__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1


JASON Magazine is hel kwartaalblad van de Stichting JASON Dagelijks Besluur Voorzitter ' FD.P. Mulders

EI

China , India en de strijd op/om Sri Lanka Susanne Kamerling

Vice-voorzitter ' J.E. Schrier Secretaris ' C .J.J . van de Griend

Nederland staat in Darfur met lege handen Dick Leurdijk

Penningmeester ' J. van l oenhout PR-functionaris • J .R.F. Spangenberg Act iviteiten Coördinator ' B. van Eybergen Fondsenwerver • Y. Ramaularsing Eindredacteur ·

11

J. Visser

Met Stichting JASON en de Marine naar Roemenië :

Redactieleden

R. Tacq P. de Vries J .E. Schrier

E-mail ·redactie@stichlingjason .nl

Algemeen Bestuur mevr. drs. M . van den Berge mevr. drs. C . Broersma

drs. W. ten Kale drs. T. E. Weslerhuis

Raad van Advies dr. W.F. van Eekelen, voorzitter F. de Bakker prof. dL J. Th. J . van den Berg

Het Irak-dossier Dick Leurdijk

Im lEI lIJ lil DJ BI BI

Reisverslag Ideation , een nieuwe taak voor Defensie? Verslag van het Sp2CMO-seminar Interview met Kolonel der Mariniers Marco Hekkens Veiligheid op en vanuit zee, nu en in de toekomst LPD : de Hr. Ms. Johan de Wilt Zorgenkindje Noord-Korea in uitzichtloze situatie, "Het wordt pappen en nat houden" Mark Schoones

prof. dr. H. de Haan prof. drs. V. Halberstadt dr. M. de Haas drs. G . J. J. M . Hayen H . A. M . Hoefnagels

R.w. Meines R. D. Praaning

Boekrecensie : Luuk van Middelaar - De passage naar Europa Eisa Schrier Defeat Leon Wecke

prof. dr, J.G . Siccama mevr. drs. L.F. M . Sprangers

Beste lezers,

prof. dr. A. van Staden drs. L. Wecke

Adres Studentencentrum Plexus tnv Stichting JASON Kaiserstraat 25 23 11 GN Leiden www.stichtingjason .nl E-mail · info@stichtingjason.nl

issn 0165-8336 De St ichting JASON noch de redactie van JASON Magazine is verantwoordelijk voor de in de bijdragen weergegeven meningen .

Abonnementen worden automatisch verlengd, tenzij een schriftelijke opzegging vóór 1 december van het kalenderjaar is ontvangen.

Voor u ligt de tweede editie van JASON Magazine van 2009. Deze uitgave staat grotendeels in het teken van de studiereis die Stichting JASON in samenwerking met de Nederlandse Marine heeft gemaakt naar Constanta , Roemeniê. Gedurende deze leerzame week heeft het JASON gezelschap het marinebedrijf op intensieve wijze mogen ervaren aan boord van het amfibisch transportschip Hr. Ms. Johan de Witt. Als een van de krijgsmachtdelen is de Nederlandse Marine voor velen een onzichtbare organisatie, waardoor het bij politiek-budgettaire afwegingen meer dan eens in zwaar vaarwater is gekomen. Echter zal de marine komende decennia steeds belangrijker worden voor Nederland. Voorbeelden van globale ontwikkelingen zoals de toenemende urbanisatie van kustgebieden en hieruit voortvloeiende veiligheidsconflicten , maar ook de opkomende piraterij en de behoefte aan een veilige bevaarbaarheid van de wereldzeeên , maken dat de marine van onschatbare waarde is voor de Nederlandse belangen in het buitenland , alsook voor de internationale vrede en veiligheid. Zichtbaarheid is hier het sleutelwoord . De samenwerking tussen de Nederlandse en Roemeense marine, alsmede de uitwisseling door het bedrijfsleven van beide landen, hebben aan deze zichtbaarheid zeker bijgedragen. Afgezien van de studiereis komen uiteraard ook de actuele internationale ontwikkelingen aan bod : een achtergrondartikel over de militaire beêindiging van het conflict in Sri Lanka ; een update van de Nederlandse dossiers Darfur en Irak; en de huidige stand van zaken rond Noord-Korea. Ook beschrijft de redactie de meest recente creatie van Luuk van Middelaar, die een verfrissend perspectief biedt over de geschiedenis van het begin van het Europese experiment. En natuurlijk mag ook de bijdrage van onze vaste columnist Leon Wecke niet ontbreken in deze editie . Veet leesplezier!

Ontwerp ' Phoelich Media Design, Rotterdam Lay-out · J.P.F. Hekert Druk ' Drukkerij Karstens, Leiden

2

Johannes Visser Eindredacteur

JASON Magazine ' Jaargang 34


China, India en de strijd op/om Sri Lanka Door Susanne Kamerling

Vijfentwintig jaar burgeroorlog op Sri Lanka is voorlopig ten einde gekomen met de overgave van de Tijgers voor Bevrijding van Tamil Eelam (LTTE) , beter bekend als de Tamil Timers Verschillende externe factoren hebben bijgedragen aan de overwinning van de Sn Lankese regering op de rebellerende afscheidingsbeweging, waaronder de steun van China. De toekomst zal moeten uitwijzen of de regenng In staat is tegemoet te komen aan de gneven onder de Tamilbevolking om een werkelijke duurzame vrede te bereiken,

Sinds 1983 duurt de strijd van de Tamil Tijgers voor een onafhankelijke staat voor de hindoe'fstische Tamilminderheid in het noorden, Decennialang zijn de Tamils, bestaande uit 18 procent van de bevolking van 21 miljoen mensen, gemarginaliseerd door de overheid die steunt op de meerderheid van boeddhistische etnische Sinhalezen , Dit heeft geresulteerd in een diaspora van Tamils die onder andere in Amerika en Canada , Groot-Brittannië, Frankrijk, Scandinavië en Australië wonen, Vanuit deze landen werd de strijd op het eiland gesteund door middel van actievoeren en lobbyen , maar ook door het sturen van geld en wapens. Dit maakte de rebellenbeweging op het eiland sterk genoeg om het gedurende ruim twintig jaar op te nemen tegen de regering , Echter is het tij al enkele jaren geleden gekeerd voor de Tamils, en verschillende factoren hebben hierbij een cruciale rol gespeeld : de rol van de internationale gemeenschap, en de banden van Sri Lanka met India en China, Factoren in de eindstrijd Verschillende mondiale en regionale factoren hebben bijgedragen aan de eindstrijd die op Sri Lanka sinds vorig jaar door de regering is ingezet. De regering in Colombo kon in de bestrijding van de LTIE allereerst steunen op de internationale gemeenschap, waar na de terroristische

aanslag op de Twin Towers op 11 september 2001 een groeiende afschuw voor politiek geweld te bespeuren viel. Dit resulteerde erin dat mondiaal het bestrijden van terreurbewegingen hoog op de agenda kwam te staan , Ook nam in de globale publieke opinie de steun voor de strijd van de Tamil Tijgers af,' In het internationale politieke landschap dat na 9/11 ontstond werd er steeds harder opgetreden tegen de LTIE , Financiêle stromen van de diaspora die voorheen de strijd ondersteunden, werden gecontroleerd of geblokkeerd, De Verenigde Staten en Europa ontwikkelden gezamenlijk strengere wet- en regelgeving om de financiële activiteiten van de LTIE te verstoren , Er kwamen verbanden tussen de LTIE en andere terreurbewegingen aan het licht, waaronder een incident waarbij de Tijgers Noorweegse paspoorten hadden gestolen en doorverkochten aan AI Qaida, In 37 landen , waaronder de Europese Unie, Verenigde Staten en Canada, werd de LTIE op de lijst van terroristische organisaties geplaatst. 2 Dit alles had een cruciale uitwerking op de financiêle en strategische ruimte om te opereren voor de LTIE, die als enige guerrillabeweging ter wereld in bezit was van een bescheiden landmacht, luchtmacht en marine, Belangrijke externe steun voor de LTIE droogde dus langzamerhand op in de nadagen van de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten, JASON Magazine ' Nummer 2 2009

In dezelfde periode dat de capaciteiten van de LTIE afnamen , besloot de regering van Sri Lanka niet toevallig om haar leger te moderniseren. De in 2005 aangetreden president Rajapakse bezwoer de Tamil Tijgers te verslaan en maakte hier serieus werk van. Hij bevoorraadde de soldaten met meer en betere wapens en gaf de bevelhebbers meer ruimte om militaire campagnes op te zetten en uit te voeren ' Het staakthet-vuren dat in 2002 onder leiding van Noorwegen was overeengekomen zat al jaren in het slop en werd in januari 2008 de wacht aangezegd, en voor vredesonderhandelingen was voorlopig geen ruimte meer, Het hielp de rebellen ook niet dat er de afgelopen jaren mondjesmaat delen van de facties overliepen naar het regeringsleger van Sri Lanka, De regering van Sri Lanka had voor het militaire offensief, dat in 2007 geïntensifieerd is ingezet, echter geld en wapens nodig, De ontwikkelingsgelden voor het eiland van de van oudsher belangrijkste donoren (de Verenigde Staten , Canada en de Europese Unie) waren door het geweld van de regering afgenomen, en de internationale gemeenschap was terughoudend in directe militaire steun om de vredesonderhandelingen niet verder te verstoren. Sri Lanka kon echter op steun rekenen van China , dat het eiland als een belangrijke strategische partner ziet.

3


Banden met China China en Sri Lanka zijn al decennialang hun betrekkingen aan het verstevigen , maar sinds 2005 is de invloed van China op Sri Lanka exponentieel aan het toenemen. In dat jaar zijn er tijdens een bezoek van China's premier Wen Jiabao aan het eiland afspraken gemaakt voor nauwere samenwerking. Het Memorandum of Understanding dat toen is gesloten tussen de voormalige president van Sri Lanka Chandrika Kumaratunga en Wen Jiabao behelsde onder andere de ontwikkeling van havenfaciliteiten op Hambantota, in het zuiden van Sri Lanka .' In 2007 is dit project daadwerkelijk tot uitvoering gebracht na een bezoek van de nieuwe president van Sri Lanka Rajapakse aan China, waarbij hij de noodzaak van de deal ter waarde van 1 miljard dollar nog eens bij de Chinezen onder de aandacht heeft gebracht. Hambantota is één van de ooit slaperige vissersdorpjes die door China zijn verkozen om deel uit te maken van een reeks van commerciële havens en marinesteunpunten in de Indische Oceaan. Het dorpje in het zuiden van Sri Lanka ligt op een strategische plaats om als aanleg- en bijtankhaven te dienen voor Chinese (marine)schepen. Het is een welkome onderbreking in de handelsroute van Afrika en het MiddenOosten naar China. Het dient echter niet alleen als bescherming van energie en goederentoevoer, maar ook als basis om de invloed in de Indische Oceaan uit te breiden. Ook Gwadar in Pakistan en Sitwe in Myanmar worden door de Chinezen omgebouwd tot havens naar internationale standaarden. Als gevolg hiervan voelt India zich omsingeld

4

door wat zij ziet als een 'strategische driehoek', waarbij haar invloedssfeer wordt doorbroken door strategisch gekozen Chinese initiatieven .5 Voor China zijn deze plaatsen in ieder geval van belang om via Pakistan en Myanmar goederen en energie over land te vervoeren naar de Chinese (zuid) westelijke provincies Xinjang en Yunnan , waardoor voor een groot deel van de zeeroute wordt afgesneden. Ook bouw1 China een snelweg van het noorden naar het zuiden van Sri Lanka , en is het betrokken bij onderzoek naar de aanwezigheid van olie op het eiland .6 Maar de banden tussen Sri Lanka en China gaan verder dan infrastructurele ontwikkelingen en economische afspraken . Colombo ontvangt sinds 2005 ook meer ontwikkelingsgeld: van enkele miljoenen in 2005 tot 1 miljard dollar in 2008. Ter vergelijking: de Verenigde Staten gaven vorig jaar 7,4 miljoen en het Verenigd Koninkrijk 1,25 miljoen.7 Sri Lanka's Minister van Buitenlandse Zaken Palitha Kohona zei hierover: "The new donors are neighbors, they are rich, and they conduct themselvas differently. Asians don't go around teaching each other how to behave. "8 Maar last but not least: de militaire steun van China aan Sri Lanka is de afgelopen jaren toegenomen. Terwijl de internationale gemeenschap, inclusief India en het Westen, er huiverig voor was de burgeroorlog op het eiland te verergeren, sloot Sri Lanka wapendeals met China. In april 2007 tekende Colombo volgens Jane 's Defense Weekly een contract van 37,6 miljoen dollar om Chinese militaire voorraden en materieel in te kopen voor het leger

JASON Magazine * Jaargang 34

en de marine' Volgens het Stockholm International Peace Research Institute heeft China Sri Lanka tevens zes F7 straaljagers gegeven, naar verluidt gratis. China heeft bovendien Pakistan aangemoedigd om Sri Lankese piloten hiervoor te trainen en daarnaast het eiland wapens te verkopen . De militaire steun van China aan Sri Lanka is, naast de economische en ontwikkelingssteun , cruciaal geweest in het vermogen van de Sri Lankese overheid om de eindstrijd in haar voordeel te beslechten en is hiermee de tweede externe factor die van invloed is geweest in de beslechting van het conflict. Diplomatieke inspanningen van China in de VN-Veiligheidsraad hebben bovendien de inspanningen geblokkeerd om mensenrechten schendingen door de overheid in Sri Lanka op de internationale agenda te zetten .10 India, dat Sri Lanka traditioneel ziet als onderdeel van haar invloedssfeer, is niet blij met de toegenomen invloed van China op het buureiland . Houding van India Sinds de moord op India's premier Rahjiv Gandhi in opdracht van de beruchte Tamil-leider Velupillai Prabhakaran in 1991 . zijn de betrekkingen tussen India en Sri Lanka bekoeld. Op de Tamilminderheid in deelstaat Tamil Nadu in het zuidoosten van India na, heeft de publieke opinie in het land zich tegen de strijd door de Tijgers op Sri Lanka gekeerd . De aanwezigheid van de Tamilminderheid op het vasteland van India heeft er ook voor gezorgd dat India terughoudend is geweest met offensieve militaire steun aan Sri Lanka. India is voorzichtig om de vele minderheden die het land rijk is voor het hoofd te stoten, uit angst voor de vorming van afscheidingsbewegingen zoals in Assam en delen van Kashmir. Bovendien bevinden zich ongeveer 70.000 vluchtelingen uit Sri Lanka zich op het Indiase vasteland. Sinds China vanaf 2005 intensiever bij Sri Lanka betrokken is, zowel militair als anderszins, is India echter wel op haar hoede. De militaire en economische steun van China aan het nabijgelegen eiland wordt door India niet alleen als een veiligheidsrisico ervaren , maar vooral ook als een aantasting van de eigen invloedssfeer. Chidambaram , minister van Binnenlandse Zaken van India, verklaarde op dubbelzinnige wijze dat: "China is fishing in troubled waters .• Hij betoogde dat China misbruik maakt van de crisis in Sri Lanka om de invloed van het land in de Indische Oceaan uit te breiden , wat een impact heeft gehad op de Indiase reactie op de situatie in Sri Lanka .ll


Het uitspelen van China tegen India door de regering van Sri Lanka heeft er niet alleen voor gezorgd dat het minder afhankelijk was van internationale steun en minder gevoelig voor kritiek, maar het heeft er ook in geresulteerd dat India een hernieuwde aandacht heeft voor het eiland. India realiseert zich terdege dat als het steken laat vallen in de betrekkingen met Sri Lanka, China de eerste is die het gat zalopvullen. De rivaliteit tussen de twee regionale grootmachten zorgt ervoor dat Sri Lanka van strategische waarde is en bovendien een goede graadmeter voor het peilen van de regionale machtsverhoudingen. Waar India voorheen indirecte en low-kay militaire steun aan de regering van Sri Lanka bood (bestaande uit training van Sri Lankese officieren, het leveren van radarsystemen en informatieverstrekking in de inlichtingensfeer), overweegt nu om meer directe offensieve militaire steun (wapenleveranties) te verstrekken, met als doel evenwicht te bieden aan de invloed van China op Sri Lanka .12 De relatieve afzijdigheid van India in het conflict op Sri Lanka is de derde externe factor die hoe dan ook invloed heeft gehad op het verloop van de strijd.

