Jason magazine (1997), jaargang 22 nummer 1

Page 1

MAGAZINE VOOR INTERNATIONALE VRAAGSTUKKEN JAARGANG 22 , NUMMER 1, FEBRUARI 1997

~i~

Orgaan van Stichting JASON in samenwerking met SIB Nederland, Studentenvereniging voor Internationale Betrekkingen


JASON MAGAZINE

INHOUD

Redactie drs M. eras, hoofdredacteur drs M. den Hartog drs H van leeuv.'e mevr drs M. Meekets drs R Sandee drs R Smeets drs C, Widdershoven Redactie-adres JASON MagazIne Studiecentrum voor Vredesvraagstukken Postbus 9108 6500 HK NIjmegen telefoon 024 - 3 615 687 fax 024 - 3 611 839

STICHTING JASON

Dagelijks Bestuur VoofZltler VICe-voorZItter Secretans Penningmeester: IntemalJonaai Secretans Fondswerver Public Rela\Jons Algemene Zaken SIB·Nederland

E. Scheenstra

L van Etrennk mevr H Camere J Koslerbok mevr M de Jong

E. Deetman M van de Gel)n

1

Van de voorzitter

Raad van Advies prof,dr E. Dekker. VOOfZItter F de Bakker prof.dr J Th.J van den Berg prof.dr H de Haan prof.drs V Halberstadt drs GJJM Hayen CC. van den Heuvel HAM Hoefnagels mr J.G.N de Hoop Scheffer drs RW Meines RD. Praamng drs WKN Schmelzer mevr drs l. Sprangers prof.dr A van Staden drs l Wecke

2

Wecke's Wereld Gelijk

3

Op weg naar een totaal Kernstopverdrag J. Ramaker

8

Zonder aanzien des persoons S.E. Wilde vuur

mevr M Bessem mevr I Renslnk

Algemeen Bestuur drs LJ . Bal mevr, drs E.J Bense mevr drs K. HUS!ln)! drs JA de Korung, MPhil drs HJ laseur A.W.l van der lee drs FJ J Pnncen drs 0 Pnns drs J Tomesen mevr drs M. S.. Ohl8n Ho drs E. van Uum

Prefatie

13

Wit-Rusland : probleemgeval in het Oosten R. Sandee

16

Soedan: roepende in de woestijn? C.J.C.G. Widdershoven

20 22 25

Boeken

SIB-Nederland

Artikelen JASON Magazine

Adres SUchbng JASON laan van Meerdel'VOOl1 96 2517 AR 's·Gravenhage telefoon 070 - 3 605 658 fax 070 - 3 633 285 JASON ContactpersOllen Amsterdam Pe:er Theunlsz Groningen Juha Doets

Maarten--Jan Elsma leiden Maastricht Nijmegen Rotterdam: Utrecht

Knsta KUIpers Erik-Jan Gons Mark Schipper Sandra Genet

(020·6254 795) (050·3 126 466) (OSO·3 129 252) (071 ·5 125 100) (043 - 3 252161) (010 - 4144601)

(030·2512061)

De Stichting JASON noch de redactie van JASON Magazme is verantwoordelijk voor de In de artikelen weergegeven meningen Abonnementen worden automatisch verlengd, tenzij een sdlflfleh)ke opzegging voor de eerste december is ontvangen

lay-out

J.M Kok Drukken) Drukkerij lakerveld B V

Folo voorpagina: ondergrondse Amerikaanse kernproef, Nevadawoeslijn (1970)


PREFATIE De totstandkoming en de betekenis van het Kernstopverdrag , het verlenen van medische hulp in gebieden waar niet altijd even beschaafd met mensenrechten wordt omgegaan , de politieke ontwikkeling in een land met vele problemen en humanitaire misstanden binnen zijn grenzen en gelegen in een regio met voortdurende conflictsituaties, zijn aangelegenheden welke binnen de internationale politiek constant onderwerp van gesprek zijn. De redactie van JASON Magazine tracht U, overeenkomstig de doelstellingen van de Stichting , met deze uitgave dan ook meer inzicht te verschaffen betreffende actuele internationale vraagstukken (Red.)

VAN DE VOORZITTER Geachte lezer, Hoewel Stichting JASON een nog betrekkelijk jonge organisatie is mag zij zich , samen met JASON Magazine , actief deelgenoot noemen van de talloze gebeurtenissen die hebben plaats gevonden sinds haar oprichting in 1975. Deze oprichting die toentertijd het resultaat was van een grote behoefte aan informatie onder jongeren en academici, blijkt heden ten dage, hoewel levend in een totaal andere wereld , nog steeds zeer sterk. Waren het in die jaren nog de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten die de politieke agenda grotendeels samen bepaalden, nu zijn er talloze andere spelers op het politieke krachtenveld die meebeslissen over grote vraagstukken als economie , defensie en milieu. Het is nu zelfs zo dat relatief jonge organisaties als de Noordatlantische Verdragsorganisatie en de Europese Unie met hun samenwerkingsplannen het vroeger onaantastbaar geachte Rusland tot een defensieve houding hebben gedwongen. In de ogen van de Russische partijtop waarschijnlijk de beste manier om tot een compromis te komen . Met name deze versnippering van de machtscentra leiden tot vele vragen bij jongeren die interesse hebben in internationale betrekkingen en onderstrepen mijns inziens het bestaansrecht van een stichting als JASON. Niet alleen de politieke grootmachten en de ontwikkelingen hierin zijn interessant om te volgen , ook de gebeurtenissen die hier allen het gevolg van zijn, zijn de moeite van het volgen waard . Zo kijkt JASON al sinds enige tijd met grote belangstelling naar de uitbreiding van de Europese Unie en de gevolgen van de aanstaande Europese Monetaire Unie alsmede de Europese Politieke Unie. De aanpassingen die worden verwacht van de lidstaten alsmede de landen die ook willen participeren in de Unie liegen er niet om en leiden zichtbaar tot problemen en waar nodig noodgrepen. Het leek JASON buitengewoon interessant om, nu de discussie over de integratie ook in Nederland steeds heftiger wordt, mede vanwege het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie, aandacht te schenken aan het streven naar eenwording . Dit zal gebeuren door middel van een Seminar met als titel Europese integratie, boemel of sneltrein waarin studenten uit vierenveertig Europese landen gedurende een week met elkaar van gedachte zullen wisselen . Tevens worden zij samen met de lezers van JASON Magazine en andere belangstellenden in de gelegenheid gesteld met toonaangevende sprekers de huidige gebeurtenissen te bespreken . Ik wil alle ge誰nteresseerden dan ook van harte aansporen dit congres op 17 april aanstaande in Amsterdam, te bezoeken. Een ander onderwerp waar JASON dit jaar haar aandacht aan zal schenken is de positie van Turkije ten opzichte van de zich uitbreidende organisaties als de Europese Unie en de NAVO. De actuele problemen rond Turkije vragen, ons inziens, om een heldere discussie die middels de bekende JASON Magazine-themapublicatie gestalte zal krijgen . U ziet het, de vele verschuivingen op het vlak van de internationale betrekkingen geven het bestuur van JASON vele uitdagingen die wij maar wat graag aangaan . Ik hoop dat wij een steentje kunnen bijdragen aan de beantwoording van de vele vragen die er leven onder U, de lezer en bij ons . In ieder geval wens ik U namens het bestuur, veel leesgenot bij de eerste editie van JASON Magazine van dit jaar.

E. S. Th. Scheenstra, voorzitter Dagelijks Bestuur van de Stichting JASON Jason Magazine nr.1, februari 1997


WECKEIS WERELD Gelijk Toch heeft hij gelijk. Althans meer gelijk dan ongelijk. En het is moeilijk dat te erkennen , tenminste voor uw columnist, om WO-fractieleider Bolkestein ĂŠĂŠn keer gelijk te geven. En dat is des te moeilijker wanneer de rest van Nederland , plus een belangrijk deel van zijn eigen aanhang , over hem heen valt. Waar gaat het over? Niet over zijn laatste afwijkende visie inzake de Europese Monetaire Unie, maar over de onwenselijkheid van de uitbreiding van de NAVO. Hij gaat daarmee in tegen het beleid van de regering en , tot dusverre ook, het standpunt van de eigen partij . Het argument dat Nederland, de NAVO en de Verenigde Staten al een standpunt hebben ingenomen acht Bolkestein kennelijk niet ter zake. Ook het feit dat een aantal , met name Oosteuropese, landen zo graag lid wil worden is voor hem geen argument. Nu is het dat voor mij ook niet. Werklozen willen ook graag werk , maar dat wil nog niet zeggen dat ze dat dan ook krijgen . Ook als iets besloten is, maar het een onjuist besluit blijkt te zijn, kun je alsnog beter ten halve keren dan ten hele dwalen . Ik zie wel wat in zijn argument dat de uitbreiding van de NAVO de stabiliteit van Europa schaadt. Waarom zou een in de ogen van Rusland militair en vijandelijk pact naar haar grenzen opschuiven? Ook als de NAVO zegt de vreedzaamheid zelve te zijn , dan nog kunnen de Russen volstrekt ter goeder trouw menen dat zulks niet het geval is. Het gaat uiteindelijk, ook in de politiek, niet alleen om de werkelijkheid , maar vooral om dat wat men als werkelijkheid ervaart. En de Russen , in onze ogen ten onrechte, ervaren de NAVO nog steeds als een bedreiging . De NAVO is immers ooit opgericht om , met de woorden van de eerste secretaris-generaal Lord Ismay te spreken , to keep the Russians out, the Germans down and the Americans in ; om de Russen erbuiten te houden, de Duitsers eronder en de Amerikanen erbij te betrekken . Nu de Sovjet-Unie niet meer bestaat, het herenigd Duitsland een democratisch land is en de Amerikanen op alle mogelijke en ook onmogelijke manieren bij Europa betrokken zijn , is er eigenlijk geen missie meer voor die NAVO weggelegd . Na de val van de Berlijnse Muur werd het bondgenootschap dan ook een oplossing op zoek naar een probleem . Gelukkig voor de NAVO bleek die organisatie nog wel goed bruikbaar in het kader van vredesoperaties , maar als militaire verdediging tegen Rusland heeft het geen zin meer. Vijfentwintig jaar studie van vijandbeelden heeft mij geleerd dat bepaalde opvattingen over vijandschap, ook als daar geen enkele reden voor is, uiteindelijk kwalijke gevolgen kunnen hebben. Het latente vijandbeeld dat Rusland nu eenmaal van de NAVO heeft, dient dan ook niet nodeloos gereanimeerd te worden . Laat die Oosteuropese landen maar eerst lid van de Europese Unie worden , daarna komt op een bepaald moment dat NAVO-lidmaatschap vanzelf wel. Een vernedering van Rusland door de NAVO oostwaarts uit te breiden , is overbodig , ongewenst en ook gevaarlijk. Daarmee wordt bepaalde krachten in Rusland een rechtvaardigingsmiddel in de hand gedrukt om , zodra zulks maar even kan, hun veiligheid vooral in bewapening en een op verdediging tegen het Westen gerichte krijgsmacht te zoeken . Veiligheid voor Rusland en voor heel Europa kan men maar beter niet met militaire, maar met economische en politieke middelen bewerkstelligen . Veertig jaar van Koude Oorlog zou ons dat althans hebben moeten leren.

