__MAIN_TEXT__

Page 1


Jason Magazine is een tweemaandelijkse uitgave va n de Stichting Jason, gericht op jongeren die zich interesseren voor internationale politiek. In elk nummer wordt aan de hand van een aan tal artikelen getracht een evenwichtig en gevarieerd beeld te geven van een internationaal politiek vraagstuk. De redactie onthoudt zich hierbij van iedere politieke stellingname. Redactieleden kunnen echter wel op persoonlijke titel een artikel schrijven. Wie wil reageren op in Jason verschenen artikelen, of denkt zelf een bijdrage te kunnen leveren, wordt verzoc ht te schrijven naar: Redactie / secreta riaat Jason, Laan va n Meerdervoort 96 2517 AR Den Haag. Telefoon: 070-605658. Postgiro: 3561025. Bank: 456855548.

Overname van in Jason Magazine

INHOUDSOPGAVE. REDACTIONEEL. Pag. l INF-AKKOORD: TRIOMF, NEDERLAAG, MISVERSTAND OF ECHT KEERPUNT? Door dr. Hylke Tromp, verbonden aan het Polemologisch Instituut van de Universiteit van Groningen. Pag. 2

verschenen artikelen kan slechts geschieden in overleg met de redactie. REDACTIE JASON-MAGAZINE Hoofdredacteur: Huib van Olden. Redactieleden: Marieke Adema. Hans Pa uI Andriessen. Maa rtje Kranen. Chiel de Leeuw. Sam Muller. Eug猫n van de Pas. Gert-Jan Stempher. Eric Thomas. DAGELIJKS BESTUUR Voorzitter: P . H. Coebergh. Vice-voorzitter: R. v.d. Meer. Secretaris: M. Cantarella. Penningmeester: F. v.d. Heuvel. Public Alfairs: C. Weiland. Algemene Zaken: S. Madunic. ALGEMEEN BESTUUR Mr. F.C.M. Ca ris. Mr. P.R. Goedhart. Drs. M.C. A.M Huisman . Drs. R. Hillebrand. Drs. A.M. Knaapen. F.J. Marcus. H.C. van Olden. E.C.H.M. van de Pas. Drs. A.M. van der Togt. Drs. J.C. de Vries. Drs. D. H. Zandee. RAAD VAN ADVIES Prof. dr. W. Dekker, voorzitter. J.M. Bik. Prof. mr. J.F. Glastra van Loon. Drs. G.J.J.M. Hayen. C. C. van den Heuvel. H.A.M. Hoefnagels. Mr. J .G.N. de Hoop Schelfer. Drs. W.K.N. Schmelzer. Prof. dr. A, van Staden. Prof. dr. H. W. Tromp. Prof. dr. P.M.E. Volten. Drs. L. Wecke. ISSN 0165路8336

"INF-AKKOORD IS RONDUIT SLECHT EN BRENGT EUROPA IN GEVAAR". Interview met dr. A. Siccama door Alex Krijger en Gert-Jan Stempher. Pag. 4 HET INF -VERDRAG NU EN IN DE TOEKOMST. Door professor Yuri Davydov van het Instituut voor de VS en Canada van de USSR-Academie van Wetenschappen. Pag. 8 HET SUCCES VAN DE VREDESBEWEGING EN REAGAN ALS EEN "SUPER-FABER". Gesprek met Mient-J an Faber en brigade-generaal b.d. G.C. Berkhof op grond van aantal stellingen. Pag. 10 "INF -AKKOORD IS EEN RESULTAAT VAN INTERNE ZWAKTE VAN AMERIKA". Interview met prof. A. Lammers. Pag.l5 TOCH NOG EEN TOEKOMST VOOR DE EUROPESE DEFENSIE GEMEENSCHAP? Door drs. R. M. S. Vierhout, onderzoeker aan het Studiecentrum voor Vredesvraagstukken van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Pag. l9


1

Na het INF-akkoord De dag van 8 december was een van de hoogtepunten van het jaar 1987. Gedurende de uren van de topontmoeting tussen de leiders van de twee supermachten in Washington werd de ge誰nteresseerde wereldburger via interviews, beschouwende artikelen en tvreportages op de hoogte gesteld van de inhoud en consequenties van het te ondertekenen INF akkoord. In de berichtgeving overheerste eenjuichende stemming. Najaren van eindeloos durende onderhandelingen was er een tastbaar bewijs van een verbeterde verstandhouding tussen het Oostelijk en het Westelijk blok op komst. Dit gevoel werd voor velen in WestEuropa versterkt door de veelvuldige berichtgeving over de gebeurtenissen binnen de Sovjetunie zelf. Glasnost en Perestrojka werden in een adem met het INF-akkoord genoemd. De meningen waren echter niet allemaal onverdeeld positief, en dat zijn ze nog steeds niet. De ondertekening van het akkoord is ten tijde van het verschijnen van dit Jason Magazine ruim drie maanden oud, maar nog steeds bestaat een groot deel van de internationale berichtgeving uit INF -nieuws. Artikelen over de toekomst van Europa en de mogelijkheid van vervolg-verdragen op het gebied van wapenbeheersing staan hierin centraal. J ason Magazine wil daarom in dit nummer een indrukgeven van de discussie over de consequenties van hetINF-akkoord zoals die op dit moment plaatsvindt. ERIKTHOMAS


2

INF-akkoord: triomf, nederlaag, misverstand of echt keerpunt Zelden hebben de helderzienden elkaar zo tegengesproken, als na de ondertekening van het INF-akkoord in Washington. De overeenkomst, die voorziet in de afschaffing van de kernraketten voor de middelange afstand in Europa, is door sommigen een triomf genoemd voor Reagan's harde en duideli;jke lijn. Anderen noemen het akkoord zowel een politieke als militaire nederlaag voor de regering Reagan, en in alle opzichten een overwiruting voor de Sovjetunie. Weer anderen spreken over een misverstand, een bedrijfsongeval of een samenloop van omstandigheden die niets te maken heeft met welk politiek beleid dan ook. Ik zal de verschillende visies hieronder puntsgewijs behandelen.

Dit artikel is geschreven voor dr. Hylke Tromp, verbonden aan het Polemologisch Instituut van de Universiteit van Groningen.

- Het INF -akkoord is een triomf voor Reagan's harde en duidelijke lijn. In zijn gehele ambtsperiode heeft hij erop gehamerd dat de Sovjetunie pas tot concessies bereid zou zijn als de militaire macht van de Verenigde Staten in voldoende mate zou zijn hersteld. Consequent heeft hij nu bijna acht jaar lang ervoor gezorgd dat het defensiebudget ruim genoeg was om de achterstand, opgelopen gedurende de zogenaamde detente, in te lopen en een voorsprong te nemen. Consequent heeft de regering Reagan ervoor gezorgd dat alle inmenging in dat defensiebeleid door zogenaamde armscontrolvoorstellen, ongedaan werd gemaakt. Het resultaat is veelzeggend. Eerst is de Sovietunie teruggekomen aan de onderhandelingstafel, die ze in protest hadden verlaten toen de plaatsing van de INF-raketten in Europa begon. Daarna hebben ze steeds meer water bij de wijn gedaan. Tenslotte heeft het Kremlin Reagan's voorstel voor de zogenaamde "nuloptie" uit 1981 onverkort geaccepteerd. Zoals iedereen nu kan zien, was dat een voorstel waarbij de Sovjetunie veel meer kernwapens zou moeten inleveren dan de Verenigde Staten. Er is blijkbaar maar één goede manier om met de Sovjetunie om te gaan: een harde lijn, consequent toegepast.

tieke als militaire nederlaag voor de regering Reagan, en in alle opzichten een overwinning voor de Sovjetunie. Het is een akkoord dat de Verenigde Staten nooit hebben gewild, ondanks Reagan's zogenaamde nul-optie in 1981, waarin hij voorstelde 572 nieuwe kernwapens, die er nog niet eens waren, in te ruilen tegen honderden Sovjet-raketten en duizenden Sovjetkernkoppen. Dat voorstel was bedoeld voor de publieke opinie en om de vredesbewegingen de wind uit de zeilen te nemen. Maar iedereen was

Nederlaag - HetINF-akkoordiszoweleenpoli-

De mogelijke terugtrekking van Sovjet-troepen uit Afhanistan is een symbool van de heroriëntatie in het Kremlin.

...• -.....

ervan overtuigd dat de Sovietunie er nooit op in zou kunnen gaan, omdat het het inruilen van wapens voor lucht betekende. De plaatsing van die 572 INF -wapens had weliswaar een groot aantal zeer verschillende redenen, maar de belangrijkste was dat de 108 PershingII-raketten in staat zouden zijn binnen vijf tot tien minuten in een verrassende chirurgische aanval mogelijk alle militaire commando-centra van de Sovjetunie in West-Rusland te vernietigen, inclusief het Kremlin.

-


3

Dat was een bedreiging waar de Sovjetunie buitengewoon over verontrust was. Daarnaast betekende de plaatsing van de 572 nieuwe systemen in West-Europa ook dat een politieke zorg over de koppeling van de verdediging van West-Europa aan de Verenigde Staten werd weggenomen - een thema waar jarenlang moeilijkheden over waren gerezen. Door Reagan's nul-optie over te nemen en later zelfs nog uit te breiden tot de kernwapens met een bereik van 500 tot 1500 kilometer, heeft de Sovjetunie de dreiging van de Pershings weggenomen, de problemen rond de koppeling weer als een wig tussen de Verenigde Staten en WestEuropa gedreven en bovendien het restant aan kernwapens tot een nieuw twistpunt gemaakt. Die rest bestaat alleen uit kernwapens met een bereik van nul tot 500 kilometer, en met name de Bondsrepubliek ziet die liever vandaag dan morgen verdwijnen. Als ze gebruikt moeten worden, is het op het gebied van de Bondsrepubliek. Aan de andere kant zou het weghalen de NAVO zonder kernwapens laten en de conventionele superioriteit van het Warschau Pact des te zwaarder doen uitkomen. Het INF-verdrag laat de NAVO in verwarring en met een gehavende defensie achter en scherpt de tegenstelling tussen de VS en West-Europa aan.

Misverstand - HetINF-verdrag is een misverstand, een bedrijfsongeval, een samenloop van omstandigheden en heeft niets te maken met welk politiek beleid dan ook - in elk geval niet van de kant van de Verenigde Staten. Zonder Irangate zou het er nooit zijn gekomen: de Amerikaanse president had door de mislukte Iranpolitiek een dergelijk prestigeverlies geleden dat het INF-verdrag de enige mogelijkheid was om zijn populariteit weer enigszins te herstellen. Waar nog bij komt dat Reagan zijn laatste jaar een fraaie plaats in de geschiedenisboekjes wil verwerven (en als hij er zelf niet aan denkt, dan wel zijn vrouw). In dat opzicht lijkt hij geslaagd: het voorstel Reagan en Gorbatsjov samen de Nobelprijs voor de Vrede uit te reiken, ligt al bij de commissie.

Maar omdat het een bedrijfsongeval

Of het INF-akkoord nu een misverstand, bedrijfsongeval of keerpunt zal blijken te zijn, voor Reagan en Gorbatsjov was de ondertekening ervan een reden het glas te heffen.

is, betekent het ook niets voor de lange termijn politiek. De regering Reagan zal in zijn laatste jaar niet meer in staat zijn nieuwe verdragen af te sluiten, en als ze het al probeert, zullen ze waarschijnlijk geratificeerd moeten worden door een nieuw Congres onder een andere regering. Dat kan wel eens raar lopen, zoals de geschiedenis van het SALT-II verdrag illustreert.

Keerpunt - Het INF-verdrag is een keerpunt. Niet omdat het de eerste keer is sinds 1945 dat beide partijen een verdrag sluiten waarin overeengekomen wordt dat wapens vernietigd worden, gecontroleerd en wel. Zeker niet vanwege de manier waarop het tot stand is gekomen: dat was meer toeval dan beleid, maar elke realist weet dat de meeste politieke beslissingen zo vallen. Nee, het is een keerpunt omdat het samenvalt met een aantal andere ontwikkelingen. Dat zijn: de desastreuze staat van de Amerikaanse economie, het feit dat Reagan door zijn overspannen defensieuitgaven van Amerika het grootste schuldenland ter wereld heeft gemaakt, de ineenstorting van de dollar, de ineenstorting van de aandelenkoers in Wallstreet en het militaire onvermogen van de Verenigde Staten om wat dan ook waar dan ook succesvol te doen. Daarnaast is er de opkomst van de Gorbatsjov, die in populariteit Reagan vrijwel overal overtreft, en vooral, de verandering van de image van de Sovietunie onder Gorbatsjov. Het is nu een land dat bezig is te democratiseren, dat de grenzen openstelt voor buitenlandse investeringen (zelfs McDonald opent binnenkort

een hamburgerpaleis in Moskou), dat de bewapeningsuitgaven wil verminderen, uit Afghanistan weg wil en liefst zo snel mogelijk en dat kennelijk prijs stelt op goede betrekkingen met het Westen.