Duurzame vrede? Het samengaan van de drie externe factoren zoals hierboven beschreven zijn in sterke mate bepalend geweest in de eindstrijd op Sri Lanka . Zonder

de harde aanpak van de LTIE door de internationale gemeenschap in de nasleep van 9/11 , de relatieve afzijdigheid van India in het conflict, en de versterkte betrekkingen tussen Sri Lanka en China was het de Sri Lankese regering waarschijnlijk niet gelukt de militante afscheidingsbeweging van de Tamil Tijgers te verslaan. De combinatie van deze factoren zullen echter ook na de voorlopige overwinning op de LTIE van belang blijven . De eerste reden hiervoor is dat Sri Lanka van belangrijke strategische waarde is gebleken voor zowel India als China ; ten tweede omdat dit de rol van de internationale gemeenschap naar de achtergrond heeft verdrongen; en ten derde omdat het de vraag is hoe het de stabiliteit op het eiland in de toekomst zal beĂŻnvloeden. Het leven van met name de Tamilbevolking in het noorden van het eiland is ontwricht. De gewelddadige strijd heeft volgens VN-schattingen alleen al sinds januari dit jaar, 7.000 burgers het leven gekost, er zijn tienduizenden binnenlandse vluchtelingen op de been, en de economie van het land is door de oorlog verstoord.

Een hoge diplomatieke EU-delegatie die in april van dit jaar onder leiding van de Franse minister van Buitenlandse Zaken Kouchner en zijn Britse ambtsgenoot Miliband het eiland bezocht, heeft bij de Sri Lankese regering nog aangedrongen op een wapenstilstand . Hen werd te verstaan gegeven dat de regering er niet op zat te wachten door Westerse diplomaten de les gelezen te worden : "Dit is niet Irak, dit is niet Afghanistan . Het is onze eigen interne strijd ," maakte de regering duidelijk." De rol die de internationale gemeenschap kan spelen op Sri Lanka is door de steun van China beperkter geworden. Europa is echter nog steeds de belangrijkste handelspartner van Sri Lanka. Het International Monetary Fund heeft gedreigd leningen op te schorten. Ontwikkelingsgelden van de Verenigde Staten, Canada en de Europese Unie kunnen worden stopgezet. Ondanks de steun van China zou dit een desastreuze impact op het eiland hebben . De regering zou er dus verstandig aan te doen ook de betrekkingen met andere landen en organisaties dan China op peil te houden. Wat echter het meest van belang is om de stabiliteit op het eiland te herstellen en een vrede op de langere termijn te bereiken , is om politieke en sociaal-economische stappen te nemen die aan de diepgewortelde grieven van de Tamilminderheid tegemoet komen.14 Verbolgenheid over decennia van marginalisatie en discriminatie verdwijnen niet binnen een oogwenk. Als de overheid er niet in slaagt een bepaalde mate van verzoening tussen de verschillende bevolkingsgroepen te bereiken op het eiland zelf, zal het slechts een kwestie van tijd zijn voordat er een nieuwe groep Tamil Tijgers

JASO N Magazine ¡ Nummer 2 2009

opstaat en de wapens herneemt. En dan is er geen enkele externe actor die dat tegen kan houden . _

Drs. Susanne Kamerling is wetenschappelijk medewerker van het Clingendael Security and Conflict Programme. Ze doet onderzoek naar het veiligheidsbeleid van China en India, met name in de Indische Oceaan.

Noten: 1. Pant, HV, End game in Sri lanka, YateGlobal, 23-02-2009 . 2. Ibid, p. 2. 3. Wapens zwijgen in Sri lanka, althans voor1opig, NRC-next, 18-05-2009. 4. Pant, HV , End game in Sri lanka , YaleGlobal, 23-02-2009. 5. Raman, B. Gwadar, Hambantola and Sitwe: China's stralegie lriangle, Paper no. 2158, Soulh Asla Anatysis Group, 06-03-2007 . 6. Schoemaker, K.M., Intel Brief: China in Sri lanka, ISN Security Waleh , 07-05-2008. 7. Port in a storm: how Chinese billions funded Army's battle 10 break Tigers, The Times, 0205-2009. 8. Take aid from China and pass on human rights. New Vork Times, 09-03-2008. 9. Port in a storm: how Chinese billions funded Army's battle to break Tigers, The Times, 0205-2009. 10. Overigens hebben ook Vietnam, libiĂŞ, Rusland , en Japan veroordelingen van de Verenigde Naties len opzichte van het geweld van de Sri lankese regering legen burgers tegengehouden. 11 . China is fishing in Iroubled waters: Chidambaram, Hindustan Times, 07-06-2009. 12. Schoemaker, K.M., Intel Brief: China in Sri lanka, ISN Security Waleh , 07-05-2008. 13. Sri lanka rejects 'teclures' from Weslern donors , The New Vork Times, 30-04-2009. 14. Pant, HV , End game in Sri lanka, YaleGlobal. 23-02-2009.

5


Nederland staat in Darfur met lege handen

Door Oick Leurdijk

2004. 'Kamer wil militair ingrijpen in Soedan' kopten de dagbladen op 2 augustus 2004, om eraan toe te voegen: 'De Tweede Kamer wil dat het Nederlandse kabinet zich in de Europese Unie en de Verenigde Naties sterk maakt voor snel militair ingrijpen in de Soedanese regio Dartur. Alleen het zenden van een internationale vredesmacht kan het geweld in het gebied stoppen , denken PvdA, WO en D66.' Het was de Kamerleden ontgaan dat amper 24 uur eerder de Veiligheidsraad een resolutie had aanvaard waarin steun werd uitgesproken voor de ontplooiing van een missie van de Afrikaanse Unie. Het betrof hier een waarnemersmissie , bedoeld om toe te zien op de naleving van een eerder overeengekomen staakt-het-vuren, op basis van een klassiek peace-keeping mandaat - het andere uiterste derhalve van waar de Kamerleden op hadden aangedrongen : het sturen van een vredesmacht om het geweld te stoppen. De oproep van de Kamerleden was volstrekt misplaatst, omdat er op dat moment geen enkel uitzicht was op het sturen van een troepenmacht met de bevoegdheid om geweld te gebruiken . In het Radio 1 Journaal zei ik toen dat hier bijna sprake was van misleiding . 'Militair ingrijpen' was op dat moment helemaal niet aan de orde bij de beraadslagingen op het niveau van de VN-Veilig-heidsraad .

in de Tweede Kamer, ons in het voorjaar van 2006 in een wekenlange advertentiecampagne in de Nederlandse dagbladen op een bijdrage te storten op giro 999 van Stichting Vluchteling voor de slachtoffers van het geweld in Dartur. Andr茅 Rouvoet, toenmalig voorzitter van de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie, zei in zijn bijdrage: 'Meer dan 200.000 doden zijn er al gevallen in Dartur. Dit moet echt stoppen. Het is de hoogste tijd dat de internationale gemeenschap haar verantwoordelijkheid neemt.' De boodschap, althans de suggestie van een boodschap, was duidelijk: er moet militair worden opgetreden om een eind te maken aan het moorden in Dartur. De toonzetting van de campagne en de argumentatie van de Kamerleden weken in niets af van de oproepen tot militair ingrijpen in de zomer van 2004 .

2006. 'Iedere dag weer schrik ik van het geweld in Dartur. Het gaat maar door. De Verenigde Naties moeten nu eindelijk eens hun tanden laten zien .' Met deze tekst riep Femke Halsema, fractievoorzitter Groenlinks

6

JASQ N Magazi ne 路 Jaargang 34

2007. Toen de Veiligheidsraad in augustus 2007 eindelijk besloot om een hybride troepenmacht van de VN en de Afrikaanse Unie (UNAMID) te sturen naar Darfur, met de bevoegdheid om geweld te gebruiken krachtens een 'robuust peace-keeping' mandaat, begonnen de politieke partijen met de eerste terugtrekkende bewegingen . CDA-lid Raymond Knips riep 'We moeten geen Srebrenica II hebben', Joel Voordewind van de ChristenUnie merkte op 'Dat hebben we eerder meegemaakt in Rwanda , dat wordt toekijken als het fout gaat' en Angelien Ensink van de PvdA kon zich voorstellen dat Nederland zou inzetten op het geven van trainingen voor Soedanese agenten . Het nieuwe kabinet-Balkende liet bij monde van minister Koenders weten te overwegen een militair veldhospitaal te leveren aan de beoogde troepenmacht van de VN en de AU . 2009. Begin april bereikte ons het bericht dat de levering van een veldhospitaal voor de missie in Darfur niet doorgaat. Naar schatting van de VN zijn er inmiddels 300 .000 doden gevallen bij het geweld in Dartur, en zijn er 3 miljoen ontheemden . Het is een hele opluchting dat de twee Nederlandse militairen die daar al naar toe waren gestuurd nog wel even blijven. _


Artikelen

Irak-dossier: Balkende deed niets anders dan beleid kabinet-Kok voortzetten Door Dick Leurdijk

Dick l eurdijk is als politiek commentator, onderzoeker en docent verbonden aan het

Instituut Clingendael in Den Haag. Hij trad op als adviseur van de oommissies·Bakker uit deTweede Kamer over de besluitvorming rond de uitzending van Nederlandse militairen naar internationale vredesmissies. Ook heen hij jarenlang colleges gegeven aan Nederlandse officieren aan de vooravond van hun uitzending.

In het memorandum namen de juristen van de Dienst Juridische Zaken (DJZ) nadrukkelijk afstand van de officiële Nederlandse argumentatie als zouden de resoluties van de Veiligheidsraad vanaf november 1990 'voldoende rechtsgrond' bieden voor mililair optreden tegen Irak in het voorjaar van 2003. Ze voerden daarvoor een tweetal argumenten aan. Zo wezen zij erop dat de machtiging tot geweldgebruik in resolutie 678 (1990), die de basis legde voor de Golfoorlog in 1991 , voor twee doelen gold: (a) de terugtrekking van de Iraakse troepen uit Koeweit en (b) het herstel van de internationale vrede en veiligheid in het gebied . Met het ingaan van het staakthet-vuren in april 1991 was niet alleen Koeweit bevrijd, maar moest ook, naar de opvatting van de DJZ-ambtenaren , het tweede genoemde doel (het herstel van de internationale vrede en veiligheid) 'geacht worden te zijn bereikt'. Bovendien verzetten zij zich tegen de officiële onderbouwing dat door het schenden van de voorwaarden voor het staakt-het-vuren de in resolutie 678 gegeven machtiging voor het gebruik van geweld zou herleven, zodat ook geen nieuwe resolutie nodig was. Deze argumentatie schoot naar het oordeel van DJZ 'zowel materieel als procedureel' tekort. Het memorandum zette aldus twee zienswijzen over de rechtsbasis voor militair ingrijpen in Irak tegenover elkaar: de officiële

JASON Magazine · Nummer 2 2009

Nederlandse argumentatie en de eigen 'objectieve volkenrechtelijke inschatting' van DJZ. Het is, in het licht van de recente ophef over de besluitvorming rond de politieke steun aan de Irak-oorlog , nuttig om er nog eens aan te herinneren dat het debal in de aanloop naar de invasie van Irak in 2003 eigenlijk niets anders was dan een herhaling van zetten uit een debat van vijf jaar eerder. Het memorandum erkent ook met zoveel woorden dat 'juridisch gezien' de discussie in 2002/3 'niet veel' aan de discussie uit 1998 had toegevoegd. Ook toen ging het om de vraag of bij een voortdurende tegenwerking van Saddam Hoessein van de wapeninspecties militaire actie al dan niet was toegestaan . De Secretaris-generaal van de VN Kofi Annan wist toen nog met een uiterste diplomatieke inspanning, dankzij de ondertekening van het Akkoord van Bagdad , een gewapend confticl te voorkomen en kreeg bij terugkeer op het VN-hoofdkwartier een 'heldenontvangst'. Nederland overwoog toen de inzet van een fregat bij een mogelijk militair optreden . Premier Kok (PvdA) had al gezegd dat een nieuwe resolutie weliswaar gewenst was , maar niet dwingend noodzakelijk. Minister van Mierlo (D66, Buitenlandse Zaken) meende ook dat voor militair optreden reeds voldoende juridische rugdekking voorhanden was. Hij schreef in een brief aan de Tweede Kamer in februari 1998 dat botsende

7


Artikelen

standpunten in de Veiligheidsraad het 'vrijwel zeker' onmogelijk maakten om in een nieuwe resolutie een actualisering te krijgen van 'de in voorgaande resoluties reeds gelegde juridische basis om Irak eventueel met militair optreden te dwingen tot volledige naleving van de voorwaarden van het staakt-het-vuren'. In dat verband wees de regering erop dat de Golfoorlog werd be毛indigd met een staakt-het-vuren 'dat overeengekomen was onder voorwaarden van volledige nakoming van onder andere de inspectieverplichtingen. Deze toestand duurt nog steeds voort', aldus Van Mierlo. Het is deze argumentatie van de regering-Kok uit 1998 die het kabinet8alkenende in 2002/3 overnam . Het is dan ook duidelijk dat de commissieDavids deze episode bij haar onderzoek zal moeten betrekken, en zich niet kan beperken tot de discussie in 2002/3. Dat kan ook leiden tot interessante uitkomsten over (verschuivende) politieke opvattingen van de politieke partijen in de verschillende fasen van het Irak-dossier. De vraag is nu al wat de opstelling van Kok en Van Mierlo destijds betekent voor hun eventuele deelname aan het werk van de commissie-Davids. Het debat in 1998 over de merites

8

van een eventueel militair optreden tegen het regiem van Saddam Hoessein speelde zich overigens niet alleen in politiek Den Haag af. Ook in vaktijdschriften (Internationale Spectator) en op de opiniepagina's van de landelijke dagbladen is daar destijds over gediscussieerd.1 In een aantal bijdragen in de Volkskrant en NRC Handelsblad hebben Rob Siekmann , verbonden aan het T.M .C .