2

Jason Magazine nr.1, februari 1997


OP WEG NAAR EEN TOTAAL KERNSTOPVERDRAG J. Ramaker De onderhandelingen over een alomvattend kernstopverdrag die al twee-en-een-half jaar aan de gang waren, raakten in september 1996 in een impasse. Ondanks deze tegenslag in de Geneefse Ontwapeningsconferentie werd de verdragtekst als een VN-resolutie ter tafel gebracht en aangenomen door een grote meerderheid. Het Kernstopverdrag is thans reeds ondertekend door meer dan 140 staten . In dit artikel beschrijft Ambassadeur Ramaker via welke wonderlijke weg dit belangrijke verdrag tot stand is gekomen.' Sinds 1954. het jaar waarin India voorstelde een moratorium voor kernproeven af te sluiten, heeft het vraagstuk van het beperken of totaal verbieden van proeven met kernwapens op de agenda gestaan van multilaterale wapenbeheersingsonderhandelingen . Geen van de akkoorden die sindsdien zijn afgesloten . houdt echter een totaalverbod in op alle kernexplosies. waar dan ook. Ondanks het multilaterale Gedeeltelijke Kernstopverdrag (Partial Test Ban Treaty. PTBT) van 1974 en het Verdrag inzake Vreedzame Kernexplosies (Peaceful Nuclear Explosion Treaty. PNET) van 1976. bleef de wereldgemeenschap hopen op een totaal kernstopverdrag. De Geneefse Ontwapeningsconferentie (Conference on Disarmament. CD) en haar voorganger. het ComitĂŠ van Achttien Naties inzake Ontwapening. hebben veel aandacht gewijd aan dit vraagstuk. De CD heeft bijvoorbeeld de oprichting goedgekeurd van de Groep van Wetenschappelijke Deskundigen (Group of Scientific Experts. GSE). die tot taak kreeg verificatiemaatregelen uit te werken voor een uiteindelijk totaalverbod. Het thans bestaande seismisch netwerk voor het detecteren van ondergrondse kernexplosies van het Kernstopverdrag (Comprehensive Test Ban Treaty. CTBT) is in feite gebaseerd op het werk dat die deskundigen de afgelopen twintig jaar hebben verricht. De politieke omstandigheden tijdens de Koude Oorlogsjaren stonden een overeenkomst over concrete onderhandelingen over een CTBT in de weg . Aan het begin van de jaren tachtig stond de Amerikaanse regering op het

standpunt dat kernproeven essentieel waren voor de veiligheid van het Bondgenootschap. Een totaal kernstopverdrag werd daarom gezien als een lange-termijn doel. in de context van de nucleaire wapenbeheersing . De SovjetUnie stond min of meer op hetzelfde standpunt. maar dan wat het Warschau Pact betrof.

Het beg in van de onderhandelingen Met het einde van de Koude Oorlog kwam er verandering in de situatie . In 1991 nam Frankrijk het initiatief voor een rĂŠflection commune (gezamenlijke overdenking) van kernproeven tussen de vijf kernwapenstaten. In de periode 1991-92 kondigden Frankrijk. de Russische Federatie en de Verenigde Staten unilateraal moratoria af op kernproeven . Het idee dat het tijd werd te beginnen met onderhandelingen over een totaalverbod op kernproeven won steeds meer terrein . De CD. die juist met succes de onderhandelingen over een Chemische Wapenconventie (CWC) had afgesloten . had over het algemeen de voorkeur als forum voor dergelijke onderhandelingen . Op 10 augustus 1993 kwam de Ad Hoc Commissie van de CD inzake een Kemstop verdrag (AHC/NTB) een onderhandelingsmandaat overeen . Volgens het belangrijkste deel van dit mandaat moet de conferentie intensief onderhandelen over een universeel erkend en multilateraal en effectief verifieerbaar alomvattend kernstop verdrag. dat een effectieve bijdrage zou leveren aan het voorkomen van de verspreiding van kernwapens in alle aspecten. tot het proces van nucleaire ontwapening en daardoor tot de versterking van de internationale vrede en veiligheid. In januari 1994 begonnen de onderhandelingen onder voorzitterschap van de Mexicaanse ambassadeur Miguel Marin Bosch. In het begin moest heel wat voorbereidend werk worden gedaan. Dit gold met name voor de verificatieaspecten van het toekomstig verdrag . maar ook voor de juridische en institutionele aspecten die nog onvoldoende waren uitgewerkt. TIjdens de eerste maanden van de onderhandelingen werden talloze voorstellen met betrekking tot Jason Magazine nr.1. februari 1997

3


ve rschillende aspecten van het verdrag ingediend. Sommige van die voorstellen waren totaal nieuw, andere waren gebaseerd op bestaande wapenbeheersingen ontwapeningsverdragen als het PTBT of de CWC . Zweden en India dienden respectievelijk in december 1993 en maart 1994 complete ontwerpverdragen in. Medio 1994 was ambassadeur Marin Bosch al van plan een vision text in te dienen, dat wil zeggen een tekst met doelstellingen en verdragsbepalingen die verder gingen dan wat tot op dat moment op grond van het beschikbare materiaal was voorgesteld . Daartegen werd vooral door Westerse delegaties gewaarschuwd . Zij waren van mening dat het te ver vooruitzien naar wat een CTBT zou moeten inhouden, zonder dat er een door onderhandelingen totstandgekomen tekst voorhanden was , de kernwapenstaten zou kunnen afschrikken en dat daardoor het onderhandelingsproces in gevaar zou kunnen komen . In de opinie van deze delegaties zou een tekst van de voorzitter in het stadium

waarin de onderhandelingen toen verkeerden, alleen gebaseerd mogen zijn op reeds ingediende voorstellen en dan kunnen dienen als basis voor verdere onderhandelingen . De voorzitter van de Ad Hoc Commiss ie presenteerde dus geen vision text aan het eind van de zitting 1994 van de CD, maar een rolling text waarin hij alle elementen opnam die hem waren aangeboden . Deze tekst zou als basis voor de onderhandelingen dienen.

De onderhandel ingen in 1995

In 1995 gingen de onderhandelingen gestaag door op basis van de rolling text, waarin sommige passages waarover nog werd gediscussieerd tussen vierkante haken stonden . Overeenstemming werd bereikt over steeds meer vraagstukken , vooral die aangaande de technieken ter controle op eventuele kernexplosies en die ge誰ntegreerd dienden te worden in het Internationaal Monitoring Systeem (IMS). Eind 1995 was men het erover eens dat het IMS in ieder geval zou moeten bestaan uit een seismisch netwerk ter controle op onderaardse kernproeven , een hydro-akoestisch netwerk om de oceanen te controleren , een infra-gelu id netwerk om eventuele explosies in de atmosfeer te ontdekken en een netwerk van radionuclide monitors , die radio-actieve deeltjes moeten opvangen waaruit blijkt of een eventuele explosie een kernexplosie is geweest. Wat de institutionele aspecten van het verdrag betrof, werd een grote mate van overeenstemming bereikt over de bevoegdheden en taken van de internationale organisatie die zou moeten worden opgericht voor de implementatie van het verdrag, de Comprehensive Test Ban Treaty Organisation (CTBTO). Het enige vraagstuk dat op dit terrein nog moest worden opgelost, was de samenstelling van de Executive Council, het orgaan dat onder meer tot taak zou hebben te besluiten over verzoeken om inspectie ter plaatse.

Het afgelopen jaar 1996

Ondergrondse Amerikaanse kernproef, Nevadawoestijn (1970) 4

Jason Magazine nr.1 , februari 1997

Omstreeks 1996 waren een aantal kernvraagstukken echter nog niet opgelost en volgens een VN-resolutie die in 1995 was aangenomen, moesten de onderhandelingen omstreeks september 1996 worden afgerond en het verdrag klaarliggen voor ondertekening . Aangezien de meningen over de kernpunten nog zeer ver uit elkaar lagen, was het hoogst onwaarschijnlijk dat verdere onderhandelingen op grond van de rolling text een compromis dichterbij zouden brengen . Zelfs in de slotfase


van de onderhandelingen leken de delegaties niet bereid compromissen te sluiten ten aanzien van hun specifieke probleem-punten . Het werd duidelijk dat zij daarbij geholpen moesten worden. Daarom werd op 28 mei 1996 een tekst van de voorzitter ter tafel gebracht - de eerste, geĂŻntegreerde tekst van een ontwerp CTBT. Deze tekst gaf aan hoe een evenwichtig CTBT, in zijn geheel gezien , er naar het beste oordeel van de voorzitter uit zou kunnen zien . Hoewel landen als China , India en Pakistan deze tekst in eerste instantie als basis voor verdere onderhandelingen niet accepteerden , functioneerde zij in de praktijk toch als zodanig. Wat waren dan de grote vraagstukken die de onderhandelende partijen zoveel problemen veroorzaakten?

Re ikwijdte

Lange tijd hadden er zeer uiteenlopende meningen bestaan over wat een CBTB nu precies diende te verbieden . Enerzijds wilden de kernwapenstaten de mogelijkheid openhouden om lichte explosies te doen plaatsvinden om veiligheid en betrouwbaarheid van hun bestaande arsenalen te kunnen testen . Anderzijds wilden veel ongebonden landen , met name India, IndonesiĂŤ en Pakistan het verbod ook doen gelden voor niet-explosieve tests , zodat niet alleen een einde zou komen aan de ontwikkeling van kernwapens, maar ook aan alle veiligheids- en betrouwbaarheidstesten van bestaande kernwapenvoorraden . Er kwam een doorbraak toen Frankrijk, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk in het voorjaar van 1995 accepteerden dat de formulering ... geen enkele kernwapenproef of een andere kernexplosie te doen plaatsvinden.. . (een formulering in de zogeheten Australische formule) gelijk was aan het begrip zero yield (proeven zonder nucleaire kracht) . Deze formule, die werd opgenomen in de rolling text, kreeg in de loop van 1995 en 1996 steeds meer steun. Daardoor kwamen China en Rusland , de enige twee landen die de Australische formule niet hadden geaccepteerd, nog meer geĂŻsoleerd te staan . China kon de Australische formule niet accepteren omdat die de mogelijkheid van zogenaamde vreedzame kernexplosies (PNE's) uitsloot. China hechtte juist veel waarde aan die mogelijkheid , die verder door geen enkele andere delegatie werd gesteund . Rusland aarzelde omdat het liever een formulering over reikwijdte naar model van het PTBT (het Moskouse Verdrag) zou zien , waarin de specifieke milieus waar kernexplosies verboden zouden zijn , worden opgesomd . Daartegenover stonden India en Pakistan die de Australische formule evenmin konden

accepteren , omdat deze noch proeven zonder (sub-zero ), noch nucleaire kracht computersimulaties verbood . Hun ongerustheid nam toe als gevolg van president Clinton's verklaring , waarin de Amerikaanse steun voor een zero yield-totaalverbod werd gekoppeld aan het vermogen van de Verenigde Staten om de veiligheid en betrouwbaarheid van hun kernwapens te waarborgen . Zij beschuldigden de kernwapenstaten ervan een regime te willen opzetten dat alleen de simpele testmethoden zou verbieden en de mogelijkheid open zou laten voor geavanceerde, niet-explosieve proeven door een klein aantal landen. Hiermee zou een discriminatoir regime ontstaan dat alleen de horizontale non-proliferatie (de voorkoming van de verspreid ing van kernwapens naar andere landen ) ten goede zou komen en geen enkele invloed zou hebben op de verticale proliferatie (de kwalitatieve verbetering van kernwapens) of op de nucleaire ontwapening . Met het doel deze vrees weg te nemen en de gedachte tegen te gaan dat een zero yield-CTBT geen invloed zou hebben op de nucleaire vermogens van de kernwapenstaten , verklaarde de directeur van het Amerikaans Bureau voor Wapenbeheersing en Ontwapening (ACDA), John Holum, op 23 januari 1996 in de Ontwapeningsconferentie, dat een CTBT een onmisbare stap was op weg naar nucleaire ontwapening en dat juist de kernwapenstaten het meest van zo een verdrag zouden merken . Hij gaf aan dat explosieve tests nodig waren om betrouwbare nieuwe wapens te kunnen ontwikkelen . Dit zou als praktische consequentie hebben dat de ontwikkeling van geavanceerde nieuwe wapens tot stilstand zou komen en er geen nieuwe milita ire toepassingen zouden worden gerealiseerd . Uiteindelijk hebben Rusland en China de Australische formule geaccepteerd. China nadat een compromis-formulering was gevonden waardoor de discuss ie over vreedzame kernexplosies werd uitgesteld tot een Toetsingsconferentie die tien jaar na de inwerkingtreding zou worden gehouden. Daarin werd tevens bepaald dat ieder besluit over deze zaak op grond van consensus genomen zou moeten worden , hetgeen er in de praktijk op neer komt dat vreedzame explosies voor altijd verboden zijn. Toen restten nog degenen die van mening waren dat de Australische formule niet ver genoeg ging , vooral ten aanzien van de vraag of het CTBT een specifiek op de kwalitatieve verbetering en verdere ontwikkeling van kernwapens verbod diende in te houden . Bovendien stond India erop dat het CTBT zou worden opgenomen in een vast tijdschema voor de totale nuclea ire ontwapening , een idee dat door de kernwapenstaten totaal werd verworpen en dat door de meeste andere delegaties in het kader

Jason Magazine nr.1, februari 1997

5


van deze onderhandelingen niet als een realistische eis werd gezien. Een compromisoplossing die uiteindelijk voor de grote meerderheid aanvaardbaar was, was een verwijzing in de preambule naar de gevolgen van een CTBT: in het besef dat de beëindiging van alle kernwapenexplosies, door de ontwikkeling en kwalitatieve verbetering van kernwapens tegen te houden en de ontwikkeling van geavanceerde nieuwe types kernwapens te beëindigen, een effectieve maatregel is om de nucleaire ontwapening en non-proliferatie in al haar aspecten te bevorderen.

