__MAIN_TEXT__

Page 1

•0'

"-

.

.l.

, •

...

p

.1.

• .'

..• .


Jason Magazine is een tweemaandelijkse uitgave van de Stichting Jason, gericht op jongeren die zich interesseren voor internationale politiek. In

elk nummer wordt aan de hand van een aantal artikelen getracht een evenwichtig en gevarieerd beeld te geven van een internationaal politiek

vraagstuk. De redactie onthoudt zich hierbij van iedere politieke stellingname. Redactieleden kunnen echter wel op persoonlijke titel een artikel schrijven. Wie wil reageren op in Jason

verschenen artikelen, of denkt zelf een bijdrage te kunnen leveren, wordt verzocht te schrijven naar: Redactie /secretariaat Jason,

Laan van Meerdervoort 96 2517 AR Den Haag. Telefoon: 070-605658. Postgiro: 3561025. Bank: 456855548. Overname van in Jason Magazine verschenen artikelen kan slechts geschieden in overleg met de redactie.

REDACTIE JASON-MAGAZINE Hoofdredacteur: Huib van Olden. Marieke Adema. Hans Paul Andriessen. Aldrik Gierveld. Maartje Kraanen. Alex Krijger. Chiel de Leeuw. Sam Muller. Eugèn van de Pas. Gert-Jan Stempher. Eric Thomas. DAGELIJKS BESTUUR Voorzitter: H. P. Th. Coebergh. Vice-voorzitter: C. K. Weiland. Secretaris: M. Cantarella.

Penningmeester: G. Vogels. Public Affairs: G. Frings. Algemene Zaken: S. Madunic. Fundraiser: P. Krans.

ALGEMEEN BESTUUR Mr. F.C.M. Caris. Mr. P.H. Goedhart. Drs. M.C.A.M Huisman. Drs. R. Hillebrand. Drs. A.M. Knaapen. F.J. Marcus. H.C. van Olden. E.C.H.M. van de Pas. Drs. A.M. van der Togt. Drs. J.C. de Vries. Drs. D. H. Zandee. RAAD VAN ADVIES Prof. dr. W. Dekker, voorzitter. J .M. Bik. Prof. mr. J .F. Glastra van Loon. Drs. G.J.J.M. Hayen. C. C. van den Heuvel. H.A.M. Hoefnagels. Mr. J.G.N. de Hoop Scheffer. Drs. W.K.N. Schmelzer. Prof. dr. A, van Staden. Prof. dr. H. W. Tromp. Prof. dr. P.M.E. Volten. Drs. L. Wecke. ISSN 0165-8336

INHOUDSOPGAVE. REDACTIONEEL. Pag. 1 "ELKE MENSEUJKE ACTIVITEIT IS EEN AANSLAG OP HET MILIEU". Interview met Ad Melkert, lid van de Tweede Kamer voor de PvdA. Pag. 2 "MILIEUWETGEVING VAN EG MAG WEL STRENGER WORDEN". Interview met de heer Berent, verbonden aan de EG in Brussel. Pag. 5 "BETER MILIEU-ONDERWIJS IS EEN; NOODZAAK VOOR EUROPA". Interview met mevrouw mr. S. Lederer, werkzaam op het DirectoraatGeneraal van Milieu te Brussel. Pag. 7 "TOEGENOMEN MIUEU-BEWUSTZIJN IS RESULTAAT VAN ACTIES GREENPEACE". Interview met de heer Van Huizen, directielid van Greenpeace Nederland. Pag. 10 "OP HET TERREIN VAN HET MIUEURECHT IS NOG EEN HELE HOOP WERK TE DOEN". Door prof. mr. Th. G. Drupsteen, hoogleraar Staats- en bestuursrecht, met inbegrip van het milieurecht aan de R.U. Leiden. Pag. 12 "TOEKOMSTBEELD VOOR NEDERLAND: SINAASAPPELBOMEN IN DE POLDER". Interview met milieu-journalist Hans Schmit. Pag. 17 MILIEUVERVUIL.ING HEEFT VEEL.INGRIJPENDE MEDISCHE GEVOLGEN. Over de medische gevolgen op korte en lange termijn van milieu-vervuiling. Pag. 19 "BEDRIJVEN HEBBEN TEGENWOORDIG WEL DEGEUJK OOG VOOR MILIEU". Interview met dr. A. J . Wiggers, voorzitter van de Raad voor het Milieu- en Natuuronderzoek. Pag. 23 TEGENGESTELDE BELANGEN BIJ OVERHEID, MILIEUBEWEGING EN HET BEDRIJFSLEVEN. Reportage over Hoechst door Maartje Kraanen en Alex Krijger. Pag. 26


1

Grenzen aan de groei Het woord milieu heeft verschillende betekenissen. In dit magazine heeft het vooral betrekking op de "omgeving" waarin wij leven, het "milieu extĂŠrieur". Een goed milieu is onontbeerlijk voor de mens en het overige leven. Toch heeft de mens dat te laat beseft. Als gevolg van de geweldige welvaartstoename in deze eeuw zijn de kwalijke consequenties voor ons milieu (te) sterk toegenomen. Bovendien bestaat er ook vandaag nog een te groot gat tussen milieubewustzijn en milieubewust handelen, zoals minister Nijpels onlangs nog benadrukte. Zolang er echter bij de burgers behoefte bestaat aan milieu-onvriendelijke produkten, zal het bedrijfsleven deze gewoon blijven leveren. Milieubelangen zijn dikwijls ondergeschikt aan de sociaal-economische belangen. In dit nummer komen bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties aan het woord. Allen geven hun visie op het huidige milieubeleid en bespreken mogelijke oplossingen. Dat deze er snel moeten komen moge genoeg duidelijk zijn. Indien het milieu nog verder zou worden verpest, zou het misschien wel eens te laat kunnen zijn. Dan zou de Club van Rome met haar (eerste) rapport, Grenzen aan de Groei, nog wel eens de bittere waarheid kunnen hebben voorspeld. ALEX KRIJGER


2

"Elke menselijke activiteit is een aanslag op het milieu" Ad Melkerl is sinds 1986 lid van de '!\veede Kamer voor de PvdA. Daar houdt hij zich bezig met milieuvraagstukken. Voordien studeerde hij politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, was algemeen secretaris van het Jeugdforum van de Europese Gemeenschap in Brussel en directeur Interne Zaken bij de Novib. Een gesprek met hem over hetmilieubeeld van het huidige kabinet en hoe het beter zou kunnen.

Interview door Aldrik Gierveld met Ad Melkert, lid van de Tweede Kamer voor de PvdA. Hij houdt zich vooral bezig met milieu-vraagstukken.

Jason: Wat was het doel van het Europese milieujaar en wat heeft het opgeleverd?

hiervoor een aantal jaren geleden nog werd uitgegeven is vanuit deze kabinetsfilosofie gekort. Dat heeft vele implicaties voor het milieu. Voor een preventief beleid is dus geen ruimte meer. Daar loopt minister Nijpels (VROM) op vast. In de landbouw bijvoorbeeld is het evident dat er juist regulering van overheidswege noodzakelijk is".

Melkert: "De bedoeling van de EG was om de publieke opinie te mobiliseren, de mensen bewust te maken van de milieuproblemen. Europa zou meer geassocieerd moeten worden met het milieu. De PvdA stond hier nogal sceptisch tegenover, omdat in de eerste plaats de bevolking van Europa, zeker die van Noord-Europa, zich wel bewust is van de milieuproblematiek. En in de tweede plaats zo'n milieujaar de indruk wekt dat er wat gebeurt. Maar beleidsmatig is er niets van de grond gekomen"

Melkert: "Dit is een interessant punt, omdat de VVD bijvoorbeeld in "Liberaal Bestek" en bij monde van fractievoorzitter Voorhoeve het milieu toch ĂŠĂŠn van de kerntaken van de overheid noemt. Vaneen terugtredende overheid wil men in milieuopzicht niets weten. Maar men komt daar onvermijdelijk mee in de knoei, omdat het milieuvraagstuk zich naar vele andere terreinen van de samenleving uitstrekt. Minister De Korte heeft in het kader van zijn industriebeleid allerlei subsidies afgeschaft, zoals de milieutoeslag in de oude WIR-regeling en subsidies voor energiebesparende maatregelen. Bijna tachtig procent van het bedrag dat

Jason: Waaruit zou een goed nationaal milieubeleid moeten bestaan? Melkert: "Ten eerste moeten prioriteiten worden vastgesteld. Bijvoorbeeld de sanering van het bodemwater. Dat vraagt een behoorlijke finan-

Jason: Toch zou Europa een uitstekend forum zijn om de milieuproblemen met hun grensoverschrijdende karakter aan te pakken? Melkert: "Dat is waar. Alleen geloof ik niet dat we op dit moment vanuit Europa de grote vooruitgang kunnen verwachten. Er is een onderbezetting bij de ambtenarenstaf die zich met dit vraagstuk bezighoudt. De politieke positie van de Europese commissaris voor het milieu is zwak. Dat geldt eveneens voor de Raad van Milieuministers, als je deze met de andere Raden vergelijkt".

In de knoei Jason: Bij de huidige regering heerst het idee dat de overheid minder verantwoordelijkheden op haar schouders moet nemen. Men spreekt van "afslanking", " deregulering': "privatisering". Hoe valt dat te rijmen met de grote milieuproblemen?

Requiem voor de Rijn, na de vervuiling van de rivier als gevolg van de brand en

giflozingen bij Sandoz in Basel.


3

ciële inspanning van de overheid in de vorm van een grootschalig opgezet programma, waar het bedrijfsleven van mee profiteert. Dat bedrijfsleven krijgt daardoor een impuls. Daarmee komen we dan op een tweede punt, namelijk dat de markt aantrekkelijker moet worden gemaakt. Aanzetten en ideeën hiervoor zijn gegeven in het plan "Investeren in het milieu" van het Landelijk Milieu Overleg en het FNV. Zij vragen de overheid en het bedrijfsleven voor een periode van vijf jaar dertig miljard te investeren voor een milieuvriendelijke duurzame groei. Dat is goed voor het milieu en de energiebesparing levert volgens berekeningen zo'n 42.000 banen op".

TESTING NO'"

'-A-I.-NPEACE

Afspraken

Protest van Greenpeace tegen atoomproeven.

Jason: Minister Nijpels wil ter beteugeling van het afvalprobleem vooral samen werking met de bedrijven, in plaats van wetgeving. Wettelijke maatregelen kosten immers veel inspanning en hebben minder rendement dan afspraken op basis van consensus met het bedrijfsleven. Voor zijn aanpak van fosfaten geldt hetzelfde;"overleg met een stok achter de deur". Wat vindt u daarvan?

Europees verband concurrentievervalsend werkt.

Melkert: "Het gaat er uiteindelijk niet om hoe je iets afspreekt, maar wat je afspreekt. Overleg met het bedrijfsleven is zeker belangrijk en uit het aantal convenanten mag je afleiden dat ze er ook wel wat in zien. Het voordeel voor hen is dat ze zo wellicht flexibeler zijn om in te spelen op de milieuproblemen. Maar er zit ook een gevaar aan; een convenant kan op de maat van het bedrijfsleven zijn gesneden en niet op die van het milieu. Nijpels verdedigt de convenanten door er op te wijzen dat wetgeving meer tijd kost (adviesaanvragen) dan overleg. Maar convenanten kunnen ook een vertragende werking hebben op de oplossing van de problematiek. Het raamwerk van de Nederlandse milieuwetgeving is er op dit moment wel zo'n beetje, maar deelterreinen vragen om een nadere uitwerking. Wetgeving is daarbij beter voor de rechtszekerheid en de rechtsgelijkheid".

Jason: Een ander bezwaar tegen nationale wetgeving kan zijn dat het in

Melkert: "Dat gevaar is inderdaad aanwezig. De Europese markt van 1992 kan mede leiden tot een tendens dat bedrijven landen gaan opzoeken met een soepele milieuwetgeving. Maar de milieuwetgeving is niet de enige factor waar een bedrijf op let als het zich ergens vestigt. In internationaal verband moet meer tot stand komen, maar dat mag niet leiden tot het afschuiven van problemen als niet zeker is dat er op dat niveau inderdaad regels komen. De chemielobby die nu bang is voor nationale concurrentievervalsende wetgeving zal dan als eerste in Brussel komen wijzen op het gevaar van de mondiale consurrentie. In de "Europese Akte" wordt overigens open gelaten dat landen in bepaalde gevallen een eigen beleid voeren en Denemarken en de BRD hebben op basis daarvan strengere normen gesteld aan de uitlaatgassen van auto's. Ze lopen vooruit op de EG-besluitvorming op dit punt en de Kamer heeft zojuist uitgesproken dat Nederland zich bij deze normen moet aansluiten als er in EG-verband niets uitkomt".

Weinig steun

Jason: Nijpels pakt de milieuproblemen toch met redelijke voortvarendheid aan. Het ontbreekt hem opvallend genoeg alleen aan steun van de regeringsfracties.

Melkert: " Hij heeft niet alleen weinig steun van de regeringsfracties in de Kamer, maar ook in het kabinet. Ten dele komt dat omdat milieu een vrij nieuw beleidsterrein is, dat zich tussen de andere beleidsterreinen moet vechten. De "sociaal-economische vijfhoek" heeft traditioneel weinig aandacht voor milieuvraagstukken. Maar politiek koop ik natuurlijk weinig voor Nijpels goede wil, als hij zich niet in de Kamer en in het kabinet hard maakt voor zijn standpunten. Hij is te toegeeflijk als men, zoals rond de maximum snelheid, regels oprekt die maatschappelijk makkelijker liggen, maar die haaks staan op een goed miliebeleid. Er is juist een appèl op de mensen nodig".

Jason: Ligt er niet voor de PvdA een enorm dilemma tussen haar streven naar meer welvaart voor iedereen, wat een behoorlijke groei vraagt, en haar wens om het milieu zo goed mogelijk te beheren? Ook de minima hebben recht op een autootje en regelmatig vlees op de plank, maar dat vraagt wel een prijs van het milieu. Melkert: "Dat dilemma is er. Wij zijn niet een partij die koste wat kost het milieu wil beschermen; ook andere maatregelen zijn noodzakelijk en die kunnen een prijs van het milieu vragen. Een deel van de oplossing zit in de mogelijkheid om aandacht te schenken aan de financiering van de aanpak van de milieuproblemen. Het budget voor het milieubeleid komt


4

Een vrachtwagen dode vis op de stoep bij autoriteiten. Dat is een van de manieren

waarop gedemonstreerd wordt tegen de nog steeds ontoelaa tbaar grote vervUlling van zeeën en rivieren .

nu voor meer dan de helft uit heffingen en zit dus in de prijs van het produkt dat de consument koopt. Deze toerekening naar de individuele consument houdt geen rekening met zijn koopkracht. Een rechtvaardiger alternatief zou zijn de milieu-uitgaven te financieren uit de algemene middelen, voor zover er geen sprake is van een directe toerekening voor aantoonbaar gepleegde vervuiling. Bijvoorbeeld via de inkomstenbelasting, waardoor wel rekening wordt gehouden met de draagkracht van de consument. Een andere deel van het antwoord moet worden gevonden in het bewust belasten van bepaalde vormen van consumptie, zonder haar onmogelijk te maken voor iemand met een smalle beurs. Neem het autogebruik. Hogere benzineprijzen en andere maatregelen bevorderen het seJctieve gebruik van de auto, maar maken het vervoermiddel niet onbereikbaar voor de lagere inkomensgroepen. Dit moet dan samen gaan met een krachtige stimulering van het openbaar vervoer uit algemene middelen. Dat leidt tot een eerlijke verdeling". Jason: Watis "economische groel' in

de ogen van de PvdA, en wat is hiervan het belang? In dejaren '50 sprak men van" wederopbouw', in dejaren '70 van "selectieve groeP' en nu van ,,groene groel'. Schuivende Panelen zegt dat het enige draagvlak van de economie het ecologisch draagvlak is, en draait daarmee het hele traditionele denkmodel om. Melkert: "Die laatste stelling is uit-

eindelijk waar; de mens heeft het natuurlijke leefmilieu nodig om te kunnen blijven bestaan. Maar het rapport Schuivende Panelen gaat wel erg ver als gesteld wordt, dat in de toekomst niet de omvang maar de samenstelling van de produktie van het meeste belang is. De adjectieven "seleJctief" en "groen" moet niet het zicht op de noodzaak van groei ontnemen. Groei is nodig om andere maatschappelijk relevante zaken te realiseren. Filosofisch bezien is ieder menselijke activiteit een aanslag op het millieu. De mens legt wegen aan, bouwt dijken, verbouwt de akkers en cultiveert daarmee het land. Ik zie dat als vooruitgang. Alleen moeten we er voor oppassen dat die vooruitgang niet ontaardt in stagnatie en achteruitgang. Daarom zijn milieumaatregelen nodig, moeten we voorzichtig omspringen met onze energiebronnen en afval hergebruiken. Maar milieubehoud is geen panacee voor alle kwalen van het bestaan".