Asser Instituut voor Internationaal Recht, en ik ons destijds op het standpunt gesteld dat resolutie 687, gelet op haar unieke karakter, onder de gegeven omstandigheden voldoende juridische basis bood voor het gebruik van geweld. Daarbij wezen wij er o.a . op dat 'de resolutie die de basis legde voor de Golfoorlog van 1991 nooit formeel is ingetrokken en (derhalve) nog steeds kan worden ingeroepen om het beoogde doel, het herstel van de internationale vrede en veiligheid, te bereiken.' De discussie kreeg tijdens een debat op het Asser Instituut nog een vervolg, een unicum in de doorgaans zo rustige volkenrechtelijke kringen in ons land . Terwijl het publieke debat over de rechtsbasis van de Nederlandse steun voor de invasie van Irak nog volop aan de gang is, heeft zich intussen internationaal een nieuwe ontwikkeling

JASON Magazine 路 Jaargang 34

voorgedaan , die ook relevant is voor de Nederlandse discussie. De Veiligheidsraad is momenteel bezig een punt te zetten achter zijn bemoeienissen met 'de situatie betreffende Irak' in de nasleep van de Iraakse bezetting van Koeweit in augustus 1990. In december vorig jaar besloot de Raad alle resoluties met betrekking tot Irak te' heroverwegen'. Het besluit vloeide rechtstreeks voort uit het akkoord dat de VS en Irak een paar weken eerder hadden gesloten over de 'tijdelijke aanwezigheid' van Amerikaanse troepen op het grondgebied van Irak voor de periode 2009-2011 . Dat akkoord voorzag niet alleen maar in het vertrek van de Amerikaanse troepen per 31 december 2011 - ook al ging daar de meeste aandacht naar uit in de berichtgeving . Maar even interessant is dat met het eind van het mandaat van de multinationale troepenmacht MNF-I er nu ook, althans volgens de intentie van beide ondertekenaars, een eind moet komen aan de bemoeienissen van de internationale gemeenschap met de situatie in Irak, als uitvloeisel van de Iraakse bezetting van Koeweit. Uitgangspunt daarbij is, volgens het akkoord , de erkenning dat de situatie in Irak thans 'fundamenteel verschilt' van die na het aannemen van resolutie


Artikelen

661 in 1990, met name 'omdat de bedreiging van de internationale vrede en veiligheid van de kant van de regering van Irak niet langer bestaat'. Om die reden bevestigen beide regeringen dat met het afiopen van het mandaat voor de multinationale troepenmacht, eind 2008, 'Irak moet terugkeren naar de juridische en internationale standing die het innam voor de aanvaarding van Veiligheidsraad resolutie 661 (1990)'.

Interessant is nu om te zien dat de Veiligheidsraad deze argumentatie met het aannemen van resolutie 1859 op 22 december jl. heeft overgenomen . De Raad besloot 'resoluties die specifiek betrekking hebben op Irak, om te beginnen met de aanvaarding van resolutie 661 (1990)' , opnieuw te bekijken. In dat verband werd de Secretaris-generaal van de VN verzocht om, na overleg met Irak, de Raad te rapporteren over door Irak genomen stappen om weer de internationale standing uit het verleden terug te krijgen. De Raad gaat dus niet over één nacht ijs. Het is nog even wachten op de uitkomst van het onderzoek van de Secretaris-generaal, maar het moet wel gek lopen als de Veiligheidsraad het verzoek van de regering van Irak niet honoreert. Wat is nu de betekenis van deze gang van zaken voor het Nederlandse debat over Irak? De auteurs van het memorandum uit april 2003 waren, zoals hierboven aangegeven , van mening dat de Veiligheidsraad met het aannemen van resolutie 687 in april 1991 niet alleen had vastgesteld dat Koeweit bevrijd was, maar dat met het van kracht worden van een staakthet-vuren ook het doel van het herstel van internationale vrede en veiligheid 'geacht [moet] worden te zijn bereikt'. De opstelling van de Veiligheidsraad maakt nu duidelijk dat DJZ, ondanks de voorzichtige bewoordingen , ook in 2003, twaalf jaar na de Golfoorlog, nog te vroeg was met haar conclusies op dit punt. Van het herstel van internationale vrede en veiligheid kon pas sprake zijn nadat Irak, na zijn terugtrekking uit Koeweit, ook nog eens zou hebben voldaan aan alle beslandsvoolWaarden waarmee het in 1991 had ingestemd . Dat moment is nu (pas) gekomen, aldus de redenatie van de Veiligheidsraad. Het maakt ook duidelijk waarom diegenen die in 2003 zeiden dat een twaalf jaar oude

resolutie niet kon dienen als juridische basis voor een militaire actie tegen Irak voorbijgingen aan de opvattingen van de Veiligheidsraad . Deze overwegingen zal de commissie-Oavids nu moeten meewegen in haar onderzoek, al was het maar omdat ook hier twijfels kunnen bestaan over het juridisch sluitende gehalte van de 'objectieve volkenrechtelijke inschatting' van DJZ. Tussen haakjes: waarom moest het memorandum eigenlijk een 'inschatting' heten? De Veiligheidsraad stuurt op dit moment aan op de aanvaarding van een resolutie waarin het, na bijna twintig jaar, formeel zal vaststellen dat er, in het licht van de bevindingen van Ban Ki-moon , sprake is van een 'herstel van de internationale vrede en veiligheid in de regio ', mede gelet op het feit dat inmiddels aan alle bestandsvoorwaarden uit 1991 is voldaan. De Raad heeft daar zelf al een voorschot op genomen door in 2007 de mandaten van de twee wapeninspectieteams (UNMOVIC en het IAEA) te beëindigen , mede op grond van daartoe strekkende verzoeken van zowel Irak als van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk als voormalige bezettingsmachten . Daarmee krijgt deze toekomstige resolutie pas het 'afrondende' karakter waar de auteurs van het memorandum het in 2003, zij het in een andere context, al over hadden, en kan de Veiligheidsraad een punt zetten achter zijn bemoeienissen met 'de situatie betreffende Irak'. Nu Nederland nog . •

Noten: 1. Zie: Dick A. Leurdijk:' De Verenigde Naties en Irak', in: Intemationale Spectator, jaargang 52, nummer 1. januari 1998, en O.A. Leurdijk en R.C .R. Siekmann: 'De rechtsbasls voor militaire actie tegen Irak', in: Internationale Spectator, jaargang 52, nummer 4 , april 1998. Voor onze bijdragen op opiniepagina's verwijs ik naar: NRC Handelsblad, 17 februari en 26 maar11998, en de Volkskrant, 23 februari 1998.

JASON Magazine ' Nummer 2 2009

9


Met Stichting JASON en de Marine naar Constanta Verslaggeving van de studiereis Door Johannes Visser

Op zaterdagochtend 4 april vertrok de delegatie vol enthousiasme richting de Zwarte Zee. Omdat de reis met een commerciĂŤle maatschappij op het laatste moment spaak liep, regelde de Marine dat de studenten mee mochten vliegen in een militair transportvliegtuig (KDC-1 0). Aangekomen in Constanta werden de JASONers samen met de Nederlandse mariniers en

10

overige genodigden naar de haven geĂŤscorteerd . Het verkeer werd stilgelegd en met loeiende sirenes loodsten de politie-Lada's de studenten door het chaotische verkeer richting de Johan de Witt. Aan boord van de Johan de Witt kreeg iedereen een hut toegewezen, die verrassend ruim, schoon en modern was ingericht. De Johan

JASON Magazine * Jaargang 34

de Witt is een zeer geavanceerd amfibisch transportschip oftewel een Landing Platform Dock (LPD) en dient ter ondersteuning van amfibische operaties. Het schip fungeert als een 'drijvende wal' wat betekent dat het zonder aan te hoeven leggen in een haven , strijdkrachten en materieel aan land kan zetten . De achterzijde van het schip kan tot vier meter zakken,


waardoor het dok volstroomt met water en landingsvaartuigen kunnen uitvaren. Daarnaast kunnen er op het helikopterdek twee helikopters tegelijk landen. Het schip kan een groot deel van een mariniersbataljon vervoeren , en het beschikt aan boord over een breed scala aan bevoorrading, watervoorziening en medische faciliteiten . Eenmaal aan boord werd het JASONgezelschap onderworpen aan een strak en vol programma dat de Marine had samengesteld. Uiteraard hoorde hierbij een rondleiding over het schip, evenals een tour in het gezelschap van Roemeen se schoolkinderen over de aan de overzijde aangemeerde LPD Hr. Ms. Rotterdam. Op de tweede dag volgde een briefing over het concept Ideation , in dit geval de civiel-militaire samenwerking tussen Nederland en Roemenië. Ook de Nederlandse ambassadeur in Roemenië Jaap Werner kwam langs voor een informele chat. Daarna werden enkele JASONers uitgenodigd om aan te schuiven bij de repetitie voor het seminar van 7 april. Het thema van dit congres was de samenwerking tussen Nederlandse en Roemeense militairen, civiele autoriteiten en deskundigen in het geval van een ramp en/of terroristische aanslag. Daarbij hebben twee studenten de bevindingen van het congres gepresenteerd aan het aanwezige publiek. De dag werd afgesloten

door minister van Defensie Eimert Middelkoop en zijn Roemeense collega, die condoleances uitwisselden voor de die week gesneuvelde Nederlandse en Roemeense militairen in respectievelijk Afghanistan en Irak. Op woensdag werden de studenten in de gelegenheid gesteld om persoonlijk te aanschouwen hoe de oefening in het veld had plaatsgevonden, hoe de acties on the ground worden uitgevoerd door de militairen : de commandopost, de tactische bestrijding van (fictieve) terroristen en de omstandigheden waaronder de mariniers leven. De

rondleiding eindigde met een tocht over de Donau in een landingsvaartuig van de marine. Op 9 april vond het congres plaats va n het Nederlandse bedrijfsleven , dat in het kielzog van de marine naar Constanta is gekomen . Constanta heeft een zeer grote haven en kan via de Donau een wijdvertakt achterland bereiken . De haven is in opkomst en heeft de potentie om in de nabije toekomst een grote concurrent van de Rotterdamse haven te worden. Reden voor de BV Nederland om haar aanwezigheid met investeringen te versterken , en zo een relevante speler in Constanta te worden . Het belang van het congres werd onderstreept door de aanwezigheid van de president van Roemeniê Basescu , de Nederlandse staatssecretaris van Verkeer en JASON Magazine · Nummer 2 2009

Waterstaat Tineke Huizinga en de Nederlandse ambassadeur. Het congres was een succes te noemen en de visitekaartjes werden dan ook rap uitgewisseld. Ondanks het volle schema -de deelnemers aan de reis hebben aan boord ook enige hand en spandiensten geleverd- zijn de studenten er verschillende malen in geslaagd om met de beentjes los te gaan in de vele nachtclubs van Constanta. Het is een stad waaraan te zien is dat het hoogtijdagen heeft gekend, maar waar na decennia van Sovjetoverheersing de verpaupering is ingetreden. De ooit zo statige herenhuizen zien er armoedig en verwaarloosd uit. Op straat struikel je over de zwerfhonden en word je voortdurend aangeklampt door Roma-kindjes met grote bruine ogen. Toch bestaat er ondanks de armoede wel optimisme onder vooral de jonge Roemenen dat er goede tijden zullen aanbreken in het land. De aanwezigheid van de Koninklijke Marine, en de toenemende economische activiteit van het Nederlandse bedrijfsleven in Constanta, zullen daar wellicht aan bijdragen. _ Dit reisverslag is mede mogelijk gemaakt door het Dutch·Romanlan Network ; een ondernemersplatform voor zaken doen in Roemenie en Nederland . en een ....an de belangrijke partners van het congres van

9 april 2009.

11


Ideation, een nieuwe taak voor Defensie? Door Thierry Aartsen en Johannes Visser

Kolonel der mariniers Marco Hekkens en tevens Commander Landing Force vindt dat de marine ook tijdens de stand-by fase nuttig en kosteneffectief gebruik moeten maken van de nationale capaciteiten en middelen die ter beschikking zijn gesteld . Nederland ontwerpt zelf 'joinf (krijgsmachtbrede) oefeningen en andere activiteiten in deze aandachtsgebieden of neemt deel aan 'combinecf (multinationale) oefeningen. "Dit zal er meer dan ooit tevoren toe moeten leiden dat waar we in de toekomst trainen, oefenen en opwerken , een logische bijdrage is van onze nationale doelstellingen met het buitenlandbeleid in het achterhoofd", concludeert Hekkens (Alle Hens, februari 2009, pp. 19-20). Hoe werkt Ideation in de praktijk? Tijdens de gereedheidstelling van een legeronderdeel worden er oefeningen in landen bepaald waarmee zij ervaring op kunnen doen in een soortgelijk gebied als waar een eventuele missie zou kunnen plaatsvinden. In dit geval is gekozen voor Roemenië en Albanië als oefenterrein. Daarna is gekeken op welke manier de aanwezigheid van twee marineschepen in die regio zou kunnen worden gebruikt om zowel politieke als economische belangen te

12

behartigen. Een concreet voorbeeld is de economische conferentie op donderdag 9 april jl.