Symptomen Dat zijn omstandigheden die van het INF-verdrag een keerpunt kunnen maken. Want doorgaan met het uitgeven van geld aan defensie zoals in de laatste tien jaar, is niet alleen pure kapitaalvernietiging, het blijkt zowel in het Oosten als in het Westen de economie te hebben uitgehold, de levensomstandigheden te hebben verslechterd en bovendien ook nog geen veiligheid te hebben opgeleverd. Herorii!ntatie van het politieke beleid in beide kampen is nodig en het INF-verdrag is er waarschijnlijk het eerste symptoom van. Dat de nieuwe Amerikaanse minister van defensie, Carlucci, begon met het defensiebudget met tien procent te verlagen, is een ander symptoom. Dat de Sovietunie zich terugtrekt uit Afghanistan een derde. Misschien volgt er een topconferentie waarin Reagan en Gorbatsjov besluiten tot vernietiging van tenminste de helft van het bizarre arsenaal van 60.000 kernwapens. Het is niet alleen mogelijk, het begint zelfs waarschijnlijk te worden. Ze hebben allemaal gelijk.


4

"INF-akkoord is ronduit slecht en brengt Europa in gevaar" Een dag voor het ondertekenen van het INF-akkoord op 8 december verscheen het boek "Wapenbeheersing" van dr. Siccama, als medewerker verbonden aan het Instituut Clingendael. In het rustiek gelegen park Clingendael in Den Haag zochten wij dr. A Siccama op en spraken met hem over het INF-akkoord en de daaraan verbonden gevolgen voorEuropa. Dr. A. Siccama toonde zich tijdens het gesprek een fel tegeDStandervanhet tussen de twee supermachten gesloten akkoord. "Ik vind het ronduit een slecht akkoord Het brengt de Europese veiligheid in gevaar". De heer Siccama is niet bepaald optimistisch over de toekomst van Europa. "Europa zal wel eens onder Russische heerschappij kunnen komen. Terugtrekking van in Europa gestationeerde Amerikaanse troepen op korte termijn acht ik niet uitgesloten. Europa weet niet wat de gevolgen zijn van het INF -akkoord", aldus Siccama.

In uw boek" Wapenbeheersing" stelt u dat wapenbeheersing niet altijd tot wapenvermindering hoeft te leiden. In hoeverre gaat dat op voor het INF-akkoord? Siccama: "Allereerst moeten wij stellen dat wapenbeheersing niet automatisch leidt tot vermindering van de oorlogskansen en evenmin tot vergroting van de Europese veiligheid. Dit is ook de belangrijkste strekking van mijn boek. Het is een twistpunt. Ik ben een fel tegenstander van de nul-optie. Ik ben voorstander van het laten staan van een beperkt aantal kruisvluchtwapens of Pershings lI's en het verder ontmantelen van alle andere wapensystemen, omdat het achterland van het Oostblok continu bedreigt moet blijven",

U zegt zelfs in uw boek dat de nuloptie de indruk wekt dat de supermogendheden ongeschonden uit een Europese strijd te voorschijn mogen komen.

Siccama: "Ja, dat is ook zo. De Amerikanen zullen sterk aarzelen om hun sterkste raketten in te zetten indien Europa bedreigd wordt, omdat zij dan een aanval op hun eigen grondgebied kunnen verwachten. De nul-optie verkleint dus zodoende de Europese veiligheid. Ik ben meer voor de directe afschrikking en die verliest nu juist zijn geloofwaardigheid, als er steeds minder kernwapens in Europa komen te staan. Daarom stel ik ook dat de onderhandelaars aan de verkeerde kant zijn begonnen. Men had beter atoommijnen en nucleaire kanonnen kunnen afschaffen en dan wat van die middellange jongens laten staan. Daarbij komt ook nog het feit dat de nu overblijvende kernraketten gericht zijn op andere landen in het Oostblok dan de Sovjetunie, wat de blokvorming van het Warschau Pact natuurlijk alleen maar ten goede komt. Ik vind daarom dat wij terug moeten grijpen op de klassieke wapenbeheersingspolitiek. Ten eerste: eenzijdige stappen nemen aangaande wapensystemen, die toch niet relevant zijn voor de eigen bescherming. Ten tweede: de onderhandelingspartners duidelijk maken dat over sommige wapens niet te onderhandelen valt, omdat je die gewoon noodzakelijk acht voor de eigen verdediging. Nu de in mijn ogen meest waardevolle kernwapens verdwijnen, wordt de veiligheid van Europa zwaar aangetast. Het feit dat zowel de Sovjet-Unie als de Verenigde Staten alleen voor-

Interview met dr. A. 5iccama door Alex Krijger en Gert-Jan Stempher.

Onderzoeker dr. A. Siccama van het Instituut Clingendael.

deel hebben bij het INF -akkoord geeft te denken over de positie van Europa. De Sovjet-Unie heeft namelijk het toch weten te versieren dat het vanuit Europa, met uitzondering van de twee Europese kernmachten, niet aangevallen kan worden. Daar was het de Russen om te doen: het uitschakelen van die Europese bedreiging".


5

Reagan en Gorbatsjov opgetogen bij de ondertekening van het INF-akkoord. Maar dr. Siccama deelt die vreugde geenszins.

Ver van Europa Dat Amerika ver van Europa ligt, kan in de ogen van de heer Siccama twee kanten op werken: "Men zou eerder geneigd kunnen zijn Europa nucleair te steunen, hopende zelf buiten schot te blijven. Anderzijds zouden de Amerikanen de neiging kunnen hebben dat als zij iets doen het zo in te kleden, dat de kans dat zij zelf de klappen krijgen zo gering mogelijk wordt".

In sommige Euopese landen begint men huiverig te worden over de nucleaire steun van de Vs. Zijn de in het leven geroepen Eurobrigade en de gerevitaJiseerde WEU bewijzen van die zenuwachtigheid? Siccama: "Ja. Ik denk bijvoorbeeld dat de koerswijziging van de Fransen in deze van uiterste importantie is: de Fransen lijken nu echt van plan an-

dere Europese landen conventioneel en nucleair te helpen, indien zij daar om vragen. Dat verder de Britten en de Fransen gezamenlijk werken aan een nieuw nucleair wapen bevestigt de indruk alleen nog maar, dat men het gat dat is ontstaan door het INFakkoord zo goed mogelijk tracht te compenseren. In mijn boek, wat als een soort handboek gezien moet worden, stel ik vier compensatiernogelijkheden voor als alternatieven voor het geleden verlies. Tot voor kort wees ik overigens alle vier alternatieven van de hand. Maar als de koersverandering van de Fransen zo blijft, dan geef ik het alternatief van de Europese militaire samenwerking het voordeel van de twijfel. De overige drie varianten zijn het in gebruik nemen van nieuwe strategische middelen met bereik tot in de Sovjet-Unie. Er zijn bronnen die zeggen dat dit inmiddels al is ge-

beurd. Zo zouden er meer kernladingen aan boord van onderzeeboten ge誰nstalleerd zijn. Een andere mogelijkheid is een uitbreiding van alle kortedrachtswapens (SNF). Dat zijn de raketten met een bereik tot 500 kilometer. Hierbij denk ik aan atoommijnen; nieuwe raketten als opvolgers van Lance-raketten of zelfs invoering van de Neutronenbom. De laatste mogelijkheid is een versterking van de verdediging op conventioneel gebied".

Indien landen het geleden verlies als gevolg van het INF-akkoord willen compenseren, wat heeft dat hele akkoord dan voor nut? Siccama: "Geen. Het is in mijn ogen ook gewoon een slecht akkoord. Van den Broek of Van Eekelen zal je nooit horen over compensatie, omdat zij het INF -akkoord bejubelen en de modernisering van de kortedrachtswapens (F -111 bommenwerper en de opvolgers van de Lance-raket)


6

-

.

••

..",. •'' .

..

Russische tanks tijdens een oefening. Terugtrekking van tanks uit de DDR en

Tsjechoslowakije zou volgens Siccama een goede zaak zijn.

aan het publiek verkopen als zijnde noodzakelijk en losstaand van het gat dat gevallen is door het akkoord. Het akkoord is in andere zin ook slecht, omdat het bijvoorbeeld vliegtuigen met kernbommen aan boord en met een bereik van 500 kilometer niet in de artikelen heeft opgenomen. Ik durf zelfs te zeggen dat als het Warschau Pact een aantal dingen zou doen die wij nu doen, de NAVO dit zou beschouwen als schending van het INF-akkoord. Vervolgens zou de NAVO dan overgaan tot herbewapening op het gebied van de middellange afstandswapens. Dat ook de Russen compenseren lijkt mij daarbij toch ook zeer waarschijnlijk".

Koppeling met SDI Waarom heeft secretaris-generaal Gorbatsjoveind februari 1987 de koppeling laten vallen tussen SDI en INFO Siccama: "Daar is maar een reden voor: de bedreiging van het Russisch achterland door de middellange af-

standsraketten. Deze landraketten waren de enige die de Sovjet-Unie echt bedreigden. Van de kernbommen in vliegtuigen heeft de NAVO zelf al eens gezegd, dat deze hun doelen toch nooit kunnen bereiken omdat het Russisch luchtafweersysteem ze zal onderscheppen. Wat ik dan ook oerstom vind van de Russen is het feit dat president Brezjnev in 1979 niet heeft gezegd: wij bevriezen de 120 SS-20-raketten. Dan hadden namelijk de Russen er 120 gehad en zou de NAVO op nul zijn blijven steken. Nu is het nul-nul. Dat is oerstom". De heer Siccama constateert dat het nogal eens voorkomt dat landen tegen hun eigen belangen in onderhandelen. Een voorbeeld vindt hij het verzoek van de Europeanen om een nul-optie. Voor de publieke opinie werd de stationering van de kruisvluchtwapens en Pershings voorgesteld als zijnde het NA VOantwoord op de SS-20-raketten. "Maar dat was slechts ten dele zo bedoeld, het hoofddoel was een extra gestalte te geven aan de koppeling".

Mijn vraag is nogmaals: Wat heeft dat hele akkoord dan voor nut gehad? De koppeling tussen Europa en de VS valt nu toch alsnog weg? Siccama: "Precies, toenmalig bondskanselier Schmidt was nooit erg gecharmeerd van Carter en wilde daarom met de stationering van de middellange afstandsraketten de koppeling als het ware aan Carter opdringen. Schmidt wenste dat de Amerikanen door het stof zouden kruipen voor de Europeanen. Zijn tweede reden was zuiver van technische aard: de vliegtuigen met kernladingen konden niet meer door het luchtafweersysteem van de Russen heenkomen. Het INF-akkoord is dan ook puur een akkoord voor de publieke opinie. Ik ben zo fel tegenstander van het akkoord, omdat ik vrees voor een ontkoppeling. Toch moeten wij ook niet vergeten dat met het ontmantelen van 441 SS-20's een behoorlijke dreiging voor Europa wegvalt. De keuze waarvoor wij staan is deze: of wij starten een conventionele wapenwedloop of wij stationeren een aantal nieuwe kernraketten met bereik tot in de Sovjet-Unie. Daar een conven-


7

Partijleider Gorbatsjov heeft met het INF-akkoord een doel bereikt, aldus dr. Siccama. Het uitschakelen van de bedreiging van Russisch grondgebied door Amerikaanse k ernwapens in Europa.

tionele wapenwedloop een grote uitbreiding van het defensiebudget vergt en daarnaast ook dienstplichtverlenging en een civiele eerste verdediging zoals het Zwitserse systeem, lijkt deze keuze politiek onhaalbaar. Ik vind het wel een slechte zaak dat de Nederlandse burgers deze keuze onthouden wordt. Erg blij zal ik wel zijn als de Russen, zoals Gorbatsjov onlangs heeft gezegd, dertien Russische tankdivisies (van de 24') uit Oost-Duitsland en Tsechoslowakije weg zullen halen. Dat zou echt vermindering van de oorlogskansen betekenen"

Geloofwaardigheid Is de afschrikking vanuit Europa naar het Warschau Pact toe nog wel geloofwaardig? Siccama: "Allereerst moeten wij niet bang zijn dat conventionele ongelijkheid, zoals die nu bestaat, de oorlogskansen vergroot. Integendeel zelfs. De geschiedenis heeft ons geleerd dat bij veel situaties van conventionele gelijkheid vaak oorlogen uitbraken. De koppeling valt niet echt weg. De afschrikking evenmin. Wel is het schizofreen dat er wordt gesteld: de Amerikanen moeten voor onze veiligheid zorgen en anderzijds dat de kernwapens in Europa moeten verdwijnen. Ik vertrouw erop dat de Russen beseffen dat een conventionele oorlog even vernietigend voor henzelf is als voor ons. Daarom hoeven wij ons niet helemaal vol te gaan proppen met kortedrachtswapens."

en alleen elkaar kunnen vernietigen. Genscher wordt al verdacht van openingen naar Moskou. De kans is niet ondenkbeeldig dat de Duitsers Moskou als een serieuzer veiligheidspartner gaan zien dan Washington. Voor Duitsland zijn er drie mogelijkheden. Finlandisering geeft de Russen het recht Duitsers te verdedigen. De creatie van een onafhankelijke Duitse kernmacht en Westeuropese militaire samenwerking onder Franse leiding zijn andere mogelijkheden. De laatstgenoemde variant zou een serieuze kans gegeven moeten worden. De Europese samenwerking moet dan wel wat meer worden dan het vangnet onder de atoomparaplu van de VS, wat het nu nog is. De West Europese Unie (WEU) zou een goed instrument kunnen zijn waarbinnen een Europese veiligheidssamenwerking gecreĂŤerd zou moeten worden. Dat de Fransen deel uitmaken van de WEU is alleen maar voordelig, omdat dit de schakels van de Europese veiligheid, Parijs en Bonn, dichter tot elkaar brengt. Ook voor Nederland zou het een ideaal instrument zijn omdat het een klein clubje betreft waarin Nederland dus automatisch meer in de melk heeft te brokkelen. Een andere reden waarom Nederland de WEU positief zal benaderen is het feit, dat ook Engeland er onderdeel van uitmaakt. En dat zorgt weer voor de schakeling met de NAVO".