Energievraagstuk

Jason: De milieudilemma s komen wellich t het scherpst naar voren in het energievraagstuk: * Kolen, gas en olie zijn beperkte bronnen, veroorzaken een gigantische C02 uitstoot (broeikasteffect en stijging van de waterspiegel), en worden voor een groot deel geleverd door landen waarvan het Westen liever niet afhankelijk wil zij. * Kernenergie kent een zeer gevaarlijk afvalprobleem, bij een ongeluk is de ramp niet te overzien en kan de springplank naar atoomwapens zijn voor landen die ze beter niet kunnen hebben. * Altenatieve bronnen als aardwarmte en zonne- en windenergie zijn niet overal toepasbaar, bevinden zich nog in een experimenteel stadium en kunnen nog niet aan de vraag voldoen. HeJmut Schmidt schreef onlangs dat daarom de enige zinnige energiepolitiek er één is van "Risikostreuung": berperkt en verspreid de huidige risicos en stel beslissingen uit totat de consequenteis beter bekend zijn. Hoe denkt u daarover? Melkert: "De dilemma's zijn inderdaad zeer groot en voor zover het mogelijk is, moeten de risico's zoveel mogelijk gespreid worden. Ook de

optie voor kernenergie is wellicht in de toekomst bespreek baar, maar zal moeten worden afgewogen tegenover de overige beschikbare alternatieven. Wij hopen dat kolenvergassing een schone energiebron oplevert. Belangrijk blijft ook de energiebesparing" .

Jason: Schmidt poneerde ook de stelling dat Europa op de korte termijn een proces moet starten waarin energietechnische opties met dezelfde nadruk en financieel volume moeten worden onderzoch t, als destijds het Europese ruimtevaartprogramma. Melkert: "Ik ben voor een Europese aanpak van het energieprobleem. Het gekke is dat de Europese Gemeenschap onder meer vanuit de energieproblematiek is ontstaan en er vandaag de dag maar zijdelings aandacht aan besteedt. Euratom is ontstaan vanuit de erkenning van het belang van een energiepolitiek. Euratom zou bijvoorbeeld een bredere taakstelling kunnen krijgen en dè instantie kunnen worden voor een Europees energiebeleid. Op dit moment is het beleid nog veel te versnipperd".

Jason: Bent u het tot sJot eens met stelling dat de meeste milieuproblemen niet van technische, maar van politieke en maatschappelike aard zijn? Melkert: "Ja, maar de technische factor mag niet verontachtzaarnd worden. Het Rijnchemie-verdrag heeft bijvoorbeeld destijds een lijst opgesteld van 129 verboden stoffen, waarvan er overigens nog maar zes uit het water zijn verdwenen. Ondertussen zijn er al weer nieuwe stoffen door de industrie uitgevonden, die een even schadelijke werking hebben. De maatschappelijke verantwoordelijkheid van de industrie is daarbij natuurlijk van veel belang, maar men moet wel degelijk alert blijven op de technische aspecten van de milieuproblemen".


5

"Milieuwetgeving van EG mag wel strenger worden" De periode maart 1987 tot en met maart 1988 was door de Europese Commissie uitgeroepen tot het "Europees jaar van het Milieu". Op 21 maartjl. spraken de twaalf miliewninisters van de EG hun voldoening uit over het bereikte resultaat; volgens hen was er meer begrip gekweekt bij burgers, bedrijven, vakbonden en maatschappelijke organisaties. Toch is er concreet bezien bitter weinig bereikt in het afgelopen . ". " Europees JllaI' Reden genoeg om eens in Brussel te gaan praten met de heer Berent, Brit van origine, die als "public face" van de commissie fungeert. Zijn taak is het transport-, (nucleaire) veiligheids-, en milieubeleid van de commissie uit te leggen.

Jason: Het Europeesjaar is verleden tijd. Moeten we nu voor resultaten tot 1992 wachten, wanneer het vierde milieuprogramma van de EG afloopt? Berent: "Als dat zo zou zijn, zou het een mislukking betekenen! De milieuproblematiek is echter een contin ue proces. Het "Europees jaar" had als doel het publiek, de burgers van de gemeenschap, bekend te maken met milieuzaken. Regeringen, lokale, en regionale overheden en vele organisaties en bedrijven hebben dit ook opgepakt. Zo bezien is het jaar dus een enorm succes geweest. Daarnaast zijn er ook concrete resultaten te noemen. In september van het vorigjaar werden te Montreal goede afspraken gemaakt over de beperking van chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK's) die de ozonlaag aantasten. We kunnen nu niet stoppen. We moeten doorgaan op de ingeslagen weg, hoewel de traagheid van "Europa" natuurlijk ook het milieubeleid negatief beïnvloedt".

Jason: Is er concreet bezien nog meer bereikt? Berent: "Ik heb het idee dat u de zaken verkeerd ziet. Het "Europees jaar" was een "public campaign". Dat

was het uitgangspunt en daarin zijn we geslaagd. Het publiek moest eerst geactiveerd worden en van daaruit kan pas politieke druk ontstaan. Het heeft dus, mijns inziens, geen zin andere resultaten te noemen die tot stand zijn gekomen dank zij "public pressure" . Maar als u het toch graag wilt: de Noordzeeconventie en de afspraken over de veiligheid van industriële "plants" konden beide alleen tot stand komen dankzij de druk die het publiek uitoefende op de politiek. Ook positief is de controle die de EG-commissie uitoefent op de naleving van de door haar gestelde milieurichtlijnen. Hoewel we geen echte inspecteurs hebben, krijgen we toch van misstanden te horen, opnieuw dank zij het publiek. Dat dit werkt, bleek onlangs weer uit een situatie in het Verenigd Koninkrijk. Britse burgers hadden geklaagd over vervuilde stranden in hun land. Het gevolg van deze bij de commissie geuite klachten was, dat men in GrootBrittannië meteen overging tot de noodzakelijke maatregelen".

Inspectie-eenheid Jason: Is het niet erg vreemd dat de commissie alleen van misstanden hoort via klachten van burgers? Berent: "Het is niet vreemd, al is er wel behoefte aan een inspectie-eenheid. De commissie moet in eerste instantie de lidstaten vertrouwen, nadat deze in de raad van ministers hun gemeenschappelijke maatregelen hebben vastgesteld. Daarna kan pas

Interview met de heer Berent, verbonden aan de EG in Brussel.

met de nationale wet in de hand vergeleken worden of de Europese richtlijn daarin wel geheel terug te vinden is. Indien de nationale regels te veel afwijken van de Europese, dan worden stappen ondernomen met als zwaarste middel het Hof van Justitie. Wat daar wordt beslist is bindend en lidstaten trachten dan ook altijd te voorkomen, dat zij voor het Hof worden gedaagd. Helaas wordt er door een gedaagde lidstaat te vaak als excuus gebruikt, dat het proces van wetgeving in eigen land te veel tijd, moeite en concessies kost".

Jason: Milieu is een internationaal probleem. In hoevere is er samenwerking met de EVA-landen en de grootste vervuilers: de Oostbloklanden? Berent: "Het is zeer positief te noemen dat Zwitserland aan het Europees Jaar heeft deelgenomen. De gesprekken met de niet-EG landen in Europa gebeuren veel meer in OESO-verband; in de Raad van Europa en niet te vergeten in bilaterale ontmoetingen. De EVA-landen zijn gelukkig nauw geassocieerd met de EG, wat samenwerking op het gebied van milieu een stuk eenvoudiger maakt. Mondiaal zijn er de contacten via de UNEP, het United Nations Environment Programme. Met het Oostblok is contact op gebied van het milieu via de UNEP for Europe, die voornamelijk gebaseerd is op het vaststellen van standaarden en normen. In de Helsinki-akkoorden staan echter ook al artikelen die de


6

Bedrijven Jason: De bedrijven zijn vaak een storende factor bij het vaststellen van milieumaatregelen, veelal uit angst voor hun marktpositie. Wat doet de EG hiertegen?

Op deze foto van de Grontmlj is de voorbereiding te zien voor onderzoek naar vervuiling in de bodem.

"transborder pollution" van de Oostbloklanden regelen".

Vervuiler betaalt Jason: De basis van de EG-milieuprogramma's blijft: " de vervuiler betaalt '~ Wordt dit wel consequent doorgevoerd? Worden bijvoorbeeld rekeningen naar het Oostblok opgestuurd?

de ozonlaag; de verzuring; de watervervuiling en de overbemesting zijn slechts een paar zorgelijke voorbeelden. Het Montreal-protocol was een begin. Het erkent in elk geval het probleem. Hetzelfde geldt voor de Noordzee-conventie".

Jason: Hoe kunje ooit maatregelen nemen als je de beschikking hebt over nog geen 0,5 procent van het gehele EG-budget?

Berent: "Dit is vreselijk moeilijk. Als het intern al zo moeilijk is meer geld Berent: "De technische reden daarte verkrijgen voor milieuinspecties, voor is, dat alle landbouwbudgetten moge duidelijk zijn voor wat voor van de afzonderlijke lidstaten overproblemen we staan ten aanzien van gedragen zijn aan Brussel. Dat geldt het Oostblok. We moeten echter, niet voor de budgetten voor het midenk ik, ook vanuit een andere oplieu. Op het moment datje als grondtiek redeneren: is het milieu ons zo regel hebt: de vervuiler betaalt, krijg lief dat wij er zelfs geld voor over je ook een geheel andere structuur. hebben om bedrijven in het Oostblok De automobilist vervuilt, deze moet milieuvriendelijker te laten produce- dan ook betalen. Zo werkt dat syren? Daarvoor moeten natuurlijk ook steem. Voor de verbetering van bijeconomische, morele, en solidariteit- voorbeeld de drinkwatertoestand soverwegingen plaatsvinden. Het is komt de EG in actie. Wij investeren natuurlijk positief te noemen dat in in projecten en stellen normen vast. het Oostblok een nieuwe perceptie Ook hier geldt weer: bij overschrijvalt waar te nemen. Men lijkt nu ook ding moet er betaald worden. Er zijn daar te begrijpen, dat iedere moderechter nog veel zaken die geregeld nisering van de industrie nieuwe moeten worden, waaronder de verproblemen met zich meebrengt voor vuiling van de Rijn; de vaststelling het milieu. De "public relations" is van grenzen aan lozingen en dergedaar natuurlijk nog wel in een heel lijke. Er bestaat geen apart milieupril stadium. Algemeen geldt nu: de fonds binnen de EG waaruit dit soort invloed van industrie op het milieu is activiteiten en projecten betaald sterk toegenomen. Er moeten nu kunnen worden. Dat is dus veel te maatregelen worden genomen, het marginaal. Het milieubeleid mag liefst preventief en mondiaal. De echter ook niet gebaseerd zijn op het industrie is op een punt aangekomen, puur en roekeloos spenderen van dat het de hele natuur waarin wij legeld. Het milieubewustzijn, dát is de ven kan veranderen, een wel heel basis voor het kunnen opzetten van ernstige situatie. De aantasting van een goed milieubeleid".

Berent: "Het milieuprobleem is pas enkele jaren een echt onderkend vraagstuk. De milieuminister is een vrij nieuw fenomeen en dank zij deze ontwikkeling konden meer milieuvriendelijke plannen verwezenlijkt worden. Het milieubeleid mag er niet één zijn van: "vanaf morgen moeten alle bedrijven aan dit en dit voorschrift voldoen en daar hebben zij zich maar aan te houden". Het beleid moet de bedrijven de mogelijkheid bieden het productieproces te verbeteren of te veranderen".

Jason: Functioneert dit beleid voldoende? Berent: "Ja, dat werkt".

Jason: Is het niet uiterst vreemd dat bedrijven grote zeggenschap hebben in het ml1ieubeleid? Berent: "Het uitstippelen van milieubeleid kan alleen functioneren indien bedrijfsleven en overheid - lokaal, regionaal, nationaal en internationaal - tot een compromis kunnen komen. Een milieubeleid moet zowel letten op de economische factoren, als op de milieufactoren. Een compromis moet altijd gesloten worden. Daarbij moet in elk geval voorkomen worden, dat het op de lange termijn schade aan het milieu kan berokkenen. De prijs die je betaalt voor het gebruik van auto's zijn uitlaatgassen, toch moet getracht worden de milieuvervuiling te beperken".

Jason: Wat zijn de laatste hindernissen voordat een goede strategie voor een EG-milieubeleid kan worden gevoerd? Berent: "Er is nu een goede strategie. Het milieubeleid moet een continue proces zijn. Rond 1995 moeten alle chemicaliên-industriên, auto-industriën, "power-productions plants" en andere milieu-aantasters onder controle staan van de EG. De wetgeving mag dan rond 1995 van mij ook nog wel wat strenger zijn".


7

"Beter milieu-onderwijs is een noodzaak voor Europa" Om beter inzicht te verkrijgen in hoe de Europese Commissie controle uitoefent op de naleving van de EG-richtlijnen, ging

Jason Magazine praten met de Nederlandse mevrouw mr. S. Lederer. Deze Leidse juriste is werkzaam op het DirectoraatGeneraal van Milieu te BrusseL Daar ziet zij toe op de naleving van de door de EG gestelde richtlijnen in de verschillende lidstaten. Wat in het interview aansprak was haar enorme bewogenheid Jason: Hoe gaat de controle op de naleving van EG-milieurichtlijnen in zijn werk?

Lederer: "Ik moet hier op de juridische afdeling van het milieu Directoraat-Generaal de milieuwetgeving controleren van Portugal, ItaliĂŤ en Nederland. Van de overheden van de genoemde landen krijg ik stukken waarin de nationale uitvoering van de desbetreffende richtlijn staan. Vervolgens leg ik de wet van zo een lidstaat naast de EG-richtlijn. Zie ik te grote hiaten tussen die twee, dan ga ik informeren bij het desbetreffende land. Indien deze informatie niet bevredigend is, dan start ik een zogenaamde inbreukprocedure, die kan eindigen bij het Hof van Justi-

Jason: Is het kIachtensysteem niet veel te gebrekkig?

Interview met mevrouw mr. S. Lederer, werkzaam op het DirectoraatGeneraal van Milieu te Brussel.

Jason: Waarom lijkt er in Nederland een grotere mate van milieubewustheid te besfEan dan in veel andere EG-landen?

vanceerder, wat leidt tot twee fenomenen: enerzijds dat de gemiddelde scholing van de Nederlander hoger is en dat hij zodoende eerder kennis neemt van bepaalde ontwikkelingen. In de tweede plaats dat er ook meer vervuiling is. Het is een klein land met een hoge bevolkingsdichtheid. Dus als je de twee geschetste fenomenen optelt, kom je wel tot een zekere milieubewustheid. Een Griekse schaapsherder heeft er nooit van gehoord, maar heeft er ook minder last van. Daar is geen industriĂŤle vervuiling" .

Lederer: "De Nederlandse maatschappij is sociaal-economisch gea-

Jason: Indien de Nederlander zo ontwikkeld is, dan moet hij toch ook in

Lederer: "Toch functioneert het. Er zijn talloze klachten, soms gaan we zelfs ter plekke kijken. Daarnaast zijn landen doodsbang voor een inbreukprocedure" .

Milieubewustheid

tie" .

Jason: Hoe komt u er achter, in h oeverre de richtlijnen worden opgevolgd?

Lederer: "Daar komen wij achter via klachten. We hebben nu eenmaal geen inspectoraat. De nationale uitvoering van de technische richtlijnen moeten worden gerapporteerd aan de commissie. Helaas worden die te weinig opgestuurd". Jason: Moet er niet gewoon een inspectie-team komen?

Lederer: "Ja, natuurlijk, dat is allang besloten. Maar zet dat maar eens op. Dat team moet, indien het effectief wil functioneren, een groot team zijn met biologen, geologen en dergelijke".

Het protest tegen de jacht op de jonge zeehonden was een van de eerste grote succesen van de milieubeweging


8

staat zijn met zijn hoeveelheid knowhow het milieuprobleem aan te pakken? Lederer: "Ja, natuurlijk. Maar de Nederlander is daarover niet gealarmeerd. De Nederlander is gealarmeerd over de geconstateerde vervuiling. Als je de Nederlander duidelijk maakt dat hij in staat is de enorme vervuiling op te ruimen, dan haalt hij alleen opgelucht adem. Waarom is er dan nog niet echt veel gedaan zal u zich afvragen. De reden daarvoor is, dat ook in Nederland, de milieupolitiek een nieuw fenomeen is, hooguit twintigjaar oud. Daarnaast is er de verborgen vervuiling, denk alleen maar aan die gifbelten die "ineens" opduiken. Ook is er natuurlijk een heleboel malafide handel".