De haven van Constanta heeft enorme groeipotenties die vergelijkbaar zijn met de haven van Rotterdam in de beginjaren. Zoals Rotterdam nu als

mainport geldt voor West-Europa , zo zou Constanta in de toekomst als mainport kunnen dienen voor OostEuropa. Onder het mom van: "ir you can 't beat them, join them" is het van belang dat Rotterdam samenwerkt met de haven van Constanta. Tijdens de aanwezigheid van Hr. Ms. Johan de Witt (die door Damen Scheepswerf is gebouwd in zowel Nederland als Roemenië) heeft er op dat zelfde schip een conferentie plaatsgevonden waar deze samenwerking werd beklonken . Onder andere de Roemeense President Basescu, Staatsecretaris Huizinga en tal van afgevaardigden van het Nederlandse en Roemeense bedrijfsleven waren aanwezig tijdens deze conferentie. Concreet zijn er ook afspraken gemaakt, waarbij Roemenië Nederlandse schepen zal kopen . Politiek belang Dit project biedt Defensie zelf niet alleen tal van kansen , ook zou het van politiek

JASON Magazine * Jaargang 34

belang kunnen zijn. In een tijd van een economische crisis en economisch populisme is de bereidheid vanuit de politiek om te investeren in Defensie tot een dieptepunt gedaald. Ondanks dat Defensie gezien wordt als een kerntaak van de overheid, zijn er maar weinig mensen die het nut en de noodzaak inzien van het structureel meer geld uittrekken voor de Nederlandse krijgsmacht. Wanneer projecten als deze verder worden uitgebreid en ook in de toekomst succesvol blijken, draagt dit hopelijk bij aan een politiek klimaat waar de krijgsmacht wordt gerespecteerd en als "zinvol " wordt bestempeld . Het is de taak van de politiek om dit soort projecten op te pakken en hiermee de wind uit de zeilen te halen bij populisten als Hero Brinkman en Remi Poppe, die weigeren geld uit te trekken voor een veiliger Nederland en een veiligere wereld. Kreten als "Geen straaljagers maar verpleegsters" kunnen met het succes van dit project bestreden worden met: "De Nederlandse Marine zorgt voor extra banen in de haven van Rotterdam ." _


Rapport van het Sp2CMO seminar Door Roderiek Harte, Thomas van der Valk en Johannes Visser

--'

I. Inhoudelijke bevindingen 1. Nieuwe media Bij vrijwel elke crisis is er sprake van een gebrek aan informatie . Voor een effectieve reactie is echter een gedetailleerd en uitgebreid beeld van de situatie nodig. Foto's en videobeelden van getuigen van een incident of ramp kunnen dienen als aanknopingspunten . Oe nieuwe media in het bijzonder, zoals Twitter, YouTube en blogging, biedt een schat aan mogelijkheden die men vanuit de overheid niet naast zich neer mag leggen . Enerzijds kunnen de nieuwe media helpen in de informatievoorziening , doordat betrokken burgers de laatste ontwikkelingen doorgeven middels mobiele telefonie en internet. Anderzijds kan ook het Ministerie van Defensie deze nieuwe media gebruiken om de buitenwereld te informeren (zie volgende alinea). Hierbij moeten de autoriteiten zich wel bewust blijven van de trade-off die ontstaat tussen het zo spoedig mogelijk ontvangen van nieuws door nieuwe media, versus een nieuwe journalistieke standaard (veelal van mindere kwaliteit en objectiviteit). waarbij feitelijke onjuistheden in de berichtgeving kunnen sluipen . 2. Mediaverslaggeving Mediaverslaggeving over crises kan verschillende effecten hebben op crisismanagement; het kan de optredende overheid hinderen of juist ondersteunen .

JASQ N Magazine ' Nummer 2 2009

Mediamanagement is daarom van essentieel belang in tijden van crisis . Nu het internet in opkomst is als meest upto-date nieuwsbron voor het publiek, zal ook hierop ingespeeld dienen te worden . Zo kan het Ministerie van Defensie bijvoorbeeld verklaringen op internet plaatsen zodra het nieuws bekend wordt. Andere nieuwsleveranciers zullen de website dan al gauw als gemakkelijke en betrouwbare nieuwsbron gaan gebruiken . Ook kunnen nieuwsbrengers en commentatoren (Twitters, bloggers), die door de crisis in korte tijd een groot publiek hebben bereikt, worden uitgenodigd om -in beperkte mate- deel te nemen aan de officiĂŤle verslaggeving en discussies. Door meer transparantie te tonen en alternatieve media naast de traditionele media te erkennen, zullen de autoriteiten beter in staat zijn om de controle te behouden over de berichtgeving en beeldvorming naar buiten toe. 3. Bureaucratische beperkingen In het huidige Roemeense institutionele raamwerk zijn verschillende instanties verantwoordelijk voor de leiding en coĂśrdinatie van het crisismanagement. De aard van de crisis is bepalend voor wie de leiding heeft. Zo is in geval van gewapend geweld het Ministerie van Defensie danwel het Ministerie van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk. In geval van een milieuramp ligt de leiding bij het Ministerie

13


van Milieu. Deze verdeling heeft als gevaar dat kostbare tijd wordt verloren tijdens een crisis wanneer vast moeten worden gesteld wie de leiding heeft. Men heeft immers vaak tijd nodig om de aard en gevolgen van de crisis in het vizier te krijgen . Een overig gevaar kan zijn dat als gevolg van verkokering er strijd ontstaat tussen de betrokken organisaties over hun (rechts) bevoegdheden bij de rampenbestrijding. Deze problemen kunnen verholpen worden door het instellen van een Nationaal Centraal Crisismanagementorgaan (NCC), dat bij crises in eerste instantie de leiding krijgt toegewezen . Dit onafhankelijke orgaan wordt geleid door veteranen van verschillende departementen die directe verantwoordelijkheid afieggen aan de gekozen volksvertegenwoordiging. De directie wordt ondersteund door specialistische gouvernementele agencies, specialistische teams binnen de krijgsmachtdelen en nietgouvernementele organisaties. Afhangend van de aard van de crisis en het type specialisme van de teams wordt bepaald wie de lead krijgt bij rampenbestrijding ; afhankelijk van de omvang van de crisis kan het crisismanagementorgaan beslissen hoeveel extra hulp het van de desbetreffende departementen nodig heeft.

4. Organisatorische samenwerking Tijdens bilaterale crisismanagementoperaties kunnen ten minste drie soorten frictie ontstaan tussen de verschillende landen en betrokken instanties. Ten eerste kan

men te maken krijgen met frictie tussen het gastland en het land dat hulp biedt. De oorzaak hiervan ligt voornamelijk in de sfeer van culturele en organisatorische verschillen. Ten tweede kunnen civiele en militaire instanties problemen tegenkomen bij het afstemmen van hun activiteiten. Hier is dan vaak sprake van een gebrek aan coĂśrdinatie op landelijk niveau. De derde soort frictie kan ontstaan tussen diplomatieke en militaire diensten zodra bepaald moet worden hoe een crisis aangepakt moet worden . Deze instituties hebben elk verschillende doelstellingen en middelen: militaire actoren zijn geneigd proactief te handelen en te denken in praktische termen , terwijl de diplomatieke dienst het gehele politieke plaatje moet bekijken en daarbij de complexiteiten van grensoverschrijdende civiel-militaire operaties in ogenschouw moet nemen . Goede communicatie en wederzijds begrip zullen deze frictie kunnen doen afnemen. 5. Internationale samenwerking De Status of Forces Agreement en de Rules of Engagement vormen de juridische basis voor militaire samenwerking en grensoverschrijdende operaties. Een gebrek aan kennis omtrent deze overeenkomst kan leiden tot verwarring en overschrijding van juridische bevoegdheden . Het is daarom wenselijk dat beide staten vooraf uitzoeken binnen welke juridische kaders zij opereren om eventuele juridische onzekerheden tijdens een crisis en juridische problemen na een crisis te voorkomen . Binnen multilaterale verbanden is het een complexe aangelegenheid om gezamenlijke, overeenkomstige Rules of Engagement te formuleren , maar bij militaire samenwerking op bilateraal niveau kunnen wel scherpe afspraken gemaakt worden . Om miscommunicatie te vermijden is het zaak voor de betrokken autoriteiten om overeenstemming te bereiken omtrent sleutelbegrippen. Zo hanteert men in verschillende landen vaak uiteenlopende definities van 'terrorisme'. De politieke lading van het gebruik van deze term kan resulteren in verschillende reacties , waarbij bijvoorbeeld ook andere instanties bevoegdheden toebedeeld krijgen of zich deze toe-eigenen. Een harmonisering van definities op bilaterale of multilaterale basis biedt hiervoor een oplossing. Wellicht dat de EU enlof de NAVO hiervoor als platform gebruikt kunnen worden.

JASO N Magazine ¡ Jaargang 34

6. De ambassade als contactpunt Een fundamentele vraag die bij deelnemers van de Nederlandse Marine leefde was de volgende: uWie moeten wij benaderen indien wij RoemeniĂŤ willen helpen in het geval van een crisis?" Met name de onduidelijkheid omtrent de Roemeense commandostructuur gaf aanleiding tot deze vraag . Een antwoord hierop is dat men altijd de eigen diplomatieke dienst kan benaderen met dergelijke vragen . Die beschikt immers al over uitgebreide contacten met de verschillende bestuurlijke lagen van het betreffende land . Daarbij zal de te benaderen diplomatieke dienst direct ook de politieke dimensie van eventuele militaire assistentie kunnen beoordelen. 7. Het belang van civiel-militaire samenwerking In de op het seminar gesimuleerde crisissituatie is gereageerd met een civiel-militaire benadering. Deze benadering is niet nieuw, maar is nog weinig in de praktijk beoefend . Het seminar heeft wederom het belang aangetoond van dergelijke civiel-militaire operaties en oefening van dergelijke operaties. Het lijkt er vooralsnog op dat voor de betrokken buitenlandse militaire actoren met name op het gebied van expertise en logistieke ondersteuning een belangrijke rol is weggelegd . 8. Het belang van voorbereiding Voorbereiding is alles. Landelijke en internationale civiel-militaire oefeningen voorzien partnerlanden van ervaring en kennis over het handelen in tijden van crises. De autoriteiten kunnen het gat tussen theorie en praktijk dichten door de ervaring en kennis die zij door middel van oefeningen opdoen te implementeren in hun draaiboeken . Hiertoe zullen zij hun crisismanagement geregeld moeten evalueren en actualiseren. Alleen dan zullen problemen die zich voor zouden kunnen doen tijdens crisismanagement effectief kunnen worden voorkomen. 9. Het belang om crises te voorkomen Het spreekt voor zich dat crisispreventie essentieel is voor het beperken van schade. Preventie spaart levens en is kosteffectiever dan crisismanagement. Het elimineren van (mogelijke) dreigingen verdient hierdoor bijzondere aandacht. Nationale en internationale veiligheid- en inlichtingendiensten zouden hun krachten kunnen bundelen om zo hun kennis over verdachte activiteiten te vergroten . Ook op dit gebied is bilaterale en multilaterale samenwerking onmisbaar.


11. Procedurele bevindingen De beperkingen van de seminarstructuur Ondanks het feit dat de meerderheid van de deelnemers de discussies en debatten nauwlettend volgde, is het goed mogelijk dat de vorm waarin het seminar was gegoten het niet mogelijk maakte dat elke deelnemer zijn kennis volledig kon delen. De redenen hiervoor zijn enerzijds de tijdsdruk en anderzijds de grootte van de groep. Dit zou verholpen kunnen worden door de seminarslructuur te wijzigen naar een type seminar bestaande uit twee of meer kleinere werkgroepen gericht op specifieke onderwerpen in crisissituaties (zoals commandostructuren en PR). Deze vorm heeft verschillende voordelen . Allereerst zou het betekenen dat deelnemers aan die werkgroep zouden kunnen deelnemen die het

beste op hun expertise en ervaring aansluit. Ten tweede zou deze structuur de deelnemers van meer tijd voorzien om ideeën en ervaringen uit te wisselen . In een plenaire eindsessie voor alle deelnemers zouden de belangrijkste bevindingen per werkgroep kunnen worden gepresenteerd . Het belang van de mogelijkheid om international te netwerken Binnen het seminar zijn uitgebreide mogelijkheden tot netwerken ontstaan. Door het samenwerken op de verschillende onderwerpen hebben de deelnemers elkaar individueel leren kennen . Het belang hiervan moet niet onderschat worden : W Friends in key positions are crucial; otherwise ideas fail at moments of reality." Deze notie wordt ook ondersteund door Robert Putnam's

theorie van 'sociaal kapitaal', die steunt op het empirische gegeven dat sociale of professionele netwerken waarde toevoegen aan netwerken : 1 plus 1 kan echt 3 zijn. Bovendien kan de opgedane kennis omtrent elkaars culturen en werkwijzen er voor zorgen dat minder interculturele fricties plaatsvinden in toekomstige missies. Dit vergroot de algehele effectiviteit van elke coalitie.

Kwetsbaarheid van het samenwerken op basis van gelijkheid Tijdens Cooperative Lion '09 centreerden de intenties van de Nederlanders en de Roemenen zich rond het samen te werken en discussiëren op basis van het principe van strikte gelijkheid. Desalniettemin bestond tijdens het seminar het constant aanwezige risico dat de toon van Nederland zou wijzigen van één van leren in één van doceren. Dergelijke ongepaste en onwenselijke dominantie van de kant van militaire en civiele vertegenwoordigers van het genodigde land zou bij het gastland tot een ernstige afname in het enthousiasme vaar bilaterale oefeningen kunnen leiden. Deze valkuil zou vermeden kunnen worden door bilaterale oefeningen te laten plaatsvinden op het "neutrale" territoir van een derde NAVObondgenoot wiens betrokkenheid bij de exercities wordt gereduceerd tot een minimum . Hoewel dit de kwalitatieve verschillen in militaire capaciteiten tussen de landen niet wegneemt, wordt de kwestie omtrent de rolverdeling van gastland en genodigd land wel beter omzeild.

Minister MIddelkoop en zijn Roemeense ambtgenoot

JASON Magaz ine ' NLJmme r 2 2009

Conclusie: hoe nu verder? De JASON-delegatie heeft voor de Marine verschillende inhoudelijke aanbevelingen geformuleerd: 1. Gebruik de nieuwe media tot uw voordeel. Wanneer u dit doet, zorg dat u de boodschap en het publiek kent, en zorg tevens waar mogelijk dat de betrokken autoriteiten de eerste zijn die het nieuws brengen . 2. Creëer een nationaal en centraal Crisis Commando Centrum dat in geval van een crisis voorziet in directe bevelen coördinatiestructuren (met name relevant voor het gastland). 3. Wees bewust van het juridische kader waarin wordt geopereerd en bereid dit ook grondig voor: zorg dat een juridisch adviseur ten alle tijde betrokken is. 4. Harmoniseer belangrijke definities in bilaterale en/of multilaterale kaders. 5. Werk samen met andere organisaties met een open blik en met organisatorisch en cultureel bewustzijn. 6. Vergeet nooit dat de Nederlandse ambassade een point of contact is. 7. Onderzoek de mogelijkheden van civiel-militaire samenwerking nader, ook met inter-nationale en transnationale NGOs. 8. Voorbereiding is de sleutel voor succesvol crisismanagement. Crisismanagement plannen en draaiboeken moeten regelmatig worden geëvalueerd en geactualiseerd. 9. Preventie is de sleutel voor het vermijden van crises. Het uitwisselen van inlichtingen binnen een bilateraal of multilateraal kader speelt hierbij een belangrijke rol. Tevens heeft de JASON-delegatie verschillende procedurele aanbevelingen geformuleerd voor mogelijke soortgelijke exercities in de toekomst: 10. Kleinere werkgroepen kunnen effectiever zijn voor het uitwisselen van ideeën en ervaringen dan een grote plenaire sessie. Oe conclusies van de werkgroepen kunnen uiteindelijk gedeeld worden in een plenaire eindsessie. 11 . Gebruik de uitgebreide mogelijkheden tot netwerken tot uw voordeel: wissel visitekaartjes niet alleen aan het einde van de dag uit, maar gedurende de hele dag . 12. Doe uw voordeel met de kennis die omtrent elkaars culturen en werkwijzen is opgedaan. 13. Samenwerking en partnerschappen moeten ten alle tijde plaatsvinden op basis van gelijkheid. Probeer de kwestie 'gastland versus genodigd land' te omzeilen . _