Eigen verdediging

Wat moet er met de beide Duitslanden gaan gebeuren?

Heeft het tot stand komen van een goed georganiseerde en sterke Europese veiligheidssamenwerking . haast?

Siccama: "Het moet geen neutrale zone gaan worden zoals Oostenrijk, omdat de beiden Duitslanden in tegenstelling tot Oostenrijk een politiek' militair spanningsveld en zwaartepunt vormen. De Russen zullen de Duitsers echter trachten te lijmen via aanlokkelijke voorstellen over de verwijdering van de SNFwapens, waarmee de Duitsers enkel

Siccama: "Nee. Als Atlanticus blijf ik vertrouwen op Washington. Ik ben tevreden als in een aantal Europese landen kernraketten op Rusland gericht staan. Als ik echter zelf in Washington zou hebben gezeten, dan had ik inmiddels wel eens gezegd: Europa verzorg je eigen verdediging nu

zelf maar eens!"

Zou het zo kunnen zijn dat de Amerikanen op het gebied van SDI een eenzijdige onkwetsbaarheid crei!ren, met alle gevolgen van dien voor Europa? Siccama: "Ja, er zijn genoeg aanleidingen daarvoor geweest. Allereerst is de rol van de VS tanende. Het land kan niet meer de rol van (nucleaire) politieagent van de wereld spelen. Verder verwacht ik ook dat het een issue zal worden in de komende presidentsverkiezingen. Amerika zal in de nabije toekomst het vertikken om nog langer het begrotingstekort te laten oplopen, omdat de Europeanen te beroerd zijn hun eigen defensie te betalen. Mijn toekomstbeeld is dan ook niet al te positief. Ik verwacht zelfs dat de Europeanen wel eens onder de heerschappij van de Russen zullen komen. Dat expansionisme, geweld en plunderen zit die Russen nou gewoon eenmaal in het bloed. De Westduitsers zullen het wel op een akkoordje gaan gooien met Moskou. De VS tenslotte zullen wel op de isolationistische toer gaan, vergelijkbaar met Engeland aan het begin van deze eeuw. De slechtste variant is de modernisatie van de kortedrachtswapens en te komen tot bijvoorbeeld de stationering van de Neutronenbom. Ik kan helaas niet uitsluiten dat deze variant nooit gebruikt zal worden. Ik blijf toch ondanks alles vertrouwen op de Amerikanen. Indien de Fransen die rol willen overnemen dan is dat ook prima".

Maar betekent dat niet het einde van deNAVO? Siccama: "Indien de VS binnen Europa niet meer vertrouwd worden aangaande nucleaire bescherming, is Europa genoodzaakt het zelf te

doen". Na afloop van het somber getoonzette interview belandden wij op een lager gelegen etage, waar het instituut Clingendael in alle vrolijkheid een nieuwjaarsreceptie hield. De heer H. Neuman, directeur van het Instituut Clingendael, hield een opwekkende rede waarin hij een positief nieuw jaar voorzag. Enigszins bedrukt bestelden wij een biertje en toostten met Neuman op het komend jaar. "Ach Europa, je weet niet watje te wachten staat".


8

Het INF-Verdrag nu en in de toekomst Het Verdrag inzake de middellange- en korteafstamJsraketten, dat op 8 december van het vorige jaar te Washington werd ondertekend, wordt door veel politici in het Oosten en het Westen beschouwd als een historische overeenkomst. Daar is zeker reden toe:voor de eerste keer in de geschiedenis van de mensheid zijn twee mogendheden werkelijk overeengekomen het aantal wapens te verminderen; wapens die door hun vernietigende uitwerking zeer gevaarlijk zijn.

Deze bijdrage is van de hand van professor Yuri Da vydov, afdelingshoofd aan het Instituut voor de VS en Canada van de USSR-Academie van Wetenschappen

van het INF -Verdrag, de dreiging voor hun troepen in West-Europa en voor hun bondgenoten afgewend. Blijk baar heeft ook Washington grote betekenis gehecht aan het feit van de ongelijke vermindering van het aantal raketten, waarin de Sovjetunie had toegestemd. Het stemt de Sovjetunie tot voldoening dat de eerste - en altijd moeilijke - stap is gezet op de weg naar de uitvoering van het door haar voorgestelde programma voor de gefaseerde vernietiging van alle nucleaire wapens. Maar de gevolgen van het verdrag zijn veel ingrijpender dan de vernietiging van 2611 raketten met kernkoppen, die tientallen miljoenen

mensen kunnen doden. In de eerste plaats is de mogelijkheid van nucleaire ontwapening in de praktijk bewezen. In de tweede plaats kan dit proces, als het verdrag bekrachtigd wordt, werkelijk op gang komen. Dit betekent dat de schepping van een kernwapenvrij Europa of van een kernwapenvrije wereld geen excentriek denkbeeld is, zoals veel mensen hebben gemeend.

De ondertekening van het Verdrag werd mogelijk - ondanks zeer ernstige meningsverschillen tussen de Sovjetunie en de Verenigde Staten, ook op het gebied van de veiligheid - doordat de beide mogendheden erin slaagden een evenwicht van belangen te vinden met betrekking tot de kwestie van de vernietiging van deze speciale categorie nucleaire wapens. Zij begrepen dat zij dezelfde belangen hadden en dat de OostWestbetrekkingen te zeer belast werden door het vraagstuk van de nucleaire wapens. Zonder verlichting van deze last was het nauwelijks mogelijk te komen tot vermindering van de internationale spanningen. Dit proces moest op gang worden gebracht. Dat kon des te gemakkelijker gebeuren met die wapensystemen, die een nuncleaire oorlog op grote schaal konden ontketenen. In het geval van een militair conflict in Europa zouden de middeillange- en korte-afstandsraketten in een vroegtijdig stadium van dit conflict kunnen worden gelanceerd. De gevolgen daarvan zouden rampzalig zijn. Bovendien was het van belang voor de Sovjetunie de onmiddellijke bedreiging van haar grondgebied met nucleaire wapens te verminderen. De Amerikaanse raketten die vanaf het grondgebied van de Westeuropese landen zouden worden gelanceerd, konden de Sovjetunie binnen 8 Ă 10 minuten bereiken, waarna bijna automatisch een vergeldingsactie op gang zou worden gebracht.

Dreiging afgewend De VS hebben, door ondertekening

Dr. Joeri Davydov.

Strategische wapens Er zijn ook goede vooruitzichten voor de beperking van de ~trategische aanvalswapens met vijftig procent, want wij hebben waardevolle ervaring opgedaan in het onderhandelen en in het bereiken van compromissen. Als het mogelijk zou zijn overeenstemming te bereiken over alle elementen van het verdrag betreffende de strategische aanvalswapens en dit te ondertekenen tijdens het voorgenomen bezoek van president Reagan aan Moskou, dan zou men mogen spreken van een radicaal keerpunt in de vermindering van de nucleaire bewapening. Uiteraard kan een overeenkomst over de halvering van de strategische aanvalswapens zin hebben, mits de tekst van het ABM-Verdrag van 1972 wordt gehandhaafd, waarin de strategische stabiliteit in de betrekkingen tussen de USSR en de VS wordt verzekerd. Naar de mening van Sovjetrussische deskundigen zou de stationering van wapens in de ruimte deze stabiliteit sterk verstoren. Daardoor zouden veel onzekerheden in de Sovjetrussisch-Amerikaanse betrekkingen ontstaan, die zouden kunnen leiden


9

tot beperking van de bestaande akkoorden over nucleaire wapens. Ook thans is het hardnekkige verlangen van Washington om het SDI buiten het laboratorium te beproeven, niet bevorderlijk voor het verbeteren van de sfeer bij de Sovjetrussisch-Amerikaanse onderhandelingen over de beperkingen van de strategische aanvalswapens. De Sovjetunie wil geen nieuwe spiraal in de wapenwedloop veroorzaken, want zij ziet in de praktijk over twintig Ă dertig jaar, of zelfs al eerder, alleen maar buitengewoon negatieve consequenties van het Amerikaanse streven.

Voorlopige oplossing Het is zeker mogelijk met betrekking tot dit probleem enkele voorlopige oplossingen te bereiken en overeen te komen zich niet terug te trekken uit het ABM-Verdrag gedurende een afgesproken periode. Wij gaan vermoedelijk in deze richting, maar de eigenlijke kwestie van het nut van het SDI staat nog steeds op de agenda van de Sovjetrussisch-Amerikaanse betrekkingen. Het sluiten van het INF-Verdrag heeft tot op zekere hoogte het probleem van de conventionele wapens verergerd (althans naar Westers oordeel), maar hoe dit ook zij, ik geloof dat er extra impulsen geweest zijn

om ook op dit gebied serieuze onderhandelingen te beginnen. De USSR en de andere socialistische landen (het Initiatief van Boedapest van de landen van het Warschau Pact in juni 1986) wensen de strijdkrachten en de bewapening van de landen van het Warschau Pact en van de NAVO met een kwart te verminderen in het allereerste stadium. Begonnen moet worden met een geleidelijke herstructurering van de strijdkrachten van beide blokken volgens de beginselen van de niet-offensieve verdediging. In Wenen voeren 23 landen van het Warschau Pact en van de NAVO overleg over een agenda voor besprekingen over de vermindering van de strijdkrachten en de bewapening in Europa vanaf de Atlantische Oceaan tot aan de Oeral. Deze besprekingen kunnen vermoedelijk in de loop van dit jaar beginnen.

Sfeer van vertrouwen Het Verdrag van Washington is een belangrijke stap tot het scheppen en uitbreiden van een sfeer van vertrouwen - onontbeerlijk voor de betrekkingen tussen Oost en West. Het systeem van de verificatie waarin het Verdrag voorziet, omvat 640 inspecties ter plaatse gedurende dertien jaar. De installaties waarop toezicht dient te worden gehouden, zijn

Sovjet-leider Michael Gorbatsjov.

van buitengewoon groot belang voor de veiligheid van de USSR, de VS en een aantal Europese landen. Zodra een verdrag over de radicale vermindering van de strategische wapens wordt ondertekend, wordt het aantal wederzijdse inspecties verveelvoudigd. Het ontstane vertrouwen op dit gebied zal een gunstige invloed uitoefenen op elk terrein van de OostWestbetrekkingen. Alle werkzaamheden, verbonden aan de voorbereidingen van het verdrag inzake de middellange- en korte-afstandsraketten, de Sovjetrussisch-Amerikaanse topontmoeting in Washington in december van het vorige jaar en de gemeenschappelijke Sovjetrussisch-Amerikaanse verklaring over de resultaten daarvan, tonen in alle duidelijkheid dat een proces van een positief nieuw politiek denkeneen politieke filosofie die de huidige internatioale betrekkingen in de praktijk kan veranderen - is begonnen in onze conflictueuze, doch onderling afhankelijke wereld.