Averechts effect Jason: Kunnen de Europese richtlijnen ook averechts werken? Lederer: "Er moet natuurlijk bij het sluiten van compromissen altijd water bij de wijn worden gedaan. Er is gelukkig wel bij iedere richtlijn een clausule inbegrepen, die bepaalt dat een lidstaat verder mag gaan dan de EG-richtlijn. Ondanks die bepaling verwatert er natuurlijk wel het een en ander. Helaas wordt er misbruik gemaakt: zo stellen nationale politici hun electoraat soms - ten onrechte - voor dat zij wel graag verder zouden willen gaan met de regelgeving, maar dat het niet zou mogen van Brussel. Problematisch is het wel, dat de EG-richtlijnen ook iets afremmends bevatten, namelijk dat landen die bijvoorbeeld nu al de katalysator verplicht willen invoeren dat niet mogen in verband met de eventuele aantasting van de marktpositie van de bedrijven in andere lidstaten. Er zijn echter veel meer voorbeelden te noemen waarbij landen zonder meer wel verder zouden kunnen gaan dan de Europese richtlijn bepaalt".

Jason: Is er in het denken over milieu de laatste jaren veel veranderd? Lederer: "Het economisch inzicht is enorm veranderd. Men weet dat indien men het milieu nog verder ver-

Van bovenaf gezien oogt de Rijn prachtig. In werkelJjkheid is de rivier nog steeds het riool van Noordwest-Europa.

pest, wij onszelf daarmee een economische doodsteek toebrengen. Indien de Europese bedrijven zich niet werpen op innoverende technologieĂŤn, know-how en research, dan zullen zij op een gegeven moment hun eigen Europese markt verliezen aan Japan en de VS, die veel eerder tot deze maatregelen hebben besloten. Daarnaast zullen de Europese bedrijven moeten sluiten, want indien zij door zouden gaan, zullen zij de grenzen van het ontoelaatbare voor het milieu overschrijden en zodoende de achterstand niet meer kunnen inhalen. Vanuit al deze economische overwegingen en vanuit het besef dat milieu helemaal geen luxe-politiek is, zullen de bedrijven steeds milieuvriendelijker gaan produceren. Hierdoor wordt de werkgelegenheid gestimuleerd. De lobby, die in de afgelopen tien jaar in de Europese ministerraad nog voorkwam dat er stringente maatregelen werden genomen, is nu sterk afgenomen. Met de Europese Akte hebben we daarnaast de ĂŠĂŠnstemmigheidsregel verlaten en de gekwalificeerde meerderheid daarvoor in de plaats gebracht. De kans dat een voorstel heel erg verwatert is verminderd en bovendien zit er, zowel in het hoofdstuk over de interne markt als in het hoofdstuk over de milieubescherming, een bepaling die stelt dat een lidstaat om dringende redenen, onder andere voor milieubescherming, verdergaande maatregelen mag ne-

men". Inspraak bedrijven

Jason: Als we even terugkomen op

de bedrijven, wordt deze in Europa niet te veel inspraak gegeven? Lederer: "Nee... Ik denk datje de bedrijven er wel bij moet betrekken, alleen al omdat er een psychologische werking vanuit gaat. Zij mogen niet het gevoel krijgen dat de overheid over de hoofden van hen, de werkgelegenheidsgevers, heen beslist. Met blind geweld bereik je tenslotte nimmer wat. Daarnaast kun je ook door overleg te plegen meer inzicht krijgen in de problematiek zelf. Het helpt misschien de wetgeving beter te bepalen. Natuurlijk moet het niet zo worden dat de bedrijven het eerste en laatste woord in de wetgeving hebben. Maar je moet ze zeker altijd bij de dialoog betrekken en je kunt ze zelfs een handje helpen".

Jason: Als het verzet vanuit de bedrijven volgens u is afgenomen, waarom is het in Nederland dan nog steeds zo dat grote bedrijven ongestraft boven de gestelde normen kunnen zitten? Lederer: "Als dat echt zo is, dan is dat gewoon een onwettige situatie. Klaar uit. Aan de andere kant: je mag niemand vermoorden. Toch gebeurt het. Mocht het zo zijn dat een bedrijf zoals bijvoorbeeld Shell bepaalde wetten overtreedt en het Openbaar Ministerie grijpt niet in, dan schiet de overheid aan alle kanten tekort. Dit verhaal gaat op voor milieuzorg, maar gaat net zo goed op voor de belastingen. Wij betalen trouw onze belastingen, maar je dacht toch niet dat die grote bedrijven de belasting niet voor miljarden oplichten? Die kun-


9

nen dat gewoon. Dat is de pathologie van onze maatschappij. Heb je veel geld dan heb je veel macht. Het probleem is ook, dat hoewel de commissie als één en ondeelbaar naar buiten overkomt, er intern natuurlijk al enorm veel concessies en compromissen zijn gesloten. Met andere woorden; de richtlijn die de commissie uitvaardigt is al enorm verwaterd. Iedere lidstaat kijkt bij de wetsontwerpen eerst naar de eigen belangen. Daarna pas bekijkt men wat het voor de EG als geheel kan betekenen. Ik heb dus ook nog nooit een minister gezien, die een politieke maatregel nam die in eigen land impopulalr was".

Jason: Zijn er voor wat betreft de best3ande Europese verdragen en andere bepalingen op het gebied van milieu bij de uitwerkingen ervan nog vraagtekens te plaatsen? Lederer: "Ja. Maar toch weet ik heel zeker, dat wanneer wij hier geen normen hadden gesteld, het nog veel erger was geworden".

Weinig geld Jason: Hoe kunt u nou ooit effectief beleid voeren met een halfprocen t van het EG-budget? Lederer: "Dan moet u niet bij mij zijn, maar bij de nationale overheden. Dit zegt echter natuurlijk meteen wel iets over de politieke wil aangaande het milieu".

Jason: Wat houdt de politiek dan tegen? Lederer: "Ook nationaal is het milieubeleid niet nummer één op de politieke agenda. Het ministerie van VROM zal procentueel echt niet zoveel meer krijgen, dan wij hier in Brussel. Stel je gewoon voor dat Brussel een afspiegeling is van wat er in de lidstaten gebeurt. We moeten hier ook sterk letten op de economische factoren. Deswege kunnen wij geen milieubeleid voeren à la Denemarken, hoe graag we dat ook zouden willen".

Jason: Hoe ziet u de toekomst? Loopt het, denkt u, echt een keer goed fout? Lederer: "Dat is best mogelijk. Ik

kan alleen maar hopen, dat door een verantwoordelijk beleid hier in Brussel en in de afzonderlijke lidstaten er een steeds grotere bewustwording bij het publiek komt. Dat het publiek zich geen zand in de ogen laat strooien. Daarmee kom ik terug op de milieubewustheid van de Nederlander. Als je hem vraagt: "Gaje de auto weg doen?" dan doet hij dat niet. Uiteindelijk ligt de macht, zoals het in een goede democratie behoort te zijn, bij het electoraat. Maar als het electoraat zich bij de neus laat nemen, of zichzelf bij de neus neemt, moetje geen magische verbeteringen

Jason: Het belangnjkste is dus toch de bewustwording?

verwachten".

Beter onderwijs

Jason: "Het probleem is natuurlijk wel, dat er heel snel iets moet gebeuren.

Jason: Wat moet er volgens u gebeuren?

Lederer: "Ja, absoluut, maar onze democratie heeft ook zijn zwakke punten. In Tokio stelde men een paar jaar geleden van het ene moment op het andere dat aan de luchtvervuiling een eind moest worden gemaakt. Probeer dit maar eens in Nederland . .. ondenkbaar!"

Jason: ResuJt3at van te veel inspraak? Lederer: "Het besluitproces is natuurlijk log, de inspraak is groot en er zijn te veel kibbelende belangen-

groepen".

Lederer: "Kijk naar de belachelijke situatie in Nederland omtrent de verlegging van de maximumsnelheid. Een ieder weet dat er bij 120 km veel meer luchtvervuiling wordt veroorzaakt, dat dat veel meer enrgie kost. Wie heeft er nou echt gezegd: Neen, absoluut geen 120 km? Ik ben toch uitgepraat als een electoraat een regering kiest, die vervolgens de belangen behartigt van deze milieuonvriendelijke mensen".

Lederer: "Er moet, mijns inziens, be-

ter milieu-onderwijs komen. Maar dat mag niet alles zijn. We leven in een wegwerpmaatschappij. Consumeren, consumeren en nog eens consumeren. Ik haat de reclame's dan ook. Dit is helaas de keerzijde van onze welvaartmaatschappij".

Jason: Zijn alle anderen, die in Brussel voor het milieu zitten, net zo bezorgd als u? Lederer: "Ja, zonder meer. Bij sommigen komt het er natuurlijk wèl wat meer uit dan bij anderen."


10

"Toegenomen milieu-bewustzijn •

IS

resultaat van acties Greenpeace" Wie denkt dat Greenpeace een organisatie is die continu op de barricade staat heeft het mis. Vroeger had Greenpeace een signaalfunctie: de misstanden van het milieubeleid onder de aandacht van het publiek brengen Tegenwoordig is zij in staat om invloed uit te oefenen op de vorming van dit beleid Jason sprak met de heer Van Huizen, een van de direktieleden van Greenpeace Nederland Van Huizen werkt al zo'n acht jaar bij Greenpeace.Indezetijdishetclubjemeteenrubberboot-imago uitgegroeid tot de grootste milieuorganisatie van Nederland Maar ondanks een commercii!lere instelling, zijn de doelstellingen niet veranderd

Interview met de heer Van Huizen, directielid van Greenpeace Nederland.

Jason: Wat zijn de doelstellingen van Greenpeace?

heeft afgeworpen, gaan we over tot echte actie. De rubberboot-acties zijn in dit stadium van de campagne nog steeds een belangrijk onderdeel, omdat zij de beste manier vormen om de publieke opinie te mobiliseren. Zo'n campagne die vooraf gaat aan de actie vergt soms zo'n drie jaar, dus we gaan zeker niet over een nacht ijs".

Van Huizen: "Er zijn drie gebieden waarop Greenpeace actief is. Dat is Wildlife, waaronder de zeehonden en Antartica. Daarnaast het onderwerp dat momenteel erg actueel is, namelijk Toxis. Hieronder valt onder andere de verbranding van chemisch afval op zee en de atmosferische vervui1ing. Het laatste terrein is dat van de nucleaire activiteiten, waarbij wij ons voornamelijk richten op de ondergrondse kernproeven en op het kernwapenvrij maken van de wereldzeeên. Dit laatste vormt over het algemeen niet het hoofdonderwerp bij de bewapeningsbesprekingen en dreigt daardoor ook buiten de aandacht van de media te vallen". Jason: Op welke wijze tracht Greenpeace die doelstellingen te bereiken? Van Huizen: "Allereerst via de wetenschap. Wetenschappelijk onderzoek is van groot belang, omdat het ons gerichte informatie over bepaalde problemen oplevert. Greenpeace heeft geen eigen wetenschappelijk bureau, omdat dit de objectiviteit en daarmee de geloofwaardigheid van de rapporten over de onderzoeken in gevaar kan brengen. Daarom schakelen wij officiële wetenschappelijke instellingen in. Zo zijn er plannen om

een wetenschappelijk instituut fianciëel te ondersteunen bij haar onderzoeksprogramma "The foundation", waaraan zowel geleerden uit Oost als West zullen deelnemen. Gedacht kan worden aan Sacharoven McNamara. De resultaten van dit onderzoek zullen aan de diverse regerin gen worden meegedeeld in de hoop hierdoor invloed op de besluitvorming uit te kunnen oefenen. Hiermee zijn we aangekomen bij een ander belangrijk onderdeel van onze campagne. Waar wij vroeger alleen een signaalfunctie ten aanzien van millieuproblemen vervulden, zijn wij tegenwoordig ook gesprekspartner van de overheid en daardoor in staat direkt invloed uit te oefenen op het milieubeleid. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de samenwerking met minister Nijpels in het geschil over de op- en overslag van buitenlands chemisch afval op het industrieterrein Moerdijk. Mede als gevolg van de invloed van Greenpeace is op- en overslag van chemisch afval onlangs verboden en daarmee verbranding van dit afval op zee vanuit Nederland in de toekomst onmogelijk geworden. De samenwerking met de overheid verschilt natuurlijk van geval tot geval, maar is van essentieel belang. Zeker omdat Greenpeace zich vaak op kritiek terrein begeeft. Als het overleg met de overheid en het politiek gelobby geen vruchten

Sellafield Jason: Maar ondanks deze voorbereiding blijkt toch dat de acties soms uit de hand lopen. Wat is hier de oorzaak van?

Van Huizen: "Hoewel we altijd eerst bekijken of een actie politiek haalbaar is, gaat het inderdaad soms verkeerd. Het is het bestuur van Greenpeace dat beslist of een actie moreel verantwoord is. Maar iedere actievoerder heeft ook een eigen verantwoordelijkheid. In sommige gevallen verschillen bestuur en individuele actievoerder op dit punt van mening. Het meest recente voorbeeld is de actievoerder die in Sellafield bij het dichtlassen van een smeerpijp is opgepakt. Greenpeace distantieerde zich van deze actie, daar deze man op eigen initiatief tot die actie is overgegaan. Maar men moet wel bedenken dat deze man niet is opgepakt wegens het dichtlassen van deze pijp, maar vanwege het


11

Drie soorten campagnes kunnen worden ontwaard, te weten nationale, regionale (bijvoorbeeld de Noordzee) en de internationale acties. Het is niet zo dat ieder kantoor zich beperkt tot een soort campagne. Een kantoor kan hieruit de keuze maken die het wil en bijvoorbeeld de nadruk leggen op de nationale acties. Het Nederlandse kantoor legt juist niet louter de nadruk op de nationale Campagnes en wel omdat er in Nederland dermate veel organisaties zich met de milieuproblematiek bezig houden, dat zij gekozen heeft voor meer braakliggende terreinen die dus meer buiten Nederland liggen. De zee is hier het voorbeeld van".

Bewustwording Jason: Wat hebben die doelstellingen en de organisatie concreet opgeleverd?

Actie van Greenpeace tegen de jacht op walvissen. TJĂŻdens een vergadering van het International Walvis ComitĂŠ in Londen "zwemt " een reusachtige walvis onder de Tower door.

negeren van het op voorhand verkregen vonnis van het Engelse gerechtshof. Het bedrijf heeft dit vonnis gevraagd omdat zij de acties van Greenpeace voorzag. Of een actie verkeerd afloopt is afhankelijk van de omstandigheden en de kracht van de tegenstander. Beiden kunnen we noch naar onze hand zetten noch van te voren precies plannen".

Jason: Gezien de veelheid van terreinen waarop Greenpeace actie! is, lijkt een goede organisatie onontbeerlijk. Hoe is Greenpeace georganiseerd? Van Huizen: "Greenpeace kent, in tegenstelling tot wat velen denken, geen overkoepelende internationale moederorganisatie. De organisatie is opgebouwd uit een wereldwijd netwerk van twintig kantoren die allen een eigen verantwoordelijkheid en een eigen identiteit hebben. Toch hebben zij meer gemeen dan hieruit zou kunnen worden afgeleid omdat zij ten eerste de hiervoor genoemde doelstellingen gemeen hebben en deze verder op een a-politieke en ge-

weldloze manier nastreven. Ten tweede kent de organisatie een jaarlijkse vergadering, de "council". Deze council stelt de budgetten voor de diverse kantoren vast en beraadt zich over de wereldwijde acties die in het komende jaar zullen worden uitgevoerd. Een andere taak van de council is het verstrekken van zogenaamde "licenties". Het bezit van een licentie garandeert dat een organisatie die onder de naam Greenpeace opereert en acties onderneemt de doelstellingen en de a-politieke en geweldloze uitvoering daarvan onderschrijft. Wordt niet aan deze vereisten voldaan, dan kan de council de licentie aan de betreffende organisatie ontnemen. Deze organistiestructuur is geen bewuste keuze geweest maar in de loop der jaren gewoon zo gegroeid. Het ontbreken van een internationaal moederbureau maakt het eventuele tegenstanders moeilijk, maar niet onmogelijk, juridische actie te ondernemen. Voor iedere actie zal afzonderlijk moeten worden vastgestad welk kantoor verantwoordelijk is voor een bepaalde actie.

Van Huizen: "Concrete resultaten? Onder andere is de jacht op de zeehonden enorm terug gelopen en mede door onze acties zijn de bovengrondse nucleaire proeven stopgezet. Deze concrete resultaten zijn indirect ook het gevolg van het andere resultaat van de acties door de jaren heen: de groter geworden ecologische bewustwording. De komende jaren zullen wij onze activiteiten voortzetten maar de nadruk kan verschuiven. Zo wordt de verbetering van het milieu op het ogen blik erg tegengewerkt door de grote verschillen die binnen de verschillende milieuwetgevingen bestaan. Willen we voorkomen dat de resultaten die in een land geboekt zijn door afwezigheid van maatregelen in een ander land teniet kunnen worden gedaan, dan dient de internationale milieuwetgeving aanzienlijk te worden verbeterd".