Inspecties ter plaatse Westerse landen claimde dat er naast informatie afkomstig van het IMS, ook informatie uit andere bronnen zou moeten worden toegelaten als grondslag voor een verzoek om een inspectie ter plaatse (On Site Inspection , OSI). De reden hiervoor waren de inherente beperkingen van het IMS, dat om praktische en financiële redenen zo was opgezet dat geen volledige garantie bestond dat het alle eventuele nucleaire explosies zou ontdekken, vooral als die in het geheim zouden worden gehouden. China , India en Pakistan aan de andere kant waren mordicus tegen het toelaten van informatie die niet was verkregen via het IMS. Hun argument was dat het toelaten van dergelijke informatie zou neerkomen op het toelaten van spionage, waarbij de technisch geavanceerde landen sterk in het voordeel zouden zijn . De Russische Federatie aanvaardde het gebruik van informatie verkregen met behulp van nationaal technische middelen (NTM) voor verificatie als basis voor een OSI-verzoek , zolang de gebruikte methoden inderdaad technisch waren . Deze volstrekt tegengestelde standpunten hingen samen met de vraag welke besluitvormingsprocedure de Executive Council van de toekomstige CTBT-Organisatie zou gaan hanteren om een OS I-verzoek goed- of af te keuren . De Westerse landen waren voorstander van hetzelfde model dat voor de Chemische Wapenconferentie was gebruikt, waar een OSI plaatsvindt, tenzij een tweederde meerderheid van de Executive Council er tegen stemt (de rood licht-benadering) . China , India en Pakistan verwierpen dit volkomen en stonden op een positief besluit van de Executive Council met een gekwalificeerde meerderheid (de groen licht-benadering) . Omdat geen der partijen water bij de wijn wilde doen, formuleerde de voorzitter in zijn tekst een pakket dat het mogelijk maakte alle relevante 6

Jason Magazine nr.1, februari 1997

technische informatie, verkregen met nationale technische middelen, op een wijze die overeenstemt met de algemeen aanvaarde beginselen van het internationaal recht te gebruiken als grond voor een OSI-verzoek . Als tegenwicht zou de Executive Council een besluit moeten nemen ter goedkeuring van een OSI met een eenvoudige meerderheid der leden.

Inwerkingtreding Over het vraagstuk onder welke omstandigheden het CTBT in werking zou kunnen treden, stonden sommige landen op het standpunt dat een CTBT alleen zin had als alle staten die in staat zijn tot het maken van kernwapens en wie het niet letterlijk verboden was kernexplosies te doen plaatsvinden (de vijf kernwapenstaten en de drie zogeheten drempelstaten meededen. Zij eisten dat dit een voorwaarde zou zijn voor de inwerkingtreding van het Verdrag . Anderzijds waren er ook landen die geen enkel land een feitelijk vetorecht wilden geven, omdat zo een staat de inwerkingtreding eindeloos zou kunnen tegenhouden . Daarom waren zij voorstander van een eenvoudige numerieke formule net als bij de CWC het geval was geweest. Toen duidelijk werd dat India niet tot de oorspronkelijke ondertekenaars van het CTBT zou behoren , kreeg de discussie over dit ontwerp een dramatischer karakter. Het was duidelijk dat degenen die de inwerkingtreding van het Verdrag wilden laten afhangen van de ondertekening van onder meer India, het risico liepen dat het Verdrag nooit in werking zou treden . De voorzitter stelde een compromis voor, waarin een delicaat evenwicht was gevonden tussen de tijdige inwerkingtreding en de geëiste ratificatie door de acht relevante staten . Het bleek echter dat er geen andere oplossing aanvaardbaar was dan ratificatie door alle acht, inclusief India, als conditio sine qua non voor de inwerkingtreding. Uiteindelijk werd daarvoor een nieuwe formule gevonden. Het CTBT zal alleen in werking treden, nadat het is ondertekend door 44 landen die kernreactoren bezitten en die in het verdrag met name worden genoemd , waaronder India.

Het eindspel

Ondanks intensieve onderhandelingen kon alleen overeenstemming worden bereikt over een beperkt aantal wijzigingen in de door de voorzitter opgestelde CTBT-ontwerptekst die op 28 mei van dit jaar ter tafel kwam . Deze veranderingen werden op 28 juni 1996 opgenomen in een nieuwe versie van de


voorzitterstekst. Sij die gelegenheid moest de voorzitter concluderen dat er in de standpunten van de betrokken delegaties geen enkele beweging viel te bespeuren . Daardoor had naar zijn idee de convergentie tussen de partijen zijn top bereikt. Na een zorgvuldige bestudering van deze herziene ontwerptekst. gaven steeds meer staten de mening te kennen dat zij het verdrag, hoewel ze nog steeds problemen hadden met een of meer specifieke aspecten ervan, konden accepteren en steunen als het best mogelijke compromis . Vervolgens werd nog één verandering in de tekst aangebracht. Op aandringen van China werd de eis dat er een eenvoudige meerderheid van de leden van de Executive Council nodig zou zijn om te beslissen of er al dan niet een OSI gehouden zou worden , aangescherpt tot 30 vóórstemmers in de Executive Council (van de totaal 51 leden). Met deze verandering werd aan een fundamentele eis voldaan: alle vijf kernwapenstaten konden de ontwerptekst van het verdrag aanvaarden . India had al eerder officieel aangekondigd dat het geen CT ST kon ondertekenen als het verdrag , net zo min als de op dat moment voorliggende ontwerptekst, niet verankerd zou zijn in een vastliggend tijdschema voor de nucleaire ontwapening. India ging vervolgens echter nog verder en verklaarde dat het niet zou toestaan dat uit de CD een ontwerptekst zou voortkomen, waarin India tegen zijn wil een van de staten zou blijven , wiens ondertekening een voorwaarde vormde voor de inwerkingtreding van het verdrag. In India zelf groeide het gevoel dat dit onrechtmatig politieke druk op het land zou leggen om het verdrag te tekenen en te ratificeren. India stond dus consensus in de weg , niet alleen wat de inhoud van het verdrag betrof, maar ook aangaande de overdracht van het verdrag naar de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

De VN-route

Ondanks deze impasse in de CD was de CTST allesbehalve dood . Hoewel het betreurenswaardig was dat de CD niet tot overeenkomst kon komen over het verdrag , was de steun voor het ontwerp-CTST na twee jaar onderhandelen in Genève zo solide dat steeds meer staten het gerechtvaardigd achtten dat de wereldgemeenschap over het verdrag te laten oordelen . Dat was de reden dat Australië, met de steun van ruim 130 co-sponsors , begin september 1996 bij de Verenigde Naties een ontwerpresolutie indiende, waarin werd voorgesteld het CTST zoals dat in Genève tot stand was gekomen te aanvaarden . Op 10 september 1996 werd die resolutie aangenomen door een overweldigende meerderheid van de VN-leden en per 22 september 1996 werd het CTST voor ondertekening opgesteld. Inmiddels hebben meer dan 140 landen het Verdrag ondertekend. Hoewel het nog wel even zal duren voor het verdrag in werking treedt - de in het voorgaande beschreven criteria voor de inwerkingtreding, blijven onveranderd - legt het niettemin de norm vast, dat kernexplosies tot het verleden behoren .

Drs J. Ramaker is permanent vertegenwoordiger van Nederland bij de Ontwapeningsconferentie en was in 1996 voorzitter van de Ad Hoc-Commissie inzake een totale een totale Kernstop van de Ontwapeningsconferentie.

Deze tekst is een licht gecorrigeerde versie van een eerder in NAVO Kroniek NO.6 (november 1996) verschenen artikel van de hand van ambassadeur Ramaker.

Jason Magazine nr.1, februari 1997

7


Medische Neutraliteit 11

ZONDER AANZIEN DES PERSOONS Tussen hulpverlening en humanitair recht

S.E. Wilde vuur De medisch geschoolde barmhartige Samaritaan moet steeds vaker uitrukken naar noodhulpprojecten naarmate de conflictsituaties gewelddadiger en complexer worden . Daarnaast worden in de bewuste gebieden meer dan ooit de mensenrechten met voeten getreden. Onder de paraplu van medische neutraliteit en met de eed van Hippocrates op zak probeert de Samaritaan zich staande te houden en zoveel mogelijk medemensen te helpen. Met de Eed in de hand kom je niet door het ganse land, zo stelt mevrouw Wildevuu r in het tweede artikel over medische neutraliteit. Rwanda 1994: het toneel van een menselijk slachtveld . Niemand die de beelden van deze genocide zag zal ze gauw vergeten . De extremistische Hutu's begonnen na de moord op presidenten Habyarimana van Rwanda en Ntaryamira van Burundi een slachtpartij die zijn weerga niet kende. Met machetes, geweren en andere moordwapens maakten zij een einde aan het leven van ruwweg een half miljoen Tutsi's. Angst dreef meer dan een miljoen vluchtelingen de grenzen over: honderdduizenden Rwandezen vluchtten naar Tanzania , een miljoen vluchtelingen staken de grens met Za誰re over. De humanitaire hulporganisaties stroomden uit de hele wereld toe om de vluchtelingen in de kampen te helpen. AI snel werd duidelijk dat ook degenen die verantwoordelijk waren voor het bloedbad werden opgelapt in de kampen . De humanitaire hulp werkte deels contraproductief: de distributie van de goederen en het voedsel verliep vaak via de legerleiders. Sommige hulporganisaties lieten dit niet over hun kant gaan en brachten de misstanden in de openbaarheid .

Slachtoffers gaan voor Een organisatie die in hoge mate wordt geassocieerd met neutraliteit is het Internationaal Rode Kruis. Neutraliteit staat hoog in het vaandel: door geen partij te kiezen in een conflict hoopt het vertrouwen te krijgen en te houden van alle partijen. De laatste jaren zijn openbare veroordelingen van de situatie in 8

Jason Magazine nr.1, februari 1997

conflictgebieden door het Internationaal Rode Kruis toegenomen . De organisatie spreekt zich uit in extreme situaties, hoewel dit indruist tegen de medische neutraliteit. De gebeurtenissen in Rwanda vormden opnieuw aanleiding voor de discussie over de practische waarde van het begrip medische neutraliteit. Voor humanitaire hulporganisaties is (medische) neutraliteit geen doel op zich maar een middel om alle slachtoffers in conflictgebieden actief te helpen en heeft ze dus een puur menselijke en practische waarde . De term kent geen juridische onderbouwing . Neutraliteit staat in het handvest van Artsen zonder Grenzen (AzG). De term houdt in dat de hulporganisatie geen partij kiest. Dat wil niet zeggen dat zij zich niet uitspreekt over het conflict. Zij doet dat zonder partij te kiezen, in het belang van de slachtoffers. In extreme situaties, zoals in de kampen in Goma (Za誰re) , waar de Hutu-milities de macht overnamen, kun je niet blijven zwijgen , zegt voormalig Artsen zonder Grenzen-directeur Jacques de Milliano. Artsen zonder Grenzen koos er in 1995 voor zich versneld terug te trekken uit de vluchtelingenkampen in Goma (Za誰re) en Ngara (Tanzania) omdat de verdienste van de hulp werd overschaduwd door de negatieve effecten ervan . De organisatie wenste niet langer ongewild medeplichtig te zijn aan het in stand houden van een machtsmachine in de vluchtelingenkampen , gericht op volkerenmoord.

