dat mensen een vrije wil hebben. Maar er zijn uitzonderingen. Aan sommige mensen schrijven we geen vrije wil toe. Denk aan verslaafden en bepaalde groepen psychiatrisch patiënten. De definitie van Dick Swaab is: ‘de vrije wil is de mogelijkheid om te besluiten iets wel of niet te doen zonder interne of externe beperkingen die deze keuze bepalen’. Thomas Müller beargumenteert dat als we de vraag op deze manier stellen, het antwoord 76


nee moet zijn. Onze wil is niet vrij. Ik ga als opleidingsdirecteur,

gehad. Door de geboorte van mijn kleinzoon, buiten mijn vrije wil

onderzoeker, klinisch psycholoog, (groot)moeder, vriendin,

om, werd ik grootmoeder. Ik verlangde er niet naar en ik heb hier

dochter en minnares uit van een wil. Niet noodzakelijk van een

geen keuze in gehad. Nu ervaar ik het grootmoederschap als een

vrije wil. Ik ben gevormd door de tijd waarin ik leef. Mijn

van de mooiste dimensies in mijn leven. 


ervaringen met bovengenoemde rollen vormen een kader maar 


daarbinnen is allerlei ruimte om keuzes te maken. 


2. Wat voor een invloed heeft de omgeving op onze vrijheid?

Is ze bepalend en zo ja, in welke mate en hoe dan? Interessant Als ik aan vrijheid denk, doel ik dan op verlangens of op keuzes?

aan deze tweede vraag is dat het hier ineens om vrijheid gaat en

Allebei. Als opleidingsdirecteur verlang ik ernaar dat alle docenten

de wil wordt losgelaten. Omgeving is belangrijk. Als

en studenten zich thuis en gezien voelen op de opleiding

opleidingsdirecteur organiseer ik het onderwijs in samenspraak

psychologie. Ik verlang dat alle docenten en studenten zich

met collega’s en studenten. Het Ministerie van Onderwijs en het

verantwoordelijk voelen en hun deel bijdragen om met elkaar een

College van Bestuur van de Universiteit Utrecht stellen eisen en

kwalitatief hoogstaande opleiding vorm te geven. Als onderzoeker

regels. Mijn vrijheid is begrensd maar tegelijkertijd ruim. Ik houd

houd ik me onder andere bezig met de vraag of mensen uit vrije

me aan de richtlijnen van universiteit en overheid. Ik richt me op

wil een cosmetische ingreep ondergaan. Reclames proberen

het beroepsveld van psychologen die eisen stellen om

dagelijks allerlei verlangens bij mensen in gang te zetten. Door

opgenomen te mogen worden in het beroepsregister. Uiteraard

deze sociale beïnvloeding denken mensen dat ze zelf kiezen, uit

zorgen we ervoor dat we onze studenten kwalificeren, zodat zij

vrije wil, voor een crème van 500 euro. De meeste mensen

toegelaten kunnen worden tot het beroepsveld. Maar de manier

verlangen ernaar om gelukkig te zijn en een zinvol leven te leiden.

waarop we het onderwijs organiseren, de didactiek,

Reclames beloven dat via deze cosmeticaproducten een gelukkig

ondersteuning en begeleiding daarin hebben we allerlei vrijheden.

en zinvol leven binnen handbereik is, mits mensen de juiste

De financiële kaders waarbinnen wij het onderwijs organiseren

producten gebruiken. Maar hebben alle mensen dezelfde keuzes?

zijn gegeven en daar houdt onze vrijheid op. Maar binnen die

Hoe vrij zijn we om onze keuzes te maken? 


financiële kaders is weer ruimte om te beslissen hoeveel van het

geld we aan het primaire proces besteden.
 Ik ben (groot)moeder geworden door de geboorte van kinderen. 


Over mijn grootmoederschap heb ik geen enkele zeggenschap

In de eerste plaats zijn onze ouders, met wie we een veilige of 77


onveilige relatie kunnen hebben, van een grote invloed op onze

onmannelijk gezien. Op het gebied van studeren hebben jongens

verlangens en keuzemogelijkheden. Onveilig gehechte kinderen

en meisjes overigens evenveel vrijheid.


staan wantrouwend in het leven en deze eerste relatie framet 


nieuwe ervaringen. Daarna zijn leeftijdsgenoten van grote invloed

4. Wat is moreel handelen volgens u? Is de mens daartoe in

op onze kleding en muziekkeuzes en betekenissen van

staat? Marcus Düwell weet veel meer over moreel handelen dan

mannelijkheid en vrouwelijkheid. 


ik. Dat maakt me nieuwsgierig naar waarom hij aan mij deze

vraag stelt. Juist in ons handelen, dus ook in ons moreel Is er een verschil tussen mannen en vrouwen in deze

handelen, zit voor mij vrijheid. Voor mij is moreel handelen,

kwesties? Ik ben geboren als meisje en gesocialiseerd tot vrouw.

verantwoordelijk en rechtvaardig handelen. Nadenken over wat

Deze socialisatie is van grote invloed op mijn denken, doen en

mijn gedrag voor effect heeft op een ander mens. Moreel

emoties. Dit geldt ook voor mannen. Zijn vrouwen meer of minder

handelen is proberen het goede te doen in die specifieke situatie.

vrij dan mannen? Dat vind ik een moeilijke vraag die ik zo in zijn

Niet de hele dag op de automatische piloot reageren. Hoewel het

algemeenheid niet kan beantwoorden. Als ik op het gebied van

handig is dat veel gedrag wel op de automatische piloot kan,

schoonheid kijk, dan vind ik dat vrouwen onvrijer zijn dan

maar dit terzijde.


mannen. Vrouwen worden veel sterker afgerekend op hun uiterlijk. 


Dat heeft een lange geschiedenis en die komt erop neer dat

Ruimte maken om nog eens goed na te denken. Stilstaan bij wat

vrouwen degenen zijn waarnaar gekeken wordt en dat mannen de

ik denk en voel. De situatie van een andere kant bekijken. Mijn

positie van kijker innemen. Het schoonheidsideaal voor vrouwen,

aannames onder de loep nemen. Verwonderd en open in het

90-60-90, is in centimeters omschreven en dat maakt het

leven proberen te staan. De ander open ontmoeten. 


moeilijker voor vrouwen om hieraan te voldoen. De schoonheid 


voor mannen is meer grofmazig en dan is het makkelijker om

Ja, de mens is daar zeker toe in staat.

hieraan te voldoen. Als ik op het gebied van kleding kijk dan is de vrijheid voor vrouwen groter dan voor mannen. Vrouwen mogen in een broek, rok of jurk gekleed gaan zonder dat hun vrouwelijkheid ter discussie wordt gesteld. Voor mannen is de ruimte om zich te kleden veel kleiner. Een man in een jurk wordt als zeer 78


Ket t i ngr eact i e:Zi j n wi jonsbr ei n?20112012

Š St udi um Gener al eUni ver si t ei tUt r echt www. sg. uu. nl

Profile for Studium Generale Universiteit Utrecht

E-Book 'Zijn wij ons brein'  

Dick Swaab ontketende met zijn bestseller Wij zijn ons brein in 2010 een verhit wetenschappelijk en publiek debat over hersenen, lichaam en...

E-Book 'Zijn wij ons brein'  

Dick Swaab ontketende met zijn bestseller Wij zijn ons brein in 2010 een verhit wetenschappelijk en publiek debat over hersenen, lichaam en...

Advertisement