Jason magazine (1993), jaargang 18 nummer 3

Page 1

Jaargang 18 Nummer 3 Juni 1993

Magazine voor Internationale Vraagstukken

MULTINATIONALS


Inhoud Redactio/leel

Think global, act local Martijn Hop

Redactie Hoofdredacteur: Martijn Hop

1

Eindredacteuren : Marc Klumper Jaap Rodenburg

MetamO/fo.\e

Eens verguisd, nu met open armen ontvangen: de multinational

Lesley d'Huy Erik-Jan Kcijzer Hennan Kok Tom Kuperus EmmaMuller Barbara Rijks Veronique de Weiehs de Wenne

Int erview met mr. F.P.R. van Nouhu ys

2 DlIlIr: aam?

Multinational en het milieu

Jasun Magazine is een tweemaandeliJkse uitgave van Stichting Jason

Theo Wams

5

Dagelijks Bestuur Vooniuer: Martijn Boelen Vice-voorzitter: Michiel de Weger Secretaris: ElJen von Koczian Int. Secretaris: John KoolSlra Fondsenwerving: Richard Louwers PR-Coordinatie: Guillaine de Blécourt Algemene Zaken : Mauhijs de Wolf

CO/lcllrrelllie

Open markten en versterking P.J .M. Köbben

8

Algemeen Bestuur Jhr. Mr. A.a.F.M . Aluug von Geusau Drs. F.G.H. van den Broek

De

Mr. F.C.M. Caris, M.B.A. Drs.F.G. Cleton Mr.Drs.A.H. Gierve ld Mr.F.A .M. van den Heuvel Drs. J ,A. de Koning. M,Phil. Drs. KJ.C. Laseur Mr.R,H. van der Meer Drs.FJJ. Princen Drs. EJ, Weterings

Interview met de heer Scherpenhuij sen Rom

11 è!4I

Gedragscodes voor multinationale ondernemingen, opkomende standaarden?

Raad van Advies Prof.Dr.W. Dekker. voorzitter F. de Bakker Prof.OrJ.ThJ. van den Berg Prof.Dr.H. de Haan Prof.Drs.V, Halberstadt Drs.GJ.J.M. Haycn van den Heuvel H,A.M. Hoefnagels

8 arbara Rij ks

13 ()(JI't-f; lIropa

De eigen cultuur, belemmering of bevordering

e.c.

Drs. M. Vel.man (KPMG )

MrJ.G.N. de Hoop Scheffec

16

Drs.R.W. Meines R.D. PrrulOing Drs.W,K,N. Schmelzer Prof.DrJ.G. Siccama Prof.Or.A. vun Staden

Cultuurverschillen en cultuurveranderingen Ton Klumper

Jason Contactpersonen Leiden: Oiancde Vries 071 - 125100 Amsterdam: Peter Theunisz 020-6254795 Rotterdam: Stephaniede Blécourt 0104141584 Utrecht : SandraGenet 030-512061 Groningen : Frcdcrik: Smits van Oyen 050- 128509 Maastricht : Erik-Jan Goris 043 -252162 Nijmegen: Esther Peeters 080-558549

19 Verbi/ldi/ll(en

A society in love with technique Ir. P.J .A. Liefkens (AT&T)

22

Slichting Jason Laan van M~rdervoort 96

25.7 AR Den Haag

.el. 070-360 S6 58 rax 070·363 32 85

Aa/lpalli/ll(

Voldoet de nieuwe NAVO-stragtegie?

De Stichti ng Jason is niet aunsparakelijk voor de meningen die in bijdragen naar gebracht.

A.GD. van Osch

voren worden

24

Opzeggingen dienen schriftelijk te geschieden.

COPY RI G HT

Druk : Haagse Drukkerij en Uitgeversmaatschappij ISSN 0165-8336

Overname van bijdragen lijn slec hts toegestaan meI bronvenneldi ng naar hel volgende voorbee ld. waarbij tussen de haakjes de gevraagde gegevens moeten zijn ingev uld : "Onderstaande bijdrage van (auteur) is overgenomen uit Jason Magazine. jaargang( nr.). nummer(nr.). (maand,j:lar), dm gew ijd is aan hel thema(thema). Jason Magazine is een tweemaande lij kse uitgave van Jason, Stichting voor Internat ionale Vraagstukken. Den Haag."


Redactioneel

Think global, act local

Ooit karakteriseerde Lenin buitenlandse investeringen als het eindstadium van hel kapitalisme. Het is daarom zeer ironi sch dat de grootste bloei van buitenlandse investeringen plaats vond in de nadage n van hel eens zo machtige communisti sche rijk van Lenin. Van 1983 tot 1990 groeide dergelijke investeringen vier keer sneller dan de prod uctie in de wereld en drie keer sneller dan de wereldhandel. Ondanks dat de hausse van die jaren zich heeft omgezet in een recessie in gendustria li seerde landen, bogen de geldstromen zic h aan het begi n van de jaren '90 af naar de landen die tientallen jaren waren aangetast door communisti sche e n soc ialistische regimes. Langzamerhand werd er in China genvesteerd, waarna Oost-Europa aan de beurt was e n meest recentelijk is men Jeltsi n tegemoet gekomen in hel herstructu re ren van de economische situatie van het GOS , door ook aan hem omvangrijke investeringen toe te zeggen. Lenin zat e r dus, en niet voor de eerste kee r, grondig naast met zijn visie op he t kapitali sme. Lenin was niet de e nige die het belang van het toekomstige handelen en zaken doen in en met het buitenland, verkeerd begreep e n verkeerd interpreteerde. Dit belang wordt heden te n dage langzamerhand ingezien, maar niet zo snel zoals men jaren ge leden had gedacht. Een kwart eeuw geleden, toen multinationale bedrij ven plotseling groots uit de grond rezen, werden ze begroet met angst en ontzag. De gedachte dat ee n mondiale ondernemi ng, die zichze lf kon vestigen op de plaats waar dit het meest gunstige was voor de kosten en grondstoffen, hield vele n bezig. Dit soort ondernemi ngen zouden groter en sneller kunnen groeien dan hele landen, en zouden al snel de wereldeconomie gaan domineren met hun onfeilbare efficiency. Velen dachten dat dit de concentratie van de industrie in steeds minder handen met zich mee zou brengen. Tegenwoordig is he t maar een lichte overdrijv ing om te zeggen dat de multinational gez ien wordt als het tegenovergestelde. De multinat ional is het toonbeeld van het moderne e n snelle leven e n het vooruitzicht op rijkdom: multinati onal s hebben vee l e n hoogwaard ige technologi sche kennis. zijn rijk aan kapitaal. en zijn overl aden met banen. Regeringen van over de hele wereld, en vooral die uit ontwikkelingslande n, staan in de rij om multinationals aan te trekken . De Verenigde Naties, die tientallen jaren de multinationals dwars heeft gezete n door het opstelle n van gedragscodes voor deze bedrijven, spendeert nu het meeste van haar tijd in landen te adviseren hoe zij de multinationals het beste kunnen lokke n. Mondiaal opererende ondernemingen hebben de wereldhandel niet overge nome n, ondanks dat het tempo van buitenlandse investeringen in ondernemingen in hoge mate versneld is. Aan het begi n van de jaren '70 voorspelden sommi gen dat in 1985 meer dan 80 procent van de opbre ngst uit productie beheerst zou worden door slecht s 200 tot 300 bedrijven. O nderzoekers bij de Verenigde Naties schatten dat er heden ten dag ten minste 35.000 multinational s zijn die meer dan 170.000 vest igingen in de wereld beheren. Binnen deze groep is de macht echte r wel geconcentreerd. De VN denkt dat de grootste honde rd bedrij ven (zonder de financiële sector) in 1990 ongeveer 3. 1 biljoen dollar van de we reldwijde opbrengste n voor hun rekening namen. Hiervan werd 1,2 biljoen dollar buiten het oorspronkelijke land van vestiging verdiend. De top honderd maakte tussen de 40 tot 50 procent van alle winsten die in het buitenland werden gemaakt. Ervan uitgaande dat het totaal van opbre ngsten in de wereld

op 20 bi ljoen dollar ligt, dan zouden deze honderd grootste bedrijven ongeveer 16 procent van de totale wi nst voor hun rekening nemen. Dit houdt ongeveer 25 procent in voor de 300 grootste bedrij ven in de wereld. Hieruit blijkt dat er zeker gee n dominere nde ro l is wegge legd voor multinationals. Het grootste cliché in de internationale zakenwere ld is de slogan TI/ink g/obal, act/ocal. Bedrijven moeten zic h volgens deze slogan wereldwijd organiseren en op mondiale manier plannen. Aan de andere kant moeten ze zich goed ori ënteren op de lokale markt , als ze hun produkten op een goede manier wi llen afstemmen op de plaatselijke behoeften en een juiste e n succesvolle marketing-strategie will en volgen. Het is een moo ie cliché. maar voor wie is deze bedoe ld? In feite zijn de meeste multinationals geen mondiale bedrijve n. Ze neigen niet ee ns in die ri chting. Multinationale bedrijven zijn inderdaad actief op het internationale vlak: ze kopen, produce ren , geven we rk , distribueren. doen onderzoek, ontwikkele n, adverteren en dus concurreren in veel versc hillende landen in de wereld tegelijk. Zij doen dit in reg ionale kluste rs dichtbij het land van oorsprong en, in minde re mate, in regionale klusters verder van het land van origine vandaan. Maar dit maakt hen. op enkele uitzonderingen (zoals Shell) nog geen wereldwijd opererende bedrijven, die de naam mu ltinational verdienen. He t is moeilijk genoeg e n zeer ingewikkeld om een multi nationaal bedrijf draaiende te houden. Het is ze lfs moeilijker om in twintig of meer landen tegelijkertijd aanwezig te zijn en te doen te hebben met meer dan twintig versch illende nationalitei te n in de bedrijfsvoering. He t is ingewikkeld om een cong lomeraat van bedrijven bij elkaar te houde n die bezig zijn uiteenlope nde indu striële produkten te maken. Eveneens is het moeilijk om een prod ukt van "wieg tot stelling" te begeleiden, omdat dit vak manschap vereist op een vee lvoud van terreinen. Produkten worde n steeds technologisch hoogwaardiger, waardoor van vele versc hill ende di sciplines gebruikt ge maakt moet worden. Door al deze factoren komen de kosten constant in aanvaring met de opbrengsten van het bed rij f. Deze di scre pantie tussen de opbrengsten en kosten is mi sschien de beste verk laring voor het feit dat bedrijven meer regionaal dan mondiaal opereren. De koste n limi teren in hoeverre het bedrijf mondiaal kan worden. Deze discrepantie verklaart ook de meest recente trend voor de internationale zakenwereld: de strategie alliance. Ind ien de kosten te hoog zijn om het zelf te rege len, da wordt dat gedeelte uitbesteed. Hierdoor ontslaat een internationaal netwerk van bedrijven die met elkaar samenwerken. Dit kan de integratie in de wereld en het doen van de noodzakelij ke buitenlandse investeringen alleen maar versterken . •

Marlij1l Hop

1aso" Magaûtle nr. 3. juni 1993


Metamorfose

Eens verguisd, nu met open armen ontvangen:

de multinational. Met multinationals als rode draad gaat mr. F.P.R. van Nouhuys in op het Nederlandse handelsbeleid, een Europese ondernemingsraad, de ontwikkelingen in Oost-Europa, het Amerikaanse concurrentiebeleid en trends op het gebied van internationale handel en internationale bedrijfsvoering. Een interview met de plaatsvervangend directeur-generaal voor de Buitenlandse Economische Betrekkingen van het ministerie van Economische Zaken. door Erik-jan Keijzer

- Wal zijn de kenmerken van hel Nederland· se beleid mei betrekking fOl multinationals? He t be leid van Nederl and, Economi· sche Zaken in deze, ten opzichte van multi· nationale onderne mingen is nie t zo specifie k dat je kunt spre ken van een apart be leid gericht op mullinali onale ondernemingen. Het maakt onderdeel uil van het algemene in ternati onal e economische be leid. Al s basis hebben we ecn inte matio· naai be leid dal e r op gericht is een max im ale li beralisering te krijgen van het verkeer van goedere n, die nste n, kapitaal en personen. Dat geldt zowe l voor het bedrijfsleven in het algemeen als voor multinati onals. Wij zie n multi nati onals in dit opzicht niet al s ande rs dan andere bedrijven.

werve n van in vesteringen in hun landen. Daar hore n investe ringen van mult inationals ook bij. De positi eve werking die van multinati onals uitgaat wordt boven de eventuel e negatieve aspecten gesteld. Er zitten wel nua nceverschillen tussen de opvatt ingen van bij voorbeeld Economische Zaken en he t mini ste ri e van Ont wik kelingssamenwerkin g; he t laatste zal eerder geneigd zijn zich krit isch op te stellen.

- Zijn gedragsnormen \'Oor multinationals een noodzaak? Nederland doet mee waar pogi ngen gedaan worden om te kome n tot een zekere mate van reguleri ng van wat multinationals wel en niet kunnen doen. Wij zij n daarin doorgaans niet de initi ati efn e mers. De visie van Economi sche Zake n is dat multinationals een positie f effect hebben op de were ldeconomie. He t tijdperk waarin multinationals als boosdoene rs gezie n werde n li gt achter ons. Datl blijkt bijvoorbee ld uit de acti e van de Verenigde Naties rond de gedragscode die me n probeert op te stelle n voor multi nali onals. Die exerci tie is mi sschien fonn eel niet dood, maar is in iede r geval naar he t tweede pl an verhuisd. Dit komt doordat de geïndustri ali seerde landen hierin niet voorop lope n. Een andere rede n is dat de ont wikkelingslanden de voorke ur geve n aan het ver-

goede les geweest."

2

Ja son Magazin e nr. 3,juni 1993

"We geloven niet in het steunen van sectoren. Wat dat betreft is het RSV-deblicle een Samengevat is e r bij de geïndustrialiseerde landen de bere idheid om mee te de nke n e n te streven naar gedragsregels. In de praktijk blijkt dat moeilij k te zijn. aar het idee van Economi sc he Zaken gaat he t om gevallen die nie t veel voorkomen. Er moet bij voorbeeld voorkomen worden dat een bepaald bedrijf, vaak een multinati onal, zich ee n posit ie verwerft in een bepaald land waardoor het in staat is de nationale instituties te ondennijne n. Het aant al klachte n hie rove r is te rugge lopen zo niet geheel verdwe nen. Nede rland is bereid mee te werke n aan hel opstell en van gedragsrege ls, zodra er redelijke voorstell en zijn die betrekking hebben op uitwasse n. Maar op het moment gebeurt e r we in ig. Het beleid is voornamelijk "sit back, wac ht aP'.

Vanaf de andere kant gezie n heeft niet alleen het bedrijfsleven zich aan gedragsrege ls te houde n, maar hebben ook de ontvangende landen dat te doen. Het ontvangende land die nt geen exorbitante voorwaarden te stelle n. Op het moment speelt dit nie t zo ste rk. De trend is dat ontwikkelings landen en de lande n in Oost-Europa het binne nhalen van investeringen belangrijker vinden dan de eventueel daaraan verbonden nadelige gevo lgen. Wij he bben bij deze tac ti ek zo onze twijfels omdat het in het geheel niet stell en van voorwaarden op de lange te nnijn ongunsti ge gevolgen kan hebben. Ee n aantal landen, waaronder de Ve re nigde Slale n. mee nt dat de vele ondoorzichtige inte rnationale verbande n kunnen leiden tot bij voorbeeld be lastingontduiking. Bij de start van de regering-Clinlon speelde n de VS even met he t idee het belastingsysteem voor multinali onals Ie ve randeren. Zij wilde n daannee voorkomen dat door de ondoorzichtigheid van de inte rnationale bedrij fsvoering belastingen ni et afgedragen werden. Op het moment horen we er niet veel meer van.

- Gebeurt er in EG verband iets op het gebied van gedragsregels? In Brusse l gebeurt inde rdaad het één en ande r. Er worden daar drie lijne n gevol gd :

- De fusie-contro le ve rorde ning, waaraan Nederland heeft meegewerkt e n die het helpt handhave n; - de kwestie van de medezeggenschap, waaronder de verplichle Europese ondernemingsraad voor multinati onals;


- en het Europese Sociale Actie Programma , dat nog in bespreking is. Het Europese bedrijfsleven staat niet te trappelen om de Europese ondernemingsraad in te voeren. Wij kunnen ons dat wel voorste llen. Neem het geval van een multinational uit bijvoorbeeld Nede rland met een dochter in Duitsland. Beiden houden zich aan de regels en hebben al dan niet een ondernem ingsraad volgens het in dat land ge ldende recht. Wat is de reden voor zo' n multinational om daar een Europese kop boven te zellen?

"Het onderwerp handel en milieu is nog niet rijp voor besluitvorming. " Als Nederlandse overheid staan we daar wat genuanceerder tegenove r. De mogelijkheid van een gat tussen de wetgevingen van beide lande n blijft bestaan. Door zo' n gat behoort manipulatie van de wetgeving tot de mogelijkheden. Daar moet op termijn iets aan gebeuren. In zoverre wijkt het beleid van Economi sche Zaken af van het sterk afwijzende standpunt van het bedrijfsleven. De fu sie-controleverordening en het soc iale acti e programma hebbe n beiden ee n element dat wij vanuit algemeen economisch oogpunt steunen. Namelijk het voorkomen van monopolisti sche verhoud ingen. Wij menen dat ge lijke soc ial e voorwaarden binnen de EG gecreerd moeten worden . Economische Zaken heeft hiervoor twee redenen. Een princip iële reden: ieder-

een in Europa heeft recht op deze lfde soc ial e omstandi gheden. En een economische: de kosten van een soc iaa l plan spelen terdege een rol in de concurrentiepositie van een land. Oneerlijke concurrenti e door middel van lagere sociale lasten kan door gelijke soc iale voorwaarden voorkomen worden.

- Zijn er verschillende visies met betrekking lOt de concurrentieposities op mondiaal niveau ? De Amerikanen zijn sterk in het verwijten zodra het om de concurrentiepositie gaat. Zij noemen lagere soc iale lasten al snel sociale dumping. Hun reacti es zijn fe ller dan in Europa het geval is. Nede rl and is voorzichti ger met het maken van verw ijten. Dat ge ldt met name voor de importen uit ontwikkelingslanden en importen uit de landen in het voormalige Oostblok. Nederland is bereid voor een bepaalde termijn haar concurrentievoordelen te zien als een comparatief kostenvoordeel. Mocht de verstoring te groot worden dan gaan we niet direc t over op anti -dumping-acties, maar zoeken we eerst naar andere moge lijkheden. In het geval van Oost-Europa spe len er niet all een zu iver economi sche aspecten mee. Stabi liteits- en ve ili gheidsoverwegingen leve ren ook hun bijdrage aan het economische be leid dat ten opzichte van OostEuropa gevoerd wordt. Hulp is hier niet genoeg. We moeten er voor zorgen dat deze landen in de toekomst weer op eigen benen kunnen staan. Hiervoor is toegang tot de Westeuropese markt nod ig, daar is iedereen het over ee ns. Vervolgens gaat de Westeuropese markt allee n ope n voor produ kten die hier

ni et of nauwelijks te slijten zijn. De produkten die we l kunnen concurreren op de EGmarkt worden niet toegelaten of zorgen voor protesten. Economische Zaken wil de zaak objectief bekijken en komt bij voorbeeld in het geval van het Oosteuropese staal tot de conclusie dat anti -dumping-maatregelen nie t nodi g zijn. In plaats van anti-dumping-maatrege len zijn er diverse andere moge lijkheden om concurrentievervalsing te voorkomen. Bij voorbee ld heffingen in het land zelf, waardoor de opbrengsten ook in het land ze lf terec ht komen. Een volgende stap zou kunnen zijn dat gekoppeld aan de associatieakkoorden (tusse n de Oosteuropese landen en de EG), de Oosteuropcse landen beloftes doen die betrekking hebben op hun concurrentiepositi e. Dit is ee n positi evere aanpak dan de Amerikaanse die , zoals eerder geschetst. feller is.

- Is er sprake \'all concurrentie flIssen de Oost-Europese lallden ? De Vi segrad -Ianden (een samenwerkingsverband tu ssen Polen. de Tsjechische Repu bliek, Slowak ije en Hongarije) presenteren zich wel als verder ontwikke lde economieën dan de andere Oosteuropese landen. Op die manier hopen ze sne ll er ee n EG- lidmaatschap te verkrijgen. Tussen de Vi scgrad-Ianden komt het ook tot conc urrenti e. Hee l duidelijk is te zien dat iede r land de afweging maakt wat het beste is ten opzichte van de EG, individuee l o f en bloc operere n. Met name de Tsjeche n ve rl ieze n de Vi segrad-samenwcrking nogal eens uit het oog. Hongarije en Po len staan mee r achter de samenwerking, maar ook dat gaat niet veel verder dan die samen werking waarbij ze ze lf gebaat zijn. De Vi segrad-samenwerking is dan ook meer een polit iek dan ee n economi sch samenwerkingsverband. - Wat :ijll de speerpunten \'an het indusrriebeleid ,'an Economische ZakelI ? Vaak wordt bij indu stri ebe leid gedacht aan het verlenen van steun . Wat dat betreft is het RSV·debacie een goede les geweest. We ge loven niet in het steunen van sectoren. Dat nee mt niet weg dat Economische Zaken op bepaalde momenten steun moet verl enen . Steun verlenen aan strateg ische bed rijven. die voor het behoud van een behoorlijke dosis geavanceerde techn ologie binnen Nederland van belang zijn. behoort tot de moge lij kheden.

"Besprekingen om tot een gezamenlijk internationaal beleid te komen op het gebied van handel en milieu zijn noodzakelijk. "

Gezamelijk internationaal beleid?

Het idee van mini ster Andriessen. het stimuleren van clusters van bepaalde technolog ieë n, komt sterk op. Hel gaat hier om geavanceerde bedrij ven die een cluster van toe leveringsbedrij ven om zich heen hebben. Steun gaat daarbij niet alleen uit naar bedrij ven. maar bijvoorbee ld ook naar uni versi teiJasolJ Magazine nr. 3.jun i 1993

3


bevordering van bepaalde milieudoelstellingen, handelspolitieke middelen te gebruiken. Economische Zaken staat daar niet achter. Het is zeer gevaarlijk om milieudoelstellingen willekeurig door middel van handelspolitieke wapens te realiseren. Daarom zijn besprekingen om tot een gezamenlijk internationaal beleid te komen noodzakelijk.

"De Amerikanen noemen lagere sociale lasten al snel sociale dumping. Hun reacties zijn feller dan in Europa het geval is."

ten die door middel van onderzoek en het leveren van hoogwaardig personeel een bijdrage aan zo'n cluster kunnen leveren.

- Hoe open staar Nederland voor multinationals? Wat betreft het aantrekken van in vesteringen in Nederland, heeft Economische Zaken grote belangstelling voor multinationals. We constateren dat in de wereldhandel in toenemende mate sprake is van handelsstromen tu ssen gerelateerde bedrijven. Dit geldt voor multinationals, joint ventures en andere samenwerkingsverbanden. Er zijn berekeningen die zeggen dat 55% van de wereldhandel op deze manier verloopt. Nederland is bij uitstek een land dat zijn welvaart voor een groot deel haalt uit het feit dat het een knooppunt van handelsstromen is. Dat wi llen we graag zo houden. Daarom is het van belang dat we ee n behoorlijk aantal bed rijven binnen halen, dan wel behouden, welke een belangrijke rol spelen in het netwerk van de internationale handel.