15


Interview met Kolonel der Mariniers Marco Hekkens Door Johannes Visser en Roxy Tacq

Welke valkuilen bent u tegengekomen in de aanloop naar (de organisatie van) de oefening en het seminar, en hoe kunnen deze in de toekomst worden voorkomen? Ik wil liever niet spreken van valkuilen, maar eerder van uitdagingen . Pas wanneer we niet leren van onze ervaringen zou je kunnen spreken van een valkuil. De belangrijkste component was wat we noemen 'informatie management' , waarbij alle betrokken mensen de juiste informatie toegestuurd moest worden en tijdig van de relevante informatie voorzien werden . Daaraan verbonden is het

zogenoemde moral fitness [alertheid en verantwoordelijkheid] van alle betrokkenen, om ook zelf selectief informatie te zoeken en te anticiperen voor anderen . De Roemeense marine fungeerde tijdens de oefening als de 'centrale contactpersoon', en werd dus ook belast met bijvoorbeeld het aanschrijven van de gewenste Roemeense experts voor tijdens het seminar. Dat bleek een hele opgave . Omdat de interne coördinatie in Roemeniè tussen alle belanghebbenden feitelijk door een persoon aangestuurd werd , was het voor mij een zaak van 'goed vertrouwen ' en er voor zorg te dragen dat deze Roemeense collega in ieder

geval van mij zorgvuldig op de hoogte werd gehouden van alle ontwikkelingen . Desondanks konden een aantal zaken pas op het laatst geregeld worden . Een tweede uitdaging was het identificeren van de juiste personen voor de juiste positie en rol tijdens het seminar. Deze doelgroep groeide gestaag, maar was vaak moeilijk bereikbaar via email en het duurde vaak lang voor we een duidelijk antwoord kregen . Men wilde ook graag lang van tevoren op de hoogte zijn van

het precieze programma, en wie er zou spreken. Omdat een aantal belangrijke deelnemers zich kort van tevoren afmeldden [i.v.m. de verkiezingen] moesten we het programma telkenmale wijzigen . Toen het vermoeden bestond dat ook de Roemeense president het seminar zou bezoeken , probeerden enkelen die eerder hadden afgezegd toch weer deel te nemen. En dan is het moeilijk om dit te weigeren! Afgezien van deze organisatorische obstakels zijn de oefening en het seminar boven de verwachting verlopen . Om een evenement van deze schaal goed te organiseren moet je initiatief blijven nemen, probleemoplossend denken en kunnen improviseren. Je moet ook niet teveel tot in de puntjes willen plannen, want er kunnen altijd zaken op het laatste moment veranderen . Men verstaat dat in de krijgsmacht als in de Commanders Intent blijven denken: je weet wat de baas wil bereiken, en waarom. De uitvoering [de 'hoe'] geef je uit handen [ownership] aan de mensen die het daadwerkelijk moeten uitvoeren , maar waarbij je wel regelmatig evaluaties en controle uitvoert [back briefing] , en waar nodig corrigeert. Wat zijn in uw ogen de directe, tastbare opbrengsten van de oefening en het seminar op politiek en diplomatiek vlak? Zichtbaarheid is het sleutelwoord, in de meest brede zin van het woord. Zichtbaarheid voor en van Nederland, voor de marine en specifiek voor NLMARFOR . Dit geldt ook zeer zeker voor Roemenië en haar marine en mariniers. Het seminar en het congres met de Nederlandse en Roemeense militaire en civiele vertegenwoordiging had niet plaatsgevonden zonder de aanwezigheid van de Nederlandse marine in Constanta. Wanneer wij JASON Magazine · Jaargang 34

via niet-militaire kanalen , zoals de Nederlandse ambassade, te horen krijgen dat de oefening voor herhaling vatbaar is, dan is dit een opbrengst. In de komende maanden zullen we verder nadenken over het structureel beleggen van de opbrengsten. In eerdere oefeningen dit voorjaar -waaronder in Spanje, Turkije en Frankrijk- zijn al positieve resultaten gehaald . Er is enorm veel werk gestoken in de organisatie van deze oefeningen, door een relatief klein team. Maar het is aan de defensieleiding en de politiek om te bepalen of dit concept voor herhaling vatbaar is, en de inspanning in geen verhouding staat tot de opbrengsten [voor Defensie en de BV NLD] . Wat zijn volgens u de directe of indirecte economische opbrengsten voor de 'BV Nederland' na deze week? De directe opbrengst is dat er - naar horen zeggen - een aantal schepen zijn verkocht aan Roemeniè. Bij het scheepvaartcongres [Naval and Maritime Exhibition] van 9 april hebben het Nederlandse en Roemeense bedrijfsleven elkaar ontmoet en ik heb begrepen dat dit een daverend succes was. Ik denk wel dat de aanwezigheid van de Roemeense president en enkele ministers de doorslag heeft gegeven. Over de indirecte opbrengsten is het nog te vroeg om iets te zeggen. De toekomst zal moeten uitwijzen hoe deze havenstad zich verder ontwikkelt, en in hoeverre de Nederlandse economische activiteiten hierin zullen meegroeien. Wat zijn de praktische lessen die de Marine heeft geleerd van haar Roemeense collega's, en welke nieuwe inzichten heeft u persoonlijk opgedaan? De Nederlandse en Roemeense Marine hebben op de Donau rivier, op de stranden en op zee oefeningen gedaan . Nederland [op uitdrukkelijk verzoek]


Interview

was hierbij "de leraar" en Roemenië "de student", overigens zonder dit al te veel naar voren te laten komen . Praktisch gezien is het leerproces voor de Roemenen daarom groter dan andersom. In immateriële zin hebben we een vorm van 'cultural awareness' gecreëerd , waarbij we veel hebben geleerd over de Roemeense cultuur, vooral hoe zij organisatorisch in elkaar zitten . Het Roemeens stafwerk zit in principe uiterst zorgvuldig in elkaar, maar wanneer dingen ineens veranderen kan dit aan waarde verliezen. Ze zetten veel mensen op een taak en kennen een hiërarchische organisatievorm , waardoor je aan flexibiliteit inboet. Men is zonder enige twijfel competent, toegewijd en professioneel, maar alles is nog te gecentraliseerd met een bureaucratische manier van werken. Ik hoop dat deze oefening met bewust zeer snel wijzigende situaties dit aan de kaak heeft gesteld , zodat - mocht men dit willen - een mate van decentralisatie kan introduceren . Met betrekking tot de politieke situatie van Roemenië hebben we ook lessen opgedaan . In de Noordelijke Donau delta stond ook een deeloefening gepland, maar deze werd op een andere locatie uitgevoerd: uit voorzorg voor een reactie van de media, die de amfibische landingen zou kunnen afschilderen als een bedreigend signaal richting buurland Moldavië. Wat hebben de Roemenen van de Nederlandse werkwijze kunnen leren? Ik denk heel veel. Om het kort op te noemen: over planningsmethodieken van hoog naar laag niveau en andersom; over amfibische procedures; over riverine operaties; en over maritieme operaties. Ook over het omgaan met de media, in geval van

een natuurramp of gewapende aanval, hebben we de nodige informatie uitgewisseld, wat van onschatbare waarde zal zijn voor de Roemenen. Overig is er wel sprake van een grote mediavrijheid in het land. Een ander voorbeeld is het omgaan van de Roemeense marine met civiele en paramilitaire organisaties. Een hooggeplaatste Roemeense afgevaardigde van een ministerie vertelde me dat ze zeer geroerd was dat het seminar haar collega 's van verschillende ministeries bijeen had gebracht, iets wat in de dagelijkse praktijk vrij ongebruikelijk is. Ik ben blij dat onze aanwezigheid zulke effecten heeft kunnen brengen. Wat zijn mogelijk verdere stappen in Nederlands-Roemeense militaire samenwerking en militair-civiele samenwerking? Idealiter is 'Cooperative Lion' niet een eenmalige vertoning. Ik kijk er naar uit dat Nederland en Roemenië vaker dit soort activiteiten ondernemen, die budgettair te behappen zijn voor beide landen . Ook kun je aan meer 'strategische' samenwerkingsmogelijkheden denken: Nederland heeft amfibische schepen, Roemeniê niet. Het is dus het onderzoeken waard of je frequenter met Roemeense mariniers wilt gaan oefenen, zodat deze eenheden , zonder al te grote uitdagingen als het ware in kunnen klikken met onze mariniers. Met dit soort stappen lever je ook hun marine een zeer grote dienst.

zou in de nabije toekomst mogelijk moeten zijn om zij aan zij samen te werken, en in een later stadium zelfs geïntegreerd te opereren . Om deze mate van Nederlands-Roemeense interoperabiliteit en 'procedurele gemeenschappelijkheid' te kunnen realiseren, zullen laatstgenoemden op tal van gebieden nog wel een forse inhaalslag moeten maken. Mocht een toekomstige NederlandsRoemeense oefening financieel haalbaar zijn , dan luidt de vraag : hoe gaan we dit gestalte geven? Een Landing Platform Dock (LPD) in de Zwarte Zee? Hoe zal dit programma eruit gaan zien? Welke activiteiten en oefeningen zullen aan bod komen? Gaan we de oefening van Cooperation Lion herhalen , of wellicht kleinschalige oefeningen in kleinere stapjes? Hierover zullen we ons moeten beraden, en mede zicht houden op al onze andere commitments . Hierbij zijn een groot aantal factoren van belang , waaronder het verwachtingspatroon dat de landen van elkaar hebben , maar ook de ontwikkelingen in technologie, militaire doctrines etc. _

De vraag is of dit levensvatbaar is, of we op dezelfde golflengte zitten en of de Roemenen gretig genoeg zijn om mee te doen . Het antwoord is ja, de Roemeense top heeft al beaamd hiervoor open te staan: ze willen leren en ze willen relevant worden . Het JASON Magazine · Nummer 2 2009

17


Veiligheid op en vanuit zee, nu en in de toekomst Een verslag van de lezing van de commandant van de uitzendbare operationele staf van de Marine, commandeur Pieter Bindt. Door Bas van Eybergen

Zo concludeert althans commandeur Pieter Bindt naar aanleiding van een essaywedstrijd die georganiseerd werd voorafgaand aan de studiereis 'Met de Koninklijke Marine naar Roemenië'. Uit de essays die geschreven zijn door enkele van de deelnemers aan de studiereis is een aantal misvattingen naar voren gekomen. Commandeur Bindt hecht er veel waarde aan dat de academische toekomst van Nederland weet wat de marine doet en kan . De commandeur heeft door middel van een lezing tijdens de studiereis getracht de misvattingen weg te nemen bij de deelnemers. De drie hoofdtaken van de Nederlandse krijgsmacht zijn te onderscheiden in de bescherming van het (bondgenootschappelijk)grondgebied, de bevordering van de internationale rechtsorde en de ondersteuning van civiele autoriteiten , nationaal en internationaal. De specifieke taken van de marine lopen uiteen van het ondersteunen van de kustwacht tot het leiding geven aan internationale maritieme operaties. In het Caribische gebied is bijvoorbeeld permanent een fregat met een helikopter aanwezig om drugsmokkel te controleren , wat gebeurt in samenwerking met de Verenigde Staten in een Combined Joint Task Force. De commandant

van de marine in het Caribische gebied voert het commando hierover en stuurt vanuit die functie ook de

18

Amerikaanse eenheden aan . Een ander voorbeeld van een belangrijke taak van de marine is het opsporen van niet tot ontploffing gekomen bommen gedurende de Tweede Wereldoorlog in de Noordzee. Dagelijks zijn twee mijnenjagers bezig met het zoeken naar en het gecontroleerd laten ontploffen van explosieven . De kennis die de afgelopen vijftig jaar rond het mijnenjagen is verworven, is dit voorjaar ook gebruikt om de marine van Albanië te ondersteunen . Na de oorlog in de jaren negentig op de Balkan zijn grote voorraden munitie en explosief materiaal gedumpt in de Adriatische zee. De Nederlandse marine heeft de Albanezen geassisteerd bij het opruimen van dit materiaal. Aan deze twee voorbeelden is te zien dat de marine in samenwerking met bondgenoten voortdurend haar expertise uitbreidt en deelt, om veiligheid op en vanuit zee nog breder te kunnen garanderen. Piraterij in de Golf van Aden Op dit moment is de piraterijkwestie in de Golf van Aden en omstreken een zeer actueel probleem . De noodzaak om hier iets aan te doen, is ook bij de Nederlandse overheid doorgedrongen. Momenteel levert Nederland een bijdrage aan de bestrijding van de piraterij, waarbij het Nederlandse fregat Hr. Ms. Zeven Provinciën als onderdeel van een NAVO-missie in de Golf van Aden opereert. Initieel was het de JA$ON Magazine · Jaargang 34

bedoeling dat de NAVO-missie samen met oorlogsschepen van overige NAVOlidstaten een bezoek zou brengen aan Singapore en Australië . Onderweg heeft de NAVO besloten om twee maal, twintig dagen bij te dragen aan het beschermen van koopvaardijschepen in de Golf van Aden. Recentelijk is de inzet tegen piraterij tot eind juni verlengd en volgt vanaf juli een operatie van een jaar. Vanaf 13 december 2008 loopt de eerste maritieme EU-missie. De EU-missie "Atalanta" levert een bijdrage aan de beveiliging van de koopvaardijscheepvaart in de Golf van Aden . Ten oosten van Somaliê met schepen en vliegtuigen van onder andere Frankrijk, Duitsland, Spanje, Zweden, Italië, Griekenland , België, Nederland en niet-lid Noorwegen zal de koopvaardijscheepvaart ook beveiligd worden. Atalanta zal van 13 augustus tot 13 december vanaf de Hr. Ms. Evertsen geleid worden door commandeur Pieter Bindt. Een van de kerndoelen van de missie is het beveiligen van voedseltransporten van het World Food Program. Ruim 3,5 miljoen mensen in de Hoorn van Afrika zijn afhankelijk van deze voedseltransporten , en de Atalantamissie zal ervoor moeten zorgen dat deze transporten op geen enkele wijze in gevaar komen door piraterij. Bindt: "het aantal schepen en vliegtuigen dat de internationale gemeenschap tot nu toe heeft geleverd voor de beveiliging


van koopvaardij- en voedselschepen is

gebied actief). Onder een eenheid wordt

te laag om piraterij uit te ba nne n. Er zijn

ve rstaan een fregat met een helikopter

weliswaar veel kapingen voorkomen sinds de aanwezigheid van maritieme eenheden in de Golf, maar het is duidelijk dat het aantal schepen dat gekaapt is niet significant is gedaald." Bindt maakt daarbij wel de kanttekening dat koopvaardijschepen die de richtlijnen van de EU-missie hebben opgevolgd tot nu toe niet gekaapt zijn. De EU-missie maakt gebruik van een lijst met kwetsbare schepen die door het EU-hoofdkwartier in Northwood, Engeland wordt opgesteld . Schepen kunnen zich melden op een website en moeten daarbij hun lading en de maatregelen die ze hebben genomen tegen piraterij vermelden. Aan de hand van criteria wordt er een kwetsbaarheid score aan die schepen gegeven. Vervolgens wordt er aangegeven wanneer er konvooien in het meest gevaarlijke gebied van de ene naar de andere kant varen. Bij een groep kwetsbare schepen worden dan één of meer oorlogsschepen ingezet. Verder patrouilleren een aantal oorlogsschepen op een aantal specifieke plekken in het piraterijgevoelige gebied. De commandeur is van mening dat de internationale gemeenschap minstens zestig tot honderd extra eenheden moet leveren om het gebied goed te kunnen beveiligen (Nu zijn er ongeveer twintig eenheden op ieder moment in het

en een mariniersteam aan boord . Er is ook grote behoefte aan vliegtuigen die langdurig een stuk zee kunnen overzien . De oplossing ligt volgens de commandeur echter niet op zee; Somalië is een door extreme armoede en geweld geteisterd land dat voor het grootste gedeelte wetteloos en stateloos is. Het land is een broeinest van terrorisme en criminaliteit. Om een duurzame oplossing te creëren moet op het vaste land het gezag worden hersteld en een staat worden gecreëerd die de criminaliteit en het terrorisme aanpakt. Samenhangende aanpak In de toekomst zullen militaire missies in de inzetfase en gereedstellingsfase steeds meer onderdeel zijn van de 30 (Defence, Diplomacy and Deve/opment)benadering . Deze 3D-benadering , oftewel samenhangende aanpak, is in Afghanistan succesvol gebleken. Het probleem was daar echter dat departementen zoals Defensie, Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking in de opstartfase nog niet goed samenwerkten, omdat de verschillende ziens- en werkwijzen te ver uiteen liepen. Door ook in gereedstellingsfase te oefenen met de samenhangende