12

"Op het terrein van het milieurecht is nog een hele hoop werk te doen" Aan het eind van de jaren zestig kwam de milieuproblematiek in het middelpunt van de publieke belangstelling te staan. Sinds die tijd is ze daaruit niet meer verdwenen. Steeds komen nieuwe en gecompliceerde milieuproblemen naar voren, zoals recent de verzuringsproblematiek en het broeikast-eHect. Toch is er sinds 1970 op nationaal, Europees en mondiaal niveau een geweldige juridische inspanning geleverd om door middel van rechtsregels milieuproblemen aan te pakken. Milieurecht vormt overal ter wereld een sterke groeisector.

Deze bijdrage is van de hand van prof mr. Th. G. Drupsteen, hoogleraar Staats- en bestuursrecht, met inbegrip van het milieurecht aan de R. U. Leiden .

partimenten lucht, water en bodem is daarmee echter niet gegarandeerd. En zeker de bescherming van natuurlijke leefgemeenschappen en zeldzame planten- en diersoorten valt langs civielrechtelijke weg moeilijk te waarborgen. Wel kanzoals we nog zullen zien - het burgerlijk recht bij de bescherming van het milieu een nuttige aanvulling leveren op de publiekrechtelijke wetgeving.

Nederland acht grote milieuhygienische wetten van kracht; de Wet verontreiniging oppervlaktewateren van 1969, de Wet inzake de luchtverontreiniging van 1970, de Wet chemische afvalstoffen van 1976, de Afvalstoffenwet van 1977, de Wet geluidhinder van 1979, de Interimwet Bodemsanering van 1982, de Wet milieugevaarlijke stoffen van 1985 en de Wet bodembescherming van 1986. Behalve deze wetten gelden ook de Kernenergiewet van 1963, de Wet verontreiniging zeewater van 1975, de Wet voorkoming verontreiniging door schepen van 1983, terwijl voor de bescherming van natuur en landschap onder meer de Natuurbeschermingswet van 1967, de Boswet van 1961 en de Wet bedreigde uitheemse diersoorten van 1975 van belang zijn.

De vraag is langs welke wegen dit milieurecht zich heeft ontwikkeld en hoe effectief het eigenlijk is. Toen in Nederland het vraagstuk van de verontreiniging van het milieu naar voren kwam, is in eerste instantie gekozen voor een juridische aanpak volgens het publieke recht. Besloten werd om naast de Hinderwet een stelsel van sectorale milieuwetten tot stand te brengen. Deze zijn in de loop van de jaren zeventig en tachtig gerealiseerd. Reeds van de aanvang af was duidelijk dat de milieuproblematiek niet zonder wettelijke regelingen op een doeltreffende wijze kon worden aangepakt. Algemeen werd erkend dat het om tot een oplossing van de verschillende milieuproblemen te komen, noodzakelijk zou zijn beperkingen te stellen aan allerlei menselijke activiteiten. In beginsel zouden deze beperkingen ook via het prijsmechanisme en de markt tot stand kunnen komen. Een marktgerichte aanpak bood echter voor het tegengaan van de verspreiding van ernstig verontreinigende en giftige stoffen in het milieu te weinig garanties. Daarvoor zouden wettelijke normen moeten worden vastgesteld. Ook een juridische aanpak op basis van het privaatrecht werd onvoldoende geacht. Uiteraard kan iedere burger in beginsel met een actie uit onrechtmatige daad ageren tegen milieuaantasting in de vorm van hinder of overlast. Een effectieve bescherming van de grote milieucom-

Sectorale wetgeving. In Nederland en in vrijwel alle moderne industrielanden is de milieuproblematiekjuridisch aangepakt door voor verschillende milieucompartimenten of voor verschillende vormen van verontreiniging sectorale wetten tot stand te brengen. De indelingen lopen in de verschillende landen wat uiteen. Doorgaans beschikt men echter over wetgeving op het gebied van de luchtverontreiniging, waterverontreiniging, geluidhinder, afvalverwerking soms gecombineerd met bodembescherming, bescherming tegen radio-actieve straling en bescherming tegen milieugevaarlijke stoffen. Vaak gelden ook procedurele regelingen voor een stelsel van milieu-effectrapportage, voor het betrekken van burgers bij de besluitvorming en voor stelsels van milieubeleidsplanning. Tenslotte is in veel landen een afzonderlijke wet blijven gelden voor de kleine hinder van uiteenlopende aard. Naast deze algemene wet voor de kleine hinder, de Hinderwet, zijn in

Bewuste keuze De keuze voor een stelsel van sectorale wetten is in ons land bewust gemaakt. De verwachting was dat de opbouw van een stelsel van deelwetten sneller en gemakkelijker zou verlopen dan de ontwikkeling van ĂŠĂŠn algemene milieuwet. Daarmee zou sneller effectief kunnen worden opgetreden tegen acute vormen van milieuverontreiniging, zoals luchtvervuiling, de belasting van het oppervlaktewater met zuurstofbindende stoffen en de verspreiding van chemische afvalstoffen in het milieu. Deze verwachting is uitgekomen. Er zijn aanzienlijke resultaten geboekt bij de aanpak van lucht- en waterverontreiniging. Alarmfases in het


13

Rijnmondgebied komen weinig meer voor en de kwaliteit van het oppervlaktewater is wezenlijk verbeterd. De meeste sectorale wetten kennen we in één of andere vorm van een vergunningstelsel. Vaak is de vergunning vereist voor het oprichten en in bedrijf hebben van een inrichting. Door middel van de vergunningvoorschriften kan de milieuoverlast veroorzaakt door de inrichting worden gereguleerd. Een dergelijk vergunningstelsel kwam al voor in de Hinderwet. Een vergunning met voorschriften is een goed instrument voor de regulering van stationaire bronnen van verontreiniging. Voor de aanpak van mobiele bronnen is de vergunning vaak minder geschikt. Daarom zijn aanvullende nieuwe instrumenten ontwikkeld.

milieubeleidsplannen kennen een dergelijk bindend karakter niet. Ze zijn indicatief. Dit wil zeggen dat zij een aanduiding geven van het voorgenomen beleid. Planning en normstelling ontwikkelen zich nu in Nederland min of meer los van elkaar. Normen worden vaak vastgelegd in algemene regels in de vorm van Algemene Maatregelen van Bestuur, terwijl de plannen de doelstellingen en uitgangspunten van beleid bevatten. Milieunormen worden onderscheiden in kwaliteitsnormen en emmissienormen. Kwaliteitsnormen geven een waarde voor de kwaliteit van een bepaalde milieucomponent. Ze bepalen bijvoorbeeld een waarde voor de aanvaardbare concentratie van zwaveldioxyde in de lucht of voor het zuurstofgehalte in het water. Emmissienormen zijn waarden Algemene regels voor toegelaten emissies van verontMobiele bronnen, die enigszins reinigde bronnen. Kwaliteitseisen hebben een andere betekenis dan homogeen zijn, kunnen het beste geemissie-eisen. Kwaliteitseisen vorrelnlleerd worden door algemene remen doelstellingen voor het milieugels. Datzelfde geldt voor de samenstelling en het gebruik van stoffen, beleid. De mate van verontreiniging Protest tegen de zure regen. van een bepaald milieucompartizoals bestrijdingsmiddelen en miment dient niet meer te bedragen lieugevaarlijke stoffen. Zo kunnen er er op rijks en provinciaal niveau beop grond van de Wet inzake de lucht- leidsplannen voor de waterkwaliteit, dan de aangegeven kwaliteitseisen. Het niveau van de kwaliteitseis moet verontreiniging algemene regels terwijl het provinciaal bestuur ook grondwater- en afvalstoffenplannen worden bewaakt door de inzet van worden gesteld voor de luchtverontmoet vaststellen. Naast deze sectorale instrumenten, met name emmissiereiniging door auto's, maar ook voor het loodgehalte van benzine en het plannen stellen steeds meer provineisen en door het treffen van maatrezwavelgehalte van brandstoffen. De cies algemene milieubeleidsplannen gelen, bijvoorbeeld zuivering. Wet geluidhinder biedt de mogelijk- . op. Ook het rijk doet aan integrale Emissie-eisen kunnen worden opgeheid eisen te stellen aan geluidprodu- milieubeleidsplanning door de vastnomen in vergunningvoorschriften; cerende toestellen, zoals compresstelling van Indicatieve meerjarenze kunnen ook in het algemeen zijn programma's milieubeheer. Voor sors, sloophamer en stroomaggregageformuleerd als grenswaarden voor 1988 is voorzien in een Nationaal ten. De toelating en het gebruik van te lozen verontreiniging. Milieubeleidsplan ter vervanging bestrijdingsmiddelen is gereguleerd Het belang van normen in het miin de Bestrijdingsmiddelenwet, tervan de IMP's milieubeheer. lieubeleid en het milieurecht neemt wijl voor het in het verkeer brengen steeds toe. Milieunormen geven het van milieugevaarlijke stoffen een Milieunonnen milieubeleid richting; ze geven er Vroeger was de gedachte dat de ook een harde kern aan. Door de miaanmeldingsstelsel is ingevoerd op plannen bij uitstek de dragers van grond van de Wet milieugevaarlijke lieunormen krijgt het vrije bestuursmilieunormen zouden zijn. Geleidestoffen. Stonden in de oorspronkelijbeleid dat op grond van het de meeske milieuwetten deze instrumenten te wetten kan worden gevoerd een lijk is men daar wat vanaf geraakt, vaak op zichzelf, in de nieuwere wet- om twee redenen. Allereerst gaat de duiidelijk kader. Zo bevorderen ontwikkeling van milieunormen be- milieunormen de rechtszekerheid en ten worden ze steeds meer ingebed in stelsels van plannen en milieunortrekkelijk langzaam. Voor de totde éénheid van beleid. standkoming van milieubeleidsplanmen. In toenemende mate streeft de overnen, waarin met name het voorgeno- Naar meer eenheid heid ernaar het beleid dat op basis men beleid wordt geformuleerd, is De keuze voor de ontwikkeling van van de milieuwetgeving wordt gehet dus niet zo verstandig deze sterk een stelsel van sectorale wetten heeft voerd planmatig vorm te geven. Veel afhankelijk te maken van de ontwik- - zoals gezegd - positief gewerkt. keling in de normstelling. Verder milieuwetten vereisen dit ook en Toch treden de nadelen van dit stelschrijven voor dat de overheid voor zullen normen met het oog op hun sel steeds duidelijker aan het licht. doorwerking vaak een bindend kade diverse sectoren van het milieu Naarmate het aantal sectorale wetten rakter moeten hebben. De meeste beleidsplannen vaststelt. Zo gelden toeneemt, wordt het steeds moeilij-


14

Brandweerlieden in luchtdichte pakken onderzoeken lekkende vaten waaruit uiterst giftige dampen ontsnappen.

ker de onderlinge afstemming tussen deze wetten te bewaren. Milieuwetten botsen op elkaar; ze overlappen elkaar soms, waarbij echter veelal verschillende overheidsorganen bevoegd zijn en soms sluiten ze niet op elkaar aan, waardoor bepaalde activiteiten tussen de wal en het schip kunnen vallen. Bovendien belemmert een stelsel van sectorale wetten de mogelijkheid om tot een algemene milieuafweging te komen. Steeds wordt één deelaspect bekeken, maar d e cumulatie van de verschillende vormen van verontreiniging valtformeel al thans - moeilijk te beoordelen. Tenslotte levert een veelheid aan wetten grote bestuurslasten op zowel voor de overheid als voor het bedrijfsleven. Een wat grotere inrichting heeft al gauw te maken met vijf milieuwetten, voor de uitvoering waarvan verschillende overheidsorganen verantwoordelijk zijn. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er wordt gestreefd naar vereenvoudiging en uniformering van de inmiddels sterk gegroeide en gecompliceerde milieuwetgeving. H et dereguleringsbeleid versterkt dit streven nog. Een eerste aanzet tot uniformering is gegeven met de Wet algemene bepalingen milieuhygi~ne. Deze wet geeft een regeling van de procedure voor het verlenen van milieuvergunningen op grond van twaalf voor het merendeel sectorale milieuwetten. De procedure voorziet in een ruime mogelijkheid tot inspraak. Jaarlijks worden ongeveer 15.000 vergunningaanvragen volgens de Wabm-procedure behandeld. Ook regelt de wet

de mogelijkheid van beroep; oorspronkelijk op de Kroon, sinds 1 januari 1988 op de Afdeling voor de geschillen van bestuur van de Raad van State. Tenslotte is voorzien in de bevoegdheid voor het provinciaal bestuur om vergunningaanvragen die betrekking hebben op één inrichting op elkaar af te stemmen. Van deze coördinatieregeling wordt overigens maar een beperkt gebruik gemaakt.

Aanbouw-wet De Wet algemene bepalingen is opgezet als een zogenaamde aanbouwwet. Steeds zullen nieuwe hoofdstukken worden toegevoegd, waardoor het belang van deze wet zal toenemen, terwijl de betekenis van de sectorale milieuwetten minder wordt. Inmiddels is een regeling voor de milieu-effectrapportage in de wet opgenomen. Milieu-effectrapportage (mer) is een hulpmiddel bij de besluitvorming over activiteiten, die belangrijke effecten op het milieubeleid kunnen hebben. Voordat tot besluitvorming mag worden overgegaan dienen de mogelijke effecten op h et milieu in een milieu-effectrapport zo goed mogelijk te worden geïnventariseerd. Op basis van deze systematische gegevens kan vervolgens meer verantwoord worden besloten. Het grote voordeel van mer is dat het in beginsel een overzicht biedt van alle milieu-effecten van een bepaalde activiteit. Daardoor kan een totale afweging van milieubelangen tegen andere belangen plaatsvinden. Behalve voor milieu-effectrapporta-

ge zal de Wabm in de toekomst ook regelingen bevatten voor een stelsel van milieuheffingen, waarbij een heffing op brandstoffen een centrale plaats krijgt; verder voor een integrale milieuvergunning, waarbij de diverse sectorale milieuvergunningen zullen worden samengevoegd tot één algemene milieuvergunning, zodat een bedrijf in de toekomst nog maar over één vergunning behoeft te beschikken. Gekoppeld aan de regeling voor de integrale milieuvergunning is een stelsel van algemene regels voor inrichtingen. De gedachte is dat inrichtingen, die maar een beperkte milieuoverlast veroorzaken en redelijk homogeen zijn, zoals kantoorgebouwen of traditionele veehouderiJbedrijven, niet ieder individueel over een vergunning behoeven te beschikken. Het is voldoende wanneer voor de gehele categorie een aantal algemene regels geldt, die bij Algemene Maatregel van Bestuur zijn vastgesteld, waarna de exploitant van een inrichting kan volstaan met een melding aan het bevoegd gezag. Tenslotte zal in de Wabm een regeling worden opgenomen voor een samenhangend geheel van milieubeleidsplanning op rijks- en provinciaal niveau en voor een stelsel van milieukwaliteitseisen. Dit wetgevingsproces zal ertoe leiden dat steeds meer onderwerpen, die zich voor een gemeenschappelijke regeling lenen, van de sectorale milieuwetten worden afgesplitst en worden overgebracht naar de Wet algemene bepalingen milieuhygi~ne. In feite is de volgende stap al gezet. Op regeringsniveau is besloten om de Wet chemische afvalstoffen en de Afvalstoffenwet te integreren in een nieuwe Afvalstoffenwet. Deze nieuwe wet zal als een hoofdstuk afvalstoffen deel uit gaan maken van de Wet algemene bepalingen milieuhygi~ne. Door deze ontwikkelingen groeit de Wabm uit tot een echte milieukaderwet.

Privaatrechtelijk Tot nu toe is er slechts aandacht gegeven aan de publiekrechtelijke aanpak van de milieuproblematiek. Opmerkelijk is echter dat hoewel een privaatrechtelijke aanpak oorspronkelijk als te beperkt werd beschouwd, de aanvullende werking van het privaatrecht bij de aanpak


15

van milieuproblemen steeds meer erkenning krijgt. Uit de rechtspraak in het verleden zijn voorbeelden bekend waarin voor de civiele rechter met een actie uit onrechtmatige daad werd opgetreden tegen beperkte vormen van milieuverontreiniging. Het ging dan vaak om waterverontreiniging of overlast door stank of lawaai. De resultaten van deze acties zijn beperkt. In beginsel is het mogelijk dat de overlast veroorzakende activiteit wordt verboden, maar vaak zal de gedupeerde genoegen moeten nemen met een schadevergoeding. Toch kan in beginsel van civielrechtelijke schadevergoedingsacties ook een ruimere werking uitgaan. Het proces van de Westlandse tuinders tegen de Franse kalimijnen vormt daarvan een voorbeeld. Door de zoutlozing van de kalimijnen is het Rijnwater niet zonder meer geschikt als sproeiwater voor de tuinders. Zij moeten voorzieningen treffen. De kosten hiervan trachtten ze via een onrechtmatige daadsactie op de kalimijnen te verhalen. Deze zijn in twee instanties veroordeeld. De rechtbank Rotterdam oordeelde de zoutlozing zowel naar Nederlands recht als naar ongeschreven volkenrecht onrechtmatig. Het Hof 's-Gravenhage kwam tot hetzelfde oordeel, maar baseerde zich enkel op Nederlands recht.

Positief effect Wanneer in meer gevallen dan tot nu vervuilers aansprakelijk worden gesteld voor de als gevolg van de vervuiling ontstane schade en de kosten van sanering, kan daar een positief neveneffect van uit gaan. Vervuilers zullen eerder geneigd zijn hun verontreiniging te voorkomen. In het algemeen zullen ze zorgvuldiger te werk gaan. Dit effect kan worden versterkt wanneer een verzekering tegen aansprakelijkheid voor milieuschade meer ingang vindt. Verzekeraars zullen slechts onder bepaalde voorwaarden bereid zijn bepaalde risico's te dekken. Tot deze voorwaarden kan behoren dat de potentii!le vervuiler bèpaalde voorzieningen moet treffen of bepaalde handelingen moet nalaten. Het is bepaald niet denkbeeldig dat de kans op aansprakelijkheid voor milieuschade toeneemt. Allereerst zal in het Nieuw B.W. voor een aantal gevallen van milieuschade een ri-

Niet alleen mensen, ook dieren ZJjn het slachtoffer van milieuverVUIling. Deze z wanen hebben geluk, zij werden op het nippertje gered van de "olie-dood".

sico-aansprakelijkheid worden ingevoerd. Het schuld vereiste is voor deze vorm van aansprakelijkheid opgeheven. Doet de schade zich voor dan is degene op wie de risico-aansprakelijkheid rust, in beginsel aansprakelijk. Een risico-aansprakelijkheid zal gaan gelden voor de bezitter van een gevaarlijke stof, de vervoerder van een gevaarlijke stof, de exploitant van een vuilstortplaats, en de exploitant van een boorgat als zich een blow-out voordoet. De ontwikkeling van risico-aansprakelijkheid in het milieurecht, die een tijdlang stagneerde, is hiermee weer in beweging komen. Ongetwijfeld heeft de discussie rond de Wet bodembescherming, waarin bij amendement de mogelijkheid werd opgenomen om bij AMvB een risico-aansprakelijkheid in te voeren,

daaraan bijgedragen. Overigens is nu al in de jurisprudentie op basis van het geldende B.W. een ontwikkeling in de richting van risico-aansprakelijkheid aanwijsbaar. In sommige gevallen worden nauwelijks eisen gesteld aan het element schuld. Een tweede reden waarom de kans op aansprakelijkheid voor schade uit milieuverontreiniging toeneemt ligt in art. 21 Interimwet bodemsanering. Dit artikel maakt het mogelijk dat de Staat de kosten van gevallen van bodemsanering verhaalt op degene door wiens onrechtmatige daad de bodem is verontreinigd. In opdracht van de Staat zijn in een groot aantal gevallen van bodemsanering verhaalacties ingesteld tegen de vervuilers. Het kan daarbij gaan om zeer aanzienlijke bedragen. De eerste (tussen)vonnissen zijn in deze zaken


16

gewezen. Een moeilijk punt daarbij is of en zo ja, vanaf welk moment het verontreinigen van de bodem gezien de toenmalige normen en de toenmalige stand van de wetenschap onrechtmatig kan worden geacht. De verwachting is dat over enkele zaken tot aan de Hoge Raad zal worden geprocedeerd.

Internationaal recht De milieuproblematiek vormt een wereldwijd verschijnsel. Grote milieuproblemen trekken zich niets aan van landsgrenzen. Met nationaal recht, zeker van een klein land als Nederland, kan men dan ook maar een zeer beperkt gedeelte van de milieuproblematiek tot een oplossing brengen. De mondiale milieuproblemen kunnen alleen door internationale samenwerking doeltreffend worden bestreden. Op regionale schaal gebeurt dat in de Europese Gemeenschap. Na aanpassing van het Verdrag van Rome door de Europese Akte behoort de bescherming van het milieu nu tot de doelstellingen van de gemeenschap. Op basis van milieu-actieprogramma's zijn en worden in de vorm van hoofdzakelijk richtlijnen een groot aantal maatregelen genomen. Veel van de in het voorgaande genoemde nationaalrechtelijke regelingen vormen een uitvloeisel van Europeesrechtelijke regels. Te denken valt aan de regeling voor de milieu-effectrapportage, de normen voor geluidwering bij toestellen, de grenswaarden voor lozing in het oppervlaktewater en de kwaliteitseisen voor lucht. Het voordeel van Europees milieurecht is dat het een supranationale status heeft. Uiteindelijk moeten de lidstaten het verwerken in hun nationale rechtsstelsels. Voor het overige internationale publiekrecht op milieugebied geldt dit niet De effectiviteit van verdragenrecht is afhankelijk van toetreding en ratificatie door bij de verdragen betrokken lidstaten. Ter bescherming van het milieu zijn in de loop van de tijd een groot aantal mondiale en regionale verdragen gesloten. Uitgangspunten voor internationaal milieurecht zijn geformuleerd in de in 1972 te Stockholm aanvaarde VN-declaratie over het milieu. Het VN-milieuprogramma, (UNEP) waarvan het hoofdkan-

toor gevestigd is te Nairobi, geeft uitvoering aan deze declaratie. Meer toegepast is met name op drie terreinen milieuverdragsrecht tot stand gekomen. Allereerst ter bescherming van de zee tegen verontreiniging door olie of verontreiniging in het algemeen; in de tweede plaats ter regulering van grensoverschrijdende verontreiniging hetzij door grote rivieren, hetzij door de lucht en ten derde ter bescherming van natuuren landschap. Deze laatste groep valt uiteen in verdragen gericht op gebiedsbescherming, zoals bijv. de Wetland conventie van Ramsar, en verdragen gericht op soortbescherming, zoals verdragen met betrekking tot vogelbescherming. De meN (International Union for the conservation of nature and natural resources) vormt het internationale platform voor de totstandkoming van verdragsrecht gericht op natuur- en landschapsbescherming.

Handhaving Hoewel er in de afgelopen twintig jaar ook internationaal op het gebied van het milieurecht veel is verbeterd, zijn de milieuproblemen nog lang niet opgelost. Het heeft er de schijn van dat de milieuproblematiek eerder ernstiger en gecompliceerder dan eenvoudiger wordt. Kennelijk zijn al de genoemde maatregelen maar in beperkte mate effectief. Zeker voor het internationale milieurecht is dat het geval. Verdragsrecht blijft al te vaak papieren recht. Effectieve sancties op het niet naleven van verdragsbepalingen ontbreken doorgaans. Veel moet worden gerealiseerd door diplomatieke druk en/ of door mobilisering van de internationale publieke opinie. Juridische procedures kosten vaak bijzonder veel tijd. Zo sleept het Rijnproces zich nu al vanaf 1974 voort. Op nationaal niveau ligt de situatie wel wat gunstiger, maar is ze toch bepaald niet rooskleurig. Ook hier schort er veel aan een effectieve uitvoering van de milieuwetgeving en met name aan toezicht op de naleving en handhaving van deze wetgeving. Ondanks alle aandacht in het overheidsbeleid voor handhavingsvraagstukken blijft de indruk bestaan dat het met de naleving van milieuvoorschriften vrij slecht is gesteld. Voor verwaarlozing van deze

voorschriften uit het verleden, betalen we nu de rekening in de vorm van grootschalige saneringsoperaties. Het gevaar dat ons echter nog steeds bedreigt is dat van een steeds verdergaande nivellering van het milieu door allerlei vormen van moeilijk grijpbare diffusie verontreiniging. Waarom valt daar met behulp van het recht niet meer aan te doen? Omdat met name het publieke recht voor zijn toepassing sterk afhankelijk is van politieke besluitvorming. Zolang er niet echt prioriteiten worden gesteld, beperkt het milieurecht zich tot het wegslijpen van de scherpste kantjes. De fundamentele problematiek wordt dan niet aangepakt. Voor het privaatrecht geldt dat slechts zeer sterke procespartijen die beschikken over veel uithoudingsvermogen, in staat zijn om met succes langs civielrechtelijke weg milieuproblemen aan te pakken. Het is niet voor niets dat het in Nederland de Staat is die de meeste en belangrijkste aansprakelijkheidsacties voor milieuschade instelt. Een somber beeld? Ja, afgezet tegen de grote milieuproblemen als verzuring, woestijnvorming, verontreiniging van de oceanen, klimaatsverh0ging en aantasting van het tropisch regenwoud, is het beeld inderdaad somber. Het recht heeft op deze terreinen nog maar weinig resultaten geboekt. Niet, wanneer we de situatie van nu vergelijken met die van twintig jaren geleden. Dan is er sprake van een enorme vooruitgang. Te veel van die vooruitgang is echter alleen nog maar papier. In de komende twintigjaar zullen we de geformuleerde regels moeten gaan uitvoeren en handhaven. Hopelijk zijn we daar nog op tijd mee.


17

"Toekomstbeeld voor Nederland: sinaasappelbomen in de polder" Door deC02 uitstoot wordt ons klimaat langzamerhand steeds warmer. "Door dit broeikaseffect zou het er in Nederland over veertig jaar weleens compleet anders uit kwmen zien. Op voorwaarde dat de dijken het houden kwmen we hier in de toekomst misschien wel citrusvruchten telen". Deze ironische opmerking is van Hans Sclunit Hij is journalist bij het dagblad Trouw en houdt zich sinds 1973 met het milieu bezig.

In terview met milieu-journalist Hans S chmit door Han s-Paul Andriessen en Chiel de L eeuw.

Schmit: "In de tijd dat ik me met milieuzaken ging bezighouden, werd er gediscussieerd over de Oosterscheldedam en over het inpolderen van delen van de Waddenzee. Iedereen had het toen al over het internationale karakter van de milieuverontreiniging. Maar in West-Europa heerste nog het idee dat ieder land zijn eigen straatje wel kon schoonmaken. We maken het water schoon, we maken de lucht schoon, we maken de bodem schoon en dan zijn we er. Dat bleek allemaal iets anders uit te pakken".

VROM ging er eind jaren zeventig namelijk van uit dat er per jaar naar schatting 100.000 ton chemisch afval spoorloos verdwijnt. Als er nu 20.000 ton in Alphen ligt, houden we nog 980.000 ton over! Een deel hiervan zal wel in de sloot zijn gelopen, maar de rest ligt waarschijnlijk ergens op het land verborgen. Er zijn in Nederland meer dan tienduizend gevallen van bodemverontreiniging bekend. Wie herinnert zich nog dat inwoners van Alphen tien jaar geleden hebben geklaagd dat er 's nachts werd gestort? Dat kun je niet bij houden. Er verdwijnt enorm veel afval. In de Rotterdamse haven zijn er allerlei stromen afval van en naar schepen. Als je ziet dat bedrijf A het afval ophaalt, bedrijf B de brandstof levert, bedrijf C het afval verwerkt en dat in al die bedrijven meneer X de grootste aandeelhouder is, dan kun je je wel voorstellen dat er zo af en toe wat gerommeld wordt. Ik wil niet suggereren dat het allemaal oplichters zijn, maar je moet er wel alert op zijn". "Bij het ministerie van VROM is er sinds enige tijd een centraal informatiepunt voor milieudelicten. Alle gegevens worden er in een computer gestopt. Helaas heeft de pers daar geen toegang. Het is zeer moeilijk te controleren wat er met chemisch afval gebeurt. Volgens de Wet Chemische Afvalstoffen mag je chemisch afval alleen meegeven aan een bedrijf dat daar een vergunning voor heeft. Het bedrijf dat afval afgeeft moet dat melden, en het bedrijf dat het afval verwerkt moet melden dat ze het ontvangen heeft. Dat kun je dus kortsluiten. maar in de praktijk

Jason: De Rijn als riool van Europa ? Schmit: "De vervuiling zag je pas goed in bij de vervuiling van de Rijn. Alle troep van Europa stroomt hiernaar toe. Maar op dit terrein is in de loop van de jaren op een groot aantal punten toch vooruitgang geboekt. Het zuurstofgehalte is aanzienlijk verbeterd. De lozing van zware metalen is sterk teruggebracht. Zo sterk zelfs, dat wat cadmium betreft twee Nederlandse bedrijven Windmill en DSM samen meer lozen dan alle andere bedrijven in het stroomgebied van de Rijn bij elkaar. Aan de andere k ant blijken er ook een heleboel nieuwe verontreinigingen te zijn. Bij de waterleidingbedrijven constateert men een enorme toename van microverontreiniging in het water, die zeer moeilijk te verwijderen is. Zo werd bijvoorbeeld onlangs de uiterst gevaarlijke stof bentasol in het Amsterdamse drinkwater gevonden. Het grote probleem bij de vervuiling van de Rijn is dat je niet precies weet welk bedrijf voor welk vuil verant-

woordelijk is. De lozingsgegevens zijn namelijk niet openbaar. Dit speelt vooral voor Rotterdam, dat aan het einde van de delta zit. Al het vervuilde rivierslib bezinkt in de haven en dat slib moet er van tijd tot tijd uit gebaggerd worden. Tot voor kort werd dit slib voor de kust van Hoek van Holland in de zee gedumpt. Nu is men erachter gekomen dat dit niet zo gezond is voor de visjes en de beestjes die daar zwemmen. Er is nu een speciale slufter gebouwd waar het slib in gestort kan worden. Dit kost Rotterdam natuurlijk handenvol geld. En dat wil de havenstad graag bij de vervuiler verhalen. Maar hier komen ze dus niet achter. Een paar jaar geleden heeft Rotterdam een onderzoeksburo in dienst genomen, dat in het hele stroomgebied metingen verricht. Zo sporen ze op welk bedrijf waarvoor verantwoordleijk is. Het is de bedoeling met die bedrijven in gesprek te komen en hen te vragen de lozingen te verminderen. In het uiterste geval kan men naar de rechter gaan om schadevergoeding te eisen".

Afval spoorloos Jason: Een miljoen ton chemisch afval spoorloos. Hoe kan dat?

Schmit: "Alphen aan de Rijn is het meest recente milieu-schandaal. Kortgeleden is daar een enorme hoeveelheid chemisch afval in de grond ontdekt. Heel Nederland ineens in repen roer. Je kunt echter op je vingers natellen dat er in Nederland nog veel meer van dat soort plaatsen moeten zijn. Het ministerie van


18

onttrekken dat het soepele beleid ten aanzien van de raffinaderijen in Nederland ingegeven wordt onder druk van Shell. Shell kan altijd nog naar Engeland gaan, want daar heeft het niets met het milieu te maken. Dit is een internationaal probleem dat door de EG aangepakt rou moeten worden. Dit geldt ook ten aanzien van de auto's. Het is toch krankzinnig dat de eisen aan auto's in Taiwan en Zuid-Korea veel strenger zijn als in Europa. We lopen in Europa een straatlengte achter. Alleen omdat de auto-industrie in Engeland en ltalie achter is gebleven. De Duitsers maken al jaren de schoonste wagens die je je kunt indenken. Voor export naar Japan en Amerika! Dat is toch treurig. Het overleg over schonere auto's in Europees verband is nu wèèr vastgelopen".

Jason: Hoe zit het met de Ozon-laag?

Misschien bepalen in de toekomst sinaasappelbomen het beeld van Nederland. Nu wordt het uitzicht in elk geval nog vaak verstoord door bJĂŻvoorbeeld autokerkhoven.

blijkt dat het allemaal niet zo lekker loopt".

Rol van EG Jason: Wat is de rol van de EG? Schrnit: "Het is van belang dat er binnen de EG een streng milieubeleid van de grond komt. Het is niet

voor niets dat bij de bestrijding van zure regen in Nederland alleen de elektriciteitscentrales worden aangepakt en de raffinaderijen met rust worden gelaten. Dit is voor Esso niet zo belangrijk want die heeft net een nieuwe schone raffinaderij gebouwd. De grootste raffinaderij van Europa is van Shell en dat is een grote vervuiler.lk kan me niet aan de indruk

Schrnit: "Begin dit jaar is er door minister Nijpels een commissie benoemd, die zich bezighoudt met problemen die er in de toekomst te verwachten zijn. Op lange termijn doen er zich mondiaal enkele indrukwekkende problemen voor: de ozonproblematiek en het broeikas-effect. Dit laatste heeft onder andere tot gevolg dat door smelting van het poolijs de zeespiegel zal gaan stijgen. Over 35 jaar schat men, zal die een halve tot anderhalve meter hoger liggen. De bouw van de Delta-werken hebben 35 jaar geduurd. Daar kunnen ze nu dus opnieuw mee beginnen. Wat moeten we doen? Een gigantische ringdijk aanleggen? Of moeten we zeggen: "Laat maar zitten jongens het is niet meer te redden, we trekken ons terug op de hogere delen?" Vorig jaar zijn er in Noordwijkerhout allerlei wetenschappers bijeengekomen die zich met klimaatverandering bezighouden. In hun conclusies zijn ze zeer eensgezind. Behalve een zeespiegelstijging verwachten ze woestijnvorming en verdroging in Zuid-Europa. Voor Noord-Europa verwachten ze de teelt van gewassen die nu nog alleen in het Middelandse Zeegebied voorkomen. Als Nederland tegen die tijd niet onder water gelopen is, kunnen we hier misschien wel sinaasappels van de bomen plukken".


19

Milieuvervuiling heeft veel ingrijpende medische gevolgen Regelmatig worden we door de diverse media ge誰nformeerd over milieurampen met als gevolg bodemvervuiling door zware metalen en chemicalit!n, aantasting van bossen en gebouwen doorzure regen, dwmer worden van de ozonlaagom de aarde heen, lekkages uit nucleaire reactoren of verhoogde stralingsniveaus door kernproeven. Vaak wordt dan ingegaan op de directe gevolgen voornora en fauna, invloeden op ecosystemen en de moeite, vooral vertaaldinkosten, van het zoveel mogelijk herstellen van de schade. In dit artikel zal ingegaan worden op de gevolgen van diverse soorten van aantasting van ons leefmilieu voor wat betreft de mens zelf. Welke ziektebeelden staan ons te wachten als bepaalde concentraties van stoffen in Ons lichaam terechtkomen die er niet, of van nature in veel lagere concentraties, thuishoren. Dit artikel beoogt geen volledig beeld te geven. Slechts de belangrijkste aspecten zullen aan bod komen of zullen globaal geschetst worden. Ingegaan zal worden op de manier waarop diverse stoffen in het lichaam terecht kunnen komen; hun schadelijkheid voor de gezondheid; de beschermende factoren in het lichaam zelf en de verschillende (belangrijkste?) vormen van mensbedreigende vormen van milieuvervuiling in de bodem, de lucht, het water en het voedsel. Apart besproken wordt de aantasting van de atmosfeer (ozonlaag). Luchtveron~

Diverse gassen en deeltjes die op verschillende wijze door menselijk toedoen in de atmosfeer gebracht worden, bedreigen de gezondheid (roken blijft buiten beschouwing). Afhankelijk van allerlei factoren blijven deze stoffen of in de lucht of ze slaan neer. In het eerste geval kunnen ze via de inademingslucht in het lichaam komen (bijvoorbeeld S02); in het tweede geval (drank en voedsel) via het spijsverteringskanaal. Bescherming van het lichaam door de longen tegen vreemde stoffen vindt tot op bepaalde hoogte plaats door:

1. Trilhaarepitheel op de binnenbekleding van de hogere luchtwegen. Dit zorgt ervoor dat veel ingeademde deeltjes omhoog geleid worden en via hoesten de longen weer verlaten; 2. Deeltjes "etende" cellen die in de longblaasjes vreemde deeltjes via het lymfesysteem afvoeren (macrofagen). Bij de verbranding van fossiele brandstoffen komen, naast water en C02, stoffen vrij die schadelijk zijn voor het milieu. Dit zijn onder andere zwaveldioxide (S02), stikstofverbindingen (NOx) en in mindere mate onvolledig verbrande koolstofverbindingen zoals aldehyden (onder andere Formaline, dat bij de spaanplaatproduktie enkele jaren geleden verboden werd), polyaromaten (onder andere benzopyreen) en teer. Laatstgenoemde drie stoffen zijn kankerverwekkend. S02 vormt relatief de belangrijkste component van de verbrandingsinstallaties, industrie en auto's. Met het in de atmosfeer aanwezige water gaat S02 een reactie aan en vormt zwavelzuur; een belangrijke oorzaak van het momenteelonderkende probleem van de zure regen. Hierop wordt verder niet ingegaan. S02 deeltjes kunnen onder bepaalde atmosferische omstandigheden aanleiding geven tot "smog" vorming, een sterk vervuilde mistachtige inademingslucht (in London voor het eerst waargenomen) die de nadelige effecten versterkt.

Deze bijdrage is van de hand van de medicus S.J . Tromp.

Inademen Wat gebeurt er nu als S02 deeltjes ingeademd worden? Proeven toonden aan dat bij mensen zonder reeds bestaande aandoeningen van de luchtwegen (bij inademingsconcentraties tot 5 ppm) eerst een onaangename geur en een vreemde smaak in de mond ervaren werd. Tevens kregen ze last van droge, ge誰rriteerde ogen, neus en keel. Hoesten trad op. Al deze korte-termijn-gevolgen hielden op na stoppen van de blootstelling. In tegenstelling hiermee ondervonden mensen met reeds bestaande longaandoeningen (zoals astma) toenemende benauwdheid en ademhalingsmoeilijkheden. Bij langdurige inademing vallen de volgende ademhalingsafwijkingen op: 1. Het obstructief type, waarbij vermindering van de longfunctie op de voorgrond staat. Het karakter is vaak progressief, dus de dood kan het uiteindelijke gevolg zijn. Het gaat hier in feite om ontsteking van de kleinere luchtwegen, deze vernauwen daardoor, hun elasticiteit neemt af en zodoende hun gaswisselend vermogen. Deze groep van aandoeningen is irreversibel, dat wil zeggen dat therapeutisch hoogstens stilstand van het proces te bereiken valt, en geen genezing. 2. Hypersecretie: Dit, op zich niet progressieve, reversibele proces, kan bij 1 voorkomen, maar ook als zelfstandig beeld. Het kenmerkt zich


20

/

Eerste hulp voor een slachtoffer van een milieuramp, waarbij giftig gas is vrijgekomen.

door chronisch hoesten, slijm opgeven en geeft een grotere kans op infecties (bijvoorbeeld longontsteking). Het lijkt dus logisch dat mensen met reeds bestaande longaandoeningen (denk aan astmatici, CARA) veel eerder en erger bedreigd worden dan gezonden voor wat betreft deze vorm van luchtvervuiling. Voor de volledigheid is vermeldenswaard dat als het wateroplosbare 802 eenmaal in de bloedbaan is gekomen, het vrij eenvoudig als sulfaat door de nieren uit het lichaam kan worden verwijderd. Hoe heter het verbrandingsproces plaatsvindt, hoe meer stikstofoxiden er gevormd worden. Er is minder onderzoek naar gedaan, aangezien het in lagere concentraties voorkomt dan 802. In grote lijnen zal het zich echter als 802 gedragen. Afgezien van de beroepsmatige blootstelling aan stoffen in de inademingslucht, zoals bij mijnbouw en specifieke industrieën, komen er veel verschillende gassen en deel1jes in de atmosfeer. Het is echter moeilijk om wetenschappelijk te bewijzen of een stof schadelijk is voor de gezondheid op langere termijn. Zeer veel factoren hangen hiermee samen. Enkele zijn: duur van de blootstelling, concentratie van de ingeademde stof, individuele weerstandsfactoren, al dan niet blootstelling aan andere stoffen in het verleden. Het voert te ver hier op in te gaan. (Nog) niet bewijsbaar wil echter niet zeggen onschadelijk' Algemeen wordt luchtvervuiling in verband gebracht met toename van longcarci-

noom, chronische bronchitis, hartklachten en beroertes.

Bodemvervuiling Alle afvalstoffen door de mens gedumpt en voorzover niet biologisch afbreekbaar komen vroeg of laat weer in ons lichaam terug. Vaak is het slechts een kwestie van tijd voordat deze schadelijke substanties via direct contact met de huid, via voedsel of drinkwater weer bij ons terugkomen. Ook kunnen stoffen deels verdampen en zo via de longen weer binnenkomen. Met name de aromatische koolwaterstoffen zoals bemeen (komt vaak onder huizen in nieuwbouwwijken en op gifbelten voor) zijn kankerverwekkend. Ook moet in dit verband gedacht worden aan de diverse persistente bestrijdingsmiddelen uit land- en tuinbouw. De lever, het orgaan dat ons lichaam zuivert van afvalstoffen, weet met de meeste van dit soort stoffen niet goed raad. Dat betekent dat ze gedurende lange tijd in het lichaam blijven, en naarmate de blootstelling langer duurt, de concentratie ervan toeneemt. Dikwijls ontstaan er halfafgebroken stoffen die nog giftiger kunnen zijn dan de oorspronkelijke. Het grooste risico van dit soort middelen is de giftigheid voor de ongeborene, die via de moeder besmet wordt. Het embryo reageert anders op giftige stoffen dan volwassenen, doordat het onder andere bezig is met deling, migratie en differentiatie van cellen, noodzakelijk voor de vorming en de groei van de diverse organen. Hierdoor kan een stof die onschadelijk lijkt voor de volwassene,

zeer ernstige schade aan het embryo toebrengen, met alle gevolgen van dien. Het grote probleem is weer de moeilijke experimentele aantoonbaarheid van giftigheid voor de mens. Voor dit soort onderzoekingen wordt gebruik gemaakt van proefdieren (meestal knaagdieren). De verkregen resultaten moeten dan geëxtrapoleerd worden naar de mens, en daarbij dient natuurlijk de nodige voorzichtigheid in acht genomen te worden. Zo zijn bij onderzoek naar het indertijd zeer populaire pesticide DDT, dat zich in vetweefsel van levende wezens bleek op te stapelen en dat bij vogels verdunning van de kalkschaal van de eieren veroorzaakte, bij de mens nooit misvervormingen van de ongeborene aangetoond. Echter wel intra-uteriene groeiachterstand (gevolg: lager geboortegewicht). Andere pesticiden (Parathion, Fenthion) gaven bij proefdieronderzoek gevolgen te zien als afwijkingen van het genitale stelsel; hogere sterfte bij de geboorte; misvormingen, vroeggeboortes en hersenafwijkingen.

Dioxine Voor de mens momenteel het gevaarlijkst geacht zijn op dit moment dioxine en zware metalen (met name kwikzouten). Dioxine kreeg voor het eerst grote bekendheid na de ramp in Seveso (1976). Dioxine is een bijprodukt dat vrijkomt bij de produktie van hexachlorofeen, een desinfecterend produkt dat in sommige zeep en cosmetica gebruikt wordt. Het directe gevolg voor allen die ermee in direct contact kwamen was het chlooracné. Dit is een zeer moeilijk te behandelen huidziekte, die in de verte doet denken aan een ernstige vorm van jeugdpuistjes over grote delen van het lichaam. Het grootste risico was echter weer voor het ongeboren kind. Experimenteel werd bij proefdieren onder andere vastgesteld bij zeer lage doses: gespleten gehemelte, doodgeboorte, misvormingen van de nieren, leverafwijkingen, inwendige bloedingen, verminderde botvorming, sterke afname van natuurlijke weerstand tegen ziekten. Gevolg van dit onderzoek was dat alle zwangere vrouwen die binnen twee weken na het "incident" chlooracné kregen "voor de zekerheid" geaborteerd werden.


21

Weer valt moeilijk op korte termijn te bewijzen of diegenen die in aanraking kwamen met dioxine in de toekomst zullen overlijden aan de gevolgen. De gevolgen kunnen zoals reeds vermeld naast directe opstapeling in de lever of het vetweefsel ook indirect veroorzaakt worden door stoffen die gevormd worden uit de oorspronkelijke stof, in een poging van het lichaam deze onschadelijk te maken. Het blijkt vaak dat zo'n stof (metaboliet) nog giftiger is dan de oorspronkelijke stof.

Zware metalen Een ander gevaar bedreigt de volksgezondheid in de vorm van afvalzouten van zware metalen uit de industrie, zoals lood, kwik en cadmium. De gevolgen van kwik zijn goed bekend na de ramp bij Minamata bij Japan, waar minstens 130 mensen stierven aan deze chronische kwikvergiftiging (waaronder 25 ongeborenen) na het eten van vis, gevangen in de buurt van Minamata in de Oostchinese zee. Om een voorbeeld te geven van hoe zo'n vergiftiging kan verlopen volgt een waargebeurde patiëntbespreking: Een 28-jarige vrouw werd ziek op 13 juni met klachten van een doof gevoel in vingers en lippen en toenemende doofheid. Op 16 juni kreeg ze spraakstoornissen, kon haast niet meer lopen en kreeg onwillekeurige spiertrillingen en bewegingen. Begin augustus was ze niet meer in staat te lopen noch om haar bewegingen te controleren. Ze begon steeds vaker als waanzinnig te krijsen en te schreeuwen tot ze eind augustus uitgeteerd en met hoge koorts opgenomen werd. Haar toestand verergerde, ze was niet meer in staat tot normaal contact met haar omgeving. Na uiteindelijk in coma geraakt te zijn stierf ze op 2 september. Als officiële doodsoorzaak werd longontsteking opgegeven omdat op dat moment nog niet aan kwikvergiftiging gedacht werd. Kinderen die geboren werden uit besmette moeders vertonen aangeboren afwijkingen als geestelijke achterstand, spasticiteit en skeletafwijkingen. Het lijkt niet onwaarschijnlijk, hoewel wederom niet direct wetenschappelijk bewijsbaar, dat andere zware metalen die vrijwel zonder voorbehoud nog

steeds geloosd worden de gezondheid ruimschoots bedreigen.

komst nog de nodige gevolgen (kanker, mutaties) van ondervinden.

Radioactiviteit

Watervervuiling

Tijdens het ongeluk met een atoomreactor bij 1)ernobyl kregen grote delen van Europa te maken met radioactieve fall-out. De radioactieve deeltjes werden door weer en wind verspreid en sloegen uiteindelijk neer in de bodem. Daar werden ze door diverse gewassen opgenomen en belandden via het eten daarvan in ons spijsverteringskanaal. Het voert te ver om hier in te gaan op de verschillende halfwaardetijden van isotopen en elementen en dus verschil in risico. Maar hoe dan ook; elke hoeveelheid extra straling die de mens op wat voor manier dan ook "binnenkrijgt" vergroot de kans op ontwikkeling van diverse soorten kanker gedurende het leven. Tevens vergroot het de kans op afwijkingen bij het nageslacht (onder andere gespleten verhemeltes en hazelippen) Helaas echter is mede door de lange "incubatietijd", die langer dan 25 jaar kan zijn, niet te zeggen hoeveel mensen zullen overlijden aan dit incident. Aangezien er geen manier bestaat om de toenemende hoeveelheden radioactief afval effectief te verwerken, zullen we hier in de toe-

Veel industriële afvalstoffen worden direct in water geloosd of komen er via uitwassing uit de lucht uiteindelijk in terecht. Via allerlei voedselketens accumuleren ze en komen via voedsel, of directer, met drinkwater in het lichaam terecht. De gevolgen zijn vergelijkbaar met het onder bodemvervuiling besprokene.

Aantasting atmosfeer Door menselijke activiteit wordt de samenstelling van de atmosfeer veranderd. Te denken valt aan: . 1. Verbranding van fossiele brandstoffen. Hierdoor stijgt het percentage C02 in dampkring. Hierdoor wordt uiteindelijk voorkomen dat warmte-energie van de zon de aarde kan verlaten (broeikas-effect). Hierdoor stijgt de gemiddelde temperatuur op aarde. 2. Kappen van oerwouden en vervuiling op de zee. Dit heeft tot gevolg dat de zuurstofproduktie op aarde afneemt. 3. Aantasting van de ozonlaag. Door uitlaatgassen van supersone vliegtuigen, S02, N20 en gechloreerde of gefluoreerde koolwaterstoffen (ge-

. "' I

\

\

• , ".

.f

ti

Gil in hel water: een groot gevaar voor de mensen.

,

\1 '


22

Luchtvervuiling is voor de mens uiterst hinderlijk en gevaarlijk. Met name het Ruhrgebied wordt nogal eens geteisterd door smog-vorming.

bruikt als drijfgassen in spuitbussen en koelvloeistoffen in koelkasten).

In de stratosfeer bevindt zich om de aarde heen een laag van reactief zuurstof die ozon (03) genoemd wordt. Zonder in te gaan op de (foto)chemische reacties die hierbij een rol spelen, zorgt dit ozon voor grotendeels wegvallen van ultra-violette straling van de zon afkomstig. Er bestond een evenwichtssituatie waarbij netto evenveel 03 gevormd als afgebroken werd. Dit evenwicht blijkt nu verstoord te zijn. Daardoor bereikt meer ultraviolette straling het aardoppervlak en dus ook onder andere het menselijk lichaam. Ultraviolette straling heeft geen erg groot doordringend vermogen, het geeft zijn energie af op de eerste moleculen of atomen waarmee het in

botsing komt (absorptie). Ultraviolette straling wordt door de huid geabsorbeerd. In de huid worden vooral sommige componenten van het DNA beschadigd. Dit gebeurt zodra blote huid aan zonlicht (UV) wordt blootgesteld. Een neveneffect van deze straling is het zogenaamde bruin worden. Het lichaam is in staat op diverse manieren de beschadigingen van het DNA (de drager van alle erfelijke eigenschappen) ongedaan te maken c.q. te herstellen. Dit verklaart waarom niet iedereen die regelmatig in de zon zit huid tumoren krijgt zoals bijvoorbeeld bij Xeroderma Pigmentosum, een ziekte waarbij een van de bij DNA-herstel betrokken mechanismen niet functioneert. Toch is vast komen te staan dat ook bij gezonde mensen het herstelmechanisme tekort kan schieten,

vooral als veel DNA tegelijkertijd beschadigd wordt of gedurende lange tijd DNA beschadigd blijft worden onder invloed van UV-straling. Naast direct effect op de ooglens, die hierdoor troebel kan worden en dan gezichtsverlies veroorzaakt, veroorzaakt DNA-beschadiging onder meer snelle veroudering van de huid, huidcarcinomen, vermindering van de natuurlijke afweer van het lichaam en een toenemend aantal veranderingen in het menselijk genetisch materiaal. Hierdoor kunnen nakomelingen mutaties gaan vertonen, die meestal aan kunnen tonen dat als de hoeveelheid ozon met n procent afneemt, het carcinogeen effect van UV -licht op aarde met 2n procent zal toenemen.


23

"Bedrijven hebben tegenwoordig wel degelijk oog voor milieu" Dr. A J. WIggers, geoloog en gepensioneerd directeur van de Directie LandbouwkwlIlig Onderzoek in Nederland, is sinds 1 januari 1987 voon:itter van de Raad voor het Milieu en Natuuronderzoek (RMNO). Deze functie brengt hem in aanraking met een grote verscheidenheid aan milieuproblemen. Onlangs was hij aanwezig op een conferentie in Straatsburg over de vervuiling van de Rijn. Dit was aanleiding voor een gesprek met hem, dat naast de Rijnproblematiekookhtmilieuonderzoek en het milieubeleid in nationaal en internationaal verband tot onderwerp had. Jason: Wat is de funktie van de RMNO?

Wiggers: "De RMNO is een adviesorgaan aan de overheid die in mei van dit jaar officieel wordt ingesteld. Hij functioneert echter al zeven jaar. Wij adviseren welk onderzoek naar ons idee de meeste kans heeft bij te dragen aan het oplossen van milieuproblemen. Tot dusverre behandelen wij alleen onderwerpen op eigen initiatief. In 1985 hebben wij bijvoorbeeld het rapport "Grond tot zorg"

uitgebracht. Dit is het eerste samenhangende rapport in Nederland over welk onderzoek er nodig is ten aanzien van de oplossing en de voorkoming van bodemverontreiniging. Men accepteert het overheidsbeleid, als men de indruk heeft dat het stoelt op betrouwbare gegevens en op een juist inzicht in wat er precies aan de hand is. De RMNO zegt welke onderzoeken er gedaan zouden moeten worden als men over een aantal jaren een bepaalde maatregel wil nemen. Wij hebben in de onlangs versche-

GEVAARltJK

Interview met dr. A. J. Wiggers, voorzitter van de Raad voor het MiJieu- en Natuuronderzoek, door Hans-Paul

Andriessen en ehiel de Leeuw.

nen Meerjarenvisie de maatschappelijke ontwikkelingen en de effecten daarvan op het milieu op een rij gezet. Kun je er wat aan doen? Als dat kan, moet je het baseren op zoveel mogelijk onderzoekgegevens. De departementen sluizen de onderzoekaanbevelingen door naar het eigen onderzoeksapparaat" . Jason: Hoe is de samenstelling van de Raad?

Wiggers: "De RMNO bestaat uit personen die milieuonderzoek verrichten of daaraan leiding geven en personen die direct belang hebben bij de resultaten van het onderzoek. Er zitten vertegenwoordigers in van terreinbeherende organisaties, milieuorganisaties, de industrie, de consultancy-bureaus, de waterschappen en de provincies. Deze personen hoeven geen ruggespraak met hun achterban te houden. Zij zijn benoemd op persoonlijke titel. Adviezen gaan uit naar vier ministeries. Penvoerend is VROM, verder bedienen wij Landbouwen Visserij, Verkeer en Waterstaat en Wetenschapsbeleid (onderwijs en wetenschappen). Namens deze ministeries zitten er waarnemers in de Raad. Die treden op als informant voor de Raad en koppelen terug naar de departementen.

Rijnconferentie Steeds opnieuw worden in de Nederlandse bodem plaatsen ontdekt, waar illegaal chemisch en ander afval is gestort.

Jason: Op 3 en 4 maart jongstleden vond in Straatsburg de Rijnconferentie plaats. Wat was het doel van deze


24

hebben een milieucoördinator aan het werk. Tot dusverre had men echter nogal wat problemen met het nemen van maatregelen. Apparatuur is vaak voor een lange periode geïnstalleerd. Men heeft zich wel beziggehouden met toegevoegde technologie, bijvoorbeeld een extra filter. Dit betekent wel dat het oorspronkelijke produktieproces in stand wordt gehouden. Zo langzamerhand zijn er steeds meer fabrieken die toch nieuwe procede's moeten invoeren, omdat de oude afgeschreven zijn. Deze fabrieken gaan nu veel meer zoeken naar schone technologie en dat in het hele proces".

Jason: U bent het dus niet helemaal eens met het beeld van de vervuilende industrie die maar raak loos~ zoals dat veelal in de pers naar voren komt?

Brandweerlieden in beschermende pakken onderzoeken de restanten van een brand, waarblï uiterst gevaarlijke dampen vnjkwamen.

conferentie en wie waren daar aanwezig? Wiggers: "Dit was een qua opzet moeilijke conferentie van het bedrijfsleven (industrie) en onderzoekers. Die zijn een keer met elkaar geconfronteerd. Wat willen we? Wat weten we? Ook belanghebbende organisaties zoals drinkwatermaatschappijen langs de Rijn waren aanwezig.

Jason: Wat was het belang van de industrie bij zo'n conferentie? Bedrijven worden toch liever niet door milieuonderzoekers op de vingers getikt? Wiggers: "De industrie heeft er wel degelijk belang bij. Er heeft iemand van Duphar gesproken. Die heeft verteld hoe Duphar er vier à vijf jaar geleden in de publieke opinie in Nederland voorstond. De hele Volgermeerkwestie (gebied in Noord-Hol-

land waar giftig afval van Duphar is gestort -red) is een Duphar-zaak. De negatieve publiciteit levert een bedrijf enorm veel schade op. Men heeft daarna dus grote inspanningen gedaan om het imago te verbeteren en zorgvuldiger met het milieu om te gaan. Ik gebruikte laatst een pil, keek achterop het doosje en zag daar Sandoz op staan. Goed dat ze die dingen maken, denk ik dan. Maar in het vervolg wel graag met wat meer oog voor het milieu. In een uitzending van de VPRO vergeleek men laatst de luchtverontreiniging veroorzaakt door Shell met die veroorzaakt door ESSO. Als Shell het er dan slechter vanaf brengt, dan vindt men dat daar niet zo leuk".

Jason: Zijn de bedrijven alleen bezig met imagoverbetering? Is dat hun enige zorg? Of nemen zij ook concrete milieuvriendelijke maatregelen? Wiggers: "Heel veel grote bedrijven

Wiggers: "Natuurlijk, er zijn nog steeds grote vervuilers maar je moet niet denken dat dat voortkomt uit nonchalance. Ook de industrie beseft dat het zo niet door kan gaan. De landbouw blijkt nu een ernstige veroorzaker van zure regen te zijn. Die bron van vervuiling is tot dusverre echt onderschat. Maar ook daar gebeurt veel. Er gaat 65 miljoen naar het onderzoek over de problemen rond het mestoverschot. We onderkennen vaak veel te laat de ernst van de problemen. Minister en Kamer spelen elkaar veel te vaak de zwarte piet toe in de discussie over de vraag waarom niet eerder maatregelen zijn

genomen". Milieubeleid

Jason: Wat moet de overheid in haar handelswijze veranderen? Wiggers: "Het duurt te lang voordat de resultaten van onderzoek vertaald zijn in maatregelen. Het beleid is nu vooral een kwestie van verboden en geboden. Te weinig stimulerend. In Nederland moet men veel meer toe naar preventie. Preventieve werking heeft zeer veel nationaal-economische voordelen. Bodemsanering achteraf kost namelijk zeer veel geld".

Jason: Een groot deel van de vervuiling van het water in ons land wordt veroorzaakt door vervuild water dat


25

met de Rijn het land binnenkomt. Ook andere soorten milieuvervuiling worden mede veroorzaakt door het buitenland. Zelf zijn we ook niet zulke lieverdjes en het buitenland zal waarschijnlijk op eendere wijzen van ons last hebben. Coördinatie van het milieubeleid met het buitenland moet dus van groot belang zijn. Hoe staat het daarmee?

Wiggers: "Nederland loopt toch wel voorop wat betreft het bewustzijn dat het niet goed gaat met het milieu, zeker vergeleken met landen als Frankrijk en België. Daar mag veel meer. Je moet EG-normen door ieder land laten hanteren. Op veel gebieden vinden wij die normen echter nog te ruim. U begrijpt dat het bedrijfsleven niet graag wil dat wij in Nederland stringentere normen hanteren. Dit in verband met de concurrentiepositie. Een directeur van DSM verklaarde laatst nog dat men altijd nog maar België uit kan wijken, als het in Nederland te lastig wordt. Je kunt in ons land dan ook niet al te hard van stapellopen". Jason: Waarin is men dan in Nederland zoveel strenger dan in het buitenland?

Wiggers: "Dan zou je moeten bekijken welke concentraties van bepaalde stoffen men in Nederland tolereert. Maar laat ik een eenvoudiger voorbeeld geven. Hier gaat veel aandacht uit naar de maximum snelheid van het verkeer, vooral in verband met de luchtverontreiniging. In Duitsland adviseert men alleen maar niet harder dan 140 te rijden. Er moet in elk land iets zijn waardoor men zich milieubewust gaat voelen. In Griekenland groeit het milieubewustzijn zeer snel. Athene is namelijk nauwelijks leefbaar meer vanwege smog-vorming, terwijl ook de monumenten sterk worden aangetast door de vuile lucht. Je moet signalen hebben voordat er echt maatregelen worden genomen. Van de problemen met de ozonlaag merken we op dit ogenblik nog niets, dus gebeurt er weinig". Jason: Wordt er al op Europese schaal onderzoek verricht?

Wiggers: "Het gebeurt weinig dat

Lozing door chemische industrie in de Rijn.

een bepaald Nederlands instituut rechtstreeks met een instituut in het buitenland samenwerkt. Meestal gaat men uit van gezamenlijke programma's. De EG is sterk in het bevorderen van grensoverschrijdende onderzoeksprogramma's. Kans op subsidie door de EG bestaat alleen als meer landen in het onderzoek geïnteresseerd zijn. Het onderzoeksgeld wordt wel zoveel mogelijk gelijkmatiger verspreid over de EGlanden. Anders zou veruit het meeste geld naar de landen met de meest geavanceerde onderzoekmogelijkhedengaan".

Toekomst Jason: Hoe ziet u de toekomst van het mllieu in Nederland?

Wiggers: "Ik denk dat de overheid zo langzamerhand druk bezig is met het nemen van adequate maatregelen. Waar het echter aan ontbreekt in Nederland is het bewustzijn bij de Nederlandse bevolking dat het zo niet goed gaat met het milieu. Winsemius had het erover dat het bij de bedrijven moest komen van "ver-innerlij-

king". In de bedrijven zelf hoort een bewustzijn te komen dat je als bedrijf maatregelen behoort te nemen. Bij het bedrijfsleven is dat gemakkelijker dan bij de bevolking. Als je bij een stoplicht stilstaat moet je eens kijken hoe smerig het in de berm is. Dat is gewoon niet te geloven. Er is een hele educatie van de bevolking nodig vanaf de lagere school. Bij het gescheiden ophalen van huisafval zijn alleen de glasbakken enigszins gelukt. Alle andere experimenten mislukken in feite. Wij leven nog steeds in een weggooimaatschappij". Jason: U moet ook onderzoek vooruit plannen. Dus moet u ook problemen die in de toekomst gaan spelen voorzien. Kunt u er enige noemen?

Wiggers: "De meerjarenvisie van de RMNO 1987 doet veertig onderzoeksaanbevelingen. Bijvoorbeeld voor onderzoek naar alternatieven voor landbouwbestrijdingsmiddelen. De bedrijven zullen veel meer moeten zoeken naar milieuvriendelijke materialen. Vooral de afvalproblematiek heeft onze aandacht. Er is nog zeer veel werk te doen".


26

Tegengestelde belangen bij overheid, milieubeweging en het bedrijfsleven Er kan een groot spanningsveld liggen tussen het milieu en de werkgelegenheid Geeft de overheid niet te veel toe aan een belangrijke werkgever? Is de milieubeweging niet te veeleisend; er wordt momenteel toch veel aan het milieu verbeterd? Jason Magazine onderzocht deze kwestie in Zeeland In Vlissingen werd gesproken met ir J. F. W. Sierevogel van Hoechst, met de Zeeuwse Milieu Federatie en met Provinciale Waterstaat van Zeeland Het blijkt dat de belangen van deze organen niet altijd overeenkomen.

Reportage over Hoechst door Maartje Kraanen en AJex Krijger.

In dit artikel zullen wij bespreken hoe Hoechst als chemisch bedrijf zijn milieuproblemen tracht op te lossen en de invloed van overheid en mi- . lieubewegingen hierop. Hierbij zal de fosfaatproblematiek, het verlenen van vergunningen en de relatie tussen Hoechst, de overheid en de milieubeweging ter sprake komen. Het in Vlissingen gevestigde Hoechst Nederland is een dochteronderneming van het Duits chemische moeder-bedrijf. Hoechst produceert fosfor en fosforproducten, de grondstoffen voor polyester (DMT), alkaansulfonaat en draagt zorg voor op- en overslag van ammoniak. In 1987 is begonnen met de bouw van een fabriek voor TAED, een energiebesparende grondstof voor wasmiddelen. Jason koos voor Hoechst omdat haar fosforproductie regelmatig in de milieudiscussies wordt genoemd. Verschillende meningen over fosfaatgebruik vindt men bij de overheid, Hoechst en de milieubewegingen. Meerdere artikelen verschenen het afgelopen jaar over dit probleem. Op sommige binnenwateren in Nederland is het fosforgehalte zelfs tot veertig procent gestegen. Over het aandeel van Hoechst hierin komen we verder in dit artikel nog terug.

belangen, los van de overheid. Haar houding ten aanzien van de overheid is zelfs zeer kritisch. De invloed van de milieubewegingen op bedrijven en overheid is langzaam gegroeid. In de jaren '70 mocht alles en op de regeringsprogramma's was de milieuwetgeving slechts een klein onderdeel. Afval en restproducten werden geloosd en gedumpt zonder naar de gevolgen te kijken. De milieubewegingen trokken aan de bel en publiceerden schrikbarende cijfers. Bedrijven en overheid moesten zich realiseren dat het zo niet langer kon. Ook Hoechst moest

dingsweg met open zee voor export, bevat zout water, waardoor de schade van vervuiling minder ernstig is dan in zoet water en tenslotte is in de Westerschelde een groter kwantum aan lozingen veroorloofd dan in bijvoorbeeld de Oosterschelde. Sierevogel vindt de Nederlandse milieuwetgeving niet meer of minder aantrekkelijk dan in andere Europese landen. In zijn ogen is het overal een warboel. Volgens de Zeeuwse Milieu Federatie moet in die warboel snel duidelijkheid worden gebracht. Deze vereniging behartigt de Zeeuwse milieu-

Maatregelen WoordvoerderSierevogelvan Hoechst sprak tegen, dat het bedrijf zich in Nederland heeft gevestigd vanwege de soepele milieuwetgeving in ons land. De Westerschelde is volgens hem een uitstekende verbin-

De landbouw is een van de voorname vervuilers van het milieu. Vooral het mestprobleem is bekend.