"Het is zeer gevaarlijk om milieudoelstellingen willekeurig door middel van handelspolitieke wapens te reali-

beroepsbevolking moet zo hoog moge lij k blij ven; - men moet zich concentreren op een aantal speerpunten in de Nederlandse economie. Zodoende moet het mogelijk zijn toonaangevend te blijven of in de voorhoede mee te draaien bij innoverende technolog ieën. Aan de andere kant is Economische Zaken van mening dat de overheid er is om niet meer dan de randvoorwaarden voor het functioneren van het bedrijfsleven te scheppen. Binnen Nederland maar ook in onze buitenlandse handelspolitiek. Wij sc hrij ven bed rij ven niet voor wat ze moeten doen, maat trachten het terrein voor hen te effenen. Er zijn landen die dar anders zien. In Frankrijk bijvoorbeeld speelt de overheid traditioneel veel meer de rol van scheidsrechter. Japan is in dit opzicht een nog ex tremer voorbeeld, al ervaren de Japanners dit ze lf anders. Het direc toraat-generaal voor de Buitenlandse Economische Betrekkingen werkt er naar buiten toe aan zovee l moge lijk belemmeringen voor het Nederlandse bedrijfsleven weg nemen. Zowel in de bilaterale relaties al s binnen multilaterale onderhandelingen. Daarnaast geeft Economische Zaken af en toe een steuntje in de rug, financieel of anderszins.

De greep op de concerns is klein. De beslissingsbevoegdheid met betrekking tot vestiging wordt zelden meer op nationale basis genomen. Grote bedrijven nemen hun beslissingen op harde zakelijke gronden, geabstraheerd van nationale overwegingen. Het enige wat je als overheid kan doen is ervoor zorgen dat je goed voor de dag komt. Dit kunnen we bereiken door een aantal basisvoorwaarden te realiseren:

- Speelt het milieu een rol in het beleid van Economische Zaken ? Een onderwerp waar Economische Zaken zich mee bezighoudt is ' handel en milieu '. In de onderhandelingen over de GATT (General Agreemems on Tariffs and Trade) spee lt 'handel en milieu' ook ee n rol. Het is een belangrijk onderwerp, dat echter in de huidige onderhandelingsronde (de Uruguay-ronde) nog niet rijp is voor besluitvonning. Het zou de kans op succes van de huidi ge onderhande lingen verkleinen, als men nu al concrete resultaten zou proberen te boeken op dit gebied.

- Het totale kostenpl aatje mag niet te hoog op lopen. Hierom mag ons sociale systee m niet uit de hand lopen; - de infrastructuur moet goed in orde zijn en op peil blij ven; - het op leidingsniveau van de Nederlandse

Op dit moment zijn er dus geen internation ale afspraken over handel en milieu. Hi erdoor ontstaan er verschill ende stromin gen, ook binnen Nederland. Zo is het mini sterie van Volkshui svestin g, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer geneigd om, ter

seren."

4

Jason Magazine nr. 3, juni t993

- Heeft het Amerikaanse bedrijfsleven invloed op het Amerikaanse handelsbeleid? Op het moment hebben wij het idee dat de Amerikaanse overheid zich opstelt achter de acties van het bedrijfsleven, en dan met name achter de grote bedrijven. Fokker ondervindt dit bij zijn poging toegang te krijgen tot de Chinese markt. Met name Boeing drukt Fokker in de hoek. Er zijn aanwijzingen dat er elementen meespelen die buiten het aanbod van het bedrijf omgaan. Voor de Chinezen staan er grote belangen op het spel met betrekking tot de Amerikaanse markt. Het is ni et meer dan een verdenking maar de aanwijzingen duiden erop dat de Amerikaanse overheid alle middel en gebruikt en dat zijn er nou eenmaal meer dan Nederland er heeft. Multinationals, met name de Amerikaanse, kunnen marktvervalsende invloed uitoefenen via hun overheden. Het Amerikaanse staatsbestel werkt dit in de hand. De Amerikaanse politiek moet rekening houden met grote bedrijven. De personen op het politieke toneel kunnen niet het risico lopen onderuit gehaald te worden, daarvoor Îs de invloed van grote bedrijven op het Congres te groot. ln de meeste Europese landen, waaronder Nederland , is beïnvloeding van de handel spolitiek door het bedrijfsleven niet in die mate moge lijk. Een voortgaande internationale verstrengeling heeft een positieve uitwerking. Amerikaanse vliegtuigbouwers bijvoorbeeld beginnen in te zien dat een te streng handel sbeleid van de Amerikaanse regering hun leveranties aan Europese luchtvaartmaatschappijen in gevaar kan brengen. Langzaam dringt het besef in de Verenigde Staten door dat ook de liberale Europese overheden weleens onder druk van de minder liberale regeringen overstag kunnen gaan. Dit kan , ook onder in vloed van de Europese Commissie, tot tegenmaatregelen leiden die negatieve gevolgen zullen hebben. De verdere internationalisering van het bedrijfsleven zorgt ervoor dat de belangen van grote bedrijven en samenwerkingsverbanden over de wereld verspreid raken. Deze ontwikkeling bevordert de liberalisering van de handel spolitiek. De Amerikaanse bedrijven met wereldwijde belangen zullen daarom hun invloed aanwenden ten gunste van een liberaler handelsbeleid .• Erik-jan Keijzer is redacteur van Jason Magazine.


uurzaam?

Multinationals en het milieu Dragen multinationals meer of op een andere wijze verantwoordelijkheid voor milieuproblemen dan andere bedrijven? Hoe zouden zij zich moeten gedragen om op een constructieve wijze bij te dragen aan een duurzame ontwikkeling? Op deze vragen ga ik in dit artikel in. Het is geschreven vanuit het perspectief van de milieubeweging. Deze begint zich meer en meer op internationaal niveau te manifesteren en komt daarbij in aanraking met internationale organisaties van bedrijven en met internationaal werkende bedrijven. Ook bij activiteiten gericht op nationale milieuproblemen komen wij multinationale bedrijven echter nadrukkelijk tegen. door Teo Wams Van milieubescherming naar duurzame ontwikkeling In de afgelopen jaren heeft de discussie over de rnilieuprob lematiek zich ontwikkeld op een manier die relevant is voor hel gedrag van multinati onals. Van 'strikte' milie uproblemen die te maken hebben met de verontre ini ging van bode m, wate r e n

lucht, is de aandacht sterk verbreed. Tegenwoordig vormen het beheer van eindige voorraden natuurlij ke hul pbronnen, de verdeling van deze hul pbronnen over de were ldbevolking e n de relatie hiervan met produktie- e n consumptiepatronen minste ns zo

belangrijke thema's van het mil ie ubeleid als de vervuilingsproblemen die eind jaren

zestig de aanzet vormden voor een sne l groeiend milie ubewustzij n. De afgelopen twintig j aa r is het inzicht in de aard en oorzaken van milie uprobleme n snel gegroeid. 'Ouderwetse ' milie uproblemen als roet e n sta nk zijn weli swaar nog nie t opgelost, maar in de rijke landen van he t Noorde n wel min of meer onder controle gebracht. Voor dergelijke lokale probleme n kwamen echter intern ationale milieuproblemen als verzuring in de plaats. En met de aantasting van de ozonlaag e n het broeikaseffect ontdekten we dat er ook waarlijk mondiale milieuproble me n bestaan. Dergelijke internationale proble men zijn alleen e ffectief aan te pakke n in internationaal ver-

band. Afgelopen jaar, tijdens de grote conFerentie

over

milie u

en

ont wikke ling

(UNCED) in Rio de Janei ro, bleek dat de landen in het Zuiden alleen bereid zijn mee te werken aan inte rnationale milie uverdragen. a ls er tegelijk iets gedaan wordt aan de scheve verde li ng van de rij kdom over de were ldbevolking. Hun redene ring : de twintig procent van de wereldbevolking in het Noorden gebruikt ongeveer tacht ig procent van de grondstoffen en e nergie, bouwt daannee een enonne rij kdom op, maar is tevens voor het lee uwedeel van de mil ieuproblemen verant-

woordelijk. Zolang dat Noorde n niet bereid is de rest van de were ld in haar rijkdom mee te late n de len, hoe ft het Z uiden zic h niet verantwoorde lij k te voelen voor he t opl ossen

van de were ld milieuproble me n. Annoedebestrijding heeft een hogere prioriteit. Het begrip duurzame ontw ikke ling komt aan deze krit iek tegemoet. Het legt een verband tussen milieu- e n ont wi kke lingsvraagstukken door te stelle n dat de me nsheid de aardse rij kdommen nie l mag uitputten, maar tevens moet zorgen dal de gehe le were ldbevolking in haar behoe fte n kan voorzie n. He t begrip mili eugebruiksruimte borduurt hier op voort . De aarde kan de mens-

bes lu iten om volgend jaar naar ee n ander land te vertrekken. Aan het principe doet dit echter niet af. Bij dit ' wereldwi nke len • kunne n milie u aspecte n een di rec te ro l gaan spelen, als bedrij ven op grond van het niveau van de milie unonnen besluiten zic h a l dan niet in

een bepaa ld land te vestigen (o f als ze dreigen me t dit aspect reke ning te houde n bij hun

besliss ing).

De were ldwijde speurtocht naar

heid een begrensde hoeveelheid grondstof-

goedkope grondstoffen heeft indirect we l-

fen, ene rg ie, voedsel en ande r waardevols levere n e n kan tevens een bepaalde hoevee lhe id verv uiling verwerken. De mense n zouden deze milie ugebrui ksruimte eerlijk onder e lkaar moete n verdelen en tege lijk voorkome n dat ze meer gebruiken dan de aarde kan verdragen.

licht nog veel verstre kkender gevo lgen voor hel mil ie u. Mede dankzij het optrede n van multinationals is e r voor tal van grondstoffen een we re ldmarkt ontstaan, waar de prijsvorming op were ldschaal plaatsv indt. De precieze mechani smen hie rbij zijn ingew ikkeld e n versc hille n van grondstof tot grondstof, maar de essent ie is dat landen die dezelfde of ve rge lijkbare grondstoffen produce re n met e lkaar concurrere n. Wie het goedkoopst kan levere n, kan het meest verkopen. Er is dus een voortdure nde neerwaartse druk op de prijzen van grondstoffe n. of het nu aardoli e, katoen, plantaardige o liën of ertsen betreft. Voor de economieën van veel Zu ide lij ke landen is dit een dramati sc h gegeve n, want in veel gevallen zijn zij sterk afh anke lijk van de

"Multinationals houden er niet van om voor de levering van een grondstof van slechts één fund afhankelijk te zijn." Praten we over mult inationals en mili eu, dan moeten we ons dus niet alleen afv ragen in hoeverre deze bedrijven verv uilingsproblemen veroorzaken. Minste ns zo be langrijk is de vraag of ze bijdragen aan een verstandig beheer van schaarse hulpbronne n en aan een recht vaardige verde ling van deze hulpbronne n over de were ldbevolking.

Multinationals en de wereldsupermarkt Kij ke n we naar grote mult inationals, d ie de wereld als hun werkterrein beschouwen, dan zien we spec ifie ke fenomene n die nie t (of in mindere mate) voor nationaa l werkende bedrijven gelde n. Een multinati onal kan in principe were ldwijd 'shoppen ' op zoek naar de voorde li gste aanbi edingen van goed personeel, grondstoffen, afzetmarkte n en douceurtjes die regeringen aanbieden om investeringe n aan te tre kken. De praktijk is natuurlijk wat weerbarstiger, want staat een fabriek er eenm aal dan zal men niet makke lij k

ex pon van één of twee grondstoffen. Ze moeten er te lkens meer van producere n om dezelfde opbre ngsten te verkrijgen. Grondstofovereenkomsten di e tot een zeker voorraadbeheer e n goede prijzen zouden moele n le ide n, zijn noo it een succes geworden ondenneer omdat de mult inationals die de markt voor verschille nde grondstoffen domineren er wein ig he il in zage n. Multi nationa le onde rnemingen houden e r niet van om voor de levering van een

grondstof van slechts één land afhankelij k te zij n. Nog ideale r is het, 0 111 ze lfs ni et van een

bepaa lde grond stof afh ankelijk te zijn maar eenvoudig te kunnen switche n. Margarinefabri kanten he bben hie rin de perfectie bere ikt. Ze zijn in staat een identie k smakende margarine te fabricere n uit (mengse ls van) visaIie, maïsoli e, cocosolie, raapol ie, zonnebloemo lie etcetera. Een pijnlij k voorbeeld van de mogelijke conseque nties wordt gevormd

Jasotl Magazine nr. 3. j uni 1993

5


door het Fi lipijns eila nd Negros. Di t had zich in de jaren zevent ig en tachtig gehee l op grootsc halige tee lt van suikerriet gespec ialiseerd met als groOiafnemer Coca-Cola. Voedsel werd er op het eiland nauwe lijks meer verbouwd en alle land was omgezet in grote plantages. Toen kwam het moment dat Coca-Cola de techniek beheerste om goedkope Amerikaanse ma誰ssui ker voor de cola geschikt te maken en we rden de contracten met Negros van het ene jaar op het andere opgezegd. De gevolge n voor de bevolking van het eiland ware n dramati sch.

"Een multinational kan wereldwijd 'shoppen' op zoek naar de voordeligste aanbiedingen van goed personeel, grondstoffen, afzetmarkten en douceurtjes die regeringen aanbieden om in vesteringen aan te trekken." Overigens zitten aan de vervangbaarheid van grond stoffe n ni et all ee n nadelen. Als bedrijven eri n slagen voor toepass ingen van zeer schaarse metalen alternatieven te vinden, bijvoorbee ld in de vorm van high-tech kunststoffe n, is dat toe te juichen als een methode om ui tputt ing va n een schaarse grondstof te voorkomen. Het gegeven dat internati onaal opererende bedrijven hun grondstoffen bij voorkeur betrekke n van de goedkoopste aanbieder, maak t het voo r de prod ucerende landen moei lijk om bij de winning van en se n of de verbouw van handelsgewassen serieus rekeni ng te houden met milieu-aspecten. Het moeten concu rreren met producenten in andere lande n staat voorop. Dit systee m staat een duu rzaam beheer van schaarse hulpbw nnen in de weg. Mult inati ona le ondernem inge n dragen een zware verant woordelijkheid bij hel ont wikke len van betere vonnen van beheer van natu url ijke hul pbronnen. Multina tiona ls en ' doub le standa r ds ' Een tweede prob leem. gel ieerd aan dat van de were ldsupcnnarkt, zij n de zogenaamde ' double standards ' . Dat is het bestaan van verschill ende mi li eunonnen in versch illende landen. In het algemeen zij n dat relatief strenge nonnen in het Noorden en (veel) slappere nonnen in het Zuiden en het voormalige Oostblok. Voor bed rijven sn ijdt het mes aan twee kanten. Te n eerste kunnen ze in hun onderhandelingen met regeringen van arnle landen soepele nonnen bedingen omdat deze landen de investeringen hard nodig hebbe n en omdat het mili eubeleid er nog maar we in ig ont wikkeld is. Zijn deze soepe le normen eenmaal gereali seerd, dan kan dezelfde multinational in rij ke, ge誰ndustriali seerde landen aan de bel trekken met de boodsc hap dat de stre nge normen hier de concurrentiepositi e in gevaar brengen en enoe kunne n leide n dat investeringen naar soepe ler lande n verplaatst worden. 6

}aso" Magazine nr. 3,juni 1993

Er zijn in de praktijk ruim vo ldoende voorbee lden bekend om het bestaan van double standards als een bewezen fe it te beschouwen. De ra mpfabriek van Union Carbide in Bhopa l (I nd ia) miste een aantal elementaire veilighe idsvoorl ieningen die in Westerse landen al jaren verpli cht waren. Onderzoek naar ee n chemi sche fab ri ek van Shell in Ind ia wees eve neens ui t dat daar all erlei voorzieningen op milieu- en arbeidsve iligheidsgebied ontbraken, d ie in Nederland als nonn aa l gezien worden. Zo zijn er nog tall oze voorbeelden te geven. Ook van de andere kant van deze medaille, het dreigen met ve rtrek als de normen in landen als Nederland nog strenger worden, zij n leg io voorbee lden bekend. Berucht zijn de onderhandelinge n tussen Shell en de Nederlandse regering over de nonnen voor uitstoot van verzurende stoffen door ol ieraffinade rijen. Hier heeft Shell min of meer een ve torecht. De angst bij het ministerie van Economi sche Zaken dat bedrijven hu n dreigementen waann aken is zo groot, dat d it depane ment de bezwaren van het bedrijfsleven tegen mil ieunonnen vrijwe l klakkeloos overneemt. In de praktijk verli est het mi nisteri e van VRO M deze strijd in negen van de tien gevall en. Het ziet er echter ook naar ui l dat het dre igement om bij strenger wordend mil ie ube leid te vertrekken, in het alge meen loos is. Uit onderzoek is gebleken dat er nog nooit bedrij ven uit Nederland zij n ve rtrokken omdat ze het milieubeleid hier te streng vinden. Ook bij de keus van een nieuwe vestigings locatie speelt het mil ieube le id ter plaatse in het algemeen ee n ondergeschikte rol. Factoren als opleidi ngsn iveau van werknemers, geografische ligg ing en dergelijke zij n van meer belang. Toch moet de rol van mult inati onals in het probleem van de double standards ook niet overdreve n worden. De afgelopen jaren hebben veel mu lt inationa le ondernemi ngen onder druk van de publieke opi nie hun eigen mil ie ubeleid ontwi kkeld en daarbij voor het eigen concern mili eunormen vastgelegd. In veel geva llen komen deze nornlen mi n o f meer ove reen met die in hel eigen moederland. Zo' n aanpak kan juist een goede mani er om aan het beS laan van doub le standards een eind te maken (wat niel wil zeggen dat er daannee geen mi lieuprob lemen meer zijn: ook in de ge誰ndu strialiseerde landen zijn de nonnen vaak nog veel te soepe l). Momentee l lij ken niet zozeer mu ltinationals, maar j uist nationale (vaak overheids- of semi-overheids-) bedrijven in OostEuropa en de Derde Were ld het bestaan van double standards in stand te houden. Deze bed rij ve n hebben vaak een technolog ische achterstand ten opzichte van Westerse concurrenlen. Als ze toch overe ind willen blij! ven, zu llen ze relatief goedkope produkten moeten leveren. Investeren in schonere technologie past niet in zo' n strategie. De overhe id ter pl aatse is de bedrij ven vaak ter wille, aangezien men voor de nati onale econom ie vee l waarde hecht aan het in stand houden en uit bouwen van de industri 谷le sector. Vanuit d it perspecti ef is het niet onbegrij pelij k dat veel overheden en bed rij ven in het Zuiden de roep om wereldwijd geldende strenge mili eunonnen besc houwen als een truc van de Noordelij ke landen om de eigen ind ustrie

een sterkere concurrentiepos itie te ve rschaffen. Deze indruk wordt nog versterk t door de onwil van het Noorden om schone, moderne technieken tegen aantrekkelijke voorwaarden aan bedrijven in het Zuiden ter beschikking te stellen. Zo spelen de multinationale ondernemingen indi rect toch weer een sleutelrol in het debat over de double standards. Juist door niet meer met double standards te werken, gedragen de Noordelijke multinationals zich als 'braafste jongetje van de klas' en dru kken re latief zwakkere zuidelijke bedrijven in de hoek. De druk op deze bedrijven om ook volgens mode rne mi lieu-inzichten te gaan prod uceren neemt toe, maar de technolog ie daarvoor is in handen van de Noordelij ke concurrenten, die deze alleen voor veel ge ld willen verkopen. O m deze redenen wordt tegenwoordi g op internationale milieuconferenties veel en fel gedebatteerd ove r patenten en technolog ie-overdracht.

"Bij de onderhandelingen tussen Shell en de Nederlandse regering over de normen voor uitstoot van venurende stoffen heeft Shell min of meer een vetorecht. " M ultin ati ona ls en consumptiepa tro nen Het derde aspect van de relatie multinationals en mili eu dat ik wil be handelen, is de inv loed van deze bedrijven op consumptiepatronen over de hele wereld. Tot in alle uithoe ken van de wereld is de 'verwestersing' of 'ameri kani sering' van consumentengedrag me rkbaar. De meest opvallende aspecten zijn Coca-Cola, McDonalds , spij kerbroeke n en Westerse mu ziek. Maar het gaat veel verder dan alleen deze spreekwoordelijke voorbeelden. Neem verpakk ingen als voorbeeld. Van oudsher bestond er over de hele wereld een enorme vari ati e aan verpakkingsvonnen en -materi alen, Deze waren aangepast aan de

Multinationals en destructie (slrip-mining)


cultuur, de wijze van distribueren en wat er ter plaatse aan materialen beschikbaar was. Zo werd in veel tropische landen bananeblad als wegwerpverpakking voor voedsel gebruikt en bij ons vaak oude kranten. Veel verpakkingen waren herbruikbaar (hervulbare flessen bijvoorbeeld) of goed te recycle n (papie r en karton bijvoorbeeld). De laatste tientallen jaren zijn dergelijke verpakkingen in de geïndustrialiseerde landen in hoog tempo verdrongen door ' handige ' wegwerpverpakkingen: plastic zakken e n tasjes, mel.kpakken bestaande uit laminaat van kunststof en karton, blikjes voor frisdrank e n bier. Nu de markt in he t Noorden verzadigd is en er in deze landen bovendien een trend naar meer milieuverantwoord verpakken te zien is, richten de verpakkingsproducenten hun aandacht op de rest van de wereld. Zo is TetraPak, een Zweedse multinational en de grootste produce nt van melk- en sappakken, een groot offensief begonnen om de markt in Centraal- en Oost-Europa te veroveren. Het bedrijf maakt dankbaar gebruik van het feit dat de traditionele statiege ldflessen door veel consumenten in di e landen geassocieerd worden met de oude tijden: lastig, lage kwaliteit, niet modern. Daartegenover staat dan het hygiëni sche, moderne en bij uit stek Westerse pak. De enorme toename van de afvalstroom en de extra kosten voor de consument , die gepaard gaan met vervanging van flessen door pakke n, worden er uiteraard niet bij vermeld.

"Juist door niet meer met double standards te werken, gedragen de Noordelijke multinationals zich als 'braafstejongetje van de klas' en drukken relatief zwakkere zuidelijke bedrijven in de hoek."