JASON Magazine ' Nummer 2 2009

aanpak zouden de departementen in de inzetfase beter met elkaar kunnen samenwerken . In Constanta, Roemenië is de samenhangende aanpak in gereedstellingsfase gebruikt. Bindt: "we kunnen in de gereedstellingperiode zodanig gebruik maken van militaire middelen en andere overheidscapaciteiten dat de 'opbrengst' voor de 'BV Nederland' maximaal is. Dit is niet nieuw, wij hebben deze samenhangende aanpak (Comprehensive Approach) niet uitgevonden . Maar wat we wel propageren is, dat we dit ook vaker in de gereedstellingsfase moeten doen . We hebben in Constanta gezien dat terwijl het schip in de haven lag , mariniers met Roemeense militairen en burgerorganisaties aan het trainen waren op de Donau , en dat er op de Hr. Ms. Johan de Witt congressen en recepties werden gefaciliteerd in nauwe samenwerking met de Nederlandse ambassade in Boekarest, Roemeense departementen en AHOY Rotterdam. Een van de congressen ging over het ontwikkelen van de haven van Constanta tot mainport van Oost-Europa, een seminar ging over rampenbestrijding waarin burger- en militaire organisaties nauw samenwerkten en bij een andere gelegenheid stond de ontmoeting tussen diplomaten en industrie van beide landen centraal. In Constanta hebben we wel bewezen dat als je

19


zaken mooi in elkaar past, één plus één drie kan zijn ."

Urbanisatie van de kuststrook Commandeur Bindt en de marine menen dat de taak van de marine in de toekomst alleen maar belangrijker zal worden . Doordat het klimaat verandert, zal de zeespiegel stijgen en zullen er vaker natuurrampen plaatsvinden . Ook blijkt uit onderzoek dat door migratie de laatste decennia over de hele wereld supersteden langs de kust ontstaan . Bovendien zien we dat parallel aan deze urbanisatie van de kustrook het percentage conflicten in de kustrook toeneemt. Momenteel spelen meer dan de helft van alle conflicten zich af binnen een gebied van de kust tot 125 kilometer landinwaarts . "Via de zee kan men zich verplaatsen zonder grenzen te overschrijden, totdat je in de territoriale wateren van een land komt. Zodra je in iemands territorium komt, op land dan wel op zee, heeft dat politieke gevolgen die niet altijd wenselijk zijn. Negentig procent van de handel , maar ook van de militaire logistiek gaat over zee. Verplaatsing over de vrije zee biedt toegang tot de hele wereld en dus tot plaatsen waar in de toekomst meer mensen wonen . Men vraagt zich wel eens af wat nog de meelWaarde is van de marine en of de marine niet afgeschaft zou moeten

20

worden . Gezien de bovenbeschreven ontwikkelingen lijkt dat niet logisch, want de zee zal als transportweg , als plaats van waaruit je een land kan beïnvloeden, als voedselbron en als energiebron alleen maar belangrijker worden. In gedachte nemende dat Nederland afhankelijk is van de handel en pretendeert wereldwijd belangen te hebben , moeten we concluderen dat het objectieve belang van de zee zal toenemen."

Commandeur Bindt benadrukt dat het altijd de doelstelling van de Nederlandse regering is om een 'gepaste bijdrage' te leveren aan vredesoperaties. De Nederlandse regering is van mening dat Nederland als rijk land de verantwoordelijkheid heeft om te helpen bij humanitaire rampen en bij te dragen aan de bevordering van de wereldvrede. Desalniettemin wordt Nederland nog al eens verweten een te kleine bijdrage te leveren . De NAVO-norm is dat lidstaten twee procent van hun nationaal product aan Defensie uitgeven . Nederland komt maar net uit boven de één procent, terwijl de Amerikanen bijvoorbeeld meer dan vier procent van hun nationaal product uitgeven aan defensie. Toch wil Commandeur Bindt benadrukken dat in het totaalbeeld van alle bijdragen , Nederland zeker zijn steentje bijdraagt:

JASON Magazine ' Jaargang 34

"het zou onrecht doen aan de inzet van de Krijgsmacht in Afghanistan, de Balkan, Tsjaad , de Golf van Aden, in het Caribische gebied , de explosievenopruiming op de Noordzee, Oostzee en Middellandse zee, als we het tegendeel zouden beweren ." _


LPD: de Hr. Ms. Johan de Witt Door Edwin van Bostelen

Met loeiende sirenes scheurde de witte Dacia 1310 van de Roemeense 'Politia Militara' ons voorbij. Langzaam baande de colonne van bussen en een vrachtwagen met proviand zich een weg door het drukke verkeer van Constan\a . Een witte handschoen vanuit de bestuurderszijde van de politieauto maande het overige verkeer tot stilstand. Na ruim drie kwartier rijden vanaf het Constan\a International Airport kwamen de eerste havenkranen in zicht , een teken dat de HL Ms. Johan de Witt nabij was. AI gauw vingen we vanaf een heuvelrug de eerste glimp op . Ze lag met haar achterzijde naar de stad afgemeerd , en aan de andere zijde van de kade lag haar oudere 'zus' de Hr. Ms. Rotterdam . De kade was geheel afgeschermd van publiek en werd bewaakt door Roemeense militairen. Staande naast het schip is het eerste dat opvalt de immense afmetingen, haar 176,35 meter lengte, de breedte van 29,20 en haar enorme hoogte van wel enkele tientallen meters. Desalniettemin is haar diepgang voor een schip van deze afmetingen zeer beperkt met slechts 6 meter, waardoor vele wateren voor dit schip begaanbaar zullen zijn . Deze

prachtig onderhouden grijze dame is Neerlands vlagvertoon op zijn best. Nadat wij eenmaal aan boord waren en onszelf hadden 'ingeplugd'

kregen we allen in de hangar een hut toegewezen . De heren sliepen op het F-dek, de dames op het B- en C-dek. Prompt verdwaalden wij allen in de mazen van brede corridors en zware stalen deuren op zoek naar onze hutten. De hutten waren eenvoudig maar degelijk ingericht en boden plaats aan zes personen. De verdere ontdekkingreis van de accommodatie leidde ons langs de 3 dagverblijven van officieren, onderofficieren en korporaals.

JASON Magazine ' Nummer 2 2009

Plaatsen waar wij nog menig avond in het bijzijn van de gezellige bemanning te vinden waren. Duidelijk was al gauw dat er enig onderscheid was tussen het personeel aan boord . Er waren ongeveer 120 mensen aan boord die de belast waren met het dagelijks bedrijf van het schip. Daarnaast waren er mensen van NLMARFOR aan boord die een zeer breed scala aan taken voor Defensie uitvoerden en ook een groep mariniers van het Korps Mariniers die het schip als thuisbasis gebruikten voor hun oefeningen. Bovenin de accommodatie bevindt zich de brug. Het is een sober ingerichte ruimte die vanwege zijn hoge ligging een riant uitzicht biedt op de omgeving. Er is weinig meer aanwezig dan het strikt noodzakelijke voor de navigatie als radars , GPS, gyrokompassen, radiocommunicatieapparatuur, Navtex (telex voor maritieme weerberichten) etc. Vanaf de brug wordt de dieselelektrische voorstuwing van het schip bediend . In de machinekamer van het schip staan een viertal generatoren die gezamenlijk in staat zijn een vermogen van 14.560 kW op te wekken . Dit vermogen wordt overgebracht op twee 360 graden roteerbare elektromotoren die onder het schip bevestigd zijn en waar ook de schroef aan verbonden zit (de zogenoemde 'podded propulsion', kortweg POOs). Deze manier van aandrijven zorgt ervoor dat het grote schip zeer goed wendbaar is . De maximale snelheid van het schip is 19 knopen , ongeveer 35 kilometer per uur. Voor manoeuvreren op lage snelheid beschikt ze ook nog over twee boegschroeven . Ondergelegen is de 'Joint Operations Room' (afgekort: JOR). Dit is het ware zenuwcentrum van het schip. Vanuit deze ruimte worden aHe activiteiten van het schip en daaromheen nauwkeurig in de gaten gehouden . Het commando en toezicht op de militaire operaties wordt van hieruit gevoerd .

21


varende dorp leefbaar te houden. De controlekamer is zeer modern, volledig uitgerust met een computersysteem om continue alle systemen aan boord te kunnen monitoren . Tevens kan vanuit de controlekamer het schip worden geballast (voor het in- en uitdokken van de landingsvaartuigen en ter verbetering van de stabiliteit) en toezicht worden gehouden op de

Op het voordek wuifde de 'dubbele geus' iedereen een warm welkom aan boord. Hier staat een enkele Goalkeeper hoog op zijn voetstuk en een tweetal ankerlieren. De Goalkeeper is een verdedigingswapen tegen de raketaanvallen . Een tweede staat bovenop de achterzijde van de accommodatie opgesteld . Over het hele schip verspreid zijn 10 bevestigingspunten voor mitrailleurs. Voor alle overige verdediging is het schip aangewezen op de eventueel aan boord zijnde helikopters of omliggende fregatten . De hangar van het schip is immens. Het biedt plaats aan vier Gougar of NH-90 helikopters , of eventueel zes waarvan ook de staart ingeklapt kan worden. Het helikopterdek, dat bijna een derde van de lengte bestrijkt is groot genoeg om twee helikopters te gelijk te laten landen of opstijgen. De helikopters kunnen aan boord worden 'bijgetankt' en worden onderhouden. Voor de hangar bevindt zich het hospitaal dat zeer groot is uitgevoerd operatietafels en alles wat men verder van een modern ziekenhuis mag verwachten. Onder de accommodatie bevindt zich de kombuis en de bakkerij met capaciteit voor 3 maaltijden per dag voor ruim 700 personen . Het eten aan boord was uitstekend, met name de woensdagse "blauwe hap". Wij werden gelukkig onthouden van scheepse recepten als 'Tom Okker ballen' (gehaktballen met verende eigenschappen) en kip met vlieguren/gouden speldje en

22

eeuwige soep. Een gemis was slechts de Groninger rijsttafel op maandag en de pannenkoeken met erwtensoep op zaterdag . Het 'Landing Deck' biedt plaats aan enkele tientallen voertuigen die met een uitklapbare zijdeur kunnen worden geladen. Aan de achterzijde van het dek bevindt zich het dok. Door de achterzijde van het schip door middel van het innemen van ballastwater met 4 meter te laten zakken is de De Witt in staat 2 landingsvaartuigen van het type LGU (Landing Graft Utility) via een grote hekdeur te laden en mee te nemen. Met deze landingsvaartuigen kan groot materieel worden verplaatst als vrachtwagens en tanks. De vier kleinere landingsvaartuigen van het type LGVP (Landing Graft Vehicle Personnef) hangen aan de buitenzijde van het schip onder het helideck in davits. Onderin het schip bevindt zich de controlekamer van de machinekamer met aansluitend de machinekamer zelf. De machinekamer is het hart van het schip, hier bevinden zich alle technische systemen aan boord . De voortstuwingsinstallatie, de elektriciteitsdistributie, drinkwatermakers, het ballastsysteem, het vacu端msysteem voor de toiletten, het hydrofoor-systeem voor de verdeling van drinkwater, de boilers voor warm water, compressoren voor de startlucht om motoren te starten , het koelsysteem voor de motoren en de hydrauliek voor de aansturing van de POOs. Kortom alles om dit

JASON Magazine ' Jaargang 34

beladingsconditie. De Hr. Ms. Johan de Wit! is in staat te gaan waar geen enkel ander schip kan gaan. Het schip is volledig uitgerust om op plaatsen waar geen haven en verdere infrastructuur is, toch snel en effectief materieel en goederen aan wal te zetten. Dit maakt haar buiten de militaire taken ook bij uitstek geschikt voor humanitaire hulp. De Johan de Wit! is een modern marineschip dat model staat voor de marine van de toekomst; hightech, breed inzetbaar en multimodaal. Het was dan ook een voorrecht eens een kijkje te mogen nemen in de keuken van het grootste marineschip van Nederland! _


JASON Magazine 路 Nummer 2 2009

23


Zorgenkindje Noord-Korea in uitzichtloze situatie "Het wordt pappen en nat houden" Door Mark Schoon es

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog is het oude Korea verdeeld in twee delen, met het kapitalistische Zuid-Korea naast het communistische Noord-Korea . Als één

van de weinige communistische naties in een overwegend kapitalistische regio na de val van de Sovjet-Unie, is Noord-Korea een uniek geval. De topografische ligging van het land, tussen China, Zuid-Korea en twee zeeën ingedrukt, is volgens Sico van der Meer essentieel. Van der

Meer is verbonden aan het Instituut Clingendael en is expert op het gebied van internationale veiligheid , met in het bijzonder Noord-Korea. "Wanneer Noord-Korea op de plaats van Kyrgyzstan had gelegen was de situatie totaal anders geweest. Dan had waarschijnlijk niemand zich druk gemaakt om de situatie." Noord-Korea staat bekend als onberekenbaar en agressief. Van . der Meer roemt deze strategie: ' "Noord-Korea heeft door de jaren heen een reputatie opgebouwd al s een notoir onbetrouwbaar land ." Die onbetrouwbaarheid is volgens hem een knap staaltje acteerwerk. "Ik zie Kim Jong II als een slimme man , hij doet

24

zeker niet zomaar wat. Het is een hele uitgekiende strategie die Noord-Korea voert", aldus Van der Meer. De onbetrouwbaarheid van NoordKorea komt bijvoorbeeld tot uiting bij het sluiten van verdragen . Zo zette de grondlegger van Noord-Korea , Kim 11sung , in 1985 een handtekening onder het zogeheten non-proliferatieverdrag, waarbij het beloofde niet te zullen streven naar nucleaire wapens. In 2003 zegde zijn zoon het verdrag op en in 2005 verklaarde het regime in Pyongyang in bezit te zijn van De Bom. Na jarenlang getrouw1rek, waarbij Noord-Korea zich bereid toonde tot onderhandelingen , gevolgd door terugtreding uit de gesprekken , lijkt een oplossing verder weg dan ooit. Tot nu toe lijkt de internationale gemeenschap zich geen raad te weten met Noord-Korea. De internationale gemeenschap, bij monde van de VN Veiligheidsraad, heeft het regime scherp veroordeeld en heeft het stringente sancties opgelegd . Volgens van der Meer hebben deze sancties, als gevolg van de toenemende isolatie van het land, vrij weinig invloed op het regime. Ook bondgenoot China sprak Noord-Korea recentelijk streng toe.