10

Het succes van de vredesbeweging en Reagan als een "super-Faber" • Het INF-verdrag maakt zonder verdragen op het gebied van de conventionele bewapening en de inter-continentale raketten de toekomst van Europa niet veel rooskleuriger. • Nu de vredesbeweging in belangrijke mate tot de totstandkoming van het INF-akkoord heeft bijgedragen. heeft zij haar doel bereikt en dient zij zich zeU op te heffen. • De enige reden voor de supermachten om het verdrag te sluiten lag in intern politieke factoren die bevredigd moesten worden.

Een gesprek met Mient-Jan Faber en brigade-generaal b.d. G.c. Berkho! op grond van aanläJ stellingen. Door Erik Thomas, AJex Krijger en Maartje Kranen.

IKV-secretaris Mient-J an Faber en generaal b.d. Berkhof gingen op verzoek van Jason Magazine verbaal met elkaar in de slag over drie stellingen. In dit artikel een weerslag van de discussie, die werd geopend door generaal Berkhof. Zijn reactie op de eerste stelling: "De koppeling tussen Europa en de VS heeft een hoop elementen. Om te beginnen politieke en machtselementen. Verder de aanwezigheid van Amerikaanse troepen in Europa. Ten vierde een kernbewapening, waardoor je als Europa onder de paraplu van de VS komt. Nu is het voor de VS heel moeilijk om enerzijds wapenverdragen te sluiten en anderzijds rekening te houden met de veiligheid van West-Europa. Dat is het problematische van het hele verdrag".

moeten. We moeten niet zozeer van de krijgsmacht af. Maar wil het ontspanningsproces doorgang vinden, dan moeten we ons wel de vraag stellen of we van die papieren oorlog af willen. Je moet deze vraag nu stellen, omdat er een aantal ontwikkelingen in Oost-Europa aan de gang zijn, die op zichzelf niet van belangen ontbloot zijn. Wat je hoopt en moet bevorderen is dat het democratiseringsproces in Oost-Europa op gang komt en dat het niet bij aanzetten blijft en vervolgens weer inzakt. De oorlog op papier is verbonden met een andere tijd, namelijk de tijd van het gescheiden Europa. Wil je daar doorheen, dan zul je iets aan die papieren oorlog moeten doen. Het INF als akkoord

leen West of ook Oost-Europa? Het gaat naar mijn idee over de beide delen van Europa en wel om de principiële reden, dat die wapens niet op zich zelf staan maar iets te maken hebben met het Oost-West conflict. Indien er iets gebeurt op het gebied van bewapening behoort de vraag te zijn: "Wat heeft dat voor een invloed op het Oost-West conflict in die zin dat het bij kan dragen tot de oplossing van het Oost-West conflict". Mijn mening is dat dit akkoord kan bijdragen tot de oplossing van dit conflict. Er moet ongetwijfeld nog veel meer gebeuren. Maar het is een bijdrage. Ik heb de indruk dat we in Europa een oorlog op papier tussen Oost en West aan het voeren zijn en de vraag is of we daar niet van af

Jason: U vindt het niet noodzakelijk voorde waarde van hetINF-verdrag, dat er een aan tal andere verdragen worden gesloten om het verdrag te ondersteunen? Berkhof: "Je moet elk verdrag op zijn eigen merites bekijken. Het heeft geen enkele zin om te zeggen: dit is het begin van een proces,laten we daar maar instappen en kijken wat dat proces uiteindelijk oplevert. Elk akkoord moet op zijn eigen manier worden bezien. Ik vind het voor wat betreft West-Europa een slecht akkoord. Dat heb ik nooit onder stoelen of banken gestoken". Faber: "Je moet eerst duidelijk maken over welk Europa je spreekt. Al-

~"'~

.. _ _ _ __ _


11

De ondertekening van het INF-akkoord. Reagan als een "super-Faber"?

heeft in elk geval onze blikrichting veranderd. Het doet je de vraag stellen of iets anders dan een gescheiden Europa mogelijk is. In die zin vind ik het een interessant akkoord. Het kan een begin van een nieuw proces zijn. Vanuit militair oogpunt is het vermoedelijk een akkoord waar militajren niet zo'n boodschap aan zullen hebben. Maar bekijk je het politiek, en zo moetje het ook bekijken want het militaire moet aan de functie van de politiek ondergeschikt, dan kan het van belang zijn in de richting die ik schets".

Niet los van elkaar Berkhof: "Ik vind dat je de politieke en de militaire elementen niet los van elkaar kunt zien. Je hebt politieke en militaire wapens en hetzelfde geldt ook voor de oplossingen. Het veiligheidsbeleid is een politiek beleid waarin politieke en militajre facetten moeilijk te scheiden zijn. Dit wat de terminologie betreft. Bekijkje of wapens de argwaan wegnemen en de toenadering versterken, dan denk ik dat eerder het tegendeel het geval is. De stationering van het gros van de wapens is het resultaat van onderlinge spanningen. Als je wapens verwijdert, verwijder je niet de spanningen. Je bewapent je alleen als je je bedreigd voelt. Als er maatregelen worden genomen en de Sovjetunie en de Oostblokland vormen in mindere mate een militajre bedreiging, dan ontstaat een andere situatie. Maar dat is niet tengevolge van het INF -verdrag. Er is in de tegenstellingen nog niets gewijzigd". Faber: "We hebben na de Tweede Wereldoorlog een periode in Europa gehad van grote onzekerheid. Dat had te maken met Duitsland, met het

gedeelde Duitsland, met de nieuwe grenzen die gegroeid waren, met de Russische overheersing in Oost-Europa, met de positie van Berlijn. Dat waren zware politieke problemen met grote risico's. En het hele militajre bouwwerk dat gegroeid is, had daarmee te maken. Met die fundamentele problemen. Er waren dus dreigingen en onopgeloste politieke problemen. Watje nu eind jaren '60 en de eerste helft van de jaren '70 zag, was dat die problemen weliswaar niet geheel zijn opgelost maar toch min of meer terecht zijn gekomen in de sfeer van het redelijke, in de sfeer van het bespreekbare. Daarmee is naar mijn mening in feite een nieuwe fase ingetreden. Dat is op zich een geweldige stap vooruit geweest, vind ik. Watje nu eigenlijk verwacht zou hebben na die periode, is dat die hele militajre constructie van de jaren '40-'60 zich weer zou ontvlechten. Die militajre constructie was nodig door de politieke

.11/11'''' _~ it "P'5

""-~---

~JTI-\

problemen. Op het moment dat je de politieke problemen op een redelijke manier weet aan te pakken, kunje dus iets aan die militajre confrontatie doen. Daar heeft zich naar mening een groot probleem voltrokken, omdat dat militajre deel zich in sterke mate verzelfstandigd heeft. Waarom zijn wij bedreigd? Omdat een groepje strategen ziet dat men in het Warschau Pact een systeem introduceert en dat militajr zo opbouwt, dat wij daar wat aan moeten doen en omgekeerd. Het militajre krijgt als het ware de overhand en definieert de dreiging en de vraag is in hoeverre dat schijn is. Het politieke heeft als het ware zijn eigen weg gekozen en heeft naar mijn mening grote stappen vooruit gemaakt. Ik zou willen dat het militaire zich daarbij aanpast. Daarom zeg ik ook dat het INF-akkoord een interessante ontwikkeling is, omdat het een stap is die zich verdraagt met de politieke stabiliteit en met de politieke ontwikkelingen in Europa". Dreiging Berkhof: "Het probleem blijft natuurlijk wel dat in die periode de Sovjet-militaire macht exorbitant groeide". Faber: "En toch geen dreiging!". Berkhof: "Iedere potenti~le militajre macht is een dreiging. Intenties kunnen veranderen maar capaciteit niet. Kijk, waarom plaatst een land meer wapens als de politieke problemen


12

zijn opgelost? Dat laat de vraag toe: kun je ontspanning op politiek niveau wel scheiden van ontspanning op het militaire niveau. En ik zeg: nee dat kun je niet". Faber: "Nee, ik zie dat ook niet los van elkaar. Ik heb gezegd dat je ziet dat het ontkoppeld is' Er is een ontwikkeling geweest in de richting van politieke ontspanning en deze heeft zich voortgezet ondanks de militaire confrontatie die we aan het eind van de jaren '70 begin '80 gezien hebben. Enje ziet hem op dit moment zelfs een nieuwe dimensie krijgen. Dat heeft alles te maken met de glasnost. Watje dus wilt is dat het militaire zich daarbij aanpast. Dat is mijn pleidooi en ik zie dus een faseverschil. Ik merk tegelijkertijd dat op het moment dat een INF-akkoord gesloten

wordt en middellange afstandraketten worden weggehaald, je ogenblikkelijk een hevige discussie in het westen krijgt of dit militair gezien eigenlijk wel een goed akkoord is. Dan wordt er geroepen: "Ja, maar er zijn gaten" en "er moet dit gebeuren en dit". Dan denk ik: dat is los van de politieke realiteit. Je moet de andere kant op denken".

Tweede stelling Stelling: Nu de vredesbeweging in belangri,jke mate tot de totstandkoming van het INF-akkoord

heeft bijgedragen, heeft zij haar doel bereikt en dient zij zichzelf op te heffen.

desbeweging zijn functie natuurlijk nog lang niet verloren".

Faber: "Wat de politiek van het IKV betreft; deze is zeker vanaf het midden van de jaren '70 gebaseerd geweest op de ontspanning tussen Oost en West. Wij zijn met onze campagnes tegen nucleaire bewapening begonnen toen we midden jaren '70 ontdekten dat de wapenontwikkeling het ontspanningsproces niet bijhield. Wij zijn dus als het ware opgetreden om het ontspanningsproces te redden. Het INF-verdrag is in onze ogen een winstpunt en reden te meer om met kracht het ontspanningsproces door te zetten en verder te gaan kijken naar de militaire ontwikkelingen in Europa. Ik denk dat wij op

Berkhof: "De vredesbeweging heeft natuurlijk helemaal niet bijgedragen aan de totstandkoming van dat verdrag' Dat is natuurlijk flauwekul. Wat zijn de feiten? In de VS hebben we een president die zich in de geschiedenisboekjes wil ontpoppen als een "super-Faber". Dat is hem dan redelijk gelukt. En ook uit veiligheidsoverwegingen was het een mooie gelegenheid om ze weg te halen. Wat de Sovjetunie betreft: daar is het relatief eenvoudig: er worden wapens vernietigd die op de Sovjetunie gericht staan in ruil voor wapens die niet op de VS staan gericht. Met andere woorden: vanuit het militair perspectief van de Sovjetunie is het een gunstig verdrag. Je kunt ook

den duur af moeten van het type onderhandelingen, zoals wij die nu voeren. Onderhandelingen die toch gebaseerd zijn op een oorlog op papier. Je moet wel naar wapenreducties toe, maar dat zul je moeten doen in geheel andere kaders. Nogmaals; we moeten uit die sfeer alsof we constant bezig zijn een oorlog te voeren. De vredesbeweging moet er toe bijdragen dat het inzicht doorbreekt dat het ook wel eens zo zou kunnen zijn, dat bepaalde en hele merkwaardige tegenstellingen, waar we nu al zo'n beetje een hele eeuw inzitten, kunnen verminderen. Daar heeft de vre-

zeggen dat de vredesbeweging er althans in is geslaagd om Europese bezwaren onder de tafel te vegen. Zij hebben dus niet bijgedragen aan het akkoord". Berkhof: "Wat de heer Faber zei over de bilaterale wapen verdragen heb ik altijd al een slechte zaak gevonden, omdat je in feite de competitie voortzet via de onderhandelingstafel. Maar er zijn ook goede verdragen, zoals bijvoorbeeld het verdrag ter voorkoming van ongelukken op zee. Kortom, wat ik niet kwantitatieve verdragen zou willen noemen leiden vaak tot grotere stabiliteit. In het


13

verleden hebben we vaak gezien dat na elk wapen verdrag iedere partij weer naar gaten begon te zoeken om onder het verdrag uit te komen. Eigenlijk kun je zeggen dat men tot het INF-verdrag steeds overeenstemming bereikte over het verwijderen van wapens die op dat moment onbruikbaar waren geworden. Het gaf ook geen aanleiding tot vermindering. Integendeel. Sinds 1972 schoten de aantallen omhoog. Aan de ene kant fors en aan de andere kant aarzelend en stotend. Ik zie daarom niet zoveel in de weg van de onderhandelingstafel. De vraag is of er een andere manier is. Daar hebben knappe koppen zich eindeloos het hoofd over gebroken. Als er een politieke ontspanning is, dan uit zich dat in de vermindering van de defensiebudgetten. Ik vind de beste manier van

ker in Nederland ook op geen andere wijze mogelijk geweest. Het uitleggen van beslissingen op veiligheidsgebied was tot '77 niet gebruikelijk. Men kon het gewoon niet. Ik vind datje het moet kunnen uitleggen, want anders ontstaat er zo'n grote kloof tussen wat men vaak noemt de veiligheidselite en de maatschappij. De regering was daartoe niet uit zichzelf begonnen. Noch is er uit wetenschappelijke instituten van de verschillende grote partijen een stimulans uitgegaan om strategische studies te verrichten".

wapenvernietiging de vermindering van het defensiebudget".