Terwijl milieu-onvriendelijke innovaties op verpakkingsgebied met een enorme inzet internationaal verspreid worden, geldt dat voor milieuvriendelijke innovaties veel minder. De Nederlandse fri sdrankindustrie heeft onder grote druk van consume nten- en milieu-organi saLies alle wegwerpflessen vervangen door kunststoffen hervulbare statiegeldflessen. Aan deze ontwikkeling wordt internationaal echter zo weinig moge lijk ruchtbaarheid gegeven. Een bedrijf als CocaCola, dat in Nederland voorop liep bij het invoeren van de milieuvri endelijke verpakking, investeert in het buitenland nog volop in wegwerpverpakkingen. Zo zijn er ook bedrijven die hun produkt in Nederland al enkele jaren PVC-vrij verpakken , maar in andere landen ij skoud verkondigen dat een PVC-vrij alternatief techni sch niet haalbaar is. Dergelijke voorbeelden laten zien dat multinationals heel gericht proberen om het consumptiepatroon te beïnvloeden. Dil is ook één van de weinige doelen waarvoor bedrijven die elkaar normaliter naar het leven staan bereid zijn samen te werken. In de consumenteneleclronica worden geregeld vergaande afspraken gemaakt om produkten (cd-spelers, videorecorders, strak s ook de digitale tv) te standaardi seren. Anders zo u de consument een afwachtende houding aannemen en lp 's blijven draaien op een platenspeler in plaats van over te stappen op de cd. Het aantrekkelijke van de produkten di e multinationals in de aanbieding hebben, is dat ze mensen onafhankelijker (lijke n te) make n van plaats en tijd. In landen waar nog nooit een korrel tarwe is geoogst. is ruimschoots wittebrood te koop. Importgroenten e n -fruit van over de hele wereld laten de seizoensi nvloeden vrijwel verdwijnen. Kanten- klaar voedsel ontslaat mensen van langdurig in de keuken staan. Dat deze nie uwe onafhankelijkheid op zijn beurt gepaard gaat met nieuwe afhankelijkheden (namelijk van de produkten van de multinationals) valt de mensen pas late r op. De gevolgen voor lokale economieën zijn vaak vergaand en onomkeerbaar. Ook voor het milieu zijn de gevolgen ingrijpend. Het transport van produkte n over de hele wereld is enonn toegenomen. met alle vervuiling en energiegebruik van dien. Sperziebonen uit Senegal worden per vliegtuig naar Nederland gebracht en Hollandse tulpen naar Amerika en Japan. De mate van bewerking en verpakking van produkten is ook toegenomen. Van de kilo groente van het seizoen in de oude krant van vroeger naar de diepgevroren kant-e n-klaar maaltijd nu . En de levensduur van produkte n is sterk afgenomen door de telkens snellere opeenvolging van nog moderne re en nog betere produkten. De PC is daarvan een goed voorbeeld. Geen e nkele PC, ook niet die bij mensen thuis, haalt het einde van zijn techni sche leve nsduur. Lang voor die tijd is de software verouderd en is een andere machine nodi g om moderne software op te kunnen gebruiken. In deze moordende mondiale concurrentie race kunnen eigenlijk alleen multinationale giganten overleven (en zelfs daarvan sneuvelen er vele). Alleen de grootste bedrijven beschikken over voldoende ge ld voor research en promotie om de markt naar hun

hand te kunnen zetten. Terwijl iede reen het erover eens is, dat we in een duurzame situatie langer met produkten moeten doen, minder modegevoe lig moeten zijn, meer produkten uit eigen streek en levensmiddelen van het se izoen moeten gebru iken, minde r bewerkte en verpakte produkten moeten kopen en alleen nog spullen die goed recyclebaar zijn, gaan de produktontwikkeling e n de marketing van de meeste bedrijven nog precies de andere kant op.

"Nu de markt voor 'handige' wegwerpverpakkingen in het Noorden verzadigd is en er in deze landen bovendien een trend naar meer milieuverantwoord verpakken te zien is, richten de producenten hun aandacht op de rest van de wereld." Multinationals en verantwoordelijkheid Hoe kan men over de verantwoordelijkheid van multinationals voor een duurzame onlwikkeling schrij ven, zonder in naïvi teit te vervallen ? Hel meest reële aanknopingspunt daarvoor is te vinden in trends in consumentenged rag en -opvattingen en in overheidsbeleid die de laatste jare n zijn waar te nemen. Verantwoordelijkheid voor het milieu en voor de ontwikkeling van landen in het Zui de n begin! daarin meer e n meer door te klinken. Veel deskundigen zeggen dat dit geen gril is, maar een structurele trend. Bedrijven doen er dus verstandig aan om hier op in te spelen en voor de toekomst ge hee l nie uwe stralegieën te ontwikkelen. Een koffiegigant als Douwe Egberts zou dan niet meer primair op zoek moeten naar goedkope en goed smakende koffi ebone n, maar naar een milieuverantwoord geteeld produkt waarbij de producenten ee n eerlijke prijs ontvangen. De macht van een multinational is groot, groter dan die van vee l regeringen. Dat geeft nog eens ee n extra verant woordelijkheid, die verder gaat dan het eige n produkt en produktieproces. Deze bedrijven dragen ook verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de wereldeconomie en van het beleid van landen en internationale instanties. Achter de sc he nnen hebben mul tinationals altijd grote in vloed uitgeoefend op grond stoffenbeleid, e ne rg iebe leid, handelsbeleid en milieubeleid. Zo heeft een klein aantal grote bedrijven vorig jaar welen te voorkomen dal er in ons land een reg ul erende e nergieheffing werd ingevoerd. He t wordt tijd dat multinationals op een openhartige manier gaan deelnemen aan de discussie over duurzame ontwikkeling en zich aanpasse n aan de uitkomsten daarvan . •

Teo Wams is inhoudelijk coördinaTOr van de Vereniging Milieudefel/sie. Jasoll Magazine nr. 3. juni 1993

7


Concurrentie INTERNATIONALISERING VERZEKERINGSMARKTEN?

Open markten en versterking concurrentie in de EG door P.J.M. Köbben Recent is een aantal maatregelen tot stand gekomen . m.n. uil Brussel, gericht op één open Europese verzekeringsmarkt en de bevordering van vrije concurrentie. Deze ontwikkeling zou kunnen leiden tot een verdere internationali sering van de verzekeringsmarkten. In dit artikel wordt in hoofd lijnen en met weglating van veel relevante detail s aangegeven wat genoemde maatregelen inhouden en wat daarvan de achtergronden en doelstellingen zjjn. Vervolgens wordt er ingegaan op kritiek op één der maatrege len. Tenslotte een voorzichtige poging tot toekomstvoorspelling.

voor iets bere ikt kon worde n, orndat de ' materiële' landen aanvankelijk hun systeem niet los wensten te laten. Zij deden dat, omdat zij meenden de belangen van de verzekeringsconsu menten daarmee het beste te behartigen. Tegelijk echter, wellicht onbedooeld, handh aafden zij daarmee een protectioni sti sch en bureaucratisch systeem, dat hun mark ten ontoegankelijk en star hield.

"En het product moet ook aangepast zijn aan de locale omstandigheden"

2. Single license· home country control Het verzekeringsbedrijf staat vrijwel in alle landen tcr wereld onder overheidstoezicht. Dat toezicht is in de eerste plaats gericht op de solvabi liteit van de verzekeraars. Logisch, want een faillissement van een verzekeringsmaatschappij zal voor veel van zijn klanten de financiële ondergang betekenen, bijv. doordat pensioen niel meer uitbetaald wordt of doordat een forse aansprakelijkheidsclairn niet gehonoreerd wordt. Zo iets za l bij . het faillissement van een ijskastenfabrikant niet gauw het geval zij n. Dit punt hebben alle toezicht ssystemen dus gemeen. Maar verder kunnen zij sterk versc hillen. In Europa zijn er, ongenuanceerd gesteld, twee strorni ngen; rnaterieel toezicht, waarbij het handelen van de verzekeraars wettelijk sterk gereguleerd is; normatief toezicht, waarbij de verzekeraar vrij is in zijn hande len en achteraf getoetst word t. Het eerste stelsel, dat in de rneeste landen toegepast wordt , leidt vrijwel automatisch tot een afgrendelen van de markten. Het tweede, rn.n. toegepast in Groot-Brittanië en Nederland, gaat gepaard met een ruime toegankelijkheid van markten. De Europese Cornmi ss ie heeft in haar streven orn ook voor het verze keringsbedrijf één interne rnarkt te bouwen, zwaar met deze verschillen in overheidsregels in zijn maag gezeten en het heeft dan ook lang geduurd

8

Jason Magazine nr. 3, juni 1993

Deze impasse is in principe (op de praktijk kom ik nog terug) doorbroken met de zgn. 3e kaderrichtlijnen sc hadeverze kering en leve nsverzekering( I). die in de loop van 1994 in alle lidstaten in werking moeten treden. Het betreft een uit gebreide en ingewikkelde regelgev ing, maar het gaat vooral om drie punten: - si ng le license: een verzekeringsmaatschapp ij zal voonaan nog maar één vergunning nodi g hebben. van zijn eigen overheid, om vooral in de EG werkzaam te kunnen zijn, zowel via bijkantoren e.d. (vesti gi ng) als rechtstreeks (dienstverlening); home cou ntry conrrol; alle activ iteiten van deze maatschappij, waar in de EG ook uitgeoefend , worden gecontroleerd door één toezichtinstantie, die van zijn hoofdzetel; geen goedkeuring tarieven en voorwaarden: In de ' materiële' landen is voor veel branches momenteel nog voorafgaande goedkeuring door het toezicht van of de tari even of de voorwaarde n of beide vereist- dat wordt starks verboden. In wezen wordt met het derde punt in de ' materiële' landen een stuk ' normatief ' systeem ingevoerd. "Een verzekeraar uit ee n normatief land kan nu in materieel land volgens zijn normatieve methoden gaan werken onder normatief toezicht". Dat zal een belangrijke in vloed kunnen hebben op de concurrenti everhoudingen in dat land. En zo komen wij aardig in de richting van wat toc h de EG-doelstelling is, nl. dat iedere consument in de Gerneenschap toegang moet heb-

ben tot alle (verzekerings-) produkten die in de Gemeenschap aangeboden worden. 3. Vrije concurrentie 3.0. Groepsvrijstelling Iedere ondernemer zaJ moeten toegeven dat vrije concurrentie goed is voor de consument , de economie en du s ook voor de onderneming - hoezeer hij ook van tijd tot tijd de neiging zal hebben zijn ri sico's wat Ie beperken door onderlinge afspraken. De Nederlandse markt is trouwens een overtuigend be wijs: de markt is van oudsher vrijwel onbeperkt toegankelijk geweest voor buitenlandse concurrenten (d ie daarvan ook ruim ge bruik hebben gemaakt) en wordt, mede daardoor, van oudsher gekenmerkt door een stevige concurrentie. Dat is dus prima, als tenminste de concurrentie niet te stev ig wordt, want als er ongelukken gebeuren, kunnen individule consumenten daar zwaar door getroffen worden , wals in paragraaf 2 al betoogd is. Doel moet derhal ve zijn , zoals geformuleerd door de voorzitter van de Verzckeringskamer(2), een optimale, niet een maximale concurrentie. Ook het strenge kanel regime van de EEG onderkent de nood zaak om het absolute verbod van alle vormen van samenwerking van ondernemers (art 8S( I) EEG-verdrag) uitzonderingsmoge lijkheden te geven (art 83(3)) als het gaat om samenwerking die tot betere produkten leidt en/of die voordeliger is voor de concurrent. De uitzondering wordt gerealiseerd in een vrijstelling, die voor een specifieke samenwerking wordt verleend of voor een categorie- een zgn. groepsvrij stelling. Per I april 1993 is zo een groepsvrijstelling in werking getreden voor enkele categoriën samenwerkingsvormen in de verzekeringssector; de betreffende verordening Îs van 2 1 december 1992(3). Vrijgesteld en du s tooegelaten is, onder allerlei voorwaarden, samenwerking van de verzekeraars op vier terreinen: - indicaties over netto-premies Het samenwerkingsverband mag statistieken verzamelen en op grond daarvan indicaties uit laten gaan over de netto-premie, dat is dus de prem ie die nodig is om het zuivere risico te dekken, zonder opslagen voor kosten, winst etc.;


GATT· ·overleg standaard polisvoorwaarden Zuiver indicatief mogen standaardpoli s· voorwaarden aan de markt worden gepresenteerd , waarbij een aantal onderdelen wordt uitgezonderd; - veiligheidsvoorzieningen Verzekeraars mogen gezamelijk normen fonnuleren, waaraan preventievoorzieningen (bijv. spri nklerinstallaties of alarmsystemen) en instaIlatiebedrijve n moeten voldoen, mits dat niet leidt tot belemmeringen op de markt van die voorzieningen. Zoals gezegd is deze EEG-verordening per 1 april in werking getreden. Ook op nationaal vlak bestaan mededingingsrege lingen. Per 1 juni treedt , in Nederland, een AMVB(4) in werking, waarbij alle hori zontale prijsregelingen (een vrij ruim begrip) verboden worden, met de mogelijkheid van ontheffing. Het voert te ver hier op dit Besluit in te gaan. Opgemerkt wordt slechts dat het mede de terreinen van de EEG-groepsvrijstelling raakt. Dat zou tot puzzels kunnen leiden, maar "de Nederlandse overheid gaat duidelijk uit van het primaat van de Brusselse mededingingsregels" .

ze toe te staan. Dat bespaart gewoon heel veel werk en schept in één keer voor alle betrokkenen duidelijkheid. Buitenstaanders hebben de neigi ng om wat verbaasd te reageren met de vraag waarom mededingingsautoriteilen opeens samenwerkingsvonnen (karte ls) toe gaan staan . Er wordt dan wel eens gewezen op het bijzondere karakter van het verzekeringsbed rijf. dat afwijkt van dat van andere bedrijfstakken. Dat betreft o.a. het feit dat van een verzekeringsproduc t de kostprijs bij verkoop niet vaststaat - die wordt immers bepaald door de toekomstige schades. Verder kan de inhoud van het product (de risicodekk ing) vaak sterk beïnvloed worden door de afnemer (rijdt die onvoorzichtig, leeft die ongezond e nz.)

"De drastische beperking zit vooral in het feit, dat de Commissie in wezen op geen enkel punt méér toestaat dan vrijblijvende aanbevelingen"

3 .b. Achtergronden De redenen voor de Europese Commissie om tot deze groepsvrijstelling over te gaan, zijn vooraJ pragmati sch. Bij groepsvijstellingen gaat het hen er om samenwerkingsvormen, die nuttig of praktisch zijn en veel voorkomen, in één keer en op gehannoniseerde wij-

Dat is allemaal zeker juist, maar wij kunnen deze groepsv rij stell ing ook hee l praktisch benaderen via art. 85(3) van het verdrag. Zijn dit samenwerkingsvonnen die tot betere producten leide n of voordelig zijn voor de consument?

Dal is zeker hel geval. Wij zullen dat per categorie bezien.

- netto premies Een verzekeringsproduct deugt niet als de premies niet op goede statistieken gebaseerd zijn. Voor een enke le omvangrijke branche zou een grote maatschappij nog we l kunnen volstaan met eigen stat istieken , maar in het algemeen zijn nationale sta istieken nodig en in sommi ge geva lle n ze lfs internationale - verzekeri ng van vliegtuigen of natuurrampen bijv. En het is evident dat het gezamelijk opstelle n en bewerken van die stati stieken veel ge ld bespaart. - standaard polisvoorwaarden Daar vraagt de consument om. Een verzekeringscontract is uit de aard der zaak zeer gecomp liceerd . Het zou helemaal bar worden als de hoofdbegrippen door iedere verzekeraar anders geformuleerd zouden worden.

- pooling Vooral kleinere maatschappijen kunnen grote of ingewikkelde ri sico's niet dekken. Dat kan wel als zij hun capaciteit en know-how bundelen. Pooling is verder nodig als nieuwe soorten risico's zic h aandienen, die geen enke le maatschappij alleen aandurft , zoals recent milieu-aansprakelijkheid. - veiligheidsvoorzieningen Norme ren. keuren. cert ifi ceren e nz. van jmwll Magazille nr. 3.juni 1993

9


zaken als sprinklers, autoalannen enz. moet natuurlijk vooral door verzekeraars gezamel ijk gedaan worde n; lie rst nog samen met anderen (branwee r bij v.) op Europees niveau. Anders gaal ereen hoop ge ld over de balk, dat uiteinde lijk door de consument opgebracht moet worden.

"de Nederlandse overheid gaat duidelijk uit van het primaat van de Brusselse mededingingsregels" Het Nederlandse verzeke ringsbedrijf kan zich rede lijk goed vi nden in deze rege ling, al worden de voorwaarden vaak wat pietluttig gevonden en de beperking voor pooling we l erg krap. Wij zijn in ons land tenslotte gewend aan vee l conc urrentie, maar hebben ook de resultaten daarvan en van de ope n markt kunnen constateren: een modern, innovatief en actief verze kerin gsbedrijf met over het gehee l dui delijk lagere kosten/pre~ mies dan in de landen mei een materieel sys~ leem en beperkte concurrentie.

st ijge nde verbazi ng van hun stellingen kenni s heb genomen, omdat de verwachtingen in verzekerings land over de consequenties van e.e.a. zo totaal anders zijn. De oorzaak van dit versc hil is waarsc hijnlijk dat Faure en Van den Bergh er van uitgaan dat de groepsvrijstell ing samenwerkingsvonnen mogelijk maakt di e er nog ni et zijn, terwijl ve rzekeraars weten dat het gaat om een, voor veel landen drasti sche, beperking van de gegroei ~ de en beproefde praktijk. Uiteraard bestaan dit soort samenwerkingsvonnen, kartels zo men wil, overal, ook in Nederland. Die zijn ook allemaal netjes gemeld in Brussel en op dal materi aal heeft de Commissie zijn verordening gebo uwd. " De drastische beperking zit vooral in het feit. dat de Com mi ssie in wezen op geen enkel punt méé r toestaat dan vrijblijvende aanbevelingen". En de redelijke tevredenheid van Nederl andse verzekeraars zi l in het feit dal in ons land de concurrentie in het algemeen slechts derge lijke vrijblij vende aanbevel ingen mogelijk maakte. In de ogen van verzekeraars zijn, voor de internationale con curre ntie ~ont w i kkeling, de kaderrichtlijnen behande ld in paragraaf 2 , vee l belangrijker dan de groe psvrijstelling en die richt lijnen hebben Faure en Van den Bergh niet in hun beschouwingen betrokken.

J.e. Kritiek 4. Internationalisatie? Een wel heel negatief en somber oordeel over de groe psv rijstelling is gegeven door Faure en Van den Bergh(5). De auteurs menen dat de groepsvrijstell ing niet in over~ eenstemming is met de verdragsteksten, dat de concurrentie er op allerlei terre inen door ingeperkt zal worden, dat premieverhogin~ gen dre igen, dat verzekeraars uit bij v. Neder~ land hierdoor minder mogelijkheden zullen hebben om de 'gesloten markten' binnen te dringen en zelfs het risico van ongevallen (door te starre en dus niet preventief werken· de po lisvoorwaarden) zal toenemen ! (Met excuses voor deze wel zeer vrije samenvatting van een uitvoeri g art ikel. ) Het moet mij van het hart dat ik met

Laten wij ter afs lu iting terugkeren naar het vraagteken uit de titel. Zullen de recente ontwikkeli ngen leiden tot internationalisatie, waaronder hier verstaan wordt: meer activ itei ten van Nederlandse verzekeraars elders in Europa en vice-versa? Voorspe llen is moeilijk, vooral als het de toekom st betreft. Het antwoord is daarom: ja en mi sschien. Ja, voor wat betreft commerciële en industriële risico's. De Nederlandse ve rze k e~ raar kan hel Nederlandse bedrijf dat hij tot kl ant heeft , straks volgen als dat zich naar het buitenland begeeft. En vooral, het Europese bedrijfsleven kan straks, geholpen door kundige makelaars, in hee l Europa op zoek naar

de beste verzekeringsproducten, qua prijskwaliteitverhouding en dan maakt het Nederlandse verzekeringsbedrijf zeker kans op een goed marktaandeel. ' Misschien' is het antwoord als hel de verzekeringen voor de particu liere klant betreft. Vooral door het systeem van thui sland controle en door de afschaffing van goedkeuring van tarieven en voorwaarden kan een verzekeraar zich we l rechtstreeks, vanuit zij n vestiging in bijv. Nederland, tot particuli ere klanten in bijv. Italië wenden, maar zijn technisch inzicht en zijn marke~ tingsadvi seurs zu llen hem dat afraden. Het is nl. vrij we l ondoen lijk om een portefeuille van enige omvang elders op te bouwen zo n ~ der daar in een of andere vonn lijfelijk aan~ wezig te zijn; en aan enkele losse posten heb je niet veel.

"Een verzekeraar uit een normatief land kan nu in materieel land volgens zijn normatieve methoden gaan werken onder normatief toezicht" Dat lijfelijk aanwezig zijn is nodig om de klanten een behoorlijke serv ice te kunnen verlenen. "En het product moet ook aangepast zijn aan de locale omstandigheden". Een aansprakelijkheidsverzekering in Spanje moet bijv. wel gebaseerd zijn op het Spaanse aansprakelijkheidsrecht, anders komen er brokken van. Die situatie bestaat trouwens al, want veel Nederlandse maatschappijen zijn via bijkantoren of dochtermaatschapp ij· en in andere Europese landen acti ef, vooral in de 'jonge economieën' rond de Midde~ landse Zee. Terzijde: dochtennaatschappijen vall en wel onder het toezicht van het vesti~ gi ngsland. Nogmaals terzijde: te constateren valt dat die bijkantoren en dochtennaatschappijen wel producten uit het moedreland -zonodig aangepast- op hun eigen markt gaan aanbieden, en niet zonder succes. Inter~ national isatie van producten dus. Het vraagteken blijft voorlop ig du s nog staan, maar de internationalisatie-tendens zal wel doorgaan, nu de opening eenmaal gemaakt is . •

De heer PJ .M. Köbben is algemeen secreta~ ris van het Verbond van Verzekeringen Noten I. PB L 228/ 1 van II augustus 1992 resp. L 3601 1 van 9 december 1992 2. Vermaat. Dr. A J .• 'Zicht op toezichf in Omwikkelingen in het verzekerings· e n pensioenwezen. De Verzekeringska. mer, 1992. blz. 15 e.v. 3. PB L 398n van 3 1 december 1992 4. Besluit horiwntale prijsbinding. Stbl. 1993/80 van 4 februari 1993 5. Faure. Prof. Dr. M. en Van den Bergh, Prof. Dr. R. , Het toelaten van kanels op de Europese verzekeringsmarkt.

10

Jason Magazin e nr. 3, juni 1993


Vrije markt

De Trilaterale Commissie: een interview met de heer Scherpenhuijsen Rom Onder invloed van de oliecrisis, de instorting van het Bretton Woods-systeem en een wereldwijde recessie en inflatie, begon in de jaren zeventig de internationale economische orde, zoals die sinds de Tweede Wereldoorlog had bestaan, scheuren te vertonen. Een toenemend economisch nationalisme dreigde te leiden tot een internationale handelsoorlog. Voor de corporate captains was het internationale vrijemarkt systeem van essentieel belang. Bezorgdheid over deze ontwikkelingen leidde in 1973 dan ook tot de oprichting van de Trilaterale Commissie (TC). De initiatiefnemers waren David RockefelIer, multimiljonair en president-directeur van de Chase Manhattan Bank, en wetenschapper Zbigniew Brzezinski. door Lesley d'Huy & Veronique de Weichs de Wenne Het doel van de internationale samenwerking was en is een stabiele were ldorde die overeenkomt

met de belangen van de lidstaten zoals de tri lateralistcn die zie n; mei name het bevorderen van een li berale internati onale wereldeconomie (Gi11, 1990, p. I). Het streven naar internationale samenwerking om het kapitalisti sc he systecm te handhaven en stabiliteit te waarborgen is nict nieuw. In de Verenigde Staten werd in 19 18 al de Council on Foreign Rclations opgeri cht. Het gedachtengoed van deze Amerikaanse elite-organisati e vindt je ook in de atlantisch georiënteerde 8ilderberg Groep. Met de oprichting van de TC wordt ook Japan betrokken in dit netwerk van overlegorganen. Hel liberaal- internationalistische concept krijgt hiermee een internati onaai overlegorgaan. De Trilaterale Commi ss ie is zo een informeel Amerikaans-Europees-Japans elite-overlegorgaan geworden. Zij bestaat uil ongeveer driehonderd leden. di e afkomstig zijn uit het internati onale bedrijfsleven en bankwezen, de politiek, de wetenschap, de media en de (conserv atieve) vakbonden. De TC is een belangrijke infonnele schakel in het proces van strategische consensusvorming tu ssen kap itaalfraclies en een kanaal voor de vorm ing en verbreiding van toon-

aangevende internationaal-politieke concepties (Van der Pijl, 1992, p. 249). Om vanuit een Nederlands standpunt

inzicht te krijgen in het functioneren van de Trilaterale Commissie hadden wij een ges prek met de heer Scherpenhuijsen Rom.

