Page 1

RACE OM HET WITTE HUIS


Jason Magazine is een tweemaandelijkse uitgave van de Stichting Jason, gericht op jongeren die zich interesseren voor internationale politiek. In elk nummer wordt aan de hand van een aantal artikelen getracht een evenwichtig en gevarieerd beeld te geven van een internationaal politiek vraagstuk. De redactie onthoudt zich hierbij van iedere politieke stellingname. Redactieleden kunnen echter wel op persoonlijke titel een artikel schrijven. Wie wil reageren op in Jason verschenen artikelen, of denkt zelf een bijdrage te kunnen leveren, wordt verzocht te schrijven naar: Redactie / secretariaat Jason, Laan van Meerdervoort 96 2517 AR Den Haag. Telefoon: 070-605658. Postgiro: 3561025. Bank: 456855548.

Overname van in Jason Magazine verschenen artikelen kan slechts geschieden in overleg met de redactie. REDACTIE JASON-MAGAZINE Hoofdredacteur: Huib van Olden. Redactieleden: Hans Pa uI Andriessen. Aldrik Gierveld. Alex Krijger. Chiel de Leeuw. On no Maliepaard. Sam Muller. Gert-Jan Stempher. DAGELIJKS BESTUUR Voorzitter: H. P. Th. Coebergh. Vice-voorzitter: C. K. Weiland. Secretaris: M. Cantarella. Penningmeester: G. Vogels. Public Affairs: G. Frings. Fundraiser: A. van Dedem. ALGEMEEN BESTUUR Mr. F.C.M. Ca ris. Mr. P.H. Goedhart. Drs. M.C.A.M Huisman. Drs. R. Hillebrand. Drs. A.M. Knaapen. F.J. Marcus. R.H. van der Meer. H.C. van Olden. E.C.H.M. van de Pas. Drs. J.C. de Vries. Drs. D. H. Zandee. RAAD VAN ADVIES Prof. dr. W. Dekker, voorzitter. J.Th.J. van den Berg. J.M. Bik. Prof. mr. J.F. Glastra van Loon. Drs. G.J.J.M. Hayen. C. C. van den Heuvel. H.A.M. Hoefnagels. Mr. J.G.N. de Hoop Scheffer. R.D. Praaning. Drs. W.K.N. Schmelzer. Prof. dr. A, van Staden. Prof. dr. H. W. Tromp. Prof. dr. P.M.E. Volten. Drs. L. Wecke. ISSN 0165路 8336

INHOUDSOPGAVE. REDACTIONEEL. PAG. 1 VOORWOORD DOOR DE AMBASSADEUR VAN DE VERENIGDE STATEN. PAG. 2 ENKELE KANTTEKENINGEN BIJ DE WEDLOOP NAAR HET WITTE HUIS. Door prof. G. A. Irwin en Dr. R. B. Andeweg, beiden verbonden aan de Rijksuniversiteit te Leiden. PAG. 3 MACHT EN DE ONMACHT VAN DE AMERIKAANSE PRESIDENT. Door dr. E. van de Bilt, verbonden aan het Amerika Instituut van de Universiteit van Amsterdam. PAG. 9 PRESIDENTSKANDIDATEN IN 1988: "RUZI~ND OP DE ACHTERBANK". Prof. dr. A. Lammers over de kandidaten van 1988. PAG. 14 REPUBLIKEINEN EN DEMOCRATEN: WAAR STAAN ZE VOOR IN 1988? Een korte inventarisatie van de verschillende standpunten van de Republikeinse en de Democratische partij door Onno Maliepaard. PAG. 18 VERHOUDING MET EUROPA SPEELT IN CAMPAGNES GEEN GROTE ROL. Hans-Paul Andriessen en Aldrik Gierveld in gesprek met vertegenwoordigers van de grote drie partijen over de Amerikaanse presidentsverkiezingen. PAG. 20 AMERIKA EN DE ANGST VOOR "FORTRFSS EUROPE". Weergave van een toespraak die staatssecretaris van economische zaken, mevr. mr. Y. van Rooy, op 12 september 1988 heeft gehouden in Washington. PAG. 26


1

MAAR

ÉÉN WINNAAR MOGELIJK Amerika heeft een merkwaardige democratie. Bewonderd als de grootste en oudste democratie ter wereld. Bekritiseerd om het hoge percentage niet-stemmers en de grote invloed die de media heeft. Precies tweehonderd jaar geleden, in september 1788, werd de eerste Amerikaanse president, George Washington gekozen. Sindsdien is er veel veranderd. Amerika is een wereldmacht geworden, en dat maakt deze verkiezingen, behalve voor het Amerikaanse volk, ook van groot belang voor de rest van dewereld. Met deze ontwikkeling is de invloed van een Amerikaanse president op vrede en veiligheid in de wereld veel groter geworden. Daarnaast zijn de massamedia in de verkiezingen van cruciaal belang geworden, en door sommigen wordt Amerika dan ook wel schertsend "The Televison Democracy" genoemd. Op 8 november gaan de Amerikanen naar de stembus om hun 41e president te kiezen, en dan zal blijken wie er als overwinnaar te voorschijn komt uit de strijd die al meer dan een jaar woedt, en die maar één winnaar kent: de president van de Verenigde Staten van Amerika; Bush of Dukakis? SAMMULLER


2

EMBASSY OF THE UNITED STATES OF AMERICA THE HAGUE AIABASSADDA JDHN SHAD

October 6, 1988

Dear readers of JAS ON路 Magazine, Like the Netherlands, the United States draws much of its strength from its democratic processes. Responsive representative government is the cornerstone of both our nations. It is rooted in the electoral process. America's elections are lengthy, complex and at times confusing - even to Americans - but they have succeeded for over two centuries in giving Americans real choices about how they will be governed,and they have kept national, state and local governments responsive to the voters. State primaries and caucuses, voter polls, local and national political party conventions, candidate debates - these compose only part of the many activities that surround presidential elections. For months voters have been receiving information about the upcoming elections - statements by candidates, analyses of issues, appeals for funds, voter and absentee bal lot registration campaigns and daily stories in the media. Who will be the next American President? We will knowafter Election Day, the Tuesday following the first Monday in November. On November 8, 1988, Americans will elect the Slst President of the United States of America. In this Election Special issue, JASON Magazine offers readers insights into America's presidential election process and the issues which will influence our lives for years to come. Sincerely,

猫Jf:/:df:~ LANGE VOORHOUT 102

2514 EJ THE HAGUE

THE NETHEALANDS

TELEPHONE (0701624911


3

Enkele kanttekeningen bij wedloop naar Witte Huis De participatie van individuele burgers in de selectie van de

Amerikaanse presidentvonnt één der oudste verkiezingen ter wereld Toch kan niet ge:z.egd worden dat de ruim 95 miljoen Amerikanen die op 8 november hun keuze maken uit de verschillende presidentskandidaten, de Amerikaanse president ook kiezen. De president wordt namelijk indirect gekozen via het Electoral College. Elke deelstaat vaardigt een aantal kiesmannen (of-vrouwen) naar dit kiescollege af dat gelijk is aan het aantal vertegenwoordigers van die deelstaat in het Congress (Huis van Afgevaardigden én Senaat). In totaal zijn er 538 kiesmannen (inclusief drie voor het District of Columbia waarin de hoofdstad Washington ligt). Op 8 november brengen de kiezers in de verschillende deelstaten hun stem uit voor een (aan een bepaalde kandidaat verbonden) lijst van kiesmannen. Pas in december vindt de eigenlijke presidentsverkiezing plaats, wanneer de aldus verkozen kiesmannen hun stem uitbrengen. Om verkozen te worden moet een kandidaat de meerderheid in het Electoral College (tenminste 270 kiesmannen) halen. Deze procedure werd bij het opstellen van de Grondwet als compromis aanvaard, omdat een aantal "Founding Fathers" bedenkingen had tegen een rechtstreekse verkiezing door het volk. Inmiddels is veel veranderd, maar de procedure is ongewijzigd gebleven. Vaak wordt gespeculeerd over de kans dat geen enkele kandidaat een meerderheid in het Electoral College behaalt of over de mogelijkheid dat niet de kandidaat met de meeste stemmen van de kiezers de meederderheid van de kiesmannen achter zich verenigt. Rond elke presidentsverkiezing worden ook hervormingsvoorstellen gelanceerd, maar zolang de procedure niet tot dergelijke onacceptabele uitkomsten leidt lopen zulke voorstellen op niets uit. Vele kiezers zullen bovendien slechts een vage notie hebben van bestaan en functioneren van het Electoral College en in elk geval laten zij zich daardoor niet be-

Het verkiezingsseizoen in de Verenigde Staten begint traditioneel met de voorverkiezingen in New Hampshire, aan

de uitslag waarvan een beJangrJïke betekenis wordt toegekend voor de rest van

de campagne..

ïnvloeden. Voor de beide presidentskandidaten speelt de procedure, en met name het feit dat de kiesmannen per deelstaat worden gekozen, wel een rol in de campagne. TWEE CAMPAGNES Traditioneel begint de verkiezingscampagne op de eerste maandag van september, de Amerikaanse dag van de arbeid. Misschien kan dat beter de "tweede" campagne genoemd worden. De "eerste" campagne is dan ook competitie binnen de twee partij-

Dit artikel is geschreven door prof G. A. Irwin en Dr. R. B. Andeweg, beiden verbonden aan de RJïksuniversiteit te

Leiden.

en tussen diegenen die als kandidaat door hun partij aangewezen willen worden. Binnen een partij met een zittende president, die beschikbaar is voor een tweede termijn - zoals destijds de Republikeinse partij met RonaId Reagan - is soms nauwelijks strijd. Maar in andere gevallen kan deze eerste campagne lang duren. Formeel beginnen dergelijke campagnes in het begin van het ver kiezingsjaar of in het jaar daarvoor met een offici!!le verklaring waarin men zijn kandidatuur stelt. Deze offici!!le kandidaatstelling is belangrijk in verband met de subsidie die men kan krijgen en de financi!!le verantwoording die men moet afleggen. De interne campagnes zijn vaak chaotisch doordat kandidaten komen en gaan, hun organisatie moeten opbouwen en in stand houden, en met wisselend succes strijd leveren in per deelstaat verschillend geregelde voorverkiezingen, verspreid over een periode van eind februari tot aan de partijconventies in juli en augustus. In tegenstelling tot de chaos van deze eerste campagne is de tweede campagne aanmerkelijk korter en veel strakker georganiseerd. Meestal blijven slechts twee serieuze kandidaten over en de cruciale datum staat vast. VOORBEREIDING In een verkiezing waarin de buit niet evenredig wordt verdeeld, maar waarin de winnaar alles krijgt en de verliezer niets, moet de campagne tot


4

Het eerste deel van de campagne wordt afgesloten met de partij-conventies, waar de kandidaten worden aangewezen. De grote tv-maatschapp1ïen zijn daar zeer nadrukkelijk aanwezig.

in de finesses worden voorbereid. De kleinste fout - zoals NiJmn's televisie make-up in 1960 of Ford's opmerkingen over Polen in 1976 - kan uitgroeien tot een belangrijk incident en net genoeg stemmen kosten om de verkiezing te verliezen. Tijdens de campagne heeft iedere kandidaat dan ook een leger van adviseurs en consulenten tot zijn beschikking. Dit heeft sommige cynici er toe gebracht te spreken van het "verkopen" van een president, alsof het gaat om het aanprijzen van een nieuw soort wasmiddel. De kandidaat zou geen eigen inhoud hebben, maar worden (om)gevormd om het publiek te geven wat het wil. Daartegen kan men opmerken dat de kandidaten niet met een schone lei beginnen, maar vaak een lange loopbaan in het openbare leven achter de rug hebben. Hun doopceel wordt tijdens de campagne ook uitvoerig gelicht. De deskundigen en adviseurs moeten met de geselecteerde kandidaat werken en kunnen niet kiezen wie het beste in hun verkooptaktiek past. Hoe dan ook, de adviseurs zijn niet meer weg te denken uit de campagne voor het presidentschap. Naast tekstschrijvers en organisatie-specialisten voor de logistiek van de campagne, zijn vooral media-specialisten en marktonderzoekers van groot belang. DE MEDIA De traditionele verkiezingscampagne dateert uit de 1ge eeuwen bestaat vooral uit persoonlijke contacten met kiezers en uit het gedrukte woord. Het is nooit mogelijk geweest om contact te hebben met alle kiezers en het is slechts één kandidaat (Nixon in 1960) gelukt om alle deelstaten tijdens zijn campagne te bezoeken.

De komst van radio en vooral televisie heeft de campagne ingrijpend veranderd. Televisie geeft het gevoel van een directer contact tussen kandidaat en kiezer dan via de drukpers mogelijk is. Nadat de televisie in de jaren vijftig de partijconventies voor het eerst in de huiskamer bracht, werd dit massamedium in de jaren zestig een integraal onderdeel van de campagne. Kandidaten gebruiken de televisie op een drietal manieren: • In de eerste plaats probeert een kandidaat nieuws"te maken"; iets te doen of te zeggen dat voldoende aandacht trekt om in de gewone nieuwsuitzendingen te komen. Tijdens de campagne houdt een kandidaat bijvoorbeeld vele malen per dag dezelfde verkiezingstoespraak voor steeds andere groepen luisteraars. Door dit standaardverhaal op het juiste moment enigszins te wijzigen met een belangrijke uitspraak of mededeling, hoopt de kandidaat 's avonds het journaal te halen. Een zittende president, die "toevallig" eveneens kandidaat is, heeft in dit opzicht uiteraard een voordeel. Met de juiste presentatie kunnen zijn daden als president in het nieuws komen en deze aandacht zal de kandidaat over het algemeen niet schaden. Tijdens de campagne in 1976 ging president Ford bijna dagelijks naar de bekende Rose Garden om nieuwe wetten te ondertekenen of buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders te ontvangen. • Een tweede manier om op de televisie te komen is door zelf reclamezendtijd te kopen. De Verenigde Staten is één van de weinige landen ter wereld waar televisiemaatschappijen zendtijd verkopen aan politieke kandidaten. Deze "spots" verschillen slechts in onderwerp van de overige reclame-boodschappen en zij worden

soms gemaakt door dezelfde reclamebureaus. Deze vorm van campagne voeren is niet goedkoop: een enkele minuut landelijke TV-zendtijd op tijdstippen met de hoogste kijkdichtheid kan meer dan 500.000,- kosten . • Debatten tussen de presidentskandidaten vormen een derde mogelijkheid om de televisie te benutten. De eerste televisie-debatten tussen presidentskandidaten vonden in 1960 plaats tussen Kennedy en Nixon. Het duurde echter zestien jaar voordat dit experiment werd herhaald. In de tussenliggende periode was telkens tenminste één van de kandidaten de mening toegedaan dat zijn campagne met zo'n debat niet gediend zou zijn. V AST ONDERDEEL In 1976 waren de omstandigheden weer rijp voor een televisie-treffen en in 1980 vond laat in de campagne een debat plaats. Nu ook dit jaar televisie-debatten zijn gehouden, zullen zij waarschijnlijk een vast onderdeel van de presidentscampagne worden. Er zijn echter vele problemen. Zo bepaalt de wet dat de televisie gelijke aandacht moet geven aan de kandidaten. Als er een derde kandidaat aan de verkiezingen meedoet, zoals Anderson in 1980, moeten speciale regelingen worden getroffen om het debat tot de twee voornaamste kandidaten te beperken. Bovendien hebben de kandidaten zelf eisen met betrekking tot allerlei aspecten van het debat, zodat het soms bijna een wonder is dat een debat doorgaat. Hoewel het wetenschappelijk bewijs dat de debatten de verkiezingsuitslag bemvloeden moeilijk te leveren is, wordt er grote betekenis aan toegekend. Velen beschouwen de tot nu toe gehouden debatten als een doorslaggevende factor in de strijd tussen Kennedy en Nixon, tussen Ford en Carter en tussen Carter en Reagan. Vaak wordt gesteld dat het debat aan de uitdager van een zittende president de gelegenheid geeft gezien te worden als diens gelijke. Zittende presidenten lopen daarom minder warm voor het houden van tv-debatten. OPINIEPEILINGEN Wat men zegt op de televisie en hoe


5

Het Witte Huis in Washington: de uiteindelijke inzet van meer dan een jaar campagne voeren.

men daar overkomt is zo belangrijk geworden in de campagne, dat het nauwelijks verrassend is dat de kandidaten ook hierbij de hulp van deskundigen inroepen. In de campagneleiding van iedere kandidaat zijn daarom experts op het gebied van de publieke opinie opgenomen om de reacties van de kiezers op zijn elektronische boodschappen te bepalen. Enigerlei vorm van opinie-peiling is bijna zo oud als de campagne zelf. Al in de negentiende eeuw zijn voorbeelden te vinden van kranten die "surveys" publiceerden. Landelijke peilingen zien wij echter voor het eerst in de twintigste eeuw. Legendarisch is het vooorbeeld van het tijdschrift Literary Digest, dat in de jaren '20 op basis van enquĂŞtes voorspellingen deed, die dicht bij de uiteindelijke uitkomst zaten. In 1936 maakte het blad, door een foutieve wijze van steekproef trekken, zo'n grote blunder dat het kort daarna failliet ging. In datzelfde 1936 publiceerde de onlangs overleden George Gallup zijn eerste voorspelling gebaseerd op wetenschappelijke methodes van steekproef-trekking. Sindsdien heeft de opiniepeiling in verkiezingscampagnes een grote vlucht genomen. De Gallup-organisatie behoort tot de groep markton-

derzoekers die voor de nieuwsmedia werken. Andere bureaus worden door politieke kandidaten ingeschakeld. In tegenstelling tot in sommige landen komt het in de Verenigde Staten zelden voor dat bureaus voor beide type klanten werken; het gevaar van vermenging van belangen wordt te groot geacht. Er zijn nu onderzoekers die voornamelijk voor Republikeinse kandidaten en andere die vooral voor Democratische kandidaten werken. HARRIS In 1960 was Harris de eerste "pollster" die een belangrijke rol speelde binnen de campagne van een presidentskandidaat. Terwijl Nixon bezig was alle deelstaten te bezoeken, gebruikte Kennedy de nieuwste wetenschappelijke methodes om zijn strategie uit te stippelen. Daarbij werd uitgebreid gebruik gemaakt van door Harris speciaal voor Kennedy verrichte opinie-peilingen. Dergelijke peilingen gaan uiteraard veel verder dan alleen een voorspelling van de uitkomst. Er wordt onderzocht welke issues of problemen de kiezers belangrijk vinden; er wordt gevraagd naar de bekendheid van de kandidaten en hun standpun-

ten; de sterkte van de gevoelens ten opzichte van de kandidaten wordt gemeten; er wordt informatie verzameld met betrekking tot de belangstelling voor de campagne, de identificatie met een partij, vroeger stemgedrag, allerlei sociale en demografische factoren, enz. enz. Van groot belang zijn de "trends", de ontwikkelingen in de publieke opinie. Naarmate de campagne vordert, wordt de frequentie van de peilingen verhoogd. De resultaten zijn belangrijk voor de laatste pogingen om stemmen te winnen. Het is uiteraard niet geheel toevallig dat de opkomst van de media-experts in de campagne samen valt met die van de marktonderzoekers. Televisie brengt de kandidaat weliswaar in de huiskamers, maar geeft hem niet de reacties die hij krijgt via persoonlijk contact met de kiezers. Opinie-peilingen moeten dat gemis goed maken. Bovendien is dezelfde technologie die de televisie ontwikkelde verantwoordelijk voor nieuwe methodes in de opiniepeilingen. Waar vroeger gewerkt werd met huis-aan-huis-enquĂŞtes en tamelijk bewerkelijke methodes om de gegevens te verzamelen en te analyseren, worden nu de vraaggesprekken voornamelijk tele-


6

fonisch verricht met computergestuurde vragenlijsten en dataverzameling. Een 's avonds uitgevoerde enquête is de volgende ochtend gereed voor analyse door de kandidaat en zijn staf. GELD Een moderne verkiezingscampagne, compleet met opiniepeilingen en reclamespots op de televisie, is niet goedkoop. In 1980 werd in de Verenigde Staten ongeveer 1200 miljoen dollar uitgegeven in verschillende verkiezingscampagnes. Naar schatting een kwart van dat bedrag werd besteed aan de campagnes van de presidentskandidaten. Hoewel dit zeker een enorm bedrag is, wordt het enigszins gerelativeerd wanneer men bedenkt dat het slechts één tiende procent is van het bedrag dat jaarlijks wordt uitgegeven door de overheidsinstellingen waaraan de verkozen kandidaten leiding moeten geven. Tot enkele jaren geleden werden alle benodigde gelden bijeen gebracht door particulieren en belangengroepen. In 1972 verwierf de Committee to Reelect the President (Nixon) zoveel fondsen, dat het verleid werd de bekende Watergate-inbraak te financieren. Hoewel er al geruime tijd kritiek was op allerlei financi!!le aspecten van de campagnes, vormde deze inbraak en haar nasleep de aanleiding om d.m.V. wetgeving ingrijpende hervormingen aan te brengen. Zo werden beperkingen opgelegd aan de hoogte van het bedrag dat een individuele burger of een organisatie aan een kandidaat mag schenken, en aan de uitgaven die een kandidaat mag doen. Dit laatste werd echter door het Supreme Court afgewezen met een uitzondering voor met overheidssubsidie gefinancierde campagnes. Verder bepaalde het Supreme Court dat individuen of groepen geen beperkingen mogen worden opgelegd wanneer zij uitgaven doen ten behoeve van een kandidaat zonder diens medeweten en medewerking. Een belangrijk onderdeel van de hervormingen was het invoeren van overheidssubsidies voor de campagnes. Iedere belastingbetaler kan vrijwillig één of twee dollar van zijn of haar aanslag oormerken voor een speciaal fonds, van waaruit de subsi-

De Amerikaanse verkiezingsstrijd wordt tegenwoordig voor een groot deel via de media gevoel

dies worden betaald. De inkomsten van dit fonds overtreffen verre de uitgaven: voor 1984 had men ongeveer 225 miljoen dollar in kas. Deze subsidies worden alleen toegekend aan presidentskandidaten en aan de partijen voor het houden van hun conventie. In de eerste, interne, campagne kunnen kandidaten zogeheten "matching funds" krijgen. Wanneer een offici!!le kandidaat zelf in staat is om in tenminste twintig deelstaten $ 5.000 bijeen te brengen aan individuele bijdragen van ten hoogste $ 250, past het verkiezings-

fonds een gelijk bedrag bij. Ook moet men in de voorverkiezingen een bepaald percentage van de stemmen halen. Zo kan een kandidaat ten hoogste de helft van het maximumbedrag dat voor de campagne mag worden uitgegeven aan subsidies verwerven; in 1984 was dit iets minder dan 20 miljoen dollar. GEEN OVERDAAD De tweede campagne van de overgebleven kandidaten wordt, op aanvraag van de kandidaat, zelf volledig door het verkiezingsfonds bekostigd.


7

voorwaarde voor de strijd om het presidentschap zijn, het is geenszins een voldoende voorwaarde om ook te worden gekozen. De kiezersgunst is ook met een kostbare campagne slechts in beperkte mate te be端wloeden en de verkiezingsuitslag houdt in vele opzichten iets onvoorspelbaars in. Zoals het niet altijd de kandidaat met het meeste geld is, die de verkiezingen wint, zo is het ook niet altijd de kandidaat van de grootste partij die met de overwinning gaat strijken. De twee grote politieke partijen, Democraten en Republikeinen, hebben een lange geschiedenis, maar zijn door de tijd ook van karakter en aanhang veranderd. Tot lang na de burgeroorlog vormden de Democraten vooral de partij van het Zuiden en de Republikeinen (de partij van Lincoln) de partij van het Noorden. De belangrijkste verandering daarin kwam in de jaren '30 toen president Roosevelt de Democratische partij omvormde tot een coalitie van arbeiders, negers, joden, katholieken en diverse immigrantengroepen. Daarnaast bleef er een kern van zuidelijke blanken. De Republikeinse partij werd hierdoor min of meer de partij van de "White Anglo-Saxon Protestant".

vroeger tijden gingen de kandidaten er nog veel meer zelf op uit.

Wanneer een kandidaat daarvoor kiest mag hij niet meer dan het subsidiebedrag uitgeven; in 1984 zal dit ongeveer 39 miljoen dollar zijn. Dat mag een hoog bedrag lijken, maar het is naar verhouding minder dan wat vroeger voor een presidentscampagne werd uitgegeven en de overdaad aan aanplakbiljetten "buttons", en dergelijke is er vaak niet meer bij. Zestig procent of meer van het totale bedrag gaat op aan televisiekosten en het restant wordt besteed aan vervoer van de kandidaat en zijn gevolg, organisatiekosten, enz.

Buiten de kandidaten om wordt door individuen en groepen geld uitgegeven tijdens de verkiezingscampagne. Het doel van dergelijke uitgaven kan zijn steun te verwerven voor de kandidaten of kiesgerechtigden er toe te bewegen zich als kiezer te laten registreren en te gaan stemmen. In 1980 werd op deze manier ongeveer 24 miljoen dollar uitgegeven voor president Carter ongeveer 34 miljoen dollar voor Ronald Reagan. KIESGEDRAG Geld mag dan een noodzakelijke

In geografisch opzicht wordt de Noord-Zuid tegenstelling bij presidentsverkiezingen meer en meer vervangen door een West-Oost scheidslijn. Hoewel de verschillen tussen de partijen veel minder scherp zijn dan in veel Europese landen, zijn het dus vooral kiezers met een lagere sociaal-economische status, niet protestantse kiezers en ethnische minderheden, die geneigd zijn op Democratische kandidaten te stemmen. Recentelijk kan men daar de vrouwen aan toevoegen, die zich ook iets meer dan gemiddeld tot de Democraten rekenen. Aangezien vrouwen een meerderheid vormen in het Amerikaanse electoraat wordt de laatste tijd veel aandacht besteed aan deze "gen der gap" tussen Democraten en Republikeinen, die wellicht nog iets vergroot kan zijn door de keuze van de Democrate Geraldine Ferraro als eerste vrouwelijke kandidaat voor het vice-presidentschap in 1984.

BONTE COALITIE Door deze bonte coalitie van bevol-


8

kingsgroepen beschikt de Democratische partij over een demonrafische voorsprong op de Republikeinen. Dat dit diverse Republikeinse presidentskandidaten niet van een overwinning heeft afgehouden behoeft nadere verklaring. In de eerste plaats is de opkomst onder Democraten lager dan onder Republikeinen. Over het geheel genomen gaat bij de presidentsverkiezingen slechts iets meer dan de helft van de kiesgerechtigden stemmen. De oorzaak van deze voor onze begrippen lage opkomst moet voor een belangrijk deel gezocht worden in het feit dat een kiesgerechtigde zich ook als zodanig moet laten registreren om te kunnen stemmen. De procedures daarvoor verschillen per deelstaat. Onder geregistreerde kiezers is de opkomst veelal hoger dan in Nederland. De bevolkingsgroepen waar de Democratische partij op steunt, hebben een duidelijke achterstand in registratie. In een aantal staten is de zwarte bevolking zelfs jarenlang allerlei belemmeringen in de weg gelegd bij de kiezersregistratie. Hoewel die belemmeringen zijn weggenomen, zijn nog steeds verhoudingsgewijs weinig negers geregistreerd. Het belang van de kandidatuur van Jesse Jackson binnen de Democratische partij was voor een deel dan ook gelegen in de impuls die daarvan is uitgegaan voor vele negers om zich als kiezer te laten registreren. Een tweede factor die de demografische voorsprong van de Democraten relativeert, is het feit, dat Democraten vaker dan Republikeinen op een kandidaat van de tegenpartij stemmen.

Het is eigenlijk onjuist om in de Verenigde Staten van slechts twee partijen te spreken. De partijen verschillen per deelstaat sterk van karakter en alleen voor de presidentsverkiezingen sluiten zij zich tot twee blokken aaneen. Vooral in een zo heterogene partij als de Democratische kan het dan voorkomen, dat niet alle Democratische kiezers zich kunnen vinden in de keuze van de presidentskandidaat. Het is bijvoorbeeld nogal eens voorgekomen dat de behoudende blanke Democraten in het Zuiden niet op de meer vooruitstrevende presidentskandidaat van hun partij wilden stemmen.

Wie de verkiezingen wint komt uiteindelijk op deze stoel in de Oval Office, de werkkamer van de president in het Witte Huis.

In 1983 rekende naar schatting 40 procent van de kiesgerechtigden zich tot de Democraten, 25 procent tot de Republikeinen, terwijl 35 procent opgaf onafhankelijk te zijn. Hoe de grote groep ongebondenen zich verdeelt over beide kampen is één van de belangrijkste factoren die de uitslag op 8 november bepalen. De standpunten van de kandidaten ten aanzien van verschillende vraagstukken, hun optreden in een eventueel televisiedebat en hun image in het algemeen kunnen daarbij de doorslag geven.

GEEN VOORSPELUNG Wie had verwacht dat dit artikel besloten zou worden met een voorspel-

ling van de uitslag komt bedrogen uit. Zelfs wanneer één van beide kandidaten nu een voorsprong lijkt te hebben, kunnen de kansen op het laatste moment nog keren, zoals president Carter in 1980 moest ervaren. Het Amerikaanse verkiezingsproces wordt aan deze zijde van de oceaan vaak met bevreemding gevolgd. Voorzover onbekend ook onbemind maakt, heeft dit artikel wellicht enkele (voor)oordelen weggenomen; andere misschien juist versterkt. Hoewel in een zo kort bestek veel onbesproken moest blijven hopen wij bijgedragen te hebben tot een beter begrip van de fascinerende strijd om het zo belangrijke Amerikaanse presidentschap.


9

Macht en de onmacht van de Amerikaanse president Een van de aartsvaders van het Amerikaanse politieke systeem wist het al: politiek is geen kinderspel. De ideale burger en het ideale politieke bestel bestaan niet. Politiek behoeft een strenge hand - dat wil zeggen, een sterk centraal gezag - maar geen geseculariseerd substituut voor goddelijke almacht. Mensen en zeker politici zijn geen heiligen. Vandaar dat zelfs het hoognodige centrale gezag bereid dientte zijn op sommige momenten de hand aan zich zelf te slaan.

Dil artikel is geschreven door dr. E. van de Bijt, medewerker van het Amerika Instituut van de Universiteit van Amsterdam.

Het Capitool in Washington, het

onderkomen van het Congres, waarmee elke president een moeiZEme relatie onderhoudt.


10

Zoals James Madison het formuleerde in een van zijn bijdragen aan The Federalist Papers: "If men were angels, no government would be necessary. If angels were tot govern men, neither external nor internal controls on government would be necessary. In framing a government which is to be administered by men over men, the great difficulty lies in this: you must first enable the government to control the governed; and in the next place oblige it to control itself. A dependence on the peopIe is, no doubt, the primary control on the government; but experience has taught mankind the necessity of auxiliary precautions". Deze ambivalente houding ten opzichte van de centrale overheid, die zowel krachtig als mild moet optreden en zich zowel moet laten gelden als op de achtergrond houdem, karakteriseert niet in de laatste plaats de Amerikaanse ideeën over de uitvoerende macht in de Amerikaanse politiek, de president van de Verenigde Staten. STERK GEZAG Na de Onafhankelijkheidsoorlog van 1776 wilden de vrijgevochten burgers van de Verenigde Staten voorkomen dat er in hun land een nieuwe koning en potentiële tiran kon opstaan. Onderlinge ruzies en chaotische buitenlandse contacten deden echter spoedig de behoefte aan een sterk centraal gezag ontstaan. Ervaringen in enkele afzonderlijke staten hadden inmiddels uitgewezen dat ook een volksvertegenwoordiging tirannieke neigingen kon vertonen. Bijgevolg riepen de Amerikanen een uitvoerende macht in het leven die niet alleen snel en adequaat op situaties kon inspringen en andere belangrijke politieke organen in de gaten kon houden, maar ook zelf gecontroleerd werd en bereid was een pas op de plaats te doen. Madisons woorden werden ter harte genomen en ten opzichte van hun centrale overheid, en dus ook hun uitvoerende macht, creëerden de Amerikanen bewust en onbewust een enigszins gespleten politiek en presidentiëel systeem - een systeem dat megalomanie en machtswellust probeert te combineren met ootmoedigheid en deemoed, grootheidswaanzin en arrogantie met

zelfopoffering, naastenliefde en inschikkelijkheid, de mentaliteit van een macho met die van zijn meest felle critici. Het werd een systeem dat een politiek van samenwerking en compromissen probeert te bevorderen door onderlinge strijd en verdeeldheid een systeem met zoveel door elkaar heen lopende rollen en maskers voor één en dezelfde persoon, en met name de president, dat misschien alleen "professionele" acteurs of briljante geesten het politieke spel van de Verenigde Staten goed kunnen spelen en geen lachwekkende of bedroevende vertoning opvoeren. Machtsmisbruik diende voorkomen te worden en dus werd er een "divide et impera" politiek in het leven geroepen, die berustte op de gespletenheid van Amerika's politieke leiders. Als zij werkelijk volgens de intenties van Madison c.s. willen regeren, dienen Amerikaanse politici en ambtsdragers rolconflicten met anderen en met zichzelf tot de orde van de dag te rekenen: dergelijke conflicten zijn zowel logisch uitvloeisel als uitgangspunt van het politieke systeem in de Verenigde Staten. MOOISTE MOMENTEN De mooiste ogenblikken van een president zijn waarschijnlijk die tussen de verkiezingsuitslag en de inauguratie - tijdens de "wittebroodsweken" van de "President-Elect" en het volk als de gekozene nog geen echte macht bezit, maar wel al allerlei ambten te verdelen heeft en daden en uitspraken nog geen directe politieke implicaties lijken te hebben. Eenmaal in functie beginnen het grote balanceerspel en alle bijbehorende problemen pas echt. Van alle kanten doemen instellingen en figuren op die de president zowel te vriend als op afstand moet houdeninstellingen en personen die variëren van het Hooggerechtshof, het Congres en andere overheidsinstanties tot de "eigen" politieke partij van de president, zijn ministers en andere uitvoerende ambtenaren, de pers en hetzelfde volk dat hem onlangs nog zo innig omarmde. Elke in de Verenigde Staten geboren Amerikaan van vijfendertig jaar of ouder die mee mag dingen naar het hoogste politieke ambt van de natie en met succes de serie voorverkiezin-

gen en uiteindelijke tweestrijd om het presidentschap heeft afgesloten, zal merken dat de ellende van het verkiezingscircus in het niet valt bij de moeilijkheden die op hem afkomen vanaf de ambtsaanvaarding. De Amerikaanse president beschikt niet over de soevereine macht in de politiek. Als er al een dergelijke macht in de Verenigde Staten bestaat, dan wordt die vertegenwoordigd door dat vage amalgaam van krachten dat bekend staat als "het

volk". Als één van de drie machten binnen het politieke systeem, heeft de -resident op nationaal niveau te maken met het Hooggerechtshof en het Congres, met een juridische en wetgevende macht met wie hij zeggenschap deelt en door wie zijn invloed ingeperkt wordt. Daarnaast wordt zijn doen en laten beperkt door het Amerikaanse systeem van federalisme, dat een belangrijk deel van de bestuurlijke, wetgevende enjuridische macht op lokaal niveau plaatst, in de handen van de afzonderlijke staten. TAAKVERDELING De hele geschiedenis van de Verenigde Staten is onder te verdelen in perioden waarin nu eens de president' dan weer het Congres of de lokale overheden de overhand in de politieke strijd hebben. Zo bepaalde na de Amerikaanse Burgeroorlog het Congres de politiek en had de president slechts een ceremoniële bijrol; in de twintigste eeuw nam de centrale overheid steeds meer bevoegdheden van de lokale overheden over en wisten presidenten als Woodrow Wilson de macht van het Congres in te dammen. In de Amerikaanse grondwet heerst op meer dan één punt vaagheid over de taakverdeling binnen de nationale overheid. Tussen de hoogste ambtsdrager en zijn opponenten binnen de politiek (en andere interpretatoren van de Amerikaanse Constitutie) bestaat doorgaans al onenigheid over de vraag, of de uitspraak dat de uitvoerende macht binnen het Amerikaanse politieke systeem in handen ligt van een president van de Verenigde Staten een definitie van machten en rechten inhoudt of niet. Terwijl het Congres de "necessary and proper" clausule van de Ameri-


11

Op de partijconventies worden de presidentskandidaten van alle kanten toegejuicht en bejubeld, zoals op deze foto George Bush ten deel viel. Maar in feite kennen de Verenigde SUllen geen partijen zoals WJï ze in Europa hebben.

kaanse constitutie (Artide I, section 8) naar hartelust ruim kan uitleggen om zaken naar zich toe te trekken, kan de president zich beroepen op de woorden "uitvoerende macht" om zijn werkruimte en slagvaardigheid te vergroten. Waarom zou de presidenti!!le macht "uitvoerend" genoemd zijn, als deze omschrijving niet een scala van middelen zou inhouden waarmee de president daadwerkelijk kan regeren of beleid kan uitvoeren? STROEVE RELATIE In de praktijk blijkt dat met name de relatie tussen president en Congres nogal eens stroef verloopt. Om te verhinderen dat één van hen binnen het politieke bestel absolute macht verkrijgt, hebben de "Founding Fathers" van de Amerikaanse grondwet er voor gezorgd dat beide instituties elkaar herhaaldelijk voor de voeten kunnen lopen. Beide instellingen hebben invloed op bijvoorbeeld de benoeming van de rechters van het Hooggerechtshof. Bepaalde presidenti!!le benoemingen aangaande het buitenlands beleid vereisen de goedkeuring van de Senaat. Over buitenlandse conflicten en verdragen hebben beide instellingen de nodige zeggenschap. Het dagelijks reilen en zeilen van de bureaucratische organisaties die de

Verenigde Staten politiek en sociaaleconomisch draaiend houden valt eveneens binnen beider invloedssfeer. Zowel het Congres als de president proberen greep te krijgen op de ambtenaren en departementen die het beleid moeten uitvoeren: de president door zijn "secretaries" en politieke benoemingen, het Congres door vooral via zijn "committees" de controle op en beleidsaanwijzingen aan departementen uit te bouwen op een manier die van de wetgevende instantie bijna een uitvoerende macht maakt. In deze strijd om de "stem" van de ambtenaren bezit de president niet zonder meer de sterkste kaart. Hoewel het Amerikaanse politieke systeem geen parlementaire democratie kent zoals Nederland en de president naar eigen goeddunken ministers kan benoemen en afzetten, zijn zelfs ministers niet altijd de betrouwbare uitvoerders van presidentieel beleid. Vaak blijkt de bureaucratie die de president ten dienste staat een eigen leven te leiden en diens benoemingen in te passen; ambtenaren, die gewend zijn het politieke spel naar eigen regels te spelen en hun carrière niet gehinderd wensen te zien door tijdelijke krachten, doorkruisen nogal eens de plannen van het Witte Huis. Even vaak kost het een nieuwe presi-

dent zonder meer al een jaar om wijs te worden uit de chaos van bureaucratische instellingen in Washington - een gebrek aan kennis en ervaring dat niet bevorderlijk is voor zijn invloed. DWARSBOMEN Natuurlijk beschikt de president over de nodige middelen om het Congres te dwarsbomen of naar zijn hand te zetten. Terwijl van de bewoner van het Witte Huis tegenwoordig verwacht wordt dat hij met een eigen wetgevend programma naar het Congres komt en dus de wetgevende macht deelt, kan hij ook op andere manieren de volksvertegenwoordiging beïnvloeden of buiten spel zetten. Op het terrein van de buitenlandse politiek kan de president bijvoorbeeld pottekijkers buiten de deur houden via !,executive agreements", die de betrekkingen met andere naties regelen zonder tot "echte" verdragen over te gaan en derhalve niet aan het Congres ter goedkeuring voorgelegd moeten worden. Het vooraf consulteren van de geachte vertegenwoordigers van het Amerikaanse volk (of zelfs maar de schijn ophouden dit na te streven) wil nogal eens helpen tegenstribbelende wetgevers de partij van de president te doen kiezen.


12

HEALTH CARE FOR ALL Als gouverneur van de staat Massachusetts ondertekende MichaeJ Dukakis een voor Amerikaanse begrippen revolutionaire wet op de gezondheidszorg. Op nationaal terrein

valt zo'n wet veel moeihjker door te voeren, als gevolg van de vele haken en ogen die in de Amerikaanse staatsinrichting verweven zitten.

Een ,deal" waarbij een senator of afgevaardigde de president zijn of haar steun verleent in ruil voor een brug, fabriek of industriële orders ten gunste van de regionale achterban is nooit uitgesloten. Daarnaast beschikt de president over een presidentieel veto, waarmee wetgeving van het Congres weggestemd kan worden en dat slechts met een twee derde meerderheid van zowel het Huis als de Senaat is op te heffen. En natuurlijk kan een president ook via een beroep op de stembusuitslag en de partijleuzen waarmee de verkiezingen gewonnen werden de macht van het Congres proberen in te tomen. Als de wetgevers tegenstribbelen, kan de president zich altijd - via radio en televisie - rechtstreeks tot het volk wenden en het dringend verzoeken de vertegenwoordigers te overstelpen met brieven en telefoontjes die het presidentiële beleid ondersteuen. HAKEN EN OGEN Zoals het de Amerikaanse politiek betaamt, zitten er aan de meeste van deze middelen echter haken en ogen: elke medaille heeft haar keerzijde. Het gebruik van het veto-recht geeft eigenlijk al aan dat de verhouding

tussen president en Congres verstoord is en dat de president niet in staat is gebleken een doeltreffend beleid uit te stippelen in harmonie met het Congres. Een president die wat al te vaak naar dit wapen moet grijpen of er mee moet dreigen, is meer een toonbeeld van zwakte dan van daadkrachtig bestuur. Datzelfde is van toepassing op een beroep op het volk: ook hier geldt dat de nodige voorzichtigheid geboden is. In vergelijking met de Europese politiek, spelen partijen en partijprogramma's niet zo'n belangrijke rol in de Verenigde Staten. Niet alleen is de band tussen uitvoerende en wetgevende macht daardoor relatief los maar ook heeft de uitvoerende macht daardoor veel minder dan in Europa een hecht, in de samenleving verankerd (partij)apparaat achter zich. Hoewel de eerste presidenten die er een halszaak van maakten boven de partijen te staan in de eerste helft van de negentiende eeuw werden opgevolgd door figuren als Jackson en Van Buren die bewust een partijbinding nastreefden, vindt ook tegenwoordig menig president dat hij het hele volk vertegenwoordigt.

HEr VOLK" De reïatie tot dat "volk" is evenwel net als de verhouding met het Congres tweeslachtig en vaak een bron van zorg. De president wordt gekozen door het volk, komt uit het volk en is één met het volk, zoals president Jefferson al aangaf door buitenlandse diplomaten op pantoffels te ontvangen en door de diplomatieke etiquettes aan zijn laars te lappen. Maar het wantrouwen ten opzichte van het volk van de kant van de politieke leiders dat al uit de woorden van Madison sprak geldt nog steeds: menig politicus of ambtsdrager die zijn of haar politieke functie aan de kiezers dankt, koestert tegelijkertijd de nodige twijfels over het politieke verstand van de massa. Dat het volk uit verschillende maatschappelijke groeperingen bestaat en niet altijd politiek geëngageerd is, maakt de verstandhouding tussen kiezers en gekozene er niet beter op. Alleen ten tijde van crises kan de president onverdeelde aandacht verwachten. Maar zelfs dan is de relatie tussen de kiezers en de hoogste ambtsdragers van de Verenigde Staten niet zonder problemen. Ieder president dient eigenlijk te beschik-


13

steem van "checks and balances" elk van de politieke machten zichzelf in de hand te houden. Een zekere innerlijke verdeeldheid of gespletenheid siert met name de president, die het meest van alle politieke hoogwaardigheidsbekleders blootgesteld is aan de verzoekingen van macht. Voor een deel wordt deze gespletenheid door de grondwet aan de president opgedrongen; voor een ander deel echter dient hij deze innerlijke tweestrijd zelf te cultiveren. Een president is niet slechts een leider van de natie: hij kan alleen maar goed en waardig leiden door bij tijd en wijle zichzelf pijn te doen en macht af te staan of macht niet te grijpen.

De Amerikaanse kiezer speelt in het stemhokje een eigen rol in het spel van "cheks and

baJances':

ken over het nodige acteertalent. Het "volk" wil doorgaans een krachtig leider zien of in elk geval iemand die het beeld ophoudt een dusdanige figuur te zijn. Een president dient de burgers te vertellen dat zij met een gerust hart kunnen gaan slapen en de zaken aan hem kunnen overlaten. Een goede president is iemand die dat beeld kan overbrengen en ook daadwerkelijk de zaken onder controle heeft. Mist hij één van beide eigenschappen dan ligt het gevaar van mislukking op de loer. De president van de Verenigde Staten opereert nu eenmaal in verschillende werelden tegelijk - niet alleen in die van praktisch, daadwerkelijk beleid maar ook in die van de schone schijn, de wereld van patriottische retoriek en symbolen - symbolen waarvan de president er zelf één is. ROL IN DE WERELD De functie van een President wordt nog gecompliceerder dan zij al is, door de rol die de Verenigde Staten op het wereldtoneel innemen en de overwegingen en beslissingen die op grond van die positie genomen moeten worden. Iedere president wil

te boek staan als een voorbeeldig leider- krachtdadig, welwillend, sociaal bewogen en vredelievend. Het historisch besef van een presidentdat wil zeggen, niet de presidentiële kennis met betrekking tot geschiedenis maar diens zorg om eigen naam en faam bij het nageslacht - is groot. Tegelijkertijd echter zijn het sterke benen die de last van het presidentschap kunnen dragen: menig president veroudert zichtbaar tijdens zijn ambtsperiode. Bovendien is het gevaar van afzondering en vervreemding levensgroot aanwezig. "Power poisons", wist Henry Adarns al en het aantal presidenten dat al te zeer in het eigen gelijk begon te geloven is inderdaad behoorlijk. Een zekere megalomanie is bijna inherent aan het ambt. Dat is des te kwalijker aangezien de ware president, een leider die binnen de leidraad van de grondwet opereert, bereid dient te zijn macht te delen, compromissen te sluiten of zelfs klaar moet staan een stapje terug te doen door zijn eigen opvattingen en positie niet als zaligmakend te verklaren. Zoals Madisons woorden al aangaven dient, binnen het sy-

SCHADUWKANTEN Het ambt van president van de Verenigde Staten heeft, met andere woorden, de nodige schaduwzijden. Ongetwijfeld bezit de bewoner van het Witte Huis veel macht en invloed. Maar voor het goed functioneren van de hoogste ambtsdrager in de Verenigde Staten is het bezit van macht zowel een zegen als een vloek. Van de president wordt verwacht dat hij de eigenschappen van een Hamiet en een Generaal Patton in zich verenigt en een persoonlijkheid cultiveert, die ziekelijk genoemd zou kunnen worden. Hij dient zonder in extremen te vervallen de eigenschappen van twijfel en krachtdadigheid te koppelen aan zelf-reflectie voorwaar geen eenvoudige combinatie. De onderdanen van presidenten zijn heiligen noch pure zondaars; datzelfde geldt voor de president zelf, zoals de Founding Fathers van de Amerikaanse Republiek al zagen. Natuurlijk is elk mens van nature al met een zekere gespletenheid behept: weinig mensen hebben een een-dimensionale persoonlijkheid of monolithisch karakter. De ware president van de Verenigde Staten kan echter niet naar willekeur zijn vaak tegenstrijdige gevoelens of gedachten uitleven maar dient voor elk van hen het juiste ogen blik te vinden. Vandaar dat de keuze van een acteur voor dit zware beroep bij de vorige twee presidentsverkiezingen misschien zo slecht nog niet was: een dergelijke keuze houdt in ieder geval de schijn op van een president, die deze zware taak kan waarmaken.


14

Presidentkandidaten van 1988 "ruziënd op de achterbank" Sommige dingen zou men het liefst zo snel mogelijk willen vergeten. Een ervan zou bijvoorbeeld de strijd om het Amerikaanse presidentschap in 1988 kunnen zijn. Strijd is in dit verband een te gewichtig woord. De Washington Post definieerde de campagne die George Bush en MichaelDukakis tegen elkaar voeren als een irritante ruzie van kinderen op de achterbank van een auto, die iedereen hoofdpijn bezorgt. Elke vier jaar wordt in de Verenigde Staten steen en been geklaagd over de kwaliteit van de kandidaten die het hoogste ambt van de republiek nastreven. Maar zelden was cynisme zo wijdverbreid als in 1988. Afgaande op de commentaren in de pers zou het verbazing wekken als op 8 november ook maar één kiezer het stemlokaal zou binnentreden. In feite stond al van tevoren vast dat RonaId Reagan "a difficult act to follow" zou zijn. Hij heeft ontegenzeglijk tot de verbeelding van de Amerikanen gesproken. Tussen 1981 en 1989 wist de man in het Witte Huis de indruk te wekken dat hij wel meeboog met de omstandigheden, maar tegelijk bleef vasthouden aan bepaalde welomlijnde ideeên. Velen gunden hem het voordeel van de twijfel. Hij moest slagen als president, vond men, al was het maar om de stelling te ontkrachten dat het Amerikaanse politieke bestel zulke grote gebreken was gaan vertonen, dat niemand er nog in zou slagen president te zijn zonder te worden weggehoond, weggewer kt of te worden vermoord. Reagan speelde handig op deze stemming in, spreidde in zijn Eerste Honderd Dagen onverwacht leiderschap ten toon - voor welke doeleinden deed er niet eens zoveel toe - , overleefde in 1981 een aanslag op zijn leven, bleek over gevoel voor humor te beschikken en toonde op de beeldbuis nog niets van zijn kunsten als acteur te hebben verleerd. Bovendien was het fortuin hem goed gezind. Het drama van de gijzeling van het Amerikaanse ambassadepersoneel in Teheran eindigde uitgerekend (door Jimmy Carters toedoen)

Dit artikel is geschreven door prol dr. A. Lammers, verbonden aan de Rljksuniversiteit van Leiden.


15

op de dag van zijn inauguratie. In de buitenlandse politiek deden zich later geen ernstige crises voor, de Sovjet-Unie worstelde met interne problemen welke haar verhinderden het expansionisme van de jaren zeventig voort te zetten en de Volksrepubliek China leek zich zelfs langzaam te bekeren tot het kapitalistische model, de zegeningen waarvan de Amerikaanse president gedurig aanprees. Na de recessie van 1981/2 verdwenen in eigen land inflatie en werkloosheid als de hot issues die zij nog onder Carter waren geweest, en al kwam daar een steeds groter wordend tekort op de nationale begroting voor in de plaats, de catastrofale gevolgen die een aantal economen in het verlengde hiervan bespeurden, bleven voorlopig uit. "America is

standing tall again", verzekerde Reagan zijn landgenoten en men was bereid hem op zijn woord te geloven. Walter Mondale maakte in 1984 dan ook geen schijn van kans tegen deze gladde prijsvechter. MINDER GLANSRIJK Reagens tweede termijn was heel wat minder glansrijk. Het succes leek hem naar het hoofd te zijn gestegen. Conflicten met het Congres werden steeds talrijker. In het Huis van Aigevaardigden waren de Democraten de lakens blijven uitdelen en na de verkiezingen van 1986 kregen zij ook in de Senaat weer de meerderheid. Het Amerikaanse electoraat gaf daarmee te kennen Reagans conservatieve, niet zelden reactionaire idealen slechts in beperkte mate te delen. De operaties die hij op de Amerikaanse verzorgingsstaat liet uitvoeren, moesten, zo vonden de meesten, niet tot de dood van de paW!nt leiden. Evenmin werd de president de ruimte gelaten om riskante, uit zijn Reagan-doct.rine voortvloeiende avonturen in het buitenland te beginnen. De hardnekkigheid waarmee hij probeerde om tegen de wil van het Congres in het marxistische regime in Nicaragua ten val te brengen, veroorzaakte de Iran/ cont.ra-affaire. Reagan verspeelde er veel van zijn goodwill door. En ook al omdat de uiterst conservatieve juristen die hij lid van het Hooggerechtshof wilde maken door de Senaat werden weggestemd, scheen halverwege 1987 de conclusie gerechtvaardigd dat Reagans "revolutie" was uitgewoed. Maar ondanks deze en andere tegenslagen bleef Reagan als persoon opmerkelijk populair bij de Amerikanen, een populariteit die niet-Amerikanen in de meeste gevallen ten zeerste verbaasde - vooral in Europa bleef men hem beschouwen als een omhooggevallen tweederangs acteur. VERGEVINGSGEZINDHEID In de Verenigde Staten toonde men daarentegen de bereidheid de president zijn pekelzonden te vergeven, Als Bush wint, st.3an op deze foto uit 1980 de drie laatste Republikeinse

presidenten naast elkaar: Reagan, Ford en Bush.

en zelfs voor zijn wapenleveranties aan Iran en het doorsluizen van geheime fondsen naar de zogenoemde vrijheidsst.rijders in Nicaragua kreeg hij ten slotte vergiffenis. Deze vergevingsgezindheid hing ten nauwste samen met de economische situatie in het binnenland: deze bleef ondanks of dankzij z'n beleid - de meningen liepen daarover uiteen tamelijk rooskleurig, voor het gros van de bevolking althans. En zeker toen de regering-Reagan er in 1988 in slaagde vergaande wapenbeheersingsafspraken met de leiders van het Kremlin te maken en de president zich als vredesengel presenteerde in plaats van als de oorlogshitser waarvoor hij tot dan toe in brede kring had gegolden, konden de Republikeinen triomfantelijk betogen dat de Vrede-door-krachtpolitiek van hun leider resultaten had opgeleverd. Reagan klom weer op het voetstuk waar hij even van was afgevallen, en volgens deskundigen zou het voor de Democraten een uiterst lastig karwei worden de GOP uit het Witte Huis te werken. De vrede en welvaart welke de Republikeinse partij door middel van Reagan had bewerkstelligd, zouden haar volgens ijzeren wetten van de geschiedenis in november 1988 opnieuw de zegepraal schenken. KANDIDATEN In elk geval hadden Peace & Prosperity tot gevolg dat vice-president George Bush de onvermijdelijke kandidaat van de GOP werd. Tegen uitdagers als Robert Dole, de televangelist Pat Robertson, die zich naar eigen zeggen op instigatie van de Allerhoogste beschikbaar stelde voor het presidentsambt, en tegen de bevlogen conservatief Jack Kemp stelde hij zich op als de rechtmatige erfgenaam van Reagan. Daardoor verzekerde hij zich veel sneller dan verwacht van de Republikeinse kandidatuur. Zijn partijgenoten hadden zich bij zijn "onvermijdelijkheid" neergelegd en leken het met hem eens dat hij de geschiktste man was om het beleid van Reagan, met de noodzakelijke correcties, voort te zetten. Toen de kruitdamp van de primaries was opgetrokken, liet Reagan zelf weten gelukkig te zijn met Bush, zijn t.rouwe metgezel.


16

George Bush toverde als kandidaat voor het vice·presidentschap Dan Quayle tevoorschijn, hier samen met vrouwen kinderen op de Republikeinse conventie.

De Democraten van hun kant trokken even goed de lessen uit acht jaar Reagan en reaganisme. Omzichtig hadden zij zich in de loop van de jaren tachtig verder naar het midden gemanoeuvreerd, in de veronderstelling dat de meeste kiezers dáár waren te vinden en dat het liberalism dat zij sinds de dagen van Franklin Roosevelt beleden, zijn beste dagen had gehad. De Amerikanen zouden hun geloof in een interventionistische overheid ontrouw zijn geworden en het particulier initiatief de kans willen geven de Verenigde Staten in een soort aards paradijs te veranderen. EEN FRONT Na in 1984 alweer te zijn verslagen, nam de top van de partij het besluit zich te ontdoen van het imago een partij te zijn waarin minderheden van allerlei slag het voor het zeggen hadden, die alle afzonderlijk uit alle macht probeerden hun eisen ingewilligd te krijgen. Men wenste één front te maken, nog slechts gematigd progressief te zijn en een realistische buitenlandse politiek voor te staan. Zogenoemde pragmatici en neo-liberalen maakten zich sterk in de partij en een van hen was Michael Dukakis. Een idealist was hij allerminst en als hij ergens stond, dan was het pal in het midden. Methodisch en voorzichtig, voortgedreven door het grote verlangen niet te verliezen, bewoog hij zich door de verschillende Democratische voorverkiezingen, waaruit hij ten slotte tevoorschijn kwam als een even onvermijdelijke kandidaat als zijn te-

genhanger Bush. Typerend voor hem was de uitspraak die hij op de conventie van de Democratische partij deed, namelijk de Amerikanen "not ideology, but competence" te zullen bieden. Op het eerste gehoor was dat geen slechte slogan, gelet op de excessen of vermeende excessen waartoe Reagans conservatisme had geleid, en diens bijna achteloze stijl van regeren. Maar grote geestdrift verwekte de nieuwe Democratische voorman er bepaald niet mee. Hij riep herinneringen op aan een andere gouverneur van een kleine deelstaat, Jimmy Carter, die zich "a Democrat with a difference" had genoemd, iemand die geen grote veranderingen in de Amerikaanse samenleving nastreefde, maar het bestaande stelsel alleen doelmatiger hoopte te laten fungeren. Carters reputatie was in het verloop der jaren tachtig weliswaar iets gestegen, maar volgens de meesten bleef hij toch het toonbeeld van een mislukte president. De strategen en tekstschrijvers van George Bush deden daarom hun uiterste best het electoraat wijs te maken dat Dukakis in vergelijking met Carter van hetzelfde laken een pak was. En door te ontkennen een "ideoloog" te zijn bewees hij volgens de Republikeinen juist bij uitstek een liberaal te zijn en te staan in de grote traditie van de Democraten: "tax and tax, and spend and spend". Klaarblijkelijk leverde het zomeroffensief tegen Dukakis succes op: hij werd in de verdediging gedrongen en volgens opiniepeilingen kwam hij achter te liggen op Bush.

REAGANS SCHADUW Maar nog minder dan de Democraat was deze Republikein geloofwaardig als toekomstige president. Reagan leende hem zijn mantel, maar hij paste Bush niet. Alles wat de man deed was in feite kunstmatig en krampachtig, en nog bedroevender was de wijze waarop hij de loyaliteit van zijn concurrent jegens het vaderland in twijfel trok. Zijn hele campagne stond in het teken van negativisme tegen de ander, om de eenvoudige reden dat hij zelf heel weinig te bieden had. Behalve dan zijn staat van dienst, die ogenschijnlijk indrukwekkend was. Maar de grote ervaring die hij in diverse hoge posten zou hebben opgedaan, wist hij knap verborgen te houden en pas nadat hem praktisch het pistool op de borst was gezet, toonde hij zich bereid twee televisiedebatten met Dukakis te houden. Tijdens deze happenings waren voorgeprogrammeerde robotten aan het werk, geen levensechte potentil!le leiders van het land. Daar kwam nog bij dat de beide kandidaten hun oog op wel heel merkwaardige stand-ins hadden laten vallen. Lloyd Bentsen, door Dukakis als tweede man geselecteerd, belichaamde het gebrek aan herkenbaarheid van de twee partijen: de Texaanse Democraat kon, gelet op zijn stemgedrag in de Senaat even goed lid zijn van de Republikeinse partij. George Bush had maandenlang de tijd gehad om na te denken over een geschikte vice-presidentskandidaat. Maar de Dan Quayle die hij ten slotte


17

De Democratische kandidaat Dukakis, zlïn vrouw Kitty (rechts) en het vice-'presidentiele echtpaar Bentsen.

uit zijn hoge hoed toverde, was zelfs voor zijn naaste medewerkers een complete en niet heel aangename verrassing. Van hoog tot laag luisterde men met gekromde tenen naar wat deze parmantige superpatriot te zeggen had. En wat hij had te zeggen was niet veel meer dan dat ook hij vond dat Dukakis een gevaarlijke lefty was, die Amerika binnen de kortste keren in het ongeluk zou storten. Dukakis radicaal links? Buiten de Verenigde Staten kon menigeen zijn oren niet geloven.

SLAPENDE HONDEN Toch zou het al te gemakkelijk zijn de schuld van deze tamelijk bedroevende campagne geheel op het dak van de vier protagonisten te schuiven. Wie zich in de Verenigde Staten kandidaat stelt voor het presidentschap en het ambt vlak daaronder, kan er zeker van zijn dat de stofkam door zijn hele leven en loopbaan zal worden gehaald . De media zouden in de Verenigde Staten de functie van waakhond hebben. In de praktijk echter blijkt die hond nogal eens te slapen, en als hij wakker wordt blaft hij vaak om onbenullige dingen. De pers schept er een bizar genoegen in om van politici te eisen dat zij aan de ene kant onschuldig als een lam zijn en tegelijk de sluwheid van de vos hebben en de moed van een leeuw. In de fauna van het Amerikaanse openbare leven zijn dergelijke exemplaren wel heel zeldzaam, en alles welbeschouwd is het dan niet zo vreemd dat alleen de saaiste politieke dieren dit selectieproces overle-

ven. Wat dit betreft zijn Bush en Dukakis voorbeeldig. Ter verontschuldiging van hun optreden kan daar nog aan worden toegevoegd dat het Amerikaanse electoraat onduidelijke signalen uitzendt over de richting waarheen het in de jaren negentig wenst te gaan. Men schijnt dat zelf niet goed te weten en verlangt van de weersomstuit het (bijna) onmogelijke van zijn leiders. Amerikaanse verkiezingen draaien echter zelden om de toekomst, veel vaker om het recente verleden. Men spreekt een oordeel uit over de resultaten die de zittende presidentook als hij op grond van het tweeëntwintigste amendement moet verdwijnen - en de partij die hij vertegenwoordigt, geboekt hebben.

VERDEELDE MENINGEN De meningen over het reaganisme zijn verdeeld, bepaalde elementen ervan zou men willen behouden, andere niet. De figuur Reagan valt niet geheel samen met het -isme waaraan hij zijn naam gaf. Tijdens de acht jaar van zijn presidentschap demonstreerde hij de gave ongedeerd weg te lopen van de ongelukken die hij zelf had veroorzaakt. Hij werd niet zozeer als politicus geprezen, maar als het symbool van het amerikanisme, dat hij nieuwe levenskracht gegeven had. Desondanks overschaduwt zijn beleid de programma's van zijn mogelijke opvolgers, eerst en vooral door het enorme begrotingstekort dat hij nalaat. Teneinde financieel orde op zaken te stellen, dienen de inkomsten van de overheid verhoogd te

worden. Hoe dat precies moet gebeuren, is een vraag die noch Republikeinen noch Democraten voorlopig wensen te beantwoorden - eensgezind lopen zij om deze hete brij heen. Weinig realistisch als zij zijn, wellicht geïnfecteerd door Reagans aanstekelijk illusionisme, schijnen de kiezers niet te willen horen van belastingverhogingen. Riep John F. Kennedy de Amerikaanse bevolking in 1961 nog geestdriftig toe zich offers te getroosten, vijfentwintig jaar na zijn dood is het woord offer in de taboesfeer komen te liggen. Aan elk initiatief in binnen- en buitenlandse politiek wordt meteen een prijskaart gehangen, met als logisch gevolg dat de twee presidentskandidaten nauwelijks plannen te berde brengen en liever elkaar bekladden dan iets van hun toekomstig beleid bloot te geven. Beiden zijn een beetje Reagan en een heel klein beetje zichzelf, maar wat ze alle twee missen is het st.ralende vertrouwen van de binnenkort voormalige president, dat het draaiboek van de geschiedenis een happy end in petto heeft voor de Verenigde Staten. Reagan had als president alle geluk van de wereld (deels door hemzelf afgedwongen). Men behoeft echter geen groot profeet te zijn om te voorspellen dat noch aan de wieg van Bush noch aan die van Dukakis louter goede feeën hebben gestaan. Reagans fortuna was spreekwoordelijk en eenmalig. Met twee ruziel!nde kinderen op de achterbank in 1988 lijkt Amerika's rit naar het jaar 2000 weinig plezierig te zullen worden.


18

Republikeinen en Democraten: Waar staan ze voor in 1988? De Amerikaanse politiek heeft zich door de enonne technologische vooruitgang met name op het gebied van de telecommunicatie (lees televisie) ontwikkeld tot een zogenaamde "tv-democracy" . Niet alleen beleidskwesties worden aan het volk voorgelegd voor hun zegen of afkeuring, maar hoe langer hoe meer zien we het insluipen van de showbusiness in de politiek. Presidentskandidaten willen aan zoveel mogelijk mensen tegelijk hun boodschap overbrengeIL Hoekandatbeter,daninhetbijzijnvaneentv-ploegeenkindje oppakken, een patit!nt bezoeken, een tank berijden, of een fabriek bezoeken die de ,.stars and stripes fabriceert''? Het doel van de politiek van zowel de Democraten als de Republikeinen is gedegradeerd tot stemmenwerving. Het middel wordt charisma, goede speech writers, en dan pas de "issues". Het is in dit licht, dat de inhoud van de beide partijen naar Europese maatstaven verloren raakt in de carnavalesque aandoende conventies en retorische redevoeringen, waar blijkgeven van patriottisme belangrijker is dan concrete inhoud. Dat was ook het geval toen George Bush een vlaggenfabriek bezocht in Bloomfield (N.J). In zijn vijftien minuten durende redevoering (met op de achtergrond een gigantische "stars and stripes") presteerde hij het om elke dertig seconden het woord "America" te gebruiken. Bij dezelfde gelegenheid stelde Bush "Flag sales are up, and America is doing weil". Zelfs zijn adviseurs bekenden na afloop: "We went one flag too far". Maar waar Bush het in zijn toespraken nergens over heeft, weten de Democraten in hun geschriften de zaken waar het om gaat te ontwijken. Zo is het Democratische "party platform" (vergelijkbaar met een verkiezingsprogram) niets meer dan een zeven pagina's lange opsomming van Democratische principes, waarbij dwingende kwesties terloops met een vaag "plan de campagne" worden afgehandeld. In zo'n verkiezingsklimaat wordt het voor de ge誰nteresseerde Europese waarnemer steeds moeilijker de werkelijke "issues" te bespeuren, laat

staan uit te spitten. De zogenaamde "hot button" -onderwerpen, waar wel levendig debat over bestaat, zijn onderwerpen die zelden op het bureau van de president belanden. Zij geven alleen een indruk van de karakters en waarden van de respectievelijke kandidaten. Voorbeelden van deze "hot buttons" -issues zijn of er wel of niet op school gebeden dient te worden; de mogelijkheid van verlof uit de gevangenis en of er voor de lessen een eed van trouw aan de vlag moet worden afgelegd. Toch kan er uit al de retoriek, symboliek, en andere attributen van de politieke show die met de Amerikaanse verkiezingen gepaard gaat een serieuze boodschap gedestilleerd worden, die enig houvast biedt bij het beoordelen van de merites van beide partijen. Hieronder volgt een beknopt schematisch overzicht van de belangrijkste standpunten van beide partijen. BELASTINGEN

Democraten: Belastingverhoging pas in het uiterste geval.

Republikeinen: Geen belastingverhogingen; tevens een lagere kapitaalwmstbelasting. Gearge Bush, ap de Republikeinse .,rood la viclory" .

Een k orte inventarisatie van de verschillende standpunten van de Republikeinse en de Democratische partij door Onna Maliepaard, redacteur van Jasan Maga zine.


19

HUISVESTING

ECONOMlSCHE GROEI

KINDEROPVANG

Democraten:

Democraten:

Democraten:

de crises te beĂŤindigen.

Er zijn overheids-herinvesteringen nodig.

De overheid moet rorg dragen voor de kinderopvang.

Republikeinen:

Republikeinen:

Republikeinen:

Het beste huisvestingsbeleid is een gerond economisch beleid: (lage inflatie, werkgelegenheid, lage rente).

Lagere belastingen brengen economische groei.

Fiscale prikkel voor ouders en bedrijven met kinderopvang.

ABORTUS

ONDERWIJS

VOLKSGEZONDHEID

Democraten:

De overheid moet actief ingrijpen om

Democraten:

Democraten:

De individuele vrouw moet over haar

De overheid moet het onderwijs ver-

eigen lichaam kunnen beslissen.

beteren.

In de VS moet een nationaal ziekenfonds komen.

Republikeinen:

Republikeinen:

Republikeinen:

VoUedige vrijheid van schoolkeuze.

Minder overheidsbemoeienis in de gezondheidszorg.

Alleen op medische indicatie.

ZUIDAFRIKA

Democraten: Allesomvattende sancties tegen Zuidafrika.

Republikeinen: Tegen sancties omdat aUeen zwarten de nadelen ervan ondervinden.

CENTRAAL-AMERIKA

Democraten: Geen militaire hulp aan de Contra's.

Republikeinen: Voortdurende bemoeienis, indien nodig ook militair.

MIDDEN-OOSTEN

Democraten: Actievere inzet van VS in het vredesproces.

Republikeinen: Tegen een onafhankelijke Palestijnse staat.


20

Verhouding met Europa speelt in campagnes geen grote rol De Verenigde Staten zijn één van onze belangrijkste bondgenoten; onrnisbaarvoor onze veiligheid Zij strijden voor dezeHde morele en ideologische waarden en hebben een economie die van cruciaal belang is voor de welvaart van de wereld De keuzes van een Amerikaanse president hebben een vergaande invloed op de internationale verhoudingen. Daarom is de keuze die het Amerikaanse volk op 8 november maaktvangrote betekenis voorde restvan de wereld De vraag wie de nieuwe Amerikaanse president zal worden, houdt daarom ook de beleidsmakers in Europa bezig. Welke ontwikkelingen kan men verwachten na een overwinning van de Republikeinen en wat zouden de Democraten doen als ze weer in het Witte Huis komen. Jason Magazine nodigde de buitenlandwoordvoerders van de drie grote partijen uit voor een debat over de verhouding tussen West-Europa en de Verenigde Staten. Relus ter Beek (PvdA), Hans Gualtherie van Weezei (CDA) en Frans Weisglas (VVD) namen de uitnodiging aan en discussieerden over de volgende thema's: • Het Amerikaanse politieke spectrum (verschillen tussen BushlDukakis); • De internationale economische betrekkingen (toegespitst op Europa/ VS); • Het vrede- en veiligheidsbeleid onder de volgende president. Met de Amerikaanse president hebben deze Tweede-Kamerleden gemeen, dat zij gekozen zijn door het volk op basis van bepaalde politieke ideel!n, die men graag in het beleid van het land wil omzetten . Als parlementari~r zijn zij mede-wetgever en zodoende verantwoordelijk voor de lijn in het Nederlandse buitenlands beleid ten opzichte van de Verenigde Staten. Voordat het debat zich op de toekomstige president richtte, wilde J ason van de volksvertegenwoordigers weten of zij het niet jammer vonden dat Reagan zich niet voor nog een ambtsperiode beschikbaar had kunnen stellen. Ter Beek zou het één van de verstan-

ReJus ter Beek gunt Dukakis een kans.

Hans-PauJ Andriessen en Aldrik Gierveld, redacteuren van Jason Magazine, zaten rond de tafel met vertegenwoordigers van de grote drie partijen voor een gesprek over de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De foto's bij dit artikel zijn gemaakt door Hans Nobbe.


21

Frans WeisgJas slaapt het beste, als Bush aan de macht komt.

digste beslissingen van Reagan hebben gevonden als hij, in het geval hij nog een periode zou kunnen regeren, had aangekondigd zich niet herkiesbaar te stellen ... Met alle respect die je voor de persoon Reagan moet opbrengen, want het blijft een fenomeen, geloof ik dat hij de afgelopen jaren zijn .. touch and control" over zijn administratie is kwijtgeraakt. Dus ook in termen van kwaliteit van bestuur is het verstandig dat hij er mee ophoudt". TE LANG REGEREN Gualtherie van WeezeI sluit zich daarbij aan en noemt nog een algemener bezwaar, namelijk de te lange regeerperiodes van een president. ..In het algemeen is het niet goed in een democratie dat iemand erg lang achter elkaar regeert, zoals de Franse president die voor zeven jaar wordt benoemd ...... Ter Beek: .. Maar Lubbers heeft zich nu al beschikbaar gesteld voor de volgende vier jaar...... Van WeezeI: .. Ja, maar in het algemeen is een zekere roulatie gezond in een politiek systeem. Anders krijg je toch mensen die zich gaan blindstaren op bepaalde dingen. In zo'n lange periode wordt de kring van personen rond de president steeds kleiner en is er steeds minder zicht op wie er binnenskamers de dienst uitmaakt". Weisglas: .. Hoewel Reagan en zijn administratie de afgelopen jaren

vaak onderschat zijn, zou ook mijn advies zijn om niet nog een periode te regeren. Maar als het zou kunnen, denk ik dat het Amerikaanse volk hem zou herkiezen". Van de twee presidentskandidaten is Bush door zijn vice-presidentschap bij de politici bekender dan Dukakis. Alleen Ter Beek heeft George Bush twee keer ontmoet en vond hem bij die gelegenheden sprankelender dan hij op de televisie overkomt. .. Hij k ent zijn zaakjes, hij is flexibel en heeft een dosis humor", aldus Ter Beek. THEMA'S

Jason: Wat zijn de belangrijkste "issues" in deze verkiezingsstrijd? Gualtherie van WeezeI: .. Voor de Amerikanen gaat het bijna helemaal over werkgelegenheid, economische groei en het sociale aspect daarvan. Er is veel meer .. inward looking" bij deze verkiezingsstrijd dan bijvoorbeeld in 1980, toen het om het ego van de Verenigde Staten ging. Reagan wilde het zelfvertrouwen aan de Amerikanen teruggeven. Men heeft dat vertrouwen weer hervonden. Over het algemeen speelt buitenlandse politiek geen rol. Buitenlandse politiek komt wel vaak via een achterdeur aan de orde, als het de portemonnee van de burgers r aakt. Zo was ik tijdens de .. primaries" bij een "breakfast-meeting" in

het Watergatehotel in Washington, waar de Republikeinse afgevaardigde Kemp zei dat de Amerikanen voor de Duitse defensie betalen, terwijl de Duitsers in BMW's en Mercedessen over de autobanen rijden, die zij zich niet kunnen veroorloven. Zo wordt een item uit de buitenlandse politiek bij het publiek gebracht". Ter Beek: .. Wat tot nu toe de verkiezingsstrijd heeft gedomineerd zijn de .. issues drugs & crime". De mate waarin men de drugsproblematiek kan aanpakken. De .. toughness' tegen de georganiseerde misdaad, bezoeken aan politiescholen, de veiligheid op straat, dat alles speelt een veel belangrijkere rol dan zaken die ons hier in Europa rechtstreeks raken. Als de buitenlandse politiek al aan de orde komt, dan gaat het om de vraag of Bush gedeald heeft met een drugshandelaar die president van Panama is. Het voor ons vitale probleem; de verhouding Europa-VS, heeft in de campagne tot dusver geen rol van betekenis". IMAGO'S In de Amerikaanse verkiezingen gaat het er vooral om hoe de kandidaten bij het grote publiek overkomen. Campagnes richten zich in toenemende mate op de personen en minder op de verschillen in het beleid. Een overwinning kan alleen worden behaald als het politieke midden van het electoraat wordt beheerst. Dat gaat gepaard met het opofferen van allerlei ideologische zuiverheden. De kandidaten nemen standpunten in die grote delen van de bevolking aanhangen. Een meerderheid van de kiezers kan men alleen achter zich krijgen door coalities met invloedrijke belangengroepen te vormen, wier ideel!n worden overgenomen. Om dezelfde reden kiezen de kandidaten een .. running mate" die hen verzekert van steun uit electorale hoek wanneer men nog vrij zwak staat. Het weekblad Time noemde Dukakis-Bentsen .. the odd coupIe", omdat zij qua politieke standpunten niets met elkaar te maken hebben. Maar de keuze voor Bentsen is logisch, omdat hij een heleboel conservatieve


22

Hans GuaJtherie van WeezeJ denkt dat Bush wint.

stemmen voor Dukakis kan opleveren. Het gevolg is wel dat de gemiddelde kiezer nauwelijks meer weet waar de kandidaten voor staan en waar ze naar toe willen. Voor die kiezer heeft stemmen ook weinig zin meer want Bush of Dukakis is voor hem één pot nat. In Europa daarentegen zijn de ideeên die men wil verwezenlijken van cruciaal belang voor een geslaagde campagne. Weisglas over dit verschil: .. Het gaat inderdaad in de Verenigde Staten om mensen, misschien is het daardoor minder duidelijk aan de inhoudelijke kant. Maar in ons systeem heb je verkiezingsprogramma's die misschien wel duidelijker zijn, maar die in de praktijk met onze coalities weer verwateren. Wat wij eigenlijk pas doen tijdens formatiebesprekingen over de regeringsprogramma's, wordt in de Verenigde Staten al gedaan tijdens de besprekingen over het .. platform" van één partij. Dat leidt natuurlijk tot vertroebeling van het beeld voor de kiezers, maar gebeurt hier uiteindelijk ook. Het gebeurt overigens niet alleen op het niveau van de presidentsverkiezingen, maar ook bij verkiezingen voor staten en steden. Maar een politiek die sterk op de verkiezing van personen is gericht, brengt die politiek wellicht ook meer naar de mensen. In ons systeem kent men de mensen die men kiest niet, de lijsttrekkers uitgezonderd. Men weet niet dat ais men stemt, men dan de heren Ter Beek, Gualtherie van Weezei en Weisglas in de Kamer brengt...... Ter Beek: .. Wisten ze dat maar, dan zou het er wel anders uitzien'" KWALITEIT Ter Beek: .. De kwaliteit van de Amerikaanse democratie komt vooral tot uitdrukking in de ongekende openheid van het systeem. Openheid die soms wat te ver doorslaat, denk bijvoorbeeld aan wat die arme sukkel Garry Hart is overkomen. Maar het is een feit dat daar de onderste steen altijd boven komt. Niet alleen door de journalistiek, maar ook door onderzoek op Capitol Hill. Het Congress controleert het hele beleid van

deadministratie, doordathetdualisme in de Verenigde Staten veel groter is dan hier. Sinds kort hebben wij in Nederland ook wat ervaring met enquêtes, maar dáár is het traditioneel een rol van het Congress. Dat is buitengewoon fascinerend. Voorts is het zo dat de wetgevende arbeid van het Congress veel groter is dan die van de Nederlandse Tweede Kamer. Dat versterkt de persoonsgerichtheid, omdat een ongresslid eens in de twee jaar in zijn .. constituency" herkozen moet worden, waarbij zijn kiezers hem zullen vragen: .. Wat heb jij voor ons in Washington gedaan'''. Hij moet dan kunnen wijzen op wetgevende resultaten. Er is dus in de Amerikaanse politieke cultuur een neiging naar clientelisme. Op zich heb ik geen bezwaar tegen een persoonsgerichte verkiezingsstrijd, mits dat maar niet gepaard gaat met een versimpeling van de boodschap".

Jason: Als U op 8 november zou mogen kiezen, zou U dan voor Bush of voor Dukakis stemmen? Ter Beek: .. Dukakis". Van Weezei: .. Ik zou op de heer Bush stemmen. En ik wil daar ook wel een aantal argumenten voor geven". Ter Beek (lachend naar Van Weezei): ..Dat is toch wel symptomatisch bij jou, altijd de verkeerde keuzes". Van Weezei: .. Helemaal niet. Wat ik aan Bush aantrekkelijk vind is dat hij

Europa kent. Hij kent de Europese gevoeligheden, de verschillen tussen de landen. Voor het NAVO-bondgenootschap verwacht ik dat Bush slagvaardiger kan optreden dan Dukakis. Bush is een goed ingewijde. Een tweede punt is dat Bush op verscheidene posten heeft laten zien een goede manager te zijn, die zijn verantwoordelijkheden aankan. Dat neemt niet weg dat een keuze voor Dukakis aantrekkelijke kanten heeft. Ik verwacht dat hij beter dan Bush een opening kan maken in de NoordZuiddialoog. Ik verwacht meer creativiteit van de kant van Dukakis bij de problemen met Centraal- en Latijns-Amerika. Maar Bush kent niet alleen Europa beter, maar kent ook de problematiek van het MiddenOosten beter ...... Ter Beek: .. Irangate bedoel je". Van Weezei: .......Okay .. . Weisglas: .. Ondanks het feit dat de VVD zich als partij meer met de Democraten verbonden voelt, zou ik, ais ik me verplaats in de huid van een Amerikaanse kiezer en dus kijk naar personen, ook bij Bush uitkomen. Op grond van die Amerikaanse manier van benaderen, kies ik dan voor Bush, hoewel ik na een zeer lange afweging, met vele plussen en minnen, op inhoudelijke punten geneigd ben de balans naar Dukakis te laten doorslaan. Om Bush te typeren heb ik maar één woord nodig en dat is .. zekerheid". Ik zou met Bush aan het


23

Jason-redacteuren AJdrik Gierveld (voorgrond) en Hans Paul Andriessen.

roer beter slapen". Ter Beek: "Ik zou Dukakis wel een kans willen geven. Kijk, je kunt Bush een opportunist noemen of een pragmaticus, als je aardig wilt zijn. Ik hou het op het laatste, maar juist bij Bush is mijn onzekerheid veel groter". VOORSPELLING Jason: Wat is uw prognose voorde overwinning? Weisglas: "Bush, met.. .. eh ...52 procent van de stemmen". Gualtherie van Weezei knikt instemmend: "Ja, nou het percentage is wat... Ik ben wat voorzichtiger van aard; ik zet het op 51 procent". Ter Beek: "Aangezien consistentie in de politiek ook een deugd is, zal ik datgene herhalen wat ik een jaar geleden al gezegd heb: Dukakis wordt het. De procenten zeggen niet zoveel, want het gaat om de kiesmannen. Hij wint het, zonder aardverschuiving, maar toch met een redelijke meerderheid. Ik vermoed namelijk dat degenen die hun keuze nog niet hebben bepaald zullen denken dat het nu toch wel tijd is voor iets anders".

Jason: Wij stappen over naar de internationale economische betrekkingen. EĂŠn van de issues is de staatsschuld van de Verenigde Staten. Denkt U dat de verschillen in aan-

pak groot zullen zijn als dan wel Bush, dan wel Dukakis president wordt? Weisglas: "Wat ik knap vind van Dukakis is dat hij wel hamert op een aantal overheidsuitgaven die verhoogd zouden moeten worden, met name in de sociale sfeer, zonder dat hem het verwijt kan worden gemaakt dat hij het tekort verder zou opjagen. In zijn presentatie heeft hij duidelijk gemaakt wat de overheid moet doen, zonder het probleem van de staatsschuld te verwaarlozen. Hij is niet ongeloofwaardig in de manier waarop hij dit combineert. Bush is echter veel duidelijker, met het nadeel dat een aantal gebieden die wij in de Nederlandse politiek als essentiele overheidstaken zien, door hem niet zullen worden aangepakt. Maar daarmee kom je aan een heel wezenlijk verschil tussen de Europese en de Amerikaanse maatschappij". EUROPA 1992 Jason: Als de staatsschuld door de volgende president wordt aangepakt, zal dan niet de druk op Japan en Europa toenemen om de binnenlandse vraag krachtig te gaan stimuleren, zodat de effectieve vraag mondiaal oppeil wordtgehouden? Gualtherie van WeezeI: "Dat denk ik

zeker. En dat niet alleen, ik denk ook dat ze meer en meer de Europese landbouwpolitiek als een zorg gaan zien. Ze zullen de afweging gaan maken wat Europa hun te bieden heeft. Het totaalplaatje van de economischpolitieke betrekkingen zal de komende jaren opnieuw onder de aandacht komen". Ter Beek is nogal sceptisch over de verwachte voortvarendheid waarmee de komende president het overheidstekort zal aanpakken. Van de schuld merkt de Amerikaanse burger niets. Hij merkt wel wat, als er zwaar zou worden bezuinigd op allerlei programma's van sociale zekerheid. De komende president zal daarom in de houdgreep van de electorale beloftes zitten en de Amerikaanse schuld is vooral een mondiaal probleem. Weisglas: "Maar als men belastingen wil verlagen (en Bush wil dat), dan moet men ook wat aan de overheidsuitgaven doen. Vanuit de Amerikaanse visie op de rol van de overheid is een dergelijk tekort niet acceptabel".

Jason: Hoe kijken de Amerikanen aan tegen het verdwijnen van de Europese binnengrenzen in 1992? Weisglas: "De gemiddelde Amerikaanse burger zegt het natuurlijk weinig dat er straks geen grens meer is tussen Denemarken en Italie. Bij de Amerikaanse politici ligt dat anders. Twee gevoelens; ze liggen voor de hand, enerzijds een enorme afzetmarkt met 320 miljoen consumenten en anderzijds een angst voor het grotere concurrentievermogen. Het hangt ook af van de invalshoek die men kiest; in woorden zijn ze niet tegen de Europese integratie, in hun hart waarschijnlijk veel meer". Ter Beek: "De Amerikanen zullen met name kijken naar de toenemende concurrentiekracht van de Europese industrie. En uit angst daarvoor zal men wellicht protectionistische maatregelen nemen. Het zal er in ieder geval stevig aan toegaan".

Jason: Een nieuwe handelsoorlog? Van WeezeI: "Dat verwacht ik niet, maar ik acht het niet uitgesloten dat de Amerikanen erg beducht zullen zijn voor de schaalvergroting in dat


24

Europa van 1992. Wellicht zullen ze dat proces willen afremmen, om redenen die ze anders zullen noemen. Men zal alles aankaarten. Onderwerpen als "burden-sharing" zullen zeker in samenhang worden gebracht met onze economische voorspoed". Ter Beek waarschuwt met gedempte stem voor een zelfvervullende profetie. De Europeanen moeten niet de hele tijd roepen dat de verschuivende economische verhoudingen voor de Amerikanen aanleiding kunnen zijn om het prijskaartje van de defensie-inspanning te presenteren. Ook al zou dat zo zijn, dan is het zeker niet in ons belang om dat steeds aan te kaarten. LASTENVERDELING Het is trouwens volgens Ter Beek niet alleen ons belang om de veiligheidsrelatie met de Verenigde Staten te handhaven, maar ook een Amerikaans belang. "Laten we de bijdragen eens op een rijtje zetten, dan wordt duidelijk dat de verhouding helemaal niet zo dramatisch is als men soms voorstelt. Laten de Amerikanen eerst eens kijken naar hun noorderburen, de Canadezen, die nog geen 2,5 procent van hun nationale inkomen uitgeven aan defensie. De Amerikanen hebben er zelf voor gekozen een mondiale macht te zijn, wat zeer veel kost en vergelijkingen met de Europeanen moeilijk maken. Voorts moet defensiegeld efficiënter worden uitgegeven: we moeten standaardisatie en taakverdeling eens echt serieus aanpakken. Tot slot nog één opmerking over "burden-sharing": dat kan alleen slagen als het ook gepaard gaat met control-sharing. De Europeanen moeten dan binnen de NAVO (ik zei al: ik ben een Atlanticus), hun eigen zuil militair en politiek versterken." REDELIJK EVENWICHT Weisglas is het eens met degenen die zeggen dat er een redelijke mate van evenwicht moet zijn, niet alleen in bijdragen maar ook in zeggenschap, van alle partners die meedoen aan een verdragsorganisatie als de NAVO. Maar die zeggenschap kan je alleen krijgen als je je Europees verenigt, als je een politieke unie wordt. "Wat de afgelopen twee jaar in de West-Europese Unie (onder andere onder uitstekend Nederlands voor-

Jason Magazjn e in gesprek met de buitenland-woordvoerders van de drie grote part1ïen.

zitterschap) is gebeurd, is een hele goede aanzet voor zo'n politieke samenwerking. Zo kun je dan ook met meer recht binnen die NAVO zeggenschap opeisen. Ik denk trouwens dat Amerikanen, ongeacht of dat nu Republikeinen of Democraten zijn, daar helemaal niet tegen zijn".

Jason: Ja, omdat zij er het prijskaartje van de burden-sharing aan hangen ... Weisglas: "Ja, en dat is misschien wel terecht dat er een prijs aan vastzit, omdat het om ons eigen belang gaat, onze veiligheid". Ter Beek: "Het merkwaardige is dat het woord burden-sharing een neutraal begrip is; men deelt zijn lasten. Alleen heeft het in de politiek de impliciete betekenis gekregen dat de Europeanen te weinig betalen. Voor zo'n betekenis moeten we oppassen". Weisglas wijst er samen met Ter Beek op dat "meer betalen" niet per definitie meer geld uitgeven betekent. Europa kan ook meer bijdragen aan de westerse defensie door via standaardisatie en taakverdeling tot meer efficiëntie te komen en zo de gevechtskracht van de NAVO verhogen. Een positief gevolg van deze ontwikkelingen in het denken over vrede en veiligheid binnen de NAVO vindt Gualtherie van WeezeI de FransDuitse militaire samenwerking en de voorzichtige toenadering die president Mitterrand maakt naar het Atlantisch bondgenootschap. Nederland zou in Benelux-verband moeten proberen op die Frans-Duitse tandem mee te rijden. Waar men volgens Van Weezei wel voor moet waken is een eventuele verwijdering van de Engelsen.

peet van het vredes- en veiligheidsbeleid in de laatste jaren van de Reaganadministratie waren de successen op het gebied van wapenbeheersing. In oktober 1986 werd het EOC-verdrag in Stockholm gesloten, in december 1987 werd het INF -akkoord getekend en de besprekingen over de reductie van de ICBM-arsenalen zijn momenteel in een vergevorderd stadium. Is er een gevaar dat het wapenbeheersingsproces stokt, als door de verkiezingen een nieuwe president en met hem een nieuwe regeringsploeg aan de macht komt? Alle drie de buitenlandwoordvoerders zijn redelijk optimistisch; de besprekingen over de vermindering van de strategische wapens zullen gewoon doorgaan onder een nieuwe president. Men verwacht niet dat de wapenbeheersingsagenda, zoals die door de Russen en de Amerikanen is overeengekomen, volledig overhoop gehaald zal worden. Ter Beek: "De onderhandelingen over de uitbanning van de chemische wapens zullen ook doorgaan. Op andere punten van wapenbeheersing zijn er wel verschillen tussen Dukakis en Bush. Dukakis zal vermoedelijk veel opener staan tegenover het afsluiten van een Comprehensive Test Ban Treaty, omdat hij de stapvoor-stap-benadering van de regering Reagan heeft verworpen. Ook de behandeling van SDI zal waarschijnlijk onder Dukakis anders verlopen dan onder Bush. Hoewel Bush ook niet de indruk maakt te geloven in de droom van de president, dat een kernwapenvrije wereld te bereiken is door een ondoordringbaar ruimteschild". AUTONOOM PROCES

WAPENBEHEERSING Het meest in het oog springend as-

Jason: Het is dus een vrij autonoom verlopend proces?


25

Ter Beek: Al dat gepraat over lasten-verdeling wordt nog eens een zelfvervullende profetie.

Ter Beek: "Ja, en vergeet niet dat men, ongeacht welke president in het Witte Huis zit, regelmatig nieuwe voorstellen (al dan niet declaratoir of propagandistisch) kan verwachten van de heer Gorbatsjov. Dat is een "autonome factor" waar elke president mee te maken zal hebben". Weisglas is het eens met deze visie, maar verwacht toch meer continu誰teit op het gebied van de wapenbeheersing als Bush aan de macht komt. "Het ambtelijke apparaat zal onder Bush veel minder hoeven te wisselen, dan onder Dukakis. Bij wapenbeheersing gaat het toch om de Kampelmannen, die moeten het doen. Maar op de langere termijn maakt het weinig uit". Ter Beek: "Hoe grappig dat de meeste onderhandelaars die nu aan het werk zijn Democraten zijn". Van Weezei: "Als Dukakis het wordt, zullen de Russen om tactische redenen waarschijnlijk eerst enige tijd afwachtend zijn. Want over het veiligheidsbeleid van Dukakis bestaat nogal wat onduidelijkheid. We weten niet hoe zijn omgeving er op dit gebied zal uitzien". Ter Beek wijst er vervolgens op dat wapenbeheersing niet alleen een zaak is van de Russen en Amerikanen. Ook voor de Europeanen is er op dit vlak veel te doen. Hij vindt het verontrustend dat men er in Brussel

nog steeds niet in geslaagd is een mandaat te formuleren voor de CST (Conventional Stability Talks). "We zijn het er allemaal over eens dat er ook op het conventionele terrein wat moet gebeuren. Het INF-akkoord is slechts een eerste stap. Een strategisch akkoord is van groot belang, maar raakt ons hier in Europa toch minder direct, dan een overeenkomst over conventionele wapens en de resterende tactische wapens. Dit is het moment waarop Europa een aantal van zijn verlangens kenbaar moet maken. Een nieuwe Amerikaanse president, wie dat ook wordt, behoort zo snel mogelijk een inzicht te krijgen in de prioriteiten die wij hier in Europa stellen ten aanzien van wapenbeheersing. We moeten nu zelf meer helderheid verschaffen". SHOW-ELEMENT Jason:Is dit een verwijt in de richting

van de regering, die volgens u te weinig initiatieven neemt? Ter Beek: "Ik deins er niet voor terug om via de kolommen van Jason Magazine de Nederlandse regering een verwijt te maken, maar ik zal er ongetwijfeld bij de komende begrotingsbehandeling op terugkomen".

Jason: Wat valt er voor Nederlandse politici te lere.'1 van de Amerikaanse presidentscompagnes?

Weisglas: "Wim Kok heeft in de PvdA-ledenkrant geschreven dat het show-element in de campagnes hem afschrikt, maar ik vind dat juist aardig. Niet omdat ik het zelf zo leuk vind, of omdat ik van ballonnen en marsmuziek hou, maar omdat show voor kiezers aantrekkelijk is. Waar wij in Den Haag voor moeten oppassen, is dat wij niet een stel grijze muizen worden, waar slechts een enkeling bovenuit steekt. Door het persoonlijke in de politiek te brengen wordt zij aansprekelijker voor de

mensen". Van Weezei stemt daar mee in: "Politiek is mensenwerk en politici moeten herkenbaar zijn. De politiek in Nederland is aan het verambtelijken".

Ter Beek: "Het kleurrijke van de Amerikaanse politiek is natuurlijk prachtig, maar het fenomeen dat daarmee gepaard gaat is de "moneyfactor". Het gemiddelde congreslid is tien tot vijftien uur per week alleen maar bezig met geldinzameling voor de volgende verkiezingscampagne. Ik prijs me gelukkig dat ik hier campagne voer op kosten van mijn partij" . Weisglas: "Helemaal mee eens. Ik ben dan liever lid van een partij met een kastekort van 350.000,- zoals de VVD op dit moment heeft".


26

Amerika en de angst voor het "Fortress Europe" "Ik wil deze gelegenheid gebruiken om met u te spreken over de relatie tussen de mijns inziens belangrijkste handelspolitieke ontwikkelingen van dit moment: de voltoolingvan de interne markt en de handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-ronde. Volgens sommigen vormen deze twee ontwikkelingen een contradictie. Men vreest dat de Gemeenschap weliswaar de interne handelsbarrieres zal slechten, maar tegelijkertijd de nieuw gecrei!erde gentegreerde markt zal afschermen voor concurrentie".

Dit artikel is een weergave van de speech die staatssecretaris van economische zaken, mevrouw mr. Y. van Rooy, op 12 september 1988 heeft gehouden in Washington.

"Ik acht het daarom zinvol mijn visie te geven over de relatie tussen de Europese integratie en de vrijmaking van de wereldhandel. Ik zal de wisselwerking tussen beide ontwikkelingen analyseren aan de hand van de controverses tussen de Gemeenschap en de VS over het landbouwbeleid en de kwantitatieve handelsbelemmeringen. Opdat U niet langer in spanning blijft: Ik eindig met de stelling dat verdere Europese integratie en vrijmaking van de wereldhandel geenszins met elkaar in tegenspraak zijn. Integendeel beide ontwikkelingen kunnen en moeten elkaar versterken. Ik hoop U er van te overtuigen dat de vrees voor de creatie van, wat in de VS al wordt beschreven met "Fortress Europe" ongegrond is".

peanen. Het risico is derhalve reëel dat verdere integratie tot toenemende spanning zal leiden in externe economische betrekkingen van de Gemeenschap. Ik zal er bij de voltooung van de interne markt echter voor waken dat we als Gemeenschap een "Fortress Europe" cret!ren. Nederland heeft immers nooit gekozen voor Europese integratie als alternatief, voor samenwerking in een ruimer verband of als middel tot creatie van een beschermd reservaat voor het Europese bedrijfsleven. Onze handelstraditie, mondiale gerichtheid en onze zorg voor de positie van ontwikkelingslanden verzetten zich tegen dergelijke opties".

VRIJMAKING "De verhouding tussen de Europese integratie en de vrijmaking van de wereldhandel is op papier uitstekend geregeld. Het Verdrag van Rome bepaalt immers dat de oprichting van een douane-unie beoogt bij te dragen aan de vrijmaking van het handelsverkeer. Tevens bepaalt het verdrag dat de gemeenschappelijke handelspolitiek rekening zal houden met het toegenomen concurrentie vermogen van het Europese bedrijfsleven. De Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel is al even optimistisch over de bijdrage die douaneunies kunnen leveren tot algemene handelsvrijmaking. De praktijk is echter minder rooskleurig. Want noch de totstandko-

De economische banden tussen de VS en Europa zl)"n veelomvattend. Op Manhattan zijn talnjke Europese firma 's

verlegen woordigd.

ming, noch de opeenvolgende uitbreiding van de Gemeenschap zijn formeel in overeenstemming met de GATT-bepaling gevonden. Europese integratie wordt door de verdragspartijen slechts gedoogd, onder voorbehoud van rechten. Zoals U bekend zal zijn, bestaat binnen de Gemeenschap een stroming, die de voordelen van de Europese integratie wil voorbehouden aan Euro-

LANDBOUW "Bij de totstandkoming van één geïntegreerde interne markt kan en mag het niet gaan om een keuze tussen Europese eenwording enerzijds en vrijmaking van het internationale handelsverkeer anderzijds. Beide nastrevenswaardige ontwikkelingen dienen elkaar juist te versterken. Ik ben van mening dat dit vooral noodzakelijk is ten aanzien van de twee handelspolitieke onderwerpen die, sinds de oprichting van de Gemeenschap, hebben geleid tot spanning met onze handelspartners: de landbouwen de kwantitatieve beperkingen. Thans dienen we ons in te spannen om beide problemen op te lossen binnen de kaders die worden geboden door de Europese integratie en de Uruguay-ronde. Ik wil in mijn betoog aangeven op welke wijze ik mo-


27

Staatssecretaris van economische zaken, mevr. mr. Y. van Rooy.

gelijkheden zie voor oplossingen van de genoemde problemen. Laat ik beginnen met het landbouwgebied. Recent zijn zowel in de Gemeenschap als in de VS belangrijke hervormingsmaatregelen genomen, die zijn voortgekomen uit de noodzaak de internationale landbouwmar kt gezond te maken. Verschil van inzicht tussen de Gemeenschap en onder andere de VS bestaat er over de noodzaak tot volledige eliminatie van landbouwsubsidies. Dergelijke voorstellen vind ik theoretisch fraai en interessant, maar niet geheel realistisch. Een zekere steun aan de Europese landbouwproducten is mijns inziens noodzakelijk. De vorm van steunverlening kan echter veranderen. Zo ben ik voorstander van directe inkomenssteun aan boeren, die is losgekoppeld van produktie. De gemeenschap zal echter over de eigen horizon moeten kijken en bereid dienen te zijn tot forse vermindering van subsidies en invoerbelemmeringen. Aanpassing van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zal, naast een terughoudend prijsbeleid ook striktere discipline bij in- en uitvoermaatregelen moeten inhouden. AANPASSING Aan de invoerkant kan hierbij worden gedacht aan, eventueel gedeeltelijk, omzetting van de huidige variabele heffingen in vaste douanerechten. Hierdoor zullen de invloeden van de wereldmarkt binnen de Europese Gemeenschap beter doorwerken. Dat zal leiden tot aanpassing van de produktie in lijn met overschotten of tekorten en tegelijkertijd

- tezamen met de discipline die andere marktpartijen in acht nemen tot meer marktconforme prijsontwikkelingen op de wereldmarkt. Aan de uitvoerkant kan worden gedacht aan subsidi~ring die uitsluitend voor rekening komt van de betrokken producenten. Door het algemene peil van dergelijke steunverlening te beperken kan worden tegengegaan dat langs indirecte weg overheidssubsidies alsnog de prijzen op de wereldmarkt bepalen. De aanpassingen in het gemeenschappelijke landbouwbeleid die ik zojuist schetste dienen te worden gezien als een investering in het multilaterale proces ter liberalisering van de landbouw, waarvan een ieder zal profiteren. De hervormingen zijn dus enerzijds noodzakelijk om het succes van de Uruguay-ronde te verzekeren, anderzijds zal inpassing van de hervormingen in het GATT-kader de aanvaarding ervan vergroten.

ping instrumentarium, vrijwillige exportbeperking door derden en de instelling van communautaire invoerbeperking. Hoewel mijn voorkeur uitgaat naar eenvoudige afschaffing van de beperkingen is dit, gezien de opvatting van andere lidstaten, waarschijnlijk niet haalbaar. Het is daarom interessant te bezien hoe de minder aantrekkelijke opties onder GATT -regels uitvoerbaar kunnen worden gemaakt. Steunverlening aan regio's of sectoren die door het wegvallen van thans bestaande bescherming in de problemen komen, kan de pijn verzachten. Om ruime hiertoe te behouden, dient in de Uruguay-ronde verzet te worden aangetekend tegen voorstellen die steunverlening, zonder aanwijsbare gevolgen voor derde landen, beogen te veroordelen. De steunverlening dient dan wel tijdelijk van aard en gericht op aanpassing te zijn. Exploitatiesteun voldoet derhalve niet aan deze criteria.

BESCHERMING Instelling van Gemeenschappelijke kwantitatieve of tarifaire bescherming ter vervanging van nationale beperkingen is veel moeilijker aanvaardbaar dan strikt beheerste steunverlening. De EG heeft zich bovendien verplicht tot inachtneming van een "standstili". Voorts zijn kwantitatieve invoerbeperkingen onder de GATT in het algemeen verboden. De verdediging van nieuwe EG-beperkingen acht ik daarom niet realistisch. De GATT biedt echter wel mogelijkheden voor marktbescherming, indien daar compensatie tegenover staat, of indien gelijkwaardige retaliatie wordt ingesteld. Hantering van deze mogelijkheid vereist AFSCHAFFING Het tweede belangrijke punt van een politieke afweging. contentie in de externe economische In welke sector moeten tarieven omrelaties van de Gemeenschap, betref- laag om verhoging elders te compenfende kwantitatieve beperkingen. Ik seren en is beperking van exportmoben voorstander van volledige afgelijkheden in de ene sector aanschaffing van de beperkingen die vaardbaar als prijs voor invoerbeperthans gelden ten aanzien van de in-- king in de andere? Ik acht het niet voer van produkten uit derde lanondenkbaar dat zulke afwegingen op bescheiden schaal kunnen worden den. Bij sommige lidstaten zal de weerstand hiertegen echter groot gemaakt in het belang van de volzijn. Informeel doen reeds id~n de tooiing van de interne markt. Om de ronde om het wegvallen van de naruimte hiertoe te behouden, zal de EG zich in de Uruguay-ronde tionale bescherming te verzachten. moeten verzetten tegen voorstellen Daarbij wordt gedacht aan steunmaatregelen, verhoging van EG-tadie zulke tarifaire verschuivingen rieven, hantering van het anti-dum- onmogelijk zouden maken.


28

Het is denkbaar dat de EG, bij gebrek aan interne besluitvorming, de vrijmaking van het intra-handelsverkeer alleen zal kunnen bereiken met medewerking van derde landen. Die zouden dan hun export naar de EG zo moeten ordenen, dat geen abrutpe marktverstoringen plaatsvinden. Het onder multilaterale controle brengen van marktregulerende afspraken is één van de essentiele punten die in de Uruguay-ronde moet worden geregeld.

NADEUGE GEVOLGEN Samengevat ben ik van mening dat bij verdere Europese integratie de handel zoveel mogelijk moet worden vrijgemaakt. Teneinde dit ook in probleemgevallen te bevorderen, kunnen een aantal opties worden overwogen. Hiertoe staan de Gemeenschap een aantal alternatieven ter beschikking; steunverlening onder nauw omschreven omstandigheden; het optreden tegen oneerlijke praktijken zoals dumping en subsidies, en het verhogen van douanerechten onder het verlenen van compensatie. Waar ik niet mee kan instemmen is de instelling van kwantitatieve beperkingen voor de hele EG. Evenmin ben ik gecharmeerd van één beroep op exportdiscipline van derde landen. Een dergelijk verzoek is een uit onmacht geboren noodgreep buiten de internationale spelregels om met, op termijn, nadelige gevolgen. De Uruguay-ronde biedt mijns inziens betere mogelijkheden. Een mogelijkheid waaraan binnen de Gemeenschap teveel wordt voorbijgegaan is gebruikmaking van vrijwaringsmaatregelen. De bereidheid tot liberalisering zal toenemen, indien de gelegenheid wordt geboden daarop tijdelijk terug te komen in geval van ernstige schade aan eerder beschermende producenten. Gebruikmaking van vrijwaring in specifieke gevallen zal bij onze handeJspartners minder weerstand oproepen dan instelling van bescherming op speculatieve grond. Temeer daar vrijwaring binnen het kader van de GATT-regels kan plaatsvinden. Het is daarvoor echter wel nodig de vrijwaringclausules van de GATT aan te passen. Het lijkt mij wenselijk selectieve vrijwaring voor een korte periode toe te

De landbouw is een uiterst gevoelig onderwerp in de Amerikaans-Europese betrekkingen.

staan, mits onder multilateraal toezicht. Hiermee kan greep worden verkregen op allerhande maatregelen die nu buiten de GATT om worden genomen. Zo'n aangepaste vrijwaringsregeling zal de afschaffing van regionale beperkingen binnen de EG ten goede komen. Een regeling die gerichte vrijwaring mogelijk maakt zou ook overige helpen bij het kappen in het oerwoud van handelsbeperkende maatregelen. Hiermee zal een twaalf jaar durende, welhaast theologische GATTdiscussie over wel of niet selectieve vrijwaring zijn beeindigd met een werkbare oplossing. BELEID Het is mijn beleid er voor te zorgen dat de twee gelijktijdig verlopende processen van vrijmaking van de wereldhandel en eenwording van de EG-markt elkaar in positieve zin versterken. Ik heb geschetst hoe ik denk, dat deze wisselwerking kan worden gerealiseerd. Ten aanzien

van het gemeenschappelijke landbouwbeleid heb ik aangegeven dat ik verdere hervormingen noodzakelijke acht, tezamen met versterking van de dienaangaande GATT-regels. Ten aanzien van de thans bestaande regionale kwantitatieve beperkingen heb ik geconcludeerd dat deze vervangen dienen te worden door selectieve vrijwaringsmaatregelen. Voor creatie van een "Fortress Europa" behoeft dan ook niet te worden gevreesd. De EG zal, conform haar verplichtingen in GATT verband, per saldo zeker niet minder toegankelijk worden dan nu het geval is. En ik vraag mij wel eens af of het toeval is dat deze verhalen die het tegendeel beweren hier rondgaan juist op het moment dat de VS zelf een nieuwe handelswet heeft aan~enomen: een wet die voor Amerika s handeJspartners, inclusief uiteraard de EG, bepaald zorgwekkend te noemen is. Ik denk van niet. Maar dat is natuurlijk een ander verhaal.


WAT ISJASON Jason is in 1975 opgericht door een aantal jongeren om te voorzien in een duidelijke behoefte van jongeren aan evenwichtige informatie over internationale vraagstukken. Jason is niet gebonden aan enige politieke partij en heeft geen levensbeschouwelijke grondslag. Jason informeert op twee manieren. Ten eerste door de uitgifte van dit blad, dat eens per twee maanden verschijnt. In elk nummer staat een internationaal-politiek thema centraal. Recente thema's waren China, vluchtelingen, internationale wapenhandel en buitenlandse correspondenten in Nederland. Ten tweede informeert Jason door het organiseren van tal van activiteiten, zoals conferenties, debatten, lezingen, studiedagen, simulatiespelen, uitwisselingen en de buitenland-borrel. De activiteiten van J ason hebben veel belangstelling gekregen van jongeren, maar ook van de nationale en regionale pers. Voor wie een meer compleet overzicht wenst van de activiteiten van J ason ligt op het secretariaat van J ason informatie-materiaal gereed.

Voor nadere informatie kun je ook de volgende contactpersonen bellen: AMSTERDAM:

02~44343

TILBURG: Harry Raymakers Wilhelminapark 27 504 1 EB 013-433200

DELFT: Steven Kroon V. Bleyswyckslraal 66 2613 RT 015-126765

NIJMEGEN: Bart Driessen V. Oldenbameveltslraal 24 6512 AX 080-241051

DEN HELDER: Allard Wagemakcr Marinapark 189 1785 DE 02230-32519

ROTIERDAM: John Meier Heer Gillesslraal 26 010-4525484

JUf

Botter

Vechlslraal 176-2 1079 JV

EINDHOVEN: Eric Jansen Jan Tooropslraal 18 5642 AK 040-817510 GRONINGEN: Palricia Alma Cochoornsingel 7 9711 BM 050-146348 LEIDEN: Erwin Flipse HoulSlraal 3 071-140851

Jerocn Bool HeemskerkslraaI I04-B 010-4659221 NIJENRODE: Jan Hein Alfrink Nieuw Nijenrode 48 3621 MC Breukelen 03462-625888 BREDA Amaud Duponl Pasbaan II-F 4811 GM 076-229283

UTRECHT: Petra van HiJst

KapelslraaI 64 3572 CN 030-733327

,--------------------------------------------------------------------------88 /5

Ik abonneer mij hierbij op Jason Magazine en ontvang tegen betaling van f 30.- zes nummers in de komende twaalf maanden.

Naam: Adres: Postcode/Woonplaats: .............. ................................................... ... . Telefoon: .................................................................................... . (U wordt verzocht te wachten met betaling totdat u een acceptgirokaart wordt toegezonden)


INDEXJASON 1987

S.J.Tromp:

Milieuvervuiling heeft ingrijpende medische gevolgen .

87 / 6. VAN ONZE CORRESPONDENT IN .. .

Dr. A. Wiggers: (interview)

"Bedrijven hebben heden wel degelijk oog voor milieu".

M. Kraanen en A Krijger:

Reportage over Hoechst: bedrijven, overheid en milieu.

Interview H. v.d Broek: "Erg blij dat er een doorbraak is", Interview Philip FrerikS: .. Enorme luxe om correspondent te zijn", Interview Peter Bock: "Nederland is eigenlijk mijn hobby", Interview Haye Thomas: "Groot-Brittannii:! is niet Europees", Interview Sergei "Pe restrojka? Benny HilI op Russische tv!" Melniko v: Interview Joop van Os: "Ik snoepte het nieuws voor ieders neus weg". Interview Sy Jvain Ephimenco: "Nederland is journalistieke goudmijn ",

88/1. INF-AKKOORD: GESCHIEDENIS VAN DE TOEKOMST.

INF-akkoord: triomf, nederlaag, misverstand of echt keerpunt? Interview Siccama: " INF-akkoord is ronduit slecht en brengt Europa in gevaar". Prol Yur; Davydov: Het INF-verdrag nu en in de toekomst. M. Faber en G. Berkhof:Het succes van de vredesbeweging en Reagan al s een .. super-Faber", Interview prof. Lammers: "INF -akkoord is een resultaat van interne zwakte van Amerika". Toch nog een toekomst voor de Europese Drs. R. Vierhout: Defensie Gemeenschap?

Dr. HyJke Tromp:

88/3. Noord-Ierland: Toekomst zonder toekomst? Sam Mu/ler:

Verlammend verleden houdt Noord-Ierland diep verdeeld.

Alex Knjger:

Noord-Ierland arme uithoek van Europese Gemeenschap.

Brian Rennet:

"Zolang er geweld is, blijven de troepen in Noord-Ierland". (interview)

J. Taylor:

"Geweld van de IRA versterkt positie van de protestanten ". (interview)

Anton Seelen:

"Britten moeten goedschiks of kwaadschiks weg uit Ierland". (interview)

Frits Beutick:

"Jongeren naar Nederland halen om elkaar echt te leren kennen". (interview)

Allan Reeve:

"Het is altĂŽ~d geoorloofd om RUC-Ieden dood te schieten '. (interview)

88/2. Milieu en de verdrukking. Ad Melkerl: (interview)

"Elke menselijke activiteit aanslag op milieu".

88/4. De binnenkant van Buitenlandse Zaken.

Dhr. Beren/.' (interview)

"Milieuwetgeving EG mag wel strenger worden ".

ChieJ de Leeuw:

Van gezant aan 't hof tot moderne diplomaat.

Drs, F. von der Dunk:

Mr. S. Lederer: (interview)

"Beter milieu-onderwijs noodzaak voor Europa" .

Het "diplomatieke recht" en de Weense Conventie van 1961.

J. van Huizen : (interview)

"Groter milieu-bewustzijn gevolg acties Greenpeace"

Prof. Th.G. Drupsteen:

"Op het terrein van milieurecht nog veel te doen ".

A. Gierveld:

De Nederlandse diplomatie tussen traditie en ambitie.

Hans Schmit: (interview)

"Toekomstbeeld Nederland: sinaasappelbomen in polder.

A. Krijger:

Bij de diplomatie gaat het om de manier waarop je het zegt,

Ch. de Leeuwen H.P. Andriessen:

Een diplomaat zit nĂŽet (interviews) alleen prettig aan rand van zwembad,

------------------------------------_._-------------------------------------, Kan ongeff. verzonden worden.

JASON ANTWOORDNUMMER 2187 2501 WBDENHAAG


Jason magazine (1988), jaargang 13 nummer 5  
Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you