27

maatregelen nemen. De overheid ging strengere regels opstellen en de controle werd meer uitgebreid. Zo moest ook de verontreiniging die ontstond door de fosforproductie verminderd worden. Hoechst investeerde daarop in gaswassystemen. Hiermee wordt fluoriden- en fosforpentoxidevervuiling tegengegaan in een vochtige en stofrijke omgeving. Tevens werden geluidsdempers op diverse afgasschoorstenen geplaatst. Voor lozingen in het water werden ook voorzieningen getroffen. Op deze wijze heeft Hoechst de afvalverontreiniging kunnen terugdringen van 100.000 inwonersequivalenten (rekeneenheid bij lozingen) naar 10.000. Maar om die resterende 10.000 eenheden kwijt te raken is in verhouding een veel hogere investering nodig dan voor de eerste 90.000.

TalnJke bedrijven hebben veel geld geïnvesteerd in de zuivering van hun afvalwater.

zoek meebetaalt. Dit vergt tijd en betekent dat het bedrijf niet meteen op de rookklachten kan reageren. Het dilemma geld en milieu komt hier duidelijk naar voren.

De overh eid Volgens Sierevogel moeten eerst ook andere bedrijven de vervuiling tegengaan, alvorens Hoechst de laatste tien procent gaat aanpakken. Met name Belgische bedrijven lozen volop in de Westerschelde zonder enige beperkingen of regels van de Belgische overheid. Sierevogel ziet hier een taak voor de Nederlanse overheid. Afspraken op internationaal niveau voor een gebied waar twee landen mogen lozen, zijn een eerste vereiste. De Nederlandse overheid moet ook bijstaan in de kosten voor de bedrijfsinvesteringen. Hoechst kan hier niet alleen voor opdraaien. Sierevogel ziet het vervuilingsprobleem als een gegeven voor de hele maatschappij. Zeker als een sanering is opgelegd door de overheid, moet zij ook het grootste deel van de kosten dragen. De Zeeuwse Milieu Federatie ziet dit heel anders. Door haar productie maakt een bedrijf winst. Als er door de productie afval vrijkomt, moet het daar zelf de verantwoordelijkheid en de kosten voor dragen. Een voorbeeld hiervan zijn rookklachten bij het bedrijfsterrein van Hoechst. In de jaarverslagen van Provinciale Waterstaat uit 1983 werden deze klachten al vermeld. In het verslag van '87 was er nog niets veranderd. Sierevogel geeft als verklaring dat het onderzoek hiernaar nog steeds bezig is. Hoechst verwacht van de overheid, dat deze aan het onder-

Fosfaten Bij Hoechst is het probleem extra gecompliceerd vanwege de fosfatenproductie. Hoechst kan dan wel keurig verontreiniging op eigen terrein tegengaan, maar fabriceert een product dat in gebruik een grote vervuiling veroorzaakt. Volgens de Milieu Federatie wordt negen à tien procent van de fosfaatvervuiling veroorzaakt door Hoechst. Bijna alle wasmiddelen in Nederland bevatten immers fosfaten van Hoechst. Dit aantal moet terug naar nul. Want te veel fosfaten bevorderen een overtollige algengroei, waardoor van zuurstof afhankelijke organismen niet kunnen overleven. De Milieu Federatie biedt enkele alternatieven, zoals soda in combinatie met dicarbonzuren of stoffen opgebouwd uit koolstof, zuurstof en waterstof (bijvoorbeeld citroenzuur of polyacrulaten). Zelfs minister Nijpels van VROM is ervan overtuigd dat de fosfaten uit de wasmiddelen moeten. De consument wordt gestimuleerd om fosfaatvrije wasmiddelen te kopen. Als gevolg van deze politiek is al één van de vier fosforproducerende eenheden van Hoechst gesloten. Het bedrijf betreurt deze gang van zaken en verdedigt zich hierin onder meer met het argument dat aan de andere bronnen van fosfaat-vervuiling niets wordt gedaan. Die andere bronnen zijn: menselijke faecaliën (l1%), landbouw (7%), industrie (18%) en grens-

overschrijdende rivieren (55%). Ten tweede zijn fosfaatvrije wasmiddelen hoger in prijs en vragen een hogere energierekening voor de wasmachine. Ten derde veroorzaken vervangende producten hun eigen milieuproblemen. De gevolgen hiervan op de lange termijn zijn nog niet bekend. Hoechst ziet de oplossing in defosfatering. Hierbij worden resten van fosfaten van wasmiddelen en andere fosfaat-vervuilers uit het water gehaald. Een nieuwe zuiveringsmethode is in ontwikkeling, de korrelreactor. Hiermee kan men fosfaten terugwinnen. De teruggewonnen fosfaatkorrels kunnen opnieuw worden gebruikt. Een dergelijke reactor wordt momenteel in Westerbork gebouwd. Dit gaat in samenwerking met de overheid, een ingenieursbedrijf en Hoechst. Ondanks al deze maatregelen loopt Hoechst nog achter bij een ander chemisch bedrijf aan de Westerschelde, Dow Chemical. Dit bedrijf kreeg onlangs een prijs vanwege haar "schone lozingen". Sierevogel van Hoechst verklaart dit achterblijven uit het historisch verloop van de twee bedrijven. Hoechst is een bedrijf uit de vorige eeuwen opgezet vanuit Duitsland. Het heeft de hele milieuontwikkeling meegemaakt en probeert zich er langzaam bij aan te passen. Dit kost tijd en geld. Dow daarentegen is een jong Amerikaans bedrijf, waar vanaf het begin bewust op het milieu is gelet. Tevens staan de Amerikaanse bedrijven bekend om hun extra inspanningen vervuiling


28

wordt. Opgeduikelde nota's en losse onderzoeken zouden als informatiebron fungeren. Sierevogel pleit voor meer openheid en gesprekken tussen zijn bedrijf en de milieubeweging. Dat voorkomt wederzijds ongenoegen en stimuleert begrip voor elkaar. Een geluidswal helpt tegen geluidsoverlast. Maar dat is niet alle vervuiling die het wegverkeer met zich meebrengt.

tegen te gaan. De Duitse bedrijven zijn daar minder streng in. Een aspect dat hierbij ook steeds naar voren komt is geld. Hoechst is zoals gezegd bereid om een gedeelte van dergelijke verbeteringen te financieren, maar de overheid moet ook voor een deel opdraaien. Dit is ook een oorzaak van de grote vertragingen in investeringen en verbetering van het milieu.

Vergunningen Niet alleen voor geld is Hoechst afhankelijk van de overheid, ook voor het verlenen van vergunningen moet zij bij de overheid aankloppen. Dit deed zich bijvoorbeeld voor bij een aanvraag van de storting van fosfaatslakken. Deze komen vrij bij de fosfaatproductie en kunnen niet opnieuw in het proces worden opgenomen. Het materiaal kan men vergelijken met een soort steen en wordt gebruikt onder asfaltwegen en als oeverbescherming. Bij deze laatste verwerking in zout water blijkt radio-aktiviteit vrij te komen. Om nu dit materiaal toch te kunnen verwerken vroeg Hoechst een vergunning aan bij de overheid. De Hinderwet en de Straling- en Kernenergiewetgeving werkten hierin samen. Na grondig onderzoek werd de vergunning verleend. Stichting Natuur en Milieu, een landelijke milieubeweging, is heftig verontwaardigd over deze toestemming. Provinciale Waterstaat laat chemisch afval storten op de meest ongelukkige plaatsen. De Zeeuwse Milieu Federatie is het met dat verwijt eens. Zij vindt hierbij de relatie bedrijf-overheid opvallend goed. In Wantij, een uitgave van deze vereniging, verscheen een artikel hierover. Vaak is er een vertrouwensrelatie tussen overheid en bedrijf. Vooral bij de vergunningenaanvraag komt dit tot uiting. Een bedrijf is in veel gevallen een belangrijke werkgever en de overheid staat niet graag bekend als bedrijfsvijandig. Dit

werkt een soepele vergunningverlening in de hand. Wantij spreekt zelfs over politieke trucs, waarbij de overheid strenge voorwaarden opstelt, maar die nauwelijks worden gecontroleerd. Justitie krijgt moeilijk grip op deze situatie. Bij overtredingen van emissies kan de lokale overheid het bedrijf zeer gemakkelijk verdedigen; zij is nog in overleg met het bedrijf. Volgens Sierevogel van Hoechst is dit niet het geval. Hij beschrijft het aanvragen van vergunningen als een langlopend proces. De advies- en ontwerpfase duurt vier maanden. Dit gebeurt achter gesloten deuren tussen Hoechst, de regionale arbeidsinspectie, de milieu-inspectie, het stoomwezen en de gemeente. De milieu-inspectie brengt advies uit aan Provinciale Waterstaat. Dit laatste orgaan gaat in gesprek met het bedrijf. Hierin worden de uiteenlopende standpunten verdedigd. Als dit overleg rond is en overheid en bedrijf zijn het eens, kan er van buiten af op gereageerd worden, door middel van inspraak en hoorzittingen. Dit kan in de vierde en vijfde maand. De ervaring leert dat er zeer weinig reacties komen in deze periode. De bouw van de T AED-fabriek is hier een voorbeeld van. Vanaf de zesde maand begint de fase van de wetgeving, die tot de elfde maand duurt. In de meeste gevallen gaat het bedrijf na de inspraakfase al over tot uitvoering. De Milieu Federatie heeft kritiek op het feit dat zij in de eerste vier maanden niet bij het overleg wordt betrokken. Want na deze periode is het zeer moeilijk om nog drastische veranderingen doorgevoerd te krijgen. Zij voelt zich uitgesloten bij zeer belangrijke milieubes1issingen. Sierevogel is het hiermee niets eens. Hij klaagt over het negatieve uitgangspunt van de milieubewegingen. In plaats van een open gesprek met Hoechst moet het bedrijf in de krant lezen hoe er over haar gedacht

Conclusie Wat kunnen wij nu voor conclusies trekken? Ten eerste over Hoechst. Het bedrijf voert de laatste jaren een milieuvriendelijke politiek en doet zijn best de vervuiling binnen de perken te houden. Dat de overheid hierin bijspringt, is een onvoorwaardelijke eis. Op het financii!le vlak is dit wat moeilijker, maar bij het verlenen van vergunningen heeft de overheid nooit dwars gelegen. Het bedrijf zet nog wel wat vraagtekens bij het beleid van de overheid. Wordt er wel genoeg gewerkt aan internationale betrekkingen? De lozingen in de Westerschelde zijn hier een voorbeeld van. In Belgii! gelden andere voorwaarden dan in Nederland. Hoechst verwacht ook meer financii!le steun van de overheid. Nederland loopt hierin achter bij de rest van Europa. Tevens verwacht Hoechst een betere voorlichting over fosfaatgebruik. De overheid mag de consumenten niet te emotioneel benaderen om het gebruik van fosfaatvrije wasmiddelen aan te bevelen. De gevolgen voor het milieu van de vervangende producten zijn immers nog niet genoeg bekend. Van de milieubeweging verwacht Hoechst meer openheid en overleg. Voor de milieubeweging blijft Hoechst een gevaarlijke aantaster van het milieu, waarvan de fosfaten en de slakken die bij de productie vrijkomen slechts een enkel voorbeeld zijn. Hoechst moet volgens de milieubeweging voor haar eigen kosten opdraaien. De overheid moet betere maatregelen stimuleren, maar mag absoluut niet te soepel vergunningen verlenen. We kunnen concluderen dat er nog heel wat moet verbeteren in de samenwerking tussen overheid, milieubeweging en bedrijf. De signaa1functie van de milieubeweging mag niet worden onderschat en als overheid en bedrijf hiervoor openstaan, kan hier een kritisch milieubeleid uit voortkomen.


WATISJASON Jason is in 1975 opgericht door een aantal jongeren om te voorLien in een duidelijke behoefte van jongeren aan evenwichtige informatie over internationale vraagstukken. Jason is niet gebonden aan enige politieke partij en heeft geen levensbeschouwelijke grondslag. Jason informeert op twee manieren. Ten eerste door de uitgifte van dit blad, dat eens per twee maanden verschijnt. In elk nummer staat een internationaal-politiek thema centraal. Recente thema's waren China, vluchtelingen, internationale wapenhandel en buitenlandse correspondenten in Nederland. Ten tweede informeert J ason door het organiseren van tal van activiteiten, zoals conferenties, debatten lezing~n, studiedagen, simulatiesPelen, wtwisselingen en de buitenland-borrel. De activiteiten van Jason hebben veel belangstelling gekregen van jongeren, maar ook van de nationale en regionale pers.

Voor nadere informatie kun je ook de volgende contactpersonen bellen: Amsterdam: Madeleine de Bree 020-837104. Delft: Steven Kroon, 015-126765.

g~~~;~~~~~ Pieter Blank, Eindhoven: Robert van den Heuvel 040-833147. ' Groningen: Patricia Alma, 05906-1404 . Leiden: Henri-Paul Schreinemachers, 071-120236. Utrecht: Yvonne Abrahamsen 030-430897. '

~3~~fi~rra van HiJst, Tilburg: Hakky Raymakers 013-433200. ' Nijmegen: Bart Driessen, 080-241051.

Voor wie een meer compleet overzicht wenst van de activiteiten van Jason ligt op het secretariaat van Jason informatie-materiaal gereed.

r--------------------------------------------------------------------------, 88 /2 Ik a~nneer mij hierbij op Jason Magazine en ontvang tegen betaling van f 30.- zes nummers in de komende twaalf maanden. Naam: Adres:

PostcodejWoonplaats:................... ;.............................. .................. . Telefoon: .......................... .............. ..... ........... ..................... ..... ... (U wordt verzocht te wachten met betaling totdat u een acceptgirokaart wordt toegezonden)


INDEXJASON 1987 87/3. Vluchten kan niet meer. Interview:

Justitie en het grote probleem van de stroom van asielzoekers.

ChieJ de Leeuwen Hans-Pau} Andriessen: Schiphol-Oost: "Tijdelijk" verblijf voor vluchtelingen zonder papieren. Hans-Psu} Andriessen: Europarlement wil van EG-landen ruimhartiger vluchtelingenbeleid.

Interview:

Oplossen politieke problemen helpt aantal vluchtelingen te verkleinen.

Interview:

Vluchtelingen werk maakt werk van opvang en integratie vluchtelingen.

Liesbeth Laman Trip: Traiskirchen, droevig symbool van Europees gesol met vluchtelingen.

87 /4. Internationale wapenhandel: veel geld weinig principes.

l;ert-Jan Stempher: Interview:

Interview: Interview: Interview:

In de wapenhandel gaan zaken boven principes. N,e derland gaat bij a~.nschaf van materiaal met over één nacht IJS . "Wapenhandel de hardste handel die er bestaat". "Voor de kleine handelaren valt er niet veel meer te verdienen". "Nederlandse wapenindustrie moet niet nog groter worden".

87/ 5. Berlijn: Voor eens en altijd verdeeld? WjJ}em MeJching: Interview: Dick KoJster: Maarten Huyink: Chie/ de Leeuw:

Berlijn van hoofdstad tot zone-stad: 1937-1987. "Cultuurexport geen smeermiddel". Duitse rol in Europa: frontèn brug tussen Oost en West. Duits vraagstuk is primair een liberaliseringsprobleem. "De Muur is geen hindernis voor onze wil om één stad te zijn".

87 / 6. VAN ONZE CORRESPONDENT IN . ..

Interview H. v.d Broek: "Erg blij dat er een doorbraak is". Interview Philip Freriks:" Enorme luxe om correspondent te zijn". Interview Peter Bock: "Nederland is eigenlijk mijn hobby". Interview Haye Thomas:" Groot - Brittanni~ is niet Europees". Interview Sergei "Perestrojka? Benny Hili op Russische tv!" MeJnikov: Interview Joop van Os: "Ik snoepte het nieuws voor ieders neus weg". Interview Sylvain "Nederland is journalistieke goudmijn ". Ephimenco:

88/1. INF-AKKOORD: GESCHIEDENIS VAN DE TOEKOMST. Dr. Hylke Tromp:

INF-akkoord: triomf, nederlaag, misverstand of echt keerpunt? "INF-akkoord is ronduit slecht en brengt Europa in gevaar". Prof. Yuri Davydov: Het INF -verdrag nu en in de toekomst. M. Faber en G. Berkhof.·Het succes van de vredesbeweging en Reagan als een "super-Faber". Interview "INF -akkoord is een resultaat van interne prof. Lammers: zwakte van Amerika". Drs. R. Vierhout: Toch nog een toekomst voor de Europese Defensie Gemeenschap?

Interview Siccama:

-----------------------------------_._-------------------------------------, Kan ongefr. verzonden worden.

JASON ANTWOORDNUMMER 2187 2501 WBDENHMG

Profile for Stichting Jason

Jason magazine (1988), jaargang 13 nummer 2  

Jason magazine (1988), jaargang 13 nummer 2  

Advertisement