- Wat is uw fUllctie bim/ell de TC? In de eerste plaats ben ik natuurlijk lid van de TC. Daamaast ben ik aanvoerder van de Nederlandse delegatie, die uit negen mensen bestaat, en zi t ik als zodani g in het uitvoerend comité. Tevens ben ik penningmeester van de Europese afde ling. Er wordt altijd gepoogd de samenstelli ng zo breed mogelijk te houden; er zijn vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, de politiek, de wetenschap en de vakbonden.

"Het feit dat het overleg op hoog niveau plaats vindt, wil niet zeggen dat dit ook automatisch leidt tot beïnvloeding van het beleid van de nationale regeringen." Deze gemêlee rdheid ge ldt zowel voor de Nederlandse delega tie als voor de TC in het algemeen. Voor ministers en staatssecretarisse n ge ldt dat zij. eenm aa l formeel actief geworden in de politiek. hun lidmaatsc hap opzeggen.

- Welk doel heoogl de TC?

De TC is opgericht in 1973 en had destijds tot doel Japan bij de internationale economie en politi ek te bet rekken. Het land was immers op dat moment nog steeds vrij geïsoleerd. De Vereni gde Staten hebben hierin de leiding genomen. Dat dit ge lukt is, is mede te danken aan de positieve rol die de TC hierin gespeeld heeft. Japan heeft de functie van de TC erkend en er hebben dan ook van het begin af aan leidinggevende Japanners in de TC gezeten. Er is nu sprake van een generatiewisseling. De Japanners die nu in de TC zinen en he t Japanse bewi nd voeren zijn veel meer dan hun voorgangers onderdeel van de internationale were ld. Dat komt bijvoorbeeld tot uiting in hun be heersi ng van het Enge ls. Voor mij heeft de TC als belangrijkste func tie de onderlinge uitwisseling van de ve rschillende standpunten, wal tot wede rzijds begrip leidt. En vertegenwoordigers van multinationals krijgen meer inzicht in de trends van de politieke aspecten van hun econom ische beleid. Bovendien levert het werk interessante persoonlijke en zakelijke relati es op. Het feit dat het overl eg op hoog ni veau plaats vi ndt , wil niet zegge n dat dit ook automati sch leidt tot beïnvl oed ing van het beleid van de nationale regeringen. De TC heeft ee rder een indirecte invloed doordat de leden beter op de hoogte raken van de problemen en de versc hillende standpunten. Jasoll Magazüre nr. 3, juni 1993

11


Die kunnen vervolgens aan het thui sfront beke nd worden ge maakt.

- Hoe gaat een vergadering in zijn werk? De vergaderingen vallen in drie delen uiteen. Ten eerste wordt de situatie besproken van het land waarin de vergadering plaatsvindt. In Washington is er aandacht besteed aan sociale vraagstukken in de Verenigde Staten, waaronder het drugprobleem. Ten tweede worden er actuele intern ationale problemen besproken. Tenslotte worden de concept rapponen behandeld, die door desku ndi gen uil de drie reg io's zijn voorbere id en die, zoals gezegd, onder hun verantwoordelijkheid verschij nen.

"Mensen moeten vrijuit kunnen spreken; dit zou niet kunnen als de notulen openbaar zouden zijn." Tijdens de regeringsperiode van Carter vierde de trilaterale gedachte hoogtij. Er zaten veel (ex-)leden van de TC in zijn regering.ls er sprake geweest van een vermindering van de transnationale gedachte met de verkiezing van Reagan ? Reagan heeft geen invloed gehad op het functio neren van de TC. In de jaren tachtig was de TC minder bereid openbaarheid te geven aan hetgeen er behandeld werd. In de TC heeft altijd de vraag gespeeld in welke mate er publiciteit kan worden gegeven aan de inhoud van de besprekingen. Aan de ene kant is er de wens om openheid na te streven, aan de andere kant neemt de TC geen beslissingen die als een eenduidig standpunt naar buiten kunnen worden gebracht. Mensen moeten vrijuit kunnen spreken; dit zou niet kunnen aJs de notulen openbaar zouden zijn. Alleen de agenda van de vergaderingen wordt bekend gemaak t. Wel worden er rapponen gepubliceerd in opdracht van de TC, die voor iedereen toegankelijk zijn. De inhoud hiervan is echter voor de verant woordelijkheid van de sc hrijvers en geeft niet een standpunt van de TC weer.

"De TC neemt geen beslissingen die als een eenduidig standpunt naar buiten kunnen worden gebracht." - Is niet zo dat leden van de TC zoals Bush en Weinberger als ze eenmaal in de nationale regering zitting nemen hun trilaterale ideeën opgeven? Je kan niet zeggen dat de leden geen andere houding aan mogen nemen. Iedereen heeft een rol. Als je in de regering zi tting neemt dan doe je wat hel beste is voor, in dit geval, de Verenigde Staten. Dan is het je taak het nationale belang te behartigen. Wat blijft is het begrip voor stand punten van andere landen en de ervaring met de culturele verschil len die ook tot uitdrukking komen tijdens onderhandelingen.

12

Jason Magazine nr. 3, juni 1993

Scherpenhuijsen Rom - Hoe wordt er in de TC gereageerd op het toenemend protectionisme zoals dat tof uiting komt in bijvoorbeeld de onderhandelingen over de GATT? De meerderheid van de leden vindt dat li beralisering van de wereldhandel nodig is. Binnen de TC wordt er gepraat over de mani er waarop de onderhande lingen weer op gang kunnen worden gebracht. Over de uit voering hiervan, bij voorbeeld op welke manier en in welk tempo de landbouws ubsid ies bijvoorbeeld omlaag moelen, houdt de TC zich niet bezig: dat moet in onderhandelingen lUssen de regeringen zelf worden geregeld. (In een schriftelijke verklaring van mMrt 1993 van de voo rzitters van de TC. staal hel volgende over de GAlT onde rhandelingen venneld: hA strong GAIT syslem remains absolutely essential as the basis oflhc liberal trnde and investment order and lhe found ation of mulual prosperil y. Among Ihe concems expressed by the members were the fear thaI Ihc Round wo uld continue 10 be held hostage 10 narrowl y based political and economic intelesis. that new issues might be opened that tlllther delay mlgh! resul! in some govemme nts backing away from commitments or compromises already IlIade. While regional arrnngeme nls. including Ihe EUfopean Community and the North Ame rican Frce Trode Agreement . conslrucli vely contribute 10 Ihe world econom y. they !.:an in no way serve as a ruil substilUte for the GAlT".)

- Welke onderwerpen zijn er op de laatste vergadering in Washington besproken ? Er is er een verandering opgetreden in de agenda. Vroeger werd deze grotendeels bepaald door de Oost-West verhoudingen in de jaren tachtig en de Noord-Zuid problemati ek in de jaren zeventig. Tegenwoordig zijn de problemen die besproken worden meer di vers. Het migratieprobleem en de ontwikkelingen in Oost-Europa vonnden in de laatste vergadering de centrale vragen.

Daarnaast is er over toetreding van nieuwe landen gesproke n. In dit verband wordt aan de potentiële nieuwe leden van de EG gedacht. Li dmaatschap voor de Oosteu ropese landen is op de korte tennijn niet denkbaar. Het nadeel van uitbreiding is dat de hanteerbaarheid afneemt. Op de laatste vergadering waren er hondervijftig aanwezigen; dat is al veel.

- Wat vindt 11 van de kritiek dat de TC het democratisch gehalte van de lidstaten geweld aan doet, doordat zij zo veel invloed kan uitoef enen ? Infonnele beïnvloeding vindt alt ijd plaats in de politiek; ook vakbonden en organi sati es als het VNO hebben contact met de regering. Over dergelijke contacten is ook niet het fijne bekend: wie heeft wat gezegd en in we lke mate is daardoor het regeringsstandpunt gewijzigd? Maar dat wordt toch ook niet als ondemocratisch beschouwd. Het voordeel van het contact tu ssen de leden van de TC is dat het leidt tot ee n verbreding van hun blikveld waardoor het een tegenwicht kan bieden aan eng-nati onalistische standpunten. Het belang van de TC word t allee n maar groter naann ate de wereld kleiner wordt. Net als de behoefte om de eigen strategie in te passen in een wereldwijde intern ati onale ontwikkeling . • Literatuur: Gill. Stephen. 1990. Amcrican Hcgcmony and thc Trilateral Commission. Cambridge UniversilY Press. Cambridge CIC. Pij l. Kees van der. 1992. We re ldorde en Machtspolitiek. Hel Spinhuis. Amsterdam.


Codering

Gedragscodes voor multinationale ondernemingen, opkomende standaarden? door 8arbara Rijks

ln de jaren 'SO zijn wc getuige geweest van grote verande ringen in het wereld produktiesysteem, waarin Multinationals (MNOs) de belangrijkste krachten zijn bij de totstandkoming

van de toekomstige technologische innovatie. De activiteiten van MNOs en hun rol in

de wereldeconomie ex pandeerde voortdu rend in de jaren '80. Groei van MNOs vond plaats ondanks het feit dat het economi sch klimaat ge kenmerkt werd door een afname van de g lobale economi sche groei, toenemende instab iliteit bij belangrijke intern ationale variabelen zoals wisselkoersen, en rentestanden , en groe iend protectionisme. De ste rke groei van de MNOs na de Tweede Wereldoorlog werd mede veroorzaakt door het gunsti ge politieke klimaat voor hun ex pansie. Algemeen leefde de opvatting dat internationale investeringen de effectieve allocatie van de produktiefactoren op were ldschaa l bevorderde en zodoende tol grotere welvaart leidde. Intern ationale reguleri ng betrof voora l de liberalise ring van kapitaalbewegingen en maatregelen ter besche nning van buitenlandse investeringe n. In de loop van de jaren '60 kreeg men echter meer aandacht voor de mogelijke negalieve effecten van MNOs. Hun bijdrage aan de ontwikkeling werd ter discuss ie geste ld.

niet of na uwe lijks be lasting, ze mochten hun winste n onbelast overnlake n naar het moederland, ze werden niet gehinderd door lastige vak bonden (waardoor de lonen laag en de arbeidsomstandi ghede n slecht bleven) en ze opereerden vrijwe l los van de nationale economi e van het land waar ze investee rden.

"Desalniettemin kunnen ook MNOs belang hebben bij internationale regulering" Vanwege het internationale karakter van de MNOs zoude n ze vonnen van nationale reg ulering kunnen ontlopen en staten tegen e lkaar kunne n uitspelen. Zo groe ide de vraag naar internationale regule ring van MNOs, zowe l in het Westen als in de ontwikkelingslande n. Wat wordt er prec ies verstaan onder inte rnationale gedragscodes? Antonie de Kemp hanteert de vo lgende definitie: " Een geheel van principes e n nonnen , die door internationale organisaties aangenomen worde n om de internationale standaarden voor het gedrag van multinationale ondernemingen vast te stellen en die beperkingen opleggen aan het gedrag van deze ondernemingen" l .

Betrokken actoren Welke negatieve effecten had men voor ogen gesteld? * In de ontw ikke lingslanden nam het gevoel toe dat politi eke afll ankelijkhe id plaats had gemaakt voor econom ische afll anke lijkheid. De nati onal e soevere inite it van vooral de zwakste ontwikkelingslanden was in het geding, >/< In de YS maakte men zich zorgen ove r de 'export van banen' en er werd aangedrongen op maatregelen van de overheid, >/< De Europese vakbonden waren bezorgd dat MNOs de arbe iders en overheden in verschillende landen tegen elkaar uit kon spelen. De vakbonden hadden het gevoel dat zij geen toegang hadden tot de echte besli ssingscentra. >/< De buitenlandse in vesteerders betaalden

Rond het midden van de jaren '70 waren de VN (ECOSOC), IAO, UNCTAD en OESO ieder bezig met he t opstellen van gedragsrege ls voor multinationale ondernemingen. De onderhande lingen verliepen echte r vaak moeizaam. Binnen de internationale vakbeweging vonnt de sociaa l-de mocrati sche lVVV een be langrij ke motor voor de ontwikkeling van ged ragscodes voor multinati onale ondernemingen. Centraal bij het IVVV staat de verbetering van publieke controle op MNOs. Voor MNOs moeten naast de voor alle ondernemingen geldende verplichtingen additionele verplichtingen gelden om het machtsevenwicht tussen MNO, nationale staat e n vakbeweg ing te he rstell en. De werkgevers zien wei ni g he il in gedragscodes e n beschouwen ze als eenzij-

dig ten opzichte van MNOs en , gezien de positieve bijdrage van MNOs aan dse we lvaart , overbodig. Desalniettemin kunnen ook MNOs belang hebben bij internationa le regulering, namelijk wanneer deze bijdraagt aan een stabi el investeringsklim aat. Wanneer de codes tevens andere vonnen van inte rnationale regulering bevatten neemt dit belang toc. Denk bijvoorbee ld aan de rege lgev ing op het gebied van belastingverdragen (ter vennijding van dubbele belastingen) ee n bepaalde hannonisering van de wetgevi ng, liberalisering op het gebied van de hande l e n kapitaalbewegingen en besche nning van de buitenlandse investeri ngen. Voor de werkgevers zijn slechts niet-binde nde codes, die niet di scrim ineren, aanvaardbaar. In 1972 kwam de lnte rnationa le Kamer van Koophande l (lee) met een aantal ri chtlijnen, de ' Guideli In vestment '. nes for International Met deze richtlijnen leek de organisatie de gedragscodes van de inte rgouvernemente le organisaties in een door haar gewenste ri chting te willen sturen.

"Ontwikkelingslanden hebben veel meer dan de Westerse landen aangedrongen op internationale regulering van MNOs," De westerse ge誰ndu striali serende landen cOJdinere n hun be leid ten opz ic hte van MNOs, en de onderhandelingen over de gedragscodes, binnen de OESO. Ook voor de Westerse landen staat de e is van het nietbindende karakter van de codes voorop. De e isen van de Westerse landen richten zich verder op de niet-discriminerende behandeling van MNOs, de verbetering van het internationale investeringsklimaat e n de besche rming van industrieel eigendom . In dit kader valt ook de e is van internationale regu lering van geschill en, in het bijzonde r bij nationalisaties. Inte rnationale regels zijn ook in het be lang van de rijke landen, die behalve moeJason Magazine nr. 3, juni 1993

13


derland ook steeds vaker gast land zijn en ook steeds minder in staat zijn particuli ere ondernemingen tegenmacht te bieden. Ontwikkelingslanden hebben vee l mee r dan de Westerse landen aangedrongen op internationale regulering van MNOs. Dit heeft een aantal redenen. Allereerst heeft het te maken met het feit dat de directe buitenlandse in vesteringen voor de ontw ikkelingslanden grotendeels een 'eenrichtingverkeer' vonnen. Een tweede verschil betreft hun gebrek aan onderhandelingsmacht, waardoor nationale reguleringen sterk aan effectiviteit inboeten. De ontwikke lingslanden, veren igd in de groep van 77, eisten allereerst dat de codes wettelijk bindende instrumenten zouden worden. De codes zo uden geen verplichtingen mogen opleggen aan het gastland . MNOs moeten zich moet onderwerpen aan de wetten van het gastland, en confl icten dienen te worden uitgevochten voor de rechtbanken van het gastland. De MNO mag zich daarbij niet beroepen op diplomatieke beschenning van het thui sland. De socialistische landen vonnden een aparte groep in de jaren '70. Directe investeringen in deze landen waren beperkt. Zij hadden zelf geen behoefte aan gedragscodes omdat hun ce ntral e planning effectieve controle op MNOs mogelijk maakte. Zij zagen de codes dan ook als een inmenging in binnenlandse aangelegenheden en een beperking van de nationale soevereiniteit.

"Wanneer men het gehele proces van code vorming beziet kan men niet spreken van opkomende standaarden." Het be lan g van de socialisti sche landen bij de totstandkoming van ged ragscodes

Gedragscodes; verstikkend?

14

Jasoll Magazille nr. 3, juni 1993

beperkte zich dan ook tot de moge lijkhe id met deze codes een einde te maken aan de praktijken van de Westerse lande n om de MNO als middel van de buitenlandse politiek te hanteren. Resultaten Na 1980 is het hele proces van codevonning in een impasse geraakt. Al meer dan 15 jaar wordt er binnen de VN onderhande ld over een ged ragscode voor Multinationals. Hel begon allemaal met het debat in 1974 ove r de zogenaamde NIEO. Dankzij een mee rderheid in de Algemene Vergaderi ng van de VN konden de ontwikkelingslanden verregaande resoluties aannemen over de door hen noodzakelijk geachte veranderingen in de wereldeconomie. Daar is in de loop van de jaren 'SO verandering ingekomen. Lag het accent aanvankelijk sterk op de plichten van Multinational s ten opzichte van het gastl and. later hebben de rec hten van de onderneminge n een centralere plaats gekregen. De onderhande linge n over de code zijn in die zin ee n afsp iegeling van ee n algemene trend in de richting van li beral isering. Veel ont wikkelings landen hebben, onder druk van het IM F, de Were ldbank en westerse donoren, hun markt geopend voor bui tenland s kap itaal. De rol van de staat in de econom ie is vrij we l overal venni nderd, de voorkeur voor nationaal eigendom boven bu itenlandse kapitaalversc haffing is sterk afgezwakt. Wanneer men het ge hele proces van codevonning beziet kan men niet spreken van opkomende standaarden. Het gehele proces kende een bloeiperiode in het midden van de jaren '70. Si nds 19S0 zitten de onderhandelingen echter muurvast en is de aandac ht voor gedragscodes afge nomen. De golf van kritiek die in de jaren '70 over de MNOs heen gespoe ld werd, is verstomd en de erkenning van de potenti_le voordelen van particu liere buiten landse investeri nge n lijkt Ie zijn toegenomen. De ideologische tegenste ll ingen zijn afgezwakt, de nood is in veel ont wikkelingslanden steeds hoger

ges legen, de schuldenl ast maakt de behoefte aan westerse va luta groter dan ooit en de investeerders ze lf vertonen een verontrustend gebrek aan belangstelling om in ontwikkelings landen te investeren. Een aantaJ ontwikkel ingen liggen hieraan ten grondslag. Belangrijk zijn het verloop van de directe buitenlandse in vesteringen, de internationale conjuctuur, het relatieve succes van de nieuwe industri alisende landen en de opkomst van multin ati onals in de Derde Wereld ze lf.

De economische crisis De economisc he crisis, een belangrijke factor in de vertraging van de ontwikkeling van de directe buitenlandse in vesteringen, heeft mede de totstandkoming van gedragscodes bemoeilijkt Toen de Europese vakbonden om gedragscodes vroegen, was er nauwelijks werklooshe id in Europa. De grote werkloosheid, in de jaren 'SO, zorgde ervoor dat de vakbonden hun prioriteiten moesten verleggen en hun aandacht moesten richten op herstel van de werkgelegenheid. De expans ie van de directe buitenJandse investeringen in de jaren '70 heeft niet zozeer een volumeeffect op de werkgelenheid in de moederlanden gehad, als wel de structuur van de werkgelenheid in deze landen gew ij zigd. Ook studies van de OESO wijzen uit dat de vermindering van de binnenlandse werkgelegenheid slechts in beperkte mate uit de effecten van de toenemende internationalisering verklaard kan worden. De werkgelegenheid blijkt bij multinationale ondernemingen juist het meest stabiel. De ontwikkelings landen verwij ten de Westerse vakbonden de arbeidscodes als een vonn van protectioni sme te hanteren, gericht tegen herstructurerin g van de wereldeconomie. De ontwikkelingslanden hebben echter nauwelijks blijk gegeven aan serieuze naleving van de Beginselverklaring van de IAO te werken, terwijl ze steeds aandringen op een flex ibele toepassing van internati onale arbe idsstandaarden voor de ontwikke lingslanden. Het gebrek aan belangstelling betekent zo een ondenn ijning van de effecti viteit ervan. Door de crisis is ook de weerstand bij de Westerse regeringen tegen de gedragscodes toegenomen. Z ij zien de pogingen tot regu lering al s contra-produktief en geloven dat de sterkste ondernem ingen voor de nodige economische groei zorgen. In het klimaat van li beralisering , deregulering en reprivati sering lijkt voor gedragscodes nauwelijks plaats te zijn . Westerse landen en de werkgeversorganisaties hebben de ontwi kkeling van gedragscodes geaccepteerd om de vakbonden en on twikkelingslanden van ambitieuzere plannen af te houden. Wanneer men naar de uitkomsten van de onderhandelingen kijkt, dan blijken zij hierin bijzonder goed geslaagd:Ten aanzien van hun centrale eisen hebben zij geen enkele concessie gedaan of hoeven doen. De economi sche crisis dwingt ook de ont wikke lings landen een liberalere houding ten aanzien van buiten landse investeerders aan te nemen. Dit leidde tot een verschuiving van hun priorite iten. Belangrijker dan de regul ering van de MNOs werden de heronderhandelingen over de schulden, de uitbreiding van de kredietstromen en de pogingen een einde te maken aan het westerse protec-


tioni sme. Het aantrekken van buitenlandse investeerders wordt voor de ontwikkelings· landen noodzakelijk om he' hoofd boven water te houden. Excessieve regu lering en een te kriti sche houding ten opz ichte van bu itenlandse investeerders kunnen deze landen zich dan ook niet permiteren. Bovenstaande stelling wordt ondersteund door het relatieve succes van de nieuwe industrialiserende landen (in het bijzonder Zuid-Korea, Taiwan, Hong Kong en Si ngapore) die zich veel liberaler opstelden tegenover buitenlandse investee rders.

"De netto bijdrage die de MNO levert aan de werkgelegenheid is beperkt." De onderhandelingspositie van de ontwikkelingslanden is ook onder druk komen te staan door de toenemende heterogeniteit van deze landen, waardoor hun belangen ten aanzien van internationale regulering meer uiteen gaan lopen. He' beleid van de be langrijkSIe gastlanden van MNOs , zoals Braz il_e, Mexico, Indi a en Zuid-K orea is de laatse jaren flex ibeler en pragmati scher.