Die rol is voor de vredesbeweging nu minder eenvoudig dan hij in feite was, omdat de vredesbeweging aan het eind van de jaren '70 haar getalsterkte dankte aan een anti-wapenpolitiek die vrij eenvoudig was. Waar ze n u mee bezig is, is veel ingewik kelder. Heeft veel meer te maken met complexe politieke processen. Maar dat wil niet zeggen dat ze daar geen rol in zullen hebben. Alleen geloof ik niet dat die rol dezelfde zal zijn als die aan het eind van de jaren '70. Maar die rol is er natuurlijk".

Rol vredesbeweging Jason: Kan de vredesbeweging hierin nog een rol vervullen? Berkhof: "De vredesbeweging kan altijd een rol vervullen. Of die rol een juiste is, dat weet ik niet. De vredesbeweging heeft een aantal dingen bereikt. Een ervan is dat veiligheidspolitieke vraagstukken meer in de belangstelling zijn komen te staan. Dat is zonder meer een verdienste van de vredesbeweging. Dat was ze-

Jason: En de toekomstige rol van de vredesbeweging? Berkhof: "Ik zie voor elke groep Nederlanders die wat meent een rol. Dat is het aardige van de democratie.

Jason: Mijnheer Faber ervaart U de rol ook als complexer? Faber: "Ik denk dat dat het woord is. Maar als je de massa wilt bereiken of als je massa-acties wilt, alhoewel ik niet geloof dat je die zomaar kunt organiseren, dan moeten de politieke omstandigheden er ook naar zijn. Het moet als het ware in de lucht hangen. Alle mogelijke factoren moeten bij elkaar komen en dan kun je daar gebruik van maken. Dat is denk ik gebeurd aan het eind van de jaren '70 en het begin van de jaren 'SO. Maar dat gebeurt maar eens in de zoveel tijd. Als wij nu zouden zeggen: wij gaan nu een nieuw wapen definieren en gaan dan honderdduizenden mensen mobiliseren, dan kun je dat denk ik wel vergeten". "Wij hebben met zeer veel groepen

in Oost-Europa contact. Met name met onafhankelijke groepen die als het ware nog maar net ontstaan zijn omdat ze nu plotseling de ruimte krijgen om te discussieren en dan met name over de toekomst van Europa. En dus ook over democratie, want dat hoort er echt bij. Dat zijn natuurlijk hele langlopende processen, die erg veel energie kosten en waarin je elkaar ook erg veel hebt uit te leggen. Je moet dat ook willen, want je leeft toch in verschillende landen, culturen en achtergronden. In die zin is het een heel ingewikkeld proces. Maar ook heel erg uitdagend.


14

Sovjet-troepen op het Rode Plein.

meest logische geweest, als je de argwaan had willen verminderen".

Het heeft veel meer aspecten dan alleen dat van de kruisraketten. Je kunt natuurlijk hele lange en theoretische discussies voeren wie nu wat en wanneer heeft bijgedragen aan het INF-verdrag. Ik ben niet degene om te zeggen dat dit het akkoord van de vredesbeweging is. Wij hebben daar een rol in gespeeld en dat heeft een aantal processen bevorderd of misschien tegengewerkt".

Jason: Wat bedoelt u met het "hele pakket"?

Derde stelling Stelling: De enige reden voor de supermachten om het verdrag te sluiten lag in intern politieke factoren die bevredigd moesten worden. Berkhof: "Het probleem is natuurlijk dat we dat niet weten. We zitten op een stap voor stap benadering waarvan we, zeker aan Westerse kant, niet weten waar we aan begonnen zijn. Aan de Sovjetkant zijn de kaarten ook niet zo duidelijk. Het aantal declaratoire uitspraken is buitengewoon groot. Maar nogmaals, ik kan die eerste stap overzien en op zijn militaire merites beoordelen. Ik kan niet zien wat er aan het eind uitkomt. Dat is het probleem watje hebt. Eigenlijk zou je moeten wachten tot het hele pakket duidelijk is. Dat is het meest logische en dat was ook het

Berkhof: "De chemische bewapening. En wat gebeurt er conventionee)? De berichten daarover zijn onduidelijk. De Sovjetunie wil onderhandelen over reducties in heel Europa tot en met de Oeral. Ze willen praten over doctrines. Maar in welke zin willen ze dat doen? Daar hebben we geen enkel idee van. Verder dienen zich een groot aantal nieuwe wapentechnologieën aan, die de rol van de kernbewapening kan veranderen. Kortom, als het de eerste stap is van een proces, had ik dat proces graag overzien, wat ik nu niet kan. Dat is een onzekere zaak, die mij dwingt om bij elk verdrag dat gesloten wordt elke stap weloverwogen te doen en elk verdrag op zijn eigen merites te beoordelen. Faber: "Bij vele Europese regeringen en zijn leiders is dit gevoel inderdaad achtergebleven. Zij hebben sterk het gevoel gehad dat wat de grootmachten gedaan hebben is gebeurd vanuit puur eigen interesses, zonder in aanmerking te nemen wat wij eigenlijk willen en denken. Reykjavik in '86 en ook SDI zijn voorbeelden van gebeurtenissen waar Westeuropese regeringsleiders van zeiden "Wat gebeurt hier?". De noodzaak is zonder

enige twijfel aanwezig dat er in Europa beter en gecoördineerder moet worden nagedacht over hoe onze veiligheid eruit moet gaan zien. De grote landen in het Europese deel van de NAVO zijn steeds bezig elkaar in de gaten te houden in plaats van gezamenlijk politiek te bedrijven. Door die fase moeten we ook nog heen. Ik hoop dat je dat doet met het goed definiëren van je perspectieven wat betreft de Oost-Westtelaties. Wat ik graag zou willen is dat we op den duur eens gaan leren praten over het terugdringen van de grootmachten uit een traal-Europa. Omdat je op den duur toch met een soort anachronisme komt te zitten. Het zal heel lang duren voordat zo'n proces zich voltooid heeft. Dan mag je rustig denken aan termijnen van 20 à 30 jaar. Je moet ook de Oosteuropese landen, en dan met name de DDR, de ruimte geven om aan de gedachte van democratie binnen de eigen samenleving te wennen. Dat hoort er allemaal bij. Dat ontspanningsproces is een integraal onderdeel van het terugtrekken van die troepen. Je moet aan dat soort dingen gaan denken wil je in Europa een situatie creëren die je ook tot in de verre toekomst enige mate van vrede of stabiliteit kan opleveren".


15

"INF-akkoord is een resultaat van interne zwakte van Amerika" "De Amerikaanse economie is op dit moment de

allesbepalende factor. Zwakte of vermeende zwakte leidt tot aanpassing van de doelen aan de afgenomen middelen". Dat zegt prof. dr. A Lammers, hoogleraar in de Amerikaanse geschiedenis aan de RU Leiden in dit interview over de binnenlandse achtergronden in de Verenigde Staten bij het INF-akkoord.

Interview door Chiel de Leeuwen Huib van OJden, redactieleden van Jason Magazine.

De buitenlandse politiek van de Verenigde Staten sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog tot r uwweg het einde van de jaren zestig kenmerkte zich door een superioriteit op economische en militaire gebied. Onder de regering en de bevolking leefde een bijbehorend superioriteitsgevoel. Zij geloofden te leven in een natie die uitverkoren was de leidende rol in de wereld te spelen. In feite speelden de VS de rol ook. De Amerikaanse betrokkenheid in de Koreaanse en de Vietnamese oorlogen werden mede veroorzaakt door dit geloof. De oorlog in Vietnam bezorgde de VS evenwel een fikse deuk in het zelfvertrouwen. Men begon te beseffen dat men niet onbeperkt overal ter wereld een actieve rol kon blijven spelen. De economie was niet in staat een onbeperkte last te dragen. De eersten die dit besef lieten doorwerken in de buitenlandse politie waren president Richard Nixon en zijn medewerker / minster Henry Kissinger. Zij ontwierpen de politiek van "detente", met als voornaamste

element een (gedeeltelijke) vervanging van de afschrikking door middel van kernwapens door een intensieve diplomatie. Containment, de constante in de de Amerikaanse buitenlandse politiek werd voortgezet, alleen met andere middelen.

VergeliJKen Prof. Lammers: "Ik geloof dat je de huidige situatie in zoverre met die onder Nixon kunt vergelijken, dat het er toen net zoals nu om ging de doelen aan de middelen aan te passen. Nixon zag in, dat dit geprobeerd

Het INF-akkoord wordt voorgesteld als een persoonlijk succes van president Reagan, maar hel is zeker zoveel het werk van minister van buitenlandse zaken Shultz.


16

Henry Kissinger, de ontwerper van de "detente" op een foto uit 1976.

kon worden door middel van een akkoord met de Sovjetunie. Ik denk echt dat het INF-akkoord, ook nu weer, een gevolg is van het feit dat de Verenigde Staten verzwakt zijn. Gedwongen door de eigen interne situatie probeert men de wapenwedloop te beperken". Het INF-akkoord is dan ook zeker geen dramatische historische wending. Er is al langer een ontwikkeling in deze richting aan de gang. Prof. Lammers noemt het wel opmerkelijk dat juist Reagan dit akkoord heeft gesloten. Hij was het immers die na zijn verkiezing tot president van de Verenigde Staten met een opmerkelijke uitbreiding van het defensiebudget begon. Tegelijkertijd sprak hij dreigende taal tegenover de Sovjetunie. Het grootste deel van de Amerikaanse bevolking steunde deze politiek van de harde lijn. Prof. Lammers: "Dat was toen begrijpelijk, omdat de Amerikanen aan eind van de jaren zeventig het gevoel hadden dat Amerika met zich liet sollen. Men had het gevoel dat de macht van de Verenigde Staten buitengewoon aan het teruglopen was. Er ontstond een gevoel dat men zich assertiever wilde opstellen in de buitenlandse politiek, omdat de VS anders hun positie en prestige zouden verliezen. Dit had automatisch een verhoging van de defensiebegroting tot gevolg. Carter begon hiermee na de Russische inval in Afghanistan. Reagan heeft dit voortgezet. Reagan heeft het dus niet alleen bedacht. Hij vertolkte een bestaand gevoel in de Amerikaanse samenleving". Afghanistan dus als een motor voor gevoelens die achteraf vrij tijdelijk zijn gebleken. De Verenigde Staten

konden niet accepteren dat hun invloed in de wereld aan het verminderen was. Lammers: "Carter noemde Afghanistan de ergste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Dat is misschien wat overdreven, maar het was wel een culminatiepunt van allerlei zaken in de buitenlandse politiek die Amerika het water tot aan de lippen had doen stijgen. In Afrika was voortdurend gerommel geweest. In Iran was het mis gegaan. En vlak daarop kwam dus nog eens Afghanistan. In de Verenigde Staten voelde men zich voor schut gezet. Carter was zijn ambtsperiode begonnen als een idealist met de daarbij behorende verlaging van de defensiebegroting. Hierdoor was hij in 1980 niet geloofwaardig meer. Reagan heeft gedaan wat de kiezers kennelijk wilden".

Anti-commwrlsme De Amerikaanse bevolking heeft redelijk positief gereageerd op het INFakkoord en de daarmee samenhangende verbeterde betrekkingen met de Sovjetunie. Het begint er op te lijken dat men aanvaardt dat de Verenigde Staten genoegen moeten nemen met een beperktere rol in de wereld. Maar betekent dit nu ook, dat de anti-communistische gevoelens onder de bevolking en in de regering, die altijd vrij sterk zijn geweest, verminderen? Lammers: "Ik geloof dat je deze periode niet meer kunt vergelijken met de jaren van Trurnan, Eisenhower en Kennedy. In het algemeen gesproken was het anti-communisme toen veel sterker dan nu. Maar er zijn natuurlijk nog steeds bepaalde groepen in de Amerikaanse samenleving, waar dat gevoel nog zeer sterk leeft.

Je hoeft maar te kijken naar presidentskandidaat Pat Robertson die in de traditionele Koude Oorlogstaal spreekt en die meer in het rijk van het kwade gelooft dan Reagan doet. In de jaren veertig en vijftig leek de dreiging van de Sovjetunie overigens veel simpeler. Nu leeft het gevoel dat de wereld gecompliceerder in elkaar zit dan Reagan het in het begin van de jaren tachtig heeft geprobeerd voor te stellen. De Amerikaanse regeringsleiders maken toch nog altijd het onderscheid tussen het goede Russische volk en de slechte regering die het heeft. Men blijft bang voor trucjes van de Sovjetunie. Het blijft een afweging; moeten we het zekere voor het onzekere nemen of moeten we ze tegemoet komen. De angst dat tegemoetkoming aan de Sovjetunie ten koste zal gaan van de eigen invloed zit er diep in. Deze angst is zo traditioneel, dat er waarschijnlijk enige jaren overheen zullen gaan voordat men werkelijk spijkers met koppen kan slaan".

Reagan Politieke beslissingen zijn meestal uitkomsten van gecompliceerde procedures, waarin veel verschillende overheidsinstanties en overheidsfunctionarissen hun visie proberen te laten gelden. De president heeft in de Verenigde Staten een belangrijke centrale positie, die hem in staat stelt grote invloed op de politieke besluitvorming uit te oefenen. Deze invloed is groter dan die van het staatshoofd in vele andere landen. Elders heeft het staatshoofd vaak een meer symbolische functie. Reagan is in een groot deel van de pers afgeschilderd als iemand met weinig kennis van zaken. Men zou zich kunnen afvragen in hoeverre hij van zijn positie gebruik heeft gemaakt of heeft kunnen maken, om het beleid in zake het INF akkoord te bepalen. Prof. Lammers: "We weten niet alles wat in het Witte Huis gebeurt. Er zijn allerlei speculaties dat hij van toeten nog blazen weet. Daar heb ik nooit in geloofd. Ik heb het idee dat hij van heel veel dingen niets wist, maar van bepaalde dingen een heleboel. Bepaalde zaken is hij blijven aanhangen en doorzetten. Kijk maar naar Nicaragua. Dat is grotendeels zijn politiek geweest. Waar het gaat om de alge-


17

Washington, december 1987. President Reagan en partijleider Gorbatsjov zetten de (ontwapenings)horloges gelijk.

mene lijnen, heeft hij wel degelijk grote invloed op het Amerikaanse beleid van de jaren tachtig". Op de vraag of het INF-akkoord dan een persoonlijk succes van Reagan is te noemen zegt Larnrners: "Zo zal het zeker gepresenteerd worden. Of hij het nu wel of niet persoonlijk heeft gedaan; het wordt in elk geval op zijn conto geschreven. Hij wil natuurlijk zijn plaats in de geshiedenis veilig stellen. Dat hij het op deze manier doet is tekenend. Hij had ook voor de andere weg kunnen kiezen: die van een hardere opstelling tegenover de Sovjetunie. Dan blijkt dat Reagan toch veranderd is. Onder druk van de politieke, economische en electorale realiteit is hij veel meer naar het midden geschoven".

Goedkeuring Het INF-akkoord is getekend maar het is nog niet door de Amerikaanse volksvertegenwoordiging geratificeerd. Waarschijnlijk zal dit wel ge-

beuren. Het aantal tegenstanders, met name in de Republikeinse partij, is echter groot. Lammers: "De havikken in de Republikeinse partij zullen het debat zo lang mogelijk proberen te rekken. Er zal uitvoerig over worden gediscussieerd. De tegenstanders zullen blijven aandringen op strikte voorwaarden voor naleving van het akkoord". Het is in theorie zelfs mogelijk dat er veranderingen worden aangebracht. De Senaat kan amendementen toevoegen en het akkoord in het uiterste geval zelfs weg-amenderen. Dit is echter niet erg waarschijnlijk. De Sovjetunie zou er dan ook niet veel zin meer in hebben. Maar hoe sterk is de stroming in de Verenigde Staten die de ontwikkeling, die met het INF akkoord is ingezet, per se wil voortzetten? Lammers: "Ik denk dat die ontwikkeling nu de steun heeft van de meerderheid van de Amerikaanse politici. Ik zeg dat de ontwikkeling

wordt voortgezet als de situatie blijft zoals ze nu is. Maar er hoeft maar iets te gebeuren of het tegendeel vindt plaats. Ook de bevolking steunt het akkoord. Die accepteert niet dat het begrotingstekort alleen wordt bestreden door middel van bezuinigingen op de sociale voorzieningen. Defensie kan niet buiten schot blijven in de ogen van de bevolking.

Europa De Verenigde Staten kunnen steeds moeilijker aan hun wereldwijde verplichtingen voldoen. Die wereldwijde verplichtingen staan dan ook ter discussie. Herhaaldelijk pleiten vooraanstaand politici voor een gehele of gedeeltelijke terugtrekking van de Amerikaanse strijdkrachten uit West-Europa. Lammers: "Die gedachte is de laatste tijd nogal sterk opgekomen en heeft alles te maken met het gebrek aan middelen en de overtuiging dat West-Europa veel meer zou moeten bijdragen aan de eigen defensie. De Verenigde Staten doen soms alsof West-Europa voor hen niet van belang is. Als het gezond verstand over-


18

wint, zien ze zelf ook wel in dat de verdediging ook voor hun eigen veiligheid belangrijk is. Als puntje bij paaltje komt zou bijna geen enkele Amerikaan ervoor kiezen de steun aan West Europa zover terug te brengen, dat het zich neutraal zou verklaren. De hele Koude Oorlog, mede gevoerd om West-Europa uit het Oostblok te houden, zou dan voor niets zijn geweest".

Verkiezingen Op de vraag of deze gevoelens na de presidentsverkiezingen in november naar de achtergrond zullen verdwijnen zegt prof. Lammers: "Als het slechter blijft gaan met de economie, zullen deze geluiden ook na de verkiezingen blijven klinken". In november van dit jaar kunnen de Amerikanen weer naar de stembus om een nieuwe president te kiezen. De voorverkiezingen zijn op het moment dat dit geschreven wordt al in volle gang. Bij de Republikeinen lijken Dole en Bush de meeste kans op de officiĂŤle kandidatuur van hun partij te hebben. Bij de Democraten zijn dat Gephardt en Dukakis. Het INF -akkoord en de daarmee samenhangende ontwikkelingen op het gebied van de ontwapening spelen bij de verkiezingen een belangrijke rol. De kandidaten zullen bij hun opstelling terdege rekening moeten houden met de mening van de kiezers over het akkoord. Volgens prof Lammers zullen de Republikeinde kandidaten de meeste politieke munt kunnen slaan uit het akkoord, als het door de Senaat wordt bekrachtigd. "Ik denk dat men redeneert dat Reagan gelijk had, toen hij zei dat de Russen alleen naar de onderhandelingstafel zijn gekomen omdat hij een krachtige politiek tegen hen heeft gevoerd. De Democraten daarentegen willen de Russen tegemoet komen zonder eerst zelf sterk te zijn. De voorstelling van zaken is dat de Democraten defaitisten zijn en appeassers, die geen krachtige defensie willen. In de Republikeinse partij zijn echter ook groeperingen die tegen het akkoord gekant zijn. De volgelingen van Robertson bijvoorbeeld zijn tegen. Zij zullen een belangrijke stempel kunnen drukken op de opstelling van de Republikeinse partij. Dole was aanvankelijk ook een tegenstander. Nu

aanvaardt hij het akkoord. Hij is wel zeer kritisch op de uitvoering ervan. Een volledige afwijzing van het akkoord lijkt mij electoraal gezien echter niet erg verstandig. Bij de Republikeinen leeft een beetje het idee

van "Het moet maar gebeuren". Ze willen de sprong wel wagen. Voor mij is het nog maar de vraag, of die instelling een goed uitgangspunt vormt voor verdere afspraken op korte termijn".

Senator Bob Dole, een van de Republikeinse presiden tsk andidaten. Michael Dukakis, Democratisch presidentskandidaat.


19

Is er dan toch nog een toekomst voor de Europese Defensie Gemeenschap? Vorig jaar viel een toenemende activiteit te bespeuren op het terrein van de Westeuropeseveiligheidssamenwerking (1). En wals in de na"1)()rlogse Westeuropese historie al vaker het geval is geweest. is deze tendens tot veiligheids-integratie hoofdzakelijk toe te schrijven aan externe (buiten WestEuropa liggende) economische, politieke en politiekpsychologische factoren, die leiden tot positieve betrekkingen tussen de VS en de Su. Het INF-akkoord is daarvan tot op heden het grootste resultaat.

Dit artikel is geschreven door drs. R. M. S. Vierhout. Hij is als onderzoeker verbonden aan het Studiecentrum voor Vredesvraagstukken van de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Nog nooit eerder waren de Westeuropese initiatieven, of misschien beter: reacties, zo talrijk, verward, verregaand en in sommige opzichten zelfs eensgezind. Maar zoals bij sommige wijn, waarbij het verstandiger is ze eerst een tijdlang in de fles te laten alvorens ze te consumeren, lijkt ook de Westeuropese veiligheidsamenwerking nog te verkeren in een fase van rijping. De fundamenten worden gelegd, het pad wordt geĂŤffend' maar wel met veel woorden en weinig daden. Een uitzondering hierop vormt het initiatief ter intensivering van de Frans-Duitse samenwerking, welke weleens de kern zou kunnen gaan vormen van de Westeuropese veiligheidssamenwerking in al haar aspecten en, op korte termijn, de Eurobrigade. De bedoeling van deze bijdrage is deze potentiĂŤle samenwerkingsvorm aan een beschouwing te onderwerpen en na te gaan welke de militaire, politieke en economische aspecten van een Eurobrigade zijn, alsmede de mogelijkheid en wenselijkheid ervan. Voordat ik daar aan begin wil ik nader ingaan op de Frans-Duitse as.

As Bonn-Parijs Samenwerking tussen de twee belangrijkste staten van West-Europa, ongeacht het terrein, kan niet zonder gevolgen blijven voor andere Westeuropese landen. Was de eerste Frans-Duitse samenwerking hoofdzakelijk negatief geĂŻnspireerd (EGKS, 1952), bedoeld om een nieuwe Duitse oorlogsindustrie op voor-

President Mitterrand en bondskanselier Kah] in januari van dit jaar bij de viering van het 25-jarig bestaan van het Frans-Duitse vriendschapsverdrag. Bij die gelegenheid werd een gemeenschappelijke raad voor verdediging en veiligheid opgericht.


20

Reagan en Gorbatsjov bij de ondertekening van het INF-akkoord, als resultaat van positievere betrekkingen tussen de supermachten. Maar voor Europa is dat akkoord een extra reden zich nader over de toekomst te beraden.

hand onmogelijk te maken; de tweede was positiever van aard. Het Elysée-vriendschapsverdrag van 22 januari 1963 voorzag (o.m.) in veiligheidssamenwerking door het buitenlands beleid op elkaar af te stemmen en het nastreven van gemeenschappelijke verdedigingsconcepten. Nadat de directorium-politiek (2) van de Gaulle (eind jaren vijftig) mislukt was en de generaal zijn vertrouwen in de VS opzegde, was, binnen Europa, Duitsland de meest voor de hand liggende bondgenoot voor Frankrijk. Om evenwel te voorkomen dat de Frans-Duitse as geïnterpreteerd zou kunnen worden als een poging de NAVO uit te hollen, nam de Bondsdag in het Elysée-verdrag een preambule op, waarin de binding met de NAVO onderstreept werd. Omdat zowel binnen het Atlantisch bondgenootschap als de Europese Gemeenschap de rol van de Frans-Duitse as als ambivalent werd gepercipieerd, is de samenwerking de eerst twintig jaren, de fase van symboliek niet overstegen (3). StrooD1versne~

Ik wil hier niet ingaan op de oorzaken die geleid hebben tot de wederopleving van de As in 1982, zoals bijvoorbeeld de Duitse neutraliteitstendensen en Franse financiële problemen t.a.v. conventionele verdedi-

ging. Van meer belang zijn de ontwikkelingen vanaf juni 1987, waardoor het proces van samenwerking in een stroomversnelling geraakte. De Duitse bondskanselier Kohl deed toen een voorstel een Frans-Duitse brigade (4) in het leven te roepen. Als bewijs dat het hier geen loos gebaar betrof, werd in september een gezamenlijke oefening (Kecker Spatz) gehouden, waaraan een deel van de Force d'Action Rapide, de Franse snelle interventiemacht, deelnam. Nog diezelfde maand werd door president Mitterrand bekend gemaakt, dat de beide landen voornemens waren op 22 januari 1988, ter gelegenheid van het 25-jarige bestaan van het Elysée-verdrag een gemeenschappelijke defensie raad op te richten. Niet alleen werd op 22 januari j.l. een Frans-Duitse Raad voor verdediging en veiligheid opgericht, maar tevens de gemeenschappelijke brigade en een financieel-economische Raad (5). Het militaire belang van deze brigade moet beslist niet overschat worden, ze is slechts 4000 manschappen groot: ze heeft veeleer een politieke functie. Moeilijk detail bij deze samenwerking vormt natuurlijk de force de frappe, de kernmacht van de Fransen. Deze voor Europese begrippen verregaande samenwerking is name-

lijk niet alleen ingegeven door de Duitse conventionele sterkte, die een welkome aanvulling betekent voor de verdediging van Frankrijk, maar ook door het verminderd vertrouwen in de Amerikaanse veiligheidsgarantie en het verdwijnen van de middellange afstandswapens uit Europa. De Franse nucleaire paraplu, na de modernisering wellicht van hoogwaardiger materiaal, is voor de Duitsers een additionele verzekering tegen de dreiging uit het Oosten (6). De uitlatingen van Franse zijde over de uitbreiding van de Franse afschrikkingsmacht inclusief het Duitse territoir zijn echter op z'n minst kryptisch te noemen. De Franse militairen gelegerd in Duitsland vallen, en daarover bestaat geen onduidelijkheid, onder de Franse nucleaire bescherming. Niettemin zal pas een nucleair antwoord worden overwogen als Frankrijks vitale belangen bedreigd worden. Hoewel hierover tussen de Franse president en premier een nuanceverschil te constateren valt, is de algemene lijn duidelijk. Mitterrand zei hierover nog onlangs het volgende: "De beslissing over de inzet van Franse nucleaire middelen kan met niemand gedeeld worden ... slechts de president van de Republiek is degene die beslissen kan over de inzet ervan" (7). Het is niet uitgesloten, dat zich tussen Frankrijk en Duitsland hetzelfde veiligheidsdilemma gaat voordoen als tussen West-Europa en de VS. Een waterdichte garantie, dat een nucleaire mogendheid zijn nucleaire wapens inzet ter verdediging van een ander land, zal nooit gegeven kunnen worden.