JASON Magazine · Jaarg ang 34

Dit gebeurde naar aanleiding van de tweede kernproef die het land enkele tijd geleden uitvoerde. "China wil aan Noord-Korea duidelijk maken dat hun bondgenootschap niet vanzelfsprekend is," Pyongyang vervreemdt zich nu zelfs van zijn bondgenoten en dreigt hiermee het contact met de wereld kwijt te raken . Op de vraag hoe Noord-Korea benaderd dient te worden lopen de antwoorden uiteen. Volgens Van der Meer is het een uitzichtloze situatie. "Een land met zo weinig diplomatieke banden is moeilijk te straffen . Het handelsverkeer met de buitenwereld is, afgezien van de zwarte markt, bijna volledig afgesneden ." Van der Meer meent dat er niets anders op zit dan de uitspattingen van het land oogluikend toe te staan. "Niemand is gebaat bij een gewapend confiiet in dat gebied , ook Noord-Korea niet. Tot een oorlog zal het daarom niet zo snel komen , maar we moeten het land maar een beetje negeren . Het wordt pappen en nat houden ." De opvolging De kleine 'Grote Leide~ staat al ruim 15 jaar aan het hoofd van de kluizenaarsstaat. Aan dat tijdperk kan nu mogelijk een einde komen. De


Artikelen

geruchten dat de Democratische Volksrepubliek Korea een nieuwe leider krijgt worden steeds sterker. Maar zoals bij alles in Noord-Korea is niets zeker. De levensgeschiedenis van Kim Jong 11 wordt omgeven door mysterie. Mede door de geïsoleerde positie van Noord-Korea komt er weinig gestaafde informatie naar buiten . Het land kent maar één persbureau en dit staat volledig onder controle van de staat. Verder wordt er regelmatig door Zuid-Koreaanse media bericht over het buurland, maar ook deze informatie is veelal onbetrouwbaar. Van objectieve informatie is dus geen sprake en de beschikbare informatie blijkt vaak incompleet en tegenstrijdig. Kim Jong 11 volgde in 1994 zijn overleden vader, tevens stichter van Noord-Korea, Kim 11 Sung op als voorzitter van de Nationale Defensiecommissie. Deze commissie heeft de controle over het leger en daarmee de controle over het land. Overigens is Kim Jong 11 niet het officiële staatshoofd van Noord-Korea . Zijn vader heeft de status van 'Eeuwige President' en is daarmee, ondanks zijn dood , verzekerd van een oneindig presidentschap. De status va n zijn overleden vader geeft Kim Jong 11 volgens Koen de Ceuster een ingewikkelde en beperkte bewegingsruimte . De Ceuster is docent Koreaanse Taal en Cultuur aan de Universiteit van Leiden. "Het beeld dat de wereld van Kim Jong 11 heeft is niet altijd correct. Het is niet zo dat hij kan doen en laten wat hij wit. " De impact van zijn vaders ideeên is volgens De Ceuster erg groot. "Hij moet constant in het verleden kijken wanneer hij een

beslissing neemt en kan onmogelijk te veel afwijken van de koers die zijn vader heeft uitgezet." Het feit dat Jong II opperbevelhebber van het leger is geeft hem geen garanties. In een land waar het leger zo'n grote rol van belang speelt, is de mogelijkheid van een staatsgreep nooit ver weg . Inmiddels lijkt het erop dat Kim Jong 11 zijn jongste zoon Jong Un als opvolger naar voren heeft geschoven. Over Jong Un is weinig bekend , behalve dat hij in Zwitserland op een privéschool heeft gezeten en dat hij van zijn broers de meeste overeenkomsten met vaderlief schijnt te hebben. Volgens de The Economist (30 mei - 5 juni 2009) hebben tal van Noord-Koreaanse instituties en ambassades trouw moeten zweren aan Jong Un, en wordt hij steeds meer genoemd in de gebruikelijke patriottische gezangen . De geruchten over de opvolging van Kim Jong II betekenen volgens Koen de Ceuster niet heel veel. "De opvolging zal weinig veranderen aan het beleid van Noord-Korea . Het regime is gebrand op continuïteit en het is voor hen belangrijk dat er zo weinig mogelijk verandert", aldus De Ceuster. Het opvolgingsproces zal wellicht langer duren dan algemeen gedacht. "Een aankondiging voor troonsopvolging is natuurlijk een eerste stap in een lang proces waarin de opvolger wordt klaargestoomd voor de overname. Tijdens die opleiding zal de Koreaanse overheid een mythe rond de opvolger creëren . Zo'n dergelijke mythe is nodig om een draagvlak te creëren voor de machtsoverdracht. Tussen de bekendmaking van Kim Jong

II als opvolger en zijn daadwerkelijke aanstelling zat destijds een tijdsspanne van twintig jaar. Een dergelijke periode is volgens De Ceuster nu weer denkbaar. Volgens van der Meer bestaat er een duidelijke relatie tussen de recente raketlanceringen en de beoogde opvolging . "In het verleden deed NoordKorea dit soort dingen om concessies af te dwingen bij onderhandelingen . Nu zijn er echter helemaal geen onderhandelingen gaande." Van der Meer vermoedt dat er andere motieven zijn voor het spierballenvertoon van Noord-Korea . "Het kan eigenlijk geen ander doel dienen dan een intern doel. Kim Jong 11 wil waarschijnlijk laten zien aan het volk dat zijn fami lie goed in staat is het volk te beschermen". De geruchten dat Kim Jong II binnenkort zijn ambt opgeeft hangt samen met zijn slechte gezondheidstoestand, ondanks dat het regime blijft volhouden dat hun leider kerngezond is. Volgens de Zuid-Koreaanse media balanceerde Jong 11 in september vorig jaar op het randje van de dood . De Grote Leider was getroffen door een beroerte en zou bovendien lijden aan hartproblemen. De geruchten kwamen destijds op gang toen Kim Jong 11 niet aanwezig was bij de viering van de zestigste verjaardag van Noord-Korea . Mocht het ooit zover komen dat de westers opgeleide Jong Un het stokje van zijn vader overneemt, dan is het sterk de vraag of de betrekkingen met de buitenwereld zullen verbeteren. _

ft

JASON Magazine ' Nummer 2 2009

25


Boekrecensie: Luuk van Middelaar - De passage naar Europa. De Geschiedenis van een begin Door Eisa Schrier

Een boek over Europa. Na de verkiezingen voor het Europees Parlement is de aandacht voor Europa inmiddels weer geruisloos naar de achtergrond verdwenen . Europa lijkt een spel zonder publiek. Pogingen om dit publiek erbij te betrekken willen maar niet slagen . Zelfs het organiseren van verkiezingen kan er niet voor zorgen dat de Europese bevolking blijvend haar aandacht bij het project kan houden. Daarmee is het politieke spel van Europa als een voetbalwedstrijd zonder publiek . En hoe verwonderlijk is dat als in Europa veilig de bal telkens weer veilig wordt teruggespeeld op de keeper?

26

De opkomst bij de afgelopen verkiezingen voor het Europees Parlement was Europa breed weer lager dan voorafgaande keren. Waarbij de eerste verkiezingen van het Europees Parlement in 1979 ruim 60% van de Europese kiezer naar de stembus toog, bleef dertig jaar later de teller staan op 43% van de ruim 375 miljoen stemgerechtigden Luuk van Middelaar weet waarom de betrokkenheid van de Europese burger bij het Europese project zo gering is. Het ontbeert Europa aan gevoel van gezamenlijkheid en politiek drama.

begin. Als filosoof en historicus stelt Van Middelaar de wezenlijke vragen die het onvoltooide project van Europa oproepen: vragen van invloed , macht en applaus. Allereerst onderscheidt Van Middelaar in de verwarrende woordenstroom over Europese politiek drie 'grondvertogen'. Dit zijn het Europa van de staten , het Europa van de burgers en het Europa

De filosoof, historicus en columnist van NRC Handelsblad Luuk van Middelaar (1973), promoveerde 13 mei jl. op zijn dissertatie De passage naar Europa. Hierin beschrijft hij het ontstaan en de ontwikkeling van de Europese samenwerking tot vandaag de dag . Zijn dissertatie is geen chronologische vertelling van het verloop van de belangrijkste gebeurtenissen in het proces van de Europese integratie. Het verhaal van Europa is nog niet af, het is slechts de geschiedenis van een

Het eerste vertoog van het Europa van Staten zegt dat Europese politiek het meest gediend is met samenwerking tussen nationale regeringen. Het tweede vertoog van het Europa van de Burgers levert een andere taal. Het wil de bevoegdheden bij de nationale uitvoerende, wetgevende en rechtsprekende macht weghalen en deze overdragen aan Europese instellingen . Het Europa van de kantoren praat over de overdracht van concrete overheidsfuncties aan een

van de kantoren . Elk van deze drie

vertogen heeft zijn eigen favoriete Europese instelling (en), zijn eigen politieke stijl en zijn eigen universitaire thuisbasis.

JASON Magazine * Jaargang 34

Europese bureaucratie. De politieke strijd uit naam van de Europese staten, burgers en kantoren brengt steeds nieuwe machtsverhoudingen , nieuwe constellaties en nieuwe woorden . Deze vertogen worden in de integratietheorieĂŤn geschaard onder confederalisme, federalisme en functionalisme. Van Middelaar kiest niet voor de behandeling van een theorie die het beste past bij een analyse van de EU , maar beschrijft dat de wisselingen in het lot van de Europese politiek na 1950 bepaalden welk vertoog het aantrekkelijkste verhaal bood. Daarbij onderscheidt Van Middelaar drie sferen van Europa waardoor de vertogen tot leven komen. Ten eerste is er de buitensfeer die bestaat uit het voltallige gezelschap van soevereine staten op het Europese continent. Beweging in deze sfeer komt hier uit het najagen van eigenbelang door staten. Ten tweede is er de binnensfeer dat het product is van de stichtingakte van de Europese Gemeenschap. Haar interne bewegingsprincipe is een


Boekrecensie

idee van de toekomst, het 'Europese project'. Ten derde onderscheidt van Middelaar een tussen sfeer die tussen de gemeenschap en de staten ontstond. Deze tussenwereld bleef lang ongezien en is niet goed in juridische termen te vatten . De tussensfeer is de sfeer van de lidstaten . Beweging ontstaat hier net zoals in de buitensfeer door het najagen van het nationaal belang , maar eveneens uit het groeiend besef van gezamenlijk belang .

Oe binnen- en de buitensfeer worden vaak tegenover elkaar geplaatst. Daarbij heeft de binnenwereld de neiging allerlei bevoegdheden op te eisen , terwijl de buitensfeer huiverig is om delen van de soevereiniteit af te staan . Oe erkenning van een sfeer daartussen maakt het proces van de Europese integratie juist zo interessant. Deze sfeer kan de historische krachten van de buitenwereld verbinden met de kwaliteiten van de binnenwereld . Dit is tussen sfeer die door Van Middelaar wordt vergeleken met het vagevuur, dat zich in de Middeleeuwen innestelde tussen hel en paradijs. Volgens Van

Middelaar hebben de drie sferen in de Europese politieke hier qua beleving wel iets van weg . De hel is geopolitieke buitensfeer van oorlog en geweld, de hemel is de beloftevolle binnensfeer en de het Vagevuur vormt de onverwachte schepping van de Europese politiek, de tussensfeer van de lidstaten. Dit perspectief op het Europese project wordt meegenomen in het verhaal van Europa , dat wordt gevat in de boekdelen die de titels 'het geheim van de tafel ' en de 'lotswisselingen' dragen. De interactie tussen de sferen wordt op verschillende manieren ge誰llustreerd . De kredietcrisis is een van vele wijzen waarop duidelijk wordt dat de binnensfeer niet geschikt is om op gebeurtenissen in de buitenwereld te reageren . De Europese Commissie werd in dit geval becommentarieerd omdat zij geen initiatief nam . De praktijk van de crisis was echter niet in te passen binnen de kaders van de bevoegdheden van de Commissie. De Franse president Sarkozy, op dat moment de voorzitter van de Europese Raad , nam daarom het heft in handen .

JASO N Magazine ' Nummer 2 2009

Hij riep in oktober 2008 enkele van zijn collega 's bijeen om de crisis te bezweren . Het selecte gezelschap uit de buitenwereld bestond uit de Duitse Bondskanselier Merkel , de Britse premier Brown, en de Italiaanse premier Berlusconi. De Binnensfeer nam eveneens deel aan dit overleg. Drie vertegenwoordigers van Europese instellingen namen plaats aan tafel : namelijk Commissievoorzitter Barrosso, Centrale bankier Trichet en Voorzitter van de Ministers van eurolanden Juncker. De tussen sfeer werd subtiel zichtbaar tijdens de afsluitende persconferentie. De vier regeringsleiders zaten achter een nationaal plus Europees vlaggetje, de laatste drie alleen achter een Europees vlaggetje. Deze subtiliteit is moeilijk vatbaar voor de Europese burger. Deze kan niet goed begrijpen dat nationale politici een Europese rol spelen. Ze spreken namens Europa maar ook namens hun eigen land . Dit maakt de tussen sfeer moeilijk vatbaar, maar door de dubbele pet is juist de functie van deze sfeer van het grootste belang in de passage naar Europa.