Tanend respect Neutraliteit was lange tijd de paraplu waaronder humanitaire hulpverleners hun werk veelal ongestoord konden uitoefenen . Maar het respect voor medische neutraliteit is tanende . Zowel Hanneke van Sambeek , beleidsmedewerker humanitair oorlogsrecht van het Nederlands Rode Kruis , als Ed Schenkenberg van Mierop, medewerker humanitair recht van AzG , heeft dit waargenomen . Schenkenberg van Mierop: Het respect van de lokale partijen ten opzichte van humanitaire hulp is veranderd. Kijk naar Liberia, Somali谷, de regio rond de grote meren in Afrika. Wat betekent het daar neutraal te zijn, terwijl het


embleem van het Rode Kruis of van welke organisatie dan ook als doelwit voor de partijen dient? In de Conventies van Genève is vastgelegd dat ambulances, militaire ziekenhuizen en medisch personeel als neutraal moeten worden beschouwd. Gewonden en zieken , van welke nationaliteit dan ook, hebben recht op behandeling. Wie het Rode Kruis-embleem mag voeren is ook bepaald in de Conventies. Van Sambeek: Door het anarchistischer en chaotischer worden van de conflicten zijn er de laatste jaren meer schendingen van het gebruik van het embleem dan voorheen. Met name in Bosnië is het Rode Kruis-embleem misbruikt. Iedereen kan strijders en wapens in een ambulance zetten en zich voordoen als Rode Kruis-medewerker. Het vertrouwen in zo'n embleem neemt dan af. Als er drie keer is gebleken dat het Rode Kruis door een van de strijdende partijen is misbruikt om wapens te vervoeren worden ambulances niet zonder meer doorgelaten bij een wegversperring.

Niet alleen neemt het respect voor medische neutraliteit af, de strijders zijn in steeds grotere mate onbekend met het begrip en met het humanitair en oorlogsrecht. Van Sambeek wijt de toename van het misbruik van de medische neutraliteit mede aan de veranderde aard van de conflicten: Je hebt steeds minder te maken met hiërarchisch gestructureerde, goed opgeleide legers - in een strijd als die in Liberia is het de vraag of de strijders het gebruik van zo'n embleem wel kennen. Het overbrengen van het oorlogsrecht op dergelijke losgeslagen bendes is een ramp. Iedereen vecht en denkt niet verder vooruit dan een paar uur.

Extremere confl icten

De context waarbinnen humanitaire hulp wordt verleend is complexer en gewelddadiger geworden. Het klassieke conflict van voor de Koude Oorlog met twee wereldmachten die tegenover elkaar staan is voorbij . De strijd in Liberia met zeven à acht verschillende facties , die zich ongestructureerd en ongecoördineerd een weg banen door het land, is een strijd van een geheel andere orde . Bendes bestaande uit opgeschoten jochies die stoned rondlopen op hun Nike-Air-schoenen met een Kalasjnikov over hun schouder: kom daar maar eens aan met humanitair of oorlogsrecht, waarop de medische neutraliteit is gebaseerd. Volgens Schenken berg van Mierop is hulpverlening meer een doelwit geworden in de zin van de aantrekkelijkheid van goederen: Ten tijde van de Koude Oorlog werd de regering door een van de beide mogendheden gesteund en de rebellenbeweging door de ander. Dat was ook de geldkraan. Die is grotendeels dichtgedraaid en de partijen moeten zich op een andere manier zien te redden . Er zijn hele oorlogseconomieën ontstaan waarin hulp een belangrijke inkomstenbron voor de strijdende partijen is geworden. De ladingen goederen die de hulporganisaties aanvoerden werden buitgemaakt, zelf gebruikt of doorverkocht. Van Sambeek meent dat ook de aard van de conflicten het overbrengen van humanitair recht en oorlogsrecht bemoeilijkt. Er is , volgens haar, een trend dat burgers van slachtoffer tot doelwit worden: Burgers worden opzettelijk vermoord; zij sterven niet doordat er toevallig in hun buurt een bom ontploft. De verschuiving van slachtoffer naar doelwit is duidelijk een ontwikkeling van de afgelopen jaren . Die verschuiving bemoeilijkt het overleg over humanitaire uitgangspunten. Op het moment dat men zich voorneemt een hele bevolkingsgroep uit te roeien is het onderhandelen over zaken als humanitaire hulp, medische hulp of het bezoeken van gevangenen heel moeilijk.

Foto: R. van Bakel, Ministerie van Defensie Jason Magazine nr.1, februari 1997

9


Nieuwe interpretatie

Door de complexiteit en de aard van de noodhulp , maar ook door het toegenomen aantal humanitaire hulporganisaties in het veld, verwateren de begrippen medische neutraliteit en onpartijdigheid. Schenken berg van Mierop: Er is een enorme toename van nieuwe organisaties waarvan onduidelijk is waar ze vandaan komen, wat hun motieven zijn . Daaronder bevinden zich ook organisaties die vanuit de overheid opereren. Een regeringsinstantie die humanitaire hulp verleent en vasthoudt aan de beginselen van neutraliteit en onpartijdigheid: dat is niet altijd geloofwaardig. In de praktijk valt steeds moeilijker te werken met het begrip medische neutraliteit. Voor Artsen zonder Grenzen was het de reden om het begrip neutraliteit opnieuw te interpreteren, zoals de organisatie vermeldt in haar jaarverslag 1995: Neutraliteit was altijd een essentieel uitgangspunt om de toegang tot slachtoffers te vergemakkelijken en op die manier het lijden te verzachten . Maar neutraliteit mag nooit verworden tot schuldige nalatigheid. Artsen zonder Grenzen heeft haar hulpverlening daarom hand in hand laten gaan met pleidooien voor de rechten van de slachtoffers en tegen de praktijken van hun beulen. Actieve neutraliteit. - in daden, maar ook in woorden - waarbij de organisatie kiest voor de slachtoffers, is het uitgangspunt. Een opstelling die solidariteit met de slachtoffers centraal stelt. Artsen zonder Grenzen zwijgt niet daar waar hulpverlening in het hart van politieke tegenstellingen wordt getrokken , en burgers het doelwit zijn van militaire acties .

Vervagend s piegelbeeld De humanitaire hulporganisaties en de mensenrechtenorganisaties zijn lang gezien als elkaars spiegelbeeld : de een signaleerde schendingen van mensenrechten maar verleende geen medische zorg , de ander het omgekeerde. Die traditionele rolverdeling lijkt voorbij : de grens tussen het werk van de humanitaire hulporganisaties en dat van de mensenrechtenorganisaties vervaagt. In het veld komen beide organisaties elkaar steeds vaker tegen . Mensenrechtenorganisaties zijn meer en meer aanwezig in acute crisissituaties . Humanitaire hulporganisaties signaleren schendingen van mensenrechten en maken ze openbaar. Artsen zonder Grenzen is dan ook afgelopen jaar met mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International rond de tafel gaan zitten om te bezien in welke situaties en hoe zij gesignaleerde schendingen van mensenrechten moeten doorspelen . Hoe 10

Jason Magazine nr.1, februari 1997

herken je mensenrechtenschendingen ? Hoe treed ik op als dokter als ik iemand met martelingen op mijn operatietafel krijg? Dat zijn vragen waar de mensenrechtenorganisaties ons bij kunnen helpen, aldus Schenkenberg van Mierop van Artsen zonder Grenzen . Hij ziet wel wat in een nauwere samenwerking tussen Artsen zonder Grenzen en Amnesty International. Wanneer Amnesty International een missie stuurt naar Rwanda, kan zij bij ons langskomen om te vragen wat wij recent hebben gezien. Meer in de informele sfeer, maar wel systematischer. Het Rode Kruis is veel terughoudender over een eventuele samenwerking met mensenrechtenorganisaties . Van Sambeek vraagt zich af of het zinvol is dat de organisaties op elkaar gaan lijken en gaan samenwerken . Kom je dan niet uit op een geheel dat minder is dan de som van de delen? Bovendien brengt het de hulpverlener in een moeilijke positie . De situatie kan ontstaan dat je iemand helpt die je vervolgens aanklaagt wegens schending van mensenrechten. Het is helpen met de ene hand en slaan met de andere, meent Van Sambeek. Volgens coĂśrdinator Beroepsgroepen Lars van Troost van Amnesty International wordt er steeds meer samengewerkt in het veld, wel op ad hoc-basis. Als de humanitaire hulporganisaties informatie over schendingen van mensenrechten gaan verzamelen en doorgeven , is hij zeker geĂŻnteresseerd in een nauwere samenwerking. Hij verzorgt het onderdeel mensenrechten van een tweeweekse cursus door Instituut Clingendael voor Nederlandse militaire waarnemers en politiewaarnemers die als ongewapend monitor worden uitgezonden. Wat hij bemerkt bij de cursisten , en hetzelfde geldt voor artsen , is dat zij de problemen in het veld vaak tot persoonlijke dilemma's maken, terwijl die allang zijn geregeld in nationale en internationale wetgeving. Vaak word je geconfronteerd met gedrag dat volgens het eigen nationale strafrecht ter plekke verboden is. Een simpel voorbeeld: Mozambique heeft een korte tijd gekend dat lijfstraffen volgens de grondwet mogelijk waren . Maar een lijfstraf is een door de rechter opgelegde straf. Dat leidde er in de praktijk toe dat de politie zelf stokslagen ging daarmee wordt geven. Dus als je geconfronteerd als waarnemer hoef je je er niet in te verdiepen of dat in deze cultuur misschien vaker voorkomt.

Werkbaar begrip? Het begrip medische neutraliteit inbedden in een juridisch kader heeft volgens Van Troost weinig zin . Veel zinvoller is het om alle mensen die naar het veld gaan bekend te maken met de bestaande regelgeving , zowel nationaal als


internationaal, en met de protocollen van de uitzendende organisatie zelf. Hij is nogal sceptisch over het begrip medische neutraliteit, maar dit biedt artsen wel de mogelijkheid zich aan de eed van Hippocrates te houden: Om de medische neutraliteit te garanderen, moeten artsen het recht en de plicht hebben die eed uit te voeren. Het nadeel van de Eed is dat alleen de arts er aan gebonden is. Terwijl respect van medische neutraliteit juist van andere partijen moet komen . Schenken berg van Mierop suggereert alle elementen van het begrip medische neutraliteit op een rijtje te zetten . Schendingen van het begrip zijn dan ook beter aan te geven. Verder staat hij achter het idee om een speciale VNrapporteur aan te stellen die zowel mensenrechten als humanitaire hulpverlening tot zijn portefeuille heeft. Dat er meer integratie moet komen is duidelijk, meent hij.

Volgens Van Sambeek is het belangrijk het begrip medische neutraliteit nauw te definiĂŤren, anders neemt de kracht van het aanklagen van schendingen af. Je moet het definiĂŤren op basis van bestaand recht en geaccepteerd recht en niet gewild recht. Je schiet er uiteindelijk weinig mee op als je het begrip zo breed mogelijk maakt zodat er zoveel mogelijk schendingen zijn te rapporteren.

Mevrouw drs SE Wildevuur is als medisch journalist verbonden aan Medisch Contact. Dit artikel is het tweede in een reeks van twee artikelen gewijd aan medische neutraliteit in crisisbeheersingsoperaties. In JASON Magazine 1996-6 verscheen het eerste artikel onder de titel Medical ethical dilemmas in a peacekeeping operation.

Jason Magazine nr.1, februari 1997

11


- mededeling De JASON-publicatie GESCHIEDENIS VAN DE EUROPESE INTEGRATIE, geschreven in het kader van het scholieren project 1993, is evenals diverse edities van JASON Magazine , waaronder de thema-uitgave MIDDEN-EUROPA IN BEWEGING,

op aanvraag verkrijgbaar bij : het secretariaat van Stichting JASON Laan van Meerdervoort 96 2517 AR 's-Gravenhage telefoon: 070 - 3605658 telefax: 070 - 363 3285

Midden-Europa in Beweging

M. de Weger J Metselaar Redactie-Ieden: E. 'Neterings N. Jaarsma

HooIdredactJ#J: EindledSC1I6.

R Wierema R van de Wetenng M. de \-\tol! -

12

Jason Magazine nr.1, februari 1997

ISBN 90 9008109 7 -


WIT-RUSLAND: PROBLEEMGEVAL IN HET OOSTEN

R. Sandee Over Wit-Rusland zijn de experts het eens, het gaat niet goed met het land. Zo schreef Peter Michielsen in NRC Handelsblad een artikel met als titel : Wit-Rusland, Land van duisternis en chaos'. Het gerenommeerde Engelse opin ieweekblad The Economist was niet minder expliciet over Wit-Rusland als Eastern Europe 's black hole'. De president, A lexander Lukaschenko, heeft zich zoveel macht toegeëigend dat hij de facto alleenheerser is. Het land heeft nog steeds te lij den van de ontploffing in de kernreactor in Tsjernobyl in 1986'. De industrie output daalt jaarlijks met zo'n 10% en ook de landbouw levert steeds minder op. Voor de auteur reden om eens wat meer aandacht aan dit land te schenken . Korte geschiedenis Een rode draad in de geschiedenis van WitRusland is de strijd om de hegemonie in het gebied. Tot ver in deze eeuw vochten Polen, Litouwers, Russen en Duitsers hun onderlinge twisten uit in de laagvlakte van Wit-Rusland. In 1941 raasden de Duilse lanks onder commando van Guderian en Von Bock langs Minsk en zaaiden dood en verderf. Zo'n honderd dertig jaar eerder trok het leger van Napoleon via hel huidige Wit-Rusland naar Moskou, om nog geen jaar later tijdens de terugtocht onder extreme weersomstandigheden, bij de oversteek van de Berezina vernietigend verslagen te worden door troepen van de Tsaar. Behalve tijdens een periode van tweehonderd jaar in de late middeleeuwen is het gebied waarin het huidige Wit-Rusland ligt nooit onafhankelijk geweest. In 1396 gingen de Witrussische gebieden op in het multi-etnische Groothertogdom van Litouwen Rus en Samogitia. In dit hertogdom werd het Witrussisch de officiële taal. De taal werd niet alleen gebruikt in het diplomatieke verkeer en de literatuur, maar ook gesproken aan de hoven van de edelen en in de kanselarij. Na twee eeuwen van onafhankelijkheid ging het Groothertogdom in 1569 op in het grotere Koninkrijk Polen. Dat op haar beurt de Witrussische gebieden twee eeuwen later moest afstaan aan Rusland. Tsarina Catharina 11 (de Grote) gaf na de inlijving van de nieuwe

gebieden het uitdrukkelijke bevel om over te gaan tot een politiek van actieve Russificering'.

Sovjet-periode In de rommelige periode na de Eerste Wereldoorlog grijpen nationalisten hun kans en roepen zij op 25 maart 1918 de Witrussische Democratische Republiek uit. Formeel blijft deze staat een jaar onafhankelijk, maar in de praktijk hebben de Polen achter de schermen de touw1jes in handen. In 1919 gaan de Polen over tot een invasie van Wit-Rusland en komen daarmee in oorlog met de nog jonge SovjetUnie. Bij het Verdrag van Riga in 1921 wordt Wit-Rusland verdeeld in een Pools en in een Russisch gedeelte . Pas na de Tweede Wereldoorlog ontstaat het gebied dat vandaag de dag Wit-Rusland ·omvat. Het Russische gedeelte wordt in de jaren dertig door Stalin in snel tempo ontwikkeld . Er vindt massale industrialisatie plaats en als gevolg daarvan ontstaat er een trek naar de stad'. Verder worden er universiteiten gesticht en krijgen etnische Witrussen hoge posten in het Sovjetregime. Tot het eind van de Sovjet-Unie gaat het goed met Wit-Rusland . Het is een van de rijkste landen in het Sovjet-rijk. De mensen zijn er welvarend en hoog opgeleid'. Bijna iedereen heeft als eerste taal het Russisch . Maar met de komst van Gorbatsjov krijgt het nationalisme in Wit-Rusland een nieuwe impuls. Als de historicus en archeoloog Zianon Pazniak in bossen bij Minsk een groot aantal massagraven vindt, waarin de resten van zeker 300 .000 onschuldige slachtoffers worden gevonden , ontstaat er woede en ontzetting onder de bevolking'. Een nationalistische beweging komt snel uit het niets op . Het Witrussische Volksfront organiseerde op 30 oktober 1988, in Minsk, een eerste demonstratie waar ruim 10.000 mensen aan deelnamen'.

Een eigen republi ek Na de mislukte poging tot een staatsgreep in Moskou in augustus 1990, waarbij president Gorbatsjov wordt gegijzeld , wordt het steeds duidelijker dat de Sovjet-Unie aan haar einde is. Jason Magazine nr.1, februari 1997

13


De invloed van Gorbatsjov is snel tanende . Op 8 december van datzelfde jaar komen de leiders van Rusland, Oekraïne en Wit-Rusland (Jeltsin , Kravtsjoek en Sjoesjkevitsch) in de bossen bij Brest bijeen . Zij verklaren nog dezelfde dag dat de Sovjet-Unie niet meer bestaat, maar dat de republieken samen het Gemenebest van Onafhankelijke Staten zullen vormen. In WitRusland blijft men twijfelen of het land wel een eigen natie zou moeten worden . In maart 1991 blijkt uit een referendum dat 83% van de bevolking de status quo wil handhaven. De mislukte coup tegen Boris Jeltsin in augustus 1991 brengt alles in een stroomversnelling . Op 25 augustus 1991 verklaart het hoogste orgaan van Wit-Rusland , de Opperste Sovjet, met overgrote meerderheid dat het land onafhankelijk dient te zijn . Op 19 september krijgt het land z'n nieuwe naam Republiek van Wit-Rusland en is officieel onafhankelijk.

Moeilijke j aren Het belangrijkste politieke onderwerp in het jonge Wit-Rusland is de relatie met Rusland : hoe moet men met de grote buur omgaan? De Witrussen zijn voor de levering van grondstoffen en brandstoffen (olie) volledig afhankelijk van Rusland. Men wil de Opperste Sovjet vervangen door een nieuw instituut om het land democratisch te kunnen regeren. Tot op heden is dit er niet van gekomen. De eerste president (parlementaire president) is de voorzitter van de Opperste Sovjet Vladimir Sjoesjkevitsch . Hij wordt in zijn streven naar het hervormen van de economie tegengewerkt door de vele voormalige communisten die nog in de overheidsbureaucratie aanwezig zijn . Een rigoureuze overgang naar een markteconomie mislukt.

EUROPA

14

Jason Magazine nr.1 , februari 1997

Nieuwe president Het mislukken van de economische shock therapie doet Sjoesjkevitsch besluiten om in januari 1994 af te treden als president. Voor het eerst wordt in Wit-Rusland een president gekozen. In juni 1994 kiezen de Witrussen massaal voor Alexander Lukaschenko , voormalig directeur van een Kolchoz. Hij wordt gekozen omdat hij de taal van het volk spreekt en omdat hij de criminaliteit hard wil aanpakken . AI spoedig ontwikkeld Lukaschenko zich tot een autocratisch heerser en raakt in conflict met de Opperste Sovjet en het Witrussisch Volksfront. Steeds frequenter gaat de bevolking in de steden de straat op om te demonstreren tegen de politiek van de president. Deze heeft inmiddels de touw1jes stevig in handen en trekt zich niets aan van het parlement en constitutionele gerechtshof. De rechters laten meerdere malen weten dat de president handelt in strijd met de grondwet, waarop de president op zijn beurt met minachting reageert en hen negeert. Op 2 april 1996 tekenen Boris Jeltsin en Alexander Lukaschenko namens hun beide landen een associatie verdrag', waarbij ze besluiten dat het buitenlands beleid op elkaar zal worden afgestemd en de beide economiëen geïntegreerd zullen worden (onder andere het invoeren van dezelfde munt)". Referendum Economisch en politiek komt er, zowel in binnen- als buitenland , steeds meer kritiek op Lukaschenko . De president weet dat zijn machtsbasis het platteland is en hij gaat steeds meer leunen op de simpele plattelanders in zijn land. Lukaschenko begint zich steeds meer te ergeren aan de stedelingen . In de zomer van 1996 besluit hij dat het tijd wordt om zijn


presidentiële bevoegdheden uit te laten breiden in een referendum . De oppositie ziet haar kans schoon en wil door middel van hetzelfde referendum de macht van de president inperken . Maar nog voordat het zover is start de Opperste Sovjet een afzettingsprocedure bij het constitutionele hof in Minsk. De president laat weten dat hij zich niets zal aantrekken van de eventuele uitkomst en zet daarmee de zaak op scherp. In de herfst van 1996 zijn er bijna dagelijks massale betogingen in Minsk. Tienduizenden demonstreren voor de democratie en tegen de dictatoriale trekken van Lukaschenko. Geregeld slaan troepen van de Wit-Russische Binnenlandse Veiligheidstroepen de demonstraties uit elkaar. Door zijn autocratische regeringsstijl jaagt Lukaschenko ook de internationale financiële wereld tegen zich in het harnas. Het IMF en de Wereldbank weigeren Wit-Rusland kredieten te verstrekken". De Amerikaanse vice-president AI Gore wil Wit-Rusland uit de Raad van Europa weren en de OVSE wil het land schorsen omdat het nog een schuld heeft van enige tienduizenden guldens . Tussen 9 en 24 november 1996 kunnen de Witrussen zich in een referendum uitspreken voor meer bevoegdheden aan de president". Op 26 november blijkt dat 84% van de stemgerechtigden heeft gestemd en de overgrote meerderheid van 70% geeft zijn stem aan Lukaschenko . Veel parlementariërs zijn diep teleurgesteld en vrezen een dictatuur"-

Jeltsin weten dat in reactie op de uitbreiding naar het oosten van de NAVO, hij een unie wil met Wit-Rusland . Hoewel Lukaschenko dit al jaren voorstelt was de Witrus niet echt blij met het voorstel van zijn Russische ambtgenoot" . Een paar dagen later liet de Witrussische minister van Buitenlandse Zaken Antonovitsch weten dat het voorstel van Jeltsin slechts een paper is van waaruit men zal gaan onderhandelen " . Het probleem voor de Witrussen is dat men in het voorstel van Jeltsin zelf voor de kosten van de falende econom ie moet opdraa ien en deze niet, zoals Lukaschenko graag wil, op Rusland ka n afschuiven . Ondertussen raakt Wit-Rusland steeds verder geïsoleerd van Europa, blijft de economische situatie verslechteren en is het met de mensenrechten ook al niet goed gesteld. Het wordt tijd dat de Witrussen hier zelf iets aan doen. Maar een deskundige zei onlangs de volgende onheilspellende woord en : Van alle Slavische volken zijn de Witrussen het slaafst.

Ors R. Sandee is historicus en maakt deel uit van de redactie van JASON Magazine. Eindnoten

1 2

3 4

NRC Handelsblad, 29 juli 1996. The Economist 21 september 1996. Tsjemobyl ligt in Oekraine slechts enkele kilometers ten zuiden van de Witrussische grens. Voor meer informatie over de geschiedenis van Wit· Rusland lees:

Urban , M.. Zaprudnik. J.. Belarus: a long raad to

Presidentiële d ictatuur

nationhood , in Bremmer, 1., R. Taras (ed.) Nations and Polities in the Soviet Successor Stales, Cambndge (1993) pag .99-120.

Voor het referendum liet Lukaschenko in de media weten dat, als hij het referendum zou winnen , er geen plaats meer is voor de oppositie". Direct na het referendum ontbond de president de Opperste Sovjet. Zo'n 75 parlementariërs verzetten zich en bezetten het parlementsgebouw. Lukaschenko gaf direct opdracht om het parlementsgebouw een opknapbeurt te geven . In een gebouw ernaast installeerde hij tegelijkertijd een nieuw parlement van medestanders. Verder vertrouwd de president momenteel zijn eigen leger niet meer en laat hij zijn geheime diensten de loyaliteit van zijn troepen controleren . Wat geheime diensten betreft begint Wit-Rusland inmiddels op land een als Syrië (17 geheime diensten) te lijken . Een groot aantal geheime diensten staat onder direct bevel van de president en is zeer loyaal aan hem . De betalingen zijn beter en op tijd in tegenstelling tot het reguliere leger". Rusland was het eerste land dat de uitslag van het referendum erkende . Het was ook Rusland , en in het bijzonder president Jeltsin, die in het begin van 1997 voor een grote verassing zorgden . Op 13 januari van dit jaar liet Boris

Diller, O.C. (ed .), Russia and the Independent Stales, Washington DG (1993) pag275-79 . Clem, R. , Belarus and the Belarusians in Smith , Graham (ed .), The Nationalities QuestIon in Ihe PostSoviet States, London (1996) pag .21 0-20.

5 6

7

8 9

10 11 12 13 14 15 16 17

In 1991 woonde tweederde deel van de bevolking In de steden. In de jaren tachtig IS het Bruto Nationaal Product per hoofd van de bevolking het hoogst In Wit-Rusland en qua arbeidsproductiviteit hoefde men slechts Estland en Letland boven zich te dulden. In 1990 was het kindersterftecijfer in het land op twee na het laagste. Onder Stalln werden in de periode tussen 1937 en 1941 door het Sovjet-regime zeker 300.000 Witrussen vermoord en begraven in zeker 500 massagraven in de Kurapaty Bossen. De demonstratie werd hard door de politie uiteen geslagen, waarbij men gebruik maakte van honden, knuppels, traangas en waterkanonnen . De gehele tekst van het verdrag is afgedrukt in het januarinummer van Internationale Politik (1997 ), pag .80-84. Time Magazine. 15 april 1996, pag .35. The Economist, 21 september 1996, pag.17. De integrale tekst van het referendum is te vinden in de Frankfurter Algemeine Zeitung van 23 november 1996. Frankfurter Algemeine Zeitung, 26 november 1996 en NRC Handelsblad, 26 november 1996. Het Witrussisch Volksfront ging enige dagen voor het referendum al ondergronds, uit angst voor repressailes van geheime diensten. Malek, M.. Geheime belorussische Spezialeinheiten und Sicherheitsdienste , in Osteuropa, Januan 1997. Trouw, 14 januari 1997, International HeraId Tribune, 14 januari 1997. Frankfurter Algemeine Ze/fung, 18 januari 1997, pag.5.

Jason Magazine nr.1, februari 1997

15


SOEDAN: ROEPENDE IN DE WOESTIJN? C.J. C. G. Widdershoven De politieke en humanita ire situatie in het grootste land van Afrika is er een van zorgwekkende aard . In onderstaand artikel belicht Noord-Afrikadeskundige Widdershoven de gang van zaken in de straten in en rond Khartoum . Soedan staat weer geprent op het nelvlies van veel reizigers , journalisten, ontwikkelingswerkers en diplomaten die er de laatste maanden zijn geweest. Vroeger bekend als vakantie-oord voor de Egyptische en Britse high-society, staat het land nu bekend als een terroristisch-fundamentalistisch oord . De laatste jaren , na de machtsovername door het Soedanees leger gesteund door hel NIF, de zeer extremistisch-fundamentalistische politieke partij onder leiding van Hassan al-Turabi , is het land veranderd in een hel. De mensenrechten worden op grote schaal geschonden, terroristische bewegingen worden onde rsteund en een bloedige burgeroorlog

AFRIKA

16

Jason Magazine nr.1, februari 1997

heerst in het grootste gedeelte van dit, vroeger zo maagdelijke, Afrikaanse land . Schuldigen zijn er aan beide kanten , elk conflict heeft immers twee kanten, maar een omverwerping van dit regime behoort, mijns inziens, tot de noodzakelijke veranderingen om het land weer op het juist spoor te krijgen. Indien men 's avonds door de straten van Khartoum wandelt, of wat aanbevelenswaardiger is rijdt, komt het beeld overeen met dat van een film over Beiroet: doodstil, geen lichten, geen hectisch getoeter en levendige handel. Het land straalt apathie , angst en armoede uit. Khartoum , de grote miljoenenhoofdstad , heeft het elan van een klein Arabisch dorp, stoffig en vervallen . Redenen voor dit verval zijn volop aan te voeren, met het regime als lijstaanvoerder.

Humanitaire misstanden Grootscheepse schendingen van de mensenrechten zijn geen nieuw fenomeen in Afrika . Rwanda, Burundi , Nigeria en Za誰re zijn


enkele voorbeelden die de aandacht van de Westerse media wèl hebben getrokken en menigeen in Europa tot wanhoop hebben gedreven. Vluchtelingenstromen uit Afrika brengen deze fenomenen helemaal tot aan onze voordeur. Soedan is vreemd genoeg een uitzondering. De aandacht van Westerse, waaronder de Nederlandse, media voor de ontwikkelingen in het grootste land van Afrika (Soedan is vijf keer groter dan Frankrijk) is miniem. Uitspraken van de Veiligheidsraad of de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties geven nog wel eens een klein berichtje in de nationale kranten te zien, maar daar blijft het bij. Terroristische aanslagen in Europa of de Verenigde Staten brengen Soedan , samen met landen als Iran , Syrië en Libië, ook wel eens op de voorgrond. De minieme aandacht voor de aanwezige conflicten in dit enorme land zijn geheel onterecht gezien de mate van genocide, onderdrukking en oorlogsgeweld die in Soedan een dagelijks onderdeel uit maakt van het leven. Rapporten van de Speciale Rapporteur voor de Verenigde Naties voor Soedan , Gaspar Biro, blijken aan dovemansoren te zijn gericht. In zijn laatste rapport (E/CNA/1996/62) geeft hij diverse voorbeelden van grootscheepse schendingen van de Rechten van de Mens. Standrechtelijke executies van krijgsgevangenen , bombardementen van civiele doelen, martelingen in de gevangenissen en het verdwijnen van voornamelijk vrouwen en kinderen zijn enige voorbeelden van internationaal bekende verschijnselen waaraan internationaal rechtelijke sancties moeten zijn verbonden. Deze worden tot op heden echter niet uitgevoerd en Nederland maakt hierop geen uitzondering. Diverse gevallen zoals executies, martelingen, genocide in de Nubabergen zijn bekend bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken of de Nederlandse Ambassade in Soedan . Om zogenaamde humanitaire redenen blijft het geven van steun aan projecten, veelal in samenwerking met de Soedanees regering, echter gewoon doorgang vinden .

Slavernij

Onbekende extremiteiten als slavernij en concentratiekampen blijven geheel buiten de aandacht van de westerse media. Rapporten van Soedanees en Westerse organisaties over het veelvuldig voorkomen van gevallen van slavernij, welke ook zijn gemeld door Biro, blijken niet op vruchtbare grond te vallen in Europa ; hieraan wordt geen aandacht geschonken. Er zijn echter diverse varianten in Soedan aanwezig waaraan zeker aandacht zal moeten worden geschonken. Tijdens een gesprek met een bekend Soedanees mensenrechtenactivist, gevangen gezet en

gefolterd onder het huidige regime , nu werkzaam voor een internationale organisatie, zijn een aantal schokkende voorbeelden aan het licht gekomen. Slavernij-campagnes zijn vooral een bekend verschijnsel in West- en Zuid-Soedan. De daar aanwezige stammen (Nuba , Dinka), in de vorige eeuwen al gebruikt door Westerse en Arabische handelaren voor de slavenhandel , worden op grote wijze onderdrukt en tijdens diverse bekende militaire acties van het officiële Soedanees leger opgepakt voor de slavenhandel. Rondom Kordofan zijn zelfs gevallen bekend van officiële plantages waar gevangenen, veelal kinderen en vrouwen , worden ingezet voor de oogst. In de noordelijke staat Bahr al-Ghazal is het een normaal verschijnsel dat legereenheden, samen met plaatselijke Arabische milities en burgerwachten , zogenaamde politionele acties ondernemen met als opdracht alles wat beweegt met geweld te benaderen . Echter, een gedeelte van de plaatselijke bevolking , veelal de negroide bevolking, wordt gevangen genomen en verdwijnt met onbekende bestemming. Zulke Ghawza's (Soedanees voor militaire actie of razzia) zijn een bekend verschijnsel en worden oogluikend toegelaten door de regionale en nationale machthebbers. Grootscheepse illegale slavenmarkten zijn ook bekend in deze regio's. Volgens de geruchten en gegevens van gevluchte kinderen zijn op deze slavenmarkten handelaren uit Libië en de Arabische Golfstaten te vinden . Deze rapportages , vooral door mensenrechtenorganisaties als Atrica Wateh , Human Rights Watch of Amnesty International , doen al jarenlang de ronde. De internationale druk wordt steeds groter maar tot op heden ontkent de Soedanees regering het verschijnsel slavernij in Soedan . De Soedanees advocaat Fathi Khalil , lid van het officiële Soedanees Dinka Comité , ingesteld door de regering , verklaarde in de krant Akhbar AI-Yawm (5 augustus 1996) dat de aantijgingen van slavernij in Soedan ongefundeerd zijn en alleen worden ondersteund door de vijanden van Soedan. Dit is een duidelijk voorbeeld van de houding die deze regering aanneemt. Elke aantijging is een westers, veelal zionistisch complot tegen Soedan en de Islam. Toch geeft zelfs een reactie als deze hoop, Soedan zit er duidelijk mee in zijn maag en zal uiteindelijk moeten proberen hieruit te komen .

Heropvoed ingskampen Schokkender dan bovenstaande flagrante schending van de mensenrechten is een nieuw verschijnsel in Soedan , de zogenaamde Kampen voor Straatjongeren, alom al bekend als de concentratiekampen van Khartoum. De Soedanees regering, in haar humanitaire jasje, Jason Magazine nr.1, februari 1997

17


heeft een aantal maanden geleden het plan opgevat om de straatkinderen van Khartoum en andere regio's in Soedan, op te pakken en samen te brengen in jeugd-kampen. Een van de officiĂŤle doelstellingen is het geven van scholing aan deze verschoppelingen van de maatschappij. Een nobel doel met twee duidelijke kanttekeningen . Ten eerste is er sprake van een zeer willekeurig keuze van de doelgroep. De meeste kinderen die worden opgepakt zijn geen straatkinderen maar normale kinderen die van hun werk, school of familie naar huis lopen, openbaar vervoer is minimaal in Khartoum . Na te zijn opgepakt worden ze bijeengebracht in een van meest beruchte gevangenissen van Khartoum. Vanuit deze gevangenis, bekend om de aanwezige martelkamers en het veelvuldig verdwijnen van gevangenen of politieke tegenstanders, worden ze getransporteerd naar kampen ver buiten Khartoum . In de wijde omgeving van Khartoum is helemaal niets te vinden , uitgezonderd woestijn. Deze kampen hebben dan ook te maken met tekorten aan sanitaire voorzieningen , voedselvoorziening en andere noodzakelijkheden. Diverse hulporganisaties hebben hier al op gewezen maar de autoriteiten zeggen steeds dat er voldoende voedsel is (zolang het niet regent en de wegen verdwijnen) en er scholing wordt gegeven (in het Arabisch en met een volledig indoctrinair karakter door het regime; de meeste kinderen Christelijk, het regime is Islamitisch). Fact-finding missions van

internationale organen als de Verenigde Naties hebben schokkende gegevens naar buiten gebracht. Als voorbeeld kan het kinderkamp Abu Dohm dienen, waar meer dan 500 kinderen verblijven hier. Het is gesitueerd, in het midden van de woestijn , op meer dan twee uur reizen per Fourwhee/-drive vanuit Khartoum, dit indien de toestand van het wegennet het toelaat. Alle kinderen worden op militaire wijze geĂŻnstrueerd, er is geen sanitaire verzorging en wassen moet gebeuren in de Nijl. Gedurende de regenperioden is dit laatste niet aan te raden daar er grote kans op ziektes , infecties en dergelijke is. Berichten over Cholera , door UNICEF en Artsen zonder Grenzen, worden rigoureus tegengesproken. De Verenigde Naties hebben dit dan ook al officieel moeten terugnemen , gedwongen door de Soedanees regering met het gevaar van het op het spel zetten van de andere projecten in het land. Buitenlandse experts die in het kamp zijn geweest blijven echter aangeven dat meerdere kinderen zijn gestorven aan Cholera en kinderen die in het kamp verblijven wijzen ook steeds op de slechte kwaliteit van het water, meestal direct uit de Nijl en totaal vervuild . De verstrekte scholing van deze kinderen is tevens gericht om hun klaar te stomen voor de Dife 'a al-Sha 'abi, een exponent van het leger, hetgeen betekent dat zij als kanonnevoer zullen dienen. De levensverwachting van deze kinderen, tussen de 5 en 16 jaar, is dan ook niet meer echt hoog te noemen.

- -.

~,

LlBIE

-

~\

'\ J

TSJAAD

18

Jason Magazine nr.1, februari 1997

EGYPTE '.:.... -SAOEDI-ARABIE


Etn isch onderscheid

De officiële houding van de Soedanese regering of de militaire commandanten is er een van onverschilligheid . Grof gezegd kan men zeggen dat het hierbij voor het merendeel gaat om zwarte of donkergekleurde christelijke of animistische Soedanezen , dus van een andere klasse dan de arabisch-islamitische Soedanees die het regime ondersteund . Dit laatste wordt ook duidelijk indien men gaat kijken in de normale vluchtelingenkampen , hier bekend als displaced-camps rond om Khartoum. De woonsituatie is niet anders dan schokkend te noemen. Beelden over de situatie in Rwanda of Koerdistan zijn niet eens te vergelijken met de Soedanese situatie. Buitenlandse hulporganisaties zijn hier niet met militaire precisie en onuitputtelijke bronnen als bijen op de honing neergestreken. Tienduizenden weeskinderen en vrouwen wonen onder daken van stro, blik, hout of stukken plastic, in geheel Soedan gaat het om meer dan 3,5 miljoen vluchtelingen waarvan het merendeel vrouwen en kinderen zijn. Er zijn geen sanitaire voorzieningen, waterkranen , ziekenhuizen of scholen aanwezig . De Soedanese regering heeft zelfs een officieuze politiek om deze kampen geregeld neer te walsen en zo deze groep te blijven verplaatsen. Duurzame woningbouw is dan ook niet toegestaan . Diverse hulporganisaties, met name UNICEF en NGO's, proberen hierin een verandering te brengen . De onwil van de huidige Soedanese regering , de haat tegen deze zwarte vluchtelingen, de angst voor coups of revolutie maken een structurele aanpak van deze vluchtelingenproblematiek bijna onmogelijk. Een oplossing is , buiten een mogelijke verandering van het regime , niet direct aan te dragen.

is onbekend , veel blijft afhangen van de houding van de diverse buurlanden . Egypte is hierbij van doorslag gevend belang ; de laatste tijd is dit machtige Arabische land echter zeer terughoudend in haar veroordelingen van de zuiderbuur. Een neutrale houding van president Mubarak betekent slecht nieuws voor de arme Soedanese bevolking , zonder externe hulp zal het moeilijk zijn om verandering aan te brengen in deze hopeloze situatie . Het Westen, met name Nederland kan hierbij een grote rol spelen . Directe en een duidelijke verharding van de standpunten op het gebied van de koppeling mensenrechten en humanitaire hulp kan het huidige regime beïnvloeden . Zonder geld en hulp kan men ook geen oorlog voeren tegen het Zuiden of is er geen geld voor een politie-apparaat.

Drs C.J.C.G. Widdershoven verricht onderzoek naar de proliferatie-problematiek in het MiddenOosten en Noord-Afrika (Department of War Studies, King's College University of London). Tevens is hij lid van de redactie.

Binnen- en buitenlandse invloeden Voornoemde uitzondering gaat steeds meer tot de mogelijkheden behoren . Zo waren er geruchten en berichten van buitenlanders in Soedan die wezen op een militaire coup-poging in de havenstad Port Soedan , de enige verbinding met de wereld. Deze poging is weer verijdeld en er was sprake van een grootscheepse zuivering van het militaire apparaat. Deze interne onrust wordt versterkt door twee nieuwe factoren. Studenten van de Universiteit van Khartoum komen in opstand hetgeen tot heftige rellen en botsingen heeft geleid. Ook is er sprake van het veelvuldig , in geheel Khartoum , afsluiten van de elektriciteit en telefoonverbindingen . Mogelijkerwijs een aanwijzing dat het regime onder druk staat en zich voorbereidt op het ergste. Voor de situatie in Soedan zou het mogelijkerwijs een oplossing kunnen zijn . Of dat dit een reële optie zal blijken Jason Magazine nr.1, februari 1997

19


BOEKEN WAR, AGGRESSION AND SELF-DEFENCE Y. Dinstein Cambridge University Press, Cambridge (1994) prijs: E 60 .00 ISBN 0 521 465265 324 pagina's, hardcover

Het wettelijk verbod op het voeren van oorlog vormt de grondslag voor het internationaal rechtssysteem. Daar staten echter niet evenveel waarde hechten aan deze verbodsbepaling worden op basis van internationale rechtsregels acties ondernomen om dit verbod af te dwingen. Zoals elke omvangrijke oorlog heeft ook de Golfoorlog een grote invloed op de ontwikkeling van het internationaal recht gekend : flagrant aggression leafs normative footsprints in its wake . Een van de gevolgen van de Golfoorlog was de opleving van het functioneren van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. In War, aggression and self-defence wordt onder andere de rechtsgeldigheid van oorlog aan een nadere studie onderworpen . Als uitgangspunt van deze studie wordt de definitie van Oppenheim gebruikt, waarbij gesproken wordt over betrekkingen tussen twee of meer staten , welke gebruikmakend van gewapende strijdkrachten elkaar trachten te overweldigen en waarbij de overwinnaars anderen voorwaarden voor vrede opleggen . Het boek is opgebouwd uit drie delen. In het eerste deel bakent de auteur het begrip oorlog af, het tweede deel behandelt de onrechtmatigheid van oorlog en het hedendaags verbod inzake het gebruik van geweld en in het derde deel staan de uitzonderingen op het verbod inzake het gebruik van geweld tegen andere staten centraal. Zo analyseert Dinstein het gebruik van geweld in het kader van zelfverdediging (in dit verband wordt uitgebreid stilgestaan bij de Nicaragua case, welke gezien wordt als de meest betekenisvolle rechterlijke uitspraak met betrekking tot zelfverdediging) en militaire acties ten behoeve van collectieve veiligheid . Hij stelt dat zowel voor de preventie van oorlog als het onrechtmatig gebruik van geweld effectieve maatregelen om collectieve veiligheid te bevorderen noodzakelijk zijn . Aan de hand van de Vrede van Westfalen (1648) , de Conventie van Den Haag met betrekking tot de vreedzame beslechting van 20

Jason Magazine "r.1, februari 1997

internationale conflicten (1899), het Handvest van de Verenigde Naties (1945) en het Treaty on the Final Settlement with respect to Germany (1990) wordt ingegaan op de verschillende vormen van agressie en de wijze waar daarop, al dan niet, rechtmatig kan worden gereageerd . Uit de ontwikkelingen in eerdergenoemde Golfoorlog blijkt dat het recht op individuele zelfverdediging tot op heden de meest effectieve bescherming tegen een gewapende aanval is. De rol die de Verenigde Naties in dit verband speelt is met het einde van de Koude Oorlog eerder geactiveerd dan uitgespeeld, ondanks het feit dat het idee van collectieve veiligheid. neergelegd in het VN-Handvest, verre van optimaal functioneert.

LAAT DAT MAAR AAN ONS OVER Democratie, buitenlands beleid en vrede Ph.P. Everls DSWO Press, Leiden (1996) prijs: f 64 ,85 ISBN 90 66951222 284 pagina's, paperback

Regeringen zien zich, sinds de toename van de betrokkenheid van de zogenaamde wereldopinie is toegenomen, voor een dilemma gesteld . Enerzijds vraagt het publiek om een actief ingrijpen tegen onrechtmatigheden , er sprake van een anderzijds is terughoudendheid bij het inzetten van manschappen , dit met betrekking tot het risico van slachtoffers. Een duidelijk voorbeeld van dit laatste is het terugtrekken van Amerikaanse troepen uit SomaliĂŤ . Everts spreekt in dit verband van een rolverwisseling tussen vredesorganisaties en militairen. In dit boekwerk staan de begrippen democratie en buitenlands beleid centraal : is democratie een voorwaarde voor vrede? Om te komen tot een beantwoording van deze vraag is het wenselijk na te gaan op welke wijze het buitenlands beleid tot stand komt en welke actoren en factoren hierbij een rol spelen. Staten dienen rekening te houden met opvattingen , krachten en acties binnen de eigen samenleving : de publieke opinie. Deze krachten zijn van een niet te onderschatten belang en kunnen vormen aannemen van een aversie tot


het voeren van oorlog (dit was het geval tijdens de Tweede Wereldoorlog en Vietnam) tot uitingen van oorlogsenthousiasme ten tijde van het confiict rondom de Falkland-eilanden/Malvina's. In dit verband wordt nader ingegaan op de thema's macht en invloed, parlementaire steun, binnenlandse actoren en beleidsvorming. Veel aandacht wordt geschonken aan de inhoud en verschillende vormen van publieke opinie en haar invloed op het besluitvormingsproces inzake het buitenlands beleid. Extra aandacht is er in dit verband voor de politieke relevantie van de vredesbeweging, als gestructureerde en georganiseerde actor binnen het beïnvloedingsproces van het buitenlands beleid . De overheersende strekking van de verhandeling is het feit dat de vorming van het buitenlands beleid , dat overigens een ondergeschikte rol bij de verkiezingen speelt, in de meeste landen nog een elitaire aangelegenheid is, waarbij geen sprake is van directe beïnvloedingsmogelijkheden van de publieke opinie, welke niet als actor wordt gezien, maar als een mobiliseerbare hulpbron. Laat dat maar aan ons over wordt afgesloten met een aantal conclusies waarbij de auteur onder andere stelt dat democratie de beste garantie biedt om verschillen in opvatting op vredelievende en productieve wijze tegemoet te treden en een pleidooi houdt voor een vergroting van democratische betrokkenheid bij en de verbetering van democratische controle. Tot de instrumenten om dit te bereiken behoren onder andere referenda en opinieonderzoeken. In tegenstelling tot de uitgebreide en duidelijk inhoudelijke beschrijving van de thema's is er in sommige delen van het boekwerk te weinig aandacht besteed aan de afwerking, hetgeen een de leesbaarheid van het interessante werk helaas niet ten goede komt.

THE BALANCE OF POWER History and Theory M. Sheehan Routledge, London (1996) prijs: f 12.99 ISBN 0415119316 226 pagina's, paperback

Het concept van het machtsevenwicht (ba/ance of power) is een van de wijzen waarop Europa zich na de omvangrijke afscheidingen, welke in de zestiende eeuw plaatshadden, opnieuw heeft weten te ontwikkelen. Alvorens het principe van machtsevenwicht zich aan het eind van de zeventiende eeuw in Europa kon

evolueren, was het noodzakelijk om religieuze oorlogen te doorstaan en een einde te maken aan een systeem waarbinnen buitenlandse aangelegenheden werden bepaald door religieuze ideologieën. Met het einde van de Koude Oorlog is Europa heden ten dage opnieuw op zoek naar een vorm om tegemoet te komen aan de behoefte aan veiligheid. Zoals gesteld is het idee van machtsevenwicht door de eeuwen heen controversieel van aard geweest. Het begrip werd enerzijds gebruikt als basis voor de verklaring van het functioneren van het internationaal systeem en anderzijds als strategie voor de bepaling van het buitenlands beleid. Sheehan tracht dan ook een verklaring te geven voor de complexiteit van het principe van machtsevenwicht en de plaats welke het in de loop van de geschiedenis heeft ingenomen en biedt derhalve een gedegen introductie met betrekking tot de veelomvattende literatuur op dit gebied.

De auteur begint met een opsomming van enkele van de vele betekenissen die worden toegeschreven aan het begrip ba/ance of power en beschrijft de historische evolutie van het begrip. In het boek staan de twee verschillende interpretaties van het begrip welke zich in de loop van de afgelopen driehonderd jaar in WestEuropa hebben ontwikkeld centraal. Hoe verschillend de diverse interpretaties van het begrip ook moge zijn , duidelijk zij wel het centrale, immer terugkerende , kenmerk van het op een dusdanige wijze tonen van macht dat het voor opponenten onaantrekkelijk is om deze (potentiële) macht te activeren. Hij zet kanttekeningen bij de traditionele visies met betrekking tot het concept en onderzoekt de rol welk het speelt gedurende belangrijke historische perioden . Hiermee tracht hij aan te tonen dat de algemene geaccepteerde ontwikkeling van het concept is gebaseerd op een misvatting over de historische realiteit. In dit verband wordt dan ook uitgebreid stilgestaan bij de alternatieven - hun overeenkomsten en verschillen - voor de machtsevenwichtbenadering , welke zich in de loop van de behandelde tijdspanne hebben voorgedaan .

The ba/ance of power analyseert op overzichtelijke wijze de verschillende betekenissen van het begrip en plaatst deze in een historisch perspectief, zowel in theoretisch als in practisch opzicht. Aan de hand van voorbeelden uit de achttiende en negentiende eeuw als ook gebeurtenissen ten tijde van de nucleaire proliferatie (deterenee variant) belicht Sheehan het principe van machtsevenwicht als zijnde een richtlijn voor de strategie inzake het gevoerde en het te voeren buitenlands beleid . (Me) Jason Magazine nr.1 , februari 1997

21


i~

SIB-NEDERLAND Wat is de SIB? De stichting SIB-Nederland (Studenten- en jongeren verenigingen voor Internationale Betrekkingen) houdt zich bezig met internationale vraagstukken . SIS-Nederland is de platformorganisatie van 8 verenigingen die samen ruim 2.000 leden hebben. De stichting coรถrdineert de activiteiten van de SIS-verenigingen, stimuleert, financiert en organiseert projecten op nationaal en internationaal niveau en onderhoudt contacten met diverse binnen- en buitenlandse organisaties . De SIB werd opgericht in 1947 en opereert onder deze naam sinds 1962. Internationaal is de SIS bekend als de Outch United Nations Student Association (DUNSA) . De stichting is geassocieerd lid van vele nationale en internationale non-gouvernementele organisaties, zoals de Europese Beweging Nederland (EBN), het Nederlands Genootschap voor Internationale Zaken (NGIZ) en de Nederlandse Vereniging voor de Verenigde Naties (NWN). Ook onderhoudt de SIS contacten met ambassades, ministeries en andere instellingen. De SIS heeft geen enkele binding met enige politieke stroming of godsdienstige overtuiging. De SIS onderschrijft wel het Handvest van de Verenigde Naties en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

De verenigingen en de werkgroepen Er zijn 8 SIB-verenigingen , die gevestigd zijn in de volgende universiteitssteden: Amsterdam, Groningen, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Tilburg .en Utrecht. Sinnen deze verenigingen bestaan diverse werkgroepen welke zich bezig houden met een specifiek aspect van internationale betrekkingen . Zo zijn er de werkgroepen : Europese Integratie, Verenigde Naties, Afrika, Latijns-Amerika , Midden-Oosten, Oost-Europa , Kunst en Cultuur, Milieu en Religie. De werkgroepen organiseren congressen, debatten, fora , lezingen, excursies en studiereizen .

Activiteiten De stichting SIB-Nederland besteedt bijzondere aandacht aan de VN , de Europese Unie en actuele internationale gebeurtenissen, zoals de SIB - Midden en Oost-Europa Campagne

96/97. Binnenkort zal de Midden-en Oost Europa Campagne van start gaan . Op landelijk niveau zullen er weer congressen georganiseerd worden . Ook in de 8 SIS-steden zullen er in het kader van deze Campagne lezingen, fora , symposia en workshops plaatsvinden . Voor meer informatie: SISNederland Secretariaat, tel.: 071 - 521 7351 .

SIB-TEIMUN TEIMUN (The European International Model United Nations) is een simulatie van de VN en is georganiseerd door stichting SIS-TEIMUN in samenwerking met stichting SIB-Nederland. TEIMUN biedt aan ongeveer 250 studenten uit 30 landen de mogelijkheid om door middel van een rollenspel , de werking van de verschillende organen van de VN te doorgronden . De deelnemers vertegenwoordigen een ander land dan hun thuisland bij de Veiligheidsraad , de Algemene Vergadering of het Internationale Gerechtshof. SIB-TEIMUN is een unieke mogelijkheid voor jongeren om in een internationale omgeving te debatteren, onderhandelen en oplossingen aan te dragen voor actuele mondiale problemen . TEIMUN wordt gehouden in juli. Informatie: secretariaat SIS-TEIMUN , tel. : 050 - 313 2333 , fax.: 050 - 363 2095. Secretariaat SIB-Nederland Postbus 148 3500 AC Utrecht 070 - 362 2376

22

Jason Magazine nr.1, februari 1997


THE EUROPEAN INTERNATIONAL MODEL UNITED NATIONS The Hague, The Netherlands, 3rd-9th July 1997 TEIMUN'97 : Het bekendste Veren igde Naties-co ngres in Europa,

The European International Model United Nations 1997 (TEIMUN) organiseert ieder jaar een Verenigde Naties-simulatiecongres in Den Haag. Dit jaar wordt het congres gehouden in het schitterende Bilderberg Europahotel te Scheveningen op loopafstand van het strand . TEIMUN viert dit jaar haar tweede lustrum en dat belooft een groot succes te worden! Tijdens het congres worden de belangrijkste organen van de Verenigde Naties gesimuleerd , deze zijn the General Assembly (GA), the Security Council (SC) en the International Court of Justice (ICJ). Tijdens dit zeven dagen durend congres krijgen de deelnemers inzicht in de werking en de doelstellingen van de Verenigde Naties. Daarnaast is dit een goede gelegenheid om kennis te maken met de fenomenen debatteren en multilaterale diplomatie . Natuurlijk is er naast dit educatieve aspect ook tijd voor enig vermaak . Daarvoor zijn excursies en borrels georganiseerd. Het congres wordt door studenten uit 30 verschillende landen bijgewoond . Door het verschil in nationaliteiten biedt TE IMUN de studenten de mogelijkheid om in contact te komen met verschillende culturen. Daaruit ontstaat begrip voor elkaars standpunten en bovendien vriendschap . Deelnemen betekent, dat jij in een van de drie bovengenoemde organen een land vertegenwoordigd. De delegatie en jij vertegenwoordigen een land , niet zijnde het land van herkomst. Hierdoor word jij gemotiveerd om jezelf in de politieke standpunten van een ander land te verdiepen en deze te verdedigen gedurende de vele discussies die tijdens de vergadersessies losbarsten . Als afgevaardigde in the SC en the GA, bereid je resoluties voor en speel je een actieve rol in de debatten. Als je een rechter bent in the ICJ oordeel je over de voorgelegde zaak en moet je tot een oordeel komen. De zaak wordt voorgedragen en uitgelegd door twee advocaten .

Onderwerpen van het lustrumcongres The General Assembly: Women's rights Extra-territorial effects of domestic laws The Secu rity Council : Cyprus: the Greek-Turkish issue The future of peacekeeping The International Court of Justice: Advisory opinion on the legality of economie sanctions in the case of Iraq

Voor meer informatie neem je contact op met: SIB-TEIMUN Postbus 41161 9701 CD Groningen Tel. : 050 - 3634 677/674 Fax : 050 - 3632 095 Email : sib.teimun@ppsw.rug.nl of onze coรถrdinator Westerse Gebieden Susanne Trijbels tel: 050 - 5735 593 TEIMUN staat voor educatie , integratie en cultuur

Jason Magazine nr.1 , februari 1997

23


This publication has been made possible by:

I

-~ I

NATO Information Service

M.A.O.C. Gravin van Bylandt Stichting

24

Jason Magazine nr.1, februari 1997


ARTIKELEN JASON MAGAZINE 1995/1996 1995/5-6

J. Bakhuizen A Ouweneel

G. Biessen A van der Lee z.J. de Beer

IA Badawi

1996/3-4

Twintig jaar JASON Over de gezichtsloze krijgers van Votán Zapata in de Lacadón-revolte van Chiapas , Mexico 1994 Poolse handelsperikelen Het gelijk van JASON The democratisation of South Africa A call for a just and comprehensive peace in the Middle East

Wecke's Wereld G. Zalm AJ.J. de Hoogh

M. den Hartog

M.J. Solana

J. B. Soedarmanto Kadarisman The emerging economy of Indonesia Fünf Jahre Deutsche M. Kanther Einheit

W Christopher

1996/1

1996/5

Wecke's Wereld T Me/eseanu

M. Cras

M. den Hartog

AM.J. Weissink

R. Smeets

Helder water Romania: a bridge-country and stability factor in Central Europe Vijftig jaar VNvredesoperaties, conferentieverslag Een nieuwe vredestaak voor de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) Japan's inescapable road to assuming international responsibility De splitsing van FransNederlandse relatie-deeltjes

Het onderzoek Financial Review The International Law Commission's distinction between international delicts and international crimes De geschiedenis als zwarte schaduw over de ChineesJapanse betrekkingen NATO: Shaping up for the future The United States and NATO's new challenges

Wecke's Nederland Europese integratie versterkt Nederlandse identiteit E. van Middelkoop Klimaatverandering als internationaal milieuvraagstuk Reuniting our continent: M. Rifkind Britain's approach to NATO and EU-enlargement C. Widdershoven Nieuwe dreiging voor de NAVO

1996/2

1996/6

Intergovernmental Conference 1996 - Youth Seminar The Intergovernmental M. Patijn Conference is more than just an opportunity to patch up the Treaty on European Union WF. van Eekelen Security in a changing Europe The might of evolution: GE Loek Europe and its identity Between supranationalism JO. Th . Rood and realism : the dilemmas of Dutch European policy

Wecke's Wereld Vrede F. van Beuningen Van collectieve verdediging naar collectieve veiligheid Medical ethical dilemmas in G.o. Kremer a peacekeeping operation C. Widdershoven Onrust in de Golf M.J den Hartog The Organisation of the Islamic Conference and the Bosnian crisis

J Ruys


STICHTING JASON De Stichting JASON is in 1975 opgericht om te voorzien in een duidelijke behoefte van jongeren aan evenwichtige informatie over internationale vraagstukken . JASON is niet gebonden aan enige politieke stroming en kent geen levensbeschouwelijke grondslag. JASON informeert op twee manieren: door het tweemaandelijks uitgeven van JASON Magazine en door het organiseren van activiteiten . JASON Magazine publiceert artikelen over actuele internationale vraagstukken . Recente onderwerpen waren NATO and enlargement, Oost-Europa in balans?, Multinationals en Vijftig jaar Verenigde Naties . Kooijmans, Rifkind , Voorhoeve, Landsberger, Brands en Van Staden zijn enkele prominenten op het vakgebied die een persoonlijke bijdrage aan het magazine hebben geleverd. Twee maal per jaar verschijnt JASON Magazine in de engelse taal.

De Stichting JASON organiseert regelmatig internationale seminars waarbij buitenlandse studenten de mogelijkheid krijgen kennis te maken met Nederlandse en Europese instituties. Ook voor Nederlandse jongeren staat de mogelijkheid open hieraan deel te nemen. Thema's van deze seminars waren onder andere European election study tour, Economie transformation and integration in Eastern Europe en Intergouvernmental Conference 1996. Tevens worden er buitenlandse seminars georganiseerd waarbij Nederlandse jongeren de kans krijgen naar het buitenland te gaan. Daarnaast, en bovenal , worden er congressen en lezingen georganiseerd over actuele internationale vraagstukken. Een abonnement op JASON Magazine kost slechts dertig gulden per jaar. Bovendien ontvangt U dan aankondigingen van alle activiteiten van de Stichting JASON en SIB-Nederland . JASON biedt een ieder ook de mogelijkheid zelf te organiseren en te publiceren . U kunt voor een abonnement op JASON Magazine onderstaande kaart invullen. Voor meer informatie over de activiteiten van de Stichting JASON kunt U zich wenden tot: Stichting JASON Laan van Meerdervoort 96 2517 AR 's-Gravenhage telefoon: 070 - 360 5658

ANTWOORDKAART Ondergetekende abonneert zich op JASON Magazine en ontvangt voor ft . 30,- zes nummers van voornoemd magazine alsmede uitnodigingen voor de activiteiten van de Stichting JASON. Naam: Adres: Postcode: Woonplaats : Telefoon: Handtekening:

Deze antwoordkaart in een enveloppe zonder postzegel sturen naar: Stichting JASON, Antwoordnummer 10711 , 2501 WB 's-Gravenhage . U wordt verzocht te wachten met betaling totdat U een acceptgiro wordt toegezonden.