De Eurobrigade Dit uitstapje naar de Frans-Duitse samenwerking was noodzakelijk, omdat het weinig waarschijnlijk is dat ooit een Eurobrigade zal ontstaan als niet Bonn en Parijs daar het voortouw toe zullen nemen. Het belang van deze As werd al in 1984 door Schmidt onderstreept ("veiligheidssamenwerking als impuls voor de EG") en onlangs ook door Kohl ("de Frans-Duitse As als motor van de Europese constructie") (8). Aan de totstandkoming van een Eurobrigade zullen militaire, politieke en wellicht, maar minder zwaarwegend, economische factoren ten


21

grondslag liggen. Op deze factoren wil ik nader ingaan. Ten aanzien van de militaire factor geldt, dat meer dan ooit het INF-akkoord duidelijk heeft gemaakt dat de conventionele krachtsverhoudingen tussen Oost en West dermate ongelijk zijn, dat in de naaste toekomst conventionele inspanning geboden is. Hetformeren van een Euro brigade zou aangeven, dat de Europeanen het in deze niet alleen bij een geloofsbelijdenis laten. Dit zal dan overigens wel het goedkoopste antwoord zijn op het probleem van de conventionele achterstand. Met name bij conventionele bewapening valt een kostenstijgende tendens te constateren, vooral te wijten aan technologische vernieuwingen. Het is echter zeer de vraag of het conventionele "gat" wel zo groot en ernstig is als wordt beweerd. Hoewel frequent gewezen wordt op de Sovjetrussische overmacht, moet het eerste gedetailleerde NAVO-overzicht inzake conventionele bewapening, dus van de lidstaten zelf, nog gemaakt worden. Dat werd duidelijk uit een onlangs gepubliceerd-WEUrapport en minister Van Eekelen gaf dat uiterst recent ook nog eens te kennen (9). Voorts zal de Eurobrigade een positieve prikkel zijn voor Westeuropese materieelsamenwerking. Juist omdat er geen gezamenlijk krijgsmachtonderdeel is, voelt men niet de noodzaak om over te gaan tot gemeenschappelijke planning, productie en aanschaf van materieel. De al eerder genoemde gemeenschappelijke Frans-Duitse oefening heeft aangetoond, dat er nog immer het een en ander rammelt aan de interoperabilitiet. De Fransen gebruiken AMXtanks, de Duitsers Leopards; de Fransen vliegen met helikopters van het type Puma en Gazelle, Duitsland met BeIIs, Sikorskys en BO's. De al wat oudere Alouette hebben ze daarentegen beide. Plannen voor een Frans-Duitse gevechts- en transporthelikopter zijn al tien jaar onderwerp van discussie.

Veiligheidsdilemma De Eurobrigade zou, tot slot, weleens de materialisering kunnen worden van wat ik een Westeuropees veiligheidsdilemma zou willen noemen. De roep om meer Westeuropese vei-

KohJ: "De Frans-Duitse as als motor van de Europese

ligheidsamenwerking is om verschillende redenen plausibel te maken, zoals O.m. het gevoel van een afnemende zekerheid van de Amerikaanse veiligheidsgarantie en de Amerikaanse wens dat Europa meer uitgeeft voor haar eigen defensie. Elke stap in de richting van Europese veiligheidssamenwerking, zo wordt niet nagelaten uit te roepen, moet dienen ter verbetering, versteviging van de Atlantische alliantie (10). Geen enkele stap mag uitgelegd worden als een ganging up tegen de Amerikaanse bondgenoot. Maar evenzogoed kan elk initiatief uitgelegd worden aIs teken dat wij, Westeuropeanen, zeer goed voor onszelf kunnen zorgen, hetgeen voor de Amerikanen aanleiding zou kunnen zijn de veiligheidsgarantie verder in te krimpen. Nu de koppeling in belangrijke mate gevormd wordt door de stationering van 326.000 Amerikanen in Europa (11) is, mede gezien de economische problemen in Amerika en tussen de bondgenoten, de kans reĂŤel dat door het bestaan van een Eurobrigade de Amerikanen de stationering van

constructie '~

troepen als minder urgent beschouwen.

Belangrijker dan de militaire kant van de zaak is de politieke. Het realiseren van een Eurobrigade zou de eerste Westeuropese militaire samenwerkingsvorm zijn, welke wellicht opgevat moet worden als een signaal dat verdergaande veiligheidssamenwerking mogelijk is. Vooral voorde Amerikanen is het een bewijs dat militaire samenwerking in West-Europa, ondanks alles, toch realiseerbaar is. Het grootste probleem zal ongetwijfeld de politieke inbedding van de Eurobrigade worden. De economische overwegingen om te komen tot een Eurobrigade, alsmede de economische gevolgen, lijken mij minder van gewicht dan de voorgaande aspecten. Zoals al gezegd, zal de Eurobrigade wellicht een positieve invloed hebben op de materieelsamenwerking. In tijden van krimpende overheidsbudgetten is meer eensgezinde materieelsamenwerking een welkome zaak, opdat ook defensiegeiden zo effectief mogelijk aangewend worden. De Eurobrigade zou daarvoor een aanleiding kunnen zijn.


22

Schweinfurt •

De eerste gezamenlijke Frans-Duitse militaire oefening, eind vorig jaar.

Wapen-aankopen Behalve dat materieelsamenwerking tot minder verspilling van gemeenschapsgelden leidt, zou door die samenwerking ook de al jaren bestaande scheve verhouding tussen Europa en de VS voor wat betreft wapenaanen verkopen verminderd kunnen worden. De mogelijke effecten van de materieelsamenwerking moeten echter ook weer niet overschat worden. Hoewel samenwerking op het terrein van de bewapeningsindustrie zowel uit politiek, militair, economisch, als technologisch oogpunt, althans op papier, een grote prioriteit in de Westeuropese politiek geniet, is zij veelal resultaat van een negatieve keus. Samenwerking komt tot stand als het niet anders gaat;

wanneer financiële sterkte en technologisch potentieel van een land niet voldoende zijn om een bewapeningsproject alleen uit te voeren. De met elkaar concurrerende bewapeningsindustrieën hebben veelal geen belang bij samenwerking, en de staat die weliswaar geïnteresseerd is in die samenwerking (reductie van onkosten) wordt binnen haar eigen apparaat tegengewerkt door krachten die zelfvoorziening op bewapeningsgebied nastreven, evenals technologische voorsprong, gunstige mogelijkheden tot kapitaalinvestering en werkgelegenheid. Hoe moeilijk het is om materieelsamenwerking tot stand te brengen gaf Vredelîng begin vorig jaar al aan (12). Tot slot zou de Eurobrigade als stap op weg naar een

intensievere Westeuropese veiligheidssamenwerking positieve effecten kunnen hebben voor het Europese integratieproces.

Eurobrigade mogelijk? Hoewel de Frans-Duitse initiatieven, vooral ten aanzien van de legerbrigade, niet in alle kringen (met name militaire) even goed ontvangen werden, kreeg het plan in sommige landen een positief onthaal. Zowel Spanje, bij monde van Gonzalez, als Nederland, bij monde van Van Eekelen (13), gaven te kennen graag te willen participeren in een dergelijke brigade. De Frans-Duitse brigade zou dus het embryo kunnen zijn van een Westeuropese brigade en misschien


23

De F-16 is een van de vele typen gevechtsvliegtuigen die blj NA VO-landen in gebruik zIjn. Er rammelt dus nog heel wat aan de interrationaJiteit van de wapensystemen.

van nog meer. Ondanks het feit dat sommigen positief reageren is daarmee niet gezegd, dat de Eurobrigade er zo snel zal komen. Er zijn in elk geval drie zaken die de samenstelling ervan niet zullen bespoedigen: de aard van Frankrijks lidmaatschap van de NAVO, de Britse opstelling en het politieke kader. Omdat Frankrijk geen deel uitmaakt van de geïntegreerde militaire structuur van de NAVO, is samenwerking met anderen die daar wel deel van uitmaken niet zonder problemen. Er bestaan twee manieren om dit probleem op te lossen. Frankrijk gaat weer deel uitmaken van de militaire structuur, hetgeen weinig waarschijnlijk lijkt gezien het fundamentele verschil van opvatting met de NAVO (=Amerika) over de nucleaire strategie (14). Of alleen die troe-

pen worden in de Eurobrigade onder gebracht, die in crisistijd geen onderdeel zullen vormen van de geïntegreerde strijdkracht van de NAVO, zoals in feite gebeurd is in de FransDuitse brigade. Dit laatste betekent wel dat ontplooiingsmogelijkheden voor de Eurobrigade verkleind worden. Voorts zal Britse deelname voor een aantal staten conditio sine qua non zijn om mee te doen aan de gemengde brigade. Zulks om te vermijden dat een directorium van de groten ontstaat, waardoor de kleine deelnemers een ondergeschikte rol opgedrongen wordt. Britse deelname is echter zeer twijfelachtig, omdat het Verenigd Koninkrijk nog steeds een special relationship met de VS onderhoudt en deze niet op het spel wenst te zetten. Bovendien zullen de Britten er naar alle waarschijnlijkheid

niets voor voelen met Frankrijk een prestigeslag aan te gaan over het leiderschap van Europa. ParalelD1et ~

Als deze voorstelling van zaken juist zou zijn, voltrekt zich een parallel met de ontstaansgeschiedenis van de Europese Defensie Gemeenschap. Toen de Amerikanen begin jaren vijftig te kennen gaven dat zij het noodzakelijk achtten het Westduitse conventionele potentieel te integreren in de Westerse verdediging, zagen de Fransen zich, met grote tegenzin, genoodzaakt dat te "verwerken",

De Franse premier Pleven deed een voorstel dat na langdurig onderhandelen uitgroeide tot de Europese Defensie Gemeenschap. Het EDG-verdrag, ondertekend door zes staten (Frankrijk, Duitsland, ltaliê en BeNeLux) (15) voorzag in de vorming van een gemeenschappelijke land-, zee- en luchtmacht onder een gezamenlijke generale staf en één com-


24

mando. Het geheel was op supranationale leest geschoeid (zoals de EGKS), hetgeen blijkt uit het institutionele kader: een ministerraad, een parlementair orgaan, een commissariaat en een gerechtshof. De afloop van het verhaal is genoegzaam bekend. De na verkiezingen in samenstelling gewijzigde Franse Nationale Vergadering zag op 30 augustus 1954 alsnog van ratificatie af. Nationale belangen bleken heilig en de krijgsmacht als nationaal onafhankelijkheidssymbool bleek ondeelbaar (16). Het derde element dat een rol zal spelen in de totstandkoming van de Eurobrigade is het politieke kader waarin deze brigade zal moeten passen. Als de Britten niet deelnemen aan de Eurobrigade, zullen de overige kleine deelnemers aansturen op een supranationale organisatievorm (zoals destijds bij de EDG ook het geval was). Zulks betekent dat de gemengde brigade niet onder te brengen is in één van de bestaande organisatievormen, noch de NAVO van de zestien, noch de EPS van de twaalf, noch de WEU van de zeven. Maar ook de keuze voor een intergouvernementele samenwerking is (zonder de Britten) niet mogelijk binnen de bestaande kaders. Dat zou dus betekenen, dat een vierde organisatie opgericht zou moeten worden, die zich bezighoudt met de veiligheid van West-Europa (17). Een uit oogpunt van overzichtelijkheid en legitimiteit nauwelijks te verkiezen situatie.

menten vervat dienen te zijn. De nadruk moet liggen op een Westeuropese ontspanningspolitiek, gebaseerd op de slotakkoorden van Helsinki, in plaats van een nucleaire afschrikkingspolitiek. Een Eurobrigade kan daarin een afgeleide, positieve functie vervullen, mits de militaire component van het veiligheidssysteem defensief (structurele niet-aanvalsmogelijkheid) van aard is. De Eurobrigade mag nimmer het begin zijn van een Europese militaire supermacht en daarmee wellicht een derde nucleaire supermacht. Tot slot moet er op toegezien worden, dat geen Europese bewapeningsdynamiek gaat ontstaan, die vanwege haar grensoverschrijdend karakter oncontroleerbare vormen aan kan nemen. Bovendien is het gevaar dan groot, dat zolang er nog geen gemeenschappelijk gedefinieerde en politiek vastgelegde Westeuropese veiligheidsbelangen zijn, het militair-industrieel complex de veiligheidsbelangen van West-Europa gaat bepalen. Niet de aard van nieuwe wapens moet bepalend zijn voor de strategie en structuur, maar omgekeerd: de wenselijke structuur en strategie moeten de aard van de bewapening bepalen. In dit kader is het, mede met het oog op het creëren van de interne markt in 1992, aan te bevelen dat productie, handel in wapens, munitie en oorlogsmaterieel deel uit gaat maken van de competentie van de EG en dat art. 223 van het EEG-verdrag dienovereenkomstig aangepast wordt (18).

Eurobrigade wenselijk? Er zijn dus een aantal factoren die pleiten voor een Eurobrigade. Maar dat moet echter geen aanleiding zijn om de minder wenselijke kanten van deze ontwikkeling uit het oog te verliezen. Er kleven bezwaren aan een Eurobrigade, die mijns inziens niet onderschat moeten worden en dan ook zeker aandacht behoeven. Ik wil in dit verband drie punten naar voren brengen, welke nauw met elkaar samenhangen. Europa is gebaat bij een ander veiligheidssysteem, dat, hoewel niet los van de supermachten, toch in meerdere mate door de Europeanen zelf bepaald wordt. Het zal een veiligheidssysteem moeten zijn, waarin naast de militaire component, economische, politieke en culturele ele-

Nieuwe benadering De ontwikkelingen in de Oost-Westbetrekkingen van het laatste jaar maken duidelijk, dat een nieuwe en fundamentele benadering van internationale veiligheid noodzakelijk is geworden. Het besef dat de Amerikaanse veiligheidsgarantie tanende is en de out-of-area vraagstukken talrijker worden, maakt duidelijk dat de noodzaak voor West-Europa groter wordt zelf gestalte te gaan geven aan de oplossing van haar veiligheidsproblemen. Die veiligheid kan niet uitsluitend gerealiseerd worden door militaire samenwerking, maar vooral door een gemeenschappelijke ontspanningspolitiek. Meer dan op militair terrein moet dáár de kracht liggen van West-Europa.

NOTEN

l. De belangrijkste ontwikkelingen waren: eh irac's Europese veilighiedshandvest (dec. 1986); Delors' voorstel voor een Europese veiligheidstop (15-3-1987); Brits-Frans voornemen tot nucleaire samenwerking (2-10-1987); de resolutie Gallulzi in het Europees Parlement (14-10-1987); de oprichting platform WEU (27-10-1987); verklaring Aktiecomitê voor Europa (20-1-1988); de uitspraken van Genscher in het EP (20-1-1987) en de instelling van een Frans-Duitse Defensieraad en -Brigade (21-1-1988). 2. De GaulIe had voorgesteld aan de VS en Groot-Brittannii! een directorium (Raad van beheer) van drie te creëren (triumviraat) binnen het Atlantisch bondgenootschap. 3. Het uittreden van Frankrijk. in 1966, uit de geïntegreerde militaire structuur van de NA VQ maakte de samenwerking nog moeilijker. 4. Omdat de Fransen al elf jaar geleden de brigade als milita ire eenheid afgeschaft hebben was de woordkeuze van Kohl enigszins ongelukkig. 5. Op 13-11-1987 was al een Culturele Raad ingesteld. Het secretariaat van de Veiligheidsraad is gevestigd in Parijs. 6. Nu beschikken de Fransen over de Pluton welke een bereik van 120 km heeft. De Pluton wordt vervangen door de Hades met een bereik van 450

km. 7. Mitterrand in een interview met de Nouvel Observateur van 18-24 dec. 1987. 8. Die Zeit van 11-5-1984 en Le Monde van 20-1-

1988. 9. Zie document 1115 van de Assemblée van de WEU, Threat assesment, 2- 11 - 1987; het artikel va n mijn hand in Intermediair over Conventionele Dilemma's, 9-10-1987, pp. 45-49 en 63; De uitspraak va n Van Eekelen staat in de NRC van 271-1988. 10. In de verklaring van Den Haag van de WEUraad inzake het WEU-platform (3 pag.) werd 24 maal verwezen naar de VS of de alliantie. 11. Niet vergeten moeten worden de ongeveer 4000 Amerikaanse kernkoppen die nog in Europa opgeslagen liggen. plus enkele honderden SLBM's en de in Engeland gestationeerde F-111 's. 12. Ir. H. Vredeling, oud-minister van defensie. is voorzitter geweest van het IEPG-Independent Study Team. Zie Atlantisch Perspectief 1987-3, pp. 22-26. 13. Het enthousiasme van Van Eekelen voor het meedoen aan een gemengde Europese brigade verraste vriend en vijand. Zie de Volkskrant van

2-7-1987. 14. Menigeen legt de Frans-Duitse samenwerking uit als een politiek gebaar in de richting van hernieuwde militaire integratie in de alliantie. De onlangs gepubliceerde bevindingen van de Iklégroep t.a.v. de Amerikaanse nucleaire strategie (dîscriminate deterrence) zullen de Fransen niet vrolijker stemmen. 15. De Britten zagen af van del name vanwege hun bijsta ndsverplichtingen in het kader van het Gemenebest, althans zo was de formele rede; in werkelijkheid waren zij bang hun speciale band met de VS te verliezen. 16. Zie Aron, R en Lerner, D., La querelle de la CED. Paris. 1956. 17 . De Frans-Duitse Raad voor defensie en veilighe,id is in feite al het vierde gremium op dit terrem. 18. Artikel 223, lid 1, sub b van het EEG-verdrag luidt "elke Lid-staat kan de maatregelen nemen die hij noodzakelijk acht voor de bescherming van de wezenlijke belangen van zijn veiigheid en die betrekking hebben op de produktie van of de han~~l in wapenen. munitie en oorlogsmateriaaL. .


WAT IS JASON Jason is in 1975 opgericht door ~n aantal jongeren om te voorzien m een duidelijke behoefte v~ jonger.en aan evenwichtige informatie over mte~足 nationale vraagstukken. Jason IS met gebonden aan enige politieke partij en heeft geen levensbeschouwelijke grondslag. Jason informeert op twee manieren. Ten eerste door de uitgifte van dit blad, dat eens per twee maanden verschijnt. In elk nummer staat een internationaal-politiek thema centraal. Recente thema's waren "Verkiezingenen veiligheidsbeleid", Wapenbeheersingsoverleg tussen Oost en West" Internationaal terrorisme", en ci~'"Atlantische betrekkingen".

Ten tweede informeert J ason door het organiseren van tal van activiteiten zoals conferenties, debatten, lezingen, studiedagen, simulatiespelen, uitwisselingen en de bwtenland-borrel. De activiteiten van Jason hebben veel belangstelling gekregen van jongeren, maar ook van de nationale en regionale pers.

Voor wie een meer compleet overzicht wenst van de activiteiten van Jason ligt op het secretariaat van Jason informatie-materiaal gereed.

Voor nadere informatie kun je ook de volgende contactpersonen bellen: Amsterdam: Madeleine de Bree 020-837104. Delft: Steven Kroon, 015-126765. Den Haag: Mariano Cantarella, 070-834278. Den Helder: Pieter Blank, 02230-31224. Eindhoven: Robert van den Heuvel, 040-833147. Groningen: Patricia Alma, 05906-1404 .

Leiden: Henri-Paul Schreinemachers, 071-120236. Utrecht: Yvonne Abrahamsen, 030-430897. Utrecht: Petra van Hilst, 030-733327. Tilburg: Hakky Raymakers, 013-433200. Nijmegen: Bart Driessen, 080-241051.

r---------------------------- ---------------------------------------------_. 88/1 Ik abonneer mij hierbij op Jason Magazine en ontvang tegen betaling van f 30.- zes nummers in de komende twaalf maanden.

Naam: .. .. .... ... .. ... ... ........ .. .. ... ... ... ................................................ . Adres: .................... ... ............. .. .... ..... ....................... .... ... .... ......... PostcodejWoonplaats: ....... ...................... ........... ............................ . Telefoon: ................................................................... .... ...... .. ..... . (U wordt verzocht te wachten met betaling totdat u een acceptgirokaart wordt toegezonden)


INDEXJASON 1987 87/2. China: isolationisme of openheid. Drs. W,L. van WoerkomChong:

Interview: Wicher SJagter: Interview:

H. KaJmann: Gerl-Jan Stempher:

Politieke klimaat na de dood van Mao: Opklaringen met hier en daar een bui . Een supermacht die eigenlijk geen supermacht wil zijn. Campagne tegen bourgeois-liberalisme kan hervormingen niet terugdraaien. Zakendoen in China, kwestie van veel geduld en veel inspanning. Einde van het schoudervulling-loze tijdperk in het Hemelse Rijk. VS en West-Europa onderhandelen in nonnenklooster in Veldhoven. Verslag van Jason-simulatiespel.

87/3. Vluchten kan niet meer. Interview:

Justitie en het grote probleem van de stroom van asielzoekers.

87 /4.lntemationale wapenhandel: veel geld weinig principes. 7Jerr-Jan Srempher: Interview: Interview: Interview: Interview:

87/5. Berlijn: Voor eens en altijd

verdeeld?

WiJlem MeJching: Interview: Dick KaJsler: Maarten Huyink:

ChieJ de Leeuwen Hans-Psul Andriessen: Schiphol-Oost: "Tijdelijk" verblijf voor

ChieJ de Leeuw:

Hans-PauJ Andriessen: Europarlement wil van EG·landen ruim· hartiger vluchtelingenbeleid.

87 /6.

vluchtelingen zonder papieren.

Interview:

Oplossen politieke problemen helpt aantal vluchtelingen te verkleinen.

Interview:

Vluchtelingen werk maakt werk van opvang en integratie vluchtelingen .

Liesbeth Laman Trip.

Traiskirchen, droevig symbool van Europees gesol met vluchtelingen.

In de wapenhandel gaan zaken boven principes. N.e derland gaat bij a~.nschaf van materiaal filet over één nacht IJS. " Wapenhandel de hardste handel die er bestaat". " Voor de kleine handelaren valt er niet veel meer te verdienen ". " Nederlandse wapenindustrie moet niet nog groter worden".

Berlijn van hoofdstad tot zone-stad: 1937-1987. "Cultuurexport geen smeermiddel". Duitse rol in Europa: frontèn brug tussen Oost en West. Duits vraagstuk is primair een liberaliseringsprobleem . "De Muur is geen hindernis voor onze wil om één stad te zijn".

Interview H. v.d Broek : "Erg blij dat er een doorbraak is". Jntervie w Philip Freriks:"Enorme luxe om correspondent te zij n". Intervie w Peter Bock: ,.Nederland is eigenl ijk mijn hobby". Intervie w Haye Thomas: , .Groo t - br i ttann i~ is niet europees" Interview Perestrojka? Benny Hili Sergei Me/n ik o v: op Russische tv! Intervie w Joop van Os: "Ik snoepte het nieuws voor ieders neus weg". In ter vie w ,. Nederland is journalisSy Jvain Ephimenco: tieke goudmijn".

-----------------------------------_._-------------------------------------, Kan ongefr. verzonden worden.

JASON ANTWOORDNUMMER 2187 2501 WBDENHAAG

Profile for Stichting Jason

Jason magazine (1988), jaargang 13 nummer 1  

Jason magazine (1988), jaargang 13 nummer 1  

Advertisement