Gedragsregels: schipperen tussen winst en goed gedrag

Implementatie van gedragscodes Effectieve implementatie, oftewel de toepassing of uitvoering, van gedragscodes wordt bemoei lijkt doordat de codes niet bindend zijn en in vage bewordingen worden opgesteld. Gezien de onwil van de betrokken partijen, met de vakbonden als duidelijke uitzondering, om zoveel mogelijk zorg te dragen voor de effectieve implementatie van de bestaande codes, kan men nauwelijks verwachten dat er iets aan de betaande situatie zal veranderen. Het verminderen van de polarisatie rond het verschijnse l ' multinational· betekent niet dat de oorspronkelijke bezwaren zijn weggenomen. De bijdrage van de MNOs aan de nationale economie van de ontwikkelingslanden blijft op vele terrei nen achter bij wat de gastlanden wenselijk achten. Een probleem is dat de beschikbaarheid van moderne 'echnologie beperk' blijf!, via de rege ls voor bescherming hiervan, tot het eige n bedrijf. De nello bijdrage die de MNO levert aan de werkge legenheid is beperkt. De kwaliteit van de werkgelenheid die geboden wordt is, in het algemeen, uiterst laag. De lonen zijn laag, arbeidsomstandigheden slech' en de rol van de vakbonden beperk I. De mogelijkheden van nationale overheden om multinationale ondernemingen te controleren zijn afgenomen. Dit omdat de MNOs steeds mee r over de landsgren zen heen samenwerken , door de opkomst van investeringsvormen die de flex ibilteit van het bedrijfsleven vergroten en omdat investeringen steeds vaker plaats vinden in de moe ilijk grijpbare di enstensector. De belangrijkste ontwikkelingslanden -veelal de woordvoerders van de groep van 77 - worden ze lf in toenemende mate gastlanden van MNOs. Ondanks de toename van he' gemeenschappelijk belang leid, dit niet tot consensus over de noodzaak en de inhoud van de gedragscodes. De belangstelling hiervoor neemt ze lfs af. Hierdoor is het

waarschijnlijker geworden dat binnen het internationale kader een code ontstaat als de 'Code of Libera lisation of Ca pital Movements' van de OESO in plaats van een code, die in eerste instantie de internationale regulerin g van MNOs tot doel heefl. De beschermin g van buitenlandse in vesteringen word t op zo' n manier weer, net zoa ls in de jaren '50 en '60. tot uitganspunt genomen.

De toestand nu Na 17 jaar di sc ussies binnen de VN Commi ssie on Transnational Corporations om een gedragscode voor multinationale onde rnemingen op te stellen zij n deze pog ingen binnen de VN om tot zo'n code te komen nu opgegeven, omdat over de tekst zoals die was gepresenteerd geen consensus kon worden gevonden. Enkele fundamentele gesch illen betroffen: gelijke behandeling van buitenlandse en national e bedrijven, geschillen· regeling en compensatierege ling bij nationalisatie. De VN is nu bezig om "gu idelines" te on twerpen, waaraan men zich vrij willi g kan onderwerpen. Voorts besloot de UNCTAD VIn in Cartage na een groep op te ri chten, die zich zal gaan bezighouden meI in vesteringsontwikkelingen onder de naam "In vestm ent and Financial Flows". Een onderdee l van de Wereldbank, de MIGA (M ultilateral In vestment Guamntee Agency) publiceerde onl angs haar In vestment Guarantee Guide, waarbij veel van deze onderwerpen ook ter sprake komen. De Werelbank ze lf heeft richtlijnen m.b.1. directe investeringen uitgevaardigd. Ook de UNCED hield zich met het onderwerp bezig, met de nadruk op milieuaspec ten. Agenda 2 1 kent vele verwij zi ngen naar het milieugedrag van multinati onale ondernemingen om tot een duurzame ontwikkeling te komen. De OESO is bezig met het ontwerpe n van een " 8roader In vest ment Inslrument", waarin in vesteringsaspecten worden behan-

deld. Tenslotte werd , mede op initiatief van Minister Pronk van Ontwikkelingssamenwerking de ··G loba l Coa lition for Afrika" opgericht die onder de naam "Transparency Intern ati onal" de volgens hen aanwezige corruptie in het internati onal e handelsverkeer gaat aanpakken. Ook hebben recente overeenkomsten zoa ls bij voorbee ld de N AFTA, ee n paragraaf m.b.1. investeringen. Er zijn dus ecn groot aanta l vlakken ont wikkel ingen aan de gang, die zich bezighouden met deze materie, waarbij de ICC (Internationale Kamer van Koophandel) namens het internationale bedrijfsleven de vinger aan de po ls houdt om ervoor te waken, dat de initiatieven evenwichti g en verstand ig zijn. Vc le eise n die in het ve rl eden werden gesteld . hebben er juist toe geleid, dat de broodnodige investeringen niet tot stand kwamen, zodat ervoor gewaakt dient te worden dat de landen die door een dergelijke code geholpen dienen te worden er nict juist het slachtoffer van worden, ondanks de goede bedoel ingen die eraan ten grondslag li gge n. Het juiste antwoord, volgens het ICC, is liberal isatie en vrije handel binnen een markteconomie en het zovee l moge lijk afbreken van protection isme. Het bewijs word t , volgens hen, ge leverd in al die landen die dit in de praktijk brengen. Het ICC is altijd een voorstander geweest van ze lfregulering. welke met hode beter werkt dan dwingend opgelegde voorschriften, waarbij alle betrokkenen zich immers richten naar ee n minimale drempel, terwijl de via consens us bereikte overeenstemming zich richt op de beste praktijk . •

8arbara Rijks is redactrice vall JASONmaga:ine Jason Magazine nr. 3, juni 1993

IS


Verbindingen

De eigen cultuur, belemmering of bevordering? Hoe belangrijk is kennis van de "eigen" cultuur bij het betreden van Oosteuropese markten? Hoe relevant is "de cultuur" voor het betreden van de Oosteuropese markt? Wat zou er bijvoorbeeld van uw droom terecht komen als u zich hoegenaamd niets aan dat vage gedoe wat meestal met cultuur wordt aangeduid gelegen liet liggen? Zou het niet bevrijdend zijn als u vrij naar Henri Ford kon zeggen "Culture is bunk !" ? Dit werd uitgesproken op 11 mei 1993 door Drs M. Veltman, partner bij KPMG Klynveld Management Consultants te Utrecht, op het congres "Market Dream, het betreden van Oosteuropese markten" georganiseerd door De Marketeer, de marketing vereniging van de Technische Universiteit Eindhoven.

door Drs M. Veltman (KPMG)

Ik wil proberen te lalen zien hoeveel " bunk" er in het cultuur begrip zit opdat u zelf de keuze van het al of niet praktisch relevant zijn kunt maken. Ik zal dit doen in drie stappen: Eerst iets over hel begrip. Hoe praktisch het betoog ook zijn moet, aan de greep van de theorie valt niet vo lledig Ic ontkomen. Vervolgens zal ik aan de hand van een aantal kenmerkende cu ltuurversc hill en waar u als betreder van de Oosteuropese markt mee te maken krijgt de re levantie van he t begrip illustreren. Ten slotte wi l ik u een aantal praktische wenken meegeven.

overdragen aan jongeren van het programma. Vooral die samenlevingen die veel zekerhede n aan dat programma ontlenen. Wij spreken in dat geval van traditionele samen levingen. In feite is het verwijzen naar een "traditie" niets anders dan dal men zich beroept op hel collectieve programma. Andere -veelal de meer individualistische samen levi nge n- gaan daar wat vrijer mee om. Een een ling die zich wil handhave n in een bepaalde groep of samenJeving moet dat programma in grote trekken kennen om te kunnen functioneren. Hoe nauw dat luistert verschilt aanmerkelijk van de ene samenleving tot de andere.

1. Het begrip cultuur

Men kan zich afvragen hoe dat programma er ooit gekomen is. Aan het begin van deze eeuw werden bepaalde waargenomen gedragingen van een volk met grote wetenschappelijke stelligheid aan de volksaard, ('"het typisch franse","typisch engels") toegeschreven. Tegenwoordig kan men dat niet meer hardop beweren wanneer men tenminste niet van di scriminatie of raci sme beticht wil worden. Bij mijn weten is er echter ook nooit wetenschappelijk vastgesteld dat e r niet zoiets als een eigen karakter van een volk bestaat. In elk geva l is dat iets ande rs dan de cultuur. Bij dit laatste moeten wij vooral denken aan gemeenschappelijke normen, waarden en verwachtingen. die het

Het zal u niet verbazen dat er net zo veel definities van cultuur zijn als er sociologen zijn. Aangezien er alleen al in Nederland veel te veel socio logen voorkomen en dus ook teveel definities, moeten wij ons vandaag beperken. De m.i. meest bruikbare omschrijving is de volgende: cu ltuur is een vonn van collectieve programmering. Dat wil zeggen ee n gemee nschappelijk actie- en reactiepatroon van een groep. stam of volk. De indi viduele leden van die groep hebben ge leerd de werkelijkheid volgens dat programma te zien e n te benaderen. Sommige samenlevingen maken veel werk van dat leer- of acculturatieproces; het 16

Jason Magazine nr. 3,juni 1993

gedrag van de eenling tot op zekere hoogte " programmeren" Bij de totstandkoming van de c ultuur speelt de re ligie van een samenl eving een belangrijke rol evenals de gesch iedenis (bunk of geen bunk) Vooral het optreden van bepaalde markante persoonlijkheden in die geschiedenis draagt veel aan de progranunering bij. De taal is ook een zeer wezenlijk programma onderdee l evenals de Cultuur met een hoofdle tter, de kunstuitingen van de desbtreffende samenlev ing. Maar be langrijker dan de preciese herkomst of samenstelling van een cultuur is de beteken is ervan voor de dagelijkse gang van zaken. Wat moet je ennee als zakenman? Heeft het zin om je er in te verdiepen? Moet je meedoen en het je eigen maken? Dat deze laatste vraag zeer praktische consequenties kan hebben zullen diegenen onder u die in Rusland en omstreken gastvrij zijn onthaald door de lokale notabelen kunnen beamen. Het programma, de cu ltuur gebiedt daar dat er ge- toast wordt met veel hartelijke en roerende woorden en dat na elke speech de kelk wodka ad fundum wordt geleegd. Bij een middelgroot gezelschap komt dit c ha nnante e n hartverwarmende gebruik de nielsve nnoedende zakenman toch al gauw op een driekwart liter pure wodka a 50% binnen twee uur te staan. Meedoen


of begrip lOnen voor zovee l folklore maar buiten schot blijven? Met de keuze ja of nee kan het succes van de busi ness gemoeid zijn.

Vooral de jongere generaties . moeten heel weinig hebben van alles wat naar "traditionele loyaliteiten" zweemt. Is het nuttig je in de "eigen" cultuur van de andere samenleving te verdiepen? Ja, absoluut. Want bedenk dat de cultuur bepaalt wat werkelijkheid is. Het bepaalt dus ook hoe u gezien wordt en dat is net anders of soms heel anders dan u uzelf ziet volgens uw eigen cultuur. De werkelijkheid bestaat immers niet. Er is alleen een werkelijkheid die hoort bij het programma van de groep. Het kennen en enigszin s begrijpen van dat programma kan van de aanvankelijk voorziene "belemmerende"cultuur een "bevorderende" maken. Het betreden van de Oosteuropese markt betekent het betreden van het werkingsgebied van de Oosteuropese collectieve programmering en de daar ge ldende werkelijkheid. Daarbij zij overigens onmidde llijk opgemerkt dat de Oosteuropese markt niet bestaat. Elk land -en binnen de federatie Rusland ook de staten- hebben hun eigen cultuur, hun eigen werkelijkheid. In Nederland hebben wij een wetensc happer. Professor Geert Horstede') die tamelijk ver gekomen is in het zich op wetensc happelijke wijze verdiepen in de cu lturen en cultuurverschillen. Hij heeft getracht op systemati sche wijze inzi cht te krijgen in de werking van culturen in verschillende landen en organisaties. Hij kwam daarbij tol de ontdekking dat alle cultuurverschillen tussen landen terug te voeren zijn op drie basis verschillen: Verschillen in het omgaan met onge lijkheid en macht , met macht safstand Verschillen in het omgaan met individuali sme en collectivisme Verschillen in het omgaan met masculinitei t en femininiteit Helaas is er nog geen compleet onderzoek gedaan , of in elk geva l nog niet gepubliceerd over hoe deze "cultuurdimensies" zoals Hofstede ze noemt , zich tu ssen Oost en West Europa verhouden. Toch is het niet zo moeilijk om alvast een aan lal uitspraken te doen over die verschillen. Als kenmerk van een grote machtsafstand noemt Hofstede : " Macht heeft voorrang boven recht" Alhoewel in verschillende gradat ies ge ldt dit zeker voor Oost Europa sterker dan voor het Westen, waar machtsgebruik stel se lmatig aan nonnen van goed en kwaad ondergeschikt worden gemaakt. Ten aanzien van de tweede dimensie kan worden gesteld dal de Oosteuropese samenlev ingen over het algemeen iets meer co ll ectivistische dan individualisti sche trek-

ken vertonen. Loyaliteit aan de familie. de waarderen van persoonlijke relaties boven fonnel e relaties wijzen hierop. Het echec van het communisme, -dat immers sterk aan collectieve loya liteit appelleerde-. heeft de mensen echter tegelijk eenzelvig en individuali stisch gemaakt. Vooral de jongere generaties moeten heel weinig hebben van alles wat naar "traditionele loyaliteiten" zweemt. M.n. in Rusland is de verwarring ten aanzien van dit cultuurkenmerk duidelijk merkbaar. Naast elkaar komen hevige uitingen van grote "broederlijkheid" en van "afkeer van de eigen groep" voor. Ook ten aanzien van de derde dimensie, de rolverdeling tussen man en vrouw, heeft het communisme verwarring gezaaid. Alhoewel vrouwen onder hel communi sme veel meer in het arbeidsproces zijn betrokken dan in het westen en ook de aan het meer vrouwelijke kant van een samenlevi ng toegeschreven element van de verzorging grondi g leek te zijn georganiseerd (staatsziekenhui zen, kinderopvang, jeugdorganisaties, fabri eken met eigen vakantieoorden) beleven de Oost Europeanen hun eigen samenlevingen nog steeds als overwegend mannelijk. Dat wil zeggen weinig tolerant en op prestati e gericht. Men kan zich afvragen welk nut een dergelijke poging tot meer wetenschappe lijk benaderen van de Oost Euroepese cultuur heeft. Voor het moment moeten wij vo lstaan met de constatering dat alle Oost Europese landen in meer of mindere mate kampen met een soort dubbelcultuur: enerzijds restanten van het communisti sc he collectieve programma, anderzijds met de "oorspronkelijke" cultuur, Daar waar die vroegere cultuur enigszins vergeten is ontstaat uit een soort krampachtige collectiviteitsbesef overtrokken nationali sme en zelfs racisme. Wij vragen ons natuurlijk allemaal rege lmatig af: hoe kunnen wij deze toch wat ontredderde volken mei hun onpraktische economiën het beste helpen ? Natuurlijk langs de praktisch economische weg van het op gang brengen van bedrijvigheid, maar m.i. vooral door ze te herinneren aan hun eigen cu ltuur. Indien u de lokal e cultuur kent, de taal , de gebruiken, de waarden, de geschiedeni s, de sprookjes, de helden dan kent u de echte behoeften, de echte markt. In elk geval acht men u zeer hoog. Maar wat leven nu de minste belemmering op bij het betreden van de markt: steeds meedoen met de "lokale" cultuur of vast houden aan je "eigen" cultuur? . Om die keuze goed te kunnen maken moet men zich vooral bewust zijn van zijn eigen (Nede rlandse) collec tieve programmering. Bepaalde keuzes tu sse n wel of niet meedoen zijn dan minder moeilijk te maken. Zo is het in sommige landen in Afrika niet ongebruikelijk dat de gasthee r één van zijn vrouwen aan de gast aanbiedt. Onze werkelijkheid gebiedt ons om deze beminnelijke geste vriendelijk doch gedecideerd af te slaan. Moeilijker wordt het bij de cultuurkenmerken die wij over het algemeen met de term corrupti e aanduiden. Hierin is vaak onze eigen morele intuïtie de beste gids. Geen innig gevoelde wens lot hel betreden

van een markt rechtvaardigt een immore le handeling, hoezeer die ook schijnbaar in de lokale cultuur lijkt te passen. Toegegeven: er zijn vervelende grensgevallen. Wat te doen met de in Rusland inmiddels hardnekkig aanwezige maffia? Uit de praktijk is ten minste één geval bekend waar de morel e intuïtie de desbetreffende Nederlander inga f om vooral te overleven in di e markt. Hij koos dus voor mee doen . Overigens zijn wij Nederlanders aldaar bekend om ons streven ons onkreukbaar maar vooral ook weinig vrijgevig op te stellen.

Indien u de lokale cultuur kent, de taal, de gebruiken, de waarden, de geschiedenis, de sprookjes, de helden dan kent u de echte behoeften, de echte markt. In elk geval acht men u zeer hoog. 2. Werkelijke en vermeende cultuurver·

schillen Genoeg over de theori e. Immers voor het zaken doen in Midden en Oost Europa is het vooral van belang te weten tegen we lke praktische culturele versc hill en men aanloopt. Het is overi gens ook van belang venneende "culturele" verschillen van de werkelijke te onderscheiden. Wanneer men zich afvraagt welke rol het communisme in het ontstaan van deze verschillen heeft gespee ld moelen wij Centraal Europa van Ru sland en omslreken onderscheiden. De Centraal Europese landen behoren feitelijk tot het westen maar hebben ee n (Ru ss isch) communi stische cul tuur opgedrongen gekregen lerw ijl de voormali ge Sovjet Unie van oudsher bepaalde cultuurkenmerken al in zich had die het zel fs voor het staat scommuni sme "geschikt" maakte. In beide gebieden komen de volgende verschillen ten opz ichte van de "v rije markt cultuur" voor, maar in Rusland zijn ze sterker.

2.1. Het belang van persoonlijke relaties versus het belang van formele posities In iedere samen lev ing spe len persoonlijke netwerken een be langrijke rol. Het rei len en zei len van elke samenleving is ervan doortJokken. In de meeste Oost Europese landen is het ec hter de belangrijkste structuur terwijl de fonnele posities een aanvullende rol vervull en. Personen met "belangrijke persoonlijke contacten" worden dan ook vooral bij u aanbevo len vanwege hun overige "belangrijke persoonlijke contacten", minder 0 111 hun kenni s en kunde. Het hebben va n macht in en igerl ei vorm is in die omstandigheden natuurlijk be langrijker dan de fomlele re lati e di e men in een organisatie tot elkaar heeft. Veelal wordt de organi satie dan ook aangepast aan hel persoonlijke netwerk. iasoft Magazille nr. 3. juni 1993

17


Het praktische gevolg van dit cult uu rverschil is dat men langer dan in het Westen te doen gebruikelijk, we rkt aan het opbouwe n van ve rtrouwen. Men moet de lange inl eidende gesprekken di e aan het tekenen van een akkoord vooraf gaan dan ook vooral niet zien als louter vonnelijke plichtplegingen. En van zijn kant doet de zakenman er goed aan de tijd die dit nu eenmaal in bes lag neemt -en die niet ze lden wordt uitgelegd als gebrek aan besluitvaardi ghe id aan de zijde van de Oost-Europese counterparts- ze lf ook goed te gebruiken om erachter te komen hoe de spel ers in het veld zich tot elk aar verhouden. Opvall end is overigens dat in Rusland tegen woord ig klaarblijke lijk de opvatting bestaat dat "westerl inge n" graag snel tot zaken komen. Niet zelden treft men westerse zakenlieden aan in het vliegtui g die meldi ng doen van " razend snelle" dea ls die konden worden gesloten in Mos kou in weerwil van de verhalen over moeilijke bes luit vonn ing. Later blijken deze dea ls meestal vooral uit razendsnelle lucht dan uit dege lij ke afspraken te bestaan.

2.2. Het belang van "academische" kennis versus dat van praktisch toepasbare kennis Het is bekend dat het opleidingsni vea u in de meeste Oost Europese landen hoog genoemd kan worden. Toch is het vennogen om met hoog waardi ge ke nni s prakt isc he problemen te analyseren en vervolgens te lij f te gaan minder ont wikkeld. Kenni s speelt (speelde) een andere rol in de samenlev ing dan bij ons. Kenni s heeft men, relaties gebruikt men. Wij zijn vee leer geneigd te zeggen: Kenni s gebruikt men en re lati es hee ft men. Hierin za l de westerse zakenman alleen middels voorbee ld gedrag en even tueellraining verandering kunnen bre ngen. De bereidheid kennis nutti g toe te passen komt uiteraard sneller naaml ate hi eruit materiee l voordee l te halen valt. De opgave voor de zakenman is dan: hoe toon ik reëel te behalen voordeel aan? Dik wijls moet men constateren dat de harde rand voorwaarden daartoe ontbreken. Dat leidt er dan toe dat de te overtuigen counterpart naar " het Westen" wordt gehaald om hem aldaar te laten zien: als de condities juist zij n dan levert de toepassing van deze kenn is voordee l op. Vaak is dat ook ni et ge noeg. Het bewijs zal uitei ndel ijk in de Oost Europese samenleving ge leverd moeten worden. Ook hi er geldt dat jonge re counterparts ee rder ove nuigd zijn dan oudere.

2.3. Zelfgerichlheid versus klanlgerichlheid Het compleet defini ëren van ee n organi satie in tennen van klant relaties is ook in het Westen nog niet zo oud , Maar het bas isprincipe van de markt: aanbieders voorz ien in de behoeften van vragers, is ons zo vertrou wd dat wij ons moe ilijk kunnen verpl aat sen in economieën di e niet op dat principe gebasee rd zijn geweest. Kenmerkend voor die economieën is niet allee n dat de vraagzijde van de markt nooi t georgan iseerd is geweest, maar vooral dat de di ensten sector ni et bestaat. Een di enst was gee n economi sch goed. Op de balans kwamen ge leverde dien18

Ja son Magazin e nr. 3,juni 1993

sten niet voor. De westerse zakenman en ondernemer zal daarom vee l aandacht moeten geven aan het inri chten van de ondersteunende diensten binnen zijn bedrij f.

"Razendsnelle" deals die konden worden gesloten in Moskou in weerwil van de verhalen over moeilijke besluitvorming. Later blijken deze deals meestal vooral uit razendsnelle lucht dan uit degelijke afspraken te bestaan. 2.4. Kwalileil ofkwanlileil Een vee l gehoord "cultuurverschil " is dat Oost Europese consumenten minder om kwalite it zouden geven en dat de kwant iteit belangrijke r zou zijn . Dit is m.i. ee n mi sverstand. De commun isti sche staatseconomie benadrukte kwantiteiten meer dan kwaliteit. Maar het feit dat dat " nonn aal " werd betekent niet dat het nu nog als een acceptabele noml wordt aanvaard . Het prod uceren volgens bepaalde nonnen van kwaliteit moet wèl worden aange leerd maar de behoe fte aan kwa litatief hoogwaardi ge prod ukten is bij Oos t Europese consumenten natuurlijk even groot als bij ons. Men wake ervoor om economi sch voordeel te wiJlen halen uit het leveren van "aangepaste" kwaliteit .

3. Enige praktische wenken " Managers" uit het oude commun istische systeem hebben vaak een groot persoon lijk netwerk. Wanneer dat attribuut be langrij k is voor hel we lslagen van uw onderneming neem dan zo iemand in dienst. Wanneer verbee ld ingskracht en in venti viteit tezamen met flex ibiliteit en lee rgierigheid vooral belang-

rij k zijn. neem dan een jonge, intelligente, al s ook toegew ijde "leerling manager" in dienst en besteedt er veel tijd aan hem/haar het vak te leren. Ik heb uw aandacht gevraagd voor culturele verschill en die bij het zakendoen van belang zijn. Daarbij mag men ni et vergeten dat indi viduele verschillen tussen mensen sterker zijn dan de collectieve programmering die de cultuur aanbrengt. Bij een " belemmerende" cultuur betekent dit : langer zoeken naar de geschikte lokale mensen. Ze zijn er altijd, maar mi sschi en iets minder in aantal en ni et op de plaats waar men ze zou verwachten. Het feit dat men een cultuur die een belemmering vonnt voor gewen ste nieuwe ontwikkelingen goed moet leren kennen, betekent niet dat men die cultuur als overanderbaar hoeft te accepteren . Welliswaar is cultuur over het algemeen ge ld ig over generaties heen. Toch betekent dit niet dat de cultuur niet verandert. Men mag ook met die veranderbaarheid en ve randerlijkheid rekening houden en bewust ve randeringen aanbrengen. Pog inge n tot veranderingen kunnen wel leiden tot culture shock. De beste beveiliging tege n cultureshoc k (het versc hijnse l van aanges lagen zijn door grote niet te verklaren verschillen) is het goed kennen van de eigen cultuur. Verder kunnen humor, het vennogen om te relati veren en belangstelling hebben voor de lokale cuhuur ook een goede beveilig ing vonnen die van pas komt bij het in vervuiling doen gaan van de marktdroom. Mijn laatste wenk is: betreed u geru st de Oosleuropese markt , maar scherp uw marktin stinct aan met een gedegen kenni s van de lokale cultuur. •

.) Geert ~I ofstede; Allenmal andersdenke nden. omgaan me t culluurverschillen. Contact, 1991. Oorspronkelij ke titel : Cul·

tures and Organizations. Software of the Mind. McGraw-Hitl

t99 t


Overbrugging

Cultuurverschillen en cultuurveranderingen. Permanente aandacht van multi-nationals gevraagd! door Ton Klumper.

Iedereen weet dat taal verschillen onoverkomelijke barrieres kunnen opwerpen bij allerlei vannen van interaktie tu ssen mensen. Men kan daarvan in de vakantieperiode reeds voorbeelden zien, wanneer mensen elkaar bijna vruchteloos de weg vragen, dan wel uitl eggen. Wanneer dergelijke interakties politieke of zakelijke overeenkomsten beogen, moet ervoor worden gezorgd dat betrokken delegaties elkaar begrijpen en er geen problemen ontstaan over gemaakte afspraken. Tolken bieden dan meestal soe laas. Maar ze lfs dan kunnen dingen fout gaan, zeker bij de betekenisgev ing van woorden en begrippen. Immers, hetzelfde woord betekent niet overal hetze lfde en hee ft niet in iedere kontekst deze lfde gevoe lswaarde. Binnen internationale ondernemingen moet men zich van dat verschijnsel continu bewust zijn en er naar handelen. De taal mag immers geen storende faktor zijn in het bedrijfsvoeringsproces. In de meeste multinationale ondernemingen is daarom de Engelse taal de voertaal. Het bovenstaande betreft taalverschillen, maar taal is slechts een facet is van cultuur. Er komen natuurlijk meer cultuuraspekten binnen eenzelfde concern voor. O PZET. In de loop van dit anikei zal ik de begrippen cultuur en cultuurverschillen nog eens omschrijven en concreet maken aan de hand van voorbeelden uit een multi-nationaL Daartoe zal ik het Philipsconcern als voorbeeld nemen, primair omdat ik er zelf mee vertrouwd ben, maar ook omdat iedereen dat sterk aansprekende concern (her)kent als een wereldwijde onderneming. Wanneer cultuurverschillen concreet zijn omschreven, zal ik trachten aan te geven hoe deze in de praktijk worden overbrugd, of hoe veranderingen in de bestaande cultuur worden nagestreefd. CULTUU R EN CULTUU RVE RSCHIL· LEN. Cultuur Ixstaat uit veel elementen. Daartoe Ixhoren eetgewoonten , feestgewoonten, dagindeling, visie op werk en inkomen,

arbeidsverhoudingen en management en leiderschap. Het gaat om een samenhangend geheel van waarden, normen, gebruiken, denkbeelden en opvattingen, dat kenmerkend is voor ee n bepaalde groep mensen, waarmee die groep zich onderscheidt van andere. Deze omschrijving van cultuur kan ook op bepaalde deelgebieden van het maat· schappelijk leven betrekking hebben. bij· voorbeeld: werk.

"Kenmerkend voor cultuur is dat die voor de betrokken mensen een grote vanzelfsprekenheid bezit." We moeten dit alledaagse cultuurbegrip niet verwarren met datgene wat men vaak uits luitend als cultuur betilelt, zoals kun stvormen, literatuur en mu ziek. Cultuur is in werkelijkheid dus breder. Kenmerkend voor cultuur is dat die voor de betrokken mensen een grote vanzelfsprekenheid bezit. Zo doe je dingen ! Doe je het anders dan is dat gek! Afwijkingen van he t patroon waaraan men gewend is, brengen verbazing en ook hilariteit teweeg. Opmerkelijke verschillen tu ssen de "vanzelfsprekendheden" zijn terug te voeren op systemati sche en structurele verschillen in de onderliggende culturen. Cultuur is overdraagbaar. Dat gebeurt fundamenteel in de opvoeding en het onderwijs. Later op bepaalde gebieden, zoals in de beroepsuitoefening. Ook daar worden bepaalde standaarden en gebruiken overgedragen aan nieuwkomers. In dat verband kan men denken aan ideeen over gelijke behandeling in juridische beroepen of over werk"drift" in vele verkooporgani saties. Tot slot kan cultuur, zij het langzaam , worden veranderd. Een klein voorbeeld over deze zaken, ter verduidelijking. In de cultuur van ambtenaren zijn aspecten als ancienniteit, gel ijkwaardi gheid in dezelfde positie en solidariteit be langrijk bij salariëring. Dit soort nonnerende princi-

pes geeft het salarissystee m van ambtenaren inhoud. In particuliere bedrijven is dat meestal anders. Individuele bijdrage en de toegevoegde waarde van persoonlijke inbreng zijn daar sleutelelementen voor een individual istische en daardoor sterk gedifferenti eerde salariëring. Door die salarisc ultuur ontstaat een persoonlijke uitdaging die men sen kan aanzetten lot grotere inspanning en daarmee tot een grotere individuele bijdrage. Dit leidt lOt grotere vo ldoeni ng bij het bedrijf, het salaris van betreffende medewerker gaat omhoog en zo hebben beiden er wat aan. De toenemende "output" van een medewerker spreekt de ambtelijke wereld aan en wordt daarom ook al jaren nagestreefd. Maar bij toepassing ervan botsen de onderliggende elementen van individualisme, persoonlijke bijdrage met de eerder genoemde waarden van de ambtelijke salarisfilosofi e. Met andere woorden: die moeten eerst verdwijnen voordat de bedrijfssystematiek ingang kan vinden. De cu ltuur moet veranderen en dat gaat moeizaam en langzaam. Intusse n zijn er al wel di verse zogenoemde " incentives" het ambtelijk honoreri ngspatroon binnengeslopen. Zij bieden voorlopig uitkomst. Hopenlijk geeft dit voorbeeld aan dat cultuur en cultuurverschillen in concrete zaken van ons leve n een belangrijke rol spe len. Kijk ook eens naar wetgeving rond organ isatie en bedrijf. Wetten op het gebied van vestiging vonnen een neerslag van cultuurgebonden denkbeelden over vakbekwaamheid en kwaliteit. Binnen organisaties kan men medewerkers puur als instrumenten beschouwen ("hire and fire··) of als be langrijk kapitaal· goed waari n men via o.a. carriereplannen wil investeren. Funktieniveaus, rangen en stan den kunnen een reflectie zijn van status met een auto van de zaak en een autotelefoon. Maar het kan ook een taakverdeling betekenen met een zorgvuldige verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden. AI of niet bestaande overleg- en medezeggenschapstructuren markeren de mate waarin ee n bedrijfscultuur democrati sch is. Er zijn op die gebieden legio cultuurverschillen aan te geven. Voor multi-nationals is het niet alleen een " interessante uitdaging" om derge lijke ve rschillen op te sporen en er "wat Jasofl Magazine nr. 3,juni 1993

19


tief minder gewaardeerd. De funk ties waren minder in trek bij de medewerkers en ook lager ingeschaald dan de ontwikkelingsfunkties. Dergelijke situaties waren onaanvaardbaar voor een pro-uktdivisie, die juist belang hee ft bij een effektief en goed gecoordi neerd. onderling afgestemd beleid.

"Voor een internationaal bedrijf is de overbrugging van cultuurverschillen een harde noodzaak om de concurrentiepositie vast te houden"

aan te doen". Die kwalificatie is veel te vrij blijvend. Voor een internationaal bedrijf is de overbrugging van cultuurverschillen een harde noodzaak om de concurrentiepositie vast te houden. Men mag niet in stukjes uiteen vallen. Die noodzaak rechtvaardigt de stell ing dat een multi -national met man en macht die culturele kloven zo snel en zo goed mogelijk moet dichten.

PHILlPS ELECTRONICS: AANSPREKEND VOORBEELD. Het Philipsconcern is over de gehele wereld ,i n ruim 150 landen actief op de markt. Velen kennen derhal ve dat concern en weten dat het in de afgelopen jaren straffe reorganisaties heeft door- gevoerd en er eigen lijk nog mee bezig is. De operatie Centurion is de bekendste, vooral ook omdat de personele en financiĂŤ le aspecten daarvan uitvoerig in de pers zijn behandeld. Maar voor Centurion startte was er at een "Philips-brede" organi sati everandering ingezet met consequenties voor de bedrijfscultuu r. Ik zal trachten in hoofd lijnen die verandering aan te geve n. Philips kende traditi oneel per land waarin het concern was ve rtegenwoordi gd een vrij zelfstandi ge national e organisatie, de NO. In een land deelde de NO de lakens uit en bepaalde in feite omvang en samenstelling van het pakket Philipsprodukten in dat land. De NO's betrokken die produkten van de produktdi visies. Deze divisies voldeden in hun onderzoek en ontwikkeling, strategie, fabrikage en distributie aan de wensen van de NO's. Ontwikkelingen in de technologie (wereldstandaarden ), in de markten (wereldschaal) en in de financieeleconomische eisen (schaalgrootte), hebben de bestaande verhoudingen ve rstoord. De gehele wereld werd de markt, systemen werden wereldwijd toegepast en de processen van onderzoek, ontwikkeling, fabrikage en distributie werden steeds nauwkeuriger op elkaar afgestemd om de concurren tie op de wereldmarkt aan te kunnen. De samenstelling en omvang van het produktenpakket konden niet langer worden beschouwd als de optelsom van landelijke we nsen. Met andere woorden: de produktas werd belangrijker.

20

Jason Magazin e nr. 3, juni 1993

De produktdivisies kregen het voortouw ten koste van de oude NO's. Deze laatste werden, we llicht wat overdreven gezegd, slechts de "hui sbazen" van de divi sie-eenheden. Zelfs de nationale verkooporganisaties worden sindsdien sterk beinvloed door de produktdivisies,waarvan de hoofdkwartieren buiten de betreffende landen zijn gevestigd. Essentieel is het dat deze veranderin gen meer dan ooit cultuurverschillen aan het licht brachten. Omdat de produktdivisie over regionale grenzen heen werd georganiseerd, werd die ook onmiddellijk geconfronteerd met vele landen en culturen tegelijk. Tot dan toe had de divisie eigenlijk alleen maar te maken gehad met de specifiek landgebonden opd rachtgever resp. koper. In voetbaltermen: de divisie moest het spel zelf gaan maken. Wat eerder een bekend "een-tweetje" was met de NO, werd nu echt teamwork , waarin men met de culturele karakters van de "spelers" tegelijkertijd werd geconfronteerd. Binnen een produktdivisie kwamen alle versch illen die ik al eerder in dit artikel aanduidde, in de volle breedte voor. De veranderin gen die nodig bleken te zijn om aan die cul tuurproblematiek een eind te maken, werden logischerwijs opgenomen in de meerjarenprocessen van de grote Centurionoperatie in

1990. PROBLEMEN. De o ude NO-struktuur had intern bij Philips een cultuur opgeleverd , die kan worden gekarakteri seerd als "eenheid in verscheidenheid". De eenhe id was de gezamenlijke Philipsnaam, de verscheidenheid betrof de eigen identiteit van elke NO. Die specifieke afstemming op een lokale si tuati e is deel van de Philipscultuur geb leken die tot diep in de organisatie heeft doorgewerkt. Man agers hadden bijvoorbeeld de neig ing om central e richtlijnen naar eigen idee bij te stellen. Zo bleken er in de Philipsorganisatie wereldwijd meer dan tweehonderd versies van funkti ebeoordelingsrichtlij nen te zijn. Philips koesterde intern ook de cultuur van de technologische creativiteit. De uitvoerende fabrikage- ,di stributie- en service-inspanningen we rden daardoor rela-

De divisies werden bovendien verrast door de nationale identiteiten en de uiteenlopende wijzen waarop de resp. markten moesten worden benaderd. De markten van Thailand, Saoedie-Arabie, Brazilie en de VS bijvoorbeeld kan men niet op dezelfde wij ze benaderen. In China is men er bijvoorbeeld zeer op gesteld dat een onderneming waarmee men in zee gaat invloedrijk blijkt te zijn bij de regering in het moederland. Contacten met de overheid is ee n symbool van importatie en kwaliteit. Philips is daarom een geziene handelspartner. In de VS is de jonge, dynamische topmanager een gewild beoordelingskriteriurn voor de lokale kansen voor een onderneming. In het verre oosten kan men beter een "eminence gri se" namens de finna laten optreden. Wanneer men in Thailand een produkt wil verkopen ,moet men eigenlijk in de eerste contacten aangeven wie er allemaal al zo'n produkt hebben gekocht,opdat de potentiĂŤle klant eerst nog eens het "rondje" kan maken voordat hij beslist. In andere regio's van de wereld moel men ge ld meenemen voordat men op de markt kan komen. In Europa worden de kansen groter naannate het produkt aanwijsbaar voldoet aan de specificaties, tijdig wordt geleverd en de klant de nodige serv ice ontvangt. Maar de problemen waren er niet alleen ten aanzien van de markt. Ook in de interne organisaties bleken culturele drempels te bestaan. Zo moest binnen een divi sie het trotse karakter van de succesvoll e Duitse ondernemer worden gecombineerd met het uiterst zelfstandige denken van de Franse. De statusgevoelige ondernemingscultuur van de Engelsen moe st worden gepaard aan het opportunisme van de Nederlandse. Daarbij kwam bovendien het probleem van effectief organiseren en succesvol samenwerken naar voren. Iedere nationaliteit kent zo zijn eige n voorkeuren. De zogeheten "teambuilding" van hoogwaardige, doch interationale managementteams bleek vaak even moeilijk als langdurig. In het personeelbeleid botste de leiding van een divisie bijvoorbeeld op nationale verschi llen in beloningssystemen. Zo kennen Enge lsen een relaĂźef laag basissalaris, maar hebben goede bonussystemen en ande-


re " frin ge benefits", waardoor hun inkomen hoger wordt dan van Duitsers of Nederlanders. die een hoger vast basis-salaris hebben. In Frankrijk beloont men minder "genivelleerd" dan in Nederland bijvoorbeeld. Op het gebied van de arbeid sverhoudingen zijn er voorts vele verschillen te constateren m.b.t. medezegge nschap in de ondernemingen en re laties met vakorgani saties. Ook kwamen er verschi ll en naar voren in managementstijl , leidinggeven en qua vi sie op de mens in de organi satie.

"Ook in de interne organisaties bleken culturele drempels te bestaan." Al die verschillen waren uitersll astig om een consistent beleid binnen de produktdivisies en het concern te reali seren. Daarom werd gestart met ecn beleid dat kan worden gekenschelSt al s de " funktionele uniformiteit". Daarin wordt gestreefd naar ee n gemeenschappelijk beleid en een uniforme benadering ten aanzien van geb ieden di e van belang zijn voor de kwaliteit van het funktioneren en het "gezicht" van de divi sies en het concern. Daarbij moet men denken aan managementstijl . marktbenadering, internationalisering van het management, samenwerking, de benadering van "human tal ents" en dezelfde parameters voor de financie le beoordeling van bedrijfsonderdelen. Behoudens dit soort zaken kan een onderdeel verder "getuigen" van zijn eigen identiteit en cultuur.

"Zo bleken er in de Philipsorganisatie wereldwijd meer dan tweehonderd versies van funktiebeoordelingsrichtlijnen te zijn." INSPANNINGEN OM TEGENSTELLINGEN TE OVERBRUGGEN. Om de funktionele uniformiteit te kunnen realiseren bleken een aantal maatrege len noodzakelijk . Deze waren primair gericht op interne cultuuraspekten, teneinde per saldo ook beter met de ex terne verschill en adequaat uit de voeten te kunnen. Bovendien: wat kan men bereiken met uniformiteit indien een managementstijl nog is gebaseerd op het individuele, creatieve vermogen van de bazen. Ce ntraal in de campagne stond (en staat) de ontwikkeling van het bewustzijn t.a.v. een aantal parameters die te all en tijde belangrijk zijn voor ee n onderneming om efficicient, doelgericht en winstgevend te blijven. Via een centrale top-down benadering worden tot in alle hoeken en gaten van de organisatie belangrijke waarden als

"klantgerichtheid". " PhilipskwaJiteit", "marktorientatie" en "ondernemersschap" aan de orde gesteld in bijeenkomsten van ieder bedrijfsonderdeel. Tot op het laagste nivea u wordt men bewust van de betekenis van al die waarden. Er wordt daarbij niet vergeten dat het management voor de gang van zaken en voor de resultaten van het bedrijfsonderdeel, verantwoordelijk is. Die nadruk op de "accountability" van management heeft er al toe geleid dat binnen Philips hoger en lager management elkaar daarover aanspreekt en uitdaagt.

"Essentieel tot slot in het uniformeringsproces zijn ook de standaardisatieprogramma's gebleken van zowel logistieke, administratieve als personele systemen." De omschakeling naar beter markt - en klantgeric ht denken binnen Philips is eveneen s opmerkelijk. Produkten moeten appeleren aan de behoeften van de klant en die zit niet alsmaar op nog meer techni sche hoogstandjes te wachten.maar veelmeer op tijdige aflevering, marktconforme prijzen, prima service en derge lijke. De cultureel nogal diep verankerde (ove r)waardering van de technologische creativiteit en inventiviteit kwam in een ander daglicht te staan: wie heeft er immers iets aan mooie nieuwe vi ndingen al s men di e moeilijk op de markt kan slijten ? Deze nieuwe marktorientat ie bleek een noodzakelijke impuls bij een steeds sterker wordende wereldwijde concurrentie. Om het interne veranderingsproces te ondersteunen heeft Philips het principe van zovee l mogelijk interne opvolging van topposities voor een deel verlaten, Ook hiervoor geldt dat indien het Funktioneel nodig en gewenst is, ook topfunktionari ssen vanuit de externe arbeidsmarkt moeten kunnen worden aangetrokken. Op personeelgebied moeten bovendien nog uitzending en Uilwisse-lingsprogramma's worden genoemd. Het gaat daarbij vooral om jongere managers die in kortere of langere periodes in het buitenland worden gep laatst 0111 te leren in andere culturen te werken en om persoonlijk de fle xibiliteit te verkrijgen om ondanks en met de verschillen effektief te leren omgaan. Essentieel tot slot in het uniformeringsproces zijn ook de standaardi satieprogramma 's gebleken van zowe l logistieke, administratieve als personele systemen. Daarmee wordt bereikt dat t.a.v. bijvoorbeeld voorraadbeheer, kostencalculaties. effectiviteitsmetingen ,bepaling van rendementen en personeelbeoordeling, over de gehele wereld met dezelfde kriteri a, maten, normen en betekenissen kan worden gewerkt. De organisaties worden transparanter en beter onderling vergelijk-baar. Op al

deze funktiegebieden zijn wereldwijd, intensieve op leidingsprogramma's gehouden, c.q. zijn nog aan de gang. SAMENVATTING. Vanwege internationale marktverhoudingen en concurrentie blijkt het dringend noodzakelijk cultuurverschillen het hoofd te bieden. Anders kunnen ze een negatieve invloed uitoefenen op het reilen en ze ilen van de onderneming. In het kader van bepaalde organisatieveranderingen stuitte Philips nadrukkelij ker dan voorheen op de noodzaak tot het goed leren omgaan met die cultuurverschillen. Echter het was ook noodzakelijk om een aanta l interne cultuurverschijnselen aan te pakken.om de externe te kunnen overbruggen. Met het veranderingsproces wordt onder andere een "funklionele unifonniteit" beoogd, m.a.w. waar dat noodzakelijk bijvoorbeeld beleidsv isies, is, worden managementstijl en funktionele systemen uniform ge implementeerd. Met unifonneringen hebben de internationale produktdivisies het voordeel dat alle interne vergelijkingen tussen hun onderdelen in de were ld mogelijk worden omdat: '" de organisaties volledig "doorzichtig" zijn dankzij uniforme systemen; '" de businesskriteria, nonnen en procedures dezelfde zijn,waar- door resultaten toetsbaar en onderling verge lijkbaar zijn; '" manage ment dezelfde uitgangspunten heeft en mede daardoor volledig "accountabie" is; '" (hoger) management waar ook ter wereld wordt beoordeeld aan de hand van dezelfde beoordelingskriteria. Voor het overige behouden de onderdelen,in hun eigen land hun eigen identiteit en cul tuur. Tot slot: een multi-national moet voortdurend alert blij ven om veranderingen in het internationale zaken-doen voor te kunnen blijven, ook die op het gebied van cultuur. Hopenlijk heb ik dat in het voorgaande kunnen overdragen . •

Dr AA . Klu",,,er (/943) is sociaal-bedrijfskundige en sinds /987 werkzaam als manager Human Resources and Social Affairs bij tie Philips Protlucrtlivisioll Commun;eation Syslems Ie Hilversum . Voordien was hij beroepsofficier bij tie Koninklijke Lantlmachl. Dil artikel ;s op persoonlijke lilel geschreven en reflecteert, hoewel de aWeu!' tie olllwikkelillgell grolendeels "van binnenuit" heeft meegemaakt , een analyse van externe perspublicaries rond Philips Efecrrof/ics gedllrelUle de afgefopenjaren.

Andere lileraluur : I. D.Ovcrl:leeM.,.Groosman. HET DEKKER PERSPECTIEF, Kluwcr/Yccn. Devc ntcrllltrecht . 1987. 2. PHILlPS HONDERD. Inte rn herdcnkingsboek 189 1/ 1991. Europese Biblio theek, Zaltoom me I. mei 1991.

Jasofl Magazine nr. 3, juni 1993

21


Verbindingen

A society in love with technique Nationale grenzen zijn niet langer relevant door de grensoverschrijdende kenmerken van technologische vraagstukken. Gezien haar regionale positie in Europa en haar internationale rol is een technologische prioriteitenstelling noodzakelijk voor Nederland. Daarvoor moeten wij er - meer dan nu het geval is - in slagen het maatschappelijk nut van de technologie zichtbaar te maken. Laten we ons bovendien inspannen om techniek tot een spannend en stimulerend spektakel te maken. De VS en Frankrijk geven daarbij een goed voorbeeld, wat nu hopelijk navolging zal vinden in Nederland. AT &T is graag bereid hieraan een bijdrage te leveren. door Ir P.J.A. LlEFKENS (AT&T) Het idee dat je uitslu itend binnen de landsgrenzen technologische vraagstukken kunt oplossen en beheersen, is een illusie. Technologie wordt daar ontwikkeld waar maatschappelijk . industriĂŤle problemen ons hienoe dwingen. Zo onderzoekt de auto industri e hoe een

autoloze samenleving functioneert. Kortom, het zoeken naar brede toepassingen van technologie daar waar de samenlev ing dit eist. Nederl andse problemen moelen ook in

technologie bepaalt de concurrentie kracht. Ee n goed voorbeeld daarvan zijn de Bell Laboratories in de VS. Belangrijke internationale bedrijven worden gedwonge n in de VS en enkele andere landen engi neers te recruiteren cq. eigen laboratori a in te ri chten om de technologische voorsprong te behouden. Nederl and springt hi er bijzonder slordi g mee om.

Nederland kunnen worden opgelost. Hier-

voor zijn vakmensen nod ig. Slagen wij er niet in deze vakmensen op te leiden en een uitdagende werkomgeving te bieden, dan betekent dit dat de Nederl andse samenleving een onherstelbare achterstand oploopt. Technologische ontwikkelingen in andere landen zullen bepalen welke technologie wel of niet voor ons land beschikbaar wordt gesteld en wat het prijskaartje is.

gedwongen keuzes te maken wat de technologische bouwstenen van haar samenleving zijn. De mate waarin technologische ontwikkeling gestalte krijgt be paalt of Nederland exporteur of importeur van technologische competence zal zijn. Het spreekt voor zich dat de importfunctie een grote mate van kwetsbaarheid veroorzaakt. Denk bijvoorbeeld aan de afhan kelijkheid van de japanse chi p-industrie het afgelopen decennium. Hieri n is nu sprake van een herschikking waardoor Japan en de VS beiden belangrijke leverancier zijn geworden. Beheersing van 22

Jason Magazin e nr. 3, juni 1993

Even terugkijken. De twintigste eeuw, maar vooral die periode na het einde van de Tweede Wereldoorl og. de jaren vijftig en zestig, waren ontegenzeggelijk het tijdperk van de 'Triomf van de Techniek'. De technische wetenschap bracht steeds nieuwe zegeningen. Alles werd steeds beter, sneller, gezonder. Utopische toekomst visioenen van een rij ke, gezonde en gelukk ige samenleving - alles te danken aan de techniek.

De industrie en de universiteiten zouden gezamenlijk de effectiviteit kunnen vergroten

Nederland wordt gezien haar regionale positie in Europa en haar internationale rol

sprake van disenchantment of te we l desillusie over 'de techniek'. Oplossing is te zorgen dat mensen techniek wee r gaan waarderen; cognitie als nut en emotioneel als leuk en pri kkelend.

door keuzes te maken voor specifieke technologische Nederl and wordt gezien haar regionale positie in Europa en haar intern ationale rol gedwongen keuzes te maken wat de technologische bouwstenen van haar samenleving zij n. Keuzes die duidelijk herkenbaar zijn voor bedrijven die zich hier al dan niet permanent vestigen. Vooralsnog wordt de keuze niet primair bepaal door onze competence op het gebied van high tech technologie. De industrie en de unive rsitei ten zouden gezamenlijk de effecti vi tei t kunnen vergroten door keuzes te maken voor specifieke technologische stromingen. Wi lle n wij een belangrijk telecommun icatie-, chemie-, biotechnologie-land blijven of worden? Is het dan niet zaak gerichte in vesteringen te doen, waarmee samenhangt dat bepaalde techn ische studies worden gestimuleerd? OISENCHANTMENT Maar er is in brede lagen van de ederl andse samenleving - en vooral bij jonge mensen -

stromingen. TECHNIEK MACHTELOOS ? De meest Êclatante successen: de eerste mens in de ruimte, de eerste mens op de maan 'a great step fo r mankind '. De stemming was jubelend: als we dit konden, konden we alles. Tal van vroeger levensbedre igende ziekten als TBC, longontsteking, polio en lepra werden geschrapt van de zwarte lijst omdat ze nu ge makkelijk te genezen waren, of zoals pokken zelfs compleet worden uitgeroeid. Autosnelwegen worden gebouwd met het oog op op toekomsti ge kruissnelheden boven 200 km/u. Kernenergie ontsloot een eeuwige bron van goedkope energie. Techniek was ¡wonderfull'. Studenten verdrongen zich voor de poorten van technische hogescholen en universiteiten. In de jaren tachtig kwamen de gren-


zen in zich en werd duidelijk dat techniek niet alle antwoorden heeft. De Club van Rome publ iceerde al eerder haar eerste waarschuwende rapporten. De snelwegen, eens een droom van vrijheid, raakten verstopt meI auto's. De chemische industrie bleek tevens de producent van levensgevaarlijke vergiften. De medische wetenschap, in hoge mate bepaald door kostbare technologie, bleek vooralsnog niets in huis te hebben tegen AIDS. De Golf-oorlog, eerst opgeheme ld als hel succes bij uitstek van de 'smart bombs', bleek uiteindelijk een tref-rati o van hooguit vijftig procent te hebben (niet hoger dan die in de Tweede Wereldoorlog). Het patroon zet zich voort. Met radar en satellieten gestuurde droppings boven Bosn ië gingen de mist in.

Oplossing is te zorgen dat mensen techniek weer gaan waarderen; cognitie als nut en emotioneel als leuk en prikkelend. Wat betekent dit alles? Dat de techniek machteloos is? Volstrekt niet, het betekent alleen dat de techniek niet meer de halfgod is die zij ooit was. Als we nu soms teleu rgeste ld zijn is dit niet omdat we zo wei nig kunnen, maar omdat we lange tijd dachten dat we alles konden. Dat blijkt niet zo te zij n. Wat we nu moeten doen , is inventari seren waar onze techni sche kracht ligt, wat de grenzen

ervan zijn, hoe kunnen we deze kunnen verleggen, en hoe we de mogelijkheden het best kunnen ex ploit.eren.

In the global village, no man is an island. Technische vooruitgang moet zijn relevantie bewijzen. Het maken van winst, hoe algemeen geaccepteerd ook, is niet meer alleen zali gmakend. De onderneming wordt steeds meer gezien als 'corporate citi zen' - en dient zich op te stellen als 'responsib ie citizen'. In the global vi llage, no man is an island. Speaking with Bob Allen, chairman ofthe board of AT&T: 'No business can stand apart from the society it serves. Technology is only a 100 1. To achieve real and lasting chance requires helping people. ( .. ) In the years ahead, AT&T intends to increase the appl ication of our techno logy and business ski lI s to important social issues.'

Techniek was vroeger altijd iets doodserieus, daar viel weing over en bij te lachen. Deze nieuwe visie levert basis voor hel ve rwerve n van nieuwe trots op technische prestaties: relevant voor de samen leving, zoveel moge lijk bene fits voor een zo klein mogelijk offer. Als industrie moeten we deze trots uit-

dragen. Als wij het niet doen, hoeven we het van anderen ook niet te verwachten. Onderdeel van het nieuwe, plezierige karakter van de techniek is ook de 'fun' : zodra techniek een menselijk gezicht krijgt, wordt het leuker om er mee om te gaan. Techniek was vroeger altijd iets doodserieus, daar viel weing over en bij te lachen. Apple (ere wie ere toekomt) li el zien dat technologie behalve effectief ook leuk kan zijn. Dit leidde tot een doorbraak in het denken over interfaces (zie Windows vs DOS oude stij l). Dit soort ontwikkelingen toonl hel belang aan van het st reven naar een mensvriendelijke, intuïtieve interface - niet all een op computer, maar op all e instru ment arium . Relevant, mens- en milieuvriendelijk en profijtelijk - dat zijn de kenmerken van de techniek van morgen. Hoe sne ll er we 'morgen' naderbij brengen, hoe minder problemen we zullen hebben om jonge mense n voor de techniek te interesseren. Techniek kan een spannend 'adventure game' zijn. Laten we ons als overheid, wetenschap en bedrijfsleve n gezamen lijk inzetten en er een leuk, eerlijk spel van maken, dan komen de spelers vanze lf. Ik ga niet in op middelen, st ructure n en meerjarenplannen. Dit kan en wordt door anderen al gedaan. Maatregelen ter stimulering zijn nooit weg, maar dragen pas ech t vrucht als de grond vruc htbaar is. •

/1'. PJ.A. LlEFKENS is Vice Presic/elll ofthe

Board AT&T Network Systems International en Managing Director AT& T Network Systems Nederland Jasoll Magazille nr. 3,juni 1993

23


Aanpassing

Voldoet de nieuwe NAVOstrategie? Na het vallen van de Berlijnse Muur probeerde de NAVO reeds in november 1991 met een nieuwe strategie in te spelen op de veranderde veiligheidssituatie. Sindsdien hebben zich echter nog meer ingrijpende ontwikkelingen op het gebied van internationale veiligheid voorgedaan, zoals het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en het uitbreken van een groot aantal regionale conflicten. De vraag is daarom, of de nieuwe strategie van de NAVO nog steeds voldoet. door A.G.D. van Osch

Gezien het huidige functioneren van de NAVO, zou een kort antwoord op een vraag over de bruikbaarheid van de nieuwe NAVO-strategie kunnen zijn: ja. de nieuwe NAVO-strategie

voldoet, maar het kan nog beIer. Om dit uil te leggen zal ik eerst kort terugblikken op de vorige strategie. Een aantal argumenten die

tcn grondslag lagen aan de vorige strategie zij n namelijk nog steeds relevant voor de nieuwe strategie. Vervolgens zal ik. ingaan op de nieuwe vei lighe idssituatie en de nieuwe strategie , om tcn slotte te bezien in hoeverre deze nieuwe strategie voldoende in speelt op de gewijzigde veiligheidssituatie, mede in relatie tot andere organi saties. De vorige strategie bestond eigenlijk uit twee delen, te weten "Forward Defence" en " Flexible Response". "Forward Defence" betekende dat men agressie tegen het bondgenootschap zo dicht mogelijk aan de grens wilde bestrijden. Dit had o.a. voor Duitsland grote psychologische betekenis, omdat een ander militair strategisch concept waarbij voor de verded iging gebruik. gemaakt zou worden van de territoriale diepte van de Bondsrepubliek, dil land tol een slagveld had kunnen maken. "Flexible Response" hield in dat men voor elke soort van agressie die tegen hel bondgenootschap kon worden gepleegd, een aangepast antwoord wilde hebben. Om dit te kunnen was het nodi g om op elk geweldsniveau voldoende middelen te hebben, d.w.z. zowel nucleaire als conventi onele wapens. Het slerke punt van "Flexible Response" was dat het afschrikkend vennogen van de NAVO werd geopti mali seerd door een potentiële tegenstander altijd in het ongewisse te laten over hoe de NAVO zou reageren. Door op elk geweldsniveau middelen te hebben en ook de bereidheid te tonen deze in te zetten indi en nodig, bereikte de NAVO dat het voor elke potentiële tegenstander buitengewoon moeilijk was een 24

Jason Magazine nr. 3, juni 1993

inschatting te maken van de risico's. Daarmee werd elke vonn van agressie tegen de NAVO zeer onaantrekkelijk. Ook kwam de strategie van "tlexible response" tegemoet aan het inmiddels gegroeide inzicht, dat voor een afdoende afsc hrikking, zowe l conventionele als nucleaire wapens nodi g waren. Enerzijds bleven kernwapens belangrijk als ultieme afschrikking; tegenover een potentiële tegenstander met kernwapens kunnen immers alleen eigen kernwapens een tegenwicht vonnen, mits die overigens niet in een eerste slag door die tegenstander kunnen worden uitgeschakeld.

"Enenijds is de belangrijkste dreiging tegen de NAVO weggevallen, andenijds staan de kranten bol van allerlei nieuwe veiligheidsrisico's." Anderzijds was gebleken dat ook conventionele wapens van belang waren voor ee n geloofwaard ige afschrikking. Hier zijn een aantal redenen voor te geven. Ten eerste bieven conventionele wapens noodzakelijk, omdat er altijd een ethi sche reden is waarom de NAVO li ever geen kernwapens zou willen gebruiken, zeke r in het geval dat een tegenstander slechts een beperkte doelstelling zou willen behalen. Al s de NAVO slechts over kernwapens zou beschikken, zou een tegenstander er wel eens op kunnen gokken dat een beperkte aanval niet door de NAVO met kern wapens zou worden beantwoord, omdat het doel (in de ogen van de eigen bevolking) dat nucleaire middel niet zou heili gen. Het bleef dus van belang beperkte aanvallen ook conventionee l af te kunnen slaan. Een tweede reden om behalve nucl eaire wapens ook convent ionele strijdkrachten te houden was,

dat er conflicten konden ontstaan waarbij het ook technisch onmogelijk zou zijn kernwapens in te zetten. Dit geldt met name als een eventuele tegenstander volledig vennengd raakt met eigen eenheden of de bevolking. Het beste voorbeeld hiervan zijn guerillaoorlogen. De derde en belangrijkste reden om behalve nucleaire wapens ook conventionele wapens te houden was echter, dat tegenover landen die zelf ook over een nucleaire "second strike capabi lity" beschikten, de geloofwaard igheid van het dreigen met nucleaire wapens sterk afnam. Het zou immers een uiterst moeilijke beslissing zijn voor een president van de Verenigde Staten om kernwapens in te zetten tegen de voonnalige Sovjet-Unie, in de wetenschap dat de Sovjet-Unie altijd over de moge lijkheid zou blijven beschikken om ook de Verenigde Staten met nucleaire middelen aan te vallen. Het zal duidelijk zijn, dat de vorige strategie van " forward defence" en "flexible response" hoofd zakelijk gericht was op de Oost-West confrontatie. Men ging daarbij uit van de gedachte dat er beredeneerd agress ie tegen het bondgenootschap mogelijk was, tenzij de NAVO confonn haar strategie afdoende afschrikkende maatregelen zou nemen. Toch wil ik benadrukken dat met deze strategie niet alleen de dreiging vanuit het voonnaJige Warschau Pact, maar elke externe dreiging tegen het bondgenootschap werd afgedekt. De gewijzigde veiligheidssituatie Sinds de val van de muur, maar met name sinds de in 1991 mi slukte coup in Moskou, is de ve iligheidssituatie ingrijpend veranderd. Enerzijds is de belangrijkste dreiging tegen de NAVO weggevallen, anderzijds staan de kranten bol van allerlei nieuwe veiligheidsrisico's. Het is niet mijn bedoeling die uitgebreid te behandelen. [k wil me beperken tot de belangrijkste kenmerken van de gewijzigde vei ligheidssi tuati e die de NAVO genoodzaakt hebben de strategie aan te passen.


FOloNATO

Het eerste kenmerk is, dat er nauwelijks meer sprake is van het risico dat er beredeneerd massale agressie zal worden gepleegd tegenover de NAVO. In het verleden stond al ter di scuss ie of de Sovjet-Unie überhaupt wel de intentie had om agressie te plegen; nu is het zo, dat door het uiteenvallen van het Warschau Pact en de Sovjet-Unie ook de (conventionele) capaci teit niet meer aanwezig is om een massale aanval uil te voeren. Hierbij ga ik overigens uil van de veronderstelling, dat de NAVO een behoorlijke mili taire structuur handhaaft; als immers de gehele militaire structuu r van de NAVO eenzijdig wordt ontmanteld, zou de NAVO zich wél voor een beredeneerde agressie k welsbaar maken. Het tweede kenmerk is, dat dankzij het einde van de Oost-West confrontatie een nieuwe impuls is gegeven aan de mogelijkheden tot samenwerking op het geb ied van internationale veiligheid. Zo kwam hel CVSE-proces in een stroomversnelling en ook de Verenigde Naties leken meer mogelijkheden te krijgen, omdat de Veiligheidsraad niet meer werd verlamd door velO's van de oude opponenten (voormalige) SovjetUnie en Vere ni gde Staten. Overigens zou ik hierbij willen aantekenen dat dit laatste met name het geval is, omdat op dit mome nt Rusland (als opvolgerstaat van de Sovjet-Unie in de Veiligheidsraad) enonn afhankelijk is van economische ste un uit het We sten. Men mag zich afvragen of de medewerking in de Veiligheidsraad zic h voortzet, wanneer deze afhankelijkheid vennindert en belangen van de diverse pemlanente leden in de Veiligheidsraad in toekom st ige conflicten weer botsen. Hel derde kenmerk is minde r positief dan de eerst twee, namelijk dat juist door het

wegvallen van het Warschau Pact ook een groot aantal oude tegenstellingen boven zijn komen drijven. Veel van deze tegenstellingen hebben reeds geleid tot gewapende conniclen. Veel van deze conflicten vinden plaats binnen al dan niet nie uwe staatsgrenzen. Diverse conflicten zijn ook grensoversc hrijdend. He t gewe ldsniveau kan daarbij sterk verschillen. Sommige conflicten beperken zich (vooralsnog) tot schennutselingen met lichte conventionele wapens. Als grote (en nucleaire) landen zoals Rusland en Oekraïne bij conIlieten betrokken dreigen te geraken , zijn meer gewelddadige scenario's denkbaar. Een vierde kenmerk is dat altijd al aanwezige vei ligheidsrisico's in belang zijn toegenomen. Een belangrijk veiligheidsrisico is o.a. de sterk toegenomen proliferatie van moderne wapensystemen en massavernieti gi ngswapens in combinatie met ballistische technologie. Dit wordt nog eens versterkt door hel enonne overschot aan wapens, dat als gevolg van het wegvallen van de Oost-West confrontatie is ontstaan. Een ander toegenomen vei ligheidsris ico is, dat terroristen over steeds modernere (en gewelddadiger) wapens kunnen beschikken. Huidige veiligheidsrisico's Hoewel een risico van een beredeneerde massale agressie tegen de NAVO nauwel ijks meer bestaat, kan op basis van voornoemde kenmerken van de veiligheidssituatie niemand ontkennen dat e r nog veiligheidsrisico's voor de NAVO-lidstaten bestaan. Ruwweg kan men een indeling maken in de volgende soorten veiligheidsrisico's. - Nadelige effecten van regionale conflicten buiten hel NAVO grondgebied. Met name in Midden- e n Oost-Europa. maar ook in het

Midden-Oosten e n Afrika bestaat hel risico dat connicten ontstaan, waarbij weli swaar niet direct NAVO lid state n zijn betrokken, maar waarbij wel nadelige effecten kunnen ontstaan, zoals vluchtelingen stromen, economisc he problemen, ernsti ge vervui ling van het milieu , en escalatie waardoor wel directe betrokkenheid zou kunnen ontstaan. Het meest actuele voorbeeld is uiteraard het voormalige Joegoslavië, maar alleen al in hel CYSE gebied zijn op dit moment ongeveer 40 tegenstellingen die of al zijn uitgebarsten in een gewapend conlli ct, of die dat dreigen te doen. Behalve dat de NAVO-lidstaten als VN-lid al een verplichting hebben tot het bijdragen aan de handhaving van de internationale rechtsorde, hebben de NAVO-lidstaten dus meestal ook in meer of mindere mate een belang bij het voorkómen dan wel beperken van conllicten buiten het NAVO grondgebied. - Hel risico dal NAVO-lidstaten rechtstreeks betrokken geraken bij een regionaal conflict. Hoewel een beredeneerde agressie tegen een NAVO-lidstaat onwaarschij nlijk is, is het zeker nfet onwaarschijnlijk dal een NAVOlidstaat bij een regionaal conflict betrokken zou kunnen geraken. Het meest recente voorbeeld is Turkije in de strijd om Nagorno Karabach. Ook de betrokkenheid van diverse in Joegoslavië mag NAVO-lidstaten ge noemd worden. Daarnaast zijn echter hi storisch gezien nog enonn veel andere oude grensgeschillen. e n economi sche, cu lturele en etni sc he tegenstellingen, waardoor NAVO-lidstaten rechtstreeks bij conIlieten betrokken zouden kunnen geraken. De NAVO heeft er duidelijk be lang bij dit soort conflicten te voorkomen of te beperken. Hie rbij zou ik willen aantekenen, dat wellicht de belangrijkste reden voor het onwaar-

Jason Magazine nr. 3,juni 1993

25


schijnlijk zijn van een beredeneerde agressie tegen een NAVO-lidstaat te danken is aan het bestaan van de militaire structuur van de NAVO. Een andere belangrijke aantekening is, dat een regionaal conniet zowe l geografisch als qua geweldsniveau kan escaleren. Dit betekent, dat hoewel een grootschalige beredeneerde agressie tegen de NAVO ni et waarschijnlijk is, nog steeds wel een grootschalig conflict kan ontstaan, doordat steeds meer landen betrokken kunnen geraken bij een aanvankelijk beperkt conflict.

"Alleen al in het CVSE gebied zijn op dit moment ongeveer 40 tegenstellingen die of al zijn uitgebarsten in een gewapend conflict, of die dat dreigen te doen." - Het risico dat NAVO-lids/aten door een derde partij rechtstreeks in een vitaal economisch belang worden geschaad door bijvoorbeeld het afsnijden van de toevoer van essentiële grondstoffen. Als eerste kan men bij dit ri sico denken aan hel Midden-Oosten, maar ook aan landen als Zuid-Afrika en in de toekomst welli cht steeds meer Rusland als potentiële leverancier van de meeste soorten strategische grond stoffen. Enerzijds is het dus van groot belang dat de NAVO goede relaties blijft onderhouden met de leveranciers van de strategische grond stoffe n, anderzijds is het van belang te voork omen dat derden met gewe ld de NAVO afsnijden van deze grondstoffen. - De dreiging die uitgaall'all de proliferatie van moderne wapellsystemel/ en met /lame massal'ernietigingswapens in combinatie met ballistische technologie. Door deze proliferatie kunnen in de toekomst steeds meer landen beschikken over de capacitei t om hel NAVO-grondgebied rechtstreeks te bedreigen. Enerzijds is het van belang voor de NAVO de proliferatie van deze wapensystemen te voorkomen; anderzijds is het van belang een afdoende verdediging of afschrikking te hebben tegenover landen die dit soort wapensystemen zouden kunnen gaan mi sbru iken tegen de NAVO. - Het risico dat als de NAVO berrokken raakt bij eel/ cOl/flict, de kwelsbuClrheid \'oor rerroristische aanvallen steeds groter wordt door de toegenomen technische geweIdsmogelijkheden van terroristen. Het belang van de NAVO is ten eerste om dit probleem te voorkomen door überhaupt Ie voorkomen dat dit soort conflicten ontstaan, of in elk geva l te voorkomen dat de NAVO betrokken geraakt. Aangezien dit soms op gespannen voet zal staan met andere belangen, kan het gebeuren dat betrokkenheid onvermijdelijk is, waardoor het tevens van belang wordt mogelijkheden te ontwikkelen om terroristische acties te bestrijden. De nieuwe NAVO-strategie Reeds in november 199 1 kwam de NAVO

26

Jason Magazine nr. 3. juni 1993

met haar nieuwe strategie met de wei ni g orig ine le naam van "A llianee's Strategie Concept". Voor een organisatie die de naam heeft te lijden aan zeer trage besluitvorming, mag de totstandkoming van deze strateg ie redelijk snel worde n genoemd. Volgens sommi gen ze lfs te snel, omdat in het "Alliance's Strategie Concept" nog gee n rekening was gehouden met het compleet uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Hoewel de ni euwe strateg ie ongevee r een maand na de mi slukte coup in Moskou is aangenomen, hebben de gevolgen van deze coup nauwelijks invloed gehad op de inhoud van de strateg ie. Daarom wordt daarin nog steeds rekening gehouden met ee n res iduele dreiging vanuit de (n u voonnalige) Sovjet- Unie. Toch mag worden gesteld, dat de genoemde kenmerken van de huidige ve iligheidssi tuatie in grote lijnen waren voorzien en dus verwerkt in de nieuwe strategie. Gezien die kenmerken van de nieuwe veiligheidssi tu atie en de daaruit voort vloeiende vei li gheidsri sico's voor de NAVO-l idstaten zal het duidelijk zijn, dat in de nieuwe N AVO-strategie minder aandacht nodig was voor het voorkómen van een massale aanval, en veel meer voor het voorkómen van regional e conflicten. Dit laatste is echter vee leer een politiek dan een militair probleem. Het mag dan ook niemand verbazen, dat in de nieuwe (ongeclassificeerde) strategie nog meer dan vroeger aandacht wordt gest:!Juflken aan politieke maatregelen, die moeten bijdragen aan het behoud van veiligheid in Europa. Hoofdthema 's daarbij zijn "dialoog" en "samenwerk ing". Door intensief middels regu li ere diplomatieke liaison ee n dialoog aan te gaan over inzichten omtrent ve ili gheidsproblemat iek, en ook door het uit wisselen van informatie over veiligheidszaken, probeert de NAVO Ie komen tot een beter wederz ijds begrip voor elkaars standpunten. Dit moet vervolgens de basis vormen voor een betere samenwerking op alle gebieden van Europese ve ili gheid, zoals dat is ove reengekomen in het Verdrag van Parijs voor een Nieuw Europa. De fundamentele gedachte achter deze samenwerking is, dat

ve ili gheid in Europa ondeelbaar is geworden; m.a. w. als er een inbreuk ontstaat op de ve iligheid van ee n Europese staat , heeft dit onvermijdelijk nadelige gevo lgen voor de ve iligheid van de andere staten. Het bekendste voorbee ld waarbij uitvoering wordt gegeven aan deze nieuwe strategie van dialoog en samenwerking is het oprichten van de Noordatlantische Samenwerkingsraad, waarin alle deelnemers van de CVSE zijn vertegenwoordi gd.

"Het mag dan ook niemand verbazen, dat in de nieuwe (ongeclassificeerde) strategie nog meer dan vroeger aandacht wordt geschonken aan politieke maatregelen" Wat blijft bij ee n dergelijke politieke aanpak dan nog de rol van de militaire poot in de NAVO? Ook daar gaat de NAVO-strategie op in. Ten eerste kunnen de militairen ook in vulling geven aan de begrippen "dialoog" en "samenwerking". Dat wordt inmiddels op alle ni veaus gedaan. Uitgebreide contacten vinden plaats op het niveau van het Militair Comité in Brussel, op het "S upreme Headquarters Allied Powers in Europe", en ook zijn er diverse bilaterale militaire uitwi sselingen. Zo wordt op dit moment op het Instituut Defensie Leergangen te Rijsw ijk een cursus gegeven aan officieren uit Polen, Tjech ië, Slowakije, en Hongarije. Maar ook bij de uitvoering van wapenbeheersingsafspraken en vertrouwenwekkende maatregelen zoals o.a. binnen het CVSE-proces zijn afgesproken, blijft een belangrijke rol voor de milit ai ren weggelegd. Ten tweede, en minstens even belangrijk, blijft echter ook een taak bestaan voor het handhaven van een gemeenschappelijke defensie ter bescher-


ming van de integriteit van het NAVO grondgebied; enerzijds omdat zich in de toekomst altijd nieuwe ex terne dreigingen kunnen ontwikkelen, anderzijds omdat door het handhaven van een militaire structuur de NAVO denkt bij te dragen aan de instandhouding van stabiliteit in Europa. (Of dit laatste een juiste gedachte is, zou men kunnen toetsen aan de gedachte wat er zou kunnen gebeuren als de NAVO in het geheel geen militaire structuur meer zou hebben.)

Bruikbaarheid "Allianee's Strategie Concept" Voldoet het "A llianee's Strategie Concept" in de nieuwe ve iligheidssituatie? Een antwoord op deze vraag hangt o.a. af vanuit welk oogpunt men redeneert. Zo denken de Fransen er anders over dan bijvoorbeeld de Amerikanen of de Britten. Ik zal in dit artikel redeneren vanuit de doelstelling van de NAVO die tenslotte door alle lidstaten in het NAVO verdrag is onderschreven, zjjnde: het veiligstellen van de vrijheid en veiligheid van de lidstaten in overeenstemming met de beginselen in het Handvest van de Verenigde Naties. Deze abstracte doelstelling verdient echter een vertaling naar wat de NAVO in de nieu we ve ili gheidss ituatie m.i. concreet moet kunnen doen. Deze vertaal slag is rechtstreeks te maken vanu it de eerder in dit anikei genoemde veiligheidsri sico's. Concreet zou de NAVO m.i. de volgende taken moeten kunnen uitvoeren: - bijdragen aan een stabiel Europa, teneinde voor NAVO-lidstaten nadelige effecten van con nieten te voorkomen; - beperken van connicten in Europa, mochten die loch uitbreken, onder bescherming van eventuele eigen belangen; - voork6men dat derden NAVO-lidstaten kunnen afsnijden van essentiële grondstoffen voor zover dit gebeurt in strijd met de internationale rechtsorde; - voork6men dat derden agressie plegen tegen NAVO lidstaten, mede in relatie met de proliferatie van moderne wapensystemen en massavernieti gingswapens in combinatie met ballisti sche technologie; - het voork6men van terrori sme, met name als gevolg van betrokkenheid bij internationale connicten. Wil de NAVO-strategie dus voldoen in de nieuwe ve ili gheidssituatie, dan moel zij richtlijnen bieden om bovenstaande taken uit te kunnen voeren. Als we deze taken afzetten tegen de daadwerkelijke inhoud van het "Alliallce's Strategie Concept", kunnen we constateren dat deze nieuwe strategie inderdaad voor een belangrijk deel goed inspeelt op deze taken, maar dat bij een aantal taken nog ondui delijkheden bestaan. De politieke en militaire invulling van de begrippen "dialoog" en "samenwerking" zij n m.i. een zeer waardevolle aanvulling op de maatregelen die binnen de CVSE reeds zijn overeengekomen ter verhoging van het onderlinge vertrouwen en daarmee de stabiliteit. Bovendien draagt de NAVOstrategie ook bij aan de interne stabiliteit, omdat het "Alliance 's Strategie Concept" nog steeds uitgaat van een collectieve defensie, met strijdkrac hten op elkaars grondgebied, waardoor re-nationalisatie van het vei-

li gheidsbeleid wordt voorkomen. M.a.W. door strijdkrachten op elkaars grondgebied te handhave n zorgen we voor een geïntegreerde militaire structuur, waardoor het moeilijk wordt voor landen op eigen houtje een militai r avontuur te beginnen, en waardoor samenwerking op het geb ied van veil igheid meer is dan alleen maar afspraken op papier. Teneinde confli cten in Europa te kunnen beperken, mochten die toch uitbreken, wordt in het "Alli ance 's Strategic Concept" op een aantal plaatsen de deur open gezet voor een eventueel zogenaamd "out-of-area" optreden, hetgeen voorheen in het ge hee l niet was gerege ld. Zo wordt nu een link gelegd met het CVSE-proces door te ste llen dat de lidstaten het CV SE-proces zullen steunen en dat "the role of Allied military forces is to [.... ] contribute towards the maintenance of stability and balance in Europe". (Alliance's Strategie Concept, artike l 42) Ook wordt de mogelijkheid aangegeven dat aan lidstaten kan worden gev raagd een bijdrage te leveren aan operaties van de Verenigde Naties. Meer

wordt over "out-of-area" optreden echter helaas niet geregeld; bovendien wordt het beeld in artikel 36 vertroebeld door te stellen: "The Alliance is purely defensive in purpose: none of its weapons will ever be used except in se lf-defence." Hoe is dit bij voorbeeld te rijmen met een eventueel NAVO optreden in het voormalige Joegos lavië? Dat over de rol van de NAVO bij operaties in hel kader van crisisbeheersing buiten het eigen grondgebied nog onduidelijkheid bestaat, bewijst een verklaring van de "Defence Planning Comminee" op 27 mei 1992. Hierin verklaart de NAVO dat zij bereid is op verzoek van de CYSE te overwegen eenheden ter beschik king te stellen voor CVSE peaee-keeping operaties. Blijkbaar vond het "Defenee Planning Commiuee" dat het "Alliance's Strategic Concept" hier onvoldoende duidelijk in was. Over een eventueel krachtdadiger optreden dan peace-keeping is nog in het geheel niets geregeld, terwijl het toch niet ondenkbaar is dat de NAVO bij peaee-enforeing operaties betrokken kan geraken (zoals nu in Joegoslavië). Jason Magazine nr. 3,juni 1993

27


Over het voorkómen dat derden NAVO-l idstaten kunnen afsnijden van essc nli ële grondstoffen wordt in de NAVO-strategie weinig geregeld. Wel wordt (in artikel 13) he t ri sico ervan genoemd , maar men komt vervolgens niet verder dan een verwijzing

naar artikel 4 van het NAVO-verdrag om aan te geven dat in dergelijke gevallen overleg mogelijk is om een eventuele reactie te coördineren. Het voork6men van agressie tegen lidstaten is (als vanouds) in de ni euwe strategie goed geregeld. Feitelijk blijft de optimale afschrikking van de oude strategie van

"flexible response" bestaan, omdat de NAVO ook volgens het "Allianee's Strategie Concept" zal blij ven beschikken over zowe l conventionele als nucleaire wapens, waarb ij een eventuele tegenstander in het ongew isse gelaten wordt over een eventuele reacti e. Terecht is men afgestapt van de tenn "forward defence", omdat de tenn "defence" nu eenmaal impliceert dat je je ergens tegen wi lt verdedigen. Zonder duidelijke tegenstande r is daar moeilijk invulling aan te geven. Bovendien wil de NAVO alle overige landen duidelijk maken dat men in hen geen tegenstanders meer zie t. Daarom wordt nu gesproken van "voorwaartse presentie" en in plaats van "voonnalige tegenstanders" over "samenwerkingspartne rs". Dat neemt niet weg dat het principe dat zoveel mogelijk voorwaarts de integriteit van het grondgebied moet worden gewaarborgd, blijft bestaan. Tevens blijft het mogelijk dat de NAVO als eerste nucleaire wapens zal gebruiken , hoewel nog meer dan voorheen de rol van deze wapens is teruggedrongen. Zo stelt artikel 55 dat nucleaire wapens fundamenteel een politiek doel hebben: vrede bewaren en elke vonn van oorlog voorkomen. Feitelijk behouden ze echte r een grote afschrikke nde werking door een grote mate van onzekerheid over de gevolgen van een eventuele agressie bij de agressor te bewerkste lligen. Net als bij het voorkóme n van het afsnijden van essentiële grondstoffen wordt over he t voorkóme n van terrori sme weini g geregeld. In het " Allianee's Strategie Concept" komt men niet verder dan de constatering dat de dreiging bestaat en de mogel ijk heid om op basis van artike l 4 van hel NAVO verdrag overleg te plegen om maatregelen Ie coördine ren.

"De NAVO-strategie draagt ook bij aan de interne stabiliteit" Relatie met andere organisaties Hel zou op basis van het voorgaande al te gemakkelijk zijn nu reeds iels te concluderen over de bruikbaarheid van de NAVO-strategie, zonder een relatie te leggen me t andere organisaties, die mi sschien nog bru ikbaarder kunnen zijn om de genoemde taken uit te voeren. Een vergelijking van mogelijkheden en beperkingen van andere relevante organi saties, zoal s VN, EG, WEU e n het CVS Eproces, zou echter een apart artikel opleveren (zie voor een du idelijk overzicht o.a. A. van

28

Jason Magazine nr. 3, juni 1993

Staden, in Nie uw Europa, septe mber 1992). Ik wil me daarom hier beperken tot de belangrijkste argumenten waarom m.i. de NAVO in stand zou moeten worden gehouden. Voor mij blijft de belangrijkste reden de betrokkenheid van de Amerikanen, m.n. vanwege de nucleaire garantie. He t blijft immers wense lijk een geloofwaardige afschrikking te hebben tegenover het (groeiende) aantal landen dat over nucleaire wapens beschikt; en m.i. blijft afllankelijkheid van Amerika ondanks een aantal nadelen nog steeds de meest aantrekke lijke optie (van uit Nederlands oogpunt). Elke andere denkbare optie is m.i. minder aantrekke lijk: de Britte n zijn voor de instandhouding van hun (zeer bescheiden) kernmacht toch al zeer afllankelijk van de Amerikane n; afllankelijkheid van de (ook bescheiden) kernmacht van de vanouds nationaal geric hte Fransen lij kt mij ook geen voorkeur verdienen; en een Europese nucleai re mac ht lij kt mij vooral snog onwense lijk, gezie n de zeer problematische commandovoeri ng die daaraan zou zijn verbonden. Bovendien zou men moeten bedenken wat de positie van Duitsland zou zijn, indien de nucleaire garantie van de Amerikanen zou wegvalle n. In dat geval zouden e r voor Duitsland goede redenen zijn om ook nucleaire wapens aan te schaffen, gezie n het feit dat landen als Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland , Oekraïne e n een groeiend aantal andere landen ook nucleaire wapens hebben. Behalve de nucleaire garantie, blijven de Amerikanen uiteraard ook van groot belang voor hun conventionele bijdrage. Ze lfs als hoo fd zakel ijk Europese belangen op he t spel staan , zoals in het voonnali ge Joegoslavië, blijkt Europa alleen tot iets in Slaat te zijn me t aanmerkel ijke ste un van de Amerikanen. Gezien dit belang van de Amerikane n ben ik pessimistisch over de mogelijkheden van de EG en de WEU om ook in de toekomst alle veiligheidsri sico's aan te kunne n. Dat neemt niet weg dat he t zeker van be lang is meer samenhang te brengen in het Europese ve iligheidsbeleid. Ik denk alleen dat hel vooralsnog onverstandig is te denken dat een verdergaande Europese integratie de NAVO overbodig zou maken. Hoewel ik grote waarde toeken aan de VN en het CVSE-proces, en me di ve rse scenario 's kan voorste llen waarin met name deze organisaties hel meest gesc hikt zouden zijn op Ie treden, kan ik echter ook gemakkelij k scenario 's bede nken waarbij de VN of de CYSE niet tot besluiten kunnen komen, terwijl we l westerse be langen op het spel staan. In die gevalle n blijft de NAVO de meest aangewezen organisatie om op te treden. Het probl eem is, dat ik voor el ke organ isatie een enthousiast betoog zou kun nen houden, waarom juist die organisatie van belang is. Voor elke organi satie zijn namelijk scenario's te bedenken, waarom ju ist die organi satie he t meest geschikt is om op te treden. Op basis van voorgaande argumenten wil ik me hier echter beperken tot de concl usie, dat de NAVO in veel gevalle n het meest bruikbaar is om de door de lid staten onderkende vei li ghe idsrisico's af te dekken.

"Zelfs als hoofdzakelijk Europese belangen op het spel staan, blijkt Europa alleen tot iets in staat te zijn met aanmerkelijke steun van de Amerikanen." Samengevat kan men stellen, dat de NAVO voor hel afdekken van veel ve ili gheidsri sico's de meest geschikte organisatie is, en dat de nie uwe NAVO-strategie, "Allianee's Strategie Concept" voor een belangrijk deel goed inspeelt op de nieuwe vei li gheidss ituatie. Op een paar plaatse n kan de strateg ie echter worden verbeterd. Te n eerste moet de strategische contex t worde n aangepast aan de actual iteit; het is immers niet zinvol meer te spreken over een res iduele dreiging uit de inmiddels uiteengeva llen Sovjet-Unie. Ten tweede zou het wenselijk zijn meer duidelijkheid te verschaffen over de intentie van de NAVO in haar rol bij het beperken van con fli cten in Europa; dit zou immers de besluitvonning in toekomstige concrete gevallen aanzienlijk kunnen verbeteren. Te n derde is het j ammer dat wel de risico's van terrori sme en de kwetsbare aanvoer van essentiële grondstoffen worden onderkend , maar dat nauwe lijks wordt gesproken over de mogelijkheden om deze risico's tegen te gaan, anders dan dat me n op basis van artikel 4 van het NAVO verdrag met elkaar kan overleggen. Ik besef overigens met deze constateringen erg gemakkelijk voorbij te gaan aan de redenen waarom deze zaken niet allemaa l duidelijk zijn geregeld. Het loslaten van de zuiver defensieve doelstelling van de NAVO zou imme rs een dramatische omslag betekenen en kunnen leiden tot e nonne interne verdee ldheid. Dil neemt echte r niet weg dal het m.i. een vergissi ng zou zijn niet in een aanpass ing van de strategie te anticiperen op situaties waarin de NAVO ook "out-of-area" zou wi llen optreden; dat zou immers de besl ui tvonn ing op het " moment suprême" onacceptabel kunnen vertragen. Artike l 7 van het "Alliance's Strategie Concept" geeft in e lk geval terecht reeds de open ing tot mogelij ke aanpassingen van de strateg ie aan verde re wijzigingen in de ve ili gheidssituatie.

Luitenant-kolonel A.GD. van Oseh is Hoofd van de Vakgroep Strategie aan het /lIStituut DefellSie Leergangen/Opleidingen Koninklijke Landmacht. Na zIjn opleiding aan de KMA ven1tlide hij diverse functies bij parate eenheden van de Koninklijke Landmacht en tevens bij de Afdeling Plannen van de toenmalige Landmachtsraf. Hij volgde o.a. de studie Hogere Militaire Vorming in Den Haag en een studie aan hel "Command and General Staf! College" in de Verenigde Stateil. Op verzoek van JA SON ging hij in op de vraag over de bruikbaarheid van de NAVOstrateg ie. Hij schreef dit artikel op persoonlijke tite/.


Wat is Jason? De Stichting lason is in 1975 door jongeren opgericht om te voorzien in een duidelijke behoefte van jongeren aan evenwichtige informatie over internationale vraagstukken. lason is niet gebonden aan enige politieke partij en heeft geen levensbeschouwelijke grondslag. Jason informeert op twee manieren. Door het tweemaandelijks uitgeven van dit blad en door het organiseren van activiteiten, zoals buitenland-borrels, congressen, excursies, fora en uitwisselingen. Recente onderwerpen van Jason Magazine waren: Dynamisch Oost-AziĂŤ, en De Veranderende Verenigde Naties (Engelstalige editie), Oude Koloniale Banden en Oost-Europa in Balans? Wil je meer informatie over de activiteiten, van de Stichting lason, schrijf of bel dan naar het volgende adres of neem contact op met de lason Contact Personen in je stad, vermeld in het colofon

Stichting Jason Laan van Meerdervoort 96 2517 AR Den Haag. tel: 070 - 3 60 56 58

Deze publicatie werd mede mogelijk gemaakt door: I

-$ I

ING,it)GROUP

AT&T della lloyd

e

ÂŽ

PHILlPS

Royal Dutch/Shell

NATO Information Service


Index Jason Magazine 1992/1993 1992/3. Eén Wereld, één Problee m?

1992/6. The ehanging UN

Frans Bevort

Ontwikke lingshulp Japan se stijl

Prof. Or. A. van Stade n

From pcace-kee ping 10 pcaceenforcemcnt

Chudi Ukpabi

Democracy, ethniticit y and apartMr A.P.R. Jacobovi ts de Szeged (Interview)

The UN and NATO in peaeeoperalions: partners or competitors?

M. Geu s

UNCRC Sim ulation '92: Strengt heni ng the world

Prof. Dr. J.G. Siccama

The viabi lity of the UN as an effe cti ve peace- and sec uritystruc ture

Drs. G . RingnaIda

Restrucluring of the United Nations

Dr. J. Shea

NATO's role in pcace- keeping

heid in changi ng Afri ca Jan Michiel Ono

Profiel : President Anwar Sadat

Antonio Perez Manzano

Brugfunctie tu ssen rijke noorde n en arme zuiden. Het bevoorrechte Me xi co.

Marnix Lam berts

Ontwapenin g,ontwikkelingssamenwerking en ontwikkeling in de Derde Were ld: Een hoopvolle herkan sing

Arthur van Buitencn

Macht en onm acht van NGO's in he t UNCED proces

Peter Lingg

UNCED: ee n groen breek ij zer voor economische groei. Groe n. groener, de groot ste groe i.

1993/ 1 Oude kolonia le banden Elly Rijnie rse

Frankrijk/A frika: macht en onmac ht

N ico Sc hulte Nord hol t

Nede rl andse blinde vle k tot Indonesië

1992/4. Het tekort van Nederland

And ré Haakm at

De hedendaagse betre kkingen tusse n Su riname e n Nederr,:'lnd

Karsl Bouman

Over de heruitvindin g van Nederl and

Slefa n La nd sberger

Dr.W.J.Senge rs (Inte rview)

Legali seer de dru gs!

Hong Kong : van Britse kroonkoloni etot Volk sre publike in se "S!?!,e ial Administration Reg ion .

D. Leurdijk e n J. Brugman (1nterview)

Groot Brittanië e n Paleslina: Ee n vergeten geschiedenis

Erwin Muller

Nederland, de witte raaf

Hans van de r Lee

De Omaanse Renaissance

S. Milia en A.Nuyt

Handjeklap

S. van Bennckom

Fisseha-Tsion Menghi stu

Mi si nfomlation about Ethiopia

Int ernational e samenwerkin g in Antartica: su cessen en be pe rk ingen

Were ld scenario 's Made in Holland

Dr. Mi e nt Jan Faber (Inte rview)

De Europese leade rship cri ses

Peter Lin gg Hennan de Lange

Ve rdw ijnt de afsc hrikk ing? Dee l twee

1993/2 Oost-Europa in Balans?

Herman de Lange

Ve rdwijnt de afschrikking?

1992/5. Dynamisch Oost-Azië Ingrid d'Hooghe

China aan de vooravond van het veertiende partijcongres

Stefan Land sberger

China al s macht sfactor in de Pacifi c

Ruud Jan ssens

Amerikaanse hande l e n wa ndel in Oost-Azi ë

Paul ' t Hart

Al exa nder Geo rge (red.) Avo iding War

Marc Klumper

Confl ic t in voormali g Joegos lav ië: een hi storie van an gst e n nationali sme

Marc van Wees

Het milie u van Oost-Europa onder de loep genome n

Erik-Jan Ke ijzer

Hoc stabi e l is Hon garije?

Pete r A.J. Broeders

Cri min al act iviti es in Eastern Europe

Lesley d'Hu y

Schendingen van mensenrechten in Bosnië-Herzegow ina: V ~ rkr,!cht in ge n e n etni sche zu lvermge n.

Tom Kupe ru s

Trends in the former Soviet Union Hi gh Noon: Return to the cold war?

Silvio Milia

Cambodja, he t land met de straf van Sisy phus

Central Easte rn Europe and the process of European mteg ration Based on an interview wuh Pi et Danken

Peter Lingg

Age nda 21? ook met ambtenaren slaan redden we het niet

Killed by Other Means He rman Kok

Al s toe ri st in Republi ca Hrvalska