27


Van Middelaar staat in de eerste twee delen van zijn boek stil bij de talloze passagemomenten die hebben plaatsgevonden in de wording van Europa . Dit zijn kleine en grote passagemomenten zoals het Van Gend&Loos- arrest uit 1963 en de Lege stoel-crisis van 1965. Na de Val van de Muur volgen de passage momenten zich steeds sneller op. Het Verenigd Duitsland moest worden opgenomen in de Europese Unie, en na het Verdrag van Maastrichl werd Europa gedwongen om zich verder te ontwikkelen door nieuwe uitdagingen die zich voordeden (zoals de oostelijke uitbreiding). Nieuwe verdragen leverden left overs op die in een volgend Verdrag moeten worden opgelost. De passage momenten komen voort uit de situatie waarin de Unie zich verkeert. Zo vormt 11 september een belangrijke spiegel voor Europa. Versplintering van het Europese continent was in het licht van de nieuwe veiligheidsdreigingen geen optie meer toen de Amerikaanse veiligheidparaplu ineens lek bleek te zijn. Europa kon echter de crisissituatie niet goed aan . De Belgische premier Guy Verhofstadt in zijn rol van roulerend Raadsvoorzilter moest op persconferenties meermaals toegeven dat hij president Bush nog niet aan de telefoon had gekregen . De medewerkers van het Witte Huis

die hem moesten doorverbinden wisten niet wie de Belg was . Van Middelaar omschrijft in zijn boek zo een veelvoud van verhalen rondom de passagemomenten van Europa. Daarbij roemt hij veelal de betrokken politici voor hun tact en wijst hij de lezer op de vernuftigheden van de Europese verdragsteksten . Het derde en laatst deel van het boek voert de zoektocht naar het publiek. Europa heeft grote moeite om de Europese bevolking bij haar project te betrekken . Politici kunnen maar geen brug slaan naar het Europese publiek. De Europese lidstaten hebben sinds 1950 verschillende publieksstrategieën ingezet om hun bevolkingen bij de Europese Gemeenschap te betrekken . Er werden verkiezingen georganiseerd , subsidies ingesteld en prijzen ingesteld, er kwamen een vlag en volkslied, er werd nagedacht over helden, over het

28

bieden van bescherming aan burgers en nog veel meer. Dit is echter niet het hele verhaal. Parallel aan de zoektocht naar Europees publiek wilden de nationale lidstaten voorkomen hun eigen nationale publiek te verliezen. De zoektocht naar een Europees publiek wordt door Van Middelaar uiteengetrokken over de Duitse, Romeinse en Griekse sfeer. Dit zijn de strategieên van 'ons volk', 'in ons voordeel' en 'onze zaak'. De Duitse sfeer kent elementen die gelijkenis vertonen met het nationalisme dat ontstond in de Duitse Romantiek. Het is de strategie van de gezamenlijke Europese identiteit. Van Middelaars beschrijving van de discussie over

JASON Magazine · Jaargang 34

invulling van de beide zijdes van de eurobiljetten brengt enige hilariteit met zich mee net zoals de introductie van de Europese vlag. De blauwe achtergrond met de twaalf gele sterren is officieel namelijk geen vlag , maar slechts een logo. Dit logo kan op allerlei zaken kan worden afgedrukt, zo ook op een vlaggendoek. De Romeinse strategie handelt hoofdzakelijk over de bescherming , vrijheid en de voordelen die Europa de burger kan opleveren. De voordelen voor de burger varièren van steun aan arme regio's tot het bieden van de mogelijkheid om in andere lidstaten te wonen , werken en studeren . Deze strategie resulteerde echter in een averechts publiek geluid , waarbij vooral de nadruk op


Maar er is geen overwinning in het politieke spel van Europa. Europa lijkt daarmee meer te gaan over de spelregels dan over het politieke spel zelf. Dat boeit niet. Wat het publiek wel kan boeien zijn de nationale politici. De nationale spelers maken in de tussensfeer de dienst uit. In laatste instantie wordt de Europese politiek dan ook gedragen door het veelvoudige nationale publiek. Pas wanneer behalve de spelers ook de leden van het koor hun individuele dubbelrol beseffen, kan een passage naar Europa worden voltooid. Van Middelaar wilde aanvankelijk onderzoek doen naar de rol van pensioenfondsen in Europa. Begin 2001 had hij in Brussel een oriênterend gesprek met eurocommissaris Frils Bolkestein . Uiteindelijke leidde dit ertoe dat hij van 2002 tot 2004 een van diens persoonlijke medewerkers werd . Toevalligerwijs viel zijn eerste werkdag viel samen met het begin van de Europese Conventie, die onder leiding van de voormalige Franse president Valéry Giscard d'Estaing het ontwerp voor de Europese grondwet opstelde. Zo bepaalde het lot dat Van Middelaar kon worden gevangen door de Europese sferen , die uiteindelijk hebben geleid tot een briljante uiteenzetting van de essenties van het Europese project. •

de nadelen van deze mogelijkheden kwam te liggen. Zo had Brusselse beleid er bijvoorbeeld toe geleid dat de Poolse bouwvakkers ervan werden beschuldigd 'onze banen' af te pakken . De Griekse laatste strategie is gebaseerd op datgene dat het moeilijkst is te verwezenlijken. Het is datgene waarin het publiek zichzelf in moet ontdekken. Het publiek moet beseffen dat het een zaak is waarvan men denkt 'dit gaat ons aan'. Deze strategie moet haar waarde nog bewijzen . Ondanks de drie grote publieksstrategieên van de Europese politiek blijft het publiek aarzelen. Het wantrouwt Brussel als een zichzelf

aandrijvende machine, die vertrouwde politieke vormen maltraiteert. Het zal pas geboeid raken wanneer het Europa zoekt als gezamenlijk antwoord op een grote geschiedenis. De Europese parlementsverkiezingen hebben nogmaals bevestigd dat het hebben van een parlement niet vanzelf leidt tot een sterkere band tussen publiek en politiek. Dit komt mede doordat de Europese politiek consensusgericht is. Ideologische en politieke breuklijnen tussen links en rechts, arm en rijk , tussen noord en zuid worden weggedempt in de techniek en in het

compromis. Alleen als er wordt gestreden om winst of verlies wordt het publiek als een meelevend koor het spel ingezogen .

JASON Magazine · Nummer 2 2009

29


Column

Defeat Door Leon Wecke De Tamil Tijgers zijn vernietigd. In drie jaar tijd was de klus geklaard. Aan een dertigjarige burgeroorlog is met de inzet van doeltreffende militaire middelen een eind gemaakt. Het bewijs lijkt geleverd: met militaire middelen kan aan een guerrillaoorlog, op relatief korte termijn , wel degelijk een succesvol einde gemaakt worden. De surge in Irak had in dezen al voorspellende waarde. Het beeld van de optimale militaire overwinning als primaire bouwsteen voor duurzame vrede gaat de wereld over. Waarom nog soft gehannes met de drie D's va n Dip/omacy, Defence en Deve/opmenl? Eerst en voor alles een militaire overwinning, een vernietigen van de vijand , en daarna is het aan de overwinnaar om te bepalen wat er te gebeuren staat. Hoe kon het met die zo sterke, goed georganiseerde Tamil Tijgers zover komen? De Tamil Tijgers hadden alle reden om vertrouwen in de toekomst te hebben . Ze hadden hun macht uitgebreid tot bijna een derde van het Sri Lankaanse grondgebied, ze waren goed georganiseerd, hadden voldoende voorraden en zware wapens , een begin van een vloot en van een luchtmacht. Er was veel steun van buiten en commerciêle activiteiten zorgden tevens deels voor financiële dekking . Maar ook hadden zij sinds 2004 een scheuring in hun gelederen, toen kolonel Carona zich afscheidde, en ve rslechterde hun beeld in de wereld als gevolg van het 'afwijzen va n vredesbesprekingen '. De Sri Lankaanse krijgsmacht was in een paar jaar verdubbeld in mankracht van 80.000 tot 160.000 man. De regering was vastbesloten een eind te maken aan de oorlog en mandateerde de krijgsmacht om zulks te verwezenlijken. Moderne vliegtuigen , kanonnen en raketten kwamen ter beschikking . Bij dat alles bleek dat de Tijgers niet of onvoldoende kennis hadden van de plannen , strategie en tactiek van hun tegenstander. Hun kleine vloot werd praktisch vernietigd en mogendheden als India en de VS stonden positief ten aanzien van de harde aanpak, toen hen duidelijk was geworden dat de Tijgers 'niets' van vredesbesprekingen wilden weten . Geen effectieve politieke en of militaire steun van buiten, een gebied dat zijn begrenzing heeft en

waarin niet naar believen kan worden teruggetrokken, een in veel opzichten overmachtige vijand werd de Tijgers fataal. De vraag is uiteraard wel of het zwijgen van de wapens ook vrede inhoudt, als onder vrede meer verstaan wordt dan de afwezigheid van oorlog , maar een gelijkberechtiging van de Tamils in woord en daad . Beelden van de werkelijkheid zijn vaak belangrijker dan de werkelijkheid, de feitelijkheid of de waarheid zelve. Beelden van de werkelijkheid zijn immers gedragsrelevant. En het is daarom te hopen dat het beeld van het effectieve militaire middel als het gaat om het oplossen van conflicten met de nodige relativeringen omgeven blijft. De vraag is of dat ook in werkelijkheid zo is of zal blijven. President Obama lijkt daar wel van doordrongen. Alhoewel , hij is doende zijn voornemen te realiseren met betrekking tot een substantiële vermeerdering van Amerikaanse troepen in Afghanistan . Het lijkt er op dat hij deels de drie D'sbenadering in acht zal nemen . Maar toch is het de vraag hoe diplomatiek en hoe bekwaam in ontwikkelingswerk de gemiddelde Amerikaanse soldaat zal zijn . Natuurlijk zullen grote aantallen 'contractors' van diverse aard aan de grootschalige actie meedoen . Maar enige argwaan is wel op zijn plaats. Afghanistan is geen Sri Lanka en de Taliban en resten AI Qaida zijn niet identiek met de Tamil Tijgers. Een probleem is ook 'AFPAK', de relatie Afghanistan-Pakistan en omgekeerd, waar het de steun aan de Taliban en andere strijders betreft. Het probleem Afghanistan kan niet los gezien worden van het andere - wellicht grotereprobleem Pakistan. Maar Pakistan zal in geografische zin blijven liggen waar het nu ligt. En er is geen aardbeving te bedenken op grond waarvan in de toekomst Pakistan niet meer aan Afghanistan zal grenzen . Waarschijnlijk is dat hard militair optreden juist tot meer tegenstand leidt en dat het, meer dan nu al het geval is, een deel van het op te lossen probleem zal uitmaken . Overigens, conflictprocessen zijn uniek. De oorzaken ervan zijn verschillend naar aard en intensiteit, en ook de wegen naar een regeling en uiteindelijke oplossing zijn niet JASON Magazine · Jaargang 34

identiek. Hetgeen niet wegneemt dat in veel gevallen de grondoorzaken van economische en/of politieke aard zijn. Dat wil zeggen dat het veelal gaat om uitbuiting en achterstelling, welke via collectieve fru straties naar geweld leiden dat vaak langs de breuklijnen van etniciteit, religie , gemeenschappelijke taal of geschiedenis gestalte krijgt. Een overgewaardeerde D van Defensie zal niet - tenzij de vijand letterlijk vernietigd is - tot een oplossing van een conflict leiden en zelfs niet tot een op vrede gerichte regeling . Daarvoor zijn inderdaad de twee andere D's va n het eerder genoemde drietal nodig. Het verloop van de conflictprocessen in de wereld geven stof tot bezinning en lering. Of we uit de militaire overwinning van de Srilankaanse regering de les moeten trekken dat in gevallen van guerillaoorlog met militaire overmacht een oplossing bereikbaar is, lijkt mij onterecht. Slechts in zeer bepaalde gevallen kan een militaire actie tot het zwijgen van de wapens leiden, maar dan is het de vraag of daarna de maatschappelijke en politieke voorwaarden geschapen kunnen worden, waardoor de grondoorzaken van de strijd daadwerkelijk geëlimineerd worden. Bij een Alleingang van de defensie-D, staat de 0 vrijwel zeker voor een uiteindelijke 'Defeaf . _


Wat is stichting JASON? Stichting JASON is in 1975 opgericht door een aantal jongeren om te voorzien in een duidelijke behoefte aan evenwichtige informatie over internationale vraagstukken. De afkorting JASON staat voor Jong Atlantisch Samenwerkings Orgaan Nederland. In de beginjaren van JASON lag het accent vooral op vredes- en veiligheidsvraagstukken binnen de transatlantische betrekkingen. Gaandeweg verbreedde JASON , mede in aansluiting op internationale gebeurtenissen, haar aandachtsveld tot het gehele spectrum van internationale betrekkingen. JASON is daarbij niet gebonden aan enige politieke partij en heeft geen levensbeschouwelijke grondslag .

JASON informeert op twee manieren. Ten eerste door de uitgifte van dit Magazine, dat eens per kwartaal verschijnt en gratis beschikbaar is voor geïnteresseerden. In elk nummer wordt getracht een gevarieerd overzicht te geven van relevante en actuele onderwerpen binnen het brede spectrum van de internationale veiligheidskwesties. Ten tweede informeert JASON door het organiseren van tal van activiteiten, zoals conferenties , debatten , lezingen, simulatiespelen en excursies. Stichting JASON heeft geen leden, het magazine is gratis verkrijgbaar voor iedereen en alle geïnteresseerden zijn van harte welkom om aan onze activiteiten deel te nemen.

Oproepen Word gratis abonneel Het JASON-magazine is gratis verkrijgbaar voor studenten en andere geïnteresseerden. Het magazine verschijnt eens per kwartaal en wordt mede mogelijk gemaakt door het ministerie van Buitenlandse Zaken . Op de hoogte blijven? Stichting JASON brengt tweewekelijks een nieuwsbrief uit. Via de website is het mogelijk je hiervoor aan te melden. Actief worden voor JASON? Ben jij geïnteresseerd in het internationale veiligheidsvraagstuk en zou je hier graag werkzaam in worden? Begin dan je carrière bij Stichting Jason! De werkzaamheden zijn prima te combineren met jouw studie en bijbaan. Bovendien zijn er mogelijkheden om veel ervaring en contacten op te doen in het werkveld van de internationale betrekkingen vanwege de samenwerking met huidige en toekomstige beleidsmakers. JASON is op zoek naar nieuwe leden voor de redactie en de activiteitencommissie. Neem voor meer informatie contact op met de voorzitter@stichtingjason .nl Adverteren? Voor bedrijven en andere organisaties is het mogelijk om te adverteren in het magazine, op onze website of gedurende onze activiteiten. Via Stichting JASON is het mogelijk om zowel de specifieke doelgroep te bereiken van studenten die geïnteresseerd zijn in internationale politieke vraagstukken , alsook een interdisciplinaire doelgroep van studenten , professionals en overige geïnteresseerden. Neem voor meer informatie of een vrijblijvende offerte contact op met fondsenwerving@stichtingjason .nl

JASON Magazine ' Nummer 2 2009

31


Profile for Stichting Jason

Jason magazine (2009), jaargang 34 nummer 2  

Jason magazine (2009), jaargang 34 nummer 2  

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded